summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:10:50 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:10:50 -0700
commit51c8c8e26f21ce28c1b5083ec1152cf6b2b12ebf (patch)
treef61461d87dedeb223a9776c0dbc64e9bcc309881
initial commit of ebook 38669HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38669-8.txt8519
-rw-r--r--38669-8.zipbin0 -> 153879 bytes
-rw-r--r--38669-h.zipbin0 -> 7166225 bytes
-rw-r--r--38669-h/38669-h.htm9040
-rw-r--r--38669-h/images/608.jpgbin0 -> 151343 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/614.jpgbin0 -> 145853 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/620.jpgbin0 -> 150300 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/621.jpgbin0 -> 147278 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/628.jpgbin0 -> 147009 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/636.jpgbin0 -> 144895 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/640.jpgbin0 -> 148643 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/647.jpgbin0 -> 151868 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/653.jpgbin0 -> 152440 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/658.jpgbin0 -> 152879 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/663.jpgbin0 -> 148492 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/667.jpgbin0 -> 151800 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/677.jpgbin0 -> 148096 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/680.jpgbin0 -> 152743 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/683.jpgbin0 -> 148528 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/685.jpgbin0 -> 144235 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/695.jpgbin0 -> 147483 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/699.jpgbin0 -> 151604 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/705.jpgbin0 -> 149294 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/710.jpgbin0 -> 150772 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/721.jpgbin0 -> 151921 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/724.jpgbin0 -> 148456 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/728.jpgbin0 -> 145123 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/734.jpgbin0 -> 149689 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/739.jpgbin0 -> 149075 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/747.jpgbin0 -> 150818 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/750.jpgbin0 -> 149701 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/759.jpgbin0 -> 152259 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/762.jpgbin0 -> 148406 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/767.jpgbin0 -> 146593 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/776.jpgbin0 -> 147081 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/785.jpgbin0 -> 146914 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/785b.jpgbin0 -> 153260 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/793.jpgbin0 -> 152560 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/804.jpgbin0 -> 148473 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/805.jpgbin0 -> 145628 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/811.jpgbin0 -> 145184 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/815.jpgbin0 -> 146778 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/824.jpgbin0 -> 150676 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/824b.jpgbin0 -> 148598 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/828.jpgbin0 -> 145663 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/841.jpgbin0 -> 147472 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/849.jpgbin0 -> 146526 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/853.jpgbin0 -> 151942 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/862.jpgbin0 -> 152796 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/867.jpgbin0 -> 151773 bytes
-rw-r--r--38669-h/images/867b.jpgbin0 -> 147214 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
54 files changed, 17575 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38669-8.txt b/38669-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f33f20b
--- /dev/null
+++ b/38669-8.txt
@@ -0,0 +1,8519 @@
+The Project Gutenberg eBook, De kinderen van Kapitein Grant, derde Deel
+(of 3), by Jules Verne
+
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+
+
+
+Title: De kinderen van Kapitein Grant, derde Deel (of 3)
+ De Stille Oceaan
+
+
+Author: Jules Verne
+
+
+
+Release Date: February 2, 2012 [eBook #38669]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+
+***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+DERDE DEEL (OF 3)***
+
+
+E-text prepared by Annemie Arnst, Anne Dreze, and Marc D'Hooghe
+(http://www.freeliterature.org) from page images generously made available
+by the Google Books Library Project (http://books.google.com) and
+Bibliothèque nationale de France (http://www.bnf.fr)
+
+
+
+Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this
+ file which includes illustrations.
+ See 38669-h.htm or 38669-h.zip:
+ (http://www.gutenberg.org/files/38669/38669-h/38669-h.htm)
+ or
+ (http://www.gutenberg.org/files/38669/38669-h.zip)
+
+
+ Images of the original text pages are available
+ through the the Google Books Library Project. See
+ http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&printsec=titlepage
+
+
+ The illustrations used in this e-book are taken from the
+ 1868 French edition, Les Enfants du Capitaine Grant,
+ published by J. Hetzel (Paris). The original images are
+ available througn Bibliothèque nationale de France, See
+ http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN
+
+
+ Project Gutenberg has the other two volumes of this work.
+ Volume I: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38667
+ Volume II: see http://www.gutenberg.org/ebooks/38668
+
+
+
+
+
+DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT
+
+Naar het fransch van
+
+JULES VERNE
+
+DERDE DEEL.
+
+DE STILLE OCEAAN.
+
+
+
+
+
+
+
+Leyden,
+De Breuk & Smits.
+1868.
+
+
+
+
+I.
+
+De Macquarie.
+
+
+Zoo ooit, dan moesten thans, nu alles hun te gelijk ontviel, de zoekers
+naar kapitein Grant wel wanhopen hem weder te zien. In welk deel der
+wereld moesten zij nu hun togt weder beginnen? Hoe konden zij nieuwe
+landen onderzoeken? De _Duncan_bestond niet meer; zelfs was het hun
+onmogelijk om onmiddellijk naar hun vaderland terug te keeren. De
+onderneming dier edelmoedige Schotten was dus mislukt! Niet geslaagd!
+Treurig woord, dat geen weerklank vindt in een moedig hart, en toch
+dwongen de slagen van het noodlot Glenarvan tot de erkentenis, dat hij
+onmagtig was zijn werk van zelfopoffering voort te zetten.
+
+In dien stand van zaken had Mary Grant den moed om den naam haars vaders
+niet meer uit te spreken. Zij bedwong haar angst door de gedachte aan de
+ongelukkige matrozen, die omgebragt waren. De dochter ging op in de
+vriendin, en zij troostte Glenarvan, die haar zoo menigmaal had
+getroost! Zij was de eerste, die er van sprak, om naar Schotland terug
+te keeren. Toen hij haar moed, haar onderwerping zag, bewonderde John
+Mangles haar. Hij wilde nog iets ten voordeele van den kapitein zeggen;
+maar Mary legde hem door een blik het stilzwijgen op, en later zeide zij
+tot hem: "Neen, mijnheer John! wij moeten denken aan degenen, die zich
+opgeofferd hebben. Lord Glenarvan moet naar Europa terugkeeren!"
+
+"Gij hebt gelijk, miss Mary!" antwoordde John Mangles, "het moet. Ook
+moeten de engelsche autoriteiten onderrigt worden van het lot der
+_Duncan_. Maar geef alle hoop nog niet op. Liever dan de aangevangen
+nasporingen op te geven, zou ik ze alleen voortzetten! Ik zal kapitein
+Grant terugvinden of bij de volvoering dier taak omkomen!"
+
+Het was eene ernstige verbindtenis, die John Mangles op zich nam. Mary
+nam ze aan, en legde haar hand in die van den jongen kapitein, als om
+dit verdrag te bekrachtigen. Van de zijde van John Mangles was het een
+toewijding van zijn geheele leven, van de zijde van Mary een
+onwankelbare erkentelijkheid.
+
+Dien dag werd er stellig tot het vertrek besloten. Men had plan om
+Melbourne ten spoedigste te bereiken. 's Anderen daags ging John
+onderzoeken, of er scheepsgelegenheid was. Hij rekende er op, dat er een
+belangrijk verkeer tusschen Eden en de hoofdstad van Victoria werd
+onderhouden.
+
+Zijn verwachting werd teleurgesteld. Er lagen maar weinig schepen. De
+geheele koopvaardijvloot van het stadje bestond uit drie of vier
+schepen, die in de Twofoldbaai ten anker lagen. Geen enkel was met
+bestemming naar Melbourne, Sidney of Pointe-de-Galle. En alleen in deze
+havens van Australië kon Glenarvan schepen vinden in lading naar
+Engeland. Want de _Stoombootmaatschappij voor het Schier-eiland en het
+Oosten_ heeft een geregelde stoomvaart tusschen deze punten en het
+moederland.
+
+Wat nu te doen? Een schip afwachten? Dat kon lang duren; want de
+Twofold-baai wordt weinig bezocht. Wel varen er vele schepen voorbij;
+maar zelden doen ze de baai aan.
+
+Na lang wikken en wegen kwam Glenarvan bijna tot het besluit om langs de
+kust naar Sidney te gaan, toen Paganel met een voorstel voor den dag
+kwam, dat niemand had verwacht.
+
+De aardrijkskundige had ook de Twofoldbaai eens bezocht. Hij wist, dat
+er geen reisgelegenheid bestond naar Sidney en Melbourne. Maar een van
+de drie schepen, welke op de reede lagen, moest naar Auckland, de
+hoofdstad van Ika-Na-Maoeï, het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland. Nu
+stelde Paganel voor het bedoelde schip af te huren en naar Auckland te
+gaan, vanwaar men gemakkelijk met de booten der maatschappij naar Europa
+kon terugkeeren.
+
+Dit voorstel werd in ernstige overweging genomen. Paganel wachtte zich
+thans wel al die bewijzen aan te voeren, waarmede hij anders zoo mild
+was. Hij vergenoegde zich met de opgave van het feit en voegde er bij,
+dat de overtogt maar vijf of zes dagen zou duren. De afstand, die
+Australië van Nieuw-Zeeland scheidt, bedraagt werkelijk niet meer dan
+een duizend mijlen[1]
+
+Door een zonderlingen zamenloop van omstandigheden lag Auckland juist op
+dien zeven en dertigsten breedtegraad, dien de zoekers van Araucanië af
+hardnekkig volgden. De aardrijkskundige had dus, zonder dat men hem van
+partijdigheid kon beschuldigen, gerust zijn voordeel kunnen doen met
+deze waarheid om er een bewijs ter gunste van zijn voorstel aan te
+ontleenen. Zoo kreeg men immers ongezocht aanleiding om de steile kusten
+van Nieuw Zeeland te bezoeken.
+
+Evenwel maakte Paganel van dat voordeel geen gebruik. Na de dubbele
+teleurstelling wilde hij zich ongetwijfeld niet wagen aan een derde
+uitlegging van het document. Maar wat zou hij er ook uit kunnen
+afleiden? Er stond immers uitdrukkelijk, dat een "vastland" tot
+schuilplaats had gestrekt aan kapitein Grant, en niet een eiland. Nu was
+Nieuw-Zeeland maar een eiland. Dat scheen beslissend. Hoe het ook zij,
+om deze of om een andere reden verbond Paganel met dit voorstel om naar
+Auckland te gaan volstrekt niet de gedachte om een nieuwen
+onderzoekingstogt op touw te zetten. Hij wees er alleen op, dat er een
+geregelde gemeenschap bestond tusschen dit punt en Groot-Brittanje, en
+dat men gemakkelijk daarvan gebruik kon maken.
+
+John Mangles ondersteunde het voorstel van Paganel. Hij raadde tot de
+aanneming, omdat men toch de twijfelachtige komst van een vaartuig in de
+Twofoldbaai niet kon afwachten. Maar alvorens daartoe over te gaan
+achtte hij het geraden om het door den aardrijkskundige bedoelde schip
+eens in oogenschouw te nemen. Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert en
+hij namen dus een sloep, en na eenige riemslagen legden zij bij het
+schip aan, dat twee kabelslengten van de kaai ten anker lag.
+
+Het was een brik van twee honderd vijftig ton, de _Macquarie_ geheeten.
+Zij diende tot de kustvaart tusschen de verschillende havens van
+Australië en van Nieuw-Zeeland. De kapitein, of beter gezegd de
+"schipper" ontving zijn bezoekers tamelijk lomp. Zij zagen wel, dat zij
+te doen hadden met iemand zonder opvoeding, wiens manieren volstrekt
+niet verschilden van die der vijf matrozen, waaruit de bemanning
+bestond. Een dik rood gezigt, grove handen, een platte neus, één oog en
+vuile lippen van het rooken, gevoegd bij zijn onbeschofte houding
+maakten van Will Halley een terugstootend wezen. Maar men had geen keus,
+en voor een reisje van weinige dagen moest men zoo naauw niet kijken.
+
+"Wat wilt gij?" vroeg Halley aan die onbekenden, die op het dek van zijn
+schip kwamen.
+
+"De kapitein?" vroeg John Mangles.
+
+"Ben ik," antwoordde Halley. "En?"
+
+"Ligt de _Macquarie_ in lading naar Auckland?"
+
+"Ja. En?"
+
+"Wat heeft ze in?"
+
+"Alles wat verkocht wordt en alles wat gekocht wordt. En?"
+
+"Wanneer vertrekt ze?"
+
+"Morgen, tegen den middag. En?"
+
+"Kan ze passagiers meenemen?"
+
+"Dat hangt er van af wie het zijn en of ze zich met den scheepskost
+willen vergenoegen."
+
+"Zij zouden hun voorraad meebrengen."
+
+"En?"
+
+"En?"
+
+"Ja. Hoeveel zijn er?"
+
+"Negen, waaronder twee dames."
+
+"Ik heb geen hutten."
+
+"Zij zullen zich met het vooronder behelpen, dat hun moet afgestaan
+worden."
+
+"En?"
+
+"Neemt gij het aan?" vroeg John Mangles, die volstrekt niet verlegen
+werd gemaakt door de manieren van den kapitein.
+
+"Moet zien," antwoordde de schipper van de _Macquarie_. Will Halley liep
+wat rond, stampte met zijn zware laarzen met groote spijkers op het dek,
+en kwam toen plotseling op John Mangles af.
+
+"Wat betaalt men?" vroeg hij.
+
+"Wat vraagt men?" antwoordde John.
+
+"Vijftig pond."
+
+Glenarvan gaf een toestemmend teeken.
+
+"Goed! vijftig pond," antwoordde John Mangles.
+
+"Maar enkel de overtogt," voegde Will Halley erbij.
+
+"Enkel de overtogt."
+
+"Buiten den kost."
+
+"Daarbuiten."
+
+"Toegestemd. En?" zeide Will de hand ophoudende.
+
+"Wat blieft?"
+
+"Het handgeld?"
+
+"Hier is de helft van de vracht, vijf en twintig pond," zeide John
+Mangles, aan den schipper het geld uitbetalende, die het zonder dankje
+te zeggen in den zak stak.
+
+"Morgen aan boord," zeide hij. "Voor twaalven. Of ge er zijt of niet, ik
+ligt het anker."
+
+"Wij zullen er zijn."
+
+Toen dit afgehandeld was, gingen Glenarvan, de majoor, Robert, Paganel
+en John Mangles van boord, zonder dat Will Halley ook maar met den
+vinger den zuidwester had aangeraakt, die op zijn roode pruik
+vastgelijmd zat.
+
+"Wat een lompe vlegel!" zeide John.
+
+"Die staat mij juist goed aan," antwoordde Paganel. "Hij is een echte
+zeewolf."
+
+"Een echte beer!" verbeterde de majoor.
+
+"En ik houd het er voor," voegde John Mangles er bij, "dat die beer in
+der tijd wel handel gedreven heeft in menschenvleesch."
+
+"Wat raakt ons dat!" antwoordde Glenarvan, "nu hij de _Macquarie_
+kommandeert en de _Macquarie_ naar Nieuw-Zeeland gaat. Tusschen de
+Twofoldbaai en Auckland zullen we hem weinig zien, na Auckland zullen we
+hem in het geheel niet meer zien."
+
+Lady Helena en Mary Grant vernamen met genoegen, dat het vertrek op den
+volgenden dag was bepaald. Glenarvan bragt haar onder het oog, dat de
+_Macquarie_ niet zoo gemakkelijk was ingerigt als de _Duncan_. Maar na
+zooveel leed uitgestaan te hebben, waren zij er de vrouwen niet naar, om
+zich door zoo'n kleinigheid te laten afschrikken. Olbinett kreeg last om
+voor levensmiddelen te zorgen. Sedert het verlies van de _Duncan_ had de
+arme man heete tranen geschreid over zijn ongelukkige vrouw, die aan
+boord gebleven en natuurlijk evenals de geheele bemanning het offer was
+geworden van de wreedheid der roovers. Niettemin volbragt hij met zijn
+gewonen ijver zijn werkzaamheden als hofmeester, en "de schafting"
+bestond uit kostelijke spijzen, die nooit op de schaftlijst van de brik
+voorkwamen. In weinige uren waren de aankoopen afgeloopen.
+
+Intusschen maakte de majoor bij een wisselaar de wissels te gelde, die
+Glenarvan had op de _Union-bank_ te Melbourne. Hij wilde niet ontbloot
+zijn van goud. Evenmin van wapens en kruid. Daarom schafte hij zich
+weder andere aan. Paganel kocht voor zich een uitmuntende kaart van
+Nieuw-Zeeland, door Johnston te Edinmburg uitgegeven.
+
+Met Mulrady ging het goed. Hij voelde naauwelijks de wond meer, die zijn
+leven in gevaar had gebragt. De zeelucht zou spoedig zijn genezing
+voltooijen. Hij had plan te genieten van de koelten op de Stille
+Zuidzee.
+
+Aan Wilson werd opgedragen het verblijf der passagiers aan boord van de
+_Macquarie_ in orde te brengen. Met borstel en bezem gaf hij het
+vooronder een heel ander aanzien. Will Halley liet den matroos
+schouderophalende begaan. Hij bekommerde zich niet het minst om
+Glenarvan, diens dames en reisgenooten. Hij wist niet eens hun naam en
+vroeg er niet naar. Die vermeerdering van lading bragt hem vijftig pond
+op, dat was alles, en dat schatte hij minder dan de twee honderd ton
+gelooide huiden, waarmee het ruim was opgevuld. Eerst de huiden, dan de
+menschen. Hij was een koopman. Wat zijn zeevaartkundige bekwaamheden
+aangaat, hij werd voor een vrij goed praktikus gehouden op die zeeën,
+welke door de koraalriffen zeer gevaarlijk zijn.
+
+Dien morgen wilde Glenarvan terugkeeren naar dat punt van den oever,
+waarover de zeven en dertigste parallel loopt. Twee redenen had hij
+daarvoor.
+
+Hij wilde nog eens de vermoedelijke plaats van de schipbreuk bezoeken.
+Ayrton was ongetwijfeld bootsman op de _Britannia_. Waarom zou de
+_Britannia_ niet wezenlijk vergaan zijn op dit gedeelte der australische
+kust? Zoo niet op de west- dan toch op de oostkust? Men moest niet
+onbedachtzaam een plek verlaten, die men nooit zou terug zien.
+
+En was de _Britannia_ daar niet geweest, de _Duncan_ was er toch in de
+handen der roovers gevallen. Misschien had er een gevecht plaats gehad.
+Waarom zou men op den oever geen spoor van een worsteling, van een
+hardnekkigen tegenstand vinden? Zouden de golven, wanneer de bemanning
+in de baren verdronken was, de lijken niet op de kust hebben
+aangespoeld?
+
+In gezelschap van den trouwen John ging Glenarvan op verkenning uit. De
+eigenaar van het _Victoria_-hotel gaf hun twee paarden, en zij sloegen
+den weg naar het noorden in, die om de Twofold-baai loopt.
+
+Het was een treurig onderzoek. Glenarvan en kapitein John reden zwijgend
+voort. Maar zij verstonden elkander. Dezelfde gedachten en bij gevolg
+dezelfde angst kwelden hen. Zij beschouwden de rotsen, waaraan de zee
+knaagde. Zij behoefden elkander niets te vragen noch te antwoorden.
+
+Gerust mag men op den ijver en de schranderheid van John zich verlaten
+om te verzekeren, dat elk punt van de kust naauwkeurig werd bezocht, dat
+de kleinste kreeken zoowel als het langzaam afloopende strand en de
+zandige hoogten zorgvuldig werden onderzocht, waar de middelmatige
+getijden van de Stille Zuidzee eenig strandgoed hadden kunnen opwerpen.
+Maar niets werd er gevonden, dat aanleiding geven kon om in deze streken
+nieuwe onderzoekingen aan te vangen. Geen spoor van de schipbreuk was
+hier aanwezig.
+
+Evenmin iets, dat van de _Duncan_ afkomstig was. Deze geheele kuststreek
+van den Oceaan was onbewoond. Men zag levenden noch dooden.
+
+Toch ontdekte John Mangles aan den rand van het strand versche sporen
+van een legerplaats, overblijfselen van vuren, onder alleenstaande
+myalls ontstoken. Was daar soms voor eenige dagen een zwervende
+inlandsche volksstam geweest? Neen; Glenarvans blik werd getrokken door
+een kenteeken, dat hun onwederlegbaar bewees, dat de roovers dit
+gedeelte der kust hadden bezocht.
+
+Dat kenteeken was een graauwe en gele, versletene en gelapte boezeroen,
+een lor, die aan den voet van een boom was blijven liggen. Het
+stamnummer van de strafgevangenis te Perth stond er op. De boef was er
+niet meer, maar zijn plunje verried hem. Die liverei van de misdaad had
+eerst den een of anderen schurk gekleed, en lag nu te verrotten op die
+onbewoonde kust.
+
+"Gij ziet het, John!" zeide Glenarvan. "De roovers zijn hier geweest! en
+onze arme makkers van de _Duncan_?..."
+
+"Ja!" antwoordde John op doffen toon, "het is zeker, dat zij niet aan
+wal zijn gezet, dat zij gesneuveld zijn...."
+
+"Die ellendelingen!" riep Glenarvan. "Als zij ooit in mijn handen
+vallen, zal ik mijn matrozen wreken!"
+
+De smart had aan Glenarvans trekken een hard voorkomen gegeven. Eenige
+minuten lang staarde de lord op de onmetelijke watervlakte; misschien
+zocht hij voor het laatst in het verre verschiet nog naar een vaartuig.
+Vervolgens werden zijn oogen dof, hij werd weer de oude, en zonder een
+woord te spreken of een gebaar te maken, galoppeerde hij den weg op naar
+Eden.
+
+Nog ééne formaliteit moest er vervuld worden, de kennisgeving van het
+gebeurde aan het geregt. Zij werd dienzelfden avond aan Thomas Banks
+gedaan. Die overheidspersoon kon naauwelijks zijn blijdschap ontveinzen,
+dat hij dit proces-verbaal mogt opmaken. Hij was regt in zijn schik over
+het vertrek van Ben Joyce en diens bende. De geheele stad verheugde zich
+met hem. De roovers hadden Australië verlaten, wel na het begaan van een
+nieuwe misdaad, maar toch zij waren weg. Dit belangrijke nieuws werd
+terstond getelegrafeerd aan de autoriteiten te Melbourne en Sidney.
+
+Na het afleggen zijner verklaring keerde Glenarvan naar het
+_Victoria_-hotel terug. De reizigers bragten dien laatsten avond treurig
+door. Hun gedachten verwijlden bij dien aan ongelukken zoo vruchtbaren
+bodem. Zij herinnerden zich, hoeveel gegronde hoop zij aan kaap
+Bernouilli hadden opgevat, waaraan in de Twofold-baai zoo wreed de bodem
+was ingeslagen!
+
+Paganel was ter prooi aan een koortsige onrust. John Mangles, die hem
+sedert het voorval aan de Sneeuw-rivier in het oog hield, gevoelde, dat
+de aardrijkskundige dobberde tusschen spreken en zwijgen. Verscheidene
+malen had hij hem met vragen bestormd, die onbeantwoord bleven.
+
+Dien avond echter vroeg John, toen hij hem naar zijn kamer bragt, waarom
+hij toch zoo zenuwachtig was?
+
+"Vriend John!" antwoordde Paganel ontwijkend, "ik ben niet zenuwachtiger
+dan anders."
+
+"Mijnheer Paganel! er is een geheim, dat u benaauwt!" hernam John.
+
+"Wat zal ik er aan doen?" riep de aardrijkskundige met driftige gebaren.
+"Het is sterker dan ik!"
+
+"Wat is sterker dan gij?"
+
+"Mijn vreugde aan den eenen kant, mijn wanhoop aan den anderen."
+
+"Zijt gij blijde en wanhopend te gelijk?"
+
+"Ja! blijde en wanhopend, nu ik Nieuw-Zeeland ga bezoeken."
+
+"Zijt gij iets op het spoor?" vroeg John Mangles driftig. "Hebt gij het
+verloren spoor teruggevonden?"
+
+"Neen, vriend John! _Uit Nieuw-Zeeland komt men niet terug_! Maar
+toch..., kortom, gij kent de menschelijke natuur! Zoolang er leven is,
+is er hoop! En mijn leus is "_spiro, spero_" dat de mooiste leus van de
+wereld is!"
+
+
+[1] Omtrent 400 uren gaans.
+
+
+
+
+II.
+
+Het verledene van het land waar men heengaat.
+
+
+Den volgenden dag, den 27sten Januarij, waren de passagiers van de
+_Macquarie_ bijeen in het bekrompen vooronder van de brik. Will Halley
+had niet eens zijn kajuit aan de dames aangeboden. Zij behoefden
+daarover trouwens geen spijt te gevoelen; want het hol was den beer
+waardig.
+
+Ten half een met de ebbe maakte men zich zeilree. Het anker kwam
+loodregt en werd met moeite opgehaald. Een tamelijke koelte woei uit het
+zuidwesten. De zeilen werden langzaam geheschen. De vijf matrozen deden
+het werk op hun uiterste gemak. Wilson wilde hen helpen. Maar Halley
+verzocht hem zich rustig te houden en zich niet te bemoeijen met hetgeen
+hem niet aanging. Hij was gewoon alles alleen te doen en vroeg niet om
+hulp of raad.
+
+Dit was op John Mangles gemunt, dien de linkschheid van eenige
+bewegingen deed glimlagchen. Hij hield zich voor gewaarschuwd, maar
+behield zich voor om zooal niet regtens dan toch feitelijk tusschen
+beide te komen, wanneer de onhandigheid der bemanning de veiligheid van
+het schip soms in gevaar mogt brengen.
+
+Met wat geduld en met de armen der vijf matrozen, aangevuurd door de
+vloeken van den schipper, werden de zeilen toch eindelijk aangeslagen.
+De _Macquarie_ liep met bakboordshalzen voor den wind onder haar
+onderste zeilen, haar marszeilen, bramzeilen, haar groote bezaan en haar
+kluivers. Later werden de lijzeilen en bovenbramstengen ook geheschen.
+Maar in weerwil van die vermeerdering van doek vorderde de brik
+naauwelijks. De breede voorsteven, de wijdte van het ruim, de lompheid
+van het achterschip maakten haar tot een slechten zeiler, en gaven haar
+geheel en al het voorkomen van een "klomp."
+
+Men moest er zich echter in schikken. Gelukkig, hoe slecht de
+_Macquarie_ ook zeilde, moest zij toch in vijf, hoogstens zes dagen, op
+de reede van Auckland ankeren.
+
+'s Avonds ten zeven ure verloor men de kust van Australië en het staande
+licht der haven van Eden uit het oog. De nog al holle zee deed het schip
+erg stampen; het plompte neer in de golfdalen. De passagiers kregen
+duchtige schokken, die hun verblijf in het vooronder juist niet
+aangenamer maakten. Ook op het dek konden ze niet blijven; want het
+regende juist hard. Zij zagen zich dus tot een strenge gevangenis
+veroordeeld.
+
+Elk liet nu zijn gedachten den vrijen loop. Er werd weinig gepraat. Ter
+naauwernood wisselden lady Helena en Mary Grant eenige woorden.
+Glenarvan kon het niet uithouden. Hij liep heen en weer, terwijl de
+majoor zich niet verroerde. Door Robert vergezeld klom John Mangles van
+tijd tot tijd op het dek om naar de zee te zien. En Paganel mompelde in
+zijn hoek losse onzamenhangende woorden.
+
+Waaraan dacht de waardige aardrijkskundige? Aan dat Nieuw-Zeeland,
+waarheen het noodlot hem dreef. Deszelfs geheele geschiedenis ontrolde
+zich voor zijn geest, en het verledene van dat akelige land doemde op
+voor zijn oog.
+
+Maar was er iets in die geschiedenis, een feit of een toeval, dat den
+ontdekkers dier eilanden ooit het regt gegeven had om ze als een
+vastland te beschouwen? Kon een nieuwere aardrijkskundige, een zeeman
+hun dien naam geven? Zooals men ziet, kwam Paganel altijd weer terug op
+de uitlegging van het document. Het was een bezetenheid, een vaststaande
+gedachte. Na Patagonië, na Australië, klampte zijn verbeelding, die een
+enkel woord bezig hield, zich vast aan Nieuw-Zeeland. Maar één enkel
+punt stuitte hem op dien weg.
+
+"Contin ... contin ..." herhaalde hij, "dat wil toch zeggen _continent_!
+(vastland)"
+
+En in gedachten volgde hij weder de zeevaarders, die deze twee groote
+eilanden der zuidelijke zeeën vonden.
+
+Den 13den December 1642 bereikte de Hollander Tasman, na Van Diemensland
+ontdekt te hebben, de onbekende oevers van Nieuw-Zeeland. Hij zeilde er
+verscheidene dagen langs en den 17den drongen zijn schepen in een breede
+baai, aan wier uiteinde een naauwe straat lag, die twee eilanden
+scheidde.
+
+Het noordelijke eiland, was Ika-Na-Maoeï, zeelandsche woorden, die
+beteekenen "de visch van Mauwi". Het zuidelijke eiland was
+Tawaï-Poena-Moe, dat wil zeggen "de walvisch, die den groenen niersteen
+voortbrengt[1]."
+
+Abel Tasman zond zijn sloepen aan land, die met twee praauwen, bemand
+met luidruchtige inwoners terugkwamen. Die wilden waren middelmatig van
+gestalte, met een bruine en gele huid, met uitstekende beenderen, een
+ruwe stem, en zwarte haren, evenals bij de Japanneezen op het hoofd
+zaamgebonden, waarop een groote witte veer prijkte.
+
+Die eerste ontmoeting tusschen de Europeanen en inlanders scheen
+langdurige vrienschapsbetrekkingen te beloven. Maar den volgenden dag
+werd een der sloepen van Tasman, die een ankerplaats digter bij het land
+ging opzoeken, hevig bestookt door zeven praauwen met een groot aantal
+inlanders bemand. De boot sloeg om en raakte vol water. De bootsman, die
+het bevel voerde, werd terstond in de keel getroffen met een piek met
+een grove punt. Hij viel in zee. Van zijn zes makkers werden er vier
+gedood; de twee anderen en de bootsman zwommen naar de schepen en werden
+opgevischt en gered.
+
+Na dit noodlottig voorval zeilde Tasman weg. Hij vergenoegde zich met
+den inlanders eenige musketkogels toe te zenden, die hen waarschijnlijk
+niet raakten. Hij verliet de baai, nog de Moordbaai genoemd, stevende
+langs de westkust en wierp den 5den Januarij het anker bij de noordpunt.
+Te dezer plaatse verhinderde hem niet alleen de hevige branding maar ook
+de slechte gezindheid der wilden om water in te nemen, en hij verliet
+voor goed dit land, waaraan hij ter eere van de Staten Generaal den naam
+gaf van Statenland.
+
+De hollandsche zeeman meende inderdaad, dat het samenhing met de
+eilanden van dienzelfden naam, ten oosten van Vuurland aan de zuidpunt
+van Amerika ontdekt. Hij meende "het groot zuidelijk vastland" gevonden
+te hebben.
+
+"Maar," sprak Paganel bij zich zelven, "wat een zeeman der zeventiende
+eeuw "vastland" noemen kon, kon dien naam niet dragen bij een zeeman der
+negentiende; zulk een dwaling is niet te vooronderstellen! Neen! Er is
+iets, dat mij ontgaat!"
+
+Meer dan een eeuw lang bleef de ontdekking van Tasman onopgemerkt, en
+Nieuw-Zeeland scheen niet meer te bestaan, tot eindelijk een fransch
+zeevaarder, Surville, het op 35° 37' breedte in het gezigt kreeg. Eerst
+had hij geen reden van klagen over de inboorlingen; maar de wind stak
+geweldig op en een storm beliep hem, gedurende welken de sloep met de
+zieken in de Toevlugtsbaai op het strand werd geworpen. Daar ontving een
+opperhoofd, Nagui-Noeï genoemd, de Franschen zeer goed en huisvestte ze
+in zijn eigene hut. Alles ging goed, tot het oogenblik, dat een sloep
+van Surville werd gestolen. Surville eischte ze vergeefs op, en meende
+voor dien diefstal een dorp te moeten straffen, dat hij geheel
+verbrandde. Een verschrikkelijke en onregtvaardige wraak, die aanleiding
+gaf tot de bloedige vergelding, waarvan Nieuw-Zeeland binnen kort het
+tooneel zou worden.
+
+Den 6den October 1769 verscheen de vermaarde Cook op deze kusten. Hij
+ankerde in de Taoeë-Roa-baai met zijn schip de _Endeavour_ en trachtte
+door goede behandeling de vriendschap der inboorlingen te winnen. Maar
+om de menschen goed te behandelen, moet men beginnen met hen te krijgen.
+Cook aarzelde niet om twee of drie gevangenen te maken en hun zijn
+weldaden met geweld op te dringen. Met geschenken en liefkozingen
+overladen werden zij weer aan land gezonden. Door hun verhalen uitgelokt
+kwamen vervolgens een aantal inboorlingen vrijwillig aan boord en gingen
+een ruilhandel met de Europeanen aan. Eenige dagen later stevende Cook
+naar de Hawkes-baai, een diepe inham in de kust van het noordelijk
+eiland. Daar trof hij oorlogzuchtige, schreeuwende en twistgierige
+inboorlingen aan. Hun vijandelijke bedoelingen gingen zoover, dat het
+noodig was hen met schrootvuur in toom te houden.
+
+Den 20sten October ankerde de _Endeavour_ in de Toko-Maloe-baai, waar
+een vreedzame bevolking van twee honderd zielen leefde. De
+plantenkenners, die de reis medemaakten, zagen hun onderzoekingen in die
+streek met een gewenschten uitslag bekroond, en de inboorlingen bragten
+hen met hun praauwen aan wal. Cook bezocht twee dorpen met palen,
+borstweringen en dubbele grachten versterkt, die bewezen, dat zij reeds
+aanzienlijke vorderingen in den vestingbouw hadden gemaakt. Het
+belangrijkste dier forten lag op een rots, die bij hoog water geheel een
+eiland werd. En meer nog, want niet alleen werd ze door het water
+omringd, maar dit stroomde ook door een natuurlijken boog van zestig
+voet hoog, waarop die ongenaakbare "pâh" zich verhief.
+
+Den 31sten Maart gaf Cook, die in vijf maanden een rijken oogst van
+vreemde voorwerpen, inlandsche planten, en bijdragen tot de land- en
+volkenkunde had bijeengebragt, zijn naam aan de straat, die de twee
+eilanden scheidt, en verliet Nieuw-Zeeland. Hij bezocht het nog eens op
+zijn latere reizen.
+
+In 1773 toen verscheen de groote zeeman weder in de Hawkesbaai en was
+daar getuige van tooneelen van kannibalisme. Het moet echter gezegd
+worden, dat zijn reisgenooten er aanleiding toe gaven. Eenige
+officieren, die aan land de verminkte ledematen van een jongen wilde
+gevonden hadden, namen ze mee aan boord, "lieten ze braden," en zetten
+ze den inboorlingen voor, die er met gretigheid op aanvielen. Treurige
+liefhebberij, zich zoo tot koks te maken voor een maaltijd van
+menscheneters!
+
+Op zijn derde reis bezocht Cook andermaal dit land, waarvoor hij groote
+voorliefde koesterde, en dat hij gaarne in kaart wilde brengen. Den
+25sten Februarij 1777 verliet hij het voor goed.
+
+In 1791 vertoefde Vancouver twintig dagen in de Sombere baai, zonder
+eenig voordeel voor de natuur- of aardrijkskundige wetenschappen.
+D'Entrecasteaux bragt in 1793 een kustlijn van vijf en twintig mijlen in
+kaart op het noordelijke eiland Ika-Na-Maoeï. De koopvaardijkapiteins
+Hausen en Dalrympe, later Baden, Richardson en Moody kwamen er even, en
+dokter Savage verzamelde gedurende een verblijf van vijf weken
+belangrijke bijzonderheden betreffende de zeden der Nieuw-Zeelanders.
+
+In datzelfde jaar 1805 scheepte de neef van het opperhoofd van
+Rangwi-Hoe, de schrandere Doea-Tara zich in op de _Argo_, kapitein
+Baden, die in de Eilandenbaai lag.
+
+Welligt zullen de lotgevallen van Doea-Tara eenmaal aan een Maori
+Homerus het onderwerp voor een heldendicht verschaffen. Zij zijn een
+aaneenschakeling van rampen, onregtvaardigheden en mishandelingen.
+Trouwbreuk, verbeurdverklaring, slagen en wonden, waren het loon, dat de
+arme wilde voor zijn goede diensten ontving. Welk denkbeeld moest hij
+zich wel maken van menschen, die zich beschaafd noemen! Hij werd naar
+Londen gebragt. Men maakte hem matroos van de laagste klasse, de
+wrijfpaal der bemanning. Dat hij het leven er afbragt, had hij te danken
+aan de tusschenkomst van den eerwaarden Marsden. Die zendeling trok zich
+den jongen wilde aan, bij wien hij een scherp oordeel, een moedig hart,
+en bewonderenswaardige hoedanigheden van zachtzinnigheid, innemendheid
+en beleefdheid opmerkte. Marsden bezorgde zijn beschermeling eenige
+zakken graan en landbouwwerktuigen, voor zijn land bestemd. Die kleine
+bagaadje werd hem ontstolen. Ongelukken en lijden waren opnieuw het
+deel van den armen Doea-Tara, tot in 1814, wanneer men hem eindelijk
+in het land zijner vaderen terugvindt. Nu zou hij de vrucht van
+zooveel lotswisselingen plukken; maar de dood rukte hem weg op
+achtentwintigjarigen leeftijd, toen hij zich gereed maakte om het
+bloeddorstige Zeeland te hervormen. Dit onherstelbare ongeluk zette de
+beschaving ongetwijfeld vele jaren achteruit. Niets kan een verstandig
+en goed man vervangen, die in zijn borst liefde tot het goede vereenigt
+met liefde voor zijn land!
+
+Tot in 1816 bleef Nieuw-Zeeland verlaten. Te dien tijde doorkruiste
+Thompson, in 1817 Lidiard Nicholas, in 1819 Marsden, verscheidene deelen
+der beide eilanden, en in 1820 bragt Richard Cruise, kapitein bij het
+acht en tachtigste regiment infanterie, er tien maanden door met
+grondige studiën over de zeden der inlanders.
+
+In 1824 vertoefde Duperrey, bevelhebber dat _Coquille_, veertien dagen
+in de Eilanden-baai, en ondervond hij veel vriendschap van de
+inboorlingen.
+
+Na hem, in 1827, moest de engelsche walvischvaarder _Mercury_ zich tegen
+plundering en moord verdedigen. In hetzelfde jaar werd kapitein Dillon
+tot tweemaal toe zeer gastvrij ontvangen.
+
+In Maart 1827 kon de bevelhebber der _Astrolabe_, de beroemde
+Dumont-d'Urville, ongedeerd en ongewapend eenige nachten onder de
+inboorlingen doorbrengen, met hen zingen, geschenken geven en ontvangen,
+in de hutten slapen, en zonder stoornis zijn belangrijke opmerkingen
+voortzetten, waaraan de zoo schoone kaarten van het bureau van marine
+het aanzijn te danken hebben.
+
+De engelsche brik _Hawes_, kapitein John James, daarentegen, deed in het
+volgende jaar de Eilanden-baai aan, stevende naar de Oostkaap, en had
+veel te lijden van een trouweloos opperhoofd, Enararo geheeten.
+Verscheidene zijner makkers ondergingen een verschrikkelijken dood.
+
+Uit die tegenstrijdige voorvallen, uit die afwisseling van
+zachtaardigheid en barbaarschheid moet men afleiden, dat de wreedheden
+der Nieuw-Zeelanders maar al te dikwijls weerwraak waren. Goede of
+slechte behandelingen hingen af van slechte of goede kapiteins. Zeker
+hadden er wel eenige onregtvaardige aanvallen van de zijde der inlanders
+plaats; maar meestal waren het wraakoefeningen, door de Europeanen
+uitgelokt, en ongelukkig kwam de straf neer op het hoofd van
+onschuldigen.
+
+Na d'Urville werd de kennis van Nieuw-Zeeland aangevuld door een moedig
+onderzoeker, die twintigmaal de geheele aarde doorkruiste, een zwerver,
+een zigeuner van de wetenschap, een engelschman, Earle. Hij bezocht de
+onbekende deelen der beide eilanden, zonder dat hem persoonlijk eenig
+leed wedervoer, maar hij was dikwijls getuige van tooneelen, waarbij
+menschenvleesch genuttigd werd. De Nieuw-Zeelanders verslonden elkander
+met walgelijke gretigheid.
+
+Dit ondervond ook kapitein Laplace, toen hij in 1881 in 4e Eilanden-baai
+vertoefde. De gevechten waren ook reeds veel vreeselijker geworden; want
+de wilden waren zeer bedreven in de behandeling der vuurwapenen. De
+vroeger bloeijende en volkrijke gewesten van Ika-Na-Maoeï werden in
+doodsche woestijnen veranderd. Geheele stammen waren verdwenen, evenals
+kudden schapen verdwijnen, die men braadt en opeet.
+
+De zendelingen hebben te vergeefs hun best gedaan om die bloeddorstige
+neigingen te overwinnen. Van 1808 af had het _Anglikaansche
+Zendeling-Genootschap_ zijn bekwaamste agenten,--die naam komt hun
+toe,--naar de voornaamste plaatsen op het noordelijke eiland gezonden.
+Maar de barbaarschheid der Nieuw-Zeelanders dwong het de vestiging van
+zendelingsposten te staken. Eerst in 1814 landden de heeren Marsden, de
+beschermer van Doea-Tara, Hall en King, in de Eilanden-baai en kochten
+van de opperhoofden voor twaalf ijzeren bijlen een strook grond van
+honderd bunders. Daar werd de zetel der anglikaansche zending gesticht.
+
+Het begin was moeijelijk. Maar eindelijk ontzagen de inlanders het leven
+der zendelingen. Zij namen hun diensten en hun leer aan. Eenige woeste
+inboorlingen werden zachter gestemd. In die harde harten ontwaakte het
+gevoel van dankbaarheid. In 1824 gebeurde het zelfs, dat de
+Nieuw-Zeelanders hun "ariki's," dat wil zeggen de leeraars, tegen woeste
+matrozen beschermden, die hen beleedigden en met mishandeling
+bedreigden.
+
+Langzamerhand geraakten dus de zendelingsposten tot bloei, ondanks
+de tegenwoordigheid van uit Port Jackson ontvlugte misdadigers,
+die de inlandsche bevolking bedierven. In 1831 vermeldden de
+_Zendelingeberigten_ twee aanzienlijke posten, de een te Kidi-Kidi,
+aan de oevers van het kanaal, dat in de Eilanden-baai in zee valt, de
+andere te Paï-Hia, aan den oever der Kawa-Kawa. Onder opzigt hunner
+leeraars hadden de bekeerde inlanders wegen aangelegd, paden door de
+ontzaggelijke bosschen gebaand, bruggen over de stroomen geslagen. Elke
+zendeling ging op zijn beurt de beschavende godsdienst prediken onder de
+verderaf wonende stammen, rigtte kapellen van riet of boomschors op en
+scholen voor de inlandsche jeugd, en op het dak dier nederige gebouwen
+wapperde de vlag der zending, voerende het kruis van Christus en deze
+woorden: "Rongo-Pai," dat wil zeggen "het Evangelie."
+
+Het is jammer, dat de invloed der zendelingen beperkt blijft tot hun
+nederzettingen. De geheele zwervende bevolking onttrekt zich aan hun
+werkzaamheid. Het menscheneten is alleen bij de christenen uitgeroeid,
+en nog zou men die pas bekeerden niet aan te groote verleiding moeten
+blootstellen. De trek naar bloed leeft nog in hen.
+
+Ook duurt de oorlog nog altijd voort in die woeste streken. De
+Zeelanders zijn geen stompe Australiërs, die voor den europeeschen inval
+wijken; zij verzetten zich, zij verdedigen zich, zij haten hun
+onderdrukkers, en thans bezielt hen een gloeijende haat tegen de
+engelsche landverhuizers. De toekomst dier groote eilanden staat op het
+spel. Een onmiddellijke beschaving wacht hen of een eeuwenlange diepe
+barbaarschheid, al naar het lot der wapenen.
+
+Zoo had Paganel, wiens hersenen van ongeduld gloeiden, de geheele
+geschiedenis van Nieuw-Zeeland zich voor den geest gehaald. Maar in deze
+geschiedenis kwam niets voor, dat regt gaf om dit gewest, uit twee
+eilanden bestaande, een vastland te noemen, en hadden eenige woorden van
+het document zijn verbeelding geprikkeld, deze beide lettergrepen
+_contin_ hielden hem hardnekkig tegen op den weg eener nieuwe
+uitlegging.
+
+
+[1] Later is gebleken, dat geheel Nieuw-Zeeland bij de inlanders
+Tawai-Maoeï heet. Tawaï-Poena-Moe is alleen de naam van een gedeelte van
+het middelste eiland.
+
+
+
+
+III.
+
+Moordtooneelen op Nieuw-Zeeland.
+
+
+Den 31sten Januarij, vier dagen na haar vertrek, had de _Macquarie_ nog
+geen twee derden van den oceaan afgelegd, die tusschen Australië en
+Nieuw-Zeeland is ingeklemd. Will Halley hield zich weinig bezig met het
+bestuur van zijn vaartuig; hij liet alles maar begaan. Men zag hem
+zelden, waarover trouwens niemand zich beklaagde. Niemand zou er iets
+van gezegd hebben, dat hij altijd in zijn kajuit bleef, als de lompe
+schipper maar niet dagelijks dronken was geweest van jenever of
+brandewijn. Zijn matrozen volgden zijn voorbeeld, en zoo ooit een schip
+op Gods genade dreef, dan was het wel de _Macquarie_ van de
+Twofold-baai.
+
+Die onvergefelijke achteloosheid verpligtte John Mangles steeds een oog
+in het zeil te houden. Mulrady en Wilson legden meer dan eens het roer
+om, op het oogenblik dat een stortzee de brik op zijde zou geworpen
+hebben. Dikwijls kwam Will Halley tusschen beide en raasde en tierde
+tegen de twee zeelieden. Dezen, die vrij kitteloorig waren, wenschten
+den dronkaard te mogen knevelen en hem, zoolang de reis nog mogt duren,
+in het ruim te stoppen. Maar John Mangles hield hen tegen en bedwong,
+niet zonder moeite, hun billijke verontwaardiging.
+
+Deze toestand van het schip bekommerde hem; maar om Glenarvan niet
+ongerust te maken sprak hij er alleen met den majoor en met Paganel
+over. Mac Nabbs gaf hem met andere woorden denzelfden raad als Mulrady
+en Wilson.
+
+"Als gij dien maatregel noodig acht, John!" zeide Mac Nabbs, "moet gij
+zonder bedenken het bevel, of als gij dat liever wilt het bestuur van
+het schip op u nemen. Als die dronkaard ons te Auckland gebragt heeft,
+wordt hij weer meester aan boord, en mag hij, als hij lust daarin heeft,
+omslaan."
+
+"Zonder twijfel, mijnheer Mac Nabbs," antwoordde John, "en ik zal het
+doen ook, als het volstrekt moet. Zoo lang wij in volle zee zijn, is een
+beetje toezigt genoeg; mijn matrozen en ik verlaten het dek niet. Maar
+bij de nadering der kust wil ik wel weten, dat ik verlegen zal staan,
+wanneer die Will Halley niet nuchteren is."
+
+"Kunt gij den koers niet aangeven?" vroeg Paganel.
+
+"Dat zal moeijelijk gaan," antwoordde John. "Gij moet niet denken, dat
+er een zeekaart aan boord is."
+
+"Toch niet?"
+
+"Wel neen. De _Macquarie_ is slechts een kustvaarder tusschen Eden en
+Auckland, en die Will Halley is zoo met dit vaarwater bekend, dat hij
+nooit hoogte neemt."
+
+"Hij verbeeldt zich zeker," antwoordde Paganel, "dat zijn schip den weg
+weet en zich zelf stuurt."
+
+"Ho! ho!" hernam John Mangles, "ik geloof niet aan schepen, die zich
+zelven sturen, en wanneer Will Halley in de nabijheid der kust dronken
+is, zal hij ons in groote verlegenheid brengen."
+
+"Dan mag ik wel lijden, dat hij zijn verstand op de kust zal
+opvisschen," zeide Paganel.
+
+"Dan zoudt gij geen kans zien om de _Macquarie_ als het noodig zijn mogt
+naar Auckland te brengen?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Zonder de kaart van dit gedeelte der kust is het onmogelijk. De
+stranden zijn hier zeer gevaarlijk. Het is een reeks van onregelmatige
+en grillige inhammen, evenals de noorweegsche fiords. De riffen zijn
+talrijk en er is veel ervaring noodig om ze te vermijden. Hoe stevig een
+schip ook moge zijn, het moet vergaan, wanneer zijn kiel op een dier
+rotsen stoot, die maar eenige voeten onder water liggen."
+
+"En dan zit er voor de bemanning niets anders op dan naar de kust te
+vlugten?" zeide de majoor.
+
+"Ja, mijnheer Mac Nabbs! wanneer de tijd het toelaat."
+
+"Een hard lot!" antwoordde Paganel, "want de kusten van Nieuw-Zeeland
+zijn juist niet herbergzaam, en de gevaren zijn even groot aan gene als
+aan deze zijde van den oever!"
+
+"Spreekt gij van de Maori's, mijnheer Paganel?" vroeg John Mangles.
+
+"Ja, mijn vriend! Hun naam is gevestigd in den Indischen oceaan. Het
+zijn geen beschroomde of stompe Australiërs, maar een schrander en
+bloeddorstig ras, kannibalen, die verlekkerd zijn op menschenvleesch,
+menscheneters, die geen medelijden kennen."
+
+"Wanneer dus," zeide de majoor, "kapitein Grant op de kusten van
+Nieuw-Zeeland schipbreuk geleden had, zoudt gij niet aanraden hem te
+gaan opzoeken?"
+
+"Op de kusten wel," antwoordde de aardrijkskundige; "want men zou alligt
+sporen van de _Britannia_ vinden: maar in het binnenland niet; want dat
+zou niets baten. Elke Europeaan, die zich in dit noodlottige land waagt,
+valt in de handen der Maori's, en elke gevangene der Maori's is
+verloren. Ik heb mijn vrienden aangespoord om de Pampa's te doorkruisen,
+om Australië door te trekken; maar nooit zou ik ze medeslepen op de
+paden van Nieuw-Zeeland. De hemel zij ons genadig en God geve, dat wij
+nooit in de magt dier woeste inboorlingen vallen!"
+
+De vrees van Paganel was maar al te gegrond. Nieuw-Zeeland is zeer
+berucht, en al de voorvallen, die deszelfs ontdekking hebben gekenmerkt,
+staan met bloedige letters aangeteekend.
+
+Lang is de lijst der slagtoffers, die opgeschreven staan in het
+martelaarsboek der zeevaarders. Abel Tasman opende met zijn vijf gedoode
+en verslonden matrozen de bloedige jaarboeken van het kannibalisme. Na
+hem onderging kapitein Tukney met al zijn sloeproeijers hetzelfde lot.
+Op de hoogte van het noordelijke gedeelte der straat van Foveaux vonden
+vijf visschers van de _Sydney Cove_ insgelijks den dood onder de tand
+der inboorlingen. Nog moeten aangehaald worden vier man van den schoener
+_Brothers_, in de haven van Molineux vermoord, verscheidene soldaten van
+generaal Gates, en drie weggeloopen matrozen van de _Mathilda_, voor men
+komt aan den naam van kapitein Marion Du Frène, die een treurige
+beroemdheid heeft verkregen.
+
+Den 11den Mei 1772, na de eerste reis van Cook, ankerde de fransche
+kapitein Marion in de Eilanden-baai met zijn schip de _Mascarin_ en de
+_Castries_, kapitein Crozet. De huichelachtige Nieuw-Zeelanders
+ontvingen de aankomelingen zeer goed. Zij toonden zich zelfs beschroomd,
+en er waren geschenken, goede diensten, een dagelijksche verbroedering,
+een langdurige vriendelijke omgang noodig om hen aan boord te gewennen.
+
+Hun opperhoofd, de schrandere Takoeri, behoorde naar het zeggen van
+Dumont d'Urville tot den stam der Wangaroa, en was een bloedverwant van
+den inboorling, dien Surville twee jaren voor de komst van kapitein
+Marion verraderlijk had opgeligt.
+
+In een land, waar de eer van iederen Maori eischt, om ondergane
+beleedigingen met bloed af te wasschen, kon Takoeri den hoon niet
+vergeten, die zijn stam was aangedaan. Hij wachtte geduldig de komst van
+een europeesch schip af, zon op wraak, en volbragt ze met afgrijselijke
+koelbloedigheid.
+
+Na vrees voor de Franschen geveinsd te hebben, vergat Takoeri niets om
+hen in een bedriegelijke gerustheid te doen insluimeren. Hij sleet
+dikwijls met zijn makkers den nacht aan boord van de schepen. Zij
+bragten lekkere visschen mede. Hun dochters en vrouwen vergezelden hen.
+Zij leerden weldra de namen der officieren en noodigden hen uit om hun
+dorpen te bezoeken. Door den schijn bedrogen, doorliepen Marion en
+Crozet dus die geheele kust, die meer dan vier duizend innwoners telde.
+De inboorlingen gingen hun ongewapend te gemoet en trachtten hun een
+volkomen vertrouwen in te boezemen.
+
+Kapitein Marion was de Eilanden-baai ingelopen met plan om de tuigaadje
+der _Castries_ te veranderen, die door de laatste stormen veel had
+geleden. Hij onderzocht daarom het binnenland, en vond den 23sten Mei
+een bosch van prachtige ceders, twee uren van de kust en digt bij een
+baai, een uur van de schepen.
+
+Daar werd een legerplaats opgeslagen, waar twee derden van de bemanning
+met bijlen en andere gereedschappen werkten om de boomen te vellen en de
+wegen te verbeteren, die naar de baai leidden. Twee andere posten werden
+uitgekozen, de een op het eilandje Motoe-Aro in het midden der haven,
+waar de zieken, de smeden en kuipers werden heengebragt, de andere aan
+den zeekant op het groote eiland, anderhalf uur van de schepen af; deze
+laatste stond in verband met de legerplaats der timmerlieden. Op al deze
+posten hielpen sterke en vriendelijke wilden de matrozen in hun
+verschillende werkzaamheden.
+
+Kapitein Marion had tot nog toe evenwel sommige maatregelen van
+voorzigtigheid niet verzuimd. De wilden kwamen nooit gewapend op zijn
+schip, en de sloepen gingen nooit anders dan goed gewapend aan land.
+Maar Marion en de wantrouwendste zijner officieren werden door de
+manieren der inboorlingen om den tuin geleid, en de bevelhebber gaf last
+de sloepen te ontwapenen. Kapitein Crozet wilde echter Marion bewegen om
+dit bevel in te trekken. Het gelukte hem niet.
+
+Nu verdubbelden de oplettendheden en de voorkomendheid der
+Nieuw-Zeelanders. Hun opperhoofden en de officieren leefden op den voet
+van volkomen hartelijkheid. Meermalen nam Takoeri zijn zoon mede aan
+boord en liet hem in de hutten slapen. Den 8sten Junij werd Marion, bij
+een plegtig bezoek, dat bij aan land aflegde als het "grootste
+opperhoofd" van het geheele land erkend, en vier witte vederen
+versierden als eereteekens zijn haar.
+
+Zoo verliepen drie en dertig dagen na de aankomst der schepen in de
+Eilanden-baai. De werkzaamheden aan de tuigaadje vorderden goed; de
+watervaten werden aan de bron van Motoe-Aro gevuld. Kapitein Crozet
+bestuurde in persoon den post der timmerlieden, en alles gaf regt tot de
+hoop, dat de onderneming met een goeden uitslag bekroond zou worden.
+
+Den 12den Junij ten twee ure werd de sloep van den bevelhebber uitgezet
+voor een voorgenomen vischpartij aan den voet van het dorp van Takoeri.
+Marion stapte er in met de twee jonge officieren Vaudricourt en Leboux,
+een vrijwilliger, den wapenkapitein en twaalf matrozen. Takoeri en vijf
+andere opperhoofden vergezelden hem. Niets kon de vreeselijke ramp doen
+vermoeden, die zestien van de zeventien Europeanen wachtte.
+
+De sloep stak af, roeide naar land en weldra was ze uit het gezigt van
+de twee schepen.
+
+'s Avonds kwam kapitein Marion niet aan boord slapen. Niemand maakte
+zich ongerust over zijn uitblijven. Men meende, dat hij de werf had
+willen bezoeken en er den nacht doorbrengen.
+
+Den volgenden dag, ten vijf ure, ging de sloep der _Castries_ volgens
+gewoonte water halen op het eiland Motoe-Aro. Zij kwam zonder ongelukken
+aan boord terug.
+
+Ten negen ure zag de wachthebbende matroos van de _Mascarin_ een bijna
+uitgeput man in zee, die naar de schepen zwom. Een sloep roeide naar hem
+toe en bragt hem aan boord terug.
+
+Het was Turner, een der roeijers van Marion. In de zijde had hij een
+wond, door twee lanssteken veroorzaakt, en hij alleen kwam terug van de
+zeventien man, die den vorigen dag het schip hadden verlaten.
+
+Hij werd ondervraagd, en nu kwamen spoedig al de bijzonderheden van dit
+verschrikkelijk treurspel aan het licht.
+
+De sloep van den ongelukkigen Marion was 's morgens ten zeven ure bij
+het dorp gekomen. De wilden gingen hun gasten vrolijk te gemoet. Op hun
+schouders droegen zij de officieren en matrozen, die zich niet wilden
+natmaken bij het aan land gaan. Daarna verstrooiden de Franschen zich.
+
+Dadelijk vielen de wilden met lansen, knodsen en stokken op hen aan,
+tien tegen één, en vermoordden hen. De matroos Turner, door twee
+lanssteken getroffen, had het geluk zijn vijanden te ontsnappen en zich
+in het kreupelhout te verbergen. Daar was hij getuige van afschuwelijke
+tooneelen. De wilden beroofden de lijken van hun kleeren, sneden hun den
+buik open, hakten ze in stukken....
+
+Nu sprong Turner onbemerkt in zee, en werd stervende door de sloep der
+_Mascarin_ opgenomen.
+
+Die gebeurtenis verspreidde ontsteltenis onder de bemanning der twee
+schepen. Een wraakgeschrei steeg omhoog. Maar voor men de dooden
+wreekte, moest men de levenden redden. Er waren drie posten aan wal, en
+duizenden bloedgierige wilden, op menschenvleesch beluste kannibalen,
+omsingelden hen.
+
+Bij ontstentenis van kapitein Crozet, die den nacht had doorgebragt op
+de werf, nam de eerste officier Duclesmeur de noodige maatregelen. De
+sloep der _Mascarin_ werd afgezonden met een officier en een afdeeling
+soldaten. Voor alles moest die officier bijstand verleenen aan de
+timmerlieden. Hij vertrok, voer de kust langs, zag de boot van den
+kommandant Marion op het strand liggen en landde.
+
+Kapitein Crozet, die, zooals reeds gezegd is, niet aan boord was, wist
+niets van den moord af, toen hij 's namiddags tegen twee ure de
+afdeeling zag verschijnen. Hij vermoedde een ongeluk. Hij ging vooruit
+en vernam het gebeurde. Hij verbood er zijn makkers kennis van te geven,
+om hen niet te beangstigen.
+
+De wilden bezetten in groote troepen al de hoogten. Kapitein Crozet liet
+de voornaamste gereedschappen medenemen, begroef de andere, verbrandde
+de loodsen en ving met zestig man den terugtogt aan.
+
+De inboorlingen volgden hem onder het geschreeuw: "Takoeri heeft Marion
+gedood!" Zij hoopten den matrozen schrik aan te jagen, door hun den dood
+hunner opperhoofden mede te deelen. In woede ontstoken wilden dezen op
+die ellendelingen instormen. Kapitein Crozet kon hen naauwelijks in
+bedwang houden.
+
+Twee uren duurde de aftogt. De afdeeling bereikte den oever, trok de
+manschappen van den tweeden post aan zich, en ging aan boord van de
+sloepen. Een duizendtal wilden hadden al dien tijd roerloos op den grond
+gezeten. Maar toen de sloepen van wal staken, begonnen de steenen te
+vliegen.
+
+Terstond velden vier matrozen, goede schutters, achtereenvolgens al de
+opperhoofden, tot groote verbazing der inboorlingen, die onbekend waren
+met de uitwerking der vuurwapenen.
+
+Kapitein Crozet beklom de _Mascarin_ en zond de sloep terstond naar bet
+eiland Motoe-Aro. Een afdeelig soldaten bleef den nacht over op het
+eiland, en de zieken werden weder aan boord gebragt.
+
+'s Anderendaags werd de post door een tweede afdeling soldaten
+versterkt. Het eiland moest schoongeveegd worden van de wilden, die het
+onveilig maakten, en men moest verder water innemen. Motoe-Aro had een
+dorp met drie honderd inwoners. De Franschen tastten het aan.
+
+Zes opperhoofden werden gedood, de overige inlanders met de bajonnet
+overhoop gestoken, het dorp verbrand.
+
+De _Castries_ kon echter zonder masten geen zee kiezen, en Crozet, nu
+verpligt om af te zien van de boomen uit het cederbosch, moest gewangde
+masten maken. Het water innemen werd voortgezet.
+
+Zoo verliep er een maand. De wilden beproefden eenige malen het eiland
+Motoe-Aro te hernemen; maar het gelukte hun niet. Wanneer hun praauwen
+onder het bereik van bet scheepsgeschut kwamen, werden ze in den grond
+geschoten.
+
+Eindelijk waren de werkzaamheden afgeloopen. Nu moest men men nog te
+weten komen, of soms een der zestien slagtoffers den moord had
+overleefd; de anderen moesten gewroken worden. De sloep, sterk bemand
+met officieren en soldaten, roeide naar het dorp van Takoeri. Bij hun
+nadering vlugtte dat trouwelooze en lafhartige opperhoofd, met den
+mantel van den kommandant Marion over de schouders. De hutten van zijn
+dorp werden naauwkeurig onderzocht. In zijn woning vond men den
+hersenpan van een man, die pas gebraden was. De indruksels van de tanden
+des kannibaals waren er nog aan te zien. Een menschendij was aan een
+houten braadspit gestoken. Een hemd met bebloeden boord werd herkend als
+het hemd van Marion, daarna de kleederen en pistolen van den jeugdigen
+Vaudricourt, de wapenen der sloep en verscheurde kleedingstukken.
+Verder, in een ander dorp, schoongemaakte en gebraden ingewanden van een
+mensch.
+
+Die onweersprekelijke bewijzen van moord en menscheneten werden
+bijeengezameld en die menschelijke overblijfselen eerbiedig begraven.
+Vervolgens werden de dorpen van Takoeri en Piki-Ore, zijn medepligtige,
+in den asch gelegd. Den 14den Julij 1772 verlieten de twee schepen die
+noodlottige wateren.
+
+Ziedaar het verhaal van een onheil, waarmede iedere reiziger moet bekend
+zijn, die een voet zet op de kust van Nieuw-Zeeland. De kapitein, die
+zijn voordeel niet doet met die les, handelt hoogst onvoorzigtig. De
+Nieuw-Zeelanders zijn altijd trouweloos en menscheneters. Ook Cook
+ondervond dit op zijn tweede reis in 1773.
+
+Toen de sloep van een zijner schepen, de _Adventure_, kapitein Furneaux,
+den 17den December aan land was gegaan om een voorraad wilde kruiden te
+halen, kwam ze niet terug. Zij was bemand met een adelborst en negen
+matrozen. Kapitein Furneaux werd ongerust en zond luitenant Burney om
+hen op te zoeken. Toen Burney aan de landingsplaats kwam, vond hij, zegt
+hij, "een tooneel van bloeddorst en barbaarschheid, waarvan men
+onmogelijk zonder afgrijzen kan spreken; de hoofden, ingewanden en
+longen van verscheidene onzer makkers lagen op het zand verstrooid, en
+op korten afstand verslonden eenige honden nog andere overblijfselen van
+dien aard."
+
+Ten besluite van die bloedige lijst voegen wij er nog het schip
+_Brothers_ bij, dat in 1815 door de Nieuw-Zeelanders aangetast werd, en
+de geheele bemanning der _Boyd_, kapitein Thompson, die in 1820 werd
+vermoord. Den 1sten Maart 1829 eindelijk plunderde te Valkitas het
+opperhoofd Enararo de engelsche brik _Hawes_ van Sydney; zijn
+kannibalenhorde vermoordde verscheidene matrozen, braadde de lijken en
+verslond ze.
+
+Zoo'n land was dat Nieuw-Zeeland, waarheen de _Macquarie_ stevende, met
+haar onbekwame bemanning onder het bevel van een dronkaard.
+
+
+
+
+IV.
+
+De branding.
+
+
+Nog was er geen eind te zien aan die lastige overvaart. Den 2den
+Februarij, zes dagen na haar vertrek, was de _Macquarie_ nog niet eens
+in het gezigt van Auckland. De wind was toch goed en bleef in het
+zuidwesten; maar de stroom was tegen, en de brik vorderde bijna niet. De
+onstuimige en holle zee deed het bovenschip werken; de inhouten
+kraakten, en zij rees met moeite uit het golfdal op. Het want, de
+pardoens, de slecht aangehaalde staggen lieten vrij spel aan de masten,
+die bij iedere slingering hevig schudden.
+
+Gelukkig dat Will Halley, als iemand die niet gehaast is, niet te veel
+zeil bijzette; want dan zou al het want onfeilbaar naar beneden gekomen
+zijn. John Mangles hoopte daarom, dat die slechte romp zonder verder
+ongeval de haven zou bereiken; maar het deed hem leed dat zijn
+reisgenooten zoo slecht gehuisvest waren aan boord van die brik.
+
+Noch lady Helena noch Mary Grant klaagden echter, hoewel een aanhoudende
+regen haar dwong in het vooronder te blijven. Daar hadden zij veel
+hinder van het gebrek aan lucht en het stampen van het vaartuig. Daarom
+kwamen zij ook dikwijls op het dek den toorn des hemels tarten, tot
+onuitstaanbare windvlagen haar dwongen om weer naar beneden te gaan. Dan
+keerden zij in die bekrompene ruimte terug, die beter geschikt was om
+koopwaren te bergen dan passagiers en vooral dames.
+
+Haar vrienden zochten haar dan wat afleiding te geven. Paganel deed zijn
+best om den tijd met zijn verhalen te dooden; maar het gelukte hem
+slecht. Want de gemoederen waren geheel ontstemd door deze thuisreis.
+Hadden de verhandelingen van den aardrijkskundige over de Pampa's en
+Australië vroeger allen veel belang ingeboezemd, koel en onverschillig
+lieten hen thans zijn opmerkingen en mededeelingen over Nieuw-Zeeland.
+Bovendien, naar dit nieuwe land treuriger gedachtenis ging men zonder
+overtuiging, niet vrijwillig, maar door het lot voortgezweept.
+
+Van al de passagiers der _Macquarie_ was lord Glenarvan het meest te
+beklagen. Men zag hem zelden in het vooronder. Hij kon het er niet
+uithouden. Zijn zenuwachtig overspannen gestel kon zich niet voegen naar
+een opsluiting tusschen vier enge schotten. Des daags, 's nachts zelfs
+bleef hij, zonder zich aan de regenbuijen te storen, op het dek, nu eens
+over de leuning hangende, dan weer met koortsige drift op en neer
+loopende. Zijn blik was onafgewend naar den gezigteinder gerigt. Wanneer
+het weer een oogenblik bedaarde, onderzocht hij hem trouw met zijn
+kijker. Het scheen, als wilde hij die stomme golven ondervragen. Hoe
+gaarne zou hij met de hand den nevel verscheurd hebben, die den
+gezigteinder omsluijerde, en de dampen, die zich daar zamenpakten. Hij
+kon zich niet onderwerpen, en zijn gelaat teekende bittere smart. Het
+was de krachtige tot nog toe steeds gelukkige en magtige man, wien de
+magt en het geluk op eens ontvielen.
+
+John Mangles verliet hem niet en verdroeg aan zijne zijde de guurheid
+des weders. Dien dag bespiedde Glenarvan met nog grooter volharding den
+gezigteinder, overal waar zich maar een scheur in den nevel vertoonde.
+John ging bij hem staan en vroeg:
+
+"Zoekt uwe Edelheid het land?"
+
+Glenarvan schudde van neen.
+
+"En toch moet gij wel verlangen van deze brik af te komen," hernam de
+jonge kapitein. "Reeds voor zes en dertig uren hadden wij de vuren van
+Auckland in het gezigt moeten hebben."
+
+Glenarvan antwoordde niet. Hij bleef maar uitzien, en een minuut lang
+hield hij den kijker op den gezigteinder te loefwaart gerigt.
+
+"Het land ligt dien kant niet uit," zeide John Mangles. "Uwe Edelheid
+moet het te lijwaart zoeken."
+
+"Waarom, John?" antwoordde Glenarvan. "Ik zoek het land niet!"
+
+"Wat dan, mylord?"
+
+"Mijn jagt! Mijn _Duncan_!" antwoordde Glenarvan toornig. "Daar, in deze
+wateren moet het zijn, daar rooft het op zee, daar oefent het het
+treurig bedrijf van zeeschuimer uit! Daar is het, zeg ik u! daar, John!
+op dezen weg van de schepen tusschen Australië en Nieuw-Zeeland. En mijn
+voorgevoel zegt mij, dat wij het zullen ontmoeten."
+
+"God beware ons voor die ontmoeting, mylord!"
+
+"Waarom, John?"
+
+"Uwe Edelheid vergeet den toestand, waarin wij verkeeren. Wat zouden we
+op deze brik doen, als de _Duncan_ er jagt op maakte! Wij zouden niet
+eens kunnen vlugten!"
+
+"Vlugten, John?"
+
+"Ja, mylord! wij zouden het te vergeefs beproeven! Wij zouden genomen en
+aan de genade dier onmenschen overgeleverd worden, en Ben Joyce heeft
+getoond, dat hij niet voor een misdaad terugdeinsde. Ik geef niet veel
+om ons leven! Wij zouden ons tot het uiterste verdedigen! Het zij zoo!
+Maar dan? Denk aan lady Glenarvan, mylord! Denk aan Mary Grant!"
+
+"Arme vrouwen!" mompelde Glenarvan. "John! mijn hart is gebroken, en
+soms voel ik het door de wanhoop overmeesteren. Het komt mij voor, dat
+nieuwe rampen ons wachten, dat de hemel zich tegen ons heeft verklaard!
+Ik ben bang!"
+
+"Gij, mylord?"
+
+"Niet voor mij zelven, John! maar voor degenen, die ik bemin, voor
+degenen, die gij ook bemint!"
+
+"Stel u gerust, mylord!" antwoordde de jonge kapitein. "Gij moet niet
+meer vreezen! De _Macquarie_ zeilt slecht, maar vordert toch. Will
+Halley is een stompzinnig wezen, maar ik ben er ook, en wanneer ik het
+gevaarlijk acht het land te naderen, kies ik weder het ruime sop. Van
+dien kant is er dus weinig of geen gevaar. Maar God beware ons, dat de
+_Duncan_ ons aan boord klampt, en zoo Uwe Edelheid tracht haar in het
+oog te krijgen, doe het dan om haar te vermijden, om haar te
+ontvlugten."
+
+John Mangles had gelijk. Een ontmoeting met de _Duncan_ zou noodlottig
+afloopen voor de _Macquarie_. En die ontmoeting was toch zeer mogelijk
+in die zeeën, welke de zeeroovers zonder gevaar konden afschuimen. Dien
+dag ten minste verscheen het jagt echter niet, en de zesde nacht na het
+vertrek uit de Twofold-baai brak aan, zonder dat de vrees van John
+Mangles werd verwezenlijkt.
+
+Maar die nacht zou verschrikkelijk zijn. Ten zeven ure werd het bijna
+geheel donker. De hemel had een dreigend voorkomen. Het zeemansinstinct,
+dat magtiger was dan de verstomping der dronkenschap, werkte op Will
+Halley. Hij verliet zijn kajuit, wreef zich de oogen uit en schudde zijn
+dik rood hoofd. Daarop haalde hij diep adem, gelijk een ander een groot
+glas water zou uitgezwolgen hebben om weer bij te komen, en onderzocht
+het tuig.
+
+De wind stak op, en een streek westelijker draaijende, stond hij vlak op
+de zeelandsche kust.
+
+Will Halley riep vloekende zijn matrozen, liet de bramzeilsschoten
+aanhalen en de nachtzeilen aanslaan. John Mangles keurde dit goed; maar
+sprak geen woord. Hij wilde zich met dien lompen zeeman in geen gesprek
+inlaten. Maar hij en Glenarvan verlieten het dek niet. Twee uren later
+stak er een fiksche koelte op. Halley liet de marszeilen digtreven. Het
+werk zou te zwaar geweest zijn voor vijf man, als de _Macquarie_ geen
+dubbele ra had gevoerd, naar het amerikaansche stelsel. Daardoor was het
+genoeg de bovenste ra te strijken, om het marszeil zoo klein mogelijk te
+maken.
+
+Zoo verliepen er twee uren. De zee werd onstuimiger. De _Macquarie_
+schudde zoo hevig, dat het scheen, alsof ze met de kiel langs de rotsen
+schuurde. Het was toch zoo niet, maar die logge romp rees moeijelijk op
+de golven. Ook sloegen de terugloopende golven met geweld over het
+schip. De boot, die aan bakboordszijde hing, werd door een golf
+weggeslagen.
+
+John Mangles begon ongerust te worden. Elk ander schip zou weinig
+gegeven hebben om die golven, die niet heel geducht waren. Maar met
+zoo'n log vaartuig liep men gevaar loodregt te zinken; want het dek liep
+vol, zoo dikwijls het onder de golven dook, en het water, dat niet
+spoedig genoeg door de spiegaten kon wegloopen, kon het schip
+overstelpen. Om op alles voorbereid te zijn had men de schanskleeden met
+bijlen moeten stuk hakken, om het wegloopen van het water te bevorderen.
+Maar Will Halley weigerde die voorzorg te nemen.
+
+Ook bedreigde een grooter gevaar de _Macquarie_, dat het nu te laat was
+om te voorkomen.
+
+Omstreeks half twaalf vernamen John Mangles en Wilson, die aan lij
+stonden, een vreemd geraas. Hun zeemansinstinct ontwaakte. John greep de
+hand van den matroos.
+
+"De branding!" zeide hij.
+
+"Ja!" antwoordde Wilson. "De golven breken op banken."
+
+"Hoogstens twee kabellengten van ons af?"
+
+"Hoogstens! Daar is het land!"
+
+John bukte over de verschansing, zag naar de donkere golven en riep:
+"Het dieplood, Wilson! Het dieplood!"
+
+De schipper, die op de voorplecht stond, scheen geen begrip van zijn
+toestand te hebben. Wilson greep het dieplood, dat in een balie opgerold
+lag, en snelde in de rusten van het fokkewant. Hij wierp het lood uit;
+de lijn gleed tusschen zijn vingers door. Bij den derden knoop raakte
+het lood grond.
+
+"Drie vaâm!" riep Wilson.
+
+"Kapitein!" zeide John op Will Halley toeloopende, "wij zijn in de
+branding."
+
+Halley haalde de schouders op, hetgeen John misschien niet eens zag.
+Althans hij liep naar den roerganger, wendde het roer, terwijl Wilson
+het dieplood liet slippen en het groot marszeil braste om het schip te
+doen oploeven. De matroos aan het roer, zoo ruw weggeduwd, had niets van
+dien onverwachten aanval begrepen.
+
+"Los de loefbrassen!" schreeuwde de jonge kapitein, die zijn best deed
+om van de riffen af te komen.
+
+Een halve minuut lang streek de stuurboordswindvering van de brik er
+langs, en ondanks de duisternis van den nacht bemerkte John een streep
+van wit schuim op vier vaam van het schip.
+
+Toen Will Halley eindelijk besef kreeg van dat dringende gevaar, was hij
+radeloos. Zijn nog half beschonken matrozen begrepen zijn bevelen niet.
+Ook bewezen zijn onzamenhangende woorden en tegenstrijdige bevelen, dat
+die domme dronkaard geen koelbloedigheid bezat. Hij was verrast door de
+nabijheid van het land, dat acht mijlen te lijwaart lag, toen hij er nog
+wel dertig of veertig van af meende te zijn. De stroom had dien niets
+beteekenenden sleurvolger van den gewonen weg afgedreven en in het naauw
+gebragt.
+
+De vlugge bewegingen van John Mangles hadden intusschen de _Macquarie_
+buiten de branding gebragt. Maar John wist niet, waar hij was. Misschien
+bevond hij zich wel in een kring van riffen. De wind was vlak oost en
+bij iedere overlangsche slingering kon het schip stooten.
+
+En werkelijk verdubbelde weldra het geraas van de branding vooruit aan
+stuurboordszijde. Weder moest men oploeven. John wendde het roer en
+braste. De branding nam toe onder den steven der brik, en hij was
+verpligt bij den wind over te wenden om weer in het ruime sop te komen.
+Zou die beweging gelukken met een schip, dat slecht in evenwigt lag en
+zeil geminderd had? Dat was onzeker, maar het moest beproefd worden.
+
+"Te lijwaart het roer!" beval John Mangles aan Wilson. De _Macquarie_
+kwam weer digter bij de nieuwe rij riffen. Weldra schuimde de zee,
+wanneer ze brak op de met water bedekte rotsen.
+
+Het was een onbeschrijfelijk angstig oogenblik. Het schuim maakte de zee
+lichtgevende. Men zou gezegd hebben, dat zij plotseling beschenen werden
+door een verschijnsel van phosphorescentie. De zee loeide, alsof ze de
+stem dier klippen uit de oudheid had bezeten, waaraan de heidensche
+fabelleer leven gaf. Wilson en Mulrady hingen met hun volle zwaarte op
+het stuurrad. Het roer raakte grond.
+
+Daar had op eens een schok plaats. De _Macquarie_ was op een rots
+geloopen. De schoren van den boegspriet braken en bragten de stevigheid
+van den fokkemast in gevaar. Zou het wenden zonder verdere schade
+afloopen?
+
+Neen, want op eens werd het stil en het schip verviel weer in de lij.
+Het werd terstond in zijne beweging gestuit. Een hooge golf greep het
+van onderen aan en stuwde het verder op de riffen, waar het met groot
+geweld neerviel. De fokkemast kwam met al het tuig naar beneden. De brik
+draaide een paar keeren rond en bleef onbewegelijk op zijde liggen,
+waarbij het stuurboord een hoek van dertig graden maakte.
+
+De ruiten der kap waren in duizend stukken gebroken. De passagiers
+stormden naar buiten. Maar de golven sloegen met zulk een geweld over
+het dek, dat zij er niet veilig waren. Wel wetende, dat het schip diep
+in het zand was gewoeld, verzocht John Mangles hun weder in het
+vooronder te gaan.
+
+"De waarheid, John?" vroeg Glenarvan bedaard.
+
+"De waarheid, mylord! is, dat wij niet zinken zullen," antwoordde John
+Mangles. "Een andere vraag is, of het schip soms uiteen zal geslagen
+worden; maar wij hebben tijd om middelen tot redding te bedenken."
+
+"Het is middernacht?"
+
+"Ja, mylord! Wij moeten den dag afwachten."
+
+"Kunnen wij de boot niet uitzetten?"
+
+"Bij zulk een holle zee en zulk een duisternis is dat onmogelijk! En
+waar zullen wij ook landen?"
+
+"Welnu, John! dan zullen wij hier blijven, tot het dag is."
+
+Intusschen liep Will Halley als een krankzinnige over het dek van het
+schip. Zijne matrozen, die van hun schrik bekomen waren, sloegen een vat
+brandewijn den bodem in, en begonnen te drinken. John voorzag, dat hun
+dronkenschap weldra aanleiding zou geven tot verschrikkelijke tooneelen.
+
+Er viel niet op te rekenen, dat de kapitein hen in toom zou houden. De
+ongelukkige rukte zich de haren uit het hoofd en wrong de handen. Hij
+dacht alleen aan zijn lading, die niet verzekerd was.
+
+"Ik ben doodarm! Ik ben doodarm!" riep hij, terwijl hij van het eene
+boord naar het andere liep.
+
+John Mangles dacht er volstrekt niet aan om hem te troosten. Hij zorgde,
+dat zijn makkers zich wapenden, en allen hielden zich gereed om de
+matrozen af te slaan, die onder ijselijke vloeken zich volzopen met
+brandewijn.
+
+"Den eersten van die ellendelingen, die het vooronder nadert, schiet ik
+als een hond dood," zeide de majoor heel bedaard.
+
+De matrozen zagen zeker, dat de passagiers voornemens waren hen op een
+eerbiedigen afstand te houden; want na eenige pogingen om te plunderen
+dropen zij af.
+
+John Mangles bekommerde zich niet verder om die beschonkenen en wachtte
+vol ongeduld, dat het dag werd.
+
+Het schip zat nu zoo vast als een muur. De zee bedaarde langzamerhand.
+De wind ging liggen. De romp kon het dus nog eenige uren uithouden. Bij
+zonsopgang zou John het land onderzoeken. Wanneer het een gemakkelijke
+landingsplaats opleverde, zou de jol, het eenig overgebleven bootje, tot
+vervoer van de bemanning en de reizigers dienen. Minstens zouden er drie
+reizen noodig zijn, want er was voor niet meer dan vier personen plaats.
+Wat de boot betreft, deze was, zooals wij gezien hebben, door een golf
+weggeslagen.
+
+Terwijl hij zoo peinsde over het gevaarlijke van hun toestand, luisterde
+John Mangles, die tegen de kap leunde, naar het geraas van de branding.
+Zijn blik poogde door de diepe duisternis heen te boren. Hij vroeg zich
+af, hoe ver dat tegelijk gewenschte en gevreesde land wel van hen af
+was. De branding toch strekt zich dikwijls uren ver van een kust uit.
+Zou het ranke vaartuigje bestand zijn tegen een eenigzins langen
+overtogt?
+
+Terwijl John zoo in gedachten verzonken was en licht vroeg aan dien
+pikdonkeren hemel, lagen de reizigsters, op zijn woord vertrouwende, op
+haar slaapsteden uitgestrekt. De onbewegelijkheid der brik verzekerde
+haar eenige uren rust. Glenarvan, John en hunne makkers verkwikten zich
+ook, nu het geschreeuw der stomdronken matrozen bedaard was, met een
+korten slaap, en ten een ure na middernacht heerschte er een diepe
+stilte op die brik, die zelve sluimerde op haar bed van zand.
+
+Tegen vier ure begon het in het oosten te schemeren. De wolken werden
+een weinig gekleurd door de zwakke stralen van het morgenlicht. John
+klom weder op het dek. De gezigteinder was met een gordijn van nevelen
+bedekt. Eenige flaauw begrensde omtrekken zweefden op zekere hoogte in
+de morgendampen. De zee deinde nog een beetje, en de golven verloren
+zich in digte onbewegelijke wolken.
+
+John wachtte. Het werd langzamerhand lichter en de gezigteinder nam een
+roode kleur aan. De gordijn werd langzaam voor het groote achtertooneel
+opgehaald. Zwarte riffen staken boven het water uit. Daarop teekende
+zich een lijn af op een streep van schuim; door de nog onzigtbare schijf
+der opgaande zon beschenen, werd een hoog gelegen punt verlicht, als
+ware het een kustvuur op een heuveltop.
+
+"Land!" riep John Mangles.
+
+Door dat geroep ontwaakt, ijlden zijne makkers naar het dek van de brik,
+en beschouwden zij zwijgend de kust, die aan den gezigteinder opdoemde.
+Herbergzaam of vijandelijk, zij moest nu wel hun toevlugtsoord zijn.
+
+"Waar is Will Halley?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik weet het niet, mylord!" antwoordde John Mangles.
+
+"En zijn matrozen?"
+
+"Ook verdwenen."
+
+"En zeker even stomdronken als hij," voegde Mac Nabbs er bij.
+
+"Zoek ze," zeide Glenarvan; "wij kunnen ze toch niet op dit schip
+achterlaten."
+
+Mulrady en Wilson gingen naar de bak en waren in een paar minuten terug.
+Ze was ledig. Nu doorzochten zij het tusschendek en het ruim. Zij vonden
+noch Will Halley noch diens matrozen.
+
+"Hoe! niemand?" zeide Glenarvan.
+
+"Zijn ze in zee gevallen?" vroeg Paganel.
+
+"Alles is mogelijk," antwoordde John Mangles, die zeer ongerust werd
+over die verdwijning.
+
+Zich vervolgens naar achteren begevende, zeide hij: "In de boot!"
+
+Wilson en Mulrady volgden hem om de jol uit te zetten.
+
+Het bootje was verdwenen.
+
+
+
+
+V.
+
+De nieuwbakken matrozen.
+
+
+Er viel niet aan te twijfelen, of Will Halley en zijn matrozen hadden
+van den nacht en den slaap der passagiers gebruik gemaakt om met het
+eenige bootje van de brik te ontvlugten. Die kapitein, wien de pligt
+gebood tot het laatste aan boord te blijven, was de eerste geweest om
+het te verlaten.
+
+"Die schurken zijn weg!" zeide John Mangles. "Welnu, des te beter,
+mylord! Zij besparen ons daardoor menig onaangenaam tooneel."
+
+"Dat denk ik ook," antwoordde Glenarvan; "bovendien is er toch nog een
+kapitein aan boord, John, en moedige, zooal niet bekwame, matrozen, uwe
+makkers. Beveel! wij zijn gereed om te gehoorzamen."
+
+De majoor, Paganel, Robert, Wilson, Mulrady, zelfs Olbinett juichten de
+woorden van Glenarvan toe, en op het dek geschaard stelden zij zich ter
+beschikking van John Mangles.
+
+"Wat moeten wij doen?" vroeg Glenarvan.
+
+De jonge kapitein zag naar de zee, naar het gebrekkige tuig van de brik,
+en zeide na eenig nadenken:
+
+"Wij hebben twee middelen; mylord! om ons uit dezen toestand te redden:
+het schip ligten en zee kiezen, of op een vlot, dat gemakkelijk
+getimmerd kan worden, de kust bereiken."
+
+"Wanneer het schip geligt kan worden, moesten we dat doen," antwoordde
+Glenarvan. "Het is het beste, wat wij doen kunnen, niet waar?"
+
+"Ja, Uwe Edelheid! want al zijn wij aan land, wat zouden wij dan nog
+aanvangen zonder middelen van vervoer?"
+
+"Wij moeten de kust mijden," voegde Paganel er bij. "Nieuw-Zeeland is
+niet te vertrouwen!"
+
+"Te meer, omdat wij een heel eind uit den koers gedreven zijn," hernam
+John. "De lompheid van Halley heeft ons zeker te ver zuidelijk gebragt.
+Ten twaalf ure zal ik mijn bestek maken, en wanneer wij, zooals ik gis,
+beneden Auckland zijn, zal ik trachten met de _Macquarie_ langs de kust
+op te werken."
+
+"Maar de avery van de brik?" vroeg lady Helena.
+
+"Ik geloof niet, dat die van veel belang is, mevrouw!" antwoordde John
+Mangles. "Ik zal een noodmast opzetten in plaats van den fokkemast, en
+wij zullen varen,--langzaam, weliswaar,--maar wij zullen toch gaan,
+waarheen wij willen. Is bij ongeluk het hol van het schip lek, of kan
+het niet vlot gemaakt worden, dan zullen wij ons moeten getroosten aan
+wal te gaan en te land naar Auckland reizen."
+
+"Onderzoeken wij dan eerst den staat van het schip," zeide de majoor.
+"Dat is vooreerst het noodigste."
+
+Glenarvan, John en Mulrady openden het groote luik en klommen in het
+ruim af. Daar stonden omtrent twee honderd slecht gestuwde vaten met
+gelooide huiden. Men kon ze, zonder veel moeite verplaatsen, door middel
+van takels vastgemaakt aan de groote stag loodregt boven het luik. John
+liet terstond een gedeelte van die lading over boord werpen om het
+vaartuig te ligten.
+
+Na drie uren hard gewerkt te hebben kon men den bodem van de brik
+onderzoeken. Twee naden van de buitenhuid op de hoogte van de barghouten
+waren aan bakboordszijde open. Daar nu de _Macquarie_ over stuurboord
+krengde, stak de andere zijde boven water uit, en waren de beschadigde
+naden zigtbaar. Het water kon er derhalve indringen. Wilson haastte zich
+om de reten te stoppen met werk en een blad koper, dat hij zorgvuldig
+vast spijkerde.
+
+Bij peiling bleek het, dat er geen twee voet water in het ruim stond. De
+pompen konden dat water gemnakkekelijk verwijderen en zoodoende het
+schip ligten.
+
+Toen het onderzoek van het hol afgeloopen was, vond John, dat het weinig
+door de stranding geleden had. Wel zou een gedeelte van de looze kiel in
+het zand blijven zitten; maar die kon men missen.
+
+Nadat Wilson het schip van binnen bezien had, dook hij om te
+onderzoeken, hoe het van onderen gesteld was.
+
+De _Macquarie_, wier voorsteven naar het noordnoordwesten gerigt was,
+zat op een modderige zandbank met zeer steilen rand. Het onderste
+gedeelte van den steven en omtrent twee derden van de kiel waren er diep
+ingezakt. Het andere gedeelte tot aan den achtersteven had vijf vaam
+water beneden zich. Het roer zat dus niet vast en werkte onbelemmerd.
+John achtte het niet noodig het uit te ligten. Dit was een groot
+voordeel; want nu kon men het gebruiken, zoodra dit noodig mogt zijn.
+
+De getijden zijn in de Stille Zuidzee niet belangrijk. Evenwel rekende
+John Mangles op den vloed om de _Macquarie_ vlot te doen worden. De brik
+was omstreeks een uur voor hoog water gestrand. Zoodra de ebbe opkwam,
+was ze aan stuurboordszijde hoe langer hoe meer gezakt, hetgeen tot 's
+morgens ten zes ure, toen het laag water was, voortduurde. Het scheen
+onnoodig het schip met stutten te schoren. Nu konden de raas en andere
+sparren aan boord blijven, die John wilde gebruiken om een noodmast te
+maken.
+
+Nu moesten de noodige maatregelen genomen worden om de _Macquarie_ vlot
+te maken. Dat was een lang en moeijelijk werk. Het was bepaald
+onmogelijk om klaar te wezen voor kwart over twaalven, wanneer het hoog
+water zou zijn. Men zou alleen kunnen zien hoe, nu een gedeelte der
+lading over boord was geworpen, de vloed op het schip zou werken en bij
+het volgende tij zou men nog een nieuwe poging aanwenden.
+
+"Aan het werk!" beval John Mangles.
+
+Zijn nieuwbakken matrozen wachtten zijn bevelen af.
+
+John liet eerst de zeilen bergen, die nog opgegeid waren. Onder toezigt
+van Wilson klommen de majoor, Robert en Paganel in de groote mars. Het
+groote marszeil door den wind strak gespannen, zou het losraken van het
+vaartuig belemmerd hebben. Het moest dus geborgen worden, hetgeen zoo
+goed en kwaad als het wilde geschiedde. Vervolgens werd na een
+volhardenden arbeid, die zeer zwaar viel aan handen, welke zoo iets niet
+gewoon waren, de grootbramsteng gestreken. De jonge Robert die zoo vlug
+als een kat en zoo moedig als een scheepsjongen was, had bij dit
+moeijelijke werk de grootste diensten bewezen.
+
+Nu moest er nog een, misschien twee ankers uitgebragt worden, achteraan
+het schip en voor de kiel. De trekkende kracht moest op deze ankers
+werken om de _Macquarie_ bij hoog water te doen rijzen. Dit werk is
+volstrekt niet moeijelijk, wanneer men over een sloep beschikt; men
+neemt een anker mede en legt het op een geschikte plaats, die men
+vooruit heeft opgezocht. Maar hier miste men een sloep en men moest zich
+behelpen.
+
+Glenarvan had genoeg kennis van zeezaken om het noodzakelijke van die
+werkzaamheden in te zien. Er moest een anker uitgebragt worden om het
+schip, dat met laag water gestrand was, vlot te maken.
+
+"Maar hoe zullen wij het zonder sloep redden?" vroeg hij aan John.
+
+"Wij zullen de stukken van den fokkemast en ledige vaten gebruiken,"
+antwoordde de jonge kapitein. "Het werk zal moeijelijk, maar niet
+onmogelijk zijn; want de ankers der _Macquarie_ zijn maar klein. Zijn ze
+maar gevallen, dan ben ik vol hoop; althans, wanneer ze niet
+doorslippen."
+
+"Goed! Dan moeten we geen tijd verliezen, John!"
+
+Alleman, matrozen en passagiers, werd op het dek geroepen. Elk werkte
+mede. Met de bijl werden de touwen stuk gebakt, die den fokkemast nog
+tegenhielden. De ondermast was in zijn val bij den top afgebroken,
+zoodat de mars er gemakkelijk uitgenomen kon worden. John Mangles wilde
+van dien vloer een vlot maken. Het dreef op ledige vaten en kon de
+ankers dragen. Er werd een wrikriem aan vastgemaakt om den toestel te
+sturen. Verder zou de ebbe hem juist achter de brik aandrijven; en
+wanneer dan de ankers waren uitgeworpen, kon men gemakkelijk weder aan
+boord komen, door langs het ankertouw te varen.
+
+Dat werk was half klaar, toen de zon den middagcirkel naderde. John
+Mangles liet den arbeid onder Glenarvans toezigt voortzetten en maakte
+zich gereed om zijn bestek op te maken. Dit was van groot belang.
+Gelukkig had John in de kajuit van Will Halley, behalve een jaarboekje
+van de sterrewacht van Greenwich, een zeer vuilen sextant gevonden, maar
+die toch goed genoeg was om hoogte te nemen. Hij maakte dien schoon en
+kwam er mee op het dek.
+
+Door een aantal beweegbare spiegels brengt dit werktuig de zon weder aan
+den gezigteinder, op het oogenblik, dat het twaalf ure is, dat wil
+zeggen, wanneer de dagvorstin het hoogste punt van haar baan bereikt.
+Het is dus ligt te begrijpen, dat wie er mede wil werken, met den kijker
+van den sextant een waren gezigteinder moet waarnemen, namelijk dien,
+welke zich bevindt ter plaatse, waar lucht en water ineenloopen. Maar
+hier liep het land juist ten noorden in een groot voorgebergte uit, en
+maakte, daar het zich tusschen den waarnemer en den waren gezigteinder
+inschoof, de waarneming onmogelijk.
+
+In geval de gezigteinder ontbreekt, vervangt men hem door een
+kunstmatigen; gewoonlijk is dit een vlakke schaal vol kwik, waarboven
+men zijn waarneming verrigt. Het kwik levert dus van zelf een zuiver
+waterpassen spiegel op.
+
+John vond geen kwik aan boord; maar hief dit bezwaar op door zich te
+bedienen van een balie, vol vloeibaar pek, welks oppervlakte tamelijk
+goed het beeld der zon terugkaatste.
+
+De lengte was hem reeds bekend, daar hij op de westkust van
+Nieuw-Zeeland was. Dat was gelukkig; want zonder tijdmeter had hij ze
+niet kunnen berekenen. De breedte alleen ontbrak, en die wilde bij nu
+gaan zoeken.
+
+Met den sextant nam hij dus de middaghoogte der zon boven den
+gezigteinder. Die hoogte bleek 68°80' te zijn. De afstand van de zon tot
+het toppunt bedroeg derhalve 21°30', omdat de som dier beide getallen
+90° bedraagt. Volgens het jaarboekje bedroeg voor dien dag, den 3den
+Februarij, de declinatie der zon 16°80', hetgeen, gevoegd bij den
+afstand van het toppunt, zijnde 21°30', voor breedte gaf 88°.
+
+De _Macquarie_ lag dus op 171°13' lengte en 38° breedte; waren er soms,
+door de gebrekkige werktuigen eenige dwalingen in de berekening
+geslopen, dan waren zij toch onbeteekenend en kon het verschil niet
+groot zijn.
+
+John Mangles zag met een blik op de kaart van Johnston, die Paganel te
+Eden had gekocht, dat de schipbreuk had plaats gehad aan den ingang der
+Aotea-baai, boven hoek Cahua, op de kust der provincie Auckland. De stad
+van dien naam lag op zeven en dertig graden. Dus was de _Macquarie_ een
+graad zuidelijker gedreven, en bij gevolg moest men een graad
+noordelijker gaan om de hoofdstad van Nieuw-Zeeland te bereiken.
+
+"Een togt van hoogstens vijf en twintig mijlen," zeide Glenarvan, "dat
+beteekent niets."
+
+"Wat ter zee niets is, zal lang en moeijelijk zijn te land," antwoordde
+Paganel.
+
+"Daarom moeten wij ook alles doen," sprak John Mangles, "wat
+menschelijker wijze mogelijk is, om de _Macquarie_ vlot te krijgen."
+
+Toen het bestek was gemaakt, werd het werk hervat. Kwart over twaalven
+was het hoog water. Dit baatte John niets; want zijn ankers waren nog
+niet uitgebragt. Niettemin sloeg hij de _Macquarie_ met zekeren angst
+gade. Zou de vloed haar optillen? Die vraag moest in vijf minuten
+beslist zijn.
+
+Men wachtte. Er kraakte iets; dit werd veroorzaakt, zooal niet door een
+optilling, dan toch door een schudding van de buitenhuid. John kreeg
+goeden moed voor het volgende tij, maar bij slot van rekening bewoog de
+brik zich niet.
+
+Het werk werd voortgezet. Ten twee ure was het vlot klaar. Het stopanker
+werd er op gebragt. John en Wilson gingen mede, na een greling aan het
+achterschip vastgemaakt te hebben. De eb voerde ze mede en zij lieten
+het anker een halve kabellengte van het schip af op tien vaam water
+vallen. De ankergrond was goed en het vlot voer weer langs het stoptouw
+naar boord.
+
+Nu was het groote boeganker nog over. Het werd niet zonder moeite
+neergelaten. Het vlot voer nog eens weg, en spoedig lieten ze dit tweede
+anker achter het eerste vallen op vijftien vaam diepte. Het vlot langs
+het kabeltouw voortduwende, keerden John en Wilson naar de _Macquarie_
+terug.
+
+De kabel en de greling werden om het braadspil gewonden en men wachtte
+den volgenden vloed af, die 's nachts ten één ure zou opkomen. Het was
+nu 's avonds zes ure.
+
+John Mangles prees zijn matrozen en voorspelde Paganel, dat hij, wanneer
+hij moed betoonde en goed oppaste, eenmaal bootsman zou kunnen worden.
+
+Inmiddels was Olbinett, na eerst hard meegewerkt te hebben, naar de
+kombuis gegaan. Hij had een versterkend maal toebereid, dat goed te pas
+kwam. De geheele bemanning had razenden honger. Hij werd ruimschoots
+bevredigd, en allen gevoelden zich gesterkt voor het werk, dat hen
+wachtte.
+
+Na den eten nam John Mangles de laatste voorzorgen, die het welslagen
+der onderneming moesten verzekeren. Men mag niets verzuimen, wanneer het
+er op aankomt een schip vlot te maken. Dikwijls mislukt de onderneming
+uit gebrek aan eenige ligtings-lijnen, en de vastgeraakte kiel verlaat
+het zandbed niet.
+
+John Mangles had een groot deel der koopwaren in zee laten werpen, om de
+brik te ligten; maar de overige balen, de zware sparren, de waarlooze
+raas, eenige tonnen ballastschuitjes, die den ballast uitmaakten, werden
+naar achteren gebragt om door hun zwaarte het losraken van den
+voorsteven gemakkelijk te maken. Wilson en Mulrady rolden er ook eenige
+volle watervaten heen om den neus der brik te doen rijzen.
+
+Het sloeg twaalf ure, toen deze laatste werkzaamheden afgeloopen waren.
+De bemanning was doodmoede, hetgeen zeer jammer was, omdat ze weldra
+alle kracht zou moeten inspannen om het braadspil om te draaijen.
+
+Dit bragt John Mangles op een nieuw besluit.
+
+De wind bedaarde thans en rimpelde naauwlijks de oppervlakte der golven.
+John onderzocht den gezigteinder ten noorden en ten oosten, en
+bespeurde, dat de wind weder uit het zuidwesten naar het noordwesten zou
+loopen. Een zeeman kan zich niet vergissen in de plaatsing en kleur der
+wolken. Wilson en Mulrady waren het eens met hun kapitein.
+
+John Mangles deelde zijn opmerkingen aan Glenarvan mede en stelde hem
+voor om het vlotmaken tot den volgenden dag uit te stellen.
+
+"Ik heb mijne redenen daarvoor," zeide hij. "Vooreerst zijn wij zeer
+vermoeid door het werk van dezen dag, en wij hebben al onze krachten
+noodig om het schip los te krijgen. En zijn we vlot, hoe zullen wij het
+bij zulk een pikzwarte duisternis door de branding heensturen? Het is
+beter bij het daglicht te werken. Maar nog een andere reden zet mij aan
+om te wachten. De wind belooft ons te helpen, en daar zou ik zeer mee
+gediend zijn. Ik wil, dat hij dezen ouden romp achteruit drijve, terwijl
+de zee hem opligt. Morgen zal de wind, als ik mij niet vergis, uit het
+noordwesten waaijen. Wij zullen de zeilen aan den grooten mast aanslaan;
+en die zullen een handje medehelpen om de brik vlot te maken."
+
+Deze redenen waren geldig. Glenarvan en Paganel, de ongeduldigsten aan
+boord, gaven toe en het werk werd tot den volgenden dag uitgesteld.
+
+De nacht ging rustig voorbij. Er werd wacht gehouden, vooral om voor het
+slippen der ankers te waken.
+
+De dag brak aan. Wat John Mangles voorzien had gebeurde. Er woei een
+noord-noord-weste koelte, die sterker scheen te zullen worden. Dit was
+een zeer voordeelige vermeerdering van kracht. De bemanning werd op haar
+post geroepen. In den grooten mast hielden Robert, Wilson en Mulrady, op
+het dek de majoor, Glenarvan en Paganel zich gereed om de zeilen op het
+juiste oogenblik los te maken. De groot marszeilra werd op het
+ezelshoofd geheschen, het groote zeil en het groot marszeil bleven
+opgegeid.
+
+Het was nu 's morgens negen ure. Over vier uren zou het hoog water zijn.
+Die tijd werd niet nutteloos doorgebragt. John besteedde hem om zijn
+noodmast, die den fokkemast vervangen moest, op te rigten. Zoo kon hij
+zich, zoodra het achip vlot was, uit dit gevaarlijke vaarwater
+verwijderen. De arbeiders deden hun uiterste best, en voor twaalven was
+de marsra bij wijze van mast stevig overeind gezet. Lady Helena en Mary
+Grant maakten zich zeer verdienstelijk, en sloegen een waarloos zeil aan
+de bramra. Zij waren regt in haar schik, dat zij mede konden werken tot
+aller redding. Toen dit tuig klaar was, liet de _Macquarie_ weliswaar
+heel wat te wenschen over uit het oogpunt van sierlijkheid, maar kon ze
+toch varen, althans wanneer ze het digt langs de kust hield.
+
+Intusschen kwam de vloed opzetten. De oppervlakte der zee begon in
+golvende beweging te raken. De kruinen der blinde klippen verdwenen
+langzamerhand als zeedieren, die onderduiken. Het uur naderde, om het
+groote werk te ondernemen. Een koortsachtig ongeduld hield allen in
+spanning. Niemand sprak. Aller oog was op John gevestigd. Men wachtte
+zijn bevelen af.
+
+Over de leuning van het achterverdek gebogen, staarde John Mangles op de
+zee. Hij sloeg een angstigen blik op de uitgebragte en strak gespannen
+kabeltouwen.
+
+Ten een ure bereikte de zee haar hoogste punt. Het was stil water, dat
+wil zeggen het korte oogenblik, waarop het water niet meer stijgt en nog
+niet valt. Nu was het tijd. Het groote zeil en het groot marszeil werden
+losgemaakt, en deden den mast buigen door de kracht van den wind.
+
+"Aan het braadspil!" riep John.
+
+Het braadspil was van pompzwengels voorzien, gelijk een brandspuit.
+Glenarvan, Mulrady, Robert aan de eene zijde, Paganel, de majoor en
+Olbinett aan de andere, drukten op de pompzwengels, die de beweging op
+den toestel overbragten. Ook John en Wilson hielpen hun makkers.
+
+"Toe maar! toe maar!" riep de jonge kapitein, "allen te gelijk!"
+
+De kabeltouwen rekten uit door de krachtige werking van het braadspil.
+De ankers hielden goed en slipten niet.
+
+Men moest spoedig slagen. Het hoog water duurt maar eenige minuten.
+Weldra zou de waterspiegel weder dalen.
+
+Nog eens spande men alle krachten in. De wind woei hevig en sloeg de
+twee zeilen tegen den mast. Er werd eenige schudding in het schip
+opgemerkt. De brik scheen op het punt om te rijzen. Misschien was de
+hulp van nog een paar armen genoeg om ze uit de zandbank los te werken.
+
+"Helena! Mary!" riep Glenarvan.
+
+De beide jonge vrouwen voegden haar krachten bij die van hare
+reisgenooten. Nog eens rammelde de spilpal.
+
+Maar dat was alles. De brik bewoog zich niet. Het werk was vergeefsch
+geweest. Reeds liep de ebbe en het bleek duidelijk, dat die geringe
+bemanning er zelfs met behulp van den wind en de zee niet in zou slagen
+om het vaartuig vlot te maken.
+
+
+
+
+VI.
+
+Verdediging van het menscheneten.
+
+
+De eerste poging tot redding, door John Mangles beproefd, was mislukt.
+Zonder uitstel moest men nu tot de tweede overgaan. Het was duidelijk,
+dat men de _Macquarie_ niet vlot kon krijgen, en even duidelijk, dat er
+niets anders overschoot dan bet schip te verlaten. Het zou onvoorzigtig
+en dwaas geweest zijn om aan boord te blijven, tot er hulp kwam opdagen.
+
+Lang voor dat het toeval een schip op de plaats der schipbreuk zou
+brengen, zou de _Macquarie_ verbrijzeld zijn! De eerste storm de beste,
+zelfs een onstuimige zee door de zeewinden opgejaagd, zoo het tegen de
+banken slaan, het verbrijzelen, vernielen en het wrak in alle rigtingen
+verstrooijen. Voor het zoo ver kwam, dat het uit elkander geslagen werd,
+wilde John aan land wezen.
+
+Hij stelde dus voor een vlot te timmeren, sterk genoeg om de passagiers
+en een voldoende hoeveelheid levensmiddelen naar de zeelandsche kust
+over te brengen.
+
+Het was nu geen tijd om te praten maar om te handelen. Men ging aan het
+werk en was reeds een goed eind gevorderd, toen de duisternis het deed
+staken.
+
+Ten acht ure, toen het avondeten gebruikt was en lady Helena en Mary
+reeds in het vooronder te bed waren gegaan, spraken Paganel en zijn
+vrienden, terwijl zij het dek op en neer gingen, over belangrijke zaken.
+Robert had hen niet willen verlaten. De wakkere knaap luisterde met open
+mond, gereed om een dienst te bewijzen, gereed ook om het een of ander
+waagstuk te ondernemen.
+
+Paganel had aan John Mangles gevraagd, of het vlot niet de kust kon
+langs varen tot aan Auckland, in plaats van de reizigers aan wal te
+zetten.
+
+John antwoordde, dat zulk een togt onmogelijk was met zulk een gebrekkig
+vaartuig.
+
+"En zouden we met de sloep der brik hebben kunnen doen," zeide Paganel,
+"wat wij op een vlot niet kunnen wagen?"
+
+"Als het moest, ja!" antwoordde John Mangles; "maar op voorwaarde, dat
+wij over dag voeren en 's nachts voor anker bleven liggen."
+
+"Dus hebben die schurken, die ons achtergelaten hebben...."
+
+"O! die waren dronken," antwoordde John Mangles, "en in die zwarte
+duisternis vrees ik zeer, dat zij die laaghartige vlugt met hun leven
+geboet hebben."
+
+"Zooveel te erger voor hen," hernam Paganel, "en zooveel te erger voor
+ons; want die sloep zou ons goede diensten bewezen hebben."
+
+"Wat er aan te doen, Paganel?" zeide Glenarvan. "Het vlot zal ons ook
+wel aan den wal brengen."
+
+"Dat had ik juist willen vermijden," antwoordde de aardrijkskundige.
+
+"Hoe! kan een reis van hoogstens twintig mijlen schrik aanjagen aan
+menschen, die tegen vermoeijenis bestand zijn, na alles wat wij in de
+Pampa's en op onzen togt door Australië hebben uitgestaan?"
+
+"Vrienden!" antwoordde Paganel, "ik trek evenmin onzen moed als de
+wakkerheid onzer gezellinnen in twijfel. Twintig mijlen; dat is niets in
+ieder ander land dan Nieuw-Zeeland. Gij zult mij niet van lafhartigheid
+verdenken. Ik was het, die u door Amerika, door Australië heb
+medegevoerd. Maar, ik herhaal het, dat alles is niets in vergelijking
+met een reis door dat verraderlijke land."
+
+"Het ergste wat ons kan overkomen wacht ons op dit gestrande schip: een
+zekere ondergang!" antwoordde John Mangles.
+
+"Wat hebben we dan toch op Nieuw-Zeeland te duchten!" vroeg Glenarvan.
+
+"De wilden," antwoordde Paganel
+
+"De wilden!" hernam Glenarvan. "Kunnen wij ze niet vermijden, door de
+kust te volgen?" Bovendien, tien goed gewapende en vastberaden
+Europeanen behoeven zich niet beangst te maken voor een aanval van
+eenige ellendige wilden."
+
+"Het zijn geen ellendige wilden," antwoordde Paganel hoofdschuddende.
+"De Nieuw-Zeelanders zijn verschrikkelijke lieden, die tegen de
+engelsche heerschappij zich verzetten, die de indringers bestrijden, die
+hen dikwijls overwinnen, die hen altijd opeten!"
+
+"Menscheneters!" riep Robert, "menscheneters!"
+
+Vervolgens hoorde men hem deze beide namen mompelen: "Mijne zuster!
+mevrouw Helena!"
+
+"Vrees niet, mijn kind!" sprak Glenarvan om den knaap gerust te stellen.
+"Onze vriend Paganel overdrijft!"
+
+"Ik overdrijf niets," hervatte Paganel. "Robert heeft getoond een man te
+zijn, en ik behandel hem als een man door hem de waarheid niet te
+verbergen. De Nieuw-Zeelanders zijn de wreedste, om niet te zeggen de
+gulzigste van alle menscheneters. Zij verslinden alles wat onder hun
+bereik komt. De oorlog is voor hen alleen een jagt op dat uitstekende
+wild, dat mensch heet, en om de waarheid te zeggen is dat de eenige
+verstandige oorlog. De Europeanen dooden hun vijanden en begraven ze. De
+wilden dooden hun vijanden en eten ze op, en volgens het gevoelen van
+mijn landgenoot Toussenel ligt het kwaad niet zoozeer in het braden van
+zijn vijand als hij dood is, als wel daarin, dat men hem doodt, wanneer
+hij niet sterven wil."
+
+"Paganel!" zeide de majoor, "dat is een rijke stof voor een gesprek,
+maar het oogenblik is er niet geschikt voor. Of het verstandig is of
+niet om opgegeten te worden, wij willen niet, dat men ons zal opeten.
+Maar hoe komt het, dat het christendom die afschuwelijke gewoonte om
+menschenvleesch te eten nog niet heeft uitgeroeid?"
+
+"Gelooft gij dan, dat alle Nieuw-Zeelanders christenen zijn?" antwoordde
+Paganel. "Slechts een gering aantal is het, en de zendelingen zijn nog
+maar al te dikwijls de slagtoffers dier woestaards. Verleden jaar nog is
+de eerwaarde Walkner met de afschuwelijkste wreedheid doodgemarteld. De
+Maori's hebben hem opgehangen. Hun vrouwen hebben hem de oogen uit het
+hoofd gehaald. Men heeft zijn bloed gedronken, zijn hersenen opgegeten.
+En die moord heeft plaats gehad in 1864, te Opotiki, eenige uren van
+Auckland af, om zoo te zeggen onder het oog der engelsche autoriteiten.
+Er zijn eeuwen noodig, mijne vrienden! om den aard van een menschenras
+te veranderen. Wat de Maori's geweest zijn, zullen zij nog lang zijn.
+Hun geheele geschiedenis is met bloed geschreven. Wat al schepelingen
+hebben zij vermoord, en verslonden, van de matrozen van Tasman af tot de
+bemanning der _Hawes_ toe! En het is geenszins het blanke vleesch, dat
+hen zoo graag heeft gemaakt. Lang voor de komst der Europeanen zochten
+de Zeelanders door moord hun lust te bevredigen. Menig reiziger heeft
+onder hen verkeerd, die maaltijden van menscheneters heeft bijgewoond,
+waarbij de gasten alleen gedreven werden door het verlangen om iets
+lekkers te eten, zooals het vleesch van een vrouw of een kind."
+
+"Ba!" zeide de majoor, "zijn die verhalen niet grootendeels in de
+verbeelding der reizigers ontstaan? Men is er soms op gesteld om uit
+gevaarlijke landen en uit de maag der menscheneters terug te komen!"
+
+"Ik geef toe, dat er soms overdrijving plaats heeft," antwoordde
+Paganel. "Maar geloofwaardige mannen hebben gesproken, de zendelingen
+Kendall en Marsden, de kapiteins Dillon, d'Urville, Laplace en anderen,
+en ik geloof hun verhalen, ik moet ze gelooven. De Zeelanders zijn wreed
+van aard. Bij den dood hunner opperhoofden slagten zij menschenoffers.
+Zij beweren door die offers den toorn des overledenen te stillen, die de
+levenden zou kunnen treffen, en tevens hem dienaren voor het andere
+leven aan te bieden! Maar daar zij die nagelaten bedienden opeten na ze
+vermoord te hebben, mag men gelooven, dat de maag er even groot deel aan
+heeft als het bijgeloof."
+
+"Ik meen toch," zeide John Mangles, "dat de godsdienst een rol speelt in
+die tooneelen van kannibalisme. Wanneer de godsdienst verandert, zullen
+de zeden dus ook veranderen."
+
+"Goed, vriend John!" antwoordde Paganel. "Gij werpt daar de gewigtige
+vraag op van den oorsprong van het menscheneten. Heeft de godsdienst of
+de honger de menschen er toegebragt om elkander te verslinden? Dat
+onderzoek zou in dit oogenblik ontijdig zijn. Waarom het menscheneten
+bestaat? die vraag is nog niet opgelost; maar het bestaat, en dat is een
+ernstig feit, waarover wij maar al te veel reden hebben om ons ongerust
+te maken."
+
+Paganel zeide de waarheid. Het menscheneten is even diep geworteld op
+Nieuw-Zeeland, als op de Fidsji-eilanden of aan de Torres-straat.
+Ontwijfelbaar komt het bijgeloof in het spel bij die afschuwelijke
+gewoonten; maar er zijn menscheneters, omdat het wild soms schaarsch is
+en de honger groot. De wilden zijn begonnen met menschenvleesch te eten
+om aan de eischen van den honger te voldoen, die slechts zelden
+verzadigd wordt; vervolgens hebben de priesters die ijselijke gewoonten
+tot wet gemaakt en gewijd. De maaltijd is een godsdienstige plegtigheid
+geworden, ziedaar alles.
+
+In de oogen van de Maori's is er dan ook niets natuurlijker dan elkander
+op te eten. De zendelingen hebben hen dikwijls over het menscheneten
+ondervraagd. Zij hebben hun gevraagd, waarom zij hun broeders opaten.
+Hierop antwoordden de hoofden, dat de visschen de visschen opeten, dat
+de honden de menschen opeten, dat de menschen de honden opeten, en dat
+de honden elkander opeten. In hun godenleer komt zelfs de overlevering
+voor, dat een god een anderen god opat. Hoe zouden zij met dit alles
+voor oogen zich het genoegen kunnen ontzeggen om hun evenmensch op te
+eten?
+
+Ook beweren de Zeelanders, dat men door een dooden vijand op te eten ook
+zijn geestelijk deel vernietigt. Zoo erft men zijn ziel, zijn kracht,
+zijn dapperheid, die vooral in de hersenen zetelen. Dit gedeelte van den
+mensch komt daarom op de feestmalen als hoofdschotel en lekker beetje
+voor.
+
+Paganel hield intusschen niet zonder grond staande, dat de zinnelijkheid
+en vooral de nood de Zeelanders tot menscheneten aanspoorden, en niet
+alleen de wilden van Oceanië, maar ook de wilden van Europa.
+
+"Ja," voegde hij er bij, "het menscheneten heeft lang bestaan onder de
+voorvaderen der beschaafde volken, en, beschouwt dit niet als op u
+persoonlijk gemunt, vooral bij de Schotten."
+
+"Inderdaad?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Ja, majoor!" hernam Paganel. "Wanneer gij zekere uitdrukkingen van den
+heiligen Hieronymus over de Atticoli van Schotland leest, zult gij zien,
+wat gij van uwe voorvaderen denken moet! En zonder tot vóórhistorische
+tijden op te klimmen, werd onder de regeering van Elisabeth, in
+denzelfden tijd toen Shakspeare over zijn Shilock peinsde, de schotsche
+struikroover Sawney Bean niet ter dood gebragt om de misdaad van
+menscheneten? En welk gevoel had hem aangezet om menschenvleesch te
+eten? De godsdienst? Neen de honger."
+
+"De honger?" vroeg John Mangles.
+
+"De honger," verzekerde Paganel; "maar vooral de noodzakelijkheid,
+waarin het vleeschetend dier zich bevindt, om zijn vleesch en bloed weer
+te herstellen door de stikstof in de dierlijke zelfstandigheden. De
+longen moeten tot haar werkzaamheid in staat worden gesteld door
+knolvormige en zetmeel bevattende planten. Maar wie sterk en werkzaam
+zijn wil, moet die bloedvormende spijzen gebruiken, die het slijten der
+spieren herstellen. Zoo lang de Maori's geen leden zijn van de
+maatschappij der groenteneters, zullen zij vleesch eten en wel
+menschenvleesch."
+
+"Waarom geen vleesch van dieren?" vroeg Glenarvan.
+
+"Omdat zij geen dieren hebben," antwoordde Paganel, "en dit moet men
+weten, niet om hun gewoonte van menschenvleesch te eten te
+verontschuldigen, maar om ze te verklaren. Viervoetige dieren, zelfs
+vogels zijn zeldzaam in dit onherbergzaam land. De Maori's hebben zich
+daarom altijd met menschenvleesch gevoed. Er zijn zelfs "jaargetijden om
+de menschen te eten," gelijk in de beschaafde landen jaargetijden om te
+jagen. Dan beginnen de groote drijfjagten, dat wil zeggen de groote
+oorlogen, en geheele volksstammen worden op de tafels der overwinnaars
+opgedischt."
+
+"Volgens uw gevoelen, Paganel!" sprak Glenarvan, zal het menscheneten
+dus eerst ophouden, wanneer schapen, runderen en zwijnen in de weiden
+van Nieuw-Zeeland sterk zullen vermenigvuldigen?"
+
+"Zeker, waarde lord! en dan nog zal het jaren duren, voor de Maori's het
+zeelandsche vleesch ontwend zijn, dat ze boven alles verkiezen; want de
+zoons zullen lang beminnen wat hun vaders bemind hebben. Volgens hun
+zeggen heeft dat vleesch den smaak van varkensvleesch, maar met meer
+wildsmaak. Op blank vleesch zijn ze minder verlekkerd, omdat de blanken
+zout in hun eten doen, hetgeen hun een bijzondere geur heeft, die bij de
+lekkerbekken niet zeer getrokken is."
+
+"Ze zijn nog al moeijelijk te voldoen!" zeide de majoor. "Maar eten ze
+dat blanke of zwarte vleesch raauw of gebraden?"
+
+"Waar ge al niet naar vraagt, mijnheer Mac Nabbs!" riep Robert.
+
+"Wel, mijn jongen!" antwoordde de majoor ernstig, "als ik ooit tot spijs
+moet strekken aan een menscheneter, zou ik liefst gebraden worden!"
+
+"Waarom?"
+
+"Om zeker te zijn, dat ik niet levend verslonden werd!"
+
+"Goed, majoor!" hernam Paganel; "maar als gij nu eens levend gebraden
+werd?"
+
+"In ieder geval," antwoordde de majoor, "zou ik het niet graag in mijn
+keus hebben."
+
+"Dat mag wezen zooals het wil, Mac Nabbs! maar als het u genoegen doet,"
+antwoordde Paganel, "weet dan, dat de Nieuw-Zeelanders het vleesch
+alleen gebraden of gerookt eten. Het zijn goed onderwezen menschen, die
+wel weten wat lekker smaakt. Maar wat mij aangaat, ik vind de gedachte
+van opgegeten te worden hoogst onaangenaam! Zijn leven te eindigen in de
+maag van een wilde, foei!"
+
+"Het slot van dit alles is," zeide John Mangles, "dat wij niet in hun
+handen moeten vallen. Ook willen wij maar hopen, dat het christendom
+eenmaal die ijselijke gewoonten zal afschaffen."
+
+"Ja, dat moeten wij hopen," antwoordde Paganel; "maar, geloof mij, een
+wilde, die menachenvleesch geproefd heeft, zal er niet ligt van afzien.
