diff options
Diffstat (limited to '39191-0.txt')
| -rw-r--r-- | 39191-0.txt | 10492 |
1 files changed, 10492 insertions, 0 deletions
diff --git a/39191-0.txt b/39191-0.txt new file mode 100644 index 0000000..044ddff --- /dev/null +++ b/39191-0.txt @@ -0,0 +1,10492 @@ +The Project Gutenberg EBook of Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, by +Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and +most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions +whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms +of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at +www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you +will have to check the laws of the country where you are located before +using this eBook. + +Title: Avonturen van drie Russen en drie Engelschen + Gevolgd door 'De Blokkadebrekers' + +Author: Jules Verne + +Release Date: March 18, 2012 [eBook #39191] +[Most recently updated: November 27, 2022] + +Language: Dutch + +Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN *** + + + + + Wonderreizen. + + JULES VERNE. + + AVONTUREN + VAN + DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN, + + Gevolgd door + + "DE BLOKKADEBREKERS." + + + + Rotterdam.--Jacs. G. Robbers. + + + + + + + +AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. + + +I. + +Aan de oevers van de Oranjerivier. + + +Den 27sten Februari 1854 lagen twee mannen aan den voet van een +ontzaglijken treurwilg met elkander te praten en keken van tijd +tot tijd met de grootste oplettendheid naar den stroom. Deze rivier, +door de Hollanders Groote Rivier, door de Hottentotten Gariep genaamd, +kan wedijveren met de drie groote slagaderen van Afrika, namelijk den +Nijl, den Niger en den Zambese; evenals deze treedt zij buiten hare +oevers en heeft snelle stroomingen en watervallen. Eenige reizigers, +wier namen langs een gedeelte van den stroom wel bekend zijn, als +Thompson, Alexander, Burchell hebben als om strijd de helderheid van +het water en de schoonheid van de oevers geprezen. + +Op deze plaats leverde de Oranjerivier, die zich met een bocht naar +de bergen van den hertog van York wendde, een verheven schouwspel +op. Onbeklimbare rotsen, indrukwekkende gevaarten van steenen en +van door ouderdom versteende boomen, diepe holen, ondoordringbare +wouden, die de bijl van den volkplanter nog niet geschonden had, +dat alles te zamen aan de achterzijde omlijst door de Gariep-bergen, +vormde een landschap van onbegrijpelijke pracht. Daar stortte het +water van de rivier plotseling van eene hoogte van vier honderd +voet naar beneden, nadat de stroom eerst door eene te nauwe bedding +had moeten dringen, en dan eensklaps geen grond meer onder zich +had. Stroomopwaarts van den val was het slechts een geborrel van de +wateroppervlakte, die hier en daar gebroken werd door eenige met +groen omkranste rotspunten. Stroomafwaarts was slechts een woeste +kolk van onstuimige golven te zien, waarboven zich een dikke nevel van +vochtige dampen verhief, en waarin al de kleuren van den regenboog zich +afspiegelden. Uit dezen afgrond hoorde men een oorverdoovend geklater, +dat door de echo's in de vallei duizendvoudig weerkaatst werd. + +Een van de beide mannen, die zeker door het toeval eener +ontdekkingsreis in dit gedeelte van zuidelijk Afrika bij elkander waren +gebracht, lette ter nauwernood op de schoonheid, welke de natuur voor +zijn oog ontrolde. Deze onverschillige reiziger was een Boschjesman, +een jager, een schoon type van dat krachtige menschenras met levendige +oogen en snelle gebaren, dat een zwervend leven in de bosschen +leidt. De naam van Boschjesmannen wordt gegeven aan de zwervende +stammen, die door de ten noordwesten van de Kaapkolonie gelegene +landstreek rondtrekken. Geen enkele stam van deze Boschjesmannen +heeft eene vaste woonplaats. Zij brengen hun leven door met rond +te zwerven door de landstreek, gelegen tusschen de Oranjerivier en +de Westersche bergen, met pachthoeven te plunderen en den oogst te +verwoesten van die heerschzuchtige kolonisten, die hen terug hebben +gedrongen naar de onvruchtbare streken van het binnenland, waar meer +steenen dan planten gevonden worden. + +Deze Boschjesman was ongeveer veertig jaar oud, groot van gestalte, +en bezat blijkbaar groote spierkracht. Zelfs als hij op den grond +lag, toonde zijne houding krachtige werkzaamheid; de gepastheid, +gemakkelijkheid en vrijheid van beweging waren die van een +krachtig man, eene soort van persoonlijkheid gevormd als de helden +der Canadasche prairiën, maar misschien met minder kalmte dan de +geliefkoosde jagersfiguren van Fennimore Cooper. Dit kon men zien aan +het vluchtig rood, dat zijne kaken kleurde, als het snelle kloppen +van zijn hart hem een blos op het aangezicht joeg. De Boschjesman was +geen wilde meer zooals zijne stamgenooten, de vroegere Saqua's. Uit +een Engelschen vader en eene Hottentotsche moeder geboren, had deze +mesties door zijn omgang met vreemdelingen meer gewonnen dan verloren, +en sprak vaardig Engelsch. Zijn half Hottentotsche, half Europeesche +kleeding bestond uit een rood flanellen hemd, een overrok en broek +van eene antilopenhuid en beenstukken, die van de huid eener wilde +kat gemaakt waren. Om zijn hals hing een kleine zak, waarin een mes, +eene pijp en tabak geborgen waren. Hij had een soort van kalotje van +schapenvel op zijn hoofd. Eene breede riem van onbereid leder diende +hem tot gordel. Om zijne bloote armen had hij ivoren ringen, welke +zeer kunstig vervaardigd waren. Om zijne schouders hing een mantel +van tijgervel gemaakt, welke tot aan zijne knieën reikte. Een hond +van inlandsch ras sliep naast hem. De Boschjesman deed snelle halen +aan een beenen pijpje, en gaf ondubbelzinnige blijken van ongeduld. + +»Kom, wees bedaard, Mokum," zeide de ander. »Ge zijt waarachtig de +ongeduldigste mensch van de wereld als ge niet op jacht zijt! Maar +begrijp toch, mijn wakkere reiskameraad, dat wij er niets aan kunnen +veranderen. Zij, die we wachten, zullen vroeg of laat wel komen, +en als het van daag niet is, zal 't morgen wel zijn!" + +De makker van den Boschjesman was een jonkman van vijf- of zesentwintig +jaar, die een scherp kontrast met den jager vormde. Zijn bedaard +karakter was in al zijne handelingen zichtbaar. Wat zijn afkomst +betreft, daaromtrent zou niemand eenigen twijfel gekoesterd hebben: +het was een Engelschman. Zijne al te »burgerlijke" kleeding bewees +dat reizen hem vreemd was; hij zag er uit als een beambte, die in eene +vreemde streek verdwaald was, en onwillekeurig zou men gekeken hebben +of hij geen pen achter het oor had, evenals kassiers, kommiezen, +rekenaars en andere verscheidenheden van het uitgebreide ras der +bureaukraten. + +Deze jonkman was dan ook geen reiziger, maar een bekend geleerde, +William Emery, een sterrekundige, die geplaatst was aan de sterrewacht +in de Kaapstad, eene zeer nuttige instelling, die sedert lang reeds +gewichtige diensten aan de wetenschap bewezen had. + +Deze geleerde, die zich een weinig vreemd gevoelde te midden van deze +woeste streek van zuidelijk Afrika, op eenige honderden mijlen van +de Kaapstad, bedwong slechts met moeite het natuurlijke ongeduld van +zijn makker. + +»Mijnheer Emery," antwoordde de jager in goed Engelsch, »we zijn nu +reeds acht dagen op deze plek aan de Oranjerivier bij den waterval +van Morgheda; dit is iets wat in jaren niet gebeurd is met eenig lid +van mijn stam, om acht dagen op dezelfde plaats te blijven! U vergeet +dat we zwervers zijn, en dat ons de voeten beginnen te jeuken als we +zóólang stil moeten blijven." + +»Zij, die we wachten, vriend Mokum," hernam de astronoom, »komen +uit Engeland; we mogen hun dus wel acht dagen uitstel geven. Men +moet denken aan den langen duur der reis, aan het oponthoud, dat +zij met hunne stoomboot bij het opwaartsstoomen van deze rivier +kunnen ondervinden, in één woord aan de duizenderlei moeielijkheden, +die aan eene dergelijke onderneming verbonden zijn. Men heeft ons +gezegd alles voor een onderzoekingstocht in zuidelijk Afrika gereed +te maken, en als dit in orde was, hier aan den waterval van Morgheda +mijn ambtgenoot, den kolonel Everest van de sterrewacht te Cambridge, +op te wachten. Hier zijn we aan den waterval, op de aangewezen plek, +en we wachten. Wat wilt ge meer, wakkere Boschjesman?" + +De jager wilde zonder twijfel nog meer, want hij greep telkens +koortsachtig naar den haan van zijne buks, een juistheidswapen, +waarmede men met een puntkogel op acht tot negenhonderd meter afstand +een wilde kat of een antilope kon neêrschieten. Men ziet dat de +Boschjesman den boog en de vergiftige pijlen van zijne landslieden +had laten varen om Europeesche wapens te gebruiken. + +»Maar hebt ge u niet vergist, mijnheer Emery," hernam Mokum. »Heeft +men u den waterval van Morgheda tegen het einde van de maand Januari +wel als verzamelplaats opgegeven?" + +»Welzeker, mijn vriend," antwoordde William Emery, »en hier is de brief +van den heer Airy, den directeur van het observatorium te Greenwich, +welke u zal bewijzen, dat ik mij niet bedrogen heb." + +De Boschjesman nam den brief, dien zijn reisgezel hem aanbood. Hij +draaide dien om en om als iemand die in de schrijfkunst al heel weinig +ervaren is; daarop gaf hij dien aan Emery terug en zeide: »Herhaal +me nog maar eens wat dit bekrabbelde stukje papier ons vertelt." + +De jonge geleerde, die een onuitputtelijk geduld bezat, begon voor de +twintigste maal het verhaal weder dat hij reeds zoo dikwijls aan den +jager gedaan had. In de laatste dagen van het vorige jaar had William +Emery een brief ontvangen, die hem de spoedige komst meldde van kolonel +Everest en van eene wetenschappelijke internationale commissie, die +naar zuidelijk Afrika bestemd was. Welke waren de plannen van deze +commissie, waarom ging zij naar het uiteinde van het Afrikaansche +vasteland? Emery kon het niet zeggen, daar de brief van den heer Airy +op dat punt het stilzwijgen bewaarde. Volgens de ontvangen opgaven had +hij zich gehaast om te Lattakou, een van de noordelijkste stations +in het land der Hottentotten, wagens, levensmiddelen, in één woord +al wat er tot onderhoud van een karavaan van Boschjesmannen noodig +was, bijeen te brengen. Daarna bood hij het bevel over den tocht +aan den inlandschen jager Mokum aan, dien hij bij geruchte kende, +die Anderson vergezeld had op zijne jachten in westelijk Afrika, +en Livingstone bij zijn eersten tocht naar het meer Ngami en naar +den waterval van den Zambese. + +Toen dit alles in orde was, kwam men overeen dat de Boschjesman +die de streek uitstekend kende, William Emery naar de oevers van de +Oranjerivier en naar den waterval van Morgheda, de aangewezen plaats, +zoude geleiden. Daar moesten zij de wetenschappelijke commissie +afwachten. Deze commissie had zich ingescheept op het fregat Augusta +van de Britsche marine, en zou naar de monding der Oranjerivier op +Afrika's westkust op de hoogte van kaap Volpas gaan, om van daar de +rivier tot aan den waterval op te stoomen. William Emery en Mokum +waren derhalve met een wagen gekomen, welken zij in de vallei gelaten +hadden, en die dienen moest om de reizigers en hunne goederen naar +Lattakou te brengen, als zij niet liever langs de Oranjerivier en hare +zijtakken naar die plaats wilden reizen, na eerst door een omweg van +eenige mijlen hunne goederen aan de andere zijde van den waterval te +hebben laten brengen. + +Toen dit verhaal geëindigd en ditmaal goed in het geheugen van den +Boschjesman geprent was, ging deze naar den rand van den afgrond, +waarin het schuimende rivierwater zich met groot geweld nederstort; +de astronoom volgde hem; daar kon men van eene vooruitstekende punt +den loop der Oranjerivier beneden den waterval tot op een afstand +van verscheidene mijlen afzien. Gedurende eenige minuten beschouwden +Mokum en zijn reismakker zeer nauwkeurig het watervlak, dat op een +vierde mijl beneden den waterval weder tot kalmte was gekomen. Geen +enkel voorwerp, geen schip of boot deed het water rimpelen. Het was +toen drie uren. De maand Januari komt hier overeen met de maand Juli +in noordelijker streken, en de zon, die op den 29sten parallel hier +bijna loodrechte stralen werpt, gaf eene warmte van 105° F. in de +schaduw. Zonder een westenwindje dat de warmte eenigszins matigde, +zou deze temperatuur onuitstaanbaar zijn geweest voor iedereen, +behalve voor een Boschjesman. Evenwel leed de jeugdige geleerde, +die een droog gestel had en zeer mager was, er niet al te zeer +door. Bovendien beschutte het dicht gebladerte der boomen, die over den +afgrond hingen, hem voor de onmiddellijke hitte der zonnestralen. Geen +vogel verlevendigde deze eenzaamheid op het warmste gedeelte van den +dag. Geen viervoetig dier verliet zijne frissche schuilplaats onder +de struiken of waagde zich op de open plaatsen van het bosch. Op deze +eenzame plek zou men geen geluid gehoord hebben, als de waterval de +lucht niet met zijn geraas vervuld had. + +Na tien minuten te hebben uitgekeken, keerde Mokum zich naar +William Emery en stampte ongeduldig met den voet op den grond: zijne +scherpziende oogen hadden niets ontdekt. + +»En als ze niet komen?" vroeg de Boschjesman. + +»Zij zullen komen, wakkere jager," antwoordde William Emery. »Het +zijn mannen, die hun woord houden, en ze zullen nauwkeurig zijn, +zooals het sterrekundigen betaamt. Bovendien wat verwijt ge hen? De +brief kondigt hun komst aan tegen het einde van Januari. We hebben +van daag den 27sten, ze hebben dus nog recht op vier dagen, vóórdat +ze den waterval bereiken." + +»En zoo ze na verloop van die vier dagen niet verschenen zijn?" vroeg +de Boschjesman. + +»Welnu! dan zullen we gelegenheid hebben om ons geduld te oefenen, +want we zullen hen wachten tot op het oogenblik waarop het mij +deugdelijk bewezen is dat ze niet meer komen!" + +»Bij god Kô!" riep de Boschjesman met luider stem, »gij zijt er juist +de man naar om te wachten totdat de Gariep haar onstuimige wateren +niet meer in dezen afgrond doet vallen!" + +»Neen, jager, neen," antwoordde William Emery, altijd bedaard. »Het +verstand moet al onze daden besturen; en wat zegt nu ons +verstand? Indien de kolonel Everest en zijne makkers door eene +moeilijke reis afgemat, en misschien gebrek hebbende aan het noodige, +verdwaald waren in deze eenzame streek en ons op de afgesproken plaats +niet vonden, dan zouden we in alle opzichten te laken zijn. Als +er een ongeluk gebeurde, zou met recht alle verantwoording op ons +vallen. Wij moeten dus op onzen post blijven, zoolang onze plicht ons +dit voorschrijft. Bovendien hebben we hier aan niets gebrek. Onze wagen +wacht ons in de vallei en biedt ons eene veilige wijkplaats voor den +nacht aan; we hebben overvloed van levensmiddelen; de natuur is hier +prachtig en der bewondering wel waardig! Het is voor mij een onbekend +genot om eenige dagen in deze prachtige wouden, aan de oevers van deze +onvergelijkelijk schoone rivier door te brengen! Wat u aangaat, Mokum, +wat kunt ge meer verlangen? Viervoetig en gevederd wild is in overvloed +in deze wouden voorhanden, en uw geweer verschaft ons elken dag ons +wildbraad. Jaag dus maar, wakkere jager, en maak uw tijd kort door op +herten en buffels te schieten. Komaan, mijn dappere Boschjesman, ga +uw gang maar; in dien tijd zal ik hier op de talmers wachten, en uwe +voeten zullen dan ten minste geen gevaar loopen hier vast te wortelen!" + +De jager begreep dat de raad van den sterrekundige goed was. Hij +besloot dus om gedurende eenige uren het struikgewas en de +kreupelbossen in den omtrek af te jagen. Leeuwen, hyena's of luipaarden +zouden een Nimrod zooals hij was, niet in verlegenheid brengen, gewoon +als hij was aan het jagen in de Afrikaansche wouden. Hij floot zijn +hond Top, een soort van hyenahond uit de woestijn Kalahari, afstammende +van het ras dat de Balaba's eertijds voor de drijfjacht africhtten. Het +slimme dier dat even ongeduldig als zijn meester scheen te zijn, +sprong op, en gaf door een vroolijk geblaf zijne vreugde te kennen +over het voornemen van den Boschjesman. De jager was met zijn hond +weldra in het dichtste van het bosch achter den waterval verdwenen. + +Toen William Emery alléén was, strekte hij zich aan den voet van den +wilg uit, en hopende in te kunnen slapen door den invloed der warmte, +overdacht hij zijn tegenwoordigen toestand. Hij lag daar ver van +alle bewoonde streken bij den stroom der Oranjerivier, die nog zoo +weinig bekend was. Hij wachtte Europeanen, landgenooten, die hun land +verlieten om de gevaren van een verren tocht te gemoet te gaan. Maar +wat was dan het doel van den tocht? Welk wetenschappelijk raadsel wilde +men in de woestijnen van zuidelijk Afrika zoeken op te lossen? Welke +waarnemingen wilde men op de hoogte van 30° Z. B. beproeven? Dit +was het juist wat de brief van den heer Airy, directeur van het +observatorium te Greenwich, niet vermeldde. Aan Emery vroeg men hulp +als aan een geleerde, die reeds gewend was aan het zuidelijk klimaat, +en omdat men waarschijnlijk een wetenschappelijken arbeid op het oog +had, was zijne medewerking voor zijne ambtgenooten uit het Vereenigde +koninkrijk van hooge waarde. + +Terwijl de jonge astronoom over al die zaken lag na te denken, +en zich zelven honderden vragen deed, waarop hij het antwoord moest +schuldig blijven, voelde hij dat zijne oogleden zwaar werden, en viel +hij in diepen slaap. Toen hij ontwaakte was de zon reeds verdwenen +achter de westelijke heuvels, welker rand zich scherp afteekenden +tegen den als in vuur staanden gezichteinder. Zijne maag waarschuwde +hem dat de tijd voor het avondmaal naderde; het was toch zes uren +'s avonds, en het oogenblik brak aan, waarop men den wagen in de +vallei weder moest opzoeken. Juist op dat oogenblik knalde er een +schot in een boschje van bloeiende heesters, dat ter hoogte van +twaalf tot vijftien voet aan de rechterhand de helling der heuvels +bedekte. Bijna op hetzelfde oogenblik verschenen de Boschjesman en +Top aan den rand van het bosch. Mokum sleepte een stuk wild mede, +dat hij juist neêrgeschoten had. + +»Kom proviandmeester," riep Emery. »Wat brengt ge voor ons souper +mede?" + +»Een springbok, mijnheer William," antwoordde de jager, en wierp een +dier voor den grond, welks horens als die eener lier gebogen waren. + +Het was een soort van antilope, evenwel meer onder den naam van +springbok bekend, dien men veel in allerlei streken van zuidelijk +Afrika aantreft. Het zijn bevallige dieren met kaneelkleurigen rug, +van boven bedekt met zijdeachtig haar van schitterend witte kleur +en met kastanjebruine ronde vlekken op den buik. Het vleesch, dat +uitmuntend is om te eten, werd voor het avondmaal bestemd. + +De jager en de astronoom staken een stok door de samengebonden pooten +van het dier en laadden het op hunne schouders; zij verlieten den +waterval en kwamen een halfuur daarna aan hun kamp in de vallei, +waar de wagen door twee Boschjesmannen bewaakt werd. + + + + + + + +II. + +Officieele voorstelling. + + +Gedurende 28, 29 en 30 Januari verlieten Emery en Mokum de plaats +der samenkomst niet. Terwijl de Boschjesman als een hartstochtelijk +jager onverschillig wild en wilde dieren vervolgde door al de bij +den waterval gelegen bosschen, bleef de astronoom den loop der rivier +waarnemen. De grootsche en woeste natuur bracht hem in verrukking en +overstelpte zijn ziel met nieuwe aandoeningen. Hij, de man van cijfers, +de geleerde, die steeds over zijne registers gebogen zat, nacht en +dag het oog voor den kijker had, die den doorgang der hemellichamen +door den meridiaan waarnam, of de eklipsen der sterren berekende, +ademde nu met volle teugen de versche lucht in bijna ontoegankelijke +wouden in, welke zich uitstrekten langs de helling der heuvels en op +de woeste bergtoppen, die door de opstijgende waterkolommen van den +waterval van Morgheda met een vochtig stof bedekt werden. Het was een +waar genot voor hem om door te dringen in al het dichterlijke van deze +uitgestrekte voor den mensch bijna onbekende eenzaamheid, en er zijn +door wiskundige berekeningen vermoeiden geest op te frisschen. Hij +doodde op die wijze de verveling van het wachten, en verkwikte zich +naar geest en lichaam. De nieuwheid van zijn toestand verklaarde +zijn onverstoorbaar geduld, dat de Boschjesman niet deelde. Daarom +had ook de jager altijd dezelfde klachten, de geleerde dezelfde kalme +antwoorden, waardoor de zenuwachtige Mokum evenwel in 't geheel niet +kalmer werd. + +Eindelijk kwam de 31ste Januari, de laatste dag van het in den brief +van den heer Airy bepaalde tijdstip. Als de aangekondigde geleerden +dien dag niet verschenen, zou William Emery verplicht zijn een besluit +te nemen, iets wat hem in groote verlegenheid bracht. Het uitblijven +kon wel eeuwig duren, en moest men dan eeuwig blijven wachten? + +»Mijnheer William," zeide de jager, »waarom zouden we de vreemdelingen +niet te gemoet gaan? We kunnen hen niet misloopen. Er is slechts +één weg langs de rivier, en indien zij die opkomen, zooals uw stukje +papier vertelt, dan zullen we ze ongetwijfeld ontmoeten." + +»Ge hebt daar een uitmuntend denkbeeld, Mokum," antwoordde de +sterrekundige. »Laten we stroomafwaarts beneden den waterval eens op +verkenning uitgaan. We kunnen altijd door de valleien aan de zuidzijde +naar ons kamp terug keeren. Maar zeg me eens, brave Boschjesman, +kent ge den loop der Oranjerivier over een groote uitgestrektheid?" + +»Ja, mijnheer," antwoordde de jager, »ik ben haar tweemalen opgevaren +van kaap Volpas, tot aan haar samenvloeiing met de Hart aan de grenzen +der Transvaalrepubliek." + +»En is die stroom overal bevaarbaar, behalve bij dezen waterval?" + +»Het is zooals u zegt, mijnheer," hervatte de Boschjesman. »Ik moet +er evenwel bijvoegen dat de Oranjerivier op het einde van het drooge +jaargetijde tot op vijf of zes mijlen van haar monding bijna geheel +zonder water is. Dan wordt er een bank gevormd, waarop de uit het +westen komende golven met geweld breken." + +»Dat doet er weinig toe," antwoordde de astronoom, »omdat op het +oogenblik dat onze Europeanen de monding der rivier bereikten, +deze bevaarbaar was. Er bestaat dus geen reden voor hun uitblijven, +en derhalve .... zullen ze komen." + +De Boschjesman antwoordde niet: hij legde zijn geweer over +den schouder, floot Top en ging zijn makker voor op het smalle +voetpad, dat vierhonderd voet lager weder bij de rivier beneden den +waterval uitkwam. Het was toen negen uren in den morgen. De twee +landonderzoekers (men zou hun inderdaad dien naam wel kunnen geven) +gingen langs den linkeroever stroomafwaarts. De weg was ver van +effen of gemakkelijk zooals op een dijk of langs een jaagpad. De +steile oevers van de rivier vol struikgewas, verdwenen onder eene +menigte planten van verschillenden aard. Slingers van de draadvormige +Cynanchum, reeds door Burchell vermeld, waren kruiselings van boom +tot boom gespannen en sloten somwijlen het pad der reizigers als met +een groen net af. Ook was het mes van den Boschjesman voortdurend +werkzaam. Hij sneed onmeedoogend die hinderlijke guirlandes +door. William Emery ademde met volle teugen de heerlijke geuren van +het woud in, waaronder vooral kamfergeur merkbaar was, die uit de +ontelbare bloemen der diosmeeën, opsteeg. Gelukkig konden de jager en +zijn makker spoediger naar het westen komen door eenige open plekken +in het bosch, en langs gedeelten van den naakten en steilen oever, +waarlangs het vischrijke water kalm heenstroomde. Om elf uur des +morgens hadden zij een afstand van ongeveer vier kilometers afgelegd. + +De wind was west; zij woei dus naar den kant van den waterval, welks +geraas op dien afstand niet gehoord kon worden. Het geraas daarentegen +dat stroomafwaarts gehoord werd, was zeer duidelijk. William Emery +en de jager bleven op deze plek halt houden; zij zagen den loop der +rivier, die zich twee of drie mijlen ver in eene rechte lijn voor +hen uitstrekte. De stroom was nauw ingesloten tusschen steile, twee +honderd voet hooge krijtrotsen. + +»Laat ons hier wachten," zeide de astronoom, »en uitrusten. Ik heb uwe +jagersbeenen niet, Mokum, en ik ben meer gewoon om in den sterrenhemel +rond te wandelen dan op de wegen hier op aarde. Laten we dus hier +uitrusten; van hier kunnen we twee of drie kilometers van de rivier +afzien en zoodra de stoomboot zich slechts aan gindsche bocht vertoont, +moeten we haar zien." + +De jonge astronoom vleide zich neder aan den voet van een reusachtige +euphorbia, waarvan de top zich veertig voet hoog verhief. Van daar kon +hij ver over de rivier zien. De jager, die aan zitten weinig gewoon +was, bleef op den oever heen en weer loopen, terwijl Top geheele +vluchten wilde vogels opjoeg, die de opmerkzaamheid van zijn meester +niet eens tot zich trokken. + +De Boschjesman en zijn makker waren hier nauwelijks een half uur, +toen William Emery zag dat Mokum, die een honderdtal schreden van +hem afstond, meer bijzondere teekenen van opmerkzaamheid begon te +geven. Had de Boschjesman eindelijk de zoo ongeduldig verwachte +boot gezien? + +De astronoom verliet zijne rustplaats in het mos, en ging naar den +oever, waar de jager stond; binnen weinige oogenblikken was hij +bij hem. + +»Ziet gij iets Mokum?" vroeg hij aan den Boschjesman. + +»Niets, ik zie niets, mijnheer William," antwoordde de jager, »maar +daar alle geluiden in de natuur mij zeer gewoon zijn, schijnt het +mij nu toe dat ik stroomafwaarts een ongewoon gebrom hoor." + +Toen de Boschjesman dit gezegd had, wenkte hij zijn makker om stil te +zijn, legde zich met het oor op den grond, en luisterde met de uiterste +opmerkzaamheid. Na verloop van eenige minuten richtte hij zich op, +schudde het hoofd en zeide: »Ik zal mij bedrogen hebben. Het geraas +dat ik meende te hooren is misschien niets anders dan het ruischen +van den wind door het gebladerte, of het kabbelen van het water over +de steenen in de rivier. En toch...." + +De jager luisterde nog eens met groote opmerkzaamheid, maar hij +hoorde niets. + +»Mokum," zeide Emery, »als het geraas, dat ge meendet te hooren door +de stoomsloep wordt veroorzaakt, zult ge 't beter hooren als ge u tot +op het watervlak kondt bukken. Het water brengt de geluiden met meer +juistheid over dan de lucht." + +»U hebt gelijk, mijnheer William," antwoordde de jager »en meer dan +eens heb ik op die wijze een nijlpaard in het water betrapt." + +De Boschjesman daalde nu van den steilen oever naar beneden, terwijl +hij zich aan slinger- en grasplanten vastklampte. Toen hij bij het +water was, liep hij tot aan de knieën er in, en bukte zich met het +oor tot aan het watervlak. + +»Ja!" riep hij na eenige oogenblikken, »ja! ik had me niet +bedrogen. Eenige kilometers stroomafwaarts is er een geraas alsof het +water met geweld geslagen wordt. Het is een eentonig en aanhoudend +geklots dat ik beneden op den stroom hoor." + +»Het geraas van een schroef?" antwoordde de astronoom. + +»Waarschijnlijk, mijnheer Emery. Zij, die we wachten zijn niet ver +meer verwijderd." + +William Emery, die wist welke fijne zintuigen de jager had, hetzij +hij hoorde, zag of rook, twijfelde geen oogenblik aan de bewering van +zijn makker. Deze kwam weder op den oever, en beiden besloten om op +deze plek te wachten, omdat men van daar den stroom der Oranjerivier +gemakkelijk kon overzien. + +Er ging een half uur voorbij, waaraan Emery, niettegenstaande zijne +natuurlijke bedaardheid, meende dat geen einde zou komen. Hoe dikwijls +meende hij den vagen omtrek van een vaartuig te zien, maar zijn gezicht +bedroog hem telkens. Eindelijk deed een uitroep van den Boschjesman +hem het hart sneller kloppen. + +»Rook!" riep Mokum. + +Toen William Emery in de door den jager aangeduide richting keek, +zag hij niet zonder inspanning een licht rookwolkje, dat aan de bocht +van de rivier zichtbaar werd. Men kon niet meer twijfelen. + +De boot naderde snel. Weldra kon William den schoorsteen zien, +waaruit een wolk van zwarten rook, vermengd met witachtige dampen, +opsteeg. De bemanning stookte zeker de vuren flink op om de snelheid +te vermeerderen en op den bepaalden dag de aangeduide plaats te +bereiken. De boot was nog ongeveer zeven kilometers van den waterval +van Morgheda af. + +Het was toen twaalf uren. Daar de plek niet geschikt was voor eene +landing, besloot de astronoom weder naar den waterval terug te +keeren. Hij deelde zijn voornemen aan den jager mede, die slechts +antwoordde door den reeds vroeger op den linkeroever der rivier +bewandelden weg weder in te slaan. William Emery volgde zijn metgezel, +en zich eene laatste maal bij eene bocht der rivier omkeerende, +zag hij de Britsche vlag, die achter van het vaartuig woei. + +Spoedig waren zij weder bij den waterval, en om één uur hielden de +Boschjesman en de astronoom op 1/4 kilometer afstands halt. Daar +vormde de oever door eene halfcirkelvormige bocht een inham, waar +de stoomboot gemakkelijk kon aanleggen, want het water was tot vlak +aan den oever diep genoeg. De boot moest niet ver meer af zijn en +zij had zeker op de twee voetgangers gewonnen, hoe snel deze ook +geloopen hadden. Men kon haar nog niet zien, want de vorm der oevers, +waarop hooge over het water hangende boomen stonden, belette ver te +zien. Maar men hoorde zooal niet het gesis van den stoom, toch het +doordringend fluiten van de machine, dat boven het onophoudelijk geraas +van den waterval uitstak. Dit fluiten hield aan; de bemanning wilde +op die manier haar tegenwoordigheid in dezen omtrek doen opmerken; +het was eene waarschuwing. + +De jager beantwoordde deze door zijn geweer af te schieten, +welks losbarsting door de echo der oevers en bosschen honderdvoudig +weerkaatst werd. Eindelijk verscheen de boot; William en de Boschjesman +werden spoedig door de bemanning bemerkt. Op een teeken van den +astronoom zwenkte de boot en kwam aan den oever aanleggen. Een kabel +werd uitgeworpen; de Boschjesman ving dien op, en wond hem om een +afgebroken boomstam. Aanstonds sprong een man van hooge gestalte op +den oever, en kwam naar den astronoom toe, terwijl zijne reisgezellen +op hunne beurt landden. + +William Emery trad aanstonds op dien man toe, en vroeg »kolonel +Everest?" + +»Mijnheer William Emery?" antwoordde de kolonel. + +De astronoom en zijn ambtgenoot van het observatorium van Cambridge +namen de hoeden af en gaven elkander de hand. + +»Mijne heeren," zei daarop de kolonel Everest, »mag ik u mijnheer +William Emery voorstellen, van het observatorium in de Kaapstad, die +ons tot aan den waterval van Morgheda wel te gemoet is willen komen?" + +Vier heeren, die bij kolonel Everest stonden, groetten achtereenvolgens +den astronoom, die hen terug groette; daarop stelde de kolonel ze +met vólkomen Britsche bedaardheid voor. + +»Mijnheer John Murray van Devonshire, uw landgenoot, mijnheer +Emery; mijnheer Mathieu Strux van het observatorium van de Pulkowa, +mijnheer Nikolaas Palander van het observatorium van Helsingfors, +en mijnheer Michel Zorn, van de sterrewacht van Kiew, drie geleerde +Russen, die in onze internationale commissie de regeering van den +Czaar vertegenwoordigen." + + + + + + + +III. + +Het vervoer. + + +Toen men aan elkander was voorgesteld, bood William Emery zijne +diensten aan de nieuw aangekomenen aan. In zijne hoedanigheid +van eenvoudig astronoom aan de sterrewacht aan de Kaap, was hij +eigenlijk ondergeschikt aan kolonel Everest, afgevaardigde van de +Engelsche regeering, die met Mathieu Strux het voorzitterschap van +de wetenschappelijke commissie deelde. Hij kende hem bovendien als +een uitstekend geleerde, die beroemd geworden was door het oplossen +van enkele nevelvlekken en door de berekening van het verduisteren +van sterren. Deze sterrekundige, die ongeveer vijftig jaar telde, +was een koel en afgemeten man, die een leven leidde dat van uur tot +uur wiskunstig geregeld was. Niets overkwam hem onverwacht. Zijne +nauwkeurigheid in alle dingen evenaarde die waarmede de hemellichamen +door den meridiaan gaan. Men kon zeggen dat al zijne levensdaden +volgens den chronometer geregeld waren. William Emery wist dit; daarom +had hij er nimmer aan getwijfeld dat de wetenschappelijke commissie +op den bepaalden dag zou komen. De jonge astronoom wachtte nu dat +de kolonel zich zou verklaren ten opzichte van de zending, die hij +in zuidelijk Afrika kwam vervullen; maar de kolonel Everest zweeg en +William Emery meende dat hij hem hierover niet mocht ondervragen. Het +was waarschijnlijk dat naar des kolonels meening het uur waarop hij +spreken moest nog niet geslagen was. + +William Emery kende evenzeer bij name John Murray, een rijk geleerde, +mededinger van James Ross en lord Elgin en die zonder officiëelen +titel zijn vaderland door zijn sterrekundigen arbeid eer aandeed. De +wetenschap was hem zeer aanzienlijke geldelijke offers verschuldigd; +hij had 20000 pond sterling uitgegeven voor de vervaardiging van een +reusachtigen spiegelteleskoop, welke met dien van Parson-town kon +wedijveren, en waarmede de elementen van een aantal dubbelsterren +bepaald waren. Het was een man van hoogstens veertig jaar; hij had +het voorkomen van een groot heer, maar zijn onverschillig uiterlijk +verraadde geenszins zijn karakter. + +Wat de drie Russen aangaat, de heeren Strux, Palander en Zorn, hunne +namen waren voor Emery niet nieuw; maar de jonge astronoom kende hen +niet persoonlijk. Nikolaas Palander en Michel Zorn toonden zekeren +eerbied voor Mathieu Strux, een eerbied, dien zijne betrekking, bij +gebreke zelfs van alle verdienste, overigens volkomen rechtvaardigde. + +De eenige opmerking, die William Emery maakte, was dat de geleerde +Engelschen en Russen in gelijken getale waren, drie van elke +natie. Zelfs de bemanning der stoomboot, Queen and Tzar genaamd, +bestond uit tien man, waarvan er vijf uit Engeland en vijf uit Rusland +geboortig waren. + +»Mijnheer Emery," zeide de kolonel, zoodra men aan elkander was +voorgesteld, »nu kennen wij elkander even goed alsof wij samen de reis +van Londen naar kaap Volpas gemaakt hadden. Bovendien heb ik voor u +een bijzondere achting, welke men u wel verschuldigd is wegens den +astronomischen arbeid, die u, hoe jong ook nog, een billijken roem +heeft bezorgd. Op mijn verzoek heeft het Engelsche gouvernement u +aangewezen om deel te nemen aan het werk, dat wij in zuidelijk Afrika +zullen beproeven." + +William Emery boog alsof hij wilde danken, en dacht dat men hem nu +eindelijk de beweegreden zoude mededeelen, welk