summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/39191-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '39191-0.txt')
-rw-r--r--39191-0.txt10492
1 files changed, 10492 insertions, 0 deletions
diff --git a/39191-0.txt b/39191-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..044ddff
--- /dev/null
+++ b/39191-0.txt
@@ -0,0 +1,10492 @@
+The Project Gutenberg EBook of Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, by
+Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
+will have to check the laws of the country where you are located before
+using this eBook.
+
+Title: Avonturen van drie Russen en drie Engelschen
+ Gevolgd door 'De Blokkadebrekers'
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: March 18, 2012 [eBook #39191]
+[Most recently updated: November 27, 2022]
+
+Language: Dutch
+
+Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN ***
+
+
+
+
+ Wonderreizen.
+
+ JULES VERNE.
+
+ AVONTUREN
+ VAN
+ DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN,
+
+ Gevolgd door
+
+ "DE BLOKKADEBREKERS."
+
+
+
+ Rotterdam.--Jacs. G. Robbers.
+
+
+
+
+
+
+
+AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN.
+
+
+I.
+
+Aan de oevers van de Oranjerivier.
+
+
+Den 27sten Februari 1854 lagen twee mannen aan den voet van een
+ontzaglijken treurwilg met elkander te praten en keken van tijd
+tot tijd met de grootste oplettendheid naar den stroom. Deze rivier,
+door de Hollanders Groote Rivier, door de Hottentotten Gariep genaamd,
+kan wedijveren met de drie groote slagaderen van Afrika, namelijk den
+Nijl, den Niger en den Zambese; evenals deze treedt zij buiten hare
+oevers en heeft snelle stroomingen en watervallen. Eenige reizigers,
+wier namen langs een gedeelte van den stroom wel bekend zijn, als
+Thompson, Alexander, Burchell hebben als om strijd de helderheid van
+het water en de schoonheid van de oevers geprezen.
+
+Op deze plaats leverde de Oranjerivier, die zich met een bocht naar
+de bergen van den hertog van York wendde, een verheven schouwspel
+op. Onbeklimbare rotsen, indrukwekkende gevaarten van steenen en
+van door ouderdom versteende boomen, diepe holen, ondoordringbare
+wouden, die de bijl van den volkplanter nog niet geschonden had,
+dat alles te zamen aan de achterzijde omlijst door de Gariep-bergen,
+vormde een landschap van onbegrijpelijke pracht. Daar stortte het
+water van de rivier plotseling van eene hoogte van vier honderd
+voet naar beneden, nadat de stroom eerst door eene te nauwe bedding
+had moeten dringen, en dan eensklaps geen grond meer onder zich
+had. Stroomopwaarts van den val was het slechts een geborrel van de
+wateroppervlakte, die hier en daar gebroken werd door eenige met
+groen omkranste rotspunten. Stroomafwaarts was slechts een woeste
+kolk van onstuimige golven te zien, waarboven zich een dikke nevel van
+vochtige dampen verhief, en waarin al de kleuren van den regenboog zich
+afspiegelden. Uit dezen afgrond hoorde men een oorverdoovend geklater,
+dat door de echo's in de vallei duizendvoudig weerkaatst werd.
+
+Een van de beide mannen, die zeker door het toeval eener
+ontdekkingsreis in dit gedeelte van zuidelijk Afrika bij elkander waren
+gebracht, lette ter nauwernood op de schoonheid, welke de natuur voor
+zijn oog ontrolde. Deze onverschillige reiziger was een Boschjesman,
+een jager, een schoon type van dat krachtige menschenras met levendige
+oogen en snelle gebaren, dat een zwervend leven in de bosschen
+leidt. De naam van Boschjesmannen wordt gegeven aan de zwervende
+stammen, die door de ten noordwesten van de Kaapkolonie gelegene
+landstreek rondtrekken. Geen enkele stam van deze Boschjesmannen
+heeft eene vaste woonplaats. Zij brengen hun leven door met rond
+te zwerven door de landstreek, gelegen tusschen de Oranjerivier en
+de Westersche bergen, met pachthoeven te plunderen en den oogst te
+verwoesten van die heerschzuchtige kolonisten, die hen terug hebben
+gedrongen naar de onvruchtbare streken van het binnenland, waar meer
+steenen dan planten gevonden worden.
+
+Deze Boschjesman was ongeveer veertig jaar oud, groot van gestalte,
+en bezat blijkbaar groote spierkracht. Zelfs als hij op den grond
+lag, toonde zijne houding krachtige werkzaamheid; de gepastheid,
+gemakkelijkheid en vrijheid van beweging waren die van een
+krachtig man, eene soort van persoonlijkheid gevormd als de helden
+der Canadasche prairiën, maar misschien met minder kalmte dan de
+geliefkoosde jagersfiguren van Fennimore Cooper. Dit kon men zien aan
+het vluchtig rood, dat zijne kaken kleurde, als het snelle kloppen
+van zijn hart hem een blos op het aangezicht joeg. De Boschjesman was
+geen wilde meer zooals zijne stamgenooten, de vroegere Saqua's. Uit
+een Engelschen vader en eene Hottentotsche moeder geboren, had deze
+mesties door zijn omgang met vreemdelingen meer gewonnen dan verloren,
+en sprak vaardig Engelsch. Zijn half Hottentotsche, half Europeesche
+kleeding bestond uit een rood flanellen hemd, een overrok en broek
+van eene antilopenhuid en beenstukken, die van de huid eener wilde
+kat gemaakt waren. Om zijn hals hing een kleine zak, waarin een mes,
+eene pijp en tabak geborgen waren. Hij had een soort van kalotje van
+schapenvel op zijn hoofd. Eene breede riem van onbereid leder diende
+hem tot gordel. Om zijne bloote armen had hij ivoren ringen, welke
+zeer kunstig vervaardigd waren. Om zijne schouders hing een mantel
+van tijgervel gemaakt, welke tot aan zijne knieën reikte. Een hond
+van inlandsch ras sliep naast hem. De Boschjesman deed snelle halen
+aan een beenen pijpje, en gaf ondubbelzinnige blijken van ongeduld.
+
+»Kom, wees bedaard, Mokum," zeide de ander. »Ge zijt waarachtig de
+ongeduldigste mensch van de wereld als ge niet op jacht zijt! Maar
+begrijp toch, mijn wakkere reiskameraad, dat wij er niets aan kunnen
+veranderen. Zij, die we wachten, zullen vroeg of laat wel komen,
+en als het van daag niet is, zal 't morgen wel zijn!"
+
+De makker van den Boschjesman was een jonkman van vijf- of zesentwintig
+jaar, die een scherp kontrast met den jager vormde. Zijn bedaard
+karakter was in al zijne handelingen zichtbaar. Wat zijn afkomst
+betreft, daaromtrent zou niemand eenigen twijfel gekoesterd hebben:
+het was een Engelschman. Zijne al te »burgerlijke" kleeding bewees
+dat reizen hem vreemd was; hij zag er uit als een beambte, die in eene
+vreemde streek verdwaald was, en onwillekeurig zou men gekeken hebben
+of hij geen pen achter het oor had, evenals kassiers, kommiezen,
+rekenaars en andere verscheidenheden van het uitgebreide ras der
+bureaukraten.
+
+Deze jonkman was dan ook geen reiziger, maar een bekend geleerde,
+William Emery, een sterrekundige, die geplaatst was aan de sterrewacht
+in de Kaapstad, eene zeer nuttige instelling, die sedert lang reeds
+gewichtige diensten aan de wetenschap bewezen had.
+
+Deze geleerde, die zich een weinig vreemd gevoelde te midden van deze
+woeste streek van zuidelijk Afrika, op eenige honderden mijlen van
+de Kaapstad, bedwong slechts met moeite het natuurlijke ongeduld van
+zijn makker.
+
+»Mijnheer Emery," antwoordde de jager in goed Engelsch, »we zijn nu
+reeds acht dagen op deze plek aan de Oranjerivier bij den waterval
+van Morgheda; dit is iets wat in jaren niet gebeurd is met eenig lid
+van mijn stam, om acht dagen op dezelfde plaats te blijven! U vergeet
+dat we zwervers zijn, en dat ons de voeten beginnen te jeuken als we
+zóólang stil moeten blijven."
+
+»Zij, die we wachten, vriend Mokum," hernam de astronoom, »komen
+uit Engeland; we mogen hun dus wel acht dagen uitstel geven. Men
+moet denken aan den langen duur der reis, aan het oponthoud, dat
+zij met hunne stoomboot bij het opwaartsstoomen van deze rivier
+kunnen ondervinden, in één woord aan de duizenderlei moeielijkheden,
+die aan eene dergelijke onderneming verbonden zijn. Men heeft ons
+gezegd alles voor een onderzoekingstocht in zuidelijk Afrika gereed
+te maken, en als dit in orde was, hier aan den waterval van Morgheda
+mijn ambtgenoot, den kolonel Everest van de sterrewacht te Cambridge,
+op te wachten. Hier zijn we aan den waterval, op de aangewezen plek,
+en we wachten. Wat wilt ge meer, wakkere Boschjesman?"
+
+De jager wilde zonder twijfel nog meer, want hij greep telkens
+koortsachtig naar den haan van zijne buks, een juistheidswapen,
+waarmede men met een puntkogel op acht tot negenhonderd meter afstand
+een wilde kat of een antilope kon neêrschieten. Men ziet dat de
+Boschjesman den boog en de vergiftige pijlen van zijne landslieden
+had laten varen om Europeesche wapens te gebruiken.
+
+»Maar hebt ge u niet vergist, mijnheer Emery," hernam Mokum. »Heeft
+men u den waterval van Morgheda tegen het einde van de maand Januari
+wel als verzamelplaats opgegeven?"
+
+»Welzeker, mijn vriend," antwoordde William Emery, »en hier is de brief
+van den heer Airy, den directeur van het observatorium te Greenwich,
+welke u zal bewijzen, dat ik mij niet bedrogen heb."
+
+De Boschjesman nam den brief, dien zijn reisgezel hem aanbood. Hij
+draaide dien om en om als iemand die in de schrijfkunst al heel weinig
+ervaren is; daarop gaf hij dien aan Emery terug en zeide: »Herhaal
+me nog maar eens wat dit bekrabbelde stukje papier ons vertelt."
+
+De jonge geleerde, die een onuitputtelijk geduld bezat, begon voor de
+twintigste maal het verhaal weder dat hij reeds zoo dikwijls aan den
+jager gedaan had. In de laatste dagen van het vorige jaar had William
+Emery een brief ontvangen, die hem de spoedige komst meldde van kolonel
+Everest en van eene wetenschappelijke internationale commissie, die
+naar zuidelijk Afrika bestemd was. Welke waren de plannen van deze
+commissie, waarom ging zij naar het uiteinde van het Afrikaansche
+vasteland? Emery kon het niet zeggen, daar de brief van den heer Airy
+op dat punt het stilzwijgen bewaarde. Volgens de ontvangen opgaven had
+hij zich gehaast om te Lattakou, een van de noordelijkste stations
+in het land der Hottentotten, wagens, levensmiddelen, in één woord
+al wat er tot onderhoud van een karavaan van Boschjesmannen noodig
+was, bijeen te brengen. Daarna bood hij het bevel over den tocht
+aan den inlandschen jager Mokum aan, dien hij bij geruchte kende,
+die Anderson vergezeld had op zijne jachten in westelijk Afrika,
+en Livingstone bij zijn eersten tocht naar het meer Ngami en naar
+den waterval van den Zambese.
+
+Toen dit alles in orde was, kwam men overeen dat de Boschjesman
+die de streek uitstekend kende, William Emery naar de oevers van de
+Oranjerivier en naar den waterval van Morgheda, de aangewezen plaats,
+zoude geleiden. Daar moesten zij de wetenschappelijke commissie
+afwachten. Deze commissie had zich ingescheept op het fregat Augusta
+van de Britsche marine, en zou naar de monding der Oranjerivier op
+Afrika's westkust op de hoogte van kaap Volpas gaan, om van daar de
+rivier tot aan den waterval op te stoomen. William Emery en Mokum
+waren derhalve met een wagen gekomen, welken zij in de vallei gelaten
+hadden, en die dienen moest om de reizigers en hunne goederen naar
+Lattakou te brengen, als zij niet liever langs de Oranjerivier en hare
+zijtakken naar die plaats wilden reizen, na eerst door een omweg van
+eenige mijlen hunne goederen aan de andere zijde van den waterval te
+hebben laten brengen.
+
+Toen dit verhaal geëindigd en ditmaal goed in het geheugen van den
+Boschjesman geprent was, ging deze naar den rand van den afgrond,
+waarin het schuimende rivierwater zich met groot geweld nederstort;
+de astronoom volgde hem; daar kon men van eene vooruitstekende punt
+den loop der Oranjerivier beneden den waterval tot op een afstand
+van verscheidene mijlen afzien. Gedurende eenige minuten beschouwden
+Mokum en zijn reismakker zeer nauwkeurig het watervlak, dat op een
+vierde mijl beneden den waterval weder tot kalmte was gekomen. Geen
+enkel voorwerp, geen schip of boot deed het water rimpelen. Het was
+toen drie uren. De maand Januari komt hier overeen met de maand Juli
+in noordelijker streken, en de zon, die op den 29sten parallel hier
+bijna loodrechte stralen werpt, gaf eene warmte van 105° F. in de
+schaduw. Zonder een westenwindje dat de warmte eenigszins matigde,
+zou deze temperatuur onuitstaanbaar zijn geweest voor iedereen,
+behalve voor een Boschjesman. Evenwel leed de jeugdige geleerde,
+die een droog gestel had en zeer mager was, er niet al te zeer
+door. Bovendien beschutte het dicht gebladerte der boomen, die over den
+afgrond hingen, hem voor de onmiddellijke hitte der zonnestralen. Geen
+vogel verlevendigde deze eenzaamheid op het warmste gedeelte van den
+dag. Geen viervoetig dier verliet zijne frissche schuilplaats onder
+de struiken of waagde zich op de open plaatsen van het bosch. Op deze
+eenzame plek zou men geen geluid gehoord hebben, als de waterval de
+lucht niet met zijn geraas vervuld had.
+
+Na tien minuten te hebben uitgekeken, keerde Mokum zich naar
+William Emery en stampte ongeduldig met den voet op den grond: zijne
+scherpziende oogen hadden niets ontdekt.
+
+»En als ze niet komen?" vroeg de Boschjesman.
+
+»Zij zullen komen, wakkere jager," antwoordde William Emery. »Het
+zijn mannen, die hun woord houden, en ze zullen nauwkeurig zijn,
+zooals het sterrekundigen betaamt. Bovendien wat verwijt ge hen? De
+brief kondigt hun komst aan tegen het einde van Januari. We hebben
+van daag den 27sten, ze hebben dus nog recht op vier dagen, vóórdat
+ze den waterval bereiken."
+
+»En zoo ze na verloop van die vier dagen niet verschenen zijn?" vroeg
+de Boschjesman.
+
+»Welnu! dan zullen we gelegenheid hebben om ons geduld te oefenen,
+want we zullen hen wachten tot op het oogenblik waarop het mij
+deugdelijk bewezen is dat ze niet meer komen!"
+
+»Bij god Kô!" riep de Boschjesman met luider stem, »gij zijt er juist
+de man naar om te wachten totdat de Gariep haar onstuimige wateren
+niet meer in dezen afgrond doet vallen!"
+
+»Neen, jager, neen," antwoordde William Emery, altijd bedaard. »Het
+verstand moet al onze daden besturen; en wat zegt nu ons
+verstand? Indien de kolonel Everest en zijne makkers door eene
+moeilijke reis afgemat, en misschien gebrek hebbende aan het noodige,
+verdwaald waren in deze eenzame streek en ons op de afgesproken plaats
+niet vonden, dan zouden we in alle opzichten te laken zijn. Als
+er een ongeluk gebeurde, zou met recht alle verantwoording op ons
+vallen. Wij moeten dus op onzen post blijven, zoolang onze plicht ons
+dit voorschrijft. Bovendien hebben we hier aan niets gebrek. Onze wagen
+wacht ons in de vallei en biedt ons eene veilige wijkplaats voor den
+nacht aan; we hebben overvloed van levensmiddelen; de natuur is hier
+prachtig en der bewondering wel waardig! Het is voor mij een onbekend
+genot om eenige dagen in deze prachtige wouden, aan de oevers van deze
+onvergelijkelijk schoone rivier door te brengen! Wat u aangaat, Mokum,
+wat kunt ge meer verlangen? Viervoetig en gevederd wild is in overvloed
+in deze wouden voorhanden, en uw geweer verschaft ons elken dag ons
+wildbraad. Jaag dus maar, wakkere jager, en maak uw tijd kort door op
+herten en buffels te schieten. Komaan, mijn dappere Boschjesman, ga
+uw gang maar; in dien tijd zal ik hier op de talmers wachten, en uwe
+voeten zullen dan ten minste geen gevaar loopen hier vast te wortelen!"
+
+De jager begreep dat de raad van den sterrekundige goed was. Hij
+besloot dus om gedurende eenige uren het struikgewas en de
+kreupelbossen in den omtrek af te jagen. Leeuwen, hyena's of luipaarden
+zouden een Nimrod zooals hij was, niet in verlegenheid brengen, gewoon
+als hij was aan het jagen in de Afrikaansche wouden. Hij floot zijn
+hond Top, een soort van hyenahond uit de woestijn Kalahari, afstammende
+van het ras dat de Balaba's eertijds voor de drijfjacht africhtten. Het
+slimme dier dat even ongeduldig als zijn meester scheen te zijn,
+sprong op, en gaf door een vroolijk geblaf zijne vreugde te kennen
+over het voornemen van den Boschjesman. De jager was met zijn hond
+weldra in het dichtste van het bosch achter den waterval verdwenen.
+
+Toen William Emery alléén was, strekte hij zich aan den voet van den
+wilg uit, en hopende in te kunnen slapen door den invloed der warmte,
+overdacht hij zijn tegenwoordigen toestand. Hij lag daar ver van
+alle bewoonde streken bij den stroom der Oranjerivier, die nog zoo
+weinig bekend was. Hij wachtte Europeanen, landgenooten, die hun land
+verlieten om de gevaren van een verren tocht te gemoet te gaan. Maar
+wat was dan het doel van den tocht? Welk wetenschappelijk raadsel wilde
+men in de woestijnen van zuidelijk Afrika zoeken op te lossen? Welke
+waarnemingen wilde men op de hoogte van 30° Z. B. beproeven? Dit
+was het juist wat de brief van den heer Airy, directeur van het
+observatorium te Greenwich, niet vermeldde. Aan Emery vroeg men hulp
+als aan een geleerde, die reeds gewend was aan het zuidelijk klimaat,
+en omdat men waarschijnlijk een wetenschappelijken arbeid op het oog
+had, was zijne medewerking voor zijne ambtgenooten uit het Vereenigde
+koninkrijk van hooge waarde.
+
+Terwijl de jonge astronoom over al die zaken lag na te denken,
+en zich zelven honderden vragen deed, waarop hij het antwoord moest
+schuldig blijven, voelde hij dat zijne oogleden zwaar werden, en viel
+hij in diepen slaap. Toen hij ontwaakte was de zon reeds verdwenen
+achter de westelijke heuvels, welker rand zich scherp afteekenden
+tegen den als in vuur staanden gezichteinder. Zijne maag waarschuwde
+hem dat de tijd voor het avondmaal naderde; het was toch zes uren
+'s avonds, en het oogenblik brak aan, waarop men den wagen in de
+vallei weder moest opzoeken. Juist op dat oogenblik knalde er een
+schot in een boschje van bloeiende heesters, dat ter hoogte van
+twaalf tot vijftien voet aan de rechterhand de helling der heuvels
+bedekte. Bijna op hetzelfde oogenblik verschenen de Boschjesman en
+Top aan den rand van het bosch. Mokum sleepte een stuk wild mede,
+dat hij juist neêrgeschoten had.
+
+»Kom proviandmeester," riep Emery. »Wat brengt ge voor ons souper
+mede?"
+
+»Een springbok, mijnheer William," antwoordde de jager, en wierp een
+dier voor den grond, welks horens als die eener lier gebogen waren.
+
+Het was een soort van antilope, evenwel meer onder den naam van
+springbok bekend, dien men veel in allerlei streken van zuidelijk
+Afrika aantreft. Het zijn bevallige dieren met kaneelkleurigen rug,
+van boven bedekt met zijdeachtig haar van schitterend witte kleur
+en met kastanjebruine ronde vlekken op den buik. Het vleesch, dat
+uitmuntend is om te eten, werd voor het avondmaal bestemd.
+
+De jager en de astronoom staken een stok door de samengebonden pooten
+van het dier en laadden het op hunne schouders; zij verlieten den
+waterval en kwamen een halfuur daarna aan hun kamp in de vallei,
+waar de wagen door twee Boschjesmannen bewaakt werd.
+
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+Officieele voorstelling.
+
+
+Gedurende 28, 29 en 30 Januari verlieten Emery en Mokum de plaats
+der samenkomst niet. Terwijl de Boschjesman als een hartstochtelijk
+jager onverschillig wild en wilde dieren vervolgde door al de bij
+den waterval gelegen bosschen, bleef de astronoom den loop der rivier
+waarnemen. De grootsche en woeste natuur bracht hem in verrukking en
+overstelpte zijn ziel met nieuwe aandoeningen. Hij, de man van cijfers,
+de geleerde, die steeds over zijne registers gebogen zat, nacht en
+dag het oog voor den kijker had, die den doorgang der hemellichamen
+door den meridiaan waarnam, of de eklipsen der sterren berekende,
+ademde nu met volle teugen de versche lucht in bijna ontoegankelijke
+wouden in, welke zich uitstrekten langs de helling der heuvels en op
+de woeste bergtoppen, die door de opstijgende waterkolommen van den
+waterval van Morgheda met een vochtig stof bedekt werden. Het was een
+waar genot voor hem om door te dringen in al het dichterlijke van deze
+uitgestrekte voor den mensch bijna onbekende eenzaamheid, en er zijn
+door wiskundige berekeningen vermoeiden geest op te frisschen. Hij
+doodde op die wijze de verveling van het wachten, en verkwikte zich
+naar geest en lichaam. De nieuwheid van zijn toestand verklaarde
+zijn onverstoorbaar geduld, dat de Boschjesman niet deelde. Daarom
+had ook de jager altijd dezelfde klachten, de geleerde dezelfde kalme
+antwoorden, waardoor de zenuwachtige Mokum evenwel in 't geheel niet
+kalmer werd.
+
+Eindelijk kwam de 31ste Januari, de laatste dag van het in den brief
+van den heer Airy bepaalde tijdstip. Als de aangekondigde geleerden
+dien dag niet verschenen, zou William Emery verplicht zijn een besluit
+te nemen, iets wat hem in groote verlegenheid bracht. Het uitblijven
+kon wel eeuwig duren, en moest men dan eeuwig blijven wachten?
+
+»Mijnheer William," zeide de jager, »waarom zouden we de vreemdelingen
+niet te gemoet gaan? We kunnen hen niet misloopen. Er is slechts
+één weg langs de rivier, en indien zij die opkomen, zooals uw stukje
+papier vertelt, dan zullen we ze ongetwijfeld ontmoeten."
+
+»Ge hebt daar een uitmuntend denkbeeld, Mokum," antwoordde de
+sterrekundige. »Laten we stroomafwaarts beneden den waterval eens op
+verkenning uitgaan. We kunnen altijd door de valleien aan de zuidzijde
+naar ons kamp terug keeren. Maar zeg me eens, brave Boschjesman,
+kent ge den loop der Oranjerivier over een groote uitgestrektheid?"
+
+»Ja, mijnheer," antwoordde de jager, »ik ben haar tweemalen opgevaren
+van kaap Volpas, tot aan haar samenvloeiing met de Hart aan de grenzen
+der Transvaalrepubliek."
+
+»En is die stroom overal bevaarbaar, behalve bij dezen waterval?"
+
+»Het is zooals u zegt, mijnheer," hervatte de Boschjesman. »Ik moet
+er evenwel bijvoegen dat de Oranjerivier op het einde van het drooge
+jaargetijde tot op vijf of zes mijlen van haar monding bijna geheel
+zonder water is. Dan wordt er een bank gevormd, waarop de uit het
+westen komende golven met geweld breken."
+
+»Dat doet er weinig toe," antwoordde de astronoom, »omdat op het
+oogenblik dat onze Europeanen de monding der rivier bereikten,
+deze bevaarbaar was. Er bestaat dus geen reden voor hun uitblijven,
+en derhalve .... zullen ze komen."
+
+De Boschjesman antwoordde niet: hij legde zijn geweer over
+den schouder, floot Top en ging zijn makker voor op het smalle
+voetpad, dat vierhonderd voet lager weder bij de rivier beneden den
+waterval uitkwam. Het was toen negen uren in den morgen. De twee
+landonderzoekers (men zou hun inderdaad dien naam wel kunnen geven)
+gingen langs den linkeroever stroomafwaarts. De weg was ver van
+effen of gemakkelijk zooals op een dijk of langs een jaagpad. De
+steile oevers van de rivier vol struikgewas, verdwenen onder eene
+menigte planten van verschillenden aard. Slingers van de draadvormige
+Cynanchum, reeds door Burchell vermeld, waren kruiselings van boom
+tot boom gespannen en sloten somwijlen het pad der reizigers als met
+een groen net af. Ook was het mes van den Boschjesman voortdurend
+werkzaam. Hij sneed onmeedoogend die hinderlijke guirlandes
+door. William Emery ademde met volle teugen de heerlijke geuren van
+het woud in, waaronder vooral kamfergeur merkbaar was, die uit de
+ontelbare bloemen der diosmeeën, opsteeg. Gelukkig konden de jager en
+zijn makker spoediger naar het westen komen door eenige open plekken
+in het bosch, en langs gedeelten van den naakten en steilen oever,
+waarlangs het vischrijke water kalm heenstroomde. Om elf uur des
+morgens hadden zij een afstand van ongeveer vier kilometers afgelegd.
+
+De wind was west; zij woei dus naar den kant van den waterval, welks
+geraas op dien afstand niet gehoord kon worden. Het geraas daarentegen
+dat stroomafwaarts gehoord werd, was zeer duidelijk. William Emery
+en de jager bleven op deze plek halt houden; zij zagen den loop der
+rivier, die zich twee of drie mijlen ver in eene rechte lijn voor
+hen uitstrekte. De stroom was nauw ingesloten tusschen steile, twee
+honderd voet hooge krijtrotsen.
+
+»Laat ons hier wachten," zeide de astronoom, »en uitrusten. Ik heb uwe
+jagersbeenen niet, Mokum, en ik ben meer gewoon om in den sterrenhemel
+rond te wandelen dan op de wegen hier op aarde. Laten we dus hier
+uitrusten; van hier kunnen we twee of drie kilometers van de rivier
+afzien en zoodra de stoomboot zich slechts aan gindsche bocht vertoont,
+moeten we haar zien."
+
+De jonge astronoom vleide zich neder aan den voet van een reusachtige
+euphorbia, waarvan de top zich veertig voet hoog verhief. Van daar kon
+hij ver over de rivier zien. De jager, die aan zitten weinig gewoon
+was, bleef op den oever heen en weer loopen, terwijl Top geheele
+vluchten wilde vogels opjoeg, die de opmerkzaamheid van zijn meester
+niet eens tot zich trokken.
+
+De Boschjesman en zijn makker waren hier nauwelijks een half uur,
+toen William Emery zag dat Mokum, die een honderdtal schreden van
+hem afstond, meer bijzondere teekenen van opmerkzaamheid begon te
+geven. Had de Boschjesman eindelijk de zoo ongeduldig verwachte
+boot gezien?
+
+De astronoom verliet zijne rustplaats in het mos, en ging naar den
+oever, waar de jager stond; binnen weinige oogenblikken was hij
+bij hem.
+
+»Ziet gij iets Mokum?" vroeg hij aan den Boschjesman.
+
+»Niets, ik zie niets, mijnheer William," antwoordde de jager, »maar
+daar alle geluiden in de natuur mij zeer gewoon zijn, schijnt het
+mij nu toe dat ik stroomafwaarts een ongewoon gebrom hoor."
+
+Toen de Boschjesman dit gezegd had, wenkte hij zijn makker om stil te
+zijn, legde zich met het oor op den grond, en luisterde met de uiterste
+opmerkzaamheid. Na verloop van eenige minuten richtte hij zich op,
+schudde het hoofd en zeide: »Ik zal mij bedrogen hebben. Het geraas
+dat ik meende te hooren is misschien niets anders dan het ruischen
+van den wind door het gebladerte, of het kabbelen van het water over
+de steenen in de rivier. En toch...."
+
+De jager luisterde nog eens met groote opmerkzaamheid, maar hij
+hoorde niets.
+
+»Mokum," zeide Emery, »als het geraas, dat ge meendet te hooren door
+de stoomsloep wordt veroorzaakt, zult ge 't beter hooren als ge u tot
+op het watervlak kondt bukken. Het water brengt de geluiden met meer
+juistheid over dan de lucht."
+
+»U hebt gelijk, mijnheer William," antwoordde de jager »en meer dan
+eens heb ik op die wijze een nijlpaard in het water betrapt."
+
+De Boschjesman daalde nu van den steilen oever naar beneden, terwijl
+hij zich aan slinger- en grasplanten vastklampte. Toen hij bij het
+water was, liep hij tot aan de knieën er in, en bukte zich met het
+oor tot aan het watervlak.
+
+»Ja!" riep hij na eenige oogenblikken, »ja! ik had me niet
+bedrogen. Eenige kilometers stroomafwaarts is er een geraas alsof het
+water met geweld geslagen wordt. Het is een eentonig en aanhoudend
+geklots dat ik beneden op den stroom hoor."
+
+»Het geraas van een schroef?" antwoordde de astronoom.
+
+»Waarschijnlijk, mijnheer Emery. Zij, die we wachten zijn niet ver
+meer verwijderd."
+
+William Emery, die wist welke fijne zintuigen de jager had, hetzij
+hij hoorde, zag of rook, twijfelde geen oogenblik aan de bewering van
+zijn makker. Deze kwam weder op den oever, en beiden besloten om op
+deze plek te wachten, omdat men van daar den stroom der Oranjerivier
+gemakkelijk kon overzien.
+
+Er ging een half uur voorbij, waaraan Emery, niettegenstaande zijne
+natuurlijke bedaardheid, meende dat geen einde zou komen. Hoe dikwijls
+meende hij den vagen omtrek van een vaartuig te zien, maar zijn gezicht
+bedroog hem telkens. Eindelijk deed een uitroep van den Boschjesman
+hem het hart sneller kloppen.
+
+»Rook!" riep Mokum.
+
+Toen William Emery in de door den jager aangeduide richting keek,
+zag hij niet zonder inspanning een licht rookwolkje, dat aan de bocht
+van de rivier zichtbaar werd. Men kon niet meer twijfelen.
+
+De boot naderde snel. Weldra kon William den schoorsteen zien,
+waaruit een wolk van zwarten rook, vermengd met witachtige dampen,
+opsteeg. De bemanning stookte zeker de vuren flink op om de snelheid
+te vermeerderen en op den bepaalden dag de aangeduide plaats te
+bereiken. De boot was nog ongeveer zeven kilometers van den waterval
+van Morgheda af.
+
+Het was toen twaalf uren. Daar de plek niet geschikt was voor eene
+landing, besloot de astronoom weder naar den waterval terug te
+keeren. Hij deelde zijn voornemen aan den jager mede, die slechts
+antwoordde door den reeds vroeger op den linkeroever der rivier
+bewandelden weg weder in te slaan. William Emery volgde zijn metgezel,
+en zich eene laatste maal bij eene bocht der rivier omkeerende,
+zag hij de Britsche vlag, die achter van het vaartuig woei.
+
+Spoedig waren zij weder bij den waterval, en om één uur hielden de
+Boschjesman en de astronoom op 1/4 kilometer afstands halt. Daar
+vormde de oever door eene halfcirkelvormige bocht een inham, waar
+de stoomboot gemakkelijk kon aanleggen, want het water was tot vlak
+aan den oever diep genoeg. De boot moest niet ver meer af zijn en
+zij had zeker op de twee voetgangers gewonnen, hoe snel deze ook
+geloopen hadden. Men kon haar nog niet zien, want de vorm der oevers,
+waarop hooge over het water hangende boomen stonden, belette ver te
+zien. Maar men hoorde zooal niet het gesis van den stoom, toch het
+doordringend fluiten van de machine, dat boven het onophoudelijk geraas
+van den waterval uitstak. Dit fluiten hield aan; de bemanning wilde
+op die manier haar tegenwoordigheid in dezen omtrek doen opmerken;
+het was eene waarschuwing.
+
+De jager beantwoordde deze door zijn geweer af te schieten,
+welks losbarsting door de echo der oevers en bosschen honderdvoudig
+weerkaatst werd. Eindelijk verscheen de boot; William en de Boschjesman
+werden spoedig door de bemanning bemerkt. Op een teeken van den
+astronoom zwenkte de boot en kwam aan den oever aanleggen. Een kabel
+werd uitgeworpen; de Boschjesman ving dien op, en wond hem om een
+afgebroken boomstam. Aanstonds sprong een man van hooge gestalte op
+den oever, en kwam naar den astronoom toe, terwijl zijne reisgezellen
+op hunne beurt landden.
+
+William Emery trad aanstonds op dien man toe, en vroeg »kolonel
+Everest?"
+
+»Mijnheer William Emery?" antwoordde de kolonel.
+
+De astronoom en zijn ambtgenoot van het observatorium van Cambridge
+namen de hoeden af en gaven elkander de hand.
+
+»Mijne heeren," zei daarop de kolonel Everest, »mag ik u mijnheer
+William Emery voorstellen, van het observatorium in de Kaapstad, die
+ons tot aan den waterval van Morgheda wel te gemoet is willen komen?"
+
+Vier heeren, die bij kolonel Everest stonden, groetten achtereenvolgens
+den astronoom, die hen terug groette; daarop stelde de kolonel ze
+met vólkomen Britsche bedaardheid voor.
+
+»Mijnheer John Murray van Devonshire, uw landgenoot, mijnheer
+Emery; mijnheer Mathieu Strux van het observatorium van de Pulkowa,
+mijnheer Nikolaas Palander van het observatorium van Helsingfors,
+en mijnheer Michel Zorn, van de sterrewacht van Kiew, drie geleerde
+Russen, die in onze internationale commissie de regeering van den
+Czaar vertegenwoordigen."
+
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+Het vervoer.
+
+
+Toen men aan elkander was voorgesteld, bood William Emery zijne
+diensten aan de nieuw aangekomenen aan. In zijne hoedanigheid
+van eenvoudig astronoom aan de sterrewacht aan de Kaap, was hij
+eigenlijk ondergeschikt aan kolonel Everest, afgevaardigde van de
+Engelsche regeering, die met Mathieu Strux het voorzitterschap van
+de wetenschappelijke commissie deelde. Hij kende hem bovendien als
+een uitstekend geleerde, die beroemd geworden was door het oplossen
+van enkele nevelvlekken en door de berekening van het verduisteren
+van sterren. Deze sterrekundige, die ongeveer vijftig jaar telde,
+was een koel en afgemeten man, die een leven leidde dat van uur tot
+uur wiskunstig geregeld was. Niets overkwam hem onverwacht. Zijne
+nauwkeurigheid in alle dingen evenaarde die waarmede de hemellichamen
+door den meridiaan gaan. Men kon zeggen dat al zijne levensdaden
+volgens den chronometer geregeld waren. William Emery wist dit; daarom
+had hij er nimmer aan getwijfeld dat de wetenschappelijke commissie
+op den bepaalden dag zou komen. De jonge astronoom wachtte nu dat
+de kolonel zich zou verklaren ten opzichte van de zending, die hij
+in zuidelijk Afrika kwam vervullen; maar de kolonel Everest zweeg en
+William Emery meende dat hij hem hierover niet mocht ondervragen. Het
+was waarschijnlijk dat naar des kolonels meening het uur waarop hij
+spreken moest nog niet geslagen was.
+
+William Emery kende evenzeer bij name John Murray, een rijk geleerde,
+mededinger van James Ross en lord Elgin en die zonder officiëelen
+titel zijn vaderland door zijn sterrekundigen arbeid eer aandeed. De
+wetenschap was hem zeer aanzienlijke geldelijke offers verschuldigd;
+hij had 20000 pond sterling uitgegeven voor de vervaardiging van een
+reusachtigen spiegelteleskoop, welke met dien van Parson-town kon
+wedijveren, en waarmede de elementen van een aantal dubbelsterren
+bepaald waren. Het was een man van hoogstens veertig jaar; hij had
+het voorkomen van een groot heer, maar zijn onverschillig uiterlijk
+verraadde geenszins zijn karakter.
+
+Wat de drie Russen aangaat, de heeren Strux, Palander en Zorn, hunne
+namen waren voor Emery niet nieuw; maar de jonge astronoom kende hen
+niet persoonlijk. Nikolaas Palander en Michel Zorn toonden zekeren
+eerbied voor Mathieu Strux, een eerbied, dien zijne betrekking, bij
+gebreke zelfs van alle verdienste, overigens volkomen rechtvaardigde.
+
+De eenige opmerking, die William Emery maakte, was dat de geleerde
+Engelschen en Russen in gelijken getale waren, drie van elke
+natie. Zelfs de bemanning der stoomboot, Queen and Tzar genaamd,
+bestond uit tien man, waarvan er vijf uit Engeland en vijf uit Rusland
+geboortig waren.
+
+»Mijnheer Emery," zeide de kolonel, zoodra men aan elkander was
+voorgesteld, »nu kennen wij elkander even goed alsof wij samen de reis
+van Londen naar kaap Volpas gemaakt hadden. Bovendien heb ik voor u
+een bijzondere achting, welke men u wel verschuldigd is wegens den
+astronomischen arbeid, die u, hoe jong ook nog, een billijken roem
+heeft bezorgd. Op mijn verzoek heeft het Engelsche gouvernement u
+aangewezen om deel te nemen aan het werk, dat wij in zuidelijk Afrika
+zullen beproeven."
+
+William Emery boog alsof hij wilde danken, en dacht dat men hem nu
+eindelijk de beweegreden zoude mededeelen, welk eene wetenschappelijke
+commissie zelfs naar het zuidelijk halfrond voerde, maar kolonel
+Everest verklaarde zich daaromtrent niet duidelijker.
+
+»Mijnheer Emery," hernam de kolonel, »ik wilde u vragen of ge met
+uwe toebereidselen geheel gereed zijt?"
+
+»Geheel kolonel," antwoordde de astronoom. »Volgens de opgaven in
+den brief van mijnheer Airy, heb ik een maand geleden de Kaapstad
+verlaten, en mij naar het station Lattakou begeven. Daar heb ik
+al het noodige voor een onderzoekingstocht in de binnenlanden van
+Afrika bijeengebracht, namelijk levensmiddelen, wagens, paarden en
+Boschjesmannen. Een geleide van honderd goed gewapende en geoefende
+mannen, wacht u te Lattakou, en dit zal aangevoerd worden door
+een behendig en beroemd jager, dien ik u wenschte voor te stellen,
+namelijk den Boschjesman Mokum."
+
+»De Boschjesman Mokum!" riep de kolonel Everest uit, als men althans
+van den kalmen toon, waarop hij dit zeide, zoo spreken mag, »de
+Boschjesman Mokum! Maar die naam is mij zeer goed bekend."
+
+»Het is de naam van een behendig en onversaagd Afrikaan," voegde John
+Murray er bij, terwijl hij zich naar den jager wendde, die door deze
+Europeanen, met hun voornaam uiterlijk, in het geheel niet uit het
+veld geslagen werd.
+
+»De jager Mokum," zeide William Emery, terwijl hij zijn makker
+voorstelde.
+
+»Uw naam is in het Britsche koninkrijk zeer goed bekend, Boschjesman,"
+antwoordde de kolonel. »Ge zijt de vriend van Anderson en de gids van
+den beroemden David Livingstone geweest, in wiens vriendschap ik eene
+eer stel. Engeland dankt u door mijn mond, en ik wensch er mijnheer
+Emery geluk mede, dat hij u als aanvoerder van onze karavaan gekozen
+heeft. Een jager zooals gij moet een liefhebber zijn van schoone
+wapenen. Wij hebben daarvan een vrij volledige verzameling, en ik
+wenschte u te verzoeken om daaruit datgene te kiezen wat u aanstaat;
+wij weten dat zulk een wapen dan in goede handen is."
+
+Een glimlach van zelfvoldoening vertoonde zich op het gelaat van
+den Boschjesman. De waardeering zijner verdiensten in Engeland trof
+hem zonder twijfel, maar zeker minder dan de aanbieding van den
+kolonel. Hij dankte dus in goed gekozen bewoordingen, en hield zich
+ter zijde, terwijl het gesprek tusschen William Emery en de Europeanen
+werd voortgezet.
+
+De jonge astronoom deelde verder de bijzonderheden mede van 't
+geen door hem was gereed gemaakt; kolonel Everest scheen daarover
+zeer tevreden. Het kwam er dus maar op aan ten spoedigste de stad
+Lattakou te bereiken, want het vertrek van de karavaan moest in de
+eerste dagen van Maart na het regenseizoen plaats hebben.
+
+»Beslis nu maar kolonel," zeide William Emery, »op welke wijze u die
+stad wilt bereiken."
+
+»Over de Oranjerivier, en een van hare zijtakken, de Kuruman, die
+langs Lattakou stroomt."
+
+»Zeer goed," antwoordde de astronoom, »maar hoe uitstekend uw stoomboot
+ook zij, hoe snel zij ook kunne vooruitkomen, toch zou zij niet tegen
+den waterval van Morgheda opstoomen!"
+
+»We zullen dien omgaan, mijnheer Emery," antwoordde de kolonel. »Na een
+vervoer van enkele kilometers zullen we de vaart boven den waterval
+weder kunnen hervatten, en als ik mij niet bedrieg dan is van daar
+tot Lattakou de stroom goed bevaarbaar voor een vaartuig dat weinig
+diepgang heeft."
+
+»Zonder twijfel kolonel," antwoordde de astronoom, »maar die stoomboot
+is zóó zwaar, dat...."
+
+»Mijnheer Emery," hernam kolonel Everest, »deze boot is een meesterstuk
+uit de werkplaatsen van Leard en Cie te Liverpool. Men kan haar
+stuksgewijze uit elkander nemen, en met het uiterste gemak weder in
+elkander zetten. Een sleutel en eenige schroefbouten zijn voldoende
+voor een man of wat, die hiermede belast worden. Hebt ge een wagen
+medegebracht?"
+
+»Ja, kolonel," antwoordde Emery. »Ons kamp is slechts op een mijl
+hier van daan."
+
+»Welnu, dan verzoek ik den Boschjesman den wagen hierheen te laten
+brengen. Men zal er de stukken der stoomboot en de machine, die ook
+uit elkander genomen kan worden, op laden, en op die wijze zullen we
+stroomopwaarts dáár de Oranjerivier weder bereiken, waar zij wederom
+bevaarbaar wordt."
+
+De bevelen van kolonel Everest werden uitgevoerd. De Boschjesman
+verdween weldra in het kreupelhout, nadat hij beloofd had binnen een
+uur terug te zullen zijn. Gedurende zijne afwezigheid werd de stoomboot
+schielijk ontladen. Nu was de lading niet aanzienlijk: kisten met
+natuurkundige instrumenten, eene vrij groote verzameling geweren uit
+de fabriek van Purdey Moore te Edinburgh, eenige flesschen brandewijn,
+vaatjes gedroogd vleesch, kistjes met patronen, reistasschen,
+die slechts het hoogst noodige bevatten, tentzeilen en alles wat
+daarbij noodig was, een sloep van gutta percha, die zorgvuldig was
+samengepakt, en niet meer plaats besloeg dan een goed in elkander
+geriemde reisdeken, eenige legeringbehoeften, enz. en eindelijk een
+soort van waaiervormige mitrailleuse, een wapen dat nog verre van
+volmaakt was, maar toch de nadering der stoomboot zeer gevaarlijk
+maken moest voor elk soort van vijand.
+
+Al deze voorwerpen werden op de landingsplaats nedergelegd. De machine
+van acht paardekracht van 210 kg. was in drie deelen afgedeeld:
+de ketel met de stookplaats, de machine zelve, die door middel van
+een eenvoudigen sleutel van den ketel kon worden losgeschroefd, en
+de schroef die aan den achtersteven bevestigd was. Toen deze deelen,
+het een na het ander waren weggenomen, was de boot geheel ledig. Deze
+werd, behalve de ruimte voor de machine en den voorraad, verdeeld in
+twee afdeelingen, waarvan de voorste voor de bemanning, de achterste
+voor den kolonel en zijne reisgezellen bestemd was. In een oogwenk
+verdwenen de tusschenschotten, koffers en bedden werden weggenomen,
+en de stoomboot was toen niet meer dan een eenvoudige romp.
+
+Deze romp, die 35 voet lang was, bestond uit drie deelen, evenals
+de Mâ-Robert, waarvan Livingstone zich bij zijne eerste reis op de
+Zambese bediende. Hij was van gegalvaniseerd ijzer gemaakt, en dus
+tegelijk licht en sterk. De platen waren met schroefbouten op een
+geraamte van hetzelfde metaal vastgeschroefd, waardoor zij vast op
+elkander zaten en dus de romp goed dicht was.
+
+William Emery was verbaasd over het eenvoudige van het werk, en de
+snelheid, waarmede het geschiedde. De wagen was nog geen uur geleden
+met den jager en zijne twee Boschjesmannen aangekomen toen de stoomboot
+reeds ter oplading gereed lag.
+
+Deze wagen van de eenvoudigste soort, rustte op vier massieve raderen,
+die twee aan twee op twintig voet afstand van elkander stonden. Het was
+vanwege zijne lengte eene ware Amerikaansche kar. Dit zware voertuig
+waarvan de assen kraakten, en de stootplank wel een voet buiten de
+raderen uitstak, werd door zes tamme buffels getrokken, die twee aan
+twee aan elkander gekoppeld en zeer gevoelig waren voor de zweep van
+den voerman. Men had niets minder dan zulke zwaren dieren noodig om
+het voertuig in beweging te brengen, als het met zijn volle vracht
+beladen was. Niettegenstaande de behendigheid van den voerman moest
+het meer dan eens in den modder blijven steken.
+
+De bemanning van de Queen and Tzar belaadde den wagen zóó, dat deze
+aan alle kanten in evenwicht was. Men kent de spreekwoordelijke
+behendigheid van zeelieden. Het laden van dien wagen was voor die
+flinke mannen slechts eene kleinigheid. De groote stukken der stoomboot
+lagen onmiddellijk boven de assen op het sterkste gedeelte van den
+wagen. Daar tusschen vonden kisten, koffers, vaatjes, lichtere of meer
+breekbare stukken gemakkelijk plaats. Wat de reizigers zelve betrof,
+een tocht van vier kilometers was voor hen slechts eene wandeling.
+
+Om drie uren des namiddags was het opladen geheel afgeloopen en gaf
+kolonel Everest het teeken om te vertrekken. Zijne makkers en hij
+maakten onder geleide van Emery de voorhoede uit. De Boschjesmannen, de
+bemanning der boot en de geleiders van den wagen volgden wat langzamer.
+
+De tocht had zonder inspanning plaats. De zachte helling, die naar het
+hooger gedeelte van den stroom der Oranjerivier leidde, maakte den weg
+gemakkelijk, hoewel veel langer. Het was eene gelukkige omstandigheid
+voor den zwaar beladen wagen, die, hoewel wat langzamer des te zekerder
+het doel zou bereiken.
+
+Wat de leden der wetenschappelijke commissie betreft, deze beklommen
+gemakkelijk de andere zijde des heuvels. Zij voerden een algemeen
+gesprek, maar er was in het geheel geen sprake van het doel
+der onderneming. Deze Europeanen bewonderden zeer de grootsche
+landschappen, die zich voor hun oog ontrolden. Deze trotsche natuur,
+zoo schoon in hare woestheid, bekoorde hen, zooals zij den jongen
+astronoom reeds vroeger bekoord had. Hunne reis had hen nog niet
+zoodanig verwend dat zij blind waren voor de natuurlijke schoonheid
+van deze Afrikaansche wereld. Zij bewonderden, maar met eene weinig
+merkbare bewondering, zooals Engelschen gewoonlijk doen omdat zij
+alles haten wat onbehoorlijk schijnt. De waterval werd eenigermate,
+maar op fatsoenlijke wijze door hen geprezen, slechts even misschien,
+doch merkbaar genoeg. Het »nil admirari" scheen nog niet geheel hunne
+zinspreuk te zijn.
+
+Bovendien meende William Emery zijne gasten in zuidelijk Afrika naar
+behooren te moeten ontvangen; hij was t' huis, en evenals zekere al
+te opgetogen menschen, schonk hij hun geene enkele bijzonderheid van
+zijn Afrikaansch park.
+
+Tegen half vier was men aan de andere zijde van den waterval
+gekomen. Toen de Europeesche reizigers op het plateau waren aangekomen,
+zagen zij het bovenste gedeelte van den stroom zich voor hunne blikken
+ontrollen. Zij vleiden zich aan den oever neder en wachtten de komst
+van den wagen af. Tegen vijf uren verscheen het voertuig op den top
+des heuvels. De reis was gelukkig volbracht. Kolonel Everest liet
+dadelijk alles ontladen terwijl hij bepaalde dat men den volgenden
+morgen bij het aanbreken van den dag zou vertrekken.
+
+De geheele nacht werd voor verschillende werkzaamheden gebruikt. In
+minder dan een uur was de romp van de boot weder in elkander;
+de machine voor de schroef werd weder op hare plaats vastgemaakt,
+de metalen schotten tusschen de verschillende afdeelingen van het
+vaartuig werden in elkander geschroefd, het ruim in orde gebracht en
+alle bagage weder ingescheept. Dit alles geschiedde naar de gegeven
+bevelen, en was een goed bewijs voor de geschiktheid der bemanning
+van de Queen and Tzar. De Engelsche en Russische matrozen waren
+uitgezochte mannen op wie men gerust rekenen kon.
+
+Den volgenden dag, 1 Febr., was de stoomboot bij het aanbreken van den
+dag gereed om de reizigers te ontvangen. Reeds kronkelde de zwarte rook
+uit den schoorsteen, en de machinist vermeerderde zooveel mogelijk de
+drukking. Het was eene machine van hooge drukking zonder condensie,
+zoodat zij bij elken zuigerslag stoom liet ontsnappen evenals
+zulks bij locomotieven het geval is. Wat den ketel aangaat, deze
+was van goed geplaatste fornuizen voorzien, waardoor een zoo groot
+mogelijk oppervlak des ketels aan de hitte was blootgesteld. Door
+deze inrichting had men in een half uur stoom genoeg. Men had een
+goeden voorraad ebbenhout en pokhout ingeladen, omdat dit overvloedig
+in den omtrek groeide, en stookte de vuren met dit kostbare hout zoo
+hard mogelijk op.
+
+Om zes uren 's morgens gaf de kolonel het teeken tot het
+vertrek. Passagiers en bemanning scheepten zich in; de jager,
+die op de rivier bekend was, volgde hen aan boord en liet aan de
+twee Boschjesmannen de zorg over om den wagen naar Lattakou terug
+te brengen.
+
+Op het oogenblik dat men de kabels losmaakte, zeide kolonel Everest
+tegen den astronoom:
+
+»Zeg eens, mijnheer Emery, u weet toch wat we hier komen doen?"
+
+»Niet het minste, kolonel."
+
+»Het is toch zeer eenvoudig, mijnheer Emery, we komen een gedeelte
+van een meridiaan in zuidelijk Afrika meten."
+
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+Iets over den meter.
+
+
+Men mag veilig aannemen, dat het denkbeeld aan eene algemeen
+gebruikelijke en onveranderlijke maat, waartoe de natuur zelve
+den juisten grondslag moest geven, reeds van de oudste tijden af
+den menschelijken geest heeft bezig gehouden. Het kwam er inderdaad
+hierbij op aan, dat deze maat altijd nauwkeurig moest teruggevonden
+kunnen worden, van welke veranderingen of geweldige schokken de
+aarde ook het tooneel geweest was. De ouden dachten zeker wel zóó,
+maar zij hadden geene vaste stelregels of werktuigen om met vrij
+voldoende zekerheid zulk een arbeid uit te voeren.
+
+Het beste middel toch om eene onveranderlijke maat te krijgen, was,
+om die in overeenstemming te brengen met den aardbol, welks omtrek als
+onveranderlijk kan beschouwd worden, en bij gevolg om dezen geheelen
+omtrek of een gedeelte er van met wiskundige zekerheid te meten.
+
+De ouden hadden reeds beproefd om deze maat te bepalen. Volgens
+sommige geleerden van zijn tijd, beschouwde Aristoteles de
+stadie of Egyptische elleboog uit den tijd van Sesostris, als het
+honderdduizendste gedeelte van den afstand tusschen de pool en den
+evenaar. Eratosthenes berekende in den tijd der Ptolemaeën vrij
+nauwkeurig de lengte van den graad langs den Nijl tusschen Syene en
+Alexandrië. Maar Posidonius en Ptolemaeus konden met geene genoegzame
+nauwkeurigheid de landmeetkundige berekeningen van diezelfde soort,
+welke zij ondernamen, ten einde brengen. Met hunne opvolgers ging
+het niet beter.
+
+Het was Picard, die in Frankrijk het allereerst een regelmatig stelsel
+trachtte in te voeren om den graad te meten, en toen hij in 1669 de
+lengte van een boog aan den hemel en een op aarde tusschen Parijs
+en Amiens bepaalde, gaf hij op dat hij eene lengte van 57060 vademen
+voor een graad gevonden had.
+
+De meting van Picard werd tot Duinkerken en zelfs tot Collioure
+voortgezet door Dominico Cassini en Lahire in de jaren 1683 tot
+1718. In 1739 werd zij door Francesco Cassini en Lacaille tusschen
+Duinkerken en Perpignan nagerekend. Eindelijk werd de meting van
+dat gedeelte van dien meridiaan door Michain tot Barcelona in Spanje
+voortgezet. Toen Michain overleden was (hij stierf ten gevolge van
+de afmatting door zulk een werk veroorzaakt) werd de meting van den
+Franschen meridiaan eerst in 1807 door Arago en Biot hervat. Deze twee
+geleerden zetten de meting voort tot op de Balearische eilanden. De
+boog strekte zich toen uit van Duinkerken naar Formentera; deze werd
+middendoor gesneden door de 45ste parallel N. B., die op gelijken
+afstand van de pool en van den evenaar verwijderd was; en daarom was
+het om de lengte van een kwart meridiaan te berekenen, niet noodig om
+de afplatting der aarde in rekening te brengen. Deze berekening gaf
+57025 vademen voor de gemiddelde lengte van »een graad" in Frankrijk.
+
+Men ziet dat het tot nog toe meestal Fransche geleerden waren, die zich
+met deze moeilijke berekeningen hadden bezig gehouden. [1] Het was
+de Constituante, die in 1790 op voorstel van Talleyrand een besluit
+uitvaardigde waardoor het aan de Academie van wetenschappen werd
+opgedragen om een onveranderlijk model voor alle maten en gewichten
+uit te denken. Korten tijd daarop brachten Borda, Lagrange, Laplace,
+Monge en Condorcet een verslag uit waarbij zij als gewone eenheid
+van maat voorstelden het tien millioenste deel van het vierde deel
+van den meridiaan, en als eenheid van gewicht voor alle lichamen
+het gewicht van zuiver gedistilleerd water, terwijl het tientallig
+stelsel aangenomen werd om alle maten met elkander in overeenstemming
+te brengen.
+
+Later werden deze bepalingen van de lengte van een graad op
+verschillende plaatsen der aarde gemaakt, want daar de aardbol geen
+spheroïde maar een ellipsoïde was, moesten veelvuldige berekeningen
+en opmetingen de hoegrootheid van de afplatting aan de polen leeren
+kennen.
+
+In 1736 maten Maupertuis, Clairaut, Camus, Lemonnier, Outhier en de
+Zweed Celsius een noordelijken boog in Lapland en vonden 57419 vademen
+voor de lengte van een graad. In 1745 vonden La Condamine, Bouguer
+en Godin met medewerking van de Spaansche geleerden Juan en Antonio
+Ulloa in Peru 56737 vademen voor de lengte van den graad. In 1752
+berekende Lacaille de lengte van een graad aan de kaap de Goede Hoop
+op 57037 vademen. In 1754 vonden de paters Maire en Boscowitch 56973
+vademen voor de lengte van een boog tusschen Rome en Rimini. In 1762
+en 1763 schatte Beccaria den Pimonteeschen graad op 57468 vademen. In
+1768 vonden de sterrekundigen Mason en Dixon in Noord-Amerika op de
+grenzen van Maryland en Pennsylvanië dat de Amerikaansche graad eene
+lengte had van 56888 vademen.
+
+In de 19de eeuw werden verschillende bogen gemeten in Bengalen,
+in Oost-Indië, in Piémont, in Finland, in Kurland, in Hannover, in
+Oost-Pruisen, in Denemarken, enz.; maar de Engelschen en Russen hielden
+zich minder ijverig dan andere volken met deze moeielijke berekeningen
+bezig en de voornaamste geodesische opmeting, die zij bewerkstelligden,
+had in 1784 plaats onder leiding van den generaal-majoor Roy, die het
+doel had om de Fransche en Engelsche maten met elkander overeen te
+brengen. Uit al deze bovenvermelde opmetingen kon men reeds opmaken
+dat de graad gemiddeld geschat kon worden op 57000 vademen, d. i. 25
+kilometer, en als men dit vermenigvuldigde met 360, dan verkreeg men
+voor den omtrek der aarde eene lengte van 9000 kilometer.
+
+Doch de boven opgegeven cijfers doen zien dat de maten van
+verschillende gradenbogen op onderscheidene plaatsen op aarde niet
+met elkander overeen kwamen. Niettemin leidde men uit dit gemiddelde
+van 57000 vademen, welke men als de lengte van een graad aannam,
+de waarde van een meter af, en men nam daarvoor het tien millioenste
+deel van een meridiaan, dat overeen kwam met drie voet elf millimeter
+en 296/1000 van een millimeter.
+
+In wezenlijkheid is dit cijfer niet volkomen juist. Nieuwe
+berekeningen, waarbij men de afplatting aan de polen namelijk 1/299,
+en niet 1/334, zooals men vroeger meende, in aanmerking nam, geven
+niet meer 10 millioen meters voor de maat van een vierde gedeelte eens
+meridiaans, maar wel 10.000.856 meters. Dit verschil van 856 meters
+is op zulk eene lengte weinig merkbaar; evenwel moet men wiskundig
+sprekende erkennen, dat de meter, zooals hij aangenomen is, niet juist
+het tien millioenste deel van een vierde deel eens meridiaans is. Er
+is eene fout van minstens 2/10000 van een millimeter.
+
+De aldus bepaalde meter werd evenwel niet door alle beschaafde volken
+aangenomen. België, Spanje, Piémont, Griekenland, Nederland, de oude
+Spaansche koloniën, de republieken Ecuador, Nieuw-Grenada, Costarica,
+enz. namen die maat bijna onmiddellijk aan; maar niettegenstaande de
+voorkeur, die het metrieke stelsel boven alle andere stelsels verdient,
+heeft Engeland tot nu toe altijd geweigerd het aan te nemen.
+
+Misschien zou dit stelsel, zonder de staatkundige verwikkelingen
+van het laatst der 18de eeuw, door de bevolking van het vereenigde
+koninkrijk zijn aangenomen. Toen de Constituante den 8sten Mei 1790
+daartoe het besluit nam, werden de Engelsche geleerden van de Royal
+Society uitgenoodigd om zich bij de Franschen aan te sluiten. Om de
+juiste maat van den meter te hebben, moest men bepalen of deze tot
+grondslag zou hebben de lengte van een eenvoudigen secondeslinger,
+of dat men als eenheid van lengtemaat een deel van een der groote
+cirkels zou aannemen. Doch de tijdsomstandigheden verhinderden de
+voorgenomen vereeniging.
+
+Het was eerst in het jaar 1854 dat Engeland, het voordeel van het
+metrieke stelsel sedert lang inziende, en bovendien bemerkende dat
+geleerden en handelaars genootschappen vormden om het ingang te doen
+vinden, besloot om het aan te nemen.
+
+Maar de Engelsche regeering wilde dit besluit geheim houden tot op het
+oogenblik dat de nieuwe opmetingen, die men ondernomen had, de lengte
+van den graad beter zouden doen bepalen. Evenwel meende de Britsche
+regeering in dat opzicht zich te moeten verstaan met de Russische,
+die er ook wel toe overhelde om het metrieke stelsel aan te nemen.
+
+Eene commissie van drie Engelsche en drie Russische sterrekundigen
+werd dus gekozen uit de uitstekendste leden van wetenschappelijke
+genootschappen. Men heeft gezien dat het voor Engeland waren: kolonel
+Everest, en de heeren John Murray en William Emery, en voor Rusland
+de heeren Mathieu Strux, Nikolaas Palander en Michel Zorn.
+
+Deze internationale commissie vergaderde te Londen en besliste dat
+men eerst een deel van den meridiaan in het zuidelijk halfrond zou
+meten. Als dit geschied was, zou men hetzelfde in het noordelijk
+halfrond doen, en uit deze twee opmetingen hoopte men de juiste maat
+te vinden, die aan alle voorwaarden zou voldoen.
+
+Nu had men nog te kiezen tusschen de verschillende Engelsche
+bezittingen in het zuidelijk halfrond, nm. de Kaapkolonie, Australië
+en Nieuw-Zeeland. Nieuw-Zeeland en Australië, die juist aan de
+andere zijde der aarde als Europa lagen, brachten de commissie in
+de noodzakelijkheid om eene lange reis te doen. Bovendien konden
+de Maori's en de Nieuw-Hollanders, die altijd in oorlog zijn met de
+indringers, de voorgenomen opmeting zeer bemoeilijken. De Kaapkolonie
+daarentegen bood wezenlijke voordeelen aan: 1o was zij onder denzelfden
+meridiaan gelegen als zekere deelen van Europeesch Rusland, en na
+een boog van den meridiaan in zuidelijk Afrika gemeten te hebben kon
+men er een op denzelfden meridiaan meten in het gebied van den tsaar,
+en tevens de opmeting geheim houden; 2o was de reis naar de Engelsche
+bezittingen in het zuiden van Afrika betrekkelijk kort, en eindelijk
+3o zouden de Engelsche en Russische geleerden daar eene uitstekende
+gelegenheid vinden om den arbeid van den Franschen sterrekundige
+Lacaille na te gaan, door op dezelfde plaats als hij te werken,
+en te onderzoeken of hij gelijk had gehad met het cijfer van 57037
+vademen op te geven voor de maat van een graad op den meridiaan aan
+de Kaap de Goede Hoop.
+
+Er werd derhalve beslist dat de geodesische arbeid aan de Kaap
+ondernomen zou worden. De beide regeeringen keurden de beslissing
+der Engelsch-Russische commissie goed. Een belangrijk krediet werd
+geopend. Alle instrumenten, die voor de opmeting noodig waren, werden
+in dubbelen getale vervaardigd. William Emery werd uitgenoodigd om
+toebereidselen te maken voor een tocht in de binnenlanden van zuidelijk
+Afrika. Het fregat Augusta van de koninklijke marine, ontving bevel om
+de leden der commissie en hun gevolg naar de monding der Oranjerivier
+over te brengen.
+
+Men mag er wel bijvoegen dat er behalve een wetenschappelijk doel,
+ook nationale eigenliefde mede gemoeid was, waardoor deze voor een
+gemeenschappelijken arbeid vereenigde geleerden werden aangevuurd. Het
+was er inderdaad om te doen om Frankrijk in zijne berekeningen te
+overtreffen, om den arbeid der beroemdste Fransche sterrekundigen in
+juistheid te verbeteren, en dat nog wel te midden van eene woeste en
+bijna onbekende landstreek. Ook waren de leden der Engelsch-Russische
+commissie besloten om alles, zelfs hun leven op te offeren, ten einde
+een doel te bereiken dat heilzaam voor de wetenschap en te gelijkertijd
+roemvol voor hun land zijn zou.
+
+En ziedaar waarom in de laatste dagen van Januari 1854 William Emery
+zich bij den waterval van Morgheda aan den oever der Oranjerivier
+bevond.
+
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+Een Hottentotsch dorp.
+
+
+De reis op het bovendeel der rivier werd spoedig afgelegd. Evenwel
+werd het jaargetijde regenachtig; maar de reizigers, die 't in de
+kajuit der boot vrij gemakkelijk hadden ingericht, hadden niets te
+lijden van de stortregens, die in dezen tijd van het jaar hier gewoon
+waren. De Queen and Tzar vorderde snel. Men ontmoette geen snelle
+stroomingen of ondiepten, en de stroom was over het algemeen niet
+sterk genoeg om den gang der boot te vertragen.
+
+De oevers der Oranjerivier boden altijd hetzelfde verrukkelijke
+schouwspel aan. Bosschen van verschillende boomsoorten volgden
+elkander op, en een wereld van vogels fladderde daarin rond. Hier
+en daar stonden groepen boomen van het geslacht der zilverboomen,
+en vooral de »wagenboom" met roodachtig gemarmerd hout, die er
+wonderlijk uitzag met zijne donkerblauwachtige bladeren en groote
+gele bloemen; verder de »zwartebast" met zwarte schors, de »karree"
+met zijne donkerkleurige altijd groene bladeren. Het kreupelhout
+strekte zich eenige kilometers ver van de oevers der rivier uit, en
+overal was deze met treurwilgen langs de kanten bezet. Hier en daar
+deden zich plotseling uitgestrekte naakte velden aan het oog voor. Het
+waren groote vlakten met een onnoemelijk aantal kolokwintstruiken
+begroeid; daar tusschen stond de honigvoortbrengende plant proteus,
+waaruit geheele zwermen kleine vogels met zacht gekweel opvlogen,
+die door de kolonisten suikervogels genoemd worden.