+Gij kunt er zelven over oordeelen uit deze twee feiten."
+
+"Vertel ons die feiten, Paganel!" zeide Glenarvan.
+
+"Het eerste wordt medegedeeld in de Verslagen der Jezuïten-orde in
+Brazilië. Een portugeesch zendeling ontmoette eens een oude zeer zieke
+braziliaansche vrouw. Zij had nog maar weinige dagen te leven. De Jezuït
+onderrigtte haar in de waarheden van het christendom, die de stervende
+zonder tegenspraak aannam. Na het zielevoedsel dacht hij ook aan het
+voedsel des ligchaams, en bood der boetelinge eenige europeesche
+versnaperingen aan. "Helaas!" antwoordde de oude, "mijn maag kan
+volstrekt geen voedsel meer verdragen. Er is nog maar één ding, waarin
+ik trek zou hebben, maar bij ongeluk kan hier niemand het mij
+bezorgen."--"Wat is dat dan?" vroeg de Jezuït.--"Ach, mijn zoon! het is
+de hand van een jongentje! Ik verbeeld mij, dat ik die beentjes met
+smaak zou afkluiven!"
+
+"Zoo! zoo! maar is dat dan goed?" vroeg Robert.
+
+"Mijn tweede geschiedenis zal u het antwoord geven, mijn jongen!" hernam
+Paganel. "Eens verweet een zendeling aan een menscheneter die
+afgrijselijke gewoonte om menschenvleesch te eten, die strijdt met de
+goddelijke wetten. "En dus moet het slecht zijn," voegde hij er
+bij.--"Ach! vader!" antwoordde de wilde, terwijl hij een begeerigen blik
+op den zendeling sloeg, "zeg, dat God het verbiedt! Maar zeg niet, dat
+het slecht is! Als gij het maar eens gegeten hadt!..."
+
+
+
+
+VII.
+
+Eindelijk bereiken zij het land, dat zij moesten ontvlieden.
+
+
+De feiten, door Paganel medegedeeld, waren ontegensprekelijk. De
+wreedheid der Nieuw-Zeelanders was aan geen twijfel onderhevig. Aan land
+gaan was dus met gevaar gepaard. Maar al was dat gevaar nog honderdmaal
+grooter geweest, men moest het tarten. John Mangles gevoelde de
+noodzakelijkheid om zoo spoedig mogelijk een schip te verlaten, dat aan
+een zekeren ondergang was gewijd. Geen aarzeling was mogelijk bij de
+keus tusschen twee gevaren, waarvan het eene zeker, het andere slechts
+waarschijnlijk was.
+
+En op de kans van door een schip opgenomen te worden viel eigenlijk niet
+te rekenen. De _Macquarie_ lag niet op den weg der schepen, die naar
+Nieuw-Zeeland stevenen. Zij gaan óf noordelijker naar Auckland óf
+zuidelijker naar Nieuw-Plymouth. De schipbreuk had juist tusschen die
+twee punten plaats gehad, op het onbewoonde gedeelte der kust van
+Ika-Na-Maoeï. Die kust stond in een slechten reuk. De schepen doen hun
+uiterste best om ze te mijden, en zoo de wind hen er heenvoert, om zich
+zoo spoedig mogelijk er van te verwijderen.
+
+"Wanneer zullen wij vertrekken?" vroeg Glenarvan.
+
+"Morgen ochtend om tien ure," antwoordde John Mangles. "Dan komt de
+vloed opzetten, die ons aan land zal brengen."
+
+Daags daaraan, den 5den Februarij, ten acht ure, was het vlot
+afgetimmerd. John had de uiterste zorg besteed aan het want. De
+voormars, die voor het uitbrengen der ankers gediend had, was niet
+toereikend om reizigers en levensmiddelen over te voeren. Een stevig
+vaartuig, dat bestuurd kon worden en in staat was om gedurende een
+overtogt van negen mijlen zee te bouwen, was een volstrekte behoefte.
+Het scheepswant alleen kon de noodige bouwstoffen daartoe opleveren.
+
+Wilson en Mulrady waren aan het werk gegaan. Het tuig werd afgekapt en
+na een aantal bijlslagen viel de groote mast, die van onderen
+aangevallen werd, aan stuurboord over de verschansing, die onder zijn
+val kraakte. De _Macquarie_ was nu zoo kaal als een pont.
+
+De ondermast, de fokkesteng en de bramsteng werden doorgezaagd en
+gescheiden. Nu dreven de voornaamste stukken van het vlot. Zij werden
+met de overblijfselen van den fokkemast vereenigd en deze sparren stevig
+met elkander verbonden. John zorgde, dat er in de tusschenruimten een
+half dozijn leege vaten geplaatst werden, die het geheel boven water
+moesten houden.
+
+Toen deze onderlaag goed vast was, had Wilson er een soort van openen
+vloer over gelegd, gemaakt van de roosters van het schip. De golven
+konden dus op het vlot breken zonder er op te blijven, en de reizigers
+waren beveiligd tegen nat worden. Ook vormden eenige stevig vastgezette
+watervaten een soort van cirkelvormig schanskleed en beschermden het
+vlot tegen de zware golven.
+
+Toen John zag, dat de wind dien morgen gunstig was, liet hij midden op
+het vlot de bramra zetten bij wijze van een mast. Zij werd met touwen
+vastgemaakt en van een noodzeil voorzien. Een groote riem met een breed
+blad, die achter werd aangebragt, stelde hem in staat om het vlot te
+sturen, wanneer de wind het genoeg snelheid verleende.
+
+Zoo kon dit goed zamengestelde vlot de deining weerstaan. Maar zou het
+naar het roer luisteren, zou het de kust bereiken, wanneer de wind eens
+omliep? dat was de vraag.
+
+Ten negen ure begon men het te laden.
+
+Eerst werden er genoeg levensmiddelen opgebragt om tot Auckland te
+strekken; want er viel niet te rekenen op de voortbrengselen van dien
+ondankbaren bodem.
+
+Olbinett had nog wat over van het verduurzaamde vleesch, het overschot
+van de levensmiddelen, die voor de reis met de _Macquarie_ waren
+aangekocht. Het beteekende echter niet veel. Men moest zich vergenoegen
+met den groven scheepskost, wat middelmatige scheepsbeschuit en twee
+vaatjes gezouten visch. De hofmeester schaamde zich de oogen uit het
+hoofd.
+
+Deze levensmiddelen werden in luchtdigte, gestopte en voor het zeewater
+ondoordringbare kisten gedaan, vervolgens op het vlot gebragt en met
+sterke krabbers aan den voet van den noodmast vastgesjord. De wapenen en
+het kruid werden op een veilige drooge plaats gelegd. Gelukkig waren de
+reizigers goed gewapend met karabijnen en revolvers.
+
+Ook een werpanker werd medegenomen, in geval John niet met één getij het
+land kon bereiken en dus in zee zou moeten ankeren.
+
+Ten tien ure werd de vloed merkbaar. De wind was noordwest, wel zwak,
+maar gunstig. De oppervlakte der zee stond een weinig hol.
+
+"Zijt gij gereed?" vroeg John Mangles.
+
+"Alles in orde, kapitein!" antwoordde Wilson.
+
+"Valt!" riep John.
+
+Lady Helena en Mary Grant klommen een ruwe touwladder af en gingen aan
+den voet van den mast op de kisten met levensmiddelen zitten; haar
+reisgenooten omringden haar. Wilson greep het roer. John plaatste zich
+bij de geitouwen, en Mulrady hakte het sjortouw door, waarmede het vlot
+naast het schip vast lag.
+
+Het zeil werd losgemaakt, en door tij en wind voortgestuwd zette het
+vlot koers naar de kust.
+
+Het land was negen mijlen van hen af, een middelmatige afstand, dien een
+sloep met goede roeijers bemand in drie uren zou afgelegd hebben. Maar
+met het vlot zou het langer duren. Bleef de wind in dien hoek, dan kon
+men misschien in één getij de kust bereiken. Maar ging de wind liggen,
+dan zou de eb het doen afdrijven, en men zou ten anker moeten gaan om
+den volgenden vloed af te wachten. Dat was zeer bedenkelijk, en John
+Mangles maakte zich er ook wel ongerust over.
+
+Toch gaf hij den moed niet op. De wind werd sterker. De vloed was om
+tien ure begonnen, en derhalve moesten zij ten drie ure landen, op
+straffe van het anker te moeten werpen of door het vallende water weer
+naar zee te worden gedreven.
+
+Het begin van den overtogt was zeer gelukkig. Langzamerhand bedekten de
+vloedgolven de zwarte toppen der riffen en het gele tapijt der banken.
+Groote oplettendheid en buitengewone bekwaamheid waren noodig om die
+overstroomde ondiepten te mijden en een vaartuig te besturen, dat slecht
+naar het roer luisterde en ligt uit den koers dreef.
+
+Om twaalf ure was het nog vijf mijlen van de kust. De tamelijk heldere
+lucht veroorloofde om het afwisselende voorkomen van den grond te
+onderscheiden. In het noord-oosten verhief zich een twee duizend vijf
+honderd voet hooge berg. Hij teekende zich op een vreemde wijze tegen
+den gezigteinder af, en zijn schaduwbeeld vertoonde den grijnzenden kop
+van een aap van ter zijde gezien, met den nek van boven. Het was de
+Pirongia, die volgens de kaart juist op acht en dertig graden breedte
+ligt.
+
+Om half een wees Paganel, dat alle klippen onder het wassende water
+verdwenen waren.
+
+"Op ééne na," antwoordde lady Helena.
+
+"Welke, mevrouw?" vroeg Paganel.
+
+"Daar," antwoordde lady Helena op een zwarte stip wijzende een mijl voor
+hen uit.
+
+"Zoo waar," antwoordde Paganel. "Wij dienen ze goed in het oog te houden
+om er niet op te stooten; want de vloed zal ze weldra overdekken."
+
+"Ze ligt juist voor den noordelijken top van den berg," zeide John
+Mangles. "Wilson! draag zorg, dat wij ze ter zijde laten liggen."
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde de matroos, die met zijn geheele zwaarte op
+het ruwe roer ging liggen. In een half uur vorderden zij een halve mijl.
+Maar, wat vreemd was, de zwarte stip bleef maar altijd boven water.
+
+John bezag ze naauwkeurig, en om ze nog beter waar te nemen, leende hij
+den kijker van Paganel.
+
+"Dat is geen rif," zeide hij na een kort onderzoek, "dat is een drijvend
+voorwerp, dat met de golven op en neergaat."
+
+"Is het soms een stuk van de masten der _Macquarie_?" vroeg lady Helena.
+
+"Neen!" antwoordde Glenarvan, "geen stuk van het wrak heeft zoo ver
+kunnen afdrijven."
+
+"Wacht eens!" riep John Mangles, "ik zie wat het is, het is de sloep!"
+
+"De sloep van de brik!" riep Glenarvan.
+
+"Ja, mylord! De sloep van de brik het onderst boven!"
+
+"Die ongelukkigen!" riep lady Helena. "Zij zijn stellig verdronken!"
+
+"Ja, mevrouw!" antwoordde John Mangles, "en zij moesten verdrinken; want
+in deze branding op een holle zee, in dien duisteren nacht, liepen zij
+het verderf in den mond!"
+
+"De hemel zij hun genadig!" mompelde Mary Grant. De passagiers zwegen
+eenige oogenblikken. Zij beschouwden het ranke bootje, dat al meer
+naderde. Het was zeker op vier mijlen van het land gestrand, en
+ongetwijfeld was geen een van de opvarenden gered.
+
+"Maar die boot kan ons van dienst zijn," zeide Glenarvan.
+
+"Dat is zoo," antwoordde John Mangles. "Zet den koers daarheen, Wilson!"
+
+De rigting van het vlot werd eenigzins veranderd; maar de koelte begon
+te minderen, en eerst om twee ure waren ze bij het bootje.
+
+Mulrady, die voorop stond, keerde den schok, en de gestrande jol werd op
+zijde van het vlot gehaald.
+
+"Ledig?" vroeg John Mangles.
+
+"Ja, kapitein!" antwoordde de matroos, "de boot is leeg en haar
+boordplanken zijn open. Wij hebben er dus niets aan."
+
+"Kunnen wij er niets mee uitvoeren?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Niets," antwoordde John Mangles. "Het is goed brandhout."
+
+"Dat spijt me," zeide Paganel; "want die jol had ons te Auckland kunnen
+brengen."
+
+"Wij moeten ons er in schikken, mijnheer Paganel!" antwoordde John
+Mangles. "Op een zoo onstuimige zee verkies ik ook ons vlot nog boven
+dit zwakke bootje. Een ligte schok is genoeg geweest om het te
+verbrijzelen! Wij hebben hier dus niet langer noodig, mylord!"
+
+"Zooals gij goedvindt, John!" zeide Glenarvan.
+
+"Vooruit, Wilson!" hernam de jonge kapitein; "en regt op de kust aan!"
+
+De vloed zou nog omtrent een uur duren. Men vorderde nog een paar
+mijlen. Maar toen ging de wind bijna geheel liggen, en scheen hij een
+landwind te willen worden. Het vlot bleef onbewegelijk. Weldra begon het
+zelfs met de ebbe zee in te drijven.
+
+John kon geen seconde aarzelen. "Laat vallen 't anker!" riep hij.
+
+Mulrady, die dit bevel wel verwacht had, liet het anker op vijf vaam
+water vallen. Het vlot week een weinig terug, zoover het sterk gespannen
+ankertouw toeliet, en bleef met het voorste gedeelte naar de kust
+gekeerd. Het noodzeil werd opgegeid, en de noodige maatregelen genomen
+voor een vrij lang oponthoud.
+
+Het zou toch wel 's avonds negen ure worden, voor de vloed weer kwam
+opzetten, en daar John Mangles volstrekt geen lust had om 's nachts te
+varen, bleef hij tot 's morgens vijf ure ten anker. Het land was drie
+mijlen verder zigtbaar.
+
+De zee stond zeer bol en scheen voortdurend op de kust te staan. Daarom
+vroeg Glenarvan ook, toen hij vernam, dat zij den gebeelen nacht daar
+blijven zouden, waarom John van dien stroom geen gebruik maakte om
+digter bij de kust te komen.
+
+"Uwe oogen misleiden u, Uwe Edelheid!" antwoordde de jonge kapitein.
+"Hoewel de golven schijnen vooruit te gaan is het toch zoo niet. Het is
+slechts een schommeling der waterdeeltjes, anders niet. Werp maar een
+stuk hout op die golven, en gij zult het op dezelfde plaats zien
+blijven, zoolang de eb zich niet doet gevoelen. Er zit dus niets anders
+op dan geduld te oefenen."
+
+"En te gaan eten," voegde de majoor er bij.
+
+Olbinett haalde uit een kist met levensmiddelen eenige stukken gedroogd
+vleesch en een dozijn beschuiten. De hofmeester schaamde zich, dat hij
+zijn meester zulk een schralen kost moest voorzetten. Maar een ieder was
+er mee te vreden, zelfs de dames, die echter weinig trek hadden ten
+gevolge van de slingerende beweging van het vlot.
+
+Die schokken van het vlot en de rukken van het kabeltouw, waaraan het
+vastlag, waren onuitstaanbaar. Onophoudelijk geslingerd op korte en
+dansende golven, kon het niet harder stooten op de scherpe punten eener
+blinde klip. Soms scheen het, dat het aan den grond raakte. Het
+ankertouw schuurde hevig en om het half uur vierde John er een vaâm van
+uit, om het te vernieuwen. Zonder die voorzorg zou het stellig gebroken
+zijn en dan moest het vlot, aan zich zelf overgelaten, zeker in zee
+drijven en vergaan.
+
+Men kan dus ligt begrijpen, hoe beangst John was. Het touw kon breken of
+het anker slippen, en in beide gevallen was hij verloren.
+
+Het werd nacht. Reeds dook de zonneschijf, door de straalbreking
+vergroot, bloedrood onder de kim. De laatste strepen water blonken in
+het westen en fonkelden als stroomen gesmolten zilver. Aan dien kant was
+alles lucht en water, op één scherp begrensd punt na, de romp van de
+_Macquarie_, die onbewegelijk op de bank vastzat.
+
+De kortstondige schemering maakte bijna geen scheiding tusschen nacht en
+dag, en spoedig werd het land ten oosten en ten noorden onzigtbaar.
+
+Die schipbreukelingen verkeerden op dat bekrompene vlot in die zwarte
+duisternis waarlijk in geen benijdbaren toestand! Sommigen vielen in een
+angstige en door benaauwde droomen afgebroken sluimering, anderen konden
+geen uur slapen. Toen de zon opging waren allen afgemat door de
+vermoeienissen van dien nacht.
+
+Met den vloed stak ook de zeewind weer op. Het was 's morgens vier ure.
+De tijd drong. John maakte zich gereed om onder zeil te gaan. Hij gaf
+bevel om het anker te ligten. Maar de ankertanden waren door de rukken
+van het touw diep in het zand gewoeld. Zonder braadspil was het niet los
+te krijgen, ook niet met de talies, die Wilson gebruikte.
+
+Een half uur verliep met vergeefsche pogingen. In zijn ongeduld om onder
+zeil te gaan liet John den kabel kappen, waarbij hij natuurlijk zijn
+anker verspeelde en zich de mogelijkheid benam om, als de nood het
+eischte, wanneer soms die vloed niet toereikend was om hen aan wal te
+brengen, te ankeren. Maar hij wilde niet langer wachten, en een houw met
+de bijl leverde het vlot over aan de genade van den wind en van een
+stroom van twee knoopen in het uur.
+
+Het zeil werd losgemaakt. Langzaam dreven zij naar het land, dat zich
+als een graauwe massa voordeed tegen den achtergrond des hemels, dien de
+opgaande zon verlichtte. Met veel beleid werden de riffen vermeden en
+omgevaren. Maar met dien zwakken zeewind scheen het vlot maar niet te
+vorderen. Wat al moeite kostte het om dat Nieuw-Zeeland te bereiken,
+waar een landing zoo gevaarlijk was.
+
+Om zeven ure waren zij echter nog maar een mijl van het land af. De
+branding was vreeselijk, de kust zeer steil. Men moest een geschikte
+landingsplaats zoeken. De wind verzwakte allengs en ging eindelijk
+geheel liggen. Het slappe zeil klapperde tegen den mast. John liet het
+opgeijen. De vloed alleen dreef het vlot naar de kust; maar aan besturen
+viel niet meer te denken, en ontzaggelijke wierplanten vertraagden nog
+zijn vaart.
+
+Ten acht ure zag John, dat zij zoo goed als stil bleven liggen, drie
+kabellengten van den oever af. Hij had geen anker meer. Zou de eb hem
+dan misschien weer naar zee meevoeren? Met gebalde vuisten, inwendig
+door onrust verteerd, sloeg John een woesten blik op dat ongenaakbare
+land.
+
+Gelukkig,--ditmaal althans gelukkig,--had er een schok plaats. Het vlot
+lag stil. Het was gestrand op een zandbank vijf en twintig vaam van de
+kust af.
+
+Glenarvan, Robert, Wilson en Mulrady sprongen in zee. Van de eene hand
+in de andere overgaande, kwamen de dames aan land, zonder een plooi van
+haar kleedjes nat gemaakt te hebben, en weldra zetten allen, met wapens
+en levensmiddelen, den voet op die geduchte kust van Nieuw-Zeeland.
+
+
+
+
+VIII.
+
+Tegenwoordige toestand van dat land.
+
+
+Glenarvan had terstond langs de kust naar Auckland willen gaan. Maar
+dien morgen was de lucht zwaar bewolkt, en tegen tien ure, na de
+ontscheping, verdigtten de dampen zich tot een geweldige regenbui.
+Derhalve was het onmogelijk om op reis te gaan en dwong de nood hen een
+schuilplaats te zoeken.
+
+Wilson ontdekte zeer van pas een grot, die de zee in de basaltrotsen aan
+de kust had uitgehold. De reizigers vlugtten er in met hun wapens en
+levensmiddelen. Daar lag een groote hoop gedroogd zeegras, dat de golven
+er hadden ingespoeld. Men was zeer tevreden met die natuurlijke
+legerstede, enige stukken hout werden aan den ingang der grot
+opgestapeld en vervolgens aangestoken, en nu trachtten allen zich bij
+dat vuur te droogen.
+
+John hoopte, dat de duur van dien stortregen in omgekeerde verhouding
+staan zou tot zijn hevigheid. Maar dat was zoo niet. Het eene uur na het
+andere verliep, zonder dat er verandering kwam in den toestand der
+lucht. Tegen elf ure begon het harder te waaijen en nog erger te
+regenen. Die tegenspoed zou den geduldigsten mensch ongeduldig gemaakt
+hebben. Maar wat er aan te doen? Het zou dwaasheid geweest zijn om
+zonder voertuig zulk een storm te tarten. Ook kon men in weinige dagen
+Auckland bereiken, en dus kwam het op een oponthoud van twaalf uren niet
+aan, althans wanneer de inboorlingen niet opdaagden.
+
+Gedurende die gedwongen rust liep het gesprek over de voorvallen van den
+oorlog, waarvan Nieuw-Zeeland toen het tooneel was. Maar om het gewigt
+der omstandigheden goed te begrijpen, waarin de schipbreukelingen der
+_Macquarie_ verkeerden, moet men de geschiedenis dier worsteling kennen,
+die het eiland Ika-Na-Maoeï van bloed deed stroomen.
+
+Sedert de komst van Abel Tasman in de Cook-straat, den 18den December
+1642, waren de Nieuw-Zeelanders wel dikwijls door europeesche schepen
+bezocht, maar toch vrij gebleven op hun onafhankelijke eilanden. Geen
+enkele europeesche mogendheid dacht er aan om zich van dien archipel
+meester te maken, die de Stille Zuidzee beheerscht. De zendelingen, op
+verschillende punten gevestigd, waren de eenigen, die aan deze nieuwe
+landstreken de weldaden der christelijke beschaving bragten. Sommigen
+hunner, en voornamelijk de anglikaansche, bereidden de zeelandsche
+opperhoofden er echter op voor om zich te krommen onder het engelsche
+juk. Zij wisten dezen zoo slim om den tuin te leiden, dit zij een brief
+teekenden aan koningin Victoria gerigt om haar bescherming in te roepen.
+Maar de schrandersten onder hen voelden de dwaasheid van dien stap, en
+een hunner liet, na op den brief een afbeelding van de figuren, waarmee
+hij getatoeëerd was, gedrukt te hebben, deze profetische woorden hooren:
+"Wij hebben ons land verloren; voortaan behoort het ons niet meer;
+weldra zal de vreemdeling zich er meester van komen maken en wij zullen
+zijn slaven zijn."
+
+Werkelijk kwam den 29sten Januarij 1840 de korvet _Herald_ in de
+Eilanden-baai, in het noorden van Ika-Na-Maoeï. De scheepskapitein
+Hobson landde bij het dorp Korora-Reka. De inwoners werden uitgenoodigd
+een volksvergadering in de protestantsche kerk bij te wonen. Daar werden
+hun de regten voorgelezen, die kapitein Hobson van de koningin van
+Engeland had verkregen.
+
+Den 5den Februarij daaraanvolgenden werden de voornaamste zeelandsche
+opperhoofden bij den engelschen resident in het dorp Païa geroepen.
+Kapitein Hobson trachtte hun onderwerping te verkrijgen, zeggende, dat
+de koningin troepen en schepen zou zenden om hen te beschermen, dat hun
+regten gewaarborgd bleven, dat hun vrijheid onaangerand zou blijven. Hun
+eigendommen echter zouden aan koningin Victoria toebehooren, aan wie zij
+verpligt waren ze te verkoopen.
+
+De meeste opperhoofden vonden die bescherming wat duur en weigerden ze
+aan te nemen. Maar de beloften en geschenken vermogten meer op die
+onbeschaafde gemoederen dan de groote woorden van kapitein Hobson, en de
+inbezitneming werd bekrachtigd.
+
+Maar wat was er voorgevallen van dat jaar 1840 af tot den dag toe,
+waarop de _Duncan_ de golf van Clyde verliet? Jacques Paganel wist
+alles, en was bereid om zijn reisgenooten alles mede te deelen.
+
+"Mevrouw!" antwoordde hij op de vragen van lady Helena, "ik herhaal, wat
+ik vroeger reeds gezegd heb, dat de Nieuw-Zeelanders een moedig volk
+zijn, dat na een oogenblik toegegeven te hebben, zijn land voet voor
+voet betwist aan de engelsche indringers. De stammen der Maori's zijn op
+dezelfde leest geschoeid als de oude schotsche clans. Het zijn eigenlijk
+groote famieljes, die een opperhoofd erkennen, welke streng staat op
+volslagen onderwerping aan zijn gezag. De mannen van dit ras zijn fier
+en dapper; sommigen zijn groot en hebben gladde haren, gelijk de
+Maltezers of de joden uit Bagdad, en maken den heerschenden stand uit;
+anderen zijn kleiner en ineengedrongen, evenals de Mulatten; maar allen
+zijn sterk, trotsch en oorlogzuchtig. Zij hebben een beroemd opperhoofd
+gehad, Hibi geheeten, een echte Vercingetorix. Het behoeft u dus niet te
+verwonderen, dat de oorlog met de Engelschen eindeloos duurt op
+Ika-Na-Maoeï, want daar woont de vermaarde stam der Waikato's, die
+William Thompson tot verdediging van den grond in het gevecht brengt."
+
+"Maar zijn de Engelschen geen meesters van de voornaamste punten vau
+Nieuw-Zeeland?" vroeg John Mangles.
+
+"Zonder twijfel, waarde John!" antwoordde Paganel. "Na de inbezitneming
+door kapitein Hobson, later gouverneur van het eiland, zijn er allengs
+van 1840 tot 62 negen koloniën gesticht op de voordeeligste plaatsen.
+Zij vormen negen provinciën; vier op het noordelijke eiland: de
+provinciën Auckland, Taranaki, Wellington en Hawkesbay; vijf op het
+zuidelijke eiland: de provinciën Nelson, Marlborough, Otago en
+Southland; de geheele bevolking dier negen provinciën bedroeg den 8sten
+Junij 1864 honderd tachtig duizend driehonderd zes en veertig inwoners.
+Allerwegen zijn belangrijke koopsteden verrezen. Wanneer wij te Auckland
+komen, zult gij genoodzaakt zijn onvoorwaardelijk de ligging te
+bewonderen van dat Corinthe van het zuiden, dat de naauwe landengte
+beheerscht, die als een brug over de Stille Zuidzee is geslagen, en
+reeds twaalf duizend zielen telt. Nieuw-Plymouth in het westen. Ahuhiri
+in het oosten, Wellington in het zuiden zijn reeds bloeijende steden vol
+vertier. Op het eiland Tavai-Poenamoe zoudt gij verlegen zijn in de keus
+tusschen Nelson, het Montpellier der tegenvoeters, den tuin van Nieuw
+Zeeland, Picton aan de Cooks-straat, Christchurch, Invercargill en
+Dunedin, in de rijke provincie Otago, waar de goudzoekers van heinde en
+ver heenstroomen. En merk op, dat hier niet bedoeld wordt een
+verzameling van eenige hutten, een opeenhooping van wilde gezinnen, maar
+wel echte steden, met havens, kerken, banken, dokken, kruidtuinen,
+museums van natuurlijke historie, acclimatatietuinen, dagbladen,
+hospitalen, inrigtingen van liefdadigheid, hoogescholen,
+vrijmetselaars-loges, clubs, zangverenigingen, schouwburgen en gebouwen
+voor wereldtentoonstellingen, niet meer noch minder dan te Londen of te
+Parijs! En als mijn geheugen mij geen parten speelt, zijn in 1865, in
+dit jaar, en misschien terwijl ik met u spreek, de voortbrengselen der
+nijverheid van de geheele aarde tentoongesteld in een land van
+menscheneters!"
+
+"Hoe! ondanks den oorlog met de inboorlingen?" vroeg lady Helena.
+
+"De Engelschen geven ook wat om een oorlog, mevrouw!" antwoordde
+Paganel. "Zij vechten en houden tentoonstellingen te gelijk. Dat hindert
+hen niet. Zij leggen zelfs spoorwegen aan onder bet bereik van de kogels
+der Nieuw-Zeelanders. In de provincie Auckland loopen de spoorweg van
+Drury en die van Mere-Mere door de voornaamste punten, welke de
+opstandelingen bezet houden. Ik wil wedden, dat de werklieden
+geweerschoten wisselen van de locomotief."
+
+"Maar hoe staat het thans met dien eindeloozen oorlog?" vroeg John
+Mangles.
+
+"Het is nu reeds meer dan zes maanden geleden, dat wij Europa verlaten
+hebben," antwoordde Paganel; "dus kan ik niet weten, wat er sedert ons
+vertrek voorgevallen is, op eenige feiten echter na, die ik op onze reis
+door Australië in de Maryborougsche en Seymoursche kranten gelezen heb.
+Maar toen werd er hard gevochten op het eiland Ika-Na-Maoeï."
+
+"En wanneer is die oorlog begonnen?" zeide Mary Grant.
+
+"Gij wilt zeggen "weder begonnen", lieve miss!" antwoordde Paganel,
+"want de eerste opstand had in 1845 plaats. Tegen het einde van 1863;
+maar reeds lang te voren maakten de Maori's zich gereed om het juk der
+engelsche heerschappij af te schudden. De nationale partij onder de
+inboorlingen deed haar uiterste best om de verkiezing van een maori
+opperhoofd te bewerken. Zij wilde den ouden Potatau koning, en van zijn
+dorp, tusschen de Waikato en de Waipa gelegen, de hoofdstad van het
+nieuwe koningrijk maken. Die Potatau was een meer sluwe dan stoute
+grijsaard; maar hij had een krachtvollen en schranderen eersten
+minister, een afstammeling van den stam dier Ngatihahua's, die voor den
+inval der vreemdelingen de landengte van Auckland bewoonden. Die
+minister, William Thompson geheeten, werd de ziel van dien
+onafhankelijkheidsoorlog. Hij bragt de troepen der Maori's op een zeer
+goeden voet. Op zijn aansporing vereenigde een opperhoofd van Taranaki
+de verstrooide stammen tot een zelfde doel; een ander opperhoofd van de
+Waikato's vormde het "landverbond," een echt verbond voor het algemeene
+welzijn, dat zich voorstelt de inboorlingen te verhinderen hun
+landerijen aan de engelsche regeering te verkoopen; er werden maaltijden
+gehouden, evenals in beschaafde landen, waar een omwenteling op het punt
+staat van uit te barsten. De engelsche dagbladen begonnen die
+onrustbarende voorteekenen mede te deelen, en de regeering werd ernstig
+ongerust over dat drijven van het "landverbond." Kortom, de gemoederen
+waren opgewonden, de mijn gereed om te springen. Er was maar een vonk
+noodig of liever de botsing van twee belangen om ze voort te brengen."
+
+"En die botsing?..." vroeg Glenarvan.
+
+"Had in 1860 plaats," antwoordde Paganel, "in de provincie Taranaki, op
+de zuidwestkust van Ika-Na-Maoeï. Een inlander bezat drie honderd
+bunders land in de nabijheid van Nieuw-Plymouth. Hij verkocht ze aan het
+engelsch bestuur. Maar toen de landmeters kwamen om den verkochten grond
+op te meten, verzette zich het opperhoofd Kingi, en in de maand Maart
+legde hij op de betwiste drie honderd bunders een met palissaden
+versterkte legerplaats aan. Eenige dagen later nam kolonel Gold aan bet
+hoofd zijner troepen dat kamp in, en dienzelfden dag werd het eerste
+schot in den volksoorlog gelost."
+
+"Zijn de Maori's talrijk?" vroeg John Mangles.
+
+"De inlandsche bevolking is in een eeuw sterk verminderd," antwoordde de
+aardrijkskundige. "In 1769 schatte Cook ze op vier honderd duizend
+inwoners. Volgens de opgave van het _Inlandsch Beschermheerschap_
+bedroeg ze in 1845 honderd negen duizend. De beschavende moorden, de
+ziekten en het vuurwater hebben ze gedund; maar op de twee eilanden
+blijven nog negentig duizend inboorlingen over, waaronder dertig duizend
+krijgslieden, die de europeesche troepen lang werk zullen geven."
+
+"Is de opstand tot nog toe gelukt?" vroeg lady Helena.
+
+"Ja, mevrouw! en de Engelschen zelven hebben dikwijls den moed der
+Nieuw-Zeelenders bewonderd. Zij voeren een partijgangers-oorlog, wagen
+schermutselingen, overvallen kleine afdeelingen, plunderen de hoeven der
+kolonisten. Generaal Cameron was niet op zijn gemak in die velden,
+waarvan hij alle struiken moest laten doorzoeken. Na een langdurige en
+moorddadige worsteling hadden de Maori's in 1863 een groote versterkte
+stelling ingenomen aan de Boven-Waikato, aan de uitloopers van een
+steile heuvelketen, door drie verdedigings-liniën gedekt. Profeten
+riepen de geheele inlandsche bevolking op tot verdediging van den
+vaderlandschen grond en beloofden de verdelging der "pakeka's," dat wil
+zeggen van de blanken. Drie duizend man trokken op onder bevel van
+generaal Cameron en gaven den Maori's geen kwartier meer, na den
+barbaarschen moord op kapitein Sprent gepleegd. Bloedige slagen werden
+geleverd. Sommige duurden twaalf uren, zonder dat de Maori's voor de
+europeesche kanonnen weken. De strijdhaftige stam der Waikato's onder
+bevel van William Thompson vormde de kern der strijders voor de
+onafhankelijkheid. Die inlandsche veldheer had eerst derdehalf, later
+acht duizend krijgslieden onder zijn bevel. De onderdanen van Shongi en
+Heki, twee geduchte opperhoofden, kwamen hem te hulp. In dien heiligen
+oorlog deelden de vrouwen in de zwaarste vermoeienissen. Maar het regt
+zegeviert niet altijd. Na moorddadige gevechten gelukte het generaal
+Cameron het district Waikato te onderwerpen, een ledig en ontvolkt
+district, want de Maori's ontvlugtten naar alle zijden. Er hadden
+bewonderenswaardige wapenfeiten plaats. Vier honderd Maori's, in de
+vesting Orakan opgesloten en door duizend Engelschen onder bevel van den
+brigadier-generaal Carey belegerd, weigerden zich over te geven, hoewel
+honger en dorst hen kwelden. En op klaarlichten dag baanden zij zich een
+weg door het verzwakte 40ste regiment en redden zich over de moerassen."
+
+"En heeft de onderwerping van het district Waikato een eind gemaakt aan
+dien bloedigen oorlog?" vroeg John Mangles.
+
+"Neen, mijn vriend!" antwoordde Paganel. "De Engelschen hebben het
+voornemen om in de provincie Taranaki binnen te rukken en Mataitawa, de
+vesting van William Thompson, te belegeren. Maar zij zullen ze niet
+zonder aanmerkelijke verliezen innemen. Toen ik gereed stond Parijs te
+verlaten, vernam ik, dat de gouverneur en de generaal de onderwerping
+der Tarangastammen aangenomen en hun drievierden hunner landerijen
+gelaten hebben. Er was ook sprake van, dat de hoofdaanvoerder van den
+opstand, William Thompson, er aan dacht om zich over te geven; maar de
+australische dagbladen hebben die tijding niet bevestigd; het tegendeel
+is veeleer waar. Het is dus zeer waarschijnlijk, dat men zich thans met
+kracht gereedmaakt voor den strijd."
+
+"En naar uwe meening, Paganel!" zeide Glenarvan, "zouden de provinciën
+Taranaki en Auckland het tooneel dier worsteling zijn?"
+
+"Dat denk ik."
+
+"Diezelfde provincie, waar de schipbreuk der _Macquarie_ ons heeft doen
+aankomen?"
+
+"Juist. Wij zijn geland eenige mijlen benoorden de haven Kawhia, waar de
+nationale vlag der Maori's nog moet wapperen."
+
+"Dan zal het geraden zijn, dat wij noordwaarts trekken," zeide
+Glenarvan.
+
+"Dat is waarlijk hoog noodig," antwoordde Paganel. "De Nieuw-Zeelanders
+zijn razend op de Europeanen en vooral op de Engelschen. Wij mogen dus
+wel zorgen niet in hun handen te vallen."
+
+"Misschien zullen wij wel een afdeeling europeesche troepen ontmoeten,"
+zeide lady Helena. "Dat zou een buitenkansje zijn."
+
+"Misschien, mevrouw!" antwoordde de aardrijkskundige; "maar ik reken er
+niet op. De afzonderlijke afdeelingen zijn niet gaarne in het open veld,
+wanneer de geringste struik, het nietigste kreupelhout een bekwamen
+schutter verbergt. Ik reken dus niet op een geleide van de soldaten van
+het 40ste regiment. Maar er zijn eenige zendingsposten gevestigd op de
+westkust, die wij langs moeten, en wij kunnen ze gemakkelijk allen
+aandoen tot Auckland toe. Ik denk er zelfs aan om den weg te nemen, dien
+de heer Von Hochstetter gevolgd is, namelijk den loop van de Waikato."
+
+"Was dat een reiziger, mijnheer Paganel?" vroeg Robert Grant.
+
+"Ja, mijn jongen! een lid der wetenschappelijke commissie, die met het
+oostenrijksche fregat de _Novara_ in 1858 de reis om de wereld
+medemaakte."
+
+"Mijnheer Paganel!" hernam Robert, wiens oogen fonkelden bij de gedachte
+aan groote aardrijkskundige togten, "heeft Nieuw-Zeeland beroemde
+reizigers gehad, zooals Burke en Stuart in Australië?"
+
+"Eenige, mijn kind! zooals dokter Hooker, professor Brizard, de
+natuurkundigen Dieffenbach en Julius Haast; maar ofschoon verscheidene
+hunner met hun leven geboet hebben voor hun zucht naar avonturen, zijn
+zij toch minder beroemd dan de australische of afrikaansche
+reizigers...."
+
+"En kent gij hun geschiedenis?" vroeg de jonge Grant.
+
+"Dat zou ik denken, mijn jongen! en daar ik zie dat gij brandt van
+verlangen om er evenveel van te weten als ik, zal ik ze u vertellen."
+
+"Ik dank u, mijnheer Paganel! ik luister al!"
+
+"En wij luisteren ook," zeide lady Helena, "Het is niet voor het eerst,
+dat het slechte weder ons dwingt om wat te leeren. Spreek voor ons
+allen, mijnbeer Paganel!"
+
+"Ik ben tot uw bevelen, mevrouw!" antwoordde de aardrijkskundige; "maar
+mijn verhaal zal kort zijn. Er is hier geen sprake van die stoute
+ontdekkers, die man tegen man met den australischen minotaurus
+worstelden. Nieuw-Zeeland is te klein om zich te verzetten tegen de
+nasporingen van den mensch. Mijn helden zijn dan ook geen eigenlijk
+gezegde reizigers geweest, maar eenvoudige pleizier-reizigers, die het
+offer werden van de meest dagelijksche voorvallen."
+
+"En zij heeten?..." vroeg Mary Grant.
+
+"De wiskunstenaar Witcombe en Charlton Howitt, dezelfde die het
+overblijfsel van Burke heeft teruggevonden op dien merkwaardigen togt,
+dien ik u verhaald heb bij ons vertoef aan de oevers der Wimerra.
+Witcombe en Howitt bestuurden elk een onderzoekingstogt op het eiland
+Tawaï-Poe-namoe. Beiden vertrokken van Christchurch in het begin van
+1863, om verschillende wegen over de noordelijke bergen der provincie
+Canterbury op te zoeken. Howitt trok op de noordelijke grens der
+provincie over de keten en sloeg zijn hoofdkwartier op aan het meer
+Brunner. Witcombe daarentegen vond in het dal van de Rakaia een weg, die
+op het oostelijke gedeelte van den Tyndall-berg uitliep. Witcombe had
+een medgezel, Jacob Louper, die in de _Lyttelton-Times_ het verhaal van
+de reis en de ramp heeft openbaar gemaakt. Zooveel ik mij herinner waren
+de twee onderzoekers den 22sten April 1863 aan den voet van een
+gletscher, waar de Bakaia uit ontspringt. Zij beklommen den bergtop en
+gingen nieuwe paden opzoeken. Den volgenden dag bragten Witcombe en
+Louper, uitgeput van vermoeijenis en koude, onder een zware sneeuwbui
+ter hoogte van vier duizend voet boven den zeespiegel door. Zeven dagen
+lang dwaalden zij in het gebergte rond, in dalen, wier loodregte wanden
+geen uitgang verleenden, dikwijls zonder vuur, soms zonder voedsel, hun
+suiker veranderde in stroop, hun beschuit in nat deeg, hun kleeren en
+dekens dropen van water, insecten wondden hen, soms maakten zij groote
+dagreizen van drie mijlen en dan weer vorderden zij op een dag nog geen
+twee honderd el. Den 29sten April troffen zij eindelijk een hut van
+Maori's aan, en in een tuin eenige handenvol aardappelen. Dit was de
+laatste maaltijd, dien de beide vrienden zamen deelden. 's Avonds
+bereikten zij de zeekust, nabij den mond der Taramakau. Nu kwam het er
+op aan om op den regteroever over te gaan, ten einde noordwaarts de
+rivier de Grey te bereiken. De Taramakau was diep en breed. Na een uur
+zoekens vond Louper twee beschadigde bootjes, die hij zoo goed mogelijk
+herstelde en aan elkander bond. Tegen den avond gingen de twee reizigers
+scheep. Maar pas waren zij in het midden van den stroom, toen de bootjes
+vol water liepen. Witcombe sprong in het water en zwom naar den
+linkeroever terug. Jacob Louper, die niet zwemmen kon, hield zich aan
+het bootje vast. Dit redde hem, maar niet zonder dat hij veel angst
+moest uitstaan. De ongelukkige dreef naar de branding. De eerste golf
+slingerde hem in de diepte. De tweede bragt hem aan de oppervlakte
+terug. Hij werd tegen de rotsen geslagen. De nacht was vreeselijk
+donker. Het stortregende. Zoo werd Louper met een bloedend en door het
+zeewater opgezet ligchaam verscheidene uren heen en weêr geslingerd.
+Eindelijk stiet het bootje tegen den wal, en de schipbreukeling werd
+bewusteloos op de kust geworpen. Toen de zon den volgenden morgen
+opging, sleepte hij zich naar een bron en bemerkte, dat de stroom hem
+een mijl van de plaats had afgevoerd, waar hij den overtogt over de
+rivier had beproefd. Hij stond op, volgde de kust en vond weldra den
+ongelukkigen Witcombe, wiens hoofd en geheele ligchaam onder den modder
+begraven was. Hij was dood. Louper groef met zijn handen een kuil in het
+zand en begroef het lijk van zijn makker. Twee dagen daarna werd hij,
+stervende van honger, door gastvrije Maori's opgenomen,--er zijn er wel
+enkele,--en den 4den Mei bereikte hij het meer Brunner en de legerplaats
+van Charlton Howitt, die zes weken later hetzelfde lot onderging als de
+ongelukkige Witcombe."
+
+"Ja!" zeide John Mangles, "het schijnt, dat die rampen zich
+aaneenschakelen, dat een noodlottige band de reizigers onderling
+verbindt, en dat zij allen sterven, wanneer die band verbroken wordt."
+
+"Gij hebt gelijk, vriend John!" antwoordde Paganel, "en ik heb dikwijls
+diezelfde opmerking gemaakt. Door welk noodzakelijk verband Howitt bijna
+onder dezelfde omstandigheden moest omkomen, kan men niet zeggen.
+Charlton Howitt was door den heer Wyde, chef der landswerken, aangenomen
+om een voor paarden bruikbaren weg aan te leggen van de vlakten van
+Hurunuï tot aan den mond der Taramakau. Hij vertrok den 1en Januarij
+1863 met vijf man. Hij kweet zich uitstekend van zijn last, en een weg
+van veertig mijlen werd in orde gebragt tot aan een onoverkomelijk punt
+van de Taramakau. Howitt keerde nu naar Christchurch terug, en in
+weerwil van den naderenden winter verzocht hij zijn werk te mogen
+voortzetten. De heer Wyde gaf hem daartoe verlof. Howitt vertrok weer
+met de noodige levensmiddelen om het slechte jaargetijde in zijn
+legerplaats door te brengen. Omstreeks dien tijd kwam Jacob Louper bij
+hem. Den 27sten Junij verliet Howitt met twee man, Robert Little en
+Henry Mullis, de legerplaats. Zij staken het meer Brunner over. Sedert
+heeft men hen nooit terug gezien. Hun rank en laag op het water liggend
+bootje werd op de kust, waar het gestrand was, teruggevonden. Negen
+weken lang heeft men te vergeefs naar hen gezocht, en het is duidelijk,
+dat die ongelukkigen, welke niet konden zwemmen, in de golven van het
+meer verdronken zijn."
+
+"Maar zouden zij niet ongedeerd bij een zeelandschen stam kunnen zijn?"
+zeide lady Helena. "Men mag toch altijd nog aan hun dood twijfelen."
+
+"Helaas neen! mevrouw!" antwoordde Paganel, "want in de maand Augustus
+1865, een jaar na de ramp, waren zij nog niet terug ... en," mompelde
+hij zachtjes, "wanneer men in geen jaar in dat Nieuw-Zeeland te
+voorschijn komt, dan is het alleen, omdat men reddeloos verloren is."
+
+
+
+
+IX.
+
+Dertig mijlen noordelijker.
+
+
+Den 7den Februarij, 's morgens ten zes ure, gaf Glenarvan het sein om te
+vertrekken. De regen had dien nacht opgehouden. Graauwe wolkjes, die ter
+hoogte van drie mijlen boven den grond zweefden, hielden de zonnestralen
+tegen. De matige warmte liet toe, dat men de vermoeijenissen van de reis
+overdag trotseerde.
+
+Paganel had op de kaart een afstand van tachtig mijlen tusschen hoek
+Cahua en Auckland gemeten; dat was tegen tien mijlen per dag een reis
+van acht dagen. Maar in plaats van de bogtige zeekust te volgen, achtte
+hij het beter om op een afstand van dertig mijlen de samenvloeijing der
+Waikato en Waipa, bij het dorp Ngarnavahia te bereiken. Daar gaat de
+postweg over, of beter gezegd een voor rijtuigen bruikbaar pad, dat een
+groot gedeelte van het eiland Napier van de Hawkes-baai tot Auckland
+doorsnijdt. Dan zou het gemakkelijk zijn Drury te bereiken en er in een
+uitmuntend logement uit te rusten, dat de natuurkundige Hochstetter
+aanbeveelt.
+
+De reizigers belastten zich elk met een gedeelte der mondbehoeften en
+volgden den oever der baai van Aotea. Uit voorzigtigheid verwijderden
+zij zich niet van elkander en hadden zij hun karabijnen geladen, terwijl
+zij uit instinct de golvende vlakten in het oosten gadesloegen. Met zijn
+uitstekende kaart in de hand vond Paganel er het genoegen van een
+kunstenaar in om de naauwkeurigheid van de geringste daarop
+aangeteekende bijzonderheden te onderzoeken.
+
+Een gedeelte van den dag betrad het kleine gezelschap een zandgrond,
+bestaande uit overblijfselen van tweekleppige schelpen en graten van den
+inktvisch, sterk vermengd met over-oxyde en eerste ijzer-oxyde. Een
+magneet, dien men digt bij den grond hield, zou terstond met
+schitterende kristallen bedekt zijn geworden.
+
+Op den oever, dien het wassende water allengs bespoelde, dartelden
+eenige zeedieren, die volstrekt geen haast maakten om te vlugten. De
+robben met hun ronde koppen, hun breed en gebogen voorhoofd, hun
+sprekende oogen, hadden een zacht, zelfs een innemend voorkomen. Men kon
+het ligt begrijpen, dat de fabel, die zonderlinge waterbewoners op hare
+wijze in een dichterlijk waas hullende, er betooverende sirenen van
+gemaakt had, hoewel hun stem niets anders is dan een onwelluidend
+geknor. Op de kusten van Nieuw-Zeeland zijn die talrijke dieren het
+voorwerp van een levendigen handel. Zij worden gevangen om hun traan en
+hun vel.
+
+Onder hen merkte men drie of vier zee-olifanten op, blaauwachtig grijs
+en vijf en twintig tot dertig voet lang. Die ontzaggelijke vierpootige
+zoogdieren lagen lui op dikke bedden reusachtig zeegras, staken hun
+snuit in de hoogte en schudden grijnzend de grove haren van hun lange en
+ineengedraaide knevels, echte kurketrekkers, die gekruld waren als de
+baard van een saletjonker. Robert keek met genoegen naar dat
+belangwekkend schouwspel, toen hij op eens zeer verbaasd uitriep:
+
+"Kijk eens! die robben eten keisteenen!"
+
+En waarlijk slikten verscheidene van deze dieren met gulzigheid de
+steenen in die op het strand lagen.
+
+"Drommels! het feit is waar!" antwoordde Paganel. "Men kan niet
+ontkennen, dat deze dieren hun maag met strandkeitjes vullen."
+
+"Een vreemd voedsel," zeide Robert, "dat moeijelijk te verteren zal
+zijn!"
+
+"Die zeedieren slikken geen steenen in om zich te voeden, mijn jongen!
+maar om zich te ballasten. Het is een middel om hun soortelijk gewigt te
+vermeerderen en gemakkelijker te zinken. Zoodra zij weer aan land zijn,
+zullen ze die steenen wel zonder verteren omslag overgeven. Gij zult
+zien, dat dezen te water gaan."
+
+Zoo was het ook. Een half dozijn robben, die voldoenden ballast hadden
+ingenomen, kropen weldra met veel moeite langs het strand en verdwenen
+in hun vochtig element. Maar Glenarvan kon geen kostbaren tijd
+verspillen met op hun terugkomst te wachten, teneinde gade te slaan hoe
+zij hun ballast weer opruimden en tot groote spijt van Paganel werd de
+afgebroken marsch weder hervat.
+
+Ten tien ure hield men stil om te ontbijten aan den voet van groote
+basalt-rotsen, die als celtische dolmens aan den zeekant lagen. Een
+oesterbank leverde een groot aantal van die weekdieren op. Die oesters
+waren klein en niet lekker. Maar op raad van Paganel braadde Olbinett ze
+op gloeijende kolen en zoo toebereid werden ze bij dozijnen gedurende
+dien maaltijd gebruikt.
+
+Toen de rusttijd om was, zette men den togt langs den oever der baai
+voort. Op de getande rotsen, op de kruin dier klippen, waren een menigte
+zeevogels gevlugt, fregatvogels, domme zeezwaluwen, zeemeeuwen, en
+groote albatrossen, die onbewegelijk op den top der scherpe pieken
+zaten. 's Namiddags ten vier ure had men tien mijlen afgelegd zonder
+hinderpalen ontmoet te hebben of vermoeid te zijn. De dames verzochten
+de reis tot den avond toe voort te zetten. Nu moest de rigting van den
+weg veranderd worden; om den voet van eenige bergen heen, die zich in
+het noorden vertoonden, moest men het dal van de Waipa in.
+
+In de verte vertoonde de bodem onafzienbare grasvlakten, waarop men
+makkelijk zou voortkunnen. Maar toen de reizigers aan den rand dier
+groene velden kwamen, waren zij bitter teleurgesteld. Het gras werd
+vervangen door een kreupelbosch van heesters met kleine witte bloemen,
+vermengd met die hooge en tallooze varens, die zoo menigvuldig voorkomen
+op de gronden van Nieuw-Zeeland. Men moest zich door die houtachtige
+stengels een weg banen, hetgeen zeer moeijelijk ging. Echter was men 's
+avonds ten acht ure om de eerste ruggen der Hakarihoata-Ranges
+heengekomen, en nu sloeg men terstond de legerplaats op.
+
+Na een togt van veertien mijlen hadden zij waarlijk aanspraak op rust.
+Daar zij geen wagen noch tent hadden, zocht ieder aan den voet van
+prachtige norfolksche dennen een goede ligplaats. Aan dekens was geen
+gebrek, zij werden als bedden uitgespreid.
+
+Glenarvan nam duchtige voorzorgmaatregelen voor den nacht. Twee aan twee
+zouden hij en zijn reisgenooten tot zonsopgang behoorlijk gewapend de
+wacht houden. Vuur werd niet aangelegd. Die brandende slagboomen zijn
+goed tegen wilde beesten; maar Nieuw-Zeeland heeft tijgers, leeuwen,
+beeren noch andere verscheurende dieren: trouwens de Nieuw-Zeelanders
+vervangen genoegzaam hun plaats. En een vuur zou alleen gediend hebben
+om die tweevoetige tijgerkatten te lokken.
+
+Kortom, de nacht was goed, op eenige zandvliegen na, in de landtaal
+"ngamu" genoemd, wier steek zeer lastig is, en een vermetele
+rattensoort, die wakker knaagde aan de zakken met mondvoorraad.
+
+Toen Paganel den volgenden dag, den 8sten Februarij, ontwaakte, was hij
+vol moed en bijna met het land verzoend. De Maori's, die hij vooral
+duchtte, waren niet opgedaagd, en die wreede menscheneters bedreigden
+hem niet eens in zijn droomen. Hij deelde zijn blijdschap daarover aan
+Glenarvan mede.
+
+"Ik denk dus," zeide hij, "dat deze kleine wandeling goed zal afloopen.
+Dezen avond zullen wij de samenvloeijing der Waipa en Waikato bereikt
+hebben, en zijn wij daar voorbij, dan behoeven wij niet bang te zijn
+voor een ontmoeting met de inboorlingen op den weg naar Auckland."
+
+"Hoe ver moeten wij gaan," vroeg Glenarvan, "om de samenvloeijing der
+Waipa en Waikato te bereiken?"
+
+"Vijftien mijlen, zoo wat even ver, als wij gisteren gegaan zijn."
+
+"Maar het zal ons heel wat oponthoud veroorzaken, als dat eindelooze
+kreupelhout de paden blijft versperren."
+
+"Neen," antwoordde Paganel, "wij zullen de Waipa langs gaan, en daar
+geen hinderpalen meer vinden, maar integendeel een gemakkelijken weg."
+
+"Vooruit dan!" beval Glenarvan, die zag dat de dames gereed waren om te
+vertrekken.
+
+Gedurende de eerste uren van dien dag maakte het digte kreupelbosch het
+gaan nog zeer lastig. Wagen noch paarden hadden er kunnen doordringen;
+zij beklaagden zich daarom niet sterk over het gemis van hun australisch
+voertuig. Zoo lang geen voor wagens berijdbare wegen door die bosschen
+van planten zijn gebaand, zal Nieuw-Zeeland alleen door voetgangers
+bereisd kunnen worden. De varens, wier soorten hier ontelbaar zijn,
+werken even onverzettelijk als de Maori's mede tot verdediging van den
+vaderlandschen bodem.
+
+Het kleine gezelschap ondervond dus duizend bezwaren bij het overtrekken
+der vlakten, waar de heuvels van Hakarihoata zich verheffen. Maar voor
+twaalf ure bereikte het de oevers der Waipa en rigtte het zich zonder
+moeite noordwaarts langs de steile oevers der rivier.
+
+Het was een liefelijk dal, doorsneden met frissche en heldere
+stroompjes, die zich vrolijk tusschen de struiken kronkelden. Volgens
+den kruidkundige Hooker heeft Nieuw-Zeeland tot nog toe twee duizend
+plantensoorten opgeleverd, waarvan er vijf honderd daar alleen te huis
+behooren. Bloemen vindt men er weinig, en er is bijna geen
+verscheidenheid in haar kleuren. Er is bijna volslagen gebrek aan
+eenjarige planten, maar een overvloed van varenkruiden, grassoorten en
+schermbloemen.
+
+Buiten de eerste donkergroene plekken verhieven zich hier en daar eenige
+groote boomen, ijzermirten met scharlakenroode bloemen, norfolksche
+denneboomen, levensboomen met loodregt opgaande takken, en een
+cypresseboom, de "rimu," niet minder treurig dan zijn europeesche
+broederen; al die stammen waren letterlijk begroeid met talrijke
+verscheidenheden van varens.
+
+Tusschen de takken der groote boomen en boven de struiken fladderden en
+babbelden eenige kakatoes, de groene "kakariki," met een gele streep
+onder de keel, de "taupo," pronkende met een mooi paar zwarte knevels,
+en een papegaai, zoo groot als een eend, met rood gevederte, dat vooral
+onder de vleugels zeer schitterde en dien de natuurkundigen den "Nestor
+van het zuiden" hebben bijgenaamd.
+
+Zonder zich van hun makkers te verwijderen konden de majoor en Robert
+eenige watersnippen en patrijzen schieten, die onder het lage
+struikgewas der vlakten nestelden. Om tijd te winnen plukte Olbinett ze
+onderweg.
+
+Paganel, die minder ophad met de voedende eigenschappen van het wild,
+had liever een vogel meester willen worden, die uitsluitend op
+Nieuw-Zeeland te huis behoort. De weetgierigheid van den natuurkundige
+bragt in hem den eetlust van den reiziger tot zwijgen. Bedroog zijn
+geheugen hem niet, dan bragt het hem de vreemde manieren van den "twi"
+der inlanders te binnen, die nu eens om zijn onophoudelijk hoongelach
+"spotvogel" genoemd wordt en dan weer "pastoor," omdat hij op zijn
+gevederte, dat zoo zwart is als een priesterrok, een witten kraag
+draagt.
+
+"Die twi," zeide Paganel tot den majoor, "wordt 's winters zoo vet, dat
+hij er ziek van is. Hij kan niet meer vliegen. Dan rijt hij zich met
+zijn snavel de borst open, om zich van zijn vet te ontlasten en zich
+ligter te maken. Vindt gij dat niet vreemd, Mac Nabbs?"
+
+"Zoo vreemd," antwoordde de majoor, "dat ik er geen woord van geloof!"
+
+Tot zijn groote spijt kon Paganel geen enkelen van die vogels in handen
+krijgen om aan den ongeloovigen majoor de bloedige inkervingen in hun
+borst te laten zien.
+
+Maar het geluk diende hem beter met een zonderling dier, dat door
+menschen, katten en honden vervolgd, naar de onbewoonde streken gevlugt
+is en gevaar loopt uit de zeelandsche dierenwereld te verdwijnen. Robert
+die als een echte speurhond rondsnuffelde, ontdekte in een nest van
+gevlochten wortels een paar ongevleugelde en staartlooze hoenders, met
+vier teenen aan de pooten, een langen bek als een snip en witte op haar
+gelijkende vederen over het geheele ligchaam. Vreemde dieren, die den
+schakel schenen uit te maken tusschen de eijerleggende dieren en de
+zoogdieren.
+
+Het was de zeelandsche "kiwi," de "apterix australis" der
+natuurkundigen, die zich al naar het valt voedt met maskers, insecten,
+wormen of zaden. Deze vogel is aan dit land eigen. Met moeite heeft men
+hem kunnen overbrengen in de dierentuinen van Europa. Zijn half
+afgewerkte vormen, zijn lachwekkende bewegingen, hebben altijd de
+aandacht der reizigers getrokken, en op de groote ontdekkingsreis in
+Oceanië van de _Astrolabe_ en de _Zélée_, kreeg Dumont d'Urville
+uitdrukkelijk last van de Akademie van Wetenschappen om een van die
+zonderlinge vogels mede te brengen. Maar ondanks de belooningen, die hij
+aan de inlanders uitloofde, kon hij geen enkelen levenden kiwi krijgen.
+
+Paganel, die regt blijde was met dit buitenkansje, bond zijn twee
+hoenders aan elkander en nam ze vol vreugde mede, daar hij voornemens
+was ze aan den Plantentuin te Parijs te vereeren "_Geschenk van den heer
+Jacques Paganel_," dat verleidelijke opschrift las hij reeds op de
+schoonste kooi in die verzameling, die ligtgeloovige aardrijkskundige!
+
+Inmiddels zakte het kleine gezelschap zonder veel vermoeijenis de oevers
+der Waipa af. De streek was verlaten, geen spoor van inboorlingen, geen
+pad was er te zien, dat de aanwezigheid van den mensch in deze vlakten
+verried. Het water der rivier stroomde tusschen hooge struiken door of
+kabbelde een eind weegs over den vlakken zandigen oever. Dan had men een
+vrijgezigt tot op de bergjes, die het dal in het oosten begrensden. Met
+hun vreemde vormen en hun toppen, die in een bedriegelijken nevel waren
+gehuld, geleken zij op reusachtige dieren uit de voorwereld. Men zou
+wanen, een heele school walvischachtige dieren te zien, die op eens
+versteend waren. Die dooreen geworpen massa's droegen den stempel van
+een echt vulkanisch karakter. Nieuw-Zeeland is dan ook niets anders dan
+een jong voortbrengsel van een plutonische werking. Gestadig rijst het
+hooger boven den zeespiegel. Sommige punten zijn in twintig jaar wel een
+vaam gestegen. Het vuur blaakt nog in zijn binnenste, schudt het, doet
+het trillen, en ontsnapt op menige plaats door den mond der heete
+bronnen en den krater der vuurspuwende bergen.
+
+'s Namiddags ten vier ure had men in opgeruimde stemming negen mijlen
+afgelegd. Volgens de kaart, die Paganel onophoudelijk raadpleegde, lag
+de zamenvloeijing der Waipa en Waikato nog bijna vijf mijlen verder.
+Daar liep de weg naar Auckland; daar zou men dien nacht verblijven. Wat
+de vijftig mijlen aangaat, die hen van de hoofdstad scheidden, die kon
+men in twee of drie dagen afleggen, en in hoogstens acht uren, wanneer
+Glenarvan den postwagen aantrof, die tweemaal in de maand van Auckland
+naar de Hawkes-baai vice versa rijdt.
+
+"Dus zullen wij nog dezen nacht in de open lucht moeten slapen?" vroeg
+Glenarvan.
+
+"Ja," antwoordde Paganel; "maar voor het laatst, hoop ik."
+
+"Des te beter; want het wil wat zeggen voor lady Helena en Mary Grant."
+
+"En zij verdragen het geduldig," voegde John Mangles er bij. "Maar,
+vergis ik mij niet, mijnheer Paganel! dan hadt gij van een dorp aan de
+zamenvloeijing der beide rivieren gesproken."
+
+"Ja," antwoordde de aardrijkskundige, "hier staat het op de kaart van
+Johnston. Het is Ngarnavahia, omtrent twee mijlen beneden de
+zamenvloeijing."
+
+"Welnu! zouden wij daar van nacht niet kunnen slapen? Lady Helena en
+miss Grant zouden gaarne nog een paar mijlen loopen om een redelijk
+logement te vinden."
+
+"Een logement!" riep Paganel, "een logement in een maoridorp! niet eens
+een herberg of een kroeg! Dat dorp is niets anders dan een verzameling
+van hutten van inlanders, en wel verre van er een schuilplaats te
+zoeken, raad ik aan het voorzigtig te vermijden."
+
+"Wat zijt gij altijd bang, Paganel!" zeide Glenarvan.
+
+"Waarde lord! wantrouwen kan minder kwaad dan vertrouwen bij die
+Maori's. Ik weet niet, op welken voet zij met de Engelschen staan, of de
+opstand gedempt is of zegepraalt, of wij niet midden in den oorlog
+komen. En wij mogen zonder aanmatiging zeggen, dat lieden van onzen rang
+goede gevangenen zouden zijn, en ik ben er volstrekt niet op gesteld om
+tegen wil en dank kennis te maken met de zeelandsche gastvrijheid.
+Daarom oordeel ik het best, dat wij dat dorp Ngarnavahia vermijden, het
+omreizen, alle ontmoeting met de inlanders ontwijken. Zijn wij eens te
+Drury, dan verandert de zaak, en dan kunnen onze wakkere medereizigsters
+op haar gemak uitrusten van de vermoeienissen der reis."
+
+Het gevoelen van Paganel behield de overhand. Lady Helena wilde liever
+nog een nacht in de open lucht doorbrengen dan haar medgezellen in
+gevaar brengen. Mary Grant vroeg evenmin als zij om stil te houden, en
+dus zetten zij den togt langs den rivieroever voort.
+
+Twee uren later daalde de eerste avondschemering van de bergen. Voor de
+zon in het westen onder de kimmen zonk, had zij gebruik gemaakt van een
+onverwachte opening in de wolkengordijn om nog eenige late stralen te
+schieten. De laatste zonneschijn gaf aan de verwijderde toppen in het
+oosten een purperglans. Het was als het ware een laatste groet aan de
+reizigers.
+
+Glenarvan en de zijnen verhaastten hun tred. Zij wisten, hoe kort de
+avondschemering, op deze reeds vrij hooge breedte duurde, en hoe spoedig
+de duisternis inviel. Zij dienden de zamenvloeijing der twee rivieren te
+bereiken, voor het geheel donker werd. Maar er steeg een zware mist uit
+den grond op en deze maakte het zeer moeijelijk om den weg te
+onderscheiden.
+
+Gelukkig verving het oor het door de duisternis nuttelooze oog. Weldra
+verkondigde een duidelijker gemurmel des waters de vereeniging der twee
+rivieren in hetzelfde bed. Ten acht ure bereikte het kleine gezelschap
+het punt, waar de Waipa zich met eenig gedruisch in de Waikato stort.
+
+"Daar is de Waikato!" riep Paganel, "en de weg naar Auckland loopt langs
+den regteroever."
+
+"Morgen zullen wij hem zien," antwoordde de majoor. "Wij blijven hier.
+Mij dunkt, dat die donkerder schaduwen afkomstig zijn van een klein
+boschje, dat daar met opzet gegroeid is om ons te beschutten. Laten wij
+eten en slapen."
+
+"Eten, dat is goed!" zeide Paganel; "maar beschuit en droog vleesch,
+andere niet, zonder een vuur aan te leggen. Wij zijn hier onbekend
+gekomen; wij moeten ons best doen ook onbekend heen te gaan! Gelukkig
+maakt die mist ons onzigtbaar."
+
+Het boschje werd bereikt, en allen hielden zich stipt aan de strenge
+voorschriften van den aardrijkskundige. Het koude avondeten werd in alle
+stilte genuttigd, en weldra vielen de reizigers, die zeer vermoeid waren
+door een marsch van vijftien mijlen, in een diepen slaap.
+
+
+
+
+X.
+
+De nationale stroom.
+
+
+Toen de zon den volgenden morgen opging hing een vrij dikke mist zwaar
+op het water der rivier. Een deel van de dampen, waarmee de lucht vol
+was, had de afkoeling verdigt, zoodat ze nu de oppervlakte des waters
+met een digte wolk bedekten. Maar de stralen der zon boorden spoedig
+door die waterbellen heen, welke barstten, nu de dagvorstin ze bescheen.
+De in nevel gehulde oevers werden zigtbaar, en de Waikato vertoonde zich
+in al de schoonheid van den morgen.
+
+Ter plaatse, waar de twee stroomen ineenliepen, stak de scherpe punt van
+een met struiken bedekte landtong in het water uit. Het onstuimige water
+der Waipa stuwde dat van de Waikato wel een kwartmijl weg, voor het zich
+er mede vereenigde; maar de magtige en kalme stroom bragt de bruischende
+rivier weldra ten onder, en sleepte haar rustig mede in zijn loop tot
+aan het bekken der Stille Zuidzee.
+
+Toen de damp optrok, kon men een boot de Waikato stroomopwaarts zien
+roeijen. Het was een kano van zeventig voet lang, vijf breed en drie
+diep, met een hoogen voorsteven als een venetiaansche gondel en geheel
+vervaardigd van den stam van een kahikatea-denneboom. De bodem was
+belegd met een bed van drooge varens. Acht roeijers, die voorin zaten,
+deden ze over de oppervlakte des waters vliegen, terwijl een man, die
+achteraan zat, ze met een beweegbare pagaai bestuurde.
+
+Die man was een lange inboorling, omstreeks vijf en veertig jaar oud,
+met een breede borst, gespierde leden, en forsche handen en voeten. Zijn
+gewelfd en met diepe rimpels beploegd voorhoofd, zijn onvriendelijke
+blik, zijn onheilspellend gelaat, boezemden schrik voor hem in.
+
+Het was een maori-opperhoofd van hoogen rang. Dat bleek uit de fijne en
+digte figuren, waarmede zijn ligchaam en aangezigt getatoeëerd waren.
+Van de vleugels van zijn arendsneus liepen twee zwarte kromme lijnen,
+die om zijn gele oogen zich slingerden, op zijn voorhoofd bijeen kwamen
+en onder zijn prachtig hoofdhaar verdwenen. Zijn mond met sneeuwwitte
+tanden en zijn kin verdwenen onder regelmatige bonte lijnen welker
+sierlijke krullen zich door elkander slingerden tot op zijn sterke
+borst.
+
+Het tatoeëeren, het "moko" der Nieuw-Zeelanders, is een bewijs van hoog
+aanzien. Hij alleen is die eervolle kringen waardig, die zich in een
+aantal gevechten door zijn dapperheid heeft onderscheiden. De slaven en
+de heffe des volks hebben er geen aanspraak op. De beroemde opperhoofden
+zijn kenbaar aan het uitgewerkte, de juistheid en den aard der
+teekening, die dikwijls afbeeldingen van dieren op hun ligchaam
+voorstelt. Sommigen ondergaan tot vijfmaal toe de zeer smartelijke
+bewerking van het moko. Hoe beroemder men is, des te meer wordt men
+opgeschikt in dat Nieuw-Zeeland.
+
+Dumont d'Urville heeft wetenswaardige bijzonderheden aangaande dat
+gebruik medegedeeld. Hij heeft teregt opgemerkt, dat het moko de plaats
+dier wapens vervangt, waarop in Europa sommige geslachten zich zoo veel
+laten voorstaan. Maar hij merkt een verschil op tusschen die twee
+teekenen van onderscheiding: namelijk, dat de wapens der Europeanen
+dikwijls alleen het bewijs zijn van de persoonlijke verdienste desgenen,
+die ze het allereerst verwierf, zonder dat men daaruit tot de verdienste
+zijner kinderen mag besluiten; terwijl de persoonlijke wapens der
+Nieuw-Zeelanders een wettig bewijs zijn, dat zij een buitengewonen
+persoonlijken moed aan den dag hebben moeten leggen om het regt te
+verkrijgen ze te dragen.
+
+Ook is het niet te ontkennen, dat het tatoeëeren der Maori's, nog
+daargelaten het aanzien, waarin het staat, ontegenzeggelijk zijn nut
+heeft. Het geeft aan de huid meerdere dikte, waardoor ze in staat is
+weerstand te bieden aan de guurheid des weders en aan de onophoudelijke
+steken der muskieten.
+
+Bij het opperhoofd, die het vaartuig stuurde, was geen twijfel aan zijn
+beroemdheid mogelijk. Het scherpe albatros-been, dat de maori
+tatoeëerders gebruiken, had zijn gezigt vijf maal doorkorven met digte
+en diepe lijnen. Hij had de vijfde uitgave reeds beleefd, hetgeen wel te
+zien was aan zijn trotsch voorkomen.
+
+Zijn ligchaam, bedekt met een groot stuk doek van nieuw-zeelandsch vlas
+gevoerd met hondenvellen, was omgord met een schaamteschort, dat in de
+laatste gevechten met bloed was bemorst. Aan zijn uitgerekte oorlellen
+prijkten hangers van groenen niersteen, en om den hals droeg hij
+kettingen van "poenamoes," gewijde steenen, waaraan de Zeelanders eenige
+bijgeloovige denkbeelden verbinden. Naast hem lag een geweer van
+engelsen maaksel, en een "patoe-patoe," een soort van tweesnijdende,
+smaragdkleurige, achttien duim lange bijl.
+
+Negen krijgslieden van minderen rang, maar gewapend en met een woest
+uiterlijk, waarvan enkelen nog leden aan versche wonden, zaten in hun
+linnen mantels gewikkeld onbewegelijk bij hem. Aan hun voeten lagen drie
+geduchte honden. De acht roeijers voorin schenen dienaren of slaven van
+het opperhoofd te zijn. Zij roeiden stevig door, zoodat het bootje met
+groote snelheid tegen den juist niet veel beteekenenden stroom der
+Waikato opvoer.
+
+In het midden van dat lange vaartuig stonden tien europeesche
+gevangenen, alleen aan hun voeten gekluisterd, digt bij elkander.
+
+Het waren Glenarvan en lady Helena, Mary Grant, Robert, Paganel, de
+majoor, John Mangles, de hofmeester en de twee matrozen.
+
+Door den digten nevel misleid, was het kleine gezelschap den vorigen
+avond onder een talrijken troep inlanders vervallen. Omstreeks het
+midden van den nacht werden de reizigers in hun slaap overvallen,
+gevangen genomen en vervolgens naar het vaartuig gebragt. Zij hadden nog
+geen mishandelingen ondergaan: maar tegenstand zou hun niets gebaat
+hebben. Hun wapenen en kruid waren in de handen der wilden, en hun eigen
+kogels zouden spoedig een eind aan hun leven gemaakt hebben.
+
+Zij vernamen spoedig uit eenige engelsche woorden, waarvan de inlanders
+zich bedienden, dat dezen, teruggedreven en geslagen door de britsche
+troepen, na groote verliezen ondergaan te hebben naar de streken aan de
+Boven-Waikato terugtrokken. Het maori-opperhoofd, wiens voornaamste
+strijders na een hardnekkigen tegenstand door de soldaten van het 42ste
+regiment gedood waren, ging een nieuwe oproeping doen aan de stammen van
+den stroom, om den onbedwingbaren William Thompson te hulp te snellen,
+die nog altijd met de veroveraars worstelde. Dat opperhoofd heette
+"Kai-Koemoe," een vreeselijke naam, die in de volkstaal beteekent
+"degene, die de ledematen van zijn vijand opeet." Hij was dapper en
+vermetel; maar zijn wreedheid evenaarde zijn moed. Geen medelijden was
+van hem te wachten. Zijn naam was welbekend bij de engelsche soldaten,
+en de gouverneur van Nieuw-Zeeland had een prijs op zijn hoofd gesteld.
+
+Die vreeselijke slag had lord Glenarvan juist getroffen, toen hij de zoo
+gewenschte haven van Auckland bijna bereikt had, waar hij
+scheepsgelegenheid naar Europa hoopte te vinden. Op zijn koud en bedaard
+gelaat afgaande, zou men echter niet hebben kunnen gissen, dat een
+vreeselijke angst hem kwelde. Want in ernstige omstandigheden toonde
+Glenarvan steeds, dat het ongeluk hem niet kon ter nederslaan. Hij
+gevoelde, dat hij, de echtgenoot, het hoofd, zijn vrouw en zijn
+reisgenooten tot steun en voorbeeld zijn moest; maar tevens was hij
+bereid om, indien de omstandigheden het vorderden, het eerst voor aller
+redding te sterven. Innig vroom zijnde, wilde hij, met het oog op de
+heiligheid zijner onderneming, niet twijfelen aan Gods regtvaardigheid,
+en ondanks de tallooze gevaren op den weg, dien hij betrad, had hij nog
+geen oogenblik spijt van de edelmoedige opwelling, die hem naar die
+onbeschaafde landen gevoerd had.
+
+Zijn makkers waren zijner waardig, zij dachten even edel als hij, en wie
+hun rustig en fier gelaat had beschouwd, zou niet geloofd hebben, dat
+zij een zekeren ondergang te gemoet gingen. Met algemeen goedvinden
+hadden zij op raad van Glenarvan besloten, een trotsche
+onverschilligheid voor de inlanders te veinzen. Dat was het eenige
+middel om dien woestaards ontzag in te boezemen. De wilden in het
+algemeen en de Maori's in het bijzonder hebben een zeker gevoel van
+waardigheid, dat zij nooit verloochenen. Zij achten dengenen, die door
+koelbloedigheid en moed achting inboezemt. Glenarvan wist, dat hij door
+zoo te handelen zijn makkers en zichzelven noodelooze mishandelingen
+bespaarde.
+
+Sedert het verlaten van de legerplaats hadden de inlanders, weinig
+spraakzaam evenals alle wilden, hen ter naauwernood toegesproken. Uit
+eenige woorden, die zij wisselden, maakte Glenarvan echter op, dat zij
+met het engelsch bekend waren. Hij besloot dus het zeelandsche
+opperhoofd te vragen, wat hij met hen voor had. Zich tot Kai-Koemoe
+rigtende, vroeg hij met rustige stem:
+
+"Waar brengt gij ons heen, opperhoofd?"
+
+Kai-Koemoe zag hem koel aan zonder te antwoorden.
+
+"Wat zijt gij voornemens met ons te doen?" hernam Glenarvan.
+
+Voor een poos flikkerden de oogen van Kai-Koemoe, en hij antwoordde op
+ernstigen toon:
+
+"U uitwisselen, wanneer de uwen u terug willen hebben, u dooden, als zij
+weigeren."
+
+Glenarvan vroeg niets meer, maar voelde de hoop in zijn hart herleven.
+Zonder twijfel waren eenige opperhoofden van het leger der Maori's in
+handen van de Engelschen gevallen, en wilden de inboorlingen beproeven
+hen door uitwisseling terug te krijgen. Dat was dus een kans op redding,
+en hun toestand nog niet hopeloos.
+
+Inmiddels vorderde het vaartuig snel tegen den stroom op. Paganel, wiens
+bewegelijk karakter hem ligt van het eene uiterste tot het andere deed
+overslaan, was weer vol moed. Hij zeide bij zichzelven, dat de Maori's
+hun de moeite bespaarden om naar de engelsche voorposten te gaan, en dat
+was zooveel gewonnen. Volkomen berustend in zijn lot, ging hij op zijn
+kaart den loop der Waikato door de vlakten en dalen der provincie na.
+Lady Helena en Mary Grant bedwongen haar vrees en spraken zacht met
+Glenarvan, en de bekwaamste gelaatskenner onder de inlanders had op haar
+aangezigten den angst niet kunnen opmerken, die haar boezem benaauwde.
+
+De Waikato is de nationale stroom van Nieuw-Zeeland. De Maori's zijn er
+even trotsch en jaloersch op, als de Duitschers op den Rijn en de Slaven
+op den Donau. In zijn twee honderd mijlen langen loop besproeit hij de
+schoonste streken van het noordelijke eiland, van de provincie
+Wellington af tot de provincie Auckland toe. Hij heeft zijn naam gegeven
+aan al die stammen op zijn oevers, die onoverwinbaar en onoverwonnen,
+als één man tegen de overheerschers zijn opgestaan.
+
+Het water van dien stroom is nog bijna nooit door een vreemd schip
+gekliefd. Alleen de praauwen der eilanders bevaren hem. Met moeite heeft
+het een enkelen moedigen reiziger mogen gelukken tusschen die gewijde
+oevers door te stevenen. De toegang tot de Boven-Waikato schijnt aan de
+ongewijde Europeanen verboden te zijn.
+
+Paganel was bekend met den eerbied, welken de inboorlingen voor die
+groote slagader van Zeeland koesteren. Hij wist, dat de engelsche en
+duitsche natuurkundigen ze niet verder bevaren hadden dan tot haar
+vereeniging met de Waipa. Hoever zou de willekeur van Kai-Koemoe zijn
+gevangenen medeslepen? Dat had hij niet kunnen gissen, indien het woord
+"Taupo," dat hij bij herhaling van het opperhoofd en diens manschappen
+hoorde, zijn aandacht niet gewekt had.
+
+Hij raadpleegde zijn kaart en zag, dat die naam Taupo gegeven werd aan
+een meer, dat beroemd is in de jaarboeken der aardrijkskunde, en in het
+bergachtigste gedeelte des eilands ligt, aan de zuidelijke grens der
+provincie Auckland. De Waikato verlaat dat meer na het in zijn volle
+breedte doorloopen te hebben. Van het vereenigingspunt af tot aan het
+meer stroomt de rivier over een lengte van omtrent honderd twintig
+mijlen.
+
+Paganel sprak John Mangles in het fransch aan, om niet door de wilden
+verstaan te worden en verzocht hem de snelheid van het vaartuig te
+schatten. John berekende ze op omtrent drie mijlen in het uur.
+
+"Dan zal," zeide de aardrijkskundige, "wanneer wij des nachts
+stilliggen, onze reis tot het meer bijna vier dagen duren."
+
+"Maar waar bevinden zich de engelsche posten?" vroeg Glenarvan.
+
+"Dat is moeijelijk te zeggen," antwoordde Paganel. "Echter zal de oorlog
+wel in de provincie Taranaki overgebragt zijn, en naar alle
+waarschijnlijkheid bevindt de hoofdmagt der troepen zich bij het meer,
+aan de afhelling van het gebergte, waar het brandpunt van den opstand
+is."
+
+"God geve het!" zuchtte lady Helena.
+
+Glenarvan sloeg een treurigen blik op zijn jeugdige gade en op Mary
+Grant, die overgeleverd waren aan de genade dier woeste inboorlingen en
+ver weggesleept in een onbeschaafd land, van alle menschelijke hulp
+verstoken. Maar hij zag, dat Kai-Koemoe hem in het oog hield, en daar
+hij uit voorzigtigheid hem niet wilde doen gissen, dat eene der
+gevangenen zijn vrouw was, hield hij zijn gedachten in zijn binnenste
+besloten en sloeg hij met volmaakte onverschilligheid de oevers van den
+stroom gade.
+
+Een halve mijl boven de zamenvloeijing was het vaartuig zonder aan te
+leggen de vroegere woonplaats van koning Potatau voorbijgeroeid. Geen
+andere boot was op de rivier te zien. Eenige ver van elkander gelegene
+hutten op de oevers bewezen door haar bouwvalligheid, dat de oorlog daar
+pas zijn verwoestingen had uitgeoefend. De streken langs de oevers
+schenen verlaten, de boorden van den stroom onbewoond. Het treurige
+landschap werd alleen verlevendigd door eenige vertegenwoordigers van de
+familie der watervogels. Nu eens vlugtte de "taparunga," een steltlooper
+met zwarte vleugels, witten buik en rooden snavel, zoo snel zijn lange
+pooten hem wilden dragen. Dan weer keken driederlei reigers, de
+aschgraauwe "matuku," een soort van roerdomp met een dom uitzigt, en de
+prachtige "kotuku," met witte vederen, gelen snavel en zwarte pooten,
+bedaard naar het voorbijvarende inlandsche vaartuig. Waar de glooijende
+oevers een zekere diepte van het water aanduidden, loerde de
+duikerkoning, de "kotare" der Maori's, op die kleine palingen, die bij
+millioenen in de zeelandsche rivieren rondzwemmen. Waar de struiken over
+den stroom hingen, maakten zeer aardige hoppen, riet- en purperhoenders
+hun morgentoilet in de eerste stralen der zon. Al die gevleugelde dieren
+smaakten de rust, die het afwezen der menschen, welke de oorlog verjaagd
+of gedood had, hun schonk.
+
+Gedurende dit eerste gedeelte van haar loop door groote vlakten had de
+Waikato een aanzienlijke breedte. Maar hoogerop werd het dal, waar ze
+haar bedding in had uitgehold, vernaauwd, eerst door heuvels, later door
+bergen. Tien mijlen boven de vereeniging wees de kaart van Paganel op
+den linkeroever het dorp Kirikiriroa, dat er ook lag. Kai-Koemoe legde
+er niet aan. Hij liet aan de gevangenen hun eigen levensmiddelen
+uitreiken, die bij de plundering van de legerplaats waren medegenomen.
+Hij, zijn krijgslieden en zijn slaven vergenoegden zich met het gewone
+voedsel der inlanders, eetbare varens, de "pteris esculenta" der
+kruidkundigen, in den oven gekookte wortels, en "kapanas," aardappelen,
+die op de beide eilanden overvloedig geteeld worden. Geen dierlijk
+voedsel kwam bij hun maaltijd voor, en het drooge vleesch der gevangenen
+scheen hun verlangen niet gaande te maken.
+
+Ten drie ure verrezen er eenige bergen op den regter oever, de
+Pokaroa-Ranges, die veel hadden van een ontmantelde vesting. Op sommige
+loodregte spitsen verhieven zich verwoeste "pah," oude verschansingen,
+die de maori krijgsbouwkundigen in onneembare stellingen hadden
+opgeworpen. Men zou ze voor groote arendsnesten aangezien hebben.
+
+De zon verdween haast onder de kimmen, toen het vaartuig op den steilen
+oever aanhield, bezaaid met puimsteenen, welke de Waikato, op
+vuurspuwende bergen ontsprongen, in haar loop medevoert. Daar groeiden
+eenige boomen, die geschikt schenen om een legerplaats te beschutten.
+Kai-Koemoe liet zijn gevangenen ontschepen; de handen der mannen werden
+geboeid, de vrouwen bleven vrij, en allen werden in het midden van de
+legerplaats gebragt, die door groote vuren met een onoverkomelijken muur
+van vlammen werd omgeven.
+
+Voor Kai-Koemoe aan zijn gevangenen zijn voornemen had te kennen gegeven
+om hen uit te wisselen, hadden Glenarvan en John Mangles de middelen
+besproken om hun vrijheid terug te krijgen. Wat zij in het vaartuig niet
+konden beproeven, wilden zij, als hun bewakers sliepen, onder
+begunstiging van het nachtelijk duister wagen.
+
+Maar na het gesprek van Glenarvan met het zeelandsch opperhoofd scheen
+het verstandiger dit niet te doen. Men moest geduld hebben. Dat was het
+voorzigtigste. De uitwisseling bood kansen op redding aan, die niet
+verbonden waren aan een gewapenden aanval of aan een vlugt door die
+onbekende streken. Voorzeker konden er gebeurtenissen voorvallen, die
+zulk een onderhandeling vertraagden, zelfs beletten, maar het beste was
+nog haar uitslag af te wachten. En wat konden eigenlijk ook een tiental
+ongewapenden uitrigten tegen een dertigtal goed gewapende wilden? Ook
+vermoedde Glenarvan, dat de stam van Kai-Koemoe een opperhoofd van groot
+aanzien verloren had, dien hij gaarne terughad, en hij vergiste zich
+niet.
+
+Den volgenden morgen voer het vaartuig met nieuwe snelheid den stroom
+op. Ten tien ure vertoefde het even aan de zamenvloeijing met de
+Pohaiwhenna, een riviertje, dat kronkelend door de vlakten op den
+regteroever liep.
+
+Daar voegde zich een boot met tien inboorlingen bemand bij het vaartuig
+van Kai-Koemoe. De krijgslieden wisselden ter naauwernood den
+welkomstgroet, het "aïre mai ra," dat zeggen wil: "komt hier in goede
+gezondheid," en de beide booten voeren gezamenlijk verder. De
+nieuwaangekomenen hadden eerst onlangs de engelsche troepen bestreden.
+Dat zag men aan hun gescheurde kleeren, aan hun bebloede wapens, aan de
+wonden, die nog onder hun lompen gaapten. Zij waren somber en zwijgend.
+Met de aan alle wilde volken eigen onverschilligheid sloegen zij
+volstrekt geen acht op de Europeanen.
+
+Tegen den middag vertoonden zich in het westen de toppen van den
+Maungatotari. Het dal van de Waikato werd al naauwer. Tusschen hooge
+oevers besloten schoot de stroom voort met de snelheid van een val. Maar
+de ligchaamskracht der inboorlingen, verdobbeld en geregeld door een
+gezang, dat de maat aangaf voor de beweging der riemen, voerde het
+vaartuig over het schuimende water. Zonder letsel kwam men over den val
+heen, en de Waikato stroomde weer even langzaam als vroeger, daar van
+mijl tot mijl de uitstekende hoeken harer oevers haar snelheid braken.
+
+Tegen den avond legde Kai-Koemoe aan bij den voet der bergen, wier
+voorloopers zich loodregt op de smalle oevers verhieven. Daar maakten
+een twintigtal inboorlingen, die hun booten verlaten hadden, zich gereed
+om den nacht door te brengen. Vuren brandden onder de boomen. Een even
+aanzienlijk opperhoofd als Kai-Koemoe naderde met afgemeten schreden, en
+zijn neus wrijvende tegen dien van Kai-Koemoe, gaf hij hem den
+vriendengroet, "chongui" genaamd. De gevangenen werden in het midden van
+de legerplaats gebragt en met groote strengheid bewaakt.
+
+Den volgenden morgen werd de lange reis op de Waikato weder voortgezet.
+Van de kleine zijstroompjes van de rivier kwamen andere booten afzakken.
+Er waren nu zoo wat zestig krijgslieden bijeen, stellig vlugtelingen van
+den laatsten opstand, en die, meer of min gehavend door de engelsche
+kogels, de bergstreken weder opzochten. Soms werd er een gezang
+aangeheven in de vaartuigen, die in een regte lijn elkander volgden. Een
+inlander zette het volkslied van den geheimzinnigen "Pihe" in:
+
+ Papa ra ti wati tidi
+ I dounga nei....
+
+den strijdzang, die de Maori's tot den onafhankelijkheidsoorlog
+aanvuurt. De volle en welluidende stem des zangers werd door de echo's
+van het gebergte nagebaauwd, en na ieder couplet herhaalden de
+inboorlingen in koor het oorlogzuchtig refrein, waarbij zij op hun borst
+sloegen, die als een trom klonk. Dan werden de riemen weer met nieuwe
+krachten aangevat, de vaartuigen roeiden tegen den stroom op en vlogen
+over den waterspiegel.
+
+De vaart op de rivier werd dien dag gekenmerkt door een zonderling
+verschijnsel. Tegen vier ure stoof het vaartuig zonder aarzelen, zonder
+zijn loop te vertragen, door de vaste hand van het opperhoofd bestuurd,
+door een eng dal. Woedend brak de branding op de talrijke eilandjes, die
+ligt aanleiding tot ongelukken geven. Zoo ooit op dien buitengewonen
+togt op de Waikato, moest men thans zorgen niet om te slaan, want haar
+oevers leverden volstrekt geen toevlugtsoord op. Wie den voet op het
+kokende slijk der oevers gezet had, zou onfeilbaar verloren zijn
+geweest.
+
+De stroom toch vloeide nu tusschen die warme bronnen door, welke ten
+allen tijde de nieuwsgierigheid der reizigers hebben gaande gemaakt. Het
+ijzeroxyde kleurde het slijk der oevers helderrood, waarop de voet geen
+vaam stevigen grond zou kunnen vinden. De dampkring was verzadigd met
+een zeer doordringende zwavellucht. De inboorlingen hadden er geen
+hinder van; maar de gevangenen werden ernstig ongesteld door de
+pestdampen, die uit de spleten van den grond opstegen, en door de
+blaasjes, welke de spankracht der daarin bevatte gassen deed bersten.
+Maar gewende de reuk zich moeijelijk aan die uitwasemingen, het oog kon
+niet nalaten dat ontzagwekkend schouwspel te bewonderen.
+
+De vaartuigen waagden zich in een digte wolk van witte dampen. Haar
+oogverblindende kronkelingen stegen koepelsgewijs boven den stroom. Op
+zijn oevers bragten een honderdtal heete bronnen, waarvan sommigen
+massa's dampen opwierpen en anderen waterzuilen uitspoten, een even
+afwisselende vertooning teweeg, als de waterstralen en watervallen van
+een bekken, die de hand der menschen te voorschijn roept. Men zou gezegd
+hebben, dat een machinist naar welgevallen de afwisselende
+verschijnselen dier bronnen bestuurde. Het water en de dampen vermengden
+zich in de lucht en vertoonden door de zon beschenen al de kleuren van
+den regenboog.
+
+Te dezer plaatse liep de Waikato over een bewegelijke bedding, die door
+de werking van het onderaardsche vuur onophoudelijk kookt. Niet ver van
+daar, naar den kant van het meer Rotorua in het oosten loeiden de warme
+bronnen en de rookende watervallen van den Rotomohana en den Tetarata,
+in wier nabijheid sommige stoute reizigers zich gewaagd hebben. Deze
+geheele streek is doorboord van heete springbronnen, kraters en
+zwavelgroeven. Daar ontsnapt het overtollige gas, dat geen uitweg heeft
+kunnen vinden door de ontoereikende veiligheidskleppen van den Tongariro
+en den Wakari, de twee eenige werkzame vuurspuwende bergen van
+Nieuw-Zeeland.
+
+Twee mijlen ver voeren de booten der inboorlingen onder dat gewelf van
+dampen door, besloten in de warme wolkjes, die over den waterspiegel
+heendreven; vervolgens trok de zwaveldamp op, en de benaauwde borst
+ademde weer een zuivere lucht in, een gevolg van de snelheid van den
+stroom. Men was de streek der bronnen voorbij.
+
+Voor het einde van den dag voerden de krachtige riemslagen der wilden
+hen weer over de twee stroomversnellingen van Hipapatua en Tamates. 's
+Avonds legde Kai-Koemoe op honderd mijlen van de zamenvloeijing van de
+Waipa en Waikato aan. De stroom, die zich naar het oosten had gewend,
+rigtte zich nu weer zuidwaarts naar het meer Taupo, gelijk een
+ontzaggelijke waterstraal, die in een bekken valt.
+
+Toen Jacques Paganel den volgenden morgen de kaart raadpleegde, herkende
+hij op den regteroever den berg Taubara, die tot een hoogte van drie
+duizend voet oprijst.
+
+Ten twaalf ure voer de geheele vloot door een zijtak van den stroom het
+meer Taupo binnen, en begroetten de inlanders met luidruchtige gebaren
+een stuk doek, dat in den wind wapperde op het dak eener hut. Het was de
+vaderlandsche vlag.
+
+
+
+
+XI.
+
+Het meer Taupo.
+
+
+Lang voor de historische tijden heeft zich door de instorting van holen
+in de trachietlava op het midden des eilands een onpeilbare kolk
+gevormd, lang vijf en twintig, breed twintig mijlen. Het water, dat van
+de omliggende bergtoppen stortte, heeft die ontzettende holte gevuld. De
+kolk is een meer geworden, maar nog altijd een afgrond gebleven, en het
+dieplood heeft er de diepte nog niet van kunnen meten.
+
+Dat is het vreemde meer Taupo, dat twaalf honderd vijftig voet boven den
+zeespiegel en tusschen een kring van bergen in ligt, die derdehalf
+duizend voet hoog zijn. Die uitgestrekte watervlakte, wier hevige
+stormen bijna te vergelijken zijn met de kringvormige stormen op den
+oceaan, wordt heerlijk ingesloten, ten westen door hooge loodregte
+rotsen, ten noorden, door eenige verwijderde en met boschjes bekroonde
+toppen, ten oosten door een breed strand, waarover een weg loopt en dat
+met puimsteenen versierd is, die tusschen de bladeren der struiken heen
+blinken, en ten zuiden, door vulkanische kegelbergen, aan den zoom van
+een woud gelegen.
+
+Die geheele streek kookt als een ontzaggelijke waterketel, hangende over
+de onderaardsche vlammen. De grond beeft onder de liefkozingen van het
+inwendige vuur. Op vele plaatsen stijgt een heete damp op. De aardkorst
+scheurt en barst als een koek, die te sterk rijst, en ongetwijfeld zou
+die geheele hoogvlakte in een gloeijenden oven wegzinken, wanneer de
+gevangen dampen niet twaalf mijlen verder een uitweg vonden door de
+kraters van den Tongariro.
+
+Van den noordelijken oever gezien, schenen vederbossen van rook en
+vlammen boven dien vulkaan, door kleine vuurspuwende bergen omringd, te
+wapperen. De Tongariro scheen in verband te staan met een vrij
+ingewikkeld bergstelsel. Achter hem verborg de afgezonderd in de vlakte
+staande Ruapohoe zijn met sneeuw bedekte kruin ter hoogte van negen
+duizend voet in de lucht. Geen sterveling heeft nog den voet gezet op
+zijn ongenaakbaren kegel; het menschelijk oog heeft nooit de diepte van
+zijn krater gepeild, terwijl tot driemalen toe in twintig jaar de heeren
+Bidwill en Dyson, en laatst Von Hochstetter de toegankelijker toppen van
+den Tongariro hebben gemeten.
+
+Aan die vuurspuwende bergen zijn legenden verbonden, en bij iedere
+andere gelegenheid zou Paganel ze zeker aan zijn makkers verteld hebben.
+Hij zou hun medegedeeld hebben, hoe er eens over een vrouw twist
+ontstond tusschen den Tongariro en den Taranaki, die toen zijn buurman
+en vriend was. De Tongariro, die wat heethoofdig is, zooals alle
+vulkanen, werd zoo driftig, dat hij den Taranaki sloeg. Geslagen en
+vernederd vlugtte deze door het Whanganni-dal, liet onderweg twee
+brokken van bergen vallen, en bereikte de zeekust, waar hij nu eenzaam
+staat onder den naam van den Egmont.
+
+Maar Paganel had even weinig lust om te vertellen, als zijn vrienden om
+toe te luisteren. Zij sloegen zwijgend den noordoostelijken oever van
+het Taupo-meer gade, waar hun ongelukkig gesternte hen heenvoerde. De
+zendingspost door den eerwaarden Grace te Pukawa op den westelijken
+oever van het meer gesticht, bestond niet meer. De oorlog had den
+leeraar ver weggedreven van het voornaamste brandpunt van den opstand.
+De gevangenen waren alleen, overgelaten aan de willekeur van
+wraakzuchtige Maori's, en juist in dat onbeschaafde gedeelte des
+eilands, waar het christendom nooit doorgedrongen is.
+
+Toen Kai-Koemoe de Waikato verlaten had, stak hij de kleine kreek over,
+die tot uitwatering van den stroom dient, voer om een spits voorgebergte
+en landde op den oostelijken oever van het meer, aan den voet van den
+Mauga-berg, die een hoogte van achttien honderd voet bereikt. Daar
+breidden zich akkers uit met het kostbare nieuw-zeelandsche vlas. De
+inboorlingen noemen het "harakeke." Al wat die nuttige plant oplevert,
+is bruikbaar. Haar bloemen verschaffen een soort van uitmuntenden honig,
+haar stam brengt een gomachtige zelfstandigheid voort, die de plaats van
+was of stijfsel vervangt; haar nog nuttiger blad leent zich tot allerlei
+gedaanteverwisselingen; versch, gebruikt men het als papier; gedroogd,
+levert het een uitstekende zwam; gekorven, verandert het in koord,
+kabeltouw en draad; uitgeplozen en gevlochten wordt het deken of mantel,
+mat of schaamteschort, en rood of zwart geverfd kleedt het de deftigste
+Maori's.
+
+Dat kostbare vlas wordt dan ook allerwege op de twee eilanden gevonden,
+aan de zeekust zoowel als aan de oevers der rivieren en meren. Hier
+bedekten zijn in het wild groeijende struiken geheele akkers; zijn
+bruinroode op de aloë gelijkende bloemen ontloken overal buiten zijn
+digte en lange bladeren, die een zegeteeken van scherpe zwaarden
+vormden. Liefelijke vogels, de honigvogels, de gewone bezoekers der
+vlasakkers, vlogen in groote troepen rond en vergastten zich op het
+honigsap der bloemen.
+
+In het water van het meer plasten troepen eenden, met een kakelbont
+gevederte, van zwartachtige, grijze en groene pennen, en die zich
+gemakkelijk tam laten maken.
+
+Een kwart mijl verder verrees op een steilte van den berg in een
+onneembare stelling een "pah" of verschansing. De gevangenen werden één
+voor één aan land gebragt, ontboeid en door de krijgslieden daarheen
+geleid. Een pad, dat op de verschansing uitkwam, liep door vlasakkers en
+een boschje schoone boomen, bestaande uit "kaikatea's," met blijvende
+bladeren en roode bessen, "dracenas australis," de "ti" der
+inboorlingen, wier kruin zeer goed de palmkool vervangen kan, en
+"huious," waarvan men zich bedient om de stoffen zwart te verwen. Groote
+duiven met een metaalglans, aschgraauwe lappenvogels en een menigte
+spreeuwen met roodachtige lellen vlogen weg bij de nadering der
+inboorlingen.
+
+Na een vrij langen omweg kwamen Glenarvan, lady Helena, Mary Grant en de
+overigen in de sterkte.
+
+Deze vesting werd verdedigd door een eerste omheining van stevige,
+vijftien voet hooge palissaden; een tweede linie van palen en daarna een
+schutting van gevlochten wilgentakken met schietgaten voorzien omgaven
+den anderen omtrek, dat is het hoogste gedeelte der vesting, waarop
+versterkingen waren aangelegd en een veertigtal hutten ordelijk bij
+elkander stonden.
+
+Daar komende maakte het gezigt der hoofden, waarmede de palen der tweede
+omwalling versierd waren, een vreeselijken indruk op de gevangenen. Lady
+Helena en Mary Grant wendden de oogen af, meer nog uit walging dan van
+schrik. Die hoofden hadden toebehoord aan vijandelijke opperhoofden, die
+in den strijd gesneuveld waren en wier ligchamen den overwinnaars tot
+spijs hadden gediend. De aardrijkskundige herkende ze terstond aan hun
+holle en ledige oogkassen.
+
+Het oog der opperhoofden wordt namelijk verslonden en het hoofd op
+inlandsche manier toebereid. De hersens worden er uit gehaald, de huid
+er afgestroopt, de neus met kleine plankjes vastgezet, de neusgaten met
+vlas gestopt, en mond en oogleden digtgenaaid. Daarna wordt het in den
+oven gelegd en dertig uren gerookt. Zoo toebereid blijft het zeer lang
+onveranderd en ongerimpeld, en vormt zegeteekenen.
+
+Dikwijls bewaren de Maori's het hoofd hunner eigen opperhoofden; maar in
+dat geval blijft het oog in de holte en staart de voorbijgangers aan. De
+Nieuw-Zeelanders vertoonen die overblijfselen met trots; zij laten ze
+door de jonge krijgslieden bewonderen en brengen hun de schatting hunner
+hulde door plegtige feesten.
+
+Maar in de vesting van Kai-Koemoe versierden alleen hoofden van vijanden
+dit afschuwelijk museum, en ongetwijfeld vermeerderde meer dan één
+Engelschman met ledige oogholte de verzameling van het opperhoofd der
+Maori's.
+
+Achter in de vesting, voor een groote opene plek gronds, die Europeanen
+het "slagveld" zouden genoemd hebben, stak de woning van Kai-Koemoe
+boven verscheidene geringere hutten uit. Die woning was opgetrokken van
+palen met een vlechtwerk van takken onderling verbonden en van binnen
+bekleed met linnen. Zij was twintig voet lang, vijftien breed en tien
+hoog, en had dus een inhoud van drie duizend kubieke voeten. Meer ruimte
+heeft een zeelandsch opperhoofd niet noodig.
+
+Er was maar eene opening, die toegang tot de hut verleende; een digt
+weefsel van plantenvezels, dat opgehaald kon worden, diende voor deur.
+Het dak stak er overheen bij wijze van een goot. Eenige figuren in het
+uiteinde der sparren gebeiteld versierden de hut, en het "wharepuni" of
+portaal vertoonde aan de bewondering der bezoekers bladeren,
+zinnebeeldige figuren, monsters, lofwerk, kortom een vreemd mengelmoes,
+het voortbrengsel van den beitel der inlandsche kunstenaars.
+
+Binnen in de hut lag de vloer, van vastgetrapte aarde gemaakt, een
+halven voet boven den beganen grond. Eenige teenen horden en matrassen
+van drooge varens, bedekt met een mat uit de lange en buigzame bladeren
+van den "typha" gevlochten, dienden tot bedden. In het midden was de
+vuurhaard, een gemetseld gat, en in het dak was een ander gat, dat tot
+schoorsteen diende. Wanneer de rook zwaar genoeg was, vond hij eindelijk
+goed dien uitweg te gebruiken, maar niet voor hij op de wanden der
+woning een heerlijk zwart vernis had aangebragt.
+
+Naast de hut stonden de pakhuizen met den voorraad van het opperhoofd,
+zijn oogst van vlas, pataten, taro's, eetbare varens, en de ovens,
+waarin al die spijzen op heete steenen geroosterd worden. In kleine
+omheinde plaatsen weidden wat verder eenige zwijnen en geiten, de
+schaarsche afstammelingen der nuttige dieren, welke kapitein Cook hier
+had ingevoerd. Hier en daar liepen honden om hun sober maal op te
+zoeken. Zij werden vrij slecht onderhouden voor dieren, met wier behulp
+de Maori dagelijks zijn voedsel moet zoeken.
+
+Glenarvan en zijn lotgenooten hadden dit alles met een oogopslag
+overzien. Bij een ledige hut wachtten zij af, wat het opperhoofd over
+hen zou beschikken, en hadden veel te lijden van de beleedigingen van
+een troep oude vrouwen. Die bende harpijen omringde hen, dreigde hen met
+vuisten, huilde en vloekte. Eenige engelsche woorden kwamen over haar
+dikke lippen, waaruit duidelijk bleek, dat zij onmiddellijk om wraak
+riepen.
+
+Onder al die verwenschingen en bedreigingen toonde lady Helena,
+uiterlijk bedaard, een gerustheid, die toch niet in haar wonen kon. Om
+lord Glenarvan zijn koelbloedigheid niet te doen verliezen, deed die
+moedige vrouw heldhaftige pogingen om zich te bedwingen. De arme Mary
+Grant voelde, dat haar krachten haar begaven, en John Mangles
+ondersteunde haar, bereid om haar tot het uiterste toe te verdedigen.
+Die vloed van verwenschingen werd door zijn makkers in zeer
+verschillende stemming aangehoord, sommigen, zooals de majoor, bleven er
+kalm onder, anderen, zooals Paganel, waren ten prooi aan een steeds
+toenemende verbittering.
+
+Daar hij lady Helena wilde behoeden voor de vuisten dier grijze
+hellevegen, ging Glenarvan regelregt op Kai-Koemoe af, en zeide, op dien
+afzigtelijken hoop wijzende: "Jaag ze weg!"
+
+Het maori opperhoofd zag zijn gevangene stijf aan zonder hem te
+antwoorden; vervolgens bragt hij met een wenk die huilende horde tot
+zwijgen. Glenarvan boog om hem te bedanken, en keerde weder langzaam
+naar zijn plaats in het midden der zijnen terug.
+
+Er waren nu zoowat honderd Nieuw-Zeelanders, grijsaards, volwassenen en
+jongelieden, in het fort bijeen; sommigen wachtten bedaard maar
+droefgeestig de bevelen van Kai-Koemoe af, anderen gaven zich over aan
+al de vervoeringen eener hevige smart; enkelen beweenden hun
+bloedverwanten of vrienden, die in de laatste gevechten gevallen waren.
+
+Van al de opperhoofden, die op de roepstem van William Thompson waren
+toegesneld, was Kai-Koemoe de eenige, die in de aan het meer gelegen
+streken terugkeerde, en hij was de eerste, die aan zijn stam de
+nederlaag verhaalde, die de opstandelingen in de vlakten van de
+Beneden-Waikato geleden hadden. Van de twee honderd krijgslieden, die
+onder zijn bevel tot verdediging van den vaderlandschen grond waren
+uitgetrokken, ontbraken er honderd vijftig bij de terugkomst. Sommigen
+waren door de overwinnaars gevangen genomen; maar de meeste hadden op
+het slagveld den dood gevonden en zouden het land hunner vaderen nimmer
+terugzien!
+
+Hieruit was de diepe droefheid te verklaren, die de komst van Kai-Koemoe
+bij zijn stam had opgewekt. Er was nog niets van de laatste nederlaag
+uitgelekt, en die noodlottige tijding was pas ruchtbaar geworden.
+
+Bij de wilden openbaart zich de zielsdroefheid altijd door uiterlijke
+teekenen. De bloedverwanten en vrienden der gesneuvelde krijgslieden,
+vooral de vrouwen, reten hun gelaat en schouders met scherpe schelpen
+open. Het bloed stroomde uit de wonden en vermengde zich met hun tranen.
+De grootte der wanhoop was af te meten naar de diepte der inkervingen.
+De bloedende en razende nieuw-zeelandsche vrouwen waren vreeselijk om te
+zien.
+
+Een andere, in de oogen der inlanders zeer gewigtige oorzaak, vergrootte
+nog hun wanhoop. Niet alleen was de bloedverwant, de vriend, dien zij
+beweenden, niet meer; maar zijn gebeente zou niet in het familiegraf
+rusten. Het bezit nu van dat overschot wordt in de godsdienst der
+Maori's als onmisbaar voor het lot in het eeuwige leven beschouwd; niet
+het vergankelijke vleesch, maar de beenderen, die zorgvuldig worden
+bijeengezameld, gereinigd, afgekrabd, gepolijst, ja zelfs gevernist; ten
+slotte worden zij in het "oedoepa" gelegd, dat wil zeggen "het huis des
+roems." Die graven zijn met houten beelden versierd, die met volkomen
+juistheid de tatoeëering des overledenen voorstellen. Maar nu zouden die
+graven ledig blijven, de godsdienstige plegtigheden niet volbragt
+worden, en de beenderen, welke de tand der wilde honden mogt sparen,
+onbegraven verbleeken op het slagveld.
+
+Toen verdubbelden de teekenen der smart. Op de bedreigingen der vrouwen
+volgden de vervloekingen der mannen tegen de Europeanen. Scheldwoorden
+werden uitgebraakt, de gebaren heviger. Op het geschreeuw zouden daden
+van geweld volgen.
+
+Kai-Koemoe vreesde, dat de dweepers onder zijn stamgenooten hem te
+magtig zouden worden, en liet daarom zijn gevangenen naar een gewijde
+plaats brengen, die aan het andere einde der verschansing op een steilen
+bergtop lag. Die hut leunde tegen een rotswand, die honderd voet boven
+haar uitstak, en aan die zijde van het fort een vrij steile helling
+vormde.
+
+In dit "wareatoea," heilig huis, predikten de priesters of ariki's aan
+de Zeelanders een god in drie personen, den vader, den zoon, en den
+vogel of geest. De ruime en goed gesloten hut bevatte het gewijde en
+uitgezochte voedsel, dat Maoeï-Ranga-Ranguï eet met den mond zijner
+priesters.
+
+Daar gingen de gevangenen, voorloopig beveiligd tegen de woede der
+inlanders, op matten van vlas liggen. Lady Helena, wier krachten
+uitgeput, wier geestkracht overwonnen was, viel in de armen van haar
+echtgenoot. Glenarvan klemde haar aan zijn borst en herhaalde: "Houd
+moed, lieve Helena! de Hemel zal ons niet verlaten!"
+
+Pas was Robert opgesloten, of hij klom op Wilsons schouder, en slaagde
+er in zijn hoofd door een opening tusschen het dak en den muur te
+steken, waaraan snoeren amuletten hingen. Van daar kon hij de geheele
+vesting overzien tot aan de hut van Kai-Koemoe.
+
+"Zij zijn om het opperhoofd vereenigd," fluisterde hij.... "Zij zwaaijen
+met hun armen.... Zij brullen.... Kai-Koemoe wil spreken...."
+
+De knaap zweeg een poos en hervatte toen:
+
+"Kai-Koemoe spreekt.... De wilden komen tot rust.... Zij luisteren naar
+hem...."
+
+"Zeker heeft dat opperhoofd er persoonlijk belang bij om ons te
+beschermen," zeide de majoor. "Hij wil zijn gevangenen tegen
+opperhoofden van zijn stam uitwisselen! Maar zullen zijn krijgslieden er
+in bewilligen?"
+
+"Ja!... Zij luisteren naar hem...." hervatte Robert. "Zij gaan
+uiteen.... Enkelen keeren naar hun hutten terug.... Anderen verlaten de
+verschansing...."
+
+"Zegt gij de waarheid?" riep de majoor.
+
+"Ja, mijnheer Mac Nabbs!" antwoordde de knaap. "Kai-Koemoe is alleen
+gebleven met de manschappen, die in zijn boot waren.... Ha! daar komt er
+een naar onze hut...."
+
+"Kom af, Robert!" gebood Glenarvan.
+
+Nu vatte lady Helena, die weer bijgekomen was, den arm van haar
+echtgenoot.
+
+"Edward!" sprak zij op vasten toon, "Mary Grant en ik moeten niet levend
+in de handen der wilden vallen!"
+
+Dit zeggende overhandigde zij aan Glenarvan een geladen revolver.
+
+"Een wapen!" riep Glenarvan, wiens oogen met een plotselingen glans
+schitterden.
+
+"Ja! de Maori's onderzoeken hun vrouwelijke gevangenen niet! Maar dit
+wapen is voor ons, Edward! niet voor hen!..."
+
+"Glenarvan!" zeide de majoor snel, "verberg dien revolver! Het is nog
+geen tijd...."
+
+De revolver verdween onder de kleeren van den lord. De mat, waarmede de
+ingang der hut gesloten was, werd opgeligt. Een inlander verscheen.
+
+Hij gaf den gevangenen een wenk om hem te volgen. Digt aaneengesloten
+stapten Glenarvan en de zijnen voort en bleven eindelijk voor Kai-Koemoe
+staan.
+
+Rondom dit opperhoofd waren de voornaamste krijgslieden van zijn stam
+vereenigd. Onder hen was ook die Maori, wiens boot zich bij die van
+Kai-Koemoe had gevoegd, ter plaatse waar de Pohainhenna in de Waikato
+valt. Het was een gespierd man van veertig jaar, en met een woest en
+wreed voorkomen. Hij heette Kara-Tete, dat wil zeggen "de opvliegende."
+Kai-Koemoe behandelde hem met zekere achting; aan de fijnheid zijner
+tatoeëering kon men zien, dat Kara-Tete een hoogen rang in zijn stam
+bekleedde. Toch had een scherp waarnemer kunnen zien, dat er een zekere
+naijver tusschen die twee opperhoofden bestond. De majoor merkte op, dat
+de invloed van Kara-Tete Kai-Koemoe hinderde. Zij heerschten beiden over
+de belangrijke stammen aan de Waikato en met gelijke magt. Bij dit
+onderhoud mogt Kai-Koemoe dan al glimlagchen, diepe haat straalde uit
+zijn oogen.
+
+Kai-Koemoe ondervroeg Glenarvan, en zeide:
+
+"Zijt gij een Engelschman?"
+
+"Ja!" antwoordde de lord zonder aarzelen; want dit zou een uitwisseling
+gemakkelijker maken.
+
+"En uw medgezellen?" zeide Kai-Koemoe.
+
+"Zijn Engelschen evenals ik. Wij zijn reizigers, schipbreukelingen.
+Maar, als gij het weten wilt, wij hebben geen deel genomen aan den
+strijd."
+
+"Dat raakt mij niet!" antwoordde de onbeschofte Kara-Tete. "Elke
+Engelschman is onze vijand. De uwen hebben ons eiland bemagtigd! Zij
+hebben onze akkers gestolen! Zij hebben onze dorpen verbrand!"
+
+"Zij hebben verkeerd gehandeld!" antwoordde Glenarvan op ernstigen toon.
+"Ik zeg dat, omdat ik het denk, en niet, omdat ik in uw magt ben."
+
+"Luister!" hernam Kai-Koemoe, "de Tohonga, de opperpriester van
+Noeï-Atoea[1], is in de handen uwer broeders gevallen. Hij is gevangen
+bij de Pakeka's[2]. Onze God beveelt ons hem los te koopen. Ik had u het
+hart uit het lijf willen rukken, ik had gewenscht, dat uw hoofd en het
+hoofd uwer medgezellen ten eeuwigen dage op de punten van dit paalwerk
+gestaan hadden! Maar Noeï-Atoea heeft gesproken."
+
+Terwijl hij zoo sprak, beefde Kai-Koemoe, die zich tot nog toe
+ingehouden had, van toorn, en stond er een woeste geestdrijverij op zijn
+gelaat te lezen.
+
+Na een poos hervatte hij op bedaarden toon:
+
+"Denkt gij, dat de Engelschen onzen opperpriester tegen uw persoon
+zullen uitwisselen?"
+
+Glenarvan aarzelde met een antwoord, en zag het maori opperhoofd
+oplettend aan.
+
+"Ik weet het niet," zeide hij na een oogenblik zwijgens.
+
+"Spreek!" hernam Kai-Koemoe. "Is uw leven evenveel waard als het leven
+van onzen opperpriester?"
+
+"Neen!" antwoordde Glenarvan. "Ik ben noch een opperhoofd noch een
+priester onder de mijnen!"
+
+Over dit antwoord verbaasd zag Paganel Glenarvan met diepe verwondering
+aan.
+
+Kai-Koemoe scheen insgelijks verrast.
+
+"Dus twijfelt gij?" zeide hij.
+
+"Ik weet het niet," herhaalde Glenarvan.
+
+"Zullen de uwen u niet tegen onzen opperpriester uitwisselen?"
+
+"Mij alleen? neen!" antwoordde Glenarvan. "Ons allen? misschien."
+
+"Bij de Maori's is het hoofd voor hoofd," zeide Kai-Koemoe.
+
+"Bied eerst deze vrouwen ter uitwisseling tegen uw priester aan," zeide
+Glenarvan op lady Helena en Mary Grant wijzende.
+
+Lady Helena wilde naar haar man snellen. De majoor hield haar tegen.
+
+"Die twee vrouwen bekleeden een hoogen rang in haar land," hernam
+Glenarvan met een eerbiedige buiging voor lady Helena en Mary Grant.
+
+De krijgsman zag zijn gevangene koel aan. Een valsch glimlachje speelde
+om zijn lippen; maar hij onderdrukte het bijna terstond en antwoordde
+met een stem, die hij naauwelijks bedwingen kon:
+
+"Denkt gij Kai-Koemoe met valsche woorden te bedriegen, vervloekte
+Europeaan? Denkt gij, dat de oogen van Kai-Koemoe niet in de harten
+kunnen lezen?"
+
+En op lady Helena wijzende, ging hij voort:
+
+"Dat is uw vrouw!"
+
+"Neen! de mijne!" riep Kara-Tete.
+
+De gevangenen wegduwende legde het opperhoofd nu zijn hand op den
+schouder van lady Helena, die bij die aanraking verbleekte.
+
+"Edward!" riep de rampzalige vrouw in haar radeloosheid.
+
+Zonder een woord te spreken hief Glenarvan den arm op. Een schot knalde
+en Kara-Tete viel dood neder.
+
+Op die losbranding stroomde een vloed van inlanders uit de hutten. Het
+plein was in een oogenblik vol. Honderd armen werden tegen de
+ongelukkigen opgeheven. De revolver werd Glenarvan uit de hand gerukt.
+
+Kai-Koemoe sloeg een vreemden blik op Glenarvan; daarop bedekte hij met
+de eene hand het ligchaam van den moordenaar, terwijl hij met de andere
+de menigte in toom hield, die woedend op de Europeanen indrong.
+
+Eindelijk deed zijn stem het oproer bedaren.
+
+"Taboe! Taboe!" riep hij.
+
+Op dat woord hield de menigte voor Glenarvan en de zijnen stand, die nu
+voor het oogenblik door een bovennatuurlijke magt beschermd werden.
+
+Eenige oogenblikken daarna werden zij naar het heilige huis
+teruggevoerd, dat hun tot gevangenis diende. Maar Robert Grant en
+Jacques Paganel waren niet meer bij hen.
+
+
+[1] Naam van den God der Zeelanders.
+
+[2] Europeanen.
+
+
+
+
+XII.
+
+De lijkplegtigheden van een opperhoofd der Maori's.
+
+
+Zooals op Nieuw-Zeeland wel meer het geval is, vereenigde Kai-Koemoe in
+zich de waardigheden van priester en stamhoofd. In die eerste
+hoedanigheid kon hij over personen of zaken de bijgeloovige bescherming
+van het taboe uitstrekken.
+
+Het taboe, dat bij alle volken van het polynesische ras wordt
+aangetroffen, heeft onmiddellijk ten gevolge, dat alle omgang met of
+gebruik van het voorwerp of den persoon, die getaboeëerd is, verboden
+wordt. Volgens de godsdienst der Maori's zou alwie een heiligschennende
+hand sloeg aan hetgene taboe verklaard is, door den vertoornden god met
+den dood gestraft worden. En waar de godheid soms talmen mogt met wraak
+te nemen over de haar aangedane beleediging, zouden de priesters niet
+verzuimen haar wraakoefening te verhaasten.
+
+Het taboe wordt door de opperhoofden met staatkundige bedoelingen
+toegepast, tenzij het ontstaat uit een gewoon voorval van het huiselijke
+leven. Een inlander wordt in menige omstandigheid voor eenige dagen
+getaboeëerd, bv. wanneer hij zijn haar heeft afgesneden, wanneer hij
+getatoeëerd is, wanneer hij een praauw timmert, wanneer hij een huis
+bouwt, wanneer hij doodelijk ziek is, wanneer hij gestorven is. Dreigt
+een onverstandige vischvangst de rivieren van haar visschen te berooven,
+of worden de nieuwe aanplantingen van zoete pataten niet behoorlijk
+ontzien, dan worden die voorwerpen door een beschermend en
+staathuishoudkundig taboe getroffen. Wil een opperhoofd de lastige
+omstanders van zijn huis verjagen, dan taboeëert hij het; ten zijnen
+voordeele betrekkingen met een vreemd schip aanknoopen, dan taboeëert
+hij het ook; een europeesch handelaar, op wien hij ontevreden is, een
+quarantaine opleggen, hij taboeëert maar! Zijn verbod komt dan overeen
+met het oude "veto" (ik wil niet) der koningen.
+
+Wanneer een voorwerp getaboeëerd is, mag niemand het straffeloos
+aanraken. Wanneer een inboorling aan dat verbod onderworpen is, zijn hem
+sommige spijzen voor een bepaalden tijd ontzegd. Wanneer die strenge
+leefregel opgeheven is, helpen, indien hij rijk is, zijn slaven hem en
+steken de spijzen in zijn mond, die hij met zijn handen niet mag
+aanraken; is hij arm, dan is hij genoodzaakt de spijzen met den mond op
+te nemen, en het taboe maakt hem tot een dier.