eene wetenschappelijke +commissie zelfs naar het zuidelijk halfrond voerde, maar kolonel +Everest verklaarde zich daaromtrent niet duidelijker. + +»Mijnheer Emery," hernam de kolonel, »ik wilde u vragen of ge met +uwe toebereidselen geheel gereed zijt?" + +»Geheel kolonel," antwoordde de astronoom. »Volgens de opgaven in +den brief van mijnheer Airy, heb ik een maand geleden de Kaapstad +verlaten, en mij naar het station Lattakou begeven. Daar heb ik +al het noodige voor een onderzoekingstocht in de binnenlanden van +Afrika bijeengebracht, namelijk levensmiddelen, wagens, paarden en +Boschjesmannen. Een geleide van honderd goed gewapende en geoefende +mannen, wacht u te Lattakou, en dit zal aangevoerd worden door +een behendig en beroemd jager, dien ik u wenschte voor te stellen, +namelijk den Boschjesman Mokum." + +»De Boschjesman Mokum!" riep de kolonel Everest uit, als men althans +van den kalmen toon, waarop hij dit zeide, zoo spreken mag, »de +Boschjesman Mokum! Maar die naam is mij zeer goed bekend." + +»Het is de naam van een behendig en onversaagd Afrikaan," voegde John +Murray er bij, terwijl hij zich naar den jager wendde, die door deze +Europeanen, met hun voornaam uiterlijk, in het geheel niet uit het +veld geslagen werd. + +»De jager Mokum," zeide William Emery, terwijl hij zijn makker +voorstelde. + +»Uw naam is in het Britsche koninkrijk zeer goed bekend, Boschjesman," +antwoordde de kolonel. »Ge zijt de vriend van Anderson en de gids van +den beroemden David Livingstone geweest, in wiens vriendschap ik eene +eer stel. Engeland dankt u door mijn mond, en ik wensch er mijnheer +Emery geluk mede, dat hij u als aanvoerder van onze karavaan gekozen +heeft. Een jager zooals gij moet een liefhebber zijn van schoone +wapenen. Wij hebben daarvan een vrij volledige verzameling, en ik +wenschte u te verzoeken om daaruit datgene te kiezen wat u aanstaat; +wij weten dat zulk een wapen dan in goede handen is." + +Een glimlach van zelfvoldoening vertoonde zich op het gelaat van +den Boschjesman. De waardeering zijner verdiensten in Engeland trof +hem zonder twijfel, maar zeker minder dan de aanbieding van den +kolonel. Hij dankte dus in goed gekozen bewoordingen, en hield zich +ter zijde, terwijl het gesprek tusschen William Emery en de Europeanen +werd voortgezet. + +De jonge astronoom deelde verder de bijzonderheden mede van 't +geen door hem was gereed gemaakt; kolonel Everest scheen daarover +zeer tevreden. Het kwam er dus maar op aan ten spoedigste de stad +Lattakou te bereiken, want het vertrek van de karavaan moest in de +eerste dagen van Maart na het regenseizoen plaats hebben. + +»Beslis nu maar kolonel," zeide William Emery, »op welke wijze u die +stad wilt bereiken." + +»Over de Oranjerivier, en een van hare zijtakken, de Kuruman, die +langs Lattakou stroomt." + +»Zeer goed," antwoordde de astronoom, »maar hoe uitstekend uw stoomboot +ook zij, hoe snel zij ook kunne vooruitkomen, toch zou zij niet tegen +den waterval van Morgheda opstoomen!" + +»We zullen dien omgaan, mijnheer Emery," antwoordde de kolonel. »Na een +vervoer van enkele kilometers zullen we de vaart boven den waterval +weder kunnen hervatten, en als ik mij niet bedrieg dan is van daar +tot Lattakou de stroom goed bevaarbaar voor een vaartuig dat weinig +diepgang heeft." + +»Zonder twijfel kolonel," antwoordde de astronoom, »maar die stoomboot +is zóó zwaar, dat...." + +»Mijnheer Emery," hernam kolonel Everest, »deze boot is een meesterstuk +uit de werkplaatsen van Leard en Cie te Liverpool. Men kan haar +stuksgewijze uit elkander nemen, en met het uiterste gemak weder in +elkander zetten. Een sleutel en eenige schroefbouten zijn voldoende +voor een man of wat, die hiermede belast worden. Hebt ge een wagen +medegebracht?" + +»Ja, kolonel," antwoordde Emery. »Ons kamp is slechts op een mijl +hier van daan." + +»Welnu, dan verzoek ik den Boschjesman den wagen hierheen te laten +brengen. Men zal er de stukken der stoomboot en de machine, die ook +uit elkander genomen kan worden, op laden, en op die wijze zullen we +stroomopwaarts dáár de Oranjerivier weder bereiken, waar zij wederom +bevaarbaar wordt." + +De bevelen van kolonel Everest werden uitgevoerd. De Boschjesman +verdween weldra in het kreupelhout, nadat hij beloofd had binnen een +uur terug te zullen zijn. Gedurende zijne afwezigheid werd de stoomboot +schielijk ontladen. Nu was de lading niet aanzienlijk: kisten met +natuurkundige instrumenten, eene vrij groote verzameling geweren uit +de fabriek van Purdey Moore te Edinburgh, eenige flesschen brandewijn, +vaatjes gedroogd vleesch, kistjes met patronen, reistasschen, +die slechts het hoogst noodige bevatten, tentzeilen en alles wat +daarbij noodig was, een sloep van gutta percha, die zorgvuldig was +samengepakt, en niet meer plaats besloeg dan een goed in elkander +geriemde reisdeken, eenige legeringbehoeften, enz. en eindelijk een +soort van waaiervormige mitrailleuse, een wapen dat nog verre van +volmaakt was, maar toch de nadering der stoomboot zeer gevaarlijk +maken moest voor elk soort van vijand. + +Al deze voorwerpen werden op de landingsplaats nedergelegd. De machine +van acht paardekracht van 210 kg. was in drie deelen afgedeeld: +de ketel met de stookplaats, de machine zelve, die door middel van +een eenvoudigen sleutel van den ketel kon worden losgeschroefd, en +de schroef die aan den achtersteven bevestigd was. Toen deze deelen, +het een na het ander waren weggenomen, was de boot geheel ledig. Deze +werd, behalve de ruimte voor de machine en den voorraad, verdeeld in +twee afdeelingen, waarvan de voorste voor de bemanning, de achterste +voor den kolonel en zijne reisgezellen bestemd was. In een oogwenk +verdwenen de tusschenschotten, koffers en bedden werden weggenomen, +en de stoomboot was toen niet meer dan een eenvoudige romp. + +Deze romp, die 35 voet lang was, bestond uit drie deelen, evenals +de Mâ-Robert, waarvan Livingstone zich bij zijne eerste reis op de +Zambese bediende. Hij was van gegalvaniseerd ijzer gemaakt, en dus +tegelijk licht en sterk. De platen waren met schroefbouten op een +geraamte van hetzelfde metaal vastgeschroefd, waardoor zij vast op +elkander zaten en dus de romp goed dicht was. + +William Emery was verbaasd over het eenvoudige van het werk, en de +snelheid, waarmede het geschiedde. De wagen was nog geen uur geleden +met den jager en zijne twee Boschjesmannen aangekomen toen de stoomboot +reeds ter oplading gereed lag. + +Deze wagen van de eenvoudigste soort, rustte op vier massieve raderen, +die twee aan twee op twintig voet afstand van elkander stonden. Het was +vanwege zijne lengte eene ware Amerikaansche kar. Dit zware voertuig +waarvan de assen kraakten, en de stootplank wel een voet buiten de +raderen uitstak, werd door zes tamme buffels getrokken, die twee aan +twee aan elkander gekoppeld en zeer gevoelig waren voor de zweep van +den voerman. Men had niets minder dan zulke zwaren dieren noodig om +het voertuig in beweging te brengen, als het met zijn volle vracht +beladen was. Niettegenstaande de behendigheid van den voerman moest +het meer dan eens in den modder blijven steken. + +De bemanning van de Queen and Tzar belaadde den wagen zóó, dat deze +aan alle kanten in evenwicht was. Men kent de spreekwoordelijke +behendigheid van zeelieden. Het laden van dien wagen was voor die +flinke mannen slechts eene kleinigheid. De groote stukken der stoomboot +lagen onmiddellijk boven de assen op het sterkste gedeelte van den +wagen. Daar tusschen vonden kisten, koffers, vaatjes, lichtere of meer +breekbare stukken gemakkelijk plaats. Wat de reizigers zelve betrof, +een tocht van vier kilometers was voor hen slechts eene wandeling. + +Om drie uren des namiddags was het opladen geheel afgeloopen en gaf +kolonel Everest het teeken om te vertrekken. Zijne makkers en hij +maakten onder geleide van Emery de voorhoede uit. De Boschjesmannen, de +bemanning der boot en de geleiders van den wagen volgden wat langzamer. + +De tocht had zonder inspanning plaats. De zachte helling, die naar het +hooger gedeelte van den stroom der Oranjerivier leidde, maakte den weg +gemakkelijk, hoewel veel langer. Het was eene gelukkige omstandigheid +voor den zwaar beladen wagen, die, hoewel wat langzamer des te zekerder +het doel zou bereiken. + +Wat de leden der wetenschappelijke commissie betreft, deze beklommen +gemakkelijk de andere zijde des heuvels. Zij voerden een algemeen +gesprek, maar er was in het geheel geen sprake van het doel +der onderneming. Deze Europeanen bewonderden zeer de grootsche +landschappen, die zich voor hun oog ontrolden. Deze trotsche natuur, +zoo schoon in hare woestheid, bekoorde hen, zooals zij den jongen +astronoom reeds vroeger bekoord had. Hunne reis had hen nog niet +zoodanig verwend dat zij blind waren voor de natuurlijke schoonheid +van deze Afrikaansche wereld. Zij bewonderden, maar met eene weinig +merkbare bewondering, zooals Engelschen gewoonlijk doen omdat zij +alles haten wat onbehoorlijk schijnt. De waterval werd eenigermate, +maar op fatsoenlijke wijze door hen geprezen, slechts even misschien, +doch merkbaar genoeg. Het »nil admirari" scheen nog niet geheel hunne +zinspreuk te zijn. + +Bovendien meende William Emery zijne gasten in zuidelijk Afrika naar +behooren te moeten ontvangen; hij was t' huis, en evenals zekere al +te opgetogen menschen, schonk hij hun geene enkele bijzonderheid van +zijn Afrikaansch park. + +Tegen half vier was men aan de andere zijde van den waterval +gekomen. Toen de Europeesche reizigers op het plateau waren aangekomen, +zagen zij het bovenste gedeelte van den stroom zich voor hunne blikken +ontrollen. Zij vleiden zich aan den oever neder en wachtten de komst +van den wagen af. Tegen vijf uren verscheen het voertuig op den top +des heuvels. De reis was gelukkig volbracht. Kolonel Everest liet +dadelijk alles ontladen terwijl hij bepaalde dat men den volgenden +morgen bij het aanbreken van den dag zou vertrekken. + +De geheele nacht werd voor verschillende werkzaamheden gebruikt. In +minder dan een uur was de romp van de boot weder in elkander; +de machine voor de schroef werd weder op hare plaats vastgemaakt, +de metalen schotten tusschen de verschillende afdeelingen van het +vaartuig werden in elkander geschroefd, het ruim in orde gebracht en +alle bagage weder ingescheept. Dit alles geschiedde naar de gegeven +bevelen, en was een goed bewijs voor de geschiktheid der bemanning +van de Queen and Tzar. De Engelsche en Russische matrozen waren +uitgezochte mannen op wie men gerust rekenen kon. + +Den volgenden dag, 1 Febr., was de stoomboot bij het aanbreken van den +dag gereed om de reizigers te ontvangen. Reeds kronkelde de zwarte rook +uit den schoorsteen, en de machinist vermeerderde zooveel mogelijk de +drukking. Het was eene machine van hooge drukking zonder condensie, +zoodat zij bij elken zuigerslag stoom liet ontsnappen evenals +zulks bij locomotieven het geval is. Wat den ketel aangaat, deze +was van goed geplaatste fornuizen voorzien, waardoor een zoo groot +mogelijk oppervlak des ketels aan de hitte was blootgesteld. Door +deze inrichting had men in een half uur stoom genoeg. Men had een +goeden voorraad ebbenhout en pokhout ingeladen, omdat dit overvloedig +in den omtrek groeide, en stookte de vuren met dit kostbare hout zoo +hard mogelijk op. + +Om zes uren 's morgens gaf de kolonel het teeken tot het +vertrek. Passagiers en bemanning scheepten zich in; de jager, +die op de rivier bekend was, volgde hen aan boord en liet aan de +twee Boschjesmannen de zorg over om den wagen naar Lattakou terug +te brengen. + +Op het oogenblik dat men de kabels losmaakte, zeide kolonel Everest +tegen den astronoom: + +»Zeg eens, mijnheer Emery, u weet toch wat we hier komen doen?" + +»Niet het minste, kolonel." + +»Het is toch zeer eenvoudig, mijnheer Emery, we komen een gedeelte +van een meridiaan in zuidelijk Afrika meten." + + + + + + + +IV. + +Iets over den meter. + + +Men mag veilig aannemen, dat het denkbeeld aan eene algemeen +gebruikelijke en onveranderlijke maat, waartoe de natuur zelve +den juisten grondslag moest geven, reeds van de oudste tijden af +den menschelijken geest heeft bezig gehouden. Het kwam er inderdaad +hierbij op aan, dat deze maat altijd nauwkeurig moest teruggevonden +kunnen worden, van welke veranderingen of geweldige schokken de +aarde ook het tooneel geweest was. De ouden dachten zeker wel zóó, +maar zij hadden geene vaste stelregels of werktuigen om met vrij +voldoende zekerheid zulk een arbeid uit te voeren. + +Het beste middel toch om eene onveranderlijke maat te krijgen, was, +om die in overeenstemming te brengen met den aardbol, welks omtrek als +onveranderlijk kan beschouwd worden, en bij gevolg om dezen geheelen +omtrek of een gedeelte er van met wiskundige zekerheid te meten. + +De ouden hadden reeds beproefd om deze maat te bepalen. Volgens +sommige geleerden van zijn tijd, beschouwde Aristoteles de +stadie of Egyptische elleboog uit den tijd van Sesostris, als het +honderdduizendste gedeelte van den afstand tusschen de pool en den +evenaar. Eratosthenes berekende in den tijd der Ptolemaeën vrij +nauwkeurig de lengte van den graad langs den Nijl tusschen Syene en +Alexandrië. Maar Posidonius en Ptolemaeus konden met geene genoegzame +nauwkeurigheid de landmeetkundige berekeningen van diezelfde soort, +welke zij ondernamen, ten einde brengen. Met hunne opvolgers ging +het niet beter. + +Het was Picard, die in Frankrijk het allereerst een regelmatig stelsel +trachtte in te voeren om den graad te meten, en toen hij in 1669 de +lengte van een boog aan den hemel en een op aarde tusschen Parijs +en Amiens bepaalde, gaf hij op dat hij eene lengte van 57060 vademen +voor een graad gevonden had. + +De meting van Picard werd tot Duinkerken en zelfs tot Collioure +voortgezet door Dominico Cassini en Lahire in de jaren 1683 tot +1718. In 1739 werd zij door Francesco Cassini en Lacaille tusschen +Duinkerken en Perpignan nagerekend. Eindelijk werd de meting van +dat gedeelte van dien meridiaan door Michain tot Barcelona in Spanje +voortgezet. Toen Michain overleden was (hij stierf ten gevolge van +de afmatting door zulk een werk veroorzaakt) werd de meting van den +Franschen meridiaan eerst in 1807 door Arago en Biot hervat. Deze twee +geleerden zetten de meting voort tot op de Balearische eilanden. De +boog strekte zich toen uit van Duinkerken naar Formentera; deze werd +middendoor gesneden door de 45ste parallel N. B., die op gelijken +afstand van de pool en van den evenaar verwijderd was; en daarom was +het om de lengte van een kwart meridiaan te berekenen, niet noodig om +de afplatting der aarde in rekening te brengen. Deze berekening gaf +57025 vademen voor de gemiddelde lengte van »een graad" in Frankrijk. + +Men ziet dat het tot nog toe meestal Fransche geleerden waren, die zich +met deze moeilijke berekeningen hadden bezig gehouden. [1] Het was +de Constituante, die in 1790 op voorstel van Talleyrand een besluit +uitvaardigde waardoor het aan de Academie van wetenschappen werd +opgedragen om een onveranderlijk model voor alle maten en gewichten +uit te denken. Korten tijd daarop brachten Borda, Lagrange, Laplace, +Monge en Condorcet een verslag uit waarbij zij als gewone eenheid +van maat voorstelden het tien millioenste deel van het vierde deel +van den meridiaan, en als eenheid van gewicht voor alle lichamen +het gewicht van zuiver gedistilleerd water, terwijl het tientallig +stelsel aangenomen werd om alle maten met elkander in overeenstemming +te brengen. + +Later werden deze bepalingen van de lengte van een graad op +verschillende plaatsen der aarde gemaakt, want daar de aardbol geen +spheroïde maar een ellipsoïde was, moesten veelvuldige berekeningen +en opmetingen de hoegrootheid van de afplatting aan de polen leeren +kennen. + +In 1736 maten Maupertuis, Clairaut, Camus, Lemonnier, Outhier en de +Zweed Celsius een noordelijken boog in Lapland en vonden 57419 vademen +voor de lengte van een graad. In 1745 vonden La Condamine, Bouguer +en Godin met medewerking van de Spaansche geleerden Juan en Antonio +Ulloa in Peru 56737 vademen voor de lengte van den graad. In 1752 +berekende Lacaille de lengte van een graad aan de kaap de Goede Hoop +op 57037 vademen. In 1754 vonden de paters Maire en Boscowitch 56973 +vademen voor de lengte van een boog tusschen Rome en Rimini. In 1762 +en 1763 schatte Beccaria den Pimonteeschen graad op 57468 vademen. In +1768 vonden de sterrekundigen Mason en Dixon in Noord-Amerika op de +grenzen van Maryland en Pennsylvanië dat de Amerikaansche graad eene +lengte had van 56888 vademen. + +In de 19de eeuw werden verschillende bogen gemeten in Bengalen, +in Oost-Indië, in Piémont, in Finland, in Kurland, in Hannover, in +Oost-Pruisen, in Denemarken, enz.; maar de Engelschen en Russen hielden +zich minder ijverig dan andere volken met deze moeielijke berekeningen +bezig en de voornaamste geodesische opmeting, die zij bewerkstelligden, +had in 1784 plaats onder leiding van den generaal-majoor Roy, die het +doel had om de Fransche en Engelsche maten met elkander overeen te +brengen. Uit al deze bovenvermelde opmetingen kon men reeds opmaken +dat de graad gemiddeld geschat kon worden op 57000 vademen, d. i. 25 +kilometer, en als men dit vermenigvuldigde met 360, dan verkreeg men +voor den omtrek der aarde eene lengte van 9000 kilometer. + +Doch de boven opgegeven cijfers doen zien dat de maten van +verschillende gradenbogen op onderscheidene plaatsen op aarde niet +met elkander overeen kwamen. Niettemin leidde men uit dit gemiddelde +van 57000 vademen, welke men als de lengte van een graad aannam, +de waarde van een meter af, en men nam daarvoor het tien millioenste +deel van een meridiaan, dat overeen kwam met drie voet elf millimeter +en 296/1000 van een millimeter. + +In wezenlijkheid is dit cijfer niet volkomen juist. Nieuwe +berekeningen, waarbij men de afplatting aan de polen namelijk 1/299, +en niet 1/334, zooals men vroeger meende, in aanmerking nam, geven +niet meer 10 millioen meters voor de maat van een vierde gedeelte eens +meridiaans, maar wel 10.000.856 meters. Dit verschil van 856 meters +is op zulk eene lengte weinig merkbaar; evenwel moet men wiskundig +sprekende erkennen, dat de meter, zooals hij aangenomen is, niet juist +het tien millioenste deel van een vierde deel eens meridiaans is. Er +is eene fout van minstens 2/10000 van een millimeter. + +De aldus bepaalde meter werd evenwel niet door alle beschaafde volken +aangenomen. België, Spanje, Piémont, Griekenland, Nederland, de oude +Spaansche koloniën, de republieken Ecuador, Nieuw-Grenada, Costarica, +enz. namen die maat bijna onmiddellijk aan; maar niettegenstaande de +voorkeur, die het metrieke stelsel boven alle andere stelsels verdient, +heeft Engeland tot nu toe altijd geweigerd het aan te nemen. + +Misschien zou dit stelsel, zonder de staatkundige verwikkelingen +van het laatst der 18de eeuw, door de bevolking van het vereenigde +koninkrijk zijn aangenomen. Toen de Constituante den 8sten Mei 1790 +daartoe het besluit nam, werden de Engelsche geleerden van de Royal +Society uitgenoodigd om zich bij de Franschen aan te sluiten. Om de +juiste maat van den meter te hebben, moest men bepalen of deze tot +grondslag zou hebben de lengte van een eenvoudigen secondeslinger, +of dat men als eenheid van lengtemaat een deel van een der groote +cirkels zou aannemen. Doch de tijdsomstandigheden verhinderden de +voorgenomen vereeniging. + +Het was eerst in het jaar 1854 dat Engeland, het voordeel van het +metrieke stelsel sedert lang inziende, en bovendien bemerkende dat +geleerden en handelaars genootschappen vormden om het ingang te doen +vinden, besloot om het aan te nemen. + +Maar de Engelsche regeering wilde dit besluit geheim houden tot op het +oogenblik dat de nieuwe opmetingen, die men ondernomen had, de lengte +van den graad beter zouden doen bepalen. Evenwel meende de Britsche +regeering in dat opzicht zich te moeten verstaan met de Russische, +die er ook wel toe overhelde om het metrieke stelsel aan te nemen. + +Eene commissie van drie Engelsche en drie Russische sterrekundigen +werd dus gekozen uit de uitstekendste leden van wetenschappelijke +genootschappen. Men heeft gezien dat het voor Engeland waren: kolonel +Everest, en de heeren John Murray en William Emery, en voor Rusland +de heeren Mathieu Strux, Nikolaas Palander en Michel Zorn. + +Deze internationale commissie vergaderde te Londen en besliste dat +men eerst een deel van den meridiaan in het zuidelijk halfrond zou +meten. Als dit geschied was, zou men hetzelfde in het noordelijk +halfrond doen, en uit deze twee opmetingen hoopte men de juiste maat +te vinden, die aan alle voorwaarden zou voldoen. + +Nu had men nog te kiezen tusschen de verschillende Engelsche +bezittingen in het zuidelijk halfrond, nm. de Kaapkolonie, Australië +en Nieuw-Zeeland. Nieuw-Zeeland en Australië, die juist aan de +andere zijde der aarde als Europa lagen, brachten de commissie in +de noodzakelijkheid om eene lange reis te doen. Bovendien konden +de Maori's en de Nieuw-Hollanders, die altijd in oorlog zijn met de +indringers, de voorgenomen opmeting zeer bemoeilijken. De Kaapkolonie +daarentegen bood wezenlijke voordeelen aan: 1o was zij onder denzelfden +meridiaan gelegen als zekere deelen van Europeesch Rusland, en na +een boog van den meridiaan in zuidelijk Afrika gemeten te hebben kon +men er een op denzelfden meridiaan meten in het gebied van den tsaar, +en tevens de opmeting geheim houden; 2o was de reis naar de Engelsche +bezittingen in het zuiden van Afrika betrekkelijk kort, en eindelijk +3o zouden de Engelsche en Russische geleerden daar eene uitstekende +gelegenheid vinden om den arbeid van den Franschen sterrekundige +Lacaille na te gaan, door op dezelfde plaats als hij te werken, +en te onderzoeken of hij gelijk had gehad met het cijfer van 57037 +vademen op te geven voor de maat van een graad op den meridiaan aan +de Kaap de Goede Hoop. + +Er werd derhalve beslist dat de geodesische arbeid aan de Kaap +ondernomen zou worden. De beide regeeringen keurden de beslissing +der Engelsch-Russische commissie goed. Een belangrijk krediet werd +geopend. Alle instrumenten, die voor de opmeting noodig waren, werden +in dubbelen getale vervaardigd. William Emery werd uitgenoodigd om +toebereidselen te maken voor een tocht in de binnenlanden van zuidelijk +Afrika. Het fregat Augusta van de koninklijke marine, ontving bevel om +de leden der commissie en hun gevolg naar de monding der Oranjerivier +over te brengen. + +Men mag er wel bijvoegen dat er behalve een wetenschappelijk doel, +ook nationale eigenliefde mede gemoeid was, waardoor deze voor een +gemeenschappelijken arbeid vereenigde geleerden werden aangevuurd. Het +was er inderdaad om te doen om Frankrijk in zijne berekeningen te +overtreffen, om den arbeid der beroemdste Fransche sterrekundigen in +juistheid te verbeteren, en dat nog wel te midden van eene woeste en +bijna onbekende landstreek. Ook waren de leden der Engelsch-Russische +commissie besloten om alles, zelfs hun leven op te offeren, ten einde +een doel te bereiken dat heilzaam voor de wetenschap en te gelijkertijd +roemvol voor hun land zijn zou. + +En ziedaar waarom in de laatste dagen van Januari 1854 William Emery +zich bij den waterval van Morgheda aan den oever der Oranjerivier +bevond. + + + + + + + +V. + +Een Hottentotsch dorp. + + +De reis op het bovendeel der rivier werd spoedig afgelegd. Evenwel +werd het jaargetijde regenachtig; maar de reizigers, die 't in de +kajuit der boot vrij gemakkelijk hadden ingericht, hadden niets te +lijden van de stortregens, die in dezen tijd van het jaar hier gewoon +waren. De Queen and Tzar vorderde snel. Men ontmoette geen snelle +stroomingen of ondiepten, en de stroom was over het algemeen niet +sterk genoeg om den gang der boot te vertragen. + +De oevers der Oranjerivier boden altijd hetzelfde verrukkelijke +schouwspel aan. Bosschen van verschillende boomsoorten volgden +elkander op, en een wereld van vogels fladderde daarin rond. Hier +en daar stonden groepen boomen van het geslacht der zilverboomen, +en vooral de »wagenboom" met roodachtig gemarmerd hout, die er +wonderlijk uitzag met zijne donkerblauwachtige bladeren en groote +gele bloemen; verder de »zwartebast" met zwarte schors, de »karree" +met zijne donkerkleurige altijd groene bladeren. Het kreupelhout +strekte zich eenige kilometers ver van de oevers der rivier uit, en +overal was deze met treurwilgen langs de kanten bezet. Hier en daar +deden zich plotseling uitgestrekte naakte velden aan het oog voor. Het +waren groote vlakten met een onnoemelijk aantal kolokwintstruiken +begroeid; daar tusschen stond de honigvoortbrengende plant proteus, +waaruit geheele zwermen kleine vogels met zacht gekweel opvlogen, +die door de kolonisten suikervogels genoemd worden. + +De vogelwereld bood groote verscheidenheid aan. De Boschjesman deed ze +opmerken aan John Murray, die een groot liefhebber was van allerlei +wild. Ook ontstond er een soort van vertrouwelijkheid tusschen den +Engelschen jager en Mokum, die volgens de belofte van kolonel Everest +van zijn reismakker eene uitmuntende, verdragende buks ten geschenke +ontvangen had. Het is onnoodig om de tevredenheid van den Boschjesman +te schetsen, nu hij zich in het bezit zag van zulk een prachtig +wapen. De twee jagers begrepen elkander goed. Al was hij een uitstekend +geleerde, toch ging John Murray voor een van de beste jagers van het +oude Caledonië door. Hij hoorde met belangstelling, met een soort +van afgunst de verhalen van den Boschjesman aan. Zijne oogen schoten +vlammen als de jager hem onder de boomen eenige wilde dieren aanwees, +hier giraffen in troepen van vijftien tot twintig, daar buffels van +zes voet hoog en den kop met een paar zwarte horens voorzien, wat +verder wilde gnoes met een paardestaart, elders troepen caäma's, eene +soort van groote damherten met schitterende oogen en een paar horens, +die een dreigenden hoek met elkander maakten, en overal, zoowel in het +dichtste woud, als op de kale vlakten die oneindige verscheidenheid +van antilopen, die in zuidelijk Afrika zoo talrijk gevonden worden, +de bastaardgems, de gemsbok, de gazelle, de springbok, enz. Was daar +dus niet overvloedig gelegenheid om een jager te doen watertanden, +en konden de vossenjachten in de Schotsche vlakten wel vergeleken +worden met de jachten van een Cumming, een Anderson en een Baldwin? + +Men moet zeggen dat de reismakkers van Murray vrij wat minder zich +getroffen gevoelden door het gezicht van die prachtige stukken +wild. Emery beschouwde zijne ambtgenooten met groote opmerkzaamheid, +en trachtte hun karakter onder hun onverschillig uiterlijk te +raden. Kolonel Everest en Strux, die ongeveer even oud waren, +waren even terughoudend, voorzichtig en vormelijk. Zij spraken +met eene afgemeten langzaamheid en elken morgen zou men gezegd +hebben, dat zij elkander vóór den vorigen avond nog nimmer ontmoet +hadden. Men behoefde de hoop niet te koesteren, dat er tusschen +deze twee voorname personen ooit eenige vertrouwelijkheid ontstaan +zou. Twee tegen elkander geschoven ijsschotsen eindigen met zich te +vereenigen doch niet alzoo twee geleerden, wanneer zij beiden eene +hooge wetenschappelijke betrekking bekleeden. + +Nikolaas Palander was vijfenvijftig jaren en één van die mannen, +die nooit jong zijn geweest, en nooit oud worden. De sterrekundige +van Helsingfors was altijd verdiept in zijne berekeningen; hij kon +een uitstekend werktuig zijn, maar het was dan ook niet anders dan een +werktuig, eene soort van rekentafel of algemeen rekenwerktuig. Rekenaar +van de Engelsch-Russische commissie, was deze geleerde een van die +wondermenschen, die uit het hoofd met vijf cijfers vermenigvuldigen, +eene soort van vijftigjarigen Mondeux. + +Michel Zorn had door zijn leeftijd, zijn opgewonden karakter en zijn +goed humeur meer overeenkomst met William Emery. Zijne beminnelijke +hoedanigheden beletten hem niet een sterrekundige van groote +verdiensten te zijn, die zich reeds op jeugdigen leeftijd beroemd +had gemaakt. De door hem en onder zijn toezicht op het observatorium +van Kiew gedane ontdekkingen omtrent de nevelvlek van Andromeda +hadden in het geleerde Europa heel wat beweging veroorzaakt. Aan +zijne onwedersprekelijke verdiensten paarde hij groote nederigheid, +en hield zich bij iedere gelegenheid op den achtergrond. + +William Emery en Michel Zorn moesten vrienden worden; zij +waren verbonden door denzelfden smaak en dezelfde neigingen. Zij +spraken veel met elkander. Gedurende dien tijd namen de kolonel en +Mathieu Strux elkander zeer bedaard op. Palander trok uit het hoofd +vierkants-wortels, zonder dat hij acht gaf op de verrukkelijke plekken +langs de oevers, en John Murray en de Boschjesman vormden plannen om +eene vreeselijke slachting onder het wild aan te richten. + +De reis op den bovenstroom der Oranjerivier kenmerkte zich door +geen enkel voorval. Soms schenen de steile rotsoevers, die den +bochtigen stroom insloten, elken uitgang af te sluiten. Dan weder +maakten met boomen begroeide eilandjes, die als 't ware midden in +den stroom geworpen waren, het onzeker, welken weg men volgen moest; +doch de Boschjesman aarzelde nimmer, en de Queen and Tzar koos den +besten weg, of stoomde zonder dralen uit den cirkel van rotsen, die +haar omringden. De stuurman behoefde geen enkel oogenblik berouw te +gevoelen dat hij de aanwijzingen van Mokum gevolgd had. + +In vier dagen legde het stoomschip de twee honderd veertig kilometers +af, die de watervallen van Morgheda nog scheidden van de Kuruman, +een van de zijtakken, die langs de stad Lattakou stroomt; dit was +juist de plaats waar de commissie zich moest heen begeven. De stroom +vormde dertig kilometers boven den waterval een elleboog, en eene +andere richting aannemende, als die van het oosten naar het westen, +begrensde hij, in zuidwestelijke richting stroomende, de scherpe punt, +die het grondgebied der Kaapkolonie ten noorden vormt. Van dit punt +richtte de rivier zich noordoostwaarts en verloor zich drie honderd +kilometers verder in de boschrijke streken der Transvaal-republiek. + +Het was den 5en Februari, des morgens nog zeer vroeg en onder een +slagregen, dat de Queen and Tzar Klaarwater, een Hottentotsch dorp +bereikte, dicht bij de plek waar de Kuruman in de Oranjerivier +valt. Kolonel Everest wilde geen oogenblik verliezen, en liet dus +spoedig de weinige hutten van Boschjesmannen, die het dorp vormden, +achter zich, terwijl de boot door de werking der schroef tegen +den stroom van den nieuwen zijtak opstoomde. Deze zijtak stroomde, +zooals de reizigers opmerkten, zeer snel door eene bijzonderheid, +welke hem eigen was. De Kuruman toch, die aan haren oorsprong zeer +breed is, wordt smaller naarmate de stroom vordert omdat het water +door de zonnehitte verdampt. Maar in dit jaargetijde was zij zeer +gezwollen, diep en snelstroomend door aanhoudende regens en door het +water van een zijtak, de Moschona. De vuren werden dus aangestookt, +en de boot stoomde met eene drie kilometersvaart de Kuruman op. + +Gedurende dezen tocht maakte de Boschjesman den heer Murray opmerkzaam +op een vrij groot aantal nijlpaarden. Die groote dikhuidige dieren, +die door de Hollanders aan de Kaap »zeekoeien" genoemd worden, zijn +dik en log, acht tot tien voet lang en weinig geneigd om iemand aan te +vallen. Zij werden verschrikt door het snuiven der boot en het slaan +van de schroef; zij dachten zeker een nieuw soort van monster te zien, +dat zij moesten wantrouwen, en inderdaad maakten de wapens aan boord +de nadering zeer moeielijk. John Murray had zijne ontplofbare kogels +gaarne op die vleeschklompen beproefd, doch de Boschjesman verzekerde +hem dat er in de noordelijke stroomen geen gebrek aan nijlpaarden zijn +zou, en John Murray besloot dus om gunstiger gelegenheid af te wachten. + +De honderd vijftig kilometers, die den mond der Kuruman van Lattakou +scheidden, werden in vijftig uren afgelegd. Den 7den Februari bereikte +men om drie uren des namiddags deze plaats. Toen de boot aan den +oever was vastgemaakt, kwam een man van vijftig jaar met een deftig, +doch goedig uiterlijk aan boord en stak William Emery de hand toe. De +astronoom stelde den nieuw aangekomene aan zijne reismakkers voor +en zeide: »De eerwaarde Thomas Dale van het zendelinggenootschap te +Londen, en directeur van het station van Lattakou." + +De Europeanen groetten den eerwaarden Thomas Dale, die hen welkom +heette, en deze stelde zich geheel ter hunner beschikking. + +De stad Lattakou of liever het gehucht van dien naam, vormt in +het noorden het meest van de Kaapstad verwijderde station van +zendelingen. Zij wordt in oud en nieuw Lattakou verdeeld. Het oude +Lattakou, dat nu bijna geheel verlaten is, en waar de Queen and Tzar +aankwam, telde in het begin van deze eeuw nog twaalfduizend inwoners, +die sedert dien tijd naar het noordoosten getrokken zijn. Toen de +stad zeer in verval raakte, werd zij door Lattakou vervangen, dat in +eene vlakte, die vroeger met acacia's bedekt was, niet ver daarvandaan +gebouwd werd. Dit nieuwe Lattakou, waarheen de Europeanen zich onder +geleide van den zendeling begaven, bevatte een veertigtal groepen +huizen, en telde ongeveer vijf of zes duizend inwoners, die tot den +grooten stam der Betchuanen behoorden. + +In dit dorp hield dokter David Livingstone in 1840 gedurende drie +maanden zijn verblijf, voordat hij de reis naar de Zambese ondernam, +eene reis, die den beroemden reiziger noodzaakte geheel midden-Afrika +door te trekken van de baai van Loanda in Congo, tot aan de haven +van Kilimane op de kust van Mozambique. + +Te nieuw-Lattakou aangekomen, overhandigde kolonel Everest aan den +directeur van de missie een brief van dokter Livingstone, die de +Engelsch-Russische commissie aan zijne vrienden in zuidelijk Afrika +aanbeval. Thomas Dale las dien brief met bijzonder genoegen, daarop +gaf hij dien aan kolonel Everest terug, zeggende dat hij hem op zijne +reis mogelijk van nut kon zijn, daar de naam van David Livingstone +in dit gedeelte van Afrika bekend en geëerd was. + +De leden der commissie werden in het huis der zendelingen +ingekwartierd; 't was een groot gebouw, dat op eene hoogte opgericht, +en door eene ondoordringbare haag als door een vestingmuur omgeven +was. De Europeanen waren in dit gebouw gemakkelijker gehuisvest +dan zij het