+
+De vogelwereld bood groote verscheidenheid aan. De Boschjesman deed ze
+opmerken aan John Murray, die een groot liefhebber was van allerlei
+wild. Ook ontstond er een soort van vertrouwelijkheid tusschen den
+Engelschen jager en Mokum, die volgens de belofte van kolonel Everest
+van zijn reismakker eene uitmuntende, verdragende buks ten geschenke
+ontvangen had. Het is onnoodig om de tevredenheid van den Boschjesman
+te schetsen, nu hij zich in het bezit zag van zulk een prachtig
+wapen. De twee jagers begrepen elkander goed. Al was hij een uitstekend
+geleerde, toch ging John Murray voor een van de beste jagers van het
+oude Caledonië door. Hij hoorde met belangstelling, met een soort
+van afgunst de verhalen van den Boschjesman aan. Zijne oogen schoten
+vlammen als de jager hem onder de boomen eenige wilde dieren aanwees,
+hier giraffen in troepen van vijftien tot twintig, daar buffels van
+zes voet hoog en den kop met een paar zwarte horens voorzien, wat
+verder wilde gnoes met een paardestaart, elders troepen caäma's, eene
+soort van groote damherten met schitterende oogen en een paar horens,
+die een dreigenden hoek met elkander maakten, en overal, zoowel in het
+dichtste woud, als op de kale vlakten die oneindige verscheidenheid
+van antilopen, die in zuidelijk Afrika zoo talrijk gevonden worden,
+de bastaardgems, de gemsbok, de gazelle, de springbok, enz. Was daar
+dus niet overvloedig gelegenheid om een jager te doen watertanden,
+en konden de vossenjachten in de Schotsche vlakten wel vergeleken
+worden met de jachten van een Cumming, een Anderson en een Baldwin?
+
+Men moet zeggen dat de reismakkers van Murray vrij wat minder zich
+getroffen gevoelden door het gezicht van die prachtige stukken
+wild. Emery beschouwde zijne ambtgenooten met groote opmerkzaamheid,
+en trachtte hun karakter onder hun onverschillig uiterlijk te
+raden. Kolonel Everest en Strux, die ongeveer even oud waren,
+waren even terughoudend, voorzichtig en vormelijk. Zij spraken
+met eene afgemeten langzaamheid en elken morgen zou men gezegd
+hebben, dat zij elkander vóór den vorigen avond nog nimmer ontmoet
+hadden. Men behoefde de hoop niet te koesteren, dat er tusschen
+deze twee voorname personen ooit eenige vertrouwelijkheid ontstaan
+zou. Twee tegen elkander geschoven ijsschotsen eindigen met zich te
+vereenigen doch niet alzoo twee geleerden, wanneer zij beiden eene
+hooge wetenschappelijke betrekking bekleeden.
+
+Nikolaas Palander was vijfenvijftig jaren en één van die mannen,
+die nooit jong zijn geweest, en nooit oud worden. De sterrekundige
+van Helsingfors was altijd verdiept in zijne berekeningen; hij kon
+een uitstekend werktuig zijn, maar het was dan ook niet anders dan een
+werktuig, eene soort van rekentafel of algemeen rekenwerktuig. Rekenaar
+van de Engelsch-Russische commissie, was deze geleerde een van die
+wondermenschen, die uit het hoofd met vijf cijfers vermenigvuldigen,
+eene soort van vijftigjarigen Mondeux.
+
+Michel Zorn had door zijn leeftijd, zijn opgewonden karakter en zijn
+goed humeur meer overeenkomst met William Emery. Zijne beminnelijke
+hoedanigheden beletten hem niet een sterrekundige van groote
+verdiensten te zijn, die zich reeds op jeugdigen leeftijd beroemd
+had gemaakt. De door hem en onder zijn toezicht op het observatorium
+van Kiew gedane ontdekkingen omtrent de nevelvlek van Andromeda
+hadden in het geleerde Europa heel wat beweging veroorzaakt. Aan
+zijne onwedersprekelijke verdiensten paarde hij groote nederigheid,
+en hield zich bij iedere gelegenheid op den achtergrond.
+
+William Emery en Michel Zorn moesten vrienden worden; zij
+waren verbonden door denzelfden smaak en dezelfde neigingen. Zij
+spraken veel met elkander. Gedurende dien tijd namen de kolonel en
+Mathieu Strux elkander zeer bedaard op. Palander trok uit het hoofd
+vierkants-wortels, zonder dat hij acht gaf op de verrukkelijke plekken
+langs de oevers, en John Murray en de Boschjesman vormden plannen om
+eene vreeselijke slachting onder het wild aan te richten.
+
+De reis op den bovenstroom der Oranjerivier kenmerkte zich door
+geen enkel voorval. Soms schenen de steile rotsoevers, die den
+bochtigen stroom insloten, elken uitgang af te sluiten. Dan weder
+maakten met boomen begroeide eilandjes, die als 't ware midden in
+den stroom geworpen waren, het onzeker, welken weg men volgen moest;
+doch de Boschjesman aarzelde nimmer, en de Queen and Tzar koos den
+besten weg, of stoomde zonder dralen uit den cirkel van rotsen, die
+haar omringden. De stuurman behoefde geen enkel oogenblik berouw te
+gevoelen dat hij de aanwijzingen van Mokum gevolgd had.
+
+In vier dagen legde het stoomschip de twee honderd veertig kilometers
+af, die de watervallen van Morgheda nog scheidden van de Kuruman,
+een van de zijtakken, die langs de stad Lattakou stroomt; dit was
+juist de plaats waar de commissie zich moest heen begeven. De stroom
+vormde dertig kilometers boven den waterval een elleboog, en eene
+andere richting aannemende, als die van het oosten naar het westen,
+begrensde hij, in zuidwestelijke richting stroomende, de scherpe punt,
+die het grondgebied der Kaapkolonie ten noorden vormt. Van dit punt
+richtte de rivier zich noordoostwaarts en verloor zich drie honderd
+kilometers verder in de boschrijke streken der Transvaal-republiek.
+
+Het was den 5en Februari, des morgens nog zeer vroeg en onder een
+slagregen, dat de Queen and Tzar Klaarwater, een Hottentotsch dorp
+bereikte, dicht bij de plek waar de Kuruman in de Oranjerivier
+valt. Kolonel Everest wilde geen oogenblik verliezen, en liet dus
+spoedig de weinige hutten van Boschjesmannen, die het dorp vormden,
+achter zich, terwijl de boot door de werking der schroef tegen
+den stroom van den nieuwen zijtak opstoomde. Deze zijtak stroomde,
+zooals de reizigers opmerkten, zeer snel door eene bijzonderheid,
+welke hem eigen was. De Kuruman toch, die aan haren oorsprong zeer
+breed is, wordt smaller naarmate de stroom vordert omdat het water
+door de zonnehitte verdampt. Maar in dit jaargetijde was zij zeer
+gezwollen, diep en snelstroomend door aanhoudende regens en door het
+water van een zijtak, de Moschona. De vuren werden dus aangestookt,
+en de boot stoomde met eene drie kilometersvaart de Kuruman op.
+
+Gedurende dezen tocht maakte de Boschjesman den heer Murray opmerkzaam
+op een vrij groot aantal nijlpaarden. Die groote dikhuidige dieren,
+die door de Hollanders aan de Kaap »zeekoeien" genoemd worden, zijn
+dik en log, acht tot tien voet lang en weinig geneigd om iemand aan te
+vallen. Zij werden verschrikt door het snuiven der boot en het slaan
+van de schroef; zij dachten zeker een nieuw soort van monster te zien,
+dat zij moesten wantrouwen, en inderdaad maakten de wapens aan boord
+de nadering zeer moeielijk. John Murray had zijne ontplofbare kogels
+gaarne op die vleeschklompen beproefd, doch de Boschjesman verzekerde
+hem dat er in de noordelijke stroomen geen gebrek aan nijlpaarden zijn
+zou, en John Murray besloot dus om gunstiger gelegenheid af te wachten.
+
+De honderd vijftig kilometers, die den mond der Kuruman van Lattakou
+scheidden, werden in vijftig uren afgelegd. Den 7den Februari bereikte
+men om drie uren des namiddags deze plaats. Toen de boot aan den
+oever was vastgemaakt, kwam een man van vijftig jaar met een deftig,
+doch goedig uiterlijk aan boord en stak William Emery de hand toe. De
+astronoom stelde den nieuw aangekomene aan zijne reismakkers voor
+en zeide: »De eerwaarde Thomas Dale van het zendelinggenootschap te
+Londen, en directeur van het station van Lattakou."
+
+De Europeanen groetten den eerwaarden Thomas Dale, die hen welkom
+heette, en deze stelde zich geheel ter hunner beschikking.
+
+De stad Lattakou of liever het gehucht van dien naam, vormt in
+het noorden het meest van de Kaapstad verwijderde station van
+zendelingen. Zij wordt in oud en nieuw Lattakou verdeeld. Het oude
+Lattakou, dat nu bijna geheel verlaten is, en waar de Queen and Tzar
+aankwam, telde in het begin van deze eeuw nog twaalfduizend inwoners,
+die sedert dien tijd naar het noordoosten getrokken zijn. Toen de
+stad zeer in verval raakte, werd zij door Lattakou vervangen, dat in
+eene vlakte, die vroeger met acacia's bedekt was, niet ver daarvandaan
+gebouwd werd. Dit nieuwe Lattakou, waarheen de Europeanen zich onder
+geleide van den zendeling begaven, bevatte een veertigtal groepen
+huizen, en telde ongeveer vijf of zes duizend inwoners, die tot den
+grooten stam der Betchuanen behoorden.
+
+In dit dorp hield dokter David Livingstone in 1840 gedurende drie
+maanden zijn verblijf, voordat hij de reis naar de Zambese ondernam,
+eene reis, die den beroemden reiziger noodzaakte geheel midden-Afrika
+door te trekken van de baai van Loanda in Congo, tot aan de haven
+van Kilimane op de kust van Mozambique.
+
+Te nieuw-Lattakou aangekomen, overhandigde kolonel Everest aan den
+directeur van de missie een brief van dokter Livingstone, die de
+Engelsch-Russische commissie aan zijne vrienden in zuidelijk Afrika
+aanbeval. Thomas Dale las dien brief met bijzonder genoegen, daarop
+gaf hij dien aan kolonel Everest terug, zeggende dat hij hem op zijne
+reis mogelijk van nut kon zijn, daar de naam van David Livingstone
+in dit gedeelte van Afrika bekend en geëerd was.
+
+De leden der commissie werden in het huis der zendelingen
+ingekwartierd; 't was een groot gebouw, dat op eene hoogte opgericht,
+en door eene ondoordringbare haag als door een vestingmuur omgeven
+was. De Europeanen waren in dit gebouw gemakkelijker gehuisvest
+dan zij het bij de Betchuanen zouden geweest zijn. Niet, omdat de
+woningen van dit volk niet zindelijk zijn; integendeel, want de
+vloer is gemaakt van zeer vaste klei, waarop geen stofje te zien is;
+het dak is met lang stroo bedekt en ondoordringbaar voor den regen;
+maar toch zijn deze huizen slechts hutten, waartoe een rond gat,
+dat nauwelijks groot genoeg is om een mensch door te laten, toegang
+verschaft. In die hutten leven allen gemeenschappelijk onder elkander
+en men kan niet zeggen dat die samenleving met de Betchuanen tot de
+aangenaamste behoort. Het hoofd van den stam, die te Lattakou woonde,
+zekere Moulibahan, meende dat hij zijne opwachting bij de Europeanen
+maken moest. Moulibahan was een vrij knap man zonder de dikke lippen of
+den platten neus van het negerras; hij had een rond gelaat, dat niet,
+zooals bij de Hottentotten, van onderen smal toeliep. Hij droeg een
+mantel van huiden, welke zeer kunstig aan elkander waren genaaid,
+en een voorschoot, dat de inlanders »Pukoje" noemen; verder een
+lederen muts en sandalen van buffelleder. Aan zijne armen had hij
+ivoren ringen; in zijne ooren bengelden vier centimeters lange koperen
+staafjes als oorbellen, die tevens tot amuletten moesten dienen. Boven
+van zijn muts hing een antilopenstaart. Zijn jachtstok was bovenaan
+met een bos zwarte struisvederen versierd. Men kon de natuurlijke
+kleur der huid van dezen Betchuanen-hoofdman niet zien onder de dikke
+laag oker, waarmede hij van het hoofd tot de voeten bedekt was. Eenige
+onuitwischbare inkervingen in de dij duidden het aantal vijanden aan,
+die Moulibahan gedood had.
+
+Dit stamhoofd, dat minst genomen even deftig was als Mathieu Strux
+zelf, naderde de Europeanen en nam hen één voor één bij den neus. De
+Russen lieten dit ernstig toe; de Engelschen stribbelden een weinig
+tegen, en toch was het volgens Afrikaansche zeden eene plechtige
+verbintenis om de plichten der gastvrijheid jegens de Europeanen in
+acht te nemen. Toen de plechtigheid was afgeloopen ging Moulibahan
+zonder een woord te spreken heen.
+
+»En nu wij genaturaliseerd zijn als Betchuanen," zeide kolonel Everest,
+»kunnen wij ons zonder een dag of een uur te verliezen met ons werk
+bezighouden."
+
+Geen enkel uur ging verloren, en toch was de commissie niet vóór de
+eerste dagen van Maart tot het vertrek gereed, zooveel zorg en omslag
+vereischt het gereedmaken van zulk eene onderneming. Het was bovendien
+de door kolonel Everest aangewezen dag. Op dat tijdstip namelijk
+eindigde het regenseizoen, en het water dat in de uithollingen van
+den grond hier en daar was blijven staan, zou eene kostbare hulpbron
+worden voor de woestijnreizigers.
+
+Het vertrek werd op 2 Maart vastgesteld. Dien dag was de geheele
+karavaan onder bevel van Mokum tot het vertrek gereed. De Europeanen
+namen afscheid van de zendelingen van Lattakou, en verlieten ten
+zeven ure 's morgens het plaatsje.
+
+»Waar gaan we heen, kolonel?" vroeg William Emery op het oogenblik
+dat de karavaan de laatste hut van het stadje achter zich liet.
+
+»Recht voor ons uit, mijnheer Emery," antwoordde de kolonel, »tot
+op het oogenblik dat we een geschikte plaats hebben gevonden om een
+basis te meten!"
+
+Om acht uren had de karavaan de lage en met kleine heesters bedekte
+heuvels achter zich, welke Lattakou omringen, en de woestijn lag met
+al hare gevaren, vermoeienissen en onvoorziene gebeurtenissen voor hen.
+
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+Verdere kennismaking.
+
+
+Het onder bevel van den Boschjesman staande geleide telde honderd man;
+het waren allen Boschjesmannen, werkzame, bedaarde, vreedzame mannen,
+die groote lichamelijke vermoeienissen konden uitstaan. Voordat
+er zendelingen in het land waren haakten de Boschjesmannen, die
+als leugenaars en als weinig gastvrij bekend stonden, naar roof en
+moord, en maakten meestal van den nacht gebruik om hunne vijanden
+te vermoorden. De zendelingen hebben wel hunne barbaarsche zeden
+aanmerkelijk beschaafd, doch die inboorlingen maken zich nog altijd
+meer of min schuldig aan het plunderen van woningen en het rooven
+van vee.
+
+Tien wagens, gelijk aan het voertuig, dat de Boschjesman naar den
+waterval van Morgheda gebracht had, vormden het rollend materieel
+van den tocht. Twee van die wagens, een soort van beweegbare huizen,
+waren gemakkelijk ingericht en dienden den Europeanen tot verblijf
+als zij halt hielden. Zij werden dus gevolgd door een houten huis,
+van droge planken getimmerd, met ondoordringbaar zeildoek bedekt,
+en van verschillende bedden en toiletbenoodigdheden voorzien. Als
+men halt hield was dit tijd gewonnen, omdat men de tenten geheel
+opgeslagen met zich voerde.
+
+Een van de wagens was bestemd voor kolonel Everest en zijne beide
+landgenooten. De andere werd door de Russen bewoond. Twee andere
+wagens, die volgens hetzelfde model ingericht waren, behoorden, de
+ééne aan de vijf Engelschen, de andere aan de vijf Russen die samen
+de bemanning van de Queen and Tzar uitmaakten.
+
+Het spreekt van zelf, dat de romp en de machine der stoomboot
+stuksgewijze uit elkander genomen en op een der wagens geladen werden
+om de reizigers door de Afrikaansche woestijn te volgen. Meren zijn
+talrijk in het binnenland; misschien werden er eenigen gevonden op
+den weg, dien de wetenschappelijke commissie zou volgen en dan zou
+het kleine vaartuig groote diensten kunnen bewijzen. De andere wagens
+waren beladen met de instrumenten, levensmiddelen, koffers, wapens,
+kruit en lood, toestellen voor de voorgenomen driehoeksmeting, zooals
+draagbare pylonen, signaalpaaltjes, lantaarns, de noodige schragen
+om eene basis te meten, en eindelijk alles wat voor de honderd man
+van het geleide bestemd was. De levensmiddelen voor de Boschjesmannen
+bestonden voornamelijk uit vleesch van antilopen, buffels of olifanten,
+dat in lange repen gesneden, en in de zon of boven een half smeulend
+vuur gedroogd was om het maanden lang te kunnen bewaren. Deze wijze
+van toebereiding wint het gebruik van zout uit en is in zwang in die
+streken, waar deze nuttige stof ontbreekt. Wat het brood aangaat,
+de Boschjesmannen rekenden er op dit door vruchten of wortels, door
+aardnoten, door de knollen van zekere soort van vezelbloemen, zooals
+de inlandsche vijg, door kastanjes, of door de pit van eene soort van
+palmboom, welke den naam van »kafferbrood" draagt te vervangen. Dit
+voedsel uit het plantenrijk kon gedurende de reis telkens ververscht
+worden. Wat het dierlijk voedsel betreft, dit zou bezorgd worden
+door de jagers der bende, die met bewonderenswaardige behendigheid
+hunne bogen van aloëhout en hunne lansen hanteerden, en de bosschen
+en vlakten af zouden loopen om de karavaan van wild te voorzien. Zes
+ossen uit het Kaapland, hoog op de pooten, met breede schoften en
+lange horens waren met een tuig van buffelleder voor elken wagen
+gespannen. Zoo voortgetrokken, behoefde men met deze zware wagens,
+lompe staaltjes van oorspronkelijke wagenmakerskunst, niet bang te
+zijn voor hellingen of kuilen; zij bewogen zich niet snel maar zeker
+op hunne zware raderen.
+
+Wat de paarden aangaat, dit waren kleine zwarte of grijze dieren van
+Spaansch ras, die uit Zuid-Amerika in het Kaapland werden ingevoerd;
+zij worden om hun moed en zachtzinnigheid hoog geschat. Onder dien
+troep vond men ook een half dozijn tamme quagga's, eene soort van
+ezels met dunne pooten en ronde vormen, wier gebalk aan het blaffen van
+een hond deed denken. Die quagga's moesten bij kleine tochten dienen,
+die voor geodesische opnamen noodig zouden zijn, en de instrumenten en
+benoodigdheden daarheen brengen, waar zware wagens niet konden komen.
+
+Bij uitzondering bereed de Boschjesman met eene bewonderenswaardige
+bevalligheid en behendigheid een prachtig dier, dat de bewondering
+van een kenner als John Murray opwekte. Het was een zebra met eene
+onvergelijkelijk schoone, bruin gestreepte huid. Dit dier was tot
+aan de schoft vier voet hoog en mat zeven voet van den kop tot den
+staart. Schuw en schichtig van aard, zou het geen ander dan Mokum op
+zijn rug geduld hebben, daar deze hem voor eigen gebruik getemd en
+afgericht had.
+
+Eenige honden van een half wild ras, soms oneigenaardig aangeduid met
+den naam van jachthyena's, liepen langs de karavaan op en neêr. Zij
+herinnerden door vorm en lange ooren aan den Europeeschen brak.
+
+Zóó was de karavaan samengesteld, die zich in de Afrikaansche woestijn
+ging wagen. De ossen liepen bedaard voort, aangezet door den stok
+van hunne geleiders, die hen in de zijde stieten, en 't was een
+merkwaardig schouwspel als men dezen troep langs de heuvels zich zag
+voortbewegen. Waar ging de tocht na het verlaten van Lattakou heen?
+
+»Wij gaan recht voor ons uit," had kolonel Everest gezegd.
+
+De kolonel en Mathieu Strux toch konden op dit oogenblik nog
+geene bepaalde richting volgen. Wat zij zochten voordat zij hunne
+werkzaamheden begonnen, was eene uitgestrekte effene vlakte, om er een
+basis te stellen van den eerste der driehoeken, welker net zuidelijk
+Afrika over eene uitgestrektheid van verscheidene graden bedekken zou.
+
+Kolonel Everest legde den Boschjesman de zaak uit. Met de zekerheid
+van een geleerde, wien zulk eene wetenschappelijke taal gewoon is,
+sprak de kolonel tegen den jager van driehoeken, aanliggende hoeken,
+basis, meting van den meridiaan, zeniths afstanden, enz. De Boschjesman
+liet hem eenige oogenblikken voortspreken, daarop viel hij hem met eene
+beweging van ongeduld in de rede en antwoordde: »Kolonel, ik begrijp
+niets van uwe hoeken, basis, of meridianen; ik vat zelfs in het geheel
+niet wat gij hier in die Afrikaansche woestijn komt uitvoeren. Maar dat
+zijn mijne zaken niet. Wat vraagt u van mij? eene schoone uitgestrekte,
+effene en regelmatige vlakte? Welnu, die zal ik u opzoeken."
+
+En op bevel van Mokum trok de karavaan, die reeds over de heuvels van
+Lattakou heen was, naar het zuidwesten. Deze richting bracht haar
+een weinig meer naar den zuidkant van het stadje, dat is naar dat
+gedeelte van de vlakte, hetwelk door de Kuruman bespoeld wordt. De
+Boschjesman hoopte in den omtrek dezer rivier eene vlakte te vinden,
+die voor het doel van den kolonel geschikt was.
+
+Sedert dien dag bleef de jager gewoonlijk aan het hoofd der
+karavaan. John Murray, die een goed paard bereed, bleef aan zijne
+zijde en van tijd tot tijd verkondigde een geweerschot aan zijne
+ambtgenooten dat Murray kennis maakte met het Afrikaansche wild. De
+kolonel liet zich, in gedachten verdiept, geheel aan den gang van
+zijn paard over, en dacht aan de toekomst van zulk een tocht, die
+te midden van deze wilde streken waarlijk moeilijk genoeg worden
+kon. Mathieu Strux was naarmate de toestand van het terrein zulks
+toeliet, dan eens te paard, dan weder in een wagen, en opende niet
+dikwijls den mond tot spreken. Wat Nikolaas Palander aangaat, deze
+reed zoo slecht mogelijk te paard, en ging daarom meestal te voet of
+zat in den wagen, waar hij dan in de meest afgetrokken berekeningen
+der hoogere meetkunde verdiept was.
+
+Al hadden William Emery en Michel Zorn des nachts ieder een
+afzonderlijken wagen tot verblijf, zoo waren zij des daags toch altijd
+samen. Deze beide jonge mannen voelden zich dagelijks meer en meer tot
+elkander aangetrokken door eene vriendschap, welke door de lotgevallen
+der reis nog toe moest nemen. Van de eene halte naar de andere reden
+zij samen onder drukke gesprekken. Soms verwijderden zij zich ter
+zijde van de karavaan, dan reden zij haar eenige kilometers vooruit
+als de vlakte zich zoo ver het oog reikte voor hen uitstrekte. Dan
+waren zij vrij en als het ware verloren te midden van die woeste
+natuur. Dan spraken zij over allerlei, behalve over de wetenschap! Dan
+vergaten zij cijfers en stellingen, berekeningen en waarnemingen! Het
+waren geen sterrekundigen meer, geen waarnemers van het hemelgewelf,
+maar twee scholieren, die aan de schooltucht ontsnapt en gelukkig
+waren om door dichte bosschen te trekken, om in die oneindige vlakte
+rond te draven en om de versche lucht, welke met allerhande geuren
+bezwangerd was, met volle teugen in te ademen! Zij lachten, ja zij
+lachten als eenvoudige stervelingen, en niet als deftige mannen, die
+gewoonlijk in gezelschap zijn met kometen en andere dwaalsterren. Al
+mochten zij om de wetenschap niet lachen, dan glimlachten zij toch
+dikwijls bij de gedachte aan die deftige geleerden, die op deze
+aarde niet te huis behoorden. Overigens was hierin volstrekt geene
+boosaardigheid gelegen. Het waren twee uitstekende, openhartige,
+beminnelijke, getrouwe karakters, geheel het tegenbeeld van hunne
+chefs, den kolonel Everest en Mathieu Strux, twee stijve, koude
+menschen. En juist waren deze twee geleerden dikwijls het onderwerp
+van hunne gesprekken. William Emery leerde hen door zijn vriend Michel
+Zorn kennen.
+
+»Ja," zeide Zorn, »ik heb ze gedurende onze reis aan boord van de
+Augusta goed gadegeslagen, en ongelukkig ben ik gedwongen te bekennen,
+dat die twee mannen ijverzuchtig op elkander zijn. Al schijnt kolonel
+Everest onzen tocht aan te voeren, waarde William, zoo is Mathieu
+Strux toch zijn gelijke. De Russische regeering heeft zijn standpunt
+juist afgebakend. Onze beide aanvoerders geven elkaar in heerschzucht
+niets toe. Bovendien, ik herhaal het u, bestaat er tusschen hen die
+afgunst van geleerden, welke met recht voor de hevigste der jalouzieën
+gehouden wordt."
+
+»En deze heeft toch het minste reden van bestaan," antwoordde William
+Emery, »want alles bepaalt zich tot het veld van ontdekkingen, en
+ieder onzer geniet voordeel van het werk van allen. Maar zijn uwe
+opmerkingen juist, en ik heb reden om te gelooven dat zij het zijn,
+waarde Zorn, dan is dat een noodlottige omstandigheid voor onze
+onderneming. Er moet toch een volmaakte overeenstemming heerschen om
+zulk een moeielijk werk te doen gelukken."
+
+»Zonder twijfel," antwoordde Michel Zorn, »en ik vrees maar al te
+zeer dat deze overeenstemming niet bestaat. Oordeel eens over onze
+teleurstelling als elk onderdeel van de bewerking, de keuze der
+basis, de wijze van berekening, het plaatsen der bakens, het nazien
+der cijfers telkens een nieuwen twist in het leven roept! Bedrieg
+ik me niet, dan zijn er eene menigte haarkloverijen te voorzien, bij
+het vergelijken van onze dubbele registers en het opteekenen van onze
+waarnemingen, die ons in staat hebben gesteld om zelfs een vierhonderd
+duizendste van een vadem (2/100 millimeter) in rekening te brengen."
+
+»Ge doet mij ontstellen, mijn vriend," antwoordde Emery. »Het zou
+inderdaad treurig zijn als men zich zóóver gewaagd had, en dan nog
+schipbreuk leed, omdat men bij zulk eene onderneming niet eendrachtig
+handelde. God verhoede dat uwe vrees bewaarheid worde!"
+
+»Ik wensch het zeer, William," antwoordde de jonge Russische
+astronoom, »maar nog eens, bij den overtocht was ik getuige van zekere
+gesprekken over wetenschappelijke stelsels, die een onverzettelijke
+stijfhoofdigheid bij den kolonel en zijn tegenstander aanduidden. Ik
+begreep dat een ellendige ijverzucht er de oorzaak van was."
+
+»Maar die beide heeren verlaten elkander niet," merkte Emery op. »Men
+kan den een niet zonder den ander aantreffen; zij zijn onafscheidelijk,
+zelfs nog onafscheidelijker dan wij."
+
+»Ja," antwoordde Michel Zorn, »den ganschen dag verlaten ze elkaar
+niet, maar ze wisselen geen tien woorden en bewaken en bespieden
+elkander. Zoo het den een niet gelukt den ander geheel weg te cijferen,
+dan beginnen we ons werk onder waarlijk bedroevende omstandigheden."
+
+»En als het aan u stond," vroeg William met zekere aarzeling, »onder
+wien van de beide geleerden zoudt gij dan wenschen......?"
+
+»Waarde William," antwoordde Zorn met groote openhartigheid, »ik zou
+van ganscher harte hem als meester erkennen, die zich als zoodanig
+wist te doen gelden. In deze wetenschappelijke onderneming heb ik geen
+vooroordeel of nationale eigenliefde. Mathieu Strux en kolonel Everest
+zijn twee merkwaardige menschen. Zij wegen tegen elkander op. Engeland
+en Rusland moeten beiden voordeel hebben bij den goeden uitslag van
+hun arbeid. Het komt er dus weinig op aan of die arbeid door een
+Engelschman of een Rus wordt beheerd. Denkt ge er zoo ook niet over?"
+
+»Zeker, vriend Zorn," hernam Emery. »Laten we ons derhalve niet
+laten afleiden door dwaze vooroordeelen, en wenden we, voor zoover
+wij kunnen, onze krachten aan tot het algemeene welzijn. Misschien
+zal het ons mogelijk zijn om die slagen af te wenden, die de
+beide tegenstanders elkander, figuurlijk gesproken, zullen
+toebrengen. Bovendien is uw landgenoot, Nikolaas Palander....,"
+
+»Hij," antwoordde Zorn lachende, »hij zal niets zien, hooren, of
+begrijpen. Al zou hij voor den keizer van Abyssinië rekenen, 't is
+hem hetzelfde als hij maar rekenen kan. Hij is noch Engelschman, noch
+Rus, noch Chinees! Het is zelfs geen bewoner van dit ondermaansche;
+het is Nikolaas Palander, daarmee is alles gezegd!"
+
+»Ditzelfde kan ik van mijn landgenoot John Murray niet zeggen,"
+antwoordde Emery. »Hij is bovenal Engelschman, maar 't is ook een
+hartstochtelijk jager, en hij zou liever het spoor van een giraffe
+of zelfs van een olifant volgen, dan zich in een twistgesprek over
+wetenschappelijke methoden mengen. Wij moeten dus slechts op ons
+zelve rekenen, waarde Zorn, om botsingen tusschen onze aanvoerders
+te voorkomen. Wij behoeven elkaar niet te verzekeren, dat, wat er
+ook gebeure, wij altijd openhartig en trouw ééne lijn zullen trekken."
+
+»Altijd, wat er ook voorvalle!" antwoordde Zorn, zijn' vriend William
+de hand toestekende.
+
+Ondertusschen ging de karavaan, door den Boschjesman geleid, naar
+het zuidwesten. Den 4en Maart des middags bereikte zij den onderrand
+van die lange begroeide heuvelreeks, welke zij sedert het verlaten
+van Lattakou volgde. De jager had zich niet bedrogen, hij geleidde de
+karavaan naar eene vlakte, maar deze was voor de triangulatie nog niet
+geschikt, omdat het terrein een weinig golfde. Men trok dus nogmaals
+vooruit. Mokum plaatste zich weêr aan het hoofd, terwijl John Murray,
+William Emery en Michel Zorn de voorhoede vormden.
+
+Tegen het einde van den dag bereikte de karavaan een van die
+halten, welke door zwervende herders of boeren bewoond worden,
+en waar deze wegens de vette weilanden voor eenige maanden hun
+verblijf opslaan. Kolonel Everest en zijne makkers werden gastvrij
+ontvangen door een der kolonisten, een Hollander en hoofd van
+een talrijk huisgezin, die voor zijne bewezen diensten niets tot
+schadeloosstelling wilde aannemen. Deze boer was een van die moedige,
+ingetogen en werkzame menschen, wier klein kapitaal verstandig
+aangewend tot het fokken van koeien, ossen en geiten spoedig tot een
+groot vermogen aangroeit. Als de weide schraal wordt, zoekt de boer,
+evenals in ouden tijd de aartsvaders, een nieuwe bron van bestaan,
+dat is vetter weilanden op, en vestigt zich voor eenigen tijd in
+voordeeliger streken.
+
+Deze boer wees den kolonel eene uitgestrekte vlakte aan, die op een
+afstand van vijftien kilometers gevonden werd, en volkomen geschikt
+moest zijn voor geodesische opmetingen.
+
+Den volgenden dag, 5 Maart, vertrok de karavaan bij het aanbreken van
+den dag; men trok den geheelen morgen voort; geen enkel voorval zou
+het eentonige van dezen tocht hebben afgewisseld, als John Murray
+op 1200 meters afstand geen zonderling dier had neêrgeschoten, dat
+een koeiensnuit, een langen witten staart, en zeer scherpe horens
+op den kop had. Het was een gnoe, een wilde stier, die bij zijn val
+een dof gesteun liet hooren. De Boschjesman was verbaasd, dat hij,
+niettegenstaande den grooten afstand, het dier zoo juist zag treffen
+en neêrvallen. Het dier was ongeveer vijf voet hoog en verschafte den
+kok eene groote hoeveelheid uitmuntend vleesch, zoodat de gnoe's aan
+de jagers der karavaan vooral werden aanbevolen. Tegen den middag
+bereikte men de plaats, die de boer had aangeduid; het was eene in
+het noorden onbegrensde weide, waarvan de grond overal even vlak
+was. Men kon zich geen gunstiger terrein voor het meten eener basis
+denken. Nadat de Boschjesman de streek beschouwd had, naderde hij
+den kolonel, en zeide: »De gevraagde vlakte, kolonel."
+
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+Eene basis.
+
+
+De door de commissie te verrichten arbeid was, zooals men weet,
+eene driehoeksmeting, waardoor men een boog van den meridiaan kon
+berekenen. Het rechtstreeksch meten toch van een of meer graden
+door middel van metalen linialen, die met de uiteinden aan elkander
+geplaatst moeten worden, zou een geheel ondoenlijk werk zijn met het
+oog op wiskundige juistheid. Bovendien zou geen terrein ergens ter
+wereld over eene uitgestrektheid van eenige honderden kilometers vlak
+genoeg zijn om voor het verrichten van zulk een nauwkeurigen arbeid te
+kunnen dienen. Gelukkig kan men juister te werk gaan, door het terrein,
+waarover de meridiaan heen loopt in een zeker aantal driehoeken
+te verdeelen, welker berekening betrekkelijk gemakkelijk is. Deze
+driehoeken verkrijgt men, als men met zeer nauwkeurige instrumenten,
+met den theodoliet of cirkel van Borda het oog richt op natuurlijke
+of kunstmatige vaste punten, b. v. torens, hooge huizen, lantaarns,
+palen of dergelijke. Elk vast punt stelt het hoekpunt van een driehoek
+voor, welks hoeken door bovengenoemde instrumenten met mathematische
+juistheid gemeten worden.
+
+Ieder waarnemer kan met volkomen juistheid de plaats van zulk een vast
+punt (bij dag een toren, bij nacht een brandende lantaarn) aanwijzen,
+wanneer hij er slechts het oog op richt door den kijker, welks veld
+door middel van een van fijne draadjes vervaardigd netje in kleine
+ruitjes is afgedeeld. Zóó verkrijgt men driehoeken, welker zijden
+dikwijls verscheidene kilometers lang zijn. Op die wijze heeft Arago
+de kust van Valencia in Spanje met de Balearische eilanden verbonden
+door een ontzettend grooten driehoek, van welken eene der zijden 160
+kilometers lang was.
+
+Volgens de grondbeginselen der meetkunde is een driehoek geheel
+bekend, wanneer men daarvan slechts eene zijde en twee hoeken kent,
+want men kan daaruit onmiddellijk de grootte van den derden hoek, en
+de lengte der beide andere zijden bepalen. Als men dus voor basis van
+een nieuwen driehoek ééne zijde van dezen reeds bekenden driehoek neemt
+en men meet de aan die basis liggende hoeken, dan zal men op die wijze
+nieuwe driehoeken bepalen, welke driehoeksmeting kan worden voortgezet
+over de geheele lengte van den te meten meridiaanboog. Op die wijze
+verkrijgt men derhalve de lengte van alle rechte lijnen, die in dit
+net van driehoeken begrepen zijn, en door eenige trigonometrische
+berekeningen kan men dan gemakkelijk de lengte bepalen van den
+meridiaanboog, die dit net tusschen twee eindstations doorsnijdt.
+
+Zooeven werd gezegd dat een driehoek volkomen bekend is, wanneer
+men eene zijde en twee hoeken kent; die hoeken kan men nauwkeurig
+met den theodoliet meten. Doch de eerste zijde (de basis van het
+geheele stelsel) moet eerst met buitengewone nauwkeurigheid op den
+grond zelven gemeten worden, en dit is de moeilijkste arbeid van de
+geheele bewerking.
+
+Toen Delambre en Méchain in Frankrijk den meridiaan van Duinkerken
+naar Barcelona maten, namen zij als basis eene rechte lijn op den
+weg van Melun naar Lieusaint, departement Seine-et-Marne. Deze basis
+was 12150 M. lang en men had niet minder dan vijfenveertig dagen
+noodig om haar te meten. Welke maatregelen deze geleerden namen om
+eene wiskunstige nauwkeurigheid te verkrijgen, zal men zien uit de
+opmeting van kolonel Everest en van Mathieu Strux, die op dezelfde
+wijze te werk gingen als de beide Fransche sterrekundigen. Men zal
+zien tot hoeverre die nauwkeurigheid wel gaan moest.
+
+Den 5en Maart begonnen de eerste werkzaamheden, tot groote verbazing
+der Boschjesmannen, die er niets van begrepen. Mokum dacht, toen hij
+die geleerden den grond zag meten met linialen van zes voet, die men
+met de uiteinden tegen elkander legde, dat het eene aardigheid was;
+hij had in allen gevalle zijn plicht vervuld; men had hem eene effene
+vlakte gevraagd en deze had hij verschaft.
+
+De plek was inderdaad goed gekozen voor het meten van eene basis. De
+vlakte, die met kort droog gras bedekt was, strekte zich zoover het
+oog reikte waterpas uit. Zeker waren de opmeters op den weg van Melun
+niet zoo gelukkig geweest. Achter hen vertoonde zich eene rij heuvels,
+die de zuidgrens van de woestijn Kalahari vormden; noordwaarts had men
+de oneindige vlakte; in het oosten eindigden zacht glooiend de heuvels,
+die het plateau van Lattakou vormden. In het westen werd de vlakte
+lager en eenigszins moerassig, omdat de grond daar doorweekt werd door
+het stilstaand water, dat er uit zijtakjes van de Kuruman overliep.
+
+»Mij dunkt, kolonel," zeide Mathieu Strux, nadat hij de grasvlakte
+overzien had, »dat als we onze basis bepaald hebben, we hier het
+uiteinde van onzen meridiaan kunnen vaststellen."
+
+»Dat zou ik ook denken, mijnheer Strux," antwoordde de kolonel,
+»als we de juiste lengte van dit punt bepaald hebben. Men moet toch,
+als men dezen boog op de kaart brengt, zeker zijn dat we bij het
+meten daarvan op geene onoverkomelijke zwarigheden stuiten, die de
+geodesische opname geheel konden verhinderen."
+
+»Ik geloof het niet," zeide de Russische astronoom.
+
+»Dat zullen wij zien," was het antwoord. »Laat ons hier eerst eene
+basis meten, omdat de plek daarvoor zeer geschikt is, dan kunnen
+wij beslissen of wij die als grondslag zullen nemen voor onze
+triangulatie."
+
+Toen dit bepaald was, werd er besloten om zonder verwijl met het
+meten der basis te beginnen. Die arbeid zou lang duren, want de leden
+der Engelsch-Russische commissie wilden hunne taak met de uiterste
+nauwkeurigheid volbrengen. Men moest in juistheid de geodesische
+metingen overtreffen, die in Frankrijk op de basis van Melun gedaan
+waren, metingen, welke toch zóó nauwkeurig waren geweest dat eene
+nieuwe basis, die later bij Perpignan aan het zuidelijk uiteinde der
+triangulatie gemeten werd om de berekening van al de driehoeken na te
+gaan, op een afstand van 700 K. M. slechts een verschil aantoonde van
+elf centimeters tusschen de rechtstreeks verkregene en de berekende
+meting.
+
+Er werd bevel gegeven om een kamp op te slaan en een soort van dorp
+van Boschjesmannen of kraal verrees in de vlakte. De wagens werden als
+wezenlijke huizen neêrgezet, en het kamp werd in een Engelsch en een
+Russisch kwartier verdeeld, waar boven de vlaggen der beide natiën
+wapperden. In het midden was een gemeenschappelijk plein; buiten
+de rij wagens graasden de paarden en buffels onder toezicht hunner
+geleiders, en 's nachts liet men ze binnen de omheining drijven,
+om ze te beveiligen tegen de aanvallen der wilde dieren, die in de
+binnenlanden van zuidelijk Afrika in grooten getale gevonden worden.
+
+Mokum nam op zich om door geregelde jachtpartijen in het
+levensonderhoud der karavaan te voorzien. John Murray, wiens
+tegenwoordigheid voor het meten der basis niet strikt noodzakelijk was,
+nam de zorg voor den leeftocht mede op zich. Het kwam er namelijk op
+aan om het ingemaakte vleesch te sparen, en der karavaan dagelijks
+eene proviand van versch wild te bezorgen. Dank zij de behendigheid
+van Mokum, die, door zijne makkers geholpen, geregeld ter jacht toog,
+ontbrak het nimmer aan wild. Vlakte en heuvels werden in een omtrek van
+verscheidene kilometers rondom de legerplaats afgejaagd en weêrklonken
+elk oogenblik van het knallen der geweerschoten.
+
+Den 6en Maart begon de geodesische arbeid. De beide jongste geleerden
+werden met de voorloopige werkzaamheden belast.
+
+»Komaan kameraad," zei Michel Zorn opgeruimd tot zijn vriend Emery,
+»moge de God der nauwkeurigheid ons nu te hulp komen!"
+
+Het eerste werk bestond daarin dat men op het meest platte en effen
+gedeelte van het terrein een rechte lijn moest trekken. De toestand
+en de vorm van den grond maakten het noodzakelijk deze lijn van het
+zuidoosten naar het noordwesten te trekken. Men verkreeg de rechte
+richting door paaltjes op korten afstand van elkander in den grond te
+slaan, die als bakenstokken moesten dienen. Michel Zorn ging met een
+kijker, waarop eene maat was aangegeven, na of zij goed stonden en
+zag dat zij nauwkeurig waren ingeslagen, bijaldien een der vertikale
+draadjes van de op het glas aangebrachte ruitvormige maat de elkander
+bedekkende paaltjes als 't ware in twee gelijke deelen sneed.
+
+Deze rechte richting werd op die wijze over eene lengte van ongeveer
+negen kilometers voortgezet, omdat de sterrekundigen aan hunne basis
+die lengte wilden geven. Elk paaltje was op den top voorzien van een
+vizier, dat het plaatsen van de metalen linialen gemakkelijker moest
+maken. Om dit werk met nauwkeurigheid uit te voeren waren eenige
+dagen noodig. De twee jongelieden volbrachten het met nauwgezette
+juistheid. Nu moest men de linialen met de einden tegen elkander
+aanleggen, dat diende om de basis van den eersten driehoek op te meten;
+dit werk schijnt misschien zeer eenvoudig, maar vereischt integendeel
+oneindig veel voorzorgen, want daarvan hangt voor een groot deel den
+goeden uitslag der triangulatie af.
+
+Ziehier welke voorzorgen men nam om de bedoelde linialen te plaatsen,
+waarvan hieronder eene beschrijving zal gegeven worden. In den
+morgen van den 10en Maart werden er blokjes hout op den grond gelegd
+in de richting, die reeds bepaald was. Deze blokjes, ten getale van
+twaalf, rustten met het onderste gedeelte op drie ijzeren schroefjes,
+welke slechts een schroefdraad van enkele centimeters lengte hadden,
+waardoor zij verhinderd werden om te verloopen en door de sterke
+wrijving in denzelfden onveranderlijken toestand moesten blijven. Op
+die blokjes legde men wederom kleine stukjes hout, die de linialen
+moesten dragen en ze in kleine vorkjes vasthouden. Deze vorkjes
+bepaalden de richting zonder de uitzetting van het metaal te beletten,
+die volgens de luchtgesteldheid afwisselde, en bij de bewerking in
+rekening moest gebracht worden. Toen de twaalf blokken vastgemaakt
+en de stukjes hout er opgelegd waren, namen de kolonel en Mathieu
+Strux zelve het zoo fijne werk op zich om de linialen te plaatsen,
+waarbij zij evenwel door de beide jongelieden werden bijgestaan. Wat
+Nikolaas Palander aangaat, deze stond met het potlood in de hand
+gereed om op een dubbel register de cijfers op te teekenen, die hem
+zouden worden opgegeven.
+
+De linialen waren zes in getal en van eene lengte, welke te voren
+met eene volkomen juistheid bepaald was. Zij waren met den ouden
+Franschen vadem vergeleken, omdat deze bij geodesische opmetingen
+algemeen was aangenomen.
+
+De linialen waren twee vademen lang, zes millimeters breed en één
+millimeter dik. Om ze te vervaardigen had men gebruik gemaakt van
+platina, een metaal dat onder gewone omstandigheden aan de lucht
+blootgesteld niet verandert, en bij koude noch warmte roest. Maar die
+platina-linialen konden door den invloed der temperatuur uitzetten
+of inkrimpen, en dit moest men in rekening brengen. Men had derhalve
+verzonnen om elke liniaal van haar eigen thermometer te voorzien;
+bij het maken van deze metalen thermometers ging men uit van het
+beginsel dat de metalen door warmte zich ongelijkmatig uitzetten;
+daarom was elke liniaal nog met eene tweede van koper bedekt, die
+echter iets korter was. Aan het einde van de koperen liniaal was
+een nonius bevestigd om de betrekkelijke verlenging van deze liniaal
+nauwkeurig aan te wijzen, waaruit men de volstrekte verlenging der
+platina-liniaal berekenen kon. Bovendien waren de afwijkingen van
+den nonius zóó berekend, dat men eene uitzetting, hoe gering ook,
+van de platina-liniaal aanstonds kon uitcijferen. Men begrijpt dus
+met welk eene nauwkeurigheid men kon werken. Bovendien was de nonius
+voorzien van een mikroskoop waarmede men 4/100,000 van een vadem in
+rekening kon brengen.
+
+Derhalve werden de linialen zoodanig op de houtblokjes gelegd dat de
+einden wel dicht bij elkander lagen, doch elkaâr niet aanraakten omdat
+men een stootje, hoe gering ook, vermijden moest. Kolonel Everest
+en Mathieu Strux plaatsten zelve de eerste liniaal op de blokjes in
+de richting der basis. Honderd vademen verder ongeveer had men op
+het eerste paaltje een vizier geplaatst, en daar de linialen aan de
+beide uiteinden voorzien waren van twee vertikale ijzeren puntjes
+was het gemakkelijk om ze in de juiste richting te leggen. Emery en
+Zorn gingen daarom achter het eerste paaltje op den grond liggen om te
+zien of de ijzeren puntjes wel in het midden van het vizier zichtbaar
+waren. Toen dit het geval was, kon men verzekerd zijn dat de liniaal
+in eene goede richting lag.
+
+»En nu," zeide de kolonel, »moeten wij zeer nauwkeurig bepalen van
+welk punt onze arbeid een aanvang neemt, door een paslood rakelings
+tegen het eene uiteinde der eerste liniaal te hangen. Geen berg
+zal aantrekkingskracht op het paslood uitoefenen, zooals geschiedde
+toen de nabijheid der Alpen de berekening der gemeten lengte tusschen
+Andrate en Mendovi in der tijd onzeker maakte. Hier zal het uiteinde
+van ons paslood op den grond juist het begin van de basis aanduiden."
+
+»Goed," antwoordde Mathieu Strux, »mits wij de halve dikte van den
+draad bij het aanrakingspunt in rekening brengen."
+
+»Dat spreekt van zelf," zeide de kolonel.
+
+Toen het aanvangspunt aldus zeer nauwkeurig bepaald was, ging men
+verder. Maar het was niet genoeg dat de liniaal juist evenwijdig met
+de basis werd gelegd, men moest ook hare helling ten opzichte van
+den gezichteinder in rekening brengen.
+
+»Wij zullen toch wel niet zoo aanmatigend zijn om te denken," merkte
+de kolonel op, »dat wij deze liniaal in eene volmaakt horizontale
+richting hebben geplaatst?"
+
+»Neen," antwoordde Mathieu Strux, »wij kunnen volstaan door met een
+waterpas den hoek te berekenen, dien zij met den gezichteinder maakt,
+en op die wijze zal 't ons mogelijk zijn uit de gemeten lengte de
+ware lengte te berekenen."
+
+Toen de beide geleerden het eens waren, deed men deze waarneming door
+middel van een waterpas, dat bijzonder voor dit doel vervaardigd was
+en bestond uit eene alidade (vizierliniaal), die zich boven aan een
+houten winkelhaak om een scharnier bewegen kon. Een nonius toonde de
+helling aan door middel van de overeenkomst van zijne verdeeling met
+die van eene vaste liniaal, waarop een boog van tien graden bevestigd
+was, in afstanden van vijf minuten verdeeld.
+
+Het waterpasinstrument werd op de liniaal vastgehecht en de berekening
+gemaakt. Op het oogenblik dat Nikolaas Palander deze volgens de
+opname der beide geleerden op zijn register zou opteekenen, wilde
+Mathieu Strux nog ten overvloede dat het waterpasinstrument zou
+worden omgekeerd, opdat men het verschil van de beide gradenbogen zou
+kunnen aflezen. Dit verschil was het dubbele van de gezochte helling
+en op deze wijze was de nauwkeurigheid van het werk nagerekend en
+bewezen. Sedert dien tijd werd bij al dergelijke berekeningen de raad
+van den Russischen astronoom gevolgd.
+
+Op dit oogenblik waren twee belangrijke zaken bepaald, namelijk de
+richting der liniaal ten opzichte van de basis, en de hoek, welken
+zij met den gezichteinder maakte. De verkregen cijfers werden in twee
+verschillende registers opgeschreven en op zijde door al de leden
+der Engelsch-Russische commissie geteekend.
+
+Nu bleven er nog twee niet minder belangrijke waarnemingen op te
+teekenen om den arbeid met betrekking tot de eerste liniaal te
+voltooien, eerstens de thermometrische afwijking, en vervolgens de
+nauwkeurige berekening van de door haar gemeten lengte.
+
+Wat de thermometrische afwijking betreft, deze werd gemakkelijk
+aangewezen door het vergelijken van het verschil in lengte tusschen de
+linialen van platina en koper. Mikroskopische waarnemingen, beurtelings
+door Mathieu Strux en den kolonel gedaan, wezen het juiste cijfer
+aan van de afwijking der platina-liniaal, eene afwijking, die op het
+dubbele register werd geboekt om haar later tot eene temperatuur
+van 16° C. te herleiden. Toen Nikolaas Palander de cijfers had
+opgeschreven, werden zij onmiddellijk door allen vergeleken.
+
+Toen moest men de wezenlijk gemeten lengte opteekenen. Om hiertoe te
+geraken was het noodzakelijk om de tweede liniaal aan het uiteinde van
+de eerste op de blokjes te plaatsen, met dien verstande evenwel dat
+er eene kleine ruimte tusschen de beide uiteinden overbleef. Deze
+tweede liniaal werd op dezelfde wijze als de eerste neêrgelegd,
+nadat men eerst zeer nauwkeurig had nagegaan of de vier ijzeren
+puntjes wel allen in het midden van het vizier zichtbaar waren. Nu
+behoefde men alleen nog maar de ruimte tusschen de beide linialen
+te weten. Aan het uiteinde der eerste en op dat gedeelte, hetwelk
+door de koperen liniaal niet bedekt werd, bewoog zich een zeer klein
+tongetje van platina tusschen twee spijltjes. De kolonel gaf aan
+dit tongetje een stootje, zóó dat het de tweede liniaal aanraakte;
+aangezien het in tienduizendste deelen van een vadem verdeeld was, en
+een nonius op de spijltjes aangebracht en van een mikroskoop voorzien
+honderdduizendsten van een vadem aanwees, kon men met wiskunstige
+zekerheid de tusschenruimte berekenen, die met opzet tusschen de
+beide linialen was opengelaten. Aanstonds werd het cijfer op het
+dubbel register overgebracht en nagerekend.
+
+Op raad van Zorn nam men bovendien eene andere voorzorg om nog
+nauwkeuriger berekening te verkrijgen. De koperen liniaal bedekte
+die van platina; het kon dus gebeuren dat door den invloed der
+zonnestralen, het daarvoor beschutte platina langzamer verwarmd
+werd dan het koper. Om dit verschil in thermometrische afwijkingen
+te voorkomen, bedekte men de linialen met een klein dakje van
+eenige centimeters hoog, zoodat het de waarnemingen niet kon
+hinderen. Bovendien, wanneer des avonds en des morgens de zonnestralen
+in schuine richting vielen en onder het dakje door de linialen konden
+beschijnen, spande men een stuk doek aan de zijde, waar de zon stond,
+om op die wijze ook dan de werking der zonnestralen te vernietigen.
+
+Met zooveel geduld en zooveel nauwkeurigheid werd dit werk gedurende
+meer dan eene maand voortgezet. Toen de vier linialen achtereenvolgens
+gesteld en nagegaan waren met het oog op de richting, de helling,
+de uitzetting en de juiste lengte, begon men dien arbeid op dezelfde
+regelmatige wijze van voren af aan door paaltjes, blokjes en de
+eerste liniaal achter de vierde liniaal op te stellen en neêr te
+leggen. Dit werk kostte veel tijd niettegenstaande de handigheid der
+arbeiders. Zij konden niet meer dan 220 tot 230 vademen daags meten,
+en zelfs moest men nog den arbeid staken als het weder ongunstig was
+en het bij voorbeeld sterk woei, waardoor de werktuigen niet meer
+onbeweeglijk stonden.
+
+Als de avond begon te vallen, ongeveer drie kwartier vóór dat de
+duisternis belette van den nonius af te lezen, staakten de geleerden
+hun arbeid en namen de volgende voorzorgsmaatregelen om den volgenden
+morgen weder te kunnen beginnen. De eerste liniaal, die met No. 1 was
+gemerkt, werd voorloopig nedergelegd, en men teekende op den grond
+de plaats aan waar zij met het uiteinde lag; daar maakte men dan een
+gaatje, waarin een paaltje werd geslagen, waarop men een looden plaatje
+had vastgemaakt. Dan legde men de eerste liniaal weder in de bepaalde
+richting, na de helling, de thermometrische afwijkingen en de richting
+te hebben waargenomen; men teekende de verlenging op, die men door de
+liniaal No. 4 had gemeten; daarna maakte men door middel van een looden
+draadje, dat rakelings tegen het uiteinde van de eerste liniaal hing,
+een teeken op de looden plaat van het paaltje. Op dat punt werden
+zeer nauwkeurig twee lijnen getrokken, welke elkander onder rechte
+hoeken sneden, de eene evenwijdig met de loodlijn. Daarna werd de
+looden plaat met een houten dakje overdekt, het gat toegemaakt en de
+paal tot den volgenden morgen onder gegraven. Op die wijze kon eenig
+ongeval de werktuigen 's nachts verstoren, zonder dat het noodig was
+om het geheele werk van voren af aan te beginnen.
+
+Den volgenden dag werd de plaat bloot gemaakt, en men plaatste de
+eerste liniaal weder in dezelfde richting als den vorigen dag door
+middel van den looden draad, waarvan het uiteinde juist vallen moest op
+het puntje waar de beide op de plaat getrokken lijnen elkander sneden.
+
+Zoodanig was de arbeid, die gedurende achtendertig dagen op deze
+zoo gunstig gelegen vlakte verricht werd. Al de cijfers werden in de
+dubbele registers geboekt, nagezien, vergeleken, en door alle leden
+der commissie goedgekeurd. Tusschen den kolonel en zijn Russischen
+ambtgenoot had er weinig verschil plaats. Eenige cijfers die men
+van den nonius aflas, en die zelfs 4/100,000 van een vadem aanwezen,
+gaven soms aanleiding tot eene wisseling van beleefde doch scherpe
+bewoordingen; maar wanneer de meerderheid geroepen werd om uitspraak
+te doen, dan gold dit als wet, en alles moest daarvoor buigen.
+
+Een enkel punt wekte bij de beide tegenstanders meer dan levendige
+woorden op, waardoor de tusschenkomst van John Murray noodzakelijk
+werd. Het was de vraag welke lengte men aan de basis van den eersten
+driehoek geven zou. Zeker is het, dat, hoe langer deze basis zijn zou,
+de tophoek van den eersten driehoek gemakkelijker te meten zou zijn,
+omdat hij minder scherp was.
+
+Echter kon die basis niet oneindig lang zijn. Kolonel Everest stelde
+eene basis van 6000 vademen voor, omdat dit bijna de lengte was van
+de basis op den weg van Melun. Mathieu Strux wilde die maat tot op
+10000 vademen verlengen, omdat het terrein er zoo geschikt voor
+was. Kolonel Everest was op dit punt onhandelbaar; Mathieu Strux
+scheen vast besloten te hebben niet toe te geven. Na meer of minder
+goede bewijsgronden kwam het tot persoonlijkheden. Een oogenblik
+zelfs scheen de nationale eer in het spel te komen. Het waren niet
+meer twee geleerden, maar een Engelschman en een Rus, die tegenover
+elkander stonden. Gelukkig eindigde die twist door het slechte weer,
+dat eenige dagen duurde; men werd kalmer en er werd besloten, dat
+er eene basis van ongeveer achtduizend vademen zou gemeten worden,
+waardoor het verschil gedeeld werd.
+
+Om kort te gaan, de arbeid werd met eene uiterste nauwkeurigheid tot
+een goed einde gebracht. De wiskundige juistheid moest later worden
+nagegaan als men aan het noordelijk uiteinde van den meridiaan eene
+nieuwe basis meten ging.
+
+De onmiddellijk gemeten basis gaf als resultaat 8037.75 vademen, en
+daarop zou nu de gansche rij driehoeken steunen, welker net zuidelijk
+Afrika over een lengte van verscheidene graden moest bedekken.
+
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+De vierentwintigste meridiaan.
+
+
+Het meten van die basis had achtendertig dagen arbeids vereischt. Den
+6den Maart begonnen, was het den 13den April geëindigd. Zonder
+een oogenblik te verliezen, besloten de aanvoerders der commissie
+onmiddellijk met de driehoeksmeting voort te gaan. Eerst moest
+men de breedte van het zuidelijkste punt opnemen, waar de boog
+van den meridiaan, dien men wilde meten, begon. Dezelfde arbeid
+moest ook verricht worden aan het noordelijk uiteinde van den boog,
+en door het verschil in breedten zou men dan weten hoeveel graden
+het gemeten deel van den meridiaan lang was. Sedert den 14den April
+werden de nauwkeurigste waarnemingen gedaan om de breedte der plaats
+te bepalen. Toen het meten van de basis geëindigd was, hadden William
+Emery en Michel Zorn reeds eenige nachten de hoogte van verschillende
+sterren bepaald door middel van den cirkel van Fortin. Die jonge
+mannen hadden met zulk eene juistheid hunne waarnemingen gedaan,
+dat de afwijking geen twee seconden bedroeg; die afwijking was
+waarschijnlijk te wijten aan het verschil der straalbreking, die
+zijn oorzaak vond in de verandering van de luchtlagen. Uit deze zoo
+nauwkeurig en bij herhaling gedane waarnemingen kon men met eene meer
+dan voldoende benadering de breedte van het zuidelijkste punt van den
+meridiaanboog afleiden. Deze breedte was in decimale graden 27.951789.
+
+Toen men op deze wijze de breedte verkregen had, berekende men de
+lengte, en men bracht dit punt op eene uitmuntende op groote schaal
+geteekende kaart van zuidelijk Afrika over. Deze kaart toonde de
+onlangs in dit werelddeel gedane aardrijkskundige ontdekkingen
+aan, en bovendien de tochten van reizigers en natuuronderzoekers
+als Livingstone, Anderson, Magyar, Baldwin, Vaillant, Burchell
+en Lichtenstein. Op deze kaart moest men nu een meridiaan kiezen,
+waarvan men een gedeelte wilde meten, dat tusschen twee op eenige
+graden van elkander verwijderde plaatsen gelegen was. Men begrijpt
+toch dat, hoe grooter de gemeten boog is, des te meer de invloed van
+mogelijke dwalingen in de bepaling van breedten zal verminderen. De
+boog tusschen Duinkerken en Formentera mat bijna tien graden van den
+meridiaan van Parijs of juister gezegd 9° 56'.
+
+Bij de Engelsch-Russische triangulatie, welke men ging ondernemen,
+moest er met de uiterste omzichtigheid eene keuze van een meridiaan
+gedaan worden. Men moest zich niet laten terughouden door natuurlijke
+hinderpalen, zooals onoverkomelijke bergen, groote uitgestrekte
+watervlakten, waardoor de waarnemers verhinderd zouden zijn om voort
+te gaan. Dit gedeelte van zuidelijk Afrika scheen gelukkig zeer
+geschikt te zijn voor een arbeid van deze soort. De verhevenheden
+van den grond hadden weinig te beteekenen; stroomen waren weinig in
+aantal en gemakkelijk over te trekken. Men kon op gevaren, maar niet
+op hinderpalen stuiten.
+
+Dit gedeelte van zuidelijk Afrika toch wordt ingenomen door de woestijn
+Kalahari, eene groote vlakte, die zich van de Oranjerivier tot aan
+het meer Ngami van 20° tot 29° Z. B. uitstrekt. In de breedte strekt
+deze vlakte zich uit van den Atlantischen Oceaan ten westen tot aan
+25° O. L. van Greenwich. Langs dien 25sten meridiaan trok in 1849
+Dr. Livingstone noordwaarts langs de oostgrens der woestijn, toen hij
+tot aan het meer Ngami en den waterval der Zambese doordrong. Wat
+de woestijn zelve betreft, deze verdient eigenlijk dien naam niet;
+het zijn niet de vlakten van de Sahara, zooals men zou denken, groote
+zandvlakten zonder eenige groeikracht, die door hare woestheid bijna
+ontoegankelijk zijn; de Kalahari brengt integendeel eene groote menigte
+planten voort; de bodem is met overvloedig gras bedekt; er zijn dichte
+kreupelbosschen en wouden van groote boomen; er is overvloed van
+beesten, wild en geduchte roofdieren; de Kalahari wordt bewoond door
+stammen, die vaste woonplaatsen hebben, of doorkruist door nomaden,
+zooals Boschjesmannen en Bakalahari's. Doch gedurende het grootste
+gedeelte van het jaar ontbreekt er water in deze woestijn; talrijke
+beddingen van beken, die haar doorsnijden, zijn dan uitgedroogd en de
+droogte van den grond is dan een wezenlijke hinderpaal voor reizigers
+in dit gedeelte van Afrika. Op dat oogenblik was evenwel de regentijd
+juist ten einde en men kon nog rekenen op groote massa's stilstaand
+water, dat eenigen tijd in kolken, vijvers of beken bewaard blijft.
+
+Zoodanig waren de inlichtingen van den jager Mokum. Hij kende
+de Kalahari, omdat hij er dikwijls of als jager, of voor eenig
+ander doel doorheen was getrokken, of omdat hij als gids van eenige
+aardrijkskundige expeditie haar bezocht had. Kolonel Everest en Mathieu
+Strux kwamen daarin overeen dat deze groote vlakte aan alle gunstige
+voorwaarden voldeed voor eene goede triangulatie. Nu moest men den
+meridiaan nog zoeken op welken men een boog van onderscheidene graden
+meten zou.
+
+Kon deze meridiaan aan een der uiteinden van de basis genomen worden,
+waardoor men niet noodig had om deze basis met een ander punt van
+de Kalahari door eene aaneenschakeling van nieuwe driehoeksmetingen
+te verbinden?
+
+Deze omstandigheid werd nauwkeurig nagegaan en na eenige
+woordenwisseling begreep men dat het zuidelijk uiteinde van de
+basis gemakkelijk als uitgangspunt dienen kon. Deze meridiaan was
+de 24ste ten oosten van Greenwich; hij strekte zich over eene lengte
+van minstens zeven graden, van 20° tot 27° Z. B. uit, zonder eenigen
+natuurlijken hinderpaal te ontmoeten, althans de beste kaarten wezen
+dit niet aan. In het noorden alléén doorsneed hij het oostelijk deel
+van het meer Ngami, maar dit was geen onoverkomelijke hinderpaal,
+en Arago had wel andere moeilijkheden ondervonden, toen hij de kust
+van Spanje met de Balearische eilanden door eene geodesische lijn
+wilde verbinden.
+
+Men besloot derhalve dat de te meten boog gemeten zou worden op
+den 24sten meridiaan, die, wanneer men hem tot in Europa doortrok,
+het gemakkelijk zou maken om op Russisch grondgebied een boog op
+denzelfden meridiaan in het noordelijk halfrond te meten.
+
+Aanstonds begon men met den arbeid, en de astronomen hielden zich
+bezig met het kiezen van een station, dat de tophoek worden moest
+van een driehoek, die de gemeten basis tot grondslag had. Het eerste
+station werd rechts van den meridiaan gekozen; het was een eenzame
+boom, die op eene kleine verhevenheid ongeveer tien kilometers van hen
+afstond. Men kon hem van de beide uiteinden van de basis goed zien; op
+die beide punten liet de kolonel palen oprichten. De spitse top van den
+boom maakte dat men zijne standplaats met de uiterste nauwkeurigheid
+bepalen kon. Nu maten de astronomen den hoek, dien deze boom met
+het zuidoostelijk einde van de basis vormde. Die hoek werd met een
+cirkel van Borda (repetitiecirkel) gemeten; de twee kijkers van het
+instrument werden zóó geplaatst dat hunne gezichtsassen juist in het
+vlak van den cirkel lagen; de eene was gericht op het noordwestelijk
+einde der basis, en de andere op den alleen staanden boom in het
+noordoosten; zij wezen derhalve door hun stand de wijdte van den
+hoek aan, die beide stations van elkander scheidde. Men behoeft er
+niet bij te voegen dat dit wonderschoone instrument met de uiterste
+nauwkeurigheid was vervaardigd, en de waarnemers zooveel mogelijk de
+fouten bij hunne waarnemingen kon doen vermijden. En inderdaad kunnen
+de fouten door talrijke herhalingen met elkander vergeleken en daardoor
+geheel vermeden worden. Wat betreft de noniussen, de waterpassen en
+de looden draden, waarmede men de juiste plaatsing der toestellen
+aanwees, dat alles liet niets te wenschen over, de Engelsch-Russische
+commissie bezat vier cirkels van Borda (repetitiecirkel); twee moesten
+voor de geodesische waarnemingen dienen, zooals b. v. het meten van
+hoeken, en met de twee anderen, welker cirkels in eenen vertikalen
+stand geplaatst waren, kon men door middel van kunstmatige horizons
+zenithsafstanden bepalen, en derhalve zelfs in een enkelen nacht
+op een zeer klein deel eener seconde na de breedte van een station
+berekenen. Bij deze groote driehoeksmeting moest men niet alleen de
+waarde der hoeken in de geodesische driehoeken berekenen, maar ook
+op zekere afstanden de middaghoogten der sterren meten, eene hoogte,
+welke gelijk was aan de breedte van elk station.