+
+Kortom, die vreemde gewoonte beheerscht en bepaalt de geringste daden
+der Nieuw-Zeelanders. Het is de onophoudelijke tusschenkomst der godheid
+in het maatschappelijke leven. Het heeft kracht van wet, en men mag
+zeggen, dat het geheele inlandsche wetboek, een wetboek, dat geen
+tegenspraak duldt en ook nooit tegengesproken wordt, vervat is in de
+gedurige toepassing van het taboe.
+
+De gevangenen in het heilige huis waren door een willekeurig taboe
+ontrukt aan de woede der volksmenigte. Een partij onder de inlanders, de
+vrienden en aanhangers van Kai-Koemoe, waren op eens gestuit door de
+stem van hun hoofd en hadden de gevangenen beschermd.
+
+Echter maakte Glenarvan zich geen verkeerde voorstellingen van het lot,
+dat hem wachtte. Zijn dood alleen was een voldoende straf voor den moord
+van een opperhoofd; en bij de wilde volken volgt de dood alleen op een
+lange marteling. Glenarvan verwachtte dus niet anders, of hij zou wreed
+moeten boeten voor de billijke verontwaardiging, die zijn arm had
+gewapend; maar hij hoopte, dat de toorn van Kai-Koemoe hem alleen zou
+treffen.
+
+Welk een nacht bragten hij en zijn lotgenooten door! Wie zou hun angst
+kunnen schilderen, hun lijden afmeten! De arme Robert, de goede Paganel
+waren niet meer voor den dag gekomen. Maar kon men wel aan hun lot
+twijfelen? Waren zij niet de eerste offers, ten zoen gevallen voor de
+wraakzucht der inlanders? Alle hoop was verdwenen, zelfs uit het hart
+van Mac Nabbs, die anders niet spoedig wanhoopte. John Mangles werd
+bijna krankzinnig door de stille wanhoop van Mary Grant, die van haar
+broeder was gescheiden. Glenarvan dacht aan dat verschrikkelijk verzoek
+van lady Helena, die, om zich te onttrekken aan den marteldood of de
+slavernij, door zijne hand wilde sterven! Zou hij dien ijselijken moed
+hebben?
+
+"En welk regt heb ik om Mary te treffen?" dacht John, wiens hart brak.
+
+Aan een ontsnapping viel niet te denken; ze was geheel en al onmogelijk.
+Tien, tot de tanden gewapende krijgslieden, waakten voor de deur der
+gevangenis.
+
+De morgen van den 13den Februarij brak aan. Er had geen verkeer plaats
+gehad tusschen de inlanders en de gevangenen, die door het taboe werden
+beschermd. De hut bevatte eenige levensmiddelen, die de ongelukkigen
+naauwelijks aanraakten. De smart verdreef den eetlust. De dag verliep,
+zonder verandering of hoop aan te brengen. Ongetwijfeld zou het uur van
+de begrafenis van het gedoode opperhoofd ook dat zijn, waarop de
+doodstraf voltrokken werd.
+
+Terwijl Glenarvan zich niet ontveinsde, dat Kai-Koemoe de gedachte aan
+uitwisseling wel zou hebben opgegeven, behield de majoor dienaangaande
+nog altijd een straal van hoop.
+
+"Wie weet," zeide hij, terwijl hij Glenarvan op de uitwerking wees, dien
+de moord van Kara-Tete op het opperhoofd gemaakt had, "wie weet, of
+Kai-Koemoe niet in den grond verpligting aan u gevoelt?"
+
+Maar, wat Mac Nabbs ook mogt zeggen, Glenarvan wilde zich met geen hoop
+meer vleijen. Ook de volgende dag verliep, zonder dat er toebereidselen
+voor de doodstraf werden gemaakt. Ziehier de reden van dat uitstel.
+
+De Maori's gelooven, dat de ziel nog drie dagen na het sterven het
+ligchaam des overledenen bewoont, en gedurende driemaal vier en twintig
+uren blijft het lijk onbegraven liggen. Die uitstellende gewoonte werd
+streng in acht genomen. Tot den 15den Februarij toe bleef de sterkte
+ledig. Op de schouders van Wilson staande, zag John Mangles dikwijls
+naar de buitenwerken. Geen inlander was er te zien. Alleen de
+schildwachten, die goed wacht hielden, losten elkander af aan de deur
+der gevangenis.
+
+Maar den derden dag gingen de hutten open; de wilden, mannen, vrouwen,
+kinderen, verscheidene honderden in getal, vereenigden zich zwijgend en
+bedaard op het voorplein der sterkte.
+
+Kai-Koemoe kwam uit zijn hut, en terwijl de voornaamste hoofden van zijn
+stam zich om hem schaarden, nam hij plaats op een heuveltje van eenige
+voeten hoog in het middelpunt der versterkingen. Op een behoorlijken
+afstand achter hem stonden de overige inlanders in een halven cirkel
+geschaard. De geheele vergadering bewaarde een onafgebroken stilzwijgen.
+
+Op een teeken van Kai-Koemoe begaf een krijgsman zich naar het heilige
+huis.
+
+"Denk er aan!" zeide lady Helena tot haar man.
+
+Glenarvan klemde zijn vrouw aan zijn hart. Thans naderde Mary Grant John
+Mangles en zeide:
+
+"Lord en lady Glenarvan zullen wel willen gelooven, dat even goed als
+een vrouw kan sterven door de hand van haar echtgenoot om een
+schandelijk leven te ontgaan, een bruid ook door de hand van haar
+verloofde kan sterven om er op haar beurt aan te ontkomen. John! in dit
+gewigtig oogenblik mag ik het u zeggen: ben ik niet sedert lang uw bruid
+in het geheim van uw hart? Mag ik op u rekenen, waarde John! gelijk lady
+Helena op lord Glenarvan?"
+
+"Mary!" riep de jeugdige kapitein geheel radeloos. "Ach! lieve Mary!..."
+
+Hij kon niet uitspreken; de mat werd opgeligt, en de gevangenen voor
+Kai-Koemoe gebragt; de twee vrouwen schikten zich in haar lot; de mannen
+verborgen hun angst onder een kalmte, die het bewijs was eener
+bovenmenschelijke geestkracht.
+
+Zij kwamen voor het zeelandsch opperhoofd. Deze talmde niet met het
+uitspreken van het vonnis.
+
+"Gij hebt Kara-Tete gedood?" zeide hij tot Glenarvan.
+
+"Ik heb hem gedood," antwoordde de lord.
+
+"Gij zult morgen met zonsopgang sterven."
+
+"Alleen?" vroeg Glenarvan, wiens hart hevig klopte.
+
+"Ach! als het leven van onzen opperpriester niet kostbaarder was dan het
+uwe!" riep Kai-Koemoe, wiens oogen een woeste spijt uitdrukten.
+
+Thans had er een opschudding onder de inboorlingen plaats. Glenarvan
+sloeg haastig een blik om zich heen. Weldra kwam er een opening in de
+menigte, en een krijgsman verscheen, druipnat van zweet en doodelijk
+vermoeid.
+
+Zoodra Kai-Koemoe hem zag, sprak hij hem in het engelsch aan. Zijn
+bedoeling was duidelijk: hij wilde, dat de gevangenen hem zouden
+verstaan.
+
+"Gij komt uit de legerplaats der Europeanen?"
+
+"Ja!" antwoordde de Maori.
+
+"Hebt gij den gevangene, onzen opperpriester, gezien?"
+
+"Ik heb hem gezien."
+
+"Leeft hij?"
+
+"Hij is dood! De Engelschen hebben hem doodgeschoten!"
+
+Het was gedaan met Glenarvan en zijn makkers.
+
+"Allen zult gij morgen met zonsopgang sterven!" riep Kai-Koemoe.
+
+Zoo trof dezelfde straf al die ongelukkigen zonder onderscheid. Lady
+Helena en Mary Grant sloegen een oog vol innige dankbaarheid ten hemel.
+
+De gevangenen werden niet naar het heilige huis teruggebragt. Zij
+moesten dien dag tegenwoordig zijn bij de lijkplegtigheden van het
+opperhoofd en bij de bloedige tooneelen, die daarmede gepaard gaan. Een
+troep inlanders voerde hen eenige schreden verder naar den voet van een
+ontzaggelijken "koedi." Daar bleven hun bewakers bij hen, zonder hen uit
+het oog te verliezen. De overige Maori's schenen hen vergeten te hebben,
+zoo verdiept waren ze in hun verpligte smart.
+
+De drie bij de wet voorgeschreven dagen waren na den dood van Kara-Tete
+verloopen. De ziel des overledenen had dus voor altijd diens stoffelijk
+overschot verlaten. De plegtigheid begon.
+
+Het lijk werd op een heuveltje gebragt in het midden van de vesting. Het
+was in een prachtige kleeding gedoscht en in een sierlijke mat van vlas
+gewikkeld. Om zijn met vederen versierd hoofd was een krans van groene
+bladeren geslingerd. Aan zijn gelaat, zijn armen en zijn borst, die met
+olie waren ingewreven, was geen teeken van bederf te zien.
+
+De bloedverwanten en vrienden traden tot aan den voet van het heuveltje,
+en, als had een orkestmeester de maat van een lijkzang geslagen,
+terstond steeg een ontzaggelijk concert van weenen, kermen en zuchten
+omhoog. De overledene werd beweend op de maat van een klagend en
+langzaam lied. Zijn nabestaanden sloegen zich voor het hoofd; de
+vrouwelijke bloedverwanten reten haar gelaat met haar vingers open en
+toonden zich kwistiger met bloed dan met tranen. Die ongelukkigen
+volbragten stipt dezen ruwen pligt. Maar al die rouw was nog niet
+voldoende om de ziel des overledenen te bevredigen, wiens gramschap
+zonder twijfel de overlevenden van zijn stam zou getroffen hebben, en
+zijn krijgslieden wilden niet, al konden zij hem niet in het leven
+terugroepen, dat hij in de andere wereld de genoegens van het aardsche
+leven missen zou. Dus mogt de echtgenoote van Kara-Tete haar man ook in
+het graf niet verlaten. De ongelukkige zou toch geweigerd hebben hem te
+overleven. Dat was gewoonte en pligt, en de voorbeelden van zulke
+opofferingen zijn niet schaarsch in de zeelandsche geschiedenis.
+
+Die vrouw verscheen. Zij was nog jong. Heur haren golfden wanordelijk
+over haar schouders. Haar snikken en kreten stegen omhoog.
+Onzamenhangende woorden, jammerklagten, afgebroken volzinnen, waarin zij
+de deugden van den overledene prees, braken haar snikken af, en in haar
+vreeselijke smart viel zij aan den voet van het heuveltje neer en sloeg
+met haar hoofd op den grond.
+
+Nu naderde haar Kai-Koemoe. Plotseling vloog het rampzalige slagtoffer
+weer op; maar een geweldige slag met den "mere," een soort van
+vreeselijke knods, die het opperhoofd zwaaide, velde haar ter neder. Zij
+viel, als door den bliksem getroffen.
+
+Terstond gingen er ontzettende kreten op. Honderd armen bedreigden de
+gevangenen, die doodelijk ontsteld waren van dat ijselijk tooneel. Maar
+niemand roerde zich; want de lijkplegtigheid was nog niet afgeloopen.
+
+De vrouw van Kara-Tete was met haar gemaal in den dood vereenigd. De
+beide ligchamen lagen naast elkander. Maar voor het eeuwige leven had
+die overledene nog niet genoeg aan zijn trouwe gade. Wie zou hen beiden
+bij Noeï-Atoea bediend hebben, wanneer hun slaven hen niet uit deze
+wereld in de andere gevolgd waren?
+
+Zes ongelukkigen werden bij de lijken hunner meesters gebragt. Het waren
+dienstboden, die de onmeedoogende krijgswetten tot slavernij hadden
+gedoemd. Tijdens het leven van het opperhoofd hadden zij de hardste
+ontberingen uitgestaan, duizend mishandelingen ondergaan, waren slecht
+gevoed, hadden onophoudelijk als lastdieren gewerkt, en zouden nu,
+volgens het geloof der Maori's, in de eeuwigheid dat slavenleven
+voortzetten.
+
+Die ongelukkigen schenen in hun lot te berusten. Zij verwonderden zich
+niet over een opoffering, die ze reeds lang voorzien hadden. Hun
+ongeboeide handen bewezen, dat ze zich zonder verzet zouden laten
+slagten.
+
+Die dood was dan ook kort, en voor een lang lijden bleven ze bewaard. De
+martelingen werden bespaard voor de bewerkers van den moord, die twintig
+schreden verder bij elkander stonden en de oogen afwendden van dat
+akelig schouwspel, dat nog ontzettender zou worden.
+
+Zes knodsslagen, toegebragt door de hand van zes gespierde krijgslieden,
+strekten de slagtoffers in een zee van bloed op den grond uit.
+
+Dat was het sein tot een vreeselijk tooneel van kannibalisme.
+
+Het ligchaam der slaven wordt niet door het taboe beschermd, zooals het
+lijk van den meester. Het behoort aan den stam. Het is het kleine geld,
+dat aan de huilers bij de lijkplegtigheden wordt toegeworpen. Zoodra het
+offer volbragt was, vielen dan ook al de inlanders, opperhoofden,
+krijgslieden, grijsaards, vrouwen, kinderen, zonder onderscheid van
+leeftijd of kunne, door dezelfde dierlijke woede aangegrepen, op de
+levenlooze overblijfselen der slagtoffers aan. In minder tijd dan een
+vlugge pen het zou kunnen schetsen, werden de nog rookende ligchamen
+vaneengereten, verscheurd en verdeeld, niet aan stukken maar aan
+kruimels. Elk van de twee honderd Maori's, die het offer bijwoonden,
+kreeg zijn deel van dat menschenvleesch. Men worstelde, men vocht, men
+betwistte elkaar het kleinste lapje. De warme bloeddroppels bespatten
+die monsterachtige gasten en die geheele terugstootende horde krielde
+onder een rooden regen door elkander. Het was de waanzin en woede van
+naar hun prooi dorstende tijgers. Men zou gezegd hebben, dat het een
+diergaarde was, waar de roofdieren het hun toegeworpen vleesch
+verslonden. Daarop werden er op twintig plaatsen binnen den wal vuren
+aangelegd; de stank van het verbrande vleesch verpestte den dampkring,
+en zonder de vreeselijke opschudding bij dat feestmaal, zonder de
+kreten, die nog voortkwamen uit die met vleesch volgestopte kelen,
+hadden de gevangenen de beenderen der slagtoflers kunnen hooren kraken
+tusschen de tanden der menscheneters.
+
+Doodelijk ontsteld deden Glenarvan en de zijnen nog hun best om dit
+afschuwelijk tooneel aan de oogen der twee arme vrouwen te onttrekken.
+Zij begrepen nu welke straf hen den volgenden morgen bij zonsopgang
+wachtte, en door welke vreeselijke martelingen zulk een dood stellig zou
+worden voorafgegaan. De schrik benam hun de spraak.
+
+Daarop begonnen de doodendansen. Sterke dranken, getrokken uit den
+"piper excelsum," echten geest van spaansche peper, verhoogden nog de
+dronkenschap der wilden. Zij hadden niets menschelijks meer. Zouden zij
+niet welligt het taboe van het opperhoofd vergeten en de handen slaan
+aan de gevangenen, die hun waanzin beangstigde?
+
+Maar Kai-Koemoe had zijn verstand behouden bij die algemeene
+dronkenschap. Hij stond een uur toe voor die slemppartij van bloed,
+opdat ze haar hoogsten trap bereiken en dan voldaan zou zijn, en het
+laatste bedrijf der uitvaart werd met de gewone plegtigheden afgespeeld.
+
+De lijken van Kara-Tete en diens vrouw werden opgenomen, de ledematen
+gebogen en tegen den buik gedrukt, volgens de gewoonte der Zeelanders.
+Nu moesten ze begraven worden, wel niet voor goed, maar tot de aarde het
+vleesch verteerd had en alleen het gebeente bevatten zou.
+
+De plaats voor het Oedoe-Pa, dat wil zeggen het graf, was reeds gekozen
+omtrent twee mijlen buiten de vesting, op den top van een bergje,
+Maunganamu genoemd, op den regteroever van het meer gelegen.
+
+Daarheen moesten de ligchamen worden gebragt. Twee zeer kunstelooze
+draagstoelen, of om het maar ronduit te zeggen, twee berries, werden aan
+den voet van het heuveltje neergezet. De zaamgevouwen lijken werden er
+veeleer in zittende dan liggende houding op geplaatst; hun kleeding werd
+met een band opgehouden. Vier krijgslieden tilden ze op hun schouders en
+de geheele stam volgde hen, onder het aanheffen van het lijklied, in
+optogt tot aan de begraafplaats.
+
+De gevangenen, die nog altijd bewaakt werden, zagen den stoet den
+eersten wal van de vesting verlaten; daarna werden het gezang en
+geschreeuw allengs onverstaanbaar.
+
+Omstreeks een half uur bleef de lijkstoet uit hun gezigt in de diepten
+van het dal. Daarna zagen zij hem weer terug, toen hij de kronkelende
+bergpaden besteeg. Door den afstand kreeg die lange en slingerende
+optogt iets spookachtigs.
+
+De stam hield stil op een hoogte van acht honderd voet, dat is op den
+top van den Maunganamu, op de plaats die voor de begrafenis van
+Kara-Tete was uitgekozen.
+
+Een gewoon Maori zou geen ander graf hebben gehad dan een kuil en een
+hoop steenen. Maar voor een magtig en geducht opperhoofd, die zeker
+binnen kort onder de goden zou opgenomen worden, had zijn stam een graf
+bestemd, dat zijner heldendaden waardig was.
+
+Het graf was met paalwerk omringd, en bij de kuil, waarin de lijken
+moesten rusten, stonden palen, versierd met beelden, die met oker rood
+geverwd waren. De bloedverwanten hadden niet vergeten, dat de "Waidoea",
+de ziel der dooden, zich met stoffelijke dingen voedt, evenals het
+ligchaam die in dit vergankelijk leven behoeft. Daarom waren er
+levensmiddelen binnen de omheining gebragt, alsmede de wapens en
+kleederen des overledenen.
+
+Niets ontbrak aan de gemakkelijke inrigting van het graf. De beide
+echtgenooten werden naast elkander gelegd, en daarop, na een nieuwe
+reeks van jammerklagten, met aarde en gras overdekt.
+
+Nu daalde de stoet weder zwijgend den berg af, en voortaan mogt niemand
+weer op straffe des doods den Maunganamu beklimmen, want hij was taboe,
+evenals de Tongariro, waar de overblijfselen rusten van een opperhoofd,
+die in 1846 door een aardbeving omkwam.
+
+
+
+
+XIII.
+
+De laatste uren.
+
+
+Juist verdween de zon over het Taupo-meer achter de toppen van den
+Tuhahua en Puketapu, toen de gevangenen naar hun kerker werden
+teruggevoerd. Zij zouden hem niet meer verlaten, voor de toppen der
+Wahiti-Ranges door de eerste zonnestralen verlicht werden.
+
+Zij hadden een geheelen nacht om zich op den dood voor te bereiden.
+Ondanks hun droefheid, ondanks het ijselijke lot, dat hen wachtte,
+gebruikten zij toch gezamenlijk den maaltijd.
+
+"Wij zullen al onze krachten hoog noodig hebben," had Glenarvan gezegd,
+"om den dood in het aangezigt te zien. Wij moeten aan die barbaren
+toonen, hoe Europeanen weten te sterven!"
+
+Toen het eten afgeloopen was, zeide lady Helena overluid het avondgebed
+op. Met ongedekten hoofde spraken al haar reisgenooten haar na.
+
+Waar is de mensch, die niet aan God denkt, wanneer de dood hem
+aangrijnst?
+
+Toen die pligt was volbragt, omhelsden de gevangenen elkander.
+
+Mary Grant en Helena begaven zich naar een hoek van de hut en strekten
+zich op eene mat uit. De slaap, die alle smarten lenigt, daalde weldra
+op haar oogleden neder; in elkanders armen gestrengeld sliepen zij in,
+uitgeput als zij waren door vermoeidheid en slapelooze nachten.
+
+Glenarvan nam nu zijn vrienden ter zijde en sprak hen aldus aan:
+
+"Waarde reisgenooten! ons leven en dat dier arme vrouwen is in Gods
+hand. Is het de wil des Hemels, dat wij morgen sterven, dan zullen wij,
+ik ben er zeker van, weten te sterven als mannen, als christenen, die
+onbevreesd voor den Oppersten Regter durven verschijnen. God, die op den
+bodem van ons hart ziet, weet, dat wij een edel doel najaagden. Wacht
+ons de dood in plaats van een goeden uitslag, dan is het zijn wil. Hoe
+hard zijn beschikkingen ook mogen wezen, ik wil toch niet tegen Hem
+morren. Maar hier is de dood niet maar alleen de dood, het is de
+foltering, het is misschien de eerloosheid, en ziehier twee vrouwen...."
+
+Glenarvans' stem, die tot nog toe vast geweest was, begon hier te beven.
+Hij zweeg om zijn aandoening te bedwingen. Na een oogenblik zwijgens
+vervolgde hij tot den jongen kapitein:
+
+"John! gij hebt aan Mary beloofd, wat ik aan lady Helena beloofd hebt.
+Wat is uw voornemen?"
+
+"Ik geloof voor God het regt te hebben die belofte te vervullen,"
+antwoordde John Mangles.
+
+"Ja, John! Maar wij zijn ongewapend!"
+
+"Toch niet," antwoordde John, een dolk toonende. "Ik heb hem uit de hand
+van Kara-Tete gerukt, toen die wilde aan uwe voeten viel. Mylord! wie
+van ons beiden het langste leeft, zal den wensch van lady Helena en Mary
+Grant vervullen."
+
+Een doodsche stilte heerschte na die woorden in de hut. Eindelijk brak
+de majoor ze af met te zeggen:
+
+"Mijne vrienden! stelt dat uiterste middel tot de laatste minuten uit.
+Ik houd niet veel van hetgeen onherstelbaar is."
+
+"Ik heb niet voor ons gesproken," antwoordde Glenarvan. "Hoe vreeselijk
+onze dood ook moge wezen, wij zullen hem trotseeren! Ha! als wij alleen
+waren, zou ik u reeds twintigmaal toegeroepen hebben: Mijne vrienden!
+laten wij een uitval wagen! Laten wij die ellendelingen aanvallen! Maar
+zij! zij!..."
+
+John ligtte even de mat op en telde vijf en twintig inlanders, die aan
+de deur der gevangenis de wacht hielden. Zij hadden een groot vuur
+aangelegd, dat een akeligen gloed verspreidde over den oneffen grond der
+sterkte. Sommigen dier wilden lagen rondom het vuur op den grond;
+anderen stonden roerloos overeind en staken zwart af op de heldere
+gordijn van vlammen. Maar allen zagen telkens naar de hut, die aan hun
+bewaking was toevertrouwd.
+
+Men zegt, dat tusschen den cipier, die waakt en een gevangene, die
+vlugten wil, de kansen voor den gevangene zijn. Het belang van den een
+is inderdaad grooter dan het belang van den ander. Deze kan vergeten,
+dat hij bewaakt; gene kan nooit vergeten, dat hij bewaakt wordt. De
+gevangene denkt meer aan de vlugt, dan zijn bewaker om hem de vlugt te
+beletten. Dat is de oorzaak van zoovele en zoo wonderlijke
+ontvlugtingen.
+
+Maar hier werden de gevangenen bewaakt door de haat en de wraakzucht, en
+niet door een onverschilligen cipier. De gevangenen waren niet geboeid;
+maar dat was ook onnoodig: want vijf en twintig man bewaakten den
+eenigen uitgang van het heilige huis.
+
+Deze hut, tegen den rotswand leunende, die de verschansing afsloot, was
+alleen genaakbaar over een smalle landtong, die haar met het voorplein
+der sterkte in verband bragt. De zijmuren waren boven loodregte
+rotswanden opgetrokken en hingen over een honderd voet diepen afgrond.
+Hier was dus een nederdaling onmogelijk.
+
+Onder den grond door bestond ook geen gelegenheid om te vlugten, want de
+rots was steenhard. De eenige uitgang was de deur van het heilige huis,
+en de Maori's bewaakten die landtong, die het als een ophaalbrug met de
+vesting verbond. Ontsnappen was dus onmogelijk, en Glenarvan moest dit
+wel erkennen, toen hij, misschien voor de twintigste maal, de muren
+zijner gevangenis had onderzocht.
+
+Intusschen verliepen de uren van dien akeligen nacht. De berg was in
+digte duisternis gehuld. Maan nog sterren verhelderden den pikzwarten
+nacht. De wind huilde langs de sterkte. De palen der hut kraakten.
+Plotseling wakkerde het vuur der inboorlingen weder aan door die
+kortstondige strooming der lucht, en het schijnsel der vlammen
+verlichtte even het binnenste van het heilige huis. De groep gevangenen
+werd voor een oogenblik beschenen. Die arme lieden waren in gedachten
+verzonken over het lot, dat hun wachtte. Sen doodsche stilte heerschte
+in de hut.
+
+Het zal omstreeks vier ure in den morgen geweest zijn, toen de
+oplettendheid van den majoor werd opgewekt door een ligt gedruisch, dat
+achter de achterste palen, in den wand der hut, die tegen de rots
+leunde, vandaan scheen te komen.
+
+Toen Mac Nabbs, die zich eerst niet om dat gedruisch had bekommerd,
+bespeurde, dat het aanhield, luisterde hij; verwonderd, dat het niet
+ophield, ging hij eindelijk om het beter waar te nemen met het oor op
+den grond liggen. Hij meende te hooren, dat er van buiten gekrabd en
+gegraven werd.
+
+Toen hij zeker was van zijn zaak, sloop de majoor naar Glenarvan en John
+Mangles, ontrukte hen aan hun droevige denkbeelden en voerde ze naar het
+achterste gedeelte der hut.
+
+"Luistert!" fluisterde hij, hun tevens een teeken gevende om te bukken.
+
+Het gekrab werd hoe langer hoe duidelijker; men kon hooren, dat de
+steentjes door de aanraking met een scherp voorwerp krasten en
+wegrolden.
+
+"Een beest in zijn hol," zeide John Mangles.
+
+Glenarvan sloeg zich voor het hoofd en zeide:
+
+"Wie weet? als het eens een mensch was!"
+
+"Mensch of dier," antwoordde de majoor, "ik zal er wel spoedig achter
+komen!"
+
+Wilson en Olbinett kwamen bij hen, en allen begonnen in den wand te
+graven, John met zijn dolk, de anderen met steenen, die zij uit den
+grond haalden, of met hun nagels, terwijl Mulrady op den grond lag om
+door een kier in de mat de groep inlanders in het oog te houden.
+
+Die wilden lagen onbewegelijk rondom het vuur en vermoedden niets van
+hetgeen er twintig schreden van hen af gebeurde.
+
+De grond bestond uit een ligte en wrijfbare aarde, die den
+kiezelachtigen tufsteen bedekte. Ondanks het gebrek aan werktuigen
+vorderde het gat dan ook goed. Weldra was het duidelijk, dat een of meer
+menschen buiten het fort een galerij groeven in den zijmuur. Wat kon hun
+doel zijn? Waren zij bekend met het bestaan der gevangenen, of vond de
+arbeid, die verrigt scheen te worden, zijn verklaring in het toeval
+eener persoonlijke onderneming?
+
+De gevangenen verdubbelden hun pogingen. Hun gewonde vingers bloedden;
+maar zij groeven toch door. Na een half uur arbeids was het gat, dat zij
+boorden, een voet of drie diep. Het helderder geraas bewees hun, dat
+alleen een dunne aardlaag een onmiddellijke gemeenschap belette.
+
+Er verliepen nog eenige minuten; daar trok de majoor op eens zijn hand
+terug, die door een scherp lemmet gewond was. Hij bedwong den kreet van
+pijn, die hem bijna ontsnapte.
+
+John Mangles weerde met zijn dolk het mes af, dat in het gat werd
+rondgedraaid, maar vatte de hand, die het voerde.
+
+Het was de hand eener vrouw of van een kind, een europeesche hand!
+
+Geen van beiden had een woord gesproken. Het was duidelijk, dat men er
+aan beide zijden belang bij had om te zwijgen.
+
+"Is het Robert?" mompelde Glenarvan.
+
+Maar hoe zacht hij dien naam ook had uitgesproken, Mary Grant had hem
+verstaan. Zij was ontwaakt door de beweging in de hut, sloop naar
+Glenarvan, greep die met aarde bemorste hand en bedekte ze met haar
+kussen.
+
+"Gij! gij!" zeide het meisje, dat zich er niet in kon vergissen, "gij,
+Robert!"
+
+"Ja, zusje!" antwoordde Robert, "ik ben hier om u allen te redden! Maar
+stilte."
+
+"Moedig kind!" herhaalde Glenarvan.
+
+"Houdt de wilden daar buiten in het oog en maakt het gat ruimer!" hernam
+Robert.
+
+Mulrady, die even had opgezien bij de verschijning van den knaap, ging
+weer op den uitkijk staan.
+
+"Alles gaat goed," zeide hij. "Nog maar vier krijgslieden zijn wakker.
+De anderen slapen."
+
+"Moed gehouden!" sprak Wilson.
+
+In een oogenblik was het gat vergroot en ging Robert uit de armen zijner
+zuster over in die van lady Helena. Om zijn ligchaam was een lang touw
+van vlas gewonden.
+
+"Mijn kind! mijn kind!" mompelde de jonge vrouw, "dus hebben de wilden u
+niet gedood!"
+
+"Neen, mevrouw!" antwoordde Robert. "Ik weet zelf niet, hoe ik mij bij
+die opschudding aan hun oog heb kunnen onttrekken; ik ben over de
+omwalling gesprongen; twee dagen lang heb ik mij in de struiken
+verscholen; 's nachts liep ik rond; ik wilde u wederzien. Terwijl de
+geheele stam met de uitvaart van het opperhoofd bezig was, ben ik die
+zijde der sterkte, waar de gevangenis staat, gaan verkennen, en heb ik
+gezien, dat ik bij u zou kunnen komen. Uit een ledige hut heb ik dit mes
+en dit touw genomen. De bosjes gras, de takken der struiken hebben mij
+tot ladder gediend; bij toeval heb ik een soort van grot gevonden, in de
+rots uitgehouwen, waartegen deze hut leunt; ik behoefde slechts eenige
+voeten in een weeke aarde uit te graven, en nu ben ik hier."
+
+Twintig stomme kussen waren het eenige antwoord, dat Robert krijgen kon.
+
+"Laten wij vertrekken!" zeide hij op vasten toon.
+
+"Is Paganel beneden?" vroeg Glenarvan.
+
+"Mijnheer Paganel?" herhaalde het kind, zeer verrast door die vraag.
+
+"Ja! Wacht hij ons? Hij was immers met u gevlugt?"
+
+"Welneen, mylord! Wat, is mijnheer Paganel niet hier?"
+
+"Hij is hier niet, Robert!" antwoordde Mary Grant.
+
+"Hoe? Hebt gij hem niet gezien?" vroeg Glenarvan. "Hebt gij elkaar niet
+bij die opschudding aangetroffen? Zijt gij niet zamen ontsnapt?"
+
+"Neen, mylord!" herhaalde Robert, die geheel ter neergeslagen was door
+het berigt van de verdwijning van Paganel.
+
+"Laten wij vertrekken!" zeide nu de majoor, "wij hebben geen minuut te
+verliezen. Waar Paganel ook is, hij kan het nergens slechter hebben dan
+wij hier. Vooruit maar!"
+
+Wel waren de oogenblikken kostbaar. Zij moesten vlugten. De ontsnapping
+leverde geen andere groote moeijelijkheden op, dan alleen de afdaling
+langs een bijna loodregten rotsmuur buiten de grot, die omtrent twintig
+voet hoog was. Vandaar bood de helling een vrij gemakkelijke nederdaling
+tot den voet des bergs aan. Van dit punt af konden de gevangenen spoedig
+de lager liggende dalen bereiken, terwijl de Maori's, wanneer zij hun
+vlugt ontdekten, onbekend als ze waren met het bestaan der galerij
+tusschen het heilige huis en de buitenste glooijing gegraven, een zeer
+langen omweg zouden moeten maken om hen te bereiken.
+
+De ontvlugting begon. Alle voorzorgen, die haar welslagen konden
+verzekeren, werden genomen. De gevangenen kropen achter elkander door de
+naauwe galerij en kwamen in de grot. Voor John Mangles de hut verliet,
+ruimde hij al het puin weg en kroop op zijn beurt door de opening,
+waarop hij de matten van de hut liet vallen. De galerij was dus volkomen
+verborgen.
+
+Nu moest men den loodregten rotsmuur tot aan de glooijing afdalen, en
+die nederdaling zou onmogelijk geweest zijn, wanneer Robert het touw van
+vlas niet had meegebragt.
+
+Het werd afgewonden, aan een uitstekende rotspunt vastgemaakt en naar
+beneden geworpen.
+
+Voor John Mangles zijn vrienden zich liet toevertrouwen aan die
+vlasvezels, die ineengedraaid het touw vormden, onderzocht hij het
+eerst; hij oordeelde, dat het niet bijzonder sterk was; men mogt zich
+echter niet roekeloos blootstellen, want een val kon doodelijk zijn.
+
+"Dit touw," zeide hij, "kan slechts twee personen te gelijk houden; daar
+moeten wij ons dus naar regelen. Eerst moeten lord en lady Glenarvan
+zich laten afglijden; zoodra zij beneden zijn, trekken zij driemaal aan
+het touw, dat zal voor ons het sein wezen om hen te volgen."
+
+"Ik zal het eerst gaan," zeide Robert. "Ik heb onder aan de glooijing
+een soort van diep hol ontdekt, waar de eerst afgedaalden zich zullen
+verbergen om de anderen af te wachten."
+
+"Ga, mijn jongen!" zeide Glenarvan, terwijl hij de hand van den knaap
+drukte.
+
+Robert verdween door de opening der grot. Een minuut daarna bewezen drie
+rukken aan het touw, dat de knaap zijne afdaling gelukkig volbragt had.
+
+Terstond waagden Glenarvan en lady Helena zich buiten de grot. Het was
+nog zeer duister, maar de toppen, die in bet oosten verrezen, werden
+reeds door eenige graauwe tinten gekleurd.
+
+De snerpende ochtendkoelte bragt de jeugdige vrouw weder bij. Zij
+gevoelde haar krachten terugkeeren en begon haar gevaarlijke vlugt.
+
+Glenarvan voorop, gevolgd door lady Helena, lieten zich langs het touw
+afglijden tot op de plek, waar de loodregte rotsmuur zamenkwam met het
+bovenvlak der schuine zijde. Daarop begon Glenarvan, die zijn vrouw
+voorging en haar ondersteunde, achteruit af te dalen. Hij zocht naar
+bosjes gras en struiken, die hem een steunpunt konden opleveren; eerst
+beproefde hij ze en zette er dan den voet van lady Helena op. Eenige
+vogels, die in hun rust gestoord werden, vlogen zacht schreeuwend weg,
+en de vlugtelingen sidderden, wanneer een steen, uit zijn kuil
+weggestooten, met groot geraas tot beneden aan den berg rolde.
+
+Zij waren omtrent op de helft der schuine zijde, toen zich een stem aan
+den ingang der grot liet hooren:
+
+"Houdt stil!" fluisterde John Mangles.
+
+Met de eene hand zich vastklemmende aan een bosje struiken met
+vierhoekige bladeren, met de andere zijn vrouw ondersteunende, wachtte
+Glenarvan, bijna zonder adem te durven halen.
+
+Wilson had onraad gehoord. Eenig gerucht buiten het heilige huis
+vernomen hebbende, was hij in de hut teruggekeerd, had de mat opgeligt
+en naar de Maori's uitgezien. Op een teeken van hem hield John Glenarvan
+tegen.
+
+Door een vreemd gedruisch verrast, was een der krijgslieden opgestaan en
+het heilige huis genaderd. Twee schreden van de hut af, bleef hij met
+gebukten hoofde staan luisteren. Een minuut lang, die wel een uur
+scheen, bleef hij met gespitst oor en loerend oog in die houding. Daarop
+schudde hij het hoofd als iemand, die zich vergist heeft, keerde naar
+zijn makkers terug, nam een armvol dood hout en wierp het op het half
+uitgegane vuur, welks vlammen weer opflikkerden. Zijn helder verlicht
+gelaat verried geen bezorgdheid meer, en na de eerste morgenschemering,
+die den gezigteinder een beetje verhelderde, gadegeslsgen te hebben,
+ging hij bij het vuur liggen om zijn koude leden te verwarmen.
+
+"Alles gaat goed," zeide Wilson.
+
+John gaf aan Glenarvan een teeken om de afdaling te hervatten.
+
+Glenarvan liet zich zachtjes tot op het vlak glijden, weldra zetten lady
+Helena en hij den voet op het naauwe pad, waar Robert hen wachtte.
+
+Driemaal trok hij aan het touw, en nu gingen John Mangles met Mary Grant
+op hun beurt den gevaarvollen togt ondernemen.
+
+Zijn waagstuk gelukte; hij voegde zich bij lord en lady Glenarvan in het
+door Robert aangewezen gat.
+
+Vijf minuten later waren alle vlugtelingen gelukkig uit het heilige huis
+ontkomen en verlieten zij hun voorloopige schuilplaats. Met vermijding
+van de bewoonde oevers van het meer drongen zij langs naauwe paden in
+het diepst van het gebergte.
+
+Zij liepen stevig door en trachtten alle punten te mijden waar zij soms
+gezien konden worden. Zij spraken geen woord. Zij slopen als schimmen
+tusschen de heesters door. Waar gingen zij heen? Op goed geluk af; maar
+zij waren vrij.
+
+Omstreeks vijf ure brak de dag aan. Blaauwachtige strepen liepen door de
+hoogdrijvende wolken. De in nevelen gehulde toppen scheidden zich van de
+morgendampen. Weldra zou de dagvorstin verschijnen, en in plaats van het
+sein tot de doodstraf te geven, zou die zon integendeel de vlugt der
+veroordeelden verraden.
+
+Voor dat noodlottig oogenblik moesten dus de vlugtelingen buiten het
+bereik der wilden zijn om hen zoo ver mogelijk van het spoor te brengen.
+Maar zij vorderden niet veel; de paden waren te steil. Lady Helena
+klauterde tegen de helling op, ondersteund, om niet te zeggen gedragen
+door Glenarvan, en Mary Grant leunde op den arm van John Mangles;
+gelukkig en zegevierend opende Robert, vol blijdschap over zijn
+welslagen, den optogt, dien de twee matrozen sloten.
+
+Nog een half uur en de schitterende zon zou de dampen aan den
+gezigteinder verdrijven.
+
+Een half uur lang liepen de vlugtelingen op goed geluk voort. Paganel
+was niet bij hen om hun den weg te wijzen,--Paganel, het voorwerp hunner
+ongerustheid en wiens gemis een donkere schaduw wierp op hun geluk.
+Inmiddels rigtten zij zich zooveel mogelijk naar het oosten, den aan
+breken den dageraad te gemoet. Weldra hadden zij een hoogte van vijf
+honderd voet boven het Taupo-meer bereikt, en de morgenkoelte, door die
+hoogte nog vermeerderd, hinderde hen. Onduidelijke vormen van heuvels en
+bergen stapelden zich op elkander; maar Glenarvan wenschte niets liever
+dan er in rond te dolen. Later zou hij wel zien, hoe hij uit dien
+bergachtigen doolhof kwam.
+
+Eindelijk brak de zon door en bescheen de vlugtelingen met haar eerste
+stralen.
+
+Op eens weergalmde een vreeselijk gebrul uit honderd kelen door de
+lucht. Het kwam uit de vesting, wier juiste ligging Glenarvan niet meer
+kon bepalen. Bovendien verhinderde hem een digte gordijn van nevelen,
+die aan zijn voeten hing, om de lage dalen te onderscheiden.
+
+Maar de vlugtelingen konden er niet aan twijfelen, hun vlugt was
+ontdekt. Zouden zij ontkomen aan de vervolging der inlanders? Waren zij
+gezien? Zouden hun sporen hen niet verraden?
+
+Juist trok de lage mist op en wikkelde hen voor een poos in een vochtige
+wolk, en nu bemerkten zij drie honderd voet beneden zich den dweepzieken
+hoop inlanders.
+
+Zij zagen, maar waren ook gezien. Een nieuw gebrul steeg op, begeleid
+door hondengeblaf, en de geheele stam stormde, na eerst te vergeefs
+beproefd te hebben de rots van het heilige huis te beklimmen, den
+vestingwal uit en ijlde langs de kortste paden de gevangenen na, die aan
+zijn wraak ontsnapten.
+
+
+
+
+XIV.
+
+De taboe berg.
+
+
+De top van den berg was nog een honderd voet hooger. De vlugtelingen
+hadden er belang bij hem te bereiken om zich op de andere helling aan
+het oog der Maori's te onttrekken. Zij hoopten, dat de een of andere
+begaanbare kam hen in staat zou stellen de nabijgelegen kruinen te
+bereiken, die een bergstelsel uitmaakten, waarin de arme Paganel
+stellig, wanneer hij bij ben geweest was, den weg had weten te vinden.
+
+De bestijging werd dus haastig voortgezet, waartoe het al nader komende
+dreigende getier genoeg aanspoorde. De vervolgers bereikten den voet des
+bergs.
+
+"Houdt moed, vrienden! houdt moed!" riep Glenarvan, zijn makkers met
+stem en gebaren aanmoedigende.
+
+In minder dan vijf minuten stonden zij op den bergtop; daar keerden zij
+zich om, ten einde hun toestand te overzien en een rigting te nemen, die
+de Maori's op een dwaalspoor kon brengen.
+
+Van deze hoogte overzagen zij het geheele Taupo meer, dat zich in zijn
+schilderachtige lijst van bergen westwaarts uitstrekte. Ten noorden, de
+toppen van den Pirongia; ten zuiden, de rookende krater van den
+Tongariro. Maar ten oosten stuitte hun blik op den muur van toppen en
+ruggen, die met de Wahiti-Ranges in verband staat, die groote keten,
+welker onafgebroken schakels over het geheele noordelijke eiland van de
+Cooksstraat af tot de Oostkaap toe loopen. Zij moesten dus de andere
+zijde afdalen en in naauwe passen, misschien zonder uitgangen,
+doordringen.
+
+Glenarvan sloeg een angstigen blik om zich heen; de zonnestralen hadden
+de nevels verjaagd, zoodat zijn oog de geringste holten van den grond
+goed kon onderscheiden. Geen beweging der Maori's kon hem ontgaan.
+
+De inlanders waren geen vijf honderd voet van hem af, toen zij het
+bergvlak bereikten, waarop de eenzame kegel zich verhief.
+
+Glenarvan mogt geen oogen blik langer stilstaan. Uitgeput of niet, zij
+moesten vlugten, wilden zij niet omsingeld worden.
+
+"Laten wij afdalen!" riep bij, "voor de weg ons wordt afgesneden!"
+
+Maar toen de arme vrouwen met inspanning van alle krachten weer
+opgestaan waren, hield Mac Nabbs haar tegen en zeide:
+
+"Het is onnoodig, Glenarvan! Zie maar!"
+
+Werkelijk zagen nu allen, welk een onverklaarbare verandering er in de
+bewegingen der Maori's was gekomen.
+
+Zij hadden op eens hun vervolging gestaakt. De beklimming van den berg
+hield op, alsof er een streng tegenbevel gekomen was. De bende
+inboorlingen was in haar vaart gestuit, en hield stand als de golven der
+zee voor een onwankelbare rots.
+
+Al die bloeddorstige wilden stonden daar aan den voet des bergs,
+huilden, zwaaiden met hun armen, geweren en bijlen, maar kwamen geen
+duim digter. Hun honden, die evenals zij in den grond vastgeworteld
+schenen, blaften woedend.
+
+Wat was er toch gaande? Welke onzigtbare magt weerhield de inlanders? De
+vlugtelingen zagen het, maar begrepen het niet, en vreesden, dat de
+betoovering, die den stam van Kai-Koemoe ketende, verbroken mogt worden.
+
+Daar uitte John Mangles een schreeuw, die zijn makkers deed omzien. Met
+de hand wees hij hun een gebouw op den top des kegels.
+
+"Het graf van het opperhoofd Kara-Tete!" riep Robert.
+
+"Spreekt gij de waarheid, Robert?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ja, mylord! het is zoo waar het graf! ik herken het...."
+
+Robert vergiste zich niet. Vijftig voet hooger op, op de hoogste spits
+des bergs, vormden pas beschilderde palen een kleine beslotene ruimte.
+Glenarvan herkende nu ook het graf van het zeelandsche opperhoofd. In
+zijn blinde vlugt was hij op den top van den Maunganamu gekomen.
+
+Door de zijnen gevolgd beklom nu de lord den geringen afstand, die hem
+nog van het graf scheidde. Een wijde met matten behangen opening
+verleende er toegang toe. Glenarvan wilde in het binnenste van de
+grafstede doordringen, maar deinsde eensklaps verschrikt terug,
+roepende: "Een wilde!"
+
+"Een wilde in dit graf?" vroeg de majoor.
+
+"Ja, Mac Nabbs!"
+
+"Dat maakt niet uit. Vooruit maar!"
+
+Glenarvan, de majoor, Robert en John Mangles drongen binnen de
+omheining. Daar zat een Maori, in een grooten linnen mantel gewikkeld;
+de schaduw der grafstede belette zijn trekken te onderscheiden. Hij
+hield zich volkomen rustig en ontbeet onbekommerd.
+
+Glenarvan wilde hem aanspreken; maar de inlander was hem voor, en zeide
+op vriendelijken toon en in goed engelsch:
+
+"Ga toch zitten, mylord! het ontbijt is gereed."
+
+Het was Paganel. Zijn stem hoorende, liepen allen de begraafplaats
+binnen en omhelsden den uitmuntenden aardrijkskundige. Paganel was
+teruggevonden! Zijn persoon was een waarborg voor aller redding! Men
+wilde hem ondervragen, men wilde weten hoe en waarom hij zich op den top
+van den Maunganamu bevond; maar Glenarvan beteugelde met een enkel woord
+die ontijdige nieuwsgierigheid.
+
+"De wilden!" zeide hij.
+
+"De wilden!" antwoordde Paganel schouderophalend. "Dat zijn wezens, die
+ik in den grond van mijn hart veracht."
+
+"Maar kunnen zij niet...."
+
+"Zij! die domme ezels! Komt maar eens mee!"
+
+Allen volgden Paganel, die de grafstede verliet. De Zeelanders stonden
+nog op dezelfde plaats om den voet des kegels en tierden vreeselijk.
+
+"Schreeuwt! brult! tiert maar, tot uw longen barsten, stomme wezens!"
+zeide Paganel. "Gij durft dezen berg toch niet beklimmen!"
+
+"En waarom niet?" vroeg Glenarvan.
+
+"Omdat het opperhoofd hier begraven ligt, omdat dit graf ons beschermt,
+omdat de berg taboe is!"
+
+"Taboe?"
+
+"Ja, vrienden! en daarom ben ik hierheen gevlugt, als in een dier
+middeneeuwsche wijkplaatsen voor ongelukkigen."
+
+"God is met ons!" riep lsdy Helena met ten hemel geheven handen.
+
+De berg was werkelijk taboe, en daarom durfden de bijgeloovige wilden
+hem niet bestijgen.
+
+De vlugtelingen waren nog wel niet gered; maar het was toch een
+gewenscht uitstel, waarmee zij hun voordeel konden doen.
+
+Glenarvan sprak, aan een onbeschrijfelijke aandoening ten prooi, geen
+enkel woord, en de majoor schudde met een regt vergenoegd gezigt het
+hoofd.
+
+"En nu, mijne vrienden!" zeide Paganel, "wanneer die vlegels op ons
+rekenen om hun geduld te oefenen, vergissen zij zich. Binnen twee dagen
+zijn wij buiten het bereik dier schoften."
+
+"Wij zullen vlugten!" zeide Glenarvan. "Maar hoe?" "ik weet er nog niets
+van," antwoordde Paganel; "maar wij vlugten toch!"
+
+Nu wilde ieder de lotgevallen van den aardrijkskundige vernemen. Zeer
+vreemd en zonderling was de achterhoudendheid van dien zoo praatzieken
+man, men moest hem om zoo te zeggen de woorden uit de keel halen. Hij,
+die anders zoo graag vertelde, antwoordde nu ontwijkend op al de vragen
+zijner vrienden.
+
+"Men heeft mijn Paganel veranderd!" dacht Mac Nabbs.
+
+En werkelijk was het voorkomen van den waardigen geleerde niet meer
+hetzelfde. Hij draaide zich stevig in zijn ruimen linnen mantel, en
+scheen de al te nieuwsgierige blikken te ontwijken. Zijn verlegenheid,
+wanneer er over hem gesproken werd, ontging niemand, maar uit
+bescheidenheid deed een ieder, alsof hij het niet opmerkte. Zoodra hij
+maar niet meer zelf op het tapijt was, kreeg Paganel ook zijn gewone
+opgeruimdheid terug.
+
+Zie hier wat hij goedvond aan zijn makkers van zijn lotgevallen te
+vertellen, toen allen om hem heen zaten aan den voet der palen van het
+grafgesticht.
+
+Na den moord van Kara-Tete maakte Paganel evenals Robert van de
+opschudding onder de inlanders gebruik en verdween buiten het paalwerk
+der sterkte. Maar minder gelukkig dan de jonge Grant, kwam hij
+regtstreeks te land in een legerplaats van Maori's. Daar voerde een
+opperhoofd van een schoone gestalte en een schrander voorkomen, die
+verre uitstak boven al de krijgslieden van zijn stam, het bevel. Dat
+opperhoofd sprak zuiver engelsch en heette hem welkom door het tipje van
+zijn neus te schuren tegen den neus van den aardrijkskundige.
+
+Paganel vroeg bij zich zelven of hij zich als een gevangene moest
+beschouwen of niet. Maar ziende, dat hij geen stap doen kon zonder het
+beleefde geleide van het opperhoofd, wist hij weldra, waaraan hij zich
+te houden had.
+
+Dat opperhoofd, "Hihy," dat wil zeggen "zonnestraal," genoemd, was geen
+kwaad man. De bril en kijker van Paganel schenen hem een hooge dunk van
+den aardrijkskundige te geven, en hij verbond hem naauw aan zich, niet
+alleen door zijn weldaden, maar ook met stevige touwen, vooral 's
+nachts.
+
+Die nieuwe toestand duurde drie volle dagen. Werd Paganel gedurende dat
+tijdsverloop goed of slecht behandeld? "Ja en neen," zeide hij, zonder
+zich er verder over uit te laten. Kortom, hij was een gevangen man, en
+op het uitzigt na van een spoedigen dood, scheen zijn toestand hem niet
+veel benijdenswaardiger toe dan die zijner rampzalige vrienden.
+
+Gelukkig slaagde hij er zekeren nacht in om zijn touwen te doorknagen en
+te vlugten. Hij had van verre de begrafenis van het opperhoofd
+bijgewoond, hij wist, dat men hem op den top van den Maunganamu had ter
+aarde besteld, en dat de berg daardoor taboe werd. Daarheen besloot hij
+nu te vlugten, want hij wilde het land niet verlaten, waar zijn
+reisgenooten blijven moesten. Hij slaagde in zijn gevaarvolle
+onderneming. Den vorigen nacht had hij het graf van Kara-Tete bereikt,
+en wachtte nu, "terwijl zijn krachten terugkeerden," tot de hemel door
+eenig toeval zijn vrienden bevrijdde.
+
+Zoo luidde Paganels verhaal. Sloeg hij met opzet een omstandigheid van
+zijn verblijf onder de inlanders over? Meer dan eens gaf zijn
+verlegenheid aanleiding om het te denken. Hoe het ook zij, allen
+wenschten hem eenparig geluk, en toen het verledene bekend was, keerde
+men tot het tegenwoordige terug.
+
+De toestand was nog altijd hoogst bedenkelijk. Wanneer de inlanders zich
+niet verstoutten om den Maunganamu te beklimmen, dan rekenden zij er
+toch stellig op, dat honger en dorst hun gevangenen weer in hun magt
+zouden brengen. Het was dus maar een zaak van tijd, en de wilden hebben
+een taai geduld.
+
+Glenarvan ontveinsde zich de bezwaren van zijn toestand niet; maar hij
+besloot gunstiger omstandigheden af te wachten en ze des noods te
+voorschijn te roepen.
+
+Vooreerst wilde Glenarvan zorgvuldig den Maunganamu onderzoeken, dat is
+te zeggen zijn ongedachte sterkte, niet om ze te verdedigen, want er was
+geen beleg te vreezen, maar om ze te verlaten. De majoor, John, Robert,
+Paganel en hij onderzochten den berg in alle bijzonderheden; zij namen
+de rigting der paden, waar zij op uitliepen en hun helling goed op. De
+een mijl lange bergrug, die den Maunganamu verbond met de Wahiti-keten,
+liep zacht glooijend naar de vlakte af. De eenige bruikbare weg, ingeval
+een ontsnapping mogelijk was, liep over zijn smallen en grillig
+gevormden kam. Konden de vlugtelingen er, door de duisternis van den
+nacht begunstigd, ongezien overkomen, misschien zou het hun dan gelukken
+de naauwe dalen der Ranges te bereiken en hun vervolgers van het spoor
+te brengen.
+
+Maar die weg was met meer dan één gevaar verbonden. Op zijn laagste
+gedeelte liep hij onder het bereik van het geweervuur. De kogels der aan
+de uitloopers geplaatste inlanders konden elkander kruisen en een
+ijzeren net spannen, waar niemand straffeloos door kon.
+
+Toen Glenarvan en zijn vrienden zich op het gevaarlijke gedeelte van den
+kam hadden gewaagd, werden zij met een hagelbui van kogels begroet, die
+hen echter niet deerden. Eenige proppen werden door den wind vlak bij
+hen gedreven Zij waren van bedrukt papier gemaakt, dat Paganel louter
+uit nieuwsgierigheid opraapte en niet zonder moeite ontcijferde.
+
+"Mooi zoo!" riep hij uit. "Weet gij wel, vrienden! welke proppen die
+beesten voor hun geweren gebruiken?"
+
+"Neen, Paganel!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Bladen uit den Bijbel! Wanneer zij die gewijde verzen daarvoor
+gebruiken, beklaag ik hun zendelingen! Dan zullen dezen nog al wat
+moeite hebben om bibliotheken onder de Maori's aan te leggen."
+
+"En met welk gedeelte der heilige boeken hebben die inlanders ons wel
+beschoten?" vroeg Glenarvan.
+
+"Met een woord van den almagtigen God," antwoordde John Mangles, die op
+zijn beurt het door de losbranding beschadigde papier gelezen had. "Dat
+woord zegt ons, dat wij op Hem moeten hopen," voegde de jeugdige
+kapitein er bij, met de onwankelbare geloofsovertuiging van een Schot.
+
+"Lees, John!" beval Glenarvan.
+
+En John las dit vers, dat het ontplofte kruid had gespaard:
+
+"_Omdat hij op Mij heeft gehoopt, zal hem verlossen_."
+
+"Vrienden!" zeide Glenarvan, "wij moeten die troostrijke woorden
+overbrengen aan onze wakkere en lieve medereizigsters. Dat zal haar een
+riem onder het hart steken."
+
+Glenarvan en zijn makkers bestegen weder de steile paden van den kegel,
+en begaven zich naar het graf, dat zij wilden onderzoeken.
+
+Onderweg verwonderde het hen, dat zij van tijd tot tijd een zekere
+beving van den grond waarnamen. Het was geen schudding, maar die
+aanhoudende trilling, welke het bonzen van kokend water tegen de wanden
+van een ketel teweegbrengt. Het was duidelijk, dat onder het deksel van
+den berg sterke dampen, door de werking van het onderaardsche vuur
+ontstaan, opeengepakt waren.
+
+Die bijzonderheid had niets vreemds voor lieden, die pas tusschen de
+warme bronnen der Waikato waren doorgevaren. Zij wisten, dat deze streek
+in het midden van Ika-Na-Maoeï zeer vulkanisch is. Het is een echte
+zeef, wier weefsel de in de aarde besloten dampen laat ontwijken door de
+kokende bronnen en de zwavelgroeven.
+
+Paganel, die dit reeds had opgemerkt, vestigde dus de aandacht zijner
+vrienden op den vulkanischen aard van den berg. De Maunganamu was maar
+een van die talrijke kegels, die het middelste gedeelte van het eiland
+bedekken, dat is te zeggen een aanstaande vulkaan. De geringste
+werktuigelijke verrigting kon de vorming van een krater veroorzaken in
+zijn uit kiezelachtigen graauwen tufsteen bestaande wanden.
+
+"Dat is zoo," zeide Glenarvan; "maar wij loopen hier toch niet meer
+gevaar dan bij den stoomketel der _Duncan_. Deze aardkorst is beter dan
+het stevigste plaatijzer!"
+
+"Dat mag waar zijn," antwoordde de majoor; "maar de beste stoomketel
+springt toch eindelijk, wanneer hij te lang wordt gebruikt."
+
+"Ik verlang volstrekt niet op dezen kegel te blijven, Mac Nabbs!" sprak
+Paganel. "Zoodra de Hemel mij een bruikbaren weg toont, verlaat ik hem
+oogenblikkelijk."
+
+"Ach!" riep nu John Mangles, "kon deze Maunganamu zelf ons maar
+meevoeren, die toch zooveel werktuigelijke kracht in zich besluit. Daar
+onder onze voeten huist misschien een nuttelooze en ongebruikte kracht
+van vele millioenen paarden! Onze _Duncan_ zou het duizendste deel er
+van niet noodig hebben om ons naar het einde der wereld te voeren!"
+
+Die herinnering aan de _Duncan_, door John Mangles opgewekt, vervulde
+Glenarvans gemoed weder met de droevigste gedachten; want, hoe wanhopend
+zijn eigen toestand ook was, toch vergat hij dien nog menigmaal om over
+het lot zijner matrozen te zuchten.
+
+Hij dacht nog daaraan, toen hij zijn deelgenooten in bet ongeluk op den
+top van den Maunganamu terugvond.
+
+Zoodra lady Helena hem bemerkte, liep zij naar hem toe.
+
+"Hebt gij onzen toestand opgenomen, lieve Edward?" vroeg zij. "Moeten
+wij hopen of vreezen?"
+
+"Hopen, lieve Helena!" antwoordde Glenarvan. "De inlanders zullen nooit
+de grens van den berg overschrijden, en het zal ons niet aan tijd
+ontbreken om een plan tot ontsnapping te vormen."
+
+"Bovendien, mevrouw!" voegde John Mangles er bij, "beveelt God zelf ons
+aan om te hopen."
+
+John Mangles overhandigde lady Helena dat bijbelblad, waarop het gewijde
+vers te lezen stond. De jonge vrouw en het jeugdige meisje zagen met
+haar vertrouwend gemoed en haar voor elke tusschenkomst des hemels
+geopend hart, een onfeilbaar voorteeken van redding in deze woorden van
+het heilige boek.
+
+"En nu naar het grafgesticht!" riep Paganel vrolijk uit; "dat is onze
+vesting, ons kasteel, onze eetzaal, ons studeervertrek! Niemand zal ons
+daar storen! Dames! veroorlooft mij de eer van deze lieve woning bij u
+op te houden."
+
+Allen volgden den vriendelijken Paganel. Toen de wilden zagen, dat de
+vlugtelingen andermaal dat taboe verklaarde graf gingen ontheiligen,
+losten zij talrijke schoten en huilden vreeselijk, het een even
+luidruchtig als het andere. Maar zeer gelukkig droegen de kogels niet
+zoo ver als het geschreeuw, en vielen ze halverwege neer, terwijl de
+verwenschingen in de ruimte wegstierven.
+
+Lady Helena, Mary Grant en hun togtgenooten, gingen, geheel gerust
+gesteld nu zij zagen, dat het bijgeloof der Maori's nog sterker was dan
+hun toorn, de begraafplaats binnen.
+
+Het graf van dat zeelandsch opperhoofd bestond uit een omheining van
+roodgeverwde palen. Zinnebeeldige voorstellingen, een ware tatoeëering
+in hout, vermeldden den adel en de groote daden des overledenen. Kransen
+van amuletten, schelpen of geslepen steentjes slingerden van den eenen
+paal tot den anderen. Van binnen was de grond geheel bedekt met een
+tapijt van groene bladeren. In het middelpunt wees een geringe
+verhevenheid de plaats aan van het pas gedolven graf.
+
+Daar lagen de wapenen van het opperhoofd, zijn geladen geweren, zijn
+lans, zijn prachtige bijl van groenen niersteen, met een voldoenden
+voorraad kruid en kogels voor de eeuwige jagten.
+
+"Dat lijkt wel een heel tuighuis," zeide Paganel, "waarvan wij een beter
+gebruik zullen maken dan de overledene. Het is wel goed verzonnen van
+die wilden om hun wapens naar de andere wereld mede te nemen!"
+
+"Kijk! die geweren zijn van engelsch maaksel!" zeide de majoor.
+
+"Zonder twijfel!" antwoordde Glenarvan; "maar het is een zeer dwaze
+gewoonte om den wilden vuurwapens te schenken! Zij bedienen zich er
+later maar van tegen de overheerschers en zij hebben gelijk. Maar hoe
+dit ook zij, die geweren kunnen ons te pas komen!"
+
+"Maar nog nuttiger," zeide Paganel, "zullen voor ons de levensmiddelen
+en het water zijn, die voor Kara-Tete bestemd zijn."
+
+De bloedverwanten en vrienden des overledenen hadden hun zaakjes
+wezenlijk goed verrigt. De bijeengebragte voorraad bewees, hoeveel
+achting zij koesterden voor de deugden van het opperhoofd. Er was genoeg
+eten om tien personen veertien dagen lang, of liever den overledene voor
+de eeuwigheid te voeden. Die plantaardige spijzen bestonden uit wortels
+van varens, zoete pataten, de "convolvulus batatas" van dat land, en uit
+aardappels, die de Europeanen reeds voor lang hadden ingevoerd. Groote
+vaten waren gevuld met het zuivere water, dat op de tafels der
+Zeelanders voorkomt, en een dozijn kunstig gevlochten manden bevatten
+koekjes van een volkomen onbekende groene gomsoort.
+
+De vlugtelingen waren dus voor eenige dagen tegen honger en dorst
+gevrijwaard. Zij lieten zich volstrekt niet noodigen om hun eerste maal
+te doen op kosten van het opperhoofd.
+
+Glenarvan haalde de spijzen, die zijn medgezellen noodig hadden, en
+vertrouwde ze aan de zorg van Olbinett. De streng aan vormen gehechte
+hofmeester, hetgeen hij zelfs in de bedenkelijkste omstandigheden bleef,
+vond den disch wel wat schraal. Ook wist hij niet, hoe hij die wortels
+gereed moest maken, te meer omdat hij geen vuur had.
+
+Maar Paganel redde hem uit die verlegenheid, door hem aan te raden om
+zijn varens en zoete pataten heel eenvoudig in den grond te stoppen.
+
+De warmtegraad der bovenste lagen was inderdaad zeer hoog, en had men
+een thermometer in dien bodem gestoken, dan zou hij zeker een warmte van
+zestig tot vijf en zestig graden Celsius aangewezen hebben. Het scheelde
+maar weinig of Olbinett had zich deerlijk gebrand; want terwijl hij een
+gat groef om zijn wortels er in te leggen, kwam er een zuil waterdamp
+uit, die fluitend eenige voeten hoog steeg.
+
+De hofmeester viel van den schrik achterover.
+
+"Sluit de kraan!" riep de majoor, die met de twee matrozen toesnelde en
+het gat dempte met brokken puimsteen, terwijl Paganel met een verbaasd
+gezigt naar dat verschijnsel stond te kijken en deze woorden mompelde:
+
+"Ei! ei! hé! hé! waarom niet."
+
+"Gij zijt toch niet bezeerd?" vroeg Mac Nabbs aan Olbinett.
+
+"Neen, mijnheer Mac Nabbs!" antwoordde de hofmeester; "maar ik
+verwachtte geenszins...."
+
+"Zooveel weldaden van den hemel!" riep Paganel opgeruimd uit. "Na het
+water en de levensmiddelen van Kara-Tete nog het vuur van de aarde! Maar
+deze berg is een paradijs! Ik stel voor, hier een kolonie te stichten,
+hem te bebouwen, ons voor het overige onzes levens hier neer te zetten!
+Wij zullen de Robinsons van den Maunganamu zijn! Ik zou waarlijk niet
+weten, wat ons op dezen geriefelijken kegel ontbreekt!"
+
+"Niets, als hij maar stevig is!" antwoordde John Mangles.
+
+"Dat zal wel gaan! hij is niet van gisteren," zeide Paganel; "reeds lang
+weerstaat hij de kracht van het inwendige vuur en hij zal het wel
+uithouden, zoolang wij hier zijn."
+
+"Het ontbijt is gereed!" kondigde Olbinett aan, even statig, alsof hij
+zijn betrekking waarnam op het kasteel Malcolm.
+
+Nu gebruikten de vlugtelingen, bij het paalwerk gezeten, een van die
+maaltijden, welke de Voorzienigheid hun sinds eenigen tijd zoo juist van
+pas zond, wanneer zij zich in gevaarlijke omstandigheden bevonden.
+
+Men was niet keurig aangaande de soort van spijzen; maar betreffende den
+wortel van eetbare varens liepen de gevoelens uiteen. Sommigen vonden er
+een zoeten en aangenamen geur aan, anderen noemden hem slijmerig, geheel
+smakeloos en bijzonder taai. De zoete pataten, in den brandenden bodem
+gebraden, waren uitstekend. De aardrijkskundige merkte op, dat Kara-Tete
+volstrekt niet te beklagen was.
+
+Zoodra de honger gestild was, stelde Glenarvan voor om zonder uitstel
+een plan tot ontvlugting te beramen.
+
+"Nu reeds!" zeide Paganel op een waarlijk spijtigen toon. "Denkt gij er
+nu reeds aan om dit lustoord te verlaten?"
+
+"Maar, mijnheer Paganel!" antwoordde lady Helena, "al geef ik toe, dat
+wij te Capua zijn, dan moeten wij toch Hannibal niet navolgen, dat weet
+gij ook wel!"
+
+"Mevrouw!" antwoordde Paganel, "ik zal mij niet verstouten u tegen te
+spreken; gij wilt een plan beramen, het zij zoo!"
+
+"Ik stel op den voorgrond," zeide Glenarvan, "dat wij een ontvlugting
+moeten beproeven, voor de hongersnood ons er toe dwingt. Aan krachten
+ontbreekt het ons thans niet, en daarvan moeten wij gebruik maken. Dezen
+nacht nog moeten wij beproeven om door de duisternis begunstigd door de
+inboorlingen heen te breken en de oostelijke valleijen te bereiken."
+
+"Onverbeterlijk!" antwoordde Paganel, "als de Maori's ons voorbij
+laten."
+
+"En wanneer zij het ons beletten?" vroeg John Mangles.
+
+"Dan zullen wij groote middelen aanwenden," antwoordde Paganel.
+
+"Hebt gij dan groote middelen?" vroeg de majoor.
+
+"Zooveel, dat ik niet weet, wat ik het eerst gebruiken zal!" gaf Paganel
+ten antwoord, zonder zich nader uit te laten.
+
+Men moest dus den nacht afwachten om een poging te wagen om door de
+linie der inlanders te boren.
+
+Dezen hadden hun plaats niet verlaten. Hun gelederen schenen zelfs door
+de achterblijvers van den stam versterkt te zijn. Hier en daar vormden
+brandende vuren een gordel van gloed om den voet des kegels. Toen de
+duisternis op de omliggende valleijen nederdaalde, scheen de Maunganamu
+boven een vuurzee uit te steken, terwijl zijn top in pikzwarte
+duisternis was gehuld. Zes honderd voet beneden zich hoorde men het
+rumoer, het geschreeuw en gepraat in de vijandelijke legerplaats.
+
+Ten negen ure was het stikdonker en nu besloten Glenarvan en John
+Mangles op verkenning uit te gaan, voor zij hun makkers op dien
+gevaarlijken weg bragten. Zij daalden omtrent tien minuten lang zonder
+geraas te maken naar beneden, en kwamen op den smallen bergrug, die de
+linie van inlanders sneed, vijftig voet boven de legerplaats.
+
+Tot zoo ver ging alles goed. De Maori's lagen bij hun vuren en schenen
+de twee vlugtelingen niet te bemerken, die nog eenige schreden deden.
+Maar op eens barstte er links en regts van den bergrug een dubbel
+geweervuur los.
+
+"Terug!" riep Glenarvan. "Die roovers hebben kattenoogen en
+scherpschuttersgeweren!"
+
+John Mangles en hij beklommen haastig weder de steile berghellingen en
+gingen spoedig hun vrienden gerust stellen, die reeds bang geworden
+waren door het vuren. Glenarvans hoed was door twee kogels doorboord.
+Het was dus onmogelijk zich op den eindeloozen bergrug te wagen tusschen
+die twee rijen schutters in.
+
+"Tot morgen!" zeide Paganel. "Kunnen wij de waakzaamheid dier inlanders
+niet verschalken, dan zult gij mij wel veroorloven hun een geregt van
+mijn vinding toe te dienen!"
+
+Het was nog al koud. Gelukkig had Kara-Tete zijn beste slaaprokken,
+warme linnen dekens, in zijn graf medegenomen, waarin allen zich zonder
+schroom wikkelden, en weldra sliepen de vlugtelingen, door het
+volksbijgeloof beschermd, rustig achter de palen, op dien laauwen bodem,
+die door het vuur, dat inwendig blaakte, in een trillende beweging
+gehouden werd.
+
+
+
+
+XV.
+
+De groote middelen ven Paganel.
+
+
+Den volgenden morgen, den 17den Februarij, wekte de opgaande zon met
+haar eerste stralen de slapers op den Maunganamu. Reeds lang liepen de
+Maori's aan den voet van den kegel op en neer, zonder hun post te
+verlaten. Zoodra de Europeanen uit het ontwijde heiligdom kwamen, werd
+hun verschijning met woedend getier begroet.
+
+Aller oog vestigde zich het allereerst op de omliggende bergen, op de
+diepe, nog in de ochtendnevelen gehulde dalen, op de oppervlakte van het
+Taupo-meer, die ligt gerimpeld werd door den morgenwind.
+
+Daarop schaarden zich allen, begeerig om de nieuwe plannen van Paganel
+te kennen, om hem heen en zagen hem vragend aan.
+
+Paganel voldeed terstond aan de angstige nieuwsgierigheid zijner
+lotgenooten.
+
+"Mijne vrienden!" begon hij, "mijn plan heeft dit voor, dat, al heeft
+het niet al de uitwerking, die ik er van verwacht, zelfs al mislukt het,
+onze toestand er toch niet door verergert. Maar het moet, het zal
+slagen."
+
+"En dat plan?" vroeg Mac Nabbs.
+
+"Is dit," antwoordde Paganel. "Even als het volksbijgeloof van dezen
+berg een toevlugtsoord heeft gemaakt, moet het bijgeloof ons ook helpen
+om er vandaan te komen. Gelukt het mij, Kai-Koemoe te doen gelooven, dat
+wij de offers onzer heiligschennis geworden zijn, dat de toorn des
+hemels ons heeft getroffen, met één woord, dat wij, en wel op een
+verschrikkelijke wijze omgekomen zijn, gelooft gij dan, dat hij het
+bergvlak van den Maunganamu verlaten zal om naar zijn dorp terug te
+keeren?"
+
+"Dat is niet twijfelachtig," zeide Glenarvan.
+
+"En met welken verschrikkelijken dood bedreigt gij ons?" vroeg lady
+Helena.
+
+"Met den dood der heiligschenners, vrienden!" antwoordde Paganel. "De
+wrekende vlammen zijn onder onze voeten! Laten wij haar een doortogt
+banen!"
+
+"Wat! wilt gij een vuurspuwenden berg maken?" riep John Mangles.
+
+"Ja, een kunst-vulkaan, een eigengemaakten vulkaan, wiens woede wij
+zullen beheerschen! Daar is een geheele voorraad dampen en onderaardsch
+vuur, die niets liever verlangen, dan er uit te raken! Laten wij dus ten
+onzen behoeve een kunstmatige uitbarsting teweegbrengen!"
+
+"Het denkbeeld is goed," zeide de majoor. "Goed bedacht, Paganel!"
+
+"Gij begrijpt," hernam de aardrijkskundige, "dat wij veinzen zullen
+verslonden te zijn door de vlammen van den zeelandschen Pluto, en dat
+wij geestelijk verdwijnen zullen in het graf van Kara-Tete...."
+
+"Waar wij drie, vier, vijf dagen zullen blijven, als het moet," voegde
+Glenarvan er bij, "dat is tot dat de wilden, overtuigd van onzen dood,
+de partij zullen opgeven."
+
+"Maar als zij het nu eens in het hoofd krijgen om onderzoek te doen naar
+onze straf," zeide miss Grant, "als zij den berg eens bestijgen?"
+
+"Neen, lieve Mary!" antwoordde Paganel, "dat zullen zij niet doen. De
+berg is taboe, en wanneer hij zelf zijn ontwijders verslonden heeft, zal
+dat taboe nog strenger zijn!"
+
+"Dat plan is waarlijk goed beraamd," zeide Glenarvan. "Er is maar een
+ding tegen, namelijk dat de wilden soms nog zoolang aan den voet van den
+Maunganamu kunnen blijven, dat wij gebrek aan levensmiddelen krijgen.
+Maar dat is niet te denken, vooral wanneer wij de zaak goed aanleggen."
+
+"En wanneer zullen wij deze laatste kans wagen?" vroeg lady Helena.
+
+"Dezen avond nog," antwoordde Paganel, "zoodra het goed donker is."
+
+"Dat is afgepraat," sprak Mac Nabbs. "Paganel! gij zijt een man van
+vernuft, en ik, die niet ligt opgewonden raak, ik sta voor den uitslag
+in. Ha! die schoften! wij zullen hen op een klein wonder onthalen, dat
+hun bekeering wel een eeuw zal achteruit zetten! Mogen de zendelingen
+het ons vergeven!"
+
+Het plan van Paganel was dus aangenomen, en inderdaad, met de
+bijgeloovige denkbeelden der Maori's kon en moest het slagen. Maar het
+moest nog uitgevoerd worden. Het denkbeeld was goed, maar de uitvoering
+moeijelijk. Zou die vulkaan niet de vermetelen verslinden, die een
+krater voor hem wilden graven? Zouden zij die uitbarsting kunnen
+beheerschen en leiden, wanneer zijn dampen, vlammen en lava van hun
+boeijen ontslagen werden? Zou de geheele kegel niet wegzinken in een
+poel van vuur? Het was toch een greep in die verschijnsels, waarover de
+natuur het beheer uitsluitend aan zich houdt.
+
+Paganel had die bezwaren voorzien, maar hij zou voorzigtig te werk gaan
+en de zaak niet tot het uiterste drijven. Een schijn was genoeg om de
+Maori's te misleiden; de vreeselijke werkelijkheid eener uitbarsting was
+daartoe onnoodig.
+
+Wat scheen die dag lang! Elk telde de eindelooze uren. Alles was voor de
+vlugt gereed. De levensmiddelen uit het graf waren verdeeld en in
+draagbare pakjes geborgen. Eenige matten en de vuurwapenen voltooiden
+die ligte bagaadje, welke het graf van het opperhoofd opgeleverd had.
+Het spreekt van zelf, dat die toebereidselen gemaakt werden binnen het
+paalwerk en buiten weten van de wilden.
+
+Ten zes ure zette de hofmeester een versterkend maal op. Waar en wanneer
+men in de nabijliggende dalen eten zou, kon niemand voorzien. Daarom at
+men vooruit. De hoofdschotel bestond uit een half dozijn groote ratten,
+die door Wilson gevangen en in de asch gebraden waren. Lady Helena en
+Mary Grant weigerden stellig om dit in Nieuw-Zeeland zoo hooggeschatte
+wild te proeven; maar de mannen smulden er aan als echte Maori's. Dat
+vleesch was wezenlijk uitstekend, zelfs sappig en de zes knaagdieren
+werden tot op de beentjes afgekloven.
+
+De avondschemering daalde neer. De zon verdween achter een digte laag
+wolken, die een onweder voorspelden. Eenige bliksemstralen verlichtten
+den gezigteinder, en in de verte rommelde reeds de donder.
+
+Paganel begroette verheugd het onweder, dat zijn plannen begunstigde en
+de inrigting van het tooneel voltooide. De wilden zijn bijgeloovig
+beangst voor die grootsche natuurverschijnselen. De Nieuw-Zeelanders
+houden den donder voor de toornige stem van hun Noeï-Atoea, en de
+bliksem is niets anders dan de toornige flikkering zijner oogen. Het zou
+dus schijnen, als kwam de godheid zelve de ontheiligen van het taboe
+kastijden.
+
+Ten acht ure verdween de top van den Maunganamu in een akelig duister.
+De hemel verschafte een zwarten achtergrond voor het schijnsel der
+vlammen, dat de hand van Paganel er op zou werpen.
+
+De Maori's konden hun gevangenen niet meer zien. Het oogenblik van
+handelen was gekomen.
+
+Er moest snel gehandeld worden. Glenarvan, Paganel, Mac Nabbs, Robert,
+de hofmeester en de twee matrozen gingen gelijktijdig aan het werk.
+
+De plaats voor den krater werd gekozen op dertig schreden afstands van
+het graf van Kara-Tete. Het was namelijk hoog noodig, dat de uitbarsting
+de grafstede spaarde; want met haar zou ook het taboe van den berg
+verdwenen zijn. Paganel had op die plek een ontzettenden steenklomp
+opgemerkt, rondom welken de dampen met eenige kracht omhoog stegen. Die
+klomp bedekte een kleinen natuurlijken krater in den kegel, en hield
+alleen door zijn zwaarte de uitstrooming der onderaardsche vlammen
+tegen. Kon men hem uit het gat tillen, dan zouden de dampen en de lava
+zich terstond door de bevrijde opening heen werken.
+
+De werklieden gebruikten eenige palen binnen uit het graf als hefboomen
+en tastten met alle kracht de rotsmassa aan. Onder hun vereenigde
+pogingen raakte het rotsblok weldra in beweging. Zij groeven er een
+soort van kleine loopgraaf voor op de helling des berg, opdat het langs
+dit hellend vlak kon afrollen. Naar mate het hooger werd opgetild, werd
+het schudden en beven van den bodem sterker.
+
+Een dof gebrul van vlammen en sissende dampen liep onder de verdunde
+korst voort. De stoute werklieden, die als echte cyclopen met het vuur
+der aarde omgingen, werkten in alle stilte voort. Weldra waarschuwden
+hen stralen brandend heete stoom, die uit de spleten en scheuren
+opsteeg, dat de plek gevaarlijk werd. Maar een laatste poging
+verplaatste het blok, dat langs de berghelling gleed en verdween.
+
+Dadelijk bezweek de dunne korst. Een vuurstroom steeg met hevige
+losbrandingen hemelwaarts, terwijl beken kokend water en lava naar de
+legerplaats der inlanders en de lager liggende dalen vloeiden.
+
+De geheele kegel beefde, en het stond geschapen als zou hij in een
+bodemloozen afgrond wegzinken.
+
+Glenarvan en zijn medgezellen hadden naauwelijks den tijd om zich aan
+het geweld der uitbarsting te onttrekken; zij vlugtten in het binnenste
+van het graf, maar niet zonder eenige droppels water van vier en
+negentig graden hitte op het lijf te hebben gekregen. Dit water
+verspreidde eerst een ligten bouillongeur, die weldra in een zeer sterke
+zwavellucht overging.
+
+Nu smolten het slijk, de lava en de vulkanische overblijfselen in
+denzelfden vuurgloed samen. Stroomen vuur golfden langs den Maunganamu.
+De naaste bergen werden verlicht door het schijnsel der uitbarsting, de
+diepe dalen door een sterke weerkaatsing in vuur en vlam gezet.
+
+Al de wilden waren huilend opgestaan bij de nadering dier lava, die in
+het midden van hun legerplaats kookte. Wien de vuurstroom gespaard had,
+vlugtte en besteeg de omliggende heuvelen. Daar keerden zij zich
+verschrikt om en beschouwden dat vreeselijk natuurverschijnsel, dien
+vulkaan, waarin de toorn van hun god de ontheiligers van den gewijden
+berg neerplofte. En wanneer voor een oogenblik het geraas der
+uitbarsting wat verminderde, hoorde men hen hun godsdienstleuze brullen:
+
+"Taboe! taboe! taboe!"
+
+Ondertusschen ontsnapte er een ontzettende hoeveelheid dampen,
+gloeijende steenen en lava uit dien krater van den Maunganamu. Het was
+niet langer een eenvoudige Geyser, zooals die, welke den berg Hekla op
+IJsland omringen, maar de berg Hekla zelf. Al die vulkanische stoom was
+tot nog toe besloten gebleven binnen de wanden des kegels, omdat de
+veiligheidskleppen van den Tongariro voldoende waren voor zijn
+uitzetting; maar nu hem een nieuwe uitweg geopend werd, maakte hij er
+met groot geweld gebruik van, en in dienzelfden nacht moesten de andere
+uitbarstingen op het eiland volgens de wetten van het evenwigt haar
+gewone kracht verliezen.
+
+Een uur na de verschijning van dezen vulkaan op het wereldtooneel
+stroomden breede beken gloeijende lava langs zijn zijden. Men zag een
+geheel legioen ratten haar onbewoonbaar geworden gaten verlaten en den
+brandenden bodem ontvlugten.
+
+Dien geheelen nacht door, terwijl het onweder boven hun hoofd bleef
+voortwoeden, werkte de kegel met een kracht, die Glenarvan wel een
+beetje ongerust maakte. De uitbarsting knaagde aan den rand des kraters
+en maakte dien wijder. Achter de omheining verborgen sloegen de
+gevangenen de verschrikkelijke vorderingen van het natuurverschijnsel
+gade.
+
+Het werd morgen. De woede des vulkaans bedaarde niet. Digte geelachtige
+dampen vermengden zich met de vlammen. Allerwegen kronkelden de
+lavastroomen.
+
+Met loerend oog en kloppend hart zag Glenarvan door al de reten van het
+paalwerk heen om de legerplaats der inlanders waar te nemen.
+
+De Maori's waren op de omliggende hoogten gevlugt buiten het bereik van
+den vulkaan. Het vuur had eenige lijken verkoold, die aan den voet des
+kegels lagen. Verderop in de rigting der vesting had de lava een
+twintigtal hutten bereikt, die nog rookten. De Zeelanders stonden hier
+en daar in groepen bijeen en staarden met godsdienstige ontzetting op
+den in vuur en vlammen gehulden Maunganamu.
+
+Kai-Koemoe verscheen in het midden zijner krijgslieden en Glenarvan
+herkende hem. Het opperhoofd naderde den voet des kegels aan de zijde,
+die de lava ontzien had, maar waagde het niet er een voet op te zetten.
+
+Daar maakte hij met uitgespreide armen, als een toovenaar die den duivel
+bezweert, eenige godsdienstige gebaren, wier beteekenis den gevangenen
+niet ontging. Zooals Paganel had voorzien, slingerde Kai-Koemoe een nog
+strenger taboe naar den wrekenden berg.
+
+Kort daarop gingen de inlanders in lange rijen de kronkelpaden af, die
+naar de vesting geleidden.
+
+"Zij vertrekken!" riep Glenarvan. "Zij verlaten hun post! God zij
+geloofd! Onze list is gelukt! Lieve Helena! wakkere medgezellen! nu zijn
+wij dood en begraven! Maar dezen avond, zoodra het donker is, zullen wij
+herleven, wij zullen uit ons graf opstaan, wij zullen deze barbaarsche
+stammen ontvlugten!"
+
+Men zal zich gemakkelijk kunnen voorstellen, welk een vreugde er in het
+grafgesticht heerschte. De hoop was in aller hart herleefd. Die moedige
+reizigers vergaten het verledene, vergaten de toekomst, om alleen aan
+het tegenwoordige te denken. Nu Kai-Koemoe maar op een dwaalweg gebragt
+was, meende men reeds bevrijd te zijn van al de wilden van
+Nieuw-Zeeland.
+
+De majoor verborg in geenen deele de diepe verachting, welke die Maori's
+hem inboezemden, en het ontbrak hem niet aan uitdrukkingen om ze aan de
+kaak te stellen. Het was een wedstrijd tusschen Paganel en hem. Zij
+scholden hen uit voor onvergefelijke stommerikken, domme ezels, de
+idioten der Stille Zuidzee, de wilden van Bedlam, de kropzieken der
+Tegenvoeters, enz. enz. Zij waren onuitputtelijk.
+
+Een geheele dag moest er nog verloopen voor de eigenlijke ontvlugting.
+Men besteedde hem om een plan voor de vlugt te beramen. Paganel had
+zorgvuldig zijn kaart van Nieuw-Zeeland bewaard, en kon er nu de
+veiligste wegen op zoeken.
+
+Na eenig overleg besloten de vlugtelingen zich oostwaarts naar de
+Plenty-baai te begeven. De weg daarheen leidde door onbekende, maar
+waarschijnlijk onbewoonde streken. De reizigers, die reeds gewoon waren
+zich te redden uit de bezwaren en de hinderpalen te overwinnen, die de
+natuur hun in den weg legde, waren alleen beducht voor een ontmoeting
+met de Maori's. Zij wilden hen dus geheel vermijden en de oostkust des
+eilands bereiken, waar de zendelingen eenige posten hebben gesticht. Ook
+was dit gedeelte des eilands nog vrij gebleven van de rampen des ooriogs
+en de inlandsche benden liepen het land niet af.
+
+Den afstand, die het meer Taupo scheidde van de Plenty-baai, kon men op
+honderd mijlen schatten. Dat waren tien dagmarschen, tegen tien mijlen
+per dag. Dat zou wel vermoeijend zijn; maar niet een van dat moedige
+gezelschap telde zijn stappen. Eens in de zendingsposten, zouden de
+reizigers daar uitrusten tot zich een gunstige gelegenheid opdeed om
+naar Auckland te gaan; want die stad was nog altijd het doel hunner
+reis.
+
+Toen dat alles was bepaald, ging men tot den avond toe voort met de
+inlanders in het oog te houden. Geen een was er meer aan den voet des
+bergs gebleven, en toen de duisternis in de Taupo-dalen viel, gaf geen
+enkel vuur meer een bewijs, dat er nog Maori's waren aan den voet van
+den kegel. De weg was vrij.
+
+Ten negen ure was het pikdonker en gaf Glenarvan het sein om te
+vertrekken. Gewapend en uitgerust op kosten van Kara-Tete, begonnen zijn
+makkers en hij voorzigtig de hellingen van den Maunganamu af te dalen.
+John Mangles en Wilson gingen vooruit om den weg te verkennen. Zij
+stonden bij het geringste geraas stil, onderzochten de oorzaak van ieder
+lichtschijnsel.
+
+Allen lieten zich om zoo te zeggen langs de glooijing van den berg
+afzakken om beter onzigtbaar te zijn.
+
+Twee honderd voet boven den grond bereikten John Mangles en de matroos
+den gevaarlijken bergrug, dien de inlanders zoo hardnekkig verdedigd
+hadden. Hadden bij ongeluk de Maori's, slimmer dan de vlugtelingen, een
+loozen terugtogt aangenomen om hen tot zich te lokken, waren zij niet
+bedrogen geworden door het vulkanisch verschijnsel, dan moest hun
+tegenwoordigheid juist op deze plaats blijken. Ondanks zijn vertrouwen
+en in weerwil van de scherts van Paganel kon Glenarvan een siddering
+niet onderdrukken. De redding der zijnen stond op het spel gedurende de
+tien minuten, die noodig waren om den bergrug over te trekken. Hij
+voelde het hart van lady Helena kloppen, die zich krampachtig aan zijn
+arm klemde.
+
+Hij dacht er echter evenmin aan als John om terug te wijken. De jeugdige
+kapitein kroop door allen gevolgd en door de duisternis van den nacht
+beschermd, over den smallen bergrug, en hield telkens stil, wanneer een
+losse steen tot op den grond rolde. Lagen de wilden hier nog in
+hinderlaag, dan moest dat telkens herhaalde gedruisch van beide zijden
+een geduchte losbranding ten gevolge hebben.
+
+De vlugtelingen vorderden natuurlijk niet snel, nu zij als een slang
+over dien schuinen kam voort kropen. Toen John Mangles het laagste punt
+had bereikt, scheidden hem naauwelijks vijf en twintig voet van het
+bergvlak, waar de inlanders den vorigen dag gelegerd waren, daarop rees
+de kam op eens vrij steil en eindigde een kwart mijl verder in een
+kreupelhout.
+
+Dit lage gedeelte werd echter zonder ongelukken doorgetrokken, en de
+gevangenen begonnen weder zwijgend te stijgen. Het boschje was
+onzigtbaar, maar men wist, dat het daar lag, en wanneer er geen
+hinderlaag in gelegd was, hoopte Glenarvan er veilig te zijn. Echter
+maakte hij de opmerking, dat hij van dat oogenblik af niet langer
+beveiligd was door het taboe. De stijgende bergrug behoorde niet tot den
+Maunganamu, maar wel tot het bergstelsel, dat het oostelijk gedeelte van
+het Taupo-meer bedekte. Dus was hier niet alleen het geweervuur der
+inboorlingen, maar ook een aanval man tegen man te vreezen.
+
+Nog tien minuten lang steeg het kleine gezelschap langs een zachte
+glooijing naar de hooger liggende bergvlakten. John bespeurde het
+sombere kreupelbosch nog niet, maar hij kon er geen twee honderd voet
+meer van af zijn.
+
+Op eens hield hij stil, ja deinsde bijna achteruit. Het kwam hem voor,
+als hoorde hij eenig gedruisch in de schaduw. Zijn aarzeling deed al
+zijn makkers hun togt staken.
+
+Hij bleef roerloos staan en zoo lang, dat het degenen, die hem volgden,
+ongerust maakte. Men wachtte. De angst, waarin zij verkeerden, is
+onbeschrijfelijk. Zouden zij verpligt zijn achteruit te gaan en naar den
+top van den Maunganamu terug te keeren?
+
+Maar toen John eindelijk zag, dat bet geraas zich niet herhaalde, begon
+hij weder den engen weg naar den kam te bestijgen.
+
+Weldra werd bet kreupelbosch flaauw zigtbaar in de schaduw. In weinige
+schreden bereikten zij het, en de vlugtelingen verscholen zich onder het
+digt gebladerte.
+
+
+
+
+XVI.
+
+Tusschen twee vuren.
+
+
+De nacht begunstigde de ontsnapping der vlugtelingen. Daarvan moest men
+gebruik maken om de noodlottige omstreken van het Taupo-meer te
+verlaten. Paganel nam het bestuur over het kleine gezelschap op zich, en
+zijn buitengewoon reizigers-instinct openbaarde zich op nieuw op dien
+moeijelijken zwerftogt door de bergen. Hij ging met verrassend beleid in
+de duisternis te werk, koos zonder aarzelen de bijna onzigtbare paden,
+en hield steeds zonder eenige afwijking dezelfde rigting. Zijn
+nachtziendheid kwam hem hierbij uitmuntend te stade, en zijn kattenoogen
+stelden hem in staat om de geringste voorwerpen in die duisternis te
+onderscheiden.
+
+Drie uren lang liepen zij rusteloos voort over de zeer lange hellingen
+van de oostzijde van het gebergte. Paganel hield een weinig
+zuidoostelijk af om een naauwen weg te bereiken, die tusschen de
+Kaimanawa- en Wahiti-Ranges is aangelegd, waar de weg van Auckland naar
+de Hawkes-baai overheen loopt. Zoodra die engte achter den rug was, had
+hij plan den weg te verlaten, en onder beschutting van de hooge ketens
+naar de kust te gaan door de onbewoonde streken der provincie.
+
+'s Morgens ten negen ure waren zij na een marsch van twaalf uren
+evenveel mijlen ver gekomen. Men mogt niet meer van de moedige vrouwen
+vergen. Bovendien scheen de plaats zeer geschikt om er eenigen tijd stil
+te houden. De vlugtelingen hadden den pas bereikt, die de twee ketens
+scheidt. De weg naar Oberland lag regts en liep naar het zuiden. Met de
+kaart in de hand maakte Paganel een hoek naar het zuidoosten en ten tien
+ure bereikte het kleine gezelschap een soort van steilen heuvel, die
+door een uitstekende punt van den berg gevormd werd.
+
+De levensmiddelen werden uit de zakken gehaald en met smaak genuttigd.
+Mary Grant en de majoor, die voorheen geen trek hadden in de eetbare
+varens, smulden er nu aan.
+
+Tot 's namiddags twee ure bleef men daar rusten, toen sloeg men den weg
+naar het oosten weder in en 's avonds hielden de reizigers acht mijlen
+van de bergen af stil. Zij lieten zich niet lang noodigen om onder den
+blooten hemel te gaan slapen.
+
+'s Anderendaags leverde de weg nog al groote moeijelijkheden op. Zij
+moesten de merkwaardige streek der vulkanische meren, geysers en
+zwavelgroeven doortrekken, die zich ten oosten van de Wahiti-Ranges
+uitstrekt. De oogen verlustigden zich vrij wat meer dan de beenen. Om de
+kwartmijl moest men omwegen maken, trof men hinderpalen en hoeken aan,
+alles zeer vermoeijend natuurlijk; maar ook welk een vreemd schouwspel!
+Welk een eindelooze verscheidenheid heerschte er in die grootsche
+natuurtooneelen!
+
+Op die uitgestrekte ruimte van twintig vierkante mijlen openbaarden zich
+de onderaardsche krachten onder allerlei gedaante. Zeer doorschijnende
+zoutbronnen, door millioenen insecten bevolkt, lagen tusschen het
+kreupelhout van inlandsche theestruiken. Zij verspreidden een
+doordringende lucht als van verbrand kruid, en bedekten den grond met
+een korst, zoo verblindend wit als sneeuw. Haar heldere wateren waren
+bijna tot kookhitte gebragt, terwijl andere naburige bronnen met ijs
+waren bedekt. Reusachtige varens, die veel overeenkomst hadden met den
+plantengroei in het silurische tijdperk, groeiden aan haar oevers.
+
+Van alle kanten spoten waterschoven, door dampen omringd, uit den grond
+als de waterstralen van een park, sommigen onafgebroken, anderen met
+tusschenpoozen en onderworpen aan de willekeur van een grilligen Pluto.
+Zij rezen amphitheatersgewijze omhoog op natuurlijke terrassen, die als
+nieuwerwetsche bekkens boven elkander geplaatst waren; haar water
+vermengde zich langzamerhand onder wolken witten rook, en knagende aan
+de half doorschijnende treden dier reusachtige trappen, voedden zij
+geheele meren met haar bruischende watervallen.
+
+Wat verder volgden op de warme bronnen en de onstuimige geysers de
+zwavelgroeven. De grond scheen geheel bezet met dikke puisten. Het waren
+half uitgebrande kraters, met tallooze scheuren en spleten, waaruit
+allerlei gassoorten opstegen. De dampkring was doortrokken met de sterke
+en onaangename lucht van het zwavelzuur. De grond was geheel bedekt met
+korsten zwavel en zwavelkristallen. Daar werden sedert eeuwen
+onberekenbare en ongebruikte rijkdommen opgehoopt, en in dit nog weinig
+bekende deel van Nieuw-Zeeland zal de nijverheid de noodige grondstoffen
+komen halen, indien de zwavelgroeven van Sicilië eens uitgeput mogten
+raken.
+
+Men begrijpt ligt, wat al vermoeienissen de reizigers moesten uitstaan
+op hun togt door zulke lastige streken. Het was moeijelijk een geschikte
+legerplaats te vinden, en de karabijn der jagers ontmoette geen enkelen
+vogel, die waardig was door de hand van Olbinett geplukt te worden.
+Meestal moesten zij zich daarom vergenoegen met varens en zoete pataten,
+een schralen maaltijd, die de uitgeputte krachten van het kleine
+gezelschap niet kon herstellen. Glenarvan verlangde daarom hartelijk
+naar het einde van die dorre en woeste gronden.
+
+En toch waren er niet minder dan vier dagen noodig om die onbereisbare
+streek door te trekken. Eerst den 23sten Februarij mogt Glenarvan
+vijftig mijlen van den Maunganamu af zich legeren aan den voet van een
+berg zonder naam, die naauwkeurig aangeteekend stond op de kaart van
+Paganel. De met struiken begroeide vlakten lagen voor hem en aan den
+gezigteinder vertoonden zich weer groote bosschen.
+
+Dat was een goed voorteeken, althans wanneer de bewoonbaarheid dier
+streken er niet te veel inwoners heenlokte. Tot nog toe hadden de
+reizigers geen schaduw van een inlander gezien.
+
+Dien zelfden dag doodden Mac Nabbs en Robert eenige kiwi's, die den
+hoofdschotel uitmaakten op de tafel der reizigers; maar die eer duurde,
+om de waarheid te zeggen, niet lang, want zij werden van den bek af tot
+de pooten toe opgekloven.
+
+Bij het dessert, tusschen de zoete pataten en de aardappels in, deed
+Paganel een voorstel, dat met geestdrift werd aangenomen.
+
+Hij stelde voor den naam Glenarvan te geven aan dien onbenoemden berg,
+die ter hoogte van drieduizend voet zijn kruin in de wolken verschool,
+en teekende zorgvuldig den naam van den schotschen lord op zijn kaart
+aan.
+
+Het zou overbodig zijn lang stil te staan bij de vrij eentoonige en
+onbeduidende voorvallen, die het overige van de reis kenmerkten. Op
+dezen togt van de meren naar de Stille Zuidzee hadden maar twee of drie
+feiten van eenig belang plaats.
+
+Den ganschen dag liep de weg door bosschen en over vlakten. John rigtte
+zich naar de zon en de sterren. De hemel was goedertieren genoeg hun
+geen warmte of regen toe te zenden. Niettemin gevoelden die reeds zoo
+wreed beproefde reizigers een steeds toenemende vermoeidheid, die hen
+reikhalzend naar de zendingsposten deed uitzien.
+
+Toch praatten en redeneerden zij nog; maar het gesprek was niet langer
+algemeen. Het kleine gezelschap scheidde zich in groepen, wier leden
+echter niet door innige vriendschap, maar meer door een gelijkheid van
+denkbeelden tot elkander aangetrokken werden.
+
+Meestal liep Glenarvan alleen. Hoe digter hij bij de kust kwam, des te
+meer dacht hij aan de _Duncan_ en haar bemanning. Hij vergat de gevaren,
+die hem nog tot Auckland toe bedreigden, om aan zijn vermoorde matrozen
+te denken. Dat vreeselijk beeld zweefde hem steeds voor oogen.
+
+Over Harry Grant werd niet meer gesproken. Wat zou het ook gebaat
+hebben? Men kon toch niets voor hem ondernemen. De naam van den kapitein
+kwam alleen nog maar voor in de gesprekken tusschen diens dochter en
+John Mangles.
+
+John had Mary niet herinnerd aan hetgeen het jonge meisje hem had gezegd
+in dien laatsten nacht in het graf. Hij was te bescheiden om een woord,
+dat in zulk een ernstig en wanhopig oogenblik uitgesproken was, als
+verbindend te beschouwen.
+
+Wanneer hij over Harry Grant sprak, maakte John nog plannen voor latere
+nasporingen. Hij verzekerde Mary dat lord Glenarvan die mislukte
+onderneming zou hervatten. Hij ging uit van de stelling, dat de echtheid
+van het document niet betwijfeld kon worden. Dus leefde Harry Grant nog
+ergens. Dus moest men hem terugvinden, al zou men ook de geheele wereld
+doorzoeken. Mary was verrukt over die woorden, en door dezelfde
+gedachten verbonden, gaven John en zij zich nu over aan dezelfde hoop.
+Dikwijls mengde lady Helena zich in hun gesprek; maar zij vleide zich
+niet met zooveel hersenschimmen, en wachtte zich toch wel de jonge
+lieden tot de treurige werkelijkheid terug te voeren.
+
+Inmiddels jaagden Mac Nabbs, Robert, Wilson en Mulrady, zonder zich te
+ver van het kleine gezelschap te verwijderen, en ieder hunner verschafte
+zijn aandeel aan het wild. Steeds in zijn linnen mantel gewikkeld, hield
+Paganel zich zwijgend en nadenkend ter zijde.
+
+En toch--het doet ons genoegen het te mogen zeggen--ondanks die
+natuurwet, volgens welke in beproevingen, gevaren, vermoeienissen en
+ontberingen de beste karakters ontstemd en verbitterd worden, waren al
+die ongelukkigen eensgezind en verknocht gebleven, en gereed om zich
+voor elkander op te offeren.
+
+Den 25sten Februarij werd de weg versperd door een rivier, die volgens
+de kaart van Paganel de Waikari zijn moest. Zij kon doorwaad worden.
+
+Twee dagen lang volgden de met struiken begroeide vlakten elkander
+onafgebroken op. De helft van den afstand, die het Taupo-meer van de
+kust scheidt, was zonder ongeval, doch niet zonder vermoeidheid
+afgelegd.
+
+Nu vertoonden zich ontzaggelijke en eindelooze bosschen, die veel
+geleken op de australische bosschen; maar hier vervingen de kauri's de
+gomboomen. Hoewel hun bewondering reeds menigmaal was opgewekt op hun
+viermaandelijksche reis, stonden Glenarvan en zijn makkers toch verbaasd
+op het gezigt dier reusachtige pijnboomen, de waardige mededingers der
+ceders van den Libanon, en der mammouth-boomen van Californië. Die
+kauri's begonnen hun takken eerst honderd voet boven den grond uit te
+spreiden. Er stonden maar weinige bij elkander, en het bosch bestond
+niet uit boomen, maar uit ontelbare groepjes boomen, die hun zonnescherm
+van groene bladeren twee honderd voet hoog in de lucht opzetten.
+
+Eenige dier pijnboomen waren nog jong, naauwelijks een eeuw oud, en
+geleken op de roode dennen der europeesche landen. Zij droegen een
+somberen kroon, die in een spitsen kegel eindigde. De oudste
+daarentegen, die wel vijf of zes eeuwen telden, vormden onmetelijke
+tenten van groen, ondersteund door de onontwarbare menigte takken. Die
+aartsvaders van het zeelandsche bosch hadden wel vijftig voet in omtrek,
+en de vereenigde armen van al de reizigers konden hun reusachtigen stam
+nog niet omvademen.
+
+Drie dagen lang trok bet kleine gezelschap voort onder die
+zaamgevlochten takken en over een kleiachtigen bodem, dien de voet des
+menschen nog nooit had betreden. Dat kon men wel zien aan de stapels
+harsachtige gom, die op vele plaatsen aan den voet der kauri's opgehoopt
+lagen, en die voor vele jaren kon voorzien in den uitvoerhandel der
+inlanders.
+
+De jagers vonden de kiwi's, die zoo zelden voorkomen in de streken,
+welke de inlanders bezoeken, hier in talrijke troepen bijeen. In die
+ontoegankelijke wouden zijn die vreemde vogels gevlugt, toen de
+zeelandsche honden hen verjaagd hadden. Zij leverden een overvloedig en
+gezond voedsel op de tafel der reizigers.
+
+Paganel had zelfs het voorregt in de verte in een digt boschje een paar
+reusachtige vogels te ontdekken. Zijn instinct van natuurkundige werd in
+hem wakker. Hij riep zijn makkers, en hoe vermoeid zij ook waren, toch
+zetten de majoor, Robert en hij die dieren achterna.
+
+Men zal de brandende nieuwsgierigheid van den aardrijkskundige
+begrijpen, wanneer men weet, dat hij die vogels herkende of althans
+meende te herkennen voor "moa's," behoorende tot de soort der
+"dinormi's," die verscheidene geleerden onder de uitgestorven soorten
+rangschikken. Deze ontmoeting nu bevestigde de meening van den heer Von
+Hochstetter aangaande het tegenwoordig bestaan dier vleugelloose reuzen
+van Nieuw-Zeeland.
+
+Die moa's, welke Paganel vervolgde, de tijdgenooten der megatheriums en
+pterodactylussen, waren zeker achttien voet hoog. Het waren onmatig
+groote en lafhartige struisvogels; want zij vlugtten met verbazende
+snelheid. Geen kogel kon hen in hun vaart stuiten. Nadat die jagt eenige
+minuten had geduurd, verdwenen die onbereikbare moa's achter de groote
+boomen, en de jagers hadden hun kruid verspild en zich nog duchtig
+vermoeid op den koop toe.
+
+Dien avond, den 1sten Maart, verlieten Glenarvan en zijn makkers
+eindelijk het ontzaggelijke kauri-bosch, en legerden zich aan den voet
+van den Ikirangi, wiens top zich vijf duizend vijf honderd voet hoog
+verheft.
+
+Nu waren er van den Maunganamu af ruim honderd mijlen afgelegd, en de
+kust was nog dertig mijlen verder. John Mangles had gehoopt die reis in
+tien dagen te doen; maar hij was toen nog onbekend met de bezwaren,
+welke die landstreek opleverde.
+
+De omwegen en hinderpalen op den weg, de gebrekkige berekeningen, hadden
+hem eigenlijk een vijfde langer gemaakt, en ongelukkig waren de
+reizigers, toen zij aan den Ikirangi kwamen, geheel krachteloos.
+
+Nog twee goede dagmarschen waren noodig om de kust te bereiken, en een
+nieuwe werkzaamheid, een buitengewone waakzaamheid werden thans
+vereischt; want men kwam nu in een streek, die de inlanders druk
+bezochten.
+
+Elk verzette zich dus tegen de vermoeidheid en den volgenden dag vertrok
+het kleine gezelschap weder met zonsopgang.
+
+Tusschen den Ikirangi regts en den Hardy links, wiens top zich verhief
+ter hoogte van drie duizend zeven honderd voet, werd de reis hoogst
+moeijelijk. Daar bevond zich over een lengte van tien mijlen een vlakte,
+digt begroeid met "supple jacks," een soort van buigzame banden, teregt
+"smorende slingerplanten" genoemd. Bij iedere schrede raakten armen en
+beenen er in verward, en als echte slangen kronkelden die slingerplanten
+zich in allerlei bogten om het ligchaam. Twee dagen lang moest men met
+de bijl in de hand voortgaan en tegen die hydra met honderd duizend
+hoofden worstelen, die lastige en vasthoudende planten, welke Paganel
+gaarne onder de dierplanten had gerangschikt.
+
+In die vlakten werd de jagt een onmogelijkheid en de jagers bragten niet
+langer hun gewone schatting. De levensmiddelen raakten op, men kon geen
+andere krijgen; er was gebrek aan water, men kon den dorst niet stillen,
+die nog vergroot werd door de vermoeienis.
+
+Nu werd het lijden van Glenarvan en de zijnen verschrikkelijk, en voor
+het eerst dreigde hun geestkracht te bezwijken.
+
+Eindelijk bereikten zij niet loopende, maar kruipende, ligchamen zonder
+ziel, die alleen nog op de been gehouden werden door de zucht tot
+levensbehoud, die elk ander gevoel overleefde, kaap Lottin, op de kust
+der Stille Zuidzee.
+
+Hier stonden eenige ledige hutten, de puinhoopen van een dorp, dat de
+oorlog pas vernield had, verlatene velden, overal de sporen van
+plundering en brand. Daar bereidde het noodlot den ongelukkigen
+reizigers nog een laatste en verschrikkelijke beproeving.
+
+Zij zwierven langs de kust, toen er een mijl landwaarts in een afdeeling
+inlanders opdaagde, die met hun wapens zwaaijende naar hen toekwamen.
+Glenarvan, die tusschen hen en de zee instond, kon niet vlugten, en zijn
+laatste krachten bijeenrapende maakte hij zich tot den strijd gereed,
+toen John Mangles uitriep:
+
+"Een boot! een boot!"
+
+Twintig schreden van hen af lag werkelijk een praauw met zes riemen op
+het strand. Haar vlot te maken, er in te springen en dien gevaarlijken
+oever te ontwijken was het werk van een oogenblik. John Mangles, Mac
+Nabbs, Wilson en Mulrady grepen de riemen, Glenarvan het roer, de twee
+vrouwen, Olbinett, Robert en Paganel namen bij hem plaats.
+
+In tien minuten was de praauw een kwart mijl in zee. Het water was
+effen. De vlugtelingen bewaarden een diep stilzwijgen.
+
+John, die zich niet te ver van de kust wilde verwijderen, zou juist
+bevel geven om langs het strand te houden, toen zijn riem op eens in
+zijn handen bleef rusten.
+
+Hij had drie praauwen in het oog gekregen, die van kaap Lottin afstaken,
+duidelijk met plan om jagt op hem te maken.
+
+"In zee! in zee!" riep hij, "liever verdrinken wij in de golven!"
+
+Door haar vier roeijers voortbewogen koos de praauw weer zee. Een half
+uur lang kon ze vooruit blijven; maar de ongelukkigen, wier krachten
+uitgeput waren, begonnen weldra te verzwakken, en de drie praauwen
+wonnen het merkbaar van hen. Thans waren ze nog maar een paar mijlen van
+hen af. Het was dus onmogelijk den aanval der inlanders te ontgaan, die
+zich reeds gereedmaakten om hun lange geweren af te vuren.
+
+Wat deed Glenarvan intusschen? Achterin de boot staande, zocht hij aan
+den gezigteinder eenige ingebeelde hulp. Wat wachtte hij? Wat wilde hij?
+Had hij soms een voorgevoel?
+
+Eensklaps schitterde zijn oog en wees hij met de hand naar een punt in
+de ruimte.
+
+"Een schip!" riep hij, "vrienden! een schip! roeit, roeit stevig door!"
+
+Niet een der vier roeijers keerde zich om, ten einde dat onverwachte
+schip te zien; want men mogt geen riemslag verzuimen. Paganel alleen
+rees op en rigtte zijn kijker op het aangeduide pont.
+
+"Ja!" zeide hij, "een schip! een stoomschip! het stoomt met volle
+kracht! het komt op ons af! houdt moed, wakkere kameraden!"
+
+De vlugtelingen spanden nog eens hun krachten in, en nog een half uur
+lang bleven zij voor en stuwden de praauw met verdubbelde slagen voort.
+Het stoomschip werd allengs duidelijker zigtbaar. Men onderscheidde de
+twee kale masten en de dikke zwarte rookwolken. Glenarvan gaf het roer
+aan Robert over, greep den kijker van den aardrijkskundige en ging al de
+bewegingen van het vaartuig na.
+
+Maar wat moesten John Mangles en de anderen wel denken, toen zij het
+voorhoofd van den lord zagen betrekken, zijn gelaat verbleeken, en het
+werktuig uit zijn handen vallen! Een enkel woord verklaarde hun die
+plotselinge wanhoop.
+
+"De _Duncan_!" riep Glenarvan, "de _Duncan_ en de roovers!"
+
+"De _Duncan_! riep John, die zijn riem losliet en terstond opstond.
+
+"Ja! de dood aan beide zijden!" mompelde Glenarvan, door zooveel angst
+verbrijzeld.
+
+Het was werkelijk het jagt. Men kon zich er niet in vergissen, het jagt
+met zijn bemanning van roovers! De majoor kon een verwensching tegen den
+hemel niet bedwingen. Het was al te veel!
+
+Intusschen was de praauw aan zichzelve overgelaten. Waarheen ze te
+sturen? Waarheen te vlugten? Was er nog een keuze mogelijk tusschen de
+wilden en de roovers?
+
+Daar werd een schot gelost uit de meest nabijzijnde inlandsche praauw en
+de kogel trof den riem van Wilson. Eenige riemslagen bragten nu de
+praauw wat digter bij de _Duncan_.
+
+Het jagt stoomde met volle kracht en was maar een halve mijl ver. Van
+alle zijden afgesneden, wist John Mangles niet meer wat te doen, in
+welke rigting te vlugten. De beide arme vrouwen lagen in haar
+radeloosheid op de knieën te bidden.
+
+De wilden onderhielden een onafgebroken geweervuur en de kogels regenden
+om de praauw heen. Daar donderde op eens een zwaar schot, en een kogel,
+uit het kanon van het jagt afgevuurd, vloog over het hoofd der
+vlugtelingen. Tusschen twee vuren in bleven ze nu onbewegelijk liggen
+tusschen de _Duncan_ en de bootjes der inboorlingen.
+
+Krankzinnig van wanhoop greep John Mangles zijn bijl! Hij wilde de
+praauw in den grond hakken en met zijn lotgenooten doen zinken, toen een
+kreet van Robert hem tegenhield.
+
+"Tom Austin! Tom Austin!" riep de knaap. "Hij is aan boord! Ik zie hem!
+Hij heeft ons herkend! Hij wuift met zijn hoed!"
+
+John liet den arm, die de bijl voerde, zakken.
+
+Een tweede kogel ging fluitend over hen heen en boorde de digstbij
+zijnde der drie praauwen in den grond, terwijl er een hoera! op de
+_Duncan_ opging.
+
+De verschrikte wilden vlugtten naar de kust.
+
+"Help! help, Tom!" had John Mangles met luider stem geroepen.
+
+En eenige oogenblikken later waren de tien vlugtelingen, zonder te weten
+hoe, zonder er iets van te begrijpen, allen in veiligheid aan boord van
+de _Duncan_.
+
+
+
+
+XVII.
+
+Waarom de _Duncan_ op de oostkust van Nieuw-Zeeland kruiste.
+
+
+Wij wagen het niet de gewaarwordingen te schetsen van Glenarvan en zijn
+vrienden, toen de zangen van Oud-Schotland in hun oor klonken. Zoodra
+zij den voet zetteden op het dek der _Duncan_, hief de pijper op zijn
+doedelzak het volkslied van den stam van Malcolm aan en werd de
+terugkomst van den lord op zijn schip met een daverend hoera! begroet.
+
+Glenarvan, John Mangles, Paganel, Robert, ja zelfs de majoor, allen
+weenden, allen omhelsden elkander. Dat was een vreugde, die tot
+dronkenschap steeg. De aardrijkskundige was volslagen gek; hij maakte
+allerlei kromme sprongen en legde met zijn onafscheidelijken kijker op
+de laatste praauwen aan, die reeds digt bij de kust waren.
+
+Maar toen de bemanning van het jagt bespeurde, hoe Glenarvan en zijn
+reisgenooten in lompen waren gehuld, hoe ingevallen hun kaken waren, hoe
+het lijden op hun gelaat te lezen stond, kwam er een einde aan de
+uitbarsting van vreugde. Het waren spoken die aan boord terugkwamen, en
+niet die stoute en nette reizigers, die voor drie maanden vol blijde
+hoop het spoor der schipbreukelingen waren gaan zoeken. Het toeval,
+louter het toeval bragt hen terug op dat schip, dat zij in het geheel
+niet verwacht hadden weer te zien! En in welk een treurigen,
+uitgeteerden en zwakken toestand!
+
+Maar alvorens aan de vermoeijenis, aan de dringende eischen van honger
+en dorst te denken, ondervroeg Glenarvan Tom Austin naar de oorzaak van
+zijn oponthoud in die wateren.
+
+Waarom was de _Duncan_ op de oostkust van Nieuw-Zeeland? Hoe kwam het,
+dat ze niet in handen van Ben Joyce was? Door welke wonderdadige
+tusschenkomst had God ze den vlugtelingen te gemoet gezonden?
+
+Waarom? Hoe? Met welk voornemen? Daarmede begonnen al de vragen, die in
+éénen adem tot Tom Austin werden gerigt. De oude zeeman wist niet, naar
+wien hij het eerst zou luisteren. Hij besloot dus om alleen naar lord
+Glenarvan te hooren en hem alleen te antwoorden.
+
+"Maar de gedeporteerden?" vroeg Glenarvan, "wat hebt gij met de
+gedeporteerden gedaan?"
+
+"De gedeporteerden?..." herhaalde Tom Austin op den toon van iemand, die
+niets van een vraag begrijpt.
+
+"Ja! de schurken, die het jagt hebben aangetast?"
+
+"Gij zult toch moeten bekennen, Paganel! dat het wat al te kras zou
+zijn!"
+
+"Wat blieft?" vroeg de aardrijkskundige, die, zooals hij daar stond met
+krommen rug en den bril in de hoogte geschoven, veel had van een
+reusachtig vraagteeken.
+
+Austin kwam terug. Hij hield den brief in de hand, dien Paganel
+geschreven en Glenarvan geteekend had.
+
+"Lees, Uwe Edelheid!" zeide de oude zeeman.
+
+Glenarvan greep den brief en las:
+
+"Bevel aan Tom Austin om onmiddellijk zee te kiezen en de _Duncan_ op 87
+graden breedte naar de oostkust van Nieuw-Zeeland te brengen!..."
+
+"Nieuw-Zeeland!" riep Paganel opspringende.
+
+En hij rukte den brief uit de hand van Glenarvan, wreef zich de oogen
+uit, zette den bril goed op den neus, en las zelf.
+
+"Nieuw-Zeeland!" sprak bij op jammerenden toon, terwijl de brief uit
+zijn vingers glipte.
+
+Daar voelde hij, dat iemand de hand op zijn schouder legde. Hij rigtte
+zich overeind en zag den majoor voor zich staan.
+
+"Het is waarlijk gelukkig, beste Paganel!" zeide Mac Nabbs met een
+ernstig gezigt, "dat gij de _Duncan_ niet naar Cochinchina gezonden
+hebt!"
+
+Die scherts bragt den armen aardrijkskundige geheel van zijn stuk. Een
+algemeene lachbui overviel de geheele bemanning van het jagt. Paganel
+liep als krankzinnig heen en weer met het hoofd tusschen de handen en
+rukte zich de haren uit. Hij wist niet meer, wat hij deed, evenmin wat
+hij wilde doen! Hij liep werktuigelijk den trap van de kampanje af, hij
+waggelde over het dek, liep doelloos voort, en klom weer op de
+voorplecht. Daar raakten zijn voeten verward in een opgerold kabeltouw.
+Hij struikelde. Hij sloeg de hand uit en greep een touw.
+
+Eensklaps had er een vreeselijke losbranding plaats. Het kanon op de
+voorplecht ging af en de geheele lading schroot vloog over de rustige
+golven. De onhandige Paganel had de treklijn van het nog geladen stuk
+gegrepen en het kruid doen ontploften. Dat was de oorzaak van dien
+donderslag. De aardrijkskundige sloeg achterover van den trap en
+verdween door de luikklap in het tusschendek.
+
+De verbazing, door het schot teweeggebragt, maakte plaats voor schrik.
+Men geloofde aan een ongeluk. Tien matrozen snelden naar het tusschendek
+en bragten Paganel boven, die geheel in elkaar was gezakt. De
+aardrijkskundige sprak niet meer.
+
+Dat lange ligchaam werd op de kampanje nedergelegd. De makkers van den
+wakkeren Franschman waren wanhopend. De majoor, die als het pas gaf ook
+dokter was, wilde den ongelukkigen Paganel ontkleeden om zijn wonden te
+verbinden; maar naauwelijks raakte hij den zieltogende aan, of deze rees
+overeind, alsof hij in aanraking met een electrische klos was gebragt.
+
+"Nooit! nooit!" riep hij uit; en terwijl hij de lompen van zijn kleeren
+om zijn mager ligchaam sloeg, knoopte hij ze met bijzondere drift vast.
+
+"Maar, Paganel!" zeide de majoor.
+
+"Neen! zeg ik u!"
+
+"Ik moet toch eens zien...."
+
+"Gij zult niet zien!"
+
+"Misschien hebt gij iets gebroken...." hernam Mac Nabbs.
+
+"Ja!" antwoordde Paganel, die op zijn lange beenen overeind ging staan,
+"maar wat ik gebroken heb, zal de timmerman wel maken!"
+
+"Wat dan?"
+
+"Den stut van het tusschendek, die in mijn val gebroken is!"
+
+Op dit antwoord begon het lagchen op nieuw. Dit gezegde had al de
+vrienden van den waardigen Paganel gerust gesteld, die heelhuids was
+afgekomen van zijn ontmoeting met het kanon op de voorplecht.
+
+"Die aardrijkskundige," dacht de majoor, "is in allen gevalle bijzonder
+schaamachtig uitgevallen."
+
+Echter moest Paganel, toen hij wat van den schrik bekomen was, nog een
+vraag beantwoorden, die hij niet ontwijken kon.
+
+"Antwoord nu eens opregt, Paganel!" sprak Glenarvan. "Ik erken, dat uw
+verstrooidheid door God beschikt is: zonder u was voorzeker de _Duncan_
+in de handen der roovers gevallen, zonder u hadden de Maori's ons weer
+gevangen genomen! Maar zeg mij toch om Gods wil! door welke vreemde
+verbinding van denkbeelden, door welke bovennatuurlijke
+verstandsverbijstering zijt gij er toch toe gekomen om den naam
+Nieuw-Zeeland te schrijven voor dien van Australië?"
+
+"Wel, voor den drommel!" riep Paganel, "omdat...."
+
+Maar tegelijk ontmoette zijn oog Robert en Mary Grant en bij bleef
+steken; daarna ging hij voort:
+
+"Wat zal ik zeggen, waarde Glenarvan! ik ben een zinnelooze, een gek,
+een onverbeterlijk schepsel, en ik zal sterven in de huid van den
+beruchtsten verstrooide...."
+
+"Als gij ten minste niet gevild wordt!" voerde de majoor er bij.
+
+"Mij villen!" riep de aardrijkskundige met een vuurrood gezigt. "Wat
+bedoelt gij daarmee?..."