bij de Betchuanen zouden geweest zijn. Niet, omdat de +woningen van dit volk niet zindelijk zijn; integendeel, want de +vloer is gemaakt van zeer vaste klei, waarop geen stofje te zien is; +het dak is met lang stroo bedekt en ondoordringbaar voor den regen; +maar toch zijn deze huizen slechts hutten, waartoe een rond gat, +dat nauwelijks groot genoeg is om een mensch door te laten, toegang +verschaft. In die hutten leven allen gemeenschappelijk onder elkander +en men kan niet zeggen dat die samenleving met de Betchuanen tot de +aangenaamste behoort. Het hoofd van den stam, die te Lattakou woonde, +zekere Moulibahan, meende dat hij zijne opwachting bij de Europeanen +maken moest. Moulibahan was een vrij knap man zonder de dikke lippen of +den platten neus van het negerras; hij had een rond gelaat, dat niet, +zooals bij de Hottentotten, van onderen smal toeliep. Hij droeg een +mantel van huiden, welke zeer kunstig aan elkander waren genaaid, +en een voorschoot, dat de inlanders »Pukoje" noemen; verder een +lederen muts en sandalen van buffelleder. Aan zijne armen had hij +ivoren ringen; in zijne ooren bengelden vier centimeters lange koperen +staafjes als oorbellen, die tevens tot amuletten moesten dienen. Boven +van zijn muts hing een antilopenstaart. Zijn jachtstok was bovenaan +met een bos zwarte struisvederen versierd. Men kon de natuurlijke +kleur der huid van dezen Betchuanen-hoofdman niet zien onder de dikke +laag oker, waarmede hij van het hoofd tot de voeten bedekt was. Eenige +onuitwischbare inkervingen in de dij duidden het aantal vijanden aan, +die Moulibahan gedood had. + +Dit stamhoofd, dat minst genomen even deftig was als Mathieu Strux +zelf, naderde de Europeanen en nam hen één voor één bij den neus. De +Russen lieten dit ernstig toe; de Engelschen stribbelden een weinig +tegen, en toch was het volgens Afrikaansche zeden eene plechtige +verbintenis om de plichten der gastvrijheid jegens de Europeanen in +acht te nemen. Toen de plechtigheid was afgeloopen ging Moulibahan +zonder een woord te spreken heen. + +»En nu wij genaturaliseerd zijn als Betchuanen," zeide kolonel Everest, +»kunnen wij ons zonder een dag of een uur te verliezen met ons werk +bezighouden." + +Geen enkel uur ging verloren, en toch was de commissie niet vóór de +eerste dagen van Maart tot het vertrek gereed, zooveel zorg en omslag +vereischt het gereedmaken van zulk eene onderneming. Het was bovendien +de door kolonel Everest aangewezen dag. Op dat tijdstip namelijk +eindigde het regenseizoen, en het water dat in de uithollingen van +den grond hier en daar was blijven staan, zou eene kostbare hulpbron +worden voor de woestijnreizigers. + +Het vertrek werd op 2 Maart vastgesteld. Dien dag was de geheele +karavaan onder bevel van Mokum tot het vertrek gereed. De Europeanen +namen afscheid van de zendelingen van Lattakou, en verlieten ten +zeven ure 's morgens het plaatsje. + +»Waar gaan we heen, kolonel?" vroeg William Emery op het oogenblik +dat de karavaan de laatste hut van het stadje achter zich liet. + +»Recht voor ons uit, mijnheer Emery," antwoordde de kolonel, »tot +op het oogenblik dat we een geschikte plaats hebben gevonden om een +basis te meten!" + +Om acht uren had de karavaan de lage en met kleine heesters bedekte +heuvels achter zich, welke Lattakou omringen, en de woestijn lag met +al hare gevaren, vermoeienissen en onvoorziene gebeurtenissen voor hen. + + + + + + + +VI. + +Verdere kennismaking. + + +Het onder bevel van den Boschjesman staande geleide telde honderd man; +het waren allen Boschjesmannen, werkzame, bedaarde, vreedzame mannen, +die groote lichamelijke vermoeienissen konden uitstaan. Voordat +er zendelingen in het land waren haakten de Boschjesmannen, die +als leugenaars en als weinig gastvrij bekend stonden, naar roof en +moord, en maakten meestal van den nacht gebruik om hunne vijanden +te vermoorden. De zendelingen hebben wel hunne barbaarsche zeden +aanmerkelijk beschaafd, doch die inboorlingen maken zich nog altijd +meer of min schuldig aan het plunderen van woningen en het rooven +van vee. + +Tien wagens, gelijk aan het voertuig, dat de Boschjesman naar den +waterval van Morgheda gebracht had, vormden het rollend materieel +van den tocht. Twee van die wagens, een soort van beweegbare huizen, +waren gemakkelijk ingericht en dienden den Europeanen tot verblijf +als zij halt hielden. Zij werden dus gevolgd door een houten huis, +van droge planken getimmerd, met ondoordringbaar zeildoek bedekt, +en van verschillende bedden en toiletbenoodigdheden voorzien. Als +men halt hield was dit tijd gewonnen, omdat men de tenten geheel +opgeslagen met zich voerde. + +Een van de wagens was bestemd voor kolonel Everest en zijne beide +landgenooten. De andere werd door de Russen bewoond. Twee andere +wagens, die volgens hetzelfde model ingericht waren, behoorden, de +ééne aan de vijf Engelschen, de andere aan de vijf Russen die samen +de bemanning van de Queen and Tzar uitmaakten. + +Het spreekt van zelf, dat de romp en de machine der stoomboot +stuksgewijze uit elkander genomen en op een der wagens geladen werden +om de reizigers door de Afrikaansche woestijn te volgen. Meren zijn +talrijk in het binnenland; misschien werden er eenigen gevonden op +den weg, dien de wetenschappelijke commissie zou volgen en dan zou +het kleine vaartuig groote diensten kunnen bewijzen. De andere wagens +waren beladen met de instrumenten, levensmiddelen, koffers, wapens, +kruit en lood, toestellen voor de voorgenomen driehoeksmeting, zooals +draagbare pylonen, signaalpaaltjes, lantaarns, de noodige schragen +om eene basis te meten, en eindelijk alles wat voor de honderd man +van het geleide bestemd was. De levensmiddelen voor de Boschjesmannen +bestonden voornamelijk uit vleesch van antilopen, buffels of olifanten, +dat in lange repen gesneden, en in de zon of boven een half smeulend +vuur gedroogd was om het maanden lang te kunnen bewaren. Deze wijze +van toebereiding wint het gebruik van zout uit en is in zwang in die +streken, waar deze nuttige stof ontbreekt. Wat het brood aangaat, +de Boschjesmannen rekenden er op dit door vruchten of wortels, door +aardnoten, door de knollen van zekere soort van vezelbloemen, zooals +de inlandsche vijg, door kastanjes, of door de pit van eene soort van +palmboom, welke den naam van »kafferbrood" draagt te vervangen. Dit +voedsel uit het plantenrijk kon gedurende de reis telkens ververscht +worden. Wat het dierlijk voedsel betreft, dit zou bezorgd worden +door de jagers der bende, die met bewonderenswaardige behendigheid +hunne bogen van aloëhout en hunne lansen hanteerden, en de bosschen +en vlakten af zouden loopen om de karavaan van wild te voorzien. Zes +ossen uit het Kaapland, hoog op de pooten, met breede schoften en +lange horens waren met een tuig van buffelleder voor elken wagen +gespannen. Zoo voortgetrokken, behoefde men met deze zware wagens, +lompe staaltjes van oorspronkelijke wagenmakerskunst, niet bang te +zijn voor hellingen of kuilen; zij bewogen zich niet snel maar zeker +op hunne zware raderen. + +Wat de paarden aangaat, dit waren kleine zwarte of grijze dieren van +Spaansch ras, die uit Zuid-Amerika in het Kaapland werden ingevoerd; +zij worden om hun moed en zachtzinnigheid hoog geschat. Onder dien +troep vond men ook een half dozijn tamme quagga's, eene soort van +ezels met dunne pooten en ronde vormen, wier gebalk aan het blaffen van +een hond deed denken. Die quagga's moesten bij kleine tochten dienen, +die voor geodesische opnamen noodig zouden zijn, en de instrumenten en +benoodigdheden daarheen brengen, waar zware wagens niet konden komen. + +Bij uitzondering bereed de Boschjesman met eene bewonderenswaardige +bevalligheid en behendigheid een prachtig dier, dat de bewondering +van een kenner als John Murray opwekte. Het was een zebra met eene +onvergelijkelijk schoone, bruin gestreepte huid. Dit dier was tot +aan de schoft vier voet hoog en mat zeven voet van den kop tot den +staart. Schuw en schichtig van aard, zou het geen ander dan Mokum op +zijn rug geduld hebben, daar deze hem voor eigen gebruik getemd en +afgericht had. + +Eenige honden van een half wild ras, soms oneigenaardig aangeduid met +den naam van jachthyena's, liepen langs de karavaan op en neêr. Zij +herinnerden door vorm en lange ooren aan den Europeeschen brak. + +Zóó was de karavaan samengesteld, die zich in de Afrikaansche woestijn +ging wagen. De ossen liepen bedaard voort, aangezet door den stok +van hunne geleiders, die hen in de zijde stieten, en 't was een +merkwaardig schouwspel als men dezen troep langs de heuvels zich zag +voortbewegen. Waar ging de tocht na het verlaten van Lattakou heen? + +»Wij gaan recht voor ons uit," had kolonel Everest gezegd. + +De kolonel en Mathieu Strux toch konden op dit oogenblik nog +geene bepaalde richting volgen. Wat zij zochten voordat zij hunne +werkzaamheden begonnen, was eene uitgestrekte effene vlakte, om er een +basis te stellen van den eerste der driehoeken, welker net zuidelijk +Afrika over eene uitgestrektheid van verscheidene graden bedekken zou. + +Kolonel Everest legde den Boschjesman de zaak uit. Met de zekerheid +van een geleerde, wien zulk eene wetenschappelijke taal gewoon is, +sprak de kolonel tegen den jager van driehoeken, aanliggende hoeken, +basis, meting van den meridiaan, zeniths afstanden, enz. De Boschjesman +liet hem eenige oogenblikken voortspreken, daarop viel hij hem met eene +beweging van ongeduld in de rede en antwoordde: »Kolonel, ik begrijp +niets van uwe hoeken, basis, of meridianen; ik vat zelfs in het geheel +niet wat gij hier in die Afrikaansche woestijn komt uitvoeren. Maar dat +zijn mijne zaken niet. Wat vraagt u van mij? eene schoone uitgestrekte, +effene en regelmatige vlakte? Welnu, die zal ik u opzoeken." + +En op bevel van Mokum trok de karavaan, die reeds over de heuvels van +Lattakou heen was, naar het zuidwesten. Deze richting bracht haar +een weinig meer naar den zuidkant van het stadje, dat is naar dat +gedeelte van de vlakte, hetwelk door de Kuruman bespoeld wordt. De +Boschjesman hoopte in den omtrek dezer rivier eene vlakte te vinden, +die voor het doel van den kolonel geschikt was. + +Sedert dien dag bleef de jager gewoonlijk aan het hoofd der +karavaan. John Murray, die een goed paard bereed, bleef aan zijne +zijde en van tijd tot tijd verkondigde een geweerschot aan zijne +ambtgenooten dat Murray kennis maakte met het Afrikaansche wild. De +kolonel liet zich, in gedachten verdiept, geheel aan den gang van +zijn paard over, en dacht aan de toekomst van zulk een tocht, die +te midden van deze wilde streken waarlijk moeilijk genoeg worden +kon. Mathieu Strux was naarmate de toestand van het terrein zulks +toeliet, dan eens te paard, dan weder in een wagen, en opende niet +dikwijls den mond tot spreken. Wat Nikolaas Palander aangaat, deze +reed zoo slecht mogelijk te paard, en ging daarom meestal te voet of +zat in den wagen, waar hij dan in de meest afgetrokken berekeningen +der hoogere meetkunde verdiept was. + +Al hadden William Emery en Michel Zorn des nachts ieder een +afzonderlijken wagen tot verblijf, zoo waren zij des daags toch altijd +samen. Deze beide jonge mannen voelden zich dagelijks meer en meer tot +elkander aangetrokken door eene vriendschap, welke door de lotgevallen +der reis nog toe moest nemen. Van de eene halte naar de andere reden +zij samen onder drukke gesprekken. Soms verwijderden zij zich ter +zijde van de karavaan, dan reden zij haar eenige kilometers vooruit +als de vlakte zich zoo ver het oog reikte voor hen uitstrekte. Dan +waren zij vrij en als het ware verloren te midden van die woeste +natuur. Dan spraken zij over allerlei, behalve over de wetenschap! Dan +vergaten zij cijfers en stellingen, berekeningen en waarnemingen! Het +waren geen sterrekundigen meer, geen waarnemers van het hemelgewelf, +maar twee scholieren, die aan de schooltucht ontsnapt en gelukkig +waren om door dichte bosschen te trekken, om in die oneindige vlakte +rond te draven en om de versche lucht, welke met allerhande geuren +bezwangerd was, met volle teugen in te ademen! Zij lachten, ja zij +lachten als eenvoudige stervelingen, en niet als deftige mannen, die +gewoonlijk in gezelschap zijn met kometen en andere dwaalsterren. Al +mochten zij om de wetenschap niet lachen, dan glimlachten zij toch +dikwijls bij de gedachte aan die deftige geleerden, die op deze +aarde niet te huis behoorden. Overigens was hierin volstrekt geene +boosaardigheid gelegen. Het waren twee uitstekende, openhartige, +beminnelijke, getrouwe karakters, geheel het tegenbeeld van hunne +chefs, den kolonel Everest en Mathieu Strux, twee stijve, koude +menschen. En juist waren deze twee geleerden dikwijls het onderwerp +van hunne gesprekken. William Emery leerde hen door zijn vriend Michel +Zorn kennen. + +»Ja," zeide Zorn, »ik heb ze gedurende onze reis aan boord van de +Augusta goed gadegeslagen, en ongelukkig ben ik gedwongen te bekennen, +dat die twee mannen ijverzuchtig op elkander zijn. Al schijnt kolonel +Everest onzen tocht aan te voeren, waarde William, zoo is Mathieu +Strux toch zijn gelijke. De Russische regeering heeft zijn standpunt +juist afgebakend. Onze beide aanvoerders geven elkaar in heerschzucht +niets toe. Bovendien, ik herhaal het u, bestaat er tusschen hen die +afgunst van geleerden, welke met recht voor de hevigste der jalouzieën +gehouden wordt." + +»En deze heeft toch het minste reden van bestaan," antwoordde William +Emery, »want alles bepaalt zich tot het veld van ontdekkingen, en +ieder onzer geniet voordeel van het werk van allen. Maar zijn uwe +opmerkingen juist, en ik heb reden om te gelooven dat zij het zijn, +waarde Zorn, dan is dat een noodlottige omstandigheid voor onze +onderneming. Er moet toch een volmaakte overeenstemming heerschen om +zulk een moeielijk werk te doen gelukken." + +»Zonder twijfel," antwoordde Michel Zorn, »en ik vrees maar al te +zeer dat deze overeenstemming niet bestaat. Oordeel eens over onze +teleurstelling als elk onderdeel van de bewerking, de keuze der +basis, de wijze van berekening, het plaatsen der bakens, het nazien +der cijfers telkens een nieuwen twist in het leven roept! Bedrieg +ik me niet, dan zijn er eene menigte haarkloverijen te voorzien, bij +het vergelijken van onze dubbele registers en het opteekenen van onze +waarnemingen, die ons in staat hebben gesteld om zelfs een vierhonderd +duizendste van een vadem (2/100 millimeter) in rekening te brengen." + +»Ge doet mij ontstellen, mijn vriend," antwoordde Emery. »Het zou +inderdaad treurig zijn als men zich zóóver gewaagd had, en dan nog +schipbreuk leed, omdat men bij zulk eene onderneming niet eendrachtig +handelde. God verhoede dat uwe vrees bewaarheid worde!" + +»Ik wensch het zeer, William," antwoordde de jonge Russische +astronoom, »maar nog eens, bij den overtocht was ik getuige van zekere +gesprekken over wetenschappelijke stelsels, die een onverzettelijke +stijfhoofdigheid bij den kolonel en zijn tegenstander aanduidden. Ik +begreep dat een ellendige ijverzucht er de oorzaak van was." + +»Maar die beide heeren verlaten elkander niet," merkte Emery op. »Men +kan den een niet zonder den ander aantreffen; zij zijn onafscheidelijk, +zelfs nog onafscheidelijker dan wij." + +»Ja," antwoordde Michel Zorn, »den ganschen dag verlaten ze elkaar +niet, maar ze wisselen geen tien woorden en bewaken en bespieden +elkander. Zoo het den een niet gelukt den ander geheel weg te cijferen, +dan beginnen we ons werk onder waarlijk bedroevende omstandigheden." + +»En als het aan u stond," vroeg William met zekere aarzeling, »onder +wien van de beide geleerden zoudt gij dan wenschen......?" + +»Waarde William," antwoordde Zorn met groote openhartigheid, »ik zou +van ganscher harte hem als meester erkennen, die zich als zoodanig +wist te doen gelden. In deze wetenschappelijke onderneming heb ik geen +vooroordeel of nationale eigenliefde. Mathieu Strux en kolonel Everest +zijn twee merkwaardige menschen. Zij wegen tegen elkander op. Engeland +en Rusland moeten beiden voordeel hebben bij den goeden uitslag van +hun arbeid. Het komt er dus weinig op aan of die arbeid door een +Engelschman of een Rus wordt beheerd. Denkt ge er zoo ook niet over?" + +»Zeker, vriend Zorn," hernam Emery. »Laten we ons derhalve niet +laten afleiden door dwaze vooroordeelen, en wenden we, voor zoover +wij kunnen, onze krachten aan tot het algemeene welzijn. Misschien +zal het ons mogelijk zijn om die slagen af te wenden, die de +beide tegenstanders elkander, figuurlijk gesproken, zullen +toebrengen. Bovendien is uw landgenoot, Nikolaas Palander....," + +»Hij," antwoordde Zorn lachende, »hij zal niets zien, hooren, of +begrijpen. Al zou hij voor den keizer van Abyssinië rekenen, 't is +hem hetzelfde als hij maar rekenen kan. Hij is noch Engelschman, noch +Rus, noch Chinees! Het is zelfs geen bewoner van dit ondermaansche; +het is Nikolaas Palander, daarmee is alles gezegd!" + +»Ditzelfde kan ik van mijn landgenoot John Murray niet zeggen," +antwoordde Emery. »Hij is bovenal Engelschman, maar 't is ook een +hartstochtelijk jager, en hij zou liever het spoor van een giraffe +of zelfs van een olifant volgen, dan zich in een twistgesprek over +wetenschappelijke methoden mengen. Wij moeten dus slechts op ons +zelve rekenen, waarde Zorn, om botsingen tusschen onze aanvoerders +te voorkomen. Wij behoeven elkaar niet te verzekeren, dat, wat er +ook gebeure, wij altijd openhartig en trouw ééne lijn zullen trekken." + +»Altijd, wat er ook voorvalle!" antwoordde Zorn, zijn' vriend William +de hand toestekende. + +Ondertusschen ging de karavaan, door den Boschjesman geleid, naar +het zuidwesten. Den 4en Maart des middags bereikte zij den onderrand +van die lange begroeide heuvelreeks, welke zij sedert het verlaten +van Lattakou volgde. De jager had zich niet bedrogen, hij geleidde de +karavaan naar eene vlakte, maar deze was voor de triangulatie nog niet +geschikt, omdat het terrein een weinig golfde. Men trok dus nogmaals +vooruit. Mokum plaatste zich weêr aan het hoofd, terwijl John Murray, +William Emery en Michel Zorn de voorhoede vormden. + +Tegen het einde van den dag bereikte de karavaan een van die +halten, welke door zwervende herders of boeren bewoond worden, +en waar deze wegens de vette weilanden voor eenige maanden hun +verblijf opslaan. Kolonel Everest en zijne makkers werden gastvrij +ontvangen door een der kolonisten, een Hollander en hoofd van +een talrijk huisgezin, die voor zijne bewezen diensten niets tot +schadeloosstelling wilde aannemen. Deze boer was een van die moedige, +ingetogen en werkzame menschen, wier klein kapitaal verstandig +aangewend tot het fokken van koeien, ossen en geiten spoedig tot een +groot vermogen aangroeit. Als de weide schraal wordt, zoekt de boer, +evenals in ouden tijd de aartsvaders, een nieuwe bron van bestaan, +dat is vetter weilanden op, en vestigt zich voor eenigen tijd in +voordeeliger streken. + +Deze boer wees den kolonel eene uitgestrekte vlakte aan, die op een +afstand van vijftien kilometers gevonden werd, en volkomen geschikt +moest zijn voor geodesische opmetingen. + +Den volgenden dag, 5 Maart, vertrok de karavaan bij het aanbreken van +den dag; men trok den geheelen morgen voort; geen enkel voorval zou +het eentonige van dezen tocht hebben afgewisseld, als John Murray +op 1200 meters afstand geen zonderling dier had neêrgeschoten, dat +een koeiensnuit, een langen witten staart, en zeer scherpe horens +op den kop had. Het was een gnoe, een wilde stier, die bij zijn val +een dof gesteun liet hooren. De Boschjesman was verbaasd, dat hij, +niettegenstaande den grooten afstand, het dier zoo juist zag treffen +en neêrvallen. Het dier was ongeveer vijf voet hoog en verschafte den +kok eene groote hoeveelheid uitmuntend vleesch, zoodat de gnoe's aan +de jagers der karavaan vooral werden aanbevolen. Tegen den middag +bereikte men de plaats, die de boer had aangeduid; het was eene in +het noorden onbegrensde weide, waarvan de grond overal even vlak +was. Men kon zich geen gunstiger terrein voor het meten eener basis +denken. Nadat de Boschjesman de streek beschouwd had, naderde hij +den kolonel, en zeide: »De gevraagde vlakte, kolonel." + + + + + + + +VII. + +Eene basis. + + +De door de commissie te verrichten arbeid was, zooals men weet, +eene driehoeksmeting, waardoor men een boog van den meridiaan kon +berekenen. Het rechtstreeksch meten toch van een of meer graden +door middel van metalen linialen, die met de uiteinden aan elkander +geplaatst moeten worden, zou een geheel ondoenlijk werk zijn met het +oog op wiskundige juistheid. Bovendien zou geen terrein ergens ter +wereld over eene uitgestrektheid van eenige honderden kilometers vlak +genoeg zijn om voor het verrichten van zulk een nauwkeurigen arbeid te +kunnen dienen. Gelukkig kan men juister te werk gaan, door het terrein, +waarover de meridiaan heen loopt in een zeker aantal driehoeken +te verdeelen, welker berekening betrekkelijk gemakkelijk is. Deze +driehoeken verkrijgt men, als men met zeer nauwkeurige instrumenten, +met den theodoliet of cirkel van Borda het oog richt op natuurlijke +of kunstmatige vaste punten, b. v. torens, hooge huizen, lantaarns, +palen of dergelijke. Elk vast punt stelt het hoekpunt van een driehoek +voor, welks hoeken door bovengenoemde instrumenten met mathematische +juistheid gemeten worden. + +Ieder waarnemer kan met volkomen juistheid de plaats van zulk een vast +punt (bij dag een toren, bij nacht een brandende lantaarn) aanwijzen, +wanneer hij er slechts het oog op richt door den kijker, welks veld +door middel van een van fijne draadjes vervaardigd netje in kleine +ruitjes is afgedeeld. Zóó verkrijgt men driehoeken, welker zijden +dikwijls verscheidene kilometers lang zijn. Op die wijze heeft Arago +de kust van Valencia in Spanje met de Balearische eilanden verbonden +door een ontzettend grooten driehoek, van welken eene der zijden 160 +kilometers lang was. + +Volgens de grondbeginselen der meetkunde is een driehoek geheel +bekend, wanneer men daarvan slechts eene zijde en twee hoeken kent, +want men kan daaruit onmiddellijk de grootte van den derden hoek, en +de lengte der beide andere zijden bepalen. Als men dus voor basis van +een nieuwen driehoek ééne zijde van dezen reeds bekenden driehoek neemt +en men meet de aan die basis liggende hoeken, dan zal men op die wijze +nieuwe driehoeken bepalen, welke driehoeksmeting kan worden voortgezet +over de geheele lengte van den te meten meridiaanboog. Op die wijze +verkrijgt men derhalve de lengte van alle rechte lijnen, die in dit +net van driehoeken begrepen zijn, en door eenige trigonometrische +berekeningen kan men dan gemakkelijk de lengte bepalen van den +meridiaanboog, die dit net tusschen twee eindstations doorsnijdt. + +Zooeven werd gezegd dat een driehoek volkomen bekend is, wanneer +men eene zijde en twee hoeken kent; die hoeken kan men nauwkeurig +met den theodoliet meten. Doch de eerste zijde (de basis van het +geheele stelsel) moet eerst met buitengewone nauwkeurigheid op den +grond zelven gemeten worden, en dit is de moeilijkste arbeid van de +geheele bewerking. + +Toen Delambre en Méchain in Frankrijk den meridiaan van Duinkerken +naar Barcelona maten, namen zij als basis eene rechte lijn op den +weg van Melun naar Lieusaint, departement Seine-et-Marne. Deze basis +was 12150 M. lang en men had niet minder dan vijfenveertig dagen +noodig om haar te meten. Welke maatregelen deze geleerden namen om +eene wiskunstige nauwkeurigheid te verkrijgen, zal men zien uit de +opmeting van kolonel Everest en van Mathieu Strux, die op dezelfde +wijze te werk gingen als de beide Fransche sterrekundigen. Men zal +zien tot hoeverre die nauwkeurigheid wel gaan moest. + +Den 5en Maart begonnen de eerste werkzaamheden, tot groote verbazing +der Boschjesmannen, die er niets van begrepen. Mokum dacht, toen hij +die geleerden den grond zag meten met linialen van zes voet, die men +met de uiteinden tegen elkander legde, dat het eene aardigheid was; +hij had in allen gevalle zijn plicht vervuld; men had hem eene effene +vlakte gevraagd en deze had hij verschaft. + +De plek was inderdaad goed gekozen voor het meten van eene basis. De +vlakte, die met kort droog gras bedekt was, strekte zich zoover het +oog reikte waterpas uit. Zeker waren de opmeters op den weg van Melun +niet zoo gelukkig geweest. Achter hen vertoonde zich eene rij heuvels, +die de zuidgrens van de woestijn Kalahari vormden; noordwaarts had men +de oneindige vlakte; in het oosten eindigden zacht glooiend de heuvels, +die het plateau van Lattakou vormden. In het westen werd de vlakte +lager en eenigszins moerassig, omdat de grond daar doorweekt werd door +het stilstaand water, dat er uit zijtakjes van de Kuruman overliep. + +»Mij dunkt, kolonel," zeide Mathieu Strux, nadat hij de grasvlakte +overzien had, »dat als we onze basis bepaald hebben, we hier het +uiteinde van onzen meridiaan kunnen vaststellen." + +»Dat zou ik ook denken, mijnheer Strux," antwoordde de kolonel, +»als we de juiste lengte van dit punt bepaald hebben. Men moet toch, +als men dezen boog op de kaart brengt, zeker zijn dat we bij het +meten daarvan op geene onoverkomelijke zwarigheden stuiten, die de +geodesische opname geheel konden verhinderen." + +»Ik geloof het niet," zeide de Russische astronoom. + +»Dat zullen wij zien," was het antwoord. »Laat ons hier eerst eene +basis meten, omdat de plek daarvoor zeer geschikt is, dan kunnen +wij beslissen of wij die als grondslag zullen nemen voor onze +triangulatie." + +Toen dit bepaald was, werd er besloten om zonder verwijl met het +meten der basis te beginnen. Die arbeid zou lang duren, want de leden +der Engelsch-Russische commissie wilden hunne taak met de uiterste +nauwkeurigheid volbrengen. Men moest in juistheid de geodesische +metingen overtreffen, die in Frankrijk op de basis van Melun gedaan +waren, metingen, welke toch zóó nauwkeurig waren geweest dat eene +nieuwe basis, die later bij Perpignan aan het zuidelijk uiteinde der +triangulatie gemeten werd om de berekening van al de driehoeken na te +gaan, op een afstand van 700 K. M. slechts een verschil aantoonde van +elf centimeters tusschen de rechtstreeks verkregene en de berekende +meting. + +Er werd bevel gegeven om een kamp op te slaan en een soort van dorp +van Boschjesmannen of kraal verrees in de vlakte. De wagens werden als +wezenlijke huizen neêrgezet, en het kamp werd in een Engelsch en een +Russisch kwartier verdeeld, waar boven de vlaggen der beide natiën +wapperden. In het midden was een gemeenschappelijk plein; buiten +de rij wagens graasden de paarden en buffels onder toezicht hunner +geleiders, en 's nachts liet men ze binnen de omheining drijven, +om ze te beveiligen tegen de aanvallen der wilde dieren, die in de +binnenlanden van zuidelijk Afrika in grooten getale gevonden worden. + +Mokum nam op zich om door geregelde jachtpartijen in het +levensonderhoud der karavaan te voorzien. John Murray, wiens +tegenwoordigheid voor het meten der basis niet strikt noodzakelijk was, +nam de zorg voor den leeftocht mede op zich. Het kwam er namelijk op +aan om het ingemaakte vleesch te sparen, en der karavaan dagelijks +eene proviand van versch wild te bezorgen. Dank zij de behendigheid +van Mokum, die, door zijne makkers geholpen, geregeld ter jacht toog, +ontbrak het nimmer aan wild. Vlakte en heuvels werden in een omtrek van +verscheidene kilometers rondom de legerplaats afgejaagd en weêrklonken +elk oogenblik van het knallen der geweerschoten. + +Den 6en Maart begon de geodesische arbeid. De beide jongste geleerden +werden met de voorloopige werkzaamheden belast. + +»Komaan kameraad," zei Michel Zorn opgeruimd tot zijn vriend Emery, +»moge de God der nauwkeurigheid ons nu te hulp komen!" + +Het eerste werk bestond daarin dat men op het meest platte en effen +gedeelte van het terrein een rechte lijn moest trekken. De toestand +en de vorm van den grond maakten het noodzakelijk deze lijn van het +zuidoosten naar het noordwesten te trekken. Men verkreeg de rechte +richting door paaltjes op korten afstand van elkander in den grond te +slaan, die als bakenstokken moesten dienen. Michel Zorn ging met een +kijker, waarop eene maat was aangegeven, na of zij goed stonden en +zag dat zij nauwkeurig waren ingeslagen, bijaldien een der vertikale +draadjes van de op het glas aangebrachte ruitvormige maat de elkander +bedekkende paaltjes als 't ware in twee gelijke deelen sneed. + +Deze rechte richting werd op die wijze over eene lengte van ongeveer +negen kilometers voortgezet, omdat de sterrekundigen aan hunne basis +die lengte wilden geven. Elk paaltje was op den top voorzien van een +vizier, dat het plaatsen van de metalen linialen gemakkelijker moest +maken. Om dit werk met nauwkeurigheid uit te voeren waren eenige +dagen noodig. De twee jongelieden volbrachten het met nauwgezette +juistheid. Nu moest men de linialen met de einden tegen elkander +aanleggen, dat diende om de basis van den eersten driehoek op te meten; +dit werk schijnt misschien zeer eenvoudig, maar vereischt integendeel +oneindig veel voorzorgen, want daarvan hangt voor een groot deel den +goeden uitslag der triangulatie af. + +Ziehier welke voorzorgen men nam om de bedoelde linialen te plaatsen, +waarvan hieronder eene beschrijving zal gegeven worden. In den +morgen van den 10en Maart werden er blokjes hout op den grond gelegd +in de richting, die reeds bepaald was. Deze blokjes, ten getale van +twaalf, rustten met het onderste gedeelte op drie ijzeren schroefjes, +welke slechts een schroefdraad van enkele centimeters lengte hadden, +waardoor zij verhinderd werden om te verloopen en door de sterke +wrijving in denzelfden onveranderlijken toestand moesten blijven. Op +die blokjes legde men wederom kleine stukjes hout, die de linialen +moesten dragen en ze in kleine vorkjes vasthouden. Deze vorkjes +bepaalden de richting zonder de uitzetting van het metaal te beletten, +die volgens de luchtgesteldheid afwisselde, en bij de bewerking in +rekening moest gebracht worden. Toen de twaalf blokken vastgemaakt +en de stukjes hout er opgelegd waren, namen de kolonel en Mathieu +Strux zelve het zoo fijne werk op zich om de linialen te plaatsen, +waarbij zij evenwel door de beide jongelieden werden bijgestaan. Wat +Nikolaas Palander aangaat, deze stond met het potlood in de hand +gereed om op een dubbel register de cijfers op te teekenen, die hem +zouden worden opgegeven. + +De linialen waren zes in getal en van eene lengte, welke te voren +met eene volkomen juistheid bepaald was. Zij waren met den ouden +Franschen vadem vergeleken, omdat deze bij geodesische opmetingen +algemeen was aangenomen. + +De linialen waren twee vademen lang, zes millimeters breed en één +millimeter dik. Om ze te vervaardigen had men gebruik gemaakt van +platina, een metaal dat onder gewone omstandigheden aan de lucht +blootgesteld niet verandert, en bij koude noch warmte roest. Maar die +platina-linialen konden door den invloed der temperatuur uitzetten +of inkrimpen, en dit moest men in rekening brengen. Men had derhalve +verzonnen om elke liniaal van haar eigen thermometer te voorzien; +bij het maken van deze metalen thermometers ging men uit van het +beginsel dat de metalen door warmte zich ongelijkmatig uitzetten; +daarom was elke liniaal nog met eene tweede van koper bedekt, die +echter iets korter was. Aan het einde van de koperen liniaal was +een nonius bevestigd om de betrekkelijke verlenging van deze liniaal +nauwkeurig aan te wijzen, waaruit men de volstrekte verlenging der +platina-liniaal berekenen kon. Bovendien waren de afwijkingen van +den nonius zóó berekend, dat men eene uitzetting, hoe gering ook, +van de platina-liniaal aanstonds kon uitcijferen. Men begrijpt dus +met welk eene nauwkeurigheid men kon werken. Bovendien was de nonius +voorzien van een mikroskoop waarmede men 4/100,000 van een vadem in +rekening kon brengen. + +Derhalve werden de linialen zoodanig op de houtblokjes gelegd dat de +einden wel dicht bij elkander lagen, doch elkaâr niet aanraakten omdat +men een stootje, hoe gering ook, vermijden moest. Kolonel Everest +en Mathieu Strux plaatsten zelve de eerste liniaal op de blokjes in +de richting der basis. Honderd vademen verder ongeveer had men op +het eerste paaltje een vizier geplaatst, en daar de linialen aan de +beide uiteinden voorzien waren van twee vertikale ijzeren puntjes +was het gemakkelijk om ze in de juiste richting te leggen. Emery en +Zorn gingen daarom achter het eerste paaltje op den grond liggen om te +zien of de ijzeren puntjes wel in het midden van het vizier zichtbaar +waren. Toen dit het geval was, kon men verzekerd zijn dat de liniaal +in eene goede richting lag. + +»En nu," zeide de kolonel, »moeten wij zeer nauwkeurig bepalen van +welk punt onze arbeid een aanvang neemt, door een paslood rakelings +tegen het eene uiteinde der eerste liniaal te hangen. Geen berg +zal aantrekkingskracht op het paslood uitoefenen, zooals geschiedde +toen de nabijheid der Alpen de berekening der gemeten lengte tusschen +Andrate en Mendovi in der tijd onzeker maakte. Hier zal het uiteinde +van ons paslood op den grond juist het begin van de basis aanduiden." + +»Goed," antwoordde Mathieu Strux, »mits wij de halve dikte van den +draad bij het aanrakingspunt in rekening brengen." + +»Dat spreekt van zelf," zeide de kolonel. + +Toen het aanvangspunt aldus zeer nauwkeurig bepaald was, ging men +verder. Maar het was niet genoeg dat de liniaal juist evenwijdig met +de basis werd gelegd, men moest ook hare helling ten opzichte van +den gezichteinder in rekening brengen. + +»Wij zullen toch wel niet zoo aanmatigend zijn om te denken," merkte +de kolonel op, »dat wij deze liniaal in eene volmaakt horizontale +richting hebben geplaatst?" + +»Neen," antwoordde Mathieu Strux, »wij kunnen volstaan door met een +waterpas den hoek te berekenen, dien zij met den gezichteinder maakt, +en op die wijze zal 't ons mogelijk zijn uit de gemeten lengte de +ware lengte te berekenen." + +Toen de beide geleerden het eens waren, deed men deze waarneming door +middel van een waterpas, dat bijzonder voor dit doel vervaardigd was +en bestond uit eene alidade (vizierliniaal), die zich boven aan een +houten winkelhaak om een scharnier bewegen kon. Een nonius toonde de +helling aan door middel van de overeenkomst van zijne verdeeling met +die van eene vaste liniaal, waarop een boog van