+
+Den 14den April begon men dit werk. Kolonel Everest, Michel Zorn en
+Nikolaas Palander berekenden den hoek, dien het zuidoostelijk uiteinde
+der basis met den boom vormde, terwijl Mathieu Strux, William Emery
+en John Murray in het noordwesten den hoek maten, dien dit punt van
+de basis met denzelfden boom maakte.
+
+In dien tijd werd de legerplaats opgebroken, de ossen werden
+ingespannen en de karavaan begaf zich onder geleide van den Boschjesman
+naar het eerste station, waar men halt zou houden. Twee wagens onder
+het toezicht van geleiders en ingericht voor het overbrengen van
+instrumenten, trokken met de waarnemers mede.
+
+Het weder was helder genoeg, en zeer geschikt voor de waarneming. Men
+had bovendien bepaald dat, als de atmosfeer de waarnemingen moeilijk
+maakte, deze des nachts zouden gedaan worden door middel van lantaarns
+of elektrieke lampen, welke de commissie met zich voerde.
+
+Toen dien eersten dag de beide hoeken gemeten waren, werd de uitslag
+dezer meting op de dubbele registers gebracht, na eerst zorgvuldig
+vergeleken te zijn. Bij het vallen van den avond waren al de astronomen
+met de karavaan vereenigd onder den boom, die als waarnemingspunt
+gediend had. Het was een reusachtige apenbroodboom (adansonia of
+baobad), die meer dan 80 voet in omvang had. Zijne schors, die de
+kleur van syeniet had, gaf hem een eigenaardig voorkomen; onder
+de verbazende takken van den reus, met een heirleger van eekhoorns
+bevolkt, die op de eivormige, witvleezige vruchten aasden, kon de
+geheele karavaan plaats vinden, en voor de Europeanen werd nu door
+den scheepskok het maal gereed gemaakt, waarbij het aan wildbraad
+niet ontbrak. De jagers van de troep hadden den omtrek afgeloopen
+en een aantal antilopen geschoten. Weldra vervulde de geur van dit
+gebraad de lucht en wekte den eetlust der astronomen op, zoodat zij
+niet behoefden aangemoedigd te worden om te eten.
+
+Na dezen versterkenden maaltijd gingen zij ieder naar hun wagen,
+terwijl Mokum zijne wachten in den omtrek van het kamp uitzette. Groote
+vuren van de doode takken van den baobad bleven den geheelen nacht
+branden, en hielden de wilde beesten op eerbiedigen afstand, die
+aangetrokken werden door den reuk van het rauwe vleesch.
+
+Na een slaap van een paar uren, stonden Michel Zorn en William Emery
+weder op. Hunne waarnemingen waren nog niet ten einde; zij wilden
+de breedte van dat station door het waarnemen der sterrehoogte
+berekenen. Zonder op de vermoeienis van den dag te letten, begonnen
+zij beiden hunne waarnemingen, en terwijl het gekrijsch der hyena's
+en het gebrul der leeuwen in de sombere vlakte weergalmden, bepaalden
+zij zeer nauwkeurig de verplaatsing, die het zenith ondergaan had,
+door van het eerste naar het tweede station over te gaan.
+
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+Een kraal.
+
+
+Den volgenden dag, 15 April, werd het werk zonder ophouden
+voortgezet. De hoek, dien de boom met de beide uiteinden van de basis
+vormde, werd nauwkeurig gemeten. Deze nieuwe meting kon den eersten
+driehoek doen berekenen. Toen dit gedaan was, werden rechts en links
+van den meridiaan twee andere stations gekozen, het eene gevormd
+door een heuvel, die zich zes kilometers verder in de vlakte verhief,
+het andere aangeduid door een paal, die op ongeveer zeven kilometers
+afstands in den grond werd geslagen. Zóó ging de triangulatie gedurende
+eene maand zonder verhindering voort. Den 15den Mei waren de astronomen
+een graad noordwaarts gevorderd na zeven driehoeken te hebben gemeten.
+
+Gedurende dezen arbeid waren de kolonel en Mathieu Strux zelden
+met elkander in aanraking geweest. Men heeft gezien, dat bij het
+verdeelen van den arbeid en voor het nagaan der metingen de beide
+geleerden van elkander gescheiden waren. Zij werkten dagelijks op
+stations, die verscheidene kilometers van elkander aflagen en dit
+was een waarborg tegen allen mogelijken twist. Als de avond viel,
+ging elk hunner naar het kamp terug, en betrok weder zijne bijzondere
+woning. Wel is waar ontstond er nu en dan eenig verschil over de
+keuze der stations, die in gemeen overleg moesten bepaald worden,
+doch dit bracht geen ernstig geschil te weeg. Michel Zorn en zijn
+vriend William konden dus hopen dat, dank zij de scheiding der beide
+mededingers, de geodesische arbeid kon worden voortgezet zonder eene
+betreurenswaardige uitbarsting te veroorzaken.
+
+Nu de waarnemers den 15den Mei, zooals reeds gezegd is, zich op een
+graad afstands van het zuidelijkste punt van den meridiaan bevonden,
+waren zij op de hoogte van Lattakou; het Afrikaansche dorp lag 35
+kilometers oostwaarts van hun station. Eerst onlangs was een groote
+kraal op deze plaats gesticht; het was eene goede plaats om halt te
+houden, en op voorstel van John Murray werd er bepaald dat de karavaan
+er eenige dagen zou uitrusten. Michel Zorn en William Emery zouden van
+dien tijd gebruik maken om de hoogte der zon te nemen. Gedurende dit
+oponthoud zoude Nikolaas Palander zich bezig houden om de maten, die
+het verschil in hoogte der vizieren aanduidden, te herleiden, ten einde
+ze met het vlak der zee in overeenstemming te brengen. John Murray zou
+een weinig verademing zoeken van zijn wetenschappelijken arbeid in het
+bestudeeren van de fauna dezer streken door middel van geweerschoten.
+
+De inboorlingen van zuidelijk Afrika geven den naam van kraal aan
+een beweegbaar dorp, dat van de eene weide naar de andere kan worden
+overgebracht. Het is eene beslotene ruimte, waar binnen een dertigtal
+woningen, die vele honderden inwoners bevatten.
+
+De kraal, die de Engelsch-Russische commissie bereikte, was
+samengesteld uit eene vrij belangrijke verzameling van hutten, die in
+een kring op de oevers van een in de Kuruman uitvloeiende beek waren
+opgeslagen. Deze hutten waren gemaakt van op latten gespijkerde,
+ondoordringbare en van riet gevlochten matten; zij geleken op lage
+bijenkorven, waarvan de ingang, met een vel gesloten, den bewoner of
+bezoeker noodzaakte om op zijne knieën er in en er uit te kruipen. Door
+deze opening ging ook de scherpe rook van den haard naar buiten,
+zoodat de bewoonbaarheid dezer hutten zeer twijfelachtig was voor
+ieder ander dan een Hottentot of een Boschjesman.
+
+Toen de karavaan er aankwam, was de geheele bevolking in beweging. De
+wachthonden, die bij elke hut lagen, begonnen vreeselijk te blaffen. De
+krijgslieden van het dorp trokken naar buiten met lansen, messen en
+knodsen gewapend, en beschermd door lederen schilden. Hun aantal kon
+op tweehonderd geschat worden, en duidde de belangrijkheid der kraal
+aan, die niet minder dan zestig tot tachtig woningen moest bevatten;
+omringd door palissaden, die bovendien voorzien waren van de vijf
+of zes voet lange doornachtige stengels der agave, waren deze hutten
+beschermd tegen de wilde dieren.
+
+Evenwel verdwenen de vijandige oogmerken der inboorlingen spoedig,
+toen de jager Mokum slechts eenige woorden met het opperhoofd der
+kraal gewisseld had. De karavaan verkreeg de vergunning om zich bij
+de palissaden op den oever der beek neder te slaan. De Boschjesmannen
+dachten er zelfs niet aan om den reizigers het gedeelte der weide te
+betwisten, die zich over eene ruimte van verscheidene kilometers aan
+weerszijden uitstrekte. De paarden, buffels en andere dieren van de
+karavaan konden er overvloedig voedsel vinden, zonder de kraalbewoners
+eenig nadeel toe te brengen.
+
+Aanstonds werd de legerplaats volgens de aanwijzing van den Boschjesman
+op de gewone wijze ingericht. De wagens werden in een kring geplaatst
+en ieder ging aan zijne eigene bezigheden. John Murray liet dus zijne
+tochtgenooten aan hunne berekeningen en wetenschappelijke waarnemingen
+over en vertrok zonder dralen met Mokum. De Engelsche jager zat op
+zijn gewoon paard en Mokum op zijn tammen zebra; drie honden volgden
+hen onder allerlei wilde sprongen. Murray en Mokum waren elk met een
+jachtgeweer met ontplofbare kogels gewapend, hetgeen bewees dat zij
+het plan hadden om ook op wilde dieren jacht te maken.
+
+De beide jagers reden in noordoostelijke richting naar eene boschrijke
+streek, die eenige kilometers van de kraal aflag. Zij reden naast
+elkander onder voortdurende gesprekken.
+
+»Ik hoop, vriend Mokum," zeide John Murray, »dat ge nu uwe bij den
+waterval van Morgheda gedane belofte vervullen zult, door mij in
+het midden der wildrijkste streken van de aarde te brengen. Doch ge
+kunt mij gelooven als ik u verzeker dat ik niet in zuidelijk Afrika
+ben gekomen om hazen te schieten of vossen op te sporen. Die hebben
+wij in onze Schotsche hooglanden ook; vóór wij een uur verder zijn
+wil ik....."
+
+»Eén uur!" antwoordde de Boschjesman. »U zult mij niet kwalijk nemen
+als ik zeg dat het wat snel is, en dat u vooral geduld moet hebben. Ik
+heb alleen geduld op de jacht, en daarmede koop ik al het ongeduld af,
+dat ik anders in mijn leven toon. Weet u dan niet mijnheer, dat het
+jagen op groote dieren eene kunst, zelfs eene wetenschap is, dat men
+het land en de gewoonten der dieren nauwkeurig moet leeren kennen,
+hunne gangen nagaan, en dan uren lang om hen heen moet draaien om
+ze eindelijk onder den wind te naderen? Weet u wel dat men zich
+wachten moet voor elk ontijdig geluid, voor elken geraasmakenden
+tred, voor elk onberaden uitkijken? Ik zelf ben dagen achtereen
+een buffel of gems blijven beloeren, en als ik na zesendertig uren,
+allernalei listen en lagen het beest geveld had, meende ik mijn tijd
+niet verloren te hebben."
+
+»Zeer goed, mijn vriend," antwoordde John Murray, »ik zal zooveel
+geduld nemen als ge maar wilt; maar laat ons niet vergeten, dat het
+oponthoud der karavaan slechts drie of vier dagen duurt, en dat we
+geen uur, zelfs geen minuut moeten verliezen!"
+
+»Daar denk ik wel aan," antwoordde de Boschjesman op zulk een kalmen
+toon, dat Emery daaraan zijn reismakker van de Oranjerivier niet
+zou herkend hebben, »dat zal ik wel degelijk in het oog houden; wij
+zullen alles doodschieten wat ons voorkomt, mijnheer; wij zullen
+niet kieskeurig zijn: antilope of hert, gnoe of gazelle, alles is
+goed voor zulke haastige jagers."
+
+»Antilope of gazelle!" riep John Murray uit, »ik vraag zelfs zooveel
+niet voor mijne eerste jachtpartij in Afrika. Maar wat denkt ge mij
+dan te laten schieten, mijn dappere Boschjesman?" De jager keek zijn
+makker met een zonderling gelaat aan en zeide toen op spottenden toon:
+»Als u verklaart dat u voldaan zijt, dan heb ik niets meer te zeggen;
+ik meende, dat u niet tevreden zoudt zijn vóór u een paar neushoorns
+of een paar olifanten hadt geschoten?"....
+
+»Jager," antwoordde de Engelschman, »ik zal gaan waar ge mij brengen
+wilt. Ik zal schieten op al wat ge mij zult aanwijzen; kom aan dan,
+vooruit, en laten we maar geen tijd met ijdele praatjes verliezen!"
+
+De paarden werden in galop gezet, en de beide jagers naderden pijlsnel
+het woud. De vlakte, die zij doorreden, verhief zich langzamerhand naar
+het noordoosten. Hier en daar was zij met kreupelboschjes doorsneden,
+welker struiken allen in bloei stonden, en uit sommige van welke
+eene kleverige, doorschijnende en welriekende harst liep, waarvan de
+inboorlingen wondzalf maken. In schilderachtige groepjes verhieven
+zich de nuanas of adams-vijgenboomen, welker dertig tot veertig
+voet hooge stam gekroond werd door een groot bladerdak. In dit dik
+gebladerte fladderde eene menigte schreeuwende papegaaien die aasden
+op de zuurachtige vijgen. Verder stonden schilderachtige mimosa's met
+groote bloemtrossen, die hare zijdeachtige kruinen zachtkens heen en
+weder wiegelden, aloës met lange stengels vol helderroode bloemen,
+welke men in de verte gehouden zou hebben voor koraalstruiken uit
+de diepte der zee opgehaald. De grond was als bezaaid met bevallige
+narcisleliën met blauwachtige bladeren, en bood voor de rijdieren
+een gemakkelijken weg aan. Minder dan een uur na de kraal verlaten
+te hebben waren Murray en Mokum aan den rand van het bosch; het was
+een woud van hooge acacia's, dat zich over eene uitgebreidheid van
+verscheidene vierkante kilometers uitstrekte. Deze tallooze boomen
+stonden zonderling dooreen en strengelden hunne takken door elkander,
+zoodat de zonnestralen op den met doornstruiken en lang gras begroeiden
+grond niet konden doordringen. Evenwel aarzelden de zebra en het paard
+niet om onder het dichte bladerdak voort te draven en zich een weg te
+banen tusschen de onregelmatig door elkaâr gegroeide boomen. Hier en
+daar waren er open plekken in 't midden van het woud, waar de jagers
+telkens bleven stilstaan om het hen omringende bosch te beschouwen.
+
+Men moet bekennen dat deze eerste dag voor Murray niet gunstig was:
+te vergeefs doorkruiste hij met zijn metgezel een gedeelte van het
+bosch. Geen enkel dier bewoog zich om hen te ontvangen, en Murray dacht
+met leedwezen aan de Schotsche vlakten, waar men niet lang behoefde te
+wachten om een schot te lossen. Misschien was de nabijheid der kraal
+de oorzaak dat het schichtige wild gevlucht was. Wat Mokum betreft,
+deze toonde noch verwondering, noch spijt. Voor hem was dit geen jacht,
+doch een haastige tocht door het bosch.
+
+Tegen tien uren 's avonds moest men er aan denken om naar de
+legerplaats terug te keeren. Murray was boos zonder het te willen
+bekennen; een jager platzak te huis komen! dat nooit! Hij besloot dus
+bij zich zelven het eerste het beste dier dat hem voorkwam, vogel of
+viervoetig dier, wild of verscheurend beest, dood te schieten. Het
+lot scheen hem te begunstigen; de twee jagers waren geen drie
+kilometers meer van de kraal, toen een haas op honderd vijftig
+pas voor John Murray opsprong; deze aarzelde niet en schoot zijne
+buks op het onschuldige dier af. De Boschjesman uitte een kreet van
+verontwaardiging. Een kogel voor een onnoozelen haas, dien men met
+een hagel van kleine 6 neer kon leggen! Maar de Engelsche jager was
+nu eenmaal op het dier gesteld en rende naar de plaats toe, waar het
+had moeten vallen; doch te vergeefs, er was geen spoor van het dier
+te vinden; een weinig bloed op den grond, maar verder niets. Murray
+zocht onder de struiken en in het hooge gras; ook de honden zochten
+te vergeefs rond.
+
+»Ik heb hem toch geraakt!" riep John Murray.
+
+»Maar al te goed!" antwoordde de Boschjesman bedaard. »Als men een
+haas met een ontplofbaren kogel schiet, dan zou het wel wonder zijn
+als men er een stukje van terug vond!"
+
+En inderdaad, de haas was in kleine brokjes uit elkander
+gevlogen. Murray steeg geheel teleurgesteld weder te paard en reed
+zonder een woord meer te spreken naar de legerplaats terug. Den
+volgenden dag verwachtte de Boschjesman dat de Engelschman hem op
+nieuw zou voorstellen om op jacht te gaan. Maar de Engelschman,
+die in zijne eigenliefde gekrenkt was, vermeed eene ontmoeting met
+Mokum. Hij scheen alle jachtplannen te hebben laten varen en hield
+zich slechts bezig met instrumenten te verificeeren en waarnemingen te
+doen. Om zich te ontspannen bezocht hij daarna de kraal, waar hij de
+mannen zich zag oefenen met den boog, of spelen op de gorah, een soort
+van muziekinstrument, dat gemaakt wordt van eene snaar op een boog
+gespannen, die de speler doet trillen door er door een struisvogelpen
+op te blazen. In dien tijd waren de vrouwen met huislijken arbeid
+bezig, en rookten hennep, iets dat door een groot gedeelte van
+de inboorlingen bij wijze van tijdverdrijf gedaan werd. Volgens de
+opmerking van zekere reizigers vermeerdert dat inademen van hennepwalm
+de krachten des lichaams ten nadeele van die des geestes. En inderdaad
+velen van die Boschjesmannen schijnen verstompt te zijn door de
+dronkenschap, die het gevolg is van dit rooken.
+
+Den volgende dag, 27 Mei, werd Murray bij het aanbreken van den
+dag wakker gemaakt met deze hem in het oor gefluisterde woorden:
+»Ik geloof mijnheer, dat we van daag gelukkiger zullen zijn; maar
+laat ons geen hazen meer schieten met berghouwitsers!"
+
+Murray werd niet boos toen hij deze spotachtige aanmerking hoorde. De
+twee jagers verwijderden zich eenige kilometers links van de
+legerplaats vóór hunne makkers wakker waren. John had ditmaal een
+eenvoudig jachtgeweer, een prachtstuk uit de fabriek van Goldwin,
+en veel geschikter voor de jacht op damherten of antilopen dan zijne
+vreeselijke buks. Wel is waar kon men in de vlakte dikhuidige of
+verscheurende dieren ontmoeten. Maar Murray was nog ontevreden op
+zich zelven over die ontploffing van den haas, en hij zou liever een
+leeuw met hagel gedood hebben, dan weder een schot te lossen dat in
+de jaarboeken van de jacht een ongehoord feit was.
+
+Dien dag begunstigde de fortuin de beide jagers, zooals Mokum voorzien
+had. Zij velden een paar zwarte antilopen, die zeer moeilijk te
+schieten zijn. Het waren schoone dieren, vier voet hoog, met lange
+uit elkander staande en bevallig gekronkelde horens, evenals een paar
+zwaarden. Hun snuit liep spits toe en was aan de zijkanten een weinig
+plat; zij hadden zwarte pooten, dik en zacht haar, fijne en puntige
+ooren. Buik en voorhoofd waren wit als sneeuw en staken scherp af
+tegen het zwarte van den rug, waarlangs golvende manen hingen. De
+jagers mochten trotsch zijn op zulk eene vangst, want de zwarte
+antilope werd altijd begeerd door Delejorgue, Vahlberg, Cumming,
+Baldwin, en andere reizigers, en 't is dan ook een van de schoonste
+voortbrengselen uit het dierenrijk in het zuidelijk halfrond.
+
+Maar wat vooral het Engelsche jagershart deed kloppen, waren zekere
+sporen, die de Boschjesman hem toonde aan den rand van een dicht
+kreupelhout, niet ver van een uitgebreid en diep moeras, dat door
+reusachtige euphorbiastruiken omringd en welks oppervlakte geheel
+bezaaid was met de hemelsblauwe bloemkelken van de waterlelie.
+
+»Mijnheer," zeide Mokum, »als u morgen met het aanbreken van den dag
+op deze plek op de loer wilt gaan liggen, dan zou ik u aanraden uwe
+buks niet te vergeten."
+
+»Waarom zegt ge dit, Mokum?" vroeg John Murray.
+
+»Ziet u die versche sporen op den vochtigen grond?"
+
+»Wat, die groote indruksels, zijn dat sporen van dieren? Maar dan
+hebben de pooten, die ze hebben gemaakt, meer dan een halven vadem
+in omtrek!"
+
+»Dat bewijst alleen," antwoordde de Boschjesman, »dat het dier,
+dat zulke sporen achterlaat, minstens negen voeten hoog is."
+
+»Een olifant!" riep Murray uit.
+
+»Juist, mijnheer, en als ik me niet bedrieg, is het een volwassen
+mannetje."
+
+»Morgen dus, Boschjesman."
+
+»Morgen, mijnheer."
+
+De twee jagers kwamen in het kamp terug met hunne zwarte antilopen,
+die zij over het paard van John Murray gehangen hadden. Die schoone
+dieren, die zoo zeldzaam gevangen worden, wekten de bewondering van de
+geheele karavaan op. Allen wenschten Murray geluk, behalve de deftige
+Mathieu Strux, die op het punt van dieren slechts den Grooten Beer,
+den Draak, den Centaurus, Pegasus en andere hemellichamen kende.
+
+Den volgenden morgen om vier uren wachtten de beide jagers
+onbeweeglijk op hunne paarden met de honden naast zich te midden van
+een dik kreupelbosch op de komst van den troep olifanten. Aan versche
+indrukken hadden zij gezien dat de olifanten in een troep kwamen om in
+het moeras te drinken. Beiden waren gewapend met gegroefde buksen met
+ontplofbare kogels. Zij lagen onbeweeglijk en stil sedert ongeveer een
+half uur in het boschje op de loer, toen zij op vijftig pas afstands
+van het moeras beweging in het sombere loof bespeurden. Murray had
+zijne buks gegrepen, maar de Boschjesman hield zijne hand vast en
+beduidde hem dat hij zijn ongeduld bedwingen moest. Weldra vertoonden
+zich groote schaduwen; men hoorde het kreupelhout wijken voor eene
+onweêrstaanbare kracht; het was een geluid van hout dat kraakte, van
+struiken die vertrapt en tegen den grond verpletterd werden, terwijl
+een sterk geblaas zich door de takken liet hooren: het was de troep
+olifanten. Een half dozijn van die reusachtige dieren, bijna even
+groot als hunne stamverwanten in Indië, naderden langzaam het moeras.
+
+Het daglicht, dat langzamerhand sterker was geworden, veroorloofde
+Murray die sterke dieren te bewonderen. Een van deze, een mannetje
+van bijzondere grootte, trok vooral zijne aandacht. Het breede
+voorhoofdsbeen welfde zich tusschen een paar groote ooren, die
+hem tot op de borst hingen. Zijn kolossale omvang scheen in het
+schemerlicht nog reusachtiger; het dier slingerde zijn snuit boven het
+kreupelbosch heen en weer en stiet met zijne gebogen slagtanden tegen
+dikke boomstammen, die door den schok trilden. Misschien had het dier
+een voorgevoel van het naderend gevaar. Ondertusschen fluisterde de
+Boschjesman, zich naar John Murray buigend, dezen in het oor: »Welnu,
+is die naar uw zin?"
+
+John knikte toestemmend.
+
+»Welaan dan," voegde Mokum er bij, »dan zullen wij hem van de rest
+van den troep scheiden."
+
+Op dat oogenblik kwamen de olifanten aan den rand van het moeras;
+hunne weeke pooten zakten in den zachten bodem; zij zogen het water
+met hunne snuiten op, en spoten het in hun wijd keelgat, dat een
+luid klinkend geklok voortbracht. Het groote mannetje, dat wezenlijk
+ongerust was, keek om zich heen en snoof met veel geraas de lucht op,
+om op die wijze te weten te komen of er ook iets verdachts was.
+
+Plotseling liet de Boschjesman een bijzonderen kreet hooren. De drie
+honden begonnen hard te blaffen en sprongen uit het kreupelbosch op den
+troep olifanten los. Tegelijk riep Mokum tegen zijn makker niets dan
+het woordje »blijf!" en sprong met zijn zebra door het kreupelbosch
+om het mannetje den terugtocht af te snijden. Overigens trachtte het
+prachtige dier niet te vluchten; Murray beloerde hem met den vinger
+aan den haan van het geweer. De olifant sloeg met zijn snuit tegen
+de boomen en slingerde zenuwachtig met den staart, waarbij hij geen
+teekenen meer van ongerustheid, maar van woede gaf. Tot nog toe had
+hij den vijand slechts vermoed; op dit oogenblik zag hij hem en rende
+op hem aan.
+
+John Murray stond nu op ongeveer zestig pas afstands van het dier; hij
+wachtte totdat het op veertig genaderd was, mikte toen op de ribben
+en gaf vuur. Doch eene beweging van het paard verstoorde eenigszins
+de juistheid van zijn schot; de kogel ging slechts door het weeke
+vleesch, en bleef daarin zitten, zonder tegen eenig gedeelte aan te
+komen, dat hard genoeg was om hem te doen ontploffen. De woedende
+olifant versnelde zijn gang, die eer op een zeer snel loopen,
+dan op galoppeeren geleek; doch het was snel genoeg om een paard
+vooruit te komen. Nadat het paard van Murray een oogenblik gesteigerd
+had, sprong het uit het kreupelbosch, zonder dat de ruiter het kon
+inhouden. De olifant vervolgde het, terwijl hij de ooren opstak en
+door zijn snuit blies als door eene trompet. De jager, wiens paard
+met hem doorging, kneep het dier tusschen zijne krachtige knieën en
+beproefde eene patroon in zijn geweer te krijgen. De olifant echter
+begon op hem te winnen; weldra waren beiden in de vlakte buiten het
+bosch. Murray drukte zijne sporen diep in de zijden van het hollende
+paard. Twee van de honden renden blaffende en vluchtende met het
+dier mede; de olifant was op geen twee lengten meer achter hem; de
+jager voelde reeds zijn sterk geblaas en hoorde het snuiven van den
+snuit, waarmede hij de lucht zweepte. Elk oogenblik verwachtte hij
+door dien levenden lazzo van 't paard gesleurd te worden. Plotseling
+boog het paard van achteren in elkander. De snuit was op het kruis
+neergekomen. Het dier liet een smartelijk gehinnik hooren en sprong
+op zijde; deze sprong redde Murray van een zekeren dood. De olifant
+door zijn snellen gang voortgejaagd vloog voorbij, maar nam met zijn
+snuit, waarmede hij over den grond streek, een van de honden op,
+dien hij met onbeschrijfelijke kracht heen en weer schudde.
+
+Murray had geen ander middel meer dan in het bosch te vluchten;
+het instinct van het paard bracht er hem heen en weldra vloog het er
+met vreeselijke vaart in. De olifant was zich zelven ondertusschen
+weer meester geworden, en begon de vervolging op nieuw, terwijl
+hij den ongelukkigen hond heen en weer slingerde en diens kop tegen
+een vijgeboom verpletterde, toen hij het bosch inrende. Het paard
+sprong in het dichte struikgewas, dat door de met doorns bezette
+slingerplanten bijna ontoegankelijk was, en bleef staan. De Engelschman
+had, hoewel hij zich overal gekwetst gevoelde en met bloed bedekt was,
+geen oogenblik zijne tegenwoordigheid van geest verloren; hij keerde
+zich om, legde zijne buks met de grootste omzichtigheid aan, en mikte
+tusschen de struiken door op den schouder van den olifant. De kogel
+stuitte tegen een been en ontplofte. Het dier wankelde, en bijna op
+hetzelfde oogenblik trof hem van den rand van het woud een tweede kogel
+in de linker zijde. Hij viel op de knieën, bij een kleinen waterplas,
+half onder het hooge gras verborgen. Daar slurpte hij met zijn snuit
+het water op en begon zijne wonden te besproeien, terwijl hij nu
+en dan een klagend geluid liet hooren. Op dit oogenblik verscheen
+de Boschjesman.
+
+»We hebben hem! We hebben hem!" riep Mokum.
+
+Inderdaad, het reusachtige dier was doodelijk gewond. Het stiet
+smartelijke kreten uit en haalde moeilijk adem; zijn staart bewoog
+zich slechts even en met zijn snuit, waarmede het in den door hem
+gevormden bloedplas slurpte, spoot het een rood gekleurden regen over
+het hem omringende kreupelhout uit. Toen begonnen de krachten hem te
+begeven, hij zonk geheel op de knieën en stierf.
+
+Op dat oogenblik kwam Murray uit de doornstruiken te voorschijn;
+zijne kleederen hingen hem in lappen om het lijf; maar hij had gaarne
+met zijn eigen huid die jagerszegepraal betaald.
+
+»Een verschrikkelijk beest, Boschjesman!" zeide hij, terwijl hij het
+bekeek, »een verschrikkelijk beest, maar een weinig te zwaar voor
+mijn weitasch!"
+
+»Goed, mijnheer!" antwoordde Mokum. »Wij zullen hem hier uit elkander
+snijden en slechts de keurigste stukken medenemen. Zie eens welke
+prachtige slagtanden de natuur hem gegeven heeft! Zij wegen minstens
+elk vijf en twintig pond, en dat tegen vijf shillings (f 3) het pond,
+maakt een mooi sommetje."
+
+Terwijl hij zoo sprak, begon de jager het dier in stukken te hakken;
+hij hieuw met zijn bijl de slagtanden door, en vergenoegde zich
+verder met de voeten en den snuit, omdat dit de meest geliefkoosde
+stukken waren, waarop hij de leden der wetenschappelijke commissie
+wilde onthalen. Hij had voor dit werk eenigen tijd noodig, zoodat
+hij met den Engelschman niet voor twaalf uren in de legerplaats
+terug was. Daar liet de Boschjesman de voeten van het reusachtige
+dier op de Afrikaansche manier koken, door ze te begraven in een gat
+dat evenals een oven eerst met gloeiende kolen heet was gemaakt. Het
+spreekt van zelf dat dit gerecht op zijne wezenlijke waarde geschat
+werd, zelfs door den onverschilligen Palander, en dat John Murray de
+gelukwenschen van het geheele gezelschap ontving.
+
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+De snelle strooming.
+
+
+Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest en
+Mathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De
+breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet
+verplicht waren elkander »wetenschappelijk" te ontmoeten, hadden zij
+elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood
+eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige
+gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug
+ontvangen.
+
+Den 19en Mei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte
+de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de
+basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de
+linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes
+kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe
+punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.
+
+Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle
+voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te
+gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden
+niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven
+en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs
+was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt
+om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar
+doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen,
+waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren
+veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken
+verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg
+op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar
+verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit
+zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand
+bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid
+aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest
+men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als
+aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer
+kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als
+de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen
+en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te
+kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite,
+daar de bemanning van de Queen and Tzar aan zulk werk gewoon was
+en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en
+werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om
+hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls
+met elkander had doen twisten.
+
+De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander
+koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn
+en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheid
+om deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar
+niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in
+betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en
+de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze
+die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne
+landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van
+de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe,
+zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de
+twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren
+alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden
+gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John
+Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne
+berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in
+die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen,
+dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:
+
+»Neem zoo'n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die
+aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne
+groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus
+volkomen rond is!"
+
+Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel
+hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot
+het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men
+de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had
+kunnen rangschikken!
+
+Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met
+den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters,
+sterren van de 13e grootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde,
+dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien
+centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852
+daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de
+storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!
+
+Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen
+te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het
+was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze
+onherstelbare vijandschap lijden zou.
+
+Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over
+stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over
+metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan
+waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit
+verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De
+keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.
+
+Den 30sten Mei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer
+gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling. In elke
+andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld
+hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een
+bliksemstraal door de nevelmassa zonder evenwel door een donderslag
+gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren
+toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats,
+zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt
+werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber. Deze
+ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations
+waren op een kilometer afstands niet meer te zien.
+
+Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en
+besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te
+kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het
+belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts
+toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke
+lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het
+geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena,
+dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.
+
+Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd
+door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden
+de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen
+geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die
+vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren,
+hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden
+waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching
+bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen
+hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden
+in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid
+van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren
+even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest
+waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende
+jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena's vielen door de
+Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray
+deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk" vond. Terwijl hij door
+het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het
+gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een
+schot loste.
+
+De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het
+slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het
+meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen
+enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17
+Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig
+aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux
+en de kolonel wederom een graad van den 24sten meridiaan gemeten te
+hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner
+werkzaamheid stoorde.
+
+Den 17den Juni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van
+de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke
+commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te
+komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen
+over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen
+en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest
+stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot
+derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met
+hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan
+onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats
+zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.
+
+Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer
+breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen
+afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu
+Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij
+den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden
+loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid
+geschaard.
+
+Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan
+stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige
+vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te
+vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk
+voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne
+makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine
+boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien
+ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan,
+en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den
+tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden
+voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander
+stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van
+de Queen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan
+de eerzame sterrekundige van Helsingfors.
+
+Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij
+elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs
+den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de
+verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John
+Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al
+wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó
+toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik
+door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.
+
+»Een zeer schoone rivier," zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William,
+terwijl de matrozen de boot gereed maakten.
+
+»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen," was het antwoord. »Deze
+snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun
+bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde
+zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan
+te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij
+stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de
+wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige
+bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens
+zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal."
+
+Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren
+geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij
+wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend
+tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij
+eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met
+bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met
+het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op
+een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen
+zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie
+de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter
+in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum
+had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de
+Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde
+den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste
+stilte in acht te nemen.
+
+Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd
+losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding
+gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die
+honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den
+stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu
+eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen
+boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien
+om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd
+werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte
+boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer,
+met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze
+vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen
+toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den
+onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu
+Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat
+met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de
+tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De
+beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken
+te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid
+onder hun oog voorbijvlogen.
+
+Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroom bereikt;
+men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te
+bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman
+deden de matrozen krachtiger riemslagen; maar niettegenstaande hunne
+inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers
+medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet
+meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot
+tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben
+doen omslaan.
+
+De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een
+woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die
+de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom,
+die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet
+meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een
+soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en
+boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het
+te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje
+bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.
+
+En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder
+hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat
+water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten;
+zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden,
+veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende
+wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom
+naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle
+strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen
+de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met
+zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien
+voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in
+den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna
+op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het
+woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.
+
+Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen
+oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een
+kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde
+de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer
+weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was
+doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na
+met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom
+geduwd te hebben.
+
+Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die
+dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in
+de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de
+rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom
+van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een
+hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op
+den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.
+
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+Nikolaas Palander teruggevonden.
+
+
+Men hernam den geodesischen arbeid. Er werden achtereenvolgens twee
+stations aangenomen, die met het laatste aan deze zijde van den
+stroom verbonden, dienden om een nieuwen driehoek te vormen. Dat werk
+geschiedde zonder eenige moeielijkheid. Evenwel moesten de astronomen
+zich wachten voor de vergiftige slangen, waarvan het in deze streken
+wemelde. Het waren zeer venijnige mamba's, die tien tot twaalf voet
+lang waren, en wier beet doodelijk was.
+
+Vier dagen na den overtocht der Nosoub, op 21 Juni, waren de geleerden
+in eene zeer boschrijke streek. Maar het kreupelhout, dat slechts uit
+middelmatige boomen bestond, hinderde het werk der driehoeksmeting
+niet. Aan alle kanten vertoonden zich aan den gezichteinder zeer
+goed zichtbare hoogten, die verscheidene kilometers van elkander
+aflagen, en waarop men seinpalen en lantaarns kon oprichten. Deze
+uitgebreide streek, die lager lag dan al het land in den omtrek,
+was juist daardoor vochtig en vruchtbaar. William Emery zag er
+bij duizenden den Hottentotschen vijgeboom, welks zuurachtige
+vruchten door de Boschjesmannen zeer gezocht zijn. Uit de tusschen
+het kreupelhout gelegen uitgestrekte vlakte, steeg een aangename
+geur op, die ontstond door eene groote menigte knolwortelplanten,
+die eenige gelijkenis hadden met de tijloos. Boven op de wortels
+zat eene vrucht van twee of drie centimeters lang, welker geuren de
+lucht vervulde. Het was de Kucumakranti van zuidelijk Afrika, waarop
+vooral de inboorlingen zeer gesteld zijn. In deze streek, waarheen de
+omliggende rivieren een gedeelte van haar water langs zachte hellingen
+deden afvloeien, waren de velden wederom bedekt met kolokwint en
+met de kruizemunt, waarvan de overbrenging naar Engeland zoo goed
+geslaagd is. Hoe vruchtbaar en geschikt voor landbouwontginningen
+deze streek ook scheen te zijn, toch werd zij door zwervende stammen
+weinig bezocht. Men zag er geen spoor van inboorlingen, geen kraal,
+zelfs geen vuur eener legerplaats. Echter was er geen gebrek aan
+water, en dit vormde op verschillende plaatsen beekjes, plassen,
+eenige vrij belangrijke kleine meren en twee of drie snelstroomende
+riviertjes die waarschijnlijk haar monding in de Oranjerivier hadden.
+
+Dien dag sloegen de geleerden een kamp op met het doel om de karavaan
+af te wachten. De door den jager opgegeven tijd was bijna verstreken,
+en indien hij zich in zijne berekening niet vergist had, moest de
+karavaan dien dag aankomen, na op eene waadbare plaats de Nosoub te
+zijn overgetrokken.
+
+Evenwel verliep de dag, en geen Boschjesman was nog verschenen. Had de
+karavaan eenigen hinderpaal ontmoet, die haar belette te komen? John
+Murray dacht dat de Nosoub in dezen tijd van 't jaar niet waadbaar
+zijn zou, omdat de bronnen nog overvloedig water afvoerden, zoodat de
+jager veel zuidelijker een overtocht had moeten zoeken. Deze reden
+was aannemelijk; de regen was in den laatsten tijd zeer overvloedig
+geweest en moest de rivier dus buitengewoon doen rijzen.
+
+De astronomen wachtten, maar toen de dag van 22 Juni evenzeer was
+voorbijgegaan zonder dat een der mannen van Mokum verscheen, werd
+kolonel Everest zeer ongerust. Hij kon zijn tocht naar het noorden
+niet vervolgen als hij zijne instrumenten mistte; en dat oponthoud
+kon, indien het langer duurde, den goeden afloop der onderneming in
+de waagschaal stellen.
+
+Mathieu Strux merkte bij deze gelegenheid op, dat hij van meening was
+geweest dat men de karavaan had moeten vergezellen, na het laatste
+station aan deze zijde der rivier met de beide stations aan de andere
+zijde verbonden te hebben; dat, als het goede slagen der meting
+door dat oponthoud in de waagschaal werd gesteld, de verantwoording
+daarvoor in allen gevalle viel op hen, die gemeend hadden, enz... Dat
+de Russen in elk opzicht, enz.....
+
+Men kan zich voorstellen dat kolonel Everest tegen deze aantijgingen
+van zijn ambtgenoot te velde trok, door er aan te herinneren, dat men
+eerst na gemeen overleg eene beslissing genomen had, maar Murray kwam
+tusschenbeiden en vroeg of men dat overigens geheel onnutte twisten
+niet liever oogenblikkelijk wilde staken. Wat geschied was kon niet
+meer herroepen worden, en alle verwijten ter wereld zouden den toestand
+daarom nog niet veranderen. Alléén werd er bepaald dat, als de karavaan
+der Boschjesmannen den volgenden dag niet was aangekomen, Emery en
+Zorn, die zich daartoe vrijwillig hadden aangeboden, in gezelschap
+van den geleider der karavaan naar het zuidwesten een onderzoek
+zouden instellen. Gedurende hunne afwezigheid zouden de kolonel en
+zijne ambtgenooten in het kamp blijven en hunne terugkomst afwachten,
+alvorens een besluit te nemen.
+
+Toen men hiertoe was overeengekomen, bleven de beide tegenstanders het
+overige van den dag zooveel mogelijk verwijderd van elkander; John
+Murray vermaakte zich met het omringende kreupelbosch af te jagen,
+maar hij zag geen wild; evenmin was hij gelukkig in het opsporen van
+gevogelte voor de keuken; doch als natuurvorscher (en hoe dikwijls
+is een jager dat niet?) kon hij tevreden zijn. Twee exemplaren van
+bijzondere diersoorten werden door zijne schoten getroffen; hij bracht
+namelijk mede een schoonen korhaan van dertien centimeters lengte, kort
+op de pooten, die zoowel als de bek rood van kleur zijn, donkergrijs
+op den rug, en met bruin geschakeerde vleugels. De andere vogel,
+dien Murray zeer behendig had neêrgeschoten, behoorde tot de orde
+der roofvogels. Het was eene soort van valk, die in zuidelijk Afrika
+alléén te huis behoort, met rooden hals en witten staart, en dien men
+gewoonlijk om zijne schoone vormen prijst. De geleider haalde de beide
+vogels zoo handig af, dat het vel onbeschadigd kon bewaard blijven.
+
+De eerste uren van den 23sten Juni waren reeds verloopen. De karavaan
+was nog niet te zien, en de twee jongelieden zouden juist op weg gaan,
+toen zij zich door een geblaf uit de verte lieten terughouden. Weldra
+kwam Mokum uit een boschje aloë's, dat zich links van het kamp bevond,
+in vollen galop op zijn zebra aanrennen.
+
+De Boschjesman was de karavaan vooruitgereden en naderde de Europeanen
+met groote snelheid.
+
+»Kom toch, dappere jager," riep John Murray vroolijk, »wij wanhoopten
+wezenlijk reeds aan u! Weet ge wel dat ik ontroostbaar zou geweest
+zijn, als ik u niet terug had gezien! Het schijnt alsof het wild
+mij ontwijkt als gij mij niet ter zijde staat. Kom, laat ons uwe
+terugkomst met een goed glas Schotsche saffraan-likeur vieren!"
+
+Mokum beantwoordde deze welwillende en vriendelijke woorden van den
+eerzamen John Murray niet. Hij keek elk der Europeanen afzonderlijk
+aan en telde ze den één na den ander. Een levendige angst schilderde
+zich op zijn gelaat. Kolonel Everest merkte het aanstonds op en trad
+op den jager toe, die nu afgestegen was.
+
+»Wien zoekt ge, Mokum?" vroeg hij hem.
+
+»Mijnheer Palander," antwoordde de Boschjesman.
+
+»Is hij de karavaan niet gevolgd? Is hij niet meer bij u?" vroeg
+de kolonel.
+
+»Hij is er niet meer!" antwoordde Mokum. »Ik hoopte hem in uw kamp
+terug te vinden, maar hij is verdwaald!"
+
+Op die laatste woorden trad Mathieu Strux snel vooruit, en riep:
+»Nikolaas Palander verdwenen? een geleerde, die aan uwe zorgen was
+toevertrouwd, een sterrekundige, voor wien ge instondt en dien gij
+niet mede terugbrengt! Weet ge wel jager, dat ge verantwoordelijk
+zijt voor zijn persoon, en dat het niet opgaat om maar te zeggen:
+Mijnheer Palander is verdwaald!"
+
+Deze woorden van den Russischen astronoom maakten den jager warm,
+die, omdat hij niet op de jacht was, geen enkele reden had om geduldig
+te zijn.
+
+»Wel, wel, mijnheer de sterrenwichelaar van het Russische rijk,"
+antwoordde hij met toornige stem, »zoudt gij uwe woorden niet een
+weinig wikken of wegen? Ben ik aangesteld om uw makker te bewaken, die
+voor zich zelven niet eens zorgen kan? Ge stelt mij verantwoordelijk,
+en ge hebt ongelijk, verstaat ge mij? Als mijnheer Palander verdwaald
+is, dan is het zijn eigen schuld! Twintig en meermalen heb ik er hem
+op betrapt dat hij geheel in zijne cijfers verdiept was en zich van
+onze karavaan verwijderde; evenveel malen heb ik hem gewaarschuwd en
+teruggebracht. Maar eergisteren is hij bij het vallen der duisternis
+verdwenen, en niettegenstaande al mijn zoeken heb ik hem niet terug
+kunnen vinden. Wees gij eens behendiger als ge kunt, en omdat ge zoo
+goed met uw kijker kunt omspringen, raad ik u dien voor uw oog te
+zetten en te beproeven uw makker terug te vinden!" Zonder twijfel
+zou de Boschjesman op denzelfden toon zijn voortgegaan tot groote
+verontwaardiging van Mathieu Strux, die hem met open mond aangaapte en
+geen woord kon uitbrengen, als John Murray den toornigen jager niet tot
+bedaren had gebracht. Gelukkig voor den Russischen geleerde eindigde de
+twist tusschen den Boschjesman en hem; maar Mathieu Strux viel met een
+verwijt zonder grond den kolonel aan, die er het minst op verdacht was.
+
+»In allen gevalle," zeide de sterrekundige van Pulkowa op drogen toon,
+»zal ik mijn ongelukkigen makker in deze woestenij niet in den steek
+laten. Wat mij aangaat, ik zal alle pogingen aanwenden om hem terug
+te vinden. Als het John Murray of William Emery was, die een van
+beiden op deze wijze verdwenen was, zou kolonel Everest, denk ik,
+niet aarzelen om de metingen te staken en zijne landgenooten te hulp
+toe te komen. Ik zie dus niet in waarom men minder voor een Russisch
+dan voor een Engelsch geleerde doen zou."
+
+Toen de kolonel op deze wijze er bij in werd gehaald, kon hij zijne
+gewone bedaardheid niet bewaren.
+
+»Mijnheer Strux," zeide hij met over elkander geslagen armen,
+terwijl hij zijn tegenstander strak aankeek, »is het volgens een vast
+plan dat u mij zonder aanleiding beleedigt? Voor wie houdt gij ons
+Engelschen? Hebben we u het recht gegeven om aan onze gevoelens van
+menschelijkheid te twijfelen? Wie doet u veronderstellen, dat wij
+dien onhandigen rekenaar niet te hulp zouden komen?".....
+
+»Mijnheer" ... antwoordde de Rus op dien bijnaam, welke daar aan
+Palander gegeven werd.
+
+»Ja, onhandig," hernam de kolonel, terwijl hij op elke lettergreep
+nadruk legde, »en ik voeg er nog bij, dat, wat ge mij straks zoo
+lichtvaardig verweet, volkomen op u zelven toepasselijk is, zoodat
+als onze onderneming door dit voorval mislukt, de verantwoordelijkheid
+op de Russen en niet op de Engelschen vallen zou!"
+
+»Kolonel," riep Mathieu Strux, wiens oogen bliksemstralen schoten,
+»uw woorden...."
+
+»Mijne woorden heb ik allen gewogen, mijnheer, en daarom stel ik u
+voor, onze werkzaamheden op te schorten tot op het oogenblik, dat we
+uwen rekenaar hebben teruggevonden. Is u gereed om te vertrekken?"
+
+»Ik was reeds gereed voor ge een enkel woord gezegd hadt!" antwoordde
+Strux op scherpen toon.
+
+Daarop gingen de beide tegenstanders elk naar zijn wagen, want de
+karavaan was juist aangekomen.
+
+John Murray, die den kolonel vergezelde, kon niet nalaten te zeggen:
+»het is nog gelukkig dat die stumpert het dubbele register van onze
+metingen niet mede zoek gemaakt heeft."
+
+»Daar dacht ik juist aan," antwoordde de kolonel eenvoudig.
+
+De beide Engelschen ondervroegen daarop den jager Mokum; deze
+vertelde hun dat Nikolaas Palander sedert twee dagen verdwenen was;
+dat men hem het laatst op zijde van de karavaan gezien had op ongeveer
+twaalf kilometers van het kamp; dat hij, Mokum, zoodra de geleerde
+verdwenen was, hem had trachten terug te vinden, waarom hij zoo laat
+teruggekomen was; dat hij, toen hij hem niet vond, had willen zien
+of die »rekenmeester" soms weder bij zijne makkers ten noorden van
+de Nosoub was aangekomen. Nu dit het geval niet was stelde hij vóór,
+het onderzoek voort te zetten in het noordoosten, in een boschrijk
+gedeelte van het land, daarbij voegende dat er geen uur te verliezen
+was als men Palander levend wilde terug vinden.
+
+Inderdaad moest men zich haasten, want sedert twee dagen dwaalde
+de Russische geleerde door eene streek waar veel wilde beesten
+gevonden werden. Het was geen man om zich te redden, daar hij
+altijd in het gebied der cijfers in plaats van op dit ondermaansche
+verkeerde. Waar iedereen eenig voedsel zou gevonden hebben, zou de
+arme drommel onvermijdelijk van honger gestorven zijn. Het kwam er
+dus op aan om hem spoedig te helpen. Om één uur verlieten de kolonel,
+Mathieu Strux, John Murray en de beide jeugdige sterrekundigen het
+kamp onder geleide van den jager. Allen zaten op vlugge paarden,
+zelfs de Russische geleerde, die zich op grappige wijze aan het
+beest vastklampte, terwijl hij tusschen de tanden verwenschingen
+tegen den ongelukkigen Palander mompelde, die hem zulk eene moeite
+veroorzaakte. Zijne makkers namen als deftige en fatsoenlijke lieden
+den schijn aan alsof zij de vermakelijke houding niet opmerkten, waarin
+de astronoom van Pulkowa te paard zat; het was een zeer dartel beest,
+dat zeer gevoelig in den bek was.
+
+Vóór hij het kamp verliet had Mokum den gids verzocht hem zijn hond
+te leenen, een zeer sluw en verstandig dier, een goeden speurhond,
+waarop de Boschjesman zeer gesteld was. Toen de hond een hoed van
+Palander beroken had, snelde hij in noordoostelijke richting voort,
+terwijl zijn meester hem door een bijzonder gefluit aanzette. De
+kleine bende volgde het dier onmiddellijk en verdween weldra in een
+dicht kreupelbosch.
+
+Gedurende den geheelen dag volgden de kolonel en zijne makkers
+de gangen van den hond. Het slimme dier had volkomen begrepen wat
+men van hem vroeg, maar hij miste nog het spoor van den verdwaalden
+geleerde, en hij kon dus geen geregeld of zeker pad volgen. De hond,
+die trachtte alle verhevenheden van den bodem te herkennen, ging
+vooruit, doch keerde telkens spoedig terug, zonder met zekerheid
+eenig spoor gevonden te hebben.
+
+Van hunne zijde verwaarloosden de geleerden geen enkel middel om
+hunne tegenwoordigheid in deze woeste streek te kennen te geven. Zij
+schreeuwden, zij schoten hunne geweren af, hopende dat Nikolaas
+Palander hen hooren zou, hoe afgetrokken hij ook zijn mocht. Op deze
+wijze hadden zij den omtrek van het kamp over eene uitgestrektheid
+van vijf kilometers afgeloopen, toen de avond viel, die het onderzoek
+deed eindigen. Men moest dit den volgenden dag voortzetten, zoodra
+het licht werd.
+
+Gedurende den nacht legerden de Europeanen zich onder eene groep boomen
+voor een groot houtvuur, dat de Boschjesman zorgvuldig onderhield; men
+hoorde het gehuil van eenige verscheurende dieren; de tegenwoordigheid
+van deze was niet geschikt om hen omtrent het lot van Palander gerust
+te stellen; kon men nog eenigermate de hoop koesteren dien ongelukkige
+te redden, die uitgeput, uitgehongerd, verkleumd van koude, gevaar liep
+aangevallen te worden door de hyena's, die in dit gedeelte van Afrika
+overvloedig gevonden werden? Dit maakte allen ongerust. De makkers van
+den ongelukkige brachten op deze wijze uren door om met elkander te
+praten, plannen te vormen, en middelen uit te denken om hem terug te
+vinden. De Engelschen toonden in deze omstandigheid eene hartelijkheid,
+waarover Mathieu Strux ondanks zich zelven getroffen moest zijn. Men
+kwam overeen dat men den Russischen geleerde dood of levend zou terug
+vinden, al zouden de driehoeksmetingen ook onbepaald worden uitgesteld.
+
+Eindelijk verscheen het daglicht na een nacht, welks uren zoovele
+eeuwen schenen. De paarden waren spoedig opgetuigd, en het onderzoek
+werd in grooter omtrek voortgezet. De hond liep weder vooruit en de
+kleine troep volgde zijne schreden.
+
+In noordoostelijke richting voortgaande trokken de kolonel Everest
+en zijne makkers door eene zeer vochtige streek. Riviertjes,
+doch zonder eenige beteekenis, werden hoe langer hoe talrijker;
+men waadde er gemakkelijk doorheen, terwijl men zich in acht nam
+tegen de krokodillen, waarvan John Murray hier de eerste staaltjes
+zag. Het waren ontzaglijke dieren, van welke sommigen 25 tot 30 voet
+lengte hadden, die te vreezen waren om hunne vraatzucht, en moeilijk
+te ontkomen als men ze op een meer of eene rivier ontmoette. Daar de
+Boschjesman geen tijd wilde verliezen met het bestrijden dezer dieren,
+maakte hij een kleinen omweg om ze te ontwijken en hield Murray
+tegen, die voortdurend op het punt stond er op te schieten. Als een
+van die monsters zich tusschen het hooge gras vertoonden, sprongen de
+paarden op zijde en ontkwamen dus gemakkelijk. In het midden van deze
+waterplassen, die door het overstroomen der riviertjes ontstaan waren,
+zag men ze bij dozijnen, met den kop boven water, bezig om evenals
+honden hunne prooi te verslinden, die zij met hunne vreeselijke kaken
+in kleine stukjes ophapten.
+
+De kleine troep zette, evenwel zonder veel hoop te koesteren, het
+onderzoek voort, nu eens in een zeer dicht kreupelbosch, dan weder in
+de vlakte, midden tusschen een menigte kleine riviertjes en beschouwde
+nauwkeurig den grond, om maar het geringste spoor te ontdekken; hier
+was het een op manshoogte afgebroken tak, dan versch platgetrapt gras,
+verder weêr een half uitgewischt en bijna onkenbaar spoor. Niets kon
+hen den ongelukkigen Palander doen ontdekken.
+
+Op dit oogenblik waren zij tien kilometers noordwaarts van hunne
+laatste legerplaats, en op raad van den jager zouden zij zuidwestwaarts
+hun onderzoek voortzetten, toen de hond plotseling teekenen van
+onrust gaf. Hij blafte en kwispelstaartte zenuwachtig. Hij ging
+eenige passen ter zijde met den neus langs den grond en besnuffelde
+het drooge gras op het voetpad. Daarna kwam hij op dezelfde plaats
+terug, waarschijnlijk door eenige bijzondere lucht aangetrokken.
+
+»Kolonel," riep de Boschjesman, »onze hond heeft iets in den neus;
+het verstandige beest, hij is het wild op 't spoor, of liever onzen
+geleerde, op wien wij jacht maken. Laat hem begaan, laat hem begaan!"
+
+»Ja," hernam Murray, »hij is hem op 't spoor. Hoort dat kort
+geblaf. Men zou zeggen dat hij in zich zelven praat, dat hij tracht
+een plan te maken. Ik zou vijftig pond voor zulk een dier geven als
+hij ons brengt op de plaats, waar Palander zich schuil houdt."
+
+Mathieu Strux lette niet op de wijze waarop men over zijn landgenoot
+sprak. Het voornaamste toch was om hem terug te vinden. Iedereen hield
+zich dus gereed om den hond te volgen, zoodra deze zeker van den weg
+was. Dit duurde niet lang, en na een helder geblaf, sprong hij over
+een paar struiken en verdween in het dichte kreupelbosch. De paarden
+konden hem in dit ondoordringbaar woud niet volgen. Kolonel Everest
+en zijne makkers waren dus genoodzaakt het bosch om te trekken en zich
+te laten leiden door het verwijderde geblaf van den hond. Zij voelden
+zekere hoop bij zich levendig worden. Het was niet twijfelachtig of
+het dier was den verdwaalden geleerde op het spoor, en als hij dit
+niet bijster raakte zou hij zijn doel rechtstreeks bereiken. Slechts
+ééne vraag deed zich voor: was Nikolaas Palander dood of levend?
+
+Het was elf uren in den morgen. Gedurende een twintigtal minuten
+liet zich het geblaf, waardoor de jagers zich lieten leiden, niet
+meer hooren. Was het omdat de hond zoo ver af was, of was hij het
+spoor bijster? De Boschjesman en John Murray, die vooruit gingen,
+werden zeer ongerust. Zij wisten niet meer in welke richting zij
+hunne makkers moesten geleiden, toen het geblaf op een halven
+kilometer zuidwestwaarts zich weder deed hooren, maar thans buiten
+het bosch. Aanstonds renden de flink aangespoorde paarden in die
+richting voort.
+
+In weinige oogenblikken was de troep op een zeer moerassig stuk gronds
+aangekomen. Men hoorde den hond duidelijk, maar zag hem niet. De grond
+toch was met riet van tien tot twaalf voet hoog begroeid, de ruiters
+moesten afstijgen, en na hunne paarden aan een boom gebonden te hebben,
+gingen zij op het geblaf van den hond door het riet voort. Weldra
+waren zij er doorheen. Eene groote uitgestrektheid gronds met water
+en waterplanten bedekt lag voor hen. Daar, waar de grond het laagst
+was, strekte zich het bruinachtige water van een meertje uit, dat
+een halven kilometer lang was. De hond stond stil op den moerassigen
+oever van het meertje en blafte vreeselijk.
+
+»Daar is hij! Daar is hij!" riep de Boschjesman.
+
+Inderdaad, op het uiteinde van een soort van schiereilandje zat
+Nikolaas Palander op driehonderd schreden afstands op een boomstam:
+hij zag niets, hij hoorde niets, maar had een potlood in de hand,
+een schrijfboekje op de knieën en was zonder twijfel bezig met de
+eene of andere berekening!
+
+Zijne makkers konden een kreet van afgrijzen niet inhouden. De
+Russische geleerde namelijk werd op niet meer dan twintig schreden
+afstands beloerd door eene troep krokodillen, die den kop uit het water
+staken en wier nabijheid hij zelfs niet vermoedde. De vraatzuchtige
+dieren naderden langzamerhand en konden hem in een oogwenk wegsleuren.
+
+»We mogen ons wel haasten!" zeide de jager met zachte stem, »ik weet
+niet waarom de krokodillen wachten om hem aan te vallen!"
+
+»Ze wachten mogelijk tot hij wat bestorven is," kon John Murray
+niet nalaten te zeggen, daarbij zinspelende op een feit dat door de
+inlanders gewoonlijk wordt opgemerkt, namelijk dat deze dieren nooit
+versch vleesch vreten.
+
+De Boschjesman en Murray verzochten hunne makkers hen daar te wachten,
+en gingen om het meertje heen, ten einde het smalle schiereiland
+te bereiken dat hen bij Palander brengen zoude. Zij hadden nog geen
+tweehonderd pas gedaan, toen de krokodillen het diepe water verlatende,
+naar boven kwamen en recht op hunne prooi afgingen. De geleerde
+merkte er niets van, zijne oogen waren op zijn boekje gevestigd en
+hij schreef voortdurend nog cijfers op.
+
+»Goed gemikt en bedaard, of hij is verloren!" fluisterde de jager
+John Murray in het oor.
+
+Toen gingen beiden op de knieën liggen, en op de meest nabij zijnde
+dieren mikkende gaven zij vuur. Twee schoten knalden en twee monsters
+stortten met verbrijzelden ruggegraat in het water terug, waarop de
+geheele bende in een oogenblik onder water verdween.
+
+Op het geluid van de schoten hief Nikolaas Palander eindelijk het
+hoofd op. Hij herkende zijne makkers, en met zijn boekje in de hand
+naar hen toeloopende riep hij:
+
+»Ik heb het gevonden! ik heb het gevonden!"
+
+»En wat hebt ge gevonden, mijnheer Palander?" vroeg John Murray.
+
+»Eene fout van een decimaal in de 103e logarithme van de tafel van
+James Wolston!"
+
+Inderdaad, de waardige man had die fout gevonden! hij had eene
+misrekening in eene logarithmentafel ontdekt! Hij had recht op eene
+premie van honderd pond, die door den uitgever was uitgeloofd! En
+sedert vier dagen, dat hij in die wildernissen dwaalde, had de beroemde
+astronoom van de sterrewacht van Helsingfors daarmede zijn tijd zoek
+gebracht! André Marie Ampère, de meest afgetrokken geleerde van de
+wereld, zou het hem niet verbeterd hebben.
+
+
+
+
+
+
+
+XII.
+
+Een station naar den smaak van John Murray.
+
+
+Eindelijk was dus de Russische rekenmeester teruggevonden. Toen
+men hem vroeg hoe hij die vier dagen geleefd had, kon hij het niet
+zeggen. Het was niet waarschijnlijk dat hij eenig bewustzijn had
+gehad van de gevaren, die hij aldus liep. Toen men hem het geval met
+de krokodillen vertelde wilde hij het niet gelooven, en hield het
+voor eene aardigheid. Had hij honger gehad? Och neen. Hij had zich
+met cijfers gevoed, en zóó goed dat hij daardoor eene fout in eene
+logarithmentafel ondekt had.
+
+In tegenwoordigheid van zijne ambtgenooten wilde Mathieu Strux
+uit nationale eigenliefde Nikolaas Palander geene verwijten doen,
+maar men behoeft er niet aan te twijfelen, of de Russische astronoom
+kreeg onder vier oogen eene scherpe vermaning van zijn chef, met eene
+uitnoodiging om zich in het vervolg niet meer door zijne logarithmen
+van het rechte spoor te laten brengen.
+
+Het werk werd onmiddellijk hervat; dit vorderde gedurende eenige dagen
+vrij wel. Helder weder begunstigde de waarnemingen, zoowel bij het
+meten der hoeken door de stations met elkander gevormd, als in het
+bepalen der afstanden. Men voegde nieuwe driehoeken bij het reeds
+opgemeten net, terwijl men de hoeken door talrijke waarnemingen zeer
+nauwkeurig bepaalde.
+
+Den 28sten Juni hadden de astronomen de basis van hun dertienden
+driehoek gemeten. Volgens hunne berekening moest deze driehoek dat
+gedeelte van den meridiaan bevatten, hetwelk zich van den tweeden tot
+den derden graad uitstrekt. Om het werk ten einde te brengen, moest
+men nog de twee aan de basis liggende hoeken meten door een station
+als tophoek te zoeken. Nu deed zich eene natuurlijke moeielijkheid
+voor. Het land was zoover het oog reikte met kreupelbosch bedekt,
+en was niet geschikt om signalen te plaatsen. De van het zuiden naar
+het noorden zich uitstrekkende vlakte, die sterk helde, maakte niet
+het plaatsen maar het zien der seinpalen moeilijk.
+
+Een enkel punt kon dienen om een lantaarn te plaatsen, maar op zeer
+grooten afstand. Het was de top van een berg van 12 of 1300 voet
+hoog, die zich op ongeveer 30 kilometers afstands in het noordwesten
+verhief. Onder deze omstandigheden zouden dus de zijden van dien
+driehoek langer dan 20.000 vademen geweest zijn, eene lengte, die soms
+wel viervoudig genomen werd bij enkele geodesische opmetingen, maar
+die de leden der Engelsch-Russische commissie nog niet bereikt had. [2]
+
+Na rijp beraad besloten de astronomen eene electrieke lantaarn op
+deze hoogte op te richten en halt te houden tot op het oogenblik dat
+de seinpaal was opgesteld. Kolonel Everest, William Emery en Michel
+Zorn werden met drie matrozen en twee Boschjesmannen onder geleide van
+den gids aangewezen om zich naar het nieuwe station te begeven, ten
+einde daar het licht op te steken, dat bij de nachtelijke opmetingen
+dienen moest. De afstand was inderdaad al te groot, dan dat men het
+wagen dorst om des daags met voldoende zekerheid waar te nemen.
+
+De kleine bende vertrok met hare instrumenten en toestellen, die op
+muilezels gepakt waren, en met den noodigen voorraad levensmiddelen in
+den morgen van 28 Juni. Kolonel Everest rekende eerst den volgenden
+morgen den voet van den berg te bereiken, en als de beklimming geene
+moeilijkheid opleverde, zou de lantaarn toch op zijn vroegst in den
+nacht van 29 of 30 Juni geplaatst kunnen worden. De waarnemers bleven
+in het kamp, en moesten dus in de eerste 36 uren er niet aan denken
+den schitterenden top van hun vijftienden driehoek te zien.
+
+Gedurende de afwezigheid van kolonel Everest begaven Strux en
+Palander zich aan hunne gewone werkzaamheden. John Murray en de
+Boschjesman jaagden in den omtrek van de legerplaats en doodden eenige
+antilopen, waarvan in zuidelijk Afrika zooveel verschillende soorten
+bestaan. Tot de jachtavonturen van Murray behoorde ook het vangen
+van eene giraffe, een schoon dier, dat in het noorden zeldzaam is,
+doch in de zuidelijke vlakten dikwijls voorkomt. De giraffenjacht
+wordt door kenners zeer geroemd. Murray en de Boschjesman ontmoetten
+eene kudde van twintig stuks, die zeer schuw waren en die zij slechts
+tot op 500 meters konden naderen. Evenwel dwaalde een wijfje van
+de kudde af, dat de beide jagers besloten te vervolgen. Het dier
+vluchtte slechts langzaam, en scheen zich te willen laten inhalen;
+maar toen de paarden van de jagers naderbij gekomen waren, stak de
+giraffe den staart in de lucht en vluchtte met de grootste snelheid;
+zij moesten het meer dan twee kilometers ver vervolgen. Eindelijk
+wierp Murray het dier met een kogel, die het in den schouder trof, ter
+neder. Het was een prachtexemplaar van die soort van dieren, waarvan
+de Romeinen zeiden, dat zij »den hals van een paard, de hoeven en
+pooten van een os en den kop van een kameel hadden," en welker huid
+rosachtig en wit gevlekt was. Dit zonderlinge dier mat niet minder
+dan elf voet hoogte van de hoeven tot aan den top der kleine horens,
+die met vel en haar bedekt zijn.
+
+Den volgenden nacht namen de beide Russische sterrekundigen nauwkeurig
+de hoogte op van eenige sterren, waardoor zij de breedte van hunne
+legerplaats konden bepalen. De dag van 29 Juni ging zonder bijzondere
+omstandigheden voorbij. Men wachtte den volgenden nacht met zeker
+ongeduld af om den tophoek van den 15den driehoek te bepalen. De
+nacht kwam; maan noch sterren waren te zien, maar het was droog;
+er viel geen mist en het was dus uiterst gunstig weer om een ver
+verwijderd punt waar te nemen.