+
+"Wat zou ik er mee bedoelen, Paganel?" vroeg Mac Nabbs even bedaard als
+altijd.
+
+Het voorval had geen verdere gevolgen. Het geheim van de
+tegenwoordigheid der _Duncan_ was opgehelderd; de zoo wonderdadig
+geredde reizigers waren nu op niets anders bedacht dan hun geriefelijke
+scheepshutten op te zoeken en te ontbijten.
+
+Inmiddels hielden Glenarvan en John Mangles terwijl lady Helena en Mary
+Grant, de majoor, Paganel en Robert de kampanje ingingen, Tom Austin bij
+zich. Zij wilden hem nog nader ondervragen.
+
+"Antwoord nu eens, oude Tom!" zeide Glenarvan. "Hebt gij dat bevel om op
+de kust van Nieuw-Zeeland te gaan kruisen niet heel vreemd gevonden?"
+
+"Zeker, Uwe Edelheid!" antwoordde Austin, "ik stond er raar van te
+kijken; maar ik ben niet gewoon de bevelen, die ik krijg, te bepraten,
+en heb dus gehoorzaamd. Kon ik anders handelen? Zou het niet mijne
+schuld geweest zijn, wanneer er een ongeluk had plaats gehad, omdat ik
+uw last niet letterlijk had opgevolgd? Zoudt gij anders gehandeld
+hebben, kapitein?"
+
+"Neen, Tom!" antwoordde John Mangles.
+
+"Maar wat hebt gij wel gedacht?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik heb gedacht, Uwe Edelheid! dat het belang van Harry Grant vorderde
+te gaan, waar gij mij heen zondt. Ik heb gedacht, dat ingevolge een
+wijziging in uw reisplan een schip u naar Nieuw-Zeeland brengen zou, en
+dat ik u op de oostkust des eilands moest afwachten. Bij mijn vertrek
+uit Melbourne heb ik mijn bestemming geheim gehouden, en de bemanning
+heeft ze eerst vernomen, toen wij in volle zee waren en de australische
+kust reeds uit het oog hadden verloren. Maar toen is er aan boord iets
+voorgevallen, dat mij veel angst veroorzaakte."
+
+"Wat bedoelt gij, Tom?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ik bedoel," antwoordde Tom Austin, "dat, toen de bootsman Ayrton, daags
+nadat wij in zee gestoken waren, de bestemming der _Duncan_ vernam...."
+
+"Ayrton!" riep Glenarvau. "Is hij dan aan boord?"
+
+"Ja, Uwe Edelheid!"
+
+"Ayrton hier!" herhaalde Glenarvan, terwijl hij John Mangles aanzag.
+
+"God heeft het zoo gewild!" antwoordde de jonge kapitein.
+
+Bliksemsnel ging nu in een oogenblik het gedrag van Ayrton, zijn lang
+voorbereid verraad, de wond van Glenarvan, de moord van Mulrady, de
+rampen van het reisgezelschap in de moerassen der Sneeuwrivier
+achtergelaten, al het verledene van dien schurk voorbij het oog dier
+twee mannen. En nu was de roover, door een allerzonderlingsten samenloop
+van omstandigheden, in hun magt.
+
+"Waar is hij?" vroeg Glenarvan driftig.
+
+"In een hut in het vooronder," antwoordde Tom Austin, "waar hij streng
+bewaakt wordt."
+
+"Wat beduidt die gevangenzetting?"
+
+"Omdat Ayrton, toen hij zag, dat het jagt naar Nieuw-Zeeland stevende,
+woedend werd; omdat hij mij wilde dwingen den koers van het vaartuig te
+veranderen; omdat hij mij gedreigd heeft; eindelijk, omdat hij het
+scheepsvolk tot oproer aanzette. Ik heb begrepen, dat hij een
+gevaarlijke kerel was, en dat ik voorzorgsmaatregelen tegen hem nemen
+moest."
+
+"En sedert dien tijd?"
+
+"Sedert dien tijd is hij in zijn hut gebleven, zonder pogingen te doen
+om er uit te komen."
+
+"Goed, Tom!"
+
+Nu werden Glenarvan en John Mangles in de kampanje geroepen. Het
+ontbijt, waaraan zij zulk een behoefte hadden, stond gereed. Zij zetten
+zich in de _longroom_ aan tafel en spraken niet over Ayrton.
+
+Maar toen de maaltijd afgeloopen was en de gasten verkwikt en hersteld
+op het dek bijeen waren, vertelde Glenarvan hun, dat de bootsman aan
+boord was. Tevens deelde hij hun mede, dat hij voornemens was hem voor
+hen te doen verschijnen.
+
+"Zou ik niet bij dat verhoor gemist kunnen worden?" vroeg lady Helena.
+"Ik beken, lieve Edward! dat het gezigt van dien ongelukkige zeer
+pijnlijk voor mij zou wezen."
+
+"Het is een getuigenverhoor, Helena!" antwoordde lord Glenarvan. "Blijf,
+verzoek ik u. Ben Joyce moet al zijn slagtoffers voor zich zien!"
+
+Lady Helena erkende de juistheid dier opmerking. Mary Grant en zij namen
+plaats bij lord Glenarvan. Rondom hem schaarden zich de majoor, Paganel,
+John Mangles, Robert, Wilson, Mulrady en Olbinett, die allen in zulk een
+groot gevaar hadden verkeerd door het verraad van den roover. De
+bemanning van het jagt begreep wel niet het ernstige van het tooneel,
+maar bewaarde toch een diep stilzwijgen.
+
+"Laat Ayrton hier komen!" beval Glenarvan.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+Ayrton of Ben Joyce.
+
+
+Ayrton verscheen. Hij betrad het dek met vasten stap en beklom de trap
+van de kampanje. Zijn oogen stonden somber, zijn tanden waren op
+elkander geklemd, zijn vuisten krampachtig gebald. Zijn uiterlijk
+verried evenmin overmoed als nederigheid. Toen hij voor lord Glenarvan
+stond, sloeg hij de armen over elkaar en wachtte bedaard en zwijgend af,
+dat hem iets gevraagd werd.
+
+"Ayrton!" zeide Glenarvan, "zoo zijn wij nu, gij en wij, bijeen op die
+_Duncan_ die gij aan de roovers van Ben Joyce in handen wildet spelen."
+
+Op die woorden beefden de lippen van den bootsman even. Zijn koude
+trekken kleurden ligt. Het was niet het schaamrood der wroeging, maar
+omdat zijn plan was mislukt. Op dat jagt, waarop hij als meester hoopte
+te bevelen, was hij nu een gevangene, en in weinige oogenblikken zou
+zijn lot beslist worden.
+
+Hij gaf echter geen antwoord. Glenarvan wachtte geduldig. Maar Ayrton
+bleef hardnekkig zwijgen.
+
+"Spreek op, Ayrton! wat hebt gij te zeggen?" hernam Glenarvan.
+
+Ayrton aarzelde; zijn voorhoofd betrok; vervolgens sprak hij bedaard:
+
+"Ik heb niets te zeggen, mylord! Ik ben zoo gek geweest mij te laten
+pakken. Doe met mij wat gij wilt."
+
+Dit gezegd hebbende rigtte de bootsman zijn blikken op de westwaarts
+liggende kust, en veinsde een diepe onverschilligheid voor hetgeen er
+rondom hem gebeurde. Wie hem zag, zou gemeend hebben, dat hij niets te
+maken had met die ernstige zaak. Maar Glenarvan had besloten geduldig te
+blijven. Een sterke belangstelling noopte hem om met sommige
+omstandigheden uit het geheimzinnige leven van Ayrton bekend te worden,
+vooral zoover het Harry Grant en de _Britannia_ betrof. Hij hervatte dus
+het verhoor op zeer zachte wijze en onderdrukte geheel en al den toorn,
+dien hij inwendig gevoelde.
+
+"Ik meen, Ayrton!" hernam hij, "dat gij niet zult weigeren te antwoorden
+op sommige vragen, die ik u wensch te doen. Vooreerst, moet ik u Ayrton
+of Ben Joyce noemen? Zijt gij al dan niet de bootsman der _Britannia_?"
+
+Ayrton bleef onverzettelijk op de kust staren, zonder acht te slaan op
+hetgene hem gevraagd werd.
+
+Glenarvan, wiens oog fonkelde, ging voort met den bootsman te
+ondervragen.
+
+"Wilt gij mij zeggen, hoe gij de _Britannia_ verlaten hebt, waarom gij
+in Australië waart?"
+
+Hetzelfde stilzwijgen, dezelfde onverzettelijkheid.
+
+"Luister naar mij, Ayrton!" hernam Glenarvan. "Het is in uw belang om te
+spreken. Een openhartigheid, die uw laatste toevlugt is, kan gunstig
+voor u zijn. Voor het laatst dan, wilt gij op mijn vragen antwoorden?"
+
+Ayrton draaide het hoofd naar Glenarvan en zag hem strak aan, zeggende:
+
+"Mylord! ik behoef niet te antwoorden. De justitie en niet ik moet tegen
+mij bewijzen."
+
+"De bewijzen zullen gemakkelijk te leveren zijn!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Gemakkelijk, mylord?" hernam Ayrton op spottenden toon. "Uwe Edelheid
+durft, vind ik, heel wat zeggen. Ik verzeker u, dat de slimste advocaat
+met mij verlegen zou zijn! Wie zal zeggen, waarom ik in Australië
+gekomen ben, nu kapitein Grant het niet meer vertellen kan? Wie zal
+bewijzen, dat ik die Ben Joyce ben, dien de politie achterna zit, daar
+ze mij nooit in handen gehad heeft en mijn makkers in vrijheid zijn? Wie
+is er, behalve gij, die niet een misdaad, maar een verkeerde handeling
+ten mijnen nadeele kan aan den dag brengen? Wie kan bevestigen, dat ik
+mij van dit schip heb willen meester maken om het aan de gedeporteerden
+over te leveren? Niemand, verstaat gij? niemand! Gij hebt vermoedens,
+goed! maar om iemand te veroordeelen zijn er bewijzen noodig, en de
+bewijzen ontbreken u. Zoolang het tegendeel niet bewezen is, ben ik
+Ayrton, de bootsman der _Britannia_."
+
+Ayrton was onder het spreken opgewonden geworden, maar verviel weldra
+tot zijn vroegere onverschilligheid. Hij verbeeldde zich zeker, dat zijn
+verklaring een einde zou maken aan het verhoor, maar Glenarvan vatte het
+woord weder op en sprak:
+
+"Ayrton! ik ben geen regter van instructie. Dat is mijn zaak niet. Het
+is van belang dat elk onzer weet waar hij staan moet. Ik vraag u niets,
+dat u in ongelegenheid brengen kan. Dat gaat het geregt aan. Maar gij
+weet, met welke nasporingen ik bezig ben, en met een enkel woord kunt
+gij mij weer op het spoor brengen, dat ik verloren heb. Wilt gij
+spreken?"
+
+Ayrton schudde het hoofd als iemand, die vast besloten heeft om te
+zwijgen.
+
+"Wilt gij mij zeggen, waar kapitein Grant is?" vroeg Glenarvan.
+
+"Neen, mylord!" antwoordde Ayrton.
+
+"Wilt gij mij de plaats aanduiden, waar de _Britannia_ vergaan is?"
+
+"Evenmin."
+
+"Ayrton!" hernam Glenarvan bijna op smeekenden toon, "wilt gij althans,
+wanneer gij weet, waar Harry Grant is, het aan zijn arme kinderen
+zeggen, die maar één woord uit uwen mond verwachten?"
+
+Ayrton aarzelde. Zijn gezigt betrok. Maar hij mompelde zacht:
+
+"Ik kan niet, mylord!"
+
+En hij voegde er driftig bij, alsof hij zich een oogenblik van zwakheid
+verweet:
+
+"Neen! ik zal niet spreken! Laat mij ophangen, indien gij wilt!"
+
+"Ophangen!" riep Glenarvan is een plotselinge opwelling van toorn.
+
+Daarna antwoordde hij, zich bedwingende, op ernstigen toon:
+
+"Ayrton! hier zijn regters noch beulen. In de eerste haven de beste zult
+gij aan de engelsche overheid overgegeven worden."
+
+"Dat verlang ik juist!" antwoordde de bootsman.
+
+Daarop keerde hij bedaard naar de hut terug, die hem tot gevangenis
+diende, en twee matrozen werden voor de deur geplaatst met last om op
+zijn geringste bewegingen acht te geven. De getuigen van dit tooneel
+gingen verontwaardigd en wanhopig heen.
+
+Nu Glenarvan schipbreuk had geleden op de stijfhoofdigheid van Ayrton,
+wat schoot hem nu nog over? Niets anders dan het voornemen te
+volbrengen, dat reeds te Eden was opgevat, en naar Europa terug te
+keeren, zonder uitzigt om later die mislukte onderneming te hervatten.
+Het spoor der _Britannia_ toch scheen onherroepelijk verloren, het
+document duldde geen nieuwe uitlegging, er lag zelfs geen land meer op
+zeven en dertig graden breedte, en de _Duncan_ kon dus niet beter doen
+dan terug te keeren.
+
+Na met zijn vrienden geraadpleegd te hebben, besprak Glenarvan meer
+bepaald met John Mangles het punt van de thuisreis. John onderzocht de
+kolenhokken; de voorraad steenkolen kon hoogstens nog veertien dagen
+duren. Het was dus noodig om in de naastbij gelegen haven versche kolen
+in te nemen.
+
+John stelde Glenarvan voor den steven te wenden naar de baai van
+Talcahuano, waar de _Duncan_ reeds voorraad had ingenomen, voor zij haar
+reis om de wereld ondernam. Dat was digt bij en juist op den zeven en
+dertigsten graad. Dan kon het jagt, behoorlijk van het noodige voorzien,
+zuidwaarts om kaap Hoorn varen en door den Atlantischen oceaan naar
+Schotland terugkeeren.
+
+Zoodra dit plan was vastgesteld, werd er bevel gegeven aan den machinist
+om meer stoom te maken. Een half nur later was de steven naar Talcahuano
+gewend op een zee, die haar naam van Stille Zee wel verdiende, en 's
+avonds ten zes ure verdwenen de laatste bergen van Nieuw-Zeeland in de
+warme nevels aan den gezigteinder.
+
+Zoo begon dan de thuisreis. Een treurige togt voor die stoute zoekers,
+die in de haven terugkeerden zonder Harry Grant mee te brengen! Ook
+sloeg de bemanning, die zoo vrolijk bij het vertrek, zoo vol vertrouwen
+bij het begin der reis, en nu overwonnen en moedeloos was, bedroefd den
+weg naar Europa in. Onder al die wakkere matrozen was er niet een, die
+ontroerde bij de gedachte, dat hij zijn land zou wederzien; allen zouden
+nog lang de gevaren der zee hebben getrotseerd om kapitein Grant maar
+terug te vinden.
+
+Op de hoera's! waarmede Glenarvan bij zijn terugkomst begroet was,
+volgde dan ook weldra moedeloosheid. Die onophoudelijke samenkomsten der
+passagiers, die gesprekken, welke vroeger de reis opvrolijkten, hadden
+nu niet meer plaats. Ieder bleef op zichzelven, alleen in zijn hut, en
+zelden verscheen er een op het dek van de _Duncan_.
+
+De man, bij wien doorgaans de smartelijke of vrolijke gewaarwordingen,
+die aan boord heerschten, zich het meest openbaarden, Paganel, die des
+noods de hoop zou uitgevonden hebben, Paganel bleef zwijgend en in
+zichzelven gekeerd. Ternaauwernood liet hij zich zien. Zijn natuurlijke
+spraakzaamheid, zijn fransche levendigheid waren in zwijgen en
+moedeloosheid veranderd. Hij scheen zelfs nog meer ontmoedigd dan zijn
+reisgenooten. Wanneer Glenarvan er van sprak om zijn nasporingen te
+hervatten, schudde Paganel het hoofd als iemand, die alle hoop heeft
+laten varen, en die vast overtuigd scheen van het lot der
+schipbreukelingen van de _Britannia_. Men gevoelde, dat hij ze
+onherroepelijk verloren achtte.
+
+Toch was er aan boord een man, die het laatste woord betreffende die
+ramp kon zeggen, en die voortging met zwijgen. Het was Ayrton. Zonder
+twijfel kende die ellendeling, zooal niet de waarheid aangaande het
+tegenwoordig verblijf van den kapitein, dan toch de plaats der
+schipbreuk. Maar het was duidelijk, dat Grant, werd hij teruggevonden,
+een getuige tegen hem zijn zou. Daarom zweeg hij hardnekkig. Dat
+verwekte, vooral bij de matrozen, een hevigen toorn tegen hem, en gaarne
+zouden zij hem een leelijken trek hebben gespeeld.
+
+Bij herhaling vernieuwde Glenarvan zijn pogingen bij den bootsman.
+Beloften noch bedreigingen werkten iets uit. De koppigheid van Ayrton
+was zoo ver gedreven en zoo onverklaarbaar bovendien, dat de majoor
+begon te denken, dat hij niets wist. Ook de aardrijkskundige, die zijn
+eigene gedachten had betreffende Harry Grant, was van die meening.
+
+Maar wanneer Ayrton niets wist, waarom kwam hij dan niet voor zijn
+onwetendheid uit? Deze kon hem volstrekt niet benadeelen. Zijn
+stilzwijgen vergrootte de moeijelijkheid om een nieuw plan te vormen.
+Moest men uit de ontmoeting van den bootsman in Australië afleiden, dat
+Harry Grant op dat vastland aanwezig was? Wat het ook mogt kosten, men
+diende Ayrton te bewegen om zich dienaangaande te verklaren.
+
+Toen lady Helena zag, dat haar man niet slaagde, vroeg zij hem verlof op
+haar beurt te mogen worstelen met de stijfhoofdigheid van den bootsman.
+Waar een man schipbreuk had geleden, zou een vrouw welligt door haar
+zachten invloed slagen. Is het niet de eeuwig ware geschiedenis van dien
+orkaan uit de fabel, die den mantel niet van de schouders des reizigers
+kan rukken, terwijl de geringste zonnestraal hem terstond doet afwerpen!
+
+Glenarvan, die de schanderbeid zijner jeugdige gade kende, gaf haar
+volle vrijheid van handelen.
+
+Dien dag, den 5den Maart, werd Ayrton in de hut van lady Helena gebragt.
+Mary Grant moest het onderhoud bijwonen; want de invloed van het jonge
+meisje kon groot zijn, en lady Helena wilde geen kans van slagen
+verzuimen.
+
+Een uur lang bleven de vrouwen met den bootsman der _Britannia_
+opgesloten; maar er lekte niets van hun gesprek uit. Wat zij zeiden, de
+gronden, die zij aanvoerden om den roover zijn geheim te ontrukken, al
+de omstandigheden van dat verhaal bleven onbekend. Maar toen zij Ayrton
+verlieten, schenen zij niet geslaagd te zijn, en stond de moedeloosheid
+op haar gelaat te lezen.
+
+Toen de bootsman naar zijn hut teruggebragt werd, ontvingen hem de
+matrozen, terwijl hij voorbijging, dan ook met geweldige bedreigingen.
+Hij vergenoegde zich met de schouders op te halen, waardoor de woede der
+schepelingen nog vermeerderde, en er was niets minder noodig dan de
+tusschenkomst van John Mangles en Glenarvan om hen in toom te houden.
+
+Maar lady Helena gaf het nog niet op. Zij wilde tot het einde toe
+worstelen tegen dat steenen hart, en 's anderen daags ging zij zelve
+naar de hut van Ayrton, om de tooneelen te voorkomen, waartoe zijn gang
+over het dek van het jagt aanleiding gaf.
+
+Twee uren lang bleef de goede en zachtzinnige vrouw alleen met het
+opperhoofd der roovers. Aan zenuwachtige ontroering ter prooi zwierf
+Glenarvan bij de hut rond, nu eens besloten om de kansen op slagen tot
+de laatste toe aan te wenden, dan weder gereed om zijn vrouw van dat
+onaangename gesprek te verlossen.
+
+Maar toen lady Helena ditmaal weder verscheen, blonk haar gelaat van
+hoop. Had zij dan dat geheim afgeperst en in het hart van dien schurk de
+laatste vezelen van het medelijden doen trillen?
+
+Mac Nabbs, die haar het allereerst zag, kon een zeer natuurlijke
+beweging van ongeloof niet onderdrukken.
+
+Echter liep weldra onder de bemanning het gerucht, dat de bootsman
+eindelijk was bezweken voor den aandrang van lady Helena. Dat was als
+het ware een electrieke schok. Al de matrozen verzamelden zich op het
+dek, en sneller, dan wanneer het fluitje van Tom Austin hen aan het werk
+had geroepen.
+
+Intusschen was Glenarvan zijn vrouw te gemoet gesneld.
+
+"Heeft hij gesproken?" vroeg hij.
+
+"Neen," antwoordde lady Helena. "Maar aan mijn verzoek gehoor gevende,
+wenscht hij u te spreken."
+
+"Ach! lieve Helena! zoudt gij geslaagd zijn?"
+
+"Ik hoop het, Edward!"
+
+"Hebt gij eenige belofte gedaan, die ik moet bekrachtigen?"
+
+"Een enkele, mijn vriend! dat gij al uw invloed zult aanwenden om het
+lot te verzachten, dat dien ongelukkigen Ayrton wacht."
+
+"Goed, lieve Helena! Laat Ayrton dadelijk hier komen."
+
+Lady Helena ging met Mary Grant naar haar hut, en de bootsman werd naar
+de _longroom_ gebragt, waar lord Glenarvan hem wachtte.
+
+
+
+
+XIX.
+
+Eene schikking.
+
+
+Zoodra de bootsman zich in tegenwoordigheid van den lord bevond,
+verwijderden zich zijn bewakers.
+
+"Gij verlangt mij te spreken, Ayrton?" vroeg Glenarvan.
+
+"Ja, mylord!" antwoordde de bootsman.
+
+"Mij alleen?"
+
+"Ja! maar ik denk, dat het beter zou zijn, wanneer majoor Mac Nabbs en
+mijnheer Paganel bij het gesprek tegenwoordig waren."
+
+"Voor wien?"
+
+"Voor mij."
+
+Ayrton sprak met onverstoorbare kalmte. Glenarvan zag hem strak aan;
+vervolgens liet hij Mac Nabbs en Paganel roepen, die terstond aan zijn
+uitnoodiging voldeden.
+
+"Wij luisteren naar u," zeide Glenarvan, zoodra zijn beide vrienden zich
+aan de tafel in de _longroom_ geplaatst hadden.
+
+Ayrton bedacht zich een poos en zeide:
+
+"Mylord! de gewoonte brengt mede, dat er getuigen zijn bij ieder verdrag
+of bij iedere schikking, die tusschen twee partijen wordt aangegaan.
+Daarom verlangde ik, dat de heeren Paganel en Mac Nabbs hier zouden
+zijn. Want om de waarheid te zeggen, ik wensch u een zaak voor te
+slaan."
+
+Gewoon als hij was aan de manieren van Ayrton, fronsde Glenarvan zijn
+wenkbraauwen niet, hoewel een zaak tusschen hem en dien man iets
+belagchelijks scheen.
+
+"Wat is dat voor een zaak?" vroeg hij.
+
+"Luister," antwoordde Ayrton. "Gij verlangt van mij eenige
+omstandigheden te vernemen, die u nuttig kunnen zijn. Ik verlang van u
+eenige voordeelen, die van groot belang voor mij zullen zijn. Leer om
+leer, mylord! staat u dat aan of niet?"
+
+"Welke omstandigheden zijn dat?" vroeg Paganel driftig.
+
+"Neen!" hernam Glenarvan, "welke voordeelen zijn dat?"
+
+Met een hoofdknikje toonde Ayrton het onderscheid te vatten, dat
+Glenarvan maakte.
+
+"De voordeelen, die ik eisch," zeide hij, "zijn de volgende. Zijt gij
+nog altijd voornemens, mylord! mij in handen van de engelsche overheid
+te stellen?"
+
+"Ja, Ayrton! en dat is niet meer dan billijk."
+
+"Ik zeg niet van neen," antwoordde de bootsman bedaard. "Dus zoudt gij
+er nooit in bewilligen mij in vrijheid te stellen?"
+
+Glenarvan aarzelde voor hij op een zoo duidelijke vraag antwoordde. Het
+lot van Harry Grant hing misschien af van hetgeen hij zou zeggen.
+
+Toch behield het besef van zijn pligt jegens de menschelijke
+geregtigheid de overhand, en hij zeide:
+
+"Neen, Ayrton! ik kan u de vrijheid niet teruggeven."
+
+"Die vraag ik ook niet," antwoordde de bootsman fier.
+
+"Wat verlangt gij dan?"
+
+"Een middenweg, mylord! tusschen de galg, die mij wacht, en de vrijheid,
+die gij mij niet kunt schenken."
+
+"En die is?..."
+
+"Dat gij mij met de noodzakelijkste behoeften achterlaat op een der
+onbewoonde eilanden van de Stille Zuidzee. Ik zal mij behelpen, zoo veel
+ik kan, en boete doen, wanneer ik tijd heb!"
+
+Glenarvan, die een dergelijk voorstel wel het allerminst verwachtte, zag
+zijn beide vrienden aan, die bleven zwijgen. Na eenige oogenblikken
+nadenkens antwoordde hij:
+
+"Ayrton! zult gij, wanneer ik uw verzoek toesta, mij alles zeggen, wat
+ik belang heb te weten?"
+
+"Ja, mylord! dat wil zeggen alles, wat ik van kapitein Grant en de
+_Britannia_ weet."
+
+"De volle waarheid?"
+
+"De volle."
+
+"Maar wie staat mij borg?..."
+
+"O! ik zie wat u beangstigt, mylord! Gij zult op mij moeten vertrouwen,
+op het woord van een boosdoener! Dat is waar! Maar wat zal ik zeggen?
+Het ligt er nu eenmaal toe. Niet of graag."
+
+"Ik zal u vertrouwen, Ayrton!" zeide Glenarvan droogjes.
+
+"En gij zult gelijk hebben, mylord! Bovendien, wanneer ik u bedrieg,
+hebt gij altijd het middel bij de hand om u te wreken!"
+
+"En dat is?"
+
+"Mij van het eiland af te halen, dat ik niet heb kunnen verlaten."
+
+Ayrton had voor alles een antwoord gereed. Hij opperde zelf de bezwaren,
+hij leverde zelf onwraakbare bewijsgronden tegen zich. Zooals men ziet,
+wilde hij "zijn zaak" met ontwijfelbare goede trouw behandelen. Het was
+onmogelijk zich met argeloozer vertrouwen over te leveren. En toch vond
+hij een middel om nog verder te gaan op den weg der onbaatzuchtigheid.
+
+"Mylord en mijne heeren!" voegde hij er bij, "ik wil, dat gij volkomen
+overtuigd zult zijn, dat ik open kaart met u speel. Ik zoek u geenszins
+te misleiden en wil u een nieuw bewijs geven van mijn opregtheid in deze
+zaak. Ik ga rondborstig te werk, omdat ik zelf op uw regtschapenheid
+reken."
+
+"Spreek op, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.
+
+"Mylord! ik heb uw woord nog niet, dat gij in mijn voorstel bewilligt en
+toch aarzel ik niet u te zeggen, dat ik zeer weinig van Harry Grant af
+weet."
+
+"Zeer weinig!" riep Paganel.
+
+"Ja, mylord! De bijzonderheden, die ik in staat ben u mede te deelen,
+hebben betrekking op mij; zij gaan mij aan, en zullen u niet helpen het
+spoor terug te vinden dat gij verloren hebt."
+
+Het gelaat van Glenarvan en den majoor teekende een levendige
+teleurstelling. Zij waanden hem in het bezit van een gewigtig geheim, en
+de bootsman bekende, dat zijn ontdekkingen niet veel om het lijf hadden.
+Wat Paganel aangaat, deze bleef even rustig.
+
+Hoe het ook zij, deze bekentenis van Ayrton, die zich om zoo te zeggen
+op genade of ongenade overgaf, trof zijn hoorders zeer, vooral toen de
+bootsman er ten slotte bijvoegde:
+
+"Nu weet gij het, mylord! De zaak zal voor u minder voordeelig zijn dan
+voor mij."
+
+"Dat maakt niet uit," antwoordde Glenarvan. "Ik neem uw voorstel aan.
+Ayrton! Ik geef u mijn woord, dat gij op een der Zuidzee-eilanden aan
+land zult gezet worden."
+
+"Goed, mylord!" antwoordde de bootsman.
+
+Verheugde die zonderlinge man zich over dat besluit? Men mogt er aan
+twijfelen; want zijn strak gelaat verried niet de minste aandoening. Het
+scheen, dat hij voor een ander handelde, niet voor zich.
+
+"Ik ben bereid om te antwoorden," sprak hij.
+
+"Wij hebben niets te vragen," zeide Glenarvan. "Vertel ons wat gij weet,
+Ayrton! en zeg vooreerst maar wie gij zijt."
+
+"Mijne heeren!" begon Ayrton, "ik ben werkelijk Tom Ayrton, de bootsman
+der _Britannia_. Ik heb den 12den Maart 1861 Glasgow verlaten op het
+schip van Harry Grant. Veertien maanden lang bevoeren wij samen de
+Stille Zuidzee om een gunstige plaats op te zoeken ten einde een
+schotsche kolonie te stichten. Harry Grant was er juist de man naar om
+groote dingen te doen; maar dikwijls hadden wij hooggaande twisten met
+elkander. Zijn karakter stond mij niet aan. Ik kan niet buigen; Harry
+Grant duldt geen verzet, mylord! wanneer zijn besluit genomen is; die
+man is van ijzer voor zich en voor anderen. Niettemin durfde ik te gaan
+muiten. Ik beproefde de bemanning ook tot muiterij over te halen en het
+schip te bemagtigen. Het doet hier weinig ter zake, of ik ongelijk had
+of niet. Hoe dat ook zij, Harry Grant weifelde niet, en zette mij den
+8sten April 1862 op de westkust van Australië aan land."
+
+"Van Australië," zoo viel de majoor Ayrton in de rede, "dan hebt gij bij
+gevolg de _Britannia_ verlaten, voor zij Callao heeft aangedaan, vanwaar
+de laatste tijdingen gedagteekend zijn?"
+
+"Ja," antwoordde de bootsman; "want zoo lang ik aan boord was, is de
+_Britannia_ nooit te Callao geweest. Dat ik op de hoeve van Paddy
+O'Moore van Callao sprak, kwam daar vandaan, dat ik die omstandigheid
+uit uw verhaal had vernomen."
+
+"Ga voort, Ayrton!" zeide Glenarvan.
+
+"Daar stond ik nu verlaten op een bijna woeste kust; doch slechts
+twintig mijlen van de strafgevangenis van Perth af, de hoofdstad van
+West-Australië. Langs de kust zwervende ontmoette ik een bende
+gedeporteerden, die pas ontsnapt waren. Ik voegde mij bij hen. Gij zult
+mij, mylord! wel het verhaal schenken van het leven, dat ik derdehalf
+jaar leidde. Weet alleen, dat ik onder den naam van Ben Joyce het hoofd
+der vlugtelingen werd. In de maand September 1864 vervoegde ik mij op de
+iersche hoeve. Daar werd ik als knecht in dienst genomen onder mijn
+waren naam Ayrton. Ik wachtte daar op een gelegenheid om een schip te
+bemagtigen. Dat was mijn hoogste doel. Twee maanden later kwam de
+_Duncan_. Bij uw bezoek op de hoeve, mylord! vertelde gij de geheele
+geschiedenis van kapitein Grant. Ik vernam toen, wat ik nog niet wist,
+het verblijf der _Britannia_ te Callao, de laatste berigten van Junij
+1862, twee maanden na mijn ontscheping, het voorval met het document, de
+stranding van het schip ergens op zeven en dertig graden, en eindelijk
+de gewigtige redenen, die gij hadt, om Harry Grant op het vastland van
+Australië te zoeken. Ik weifelde niet. Ik besloot de _Duncan_ te
+bemagtigen, een uitstekend schip, dat de snelste zeilers der engelsche
+oorlogsvloot ontkomen kon. Maar ze had zware averij geleden, die
+hersteld moest worden. Ik liet ze dus naar Melbourne vertrekken, en deed
+mij bij u voor in mijn ware betrekking van bootsman, terwijl ik aanbood
+u naar het tooneel eener schipbreuk te geleiden, die naar ik u voorloog
+op de oostkust van Australië zou plaats gehad hebben. Zoo leidde ik, nu
+eens gevolgd dan weder voorafgegaan door mijn rooverbende, uw gezelschap
+door de provincie Victoria. Mijn manschappen begingen aan de Camdenbrug
+een noodelooze misdaad; want was de _Duncan_ aan de kust dan kon ze mij
+niet ontgaan, en met dat jagt was ik meester op zee. Zoo voerde ik u,
+zonder uw wantrouwen op te wekken, tot aan de Sneeuw-rivier. Paarden en
+ossen werden één voor één met gastrolobium vergeven. Ik liet den wagen
+wegzakken in de moerassen der Sneeuw-rivier. Op mijn aandringen.... Maar
+gij weet het overige, mylord! en kunt er zeker van zijn, dat ik zonder
+de verstrooidheid van mijnbeer Paganel thans het bevel zou voeren op de
+_Duncan_. Ziedaar mijn geschiedenis, mylord! Mijne mededeelingen kunnen
+u helaas! niet op het spoor van Harry Grant brengen, en gij ziet, dat
+gij een slechten ruil gedaan hebt, door met mij te onderhandelen."
+
+De bootsman zweeg, sloeg als naar gewoonte de armen over elkaar en
+wachtte. Glenarvan en zijn vrienden bewaarden het stilzwijgen. Zij
+gevoelden, dat die vreemde boosdoener de volle waarheid had gesproken.
+De overrompeling der _Duncan_ was alleen mislukt door een omstandigheid
+onafhankelijk van zijn wil. Zijn medepligtigen waren aan de oevers der
+Twofold-baai gekomen, zooals het gevangenisbuis bewees, dat Glenarvan
+had gevonden. Daar hadden zij naar het bevel van hun aanvoerder op het
+jagt geloerd, en het wachten moede hadden zij zeker in de velden van
+Nieuw-Zuid-Wales hun bedrijf van plunderaars en brandstichters weder
+opgevat.
+
+De majoor begon weder het verhoor om van de datums, die op de
+_Britannia_ betrekking hadden, zeker te zijn.
+
+"Dus," vroeg hij den bootsman, "zijt gij bepaald op den 8sten April 1862
+op de westkust van Australië aan land gezet?"
+
+"Juist," antwoordde Ayrton.
+
+"En weet gij, welke voornemens Harry Grant toen had?"
+
+"Ten naastebij."
+
+"Spreek op, Ayrton!" zeide Glenarvan. "De geringste aanwijzing kan ons
+op den weg brengen."
+
+"Ik kan niets anders zeggen dan dit, mylord!" antwoordde de bootsman,
+"Kapitein Grant was voornemens Nieuw-Zeeland te bezoeken. Dit gedeelte
+van zijn reisplan nu is niet uitgevoerd, terwijl ik aan boord was. Het
+zou dus niet onmogelijk zijn, dat de _Britannia_ na haar vertrek van
+Callao Nieuw-Zeeland had aangedaan. Dat zou overeenkomen met den datum
+van 27 Junij 1862, waarop, volgens het document, de driemaster
+schipbreuk heeft geleden."
+
+"Dat is zoo," zeide Paganel.
+
+"Maar," hernam Glenarvan, "geen enkel woord, dat op het document bewaard
+is gebleven, is op Nieuw-Zeeland toepasselijk."
+
+"Daarop kan ik niet antwoorden," zeide de bootsman.
+
+"Goed, Ayrton!" zeide nu Glenarvan. "Gij hebt uw woord gehouden, ik zal
+het mijne houden. Wij zullen bepalen op welk eiland der Stille Zuidzee
+gij aan land zult gezet worden."
+
+"O, dat komt er niet op aan, mylord!" antwoordde Ayrton.
+
+"Keer naar uw hut terug," zeide Glenarvan, "en wacht ons besluit af."
+
+De bootsman ging heen onder geleide van twee matrozen.
+
+"Die schurk had een man kunnen zijn," zeide de majoor.
+
+"Ja!" antwoordde Glenarvan. "Het is een sterke en schrandere kerel!
+Waarom heeft hij zijn vermogens misbruikt om kwaad te doen!"
+
+"Maar Harry Grant?"
+
+"Ik vrees zeer, dat hij reddeloos verloren is! Arme kinderen! wie zou
+hun kunnen zeggen waar hun vader is?"
+
+"Ik!" antwoordde Paganel. "Ja, ik!"
+
+Het zal wel niemand ontgaan zijn, dat de anders zoo praatzieke en
+ongeduldige aardrijkskundige naauwelijks een mond had opengedaan, zoo
+lang het verhoor van Ayrton duurde. Hij luisterde met den mond digt.
+Maar dat laatste woord, dat hij sprak, woog tegen vele andere op, en
+deed Glenarvan driftig opspringen.
+
+"Gij!" riep hij, "weet gij, Paganel! waar kapitein Grant is!"
+
+"Ja, voor zooverre men dat althans weten kan," antwoordde de
+aardrijkskundige.
+
+"En door wien weet gij det?"
+
+"Door dat eeuwige document."
+
+"Zoo!" riep de majoor op een toon van volslagen ongeloof.
+
+"Luister eerst, Mac Nabbs!" zeide Paganel, "later moogt gij de schouders
+ophalen. Ik heb vroeger niet gesproken, omdat gij mij toch niet geloofd
+zoudt hebben. Later was het onnoodig. Maar dat ik nu er toe besluit is,
+omdat Ayrtons meening juist de mijne ondersteunt."
+
+"Dus Nieuw-Zeeland?..." vroeg Glenarvan.
+
+"Luistert en oordeelt," antwoordde Paganel. "Het is niet zonder reden,
+of liever het is niet zonder "eene reden," dat ik de dwaling beging, die
+ons gered heeft. Toen ik dien brief schreef, welken Glenarvan mij
+voorzeide, maalde het woord "Zeeland" mij door het hoofd. Ziehier
+waarom. Gij herinnert u, dat wij in den wagen waren. Mac Nabbs had aan
+lady Helena de geschiedenis der roovers verteld; hij had haar het nummer
+der _Australische en Nieuw-Zeelandsche courant_ ter hand gesteld, die
+het verhaal bevatte van de ramp aan de Camdenbrug. Terwijl ik schreef,
+lag het dagblad op den grond, zoo gevouwen, dat er maar twee
+lettergrepen van den titel zigtbaar waren. Die twee lettergrepen waren
+_aland_. Daar ging een licht voor mij op! _Aland_ was juist een woord
+uit het engelsche document, een woord, dat wij altijd vertaald hadden
+door _aan land_, en dat de uitgang zijn moest van den eigennaam
+_Zealand_."
+
+"Wat ge zegt!" riep Glenarvan.
+
+"Ja!" hernam Paganel innig overtuigd, "die uitlegging was mij ontgaan,
+en weet gij waarom? omdat mijn onderzoek natuurlijk het fransche
+document betrof, dat vollediger is dan de andere, en waarin dit
+belangrijke woord ontbreekt."
+
+"Ho! ho!" zeide de majoor, "nu gaat uw verbeeldingskracht wat te ver,
+Paganel! en vergeet gij al te gemakkelijk uw vroegere afleidingen."
+
+"Ga voort, majoor! ik ben bereid u te antwoorden."
+
+"Waar blijft dan uw woord _austra_?" hernam Mac Nabbs.
+
+"Dat verandert niet. Het beteekent eenvoudig de zuidelijke streken."
+
+"Goed. En die lettergreep _indi_, die eerst de wortel van _indianen_ en
+later de wortel van _inboorlingen_ geweest is?"
+
+"Welnu! voor de derde en laatste maal," antwoordde Paganel, "zal zij de
+eerste lettergreep zijn van het woord _indigence_ (nood)!"
+
+"En _contin_!" riep Mac Nabbs, "beteekent dat nog _continent_
+(vastland)?"
+
+"Neen! omdat Nieuw-Zeeland maar een eiland is."
+
+"Bij gevolg?..." vroeg Mac Nabbs.
+
+"Waarde lord!" antwoordde Paganel, "ik zal het document vertalen volgens
+mijn derde uitlegging, dan kunt gij oordeelen. Maar twee opmerkingen
+vooraf: 1°. vergeet zooveel mogelijk de vroegere uitleggingen en maakt
+uw geest los van elke vroeger opgevatte meening; 2°. sommige gedeelten
+zult gij "gewrongen" vinden, en het is mogelijk, dat ik ze slecht
+vertaal; maar zij zijn van geen belang, onder anderen het woord
+_agonie_, waarmee ik verlegen zit, maar dat ik niet anders verklaren
+kan. Ook is het 't fransche document, dat tot grondslag dient voor mijn
+vertolking, en vergeet niet, dat het door een Engelschman is geschreven,
+die welligt niet goed bekend was met het fransche taaleigen. Na deze
+voorafspraak begin ik."
+
+En Paganel las langzaam en met nadruk het volgende:
+
+"Den 27 _Junij_ 1864 is de _driemaster Britannia_, van _Glasgow_, na een
+langen _doodstrijd_ in de _zuidelijke_ zeeën op de kusten van
+Nieuw-_Zeeland vergaan_,--in het engelsch _Zealand.--Twee matrozen_ en
+de _kapitein Grant_ zijn _aan land_ gespoeld. Daar, _steeds_ ter _pr_ooi
+aan een _nijpenden nood_, hebben zij _dit document_ in zee _geworpen_ op
+... _lengte en_ 37°11' _breedte. Komt hun te_ hulp of zij zijn
+_verloren_."
+
+Paganel zweeg. Zijn vertaling was aannemelijk. Maar juist omdat zij even
+waarschijnlijk scheen als de vorige, kon zij ook verkeerd wezen.
+Glenarvan en de majoor legden er dus niets tegen in. Daar echter het
+spoor der _Britannia_ evenmin teruggevonden was op de kust van Patagonië
+als op die van Australië, ter plaatse waar de zeven en dertigste graad
+die twee landen snijdt, waren de kansen voor Nieuw-Zeeland gunstig.
+
+Deze opmerking, welke Paganel maakte, trof vooral zijn vrienden.
+
+"Zeg mij nu eens, Paganel!" sprak Glenarvan, "waarom gij deze verklaring
+omtrent twee maanden voor u hebt gehouden?"
+
+"Omdat ik u met geen ijdele hoop vleijen wilde. Ook gingen wij naar
+Auckland, dat juist op de breedte ligt, welke het document aangeeft."
+
+"Maar waarom hebt gij later niet gesproken, toen wij van dien weg
+afgeraakt waren?"
+
+"Omdat die vertolking, hoe juist zij ook moge zijn, niets kan bijdragen
+tot redding van den kapitein."
+
+"Om welke reden, Paganel?"
+
+"Omdat, aangenomen dat kapitein Harry Grant op Nieuw-Zeeland gestrand
+is, hij na de schipbreuk of door de handen der Zeelanders omgekomen is,
+omdat hij in het tijdsverloop van twee jaren nog niet is komen opdagen."
+
+"Dus houdt gij het er voor?..." vroeg Glenarvan.
+
+"Dat men misschien eenige wrakken van de schipbreuk zou kunnen
+terugvinden; maar dat de schipbreukelingen der _Britannia_
+onherroepelijk verloren zijn!"
+
+"Zwijgt over dit alles, vrienden!" zeide Glenarvan, "en laat mij het
+oogenblik kiezen om deze treurige tijding aan de kinderen van kapitein
+Grant mede te doelen!"
+
+
+
+
+XX.
+
+Een kreet in den nacht.
+
+
+Weldra was het ruchtbaar onder het scheepsvolk, dat het geheim van het
+verblijf van kapitein Grant niet opgehelderd was door de mededeelingen
+van Ayrton. Er heerschte een diepe verslagenheid aan boord; want men had
+op den bootsman gerekend, en de bootsman wist niets, dat de _Duncan_ op
+het spoor der _Britannia_ had kunnen brengen.
+
+Het jagt stevende dus in dezelfde rigting voort. Alleen moest nog het
+eiland uitgekozen worden, dat voortaan het verblijf van Ayrton zijn zou.
+
+Paganel en John Mangles gingen de scheepskaarten na. Op zeven en dertig
+graden breedte troffen zij juist een eenzaam eilandje aan, bekend onder
+den naam van Maria Theresa, een verlaten rots in het midden der Stille
+Zuidzee, drie duizend vijf honderd mijlen van de amerikaansche kust en
+vijftien honderd van Nieuw-Zeeland gelegen. Ten noorden was het naaste
+land de Pomotoe-eilanden, onder fransche bescherming staande. Ten zuiden
+lag niets dan de onbewegelijk vaste ijsbanken aan de zuidpool. Geen
+enkel schip deed ooit dat eenzame eiland aan. Geen berigt ter wereld
+drong ooit zoo ver door. Alleen de stormvogels rustten er op hun lange
+togten uit, en vele kaarten vermeldden die rots niet eens, waartegen de
+golven der Zuidzee klotsen.
+
+Wanneer er ergens een volstrekte afzondering op aarde te vinden is, dan
+moest het wel op dat eiland zijn, dat zoover buiten de wegen ligt, die
+de menschen bezoeken. Men gaf Ayrton hiervan kennis. Ayrton bewilligde
+er in om daar ver van de menschen verwijderd te leven, en de steven werd
+naar Maria Theresa gerigt. Thans zou een zuiver regte lijn door de as
+der _Duncan_, het eiland en de baai van Talcahuano gegaan zijn.
+
+Twee dagen later, ten twee ure, seinde de uitkijk land aan den
+gezigteinder. Het was Maria Theresa, dat in de lengte uitgestrekt en zoo
+laag, dat het naauwelijks boven water uitstak, veel had van een
+ontzaggelijken walvisch. Dertig mijlen scheidden het nog van het jagt,
+welks steven de golven kliefde met een vaart van zestien knoopen in het
+uur.
+
+Langzamerhand werd het eilandje duidelijker zigtbaar. De zon, die naar
+het westen neigde, bescheen het helder, waardoor het een onregelmatige
+schaduw wierp. Eenige lage toppen vertoonden zich hier en daar, naarmate
+de stralen der dagvorstin er op vielen.
+
+Ten vijf ure meende Mangles een ligten rook te bespeuren, die omhoog
+steeg.
+
+"Is dat een vulkaan?" vroeg hij aan Paganel, die met den kijker voor de
+oogen dat nieuwe land beschouwde.
+
+"Ik weet niet, wat ik er van denken moet," antwoordde de
+aardrijkskundige. "Maria Therera is een weinig bekende plek. Echter zou
+het niet te verwonderen zijn, wanneer het zijn ontstaan te danken had
+aan een opheffing van den zeebodem en het bijgevolg vulkanisch was."
+
+"Maar," zeide Glenarvan, "wanneer een uitbarsting het heeft
+voortgebragt, staat het dan niet te vreezen, dat een uitbarsting het ook
+weer vernietigt?"
+
+"Dat is niet zeer waarschijnlijk," antwoordde Paganel. "Sedert eenwen is
+men reeds met zijn bestaan bekend, en dat is een waarborg. Wanneer een
+nieuw eiland, bij voorbeeld het eiland Julia, uit de Middellandsche zee
+oprees, bleef het niet lang boven water en verdween weinige maanden na
+zijn ontstaan."
+
+"Goed," zeide Glenarvan. "Denkt gij, dat wij voor den nacht aan wal
+kunnen gaan, John?"
+
+"Neen, Uwe Edelheid! Ik mag de _Duncan_ niet in de duisternis op een mij
+onbekende kust wagen. Ik zal zachtjes aan op en neer blijven houden, en
+morgen zenden wij met het krieken van den dag een boot naar den wal."
+
+'s Avonds ten acht ure scheen Maria Theresa, hoewel op vijf mijlen onder
+den wind, nog maar een lange, pas zigtbare schaduw. De _Duncan_ kwam
+steeds nader.
+
+Ten negen ure verdreef een vrij helder schijnsel, een vuur, de
+duisternis. Het bleef op dezelfde plaats en brandde voort.
+
+"Daaruit zou haast volgen, dat het een vuurspuwende berg is," zeide
+Paganel, die het aandachtig gadesloeg.
+
+"Maar dan moesten wij," antwoordde John Mangles, "op dezen afstand het
+leven hooren, dat altijd met een uitbarsting gepaard gaat, en de
+oostewind voert niet het minste geraas naar ons toe."
+
+"Inderdaad," zeide Paganel, "die vulkaan flikkert maar spreekt niet. Ook
+zou men zeggen, dat hij tusschenpoozen heeft gelijk een draailicht.
+
+"Gij hebt gelijk," hernam John Mangles, "en toch zijn het geen
+vuurtorens op deze kust. Ha!" riep hij uit, "weer een licht! En nu op
+het strand! Zie eens! Het beweegt zich! het verandert van plaats!"
+
+John bedroog zich niet. Er was een nieuw vuur bijgekomen, dat soms
+scheen uit te gaan en dan weer aanwakkerde.
+
+"Is het eiland dan bewoond?" vroeg Glenarvan.
+
+"Zeker door wilden," antwoordde Paganel.
+
+"Maar dan kunnen wij den bootsman hier niet afzetten."
+
+"Neen!" antwoordde de majoor; "dat zou een al te leelijk geschenk zijn,
+zelfs voor wilden."
+
+"Wij zullen een ander onbewoond eiland zoeken," zeide Glenarvan, die een
+glimlach niet kon onderdrukken over "de teerhartigheid" van Mac Nabbs.
+"Ik heb beloofd, dat Ayrtons leven zou gespaard worden, en wil mijn
+belofte houden."
+
+"Wij moeten althans op onze hoede zijn," voegde Paganel er bij. "De
+Zeelanders hebben de barbaarsche gewoonte de schepen in den val te
+lokken met beweegbare vuren, evenals voorheen de bewoners van
+Cornwallis. De inlanders op Maria Theresa kennen misschien ook dat
+kunstje."
+
+"Houd een streek af!" beval John den matroos aan het roer. "Zoodra
+morgen de zon opgaat, zullen wij de zaak onderzoeken."
+
+Ten elf ure keerden de passagiers en John Mangles in hun hutten terug.
+Op het voorschip ging de wacht op en neer. Op het achterschip was alleen
+de roerganger op zijn post.
+
+Nu beklommen Mary Grant en Robert de kampanje.
+
+Over het hek leunende zagen de beide kinderen van den kapitein bedroefd
+naar de lichtgevende zee en het fonkelende zog der _Duncan_. Mary dacht
+aan de toekomst van Robert; Robert dacht aan de toekomst zijner zuster.
+Beiden dachten aan hun vader. Leefde die aangebeden vader nog? moest men
+de hoop opgeven?... Maar neen, wat zou het leven zijn zonder hem? Wat
+zou er van hen geworden zijn zonder lord Glenarvan, zonder lady Helena?
+
+De knaap, door den tegenspoed gerijpt, giste welke gedachten zijn zuster
+verontrustten. Hij legde haar hand in de zijne.
+
+"Mary!" zoo sprak hij haar aan, "wij moeten nooit wanhopen. Herinner u
+de lessen, die vader ons gaf: "De moed vervangt op aarde alles," zeide
+hij. Laten wij dan ook dien onwankelbaren moed hebben, die hem boven
+alles verheven maakte. Tot nog toe hebt gij voor mij gewerkt,
+zusterlief! ik wil op mijn beurt voor u werken."
+
+"Lieve Robert!" antwoordde het meisje.
+
+"Ik moet u wat zeggen," hernam Robert. "Maar zult gij niet boos worden,
+Mary?"
+
+"Waarom zou ik boos worden, lieve?"
+
+"En solt gij mij laten begaan?"
+
+"Wat bedoelt gij?" vroeg Mary angstig.
+
+"Zuster! Ik wil zeeman worden...."
+
+"Wilt gij mij verlaten, Robert!" riep het meisje, terwijl zij de hand
+haars broeders drukte.
+
+"Ja, zuster! ik wil zeeman worden zooals vader, zeeman zooals kapitein
+John! Mary! lieve Mary! kapitein John heeft nog niet alle hoop verloren!
+Gij zult evenveel vertrouwen stellen in zijn verkleefdheid als ik! Hij
+heeft mij beloofd van mij een goed, misschien een groot zeeman te maken,
+en dan gaan wij vader samen zoeken! Zeg, dat gij het goed vindt, zuster!
+Wat vader voor ons gedaan zou hebben, zijn wij, ik ten minste, verpligt
+voor hem te doen! Mijn leven is geheel aan een doel gewijd: hem, die ons
+nooit een van beiden verlaten zou hebben, te zoeken, altijd te zoeken!
+Lieve Mary! wat was vader toch goed!"
+
+"En zoo edelaardig, zoo grootmoedig!" hernam Mary. "Weet gij, Robert!
+dat ons land reeds roem op hem droeg en hem onder zijn groote mannen zou
+gesteld hebben, indien het lot hem niet in zijn voortgang had gestuit?"
+
+"Of ik het weet!" zeide Robert.
+
+Mary Grant drukte Robert aan haar hart. De knaap voelde haar tranen over
+zijn voorhoofd vloeijen.
+
+"Mary! Mary!" riep hij uit, "of onze vrienden zwijgen of spreken, ik
+hoop nog en zal altijd hopen! Een man zooals vader sterft niet voor hij
+zijn taak heeft volbragt!"
+
+Mary Grant kon niet spreken. Tranen verstikten haar stem. Duizenderlei
+gevoelens kruisten elkander in haar ziel bij de gedachte, dat er nieuwe
+pogingen gedaan zouden worden om Harry Grant terug te vinden, en dat de
+verknochtheid van den jongen kapitein grenzeloos was!
+
+"Hoopt mijnheer John nog altijd?" vroeg zij.
+
+"Ja!" antwoordde Robert. "Hij is een broeder, die ons nooit zal
+verlaten. Ik zal zeeman worden, niet waar, zuster? een zeeman, om vader
+met hem te zoeken! Wilt gij dat wel!"
+
+"Of ik het wil!" antwoordde Mary. "Maar scheiden!" mompelde het meisje.
+
+"Gij zult niet alleen zijn, Mary! Dat weet ik! Vriend John heeft het mij
+gezegd. Mevrouw Helena zal u niet laten vertrekken. Gij zijt een vrouw;
+dus kunt en moet gij haar weldaden aannemen. Ze te weigeren zou
+ondankbaarheid wezen! Maar een man, dat heeft vader mij honderdmaal
+gezegd, een man moet zich door de wereld heenslaan!"
+
+"Maar hoe zal het dan met ons lief huis te Dundee gaan, waaraan zooveel
+herinneringen verbonden zijn?"
+
+"Dat houden we, zusje! Dat alles is geschikt en goed geschikt ook door
+vriend John en ook door lord Glenarvan. Hij zal u op het kasteel Malcolm
+houden, alsof gij zijn dochter waart! Dat heeft de lord aan vriend John
+gezegd, en vriend John heeft het mij verteld. Daar zult gij te huis
+zijn, en iemand hebben om over vader te spreken, in afwachting dat John
+en ik hem eens terugbrengen! Ach! wat een blijde dag zal dat zijn!" riep
+Robert, wiens gelaat van geestdrift blonk.
+
+"Mijn broeder! mijn jongen!" antwoordde Mary, "wat zou vader gelukkig
+zijn, als hij u hooren kon! Wat gelijkt gij toch, lieve Robert! op dien
+teergeliefden vader! Wanneer gij een man zijt, zult gij even zoo zijn
+als hij!"
+
+"Dat geve God, Mary!" zeide Robert, die schaamrood werd van heiligen en
+kinderlijken trots.
+
+"Maar hoe zullen wij onze schuld jegens lord en lady Glenarvan voldoen?"
+hernam Mary Grant.
+
+"O, dat zal niet moeijelijk vallen!" riep Robert in zijn kinderlijk
+vertrouwen. "Men bemint ze, men eert ze, dat vertelt men hun, men
+omhelst ze teeder, en bij de eerste gelegenheid de beste laat men zich
+voor hen doodschieten!"
+
+"Leef liever voor hen!" riep het meisje, terwijl zij het voorhoofd haars
+broeders met kussen bedekte. "Dat zullen zij liever hebben--en ik ook!"
+
+In gepeins verzonken keken de twee kinderen van den kapitein elkander
+zwijgend aan bij het flaauwe licht der sterren. In gedachten spraken,
+vroegen en antwoordden zij elkander toch nog. De kalme zee golfde zacht,
+en de schroef deed de lichtende golven uiteenspatten.
+
+Nu had er iets vreemds en inderdaad bovennatuurlijks plaats. Broeder en
+zuster ondervonden door die aantrekkingskracht, die op geheimzinnige
+wijze de zielen met elkander verbindt, tegelijk en op eens hetzelfde
+zinsbedrog.
+
+Mary en Robert verbeeldden zich uit die afwisselend donkere en
+schitterende golven een stem te hooren opgaan, wier doffe en klagende
+toon al de vezelen van hun hart deed trillen.
+
+"Help! help!" riep die stem.
+
+"Hebt gij het gehoord?" zeide Robert, "gij hebt het gehoord!"
+
+En over de verschansing leunende zagen beiden zoekend rond in den
+duisteren nacht.
+
+Maar zij zagen niet dan de eindeloose schaduw, die zich voor hen
+uitstrekte.
+
+"Robert!" zeide Mary, bleek van ontsteltenis, "ik heb gemeend.... Ja, ik
+heb gemeend evenals gij.... Wij hebben beiden de koorts, beste
+Robert!..."
+
+Maar daar trof een nieuw geroep hun oor, en thans was de begoocheling
+zoo sterk, dat beiden te gelijk uitriepen:
+
+"Vader! vader!..."
+
+Dat was te veel voor Mary Grant. Door de aandoening geschokt, viel zij
+bewusteloos in Roberts armen.
+
+"Help!" riep Robert. "Zuster! vader! help!"
+
+De man aan het roer kwam aanloopen om het meisje op te helpen. De
+wachthebbende matrozen kwamen erbij, vervolgens John Mangles, lady
+Helena en Glenarvan, die verschrikt ontwaakt waren.
+
+"Mijn zuster sterft en daar is vader!" riep Robert op de golven
+wijzende.
+
+Men begreep niets van hetgeen hij zeide.
+
+"Zeker!" herhaalde hij. "Daar is vader! Ik heb vaders stem gehoord! Mary
+heeft ze ook gehoord!"
+
+Mary, die weer bijgekomen was, riep nu ook radeloos en waanzinnig uit:
+
+"Vader! daar is vader!"
+
+Het ongelukkige meisje stond op, bukte over de leuning en wilde in zee
+springen.
+
+"Mylord! mevrouw Helena!" herhaalde zij met gevouwen handen, "ik zeg u
+dat vader daar is! Ik verzeker u, dat ik zijn stem uit de golven heb
+hooren opstijgen als een jammerklagt, als een laatst vaarwel!"
+
+Nu overvielen het arme kind weder kramp en stuiptrekkingen. Zij sloeg
+wild in het rond. Zij moest naar haar hut worden gebragt, en lady Helena
+volgde haar om haar te verplegen, terwijl Robert altijd maar riep:
+
+"Vader! daar is vader! Ik ben er zeker van, mylord!"
+
+De getuigen van dit droevig tooneel begrepen eindelijk, dat de twee
+kinderen van den kapitein de speelbal waren geweest van een
+verstandsverbijstering. Maar hoe kon men hun zoo fel geschokte zinnen
+weder tot rust brengen?
+
+Glenarvan beproefde het echter. Hij vatte Robert bij de hand en zeide:
+
+"Hebt gij uwe vaders stem gehoord, beste jongen?"
+
+"Ja, mylord! Daar, in het midden der golven! Hij riep: Help! help!"
+
+"En hebt gij die stem herkend?"
+
+"Dat zou ik denken, mylord! O, ja! ik zweer het u! Mijn zuster heeft ze
+ook gehoord, ook herkend evenals ik! Hoe kunt gij zeggen, dat wij ons
+beiden bedrogen hebben? Mylord! laat ons vader gaan helpen! Een boot!
+een boot!"
+
+Glenarvan zag wel, dat hij het den armen knaap niet uit het hoofd kon
+praten. Toch deed hij nog een laatste poging en riep den man aan het
+roer.
+
+"Hawkins!" vroeg hij hem, "stondt gij aan het roer, toen miss Mary dat
+vreemde toeval kreeg?"
+
+"Ja, Uwe Edelheid!" antwoordde Hawkins.
+
+"En hebt gij niets gezien, niets gehoord?"
+
+"Niets."
+
+"Gij ziet het, Robert!"
+
+"Als het de vader van Hawkins geweest was," antwoordde de knaap met
+ontembaar vuur, "zou Hawkins niet zeggen, dat hij niets gehoord had. Het
+was mijn vader, mylord! mijn vader! mijn vader!..."
+
+Roberts stem werd door snikken gesmoord. Ook hij viel bleek en
+sprakeloos in zwijm.
+
+Glenarvan liet Robert in zijn bed leggen, waar het kind, door aandoening
+uitgeput, in een diepe sluimering verzonk.
+
+"Arme weezen!" zeide John Mangles, "God beproeft ben vreeselijk!"
+
+"Ja!" antwoordde Glenarvan, "de overmaat van smart zal bij beiden op
+hetzelfde oogenblik een gelijke verstandsverbijstering teweeg gebragt
+hebben."
+
+"Bij beiden?" mompelde Paganel, "dat is vreemd! De zuivere wetenschap
+zou dat niet erkennen."
+
+Vervolgens bukte Paganel op zijn beurt over de verschansing, en
+luisterde scherp toe, na allen een teeken gegeven te hebben om te
+zwijgen.
+
+In het rond heerschte een ongestoorde stilte. Paganel praaide met luider
+stem. Hij kreeg geen antwoord.
+
+"Dat is vreemd!" herhaalde de aardrijkskundige, terwijl hij naar zijn
+hut ging. "Een innige overeenstemming van gevoelens en smarten is niet
+voldoende om een natuurverschijnsel te verklaren!"
+
+Den volgenden morgen, den 8sten Maart, waren ten vijf ure, toen de zon
+opging, al de passagiers, ook Robert en Mary, die men niet had kunnen
+tegenhouden, op het dek van de _Duncan_ bijeen. Ieder wilde dat land
+onderzoeken, dat men den vorigen dag maar even gezien had.
+
+De kijkers werden nieuwsgierig op de voornaamste punten des eilands
+gerigt. Het jagt stevende er op een mijl afstands langs. De geringste
+bijzonderheden waren zigtbaar.
+
+Daar slaakte Robert op eens een kreet. De knaap beweerde twee mannen te
+zien heen en weer loopen en wenken, terwijl een derde een vlag zwaaide.
+
+"De engelsche vlag!" riep John Mangles, die zijn kijker had genomen.
+
+"Dat is waar!" riep Paganel zich driftig naar Robert wendende.
+
+"Mylord!" zeide Robert bevend van aandoening, "mylord! indien gij niet
+wilt, dat ik naar het eiland zwem, zult gij een boot laten uitzetten.
+Ach, mylord! ik smeek u op mijn knieën, laat ik de eerste zijn, die aan
+land stap."
+
+Niemand op het schip durfde spreken. Hoe! op dit eilandje onder dien
+zeven en dertigsten graad, drie mannen, schipbreukelingen, Engelschen!
+En elk herinnerde zich het gebeurde op den vorigen avond en die stem,
+welke Robert en Mary 's nachts gehoord hadden!... Hadden de kinderen
+zich misschien maar in één opzigt vergist? hadden zij werkelijk een stem
+gehoord, maar kon het de stem huns vaders zijn? neen, duizendmaal neen,
+helaas! En allen dachten aan de vreeselijke teleurstelling, die hen
+wachtte, vreesden, dat die nieuwe beproeving hun krachten zou te boven
+gaan! maar hoe hen te weerhouden? Lord Glenarvan had er den moed niet
+toe.
+
+"In de boot!" beval hij.
+
+In een minuut was de boot in zee. De twee kinderen van den kapitein,
+Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten er in, en ze stak snel van
+boord door zes matrozen voortbewogen, die hard roeiden.
+
+Tien vademen van den oever af uitte Mary een hartverscheurenden kreet:
+
+"Vader!"
+
+Op de kust stond iemand tusschen twee andere mannen in. Zijn groote en
+sterke gestalte, zijn tegelijk zachtmoedig en vermetel gelaat, een
+duidelijk mengsel van de trekken van Mary en Robert Grant, bewezen
+genoeg, dat hij de man zijn moest, dien de twee kinderen zoo dikwijls
+hadden afgeschilderd. Hun hart had hen niet bedrogen! Het was hun vader,
+het was kapitein Grant.
+
+De kapitein hoorde den uitroep van Mary, breidde de armen uit en viel
+als door den bliksem getroffen op het zand.
+
+
+
+
+XXI.
+
+Het eiland Tabor.
+
+
+Men sterft niet van vreugde; want vader en kinderen waren reeds
+bijgekomen, nog voor men hen op het jagt had opgenomen. Wie zou dat
+tooneel kunnen schetsen? Woorden zijn daartoe onvermogend. De geheele
+bemanning weende op het gezigt dier drie wezens, die elkander sprakeloos
+omhelsden.
+
+Zoodra Harry Grant het dek betrad, boog hij zijn knie. De vrome Schot
+wilde, nu hij als het ware op vaderlandschen bodem stond, voor alles God
+voor zijn verlossing danken.
+
+Daarop wendde hij zich tot lady Helena, tot lord Glenarvan en allen, die
+hem omringden, om hen met een door aandoening gesmoorde stem te danken.
+In weinige woorden hadden zijn kinderen hem op den korten togt van het
+eiland naar het jagt de geheele geschiedenis der _Duncan_ verhaald.
+
+Welk een ontzettende schuld had hij aangegaan jegens die edele vrouw en
+haar reisgenooten! Hadden niet allen, van lord Glenarvan af tot den
+geringsten matroos toe, voor hem gestreden en geleden? Harry Grant uitte
+de gevoelens van dankbaarheid, waarmede zijn hart vervuld was, met
+zooveel eenvoudigheid en zielegrootheid; zijn mannelijk gelaat toonde
+zulk een zuivere en zachte ontroering, dat de geheele bemanning zich
+ruimschoots beloond achtte voor het doorgestane lijden. Zelfs in het oog
+van den koelen majoor welde een traan, dien hij niet kon wegdringen. En
+de waardige Paganel weende als een kind, dat er niet eens aan denkt om
+zijn tranen te verbergen.
+
+Harry Grant werd niet moede zijn dochter aan te zien. Hij vond haar
+schoon, bekoorlijk! hij zeide het haar en herhaalde het luide, tevens
+lady Helena tot getuige nemende, als om zich te verzekeren, dat zijn
+vaderliefde hem niet misleidde. Daarop rigtte hij zich tot zijn zoon en
+riep verrukt uit:
+
+"Wat is hij gegroeid! Hij is een heele kerel geworden!"
+
+En hij deelde aan die twee dierbare wezens mildelijk de duizend kussen
+uit, die een afzijn van twee jaren in zijn hart had opgehoopt.
+
+Robert stelde hem één voor één al zijn vrienden voor, en wist telkens
+zijn uitdrukkingen af te wisselen, hoewel hij van allen hetzelfde te
+zeggen had! Want de een zoowel als de andere, allen waren goed geweest
+voor de twee weezen. Toen de beurt aan John Mangles kwam om voorgesteld
+te worden, bloosde de kapitein als een meisje, en zijn stem beefde, toen
+hij den vader van Mary beantwoordde.
+
+Lady Helena vertelde nu aan kapitein Grant de geheele reis en maakte hem
+trotsch op zijn zoon, trotsch op zijn dochter.
+
+Harry Grant vernam de moedige daden van den jongen held, en hoe dit kind
+reeds een gedeelte der vaderlijke schuld bij lord Glenarvan had
+afbetaald. John Mangles sprak op zijn beurt over Mary op zulk een wijze,
+dat Harry Grant, die reeds van lady Helena vernomen had, hoe de zaken
+stonden, de band zijner dochter in de forsche hand van den jeugdigen
+kapitein legde, en zich tot lord en lady Glenarvan wendde met de
+woorden:
+
+"Mylord! en gij, mevrouw! laten wij onze kinderen zegenen!"
+
+Toen alles wel voor de duizendste maal verteld was, deelde Glenarvan aan
+Harry Grant de geheele toedragt van het gebeurde met Ayrton mede. Grant
+bevestigde de bekentenis van den bootsman betreffende diens ontscheping
+op de australische kust.
+
+"Het is een schrandere en vermetele kerel," voegde hij er bij, "dien
+zijn hartstogten op een verkeerden weg hebben gebragt. Mogten nadenken
+en berouw hem tot betere inzigten leiden!"
+
+Maar voor Ayrton naar het eiland Tabor werd overgebragt, wilde Harry
+Grant de eer zijner rots bij zijn nieuwe vrienden ophouden. Hij noodigde
+hen uit om zijn houten huis te bezoeken en zich neer te zetten aan de
+tafel van den oceanischen Robinson.
+
+Glenarvan en zijn gasten namen dit verzoek bereidwillig aan. Robert en
+Mary Grant brandden van begeerte om die eenzame plekken te zien, waar de
+kapitein hen zoo menigmaal had beschreid.
+
+Er werd een boot bemand, en de vader, de twee kinderen, lord en lady
+Glenarvan, de majoor, John Mangles en Paganel landden weldra op de kust
+des eilands.
+
+In eenige uren had men het geheele gebied van Harry Grant doorkruist.
+Het was eigenlijk slechts de kruin van een klip, een vlak, bezaaid met
+basaltblokken en vulkanische uitwerpselen. Bij de wording der aarde was
+die berg door de werking van het onderaardsche vuur langzaam opgerezen
+uit de afgronden van de Stille Zuidzee; maar sedert eeuwen reeds was de
+vulkaan een rustige berg en zijn gedempte krater een door de golven
+bespoeld eiland geworden. Daarop ontstond er teelaarde; het plantenrijk
+maakte zich van dien nieuwen bodem meester; eenige walvischvaarders
+bragten er zeker huisdieren, geiten en varkens die in verwilderden
+toestand vermenigvuldigden, en de natuur werd door haar drie rijken
+vertegenwoordigd op dit eenzame eiland in het midden van den oceaan.
+
+Toen de schipbreukelingen der _Britannia_ er een toevlugtsoord hadden
+gevonden, bragt de hand des menschen orde en regelmaat in de pogingen
+der natuur. In derdehalf jaar veroorzaakten Harry Grant en zijn matrozen
+een geheele omkeering op hun eiland. Verscheidene zorgvuldig bebouwde
+akkers land bragten uitstekende groenten voort.
+
+De bezoekers bereikten het door groene gomboomen beschaduwde huis; voor
+zijn vensters lag de prachtige zee, die in de stralen der zon
+schitterde. Harry Grant liet de tafel aanrigten in de schaduw der
+schoone boomen en allen plaatsten zich er om heen. Een geitebout,
+nardoibrood, melkspijs, twee of drie schotels wilde chicorei, zuiver en
+frisch water, ziedaar de geregten, waaruit dit eenvoudige echt
+herderlijk maal bestond.
+
+Paganel was in de wolken. Zijn oude voorliefde om den Robinson te spelen
+kwam weer bij hem boven.
+
+"Die schurk van een Ayrton zal niet te beklagen zijn!" riep hij in
+vervoering uit. "Dit eilandje is een paradijs."
+
+"Ja!" antwoordde Harry Grant, "een paradijs voor drie arme
+schipbreukelingen, die de Hemel er in het leven houdt! maar het spijt
+mij, dat Maria Theresa niet een groot en vruchtbaar eiland is, met een
+rivier in plaats van een beek, en een haven in plaats van een inham, aan
+de zeewinden blootgesteld."
+
+"En waarom, kapitein?" vroeg Glenarvan.
+
+"Omdat ik er dan de volkplanting zou aangelegd hebben, waarmede ik
+Schotland in de Stille Zuidzee wil begiftigen."
+
+"Ha, kapitein Grant!" zeide Glenarvan, "hebt gij dan bet denkbeeld niet
+opgegeven, dat u zoo geliefd heeft gemaakt in ons Oud-Schotland?"
+
+"Neen, mylord! en God heeft mij door uwe hand alleen gered om mij
+gelegenheid te geven het uit te voeren. Onze arme broederen in
+Caledonië, allen die lijden, moeten op een nieuwen grond een
+schuilplaats vinden tegen de ellende! Ons dierbaar vaderland moet in
+deze zeeën een eigene kolonie bezitten, die het alleen toebehoort, waar
+het die onafhankelijkheid en die welvaart, welke het in Europa mist,
+eenigzins terugvindt!"
+
+"Dat is goed gezegd, kapitein Grant!" antwoordde lady Helena. "Het is
+een mooi plan en een groot hart waardig! Maar dit eilandje?..."
+
+"Neen, mevrouw! het is een rots, die hoogstens goed is om eenige
+kolonisten te voeden, terwijl wij een groot land noodig hebben, dat nog
+in het volle bezit zijner natuurschatten is!"
+
+"Welnu, kapitein!" riep Glenarvan "de toekomst behoort ons, en dat land
+zullen wij zamen zoeken!"
+
+Harry Grant en Glenarvan wisselden een warmen handdruk, als om die
+belofte te bezegelen.
+
+Nu wilden allen nog op dit eiland, in dit nederige huis de geschiedenis
+van de schipbreukelingen der _Britannia_ gedurende die twee lange jaren
+van verlatenheid hooren.
+
+Harry Grant haastte zich om aan het verlangen zijner nieuwe vrienden te
+voldoen en verhaalde het volgende:
+
+"Mijn geschiedenis is die van alle Robinsons, welke op een eiland worden
+geworpen, en die alleen op God en zichzelven kunnende rekenen, gevoelen,
+dat zij verpligt zijn hun leven aan de elementen te betwisten.
+
+"In den nacht van den 26sten op den 27sten Junij 1862 verging de
+_Britannia_, door een zesdaagschen storm zwaar gehavend, op de rotsen
+van Maria Theresa. De zee was hoogst onstuimig, redding onmogelijk, en
+mijn geheele bemanning kwam ellendig om. Ik en mijn beide matrozen Bob
+Learce en Joe Bell waren de eenigen, die na twintig vruchtelooze
+pogingen de kust mogten bereiken!
+
+"Het land, waar wij aanspoelden, was slechts een verlaten eilandje; twee
+mijlen breed en vijf lang, met een dertigtal boomen in het midden,
+eenige weiden en een bron van frisch water, die gelukkig nooit
+uitdroogde. Met mijn twee matrozen alleen in dezen uithoek der aarde,
+wanhoopte ik niet. Ik stelde mijn vertrouwen op God en maakte mij gereed
+tot een hardnekkige worsteling. Bob en Joe, mijn wakkere deelgenooten in
+het ongeluk, stonden mij krachtdadig bij.
+
+"Wij begonnen, evenals de denkbeeldige Robinson van Daniel De Foe, ons
+voorbeeld, met het hout, dat van het schip aan den wal dreef,
+werktuigen, wat kruid, wapens en een zak kostbare zaden te verzamelen.
+De eerste dagen waren moeijelijk; maar weldra voorzagen jagt en
+vischvangst overvloedig in ons voedsel: want in het binnenland hielden
+zich een menigte wilde geiten op en de kusten wemelden van zeedieren.
+Langzamerhand rigtten wij ons behoorlijk in.
+
+"Ik was naauwkeurig bekend met de ligging des eilands door mijn
+instrumenten, die ik uit de schipbreuk gered had. Daaruit bleek het ons,
+dat geen schepen hier zouden komen, en dat wij alleen door een
+goddelijke bestiering gered konden worden. Ofschoon denkende aan
+degenen, die mij dierbaar waren en die ik nooit terug meende te zien,
+onderwierp ik mij moedig aan die beproeving, en dagelijks sloot ik den
+naam mijner twee kinderen in mijn gebeden in.
+
+"Intusschen werkten wij stevig door. Weldra waren verscheidene akkers
+lands met de zaden der _Britannia_ bezaaid; aardappelen, chicorei en
+zuring leverden ons een gezond voedsel; later nog andere groenten. Wij
+vingen eenige geiten, die spoedig tam werden. Wij hadden melk en boter.
+De nardoi, die in de uitgedroogde kreken groeide, verschafte ons een
+vrij stevig brood, en de zorg voor onze ligchamelijke behoeften
+verontrustte ons niet.
+
+"Wij hadden van het wrak der _Britannia_ een houten huis gebouwd; het
+werd met goedgeteerde zeilen belegd, en onder dat stevige dak verliep de
+regentijd gelukkig. Daar werden heel wat plannen, heel wat droomen
+besproken, waarvan de beste verwezenlijkt is!
+
+"Eerst dacht ik er aan om de zee te trotseeren met een boot, van het
+wrak van het schip gemaakt; maar vijftien honderd mijlen scheidden ons
+van het naaste land, dat is te zeggen van de Pomotoe-eilanden. Geen boot
+was tegen zulk een langen togt bestand. Ik zag er daarom van af en
+wachtte mijn redding alleen nog van goddelijke tusschenkomst.
+
+"Ach, lieve kinderen! hoe menigmaal hebben wij op de rotsen staande naar
+schepen uitgezien! Zoo lang onze ballingschap duurde, vertoonden zich
+maar twee of drie zeilen aan den gezigteinder, die terstond weder
+verdwenen. Zoo verliepen derdehalf jaar. Wij hoopten niet meer, maar
+wanhoopten nog niet.
+
+"Gisteren eindelijk had ik den hoogsten top des eilands beklommen, toen
+ik in het westen een ligten rook zag opstijgen. Hij werd al zwaarder.
+Weldra ontwaarde mijn oog een schip. Het scheen op ons aan te houden.
+Maar zou het dit eilandje niet vermijden, dat geen ankerplaats aanbood?
+
+"Ach, welk een angstvolle dag! Het is te verwonderen dat mijn hart niet
+in mijn borst verpletterd is! Mijn makkers legden een vuur aan op een
+der rotstoppen van Maria Theresa. Het werd nacht, maar het jagt gaf geen
+enkel bewijs, dat het ons had opgemerkt! Toch lag onze redding daar!
+Zouden wij weder onze hoop zien verijdelen?"
+
+"Ik aarzelde niet langer. De duisternis nam toe. Het vaartuig kon in den
+nacht het eiland omvaren. Ik sprong in zee en zwom er heen. De hoop
+verdriedubbelde mijne krachten. Met bovenmenschelijke inspanning kliefde
+ik de golven! Ik naderde het jagt en was er nog maar dertig vademen van
+af, toen het wendde!
+
+"Toen hief ik dat noodgeschrei aan, dat mijn twee kinderen alleen konden
+hooren, en dat geen inbeelding is geweest.
+
+"Daarop kwam ik weer aan land, uitgeput en krachteloos door aandoening
+en vermoeidheid. Mijn twee matrozen namen mij half dood op. Die laatste
+nacht, welken wij op het eiland doorbragten, was allervreeselijkst, en
+wij achtten ons reeds voor altijd verlaten, toen ik bij het aanbreken
+van den dag het jagt langzaam op en neer zag stoomen. Uw boot werd
+uitgezet.... Wij waren gered, en door Gods goedheid waren mijn kinderen
+er bij, die mij de armen toestaken!"
+
+Het slot van het verhaal van Harry Grant werd door de kussen en
+liefkozingen van Mary en Robert telkens afgebroken. En nu eerst vernam
+de kapitein, dat hij zijn redding te danken had aan het tamelijk
+raadselachtig document, dat hij acht dagen na zijn schipbreuk in een
+flesch gedaan en aan de genade der golven toevertrouwd had.
+
+Maar wat dacht Paganel wel bij dat verhaal van kapitein Grant? De
+waardige aardrijkskundige zette wel voor de duizendste maal de woorden
+van bet document in gedachten om! Hij peinsde weder over die drie
+opeenvolgende, alle drie valsche verklaringen! Hoe was het eiland Maria
+Theresa dan toch aangeduid op die door het zeewater beschadigde
+papieren?
+
+Paganel kon het niet langer uithouden. Hij greep de hand van Harry Grant
+en riep:
+
+"Zeg mij toch eens, kapitein! wat er wel op uw onleesbaar papier stond?"
+
+Door deze vraag van den aardrijkskundige werd de algemeene
+nieuwsgierigheid opgewekt; want nu zou het raadsel, waartoe zij reeds
+negen maanden lang den sleutel zoekten, opgelost worden!
+
+"Welnu, kapitein!" vroeg Paganel, "herinnert gij u den juisten inhoud
+van het document?"
+
+"Zeker," antwoordde Harry Grant. "Geen dag verliep, zonder dat ik mij
+die woorden te binnen bragt, waarop al onze hoop was gevestigd."
+
+"En welke waren het, kapitein?" vroeg Glenarvan. "Spreek! want onze
+eigenliefde is gekwetst."
+
+"Ik ben gereed aan uw verlangen te voldoen," antwoordde Harry Grant;
+"maar gij weet, dat ik om de kansen op redding te vermeerderen, drie
+documenten in drie talen geschreven in de flesch heb gedaan. Welk
+verlangt gij nu te kennen?"
+
+"Zijn ze dan niet gelijkluidend?" riep Paganel.
+
+"Ja, op éénen naam na."
+
+"Welnu! zeg dan het fransche document op," hernam Glenarvan. "De golven
+hebben dit het meest ontzien en daarom heeft het voornamelijk den
+grondslag onzer uitleggingen uitgemaakt."
+
+"Mylord! het luidde woordelijk als volgt:" antwoordde Harry Grant,
+
+"Den 29sten Junij 1862 is de driemaster _Britannia_ van Glasgow vergaan
+op vijftien honderd uren van Patagonië, op het zuidelijk halfrond. Aan
+land gekomen, hebben twee matrozen en kapitein Grant bet eiland Tabor
+bereikt...."
+
+"Wat blieft!" riep Paganel.
+
+"Daar," hernam Harry Grant, "hebben zij, steeds ter prooi aan vreeselijk
+gebrek, dit document op 153° lengte en 37°11' breedte in zee geworpen.
+Kom hun te hulp of zij zijn verloren".
+
+Op dien naam Tabor was Paganel driftig opgerezen; vervolgens riep hij,
+daar hij zich niet langer bedwingen kon:
+
+"Hoe! het eiland Tabor! maar het is het eiland Maria Theresa!"
+
+"Zeker, mijnheer Paganel!" antwoordde Harry Grant, "Maria Theresa op de
+engelsche en duitsche kaarten, maar Tabor op de fransche!"
+
+Nu kreeg Paganel zoo'n geduchten vuistslag op den schouder, dat hij
+ineenkromp. De waarheid verpligt ons te zeggen, dat het de majoor was,
+die, thans voor het eerst zijn ernst en gewone wellevendheid
+verloochenende, hem zoo onzacht behandelde.
+
+"Aardrijkskundige!" zeide Mac Nabbs op den toon der diepste verachting.
+
+Maar Paganel had de hand van den majoor niet eens gevoeld. Wat
+beteekende dat, vergeleken bij de schande, die hem als aardrijkskundige
+trof!
+
+Zoo was hij dan, gelijk hij aan kapitein Grant vertelde, langzamerhand
+digter bij de waarheid gekomen! Hij had het onverklaarbare document
+bijna geheel ontcijferd! Beurtelings waren de namen Patagonië,
+Australië, Nieuw-Zeeland hem als ontwijfelbaar juist voorgekomen.
+_Contin_, eerst _continent_ (vastland), had allengs zijn ware beteekenis
+van _continuel_ (steeds) gekregen. _Indi_ had voor en na beteekend
+_indiens_ (Indianen), _indigènes_ (inboorlingen), ten slotte _indigence_
+(gebrek), zijn ware beteekenis. Alleen het beschadigde woord "abor" had
+de scherpzinnigheid van den aardrijkskundige te schande gemaakt! Paganel
+had er hardnekkig den stam van het werkwoord aborder (aanlanden) in
+gezien, terwijl het de eigennaam, de fransche naam was van het eiland
+Tabor, dat den schipbreukelingen der _Britannia_ tot verblijfplaats
+strekte! Die dwaling was echter moeijelijk te vermijden; want de
+engelsche kaarten van de _Duncan_ gaven aan dit eilandje den naam Maria
+Theresa.
+
+"Dat maakt niet uit!" riep Paganel, zich de haren uit het hoofd
+trekkende, "ik had die dubbele benaming niet moeten vergeten! Dit is een
+onvergefelijke fout, een ongehoorde dwaling voor een secretaris der
+Maatschappij van aardrijkskunde! Ik ben onteerd."
+
+"Matig toch uw droefheid, mijnheer Paganel!" zeide lady Helena.
+
+"Neen, mevrouw! neen! ik ben een ezel!"
+
+"Een geleerde ezel!" voegde de majoor er troostend bij.
+
+Toen het maal afgeloopen was, bragt Harry Grant alles in zijn huis in
+orde. Hij nam niets mee; hij wilde dat de schuldige de rijkdommen van
+den braven man erven zou.
+
+Men keerde naar boord terug. Glenarvan was voornemens nog dien dag te
+vertrekken en gaf de noodige bevelen om den bootsman aan land te
+brengen. Ayrton verscheen op de kampanje en stond voor Harry Grant.
+
+"Ik ben het, Ayrton!" zeide Grant.
+
+"Dat zie ik, kapitein!" antwoordde Ayrton zonder eenige verbazing aan
+den dag te leggen over het wedervinden van Harry Grant. "Welnu! het doet
+mij geen leed, dat ik u in welstand terugzie."
+
+"Het schijnt, Ayrton! dat ik een fout heb begaan, toen ik u op een
+bewoonde kust aan land zette."
+
+"Dat schijnt zoo, kapitein!"
+
+"Gij zult mij op dat onbewoonde eiland vervangen. Moge de hemel u tot
+inkeer brengen!"
+
+"Dat zij zoo!" antwoordde Ayrton bedaard.
+
+Vervolgens sprak Glenarvan den bootsman aldus aan:
+
+"Blijft gij bij uw verlangen, Ayrton! om aan wal te worden gebragt?"
+
+"Ja, mylord!"
+
+"Staat het eiland Tabor u aan?"
+
+"Volmaakt."
+
+"Luister dan naar mijn laatste woorden, Ayrton! Hier zult gij van de
+geheele aarde afgezonderd en buiten aanraking zijn met uw medemenschen.
+Wonderen zijn zeldzaam, en gij zult dit eilandje niet kunnen ontvlugten,
+waar de _Duncan_ u achterlaat. Gij zult alleen zijn, onder het oog van
+een God, die tot op den bodem des harten leest; maar gij zult niet
+verloren noch onbekend zijn, zooals kapitein Grant was. Hoe zeer gij ook
+onwaardig zijt, dat iemand aan u denkt, zullen de menschen u toch niet
+vergeten. Ik weet waar gij zijt, Ayrton! Ik weet, waar ik u terugvinden
+kan, ik zal u niet vergeten."
+
+"God behoede Uwe Edelheid!" was alles wat Ayrton antwoordde.
+
+Dat waren de laatste woorden, die tusschen Glenarvan en den bootsman
+gewisseld warden. De boot was gereed. Ayrton stapte er in.
+
+John Mangles had vooraf eenige kisten met verduurzaamde levensmiddelen,
+kleederen, gereedschappen, wapens, kruid en lood naar het eiland laten
+brengen. De bootsman kon dus door den arbeid herschapen worden, niets
+ontbrak hem, zelfs geen boeken, o.a. de Bijbel, die zoo dierbaar is aan
+de harten der Engelschen.
+
+Het scheidensuur was geslagen. De bemanning en de passagiers stonden op
+het dek. Meer dan één voelde zijn hart wegkrimpen. Mary Grant en lady
+Helena konden haar aandoening niet verbergen.
+
+"Is er niets aan te doen?" vroeg de jeugdige gade haren echtgenoot,
+"moet die ongelukkige verstooten worden?"
+
+"Er is niets aan te doen, Helena!" antwoordde lord Glenarvan. "Het is de
+boete!"
+
+Nu stak de boot af onder bevel van John Mangles. Ayrton stond, kalm als
+altijd, overeind, nam den hoed af en groette deftig.
+
+Glenarvan ontblootte met de geheele bemanning het hoofd, zooals men doet
+voor een stervende, en de boot voer in diepe stilte weg.
+
+Zoodra Ayrton aan wal kwam, sprong hij op het strand, en keerde de boot
+naar het schip terug. Het was nu 's namiddags vier ure, en de passagiers
+konden op de kampanje zien, dat de bootsman met over elkander geslagen
+armen, zoo onbewegelijk als een standbeeld naar het schip staarde.
+
+"Vertrekken wij, mylord?" vroeg John Mangles.
+
+"Ja, John!" antwoordde Glenarvan, meer ontroerd dan hij wilde laten
+blijken.
+
+"Volle kracht!" beval John den machinist.
+
+De stoom ontweek fluitend uit de stoompijp, de schroef beukte de golven,
+en ten acht ure verdwenen de laatste toppen van het eiland Tabor in de
+duisternis van den nacht.
+
+
+
+
+XXII.
+
+De laatste verstrooidheid van Jacques Paganel.
+
+
+Elf dagen nadat zij van het eiland was vertrokken, den 18den Maart,
+kreeg de _Duncan_ de amerikaansche kust in het gezigt, en den volgenden
+dag liet ze het anker vallen in de baai van Talcahuano.
+
+Zij kwam daar terug na een reis van vijf maanden, gedurende welke zij,
+zonder afwijking den zeven en dertigsten breedtegraad volgende, de
+wereld was rondgereisd. De ondernemers van dien gedenkwaardigen togt,
+zonder wedergade in de jaarboeken der _Reizigers club_, hadden Chili, de
+Pampa's, de Argentijnsche republiek, den Atlantischen oceaan, de
+eilanden Tristan d'Acunha, de Indische zee, de eilanden Amsterdam,
+Australië, Nieuw-Zeeland, het eiland Tabor en de Stille Zuidzee bereisd.
+Hun pogen was niet ijdel geweest: zij bragten de schipbreukelingen der
+_Britannia_ mede.
+
+Niet een der wakkere Schotten, die op de stem van hun heer waren
+vertrokken, ontbrak bij de oproeping, allen keerden in hun Oud-Schotland
+terug, en deze reis had veel overeenkomst met den "tranenloozen" slag
+der oude geschiedenis.
+
+Zoodra de _Duncan_ nieuwen voorraad ingenomen had, stevende zij langs de
+kusten van Patagonië, voer om kaap Hoorn en stak den Atlantischen oceaan
+over.
+
+Geen enkel meldenswaardig voorval had er op die reis plaats. Het jagt
+bevatte een geheele lading geluk. Er bestond geen geheim meer aan boord,
+niet eens de gevoelens, die John Mangles koesterde voor Mary Grant.
+
+Ja toch, nog één. Mac Nabbs liep nog altijd met iets rond. Waarom hield
+Paganel toch altijd zoo stijf zijn kleeren gesloten, en verborg hij neus
+en ooren in een cache-nez? De majoor brandde van begeerte om de reden
+van die zonderlinge handelwijze te kennen. Maar het moet gezegd worden,
+Mac Nabbs mogt vragen, zinspelen, vermoedens koesteren, zooveel hij
+wilde, Paganel knoopte zijn jas niet los.
+
+Zelfs niet toen de _Duncan_ de linie passeerde en het pek tusschen de
+naden van het dek smolt onder een warmte van vijftig graden.
+
+"Hij is zoo verstrooid, dat hij zich verbeeldt te St. Petersburg te
+zijn!" zeide de majoor, toen hij den aardrijkskundige zich in een ruimen
+winterjas zag wikkelen, alsof het kwik in den thermometer bevroren was.
+
+Den 9den Mei eindelijk, drie en vijftig dagen na het vertrek uit
+Talcahuano, peilde John Mangles het kustlicht van kaap Clear. Het jagt
+voer het St. George-kanaal in, de Iersche zee door, en liep den 10den
+Mei de golf van Clyde binnen. Ten elf ure ankerde het te Dumbarton. 's
+Namiddags ten twee ure deden de reizigers hun intogt in het kasteel
+Malcolm onder het vreugdegejuich der Hooglanders.
+
+Het stond dus geschreven, dat Harry Grant en zijn twee medgezellen gered
+zouden worden, dat John Mangles met Mary Grant zou huwen in de oude
+hoofdkerk van St. Mungo, waar de eerwaarde Paxton, na negen maanden
+vroeger voor het behoud des vaders te hebben gebeden, nu het huwelijk
+der dochter met zijn redder inzegende. Het stond dus geschreven, dat
+Robert een zeeman zou zijn, gelijk Harry Grant, een zeeman, gelijk John
+Mangles, en dat hij met hen de grootsche plannen van den kapitein weder
+zou opvatten onder de hooge bescherming van lord Glenarvan.
+
+Maar stond het ook geschreven, dat Jacques Paganel niet als een oude
+vrijer sterven zou? Waarschijnlijk niet.
+
+Na zijn gevaarvollen togt kon het immers niet anders, of de faam moest
+den roem van den geleerden aardrijkskundige uitbazuinen. Zijn
+verstrooidheid deed opgeld in de groote wereld van Schotland. Men
+betwistte hem elkaar en zijn hoofd duizelde van al de beleefdheden, die
+men hem bewees.
+
+En nu bragten de buitengewone lotgevallen van den aardrijkskundige een
+lieftallige dertigjarige dame, niemand minder dan de nicht van Mac
+Nabbs, die zelve wat wonderlijk, maar goed en aardig was, het hoofd zoo
+op hol, dat zij hem haar hand aanbood. Daar lag een millioen in, maar
+dat werd verzwegen.
+
+Paganel was volstrekt niet ongevoelig voor miss Arabella; maar toch
+durfde hij zich niet te verklaren.
+
+De majoor nam de taak op zich om twee harten, die voor elkander
+geschapen waren, tot één te brengen. Hij zeide zelfs tegen Paganel, dat
+het huwelijk de "laatste verstrooidheid" was, die hij zich mogt
+veroorloven.
+
+Paganel werd daardoor sterk in het naauw gebragt; maar, hoe vreemd het
+ook moge klinken, het noodlottige woord kwam niet over zijn lippen.
+
+"Staat miss Arabella u niet aan?" vroeg Mac Nabbs hem telkens.
+
+"O, majoor! zij is bekoorlijk," riep Paganel, "duizendmaal te
+bekoorlijk, en om u de waarheid te zeggen zou ik wel wenschen, dat zij
+het wat minder was! Had zij ten minste maar één gebrek."
+
+"Wees maar gerust!" antwoordde de majoor, "zij bezit er wel meer dan
+één! De volmaaktste vrouw is er altijd behoorlijk mede bedeeld. Is de
+zaak nageklonken, Paganel?"
+
+"Ik durf niet," hernam Paganel.
+
+"Kom aan, geleerde vriend! waarom aarzelt gij?"
+
+"Ik ben miss Arabella onwaardig," bleef onveranderlijk het antwoord van
+den aardrijkskundige.
+
+Hij riep maar niets anders.
+
+Toen de onhandelbare majoor hem het vuur eens na aan de schoenen gelegd
+had, vertrouwde hij hem eindelijk onder het zegel der geheimhouding een
+bijzonderheid toe, waaraan hij altijd te herkennen zou zijn, wanneer de
+politie hem ooit achterna zat.
+
+"Ba," riep de majoor.
+
+"Het is zooals ik zeg!" antwoordde Paganel.
+
+"Wat maakt dat uit, beste vriend?"
+
+"Denkt gij dat?"
+
+"Integendeel! Gij zijt er nog te zonderlinger door! Dat vermeerdert uw
+persoonlijke verdienste. Dat maakt u tot den man zonder wederga, waarvan
+Arabella altijd droomt."
+
+De majoor verloochende ook nu zijn onverstoorbaren ernst niet. Paganel
+was aan de vreeselijkste ongerustheid ter prooi.
+
+Er had een kort gesprek plaats tusschen Mac Nabbs en miss Arabella.
+
+Veertien dagen daarna werd er met veel drukte een huwelijk gesloten in
+de kapel van het kasteel Malcolm. Paganel was prachtig gekleed, maar tot
+de kin toe vastgeknoopt, en miss Arabella om te stelen.
+
+En dat geheim van den aardrijkskundige zou altijd in de afgronden der
+onbekendheid begraven zijn gebleven, wanneer de majoor er niet van
+gesproken had tegen Glenarvan, die het niet voor lady Helena verborg, en
+deze gaf er een wenk van aan mistress Mangles. Ten laatste kwam dit
+geheim ook ter ooren van de vrouw van Olbinett, en nu werd het
+wereldkundig.
+
+Gedurende zijn driedaagsche gevangenschap bij de Maori's was Jacques
+Paganel _getatoeëerd_, en wel van de voeten tot de schouders, en op de
+borst droeg hij het beeld van een wapenkundigen kiwi, met uitgespreide
+vlerken, die in zijn hart pikte.
+
+Dat was het eenige voorval op zijn groote reis, waarover Paganel zich
+niet troostte, en dat hij nooit aan Nieuw-Zeeland vergaf. Daarom ook
+wilde hij, ondanks alle verzoeken en hoezeer hijzelf er naar verlangde,
+niet naar Frankrijk terug keeren. Hij zou gevreesd hebben de geheele
+Maatschappij van aardrijkskunde in zijn persoon bloot te stellen aan de
+aardigheden der teekenaars van spotprenten en der kleine dagbladen,
+wanneer hij haar een pas getatoeëerden secretaris te huis bragt.
+
+De terugkomst van den kapitein in Schotland werd als een voor het
+geheele land gewigtige gebeurtenis begroet en Harry Grant de meest
+gevierde man van Oud-Caledonië. Zijn zoon Robert is een zeeman geworden,
+gelijk hij, een zeeman, gelijk kapitein John, en onder begunstiging van
+lord Glenarvan heeft bij het plan weder opgevat om in de Stille Zuidzee
+een schotsche volkplanting te stichten.
+
+
+EINDE.
+
+
+
+***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT,
+DERDE DEEL (OF 3)***
+
+
+******* This file should be named 38669-8.txt or 38669-8.zip *******
+
+
+This and all associated files of various formats will be found in:
+http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/6/6/38669
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://www.gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit:
+http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/38669-8.zip b/38669-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c082f56
--- /dev/null
+++ b/38669-8.zip
Binary files differ
diff --git a/38669-h.zip b/38669-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..237d300
--- /dev/null
+++ b/38669-h.zip
Binary files differ
diff --git a/38669-h/38669-h.htm b/38669-h/38669-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b1063fb
--- /dev/null
+++ b/38669-h/38669-h.htm
@@ -0,0 +1,9040 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1" />
+<title>The Project Gutenberg eBook of De kinderen van Kapitein Grant, derde Deel (of 3), by Jules Verne</title>
+ <style type="text/css">
+
+body {
+ margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ background-color: #FAEBD7;
+}
+
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+}
+
+p {
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+}
+
+hr {
+ width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+}
+
+table {
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+}
+
+
+blockquot {
+ margin-left: 5%;
+ margin-right: 10%;
+}
+
+a:link {color: #800000; text-decoration: none; }
+
+v:link {color: #800000; text-decoration: none; }
+
+.bb {border-bottom: solid 2px;}
+
+.bl {border-left: solid 2px;}
+
+.bt {border-top: solid 2px;}
+
+.br {border-right: solid 2px;}
+
+.bbox {border: solid 2px;}
+
+.center {text-align: center;}
+
+.smcap {font-variant: small-caps;}
+
+.u {text-decoration: underline;}
+
+.caption {font-weight: bold;}
+
+.caption2 {font-size: 0.8em; font-family: arial;}
+
+/* Images */
+.figcenter {
+ margin: auto;
+ text-align: center;
+}
+
+.figleft {
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin-left: 0;
+ margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em;
+ margin-right: 1em;
+ padding: 0;
+ text-align: center;
+}
+
+.figright {
+ float: right;
+ clear: right;
+ margin-left: 1em;
+ margin-bottom:
+ 1em;
+ margin-top: 1em;
+ margin-right: 0;
+ padding: 0;
+ text-align: center;
+}
+
+/* Footnotes */
+.footnotes {border: dashed 1px;}
+
+.footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+
+.footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+
+.fnanchor {
+ vertical-align: super;
+ font-size: .8em;
+ text-decoration:
+ none;
+}
+
+ hr.full { width: 100%;
+ margin-top: 3em;
+ margin-bottom: 0em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ height: 4px;
+ border-width: 4px 0 0 0; /* remove all borders except the top one */
+ border-style: solid;
+ border-color: #000000;
+ clear: both; }
+ pre {font-size: 85%;}
+ </style>
+</head>
+<body>
+<h1>The Project Gutenberg eBook, De kinderen van Kapitein Grant, derde Deel
+(of 3), by Jules Verne</h1>
+<pre>
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at <a href = "http://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a></pre>
+<p>Title: De kinderen van Kapitein Grant, derde Deel (of 3)</p>
+<p> De Stille Oceaan</p>
+<p>Author: Jules Verne</p>
+<p>Release Date: February 2, 2012 [eBook #38669]</p>
+<p>Language: Dutch</p>
+<p>Character set encoding: ISO-8859-1</p>
+<p>***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT, DERDE DEEL (OF 3)***</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<h4>E-text prepared by<br />
+ Annemie Arnst, Anne Dreze, and Marc D'Hooghe<br />
+ (<a href="http://www.freeliterature.org">http://www.freeliterature.org</a>)<br />
+ from page images generously made available by the<br />
+ Google Books Library Project<br />
+ (<a href="http://books.google.com">http://books.google.com</a>)<br />
+ and<br />
+ Bibliothèque nationale de France<br />
+ (<a href="http://www.bnf.fr">http://www.bnf.fr</a>)</h4>
+<p>&nbsp;</p>
+<table border="0" style="background-color: #ccccff;margin: 0 auto;" cellpadding="10">
+ <tr>
+ <td valign="top">
+ Note:
+ </td>
+ <td>
+ Images of the original text pages are available through
+ the the Google Books Library Project. See
+ <a href="http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&amp;printsec=titlepage">
+ http://books.google.com/books?id=0LorAAAAMAAJ&amp;printsec=titlepage</a><br />
+ <br />
+ The illustrations used in this e-book are taken from the
+ 1868 French edition, Les Enfants du Capitaine Grant,
+ published by J. Hetzel (Paris). The original images are
+ available througn Bibliothèque nationale de France, See
+ <a href="http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN">http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b8600254s.r=.langEN</a><br />
+ <br />
+ Project Gutenberg has the other two volumes of this work.<br />
+ <a href="http://www.gutenberg.org/files/38667/38667-h/38667-h.htm">Volume I</a>: see http://www.gutenberg.org/files/38667/38667-h/38667-h.htm<br />
+ <a href="http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h/38668-h.htm">Volume II</a>: see http://www.gutenberg.org/files/38668/38668-h/38668-h.htm
+ </td>
+ </tr>
+</table>
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="full" />
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<h1 style="color: #000080">DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT.</h1>
+
+<h4>Naar het fransch van</h4>
+
+<h2 style="color: #000080">JULES VERNE.</h2>
+
+<h4>DERDE DEEL.</h4>
+
+<h4>DE STILLE OCEAAN.</h4>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+
+<h5>LEIDEN,</h5>
+
+<h5>DE BREUK &amp; SMITS.</h5>
+
+<h5>1868.</h5>
+
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<h4>INHOUD</h4>
+
+
+<div class="center">
+<table border="0" cellpadding="1" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="right"><a href="#I">I.</a></td><td align="left">De Macquarie.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#II">II.</a></td><td align="left">Het verledene van het land waar men heengaat.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#III">III.</a></td><td align="left">Moordtooneelen op Nieuw-Zeeland.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#IV">IV.</a></td><td align="left">De branding.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#V">V.</a></td><td align="left">De nieuwbakken matrozen.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VI">VI.</a></td><td align="left">Verdediging van het menscheneten.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VII">VII.</a></td><td align="left">Eindelijk bereiken zij het land, dat zij moesten ontvlieden.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#VIII">VIII.</a></td><td align="left">Tegenwoordige toestand van dat land.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#IX">IX.</a></td><td align="left">Dertig mijlen noordelijker.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#X">X.</a></td><td align="left">De nationale stroom.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XI">XI.</a></td><td align="left">Het meer Taupo.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XII">XII.</a></td><td align="left">De lijkplegtigheden van een opperhoofd der Maori's.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIII">XIII.</a></td><td align="left">De laatste uren.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIV">XIV.</a></td><td align="left">De taboe berg.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XV">XV.</a></td><td align="left">De groote middelen ven Paganel.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVI">XVI.</a></td><td align="left">Tusschen twee vuren.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVII">XVII.</a></td><td align="left">Waarom de Duncan op de oostkust van Nieuw-Zeeland kruiste.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XVIII">XVIII.</a></td><td align="left">Ayrton of Ben Joyce.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XIX">XIX.</a></td><td align="left">Eene schikking.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XX">XX.</a></td><td align="left">Een kreet in den nacht.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XXI">XXI.</a></td><td align="left">Het eiland Tabor.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#XXII">XXII.</a></td><td align="left">De laatste verstrooidheid van Jacques Paganel.</td></tr>
+<tr><td align="right"><a href="#Lijst_van_illustraties">Lijst van illustraties.</a></td></tr>
+</table></div>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+
+<h3><a name="I" id="I"></a>I.</h3>
+
+<h3>De Macquarie.</h3>
+
+
+<p>Zoo ooit, dan moesten thans, nu alles hun te gelijk ontviel, de zoekers
+naar kapitein Grant wel wanhopen hem weder te zien. In welk deel der
+wereld moesten zij nu hun togt weder beginnen? Hoe konden zij nieuwe
+landen onderzoeken? De <i>Duncan</i>bestond niet meer; zelfs was het hun
+onmogelijk om onmiddellijk naar hun vaderland terug te keeren. De
+onderneming dier edelmoedige Schotten was dus mislukt! Niet geslaagd!
+Treurig woord, dat geen weerklank vindt in een moedig hart, en toch
+dwongen de slagen van het noodlot Glenarvan tot de erkentenis, dat hij
+onmagtig was zijn werk van zelfopoffering voort te zetten.</p>
+
+<p>In dien stand van zaken had Mary Grant den moed om den naam haars vaders
+niet meer uit te spreken. Zij bedwong haar angst door de gedachte aan de
+ongelukkige matrozen, die omgebragt waren. De dochter ging op in de
+vriendin, en zij troostte Glenarvan, die haar zoo menigmaal had
+getroost! Zij was de eerste, die er van sprak, om naar Schotland terug
+te keeren. Toen hij haar moed, haar onderwerping zag, bewonderde John
+Mangles haar. Hij wilde nog iets ten voordeele van den kapitein zeggen;
+maar Mary legde hem door een blik het stilzwijgen op, en later zeide zij
+tot hem: "Neen, mijnheer John! wij moeten denken aan degenen, die zich
+opgeofferd hebben. Lord Glenarvan moet naar Europa terugkeeren!"</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk, miss Mary!" antwoordde John Mangles, "het moet. Ook
+moeten de engelsche autoriteiten onderrigt worden van het lot der
+<i>Duncan</i>. Maar geef alle hoop nog niet op. Liever dan de aangevangen
+nasporingen op te geven, zou ik ze alleen voortzetten! Ik zal kapitein
+Grant terugvinden of bij de volvoering dier taak omkomen!"</p>
+
+<p>Het was eene ernstige verbindtenis, die John Mangles op zich nam. Mary
+nam ze aan, en legde haar hand in die van den jongen kapitein, als om
+dit verdrag te bekrachtigen. Van de zijde van John Mangles was het een
+toewijding van zijn geheele leven, van de zijde van Mary een
+onwankelbare erkentelijkheid.</p>
+
+<p>Dien dag werd er stellig tot het vertrek besloten. Men had plan om
+Melbourne ten spoedigste te bereiken. 's Anderen daags ging John
+onderzoeken, of er scheepsgelegenheid was. Hij rekende er op, dat er een
+belangrijk verkeer tusschen Eden en de hoofdstad van Victoria werd
+onderhouden.</p>
+
+<p>Zijn verwachting werd teleurgesteld. Er lagen maar weinig schepen. De
+geheele koopvaardijvloot van het stadje bestond uit drie of vier
+schepen, die in de Twofoldbaai ten anker lagen. Geen enkel was met
+bestemming naar Melbourne, Sidney of Pointe-de-Galle. En alleen in deze
+havens van Australië kon Glenarvan schepen vinden in lading naar
+Engeland. Want de <i>Stoombootmaatschappij voor het Schier-eiland en het
+Oosten</i> heeft een geregelde stoomvaart tusschen deze punten en het
+moederland.</p>
+
+<p>Wat nu te doen? Een schip afwachten? Dat kon lang duren; want de
+Twofold-baai wordt weinig bezocht. Wel varen er vele schepen voorbij;
+maar zelden doen ze de baai aan.</p>
+
+<p>Na lang wikken en wegen kwam Glenarvan bijna tot het besluit om langs de
+kust naar Sidney te gaan, toen Paganel met een voorstel voor den dag
+kwam, dat niemand had verwacht.</p>
+
+<p>De aardrijkskundige had ook de Twofoldbaai eens bezocht. Hij wist, dat
+er geen reisgelegenheid bestond naar Sidney en Melbourne. Maar een van
+de drie schepen, welke op de reede lagen, moest naar Auckland, de
+hoofdstad van Ika-Na-Maoeï, het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland. Nu
+stelde Paganel voor het bedoelde schip af te huren en naar Auckland te
+gaan, vanwaar men gemakkelijk met de booten der maatschappij naar Europa
+kon terugkeeren.</p>
+
+<p>Dit voorstel werd in ernstige overweging genomen. Paganel wachtte zich
+thans wel al die bewijzen aan te voeren, waarmede hij anders zoo mild
+was. Hij vergenoegde zich met de opgave van het feit en voegde er bij,
+dat de overtogt maar vijf of zes dagen zou duren. De afstand, die
+Australië van Nieuw-Zeeland scheidt, bedraagt werkelijk niet meer dan
+een duizend mijlen.<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a></p>
+
+<p>Door een zonderlingen zamenloop van omstandigheden lag Auckland juist op
+dien zeven en dertigsten breedtegraad, dien de zoekers van Araucanië af
+hardnekkig volgden. De aardrijkskundige had dus, zonder dat men hem van
+partijdigheid kon beschuldigen, gerust zijn voordeel kunnen doen met
+deze waarheid om er een bewijs ter gunste van zijn voorstel aan te
+ontleenen. Zoo kreeg men immers ongezocht aanleiding om de steile kusten
+van Nieuw Zeeland te bezoeken.</p>
+
+<p>Evenwel maakte Paganel van dat voordeel geen gebruik. Na de dubbele
+teleurstelling wilde hij zich ongetwijfeld niet wagen aan een derde
+uitlegging van het document. Maar wat zou hij er ook uit kunnen
+afleiden? Er stond immers uitdrukkelijk, dat een "vastland" tot
+schuilplaats had gestrekt aan kapitein Grant, en niet een eiland. Nu was
+Nieuw-Zeeland maar een eiland. Dat scheen beslissend. Hoe het ook zij,
+om deze of om een andere reden verbond Paganel met dit voorstel om naar
+Auckland te gaan volstrekt niet de gedachte om een nieuwen
+onderzoekingstogt op touw te zetten. Hij wees er alleen op, dat er een
+geregelde gemeenschap bestond tusschen dit punt en Groot-Brittanje, en
+dat men gemakkelijk daarvan gebruik kon maken.</p>
+
+<p>John Mangles ondersteunde het voorstel van Paganel. Hij raadde tot de
+aanneming, omdat men toch de twijfelachtige komst van een vaartuig in de
+Twofoldbaai niet kon afwachten. Maar alvorens daartoe over te gaan
+achtte hij het geraden om het door den aardrijkskundige bedoelde schip
+eens in oogenschouw te nemen. Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert en
+hij namen dus een sloep, en na eenige riemslagen legden zij bij het
+schip aan, dat twee kabelslengten van de kaai ten anker lag.</p>
+
+<p>Het was een brik van twee honderd vijftig ton, de <i>Macquarie</i> geheeten.
+Zij diende tot de kustvaart tusschen de verschillende havens van
+Australië en van Nieuw-Zeeland. De kapitein, of beter gezegd de
+"schipper" ontving zijn bezoekers tamelijk lomp. Zij zagen wel, dat zij
+te doen hadden met iemand zonder opvoeding, wiens manieren volstrekt
+niet verschilden van die der vijf matrozen, waaruit de bemanning
+bestond. Een dik rood gezigt, grove handen, een platte neus, één oog en
+vuile lippen van het rooken, gevoegd bij zijn onbeschofte houding
+maakten van Will Halley een terugstootend wezen. Maar men had geen keus,
+en voor een reisje van weinige dagen moest men zoo naauw niet kijken.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill01c" id="ill01c"></a>
+<img src="images/608.jpg" width="400" alt="Het was een brik, de Macquarie geheeten." title="" />
+<span class="caption2">Het was een brik, de Macquarie geheeten.</span>
+</div>
+
+<p>"Wat wilt gij?" vroeg Halley aan die onbekenden, die op het dek van zijn
+schip kwamen.</p>
+
+<p>"De kapitein?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Ben ik," antwoordde Halley. "En?"</p>
+
+<p>"Ligt de <i>Macquarie</i> in lading naar Auckland?"</p>
+
+<p>"Ja. En?"</p>
+
+<p>"Wat heeft ze in?"</p>
+
+<p>"Alles wat verkocht wordt en alles wat gekocht wordt. En?"</p>
+
+<p>"Wanneer vertrekt ze?"</p>
+
+<p>"Morgen, tegen den middag. En?"</p>
+
+<p>"Kan ze passagiers meenemen?"</p>
+
+<p>"Dat hangt er van af wie het zijn en of ze zich met den scheepskost
+willen vergenoegen."</p>
+
+<p>"Zij zouden hun voorraad meebrengen."</p>
+
+<p>"En?"</p>
+
+<p>"En?"</p>
+
+<p>"Ja. Hoeveel zijn er?"</p>
+
+<p>"Negen, waaronder twee dames."</p>
+
+<p>"Ik heb geen hutten."</p>
+
+<p>"Zij zullen zich met het vooronder behelpen, dat hun moet afgestaan
+worden."</p>
+
+<p>"En?"</p>
+
+<p>"Neemt gij het aan?" vroeg John Mangles, die volstrekt niet verlegen
+werd gemaakt door de manieren van den kapitein.</p>
+
+<p>"Moet zien," antwoordde de schipper van de <i>Macquarie</i>. Will Halley liep
+wat rond, stampte met zijn zware laarzen met groote spijkers op het dek,
+en kwam toen plotseling op John Mangles af.</p>
+
+<p>"Wat betaalt men?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Wat vraagt men?" antwoordde John.</p>
+
+<p>"Vijftig pond."</p>
+
+<p>Glenarvan gaf een toestemmend teeken.</p>
+
+<p>"Goed! vijftig pond," antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Maar enkel de overtogt," voegde Will Halley erbij.</p>
+
+<p>"Enkel de overtogt."</p>
+
+<p>"Buiten den kost."</p>
+
+<p>"Daarbuiten."</p>
+
+<p>"Toegestemd. En?" zeide Will de hand ophoudende.</p>
+
+<p>"Wat blieft?"</p>
+
+<p>"Het handgeld?"</p>
+
+<p>"Hier is de helft van de vracht, vijf en twintig pond," zeide John
+Mangles, aan den schipper het geld uitbetalende, die het zonder dankje
+te zeggen in den zak stak.</p>
+
+<p>"Morgen aan boord," zeide hij. "Voor twaalven. Of ge er zijt of niet, ik
+ligt het anker."</p>
+
+<p>"Wij zullen er zijn."</p>
+
+<p>Toen dit afgehandeld was, gingen Glenarvan, de majoor, Robert, Paganel
+en John Mangles van boord, zonder dat Will Halley ook maar met den
+vinger den zuidwester had aangeraakt, die op zijn roode pruik
+vastgelijmd zat.</p>
+
+<p>"Wat een lompe vlegel!" zeide John.</p>
+
+<p>"Die staat mij juist goed aan," antwoordde Paganel. "Hij is een echte
+zeewolf."</p>
+
+<p>"Een echte beer!" verbeterde de majoor.</p>
+
+<p>"En ik houd het er voor," voegde John Mangles er bij, "dat die beer in
+der tijd wel handel gedreven heeft in menschenvleesch."</p>
+
+<p>"Wat raakt ons dat!" antwoordde Glenarvan, "nu hij de <i>Macquarie</i>
+kommandeert en de <i>Macquarie</i> naar Nieuw-Zeeland gaat. Tusschen de
+Twofoldbaai en Auckland zullen we hem weinig zien, na Auckland zullen we
+hem in het geheel niet meer zien."</p>
+
+<p>Lady Helena en Mary Grant vernamen met genoegen, dat het vertrek op den
+volgenden dag was bepaald. Glenarvan bragt haar onder het oog, dat de
+<i>Macquarie</i> niet zoo gemakkelijk was ingerigt als de <i>Duncan</i>. Maar na
+zooveel leed uitgestaan te hebben, waren zij er de vrouwen niet naar, om
+zich door zoo'n kleinigheid te laten afschrikken. Olbinett kreeg last om
+voor levensmiddelen te zorgen. Sedert het verlies van de <i>Duncan</i> had de
+arme man heete tranen geschreid over zijn ongelukkige vrouw, die aan
+boord gebleven en natuurlijk evenals de geheele bemanning het offer was
+geworden van de wreedheid der roovers. Niettemin volbragt hij met zijn
+gewonen ijver zijn werkzaamheden als hofmeester, en "de schafting"
+bestond uit kostelijke spijzen, die nooit op de schaftlijst van de brik
+voorkwamen. In weinige uren waren de aankoopen afgeloopen.</p>
+
+<p>Intusschen maakte de majoor bij een wisselaar de wissels te gelde, die
+Glenarvan had op de <i>Union-bank</i> te Melbourne. Hij wilde niet ontbloot
+zijn van goud. Evenmin van wapens en kruid. Daarom schafte hij zich
+weder andere aan. Paganel kocht voor zich een uitmuntende kaart van
+Nieuw-Zeeland, door Johnston te Edinmburg uitgegeven.</p>
+
+<p>Met Mulrady ging het goed. Hij voelde naauwelijks de wond meer, die zijn
+leven in gevaar had gebragt. De zeelucht zou spoedig zijn genezing
+voltooijen. Hij had plan te genieten van de koelten op de Stille
+Zuidzee.</p>
+
+<p>Aan Wilson werd opgedragen het verblijf der passagiers aan boord van de
+<i>Macquarie</i> in orde te brengen. Met borstel en bezem gaf hij het
+vooronder een heel ander aanzien. Will Halley liet den matroos
+schouderophalende begaan. Hij bekommerde zich niet het minst om
+Glenarvan, diens dames en reisgenooten. Hij wist niet eens hun naam en
+vroeg er niet naar. Die vermeerdering van lading bragt hem vijftig pond
+op, dat was alles, en dat schatte hij minder dan de twee honderd ton
+gelooide huiden, waarmee het ruim was opgevuld. Eerst de huiden, dan de
+menschen. Hij was een koopman. Wat zijn zeevaartkundige bekwaamheden
+aangaat, hij werd voor een vrij goed praktikus gehouden op die zeeën,
+welke door de koraalriffen zeer gevaarlijk zijn.</p>
+
+<p>Dien morgen wilde Glenarvan terugkeeren naar dat punt van den oever,
+waarover de zeven en dertigste parallel loopt. Twee redenen had hij
+daarvoor.</p>
+
+<p>Hij wilde nog eens de vermoedelijke plaats van de schipbreuk bezoeken.
+Ayrton was ongetwijfeld bootsman op de <i>Britannia</i>. Waarom zou de
+<i>Britannia</i> niet wezenlijk vergaan zijn op dit gedeelte der australische
+kust? Zoo niet op de west- dan toch op de oostkust? Men moest niet
+onbedachtzaam een plek verlaten, die men nooit zou terug zien.</p>
+
+<p>En was de <i>Britannia</i> daar niet geweest, de <i>Duncan</i> was er toch in de
+handen der roovers gevallen. Misschien had er een gevecht plaats gehad.
+Waarom zou men op den oever geen spoor van een worsteling, van een
+hardnekkigen tegenstand vinden? Zouden de golven, wanneer de bemanning
+in de baren verdronken was, de lijken niet op de kust hebben
+aangespoeld?</p>
+
+<p>In gezelschap van den trouwen John ging Glenarvan op verkenning uit. De
+eigenaar van het <i>Victoria</i>-hotel gaf hun twee paarden, en zij sloegen
+den weg naar het noorden in, die om de Twofold-baai loopt.</p>
+
+<p>Het was een treurig onderzoek. Glenarvan en kapitein John reden zwijgend
+voort. Maar zij verstonden elkander. Dezelfde gedachten en bij gevolg
+dezelfde angst kwelden hen. Zij beschouwden de rotsen, waaraan de zee
+knaagde. Zij behoefden elkander niets te vragen noch te antwoorden.</p>
+
+<p>Gerust mag men op den ijver en de schranderheid van John zich verlaten
+om te verzekeren, dat elk punt van de kust naauwkeurig werd bezocht, dat
+de kleinste kreeken zoowel als het langzaam afloopende strand en de
+zandige hoogten zorgvuldig werden onderzocht, waar de middelmatige
+getijden van de Stille Zuidzee eenig strandgoed hadden kunnen opwerpen.