tien graden bevestigd +was, in afstanden van vijf minuten verdeeld. + +Het waterpasinstrument werd op de liniaal vastgehecht en de berekening +gemaakt. Op het oogenblik dat Nikolaas Palander deze volgens de +opname der beide geleerden op zijn register zou opteekenen, wilde +Mathieu Strux nog ten overvloede dat het waterpasinstrument zou +worden omgekeerd, opdat men het verschil van de beide gradenbogen zou +kunnen aflezen. Dit verschil was het dubbele van de gezochte helling +en op deze wijze was de nauwkeurigheid van het werk nagerekend en +bewezen. Sedert dien tijd werd bij al dergelijke berekeningen de raad +van den Russischen astronoom gevolgd. + +Op dit oogenblik waren twee belangrijke zaken bepaald, namelijk de +richting der liniaal ten opzichte van de basis, en de hoek, welken +zij met den gezichteinder maakte. De verkregen cijfers werden in twee +verschillende registers opgeschreven en op zijde door al de leden +der Engelsch-Russische commissie geteekend. + +Nu bleven er nog twee niet minder belangrijke waarnemingen op te +teekenen om den arbeid met betrekking tot de eerste liniaal te +voltooien, eerstens de thermometrische afwijking, en vervolgens de +nauwkeurige berekening van de door haar gemeten lengte. + +Wat de thermometrische afwijking betreft, deze werd gemakkelijk +aangewezen door het vergelijken van het verschil in lengte tusschen de +linialen van platina en koper. Mikroskopische waarnemingen, beurtelings +door Mathieu Strux en den kolonel gedaan, wezen het juiste cijfer +aan van de afwijking der platina-liniaal, eene afwijking, die op het +dubbele register werd geboekt om haar later tot eene temperatuur +van 16° C. te herleiden. Toen Nikolaas Palander de cijfers had +opgeschreven, werden zij onmiddellijk door allen vergeleken. + +Toen moest men de wezenlijk gemeten lengte opteekenen. Om hiertoe te +geraken was het noodzakelijk om de tweede liniaal aan het uiteinde van +de eerste op de blokjes te plaatsen, met dien verstande evenwel dat +er eene kleine ruimte tusschen de beide uiteinden overbleef. Deze +tweede liniaal werd op dezelfde wijze als de eerste neêrgelegd, +nadat men eerst zeer nauwkeurig had nagegaan of de vier ijzeren +puntjes wel allen in het midden van het vizier zichtbaar waren. Nu +behoefde men alleen nog maar de ruimte tusschen de beide linialen +te weten. Aan het uiteinde der eerste en op dat gedeelte, hetwelk +door de koperen liniaal niet bedekt werd, bewoog zich een zeer klein +tongetje van platina tusschen twee spijltjes. De kolonel gaf aan +dit tongetje een stootje, zóó dat het de tweede liniaal aanraakte; +aangezien het in tienduizendste deelen van een vadem verdeeld was, en +een nonius op de spijltjes aangebracht en van een mikroskoop voorzien +honderdduizendsten van een vadem aanwees, kon men met wiskunstige +zekerheid de tusschenruimte berekenen, die met opzet tusschen de +beide linialen was opengelaten. Aanstonds werd het cijfer op het +dubbel register overgebracht en nagerekend. + +Op raad van Zorn nam men bovendien eene andere voorzorg om nog +nauwkeuriger berekening te verkrijgen. De koperen liniaal bedekte +die van platina; het kon dus gebeuren dat door den invloed der +zonnestralen, het daarvoor beschutte platina langzamer verwarmd +werd dan het koper. Om dit verschil in thermometrische afwijkingen +te voorkomen, bedekte men de linialen met een klein dakje van +eenige centimeters hoog, zoodat het de waarnemingen niet kon +hinderen. Bovendien, wanneer des avonds en des morgens de zonnestralen +in schuine richting vielen en onder het dakje door de linialen konden +beschijnen, spande men een stuk doek aan de zijde, waar de zon stond, +om op die wijze ook dan de werking der zonnestralen te vernietigen. + +Met zooveel geduld en zooveel nauwkeurigheid werd dit werk gedurende +meer dan eene maand voortgezet. Toen de vier linialen achtereenvolgens +gesteld en nagegaan waren met het oog op de richting, de helling, +de uitzetting en de juiste lengte, begon men dien arbeid op dezelfde +regelmatige wijze van voren af aan door paaltjes, blokjes en de +eerste liniaal achter de vierde liniaal op te stellen en neêr te +leggen. Dit werk kostte veel tijd niettegenstaande de handigheid der +arbeiders. Zij konden niet meer dan 220 tot 230 vademen daags meten, +en zelfs moest men nog den arbeid staken als het weder ongunstig was +en het bij voorbeeld sterk woei, waardoor de werktuigen niet meer +onbeweeglijk stonden. + +Als de avond begon te vallen, ongeveer drie kwartier vóór dat de +duisternis belette van den nonius af te lezen, staakten de geleerden +hun arbeid en namen de volgende voorzorgsmaatregelen om den volgenden +morgen weder te kunnen beginnen. De eerste liniaal, die met No. 1 was +gemerkt, werd voorloopig nedergelegd, en men teekende op den grond +de plaats aan waar zij met het uiteinde lag; daar maakte men dan een +gaatje, waarin een paaltje werd geslagen, waarop men een looden plaatje +had vastgemaakt. Dan legde men de eerste liniaal weder in de bepaalde +richting, na de helling, de thermometrische afwijkingen en de richting +te hebben waargenomen; men teekende de verlenging op, die men door de +liniaal No. 4 had gemeten; daarna maakte men door middel van een looden +draadje, dat rakelings tegen het uiteinde van de eerste liniaal hing, +een teeken op de looden plaat van het paaltje. Op dat punt werden +zeer nauwkeurig twee lijnen getrokken, welke elkander onder rechte +hoeken sneden, de eene evenwijdig met de loodlijn. Daarna werd de +looden plaat met een houten dakje overdekt, het gat toegemaakt en de +paal tot den volgenden morgen onder gegraven. Op die wijze kon eenig +ongeval de werktuigen 's nachts verstoren, zonder dat het noodig was +om het geheele werk van voren af aan te beginnen. + +Den volgenden dag werd de plaat bloot gemaakt, en men plaatste de +eerste liniaal weder in dezelfde richting als den vorigen dag door +middel van den looden draad, waarvan het uiteinde juist vallen moest op +het puntje waar de beide op de plaat getrokken lijnen elkander sneden. + +Zoodanig was de arbeid, die gedurende achtendertig dagen op deze +zoo gunstig gelegen vlakte verricht werd. Al de cijfers werden in de +dubbele registers geboekt, nagezien, vergeleken, en door alle leden +der commissie goedgekeurd. Tusschen den kolonel en zijn Russischen +ambtgenoot had er weinig verschil plaats. Eenige cijfers die men +van den nonius aflas, en die zelfs 4/100,000 van een vadem aanwezen, +gaven soms aanleiding tot eene wisseling van beleefde doch scherpe +bewoordingen; maar wanneer de meerderheid geroepen werd om uitspraak +te doen, dan gold dit als wet, en alles moest daarvoor buigen. + +Een enkel punt wekte bij de beide tegenstanders meer dan levendige +woorden op, waardoor de tusschenkomst van John Murray noodzakelijk +werd. Het was de vraag welke lengte men aan de basis van den eersten +driehoek geven zou. Zeker is het, dat, hoe langer deze basis zijn zou, +de tophoek van den eersten driehoek gemakkelijker te meten zou zijn, +omdat hij minder scherp was. + +Echter kon die basis niet oneindig lang zijn. Kolonel Everest stelde +eene basis van 6000 vademen voor, omdat dit bijna de lengte was van +de basis op den weg van Melun. Mathieu Strux wilde die maat tot op +10000 vademen verlengen, omdat het terrein er zoo geschikt voor +was. Kolonel Everest was op dit punt onhandelbaar; Mathieu Strux +scheen vast besloten te hebben niet toe te geven. Na meer of minder +goede bewijsgronden kwam het tot persoonlijkheden. Een oogenblik +zelfs scheen de nationale eer in het spel te komen. Het waren niet +meer twee geleerden, maar een Engelschman en een Rus, die tegenover +elkander stonden. Gelukkig eindigde die twist door het slechte weer, +dat eenige dagen duurde; men werd kalmer en er werd besloten, dat +er eene basis van ongeveer achtduizend vademen zou gemeten worden, +waardoor het verschil gedeeld werd. + +Om kort te gaan, de arbeid werd met eene uiterste nauwkeurigheid tot +een goed einde gebracht. De wiskundige juistheid moest later worden +nagegaan als men aan het noordelijk uiteinde van den meridiaan eene +nieuwe basis meten ging. + +De onmiddellijk gemeten basis gaf als resultaat 8037.75 vademen, en +daarop zou nu de gansche rij driehoeken steunen, welker net zuidelijk +Afrika over een lengte van verscheidene graden moest bedekken. + + + + + + + +VIII. + +De vierentwintigste meridiaan. + + +Het meten van die basis had achtendertig dagen arbeids vereischt. Den +6den Maart begonnen, was het den 13den April geëindigd. Zonder +een oogenblik te verliezen, besloten de aanvoerders der commissie +onmiddellijk met de driehoeksmeting voort te gaan. Eerst moest +men de breedte van het zuidelijkste punt opnemen, waar de boog +van den meridiaan, dien men wilde meten, begon. Dezelfde arbeid +moest ook verricht worden aan het noordelijk uiteinde van den boog, +en door het verschil in breedten zou men dan weten hoeveel graden +het gemeten deel van den meridiaan lang was. Sedert den 14den April +werden de nauwkeurigste waarnemingen gedaan om de breedte der plaats +te bepalen. Toen het meten van de basis geëindigd was, hadden William +Emery en Michel Zorn reeds eenige nachten de hoogte van verschillende +sterren bepaald door middel van den cirkel van Fortin. Die jonge +mannen hadden met zulk eene juistheid hunne waarnemingen gedaan, +dat de afwijking geen twee seconden bedroeg; die afwijking was +waarschijnlijk te wijten aan het verschil der straalbreking, die +zijn oorzaak vond in de verandering van de luchtlagen. Uit deze zoo +nauwkeurig en bij herhaling gedane waarnemingen kon men met eene meer +dan voldoende benadering de breedte van het zuidelijkste punt van den +meridiaanboog afleiden. Deze breedte was in decimale graden 27.951789. + +Toen men op deze wijze de breedte verkregen had, berekende men de +lengte, en men bracht dit punt op eene uitmuntende op groote schaal +geteekende kaart van zuidelijk Afrika over. Deze kaart toonde de +onlangs in dit werelddeel gedane aardrijkskundige ontdekkingen +aan, en bovendien de tochten van reizigers en natuuronderzoekers +als Livingstone, Anderson, Magyar, Baldwin, Vaillant, Burchell +en Lichtenstein. Op deze kaart moest men nu een meridiaan kiezen, +waarvan men een gedeelte wilde meten, dat tusschen twee op eenige +graden van elkander verwijderde plaatsen gelegen was. Men begrijpt +toch dat, hoe grooter de gemeten boog is, des te meer de invloed van +mogelijke dwalingen in de bepaling van breedten zal verminderen. De +boog tusschen Duinkerken en Formentera mat bijna tien graden van den +meridiaan van Parijs of juister gezegd 9° 56'. + +Bij de Engelsch-Russische triangulatie, welke men ging ondernemen, +moest er met de uiterste omzichtigheid eene keuze van een meridiaan +gedaan worden. Men moest zich niet laten terughouden door natuurlijke +hinderpalen, zooals onoverkomelijke bergen, groote uitgestrekte +watervlakten, waardoor de waarnemers verhinderd zouden zijn om voort +te gaan. Dit gedeelte van zuidelijk Afrika scheen gelukkig zeer +geschikt te zijn voor een arbeid van deze soort. De verhevenheden +van den grond hadden weinig te beteekenen; stroomen waren weinig in +aantal en gemakkelijk over te trekken. Men kon op gevaren, maar niet +op hinderpalen stuiten. + +Dit gedeelte van zuidelijk Afrika toch wordt ingenomen door de woestijn +Kalahari, eene groote vlakte, die zich van de Oranjerivier tot aan +het meer Ngami van 20° tot 29° Z. B. uitstrekt. In de breedte strekt +deze vlakte zich uit van den Atlantischen Oceaan ten westen tot aan +25° O. L. van Greenwich. Langs dien 25sten meridiaan trok in 1849 +Dr. Livingstone noordwaarts langs de oostgrens der woestijn, toen hij +tot aan het meer Ngami en den waterval der Zambese doordrong. Wat +de woestijn zelve betreft, deze verdient eigenlijk dien naam niet; +het zijn niet de vlakten van de Sahara, zooals men zou denken, groote +zandvlakten zonder eenige groeikracht, die door hare woestheid bijna +ontoegankelijk zijn; de Kalahari brengt integendeel eene groote menigte +planten voort; de bodem is met overvloedig gras bedekt; er zijn dichte +kreupelbosschen en wouden van groote boomen; er is overvloed van +beesten, wild en geduchte roofdieren; de Kalahari wordt bewoond door +stammen, die vaste woonplaatsen hebben, of doorkruist door nomaden, +zooals Boschjesmannen en Bakalahari's. Doch gedurende het grootste +gedeelte van het jaar ontbreekt er water in deze woestijn; talrijke +beddingen van beken, die haar doorsnijden, zijn dan uitgedroogd en de +droogte van den grond is dan een wezenlijke hinderpaal voor reizigers +in dit gedeelte van Afrika. Op dat oogenblik was evenwel de regentijd +juist ten einde en men kon nog rekenen op groote massa's stilstaand +water, dat eenigen tijd in kolken, vijvers of beken bewaard blijft. + +Zoodanig waren de inlichtingen van den jager Mokum. Hij kende +de Kalahari, omdat hij er dikwijls of als jager, of voor eenig +ander doel doorheen was getrokken, of omdat hij als gids van eenige +aardrijkskundige expeditie haar bezocht had. Kolonel Everest en Mathieu +Strux kwamen daarin overeen dat deze groote vlakte aan alle gunstige +voorwaarden voldeed voor eene goede triangulatie. Nu moest men den +meridiaan nog zoeken op welken men een boog van onderscheidene graden +meten zou. + +Kon deze meridiaan aan een der uiteinden van de basis genomen worden, +waardoor men niet noodig had om deze basis met een ander punt van +de Kalahari door eene aaneenschakeling van nieuwe driehoeksmetingen +te verbinden? + +Deze omstandigheid werd nauwkeurig nagegaan en na eenige +woordenwisseling begreep men dat het zuidelijk uiteinde van de +basis gemakkelijk als uitgangspunt dienen kon. Deze meridiaan was +de 24ste ten oosten van Greenwich; hij strekte zich over eene lengte +van minstens zeven graden, van 20° tot 27° Z. B. uit, zonder eenigen +natuurlijken hinderpaal te ontmoeten, althans de beste kaarten wezen +dit niet aan. In het noorden alléén doorsneed hij het oostelijk deel +van het meer Ngami, maar dit was geen onoverkomelijke hinderpaal, +en Arago had wel andere moeilijkheden ondervonden, toen hij de kust +van Spanje met de Balearische eilanden door eene geodesische lijn +wilde verbinden. + +Men besloot derhalve dat de te meten boog gemeten zou worden op +den 24sten meridiaan, die, wanneer men hem tot in Europa doortrok, +het gemakkelijk zou maken om op Russisch grondgebied een boog op +denzelfden meridiaan in het noordelijk halfrond te meten. + +Aanstonds begon men met den arbeid, en de astronomen hielden zich +bezig met het kiezen van een station, dat de tophoek worden moest +van een driehoek, die de gemeten basis tot grondslag had. Het eerste +station werd rechts van den meridiaan gekozen; het was een eenzame +boom, die op eene kleine verhevenheid ongeveer tien kilometers van hen +afstond. Men kon hem van de beide uiteinden van de basis goed zien; op +die beide punten liet de kolonel palen oprichten. De spitse top van den +boom maakte dat men zijne standplaats met de uiterste nauwkeurigheid +bepalen kon. Nu maten de astronomen den hoek, dien deze boom met +het zuidoostelijk einde van de basis vormde. Die hoek werd met een +cirkel van Borda (repetitiecirkel) gemeten; de twee kijkers van het +instrument werden zóó geplaatst dat hunne gezichtsassen juist in het +vlak van den cirkel lagen; de eene was gericht op het noordwestelijk +einde der basis, en de andere op den alleen staanden boom in het +noordoosten; zij wezen derhalve door hun stand de wijdte van den +hoek aan, die beide stations van elkander scheidde. Men behoeft er +niet bij te voegen dat dit wonderschoone instrument met de uiterste +nauwkeurigheid was vervaardigd, en de waarnemers zooveel mogelijk de +fouten bij hunne waarnemingen kon doen vermijden. En inderdaad kunnen +de fouten door talrijke herhalingen met elkander vergeleken en daardoor +geheel vermeden worden. Wat betreft de noniussen, de waterpassen en +de looden draden, waarmede men de juiste plaatsing der toestellen +aanwees, dat alles liet niets te wenschen over, de Engelsch-Russische +commissie bezat vier cirkels van Borda (repetitiecirkel); twee moesten +voor de geodesische waarnemingen dienen, zooals b. v. het meten van +hoeken, en met de twee anderen, welker cirkels in eenen vertikalen +stand geplaatst waren, kon men door middel van kunstmatige horizons +zenithsafstanden bepalen, en derhalve zelfs in een enkelen nacht +op een zeer klein deel eener seconde na de breedte van een station +berekenen. Bij deze groote driehoeksmeting moest men niet alleen de +waarde der hoeken in de geodesische driehoeken berekenen, maar ook +op zekere afstanden de middaghoogten der sterren meten, eene hoogte, +welke gelijk was aan de breedte van elk station. + +Den 14den April begon men dit werk. Kolonel Everest, Michel Zorn en +Nikolaas Palander berekenden den hoek, dien het zuidoostelijk uiteinde +der basis met den boom vormde, terwijl Mathieu Strux, William Emery +en John Murray in het noordwesten den hoek maten, dien dit punt van +de basis met denzelfden boom maakte. + +In dien tijd werd de legerplaats opgebroken, de ossen werden +ingespannen en de karavaan begaf zich onder geleide van den Boschjesman +naar het eerste station, waar men halt zou houden. Twee wagens onder +het toezicht van geleiders en ingericht voor het overbrengen van +instrumenten, trokken met de waarnemers mede. + +Het weder was helder genoeg, en zeer geschikt voor de waarneming. Men +had bovendien bepaald dat, als de atmosfeer de waarnemingen moeilijk +maakte, deze des nachts zouden gedaan worden door middel van lantaarns +of elektrieke lampen, welke de commissie met zich voerde. + +Toen dien eersten dag de beide hoeken gemeten waren, werd de uitslag +dezer meting op de dubbele registers gebracht, na eerst zorgvuldig +vergeleken te zijn. Bij het vallen van den avond waren al de astronomen +met de karavaan vereenigd onder den boom, die als waarnemingspunt +gediend had. Het was een reusachtige apenbroodboom (adansonia of +baobad), die meer dan 80 voet in omvang had. Zijne schors, die de +kleur van syeniet had, gaf hem een eigenaardig voorkomen; onder +de verbazende takken van den reus, met een heirleger van eekhoorns +bevolkt, die op de eivormige, witvleezige vruchten aasden, kon de +geheele karavaan plaats vinden, en voor de Europeanen werd nu door +den scheepskok het maal gereed gemaakt, waarbij het aan wildbraad +niet ontbrak. De jagers van de troep hadden den omtrek afgeloopen +en een aantal antilopen geschoten. Weldra vervulde de geur van dit +gebraad de lucht en wekte den eetlust der astronomen op, zoodat zij +niet behoefden aangemoedigd te worden om te eten. + +Na dezen versterkenden maaltijd gingen zij ieder naar hun wagen, +terwijl Mokum zijne wachten in den omtrek van het kamp uitzette. Groote +vuren van de doode takken van den baobad bleven den geheelen nacht +branden, en hielden de wilde beesten op eerbiedigen afstand, die +aangetrokken werden door den reuk van het rauwe vleesch. + +Na een slaap van een paar uren, stonden Michel Zorn en William Emery +weder op. Hunne waarnemingen waren nog niet ten einde; zij wilden +de breedte van dat station door het waarnemen der sterrehoogte +berekenen. Zonder op de vermoeienis van den dag te letten, begonnen +zij beiden hunne waarnemingen, en terwijl het gekrijsch der hyena's +en het gebrul der leeuwen in de sombere vlakte weergalmden, bepaalden +zij zeer nauwkeurig de verplaatsing, die het zenith ondergaan had, +door van het eerste naar het tweede station over te gaan. + + + + + + + +IX. + +Een kraal. + + +Den volgenden dag, 15 April, werd het werk zonder ophouden +voortgezet. De hoek, dien de boom met de beide uiteinden van de basis +vormde, werd nauwkeurig gemeten. Deze nieuwe meting kon den eersten +driehoek doen berekenen. Toen dit gedaan was, werden rechts en links +van den meridiaan twee andere stations gekozen, het eene gevormd +door een heuvel, die zich zes kilometers verder in de vlakte verhief, +het andere aangeduid door een paal, die op ongeveer zeven kilometers +afstands in den grond werd geslagen. Zóó ging de triangulatie gedurende +eene maand zonder verhindering voort. Den 15den Mei waren de astronomen +een graad noordwaarts gevorderd na zeven driehoeken te hebben gemeten. + +Gedurende dezen arbeid waren de kolonel en Mathieu Strux zelden +met elkander in aanraking geweest. Men heeft gezien, dat bij het +verdeelen van den arbeid en voor het nagaan der metingen de beide +geleerden van elkander gescheiden waren. Zij werkten dagelijks op +stations, die verscheidene kilometers van elkander aflagen en dit +was een waarborg tegen allen mogelijken twist. Als de avond viel, +ging elk hunner naar het kamp terug, en betrok weder zijne bijzondere +woning. Wel is waar ontstond er nu en dan eenig verschil over de +keuze der stations, die in gemeen overleg moesten bepaald worden, +doch dit bracht geen ernstig geschil te weeg. Michel Zorn en zijn +vriend William konden dus hopen dat, dank zij de scheiding der beide +mededingers, de geodesische arbeid kon worden voortgezet zonder eene +betreurenswaardige uitbarsting te veroorzaken. + +Nu de waarnemers den 15den Mei, zooals reeds gezegd is, zich op een +graad afstands van het zuidelijkste punt van den meridiaan bevonden, +waren zij op de hoogte van Lattakou; het Afrikaansche dorp lag 35 +kilometers oostwaarts van hun station. Eerst onlangs was een groote +kraal op deze plaats gesticht; het was eene goede plaats om halt te +houden, en op voorstel van John Murray werd er bepaald dat de karavaan +er eenige dagen zou uitrusten. Michel Zorn en William Emery zouden van +dien tijd gebruik maken om de hoogte der zon te nemen. Gedurende dit +oponthoud zoude Nikolaas Palander zich bezig houden om de maten, die +het verschil in hoogte der vizieren aanduidden, te herleiden, ten einde +ze met het vlak der zee in overeenstemming te brengen. John Murray zou +een weinig verademing zoeken van zijn wetenschappelijken arbeid in het +bestudeeren van de fauna dezer streken door middel van geweerschoten. + +De inboorlingen van zuidelijk Afrika geven den naam van kraal aan +een beweegbaar dorp, dat van de eene weide naar de andere kan worden +overgebracht. Het is eene beslotene ruimte, waar binnen een dertigtal +woningen, die vele honderden inwoners bevatten. + +De kraal, die de Engelsch-Russische commissie bereikte, was +samengesteld uit eene vrij belangrijke verzameling van hutten, die in +een kring op de oevers van een in de Kuruman uitvloeiende beek waren +opgeslagen. Deze hutten waren gemaakt van op latten gespijkerde, +ondoordringbare en van riet gevlochten matten; zij geleken op lage +bijenkorven, waarvan de ingang, met een vel gesloten, den bewoner of +bezoeker noodzaakte om op zijne knieën er in en er uit te kruipen. Door +deze opening ging ook de scherpe rook van den haard naar buiten, +zoodat de bewoonbaarheid dezer hutten zeer twijfelachtig was voor +ieder ander dan een Hottentot of een Boschjesman. + +Toen de karavaan er aankwam, was de geheele bevolking in beweging. De +wachthonden, die bij elke hut lagen, begonnen vreeselijk te blaffen. De +krijgslieden van het dorp trokken naar buiten met lansen, messen en +knodsen gewapend, en beschermd door lederen schilden. Hun aantal kon +op tweehonderd geschat worden, en duidde de belangrijkheid der kraal +aan, die niet minder dan zestig tot tachtig woningen moest bevatten; +omringd door palissaden, die bovendien voorzien waren van de vijf +of zes voet lange doornachtige stengels der agave, waren deze hutten +beschermd tegen de wilde dieren. + +Evenwel verdwenen de vijandige oogmerken der inboorlingen spoedig, +toen de jager Mokum slechts eenige woorden met het opperhoofd der +kraal gewisseld had. De karavaan verkreeg de vergunning om zich bij +de palissaden op den oever der beek neder te slaan. De Boschjesmannen +dachten er zelfs niet aan om den reizigers het gedeelte der weide te +betwisten, die zich over eene ruimte van verscheidene kilometers aan +weerszijden uitstrekte. De paarden, buffels en andere dieren van de +karavaan konden er overvloedig voedsel vinden, zonder de kraalbewoners +eenig nadeel toe te brengen. + +Aanstonds werd de legerplaats volgens de aanwijzing van den Boschjesman +op de gewone wijze ingericht. De wagens werden in een kring geplaatst +en ieder ging aan zijne eigene bezigheden. John Murray liet dus zijne +tochtgenooten aan hunne berekeningen en wetenschappelijke waarnemingen +over en vertrok zonder dralen met Mokum. De Engelsche jager zat op +zijn gewoon paard en Mokum op zijn tammen zebra; drie honden volgden +hen onder allerlei wilde sprongen. Murray en Mokum waren elk met een +jachtgeweer met ontplofbare kogels gewapend, hetgeen bewees dat zij +het plan hadden om ook op wilde dieren jacht te maken. + +De beide jagers reden in noordoostelijke richting naar eene boschrijke +streek, die eenige kilometers van de kraal aflag. Zij reden naast +elkander onder voortdurende gesprekken. + +»Ik hoop, vriend Mokum," zeide John Murray, »dat ge nu uwe bij den +waterval van Morgheda gedane belofte vervullen zult, door mij in +het midden der wildrijkste streken van de aarde te brengen. Doch ge +kunt mij gelooven als ik u verzeker dat ik niet in zuidelijk Afrika +ben gekomen om hazen te schieten of vossen op te sporen. Die hebben +wij in onze Schotsche hooglanden ook; vóór wij een uur verder zijn +wil ik....." + +»Eén uur!" antwoordde de Boschjesman. »U zult mij niet kwalijk nemen +als ik zeg dat het wat snel is, en dat u vooral geduld moet hebben. Ik +heb alleen geduld op de jacht, en daarmede koop ik al het ongeduld af, +dat ik anders in mijn leven toon. Weet u dan niet mijnheer, dat het +jagen op groote dieren eene kunst, zelfs eene wetenschap is, dat men +het land en de gewoonten der dieren nauwkeurig moet leeren kennen, +hunne gangen nagaan, en dan uren lang om hen heen moet draaien om +ze eindelijk onder den wind te naderen? Weet u wel dat men zich +wachten moet voor elk ontijdig geluid, voor elken geraasmakenden +tred, voor elk onberaden uitkijken? Ik zelf ben dagen achtereen +een buffel of gems blijven beloeren, en als ik na zesendertig uren, +allernalei listen en lagen het beest geveld had, meende ik mijn tijd +niet verloren te hebben." + +»Zeer goed, mijn vriend," antwoordde John Murray, »ik zal zooveel +geduld nemen als ge maar wilt; maar laat ons niet vergeten, dat het +oponthoud der karavaan slechts drie of vier dagen duurt, en dat we +geen uur, zelfs geen minuut moeten verliezen!" + +»Daar denk ik wel aan," antwoordde de Boschjesman op zulk een kalmen +toon, dat Emery daaraan zijn reismakker van de Oranjerivier niet +zou herkend hebben, »dat zal ik wel degelijk in het oog houden; wij +zullen alles doodschieten wat ons voorkomt, mijnheer; wij zullen +niet kieskeurig zijn: antilope of hert, gnoe of gazelle, alles is +goed voor zulke haastige jagers." + +»Antilope of gazelle!" riep John Murray uit, »ik vraag zelfs zooveel +niet voor mijne eerste jachtpartij in Afrika. Maar wat denkt ge mij +dan te laten schieten, mijn dappere Boschjesman?" De jager keek zijn +makker met een zonderling gelaat aan en zeide toen op spottenden toon: +»Als u verklaart dat u voldaan zijt, dan heb ik niets meer te zeggen; +ik meende, dat u niet tevreden zoudt zijn vóór u een paar neushoorns +of een paar olifanten hadt geschoten?".... + +»Jager," antwoordde de Engelschman, »ik zal gaan waar ge mij brengen +wilt. Ik zal schieten op al wat ge mij zult aanwijzen; kom aan dan, +vooruit, en laten we maar geen tijd met ijdele praatjes verliezen!" + +De paarden werden in galop gezet, en de beide jagers naderden pijlsnel +het woud. De vlakte, die zij doorreden, verhief zich langzamerhand naar +het noordoosten. Hier en daar was zij met kreupelboschjes doorsneden, +welker struiken allen in bloei stonden, en uit sommige van welke +eene kleverige, doorschijnende en welriekende harst liep, waarvan de +inboorlingen wondzalf maken. In schilderachtige groepjes verhieven +zich de nuanas of adams-vijgenboomen, welker dertig tot veertig +voet hooge stam gekroond werd door een groot bladerdak. In dit dik +gebladerte fladderde eene menigte schreeuwende papegaaien die aasden +op de zuurachtige vijgen. Verder stonden schilderachtige mimosa's met +groote bloemtrossen, die hare zijdeachtige kruinen zachtkens heen en +weder wiegelden, aloës met lange stengels vol helderroode bloemen, +welke men in de verte gehouden zou hebben voor koraalstruiken uit +de diepte der zee opgehaald. De grond was als bezaaid met bevallige +narcisleliën met blauwachtige bladeren, en bood voor de rijdieren +een gemakkelijken weg aan. Minder dan een uur na de kraal verlaten +te hebben waren Murray en Mokum aan den rand van het bosch; het was +een woud van hooge acacia's, dat zich over eene uitgebreidheid van +verscheidene vierkante kilometers uitstrekte. Deze tallooze boomen +stonden zonderling dooreen en strengelden hunne takken door elkander, +zoodat de zonnestralen op den met doornstruiken en lang gras begroeiden +grond niet konden doordringen. Evenwel aarzelden de zebra en het paard +niet om onder het dichte bladerdak voort te draven en zich een weg te +banen tusschen de onregelmatig door elkaâr gegroeide boomen. Hier en +daar waren er open plekken in 't midden van het woud, waar de jagers +telkens bleven stilstaan om het hen omringende bosch te beschouwen. + +Men moet bekennen dat deze eerste dag voor Murray niet gunstig was: +te vergeefs doorkruiste hij met zijn metgezel een gedeelte van het +bosch. Geen enkel dier bewoog zich om hen te ontvangen, en Murray dacht +met leedwezen aan de Schotsche vlakten, waar men niet lang behoefde te +wachten om een schot te lossen. Misschien was de nabijheid der kraal +de oorzaak dat het schichtige wild gevlucht was. Wat Mokum betreft, +deze toonde noch verwondering, noch spijt. Voor hem was dit geen jacht, +doch een haastige tocht door het bosch. + +Tegen tien uren 's avonds moest men er aan denken om naar de +legerplaats terug te keeren. Murray was boos zonder het te willen +bekennen; een jager platzak te huis komen! dat nooit! Hij besloot dus +bij zich zelven het eerste het beste dier dat hem voorkwam, vogel of +viervoetig dier, wild of verscheurend beest, dood te schieten. Het +lot scheen hem te begunstigen; de twee jagers waren geen drie +kilometers meer van de kraal, toen een haas op honderd vijftig +pas voor John Murray opsprong; deze aarzelde niet en schoot zijne +buks op het onschuldige dier af. De Boschjesman uitte een kreet van +verontwaardiging. Een kogel voor een onnoozelen haas, dien men met +een hagel van kleine 6 neer kon leggen! Maar de Engelsche jager was +nu eenmaal op het dier gesteld en rende naar de plaats toe, waar het +had moeten vallen; doch te vergeefs, er was geen spoor van het dier +te vinden; een weinig bloed op den grond, maar verder niets. Murray +zocht onder de struiken en in het hooge gras; ook de honden zochten +te vergeefs rond. + +»Ik heb hem toch geraakt!" riep John Murray. + +»Maar al te goed!" antwoordde de Boschjesman bedaard. »Als men een +haas met een ontplofbaren kogel schiet, dan zou het wel wonder zijn +als men er een stukje van terug vond!" + +En inderdaad, de haas was in kleine brokjes uit elkander +gevlogen. Murray steeg geheel teleurgesteld weder te paard en reed +zonder een woord meer te spreken naar de legerplaats terug. Den +volgenden dag verwachtte de Boschjesman dat de Engelschman hem op +nieuw zou voorstellen om op jacht te gaan. Maar de Engelschman, +die in zijne eigenliefde gekrenkt was, vermeed eene ontmoeting met +Mokum. Hij scheen alle jachtplannen te hebben laten varen en hield +zich slechts bezig met instrumenten te verificeeren en waarnemingen te +doen. Om zich te ontspannen bezocht hij daarna de kraal, waar hij de +mannen zich zag oefenen met den boog, of spelen op de gorah, een soort +van muziekinstrument, dat gemaakt wordt van eene snaar op een boog +gespannen, die de speler doet trillen door er door een struisvogelpen +op te blazen. In dien tijd waren de vrouwen met huislijken arbeid +bezig, en rookten hennep, iets dat door een groot gedeelte van +de inboorlingen bij wijze van tijdverdrijf gedaan werd. Volgens de +opmerking van zekere reizigers vermeerdert dat inademen van hennepwalm +de krachten des lichaams ten nadeele van die des geestes. En inderdaad +velen van die Boschjesmannen schijnen verstompt te zijn door de +dronkenschap, die het gevolg is van dit rooken. + +Den volgende dag, 27 Mei, werd Murray bij het aanbreken van den +dag wakker gemaakt met deze hem in het oor gefluisterde woorden: +»Ik geloof mijnheer, dat we van daag gelukkiger zullen zijn; maar +laat ons geen hazen meer schieten met berghouwitsers!" + +Murray werd niet boos toen hij deze spotachtige aanmerking hoorde. De +twee jagers verwijderden zich eenige kilometers links van de +legerplaats vóór hunne makkers wakker waren. John had ditmaal een +eenvoudig jachtgeweer, een prachtstuk uit de fabriek van Goldwin, +en veel geschikter voor de jacht op damherten of antilopen dan zijne +vreeselijke buks. Wel is waar kon men in de vlakte dikhuidige of +verscheurende dieren ontmoeten. Maar Murray was nog ontevreden op +zich zelven over die ontploffing van den haas, en hij zou liever een +leeuw met hagel gedood hebben, dan weder een schot te lossen dat in +de jaarboeken van de jacht een ongehoord feit was. + +Dien dag begunstigde de fortuin de beide jagers, zooals Mokum voorzien +had. Zij velden een paar zwarte antilopen, die zeer moeilijk te +schieten zijn. Het waren schoone dieren, vier voet hoog, met lange +uit elkander staande en bevallig gekronkelde horens, evenals een paar +zwaarden. Hun snuit liep spits toe en was aan de zijkanten een weinig +plat; zij hadden zwarte pooten, dik en zacht haar, fijne en puntige +ooren. Buik en voorhoofd waren wit als sneeuw en staken scherp af +tegen het zwarte van den rug, waarlangs golvende manen hingen. De +jagers mochten trotsch zijn op zulk eene vangst, want de zwarte +antilope werd altijd begeerd door Delejorgue, Vahlberg, Cumming, +Baldwin, en andere reizigers, en 't is dan ook een van de schoonste +voortbrengselen uit het dierenrijk in het zuidelijk halfrond. + +Maar wat vooral het Engelsche jagershart deed kloppen, waren zekere +sporen, die de Boschjesman hem toonde aan den rand van een dicht +kreupelhout, niet ver van een uitgebreid en diep moeras, dat door +reusachtige euphorbiastruiken omringd en welks oppervlakte geheel +bezaaid was met de hemelsblauwe bloemkelken van de waterlelie. + +»Mijnheer," zeide Mokum, »als u