+
+Alle voorloopige maatregelen waren genomen, en de kijker, die den
+geheelen dag op den bergtop gericht was geweest, moest spoedig de
+electrieke lantaarns doen zien, wanneer men deze met het bloote oog
+niet kon waarnemen; gedurende den ganschen nacht wisselden Strux,
+Palander en Murray elkander voor den kijker af, maar de bergtop bleef
+onzichtbaar en geen enkel lichtje schitterde op den top.
+
+De waarnemers meenden dus dat de beklimming ernstige moeilijkheden
+had opgeleverd, en dat de kolonel den top voor het einde van den dag
+niet had kunnen bereiken. Zij stelden dus hunne waarneming tot den
+volgenden nacht uit, en twijfelden er niet aan of de lantaarn zou
+gedurende dien dag worden opgesteld. Doch wie schetst hunne verbazing
+toen dienzelfden dag, 30 Juni, tegen twee uren des namiddags kolonel
+Everest en zijne makkers, die men in het geheel niet terug verwacht
+had, in de legerplaats verschenen. Murray snelde zijne ambtgenooten
+te gemoet.
+
+»Zijt u het kolonel?" riep hij.
+
+»Ik zelf," was het antwoord.
+
+»Is de berg dus onbeklimbaar?"
+
+»Zeer gemakkelijk te bestijgen, integendeel," zeide de kolonel,
+»maar hij wordt goed bewaakt, dat verzeker ik u. Ook komen wij
+versterking halen."
+
+»Wat, inboorlingen?"
+
+»Jawel, inboorlingen op vier pooten en met zwarte manen, die reeds
+een van onze paarden hebben opgepeuzeld."
+
+In weinige woorden verhaalde de kolonel aan zijne ambtgenooten, dat
+hij zijne reis tot aan den voet van den berg zeer gelukkig volbracht
+had. Toen zag men dat de berg slechts aan den zuidwestkant langs een
+lageren zijberg kon beklommen worden. Maar juist in den bergpas,
+waardoor men heen moest, had zich eene troep leeuwen genesteld,
+of eene kraal opgeslagen, zooals de gids het uitdrukte.
+
+Te vergeefs beproefde de kolonel deze vreeselijke dieren te doen
+verhuizen; niet genoegzaam van wapenen voorzien, moest hij terugtrekken
+na een paard verloren te hebben, waarvan een prachtige leeuw met één
+slag van zijn poot de ribben gebroken had.
+
+Zulk een verhaal moest John Murray en den Boschjesman in vuur
+zetten. Deze »leeuwenberg" moest veroverd worden, omdat dit voor
+het voortzetten der geodesische waarnemingen volstrekt noodzakelijk
+was. De gelegenheid om zich met deze geduchte dieren te meten was
+te schoon om er geen gebruik van te maken, zoodat er oogenblikkelijk
+tot den tocht werd besloten.
+
+Al die Europeesche geleerden, Palander zelfs niet uitgezonderd,
+wilden er deel aan nemen; maar het was noodig dat er eenigen in de
+legerplaats bleven, om de hoeken die aan de basis van den nieuwen
+driehoek gelegen waren, te meten. De kolonel, die begreep dat zijne
+tegenwoordigheid noodig was om de waarnemingen na te gaan, schikte er
+zich in om in gezelschap van de beide Russische sterrekundigen achter
+te blijven. Gelukkig was er geen enkele beweegreden, om John Murray
+terug te houden. Het troepje dat bestemd was om den toegang tot den
+berg te vermeesteren, bestond uit Murray, William Emery en Michel Zorn,
+aan wier verzoek men had moeten toegeven, verder uit den Boschjesman,
+die zijne plaats niet gaarne aan een ander zou hebben afgestaan, en
+eindelijk uit drie inboorlingen, wier moed en bedaardheid Mokum kende.
+
+Na hunne ambtgenooten de hand gedrukt te hebben, verlieten de drie
+Europeanen tegen vier uren des namiddags de legerplaats en drongen
+in de richting van den berg in het kreupelhout door. Zij reden zoo
+snel mogelijk voort en hadden 's avonds te 7 uren een afstand van 30
+kilometers afgelegd.
+
+Op twee kilometers van den berg aangekomen stegen zij af,
+en maakten eene halte voor den nacht gereed. Er werd geen vuur
+aangestoken, want Mokum wilde de aandacht der dieren, die hij bij
+dag wenschte te bestrijden, niet wekken, noch een nachtelijken
+aanval uitlokken. Gedurende dien nacht was het gebrul bijna
+onophoudelijk hoorbaar. Als de duisternis gevallen is namelijk,
+verlaten die verscheurende dieren gewoonlijk hunne holen om voedsel
+te zoeken. Niemand van de jagers deed een oog toe, en de Boschjesman
+maakte van die slapeloosheid gebruik, om hun enkele wenken te geven,
+die des te gewichtiger waren, omdat hij uit ondervinding sprak.
+
+»Mijne heeren," zeide hij op kalmen toon, »als de kolonel zich niet
+vergist heeft, zullen wij morgen te doen hebben met een troep leeuwen
+met zwarte manen. Die dieren behooren tot de meest verscheurende en
+de gevaarlijkste soort. Wij moeten geducht oppassen; vooral raad ik
+u aan den eersten aanval van die beesten te vermijden, die sprongen
+kunnen nemen van zestien tot twintig schreden ver. Als die eerste
+sprong mislukt, beproeven zij het zelden een tweede maal. Ik spreek
+bij ondervinding. Daar zij bij het aanbreken van den dag hun hol weder
+opzoeken, moeten wij ze dáár aanvallen. Maar zij zullen zich zeker
+goed verdedigen. Ik voeg er bij dat de leeuwen 's morgens als zij
+zich des nachts verzadigd hebben, minder wreed en misschien minder
+stoutmoedig zijn; de maag speelt dus hierin eene rol. Wij moeten ook
+letten op de streek waarin wij zijn, want in landen, waar de mensch
+ze voortdurend vervolgt, zijn zij veel vreesachtiger. Maar hier in
+een woest land zijn zij zeker zoo wild mogelijk. Ook beveel ik u
+dringend aan, om wel uw afstand te berekenen vóór gij schiet. Laat
+het dier naderen, schiet niet voor gij zeker van uw schot zijt, en
+mikt op den schouder. Verder moeten wij onze paarden achterlaten,
+want die dieren zijn schichtig als er leeuwen in de buurt zijn, en
+brengen dus den ruiter in gevaar. Wij zullen ze te voet bestrijden,
+en ik reken er op dat gij u daarbij koelbloedig gedragen zult."
+
+De jagers hadden den Boschjesman stilzwijgend aangehoord; Mokum
+was weder de geduldige jager geworden, want hij wist dat het eene
+ernstige zaak gold. Wanneer toch de leeuw zich gewoonlijk nimmer op
+iemand werpt, die voorbijgaat zonder hem te tergen, zoo bereikt zijne
+woede integendeel haar hoogste toppunt als hij aangevallen wordt. Dan
+is het een verschrikkelijk beest, dat van de natuur buigzaamheid om
+te springen, kracht om te verbrijzelen en vreeselijke woede ontvangen
+heeft. Ook beval de Boschjesman den Europeanen aan om vooral bedaard
+te blijven, en in de eerste plaats aan John Murray, die zich door
+zijne stoutmoedigheid nog wel eens liet medeslepen.
+
+»Schiet een leeuw," zeide hij, »zooals gij een patrijs zoudt schieten,
+even bedaard en kalm; daar is de geheele kunst in gelegen!"
+
+En zóó is het ook; maar wie kan er voor instaan dat hij, die zulk
+eene jacht niet gewoon is, kalm blijft tegenover een leeuw?
+
+Om vier uren 's morgens verlieten de jagers hunne legerplaats, nadat
+zij de paarden midden in het kreupelhout flink hadden vastgemaakt. Het
+was nog niet eens helder dag; eenige rossige strepen waren door den
+nevel aan de oosterkimmen zichtbaar; het was dus nog vrij donker.
+
+De Boschjesman beval zijnen makkers aan, om hunne wapenen goed na
+te zien. Murray en hij waren met achterladers gewapend, en hadden
+slechts een patroon in den loop te steken en te zien of de haan goed
+veerde. Michel Zorn en William Emery hadden buksen met getrokken
+loop en moesten dus het kruit in het zundgat vernieuwen, omdat dit
+'s nachts vochtig kon geworden zijn. De drie inboorlingen hadden
+bogen van aloëhout, waarmede zij zeer behendig omgingen. Reeds meer
+dan één leeuw toch was onder hunne pijlen gevallen.
+
+De zes jagers bleven dicht bij elkander en gingen naar den bergpas,
+dien de twee jongelieden den vorigen dag verkend hadden. Zij spraken
+geen woord en slopen tusschen de boomen door, evenals de roodhuiden
+door hunne bosschen.
+
+Weldra kwamen zij aan de engte, die den toegang tot den bergpas
+gaf. Hier begon het nauwe pad, dat tusschen twee granietmuren door
+den toegang tot de onderste helling van den berg verleende. Op dit
+pad, ongeveer half weg, op eene plaats, die door eene aardstorting
+wat breeder geworden was, bevond zich het hol waarin de leeuwen
+zich schuil hielden. Nu nam de Boschjesman de volgende maatregelen:
+Murray zou met hem en één der inboorlingen alleen vooruitgaan en zoo
+stil mogelijk in den bergpas voortsluipen. Zóó hoopten zij bij het
+hol te komen, en er de vreeselijke dieren uit te drijven, om ze naar
+het lager gelegen gedeelte van den bergpas te jagen. Daar moesten de
+twee jongelieden en de Boschjesmannen postvatten om de vluchtelingen
+met pijlen en kogels te ontvangen.
+
+De plaats was bijzonder geschikt voor deze wijze van handelen. Er
+stond daar namelijk een reusachtige wilde vijgeboom, die boven al
+het omringende kreupelhout uitstak, en welks talrijke takken eene
+veilige zitplaats aanboden, die de leeuwen niet konden bereiken. Men
+wist toch dat deze dieren niet evenals de tijgers de kunst kennen om
+boomen te beklimmen. Als jagers op zulk eene hoogte zitten, kunnen
+zij hunne sprongen gemakkelijk ontwijken, en ze onder zeer gunstige
+omstandigheden doodschieten.
+
+Het gevaarlijkste werk zou derhalve door Mokum, Murray en den
+inboorling verricht worden. Op eene aanmerking van William Emery
+daarover, antwoordde de jager dat het nu eenmaal niet anders kon en hij
+drong er op aan dat men zijn plan niet zou wijzigen. De jongelieden
+gaven daaraan dus gehoor. De dag begon nu aan te breken. De bergtop
+werd evenals een fakkel door de zonnestralen verlicht. Nadat de
+Boschjesman gezien had dat zijne vier makkers op de takken van den boom
+zaten, gaf hij het teeken tot vertrek. Zij kropen weldra met hun drieën
+langs een zonderling gekronkeld voetpad, dat zich aan de rechterzijde
+van den bergtop bevond. De stoutmoedige jagers gingen op die wijze een
+vijftig schreden voorwaarts; nu en dan hielden zij halt en bekeken
+het nauwe voetpad, dat zij bestegen. De Boschjesman twijfelde er
+niet aan of de leeuwen zouden na hunnen nachtelijken tocht in hun
+hol teruggekomen zijn, hetzij om hunne prooi te verslinden, hetzij
+om uit te rusten. Misschien zou men ze slapende kunnen overvallen en
+er dus korte metten mede maken.
+
+Een kwartier nadat zij den bergpas waren binnengegaan, stonden zij
+voor het hol, op de plaats die hun door Michel Zorn was aangeduid;
+daar hurkten zij op den grond neder en namen alles zeer nauwkeurig
+op. Het was een vrij groot hol, waarvan zij op dat oogenblik de diepte
+niet konden schatten. Overblijfselen van dieren, hoopen beenderen,
+lagen voor den ingang. Men kon zich niet vergissen, het was het
+verblijf der leeuwen, dat hun door den kolonel was beschreven. Maar
+tegen de meening van Mokum scheen op dat oogenblik het hol verlaten
+te zijn; de Boschjesman liet zich met het geweer in de hand tot vlak
+bij het hol op den grond glijden, waarna hij op de knieën naar den
+ingang kroop. Een enkele blik zoo snel mogelijk in het hol geworpen,
+overtuigde hem dat het ledig was. Deze omstandigheid, waarop hij niet
+rekende, deed hem oogenblikkelijk van plan veranderen. Hij riep zijne
+beide makkers, die aanstonds naar hem toekwamen.
+
+»Mijnheer Murray," zeide de jager, »ons wild is niet in zijn leger
+terug gekomen, maar het zal weldra verschijnen. Ik geloof dat wij
+het wijste doen met ons in het hol te verschansen. Met zulke kwanten
+is het beter belegerden dan belegeraars te zijn, vooral wanneer de
+vesting hulpbenden dicht bij de poorten heeft. Wat denkt u er van?"
+
+»Ik ben van uw gevoelen, Boschjesman," antwoordde John Murray. »Ik
+sta onder uwe bevelen en gehoorzaam u."
+
+Mokum, Murray en de inboorling drongen in het hol door. Het was eene
+diepe grot, waarin de grond bezaaid was met beenderen en bloedige
+stukken vleesch. Na zich vergewist te hebben dat zij volkomen ledig
+was, haastten de jagers zich om den ingang te versperren door middel
+van groote steenen, die zij niet zonder moeite naar den ingang rolden
+en op elkander stapelden. De openingen tusschen de steenen werden
+volgestopt met drooge takken en planten, waarmede de grond in den
+bergpas geheel bedekt was.
+
+Deze arbeid vorderde slechts eenige minuten, want de ingang der
+grot was betrekkelijk nauw. Daarna plaatsten de jagers zich voor
+de schietgaten hunner versperring en wachtten de dingen, die komen
+zouden. Zij behoefden niet lang te wachten. Tegen kwartier over vijven
+verscheen een leeuw met twee leeuwinnen op honderd pas van het hol. Het
+waren groote dieren. De leeuw, die zijne zwarte manen schudde en den
+grond met den geduchten staart zweepte, had eene geheele antilope
+tusschen de tanden, die hij, evenals een kat eene muis zou gedaan
+hebben, heen en weer schudde. Het groote stuk wild scheen hem geene
+vracht te zijn, en hoewel hij zulk een gewicht in den bek droeg,
+bewoog hij den kop met het grootste gemak. De twee leeuwinnen, wier
+huid geelachtig was, sprongen om hem heen.
+
+Murray moest later zelf bekennen dat hij zijn hart hevig voelde
+kloppen. Hij spalkte de oogen wijd open, rimpelde zijn voorhoofd en
+voelde eene soort van zenuwachtige vrees, gemengd met verwondering en
+angst; dit duurde evenwel niet lang en hij werd zich zelven spoedig
+weer meester. Wat zijne twee makkers betreft, zij waren even bedaard
+als altijd.
+
+De leeuw en de leeuwinnen hadden het gevaar begrepen; toen zij
+zagen dat hun hol versperd was, bleven zij staan; zij waren er geen
+zestig pas meer van daan. Het mannetje liet een hevig gebrul hooren
+en wierp zich, door de beide leeuwinnen gevolgd, in het kreupelbosch
+rechts, een weinig beneden de plaats waar de jagers het eerst hadden
+halt gehouden. Men zag die vreeselijke dieren met hunne gele huid,
+gespitste ooren en schitterende oogen zeer duidelijk door de takken.
+
+»Daar zijn de patrijzen," fluisterde Murray den Boschjesman in het oor,
+»dat is voor ieder man één."
+
+»Neen," antwoordde Mokum zacht, »het nest is niet voltallig en onze
+schoten zouden de andere verschrikken.--Boschjesman, zijt gij op dien
+afstand zeker van uw pijlschot?"
+
+»Jawel, Mokum," antwoordde de inlander.
+
+»Welnu, dan op de rechter zijde van het mannetje, en schiet hem door
+het hart!"
+
+De Boschjesman spande zijn boog en mikte zeer nauwkeurig door de
+takken. De pijl vloog al fluitende weg, een gebrul weerklonk, de
+leeuw deed een sprong, en viel op dertig schreden afstands van het
+hol neder. Dáár bleef hij zonder beweging liggen, en men kon zijne
+scherpe tanden zien, die wit tegen de bebloede lippen afstaken.
+
+»Goed gedaan, Boschjesman!" zeide de jager.
+
+Op dat oogenblik kwamen de leeuwinnen uit het struikgewas te voorschijn
+en wierpen zich op het lichaam van den leeuw. Op haar vervaarlijk
+gebrul kwamen twee andere leeuwen, waarvan één een oud mannetje met
+gele klauwen, gevolgd door eene derde leeuwin, den bergpas binnen. Door
+de verschrikkelijke woede, waarin zij verkeerden, rezen hunne manen
+te berge, waardoor zij een reusachtig voorkomen kregen. Zij schenen
+wel tweemaal zoo groot te zijn als gewoonlijk. Zij sprongen vooruit
+en lieten een ongeloofelijk sterk gebrul hooren.
+
+»Nu de geweren," riep de Boschjesman, »wij moeten ze in de vlucht
+schieten, omdat zij niet willen stilstaan!"
+
+Twee schoten knalden. Een van de leeuwen, door een ontplofbaren kogel
+van den Boschjesman in de zijde geraakt, viel als door den bliksem
+getroffen neder; de andere leeuw, waarop Murray gemikt had, sprong met
+verbrijzelden poot naar de versperring. De woedende leeuwinnen volgden
+hem. De vreeselijke dieren wilden de grot met geweld binnen dringen,
+en zouden daar zeker in slagen, als geen kogel het hen belette.
+
+De drie jagers weken achter in het hol terug. De geweren werden haastig
+weder geladen. Met één of twee gelukkige schoten konden de dieren
+misschien vallen, toen eene onvoorziene omstandigheid de drie jagers
+in een vreeselijken toestand bracht. Een dikke rook vulde plotseling
+het hol; een brandende prop in de drooge takken gevallen, had deze
+aangestoken. Weldra sloegen de vlammen, door den wind aangewakkerd, er
+uit, en vormden tusschen menschen en dieren een hinderpaal; de leeuwen
+weken, doch de jagers konden niet meer in hunne schuilplaats blijven,
+zonder gevaar te loopen binnen weinige oogenblikken te stikken. Het
+was een vreeselijke toestand; er was geen tijd om te aarzelen.
+
+»Naar buiten, naar buiten!" riep de Boschjesman, die reeds half
+gestikt was.
+
+Spoedig werden de takken met de geweerkolven weggestooten, de steenen
+weggerold, en de drie jagers sprongen midden door de dikke rookwolken
+heen uit het hol.
+
+De inboorling en Murray hadden nauwelijks tijd om tot hunne zinnen
+te komen, toen zij beiden reeds voor den grond geworpen waren, de
+Afrikaan door een stoot met den kop, de Engelschman door een slag met
+den staart van eene der ongekwetste leeuwinnen. De Boschjesman had een
+stoot tegen de borst gekregen en bleef zonder beweging liggen. Murray
+meende dat hij een been gebroken had en viel op de knieën. Maar op
+het oogenblik dat het dier weder op hem toe sprong, werd het door
+een kogel van Mokum getroffen.
+
+Op dit oogenblik verschenen Michel Zorn, William Emery en de beide
+inlanders aan den ingang van den bergpas en kwamen juist van pas om
+aan den strijd deel te nemen. Twee leeuwen en eene leeuwin waren door
+de kogels en de pijlen gevallen, maar de anderen, twee leeuwinnen en
+de leeuw, wiens poot door het schot van John Murray verbrijzeld was,
+waren nog te vreezen. Doch de met zekere hand aangelegde buksen
+deden op dat oogenblik dienst. Een tweede leeuwin viel door twee
+kogels in den kop en in de ribben getroffen. De gewonde leeuw en de
+derde leeuwin namen toen een vervaarlijken sprong over de hoofden
+der jongelieden heen en verdwenen bij eene bocht van den bergpas,
+voor de laatste maal nog door een paar kogels en pijlen begroet.
+
+Murray hief een zegekreet aan: de leeuwen waren overwonnen; vier
+lijken lagen op den grond.
+
+Men drong zich om Murray heen; door zijne vrienden geholpen kon hij
+weer opstaan; gelukkig was zijn been niet gebroken. Ook de inlander,
+die voor den grond geworpen was, kwam na eenige oogenblikken weer
+bij, daar hij door den verschrikkelijken stoot slechts verdoofd
+was. Een uur later kwam de kleine bende weder in het kreupelbosch,
+waar de paarden vastgebonden stonden, zonder de beide vluchtelingen
+te hebben teruggezien.
+
+»Welnu!" vroeg Mokum toen aan Murray, »is uwe Edelheid nu voldaan
+over onze Afrikaansche patrijzen?"
+
+»Verrukt," antwoordde de Engelschman, terwijl hij zijn gekneusd been
+wreef, »verrukt! Maar wat hebben ze een staart, waarde Boschjesman,
+wat een staart!"
+
+
+
+
+
+
+
+XIII.
+
+Door het vuur.
+
+
+Ondertusschen wachtten de kolonel en zijne vrienden in het kamp
+met zeer natuurlijk ongeduld het gevolg van den strijd onder aan
+den berg af. Als de jagers slaagden moest het lichtpunt 's nachts
+te zien zijn. Men begrijpt hoe ongerust de geleerden dien dag
+doorbrachten. Hunne instrumenten waren gereed; zij hadden ze op den
+bergtop gericht, zoodat zij den flauwsten schijn zelfs zouden kunnen
+waarnemen.
+
+Maar zou het licht zich vertoonen?
+
+De kolonel en Mathieu Strux namen geen enkel oogenblik rust. Nikolaas
+Palander alleen was altijd in gedachten verdiept, en vergat door zijne
+berekeningen dat zijne makkers een gevaar dreigde. Men beschuldige
+hem niet van aangeboren zelfzucht. Men kon van hem zeggen wat van
+den wiskunstenaar Bouvard beweerd werd: »Hij zal slechts ophouden
+met rekenen, als hij ophoudt te leven, terwijl Nikolaas Palander
+misschien zal ophouden te leven, zoodra hij ophoudt met rekenen!"
+
+Men moet evenwel erkennen dat de beide Engelsche en Russische
+geleerden in hunne onrust evenzeer dachten aan het volbrengen van hun
+geodesischen arbeid als aan het gevaar, dat hunne vrienden liepen. Zij
+zelven zouden dit gevaar ook getrotseerd hebben, daar zij niet vergaten
+dat zij ook tot de strijdvoerende wetenschap behoorden. Maar zij waren
+al te zeer bezig met het resultaat van hun onderzoek. Een natuurlijke
+hinderpaal die niet kon overwonnen worden, kon hun werk toch doen
+staken of ten minste vertragen. Men kan zich dus licht voorstellen in
+welk een angst de beide sterrekundigen gedurende dien oneindig langen
+dag verkeerden. Eindelijk viel de duisternis. De kolonel en Mathieu
+Strux, die elk een half uur lang zouden waarnemen, gingen beurt om
+beurt voor den kijker zitten. Te midden der duisternis spraken zij
+geen woord en wisselden elkander met de grootste nauwgezetheid af. Het
+was een wedstrijd wie hunner het eerst het zoo ongeduldig verwachte
+teeken zien zou.
+
+Uren verliepen; het was reeds over middernacht, niets was nog op den
+donkeren bergtop verschenen. Eindelijk stond kolonel Everest kwartier
+voor drieën bedaard op, en zeide alleen: »het signaal!"
+
+Het toeval had hem begunstigd tot groote spijt van zijn Russischen
+ambtgenoot, die zelf het verschijnen van den lantaarn moest
+bevestigen. Maar Mathieu Strux hield zich in en zeide geen woord. Men
+bepaalde toen het punt met de meest angstvallige voorzorgen, en na
+dikwijls herhaalde waarnemingen werd de gemeten hoek bevonden 73° 58'
+42'' 413. Men ziet dat de hoek tot op duizendste deelen van seconden
+gemeten was en dus zoo goed als met eene volstrekte juistheid.
+
+Den volgenden morgen, 2 Juli, werd het kamp bij het aanbreken van
+den dag opgebroken. Kolonel Everest wilde zijne makkers zoo spoedig
+mogelijk weder opzoeken. Hij haastte zich om te weten of de verovering
+van den berg niet al te duur gekocht was. Onder het geleide van den
+gids begaven de wagens zich op weg, en om twaalf uren 's middags waren
+al de leden der wetenschappelijke commissie weder bij elkander. Al
+de bijzonderheden van het gevecht tegen de leeuwen werden uitvoerig
+verhaald en het ontbrak den overwinnaars daarbij niet aan welgemeende
+gelukwenschen.
+
+Dien morgen hadden Murray, Zorn en Emery boven van den berg den
+hoeksafstand van een nieuw station gemeten, dat eenige kilometers
+westwaarts van den meridiaan gelegen was. De arbeid kon dus zonder
+oponthoud worden voortgezet. Nadat de astronomen de hoogte van eenige
+sterren bepaald hadden, berekenden zij de breedte van den bergtop,
+waaruit Palander de gevolgtrekking maakte dat men door de laatste
+driehoeksmetingen een tweede gedeelte van den meridiaan van ten naaste
+bij één graad had opgemeten. Door middel van vijftien driehoeken
+hadden zij dus in het geheel twee graden van de basis afgemeten.
+
+Het werk werd onmiddellijk voortgezet; het werd onder vrij goede
+omstandigheden verricht, en men hoopte dat geen enkele natuurlijke
+hinderpaal de voltooiing van het geheel in den weg zou staan. Gedurende
+vijf weken begunstigde de hemel de waarnemingen. De eenigszins
+heuvelachtige grond was bijzonder geschikt voor het plaatsen van
+seinpalen; onder toezicht van den Boschjesman werden de legerplaatsen
+geregeld in orde gebracht. Het ontbrak hun niet aan levensmiddelen;
+de jagers van de karavaan voorzagen, met John Murray aan het hoofd,
+haar dagelijks van wild. De eerzame Engelschman telde zelfs de
+verscheidenheid van antilopen of buffels niet meer, die onder zijne
+kogels vielen. Alles ging naar wensch. De gezondheidstoestand was
+voldoende; het water was nog overvloedig voorhanden; eindelijk scheen
+de oneenigheid tusschen den kolonel en Mathieu Strux te bedaren,
+tot groot genoegen hunner makkers. Elkeen toonde den grootsten ijver,
+en men kon den goeden uitslag der onderneming reeds voorspellen, toen
+eene plaatselijke moeilijkheid voor het oogenblik de waarnemingen
+hinderde, en den nationalen naijver weder aanwakkerde.
+
+Het was de 11de Augustus. Sedert den vorigen dag trok de karavaan door
+eene boschrijke streek, waar bosschen en kreupelhout mijlen achtereen
+elkander afwisselden. Dien morgen hielden de wagens halt voor eene
+ontzaglijke massa hooge boomen, die zich, zoover de gezichteinder
+reikte, uitstrekte. Niets was indrukwekkender van dit groene gordijn,
+dat zich honderd voeten boven den grond verhief. Geene beschrijving
+zou een juist denkbeeld kunnen geven dan de schoone boomen, waaruit
+een Afrikaansch bosch bestaat. Dáár vermengen zich de heerlijkste
+geuren van allerlei soort van boomen, van den gounda, den mosokoso,
+den moukomdou, welks hout voor den scheepsbouw zeer gezocht is,
+van hoogstammige ebbenboomen met geheel zwarte schors, van den
+ijzerhoutboom, van den buchnera met zijne oranjekleurige bloemen,
+van eene soort boomen met witachtigen stam en purperkleurige,
+onbeschrijfelijk schoone bladeren, van duizenden pokhoutboomen waarvan
+sommige tot zelfs vijftien voet in omtrek hadden. Uit dit geweldige
+woud steeg een indrukwekkend en grootsch geluid op, dat aan de branding
+op eene zandige kust denken deed. Het was het geruisch van den wind
+in de bladerenmassa dat zich in dit reuzenwoud hooren deed.
+
+Op eene vraag van kolonel Everest, antwoordde de jager, dat dit het
+woud van Rovouma was.
+
+»Hoe breed is het van het oosten naar het westen?"
+
+»Vijfenveertig kilometers."
+
+»En van het noorden naar het zuiden?"
+
+»Ongeveer tien kilometers."
+
+»En hoe zullen wij door die dichte boommassa heenkomen?"
+
+»Wij kunnen er niet door," antwoordde Mokum. »Er is geen begaanbaar
+voetpad; slechts één middel blijft ons over, namelijk om aan de oost-
+of westzijde om het bosch heen te trekken."
+
+Toen de aanvoerders zulke juiste antwoorden van den Boschjesman
+gehoord hadden, waren zij zeer verlegen. Het was duidelijk dat men geen
+seinpalen in dit groote en uitgestrekte bosch zetten kon. Er omheen
+trekken, dat is te zeggen, twintig tot vijfentwintig kilometers aan
+de eene of andere zijde van den meridiaan afwijken, was den arbeid
+ontzaglijk vermeerderen, en misschien een tiental driehoeken meer
+meten dan noodig was.
+
+Er bestond dus eene wezenlijke moeilijkheid, een natuurlijke
+hinderpaal. De vraag was van belang en moeielijk op te lossen. Zoodra
+de legerplaats was opgeslagen onder de schaduw van prachtige
+boomgroepen, die op een halven kilometer van het bosch afstonden, werd
+er door de astronomen raad belegd om eene beslissing te nemen. De vraag
+om door dit ontzaglijke bosch heen de meting te vervolgen verviel als
+van zelf. Het was duidelijk dat men onder zulke omstandigheden niet
+werken kon. Het voorstel bleef nu over om rechts of links om het bosch
+heen te trekken, daar de afwijking aan beide zijden ongeveer dezelfde
+was, want de meridiaan liep ongeveer midden door het bosch heen.
+
+De leden der Engelsch-Russische commissie besloten dus om dien
+onoverkomelijken hinderpaal heen te trekken. [3] Het kwam er niet op
+aan of dat oost- of westwaarts zou zijn; doch nu ontstond er juist
+over dit nietsbeduidende punt een hevige twist tusschen den kolonel
+en Mathieu Strux. De twee tegenstanders, die zich reeds eenigen
+tijd hadden ingehouden, gaven lucht aan hunne oude vijandschap, die
+eensklaps uitbarstte, en eindigde in eene ernstige oneenigheid. Te
+vergeefs traden hunne ambtgenooten tusschen beiden. De beide
+aanvoerders wilden naar niets hooren. De Engelschman wilde rechts,
+omdat dan de tocht gaan zou dicht langs den door Livingstone gevolgden
+weg bij diens eerste reis naar den waterval der Zambese, en dit was
+eene goede reden, want deze landstreek kon, als meer bekend en bezocht,
+zekere voordeelen opleveren. Wat den Rus betreft, hij wilde links, doch
+klaarblijkelijk alléén om den kolonel in het vaarwater te zitten. Als
+deze links had willen trekken zou de Rus zeker rechts zijn gegaan.
+
+De twist liep zeer hoog en men voorzag reeds het oogenblik dat de
+leden der commissie zich in twee partijen zouden verdeelen.
+
+Michel Zorn en William Emery, John Murray en Nikolaas Palander konden
+er niets aan doen; zij gingen dus heen en lieten de beide aanvoerders
+twisten. Zij waren zoo stijfhoofdig, dat men het ergste kon verwachten,
+zelfs dat de arbeid, welke hier bleef steken, door middel van twee
+rijen scheeve driehoeken zou worden voortgezet. De dag ging voorbij
+zonder eenige toenadering tusschen de beide tegenovergestelde
+meeningen.
+
+Den volgenden dag, 12 Augustus, voorzag Murray dat de stijfhoofdige
+astronomen het nog niet eens zouden worden, en ging dus den Boschjesman
+opzoeken om hem voor te stellen in den omtrek te gaan jagen. In dien
+tijd zouden de beide geleerden elkander mogelijk verstaan. In allen
+gevalle was een stuk versch wildbraad niet te verwerpen.
+
+Mokum, die altijd gereed was, floot zijn hond Top, en de beide
+jagers, die het kreupelbosch en den rand van het woud afliepen,
+dwaalden pratende en jagende eenige kilometers van de legerplaats
+af. Het was natuurlijk dat het gesprek liep over de gebeurtenis,
+die het voortzetten van den geodesischen arbeid belette.
+
+»Ik stel me voor," zeide de Boschjesman, »dat we wel eenigen tijd aan
+den rand van dit bosch van Rovouma gelegerd zullen blijven. Onze beide
+aanvoerders zullen elkander niet gemakkelijk iets toegeven. Neem me
+niet kwalijk als ik ze vergelijk bij halsstarrige ossen, waarvan de een
+rechts en de ander links trekt, zoodat de wagen niet meer kan loopen."
+
+»Het is een noodlottige omstandigheid," antwoordde Murray, »en
+ik vrees dat deze stijfhoofdigheid een geheele scheiding na zich
+sleept. Als het belang van de wetenschap er niet mede gemoeid was,
+zou die vijandschap tusschen twee sterrekundigen mij vrij koel laten,
+waarde Mokum. De wildrijke bosschen van Afrika kunnen mij afleiding
+genoeg bezorgen, en zoolang die beide heeren het oneens zijn, zal ik
+met het geweer op schouder het jachtveld afloopen."
+
+»Maar denkt u dat zij het op dit punt eens zullen worden? Ik voor
+mij hoop het niet, en zooals ik reeds zeide, ons oponthoud kan hier
+tot in het oneindige verlengd worden."
+
+»Ik vrees het, Mokum," antwoordde Murray. »Onze beide aanvoerders
+hebben ongelukkig genoeg twist over eene niets beteekenende zaak,
+die men wetenschappelijk niet kan oplossen. Zij hebben beiden gelijk
+en beiden ongelijk. Kolonel Everest heeft bepaald verklaard, dat hij
+niet zou toegeven. Mathieu Strux heeft gezworen dat hij zich tegen
+de aanmatiging van den kolonel verzetten zou, en de beide geleerden,
+die zich waarschijnlijk op een wetenschappelijk bewijs zouden gewonnen
+gegeven, zullen er nimmer toe gebracht kunnen worden om toe te geven
+in een geschilpunt, waarmede hunne eigenliefde gemoeid is. Het is
+in het belang van ons werk waarlijk te betreuren dat onze meridiaan
+juist door het bosch loopt!"
+
+»De duivel hale die bosschen!" antwoordde de Boschjesman, »als er van
+zulk werk sprake is. Maar wat drommel kan het die geleerden schelen om
+de lengte of breedte van de aarde te meten? Zullen ze zooveel wijzer
+zijn als ze dit met voeten en duimen hebben uitgerekend? Ik voor mij,
+mijnheer, weet liever al die dingen niet! Ik geloof liever dat de bol,
+dien ik bewoon, oneindig groot is, en ik houd het er voor, dat men
+de aarde verkleint als men er de juiste afmetingen van kent! Neen,
+mijnheer, al leef ik honderd jaar dan nog zou ik nimmer aan het nut
+van uw werk geloof slaan!"
+
+Murray kon niet nalaten te glimlachen. Dit punt was dikwijls tusschen
+den jager en hem besproken; de onbeschaafde natuurmensch, die vrij
+door bosschen en over vlakten ronddwaalde en onversaagd de wilde
+dieren aanviel, kon natuurlijk het wetenschappelijke belang niet
+begrijpen dat er in eene driehoeksmeting gelegen was. Soms had Murray
+hem hiervan trachten te overtuigen, maar de Boschjesman antwoordde
+hem met bewijsgronden uit eene wezenlijke natuurlijke wijsbegeerte
+geput en met een soort van wilde welsprekendheid voorgedragen, welke
+Murray, die half geleerde en half jager was, zeer op prijs stelde.
+
+Zoo voortkeuvelende, vervolgden de beide jagers in de vlakte het kleine
+wild, zooals hazen, een nieuw soort van knaagdieren, onder den naam van
+»graphycerus elegans" bekend, enkele schel schreeuwende regenvogels,
+en vluchten patrijzen met bruine, gele en zwarte vederen. Maar
+vreemd genoeg, Murray alleen hield de eer van de jacht op; de
+Boschjesman schoot weinig; zijn geest scheen geheel en al te worden
+bezig gehouden door die oneenigheid tusschen de beide sterrekundigen,
+die het goed slagen van de onderneming noodzakelijk in de waagschaal
+stellen moest. De omstandigheid van dat bosch hinderde hem zeker meer
+dan Murray; hoe verscheiden het wild ook was, toch vestigde hij er
+ter nauwernood de aandacht op; dat was een ernstig teeken bij zulk
+een jager.
+
+Inderdaad speelde een aanvankelijk zeer vaag denkbeeld den Boschjesman
+door het hoofd, doch langzamerhand nam dat denkbeeld meer bepaalde
+vormen in zijne hersens aan. Murray hoorde hem in zich zelven praten,
+vragen en antwoorden. Hij zag hem met het geweer in rust, zonder
+te letten op het loopend en vliegend wild om hem heen; hij stond
+onbeweeglijk en scheen even afgetrokken als Nikolaas Palander,
+wanneer deze naar eene fout in eene logarithmentafel zocht. Maar
+Murray eerbiedigde deze overdenkingen, en wilde zijn makker in deze
+zwaarwichtige overpeinzingen niet storen.
+
+Twee of driemalen kwam Mokum op dien dag naar Murray toe en vroeg hem:
+»Dus meent mijnheer, dat de kolonel en mijnheer Strux het niet eens
+zullen worden?"
+
+Op deze vraag antwoordde Murray onveranderlijk dat het hem moeilijk
+toescheen hen te verzoenen, en dat eene scheiding tusschen Russen en
+Engelschen te vreezen stond.
+
+Toen zij 's avonds nog op eenige mijlen van de legerplaats verwijderd
+waren, deed Mokum voor de laatste maal dezelfde vraag, en kreeg
+hetzelfde antwoord, maar toen voegde hij er bij:
+
+»Welnu, wees dan maar gerust, want ik heb het middel gevonden om aan
+de beide geleerden hun zin te geven."
+
+»Zoo... dappere jager?" antwoordde Murray vrij verbaasd.
+
+»Ja, ik herhaal het u, mijnheer. Vóór morgen zullen de kolonel en
+mijnheer Strux geen reden meer hebben om twist te zoeken, als de wind
+maar gunstig is."
+
+»Wat wilt ge daarmede zeggen, Mokum?"
+
+»Ik weet wat ik zeg, mijnheer!"
+
+»Welnu, doe het Mokum, dan zult ge u verdienstelijk hebben gemaakt
+jegens het geheele geleerde Europa, en zal uw naam in de jaarboeken
+der wetenschap worden opgeteekend."
+
+»Veel eer voor mij," antwoordde de Boschjesman, en voegde er vol van
+gedachten aan zijn voornemen geen woord meer bij.
+
+Murray eerbiedigde dat stilzwijgen en vroeg den Boschjesman niets
+meer. Maar hij kon inderdaad niet raden waardoor zijn makker die
+beide koppige heeren meende te kunnen verzoenen, nu zij op zulk eene
+bespottelijke wijze het welslagen der onderneming in de waagschaal
+stelden.
+
+'s Avonds ongeveer vijf uren kwamen de jagers in de legerplaats
+terug. De zaak was nog niets gevorderd, en de oneenigheid tusschen
+den Rus en den Engelschman was nog verergerd. De dikwijls herhaalde
+tusschenkomst van Michel Zorn en William Emery had tot niets
+geleid. Persoonlijkheden waren tusschen de beide tegenstanders
+verscheidene malen gewisseld; betreurenswaardige beleedigingen
+van weerszijden hadden alle toenadering onmogelijk gemaakt. Men
+begon zelfs te vreezen dat de reeds hooger geloopen twist met eene
+uitdaging zou eindigen. De toekomst van de triangulatie was dus tot
+op zekere hoogte in gevaar, indien niet ieder van de beide geleerden
+haar alléén en voor eigen verantwoordelijkheid voortzette. Maar in
+dit geval zou er eene onmiddellijke scheiding gevolgd zijn, en dit
+vooruitzicht bedroefde dikwijls de beide jongelingen, die elkander
+genegen en door wederzijdsche vriendschap zoo nauw verbonden waren.
+
+Murray begreep wat er in hen omging. Hij raadde de oorzaak van
+hunne treurigheid. Misschien had hij ze kunnen geruststellen door
+hun de woorden van den Boschjesman over te brengen, doch, hoeveel
+vertrouwen hij ook in den laatste stelde, wilde hij toch zijne jonge
+vrienden niet met iets zeer onzekers verblijden en daarom besloot
+hij tot den volgenden dag op het volbrengen der belofte van den
+Boschjesman te wachten. Deze veranderde dien avond niets in zijne
+gewone bezigheden. Hij plaatste de wachten om de legerplaats zooals
+hij gewoon was, hij liet het oog gaan over de plaatsing der wagens,
+en nam alle maatregelen, die noodzakelijk waren voor de zekerheid
+der karavaan.
+
+Murray meende dat de jager zijne belofte vergeten had. Voor dat hij ter
+ruste ging, wilde hij den kolonel ten minste polsen ten opzichte van
+den Russischen astronoom. Kolonel Everest was onverzettelijk en stond
+op zijne rechten, waarbij hij nog verzekerde, dat als Mathieu Strux
+niet toegaf, de Engelschen zich van de Russen zouden scheiden, omdat
+»er zaken zijn, die men zelfs van een ambtgenoot niet kan verdragen."
+
+Daarop ging Murray zeer ongerust naar bed, en sliep weldra in,
+vermoeid als hij was door de jacht van dien dag.
+
+Tegen elf uren werd hij plotseling wakker; er heerschte eene ongewone
+beweging onder de inboorlingen, zij liepen her- en derwaarts in de
+legerplaats. Murray stond aanstonds op en vond al zijne reisgezellen
+reeds op de been.
+
+Het bosch stond in brand.
+
+Welk een tooneel! In den donkeren nacht met den somberen horizon tot
+achtergrond, scheen zich een vlammengordijn hemelhoog te verheffen. In
+een oogwenk had de brand zich over eene breedte van verscheidene
+kilometers uitgestrekt. Murray zag Mokum aan, die onbeweeglijk naast
+hem stond. Maar Mokum beantwoordde zijn blik niet; Murray had hem
+begrepen; het vuur zou den geleerden door dit eeuwenoude woud een
+weg banen.
+
+De wind woei uit het zuiden en begunstigde de plannen van den
+Boschjesman. De luchtstroom blies in het woud alsof het met een
+blaasbalg geschiedde, wakkerde den brand aan en verzadigde den vuurpoel
+met zuurstof. Hij deed de vlammen stijgen, rukte brandende takken en
+stukken gloeiend verkoold hout af, en joeg die in de verder afstaande
+boomen, die daardoor aanstonds in brand werden gestoken. Het vuur
+breidde zich uit en drong meer en meer het woud in; eene gloeiende
+hitte deed zich tot in de legerplaats gevoelen. Het doode hout, dat
+onder het sombere bladergewelf lag opgestapeld, knapte; te midden
+der vlammen flikkerden dikwijls plotseling heldere vuurzuilen op en
+verspreidden een schitterend licht. Dit waren harsachtige boomen,
+die als fakkels brandden. Daardoor hoorde men nu en dan als een
+verwijderd gelederenvuur, een duidelijk knappen en kraken, naarmate
+van de soort van boomen, die werden aangetast, dan weder een geknal
+alsof er bommen barstten, wanneer oude stammen van ijzerhout in den
+brand vlogen. De hemel weerkaatste dezen reusachtigen brand. Vuurroode
+wolken schenen vuur gevat te hebben alsof de brand zelfs naar den
+hemel was overgeslagen. Zwermen van vonken schitterden als sterren
+tegen het sombere gewelf te midden van dikke rookwolken.
+
+Daartusschen hoorde men van alle kanten het huilen, schreeuwen
+en brullen van dieren; schaduwen schoten voorbij, verschrikte
+beesten, die naar alle zijden heensnelden, groote sombere spoken
+wier vreeselijk gebrul verraadde tot welke soort de vluchtelingen
+behoorden. Eene ontzettende vrees had hyena's, buffels, leeuwen en
+olifanten aangegrepen, en joeg ze naar de uiterste grenzen van den
+donkeren gezichteinder.
+
+De brand duurde den geheelen nacht, en den volgenden dag en nacht
+voort. En toen de morgen van 14 Augustus aanbrak, was een groot
+gedeelte van het bosch door het vuur verteerd en maakte het over
+eene breedte van verscheidene kilometers begaanbaar. De weg voor den
+meridiaan was gebaand en ditmaal was de toekomst voor de triangulatie
+door de stoutmoedige daad van den jager Mokum gered.
+
+
+
+
+
+
+
+XIV.
+
+Eene oorlogsverklaring.
+
+
+Het werk werd denzelfden dag hervat. Elk voorwendsel tot oneenigheid
+was verdwenen. Kolonel Everest en Mathieu Strux vergaven het elkander
+niet, maar hervatten te zamen de geodesische opmetingen.
+
+Aan de linkerzijde van de groote opening die het vuur gebaand
+had, verhief zich op den afstand van ongeveer vijf kilometers een
+heuveltje. De top daarvan kon als station dienen, en als toppunt van
+een nieuwen driehoek genomen worden. De hoek, dien deze heuvel met het
+laatste station vormde werd derhalve gemeten en den volgenden morgen
+trok de geheele karavaan door het afgebrande woud vooruit. Het was een
+met houtskool bedekte weg; de grond was nog warm; hier en daar rookte
+hij nog, en verhief zich een zwoele luchtstroom. Op menige plaats
+lagen verkoolde overblijfsels van dieren, die in hun leger overvallen
+waren, en aan de woedende vlammen niet hadden kunnen ontkomen. Zwarte
+rookkolommen, die op sommige plaatsen nog in de hoogte kronkelden,
+wezen de plaats aan waar zulke lijken lagen. Misschien zelfs was de
+brand nog niet gebluscht en kon hij door den hevigen wind op nieuw
+uitbarsten, en het geheele woud verslinden.
+
+Daarom verhaastte de wetenschappelijke commissie haren tocht. Wanneer
+de karavaan door het vuur ingesloten was geworden, zou zij verloren
+zijn geweest. Zij haastte zich dus om het tooneel van verwoesting te
+ontvluchten, terwijl de boomen aan weerszijden nog brandden. Mokum
+vuurde dus de wagenmenners aan, en tegen het midden van den dag was er
+eene legerplaats opgeslagen aan den voet van het heuveltje, dat door
+den nonius reeds waargenomen was. De rotsmassa, die op den top van den
+heuvel stond, was als 't ware door menschenhanden daar geplaatst. Zij
+geleek op een dolmen, eene verzameling van druïdensteenen, die een
+oudheidkenner met verbazing hier zou begroet hebben. Een ontzaglijk
+groote hoekige zandsteen stak boven allen uit, en stond boven op dit
+gedenkteeken, dat veel weg had van een Afrikaansch altaar.
+
+De jonge sterrekundigen en John Murray wilden dit zonderlinge
+gedenkteeken bezoeken. Langs een der hellingen beklommen zij den top
+in gezelschap van den Boschjesman. De bezoekers waren geen twintig
+schreden meer van den dolmen af toen een man, die tot nog toe achter
+een der opstaande steenen verborgen had gestaan, een oogenblik te
+voorschijn kwam; daarop liet hij zich als een bal van den heuvel af
+rollen en verdween snel in een dicht kreupelbosch, dat door het vuur
+gespaard was gebleven.
+
+De Boschjesman zag dien man slechts één oogenblik, maar dat oogenblik
+was genoeg om hem te herkennen.
+
+»Een Makololo!" riep hij, en rende den vluchteling na. John Murray,
+door zijne jagersnatuur medegesleept, volgde zijn vriend. Beiden
+doorkruisten het bosch zonder den inboorling te vinden. Deze was in
+het woud gevlucht, waarvan hij alle paden scheen te kennen, en de
+beste speurhond had hem hier niet terug kunnen vinden.
+
+Zoodra kolonel Everest van het geval hoorde, liet hij den Boschjesman
+bij zich komen en ondervroeg hem. »Wie was die inlander? Wat deed
+hij daar? Waarom had Mokum den vluchteling vervolgd?"
+
+»Het is een Makololo, kolonel," antwoordde Mokum, »een inboorling
+uit het noorden, die evenals zijne stamverwanten steeds langs de
+oevers van de Zambese zwerft. Het is niet alleen een vijand van alle
+Boschjesmannen, maar een geduchte plunderaar van alle reizigers,
+die zich in de binnenlanden van zuidelijk Afrika wagen. Deze man
+bespiedde ons, en we zullen misschien reden hebben om ons te beklagen,
+dat we ons niet van hem hebben kunnen meester maken."
+
+»Maar Boschjesman," hernam de kolonel, »wat hebben we van een
+dievenbende te vreezen? Zijn we niet talrijk genoeg om haar weerstand
+te bieden?"
+
+»Op dit oogenblik, ja," hervatte de Boschjesman, »maar deze
+plunderzieke stammen vindt men menigvuldiger in het noorden, en daar
+is het moeilijk om hun te ontsnappen. Indien deze Makololo een spion
+is, waaraan ik niet twijfel, dan zal hij niet in gebreke blijven met
+eenige honderden plunderaars ons den weg te versperren, en in dat
+geval, kolonel, geef ik geen oortje voor al uwe driehoeken."
+
+Kolonel Everest was zeer teleurgesteld door deze ontmoeting. Hij
+wist dat de Boschjesman er de man niet naar was om het gevaar
+te overdrijven, en dat men wel op zijne aanmerkingen letten
+mocht. Het oogmerk van den inboorling kon niet anders dan achterdocht
+wekken. Zijne plotselinge verschijning en zijne onmiddellijk daarop
+gevolgde vlucht bewezen dat hij op heeterdaad als spion betrapt
+was. Het scheen dus niet onmogelijk dat de tegenwoordigheid van de
+Engelsch-Russische commissie aan de noordelijker wonende stammen
+spoedig bekend zou worden gemaakt. In allen gevalle was de kwaal
+zonder geneesmiddel. Men besloot alleen om met meer omzichtigheid
+vooruit te gaan en zette intusschen de triangulatie voort.
+
+Den 17den Augustus had men een derden graad van den meridiaan
+gemeten. De breedte werd goed opgenomen, en daardoor verkreeg men
+met groote juistheid de plaatsbepaling. De astronomen hadden drie
+graden van den boog opgemeten, en daartoe van het uiterste punt van
+de zuidelijke basis af tweeëntwintig driehoeken noodig gehad.
+
+Toen men de plaats op de kaart had nagegaan, bemerkte men dat het
+dorp Kolobeng slechts een honderdtal kilometers ten noordoosten van
+den meridiaan gelegen was. De astronomen raadpleegden met elkander en
+besloten om in dit dorp eenige dagen rust te nemen, omdat zij daar
+zeker eenige tijding uit Europa zouden krijgen. Sedert ongeveer
+zes maanden hadden zij de oevers van de Oranjerivier verlaten,
+en ronddwalende in de Zuid-Afrikaansche wildernissen, waren zij
+verstoken van de gemeenschap met de beschaafde wereld. Te Kolobeng,
+een vrij aanzienlijk dorp en een hoofdstation van zendelingen,
+zouden zij mogelijk den verbroken band met de Europeesche beschaving
+wederom kunnen aanknoopen. Op deze plaats zou de karavaan ook van hare
+vermoeienis kunnen uitrusten en den voorraad gedeeltelijk vernieuwen.
+
+De groote onbeweegbare steen, die als baken bij de laatste opmeting
+gediend had, werd beschouwd als het eindstation van dit eerste deel
+der geodesische opname. Van dit vaststaande baken uit moesten de
+volgende waarnemingen weder beginnen. De breedte der plaats werd
+daarom nauwkeurig bepaald. Nadat de kolonel van dit merkteeken de
+zekere plaats had aangewezen, gaf hij het teeken tot vertrekken,
+en de geheele karavaan richtte zich naar Kolobeng.
+
+Den 22sten Augustus kwamen de Europeanen na een reis zonder eenig
+bijzonder voorval bij dat dorp aan; het was slechts eene verzameling
+van inlandsche hutten, waarboven de woning der zendelingen uitstak. Dit
+dorp, dat op enkele kaarten ook Litoubarouba genoemd wordt, heette
+eertijds Lepelolé. Daar vestigde zich in 1843 Livingstone gedurende
+verscheidene maanden en maakte zich gemeenzaam met de gewoonten der
+Betschuanen, die in dit gedeelte van zuidelijk Afrika meer onder den
+naam van Bakoninen bekend zijn.
+
+De zendelingen ontvingen de leden der wetenschappelijke commissie
+zeer gastvrij. Zij stelden alle voortbrengselen van het land ter
+hunner beschikking. Dáár stond ook nog het huis van Livingstone,
+zooals het was toen de jager Baldring het bezocht, dat is te zeggen
+geplunderd en vervallen, want de Boeren hadden het bij hun inval van
+1852 niet ontzien.
+
+Zoodra de astronomen in het huis der zendelingen gehuisvest waren,
+vroegen zij naar tijdingen uit Europa. Men kon aan hun verlangen
+niet voldoen. Sedert zes maanden was geen bode bij de zendelingen
+aangekomen; doch men wachtte binnen weinige dagen een inlander met
+dagbladen en brieven, daar men voor korten tijd dezen aan de oevers
+van de boven-Zambese meende gezien te hebben. Volgens de meening der
+zendelingen kon die bode niet langer dan een week meer uitblijven. Het
+was juist de tijd dien de astronomen besteden wilden om uit te rusten,
+en deze week brachten zij dan ook in een dolce far niente door,
+terwijl Nikolaas Palander onderwijl zijne berekeningen nog eens nazag.
+
+Wat den ongezelligen Strux aangaat, deze zocht het gezelschap zijner
+Engelsche ambtgenooten nimmer op, en bleef alléén. William Emery
+en Michel Zorn gebruikten hun tijd om wandelingen in den omtrek van
+Kolobeng te maken. De innigste vriendschap hield hen verbonden, en
+zij geloofden niet dat eenige gebeurtenis ooit deze genegenheid kon
+doen verdwijnen, die op eene hartelijke overeenstemming van hoofd en
+hart gegrond was.
+
+Den 30sten Augustus kwam de zoo ongeduldig verwachte bode. Het was
+een inboorling van Kilmiane, eene stad aan een der monden van de
+Zambese. Een koopvaarder van het eiland Mauritius, die handel dreef
+in gom en ivoor, had in de eerste dagen van Juli het anker op dit
+gedeelte van de oostkust geworpen, en de pakketten overgebracht,
+waarmede hij zich voor de zendelingen van Kolobeng belast had. De
+medegebrachte brieven en dagbladen waren dus meer dan drie maanden
+oud, want de inlander had niet minder dan vier weken besteed om den
+loop van de Zambese stroomopwaarts te volgen.
+
+Dien dag gebeurde er iets, dat in al zijne bijzonderheden moet worden
+medegedeeld, daar de gevolgen er van de toekomst der wetenschappelijke
+zending ernstig bedreigden.
+
+Zoodra de bode was aangekomen, gaf het hoofd der zendelingen aan den
+kolonel een paar Europeesche nieuwsbladen. Het waren meerendeels
+nommers van de Times, de Daily News en het Journal des Débats. De
+daarin vervatte tijdingen hadden in deze omstandigheden een bijzonder
+belang, zooals men uit het volgende kan beoordeelen.
+
+De leden der commissie waren in de voornaamste kamer van het
+zendelingenhuis vereenigd. Nadat de kolonel een pak dagbladen had
+losgemaakt, nam hij een nommer van de Daily News van 13 Mei 1854,
+ten einde dit aan zijne ambtgenooten voor te lezen.
+
+Maar nauwelijks had hij den titel van het eerste artikel gelezen,
+of zijn gelaat veranderde plotseling, zijn voorhoofd rimpelde zich,
+en de hand die het blad vasthield beefde van ontroering. Na eenige
+oogenblikken was kolonel Everest zich zelven weder meester, en hernam
+hij zijne gewone kalmte. Toen stond John Murray op en vroeg hem:
+»Wat hebt u uit dat blad vernomen, kolonel?"
+
+»Ernstige tijdingen, mijne heeren," was het antwoord, »zeer ernstige,
+die ik u zal mededeelen."
+
+De kolonel had het blad nog altijd in de hand. Zijne ambtgenooten
+hielden het oog op hem gevestigd en konden zich in zijne houding niet
+vergissen; zij wachtten dus met ongeduld dat hij het woord zou nemen.
+
+De kolonel stond op; tot aller verbazing maar vooral van hem die
+het voorwerp was van hetgeen er volgde, ging hij naar Mathieu Strux,
+en zeide:
+
+»Voordat ik de tijdingen mededeel, die dit blad bevat, wenschte ik
+u eene opmerking te maken, mijnheer!"
+
+»Ik ben gereed u aan te hooren," antwoordde de Rus.
+
+Toen sprak de kolonel op ernstigen toon:
+
+»Tot op dit oogenblik, mijnheer Strux, heeft eene meer persoonlijke
+dan wel wetenschappelijke ijverzucht ons van elkander gescheiden, en
+onze samenwerking bemoeilijkt bij den arbeid, dien we ten algemeenen
+nutte ondernomen hadden. Ik geloof dezen staat van zaken alléén te
+moeten toeschrijven aan de omstandigheid dat wij beiden aan het hoofd
+der onderneming stonden. Deze toestand riep tusschen ons voortdurende
+ijverzucht in het leven. Bij elke onderneming, van welken aard ook,
+moet er slechts één hoofd zijn. Zijt gij dit niet met mij eens?"
+
+Mathieu Strux boog het hoofd ten teeken van toestemming.
+
+»Ten gevolge van nieuwe omstandigheden," hervatte de kolonel, »zal die
+voor ons beiden zoo moeilijke toestand ophouden, mijnheer. Maar laat
+me u vooraf zeggen, dat ik voor u hooge achting koester, eene achting,
+die u verdient door de plaats, die u in de geleerde wereld inneemt. Ik
+verzoek u dus wel te willen gelooven, dat ik innig leedwezen gevoel
+over al hetgeen er tusschen ons is voorgevallen."
+
+De kolonel sprak deze woorden met groote waardigheid, en zelfs met
+zonderlingen trots uit. Men gevoelde dat er in deze vrijwillige, en zoo
+edel uitgedrukte verontschuldiging geene vernedering stak. Noch Mathieu
+Strux, noch zijne ambtgenooten begrepen waar de kolonel heen wilde;
+zij konden niet raden waarom hij zóó handelde. Misschien zelfs was de
+Russische astronoom, die dezelfde redenen niet had om zóó te spreken,
+minder genegen om zijn persoonlijken wrok prijs te geven. Evenwel
+bedwong hij zijn tegenzin en antwoordde in deze woorden:
+
+»Kolonel, ik denk als u dat die ijverzucht, waarvan ik de oorzaak
+niet wil opsporen, den wetenschappelijken arbeid, waarmede wij belast
+zijn, in geenen deele moet benadeelen. Ik gevoel voor u de achting,
+die uwe talenten verdienen, en zooveel het in mijne macht staat zal ik
+voortaan zorgen dat mijne persoonlijke gevoelens in onze betrekkingen
+op den achtergrond staan. Doch u hebt gesproken van veranderingen,
+die de omstandigheden in onzen toestand zullen te weeg brengen;
+ik begrijp niet wat...."
+
+»U zult me begrijpen, mijnheer Strux," zeide de kolonel op een toon,
+die niet vrij was van droefgeestigheid. »Maar geef mij eerst de hand."
+
+Mathieu Strux stak hem die niet zonder eene lichte aarzeling toe.
+
+De twee geleerden gaven elkander de hand en spraken geen woord.
+
+»Eindelijk!" riep John Murray, »nu zijt ge vrienden!"
+
+»Neen mijnheer!" antwoordde de kolonel, terwijl hij de hand van den
+Russischen astronoom losliet, »voortaan zijn we vijanden! vijanden,
+gescheiden door een afgrond! vijanden, die elkander niet meer mogen
+ontmoeten, zelfs op wetenschappelijk gebied!"
+
+En zich toen naar zijne ambtgenooten wendende, voegde hij er
+bij: »Mijne heeren, er is tusschen Engeland en Rusland een oorlog
+uitgebroken. Ziet hier de Engelsche, Russische en Fransche bladen,
+die ons dit mededeelen!"
+
+Inderdaad was op dat oogenblik de oorlog van 1854 begonnen. De
+Engelschen streden verbonden met Franschen en Turken voor
+Sebastopol. Het Oostersche vraagstuk werd in de Zwarte Zee met het
+kanon behandeld.
+
+De laatste woorden van kolonel Everest hadden de uitwerking van
+een bliksemstraal. De indruk daardoor op Engelschen en Russen te
+weeg gebracht, was zeer hevig. Zij waren plotseling opgestaan. Die
+enkele woorden: »de oorlog is verklaard!" waren genoeg; het waren
+geen reisgezellen, geen ambtgenooten, geen geleerden meer, die zich
+vereenigd hadden tot een zelfde wetenschappelijk doel, maar het waren
+vijanden, die elkander reeds met den blik maten; zooveel invloed
+heeft de strijd tusschen twee natiën op het hart der menschen!
+
+Een onwillekeurige beweging had de Europeanen van elkander
+verwijderd. Zelfs Nikolaas Palander ondervond den algemeenen
+indruk. Emery en Zorn waren misschien de eenigen, die elkander met meer
+droefgeestigheid dan vijandschap aankeken, en het betreurden, dat zij
+elkander voor de mededeeling van kolonel Everest nog niet eene laatste
+maal de hand hadden gedrukt. Er werd geen woord gesproken. Na een
+groet te hebben gewisseld, gingen de Russen en de Engelschen uit een.
+
+Deze nieuwe toestand, deze scheiding tusschen beide partijen zou
+het voortzetten van den geodesischen arbeid veel moeilijker maken,
+maar dien niet afbreken. Elk der beide partijen wilde, in het
+belang van haar vaderland, het begonnen werk vervolgen. Echter
+moesten nu de metingen langs twee verschillende meridianen worden
+voortgezet. In een onderhoud tusschen de heeren Strux en Everest
+werden deze bijzonderheden geregeld. Het lot besliste dat de Russen de
+metingen langs den reeds begonnen meridiaan zouden voortzetten. Wat
+de Engelschen aangaat, deze beschouwden het gemeenschappelijke werk
+afgeloopen, en moesten nu zestig of tachtig kilometers meer westwaarts
+een anderen boog kiezen, dien zij door eene reeks driehoeken met
+den eersten boog in verbinding moesten stellen, daarna zouden zij
+onder die omstandigheden hunne triangulatie tot aan den twintigsten
+parallel voortzetten.
+
+Al die punten werden tusschen de beide heeren geregeld, en men moet
+zeggen dat dit zonder een onvertogen woord geschiedde. Hun persoonlijke
+naijver deed onder voor hunne nationale eerzucht. Strux en de kolonel
+wisselden geen verkeerd woord en hielden zich binnen de striktste
+grenzen van welvoeglijkheid.
+
+Wat de karavaan aangaat, daaromtrent werd beslist dat zij in tweeën
+zou worden gedeeld, en elke afdeeling haar materieel zou behouden. Het
+lot wees aan de Russen de stoomboot toe, omdat deze natuurlijk niet
+kon verdeeld worden.
+
+De Boschjesman, die zeer aan de Engelschen en vooral aan John Murray
+gehecht was, behield de leiding der Engelsche karavaan. De gids,
+insgelijks een zeer schrander man, werd aan het hoofd der Russische
+karavaan geplaatst. Elke afdeeling hield hare instrumenten, evenals
+een der dubbel bijgehouden registers, waarin de uitkomsten der metingen
+tot nog toe waren ingeschreven.
+
+Den 31sten Augustus scheidden de leden der vroegere internationale
+commissie van elkander. De Engelschen gingen het eerst op weg om
+hunnen nieuwen meridiaan in overeenstemming te brengen met het
+laatste station. Zij verlieten Kolobeng om acht uren 's morgens,
+na de zendelingen voor hunne gastvrijheid bedankt te hebben.
+
+En indien een der zendelingen een oogenblik voor het vertrek der
+Engelschen, in de kamer van Michel Zorn gekomen was, zou hij daar
+William Emery gevonden hebben, die zijn vroegeren vriend, van wien
+hij nu door den wil van Hunne Majesteiten de koningin en den tsaar
+gescheiden was, de hand drukte!
+
+
+
+
+
+
+
+XV.
+
+Één graad meer.
+
+
+De scheiding was volbracht. De astronomen, die den arbeid voortzetten,
+zouden meer werk krijgen, doch de meting zelve moest er niet
+onder lijden. Men zou den nieuwen meridiaan met dezelfde juistheid,
+dezelfde nauwkeurigheid meten en de waarnemingen zouden met evenveel
+zorg geschieden. Alleen zouden de drie Engelsche geleerden het werk
+onder elkander deelen en daardoor, hoewel zij het moeielijker hadden,
+niet minder spoedig vorderen; maar het waren er geen menschen naar
+om zich te ontzien. Wat de Russen van hun kant zouden doen, wilden
+zij op den nieuwen meridiaan volbrengen. De nationale eigenliefde zou
+hen, zoo noodig, in deze langdurige en moeilijke taak steunen. Drie
+waarnemers moesten nu het werk voor zes verrichten. Daaruit ontsproot
+de noodzakelijkheid om alle gedachten en alle oogenblikken aan de
+onderneming te wijden. Het was dus noodzakelijk voor William Emery om
+zich minder aan zijne droomerijen over te geven; en voor John Murray
+om niet meer zoo druk met het geweer in de hand de fauna van Afrika
+te bestudeeren.
+
+Aanstonds werd er een nieuw programma opgemaakt, dat aan elk der drie
+astronomen een gedeelte van het werk toewees. Murray en de kolonel
+belastten zich met de hoogte- en geodesische metingen. William Emery
+moest Palander als rekenaar vervangen. Het spreekt van zelf dat de
+keuze der stations, het plaatsen der bakens in gemeenschappelijk
+overleg werd besproken, en dat men niet behoefde te vreezen dat er
+eenig misverstand tusschen de geleerden ontstaan zou. De dappere
+Mokum bleef, zooals vroeger, de jager en de gids van de karavaan. De
+zes Engelsche matrozen, die de helft der bemanning van de Queen and
+Tzar hadden uitgemaakt, waren hunne aanvoerders natuurlijk gevolgd,
+en al was nu de stoomboot ter beschikking van de Russen gebleven,
+zoo was toch de caoutchouc-boot voldoende om over gewone rivieren
+heen te komen. De wagens waren verdeeld naarmate van den voorraad,
+dien zij bevatten. Voor de voeding en zelfs voor het gemak van de
+beide karavanen was dus gezorgd. De inlanders, die onder bestuur van
+den Boschjesman het geleide hadden gevormd, waren ook in twee gelijke
+groepen verdeeld, niet zonder door hunne houding te hebben doen zien
+dat deze scheiding hun mishaagde. Misschien hadden zij gelijk met
+het oog op de algemeene veiligheid. Deze Boschjesmannen zagen zich
+ver van de hun bekende oorden, ver van de weiden en rivieren, in
+welker nabijheid zij leefden, naar eene noordelijke streek gevoerd,
+door zwervende stammen bewoond, die ongelukkig genoeg vijandig
+gezind waren jegens de meer zuidelijk wonende Afrikanen! en onder
+deze omstandigheden meenden zij mogelijk, dat het niet goed was om
+hunne krachten te verdeelen. Maar toch hadden zij door tusschenkomst
+van den Boschjesman en den gids er in toegestemd dat de karavaan
+zou gescheiden worden, terwijl hun beloofd was (en dit was een der
+overredingsmiddelen, waarvoor zij zich het meest gevoelig hadden
+getoond), dat de beide deelen der commissie betrekkelijk in elkanders
+nabijheid en in dezelfde landstreek hun arbeid zouden voortzetten.