+Maar niets werd er gevonden, dat aanleiding geven kon om in deze streken
+nieuwe onderzoekingen aan te vangen. Geen spoor van de schipbreuk was
+hier aanwezig.</p>
+
+<p>Evenmin iets, dat van de <i>Duncan</i> afkomstig was. Deze geheele kuststreek
+van den Oceaan was onbewoond. Men zag levenden noch dooden.</p>
+
+<p>Toch ontdekte John Mangles aan den rand van het strand versche sporen
+van een legerplaats, overblijfselen van vuren, onder alleenstaande
+myalls ontstoken. Was daar soms voor eenige dagen een zwervende
+inlandsche volksstam geweest? Neen; Glenarvans blik werd getrokken door
+een kenteeken, dat hun onwederlegbaar bewees, dat de roovers dit
+gedeelte der kust hadden bezocht.</p>
+
+<p>Dat kenteeken was een graauwe en gele, versletene en gelapte boezeroen,
+een lor, die aan den voet van een boom was blijven liggen. Het
+stamnummer van de strafgevangenis te Perth stond er op. De boef was er
+niet meer, maar zijn plunje verried hem. Die liverei van de misdaad had
+eerst den een of anderen schurk gekleed, en lag nu te verrotten op die
+onbewoonde kust.</p>
+
+<p>"Gij ziet het, John!" zeide Glenarvan. "De roovers zijn hier geweest! en
+onze arme makkers van de <i>Duncan</i>?..."</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde John op doffen toon, "het is zeker, dat zij niet aan
+wal zijn gezet, dat zij gesneuveld zijn...."</p>
+
+<p>"Die ellendelingen!" riep Glenarvan. "Als zij ooit in mijn handen
+vallen, zal ik mijn matrozen wreken!"</p>
+
+<p>De smart had aan Glenarvans trekken een hard voorkomen gegeven. Eenige
+minuten lang staarde de lord op de onmetelijke watervlakte; misschien
+zocht hij voor het laatst in het verre verschiet nog naar een vaartuig.
+Vervolgens werden zijn oogen dof, hij werd weer de oude, en zonder een
+woord te spreken of een gebaar te maken, galoppeerde hij den weg op naar
+Eden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill02c" id="ill02c"></a>
+<img src="images/614.jpg" width="400" alt="Glenarvan gallopeerde de weg naar Eden op." title="" />
+<span class="caption2">Glenarvan gallopeerde de weg naar Eden op.</span>
+</div>
+
+<p>Nog ééne formaliteit moest er vervuld worden, de kennisgeving van het
+gebeurde aan het geregt. Zij werd dienzelfden avond aan Thomas Banks
+gedaan. Die overheidspersoon kon naauwelijks zijn blijdschap ontveinzen,
+dat hij dit proces-verbaal mogt opmaken. Hij was regt in zijn schik over
+het vertrek van Ben Joyce en diens bende. De geheele stad verheugde zich
+met hem. De roovers hadden Australië verlaten, wel na het begaan van een
+nieuwe misdaad, maar toch zij waren weg. Dit belangrijke nieuws werd
+terstond getelegrafeerd aan de autoriteiten te Melbourne en Sidney.</p>
+
+<p>Na het afleggen zijner verklaring keerde Glenarvan naar het
+<i>Victoria</i>-hotel terug. De reizigers bragten dien laatsten avond treurig
+door. Hun gedachten verwijlden bij dien aan ongelukken zoo vruchtbaren
+bodem. Zij herinnerden zich, hoeveel gegronde hoop zij aan kaap
+Bernouilli hadden opgevat, waaraan in de Twofold-baai zoo wreed de bodem
+was ingeslagen!</p>
+
+<p>Paganel was ter prooi aan een koortsige onrust. John Mangles, die hem
+sedert het voorval aan de Sneeuw-rivier in het oog hield, gevoelde, dat
+de aardrijkskundige dobberde tusschen spreken en zwijgen. Verscheidene
+malen had hij hem met vragen bestormd, die onbeantwoord bleven.</p>
+
+<p>Dien avond echter vroeg John, toen hij hem naar zijn kamer bragt, waarom
+hij toch zoo zenuwachtig was?</p>
+
+<p>"Vriend John!" antwoordde Paganel ontwijkend, "ik ben niet zenuwachtiger
+dan anders."</p>
+
+<p>"Mijnheer Paganel! er is een geheim, dat u benaauwt!" hernam John.</p>
+
+<p>"Wat zal ik er aan doen?" riep de aardrijkskundige met driftige gebaren.
+"Het is sterker dan ik!"</p>
+
+<p>"Wat is sterker dan gij?"</p>
+
+<p>"Mijn vreugde aan den eenen kant, mijn wanhoop aan den anderen."</p>
+
+<p>"Zijt gij blijde en wanhopend te gelijk?"</p>
+
+<p>"Ja! blijde en wanhopend, nu ik Nieuw-Zeeland ga bezoeken."</p>
+
+<p>"Zijt gij iets op het spoor?" vroeg John Mangles driftig. "Hebt gij het
+verloren spoor teruggevonden?"</p>
+
+<p>"Neen, vriend John! <i>Uit Nieuw-Zeeland komt men niet terug</i>! Maar
+toch..., kortom, gij kent de menschelijke natuur! Zoolang er leven is,
+is er hoop! En mijn leus is "<i>spiro, spero</i>" dat de mooiste leus van de
+wereld is!"</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> Omtrent 400 uren gaans.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="II" id="II"></a>II.</h3>
+
+<h3>Het verledene van het land waar men heengaat.</h3>
+
+
+<p>Den volgenden dag, den 27<sup>sten</sup> Januarij, waren de passagiers van de
+<i>Macquarie</i> bijeen in het bekrompen vooronder van de brik. Will Halley
+had niet eens zijn kajuit aan de dames aangeboden. Zij behoefden
+daarover trouwens geen spijt te gevoelen; want het hol was den beer
+waardig.</p>
+
+<p>Ten half een met de ebbe maakte men zich zeilree. Het anker kwam
+loodregt en werd met moeite opgehaald. Een tamelijke koelte woei uit het
+zuidwesten. De zeilen werden langzaam geheschen. De vijf matrozen deden
+het werk op hun uiterste gemak. Wilson wilde hen helpen. Maar Halley
+verzocht hem zich rustig te houden en zich niet te bemoeijen met hetgeen
+hem niet aanging. Hij was gewoon alles alleen te doen en vroeg niet om
+hulp of raad.</p>
+
+<p>Dit was op John Mangles gemunt, dien de linkschheid van eenige
+bewegingen deed glimlagchen. Hij hield zich voor gewaarschuwd, maar
+behield zich voor om zooal niet regtens dan toch feitelijk tusschen
+beide te komen, wanneer de onhandigheid der bemanning de veiligheid van
+het schip soms in gevaar mogt brengen.</p>
+
+<p>Met wat geduld en met de armen der vijf matrozen, aangevuurd door de
+vloeken van den schipper, werden de zeilen toch eindelijk aangeslagen.
+De <i>Macquarie</i> liep met bakboordshalzen voor den wind onder haar
+onderste zeilen, haar marszeilen, bramzeilen, haar groote bezaan en haar
+kluivers. Later werden de lijzeilen en bovenbramstengen ook geheschen.
+Maar in weerwil van die vermeerdering van doek vorderde de brik
+naauwelijks. De breede voorsteven, de wijdte van het ruim, de lompheid
+van het achterschip maakten haar tot een slechten zeiler, en gaven haar
+geheel en al het voorkomen van een "klomp."</p>
+
+<p>Men moest er zich echter in schikken. Gelukkig, hoe slecht de
+<i>Macquarie</i> ook zeilde, moest zij toch in vijf, hoogstens zes dagen, op
+de reede van Auckland ankeren.</p>
+
+<p>'s Avonds ten zeven ure verloor men de kust van Australië en het staande
+licht der haven van Eden uit het oog. De nog al holle zee deed het schip
+erg stampen; het plompte neer in de golfdalen. De passagiers kregen
+duchtige schokken, die hun verblijf in het vooronder juist niet
+aangenamer maakten. Ook op het dek konden ze niet blijven; want het
+regende juist hard. Zij zagen zich dus tot een strenge gevangenis
+veroordeeld.</p>
+
+<p>Elk liet nu zijn gedachten den vrijen loop. Er werd weinig gepraat. Ter
+naauwernood wisselden lady Helena en Mary Grant eenige woorden.
+Glenarvan kon het niet uithouden. Hij liep heen en weer, terwijl de
+majoor zich niet verroerde. Door Robert vergezeld klom John Mangles van
+tijd tot tijd op het dek om naar de zee te zien. En Paganel mompelde in
+zijn hoek losse onzamenhangende woorden.</p>
+
+<p>Waaraan dacht de waardige aardrijkskundige? Aan dat Nieuw-Zeeland,
+waarheen het noodlot hem dreef. Deszelfs geheele geschiedenis ontrolde
+zich voor zijn geest, en het verledene van dat akelige land doemde op
+voor zijn oog.</p>
+
+<p>Maar was er iets in die geschiedenis, een feit of een toeval, dat den
+ontdekkers dier eilanden ooit het regt gegeven had om ze als een
+vastland te beschouwen? Kon een nieuwere aardrijkskundige, een zeeman
+hun dien naam geven? Zooals men ziet, kwam Paganel altijd weer terug op
+de uitlegging van het document. Het was een bezetenheid, een vaststaande
+gedachte. Na Patagonië, na Australië, klampte zijn verbeelding, die een
+enkel woord bezig hield, zich vast aan Nieuw-Zeeland. Maar één enkel
+punt stuitte hem op dien weg.</p>
+
+<p>"Contin ... contin ..." herhaalde hij, "dat wil toch zeggen <i>continent</i>!
+(vastland)"</p>
+
+<p>En in gedachten volgde hij weder de zeevaarders, die deze twee groote
+eilanden der zuidelijke zeeën vonden.</p>
+
+<p>Den 13<sup>den</sup> December 1642 bereikte de Hollander Tasman, na Van Diemensland
+ontdekt te hebben, de onbekende oevers van Nieuw-Zeeland. Hij zeilde er
+verscheidene dagen langs en den 17<sup>den</sup> drongen zijn schepen in een breede
+baai, aan wier uiteinde een naauwe straat lag, die twee eilanden
+scheidde.</p>
+
+<p>Het noordelijke eiland, was Ika-Na-Maoeï, zeelandsche woorden, die
+beteekenen "de visch van Mauwi". Het zuidelijke eiland was
+Tawaï-Poena-Moe, dat wil zeggen "de walvisch, die den groenen niersteen
+voortbrengt<a name="FNanchor_1_2" id="FNanchor_1_2"></a><a href="#Footnote_1_2" class="fnanchor">[1]</a>."</p>
+
+<p>Abel Tasman zond zijn sloepen aan land, die met twee praauwen, bemand
+met luidruchtige inwoners terugkwamen. Die wilden waren middelmatig van
+gestalte, met een bruine en gele huid, met uitstekende beenderen, een
+ruwe stem, en zwarte haren, evenals bij de Japanneezen op het hoofd
+zaamgebonden, waarop een groote witte veer prijkte.</p>
+
+<p>Die eerste ontmoeting tusschen de Europeanen en inlanders scheen
+langdurige vrienschapsbetrekkingen te beloven. Maar den volgenden dag
+werd een der sloepen van Tasman, die een ankerplaats digter bij het land
+ging opzoeken, hevig bestookt door zeven praauwen met een groot aantal
+inlanders bemand. De boot sloeg om en raakte vol water. De bootsman, die
+het bevel voerde, werd terstond in de keel getroffen met een piek met
+een grove punt. Hij viel in zee. Van zijn zes makkers werden er vier
+gedood; de twee anderen en de bootsman zwommen naar de schepen en werden
+opgevischt en gered.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill03c" id="ill03c"></a>
+<img src="images/620.jpg" width="400" alt="Hij werd hevig bestookt door zeven praauwen." title="" />
+<span class="caption2">Hij werd hevig bestookt door zeven praauwen.</span>
+</div>
+
+<p>Na dit noodlottig voorval zeilde Tasman weg. Hij vergenoegde zich met
+den inlanders eenige musketkogels toe te zenden, die hen waarschijnlijk
+niet raakten. Hij verliet de baai, nog de Moordbaai genoemd, stevende
+langs de westkust en wierp den 5<sup>den</sup> Januarij het anker bij de noordpunt.
+Te dezer plaatse verhinderde hem niet alleen de hevige branding maar ook
+de slechte gezindheid der wilden om water in te nemen, en hij verliet
+voor goed dit land, waaraan hij ter eere van de Staten Generaal den naam
+gaf van Statenland.</p>
+
+<p>De hollandsche zeeman meende inderdaad, dat het samenhing met de
+eilanden van dienzelfden naam, ten oosten van Vuurland aan de zuidpunt
+van Amerika ontdekt. Hij meende "het groot zuidelijk vastland" gevonden
+te hebben.</p>
+
+<p>"Maar," sprak Paganel bij zich zelven, "wat een zeeman der zeventiende
+eeuw "vastland" noemen kon, kon dien naam niet dragen bij een zeeman der
+negentiende; zulk een dwaling is niet te vooronderstellen! Neen! Er is
+iets, dat mij ontgaat!"</p>
+
+<p>Meer dan een eeuw lang bleef de ontdekking van Tasman onopgemerkt, en
+Nieuw-Zeeland scheen niet meer te bestaan, tot eindelijk een fransch
+zeevaarder, Surville, het op 35° 37' breedte in het gezigt kreeg. Eerst
+had hij geen reden van klagen over de inboorlingen; maar de wind stak
+geweldig op en een storm beliep hem, gedurende welken de sloep met de
+zieken in de Toevlugtsbaai op het strand werd geworpen. Daar ontving een
+opperhoofd, Nagui-Noeï genoemd, de Franschen zeer goed en huisvestte ze
+in zijn eigene hut. Alles ging goed, tot het oogenblik, dat een sloep
+van Surville werd gestolen. Surville eischte ze vergeefs op, en meende
+voor dien diefstal een dorp te moeten straffen, dat hij geheel
+verbrandde. Een verschrikkelijke en onregtvaardige wraak, die aanleiding
+gaf tot de bloedige vergelding, waarvan Nieuw-Zeeland binnen kort het
+tooneel zou worden.</p>
+
+<p>Den 6<sup>den</sup> October 1769 verscheen de vermaarde Cook op deze kusten. Hij
+ankerde in de Taoeë-Roa-baai met zijn schip de <i>Endeavour</i> en trachtte
+door goede behandeling de vriendschap der inboorlingen te winnen. Maar
+om de menschen goed te behandelen, moet men beginnen met hen te krijgen.
+Cook aarzelde niet om twee of drie gevangenen te maken en hun zijn
+weldaden met geweld op te dringen. Met geschenken en liefkozingen
+overladen werden zij weer aan land gezonden. Door hun verhalen uitgelokt
+kwamen vervolgens een aantal inboorlingen vrijwillig aan boord en gingen
+een ruilhandel met de Europeanen aan. Eenige dagen later stevende Cook
+naar de Hawkes-baai, een diepe inham in de kust van het noordelijk
+eiland. Daar trof hij oorlogzuchtige, schreeuwende en twistgierige
+inboorlingen aan. Hun vijandelijke bedoelingen gingen zoover, dat het
+noodig was hen met schrootvuur in toom te houden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill04c" id="ill04c"></a>
+<img src="images/621.jpg" width="400" alt="Den 6den October 1769 verscheen de vermaarde Cook." title="" />
+<span class="caption2">Den 6den October 1769 verscheen de vermaarde Cook.</span>
+</div>
+
+<p>Den 20<sup>sten</sup> October ankerde de <i>Endeavour</i> in de Toko-Maloe-baai, waar
+een vreedzame bevolking van twee honderd zielen leefde. De
+plantenkenners, die de reis medemaakten, zagen hun onderzoekingen in die
+streek met een gewenschten uitslag bekroond, en de inboorlingen bragten
+hen met hun praauwen aan wal. Cook bezocht twee dorpen met palen,
+borstweringen en dubbele grachten versterkt, die bewezen, dat zij reeds
+aanzienlijke vorderingen in den vestingbouw hadden gemaakt. Het
+belangrijkste dier forten lag op een rots, die bij hoog water geheel een
+eiland werd. En meer nog, want niet alleen werd ze door het water
+omringd, maar dit stroomde ook door een natuurlijken boog van zestig
+voet hoog, waarop die ongenaakbare "pâh" zich verhief.</p>
+
+<p>Den 31<sup>sten</sup> Maart gaf Cook, die in vijf maanden een rijken oogst van
+vreemde voorwerpen, inlandsche planten, en bijdragen tot de land- en
+volkenkunde had bijeengebragt, zijn naam aan de straat, die de twee
+eilanden scheidt, en verliet Nieuw-Zeeland. Hij bezocht het nog eens op
+zijn latere reizen.</p>
+
+<p>In 1773 toen verscheen de groote zeeman weder in de Hawkesbaai en was
+daar getuige van tooneelen van kannibalisme. Het moet echter gezegd
+worden, dat zijn reisgenooten er aanleiding toe gaven. Eenige
+officieren, die aan land de verminkte ledematen van een jongen wilde
+gevonden hadden, namen ze mee aan boord, "lieten ze braden," en zetten
+ze den inboorlingen voor, die er met gretigheid op aanvielen. Treurige
+liefhebberij, zich zoo tot koks te maken voor een maaltijd van
+menscheneters!</p>
+
+<p>Op zijn derde reis bezocht Cook andermaal dit land, waarvoor hij groote
+voorliefde koesterde, en dat hij gaarne in kaart wilde brengen. Den
+25<sup>sten</sup> Februarij 1777 verliet hij het voor goed.</p>
+
+<p>In 1791 vertoefde Vancouver twintig dagen in de Sombere baai, zonder
+eenig voordeel voor de natuur- of aardrijkskundige wetenschappen.
+D'Entrecasteaux bragt in 1793 een kustlijn van vijf en twintig mijlen in
+kaart op het noordelijke eiland Ika-Na-Maoeï. De koopvaardijkapiteins
+Hausen en Dalrympe, later Baden, Richardson en Moody kwamen er even, en
+dokter Savage verzamelde gedurende een verblijf van vijf weken
+belangrijke bijzonderheden betreffende de zeden der Nieuw-Zeelanders.</p>
+
+<p>In datzelfde jaar 1805 scheepte de neef van het opperhoofd van
+Rangwi-Hoe, de schrandere Doea-Tara zich in op de <i>Argo</i>, kapitein
+Baden, die in de Eilandenbaai lag.</p>
+
+<p>Welligt zullen de lotgevallen van Doea-Tara eenmaal aan een Maori
+Homerus het onderwerp voor een heldendicht verschaffen. Zij zijn een
+aaneenschakeling van rampen, onregtvaardigheden en mishandelingen.
+Trouwbreuk, verbeurdverklaring, slagen en wonden, waren het loon, dat de
+arme wilde voor zijn goede diensten ontving. Welk denkbeeld moest hij
+zich wel maken van menschen, die zich beschaafd noemen! Hij werd naar
+Londen gebragt. Men maakte hem matroos van de laagste klasse, de
+wrijfpaal der bemanning. Dat hij het leven er afbragt, had hij te danken
+aan de tusschenkomst van den eerwaarden Marsden. Die zendeling trok zich
+den jongen wilde aan, bij wien hij een scherp oordeel, een moedig hart,
+en bewonderenswaardige hoedanigheden van zachtzinnigheid, innemendheid
+en beleefdheid opmerkte. Marsden bezorgde zijn beschermeling eenige
+zakken graan en landbouwwerktuigen, voor zijn land bestemd. Die kleine
+bagaadje werd hem ontstolen. Ongelukken en lijden waren opnieuw het deel
+van den armen Doea-Tara, tot in 1814, wanneer men hem eindelijk in het
+land zijner vaderen terugvindt. Nu zou hij de vrucht van zooveel
+lotswisselingen plukken; maar de dood rukte hem weg op
+achtentwintigjarigen leeftijd, toen hij zich gereed maakte om het
+bloeddorstige Zeeland te hervormen. Dit onherstelbare ongeluk zette de
+beschaving ongetwijfeld vele jaren achteruit. Niets kan een verstandig
+en goed man vervangen, die in zijn borst liefde tot het goede vereenigt
+met liefde voor zijn land!</p>
+
+<p>Tot in 1816 bleef Nieuw-Zeeland verlaten. Te dien tijde doorkruiste
+Thompson, in 1817 Lidiard Nicholas, in 1819 Marsden, verscheidene deelen
+der beide eilanden, en in 1820 bragt Richard Cruise, kapitein bij het
+acht en tachtigste regiment infanterie, er tien maanden door met
+grondige studiën over de zeden der inlanders.</p>
+
+<p>In 1824 vertoefde Duperrey, bevelhebber dat <i>Coquille</i>, veertien dagen
+in de Eilanden-baai, en ondervond hij veel vriendschap van de
+inboorlingen.</p>
+
+<p>Na hem, in 1827, moest de engelsche walvischvaarder <i>Mercury</i> zich tegen
+plundering en moord verdedigen. In hetzelfde jaar werd kapitein Dillon
+tot tweemaal toe zeer gastvrij ontvangen.</p>
+
+<p>In Maart 1827 kon de bevelhebber der <i>Astrolabe</i>, de beroemde
+Dumont-d'Urville, ongedeerd en ongewapend eenige nachten onder de
+inboorlingen doorbrengen, met hen zingen, geschenken geven en ontvangen,
+in de hutten slapen, en zonder stoornis zijn belangrijke opmerkingen
+voortzetten, waaraan de zoo schoone kaarten van het bureau van marine
+het aanzijn te danken hebben.</p>
+
+<p>De engelsche brik <i>Hawes</i>, kapitein John James, daarentegen, deed in het
+volgende jaar de Eilanden-baai aan, stevende naar de Oostkaap, en had
+veel te lijden van een trouweloos opperhoofd, Enararo geheeten.
+Verscheidene zijner makkers ondergingen een verschrikkelijken dood.</p>
+
+<p>Uit die tegenstrijdige voorvallen, uit die afwisseling van
+zachtaardigheid en barbaarschheid moet men afleiden, dat de wreedheden
+der Nieuw-Zeelanders maar al te dikwijls weerwraak waren. Goede of
+slechte behandelingen hingen af van slechte of goede kapiteins. Zeker
+hadden er wel eenige onregtvaardige aanvallen van de zijde der inlanders
+plaats; maar meestal waren het wraakoefeningen, door de Europeanen
+uitgelokt, en ongelukkig kwam de straf neer op het hoofd van
+onschuldigen.</p>
+
+<p>Na d'Urville werd de kennis van Nieuw-Zeeland aangevuld door een moedig
+onderzoeker, die twintigmaal de geheele aarde doorkruiste, een zwerver,
+een zigeuner van de wetenschap, een engelschman, Earle. Hij bezocht de
+onbekende deelen der beide eilanden, zonder dat hem persoonlijk eenig
+leed wedervoer, maar hij was dikwijls getuige van tooneelen, waarbij
+menschenvleesch genuttigd werd. De Nieuw-Zeelanders verslonden elkander
+met walgelijke gretigheid.</p>
+
+<p>Dit ondervond ook kapitein Laplace, toen hij in 1881 in 4<sup>e</sup> Eilanden-baai
+vertoefde. De gevechten waren ook reeds veel vreeselijker geworden; want
+de wilden waren zeer bedreven in de behandeling der vuurwapenen. De
+vroeger bloeijende en volkrijke gewesten van Ika-Na-Maoeï werden in
+doodsche woestijnen veranderd. Geheele stammen waren verdwenen, evenals
+kudden schapen verdwijnen, die men braadt en opeet.</p>
+
+<p>De zendelingen hebben te vergeefs hun best gedaan om die bloeddorstige
+neigingen te overwinnen. Van 1808 af had het <i>Anglikaansche
+Zendeling-Genootschap</i> zijn bekwaamste agenten,&mdash;die naam komt hun
+toe,&mdash;naar de voornaamste plaatsen op het noordelijke eiland gezonden.
+Maar de barbaarschheid der Nieuw-Zeelanders dwong het de vestiging van
+zendelingsposten te staken. Eerst in 1814 landden de heeren Marsden, de
+beschermer van Doea-Tara, Hall en King, in de Eilanden-baai en kochten
+van de opperhoofden voor twaalf ijzeren bijlen een strook grond van
+honderd bunders. Daar werd de zetel der anglikaansche zending gesticht.</p>
+
+<p>Het begin was moeijelijk. Maar eindelijk ontzagen de inlanders het leven
+der zendelingen. Zij namen hun diensten en hun leer aan. Eenige woeste
+inboorlingen werden zachter gestemd. In die harde harten ontwaakte het
+gevoel van dankbaarheid. In 1824 gebeurde het zelfs, dat de
+Nieuw-Zeelanders hun "ariki's," dat wil zeggen de leeraars, tegen woeste
+matrozen beschermden, die hen beleedigden en met mishandeling
+bedreigden.</p>
+
+<p>Langzamerhand geraakten dus de zendelingsposten tot bloei, ondanks de
+tegenwoordigheid van uit Port Jackson ontvlugte misdadigers, die de
+inlandsche bevolking bedierven. In 1831 vermeldden de
+<i>Zendelingeberigten</i> twee aanzienlijke posten, de een te Kidi-Kidi, aan
+de oevers van het kanaal, dat in de Eilanden-baai in zee valt, de andere
+te Paï-Hia, aan den oever der Kawa-Kawa. Onder opzigt hunner leeraars
+hadden de bekeerde inlanders wegen aangelegd, paden door de
+ontzaggelijke bosschen gebaand, bruggen over de stroomen geslagen. Elke
+zendeling ging op zijn beurt de beschavende godsdienst prediken onder de
+verderaf wonende stammen, rigtte kapellen van riet of boomschors op en
+scholen voor de inlandsche jeugd, en op het dak dier nederige gebouwen
+wapperde de vlag der zending, voerende het kruis van Christus en deze
+woorden: "Rongo-Pai," dat wil zeggen "het Evangelie."</p>
+
+<p>Het is jammer, dat de invloed der zendelingen beperkt blijft tot hun
+nederzettingen. De geheele zwervende bevolking onttrekt zich aan hun
+werkzaamheid. Het menscheneten is alleen bij de christenen uitgeroeid,
+en nog zou men die pas bekeerden niet aan te groote verleiding moeten
+blootstellen. De trek naar bloed leeft nog in hen.</p>
+
+<p>Ook duurt de oorlog nog altijd voort in die woeste streken. De
+Zeelanders zijn geen stompe Australiërs, die voor den europeeschen inval
+wijken; zij verzetten zich, zij verdedigen zich, zij haten hun
+onderdrukkers, en thans bezielt hen een gloeijende haat tegen de
+engelsche landverhuizers. De toekomst dier groote eilanden staat op het
+spel. Een onmiddellijke beschaving wacht hen of een eeuwenlange diepe
+barbaarschheid, al naar het lot der wapenen.</p>
+
+<p>Zoo had Paganel, wiens hersenen van ongeduld gloeiden, de geheele
+geschiedenis van Nieuw-Zeeland zich voor den geest gehaald. Maar in deze
+geschiedenis kwam niets voor, dat regt gaf om dit gewest, uit twee
+eilanden bestaande, een vastland te noemen, en hadden eenige woorden van
+het document zijn verbeelding geprikkeld, deze beide lettergrepen
+<i>contin</i> hielden hem hardnekkig tegen op den weg eener nieuwe
+uitlegging.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_2" id="Footnote_1_2"></a><a href="#FNanchor_1_2"><span class="label">[1]</span></a> Later is gebleken, dat geheel Nieuw-Zeeland bij de
+inlanders Tawai-Maoeï heet. Tawaï-Poena-Moe is alleen de naam van een
+gedeelte van het middelste eiland.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="III" id="III"></a>III.</h3>
+
+<h3>Moordtooneelen op Nieuw-Zeeland.</h3>
+
+
+<p>Den 31<sup>sten</sup> Januarij, vier dagen na haar vertrek, had de <i>Macquarie</i> nog
+geen twee derden van den oceaan afgelegd, die tusschen Australië en
+Nieuw-Zeeland is ingeklemd. Will Halley hield zich weinig bezig met het
+bestuur van zijn vaartuig; hij liet alles maar begaan. Men zag hem
+zelden, waarover trouwens niemand zich beklaagde. Niemand zou er iets
+van gezegd hebben, dat hij altijd in zijn kajuit bleef, als de lompe
+schipper maar niet dagelijks dronken was geweest van jenever of
+brandewijn. Zijn matrozen volgden zijn voorbeeld, en zoo ooit een schip
+op Gods genade dreef, dan was het wel de <i>Macquarie</i> van de
+Twofold-baai.</p>
+
+<p>Die onvergefelijke achteloosheid verpligtte John Mangles steeds een oog
+in het zeil te houden. Mulrady en Wilson legden meer dan eens het roer
+om, op het oogenblik dat een stortzee de brik op zijde zou geworpen
+hebben. Dikwijls kwam Will Halley tusschen beide en raasde en tierde
+tegen de twee zeelieden. Dezen, die vrij kitteloorig waren, wenschten
+den dronkaard te mogen knevelen en hem, zoolang de reis nog mogt duren,
+in het ruim te stoppen. Maar John Mangles hield hen tegen en bedwong,
+niet zonder moeite, hun billijke verontwaardiging.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill05c" id="ill05c"></a>
+<img src="images/628.jpg" width="400" alt="Mulrady en Wilson legden meer dan eens het roer om." title="" />
+<span class="caption2">Mulrady en Wilson legden meer dan eens het roer om.</span>
+</div>
+
+<p>Deze toestand van het schip bekommerde hem; maar om Glenarvan niet
+ongerust te maken sprak hij er alleen met den majoor en met Paganel
+over. Mac Nabbs gaf hem met andere woorden denzelfden raad als Mulrady
+en Wilson.</p>
+
+<p>"Als gij dien maatregel noodig acht, John!" zeide Mac Nabbs, "moet gij
+zonder bedenken het bevel, of als gij dat liever wilt het bestuur van
+het schip op u nemen. Als die dronkaard ons te Auckland gebragt heeft,
+wordt hij weer meester aan boord, en mag hij, als hij lust daarin heeft,
+omslaan."</p>
+
+<p>"Zonder twijfel, mijnheer Mac Nabbs," antwoordde John, "en ik zal het
+doen ook, als het volstrekt moet. Zoo lang wij in volle zee zijn, is een
+beetje toezigt genoeg; mijn matrozen en ik verlaten het dek niet. Maar
+bij de nadering der kust wil ik wel weten, dat ik verlegen zal staan,
+wanneer die Will Halley niet nuchteren is."</p>
+
+<p>"Kunt gij den koers niet aangeven?" vroeg Paganel.</p>
+
+<p>"Dat zal moeijelijk gaan," antwoordde John. "Gij moet niet denken, dat
+er een zeekaart aan boord is."</p>
+
+<p>"Toch niet?"</p>
+
+<p>"Wel neen. De <i>Macquarie</i> is slechts een kustvaarder tusschen Eden en
+Auckland, en die Will Halley is zoo met dit vaarwater bekend, dat hij
+nooit hoogte neemt."</p>
+
+<p>"Hij verbeeldt zich zeker," antwoordde Paganel, "dat zijn schip den weg
+weet en zich zelf stuurt."</p>
+
+<p>"Ho! ho!" hernam John Mangles, "ik geloof niet aan schepen, die zich
+zelven sturen, en wanneer Will Halley in de nabijheid der kust dronken
+is, zal hij ons in groote verlegenheid brengen."</p>
+
+<p>"Dan mag ik wel lijden, dat hij zijn verstand op de kust zal
+opvisschen," zeide Paganel.</p>
+
+<p>"Dan zoudt gij geen kans zien om de <i>Macquarie</i> als het noodig zijn mogt
+naar Auckland te brengen?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Zonder de kaart van dit gedeelte der kust is het onmogelijk. De
+stranden zijn hier zeer gevaarlijk. Het is een reeks van onregelmatige
+en grillige inhammen, evenals de noorweegsche fiords. De riffen zijn
+talrijk en er is veel ervaring noodig om ze te vermijden. Hoe stevig een
+schip ook moge zijn, het moet vergaan, wanneer zijn kiel op een dier
+rotsen stoot, die maar eenige voeten onder water liggen."</p>
+
+<p>"En dan zit er voor de bemanning niets anders op dan naar de kust te
+vlugten?" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Mac Nabbs! wanneer de tijd het toelaat."</p>
+
+<p>"Een hard lot!" antwoordde Paganel, "want de kusten van Nieuw-Zeeland
+zijn juist niet herbergzaam, en de gevaren zijn even groot aan gene als
+aan deze zijde van den oever!"</p>
+
+<p>"Spreekt gij van de Maori's, mijnheer Paganel?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, mijn vriend! Hun naam is gevestigd in den Indischen oceaan. Het
+zijn geen beschroomde of stompe Australiërs, maar een schrander en
+bloeddorstig ras, kannibalen, die verlekkerd zijn op menschenvleesch,
+menscheneters, die geen medelijden kennen."</p>
+
+<p>"Wanneer dus," zeide de majoor, "kapitein Grant op de kusten van
+Nieuw-Zeeland schipbreuk geleden had, zoudt gij niet aanraden hem te
+gaan opzoeken?"</p>
+
+<p>"Op de kusten wel," antwoordde de aardrijkskundige; "want men zou alligt
+sporen van de <i>Britannia</i> vinden: maar in het binnenland niet; want dat
+zou niets baten. Elke Europeaan, die zich in dit noodlottige land waagt,
+valt in de handen der Maori's, en elke gevangene der Maori's is
+verloren. Ik heb mijn vrienden aangespoord om de Pampa's te doorkruisen,
+om Australië door te trekken; maar nooit zou ik ze medeslepen op de
+paden van Nieuw-Zeeland. De hemel zij ons genadig en God geve, dat wij
+nooit in de magt dier woeste inboorlingen vallen!"</p>
+
+<p>De vrees van Paganel was maar al te gegrond. Nieuw-Zeeland is zeer
+berucht, en al de voorvallen, die deszelfs ontdekking hebben gekenmerkt,
+staan met bloedige letters aangeteekend.</p>
+
+<p>Lang is de lijst der slagtoffers, die opgeschreven staan in het
+martelaarsboek der zeevaarders. Abel Tasman opende met zijn vijf gedoode
+en verslonden matrozen de bloedige jaarboeken van het kannibalisme. Na
+hem onderging kapitein Tukney met al zijn sloeproeijers hetzelfde lot.
+Op de hoogte van het noordelijke gedeelte der straat van Foveaux vonden
+vijf visschers van de <i>Sydney Cove</i> insgelijks den dood onder de tand
+der inboorlingen. Nog moeten aangehaald worden vier man van den schoener
+<i>Brothers</i>, in de haven van Molineux vermoord, verscheidene soldaten van
+generaal Gates, en drie weggeloopen matrozen van de <i>Mathilda</i>, voor men
+komt aan den naam van kapitein Marion Du Frène, die een treurige
+beroemdheid heeft verkregen.</p>
+
+<p>Den 11<sup>den</sup> Mei 1772, na de eerste reis van Cook, ankerde de fransche
+kapitein Marion in de Eilanden-baai met zijn schip de <i>Mascarin</i> en de
+<i>Castries</i>, kapitein Crozet. De huichelachtige Nieuw-Zeelanders
+ontvingen de aankomelingen zeer goed. Zij toonden zich zelfs beschroomd,
+en er waren geschenken, goede diensten, een dagelijksche verbroedering,
+een langdurige vriendelijke omgang noodig om hen aan boord te gewennen.</p>
+
+<p>Hun opperhoofd, de schrandere Takoeri, behoorde naar het zeggen van
+Dumont d'Urville tot den stam der Wangaroa, en was een bloedverwant van
+den inboorling, dien Surville twee jaren voor de komst van kapitein
+Marion verraderlijk had opgeligt.</p>
+
+<p>In een land, waar de eer van iederen Maori eischt, om ondergane
+beleedigingen met bloed af te wasschen, kon Takoeri den hoon niet
+vergeten, die zijn stam was aangedaan. Hij wachtte geduldig de komst van
+een europeesch schip af, zon op wraak, en volbragt ze met afgrijselijke
+koelbloedigheid.</p>
+
+<p>Na vrees voor de Franschen geveinsd te hebben, vergat Takoeri niets om
+hen in een bedriegelijke gerustheid te doen insluimeren. Hij sleet
+dikwijls met zijn makkers den nacht aan boord van de schepen. Zij
+bragten lekkere visschen mede. Hun dochters en vrouwen vergezelden hen.
+Zij leerden weldra de namen der officieren en noodigden hen uit om hun
+dorpen te bezoeken. Door den schijn bedrogen, doorliepen Marion en
+Crozet dus die geheele kust, die meer dan vier duizend innwoners telde.
+De inboorlingen gingen hun ongewapend te gemoet en trachtten hun een
+volkomen vertrouwen in te boezemen.</p>
+
+<p>Kapitein Marion was de Eilanden-baai ingelopen met plan om de tuigaadje
+der <i>Castries</i> te veranderen, die door de laatste stormen veel had
+geleden. Hij onderzocht daarom het binnenland, en vond den 23<sup>sten</sup> Mei
+een bosch van prachtige ceders, twee uren van de kust en digt bij een
+baai, een uur van de schepen.</p>
+
+<p>Daar werd een legerplaats opgeslagen, waar twee derden van de bemanning
+met bijlen en andere gereedschappen werkten om de boomen te vellen en de
+wegen te verbeteren, die naar de baai leidden. Twee andere posten werden
+uitgekozen, de een op het eilandje Motoe-Aro in het midden der haven,
+waar de zieken, de smeden en kuipers werden heengebragt, de andere aan
+den zeekant op het groote eiland, anderhalf uur van de schepen af; deze
+laatste stond in verband met de legerplaats der timmerlieden. Op al deze
+posten hielpen sterke en vriendelijke wilden de matrozen in hun
+verschillende werkzaamheden.</p>
+
+<p>Kapitein Marion had tot nog toe evenwel sommige maatregelen van
+voorzigtigheid niet verzuimd. De wilden kwamen nooit gewapend op zijn
+schip, en de sloepen gingen nooit anders dan goed gewapend aan land.
+Maar Marion en de wantrouwendste zijner officieren werden door de
+manieren der inboorlingen om den tuin geleid, en de bevelhebber gaf last
+de sloepen te ontwapenen. Kapitein Crozet wilde echter Marion bewegen om
+dit bevel in te trekken. Het gelukte hem niet.</p>
+
+<p>Nu verdubbelden de oplettendheden en de voorkomendheid der
+Nieuw-Zeelanders. Hun opperhoofden en de officieren leefden op den voet
+van volkomen hartelijkheid. Meermalen nam Takoeri zijn zoon mede aan
+boord en liet hem in de hutten slapen. Den 8<sup>sten</sup> Junij werd Marion, bij
+een plegtig bezoek, dat bij aan land aflegde als het "grootste
+opperhoofd" van het geheele land erkend, en vier witte vederen
+versierden als eereteekens zijn haar.</p>
+
+<p>Zoo verliepen drie en dertig dagen na de aankomst der schepen in de
+Eilanden-baai. De werkzaamheden aan de tuigaadje vorderden goed; de
+watervaten werden aan de bron van Motoe-Aro gevuld. Kapitein Crozet
+bestuurde in persoon den post der timmerlieden, en alles gaf regt tot de
+hoop, dat de onderneming met een goeden uitslag bekroond zou worden.</p>
+
+<p>Den 12<sup>den</sup> Junij ten twee ure werd de sloep van den bevelhebber uitgezet
+voor een voorgenomen vischpartij aan den voet van het dorp van Takoeri.
+Marion stapte er in met de twee jonge officieren Vaudricourt en Leboux,
+een vrijwilliger, den wapenkapitein en twaalf matrozen. Takoeri en vijf
+andere opperhoofden vergezelden hem. Niets kon de vreeselijke ramp doen
+vermoeden, die zestien van de zeventien Europeanen wachtte.</p>
+
+<p>De sloep stak af, roeide naar land en weldra was ze uit het gezigt van
+de twee schepen.</p>
+
+<p>'s Avonds kwam kapitein Marion niet aan boord slapen. Niemand maakte
+zich ongerust over zijn uitblijven. Men meende, dat hij de werf had
+willen bezoeken en er den nacht doorbrengen.</p>
+
+<p>Den volgenden dag, ten vijf ure, ging de sloep der <i>Castries</i> volgens
+gewoonte water halen op het eiland Motoe-Aro. Zij kwam zonder ongelukken
+aan boord terug.</p>
+
+<p>Ten negen ure zag de wachthebbende matroos van de <i>Mascarin</i> een bijna
+uitgeput man in zee, die naar de schepen zwom. Een sloep roeide naar hem
+toe en bragt hem aan boord terug.</p>
+
+<p>Het was Turner, een der roeijers van Marion. In de zijde had hij een
+wond, door twee lanssteken veroorzaakt, en hij alleen kwam terug van de
+zeventien man, die den vorigen dag het schip hadden verlaten.</p>
+
+<p>Hij werd ondervraagd, en nu kwamen spoedig al de bijzonderheden van dit
+verschrikkelijk treurspel aan het licht.</p>
+
+<p>De sloep van den ongelukkigen Marion was 's morgens ten zeven ure bij
+het dorp gekomen. De wilden gingen hun gasten vrolijk te gemoet. Op hun
+schouders droegen zij de officieren en matrozen, die zich niet wilden
+natmaken bij het aan land gaan. Daarna verstrooiden de Franschen zich.</p>
+
+<p>Dadelijk vielen de wilden met lansen, knodsen en stokken op hen aan,
+tien tegen één, en vermoordden hen. De matroos Turner, door twee
+lanssteken getroffen, had het geluk zijn vijanden te ontsnappen en zich
+in het kreupelhout te verbergen. Daar was hij getuige van afschuwelijke
+tooneelen. De wilden beroofden de lijken van hun kleeren, sneden hun den
+buik open, hakten ze in stukken....</p>
+
+<p>Nu sprong Turner onbemerkt in zee, en werd stervende door de sloep der
+<i>Mascarin</i> opgenomen.</p>
+
+<p>Die gebeurtenis verspreidde ontsteltenis onder de bemanning der twee
+schepen. Een wraakgeschrei steeg omhoog. Maar voor men de dooden
+wreekte, moest men de levenden redden. Er waren drie posten aan wal, en
+duizenden bloedgierige wilden, op menschenvleesch beluste kannibalen,
+omsingelden hen.</p>
+
+<p>Bij ontstentenis van kapitein Crozet, die den nacht had doorgebragt op
+de werf, nam de eerste officier Duclesmeur de noodige maatregelen. De
+sloep der <i>Mascarin</i> werd afgezonden met een officier en een afdeeling
+soldaten. Voor alles moest die officier bijstand verleenen aan de
+timmerlieden. Hij vertrok, voer de kust langs, zag de boot van den
+kommandant Marion op het strand liggen en landde.</p>
+
+<p>Kapitein Crozet, die, zooals reeds gezegd is, niet aan boord was, wist
+niets van den moord af, toen hij 's namiddags tegen twee ure de
+afdeeling zag verschijnen. Hij vermoedde een ongeluk. Hij ging vooruit
+en vernam het gebeurde. Hij verbood er zijn makkers kennis van te geven,
+om hen niet te beangstigen.</p>
+
+<p>De wilden bezetten in groote troepen al de hoogten. Kapitein Crozet liet
+de voornaamste gereedschappen medenemen, begroef de andere, verbrandde
+de loodsen en ving met zestig man den terugtogt aan.</p>
+
+<p>De inboorlingen volgden hem onder het geschreeuw: "Takoeri heeft Marion
+gedood!" Zij hoopten den matrozen schrik aan te jagen, door hun den dood
+hunner opperhoofden mede te deelen. In woede ontstoken wilden dezen op
+die ellendelingen instormen. Kapitein Crozet kon hen naauwelijks in
+bedwang houden.</p>
+
+<p>Twee uren duurde de aftogt. De afdeeling bereikte den oever, trok de
+manschappen van den tweeden post aan zich, en ging aan boord van de
+sloepen. Een duizendtal wilden hadden al dien tijd roerloos op den grond
+gezeten. Maar toen de sloepen van wal staken, begonnen de steenen te
+vliegen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill06c" id="ill06c"></a>
+<img src="images/636.jpg" width="400" alt="... vier matrozen, goede schutters...." title="" />
+<span class="caption2">... vier matrozen, goede schutters....</span>
+</div>
+
+<p>Terstond velden vier matrozen, goede schutters, achtereenvolgens al de
+opperhoofden, tot groote verbazing der inboorlingen, die onbekend waren
+met de uitwerking der vuurwapenen.</p>
+
+<p>Kapitein Crozet beklom de <i>Mascarin</i> en zond de sloep terstond naar bet
+eiland Motoe-Aro. Een afdeelig soldaten bleef den nacht over op het
+eiland, en de zieken werden weder aan boord gebragt.</p>
+
+<p>'s Anderendaags werd de post door een tweede afdeling soldaten
+versterkt. Het eiland moest schoongeveegd worden van de wilden, die het
+onveilig maakten, en men moest verder water innemen. Motoe-Aro had een
+dorp met drie honderd inwoners. De Franschen tastten het aan.</p>
+
+<p>Zes opperhoofden werden gedood, de overige inlanders met de bajonnet
+overhoop gestoken, het dorp verbrand.</p>
+
+<p>De <i>Castries</i> kon echter zonder masten geen zee kiezen, en Crozet, nu
+verpligt om af te zien van de boomen uit het cederbosch, moest gewangde
+masten maken. Het water innemen werd voortgezet.</p>
+
+<p>Zoo verliep er een maand. De wilden beproefden eenige malen het eiland
+Motoe-Aro te hernemen; maar het gelukte hun niet. Wanneer hun praauwen
+onder het bereik van bet scheepsgeschut kwamen, werden ze in den grond
+geschoten.</p>
+
+<p>Eindelijk waren de werkzaamheden afgeloopen. Nu moest men men nog te
+weten komen, of soms een der zestien slagtoffers den moord had
+overleefd; de anderen moesten gewroken worden. De sloep, sterk bemand
+met officieren en soldaten, roeide naar het dorp van Takoeri. Bij hun
+nadering vlugtte dat trouwelooze en lafhartige opperhoofd, met den
+mantel van den kommandant Marion over de schouders. De hutten van zijn
+dorp werden naauwkeurig onderzocht. In zijn woning vond men den
+hersenpan van een man, die pas gebraden was. De indruksels van de tanden
+des kannibaals waren er nog aan te zien. Een menschendij was aan een
+houten braadspit gestoken. Een hemd met bebloeden boord werd herkend als
+het hemd van Marion, daarna de kleederen en pistolen van den jeugdigen
+Vaudricourt, de wapenen der sloep en verscheurde kleedingstukken.
+Verder, in een ander dorp, schoongemaakte en gebraden ingewanden van een
+mensch.</p>
+
+<p>Die onweersprekelijke bewijzen van moord en menscheneten werden
+bijeengezameld en die menschelijke overblijfselen eerbiedig begraven.
+Vervolgens werden de dorpen van Takoeri en Piki-Ore, zijn medepligtige,
+in den asch gelegd. Den 14<sup>den</sup> Julij 1772 verlieten de twee schepen die
+noodlottige wateren.</p>
+
+<p>Ziedaar het verhaal van een onheil, waarmede iedere reiziger moet bekend
+zijn, die een voet zet op de kust van Nieuw-Zeeland. De kapitein, die
+zijn voordeel niet doet met die les, handelt hoogst onvoorzigtig. De
+Nieuw-Zeelanders zijn altijd trouweloos en menscheneters. Ook Cook
+ondervond dit op zijn tweede reis in 1773.</p>
+
+<p>Toen de sloep van een zijner schepen, de <i>Adventure</i>, kapitein Furneaux,
+den 17<sup>den</sup> December aan land was gegaan om een voorraad wilde kruiden te
+halen, kwam ze niet terug. Zij was bemand met een adelborst en negen
+matrozen. Kapitein Furneaux werd ongerust en zond luitenant Burney om
+hen op te zoeken. Toen Burney aan de landingsplaats kwam, vond hij, zegt
+hij, "een tooneel van bloeddorst en barbaarschheid, waarvan men
+onmogelijk zonder afgrijzen kan spreken; de hoofden, ingewanden en
+longen van verscheidene onzer makkers lagen op het zand verstrooid, en
+op korten afstand verslonden eenige honden nog andere overblijfselen van
+dien aard."</p>
+
+<p>Ten besluite van die bloedige lijst voegen wij er nog het schip
+<i>Brothers</i> bij, dat in 1815 door de Nieuw-Zeelanders aangetast werd, en
+de geheele bemanning der <i>Boyd</i>, kapitein Thompson, die in 1820 werd
+vermoord. Den 1<sup>sten</sup> Maart 1829 eindelijk plunderde te Valkitas het
+opperhoofd Enararo de engelsche brik <i>Hawes</i> van Sydney; zijn
+kannibalenhorde vermoordde verscheidene matrozen, braadde de lijken en
+verslond ze.</p>
+
+<p>Zoo'n land was dat Nieuw-Zeeland, waarheen de <i>Macquarie</i> stevende, met
+haar onbekwame bemanning onder het bevel van een dronkaard.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h3>
+
+<h3>De branding.</h3>
+
+
+<p>Nog was er geen eind te zien aan die lastige overvaart. Den 2<sup>den</sup>
+Februarij, zes dagen na haar vertrek, was de <i>Macquarie</i> nog niet eens
+in het gezigt van Auckland. De wind was toch goed en bleef in het
+zuidwesten; maar de stroom was tegen, en de brik vorderde bijna niet. De
+onstuimige en holle zee deed het bovenschip werken; de inhouten
+kraakten, en zij rees met moeite uit het golfdal op. Het want, de
+pardoens, de slecht aangehaalde staggen lieten vrij spel aan de masten,
+die bij iedere slingering hevig schudden.</p>
+
+<p>Gelukkig dat Will Halley, als iemand die niet gehaast is, niet te veel
+zeil bijzette; want dan zou al het want onfeilbaar naar beneden gekomen
+zijn. John Mangles hoopte daarom, dat die slechte romp zonder verder
+ongeval de haven zou bereiken; maar het deed hem leed dat zijn
+reisgenooten zoo slecht gehuisvest waren aan boord van die brik.</p>
+
+<p>Noch lady Helena noch Mary Grant klaagden echter, hoewel een aanhoudende
+regen haar dwong in het vooronder te blijven. Daar hadden zij veel
+hinder van het gebrek aan lucht en het stampen van het vaartuig. Daarom
+kwamen zij ook dikwijls op het dek den toorn des hemels tarten, tot
+onuitstaanbare windvlagen haar dwongen om weer naar beneden te gaan. Dan
+keerden zij in die bekrompene ruimte terug, die beter geschikt was om
+koopwaren te bergen dan passagiers en vooral dames.</p>
+
+<p>Haar vrienden zochten haar dan wat afleiding te geven. Paganel deed zijn
+best om den tijd met zijn verhalen te dooden; maar het gelukte hem
+slecht. Want de gemoederen waren geheel ontstemd door deze thuisreis.
+Hadden de verhandelingen van den aardrijkskundige over de Pampa's en
+Australië vroeger allen veel belang ingeboezemd, koel en onverschillig
+lieten hen thans zijn opmerkingen en mededeelingen over Nieuw-Zeeland.
+Bovendien, naar dit nieuwe land treuriger gedachtenis ging men zonder
+overtuiging, niet vrijwillig, maar door het lot voortgezweept.</p>
+
+<p>Van al de passagiers der <i>Macquarie</i> was lord Glenarvan het meest te
+beklagen. Men zag hem zelden in het vooronder. Hij kon het er niet
+uithouden. Zijn zenuwachtig overspannen gestel kon zich niet voegen naar
+een opsluiting tusschen vier enge schotten. Des daags, 's nachts zelfs
+bleef hij, zonder zich aan de regenbuijen te storen, op het dek, nu eens
+over de leuning hangende, dan weer met koortsige drift op en neer
+loopende. Zijn blik was onafgewend naar den gezigteinder gerigt. Wanneer
+het weer een oogenblik bedaarde, onderzocht hij hem trouw met zijn
+kijker. Het scheen, als wilde hij die stomme golven ondervragen. Hoe
+gaarne zou hij met de hand den nevel verscheurd hebben, die den
+gezigteinder omsluijerde, en de dampen, die zich daar zamenpakten. Hij
+kon zich niet onderwerpen, en zijn gelaat teekende bittere smart. Het
+was de krachtige tot nog toe steeds gelukkige en magtige man, wien de
+magt en het geluk op eens ontvielen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill07c" id="ill07c"></a>
+<img src="images/640.jpg" width="400" alt="Glenarvan bleef op het dek." title="" />
+<span class="caption2">Glenarvan bleef op het dek.</span>
+</div>
+
+<p>John Mangles verliet hem niet en verdroeg aan zijne zijde de guurheid
+des weders. Dien dag bespiedde Glenarvan met nog grooter volharding den
+gezigteinder, overal waar zich maar een scheur in den nevel vertoonde.
+John ging bij hem staan en vroeg:</p>
+
+<p>"Zoekt uwe Edelheid het land?"</p>
+
+<p>Glenarvan schudde van neen.</p>
+
+<p>"En toch moet gij wel verlangen van deze brik af te komen," hernam de
+jonge kapitein. "Reeds voor zes en dertig uren hadden wij de vuren van
+Auckland in het gezigt moeten hebben."</p>
+
+<p>Glenarvan antwoordde niet. Hij bleef maar uitzien, en een minuut lang
+hield hij den kijker op den gezigteinder te loefwaart gerigt.</p>
+
+<p>"Het land ligt dien kant niet uit," zeide John Mangles. "Uwe Edelheid
+moet het te lijwaart zoeken."</p>
+
+<p>"Waarom, John?" antwoordde Glenarvan. "Ik zoek het land niet!"</p>
+
+<p>"Wat dan, mylord?"</p>
+
+<p>"Mijn jagt! Mijn <i>Duncan</i>!" antwoordde Glenarvan toornig. "Daar, in deze
+wateren moet het zijn, daar rooft het op zee, daar oefent het het
+treurig bedrijf van zeeschuimer uit! Daar is het, zeg ik u! daar, John!
+op dezen weg van de schepen tusschen Australië en Nieuw-Zeeland. En mijn
+voorgevoel zegt mij, dat wij het zullen ontmoeten."</p>
+
+<p>"God beware ons voor die ontmoeting, mylord!"</p>
+
+<p>"Waarom, John?"</p>
+
+<p>"Uwe Edelheid vergeet den toestand, waarin wij verkeeren. Wat zouden we
+op deze brik doen, als de <i>Duncan</i> er jagt op maakte! Wij zouden niet
+eens kunnen vlugten!"</p>
+
+<p>"Vlugten, John?"</p>
+
+<p>"Ja, mylord! wij zouden het te vergeefs beproeven! Wij zouden genomen en
+aan de genade dier onmenschen overgeleverd worden, en Ben Joyce heeft
+getoond, dat hij niet voor een misdaad terugdeinsde. Ik geef niet veel
+om ons leven! Wij zouden ons tot het uiterste verdedigen! Het zij zoo!
+Maar dan? Denk aan lady Glenarvan, mylord! Denk aan Mary Grant!"</p>
+
+<p>"Arme vrouwen!" mompelde Glenarvan. "John! mijn hart is gebroken, en
+soms voel ik het door de wanhoop overmeesteren. Het komt mij voor, dat
+nieuwe rampen ons wachten, dat de hemel zich tegen ons heeft verklaard!
+Ik ben bang!"</p>
+
+<p>"Gij, mylord?"</p>
+
+<p>"Niet voor mij zelven, John! maar voor degenen, die ik bemin, voor
+degenen, die gij ook bemint!"</p>
+
+<p>"Stel u gerust, mylord!" antwoordde de jonge kapitein. "Gij moet niet
+meer vreezen! De <i>Macquarie</i> zeilt slecht, maar vordert toch. Will
+Halley is een stompzinnig wezen, maar ik ben er ook, en wanneer ik het
+gevaarlijk acht het land te naderen, kies ik weder het ruime sop. Van
+dien kant is er dus weinig of geen gevaar. Maar God beware ons, dat de
+<i>Duncan</i> ons aan boord klampt, en zoo Uwe Edelheid tracht haar in het
+oog te krijgen, doe het dan om haar te vermijden, om haar te
+ontvlugten."</p>
+
+<p>John Mangles had gelijk. Een ontmoeting met de <i>Duncan</i> zou noodlottig
+afloopen voor de <i>Macquarie</i>. En die ontmoeting was toch zeer mogelijk
+in die zeeën, welke de zeeroovers zonder gevaar konden afschuimen. Dien
+dag ten minste verscheen het jagt echter niet, en de zesde nacht na het
+vertrek uit de Twofold-baai brak aan, zonder dat de vrees van John
+Mangles werd verwezenlijkt.</p>
+
+<p>Maar die nacht zou verschrikkelijk zijn. Ten zeven ure werd het bijna
+geheel donker. De hemel had een dreigend voorkomen. Het zeemansinstinct,
+dat magtiger was dan de verstomping der dronkenschap, werkte op Will
+Halley. Hij verliet zijn kajuit, wreef zich de oogen uit en schudde zijn
+dik rood hoofd. Daarop haalde hij diep adem, gelijk een ander een groot
+glas water zou uitgezwolgen hebben om weer bij te komen, en onderzocht
+het tuig.</p>
+
+<p>De wind stak op, en een streek westelijker draaijende, stond hij vlak op
+de zeelandsche kust.</p>
+
+<p>Will Halley riep vloekende zijn matrozen, liet de bramzeilsschoten
+aanhalen en de nachtzeilen aanslaan. John Mangles keurde dit goed; maar
+sprak geen woord. Hij wilde zich met dien lompen zeeman in geen gesprek
+inlaten. Maar hij en Glenarvan verlieten het dek niet. Twee uren later
+stak er een fiksche koelte op. Halley liet de marszeilen digtreven. Het
+werk zou te zwaar geweest zijn voor vijf man, als de <i>Macquarie</i> geen
+dubbele ra had gevoerd, naar het amerikaansche stelsel. Daardoor was het
+genoeg de bovenste ra te strijken, om het marszeil zoo klein mogelijk te
+maken.</p>
+
+<p>Zoo verliepen er twee uren. De zee werd onstuimiger. De <i>Macquarie</i>
+schudde zoo hevig, dat het scheen, alsof ze met de kiel langs de rotsen
+schuurde. Het was toch zoo niet, maar die logge romp rees moeijelijk op
+de golven. Ook sloegen de terugloopende golven met geweld over het
+schip. De boot, die aan bakboordszijde hing, werd door een golf
+weggeslagen.</p>
+
+<p>John Mangles begon ongerust te worden. Elk ander schip zou weinig
+gegeven hebben om die golven, die niet heel geducht waren. Maar met
+zoo'n log vaartuig liep men gevaar loodregt te zinken; want het dek liep
+vol, zoo dikwijls het onder de golven dook, en het water, dat niet
+spoedig genoeg door de spiegaten kon wegloopen, kon het schip
+overstelpen. Om op alles voorbereid te zijn had men de schanskleeden met
+bijlen moeten stuk hakken, om het wegloopen van het water te bevorderen.
+Maar Will Halley weigerde die voorzorg te nemen.</p>
+
+<p>Ook bedreigde een grooter gevaar de <i>Macquarie</i>, dat het nu te laat was
+om te voorkomen.</p>
+
+<p>Omstreeks half twaalf vernamen John Mangles en Wilson, die aan lij
+stonden, een vreemd geraas. Hun zeemansinstinct ontwaakte. John greep de
+hand van den matroos.</p>
+
+<p>"De branding!" zeide hij.</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Wilson. "De golven breken op banken."</p>
+
+<p>"Hoogstens twee kabellengten van ons af?"</p>
+
+<p>"Hoogstens! Daar is het land!"</p>
+
+<p>John bukte over de verschansing, zag naar de donkere golven en riep:
+"Het dieplood, Wilson! Het dieplood!"</p>
+
+<p>De schipper, die op de voorplecht stond, scheen geen begrip van zijn
+toestand te hebben. Wilson greep het dieplood, dat in een balie opgerold
+lag, en snelde in de rusten van het fokkewant. Hij wierp het lood uit;
+de lijn gleed tusschen zijn vingers door. Bij den derden knoop raakte
+het lood grond.</p>
+
+<p>"Drie vaâm!" riep Wilson.</p>
+
+<p>"Kapitein!" zeide John op Will Halley toeloopende, "wij zijn in de
+branding."</p>
+
+<p>Halley haalde de schouders op, hetgeen John misschien niet eens zag.
+Althans hij liep naar den roerganger, wendde het roer, terwijl Wilson
+het dieplood liet slippen en het groot marszeil braste om het schip te
+doen oploeven. De matroos aan het roer, zoo ruw weggeduwd, had niets van
+dien onverwachten aanval begrepen.</p>
+
+<p>"Los de loefbrassen!" schreeuwde de jonge kapitein, die zijn best deed
+om van de riffen af te komen.</p>
+
+<p>Een halve minuut lang streek de stuurboordswindvering van de brik er
+langs, en ondanks de duisternis van den nacht bemerkte John een streep
+van wit schuim op vier vaam van het schip.</p>
+
+<p>Toen Will Halley eindelijk besef kreeg van dat dringende gevaar, was hij
+radeloos. Zijn nog half beschonken matrozen begrepen zijn bevelen niet.
+Ook bewezen zijn onzamenhangende woorden en tegenstrijdige bevelen, dat
+die domme dronkaard geen koelbloedigheid bezat. Hij was verrast door de
+nabijheid van het land, dat acht mijlen te lijwaart lag, toen hij er nog
+wel dertig of veertig van af meende te zijn. De stroom had dien niets
+beteekenenden sleurvolger van den gewonen weg afgedreven en in het naauw
+gebragt.</p>
+
+<p>De vlugge bewegingen van John Mangles hadden intusschen de <i>Macquarie</i>
+buiten de branding gebragt. Maar John wist niet, waar hij was. Misschien
+bevond hij zich wel in een kring van riffen. De wind was vlak oost en
+bij iedere overlangsche slingering kon het schip stooten.</p>
+
+<p>En werkelijk verdubbelde weldra het geraas van de branding vooruit aan
+stuurboordszijde. Weder moest men oploeven. John wendde het roer en
+braste. De branding nam toe onder den steven der brik, en hij was
+verpligt bij den wind over te wenden om weer in het ruime sop te komen.
+Zou die beweging gelukken met een schip, dat slecht in evenwigt lag en
+zeil geminderd had? Dat was onzeker, maar het moest beproefd worden.</p>
+
+<p>"Te lijwaart het roer!" beval John Mangles aan Wilson. De <i>Macquarie</i>
+kwam weer digter bij de nieuwe rij riffen. Weldra schuimde de zee,
+wanneer ze brak op de met water bedekte rotsen.</p>
+
+<p>Het was een onbeschrijfelijk angstig oogenblik. Het schuim maakte de zee
+lichtgevende. Men zou gezegd hebben, dat zij plotseling beschenen werden
+door een verschijnsel van phosphorescentie. De zee loeide, alsof ze de
+stem dier klippen uit de oudheid had bezeten, waaraan de heidensche
+fabelleer leven gaf. Wilson en Mulrady hingen met hun volle zwaarte op
+het stuurrad. Het roer raakte grond.</p>
+
+<p>Daar had op eens een schok plaats. De <i>Macquarie</i> was op een rots
+geloopen. De schoren van den boegspriet braken en bragten de stevigheid
+van den fokkemast in gevaar. Zou het wenden zonder verdere schade
+afloopen?</p>
+
+<p>Neen, want op eens werd het stil en het schip verviel weer in de lij.
+Het werd terstond in zijne beweging gestuit. Een hooge golf greep het
+van onderen aan en stuwde het verder op de riffen, waar het met groot
+geweld neerviel. De fokkemast kwam met al het tuig naar beneden. De brik
+draaide een paar keeren rond en bleef onbewegelijk op zijde liggen,
+waarbij het stuurboord een hoek van dertig graden maakte.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill08c" id="ill08c"></a>
+<img src="images/647.jpg" width="400" alt="De fokkemast kwam met al het tuig naar beneden." title="" />
+<span class="caption2">De fokkemast kwam met al het tuig naar beneden.</span>
+</div>
+
+<p>De ruiten der kap waren in duizend stukken gebroken. De passagiers
+stormden naar buiten. Maar de golven sloegen met zulk een geweld over
+het dek, dat zij er niet veilig waren. Wel wetende, dat het schip diep
+in het zand was gewoeld, verzocht John Mangles hun weder in het
+vooronder te gaan.</p>
+
+<p>"De waarheid, John?" vroeg Glenarvan bedaard.</p>
+
+<p>"De waarheid, mylord! is, dat wij niet zinken zullen," antwoordde John
+Mangles. "Een andere vraag is, of het schip soms uiteen zal geslagen
+worden; maar wij hebben tijd om middelen tot redding te bedenken."</p>
+
+<p>"Het is middernacht?"</p>
+
+<p>"Ja, mylord! Wij moeten den dag afwachten."</p>
+
+<p>"Kunnen wij de boot niet uitzetten?"</p>
+
+<p>"Bij zulk een holle zee en zulk een duisternis is dat onmogelijk! En
+waar zullen wij ook landen?"</p>
+
+<p>"Welnu, John! dan zullen wij hier blijven, tot het dag is."</p>
+
+<p>Intusschen liep Will Halley als een krankzinnige over het dek van het
+schip. Zijne matrozen, die van hun schrik bekomen waren, sloegen een vat
+brandewijn den bodem in, en begonnen te drinken. John voorzag, dat hun
+dronkenschap weldra aanleiding zou geven tot verschrikkelijke tooneelen.</p>
+
+<p>Er viel niet op te rekenen, dat de kapitein hen in toom zou houden. De
+ongelukkige rukte zich de haren uit het hoofd en wrong de handen. Hij
+dacht alleen aan zijn lading, die niet verzekerd was.</p>
+
+<p>"Ik ben doodarm! Ik ben doodarm!" riep hij, terwijl hij van het eene
+boord naar het andere liep.</p>
+
+<p>John Mangles dacht er volstrekt niet aan om hem te troosten. Hij zorgde,
+dat zijn makkers zich wapenden, en allen hielden zich gereed om de
+matrozen af te slaan, die onder ijselijke vloeken zich volzopen met
+brandewijn.</p>
+
+<p>"Den eersten van die ellendelingen, die het vooronder nadert, schiet ik
+als een hond dood," zeide de majoor heel bedaard.</p>
+
+<p>De matrozen zagen zeker, dat de passagiers voornemens waren hen op een
+eerbiedigen afstand te houden; want na eenige pogingen om te plunderen
+dropen zij af.</p>
+
+<p>John Mangles bekommerde zich niet verder om die beschonkenen en wachtte
+vol ongeduld, dat het dag werd.</p>
+
+<p>Het schip zat nu zoo vast als een muur. De zee bedaarde langzamerhand.
+De wind ging liggen. De romp kon het dus nog eenige uren uithouden. Bij
+zonsopgang zou John het land onderzoeken. Wanneer het een gemakkelijke
+landingsplaats opleverde, zou de jol, het eenig overgebleven bootje, tot
+vervoer van de bemanning en de reizigers dienen. Minstens zouden er drie
+reizen noodig zijn, want er was voor niet meer dan vier personen plaats.
+Wat de boot betreft, deze was, zooals wij gezien hebben, door een golf
+weggeslagen.</p>
+
+<p>Terwijl hij zoo peinsde over het gevaarlijke van hun toestand, luisterde
+John Mangles, die tegen de kap leunde, naar het geraas van de branding.
+Zijn blik poogde door de diepe duisternis heen te boren. Hij vroeg zich
+af, hoe ver dat tegelijk gewenschte en gevreesde land wel van hen af
+was. De branding toch strekt zich dikwijls uren ver van een kust uit.
+Zou het ranke vaartuigje bestand zijn tegen een eenigzins langen
+overtogt?</p>
+
+<p>Terwijl John zoo in gedachten verzonken was en licht vroeg aan dien
+pikdonkeren hemel, lagen de reizigsters, op zijn woord vertrouwende, op
+haar slaapsteden uitgestrekt. De onbewegelijkheid der brik verzekerde
+haar eenige uren rust. Glenarvan, John en hunne makkers verkwikten zich
+ook, nu het geschreeuw der stomdronken matrozen bedaard was, met een
+korten slaap, en ten een ure na middernacht heerschte er een diepe
+stilte op die brik, die zelve sluimerde op haar bed van zand.</p>
+
+<p>Tegen vier ure begon het in het oosten te schemeren. De wolken werden
+een weinig gekleurd door de zwakke stralen van het morgenlicht. John
+klom weder op het dek. De gezigteinder was met een gordijn van nevelen
+bedekt. Eenige flaauw begrensde omtrekken zweefden op zekere hoogte in
+de morgendampen. De zee deinde nog een beetje, en de golven verloren
+zich in digte onbewegelijke wolken.</p>
+
+<p>John wachtte. Het werd langzamerhand lichter en de gezigteinder nam een
+roode kleur aan. De gordijn werd langzaam voor het groote achtertooneel
+opgehaald. Zwarte riffen staken boven het water uit. Daarop teekende
+zich een lijn af op een streep van schuim; door de nog onzigtbare schijf
+der opgaande zon beschenen, werd een hoog gelegen punt verlicht, als
+ware het een kustvuur op een heuveltop.</p>
+
+<p>"Land!" riep John Mangles.</p>
+
+<p>Door dat geroep ontwaakt, ijlden zijne makkers naar het dek van de brik,
+en beschouwden zij zwijgend de kust, die aan den gezigteinder opdoemde.
+Herbergzaam of vijandelijk, zij moest nu wel hun toevlugtsoord zijn.</p>
+
+<p>"Waar is Will Halley?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik weet het niet, mylord!" antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"En zijn matrozen?"</p>
+
+<p>"Ook verdwenen."</p>
+
+<p>"En zeker even stomdronken als hij," voegde Mac Nabbs er bij.</p>
+
+<p>"Zoek ze," zeide Glenarvan; "wij kunnen ze toch niet op dit schip
+achterlaten."</p>
+
+<p>Mulrady en Wilson gingen naar de bak en waren in een paar minuten terug.
+Ze was ledig. Nu doorzochten zij het tusschendek en het ruim. Zij vonden
+noch Will Halley noch diens matrozen.</p>
+
+<p>"Hoe! niemand?" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Zijn ze in zee gevallen?" vroeg Paganel.</p>
+
+<p>"Alles is mogelijk," antwoordde John Mangles, die zeer ongerust werd
+over die verdwijning.</p>
+
+<p>Zich vervolgens naar achteren begevende, zeide hij: "In de boot!"</p>
+
+<p>Wilson en Mulrady volgden hem om de jol uit te zetten.</p>
+
+<p>Het bootje was verdwenen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="V" id="V"></a>V.</h3>
+
+<h3>De nieuwbakken matrozen.</h3>
+
+
+<p>Er viel niet aan te twijfelen, of Will Halley en zijn matrozen hadden
+van den nacht en den slaap der passagiers gebruik gemaakt om met het
+eenige bootje van de brik te ontvlugten. Die kapitein, wien de pligt
+gebood tot het laatste aan boord te blijven, was de eerste geweest om
+het te verlaten.</p>
+
+<p>"Die schurken zijn weg!" zeide John Mangles. "Welnu, des te beter,
+mylord! Zij besparen ons daardoor menig onaangenaam tooneel."</p>
+
+<p>"Dat denk ik ook," antwoordde Glenarvan; "bovendien is er toch nog een
+kapitein aan boord, John, en moedige, zooal niet bekwame, matrozen, uwe
+makkers. Beveel! wij zijn gereed om te gehoorzamen."</p>
+
+<p>De majoor, Paganel, Robert, Wilson, Mulrady, zelfs Olbinett juichten de
+woorden van Glenarvan toe, en op het dek geschaard stelden zij zich ter
+beschikking van John Mangles.</p>
+
+<p>"Wat moeten wij doen?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>De jonge kapitein zag naar de zee, naar het gebrekkige tuig van de brik,
+en zeide na eenig nadenken:</p>
+
+<p>"Wij hebben twee middelen; mylord! om ons uit dezen toestand te redden:
+het schip ligten en zee kiezen, of op een vlot, dat gemakkelijk
+getimmerd kan worden, de kust bereiken."</p>
+
+<p>"Wanneer het schip geligt kan worden, moesten we dat doen," antwoordde
+Glenarvan. "Het is het beste, wat wij doen kunnen, niet waar?"</p>
+
+<p>"Ja, Uwe Edelheid! want al zijn wij aan land, wat zouden wij dan nog
+aanvangen zonder middelen van vervoer?"</p>
+
+<p>"Wij moeten de kust mijden," voegde Paganel er bij. "Nieuw-Zeeland is
+niet te vertrouwen!"</p>
+
+<p>"Te meer, omdat wij een heel eind uit den koers gedreven zijn," hernam
+John. "De lompheid van Halley heeft ons zeker te ver zuidelijk gebragt.
+Ten twaalf ure zal ik mijn bestek maken, en wanneer wij, zooals ik gis,
+beneden Auckland zijn, zal ik trachten met de <i>Macquarie</i> langs de kust
+op te werken."</p>
+
+<p>"Maar de avery van de brik?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Ik geloof niet, dat die van veel belang is, mevrouw!" antwoordde John
+Mangles. "Ik zal een noodmast opzetten in plaats van den fokkemast, en
+wij zullen varen,&mdash;langzaam, weliswaar,&mdash;maar wij zullen toch gaan,
+waarheen wij willen. Is bij ongeluk het hol van het schip lek, of kan
+het niet vlot gemaakt worden, dan zullen wij ons moeten getroosten aan
+wal te gaan en te land naar Auckland reizen."</p>
+
+<p>"Onderzoeken wij dan eerst den staat van het schip," zeide de majoor.
+"Dat is vooreerst het noodigste."</p>
+
+<p>Glenarvan, John en Mulrady openden het groote luik en klommen in het
+ruim af. Daar stonden omtrent twee honderd slecht gestuwde vaten met
+gelooide huiden. Men kon ze, zonder veel moeite verplaatsen, door middel
+van takels vastgemaakt aan de groote stag loodregt boven het luik. John
+liet terstond een gedeelte van die lading over boord werpen om het
+vaartuig te ligten.</p>
+
+<p>Na drie uren hard gewerkt te hebben kon men den bodem van de brik
+onderzoeken. Twee naden van de buitenhuid op de hoogte van de barghouten
+waren aan bakboordszijde open. Daar nu de <i>Macquarie</i> over stuurboord
+krengde, stak de andere zijde boven water uit, en waren de beschadigde
+naden zigtbaar. Het water kon er derhalve indringen. Wilson haastte zich
+om de reten te stoppen met werk en een blad koper, dat hij zorgvuldig
+vast spijkerde.</p>
+
+<p>Bij peiling bleek het, dat er geen twee voet water in het ruim stond. De
+pompen konden dat water gemnakkekelijk verwijderen en zoodoende het
+schip ligten.</p>
+
+<p>Toen het onderzoek van het hol afgeloopen was, vond John, dat het weinig
+door de stranding geleden had. Wel zou een gedeelte van de looze kiel in
+het zand blijven zitten; maar die kon men missen.</p>
+
+<p>Nadat Wilson het schip van binnen bezien had, dook hij om te
+onderzoeken, hoe het van onderen gesteld was.</p>
+
+<p>De <i>Macquarie</i>, wier voorsteven naar het noordnoordwesten gerigt was,
+zat op een modderige zandbank met zeer steilen rand. Het onderste
+gedeelte van den steven en omtrent twee derden van de kiel waren er diep
+ingezakt. Het andere gedeelte tot aan den achtersteven had vijf vaam
+water beneden zich. Het roer zat dus niet vast en werkte onbelemmerd.
+John achtte het niet noodig het uit te ligten. Dit was een groot
+voordeel; want nu kon men het gebruiken, zoodra dit noodig mogt zijn.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill09c" id="ill09c"></a>
+<img src="images/653.jpg" width="400" alt="Hen onderste gedeelte van de steven was in de modder gezakt." title="" />
+<span class="caption2">Hen onderste gedeelte van de steven was in de modder gezakt.</span>
+</div>
+
+<p>De getijden zijn in de Stille Zuidzee niet belangrijk. Evenwel rekende
+John Mangles op den vloed om de <i>Macquarie</i> vlot te doen worden. De brik
+was omstreeks een uur voor hoog water gestrand. Zoodra de ebbe opkwam,
+was ze aan stuurboordszijde hoe langer hoe meer gezakt, hetgeen tot 's
+morgens ten zes ure, toen het laag water was, voortduurde. Het scheen
+onnoodig het schip met stutten te schoren. Nu konden de raas en andere
+sparren aan boord blijven, die John wilde gebruiken om een noodmast te
+maken.</p>
+
+<p>Nu moesten de noodige maatregelen genomen worden om de <i>Macquarie</i> vlot
+te maken. Dat was een lang en moeijelijk werk. Het was bepaald
+onmogelijk om klaar te wezen voor kwart over twaalven, wanneer het hoog
+water zou zijn. Men zou alleen kunnen zien hoe, nu een gedeelte der
+lading over boord was geworpen, de vloed op het schip zou werken en bij
+het volgende tij zou men nog een nieuwe poging aanwenden.</p>
+
+<p>"Aan het werk!" beval John Mangles.</p>
+
+<p>Zijn nieuwbakken matrozen wachtten zijn bevelen af.</p>
+
+<p>John liet eerst de zeilen bergen, die nog opgegeid waren. Onder toezigt
+van Wilson klommen de majoor, Robert en Paganel in de groote mars. Het
+groote marszeil door den wind strak gespannen, zou het losraken van het
+vaartuig belemmerd hebben. Het moest dus geborgen worden, hetgeen zoo
+goed en kwaad als het wilde geschiedde. Vervolgens werd na een
+volhardenden arbeid, die zeer zwaar viel aan handen, welke zoo iets niet
+gewoon waren, de grootbramsteng gestreken. De jonge Robert die zoo vlug
+als een kat en zoo moedig als een scheepsjongen was, had bij dit
+moeijelijke werk de grootste diensten bewezen.</p>
+
+<p>Nu moest er nog een, misschien twee ankers uitgebragt worden, achteraan
+het schip en voor de kiel. De trekkende kracht moest op deze ankers
+werken om de <i>Macquarie</i> bij hoog water te doen rijzen. Dit werk is
+volstrekt niet moeijelijk, wanneer men over een sloep beschikt; men
+neemt een anker mede en legt het op een geschikte plaats, die men
+vooruit heeft opgezocht. Maar hier miste men een sloep en men moest zich
+behelpen.</p>
+
+<p>Glenarvan had genoeg kennis van zeezaken om het noodzakelijke van die
+werkzaamheden in te zien. Er moest een anker uitgebragt worden om het
+schip, dat met laag water gestrand was, vlot te maken.</p>
+
+<p>"Maar hoe zullen wij het zonder sloep redden?" vroeg hij aan John.</p>
+
+<p>"Wij zullen de stukken van den fokkemast en ledige vaten gebruiken,"
+antwoordde de jonge kapitein. "Het werk zal moeijelijk, maar niet
+onmogelijk zijn; want de ankers der <i>Macquarie</i> zijn maar klein. Zijn ze
+maar gevallen, dan ben ik vol hoop; althans, wanneer ze niet
+doorslippen."</p>
+
+<p>"Goed! Dan moeten we geen tijd verliezen, John!"</p>
+
+<p>Alleman, matrozen en passagiers, werd op het dek geroepen. Elk werkte
+mede. Met de bijl werden de touwen stuk gebakt, die den fokkemast nog
+tegenhielden. De ondermast was in zijn val bij den top afgebroken,
+zoodat de mars er gemakkelijk uitgenomen kon worden. John Mangles wilde
+van dien vloer een vlot maken. Het dreef op ledige vaten en kon de
+ankers dragen. Er werd een wrikriem aan vastgemaakt om den toestel te
+sturen. Verder zou de ebbe hem juist achter de brik aandrijven; en
+wanneer dan de ankers waren uitgeworpen, kon men gemakkelijk weder aan
+boord komen, door langs het ankertouw te varen.</p>
+
+<p>Dat werk was half klaar, toen de zon den middagcirkel naderde. John
+Mangles liet den arbeid onder Glenarvans toezigt voortzetten en maakte
+zich gereed om zijn bestek op te maken. Dit was van groot belang.
+Gelukkig had John in de kajuit van Will Halley, behalve een jaarboekje
+van de sterrewacht van Greenwich, een zeer vuilen sextant gevonden, maar
+die toch goed genoeg was om hoogte te nemen. Hij maakte dien schoon en
+kwam er mee op het dek.</p>
+
+<p>Door een aantal beweegbare spiegels brengt dit werktuig de zon weder aan
+den gezigteinder, op het oogenblik, dat het twaalf ure is, dat wil
+zeggen, wanneer de dagvorstin het hoogste punt van haar baan bereikt.
+Het is dus ligt te begrijpen, dat wie er mede wil werken, met den kijker
+van den sextant een waren gezigteinder moet waarnemen, namelijk dien,
+welke zich bevindt ter plaatse, waar lucht en water ineenloopen. Maar
+hier liep het land juist ten noorden in een groot voorgebergte uit, en
+maakte, daar het zich tusschen den waarnemer en den waren gezigteinder
+inschoof, de waarneming onmogelijk.</p>
+
+<p>In geval de gezigteinder ontbreekt, vervangt men hem door een
+kunstmatigen; gewoonlijk is dit een vlakke schaal vol kwik, waarboven
+men zijn waarneming verrigt. Het kwik levert dus van zelf een zuiver
+waterpassen spiegel op.</p>
+
+<p>John vond geen kwik aan boord; maar hief dit bezwaar op door zich te
+bedienen van een balie, vol vloeibaar pek, welks oppervlakte tamelijk
+goed het beeld der zon terugkaatste.</p>
+
+<p>De lengte was hem reeds bekend, daar hij op de westkust van
+Nieuw-Zeeland was. Dat was gelukkig; want zonder tijdmeter had hij ze
+niet kunnen berekenen. De breedte alleen ontbrak, en die wilde bij nu
+gaan zoeken.</p>
+
+<p>Met den sextant nam hij dus de middaghoogte der zon boven den
+gezigteinder. Die hoogte bleek 68°80' te zijn. De afstand van de zon tot
+het toppunt bedroeg derhalve 21°30', omdat de som dier beide getallen
+90° bedraagt. Volgens het jaarboekje bedroeg voor dien dag, den 3<sup>den</sup>
+Februarij, de declinatie der zon 16°80', hetgeen, gevoegd bij den
+afstand van het toppunt, zijnde 21°30', voor breedte gaf 88°.</p>
+
+<p>De <i>Macquarie</i> lag dus op 171°13' lengte en 38° breedte; waren er soms,
+door de gebrekkige werktuigen eenige dwalingen in de berekening
+geslopen, dan waren zij toch onbeteekenend en kon het verschil niet
+groot zijn.</p>
+
+<p>John Mangles zag met een blik op de kaart van Johnston, die Paganel te
+Eden had gekocht, dat de schipbreuk had plaats gehad aan den ingang der
+Aotea-baai, boven hoek Cahua, op de kust der provincie Auckland. De stad
+van dien naam lag op zeven en dertig graden. Dus was de <i>Macquarie</i> een
+graad zuidelijker gedreven, en bij gevolg moest men een graad
+noordelijker gaan om de hoofdstad van Nieuw-Zeeland te bereiken.</p>
+
+<p>"Een togt van hoogstens vijf en twintig mijlen," zeide Glenarvan, "dat
+beteekent niets."</p>
+
+<p>"Wat ter zee niets is, zal lang en moeijelijk zijn te land," antwoordde
+Paganel.</p>
+
+<p>"Daarom moeten wij ook alles doen," sprak John Mangles, "wat
+menschelijker wijze mogelijk is, om de <i>Macquarie</i> vlot te krijgen."</p>
+
+<p>Toen het bestek was gemaakt, werd het werk hervat. Kwart over twaalven
+was het hoog water. Dit baatte John niets; want zijn ankers waren nog
+niet uitgebragt. Niettemin sloeg hij de <i>Macquarie</i> met zekeren angst
+gade. Zou de vloed haar optillen? Die vraag moest in vijf minuten
+beslist zijn.</p>
+
+<p>Men wachtte. Er kraakte iets; dit werd veroorzaakt, zooal niet door een
+optilling, dan toch door een schudding van de buitenhuid. John kreeg
+goeden moed voor het volgende tij, maar bij slot van rekening bewoog de
+brik zich niet.</p>
+
+<p>Het werk werd voortgezet. Ten twee ure was het vlot klaar. Het stopanker
+werd er op gebragt. John en Wilson gingen mede, na een greling aan het
+achterschip vastgemaakt te hebben. De eb voerde ze mede en zij lieten
+het anker een halve kabellengte van het schip af op tien vaam water
+vallen. De ankergrond was goed en het vlot voer weer langs het stoptouw
+naar boord.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill10c" id="ill10c"></a>
+<img src="images/658.jpg" width="400" alt="zij lieten het anker een halve kabellengte van het schip
+af op tien vaam water vallen." title="" />
+<span class="caption2">zij lieten het anker een halve kabellengte van het schip
+af op tien vaam water vallen.</span>
+</div>
+
+<p>Nu was het groote boeganker nog over. Het werd niet zonder moeite
+neergelaten. Het vlot voer nog eens weg, en spoedig lieten ze dit tweede
+anker achter het eerste vallen op vijftien vaam diepte. Het vlot langs
+het kabeltouw voortduwende, keerden John en Wilson naar de <i>Macquarie</i>
+terug.</p>
+
+<p>De kabel en de greling werden om het braadspil gewonden en men wachtte
+den volgenden vloed af, die 's nachts ten één ure zou opkomen. Het was
+nu 's avonds zes ure.</p>
+
+<p>John Mangles prees zijn matrozen en voorspelde Paganel, dat hij, wanneer
+hij moed betoonde en goed oppaste, eenmaal bootsman zou kunnen worden.</p>
+
+<p>Inmiddels was Olbinett, na eerst hard meegewerkt te hebben, naar de
+kombuis gegaan. Hij had een versterkend maal toebereid, dat goed te pas
+kwam. De geheele bemanning had razenden honger. Hij werd ruimschoots
+bevredigd, en allen gevoelden zich gesterkt voor het werk, dat hen
+wachtte.</p>
+
+<p>Na den eten nam John Mangles de laatste voorzorgen, die het welslagen
+der onderneming moesten verzekeren. Men mag niets verzuimen, wanneer het
+er op aankomt een schip vlot te maken. Dikwijls mislukt de onderneming
+uit gebrek aan eenige ligtings-lijnen, en de vastgeraakte kiel verlaat
+het zandbed niet.</p>
+
+<p>John Mangles had een groot deel der koopwaren in zee laten werpen, om de
+brik te ligten; maar de overige balen, de zware sparren, de waarlooze
+raas, eenige tonnen ballastschuitjes, die den ballast uitmaakten, werden
+naar achteren gebragt om door hun zwaarte het losraken van den
+voorsteven gemakkelijk te maken. Wilson en Mulrady rolden er ook eenige
+volle watervaten heen om den neus der brik te doen rijzen.</p>
+
+<p>Het sloeg twaalf ure, toen deze laatste werkzaamheden afgeloopen waren.
+De bemanning was doodmoede, hetgeen zeer jammer was, omdat ze weldra
+alle kracht zou moeten inspannen om het braadspil om te draaijen.</p>
+
+<p>Dit bragt John Mangles op een nieuw besluit.</p>
+
+<p>De wind bedaarde thans en rimpelde naauwlijks de oppervlakte der golven.
+John onderzocht den gezigteinder ten noorden en ten oosten, en
+bespeurde, dat de wind weder uit het zuidwesten naar het noordwesten zou
+loopen. Een zeeman kan zich niet vergissen in de plaatsing en kleur der
+wolken. Wilson en Mulrady waren het eens met hun kapitein.</p>
+
+<p>John Mangles deelde zijn opmerkingen aan Glenarvan mede en stelde hem
+voor om het vlotmaken tot den volgenden dag uit te stellen.</p>
+
+<p>"Ik heb mijne redenen daarvoor," zeide hij. "Vooreerst zijn wij zeer
+vermoeid door het werk van dezen dag, en wij hebben al onze krachten
+noodig om het schip los te krijgen. En zijn we vlot, hoe zullen wij het
+bij zulk een pikzwarte duisternis door de branding heensturen? Het is
+beter bij het daglicht te werken. Maar nog een andere reden zet mij aan
+om te wachten. De wind belooft ons te helpen, en daar zou ik zeer mee
+gediend zijn. Ik wil, dat hij dezen ouden romp achteruit drijve, terwijl
+de zee hem opligt. Morgen zal de wind, als ik mij niet vergis, uit het
+noordwesten waaijen. Wij zullen de zeilen aan den grooten mast aanslaan;
+en die zullen een handje medehelpen om de brik vlot te maken."</p>
+
+<p>Deze redenen waren geldig. Glenarvan en Paganel, de ongeduldigsten aan
+boord, gaven toe en het werk werd tot den volgenden dag uitgesteld.</p>
+
+<p>De nacht ging rustig voorbij. Er werd wacht gehouden, vooral om voor het
+slippen der ankers te waken.</p>
+
+<p>De dag brak aan. Wat John Mangles voorzien had gebeurde. Er woei een
+noord-noord-weste koelte, die sterker scheen te zullen worden. Dit was
+een zeer voordeelige vermeerdering van kracht. De bemanning werd op haar
+post geroepen. In den grooten mast hielden Robert, Wilson en Mulrady, op
+het dek de majoor, Glenarvan en Paganel zich gereed om de zeilen op het
+juiste oogenblik los te maken. De groot marszeilra werd op het
+ezelshoofd geheschen, het groote zeil en het groot marszeil bleven
+opgegeid.</p>
+
+<p>Het was nu 's morgens negen ure. Over vier uren zou het hoog water zijn.
+Die tijd werd niet nutteloos doorgebragt. John besteedde hem om zijn
+noodmast, die den fokkemast vervangen moest, op te rigten. Zoo kon hij
+zich, zoodra het achip vlot was, uit dit gevaarlijke vaarwater
+verwijderen. De arbeiders deden hun uiterste best, en voor twaalven was
+de marsra bij wijze van mast stevig overeind gezet. Lady Helena en Mary
+Grant maakten zich zeer verdienstelijk, en sloegen een waarloos zeil aan
+de bramra. Zij waren regt in haar schik, dat zij mede konden werken tot
+aller redding. Toen dit tuig klaar was, liet de <i>Macquarie</i> weliswaar
+heel wat te wenschen over uit het oogpunt van sierlijkheid, maar kon ze
+toch varen, althans wanneer ze het digt langs de kust hield.</p>
+
+<p>Intusschen kwam de vloed opzetten. De oppervlakte der zee begon in
+golvende beweging te raken. De kruinen der blinde klippen verdwenen
+langzamerhand als zeedieren, die onderduiken. Het uur naderde, om het
+groote werk te ondernemen. Een koortsachtig ongeduld hield allen in
+spanning. Niemand sprak. Aller oog was op John gevestigd. Men wachtte
+zijn bevelen af.</p>
+
+<p>Over de leuning van het achterverdek gebogen, staarde John Mangles op de
+zee. Hij sloeg een angstigen blik op de uitgebragte en strak gespannen
+kabeltouwen.</p>
+
+<p>Ten een ure bereikte de zee haar hoogste punt. Het was stil water, dat
+wil zeggen het korte oogenblik, waarop het water niet meer stijgt en nog
+niet valt. Nu was het tijd. Het groote zeil en het groot marszeil werden
+losgemaakt, en deden den mast buigen door de kracht van den wind.</p>
+
+<p>"Aan het braadspil!" riep John.</p>
+
+<p>Het braadspil was van pompzwengels voorzien, gelijk een brandspuit.
+Glenarvan, Mulrady, Robert aan de eene zijde, Paganel, de majoor en
+Olbinett aan de andere, drukten op de pompzwengels, die de beweging op
+den toestel overbragten. Ook John en Wilson hielpen hun makkers.</p>
+
+<p>"Toe maar! toe maar!" riep de jonge kapitein, "allen te gelijk!"</p>
+
+<p>De kabeltouwen rekten uit door de krachtige werking van het braadspil.
+De ankers hielden goed en slipten niet.</p>
+
+<p>Men moest spoedig slagen. Het hoog water duurt maar eenige minuten.
+Weldra zou de waterspiegel weder dalen.</p>
+
+<p>Nog eens spande men alle krachten in. De wind woei hevig en sloeg de
+twee zeilen tegen den mast. Er werd eenige schudding in het schip
+opgemerkt. De brik scheen op het punt om te rijzen. Misschien was de
+hulp van nog een paar armen genoeg om ze uit de zandbank los te werken.</p>
+
+<p>"Helena! Mary!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>De beide jonge vrouwen voegden haar krachten bij die van hare
+reisgenooten. Nog eens rammelde de spilpal.</p>
+
+<p>Maar dat was alles. De brik bewoog zich niet. Het werk was vergeefsch
+geweest. Reeds liep de ebbe en het bleek duidelijk, dat die geringe
+bemanning er zelfs met behulp van den wind en de zee niet in zou slagen
+om het vaartuig vlot te maken.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h3>
+
+<h3>Verdediging van het menscheneten.</h3>
+
+
+<p>De eerste poging tot redding, door John Mangles beproefd, was mislukt.
+Zonder uitstel moest men nu tot de tweede overgaan. Het was duidelijk,
+dat men de <i>Macquarie</i> niet vlot kon krijgen, en even duidelijk, dat er
+niets anders overschoot dan bet schip te verlaten. Het zou onvoorzigtig
+en dwaas geweest zijn om aan boord te blijven, tot er hulp kwam opdagen.</p>
+
+<p>Lang voor dat het toeval een schip op de plaats der schipbreuk zou
+brengen, zou de <i>Macquarie</i> verbrijzeld zijn! De eerste storm de beste,
+zelfs een onstuimige zee door de zeewinden opgejaagd, zoo het tegen de
+banken slaan, het verbrijzelen, vernielen en het wrak in alle rigtingen
+verstrooijen. Voor het zoo ver kwam, dat het uit elkander geslagen werd,
+wilde John aan land wezen.</p>
+
+<p>Hij stelde dus voor een vlot te timmeren, sterk genoeg om de passagiers
+en een voldoende hoeveelheid levensmiddelen naar de zeelandsche kust
+over te brengen.</p>
+
+<p>Het was nu geen tijd om te praten maar om te handelen. Men ging aan het
+werk en was reeds een goed eind gevorderd, toen de duisternis het deed
+staken.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill11c" id="ill11c"></a>
+<img src="images/663.jpg" width="400" alt="Men ging aan het werk." title="" />
+<span class="caption2">Men ging aan het werk.</span>
+</div>
+
+<p>Ten acht ure, toen het avondeten gebruikt was en lady Helena en Mary
+reeds in het vooronder te bed waren gegaan, spraken Paganel en zijn
+vrienden, terwijl zij het dek op en neer gingen, over belangrijke zaken.
+Robert had hen niet willen verlaten. De wakkere knaap luisterde met open
+mond, gereed om een dienst te bewijzen, gereed ook om het een of ander
+waagstuk te ondernemen.</p>
+
+<p>Paganel had aan John Mangles gevraagd, of het vlot niet de kust kon
+langs varen tot aan Auckland, in plaats van de reizigers aan wal te
+zetten.</p>
+
+<p>John antwoordde, dat zulk een togt onmogelijk was met zulk een gebrekkig
+vaartuig.</p>
+
+<p>"En zouden we met de sloep der brik hebben kunnen doen," zeide Paganel,
+"wat wij op een vlot niet kunnen wagen?"</p>
+
+<p>"Als het moest, ja!" antwoordde John Mangles; "maar op voorwaarde, dat
+wij over dag voeren en 's nachts voor anker bleven liggen."</p>
+
+<p>"Dus hebben die schurken, die ons achtergelaten hebben...."</p>
+
+<p>"O! die waren dronken," antwoordde John Mangles, "en in die zwarte
+duisternis vrees ik zeer, dat zij die laaghartige vlugt met hun leven
+geboet hebben."</p>
+
+<p>"Zooveel te erger voor hen," hernam Paganel, "en zooveel te erger voor
+ons; want die sloep zou ons goede diensten bewezen hebben."</p>
+
+<p>"Wat er aan te doen, Paganel?" zeide Glenarvan. "Het vlot zal ons ook
+wel aan den wal brengen."</p>
+
+<p>"Dat had ik juist willen vermijden," antwoordde de aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"Hoe! kan een reis van hoogstens twintig mijlen schrik aanjagen aan
+menschen, die tegen vermoeijenis bestand zijn, na alles wat wij in de
+Pampa's en op onzen togt door Australië hebben uitgestaan?"</p>
+
+<p>"Vrienden!" antwoordde Paganel, "ik trek evenmin onzen moed als de
+wakkerheid onzer gezellinnen in twijfel. Twintig mijlen; dat is niets in
+ieder ander land dan Nieuw-Zeeland. Gij zult mij niet van lafhartigheid
+verdenken. Ik was het, die u door Amerika, door Australië heb
+medegevoerd. Maar, ik herhaal het, dat alles is niets in vergelijking
+met een reis door dat verraderlijke land."</p>
+
+<p>"Het ergste wat ons kan overkomen wacht ons op dit gestrande schip: een
+zekere ondergang!" antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Wat hebben we dan toch op Nieuw-Zeeland te duchten!" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"De wilden," antwoordde Paganel</p>
+
+<p>"De wilden!" hernam Glenarvan. "Kunnen wij ze niet vermijden, door de
+kust te volgen?" Bovendien, tien goed gewapende en vastberaden
+Europeanen behoeven zich niet beangst te maken voor een aanval van
+eenige ellendige wilden."</p>
+
+<p>"Het zijn geen ellendige wilden," antwoordde Paganel hoofdschuddende.
+"De Nieuw-Zeelanders zijn verschrikkelijke lieden, die tegen de
+engelsche heerschappij zich verzetten, die de indringers bestrijden, die
+hen dikwijls overwinnen, die hen altijd opeten!"</p>
+
+<p>"Menscheneters!" riep Robert, "menscheneters!"</p>
+
+<p>Vervolgens hoorde men hem deze beide namen mompelen: "Mijne zuster!
+mevrouw Helena!"</p>
+
+<p>"Vrees niet, mijn kind!" sprak Glenarvan om den knaap gerust te stellen.
+"Onze vriend Paganel overdrijft!"</p>
+
+<p>"Ik overdrijf niets," hervatte Paganel. "Robert heeft getoond een man te
+zijn, en ik behandel hem als een man door hem de waarheid niet te
+verbergen. De Nieuw-Zeelanders zijn de wreedste, om niet te zeggen de
+gulzigste van alle menscheneters. Zij verslinden alles wat onder hun
+bereik komt. De oorlog is voor hen alleen een jagt op dat uitstekende
+wild, dat mensch heet, en om de waarheid te zeggen is dat de eenige
+verstandige oorlog. De Europeanen dooden hun vijanden en begraven ze. De
+wilden dooden hun vijanden en eten ze op, en volgens het gevoelen van
+mijn landgenoot Toussenel ligt het kwaad niet zoozeer in het braden van
+zijn vijand als hij dood is, als wel daarin, dat men hem doodt, wanneer
+hij niet sterven wil."</p>
+
+<p>"Paganel!" zeide de majoor, "dat is een rijke stof voor een gesprek,
+maar het oogenblik is er niet geschikt voor. Of het verstandig is of
+niet om opgegeten te worden, wij willen niet, dat men ons zal opeten.
+Maar hoe komt het, dat het christendom die afschuwelijke gewoonte om
+menschenvleesch te eten nog niet heeft uitgeroeid?"</p>
+
+<p>"Gelooft gij dan, dat alle Nieuw-Zeelanders christenen zijn?" antwoordde
+Paganel. "Slechts een gering aantal is het, en de zendelingen zijn nog
+maar al te dikwijls de slagtoffers dier woestaards. Verleden jaar nog is
+de eerwaarde Walkner met de afschuwelijkste wreedheid doodgemarteld. De
+Maori's hebben hem opgehangen. Hun vrouwen hebben hem de oogen uit het
+hoofd gehaald. Men heeft zijn bloed gedronken, zijn hersenen opgegeten.
+En die moord heeft plaats gehad in 1864, te Opotiki, eenige uren van
+Auckland af, om zoo te zeggen onder het oog der engelsche autoriteiten.
+Er zijn eeuwen noodig, mijne vrienden! om den aard van een menschenras
+te veranderen. Wat de Maori's geweest zijn, zullen zij nog lang zijn.
+Hun geheele geschiedenis is met bloed geschreven. Wat al schepelingen
+hebben zij vermoord, en verslonden, van de matrozen van Tasman af tot de
+bemanning der <i>Hawes</i> toe! En het is geenszins het blanke vleesch, dat
+hen zoo graag heeft gemaakt. Lang voor de komst der Europeanen zochten
+de Zeelanders door moord hun lust te bevredigen. Menig reiziger heeft
+onder hen verkeerd, die maaltijden van menscheneters heeft bijgewoond,
+waarbij de gasten alleen gedreven werden door het verlangen om iets
+lekkers te eten, zooals het vleesch van een vrouw of een kind."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill12c" id="ill12c"></a>
+<img src="images/667.jpg" width="400" alt="De marteling van de eerwaarde Walkner." title="" />
+<span class="caption2">De marteling van de eerwaarde Walkner.</span>
+</div>
+
+<p>"Ba!" zeide de majoor, "zijn die verhalen niet grootendeels in de
+verbeelding der reizigers ontstaan? Men is er soms op gesteld om uit
+gevaarlijke landen en uit de maag der menscheneters terug te komen!"</p>
+
+<p>"Ik geef toe, dat er soms overdrijving plaats heeft," antwoordde
+Paganel. "Maar geloofwaardige mannen hebben gesproken, de zendelingen
+Kendall en Marsden, de kapiteins Dillon, d'Urville, Laplace en anderen,
+en ik geloof hun verhalen, ik moet ze gelooven. De Zeelanders zijn wreed
+van aard. Bij den dood hunner opperhoofden slagten zij menschenoffers.
+Zij beweren door die offers den toorn des overledenen te stillen, die de
+levenden zou kunnen treffen, en tevens hem dienaren voor het andere
+leven aan te bieden! Maar daar zij die nagelaten bedienden opeten na ze
+vermoord te hebben, mag men gelooven, dat de maag er even groot deel aan
+heeft als het bijgeloof."</p>
+
+<p>"Ik meen toch," zeide John Mangles, "dat de godsdienst een rol speelt in
+die tooneelen van kannibalisme. Wanneer de godsdienst verandert, zullen
+de zeden dus ook veranderen."</p>
+
+<p>"Goed, vriend John!" antwoordde Paganel. "Gij werpt daar de gewigtige
+vraag op van den oorsprong van het menscheneten. Heeft de godsdienst of
+de honger de menschen er toegebragt om elkander te verslinden? Dat
+onderzoek zou in dit oogenblik ontijdig zijn. Waarom het menscheneten
+bestaat? die vraag is nog niet opgelost; maar het bestaat, en dat is een
+ernstig feit, waarover wij maar al te veel reden hebben om ons ongerust
+te maken."</p>
+
+<p>Paganel zeide de waarheid. Het menscheneten is even diep geworteld op
+Nieuw-Zeeland, als op de Fidsji-eilanden of aan de Torres-straat.
+Ontwijfelbaar komt het bijgeloof in het spel bij die afschuwelijke
+gewoonten; maar er zijn menscheneters, omdat het wild soms schaarsch is
+en de honger groot. De wilden zijn begonnen met menschenvleesch te eten
+om aan de eischen van den honger te voldoen, die slechts zelden
+verzadigd wordt; vervolgens hebben de priesters die ijselijke gewoonten
+tot wet gemaakt en gewijd. De maaltijd is een godsdienstige plegtigheid
+geworden, ziedaar alles.</p>
+
+<p>In de oogen van de Maori's is er dan ook niets natuurlijker dan elkander
+op te eten. De zendelingen hebben hen dikwijls over het menscheneten
+ondervraagd. Zij hebben hun gevraagd, waarom zij hun broeders opaten.
+Hierop antwoordden de hoofden, dat de visschen de visschen opeten, dat
+de honden de menschen opeten, dat de menschen de honden opeten, en dat
+de honden elkander opeten. In hun godenleer komt zelfs de overlevering
+voor, dat een god een anderen god opat. Hoe zouden zij met dit alles
+voor oogen zich het genoegen kunnen ontzeggen om hun evenmensch op te
+eten?</p>
+
+<p>Ook beweren de Zeelanders, dat men door een dooden vijand op te eten ook
+zijn geestelijk deel vernietigt. Zoo erft men zijn ziel, zijn kracht,
+zijn dapperheid, die vooral in de hersenen zetelen. Dit gedeelte van den
+mensch komt daarom op de feestmalen als hoofdschotel en lekker beetje
+voor.</p>
+
+<p>Paganel hield intusschen niet zonder grond staande, dat de zinnelijkheid
+en vooral de nood de Zeelanders tot menscheneten aanspoorden, en niet
+alleen de wilden van Oceanië, maar ook de wilden van Europa.</p>
+
+<p>"Ja," voegde hij er bij, "het menscheneten heeft lang bestaan onder de
+voorvaderen der beschaafde volken, en, beschouwt dit niet als op u
+persoonlijk gemunt, vooral bij de Schotten."</p>
+
+<p>"Inderdaad?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Ja, majoor!" hernam Paganel. "Wanneer gij zekere uitdrukkingen van den
+heiligen Hieronymus over de Atticoli van Schotland leest, zult gij zien,
+wat gij van uwe voorvaderen denken moet! En zonder tot vóórhistorische
+tijden op te klimmen, werd onder de regeering van Elisabeth, in
+denzelfden tijd toen Shakspeare over zijn Shilock peinsde, de schotsche
+struikroover Sawney Bean niet ter dood gebragt om de misdaad van
+menscheneten? En welk gevoel had hem aangezet om menschenvleesch te
+eten? De godsdienst? Neen de honger."</p>
+
+<p>"De honger?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"De honger," verzekerde Paganel; "maar vooral de noodzakelijkheid,
+waarin het vleeschetend dier zich bevindt, om zijn vleesch en bloed weer
+te herstellen door de stikstof in de dierlijke zelfstandigheden. De
+longen moeten tot haar werkzaamheid in staat worden gesteld door
+knolvormige en zetmeel bevattende planten. Maar wie sterk en werkzaam
+zijn wil, moet die bloedvormende spijzen gebruiken, die het slijten der
+spieren herstellen. Zoo lang de Maori's geen leden zijn van de
+maatschappij der groenteneters, zullen zij vleesch eten en wel
+menschenvleesch."</p>
+
+<p>"Waarom geen vleesch van dieren?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Omdat zij geen dieren hebben," antwoordde Paganel, "en dit moet men
+weten, niet om hun gewoonte van menschenvleesch te eten te
+verontschuldigen, maar om ze te verklaren. Viervoetige dieren, zelfs
+vogels zijn zeldzaam in dit onherbergzaam land. De Maori's hebben zich
+daarom altijd met menschenvleesch gevoed. Er zijn zelfs "jaargetijden om
+de menschen te eten," gelijk in de beschaafde landen jaargetijden om te
+jagen. Dan beginnen de groote drijfjagten, dat wil zeggen de groote
+oorlogen, en geheele volksstammen worden op de tafels der overwinnaars
+opgedischt."</p>
+
+<p>"Volgens uw gevoelen, Paganel!" sprak Glenarvan, zal het menscheneten
+dus eerst ophouden, wanneer schapen, runderen en zwijnen in de weiden
+van Nieuw-Zeeland sterk zullen vermenigvuldigen?"</p>
+
+<p>"Zeker, waarde lord! en dan nog zal het jaren duren, voor de Maori's het
+zeelandsche vleesch ontwend zijn, dat ze boven alles verkiezen; want de
+zoons zullen lang beminnen wat hun vaders bemind hebben. Volgens hun
+zeggen heeft dat vleesch den smaak van varkensvleesch, maar met meer
+wildsmaak. Op blank vleesch zijn ze minder verlekkerd, omdat de blanken
+zout in hun eten doen, hetgeen hun een bijzondere geur heeft, die bij de
+lekkerbekken niet zeer getrokken is."</p>
+
+<p>"Ze zijn nog al moeijelijk te voldoen!" zeide de majoor. "Maar eten ze
+dat blanke of zwarte vleesch raauw of gebraden?"</p>
+
+<p>"Waar ge al niet naar vraagt, mijnheer Mac Nabbs!" riep Robert.</p>
+
+<p>"Wel, mijn jongen!" antwoordde de majoor ernstig, "als ik ooit tot spijs
+moet strekken aan een menscheneter, zou ik liefst gebraden worden!"</p>
+
+<p>"Waarom?"</p>
+
+<p>"Om zeker te zijn, dat ik niet levend verslonden werd!"</p>
+
+<p>"Goed, majoor!" hernam Paganel; "maar als gij nu eens levend gebraden
+werd?"</p>
+
+<p>"In ieder geval," antwoordde de majoor, "zou ik het niet graag in mijn
+keus hebben."</p>
+
+<p>"Dat mag wezen zooals het wil, Mac Nabbs! maar als het u genoegen doet,"
+antwoordde Paganel, "weet dan, dat de Nieuw-Zeelanders het vleesch
+alleen gebraden of gerookt eten. Het zijn goed onderwezen menschen, die
+wel weten wat lekker smaakt. Maar wat mij aangaat, ik vind de gedachte
+van opgegeten te worden hoogst onaangenaam! Zijn leven te eindigen in de
+maag van een wilde, foei!"</p>
+
+<p>"Het slot van dit alles is," zeide John Mangles, "dat wij niet in hun
+handen moeten vallen. Ook willen wij maar hopen, dat het christendom
+eenmaal die ijselijke gewoonten zal afschaffen."</p>
+
+<p>"Ja, dat moeten wij hopen," antwoordde Paganel; "maar, geloof mij, een
+wilde, die menachenvleesch geproefd heeft, zal er niet ligt van afzien.
+Gij kunt er zelven over oordeelen uit deze twee feiten."</p>
+
+<p>"Vertel ons die feiten, Paganel!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Het eerste wordt medegedeeld in de Verslagen der Jezuïten-orde in
+Brazilië. Een portugeesch zendeling ontmoette eens een oude zeer zieke
+braziliaansche vrouw. Zij had nog maar weinige dagen te leven. De Jezuït
+onderrigtte haar in de waarheden van het christendom, die de stervende
+zonder tegenspraak aannam. Na het zielevoedsel dacht hij ook aan het
+voedsel des ligchaams, en bood der boetelinge eenige europeesche
+versnaperingen aan. "Helaas!" antwoordde de oude, "mijn maag kan
+volstrekt geen voedsel meer verdragen. Er is nog maar één ding, waarin
+ik trek zou hebben, maar bij ongeluk kan hier niemand het mij
+bezorgen."&mdash;"Wat is dat dan?" vroeg de Jezuït.&mdash;"Ach, mijn zoon! het is
+de hand van een jongentje! Ik verbeeld mij, dat ik die beentjes met
+smaak zou afkluiven!"</p>
+
+<p>"Zoo! zoo! maar is dat dan goed?" vroeg Robert.</p>
+
+<p>"Mijn tweede geschiedenis zal u het antwoord geven, mijn jongen!" hernam
+Paganel. "Eens verweet een zendeling aan een menscheneter die
+afgrijselijke gewoonte om menschenvleesch te eten, die strijdt met de
+goddelijke wetten. "En dus moet het slecht zijn," voegde hij er
+bij.&mdash;"Ach! vader!" antwoordde de wilde, terwijl hij een begeerigen blik
+op den zendeling sloeg, "zeg, dat God het verbiedt! Maar zeg niet, dat
+het slecht is! Als gij het maar eens gegeten hadt!..."</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h3>
+
+<h3>Eindelijk bereiken zij het land, dat zij moesten ontvlieden.</h3>
+
+
+<p>De feiten, door Paganel medegedeeld, waren ontegensprekelijk. De
+wreedheid der Nieuw-Zeelanders was aan geen twijfel onderhevig. Aan land
+gaan was dus met gevaar gepaard. Maar al was dat gevaar nog honderdmaal
+grooter geweest, men moest het tarten. John Mangles gevoelde de
+noodzakelijkheid om zoo spoedig mogelijk een schip te verlaten, dat aan
+een zekeren ondergang was gewijd. Geen aarzeling was mogelijk bij de
+keus tusschen twee gevaren, waarvan het eene zeker, het andere slechts
+waarschijnlijk was.</p>
+
+<p>En op de kans van door een schip opgenomen te worden viel eigenlijk niet
+te rekenen. De <i>Macquarie</i> lag niet op den weg der schepen, die naar
+Nieuw-Zeeland stevenen. Zij gaan óf noordelijker naar Auckland óf
+zuidelijker naar Nieuw-Plymouth. De schipbreuk had juist tusschen die
+twee punten plaats gehad, op het onbewoonde gedeelte der kust van
+Ika-Na-Maoeï. Die kust stond in een slechten reuk. De schepen doen hun
+uiterste best om ze te mijden, en zoo de wind hen er heenvoert, om zich
+zoo spoedig mogelijk er van te verwijderen.</p>
+
+<p>"Wanneer zullen wij vertrekken?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Morgen ochtend om tien ure," antwoordde John Mangles. "Dan komt de
+vloed opzetten, die ons aan land zal brengen."</p>
+
+<p>Daags daaraan, den 5<sup>den</sup> Februarij, ten acht ure, was het vlot
+afgetimmerd. John had de uiterste zorg besteed aan het want. De
+voormars, die voor het uitbrengen der ankers gediend had, was niet
+toereikend om reizigers en levensmiddelen over te voeren. Een stevig
+vaartuig, dat bestuurd kon worden en in staat was om gedurende een
+overtogt van negen mijlen zee te bouwen, was een volstrekte behoefte.
+Het scheepswant alleen kon de noodige bouwstoffen daartoe opleveren.</p>
+
+<p>Wilson en Mulrady waren aan het werk gegaan. Het tuig werd afgekapt en
+na een aantal bijlslagen viel de groote mast, die van onderen
+aangevallen werd, aan stuurboord over de verschansing, die onder zijn
+val kraakte. De <i>Macquarie</i> was nu zoo kaal als een pont.</p>
+
+<p>De ondermast, de fokkesteng en de bramsteng werden doorgezaagd en
+gescheiden. Nu dreven de voornaamste stukken van het vlot. Zij werden
+met de overblijfselen van den fokkemast vereenigd en deze sparren stevig
+met elkander verbonden. John zorgde, dat er in de tusschenruimten een
+half dozijn leege vaten geplaatst werden, die het geheel boven water
+moesten houden.</p>
+
+<p>Toen deze onderlaag goed vast was, had Wilson er een soort van openen
+vloer over gelegd, gemaakt van de roosters van het schip. De golven
+konden dus op het vlot breken zonder er op te blijven, en de reizigers
+waren beveiligd tegen nat worden. Ook vormden eenige stevig vastgezette
+watervaten een soort van cirkelvormig schanskleed en beschermden het
+vlot tegen de zware golven.</p>
+
+<p>Toen John zag, dat de wind dien morgen gunstig was, liet hij midden op
+het vlot de bramra zetten bij wijze van een mast. Zij werd met touwen
+vastgemaakt en van een noodzeil voorzien. Een groote riem met een breed
+blad, die achter werd aangebragt, stelde hem in staat om het vlot te
+sturen, wanneer de wind het genoeg snelheid verleende.</p>
+
+<p>Zoo kon dit goed zamengestelde vlot de deining weerstaan. Maar zou het
+naar het roer luisteren, zou het de kust bereiken, wanneer de wind eens
+omliep? dat was de vraag.</p>
+
+<p>Ten negen ure begon men het te laden.</p>
+
+<p>Eerst werden er genoeg levensmiddelen opgebragt om tot Auckland te
+strekken; want er viel niet te rekenen op de voortbrengselen van dien
+ondankbaren bodem.</p>
+
+<p>Olbinett had nog wat over van het verduurzaamde vleesch, het overschot
+van de levensmiddelen, die voor de reis met de <i>Macquarie</i> waren
+aangekocht. Het beteekende echter niet veel. Men moest zich vergenoegen
+met den groven scheepskost, wat middelmatige scheepsbeschuit en twee
+vaatjes gezouten visch. De hofmeester schaamde zich de oogen uit het
+hoofd.</p>
+
+<p>Deze levensmiddelen werden in luchtdigte, gestopte en voor het zeewater
+ondoordringbare kisten gedaan, vervolgens op het vlot gebragt en met
+sterke krabbers aan den voet van den noodmast vastgesjord. De wapenen en
+het kruid werden op een veilige drooge plaats gelegd. Gelukkig waren de
+reizigers goed gewapend met karabijnen en revolvers.</p>
+
+<p>Ook een werpanker werd medegenomen, in geval John niet met één getij het
+land kon bereiken en dus in zee zou moeten ankeren.</p>
+
+<p>Ten tien ure werd de vloed merkbaar. De wind was noordwest, wel zwak,
+maar gunstig. De oppervlakte der zee stond een weinig hol.</p>
+
+<p>"Zijt gij gereed?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Alles in orde, kapitein!" antwoordde Wilson.</p>
+
+<p>"Valt!" riep John.</p>
+
+<p>Lady Helena en Mary Grant klommen een ruwe touwladder af en gingen aan
+den voet van den mast op de kisten met levensmiddelen zitten; haar
+reisgenooten omringden haar. Wilson greep het roer. John plaatste zich
+bij de geitouwen, en Mulrady hakte het sjortouw door, waarmede het vlot
+naast het schip vast lag.</p>
+
+<p>Het zeil werd losgemaakt, en door tij en wind voortgestuwd zette het
+vlot koers naar de kust.</p>
+
+<p>Het land was negen mijlen van hen af, een middelmatige afstand, dien een
+sloep met goede roeijers bemand in drie uren zou afgelegd hebben. Maar
+met het vlot zou het langer duren. Bleef de wind in dien hoek, dan kon
+men misschien in één getij de kust bereiken. Maar ging de wind liggen,
+dan zou de eb het doen afdrijven, en men zou ten anker moeten gaan om
+den volgenden vloed af te wachten. Dat was zeer bedenkelijk, en John
+Mangles maakte zich er ook wel ongerust over.</p>
+
+<p>Toch gaf hij den moed niet op. De wind werd sterker. De vloed was om
+tien ure begonnen, en derhalve moesten zij ten drie ure landen, op
+straffe van het anker te moeten werpen of door het vallende water weer
+naar zee te worden gedreven.</p>
+
+<p>Het begin van den overtogt was zeer gelukkig. Langzamerhand bedekten de
+vloedgolven de zwarte toppen der riffen en het gele tapijt der banken.
+Groote oplettendheid en buitengewone bekwaamheid waren noodig om die
+overstroomde ondiepten te mijden en een vaartuig te besturen, dat slecht
+naar het roer luisterde en ligt uit den koers dreef.</p>
+
+<p>Om twaalf ure was het nog vijf mijlen van de kust. De tamelijk heldere
+lucht veroorloofde om het afwisselende voorkomen van den grond te
+onderscheiden. In het noord-oosten verhief zich een twee duizend vijf
+honderd voet hooge berg. Hij teekende zich op een vreemde wijze tegen
+den gezigteinder af, en zijn schaduwbeeld vertoonde den grijnzenden kop
+van een aap van ter zijde gezien, met den nek van boven. Het was de
+Pirongia, die volgens de kaart juist op acht en dertig graden breedte
+ligt.</p>
+
+<p>Om half een wees Paganel, dat alle klippen onder het wassende water
+verdwenen waren.</p>
+
+<p>"Op ééne na," antwoordde lady Helena.</p>
+
+<p>"Welke, mevrouw?" vroeg Paganel.</p>
+
+<p>"Daar," antwoordde lady Helena op een zwarte stip wijzende een mijl voor
+hen uit.</p>
+
+<p>"Zoo waar," antwoordde Paganel. "Wij dienen ze goed in het oog te houden
+om er niet op te stooten; want de vloed zal ze weldra overdekken."</p>
+
+<p>"Ze ligt juist voor den noordelijken top van den berg," zeide John
+Mangles. "Wilson! draag zorg, dat wij ze ter zijde laten liggen."</p>
+
+<p>"Ja, kapitein!" antwoordde de matroos, die met zijn geheele zwaarte op
+het ruwe roer ging liggen. In een half uur vorderden zij een halve mijl.