morgen met het aanbreken van den dag +op deze plek op de loer wilt gaan liggen, dan zou ik u aanraden uwe +buks niet te vergeten." + +»Waarom zegt ge dit, Mokum?" vroeg John Murray. + +»Ziet u die versche sporen op den vochtigen grond?" + +»Wat, die groote indruksels, zijn dat sporen van dieren? Maar dan +hebben de pooten, die ze hebben gemaakt, meer dan een halven vadem +in omtrek!" + +»Dat bewijst alleen," antwoordde de Boschjesman, »dat het dier, +dat zulke sporen achterlaat, minstens negen voeten hoog is." + +»Een olifant!" riep Murray uit. + +»Juist, mijnheer, en als ik me niet bedrieg, is het een volwassen +mannetje." + +»Morgen dus, Boschjesman." + +»Morgen, mijnheer." + +De twee jagers kwamen in het kamp terug met hunne zwarte antilopen, +die zij over het paard van John Murray gehangen hadden. Die schoone +dieren, die zoo zeldzaam gevangen worden, wekten de bewondering van de +geheele karavaan op. Allen wenschten Murray geluk, behalve de deftige +Mathieu Strux, die op het punt van dieren slechts den Grooten Beer, +den Draak, den Centaurus, Pegasus en andere hemellichamen kende. + +Den volgenden morgen om vier uren wachtten de beide jagers +onbeweeglijk op hunne paarden met de honden naast zich te midden van +een dik kreupelbosch op de komst van den troep olifanten. Aan versche +indrukken hadden zij gezien dat de olifanten in een troep kwamen om in +het moeras te drinken. Beiden waren gewapend met gegroefde buksen met +ontplofbare kogels. Zij lagen onbeweeglijk en stil sedert ongeveer een +half uur in het boschje op de loer, toen zij op vijftig pas afstands +van het moeras beweging in het sombere loof bespeurden. Murray had +zijne buks gegrepen, maar de Boschjesman hield zijne hand vast en +beduidde hem dat hij zijn ongeduld bedwingen moest. Weldra vertoonden +zich groote schaduwen; men hoorde het kreupelhout wijken voor eene +onweêrstaanbare kracht; het was een geluid van hout dat kraakte, van +struiken die vertrapt en tegen den grond verpletterd werden, terwijl +een sterk geblaas zich door de takken liet hooren: het was de troep +olifanten. Een half dozijn van die reusachtige dieren, bijna even +groot als hunne stamverwanten in Indië, naderden langzaam het moeras. + +Het daglicht, dat langzamerhand sterker was geworden, veroorloofde +Murray die sterke dieren te bewonderen. Een van deze, een mannetje +van bijzondere grootte, trok vooral zijne aandacht. Het breede +voorhoofdsbeen welfde zich tusschen een paar groote ooren, die +hem tot op de borst hingen. Zijn kolossale omvang scheen in het +schemerlicht nog reusachtiger; het dier slingerde zijn snuit boven het +kreupelbosch heen en weer en stiet met zijne gebogen slagtanden tegen +dikke boomstammen, die door den schok trilden. Misschien had het dier +een voorgevoel van het naderend gevaar. Ondertusschen fluisterde de +Boschjesman, zich naar John Murray buigend, dezen in het oor: »Welnu, +is die naar uw zin?" + +John knikte toestemmend. + +»Welaan dan," voegde Mokum er bij, »dan zullen wij hem van de rest +van den troep scheiden." + +Op dat oogenblik kwamen de olifanten aan den rand van het moeras; +hunne weeke pooten zakten in den zachten bodem; zij zogen het water +met hunne snuiten op, en spoten het in hun wijd keelgat, dat een +luid klinkend geklok voortbracht. Het groote mannetje, dat wezenlijk +ongerust was, keek om zich heen en snoof met veel geraas de lucht op, +om op die wijze te weten te komen of er ook iets verdachts was. + +Plotseling liet de Boschjesman een bijzonderen kreet hooren. De drie +honden begonnen hard te blaffen en sprongen uit het kreupelbosch op den +troep olifanten los. Tegelijk riep Mokum tegen zijn makker niets dan +het woordje »blijf!" en sprong met zijn zebra door het kreupelbosch +om het mannetje den terugtocht af te snijden. Overigens trachtte het +prachtige dier niet te vluchten; Murray beloerde hem met den vinger +aan den haan van het geweer. De olifant sloeg met zijn snuit tegen +de boomen en slingerde zenuwachtig met den staart, waarbij hij geen +teekenen meer van ongerustheid, maar van woede gaf. Tot nog toe had +hij den vijand slechts vermoed; op dit oogenblik zag hij hem en rende +op hem aan. + +John Murray stond nu op ongeveer zestig pas afstands van het dier; hij +wachtte totdat het op veertig genaderd was, mikte toen op de ribben +en gaf vuur. Doch eene beweging van het paard verstoorde eenigszins +de juistheid van zijn schot; de kogel ging slechts door het weeke +vleesch, en bleef daarin zitten, zonder tegen eenig gedeelte aan te +komen, dat hard genoeg was om hem te doen ontploffen. De woedende +olifant versnelde zijn gang, die eer op een zeer snel loopen, +dan op galoppeeren geleek; doch het was snel genoeg om een paard +vooruit te komen. Nadat het paard van Murray een oogenblik gesteigerd +had, sprong het uit het kreupelbosch, zonder dat de ruiter het kon +inhouden. De olifant vervolgde het, terwijl hij de ooren opstak en +door zijn snuit blies als door eene trompet. De jager, wiens paard +met hem doorging, kneep het dier tusschen zijne krachtige knieën en +beproefde eene patroon in zijn geweer te krijgen. De olifant echter +begon op hem te winnen; weldra waren beiden in de vlakte buiten het +bosch. Murray drukte zijne sporen diep in de zijden van het hollende +paard. Twee van de honden renden blaffende en vluchtende met het +dier mede; de olifant was op geen twee lengten meer achter hem; de +jager voelde reeds zijn sterk geblaas en hoorde het snuiven van den +snuit, waarmede hij de lucht zweepte. Elk oogenblik verwachtte hij +door dien levenden lazzo van 't paard gesleurd te worden. Plotseling +boog het paard van achteren in elkander. De snuit was op het kruis +neergekomen. Het dier liet een smartelijk gehinnik hooren en sprong +op zijde; deze sprong redde Murray van een zekeren dood. De olifant +door zijn snellen gang voortgejaagd vloog voorbij, maar nam met zijn +snuit, waarmede hij over den grond streek, een van de honden op, +dien hij met onbeschrijfelijke kracht heen en weer schudde. + +Murray had geen ander middel meer dan in het bosch te vluchten; +het instinct van het paard bracht er hem heen en weldra vloog het er +met vreeselijke vaart in. De olifant was zich zelven ondertusschen +weer meester geworden, en begon de vervolging op nieuw, terwijl +hij den ongelukkigen hond heen en weer slingerde en diens kop tegen +een vijgeboom verpletterde, toen hij het bosch inrende. Het paard +sprong in het dichte struikgewas, dat door de met doorns bezette +slingerplanten bijna ontoegankelijk was, en bleef staan. De Engelschman +had, hoewel hij zich overal gekwetst gevoelde en met bloed bedekt was, +geen oogenblik zijne tegenwoordigheid van geest verloren; hij keerde +zich om, legde zijne buks met de grootste omzichtigheid aan, en mikte +tusschen de struiken door op den schouder van den olifant. De kogel +stuitte tegen een been en ontplofte. Het dier wankelde, en bijna op +hetzelfde oogenblik trof hem van den rand van het woud een tweede kogel +in de linker zijde. Hij viel op de knieën, bij een kleinen waterplas, +half onder het hooge gras verborgen. Daar slurpte hij met zijn snuit +het water op en begon zijne wonden te besproeien, terwijl hij nu +en dan een klagend geluid liet hooren. Op dit oogenblik verscheen +de Boschjesman. + +»We hebben hem! We hebben hem!" riep Mokum. + +Inderdaad, het reusachtige dier was doodelijk gewond. Het stiet +smartelijke kreten uit en haalde moeilijk adem; zijn staart bewoog +zich slechts even en met zijn snuit, waarmede het in den door hem +gevormden bloedplas slurpte, spoot het een rood gekleurden regen over +het hem omringende kreupelhout uit. Toen begonnen de krachten hem te +begeven, hij zonk geheel op de knieën en stierf. + +Op dat oogenblik kwam Murray uit de doornstruiken te voorschijn; +zijne kleederen hingen hem in lappen om het lijf; maar hij had gaarne +met zijn eigen huid die jagerszegepraal betaald. + +»Een verschrikkelijk beest, Boschjesman!" zeide hij, terwijl hij het +bekeek, »een verschrikkelijk beest, maar een weinig te zwaar voor +mijn weitasch!" + +»Goed, mijnheer!" antwoordde Mokum. »Wij zullen hem hier uit elkander +snijden en slechts de keurigste stukken medenemen. Zie eens welke +prachtige slagtanden de natuur hem gegeven heeft! Zij wegen minstens +elk vijf en twintig pond, en dat tegen vijf shillings (f 3) het pond, +maakt een mooi sommetje." + +Terwijl hij zoo sprak, begon de jager het dier in stukken te hakken; +hij hieuw met zijn bijl de slagtanden door, en vergenoegde zich +verder met de voeten en den snuit, omdat dit de meest geliefkoosde +stukken waren, waarop hij de leden der wetenschappelijke commissie +wilde onthalen. Hij had voor dit werk eenigen tijd noodig, zoodat +hij met den Engelschman niet voor twaalf uren in de legerplaats +terug was. Daar liet de Boschjesman de voeten van het reusachtige +dier op de Afrikaansche manier koken, door ze te begraven in een gat +dat evenals een oven eerst met gloeiende kolen heet was gemaakt. Het +spreekt van zelf dat dit gerecht op zijne wezenlijke waarde geschat +werd, zelfs door den onverschilligen Palander, en dat John Murray de +gelukwenschen van het geheele gezelschap ontving. + + + + + + + +X. + +De snelle strooming. + + +Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest en +Mathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De +breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet +verplicht waren elkander »wetenschappelijk" te ontmoeten, hadden zij +elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood +eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige +gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug +ontvangen. + +Den 19en Mei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte +de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de +basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de +linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes +kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe +punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten. + +Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle +voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te +gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden +niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven +en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs +was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt +om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar +doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, +waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren +veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken +verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg +op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar +verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit +zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand +bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid +aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest +men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als +aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer +kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als +de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen +en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te +kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, +daar de bemanning van de Queen and Tzar aan zulk werk gewoon was +en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en +werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om +hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls +met elkander had doen twisten. + +De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander +koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn +en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheid +om deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar +niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in +betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en +de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze +die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne +landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van +de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, +zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de +twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren +alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden +gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John +Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne +berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in +die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, +dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen: + +»Neem zoo'n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die +aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne +groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus +volkomen rond is!" + +Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel +hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot +het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men +de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had +kunnen rangschikken! + +Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met +den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, +sterren van de 13e grootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, +dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien +centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 +daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de +storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt! + +Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen +te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het +was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze +onherstelbare vijandschap lijden zou. + +Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over +stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over +metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan +waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit +verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De +keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd. + +Den 30sten Mei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer +gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling. In elke +andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld +hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een +bliksemstraal door de nevelmassa zonder evenwel door een donderslag +gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren +toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, +zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt +werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber. Deze +ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations +waren op een kilometer afstands niet meer te zien. + +Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en +besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te +kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het +belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts +toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke +lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het +geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, +dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken. + +Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd +door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden +de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen +geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die +vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, +hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden +waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching +bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen +hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden +in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid +van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren +even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest +waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende +jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena's vielen door de +Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray +deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk" vond. Terwijl hij door +het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het +gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een +schot loste. + +De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het +slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het +meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen +enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 +Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig +aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux +en de kolonel wederom een graad van den 24sten meridiaan gemeten te +hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner +werkzaamheid stoorde. + +Den 17den Juni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van +de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke +commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te +komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen +over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen +en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest +stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot +derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met +hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan +onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats +zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen. + +Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer +breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen +afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu +Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij +den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden +loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid +geschaard. + +Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan +stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige +vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te +vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk +voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne +makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine +boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien +ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, +en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den +tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden +voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander +stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van +de Queen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan +de eerzame sterrekundige van Helsingfors. + +Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij +elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs +den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de +verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John +Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al +wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó +toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik +door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was. + +»Een zeer schoone rivier," zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, +terwijl de matrozen de boot gereed maakten. + +»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen," was het antwoord. »Deze +snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun +bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde +zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan +te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij +stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de +wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige +bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens +zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal." + +Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren +geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij +wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend +tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij +eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met +bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met +het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op +een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen +zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie +de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter +in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum +had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de +Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde +den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste +stilte in acht te nemen. + +Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd +losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding +gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die +honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den +stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu +eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen +boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien +om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd +werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte +boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, +met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze +vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen +toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den +onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu +Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat +met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de +tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De +beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken +te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid +onder hun oog voorbijvlogen. + +Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroom bereikt; +men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te +bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman +deden de matrozen krachtiger riemslagen; maar niettegenstaande hunne +inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers +medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet +meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot +tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben +doen omslaan. + +De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een +woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die +de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, +die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet +meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een +soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en +boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het +te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje +bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden. + +En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder +hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat +water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; +zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, +veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende +wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom +naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle +strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen +de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met +zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien +voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in +den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna +op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het +woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen. + +Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen +oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een +kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde +de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer +weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was +doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na +met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom +geduwd te hebben. + +Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die +dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in +de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de +rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom +van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een +hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op +den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept. + + + + + + + +XI. + +Nikolaas Palander teruggevonden. + + +Men hernam den geodesischen arbeid. Er werden achtereenvolgens twee +stations aangenomen, die met het laatste aan deze zijde van den +stroom verbonden, dienden om een nieuwen driehoek te vormen. Dat werk +geschiedde zonder eenige moeielijkheid. Evenwel moesten de astronomen +zich wachten voor de vergiftige slangen, waarvan het in deze streken +wemelde. Het waren zeer venijnige mamba's, die tien tot twaalf voet +lang waren, en wier beet doodelijk was. + +Vier dagen na den overtocht der Nosoub, op 21 Juni, waren de geleerden +in eene zeer boschrijke streek. Maar het kreupelhout, dat slechts uit +middelmatige boomen bestond, hinderde het werk der driehoeksmeting +niet. Aan alle kanten vertoonden zich aan den gezichteinder zeer +goed zichtbare hoogten, die verscheidene kilometers van elkander +aflagen, en waarop men seinpalen en lantaarns kon oprichten. Deze +uitgebreide streek, die lager lag dan al het land in den omtrek, +was juist daardoor vochtig en vruchtbaar. William Emery zag er +bij duizenden den Hottentotschen vijgeboom, welks zuurachtige +vruchten door de Boschjesmannen zeer gezocht zijn. Uit de tusschen +het kreupelhout gelegen uitgestrekte vlakte, steeg een aangename +geur op, die ontstond door eene groote menigte knolwortelplanten, +die eenige gelijkenis hadden met de tijloos. Boven op de wortels +zat eene vrucht van twee of drie centimeters lang, welker geuren de +lucht vervulde. Het was de Kucumakranti van zuidelijk Afrika, waarop +vooral de inboorlingen zeer gesteld zijn. In deze streek, waarheen de +omliggende rivieren een gedeelte van haar water langs zachte hellingen +deden afvloeien, waren de velden wederom bedekt met kolokwint en +met de kruizemunt, waarvan de overbrenging naar Engeland zoo goed +geslaagd is. Hoe vruchtbaar en geschikt voor landbouwontginningen +deze streek ook scheen te zijn, toch werd zij door zwervende stammen +weinig bezocht. Men zag er geen spoor van inboorlingen, geen kraal, +zelfs geen vuur eener legerplaats. Echter was er geen gebrek aan +water, en dit vormde op verschillende plaatsen beekjes, plassen, +eenige vrij belangrijke kleine meren en twee of drie snelstroomende +riviertjes die waarschijnlijk haar monding in de Oranjerivier hadden. + +Dien dag sloegen de geleerden een kamp op met het doel om de karavaan +af te wachten. De door den jager opgegeven tijd was bijna verstreken, +en indien hij zich in zijne berekening niet vergist had, moest de +karavaan dien dag aankomen, na op eene waadbare plaats de Nosoub te +zijn overgetrokken. + +Evenwel verliep de dag, en geen Boschjesman was nog verschenen. Had de +karavaan eenigen hinderpaal ontmoet, die haar belette te komen? John +Murray dacht dat de Nosoub in dezen tijd van 't jaar niet waadbaar +zijn zou, omdat de bronnen nog overvloedig water afvoerden, zoodat de +jager veel zuidelijker een overtocht had moeten zoeken. Deze reden +was aannemelijk; de regen was in den laatsten tijd zeer overvloedig +geweest en moest de rivier dus buitengewoon doen rijzen. + +De astronomen wachtten, maar toen de dag van 22 Juni evenzeer was +voorbijgegaan zonder dat een der mannen van Mokum verscheen, werd +kolonel Everest zeer ongerust. Hij kon zijn tocht naar het noorden +niet vervolgen als hij zijne instrumenten mistte; en dat oponthoud +kon, indien het langer duurde, den goeden afloop der onderneming in +de waagschaal stellen. + +Mathieu Strux merkte bij deze gelegenheid op, dat hij van meening was +geweest dat men de karavaan had moeten vergezellen, na het laatste +station aan deze zijde der rivier met de beide stations aan de andere +zijde verbonden te hebben; dat, als het goede slagen der meting +door dat oponthoud in de waagschaal werd gesteld, de verantwoording +daarvoor in allen gevalle viel op hen, die gemeend hadden, enz... Dat +de Russen in elk opzicht, enz..... + +Men kan zich voorstellen dat kolonel Everest tegen deze aantijgingen +van zijn ambtgenoot te velde trok, door er aan te herinneren, dat men +eerst na gemeen overleg eene beslissing genomen had, maar Murray kwam +tusschenbeiden en vroeg of men dat overigens geheel onnutte twisten +niet liever oogenblikkelijk wilde staken. Wat geschied was kon niet +meer herroepen worden, en alle verwijten ter wereld zouden den toestand +daarom nog niet veranderen. Alléén werd er bepaald dat, als de karavaan +der Boschjesmannen den volgenden dag niet was aangekomen, Emery en +Zorn, die zich daartoe vrijwillig hadden aangeboden, in gezelschap +van den geleider der karavaan naar het zuidwesten een onderzoek +zouden instellen. Gedurende hunne afwezigheid zouden de kolonel en +zijne ambtgenooten in het kamp blijven en hunne terugkomst afwachten, +alvorens een besluit te nemen. + +Toen men hiertoe was overeengekomen, bleven de beide tegenstanders het +overige van den dag zooveel mogelijk verwijderd van elkander; John +Murray vermaakte zich met het omringende kreupelbosch af te jagen, +maar hij zag geen wild; evenmin was hij gelukkig in het opsporen van +gevogelte voor de keuken; doch als natuurvorscher (en hoe dikwijls +is een jager dat niet?) kon hij tevreden zijn. Twee exemplaren van +bijzondere diersoorten werden door zijne schoten getroffen; hij bracht +namelijk mede een schoonen korhaan van dertien centimeters lengte, kort +op de pooten, die zoowel als de bek rood van kleur zijn, donkergrijs +op den rug, en met bruin geschakeerde vleugels. De andere vogel, +dien Murray zeer behendig had neêrgeschoten, behoorde tot de orde +der roofvogels. Het was eene soort van valk, die in zuidelijk Afrika +alléén te huis behoort, met rooden hals en witten staart, en dien men +gewoonlijk om zijne schoone vormen prijst. De geleider haalde de beide +vogels zoo handig af, dat het vel onbeschadigd kon bewaard blijven. + +De eerste uren van den 23sten Juni waren reeds verloopen. De karavaan +was nog niet te zien, en de twee jongelieden zouden juist op weg gaan, +toen zij zich door een geblaf uit de verte lieten terughouden. Weldra +kwam Mokum uit een boschje aloë's, dat zich links van het kamp bevond, +in vollen galop op zijn zebra aanrennen. + +De Boschjesman was de karavaan vooruitgereden en naderde de Europeanen +met groote snelheid. + +»Kom toch, dappere jager," riep John Murray vroolijk, »wij wanhoopten +wezenlijk reeds aan u! Weet ge wel dat ik ontroostbaar zou geweest +zijn, als ik u niet terug had gezien! Het schijnt alsof het wild +mij ontwijkt als gij mij niet ter zijde staat. Kom, laat ons uwe +terugkomst met een goed glas Schotsche saffraan-likeur vieren!" + +Mokum beantwoordde deze welwillende en vriendelijke woorden van den +eerzamen John Murray niet. Hij keek elk der Europeanen afzonderlijk +aan en telde ze den één na den ander. Een levendige angst schilderde +zich op zijn gelaat. Kolonel Everest merkte het aanstonds op en trad +op den jager toe, die nu afgestegen was. + +»Wien zoekt ge, Mokum?" vroeg hij hem. + +»Mijnheer Palander," antwoordde de Boschjesman. + +»Is hij de karavaan niet gevolgd? Is hij niet meer bij u?" vroeg +de kolonel. + +»Hij is er niet meer!" antwoordde Mokum. »Ik hoopte hem in uw kamp +terug te vinden, maar hij is verdwaald!" + +Op die laatste woorden trad Mathieu Strux snel vooruit, en riep: +»Nikolaas Palander verdwenen? een geleerde, die aan uwe zorgen was +toevertrouwd, een sterrekundige, voor wien ge instondt en dien gij +niet mede terugbrengt! Weet ge wel jager, dat ge verantwoordelijk +zijt voor zijn persoon, en dat het niet opgaat om maar te zeggen: +Mijnheer Palander is verdwaald!" + +Deze woorden van den Russischen astronoom maakten den jager warm, +die, omdat hij niet op de jacht was, geen enkele reden had om geduldig +te zijn. + +»Wel, wel, mijnheer de sterrenwichelaar van het Russische rijk," +antwoordde hij met toornige stem, »zoudt gij uwe woorden niet een +weinig wikken of wegen? Ben ik aangesteld om uw makker te bewaken, die +voor zich zelven niet eens zorgen kan? Ge stelt mij verantwoordelijk, +en ge hebt ongelijk, verstaat ge mij? Als mijnheer Palander verdwaald +is, dan is het zijn eigen schuld! Twintig en meermalen heb ik er hem +op betrapt dat hij geheel in zijne cijfers verdiept was en zich van +onze karavaan verwijderde; evenveel malen heb ik hem gewaarschuwd en +teruggebracht. Maar eergisteren is hij bij het vallen der duisternis +verdwenen, en niettegenstaande al mijn zoeken heb ik hem niet terug +kunnen vinden. Wees gij eens behendiger als ge kunt, en omdat ge zoo +goed met uw kijker kunt omspringen, raad ik u dien voor uw oog te +zetten en te beproeven uw makker terug te vinden!" Zonder twijfel +zou de Boschjesman op denzelfden toon zijn voortgegaan tot groote +verontwaardiging van Mathieu Strux, die hem met open mond aangaapte en +geen woord kon uitbrengen, als John Murray den toornigen jager niet tot +bedaren had gebracht. Gelukkig voor den Russischen geleerde eindigde de +twist tusschen den Boschjesman en hem; maar Mathieu Strux viel met een +verwijt zonder grond den kolonel aan, die er het minst op verdacht was. + +»In allen gevalle," zeide de sterrekundige van Pulkowa op drogen toon, +»zal ik mijn ongelukkigen makker in deze woestenij niet in den steek +laten. Wat mij aangaat, ik zal alle pogingen aanwenden om hem terug +te vinden. Als het John Murray of William Emery was, die een van +beiden op deze wijze verdwenen was, zou kolonel Everest, denk ik, +niet aarzelen om de metingen te staken en zijne landgenooten te hulp +toe te komen. Ik zie dus niet in waarom men minder voor een Russisch +dan voor een Engelsch geleerde doen zou." + +Toen de kolonel op deze wijze er bij in werd gehaald, kon hij zijne +gewone bedaardheid niet bewaren. + +»Mijnheer Strux," zeide hij met over elkander geslagen armen, +terwijl hij zijn tegenstander strak aankeek, »is het volgens een vast +plan dat u mij zonder aanleiding beleedigt? Voor wie houdt gij ons +Engelschen? Hebben we u het recht gegeven om aan onze gevoelens van +menschelijkheid te twijfelen? Wie doet u veronderstellen, dat wij +dien onhandigen rekenaar niet te hulp zouden komen?"