+
+Toen de troep van kolonel Everest den 31sten Augustus Kolobeng verliet,
+richtte deze zich naar den dolmen, die bij de laatste waarnemingen als
+baken had gediend. Men trok dus het afgebrande woud weder binnen en
+kwam bij den heuvel. Den 2den September werd de arbeid hervat. Een
+groote driehoek, welks toppunt links een opgesteld baken op een
+heuveltje was, liet den waarnemers toe zich onmiddellijk tien of twaalf
+kilometers westwaarts van den vroegeren meridiaan te verplaatsen.
+
+Zes dagen later, den 8sten September, was de reeks hulpdriehoeken
+gereed, en koos kolonel Everest in overleg met zijne ambtgenooten,
+na de kaarten te hebben in orde gebracht, den nieuwen meridiaanboog,
+die door verdere metingen tot aan den twintigsten zuiderparallel
+moest berekend worden. Deze meridiaan lag een graad westelijk van
+den eersten. Het was de drieëntwintigste oostelijk van Greenwich. De
+Engelschen zouden dus op niet meer dan twintig uren gaans van de Russen
+werken, doch deze afstand was groot genoeg om hunne driehoeken niet
+met elkander in aanraking te doen komen. Onder deze omstandigheden
+was het onwaarschijnlijk dat de beide gezelschappen elkander bij
+hunne opmetingen zouden ontmoeten, en dus ook onwaarschijnlijk dat
+de keuze van een baken de oorzaak van een twist of misschien van eene
+betreurenswaardige ontmoeting zou zijn.
+
+De landstreek, door welke de Engelsche astronomen gedurende de maand
+September heentrokken, was vruchtbaar en heuvelachtig, doch weinig
+bevolkt. De tocht van de karavaan werd er dus door begunstigd. Het weer
+was fraai en zeer helder, zonder mist en zonder wolken. De waarnemingen
+werden met het grootste gemak gedaan. Weinig groote bosschen, wijd
+uit elkander staand kreupelhout, uitgestrekte weiden, hier en daar
+met heuveltjes, die geschikt waren om er 's nachts of daags bakens
+op te plaatsen, en goed werkende instrumenten. Het was tevens eene
+streek, wonderwel voorzien van allerlei natuurvoortbrengselen. De
+meeste bloemen lokten door hare aangename geuren zwermen bijen,
+en voornamelijk eene soort, niet ongelijk aan de Europeesche, die
+in spleten van rotsen of van boomstammen eene witte, zeer vloeibare
+en lekkere honig vervaardigen. Soms waagden zich 's nachts eenige
+groote dieren in den omtrek van de legerplaats; het waren giraffen,
+verschillende soorten van antilopen, enkele verscheurende dieren
+als hyena's, en ook neushoorns of olifanten. Maar John Murray wilde
+zich niet meer van zijn werk laten aftrekken. Hij hanteerde nu den
+astronomischen kijker en niet meer het jachtgeweer.
+
+Onder deze omstandigheden vervulden Mokum en eenige inlanders het ambt
+van spijsverzorgers, maar men kan gerust aannemen, dat het knallen van
+hunne geweerschoten het hart van den heer Murray kloppen deed. Onder
+de schoten van den Boschjesman vielen twee of drie groote buffels, die
+van den snuit tot den staart vier meters lang en op de schoft gemeten
+twee meters hoog zijn. Hun zwarte huid had een blauwen weerschijn; het
+waren groote dieren met kort ineengedrongen en krachtige ledematen;
+een kleine kop, woeste oogen en zware zwarte horens. Het was een
+heerlijke voorraad van versch vleesch, waardoor het gewone voedsel
+van de karavaan eens eenige wijziging onderging.
+
+De inlanders bereidden dit vleesch, evenals de in Noord-Amerika wonende
+Indianen, op eene eigenaardige wijze, zoodat zij het onbepaalden
+tijd konden bewaren. De Europeanen volgden met belangstelling deze
+bewerking, waarvoor zij eerst eenigen tegenzin toonden. Nadat het
+buffelvleesch in smalle en in de zon gedroogde repen gesneden was, werd
+het in een gelooid vel gedaan en daarna met knuppels zoolang geslagen,
+dat het in bijna ondeelbare stukjes verdeeld werd. Het was dan niets
+meer dan poeder van vleesch; dit fijn verdeeld poeder werd in lederen
+zakken gepropt en dan met kokend vet van hetzelfde dier bevochtigd. Bij
+dit eenigszins ongelachtige vet voegden de Afrikaansche koks fijn
+merg en eenige bessen, waarvan het suikergehalte zich oogenschijnlijk
+niet best verdroeg met de stikstof houdende bestanddeelen van het
+vleesch. Daarna werd dit mengsel fijn gewreven en zoo gekneed dat
+het koud geworden een koek vormde, die zoo hard als steen was. Dan
+was de schotel gereed.
+
+Mokum verzocht de astronomen dit mengsel te proeven. De Europeanen
+gaven gehoor aan de uitnoodiging van den jager, die van dit nationale
+gerecht bijzonder veel hield. De Engelschen vonden de eerste beten
+onaangenaam, maar weldra waren zij gewend aan den smaak van dezen
+Afrikaanschen podding en vonden dien toen zeer lekker. Het was
+inderdaad een zeer versterkend voedsel, dat zeer geschikt was voor
+de behoefte van eene karavaan, die door een onbekend land trok, en
+dikwijls gebrek aan versch voedsel hebben kon; een krachtig voedsel,
+dat gemakkelijk vervoerbaar, bijna nimmer aan bederf onderhevig was,
+en in een klein volumen eene groote hoeveelheid voedende bestanddeelen
+bevatte. Dank zij de behendigheid van den jager, bedroeg de voorraad
+van dit voedsel weldra eenige honderden ponden, zoodat voor de
+behoeften in de toekomst was gezorgd.
+
+Zóó gingen de dagen voorbij. Soms werden ook de nachten tot het doen
+van waarnemingen besteed. Emery dacht altijd aan zijn vriend Zorn,
+en betreurde de noodlottige omstandigheden, die eensklaps de banden
+der innigste vriendschap verscheurd hadden. Ja, hij miste Michel
+Zorn, en zijn hart, altijd zoo vol van indrukken, die deze groote en
+woeste natuur in hem opwekten, kon zich nu niet meer uitstorten. Hij
+verdiepte zich dan in zijne berekeningen, en wierp zich in de
+cijfers met de volharding van een Palander; zoo gingen dan de uren
+sneller voorbij. Wat den kolonel aangaat, deze bleef dezelfde man,
+met hetzelfde koele karakter, die slechts in geestdrift geraakte voor
+zijne triangulaties. John Murray betreurde openhartig zijne halve
+vrijheid van vroeger, maar wachtte zich wel zich daarover te beklagen.
+
+Evenwel wilde het geluk dat hij zich van tijd tot tijd kon schadeloos
+stellen. Al had hij geen tijd meer om het bosch af te jagen, en de
+wilde dieren in den omtrek te vervolgen, zoo namen deze beesten soms
+de moeite om naar hem toe te komen, en trachtten dan zijne waarnemingen
+te verhinderen. In dat geval waren de jager en de geleerde één persoon;
+Murray was dan tot zelfverdediging gewettigd. Zoo had hij onder anderen
+den 12den September eene ernstige ontmoeting met een rhinoceros,
+die hem, zooals men zien zal, vrij duur te staan kwam.
+
+Sedert eenigen tijd dwaalde dit dier ter zijde van de karavaan
+rond. Het was een verbazend groote chucuroo, welken naam de
+Boschjesmannen aan dat dikhuidige dier geven. Het was veertien voet
+lang en zes hoog, en aan de zwarte en minder rimpelige huid dan die
+van zijne Aziatische natuurgenooten, had de Boschjesman het als een
+zeer gevaarlijk dier herkend. De zwarte soorten toch zijn veel vlugger
+en meer geneigd om aan te vallen dan de witte, en zij randen dikwerf,
+zonder daartoe getart te worden, menschen en dieren aan.
+
+Dien dag was Murray met Mokum uitgegaan om op zes kilometers afstands
+van het station eene hoogte te gaan opnemen waarop de kolonel
+plan had een baken te zetten. Uit zeker voorgevoel had hij zijn
+buks en geen eenvoudig jachtgeweer medegenomen. Hoewel de bedoelde
+rhinoceros sedert twee dagen niet bespeurd was, wilde Murray niet
+ongewapend door een onbekend land trekken. Mokum en zijne makkers
+hadden meermalen vruchteloos op dit dier jacht gemaakt en het was
+mogelijk dat het beest zijn oogmerk had opgegeven. De Engelschman had
+zich niet te beklagen dat hij zoo voorzichtig gehandeld had. Zonder
+ongeval hadden zijn makker en hij de hoogte bereikt, en waren op
+den hoogsten top geklommen toen aan den voet van den heuvel, en aan
+den rand van een laag en dicht kreupelbosch de chucuroo plotseling
+verscheen. Nooit nog had Murray hem zoo dicht bij gezien. Het was
+inderdaad een ontzettend groot dier; zijne kleine oogen glinsterden;
+de rechte eenigszins achterwaarts gebogen horens, die bijna even lang,
+namelijk twee voet waren en stevig achter elkander op den grooten
+beenachtigen neus stonden, vormden een geducht wapen. De Boschjesman
+zag het eerst dat het dier op een halven kilometer afstands onder een
+boschje van mastikboomen nederlag. »Mijnheer!" zeide hij aanstonds,
+»het geluk begunstigt u; daar is de chucuroo."
+
+»De rhinoceros!" riep Murray, wiens oogen in vuur geraakten.
+
+»Ja, mijnheer," antwoordde de jager; »het is, zooals u ziet,
+een prachtig dier, dat zeer genegen schijnt om ons den pas af te
+snijden. Ik weet niet waarom het beest zóó op ons gebeten schijnt,
+want het is een plantetend dier; maar het is nu eenmaal dáár, onder
+dat boschje, en dus moeten wij het verdrijven."
+
+»Kan hij bij ons komen?" vroeg Murray.
+
+»Neen, mijnheer," antwoordde de Boschjesman. »De helling is te steil
+voor zijne korte ineengedrongen leden; hij zal ons dus opwachten."
+
+»Wel nu, laat hij wachten," antwoordde de Engelschman, »en wanneer wij
+dit station goed hebben opgenomen, zullen wij dien lastigen buurman
+wel wegkrijgen."
+
+Murray en Mokum hervatten dus hunne even afgebroken opname; zij
+verkenden zorgvuldig den heuveltop en kozen de plaats om een baken te
+zetten. Andere vrij belangrijke, doch meer in het noordwesten gelegen
+heuvels waren zeer geschikt tot het opmeten van een nieuwen driehoek.
+
+Toen dit werk was afgeloopen, wendde Murray zich tot den Boschjesman,
+en zeide: »Als ge maar wilt, Mokum."
+
+»Ik ben tot uwe bevelen, mijnheer."
+
+»Wacht de rhinoceros ons nog altijd?"
+
+»Altijd."
+
+»Laat ons dan naar beneden gaan, en hoe sterk het dier ook zijn moge,
+zoo zal een kogel uit mijn buks het wel tot reden brengen."
+
+»Een kogel!" riep de Boschjesman, »u weet niet wat een chucuroo
+is. Die dieren zijn taai, en nimmer heeft men nog een rhinoceros door
+een eersten kogel zien vallen, hoe goed de jager ook mikte."
+
+»Kom!" zeide Murray, »omdat men geen puntkogels gebruikte!"
+
+»Puntig of rond," antwoordde Mokum, »uwe eerste kogels zullen zulk
+een dier niet vellen."
+
+»Welnu, dappere Mokum," hernam de Engelschman, die in zijn eer als
+jager werd aangetast, »ik zal u eens toonen wat Europeesche wapens
+vermogen, omdat ge daaraan twijfelt!"
+
+Dit zeggende laadde Murray zijne buks, en was gereed om vuur te geven,
+zoodra de afstand daarvoor klein genoeg was.
+
+»Een woord nog, mijnheer!" zeide de Boschjesman, die een weinig
+geraakt was, en zijn makker met een wenk tegenhield, »zoudt u met
+mij willen wedden?"
+
+»Waarom niet, brave jager?" antwoordde de Engelschman.
+
+»Ik ben niet rijk," hernam Mokum, »maar ik zou gaarne een pond sterling
+tegen den eersten kogel zetten."
+
+»Goed!" hervatte Murray aanstonds. »Ik betaal u een pond als de
+rhinoceros niet door mijn eersten kogel valt."
+
+»Meent u het?" vroeg de Boschjesman.
+
+»Zeker."
+
+De twee jagers daalden den steilen kant van den heuvel af, en
+waren weldra op slechts vijf honderd voet van den rhinoceros, die
+onbeweeglijk liggen bleef. Het dier was dus zoo gunstig mogelijk voor
+den jager geplaatst, en hij kon op zijn gemak mikken. De eerzame
+Engelschman meende zulk een gemakkelijk spel te hebben, dat hij op
+het oogenblik dat hij zou schieten, den Boschjesman zijne weddingschap
+wilde doen terugtrekken, waarom hij zeide:
+
+»Meent gij het nog altijd?"
+
+»Zeker!" antwoordde Mokum bedaard.
+
+De rhinoceros lag zoo onbeweeglijk als eene schijf. Murray kon
+dus de plaats kiezen waar hij hem wilde raken om hem in eens dood
+te schieten. Hij besloot het dier in den snuit te treffen, en daar
+zijne eer als jager er mede gemoeid was, mikte hij zeer nauwkeurig,
+hierin nog geholpen door de juistheid van zijn wapen. Een schot
+knalde; maar de kogel in plaats van in het vleesch door te dringen,
+vloog tegen den horen van den rhinoceros en verbrijzelde daarvan de
+punt. Het dier scheen den schok zelfs niet te gevoelen.
+
+»Dit schot geldt niet," zeide de Boschjesman, »u hebt het vleesch
+niet getroffen."
+
+»Wel zeker!" antwoordde Murray, een weinig geraakt. »Het schot geldt
+wel, Boschjesman. Ik heb een pond verloren, maar ik wil het wel gelijk
+of dubbel doen."
+
+»Zooals u wilt, mijnheer, maar u zult het verliezen."
+
+»Dat zullen wij eens zien!"
+
+De buks werd met zorg geladen, en Murray mikte op de zijde van het
+dier; een tweede schot knalde, maar de kogel trof de plaats waar de
+huid uit laagsgewijze elkaar bedekkende hoornachtige schilden bestaat
+en viel op den grond, niettegenstaande de groote kracht, waarmede hij
+er tegen aankwam. De rhinoceros maakte eene beweging en ging eenige
+schreden verder.
+
+»Twee pond!" zeide Mokum.
+
+»Durft gij?" vroeg Murray.
+
+»Gaarne."
+
+Ditmaal riep Murray, die een weinig kwaad begon te worden, al zijne
+koelbloedigheid te hulp, en mikte op het voorhoofd van het dier. De
+kogel trof de bedoelde plek, maar sloeg terug, alsof hij tegen een
+ijzeren plaat was aangekomen.
+
+»Vier pond!" zeide de Boschjesman bedaard.
+
+»En nog vier!" riep Murray woedend.
+
+Ditmaal drong de kogel in de zijde van het dier, dat een vreeselijken
+sprong deed; maar in plaats van dood te vallen, wierp het zich met
+onbeschrijfelijke woede op de struiken en begon ze te vernielen.
+
+»Ik geloof dat hij zich nog een weinig beweegt, mijnheer!" zeide de
+jager kalm.
+
+Murray was zich zelven geen meester meer. Zijne koelbloedigheid
+had hem geheel begeven. Hij waagde de acht pond, die hij aan den
+Boschjesman schuldig was, op een vijfden kogel; hij verloor nogmaals,
+hij verdubbelde, en verdubbelde altijd, en het was eerst bij het
+negende schot dat het onstuimige dier eindelijk met doorboord hart
+viel, om niet weer op te staan. Murray stiet een vreugdekreet uit;
+zijne weddingschappen, zijne teleurstelling, alles was vergeten om zich
+slechts ééne zaak te herinneren: hij had zijn rhinoceros gedood! Maar,
+zooals hij later aan de leden van de jachtklub te Londen vertelde:
+»het was een kostbaar beest!" En inderdaad het had hem niet minder dan
+zesendertig pond gekost, dus eene belangrijke som, die de Boschjesman
+met zijne gewone kalmte opstak.
+
+
+
+
+
+
+
+XVI.
+
+Verschillende voorvallen.
+
+
+Op het einde van September hadden de astronomen een graad meer
+noordwaarts gemeten. Het gedeelte van den meridiaan, dat door
+middel van tweeëndertig driehoeken gemeten was, bedroeg reeds vier
+graden. Het was de helft van de voorgenomen taak. De drie geleerden
+legden een buitengewonen ijver aan den dag; maar omdat zij slechts
+met hun drieën waren, gevoelden zij zich tusschenbeiden zoo vermoeid,
+dat zij hun werk gedurende eenige dagen moesten opschorten. Het was
+inderdaad een drukkende hitte. De maand October in het zuidelijk
+halfrond komt met April in het noordelijk halfrond overeen, en onder
+den vierentwintigsten graad Z. B. heerscht de hooge temperatuur van
+Algerië. Reeds was het werk midden op den dag gedurende eenige uren
+onmogelijk. Ook ondervond de opmeting eenige vertraging, die den
+Boschjesman vooral zeer verontrustte. Ziehier waarom:
+
+Ten noorden van den meridiaan, op een afstand van honderd kilometers
+van het laatste door de astronomen bepaalde station, sneed de
+meridiaan eene zonderlinge streek, die de inlanders karrou noemen,
+en die overeenkomt met de vlakte aan den voet van de Roggeveldsbergen
+in het Kaapland. Gedurende het natte jaargetijde, biedt deze streek
+overal de bewijzen van de grootste vruchtbaarheid aan; na eenige
+dagen regen is de grond er met dicht groen bedekt; bloemen ontspruiten
+overal; in een ongelooflijk korten tijd komen de planten uit den bodem
+te voorschijn, ziender oogen worden de weilanden groen; waterbeken
+ontstaan; troepen antilopen komen van de hoogte en nemen die eensklaps
+ontstane weilanden in bezit. Maar die zonderlinge werking der natuur
+duurt slechts korten tijd; nauwelijks zijn eene maand of zes weken
+voorbijgegaan, of al de vochtigheid van den grond wordt opgezogen
+door de zon en verdwijnt in dampvorm in de lucht. De grond wordt hard
+en verstikt de nieuwe spruiten; de plantengroei verdwijnt in weinige
+dagen; de dieren ontvluchten deze onbewoonbaar geworden streek, en
+de woestijn strekt zich uit op dezelfde plek, waar vroeger een rijk
+en vruchtbaar land was.
+
+Zóó was de karrou waar de kleine karavaan van kolonel Everest door
+moest, voordat zij de eigenlijke woestijn bereikte, die zich tot aan
+de oevers van het meer Ngami uitstrekt. Men begrijpt welk belang de
+Boschjesman er bij had om deze zonderlinge streek door te trekken,
+voordat de buitengewone droogte de bronnen had doen opdroogen. Hij
+deelde zijne opmerkingen aan kolonel Everest mede. Deze begreep het
+volkomen, en beloofde dat hij het zooveel mogelijk in gedachte zou
+houden door het werk te verhaasten. Doch deze haast mocht in ieder
+geval de nauwkeurigheid niet schaden. De driehoeksmetingen zijn niet
+altijd gemakkelijk en op elk oogenblik te doen. Alleen onder zekere
+omstandigheden der atmosfeer, kan men goed waarnemen. Ook ging de
+arbeid niet bijzonder veel spoediger niettegenstaande de dringende
+aanmaning van den Boschjesman, en deze zag wel dat als hij aan de
+karrou kwam, de vruchtbaarheid waarschijnlijk door den invloed der
+zonnestralen zou verdwenen zijn.
+
+Maar alvorens het werk der driehoeksmeting zoo ver gevorderd was,
+dat de astronomen de grenzen der karrou bereikt hadden, konden zij
+zich niet genoeg verzadigen met de beschouwing der prachtige natuur,
+die zich voor hun oog ontrolde. Hun tocht had hen nog nimmer in zulk
+eene schoone streek gevoerd. Niettegenstaande de hoogere temperatuur
+onderhielden de beken er eene voortdurende frischheid. Kudden van
+duizenden stuks vee zouden in deze weiden een onuitputtelijk voedsel
+gevonden hebben. Eenige groene bosschen staken hier en daar fier hunne
+kruinen op, en het geheel zag er uit alsof het een Engelsch park was;
+alleen de gaslantaarns ontbraken!
+
+Kolonel Everest toonde zich niet zeer gevoelig voor deze schoone
+natuur, doch Murray en Emery gevoelden des te levendiger den
+dichterlijken indruk dien deze streek, verloren te midden van de
+Afrikaansche wildernissen, op hen maakte. Hoe betreurde de jeugdige
+geleerde toen zijn armen Michel Zorn, en de vertrouwelijke gesprekken,
+die zij met elkander wisselden. Evenals hij zou ook deze dienzelfden
+levendigen indruk gevoeld hebben, en tusschen hunne waarnemingen door
+hadden zij nu en dan hun hart kunnen uitstorten!
+
+De karavaan trok dus midden door het prachtige land heen. Talrijke
+vluchten vogels verlevendigden door hun gezang en hun gefladder
+weilanden en bosschen. De jagers schoten verscheidene malen een
+bijzonder soort van trapganzen, die alleen in de vlakten van Zuidelijk
+Afrika gevonden worden, en »dikkoppen", die een lekker en zeer
+geroemd wildbraad leverden. De aandacht der Europeanen werd nog door
+een ander soort van vogels getrokken, doch niet uit het oogpunt van
+eetbaarheid. Op de oevers der beken of op de oppervlakte der rivieren,
+waarover zij met de snelle wieken heenscheerden, vervolgden eenige
+groote vogels de vraatzieke kraaien, die beproefden de eieren onder uit
+de in het zand gegraven nesten te rooven. Blauwe kraanvogels met witten
+hals, roode flamingo's, die evenals of het vlammen waren tusschen
+het dunne kreupelhout voortwandelden, reigers, wulpen, watersnippen,
+»kalas," die dikwijls op den schoft der buffels waren neêrgestreken,
+pluvieren, ibissen, die van een met hieroglyphen bedekten obelisk
+schenen afgevlogen te zijn, verbazend groote pelikanen, die in troepen
+van honderden in rijen achter elkander liepen, brachten overal
+leven en beweging in die streken, waar de mensch alleen scheen te
+ontbreken. Doch van deze verschillende soorten van vogels waren zeker
+de merkwaardigste de wevervogels, wier groenachtige uit riet en gras
+gevlochten nesten als groote peren aan de takken der treurwilligen
+hingen. Emery, die ze voor vruchten van eene nieuwe soort hield,
+plukte er één of twee, en was zeer verwonderd toen hij binnen in die
+vermeende vruchten een getjilp als van musschen hoorde. Zou het niet
+te vergeven zijn geweest, als hij in navolging van de oude reizigers
+in Amerika gemeend had, dat zeker soort van boomen in deze streken
+vruchten dragen, die levende vogels voortbrengen?
+
+Inderdaad had deze streek op dat oogenblik een verrukkelijk aanzien;
+alle omstandigheden waren er even gunstig voor grazende dieren. Gnoes
+met puntige hoeven, caäma's, die volgens Harris slechts uit driehoeken
+schijnen te bestaan, elanddieren, kameelen en gazellen waren er in
+overvloed. Welk eene verscheidenheid van wild, wat prachtige schoten
+voor een der meest gevierde leden van de jachtclub! Het was waarlijk
+eene al te groote verzoeking voor John Murray, en na twee dagen
+verlof van kolonel Everest verkregen te hebben, gebruikte hij die
+om zich op merkwaardige wijze te vermoeien. Maar wat had hij met
+zijn vriend Mokum ook een prachtige jacht, terwijl William Emery
+hen als liefhebber volgde! Wat gelukkige schoten had hij in zijn
+jachtregister op te teekenen! Wat jagertropeeën om in zijn kasteel
+in de Hooglanden op te hangen! En hoe weinig dacht hij gedurende die
+beide verlofdagen aan geodesische opnamen, triangulatie of meting
+van den meridiaan! Wie zou het geloofd hebben dat deze hand, die zoo
+bekwaam was in het hanteeren van het geweer, ooit den fijnen kijker
+van den theodoliet behandeld had! Wie zou gedacht hebben dat het oog,
+hetwelk op de snelle antilopen zoo goed mikken kon, zich geoefend
+had in het beschouwen der hemellichamen, en zelfs sterren van de
+dertiende grootte had waargenomen! Ja, John Murray was gedurende die
+beide vrije dagen geheel en alléén jager, en de sterrekundige was zoo
+totaal verdwenen, dat men bijna vreezen moest dat hij als zoodanig
+nooit weder te voorschijn zou treden!
+
+Onder andere jachtavonturen van Murray moet er een worden opgeteekend,
+dat eene zeer onverwachte uitkomst had, en den Boschjesman
+alles behalve geruststelde voor de toekomst der wetenschappelijke
+onderneming. Dit voorval bevestigde slechts de ongerustheid, die de
+scherpzinnige jager aan den kolonel Everest had doen blijken.
+
+Het was de 15de October. Sedert twee dagen gaf Murray zich geheel
+aan zijne liefhebberij over. Men had eene troep van een twintigtal
+herkauwende dieren op ongeveer twee kilometers van de karavaan bemerkt;
+Mokum zag dat zij tot die schoone soort van antilopen behoorden, welke
+men oryx noemt, en waarvan de zeer moeilijke jacht elk Afrikaansch
+jager op de proef stelt.
+
+Aanstonds deelde de Boschjesman aan John Murray mede welke gunstige
+gelegenheid zich aanbood, en hij spoorde hem sterk aan er gebruik
+van te maken. Tegelijker tijd deelde hij hem mede dat die dieren
+zeer moeilijk te vangen waren, dat zij veel sneller liepen dan het
+vlugste paard; dat de beroemde Cumming, toen hij in het land der
+Namaqueezen op de jacht was, gedurende zijn geheele jagersloopbaan,
+zelfs met renpaarden, nooit een van die zonderlinge antilopen onder
+zijn bereik had kunnen krijgen! Er was niet eens zooveel noodig
+om den Engelschman aan te sporen, want aanstonds verklaarde hij
+zich gereed om die dieren te vervolgen. Hij koos het beste paard,
+het beste geweer, de beste honden, en in zijn ongeduld liep hij den
+Boschjesman zelfs al vooruit naar den rand van een kreupelbosch dat
+eene vlakte begrensde en waar dichtbij men de dieren had bemerkt.
+
+Na een tocht van een uur hielden de beide paarden stil. Mokum,
+verscholen achter een boschje sycomoren toonde aan zijn makker de
+grazende kudde, die zich op eenige honderden passen onder den wind
+bevond. De schichtige dieren hadden hen nog niet bemerkt, en zij
+graasden vreedzaam in de vlakte. Een van die antilopen scheen zich
+een weinig van de overige verwijderd te houden. De Boschjesman deed
+dit aan Murray opmerken.
+
+»Het is een schildwacht," zeide hij. »Dit dier, dat zeker een oud
+mannetje is, waakt voor de veiligheid van allen. Bij het minste gevaar,
+zal het een soort van gehinnik doen hooren, en onder zijne aanvoering
+zal de troep met de grootste snelheid vluchten. Wij moeten hen dus
+niet dan op een zeer geschikten afstand schieten, en hem bij het
+eerste schot neerleggen!"
+
+Murray vergenoegde zich met toestemmend te knikken, en koos eene
+goede plaats om de kudde te bekijken.
+
+De antilopen graasden zonder erg voort. De schildwacht, die door den
+wind mogelijk iets verdachts in den neus had gekregen, hief vrij
+dikwijls den gehoornden kop op, en toonde eenige onrust. Maar hij
+was te ver af dan dat de jagers met goed gevolg op hem hadden kunnen
+schieten. Men behoefde er niet aan te denken om deze kudde op de
+vlakte in de vlucht te achterhalen. Misschien zou zij dichter bij het
+kreupelbosch komen, en in dit geval konden Murray en de Boschjesman
+onder de gunstigste omstandigheden op een van die dieren mikken.
+
+Het geluk scheen de jagers te begunstigen. Langzamerhand naderden de
+dieren onder geleide van het oude mannetje het kreupelbosch. Zonder
+twijfel meenden zij zich onder het dicht gebladerte van het
+kreupelbosch te verschuilen. Toen hun oogmerk niet meer twijfelachtig
+was, noodigde de Boschjesman zijn makker uit om af te stijgen; de
+paarden werden aan een vijgenboom gebonden; men wierp ze een doek
+over den kop als voorzorgsmaatregel om ze niet te doen hinniken
+en ze stil te laten staan. Daarna kropen Mokum en Murray, door de
+honden gevolgd, door de struiken langs den zoom van het bosch, doch
+zóó, dat zij bij een punt kwamen, door de laatste boomen gevormd,
+en waar zij op geen drie honderd schreden van de dieren meer af
+waren. Daar bukten de beide jagers alsof zij in een hinderlaag lagen,
+en wachtten met gespannen haan. Van de plaats waar zij zaten, konden
+zij de antilopen zien en de bevallige dieren in alle bijzonderheden
+waarnemen. De mannetjes waren weinig onderscheiden van de wijfjes,
+en zelfs hadden deze laatste door eene speling, waarvan de natuur
+slechts zelden voorbeelden geeft, grooter horens dan de eerste, die
+zeer bevallig naar achteren gebogen en puntig waren. Geen dier is
+bevalliger dan deze antilope, waarvan de oryx eene verscheidenheid
+is; geene soort heeft zulke zuiver en regelmatig geteekende zwarte
+vlekken. Zij hebben een bosje haar aan den hals, rechtopstaande manen
+en een dikken staart, die tot op den grond hangt.
+
+De kudde, die uit een twintigtal dieren bestond, naderde het bosch, en
+bleef toen op dezelfde plaats. Het was duidelijk dat de schildwacht de
+antilopen uit de vlakte trachtte te krijgen. Hij liep door het hooge
+gras en trachtte ze in een klein hoopje bij elkander te drijven,
+evenals de herdershond doet met de aan zijne hoede toevertrouwde
+schapen. Maar die dieren, welke in het gras rondhuppelden schenen
+geen lust te hebben de weelderige weide te verlaten. Zij schenen te
+weigeren, sprongen vluchtende weg en begonnen eenige schreden verder
+weder te grazen. Deze wijze van doen verwonderde den Boschjesman;
+hij deed dit aan Murray opmerken, maar kon er hem geen verklaring
+van geven. De jager kon niet begrijpen waarom het oude mannetje zoo
+halsstarrig was, en om welke reden hij de kudde naar het bosch wilde
+jagen. Dit duurde zoo een geruimen tijd, zonder dat er verandering
+in kwam. Murray had steeds ongeduldig den vinger aan den haan van
+zijn geweer. Dan eens wilde hij schieten, dan weder vooruitspringen,
+zoodat Mokum werk had hem tegen te houden.
+
+Zóó ging er een uur voorbij, en men kon niet voorzien hoevele er
+nog zouden verloopen, toen één der honden, die waarschijnlijk even
+ongeduldig werd als de Engelschman, een geweldig geblaf aanhief en
+de vlakte inrende.
+
+De woedende Boschjesman had het verwenschte dier gaarne een
+kogel nagezonden! maar de snelvoetige kudde vluchtte reeds met
+onvergelijkelijke snelheid, en toen begreep Murray dat geen paard haar
+kon inhalen. Binnen weinige oogenblikken waren de antilopen niet meer
+dan zwarte puntjes, die door het hooge gras voortstoven.
+
+Tot groote verbazing van den Boschjesman had het oude mannetje het
+sein tot vluchten niet gegeven. Tegen de gewoonte van deze dieren in
+was het beest op dezelfde plaats gebleven en scheen er niet aan te
+denken de onder zijne hoede staande antilopen te volgen. Sedert hare
+vlucht toch trachtte het zelfs zich in het hooge gras te verbergen,
+misschien met het plan om in het kreupelbosch te ontvluchten.
+
+»Dat is zonderling," zeide de Boschjesman. »Wat scheelt dat oude
+dier? Wat loopt het wonderlijk! Is het gekwetst of te oud?"
+
+»Wij zullen het wel te weten komen!" antwoordde Murray, terwijl hij
+met het geweer in de hand in de richting van het dier vooruitsprong.
+
+Toen de jager naderde, was de antilope hoe langer hoe meer in het
+gras weggedoken. Men zag slechts hare vier voet lange horens, welker
+scherpe punten boven het groen uitstaken. Het dier poogde niet meer
+te vluchten, maar zich te verbergen. Murray kon het zonderlinge beest
+dus gemakkelijk naderen. Toen hij er nog maar honderd schreden van
+daan was, mikte hij zoo nauwkeurig mogelijk en gaf vuur. Het schot
+knalde; de kogel had de antilope zeker aan den kop getroffen, want
+de vroeger in de hoogte stekende horens waren op den grond gezakt.
+
+Murray en Mokum liepen zoo snel mogelijk naar het dier toe; de
+Boschjesman hield zijn jachtmes in de hand gereed om het dood te
+steken, als het nog niet aanstonds doodgeschoten was. Deze voorzorg
+was echter onnut. De antilope was goed dood, en wel zóó, dat toen
+Murray haar bij de horens wilde vatten, hij slechts een ledig vel in
+de hand hield waaraan vleesch en beenderen ontbraken!
+
+»Bij Sint Patrick, zulke dingen gebeuren slechts mij!" riep hij op zulk
+een kluchtigen toon uit, dat ieder ander behalve de Boschjesman er
+om zou gelachen hebben. Maar Mokum lachte niet; zijne samengeperste
+lippen, zijne gefronsde wenkbrauwen, zijn knipoogen verrieden
+eene ernstige ongerustheid. Met over elkander geslagen armen keek
+hij rechts en links en rondom zich. Plotseling trof een zakje zijn
+oog. Het was een klein lederen zakje met roode arabesken versierd,
+dat op den grond lag. De Boschjesman raapte het aanstonds op, en
+beschouwde het met opmerkzaamheid.
+
+»Wat is dat?" vroeg Murray.
+
+»Dat is de zak van een Makololo!" antwoordde Mokum.
+
+»En hoe komt die hier?"
+
+»Omdat de eigenaar dien bij zijne overhaaste vlucht heeft laten
+vallen."
+
+»En die Makololo?"
+
+»Dat zal ik u zeggen, mijnheer," antwoordde de Boschjesman, terwijl hij
+zijn vuisten van woede balde, »die Makololo zat in deze antilopenhuid,
+en u hebt op hem geschoten."
+
+Murray had den tijd niet zijne verbazing uit te drukken, toen Mokum,
+die op ongeveer vijf honderd pas eenige beweging in het gras zag,
+in die richting vuur gaf, waarop de Engelschman en hij zoo snel
+zij konden naar de verdachte plaats renden. Maar deze was verlaten;
+wel kon men aan het neergetrapte gras zien, dat er een levend wezen
+overheen had geloopen, maar de Makololo was verdwenen, en men moest
+het opgeven hem door de onmetelijke tot aan den uitersten gezichteinder
+zich uitstrekkende vlakte te vervolgen.
+
+De beide jagers kwamen dus terug, zeer ongerust door dit voorval,
+dat inderdaad hunne bezorgdheid moest opwekken. De tegenwoordigheid
+van een Makololo bij het steenen gedenkteeken in het woud, deze bij
+de antilopenjagers zeer gebruikelijke vermomming, die hem verborgen
+had, getuigde van eene wezenlijke hardnekkigheid in het vervolgen
+van de karavaan van kolonel Everest. Het was niet zonder oogmerk
+dat een inboorling, die tot den plunderzieken stam der Makololo's
+behoorde, de Europeanen en hun geleide bespiedde. En hoe meer deze
+naar het noorden trokken hoe meer het gevaar toenam van door deze
+woestijnroovers te worden aangevallen.
+
+Murray en Mokum kwamen in het kamp terug, waarbij de eerste, geheel
+uit het veld geslagen als hij was, niet kon nalaten tegen zijn vriend
+William Emery te zeggen: »Waarlijk, waarde William, het loopt me niet
+mee! De eerste antilope, die ik doodschieten wil, was reeds dood voor
+ik haar getroffen had!"
+
+
+
+
+
+
+
+XVII.
+
+De verdelgers.
+
+
+Na dit voorval had de Boschjesman een langdurig onderhoud met den
+kolonel. Volgens de meening van Mokum, die zijn oordeel grondde op
+feiten, werd de kleine troep gevolgd, bespied en dus bedreigd. Indien,
+volgens hem, de Makololo's nog geen aanval gedaan hadden, was dit
+omdat zij de Europeanen verder noordwaarts wilden lokken, naar eene
+streek waar deze roofzieke benden gewoonlijk te huis behoorden.
+
+Moest men dus bij het naken van het gevaar terugtrekken? Moest
+men het werk, dat tot nog toe zoo wonderwel geslaagd was, laten
+steken? Zouden Afrikaansche inboorlingen doen, wat de natuur niet
+gedaan had kunnen krijgen? Zouden zij Engelsche geleerden verhinderen
+hunne wetenschappelijke taak te volbrengen? Dit was eene ernstige
+vraag, die van belang was om op te lossen. Daarom verzocht de kolonel
+den Boschjesman om hem alles te vertellen, wat hij van de Makololo's
+wist, en ziehier ongeveer wat deze verhaalde.
+
+De Makololo's behooren tot den grooten stam der Betschuanen en zijn
+de laatsten, die men ontmoet als men naar den evenaar trekt. In 1850
+werd dokter Livingstone op zijn eerste reis naar de Zambese ontvangen
+te Seshèke, toenmalige verblijfplaats van Sebitouané, het hoofd der
+Makololo's. Deze inboorling was een geducht oorlogsman, die in 1824 de
+grenzen van het Kaapland bedreigde. Sebitouané met een opmerkenswaardig
+verstand begaafd, verkreeg langzamerhand groot overwicht over de
+in het midden van Afrika verspreide stammen en slaagde er in van
+deze een eensgezind en overheerschend volk te maken. In 1853, dus
+een paar jaar te voren, stierf dat inlandsch opperhoofd in de armen
+van Livingstone, en werd door zijn zoon Sekeleton opgevolgd. In den
+beginne toonde deze aan de langs de Zambese wonende Europeanen vrij
+groote genegenheid; dokter Livingstone had zich daar persoonlijk niet
+over te beklagen. Maar ongemerkt wijzigde de Afrikaansche koning zijne
+inzichten na het vertrek van den beroemden reiziger. Niet alleen werden
+vreemdelingen, maar vooral ook naburige inboorlingen door Sekeleton en
+de krijgslieden van zijn stam aangevallen. Hierop volgden plunderingen
+op groote schaal. De Makololo's liepen voornamelijk de streek af
+tusschen het meer Ngami en de boven-Zambese. Niets was gevaarlijker
+dan zich in deze streken te wagen met eene karavaan, die slechts uit
+weinige menschen was samengesteld, vooral wanneer deze karavaan vooraf
+bespied, opgewacht en waarschijnlijk tot vernietiging gedoemd was.
+
+Aldus luidde het verhaal van den Boschjesman. Hij voegde er bij dat
+hij meende hem de gansche waarheid te moeten zeggen, doch dat hij,
+wat hem betrof, de bevelen van den kolonel zou volgen, en niet zou
+terugdeinzen, als men besloot voorwaarts te blijven trekken. De kolonel
+beraadslaagde met zijne beide ambtgenooten, en men besloot in allen
+gevalle den geodesischen arbeid voort te zetten. Bijna vijfachtste
+van den meridiaan was gemeten en, wat er ook gebeuren mocht, deze
+Engelschen waren het aan zich zelven en aan hun vaderland verschuldigd
+het werk niet op te geven.
+
+Toen deze beslissing genomen was, werd de driehoeksmeting
+hervat. Den 27sten October sneed de wetenschappelijke commissie
+den Steenbokskeerkring, en nadat zij den 3den November den een en
+veertigsten driehoek gemeten had, werd door waarnemingen bewezen dat
+de meting weder een graad gevorderd was.
+
+Gedurende eene maand werd de driehoeksmeting met kracht voortgezet,
+zonder dat de natuur eenigen hinderpaal in den weg legde. De
+sterrekundigen werkten snel en goed in dit schoone land, dat bijna
+geheel vlak was en slechts door ondiepe beken en door geen belangrijke
+stroomen doorsneden werd. De altijd waakzame Mokum droeg zorg vóór
+en ter zijde van de karavaan de streek goed in het oog te houden, en
+belette de jagers zich ver van de hoofdtroep te verwijderen. Evenwel
+scheen geen onmiddellijk gevaar de kleine troep te bedreigen, en
+het was zeer licht mogelijk dat de vrees van den Boschjesman niet
+verwezenlijkt werd. Ten minste gedurende de maand November vertoonde
+zich geene plunderende bende, en men vond geen enkel spoor van den
+inboorling meer, die de karavaan van het rotsblok in het verbrande
+woud af zoo hardnekkig vervolgd had.
+
+En toch, hoewel het gevaar voor het oogenblik geweken scheen, bemerkte
+de jager verscheidene malen kenteekenen van aarzeling bij de onder
+zijne bevelen staande Boschjesmannen. Men had hun de gebeurtenissen
+bij de rots en op de antilopenjacht niet kunnen verbergen,
+zoodat zij onvermijdelijk een aanval van de Makololo's wachtten;
+Makololo's toch en Boschjesmannen zijn vijandige stammen, zonder
+medelijden voor elkander. De overwonnenen hebben van de overwinnaars
+geen genade te wachten en hun kleine aantal moest deze inlanders
+met recht bevreesd maken, omdat zij sedert de oorlogsverklaring
+tusschen Engeland en Rusland tot op de helft verminderd waren. De
+Boschjesmannen waren reeds meer dan 300 kilometers van de oevers
+der Oranjerivier verwijderd, en er was sprake van ze ten minste nog
+200 kilometers verder noordwaarts mede te voeren. Dit vooruitzicht
+gaf hun stof tot overpeinzing. Voordat Mokum ze tot dezen toch had
+aangezocht, had hij hun inderdaad niet verborgen dat het eene lange
+en afmattende reis gold, en het waren mannen om de aan zulk eene
+reis verbonden moeilijkheden te trotseeren. Maar van het oogenblik
+dat hier nog het gevaar bijkwam een strijd met verbitterde vijanden
+te voeren, veranderde deze omstandigheid hunne gezindheid. Vandaar
+verdrietelijkheden, klachten en kwaadwilligheid, die Mokum veinsde
+niet te zien of te hooren, doch die zijne ongerustheid over de toekomst
+der wetenschappelijke commissie deed toenemen.
+
+Den 2den December geschiedde er iets, dat de kwalijkgezindheid dezer
+bijgeloovige Boschjesmannen nog vermeerderde, en in zekere mate eenig
+verzet tegen hunne hoofden verwekte.
+
+Sedert den vorigen dag was de tot nog toe heldere hemel plotseling
+betrokken geworden. Onder den invloed eener tropische hitte heerschte
+in de met dampen bezwangerde atmosfeer eene groote elektrische
+spanning. Men kon reeds een naderend onweder voorspellen, en in deze
+hemelstreek valt eene donderbui bijna altijd met onvergelijkelijke
+hevigheid. De hemel bedekte zich inderdaad op genoemden dag met
+sombere wolken, zoodat een weerkenner zich daarin niet zou bedrogen
+hebben. Het waren wolken als balen katoen op elkander gestapeld,
+welker donker en geel schril tegen elkander afstak. De zon had eene
+vale tint; de lucht was kalm, de hitte drukkend. De barometer die
+sedert den vorigen dag voortdurend daalde, was tot staan gekomen. Geen
+blad bewoog zich onder deze drukkende lucht.
+
+De heeren hadden den toestand der lucht nagegaan, doch meenden daarom
+hun werk niet te moeten staken. Op dit oogenblik had William Emery
+zich met twee matrozen, vier inlanders en een wagen twee kilometers
+oostwaarts van den meridiaan begeven om een seinpaal te plaatsen,
+die den tophoek van een driehoek zou aangeven. Hij was bezig zijn
+visier op den top van een heuveltje te plaatsen, toen eene plotselinge
+samenpersing van dampen, door den invloed van een kouden luchtstroom,
+eensklaps eene ontzaglijke massa electriciteit ontwikkelde. Bijna
+op hetzelfde oogenblik viel er eene vreeselijke hagelbui. Daarbij
+deed zich een vrij zonderling verschijnsel voor, dat namelijk de
+hagelsteenen licht van zich gaven, en men zou gezegd hebben dat het
+druppels gloeiend metaal regende. De vonken sprongen uit den grond
+als de steenen neervielen, en alle metaaldeelen van den wagen waarmede
+de werktuigen waren overgebracht, vertoonden zich als lichtende punten.
+
+De hagelsteenen werden hoe langer hoe grooter; het was een ware
+steenregen, waaraan men zich niet dan met het grootste gevaar kon
+blootstellen. Men zal zich over dit verschijnsel niet verwonderen
+als men weet dat dokter Livingstone onder gelijke omstandigheden
+te Kolobeng gezien heeft, dat de ramen in het huis der zendelingen
+verbrijzeld, en paarden en groote antilopen doodgeslagen werden.
+
+Zonder een oogenblik te verliezen, verliet William Emery zijn werk,
+en riep zijne manschappen bijeen om in den wagen onder zulk een
+onweer in allen gevalle eene minder gevaarlijke schuilplaats te
+zoeken dan onder een boom. Maar nauwelijks had hij den heuveltop
+verlaten of een schitterende bliksemstraal met een onmiddellijk
+daarop gevolgden donderslag scheen den geheele hemel in vuur te
+zetten. Emery werd voor dood op den grond geworpen; de beide matrozen,
+die slechts een oogenblik als verblind waren, sprongen naar hem
+toe. Gelukkig was de jonge geleerde bijna ongedeerd gebleven. Door
+een van die onverklaarbare toevallen, die somtijds voorkomen, was
+de elektrieke stroom als 't ware om hem heen gegleden, en had hem
+slechts een oogenblik omwikkeld; doch het was duidelijk zichtbaar
+dat de bliksemstraal hem getroffen had, want de metalen punten van
+een passer, dien hij in de hand hield, waren gesmolten.
+
+Door de matrozen overeind geholpen, kwam de jongeman spoedig weder
+tot bewustzijn. Hij was echter niet het eenige slachtoffer van dezen
+slag. Bij den seinpaal lagen twee inlanders op twintig schreden
+van elkander dood op den grond. Van den een, wiens organisme door
+de mechanische werking van den bliksem volkomen verstoord was werd
+het lichaam zwartgebrand als houtskool bevonden, terwijl de kleederen
+ongeschonden waren. De ander was door een steen op het hoofd getroffen,
+en dood neergeslagen. Derhalve hadden Emery en de beide inlanders
+te gelijk de kracht van een enkelen bliksemstraal ondervonden. Het
+is een zeldzaam verschijnsel dat een bliksemstraal zich soms tot op
+zulk een aanzienlijken afstand splitst.
+
+De Boschjesmannen stonden eerst versuft door den dood hunner makkers,
+maar namen weldra de vlucht, niettegenstaande het geschreeuw der
+matrozen, en op gevaar af van doodgeslagen te worden, daar zij door
+de snelheid waarmede zij liepen, de lucht verdunden. Maar zij wilden
+niet hooren, en renden zoo snel als zij konden naar de legerplaats
+terug. Nadat de beide matrozen Emery naar den wagen hadden geleid,
+legden zij er de twee lijken in, en zochten nu op hunne beurt eene
+schuilplaats, daar zij reeds vol builen waren geslagen door de
+hagelsteenen, die als een ware steenregen nedervielen. Gedurende
+ongeveer drie kwartier woedde het onweder met ontzettende kracht;
+daarna begon het te bedaren; de hagel viel niet meer, en de wagen
+kon naar de legerplaats terugkeeren.
+
+De tijding van den dood der twee inlanders was hun reeds
+vooruitgevlogen; het maakte een treurigen indruk op de Boschjesmannen,
+die niet zonder bijgeloovige vrees deze driehoeksmeting beschouwden
+waarvan zij niets begrepen. Zij hielden eene bijeenkomst, en eenigen
+hunner, die meer ontmoedigd waren dan de overigen, verklaarden dat
+zij niet verder wilden gaan. Er was een begin van oproer, dat een
+zeer dreigend aanzien kreeg. Mokum had al zijn invloed noodig om een
+opstand tegen te gaan. Kolonel Everest moest tusschenbeiden komen
+en aan die arme lieden eene toelage beloven om ze in zijn dienst te
+houden. Niet zonder moeite werd de rust hersteld; door dezen tegenstand
+scheen de toekomst van de onderneming ernstig bedreigd. Inderdaad, wat
+zouden de leden der commissie in het midden der woestijn en ver van
+alle bewoonde streken aanvangen zonder geleide om hen te beschermen
+en zonder gidsen om de wagens te mennen? Dit gevaar was voor het
+oogenblik dus nog afgewend, en nadat het kamp was afgebroken, wendde
+de kleine karavaan zich naar den heuvel waarop de beide Boschjesmannen
+het leven hadden verloren.
+
+Emery had nog eenige dagen last van den hevigen slag, die hem getroffen
+had. De linkerhand, waarmede hij den passer had vastgehouden, bleef
+nog eenigen tijd als verlamd, maar eindelijk verdween dat gevoel,
+en kon de jonge man het werk weder opvatten.
+
+Gedurende de achttien dagen, die tot den 20sten December volgden, werd
+de tocht van de karavaan door geene enkele gebeurtenis gekenmerkt. De
+Makololo's verschenen niet, en hoewel Mokum de zaak nog altijd niet
+vertrouwde, begon hij toch geruster te worden. Men was op niet meer dan
+vijftig kilometers van de woestijn verwijderd, en de karrou bleef wat
+zij tot nog toe geweest was: eene prachtige streek, welker plantengroei
+nog door het water onderhouden, met die van geen punt ter wereld kon
+vergeleken worden. Men kon er dus op rekenen dat tot aan de woestijn
+de mannen in dit vruchtbare en wildrijke landschap, en de lastdieren,
+die tot aan den buik in het malsche gras gingen, geen gebrek aan
+voedsel zouden hebben. Maar men rekende buiten de sprinkhanen, wier
+verschijning den landbouw in zuidelijk Afrika steeds bedreigt.
+
+In den avond van 20 December, was het kamp ongeveer een uur voor
+zonsondergang opgeslagen. De drie Engelschen en de Boschjesman zaten
+aan den voet van een boom en rustten uit van de vermoeienissen des
+daags, terwijl zij over hune toekomstige plannen spraken. De opkomende
+noordewind verfrischte de lucht een weinig.
+
+De sterrekundigen waren met elkander overeengekomen, dat zij de
+hoogten der sterren zouden meten om de breedte der plaats nauwkeurig
+te berekenen. Geen wolkje was aan den hemel zichtbaar; het zou weldra
+nieuwe maan zijn; de sterren zouden helder schitteren, en derhalve
+konden de metingen onder geen gunstiger omstandigheden geschieden. Ook
+waren kolonel Everest en John Murray zeer teleurgesteld, toen William
+Emery tegen acht uren naar het noorden wees en zeide:
+
+»Ziet eens, de gezichteinder betrekt, en ik geloof dat de nacht ons
+niet zoo gunstig zijn zal als wij het wel hopen."
+
+»Inderdaad," antwoordde Murray, »die dikke wolk verheft zich
+langzamerhand en zal door het aanwakkeren van den wind den hemel
+weldra bedekken."
+
+»Is dat een nieuw onweder, dat opkomt?" vroeg de kolonel.
+
+»Wij zijn hier onder de keerkringen, en 't staat dus te vreezen,"
+antwoordde Emery. »Ik geloof dat onze waarnemingen van nacht groot
+gevaar loopen van niet te slagen."
+
+»Wat denkt gij ervan Mokum?" vroeg kolonel Everest aan den
+Boschjesman. Deze keek aandachtig naar het noorden. De wolk
+breidde zich over eene zeer lange kromme lijn uit, en was zoo scherp
+afgeteekend als ware het met een passer gedaan. De sector welken die
+wolk boven den gezichteinder beschreef, was drie of vier kilometers
+lang; zij was zoo zwart als rook, en had eene zonderlinge gedaante;
+dit alles trof den Boschjesman bijzonder. Soms kaatsten de stralen
+der ondergaande zon met rooden tint tegen die wolk terug, evenals of
+het eene vaste massa en geen opeenhooping van dampen was.
+
+»Een zonderlinge wolk!" zeide de Boschjesman, zonder zich verder
+te verklaren.
+
+Eenige oogenblikken daarna kwam een Boschjesman Mokum waarschuwen
+dat de dieren, paarden, ossen, enz. onrustig begonnen te worden. Zij
+liepen door de weide en weigerden weder binnen de legerplaats te komen.
+
+»Welnu, laat ze dan van nacht maar buiten blijven!" antwoordde
+de jager.
+
+»Maar de wilde dieren dan?"
+
+»Deze zullen spoedig te veel met zich zelve te doen hebben om nog
+daarop acht te geven."
+
+De inlander ging weder heen; de kolonel wilde aan den Boschjesman de
+verklaring van dat vreemde antwoord vragen, doch Mokum verwijderde
+zich eenige schreden en scheen geheel verzonken in de beschouwing
+van het verschijnsel, waarvan hij waarschijnlijk de oorzaak vermoedde.
+
+De wolk naderde snel; men kon zien dat zij zeer laag hing, zoodat zij
+zeker niet meer dan eenige honderden voeten boven den grond dreef. Met
+het gehuil van den aanwakkerenden wind vermengde zich een schrikbarend
+gegons, dat uit de wolk scheen voort te komen. Op dit oogenblik
+verscheen boven de wolk eene groote menigte zwarte punten, die zich
+van boven naar beneden bewogen, in de zwarte massa neerstortten en
+dan aanstonds weder naar boven gingen. Men kon ze bij duizenden tellen.
+
+»Wat zijn dat voor zwarte punten?" vroeg Murray.
+
+»Dat zijn vogels," antwoordde de Boschjesman, »valken, arenden, gieren,
+wouwen en anderen. Zij komen van verre, volgen die wolk, en zullen
+haar niet verlaten voordat zij vernietigd of verstrooid zal zijn."
+
+»Maar die wolk?"
+
+»Het is geen wolk," antwoordde Mokum, terwijl hij de hand naar
+de sombere massa uitstrekte, die reeds een vierde gedeelte van de
+oppervlakte des hemels besloeg, »het is eene levende wolk, eene wolk
+van sprinkhanen!"
+
+De jager bedroog zich niet. De Europeanen zouden een van die
+ongelukkig maar al te dikwerf voorkomende zwermen sprinkhanen zien,
+die in één nacht het vruchtbaarste land in eene dorre en woeste streek
+veranderen. Deze dieren, de grylli devastatorii van de natuurkundigen,
+kwamen bij millioenen. Sommige reizigers hebben daarmede soms eene
+landstreek van vijftig kilometers lang vier voet hoog bedekt gezien.
+
+»Ja," hernam de Boschjesman, »die levende wolken zijn een vreeselijke
+ramp voor de velden, en de Hemel geve dat zij ons niet al te veel
+kwaad doen!"
+
+»Maar wij hebben hier geen zaaivelden of weilanden, die ons
+toebehooren," zeide de kolonel. »Wat kunnen wij daarvan te vreezen
+hebben?"
+
+»Niets, als zij slechts over ons heentrekken," antwoordde Mokum,
+»maar alles, wanneer zij op het land, waardoor wij moeten heentrekken,
+neervallen. Dan zal er geen blad meer aan de boomen en geen grasscheut
+op het veld blijven, en u vergeet kolonel, dat, al behoeft het ons aan
+voedsel niet te ontbreken, dat van onze paarden, ossen en muilezels
+daarom nog niet verzekerd is. Wat zoude er van die dieren in deze
+woeste velden worden?"
+
+De makkers van den Boschjesman zwegen eenige oogenblikken. Zij
+keken naar de levende massa, die zichtbaar vermeerderde. Het gegons
+verdubbelde, en daarboven uit weerklonk het geschreeuw van adelaars
+en valken, die telkens in die onuitputtelijke wolk neerstortten en
+de insecten bij duizenden verslonden.
+
+»Gelooft ge dat zij hier zullen neervallen?" vroeg William Emery
+aan Mokum.
+
+»Ik vrees het," antwoordde de jager. »De noordewind jaagt ze
+rechtstreeks hier heen. Daar gaat bovendien de zon onder; de
+avondkoelte zal de vleugels dier insecten neerslaan, zij zullen op
+boomen, struiken en weilanden neervallen, en dan...."
+
+De Boschjesman eindigde zijn volzin niet; op dit oogenblik toch werd
+zijne voorspelling vervuld, want de ontzaglijke wolk viel op den grond
+neder. Om de legerplaats zag men slechts eene krioelende en sombere
+massa, die zich uitstrekte zoover het oog reikte. De legerplaats zelve
+werd letterlijk overstroomd. Wagens, tenten, alles verdween onder dien
+levenden hagel. De massa sprinkhanen was een voet dik. De Engelschen
+liepen tot aan de knieën door de dikke laag, en trapten bij elke
+schrede honderden dieren dood. Maar wat beteekende dit op de massa?
+
+En toch ontbraken de middelen ter verdelging dezer insecten niet. De
+vogels wierpen zich met hevig geschreeuw er op, en verslonden ze
+gretig. Onder de massa kropen slangen, die, aangelokt door dezen
+begeerlijken buit, er groote menigten van opslokten. Paarden, ossen,
+muilezels en honden aten ze met onuitsprekelijk genot; het wild
+gedierte, leeuwen en hyena's, olifanten en neushorens, deden er mudden
+van in hun maag verdwijnen; en eindelijk aten de Boschjesmannen, die
+zeer veel houden van deze »luchtgarnalen," ze als hemelsche manna! Doch
+het getal tartte alle middelen van vernieling en zelfs hunne eigene
+vraatzucht, want die insecten verslinden elkander onderling.
+
+Op aandringen van den Boschjesman moesten de Engelschen van dit
+uit den hemel gevallen voedsel proeven. Men liet eenige duizenden
+sprinkhanen met zout, peper en azijn koken na de jongste die groen
+zijn, te hebben uitgezocht, en dus niet de gele, die ouder, harder en
+soms vier duim lang zijn. De jonge sprinkhanen zijn zoo dik als eene
+penneschacht, vijftien tot twintig millimeters lang en hebben nog
+geen eieren gelegd. Zij worden door de liefhebbers als een heerlijk
+gerecht beschouwd. Na een half uur kokens diende de Boschjesman den
+drie Engelschen een heerlijken schotel sprinkhanen voor. Men vond die
+insecten, na ze van kop, pooten en vleugels ontdaan te hebben even
+lekker als zeegarnalen, en John Murray, die er eenige honderden opat,
+beval den lieden van hun gevolg er een grooten voorraad van op te
+doen. Men behoefde slechts te bukken om ze op te rapen!
+
+Toen de nacht gekomen was, ging ieder naar zijn gewoon verblijf,
+maar de wagens waren aan die algemeene overstelping van insecten
+niet ontsnapt; het was onmogelijk er in te komen zonder ontelbare
+dieren stuk te trappen. Het slapen onder deze omstandigheden was niet
+zeer aangenaam. Omdat de hemel helder was, en de sterren prachtig
+schitterden, brachten de drie sterrekundigen den nacht door met het
+meten van sterrehoogten. Dit was zeker beter dan tot in den hals
+in zulk een bed van sprinkhanen te zakken. Hoe zouden bovendien de
+Europeanen een oogenblik hebben kunnen slapen, terwijl vlakten en
+bosschen weergalmden van het gehuil van wilde dieren, die van alle
+kanten kwamen om aan de sprinkhanen te smullen!
+
+Den volgenden morgen kwam de zon helder op, en begon haar loopbaan
+aan den schitterenden hemel, zoodat het zeer warm beloofde te
+worden. Weldra hadden de zonnestralen de warmte zeer doen toenemen,
+en een dof geraas van vleugels liet zich hooren in het midden van
+de massa sprinkhanen, die zich gereed maakten verder te vliegen, en
+elders hunne verwoestingen aan te richten. Tegen acht uren 's morgens
+was het alsof een groot zeil zich aan den hemel ontplooide en het
+zonnelicht verduisterde. De geheele streek was in duisternis gehuld
+en men zou gedacht hebben dat de avond weder gevallen was. Toen de
+wind aanwakkerde, zette de groote zwerm zich in beweging. Gedurende
+twee uren ging hij met een oorverdoovend geweld over de in duisternis
+gehulde legerplaats heen, en verdween eindelijk aan den westelijken
+gezichteinder.
+
+Doch toen het zonlicht weder te voorschijn trad, kon men zien dat de
+voorspelling van Mokum geheel bewaarheid was; geen blad meer aan de
+boomen, geen grasscheut meer op het veld; alles was vernietigd; de
+grond was geel en zandig. De kale takken vertoonden zich als spoken,
+het was alsof de winter met de snelheid eener tooneelverandering op
+den zomer gevolgd was! Het was een woestijn, het bloeiende der streek
+was geheel verdwenen!
+
+En men kon op die vraatzuchtige sprinkhanen het oostersche spreekwoord
+toepassen, dat door den plunderzieken geest der Turken bewaarheid
+wordt: daar, waar de Turk overheen is getrokken, groeit geen gras
+meer en zoo ook hier: het gras groeit niet meer op de plaats waar de
+sprinkhanen zijn neergevallen!
+
+
+
+
+
+
+
+XVIII.
+
+De woestijn.
+
+
+Het was inderdaad de woestijn, die zich nu voor de reizigers
+uitstrekte, en toen den 25sten December kolonel Everest en de zijnen,
+na het meten van een nieuwen graad van den meridiaan, en van hun
+achtenveertigsten driehoek, op de noordgrens der karrou kwamen,
+zagen zij geen onderscheid tusschen de streek, die zij verlieten
+en het dorre en verbrande land dat zij zouden doorreizen. De last-
+en trekdieren van de karavaan hadden veel te lijden door het gebrek
+aan gras; er was ook gebrek aan water; de laatste regendroppels waren
+in de poelen opgedroogd; die met klei en zand vermengde grond was ter
+bebouwing zeer ongeschikt. De gevallen regen sijpelt door het zand,
+en verdwijnt bijna geheel van den grond, die met zandsteen bedekt is
+en waarop geen vocht duren kan.
+
+Dit was een van die drooge streken, door welke dokter Livingstone
+gedurende zijne avontuurlijke tochten meermalen heentrok. Niet alléén
+was de grond, maar ook de lucht zóó droog, dat ijzeren voorwerpen, die
+in de openlucht bleven liggen, niet verroestten. Volgens het verhaal
+van den geleerden reiziger, waren de bladeren der boomen gerimpeld
+en slap; midden op den dag bleven de bladeren der mimosa's gesloten
+alsof het nacht was; de kevers en torren, die op den grond lagen,
+waren binnen weinige seconden dood; de bol van een thermometer, die
+drie decimeters diep in den grond gegraven werd, wees 134° Fahrenheit
+(56° C.)
+
+Evenals zekere streken van zuidelijk Afrika zich akelig dor en droog
+aan het oog van den beroemden reiziger voordeden, evenzoo vertoonde
+zich ook de bodem tusschen de karrou en het meer Ngami aan de blikken
+der Engelsche sterrekundigen. Hunne vermoeienis was groot, hun lijden
+onuitstaanbaar, vooral door het gebrek aan water. Dit gebrek hinderde
+nog veel erger de trekdieren, die ter nauwernood zich met het weinige
+drooge en bestoven gras konden voeden. Bovendien was deze uitgestrekte
+streek eene woestijn, niet alleen door hare droogte, maar ook omdat er
+zich geen enkel levend wezen in waagde. De vogels waren over de Zambese
+gevlucht om er boomen en bloemen te vinden. Wilde dieren waagden zich
+niet op deze vlakte die hun geen voedsel aanbood. Gedurende de eerste
+helft van Januari zagen de jagers van de karavaan slechts twee of drie
+paren van die antilopen, die verscheidene weken zonder drinken kunnen
+leven; het waren onder anderen van die soort, welke John Murray zoo
+hadden teleurgesteld, en caäma's met zachte oogen en aschgrauwe huid
+met gele vlekken; deze laatste waren onschuldige dieren, zeer gezocht
+om het lekkere vleesch, die dorre vlakten schenen te verkiezen boven
+de weilanden van vruchtbare streken.
+
+Door het dagelijksch voorttrekken onder de gloeiend heete zon,
+in een atmosfeer die geen zweem van vocht bevatte, door hunne in
+eene onuitstaanbaar hooge temperatuur dag en nacht voortgezette
+geodesische werkzaamheden, werden de astronomen al meer en meer
+afgemat. Hun watervoorraad, die in vaatjes bewaard werd, begon te
+verminderen. Zij hadden zich reeds op rantsoen gesteld, en leden
+daardoor veel. Evenwel waren hun ijver en hun moed zóó groot,
+dat zij moeite en gebrek verachtten en geen enkel onderdeel van
+hun uitgebreiden en nauwkeurigen arbeid verwaarloosden. Den 25sten
+Januari was een zevende gedeelte van den meridiaan, dat een nieuwen
+graad omvatte, berekend door middel van negen nieuwe driehoeken,
+waardoor het getal tot nog toe berekende driehoeken tot zevenenvijftig
+geklommen was. De astronomen hadden nog slechts een gedeelte van de
+woestijn door te trekken, en volgens de meening van den Boschjesman
+moesten zij vóór het einde van Januari het meer Ngami bereiken. De
+kolonel en zijne makkers konden voor zich zelven best instaan, en
+het zóólang uithouden.