+Maar, wat vreemd was, de zwarte stip bleef maar altijd boven water.</p>
+
+<p>John bezag ze naauwkeurig, en om ze nog beter waar te nemen, leende hij
+den kijker van Paganel.</p>
+
+<p>"Dat is geen rif," zeide hij na een kort onderzoek, "dat is een drijvend
+voorwerp, dat met de golven op en neergaat."</p>
+
+<p>"Is het soms een stuk van de masten der <i>Macquarie</i>?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Neen!" antwoordde Glenarvan, "geen stuk van het wrak heeft zoo ver
+kunnen afdrijven."</p>
+
+<p>"Wacht eens!" riep John Mangles, "ik zie wat het is, het is de sloep!"</p>
+
+<p>"De sloep van de brik!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mylord! De sloep van de brik het onderst boven!"</p>
+
+<p>"Die ongelukkigen!" riep lady Helena. "Zij zijn stellig verdronken!"</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw!" antwoordde John Mangles, "en zij moesten verdrinken; want
+in deze branding op een holle zee, in dien duisteren nacht, liepen zij
+het verderf in den mond!"</p>
+
+<p>"De hemel zij hun genadig!" mompelde Mary Grant. De passagiers zwegen
+eenige oogenblikken. Zij beschouwden het ranke bootje, dat al meer
+naderde. Het was zeker op vier mijlen van het land gestrand, en
+ongetwijfeld was geen een van de opvarenden gered.</p>
+
+<p>"Maar die boot kan ons van dienst zijn," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat is zoo," antwoordde John Mangles. "Zet den koers daarheen, Wilson!"</p>
+
+<p>De rigting van het vlot werd eenigzins veranderd; maar de koelte begon
+te minderen, en eerst om twee ure waren ze bij het bootje.</p>
+
+<p>Mulrady, die voorop stond, keerde den schok, en de gestrande jol werd op
+zijde van het vlot gehaald.</p>
+
+<p>"Ledig?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, kapitein!" antwoordde de matroos, "de boot is leeg en haar
+boordplanken zijn open. Wij hebben er dus niets aan."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill13c" id="ill13c"></a>
+<img src="images/677.jpg" width="400" alt="... de gestrande jol werd op zijde van het vlot gehaald." title="" />
+<span class="caption2">... de gestrande jol werd op zijde van het vlot gehaald.</span>
+</div>
+
+<p>"Kunnen wij er niets mee uitvoeren?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Niets," antwoordde John Mangles. "Het is goed brandhout."</p>
+
+<p>"Dat spijt me," zeide Paganel; "want die jol had ons te Auckland kunnen
+brengen."</p>
+
+<p>"Wij moeten ons er in schikken, mijnheer Paganel!" antwoordde John
+Mangles. "Op een zoo onstuimige zee verkies ik ook ons vlot nog boven
+dit zwakke bootje. Een ligte schok is genoeg geweest om het te
+verbrijzelen! Wij hebben hier dus niet langer noodig, mylord!"</p>
+
+<p>"Zooals gij goedvindt, John!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Vooruit, Wilson!" hernam de jonge kapitein; "en regt op de kust aan!"</p>
+
+<p>De vloed zou nog omtrent een uur duren. Men vorderde nog een paar
+mijlen. Maar toen ging de wind bijna geheel liggen, en scheen hij een
+landwind te willen worden. Het vlot bleef onbewegelijk. Weldra begon het
+zelfs met de ebbe zee in te drijven.</p>
+
+<p>John kon geen seconde aarzelen. "Laat vallen 't anker!" riep hij.</p>
+
+<p>Mulrady, die dit bevel wel verwacht had, liet het anker op vijf vaam
+water vallen. Het vlot week een weinig terug, zoover het sterk gespannen
+ankertouw toeliet, en bleef met het voorste gedeelte naar de kust
+gekeerd. Het noodzeil werd opgegeid, en de noodige maatregelen genomen
+voor een vrij lang oponthoud.</p>
+
+<p>Het zou toch wel 's avonds negen ure worden, voor de vloed weer kwam
+opzetten, en daar John Mangles volstrekt geen lust had om 's nachts te
+varen, bleef hij tot 's morgens vijf ure ten anker. Het land was drie
+mijlen verder zigtbaar.</p>
+
+<p>De zee stond zeer bol en scheen voortdurend op de kust te staan. Daarom
+vroeg Glenarvan ook, toen hij vernam, dat zij den gebeelen nacht daar
+blijven zouden, waarom John van dien stroom geen gebruik maakte om
+digter bij de kust te komen.</p>
+
+<p>"Uwe oogen misleiden u, Uwe Edelheid!" antwoordde de jonge kapitein.
+"Hoewel de golven schijnen vooruit te gaan is het toch zoo niet. Het is
+slechts een schommeling der waterdeeltjes, anders niet. Werp maar een
+stuk hout op die golven, en gij zult het op dezelfde plaats zien
+blijven, zoolang de eb zich niet doet gevoelen. Er zit dus niets anders
+op dan geduld te oefenen."</p>
+
+<p>"En te gaan eten," voegde de majoor er bij.</p>
+
+<p>Olbinett haalde uit een kist met levensmiddelen eenige stukken gedroogd
+vleesch en een dozijn beschuiten. De hofmeester schaamde zich, dat hij
+zijn meester zulk een schralen kost moest voorzetten. Maar een ieder was
+er mee te vreden, zelfs de dames, die echter weinig trek hadden ten
+gevolge van de slingerende beweging van het vlot.</p>
+
+<p>Die schokken van het vlot en de rukken van het kabeltouw, waaraan het
+vastlag, waren onuitstaanbaar. Onophoudelijk geslingerd op korte en
+dansende golven, kon het niet harder stooten op de scherpe punten eener
+blinde klip. Soms scheen het, dat het aan den grond raakte. Het
+ankertouw schuurde hevig en om het half uur vierde John er een vaâm van
+uit, om het te vernieuwen. Zonder die voorzorg zou het stellig gebroken
+zijn en dan moest het vlot, aan zich zelf overgelaten, zeker in zee
+drijven en vergaan.</p>
+
+<p>Men kan dus ligt begrijpen, hoe beangst John was. Het touw kon breken of
+het anker slippen, en in beide gevallen was hij verloren.</p>
+
+<p>Het werd nacht. Reeds dook de zonneschijf, door de straalbreking
+vergroot, bloedrood onder de kim. De laatste strepen water blonken in
+het westen en fonkelden als stroomen gesmolten zilver. Aan dien kant was
+alles lucht en water, op één scherp begrensd punt na, de romp van de
+<i>Macquarie</i>, die onbewegelijk op de bank vastzat.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill14c" id="ill14c"></a>
+<img src="images/680.jpg" width="400" alt="Het werd nacht." title="" />
+<span class="caption2">Het werd nacht.</span>
+</div>
+
+<p>De kortstondige schemering maakte bijna geen scheiding tusschen nacht en
+dag, en spoedig werd het land ten oosten en ten noorden onzigtbaar.</p>
+
+<p>Die schipbreukelingen verkeerden op dat bekrompene vlot in die zwarte
+duisternis waarlijk in geen benijdbaren toestand! Sommigen vielen in een
+angstige en door benaauwde droomen afgebroken sluimering, anderen konden
+geen uur slapen. Toen de zon opging waren allen afgemat door de
+vermoeienissen van dien nacht.</p>
+
+<p>Met den vloed stak ook de zeewind weer op. Het was 's morgens vier ure.
+De tijd drong. John maakte zich gereed om onder zeil te gaan. Hij gaf
+bevel om het anker te ligten. Maar de ankertanden waren door de rukken
+van het touw diep in het zand gewoeld. Zonder braadspil was het niet los
+te krijgen, ook niet met de talies, die Wilson gebruikte.</p>
+
+<p>Een half uur verliep met vergeefsche pogingen. In zijn ongeduld om onder
+zeil te gaan liet John den kabel kappen, waarbij hij natuurlijk zijn
+anker verspeelde en zich de mogelijkheid benam om, als de nood het
+eischte, wanneer soms die vloed niet toereikend was om hen aan wal te
+brengen, te ankeren. Maar hij wilde niet langer wachten, en een houw met
+de bijl leverde het vlot over aan de genade van den wind en van een
+stroom van twee knoopen in het uur.</p>
+
+<p>Het zeil werd losgemaakt. Langzaam dreven zij naar het land, dat zich
+als een graauwe massa voordeed tegen den achtergrond des hemels, dien de
+opgaande zon verlichtte. Met veel beleid werden de riffen vermeden en
+omgevaren. Maar met dien zwakken zeewind scheen het vlot maar niet te
+vorderen. Wat al moeite kostte het om dat Nieuw-Zeeland te bereiken,
+waar een landing zoo gevaarlijk was.</p>
+
+<p>Om zeven ure waren zij echter nog maar een mijl van het land af. De
+branding was vreeselijk, de kust zeer steil. Men moest een geschikte
+landingsplaats zoeken. De wind verzwakte allengs en ging eindelijk
+geheel liggen. Het slappe zeil klapperde tegen den mast. John liet het
+opgeijen. De vloed alleen dreef het vlot naar de kust; maar aan besturen
+viel niet meer te denken, en ontzaggelijke wierplanten vertraagden nog
+zijn vaart.</p>
+
+<p>Ten acht ure zag John, dat zij zoo goed als stil bleven liggen, drie
+kabellengten van den oever af. Hij had geen anker meer. Zou de eb hem
+dan misschien weer naar zee meevoeren? Met gebalde vuisten, inwendig
+door onrust verteerd, sloeg John een woesten blik op dat ongenaakbare
+land.</p>
+
+<p>Gelukkig,&mdash;ditmaal althans gelukkig,&mdash;had er een schok plaats. Het vlot
+lag stil. Het was gestrand op een zandbank vijf en twintig vaam van de
+kust af.</p>
+
+<p>Glenarvan, Robert, Wilson en Mulrady sprongen in zee. Van de eene hand
+in de andere overgaande, kwamen de dames aan land, zonder een plooi van
+haar kleedjes nat gemaakt te hebben, en weldra zetten allen, met wapens
+en levensmiddelen, den voet op die geduchte kust van Nieuw-Zeeland.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill15c" id="ill15c"></a>
+<img src="images/683.jpg" width="400" alt="De dames van de eene hand in de andere overgaand." title="" />
+<span class="caption2">De dames van de eene hand in de andere overgaand.</span>
+</div>
+
+
+
+<h3><a name="VIII" id="VIII"></a>VIII.</h3>
+
+<h3>Tegenwoordige toestand van dat land.</h3>
+
+
+<p>Glenarvan had terstond langs de kust naar Auckland willen gaan. Maar
+dien morgen was de lucht zwaar bewolkt, en tegen tien ure, na de
+ontscheping, verdigtten de dampen zich tot een geweldige regenbui.
+Derhalve was het onmogelijk om op reis te gaan en dwong de nood hen een
+schuilplaats te zoeken.</p>
+
+<p>Wilson ontdekte zeer van pas een grot, die de zee in de basaltrotsen aan
+de kust had uitgehold. De reizigers vlugtten er in met hun wapens en
+levensmiddelen. Daar lag een groote hoop gedroogd zeegras, dat de golven
+er hadden ingespoeld. Men was zeer tevreden met die natuurlijke
+legerstede, enige stukken hout werden aan den ingang der grot
+opgestapeld en vervolgens aangestoken, en nu trachtten allen zich bij
+dat vuur te droogen.</p>
+
+<p>John hoopte, dat de duur van dien stortregen in omgekeerde verhouding
+staan zou tot zijn hevigheid. Maar dat was zoo niet. Het eene uur na het
+andere verliep, zonder dat er verandering kwam in den toestand der
+lucht. Tegen elf ure begon het harder te waaijen en nog erger te
+regenen. Die tegenspoed zou den geduldigsten mensch ongeduldig gemaakt
+hebben. Maar wat er aan te doen? Het zou dwaasheid geweest zijn om
+zonder voertuig zulk een storm te tarten. Ook kon men in weinige dagen
+Auckland bereiken, en dus kwam het op een oponthoud van twaalf uren niet
+aan, althans wanneer de inboorlingen niet opdaagden.</p>
+
+<p>Gedurende die gedwongen rust liep het gesprek over de voorvallen van den
+oorlog, waarvan Nieuw-Zeeland toen het tooneel was. Maar om het gewigt
+der omstandigheden goed te begrijpen, waarin de schipbreukelingen der
+<i>Macquarie</i> verkeerden, moet men de geschiedenis dier worsteling kennen,
+die het eiland Ika-Na-Maoeï van bloed deed stroomen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill16c" id="ill16c"></a>
+<img src="images/685.jpg" width="400" alt="Gesprek in de grot." title="" />
+<span class="caption2">Gesprek in de grot.</span>
+</div>
+
+<p>Sedert de komst van Abel Tasman in de Cook-straat, den 18<sup>den</sup> December
+1642, waren de Nieuw-Zeelanders wel dikwijls door europeesche schepen
+bezocht, maar toch vrij gebleven op hun onafhankelijke eilanden. Geen
+enkele europeesche mogendheid dacht er aan om zich van dien archipel
+meester te maken, die de Stille Zuidzee beheerscht. De zendelingen, op
+verschillende punten gevestigd, waren de eenigen, die aan deze nieuwe
+landstreken de weldaden der christelijke beschaving bragten. Sommigen
+hunner, en voornamelijk de anglikaansche, bereidden de zeelandsche
+opperhoofden er echter op voor om zich te krommen onder het engelsche
+juk. Zij wisten dezen zoo slim om den tuin te leiden, dit zij een brief
+teekenden aan koningin Victoria gerigt om haar bescherming in te roepen.
+Maar de schrandersten onder hen voelden de dwaasheid van dien stap, en
+een hunner liet, na op den brief een afbeelding van de figuren, waarmee
+hij getatoeëerd was, gedrukt te hebben, deze profetische woorden hooren:
+"Wij hebben ons land verloren; voortaan behoort het ons niet meer;
+weldra zal de vreemdeling zich er meester van komen maken en wij zullen
+zijn slaven zijn."</p>
+
+<p>Werkelijk kwam den 29<sup>sten</sup> Januarij 1840 de korvet <i>Herald</i> in de
+Eilanden-baai, in het noorden van Ika-Na-Maoeï. De scheepskapitein
+Hobson landde bij het dorp Korora-Reka. De inwoners werden uitgenoodigd
+een volksvergadering in de protestantsche kerk bij te wonen. Daar werden
+hun de regten voorgelezen, die kapitein Hobson van de koningin van
+Engeland had verkregen.</p>
+
+<p>Den 5<sup>den</sup> Februarij daaraanvolgenden werden de voornaamste zeelandsche
+opperhoofden bij den engelschen resident in het dorp Païa geroepen.
+Kapitein Hobson trachtte hun onderwerping te verkrijgen, zeggende, dat
+de koningin troepen en schepen zou zenden om hen te beschermen, dat hun
+regten gewaarborgd bleven, dat hun vrijheid onaangerand zou blijven. Hun
+eigendommen echter zouden aan koningin Victoria toebehooren, aan wie zij
+verpligt waren ze te verkoopen.</p>
+
+<p>De meeste opperhoofden vonden die bescherming wat duur en weigerden ze
+aan te nemen. Maar de beloften en geschenken vermogten meer op die
+onbeschaafde gemoederen dan de groote woorden van kapitein Hobson, en de
+inbezitneming werd bekrachtigd.</p>
+
+<p>Maar wat was er voorgevallen van dat jaar 1840 af tot den dag toe,
+waarop de <i>Duncan</i> de golf van Clyde verliet? Jacques Paganel wist
+alles, en was bereid om zijn reisgenooten alles mede te deelen.</p>
+
+<p>"Mevrouw!" antwoordde hij op de vragen van lady Helena, "ik herhaal, wat
+ik vroeger reeds gezegd heb, dat de Nieuw-Zeelanders een moedig volk
+zijn, dat na een oogenblik toegegeven te hebben, zijn land voet voor
+voet betwist aan de engelsche indringers. De stammen der Maori's zijn op
+dezelfde leest geschoeid als de oude schotsche clans. Het zijn eigenlijk
+groote famieljes, die een opperhoofd erkennen, welke streng staat op
+volslagen onderwerping aan zijn gezag. De mannen van dit ras zijn fier
+en dapper; sommigen zijn groot en hebben gladde haren, gelijk de
+Maltezers of de joden uit Bagdad, en maken den heerschenden stand uit;
+anderen zijn kleiner en ineengedrongen, evenals de Mulatten; maar allen
+zijn sterk, trotsch en oorlogzuchtig. Zij hebben een beroemd opperhoofd
+gehad, Hibi geheeten, een echte Vercingetorix. Het behoeft u dus niet te
+verwonderen, dat de oorlog met de Engelschen eindeloos duurt op
+Ika-Na-Maoeï, want daar woont de vermaarde stam der Waikato's, die
+William Thompson tot verdediging van den grond in het gevecht brengt."</p>
+
+<p>"Maar zijn de Engelschen geen meesters van de voornaamste punten vau
+Nieuw-Zeeland?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Zonder twijfel, waarde John!" antwoordde Paganel. "Na de inbezitneming
+door kapitein Hobson, later gouverneur van het eiland, zijn er allengs
+van 1840 tot 62 negen koloniën gesticht op de voordeeligste plaatsen.
+Zij vormen negen provinciën; vier op het noordelijke eiland: de
+provinciën Auckland, Taranaki, Wellington en Hawkesbay; vijf op het
+zuidelijke eiland: de provinciën Nelson, Marlborough, Otago en
+Southland; de geheele bevolking dier negen provinciën bedroeg den 8<sup>sten</sup>
+Junij 1864 honderd tachtig duizend driehonderd zes en veertig inwoners.
+Allerwegen zijn belangrijke koopsteden verrezen. Wanneer wij te Auckland
+komen, zult gij genoodzaakt zijn onvoorwaardelijk de ligging te
+bewonderen van dat Corinthe van het zuiden, dat de naauwe landengte
+beheerscht, die als een brug over de Stille Zuidzee is geslagen, en
+reeds twaalf duizend zielen telt. Nieuw-Plymouth in het westen. Ahuhiri
+in het oosten, Wellington in het zuiden zijn reeds bloeijende steden vol
+vertier. Op het eiland Tavai-Poenamoe zoudt gij verlegen zijn in de keus
+tusschen Nelson, het Montpellier der tegenvoeters, den tuin van Nieuw
+Zeeland, Picton aan de Cooks-straat, Christchurch, Invercargill en
+Dunedin, in de rijke provincie Otago, waar de goudzoekers van heinde en
+ver heenstroomen. En merk op, dat hier niet bedoeld wordt een
+verzameling van eenige hutten, een opeenhooping van wilde gezinnen, maar
+wel echte steden, met havens, kerken, banken, dokken, kruidtuinen,
+museums van natuurlijke historie, acclimatatietuinen, dagbladen,
+hospitalen, inrigtingen van liefdadigheid, hoogescholen,
+vrijmetselaars-loges, clubs, zangverenigingen, schouwburgen en gebouwen
+voor wereldtentoonstellingen, niet meer noch minder dan te Londen of te
+Parijs! En als mijn geheugen mij geen parten speelt, zijn in 1865, in
+dit jaar, en misschien terwijl ik met u spreek, de voortbrengselen der
+nijverheid van de geheele aarde tentoongesteld in een land van
+menscheneters!"</p>
+
+<p>"Hoe! ondanks den oorlog met de inboorlingen?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"De Engelschen geven ook wat om een oorlog, mevrouw!" antwoordde
+Paganel. "Zij vechten en houden tentoonstellingen te gelijk. Dat hindert
+hen niet. Zij leggen zelfs spoorwegen aan onder bet bereik van de kogels
+der Nieuw-Zeelanders. In de provincie Auckland loopen de spoorweg van
+Drury en die van Mere-Mere door de voornaamste punten, welke de
+opstandelingen bezet houden. Ik wil wedden, dat de werklieden
+geweerschoten wisselen van de locomotief."</p>
+
+<p>"Maar hoe staat het thans met dien eindeloozen oorlog?" vroeg John
+Mangles.</p>
+
+<p>"Het is nu reeds meer dan zes maanden geleden, dat wij Europa verlaten
+hebben," antwoordde Paganel; "dus kan ik niet weten, wat er sedert ons
+vertrek voorgevallen is, op eenige feiten echter na, die ik op onze reis
+door Australië in de Maryborougsche en Seymoursche kranten gelezen heb.
+Maar toen werd er hard gevochten op het eiland Ika-Na-Maoeï."</p>
+
+<p>"En wanneer is die oorlog begonnen?" zeide Mary Grant.</p>
+
+<p>"Gij wilt zeggen "weder begonnen", lieve miss!" antwoordde Paganel,
+"want de eerste opstand had in 1845 plaats. Tegen het einde van 1863;
+maar reeds lang te voren maakten de Maori's zich gereed om het juk der
+engelsche heerschappij af te schudden. De nationale partij onder de
+inboorlingen deed haar uiterste best om de verkiezing van een maori
+opperhoofd te bewerken. Zij wilde den ouden Potatau koning, en van zijn
+dorp, tusschen de Waikato en de Waipa gelegen, de hoofdstad van het
+nieuwe koningrijk maken. Die Potatau was een meer sluwe dan stoute
+grijsaard; maar hij had een krachtvollen en schranderen eersten
+minister, een afstammeling van den stam dier Ngatihahua's, die voor den
+inval der vreemdelingen de landengte van Auckland bewoonden. Die
+minister, William Thompson geheeten, werd de ziel van dien
+onafhankelijkheidsoorlog. Hij bragt de troepen der Maori's op een zeer
+goeden voet. Op zijn aansporing vereenigde een opperhoofd van Taranaki
+de verstrooide stammen tot een zelfde doel; een ander opperhoofd van de
+Waikato's vormde het "landverbond," een echt verbond voor het algemeene
+welzijn, dat zich voorstelt de inboorlingen te verhinderen hun
+landerijen aan de engelsche regeering te verkoopen; er werden maaltijden
+gehouden, evenals in beschaafde landen, waar een omwenteling op het punt
+staat van uit te barsten. De engelsche dagbladen begonnen die
+onrustbarende voorteekenen mede te deelen, en de regeering werd ernstig
+ongerust over dat drijven van het "landverbond." Kortom, de gemoederen
+waren opgewonden, de mijn gereed om te springen. Er was maar een vonk
+noodig of liever de botsing van twee belangen om ze voort te brengen."</p>
+
+<p>"En die botsing?..." vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Had in 1860 plaats," antwoordde Paganel, "in de provincie Taranaki, op
+de zuidwestkust van Ika-Na-Maoeï. Een inlander bezat drie honderd
+bunders land in de nabijheid van Nieuw-Plymouth. Hij verkocht ze aan het
+engelsch bestuur. Maar toen de landmeters kwamen om den verkochten grond
+op te meten, verzette zich het opperhoofd Kingi, en in de maand Maart
+legde hij op de betwiste drie honderd bunders een met palissaden
+versterkte legerplaats aan. Eenige dagen later nam kolonel Gold aan bet
+hoofd zijner troepen dat kamp in, en dienzelfden dag werd het eerste
+schot in den volksoorlog gelost."</p>
+
+<p>"Zijn de Maori's talrijk?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"De inlandsche bevolking is in een eeuw sterk verminderd," antwoordde de
+aardrijkskundige. "In 1769 schatte Cook ze op vier honderd duizend
+inwoners. Volgens de opgave van het <i>Inlandsch Beschermheerschap</i>
+bedroeg ze in 1845 honderd negen duizend. De beschavende moorden, de
+ziekten en het vuurwater hebben ze gedund; maar op de twee eilanden
+blijven nog negentig duizend inboorlingen over, waaronder dertig duizend
+krijgslieden, die de europeesche troepen lang werk zullen geven."</p>
+
+<p>"Is de opstand tot nog toe gelukt?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Ja, mevrouw! en de Engelschen zelven hebben dikwijls den moed der
+Nieuw-Zeelenders bewonderd. Zij voeren een partijgangers-oorlog, wagen
+schermutselingen, overvallen kleine afdeelingen, plunderen de hoeven der
+kolonisten. Generaal Cameron was niet op zijn gemak in die velden,
+waarvan hij alle struiken moest laten doorzoeken. Na een langdurige en
+moorddadige worsteling hadden de Maori's in 1863 een groote versterkte
+stelling ingenomen aan de Boven-Waikato, aan de uitloopers van een
+steile heuvelketen, door drie verdedigings-liniën gedekt. Profeten
+riepen de geheele inlandsche bevolking op tot verdediging van den
+vaderlandschen grond en beloofden de verdelging der "pakeka's," dat wil
+zeggen van de blanken. Drie duizend man trokken op onder bevel van
+generaal Cameron en gaven den Maori's geen kwartier meer, na den
+barbaarschen moord op kapitein Sprent gepleegd. Bloedige slagen werden
+geleverd. Sommige duurden twaalf uren, zonder dat de Maori's voor de
+europeesche kanonnen weken. De strijdhaftige stam der Waikato's onder
+bevel van William Thompson vormde de kern der strijders voor de
+onafhankelijkheid. Die inlandsche veldheer had eerst derdehalf, later
+acht duizend krijgslieden onder zijn bevel. De onderdanen van Shongi en
+Heki, twee geduchte opperhoofden, kwamen hem te hulp. In dien heiligen
+oorlog deelden de vrouwen in de zwaarste vermoeienissen. Maar het regt
+zegeviert niet altijd. Na moorddadige gevechten gelukte het generaal
+Cameron het district Waikato te onderwerpen, een ledig en ontvolkt
+district, want de Maori's ontvlugtten naar alle zijden. Er hadden
+bewonderenswaardige wapenfeiten plaats. Vier honderd Maori's, in de
+vesting Orakan opgesloten en door duizend Engelschen onder bevel van den
+brigadier-generaal Carey belegerd, weigerden zich over te geven, hoewel
+honger en dorst hen kwelden. En op klaarlichten dag baanden zij zich een
+weg door het verzwakte 40<sup>ste</sup> regiment en redden zich over de moerassen."</p>
+
+<p>"En heeft de onderwerping van het district Waikato een eind gemaakt aan
+dien bloedigen oorlog?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Neen, mijn vriend!" antwoordde Paganel. "De Engelschen hebben het
+voornemen om in de provincie Taranaki binnen te rukken en Mataitawa, de
+vesting van William Thompson, te belegeren. Maar zij zullen ze niet
+zonder aanmerkelijke verliezen innemen. Toen ik gereed stond Parijs te
+verlaten, vernam ik, dat de gouverneur en de generaal de onderwerping
+der Tarangastammen aangenomen en hun drievierden hunner landerijen
+gelaten hebben. Er was ook sprake van, dat de hoofdaanvoerder van den
+opstand, William Thompson, er aan dacht om zich over te geven; maar de
+australische dagbladen hebben die tijding niet bevestigd; het tegendeel
+is veeleer waar. Het is dus zeer waarschijnlijk, dat men zich thans met
+kracht gereedmaakt voor den strijd."</p>
+
+<p>"En naar uwe meening, Paganel!" zeide Glenarvan, "zouden de provinciën
+Taranaki en Auckland het tooneel dier worsteling zijn?"</p>
+
+<p>"Dat denk ik."</p>
+
+<p>"Diezelfde provincie, waar de schipbreuk der <i>Macquarie</i> ons heeft doen
+aankomen?"</p>
+
+<p>"Juist. Wij zijn geland eenige mijlen benoorden de haven Kawhia, waar de
+nationale vlag der Maori's nog moet wapperen."</p>
+
+<p>"Dan zal het geraden zijn, dat wij noordwaarts trekken," zeide
+Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat is waarlijk hoog noodig," antwoordde Paganel. "De Nieuw-Zeelanders
+zijn razend op de Europeanen en vooral op de Engelschen. Wij mogen dus
+wel zorgen niet in hun handen te vallen."</p>
+
+<p>"Misschien zullen wij wel een afdeeling europeesche troepen ontmoeten,"
+zeide lady Helena. "Dat zou een buitenkansje zijn."</p>
+
+<p>"Misschien, mevrouw!" antwoordde de aardrijkskundige; "maar ik reken er
+niet op. De afzonderlijke afdeelingen zijn niet gaarne in het open veld,
+wanneer de geringste struik, het nietigste kreupelhout een bekwamen
+schutter verbergt. Ik reken dus niet op een geleide van de soldaten van
+het 40<sup>ste</sup> regiment. Maar er zijn eenige zendingsposten gevestigd op de
+westkust, die wij langs moeten, en wij kunnen ze gemakkelijk allen
+aandoen tot Auckland toe. Ik denk er zelfs aan om den weg te nemen, dien
+de heer Von Hochstetter gevolgd is, namelijk den loop van de Waikato."</p>
+
+<p>"Was dat een reiziger, mijnheer Paganel?" vroeg Robert Grant.</p>
+
+<p>"Ja, mijn jongen! een lid der wetenschappelijke commissie, die met het
+oostenrijksche fregat de <i>Novara</i> in 1858 de reis om de wereld
+medemaakte."</p>
+
+<p>"Mijnheer Paganel!" hernam Robert, wiens oogen fonkelden bij de gedachte
+aan groote aardrijkskundige togten, "heeft Nieuw-Zeeland beroemde
+reizigers gehad, zooals Burke en Stuart in Australië?"</p>
+
+<p>"Eenige, mijn kind! zooals dokter Hooker, professor Brizard, de
+natuurkundigen Dieffenbach en Julius Haast; maar ofschoon verscheidene
+hunner met hun leven geboet hebben voor hun zucht naar avonturen, zijn
+zij toch minder beroemd dan de australische of afrikaansche
+reizigers...."</p>
+
+<p>"En kent gij hun geschiedenis?" vroeg de jonge Grant.</p>
+
+<p>"Dat zou ik denken, mijn jongen! en daar ik zie dat gij brandt van
+verlangen om er evenveel van te weten als ik, zal ik ze u vertellen."</p>
+
+<p>"Ik dank u, mijnheer Paganel! ik luister al!"</p>
+
+<p>"En wij luisteren ook," zeide lady Helena, "Het is niet voor het eerst,
+dat het slechte weder ons dwingt om wat te leeren. Spreek voor ons
+allen, mijnbeer Paganel!"</p>
+
+<p>"Ik ben tot uw bevelen, mevrouw!" antwoordde de aardrijkskundige; "maar
+mijn verhaal zal kort zijn. Er is hier geen sprake van die stoute
+ontdekkers, die man tegen man met den australischen minotaurus
+worstelden. Nieuw-Zeeland is te klein om zich te verzetten tegen de
+nasporingen van den mensch. Mijn helden zijn dan ook geen eigenlijk
+gezegde reizigers geweest, maar eenvoudige pleizier-reizigers, die het
+offer werden van de meest dagelijksche voorvallen."</p>
+
+<p>"En zij heeten?..." vroeg Mary Grant.</p>
+
+<p>"De wiskunstenaar Witcombe en Charlton Howitt, dezelfde die het
+overblijfsel van Burke heeft teruggevonden op dien merkwaardigen togt,
+dien ik u verhaald heb bij ons vertoef aan de oevers der Wimerra.
+Witcombe en Howitt bestuurden elk een onderzoekingstogt op het eiland
+Tawaï-Poe-namoe. Beiden vertrokken van Christchurch in het begin van
+1863, om verschillende wegen over de noordelijke bergen der provincie
+Canterbury op te zoeken. Howitt trok op de noordelijke grens der
+provincie over de keten en sloeg zijn hoofdkwartier op aan het meer
+Brunner. Witcombe daarentegen vond in het dal van de Rakaia een weg, die
+op het oostelijke gedeelte van den Tyndall-berg uitliep. Witcombe had
+een medgezel, Jacob Louper, die in de <i>Lyttelton-Times</i> het verhaal van
+de reis en de ramp heeft openbaar gemaakt. Zooveel ik mij herinner waren
+de twee onderzoekers den 22<sup>sten</sup> April 1863 aan den voet van een
+gletscher, waar de Bakaia uit ontspringt. Zij beklommen den bergtop en
+gingen nieuwe paden opzoeken. Den volgenden dag bragten Witcombe en
+Louper, uitgeput van vermoeijenis en koude, onder een zware sneeuwbui
+ter hoogte van vier duizend voet boven den zeespiegel door. Zeven dagen
+lang dwaalden zij in het gebergte rond, in dalen, wier loodregte wanden
+geen uitgang verleenden, dikwijls zonder vuur, soms zonder voedsel, hun
+suiker veranderde in stroop, hun beschuit in nat deeg, hun kleeren en
+dekens dropen van water, insecten wondden hen, soms maakten zij groote
+dagreizen van drie mijlen en dan weer vorderden zij op een dag nog geen
+twee honderd el. Den 29<sup>sten</sup> April troffen zij eindelijk een hut van
+Maori's aan, en in een tuin eenige handenvol aardappelen. Dit was de
+laatste maaltijd, dien de beide vrienden zamen deelden. 's Avonds
+bereikten zij de zeekust, nabij den mond der Taramakau. Nu kwam het er
+op aan om op den regteroever over te gaan, ten einde noordwaarts de
+rivier de Grey te bereiken. De Taramakau was diep en breed. Na een uur
+zoekens vond Louper twee beschadigde bootjes, die hij zoo goed mogelijk
+herstelde en aan elkander bond. Tegen den avond gingen de twee reizigers
+scheep. Maar pas waren zij in het midden van den stroom, toen de bootjes
+vol water liepen. Witcombe sprong in het water en zwom naar den
+linkeroever terug. Jacob Louper, die niet zwemmen kon, hield zich aan
+het bootje vast. Dit redde hem, maar niet zonder dat hij veel angst
+moest uitstaan. De ongelukkige dreef naar de branding. De eerste golf
+slingerde hem in de diepte. De tweede bragt hem aan de oppervlakte
+terug. Hij werd tegen de rotsen geslagen. De nacht was vreeselijk
+donker. Het stortregende. Zoo werd Louper met een bloedend en door het
+zeewater opgezet ligchaam verscheidene uren heen en weêr geslingerd.
+Eindelijk stiet het bootje tegen den wal, en de schipbreukeling werd
+bewusteloos op de kust geworpen. Toen de zon den volgenden morgen
+opging, sleepte hij zich naar een bron en bemerkte, dat de stroom hem
+een mijl van de plaats had afgevoerd, waar hij den overtogt over de
+rivier had beproefd. Hij stond op, volgde de kust en vond weldra den
+ongelukkigen Witcombe, wiens hoofd en geheele ligchaam onder den modder
+begraven was. Hij was dood. Louper groef met zijn handen een kuil in het
+zand en begroef het lijk van zijn makker. Twee dagen daarna werd hij,
+stervende van honger, door gastvrije Maori's opgenomen,&mdash;er zijn er wel
+enkele,&mdash;en den 4<sup>den</sup> Mei bereikte hij het meer Brunner en de legerplaats
+van Charlton Howitt, die zes weken later hetzelfde lot onderging als de
+ongelukkige Witcombe."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill17c" id="ill17c"></a>
+<img src="images/695.jpg" width="400" alt="Jacob Louper hield zich aan het bootje vast." title="" />
+<span class="caption2">Jacob Louper hield zich aan het bootje vast.</span>
+</div>
+
+<p>"Ja!" zeide John Mangles, "het schijnt, dat die rampen zich
+aaneenschakelen, dat een noodlottige band de reizigers onderling
+verbindt, en dat zij allen sterven, wanneer die band verbroken wordt."</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk, vriend John!" antwoordde Paganel, "en ik heb dikwijls
+diezelfde opmerking gemaakt. Door welk noodzakelijk verband Howitt bijna
+onder dezelfde omstandigheden moest omkomen, kan men niet zeggen.
+Charlton Howitt was door den heer Wyde, chef der landswerken, aangenomen
+om een voor paarden bruikbaren weg aan te leggen van de vlakten van
+Hurunuï tot aan den mond der Taramakau. Hij vertrok den 1<sup>en</sup> Januarij
+1863 met vijf man. Hij kweet zich uitstekend van zijn last, en een weg
+van veertig mijlen werd in orde gebragt tot aan een onoverkomelijk punt
+van de Taramakau. Howitt keerde nu naar Christchurch terug, en in
+weerwil van den naderenden winter verzocht hij zijn werk te mogen
+voortzetten. De heer Wyde gaf hem daartoe verlof. Howitt vertrok weer
+met de noodige levensmiddelen om het slechte jaargetijde in zijn
+legerplaats door te brengen. Omstreeks dien tijd kwam Jacob Louper bij
+hem. Den 27<sup>sten</sup> Junij verliet Howitt met twee man, Robert Little en
+Henry Mullis, de legerplaats. Zij staken het meer Brunner over. Sedert
+heeft men hen nooit terug gezien. Hun rank en laag op het water liggend
+bootje werd op de kust, waar het gestrand was, teruggevonden. Negen
+weken lang heeft men te vergeefs naar hen gezocht, en het is duidelijk,
+dat die ongelukkigen, welke niet konden zwemmen, in de golven van het
+meer verdronken zijn."</p>
+
+<p>"Maar zouden zij niet ongedeerd bij een zeelandschen stam kunnen zijn?"
+zeide lady Helena. "Men mag toch altijd nog aan hun dood twijfelen."</p>
+
+<p>"Helaas neen! mevrouw!" antwoordde Paganel, "want in de maand Augustus
+1865, een jaar na de ramp, waren zij nog niet terug ... en," mompelde
+hij zachtjes, "wanneer men in geen jaar in dat Nieuw-Zeeland te
+voorschijn komt, dan is het alleen, omdat men reddeloos verloren is."</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="IX" id="IX"></a>IX.</h3>
+
+<h3>Dertig mijlen noordelijker.</h3>
+
+
+<p>Den 7<sup>den</sup> Februarij, 's morgens ten zes ure, gaf Glenarvan het sein om te
+vertrekken. De regen had dien nacht opgehouden. Graauwe wolkjes, die ter
+hoogte van drie mijlen boven den grond zweefden, hielden de zonnestralen
+tegen. De matige warmte liet toe, dat men de vermoeijenissen van de reis
+overdag trotseerde.</p>
+
+<p>Paganel had op de kaart een afstand van tachtig mijlen tusschen hoek
+Cahua en Auckland gemeten; dat was tegen tien mijlen per dag een reis
+van acht dagen. Maar in plaats van de bogtige zeekust te volgen, achtte
+hij het beter om op een afstand van dertig mijlen de samenvloeijing der
+Waikato en Waipa, bij het dorp Ngarnavahia te bereiken. Daar gaat de
+postweg over, of beter gezegd een voor rijtuigen bruikbaar pad, dat een
+groot gedeelte van het eiland Napier van de Hawkes-baai tot Auckland
+doorsnijdt. Dan zou het gemakkelijk zijn Drury te bereiken en er in een
+uitmuntend logement uit te rusten, dat de natuurkundige Hochstetter
+aanbeveelt.</p>
+
+<p>De reizigers belastten zich elk met een gedeelte der mondbehoeften en
+volgden den oever der baai van Aotea. Uit voorzigtigheid verwijderden
+zij zich niet van elkander en hadden zij hun karabijnen geladen, terwijl
+zij uit instinct de golvende vlakten in het oosten gadesloegen. Met zijn
+uitstekende kaart in de hand vond Paganel er het genoegen van een
+kunstenaar in om de naauwkeurigheid van de geringste daarop
+aangeteekende bijzonderheden te onderzoeken.</p>
+
+<p>Een gedeelte van den dag betrad het kleine gezelschap een zandgrond,
+bestaande uit overblijfselen van tweekleppige schelpen en graten van den
+inktvisch, sterk vermengd met over-oxyde en eerste ijzer-oxyde. Een
+magneet, dien men digt bij den grond hield, zou terstond met
+schitterende kristallen bedekt zijn geworden.</p>
+
+<p>Op den oever, dien het wassende water allengs bespoelde, dartelden
+eenige zeedieren, die volstrekt geen haast maakten om te vlugten. De
+robben met hun ronde koppen, hun breed en gebogen voorhoofd, hun
+sprekende oogen, hadden een zacht, zelfs een innemend voorkomen. Men kon
+het ligt begrijpen, dat de fabel, die zonderlinge waterbewoners op hare
+wijze in een dichterlijk waas hullende, er betooverende sirenen van
+gemaakt had, hoewel hun stem niets anders is dan een onwelluidend
+geknor. Op de kusten van Nieuw-Zeeland zijn die talrijke dieren het
+voorwerp van een levendigen handel. Zij worden gevangen om hun traan en
+hun vel.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill18c" id="ill18c"></a>
+<img src="images/699.jpg" width="400" alt="De robben met hun ronde koppen...." title="" />
+<span class="caption2">De robben met hun ronde koppen....</span>
+</div>
+
+<p>Onder hen merkte men drie of vier zee-olifanten op, blaauwachtig grijs
+en vijf en twintig tot dertig voet lang. Die ontzaggelijke vierpootige
+zoogdieren lagen lui op dikke bedden reusachtig zeegras, staken hun
+snuit in de hoogte en schudden grijnzend de grove haren van hun lange en
+ineengedraaide knevels, echte kurketrekkers, die gekruld waren als de
+baard van een saletjonker. Robert keek met genoegen naar dat
+belangwekkend schouwspel, toen hij op eens zeer verbaasd uitriep:</p>
+
+<p>"Kijk eens! die robben eten keisteenen!"</p>
+
+<p>En waarlijk slikten verscheidene van deze dieren met gulzigheid de
+steenen in die op het strand lagen.</p>
+
+<p>"Drommels! het feit is waar!" antwoordde Paganel. "Men kan niet
+ontkennen, dat deze dieren hun maag met strandkeitjes vullen."</p>
+
+<p>"Een vreemd voedsel," zeide Robert, "dat moeijelijk te verteren zal
+zijn!"</p>
+
+<p>"Die zeedieren slikken geen steenen in om zich te voeden, mijn jongen!
+maar om zich te ballasten. Het is een middel om hun soortelijk gewigt te
+vermeerderen en gemakkelijker te zinken. Zoodra zij weer aan land zijn,
+zullen ze die steenen wel zonder verteren omslag overgeven. Gij zult
+zien, dat dezen te water gaan."</p>
+
+<p>Zoo was het ook. Een half dozijn robben, die voldoenden ballast hadden
+ingenomen, kropen weldra met veel moeite langs het strand en verdwenen
+in hun vochtig element. Maar Glenarvan kon geen kostbaren tijd
+verspillen met op hun terugkomst te wachten, teneinde gade te slaan hoe
+zij hun ballast weer opruimden en tot groote spijt van Paganel werd de
+afgebroken marsch weder hervat.</p>
+
+<p>Ten tien ure hield men stil om te ontbijten aan den voet van groote
+basalt-rotsen, die als celtische dolmens aan den zeekant lagen. Een
+oesterbank leverde een groot aantal van die weekdieren op. Die oesters
+waren klein en niet lekker. Maar op raad van Paganel braadde Olbinett ze
+op gloeijende kolen en zoo toebereid werden ze bij dozijnen gedurende
+dien maaltijd gebruikt.</p>
+
+<p>Toen de rusttijd om was, zette men den togt langs den oever der baai
+voort. Op de getande rotsen, op de kruin dier klippen, waren een menigte
+zeevogels gevlugt, fregatvogels, domme zeezwaluwen, zeemeeuwen, en
+groote albatrossen, die onbewegelijk op den top der scherpe pieken
+zaten. 's Namiddags ten vier ure had men tien mijlen afgelegd zonder
+hinderpalen ontmoet te hebben of vermoeid te zijn. De dames verzochten
+de reis tot den avond toe voort te zetten. Nu moest de rigting van den
+weg veranderd worden; om den voet van eenige bergen heen, die zich in
+het noorden vertoonden, moest men het dal van de Waipa in.</p>
+
+<p>In de verte vertoonde de bodem onafzienbare grasvlakten, waarop men
+makkelijk zou voortkunnen. Maar toen de reizigers aan den rand dier
+groene velden kwamen, waren zij bitter teleurgesteld. Het gras werd
+vervangen door een kreupelbosch van heesters met kleine witte bloemen,
+vermengd met die hooge en tallooze varens, die zoo menigvuldig voorkomen
+op de gronden van Nieuw-Zeeland. Men moest zich door die houtachtige
+stengels een weg banen, hetgeen zeer moeijelijk ging. Echter was men 's
+avonds ten acht ure om de eerste ruggen der Hakarihoata-Ranges
+heengekomen, en nu sloeg men terstond de legerplaats op.</p>
+
+<p>Na een togt van veertien mijlen hadden zij waarlijk aanspraak op rust.
+Daar zij geen wagen noch tent hadden, zocht ieder aan den voet van
+prachtige norfolksche dennen een goede ligplaats. Aan dekens was geen
+gebrek, zij werden als bedden uitgespreid.</p>
+
+<p>Glenarvan nam duchtige voorzorgmaatregelen voor den nacht. Twee aan twee
+zouden hij en zijn reisgenooten tot zonsopgang behoorlijk gewapend de
+wacht houden. Vuur werd niet aangelegd. Die brandende slagboomen zijn
+goed tegen wilde beesten; maar Nieuw-Zeeland heeft tijgers, leeuwen,
+beeren noch andere verscheurende dieren: trouwens de Nieuw-Zeelanders
+vervangen genoegzaam hun plaats. En een vuur zou alleen gediend hebben
+om die tweevoetige tijgerkatten te lokken.</p>
+
+<p>Kortom, de nacht was goed, op eenige zandvliegen na, in de landtaal
+"ngamu" genoemd, wier steek zeer lastig is, en een vermetele
+rattensoort, die wakker knaagde aan de zakken met mondvoorraad.</p>
+
+<p>Toen Paganel den volgenden dag, den 8<sup>sten</sup> Februarij, ontwaakte, was hij
+vol moed en bijna met het land verzoend. De Maori's, die hij vooral
+duchtte, waren niet opgedaagd, en die wreede menscheneters bedreigden
+hem niet eens in zijn droomen. Hij deelde zijn blijdschap daarover aan
+Glenarvan mede.</p>
+
+<p>"Ik denk dus," zeide hij, "dat deze kleine wandeling goed zal afloopen.
+Dezen avond zullen wij de samenvloeijing der Waipa en Waikato bereikt
+hebben, en zijn wij daar voorbij, dan behoeven wij niet bang te zijn
+voor een ontmoeting met de inboorlingen op den weg naar Auckland."</p>
+
+<p>"Hoe ver moeten wij gaan," vroeg Glenarvan, "om de samenvloeijing der
+Waipa en Waikato te bereiken?"</p>
+
+<p>"Vijftien mijlen, zoo wat even ver, als wij gisteren gegaan zijn."</p>
+
+<p>"Maar het zal ons heel wat oponthoud veroorzaken, als dat eindelooze
+kreupelhout de paden blijft versperren."</p>
+
+<p>"Neen," antwoordde Paganel, "wij zullen de Waipa langs gaan, en daar
+geen hinderpalen meer vinden, maar integendeel een gemakkelijken weg."</p>
+
+<p>"Vooruit dan!" beval Glenarvan, die zag dat de dames gereed waren om te
+vertrekken.</p>
+
+<p>Gedurende de eerste uren van dien dag maakte het digte kreupelbosch het
+gaan nog zeer lastig. Wagen noch paarden hadden er kunnen doordringen;
+zij beklaagden zich daarom niet sterk over het gemis van hun australisch
+voertuig. Zoo lang geen voor wagens berijdbare wegen door die bosschen
+van planten zijn gebaand, zal Nieuw-Zeeland alleen door voetgangers
+bereisd kunnen worden. De varens, wier soorten hier ontelbaar zijn,
+werken even onverzettelijk als de Maori's mede tot verdediging van den
+vaderlandschen bodem.</p>
+
+<p>Het kleine gezelschap ondervond dus duizend bezwaren bij het overtrekken
+der vlakten, waar de heuvels van Hakarihoata zich verheffen. Maar voor
+twaalf ure bereikte het de oevers der Waipa en rigtte het zich zonder
+moeite noordwaarts langs de steile oevers der rivier.</p>
+
+<p>Het was een liefelijk dal, doorsneden met frissche en heldere
+stroompjes, die zich vrolijk tusschen de struiken kronkelden. Volgens
+den kruidkundige Hooker heeft Nieuw-Zeeland tot nog toe twee duizend
+plantensoorten opgeleverd, waarvan er vijf honderd daar alleen te huis
+behooren. Bloemen vindt men er weinig, en er is bijna geen
+verscheidenheid in haar kleuren. Er is bijna volslagen gebrek aan
+eenjarige planten, maar een overvloed van varenkruiden, grassoorten en
+schermbloemen.</p>
+
+<p>Buiten de eerste donkergroene plekken verhieven zich hier en daar eenige
+groote boomen, ijzermirten met scharlakenroode bloemen, norfolksche
+denneboomen, levensboomen met loodregt opgaande takken, en een
+cypresseboom, de "rimu," niet minder treurig dan zijn europeesche
+broederen; al die stammen waren letterlijk begroeid met talrijke
+verscheidenheden van varens.</p>
+
+<p>Tusschen de takken der groote boomen en boven de struiken fladderden en
+babbelden eenige kakatoes, de groene "kakariki," met een gele streep
+onder de keel, de "taupo," pronkende met een mooi paar zwarte knevels,
+en een papegaai, zoo groot als een eend, met rood gevederte, dat vooral
+onder de vleugels zeer schitterde en dien de natuurkundigen den "Nestor
+van het zuiden" hebben bijgenaamd.</p>
+
+<p>Zonder zich van hun makkers te verwijderen konden de majoor en Robert
+eenige watersnippen en patrijzen schieten, die onder het lage
+struikgewas der vlakten nestelden. Om tijd te winnen plukte Olbinett ze
+onderweg.</p>
+
+<p>Paganel, die minder ophad met de voedende eigenschappen van het wild,
+had liever een vogel meester willen worden, die uitsluitend op
+Nieuw-Zeeland te huis behoort. De weetgierigheid van den natuurkundige
+bragt in hem den eetlust van den reiziger tot zwijgen. Bedroog zijn
+geheugen hem niet, dan bragt het hem de vreemde manieren van den "twi"
+der inlanders te binnen, die nu eens om zijn onophoudelijk hoongelach
+"spotvogel" genoemd wordt en dan weer "pastoor," omdat hij op zijn
+gevederte, dat zoo zwart is als een priesterrok, een witten kraag
+draagt.</p>
+
+<p>"Die twi," zeide Paganel tot den majoor, "wordt 's winters zoo vet, dat
+hij er ziek van is. Hij kan niet meer vliegen. Dan rijt hij zich met
+zijn snavel de borst open, om zich van zijn vet te ontlasten en zich
+ligter te maken. Vindt gij dat niet vreemd, Mac Nabbs?"</p>
+
+<p>"Zoo vreemd," antwoordde de majoor, "dat ik er geen woord van geloof!"</p>
+
+<p>Tot zijn groote spijt kon Paganel geen enkelen van die vogels in handen
+krijgen om aan den ongeloovigen majoor de bloedige inkervingen in hun
+borst te laten zien.</p>
+
+<p>Maar het geluk diende hem beter met een zonderling dier, dat door
+menschen, katten en honden vervolgd, naar de onbewoonde streken gevlugt
+is en gevaar loopt uit de zeelandsche dierenwereld te verdwijnen. Robert
+die als een echte speurhond rondsnuffelde, ontdekte in een nest van
+gevlochten wortels een paar ongevleugelde en staartlooze hoenders, met
+vier teenen aan de pooten, een langen bek als een snip en witte op haar
+gelijkende vederen over het geheele ligchaam. Vreemde dieren, die den
+schakel schenen uit te maken tusschen de eijerleggende dieren en de
+zoogdieren.</p>
+
+<p>Het was de zeelandsche "kiwi," de "apterix australis" der
+natuurkundigen, die zich al naar het valt voedt met maskers, insecten,
+wormen of zaden. Deze vogel is aan dit land eigen. Met moeite heeft men
+hem kunnen overbrengen in de dierentuinen van Europa. Zijn half
+afgewerkte vormen, zijn lachwekkende bewegingen, hebben altijd de
+aandacht der reizigers getrokken, en op de groote ontdekkingsreis in
+Oceanië van de <i>Astrolabe</i> en de <i>Zélée</i>, kreeg Dumont d'Urville
+uitdrukkelijk last van de Akademie van Wetenschappen om een van die
+zonderlinge vogels mede te brengen. Maar ondanks de belooningen, die hij
+aan de inlanders uitloofde, kon hij geen enkelen levenden kiwi krijgen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill19c" id="ill19c"></a>
+<img src="images/705.jpg" width="400" alt="Het was de zeelandsche &quot;kiwi.&quot;" title="" />
+<span class="caption2">Het was de zeelandsche &quot;kiwi.&quot;</span>
+</div>
+
+<p>Paganel, die regt blijde was met dit buitenkansje, bond zijn twee
+hoenders aan elkander en nam ze vol vreugde mede, daar hij voornemens
+was ze aan den Plantentuin te Parijs te vereeren "<i>Geschenk van den heer
+Jacques Paganel</i>," dat verleidelijke opschrift las hij reeds op de
+schoonste kooi in die verzameling, die ligtgeloovige aardrijkskundige!</p>
+
+<p>Inmiddels zakte het kleine gezelschap zonder veel vermoeijenis de oevers
+der Waipa af. De streek was verlaten, geen spoor van inboorlingen, geen
+pad was er te zien, dat de aanwezigheid van den mensch in deze vlakten
+verried. Het water der rivier stroomde tusschen hooge struiken door of
+kabbelde een eind weegs over den vlakken zandigen oever. Dan had men een
+vrijgezigt tot op de bergjes, die het dal in het oosten begrensden. Met
+hun vreemde vormen en hun toppen, die in een bedriegelijken nevel waren
+gehuld, geleken zij op reusachtige dieren uit de voorwereld. Men zou
+wanen, een heele school walvischachtige dieren te zien, die op eens
+versteend waren. Die dooreen geworpen massa's droegen den stempel van
+een echt vulkanisch karakter. Nieuw-Zeeland is dan ook niets anders dan
+een jong voortbrengsel van een plutonische werking. Gestadig rijst het
+hooger boven den zeespiegel. Sommige punten zijn in twintig jaar wel een
+vaam gestegen. Het vuur blaakt nog in zijn binnenste, schudt het, doet
+het trillen, en ontsnapt op menige plaats door den mond der heete
+bronnen en den krater der vuurspuwende bergen.</p>
+
+<p>'s Namiddags ten vier ure had men in opgeruimde stemming negen mijlen
+afgelegd. Volgens de kaart, die Paganel onophoudelijk raadpleegde, lag
+de zamenvloeijing der Waipa en Waikato nog bijna vijf mijlen verder.
+Daar liep de weg naar Auckland; daar zou men dien nacht verblijven. Wat
+de vijftig mijlen aangaat, die hen van de hoofdstad scheidden, die kon
+men in twee of drie dagen afleggen, en in hoogstens acht uren, wanneer
+Glenarvan den postwagen aantrof, die tweemaal in de maand van Auckland
+naar de Hawkes-baai vice versa rijdt.</p>
+
+<p>"Dus zullen wij nog dezen nacht in de open lucht moeten slapen?" vroeg
+Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde Paganel; "maar voor het laatst, hoop ik."</p>
+
+<p>"Des te beter; want het wil wat zeggen voor lady Helena en Mary Grant."</p>
+
+<p>"En zij verdragen het geduldig," voegde John Mangles er bij. "Maar,
+vergis ik mij niet, mijnheer Paganel! dan hadt gij van een dorp aan de
+zamenvloeijing der beide rivieren gesproken."</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde de aardrijkskundige, "hier staat het op de kaart van
+Johnston. Het is Ngarnavahia, omtrent twee mijlen beneden de
+zamenvloeijing."</p>
+
+<p>"Welnu! zouden wij daar van nacht niet kunnen slapen? Lady Helena en
+miss Grant zouden gaarne nog een paar mijlen loopen om een redelijk
+logement te vinden."</p>
+
+<p>"Een logement!" riep Paganel, "een logement in een maoridorp! niet eens
+een herberg of een kroeg! Dat dorp is niets anders dan een verzameling
+van hutten van inlanders, en wel verre van er een schuilplaats te
+zoeken, raad ik aan het voorzigtig te vermijden."</p>
+
+<p>"Wat zijt gij altijd bang, Paganel!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Waarde lord! wantrouwen kan minder kwaad dan vertrouwen bij die
+Maori's. Ik weet niet, op welken voet zij met de Engelschen staan, of de
+opstand gedempt is of zegepraalt, of wij niet midden in den oorlog
+komen. En wij mogen zonder aanmatiging zeggen, dat lieden van onzen rang
+goede gevangenen zouden zijn, en ik ben er volstrekt niet op gesteld om
+tegen wil en dank kennis te maken met de zeelandsche gastvrijheid.
+Daarom oordeel ik het best, dat wij dat dorp Ngarnavahia vermijden, het
+omreizen, alle ontmoeting met de inlanders ontwijken. Zijn wij eens te
+Drury, dan verandert de zaak, en dan kunnen onze wakkere medereizigsters
+op haar gemak uitrusten van de vermoeienissen der reis."</p>
+
+<p>Het gevoelen van Paganel behield de overhand. Lady Helena wilde liever
+nog een nacht in de open lucht doorbrengen dan haar medgezellen in
+gevaar brengen. Mary Grant vroeg evenmin als zij om stil te houden, en
+dus zetten zij den togt langs den rivieroever voort.</p>
+
+<p>Twee uren later daalde de eerste avondschemering van de bergen. Voor de
+zon in het westen onder de kimmen zonk, had zij gebruik gemaakt van een
+onverwachte opening in de wolkengordijn om nog eenige late stralen te
+schieten. De laatste zonneschijn gaf aan de verwijderde toppen in het
+oosten een purperglans. Het was als het ware een laatste groet aan de
+reizigers.</p>
+
+<p>Glenarvan en de zijnen verhaastten hun tred. Zij wisten, hoe kort de
+avondschemering, op deze reeds vrij hooge breedte duurde, en hoe spoedig
+de duisternis inviel. Zij dienden de zamenvloeijing der twee rivieren te
+bereiken, voor het geheel donker werd. Maar er steeg een zware mist uit
+den grond op en deze maakte het zeer moeijelijk om den weg te
+onderscheiden.</p>
+
+<p>Gelukkig verving het oor het door de duisternis nuttelooze oog. Weldra
+verkondigde een duidelijker gemurmel des waters de vereeniging der twee
+rivieren in hetzelfde bed. Ten acht ure bereikte het kleine gezelschap
+het punt, waar de Waipa zich met eenig gedruisch in de Waikato stort.</p>
+
+<p>"Daar is de Waikato!" riep Paganel, "en de weg naar Auckland loopt langs
+den regteroever."</p>
+
+<p>"Morgen zullen wij hem zien," antwoordde de majoor. "Wij blijven hier.
+Mij dunkt, dat die donkerder schaduwen afkomstig zijn van een klein
+boschje, dat daar met opzet gegroeid is om ons te beschutten. Laten wij
+eten en slapen."</p>
+
+<p>"Eten, dat is goed!" zeide Paganel; "maar beschuit en droog vleesch,
+andere niet, zonder een vuur aan te leggen. Wij zijn hier onbekend
+gekomen; wij moeten ons best doen ook onbekend heen te gaan! Gelukkig
+maakt die mist ons onzigtbaar."</p>
+
+<p>Het boschje werd bereikt, en allen hielden zich stipt aan de strenge
+voorschriften van den aardrijkskundige. Het koude avondeten werd in alle
+stilte genuttigd, en weldra vielen de reizigers, die zeer vermoeid waren
+door een marsch van vijftien mijlen, in een diepen slaap.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="X" id="X"></a>X.</h3>
+
+<h3>De nationale stroom.</h3>
+
+
+<p>Toen de zon den volgenden morgen opging hing een vrij dikke mist zwaar
+op het water der rivier. Een deel van de dampen, waarmee de lucht vol
+was, had de afkoeling verdigt, zoodat ze nu de oppervlakte des waters
+met een digte wolk bedekten. Maar de stralen der zon boorden spoedig
+door die waterbellen heen, welke barstten, nu de dagvorstin ze bescheen.
+De in nevel gehulde oevers werden zigtbaar, en de Waikato vertoonde zich
+in al de schoonheid van den morgen.</p>
+
+<p>Ter plaatse, waar de twee stroomen ineenliepen, stak de scherpe punt van
+een met struiken bedekte landtong in het water uit. Het onstuimige water
+der Waipa stuwde dat van de Waikato wel een kwartmijl weg, voor het zich
+er mede vereenigde; maar de magtige en kalme stroom bragt de bruischende
+rivier weldra ten onder, en sleepte haar rustig mede in zijn loop tot
+aan het bekken der Stille Zuidzee.</p>
+
+<p>Toen de damp optrok, kon men een boot de Waikato stroomopwaarts zien
+roeijen. Het was een kano van zeventig voet lang, vijf breed en drie
+diep, met een hoogen voorsteven als een venetiaansche gondel en geheel
+vervaardigd van den stam van een kahikatea-denneboom. De bodem was
+belegd met een bed van drooge varens. Acht roeijers, die voorin zaten,
+deden ze over de oppervlakte des waters vliegen, terwijl een man, die
+achteraan zat, ze met een beweegbare pagaai bestuurde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill20c" id="ill20c"></a>
+<img src="images/710.jpg" width="400" alt="Het was een kano van zeventig voet lang." title="" />
+<span class="caption2">Het was een kano van zeventig voet lang.</span>
+</div>
+
+<p>Die man was een lange inboorling, omstreeks vijf en veertig jaar oud,
+met een breede borst, gespierde leden, en forsche handen en voeten. Zijn
+gewelfd en met diepe rimpels beploegd voorhoofd, zijn onvriendelijke
+blik, zijn onheilspellend gelaat, boezemden schrik voor hem in.</p>
+
+<p>Het was een maori-opperhoofd van hoogen rang. Dat bleek uit de fijne en
+digte figuren, waarmede zijn ligchaam en aangezigt getatoeëerd waren.
+Van de vleugels van zijn arendsneus liepen twee zwarte kromme lijnen,
+die om zijn gele oogen zich slingerden, op zijn voorhoofd bijeen kwamen
+en onder zijn prachtig hoofdhaar verdwenen. Zijn mond met sneeuwwitte
+tanden en zijn kin verdwenen onder regelmatige bonte lijnen welker
+sierlijke krullen zich door elkander slingerden tot op zijn sterke
+borst.</p>
+
+<p>Het tatoeëeren, het "moko" der Nieuw-Zeelanders, is een bewijs van hoog
+aanzien. Hij alleen is die eervolle kringen waardig, die zich in een
+aantal gevechten door zijn dapperheid heeft onderscheiden. De slaven en
+de heffe des volks hebben er geen aanspraak op. De beroemde opperhoofden
+zijn kenbaar aan het uitgewerkte, de juistheid en den aard der
+teekening, die dikwijls afbeeldingen van dieren op hun ligchaam
+voorstelt. Sommigen ondergaan tot vijfmaal toe de zeer smartelijke
+bewerking van het moko. Hoe beroemder men is, des te meer wordt men
+opgeschikt in dat Nieuw-Zeeland.</p>
+
+<p>Dumont d'Urville heeft wetenswaardige bijzonderheden aangaande dat
+gebruik medegedeeld. Hij heeft teregt opgemerkt, dat het moko de plaats
+dier wapens vervangt, waarop in Europa sommige geslachten zich zoo veel
+laten voorstaan. Maar hij merkt een verschil op tusschen die twee
+teekenen van onderscheiding: namelijk, dat de wapens der Europeanen
+dikwijls alleen het bewijs zijn van de persoonlijke verdienste desgenen,
+die ze het allereerst verwierf, zonder dat men daaruit tot de verdienste
+zijner kinderen mag besluiten; terwijl de persoonlijke wapens der
+Nieuw-Zeelanders een wettig bewijs zijn, dat zij een buitengewonen
+persoonlijken moed aan den dag hebben moeten leggen om het regt te
+verkrijgen ze te dragen.</p>
+
+<p>Ook is het niet te ontkennen, dat het tatoeëeren der Maori's, nog
+daargelaten het aanzien, waarin het staat, ontegenzeggelijk zijn nut
+heeft. Het geeft aan de huid meerdere dikte, waardoor ze in staat is
+weerstand te bieden aan de guurheid des weders en aan de onophoudelijke
+steken der muskieten.</p>
+
+<p>Bij het opperhoofd, die het vaartuig stuurde, was geen twijfel aan zijn
+beroemdheid mogelijk. Het scherpe albatros-been, dat de maori
+tatoeëerders gebruiken, had zijn gezigt vijf maal doorkorven met digte
+en diepe lijnen. Hij had de vijfde uitgave reeds beleefd, hetgeen wel te
+zien was aan zijn trotsch voorkomen.</p>
+
+<p>Zijn ligchaam, bedekt met een groot stuk doek van nieuw-zeelandsch vlas
+gevoerd met hondenvellen, was omgord met een schaamteschort, dat in de
+laatste gevechten met bloed was bemorst. Aan zijn uitgerekte oorlellen
+prijkten hangers van groenen niersteen, en om den hals droeg hij
+kettingen van "poenamoes," gewijde steenen, waaraan de Zeelanders eenige
+bijgeloovige denkbeelden verbinden. Naast hem lag een geweer van
+engelsen maaksel, en een "patoe-patoe," een soort van tweesnijdende,
+smaragdkleurige, achttien duim lange bijl.</p>
+
+<p>Negen krijgslieden van minderen rang, maar gewapend en met een woest
+uiterlijk, waarvan enkelen nog leden aan versche wonden, zaten in hun
+linnen mantels gewikkeld onbewegelijk bij hem. Aan hun voeten lagen drie
+geduchte honden. De acht roeijers voorin schenen dienaren of slaven van
+het opperhoofd te zijn. Zij roeiden stevig door, zoodat het bootje met
+groote snelheid tegen den juist niet veel beteekenenden stroom der
+Waikato opvoer.</p>
+
+<p>In het midden van dat lange vaartuig stonden tien europeesche
+gevangenen, alleen aan hun voeten gekluisterd, digt bij elkander.</p>
+
+<p>Het waren Glenarvan en lady Helena, Mary Grant, Robert, Paganel, de
+majoor, John Mangles, de hofmeester en de twee matrozen.</p>
+
+<p>Door den digten nevel misleid, was het kleine gezelschap den vorigen
+avond onder een talrijken troep inlanders vervallen. Omstreeks het
+midden van den nacht werden de reizigers in hun slaap overvallen,
+gevangen genomen en vervolgens naar het vaartuig gebragt. Zij hadden nog
+geen mishandelingen ondergaan: maar tegenstand zou hun niets gebaat
+hebben. Hun wapenen en kruid waren in de handen der wilden, en hun eigen
+kogels zouden spoedig een eind aan hun leven gemaakt hebben.</p>
+
+<p>Zij vernamen spoedig uit eenige engelsche woorden, waarvan de inlanders
+zich bedienden, dat dezen, teruggedreven en geslagen door de britsche
+troepen, na groote verliezen ondergaan te hebben naar de streken aan de
+Boven-Waikato terugtrokken. Het maori-opperhoofd, wiens voornaamste
+strijders na een hardnekkigen tegenstand door de soldaten van het 42<sup>ste</sup>
+regiment gedood waren, ging een nieuwe oproeping doen aan de stammen van
+den stroom, om den onbedwingbaren William Thompson te hulp te snellen,
+die nog altijd met de veroveraars worstelde. Dat opperhoofd heette
+"Kai-Koemoe," een vreeselijke naam, die in de volkstaal beteekent
+"degene, die de ledematen van zijn vijand opeet." Hij was dapper en
+vermetel; maar zijn wreedheid evenaarde zijn moed. Geen medelijden was
+van hem te wachten. Zijn naam was welbekend bij de engelsche soldaten,
+en de gouverneur van Nieuw-Zeeland had een prijs op zijn hoofd gesteld.</p>
+
+<p>Die vreeselijke slag had lord Glenarvan juist getroffen, toen hij de zoo
+gewenschte haven van Auckland bijna bereikt had, waar hij
+scheepsgelegenheid naar Europa hoopte te vinden. Op zijn koud en bedaard
+gelaat afgaande, zou men echter niet hebben kunnen gissen, dat een
+vreeselijke angst hem kwelde. Want in ernstige omstandigheden toonde
+Glenarvan steeds, dat het ongeluk hem niet kon ter nederslaan. Hij
+gevoelde, dat hij, de echtgenoot, het hoofd, zijn vrouw en zijn
+reisgenooten tot steun en voorbeeld zijn moest; maar tevens was hij
+bereid om, indien de omstandigheden het vorderden, het eerst voor aller
+redding te sterven. Innig vroom zijnde, wilde hij, met het oog op de
+heiligheid zijner onderneming, niet twijfelen aan Gods regtvaardigheid,
+en ondanks de tallooze gevaren op den weg, dien hij betrad, had hij nog
+geen oogenblik spijt van de edelmoedige opwelling, die hem naar die
+onbeschaafde landen gevoerd had.</p>
+
+<p>Zijn makkers waren zijner waardig, zij dachten even edel als hij, en wie
+hun rustig en fier gelaat had beschouwd, zou niet geloofd hebben, dat
+zij een zekeren ondergang te gemoet gingen. Met algemeen goedvinden
+hadden zij op raad van Glenarvan besloten, een trotsche
+onverschilligheid voor de inlanders te veinzen. Dat was het eenige
+middel om dien woestaards ontzag in te boezemen. De wilden in het
+algemeen en de Maori's in het bijzonder hebben een zeker gevoel van
+waardigheid, dat zij nooit verloochenen. Zij achten dengenen, die door
+koelbloedigheid en moed achting inboezemt. Glenarvan wist, dat hij door
+zoo te handelen zijn makkers en zichzelven noodelooze mishandelingen
+bespaarde.</p>
+
+<p>Sedert het verlaten van de legerplaats hadden de inlanders, weinig
+spraakzaam evenals alle wilden, hen ter naauwernood toegesproken. Uit
+eenige woorden, die zij wisselden, maakte Glenarvan echter op, dat zij
+met het engelsch bekend waren. Hij besloot dus het zeelandsche
+opperhoofd te vragen, wat hij met hen voor had. Zich tot Kai-Koemoe
+rigtende, vroeg hij met rustige stem:</p>
+
+<p>"Waar brengt gij ons heen, opperhoofd?"</p>
+
+<p>Kai-Koemoe zag hem koel aan zonder te antwoorden.</p>
+
+<p>"Wat zijt gij voornemens met ons te doen?" hernam Glenarvan.</p>
+
+<p>Voor een poos flikkerden de oogen van Kai-Koemoe, en hij antwoordde op
+ernstigen toon:</p>
+
+<p>"U uitwisselen, wanneer de uwen u terug willen hebben, u dooden, als zij
+weigeren."</p>
+
+<p>Glenarvan vroeg niets meer, maar voelde de hoop in zijn hart herleven.
+Zonder twijfel waren eenige opperhoofden van het leger der Maori's in
+handen van de Engelschen gevallen, en wilden de inboorlingen beproeven
+hen door uitwisseling terug te krijgen. Dat was dus een kans op redding,
+en hun toestand nog niet hopeloos.</p>
+
+<p>Inmiddels vorderde het vaartuig snel tegen den stroom op. Paganel, wiens
+bewegelijk karakter hem ligt van het eene uiterste tot het andere deed
+overslaan, was weer vol moed. Hij zeide bij zichzelven, dat de Maori's
+hun de moeite bespaarden om naar de engelsche voorposten te gaan, en dat
+was zooveel gewonnen. Volkomen berustend in zijn lot, ging hij op zijn
+kaart den loop der Waikato door de vlakten en dalen der provincie na.
+Lady Helena en Mary Grant bedwongen haar vrees en spraken zacht met
+Glenarvan, en de bekwaamste gelaatskenner onder de inlanders had op haar
+aangezigten den angst niet kunnen opmerken, die haar boezem benaauwde.</p>
+
+<p>De Waikato is de nationale stroom van Nieuw-Zeeland. De Maori's zijn er
+even trotsch en jaloersch op, als de Duitschers op den Rijn en de Slaven
+op den Donau. In zijn twee honderd mijlen langen loop besproeit hij de
+schoonste streken van het noordelijke eiland, van de provincie
+Wellington af tot de provincie Auckland toe. Hij heeft zijn naam gegeven
+aan al die stammen op zijn oevers, die onoverwinbaar en onoverwonnen,
+als één man tegen de overheerschers zijn opgestaan.</p>
+
+<p>Het water van dien stroom is nog bijna nooit door een vreemd schip
+gekliefd. Alleen de praauwen der eilanders bevaren hem. Met moeite heeft
+het een enkelen moedigen reiziger mogen gelukken tusschen die gewijde
+oevers door te stevenen. De toegang tot de Boven-Waikato schijnt aan de
+ongewijde Europeanen verboden te zijn.</p>
+
+<p>Paganel was bekend met den eerbied, welken de inboorlingen voor die
+groote slagader van Zeeland koesteren. Hij wist, dat de engelsche en
+duitsche natuurkundigen ze niet verder bevaren hadden dan tot haar
+vereeniging met de Waipa. Hoever zou de willekeur van Kai-Koemoe zijn
+gevangenen medeslepen? Dat had hij niet kunnen gissen, indien het woord
+"Taupo," dat hij bij herhaling van het opperhoofd en diens manschappen
+hoorde, zijn aandacht niet gewekt had.</p>
+
+<p>Hij raadpleegde zijn kaart en zag, dat die naam Taupo gegeven werd aan
+een meer, dat beroemd is in de jaarboeken der aardrijkskunde, en in het
+bergachtigste gedeelte des eilands ligt, aan de zuidelijke grens der
+provincie Auckland. De Waikato verlaat dat meer na het in zijn volle
+breedte doorloopen te hebben. Van het vereenigingspunt af tot aan het
+meer stroomt de rivier over een lengte van omtrent honderd twintig
+mijlen.</p>
+
+<p>Paganel sprak John Mangles in het fransch aan, om niet door de wilden
+verstaan te worden en verzocht hem de snelheid van het vaartuig te
+schatten. John berekende ze op omtrent drie mijlen in het uur.</p>
+
+<p>"Dan zal," zeide de aardrijkskundige, "wanneer wij des nachts
+stilliggen, onze reis tot het meer bijna vier dagen duren."</p>
+
+<p>"Maar waar bevinden zich de engelsche posten?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat is moeijelijk te zeggen," antwoordde Paganel. "Echter zal de oorlog
+wel in de provincie Taranaki overgebragt zijn, en naar alle
+waarschijnlijkheid bevindt de hoofdmagt der troepen zich bij het meer,
+aan de afhelling van het gebergte, waar het brandpunt van den opstand
+is."</p>
+
+<p>"God geve het!" zuchtte lady Helena.</p>
+
+<p>Glenarvan sloeg een treurigen blik op zijn jeugdige gade en op Mary
+Grant, die overgeleverd waren aan de genade dier woeste inboorlingen en
+ver weggesleept in een onbeschaafd land, van alle menschelijke hulp
+verstoken. Maar hij zag, dat Kai-Koemoe hem in het oog hield, en daar
+hij uit voorzigtigheid hem niet wilde doen gissen, dat eene der
+gevangenen zijn vrouw was, hield hij zijn gedachten in zijn binnenste
+besloten en sloeg hij met volmaakte onverschilligheid de oevers van den
+stroom gade.</p>
+
+<p>Een halve mijl boven de zamenvloeijing was het vaartuig zonder aan te
+leggen de vroegere woonplaats van koning Potatau voorbijgeroeid. Geen
+andere boot was op de rivier te zien. Eenige ver van elkander gelegene
+hutten op de oevers bewezen door haar bouwvalligheid, dat de oorlog daar
+pas zijn verwoestingen had uitgeoefend. De streken langs de oevers
+schenen verlaten, de boorden van den stroom onbewoond. Het treurige
+landschap werd alleen verlevendigd door eenige vertegenwoordigers van de
+familie der watervogels. Nu eens vlugtte de "taparunga," een steltlooper
+met zwarte vleugels, witten buik en rooden snavel, zoo snel zijn lange
+pooten hem wilden dragen. Dan weer keken driederlei reigers, de
+aschgraauwe "matuku," een soort van roerdomp met een dom uitzigt, en de
+prachtige "kotuku," met witte vederen, gelen snavel en zwarte pooten,
+bedaard naar het voorbijvarende inlandsche vaartuig. Waar de glooijende
+oevers een zekere diepte van het water aanduidden, loerde de
+duikerkoning, de "kotare" der Maori's, op die kleine palingen, die bij
+millioenen in de zeelandsche rivieren rondzwemmen. Waar de struiken over
+den stroom hingen, maakten zeer aardige hoppen, riet- en purperhoenders
+hun morgentoilet in de eerste stralen der zon. Al die gevleugelde dieren
+smaakten de rust, die het afwezen der menschen, welke de oorlog verjaagd
+of gedood had, hun schonk.</p>
+
+<p>Gedurende dit eerste gedeelte van haar loop door groote vlakten had de
+Waikato een aanzienlijke breedte. Maar hoogerop werd het dal, waar ze
+haar bedding in had uitgehold, vernaauwd, eerst door heuvels, later door
+bergen. Tien mijlen boven de vereeniging wees de kaart van Paganel op
+den linkeroever het dorp Kirikiriroa, dat er ook lag. Kai-Koemoe legde
+er niet aan. Hij liet aan de gevangenen hun eigen levensmiddelen
+uitreiken, die bij de plundering van de legerplaats waren medegenomen.
+Hij, zijn krijgslieden en zijn slaven vergenoegden zich met het gewone
+voedsel der inlanders, eetbare varens, de "pteris esculenta" der
+kruidkundigen, in den oven gekookte wortels, en "kapanas," aardappelen,
+die op de beide eilanden overvloedig geteeld worden. Geen dierlijk
+voedsel kwam bij hun maaltijd voor, en het drooge vleesch der gevangenen
+scheen hun verlangen niet gaande te maken.</p>
+
+<p>Ten drie ure verrezen er eenige bergen op den regter oever, de
+Pokaroa-Ranges, die veel hadden van een ontmantelde vesting. Op sommige
+loodregte spitsen verhieven zich verwoeste "pah," oude verschansingen,
+die de maori krijgsbouwkundigen in onneembare stellingen hadden
+opgeworpen. Men zou ze voor groote arendsnesten aangezien hebben.</p>
+
+<p>De zon verdween haast onder de kimmen, toen het vaartuig op den steilen
+oever aanhield, bezaaid met puimsteenen, welke de Waikato, op
+vuurspuwende bergen ontsprongen, in haar loop medevoert. Daar groeiden
+eenige boomen, die geschikt schenen om een legerplaats te beschutten.
+Kai-Koemoe liet zijn gevangenen ontschepen; de handen der mannen werden
+geboeid, de vrouwen bleven vrij, en allen werden in het midden van de
+legerplaats gebragt, die door groote vuren met een onoverkomelijken muur
+van vlammen werd omgeven.</p>
+
+<p>Voor Kai-Koemoe aan zijn gevangenen zijn voornemen had te kennen gegeven
+om hen uit te wisselen, hadden Glenarvan en John Mangles de middelen
+besproken om hun vrijheid terug te krijgen. Wat zij in het vaartuig niet
+konden beproeven, wilden zij, als hun bewakers sliepen, onder
+begunstiging van het nachtelijk duister wagen.</p>
+
+<p>Maar na het gesprek van Glenarvan met het zeelandsch opperhoofd scheen
+het verstandiger dit niet te doen. Men moest geduld hebben. Dat was het
+voorzigtigste. De uitwisseling bood kansen op redding aan, die niet
+verbonden waren aan een gewapenden aanval of aan een vlugt door die
+onbekende streken. Voorzeker konden er gebeurtenissen voorvallen, die
+zulk een onderhandeling vertraagden, zelfs beletten, maar het beste was
+nog haar uitslag af te wachten. En wat konden eigenlijk ook een tiental
+ongewapenden uitrigten tegen een dertigtal goed gewapende wilden? Ook
+vermoedde Glenarvan, dat de stam van Kai-Koemoe een opperhoofd van groot
+aanzien verloren had, dien hij gaarne terughad, en hij vergiste zich
+niet.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen voer het vaartuig met nieuwe snelheid den stroom
+op. Ten tien ure vertoefde het even aan de zamenvloeijing met de
+Pohaiwhenna, een riviertje, dat kronkelend door de vlakten op den
+regteroever liep.</p>
+
+<p>Daar voegde zich een boot met tien inboorlingen bemand bij het vaartuig
+van Kai-Koemoe. De krijgslieden wisselden ter naauwernood den
+welkomstgroet, het "aïre mai ra," dat zeggen wil: "komt hier in goede
+gezondheid," en de beide booten voeren gezamenlijk verder. De
+nieuwaangekomenen hadden eerst onlangs de engelsche troepen bestreden.
+Dat zag men aan hun gescheurde kleeren, aan hun bebloede wapens, aan de
+wonden, die nog onder hun lompen gaapten. Zij waren somber en zwijgend.
+Met de aan alle wilde volken eigen onverschilligheid sloegen zij
+volstrekt geen acht op de Europeanen.</p>
+
+<p>Tegen den middag vertoonden zich in het westen de toppen van den
+Maungatotari. Het dal van de Waikato werd al naauwer. Tusschen hooge
+oevers besloten schoot de stroom voort met de snelheid van een val. Maar
+de ligchaamskracht der inboorlingen, verdobbeld en geregeld door een
+gezang, dat de maat aangaf voor de beweging der riemen, voerde het
+vaartuig over het schuimende water. Zonder letsel kwam men over den val
+heen, en de Waikato stroomde weer even langzaam als vroeger, daar van
+mijl tot mijl de uitstekende hoeken harer oevers haar snelheid braken.</p>
+
+<p>Tegen den avond legde Kai-Koemoe aan bij den voet der bergen, wier
+voorloopers zich loodregt op de smalle oevers verhieven. Daar maakten
+een twintigtal inboorlingen, die hun booten verlaten hadden, zich gereed
+om den nacht door te brengen. Vuren brandden onder de boomen. Een even
+aanzienlijk opperhoofd als Kai-Koemoe naderde met afgemeten schreden, en
+zijn neus wrijvende tegen dien van Kai-Koemoe, gaf hij hem den
+vriendengroet, "chongui" genaamd. De gevangenen werden in het midden van
+de legerplaats gebragt en met groote strengheid bewaakt.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen werd de lange reis op de Waikato weder voortgezet.
+Van de kleine zijstroompjes van de rivier kwamen andere booten afzakken.
+Er waren nu zoo wat zestig krijgslieden bijeen, stellig vlugtelingen van
+den laatsten opstand, en die, meer of min gehavend door de engelsche
+kogels, de bergstreken weder opzochten. Soms werd er een gezang
+aangeheven in de vaartuigen, die in een regte lijn elkander volgden. Een
+inlander zette het volkslied van den geheimzinnigen "Pihe" in:</p>
+
+<p>
+<span style="margin-left: 5em;">Papa ra ti wati tidi</span><br />
+<span style="margin-left: 5em;">I dounga nei....</span><br />
+</p>
+
+<p>den strijdzang, die de Maori's tot den onafhankelijkheidsoorlog
+aanvuurt. De volle en welluidende stem des zangers werd door de echo's
+van het gebergte nagebaauwd, en na ieder couplet herhaalden de
+inboorlingen in koor het oorlogzuchtig refrein, waarbij zij op hun borst
+sloegen, die als een trom klonk. Dan werden de riemen weer met nieuwe
+krachten aangevat, de vaartuigen roeiden tegen den stroom op en vlogen
+over den waterspiegel.</p>
+
+<p>De vaart op de rivier werd dien dag gekenmerkt door een zonderling
+verschijnsel. Tegen vier ure stoof het vaartuig zonder aarzelen, zonder
+zijn loop te vertragen, door de vaste hand van het opperhoofd bestuurd,
+door een eng dal. Woedend brak de branding op de talrijke eilandjes, die
+ligt aanleiding tot ongelukken geven. Zoo ooit op dien buitengewonen
+togt op de Waikato, moest men thans zorgen niet om te slaan, want haar
+oevers leverden volstrekt geen toevlugtsoord op. Wie den voet op het
+kokende slijk der oevers gezet had, zou onfeilbaar verloren zijn
+geweest.</p>
+
+<p>De stroom toch vloeide nu tusschen die warme bronnen door, welke ten
+allen tijde de nieuwsgierigheid der reizigers hebben gaande gemaakt. Het
+ijzeroxyde kleurde het slijk der oevers helderrood, waarop de voet geen
+vaam stevigen grond zou kunnen vinden. De dampkring was verzadigd met
+een zeer doordringende zwavellucht. De inboorlingen hadden er geen
+hinder van; maar de gevangenen werden ernstig ongesteld door de
+pestdampen, die uit de spleten van den grond opstegen, en door de
+blaasjes, welke de spankracht der daarin bevatte gassen deed bersten.
+Maar gewende de reuk zich moeijelijk aan die uitwasemingen, het oog kon
+niet nalaten dat ontzagwekkend schouwspel te bewonderen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill21c" id="ill21c"></a>
+<img src="images/721.jpg" width="400" alt="De stroom vloeide tusschen de warme bronnen door." title="" />
+<span class="caption2">De stroom vloeide tusschen de warme bronnen door.</span>
+</div>
+
+<p>De vaartuigen waagden zich in een digte wolk van witte dampen. Haar
+oogverblindende kronkelingen stegen koepelsgewijs boven den stroom. Op
+zijn oevers bragten een honderdtal heete bronnen, waarvan sommigen
+massa's dampen opwierpen en anderen waterzuilen uitspoten, een even
+afwisselende vertooning teweeg, als de waterstralen en watervallen van
+een bekken, die de hand der menschen te voorschijn roept. Men zou gezegd
+hebben, dat een machinist naar welgevallen de afwisselende
+verschijnselen dier bronnen bestuurde. Het water en de dampen vermengden
+zich in de lucht en vertoonden door de zon beschenen al de kleuren van
+den regenboog.</p>
+
+<p>Te dezer plaatse liep de Waikato over een bewegelijke bedding, die door
+de werking van het onderaardsche vuur onophoudelijk kookt. Niet ver van
+daar, naar den kant van het meer Rotorua in het oosten loeiden de warme
+bronnen en de rookende watervallen van den Rotomohana en den Tetarata,
+in wier nabijheid sommige stoute reizigers zich gewaagd hebben. Deze
+geheele streek is doorboord van heete springbronnen, kraters en
+zwavelgroeven. Daar ontsnapt het overtollige gas, dat geen uitweg heeft
+kunnen vinden door de ontoereikende veiligheidskleppen van den Tongariro
+en den Wakari, de twee eenige werkzame vuurspuwende bergen van
+Nieuw-Zeeland.</p>
+
+<p>Twee mijlen ver voeren de booten der inboorlingen onder dat gewelf van
+dampen door, besloten in de warme wolkjes, die over den waterspiegel
+heendreven; vervolgens trok de zwaveldamp op, en de benaauwde borst
+ademde weer een zuivere lucht in, een gevolg van de snelheid van den
+stroom. Men was de streek der bronnen voorbij.</p>
+
+<p>Voor het einde van den dag voerden de krachtige riemslagen der wilden
+hen weer over de twee stroomversnellingen van Hipapatua en Tamates. 's
+Avonds legde Kai-Koemoe op honderd mijlen van de zamenvloeijing van de
+Waipa en Waikato aan. De stroom, die zich naar het oosten had gewend,
+rigtte zich nu weer zuidwaarts naar het meer Taupo, gelijk een
+ontzaggelijke waterstraal, die in een bekken valt.</p>
+
+<p>Toen Jacques Paganel den volgenden morgen de kaart raadpleegde, herkende
+hij op den regteroever den berg Taubara, die tot een hoogte van drie
+duizend voet oprijst.</p>
+
+<p>Ten twaalf ure voer de geheele vloot door een zijtak van den stroom het
+meer Taupo binnen, en begroetten de inlanders met luidruchtige gebaren
+een stuk doek, dat in den wind wapperde op het dak eener hut. Het was de
+vaderlandsche vlag.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill22c" id="ill22c"></a>
+<img src="images/724.jpg" width="400" alt="&#39;s Middags voer de geheele vloot het Taupo meer op." title="" />
+<span class="caption2">&#39;s Middags voer de geheele vloot het Taupo meer op.</span>
+</div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XI" id="XI"></a>XI.</h3>
+
+<h3>Het meer Taupo.</h3>
+
+
+<p>Lang voor de historische tijden heeft zich door de instorting van holen
+in de trachietlava op het midden des eilands een onpeilbare kolk
+gevormd, lang vijf en twintig, breed twintig mijlen. Het water, dat van
+de omliggende bergtoppen stortte, heeft die ontzettende holte gevuld. De
+kolk is een meer geworden, maar nog altijd een afgrond gebleven, en het
+dieplood heeft er de diepte nog niet van kunnen meten.</p>
+
+<p>Dat is het vreemde meer Taupo, dat twaalf honderd vijftig voet boven den
+zeespiegel en tusschen een kring van bergen in ligt, die derdehalf
+duizend voet hoog zijn. Die uitgestrekte watervlakte, wier hevige
+stormen bijna te vergelijken zijn met de kringvormige stormen op den
+oceaan, wordt heerlijk ingesloten, ten westen door hooge loodregte
+rotsen, ten noorden, door eenige verwijderde en met boschjes bekroonde
+toppen, ten oosten door een breed strand, waarover een weg loopt en dat
+met puimsteenen versierd is, die tusschen de bladeren der struiken heen
+blinken, en ten zuiden, door vulkanische kegelbergen, aan den zoom van
+een woud gelegen.</p>
+
+<p>Die geheele streek kookt als een ontzaggelijke waterketel, hangende over
+de onderaardsche vlammen. De grond beeft onder de liefkozingen van het
+inwendige vuur. Op vele plaatsen stijgt een heete damp op. De aardkorst
+scheurt en barst als een koek, die te sterk rijst, en ongetwijfeld zou
+die geheele hoogvlakte in een gloeijenden oven wegzinken, wanneer de
+gevangen dampen niet twaalf mijlen verder een uitweg vonden door de
+kraters van den Tongariro.</p>
+
+<p>Van den noordelijken oever gezien, schenen vederbossen van rook en
+vlammen boven dien vulkaan, door kleine vuurspuwende bergen omringd, te
+wapperen. De Tongariro scheen in verband te staan met een vrij
+ingewikkeld bergstelsel. Achter hem verborg de afgezonderd in de vlakte
+staande Ruapohoe zijn met sneeuw bedekte kruin ter hoogte van negen
+duizend voet in de lucht. Geen sterveling heeft nog den voet gezet op
+zijn ongenaakbaren kegel; het menschelijk oog heeft nooit de diepte van
+zijn krater gepeild, terwijl tot driemalen toe in twintig jaar de heeren
+Bidwill en Dyson, en laatst Von Hochstetter de toegankelijker toppen van
+den Tongariro hebben gemeten.</p>
+
+<p>Aan die vuurspuwende bergen zijn legenden verbonden, en bij iedere
+andere gelegenheid zou Paganel ze zeker aan zijn makkers verteld hebben.
+Hij zou hun medegedeeld hebben, hoe er eens over een vrouw twist
+ontstond tusschen den Tongariro en den Taranaki, die toen zijn buurman
+en vriend was. De Tongariro, die wat heethoofdig is, zooals alle
+vulkanen, werd zoo driftig, dat hij den Taranaki sloeg. Geslagen en
+vernederd vlugtte deze door het Whanganni-dal, liet onderweg twee
+brokken van bergen vallen, en bereikte de zeekust, waar hij nu eenzaam
+staat onder den naam van den Egmont.</p>
+
+<p>Maar Paganel had even weinig lust om te vertellen, als zijn vrienden om
+toe te luisteren. Zij sloegen zwijgend den noordoostelijken oever van
+het Taupo-meer gade, waar hun ongelukkig gesternte hen heenvoerde. De
+zendingspost door den eerwaarden Grace te Pukawa op den westelijken
+oever van het meer gesticht, bestond niet meer. De oorlog had den
+leeraar ver weggedreven van het voornaamste brandpunt van den opstand.
+De gevangenen waren alleen, overgelaten aan de willekeur van
+wraakzuchtige Maori's, en juist in dat onbeschaafde gedeelte des
+eilands, waar het christendom nooit doorgedrongen is.</p>
+
+<p>Toen Kai-Koemoe de Waikato verlaten had, stak hij de kleine kreek over,
+die tot uitwatering van den stroom dient, voer om een spits voorgebergte
+en landde op den oostelijken oever van het meer, aan den voet van den
+Mauga-berg, die een hoogte van achttien honderd voet bereikt. Daar
+breidden zich akkers uit met het kostbare nieuw-zeelandsche vlas. De
+inboorlingen noemen het "harakeke." Al wat die nuttige plant oplevert,
+is bruikbaar. Haar bloemen verschaffen een soort van uitmuntenden honig,
+haar stam brengt een gomachtige zelfstandigheid voort, die de plaats van
+was of stijfsel vervangt; haar nog nuttiger blad leent zich tot allerlei
+gedaanteverwisselingen; versch, gebruikt men het als papier; gedroogd,
+levert het een uitstekende zwam; gekorven, verandert het in koord,
+kabeltouw en draad; uitgeplozen en gevlochten wordt het deken of mantel,
+mat of schaamteschort, en rood of zwart geverfd kleedt het de deftigste
+Maori's.</p>
+
+<p>Dat kostbare vlas wordt dan ook allerwege op de twee eilanden gevonden,
+aan de zeekust zoowel als aan de oevers der rivieren en meren. Hier
+bedekten zijn in het wild groeijende struiken geheele akkers; zijn
+bruinroode op de aloë gelijkende bloemen ontloken overal buiten zijn
+digte en lange bladeren, die een zegeteeken van scherpe zwaarden
+vormden. Liefelijke vogels, de honigvogels, de gewone bezoekers der
+vlasakkers, vlogen in groote troepen rond en vergastten zich op het
+honigsap der bloemen.</p>
+
+<p>In het water van het meer plasten troepen eenden, met een kakelbont
+gevederte, van zwartachtige, grijze en groene pennen, en die zich
+gemakkelijk tam laten maken.</p>
+
+<p>Een kwart mijl verder verrees op een steilte van den berg in een
+onneembare stelling een "pah" of verschansing. De gevangenen werden één
+voor één aan land gebragt, ontboeid en door de krijgslieden daarheen
+geleid. Een pad, dat op de verschansing uitkwam, liep door vlasakkers en
+een boschje schoone boomen, bestaande uit "kaikatea's," met blijvende
+bladeren en roode bessen, "dracenas australis," de "ti" der
+inboorlingen, wier kruin zeer goed de palmkool vervangen kan, en
+"huious," waarvan men zich bedient om de stoffen zwart te verwen. Groote
+duiven met een metaalglans, aschgraauwe lappenvogels en een menigte
+spreeuwen met roodachtige lellen vlogen weg bij de nadering der
+inboorlingen.</p>
+
+<p>Na een vrij langen omweg kwamen Glenarvan, lady Helena, Mary Grant en de
+overigen in de sterkte.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill23c" id="ill23c"></a>
+<img src="images/728.jpg" width="400" alt="Glenarvan en zijn gezellen komen aan in de sterkte." title="" />
+<span class="caption2">Glenarvan en zijn gezellen komen aan in de sterkte.</span>
+</div>
+
+<p>Deze vesting werd verdedigd door een eerste omheining van stevige,
+vijftien voet hooge palissaden; een tweede linie van palen en daarna een
+schutting van gevlochten wilgentakken met schietgaten voorzien omgaven
+den anderen omtrek, dat is het hoogste gedeelte der vesting, waarop
+versterkingen waren aangelegd en een veertigtal hutten ordelijk bij
+elkander stonden.</p>
+
+<p>Daar komende maakte het gezigt der hoofden, waarmede de palen der tweede
+omwalling versierd waren, een vreeselijken indruk op de gevangenen. Lady
+Helena en Mary Grant wendden de oogen af, meer nog uit walging dan van
+schrik. Die hoofden hadden toebehoord aan vijandelijke opperhoofden, die
+in den strijd gesneuveld waren en wier ligchamen den overwinnaars tot
+spijs hadden gediend. De aardrijkskundige herkende ze terstond aan hun
+holle en ledige oogkassen.</p>
+
+<p>Het oog der opperhoofden wordt namelijk verslonden en het hoofd op
+inlandsche manier toebereid. De hersens worden er uit gehaald, de huid
+er afgestroopt, de neus met kleine plankjes vastgezet, de neusgaten met
+vlas gestopt, en mond en oogleden digtgenaaid. Daarna wordt het in den
+oven gelegd en dertig uren gerookt. Zoo toebereid blijft het zeer lang
+onveranderd en ongerimpeld, en vormt zegeteekenen.</p>
+
+<p>Dikwijls bewaren de Maori's het hoofd hunner eigen opperhoofden; maar in
+dat geval blijft het oog in de holte en staart de voorbijgangers aan. De
+Nieuw-Zeelanders vertoonen die overblijfselen met trots; zij laten ze
+door de jonge krijgslieden bewonderen en brengen hun de schatting hunner
+hulde door plegtige feesten.</p>
+
+<p>Maar in de vesting van Kai-Koemoe versierden alleen hoofden van vijanden
+dit afschuwelijk museum, en ongetwijfeld vermeerderde meer dan één
+Engelschman met ledige oogholte de verzameling van het opperhoofd der
+Maori's.</p>
+
+<p>Achter in de vesting, voor een groote opene plek gronds, die Europeanen
+het "slagveld" zouden genoemd hebben, stak de woning van Kai-Koemoe
+boven verscheidene geringere hutten uit. Die woning was opgetrokken van
+palen met een vlechtwerk van takken onderling verbonden en van binnen
+bekleed met linnen. Zij was twintig voet lang, vijftien breed en tien
+hoog, en had dus een inhoud van drie duizend kubieke voeten. Meer ruimte
+heeft een zeelandsch opperhoofd niet noodig.</p>
+
+<p>Er was maar eene opening, die toegang tot de hut verleende; een digt
+weefsel van plantenvezels, dat opgehaald kon worden, diende voor deur.
+Het dak stak er overheen bij wijze van een goot. Eenige figuren in het
+uiteinde der sparren gebeiteld versierden de hut, en het "wharepuni" of
+portaal vertoonde aan de bewondering der bezoekers bladeren,
+zinnebeeldige figuren, monsters, lofwerk, kortom een vreemd mengelmoes,
+het voortbrengsel van den beitel der inlandsche kunstenaars.</p>
+
+<p>Binnen in de hut lag de vloer, van vastgetrapte aarde gemaakt, een
+halven voet boven den beganen grond. Eenige teenen horden en matrassen
+van drooge varens, bedekt met een mat uit de lange en buigzame bladeren
+van den "typha" gevlochten, dienden tot bedden. In het midden was de
+vuurhaard, een gemetseld gat, en in het dak was een ander gat, dat tot
+schoorsteen diende. Wanneer de rook zwaar genoeg was, vond hij eindelijk
+goed dien uitweg te gebruiken, maar niet voor hij op de wanden der
+woning een heerlijk zwart vernis had aangebragt.</p>
+
+<p>Naast de hut stonden de pakhuizen met den voorraad van het opperhoofd,
+zijn oogst van vlas, pataten, taro's, eetbare varens, en de ovens,
+waarin al die spijzen op heete steenen geroosterd worden. In kleine
+omheinde plaatsen weidden wat verder eenige zwijnen en geiten, de
+schaarsche afstammelingen der nuttige dieren, welke kapitein Cook hier
+had ingevoerd. Hier en daar liepen honden om hun sober maal op te
+zoeken. Zij werden vrij slecht onderhouden voor dieren, met wier behulp
+de Maori dagelijks zijn voedsel moet zoeken.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn lotgenooten hadden dit alles met een oogopslag
+overzien. Bij een ledige hut wachtten zij af, wat het opperhoofd over
+hen zou beschikken, en hadden veel te lijden van de beleedigingen van
+een troep oude vrouwen. Die bende harpijen omringde hen, dreigde hen met
+vuisten, huilde en vloekte. Eenige engelsche woorden kwamen over haar
+dikke lippen, waaruit duidelijk bleek, dat zij onmiddellijk om wraak
+riepen.</p>
+
+<p>Onder al die verwenschingen en bedreigingen toonde lady Helena,
+uiterlijk bedaard, een gerustheid, die toch niet in haar wonen kon. Om
+lord Glenarvan zijn koelbloedigheid niet te doen verliezen, deed die
+moedige vrouw heldhaftige pogingen om zich te bedwingen. De arme Mary
+Grant voelde, dat haar krachten haar begaven, en John Mangles
+ondersteunde haar, bereid om haar tot het uiterste toe te verdedigen.
+Die vloed van verwenschingen werd door zijn makkers in zeer
+verschillende stemming aangehoord, sommigen, zooals de majoor, bleven er
+kalm onder, anderen, zooals Paganel, waren ten prooi aan een steeds
+toenemende verbittering.</p>
+
+<p>Daar hij lady Helena wilde behoeden voor de vuisten dier grijze
+hellevegen, ging Glenarvan regelregt op Kai-Koemoe af, en zeide, op dien
+afzigtelijken hoop wijzende: "Jaag ze weg!"</p>
+
+<p>Het maori opperhoofd zag zijn gevangene stijf aan zonder hem te
+antwoorden; vervolgens bragt hij met een wenk die huilende horde tot
+zwijgen. Glenarvan boog om hem te bedanken, en keerde weder langzaam
+naar zijn plaats in het midden der zijnen terug.</p>
+
+<p>Er waren nu zoowat honderd Nieuw-Zeelanders, grijsaards, volwassenen en
+jongelieden, in het fort bijeen; sommigen wachtten bedaard maar
+droefgeestig de bevelen van Kai-Koemoe af, anderen gaven zich over aan
+al de vervoeringen eener hevige smart; enkelen beweenden hun
+bloedverwanten of vrienden, die in de laatste gevechten gevallen waren.</p>
+
+<p>Van al de opperhoofden, die op de roepstem van William Thompson waren
+toegesneld, was Kai-Koemoe de eenige, die in de aan het meer gelegen
+streken terugkeerde, en hij was de eerste, die aan zijn stam de
+nederlaag verhaalde, die de opstandelingen in de vlakten van de
+Beneden-Waikato geleden hadden. Van de twee honderd krijgslieden, die
+onder zijn bevel tot verdediging van den vaderlandschen grond waren
+uitgetrokken, ontbraken er honderd vijftig bij de terugkomst. Sommigen
+waren door de overwinnaars gevangen genomen; maar de meeste hadden op
+het slagveld den dood gevonden en zouden het land hunner vaderen nimmer
+terugzien!</p>
+
+<p>Hieruit was de diepe droefheid te verklaren, die de komst van Kai-Koemoe
+bij zijn stam had opgewekt. Er was nog niets van de laatste nederlaag
+uitgelekt, en die noodlottige tijding was pas ruchtbaar geworden.</p>
+
+<p>Bij de wilden openbaart zich de zielsdroefheid altijd door uiterlijke
+teekenen. De bloedverwanten en vrienden der gesneuvelde krijgslieden,
+vooral de vrouwen, reten hun gelaat en schouders met scherpe schelpen
+open. Het bloed stroomde uit de wonden en vermengde zich met hun tranen.
+De grootte der wanhoop was af te meten naar de diepte der inkervingen.
+De bloedende en razende nieuw-zeelandsche vrouwen waren vreeselijk om te
+zien.</p>
+
+<p>Een andere, in de oogen der inlanders zeer gewigtige oorzaak, vergrootte
+nog hun wanhoop. Niet alleen was de bloedverwant, de vriend, dien zij
+beweenden, niet meer; maar zijn gebeente zou niet in het familiegraf
+rusten. Het bezit nu van dat overschot wordt in de godsdienst der
+Maori's als onmisbaar voor het lot in het eeuwige leven beschouwd; niet
+het vergankelijke vleesch, maar de beenderen, die zorgvuldig worden
+bijeengezameld, gereinigd, afgekrabd, gepolijst, ja zelfs gevernist; ten
+slotte worden zij in het "oedoepa" gelegd, dat wil zeggen "het huis des
+roems." Die graven zijn met houten beelden versierd, die met volkomen
+juistheid de tatoeëering des overledenen voorstellen. Maar nu zouden die
+graven ledig blijven, de godsdienstige plegtigheden niet volbragt
+worden, en de beenderen, welke de tand der wilde honden mogt sparen,
+onbegraven verbleeken op het slagveld.</p>
+
+<p>Toen verdubbelden de teekenen der smart. Op de bedreigingen der vrouwen
+volgden de vervloekingen der mannen tegen de Europeanen. Scheldwoorden
+werden uitgebraakt, de gebaren heviger. Op het geschreeuw zouden daden
+van geweld volgen.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe vreesde, dat de dweepers onder zijn stamgenooten hem te
+magtig zouden worden, en liet daarom zijn gevangenen naar een gewijde
+plaats brengen, die aan het andere einde der verschansing op een steilen
+bergtop lag. Die hut leunde tegen een rotswand, die honderd voet boven
+haar uitstak, en aan die zijde van het fort een vrij steile helling
+vormde.</p>
+
+<p>In dit "wareatoea," heilig huis, predikten de priesters of ariki's aan
+de Zeelanders een god in drie personen, den vader, den zoon, en den
+vogel of geest. De ruime en goed gesloten hut bevatte het gewijde en
+uitgezochte voedsel, dat Maoeï-Ranga-Ranguï eet met den mond zijner
+priesters.</p>
+
+<p>Daar gingen de gevangenen, voorloopig beveiligd tegen de woede der
+inlanders, op matten van vlas liggen. Lady Helena, wier krachten
+uitgeput, wier geestkracht overwonnen was, viel in de armen van haar
+echtgenoot. Glenarvan klemde haar aan zijn borst en herhaalde: "Houd
+moed, lieve Helena! de Hemel zal ons niet verlaten!"</p>
+
+<p>Pas was Robert opgesloten, of hij klom op Wilsons schouder, en slaagde
+er in zijn hoofd door een opening tusschen het dak en den muur te
+steken, waaraan snoeren amuletten hingen. Van daar kon hij de geheele
+vesting overzien tot aan de hut van Kai-Koemoe.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill24c" id="ill24c"></a>
+<img src="images/734.jpg" width="400" alt="Robert klom op de schouders van Wilson." title="" />
+<span class="caption2">Robert klom op de schouders van Wilson.</span>
+</div>
+
+<p>"Zij zijn om het opperhoofd vereenigd," fluisterde hij.... "Zij zwaaijen
+met hun armen.... Zij brullen.... Kai-Koemoe wil spreken...."</p>
+
+<p>De knaap zweeg een poos en hervatte toen:</p>
+
+<p>"Kai-Koemoe spreekt.... De wilden komen tot rust.... Zij luisteren naar
+hem...."</p>
+
+<p>"Zeker heeft dat opperhoofd er persoonlijk belang bij om ons te
+beschermen," zeide de majoor. "Hij wil zijn gevangenen tegen
+opperhoofden van zijn stam uitwisselen! Maar zullen zijn krijgslieden er
+in bewilligen?"</p>
+
+<p>"Ja!... Zij luisteren naar hem...." hervatte Robert. "Zij gaan
+uiteen.... Enkelen keeren naar hun hutten terug.... Anderen verlaten de
+verschansing...."</p>
+
+<p>"Zegt gij de waarheid?" riep de majoor.</p>
+
+<p>"Ja, mijnheer Mac Nabbs!" antwoordde de knaap. "Kai-Koemoe is alleen
+gebleven met de manschappen, die in zijn boot waren.... Ha! daar komt er
+een naar onze hut...."</p>
+
+<p>"Kom af, Robert!" gebood Glenarvan.</p>
+
+<p>Nu vatte lady Helena, die weer bijgekomen was, den arm van haar
+echtgenoot.</p>
+
+<p>"Edward!" sprak zij op vasten toon, "Mary Grant en ik moeten niet levend
+in de handen der wilden vallen!"</p>
+
+<p>Dit zeggende overhandigde zij aan Glenarvan een geladen revolver.</p>
+
+<p>"Een wapen!" riep Glenarvan, wiens oogen met een plotselingen glans
+schitterden.</p>
+
+<p>"Ja! de Maori's onderzoeken hun vrouwelijke gevangenen niet! Maar dit
+wapen is voor ons, Edward! niet voor hen!..."</p>
+
+<p>"Glenarvan!" zeide de majoor snel, "verberg dien revolver! Het is nog
+geen tijd...."</p>
+
+<p>De revolver verdween onder de kleeren van den lord. De mat, waarmede de
+ingang der hut gesloten was, werd opgeligt. Een inlander verscheen.</p>
+
+<p>Hij gaf den gevangenen een wenk om hem te volgen. Digt aaneengesloten
+stapten Glenarvan en de zijnen voort en bleven eindelijk voor Kai-Koemoe
+staan.</p>
+
+<p>Rondom dit opperhoofd waren de voornaamste krijgslieden van zijn stam
+vereenigd. Onder hen was ook die Maori, wiens boot zich bij die van
+Kai-Koemoe had gevoegd, ter plaatse waar de Pohainhenna in de Waikato
+valt. Het was een gespierd man van veertig jaar, en met een woest en
+wreed voorkomen. Hij heette Kara-Tete, dat wil zeggen "de opvliegende."
+Kai-Koemoe behandelde hem met zekere achting; aan de fijnheid zijner
+tatoeëering kon men zien, dat Kara-Tete een hoogen rang in zijn stam
+bekleedde. Toch had een scherp waarnemer kunnen zien, dat er een zekere
+naijver tusschen die twee opperhoofden bestond. De majoor merkte op, dat
+de invloed van Kara-Tete Kai-Koemoe hinderde. Zij heerschten beiden over
+de belangrijke stammen aan de Waikato en met gelijke magt. Bij dit
+onderhoud mogt Kai-Koemoe dan al glimlagchen, diepe haat straalde uit
+zijn oogen.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe ondervroeg Glenarvan, en zeide:</p>
+
+<p>"Zijt gij een Engelschman?"</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde de lord zonder aarzelen; want dit zou een uitwisseling
+gemakkelijker maken.</p>
+
+<p>"En uw medgezellen?" zeide Kai-Koemoe.</p>
+
+<p>"Zijn Engelschen evenals ik. Wij zijn reizigers, schipbreukelingen.
+Maar, als gij het weten wilt, wij hebben geen deel genomen aan den
+strijd."</p>
+
+<p>"Dat raakt mij niet!" antwoordde de onbeschofte Kara-Tete. "Elke
+Engelschman is onze vijand. De uwen hebben ons eiland bemagtigd! Zij
+hebben onze akkers gestolen! Zij hebben onze dorpen verbrand!"</p>
+
+<p>"Zij hebben verkeerd gehandeld!" antwoordde Glenarvan op ernstigen toon.
+"Ik zeg dat, omdat ik het denk, en niet, omdat ik in uw magt ben."</p>
+
+<p>"Luister!" hernam Kai-Koemoe, "de Tohonga, de opperpriester van
+Noeï-Atoea<a name="FNanchor_1_3" id="FNanchor_1_3"></a><a href="#Footnote_1_3" class="fnanchor">[1]</a>, is in de handen uwer broeders gevallen. Hij is gevangen
+bij de Pakeka's<a name="FNanchor_2_4" id="FNanchor_2_4"></a><a href="#Footnote_2_4" class="fnanchor">[2]</a>. Onze God beveelt ons hem los te koopen. Ik had u het
+hart uit het lijf willen rukken, ik had gewenscht, dat uw hoofd en het
+hoofd uwer medgezellen ten eeuwigen dage op de punten van dit paalwerk
+gestaan hadden! Maar Noeï-Atoea heeft gesproken."</p>
+
+<p>Terwijl hij zoo sprak, beefde Kai-Koemoe, die zich tot nog toe
+ingehouden had, van toorn, en stond er een woeste geestdrijverij op zijn
+gelaat te lezen.</p>
+
+<p>Na een poos hervatte hij op bedaarden toon:</p>
+
+<p>"Denkt gij, dat de Engelschen onzen opperpriester tegen uw persoon
+zullen uitwisselen?"</p>
+
+<p>Glenarvan aarzelde met een antwoord, en zag het maori opperhoofd
+oplettend aan.</p>
+
+<p>"Ik weet het niet," zeide hij na een oogenblik zwijgens.</p>
+
+<p>"Spreek!" hernam Kai-Koemoe. "Is uw leven evenveel waard als het leven
+van onzen opperpriester?"</p>
+
+<p>"Neen!" antwoordde Glenarvan. "Ik ben noch een opperhoofd noch een
+priester onder de mijnen!"</p>
+
+<p>Over dit antwoord verbaasd zag Paganel Glenarvan met diepe verwondering
+aan.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe scheen insgelijks verrast.</p>
+
+<p>"Dus twijfelt gij?" zeide hij.</p>
+
+<p>"Ik weet het niet," herhaalde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Zullen de uwen u niet tegen onzen opperpriester uitwisselen?"</p>
+
+<p>"Mij alleen? neen!" antwoordde Glenarvan. "Ons allen? misschien."</p>
+
+<p>"Bij de Maori's is het hoofd voor hoofd," zeide Kai-Koemoe.</p>
+
+<p>"Bied eerst deze vrouwen ter uitwisseling tegen uw priester aan," zeide
+Glenarvan op lady Helena en Mary Grant wijzende.</p>
+
+<p>Lady Helena wilde naar haar man snellen. De majoor hield haar tegen.</p>
+
+<p>"Die twee vrouwen bekleeden een hoogen rang in haar land," hernam
+Glenarvan met een eerbiedige buiging voor lady Helena en Mary Grant.</p>
+
+<p>De krijgsman zag zijn gevangene koel aan. Een valsch glimlachje speelde
+om zijn lippen; maar hij onderdrukte het bijna terstond en antwoordde
+met een stem, die hij naauwelijks bedwingen kon:</p>
+
+<p>"Denkt gij Kai-Koemoe met valsche woorden te bedriegen, vervloekte
+Europeaan? Denkt gij, dat de oogen van Kai-Koemoe niet in de harten
+kunnen lezen?"</p>
+
+<p>En op lady Helena wijzende, ging hij voort:</p>
+
+<p>"Dat is uw vrouw!"</p>
+
+<p>"Neen! de mijne!" riep Kara-Tete.</p>
+
+<p>De gevangenen wegduwende legde het opperhoofd nu zijn hand op den
+schouder van lady Helena, die bij die aanraking verbleekte.</p>
+
+<p>"Edward!" riep de rampzalige vrouw in haar radeloosheid.</p>
+
+<p>Zonder een woord te spreken hief Glenarvan den arm op. Een schot knalde
+en Kara-Tete viel dood neder.</p>
+
+<p>Op die losbranding stroomde een vloed van inlanders uit de hutten. Het
+plein was in een oogenblik vol. Honderd armen werden tegen de
+ongelukkigen opgeheven. De revolver werd Glenarvan uit de hand gerukt.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe sloeg een vreemden blik op Glenarvan; daarop bedekte hij met
+de eene hand het ligchaam van den moordenaar, terwijl hij met de andere
+de menigte in toom hield, die woedend op de Europeanen indrong.</p>
+
+<p>Eindelijk deed zijn stem het oproer bedaren.</p>
+
+<p>"Taboe! Taboe!" riep hij.</p>
+
+<p>Op dat woord hield de menigte voor Glenarvan en de zijnen stand, die nu
+voor het oogenblik door een bovennatuurlijke magt beschermd werden.</p>
+
+<p>Eenige oogenblikken daarna werden zij naar het heilige huis
+teruggevoerd, dat hun tot gevangenis diende. Maar Robert Grant en
+Jacques Paganel waren niet meer bij hen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill25c" id="ill25c"></a>
+<img src="images/739.jpg" width="400" alt="&quot;Taboe! Taboe!&quot; riep Kai-Koemoe." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Taboe! Taboe!&quot; riep Kai-Koemoe.</span>
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_3" id="Footnote_1_3"></a><a href="#FNanchor_1_3"><span class="label">[1]</span></a> Naam van den God der Zeelanders. </p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_4" id="Footnote_2_4"></a><a href="#FNanchor_2_4"><span class="label">[2]</span></a> Europeanen.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XII" id="XII"></a>XII.</h3>
+
+<h3>De lijkplegtigheden van een opperhoofd der Maori's.</h3>
+
+
+<p>Zooals op Nieuw-Zeeland wel meer het geval is, vereenigde Kai-Koemoe in
+zich de waardigheden van priester en stamhoofd. In die eerste
+hoedanigheid kon hij over personen of zaken de bijgeloovige bescherming
+van het taboe uitstrekken.</p>
+
+<p>Het taboe, dat bij alle volken van het polynesische ras wordt
+aangetroffen, heeft onmiddellijk ten gevolge, dat alle omgang met of
+gebruik van het voorwerp of den persoon, die getaboeëerd is, verboden
+wordt. Volgens de godsdienst der Maori's zou alwie een heiligschennende
+hand sloeg aan hetgene taboe verklaard is, door den vertoornden god met
+den dood gestraft worden. En waar de godheid soms talmen mogt met wraak
+te nemen over de haar aangedane beleediging, zouden de priesters niet
+verzuimen haar wraakoefening te verhaasten.</p>
+
+<p>Het taboe wordt door de opperhoofden met staatkundige bedoelingen
+toegepast, tenzij het ontstaat uit een gewoon voorval van het huiselijke
+leven. Een inlander wordt in menige omstandigheid voor eenige dagen
+getaboeëerd, bv. wanneer hij zijn haar heeft afgesneden, wanneer hij
+getatoeëerd is, wanneer hij een praauw timmert, wanneer hij een huis
+bouwt, wanneer hij doodelijk ziek is, wanneer hij gestorven is. Dreigt
+een onverstandige vischvangst de rivieren van haar visschen te berooven,
+of worden de nieuwe aanplantingen van zoete pataten niet behoorlijk
+ontzien, dan worden die voorwerpen door een beschermend en
+staathuishoudkundig taboe getroffen. Wil een opperhoofd de lastige
+omstanders van zijn huis verjagen, dan taboeëert hij het; ten zijnen
+voordeele betrekkingen met een vreemd schip aanknoopen, dan taboeëert
+hij het ook; een europeesch handelaar, op wien hij ontevreden is, een
+quarantaine opleggen, hij taboeëert maar! Zijn verbod komt dan overeen
+met het oude "veto" (ik wil niet) der koningen.</p>
+
+<p>Wanneer een voorwerp getaboeëerd is, mag niemand het straffeloos
+aanraken. Wanneer een inboorling aan dat verbod onderworpen is, zijn hem
+sommige spijzen voor een bepaalden tijd ontzegd. Wanneer die strenge
+leefregel opgeheven is, helpen, indien hij rijk is, zijn slaven hem en
+steken de spijzen in zijn mond, die hij met zijn handen niet mag
+aanraken; is hij arm, dan is hij genoodzaakt de spijzen met den mond op
+te nemen, en het taboe maakt hem tot een dier.</p>
+
+<p>Kortom, die vreemde gewoonte beheerscht en bepaalt de geringste daden
+der Nieuw-Zeelanders. Het is de onophoudelijke tusschenkomst der godheid
+in het maatschappelijke leven. Het heeft kracht van wet, en men mag
+zeggen, dat het geheele inlandsche wetboek, een wetboek, dat geen
+tegenspraak duldt en ook nooit tegengesproken wordt, vervat is in de
+gedurige toepassing van het taboe.</p>
+
+<p>De gevangenen in het heilige huis waren door een willekeurig taboe
+ontrukt aan de woede der volksmenigte. Een partij onder de inlanders, de
+vrienden en aanhangers van Kai-Koemoe, waren op eens gestuit door de
+stem van hun hoofd en hadden de gevangenen beschermd.</p>
+
+<p>Echter maakte Glenarvan zich geen verkeerde voorstellingen van het lot,
+dat hem wachtte. Zijn dood alleen was een voldoende straf voor den moord
+van een opperhoofd; en bij de wilde volken volgt de dood alleen op een
+lange marteling. Glenarvan verwachtte dus niet anders, of hij zou wreed
+moeten boeten voor de billijke verontwaardiging, die zijn arm had
+gewapend; maar hij hoopte, dat de toorn van Kai-Koemoe hem alleen zou
+treffen.</p>
+
+<p>Welk een nacht bragten hij en zijn lotgenooten door! Wie zou hun angst
+kunnen schilderen, hun lijden afmeten! De arme Robert, de goede Paganel
+waren niet meer voor den dag gekomen. Maar kon men wel aan hun lot
+twijfelen? Waren zij niet de eerste offers, ten zoen gevallen voor de
+wraakzucht der inlanders? Alle hoop was verdwenen, zelfs uit het hart
+van Mac Nabbs, die anders niet spoedig wanhoopte. John Mangles werd
+bijna krankzinnig door de stille wanhoop van Mary Grant, die van haar
+broeder was gescheiden. Glenarvan dacht aan dat verschrikkelijk verzoek
+van lady Helena, die, om zich te onttrekken aan den marteldood of de
+slavernij, door zijne hand wilde sterven! Zou hij dien ijselijken moed
+hebben?</p>
+
+<p>"En welk regt heb ik om Mary te treffen?" dacht John, wiens hart brak.</p>
+
+<p>Aan een ontsnapping viel niet te denken; ze was geheel en al onmogelijk.