..... + +»Mijnheer" ... antwoordde de Rus op dien bijnaam, welke daar aan +Palander gegeven werd. + +»Ja, onhandig," hernam de kolonel, terwijl hij op elke lettergreep +nadruk legde, »en ik voeg er nog bij, dat, wat ge mij straks zoo +lichtvaardig verweet, volkomen op u zelven toepasselijk is, zoodat +als onze onderneming door dit voorval mislukt, de verantwoordelijkheid +op de Russen en niet op de Engelschen vallen zou!" + +»Kolonel," riep Mathieu Strux, wiens oogen bliksemstralen schoten, +»uw woorden...." + +»Mijne woorden heb ik allen gewogen, mijnheer, en daarom stel ik u +voor, onze werkzaamheden op te schorten tot op het oogenblik, dat we +uwen rekenaar hebben teruggevonden. Is u gereed om te vertrekken?" + +»Ik was reeds gereed voor ge een enkel woord gezegd hadt!" antwoordde +Strux op scherpen toon. + +Daarop gingen de beide tegenstanders elk naar zijn wagen, want de +karavaan was juist aangekomen. + +John Murray, die den kolonel vergezelde, kon niet nalaten te zeggen: +»het is nog gelukkig dat die stumpert het dubbele register van onze +metingen niet mede zoek gemaakt heeft." + +»Daar dacht ik juist aan," antwoordde de kolonel eenvoudig. + +De beide Engelschen ondervroegen daarop den jager Mokum; deze +vertelde hun dat Nikolaas Palander sedert twee dagen verdwenen was; +dat men hem het laatst op zijde van de karavaan gezien had op ongeveer +twaalf kilometers van het kamp; dat hij, Mokum, zoodra de geleerde +verdwenen was, hem had trachten terug te vinden, waarom hij zoo laat +teruggekomen was; dat hij, toen hij hem niet vond, had willen zien +of die »rekenmeester" soms weder bij zijne makkers ten noorden van +de Nosoub was aangekomen. Nu dit het geval niet was stelde hij vóór, +het onderzoek voort te zetten in het noordoosten, in een boschrijk +gedeelte van het land, daarbij voegende dat er geen uur te verliezen +was als men Palander levend wilde terug vinden. + +Inderdaad moest men zich haasten, want sedert twee dagen dwaalde +de Russische geleerde door eene streek waar veel wilde beesten +gevonden werden. Het was geen man om zich te redden, daar hij +altijd in het gebied der cijfers in plaats van op dit ondermaansche +verkeerde. Waar iedereen eenig voedsel zou gevonden hebben, zou de +arme drommel onvermijdelijk van honger gestorven zijn. Het kwam er +dus op aan om hem spoedig te helpen. Om één uur verlieten de kolonel, +Mathieu Strux, John Murray en de beide jeugdige sterrekundigen het +kamp onder geleide van den jager. Allen zaten op vlugge paarden, +zelfs de Russische geleerde, die zich op grappige wijze aan het +beest vastklampte, terwijl hij tusschen de tanden verwenschingen +tegen den ongelukkigen Palander mompelde, die hem zulk eene moeite +veroorzaakte. Zijne makkers namen als deftige en fatsoenlijke lieden +den schijn aan alsof zij de vermakelijke houding niet opmerkten, waarin +de astronoom van Pulkowa te paard zat; het was een zeer dartel beest, +dat zeer gevoelig in den bek was. + +Vóór hij het kamp verliet had Mokum den gids verzocht hem zijn hond +te leenen, een zeer sluw en verstandig dier, een goeden speurhond, +waarop de Boschjesman zeer gesteld was. Toen de hond een hoed van +Palander beroken had, snelde hij in noordoostelijke richting voort, +terwijl zijn meester hem door een bijzonder gefluit aanzette. De +kleine bende volgde het dier onmiddellijk en verdween weldra in een +dicht kreupelbosch. + +Gedurende den geheelen dag volgden de kolonel en zijne makkers +de gangen van den hond. Het slimme dier had volkomen begrepen wat +men van hem vroeg, maar hij miste nog het spoor van den verdwaalden +geleerde, en hij kon dus geen geregeld of zeker pad volgen. De hond, +die trachtte alle verhevenheden van den bodem te herkennen, ging +vooruit, doch keerde telkens spoedig terug, zonder met zekerheid +eenig spoor gevonden te hebben. + +Van hunne zijde verwaarloosden de geleerden geen enkel middel om +hunne tegenwoordigheid in deze woeste streek te kennen te geven. Zij +schreeuwden, zij schoten hunne geweren af, hopende dat Nikolaas +Palander hen hooren zou, hoe afgetrokken hij ook zijn mocht. Op deze +wijze hadden zij den omtrek van het kamp over eene uitgestrektheid +van vijf kilometers afgeloopen, toen de avond viel, die het onderzoek +deed eindigen. Men moest dit den volgenden dag voortzetten, zoodra +het licht werd. + +Gedurende den nacht legerden de Europeanen zich onder eene groep boomen +voor een groot houtvuur, dat de Boschjesman zorgvuldig onderhield; men +hoorde het gehuil van eenige verscheurende dieren; de tegenwoordigheid +van deze was niet geschikt om hen omtrent het lot van Palander gerust +te stellen; kon men nog eenigermate de hoop koesteren dien ongelukkige +te redden, die uitgeput, uitgehongerd, verkleumd van koude, gevaar liep +aangevallen te worden door de hyena's, die in dit gedeelte van Afrika +overvloedig gevonden werden? Dit maakte allen ongerust. De makkers van +den ongelukkige brachten op deze wijze uren door om met elkander te +praten, plannen te vormen, en middelen uit te denken om hem terug te +vinden. De Engelschen toonden in deze omstandigheid eene hartelijkheid, +waarover Mathieu Strux ondanks zich zelven getroffen moest zijn. Men +kwam overeen dat men den Russischen geleerde dood of levend zou terug +vinden, al zouden de driehoeksmetingen ook onbepaald worden uitgesteld. + +Eindelijk verscheen het daglicht na een nacht, welks uren zoovele +eeuwen schenen. De paarden waren spoedig opgetuigd, en het onderzoek +werd in grooter omtrek voortgezet. De hond liep weder vooruit en de +kleine troep volgde zijne schreden. + +In noordoostelijke richting voortgaande trokken de kolonel Everest +en zijne makkers door eene zeer vochtige streek. Riviertjes, +doch zonder eenige beteekenis, werden hoe langer hoe talrijker; +men waadde er gemakkelijk doorheen, terwijl men zich in acht nam +tegen de krokodillen, waarvan John Murray hier de eerste staaltjes +zag. Het waren ontzaglijke dieren, van welke sommigen 25 tot 30 voet +lengte hadden, die te vreezen waren om hunne vraatzucht, en moeilijk +te ontkomen als men ze op een meer of eene rivier ontmoette. Daar de +Boschjesman geen tijd wilde verliezen met het bestrijden dezer dieren, +maakte hij een kleinen omweg om ze te ontwijken en hield Murray +tegen, die voortdurend op het punt stond er op te schieten. Als een +van die monsters zich tusschen het hooge gras vertoonden, sprongen de +paarden op zijde en ontkwamen dus gemakkelijk. In het midden van deze +waterplassen, die door het overstroomen der riviertjes ontstaan waren, +zag men ze bij dozijnen, met den kop boven water, bezig om evenals +honden hunne prooi te verslinden, die zij met hunne vreeselijke kaken +in kleine stukjes ophapten. + +De kleine troep zette, evenwel zonder veel hoop te koesteren, het +onderzoek voort, nu eens in een zeer dicht kreupelbosch, dan weder in +de vlakte, midden tusschen een menigte kleine riviertjes en beschouwde +nauwkeurig den grond, om maar het geringste spoor te ontdekken; hier +was het een op manshoogte afgebroken tak, dan versch platgetrapt gras, +verder weêr een half uitgewischt en bijna onkenbaar spoor. Niets kon +hen den ongelukkigen Palander doen ontdekken. + +Op dit oogenblik waren zij tien kilometers noordwaarts van hunne +laatste legerplaats, en op raad van den jager zouden zij zuidwestwaarts +hun onderzoek voortzetten, toen de hond plotseling teekenen van +onrust gaf. Hij blafte en kwispelstaartte zenuwachtig. Hij ging +eenige passen ter zijde met den neus langs den grond en besnuffelde +het drooge gras op het voetpad. Daarna kwam hij op dezelfde plaats +terug, waarschijnlijk door eenige bijzondere lucht aangetrokken. + +»Kolonel," riep de Boschjesman, »onze hond heeft iets in den neus; +het verstandige beest, hij is het wild op 't spoor, of liever onzen +geleerde, op wien wij jacht maken. Laat hem begaan, laat hem begaan!" + +»Ja," hernam Murray, »hij is hem op 't spoor. Hoort dat kort +geblaf. Men zou zeggen dat hij in zich zelven praat, dat hij tracht +een plan te maken. Ik zou vijftig pond voor zulk een dier geven als +hij ons brengt op de plaats, waar Palander zich schuil houdt." + +Mathieu Strux lette niet op de wijze waarop men over zijn landgenoot +sprak. Het voornaamste toch was om hem terug te vinden. Iedereen hield +zich dus gereed om den hond te volgen, zoodra deze zeker van den weg +was. Dit duurde niet lang, en na een helder geblaf, sprong hij over +een paar struiken en verdween in het dichte kreupelbosch. De paarden +konden hem in dit ondoordringbaar woud niet volgen. Kolonel Everest +en zijne makkers waren dus genoodzaakt het bosch om te trekken en zich +te laten leiden door het verwijderde geblaf van den hond. Zij voelden +zekere hoop bij zich levendig worden. Het was niet twijfelachtig of +het dier was den verdwaalden geleerde op het spoor, en als hij dit +niet bijster raakte zou hij zijn doel rechtstreeks bereiken. Slechts +ééne vraag deed zich voor: was Nikolaas Palander dood of levend? + +Het was elf uren in den morgen. Gedurende een twintigtal minuten +liet zich het geblaf, waardoor de jagers zich lieten leiden, niet +meer hooren. Was het omdat de hond zoo ver af was, of was hij het +spoor bijster? De Boschjesman en John Murray, die vooruit gingen, +werden zeer ongerust. Zij wisten niet meer in welke richting zij +hunne makkers moesten geleiden, toen het geblaf op een halven +kilometer zuidwestwaarts zich weder deed hooren, maar thans buiten +het bosch. Aanstonds renden de flink aangespoorde paarden in die +richting voort. + +In weinige oogenblikken was de troep op een zeer moerassig stuk gronds +aangekomen. Men hoorde den hond duidelijk, maar zag hem niet. De grond +toch was met riet van tien tot twaalf voet hoog begroeid, de ruiters +moesten afstijgen, en na hunne paarden aan een boom gebonden te hebben, +gingen zij op het geblaf van den hond door het riet voort. Weldra +waren zij er doorheen. Eene groote uitgestrektheid gronds met water +en waterplanten bedekt lag voor hen. Daar, waar de grond het laagst +was, strekte zich het bruinachtige water van een meertje uit, dat +een halven kilometer lang was. De hond stond stil op den moerassigen +oever van het meertje en blafte vreeselijk. + +»Daar is hij! Daar is hij!" riep de Boschjesman. + +Inderdaad, op het uiteinde van een soort van schiereilandje zat +Nikolaas Palander op driehonderd schreden afstands op een boomstam: +hij zag niets, hij hoorde niets, maar had een potlood in de hand, +een schrijfboekje op de knieën en was zonder twijfel bezig met de +eene of andere berekening! + +Zijne makkers konden een kreet van afgrijzen niet inhouden. De +Russische geleerde namelijk werd op niet meer dan twintig schreden +afstands beloerd door eene troep krokodillen, die den kop uit het water +staken en wier nabijheid hij zelfs niet vermoedde. De vraatzuchtige +dieren naderden langzamerhand en konden hem in een oogwenk wegsleuren. + +»We mogen ons wel haasten!" zeide de jager met zachte stem, »ik weet +niet waarom de krokodillen wachten om hem aan te vallen!" + +»Ze wachten mogelijk tot hij wat bestorven is," kon John Murray +niet nalaten te zeggen, daarbij zinspelende op een feit dat door de +inlanders gewoonlijk wordt opgemerkt, namelijk dat deze dieren nooit +versch vleesch vreten. + +De Boschjesman en Murray verzochten hunne makkers hen daar te wachten, +en gingen om het meertje heen, ten einde het smalle schiereiland +te bereiken dat hen bij Palander brengen zoude. Zij hadden nog geen +tweehonderd pas gedaan, toen de krokodillen het diepe water verlatende, +naar boven kwamen en recht op hunne prooi afgingen. De geleerde +merkte er niets van, zijne oogen waren op zijn boekje gevestigd en +hij schreef voortdurend nog cijfers op. + +»Goed gemikt en bedaard, of hij is verloren!" fluisterde de jager +John Murray in het oor. + +Toen gingen beiden op de knieën liggen, en op de meest nabij zijnde +dieren mikkende gaven zij vuur. Twee schoten knalden en twee monsters +stortten met verbrijzelden ruggegraat in het water terug, waarop de +geheele bende in een oogenblik onder water verdween. + +Op het geluid van de schoten hief Nikolaas Palander eindelijk het +hoofd op. Hij herkende zijne makkers, en met zijn boekje in de hand +naar hen toeloopende riep hij: + +»Ik heb het gevonden! ik heb het gevonden!" + +»En wat hebt ge gevonden, mijnheer Palander?" vroeg John Murray. + +»Eene fout van een decimaal in de 103e logarithme van de tafel van +James Wolston!" + +Inderdaad, de waardige man had die fout gevonden! hij had eene +misrekening in eene logarithmentafel ontdekt! Hij had recht op eene +premie van honderd pond, die door den uitgever was uitgeloofd! En +sedert vier dagen, dat hij in die wildernissen dwaalde, had de beroemde +astronoom van de sterrewacht van Helsingfors daarmede zijn tijd zoek +gebracht! André Marie Ampère, de meest afgetrokken geleerde van de +wereld, zou het hem niet verbeterd hebben. + + + + + + + +XII. + +Een station naar den smaak van John Murray. + + +Eindelijk was dus de Russische rekenmeester teruggevonden. Toen +men hem vroeg hoe hij die vier dagen geleefd had, kon hij het niet +zeggen. Het was niet waarschijnlijk dat hij eenig bewustzijn had +gehad van de gevaren, die hij aldus liep. Toen men hem het geval met +de krokodillen vertelde wilde hij het niet gelooven, en hield het +voor eene aardigheid. Had hij honger gehad? Och neen. Hij had zich +met cijfers gevoed, en zóó goed dat hij daardoor eene fout in eene +logarithmentafel ondekt had. + +In tegenwoordigheid van zijne ambtgenooten wilde Mathieu Strux +uit nationale eigenliefde Nikolaas Palander geene verwijten doen, +maar men behoeft er niet aan te twijfelen, of de Russische astronoom +kreeg onder vier oogen eene scherpe vermaning van zijn chef, met eene +uitnoodiging om zich in het vervolg niet meer door zijne logarithmen +van het rechte spoor te laten brengen. + +Het werk werd onmiddellijk hervat; dit vorderde gedurende eenige dagen +vrij wel. Helder weder begunstigde de waarnemingen, zoowel bij het +meten der hoeken door de stations met elkander gevormd, als in het +bepalen der afstanden. Men voegde nieuwe driehoeken bij het reeds +opgemeten net, terwijl men de hoeken door talrijke waarnemingen zeer +nauwkeurig bepaalde. + +Den 28sten Juni hadden de astronomen de basis van hun dertienden +driehoek gemeten. Volgens hunne berekening moest deze driehoek dat +gedeelte van den meridiaan bevatten, hetwelk zich van den tweeden tot +den derden graad uitstrekt. Om het werk ten einde te brengen, moest +men nog de twee aan de basis liggende hoeken meten door een station +als tophoek te zoeken. Nu deed zich eene natuurlijke moeielijkheid +voor. Het land was zoover het oog reikte met kreupelbosch bedekt, +en was niet geschikt om signalen te plaatsen. De van het zuiden naar +het noorden zich uitstrekkende vlakte, die sterk helde, maakte niet +het plaatsen maar het zien der seinpalen moeilijk. + +Een enkel punt kon dienen om een lantaarn te plaatsen, maar op zeer +grooten afstand. Het was de top van een berg van 12 of 1300 voet +hoog, die zich op ongeveer 30 kilometers afstands in het noordwesten +verhief. Onder deze omstandigheden zouden dus de zijden van dien +driehoek langer dan 20.000 vademen geweest zijn, eene lengte, die soms +wel viervoudig genomen werd bij enkele geodesische opmetingen, maar +die de leden der Engelsch-Russische commissie nog niet bereikt had. [2] + +Na rijp beraad besloten de astronomen eene electrieke lantaarn op +deze hoogte op te richten en halt te houden tot op het oogenblik dat +de seinpaal was opgesteld. Kolonel Everest, William Emery en Michel +Zorn werden met drie matrozen en twee Boschjesmannen onder geleide van +den gids aangewezen om zich naar het nieuwe station te begeven, ten +einde daar het licht op te steken, dat bij de nachtelijke opmetingen +dienen moest. De afstand was inderdaad al te groot, dan dat men het +wagen dorst om des daags met voldoende zekerheid waar te nemen. + +De kleine bende vertrok met hare instrumenten en toestellen, die op +muilezels gepakt waren, en met den noodigen voorraad levensmiddelen in +den morgen van 28 Juni. Kolonel Everest rekende eerst den volgenden +morgen den voet van den berg te bereiken, en als de beklimming geene +moeilijkheid opleverde, zou de lantaarn toch op zijn vroegst in den +nacht van 29 of 30 Juni geplaatst kunnen worden. De waarnemers bleven +in het kamp, en moesten dus in de eerste 36 uren er niet aan denken +den schitterenden top van hun vijftienden driehoek te zien. + +Gedurende de afwezigheid van kolonel Everest begaven Strux en +Palander zich aan hunne gewone werkzaamheden. John Murray en de +Boschjesman jaagden in den omtrek van de legerplaats en doodden eenige +antilopen, waarvan in zuidelijk Afrika zooveel verschillende soorten +bestaan. Tot de jachtavonturen van Murray behoorde ook het vangen +van eene giraffe, een schoon dier, dat in het noorden zeldzaam is, +doch in de zuidelijke vlakten dikwijls voorkomt. De giraffenjacht +wordt door kenners zeer geroemd. Murray en de Boschjesman ontmoetten +eene kudde van twintig stuks, die zeer schuw waren en die zij slechts +tot op 500 meters konden naderen. Evenwel dwaalde een wijfje van +de kudde af, dat de beide jagers besloten te vervolgen. Het dier +vluchtte slechts langzaam, en scheen zich te willen laten inhalen; +maar toen de paarden van de jagers naderbij gekomen waren, stak de +giraffe den staart in de lucht en vluchtte met de grootste snelheid; +zij moesten het meer dan twee kilometers ver vervolgen. Eindelijk +wierp Murray het dier met een kogel, die het in den schouder trof, ter +neder. Het was een prachtexemplaar van die soort van dieren, waarvan +de Romeinen zeiden, dat zij »den hals van een paard, de hoeven en +pooten van een os en den kop van een kameel hadden," en welker huid +rosachtig en wit gevlekt was. Dit zonderlinge dier mat niet minder +dan elf voet hoogte van de hoeven tot aan den top der kleine horens, +die met vel en haar bedekt zijn. + +Den volgenden nacht namen de beide Russische sterrekundigen nauwkeurig +de hoogte op van eenige sterren, waardoor zij de breedte van hunne +legerplaats konden bepalen. De dag van 29 Juni ging zonder bijzondere +omstandigheden voorbij. Men wachtte den volgenden nacht met zeker +ongeduld af om den tophoek van den 15den driehoek te bepalen. De +nacht kwam; maan noch sterren waren te zien, maar het was droog; +er viel geen mist en het was dus uiterst gunstig weer om een ver +verwijderd punt waar te nemen. + +Alle voorloopige maatregelen waren genomen, en de kijker, die den +geheelen dag op den bergtop gericht was geweest, moest spoedig de +electrieke lantaarns doen zien, wanneer men deze met het bloote oog +niet kon waarnemen; gedurende den ganschen nacht wisselden Strux, +Palander en Murray elkander voor den kijker af, maar de bergtop bleef +onzichtbaar en geen enkel lichtje schitterde op den top. + +De waarnemers meenden dus dat de beklimming ernstige moeilijkheden +had opgeleverd, en dat de kolonel den top voor het einde van den dag +niet had kunnen bereiken. Zij stelden dus hunne waarneming tot den +volgenden nacht uit, en twijfelden er niet aan of de lantaarn zou +gedurende dien dag worden opgesteld. Doch wie schetst hunne verbazing +toen dienzelfden dag, 30 Juni, tegen twee uren des namiddags kolonel +Everest en zijne makkers, die men in het geheel niet terug verwacht +had, in de legerplaats verschenen. Murray snelde zijne ambtgenooten +te gemoet. + +»Zijt u het kolonel?" riep hij. + +»Ik zelf," was het antwoord. + +»Is de berg dus onbeklimbaar?" + +»Zeer gemakkelijk te bestijgen, integendeel," zeide de kolonel, +»maar hij wordt goed bewaakt, dat verzeker ik u. Ook komen wij +versterking halen." + +»Wat, inboorlingen?" + +»Jawel, inboorlingen op vier pooten en met zwarte manen, die reeds +een van onze paarden hebben opgepeuzeld." + +In weinige woorden verhaalde de kolonel aan zijne ambtgenooten, dat +hij zijne reis tot aan den voet van den berg zeer gelukkig volbracht +had. Toen zag men dat de berg slechts aan den zuidwestkant langs een +lageren zijberg kon beklommen worden. Maar juist in den bergpas, +waardoor men heen moest, had zich eene troep leeuwen genesteld, +of eene kraal opgeslagen, zooals de gids het uitdrukte. + +Te vergeefs beproefde de kolonel deze vreeselijke dieren te doen +verhuizen; niet genoegzaam van wapenen voorzien, moest hij terugtrekken +na een paard verloren te hebben, waarvan een prachtige leeuw met één +slag van zijn poot de ribben gebroken had. + +Zulk een verhaal moest John Murray en den Boschjesman in vuur +zetten. Deze »leeuwenberg" moest veroverd worden, omdat dit voor +het voortzetten der geodesische waarnemingen volstrekt noodzakelijk +was. De gelegenheid om zich met deze geduchte dieren te meten was +te schoon om er geen gebruik van te maken, zoodat er oogenblikkelijk +tot den tocht werd besloten. + +Al die Europeesche geleerden, Palander zelfs niet uitgezonderd, +wilden er deel aan nemen; maar het was noodig dat er eenigen in de +legerplaats bleven, om de hoeken die aan de basis van den nieuwen +driehoek gelegen waren, te meten. De kolonel, die begreep dat zijne +tegenwoordigheid noodig was om de waarnemingen na te gaan, schikte er +zich in om in gezelschap van de beide Russische sterrekundigen achter +te blijven. Gelukkig was er geen enkele beweegreden, om John Murray +terug te houden. Het troepje dat bestemd was om den toegang tot den +berg te vermeesteren, bestond uit Murray, William Emery en Michel Zorn, +aan wier verzoek men had moeten toegeven, verder uit den Boschjesman, +die zijne plaats niet gaarne aan een ander zou hebben afgestaan, en +eindelijk uit drie inboorlingen, wier moed en bedaardheid Mokum kende. + +Na hunne ambtgenooten de hand gedrukt te hebben, verlieten de drie +Europeanen tegen vier uren des namiddags de legerplaats en drongen +in de richting van den berg in het kreupelhout door. Zij reden zoo +snel mogelijk voort en hadden 's avonds te 7 uren een afstand van 30 +kilometers afgelegd. + +Op twee kilometers van den berg aangekomen stegen zij af, +en maakten eene halte voor den nacht gereed. Er werd geen vuur +aangestoken, want Mokum wilde de aandacht der dieren, die hij bij +dag wenschte te bestrijden, niet wekken, noch een nachtelijken +aanval uitlokken. Gedurende dien nacht was het gebrul bijna +onophoudelijk hoorbaar. Als de duisternis gevallen is namelijk, +verlaten die verscheurende dieren gewoonlijk hunne holen om voedsel +te zoeken. Niemand van de jagers deed een oog toe, en de Boschjesman +maakte van die slapeloosheid gebruik, om hun enkele wenken te geven, +die des te gewichtiger waren, omdat hij uit ondervinding sprak. + +»Mijne heeren," zeide hij op kalmen toon, »als de kolonel zich niet +vergist heeft, zullen wij morgen te doen hebben met een troep leeuwen +met zwarte manen. Die dieren behooren tot de meest verscheurende en +de gevaarlijkste soort. Wij moeten geducht oppassen; vooral raad ik +u aan den eersten aanval van die beesten te vermijden, die sprongen +kunnen nemen van zestien tot twintig schreden ver. Als die eerste +sprong mislukt, beproeven zij het zelden een tweede maal. Ik spreek +bij ondervinding. Daar zij bij het aanbreken van den dag hun hol weder +opzoeken, moeten wij ze dáár aanvallen. Maar zij zullen zich zeker +goed verdedigen. Ik voeg er bij dat de leeuwen 's morgens als zij +zich des nachts verzadigd hebben, minder wreed en misschien minder +stoutmoedig zijn; de maag speelt dus hierin eene rol. Wij moeten ook +letten op de streek waarin wij zijn, want in landen, waar de mensch +ze voortdurend vervolgt, zijn zij veel vreesachtiger. Maar hier in +een woest land zijn zij zeker zoo wild mogelijk. Ook beveel ik u +dringend aan, om wel uw afstand te berekenen vóór gij schiet. Laat +het dier naderen, schiet niet voor gij zeker van uw schot zijt, en +mikt op den schouder. Verder moeten wij onze paarden achterlaten, +want die dieren zijn schichtig als er leeuwen in de buurt zijn, en +brengen dus den ruiter in gevaar. Wij zullen ze te voet bestrijden, +en ik reken er op dat gij u daarbij koelbloedig gedragen zult." + +De jagers hadden den Boschjesman stilzwijgend aangehoord; Mokum +was weder de geduldige jager geworden, want hij wist dat het eene +ernstige zaak gold. Wanneer toch de leeuw zich gewoonlijk nimmer op +iemand werpt, die voorbijgaat zonder hem te tergen, zoo bereikt zijne +woede integendeel haar hoogste toppunt als hij aangevallen wordt. Dan +is het een verschrikkelijk beest, dat van de natuur buigzaamheid om +te springen, kracht om te verbrijzelen en vreeselijke woede ontvangen +heeft. Ook beval de Boschjesman den Europeanen aan om vooral bedaard +te blijven, en in de eerste plaats aan John Murray, die zich door +zijne stoutmoedigheid nog wel eens liet medeslepen. + +»Schiet een leeuw," zeide hij, »zooals gij een patrijs zoudt schieten, +even bedaard en kalm; daar is de geheele kunst in gelegen!" + +En zóó is het ook; maar wie kan er voor instaan dat hij, die zulk +eene jacht niet gewoon is, kalm blijft tegenover een leeuw? + +Om vier uren 's morgens verlieten de jagers hunne legerplaats, nadat +zij de paarden midden in het kreupelhout flink hadden vastgemaakt. Het +was nog niet eens helder dag; eenige rossige strepen waren door den +nevel aan de oosterkimmen zichtbaar; het was dus nog vrij donker. + +De Boschjesman beval zijnen makkers aan, om hunne wapenen goed na +te zien. Murray en hij waren met achterladers gewapend, en hadden +slechts een patroon in den loop te steken en te zien of de haan goed +veerde. Michel Zorn en William Emery hadden buksen met getrokken +loop en moesten dus het kruit in het zundgat vernieuwen, omdat dit +'s nachts vochtig kon geworden zijn. De drie inboorlingen hadden +bogen van aloëhout, waarmede zij zeer behendig omgingen. Reeds meer +dan één leeuw toch was onder hunne pijlen gevallen. + +De zes jagers bleven dicht bij elkander en gingen naar den bergpas, +dien de twee jongelieden den vorigen dag verkend hadden. Zij spraken +geen woord en slopen tusschen de boomen door, evenals de roodhuiden +door hunne bosschen. + +Weldra kwamen zij aan de engte, die den toegang tot den bergpas +gaf. Hier begon het nauwe pad, dat tusschen twee granietmuren door +den toegang tot de onderste helling van den berg verleende. Op dit +pad, ongeveer half weg, op eene plaats, die door eene aardstorting +wat breeder geworden was, bevond zich het hol waarin de leeuwen +zich schuil hielden. Nu nam de Boschjesman de volgende maatregelen: +Murray zou met hem en één der inboorlingen alleen vooruitgaan en zoo +stil mogelijk in den bergpas voortsluipen. Zóó hoopten zij bij het +hol te komen, en er de vreeselijke dieren uit te drijven, om ze naar +het lager gelegen gedeelte van den bergpas te jagen. Daar moesten de +twee jongelieden en de Boschjesmannen postvatten om de vluchtelingen +met pijlen en kogels te ontvangen. + +De plaats was bijzonder geschikt voor deze wijze van handelen. Er +stond daar namelijk een reusachtige wilde vijgeboom, die boven al +het omringende kreupelhout uitstak, en welks talrijke takken eene +veilige zitplaats aanboden, die de leeuwen niet konden bereiken. Men +wist toch dat deze dieren niet evenals de tijgers de kunst kennen om +boomen te beklimmen. Als jagers op zulk eene hoogte zitten, kunnen +zij hunne sprongen gemakkelijk ontwijken, en ze onder zeer gunstige +omstandigheden doodschieten. + +Het gevaarlijkste werk zou derhalve door Mokum, Murray en den +inboorling verricht worden. Op eene aanmerking van William Emery +daarover, antwoordde de jager dat het nu eenmaal niet anders kon en hij +drong er op aan dat men zijn plan niet zou wijzigen. De jongelieden +gaven daaraan dus gehoor. De dag begon nu aan te breken. De bergtop +werd evenals een fakkel door de zonnestralen verlicht. Nadat de +Boschjesman gezien had dat zijne vier makkers op de takken van den boom +zaten, gaf hij het teeken tot vertrek. Zij kropen weldra met hun drieën +langs een zonderling gekronkeld voetpad, dat zich aan de rechterzijde +van den bergtop bevond. De stoutmoedige jagers gingen op die wijze een +vijftig schreden voorwaarts; nu en dan hielden zij halt en bekeken +het nauwe voetpad, dat zij bestegen. De Boschjesman twijfelde er +niet aan of de leeuwen zouden na hunnen nachtelijken tocht in hun +hol teruggekomen zijn, hetzij om hunne prooi te verslinden, hetzij +om uit te rusten. Misschien zou men ze slapende kunnen overvallen en +er dus korte metten mede maken. + +Een kwartier nadat zij den bergpas waren binnengegaan, stonden zij +voor het hol, op de plaats die hun door Michel Zorn was aangeduid; +daar hurkten zij op den grond neder en namen alles zeer nauwkeurig +op. Het was een vrij groot hol, waarvan zij op dat oogenblik de diepte +niet konden schatten. Overblijfselen van dieren, hoopen beenderen, +lagen voor den ingang. Men kon zich niet vergissen, het was het +verblijf der leeuwen, dat hun door den kolonel was beschreven. Maar +tegen de meening van Mokum scheen op dat oogenblik het hol verlaten +te zijn; de Boschjesman liet zich met het geweer in de hand tot vlak +bij het hol op den grond glijden, waarna hij op de knieën naar den +ingang kroop. Een enkele blik zoo snel mogelijk in het hol geworpen, +overtuigde hem dat het ledig was. Deze omstandigheid, waarop hij niet +rekende, deed hem oogenblikkelijk van plan veranderen. Hij riep zijne +beide makkers, die aanstonds naar hem toekwamen. + +»Mijnheer Murray," zeide de jager, »ons wild is niet in zijn leger +terug gekomen, maar het zal weldra verschijnen. Ik geloof dat wij +het wijste doen met ons in het hol te verschansen. Met zulke kwanten +is het beter belegerden dan belegeraars te zijn, vooral wanneer de +vesting hulpbenden dicht bij de poorten heeft. Wat denkt u er van?" + +»Ik ben van uw gevoelen, Boschjesman," antwoordde John Murray. »Ik +sta onder uwe bevelen en gehoorzaam u." + +Mokum, Murray en de inboorling drongen in het hol door. Het was eene +diepe grot, waarin de grond bezaaid was met beenderen en bloedige +stukken vleesch. Na zich vergewist te hebben dat zij volkomen ledig +was, haastten de jagers zich om den ingang te versperren door middel +van groote steenen, die zij niet zonder moeite naar den ingang rolden +en op elkander stapelden. De openingen tusschen de steenen werden +volgestopt met drooge takken en planten, waarmede de grond in den +bergpas geheel bedekt was. + +Deze arbeid vorderde slechts eenige minuten, want de ingang der +grot was betrekkelijk nauw. Daarna plaatsten de jagers zich voor +de schietgaten hunner versperring en wachtten de dingen, die komen +zouden. Zij behoefden niet lang te wachten. Tegen kwartier over vijven +verscheen een leeuw met twee leeuwinnen op honderd pas van het hol. Het +waren groote dieren. De leeuw, die zijne zwarte manen schudde en den +grond met den geduchten staart zweepte, had eene geheele antilope +tusschen de tanden, die hij, evenals een kat eene muis zou gedaan +hebben, heen en weer schudde. Het groote stuk wild scheen hem geene +vracht te zijn, en hoewel hij zulk een gewicht in den bek droeg, +bewoog hij den kop met het grootste gemak. De twee leeuwinnen, wier +huid geelachtig was, sprongen om hem heen. + +Murray moest later zelf bekennen dat hij zijn hart hevig voelde +kloppen. Hij spalkte de oogen wijd open, rimpelde zijn voorhoofd en +voelde eene soort van zenuwachtige vrees, gemengd met verwondering en +angst; dit duurde evenwel niet lang en hij werd zich zelven spoedig +weer meester. Wat zijne twee makkers betreft, zij waren even bedaard +als altijd. + +De leeuw en de leeuwinnen hadden het gevaar begrepen; toen zij +zagen dat hun hol versperd was, bleven zij staan; zij waren er geen +zestig pas meer van daan. Het mannetje liet een hevig gebrul hooren +en wierp zich, door de beide leeuwinnen gevolgd, in het kreupelbosch +rechts, een weinig beneden de plaats waar de jagers het eerst hadden +halt gehouden. Men zag die vreeselijke dieren met hunne gele huid, +gespitste ooren en schitterende oogen zeer duidelijk door de takken. + +»Daar zijn de patrijzen," fluisterde Murray den Boschjesman in het oor, +»dat is voor ieder man één." + +»Neen," antwoordde Mokum zacht, »het nest is niet voltallig en onze +schoten zouden de andere verschrikken.