+
+Maar de mannen van het geleide, de Boschjesmannen, die door dezen
+ijver niet werden aangezet, huurlingen, wier belang niets te maken
+had met het wetenschappelijk doel der onderneming, inboorlingen,
+die niet bijzonder geneigd waren verder voort te trekken, deze waren
+slecht bestand tegen de vermoeienissen van den tocht. Zij hadden veel
+te lijden door gebrek aan water. Reeds had men eenige door honger
+en dorst uitgeputte lastdieren achter moeten laten, en het was te
+vreezen dat dit getal dagelijks zou toenemen. Met de afmatting namen
+gemor en verwijten ook toe. De taak van Mokum werd zeer moeilijk en
+zijn invloed nam merkbaar af.
+
+Weldra was het duidelijk dat het gebrek aan water een onoverkomelijke
+hinderpaal worden zou, dat men niet verder noordwaarts trekken moest,
+maar links of rechts van den meridiaan achteruitgaan, op het gevaar af
+van de Russische astronomen te ontmoeten, om op die wijze de dorpen te
+bereiken, die in minder dorre streken op den weg van David Livingstone
+gevonden werden.
+
+Den 15den Februari deelde de Boschjesman aan den kolonel mede, dat
+de moeilijkheden waartegen men te vergeefs worstelde voortdurend
+toenamen. De wagenleiders weigerden reeds hem te gehoorzamen. Elken
+morgen waren het bij het opbreken der legerplaats tooneelen van verzet,
+waaraan de meeste inboorlingen deelnamen. Het is zeker dat deze
+ongelukkigen, door hitte afgemat en door dorst gekweld er werkelijk
+ellendig aan toe waren. Bovendien wilden ossen en paarden, die zeer
+slecht en karig voêr en bijna geen water kregen, niet meer voort.
+
+De kolonel was zich den toestand volkomen bewust. Maar hardvochtig voor
+zich zelven, was hij het ook voor anderen. Hij wilde de driehoeksmeting
+op geenerleiwijze schorsen en verklaarde, dat al was hij alléén, hij
+vooruit zou trekken. Overigens spraken zijne ambtgenooten evenals hij,
+en zij waren gereed hem te volgen, hoe ver hij ook gaan wilde.
+
+Door nieuwe pogingen verkreeg de Boschjesman van de inboorlingen,
+dat zij hem nog eenigen tijd zouden volgen. Volgens zijne
+meening was de karavaan niet meer dan vijf of zes dagen van het
+Ngami-meer verwijderd. Dáár zouden ossen en paarden versche weiden
+en schaduwrijke bosschen vinden, dáár zouden de mannen een geheel
+meer van zoet water ontmoeten om zich te verfrisschen. Mokum wees
+de voornaamste Boschjesmannen op dit vooruitzicht. Hij bewees hen
+dat om levensvoorraad te krijgen, het beste was naar het noorden te
+trekken. Inderdaad, als men westwaarts ging, dan was zulks in het
+wilde voorttrekken; achterwaarts zou men weder in de karrou komen,
+waar alle beken thans wel uitgedroogd zouden zijn. Eindelijk lieten
+de inlanders zich door al deze redenen en verzoeken overhalen, en de
+bijna uitgeputte karavaan hernam haar tocht naar het meer Ngami.
+
+Gelukkig werden de geodesische opmetingen in deze uitgestrekte vlakte
+door middel van palen en andere seinen gemakkelijk volbracht. Om
+tijd te winnen werkten de astronomen dag en nacht; door het licht van
+electrische lampen geleid, konden zij de hoeken op de nauwkeurigste
+wijze meten.
+
+Het werk ging dus met eenheid en orde voort, en het net van driehoeken
+werd hoe langer hoe grooter. Den 16den Januari meende de karavaan
+een oogenblik dat zij eindelijk water in overvloed zoude krijgen;
+men zag namelijk aan den gezichteinder een meertje van een paar
+kilometers breed. Men kan begrijpen dat deze tijding met groote
+vreugde begroet werd; de geheele karavaan trok zoo snel mogelijk in
+de aangewezen richting voort naar eene vrij uitgestrekte watervlakte,
+die in de zonnestralen schitterde.
+
+Tegen vijf uren 's avonds bereikte men het meer. Eenige paarden rukten
+zich van hunne geleiders los en galoppeerden naar het zoozeer begeerde
+water. Zij roken het, zij ademden het in, en weldra kon men zien dat
+zij er tot aan de borst toe insprongen. Doch de dieren kwamen spoedig
+weder op den oever. Zij hadden hun dorst niet kunnen lesschen, en
+toen de Boschjesmannen er bij kwamen vonden zij het water met zooveel
+zoutdeelen bezwangerd, dat zij het niet konden drinken.
+
+De teleurstelling, men kan bijna zeggen, de wanhoop was groot. Niets
+is wreeder dan bedrogen verwachting! Mokum meende dat men nu de hoop
+moest opgeven om de inlanders nog verder te voeren. Het was gelukkig
+voor de toekomst der onderneming, dat de karavaan zich dichter bij
+het meer Ngami en de zijtakken van de Zambese bevond, dan bij eenige
+andere streek waar drinkbaar water te vinden was. Aller behoud hing
+dus van hunne voorwaartsche beweging af. In vier dagen zou de karavaan
+aan de oevers van het meer zijn, als de geodesische opmetingen door
+niets vertraagd werden.
+
+Men vertrok weder. De kolonel maakte van de gesteldheid van den
+grond gebruik, en mat driehoeken van zulke groote afmeting, dat het
+plaatsen van seinpalen daardoor minder dikwijls noodig was. Daar
+men vooral gedurende heldere nachten werkte, konden de lichtsignalen
+bijzonder goed gezien, en met den theodoliet of met den cirkel van
+Borda hoogst nauwkeurig opgenomen worden. Hierdoor won men tegelijk
+tijd en krachten uit. Maar dat is zeker dat het voor die moedige en
+met wetenschappelijken ijver bezielde geleerden, voor de inlanders,
+die onder een vreeselijk klimaat van dorst bijna omkwamen, en voor
+de lastdieren, die de karavaan met zich voerde, hoog tijd werd het
+meer te bereiken. Geen levend wezen zou onder zulke omstandigheden
+den tocht nog veertien dagen hebben volgehouden.
+
+Den 21sten Januari begon de vlakke bodem eenigszins te veranderen;
+hij werd hobbelig en oneffen. Tegen tien uren 's morgens zag men in
+het noordwesten op een afstand van ongeveer vijftien kilometers een
+heuvel van 5 of 600 voet. Het was de berg Scorzef.
+
+De Boschjesman keek nauwkeurig om zich heen, nam de plaats op, en
+zeide naar het noorden wijzende:
+
+»Daar is het meer!"
+
+»Ngami, Ngami!" juichten de inlanders, en gaven luidruchtige teekenen
+van vreugde.
+
+De Boschjesmannen wilden voorwaarts en den afstand die hen nog van
+het meer scheidde, in één ren doorloopen. Maar het gelukte den jager
+ze tegen te houden, daar hij hen deed opmerken dat het in eene door
+Makololo's onveilig gemaakte streek van belang was bij elkander
+te blijven.
+
+Daar de kolonel de aankomst van zijn kleinen troep aan het
+Ngami-meer wilde bespoedigen, besloot hij het station, waar hij zich
+bevond, onmiddellijk met den Scorzef door een enkelen driehoek te
+verbinden. Men kon den zeer steilen bergtop gemakkelijk zien, en deze
+was dus zeer geschikt voor eene waarneming; men behoefde derhalve
+den nacht niet af te wachten, en het was onnoodig eene afdeeling
+matrozen en inlanders vooruit te zenden om een licht op den Scorzef
+te ontsteken.
+
+De instrumenten werden dus gesteld, en om grooter nauwkeurigheid
+te verkrijgen, mat men op dit station nogmaals den tophoek van den
+laatsten meer zuidwaarts gemeten driehoek.
+
+Mokum was zeer verlangend den oever van het meer te bereiken, en
+had daarom slechts eene voorloopige legerplaats laten opslaan. Hij
+hoopte vóór den nacht het zoo zeer begeerde meer bereikt te hebben,
+maar hij verzuimde daarom geen der gewone voorzorgsmaatregelen,
+en liet den omtrek door eenige ruiters onderzoeken. Rechts en links
+verhief zich een kreupelbosch, dat men voorzichtigheidshalve moest
+verkennen. Sedert de antilopenjacht had men evenwel geen spoor van
+Makololo's gezien, en deze schenen het opgegeven te hebben de karavaan
+te bespieden. Toch wilde de wantrouwende Boschjesman op zijne hoede
+en op alle gebeurtenissen verdacht zijn. Terwijl de jager aldus wacht
+hield, hielden de astronomen zich bezig met een nieuwen driehoek te
+meten. Volgens de opmetingen van William Emery zou deze driehoek hen
+bij den twintigsten parallel brengen, en dáár moest het uiteinde van
+den meridiaanboog zich bevinden, dien zij in dit gedeelte van Afrika
+waren komen opmeten. Nog slechts weinige opmetingen aan de overzijde
+van het meer, en waarschijnlijk zou dan het achtste gedeelte van den
+meridiaan gemeten zijn. Door middel van eene op den grond gemeten
+nieuwe basis, moest men dan de gedane opmetingen narekenen, en het
+werk zou afgeloopen zijn. Men begrijpt dus met welk een ijver zij
+bezield waren nu zij op het punt waren hun omvangrijken arbeid te
+zien eindigen.
+
+En hoe hadden de Russen nu gedurende dien tijd van hunne zijde
+gewerkt? Sedert zes maanden waren de leden der internationale commissie
+van elkander gescheiden; maar waar bevonden zich nu Mathieu Strux,
+Michel Zorn en Nikolaas Palander? Hadden zij zoovele vermoeienissen
+doorgestaan als hunne Engelsche ambtgenooten? Hadden zij ook geleden
+door gebrek aan water, en door de moordende hitte van dit klimaat? Was
+misschien de streek, waardoor hun weg geloopen had, en die aanmerkelijk
+dichter bij den weg van David Livingstone gelegen was, minder droog
+en dor geweest? Misschien, want noordwaarts van Kolobeng bevonden
+zich rechts van den meridiaan dorpen als Schokuané, Schoschong en
+andere, waar de Russische karavaan zich van levensmiddelen had kunnen
+voorzien. Maar was het ook niet te vreezen dat in deze minder woeste
+en bij gevolg meer door roovers bezochte streken de kleine troep
+van Mathieu Strux vele gevaren geloopen had? Nu de Makololo's de
+vervolging van de Engelschen schenen te hebben opgegeven, moest men
+misschien daaruit het besluit trekken, dat zij de Russen vervolgden.
+
+De kolonel, die altijd in zijn arbeid verdiept was, dacht niet meer
+aan die dingen of wilde zulks misschien niet, doch Murray en Emery
+spraken dikwijls over het lot van hunne vroegere makkers. Zouden
+zij hen ooit terug zien? Zouden de Russen in hunne onderneming
+slagen? Zouden zij hetzelfde wiskundig resultaat verkrijgen, dat
+is te zeggen, zou de waarde van een lengtegraad in dit gedeelte van
+Afrika voor beide commissiën dezelfde zijn, nu zij tegelijktertijd,
+maar elk afzonderlijk, een net van driehoeken gemeten hadden? En dan
+dacht Emery aan zijn vriend, wiens scheiding hem zooveel verdriet
+had gedaan, en die, dat wist hij, hem ook wel nimmer vergeten zou.
+
+Ondertusschen was het meten der hoeksafstanden begonnen. Om den hoek
+te verkrijgen, welks top gelegen was aan het station, waar men zich
+bevond, moest men het oog richten op twee signalen, van welke het een
+gevormd werd door den top van den Scorzef. Voor het andere signaal
+links van den meridiaan koos men een steil heuveltje dat slechts op
+vier kilometers afstands lag. Men bepaalde er de richting van door
+een der kijkers van den repetitie-cirkel.
+
+Zooals gezegd is, was de Scorzef betrekkelijk ver verwijderd; maar de
+astronomen hadden geene keuze, daar deze berg de eenige uitstekende
+punt in deze geheele streek was. Er verhief zich inderdaad geene andere
+hoogte in het noorden of westen, evenmin aan de overzijde van het
+meer Ngami, dat men nog niet eens zien kon. De afstand van den Scorzef
+zoude de waarnemers noodzaken zich vrij ver aan de rechterzijde van den
+meridiaan te begeven, maar na rijp beraad begrepen zij anders te kunnen
+doen. Derhalve richtte men het oog nauwkeurig op den eenzaam staanden
+bergtop en de afwijking der beide kijkers van den repetitiecirkel,
+waardoor men de waarneming deed, gaf de wijdte van den hoek, dien men
+aan het station meten wilde en waarvan de beenen door den Scorzef en
+het heuveltje werden aangewezen. Om met nog grooter nauwkeurigheid
+te werken, herhaalde de kolonel zijne berekening twintig malen, door
+zijne kijkers evenveel malen op den repetitiecirkel te verplaatsen;
+op deze wijze deelde hij de fouten, die mogelijk bij het aflezen
+begaan waren, door twintig, en verkreeg zóó de grootte van den hoek
+met volkomen juistheid.
+
+Niettegenstaande het ongeduld der inlanders werden deze verschillende
+waarnemingen door den kalmen Everest met dezelfde zorg gedaan alsof
+hij op het observatorium te Cambridge zat. De geheele 21ste Februari
+ging op die wijze voorbij, en het was eerst bij het vallen van den
+avond tegen half zes dat het aflezen der graden moeilijk werd, waarom
+de kolonel zijne waarnemingen moest eindigen.
+
+»Ik ben tot uw dienst, Mokum," zeide hij toen tot den Boschjesman.
+
+»Het is niet al te vroeg meer, kolonel," antwoordde Mokum, »en ik
+vind het jammer dat u uw werk niet voor het vallen van den nacht hebt
+kunnen afkrijgen, want dan zouden wij getracht hebben ons kamp aan
+den oever van het meer over te brengen."
+
+»Maar wie belet ons nog te vertrekken?" vroeg Everest. »Een afstand
+van vijftien kilometers, zelfs in de duisternis kan ons toch niet
+afschrikken? De weg loopt rechtuit, altijd door de vlakte, en wij
+behoeven niet bang te zijn om te verdwalen."
+
+»Ja .... inderdaad ...." antwoordde de Boschjesman, die bij zich
+zelven scheen te overleggen, »misschien kunnen wij het wagen, hoewel ik
+liever bij klaarlichten dag door deze streek zou getrokken zijn! Onze
+manschappen willen gaarne vooruit en naar het zoete water van het meer,
+wij zullen dus vertrekken, kolonel."
+
+»Zooals gij wilt, Mokum!" hernam de kolonel.
+
+Toen allen het plan hadden goedgekeurd, werden de ossen voor de wagens
+gespannen, de paarden bestegen, de instrumenten weder ingepakt, en
+toen de Boschjesman om zeven uren het sein tot vertrekken gaf, toog
+de karavaan, door den dorst geprikkeld, naar het meer Ngami op weg.
+
+Uit een zeker instinkt van veldontdekker had de Boschjesman de drie
+Europeanen verzocht hunne geweren mede te nemen en zich van amunitie
+te voorzien. Hij zelf droeg de buks, die Murray hem geschonken had,
+en had een genoegzamen voorraad patronen in de tasch.
+
+Men ging op weg; het was stikdonker. Dikke wolken bedekten den hemel;
+evenwel was de lucht aan den gezichteinder vrij van wolken. Mokum, die
+zeer scherp zag, keek goed rond; eenige woorden door hem tegen Murray
+gezegd, bewezen dezen, dat de Boschjesman de streek als niet zeer
+veilig beschouwde; hij was dus van zijn kant ook op alles voorbereid.
+
+De karavaan trok aldus gedurende drie uren in noordelijke richting
+voort, maar had veel van afmatting en dorst te lijden, zoodat de reis
+niet snel ging. Men moest de achterblijvers dikwijls inwachten. Men
+vorderde slechts drie kilometers in het uur, en tegen tien uren
+'s avonds was de kleine bende nog zes kilometers van het meer
+verwijderd. De beesten hijgden en konden door de drukkende hitte
+nauwelijks ademhalen. De dampkring was zoo droog, dat de gevoeligste
+vochtmeter er waarschijnlijk geen greintje vocht in zou gevonden
+hebben.
+
+Niettegenstaande de vermaningen van den Boschjesman, bleef de karavaan
+niet bij elkander; menschen en dieren vormden eene lange rij; eenige
+ossen, die geheel uitgeput waren, vielen op den grond neder. Ruiters
+zonder paarden sleepten zich met moeite voort en het zou aan de
+kleinste bende inlanders gemakkelijk gevallen zijn ze allen op te
+lichten. Mokum spaarde in zijn ongerustheid woorden noch daden;
+hij ging van den een naar den ander, trachtte te vergeefs de orde
+te herstellen, en zonder dat hij het bemerkt had, ontbrak reeds een
+gedeelte zijner manschappen.
+
+Om elf uren waren de drie voorste wagens nog slechts op drie kilometers
+van den Scorzef. Niettegenstaande de duisternis, kon men den alleen
+staanden berg vrij duidelijk zien, daar hij zich als eene reusachtige
+piramide verhief. Hij scheen door de duisternis nog dubbel zoo hoog
+als hij werkelijk was. Als Mokum zich niet bedroog, moest het meer
+zich achter die hoogte bevinden; men behoefde dus slechts om den berg
+heen te trekken om langs den kortsten weg deze watervlakte te bereiken.
+
+De Boschjesman stelde zich aan het hoofd der karavaan met de drie
+Europeanen, en hij wilde juist een weinig links aftrekken toen
+hij plotseling staan bleef op het hooren van zeer duidelijke, doch
+verwijderde schoten.
+
+De Engelschen hielden aanstonds hunne paarden in; zij luisterden
+met gemakkelijk te begrijpen angst. In een land, waar inlanders
+zich slechts van lansen en pijlen bedienen, moesten geweerschoten
+verwondering en angst verwekken.
+
+»Wat is dat?" vroeg de kolonel.
+
+»Geweerschoten!" antwoordde John Murray.
+
+»Geweerschoten?" riep Everest, »en in welke richting?"
+
+»Er worden geweerschoten op den top van den Scorzef gelost,"
+antwoordde Mokum. »Ik zie de flikkering van die schoten in de
+duisternis; men is daar aan het vechten! Het zijn zeker Makololo's,
+die daar Europeanen aanvallen."
+
+»Europeanen!" zeide William Emery.
+
+»Ja, mijnheer," antwoordde Mokum. »Die luidruchtige schoten kunnen
+slechts door Europeesche geweren gelost worden, en ik zou haast zeggen
+dat het juistheidswapenen zijn."
+
+»Zouden daar dan Europeanen zijn?..."
+
+De kolonel viel hem echter in de rede, en riep: »Mijne heeren, wie
+die Europeanen ook zijn mogen, wij moeten hun te hulp snellen!"
+
+»Ja, ja, zeker!" riep Emery, wiens hart als toegeknepen werd.
+
+Voordat hij op den berg aantrok, wilde de Boschjesman eerst zijne
+kleine bende voor de laatste maal verzamelen, daar een troep
+plunderaars hen anders onverwacht zou kunnen overvallen. Toen de
+jager evenwel naar de achterhoede reed, was de karavaan uit elkander
+gestoven, de paarden afgespannen, de wagens verlaten, en reeds
+vluchtten eenige mannen als schimmen naar het zuiden over de vlakte.
+
+»Die lafaards!" riep Mokum: »Dorst, vermoeienis, alles vergeten zij
+om te vluchten!" Zich daarop naar de Engelschen en hunne dappere
+matrozen wendende, zeide hij: »Komaan, vooruit dan maar!"
+
+De Europeanen snelden daarop met den jager in noordelijke richting en
+zetten hunne uitgeputte paarden zooveel mogelijk aan. Twintig minuten
+daarna hoorde men duidelijk het krijgsgeschreeuw der Makololo's. Men
+kon nog niet nagaan hoe groot hun aantal was. Die inlandsche roovers
+deden waarschijnlijk een aanval op den Scorzef van welks top het
+geweervuur flikkerde. Men zag geheele benden naar den top klimmen.
+
+Weldra waren de kolonel en zijne makkers in de onmiddellijke nabijheid
+der aanvallers; zij stegen van hunne uitgeputte paarden en vuurden
+onder een vreeselijk hoerah, dat de belegerden moesten kunnen hooren,
+hunne geweren op de menigte inboorlingen af. Toen zij de snel op
+elkander volgende schoten van de achterladers hoorden, meenden de
+Makololo's dat zij door eene groote bende werden aangevallen. Deze
+plotselinge aanval verraste hen, en zij trokken terug voordat zij
+van hunne pijlen en lansen gebruik hadden gemaakt.
+
+Zonder een oogenblik te verliezen, laadden en schoten de Engelschen
+zonder ophouden, en wierpen zich op den troep plunderaars. Reeds
+lagen een vijftiental lijken op den grond. De Makololo's stoven uit
+elkander; de Europeanen drongen in de gemaakte opening door, en de
+meest nabijzijnde inlanders omverwerpende, trokken zij achterwaarts
+tegen de helling van den berg op. In tien minuten hadden zij den top
+bereikt, die in de duisternis bijna onzichtbaar was. De belegerden
+hadden intusschen het vuren gestaakt, uit vrees dat zij hen konden
+treffen, die hun zoo onverwachts te hulp kwamen. En die belegerden
+waren de Russen! Zij waren daar allen, Mathieu Strux, Nikolaas
+Palander, Michel Zorn en hunne vijf matrozen. Doch van de inlanders,
+die vroeger hunne karavaan vormden, was niemand anders dan de trouwe
+gids over. Die ellendige Boschjesmannen hadden ook hen op het oogenblik
+des gevaars verlaten.
+
+Toen de kolonel verscheen, sprong Mathieu Strux boven van het kleine
+muurtje, dat den top van den Scorzef omringde.
+
+»Gij mijne heeren Engelschen!" riep de astronoom van Pulkowa.
+
+»Wij zelve, mijne heeren Russen," antwoordde de kolonel op ernstigen
+toon. »Maar hier zijn geen Russen of Engelschen! Er zijn slechts
+Europeanen vereenigd om zich te verdedigen!"
+
+
+
+
+
+
+
+XIX.
+
+Meten of sterven.
+
+
+De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover
+die Makololo's en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en
+Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot
+gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte
+alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover
+den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te
+voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen
+gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een
+handdruk bekrachtigd.
+
+Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water
+uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene
+kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den
+top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert
+hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden
+de matrozen de Makololo's in het oog, die hun eenige rust gaven.
+
+Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van
+hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan
+deed verschijnen. De Scorzef was ongeveer halfweg tusschen de beide
+meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan
+den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Het was dus zeer
+natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige
+hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche
+en Russische meridianen eindigden op twee vrij ver van elkander
+verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers
+de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met
+elkander verbinden.
+
+Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen
+volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder
+ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen
+had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein,
+dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De
+Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden
+gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er
+was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er
+eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen
+voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en
+daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door 's nachts
+vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen
+verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van
+die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij
+ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot
+klagen gehad. Den 20sten Februari bereikten de Russen den Scorzef,
+en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo's
+ten getale van drie- of vierhonderd in de vlakte verschenen. De
+verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten
+de Russen aan zich zelven over. De Makololo's begonnen de wagens, die
+aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de
+instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien
+was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der
+plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij
+te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen
+de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat
+men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de
+helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval,
+dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo's misschien tot aan de
+schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.
+
+Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel
+Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar
+het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan,
+den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die
+men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun
+vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.
+
+De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De
+Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht
+gehouden. De Makololo's vernieuwden den aanval niet; maar eenige
+vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd
+op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.
+
+Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken
+van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te
+laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk
+de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den
+gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig
+zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des
+bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders
+door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken
+wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk,
+dat de Makololo's de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds
+hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het
+materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun
+zonder twijfel niet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben,
+wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de
+kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.
+
+Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische
+geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een
+bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop
+van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging
+van den Scorzef bepalen.
+
+De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd
+door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan de karrou uitstrekte; ten
+oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In
+het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de
+heuvels, die het vruchtbare land der Makololo's begrenzen, en welks
+hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van
+het meer Ngami ligt.
+
+In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele
+andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste
+steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten,
+die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene
+uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost-
+en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het
+de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting
+zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het
+niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde
+scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen,
+weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even
+rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl
+geheel in het noorden, maar op minstens tachtig kilometers afstand,
+eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene
+schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend
+bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en
+groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare
+zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht
+de onmetelijke slagader genoemd worden, die voor zuidelijk Afrika is
+wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.
+
+Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen
+ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van
+het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden
+van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is
+zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk
+glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot
+voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben,
+en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het
+achter de muren der verlaten schans wel uithouden.
+
+Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien
+berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van
+dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende:
+de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door
+ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en
+neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende
+vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de
+Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den
+slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen
+eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist
+langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het
+westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen
+der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar
+hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling
+versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars,
+want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden
+weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw
+te verhandelen.
+
+Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in
+verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag
+die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzef behoefde niet
+meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen
+in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den
+vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de
+koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met
+kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein
+houten koepeltje uitstak, dat door den afstand verkleind, tot mikpunt
+voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen
+ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor
+de Europeanen aan. Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren,
+en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en
+matrozen het tegen een geheel leger Makololo's uithouden, zoolang
+zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen
+geodesischen arbeid ten einde brengen.
+
+De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist,
+die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot
+vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van
+dezen wagen niet meester gemaakt.
+
+Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond
+juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de
+schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende
+twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die
+daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.
+
+Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was,
+vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat,
+terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.
+
+Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet
+op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in
+'t midden bracht:
+
+»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk
+niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor
+twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen
+in de schans te blijven? Kunnen wij haar niet vandaag of morgen
+verlaten? Wie belet het ons? De Makololo's? Maar zij loopen voor
+zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de
+stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van
+het meer neder te zetten."
+
+Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman
+aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen
+van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan
+niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet
+opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de
+helden der wetenschap zijn moesten.
+
+John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den
+Boschjesman:
+
+»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht."
+
+»Welke taak?"
+
+»Het meten van den meridiaan!"
+
+»Denkt gij dan," hernam de jager, »dat die Makololo's wat om uw
+meridiaan geven?"
+
+»Het is mogelijk dat zij er niets om geven," hernam John Murray,
+»maar wij geven er om, wij zullen deze onderneming niet in den steek
+laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?"
+
+»Zoo denken wij er ook over," antwoordde de kolonel, die uit aller naam
+sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld
+werden. »Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang
+één van ons zal overblijven, zoolang één onzer nog door een kijker
+zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als
+'t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere
+hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten
+ademtocht volhouden."
+
+»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!" riepen deze moedige
+geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman
+keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had
+het begrepen.
+
+Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar
+zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed
+station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu
+Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den
+Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.
+
+»Mijne heeren," zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig
+zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet
+onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten
+noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het
+bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen,
+die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten
+noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer
+Ngami in schuine richting zal snijden."
+
+»Welnu," zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit
+dan de moeilijkheid?"
+
+»De moeilijkheid," antwoordde Mathieu Strux, »zit in den afstand,
+die den Scorzef van dien bergtop scheidt!"
+
+»Hoe groot is die afstand?" vroeg Everest.
+
+»Ten minste honderdtwintig kilometers."
+
+»Onze kijker zal dien afstand overschrijden."
+
+»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken."
+
+»Dat zal gebeuren."
+
+»Dat vuur moet daar worden heen gebracht."
+
+»Dat zal ook gebeuren."
+
+»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo's moeten
+verdedigen," voegde de Boschjesman er bij.
+
+»Dit zal ook geschieden."
+
+»Mijne heeren," zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles
+doen wat gij mij zult opdragen...."
+
+Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan
+de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing. Met dezelfde
+gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten
+de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van
+het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had
+uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel,
+die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich
+tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand,
+zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen
+worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar
+die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef
+en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar
+geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de
+eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige
+station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten
+einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten
+parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming,
+en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten
+te overwinnen.
+
+Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest
+men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel
+Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd
+aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij
+zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.
+
+Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking
+blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich
+met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om
+het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te
+vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige
+uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar
+eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.
+
+Om acht uren 's avonds had men de instrumenten, de electrieke
+lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot
+geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den
+zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en
+de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn
+op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van
+den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery
+evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.
+
+Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers
+de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een
+Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.
+
+Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichte boot gleed
+door de kracht der riemen stil over het water van het meer.
+
+
+
+
+
+
+
+XX.
+
+Acht dagen op den top van den Scorzef.
+
+
+Niet zonder beklemming des harten, hadden de astronomen gezien dat
+hunne jeugdige ambtgenooten zich verwijderden. Welke moeiten, welke
+gevaren stonden dezen moedigen jongen lieden te wachten midden in
+eene onbekende streek, door welke zij nog ongeveer honderd kilometers
+moesten afleggen! De Boschjesman stelde hunne vrienden evenwel gerust
+door den moed en de bekwaamheid van den geleider te roemen. Bovendien
+mocht men veronderstellen dat de Makololo's, die al te zeer om den
+Scorzef bezig waren, geen plundertochten ten noorden van het meer
+zouden ondernemen. Mokum meende, en zijn oordeel bedroog hem niet,
+dat de kolonel en zijn makkers aan veel grooter gevaar in de schans
+waren blootgesteld, dan de jonge astronomen op hun tocht naar het
+noorden. De matrozen en de Boschjesman hielden 's nachts beurtelings de
+wacht. De duisternis toch moest de vijandige voornemens der inlanders
+begunstigen. Maar dat kruipende gedierte, zooals Mokum ze noemde,
+waagde zich nog niet op de helling van den berg. Misschien wachtten
+zij versterking om den berg van alle zijden te gelijk aan te vallen
+en door hun groot getal den tegenstand der belegerden te verzwakken.
+
+De jager had zich in zijne gissing niet bedrogen, en toen de dag weder
+aanbrak, kon de kolonel zien dat het getal der Makololo's aanzienlijk
+was toegenomen. Hun kamp, dat met bekwaamheid was ingericht,
+omringde den voet van den Scorzef en maakte de vlucht door de vlakte
+onmogelijk. Gelukkig kon het meer niet bewaakt worden, en zoo noodig
+zou de terugtocht zonder onvoorziene omstandigheden altijd over het
+water kunnen plaats hebben. Maar er was nog geen sprake van vlucht. De
+Europeanen bezetten een wetenschappelijken post, een eerepost, dien
+zij niet dachten te verlaten. In dat opzicht heerschte tusschen hen
+volkomen overeenstemming. Er bestond zelfs geen zweem meer van eenige
+persoonlijke veete tusschen den kolonel en Mathieu Strux. Nimmer was
+er sprake van den oorlog, die op dat tijdstip tusschen Engeland en
+Rusland gevoerd werd; er werd zelfs geene zinspeling op gemaakt. De
+beide geleerden gingen op hetzelfde doel af; beiden wilden tot eene
+uitkomst geraken, die voor beide natiën even nuttig was, en hun
+wetenschappelijken arbeid tot een goed einde brengen.
+
+Terwijl zij het oogenblik afwachtten waarop de lantaarn op den top
+van den Volquiria zou schitteren, hielden de beide astronomen zich
+bezig met den vorigen driehoek te berekenen. Deze arbeid, die daarin
+bestond dat men de beide laatste stations van de Engelsche opname
+door den dubbelen kijker waarnam, werd zonder moeilijkheid volbracht,
+en den uitslag er van door Nikolaas Palander opgeteekend. Toen dat
+gedaan was, kwam men overeen gedurende de volgende nachten talrijke
+sterren waar te nemen, zoodat men met de grootste juistheid de breedte
+van den Scorzef berekenen kon.
+
+Bovendien moest er eene zeer belangrijke vraag beslist worden,
+en Mokum werd natuurlijk geroepen om in deze omstandigheid zijne
+meening te zeggen. In hoeveel tijd minstens konden Zorn en Emery
+de bergketen bereiken, die het meer Ngami ten noorden begrensde,
+en wier voornaamste bergtop tot hoekpunt van den laatsten driehoek
+dienen moest? De Boschjesman schatte op niet minder dan vijf dagen
+den tijd, die noodig was om dit punt te bereiken. Het lag toch meer
+dan honderd kilometers van den Scorzef af. De kleine troep ging
+te voet, en als men de moeilijkheden in aanmerking nam, die zulk
+eene met bergstroomen doorsneden streek moest opleveren, dan waren
+vijf dagen nog een zeer kort tijdsverloop. Men nam dus hoogstens
+zes dagen aan, en naar die berekening regelde men het verbruik
+der levensmiddelen. Deze waren niet overvloedig voorhanden; men
+had er een gedeelte van moeten afstaan aan de vertrokken makkers,
+opdat deze daarmede zich konden voeden totdat zij zich door de jacht
+weder voedsel konden verschaffen. De levensmiddelen, die zich in de
+schans bevonden, waren niet meer dan voor twee dagen voldoende, als
+elkeen zijne gewone portie kreeg. Het waren eenige ponden beschuit,
+gedroogd vleesch en pemmican. Kolonel Everest besliste in overleg met
+zijne ambtgenooten, dat het dagelijksch rantsoen tot op een derde zou
+verminderd worden. Op die wijze kon men tot den zesden dag wachten of
+het licht verschijnen zou op de plek, waarop men voortdurend den kijker
+gericht had. De vier Europeanen, de zes matrozen en de Boschjesman,
+dus elf in het geheel, leden wel door die onvoldoende voeding, doch
+zij waren boven dergelijk lijden verheven.
+
+»Bovendien is het niet verboden te jagen," zeide John Murray tegen den
+Boschjesman. Deze schudde twijfelachtig het hoofd. Het scheen hem toe
+dat op dezen eenzamen berg het wild wel zeer zeldzaam zijn zou. Maar
+dit was daarom geene reden om aan zijn geweer rust te gunnen, en toen
+hij dit besluit genomen had ging Murray, terwijl zijne ambtgenooten
+bezig waren om de berekende metingen op het dubbele register van
+Nikolaas Palander over te brengen, met Mokum buiten de omheining der
+schans om den berg nauwkeurig op te nemen.
+
+De makololo's waren kalm onder aan den berg gelegerd, en schenen zich
+niet te willen haasten met een aanval. Misschien hadden zij het plan
+de belegerden door honger te dwingen!
+
+De Scorzef was spoedig opgenomen. De plaats waar de schans stond, was
+in hare grootste afmeting geen 250 meters breed. De grond was met dik
+gras en keisteenen bedekt, en hier en daar stonden eenige heesters,
+voornamelijk van lischbloemen. De flora op den Scorzef bestond uit
+erica's met roode bloemen en proteën met zilverkleurige bladeren. Op
+de helling, in de spleten door uitspringende rotsen gevormd,
+stonden tien voet hooge doornstruiken met trossen witte bloemen,
+die den geur van jasmijnen hadden, doch waarvan de Boschjesman den
+naam niet kende. (Waarschijnlijk was het de ardunia bispinosa). Na
+een uur rondgekeken te hebben, had de Engelschman nog geen enkel
+dier bespeurd. Evenwel vlogen eenige kleine vogels met donkerkleurige
+vleugels en roode bekjes uit de struiken op, en zeker zou deze geheele
+vogelschaar op het eerste geweerschot verdwenen zijn om nimmer terug
+te keeren. Men behoefde dus op geen wild te rekenen om de bezetting
+van leeftocht te voorzien.
+
+»Men zal ten minste altijd in het meer kunnen visschen," zeide John
+Murray, terwijl hij aan den noordelijken rand van den berg stilstond
+en de prachtige watervlakte beschouwde.
+
+»Zonder net of hengel visschen gaat even goed als vogels in de
+vlucht grijpen," zeide de Boschjesman. »Maar wij behoeven nog niet
+te wanhoopen. U weet dat het toeval ons reeds dikwijls gediend heeft,
+en ik denk dat dit nog wel eens zal gebeuren."
+
+»Het toeval!" hervatte Murray, »maar als God dit ten onzen
+dienste stelt, dan is het de beste verzorger van het menschelijke
+geslacht, dien ik ken! Er is geen zekerder dienaar, geen vernuftiger
+hofmeester! Het heeft ons met onze Russische vrienden vereenigd,
+en hen juist daarheen gevoerd, waar wij zelve wilden komen, en het
+zal ons met elkander wel zachtjes daarheen brengen, waar wij willen!"
+
+»En zal het ons voeden?" vroeg de Boschjesman.
+
+»Zeker, vriend Mokum," antwoordde Murray, »en daarmede zal het toeval
+slechts zijn plicht doen."
+
+De woorden van den Engelschman waren zeker geruststellend, maar de
+Boschjesman meende dat het toeval een dienaar was, die door zijne
+meesters een weinig geholpen moest worden, en hij legde bij zich
+zelven de belofte af dit des noods te doen.
+
+De dag van den 25sten Februari bracht geene verandering in den
+toestand der belegeraars en belegerden. De Makololo's bleven binnen
+hunne legerplaats; kudden ossen en schapen weidden aan den voet van
+den Scorzef op de landen, die door kleine beekjes vruchtbaar waren
+geworden. De geplunderde wagens waren in het kamp gebracht. Eenige
+vrouwen en kinderen, die de nomaden gevolgd waren, hielden zich met
+gewoon dagwerk bezig. Van tijd tot tijd kwam er een hoofdman, die
+herkenbaar was aan zijn kostbaren pels, op de helling van den berg
+en scheen naar een voetpad te zoeken, dat hem des te zekerder op
+den top brengen zou. Een bukskogel noodzaakte hem echter om spoedig
+naar de vlakte terug te keeren. Dan antwoordden de Makololo's met hun
+krijgsgeschreeuw, schoten eenige onschadelijke pijlen af, of dreigden
+met hunne lansen, en alles keerde tot de gewone rust terug.
+
+Den 26sten Februari waagden de inlanders eene meer ernstige poging,
+en beklommen ten getale van vijftig den berg aan drie kanten. De
+geheele bezetting kwam buiten de schans aan den voet van den wal. De
+Europeesche achterladers brachten in de rangen der Makololo's eenige
+verliezen te weeg. Vijf of zes van die plunderaars werden gedood,
+en de rest van de bende trok af. Evenwel was het duidelijk dat,
+hoe snel zij hunne geweren ook afschoten, de belegerden door het
+groote getal konden overrompeld worden. Als vele honderden Makololo's
+den berg tegelijk bestormden, zou het moeilijk zijn om hun van alle
+kanten weerstand te bieden. John Murray kwam toen op het denkbeeld om
+de voorzijde der schans te beschermen, door er de mitrailleuse, het
+voornaamste wapen der stoomboot, te plaatsen. Het was een uitstekend
+verdedigingsmiddel. De eenige moeilijkheid was om dit zware voorwerp
+langs die loodrechte en moeilijk te beklimmen rotsen naar boven te
+krijgen. Echter waren de matrozen van de Queen and Tzar zoo behendig,
+vlug, men zou zelfs zeggen stout, dat de vreeselijke mitrailleuse
+den 26sten in een schietgat van den muur geplaatst was. Dáár konden
+de vijfentwintig loopen, die waaiervormig uitstonden, de geheele
+voorzijde van de schans bestrijken. De inlanders zouden weldra kennis
+maken met dit moordtuig, dat de beschaafde natiën twintig jaar later
+als oorlogswapen in gebruik zouden nemen.
+
+Gedurende hunne gedwongen werkeloosheid op den Scorzef, hadden de
+astronomen elken nacht eenige sterrehoogten berekend. De heldere
+hemel en de zeer drooge atmosfeer stelden hen in staat uitmuntende
+waarnemingen te doen: Zij verkregen voor de breedte van den Scorzef 19°
+37' 18'' 265, dus tot op duizendste deelen van eene seconde, dat is te
+zeggen op een meter na. Het was onmogelijk de nauwkeurigheid verder
+te drijven. Deze uitkomst bevestigde hen in het denkbeeld, dat zij
+zich op minder dan een halven graad van het noordelijkste punt van hun
+meridiaan bevonden, en dat derhalve de driehoek, welks hoekpunt zij op
+den Volquiria wilden plaatsen, de rij hunner metingen zoude eindigen.
+
+De Makololo's herhaalden in den nacht van den 26sten op den 27sten
+Februari hun aanval niet. De laatste dag scheen voor de kleine
+bezetting geen einde te zullen nemen. Indien de omstandigheden
+den geleider hadden begunstigd, was het mogelijk dat hij met zijne
+makkers dien dag op den Volquiria was aangekomen; men moest dus den
+eerstvolgenden nacht den gezichteinder met de uiterste zorg in het
+oog houden, want het licht van den lantaarn kon verschijnen. Kolonel
+Everest en Mathieu Strux hadden den kijker reeds zóó op den bergtop
+gericht, dat deze juist in het veld van den kijker zichtbaar was. Deze
+voorzorg vereenvoudigde het onderzoek dat in de duisternis zeer
+moeilijk was, als men de strepen niet kon zien, die aanwezen tot
+hoever men den kijker moest uithalen. Indien het licht op den top van
+den Volquiria werd ontstoken, zou het aanstonds gezien kunnen worden
+en dan was de hoek bekend.
+
+Gedurende dien dag onderzocht Murray te vergeefs de heesters en het
+hooge gras. Hij kon geen enkel dier opjagen; de vogels zelfs, die in
+hunne schuilplaatsen verstoord waren, hadden aan de oevers van het meer
+een veiliger toevluchtsoord opgezocht. De eenzame jager was verdrietig,
+want nu jaagde hij niet voor zijn vermaak maar pro domo sua, als men
+ten minste die Latijnsche woorden op de maag van een Engelschman kan
+toepassen. Murray, wiens eetlust met geen derde rantsoen tevreden
+was, leed wezenlijk door den honger. Zijne ambtgenooten verdroegen
+dit gemakkelijker, hetzij hun maag minder behoefte had, hetzij zij
+op het voorbeeld van Nikolaas Palander een biefstuk konden vervangen
+door een of twee vergelijkingen van den tweeden graad. Wat de matrozen
+en den Boschjesman aangaat, zij hadden even grooten honger als John
+Murray. De kleine voorraad levensmiddelen raakte ten einde. Nog één
+dag, en al het voedsel zou verbruikt zijn, en wanneer de geleider
+tegenspoed op zijn tocht had gehad, dan zou de bezetting der schans
+spoedig tot het uiterste gebracht zijn.
+
+Den geheelen nacht van 27 op 28 Februari werd met waarnemingen
+doorgebracht. De kalme en heldere nacht begunstigde de astronomen, doch
+de gezichteinder bleef in diepe duisternis gehuld. Geen lichtschijnsel
+was daar zichtbaar; niets was in het veld van den kijker te zien. De
+kortste tijd, dien men gemeend had dat Zorn en Emery noodig hadden,
+was evenwel ter nauwernood voorbij. Hunne ambtgenooten konden zich
+dus slechts met geduld wapenen en wachten.
+
+Gedurende den 28sten Februari, at de kleine bezetting van den
+Scorzef haar laatste stuk vleesch en beschuit op. Maar de hoop van
+deze moedige geleerden verzwakte nog niet, en al moesten zij zich
+ook met gras voeden, zoo waren zij toch besloten om de plaats niet
+te verlaten vóór zij hun werk volbracht hadden.
+
+De nacht van 28 Februari op 1 Maart gaf hun nog geen uitkomst; eens
+of tweemaal meenden zij het licht te zien, maar na de waarneming bleek
+het dat het niets was dan eene ster, die even boven den gezichteinder
+verscheen.
+
+Gedurende den dag van den 1sten Maart at men niet. Waarschijnlijk waren
+de kolonel en zijne makkers sedert eenige dagen door de ongenoegzame
+voeding gewend aan onthouding en verdroegen dus gemakkelijker dan
+zij eerst gedacht hadden, den honger; doch indien de Voorzienigheid
+hun niet te hulp kwam, dan zouden zij den volgenden dag vreeselijk
+lijden. Den volgenden dag werden zij door de Voorzienigheid niet
+geholpen; geen enkel stuk wild kwam Murray voor het geweer, en toch
+konden de belegerden, die geen recht hadden veel te eischen, zich
+eenigermate herstellen.
+
+John Murray en Mokum waren, gekweld door den honger, en met verwilderd
+oog, op den top van den Scorzef aan het ronddwalen; vreeselijke
+honger verscheurde hun het ingewand. Zoude het nu zóóver komen dat
+zij het gras, waarover zij liepen, moesten eten, zooals de kolonel
+voorspeld had?
+
+»Als wij de maag van herkauwende dieren hadden!" dacht de arme Murray,
+»wat zouden wij ons dan te goed kunnen doen! En geen enkel stuk wild,
+geen vogeltje!"
+
+Terwijl hij zoo sprak, liet Murray zijn oog weiden over het groote meer
+dat zich aan zijne voeten uitstrekte. De matrozen van de Queen and Tzar
+hadden te vergeefs beproefd eenige visschen te vangen. De watervogels,
+die over het kalme water vlogen, lieten zich ook niet benaderen.
+
+Murray en Mokum, die uiterst vermoeid waren van het loopen, strekten
+zich weldra op het gras aan den voet van een vijf of zes voeten
+hoog heuveltje uit. Een zware slaap, of liever eene verdooving
+maakte hen gevoelloos. Onder dien indruk sloten hunne oogleden zich
+onwillekeurig. Langzamerhand vervielen zij in een wezenlijken toestand
+van gevoelloosheid. De leegte, die zij in hunne maag gevoelden,
+benam hun alle bezinning waardoor zij gekweld werden; zij gaven er
+zich dus met genot aan over.
+
+Hoeveel tijd deze verdooving geduurd had konden noch de Boschjesman
+noch John Murray zeggen; maar na een uur ongeveer werd Murray wakker
+door een zeer onaangenaam jeuken. Hij schudde zich heen en weer,
+beproefde weder in te slapen, maar het jeuken duurde voort, en
+ongeduldig opende hij eindelijk de oogen.
+
+Legioenen witte mieren liepen over zijne kleederen. Zijn gezicht en
+handen waren er mede bedekt. Die zwerm insecten deed hem opvliegen
+alsof een veer in hem was losgesprongen. Deze plotselinge beweging
+maakte ook den Boschjesman wakker, die naast hem lag. Mokum was
+evenzeer met witte mieren bedekt, maar in plaats van die insecten weg
+te jagen, nam hij tot groote verbazing van Murray er handen vol van,
+stak die in den mond en at ze met graagte op.
+
+»He, foei, Mokum!" zeide de Engelschman, die misselijk werd van
+deze gulzigheid.
+
+»Eet, eet, doe zooals ik!" antwoordde de jager, zonder tijd te
+verliezen. »Eet, eet, het is de rijst van den Boschjesman!...."
+
+Mokum gaf werkelijk aan die insecten hun inlandschen naam. De
+Boschjesmannen voeden zich gaarne met deze mieren, waarvan twee
+soorten bestaan, namelijk witte en zwarte. De witte mier is, volgens
+hen, van uitstekende hoedanigheid. Het eenige gebrek van dit insect
+als voedingsmiddel is, dat men er zulke aanzienlijke hoeveelheden
+van moet eten. De Afrikanen vermengen die dieren dan ook gewoonlijk
+met de gom van de mimosa. Op die wijze verkrijgen zij een steviger
+voedsel. Maar op den top van den Scorzef groeide geen mimosa, en
+Mokum vergenoegde zich met zijn rijst zoo maar uit de vuist op te eten.
+
+Murray voelde zich, niettegenstaande zijn tegenzin, aangezet door
+een honger, die nog erger werd toen hij zag dat de Boschjesman
+zich verzadigde, en besloot hem na te volgen. De mieren kropen bij
+millioenen uit hun groot nest, dat niets anders was, dan het heuveltje
+waartegen de twee slapers hadden aangelegen. Murray nam er ook eene
+handvol van, en stak ze in den mond; het smaakte hem inderdaad; hij
+vond er een aangenamen zuren smaak aan en voelde de krampen in zijne
+maag langzamerhand bedaren.
+
+Evenwel had Mokum zijne makkers niet vergeten. Hij liep naar de schans
+en bracht de geheele bezetting mede. De matrozen lieten zich niet
+bidden om van dit zonderlinge voedsel gebruik te maken. Misschien
+aarzelden Mathieu Strux, de kolonel en Palander een oogenblik; doch
+het voorbeeld van Murray haalde hen over, en de arme geleerden, die
+half dood van uitputting waren, trachtten ten minste hun honger te
+stillen door groote hoeveelheden van die witte mieren in te slikken.
+
+Doch een onverwacht toeval verschafte den kolonel en zijnen makkers
+vrij wat steviger voedsel. Om een voorraad van die insecten te
+verzamelen, wilde Mokum ééne zijde van het groote mierennest
+vernielen. Het was, zooals boven gezegd is, een kegelvormig
+heuveltje dat onder om de basis door kleinere kegeltjes omringd
+was. De jager had met zijne bijl reeds verscheidene slagen aan het
+nest toegebracht, toen een zonderling geluid zijne aandacht trok. Het
+was alsof er een geknor in het binnenste van den mierenhoop gehoord
+werd. De Boschjesman staakte een oogenblik zijn vernielingswerk,
+en luisterde. Zijne makkers zagen hem aan, maar zeiden niets. Hij
+deed wederom eenige slagen met zijn bijl; toen liet zich het geknor
+duidelijker hooren. De Boschjesman wreef zich zonder een woord te
+zeggen in de handen, en zijne oogen schitterden van begeerte. Hij
+hieuw op nieuw op het heuveltje in, zoodat hij er weldra een gat van
+een voet breed in gemaakt had. De mieren vluchtten naar alle kanten
+weg, maar de jager stoorde er zich niet aan, en liet aan de matrozen
+de zorg over om ze in zakken te stoppen.
+
+Plotseling verscheen er een zonderling dier voor het gat. Het was
+een viervoetig dier, met een langen snuit, kleinen bek, zeer rekbare
+lange tong, rechtstaande ooren, korte pooten, langen en puntigen
+staart. Lange, grijze, zijdeachtige haren met rooden weerschijn
+bedekten zijn glad lichaam, en aan de pooten had het groote klauwen.
+
+Een enkele slag op den snuit was voldoende om het dier te dooden.
+
+»Daar hebben wij ons gebraad, heeren," zeide de Boschjesman. »Wij
+hebben er lang op moeten wachten, maar 't zal daarom niet minder
+lekker smaken! Kom aan, vuur, een laadstok als braadspit, en wij
+zullen smullen, zooals wij nog nooit gedaan hebben!"
+
+De Boschjesman zeide niet te veel. Het dier, dat hij handig vilde en
+schoonmaakte, was een aardzuiger of miereneter, bij de Hollanders ook
+bekend onder den naam van aardvarken. Het komt in zuidelijk Afrika
+zeer veel voor, en de mierennesten hebben geen grooter vijand. Zulk
+een miereneter verdelgt legioenen insecten, en als hij niet in de
+nauwe gangen kan doordringen, vangt hij ze door zijne rekbare en
+slijmerige tong in den hoop te steken, waarna hij die geheel met
+mieren bedekt weder intrekt.
+
+Het gebraad was weldra gereed; er ontbraken misschien nog wel eenige
+minuten bradens aan, doch de honger maakte hen ongeduldig! De helft
+van het dier werd opgegeten, en men verklaarde het vaste en gezonde
+vleesch als overheerlijk, hoewel het eenigszins met mierenzuur
+doortrokken was. Wat heerlijk maal, en wat werden de moed en hoop
+van die dappere Europeanen er door verlevendigd!
+
+En inderdaad moest de hoop wel in hun hart zijn vastgeworteld, want
+den volgenden nacht verscheen er nog geen licht op den top van den
+Volquiria!
+
+
+
+
+
+
+
+XXI.
+
+Het licht verschijnt.
+
+
+Er waren nu negen dagen verloopen sedert de geleider en zijne
+metgezellen vertrokken waren. De geleider en zijne makkers waren voor
+negen dagen vertrokken. Waardoor was hun tocht vertraagd? Hadden
+menschen of dieren hun onoverkomelijke hinderpalen in den weg
+gelegd? Moest men uit die vertraging opmaken dat Michel Zorn en
+William Emery op hun tocht bepaald waren opgehouden? Moest men niet
+denken dat zij onherroepelijk verloren waren?
+
+Men kan zich de vrees, den angst, de afwisselende hoop en twijfelingen
+van de op den Scorzef gelegerde astronomen voorstellen. Hunne
+ambtgenooten en vrienden waren sedert negen dagen vertrokken! In
+zes of zeven dagen hadden zij het doel kunnen bereiken; het waren
+ijverige, moedige mannen, die door wetenschappelijken heldenmoed
+werden aangevuurd. Van hunne tegenwoordigheid op den Volquiria hing
+het welslagen der groote onderneming af. Zij wisten het, en zouden dus
+niets verzuimd hebben om goed te slagen. Het lange dralen kon hun niet
+geweten worden. Indien dus het licht negen dagen na hun vertrek nog
+niet op den Volquiria schitterde, moesten zij door zwervende horden
+gedood of gevangen genomen zijn!
+
+Dit waren de ontmoedigende gedachten en de droevige veronderstellingen,
+die de kolonel en zijne ambtgenooten maakten. Met welk een ongeduld
+wachtten zij dat de zon onder den gezichteinder verdwenen was,
+om hunne waarnemingen in de duisternis weder te beginnen! Welke
+voorzorgen namen zij daarbij in acht! Al hunne hoop vestigde zich
+op het oculair waardoor zij het verre licht zouden ontwaren. Hun
+geheele leven was als samengetrokken in het kleine gezichtsveld van
+een kijker! Gedurende den 3den Maart dwaalden zij op de hellingen
+van den Scorzef rond, wisselden nauwelijks één woord met elkander,
+en beheerscht door een eenig denkbeeld, leden zij zooals zij nog
+nimmer geleden hadden! Noch de buitengewone hitte in de woestijn,
+noch de afmatting van eene reis onder de stralen eener tropische zon,
+noch de kwellingen van den dorst hadden hen zoo ter neergeslagen.
+
+Gedurende dien dag werden de laatste stukken vleesch van den miereneter
+verorberd, en de bezetting der schans was toen in de noodzakelijkheid
+zich slechts zeer onvoldoende te voeden met den voorraad uit het
+mierennest.
+
+De nacht kwam zonder maanlicht, kalm en duister, en was bijzonder
+geschikt voor waarnemingen. Doch geen licht was op den top van den
+Volquiria te zien. De kolonel en Mathieu Strux wisselden elkander tot
+aan de eerste morgenschemering af, en staarden met bewonderingswaardige
+volharding naar den gezichteinder. Niets, niets verscheen er, en de
+eerste zonnestralen maakten weldra elke waarneming onmogelijk!
+
+Van den kant der inboorlingen was nog niets te vreezen. De Makololo's
+schenen besloten te zijn om de belegerden door hongersnood
+te dwingen. En inderdaad kon het niet missen of zij zouden
+slagen. Gedurende den dag van den 4den Maart kwelde de honger de
+belegerden op nieuw, en de ongelukkige Europeanen konden dit lijden
+slechts verminderen door op de knolachtige wortels der lischbloemen
+te kauwen, die in de spleten der rotsen groeiden.
+
+Gevangen waren zij echter niet! De stoomboot lag nog altijd in de kreek
+en kon, als zij zulks wilden, hen over het meer naar vruchtbaarder
+streken brengen waar wild en groenten en vruchten in overvloed
+voorhanden waren. Verscheidene malen had men de vraag geopperd of
+het niet goed zou zijn den Boschjesman naar den noordelijken oever
+te zenden, ten einde er voor de belegerden te jagen. Maar behalve
+dat dit door de inlanders gemerkt kon worden, waagde men daarmede de
+stoomboot en dus aller behoud in geval andere stammen van Makololo's
+den noordelijken oever van het meer bezet hielden. Dit voorstel werd
+dus verworpen. Allen zouden vluchten of samen blijven. Er was evenwel
+geen sprake van den Scorzef te verlaten voor dat de arbeid ten einde
+was gebracht. Men moest wachten totdat alle kansen op goeden uitslag
+in rook vervlogen waren. Het was eene zaak van geduld, en men zou
+geduld hebben!
+
+»Toen Arago, Biot en Rodriguez," zeide de kolonel tegen zijne om
+hem heen zittende metgezellen, »zich voorstelden den meridiaan van
+Duinkerken tot op Iviza voort te zetten, verkeerden die geleerden
+bijna in denzelfden toestand als wij. Men moest het eiland met
+de Spaansche kust verbinden door een driehoek, waarvan de zijden
+meer dan honderd twintig kilometers lang waren. Rodriguez vestigde
+zich op een der bergtoppen van het eiland en onderhield er het
+licht in een lantaarn, terwijl de Fransche geleerden op meer dan
+honderd kilometers daarvandaan onder eene tent in de woestijn van
+Las Palmas leefden. Gedurende zestig nachten keken Arago en Biot uit
+naar het licht, dat zij wilden waarnemen. Ontmoedigd wilden zij hunne
+onderneming reeds opgeven, toen zij den eenenzestigsten nacht door hun
+kijker een lichtend punt zagen, dat met geene ster der zesde grootte
+verward kon worden, omdat het zoo onbeweeglijk stond. Eenenzestig
+nachten wachten! welnu mijne heeren, wat twee Fransche geleerden
+in het belang der wetenschap gedaan hebben, zouden dat Russische en
+Engelsche astronomen niet doen?"
+
+Het antwoord van al die geleerden was een gejuich tot bevestiging. En
+toch hadden zij den kolonel kunnen antwoorden dat noch Biot, noch
+Arago bij hun langdurig verblijf in Las Palmas de kwelling van den
+honger ondervonden!
+
+Gedurende dien dag waren de Makololo's buitengewoon bedrijvig. Zij
+gingen en kwamen, zoodat de Boschjesman ongerust werd. Misschien
+wilden zij bij het vallen van den nacht een nieuwen aanval wagen,
+of maakten zij zich gereed hunne legerplaats op te breken. Nadat
+Mokum hen nauwkeurig had gadegeslagen, meende hij in deze beweging
+vijandelijke plannen te bespeuren. De Makololo's maakten hunne wapenen
+gereed. De vrouwen en kinderen, die tot nog toe bij hen waren gebleven,
+verlieten de legerplaats en trokken onder geleide van eenige gidsen
+oostwaarts naar de oevers van het meer Ngami. Het was dus mogelijk
+dat de belegeraars een laatste maal wilden beproeven de schans te
+vermeesteren vóór dat zij voor goed naar hunne hoofdstad Maketo
+terugtrokken.
+
+De Boschjesman deelde den Europeanen den uitslag van zijn onderzoek
+mede. Men besloot dien nacht streng de wacht te houden, en alle
+wapenen gereed te maken. Het getal der belegeraars moest aanzienlijk
+zijn. Niets belette hen om met honderden te gelijk de hellingen van
+den Scorzef te beklimmen. De schans lag op vele plaatsen in puin, en
+zou dus aan een troep inlanders gemakkelijk toegang verschaffen. De
+kolonel meende dus voorzichtig te handelen als hij eenige voorzorgen
+nam voor het geval dat de belegerden genoodzaakt waren om terug te
+trekken en hun station tijdelijk te verlaten. De stoomboot moest
+gereed gehouden worden om op het eerste teeken te vertrekken. Een van
+de zeelieden, de machinist van de Queen and Tzar, kreeg bevel om het
+vuur aan te leggen, en stoom te maken voor het geval dat de vlucht
+noodzakelijk werd. Maar hij moest wachten totdat de zon onder was,
+opdat de inlanders den rook der stoomboot niet zouden gewaar worden.
+
+Het avondmaal bestond uit witte mieren en wortels van lischbloemen. Een
+treurig voedsel voor mannen, die misschien slag moesten leveren! Maar
+zij waren vast besloten, boven elke zwakheid verheven en wachtten
+het noodlottige uur zonder vrees af.
+
+Tegen zes uren, toen de avond viel met die snelheid, waarmede
+dit gewoonlijk in de keerkringsstreken plaats heeft, daalde de
+machinist van den berg af, en begon het vuur onder den ketel der
+boot te stoken. Het spreekt van zelf dat kolonel Everest niet aan
+vluchten dacht, dan in den uitersten nood en wanneer het hem verder
+onmogelijk scheen de schans te houden. Hij had er niet veel zin in
+zijn wachtpost te verlaten, vooral niet gedurende den nacht, want
+elk oogenblik konden William Emery en Michel Zorn het licht op den
+top van den Volquiria ontsteken.
+
+De andere zeelieden werden als wachtposten buiten de omheining der
+schans geplaatst met bevel den toegang tot de bressen tot het uiterste
+te verdedigen. Alle wapenen waren gereed. De mitrailleuse werd geladen
+en met een groot aantal patronen voorzien; hare vreeselijke mondingen
+staken door eene opening naar buiten.
+
+Men wachtte verscheidene uren. Kolonel Everest en de Russische
+astronoom wisselden elkander in den nauwen wachttoren af, en keken
+onophoudelijk naar den bergtop, die door hun kijker te zien was. De
+gezichteinder bleef duister, terwijl de schoonste sterren van den
+zuiderhemel aan het uitspansel schitterden. Geen windje beroerde
+de atmosfeer. De diepe stilte der natuur was indrukwekkend. De
+Boschjesman, die op eene vooruitspringende rotspunt stond,
+luisterde aandachtig naar elk geluid dat zich uit de vlakte
+verhief. Langzamerhand werden die geluiden duidelijker. Mokum had
+zich in zijne gissingen niet bedrogen: de Makololo's maakten zich
+gereed om een laatsten aanval op den Scorzef te wagen.
+
+Tot tien uren bewogen de belegeraars zich niet. Hunne vuren waren
+uitgedoofd. De legerplaats en de vlakte waren door de duisternis niet
+van elkander te onderscheiden. Plotseling zag de Boschjesman schaduwen,
+die zich op de hellingen van den berg bewogen. De belegeraars waren
+op niet meer dan honderd voet van de schans verwijderd.
+
+»Onraad! onraad!" riep Mokum.
+
+De kleine bezetting kwam aan de zuidzijde van de schans aanstonds
+naar buiten, en begon dapper op de aanvallers te vuren. De Makololo's
+beantwoordden dit met hun krijgsgeschreeuw, en niettegenstaande het
+goed onderhouden geweervuur, bleven zij naar boven klauteren. Bij het
+licht der geweerschoten zag men zulk een dichten drom van inlanders,
+dat alle tegenstand onmogelijk scheen. Te midden van die massa brachten
+evenwel de kogels, die nimmer misten, eene vreeselijke slachting te
+weeg. Troepen Makololo's stortten naar beneden en vielen over elkander
+heen tot onder aan den berg. Tusschen de kort op elkander knallende
+schoten konden de belegerden hun woest geschreeuw hooren. Maar niets
+hield hen tegen, zij klommen voortdurend in dichte drommen naar
+boven, zonder een enkelen pijl af te schieten, omdat zij er geen tijd
+voornamen, en slechts den top van den Scorzef wilden bereiken.
+
+De kolonel streed aan het hoofd der zijnen. Zijne makkers, evenals
+hij gewapend, stonden hem moedig ter zijde, zelfs Palander niet
+uitgezonderd, die waarschijnlijk voor de eerste maal van zijn leven een
+geweer hanteerde. Murray, die van de eene rotspunt op de andere sprong,
+nu eens knielde, dan weder plat op den grond lag, deed wonderen van
+dapperheid, en zijn buks, die door de snel op elkander volgende schoten
+warm was geworden, brandde hem reeds in de handen. De Boschjesman
+was in dezen bloedigen strijd weder de geduldige, stoutmoedige jager,
+die steeds zich zelven meester bleef.
+
+Noch de bewonderenswaardige dapperheid der belegerden, noch
+de zekerheid hunner schoten, noch de juistheid hunner wapenen
+konden echter iets uitrichten tegen den opstijgenden stroom van
+aanvallers. Als er één Makololo sneuvelde, namen twintig anderen
+zijne plaats in, en dit werd te veel voor tien Europeanen en den
+Boschjesman! Na een half uur strijdens begreep de kolonel dat hij
+overmand zou worden. Want niet alleen langs de zuidzijde maar ook
+langs de andere hellingen van den berg nam de stroom der aanvallers
+voortdurend toe. De lijken van de gesneuvelden dienden als trap voor
+de anderen. Eenigen maakten zich een schild van een lijk, en kwamen
+aldus naar boven. Dit alles kon telkens bij het snelle en rosse licht
+der schoten gezien worden en was vreeselijk, ontzettend. Men gevoelde
+wel dat er van zulke vijanden geen genade te wachten was. Het was
+een aanval van wilde dieren, die aanval van plunderaars, dorstende
+naar bloed en erger dan de verscheurende beesten der Afrikaansche
+fauna! Gewis konden zij de plaats bekleeden van tijgers, die in deze
+streken ontbraken!
+
+Om half elf drongen de eerste inlanders op het plateau van den Scorzef
+door. De belegerden konden, als zij van hunne wapenen geen gebruik meer
+konden maken, onmogelijk man tegen man strijden. Het was dus dringend
+noodzakelijk eene schuilplaats binnen de schans te zoeken. De kleine
+troep was gelukkig nog ongedeerd, daar de Makololo's zich noch van
+hunne pijlen, noch van hunne lansen hadden bediend.
+
+
+
+»Achterwaarts!" riep de kolonel met eene stem, die boven het rumoer
+van den strijd uitkwam. En na een laatste salvo volgden de belegerden
+hun aanvoerder, en trokken zich achter de muren van de schans terug.
+
+Ontzettende kreten begroetten dezen terugtocht. De inboorlingen
+vertoonden zich aanstonds voor de middelste bres, om eene bestorming
+te beproeven. Maar plotseling liet zich een vreeselijk geraas hooren,
+iets dat geleek op het aanhoudend geknetter, bij het ontladen van
+een sterken elektrieken stroom. Het was de mitrailleuse, die door
+John Murray bediend werd; de vijfentwintig loopen, die waaiervormig
+geplaatst waren, bestreken met hunne kogels een boog van meer
+dan honderd voet oppervlakte van het plateau, waarop de inlanders
+doordrongen. De kogels, die door een vernuftig samengesteld werktuig
+voortdurend in de loopen werden gebracht, vielen als hagel op de
+belegeraars; vandaar dat zij voor een oogenblik als geheel werden
+weggevaagd. Eerst beantwoordden zij het ontploffen van dit vreeselijke
+werktuig met een spoedig onderdrukt gehuil, daarna met een zwerm van
+pijlen, die den belegerden geen kwaad deed.