+Tien, tot de tanden gewapende krijgslieden, waakten voor de deur der
+gevangenis.</p>
+
+<p>De morgen van den 13<sup>den</sup> Februarij brak aan. Er had geen verkeer plaats
+gehad tusschen de inlanders en de gevangenen, die door het taboe werden
+beschermd. De hut bevatte eenige levensmiddelen, die de ongelukkigen
+naauwelijks aanraakten. De smart verdreef den eetlust. De dag verliep,
+zonder verandering of hoop aan te brengen. Ongetwijfeld zou het uur van
+de begrafenis van het gedoode opperhoofd ook dat zijn, waarop de
+doodstraf voltrokken werd.</p>
+
+<p>Terwijl Glenarvan zich niet ontveinsde, dat Kai-Koemoe de gedachte aan
+uitwisseling wel zou hebben opgegeven, behield de majoor dienaangaande
+nog altijd een straal van hoop.</p>
+
+<p>"Wie weet," zeide hij, terwijl hij Glenarvan op de uitwerking wees, dien
+de moord van Kara-Tete op het opperhoofd gemaakt had, "wie weet, of
+Kai-Koemoe niet in den grond verpligting aan u gevoelt?"</p>
+
+<p>Maar, wat Mac Nabbs ook mogt zeggen, Glenarvan wilde zich met geen hoop
+meer vleijen. Ook de volgende dag verliep, zonder dat er toebereidselen
+voor de doodstraf werden gemaakt. Ziehier de reden van dat uitstel.</p>
+
+<p>De Maori's gelooven, dat de ziel nog drie dagen na het sterven het
+ligchaam des overledenen bewoont, en gedurende driemaal vier en twintig
+uren blijft het lijk onbegraven liggen. Die uitstellende gewoonte werd
+streng in acht genomen. Tot den 15<sup>den</sup> Februarij toe bleef de sterkte
+ledig. Op de schouders van Wilson staande, zag John Mangles dikwijls
+naar de buitenwerken. Geen inlander was er te zien. Alleen de
+schildwachten, die goed wacht hielden, losten elkander af aan de deur
+der gevangenis.</p>
+
+<p>Maar den derden dag gingen de hutten open; de wilden, mannen, vrouwen,
+kinderen, verscheidene honderden in getal, vereenigden zich zwijgend en
+bedaard op het voorplein der sterkte.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe kwam uit zijn hut, en terwijl de voornaamste hoofden van zijn
+stam zich om hem schaarden, nam hij plaats op een heuveltje van eenige
+voeten hoog in het middelpunt der versterkingen. Op een behoorlijken
+afstand achter hem stonden de overige inlanders in een halven cirkel
+geschaard. De geheele vergadering bewaarde een onafgebroken stilzwijgen.</p>
+
+<p>Op een teeken van Kai-Koemoe begaf een krijgsman zich naar het heilige
+huis.</p>
+
+<p>"Denk er aan!" zeide lady Helena tot haar man.</p>
+
+<p>Glenarvan klemde zijn vrouw aan zijn hart. Thans naderde Mary Grant John
+Mangles en zeide:</p>
+
+<p>"Lord en lady Glenarvan zullen wel willen gelooven, dat even goed als
+een vrouw kan sterven door de hand van haar echtgenoot om een
+schandelijk leven te ontgaan, een bruid ook door de hand van haar
+verloofde kan sterven om er op haar beurt aan te ontkomen. John! in dit
+gewigtig oogenblik mag ik het u zeggen: ben ik niet sedert lang uw bruid
+in het geheim van uw hart? Mag ik op u rekenen, waarde John! gelijk lady
+Helena op lord Glenarvan?"</p>
+
+<p>"Mary!" riep de jeugdige kapitein geheel radeloos. "Ach! lieve Mary!..."</p>
+
+<p>Hij kon niet uitspreken; de mat werd opgeligt, en de gevangenen voor
+Kai-Koemoe gebragt; de twee vrouwen schikten zich in haar lot; de mannen
+verborgen hun angst onder een kalmte, die het bewijs was eener
+bovenmenschelijke geestkracht.</p>
+
+<p>Zij kwamen voor het zeelandsch opperhoofd. Deze talmde niet met het
+uitspreken van het vonnis.</p>
+
+<p>"Gij hebt Kara-Tete gedood?" zeide hij tot Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik heb hem gedood," antwoordde de lord.</p>
+
+<p>"Gij zult morgen met zonsopgang sterven."</p>
+
+<p>"Alleen?" vroeg Glenarvan, wiens hart hevig klopte.</p>
+
+<p>"Ach! als het leven van onzen opperpriester niet kostbaarder was dan het
+uwe!" riep Kai-Koemoe, wiens oogen een woeste spijt uitdrukten.</p>
+
+<p>Thans had er een opschudding onder de inboorlingen plaats. Glenarvan
+sloeg haastig een blik om zich heen. Weldra kwam er een opening in de
+menigte, en een krijgsman verscheen, druipnat van zweet en doodelijk
+vermoeid.</p>
+
+<p>Zoodra Kai-Koemoe hem zag, sprak hij hem in het engelsch aan. Zijn
+bedoeling was duidelijk: hij wilde, dat de gevangenen hem zouden
+verstaan.</p>
+
+<p>"Gij komt uit de legerplaats der Europeanen?"</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde de Maori.</p>
+
+<p>"Hebt gij den gevangene, onzen opperpriester, gezien?"</p>
+
+<p>"Ik heb hem gezien."</p>
+
+<p>"Leeft hij?"</p>
+
+<p>"Hij is dood! De Engelschen hebben hem doodgeschoten!"</p>
+
+<p>Het was gedaan met Glenarvan en zijn makkers.</p>
+
+<p>"Allen zult gij morgen met zonsopgang sterven!" riep Kai-Koemoe.</p>
+
+<p>Zoo trof dezelfde straf al die ongelukkigen zonder onderscheid. Lady
+Helena en Mary Grant sloegen een oog vol innige dankbaarheid ten hemel.</p>
+
+<p>De gevangenen werden niet naar het heilige huis teruggebragt. Zij
+moesten dien dag tegenwoordig zijn bij de lijkplegtigheden van het
+opperhoofd en bij de bloedige tooneelen, die daarmede gepaard gaan. Een
+troep inlanders voerde hen eenige schreden verder naar den voet van een
+ontzaggelijken "koedi." Daar bleven hun bewakers bij hen, zonder hen uit
+het oog te verliezen. De overige Maori's schenen hen vergeten te hebben,
+zoo verdiept waren ze in hun verpligte smart.</p>
+
+<p>De drie bij de wet voorgeschreven dagen waren na den dood van Kara-Tete
+verloopen. De ziel des overledenen had dus voor altijd diens stoffelijk
+overschot verlaten. De plegtigheid begon.</p>
+
+<p>Het lijk werd op een heuveltje gebragt in het midden van de vesting. Het
+was in een prachtige kleeding gedoscht en in een sierlijke mat van vlas
+gewikkeld. Om zijn met vederen versierd hoofd was een krans van groene
+bladeren geslingerd. Aan zijn gelaat, zijn armen en zijn borst, die met
+olie waren ingewreven, was geen teeken van bederf te zien.</p>
+
+<p>De bloedverwanten en vrienden traden tot aan den voet van het heuveltje,
+en, als had een orkestmeester de maat van een lijkzang geslagen,
+terstond steeg een ontzaggelijk concert van weenen, kermen en zuchten
+omhoog. De overledene werd beweend op de maat van een klagend en
+langzaam lied. Zijn nabestaanden sloegen zich voor het hoofd; de
+vrouwelijke bloedverwanten reten haar gelaat met haar vingers open en
+toonden zich kwistiger met bloed dan met tranen. Die ongelukkigen
+volbragten stipt dezen ruwen pligt. Maar al die rouw was nog niet
+voldoende om de ziel des overledenen te bevredigen, wiens gramschap
+zonder twijfel de overlevenden van zijn stam zou getroffen hebben, en
+zijn krijgslieden wilden niet, al konden zij hem niet in het leven
+terugroepen, dat hij in de andere wereld de genoegens van het aardsche
+leven missen zou. Dus mogt de echtgenoote van Kara-Tete haar man ook in
+het graf niet verlaten. De ongelukkige zou toch geweigerd hebben hem te
+overleven. Dat was gewoonte en pligt, en de voorbeelden van zulke
+opofferingen zijn niet schaarsch in de zeelandsche geschiedenis.</p>
+
+<p>Die vrouw verscheen. Zij was nog jong. Heur haren golfden wanordelijk
+over haar schouders. Haar snikken en kreten stegen omhoog.
+Onzamenhangende woorden, jammerklagten, afgebroken volzinnen, waarin zij
+de deugden van den overledene prees, braken haar snikken af, en in haar
+vreeselijke smart viel zij aan den voet van het heuveltje neer en sloeg
+met haar hoofd op den grond.</p>
+
+<p>Nu naderde haar Kai-Koemoe. Plotseling vloog het rampzalige slagtoffer
+weer op; maar een geweldige slag met den "mere," een soort van
+vreeselijke knods, die het opperhoofd zwaaide, velde haar ter neder. Zij
+viel, als door den bliksem getroffen.</p>
+
+<p>Terstond gingen er ontzettende kreten op. Honderd armen bedreigden de
+gevangenen, die doodelijk ontsteld waren van dat ijselijk tooneel. Maar
+niemand roerde zich; want de lijkplegtigheid was nog niet afgeloopen.</p>
+
+<p>De vrouw van Kara-Tete was met haar gemaal in den dood vereenigd. De
+beide ligchamen lagen naast elkander. Maar voor het eeuwige leven had
+die overledene nog niet genoeg aan zijn trouwe gade. Wie zou hen beiden
+bij Noeï-Atoea bediend hebben, wanneer hun slaven hen niet uit deze
+wereld in de andere gevolgd waren?</p>
+
+<p>Zes ongelukkigen werden bij de lijken hunner meesters gebragt. Het waren
+dienstboden, die de onmeedoogende krijgswetten tot slavernij hadden
+gedoemd. Tijdens het leven van het opperhoofd hadden zij de hardste
+ontberingen uitgestaan, duizend mishandelingen ondergaan, waren slecht
+gevoed, hadden onophoudelijk als lastdieren gewerkt, en zouden nu,
+volgens het geloof der Maori's, in de eeuwigheid dat slavenleven
+voortzetten.</p>
+
+<p>Die ongelukkigen schenen in hun lot te berusten. Zij verwonderden zich
+niet over een opoffering, die ze reeds lang voorzien hadden. Hun
+ongeboeide handen bewezen, dat ze zich zonder verzet zouden laten
+slagten.</p>
+
+<p>Die dood was dan ook kort, en voor een lang lijden bleven ze bewaard. De
+martelingen werden bespaard voor de bewerkers van den moord, die twintig
+schreden verder bij elkander stonden en de oogen afwendden van dat
+akelig schouwspel, dat nog ontzettender zou worden.</p>
+
+<p>Zes knodsslagen, toegebragt door de hand van zes gespierde krijgslieden,
+strekten de slagtoffers in een zee van bloed op den grond uit.</p>
+
+<p>Dat was het sein tot een vreeselijk tooneel van kannibalisme.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill26c" id="ill26c"></a>
+<img src="images/747.jpg" width="400" alt="Dat was het sein tot een tooneel van kannibalisme." title="" />
+<span class="caption2">Dat was het sein tot een tooneel van kannibalisme.</span>
+</div>
+
+<p>Het ligchaam der slaven wordt niet door het taboe beschermd, zooals het
+lijk van den meester. Het behoort aan den stam. Het is het kleine geld,
+dat aan de huilers bij de lijkplegtigheden wordt toegeworpen. Zoodra het
+offer volbragt was, vielen dan ook al de inlanders, opperhoofden,
+krijgslieden, grijsaards, vrouwen, kinderen, zonder onderscheid van
+leeftijd of kunne, door dezelfde dierlijke woede aangegrepen, op de
+levenlooze overblijfselen der slagtoffers aan. In minder tijd dan een
+vlugge pen het zou kunnen schetsen, werden de nog rookende ligchamen
+vaneengereten, verscheurd en verdeeld, niet aan stukken maar aan
+kruimels. Elk van de twee honderd Maori's, die het offer bijwoonden,
+kreeg zijn deel van dat menschenvleesch. Men worstelde, men vocht, men
+betwistte elkaar het kleinste lapje. De warme bloeddroppels bespatten
+die monsterachtige gasten en die geheele terugstootende horde krielde
+onder een rooden regen door elkander. Het was de waanzin en woede van
+naar hun prooi dorstende tijgers. Men zou gezegd hebben, dat het een
+diergaarde was, waar de roofdieren het hun toegeworpen vleesch
+verslonden. Daarop werden er op twintig plaatsen binnen den wal vuren
+aangelegd; de stank van het verbrande vleesch verpestte den dampkring,
+en zonder de vreeselijke opschudding bij dat feestmaal, zonder de
+kreten, die nog voortkwamen uit die met vleesch volgestopte kelen,
+hadden de gevangenen de beenderen der slagtoflers kunnen hooren kraken
+tusschen de tanden der menscheneters.</p>
+
+<p>Doodelijk ontsteld deden Glenarvan en de zijnen nog hun best om dit
+afschuwelijk tooneel aan de oogen der twee arme vrouwen te onttrekken.
+Zij begrepen nu welke straf hen den volgenden morgen bij zonsopgang
+wachtte, en door welke vreeselijke martelingen zulk een dood stellig zou
+worden voorafgegaan. De schrik benam hun de spraak.</p>
+
+<p>Daarop begonnen de doodendansen. Sterke dranken, getrokken uit den
+"piper excelsum," echten geest van spaansche peper, verhoogden nog de
+dronkenschap der wilden. Zij hadden niets menschelijks meer. Zouden zij
+niet welligt het taboe van het opperhoofd vergeten en de handen slaan
+aan de gevangenen, die hun waanzin beangstigde?</p>
+
+<p>Maar Kai-Koemoe had zijn verstand behouden bij die algemeene
+dronkenschap. Hij stond een uur toe voor die slemppartij van bloed,
+opdat ze haar hoogsten trap bereiken en dan voldaan zou zijn, en het
+laatste bedrijf der uitvaart werd met de gewone plegtigheden afgespeeld.</p>
+
+<p>De lijken van Kara-Tete en diens vrouw werden opgenomen, de ledematen
+gebogen en tegen den buik gedrukt, volgens de gewoonte der Zeelanders.
+Nu moesten ze begraven worden, wel niet voor goed, maar tot de aarde het
+vleesch verteerd had en alleen het gebeente bevatten zou.</p>
+
+<p>De plaats voor het Oedoe-Pa, dat wil zeggen het graf, was reeds gekozen
+omtrent twee mijlen buiten de vesting, op den top van een bergje,
+Maunganamu genoemd, op den regteroever van het meer gelegen.</p>
+
+<p>Daarheen moesten de ligchamen worden gebragt. Twee zeer kunstelooze
+draagstoelen, of om het maar ronduit te zeggen, twee berries, werden aan
+den voet van het heuveltje neergezet. De zaamgevouwen lijken werden er
+veeleer in zittende dan liggende houding op geplaatst; hun kleeding werd
+met een band opgehouden. Vier krijgslieden tilden ze op hun schouders en
+de geheele stam volgde hen, onder het aanheffen van het lijklied, in
+optogt tot aan de begraafplaats.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill27c" id="ill27c"></a>
+<img src="images/750.jpg" width="400" alt="De zaamgevouwen lijken werden er op geplaatst." title="" />
+<span class="caption2">De zaamgevouwen lijken werden er op geplaatst.</span>
+</div>
+
+<p>De gevangenen, die nog altijd bewaakt werden, zagen den stoet den
+eersten wal van de vesting verlaten; daarna werden het gezang en
+geschreeuw allengs onverstaanbaar.</p>
+
+<p>Omstreeks een half uur bleef de lijkstoet uit hun gezigt in de diepten
+van het dal. Daarna zagen zij hem weer terug, toen hij de kronkelende
+bergpaden besteeg. Door den afstand kreeg die lange en slingerende
+optogt iets spookachtigs.</p>
+
+<p>De stam hield stil op een hoogte van acht honderd voet, dat is op den
+top van den Maunganamu, op de plaats die voor de begrafenis van
+Kara-Tete was uitgekozen.</p>
+
+<p>Een gewoon Maori zou geen ander graf hebben gehad dan een kuil en een
+hoop steenen. Maar voor een magtig en geducht opperhoofd, die zeker
+binnen kort onder de goden zou opgenomen worden, had zijn stam een graf
+bestemd, dat zijner heldendaden waardig was.</p>
+
+<p>Het graf was met paalwerk omringd, en bij de kuil, waarin de lijken
+moesten rusten, stonden palen, versierd met beelden, die met oker rood
+geverwd waren. De bloedverwanten hadden niet vergeten, dat de "Waidoea",
+de ziel der dooden, zich met stoffelijke dingen voedt, evenals het
+ligchaam die in dit vergankelijk leven behoeft. Daarom waren er
+levensmiddelen binnen de omheining gebragt, alsmede de wapens en
+kleederen des overledenen.</p>
+
+<p>Niets ontbrak aan de gemakkelijke inrigting van het graf. De beide
+echtgenooten werden naast elkander gelegd, en daarop, na een nieuwe
+reeks van jammerklagten, met aarde en gras overdekt.</p>
+
+<p>Nu daalde de stoet weder zwijgend den berg af, en voortaan mogt niemand
+weer op straffe des doods den Maunganamu beklimmen, want hij was taboe,
+evenals de Tongariro, waar de overblijfselen rusten van een opperhoofd,
+die in 1846 door een aardbeving omkwam.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIII" id="XIII"></a>XIII.</h3>
+
+<h3>De laatste uren.</h3>
+
+
+<p>Juist verdween de zon over het Taupo-meer achter de toppen van den
+Tuhahua en Puketapu, toen de gevangenen naar hun kerker werden
+teruggevoerd. Zij zouden hem niet meer verlaten, voor de toppen der
+Wahiti-Ranges door de eerste zonnestralen verlicht werden.</p>
+
+<p>Zij hadden een geheelen nacht om zich op den dood voor te bereiden.
+Ondanks hun droefheid, ondanks het ijselijke lot, dat hen wachtte,
+gebruikten zij toch gezamenlijk den maaltijd.</p>
+
+<p>"Wij zullen al onze krachten hoog noodig hebben," had Glenarvan gezegd,
+"om den dood in het aangezigt te zien. Wij moeten aan die barbaren
+toonen, hoe Europeanen weten te sterven!"</p>
+
+<p>Toen het eten afgeloopen was, zeide lady Helena overluid het avondgebed
+op. Met ongedekten hoofde spraken al haar reisgenooten haar na.</p>
+
+<p>Waar is de mensch, die niet aan God denkt, wanneer de dood hem
+aangrijnst?</p>
+
+<p>Toen die pligt was volbragt, omhelsden de gevangenen elkander.</p>
+
+<p>Mary Grant en Helena begaven zich naar een hoek van de hut en strekten
+zich op eene mat uit. De slaap, die alle smarten lenigt, daalde weldra
+op haar oogleden neder; in elkanders armen gestrengeld sliepen zij in,
+uitgeput als zij waren door vermoeidheid en slapelooze nachten.</p>
+
+<p>Glenarvan nam nu zijn vrienden ter zijde en sprak hen aldus aan:</p>
+
+<p>"Waarde reisgenooten! ons leven en dat dier arme vrouwen is in Gods
+hand. Is het de wil des Hemels, dat wij morgen sterven, dan zullen wij,
+ik ben er zeker van, weten te sterven als mannen, als christenen, die
+onbevreesd voor den Oppersten Regter durven verschijnen. God, die op den
+bodem van ons hart ziet, weet, dat wij een edel doel najaagden. Wacht
+ons de dood in plaats van een goeden uitslag, dan is het zijn wil. Hoe
+hard zijn beschikkingen ook mogen wezen, ik wil toch niet tegen Hem
+morren. Maar hier is de dood niet maar alleen de dood, het is de
+foltering, het is misschien de eerloosheid, en ziehier twee vrouwen...."</p>
+
+<p>Glenarvans' stem, die tot nog toe vast geweest was, begon hier te beven.
+Hij zweeg om zijn aandoening te bedwingen. Na een oogenblik zwijgens
+vervolgde hij tot den jongen kapitein:</p>
+
+<p>"John! gij hebt aan Mary beloofd, wat ik aan lady Helena beloofd hebt.
+Wat is uw voornemen?"</p>
+
+<p>"Ik geloof voor God het regt te hebben die belofte te vervullen,"
+antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, John! Maar wij zijn ongewapend!"</p>
+
+<p>"Toch niet," antwoordde John, een dolk toonende. "Ik heb hem uit de hand
+van Kara-Tete gerukt, toen die wilde aan uwe voeten viel. Mylord! wie
+van ons beiden het langste leeft, zal den wensch van lady Helena en Mary
+Grant vervullen."</p>
+
+<p>Een doodsche stilte heerschte na die woorden in de hut. Eindelijk brak
+de majoor ze af met te zeggen:</p>
+
+<p>"Mijne vrienden! stelt dat uiterste middel tot de laatste minuten uit.
+Ik houd niet veel van hetgeen onherstelbaar is."</p>
+
+<p>"Ik heb niet voor ons gesproken," antwoordde Glenarvan. "Hoe vreeselijk
+onze dood ook moge wezen, wij zullen hem trotseeren! Ha! als wij alleen
+waren, zou ik u reeds twintigmaal toegeroepen hebben: Mijne vrienden!
+laten wij een uitval wagen! Laten wij die ellendelingen aanvallen! Maar
+zij! zij!..."</p>
+
+<p>John ligtte even de mat op en telde vijf en twintig inlanders, die aan
+de deur der gevangenis de wacht hielden. Zij hadden een groot vuur
+aangelegd, dat een akeligen gloed verspreidde over den oneffen grond der
+sterkte. Sommigen dier wilden lagen rondom het vuur op den grond;
+anderen stonden roerloos overeind en staken zwart af op de heldere
+gordijn van vlammen. Maar allen zagen telkens naar de hut, die aan hun
+bewaking was toevertrouwd.</p>
+
+<p>Men zegt, dat tusschen den cipier, die waakt en een gevangene, die
+vlugten wil, de kansen voor den gevangene zijn. Het belang van den een
+is inderdaad grooter dan het belang van den ander. Deze kan vergeten,
+dat hij bewaakt; gene kan nooit vergeten, dat hij bewaakt wordt. De
+gevangene denkt meer aan de vlugt, dan zijn bewaker om hem de vlugt te
+beletten. Dat is de oorzaak van zoovele en zoo wonderlijke
+ontvlugtingen.</p>
+
+<p>Maar hier werden de gevangenen bewaakt door de haat en de wraakzucht, en
+niet door een onverschilligen cipier. De gevangenen waren niet geboeid;
+maar dat was ook onnoodig: want vijf en twintig man bewaakten den
+eenigen uitgang van het heilige huis.</p>
+
+<p>Deze hut, tegen den rotswand leunende, die de verschansing afsloot, was
+alleen genaakbaar over een smalle landtong, die haar met het voorplein
+der sterkte in verband bragt. De zijmuren waren boven loodregte
+rotswanden opgetrokken en hingen over een honderd voet diepen afgrond.
+Hier was dus een nederdaling onmogelijk.</p>
+
+<p>Onder den grond door bestond ook geen gelegenheid om te vlugten, want de
+rots was steenhard. De eenige uitgang was de deur van het heilige huis,
+en de Maori's bewaakten die landtong, die het als een ophaalbrug met de
+vesting verbond. Ontsnappen was dus onmogelijk, en Glenarvan moest dit
+wel erkennen, toen hij, misschien voor de twintigste maal, de muren
+zijner gevangenis had onderzocht.</p>
+
+<p>Intusschen verliepen de uren van dien akeligen nacht. De berg was in
+digte duisternis gehuld. Maan nog sterren verhelderden den pikzwarten
+nacht. De wind huilde langs de sterkte. De palen der hut kraakten.
+Plotseling wakkerde het vuur der inboorlingen weder aan door die
+kortstondige strooming der lucht, en het schijnsel der vlammen
+verlichtte even het binnenste van het heilige huis. De groep gevangenen
+werd voor een oogenblik beschenen. Die arme lieden waren in gedachten
+verzonken over het lot, dat hun wachtte. Sen doodsche stilte heerschte
+in de hut.</p>
+
+<p>Het zal omstreeks vier ure in den morgen geweest zijn, toen de
+oplettendheid van den majoor werd opgewekt door een ligt gedruisch, dat
+achter de achterste palen, in den wand der hut, die tegen de rots
+leunde, vandaan scheen te komen.</p>
+
+<p>Toen Mac Nabbs, die zich eerst niet om dat gedruisch had bekommerd,
+bespeurde, dat het aanhield, luisterde hij; verwonderd, dat het niet
+ophield, ging hij eindelijk om het beter waar te nemen met het oor op
+den grond liggen. Hij meende te hooren, dat er van buiten gekrabd en
+gegraven werd.</p>
+
+<p>Toen hij zeker was van zijn zaak, sloop de majoor naar Glenarvan en John
+Mangles, ontrukte hen aan hun droevige denkbeelden en voerde ze naar het
+achterste gedeelte der hut.</p>
+
+<p>"Luistert!" fluisterde hij, hun tevens een teeken gevende om te bukken.</p>
+
+<p>Het gekrab werd hoe langer hoe duidelijker; men kon hooren, dat de
+steentjes door de aanraking met een scherp voorwerp krasten en
+wegrolden.</p>
+
+<p>"Een beest in zijn hol," zeide John Mangles.</p>
+
+<p>Glenarvan sloeg zich voor het hoofd en zeide:</p>
+
+<p>"Wie weet? als het eens een mensch was!"</p>
+
+<p>"Mensch of dier," antwoordde de majoor, "ik zal er wel spoedig achter
+komen!"</p>
+
+<p>Wilson en Olbinett kwamen bij hen, en allen begonnen in den wand te
+graven, John met zijn dolk, de anderen met steenen, die zij uit den
+grond haalden, of met hun nagels, terwijl Mulrady op den grond lag om
+door een kier in de mat de groep inlanders in het oog te houden.</p>
+
+<p>Die wilden lagen onbewegelijk rondom het vuur en vermoedden niets van
+hetgeen er twintig schreden van hen af gebeurde.</p>
+
+<p>De grond bestond uit een ligte en wrijfbare aarde, die den
+kiezelachtigen tufsteen bedekte. Ondanks het gebrek aan werktuigen
+vorderde het gat dan ook goed. Weldra was het duidelijk, dat een of meer
+menschen buiten het fort een galerij groeven in den zijmuur. Wat kon hun
+doel zijn? Waren zij bekend met het bestaan der gevangenen, of vond de
+arbeid, die verrigt scheen te worden, zijn verklaring in het toeval
+eener persoonlijke onderneming?</p>
+
+<p>De gevangenen verdubbelden hun pogingen. Hun gewonde vingers bloedden;
+maar zij groeven toch door. Na een half uur arbeids was het gat, dat zij
+boorden, een voet of drie diep. Het helderder geraas bewees hun, dat
+alleen een dunne aardlaag een onmiddellijke gemeenschap belette.</p>
+
+<p>Er verliepen nog eenige minuten; daar trok de majoor op eens zijn hand
+terug, die door een scherp lemmet gewond was. Hij bedwong den kreet van
+pijn, die hem bijna ontsnapte.</p>
+
+<p>John Mangles weerde met zijn dolk het mes af, dat in het gat werd
+rondgedraaid, maar vatte de hand, die het voerde.</p>
+
+<p>Het was de hand eener vrouw of van een kind, een europeesche hand!</p>
+
+<p>Geen van beiden had een woord gesproken. Het was duidelijk, dat men er
+aan beide zijden belang bij had om te zwijgen.</p>
+
+<p>"Is het Robert?" mompelde Glenarvan.</p>
+
+<p>Maar hoe zacht hij dien naam ook had uitgesproken, Mary Grant had hem
+verstaan. Zij was ontwaakt door de beweging in de hut, sloop naar
+Glenarvan, greep die met aarde bemorste hand en bedekte ze met haar
+kussen.</p>
+
+<p>"Gij! gij!" zeide het meisje, dat zich er niet in kon vergissen, "gij,
+Robert!"</p>
+
+<p>"Ja, zusje!" antwoordde Robert, "ik ben hier om u allen te redden! Maar
+stilte."</p>
+
+<p>"Moedig kind!" herhaalde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Houdt de wilden daar buiten in het oog en maakt het gat ruimer!" hernam
+Robert.</p>
+
+<p>Mulrady, die even had opgezien bij de verschijning van den knaap, ging
+weer op den uitkijk staan.</p>
+
+<p>"Alles gaat goed," zeide hij. "Nog maar vier krijgslieden zijn wakker.
+De anderen slapen."</p>
+
+<p>"Moed gehouden!" sprak Wilson.</p>
+
+<p>In een oogenblik was het gat vergroot en ging Robert uit de armen zijner
+zuster over in die van lady Helena. Om zijn ligchaam was een lang touw
+van vlas gewonden.</p>
+
+<p>"Mijn kind! mijn kind!" mompelde de jonge vrouw, "dus hebben de wilden u
+niet gedood!"</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw!" antwoordde Robert. "Ik weet zelf niet, hoe ik mij bij
+die opschudding aan hun oog heb kunnen onttrekken; ik ben over de
+omwalling gesprongen; twee dagen lang heb ik mij in de struiken
+verscholen; 's nachts liep ik rond; ik wilde u wederzien. Terwijl de
+geheele stam met de uitvaart van het opperhoofd bezig was, ben ik die
+zijde der sterkte, waar de gevangenis staat, gaan verkennen, en heb ik
+gezien, dat ik bij u zou kunnen komen. Uit een ledige hut heb ik dit mes
+en dit touw genomen. De bosjes gras, de takken der struiken hebben mij
+tot ladder gediend; bij toeval heb ik een soort van grot gevonden, in de
+rots uitgehouwen, waartegen deze hut leunt; ik behoefde slechts eenige
+voeten in een weeke aarde uit te graven, en nu ben ik hier."</p>
+
+<p>Twintig stomme kussen waren het eenige antwoord, dat Robert krijgen kon.</p>
+
+<p>"Laten wij vertrekken!" zeide hij op vasten toon.</p>
+
+<p>"Is Paganel beneden?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Mijnheer Paganel?" herhaalde het kind, zeer verrast door die vraag.</p>
+
+<p>"Ja! Wacht hij ons? Hij was immers met u gevlugt?"</p>
+
+<p>"Welneen, mylord! Wat, is mijnheer Paganel niet hier?"</p>
+
+<p>"Hij is hier niet, Robert!" antwoordde Mary Grant.</p>
+
+<p>"Hoe? Hebt gij hem niet gezien?" vroeg Glenarvan. "Hebt gij elkaar niet
+bij die opschudding aangetroffen? Zijt gij niet zamen ontsnapt?"</p>
+
+<p>"Neen, mylord!" herhaalde Robert, die geheel ter neergeslagen was door
+het berigt van de verdwijning van Paganel.</p>
+
+<p>"Laten wij vertrekken!" zeide nu de majoor, "wij hebben geen minuut te
+verliezen. Waar Paganel ook is, hij kan het nergens slechter hebben dan
+wij hier. Vooruit maar!"</p>
+
+<p>Wel waren de oogenblikken kostbaar. Zij moesten vlugten. De ontsnapping
+leverde geen andere groote moeijelijkheden op, dan alleen de afdaling
+langs een bijna loodregten rotsmuur buiten de grot, die omtrent twintig
+voet hoog was. Vandaar bood de helling een vrij gemakkelijke nederdaling
+tot den voet des bergs aan. Van dit punt af konden de gevangenen spoedig
+de lager liggende dalen bereiken, terwijl de Maori's, wanneer zij hun
+vlugt ontdekten, onbekend als ze waren met het bestaan der galerij
+tusschen het heilige huis en de buitenste glooijing gegraven, een zeer
+langen omweg zouden moeten maken om hen te bereiken.</p>
+
+<p>De ontvlugting begon. Alle voorzorgen, die haar welslagen konden
+verzekeren, werden genomen. De gevangenen kropen achter elkander door de
+naauwe galerij en kwamen in de grot. Voor John Mangles de hut verliet,
+ruimde hij al het puin weg en kroop op zijn beurt door de opening,
+waarop hij de matten van de hut liet vallen. De galerij was dus volkomen
+verborgen.</p>
+
+<p>Nu moest men den loodregten rotsmuur tot aan de glooijing afdalen, en
+die nederdaling zou onmogelijk geweest zijn, wanneer Robert het touw van
+vlas niet had meegebragt.</p>
+
+<p>Het werd afgewonden, aan een uitstekende rotspunt vastgemaakt en naar
+beneden geworpen.</p>
+
+<p>Voor John Mangles zijn vrienden zich liet toevertrouwen aan die
+vlasvezels, die ineengedraaid het touw vormden, onderzocht hij het
+eerst; hij oordeelde, dat het niet bijzonder sterk was; men mogt zich
+echter niet roekeloos blootstellen, want een val kon doodelijk zijn.</p>
+
+<p>"Dit touw," zeide hij, "kan slechts twee personen te gelijk houden; daar
+moeten wij ons dus naar regelen. Eerst moeten lord en lady Glenarvan
+zich laten afglijden; zoodra zij beneden zijn, trekken zij driemaal aan
+het touw, dat zal voor ons het sein wezen om hen te volgen."</p>
+
+<p>"Ik zal het eerst gaan," zeide Robert. "Ik heb onder aan de glooijing
+een soort van diep hol ontdekt, waar de eerst afgedaalden zich zullen
+verbergen om de anderen af te wachten."</p>
+
+<p>"Ga, mijn jongen!" zeide Glenarvan, terwijl hij de hand van den knaap
+drukte.</p>
+
+<p>Robert verdween door de opening der grot. Een minuut daarna bewezen drie
+rukken aan het touw, dat de knaap zijne afdaling gelukkig volbragt had.</p>
+
+<p>Terstond waagden Glenarvan en lady Helena zich buiten de grot. Het was
+nog zeer duister, maar de toppen, die in bet oosten verrezen, werden
+reeds door eenige graauwe tinten gekleurd.</p>
+
+<p>De snerpende ochtendkoelte bragt de jeugdige vrouw weder bij. Zij
+gevoelde haar krachten terugkeeren en begon haar gevaarlijke vlugt.</p>
+
+<p>Glenarvan voorop, gevolgd door lady Helena, lieten zich langs het touw
+afglijden tot op de plek, waar de loodregte rotsmuur zamenkwam met het
+bovenvlak der schuine zijde. Daarop begon Glenarvan, die zijn vrouw
+voorging en haar ondersteunde, achteruit af te dalen. Hij zocht naar
+bosjes gras en struiken, die hem een steunpunt konden opleveren; eerst
+beproefde hij ze en zette er dan den voet van lady Helena op. Eenige
+vogels, die in hun rust gestoord werden, vlogen zacht schreeuwend weg,
+en de vlugtelingen sidderden, wanneer een steen, uit zijn kuil
+weggestooten, met groot geraas tot beneden aan den berg rolde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill28c" id="ill28c"></a>
+<img src="images/759.jpg" width="400" alt="Glenarvan en Lady Helena lieten zich afglijden." title="" />
+<span class="caption2">Glenarvan en Lady Helena lieten zich afglijden.</span>
+</div>
+
+<p>Zij waren omtrent op de helft der schuine zijde, toen zich een stem aan
+den ingang der grot liet hooren:</p>
+
+<p>"Houdt stil!" fluisterde John Mangles.</p>
+
+<p>Met de eene hand zich vastklemmende aan een bosje struiken met
+vierhoekige bladeren, met de andere zijn vrouw ondersteunende, wachtte
+Glenarvan, bijna zonder adem te durven halen.</p>
+
+<p>Wilson had onraad gehoord. Eenig gerucht buiten het heilige huis
+vernomen hebbende, was hij in de hut teruggekeerd, had de mat opgeligt
+en naar de Maori's uitgezien. Op een teeken van hem hield John Glenarvan
+tegen.</p>
+
+<p>Door een vreemd gedruisch verrast, was een der krijgslieden opgestaan en
+het heilige huis genaderd. Twee schreden van de hut af, bleef hij met
+gebukten hoofde staan luisteren. Een minuut lang, die wel een uur
+scheen, bleef hij met gespitst oor en loerend oog in die houding. Daarop
+schudde hij het hoofd als iemand, die zich vergist heeft, keerde naar
+zijn makkers terug, nam een armvol dood hout en wierp het op het half
+uitgegane vuur, welks vlammen weer opflikkerden. Zijn helder verlicht
+gelaat verried geen bezorgdheid meer, en na de eerste morgenschemering,
+die den gezigteinder een beetje verhelderde, gadegeslsgen te hebben,
+ging hij bij het vuur liggen om zijn koude leden te verwarmen.</p>
+
+<p>"Alles gaat goed," zeide Wilson.</p>
+
+<p>John gaf aan Glenarvan een teeken om de afdaling te hervatten.</p>
+
+<p>Glenarvan liet zich zachtjes tot op het vlak glijden, weldra zetten lady
+Helena en hij den voet op het naauwe pad, waar Robert hen wachtte.</p>
+
+<p>Driemaal trok hij aan het touw, en nu gingen John Mangles met Mary Grant
+op hun beurt den gevaarvollen togt ondernemen.</p>
+
+<p>Zijn waagstuk gelukte; hij voegde zich bij lord en lady Glenarvan in het
+door Robert aangewezen gat.</p>
+
+<p>Vijf minuten later waren alle vlugtelingen gelukkig uit het heilige huis
+ontkomen en verlieten zij hun voorloopige schuilplaats. Met vermijding
+van de bewoonde oevers van het meer drongen zij langs naauwe paden in
+het diepst van het gebergte.</p>
+
+<p>Zij liepen stevig door en trachtten alle punten te mijden waar zij soms
+gezien konden worden. Zij spraken geen woord. Zij slopen als schimmen
+tusschen de heesters door. Waar gingen zij heen? Op goed geluk af; maar
+zij waren vrij.</p>
+
+<p>Omstreeks vijf ure brak de dag aan. Blaauwachtige strepen liepen door de
+hoogdrijvende wolken. De in nevelen gehulde toppen scheidden zich van de
+morgendampen. Weldra zou de dagvorstin verschijnen, en in plaats van het
+sein tot de doodstraf te geven, zou die zon integendeel de vlugt der
+veroordeelden verraden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill29c" id="ill29c"></a>
+<img src="images/762.jpg" width="400" alt="Omstreeks vijf ure brak de dag aan." title="" />
+<span class="caption2">Omstreeks vijf ure brak de dag aan.</span>
+</div>
+
+<p>Voor dat noodlottig oogenblik moesten dus de vlugtelingen buiten het
+bereik der wilden zijn om hen zoo ver mogelijk van het spoor te brengen.
+Maar zij vorderden niet veel; de paden waren te steil. Lady Helena
+klauterde tegen de helling op, ondersteund, om niet te zeggen gedragen
+door Glenarvan, en Mary Grant leunde op den arm van John Mangles;
+gelukkig en zegevierend opende Robert, vol blijdschap over zijn
+welslagen, den optogt, dien de twee matrozen sloten.</p>
+
+<p>Nog een half uur en de schitterende zon zou de dampen aan den
+gezigteinder verdrijven.</p>
+
+<p>Een half uur lang liepen de vlugtelingen op goed geluk voort. Paganel
+was niet bij hen om hun den weg te wijzen,&mdash;Paganel, het voorwerp hunner
+ongerustheid en wiens gemis een donkere schaduw wierp op hun geluk.
+Inmiddels rigtten zij zich zooveel mogelijk naar het oosten, den aan
+breken den dageraad te gemoet. Weldra hadden zij een hoogte van vijf
+honderd voet boven het Taupo-meer bereikt, en de morgenkoelte, door die
+hoogte nog vermeerderd, hinderde hen. Onduidelijke vormen van heuvels en
+bergen stapelden zich op elkander; maar Glenarvan wenschte niets liever
+dan er in rond te dolen. Later zou hij wel zien, hoe hij uit dien
+bergachtigen doolhof kwam.</p>
+
+<p>Eindelijk brak de zon door en bescheen de vlugtelingen met haar eerste
+stralen.</p>
+
+<p>Op eens weergalmde een vreeselijk gebrul uit honderd kelen door de
+lucht. Het kwam uit de vesting, wier juiste ligging Glenarvan niet meer
+kon bepalen. Bovendien verhinderde hem een digte gordijn van nevelen,
+die aan zijn voeten hing, om de lage dalen te onderscheiden.</p>
+
+<p>Maar de vlugtelingen konden er niet aan twijfelen, hun vlugt was
+ontdekt. Zouden zij ontkomen aan de vervolging der inlanders? Waren zij
+gezien? Zouden hun sporen hen niet verraden?</p>
+
+<p>Juist trok de lage mist op en wikkelde hen voor een poos in een vochtige
+wolk, en nu bemerkten zij drie honderd voet beneden zich den dweepzieken
+hoop inlanders.</p>
+
+<p>Zij zagen, maar waren ook gezien. Een nieuw gebrul steeg op, begeleid
+door hondengeblaf, en de geheele stam stormde, na eerst te vergeefs
+beproefd te hebben de rots van het heilige huis te beklimmen, den
+vestingwal uit en ijlde langs de kortste paden de gevangenen na, die aan
+zijn wraak ontsnapten.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIV" id="XIV"></a>XIV.</h3>
+
+<h3>De taboe berg.</h3>
+
+
+<p>De top van den berg was nog een honderd voet hooger. De vlugtelingen
+hadden er belang bij hem te bereiken om zich op de andere helling aan
+het oog der Maori's te onttrekken. Zij hoopten, dat de een of andere
+begaanbare kam hen in staat zou stellen de nabijgelegen kruinen te
+bereiken, die een bergstelsel uitmaakten, waarin de arme Paganel
+stellig, wanneer hij bij ben geweest was, den weg had weten te vinden.</p>
+
+<p>De bestijging werd dus haastig voortgezet, waartoe het al nader komende
+dreigende getier genoeg aanspoorde. De vervolgers bereikten den voet des
+bergs.</p>
+
+<p>"Houdt moed, vrienden! houdt moed!" riep Glenarvan, zijn makkers met
+stem en gebaren aanmoedigende.</p>
+
+<p>In minder dan vijf minuten stonden zij op den bergtop; daar keerden zij
+zich om, ten einde hun toestand te overzien en een rigting te nemen, die
+de Maori's op een dwaalspoor kon brengen.</p>
+
+<p>Van deze hoogte overzagen zij het geheele Taupo meer, dat zich in zijn
+schilderachtige lijst van bergen westwaarts uitstrekte. Ten noorden, de
+toppen van den Pirongia; ten zuiden, de rookende krater van den
+Tongariro. Maar ten oosten stuitte hun blik op den muur van toppen en
+ruggen, die met de Wahiti-Ranges in verband staat, die groote keten,
+welker onafgebroken schakels over het geheele noordelijke eiland van de
+Cooksstraat af tot de Oostkaap toe loopen. Zij moesten dus de andere
+zijde afdalen en in naauwe passen, misschien zonder uitgangen,
+doordringen.</p>
+
+<p>Glenarvan sloeg een angstigen blik om zich heen; de zonnestralen hadden
+de nevels verjaagd, zoodat zijn oog de geringste holten van den grond
+goed kon onderscheiden. Geen beweging der Maori's kon hem ontgaan.</p>
+
+<p>De inlanders waren geen vijf honderd voet van hem af, toen zij het
+bergvlak bereikten, waarop de eenzame kegel zich verhief.</p>
+
+<p>Glenarvan mogt geen oogen blik langer stilstaan. Uitgeput of niet, zij
+moesten vlugten, wilden zij niet omsingeld worden.</p>
+
+<p>"Laten wij afdalen!" riep bij, "voor de weg ons wordt afgesneden!"</p>
+
+<p>Maar toen de arme vrouwen met inspanning van alle krachten weer
+opgestaan waren, hield Mac Nabbs haar tegen en zeide:</p>
+
+<p>"Het is onnoodig, Glenarvan! Zie maar!"</p>
+
+<p>Werkelijk zagen nu allen, welk een onverklaarbare verandering er in de
+bewegingen der Maori's was gekomen.</p>
+
+<p>Zij hadden op eens hun vervolging gestaakt. De beklimming van den berg
+hield op, alsof er een streng tegenbevel gekomen was. De bende
+inboorlingen was in haar vaart gestuit, en hield stand als de golven der
+zee voor een onwankelbare rots.</p>
+
+<p>Al die bloeddorstige wilden stonden daar aan den voet des bergs,
+huilden, zwaaiden met hun armen, geweren en bijlen, maar kwamen geen
+duim digter. Hun honden, die evenals zij in den grond vastgeworteld
+schenen, blaften woedend.</p>
+
+<p>Wat was er toch gaande? Welke onzigtbare magt weerhield de inlanders? De
+vlugtelingen zagen het, maar begrepen het niet, en vreesden, dat de
+betoovering, die den stam van Kai-Koemoe ketende, verbroken mogt worden.</p>
+
+<p>Daar uitte John Mangles een schreeuw, die zijn makkers deed omzien. Met
+de hand wees hij hun een gebouw op den top des kegels.</p>
+
+<p>"Het graf van het opperhoofd Kara-Tete!" riep Robert.</p>
+
+<p>"Spreekt gij de waarheid, Robert?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mylord! het is zoo waar het graf! ik herken het...."</p>
+
+<p>Robert vergiste zich niet. Vijftig voet hooger op, op de hoogste spits
+des bergs, vormden pas beschilderde palen een kleine beslotene ruimte.
+Glenarvan herkende nu ook het graf van het zeelandsche opperhoofd. In
+zijn blinde vlugt was hij op den top van den Maunganamu gekomen.</p>
+
+<p>Door de zijnen gevolgd beklom nu de lord den geringen afstand, die hem
+nog van het graf scheidde. Een wijde met matten behangen opening
+verleende er toegang toe. Glenarvan wilde in het binnenste van de
+grafstede doordringen, maar deinsde eensklaps verschrikt terug,
+roepende: "Een wilde!"</p>
+
+<p>"Een wilde in dit graf?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Ja, Mac Nabbs!"</p>
+
+<p>"Dat maakt niet uit. Vooruit maar!"</p>
+
+<p>Glenarvan, de majoor, Robert en John Mangles drongen binnen de
+omheining. Daar zat een Maori, in een grooten linnen mantel gewikkeld;
+de schaduw der grafstede belette zijn trekken te onderscheiden. Hij
+hield zich volkomen rustig en ontbeet onbekommerd.</p>
+
+<p>Glenarvan wilde hem aanspreken; maar de inlander was hem voor, en zeide
+op vriendelijken toon en in goed engelsch:</p>
+
+<p>"Ga toch zitten, mylord! het ontbijt is gereed."</p>
+
+<p>Het was Paganel. Zijn stem hoorende, liepen allen de begraafplaats
+binnen en omhelsden den uitmuntenden aardrijkskundige. Paganel was
+teruggevonden! Zijn persoon was een waarborg voor aller redding! Men
+wilde hem ondervragen, men wilde weten hoe en waarom hij zich op den top
+van den Maunganamu bevond; maar Glenarvan beteugelde met een enkel woord
+die ontijdige nieuwsgierigheid.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill30c" id="ill30c"></a>
+<img src="images/767.jpg" width="400" alt="&quot;Ga toch zitten, mylord!&quot;" title="" />
+<span class="caption2">&quot;Ga toch zitten, mylord!&quot;</span>
+</div>
+
+<p>"De wilden!" zeide hij.</p>
+
+<p>"De wilden!" antwoordde Paganel schouderophalend. "Dat zijn wezens, die
+ik in den grond van mijn hart veracht."</p>
+
+<p>"Maar kunnen zij niet...."</p>
+
+<p>"Zij! die domme ezels! Komt maar eens mee!"</p>
+
+<p>Allen volgden Paganel, die de grafstede verliet. De Zeelanders stonden
+nog op dezelfde plaats om den voet des kegels en tierden vreeselijk.</p>
+
+<p>"Schreeuwt! brult! tiert maar, tot uw longen barsten, stomme wezens!"
+zeide Paganel. "Gij durft dezen berg toch niet beklimmen!"</p>
+
+<p>"En waarom niet?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Omdat het opperhoofd hier begraven ligt, omdat dit graf ons beschermt,
+omdat de berg taboe is!"</p>
+
+<p>"Taboe?"</p>
+
+<p>"Ja, vrienden! en daarom ben ik hierheen gevlugt, als in een dier
+middeneeuwsche wijkplaatsen voor ongelukkigen."</p>
+
+<p>"God is met ons!" riep lsdy Helena met ten hemel geheven handen.</p>
+
+<p>De berg was werkelijk taboe, en daarom durfden de bijgeloovige wilden
+hem niet bestijgen.</p>
+
+<p>De vlugtelingen waren nog wel niet gered; maar het was toch een
+gewenscht uitstel, waarmee zij hun voordeel konden doen.</p>
+
+<p>Glenarvan sprak, aan een onbeschrijfelijke aandoening ten prooi, geen
+enkel woord, en de majoor schudde met een regt vergenoegd gezigt het
+hoofd.</p>
+
+<p>"En nu, mijne vrienden!" zeide Paganel, "wanneer die vlegels op ons
+rekenen om hun geduld te oefenen, vergissen zij zich. Binnen twee dagen
+zijn wij buiten het bereik dier schoften."</p>
+
+<p>"Wij zullen vlugten!" zeide Glenarvan. "Maar hoe?" "ik weet er nog niets
+van," antwoordde Paganel; "maar wij vlugten toch!"</p>
+
+<p>Nu wilde ieder de lotgevallen van den aardrijkskundige vernemen. Zeer
+vreemd en zonderling was de achterhoudendheid van dien zoo praatzieken
+man, men moest hem om zoo te zeggen de woorden uit de keel halen. Hij,
+die anders zoo graag vertelde, antwoordde nu ontwijkend op al de vragen
+zijner vrienden.</p>
+
+<p>"Men heeft mijn Paganel veranderd!" dacht Mac Nabbs.</p>
+
+<p>En werkelijk was het voorkomen van den waardigen geleerde niet meer
+hetzelfde. Hij draaide zich stevig in zijn ruimen linnen mantel, en
+scheen de al te nieuwsgierige blikken te ontwijken. Zijn verlegenheid,
+wanneer er over hem gesproken werd, ontging niemand, maar uit
+bescheidenheid deed een ieder, alsof hij het niet opmerkte. Zoodra hij
+maar niet meer zelf op het tapijt was, kreeg Paganel ook zijn gewone
+opgeruimdheid terug.</p>
+
+<p>Zie hier wat hij goedvond aan zijn makkers van zijn lotgevallen te
+vertellen, toen allen om hem heen zaten aan den voet der palen van het
+grafgesticht.</p>
+
+<p>Na den moord van Kara-Tete maakte Paganel evenals Robert van de
+opschudding onder de inlanders gebruik en verdween buiten het paalwerk
+der sterkte. Maar minder gelukkig dan de jonge Grant, kwam hij
+regtstreeks te land in een legerplaats van Maori's. Daar voerde een
+opperhoofd van een schoone gestalte en een schrander voorkomen, die
+verre uitstak boven al de krijgslieden van zijn stam, het bevel. Dat
+opperhoofd sprak zuiver engelsch en heette hem welkom door het tipje van
+zijn neus te schuren tegen den neus van den aardrijkskundige.</p>
+
+<p>Paganel vroeg bij zich zelven of hij zich als een gevangene moest
+beschouwen of niet. Maar ziende, dat hij geen stap doen kon zonder het
+beleefde geleide van het opperhoofd, wist hij weldra, waaraan hij zich
+te houden had.</p>
+
+<p>Dat opperhoofd, "Hihy," dat wil zeggen "zonnestraal," genoemd, was geen
+kwaad man. De bril en kijker van Paganel schenen hem een hooge dunk van
+den aardrijkskundige te geven, en hij verbond hem naauw aan zich, niet
+alleen door zijn weldaden, maar ook met stevige touwen, vooral 's
+nachts.</p>
+
+<p>Die nieuwe toestand duurde drie volle dagen. Werd Paganel gedurende dat
+tijdsverloop goed of slecht behandeld? "Ja en neen," zeide hij, zonder
+zich er verder over uit te laten. Kortom, hij was een gevangen man, en
+op het uitzigt na van een spoedigen dood, scheen zijn toestand hem niet
+veel benijdenswaardiger toe dan die zijner rampzalige vrienden.</p>
+
+<p>Gelukkig slaagde hij er zekeren nacht in om zijn touwen te doorknagen en
+te vlugten. Hij had van verre de begrafenis van het opperhoofd
+bijgewoond, hij wist, dat men hem op den top van den Maunganamu had ter
+aarde besteld, en dat de berg daardoor taboe werd. Daarheen besloot hij
+nu te vlugten, want hij wilde het land niet verlaten, waar zijn
+reisgenooten blijven moesten. Hij slaagde in zijn gevaarvolle
+onderneming. Den vorigen nacht had hij het graf van Kara-Tete bereikt,
+en wachtte nu, "terwijl zijn krachten terugkeerden," tot de hemel door
+eenig toeval zijn vrienden bevrijdde.</p>
+
+<p>Zoo luidde Paganels verhaal. Sloeg hij met opzet een omstandigheid van
+zijn verblijf onder de inlanders over? Meer dan eens gaf zijn
+verlegenheid aanleiding om het te denken. Hoe het ook zij, allen
+wenschten hem eenparig geluk, en toen het verledene bekend was, keerde
+men tot het tegenwoordige terug.</p>
+
+<p>De toestand was nog altijd hoogst bedenkelijk. Wanneer de inlanders zich
+niet verstoutten om den Maunganamu te beklimmen, dan rekenden zij er
+toch stellig op, dat honger en dorst hun gevangenen weer in hun magt
+zouden brengen. Het was dus maar een zaak van tijd, en de wilden hebben
+een taai geduld.</p>
+
+<p>Glenarvan ontveinsde zich de bezwaren van zijn toestand niet; maar hij
+besloot gunstiger omstandigheden af te wachten en ze des noods te
+voorschijn te roepen.</p>
+
+<p>Vooreerst wilde Glenarvan zorgvuldig den Maunganamu onderzoeken, dat is
+te zeggen zijn ongedachte sterkte, niet om ze te verdedigen, want er was
+geen beleg te vreezen, maar om ze te verlaten. De majoor, John, Robert,
+Paganel en hij onderzochten den berg in alle bijzonderheden; zij namen
+de rigting der paden, waar zij op uitliepen en hun helling goed op. De
+een mijl lange bergrug, die den Maunganamu verbond met de Wahiti-keten,
+liep zacht glooijend naar de vlakte af. De eenige bruikbare weg, ingeval
+een ontsnapping mogelijk was, liep over zijn smallen en grillig
+gevormden kam. Konden de vlugtelingen er, door de duisternis van den
+nacht begunstigd, ongezien overkomen, misschien zou het hun dan gelukken
+de naauwe dalen der Ranges te bereiken en hun vervolgers van het spoor
+te brengen.</p>
+
+<p>Maar die weg was met meer dan één gevaar verbonden. Op zijn laagste
+gedeelte liep hij onder het bereik van het geweervuur. De kogels der aan
+de uitloopers geplaatste inlanders konden elkander kruisen en een
+ijzeren net spannen, waar niemand straffeloos door kon.</p>
+
+<p>Toen Glenarvan en zijn vrienden zich op het gevaarlijke gedeelte van den
+kam hadden gewaagd, werden zij met een hagelbui van kogels begroet, die
+hen echter niet deerden. Eenige proppen werden door den wind vlak bij
+hen gedreven Zij waren van bedrukt papier gemaakt, dat Paganel louter
+uit nieuwsgierigheid opraapte en niet zonder moeite ontcijferde.</p>
+
+<p>"Mooi zoo!" riep hij uit. "Weet gij wel, vrienden! welke proppen die
+beesten voor hun geweren gebruiken?"</p>
+
+<p>"Neen, Paganel!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Bladen uit den Bijbel! Wanneer zij die gewijde verzen daarvoor
+gebruiken, beklaag ik hun zendelingen! Dan zullen dezen nog al wat
+moeite hebben om bibliotheken onder de Maori's aan te leggen."</p>
+
+<p>"En met welk gedeelte der heilige boeken hebben die inlanders ons wel
+beschoten?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Met een woord van den almagtigen God," antwoordde John Mangles, die op
+zijn beurt het door de losbranding beschadigde papier gelezen had. "Dat
+woord zegt ons, dat wij op Hem moeten hopen," voegde de jeugdige
+kapitein er bij, met de onwankelbare geloofsovertuiging van een Schot.</p>
+
+<p>"Lees, John!" beval Glenarvan.</p>
+
+<p>En John las dit vers, dat het ontplofte kruid had gespaard:</p>
+
+<p>"<i>Omdat hij op Mij heeft gehoopt, zal hem verlossen</i>."</p>
+
+<p>"Vrienden!" zeide Glenarvan, "wij moeten die troostrijke woorden
+overbrengen aan onze wakkere en lieve medereizigsters. Dat zal haar een
+riem onder het hart steken."</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn makkers bestegen weder de steile paden van den kegel,
+en begaven zich naar het graf, dat zij wilden onderzoeken.</p>
+
+<p>Onderweg verwonderde het hen, dat zij van tijd tot tijd een zekere
+beving van den grond waarnamen. Het was geen schudding, maar die
+aanhoudende trilling, welke het bonzen van kokend water tegen de wanden
+van een ketel teweegbrengt. Het was duidelijk, dat onder het deksel van
+den berg sterke dampen, door de werking van het onderaardsche vuur
+ontstaan, opeengepakt waren.</p>
+
+<p>Die bijzonderheid had niets vreemds voor lieden, die pas tusschen de
+warme bronnen der Waikato waren doorgevaren. Zij wisten, dat deze streek
+in het midden van Ika-Na-Maoeï zeer vulkanisch is. Het is een echte
+zeef, wier weefsel de in de aarde besloten dampen laat ontwijken door de
+kokende bronnen en de zwavelgroeven.</p>
+
+<p>Paganel, die dit reeds had opgemerkt, vestigde dus de aandacht zijner
+vrienden op den vulkanischen aard van den berg. De Maunganamu was maar
+een van die talrijke kegels, die het middelste gedeelte van het eiland
+bedekken, dat is te zeggen een aanstaande vulkaan. De geringste
+werktuigelijke verrigting kon de vorming van een krater veroorzaken in
+zijn uit kiezelachtigen graauwen tufsteen bestaande wanden.</p>
+
+<p>"Dat is zoo," zeide Glenarvan; "maar wij loopen hier toch niet meer
+gevaar dan bij den stoomketel der <i>Duncan</i>. Deze aardkorst is beter dan
+het stevigste plaatijzer!"</p>
+
+<p>"Dat mag waar zijn," antwoordde de majoor; "maar de beste stoomketel
+springt toch eindelijk, wanneer hij te lang wordt gebruikt."</p>
+
+<p>"Ik verlang volstrekt niet op dezen kegel te blijven, Mac Nabbs!" sprak
+Paganel. "Zoodra de Hemel mij een bruikbaren weg toont, verlaat ik hem
+oogenblikkelijk."</p>
+
+<p>"Ach!" riep nu John Mangles, "kon deze Maunganamu zelf ons maar
+meevoeren, die toch zooveel werktuigelijke kracht in zich besluit. Daar
+onder onze voeten huist misschien een nuttelooze en ongebruikte kracht
+van vele millioenen paarden! Onze <i>Duncan</i> zou het duizendste deel er
+van niet noodig hebben om ons naar het einde der wereld te voeren!"</p>
+
+<p>Die herinnering aan de <i>Duncan</i>, door John Mangles opgewekt, vervulde
+Glenarvans gemoed weder met de droevigste gedachten; want, hoe wanhopend
+zijn eigen toestand ook was, toch vergat hij dien nog menigmaal om over
+het lot zijner matrozen te zuchten.</p>
+
+<p>Hij dacht nog daaraan, toen hij zijn deelgenooten in bet ongeluk op den
+top van den Maunganamu terugvond.</p>
+
+<p>Zoodra lady Helena hem bemerkte, liep zij naar hem toe.</p>
+
+<p>"Hebt gij onzen toestand opgenomen, lieve Edward?" vroeg zij. "Moeten
+wij hopen of vreezen?"</p>
+
+<p>"Hopen, lieve Helena!" antwoordde Glenarvan. "De inlanders zullen nooit
+de grens van den berg overschrijden, en het zal ons niet aan tijd
+ontbreken om een plan tot ontsnapping te vormen."</p>
+
+<p>"Bovendien, mevrouw!" voegde John Mangles er bij, "beveelt God zelf ons
+aan om te hopen."</p>
+
+<p>John Mangles overhandigde lady Helena dat bijbelblad, waarop het gewijde
+vers te lezen stond. De jonge vrouw en het jeugdige meisje zagen met
+haar vertrouwend gemoed en haar voor elke tusschenkomst des hemels
+geopend hart, een onfeilbaar voorteeken van redding in deze woorden van
+het heilige boek.</p>
+
+<p>"En nu naar het grafgesticht!" riep Paganel vrolijk uit; "dat is onze
+vesting, ons kasteel, onze eetzaal, ons studeervertrek! Niemand zal ons
+daar storen! Dames! veroorlooft mij de eer van deze lieve woning bij u
+op te houden."</p>
+
+<p>Allen volgden den vriendelijken Paganel. Toen de wilden zagen, dat de
+vlugtelingen andermaal dat taboe verklaarde graf gingen ontheiligen,
+losten zij talrijke schoten en huilden vreeselijk, het een even
+luidruchtig als het andere. Maar zeer gelukkig droegen de kogels niet
+zoo ver als het geschreeuw, en vielen ze halverwege neer, terwijl de
+verwenschingen in de ruimte wegstierven.</p>
+
+<p>Lady Helena, Mary Grant en hun togtgenooten, gingen, geheel gerust
+gesteld nu zij zagen, dat het bijgeloof der Maori's nog sterker was dan
+hun toorn, de begraafplaats binnen.</p>
+
+<p>Het graf van dat zeelandsch opperhoofd bestond uit een omheining van
+roodgeverwde palen. Zinnebeeldige voorstellingen, een ware tatoeëering
+in hout, vermeldden den adel en de groote daden des overledenen. Kransen
+van amuletten, schelpen of geslepen steentjes slingerden van den eenen
+paal tot den anderen. Van binnen was de grond geheel bedekt met een
+tapijt van groene bladeren. In het middelpunt wees een geringe
+verhevenheid de plaats aan van het pas gedolven graf.</p>
+
+<p>Daar lagen de wapenen van het opperhoofd, zijn geladen geweren, zijn
+lans, zijn prachtige bijl van groenen niersteen, met een voldoenden
+voorraad kruid en kogels voor de eeuwige jagten.</p>
+
+<p>"Dat lijkt wel een heel tuighuis," zeide Paganel, "waarvan wij een beter
+gebruik zullen maken dan de overledene. Het is wel goed verzonnen van
+die wilden om hun wapens naar de andere wereld mede te nemen!"</p>
+
+<p>"Kijk! die geweren zijn van engelsch maaksel!" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Zonder twijfel!" antwoordde Glenarvan; "maar het is een zeer dwaze
+gewoonte om den wilden vuurwapens te schenken! Zij bedienen zich er
+later maar van tegen de overheerschers en zij hebben gelijk. Maar hoe
+dit ook zij, die geweren kunnen ons te pas komen!"</p>
+
+<p>"Maar nog nuttiger," zeide Paganel, "zullen voor ons de levensmiddelen
+en het water zijn, die voor Kara-Tete bestemd zijn."</p>
+
+<p>De bloedverwanten en vrienden des overledenen hadden hun zaakjes
+wezenlijk goed verrigt. De bijeengebragte voorraad bewees, hoeveel
+achting zij koesterden voor de deugden van het opperhoofd. Er was genoeg
+eten om tien personen veertien dagen lang, of liever den overledene voor
+de eeuwigheid te voeden. Die plantaardige spijzen bestonden uit wortels
+van varens, zoete pataten, de "convolvulus batatas" van dat land, en uit
+aardappels, die de Europeanen reeds voor lang hadden ingevoerd. Groote
+vaten waren gevuld met het zuivere water, dat op de tafels der
+Zeelanders voorkomt, en een dozijn kunstig gevlochten manden bevatten
+koekjes van een volkomen onbekende groene gomsoort.</p>
+
+<p>De vlugtelingen waren dus voor eenige dagen tegen honger en dorst
+gevrijwaard. Zij lieten zich volstrekt niet noodigen om hun eerste maal
+te doen op kosten van het opperhoofd.</p>
+
+<p>Glenarvan haalde de spijzen, die zijn medgezellen noodig hadden, en
+vertrouwde ze aan de zorg van Olbinett. De streng aan vormen gehechte
+hofmeester, hetgeen hij zelfs in de bedenkelijkste omstandigheden bleef,
+vond den disch wel wat schraal. Ook wist hij niet, hoe hij die wortels
+gereed moest maken, te meer omdat hij geen vuur had.</p>
+
+<p>Maar Paganel redde hem uit die verlegenheid, door hem aan te raden om
+zijn varens en zoete pataten heel eenvoudig in den grond te stoppen.</p>
+
+<p>De warmtegraad der bovenste lagen was inderdaad zeer hoog, en had men
+een thermometer in dien bodem gestoken, dan zou hij zeker een warmte van
+zestig tot vijf en zestig graden Celsius aangewezen hebben. Het scheelde
+maar weinig of Olbinett had zich deerlijk gebrand; want terwijl hij een
+gat groef om zijn wortels er in te leggen, kwam er een zuil waterdamp
+uit, die fluitend eenige voeten hoog steeg.</p>
+
+<p>De hofmeester viel van den schrik achterover.</p>
+
+<p>"Sluit de kraan!" riep de majoor, die met de twee matrozen toesnelde en
+het gat dempte met brokken puimsteen, terwijl Paganel met een verbaasd
+gezigt naar dat verschijnsel stond te kijken en deze woorden mompelde:</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill31c" id="ill31c"></a>
+<img src="images/776.jpg" width="400" alt="De hofmeester viel van den schrik achterover." title="" />
+<span class="caption2">De hofmeester viel van den schrik achterover.</span>
+</div>
+
+<p>"Ei! ei! hé! hé! waarom niet."</p>
+
+<p>"Gij zijt toch niet bezeerd?" vroeg Mac Nabbs aan Olbinett.</p>
+
+<p>"Neen, mijnheer Mac Nabbs!" antwoordde de hofmeester; "maar ik
+verwachtte geenszins...."</p>
+
+<p>"Zooveel weldaden van den hemel!" riep Paganel opgeruimd uit. "Na het
+water en de levensmiddelen van Kara-Tete nog het vuur van de aarde! Maar
+deze berg is een paradijs! Ik stel voor, hier een kolonie te stichten,
+hem te bebouwen, ons voor het overige onzes levens hier neer te zetten!
+Wij zullen de Robinsons van den Maunganamu zijn! Ik zou waarlijk niet
+weten, wat ons op dezen geriefelijken kegel ontbreekt!"</p>
+
+<p>"Niets, als hij maar stevig is!" antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Dat zal wel gaan! hij is niet van gisteren," zeide Paganel; "reeds lang
+weerstaat hij de kracht van het inwendige vuur en hij zal het wel
+uithouden, zoolang wij hier zijn."</p>
+
+<p>"Het ontbijt is gereed!" kondigde Olbinett aan, even statig, alsof hij
+zijn betrekking waarnam op het kasteel Malcolm.</p>
+
+<p>Nu gebruikten de vlugtelingen, bij het paalwerk gezeten, een van die
+maaltijden, welke de Voorzienigheid hun sinds eenigen tijd zoo juist van
+pas zond, wanneer zij zich in gevaarlijke omstandigheden bevonden.</p>
+
+<p>Men was niet keurig aangaande de soort van spijzen; maar betreffende den
+wortel van eetbare varens liepen de gevoelens uiteen. Sommigen vonden er
+een zoeten en aangenamen geur aan, anderen noemden hem slijmerig, geheel
+smakeloos en bijzonder taai. De zoete pataten, in den brandenden bodem
+gebraden, waren uitstekend. De aardrijkskundige merkte op, dat Kara-Tete
+volstrekt niet te beklagen was.</p>
+
+<p>Zoodra de honger gestild was, stelde Glenarvan voor om zonder uitstel
+een plan tot ontvlugting te beramen.</p>
+
+<p>"Nu reeds!" zeide Paganel op een waarlijk spijtigen toon. "Denkt gij er
+nu reeds aan om dit lustoord te verlaten?"</p>
+
+<p>"Maar, mijnheer Paganel!" antwoordde lady Helena, "al geef ik toe, dat
+wij te Capua zijn, dan moeten wij toch Hannibal niet navolgen, dat weet
+gij ook wel!"</p>
+
+<p>"Mevrouw!" antwoordde Paganel, "ik zal mij niet verstouten u tegen te
+spreken; gij wilt een plan beramen, het zij zoo!"</p>
+
+<p>"Ik stel op den voorgrond," zeide Glenarvan, "dat wij een ontvlugting
+moeten beproeven, voor de hongersnood ons er toe dwingt. Aan krachten
+ontbreekt het ons thans niet, en daarvan moeten wij gebruik maken. Dezen
+nacht nog moeten wij beproeven om door de duisternis begunstigd door de
+inboorlingen heen te breken en de oostelijke valleijen te bereiken."</p>
+
+<p>"Onverbeterlijk!" antwoordde Paganel, "als de Maori's ons voorbij
+laten."</p>
+
+<p>"En wanneer zij het ons beletten?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Dan zullen wij groote middelen aanwenden," antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"Hebt gij dan groote middelen?" vroeg de majoor.</p>
+
+<p>"Zooveel, dat ik niet weet, wat ik het eerst gebruiken zal!" gaf Paganel
+ten antwoord, zonder zich nader uit te laten.</p>
+
+<p>Men moest dus den nacht afwachten om een poging te wagen om door de
+linie der inlanders te boren.</p>
+
+<p>Dezen hadden hun plaats niet verlaten. Hun gelederen schenen zelfs door
+de achterblijvers van den stam versterkt te zijn. Hier en daar vormden
+brandende vuren een gordel van gloed om den voet des kegels. Toen de
+duisternis op de omliggende valleijen nederdaalde, scheen de Maunganamu
+boven een vuurzee uit te steken, terwijl zijn top in pikzwarte
+duisternis was gehuld. Zes honderd voet beneden zich hoorde men het
+rumoer, het geschreeuw en gepraat in de vijandelijke legerplaats.</p>
+
+<p>Ten negen ure was het stikdonker en nu besloten Glenarvan en John
+Mangles op verkenning uit te gaan, voor zij hun makkers op dien
+gevaarlijken weg bragten. Zij daalden omtrent tien minuten lang zonder
+geraas te maken naar beneden, en kwamen op den smallen bergrug, die de
+linie van inlanders sneed, vijftig voet boven de legerplaats.</p>
+
+<p>Tot zoo ver ging alles goed. De Maori's lagen bij hun vuren en schenen
+de twee vlugtelingen niet te bemerken, die nog eenige schreden deden.
+Maar op eens barstte er links en regts van den bergrug een dubbel
+geweervuur los.</p>
+
+<p>"Terug!" riep Glenarvan. "Die roovers hebben kattenoogen en
+scherpschuttersgeweren!"</p>
+
+<p>John Mangles en hij beklommen haastig weder de steile berghellingen en
+gingen spoedig hun vrienden gerust stellen, die reeds bang geworden
+waren door het vuren. Glenarvans hoed was door twee kogels doorboord.
+Het was dus onmogelijk zich op den eindeloozen bergrug te wagen tusschen
+die twee rijen schutters in.</p>
+
+<p>"Tot morgen!" zeide Paganel. "Kunnen wij de waakzaamheid dier inlanders
+niet verschalken, dan zult gij mij wel veroorloven hun een geregt van
+mijn vinding toe te dienen!"</p>
+
+<p>Het was nog al koud. Gelukkig had Kara-Tete zijn beste slaaprokken,
+warme linnen dekens, in zijn graf medegenomen, waarin allen zich zonder
+schroom wikkelden, en weldra sliepen de vlugtelingen, door het
+volksbijgeloof beschermd, rustig achter de palen, op dien laauwen bodem,
+die door het vuur, dat inwendig blaakte, in een trillende beweging
+gehouden werd.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XV" id="XV"></a>XV.</h3>
+
+<h3>De groote middelen ven Paganel.</h3>
+
+
+<p>Den volgenden morgen, den 17<sup>den</sup> Februarij, wekte de opgaande zon met
+haar eerste stralen de slapers op den Maunganamu. Reeds lang liepen de
+Maori's aan den voet van den kegel op en neer, zonder hun post te
+verlaten. Zoodra de Europeanen uit het ontwijde heiligdom kwamen, werd
+hun verschijning met woedend getier begroet.</p>
+
+<p>Aller oog vestigde zich het allereerst op de omliggende bergen, op de
+diepe, nog in de ochtendnevelen gehulde dalen, op de oppervlakte van het
+Taupo-meer, die ligt gerimpeld werd door den morgenwind.</p>
+
+<p>Daarop schaarden zich allen, begeerig om de nieuwe plannen van Paganel
+te kennen, om hem heen en zagen hem vragend aan.</p>
+
+<p>Paganel voldeed terstond aan de angstige nieuwsgierigheid zijner
+lotgenooten.</p>
+
+<p>"Mijne vrienden!" begon hij, "mijn plan heeft dit voor, dat, al heeft
+het niet al de uitwerking, die ik er van verwacht, zelfs al mislukt het,
+onze toestand er toch niet door verergert. Maar het moet, het zal
+slagen."</p>
+
+<p>"En dat plan?" vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Is dit," antwoordde Paganel. "Even als het volksbijgeloof van dezen
+berg een toevlugtsoord heeft gemaakt, moet het bijgeloof ons ook helpen
+om er vandaan te komen. Gelukt het mij, Kai-Koemoe te doen gelooven, dat
+wij de offers onzer heiligschennis geworden zijn, dat de toorn des
+hemels ons heeft getroffen, met één woord, dat wij, en wel op een
+verschrikkelijke wijze omgekomen zijn, gelooft gij dan, dat hij het
+bergvlak van den Maunganamu verlaten zal om naar zijn dorp terug te
+keeren?"</p>
+
+<p>"Dat is niet twijfelachtig," zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"En met welken verschrikkelijken dood bedreigt gij ons?" vroeg lady
+Helena.</p>
+
+<p>"Met den dood der heiligschenners, vrienden!" antwoordde Paganel. "De
+wrekende vlammen zijn onder onze voeten! Laten wij haar een doortogt
+banen!"</p>
+
+<p>"Wat! wilt gij een vuurspuwenden berg maken?" riep John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, een kunst-vulkaan, een eigengemaakten vulkaan, wiens woede wij
+zullen beheerschen! Daar is een geheele voorraad dampen en onderaardsch
+vuur, die niets liever verlangen, dan er uit te raken! Laten wij dus ten
+onzen behoeve een kunstmatige uitbarsting teweegbrengen!"</p>
+
+<p>"Het denkbeeld is goed," zeide de majoor. "Goed bedacht, Paganel!"</p>
+
+<p>"Gij begrijpt," hernam de aardrijkskundige, "dat wij veinzen zullen
+verslonden te zijn door de vlammen van den zeelandschen Pluto, en dat
+wij geestelijk verdwijnen zullen in het graf van Kara-Tete...."</p>
+
+<p>"Waar wij drie, vier, vijf dagen zullen blijven, als het moet," voegde
+Glenarvan er bij, "dat is tot dat de wilden, overtuigd van onzen dood,
+de partij zullen opgeven."</p>
+
+<p>"Maar als zij het nu eens in het hoofd krijgen om onderzoek te doen naar
+onze straf," zeide miss Grant, "als zij den berg eens bestijgen?"</p>
+
+<p>"Neen, lieve Mary!" antwoordde Paganel, "dat zullen zij niet doen. De
+berg is taboe, en wanneer hij zelf zijn ontwijders verslonden heeft, zal
+dat taboe nog strenger zijn!"</p>
+
+<p>"Dat plan is waarlijk goed beraamd," zeide Glenarvan. "Er is maar een
+ding tegen, namelijk dat de wilden soms nog zoolang aan den voet van den
+Maunganamu kunnen blijven, dat wij gebrek aan levensmiddelen krijgen.
+Maar dat is niet te denken, vooral wanneer wij de zaak goed aanleggen."</p>
+
+<p>"En wanneer zullen wij deze laatste kans wagen?" vroeg lady Helena.</p>
+
+<p>"Dezen avond nog," antwoordde Paganel, "zoodra het goed donker is."</p>
+
+<p>"Dat is afgepraat," sprak Mac Nabbs. "Paganel! gij zijt een man van
+vernuft, en ik, die niet ligt opgewonden raak, ik sta voor den uitslag
+in. Ha! die schoften! wij zullen hen op een klein wonder onthalen, dat
+hun bekeering wel een eeuw zal achteruit zetten! Mogen de zendelingen
+het ons vergeven!"</p>
+
+<p>Het plan van Paganel was dus aangenomen, en inderdaad, met de
+bijgeloovige denkbeelden der Maori's kon en moest het slagen. Maar het
+moest nog uitgevoerd worden. Het denkbeeld was goed, maar de uitvoering
+moeijelijk. Zou die vulkaan niet de vermetelen verslinden, die een
+krater voor hem wilden graven? Zouden zij die uitbarsting kunnen
+beheerschen en leiden, wanneer zijn dampen, vlammen en lava van hun
+boeijen ontslagen werden? Zou de geheele kegel niet wegzinken in een
+poel van vuur? Het was toch een greep in die verschijnsels, waarover de
+natuur het beheer uitsluitend aan zich houdt.</p>
+
+<p>Paganel had die bezwaren voorzien, maar hij zou voorzigtig te werk gaan
+en de zaak niet tot het uiterste drijven. Een schijn was genoeg om de
+Maori's te misleiden; de vreeselijke werkelijkheid eener uitbarsting was
+daartoe onnoodig.</p>
+
+<p>Wat scheen die dag lang! Elk telde de eindelooze uren. Alles was voor de
+vlugt gereed. De levensmiddelen uit het graf waren verdeeld en in
+draagbare pakjes geborgen. Eenige matten en de vuurwapenen voltooiden
+die ligte bagaadje, welke het graf van het opperhoofd opgeleverd had.
+Het spreekt van zelf, dat die toebereidselen gemaakt werden binnen het
+paalwerk en buiten weten van de wilden.</p>
+
+<p>Ten zes ure zette de hofmeester een versterkend maal op. Waar en wanneer
+men in de nabijliggende dalen eten zou, kon niemand voorzien. Daarom at
+men vooruit. De hoofdschotel bestond uit een half dozijn groote ratten,
+die door Wilson gevangen en in de asch gebraden waren. Lady Helena en
+Mary Grant weigerden stellig om dit in Nieuw-Zeeland zoo hooggeschatte
+wild te proeven; maar de mannen smulden er aan als echte Maori's. Dat
+vleesch was wezenlijk uitstekend, zelfs sappig en de zes knaagdieren
+werden tot op de beentjes afgekloven.</p>
+
+<p>De avondschemering daalde neer. De zon verdween achter een digte laag
+wolken, die een onweder voorspelden. Eenige bliksemstralen verlichtten
+den gezigteinder, en in de verte rommelde reeds de donder.</p>
+
+<p>Paganel begroette verheugd het onweder, dat zijn plannen begunstigde en
+de inrigting van het tooneel voltooide. De wilden zijn bijgeloovig
+beangst voor die grootsche natuurverschijnselen. De Nieuw-Zeelanders
+houden den donder voor de toornige stem van hun Noeï-Atoea, en de
+bliksem is niets anders dan de toornige flikkering zijner oogen. Het zou
+dus schijnen, als kwam de godheid zelve de ontheiligen van het taboe
+kastijden.</p>
+
+<p>Ten acht ure verdween de top van den Maunganamu in een akelig duister.
+De hemel verschafte een zwarten achtergrond voor het schijnsel der
+vlammen, dat de hand van Paganel er op zou werpen.</p>
+
+<p>De Maori's konden hun gevangenen niet meer zien. Het oogenblik van
+handelen was gekomen.</p>
+
+<p>Er moest snel gehandeld worden. Glenarvan, Paganel, Mac Nabbs, Robert,
+de hofmeester en de twee matrozen gingen gelijktijdig aan het werk.</p>
+
+<p>De plaats voor den krater werd gekozen op dertig schreden afstands van
+het graf van Kara-Tete. Het was namelijk hoog noodig, dat de uitbarsting
+de grafstede spaarde; want met haar zou ook het taboe van den berg
+verdwenen zijn. Paganel had op die plek een ontzettenden steenklomp
+opgemerkt, rondom welken de dampen met eenige kracht omhoog stegen. Die
+klomp bedekte een kleinen natuurlijken krater in den kegel, en hield
+alleen door zijn zwaarte de uitstrooming der onderaardsche vlammen
+tegen. Kon men hem uit het gat tillen, dan zouden de dampen en de lava
+zich terstond door de bevrijde opening heen werken.</p>
+
+<p>De werklieden gebruikten eenige palen binnen uit het graf als hefboomen
+en tastten met alle kracht de rotsmassa aan. Onder hun vereenigde
+pogingen raakte het rotsblok weldra in beweging. Zij groeven er een
+soort van kleine loopgraaf voor op de helling des berg, opdat het langs
+dit hellend vlak kon afrollen. Naar mate het hooger werd opgetild, werd
+het schudden en beven van den bodem sterker.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill32c" id="ill32c"></a>
+<img src="images/785.jpg" width="400" alt="De werklieden gebruikten eenige palen als hefboomen." title="" />
+<span class="caption2">De werklieden gebruikten eenige palen als hefboomen.</span>
+</div>
+
+<p>Een dof gebrul van vlammen en sissende dampen liep onder de verdunde
+korst voort. De stoute werklieden, die als echte cyclopen met het vuur
+der aarde omgingen, werkten in alle stilte voort. Weldra waarschuwden
+hen stralen brandend heete stoom, die uit de spleten en scheuren
+opsteeg, dat de plek gevaarlijk werd. Maar een laatste poging
+verplaatste het blok, dat langs de berghelling gleed en verdween.</p>
+
+<p>Dadelijk bezweek de dunne korst. Een vuurstroom steeg met hevige
+losbrandingen hemelwaarts, terwijl beken kokend water en lava naar de
+legerplaats der inlanders en de lager liggende dalen vloeiden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill33c" id="ill33c"></a>
+<img src="images/785b.jpg" width="400" alt="Een vuurstroom steeg met hevige losbrandingen hemelwaarts." title="" />
+<span class="caption2">Een vuurstroom steeg met hevige losbrandingen hemelwaarts.</span>
+</div>
+
+<p>De geheele kegel beefde, en het stond geschapen als zou hij in een
+bodemloozen afgrond wegzinken.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn medgezellen hadden naauwelijks den tijd om zich aan
+het geweld der uitbarsting te onttrekken; zij vlugtten in het binnenste
+van het graf, maar niet zonder eenige droppels water van vier en
+negentig graden hitte op het lijf te hebben gekregen. Dit water
+verspreidde eerst een ligten bouillongeur, die weldra in een zeer sterke
+zwavellucht overging.</p>
+
+<p>Nu smolten het slijk, de lava en de vulkanische overblijfselen in
+denzelfden vuurgloed samen. Stroomen vuur golfden langs den Maunganamu.
+De naaste bergen werden verlicht door het schijnsel der uitbarsting, de
+diepe dalen door een sterke weerkaatsing in vuur en vlam gezet.</p>
+
+<p>Al de wilden waren huilend opgestaan bij de nadering dier lava, die in
+het midden van hun legerplaats kookte. Wien de vuurstroom gespaard had,
+vlugtte en besteeg de omliggende heuvelen. Daar keerden zij zich
+verschrikt om en beschouwden dat vreeselijk natuurverschijnsel, dien
+vulkaan, waarin de toorn van hun god de ontheiligers van den gewijden
+berg neerplofte. En wanneer voor een oogenblik het geraas der
+uitbarsting wat verminderde, hoorde men hen hun godsdienstleuze brullen:</p>
+
+<p>"Taboe! taboe! taboe!"</p>
+
+<p>Ondertusschen ontsnapte er een ontzettende hoeveelheid dampen,
+gloeijende steenen en lava uit dien krater van den Maunganamu. Het was
+niet langer een eenvoudige Geyser, zooals die, welke den berg Hekla op
+IJsland omringen, maar de berg Hekla zelf. Al die vulkanische stoom was
+tot nog toe besloten gebleven binnen de wanden des kegels, omdat de
+veiligheidskleppen van den Tongariro voldoende waren voor zijn
+uitzetting; maar nu hem een nieuwe uitweg geopend werd, maakte hij er
+met groot geweld gebruik van, en in dienzelfden nacht moesten de andere
+uitbarstingen op het eiland volgens de wetten van het evenwigt haar
+gewone kracht verliezen.</p>
+
+<p>Een uur na de verschijning van dezen vulkaan op het wereldtooneel
+stroomden breede beken gloeijende lava langs zijn zijden. Men zag een
+geheel legioen ratten haar onbewoonbaar geworden gaten verlaten en den
+brandenden bodem ontvlugten.</p>
+
+<p>Dien geheelen nacht door, terwijl het onweder boven hun hoofd bleef
+voortwoeden, werkte de kegel met een kracht, die Glenarvan wel een
+beetje ongerust maakte. De uitbarsting knaagde aan den rand des kraters
+en maakte dien wijder. Achter de omheining verborgen sloegen de
+gevangenen de verschrikkelijke vorderingen van het natuurverschijnsel
+gade.</p>
+
+<p>Het werd morgen. De woede des vulkaans bedaarde niet. Digte geelachtige
+dampen vermengden zich met de vlammen. Allerwegen kronkelden de
+lavastroomen.</p>
+
+<p>Met loerend oog en kloppend hart zag Glenarvan door al de reten van het
+paalwerk heen om de legerplaats der inlanders waar te nemen.</p>
+
+<p>De Maori's waren op de omliggende hoogten gevlugt buiten het bereik van
+den vulkaan. Het vuur had eenige lijken verkoold, die aan den voet des
+kegels lagen. Verderop in de rigting der vesting had de lava een
+twintigtal hutten bereikt, die nog rookten. De Zeelanders stonden hier
+en daar in groepen bijeen en staarden met godsdienstige ontzetting op
+den in vuur en vlammen gehulden Maunganamu.</p>
+
+<p>Kai-Koemoe verscheen in het midden zijner krijgslieden en Glenarvan
+herkende hem. Het opperhoofd naderde den voet des kegels aan de zijde,
+die de lava ontzien had, maar waagde het niet er een voet op te zetten.</p>
+
+<p>Daar maakte hij met uitgespreide armen, als een toovenaar die den duivel
+bezweert, eenige godsdienstige gebaren, wier beteekenis den gevangenen
+niet ontging. Zooals Paganel had voorzien, slingerde Kai-Koemoe een nog
+strenger taboe naar den wrekenden berg.</p>
+
+<p>Kort daarop gingen de inlanders in lange rijen de kronkelpaden af, die
+naar de vesting geleidden.</p>
+
+<p>"Zij vertrekken!" riep Glenarvan. "Zij verlaten hun post! God zij
+geloofd! Onze list is gelukt! Lieve Helena! wakkere medgezellen! nu zijn
+wij dood en begraven! Maar dezen avond, zoodra het donker is, zullen wij
+herleven, wij zullen uit ons graf opstaan, wij zullen deze barbaarsche
+stammen ontvlugten!"</p>
+
+<p>Men zal zich gemakkelijk kunnen voorstellen, welk een vreugde er in het
+grafgesticht heerschte. De hoop was in aller hart herleefd. Die moedige
+reizigers vergaten het verledene, vergaten de toekomst, om alleen aan
+het tegenwoordige te denken. Nu Kai-Koemoe maar op een dwaalweg gebragt
+was, meende men reeds bevrijd te zijn van al de wilden van
+Nieuw-Zeeland.</p>
+
+<p>De majoor verborg in geenen deele de diepe verachting, welke die Maori's
+hem inboezemden, en het ontbrak hem niet aan uitdrukkingen om ze aan de
+kaak te stellen. Het was een wedstrijd tusschen Paganel en hem. Zij
+scholden hen uit voor onvergefelijke stommerikken, domme ezels, de
+idioten der Stille Zuidzee, de wilden van Bedlam, de kropzieken der
+Tegenvoeters, enz. enz. Zij waren onuitputtelijk.</p>
+
+<p>Een geheele dag moest er nog verloopen voor de eigenlijke ontvlugting.
+Men besteedde hem om een plan voor de vlugt te beramen. Paganel had
+zorgvuldig zijn kaart van Nieuw-Zeeland bewaard, en kon er nu de
+veiligste wegen op zoeken.</p>
+
+<p>Na eenig overleg besloten de vlugtelingen zich oostwaarts naar de
+Plenty-baai te begeven. De weg daarheen leidde door onbekende, maar
+waarschijnlijk onbewoonde streken. De reizigers, die reeds gewoon waren
+zich te redden uit de bezwaren en de hinderpalen te overwinnen, die de
+natuur hun in den weg legde, waren alleen beducht voor een ontmoeting
+met de Maori's. Zij wilden hen dus geheel vermijden en de oostkust des
+eilands bereiken, waar de zendelingen eenige posten hebben gesticht. Ook
+was dit gedeelte des eilands nog vrij gebleven van de rampen des ooriogs
+en de inlandsche benden liepen het land niet af.</p>
+
+<p>Den afstand, die het meer Taupo scheidde van de Plenty-baai, kon men op
+honderd mijlen schatten. Dat waren tien dagmarschen, tegen tien mijlen
+per dag. Dat zou wel vermoeijend zijn; maar niet een van dat moedige
+gezelschap telde zijn stappen. Eens in de zendingsposten, zouden de
+reizigers daar uitrusten tot zich een gunstige gelegenheid opdeed om
+naar Auckland te gaan; want die stad was nog altijd het doel hunner
+reis.</p>
+
+<p>Toen dat alles was bepaald, ging men tot den avond toe voort met de
+inlanders in het oog te houden. Geen een was er meer aan den voet des
+bergs gebleven, en toen de duisternis in de Taupo-dalen viel, gaf geen
+enkel vuur meer een bewijs, dat er nog Maori's waren aan den voet van
+den kegel. De weg was vrij.</p>
+
+<p>Ten negen ure was het pikdonker en gaf Glenarvan het sein om te
+vertrekken. Gewapend en uitgerust op kosten van Kara-Tete, begonnen zijn
+makkers en hij voorzigtig de hellingen van den Maunganamu af te dalen.
+John Mangles en Wilson gingen vooruit om den weg te verkennen. Zij
+stonden bij het geringste geraas stil, onderzochten de oorzaak van ieder
+lichtschijnsel.</p>
+
+<p>Allen lieten zich om zoo te zeggen langs de glooijing van den berg
+afzakken om beter onzigtbaar te zijn.</p>
+
+<p>Twee honderd voet boven den grond bereikten John Mangles en de matroos
+den gevaarlijken bergrug, dien de inlanders zoo hardnekkig verdedigd
+hadden. Hadden bij ongeluk de Maori's, slimmer dan de vlugtelingen, een
+loozen terugtogt aangenomen om hen tot zich te lokken, waren zij niet
+bedrogen geworden door het vulkanisch verschijnsel, dan moest hun
+tegenwoordigheid juist op deze plaats blijken. Ondanks zijn vertrouwen
+en in weerwil van de scherts van Paganel kon Glenarvan een siddering
+niet onderdrukken. De redding der zijnen stond op het spel gedurende de
+tien minuten, die noodig waren om den bergrug over te trekken. Hij
+voelde het hart van lady Helena kloppen, die zich krampachtig aan zijn
+arm klemde.</p>
+
+<p>Hij dacht er echter evenmin aan als John om terug te wijken. De jeugdige
+kapitein kroop door allen gevolgd en door de duisternis van den nacht
+beschermd, over den smallen bergrug, en hield telkens stil, wanneer een
+losse steen tot op den grond rolde. Lagen de wilden hier nog in
+hinderlaag, dan moest dat telkens herhaalde gedruisch van beide zijden
+een geduchte losbranding ten gevolge hebben.</p>
+
+<p>De vlugtelingen vorderden natuurlijk niet snel, nu zij als een slang
+over dien schuinen kam voort kropen. Toen John Mangles het laagste punt
+had bereikt, scheidden hem naauwelijks vijf en twintig voet van het
+bergvlak, waar de inlanders den vorigen dag gelegerd waren, daarop rees
+de kam op eens vrij steil en eindigde een kwart mijl verder in een
+kreupelhout.</p>
+
+<p>Dit lage gedeelte werd echter zonder ongelukken doorgetrokken, en de
+gevangenen begonnen weder zwijgend te stijgen. Het boschje was
+onzigtbaar, maar men wist, dat het daar lag, en wanneer er geen
+hinderlaag in gelegd was, hoopte Glenarvan er veilig te zijn. Echter
+maakte hij de opmerking, dat hij van dat oogenblik af niet langer
+beveiligd was door het taboe. De stijgende bergrug behoorde niet tot den
+Maunganamu, maar wel tot het bergstelsel, dat het oostelijk gedeelte van
+het Taupo-meer bedekte. Dus was hier niet alleen het geweervuur der
+inboorlingen, maar ook een aanval man tegen man te vreezen.</p>
+
+<p>Nog tien minuten lang steeg het kleine gezelschap langs een zachte
+glooijing naar de hooger liggende bergvlakten. John bespeurde het
+sombere kreupelbosch nog niet, maar hij kon er geen twee honderd voet
+meer van af zijn.</p>
+
+<p>Op eens hield hij stil, ja deinsde bijna achteruit. Het kwam hem voor,
+als hoorde hij eenig gedruisch in de schaduw. Zijn aarzeling deed al
+zijn makkers hun togt staken.</p>
+
+<p>Hij bleef roerloos staan en zoo lang, dat het degenen, die hem volgden,
+ongerust maakte. Men wachtte. De angst, waarin zij verkeerden, is
+onbeschrijfelijk. Zouden zij verpligt zijn achteruit te gaan en naar den
+top van den Maunganamu terug te keeren?</p>
+
+<p>Maar toen John eindelijk zag, dat bet geraas zich niet herhaalde, begon
+hij weder den engen weg naar den kam te bestijgen.</p>
+
+<p>Weldra werd bet kreupelbosch flaauw zigtbaar in de schaduw. In weinige
+schreden bereikten zij het, en de vlugtelingen verscholen zich onder het
+digt gebladerte.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVI" id="XVI"></a>XVI.</h3>
+
+<h3>Tusschen twee vuren.</h3>
+
+
+<p>De nacht begunstigde de ontsnapping der vlugtelingen. Daarvan moest men
+gebruik maken om de noodlottige omstreken van het Taupo-meer te
+verlaten. Paganel nam het bestuur over het kleine gezelschap op zich, en
+zijn buitengewoon reizigers-instinct openbaarde zich op nieuw op dien
+moeijelijken zwerftogt door de bergen. Hij ging met verrassend beleid in
+de duisternis te werk, koos zonder aarzelen de bijna onzigtbare paden,
+en hield steeds zonder eenige afwijking dezelfde rigting. Zijn
+nachtziendheid kwam hem hierbij uitmuntend te stade, en zijn kattenoogen
+stelden hem in staat om de geringste voorwerpen in die duisternis te
+onderscheiden.</p>
+
+<p>Drie uren lang liepen zij rusteloos voort over de zeer lange hellingen
+van de oostzijde van het gebergte. Paganel hield een weinig
+zuidoostelijk af om een naauwen weg te bereiken, die tusschen de
+Kaimanawa- en Wahiti-Ranges is aangelegd, waar de weg van Auckland naar
+de Hawkes-baai overheen loopt. Zoodra die engte achter den rug was, had
+hij plan den weg te verlaten, en onder beschutting van de hooge ketens
+naar de kust te gaan door de onbewoonde streken der provincie.</p>
+
+<p>'s Morgens ten negen ure waren zij na een marsch van twaalf uren
+evenveel mijlen ver gekomen. Men mogt niet meer van de moedige vrouwen
+vergen. Bovendien scheen de plaats zeer geschikt om er eenigen tijd stil
+te houden. De vlugtelingen hadden den pas bereikt, die de twee ketens
+scheidt. De weg naar Oberland lag regts en liep naar het zuiden. Met de
+kaart in de hand maakte Paganel een hoek naar het zuidoosten en ten tien
+ure bereikte het kleine gezelschap een soort van steilen heuvel, die
+door een uitstekende punt van den berg gevormd werd.</p>
+
+<p>De levensmiddelen werden uit de zakken gehaald en met smaak genuttigd.
+Mary Grant en de majoor, die voorheen geen trek hadden in de eetbare
+varens, smulden er nu aan.</p>
+
+<p>Tot 's namiddags twee ure bleef men daar rusten, toen sloeg men den weg
+naar het oosten weder in en 's avonds hielden de reizigers acht mijlen
+van de bergen af stil. Zij lieten zich niet lang noodigen om onder den
+blooten hemel te gaan slapen.</p>
+
+<p>'s Anderendaags leverde de weg nog al groote moeijelijkheden op. Zij
+moesten de merkwaardige streek der vulkanische meren, geysers en
+zwavelgroeven doortrekken, die zich ten oosten van de Wahiti-Ranges
+uitstrekt. De oogen verlustigden zich vrij wat meer dan de beenen. Om de
+kwartmijl moest men omwegen maken, trof men hinderpalen en hoeken aan,
+alles zeer vermoeijend natuurlijk; maar ook welk een vreemd schouwspel!
+Welk een eindelooze verscheidenheid heerschte er in die grootsche
+natuurtooneelen!</p>
+
+<p>Op die uitgestrekte ruimte van twintig vierkante mijlen openbaarden zich
+de onderaardsche krachten onder allerlei gedaante. Zeer doorschijnende
+zoutbronnen, door millioenen insecten bevolkt, lagen tusschen het
+kreupelhout van inlandsche theestruiken. Zij verspreidden een
+doordringende lucht als van verbrand kruid, en bedekten den grond met
+een korst, zoo verblindend wit als sneeuw. Haar heldere wateren waren
+bijna tot kookhitte gebragt, terwijl andere naburige bronnen met ijs
+waren bedekt. Reusachtige varens, die veel overeenkomst hadden met den
+plantengroei in het silurische tijdperk, groeiden aan haar oevers.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill34c" id="ill34c"></a>
+<img src="images/793.jpg" width="400" alt="Zeer doorschijnende zoutbronnen." title="" />
+<span class="caption2">Zeer doorschijnende zoutbronnen.</span>
+</div>
+
+<p>Van alle kanten spoten waterschoven, door dampen omringd, uit den grond
+als de waterstralen van een park, sommigen onafgebroken, anderen met
+tusschenpoozen en onderworpen aan de willekeur van een grilligen Pluto.
+Zij rezen amphitheatersgewijze omhoog op natuurlijke terrassen, die als
+nieuwerwetsche bekkens boven elkander geplaatst waren; haar water
+vermengde zich langzamerhand onder wolken witten rook, en knagende aan
+de half doorschijnende treden dier reusachtige trappen, voedden zij
+geheele meren met haar bruischende watervallen.</p>
+
+<p>Wat verder volgden op de warme bronnen en de onstuimige geysers de
+zwavelgroeven. De grond scheen geheel bezet met dikke puisten. Het waren
+half uitgebrande kraters, met tallooze scheuren en spleten, waaruit
+allerlei gassoorten opstegen. De dampkring was doortrokken met de sterke
+en onaangename lucht van het zwavelzuur. De grond was geheel bedekt met
+korsten zwavel en zwavelkristallen. Daar werden sedert eeuwen
+onberekenbare en ongebruikte rijkdommen opgehoopt, en in dit nog weinig
+bekende deel van Nieuw-Zeeland zal de nijverheid de noodige grondstoffen
+komen halen, indien de zwavelgroeven van Sicilië eens uitgeput mogten
+raken.</p>
+
+<p>Men begrijpt ligt, wat al vermoeienissen de reizigers moesten uitstaan
+op hun togt door zulke lastige streken. Het was moeijelijk een geschikte
+legerplaats te vinden, en de karabijn der jagers ontmoette geen enkelen
+vogel, die waardig was door de hand van Olbinett geplukt te worden.
+Meestal moesten zij zich daarom vergenoegen met varens en zoete pataten,
+een schralen maaltijd, die de uitgeputte krachten van het kleine
+gezelschap niet kon herstellen. Glenarvan verlangde daarom hartelijk
+naar het einde van die dorre en woeste gronden.</p>
+
+<p>En toch waren er niet minder dan vier dagen noodig om die onbereisbare
+streek door te trekken. Eerst den 23<sup>sten</sup> Februarij mogt Glenarvan
+vijftig mijlen van den Maunganamu af zich legeren aan den voet van een
+berg zonder naam, die naauwkeurig aangeteekend stond op de kaart van
+Paganel. De met struiken begroeide vlakten lagen voor hem en aan den
+gezigteinder vertoonden zich weer groote bosschen.</p>
+
+<p>Dat was een goed voorteeken, althans wanneer de bewoonbaarheid dier
+streken er niet te veel inwoners heenlokte. Tot nog toe hadden de
+reizigers geen schaduw van een inlander gezien.</p>
+
+<p>Dien zelfden dag doodden Mac Nabbs en Robert eenige kiwi's, die den
+hoofdschotel uitmaakten op de tafel der reizigers; maar die eer duurde,
+om de waarheid te zeggen, niet lang, want zij werden van den bek af tot
+de pooten toe opgekloven.</p>
+
+<p>Bij het dessert, tusschen de zoete pataten en de aardappels in, deed
+Paganel een voorstel, dat met geestdrift werd aangenomen.</p>
+
+<p>Hij stelde voor den naam Glenarvan te geven aan dien onbenoemden berg,
+die ter hoogte van drieduizend voet zijn kruin in de wolken verschool,
+en teekende zorgvuldig den naam van den schotschen lord op zijn kaart
+aan.</p>
+
+<p>Het zou overbodig zijn lang stil te staan bij de vrij eentoonige en
+onbeduidende voorvallen, die het overige van de reis kenmerkten. Op
+dezen togt van de meren naar de Stille Zuidzee hadden maar twee of drie
+feiten van eenig belang plaats.</p>
+
+<p>Den ganschen dag liep de weg door bosschen en over vlakten. John rigtte
+zich naar de zon en de sterren. De hemel was goedertieren genoeg hun
+geen warmte of regen toe te zenden. Niettemin gevoelden die reeds zoo
+wreed beproefde reizigers een steeds toenemende vermoeidheid, die hen
+reikhalzend naar de zendingsposten deed uitzien.</p>
+
+<p>Toch praatten en redeneerden zij nog; maar het gesprek was niet langer
+algemeen. Het kleine gezelschap scheidde zich in groepen, wier leden
+echter niet door innige vriendschap, maar meer door een gelijkheid van
+denkbeelden tot elkander aangetrokken werden.</p>
+
+<p>Meestal liep Glenarvan alleen. Hoe digter hij bij de kust kwam, des te
+meer dacht hij aan de <i>Duncan</i> en haar bemanning. Hij vergat de gevaren,
+die hem nog tot Auckland toe bedreigden, om aan zijn vermoorde matrozen
+te denken. Dat vreeselijk beeld zweefde hem steeds voor oogen.</p>
+
+<p>Over Harry Grant werd niet meer gesproken. Wat zou het ook gebaat
+hebben? Men kon toch niets voor hem ondernemen. De naam van den kapitein
+kwam alleen nog maar voor in de gesprekken tusschen diens dochter en
+John Mangles.</p>
+
+<p>John had Mary niet herinnerd aan hetgeen het jonge meisje hem had gezegd
+in dien laatsten nacht in het graf. Hij was te bescheiden om een woord,
+dat in zulk een ernstig en wanhopig oogenblik uitgesproken was, als
+verbindend te beschouwen.</p>
+
+<p>Wanneer hij over Harry Grant sprak, maakte John nog plannen voor latere
+nasporingen. Hij verzekerde Mary dat lord Glenarvan die mislukte
+onderneming zou hervatten. Hij ging uit van de stelling, dat de echtheid
+van het document niet betwijfeld kon worden. Dus leefde Harry Grant nog
+ergens. Dus moest men hem terugvinden, al zou men ook de geheele wereld
+doorzoeken. Mary was verrukt over die woorden, en door dezelfde
+gedachten verbonden, gaven John en zij zich nu over aan dezelfde hoop.
+Dikwijls mengde lady Helena zich in hun gesprek; maar zij vleide zich
+niet met zooveel hersenschimmen, en wachtte zich toch wel de jonge
+lieden tot de treurige werkelijkheid terug te voeren.</p>
+
+<p>Inmiddels jaagden Mac Nabbs, Robert, Wilson en Mulrady, zonder zich te
+ver van het kleine gezelschap te verwijderen, en ieder hunner verschafte
+zijn aandeel aan het wild. Steeds in zijn linnen mantel gewikkeld, hield
+Paganel zich zwijgend en nadenkend ter zijde.</p>
+
+<p>En toch&mdash;het doet ons genoegen het te mogen zeggen&mdash;ondanks die
+natuurwet, volgens welke in beproevingen, gevaren, vermoeienissen en
+ontberingen de beste karakters ontstemd en verbitterd worden, waren al
+die ongelukkigen eensgezind en verknocht gebleven, en gereed om zich
+voor elkander op te offeren.</p>
+
+<p>Den 25<sup>sten</sup> Februarij werd de weg versperd door een rivier, die volgens
+de kaart van Paganel de Waikari zijn moest. Zij kon doorwaad worden.</p>
+
+<p>Twee dagen lang volgden de met struiken begroeide vlakten elkander
+onafgebroken op. De helft van den afstand, die het Taupo-meer van de
+kust scheidt, was zonder ongeval, doch niet zonder vermoeidheid
+afgelegd.</p>
+
+<p>Nu vertoonden zich ontzaggelijke en eindelooze bosschen, die veel
+geleken op de australische bosschen; maar hier vervingen de kauri's de
+gomboomen. Hoewel hun bewondering reeds menigmaal was opgewekt op hun
+viermaandelijksche reis, stonden Glenarvan en zijn makkers toch verbaasd
+op het gezigt dier reusachtige pijnboomen, de waardige mededingers der
+ceders van den Libanon, en der mammouth-boomen van Californië. Die
+kauri's begonnen hun takken eerst honderd voet boven den grond uit te
+spreiden. Er stonden maar weinige bij elkander, en het bosch bestond
+niet uit boomen, maar uit ontelbare groepjes boomen, die hun zonnescherm
+van groene bladeren twee honderd voet hoog in de lucht opzetten.</p>
+
+<p>Eenige dier pijnboomen waren nog jong, naauwelijks een eeuw oud, en
+geleken op de roode dennen der europeesche landen. Zij droegen een
+somberen kroon, die in een spitsen kegel eindigde. De oudste
+daarentegen, die wel vijf of zes eeuwen telden, vormden onmetelijke
+tenten van groen, ondersteund door de onontwarbare menigte takken. Die
+aartsvaders van het zeelandsche bosch hadden wel vijftig voet in omtrek,
+en de vereenigde armen van al de reizigers konden hun reusachtigen stam
+nog niet omvademen.</p>
+
+<p>Drie dagen lang trok bet kleine gezelschap voort onder die
+zaamgevlochten takken en over een kleiachtigen bodem, dien de voet des
+menschen nog nooit had betreden. Dat kon men wel zien aan de stapels
+harsachtige gom, die op vele plaatsen aan den voet der kauri's opgehoopt
+lagen, en die voor vele jaren kon voorzien in den uitvoerhandel der
+inlanders.</p>
+
+<p>De jagers vonden de kiwi's, die zoo zelden voorkomen in de streken,
+welke de inlanders bezoeken, hier in talrijke troepen bijeen. In die
+ontoegankelijke wouden zijn die vreemde vogels gevlugt, toen de
+zeelandsche honden hen verjaagd hadden. Zij leverden een overvloedig en
+gezond voedsel op de tafel der reizigers.</p>
+
+<p>Paganel had zelfs het voorregt in de verte in een digt boschje een paar
+reusachtige vogels te ontdekken. Zijn instinct van natuurkundige werd in
+hem wakker. Hij riep zijn makkers, en hoe vermoeid zij ook waren, toch
+zetten de majoor, Robert en hij die dieren achterna.</p>
+
+<p>Men zal de brandende nieuwsgierigheid van den aardrijkskundige
+begrijpen, wanneer men weet, dat hij die vogels herkende of althans
+meende te herkennen voor "moa's," behoorende tot de soort der
+"dinormi's," die verscheidene geleerden onder de uitgestorven soorten
+rangschikken. Deze ontmoeting nu bevestigde de meening van den heer Von
+Hochstetter aangaande het tegenwoordig bestaan dier vleugelloose reuzen
+van Nieuw-Zeeland.</p>
+
+<p>Die moa's, welke Paganel vervolgde, de tijdgenooten der megatheriums en
+pterodactylussen, waren zeker achttien voet hoog. Het waren onmatig
+groote en lafhartige struisvogels; want zij vlugtten met verbazende
+snelheid. Geen kogel kon hen in hun vaart stuiten. Nadat die jagt eenige
+minuten had geduurd, verdwenen die onbereikbare moa's achter de groote
+boomen, en de jagers hadden hun kruid verspild en zich nog duchtig
+vermoeid op den koop toe.</p>
+
+<p>Dien avond, den 1<sup>sten</sup> Maart, verlieten Glenarvan en zijn makkers
+eindelijk het ontzaggelijke kauri-bosch, en legerden zich aan den voet
+van den Ikirangi, wiens top zich vijf duizend vijf honderd voet hoog
+verheft.</p>
+
+<p>Nu waren er van den Maunganamu af ruim honderd mijlen afgelegd, en de
+kust was nog dertig mijlen verder. John Mangles had gehoopt die reis in
+tien dagen te doen; maar hij was toen nog onbekend met de bezwaren,
+welke die landstreek opleverde.</p>
+
+<p>De omwegen en hinderpalen op den weg, de gebrekkige berekeningen, hadden
+hem eigenlijk een vijfde langer gemaakt, en ongelukkig waren de
+reizigers, toen zij aan den Ikirangi kwamen, geheel krachteloos.</p>
+
+<p>Nog twee goede dagmarschen waren noodig om de kust te bereiken, en een
+nieuwe werkzaamheid, een buitengewone waakzaamheid werden thans
+vereischt; want men kwam nu in een streek, die de inlanders druk
+bezochten.</p>
+
+<p>Elk verzette zich dus tegen de vermoeidheid en den volgenden dag vertrok
+het kleine gezelschap weder met zonsopgang.</p>
+
+<p>Tusschen den Ikirangi regts en den Hardy links, wiens top zich verhief
+ter hoogte van drie duizend zeven honderd voet, werd de reis hoogst
+moeijelijk. Daar bevond zich over een lengte van tien mijlen een vlakte,
+digt begroeid met "supple jacks," een soort van buigzame banden, teregt
+"smorende slingerplanten" genoemd. Bij iedere schrede raakten armen en
+beenen er in verward, en als echte slangen kronkelden die slingerplanten
+zich in allerlei bogten om het ligchaam. Twee dagen lang moest men met
+de bijl in de hand voortgaan en tegen die hydra met honderd duizend
+hoofden worstelen, die lastige en vasthoudende planten, welke Paganel
+gaarne onder de dierplanten had gerangschikt.</p>
+
+<p>In die vlakten werd de jagt een onmogelijkheid en de jagers bragten niet
+langer hun gewone schatting. De levensmiddelen raakten op, men kon geen
+andere krijgen; er was gebrek aan water, men kon den dorst niet stillen,
+die nog vergroot werd door de vermoeienis.</p>
+
+<p>Nu werd het lijden van Glenarvan en de zijnen verschrikkelijk, en voor
+het eerst dreigde hun geestkracht te bezwijken.</p>
+
+<p>Eindelijk bereikten zij niet loopende, maar kruipende, ligchamen zonder
+ziel, die alleen nog op de been gehouden werden door de zucht tot
+levensbehoud, die elk ander gevoel overleefde, kaap Lottin, op de kust
+der Stille Zuidzee.</p>
+
+<p>Hier stonden eenige ledige hutten, de puinhoopen van een dorp, dat de
+oorlog pas vernield had, verlatene velden, overal de sporen van
+plundering en brand. Daar bereidde het noodlot den ongelukkigen
+reizigers nog een laatste en verschrikkelijke beproeving.</p>
+
+<p>Zij zwierven langs de kust, toen er een mijl landwaarts in een afdeeling
+inlanders opdaagde, die met hun wapens zwaaijende naar hen toekwamen.
+Glenarvan, die tusschen hen en de zee instond, kon niet vlugten, en zijn
+laatste krachten bijeenrapende maakte hij zich tot den strijd gereed,
+toen John Mangles uitriep:</p>
+
+<p>"Een boot! een boot!"</p>
+
+<p>Twintig schreden van hen af lag werkelijk een praauw met zes riemen op
+het strand. Haar vlot te maken, er in te springen en dien gevaarlijken
+oever te ontwijken was het werk van een oogenblik. John Mangles, Mac
+Nabbs, Wilson en Mulrady grepen de riemen, Glenarvan het roer, de twee
+vrouwen, Olbinett, Robert en Paganel namen bij hem plaats.</p>
+
+<p>In tien minuten was de praauw een kwart mijl in zee. Het water was
+effen. De vlugtelingen bewaarden een diep stilzwijgen.</p>
+
+<p>John, die zich niet te ver van de kust wilde verwijderen, zou juist
+bevel geven om langs het strand te houden, toen zijn riem op eens in
+zijn handen bleef rusten.</p>
+
+<p>Hij had drie praauwen in het oog gekregen, die van kaap Lottin afstaken,
+duidelijk met plan om jagt op hem te maken.</p>
+
+<p>"In zee! in zee!" riep hij, "liever verdrinken wij in de golven!"</p>
+
+<p>Door haar vier roeijers voortbewogen koos de praauw weer zee. Een half
+uur lang kon ze vooruit blijven; maar de ongelukkigen, wier krachten
+uitgeput waren, begonnen weldra te verzwakken, en de drie praauwen
+wonnen het merkbaar van hen. Thans waren ze nog maar een paar mijlen van
+hen af. Het was dus onmogelijk den aanval der inlanders te ontgaan, die
+zich reeds gereedmaakten om hun lange geweren af te vuren.</p>
+
+<p>Wat deed Glenarvan intusschen? Achterin de boot staande, zocht hij aan
+den gezigteinder eenige ingebeelde hulp. Wat wachtte hij? Wat wilde hij?
+Had hij soms een voorgevoel?</p>
+
+<p>Eensklaps schitterde zijn oog en wees hij met de hand naar een punt in
+de ruimte.</p>
+
+<p>"Een schip!" riep hij, "vrienden! een schip! roeit, roeit stevig door!"</p>
+
+<p>Niet een der vier roeijers keerde zich om, ten einde dat onverwachte
+schip te zien; want men mogt geen riemslag verzuimen. Paganel alleen
+rees op en rigtte zijn kijker op het aangeduide pont.</p>
+
+<p>"Ja!" zeide hij, "een schip! een stoomschip! het stoomt met volle
+kracht! het komt op ons af! houdt moed, wakkere kameraden!"</p>
+
+<p>De vlugtelingen spanden nog eens hun krachten in, en nog een half uur
+lang bleven zij voor en stuwden de praauw met verdubbelde slagen voort.
+Het stoomschip werd allengs duidelijker zigtbaar. Men onderscheidde de
+twee kale masten en de dikke zwarte rookwolken. Glenarvan gaf het roer
+aan Robert over, greep den kijker van den aardrijkskundige en ging al de
+bewegingen van het vaartuig na.</p>
+
+<p>Maar wat moesten John Mangles en de anderen wel denken, toen zij het
+voorhoofd van den lord zagen betrekken, zijn gelaat verbleeken, en het
+werktuig uit zijn handen vallen! Een enkel woord verklaarde hun die
+plotselinge wanhoop.</p>
+
+<p>"De <i>Duncan</i>!" riep Glenarvan, "de <i>Duncan</i> en de roovers!"</p>
+
+<p>"De <i>Duncan</i>! riep John, die zijn riem losliet en terstond opstond.</p>
+
+<p>"Ja! de dood aan beide zijden!" mompelde Glenarvan, door zooveel angst
+verbrijzeld.</p>
+
+<p>Het was werkelijk het jagt. Men kon zich er niet in vergissen, het jagt
+met zijn bemanning van roovers! De majoor kon een verwensching tegen den
+hemel niet bedwingen. Het was al te veel!</p>
+
+<p>Intusschen was de praauw aan zichzelve overgelaten. Waarheen ze te
+sturen? Waarheen te vlugten? Was er nog een keuze mogelijk tusschen de
+wilden en de roovers?</p>
+
+<p>Daar werd een schot gelost uit de meest nabijzijnde inlandsche praauw en
+de kogel trof den riem van Wilson. Eenige riemslagen bragten nu de
+praauw wat digter bij de <i>Duncan</i>.</p>
+
+<p>Het jagt stoomde met volle kracht en was maar een halve mijl ver. Van
+alle zijden afgesneden, wist John Mangles niet meer wat te doen, in
+welke rigting te vlugten. De beide arme vrouwen lagen in haar
+radeloosheid op de knieën te bidden.</p>
+
+<p>De wilden onderhielden een onafgebroken geweervuur en de kogels regenden
+om de praauw heen. Daar donderde op eens een zwaar schot, en een kogel,
+uit het kanon van het jagt afgevuurd, vloog over het hoofd der
+vlugtelingen. Tusschen twee vuren in bleven ze nu onbewegelijk liggen
+tusschen de <i>Duncan</i> en de bootjes der inboorlingen.</p>
+
+<p>Krankzinnig van wanhoop greep John Mangles zijn bijl! Hij wilde de
+praauw in den grond hakken en met zijn lotgenooten doen zinken, toen een
+kreet van Robert hem tegenhield.</p>
+
+<p>"Tom Austin! Tom Austin!" riep de knaap. "Hij is aan boord! Ik zie hem!
+Hij heeft ons herkend! Hij wuift met zijn hoed!"</p>
+
+<p>John liet den arm, die de bijl voerde, zakken.</p>
+
+<p>Een tweede kogel ging fluitend over hen heen en boorde de digstbij
+zijnde der drie praauwen in den grond, terwijl er een hoera! op de
+<i>Duncan</i> opging.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill35c" id="ill35c"></a>
+<img src="images/804.jpg" width="400" alt="Een kogel boorde de praauw in den grond." title="" />
+<span class="caption2">Een kogel boorde de praauw in den grond.</span>
+</div>
+
+<p>De verschrikte wilden vlugtten naar de kust.</p>
+
+<p>"Help! help, Tom!" had John Mangles met luider stem geroepen.</p>
+
+<p>En eenige oogenblikken later waren de tien vlugtelingen, zonder te weten
+hoe, zonder er iets van te begrijpen, allen in veiligheid aan boord van
+de <i>Duncan</i>.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVII" id="XVII"></a>XVII.</h3>
+
+<h3>Waarom de <i>Duncan</i> op de oostkust van Nieuw-Zeeland kruiste.</h3>
+
+
+<p>Wij wagen het niet de gewaarwordingen te schetsen van Glenarvan en zijn
+vrienden, toen de zangen van Oud-Schotland in hun oor klonken. Zoodra
+zij den voet zetteden op het dek der <i>Duncan</i>, hief de pijper op zijn
+doedelzak het volkslied van den stam van Malcolm aan en werd de
+terugkomst van den lord op zijn schip met een daverend hoera! begroet.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill36c" id="ill36c"></a>
+<img src="images/805.jpg" width="400" alt="De terugkomst aan boord van de Duncan." title="" />
+<span class="caption2">De terugkomst aan boord van de Duncan.</span>
+</div>
+
+<p>Glenarvan, John Mangles, Paganel, Robert, ja zelfs de majoor, allen
+weenden, allen omhelsden elkander. Dat was een vreugde, die tot
+dronkenschap steeg. De aardrijkskundige was volslagen gek; hij maakte
+allerlei kromme sprongen en legde met zijn onafscheidelijken kijker op
+de laatste praauwen aan, die reeds digt bij de kust waren.</p>
+
+<p>Maar toen de bemanning van het jagt bespeurde, hoe Glenarvan en zijn
+reisgenooten in lompen waren gehuld, hoe ingevallen hun kaken waren, hoe
+het lijden op hun gelaat te lezen stond, kwam er een einde aan de
+uitbarsting van vreugde. Het waren spoken die aan boord terugkwamen, en
+niet die stoute en nette reizigers, die voor drie maanden vol blijde
+hoop het spoor der schipbreukelingen waren gaan zoeken. Het toeval,
+louter het toeval bragt hen terug op dat schip, dat zij in het geheel
+niet verwacht hadden weer te zien! En in welk een treurigen,
+uitgeteerden en zwakken toestand!</p>
+
+<p>Maar alvorens aan de vermoeijenis, aan de dringende eischen van honger
+en dorst te denken, ondervroeg Glenarvan Tom Austin naar de oorzaak van
+zijn oponthoud in die wateren.</p>
+
+<p>Waarom was de <i>Duncan</i> op de oostkust van Nieuw-Zeeland? Hoe kwam het,
+dat ze niet in handen van Ben Joyce was? Door welke wonderdadige
+tusschenkomst had God ze den vlugtelingen te gemoet gezonden?</p>
+
+<p>Waarom? Hoe? Met welk voornemen? Daarmede begonnen al de vragen, die in
+éénen adem tot Tom Austin werden gerigt. De oude zeeman wist niet, naar
+wien hij het eerst zou luisteren. Hij besloot dus om alleen naar lord
+Glenarvan te hooren en hem alleen te antwoorden.</p>
+
+<p>"Maar de gedeporteerden?" vroeg Glenarvan, "wat hebt gij met de
+gedeporteerden gedaan?"</p>
+
+<p>"De gedeporteerden?..." herhaalde Tom Austin op den toon van iemand, die
+niets van een vraag begrijpt.</p>
+
+<p>"Ja! de schurken, die het jagt hebben aangetast?"</p>
+
+<p>"Gij zult toch moeten bekennen, Paganel! dat het wat al te kras zou
+zijn!"</p>
+
+<p>"Wat blieft?" vroeg de aardrijkskundige, die, zooals hij daar stond met
+krommen rug en den bril in de hoogte geschoven, veel had van een
+reusachtig vraagteeken.</p>
+
+<p>Austin kwam terug. Hij hield den brief in de hand, dien Paganel
+geschreven en Glenarvan geteekend had.</p>
+
+<p>"Lees, Uwe Edelheid!" zeide de oude zeeman.</p>
+
+<p>Glenarvan greep den brief en las:</p>
+
+<p>"Bevel aan Tom Austin om onmiddellijk zee te kiezen en de <i>Duncan</i> op 87
+graden breedte naar de oostkust van Nieuw-Zeeland te brengen!..."</p>
+
+<p>"Nieuw-Zeeland!" riep Paganel opspringende.</p>
+
+<p>En hij rukte den brief uit de hand van Glenarvan, wreef zich de oogen
+uit, zette den bril goed op den neus, en las zelf.</p>
+
+<p>"Nieuw-Zeeland!" sprak bij op jammerenden toon, terwijl de brief uit
+zijn vingers glipte.</p>
+
+<p>Daar voelde hij, dat iemand de hand op zijn schouder legde. Hij rigtte
+zich overeind en zag den majoor voor zich staan.</p>
+
+<p>"Het is waarlijk gelukkig, beste Paganel!" zeide Mac Nabbs met een
+ernstig gezigt, "dat gij de <i>Duncan</i> niet naar Cochinchina gezonden
+hebt!"</p>
+
+<p>Die scherts bragt den armen aardrijkskundige geheel van zijn stuk. Een
+algemeene lachbui overviel de geheele bemanning van het jagt. Paganel
+liep als krankzinnig heen en weer met het hoofd tusschen de handen en
+rukte zich de haren uit. Hij wist niet meer, wat hij deed, evenmin wat
+hij wilde doen! Hij liep werktuigelijk den trap van de kampanje af, hij
+waggelde over het dek, liep doelloos voort, en klom weer op de
+voorplecht. Daar raakten zijn voeten verward in een opgerold kabeltouw.