--Boschjesman, zijt gij op dien +afstand zeker van uw pijlschot?" + +»Jawel, Mokum," antwoordde de inlander. + +»Welnu, dan op de rechter zijde van het mannetje, en schiet hem door +het hart!" + +De Boschjesman spande zijn boog en mikte zeer nauwkeurig door de +takken. De pijl vloog al fluitende weg, een gebrul weerklonk, de +leeuw deed een sprong, en viel op dertig schreden afstands van het +hol neder. Dáár bleef hij zonder beweging liggen, en men kon zijne +scherpe tanden zien, die wit tegen de bebloede lippen afstaken. + +»Goed gedaan, Boschjesman!" zeide de jager. + +Op dat oogenblik kwamen de leeuwinnen uit het struikgewas te voorschijn +en wierpen zich op het lichaam van den leeuw. Op haar vervaarlijk +gebrul kwamen twee andere leeuwen, waarvan één een oud mannetje met +gele klauwen, gevolgd door eene derde leeuwin, den bergpas binnen. Door +de verschrikkelijke woede, waarin zij verkeerden, rezen hunne manen +te berge, waardoor zij een reusachtig voorkomen kregen. Zij schenen +wel tweemaal zoo groot te zijn als gewoonlijk. Zij sprongen vooruit +en lieten een ongeloofelijk sterk gebrul hooren. + +»Nu de geweren," riep de Boschjesman, »wij moeten ze in de vlucht +schieten, omdat zij niet willen stilstaan!" + +Twee schoten knalden. Een van de leeuwen, door een ontplofbaren kogel +van den Boschjesman in de zijde geraakt, viel als door den bliksem +getroffen neder; de andere leeuw, waarop Murray gemikt had, sprong met +verbrijzelden poot naar de versperring. De woedende leeuwinnen volgden +hem. De vreeselijke dieren wilden de grot met geweld binnen dringen, +en zouden daar zeker in slagen, als geen kogel het hen belette. + +De drie jagers weken achter in het hol terug. De geweren werden haastig +weder geladen. Met één of twee gelukkige schoten konden de dieren +misschien vallen, toen eene onvoorziene omstandigheid de drie jagers +in een vreeselijken toestand bracht. Een dikke rook vulde plotseling +het hol; een brandende prop in de drooge takken gevallen, had deze +aangestoken. Weldra sloegen de vlammen, door den wind aangewakkerd, er +uit, en vormden tusschen menschen en dieren een hinderpaal; de leeuwen +weken, doch de jagers konden niet meer in hunne schuilplaats blijven, +zonder gevaar te loopen binnen weinige oogenblikken te stikken. Het +was een vreeselijke toestand; er was geen tijd om te aarzelen. + +»Naar buiten, naar buiten!" riep de Boschjesman, die reeds half +gestikt was. + +Spoedig werden de takken met de geweerkolven weggestooten, de steenen +weggerold, en de drie jagers sprongen midden door de dikke rookwolken +heen uit het hol. + +De inboorling en Murray hadden nauwelijks tijd om tot hunne zinnen +te komen, toen zij beiden reeds voor den grond geworpen waren, de +Afrikaan door een stoot met den kop, de Engelschman door een slag met +den staart van eene der ongekwetste leeuwinnen. De Boschjesman had een +stoot tegen de borst gekregen en bleef zonder beweging liggen. Murray +meende dat hij een been gebroken had en viel op de knieën. Maar op +het oogenblik dat het dier weder op hem toe sprong, werd het door +een kogel van Mokum getroffen. + +Op dit oogenblik verschenen Michel Zorn, William Emery en de beide +inlanders aan den ingang van den bergpas en kwamen juist van pas om +aan den strijd deel te nemen. Twee leeuwen en eene leeuwin waren door +de kogels en de pijlen gevallen, maar de anderen, twee leeuwinnen en +de leeuw, wiens poot door het schot van John Murray verbrijzeld was, +waren nog te vreezen. Doch de met zekere hand aangelegde buksen +deden op dat oogenblik dienst. Een tweede leeuwin viel door twee +kogels in den kop en in de ribben getroffen. De gewonde leeuw en de +derde leeuwin namen toen een vervaarlijken sprong over de hoofden +der jongelieden heen en verdwenen bij eene bocht van den bergpas, +voor de laatste maal nog door een paar kogels en pijlen begroet. + +Murray hief een zegekreet aan: de leeuwen waren overwonnen; vier +lijken lagen op den grond. + +Men drong zich om Murray heen; door zijne vrienden geholpen kon hij +weer opstaan; gelukkig was zijn been niet gebroken. Ook de inlander, +die voor den grond geworpen was, kwam na eenige oogenblikken weer +bij, daar hij door den verschrikkelijken stoot slechts verdoofd +was. Een uur later kwam de kleine bende weder in het kreupelbosch, +waar de paarden vastgebonden stonden, zonder de beide vluchtelingen +te hebben teruggezien. + +»Welnu!" vroeg Mokum toen aan Murray, »is uwe Edelheid nu voldaan +over onze Afrikaansche patrijzen?" + +»Verrukt," antwoordde de Engelschman, terwijl hij zijn gekneusd been +wreef, »verrukt! Maar wat hebben ze een staart, waarde Boschjesman, +wat een staart!" + + + + + + + +XIII. + +Door het vuur. + + +Ondertusschen wachtten de kolonel en zijne vrienden in het kamp +met zeer natuurlijk ongeduld het gevolg van den strijd onder aan +den berg af. Als de jagers slaagden moest het lichtpunt 's nachts +te zien zijn. Men begrijpt hoe ongerust de geleerden dien dag +doorbrachten. Hunne instrumenten waren gereed; zij hadden ze op den +bergtop gericht, zoodat zij den flauwsten schijn zelfs zouden kunnen +waarnemen. + +Maar zou het licht zich vertoonen? + +De kolonel en Mathieu Strux namen geen enkel oogenblik rust. Nikolaas +Palander alleen was altijd in gedachten verdiept, en vergat door zijne +berekeningen dat zijne makkers een gevaar dreigde. Men beschuldige +hem niet van aangeboren zelfzucht. Men kon van hem zeggen wat van +den wiskunstenaar Bouvard beweerd werd: »Hij zal slechts ophouden +met rekenen, als hij ophoudt te leven, terwijl Nikolaas Palander +misschien zal ophouden te leven, zoodra hij ophoudt met rekenen!" + +Men moet evenwel erkennen dat de beide Engelsche en Russische +geleerden in hunne onrust evenzeer dachten aan het volbrengen van hun +geodesischen arbeid als aan het gevaar, dat hunne vrienden liepen. Zij +zelven zouden dit gevaar ook getrotseerd hebben, daar zij niet vergaten +dat zij ook tot de strijdvoerende wetenschap behoorden. Maar zij waren +al te zeer bezig met het resultaat van hun onderzoek. Een natuurlijke +hinderpaal die niet kon overwonnen worden, kon hun werk toch doen +staken of ten minste vertragen. Men kan zich dus licht voorstellen in +welk een angst de beide sterrekundigen gedurende dien oneindig langen +dag verkeerden. Eindelijk viel de duisternis. De kolonel en Mathieu +Strux, die elk een half uur lang zouden waarnemen, gingen beurt om +beurt voor den kijker zitten. Te midden der duisternis spraken zij +geen woord en wisselden elkander met de grootste nauwgezetheid af. Het +was een wedstrijd wie hunner het eerst het zoo ongeduldig verwachte +teeken zien zou. + +Uren verliepen; het was reeds over middernacht, niets was nog op den +donkeren bergtop verschenen. Eindelijk stond kolonel Everest kwartier +voor drieën bedaard op, en zeide alleen: »het signaal!" + +Het toeval had hem begunstigd tot groote spijt van zijn Russischen +ambtgenoot, die zelf het verschijnen van den lantaarn moest +bevestigen. Maar Mathieu Strux hield zich in en zeide geen woord. Men +bepaalde toen het punt met de meest angstvallige voorzorgen, en na +dikwijls herhaalde waarnemingen werd de gemeten hoek bevonden 73° 58' +42'' 413. Men ziet dat de hoek tot op duizendste deelen van seconden +gemeten was en dus zoo goed als met eene volstrekte juistheid. + +Den volgenden morgen, 2 Juli, werd het kamp bij het aanbreken van +den dag opgebroken. Kolonel Everest wilde zijne makkers zoo spoedig +mogelijk weder opzoeken. Hij haastte zich om te weten of de verovering +van den berg niet al te duur gekocht was. Onder het geleide van den +gids begaven de wagens zich op weg, en om twaalf uren 's middags waren +al de leden der wetenschappelijke commissie weder bij elkander. Al +de bijzonderheden van het gevecht tegen de leeuwen werden uitvoerig +verhaald en het ontbrak den overwinnaars daarbij niet aan welgemeende +gelukwenschen. + +Dien morgen hadden Murray, Zorn en Emery boven van den berg den +hoeksafstand van een nieuw station gemeten, dat eenige kilometers +westwaarts van den meridiaan gelegen was. De arbeid kon dus zonder +oponthoud worden voortgezet. Nadat de astronomen de hoogte van eenige +sterren bepaald hadden, berekenden zij de breedte van den bergtop, +waaruit Palander de gevolgtrekking maakte dat men door de laatste +driehoeksmetingen een tweede gedeelte van den meridiaan van ten naaste +bij één graad had opgemeten. Door middel van vijftien driehoeken +hadden zij dus in het geheel twee graden van de basis afgemeten. + +Het werk werd onmiddellijk voortgezet; het werd onder vrij goede +omstandigheden verricht, en men hoopte dat geen enkele natuurlijke +hinderpaal de voltooiing van het geheel in den weg zou staan. Gedurende +vijf weken begunstigde de hemel de waarnemingen. De eenigszins +heuvelachtige grond was bijzonder geschikt voor het plaatsen van +seinpalen; onder toezicht van den Boschjesman werden de legerplaatsen +geregeld in orde gebracht. Het ontbrak hun niet aan levensmiddelen; +de jagers van de karavaan voorzagen, met John Murray aan het hoofd, +haar dagelijks van wild. De eerzame Engelschman telde zelfs de +verscheidenheid van antilopen of buffels niet meer, die onder zijne +kogels vielen. Alles ging naar wensch. De gezondheidstoestand was +voldoende; het water was nog overvloedig voorhanden; eindelijk scheen +de oneenigheid tusschen den kolonel en Mathieu Strux te bedaren, +tot groot genoegen hunner makkers. Elkeen toonde den grootsten ijver, +en men kon den goeden uitslag der onderneming reeds voorspellen, toen +eene plaatselijke moeilijkheid voor het oogenblik de waarnemingen +hinderde, en den nationalen naijver weder aanwakkerde. + +Het was de 11de Augustus. Sedert den vorigen dag trok de karavaan door +eene boschrijke streek, waar bosschen en kreupelhout mijlen achtereen +elkander afwisselden. Dien morgen hielden de wagens halt voor eene +ontzaglijke massa hooge boomen, die zich, zoover de gezichteinder +reikte, uitstrekte. Niets was indrukwekkender van dit groene gordijn, +dat zich honderd voeten boven den grond verhief. Geene beschrijving +zou een juist denkbeeld kunnen geven dan de schoone boomen, waaruit +een Afrikaansch bosch bestaat. Dáár vermengen zich de heerlijkste +geuren van allerlei soort van boomen, van den gounda, den mosokoso, +den moukomdou, welks hout voor den scheepsbouw zeer gezocht is, +van hoogstammige ebbenboomen met geheel zwarte schors, van den +ijzerhoutboom, van den buchnera met zijne oranjekleurige bloemen, +van eene soort boomen met witachtigen stam en purperkleurige, +onbeschrijfelijk schoone bladeren, van duizenden pokhoutboomen waarvan +sommige tot zelfs vijftien voet in omtrek hadden. Uit dit geweldige +woud steeg een indrukwekkend en grootsch geluid op, dat aan de branding +op eene zandige kust denken deed. Het was het geruisch van den wind +in de bladerenmassa dat zich in dit reuzenwoud hooren deed. + +Op eene vraag van kolonel Everest, antwoordde de jager, dat dit het +woud van Rovouma was. + +»Hoe breed is het van het oosten naar het westen?" + +»Vijfenveertig kilometers." + +»En van het noorden naar het zuiden?" + +»Ongeveer tien kilometers." + +»En hoe zullen wij door die dichte boommassa heenkomen?" + +»Wij kunnen er niet door," antwoordde Mokum. »Er is geen begaanbaar +voetpad; slechts één middel blijft ons over, namelijk om aan de oost- +of westzijde om het bosch heen te trekken." + +Toen de aanvoerders zulke juiste antwoorden van den Boschjesman +gehoord hadden, waren zij zeer verlegen. Het was duidelijk dat men geen +seinpalen in dit groote en uitgestrekte bosch zetten kon. Er omheen +trekken, dat is te zeggen, twintig tot vijfentwintig kilometers aan +de eene of andere zijde van den meridiaan afwijken, was den arbeid +ontzaglijk vermeerderen, en misschien een tiental driehoeken meer +meten dan noodig was. + +Er bestond dus eene wezenlijke moeilijkheid, een natuurlijke +hinderpaal. De vraag was van belang en moeielijk op te lossen. Zoodra +de legerplaats was opgeslagen onder de schaduw van prachtige +boomgroepen, die op een halven kilometer van het bosch afstonden, werd +er door de astronomen raad belegd om eene beslissing te nemen. De vraag +om door dit ontzaglijke bosch heen de meting te vervolgen verviel als +van zelf. Het was duidelijk dat men onder zulke omstandigheden niet +werken kon. Het voorstel bleef nu over om rechts of links om het bosch +heen te trekken, daar de afwijking aan beide zijden ongeveer dezelfde +was, want de meridiaan liep ongeveer midden door het bosch heen. + +De leden der Engelsch-Russische commissie besloten dus om dien +onoverkomelijken hinderpaal heen te trekken. [3] Het kwam er niet op +aan of dat oost- of westwaarts zou zijn; doch nu ontstond er juist +over dit nietsbeduidende punt een hevige twist tusschen den kolonel +en Mathieu Strux. De twee tegenstanders, die zich reeds eenigen +tijd hadden ingehouden, gaven lucht aan hunne oude vijandschap, die +eensklaps uitbarstte, en eindigde in eene ernstige oneenigheid. Te +vergeefs traden hunne ambtgenooten tusschen beiden. De beide +aanvoerders wilden naar niets hooren. De Engelschman wilde rechts, +omdat dan de tocht gaan zou dicht langs den door Livingstone gevolgden +weg bij diens eerste reis naar den waterval der Zambese, en dit was +eene goede reden, want deze landstreek kon, als meer bekend en bezocht, +zekere voordeelen opleveren. Wat den Rus betreft, hij wilde links, doch +klaarblijkelijk alléén om den kolonel in het vaarwater te zitten. Als +deze links had willen trekken zou de Rus zeker rechts zijn gegaan. + +De twist liep zeer hoog en men voorzag reeds het oogenblik dat de +leden der commissie zich in twee partijen zouden verdeelen. + +Michel Zorn en William Emery, John Murray en Nikolaas Palander konden +er niets aan doen; zij gingen dus heen en lieten de beide aanvoerders +twisten. Zij waren zoo stijfhoofdig, dat men het ergste kon verwachten, +zelfs dat de arbeid, welke hier bleef steken, door middel van twee +rijen scheeve driehoeken zou worden voortgezet. De dag ging voorbij +zonder eenige toenadering tusschen de beide tegenovergestelde +meeningen. + +Den volgenden dag, 12 Augustus, voorzag Murray dat de stijfhoofdige +astronomen het nog niet eens zouden worden, en ging dus den Boschjesman +opzoeken om hem voor te stellen in den omtrek te gaan jagen. In dien +tijd zouden de beide geleerden elkander mogelijk verstaan. In allen +gevalle was een stuk versch wildbraad niet te verwerpen. + +Mokum, die altijd gereed was, floot zijn hond Top, en de beide +jagers, die het kreupelbosch en den rand van het woud afliepen, +dwaalden pratende en jagende eenige kilometers van de legerplaats +af. Het was natuurlijk dat het gesprek liep over de gebeurtenis, +die het voortzetten van den geodesischen arbeid belette. + +»Ik stel me voor," zeide de Boschjesman, »dat we wel eenigen tijd aan +den rand van dit bosch van Rovouma gelegerd zullen blijven. Onze beide +aanvoerders zullen elkander niet gemakkelijk iets toegeven. Neem me +niet kwalijk als ik ze vergelijk bij halsstarrige ossen, waarvan de een +rechts en de ander links trekt, zoodat de wagen niet meer kan loopen." + +»Het is een noodlottige omstandigheid," antwoordde Murray, »en +ik vrees dat deze stijfhoofdigheid een geheele scheiding na zich +sleept. Als het belang van de wetenschap er niet mede gemoeid was, +zou die vijandschap tusschen twee sterrekundigen mij vrij koel laten, +waarde Mokum. De wildrijke bosschen van Afrika kunnen mij afleiding +genoeg bezorgen, en zoolang die beide heeren het oneens zijn, zal ik +met het geweer op schouder het jachtveld afloopen." + +»Maar denkt u dat zij het op dit punt eens zullen worden? Ik voor +mij hoop het niet, en zooals ik reeds zeide, ons oponthoud kan hier +tot in het oneindige verlengd worden." + +»Ik vrees het, Mokum," antwoordde Murray. »Onze beide aanvoerders +hebben ongelukkig genoeg twist over eene niets beteekenende zaak, +die men wetenschappelijk niet kan oplossen. Zij hebben beiden gelijk +en beiden ongelijk. Kolonel Everest heeft bepaald verklaard, dat hij +niet zou toegeven. Mathieu Strux heeft gezworen dat hij zich tegen +de aanmatiging van den kolonel verzetten zou, en de beide geleerden, +die zich waarschijnlijk op een wetenschappelijk bewijs zouden gewonnen +gegeven, zullen er nimmer toe gebracht kunnen worden om toe te geven +in een geschilpunt, waarmede hunne eigenliefde gemoeid is. Het is +in het belang van ons werk waarlijk te betreuren dat onze meridiaan +juist door het bosch loopt!" + +»De duivel hale die bosschen!" antwoordde de Boschjesman, »als er van +zulk werk sprake is. Maar wat drommel kan het die geleerden schelen om +de lengte of breedte van de aarde te meten? Zullen ze zooveel wijzer +zijn als ze dit met voeten en duimen hebben uitgerekend? Ik voor mij, +mijnheer, weet liever al die dingen niet! Ik geloof liever dat de bol, +dien ik bewoon, oneindig groot is, en ik houd het er voor, dat men +de aarde verkleint als men er de juiste afmetingen van kent! Neen, +mijnheer, al leef ik honderd jaar dan nog zou ik nimmer aan het nut +van uw werk geloof slaan!" + +Murray kon niet nalaten te glimlachen. Dit punt was dikwijls tusschen +den jager en hem besproken; de onbeschaafde natuurmensch, die vrij +door bosschen en over vlakten ronddwaalde en onversaagd de wilde +dieren aanviel, kon natuurlijk het wetenschappelijke belang niet +begrijpen dat er in eene driehoeksmeting gelegen was. Soms had Murray +hem hiervan trachten te overtuigen, maar de Boschjesman antwoordde +hem met bewijsgronden uit eene wezenlijke natuurlijke wijsbegeerte +geput en met een soort van wilde welsprekendheid voorgedragen, welke +Murray, die half geleerde en half jager was, zeer op prijs stelde. + +Zoo voortkeuvelende, vervolgden de beide jagers in de vlakte het kleine +wild, zooals hazen, een nieuw soort van knaagdieren, onder den naam van +»graphycerus elegans" bekend, enkele schel schreeuwende regenvogels, +en vluchten patrijzen met bruine, gele en zwarte vederen. Maar +vreemd genoeg, Murray alleen hield de eer van de jacht op; de +Boschjesman schoot weinig; zijn geest scheen geheel en al te worden +bezig gehouden door die oneenigheid tusschen de beide sterrekundigen, +die het goed slagen van de onderneming noodzakelijk in de waagschaal +stellen moest. De omstandigheid van dat bosch hinderde hem zeker meer +dan Murray; hoe verscheiden het wild ook was, toch vestigde hij er +ter nauwernood de aandacht op; dat was een ernstig teeken bij zulk +een jager. + +Inderdaad speelde een aanvankelijk zeer vaag denkbeeld den Boschjesman +door het hoofd, doch langzamerhand nam dat denkbeeld meer bepaalde +vormen in zijne hersens aan. Murray hoorde hem in zich zelven praten, +vragen en antwoorden. Hij zag hem met het geweer in rust, zonder +te letten op het loopend en vliegend wild om hem heen; hij stond +onbeweeglijk en scheen even afgetrokken als Nikolaas Palander, +wanneer deze naar eene fout in eene logarithmentafel zocht. Maar +Murray eerbiedigde deze overdenkingen, en wilde zijn makker in deze +zwaarwichtige overpeinzingen niet storen. + +Twee of driemalen kwam Mokum op dien dag naar Murray toe en vroeg hem: +»Dus meent mijnheer, dat de kolonel en mijnheer Strux het niet eens +zullen worden?" + +Op deze vraag antwoordde Murray onveranderlijk dat het hem moeilijk +toescheen hen te verzoenen, en dat eene scheiding tusschen Russen en +Engelschen te vreezen stond. + +Toen zij 's avonds nog op eenige mijlen van de legerplaats verwijderd +waren, deed Mokum voor de laatste maal dezelfde vraag, en kreeg +hetzelfde antwoord, maar toen voegde hij er bij: + +»Welnu, wees dan maar gerust, want ik heb het middel gevonden om aan +de beide geleerden hun zin te geven." + +»Zoo... dappere jager?" antwoordde Murray vrij verbaasd. + +»Ja, ik herhaal het u, mijnheer. Vóór morgen zullen de kolonel en +mijnheer Strux geen reden meer hebben om twist te zoeken, als de wind +maar gunstig is." + +»Wat wilt ge daarmede zeggen, Mokum?" + +»Ik weet wat ik zeg, mijnheer!" + +»Welnu, doe het Mokum, dan zult ge u verdienstelijk hebben gemaakt +jegens het geheele geleerde Europa, en zal uw naam in de jaarboeken +der wetenschap worden opgeteekend." + +»Veel eer voor mij," antwoordde de Boschjesman, en voegde er vol van +gedachten aan zijn voornemen geen woord meer bij. + +Murray eerbiedigde dat stilzwijgen en vroeg den Boschjesman niets +meer. Maar hij kon inderdaad niet raden waardoor zijn makker die +beide koppige heeren meende te kunnen verzoenen, nu zij op zulk eene +bespottelijke wijze het welslagen der onderneming in de waagschaal +stelden. + +'s Avonds ongeveer vijf uren kwamen de jagers in de legerplaats +terug. De zaak was nog niets gevorderd, en de oneenigheid tusschen +den Rus en den Engelschman was nog verergerd. De dikwijls herhaalde +tusschenkomst van Michel Zorn en William Emery had tot niets +geleid. Persoonlijkheden waren tusschen de beide tegenstanders +verscheidene malen gewisseld; betreurenswaardige beleedigingen +van weerszijden hadden alle toenadering onmogelijk gemaakt. Men +begon zelfs te vreezen dat de reeds hooger geloopen twist met eene +uitdaging zou eindigen. De toekomst van de triangulatie was dus tot +op zekere hoogte in gevaar, indien niet ieder van de beide geleerden +haar alléén en voor eigen verantwoordelijkheid voortzette. Maar in +dit geval zou er eene onmiddellijke scheiding gevolgd zijn, en dit +vooruitzicht bedroefde dikwijls de beide jongelingen, die elkander +genegen en door wederzijdsche vriendschap zoo nauw verbonden waren. + +Murray begreep wat er in hen omging. Hij raadde de oorzaak van +hunne treurigheid. Misschien had hij ze kunnen geruststellen door +hun de woorden van den Boschjesman over te brengen, doch, hoeveel +vertrouwen hij ook in den laatste stelde, wilde hij toch zijne jonge +vrienden niet met iets zeer onzekers verblijden en daarom besloot +hij tot den volgenden dag op het volbrengen der belofte van den +Boschjesman te wachten. Deze veranderde dien avond niets in zijne +gewone bezigheden. Hij plaatste de wachten om de legerplaats zooals +hij gewoon was, hij liet het oog gaan over de plaatsing der wagens, +en nam alle maatregelen, die noodzakelijk waren voor de zekerheid +der karavaan. + +Murray meende dat de jager zijne belofte vergeten had. Voor dat hij ter +ruste ging, wilde hij den kolonel ten minste polsen ten opzichte van +den Russischen astronoom. Kolonel Everest was onverzettelijk en stond +op zijne rechten, waarbij hij nog verzekerde, dat als Mathieu Strux +niet toegaf, de Engelschen zich van de Russen zouden scheiden, omdat +»er zaken zijn, die men zelfs van een ambtgenoot niet kan verdragen." + +Daarop ging Murray zeer ongerust naar bed, en sliep weldra in, +vermoeid als hij was door de jacht van dien dag. + +Tegen elf uren werd hij plotseling wakker; er heerschte eene ongewone +beweging onder de inboorlingen, zij liepen her- en derwaarts in de +legerplaats. Murray stond aanstonds op en vond al zijne reisgezellen +reeds op de been. + +Het bosch stond in brand. + +Welk een tooneel! In den donkeren nacht met den somberen horizon tot +achtergrond, scheen zich een vlammengordijn hemelhoog te verheffen. In +een oogwenk had de brand zich over eene breedte van verscheidene +kilometers uitgestrekt. Murray zag Mokum aan, die onbeweeglijk naast +hem stond. Maar Mokum beantwoordde zijn blik niet; Murray had hem +begrepen; het vuur zou den geleerden door dit eeuwenoude woud een +weg banen. + +De wind woei uit het zuiden en begunstigde de plannen van den +Boschjesman. De luchtstroom blies in het woud alsof het met een +blaasbalg geschiedde, wakkerde den brand aan en verzadigde den vuurpoel +met zuurstof. Hij deed de vlammen stijgen, rukte brandende takken en +stukken gloeiend verkoold hout af, en joeg die in de verder afstaande +boomen, die daardoor aanstonds in brand werden gestoken. Het vuur +breidde zich uit en drong meer en meer het woud in; eene gloeiende +hitte deed zich tot in de legerplaats gevoelen. Het doode hout, dat +onder het sombere bladergewelf lag opgestapeld, knapte; te midden +der vlammen flikkerden dikwijls plotseling heldere vuurzuilen op en +verspreidden een schitterend licht. Dit waren harsachtige boomen, +die als fakkels brandden. Daardoor hoorde men nu en dan als een +verwijderd gelederenvuur, een duidelijk knappen en kraken, naarmate +van de soort van boomen, die werden aangetast, dan weder een geknal +alsof er bommen barstten, wanneer oude stammen van ijzerhout in den +brand vlogen. De hemel weerkaatste dezen reusachtigen brand. Vuurroode +wolken schenen vuur gevat te hebben alsof de brand zelfs naar den +hemel was overgeslagen. Zwermen van vonken schitterden als sterren +tegen het sombere gewelf te midden van dikke rookwolken. + +Daartusschen hoorde men van alle kanten het huilen, schreeuwen +en brullen van dieren; schaduwen schoten voorbij, verschrikte +beesten, die naar alle zijden heensnelden, groote sombere spoken +wier vreeselijk gebrul verraadde tot welke soort de vluchtelingen +behoorden. Eene ontzettende vrees had hyena's, buffels, leeuwen en +olifanten aangegrepen, en joeg ze naar de uiterste grenzen van den +donkeren gezichteinder. + +De brand duurde den geheelen nacht, en den volgenden dag en nacht +voort. En toen de morgen van 14 Augustus aanbrak, was een groot +gedeelte van het bosch door het vuur verteerd en maakte het over +eene breedte van verscheidene kilometers begaanbaar. De weg voor den +meridiaan was gebaand en ditmaal was de toekomst voor de triangulatie +door de stoutmoedige daad van den jager Mokum gered. + + + + + + + +XIV. + +Eene oorlogsverklaring. + + +Het werk werd denzelfden dag hervat. Elk voorwendsel tot oneenigheid +was verdwenen. Kolonel Everest en Mathieu Strux vergaven het elkander +niet, maar hervatten te zamen de geodesische opmetingen. + +Aan de linkerzijde van de groote opening die het vuur gebaand +had, verhief zich op den afstand van ongeveer vijf kilometers een +heuveltje. De top daarvan kon als station dienen, en als toppunt van +een nieuwen driehoek genomen worden. De hoek, dien deze heuvel met het +laatste station vormde werd derhalve gemeten en den volgenden morgen +trok de geheele karavaan door het afgebrande woud vooruit. Het was een +met houtskool bedekte weg; de grond was nog warm; hier en daar rookte +hij nog, en verhief zich een zwoele luchtstroom. Op menige plaats +lagen verkoolde overblijfsels van dieren, die in hun leger overvallen +waren, en aan de woedende vlammen niet hadden kunnen ontkomen. Zwarte +rookkolommen, die op sommige plaatsen nog in de hoogte kronkelden, +wezen de plaats aan waar zulke lijken lagen. Misschien zelfs was de +brand nog niet gebluscht en kon hij door den hevigen wind op nieuw +uitbarsten, en het geheele woud verslinden. + +Daarom verhaastte de wetenschappelijke commissie haren tocht. Wanneer +de karavaan door het vuur ingesloten was geworden, zou zij verloren +zijn geweest. Zij haastte zich dus om het tooneel van verwoesting te +ontvluchten, terwijl de boomen aan weerszijden nog brandden. Mokum +vuurde dus de wagenmenners aan, en tegen het midden van den dag was er +eene legerplaats opgeslagen aan den voet van het heuveltje, dat door +den nonius reeds waargenomen was. De rotsmassa, die op den top van den +heuvel stond, was als 't ware door menschenhanden daar geplaatst. Zij +geleek op een dolmen, eene verzameling van druïdensteenen, die een +oudheidkenner met verbazing hier zou begroet hebben. Een ontzaglijk +groote hoekige zandsteen stak boven allen uit, en stond boven op dit +gedenkteeken, dat veel weg had van een Afrikaansch altaar. + +De jonge sterrekundigen en John Murray wilden dit zonderlinge +gedenkteeken bezoeken. Langs een der hellingen beklommen zij den top +in gezelschap van den Boschjesman. De bezoekers waren geen twintig +schreden meer van den dolmen af toen een man, die tot nog toe achter +een der opstaande steenen verborgen had gestaan, een oogenblik te +voorschijn kwam; daarop liet hij zich als een bal van den heuvel af +rollen en verdween snel in een dicht kreupelbosch, dat door het vuur +gespaard was gebleven. + +De Boschjesman zag dien man slechts één oogenblik, maar dat oogenblik +was genoeg om hem te herkennen. + +»Een Makololo!" riep hij, en rende den vluchteling na. John Murray, +door zijne jagersnatuur medegesleept, volgde zijn vriend. Beiden +doorkruisten het bosch zonder den inboorling te vinden. Deze was in +het woud gevlucht, waarvan hij alle paden scheen te kennen, en de +beste speurhond had hem hier niet terug kunnen vinden. + +Zoodra kolonel Everest van het geval hoorde, liet hij den Boschjesman +bij zich komen en ondervroeg hem. »Wie was die inlander? Wat deed +hij daar? Waarom had Mokum den vluchteling vervolgd?" + +»Het is een Makololo, kolonel," antwoordde Mokum, »een inboorling +uit het noorden, die evenals zijne stamverwanten steeds langs de +oevers van de Zambese zwerft. Het is niet alleen een vijand van alle +Boschjesmannen, maar een geduchte plunderaar van alle reizigers, +die zich in de binnenlanden van zuidelijk Afrika wagen. Deze man +bespiedde ons, en we zullen misschien reden hebben om ons te beklagen, +dat we ons niet van hem hebben kunnen meester maken." + +»Maar Boschjesman," hernam de kolonel, »wat hebben we van een +dievenbende te vreezen? Zijn we niet talrijk genoeg om haar weerstand +te bieden?" + +»Op dit oogenblik, ja," hervatte de Boschjesman, »maar deze +plunderzieke stammen vindt men menigvuldiger in het noorden, en daar +is het moeilijk om hun te ontsnappen. Indien deze Makololo een spion +is, waaraan ik niet twijfel, dan zal hij niet in gebreke blijven met +eenige honderden plunderaars ons den weg te versperren, en in dat +geval, kolonel, geef ik geen oortje voor al uwe driehoeken." + +Kolonel Everest was zeer teleurgesteld door deze ontmoeting. Hij +wist dat de Boschjesman er de man niet naar was om het gevaar +te overdrijven, en dat men wel op zijne aanmerkingen letten +mocht. Het oogmerk van den inboorling kon niet anders dan achterdocht +wekken. Zijne plotselinge verschijning en zijne onmiddellijk daarop +gevolgde vlucht bewezen dat hij op heeterdaad als spion betrapt +was. Het scheen dus niet onmogelijk dat de tegenwoordigheid van de +Engelsch-Russische commissie aan de noordelijker wonende stammen +spoedig bekend zou worden gemaakt. In allen gevalle was de kwaal +zonder geneesmiddel. Men besloot alleen om met meer omzichtigheid +vooruit te gaan en zette intusschen de triangulatie voort. + +Den 17den Augustus had men een derden graad van den meridiaan +gemeten. De breedte werd goed opgenomen, en daardoor verkreeg men +met groote juistheid de plaatsbepaling. De astronomen hadden drie +graden van den boog opgemeten, en daartoe van het uiterste punt van +de zuidelijke basis af tweeëntwintig driehoeken noodig gehad. + +Toen men de plaats op de kaart had nagegaan, bemerkte men dat het +dorp Kolobeng slechts een honderdtal kilometers ten noordoosten van +den meridiaan gelegen was. De astronomen raadpleegden met elkander en +besloten om in dit dorp eenige dagen rust te nemen, omdat zij daar +zeker eenige tijding uit Europa zouden krijgen. Sedert ongeveer +zes maanden hadden zij de oevers van de Oranjerivier verlaten, +en ronddwalende in de Zuid-Afrikaansche wildernissen, waren zij +verstoken van de gemeenschap met de beschaafde wereld. Te Kolobeng, +een vrij aanzienlijk dorp en een hoofdstation van zendelingen, +zouden zij mogelijk den verbroken band met de Europeesche beschaving +wederom kunnen aanknoopen. Op deze plaats zou de karavaan ook van hare +vermoeienis kunnen uitrusten en den voorraad gedeeltelijk vernieuwen. + +De groote onbeweegbare steen, die als baken bij de laatste opmeting +gediend had, werd beschouwd als het eindstation van dit eerste deel +der geodesische opname. Van dit vaststaande baken uit moesten de +volgende waarnemingen weder beginnen. De breedte der plaats werd +daarom nauwkeurig bepaald. Nadat de kolonel van dit merkteeken de +zekere plaats had aangewezen, gaf hij het teeken tot vertrekken, +en de geheele karavaan richtte zich naar Kolobeng. + +Den 22sten Augustus kwamen de Europeanen na een reis zonder eenig +bijzonder voorval bij dat dorp aan; het was slechts eene verzameling +van inlandsche hutten, waarboven de woning der zendelingen uitstak. Dit +dorp, dat op enkele kaarten ook Litoubarouba genoemd wordt, heette +eertijds Lepelolé. Daar vestigde zich in 1843 Livingstone gedurende +verscheidene maanden en maakte zich gemeenzaam met de gewoonten der +Betschuanen, die in dit gedeelte van zuidelijk Afrika meer onder den +naam van Bakoninen bekend zijn. + +De zendelingen ontvingen de leden der wetenschappelijke commissie +zeer gastvrij. Zij stelden alle voortbrengselen van het land ter +hunner beschikking. Dáár stond ook nog het huis van Livingstone, +zooals het was toen de jager Baldring het bezocht, dat is te zeggen +geplunderd en vervallen, want de Boeren hadden het bij hun inval van +1852 niet ontzien. + +Zoodra de astronomen in het huis der zendelingen gehuisvest waren, +vroegen zij naar tijdingen uit Europa. Men kon aan hun verlangen +niet voldoen. Sedert zes maanden was geen bode bij de zendelingen +aangekomen; doch men wachtte binnen weinige dagen een inlander met +dagbladen en brieven, daar men voor korten tijd dezen aan de oevers +van de boven-Zambese meende gezien te hebben. Volgens de meening der +zendelingen kon die bode niet langer dan een week meer uitblijven. Het +was juist de tijd dien de astronomen besteden wilden om uit te rusten, +en deze week brachten zij dan ook in een dolce far niente door, +terwijl Nikolaas Palander onderwijl zijne berekeningen nog eens nazag. + +Wat den ongezelligen Strux aangaat, deze zocht het gezelschap zijner +Engelsche ambtgenooten nimmer op, en bleef alléén. William Emery +en Michel Zorn gebruikten hun tijd om wandelingen in den omtrek van +Kolobeng te maken. De innigste vriendschap hield hen verbonden, en +zij geloofden niet dat eenige gebeurtenis ooit deze genegenheid kon +doen verdwijnen, die op eene hartelijke overeenstemming van hoofd en +hart gegrond was. + +Den 30sten Augustus kwam de zoo ongeduldig verwachte bode. Het was +een inboorling van Kilmiane, eene stad aan een der monden van de +Zambese. Een koopvaarder van het eiland Mauritius, die handel dreef +in gom en ivoor, had in de eerste dagen van Juli het anker op dit +gedeelte van de oostkust geworpen, en de pakketten overgebracht, +waarmede hij zich voor de zendelingen van Kolobeng belast had. De +medegebrachte brieven en dagbladen waren dus meer dan drie maanden +oud, want de inlander had niet minder dan vier weken besteed om den +loop van de Zambese stroomopwaarts te volgen. + +Dien dag gebeurde er iets, dat in al zijne bijzonderheden moet worden +medegedeeld, daar de gevolgen er van de toekomst der wetenschappelijke +zending ernstig bedreigden. + +Zoodra de bode was aangekomen, gaf het hoofd der zendelingen aan den +kolonel een paar Europeesche nieuwsbladen. Het waren meerendeels +nommers van de Times, de Daily News en het Journal des Débats. De +daarin vervatte tijdingen hadden in deze omstandigheden een bijzonder +belang, zooals men uit het volgende kan beoordeelen. + +De leden der commissie waren in de voornaamste kamer van het +zendelingenhuis vereenigd. Nadat de kolonel een pak dagbladen had +losgemaakt, nam hij een nommer van de Daily News van 13 Mei 1854, +ten einde dit aan zijne ambtgenooten voor te lezen. + +Maar nauwelijks had hij den titel van het eerste artikel gelezen, +of zijn gelaat veranderde plotseling, zijn voorhoofd rimpelde zich, +en de hand die het blad vasthield beefde van ontroering. Na eenige +oogenblikken was kolonel Everest zich zelven weder meester, en hernam +hij zijne gewone kalmte. Toen stond John Murray op en vroeg hem: +»Wat hebt u uit dat blad vernomen, kolonel?" + +»Ernstige tijdingen, mijne heeren," was het antwoord, »zeer ernstige, +die ik u zal mededeelen." + +De kolonel had het blad nog altijd in de hand. Zijne ambtgenooten +hielden het oog op hem gevestigd en konden zich in zijne houding niet +vergissen; zij wachtten dus met ongeduld dat hij het woord zou nemen. + +De kolonel stond op; tot aller verbazing maar vooral van hem die +het voorwerp was van hetgeen er volgde, ging hij naar Mathieu Strux, +en zeide: + +»Voordat ik de tijdingen mededeel, die dit blad bevat, wenschte ik +u eene opmerking te maken, mijnheer!" + +»Ik ben gereed u aan te hooren," antwoordde de Rus. + +Toen sprak de kolonel op ernstigen toon: + +»Tot op dit oogenblik, mijnheer Strux, heeft eene meer