+
+»Dat dingetje speelt goed!" zeide de Boschjesman, terwijl hij
+Murray naderde; »als u te vermoeid zijt om nog een deuntje er op
+te spelen...."
+
+Maar de mitrailleuse zweeg op dat oogenblik. De Makololo's, die eene
+schuilplaats zochten tegen dien kogelregen, waren verdwenen. Zij
+hadden zich ter zijde van de verschansing teruggetrokken, nadat zij
+het plateau met hunne dooden bedekt hadden gelaten.
+
+Wat deden gedurende dit oogenblik van rust de kolonel en Mathieu
+Strux? Zij waren weder naar het wachttorentje gegaan, en lagen daar met
+het oog voor den kijker, om te zien of zij den top van den Volquiria
+ook in de duisternis konden gewaar worden. Zij lieten zich noch door
+het geschreeuw, noch door het gevaar afleiden. Met kalm gemoed,
+helderen blik, en bewonderenswaardige koelbloedigheid wisselden
+zij elkander af; zij keken en namen met zooveel nauwkeurigheid waar,
+alsof zij in den koepel van een observatorium zaten, en toen het gehuil
+der Makololo's hun na eene korte rust verkondigde dat de strijd weder
+begon, bleven de beide geleerden beurtelings de wacht bij het kostbare
+instrument houden.
+
+De worsteling begon inderdaad op nieuw. De mitrailleuse was niet
+meer voldoende om de aanvallers tegen te houden, die zich nu
+voor alle bressen tegelijk vertoonden onder het aanheffen van hun
+krijgsgeschreeuw. Het was onder deze omstandigheden en voor die
+openingen, welke voet voor voet verdedigd werden, dat de strijd
+nu nog een half uur voortwoedde. De belegerden, die zich met hunne
+vuurwapenen konden verdedigen, waren slechts zeer licht gewond door
+eenige lanspunten. De verbittering van weerszijde verminderde niet,
+en de woede nam toe bij dien strijd van man tegen man.
+
+Het was ongeveer half twaalf in het dichtste van den strijd en te
+midden van het knetterende geweervuur dat Mathieu Strux naar den
+kolonel toekwam. Zijn oog schitterde, doch zijn blik was verwilderd;
+een pijl had hem den hoed doorschoten en trilde nog boven zijn hoofd.
+
+»Het licht! het licht!" riep hij.
+
+»Wat!" antwoordde de kolonel, terwijl hij zijn geweer afschoot.
+
+»Ja, het licht!"
+
+»Hebt gij het gezien?"
+
+»Ja!"
+
+Na een laatste maal zijn geweer afgeschoten te hebben, hief de
+kolonel een zegevierend gejuich aan en snelde naar den wachttoren,
+gevolgd door zijn onversaagden ambtgenoot.
+
+Dáár knielde Everest voor den kijker, en het kloppen van zijn hart
+inhoudende, keek hij er door. O, hoe loste zich op dat oogenblik
+zijn geheele leven in dien enkelen blik op. Ja, het licht was dáár,
+schitterende tusschen het netwerk van den mikrometer! Ja, het licht
+scheen op den top van den Volquiria! Ja, het toppunt van den laatsten
+driehoek was eindelijk gevonden!
+
+Het was inderdaad een zonderling schouwspel die twee geleerden te
+midden van het rumoer van den strijd te zien werken. De al te talrijke
+inlanders waren eindelijk door de omwalling heengedrongen. John Murray
+en de Boschjesman betwistten hun voet voor voet het terrein. Kogels
+werden met pijlen, lanssteken met bijlslagen beantwoord. En toch deden
+de kolonel en Mathieu Strux, beurtelings voor den kijker gebogen,
+voortdurend hunne waarneming! Zij vermenigvuldigden de aanwijzingen op
+den repetitiecirkel, om fouten bij het aflezen begaan te verbeteren,
+en de ongevoelige Nikolaas Palander teekende op zijn register den
+uitslag hunner waarnemingen op! Meer dan eens snorde hun een pijl langs
+het hoofd en vloog tegen de wanden van den wachttoren stuk. Zij keken
+telkens naar het licht op den Volquiria, gingen dan met eene loep de
+aanwijzingen van den nonius na, en de een bevestigde voortdurend de
+berekeningen van den ander!
+
+»Nog ééne waarneming?" zeide Strux, terwijl hij den kijker over den
+graadcirkel voortschoof.
+
+Eindelijk sloeg een zware steen, die door een inlander geworpen was,
+Palander het register uit de hand en wierp den repetitiecirkel om, die
+daardoor gebroken werd..... doch de waarnemingen waren afgeloopen. De
+richting van het licht was tot op een duizendste van eene seconde
+berekend!
+
+Maar nu moesten zij ook vluchten om den uitslag van den roemrijken en
+prachtigen arbeid te behouden. De inlanders drongen reeds in de kazemat
+door en konden elk oogenblik in den wachttoren verschijnen. Kolonel
+Everest en zijne beide ambtgenooten namen hunne geweren weder op,
+Palander pakte zijn kostbaar register in, en allen vluchtten door
+de bres. Daar wachtten hunne makkers, van wie eenigen licht gekwetst
+waren, en stonden gereed om den aftocht te dekken.
+
+Maar op het oogenblik dat zij van de noordelijke helling van den
+Scorzef wilden afdalen, riep Mathieu Strux: »Ons signaal!"
+
+Inderdaad, men moest het licht der beide jeugdige astronomen
+beantwoorden met een vurig en lichtend teeken. Om den geodesischen
+arbeid te voleindigen, moesten Emery en Zorn op hunne beurt den top
+van den Scorzef waarnemen, en zonder twijfel wachtten zij op den
+Volquiria vol ongeduld op dit teeken.
+
+»Nog ééne poging!" riep kolonel Everest.
+
+En terwijl zijne makkers met bovenmenschelijke inspanning de drommen
+Makololo's terugwierpen, trad hij den wachttoren binnen. Deze was
+van zeer droog hout gemaakt. Eéne vonk kon dit gebouwtje vlam doen
+vatten. De kolonel stak er door middel eener patroon den brand in;
+oogenblikkelijk vatte het hout vlam, waarna de kolonel naar buiten
+ijlde, en zich weder bij zijne makkers voegde. Eenige oogenblikken
+daarna daalden de Europeanen onder een regenbui van pijlen en steenen
+van den berg af, terwijl zij de mitrailleuse voor zich uit lieten
+zakken, omdat zij deze niet in den steek wilden laten. Na de inlanders
+nog eens door een moordend salvo terug te hebben doen stuiven, kwamen
+zij bij de stoomboot.
+
+Volgens bevel van den kolonel had de machinist alles gereed. De touwen
+werden losgemaakt, de schroef zette zich in beweging en de Queen and
+Tzar snelde over het meer voorwaarts.
+
+Weldra was de boot ver genoeg om den top van den Scorzef te kunnen
+zien. De brandende wachttoren schitterde als een vuurbaak en moest
+van den top van den Volquiria gemakkelijk gezien kunnen worden.
+
+Een luid gejuich van Engelschen en Russen begroette het reusachtige
+licht, welks flikkering de duisternis tot op vrij grooten omtrek
+verdreef.
+
+William Emery en Michel Zorn konden er niet over klagen. Zij hadden
+eene ster laten zien, en werden met eene zon beantwoord.
+
+
+
+
+
+
+
+XXII.
+
+Palanders woede.
+
+
+Toen de dag aanbrak, landde de boot aan den noordelijken oever van
+het meer. Daar was geen spoor van inlanders meer te vinden. Kolonel
+Everest en zijne makkers, die er reeds op voorbereid waren om hier
+den strijd te hernieuwen, trokken de patronen van hunne buksen, en de
+Queen and Tzar liet het anker vallen in eene kleine kreek tusschen twee
+uitstekende rotsen. De Boschjesman, John Murray en een der matrozen
+liepen den omtrek af om te jagen. De streek was vrij woest; er was
+geen spoor van Makololo's, maar gelukkig voor de hongerige reizigers
+ontbrak het niet aan wild. Tusschen het lange gras van de weilanden
+en onder het kreupelhout graasden kudden antilopen. De oevers van
+het meer werden bovendien bezocht door een groot aantal watervogels,
+die tot de eenden behoorden. De jagers kwamen met een grooten voorraad
+van die dieren te huis. De kolonel en zijne makkers konden dus hunne
+krachten herstellen met dit heerlijke wild, waaraan zij geen gebrek
+meer zouden hebben.
+
+In den morgen van den 5den Maart werd het kamp op den oever van het
+meer bij een klein riviertje, in de schaduw van eenige groote wilgen
+opgeslagen. De plaats waar men met den gids had afgesproken weder bij
+elkander te komen, was juist aan dien noordelijken oever van het meer
+bij die kleine baai. Kolonel Everest en Mathieu Strux moesten daar
+hunne ambtgenooten afwachten en het was waarschijnlijk dat deze hun
+terugtocht onder betere omstandigheden en bij gevolg sneller zouden
+afleggen. Het waren dus eenige dagen van gedwongen rust, waarover
+niemand zich na zooveel vermoeienis beklaagde. Nikolaas Palander
+maakte daarvan gebruik om de uitkomst van de laatste driehoeksmeting
+te berekenen. Mokum en John Murray rustten uit door als een paar
+hartstochtelijke jagers de wildrijke, vruchtbare en goed besproeide
+streek af te loopen, die Murray gaarne voor het Engelsche gouvernement
+had willen aankoopen.
+
+Drie dagen daarna, der 8sten Maart, gaven eenige geweerschoten de
+aankomst van de beide jeugdige astronomen te kennen. Emery, Zorn,
+de twee matrozen en de Boschjesman kwamen in volmaakte gezondheid
+terug. Zij brachten den theodoliet, het eenige instrument, dat der
+Engelsch-Russische commissie nog over was gebleven, behouden mede
+terug. Men kan begrijpen hoe de beide geleerden en hunne makkers
+ontvangen werden. Men was niet spaarzaam met gelukwenschen. In eenige
+woorden vertelden zij hunne reis. De heenreis was moeielijk geweest;
+gedurende twee dagen waren zij verdwaald geweest in de bosschen, die
+zij door moesten voor zij den berg bereikten. Daar zij geen enkel
+richtsnoer hadden, en alléén op de vrij onzekere aanwijzingen van
+het kompas voorttrokken, zouden zij den Volquiria nimmer bereikt
+hebben zonder de schranderheid van hun gids. Deze was altijd en
+overal schrander en trouw geweest. Het beklimmen van den berg was
+eene moeielijke zaak. Vandaar de vertraging, die den jongen lieden
+even onaangenaam was als hunnen ambtgenooten op den Scorzef. Eindelijk
+hadden zij den top van den Volquiria bereikt. De electrieke lantaarn
+werd den 4den Maart geplaatst, en in den volgenden nacht schitterde
+het licht, door een krachtigen spiegel teruggekaatst, voor het eerst
+op den bergtop. De astronomen op den Scorzef zagen het dus bijna even
+snel als het verscheen.
+
+Van hun kant hadden Zorn en Emery het groote vuur op den Scorzef
+gemakkelijk kunnen zien. Zij hadden er door middel van den theodoliet
+de richting van bepaald, en op die wijze de meting van den driehoek
+geëindigd, waarvan de Volquiria de top was.
+
+»En kent gij de breedte van dien bergtop!" vroeg de kolonel aan
+William Emery.
+
+»Nauwkeurig, kolonel, door het juiste meten van eenige sterrehoogten,"
+antwoordde de jonge astronoom.
+
+»En waar ligt die bergtop?..."
+
+»Op 19° 37' 35'' 337, dus met eene nauwkeurigheid van duizendste
+deelen eener seconde," antwoordde Emery.
+
+»Welnu, mijne heeren," hernam de kolonel, »onze taak is om zoo te
+zeggen geëindigd. Wij hebben een gedeelte van een meridiaan van meer
+dan acht graden door middel van drie en zestig driehoeken gemeten, en
+wanneer wij ons werk hebben nagerekend, zullen wij juist weten hoe lang
+een graad en bij gevolg een meter op dit gedeelte van de aarde is."
+
+»Hoera, hoera!" riepen de Engelschen en Russen eenstemmig.
+
+»Nu rest ons alléén nog," voegde de kolonel Everest er bij, »den
+Indischen Oceaan te bereiken, door de Zambese af te stoomen. Is dit
+uw oordeel ook niet, mijnheer Strux?"
+
+»Ja, kolonel," antwoordde de astronoom van Pulkowa, »maar ik geloof
+dat wij ons werk meetkunstig moeten narekenen. Ik stel u dus voor de
+rij van driehoeken naar het oosten te verlengen, tot dat wij eene
+plaats hebben gevonden waar wij eene nieuwe basis kunnen meten. De
+overeenkomst die er bestaat tusschen de lengte van die basis, welke
+verkregen is door de berekening en de rechtstreeksche meting op den
+grond, moet ons alléén den graad van zekerheid aan de hand geven,
+waarmede wij onze geodesische waarnemingen hebben volbracht."
+
+Het voorstel van Mathieu Strux werd zonder discussie aangenomen. Deze
+contrôle op de reeks van driehoeksmetingen sedert de eerste basis
+gemeten was, scheen noodzakelijk. Men kwam dus overeen dat men in
+oostelijke richting eene rij nevendriehoeken meten zou tot daar waar
+één van de zijden van een driehoek rechtstreeks kon gemeten worden,
+door middel van de platina-linialen. De stoomboot moest de astronomen
+beneden den beroemden Victoria-waterval opwachten.
+
+Toen alles aldus geregeld was, ging de kleine troep, onder aanvoering
+van den Boschjesman, behalve vier matrozen die zich op de Queen
+and Tzar inscheepten, met het opgaan der zon op den 6den Maart op
+weg. Westwaarts waren de stations gekozen, hoeken gemeten, en men kon
+in deze streek, die zoo geschikt was voor het plaatsen van signalen,
+verwachten, dat men gemakkelijk eene rij driehoeken meten kon. De
+Boschjesman had zeer behendig een quagga gevangen, een soort van wild
+paard met bruine en witte manen, met rossen en gestreepten rug, en
+goedschiks of kwaadschiks maakte hij er een lastdier van, dat bestemd
+was om de bagage van de karavaan te dragen, namelijk den theodoliet,
+de linialen en de schragen om de basis te meten, al hetwelk met de
+stoomboot gered was.
+
+De reis werd vrij snel volbracht. Het werk hield de astronomen niet
+lang bezig. Voor de nevendriehoeken, die niet zeer groot waren,
+vond men in dit heuvelachtig land gemakkelijk hoekpunten. Het weer
+was gunstig en het was onnoodig om 's nachts waarnemingen te doen. De
+reizigers konden bijna voortdurend werken in de schaduw van de groote
+boomen, die in deze streek groeiden. Bovendien was de warmte draaglijk,
+en door den invloed der vochtigheid, die door beken en vijvers in
+de atmosfeer onderhouden werd, rezen dampen uit den grond op, die de
+hitte der zonnestralen eenigszins temperden.
+
+De jacht voorzag in alle behoeften der kleine karavaan. Er was geen
+sprake meer van inlanders. Het was waarschijnlijk dat de roofzieke
+benden verder ten zuiden van het meer Ngami plunderden.
+
+Mathieu Strux en de kolonel hadden geen enkel oneenig woord meer met
+elkander. Het scheen dat hun persoonlijke naijver vergeten was. Er
+bestond dan ook in wezenlijkheid geen vijandschap tusschen de beide
+geleerden, maar meer moest men ook niet van hen vergen.
+
+Gedurende eenentwintig dagen, van 6 tot 27 Maart viel er geen enkel
+meldenswaardig voorval voor. Vóór alles zocht men eene goede plaats
+voor eene basis, doch het land was er niet geschikt voor. Hiervoor
+was eene vrij groote uitgestrektheid van vlak en horizontaal terrein
+over eene breedte van verscheidene kilometers noodig, en de heuveltjes
+en hoogten, die voor het plaatsen van seinpalen zoo gunstig waren,
+verhinderden de rechtstreeksche meting eener basis. Men trok dus
+altijd noordoostwaarts, terwijl men soms den rechter oever van de
+Chobé, een van de voornaamste zijtakken der boven-Zambese volgde,
+zoodat Maketo, de voornaamste stad der Makololo's, vermeden werd.
+
+Zonder twijfel kon men verwachten dat de terugtocht aldus onder
+gunstige omstandigheden plaats hebben, dat de natuur den astronomen
+geen hinderpalen of wezenlijke moeilijkheden meer in den weg leggen en
+dat de tijd van beproevingen nu niet weder beginnen zou. De kolonel
+en zijne makkers trokken inderdaad door eene betrekkelijk bekende
+streek en zij moesten weldra de dorpen en vlekken aan de Zambese
+bereiken, die dokter Livingstone vroeger bezocht had. Zij dachten dus,
+en met reden, dat het moeilijkste gedeelte van hunne taak vervuld
+was. Misschien bedrogen zij zich niet, en toch dreigde een voorval,
+dat de ergste gevolgen na zich had kunnen slepen, de uitkomsten der
+onderneming onherstelbaar te vernietigen.
+
+Het was Nikolaas Palander, die de held of liever bijna het slachtoffer
+van dit voorval was geworden.
+
+Men weet dat de onversaagde, maar onnadenkende cijferaar in zijne
+berekeningen verdiept, dikwijls van zijne makkers afdwaalde. In een
+vlak land leverde deze gewoonte geen enkel gevaar op. Men was den
+afwezige spoedig genoeg op het spoor. Maar in eene boschrijke streek
+konde de afgetrokkenheid van Palander zeer ernstige gevolgen na zich
+slepen. Ook hadden Mathieu Strux en de Boschjesman hem duizenden keeren
+daartegen gewaarschuwd. Nikolaas beloofde er om te denken hoewel hij
+zich uitermate verwonderde over die buitensporige voorzichtigheid. De
+waardige man bemerkte zijne afgetrokkenheid niet eens!
+
+Op den genoemden dag, 27 Maart, hadden Strux en de Boschjesman Nikolaas
+Palander reeds sedert verscheidene uren gemist. De kleine karavaan trok
+door een dicht kreupelhout, van lage en dikgebladerde boomen, waardoor
+het uitzicht zeer belemmerd werd. Men moest dus dicht bij elkander
+blijven, want het zou moeilijk geweest zijn het spoor van iemand,
+die verdwaald was, terug te vinden. Maar Palander die niets zag en
+nergens op paste, was met het potlood in de ééne en de registers in
+de andere hand links van de karavaan afgedwaald, en weldra verdwenen.
+
+Men oordeele over de ongerustheid van Mathieu Strux en zijne makkers,
+toen zij tegen vier uren na den middag Palander niet zagen. De
+herinnering aan de krokodillen was nog levendig in hun geest en de
+afgetrokken cijferaar was waarschijnlijk de eenige van allen, die dit
+vergeten had! De reizigers verkeerden dus in grooten angst, en wilden
+niet voorttrekken voordat Nikolaas Palander weer bij hen was. Men
+riep, maar te vergeefs. De Boschjesman en de matrozen onderzochten
+dus het bosch in een vrij grooten omtrek, zochten onder de struiken,
+liepen door het hooge gras en schoten van tijd tot tijd hunne geweren
+af. Niets! Nikolaas Palander verscheen niet.
+
+Zij waren allen zeer ongerust, maar men moet er bijvoegen dat Mathieu
+Strux niet alleen ongerust, maar ook zeer boos was op zijn onhandigen
+ambtgenoot. Het was de tweede maal dat zulk eene gebeurtenis door
+de schuld van Palander plaats had, en indien de kolonel hem er een
+verwijt van had gemaakt, zou Mathieu Strux zeker niet geweten hebben
+wat hij moest antwoorden.
+
+In deze omstandigheden kon men dus slechts één besluit nemen, namelijk
+om in het bosch eene legerplaats op te slaan, en een zeer nauwkeurig
+onderzoek in te stellen om den rekenaar op te sporen.
+
+De kolonel en zijne makkers maakten zich gereed zich neer te slaan bij
+eene groote open plek, toen een kreet, die niets menschelijks had,
+op eenige honderden passen links af uit het bosch weerklonk. Bijna
+op hetzelfde oogenblik verscheen Palander. Hij liep zoo snel als hij
+kon, blootshoofds, met te berge gerezen haren en verscheurde kleeren,
+terwijl de lompen hem om het lichaam sloegen.
+
+De ongelukkige kwam bij zijne makkers, die hem met vragen
+bestormden. Maar de arme man kon niet spreken; hij had de oogen
+wijd opengespalkt, zijne oogappels waren buitensporig verwijd, en
+de neusvleugels dichtgedrukt, zoodat hij bijna geen adem kon halen,
+en slechts kort en gejaagd hijgde. Hij wilde antwoorden maar kon niet.
+
+Wat was er toch gebeurd? Waarom was Palander zoo ontsteld, waarom
+was hij in zulk een spanning? Men kon er zich geen denkbeeld van maken.
+
+Eindelijk kwamen deze bijna onverstaanbare woorden uit zijn keel. »De
+registers! de registers!"
+
+Bij die woorden liep den astronomen eene rilling over het lichaam;
+zij hadden het begrepen! De beide registers, waarop de uitkomst van
+alle geodesische opnamen stond opgeteekend, die registers, van welke de
+rekenaar nimmer scheidde, zelfs niet des nachts, die registers waren
+weg! Die registers droeg Nikolaas Palander! Had hij ze verloren? Had
+men ze gestolen? Dat deed er niets toe, zij waren weg; alles moest
+worden overgedaan, en men kon weder van voren af aan beginnen!
+
+Terwijl zijne verslagen makkers elkander stilzwijgend aankeken, barstte
+Mathieu Strux in woede uit. Hij kon zich niet bedwingen. Wat voer
+hij tegen den ongelukkige uit! Met welke scheldnamen overlaadde hij
+hem! Hij ontzag zich niet hem met den toorn van de Russische regeering
+te bedreigen, er bijvoegende dat als hij onder de knoetslagen niet
+bezweek, hij zeker naar Siberië zou gezonden worden!
+
+Op dit alles antwoordde Nikolaas Palander slechts door een
+hoofdschudden. Hij scheen in al die straffen te berusten, en te willen
+zeggen dat hij ze verdiende, dat zij zelfs nog te zacht voor hem waren!
+
+»Maar wie heeft ze dan toch gestolen?" vroeg de kolonel. »Wat doet
+het er toe!" riep Mathieu Strux buiten zich zelven. »Waarom heeft die
+ellendeling zich verwijderd? Waarom is hij niet bij ons gebleven na
+al het waarschuwen dat wij hem reeds gedaan hebben?"
+
+»Ja," antwoordde Murray, »maar wij moeten toch weten of hij ze
+verloren dan of men ze hem ontstolen heeft. Heeft men u beroofd,
+mijnheer Palander?" vroeg de Engelschman, terwijl hij zich naar den
+armen man wendde, die van afmatting op den grond was gevallen. »Heeft
+men u bestolen?"
+
+Nikolaas Palander knikte bevestigend.
+
+»En wie heeft u bestolen?" hernam Murray. »Zijn het inboorlingen,
+zijn het Makololo's?"
+
+Palander knikte ontkennend.
+
+»Europeanen, blanken?" vervolgde Murray.
+
+»Neen," antwoordde Palander met gesmoorde stem.
+
+»Maar wie dan toch?" riep Strux, terwijl hij den ongelukkige de
+gebalde vuist onder den neus duwde.
+
+»Neen," zeide Nikolaas Palander, »geen inboorlingen .... geen blanken
+.... maar bavianen!"
+
+Als de gevolgen van dit voorval niet zoo ernstig geweest waren, zouden
+de kolonel en zijne makkers zeker in lachen zijn uitgebarsten! Ja,
+Nikolaas Palander was door apen bestolen!
+
+De Boschjesman verzekerde, dat zulke feiten dikwijls voorkwamen. Voor
+zoover hij wist waren reizigers dikwijls beroofd door chacma's,
+hondskop-apen, die tot de bavianen behooren, en waarvan men in
+de Afrikaansche bosschen geheele troepen aantreft. De cijferaar
+was door die roofzuchtige dieren bestolen, evenwel niet zonder
+hevige worsteling, zooals zijne verscheurde kleeren bewezen. Dit
+verontschuldigde hem echter niet, want het zou niet gebeurd zijn, als
+hij bij de karavaan was gebleven; de registers van de wetenschappelijke
+commissie waren met dat al nu verloren, en 't was een onherstelbaar
+verlies, dat zoovele gevaren, zooveel lijden en zooveel opofferingen
+als ongedaan maakte.
+
+»Het is dus zeker," zeide de kolonel, »dat het der moeite niet waard
+is geweest, een deel van een meridiaan in de binnenlanden van Afrika
+te meten, opdat een onhandig schepsel ...."
+
+Hij eindigde evenwel niet. Waarom den ongelukkige nog harder gevallen,
+dan hij het zich zelven reeds deed, en wien de vertoornde Strux zonder
+ophouden de hatelijkste scheldnamen naar het hoofd wierp.
+
+Men moest echter raad schaffen, en 't was de Boschjesman die wederom
+raad wist, want alleen hij, wien dit verlies het minste trof, bewaarde
+bij deze gelegenheid zijne koelbloedigheid. Het is dan ook zeker dat
+de Europeanen zonder onderscheid als vernietigd waren.
+
+»Mijne heeren," zeide de Boschjesman, »ik begrijp uw wanhoop, maar de
+oogenblikken zijn kostbaar, en men moet ze niet verliezen. De registers
+van mijnheer Palander zijn gestolen; hij is beroofd door bavianen,
+welnu, laat ons zonder dralen de roovers vervolgen. Die dieren passen
+bijzonder goed op de voorwerpen, die zij stelen. Bovendien kunnen
+registers niet opgegeten worden, en als wij den roover terugvinden,
+zullen wij ook de registers terugkrijgen!"
+
+De raad was goed. Het was eenige hoop, die de Boschjesman liet
+doorschemeren; men moest die niet laten varen. Nikolaas Palander
+herleefde weder bij het voorstel. Hij werd een ander mensch; hij
+ontdeed zich van een gedeelte zijner lompen, trok de jas van een
+matroos aan, zette den hoed van een ander op, en verklaarde zich bereid
+om zijne makkers naar het tooneel der misdaad te begeleiden. Dien
+zelfden avond werd de weg volgens de aangegeven richting door
+den rekenaar gewijzigd, en de karavaan trok rechtstreeks naar het
+westen. Noch de nacht, noch de volgende dag bracht verbetering aan. Op
+verscheidene plaatsen herkenden de Boschjesman en de gids aan sporen
+op den grond en tegen de boomen den weg, dien de apen even te voren
+gevolgd waren. Nikolaas Palander verzekerde dat hij met een tiental van
+die dieren te maken had gehad. Men was er weldra zeker van ze op het
+spoor te zijn, en ging dus met de uiterste omzichtigheid voorwaarts,
+daarbij zorgdragende altijd verborgen te blijven, omdat die bavianen
+slim, schrander en niet gemakkelijk te genaken zijn. De Boschjesman
+meende in zijne nasporingen niet te zullen slagen, als men de chacma's
+niet plotseling overviel.
+
+Den volgenden morgen tegen acht uren, zag een der Russische matrozen,
+die vooruit liep, zoo niet den dief dan toch een van de makkers van
+den roover. Hij kwam voorzichtig naar de zijnen terug.
+
+De Boschjesman liet halt houden. De Europeanen die besloten hadden hem
+in alles te gehoorzamen, wachtten zijne bevelen af. De Boschjesman
+verzocht hen op die plaats te blijven staan, en ging met Murray en
+den gids naar de plek van het bosch, dat door den matroos bezocht
+was, waarbij hij zorg droeg zich zooveel mogelijk achter boomen en
+onder heesters te verschuilen. Weldra bespeurde men den baviaan en
+bijna tegelijkertijd een tiental andere apen, die op de takken heen
+en weder sprongen. De Boschjesman, die met zijne beide makkers achter
+een boom ineen gedoken zat, nam ze met de uiterste nauwkeurigheid op.
+
+Het was inderdaad, zooals Mokum gezegd had, een troep chacma's,
+wier lichaam met groenachtig haar bedekt was. Zij hadden zwarte
+ooren en een zwart gezicht, en zweepten met den langen staart
+voortdurend langs den grond; het waren sterke beesten, die zelfs voor
+verscheurende dieren te vreezen waren door hunne krachtige spieren,
+groote tanden en scherpe nagels. Deze chacma's, die de eigenlijke
+roovers onder het apengeslacht zijn, en de koren- en maïsvelden
+voortdurend plunderen, zijn de schrik der Boeren, wier woningen zij
+somwijlen zelfs verwoesten. De apen blaften en keften onder hun heen-
+en weerspringen evenals honden waarop zij eenigszins geleken. Geen
+hunner had de hen bespiedende jagers nog bemerkt.
+
+Maar was nu de beroover van Palander bij die troep? Dit punt moest
+eerst worden uitgemaakt; doch men behoefde niet meer te twijfelen, toen
+de gids aan zijne makkers een der bavianen aanwees, die zich een stuk
+van de kleederen van Nikolaas Palander om het lichaam geslagen had.
+
+O, welke hoop verlevendigde weder het hart van John Murray;
+hij twijfelde er niet aan of die groote aap bezat de gestolen
+registers. Men moest zich dus ten koste van alles van dit dier meester
+maken, en met de grootste omzichtigheid handelen. Eene enkele onhandige
+beweging en de geheele troep zou zeker door het bosch vluchten zonder
+dat het mogelijk was hem weder in te halen.
+
+»Blijf hier," fluisterde Mokum tegen den gids. »Mijnheer Murray en ik
+gaan weder naar de anderen terug om maatregelen te nemen om den troep
+te omsingelen. Verlies echter die roovers vooral niet uit het oog!"
+
+De gids bleef op den aangewezen post en de Boschjesman en Murray
+zochten den kolonel weder op.
+
+Het omsingelen van dien troep apen was inderdaad het eenige middel om
+den dief in handen te krijgen. De Europeanen verdeelden zich in twee
+afdeelingen; de eene, bestaande uit Mathieu Strux, William Emery,
+Michel Zorn en de drie matrozen, moest den gids opzoeken en zich
+in een halven cirkel om hem heen uitbreiden. De andere troep, die
+gevormd werd door Mokum, John Murray, den kolonel, Nikolaas Palander
+en de drie andere matrozen, wendde zich links ten einde om de dieren
+heen te trekken en dus de apen in te sluiten.
+
+Op voorschrift van den Boschjesman trok men slechts met de uiterste
+omzichtigheid vooruit. Men hield de wapenen gereed, en men kwam
+overeen dat de chacma met het stuk goed om het lijf het mikpunt voor
+alle schoten zijn zou.
+
+Nikolaas Palander, wiens vurigen ijver men nauwelijks kon betoomen,
+liep naast Mokum. Deze evenwel hield hem in het oog, uit vrees dat
+zijne woede hem eenige dwaasheid zou doen begaan; en inderdaad,
+de waardige astronoom was zich zelven geen meester meer. Het was
+voor hem eene levensvraag. Na een half uur in een halven kring
+te zijn voortgetrokken, terwijl men meermalen halt had gehouden,
+oordeelde de Boschjesman dat het oogenblik gekomen was om de jacht
+te beginnen. Zijne makkers, die op twintig schreden van elkander
+afstonden, trokken zoo stil mogelijk voorwaarts. Geen woord werd
+gesproken, geene beweging gemaakt, geen takje kraakte. Men zou gezegd
+hebben dat het een troep roovers was, die voortslopen om reizigers
+te overvallen.
+
+Plotseling bleef de jager staan. Zijne makkers hielden ook halt, met
+den vinger aan den haan van 't geweer, en gereed om aan te leggen. De
+troep chacma's was in het gezicht; de dieren hadden iets gemerkt;
+zij waren op hunne hoede. Een groote baviaan, juist de dief van
+de registers, gaf duidelijke teekenen van ongerustheid. Nikolaas
+Palander had zijn roover herkend; echter scheen deze de registers
+niet bij zich te hebben; Palander zag ze ten minste niet.
+
+»Hij ziet er als een schurk uit!" mompelde de geleerde. Die groote
+aap scheen in zijn angst zijnen makkers teekens te geven. Eenige
+wijfjes schoolden met hare jongen op den rug bij elkander; de
+mannetjes sprongen om haar heen. De jagers naderden weder; ieder had
+den dief herkend, en kon reeds met zekerheid mikken, toen door eene
+onwillekeurige beweging het geweer van Palander afging.
+
+»Vervloekt!" riep John Murray, terwijl hij zijne buks afschoot. Welk
+eene uitwerking! Tien schoten knalden te gelijk. Drie apen vielen dood
+op den grond. De anderen deden een vreeselijken sprong, en vlogen over
+de hoofden der jagers heen. Een chacma was slechts achtergebleven; het
+was de dief. In plaats van te vluchten, sprong hij op een vijgeboom,
+klom er met de behendigheid van een acrobaat in en verdween tusschen
+de takken.
+
+»Dáár heeft hij de registers verborgen!" riep de Boschjesman, en
+Mokum bedroog zich niet.
+
+Het was echter te vreezen dat de aap zich redden zou, door van den
+eenen boom op den anderen te springen; doch Mokum legde bedaard op
+hem aan en schoot; de aap was in den poot gewond en tuimelde van tak
+tot tak naar beneden. In een van zijne pooten hield hij de registers,
+die hij uit eene holte van den boom te voorschijn had gehaald. Op dit
+gezicht sprong Nikolaas Palander als geëlectriseerd op, wierp zich op
+den aap, en een gevecht begon. Welk eene worsteling! De woede zette den
+cijferaar aan; tusschen het geblaf van den aap hoorde men het gebrul
+van den astronoom. Welk een wanluidend geschreeuw bij dien strijd;
+men wist niet meer wie van beiden de aap of de astronoom was! Men
+kon op den chacma niet mikken, uit vrees van Palander te kwetsen.
+
+»Schiet! schiet op beiden!" schreeuwde Mathieu Strux buiten zich zelven
+van woede, en de opgewonden Rus zou het gedaan hebben, als hij nog
+een schot op zijn geweer had gehad. De strijd duurde voort. Palander,
+die dan eens onder, dan weder boven was, trachtte zijn tegenstander te
+worgen. Zijne schouders waren geheel bebloed, want de aap verscheurde
+ze met zijne klauwen. Eindelijk maakte de Boschjesman met de bijl in
+de hand van een gunstig oogenblik gebruik en doodde den aap met een
+enkelen slag op den kop.
+
+Nikolaas Palander lag in zwijm, en werd door zijne makkers opgenomen;
+hij hield de beide registers, die hij heroverd had, tegen de borst
+gedrukt. Het lichaam van den aap werd naar het kamp medegenomen en 's
+avonds aten de astronomen met inbegrip van hun bestolen ambtgenoot,
+die weder bijgekomen was, den roover op zoowel uit wraak als uit
+lekkernij, omdat het vleesch goed smaakte.
+
+
+
+
+
+
+
+XXIII.
+
+De waterval van de Zambese.
+
+
+De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman,
+die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden, en de
+astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn
+zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig,
+en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde, die slechts in eene
+wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten;
+maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William
+Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.
+
+Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig
+voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om
+eene basis te meten.
+
+Den 1sten April moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen
+doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die
+vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende
+lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich
+dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst
+mogelijke uitgebreidheid te geven.
+
+De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste
+geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten
+elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen
+de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben
+dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.
+
+»Beste vriend," zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop,
+dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland
+gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier,
+vrienden te blijven."
+
+»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel," antwoordde Emery. »De
+hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen
+en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar
+aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de
+vrede wel geteekend zal zijn."
+
+»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren,
+William?" vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt
+noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien."
+
+»Ja, mijn vriend," hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa
+vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis
+door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad
+opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen
+de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien
+welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er
+niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan,
+als ge wilt zullen we samen de ster theta van den Centaurus in tweeën
+deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal."
+
+»Is dat afgesproken, William?"
+
+»Zeker, Michel. Ik bewaar theta voor u, en zal u daarentegen te Kiew
+een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!"
+
+Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun
+toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan
+die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?
+
+»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn," hernam Michel Zorn.
+
+»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter
+dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder
+verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux."
+
+»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening," vroeg Zorn,
+»nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?"
+
+»Ik zou het niet vertrouwen," antwoordde William Emery. »Denk toch
+eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde
+geleerden."
+
+»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William," antwoordde
+Zorn, »maar elkander steeds liefhebben."
+
+Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan,
+toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene
+vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond
+was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den
+rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer
+geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen
+goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens,
+zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest
+zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon
+wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht
+doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.
+
+De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die
+voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden
+waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield
+hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun
+vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche
+meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van
+den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene
+meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door
+meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat
+de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.
+
+De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De
+schragen, paaltjes en platina-linialen werden op dezen vrij vlakken
+grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als
+bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de
+atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der
+toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij deze laatste
+bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor
+niets anders dan voor dezen arbeid alleen.
+
+Het werk begon den 10den April, en eindigde niet vóór den 15den
+Mei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het
+hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting
+werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis,
+voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van
+hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk
+erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan."
+
+Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes,
+die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61°
+Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery
+hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:
+
+
+ Nieuw rechtstreeks gemeten basis 5075.25 vademen.
+ Dezelfde basis door berekening en
+ driehoeksmeting verkregen 5075.11 »
+
+ Verschil 0.14 »
+
+
+dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen
+de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd!
+
+Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan
+gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij
+Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door
+de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger,
+en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het
+midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en
+beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische
+metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden.
+
+Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst,
+die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was.
+
+En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den
+aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037
+vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille
+in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander
+hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische
+commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil.
+
+Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag
+der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden
+ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn
+van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk
+een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915
+in rekening bracht, 10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte
+van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000
+van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den
+lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden.
+
+
+
+De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen
+hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding
+der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen,
+dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou
+afleggen. Den 25sten Mei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis
+door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was,
+bij den Victoriawaterval.
+
+Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de
+inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook." Boven
+de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort
+welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een
+drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen
+brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen
+van een twintigtal donderslagen tegelijk.
+
+Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden
+stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een
+zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen
+waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen
+bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer
+dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral
+John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman
+voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij
+zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere
+verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest
+toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze
+koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde
+zijn woord gestand doen.
+
+De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar
+hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel
+verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot
+stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang
+John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden,
+zond hij hem zijne afscheidsgroeten over.
+
+Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het
+ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen
+langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige
+bewondering dit rookende schip, dat door eene onzichtbare macht door
+het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen
+enkel opzicht.
+
+Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de
+zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den
+mond der Zambese.
+
+Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul
+te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet
+geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers
+nog altijd vol.
+
+Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in
+een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest;
+zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed
+om te vertrekken.
+
+Een Oostenrijksch koopvaardijschip, de Novara was op het punt van naar
+Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de
+reis te ondernemen.
+
+Den 18den Juni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel
+zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden:
+
+»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander
+doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan,
+doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het
+geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit
+gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap
+moge hebben aangekweekt."
+
+Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden.
+
+»Evenwel," zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen
+Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol,
+en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal...."
+
+»Dat zal niet gebeuren!" zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest...."
+
+»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer," hervatte de kolonel
+koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik
+dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen..."
+
+»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld," antwoordde de astronoom van
+Pulkowa dood eenvoudig.
+
+De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden
+scheepten de astronomen zich op de Novara in.
+
+Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van
+scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide:
+
+»Altijd vrienden, Michel?"
+
+»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!"
+
+
+
+
+
+
+
+DE BLOKKADEBREKERS.
+
+
+DE DOLFIJN.
+
+
+De eerste stroom welks wateren schuimden onder het rad eener stoomboot,
+was de Clyde; het was in 1812.
+
+Die boot heette de Komeet, en deed geregeld dienst tusschen Glasgow
+en Greenok. Na dien tijd hebben millioenen stoomschepen de Schotsche
+rivier op- en af gevaren, en de inwoners van Glasgow zijn sinds lang
+aan de wonderen der stoomkracht gewoon.
+
+Niettemin waren op den 3en December 1862 de modderige straten van
+Glasgow bijna verstopt door eene ontzaglijke menigte menschen;
+reeders, kooplieden, winkeliers, werklieden, matrozen, vrouwen en
+kinderen drongen allen in ééne richting voort, naar Kelvindok, eene
+groote scheepstimmerwerf van de heeren Tod en Mac-Gregor.
+
+Kelvindok ligt eenige minuten buiten de stad, op den rechter oever
+der Clyde; in een oogenblik was de gansche ruimte door nieuwsgierigen
+opgevuld; niet het kleinste plekje aan de kade, geen enkele muur om
+de werf heen, geen enkel pakhuisdak, dat nog een oningenomen plaatsje
+aanbood; de rivier zelve was vol vaartuigen van verschillenden aard
+en op den linker oever wemelden de heuvelen van toeschouwers.
+
+Al die drukte gold nochtans geene bijzondere plechtigheid; er zou
+eenvoudig een stoomschip van stapel loopen. Nu kon het wel niet anders
+of het publiek van Glasgow moest aan zoo iets zeer gewoon zijn. Was
+er dan iets bijzonders te zien aan dien Dolfijn, zoo als de heeren
+Tod en Mac-Gregor hunne nieuwe stoomboot gedoopt hadden?--Volstrekt
+niet. Het was een groot vaartuig van vijftien honderd ton van
+geslagen plaatijzer, en dat alles in zich vereenigde om snel vooruit
+te kunnen komen. Zijne machine was van hooge drukking en vijfhonderd
+paardekracht. Zij bracht twee schroeven, aan weerszijden van den
+achtersteven in beweging, die onafhankelijk van elkander werkten;
+de toepassing van een geheel nieuw stelsel, dat eene groote snelheid
+aan de vaartuigen geeft en hun vergunt zich in een zeer beperkten
+kring te wenden en te keeren.
+
+De Dolfijn kon niet veel diepgang hebben. De kenners zagen het
+duidelijk en leidden er te recht uit af dat de boot bestemd was om in
+ondiep water te varen. Doch al die bijzonderheden konden de ijverige
+belangstelling van zulk eene menigte niet rechtvaardigen. Over
+het geheel was de Dolfijn niets meer of niets minder dan andere
+stoombooten. Zou dan het van stapel loopen met een of ander technisch
+bezwaar te worstelen hebben?--Evenmin. De Clyde had reeds menig
+vaartuig van grooter omvang in hare wateren opgenomen, en de Dolfijn
+zou zonder eenige bijzonderheid te water gaan.
+
+Inderdaad, bij het kenteren van het tij, op het oogenblik waarop de
+ebbe merkbaar werd, begonnen de manoeuvres; de hamerslagen weerklonken
+met een volmaakte harmonie op de wiggen, die bestemd waren om de kiel
+van het vaartuig op te lichten. Weldra trilde het geheele vaartuig; men
+zag het bewegen, hoe weinig het nog opgeheven was; het gleed, het gleed
+sneller en, de zorgvuldig met vet besmeerde helling afglijdende, plofte
+de Dolfijn in de Clyde, te midden van dikke wolken van opstuivend
+water. Zijn achtersteven drukte den bodem der rivier, verhief zich
+vervolgens op den rug eener reusachtige golf en de prachtige boot
+zou in hare vaart tegen de kaden der scheepstimmerwerven verbrijzeld
+zijn geworden, indien niet al hare ankers met een vreeselijk geraas
+gelijktijdig uitgeworpen, haar in haren loop hadden gestremd.
+
+Het afloopen was volkomen gelukt. De Dolfijn wiegde zich bedaard op
+de wateren der Clyde. Al de toeschouwers klapten in de handen toen
+hij zijn natuurlijk element veroverd had en ontelbare hoera's rezen
+aan de beide oevers op.
+
+Maar waarom al die toejuichingen?--Het zou den hartstochtelijksten
+toejuicher zeer moeielijk zijn gevallen zijn enthousiasme te
+verklaren. Van waar dan die zoo bijzondere belangstelling juist in
+deze boot? Eenvoudig vanwege de geheimzinnigheid harer bestemming. Men
+wist niet aan welke soort van handel zij zich wijden zou, en wanneer
+men er de groepen van nieuwsgierigen naar gevraagd had, zou men zich
+te recht verwonderd hebben over de verschillende meeningen omtrent
+deze ernstige zaak.
+
+Intusschen waren de best onderrichten, of zij die zich daarvoor
+hielden, het met elkander eens dat deze stoomboot eene rol zou spelen
+in den vreeselijken burgeroorlog, waardoor de Vereenigde Staten van
+Amerika toen geteisterd werden. Doch meer wisten zij niet en niemand
+had kunnen bepalen of de Dolfijn een kaper, een transportschip,
+eene oorlogsboot der Geconfedereerden of voor de Noordelijken was.
+
+»Hoera!" riep er een, die beweerde dat de Dolfijn voor rekening der
+Zuidelijken gebouwd was.
+
+»Hip, hip, hip!" riep een ander, die zwoer dat nooit vlugger vaartuig
+op de Amerikaansche kusten had gekruist.
+
+Het was dus het onbekende en, om met juistheid te weten waaraan men
+zich houden moest, had men de compagnon, of althans een intieme vriend
+van Vincent Playfair en Co. te Glasgow moeten zijn.
+
+Een rijk, machtig en schrander huis was het, dat door Vincent
+Playfair en Co. werd vertegenwoordigd. Eene oude en geachte familie,
+afstammelingen van die Tabak-lords, die de fraaiste wijken der
+stad bebouwd hadden. Die bekwame handelaars hadden, tengevolge
+der Unie-akte, de eerste kantoren van Glasgow gesticht, door den
+handel in tabak van Virginië en Maryland. Er werden onmetelijke
+fortuinen gemaakt; er was een nieuw middelpunt voor den handel
+geschapen. Welhaast werd Glasgow eene stad van industrie; fabrieken,
+spinnerijen en smelterijen rezen overal als uit den grond op, en in
+weinig jaren had de voorspoed der stad haar toppunt bereikt.
+
+Het huis Playfair bleef den ondernemingsgeest zijner voorvaderen
+getrouw. Het stortte zich in de stoutste ondernemingen en hield de
+eer van den Engelschen handel op. Zijn tegenwoordige chef, Vincent
+Playfair, een achtenswaardig man van vijftig jaren, was iemand van
+een praktisch en positief karakter, een stoutmoedig, ondernemend man,
+een echte reeder. Niets ging hem meer ter harte dan de handel. Daarbij
+was hij onkreukbaar eerlijk en loyaal.
+
+Hij was het intusschen niet die zich de eer kon toerekenen den Dolfijn
+gebouwd en uitgerust te hebben. Die eer kwam toe aan James Playfair,
+zijn neef, een knap mensch van dertig jaren en de stoutste schipper
+der koopvaardijvloot van het Vereenigde Koninkrijk.
+
+Op zekeren dag had James Playfair, nadat hij de Amerikaansche bladen
+gelezen had, zijn oom een zeer gewaagd plan voorgesteld.
+
+»Oom Vincent," zoo viel hij met de deur in het huis, »er zijn twee
+millioen te winnen, in eene maand tijds!"
+
+»En wat wordt er bij gewaagd?" vroeg oom Vincent.
+
+»Een schip en eene lading."
+
+»Anders niets?"
+
+»Ja wel, de equipage en de kapitein; maar dat reken ik niet."
+
+»Laat eens hooren," antwoordde oom Vincent.
+
+»Het is zoo klaar als een klontje," hernam James Playfair. »U hebt
+toch de Amerikaansche bladen gelezen?"
+
+»Twintig keer, neef James."
+
+»Denkt u, even als ik, dat de oorlog in de Vereenigde Staten nog lang
+zal duren?"
+
+»'k Ben er zeker van."
+
+»U weet hoe die oorlog de belangen van Engeland, en van Glasgow in
+het bijzonder, benadeelt?"
+
+»En nog meer in het bijzonder die van het huis Playfair en Co.,"
+antwoordde oom Vincent.
+
+»Die inzonderheid," herhaalde de jonge kapitein.
+
+»'k Tob er dag aan dag over, James, en 'k zie niet zonder schrik de
+handelsrampen te gemoet, welke die oorlog na zich slepen zal. Niet dat
+het huis Playfair niet solide is, neef, maar het heeft correspondenten
+die failliet kunnen gaan. Die Amerikanen! 'k wensch ze allen naar
+den duivel, de Noordelijken zoowel als de Zuidelijken."
+
+Uit een commercieel oogpunt beschouwd, had Vincent Playfair gelijk
+met dus te spreken. Het voornaamste handelsartikel van Amerika
+ontbrak op de markt te Glasgow. De katoencrisis werd van dag tot dag
+dreigender; duizenden werklieden moesten van de algemeene weldadigheid
+leven. Glasgow bezit vijf en twintig duizend spinnewielen, die, voor
+dat de oorlog in Amerika begon, zesmaal honderd vijf en twintig ellen
+gesponnen katoen per dag, dat is vijftig millioen ponden 's jaars,
+afleverden. Men oordeele uit die cijfers hoe groot de stoornis
+moest zijn in de industrieele beweging der stad, nu de grondstof
+tot den arbeid geheel begon te ontbreken. Ieder uur hadden er nieuwe
+faillissementen plaats. De staking van het werk oefende overal haren
+verderfelijken invloed uit; de werklieden stierven van honger.
+
+Het schouwspel van die ontzaglijke ellende had James Playfair op het
+denkbeeld gebracht van zijn stout waagstuk.
+
+»'k Ga katoen halen," zeide hij, »en 'k breng het mede, 't moge kosten
+wat het wil."
+
+Daar hij nochtans in zijn hart evenzeer koopman was als zijn oom
+Vincent, besloot hij het middel van ruilhandel te baat te nemen en
+zijne onderneming onder den vorm eener handelszaak voor te stellen.
+
+»Oom Vincent, dit is mijn idee."
+
+»Laat hooren, James."
+
+»'t Is dood eenvoudig. We zullen een snelvarend schip bouwen."
+
+»Dat gaat."
+
+»We zullen het laden met krijgsbehoeften, levensmiddelen en kleederen."
+
+»Dat is te doen."
+
+»Ik zal bevel voeren over dat vaartuig. 'k Zal al de schepen der
+Noordelijke marine tarten om me in te halen. 'k Zal de blokkade van
+een der Zuidelijke havens forceeren."
+
+»En je lading duur verkoopen aan de Zuidelijken die er behoefte aan
+hebben," vulde de oom aan.
+
+»En 'k zal met een lading katoen terugkomen...."
+
+»Dat ze je voor niets geven zullen."
+
+»Zooals u zegt, oom Vincent. Vindt u 't goed?"
+
+»'k Vind het goed. Maar zal je er door heen komen?"
+
+»'k Zal er door heen komen als 'k een goed schip heb."
+
+»We zullen er een voor je laten bouwen. Maar de bemanning?"
+
+»O, die zal 'k wel vinden. 'k Heb niet veel volk noodig. Mannen genoeg
+om te manoeuvreeren, dat is alles. 't Is me niet te doen om met de
+Noordelijken te vechten, maar ze op een afstand te houden."
+
+»We zullen ze op een afstand houden," antwoordde oom Vincent op
+beslissenden toon. »Vertel me nu eens, James, naar welk punt van de
+Amerikaansche kust denk je koers te zetten?"
+
+»Tot nog toe hebben er reeds schepen de blokkaden van Orleans,
+van Wilmington en van Savannah geforceerd. 'k Denk rechtstreeks
+naar Charleston te gaan. Geen enkel Engelsch schip is nog tot die
+vaarwaters doorgedrongen, behalve de Bermuda, die zal ik navolgen,
+en als mijn schip weinig diepgang heeft, ga 'k waar de Noordelijken
+mij niet kunnen volgen."
+
+»Zooveel is zeker," hernam oom Vincent, »dat Charleston volgestopt
+is met katoen; ze verbranden het om 't kwijt te zijn."
+
+»Ja," antwoordde James. »Bovendien is de stad bijna
+ingesloten. Beauregard heeft gebrek aan amunitie; hij zal me mijn
+lading met goud betalen."
+
+»Heel goed, neef! Wanneer wil je de reis beginnen?"
+
+»Over een half jaar. 'k Heb lange nachten, winternachten noodig om
+er gemakkelijker door heen te komen."
+
+»Je zult ze hebben, neef."
+
+»Afgesproken, oom?"
+
+»Afgesproken."
+
+»Op uw woord?"
+
+»Op mijn woord."
+
+Zoo was de stoomboot de Dolfijn vijf maanden later van de werf van
+Kelvindok van stapel geloopen en daarom kende niemand hare eigenlijke
+bestemming.
+
+
+
+
+
+
+
+DE DOLFIJN OP REIS.
+
+
+De uitrusting van den Dolfijn ging vlug voort. De takelage was gereed,
+het want behoefde nog slechts vastgemaakt te worden; de Dolfijn droeg
+drie masten, eene bijna overbodige weelde. Hij rekende niet op den
+wind om de Noordelijke kruisers te ontkomen, maar wel op de krachtige
+machine in zijne ingewanden. En hij had gelijk.
+
+In het begin van December begon de Dolfijn zijne proeftochten op de
+Clyde. Het zou moeielijk zijn uit te maken wie er méér in zijn schik
+was, de scheepstimmerman of de kapitein. Het nieuwe stoomschip ging er
+prachtig door, en het log-boek wees eene snelheid aan van zeventien
+knoopen in een uur, eene snelheid die nog nooit door een Engelsch,
+Fransch of Amerikaansch schip was bereikt geworden.
+
+Den 25en December begon het laden. De boot ging aan de kade liggen,
+een weinig beneden de laatste brug over de Clyde, eer zij zich in
+het kanaal stort. Daar lag in groote magazijnen een ontzaglijk groote
+voorraad kleeding, wapenen en amunitie, die vlug in het ruim van den
+Dolfijn overgingen. De aard dier lading verried de geheimzinnige
+bestemming van het vaartuig, en het huis Playfair kon zijn geheim
+niet langer voor zich houden; bovendien zou de Dolfijn weldra zee
+kiezen; er was geen enkele Amerikaansche kruiser in de Engelsche
+wateren gezien. En hoe zou men ook langer het geheim hebben kunnen
+bewaren toen men volk moest werven? Men kon geen volk aanmonsteren
+zonder hun te zeggen waar het schip heen ging; ieder die meeging,
+waagde er toch zijn hoofd aan, en als men zijn leven waagt, wil men
+althans weten hoe en waarvoor.
+
+Intusschen liet niemand zich door dat vooruitzicht terughouden. Er
+werd ruim betaald en ieder had zijn deel aan de onderneming. Er boden
+zich dan ook matrozen in menigte aan, en van de beste soort. James
+Playfair had maar te kiezen; hij koos goed en na verloop van vier en
+twintig uur stonden de namen van dertig matrozen op de rol, die een
+yacht van hare Majesteit eer aangedaan zouden hebben.
+
+De dag van het vertrek werd op den 3en Januari bepaald; den 31en
+December was de Dolfijn reisvaardig. Het ruim was vol amunitie en
+levensmiddelen; de hokken vol steenkolen. Niets hield het vertrek
+meer tegen.
+
+Den 3en Januari was de kapitein aan boord en liet nog een laatst
+gezagvoerders-oog over zijn schip gaan, toen een man zich aan boord
+van den Dolfijn aanmeldde en James Playfair verzocht te spreken. Een
+van de matrozen bracht hem naar de kajuit.
+
+Hij was een flinke gast, breed geschouderd en blozend van kleur;
+zijn onnoozel gezicht kon kwalijk eene zekere slimheid en snakerij
+verbergen; hij scheen niet zeer met de scheepsgewoonten bekend en
+hij keek om zich heen als iemand die weinig gewoon is zich aan boord
+van een schip te bevinden. Hij gaf zich niettemin al het air van een
+zeerob, door naar de takelage te kijken en waggelend te loopen zooals
+matrozen veelal doen.
+
+Toen hij zich in de tegenwoordigheid van den kapitein bevond, keek
+hij dezen strak aan en zeide:
+
+»Kapitein James Playfair?"
+
+»Die ben ik," antwoordde de gezagvoerder. »Wat wil je van me?"
+
+»Met u meevaren."
+
+»Er is geen plaats meer. De equipage is voltallig."
+
+»O, één man meer zal u niet hinderen. Integendeel."
+
+»Dunkt je?" vroeg James Playfair, den man strak aankijkende.
+
+»Ja wel," antwoordde de matroos. »Maar 'k heb nog niet alles gezegd. 'k
+Heb u nog een voorstel te doen."
+
+»Kom kom, je verveelt me," antwoordde James Playfair driftig; »'k
+heb geen tijd om praatjes aan te hooren."
+
+»'k Zal U niet lang vervelen," hernam Crockston; »nog één woordje,
+dan heb 'k alles gezegd: 'k heb een neef."
+
+»Een mooien oom heeft die neef," antwoordde James Playfair.
+
+»Ja wel!" bevestigde Crockston.
+
+»Heb je nu uitgepraat?" vroeg de kapitein zeer ongeduldig.
+
+»Nu dan; dit wou 'k zeggen: Als men den oom neemt, moet men den neef
+op den koop toe nemen."
+
+»Wel zoo!"
+
+»Ja; dat zijn we zoo gewoon. Waar de een gaat, gaat de ander ook."
+
+»En wat is je neef voor een jongen?"
+
+»Een jongen van vijftien jaar, een nieuweling wien 'k het vak leer. Hij
+zit vol goeden wil en zal met ter tijd een flink matroos worden."
+
+»Hoe heb ik 't nu met je, Crockston, zie je den Dolfijn voor een
+kweekschool van kajuitsjongens aan?"
+
+»Laat ons geen kwaad van kajuitsjongens spreken," antwoordde de zeeman,
+»één is er Admiraal Nelson geworden en een ander Admiraal Franklin."
+
+»Parbleu, vriend! je hebt een manier van praten die me lijkt. Breng
+je neef dan maar mede, maar als 'k in zijn oom den flinken borst niet
+zie dien hij voorgeeft te zijn, krijgt die oom met mij te doen. Ga
+nu heen en zorg dat je over een uur terug zijt."
+
+Crockston liet het zich geen twee malen zeggen; hij groette den
+kapitein vrij links en was weldra weder aan wal. Een uur later was hij
+aan boord terug, met een jongen van een beschroomd en nieuwsgierig
+gelaat en die niet beloofde de gevatheid en de lichaamskracht van
+zijn oom te zullen overnemen. Crockston zelf moest hem door een paar
+goedhartige woorden moed in spreken.
+
+»Komaan, een beetje moed! Ze zullen ons niet opeten, wat duivel! We
+kunnen nog heen gaan als je wilt."
+
+»Neen, neen!" antwoordde de jongen, »God zal ons beschermen."
+
+Dien zelfden dag werden de matroos Crockston en de kajuitsjongen John
+Stiggs op de rol der bemanning van den Dolfijn ingeschreven.
+
+Den volgenden morgen, om vijf uur werden de vuren van het stoomschip
+ijverig aangestookt; het dek beefde onder het schudden van den ketel en
+de stoom baande zich fluitend een weg door de veiligheidskleppen. Het
+uur van vertrekken was gekomen.
+
+Ondanks het vroege morgenuur had zich eene vrij aanzienlijke menigte
+op de kade en op de groote brug verzameld; zij kwam de stoutmoedige
+boot een laatst vaarwel toeroepen. Vincent Playfair was er ook om
+kapitein James voor het laatst te omhelzen, maar hij hield zich bij
+die gelegenheid als een oude Romein uit den goeden tijd. Hij zag er
+heldhaftig uit en de twee hartelijke zoenen waarmede hij zijn neef
+begunstigde, droegen het merk van eene krachtige ziel.
+
+»Ga, James," zeide hij tot den gezagvoerder, »ga spoedig en kom nog
+spoediger terug; vergeet vooral niet een ruim gebruik van je positie
+te maken; koop goedkoop, dan heb je de achting van je oom."
+
+Met die aanbeveling scheidden oom en neef, en allen die aan boord
+waren en de reis niet mede maakten, gingen naar den wal terug.
+
+Op dat oogenblik stonden Crockston en John Stiggs bij elkander op de
+voorplecht en de eerste zeide tot den tweede:
+
+»'t Gaat goed, 't gaat goed; binnen een paar uren zijn we in zee en
+'k heb een goeden dunk van een reis die op deze manier begint."
+
+De kajuitsjongen antwoordde enkel door een handdruk.
+
+James Playfair gaf zijne laatste bevelen tot het vertrek.
+
+»Hebben we stoom genoeg?" vroeg hij aan zijn stuurman.
+
+»Ja kapitein," antwoordde deze.
+
+»Nu dan, viert de touwen."
+
+Die manoeuvre werd onmiddellijk uitgevoerd; de schroeven kwamen
+in beweging. De Dolfijn bewoog zich, ging tusschen de in de haven
+liggende schepen door en verdween weldra uit de oogen der menigte
+die hem met hare laatste hoera's begroette.
+
+De vaart uit de Clyde ging gemakkelijk. Men kan zeggen dat die rivier
+met menschenhanden en zelfs met meesterhanden gemaakt is. Sedert zestig
+jaren heeft zij, dank zij de baggermolens, vijftien voet aan diepte
+gewonnen. Weldra verloor het woud van masten en schoorsteenen zich
+in rook, stoom en nevel; het geraas der stoomhamers en van de bijl
+op de werven stierf in de verte weg. Langzamerhand volgden villa's
+en buitenplaatsen de fabrieken op. De Dolfijn, zijn stoom matigende,
+voer tusschen de dijken door die de rivier binnen hare oevers houden
+en had dikwijls met zeer nauwe engten te doen.
+
+Die hindernis scheen hem echter weinig te deren; voor eene bevaarbare
+rivier is diepte trouwens wenschelijker dan breedte. De boot, door
+een uitmuntenden Ierschen loods naar zee gebracht, gleed ongehinderd
+tusschen de ondiepten door. Weldra werd de Clyde breeder; nog eenige
+mijlen en zij stoomden Greenock voorbij. Toen bevond zich de Dolfijn
+aan den ingang der golf door welker bemiddeling zij hare wateren in
+het Noorder kanaal stort.
+
+Daar voelde hij voor het eerst het wiegen der zeegolven en stoomde
+hij het schilderachtige eiland Arran voorbij.
+
+Eindelijk waren zij in het ruime sop; de loods ging met het bootje
+naar zijn kotter die op die hoogte kruiste; de Dolfijn, thans aan het
+gezag van zijn kapitein hergeven, koos noordelijk van Ierland, een
+koers die weinig door schepen bezocht wordt, en de laatste Europeesche
+kusten achter zich latende, zag hij zich weldra alleen op den Oceaan.
+
+
+
+
+
+
+
+IN ZEE.
+
+
+De Dolfijn had eene goede equipage; hij stoomde snel vooruit
+en beantwoordde aan de verwachting van zijn bouwmeester en zijn
+kapitein. Zij kregen geen enkel schip in het gezicht; de groote weg
+van den Oceaan was vrij; ook zou geen schip der Noordelijken het recht
+gehad hebben den Dolfijn onder de Engelsche vlag aan te tasten. Hem
+volgen, dat was iets anders. Hem beletten de blokkaden te breken,
+tot hunne dienst; maar James Playfair had alles aan de snelheid van
+zijn stoomschip opgeofferd omdat hij niet achterhaald wilde worden.
+
+Intusschen hield men goede wacht aan boord. Ondanks de koude was er
+altijd een man in de mast, om het minste zeil aan den horizon aan
+te geven. Toen de avond kwam, beval James Playfair zijn stuurman de
+grootste zorgvuldigheid aan.
+
+»Laat niet te lang denzelfden matroos op den uitkijk;" zeide hij;
+»hij zou door de kou bevangen kunnen worden en in zulk een toestand
+kijkt men niet scherp."
+
+»Heel goed, kapitein."
+
+»Gebruik er Crockston toe; de pikbroek zegt dat hij scherp ziet;
+stel hem op de proef. Geef hem de vroege wacht, dan kan hij door den
+ochtendnevel heen zien. Laat me waarschuwen als er iets bijzonders
+voorvalt."
+
+James Playfair ging daarop in zijne kajuit. De stuurman liet Crockston
+bij zich komen en bracht hem de bevelen des kapiteins over.
+
+»Morgen, om zes uur," zeide hij, »moet je in den fokkemast op den
+uitkijk."
+
+Bij wijze van antwoord liet Crockston een toestemmend gebrom
+hooren. Maar nauwelijks had de stuurman hem den rug toegekeerd,
+of de matroos begon te mompelen:
+
+»Wat duivel bedoelt hij met die fokkemast?"
+
+Op dat oogenblik kwam zijn neef op de voorplecht bij hem.
+
+»Nu! mijn trouwe Crockston?" vroeg hij.
+
+»Nu! 't zal wel gaan! 't zal wel gaan!" antwoordde de matroos met een
+gedwongen glimlach. »Er is maar een ding dat me hindert. Dat duivelsche
+schip schudt zijn vlooien af als een hond die pas uit het water komt;
+'k ben er misselijk van."
+
+»Arme vriend!" zeide de kajuitsjongen, terwijl hij Crockston dankbaar
+aankeek.
+
+»Dat ik op mijne jaren nog zeeziek moet worden! Wat ben ik een
+meisje! maar 't zal wel gaan, 't zal wel gaan! Dan zijn er ook nog
+fokkemasten die me in 't nauw brengen...."
+
+»Goede Crockston en voor mij...."
+
+»Voor u en voor hem," antwoordde Crockston. »Maar geen woord daarover,
+John, vertrouw op God; hij zal ons niet verlaten."
+
+Den volgenden morgen om zes uur wilde Crockston zich naar zijn post
+begeven; hij kwam op het dek en de stuurman beval hem naar boven te
+gaan en goed wacht te houden.
+
+Bij die woorden scheen de matroos een oogenblik niet te weten wat
+hij doen zou; maar eindelijk besluitende, begaf hij zich naar den
+achtersteven.
+
+»Nu, waar ga je heen?" riep de stuurman.
+
+»Waar je me stuurt," antwoordde Crockston.
+
+»Ik zeg je in den fokkemast te gaan."
+
+»Ik ga al," antwoordde de matroos op onverstoorbaren toon steeds naar
+de kampanje loopende.
+
+»Hou je me voor den gek?" riep de stuurman ongeduldig. »Ga je de
+fokkera op den bezaanmast zoeken? Waar heb je gevaren, stommerik! Naar
+den fokkemast, stommerik, naar den fokkemast!"
+
+De matrozen die op het dek stonden, konden hun schaterlach niet
+inhouden op het zien van het verlegen gezicht van Crockston die weder
+naar de voorplecht kwam.
+
+»Zoo," zeide hij, den mast bekijkende, welks geheel onzichtbare top
+zich in den ochtendnevel verloor; »zoo, moet ik daar ingaan?"