+Hij struikelde. Hij sloeg de hand uit en greep een touw.</p>
+
+<p>Eensklaps had er een vreeselijke losbranding plaats. Het kanon op de
+voorplecht ging af en de geheele lading schroot vloog over de rustige
+golven. De onhandige Paganel had de treklijn van het nog geladen stuk
+gegrepen en het kruid doen ontploften. Dat was de oorzaak van dien
+donderslag. De aardrijkskundige sloeg achterover van den trap en
+verdween door de luikklap in het tusschendek.</p>
+
+<p>De verbazing, door het schot teweeggebragt, maakte plaats voor schrik.
+Men geloofde aan een ongeluk. Tien matrozen snelden naar het tusschendek
+en bragten Paganel boven, die geheel in elkaar was gezakt. De
+aardrijkskundige sprak niet meer.</p>
+
+<p>Dat lange ligchaam werd op de kampanje nedergelegd. De makkers van den
+wakkeren Franschman waren wanhopend. De majoor, die als het pas gaf ook
+dokter was, wilde den ongelukkigen Paganel ontkleeden om zijn wonden te
+verbinden; maar naauwelijks raakte hij den zieltogende aan, of deze rees
+overeind, alsof hij in aanraking met een electrische klos was gebragt.</p>
+
+<p>"Nooit! nooit!" riep hij uit; en terwijl hij de lompen van zijn kleeren
+om zijn mager ligchaam sloeg, knoopte hij ze met bijzondere drift vast.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill37c" id="ill37c"></a>
+<img src="images/811.jpg" width="400" alt="&quot;Nooit! nooit!&quot; riep Paganel uit." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Nooit! nooit!&quot; riep Paganel uit.</span>
+</div>
+
+<p>"Maar, Paganel!" zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Neen! zeg ik u!"</p>
+
+<p>"Ik moet toch eens zien...."</p>
+
+<p>"Gij zult niet zien!"</p>
+
+<p>"Misschien hebt gij iets gebroken...." hernam Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Paganel, die op zijn lange beenen overeind ging staan,
+"maar wat ik gebroken heb, zal de timmerman wel maken!"</p>
+
+<p>"Wat dan?"</p>
+
+<p>"Den stut van het tusschendek, die in mijn val gebroken is!"</p>
+
+<p>Op dit antwoord begon het lagchen op nieuw. Dit gezegde had al de
+vrienden van den waardigen Paganel gerust gesteld, die heelhuids was
+afgekomen van zijn ontmoeting met het kanon op de voorplecht.</p>
+
+<p>"Die aardrijkskundige," dacht de majoor, "is in allen gevalle bijzonder
+schaamachtig uitgevallen."</p>
+
+<p>Echter moest Paganel, toen hij wat van den schrik bekomen was, nog een
+vraag beantwoorden, die hij niet ontwijken kon.</p>
+
+<p>"Antwoord nu eens opregt, Paganel!" sprak Glenarvan. "Ik erken, dat uw
+verstrooidheid door God beschikt is: zonder u was voorzeker de <i>Duncan</i>
+in de handen der roovers gevallen, zonder u hadden de Maori's ons weer
+gevangen genomen! Maar zeg mij toch om Gods wil! door welke vreemde
+verbinding van denkbeelden, door welke bovennatuurlijke
+verstandsverbijstering zijt gij er toch toe gekomen om den naam
+Nieuw-Zeeland te schrijven voor dien van Australië?"</p>
+
+<p>"Wel, voor den drommel!" riep Paganel, "omdat...."</p>
+
+<p>Maar tegelijk ontmoette zijn oog Robert en Mary Grant en bij bleef
+steken; daarna ging hij voort:</p>
+
+<p>"Wat zal ik zeggen, waarde Glenarvan! ik ben een zinnelooze, een gek,
+een onverbeterlijk schepsel, en ik zal sterven in de huid van den
+beruchtsten verstrooide...."</p>
+
+<p>"Als gij ten minste niet gevild wordt!" voerde de majoor er bij.</p>
+
+<p>"Mij villen!" riep de aardrijkskundige met een vuurrood gezigt. "Wat
+bedoelt gij daarmee?..."</p>
+
+<p>"Wat zou ik er mee bedoelen, Paganel?" vroeg Mac Nabbs even bedaard als
+altijd.</p>
+
+<p>Het voorval had geen verdere gevolgen. Het geheim van de
+tegenwoordigheid der <i>Duncan</i> was opgehelderd; de zoo wonderdadig
+geredde reizigers waren nu op niets anders bedacht dan hun geriefelijke
+scheepshutten op te zoeken en te ontbijten.</p>
+
+<p>Inmiddels hielden Glenarvan en John Mangles terwijl lady Helena en Mary
+Grant, de majoor, Paganel en Robert de kampanje ingingen, Tom Austin bij
+zich. Zij wilden hem nog nader ondervragen.</p>
+
+<p>"Antwoord nu eens, oude Tom!" zeide Glenarvan. "Hebt gij dat bevel om op
+de kust van Nieuw-Zeeland te gaan kruisen niet heel vreemd gevonden?"</p>
+
+<p>"Zeker, Uwe Edelheid!" antwoordde Austin, "ik stond er raar van te
+kijken; maar ik ben niet gewoon de bevelen, die ik krijg, te bepraten,
+en heb dus gehoorzaamd. Kon ik anders handelen? Zou het niet mijne
+schuld geweest zijn, wanneer er een ongeluk had plaats gehad, omdat ik
+uw last niet letterlijk had opgevolgd? Zoudt gij anders gehandeld
+hebben, kapitein?"</p>
+
+<p>"Neen, Tom!" antwoordde John Mangles.</p>
+
+<p>"Maar wat hebt gij wel gedacht?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik heb gedacht, Uwe Edelheid! dat het belang van Harry Grant vorderde
+te gaan, waar gij mij heen zondt. Ik heb gedacht, dat ingevolge een
+wijziging in uw reisplan een schip u naar Nieuw-Zeeland brengen zou, en
+dat ik u op de oostkust des eilands moest afwachten. Bij mijn vertrek
+uit Melbourne heb ik mijn bestemming geheim gehouden, en de bemanning
+heeft ze eerst vernomen, toen wij in volle zee waren en de australische
+kust reeds uit het oog hadden verloren. Maar toen is er aan boord iets
+voorgevallen, dat mij veel angst veroorzaakte."</p>
+
+<p>"Wat bedoelt gij, Tom?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ik bedoel," antwoordde Tom Austin, "dat, toen de bootsman Ayrton, daags
+nadat wij in zee gestoken waren, de bestemming der <i>Duncan</i> vernam...."</p>
+
+<p>"Ayrton!" riep Glenarvau. "Is hij dan aan boord?"</p>
+
+<p>"Ja, Uwe Edelheid!"</p>
+
+<p>"Ayrton hier!" herhaalde Glenarvan, terwijl hij John Mangles aanzag.</p>
+
+<p>"God heeft het zoo gewild!" antwoordde de jonge kapitein.</p>
+
+<p>Bliksemsnel ging nu in een oogenblik het gedrag van Ayrton, zijn lang
+voorbereid verraad, de wond van Glenarvan, de moord van Mulrady, de
+rampen van het reisgezelschap in de moerassen der Sneeuwrivier
+achtergelaten, al het verledene van dien schurk voorbij het oog dier
+twee mannen. En nu was de roover, door een allerzonderlingsten samenloop
+van omstandigheden, in hun magt.</p>
+
+<p>"Waar is hij?" vroeg Glenarvan driftig.</p>
+
+<p>"In een hut in het vooronder," antwoordde Tom Austin, "waar hij streng
+bewaakt wordt."</p>
+
+<p>"Wat beduidt die gevangenzetting?"</p>
+
+<p>"Omdat Ayrton, toen hij zag, dat het jagt naar Nieuw-Zeeland stevende,
+woedend werd; omdat hij mij wilde dwingen den koers van het vaartuig te
+veranderen; omdat hij mij gedreigd heeft; eindelijk, omdat hij het
+scheepsvolk tot oproer aanzette. Ik heb begrepen, dat hij een
+gevaarlijke kerel was, en dat ik voorzorgsmaatregelen tegen hem nemen
+moest."</p>
+
+<p>"En sedert dien tijd?"</p>
+
+<p>"Sedert dien tijd is hij in zijn hut gebleven, zonder pogingen te doen
+om er uit te komen."</p>
+
+<p>"Goed, Tom!"</p>
+
+<p>Nu werden Glenarvan en John Mangles in de kampanje geroepen. Het
+ontbijt, waaraan zij zulk een behoefte hadden, stond gereed. Zij zetten
+zich in de <i>longroom</i> aan tafel en spraken niet over Ayrton.</p>
+
+<p>Maar toen de maaltijd afgeloopen was en de gasten verkwikt en hersteld
+op het dek bijeen waren, vertelde Glenarvan hun, dat de bootsman aan
+boord was. Tevens deelde hij hun mede, dat hij voornemens was hem voor
+hen te doen verschijnen.</p>
+
+<p>"Zou ik niet bij dat verhoor gemist kunnen worden?" vroeg lady Helena.
+"Ik beken, lieve Edward! dat het gezigt van dien ongelukkige zeer
+pijnlijk voor mij zou wezen."</p>
+
+<p>"Het is een getuigenverhoor, Helena!" antwoordde lord Glenarvan. "Blijf,
+verzoek ik u. Ben Joyce moet al zijn slagtoffers voor zich zien!"</p>
+
+<p>Lady Helena erkende de juistheid dier opmerking. Mary Grant en zij namen
+plaats bij lord Glenarvan. Rondom hem schaarden zich de majoor, Paganel,
+John Mangles, Robert, Wilson, Mulrady en Olbinett, die allen in zulk een
+groot gevaar hadden verkeerd door het verraad van den roover. De
+bemanning van het jagt begreep wel niet het ernstige van het tooneel,
+maar bewaarde toch een diep stilzwijgen.</p>
+
+<p>"Laat Ayrton hier komen!" beval Glenarvan.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XVIII" id="XVIII"></a>XVIII.</h3>
+
+<h3>Ayrton of Ben Joyce.</h3>
+
+
+<p>Ayrton verscheen. Hij betrad het dek met vasten stap en beklom de trap
+van de kampanje. Zijn oogen stonden somber, zijn tanden waren op
+elkander geklemd, zijn vuisten krampachtig gebald. Zijn uiterlijk
+verried evenmin overmoed als nederigheid. Toen hij voor lord Glenarvan
+stond, sloeg hij de armen over elkaar en wachtte bedaard en zwijgend af,
+dat hem iets gevraagd werd.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill38c" id="ill38c"></a>
+<img src="images/815.jpg" width="400" alt="Ayrton betrad het dek met vasten stap." title="" />
+<span class="caption2">Ayrton betrad het dek met vasten stap.</span>
+</div>
+
+<p>"Ayrton!" zeide Glenarvan, "zoo zijn wij nu, gij en wij, bijeen op die
+<i>Duncan</i> die gij aan de roovers van Ben Joyce in handen wildet spelen."</p>
+
+<p>Op die woorden beefden de lippen van den bootsman even. Zijn koude
+trekken kleurden ligt. Het was niet het schaamrood der wroeging, maar
+omdat zijn plan was mislukt. Op dat jagt, waarop hij als meester hoopte
+te bevelen, was hij nu een gevangene, en in weinige oogenblikken zou
+zijn lot beslist worden.</p>
+
+<p>Hij gaf echter geen antwoord. Glenarvan wachtte geduldig. Maar Ayrton
+bleef hardnekkig zwijgen.</p>
+
+<p>"Spreek op, Ayrton! wat hebt gij te zeggen?" hernam Glenarvan.</p>
+
+<p>Ayrton aarzelde; zijn voorhoofd betrok; vervolgens sprak hij bedaard:</p>
+
+<p>"Ik heb niets te zeggen, mylord! Ik ben zoo gek geweest mij te laten
+pakken. Doe met mij wat gij wilt."</p>
+
+<p>Dit gezegd hebbende rigtte de bootsman zijn blikken op de westwaarts
+liggende kust, en veinsde een diepe onverschilligheid voor hetgeen er
+rondom hem gebeurde. Wie hem zag, zou gemeend hebben, dat hij niets te
+maken had met die ernstige zaak. Maar Glenarvan had besloten geduldig te
+blijven. Een sterke belangstelling noopte hem om met sommige
+omstandigheden uit het geheimzinnige leven van Ayrton bekend te worden,
+vooral zoover het Harry Grant en de <i>Britannia</i> betrof. Hij hervatte dus
+het verhoor op zeer zachte wijze en onderdrukte geheel en al den toorn,
+dien hij inwendig gevoelde.</p>
+
+<p>"Ik meen, Ayrton!" hernam hij, "dat gij niet zult weigeren te antwoorden
+op sommige vragen, die ik u wensch te doen. Vooreerst, moet ik u Ayrton
+of Ben Joyce noemen? Zijt gij al dan niet de bootsman der <i>Britannia</i>?"</p>
+
+<p>Ayrton bleef onverzettelijk op de kust staren, zonder acht te slaan op
+hetgene hem gevraagd werd.</p>
+
+<p>Glenarvan, wiens oog fonkelde, ging voort met den bootsman te
+ondervragen.</p>
+
+<p>"Wilt gij mij zeggen, hoe gij de <i>Britannia</i> verlaten hebt, waarom gij
+in Australië waart?"</p>
+
+<p>Hetzelfde stilzwijgen, dezelfde onverzettelijkheid.</p>
+
+<p>"Luister naar mij, Ayrton!" hernam Glenarvan. "Het is in uw belang om te
+spreken. Een openhartigheid, die uw laatste toevlugt is, kan gunstig
+voor u zijn. Voor het laatst dan, wilt gij op mijn vragen antwoorden?"</p>
+
+<p>Ayrton draaide het hoofd naar Glenarvan en zag hem strak aan, zeggende:</p>
+
+<p>"Mylord! ik behoef niet te antwoorden. De justitie en niet ik moet tegen
+mij bewijzen."</p>
+
+<p>"De bewijzen zullen gemakkelijk te leveren zijn!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Gemakkelijk, mylord?" hernam Ayrton op spottenden toon. "Uwe Edelheid
+durft, vind ik, heel wat zeggen. Ik verzeker u, dat de slimste advocaat
+met mij verlegen zou zijn! Wie zal zeggen, waarom ik in Australië
+gekomen ben, nu kapitein Grant het niet meer vertellen kan? Wie zal
+bewijzen, dat ik die Ben Joyce ben, dien de politie achterna zit, daar
+ze mij nooit in handen gehad heeft en mijn makkers in vrijheid zijn? Wie
+is er, behalve gij, die niet een misdaad, maar een verkeerde handeling
+ten mijnen nadeele kan aan den dag brengen? Wie kan bevestigen, dat ik
+mij van dit schip heb willen meester maken om het aan de gedeporteerden
+over te leveren? Niemand, verstaat gij? niemand! Gij hebt vermoedens,
+goed! maar om iemand te veroordeelen zijn er bewijzen noodig, en de
+bewijzen ontbreken u. Zoolang het tegendeel niet bewezen is, ben ik
+Ayrton, de bootsman der <i>Britannia</i>."</p>
+
+<p>Ayrton was onder het spreken opgewonden geworden, maar verviel weldra
+tot zijn vroegere onverschilligheid. Hij verbeeldde zich zeker, dat zijn
+verklaring een einde zou maken aan het verhoor, maar Glenarvan vatte het
+woord weder op en sprak:</p>
+
+<p>"Ayrton! ik ben geen regter van instructie. Dat is mijn zaak niet. Het
+is van belang dat elk onzer weet waar hij staan moet. Ik vraag u niets,
+dat u in ongelegenheid brengen kan. Dat gaat het geregt aan. Maar gij
+weet, met welke nasporingen ik bezig ben, en met een enkel woord kunt
+gij mij weer op het spoor brengen, dat ik verloren heb. Wilt gij
+spreken?"</p>
+
+<p>Ayrton schudde het hoofd als iemand, die vast besloten heeft om te
+zwijgen.</p>
+
+<p>"Wilt gij mij zeggen, waar kapitein Grant is?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Neen, mylord!" antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>"Wilt gij mij de plaats aanduiden, waar de <i>Britannia</i> vergaan is?"</p>
+
+<p>"Evenmin."</p>
+
+<p>"Ayrton!" hernam Glenarvan bijna op smeekenden toon, "wilt gij althans,
+wanneer gij weet, waar Harry Grant is, het aan zijn arme kinderen
+zeggen, die maar één woord uit uwen mond verwachten?"</p>
+
+<p>Ayrton aarzelde. Zijn gezigt betrok. Maar hij mompelde zacht:</p>
+
+<p>"Ik kan niet, mylord!"</p>
+
+<p>En hij voegde er driftig bij, alsof hij zich een oogenblik van zwakheid
+verweet:</p>
+
+<p>"Neen! ik zal niet spreken! Laat mij ophangen, indien gij wilt!"</p>
+
+<p>"Ophangen!" riep Glenarvan is een plotselinge opwelling van toorn.</p>
+
+<p>Daarna antwoordde hij, zich bedwingende, op ernstigen toon:</p>
+
+<p>"Ayrton! hier zijn regters noch beulen. In de eerste haven de beste zult
+gij aan de engelsche overheid overgegeven worden."</p>
+
+<p>"Dat verlang ik juist!" antwoordde de bootsman.</p>
+
+<p>Daarop keerde hij bedaard naar de hut terug, die hem tot gevangenis
+diende, en twee matrozen werden voor de deur geplaatst met last om op
+zijn geringste bewegingen acht te geven. De getuigen van dit tooneel
+gingen verontwaardigd en wanhopig heen.</p>
+
+<p>Nu Glenarvan schipbreuk had geleden op de stijfhoofdigheid van Ayrton,
+wat schoot hem nu nog over? Niets anders dan het voornemen te
+volbrengen, dat reeds te Eden was opgevat, en naar Europa terug te
+keeren, zonder uitzigt om later die mislukte onderneming te hervatten.
+Het spoor der <i>Britannia</i> toch scheen onherroepelijk verloren, het
+document duldde geen nieuwe uitlegging, er lag zelfs geen land meer op
+zeven en dertig graden breedte, en de <i>Duncan</i> kon dus niet beter doen
+dan terug te keeren.</p>
+
+<p>Na met zijn vrienden geraadpleegd te hebben, besprak Glenarvan meer
+bepaald met John Mangles het punt van de thuisreis. John onderzocht de
+kolenhokken; de voorraad steenkolen kon hoogstens nog veertien dagen
+duren. Het was dus noodig om in de naastbij gelegen haven versche kolen
+in te nemen.</p>
+
+<p>John stelde Glenarvan voor den steven te wenden naar de baai van
+Talcahuano, waar de <i>Duncan</i> reeds voorraad had ingenomen, voor zij haar
+reis om de wereld ondernam. Dat was digt bij en juist op den zeven en
+dertigsten graad. Dan kon het jagt, behoorlijk van het noodige voorzien,
+zuidwaarts om kaap Hoorn varen en door den Atlantischen oceaan naar
+Schotland terugkeeren.</p>
+
+<p>Zoodra dit plan was vastgesteld, werd er bevel gegeven aan den machinist
+om meer stoom te maken. Een half nur later was de steven naar Talcahuano
+gewend op een zee, die haar naam van Stille Zee wel verdiende, en 's
+avonds ten zes ure verdwenen de laatste bergen van Nieuw-Zeeland in de
+warme nevels aan den gezigteinder.</p>
+
+<p>Zoo begon dan de thuisreis. Een treurige togt voor die stoute zoekers,
+die in de haven terugkeerden zonder Harry Grant mee te brengen! Ook
+sloeg de bemanning, die zoo vrolijk bij het vertrek, zoo vol vertrouwen
+bij het begin der reis, en nu overwonnen en moedeloos was, bedroefd den
+weg naar Europa in. Onder al die wakkere matrozen was er niet een, die
+ontroerde bij de gedachte, dat hij zijn land zou wederzien; allen zouden
+nog lang de gevaren der zee hebben getrotseerd om kapitein Grant maar
+terug te vinden.</p>
+
+<p>Op de hoera's! waarmede Glenarvan bij zijn terugkomst begroet was,
+volgde dan ook weldra moedeloosheid. Die onophoudelijke samenkomsten der
+passagiers, die gesprekken, welke vroeger de reis opvrolijkten, hadden
+nu niet meer plaats. Ieder bleef op zichzelven, alleen in zijn hut, en
+zelden verscheen er een op het dek van de <i>Duncan</i>.</p>
+
+<p>De man, bij wien doorgaans de smartelijke of vrolijke gewaarwordingen,
+die aan boord heerschten, zich het meest openbaarden, Paganel, die des
+noods de hoop zou uitgevonden hebben, Paganel bleef zwijgend en in
+zichzelven gekeerd. Ternaauwernood liet hij zich zien. Zijn natuurlijke
+spraakzaamheid, zijn fransche levendigheid waren in zwijgen en
+moedeloosheid veranderd. Hij scheen zelfs nog meer ontmoedigd dan zijn
+reisgenooten. Wanneer Glenarvan er van sprak om zijn nasporingen te
+hervatten, schudde Paganel het hoofd als iemand, die alle hoop heeft
+laten varen, en die vast overtuigd scheen van het lot der
+schipbreukelingen van de <i>Britannia</i>. Men gevoelde, dat hij ze
+onherroepelijk verloren achtte.</p>
+
+<p>Toch was er aan boord een man, die het laatste woord betreffende die
+ramp kon zeggen, en die voortging met zwijgen. Het was Ayrton. Zonder
+twijfel kende die ellendeling, zooal niet de waarheid aangaande het
+tegenwoordig verblijf van den kapitein, dan toch de plaats der
+schipbreuk. Maar het was duidelijk, dat Grant, werd hij teruggevonden,
+een getuige tegen hem zijn zou. Daarom zweeg hij hardnekkig. Dat
+verwekte, vooral bij de matrozen, een hevigen toorn tegen hem, en gaarne
+zouden zij hem een leelijken trek hebben gespeeld.</p>
+
+<p>Bij herhaling vernieuwde Glenarvan zijn pogingen bij den bootsman.
+Beloften noch bedreigingen werkten iets uit. De koppigheid van Ayrton
+was zoo ver gedreven en zoo onverklaarbaar bovendien, dat de majoor
+begon te denken, dat hij niets wist. Ook de aardrijkskundige, die zijn
+eigene gedachten had betreffende Harry Grant, was van die meening.</p>
+
+<p>Maar wanneer Ayrton niets wist, waarom kwam hij dan niet voor zijn
+onwetendheid uit? Deze kon hem volstrekt niet benadeelen. Zijn
+stilzwijgen vergrootte de moeijelijkheid om een nieuw plan te vormen.
+Moest men uit de ontmoeting van den bootsman in Australië afleiden, dat
+Harry Grant op dat vastland aanwezig was? Wat het ook mogt kosten, men
+diende Ayrton te bewegen om zich dienaangaande te verklaren.</p>
+
+<p>Toen lady Helena zag, dat haar man niet slaagde, vroeg zij hem verlof op
+haar beurt te mogen worstelen met de stijfhoofdigheid van den bootsman.
+Waar een man schipbreuk had geleden, zou een vrouw welligt door haar
+zachten invloed slagen. Is het niet de eeuwig ware geschiedenis van dien
+orkaan uit de fabel, die den mantel niet van de schouders des reizigers
+kan rukken, terwijl de geringste zonnestraal hem terstond doet afwerpen!</p>
+
+<p>Glenarvan, die de schanderbeid zijner jeugdige gade kende, gaf haar
+volle vrijheid van handelen.</p>
+
+<p>Dien dag, den 5<sup>den</sup> Maart, werd Ayrton in de hut van lady Helena gebragt.
+Mary Grant moest het onderhoud bijwonen; want de invloed van het jonge
+meisje kon groot zijn, en lady Helena wilde geen kans van slagen
+verzuimen.</p>
+
+<p>Een uur lang bleven de vrouwen met den bootsman der <i>Britannia</i>
+opgesloten; maar er lekte niets van hun gesprek uit. Wat zij zeiden, de
+gronden, die zij aanvoerden om den roover zijn geheim te ontrukken, al
+de omstandigheden van dat verhaal bleven onbekend. Maar toen zij Ayrton
+verlieten, schenen zij niet geslaagd te zijn, en stond de moedeloosheid
+op haar gelaat te lezen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill39c" id="ill39c"></a>
+<img src="images/824.jpg" width="400" alt="De twee vrouwen bleven met den bootsman opgesloten." title="" />
+<span class="caption2">De twee vrouwen bleven met den bootsman opgesloten.</span>
+</div>
+
+<p>Toen de bootsman naar zijn hut teruggebragt werd, ontvingen hem de
+matrozen, terwijl hij voorbijging, dan ook met geweldige bedreigingen.
+Hij vergenoegde zich met de schouders op te halen, waardoor de woede der
+schepelingen nog vermeerderde, en er was niets minder noodig dan de
+tusschenkomst van John Mangles en Glenarvan om hen in toom te houden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill40c" id="ill40c"></a>
+<img src="images/824b.jpg" width="400" alt="Ayrton vergenoegde zich met de schouders op te halen." title="" />
+<span class="caption2">Ayrton vergenoegde zich met de schouders op te halen.</span>
+</div>
+
+<p>Maar lady Helena gaf het nog niet op. Zij wilde tot het einde toe
+worstelen tegen dat steenen hart, en 's anderen daags ging zij zelve
+naar de hut van Ayrton, om de tooneelen te voorkomen, waartoe zijn gang
+over het dek van het jagt aanleiding gaf.</p>
+
+<p>Twee uren lang bleef de goede en zachtzinnige vrouw alleen met het
+opperhoofd der roovers. Aan zenuwachtige ontroering ter prooi zwierf
+Glenarvan bij de hut rond, nu eens besloten om de kansen op slagen tot
+de laatste toe aan te wenden, dan weder gereed om zijn vrouw van dat
+onaangename gesprek te verlossen.</p>
+
+<p>Maar toen lady Helena ditmaal weder verscheen, blonk haar gelaat van
+hoop. Had zij dan dat geheim afgeperst en in het hart van dien schurk de
+laatste vezelen van het medelijden doen trillen?</p>
+
+<p>Mac Nabbs, die haar het allereerst zag, kon een zeer natuurlijke
+beweging van ongeloof niet onderdrukken.</p>
+
+<p>Echter liep weldra onder de bemanning het gerucht, dat de bootsman
+eindelijk was bezweken voor den aandrang van lady Helena. Dat was als
+het ware een electrieke schok. Al de matrozen verzamelden zich op het
+dek, en sneller, dan wanneer het fluitje van Tom Austin hen aan het werk
+had geroepen.</p>
+
+<p>Intusschen was Glenarvan zijn vrouw te gemoet gesneld.</p>
+
+<p>"Heeft hij gesproken?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Neen," antwoordde lady Helena. "Maar aan mijn verzoek gehoor gevende,
+wenscht hij u te spreken."</p>
+
+<p>"Ach! lieve Helena! zoudt gij geslaagd zijn?"</p>
+
+<p>"Ik hoop het, Edward!"</p>
+
+<p>"Hebt gij eenige belofte gedaan, die ik moet bekrachtigen?"</p>
+
+<p>"Een enkele, mijn vriend! dat gij al uw invloed zult aanwenden om het
+lot te verzachten, dat dien ongelukkigen Ayrton wacht."</p>
+
+<p>"Goed, lieve Helena! Laat Ayrton dadelijk hier komen."</p>
+
+<p>Lady Helena ging met Mary Grant naar haar hut, en de bootsman werd naar
+de <i>longroom</i> gebragt, waar lord Glenarvan hem wachtte.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XIX" id="XIX"></a>XIX.</h3>
+
+<h3>Eene schikking.</h3>
+
+
+<p>Zoodra de bootsman zich in tegenwoordigheid van den lord bevond,
+verwijderden zich zijn bewakers.</p>
+
+<p>"Gij verlangt mij te spreken, Ayrton?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja, mylord!" antwoordde de bootsman.</p>
+
+<p>"Mij alleen?"</p>
+
+<p>"Ja! maar ik denk, dat het beter zou zijn, wanneer majoor Mac Nabbs en
+mijnheer Paganel bij het gesprek tegenwoordig waren."</p>
+
+<p>"Voor wien?"</p>
+
+<p>"Voor mij."</p>
+
+<p>Ayrton sprak met onverstoorbare kalmte. Glenarvan zag hem strak aan;
+vervolgens liet hij Mac Nabbs en Paganel roepen, die terstond aan zijn
+uitnoodiging voldeden.</p>
+
+<p>"Wij luisteren naar u," zeide Glenarvan, zoodra zijn beide vrienden zich
+aan de tafel in de <i>longroom</i> geplaatst hadden.</p>
+
+<p>Ayrton bedacht zich een poos en zeide:</p>
+
+<p>"Mylord! de gewoonte brengt mede, dat er getuigen zijn bij ieder verdrag
+of bij iedere schikking, die tusschen twee partijen wordt aangegaan.
+Daarom verlangde ik, dat de heeren Paganel en Mac Nabbs hier zouden
+zijn. Want om de waarheid te zeggen, ik wensch u een zaak voor te
+slaan."</p>
+
+<p>Gewoon als hij was aan de manieren van Ayrton, fronsde Glenarvan zijn
+wenkbraauwen niet, hoewel een zaak tusschen hem en dien man iets
+belagchelijks scheen.</p>
+
+<p>"Wat is dat voor een zaak?" vroeg hij.</p>
+
+<p>"Luister," antwoordde Ayrton. "Gij verlangt van mij eenige
+omstandigheden te vernemen, die u nuttig kunnen zijn. Ik verlang van u
+eenige voordeelen, die van groot belang voor mij zullen zijn. Leer om
+leer, mylord! staat u dat aan of niet?"</p>
+
+<p>"Welke omstandigheden zijn dat?" vroeg Paganel driftig.</p>
+
+<p>"Neen!" hernam Glenarvan, "welke voordeelen zijn dat?"</p>
+
+<p>Met een hoofdknikje toonde Ayrton het onderscheid te vatten, dat
+Glenarvan maakte.</p>
+
+<p>"De voordeelen, die ik eisch," zeide hij, "zijn de volgende. Zijt gij
+nog altijd voornemens, mylord! mij in handen van de engelsche overheid
+te stellen?"</p>
+
+<p>"Ja, Ayrton! en dat is niet meer dan billijk."</p>
+
+<p>"Ik zeg niet van neen," antwoordde de bootsman bedaard. "Dus zoudt gij
+er nooit in bewilligen mij in vrijheid te stellen?"</p>
+
+<p>Glenarvan aarzelde voor hij op een zoo duidelijke vraag antwoordde. Het
+lot van Harry Grant hing misschien af van hetgeen hij zou zeggen.</p>
+
+<p>Toch behield het besef van zijn pligt jegens de menschelijke
+geregtigheid de overhand, en hij zeide:</p>
+
+<p>"Neen, Ayrton! ik kan u de vrijheid niet teruggeven."</p>
+
+<p>"Die vraag ik ook niet," antwoordde de bootsman fier.</p>
+
+<p>"Wat verlangt gij dan?"</p>
+
+<p>"Een middenweg, mylord! tusschen de galg, die mij wacht, en de vrijheid,
+die gij mij niet kunt schenken."</p>
+
+<p>"En die is?..."</p>
+
+<p>"Dat gij mij met de noodzakelijkste behoeften achterlaat op een der
+onbewoonde eilanden van de Stille Zuidzee. Ik zal mij behelpen, zoo veel
+ik kan, en boete doen, wanneer ik tijd heb!"</p>
+
+<p>Glenarvan, die een dergelijk voorstel wel het allerminst verwachtte, zag
+zijn beide vrienden aan, die bleven zwijgen. Na eenige oogenblikken
+nadenkens antwoordde hij:</p>
+
+<p>"Ayrton! zult gij, wanneer ik uw verzoek toesta, mij alles zeggen, wat
+ik belang heb te weten?"</p>
+
+<p>"Ja, mylord! dat wil zeggen alles, wat ik van kapitein Grant en de
+<i>Britannia</i> weet."</p>
+
+<p>"De volle waarheid?"</p>
+
+<p>"De volle."</p>
+
+<p>"Maar wie staat mij borg?..."</p>
+
+<p>"O! ik zie wat u beangstigt, mylord! Gij zult op mij moeten vertrouwen,
+op het woord van een boosdoener! Dat is waar! Maar wat zal ik zeggen?
+Het ligt er nu eenmaal toe. Niet of graag."</p>
+
+<p>"Ik zal u vertrouwen, Ayrton!" zeide Glenarvan droogjes.</p>
+
+<p>"En gij zult gelijk hebben, mylord! Bovendien, wanneer ik u bedrieg,
+hebt gij altijd het middel bij de hand om u te wreken!"</p>
+
+<p>"En dat is?"</p>
+
+<p>"Mij van het eiland af te halen, dat ik niet heb kunnen verlaten."</p>
+
+<p>Ayrton had voor alles een antwoord gereed. Hij opperde zelf de bezwaren,
+hij leverde zelf onwraakbare bewijsgronden tegen zich. Zooals men ziet,
+wilde hij "zijn zaak" met ontwijfelbare goede trouw behandelen. Het was
+onmogelijk zich met argeloozer vertrouwen over te leveren. En toch vond
+hij een middel om nog verder te gaan op den weg der onbaatzuchtigheid.</p>
+
+<p>"Mylord en mijne heeren!" voegde hij er bij, "ik wil, dat gij volkomen
+overtuigd zult zijn, dat ik open kaart met u speel. Ik zoek u geenszins
+te misleiden en wil u een nieuw bewijs geven van mijn opregtheid in deze
+zaak. Ik ga rondborstig te werk, omdat ik zelf op uw regtschapenheid
+reken."</p>
+
+<p>"Spreek op, Ayrton!" antwoordde Glenarvan.</p>
+
+<p>"Mylord! ik heb uw woord nog niet, dat gij in mijn voorstel bewilligt en
+toch aarzel ik niet u te zeggen, dat ik zeer weinig van Harry Grant af
+weet."</p>
+
+<p>"Zeer weinig!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Ja, mylord! De bijzonderheden, die ik in staat ben u mede te deelen,
+hebben betrekking op mij; zij gaan mij aan, en zullen u niet helpen het
+spoor terug te vinden dat gij verloren hebt."</p>
+
+<p>Het gelaat van Glenarvan en den majoor teekende een levendige
+teleurstelling. Zij waanden hem in het bezit van een gewigtig geheim, en
+de bootsman bekende, dat zijn ontdekkingen niet veel om het lijf hadden.
+Wat Paganel aangaat, deze bleef even rustig.</p>
+
+<p>Hoe het ook zij, deze bekentenis van Ayrton, die zich om zoo te zeggen
+op genade of ongenade overgaf, trof zijn hoorders zeer, vooral toen de
+bootsman er ten slotte bijvoegde:</p>
+
+<p>"Nu weet gij het, mylord! De zaak zal voor u minder voordeelig zijn dan
+voor mij."</p>
+
+<p>"Dat maakt niet uit," antwoordde Glenarvan. "Ik neem uw voorstel aan.
+Ayrton! Ik geef u mijn woord, dat gij op een der Zuidzee-eilanden aan
+land zult gezet worden."</p>
+
+<p>"Goed, mylord!" antwoordde de bootsman.</p>
+
+<p>Verheugde die zonderlinge man zich over dat besluit? Men mogt er aan
+twijfelen; want zijn strak gelaat verried niet de minste aandoening. Het
+scheen, dat hij voor een ander handelde, niet voor zich.</p>
+
+<p>"Ik ben bereid om te antwoorden," sprak hij.</p>
+
+<p>"Wij hebben niets te vragen," zeide Glenarvan. "Vertel ons wat gij weet,
+Ayrton! en zeg vooreerst maar wie gij zijt."</p>
+
+<p>"Mijne heeren!" begon Ayrton, "ik ben werkelijk Tom Ayrton, de bootsman
+der <i>Britannia</i>. Ik heb den 12<sup>den</sup> Maart 1861 Glasgow verlaten op het
+schip van Harry Grant. Veertien maanden lang bevoeren wij samen de
+Stille Zuidzee om een gunstige plaats op te zoeken ten einde een
+schotsche kolonie te stichten. Harry Grant was er juist de man naar om
+groote dingen te doen; maar dikwijls hadden wij hooggaande twisten met
+elkander. Zijn karakter stond mij niet aan. Ik kan niet buigen; Harry
+Grant duldt geen verzet, mylord! wanneer zijn besluit genomen is; die
+man is van ijzer voor zich en voor anderen. Niettemin durfde ik te gaan
+muiten. Ik beproefde de bemanning ook tot muiterij over te halen en het
+schip te bemagtigen. Het doet hier weinig ter zake, of ik ongelijk had
+of niet. Hoe dat ook zij, Harry Grant weifelde niet, en zette mij den
+8<sup>sten</sup> April 1862 op de westkust van Australië aan land."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill41c" id="ill41c"></a>
+<img src="images/828.jpg" width="400" alt="&quot;Ik ben werkelijk Tom Ayrton...." title="" />
+<span class="caption2">&quot;Ik ben werkelijk Tom Ayrton....</span>
+</div>
+
+<p>"Van Australië," zoo viel de majoor Ayrton in de rede, "dan hebt gij bij
+gevolg de <i>Britannia</i> verlaten, voor zij Callao heeft aangedaan, vanwaar
+de laatste tijdingen gedagteekend zijn?"</p>
+
+<p>"Ja," antwoordde de bootsman; "want zoo lang ik aan boord was, is de
+<i>Britannia</i> nooit te Callao geweest. Dat ik op de hoeve van Paddy
+O'Moore van Callao sprak, kwam daar vandaan, dat ik die omstandigheid
+uit uw verhaal had vernomen."</p>
+
+<p>"Ga voort, Ayrton!" zeide Glenarvan.</p>
+
+<p>"Daar stond ik nu verlaten op een bijna woeste kust; doch slechts
+twintig mijlen van de strafgevangenis van Perth af, de hoofdstad van
+West-Australië. Langs de kust zwervende ontmoette ik een bende
+gedeporteerden, die pas ontsnapt waren. Ik voegde mij bij hen. Gij zult
+mij, mylord! wel het verhaal schenken van het leven, dat ik derdehalf
+jaar leidde. Weet alleen, dat ik onder den naam van Ben Joyce het hoofd
+der vlugtelingen werd. In de maand September 1864 vervoegde ik mij op de
+iersche hoeve. Daar werd ik als knecht in dienst genomen onder mijn
+waren naam Ayrton. Ik wachtte daar op een gelegenheid om een schip te
+bemagtigen. Dat was mijn hoogste doel. Twee maanden later kwam de
+<i>Duncan</i>. Bij uw bezoek op de hoeve, mylord! vertelde gij de geheele
+geschiedenis van kapitein Grant. Ik vernam toen, wat ik nog niet wist,
+het verblijf der <i>Britannia</i> te Callao, de laatste berigten van Junij
+1862, twee maanden na mijn ontscheping, het voorval met het document, de
+stranding van het schip ergens op zeven en dertig graden, en eindelijk
+de gewigtige redenen, die gij hadt, om Harry Grant op het vastland van
+Australië te zoeken. Ik weifelde niet. Ik besloot de <i>Duncan</i> te
+bemagtigen, een uitstekend schip, dat de snelste zeilers der engelsche
+oorlogsvloot ontkomen kon. Maar ze had zware averij geleden, die
+hersteld moest worden. Ik liet ze dus naar Melbourne vertrekken, en deed
+mij bij u voor in mijn ware betrekking van bootsman, terwijl ik aanbood
+u naar het tooneel eener schipbreuk te geleiden, die naar ik u voorloog
+op de oostkust van Australië zou plaats gehad hebben. Zoo leidde ik, nu
+eens gevolgd dan weder voorafgegaan door mijn rooverbende, uw gezelschap
+door de provincie Victoria. Mijn manschappen begingen aan de Camdenbrug
+een noodelooze misdaad; want was de <i>Duncan</i> aan de kust dan kon ze mij
+niet ontgaan, en met dat jagt was ik meester op zee. Zoo voerde ik u,
+zonder uw wantrouwen op te wekken, tot aan de Sneeuw-rivier. Paarden en
+ossen werden één voor één met gastrolobium vergeven. Ik liet den wagen
+wegzakken in de moerassen der Sneeuw-rivier. Op mijn aandringen.... Maar
+gij weet het overige, mylord! en kunt er zeker van zijn, dat ik zonder
+de verstrooidheid van mijnbeer Paganel thans het bevel zou voeren op de
+<i>Duncan</i>. Ziedaar mijn geschiedenis, mylord! Mijne mededeelingen kunnen
+u helaas! niet op het spoor van Harry Grant brengen, en gij ziet, dat
+gij een slechten ruil gedaan hebt, door met mij te onderhandelen."</p>
+
+<p>De bootsman zweeg, sloeg als naar gewoonte de armen over elkaar en
+wachtte. Glenarvan en zijn vrienden bewaarden het stilzwijgen. Zij
+gevoelden, dat die vreemde boosdoener de volle waarheid had gesproken.
+De overrompeling der <i>Duncan</i> was alleen mislukt door een omstandigheid
+onafhankelijk van zijn wil. Zijn medepligtigen waren aan de oevers der
+Twofold-baai gekomen, zooals het gevangenisbuis bewees, dat Glenarvan
+had gevonden. Daar hadden zij naar het bevel van hun aanvoerder op het
+jagt geloerd, en het wachten moede hadden zij zeker in de velden van
+Nieuw-Zuid-Wales hun bedrijf van plunderaars en brandstichters weder
+opgevat.</p>
+
+<p>De majoor begon weder het verhoor om van de datums, die op de
+<i>Britannia</i> betrekking hadden, zeker te zijn.</p>
+
+<p>"Dus," vroeg hij den bootsman, "zijt gij bepaald op den 8<sup>sten</sup> April 1862
+op de westkust van Australië aan land gezet?"</p>
+
+<p>"Juist," antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>"En weet gij, welke voornemens Harry Grant toen had?"</p>
+
+<p>"Ten naastebij."</p>
+
+<p>"Spreek op, Ayrton!" zeide Glenarvan. "De geringste aanwijzing kan ons
+op den weg brengen."</p>
+
+<p>"Ik kan niets anders zeggen dan dit, mylord!" antwoordde de bootsman,
+"Kapitein Grant was voornemens Nieuw-Zeeland te bezoeken. Dit gedeelte
+van zijn reisplan nu is niet uitgevoerd, terwijl ik aan boord was. Het
+zou dus niet onmogelijk zijn, dat de <i>Britannia</i> na haar vertrek van
+Callao Nieuw-Zeeland had aangedaan. Dat zou overeenkomen met den datum
+van 27 Junij 1862, waarop, volgens het document, de driemaster
+schipbreuk heeft geleden."</p>
+
+<p>"Dat is zoo," zeide Paganel.</p>
+
+<p>"Maar," hernam Glenarvan, "geen enkel woord, dat op het document bewaard
+is gebleven, is op Nieuw-Zeeland toepasselijk."</p>
+
+<p>"Daarop kan ik niet antwoorden," zeide de bootsman.</p>
+
+<p>"Goed, Ayrton!" zeide nu Glenarvan. "Gij hebt uw woord gehouden, ik zal
+het mijne houden. Wij zullen bepalen op welk eiland der Stille Zuidzee
+gij aan land zult gezet worden."</p>
+
+<p>"O, dat komt er niet op aan, mylord!" antwoordde Ayrton.</p>
+
+<p>"Keer naar uw hut terug," zeide Glenarvan, "en wacht ons besluit af."</p>
+
+<p>De bootsman ging heen onder geleide van twee matrozen.</p>
+
+<p>"Die schurk had een man kunnen zijn," zeide de majoor.</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Glenarvan. "Het is een sterke en schrandere kerel!
+Waarom heeft hij zijn vermogens misbruikt om kwaad te doen!"</p>
+
+<p>"Maar Harry Grant?"</p>
+
+<p>"Ik vrees zeer, dat hij reddeloos verloren is! Arme kinderen! wie zou
+hun kunnen zeggen waar hun vader is?"</p>
+
+<p>"Ik!" antwoordde Paganel. "Ja, ik!"</p>
+
+<p>Het zal wel niemand ontgaan zijn, dat de anders zoo praatzieke en
+ongeduldige aardrijkskundige naauwelijks een mond had opengedaan, zoo
+lang het verhoor van Ayrton duurde. Hij luisterde met den mond digt.
+Maar dat laatste woord, dat hij sprak, woog tegen vele andere op, en
+deed Glenarvan driftig opspringen.</p>
+
+<p>"Gij!" riep hij, "weet gij, Paganel! waar kapitein Grant is!"</p>
+
+<p>"Ja, voor zooverre men dat althans weten kan," antwoordde de
+aardrijkskundige.</p>
+
+<p>"En door wien weet gij det?"</p>
+
+<p>"Door dat eeuwige document."</p>
+
+<p>"Zoo!" riep de majoor op een toon van volslagen ongeloof.</p>
+
+<p>"Luister eerst, Mac Nabbs!" zeide Paganel, "later moogt gij de schouders
+ophalen. Ik heb vroeger niet gesproken, omdat gij mij toch niet geloofd
+zoudt hebben. Later was het onnoodig. Maar dat ik nu er toe besluit is,
+omdat Ayrtons meening juist de mijne ondersteunt."</p>
+
+<p>"Dus Nieuw-Zeeland?..." vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Luistert en oordeelt," antwoordde Paganel. "Het is niet zonder reden,
+of liever het is niet zonder "eene reden," dat ik de dwaling beging, die
+ons gered heeft. Toen ik dien brief schreef, welken Glenarvan mij
+voorzeide, maalde het woord "Zeeland" mij door het hoofd. Ziehier
+waarom. Gij herinnert u, dat wij in den wagen waren. Mac Nabbs had aan
+lady Helena de geschiedenis der roovers verteld; hij had haar het nummer
+der <i>Australische en Nieuw-Zeelandsche courant</i> ter hand gesteld, die
+het verhaal bevatte van de ramp aan de Camdenbrug. Terwijl ik schreef,
+lag het dagblad op den grond, zoo gevouwen, dat er maar twee
+lettergrepen van den titel zigtbaar waren. Die twee lettergrepen waren
+<i>aland</i>. Daar ging een licht voor mij op! <i>Aland</i> was juist een woord
+uit het engelsche document, een woord, dat wij altijd vertaald hadden
+door <i>aan land</i>, en dat de uitgang zijn moest van den eigennaam
+<i>Zealand</i>."</p>
+
+<p>"Wat ge zegt!" riep Glenarvan.</p>
+
+<p>"Ja!" hernam Paganel innig overtuigd, "die uitlegging was mij ontgaan,
+en weet gij waarom? omdat mijn onderzoek natuurlijk het fransche
+document betrof, dat vollediger is dan de andere, en waarin dit
+belangrijke woord ontbreekt."</p>
+
+<p>"Ho! ho!" zeide de majoor, "nu gaat uw verbeeldingskracht wat te ver,
+Paganel! en vergeet gij al te gemakkelijk uw vroegere afleidingen."</p>
+
+<p>"Ga voort, majoor! ik ben bereid u te antwoorden."</p>
+
+<p>"Waar blijft dan uw woord <i>austra</i>?" hernam Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Dat verandert niet. Het beteekent eenvoudig de zuidelijke streken."</p>
+
+<p>"Goed. En die lettergreep <i>indi</i>, die eerst de wortel van <i>indianen</i> en
+later de wortel van <i>inboorlingen</i> geweest is?"</p>
+
+<p>"Welnu! voor de derde en laatste maal," antwoordde Paganel, "zal zij de
+eerste lettergreep zijn van het woord <i>indigence</i> (nood)!"</p>
+
+<p>"En <i>contin</i>!" riep Mac Nabbs, "beteekent dat nog <i>continent</i>
+(vastland)?"</p>
+
+<p>"Neen! omdat Nieuw-Zeeland maar een eiland is."</p>
+
+<p>"Bij gevolg?..." vroeg Mac Nabbs.</p>
+
+<p>"Waarde lord!" antwoordde Paganel, "ik zal het document vertalen volgens
+mijn derde uitlegging, dan kunt gij oordeelen. Maar twee opmerkingen
+vooraf: 1°. vergeet zooveel mogelijk de vroegere uitleggingen en maakt
+uw geest los van elke vroeger opgevatte meening; 2°. sommige gedeelten
+zult gij "gewrongen" vinden, en het is mogelijk, dat ik ze slecht
+vertaal; maar zij zijn van geen belang, onder anderen het woord
+<i>agonie</i>, waarmee ik verlegen zit, maar dat ik niet anders verklaren
+kan. Ook is het 't fransche document, dat tot grondslag dient voor mijn
+vertolking, en vergeet niet, dat het door een Engelschman is geschreven,
+die welligt niet goed bekend was met het fransche taaleigen. Na deze
+voorafspraak begin ik."</p>
+
+<p>En Paganel las langzaam en met nadruk het volgende:</p>
+
+<p>"Den 27 <i>Junij</i> 1864 is de <i>driemaster Britannia</i>, van <i>Glasgow</i>, na een
+langen <i>doodstrijd</i> in de <i>zuidelijke</i> zeeën op de kusten van
+Nieuw-<i>Zeeland vergaan</i>,&mdash;in het engelsch <i>Zealand.&mdash;Twee matrozen</i> en
+de <i>kapitein Grant</i> zijn <i>aan land</i> gespoeld. Daar, <i>steeds</i> ter <i>pr</i>ooi
+aan een <i>nijpenden nood</i>, hebben zij <i>dit document</i> in zee <i>geworpen</i> op
+... <i>lengte en</i> 37°11' <i>breedte. Komt hun te</i> hulp of zij zijn
+<i>verloren</i>."</p>
+
+<p>Paganel zweeg. Zijn vertaling was aannemelijk. Maar juist omdat zij even
+waarschijnlijk scheen als de vorige, kon zij ook verkeerd wezen.
+Glenarvan en de majoor legden er dus niets tegen in. Daar echter het
+spoor der <i>Britannia</i> evenmin teruggevonden was op de kust van Patagonië
+als op die van Australië, ter plaatse waar de zeven en dertigste graad
+die twee landen snijdt, waren de kansen voor Nieuw-Zeeland gunstig.</p>
+
+<p>Deze opmerking, welke Paganel maakte, trof vooral zijn vrienden.</p>
+
+<p>"Zeg mij nu eens, Paganel!" sprak Glenarvan, "waarom gij deze verklaring
+omtrent twee maanden voor u hebt gehouden?"</p>
+
+<p>"Omdat ik u met geen ijdele hoop vleijen wilde. Ook gingen wij naar
+Auckland, dat juist op de breedte ligt, welke het document aangeeft."</p>
+
+<p>"Maar waarom hebt gij later niet gesproken, toen wij van dien weg
+afgeraakt waren?"</p>
+
+<p>"Omdat die vertolking, hoe juist zij ook moge zijn, niets kan bijdragen
+tot redding van den kapitein."</p>
+
+<p>"Om welke reden, Paganel?"</p>
+
+<p>"Omdat, aangenomen dat kapitein Harry Grant op Nieuw-Zeeland gestrand
+is, hij na de schipbreuk of door de handen der Zeelanders omgekomen is,
+omdat hij in het tijdsverloop van twee jaren nog niet is komen opdagen."</p>
+
+<p>"Dus houdt gij het er voor?..." vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Dat men misschien eenige wrakken van de schipbreuk zou kunnen
+terugvinden; maar dat de schipbreukelingen der <i>Britannia</i>
+onherroepelijk verloren zijn!"</p>
+
+<p>"Zwijgt over dit alles, vrienden!" zeide Glenarvan, "en laat mij het
+oogenblik kiezen om deze treurige tijding aan de kinderen van kapitein
+Grant mede te doelen!"</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XX" id="XX"></a>XX.</h3>
+
+<h3>Een kreet in den nacht.</h3>
+
+
+<p>Weldra was het ruchtbaar onder het scheepsvolk, dat het geheim van het
+verblijf van kapitein Grant niet opgehelderd was door de mededeelingen
+van Ayrton. Er heerschte een diepe verslagenheid aan boord; want men had
+op den bootsman gerekend, en de bootsman wist niets, dat de <i>Duncan</i> op
+het spoor der <i>Britannia</i> had kunnen brengen.</p>
+
+<p>Het jagt stevende dus in dezelfde rigting voort. Alleen moest nog het
+eiland uitgekozen worden, dat voortaan het verblijf van Ayrton zijn zou.</p>
+
+<p>Paganel en John Mangles gingen de scheepskaarten na. Op zeven en dertig
+graden breedte troffen zij juist een eenzaam eilandje aan, bekend onder
+den naam van Maria Theresa, een verlaten rots in het midden der Stille
+Zuidzee, drie duizend vijf honderd mijlen van de amerikaansche kust en
+vijftien honderd van Nieuw-Zeeland gelegen. Ten noorden was het naaste
+land de Pomotoe-eilanden, onder fransche bescherming staande. Ten zuiden
+lag niets dan de onbewegelijk vaste ijsbanken aan de zuidpool. Geen
+enkel schip deed ooit dat eenzame eiland aan. Geen berigt ter wereld
+drong ooit zoo ver door. Alleen de stormvogels rustten er op hun lange
+togten uit, en vele kaarten vermeldden die rots niet eens, waartegen de
+golven der Zuidzee klotsen.</p>
+
+<p>Wanneer er ergens een volstrekte afzondering op aarde te vinden is, dan
+moest het wel op dat eiland zijn, dat zoover buiten de wegen ligt, die
+de menschen bezoeken. Men gaf Ayrton hiervan kennis. Ayrton bewilligde
+er in om daar ver van de menschen verwijderd te leven, en de steven werd
+naar Maria Theresa gerigt. Thans zou een zuiver regte lijn door de as
+der <i>Duncan</i>, het eiland en de baai van Talcahuano gegaan zijn.</p>
+
+<p>Twee dagen later, ten twee ure, seinde de uitkijk land aan den
+gezigteinder. Het was Maria Theresa, dat in de lengte uitgestrekt en zoo
+laag, dat het naauwelijks boven water uitstak, veel had van een
+ontzaggelijken walvisch. Dertig mijlen scheidden het nog van het jagt,
+welks steven de golven kliefde met een vaart van zestien knoopen in het
+uur.</p>
+
+<p>Langzamerhand werd het eilandje duidelijker zigtbaar. De zon, die naar
+het westen neigde, bescheen het helder, waardoor het een onregelmatige
+schaduw wierp. Eenige lage toppen vertoonden zich hier en daar, naarmate
+de stralen der dagvorstin er op vielen.</p>
+
+<p>Ten vijf ure meende Mangles een ligten rook te bespeuren, die omhoog
+steeg.</p>
+
+<p>"Is dat een vulkaan?" vroeg hij aan Paganel, die met den kijker voor de
+oogen dat nieuwe land beschouwde.</p>
+
+<p>"Ik weet niet, wat ik er van denken moet," antwoordde de
+aardrijkskundige. "Maria Therera is een weinig bekende plek. Echter zou
+het niet te verwonderen zijn, wanneer het zijn ontstaan te danken had
+aan een opheffing van den zeebodem en het bijgevolg vulkanisch was."</p>
+
+<p>"Maar," zeide Glenarvan, "wanneer een uitbarsting het heeft
+voortgebragt, staat het dan niet te vreezen, dat een uitbarsting het ook
+weer vernietigt?"</p>
+
+<p>"Dat is niet zeer waarschijnlijk," antwoordde Paganel. "Sedert eenwen is
+men reeds met zijn bestaan bekend, en dat is een waarborg. Wanneer een
+nieuw eiland, bij voorbeeld het eiland Julia, uit de Middellandsche zee
+oprees, bleef het niet lang boven water en verdween weinige maanden na
+zijn ontstaan."</p>
+
+<p>"Goed," zeide Glenarvan. "Denkt gij, dat wij voor den nacht aan wal
+kunnen gaan, John?"</p>
+
+<p>"Neen, Uwe Edelheid! Ik mag de <i>Duncan</i> niet in de duisternis op een mij
+onbekende kust wagen. Ik zal zachtjes aan op en neer blijven houden, en
+morgen zenden wij met het krieken van den dag een boot naar den wal."</p>
+
+<p>'s Avonds ten acht ure scheen Maria Theresa, hoewel op vijf mijlen onder
+den wind, nog maar een lange, pas zigtbare schaduw. De <i>Duncan</i> kwam
+steeds nader.</p>
+
+<p>Ten negen ure verdreef een vrij helder schijnsel, een vuur, de
+duisternis. Het bleef op dezelfde plaats en brandde voort.</p>
+
+<p>"Daaruit zou haast volgen, dat het een vuurspuwende berg is," zeide
+Paganel, die het aandachtig gadesloeg.</p>
+
+<p>"Maar dan moesten wij," antwoordde John Mangles, "op dezen afstand het
+leven hooren, dat altijd met een uitbarsting gepaard gaat, en de
+oostewind voert niet het minste geraas naar ons toe."</p>
+
+<p>"Inderdaad," zeide Paganel, "die vulkaan flikkert maar spreekt niet. Ook
+zou men zeggen, dat hij tusschenpoozen heeft gelijk een draailicht.</p>
+
+<p>"Gij hebt gelijk," hernam John Mangles, "en toch zijn het geen
+vuurtorens op deze kust. Ha!" riep hij uit, "weer een licht! En nu op
+het strand! Zie eens! Het beweegt zich! het verandert van plaats!"</p>
+
+<p>John bedroog zich niet. Er was een nieuw vuur bijgekomen, dat soms
+scheen uit te gaan en dan weer aanwakkerde.</p>
+
+<p>"Is het eiland dan bewoond?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Zeker door wilden," antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"Maar dan kunnen wij den bootsman hier niet afzetten."</p>
+
+<p>"Neen!" antwoordde de majoor; "dat zou een al te leelijk geschenk zijn,
+zelfs voor wilden."</p>
+
+<p>"Wij zullen een ander onbewoond eiland zoeken," zeide Glenarvan, die een
+glimlach niet kon onderdrukken over "de teerhartigheid" van Mac Nabbs.
+"Ik heb beloofd, dat Ayrtons leven zou gespaard worden, en wil mijn
+belofte houden."</p>
+
+<p>"Wij moeten althans op onze hoede zijn," voegde Paganel er bij. "De
+Zeelanders hebben de barbaarsche gewoonte de schepen in den val te
+lokken met beweegbare vuren, evenals voorheen de bewoners van
+Cornwallis. De inlanders op Maria Theresa kennen misschien ook dat
+kunstje."</p>
+
+<p>"Houd een streek af!" beval John den matroos aan het roer. "Zoodra
+morgen de zon opgaat, zullen wij de zaak onderzoeken."</p>
+
+<p>Ten elf ure keerden de passagiers en John Mangles in hun hutten terug.
+Op het voorschip ging de wacht op en neer. Op het achterschip was alleen
+de roerganger op zijn post.</p>
+
+<p>Nu beklommen Mary Grant en Robert de kampanje.</p>
+
+<p>Over het hek leunende zagen de beide kinderen van den kapitein bedroefd
+naar de lichtgevende zee en het fonkelende zog der <i>Duncan</i>. Mary dacht
+aan de toekomst van Robert; Robert dacht aan de toekomst zijner zuster.
+Beiden dachten aan hun vader. Leefde die aangebeden vader nog? moest men
+de hoop opgeven?... Maar neen, wat zou het leven zijn zonder hem? Wat
+zou er van hen geworden zijn zonder lord Glenarvan, zonder lady Helena?</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill42c" id="ill42c"></a>
+<img src="images/841.jpg" width="400" alt="De beide kinderen van den kapitein keken bedroefd naar de
+lichtgevende zee...." title="" />
+<span class="caption2">De beide kinderen van den kapitein keken bedroefd naar de
+lichtgevende zee....</span>
+</div>
+
+<p>De knaap, door den tegenspoed gerijpt, giste welke gedachten zijn zuster
+verontrustten. Hij legde haar hand in de zijne.</p>
+
+<p>"Mary!" zoo sprak hij haar aan, "wij moeten nooit wanhopen. Herinner u
+de lessen, die vader ons gaf: "De moed vervangt op aarde alles," zeide
+hij. Laten wij dan ook dien onwankelbaren moed hebben, die hem boven
+alles verheven maakte. Tot nog toe hebt gij voor mij gewerkt,
+zusterlief! ik wil op mijn beurt voor u werken."</p>
+
+<p>"Lieve Robert!" antwoordde het meisje.</p>
+
+<p>"Ik moet u wat zeggen," hernam Robert. "Maar zult gij niet boos worden,
+Mary?"</p>
+
+<p>"Waarom zou ik boos worden, lieve?"</p>
+
+<p>"En solt gij mij laten begaan?"</p>
+
+<p>"Wat bedoelt gij?" vroeg Mary angstig.</p>
+
+<p>"Zuster! Ik wil zeeman worden...."</p>
+
+<p>"Wilt gij mij verlaten, Robert!" riep het meisje, terwijl zij de hand
+haars broeders drukte.</p>
+
+<p>"Ja, zuster! ik wil zeeman worden zooals vader, zeeman zooals kapitein
+John! Mary! lieve Mary! kapitein John heeft nog niet alle hoop verloren!
+Gij zult evenveel vertrouwen stellen in zijn verkleefdheid als ik! Hij
+heeft mij beloofd van mij een goed, misschien een groot zeeman te maken,
+en dan gaan wij vader samen zoeken! Zeg, dat gij het goed vindt, zuster!
+Wat vader voor ons gedaan zou hebben, zijn wij, ik ten minste, verpligt
+voor hem te doen! Mijn leven is geheel aan een doel gewijd: hem, die ons
+nooit een van beiden verlaten zou hebben, te zoeken, altijd te zoeken!
+Lieve Mary! wat was vader toch goed!"</p>
+
+<p>"En zoo edelaardig, zoo grootmoedig!" hernam Mary. "Weet gij, Robert!
+dat ons land reeds roem op hem droeg en hem onder zijn groote mannen zou
+gesteld hebben, indien het lot hem niet in zijn voortgang had gestuit?"</p>
+
+<p>"Of ik het weet!" zeide Robert.</p>
+
+<p>Mary Grant drukte Robert aan haar hart. De knaap voelde haar tranen over
+zijn voorhoofd vloeijen.</p>
+
+<p>"Mary! Mary!" riep hij uit, "of onze vrienden zwijgen of spreken, ik
+hoop nog en zal altijd hopen! Een man zooals vader sterft niet voor hij
+zijn taak heeft volbragt!"</p>
+
+<p>Mary Grant kon niet spreken. Tranen verstikten haar stem. Duizenderlei
+gevoelens kruisten elkander in haar ziel bij de gedachte, dat er nieuwe
+pogingen gedaan zouden worden om Harry Grant terug te vinden, en dat de
+verknochtheid van den jongen kapitein grenzeloos was!</p>
+
+<p>"Hoopt mijnheer John nog altijd?" vroeg zij.</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Robert. "Hij is een broeder, die ons nooit zal
+verlaten. Ik zal zeeman worden, niet waar, zuster? een zeeman, om vader
+met hem te zoeken! Wilt gij dat wel!"</p>
+
+<p>"Of ik het wil!" antwoordde Mary. "Maar scheiden!" mompelde het meisje.</p>
+
+<p>"Gij zult niet alleen zijn, Mary! Dat weet ik! Vriend John heeft het mij
+gezegd. Mevrouw Helena zal u niet laten vertrekken. Gij zijt een vrouw;
+dus kunt en moet gij haar weldaden aannemen. Ze te weigeren zou
+ondankbaarheid wezen! Maar een man, dat heeft vader mij honderdmaal
+gezegd, een man moet zich door de wereld heenslaan!"</p>
+
+<p>"Maar hoe zal het dan met ons lief huis te Dundee gaan, waaraan zooveel
+herinneringen verbonden zijn?"</p>
+
+<p>"Dat houden we, zusje! Dat alles is geschikt en goed geschikt ook door
+vriend John en ook door lord Glenarvan. Hij zal u op het kasteel Malcolm
+houden, alsof gij zijn dochter waart! Dat heeft de lord aan vriend John
+gezegd, en vriend John heeft het mij verteld. Daar zult gij te huis
+zijn, en iemand hebben om over vader te spreken, in afwachting dat John
+en ik hem eens terugbrengen! Ach! wat een blijde dag zal dat zijn!" riep
+Robert, wiens gelaat van geestdrift blonk.</p>
+
+<p>"Mijn broeder! mijn jongen!" antwoordde Mary, "wat zou vader gelukkig
+zijn, als hij u hooren kon! Wat gelijkt gij toch, lieve Robert! op dien
+teergeliefden vader! Wanneer gij een man zijt, zult gij even zoo zijn
+als hij!"</p>
+
+<p>"Dat geve God, Mary!" zeide Robert, die schaamrood werd van heiligen en
+kinderlijken trots.</p>
+
+<p>"Maar hoe zullen wij onze schuld jegens lord en lady Glenarvan voldoen?"
+hernam Mary Grant.</p>
+
+<p>"O, dat zal niet moeijelijk vallen!" riep Robert in zijn kinderlijk
+vertrouwen. "Men bemint ze, men eert ze, dat vertelt men hun, men
+omhelst ze teeder, en bij de eerste gelegenheid de beste laat men zich
+voor hen doodschieten!"</p>
+
+<p>"Leef liever voor hen!" riep het meisje, terwijl zij het voorhoofd haars
+broeders met kussen bedekte. "Dat zullen zij liever hebben&mdash;en ik ook!"</p>
+
+<p>In gepeins verzonken keken de twee kinderen van den kapitein elkander
+zwijgend aan bij het flaauwe licht der sterren. In gedachten spraken,
+vroegen en antwoordden zij elkander toch nog. De kalme zee golfde zacht,
+en de schroef deed de lichtende golven uiteenspatten.</p>
+
+<p>Nu had er iets vreemds en inderdaad bovennatuurlijks plaats. Broeder en
+zuster ondervonden door die aantrekkingskracht, die op geheimzinnige
+wijze de zielen met elkander verbindt, tegelijk en op eens hetzelfde
+zinsbedrog.</p>
+
+<p>Mary en Robert verbeeldden zich uit die afwisselend donkere en
+schitterende golven een stem te hooren opgaan, wier doffe en klagende
+toon al de vezelen van hun hart deed trillen.</p>
+
+<p>"Help! help!" riep die stem.</p>
+
+<p>"Hebt gij het gehoord?" zeide Robert, "gij hebt het gehoord!"</p>
+
+<p>En over de verschansing leunende zagen beiden zoekend rond in den
+duisteren nacht.</p>
+
+<p>Maar zij zagen niet dan de eindeloose schaduw, die zich voor hen
+uitstrekte.</p>
+
+<p>"Robert!" zeide Mary, bleek van ontsteltenis, "ik heb gemeend.... Ja, ik
+heb gemeend evenals gij.... Wij hebben beiden de koorts, beste
+Robert!..."</p>
+
+<p>Maar daar trof een nieuw geroep hun oor, en thans was de begoocheling
+zoo sterk, dat beiden te gelijk uitriepen:</p>
+
+<p>"Vader! vader!..."</p>
+
+<p>Dat was te veel voor Mary Grant. Door de aandoening geschokt, viel zij
+bewusteloos in Roberts armen.</p>
+
+<p>"Help!" riep Robert. "Zuster! vader! help!"</p>
+
+<p>De man aan het roer kwam aanloopen om het meisje op te helpen. De
+wachthebbende matrozen kwamen erbij, vervolgens John Mangles, lady
+Helena en Glenarvan, die verschrikt ontwaakt waren.</p>
+
+<p>"Mijn zuster sterft en daar is vader!" riep Robert op de golven
+wijzende.</p>
+
+<p>Men begreep niets van hetgeen hij zeide.</p>
+
+<p>"Zeker!" herhaalde hij. "Daar is vader! Ik heb vaders stem gehoord! Mary
+heeft ze ook gehoord!"</p>
+
+<p>Mary, die weer bijgekomen was, riep nu ook radeloos en waanzinnig uit:</p>
+
+<p>"Vader! daar is vader!"</p>
+
+<p>Het ongelukkige meisje stond op, bukte over de leuning en wilde in zee
+springen.</p>
+
+<p>"Mylord! mevrouw Helena!" herhaalde zij met gevouwen handen, "ik zeg u
+dat vader daar is! Ik verzeker u, dat ik zijn stem uit de golven heb
+hooren opstijgen als een jammerklagt, als een laatst vaarwel!"</p>
+
+<p>Nu overvielen het arme kind weder kramp en stuiptrekkingen. Zij sloeg
+wild in het rond. Zij moest naar haar hut worden gebragt, en lady Helena
+volgde haar om haar te verplegen, terwijl Robert altijd maar riep:</p>
+
+<p>"Vader! daar is vader! Ik ben er zeker van, mylord!"</p>
+
+<p>De getuigen van dit droevig tooneel begrepen eindelijk, dat de twee
+kinderen van den kapitein de speelbal waren geweest van een
+verstandsverbijstering. Maar hoe kon men hun zoo fel geschokte zinnen
+weder tot rust brengen?</p>
+
+<p>Glenarvan beproefde het echter. Hij vatte Robert bij de hand en zeide:</p>
+
+<p>"Hebt gij uwe vaders stem gehoord, beste jongen?"</p>
+
+<p>"Ja, mylord! Daar, in het midden der golven! Hij riep: Help! help!"</p>
+
+<p>"En hebt gij die stem herkend?"</p>
+
+<p>"Dat zou ik denken, mylord! O, ja! ik zweer het u! Mijn zuster heeft ze
+ook gehoord, ook herkend evenals ik! Hoe kunt gij zeggen, dat wij ons
+beiden bedrogen hebben? Mylord! laat ons vader gaan helpen! Een boot!
+een boot!"</p>
+
+<p>Glenarvan zag wel, dat hij het den armen knaap niet uit het hoofd kon
+praten. Toch deed hij nog een laatste poging en riep den man aan het
+roer.</p>
+
+<p>"Hawkins!" vroeg hij hem, "stondt gij aan het roer, toen miss Mary dat
+vreemde toeval kreeg?"</p>
+
+<p>"Ja, Uwe Edelheid!" antwoordde Hawkins.</p>
+
+<p>"En hebt gij niets gezien, niets gehoord?"</p>
+
+<p>"Niets."</p>
+
+<p>"Gij ziet het, Robert!"</p>
+
+<p>"Als het de vader van Hawkins geweest was," antwoordde de knaap met
+ontembaar vuur, "zou Hawkins niet zeggen, dat hij niets gehoord had. Het
+was mijn vader, mylord! mijn vader! mijn vader!..."</p>
+
+<p>Roberts stem werd door snikken gesmoord. Ook hij viel bleek en
+sprakeloos in zwijm.</p>
+
+<p>Glenarvan liet Robert in zijn bed leggen, waar het kind, door aandoening
+uitgeput, in een diepe sluimering verzonk.</p>
+
+<p>"Arme weezen!" zeide John Mangles, "God beproeft ben vreeselijk!"</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Glenarvan, "de overmaat van smart zal bij beiden op
+hetzelfde oogenblik een gelijke verstandsverbijstering teweeg gebragt
+hebben."</p>
+
+<p>"Bij beiden?" mompelde Paganel, "dat is vreemd! De zuivere wetenschap
+zou dat niet erkennen."</p>
+
+<p>Vervolgens bukte Paganel op zijn beurt over de verschansing, en
+luisterde scherp toe, na allen een teeken gegeven te hebben om te
+zwijgen.</p>
+
+<p>In het rond heerschte een ongestoorde stilte. Paganel praaide met luider
+stem. Hij kreeg geen antwoord.</p>
+
+<p>"Dat is vreemd!" herhaalde de aardrijkskundige, terwijl hij naar zijn
+hut ging. "Een innige overeenstemming van gevoelens en smarten is niet
+voldoende om een natuurverschijnsel te verklaren!"</p>
+
+<p>Den volgenden morgen, den 8<sup>sten</sup> Maart, waren ten vijf ure, toen de zon
+opging, al de passagiers, ook Robert en Mary, die men niet had kunnen
+tegenhouden, op het dek van de <i>Duncan</i> bijeen. Ieder wilde dat land
+onderzoeken, dat men den vorigen dag maar even gezien had.</p>
+
+<p>De kijkers werden nieuwsgierig op de voornaamste punten des eilands
+gerigt. Het jagt stevende er op een mijl afstands langs. De geringste
+bijzonderheden waren zigtbaar.</p>
+
+<p>Daar slaakte Robert op eens een kreet. De knaap beweerde twee mannen te
+zien heen en weer loopen en wenken, terwijl een derde een vlag zwaaide.</p>
+
+<p>"De engelsche vlag!" riep John Mangles, die zijn kijker had genomen.</p>
+
+<p>"Dat is waar!" riep Paganel zich driftig naar Robert wendende.</p>
+
+<p>"Mylord!" zeide Robert bevend van aandoening, "mylord! indien gij niet
+wilt, dat ik naar het eiland zwem, zult gij een boot laten uitzetten.
+Ach, mylord! ik smeek u op mijn knieën, laat ik de eerste zijn, die aan
+land stap."</p>
+
+<p>Niemand op het schip durfde spreken. Hoe! op dit eilandje onder dien
+zeven en dertigsten graad, drie mannen, schipbreukelingen, Engelschen!
+En elk herinnerde zich het gebeurde op den vorigen avond en die stem,
+welke Robert en Mary 's nachts gehoord hadden!... Hadden de kinderen
+zich misschien maar in één opzigt vergist? hadden zij werkelijk een stem
+gehoord, maar kon het de stem huns vaders zijn? neen, duizendmaal neen,
+helaas! En allen dachten aan de vreeselijke teleurstelling, die hen
+wachtte, vreesden, dat die nieuwe beproeving hun krachten zou te boven
+gaan! maar hoe hen te weerhouden? Lord Glenarvan had er den moed niet
+toe.</p>
+
+<p>"In de boot!" beval hij.</p>
+
+<p>In een minuut was de boot in zee. De twee kinderen van den kapitein,
+Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten er in, en ze stak snel van
+boord door zes matrozen voortbewogen, die hard roeiden.</p>
+
+<p>Tien vademen van den oever af uitte Mary een hartverscheurenden kreet:</p>
+
+<p>"Vader!"</p>
+
+<p>Op de kust stond iemand tusschen twee andere mannen in. Zijn groote en
+sterke gestalte, zijn tegelijk zachtmoedig en vermetel gelaat, een
+duidelijk mengsel van de trekken van Mary en Robert Grant, bewezen
+genoeg, dat hij de man zijn moest, dien de twee kinderen zoo dikwijls
+hadden afgeschilderd. Hun hart had hen niet bedrogen! Het was hun vader,
+het was kapitein Grant.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill43c" id="ill43c"></a>
+<img src="images/849.jpg" width="400" alt="Op de kust stond iemand...." title="" />
+<span class="caption2">Op de kust stond iemand....</span>
+</div>
+
+<p>De kapitein hoorde den uitroep van Mary, breidde de armen uit en viel
+als door den bliksem getroffen op het zand.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XXI" id="XXI"></a>XXI.</h3>
+
+<h3>Het eiland Tabor.</h3>
+
+
+<p>Men sterft niet van vreugde; want vader en kinderen waren reeds
+bijgekomen, nog voor men hen op het jagt had opgenomen. Wie zou dat
+tooneel kunnen schetsen? Woorden zijn daartoe onvermogend. De geheele
+bemanning weende op het gezigt dier drie wezens, die elkander sprakeloos
+omhelsden.</p>
+
+<p>Zoodra Harry Grant het dek betrad, boog hij zijn knie. De vrome Schot
+wilde, nu hij als het ware op vaderlandschen bodem stond, voor alles God
+voor zijn verlossing danken.</p>
+
+<p>Daarop wendde hij zich tot lady Helena, tot lord Glenarvan en allen, die
+hem omringden, om hen met een door aandoening gesmoorde stem te danken.
+In weinige woorden hadden zijn kinderen hem op den korten togt van het
+eiland naar het jagt de geheele geschiedenis der <i>Duncan</i> verhaald.</p>
+
+<p>Welk een ontzettende schuld had hij aangegaan jegens die edele vrouw en
+haar reisgenooten! Hadden niet allen, van lord Glenarvan af tot den
+geringsten matroos toe, voor hem gestreden en geleden? Harry Grant uitte
+de gevoelens van dankbaarheid, waarmede zijn hart vervuld was, met
+zooveel eenvoudigheid en zielegrootheid; zijn mannelijk gelaat toonde
+zulk een zuivere en zachte ontroering, dat de geheele bemanning zich
+ruimschoots beloond achtte voor het doorgestane lijden. Zelfs in het oog
+van den koelen majoor welde een traan, dien hij niet kon wegdringen. En
+de waardige Paganel weende als een kind, dat er niet eens aan denkt om
+zijn tranen te verbergen.</p>
+
+<p>Harry Grant werd niet moede zijn dochter aan te zien. Hij vond haar
+schoon, bekoorlijk! hij zeide het haar en herhaalde het luide, tevens
+lady Helena tot getuige nemende, als om zich te verzekeren, dat zijn
+vaderliefde hem niet misleidde. Daarop rigtte hij zich tot zijn zoon en
+riep verrukt uit:</p>
+
+<p>"Wat is hij gegroeid! Hij is een heele kerel geworden!"</p>
+
+<p>En hij deelde aan die twee dierbare wezens mildelijk de duizend kussen
+uit, die een afzijn van twee jaren in zijn hart had opgehoopt.</p>
+
+<p>Robert stelde hem één voor één al zijn vrienden voor, en wist telkens
+zijn uitdrukkingen af te wisselen, hoewel hij van allen hetzelfde te
+zeggen had! Want de een zoowel als de andere, allen waren goed geweest
+voor de twee weezen. Toen de beurt aan John Mangles kwam om voorgesteld
+te worden, bloosde de kapitein als een meisje, en zijn stem beefde, toen
+hij den vader van Mary beantwoordde.</p>
+
+<p>Lady Helena vertelde nu aan kapitein Grant de geheele reis en maakte hem
+trotsch op zijn zoon, trotsch op zijn dochter.</p>
+
+<p>Harry Grant vernam de moedige daden van den jongen held, en hoe dit kind
+reeds een gedeelte der vaderlijke schuld bij lord Glenarvan had
+afbetaald. John Mangles sprak op zijn beurt over Mary op zulk een wijze,
+dat Harry Grant, die reeds van lady Helena vernomen had, hoe de zaken
+stonden, de band zijner dochter in de forsche hand van den jeugdigen
+kapitein legde, en zich tot lord en lady Glenarvan wendde met de
+woorden:</p>
+
+<p>"Mylord! en gij, mevrouw! laten wij onze kinderen zegenen!"</p>
+
+<p>Toen alles wel voor de duizendste maal verteld was, deelde Glenarvan aan
+Harry Grant de geheele toedragt van het gebeurde met Ayrton mede. Grant
+bevestigde de bekentenis van den bootsman betreffende diens ontscheping
+op de australische kust.</p>
+
+<p>"Het is een schrandere en vermetele kerel," voegde hij er bij, "dien
+zijn hartstogten op een verkeerden weg hebben gebragt. Mogten nadenken
+en berouw hem tot betere inzigten leiden!"</p>
+
+<p>Maar voor Ayrton naar het eiland Tabor werd overgebragt, wilde Harry
+Grant de eer zijner rots bij zijn nieuwe vrienden ophouden. Hij noodigde
+hen uit om zijn houten huis te bezoeken en zich neer te zetten aan de
+tafel van den oceanischen Robinson.</p>
+
+<p>Glenarvan en zijn gasten namen dit verzoek bereidwillig aan. Robert en
+Mary Grant brandden van begeerte om die eenzame plekken te zien, waar de
+kapitein hen zoo menigmaal had beschreid.</p>
+
+<p>Er werd een boot bemand, en de vader, de twee kinderen, lord en lady
+Glenarvan, de majoor, John Mangles en Paganel landden weldra op de kust
+des eilands.</p>
+
+<p>In eenige uren had men het geheele gebied van Harry Grant doorkruist.
+Het was eigenlijk slechts de kruin van een klip, een vlak, bezaaid met
+basaltblokken en vulkanische uitwerpselen. Bij de wording der aarde was
+die berg door de werking van het onderaardsche vuur langzaam opgerezen
+uit de afgronden van de Stille Zuidzee; maar sedert eeuwen reeds was de
+vulkaan een rustige berg en zijn gedempte krater een door de golven
+bespoeld eiland geworden. Daarop ontstond er teelaarde; het plantenrijk
+maakte zich van dien nieuwen bodem meester; eenige walvischvaarders
+bragten er zeker huisdieren, geiten en varkens die in verwilderden
+toestand vermenigvuldigden, en de natuur werd door haar drie rijken
+vertegenwoordigd op dit eenzame eiland in het midden van den oceaan.</p>
+
+<p>Toen de schipbreukelingen der <i>Britannia</i> er een toevlugtsoord hadden
+gevonden, bragt de hand des menschen orde en regelmaat in de pogingen
+der natuur. In derdehalf jaar veroorzaakten Harry Grant en zijn matrozen
+een geheele omkeering op hun eiland. Verscheidene zorgvuldig bebouwde
+akkers land bragten uitstekende groenten voort.</p>
+
+<p>De bezoekers bereikten het door groene gomboomen beschaduwde huis; voor
+zijn vensters lag de prachtige zee, die in de stralen der zon
+schitterde. Harry Grant liet de tafel aanrigten in de schaduw der
+schoone boomen en allen plaatsten zich er om heen. Een geitebout,
+nardoibrood, melkspijs, twee of drie schotels wilde chicorei, zuiver en
+frisch water, ziedaar de geregten, waaruit dit eenvoudige echt
+herderlijk maal bestond.</p>
+
+<p>Paganel was in de wolken. Zijn oude voorliefde om den Robinson te spelen
+kwam weer bij hem boven.</p>
+
+<p>"Die schurk van een Ayrton zal niet te beklagen zijn!" riep hij in
+vervoering uit. "Dit eilandje is een paradijs."</p>
+
+<p>"Ja!" antwoordde Harry Grant, "een paradijs voor drie arme
+schipbreukelingen, die de Hemel er in het leven houdt! maar het spijt
+mij, dat Maria Theresa niet een groot en vruchtbaar eiland is, met een
+rivier in plaats van een beek, en een haven in plaats van een inham, aan
+de zeewinden blootgesteld."</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill44c" id="ill44c"></a>
+<img src="images/853.jpg" width="400" alt="&quot;Dit eilandje is een paradijs.&quot;" title="" />
+<span class="caption2">&quot;Dit eilandje is een paradijs.&quot;</span>
+</div>
+
+<p>"En waarom, kapitein?" vroeg Glenarvan.</p>
+
+<p>"Omdat ik er dan de volkplanting zou aangelegd hebben, waarmede ik
+Schotland in de Stille Zuidzee wil begiftigen."</p>
+
+<p>"Ha, kapitein Grant!" zeide Glenarvan, "hebt gij dan bet denkbeeld niet
+opgegeven, dat u zoo geliefd heeft gemaakt in ons Oud-Schotland?"</p>
+
+<p>"Neen, mylord! en God heeft mij door uwe hand alleen gered om mij
+gelegenheid te geven het uit te voeren. Onze arme broederen in
+Caledonië, allen die lijden, moeten op een nieuwen grond een
+schuilplaats vinden tegen de ellende! Ons dierbaar vaderland moet in
+deze zeeën een eigene kolonie bezitten, die het alleen toebehoort, waar
+het die onafhankelijkheid en die welvaart, welke het in Europa mist,
+eenigzins terugvindt!"</p>
+
+<p>"Dat is goed gezegd, kapitein Grant!" antwoordde lady Helena. "Het is
+een mooi plan en een groot hart waardig! Maar dit eilandje?..."</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw! het is een rots, die hoogstens goed is om eenige
+kolonisten te voeden, terwijl wij een groot land noodig hebben, dat nog
+in het volle bezit zijner natuurschatten is!"</p>
+
+<p>"Welnu, kapitein!" riep Glenarvan "de toekomst behoort ons, en dat land
+zullen wij zamen zoeken!"</p>
+
+<p>Harry Grant en Glenarvan wisselden een warmen handdruk, als om die
+belofte te bezegelen.</p>
+
+<p>Nu wilden allen nog op dit eiland, in dit nederige huis de geschiedenis
+van de schipbreukelingen der <i>Britannia</i> gedurende die twee lange jaren
+van verlatenheid hooren.</p>
+
+<p>Harry Grant haastte zich om aan het verlangen zijner nieuwe vrienden te
+voldoen en verhaalde het volgende:</p>
+
+<p>"Mijn geschiedenis is die van alle Robinsons, welke op een eiland worden
+geworpen, en die alleen op God en zichzelven kunnende rekenen, gevoelen,
+dat zij verpligt zijn hun leven aan de elementen te betwisten.</p>
+
+<p>"In den nacht van den 26<sup>sten</sup> op den 27<sup>sten</sup> Junij 1862 verging de
+<i>Britannia</i>, door een zesdaagschen storm zwaar gehavend, op de rotsen
+van Maria Theresa. De zee was hoogst onstuimig, redding onmogelijk, en
+mijn geheele bemanning kwam ellendig om. Ik en mijn beide matrozen Bob
+Learce en Joe Bell waren de eenigen, die na twintig vruchtelooze
+pogingen de kust mogten bereiken!</p>
+
+<p>"Het land, waar wij aanspoelden, was slechts een verlaten eilandje; twee
+mijlen breed en vijf lang, met een dertigtal boomen in het midden,
+eenige weiden en een bron van frisch water, die gelukkig nooit
+uitdroogde. Met mijn twee matrozen alleen in dezen uithoek der aarde,
+wanhoopte ik niet. Ik stelde mijn vertrouwen op God en maakte mij gereed
+tot een hardnekkige worsteling. Bob en Joe, mijn wakkere deelgenooten in
+het ongeluk, stonden mij krachtdadig bij.</p>
+
+<p>"Wij begonnen, evenals de denkbeeldige Robinson van Daniel De Foe, ons
+voorbeeld, met het hout, dat van het schip aan den wal dreef,
+werktuigen, wat kruid, wapens en een zak kostbare zaden te verzamelen.
+De eerste dagen waren moeijelijk; maar weldra voorzagen jagt en
+vischvangst overvloedig in ons voedsel: want in het binnenland hielden
+zich een menigte wilde geiten op en de kusten wemelden van zeedieren.
+Langzamerhand rigtten wij ons behoorlijk in.</p>
+
+<p>"Ik was naauwkeurig bekend met de ligging des eilands door mijn
+instrumenten, die ik uit de schipbreuk gered had. Daaruit bleek het ons,
+dat geen schepen hier zouden komen, en dat wij alleen door een
+goddelijke bestiering gered konden worden. Ofschoon denkende aan
+degenen, die mij dierbaar waren en die ik nooit terug meende te zien,
+onderwierp ik mij moedig aan die beproeving, en dagelijks sloot ik den
+naam mijner twee kinderen in mijn gebeden in.</p>
+
+<p>"Intusschen werkten wij stevig door. Weldra waren verscheidene akkers
+lands met de zaden der <i>Britannia</i> bezaaid; aardappelen, chicorei en
+zuring leverden ons een gezond voedsel; later nog andere groenten. Wij
+vingen eenige geiten, die spoedig tam werden. Wij hadden melk en boter.
+De nardoi, die in de uitgedroogde kreken groeide, verschafte ons een
+vrij stevig brood, en de zorg voor onze ligchamelijke behoeften
+verontrustte ons niet.</p>
+
+<p>"Wij hadden van het wrak der <i>Britannia</i> een houten huis gebouwd; het
+werd met goedgeteerde zeilen belegd, en onder dat stevige dak verliep de
+regentijd gelukkig. Daar werden heel wat plannen, heel wat droomen
+besproken, waarvan de beste verwezenlijkt is!</p>
+
+<p>"Eerst dacht ik er aan om de zee te trotseeren met een boot, van het
+wrak van het schip gemaakt; maar vijftien honderd mijlen scheidden ons
+van het naaste land, dat is te zeggen van de Pomotoe-eilanden. Geen boot
+was tegen zulk een langen togt bestand. Ik zag er daarom van af en
+wachtte mijn redding alleen nog van goddelijke tusschenkomst.</p>
+
+<p>"Ach, lieve kinderen! hoe menigmaal hebben wij op de rotsen staande naar
+schepen uitgezien! Zoo lang onze ballingschap duurde, vertoonden zich
+maar twee of drie zeilen aan den gezigteinder, die terstond weder
+verdwenen. Zoo verliepen derdehalf jaar. Wij hoopten niet meer, maar
+wanhoopten nog niet.</p>
+
+<p>"Gisteren eindelijk had ik den hoogsten top des eilands beklommen, toen
+ik in het westen een ligten rook zag opstijgen. Hij werd al zwaarder.
+Weldra ontwaarde mijn oog een schip. Het scheen op ons aan te houden.
+Maar zou het dit eilandje niet vermijden, dat geen ankerplaats aanbood?</p>
+
+<p>"Ach, welk een angstvolle dag! Het is te verwonderen dat mijn hart niet
+in mijn borst verpletterd is! Mijn makkers legden een vuur aan op een
+der rotstoppen van Maria Theresa. Het werd nacht, maar het jagt gaf geen
+enkel bewijs, dat het ons had opgemerkt! Toch lag onze redding daar!
+Zouden wij weder onze hoop zien verijdelen?"</p>
+
+<p>"Ik aarzelde niet langer. De duisternis nam toe. Het vaartuig kon in den
+nacht het eiland omvaren. Ik sprong in zee en zwom er heen. De hoop
+verdriedubbelde mijne krachten. Met bovenmenschelijke inspanning kliefde
+ik de golven! Ik naderde het jagt en was er nog maar dertig vademen van
+af, toen het wendde!</p>
+
+<p>"Toen hief ik dat noodgeschrei aan, dat mijn twee kinderen alleen konden
+hooren, en dat geen inbeelding is geweest.</p>
+
+<p>"Daarop kwam ik weer aan land, uitgeput en krachteloos door aandoening
+en vermoeidheid. Mijn twee matrozen namen mij half dood op. Die laatste
+nacht, welken wij op het eiland doorbragten, was allervreeselijkst, en
+wij achtten ons reeds voor altijd verlaten, toen ik bij het aanbreken
+van den dag het jagt langzaam op en neer zag stoomen. Uw boot werd
+uitgezet.... Wij waren gered, en door Gods goedheid waren mijn kinderen
+er bij, die mij de armen toestaken!"</p>
+
+<p>Het slot van het verhaal van Harry Grant werd door de kussen en
+liefkozingen van Mary en Robert telkens afgebroken. En nu eerst vernam
+de kapitein, dat hij zijn redding te danken had aan het tamelijk
+raadselachtig document, dat hij acht dagen na zijn schipbreuk in een
+flesch gedaan en aan de genade der golven toevertrouwd had.</p>
+
+<p>Maar wat dacht Paganel wel bij dat verhaal van kapitein Grant? De
+waardige aardrijkskundige zette wel voor de duizendste maal de woorden
+van bet document in gedachten om! Hij peinsde weder over die drie
+opeenvolgende, alle drie valsche verklaringen! Hoe was het eiland Maria
+Theresa dan toch aangeduid op die door het zeewater beschadigde
+papieren?</p>
+
+<p>Paganel kon het niet langer uithouden. Hij greep de hand van Harry Grant
+en riep:</p>
+
+<p>"Zeg mij toch eens, kapitein! wat er wel op uw onleesbaar papier stond?"</p>
+
+<p>Door deze vraag van den aardrijkskundige werd de algemeene
+nieuwsgierigheid opgewekt; want nu zou het raadsel, waartoe zij reeds
+negen maanden lang den sleutel zoekten, opgelost worden!</p>
+
+<p>"Welnu, kapitein!" vroeg Paganel, "herinnert gij u den juisten inhoud
+van het document?"</p>
+
+<p>"Zeker," antwoordde Harry Grant. "Geen dag verliep, zonder dat ik mij
+die woorden te binnen bragt, waarop al onze hoop was gevestigd."</p>
+
+<p>"En welke waren het, kapitein?" vroeg Glenarvan. "Spreek! want onze
+eigenliefde is gekwetst."</p>
+
+<p>"Ik ben gereed aan uw verlangen te voldoen," antwoordde Harry Grant;
+"maar gij weet, dat ik om de kansen op redding te vermeerderen, drie
+documenten in drie talen geschreven in de flesch heb gedaan. Welk
+verlangt gij nu te kennen?"</p>
+
+<p>"Zijn ze dan niet gelijkluidend?" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Ja, op éénen naam na."</p>
+
+<p>"Welnu! zeg dan het fransche document op," hernam Glenarvan. "De golven
+hebben dit het meest ontzien en daarom heeft het voornamelijk den
+grondslag onzer uitleggingen uitgemaakt."</p>
+
+<p>"Mylord! het luidde woordelijk als volgt:" antwoordde Harry Grant,</p>
+
+<p>"Den 29<sup>sten</sup> Junij 1862 is de driemaster <i>Britannia</i> van Glasgow vergaan
+op vijftien honderd uren van Patagonië, op het zuidelijk halfrond. Aan
+land gekomen, hebben twee matrozen en kapitein Grant bet eiland Tabor
+bereikt...."</p>
+
+<p>"Wat blieft!" riep Paganel.</p>
+
+<p>"Daar," hernam Harry Grant, "hebben zij, steeds ter prooi aan vreeselijk
+gebrek, dit document op 153° lengte en 37°11' breedte in zee geworpen.
+Kom hun te hulp of zij zijn verloren".</p>
+
+<p>Op dien naam Tabor was Paganel driftig opgerezen; vervolgens riep hij,
+daar hij zich niet langer bedwingen kon:</p>
+
+<p>"Hoe! het eiland Tabor! maar het is het eiland Maria Theresa!"</p>
+
+<p>"Zeker, mijnheer Paganel!" antwoordde Harry Grant, "Maria Theresa op de
+engelsche en duitsche kaarten, maar Tabor op de fransche!"</p>
+
+<p>Nu kreeg Paganel zoo'n geduchten vuistslag op den schouder, dat hij
+ineenkromp. De waarheid verpligt ons te zeggen, dat het de majoor was,
+die, thans voor het eerst zijn ernst en gewone wellevendheid
+verloochenende, hem zoo onzacht behandelde.</p>
+
+<p>"Aardrijkskundige!" zeide Mac Nabbs op den toon der diepste verachting.</p>
+
+<p>Maar Paganel had de hand van den majoor niet eens gevoeld. Wat
+beteekende dat, vergeleken bij de schande, die hem als aardrijkskundige
+trof!</p>
+
+<p>Zoo was hij dan, gelijk hij aan kapitein Grant vertelde, langzamerhand
+digter bij de waarheid gekomen! Hij had het onverklaarbare document
+bijna geheel ontcijferd! Beurtelings waren de namen Patagonië,
+Australië, Nieuw-Zeeland hem als ontwijfelbaar juist voorgekomen.
+<i>Contin</i>, eerst <i>continent</i> (vastland), had allengs zijn ware beteekenis
+van <i>continuel</i> (steeds) gekregen. <i>Indi</i> had voor en na beteekend
+<i>indiens</i> (Indianen), <i>indigènes</i> (inboorlingen), ten slotte <i>indigence</i>
+(gebrek), zijn ware beteekenis. Alleen het beschadigde woord "abor" had
+de scherpzinnigheid van den aardrijkskundige te schande gemaakt! Paganel
+had er hardnekkig den stam van het werkwoord aborder (aanlanden) in
+gezien, terwijl het de eigennaam, de fransche naam was van het eiland
+Tabor, dat den schipbreukelingen der <i>Britannia</i> tot verblijfplaats
+strekte! Die dwaling was echter moeijelijk te vermijden; want de
+engelsche kaarten van de <i>Duncan</i> gaven aan dit eilandje den naam Maria
+Theresa.</p>
+
+<p>"Dat maakt niet uit!" riep Paganel, zich de haren uit het hoofd
+trekkende, "ik had die dubbele benaming niet moeten vergeten! Dit is een
+onvergefelijke fout, een ongehoorde dwaling voor een secretaris der
+Maatschappij van aardrijkskunde! Ik ben onteerd."</p>
+
+<p>"Matig toch uw droefheid, mijnheer Paganel!" zeide lady Helena.</p>
+
+<p>"Neen, mevrouw! neen! ik ben een ezel!"</p>
+
+<p>"Een geleerde ezel!" voegde de majoor er troostend bij.</p>
+
+<p>Toen het maal afgeloopen was, bragt Harry Grant alles in zijn huis in
+orde. Hij nam niets mee; hij wilde dat de schuldige de rijkdommen van
+den braven man erven zou.</p>
+
+<p>Men keerde naar boord terug. Glenarvan was voornemens nog dien dag te
+vertrekken en gaf de noodige bevelen om den bootsman aan land te
+brengen. Ayrton verscheen op de kampanje en stond voor Harry Grant.</p>
+
+<p>"Ik ben het, Ayrton!" zeide Grant.</p>
+
+<p>"Dat zie ik, kapitein!" antwoordde Ayrton zonder eenige verbazing aan
+den dag te leggen over het wedervinden van Harry Grant. "Welnu! het doet
+mij geen leed, dat ik u in welstand terugzie."</p>
+
+<p>"Het schijnt, Ayrton! dat ik een fout heb begaan, toen ik u op een
+bewoonde kust aan land zette."</p>
+
+<p>"Dat schijnt zoo, kapitein!"</p>
+
+<p>"Gij zult mij op dat onbewoonde eiland vervangen. Moge de hemel u tot
+inkeer brengen!"</p>
+
+<p>"Dat zij zoo!" antwoordde Ayrton bedaard.</p>
+
+<p>Vervolgens sprak Glenarvan den bootsman aldus aan:</p>
+
+<p>"Blijft gij bij uw verlangen, Ayrton! om aan wal te worden gebragt?"</p>
+
+<p>"Ja, mylord!"</p>
+
+<p>"Staat het eiland Tabor u aan?"</p>
+
+<p>"Volmaakt."</p>
+
+<p>"Luister dan naar mijn laatste woorden, Ayrton! Hier zult gij van de
+geheele aarde afgezonderd en buiten aanraking zijn met uw medemenschen.
+Wonderen zijn zeldzaam, en gij zult dit eilandje niet kunnen ontvlugten,
+waar de <i>Duncan</i> u achterlaat. Gij zult alleen zijn, onder het oog van
+een God, die tot op den bodem des harten leest; maar gij zult niet
+verloren noch onbekend zijn, zooals kapitein Grant was. Hoe zeer gij ook
+onwaardig zijt, dat iemand aan u denkt, zullen de menschen u toch niet
+vergeten. Ik weet waar gij zijt, Ayrton! Ik weet, waar ik u terugvinden
+kan, ik zal u niet vergeten."</p>
+
+<p>"God behoede Uwe Edelheid!" was alles wat Ayrton antwoordde.</p>
+
+<p>Dat waren de laatste woorden, die tusschen Glenarvan en den bootsman
+gewisseld warden. De boot was gereed. Ayrton stapte er in.</p>
+
+<p>John Mangles had vooraf eenige kisten met verduurzaamde levensmiddelen,
+kleederen, gereedschappen, wapens, kruid en lood naar het eiland laten
+brengen. De bootsman kon dus door den arbeid herschapen worden, niets
+ontbrak hem, zelfs geen boeken, o.a. de Bijbel, die zoo dierbaar is aan
+de harten der Engelschen.</p>
+
+<p>Het scheidensuur was geslagen. De bemanning en de passagiers stonden op
+het dek. Meer dan één voelde zijn hart wegkrimpen. Mary Grant en lady
+Helena konden haar aandoening niet verbergen.</p>
+
+<p>"Is er niets aan te doen?" vroeg de jeugdige gade haren echtgenoot,
+"moet die ongelukkige verstooten worden?"</p>
+
+<p>"Er is niets aan te doen, Helena!" antwoordde lord Glenarvan. "Het is de
+boete!"</p>
+
+<p>Nu stak de boot af onder bevel van John Mangles. Ayrton stond, kalm als
+altijd, overeind, nam den hoed af en groette deftig.</p>
+
+<p>Glenarvan ontblootte met de geheele bemanning het hoofd, zooals men doet
+voor een stervende, en de boot voer in diepe stilte weg.</p>
+
+<p>Zoodra Ayrton aan wal kwam, sprong hij op het strand, en keerde de boot
+naar het schip terug. Het was nu 's namiddags vier ure, en de passagiers
+konden op de kampanje zien, dat de bootsman met over elkander geslagen
+armen, zoo onbewegelijk als een standbeeld naar het schip staarde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill45c" id="ill45c"></a>
+<img src="images/862.jpg" width="400" alt="...de bootsman met over elkander geslagen armen, zoo
+onbewegelijk als een standbeeld...." title="" />
+<span class="caption2">...de bootsman met over elkander geslagen armen, zoo
+onbewegelijk als een standbeeld....</span>
+</div>
+
+<p>"Vertrekken wij, mylord?" vroeg John Mangles.</p>
+
+<p>"Ja, John!" antwoordde Glenarvan, meer ontroerd dan hij wilde laten
+blijken.</p>
+
+<p>"Volle kracht!" beval John den machinist.</p>
+
+<p>De stoom ontweek fluitend uit de stoompijp, de schroef beukte de golven,
+en ten acht ure verdwenen de laatste toppen van het eiland Tabor in de
+duisternis van den nacht.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="XXII" id="XXII"></a>XXII.</h3>
+
+
+<h3>De laatste verstrooidheid van Jacques Paganel.</h3>
+
+
+<p>Elf dagen nadat zij van het eiland was vertrokken, den 18<sup>den</sup> Maart,
+kreeg de <i>Duncan</i> de amerikaansche kust in het gezigt, en den volgenden
+dag liet ze het anker vallen in de baai van Talcahuano.</p>
+
+<p>Zij kwam daar terug na een reis van vijf maanden, gedurende welke zij,
+zonder afwijking den zeven en dertigsten breedtegraad volgende, de
+wereld was rondgereisd. De ondernemers van dien gedenkwaardigen togt,
+zonder wedergade in de jaarboeken der <i>Reizigers club</i>, hadden Chili, de
+Pampa's, de Argentijnsche republiek, den Atlantischen oceaan, de
+eilanden Tristan d'Acunha, de Indische zee, de eilanden Amsterdam,
+Australië, Nieuw-Zeeland, het eiland Tabor en de Stille Zuidzee bereisd.
+Hun pogen was niet ijdel geweest: zij bragten de schipbreukelingen der
+<i>Britannia</i> mede.</p>
+
+<p>Niet een der wakkere Schotten, die op de stem van hun heer waren
+vertrokken, ontbrak bij de oproeping, allen keerden in hun Oud-Schotland
+terug, en deze reis had veel overeenkomst met den "tranenloozen" slag
+der oude geschiedenis.</p>
+
+<p>Zoodra de <i>Duncan</i> nieuwen voorraad ingenomen had, stevende zij langs de
+kusten van Patagonië, voer om kaap Hoorn en stak den Atlantischen oceaan
+over.</p>
+
+<p>Geen enkel meldenswaardig voorval had er op die reis plaats. Het jagt
+bevatte een geheele lading geluk. Er bestond geen geheim meer aan boord,
+niet eens de gevoelens, die John Mangles koesterde voor Mary Grant.</p>
+
+<p>Ja toch, nog één. Mac Nabbs liep nog altijd met iets rond. Waarom hield
+Paganel toch altijd zoo stijf zijn kleeren gesloten, en verborg hij neus
+en ooren in een cache-nez? De majoor brandde van begeerte om de reden
+van die zonderlinge handelwijze te kennen. Maar het moet gezegd worden,
+Mac Nabbs mogt vragen, zinspelen, vermoedens koesteren, zooveel hij
+wilde, Paganel knoopte zijn jas niet los.</p>
+
+<p>Zelfs niet toen de <i>Duncan</i> de linie passeerde en het pek tusschen de
+naden van het dek smolt onder een warmte van vijftig graden.</p>
+
+<p>"Hij is zoo verstrooid, dat hij zich verbeeldt te St. Petersburg te
+zijn!" zeide de majoor, toen hij den aardrijkskundige zich in een ruimen
+winterjas zag wikkelen, alsof het kwik in den thermometer bevroren was.</p>
+
+<p>Den 9<sup>den</sup> Mei eindelijk, drie en vijftig dagen na het vertrek uit
+Talcahuano, peilde John Mangles het kustlicht van kaap Clear. Het jagt
+voer het St. George-kanaal in, de Iersche zee door, en liep den 10<sup>den</sup>
+Mei de golf van Clyde binnen. Ten elf ure ankerde het te Dumbarton. 's
+Namiddags ten twee ure deden de reizigers hun intogt in het kasteel
+Malcolm onder het vreugdegejuich der Hooglanders.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill46c" id="ill46c"></a>
+<img src="images/867.jpg" width="400" alt="De terugkeer op Malcolm Castle." title="" />
+<span class="caption2">De terugkeer op Malcolm Castle.</span>
+</div>
+
+<p>Het stond dus geschreven, dat Harry Grant en zijn twee medgezellen gered
+zouden worden, dat John Mangles met Mary Grant zou huwen in de oude
+hoofdkerk van St. Mungo, waar de eerwaarde Paxton, na negen maanden
+vroeger voor het behoud des vaders te hebben gebeden, nu het huwelijk
+der dochter met zijn redder inzegende. Het stond dus geschreven, dat
+Robert een zeeman zou zijn, gelijk Harry Grant, een zeeman, gelijk John
+Mangles, en dat hij met hen de grootsche plannen van den kapitein weder
+zou opvatten onder de hooge bescherming van lord Glenarvan.</p>
+
+<p>Maar stond het ook geschreven, dat Jacques Paganel niet als een oude
+vrijer sterven zou? Waarschijnlijk niet.</p>
+
+<p>Na zijn gevaarvollen togt kon het immers niet anders, of de faam moest
+den roem van den geleerden aardrijkskundige uitbazuinen. Zijn
+verstrooidheid deed opgeld in de groote wereld van Schotland. Men
+betwistte hem elkaar en zijn hoofd duizelde van al de beleefdheden, die
+men hem bewees.</p>
+
+<p>En nu bragten de buitengewone lotgevallen van den aardrijkskundige een
+lieftallige dertigjarige dame, niemand minder dan de nicht van Mac
+Nabbs, die zelve wat wonderlijk, maar goed en aardig was, het hoofd zoo
+op hol, dat zij hem haar hand aanbood. Daar lag een millioen in, maar
+dat werd verzwegen.</p>
+
+<p>Paganel was volstrekt niet ongevoelig voor miss Arabella; maar toch
+durfde hij zich niet te verklaren.</p>
+
+<p>De majoor nam de taak op zich om twee harten, die voor elkander
+geschapen waren, tot één te brengen. Hij zeide zelfs tegen Paganel, dat
+het huwelijk de "laatste verstrooidheid" was, die hij zich mogt
+veroorloven.</p>
+
+<p>Paganel werd daardoor sterk in het naauw gebragt; maar, hoe vreemd het
+ook moge klinken, het noodlottige woord kwam niet over zijn lippen.</p>
+
+<p>"Staat miss Arabella u niet aan?" vroeg Mac Nabbs hem telkens.</p>
+
+<p>"O, majoor! zij is bekoorlijk," riep Paganel, "duizendmaal te
+bekoorlijk, en om u de waarheid te zeggen zou ik wel wenschen, dat zij
+het wat minder was! Had zij ten minste maar één gebrek."</p>
+
+<p>"Wees maar gerust!" antwoordde de majoor, "zij bezit er wel meer dan
+één! De volmaaktste vrouw is er altijd behoorlijk mede bedeeld. Is de
+zaak nageklonken, Paganel?"</p>
+
+<p>"Ik durf niet," hernam Paganel.</p>
+
+<p>"Kom aan, geleerde vriend! waarom aarzelt gij?"</p>
+
+<p>"Ik ben miss Arabella onwaardig," bleef onveranderlijk het antwoord van
+den aardrijkskundige.</p>
+
+<p>Hij riep maar niets anders.</p>
+
+<p>Toen de onhandelbare majoor hem het vuur eens na aan de schoenen gelegd
+had, vertrouwde hij hem eindelijk onder het zegel der geheimhouding een
+bijzonderheid toe, waaraan hij altijd te herkennen zou zijn, wanneer de
+politie hem ooit achterna zat.</p>
+
+<p>"Ba," riep de majoor.</p>
+
+<p>"Het is zooals ik zeg!" antwoordde Paganel.</p>
+
+<p>"Wat maakt dat uit, beste vriend?"</p>
+
+<p>"Denkt gij dat?"</p>
+
+<p>"Integendeel! Gij zijt er nog te zonderlinger door! Dat vermeerdert uw
+persoonlijke verdienste. Dat maakt u tot den man zonder wederga, waarvan
+Arabella altijd droomt."</p>
+
+<p>De majoor verloochende ook nu zijn onverstoorbaren ernst niet. Paganel
+was aan de vreeselijkste ongerustheid ter prooi.</p>
+
+<p>Er had een kort gesprek plaats tusschen Mac Nabbs en miss Arabella.</p>
+
+<p>Veertien dagen daarna werd er met veel drukte een huwelijk gesloten in
+de kapel van het kasteel Malcolm. Paganel was prachtig gekleed, maar tot
+de kin toe vastgeknoopt, en miss Arabella om te stelen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<a name="ill47c" id="ill47c"></a>
+<img src="images/867b.jpg" width="400" alt="Veertien dagen daarna werd er met veel drukte een huwelijk gesloten." title="" />
+<span class="caption2">Veertien dagen daarna werd er met veel drukte een huwelijk gesloten.</span>
+</div>
+
+<p>En dat geheim van den aardrijkskundige zou altijd in de afgronden der
+onbekendheid begraven zijn gebleven, wanneer de majoor er niet van
+gesproken had tegen Glenarvan, die het niet voor lady Helena verborg, en
+deze gaf er een wenk van aan mistress Mangles. Ten laatste kwam dit
+geheim ook ter ooren van de vrouw van Olbinett, en nu werd het
+wereldkundig.</p>
+
+<p>Gedurende zijn driedaagsche gevangenschap bij de Maori's was Jacques
+Paganel <i>getatoeëerd</i>, en wel van de voeten tot de schouders, en op de
+borst droeg hij het beeld van een wapenkundigen kiwi, met uitgespreide
+vlerken, die in zijn hart pikte.</p>
+
+<p>Dat was het eenige voorval op zijn groote reis, waarover Paganel zich
+niet troostte, en dat hij nooit aan Nieuw-Zeeland vergaf. Daarom ook
+wilde hij, ondanks alle verzoeken en hoezeer hijzelf er naar verlangde,
+niet naar Frankrijk terug keeren. Hij zou gevreesd hebben de geheele
+Maatschappij van aardrijkskunde in zijn persoon bloot te stellen aan de
+aardigheden der teekenaars van spotprenten en der kleine dagbladen,
+wanneer hij haar een pas getatoeëerden secretaris te huis bragt.</p>
+
+<p>De terugkomst van den kapitein in Schotland werd als een voor het
+geheele land gewigtige gebeurtenis begroet en Harry Grant de meest
+gevierde man van Oud-Caledonië. Zijn zoon Robert is een zeeman geworden,
+gelijk hij, een zeeman, gelijk kapitein John, en onder begunstiging van
+lord Glenarvan heeft bij het plan weder opgevat om in de Stille Zuidzee
+een schotsche volkplanting te stichten.</p>
+
+
+<p>EINDE.</p>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+<p class="caption"><a name="Lijst_van_illustraties" id="Lijst_van_illustraties"></a>Lijst van illustraties</p>
+
+<p>(Uit de oorspronkelijke 19<sup>de</sup> eeuwse Franse ed., door Riou.)</p>
+
+<p>
+<a href="#ill01c">01</a>. Het was een brik, de Macquarie geheeten.<br />
+<a href="#ill02c">02</a>. Glenarvan gallopeerde de weg naar Eden op.<br />
+<a href="#ill03c">03</a>. Hij werd hevig bestookt door zeven praauwen.<br />
+<a href="#ill04c">04</a>. Den 6den October 1769 verscheen de vermaarde Cook.<br />
+<a href="#ill05c">05</a>. Mulrady en Wilson legden meer dan eens het roer om.<br />
+<a href="#ill06c">06</a>. ... vier matrozen, goede schutters....<br />
+<a href="#ill07c">07</a>. Glenarvan bleef op het dek.<br />
+<a href="#ill08c">08</a>. De fokkemast kwam met al het tuig naar beneden.<br />
+<a href="#ill09c">09</a>. Hen onderste gedeelte van de steven was in de modder gezakt.<br />
+<a href="#ill10c">10</a>. zij lieten het anker een halve kabellengte van het schip af op tien vaam water vallen.<br />
+<a href="#ill11c">11</a>. Men ging aan het werk.<br />
+<a href="#ill12c">12</a>. De marteling van de eerwaarde Walkner.<br />
+<a href="#ill13c">13</a>. ... de gestrande jol werd op zijde van het vlot gehaald.<br />
+<a href="#ill14c">14</a>. Het werd nacht.<br />
+<a href="#ill15c">15</a>. De dames van de eene hand in de andere overgaand.<br />
+<a href="#ill16c">16</a>. Gesprek in de grot.<br />
+<a href="#ill17c">17</a>. Jacob Louper hield zich aan het bootje vast.<br />
+<a href="#ill18c">18</a>. De robben met hun ronde koppen....<br />
+<a href="#ill19c">19</a>. Het was de zeelandsche "kiwi."<br />
+<a href="#ill20c">20</a>. Het was een kano van zeventig voet lang.<br />
+<a href="#ill21c">21</a>. De stroom vloeide tusschen de warme bronnen door.<br />
+<a href="#ill22c">22</a>. 's Middags voer de geheele vloot het Taupo meer op.<br />
+<a href="#ill23c">23</a>. Glenarvan en zijn gezellen komen aan in de sterkte.<br />
+<a href="#ill24c">24</a>. Robert klom op de schouders van Wilson.<br />
+<a href="#ill25c">25</a>. "Taboe! Taboe!" riep Kai-Koemoe.<br />
+<a href="#ill26c">26</a>. Dat was het sein tot een tooneel van kannibalisme.<br />
+<a href="#ill27c">27</a>. De zaamgevouwen lijken werden er op geplaatst.<br />
+<a href="#ill28c">28</a>. Glenarvan en Lady Helena lieten zich afglijden.<br />
+<a href="#ill29c">29</a>. Omstreeks vijf ure brak de dag aan.<br />
+<a href="#ill30c">30</a>. "Ga toch zitten, mylord!"<br />
+<a href="#ill31c">31</a>. De hofmeester viel van den schrik achterover.<br />
+<a href="#ill32c">32</a>. De werklieden gebruikten eenige palen als hefboomen.<br />
+<a href="#ill33c">33</a>. Een vuurstroom steeg met hevige losbrandingen hemelwaarts.<br />
+<a href="#ill34c">34</a>. Zeer doorschijnende zoutbronnen.
+<a href="#ill35c">35</a>. Een kogel boorde de praauw in den grond.<br />
+<a href="#ill36c">36</a>. De terugkomst aan boord van de Duncan.<br />
+<a href="#ill37c">37</a>. "Nooit! nooit!" riep Paganel uit.<br />
+<a href="#ill38c">38</a>. Ayrton betrad het dek met vasten stap.<br />
+<a href="#ill39c">39</a>. De twee vrouwen bleven met den bootsman opgesloten.<br />
+<a href="#ill40c">40</a>. Ayrton vergenoegde zich met de schouders op te halen.<br />
+<a href="#ill41c">41</a>. "Ik ben werkelijk Tom Ayrton....<br />
+<a href="#ill42c">42</a>. De beide kinderen van den kapitein keken bedroefd naar de lichtgevende zee....<br />
+<a href="#ill43c">43</a>. Op de kust stond iemand....<br />
+<a href="#ill44c">44</a>. "Dit eilandje is een paradijs."<br />
+<a href="#ill45c">45</a>. ...de bootsman met over elkander geslagen armen,<br />
+ zoo onbewegelijk als een standbeeld.... <br />
+<a href="#ill46c">46</a>. De terugkeer op Malcolm Castle.<br />
+<a href="#ill47c">47</a>. Veertien dagen daarna werd er met veel drukte een huwelijk gesloten.
+</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="full" />
+<p>***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT, DERDE DEEL (OF 3)***</p>
+<p>******* This file should be named 38669-h.txt or 38669-h.zip *******</p>
+<p>This and all associated files of various formats will be found in:<br />
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/3/8/6/6/38669">http://www.gutenberg.org/3/8/6/6/38669</a></p>
+<p>Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.</p>
+
+<p>Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.</p>
+
+
+
+<pre>
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+<a href="http://www.gutenberg.org/license">http://www.gutenberg.org/license)</a>.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS,' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://www.gutenberg.org/about/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://www.gutenberg.org/fundraising/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+<a href="http://www.gutenberg.org">http://www.gutenberg.org</a>
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/etext06/">http://www.gutenberg.org/dirs/etext06/</a>
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+http://www.gutenberg.org/dirs/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+http://www.gutenberg.org/dirs/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+<a href="http://www.gutenberg.org/dirs/GUTINDEX.ALL">http://www.gutenberg.org/dirs/GUTINDEX.ALL</a>
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+</pre>
+</body>
+</html>
diff --git a/38669-h/images/608.jpg b/38669-h/images/608.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4bfa99b
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/608.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/614.jpg b/38669-h/images/614.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0cec400
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/614.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/620.jpg b/38669-h/images/620.jpg
new file mode 100644
index 0000000..28228a0
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/620.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/621.jpg b/38669-h/images/621.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cfbbeba
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/621.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/628.jpg b/38669-h/images/628.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7b00e9b
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/628.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/636.jpg b/38669-h/images/636.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4cca3b5
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/636.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/640.jpg b/38669-h/images/640.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5e62527
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/640.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/647.jpg b/38669-h/images/647.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ef03a83
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/647.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/653.jpg b/38669-h/images/653.jpg
new file mode 100644
index 0000000..255702e
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/653.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/658.jpg b/38669-h/images/658.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9a88289
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/658.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/663.jpg b/38669-h/images/663.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5a6e07f
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/663.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/667.jpg b/38669-h/images/667.jpg
new file mode 100644
index 0000000..59b0704
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/667.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/677.jpg b/38669-h/images/677.jpg
new file mode 100644
index 0000000..aaeeba0
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/677.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/680.jpg b/38669-h/images/680.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b00e195
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/680.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/683.jpg b/38669-h/images/683.jpg
new file mode 100644
index 0000000..074d1a9
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/683.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/685.jpg b/38669-h/images/685.jpg
new file mode 100644
index 0000000..073fd95
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/685.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/695.jpg b/38669-h/images/695.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3c7f7d1
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/695.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/699.jpg b/38669-h/images/699.jpg
new file mode 100644
index 0000000..58c753f
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/699.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/705.jpg b/38669-h/images/705.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cd64315
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/705.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/710.jpg b/38669-h/images/710.jpg
new file mode 100644
index 0000000..295d605
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/710.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/721.jpg b/38669-h/images/721.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b8c6c04
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/721.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/724.jpg b/38669-h/images/724.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ff17f01
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/724.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/728.jpg b/38669-h/images/728.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8799f4a
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/728.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/734.jpg b/38669-h/images/734.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f63fc6
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/734.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/739.jpg b/38669-h/images/739.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0ff8422
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/739.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/747.jpg b/38669-h/images/747.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c2f7d05
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/747.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/750.jpg b/38669-h/images/750.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0b508df
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/750.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/759.jpg b/38669-h/images/759.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c55cb94
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/759.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/762.jpg b/38669-h/images/762.jpg
new file mode 100644
index 0000000..becb00d
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/762.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/767.jpg b/38669-h/images/767.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b268f23
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/767.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/776.jpg b/38669-h/images/776.jpg
new file mode 100644
index 0000000..10e4761
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/776.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/785.jpg b/38669-h/images/785.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8960eb5
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/785.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/785b.jpg b/38669-h/images/785b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9d1bac7
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/785b.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/793.jpg b/38669-h/images/793.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b47044b
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/793.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/804.jpg b/38669-h/images/804.jpg
new file mode 100644
index 0000000..05faf83
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/804.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/805.jpg b/38669-h/images/805.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c37b121
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/805.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/811.jpg b/38669-h/images/811.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a973efb
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/811.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/815.jpg b/38669-h/images/815.jpg
new file mode 100644
index 0000000..43977c8
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/815.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/824.jpg b/38669-h/images/824.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4c605be
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/824.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/824b.jpg b/38669-h/images/824b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f458f15
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/824b.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/828.jpg b/38669-h/images/828.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e276b19
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/828.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/841.jpg b/38669-h/images/841.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4f6b59b
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/841.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/849.jpg b/38669-h/images/849.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3ef72cf
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/849.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/853.jpg b/38669-h/images/853.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a7d43fd
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/853.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/862.jpg b/38669-h/images/862.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f5b2d3
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/862.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/867.jpg b/38669-h/images/867.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b949d87
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/867.jpg
Binary files differ
diff --git a/38669-h/images/867b.jpg b/38669-h/images/867b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e2da101
--- /dev/null
+++ b/38669-h/images/867b.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..0741020
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38669 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38669)