+
+»Ja," antwoordde de stuurman, »en haast je wat! Voor den d... de
+Amerikaan zou zijn boegspriet in ons want kunnen steken, voor dat
+die luiaard op zijn post is. Ga je?"
+
+Crockston begon zonder een woord te spreken onhandig te klimmen,
+als iemand die niet wist hoe hij zijne armen en beenen gebruiken
+moest; in plaats van zich vlug naar boven te werken, klampte hij zich
+onbeweeglijk aan het want vast, met de wanhopige kracht van iemand
+die door eene duizeling bevangen wordt. De stuurman, over zooveel
+onhandigheid verbaasd, gevoelde dat hij driftig werd en beval hem
+oogenblikkelijk naai beneden te komen.
+
+»Die kerel is van zijn leven nooit matroos geweest," zeide hij tot
+den bootsman.
+
+»Ga zijn kist eens onderzoeken."
+
+Inmiddels kwam Crockston weer naar beneden sukkelen; maar zijn voet
+gleed uit, en daarop een loshangend touw aangrijpende, trok hij het
+mede naar beneden en viel vrij onzacht op het dek.
+
+»Stommeling? Zoetwatermatroos!" riep de stuurman, om hem te
+troosten. »Wat kom je hier uitvoeren! Je hebt je voor een goed
+matroos uitgegeven en je weet den bezaansmast niet van den fokkemast
+te onderscheiden. We zullen je leeren!"
+
+Crockston antwoordde niet, maar bleef staan in de houding van iemand
+die zich op het ergste voorbereidt. Op dat oogenblik kwam de bootsman
+van zijn onderzoek terug.
+
+»Hier heb ik alles wat er in de kist van dien boer zit; een verdachte
+portefeuille met brieven."
+
+»Geef hier," beval de stuurman, »Brieven met het postmerk van de
+Noordelijke Staten!"
+
+»Halliburtt van Boston! Een Noordelijke! Ellendeling, je bent een
+verrader! Je hebt je aan boord ingedrongen om ons te verraden! Maar
+we zullen die zaak eens afmaken en je zult van het endje touw
+proeven! Bootsman, laat den kapitein waarschuwen. Houd het oog op
+dien kerel, jelui!"
+
+Crockston sprak geen woord op die bedreiging. Zij hadden hem gebonden
+en hij kon geen hand of voet verroeren.
+
+Eenige minuten daarna verscheen de kapitein op het dek en kwam naar de
+voorplecht. De stuurman gaf hem aanstonds van het voorgevallene kennis.
+
+»Wat heb je te antwoorden?" vroeg James Playfair, die zijne drift
+bijna niet meester was.
+
+»Niets," antwoordde de man.
+
+»Wat ben je aan boord komen doen?"
+
+»Niets."
+
+»En wat wacht je nu van me?"
+
+»Niets."
+
+»En wie ben je? Een Amerikaan, zooals die brieven schijnen te
+bewijzen?"
+
+Crockston antwoordde niet.
+
+»Bootsman," zei James Playfair, »vijftig slagen om zijn tong los te
+maken. Zou dat genoeg zijn, Crockston?"
+
+»Dat zullen we zien," antwoordde de oom van John Stiggs, zonder een
+spier te vertrekken.
+
+Op dat bevel trokken twee matrozen Crockston de bovenkleederen van
+het lijf; reeds hadden zij het geduchte straftuig in de hand en hieven
+het in de hoogte, toen de kajuitsjongen John Stiggs bleek en ontsteld
+kwam aanloopen.
+
+»Kapitein!" riep hij.
+
+»Aha, de neef!" zei James Playfair.
+
+»Kapitein," hernam de kajuitsjongen, in de hevigste spanning, »ik
+zal u zeggen wat Crockston niet zeggen wil. Ja, hij is een Amerikaan,
+en ik ook; we zijn de vijanden der Zuidelijken; maar geen verraders,
+aan boord gekomen om den Dolfijn te verraden en hem aan de noordelijke
+schepen over te leveren."
+
+»Wat ben je dan komen doen?" vroeg de kapitein streng, terwijl hij
+den jongen nauwkeurig opnam.
+
+Deze aarzelde een oogenblik alvorens te antwoorden; eindelijk zeide
+hij met vrij vaste stem:
+
+»Kapitein, ik zou u gaarne afzonderlijk spreken."
+
+Terwijl John Stiggs die vraag deed, bleef James Playfair hem nauwkeurig
+bekijken. Het jonge en zachte gelaat van den kajuitsjongen, zijne
+liefelijke stem, de fijnheid en blankheid zijner handen, nauwelijks
+onder eene laag bister verborgen, zijne groote oogen, wier levendigheid
+de zachtheid niet wegnam, dat alles deed een zonderling vermoeden
+bij den kapitein opkomen. Toen John Stiggs zijn verzoek gedaan had,
+keek Playfair Crockston strak aan, die de schouders ophaalde; daarop
+richtte hij op den scheepsjongen een onderzoekenden blik, dien deze
+niet kon uithouden, en hij zeide met een enkel woord:
+
+»Ga mede."
+
+John Stiggs volgde den kapitein naar de kampanje en daar, de deur
+van zijne hut openende, zeide hij tot den kajuitsjongen wiens wangen
+bleek waren van aandoening:
+
+»Ga binnen, juffrouw."
+
+John, aldus aangesproken, begon te glimlachen, te blozen, en
+onwillekeurig liepen hem de tranen langs de wangen.
+
+»Wees gerust, juffrouw," zeide James Playfair op zachten toon, »en
+wees zoo goed mij te zeggen waaraan 'k de eer te danken heb u op mijn
+schip te zien."
+
+Het jonge meisje aarzelde een oogenblik eer zij antwoordde; eindelijk
+door de stem des kapiteins gerustgesteld, besloot zij te spreken.
+
+»Mijnheer," begon zij, »'k wilde naar mijn vader te Charleston gaan. De
+stad is aan de landzijde ingesloten en aan den zeekant geblokkeerd;
+'k wist niet hoe 'k er komen zou, toen 'k vernam dat de Dolfijn er
+heen ging met het doel om de blokkade te verbreken, 'k Ben dus bij
+u aan boord gekomen, en bid u mij te vergeven dat ik 't zonder uw
+toestemming gedaan heb; u zoudt me die geweigerd hebben."
+
+»Zeer zeker."
+
+»'k Heb dus wel gedaan met er u niet om te vragen," hernam het jonge
+meisje op vasten toon.
+
+De kapitein kruiste zijne armen over elkander, liep de hut op en neer,
+en kwam weder terug.
+
+»Hoe is uw naam?" vroeg hij.
+
+»Jenny Halliburtt."
+
+»Maar moet ik dan niet uit de brieven die we Crockston ontnomen hebben,
+begrijpen dat uw vader van Boston is?"
+
+»Ja, mijnheer."
+
+»En iemand uit het Noorden is in het hevigst van den oorlog in een
+Zuidelijke stad?"
+
+»Mijn vader is gevangen, mijnheer. Hij was te Charleston, toen de
+eerste schoten van den burgeroorlog vielen, en toen de troepen der
+Unie door de geconfedereerden uit het fort Sumter verjaagd werden. De
+gevoelens van mijn vader stelden hem aan den haat der slavenhouders
+bloot en tegen alle recht in werd hij op bevel van Beauregard gevangen
+gezet. 'k Was toen in Engeland bij een tante die nu onlangs gestorven
+is en, alleen op de wereld, zonder anderen steun dan Crockston, een
+trouwen bediende van onze familie, wilde ik de gevangenschap van mijn
+vader deelen."
+
+»En wat was de heer Halliburtt?" vroeg James Playfair.
+
+»Een eerlijk journalist," antwoordde Jenny fier, »een der geachtste
+redakteurs van de Tribune; hij heeft de zaak van het noorden altoos
+het moedigst verdedigd."
+
+»Een abolitionnist!" riep de kapitein hevig, »een van die menschen
+die, onder voorwendsel van de slavernij te willen afschaffen, hun
+land met bloed en jammeren vervuld hebben!"
+
+»Mijnheer," sprak Jenny, »u beleedigt mijn vader, u moest niet vergeten
+dat niemand hem kan verdedigen dan ik."
+
+Het bloed steeg den jongen man naar het aangezicht, toorn en schaamte
+vervulden hem, hij was op het punt van het meisje zonder omslag te
+antwoorden, maar hij bedwong zich en opende de deur zijner hut.
+
+»Bootsman," riep hij.
+
+De bootsman kwam toegeloopen.
+
+»Deze hut is van nu af voor juffrouw Halliburtt," zeide hij; »laat
+voor mij een gewone hut achter in de kampanje inrichten."
+
+De bootsman keek den kajuitsjongen met dien damesnaam verbaasd aan,
+doch op een wenk van den kapitein ging hij heen.
+
+»En nu behoort deze hut aan u," sprak de jonge kapitein van den
+Dolfijn, en ging heen.
+
+
+
+
+
+
+
+STREKEN VAN CROCKSTON.
+
+
+De geheele equipage was weldra met de geschiedenis van Jenny Halliburtt
+bekend. Crockston vertelde haar nu zonder terughouding. Hij was op
+bevel van den kapitein van de strafoefening verschoond geworden en
+zoodra hij in vrijheid was, ging hij naar het ruim, nam er een klein
+valies uit en bracht het aan juffrouw Jenny. Het jonge meisje kon
+toen hare eigene kleederen weder aannemen, maar vertoonde zich niet
+op het dek.
+
+De stuurman zag weldra in dat Crockston hoegenaamd geen verstand van
+de zeevaart had en hij werd van alle dienst ontslagen.
+
+Intusschen stoomde de Dolfijn snel den Oceaan over. Den dag nadat de
+identiteit van mejuffrouw Halliburtt ontdekt was, liep James Playfair
+met rassche schreden het dek op en neder. Hij had geene enkele poging
+aangewend om het jonge meisje weder te zien en hun gesprek weder op
+te vatten.
+
+Gedurende die wandeling kwam Crockston hem telkens tegen en keek hem
+steelsgewijs met een genoeglijken grijns aan. Hij wilde blijkbaar
+gaarne met den kapitein spreken en begon hem eindelijk zoo indringend
+aan te kijken dat Playfair er ongeduldig onder werd.
+
+»Wat wil je nu weer?" vroeg hij, den Amerikaan aansprekende, »je
+draait om me heen als een zwemmer om een drijfton!"
+
+»Neem me niet kwalijk, kapitein," antwoordde Crockston; »dat komt
+omdat ik u iets te zeggen heb."
+
+»Zeg het dan!"
+
+»Dat is gemakkelijk; 't is niets anders dan dat u in den grond een
+goed mensch zijt."
+
+»Waarom in den grond?"
+
+»Nu, in den grond en boven op ook."
+
+»'k Heb je complimenten niet noodig."
+
+»'t Zijn geen complimenten. Daar wacht ik mee totdat u alles gedaan
+hebt."
+
+»Wat alles?"
+
+»Dat is duidelijk. U hebt ons aan boord genomen. Goed. U hebt
+uw hut aan juffrouw Halliburtt gegeven. Mooi. U hebt me de
+straf kwijtgescholden. Zoo goed als het kan. U brengt ons naar
+Charleston. Overheerlijk. Maar dat is niet alles."
+
+»Niet alles!" herhaalde de kapitein, verbaasd over de aanmatiging
+van den man.
+
+»Neen, zeker niet," hernam Crockston; »haar vader zit daar gevangen."
+
+»Nu, wat zou dat?"
+
+»U moet hem bevrijden."
+
+»Den vader van juffrouw Halliburtt bevrijden!"
+
+»Natuurlijk. Hij is een achtenswaardig man, een moedig burger. Hij
+is waard dat men iets om hem waagt."
+
+»Meester Crockston," antwoordde James Playfair, de wenkbrauwen
+fronsende; »je schijnt mij een eerste grappenmaker, maar onthoud
+voortaan dat 'k geen gekheid versta."
+
+»U vergist u, kapitein. 'k Vertel geen grappen. 'k Spreek in ernst. Wat
+ik u voorstel, schijnt u op het eerste gezicht ongerijmd, maar na
+eenig nadenken zult u zelf inzien dat u niet minder doen kunt."
+
+»Dan dien meneer Halliburtt bevrijden?"
+
+»Zeker. U moet zijn in vrijheidstelling aan generaal Beauregard vragen,
+die u haar niet weigeren zal."
+
+»En als hij toch weigert?"
+
+»Dan moeten we andere middelen te baat nemen," zei Crockston dood
+bedaard, »dan moeten we den gevangene voor den neus der Zuidelijken
+weg halen."
+
+»En 'k zou niet alleen door de vloot der Noordelijken heendringen en
+de blokkade van Charleston verbreken, maar bovendien nog maken dat
+'k weer in zee kwam onder het kanon der forten, enkel om een meneer
+te helpen dien 'k niet ken, een papierkladder die zijn inkt vergiet
+in plaats van zijn bloed!"
+
+»O, een kanonschot meer of minder!" antwoordde Crockston.
+
+»Meester Crockston, als je me weer over die zaak begint, laat ik je in
+het vooronder opsluiten om je te leeren je tong in bedwang te houden."
+
+Met die woorden zond de kapitein den Amerikaan weg, die onder het
+heengaan mompelde:
+
+»Nu, dat gaat niet kwaad; het balletje is opgeworpen. 't Zal wel gaan!"
+
+Toen James Playfair zoo veel afschuw van de abolitionnisten te kennen
+gegeven had, was hij verder gegaan dan hij inwendig meende. Hij
+was geen voorstander van de slavernij; maar hij ontkende dat de
+slavenquaestie de hoofdoorzaak van den burgeroorlog was. Beweerde
+hij dan dat de Zuidelijke Staten--acht van de zes en dertig--het
+recht hadden zich af te scheiden, omdat zij zich uit vrijen wil
+hadden aangesloten? Dat ook niet eens. Hij had een afkeer van de
+Noordelijken. Dat was alles. Hij beschouwde hen als afgevallen
+Engelschen die goed gevonden hadden te doen wat hij nu in de
+Zuidelijken goedkeurde. Maar bovenal was die Amerikaansche oorlog
+hem persoonlijk hinderlijk en hij was kwaad op degenen die dien
+oorlog maakten.
+
+Intusschen kwelden hem de insinuaties van Crockston geweldig; hij
+schudde ze wel van zich af, maar zij drongen zich telkens weder aan
+hem op en toen hij Jenny den volgenden dag op het dek zag, durfde
+hij haar niet aanzien.
+
+En dat was wezenlijk jammer, want dat jonge meisje met die blonde
+lokken, met die verstandige zachte oogen, verdiende wel een blik van
+een jongen man van dertig jaren; maar James was in haar bijzijn niet op
+zijn gemak; hij gevoelde dat zij eene sterke, edelmoedige ziel bezat,
+in de school des ongeluks gevormd; hij begreep dat zijn zwijgen
+gelijk stond met de weigering van haar liefsten wensch. Bovendien
+zocht Jenny Halliburtt, nadat zij er ten laatste toe gekomen was hare
+hut te verlaten, het bijzijn van James evenmin als zij hem vermeed,
+en in den eersten tijd spraken zij elkander weinig of niet.
+
+De trouwe Crockston gaf echter den moed niet op om zijn doel te
+bereiken. Hij had zich eenmaal in het hoofd gesteld, den kapitein
+ter bevrijding van den heer Halliburtt te gebruiken en met dezen naar
+Engeland terug te keeren. Dat was zijn doel, terwijl het jonge meisje
+geen ander doel had dan de gevangenschap haars vaders te gaan deelen.
+
+Toen Crockston nu zag dat er niet de minste toenadering ontstond
+tusschen het jonge meisje en den kapitein, begon hij met de zaak
+verlegen te worden.
+
+»Ik zal ze overrompelen," dacht hij.
+
+En den morgen van den vierden dag trad hij in de hut van Jenny
+Halliburtt en wreef zich met het vergenoegdste gelaat in de handen.
+
+»Goede tijding!" riep hij; »goede tijding! U raadt nooit wat de
+kapitein me voorgesteld heeft. Dat is eerst een braaf mensch!"
+
+»Heeft hij u voorgesteld..." riep Jenny, wier hart hevig begon
+te kloppen.
+
+»Den heer Halliburtt te bevrijden, hem aan de Zuidelijken te ontkapen
+en hem mede naar Engeland te nemen."
+
+»Is dat waar?" riep Jenny.
+
+»Zoo als ik u zeg, juffrouw. Wat is die James Playfair een moedige
+kerel! Zoo zijn nu die Engelschen; ze deugen niets of ze zijn
+volmaakt. Ja, ja! hij kan op mijne dankbaarheid rekenen; 'k wil me
+voor hem tot moes laten hakken, als het hem pleizier kan doen."
+
+De blijdschap van Jenny op het hooren van die woorden kende geene
+grenzen. Haar vader bevrijden! Zij zou nooit aan zulk een plan hebben
+durven denken? En voor haar ging de kapitein van den Dolfijn zijn
+schip en zijn volk wagen!
+
+»Zoo is hij nu," voegde Crockston er bij en, »juffrouw Jenny, hij
+verdient wel dat u hem bedankt."
+
+»Meer dan dat," riep het jonge meisje; »een eeuwige vriendschap!"
+
+En onmiddellijk verliet zij hare hut om voor James Playfair haar
+dankbaar gevoel uit te storten.
+
+»Dat gaat goed," mompelde de Amerikaan; »'t zal gaan!"
+
+James Playfair wandelde op de kampanje en was, zoo als men denken kan,
+zeer verwonderd, om niet te zeggen stom van verbazing, toen hij het
+jonge meisje op zich zag toekomen en hem onder tranen van dankbaarheid
+de hand reiken, zeggende:
+
+»Heb dank, mijnheer, heb dank voor uw opoffering, die 'k nooit van
+een vreemde gewacht zou hebben."
+
+»Juffrouw," antwoordde de kapitein, als iemand die niets begreep en
+niet kon begrijpen, »'k weet niet...."
+
+»En u gaat om mijnentwil gevaren trotseeren, misschien uwe belangen
+benadeelen. U die reeds zoo veel gedaan hebt met me een gastvrijheid
+aan boord van uw schip te bewijzen waarop ik volstrekt geen recht
+heb...."
+
+»Vergeef me, juffrouw Halliburtt," antwoordde James Playfair, »maar 'k
+betuig u dat 'k u volstrekt niet begrijp. 'k Heb me jegens u gedragen
+zoo als ieder wel opgevoed man zich jegens eene vrouw gedragen zou
+hebben; en mijn gedrag verdient noch zoo veel dankbaarheid, noch zoo
+veel dankbetuiging."
+
+»Mijnheer Playfair," hernam Jenny, »u behoeft niet langer te veinzen;
+Crockston heeft me alles gezegd."
+
+»Heeft Crockston u alles gezegd? Dan begrijp ik nog veel minder waarom
+u uit uw hut gekomen zijt om me iets te zeggen dat...."
+
+Al sprekende werd de jonge kapitein vrij verlegen met zijne houding;
+hij herinnerde zich de minachtende wijze waarop hij het voorstel van
+den Amerikaan had aangehoord; maar gelukkig voor hem gunde Jenny hem
+den tijd niet zich duidelijker te verklaren en viel hem in de rede,
+zeggende:
+
+»Mijnheer Playfair, toen 'k bij u aan boord kwam, had ik geen ander
+plan dan naar Charleston te gaan, en daar zouden de Zuidelijken,
+ondanks al hunne wreedheid, een arm meisje niet belet hebben de
+gevangenschap met haren vader te deelen. 'k Zou nooit een onmogelijke
+terugkomst gehoopt hebben; maar nu u zoo edelmoedig zijt mijn gevangen
+vader te willen bevrijden; wijl u alles wagen wilt om hem te redden,
+houd u nu overtuigd van mijn innige dankbaarheid en laat me u de
+hand drukken."
+
+James wist niet wat hij zeggen zou; hij beet zich op de lippen; hij
+durfde de hand niet aannemen die het jonge meisje hem aanbood. Hij
+begreep dat Crockston hem »er in had laten loopen," om hem het
+terugtreden onmogelijk te maken. En toch kwam het niet in zijn hoofd op
+eenig gevaar te trotseeren tot bevrijding van den heer Halliburtt. Maar
+hoe zou hij de hoop van het arme meisje teleurstellen? Hoe kon hij
+die hand afwijzen die zij hem zoo vriendschappelijk aanbood? Hoe zou
+hij die tranen van dankbaarheid die haar uit de oogen sprongen in
+tranen van droefheid doen veranderen?
+
+De jonge man deed zijn best om een ontwijkend antwoord te geven,
+zijne vrijheid van handelen te behouden en zich tot niets te verbinden.
+
+»Juffrouw Halliburtt," zeide hij, »houd u overtuigd dat ik alles
+doen wil om..." En hij nam het handje van Jenny aan; maar bij de
+zachte drukking van dat handje voelde hij dat zijn hart smolt en dat
+zijn hoofd in de war raakte; hij kon geene woorden vinden om zijne
+gedachten uit te drukken; hij mompelde niets beteekenende woorden.
+
+»Juffrouw Halliburtt... om... u.."
+
+Crockston die hen van achter een mast gadesloeg, wreef zich in de
+handen en riep grinnekend:
+
+»Het gaat, het gaat, het gaat!"
+
+Hoe James Playfair zich uit de verlegenheid zou gered hebben? Dat
+weet niemand; maar gelukkig voor hem, zoo niet voor den Dolfijn,
+liet de stem van den wachthebbenden matroos zich hooren:
+
+»Een zeil!"
+
+James Playfair liet onmiddellijk het jonge meisje staan en begaf zich
+in het want van den fokkemast.
+
+Toen die roepstem: »een zeil" uit de ra klonk, had de Dolfijn reeds
+drie vijfden van de reis afgelegd. In de fokkera gekomen, ontdekte
+kapitein Playfair weldra een groot fregat der Noordelijken, dat met
+volle stoomkracht op den Dolfijn afkwam en hem den pas scheen te
+willen afsnijden.
+
+De kapitein onderzocht het vreemde schip met de meeste nauwkeurigheid,
+kwam daarna weder op het dek terug en liet den eersten stuurman roepen.
+
+»Wat dunkt je van dat schip?" vroeg hij.
+
+»'k Houd het er voor, kapitein, dat het een schip van de Noordelijken
+is, dat onze bedoeling vermoedt."
+
+»Ja, we behoeven geen oogenblik aan zijne nationaliteit te twijfelen,"
+antwoordde James. »Zie maar."
+
+Op dat oogenblik vertoonde de met sterren bezaaide vlag der Noordelijke
+Unie zich op de korvet en deze liet op het uitsteken harer vlag een
+kanonschot volgen.
+
+»Een uitnoodiging om de onze te laten zien," sprak de stuurman. »Welnu,
+dat kunnen we doen; we behoeven er ons niet voor te schamen."
+
+»Waartoe?" antwoordde James Playfair: »onze vlag zou ons weinig
+beschermen en den lust van die lieden om ons een bezoek te brengen
+niet doen vergaan. Neen, we zullen ze vooruit zien te komen."
+
+»Dan moeten we ons haasten," hernam de stuurman; »als 'k me niet
+vergis, heb ik die korvet meer gezien, in den omtrek van Liverpool,
+waar zij een oog kwam houden op de in aanbouw zijnde schepen. 'k
+Mag geen Matthyssen heeten, als 'k niet »Iroquois" aan zijn spiegel
+zie staan."
+
+»En is hij een vlugge stoomer?"
+
+»Een der beste van de noordelijke marine."
+
+»En hoeveel stukken voert hij?"
+
+»Acht!"
+
+»Is 't anders niet!"
+
+»Haal de schouders niet op, kapitein," antwoordde de stuurman op
+ernstigen toon. »Onder die acht kanonnen zijn er twee op draaiende
+affuiten, een zestigponder op de voorplecht en een honderdponder op
+het dek; beiden getrokken kanonnen."
+
+»Duivelsch!" zei James Playfair, »die kanonnen dragen een uur ver."
+
+»Ja, en meer nog, kapitein."
+
+»Nu, stuurman, of die kanonnen honderdponders of vierponders zijn;
+of ze een uur ver dragen of een minuut, 't komt op 't zelfde neer
+als men gauw genoeg uit den weg komt om hun kogels te ontsnappen. We
+zullen dien Iroquois eens laten zien hoe men vooruitkomt als men er
+naar gemaakt is. Laat goed aanstoken, stuurman!"
+
+De stuurman bracht den machinist de bevelen des kapiteins over en
+weldra kronkelde er een zwarte rook uit de schoorsteenen der boot.
+
+Dat teeken scheen niet naar den smaak der korvet te zijn; want zij
+zond den Dolfijn het sein om bij te draaien; doch James Playfair gaf
+geen acht op het bevel en veranderde niet van koers.
+
+»Nu zullen we eens zien wat die Iroquois beginnen zal; hij heeft nu
+een mooie gelegenheid om zijn honderdponder te probeeren en te zien
+hoe ver hij draagt. Laat al de stoomkracht gebruiken!"
+
+»Nu," zei de stuurman, »'t zal niet lang duren of we krijgen een
+saluutschot!"
+
+Toen de kapitein op de kampanje kwam, zag hij Jenny Halliburtt bedaard
+op den rand zitten.
+
+»Juffrouw Halliburtt," zeide hij, »de korvet, die u daar ziet, zal
+waarschijnlijk jacht op ons maken, en daar ze hare kanonnen gaat
+gebruiken, bied ik u mijn arm om u naar uw hut te brengen."
+
+»Ik dank u, kapitein," antwoordde het jonge meisje, terwijl ze James
+aankeek, »maar 'k ben niet bang voor een kanonschot."
+
+»Er kan toch gevaar bij zijn, ondanks den afstand."
+
+»O, in Amerika worden wij meisjes aan alles gewend, en 'k verzeker
+u dat 'k niet eens bukken zal voor de kogels van dien Iroquois."
+
+»'k Moet uw dapperheid bewonderen, juffrouw Jenny."
+
+»Nu, laat ons het daar voor houden, en sta me toe bij u te blijven."
+
+»Ik kan u niets weigeren, juffrouw Halliburtt," antwoordde de kapitein,
+de bedaardheid van het jonge meisje ziende.
+
+Hij had nauwelijks die woorden uitgesproken, of men zag een witte
+damp uit de schietgaten der korvet te voorschijn komen. Voor dat de
+dreunende knal van het schot den Dolfijn had kunnen bereiken, snorde
+een puntkogel, die met eene vreeselijke snelheid schroefsgewijs om
+zijn as ronddraaide, op de boot toe. Hij was gemakkelijk te volgen
+in zijn loop, die betrekkelijk bedaard mocht heeten, want de kogels
+uit een getrokken kanon geschoten, vliegen minder snel dan die uit
+gladde stukken.
+
+Toen de kogel nog twintig vademen van den Dolfijn verwijderd was,
+raakte hij een oogenblik de golven en liet op zijn doortocht eene
+serie van kleine watervallen achter; daarna kreeg hij weder nieuwe
+veerkracht, verhief zich in de lucht, vloog over den Dolfijn heen,
+sneed in zijne vaart den stuurboordarm der fokkera af, viel twintig
+vademen verder weder neer en verdween voor goed in de golven.
+
+»Duivelsch!" riep James Playfair, »vooruit! vooruit! de tweede kogel
+zal zich niet lang laten wachten!"
+
+»O," zei de stuurman, »ze hebben in alle geval tijd noodig om te
+laden."
+
+»Dat is al heel interessant om te zien," sprak Crockston die, met de
+armen over elkander, het tooneel gadesloeg. »En dat zijn nog al onze
+vrienden die ons die kogels zenden!"
+
+»Ben jij daar!" riep James Playfair, den Amerikaan van het hoofd tot
+de voeten opnemende.
+
+»Ja wel, kapitein," antwoordde Crockston onverstoorbaar; »'k kom eens
+zien hoe die brave kerels schieten. Niet kwaad, dat moet ik zeggen."
+
+De kapitein wilde hem juist een scherp antwoord geven, toen een tweede
+kogel aan stuurboordzijde in zee plofte.
+
+»Mooi!" riep James Playfair! »we hebben al twee knoopen op dien
+Iroquois gewonnen. Zij loopen als een drijfton, uw vrienden, hoor je,
+baas Crockston!"
+
+»'k Zeg niet van neen," antwoordde de Amerikaan, »en voor het eerst
+in mijn leven doet het me pleizier."
+
+Een derde kogel bleef ver achter bij de twee eerste en in minder dan
+tien minuten was de Dolfijn buiten het bereik der korvet.
+
+»Een mooi schip dat u kommandeert," zeide toen Jenny tot den kapitein.
+
+»Ja, juffrouw Jenny, eer de dag om is, zal er van die korvet niets
+meer te zien zijn."
+
+En de uitkomst toonde dat Playfair gelijk had.
+
+Dat voorval gaf aanleiding dat de kapitein het karakter van Jenny
+Halliburtt weder uit een nieuw oogpunt begon te beschouwen. Bovendien
+was het ijs nu gebroken, en de kapitein en zijne passagier waren
+dikwijls en lang met elkander in gesprek. Hij vond haar een bedaard,
+sterk, bedachtzaam, intelligent meisje, dat op Amerikaansche manier in
+alles oprecht hare meening zeide, en hare opinie met eene overtuiging
+wist te verdedigen die, zonder dat James het bemerkte, diep in zijn
+hart doordrong. Zij had haar land lief en was eene hartstochtelijke
+voorstandster van het groote denkbeeld der Unie; zij sprak over den
+oorlog met een enthousiasme, zoo als bijna geene andere vrouw zou
+hebben kunnen aan den dag leggen en meer dan eens was Playfair met zijn
+antwoord verlegen. Overigens bekommerde de kapitein zich niet veel om
+de politiek en hij zou wel in belangrijker zaken toegegeven hebben, dan
+de quaestie over het gelijk of ongelijk der beide partijen in Amerika,
+wanneer die hem op zulk eene aantrekkelijke wijze betwist geworden
+waren. Hij gaf zich dus gemakkelijk gewonnen. Maar dat was niet alles
+en weldra werd »de koopman" in zijne dierbaarste belangen aangetast.
+
+»Ja, mijnheer Playfair," zeide Jenny op zekeren dag, »de dankbaarheid
+mag geen inbreuk maken op mijn oprechtheid; integendeel. Ik houd u
+voor bekwaam koopman, het huis Playfair is overal met eer bekend,
+maar op dit oogenblik doet het iets tegen zijn principes en drijft
+een handel zijner onwaardig."
+
+»Hoe!" riep James, »zou het huis Playfair het recht niet hebben tot
+zulk een onderneming?"
+
+»Neen! Het verschaft wapenen aan ongelukkigen die in openbaren opstand
+zijn tegen het wettig gezag van hun land."
+
+»'k Wil niet met u twisten over het recht der Zuidelijken; 'k zal u
+slechts één ding zeggen: 'k ben een koopman en denk aan de belangen
+van ons huis. 'k Maak zaken waar ik kan."
+
+»Dat is juist berispelijk, mijnheer James; zoo zijt u door opium
+aan de Chineezen te verkoopen, dat hen verdierlijkt, even schuldig
+als op dit oogenblik, nu u aan de Zuidelijken de middelen levert,
+om een misdadigen oorlog vol te houden."
+
+»Neen, dat is al te kras, juffrouw Jenny, 'k geef u dat volstrekt
+niet toe..."
+
+»Neen, 't is waar; en als u tot u zelven inkeert, als u de rol die u
+spelen gaat goed zult begrijpen en de gevolgen waarvoor u in ieders
+oog verantwoordelijk zijt, goed inziet, zult u mij hierin zoo goed
+als in al het andere gelijk geven."
+
+James Playfair stond verstomd. Hij liet het jonge meisje staan en
+liep boos heen, want hij gevoelde zijne onmacht om te antwoorden;
+daarna pruilde hij een half uur lang als een kind, en kwam eindelijk
+bij het zonderlinge meisje terug, dat hem met zulk een lieven lach
+hare meest logische argumenten voorhield.
+
+Kortom, of James Playfair het wilde weten of niet, hij was niet meer
+»naast God schipper van zijn schip."
+
+Zoo schenen, tot groote blijdschap van Crockston, de zaken van den heer
+Halliburtt op een goeden voet te staan. De kapitein scheen besloten
+alles te ondernemen om den vader van juffrouw Jenny te bevrijden,
+al had hij er den Dolfijn, zijne lading en de equipage aan moeten
+wagen en er zich den vloek van zijn waardigen oom Vincent door op
+den hals moeten halen.
+
+
+
+
+
+
+
+HET KANAAL VAN SULLIVAN.
+
+
+Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond de
+Dolfijn zich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen
+storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken;
+dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn
+»Tempest" gedacht.
+
+De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan
+of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen,
+waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte
+tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield de Dolfijn zich uitmuntend
+gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den
+orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de
+Amerikaansche kusten weder voortzetten.
+
+Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet
+minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die
+zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook
+begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht,
+dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel
+meester maakte.
+
+»Ja," dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom
+Vincent zeggen! 'k Weet zeker dat, zoo Jenny mij beval die vervloekte
+lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen
+doen zou."
+
+Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met
+dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart
+las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.
+
+»We hebben hem, we hebben hem!" zeide hij onophoudelijk voor zich
+heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt
+veilig en wel in de mooiste hut van den Dolfijn."
+
+En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en
+beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair
+minder dan iemand.
+
+Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen
+kapiteins, stoomde de Dolfijn niet minder snel naar Charleston.
+
+Den 13en Januari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het
+westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen
+uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:
+
+»De vuurtoren van Charleston!"
+
+Toen daaruit bleek op welk punt van de kust de Dolfijn zich bevond,
+had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai
+van Charleston zou binnenloopen.
+
+»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten," zeide hij,
+»liggen we veilig in de haven van Charleston."
+
+De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven
+Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk
+is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en
+noordelijk door het eiland Sullivan. Toen de Dolfijn zijn waagstuk
+uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris
+reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de
+handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie,
+op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam
+voor den Dolfijn vlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur
+van het eiland Morris te vermijden.
+
+Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen:
+het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het
+Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het
+kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken;
+daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen,
+zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne
+beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was
+volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend;
+hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge
+doortochten door was. De groote zaak was daarin door te dringen en
+die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene
+juiste kennis van de eigenschappen van den Dolfijn.
+
+Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van
+Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.
+
+»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen," zeide
+hij tot den kapitein.
+
+»Nu, we geven hun geen antwoord," antwoordde Playfair, »al zijn ze
+nog zoo nieuwsgierig."
+
+De kruisers kwamen met alle stoomkracht op den Dolfijn los, die
+zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten
+te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar
+het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan
+te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren
+batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om
+het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten den Dolfijn derhalve
+zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen
+en gade te slaan.
+
+Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand
+van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam
+voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit
+de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van
+drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.
+
+»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien
+stoomen," zei de kapitein.
+
+Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en
+in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij
+plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het
+noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.
+
+Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het
+plan van den Dolfijn en begonnen hem achterna te zetten; doch de
+Dolfijn verdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand
+en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die
+bereikten den halven weg niet.
+
+Des morgens om elf uur stoomde de Dolfijn vlak langs het eiland
+Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want
+geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben
+durven volgen.
+
+»Is dat nu al die moeielijkheid!" riep Crockston.
+
+»Hei, hei, baas Crockston," antwoordde James Playfair, »de
+moeielijkheid zit 'em niet in het komen, maar in het heen gaan."
+
+»O," antwoordde de Amerikaan; »met een schip als de Dolfijn en een
+kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil."
+
+Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij
+volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij
+zonder aarzeling voorwaarts ging.
+
+Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde
+hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney,
+op het eenzame eilandje Shute's Folly in het oog kreeg.
+
+Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van
+het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn
+koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het
+eiland Sullivan, voorbij en de baai in.
+
+Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de
+batterijen der Noordelijken beschermde.
+
+Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog,
+ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.
+
+Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen
+verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.
+
+Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke
+vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.
+
+Toen de Dolfijn het fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen
+de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.
+
+James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den
+vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche
+vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de
+engten door.
+
+Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter
+zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op
+de kampanje en aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk
+gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.
+
+Eindelijk verminderde de Dolfijn zijn stoom en lag weldra voor de
+kade de North commercial Wharf.
+
+
+
+
+
+
+
+EEN GENERAAL DER GECONFEDEREERDEN.
+
+
+De Dolfijn was bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met
+gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche
+schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom de Dolfijn de engte
+van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.
+
+Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in
+betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze
+ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen
+aan het werk om het schip te lossen.
+
+Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste
+aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.
+
+»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny," had hij geantwoord; »'k
+zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; 'k zal generaal
+Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling
+van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand
+hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan."
+
+»Mijn arme vader," antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat
+zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!"
+
+»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. 'k
+Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam
+en voorzichtig zijn."
+
+Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg
+had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken
+van den dag.
+
+»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?" vroeg hij.
+
+»'k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van
+onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen
+ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn."
+
+»En zijt u zeker van uw soldaten?" vroeg Playfair; »vreest u niet
+dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang
+sleept?"
+
+»Neen; 'k vrees geen verraad, 'k zou de verraders onmiddellijk
+laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien 'k de minste
+unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad
+toevertrouwd en 'k zal haar bewaren."
+
+»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?"
+
+»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst
+feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog
+weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze
+verslagen waren."
+
+»Zijn er veel?"
+
+»Honderd ongeveer."
+
+»Vrij in de stad?"
+
+»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun
+aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. 'k
+Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene
+van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop."
+
+»Wat! worden ze gefusilleerd?"
+
+»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in
+eene belegerde stad. 'k Heb zijne in beslag genomen brieven naar
+Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot
+onherroepelijk beslist."
+
+»Hoe heet die man?" vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.
+
+»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist."
+
+»Die arme kerel!" antwoordde James, zijne aandoening verbergende;
+»'k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten
+zal worden?"
+
+»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men
+moet zich verdedigen."
+
+»Enfin; 't raakt me niet," antwoordde de kapitein, »en 'k ben al ver
+weg als de executie plaats heeft."
+
+»Hoe, zoo spoedig reeds?"
+
+»Ja, generaal, zoodra 'k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. 'k
+Ben te Charlestown gekomen, maar 'k moet er weer uit ook. De Dolfijn
+is een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden
+in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden,
+en één kogel zou mijn geheelen handel bederven."
+
+»Nu, 'k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt
+gelijk. Bovendien is 't te Charlestown alles behalve aangenaam en een
+reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige
+plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort
+van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?"
+
+James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo
+goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming
+naar den Dolfijn terugkeerde.
+
+»Wat zal 'k aan Jenny zeggen," dacht hij, »moet ik haar met den
+vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou
+'k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!"
+
+Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd,
+toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem
+opgewacht.
+
+»Nu, kapitein?"
+
+James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem
+niets goeds te zeggen had.
+
+»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?"
+
+»Ja."
+
+»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?"
+
+»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... 'k kan wel alles zeggen,
+Crockston."
+
+»Alles, kapitein."
+
+»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht
+dagen wordt doodgeschoten."
+
+Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten
+zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de
+Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op
+zijne lippen en hij zeide niets dan:
+
+»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van den Dolfijn en de Dolfijn
+is over zeven dagen in volle zee."
+
+»Ja, 'k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt
+van mijn oom Vincent en de geheele lading zou 'k mijn schip in de
+lucht laten springen voor juffrouw Jenny."
+
+»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen
+bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen."
+
+»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen
+met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna
+wonderbaarlijke vlucht helpen."
+
+»O," riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te
+vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een
+gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met
+onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen."
+
+»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan
+maken en voorzorgen nemen."
+
+»'k Zal er eens over nadenken."
+
+»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is
+en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan..."
+
+»Ze moet het niet hooren."
+
+»Ja, 't zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen."
+
+»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?" vroeg Crockston.
+
+»In de citadel," antwoordde Playfair.
+
+»Perfekt; nu naar boord!"
+
+
+
+
+
+
+
+DE VLUCHT.
+
+
+Op de kampanje van den Dolfijn gezeten, wachtte Jenny met angstig
+ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam,
+kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair
+meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken.
+
+Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan
+de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen
+was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne
+krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de
+generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden
+eens wilde afwachten.
+
+»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal
+zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en
+'k zweer u, juffrouw Jenny, dat de Dolfijn de reede van Charlestown
+niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben."
+
+»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!"
+
+Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij
+naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht
+zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne
+lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen.
+
+»Heb je een plan, Crockston?" vroeg Jenny, toen hij zich bij hen
+voegde.
+
+»'k Heb altijd een plan," antwoordde de Amerikaan, »dat is eene
+specialiteit van me."
+
+»Een goed plan?" vroeg James.
+
+»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter
+kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is."
+
+»Zeg op dan, Crockston; we luisteren."
+
+»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst
+die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet
+aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg
+tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet
+hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder
+voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland
+aan de justitie over te leveren."
+
+»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan," zei James, half glimlachende,
+»maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan."
+
+»Wat dan?"
+
+»Het slechte sujet, de schelm."
+
+»Hij staat voor u, met uw verlof," kapitein.
+
+»O, die brave trouwe Crockston!" riep Jenny, de ruwe hand van den
+Amerikaan in hare fijne handjes drukkende.
+
+»'k Begrijp je, Crockston," sprak James; »een ding spijt me maar,
+en dat is dat 'k niet in uw plaats kan gaan."
+
+»Ieder zijn rol," antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden
+als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de
+reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken;
+en daarmee zou ik weer verlegen zitten."
+
+»Nu Crockston, en dan?"
+
+»Nu, als 'k eens in de citadel ben--'k ben er in bekend--zal 'k wel
+weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort."
+
+»O, dat is bijzaak," zei de kapitein.
+
+»In 't geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken
+van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal
+alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in
+zes dagen klaar zijn?"
+
+»Ja."
+
+»Nu dan, laat de Dolfijn dan op den 22sten reisvaardig zijn. Op den
+avond van dien 22sten let wel op, moet u een sloep, met uwe beste
+matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste punt van de stad
+zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt
+met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen."
+
+»Maar hoe zal je 't aanleggen om den heer Halliburtt te redden en
+zelf te ontsnappen?"
+
+»Dat is mijn zaak."
+
+»Goede Crockston," zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar
+brengen om mijn vader te redden?"
+
+»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: 'k breng niets in gevaar,
+geloof me."
+
+»En wanneer moet ik je laten opsluiten?" vroeg James.
+
+»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen
+tijd te verliezen."
+
+»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen."
+
+»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur
+en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en
+den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet
+kunnen drinken des noods."
+
+»En den cipier een roes laten drinken?"
+
+»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; 'k heb een
+plannetje."
+
+»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars."
+
+»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud."
+
+»Ben je dus klaar?"
+
+»Klaar om een volmaakte schelm te zijn."
+
+»Op weg dan."
+
+»Crockston," zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft."
+
+»Dat zou me niets verwonderen," antwoordde de Amerikaan met een
+koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie
+van belang."
+
+»En die is?"
+
+»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen--u weet die
+militairen maken er korte metten mee--zult u hem verzoeken of u
+daarover nog eens moogt denken."
+
+Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage,
+die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan
+wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein
+James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel
+van Charlestown opgesloten.
+
+Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het
+laden van den Dolfijn voortgegaan. De bevolking van Charlestown
+hielp dienstvaardig mede; de bemanning van den Dolfijn was bij de
+Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om
+de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op
+de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan,
+waarvan de matrozen de reden niet vermoedden.
+
+Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim
+van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om
+bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het
+voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen
+van Charlestown tot last was.
+
+Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de
+hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe.
+
+»'k Heb alle vertrouwen op Crockston," zeide hij, »en u juffrouw Jenny,
+die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie
+dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me."
+
+»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!"
+
+»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn," antwoordde James.
+
+Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut.
+
+Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand
+zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den
+laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een
+der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te
+Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het
+doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag
+zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande
+executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen
+bracht haar op den Dolfijn over. Zonder te vermoeden dat Jenny in
+de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had
+en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg
+haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te
+roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen
+man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste
+stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James
+fluisterde haar toe:
+
+»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn,
+of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden."
+
+Daarop de hut verlatende, zeide hij:
+
+»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, 't mag kosten wat het wil."
+
+Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee
+uren kon de Dolfijn vertrekken. De kapitein had zijn schip op de open
+reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur
+'s avonds inviel.
+
+Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij
+maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim
+zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven. Maar
+nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten.
+
+»Ik ben tot uw orders," was alles wat deze zeide toen hij het geheim
+wist. »Om negen uur?"
+
+»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken."
+
+»Het is dadelijk klaar, kapitein."
+
+Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij:
+»En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes
+van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. 'k
+Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons."
+
+Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag
+onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel
+verliezen.
+
+Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar
+trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer
+geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht
+van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen
+gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan.
+
+Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point
+aanstiet.
+
+James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston
+aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een
+schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James
+Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk
+langzaam voor hem voorbij.
+
+Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed
+om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf
+aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene
+patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien
+des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot
+aan den rand der kade door te loopen?
+
+De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James:
+
+»Wat is dat voor een vaartuig?"
+
+»De giek van den Dolfijn," antwoordde de kapitein.
+
+»En gij zijt?"
+
+»Kapitein Playfair zelf."
+
+»'k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart."
+
+»'k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar..."
+
+»Maar?" vroeg de aanvoerder, aanhoudende..
+
+».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had
+'k bijna vergeten; gelukkig heb 'k op het laatste oogenblik nog aan
+hem gedacht en nu heb 'k om hem gezonden."
+
+»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem
+hier anders ook wel opgehangen hebben," zeide de luitenant schertsend.
+
+»Dat begrijp ik," antwoordde Playfair, »maar 't is beter dat alles
+naar den regel gebeurt."
+
+»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland
+Morris niet te veel."
+
+»Wees gerust, 'k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop 't nu weder
+te doen!"
+
+Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even
+stil als te voren.
+
+Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen
+alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde
+het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen
+de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel
+gewikkeld; James liep op hem toe.
+
+»De heer Halliburtt?"
+
+»Die ben ik," antwoordde de man.
+
+»Goddank!" riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?"
+
+»Crockston!" antwoordde de heer Halliburtt verbaasd. »Wat bedoelt gij?"
+
+»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw
+bediende Crockston."
+
+»Neen, dat is de cipier," betuigde de heer Halliburtt.
+
+»De cipier!" herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend
+angsten beknelden hem de borst.
+
+»Wel ja, de cipier!" riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn
+hok te ronken."
+
+»Crockston, ben jij 't, ben jij daar!" riep de heer Halliburtt.
+
+»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen;
+maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!"
+
+De drie mannen namen in de giek plaats.
+
+»Vooruit!" beval de kapitein.
+
+Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot
+als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown.
+
+
+
+
+
+
+
+TUSSCHEN TWEE VUREN.
+
+
+De giek vloog vooruit, de mist werd dikker en het kostte James moeite
+de richting waar te nemen, die hij wist dat men volgen moest. Crockston
+zat voor in de giek, de kapitein en de heer Halliburtt waren achter in.
+
+Toen de giek de open reede had bereikt, begon Crockston te spreken,
+begrijpende dat de heer Halliburtt van ongeduld brandde om iets van
+hem te hooren.
+
+»Neen, mijnheer," zeide hij, »de cipier zit in mijne plaats in mijn
+hok, waar ik hem twee vuistslagen heb toegediend, een op zijn nek en
+een op zijn maag, bij wijze van slaapdrank; en dat wel op het oogenblik
+toen hij mij mijn avondeten bracht. Dat heet nu dankbaarheid! 'k Heb
+zijn kleeren aangetrokken en zijn sleutels genomen; 'k ben u gaan halen
+en heb u voor den neus van de soldaten uit de citadel weggehaald."
+
+»Maar mijne dochter?" vroeg de heer Halliburtt.
+
+»Aan boord van het schip dat ons naar Engeland zal brengen."
+
+»Mijne dochter dáár!" riep de Amerikaan, van zijne bank opspringende.
+
+»Stil," antwoordde Crockston. »Nog eenige minuten en we zijn gered."
+
+De giek vloog nog altijd in de dikke duisternis voort. James kon de
+lantaarns van den Dolfijn niet onderscheiden en de roeiers konden
+het einde hunner riemen zelfs niet zien.
+
+»Wij moeten meer dan drie kwartier geroeid hebben," sprak de kapitein;
+»zie je niets, Crockston?"
+
+»Niets, en 'k heb toch goede oogen. Maar, we zullen er wel komen;
+daar ginds vermoeden ze niets..."
+
+Hij had nog niet uitgesproken toen een vuurpijl door de duisternis
+heendrong en zich hoog in de lucht verhief.
+
+»Dat is een sein!" riep de kapitein.
+
+»Duivelsch! Dat moet uit de citadel komen."
+
+Daar vloog een tweede vuurpijl, toen een derde, en bijna onmiddellijk
+daarop werd het sein op een kwartier afstands voor de giek uit
+beantwoord.
+
+»Dat komt uit het fort Sumter," riep Crockston, »en 't is het signaal
+van ontvluchting. Roei wat je kunt! Alles is ontdekt!"
+
+»Flink vooruit, vrienden!" riep James. »Die vuurpijlen hebben me mijn
+weg verlicht. De Dolfijn is geen honderd el meer van ons af. Hoor! daar
+luidt de bel aan boord."
+
+»Vooruit! vooruit! Twintig pond voor jelui als we er over vijf
+minuten zijn!"
+
+De giek vloog sneller dan ooit. Alle harten klopten. Daar bulderde
+een kanonschot in de richting der stad, op twintig vamen van de
+giek. Crockston hoorde meer een snel voorbijgaand lichaam dat veel
+op een kogel geleek, dan dat hij het zag.
+
+Op dat oogenblik luidde de bel uit alle macht aan boord; men naderde,
+nog eenige riemslagen en de giek stiet aan; nog eenige seconden en
+Jenny viel in de armen van haren vader.
+
+Onmiddellijk werd de giek opgeheschen en James snelde naar de kampanje.
+
+»Stuurman, hebben we stoom genoeg op?"
+
+»Ja kapitein."
+
+»Laat het ankertouw kappen en dan zoo schielijk mogelijk vooruit!"
+
+Een oogenblik later stuwden de beide machines de boot naar het
+hoofdkanaal en verwijderden haar van het fort Sumter.
+
+»Stuurman," sprak de kapitein, »we kunnen er niet aan denken het
+kanaal van Sullivan door te gaan; want we zouden aanstonds onder
+het vuur der Geconfedereerden raken; laat ons zoo veel mogelijk den
+rechterkant der reede houden, en ons met de kogels der Noordelijke
+vernoegen. Heb je een vertrouwd man aan 't roer?"
+
+»Ja, kapitein."
+
+»Laat de lantaarns en de vuren uitdooven, het licht dat van de
+machines weerkaatst is al te veel, veel te veel; maar daar is niets
+aan te doen."
+
+Gedurende dat gesprek was de Dolfijn snel vooruit gegaan; maar toen
+hij zwenken moest om aan den rechterkant van de reede te komen, moest
+hij eene engte door die hem een oogenblik in de nabijheid van het fort
+Sumter bracht, en hij was er ruim vijf minuten van verwijderd, toen op
+eens al de schietgaten van het fort in lichten gloed stonden en een zee
+van vuur met eene vreeselijke ontploffing voor den Dolfijn heenging.
+
+»Te vroeg, lomperds!" riep James Playfair, schaterend van
+lachen. »Stoken, stoken, machinist; we moeten tusschen twee ladingen
+door komen."
+
+De stokers zetten nieuwen gloed aan de vuren bij en de Dolfijn
+sidderde over al zijne leden onder de kracht der machine, alsof hij
+op het punt was van uit elkander te springen.
+
+Op dat oogenblik deed zich eene tweede ontploffing hooren en een
+nieuwe hagel van kogels floot achter de boot.
+
+»Te laat! domooren!" riep de kapitein, nu brullend lachende.
+
+»Dat is er een voorbij. Nog eenige minuten en we zijn van de
+Geconfedereerden af," zei Crockston die op de kampanje gekomen was.
+
+»Dus denk je dat we niets meer van het fort Sumter te vreezen
+hebben?" vroeg James.
+
+»Neen, niets; maar zoo veel te meer van het fort Moultrie, maar dat
+kan ons maar een half uur in de knijp houden. Laat ze dus goed hun
+tijd waarnemen en goed mikken, als ze ons raken willen."
+
+»Mooi! De ligging van het fort Moultrie zal ons dus vergunnen recht
+op het Hoofdkanaal af te gaan. Vuur dan! vuur!"
+
+Op hetzelfde oogenblik, als of James Playfair inderdaad dat »vuur"
+bevolen had, werd het fort door eene driedubbele lijn van vuur
+verlicht; een vreeselijk geraas deed zich hooren, waarna er aan boord
+een onrustbarend gekraak ontstond.
+
+»Ze hebben geraakt," zei Crockston.
+
+»Wat is er gebeurd, stuurman?" riep de kapitein.
+
+»De spaak van de boegspriet ligt in zee."
+
+»Hebben we gekwetsten?"
+
+»Neen, kapitein."
+
+»Nu dan, laat die spaak naar den duivel gaan. Recht het kanaal door
+en op het eiland af."
+
+»Afgedaan met die Zuidelijken!" riep Crockston; »als we toch een
+kogel door het lijf moeten hebben, heb ik nog liever met de kogels
+der Noordelijken te doen; die kan ik beter verteren!"
+
+Inderdaad alle gevaar was nog niet geweken--en de kapitein bereidde
+zich niet ten onrechte op een aanval in de kanalen van het eiland
+Morris voor; want na verloop van een kwartier uurs werd de duisternis
+afgewisseld door herhaalde flikkeringen van licht. Het regende kleine
+bommen om den Dolfijn heen, die het water tot aan de verschansing
+deden opspringen; sommige van die bommen raakten zelfs het schip,
+doch veroorzaakten weinig letsel, en door de fel aangestookte vuren
+voortgestuwd, ging de Dolfijn steeds vooruit.
+
+Op dat oogenblik, kwamen de heer Halliburtt en Jenny, tegen de bevelen
+des kapiteins in, op de kampanje; James wilde hen dwingen naar beneden
+te gaan, maar Jenny verklaarde dat zij bij den kapitein wilde blijven.
+
+De heer Halliburtt, die nu het edele gedrag zijns redders vernomen had,
+drukte hem zonder een woord te spreken de hand.
+
+De Dolfijn naderde nu met groote snelheid het ruime sop; hij had nog
+slechts een uur te varen om in den Oceaan te zijn; mocht de ingang
+van het kanaal vrij zijn, dan was hij gered. James Playfair kende al
+de geheimen der wateren van Charlestown en hij stuurde zijn schip met
+onvergelijkelijke zekerheid; reeds meende hij alle reden te hebben om
+aan het wel gelukken van zijn waagstuk te gelooven, toen de matroos
+op uitkijk riep:
+
+»Een schip!"
+
+»Een schip!" riep James.
+
+»Ja, aan bakboordszij."
+
+De mist die opgetrokken was, vergunde hun toen een groot fregat
+te onderscheiden dat manoeuvreerde om den Dolfijn den weg af te
+snijden. James Playfair moest het tot elken prijs in snelheid zien
+te overtreffen en nogmaals eene vermeerdering van stoomkracht van
+zijne machine vergen, of alles zou verloren zijn.
+
+»Het roer aan stuurboordszij!" riep de kapitein.
+
+Daarop snelde hij op de loopplank die over de machine geworpen was.
+
+Op zijn bevel werd een der schroeven vastgezet en met de nu
+overblijvende, beschreef de Dolfijn den kortst mogelijken cirkel alsof
+hij om zich zelven draaide. Op die wijze had hij eene ontmoeting met
+het federale fregat vermeden en hij naderde even als dat den ingang
+der baai, het was nu eene quaestie van snelheid geworden.
+
+James Playfair begreep, dat dáárin alleen het behoud gelegen was. Het
+fregat was den Dolfijn een heel eind vooruit; men zag het aan den
+zwarten rook die uit zijne schoorsteenen opsteeg dat het al zijne
+stoomkracht gebruikte. Maar James Playfair was de man niet om achter
+te blijven.
+
+»Wij hebben het maximum van drukking bereikt," antwoordde de
+machinist op eene vraag van den kapitein; »de stoom vliegt uit alle
+veiligheidskleppen."
+
+»Stop de kleppen," beval de kapitein.
+
+En zijne bevelen werden ten uitvoer gebracht, ofschoon het schip er
+bij werd gewaagd.
+
+En altoos sneller ging de Dolfijn vooruit; de slagen van den zuiger
+volgden elkander met eene ontzettende snelheid op, de platen beefden
+onder die herhaalde slagen; en het was een schouwspel dat zelfs de
+moedigste harten deed sidderen.
+
+»Zet aan de vuren! zet aan!" riep James.
+
+»Onmogelijk," antwoordde de machinist; »de kleppen zijn hermetisch
+gesloten; onze ovens zijn tot aan den rand toe vol."
+
+»Het doet er niet toe! Stop er dan katoen in, in brandewijn gedoopt,
+wij moeten er door en dat vervloekte fregat vooruit."
+
+Op die woorden keken de onverschrokkenste matrozen elkander aan, doch
+men aarzelde niet. Er werden eenige balen katoen in de stookkamer
+geworpen. De bodem werd uit een vat brandewijn geslagen en dat
+ontbrandbare vocht werd niet zonder gevaar in de gloeiende ovens
+geworpen. De stokers konden elkander wegens het brullen der vlammen
+niet verstaan. Weldra werden de platen der fornuizen wit gloeiend;
+de zuigers gingen op en neer als die eener locomotief; de luchtmeters
+wezen eene vreeselijke uitzetting aan, de boot vloog over de golven;
+hare voegen kraakten; hare schoorsteenen braakten vlammen en rook uit;
+de Dolfijn voer met eene ontzettende, eene dolle snelheid, maar hij
+won op het fregat, hij stoomde het voorbij, hij bracht het op een
+afstand en na verloop van tien minuten was hij het kanaal uit.
+
+»Gered!" riep de kapitein.
+
+»Gered!" riep al het scheepsvolk, in de handen klappende.
+
+Reeds begon de vuurtoren van Charlestown in het zuidwesten te
+verdwijnen, en men kon zich buiten gevaar achten, toen een bom uit
+eene kanonneerboot die in den Oceaan kruiste, in de duisternis floot;
+men kon gemakkelijk haren loop volgen, dank zij den brandenden zwerm
+die eene streep van vuur achter liet.
+
+Dat was een oogenblik van onbeschrijfelijken angst, en ieder beschouwde
+met wijd open gespalkte oogen de kromme lijn die de bom beschreef;
+men kon niets doen om haar te ontwijken en na eene halve minuut viel
+zij met een vreeselijk geraas op de voorplecht van den Dolfijn neder.
+
+De verschrikte matrozen weken allen achteruit en niemand durfde een
+stap voorwaarts wagen, terwijl de zwerm al knappend voortbrandde.
+
+Doch één enkele, moedig onder allen, liep op het werktuig der
+vernieling toe. Het was Crockston; hij nam de bom in zijne krachtige
+armen, terwijl er duizenden vonken uit den zwerm sprongen, en met
+eene bovenmenschelijke inspanning wierp hij haar over boord.
+
+De bom had nauwelijks de oppervlakte des waters bereikt, of zij
+ontplofte met een oorverdoovend geraas.
+
+»Hoera!" riep de geheele equipage, als met ééne stem, terwijl Crockston
+zich in de handen wreef.
+
+Eenigen tijd daarna doorkliefde de Dolfijn de wateren van den Oceaan;
+de Amerikaansche kust verloor zich in de verte, en het vuur dat zij
+op een afstand zagen, bewees dat de aanval tusschen de batterijen van
+het eiland Morris en de forten van Charlestown algemeen geworden was.
+
+
+
+
+
+
+
+SINT MUNGO.
+
+
+Den volgenden dag, met het opgaan der zon, was de Amerikaansche kust
+geheel verdwenen; er was geen schip meer aan den horizon te zien en
+de Dolfijn, die de vreeselijke snelheid van zijn vaart gematigd had,
+stoomde nu bedaard naar de Bermudas eilanden voort.
+
+Het was een gewone tocht over den Oceaan, waarbij niets merkwaardigs
+voorviel en tien dagen na de afreis van Charlestown, zag de bemanning
+van den Dolfijn de kusten van Ierland.
+
+Wat kon er tusschen den jongen kapitein en het jonge meisje voorvallen
+dat niet reeds door ieder is vermoed? James Playfair had het Engelsche
+water niet afgewacht om voor vader en dochter zijn hart uit te storten,
+en als wij Crockston gelooven mogen, had Jenny die verklaring ontvangen
+met eene blijdschap, die zij niet trachtte te ontveinzen. En zij
+had gelijk.
+
+Het geschiedde dan op den 14en Februari van het jaar 1865 dat eene
+talrijke menigte onder de gewelven der Sint Mungo, de oude hoofdkerk
+van Glasgow, verzameld was. Er waren daar zeelieden, kooplieden,
+industriëelen, overheidspersonen, zoo wat van alles. De brave Crockston
+was als getuige tegenwoordig bij het huwelijk van Jenny Halliburtt,
+en de wakkere Amerikaan schitterde in een groenen rok met gouden
+knoopen. Oom Vincent stond fier naast zijn neef, die al het air had
+van iemand wiens laatste uur als celibatair geslagen had.
+
+De plechtigheid werd met allen mogelijken luister gevierd; ieder
+kende de geschiedenis van den Dolfijn, en ieder vond dat de jonge
+kapitein zijne belooning wel verdiend had. Hij alleen achtte zich
+boven verdienste beloond.
+
+Des avonds was er groot feest bij oom Vincent. Diner en bal en eene
+milde uitdeeling van shillings onder de menigte op straat. Crockston
+deed, hoewel hij zich binnen de perken wist te houden, wonderen
+van eetlust.
+
+Ieder was gelukkig bij dat huwelijk, deze om zijn eigen geluk, gene
+om het geluk van anderen.
+
+Toen de gasten des avonds vertrokken waren, ging James zijn oom eens
+hartelijk omhelzen.
+
+»Nu, oom?" vroeg hij.
+
+»Nu, neef?"
+
+»Is u tevreden over de heerlijke lading die ik met den Dolfijn
+meegebracht heb?" hernam de kapitein, op zijne jonge vrouw wijzende.
+
+»Dat geloof ik!" antwoordde de koopman; »'k heb mijn katoen met
+drie-honderd-vijf-en-zeventig percent winst verkocht."
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN.
+
+ I. De oevers van de Oranjerivier Blz. 1
+ II. Officieele voorstelling ,, 8
+ III. Het vervoer ,, 15
+ IV. Iets over den meter ,, 22
+ V. Een Hottentotsch dorp ,, 28
+ VI. Verdere kennismaking ,, 35
+ VII. Eene basis ,, 43
+ VIII. De vierentwintigste meridiaan ,, 54
+ IX. Een kraal ,, 59
+ X. De snelle strooming ,, 70
+ XI. Nikolaas Palander teruggevonden ,, 79
+ XII. Een station naar den smaak van John Murray ,, 90
+ XIII. Door het vuur ,, 102
+ XIV. Eene oorlogsverklaring ,, 112
+ XV. Één graad meer ,, 120
+ XVI. Verschillende voorvallen ,, 130
+ XVII. De verdelgers ,, 138
+ XVIII. De woestijn ,, 148
+ XIX. Meten of sterven ,, 160
+ XX. Acht dagen op den top van den Scorzef ,, 170
+ XXI. Het licht verschijnt ,, 179
+ XXII. Palanders woede ,, 188
+ XXIII. De waterval van de Zambese ,, 200
+
+
+DE BLOKKADEBREKERS.
+
+ De Dolfijn ,, 209
+ De Dolfijn op reis ,, 214
+ In zee ,, 219
+ Streken van Crockston ,, 224
+ Het kanaal van Sullivan ,, 235
+ Een generaal der geconfedereerden ,, 239
+ De vlucht ,, 243
+ Tusschen twee vuren ,, 250
+ Sint Mungo ,, 256
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEKENINGEN
+
+
+[1] Met geen enkel woord maakt Verne melding van onzen Snellius,
+die reeds in 1617 den boog bepaalde van den meridiaan over Leiden
+tusschen de parallelcirkels van Alkmaar en Bergen op Zoom.
+
+[2] Bij het meten van den meridiaan van Frankrijk, welke zich tot
+Formentera uitstrekte, heeft Arago bij zijn 15en driehoek eene zijde
+van 160.904 M. gemeten, die zich van de kust van Spanje tot het eiland
+Iviza uitstrekte.
+
+[3] Om onzen lezers duidelijk te maken wat eene geodesische opname
+eigenlijk is en hun eenig denkbeeld te geven van de moeielijkheden
+die haar somtijds in den weg kunnen staan, wordt het onderstaande
+hier ter verduidelijking bijgevoegd: laat AB het gedeelte van den
+meridiaan zijn, welker lengte men bepalen moet. Men meet met de
+grootste nauwkeurigheid eene basis AC, door van het uiteinde A van
+den meridiaan naar een eerste station C te gaan, daarna kiest men
+aan weêrszijden van den meridiaan andere stations als D, E, F, G,
+H, I, enz. van elk van welke men de naastbijgelegen stations zien
+kan, en men meet met den theodoliet de hoeken der driehoeken ACD,
+CDE, EDF, enz. Deze eerste bewerking stelt in staat, om die geheele
+driehoeken te berekenen, want in den eersten kent men AC en de hoeken,
+en men kan dus de zijde CD berekenen; in den tweeden kent men CD en
+de hoeken, en men kan de zijde DE berekenen; in den derden kent men
+DE en de hoeken en men kan EF berekenen, enz. Daarna bepaalt men,
+in het punt A staande, de richting van den meridiaan op de gewone
+wijze, en men meet hoek MAC, welke deze richting met de basis vormt;
+men kent dan door berekening de zijde AC en de aanliggende hoeken
+van den driehoek ACM, en men kan derhalve het eerste gedeelte AM van
+den meridiaan vinden. Men berekent tegelijkertijd den hoek M en de
+zijde CM: men kent dan in den driehoek MDN de zijde DM = CD-CM en
+de aanliggende hoeken, en daarmede kan men het tweede stuk MN van
+den meridiaan vinden, verder ook hoek N en de zijde DN. In driehoek
+NEP kent men dus de zijde EN = DE-DN en de aanliggende hoeken, en men
+kan het derde stuk NP van den meridiaan berekenen, enz. Men begrijpt,
+dat men op die wijze stuksgewijze de lengte van den geheelen boog AB
+bepalen kan.
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN ***
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
+United States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you will have to check the laws of the country where
+ you are located before using this eBook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that:
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation's website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
+widespread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This website includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.