persoonlijke +dan wel wetenschappelijke ijverzucht ons van elkander gescheiden, en +onze samenwerking bemoeilijkt bij den arbeid, dien we ten algemeenen +nutte ondernomen hadden. Ik geloof dezen staat van zaken alléén te +moeten toeschrijven aan de omstandigheid dat wij beiden aan het hoofd +der onderneming stonden. Deze toestand riep tusschen ons voortdurende +ijverzucht in het leven. Bij elke onderneming, van welken aard ook, +moet er slechts één hoofd zijn. Zijt gij dit niet met mij eens?" + +Mathieu Strux boog het hoofd ten teeken van toestemming. + +»Ten gevolge van nieuwe omstandigheden," hervatte de kolonel, »zal die +voor ons beiden zoo moeilijke toestand ophouden, mijnheer. Maar laat +me u vooraf zeggen, dat ik voor u hooge achting koester, eene achting, +die u verdient door de plaats, die u in de geleerde wereld inneemt. Ik +verzoek u dus wel te willen gelooven, dat ik innig leedwezen gevoel +over al hetgeen er tusschen ons is voorgevallen." + +De kolonel sprak deze woorden met groote waardigheid, en zelfs met +zonderlingen trots uit. Men gevoelde dat er in deze vrijwillige, en zoo +edel uitgedrukte verontschuldiging geene vernedering stak. Noch Mathieu +Strux, noch zijne ambtgenooten begrepen waar de kolonel heen wilde; +zij konden niet raden waarom hij zóó handelde. Misschien zelfs was de +Russische astronoom, die dezelfde redenen niet had om zóó te spreken, +minder genegen om zijn persoonlijken wrok prijs te geven. Evenwel +bedwong hij zijn tegenzin en antwoordde in deze woorden: + +»Kolonel, ik denk als u dat die ijverzucht, waarvan ik de oorzaak +niet wil opsporen, den wetenschappelijken arbeid, waarmede wij belast +zijn, in geenen deele moet benadeelen. Ik gevoel voor u de achting, +die uwe talenten verdienen, en zooveel het in mijne macht staat zal ik +voortaan zorgen dat mijne persoonlijke gevoelens in onze betrekkingen +op den achtergrond staan. Doch u hebt gesproken van veranderingen, +die de omstandigheden in onzen toestand zullen te weeg brengen; +ik begrijp niet wat...." + +»U zult me begrijpen, mijnheer Strux," zeide de kolonel op een toon, +die niet vrij was van droefgeestigheid. »Maar geef mij eerst de hand." + +Mathieu Strux stak hem die niet zonder eene lichte aarzeling toe. + +De twee geleerden gaven elkander de hand en spraken geen woord. + +»Eindelijk!" riep John Murray, »nu zijt ge vrienden!" + +»Neen mijnheer!" antwoordde de kolonel, terwijl hij de hand van den +Russischen astronoom losliet, »voortaan zijn we vijanden! vijanden, +gescheiden door een afgrond! vijanden, die elkander niet meer mogen +ontmoeten, zelfs op wetenschappelijk gebied!" + +En zich toen naar zijne ambtgenooten wendende, voegde hij er +bij: »Mijne heeren, er is tusschen Engeland en Rusland een oorlog +uitgebroken. Ziet hier de Engelsche, Russische en Fransche bladen, +die ons dit mededeelen!" + +Inderdaad was op dat oogenblik de oorlog van 1854 begonnen. De +Engelschen streden verbonden met Franschen en Turken voor +Sebastopol. Het Oostersche vraagstuk werd in de Zwarte Zee met het +kanon behandeld. + +De laatste woorden van kolonel Everest hadden de uitwerking van +een bliksemstraal. De indruk daardoor op Engelschen en Russen te +weeg gebracht, was zeer hevig. Zij waren plotseling opgestaan. Die +enkele woorden: »de oorlog is verklaard!" waren genoeg; het waren +geen reisgezellen, geen ambtgenooten, geen geleerden meer, die zich +vereenigd hadden tot een zelfde wetenschappelijk doel, maar het waren +vijanden, die elkander reeds met den blik maten; zooveel invloed +heeft de strijd tusschen twee natiën op het hart der menschen! + +Een onwillekeurige beweging had de Europeanen van elkander +verwijderd. Zelfs Nikolaas Palander ondervond den algemeenen +indruk. Emery en Zorn waren misschien de eenigen, die elkander met meer +droefgeestigheid dan vijandschap aankeken, en het betreurden, dat zij +elkander voor de mededeeling van kolonel Everest nog niet eene laatste +maal de hand hadden gedrukt. Er werd geen woord gesproken. Na een +groet te hebben gewisseld, gingen de Russen en de Engelschen uit een. + +Deze nieuwe toestand, deze scheiding tusschen beide partijen zou +het voortzetten van den geodesischen arbeid veel moeilijker maken, +maar dien niet afbreken. Elk der beide partijen wilde, in het +belang van haar vaderland, het begonnen werk vervolgen. Echter +moesten nu de metingen langs twee verschillende meridianen worden +voortgezet. In een onderhoud tusschen de heeren Strux en Everest +werden deze bijzonderheden geregeld. Het lot besliste dat de Russen de +metingen langs den reeds begonnen meridiaan zouden voortzetten. Wat +de Engelschen aangaat, deze beschouwden het gemeenschappelijke werk +afgeloopen, en moesten nu zestig of tachtig kilometers meer westwaarts +een anderen boog kiezen, dien zij door eene reeks driehoeken met +den eersten boog in verbinding moesten stellen, daarna zouden zij +onder die omstandigheden hunne triangulatie tot aan den twintigsten +parallel voortzetten. + +Al die punten werden tusschen de beide heeren geregeld, en men moet +zeggen dat dit zonder een onvertogen woord geschiedde. Hun persoonlijke +naijver deed onder voor hunne nationale eerzucht. Strux en de kolonel +wisselden geen verkeerd woord en hielden zich binnen de striktste +grenzen van welvoeglijkheid. + +Wat de karavaan aangaat, daaromtrent werd beslist dat zij in tweeën +zou worden gedeeld, en elke afdeeling haar materieel zou behouden. Het +lot wees aan de Russen de stoomboot toe, omdat deze natuurlijk niet +kon verdeeld worden. + +De Boschjesman, die zeer aan de Engelschen en vooral aan John Murray +gehecht was, behield de leiding der Engelsche karavaan. De gids, +insgelijks een zeer schrander man, werd aan het hoofd der Russische +karavaan geplaatst. Elke afdeeling hield hare instrumenten, evenals +een der dubbel bijgehouden registers, waarin de uitkomsten der metingen +tot nog toe waren ingeschreven. + +Den 31sten Augustus scheidden de leden der vroegere internationale +commissie van elkander. De Engelschen gingen het eerst op weg om +hunnen nieuwen meridiaan in overeenstemming te brengen met het +laatste station. Zij verlieten Kolobeng om acht uren 's morgens, +na de zendelingen voor hunne gastvrijheid bedankt te hebben. + +En indien een der zendelingen een oogenblik voor het vertrek der +Engelschen, in de kamer van Michel Zorn gekomen was, zou hij daar +William Emery gevonden hebben, die zijn vroegeren vriend, van wien +hij nu door den wil van Hunne Majesteiten de koningin en den tsaar +gescheiden was, de hand drukte! + + + + + + + +XV. + +Één graad meer. + + +De scheiding was volbracht. De astronomen, die den arbeid voortzetten, +zouden meer werk krijgen, doch de meting zelve moest er niet +onder lijden. Men zou den nieuwen meridiaan met dezelfde juistheid, +dezelfde nauwkeurigheid meten en de waarnemingen zouden met evenveel +zorg geschieden. Alleen zouden de drie Engelsche geleerden het werk +onder elkander deelen en daardoor, hoewel zij het moeielijker hadden, +niet minder spoedig vorderen; maar het waren er geen menschen naar +om zich te ontzien. Wat de Russen van hun kant zouden doen, wilden +zij op den nieuwen meridiaan volbrengen. De nationale eigenliefde zou +hen, zoo noodig, in deze langdurige en moeilijke taak steunen. Drie +waarnemers moesten nu het werk voor zes verrichten. Daaruit ontsproot +de noodzakelijkheid om alle gedachten en alle oogenblikken aan de +onderneming te wijden. Het was dus noodzakelijk voor William Emery om +zich minder aan zijne droomerijen over te geven; en voor John Murray +om niet meer zoo druk met het geweer in de hand de fauna van Afrika +te bestudeeren. + +Aanstonds werd er een nieuw programma opgemaakt, dat aan elk der drie +astronomen een gedeelte van het werk toewees. Murray en de kolonel +belastten zich met de hoogte- en geodesische metingen. William Emery +moest Palander als rekenaar vervangen. Het spreekt van zelf dat de +keuze der stations, het plaatsen der bakens in gemeenschappelijk +overleg werd besproken, en dat men niet behoefde te vreezen dat er +eenig misverstand tusschen de geleerden ontstaan zou. De dappere +Mokum bleef, zooals vroeger, de jager en de gids van de karavaan. De +zes Engelsche matrozen, die de helft der bemanning van de Queen and +Tzar hadden uitgemaakt, waren hunne aanvoerders natuurlijk gevolgd, +en al was nu de stoomboot ter beschikking van de Russen gebleven, +zoo was toch de caoutchouc-boot voldoende om over gewone rivieren +heen te komen. De wagens waren verdeeld naarmate van den voorraad, +dien zij bevatten. Voor de voeding en zelfs voor het gemak van de +beide karavanen was dus gezorgd. De inlanders, die onder bestuur van +den Boschjesman het geleide hadden gevormd, waren ook in twee gelijke +groepen verdeeld, niet zonder door hunne houding te hebben doen zien +dat deze scheiding hun mishaagde. Misschien hadden zij gelijk met +het oog op de algemeene veiligheid. Deze Boschjesmannen zagen zich +ver van de hun bekende oorden, ver van de weiden en rivieren, in +welker nabijheid zij leefden, naar eene noordelijke streek gevoerd, +door zwervende stammen bewoond, die ongelukkig genoeg vijandig +gezind waren jegens de meer zuidelijk wonende Afrikanen! en onder +deze omstandigheden meenden zij mogelijk, dat het niet goed was om +hunne krachten te verdeelen. Maar toch hadden zij door tusschenkomst +van den Boschjesman en den gids er in toegestemd dat de karavaan +zou gescheiden worden, terwijl hun beloofd was (en dit was een der +overredingsmiddelen, waarvoor zij zich het meest gevoelig hadden +getoond), dat de beide deelen der commissie betrekkelijk in elkanders +nabijheid en in dezelfde landstreek hun arbeid zouden voortzetten. + +Toen de troep van kolonel Everest den 31sten Augustus Kolobeng verliet, +richtte deze zich naar den dolmen, die bij de laatste waarnemingen als +baken had gediend. Men trok dus het afgebrande woud weder binnen en +kwam bij den heuvel. Den 2den September werd de arbeid hervat. Een +groote driehoek, welks toppunt links een opgesteld baken op een +heuveltje was, liet den waarnemers toe zich onmiddellijk tien of twaalf +kilometers westwaarts van den vroegeren meridiaan te verplaatsen. + +Zes dagen later, den 8sten September, was de reeks hulpdriehoeken +gereed, en koos kolonel Everest in overleg met zijne ambtgenooten, +na de kaarten te hebben in orde gebracht, den nieuwen meridiaanboog, +die door verdere metingen tot aan den twintigsten zuiderparallel +moest berekend worden. Deze meridiaan lag een graad westelijk van +den eersten. Het was de drieëntwintigste oostelijk van Greenwich. De +Engelschen zouden dus op niet meer dan twintig uren gaans van de Russen +werken, doch deze afstand was groot genoeg om hunne driehoeken niet +met elkander in aanraking te doen komen. Onder deze omstandigheden +was het onwaarschijnlijk dat de beide gezelschappen elkander bij +hunne opmetingen zouden ontmoeten, en dus ook onwaarschijnlijk dat +de keuze van een baken de oorzaak van een twist of misschien van eene +betreurenswaardige ontmoeting zou zijn. + +De landstreek, door welke de Engelsche astronomen gedurende de maand +September heentrokken, was vruchtbaar en heuvelachtig, doch weinig +bevolkt. De tocht van de karavaan werd er dus door begunstigd. Het weer +was fraai en zeer helder, zonder mist en zonder wolken. De waarnemingen +werden met het grootste gemak gedaan. Weinig groote bosschen, wijd +uit elkander staand kreupelhout, uitgestrekte weiden, hier en daar +met heuveltjes, die geschikt waren om er 's nachts of daags bakens +op te plaatsen, en goed werkende instrumenten. Het was tevens eene +streek, wonderwel voorzien van allerlei natuurvoortbrengselen. De +meeste bloemen lokten door hare aangename geuren zwermen bijen, +en voornamelijk eene soort, niet ongelijk aan de Europeesche, die +in spleten van rotsen of van boomstammen eene witte, zeer vloeibare +en lekkere honig vervaardigen. Soms waagden zich 's nachts eenige +groote dieren in den omtrek van de legerplaats; het waren giraffen, +verschillende soorten van antilopen, enkele verscheurende dieren +als hyena's, en ook neushoorns of olifanten. Maar John Murray wilde +zich niet meer van zijn werk laten aftrekken. Hij hanteerde nu den +astronomischen kijker en niet meer het jachtgeweer. + +Onder deze omstandigheden vervulden Mokum en eenige inlanders het ambt +van spijsverzorgers, maar men kan gerust aannemen, dat het knallen van +hunne geweerschoten het hart van den heer Murray kloppen deed. Onder +de schoten van den Boschjesman vielen twee of drie groote buffels, die +van den snuit tot den staart vier meters lang en op de schoft gemeten +twee meters hoog zijn. Hun zwarte huid had een blauwen weerschijn; het +waren groote dieren met kort ineengedrongen en krachtige ledematen; +een kleine kop, woeste oogen en zware zwarte horens. Het was een +heerlijke voorraad van versch vleesch, waardoor het gewone voedsel +van de karavaan eens eenige wijziging onderging. + +De inlanders bereidden dit vleesch, evenals de in Noord-Amerika wonende +Indianen, op eene eigenaardige wijze, zoodat zij het onbepaalden +tijd konden bewaren. De Europeanen volgden met belangstelling deze +bewerking, waarvoor zij eerst eenigen tegenzin toonden. Nadat het +buffelvleesch in smalle en in de zon gedroogde repen gesneden was, werd +het in een gelooid vel gedaan en daarna met knuppels zoolang geslagen, +dat het in bijna ondeelbare stukjes verdeeld werd. Het was dan niets +meer dan poeder van vleesch; dit fijn verdeeld poeder werd in lederen +zakken gepropt en dan met kokend vet van hetzelfde dier bevochtigd. Bij +dit eenigszins ongelachtige vet voegden de Afrikaansche koks fijn +merg en eenige bessen, waarvan het suikergehalte zich oogenschijnlijk +niet best verdroeg met de stikstof houdende bestanddeelen van het +vleesch. Daarna werd dit mengsel fijn gewreven en zoo gekneed dat +het koud geworden een koek vormde, die zoo hard als steen was. Dan +was de schotel gereed. + +Mokum verzocht de astronomen dit mengsel te proeven. De Europeanen +gaven gehoor aan de uitnoodiging van den jager, die van dit nationale +gerecht bijzonder veel hield. De Engelschen vonden de eerste beten +onaangenaam, maar weldra waren zij gewend aan den smaak van dezen +Afrikaanschen podding en vonden dien toen zeer lekker. Het was +inderdaad een zeer versterkend voedsel, dat zeer geschikt was voor +de behoefte van eene karavaan, die door een onbekend land trok, en +dikwijls gebrek aan versch voedsel hebben kon; een krachtig voedsel, +dat gemakkelijk vervoerbaar, bijna nimmer aan bederf onderhevig was, +en in een klein volumen eene groote hoeveelheid voedende bestanddeelen +bevatte. Dank zij de behendigheid van den jager, bedroeg de voorraad +van dit voedsel weldra eenige honderden ponden, zoodat voor de +behoeften in de toekomst was gezorgd. + +Zóó gingen de dagen voorbij. Soms werden ook de nachten tot het doen +van waarnemingen besteed. Emery dacht altijd aan zijn vriend Zorn, +en betreurde de noodlottige omstandigheden, die eensklaps de banden +der innigste vriendschap verscheurd hadden. Ja, hij miste Michel +Zorn, en zijn hart, altijd zoo vol van indrukken, die deze groote en +woeste natuur in hem opwekten, kon zich nu niet meer uitstorten. Hij +verdiepte zich dan in zijne berekeningen, en wierp zich in de +cijfers met de volharding van een Palander; zoo gingen dan de uren +sneller voorbij. Wat den kolonel aangaat, deze bleef dezelfde man, +met hetzelfde koele karakter, die slechts in geestdrift geraakte voor +zijne triangulaties. John Murray betreurde openhartig zijne halve +vrijheid van vroeger, maar wachtte zich wel zich daarover te beklagen. + +Evenwel wilde het geluk dat hij zich van tijd tot tijd kon schadeloos +stellen. Al had hij geen tijd meer om het bosch af te jagen, en de +wilde dieren in den omtrek te vervolgen, zoo namen deze beesten soms +de moeite om naar hem toe te komen, en trachtten dan zijne waarnemingen +te verhinderen. In dat geval waren de jager en de geleerde één persoon; +Murray was dan tot zelfverdediging gewettigd. Zoo had hij onder anderen +den 12den September eene ernstige ontmoeting met een rhinoceros, +die hem, zooals men zien zal, vrij duur te staan kwam. + +Sedert eenigen tijd dwaalde dit dier ter zijde van de karavaan +rond. Het was een verbazend groote chucuroo, welken naam de +Boschjesmannen aan dat dikhuidige dier geven. Het was veertien voet +lang en zes hoog, en aan de zwarte en minder rimpelige huid dan die +van zijne Aziatische natuurgenooten, had de Boschjesman het als een +zeer gevaarlijk dier herkend. De zwarte soorten toch zijn veel vlugger +en meer geneigd om aan te vallen dan de witte, en zij randen dikwerf, +zonder daartoe getart te worden, menschen en dieren aan. + +Dien dag was Murray met Mokum uitgegaan om op zes kilometers afstands +van het station eene hoogte te gaan opnemen waarop de kolonel +plan had een baken te zetten. Uit zeker voorgevoel had hij zijn +buks en geen eenvoudig jachtgeweer medegenomen. Hoewel de bedoelde +rhinoceros sedert twee dagen niet bespeurd was, wilde Murray niet +ongewapend door een onbekend land trekken. Mokum en zijne makkers +hadden meermalen vruchteloos op dit dier jacht gemaakt en het was +mogelijk dat het beest zijn oogmerk had opgegeven. De Engelschman had +zich niet te beklagen dat hij zoo voorzichtig gehandeld had. Zonder +ongeval hadden zijn makker en hij de hoogte bereikt, en waren op +den hoogsten top geklommen toen aan den voet van den heuvel, en aan +den rand van een laag en dicht kreupelbosch de chucuroo plotseling +verscheen. Nooit nog had Murray hem zoo dicht bij gezien. Het was +inderdaad een ontzettend groot dier; zijne kleine oogen glinsterden; +de rechte eenigszins achterwaarts gebogen horens, die bijna even lang, +namelijk twee voet waren en stevig achter elkander op den grooten +beenachtigen neus stonden, vormden een geducht wapen. De Boschjesman +zag het eerst dat het dier op een halven kilometer afstands onder een +boschje van mastikboomen nederlag. »Mijnheer!" zeide hij aanstonds, +»het geluk begunstigt u; daar is de chucuroo." + +»De rhinoceros!" riep Murray, wiens oogen in vuur geraakten. + +»Ja, mijnheer," antwoordde de jager; »het is, zooals u ziet, +een prachtig dier, dat zeer genegen schijnt om ons den pas af te +snijden. Ik weet niet waarom het beest zóó op ons gebeten schijnt, +want het is een plantetend dier; maar het is nu eenmaal dáár, onder +dat boschje, en dus moeten wij het verdrijven." + +»Kan hij bij ons komen?" vroeg Murray. + +»Neen, mijnheer," antwoordde de Boschjesman. »De helling is te steil +voor zijne korte ineengedrongen leden; hij zal ons dus opwachten." + +»Wel nu, laat hij wachten," antwoordde de Engelschman, »en wanneer wij +dit station goed hebben opgenomen, zullen wij dien lastigen buurman +wel wegkrijgen." + +Murray en Mokum hervatten dus hunne even afgebroken opname; zij +verkenden zorgvuldig den heuveltop en kozen de plaats om een baken te +zetten. Andere vrij belangrijke, doch meer in het noordwesten gelegen +heuvels waren zeer geschikt tot het opmeten van een nieuwen driehoek. + +Toen dit werk was afgeloopen, wendde Murray zich tot den Boschjesman, +en zeide: »Als ge maar wilt, Mokum." + +»Ik ben tot uwe bevelen, mijnheer." + +»Wacht de rhinoceros ons nog altijd?" + +»Altijd." + +»Laat ons dan naar beneden gaan, en hoe sterk het dier ook zijn moge, +zoo zal een kogel uit mijn buks het wel tot reden brengen." + +»Een kogel!" riep de Boschjesman, »u weet niet wat een chucuroo +is. Die dieren zijn taai, en nimmer heeft men nog een rhinoceros door +een eersten kogel zien vallen, hoe goed de jager ook mikte." + +»Kom!" zeide Murray, »omdat men geen puntkogels gebruikte!" + +»Puntig of rond," antwoordde Mokum, »uwe eerste kogels zullen zulk +een dier niet vellen." + +»Welnu, dappere Mokum," hernam de Engelschman, die in zijn eer als +jager werd aangetast, »ik zal u eens toonen wat Europeesche wapens +vermogen, omdat ge daaraan twijfelt!" + +Dit zeggende laadde Murray zijne buks, en was gereed om vuur te geven, +zoodra de afstand daarvoor klein genoeg was. + +»Een woord nog, mijnheer!" zeide de Boschjesman, die een weinig +geraakt was, en zijn makker met een wenk tegenhield, »zoudt u met +mij willen wedden?" + +»Waarom niet, brave jager?" antwoordde de Engelschman. + +»Ik ben niet rijk," hernam Mokum, »maar ik zou gaarne een pond sterling +tegen den eersten kogel zetten." + +»Goed!" hervatte Murray aanstonds. »Ik betaal u een pond als de +rhinoceros niet door mijn eersten kogel valt." + +»Meent u het?" vroeg de Boschjesman. + +»Zeker." + +De twee jagers daalden den steilen kant van den heuvel af, en +waren weldra op slechts vijf honderd voet van den rhinoceros, die +onbeweeglijk liggen bleef. Het dier was dus zoo gunstig mogelijk voor +den jager geplaatst, en hij kon op zijn gemak mikken. De eerzame +Engelschman meende zulk een gemakkelijk spel te hebben, dat hij op +het oogenblik dat hij zou schieten, den Boschjesman zijne weddingschap +wilde doen terugtrekken, waarom hij zeide: + +»Meent gij het nog altijd?" + +»Zeker!" antwoordde Mokum bedaard. + +De rhinoceros lag zoo onbeweeglijk als eene schijf. Murray kon +dus de plaats kiezen waar hij hem wilde raken om hem in eens dood +te schieten. Hij besloot het dier in den snuit te treffen, en daar +zijne eer als jager er mede gemoeid was, mikte hij zeer nauwkeurig, +hierin nog geholpen door de juistheid van zijn wapen. Een schot +knalde; maar de kogel in plaats van in het vleesch door te dringen, +vloog tegen den horen van den rhinoceros en verbrijzelde daarvan de +punt. Het dier scheen den schok zelfs niet te gevoelen. + +»Dit schot geldt niet," zeide de Boschjesman, »u hebt het vleesch +niet getroffen." + +»Wel zeker!" antwoordde Murray, een weinig geraakt. »Het schot geldt +wel, Boschjesman. Ik heb een pond verloren, maar ik wil het wel gelijk +of dubbel doen." + +»Zooals u wilt, mijnheer, maar u zult het verliezen." + +»Dat zullen wij eens zien!" + +De buks werd met zorg geladen, en Murray mikte op de zijde van het +dier; een tweede schot knalde, maar de kogel trof de plaats waar de +huid uit laagsgewijze elkaar bedekkende hoornachtige schilden bestaat +en viel op den grond, niettegenstaande de groote kracht, waarmede hij +er tegen aankwam. De rhinoceros maakte eene beweging en ging eenige +schreden verder. + +»Twee pond!" zeide Mokum. + +»Durft gij?" vroeg Murray. + +»Gaarne." + +Ditmaal riep Murray, die een weinig kwaad begon te worden, al zijne +koelbloedigheid te hulp, en mikte op het voorhoofd van het dier. De +kogel trof de bedoelde plek, maar sloeg terug, alsof hij tegen een +ijzeren plaat was aangekomen. + +»Vier pond!" zeide de Boschjesman bedaard. + +»En nog vier!" riep Murray woedend. + +Ditmaal drong de kogel in de zijde van het dier, dat een vreeselijken +sprong deed; maar in plaats van dood te vallen, wierp het zich met +onbeschrijfelijke woede op de struiken en begon ze te vernielen. + +»Ik geloof dat hij zich nog een weinig beweegt, mijnheer!" zeide de +jager kalm. + +Murray was zich zelven geen meester meer. Zijne koelbloedigheid +had hem geheel begeven. Hij waagde de acht pond, die hij aan den +Boschjesman schuldig was, op een vijfden kogel; hij verloor nogmaals, +hij verdubbelde, en verdubbelde altijd, en het was eerst bij het +negende schot dat het onstuimige dier eindelijk met doorboord hart +viel, om niet weer op te staan. Murray stiet een vreugdekreet uit; +zijne weddingschappen, zijne teleurstelling, alles was vergeten om zich +slechts ééne zaak te herinneren: hij had zijn rhinoceros gedood! Maar, +zooals hij later aan de leden van de jachtklub te Londen vertelde: +»het was een kostbaar beest!" En inderdaad het had hem niet minder dan +zesendertig pond gekost, dus eene belangrijke som, die de Boschjesman +met zijne gewone kalmte opstak. + + + + + + + +XVI. + +Verschillende voorvallen. + + +Op het einde van September hadden de astronomen een graad meer +noordwaarts gemeten. Het gedeelte van den meridiaan, dat door +middel van tweeëndertig driehoeken gemeten was, bedroeg reeds vier +graden. Het was de helft van de voorgenomen taak. De drie geleerden +legden een buitengewonen ijver aan den dag; maar omdat zij slechts +met hun drieën waren, gevoelden zij zich tusschenbeiden zoo vermoeid, +dat zij hun werk gedurende eenige dagen moesten opschorten. Het was +inderdaad een drukkende hitte. De maand October in het zuidelijk +halfrond komt met April in het noordelijk halfrond overeen, en onder +den vierentwintigsten graad Z. B. heerscht de hooge temperatuur van +Algerië. Reeds was het werk midden op den dag gedurende eenige uren +onmogelijk. Ook ondervond de opmeting eenige vertraging, die den +Boschjesman vooral zeer verontrustte. Ziehier waarom: + +Ten noorden van den meridiaan, op een afstand van honderd kilometers +van het laatste door de astronomen bepaalde station, sneed de +meridiaan eene zonderlinge streek, die de inlanders karrou noemen, +en die overeenkomt met de vlakte aan den voet van de Roggeveldsbergen +in het Kaapland. Gedurende het natte jaargetijde, biedt deze streek +overal de bewijzen van de grootste vruchtbaarheid aan; na eenige +dagen regen is de grond er met dicht groen bedekt; bloemen ontspruiten +overal; in een ongelooflijk korten tijd komen de planten uit den bodem +te voorschijn, ziender oogen worden de weilanden groen; waterbeken +ontstaan; troepen antilopen komen van de hoogte en nemen die eensklaps +ontstane weilanden in bezit. Maar die zonderlinge werking der natuur +duurt slechts korten tijd; nauwelijks zijn eene maand of zes weken +voorbijgegaan, of al de vochtigheid van den grond wordt opgezogen +door de zon en verdwijnt in dampvorm in de lucht. De grond wordt hard +en verstikt de nieuwe spruiten; de plantengroei verdwijnt in weinige +dagen; de dieren ontvluchten deze onbewoonbaar geworden streek, en +de woestijn strekt zich uit op dezelfde plek, waar vroeger een rijk +en vruchtbaar land was. + +Zóó was de karrou waar de kleine karavaan van kolonel Everest door +moest, voordat zij de eigenlijke woestijn bereikte, die zich tot aan +de oevers van het meer Ngami uitstrekt. Men begrijpt welk belang de +Boschjesman er bij had om deze zonderlinge streek door te trekken, +voordat de buitengewone droogte de bronnen had doen opdroogen. Hij +deelde zijne opmerkingen aan kolonel Everest mede. Deze begreep het +volkomen, en beloofde dat hij het zooveel mogelijk in gedachte zou +houden door het werk te verhaasten. Doch deze haast mocht in ieder +geval de nauwkeurigheid niet schaden. De driehoeksmetingen zijn niet +altijd gemakkelijk en op elk oogenblik te doen. Alleen onder zekere +omstandigheden der atmosfeer, kan men goed waarnemen. Ook ging de +arbeid niet bijzonder veel spoediger niettegenstaande de dringende +aanmaning van den Boschjesman, en deze zag wel dat als hij aan de +karrou kwam, de vruchtbaarheid waarschijnlijk door den invloed der +zonnestralen zou verdwenen zijn. + +Maar alvorens het werk der driehoeksmeting zoo ver gevorderd was, +dat de astronomen de grenzen der karrou bereikt hadden, konden zij +zich niet genoeg verzadigen met de beschouwing der prachtige natuur, +die zich voor hun oog ontrolde. Hun tocht had hen nog nimmer in zulk +eene schoone streek gevoerd. Niettegenstaande de hoogere temperatuur +onderhielden de beken er eene voortdurende frischheid. Kudden van +duizenden stuks vee zouden in deze weiden een onuitputtelijk voedsel +gevonden hebben. Eenige groene bosschen staken hier en daar fier hunne +kruinen op, en het geheel zag er uit alsof het een Engelsch park was; +alleen de gaslantaarns ontbraken! + +Kolonel Everest toonde zich niet zeer gevoelig voor deze schoone +natuur, doch Murray en Emery gevoelden des te levendiger den +dichterlijken indruk dien deze streek, verloren te midden van de +Afrikaansche wildernissen, op hen maakte. Hoe betreurde de jeugdige +geleerde toen zijn armen Michel Zorn, en de vertrouwelijke gesprekken, +die zij met elkander wisselden. Evenals hij zou ook deze dienzelfden +levendigen indruk gevoeld hebben, en tusschen hunne waarnemingen door +hadden zij nu en dan hun hart kunnen uitstorten! + +De karavaan trok dus midden door het prachtige land heen. Talrijke +vluchten vogels verlevendigden door hun gezang en hun gefladder +weilanden en bosschen. De jagers schoten verscheidene malen een +bijzonder soort van trapganzen, die alleen in de vlakten van Zuidelijk +Afrika gevonden worden, en »dikkoppen", die een lekker en zeer +geroemd wildbraad leverden. De aandacht der Europeanen werd nog door +een ander soort van vogels getrokken, doch niet uit het oogpunt van +eetbaarheid. Op de oevers der beken of op de oppervlakte der rivieren, +waarover zij met de snelle wieken heenscheerden, vervolgden eenige +groote vogels de vraatzieke kraaien, die beproefden de eieren onder uit +de in het zand gegraven nesten te rooven. Blauwe kraanvogels met witten +hals, roode flamingo's, die evenals of het vlammen waren tusschen +het dunne kreupelhout voortwandelden, reigers, wulpen, watersnippen, +»kalas," die dikwijls op den schoft der buffels waren neêrgestreken, +pluvieren, ibissen, die van een met hieroglyphen bedekten obelisk +schenen afgevlogen te zijn, verbazend groote pelikanen, die in troepen +van honderden in rijen achter elkander liepen, brachten overal +leven en beweging in die streken, waar de mensch alleen scheen te +ontbreken. Doch van deze verschillende soorten van vogels waren zeker +de merkwaardigste de wevervogels, wier groenachtige uit riet en gras +gevlochten nesten als groote peren aan de takken der treurwilligen +hingen. Emery, die ze voor vruchten van eene nieuwe soort hield, +plukte er één of twee, en was zeer verwonderd toen hij binnen in die +vermeende vruchten een getjilp als van musschen hoorde. Zou het niet +te vergeven zijn geweest, als hij in navolging van de oude reizigers +in Amerika gemeend had, dat zeker soort van boomen in deze streken +vruchten dragen, die levende vogels voortbrengen? + +Inderdaad had deze streek op dat oogenblik een verrukkelijk aanzien; +alle omstandigheden waren er even gunstig voor grazende dieren. Gnoes +met puntige hoeven, caäma's, die volgens Harris slechts uit driehoeken +schijnen te bestaan, elanddieren, kameelen en gazellen waren er in +overvloed. Welk eene verscheidenheid van wild, wat prachtige schoten +voor een der meest gevierde leden van de jachtclub! Het was waarlijk +eene al te groote verzoeking voor John Murray, en na twee dagen +verlof van kolonel Everest verkregen te hebben, gebruikte hij die +om zich op merkwaardige wijze te vermoeien. Maar wat had hij met +zijn vriend Mokum ook een prachtige jacht, terwijl William Emery +hen als liefhebber volgde! Wat gelukkige schoten had hij in zijn +jachtregister op te teekenen! Wat jagertropeeën om in zijn kasteel +in de Hooglanden op te hangen! En hoe weinig dacht hij gedurende die +beide verlofdagen aan geodesische opnamen, triangulatie of meting +van den meridiaan! Wie zou het geloofd hebben dat deze hand, die zoo +bekwaam was in het hanteeren van het geweer, ooit den fijnen kijker +van den theodoliet behandeld had! Wie zou gedacht hebben dat het oog, +hetwelk op de snelle antilopen zoo goed mikken kon, zich geoefend +had in het beschouwen der hemellichamen, en zelfs sterren van de +dertiende grootte had waargenomen! Ja, John Murray was gedurende die +beide vrije dagen geheel en alléén jager, en de sterrekundige was zoo +totaal verdwenen, dat men bijna vreezen moest dat hij als zoodanig +nooit weder te voorschijn zou treden! + +Onder andere jachtavonturen van Murray moet er een worden opgeteekend, +dat eene zeer onverwachte uitkomst had, en den Boschjesman +alles behalve geruststelde voor de toekomst der wetenschappelijke +onderneming. Dit voorval bevestigde slechts de ongerustheid, die de +scherpzinnige jager aan den kolonel Everest had doen blijken. + +Het was de 15de October. Sedert twee dagen gaf Murray zich geheel +aan zijne liefhebberij over. Men had eene troep van een twintigtal +herkauwende dieren op ongeveer twee kilometers van de karavaan bemerkt; +Mokum zag dat zij tot die schoone soort van antilopen behoorden, welke +men oryx noemt, en waarvan de zeer moeilijke jacht elk Afrikaansch +jager op de proef stelt. + +Aanstonds deelde de Boschjesman aan John Murray mede welke gunstige +gelegenheid zich aanbood, en hij spoorde hem sterk aan er gebruik +van te maken. Tegelijker tijd deelde hij hem mede dat die dieren +zeer moeilijk te vangen waren, dat zij veel sneller liepen dan het +vlugste paard; dat de beroemde Cumming, toen hij in het land der +Namaqueezen op de jacht was, gedurende zijn geheele jagersloopbaan, +zelfs met renpaarden, nooit een van die zonderlinge antilopen onder +zijn bereik had kunnen krijgen! Er was niet eens zooveel noodig +om den Engelschman aan te sporen, want aanstonds verklaarde hij +zich gereed om die dieren te vervolgen. Hij koos het beste paard, +het beste geweer, de beste honden, en in zijn ongeduld liep hij den +Boschjesman zelfs al vooruit naar den rand van een kreupelbosch dat +eene vlakte begrensde en waar dichtbij men de dieren had bemerkt. + +Na een tocht van een uur hielden de beide paarden stil. Mokum, +verscholen achter een boschje sycomoren toonde aan zijn makker de +grazende kudde, die zich op eenige honderden passen onder den wind +bevond. De schichtige dieren hadden hen nog niet bemerkt, en zij +graasden vreedzaam in de vlakte. Een van die antilopen scheen zich +een weinig van de overige verwijderd te houden. De Boschjesman deed +dit aan Murray opmerken. + +»Het is een schildwacht," zeide hij. »Dit dier, dat zeker een oud +mannetje is, waakt voor de veiligheid van allen. Bij het minste gevaar, +zal het een soort van gehinnik doen hooren, en onder zijne aanvoering +zal de troep met de grootste snelheid vluchten. Wij moeten hen dus +niet dan op een zeer geschikten afstand schieten, en hem bij het +eerste schot neerleggen!" + +Murray vergenoegde zich met toestemmend te knikken, en koos eene +goede plaats om de kudde te bekijken. + +De antilopen graasden zonder erg voort. De schildwacht, die door den +wind mogelijk iets verdachts in den neus had gekregen, hief vrij +dikwijls den gehoornden kop op, en toonde eenige onrust. Maar hij +was te ver af dan dat de jagers met goed gevolg op hem hadden kunnen +schieten. Men behoefde er niet aan te denken om deze kudde op de +vlakte in de vlucht te achterhalen. Misschien zou zij dichter bij het +kreupelbosch komen, en in dit geval konden Murray en de Boschjesman +onder de gunstigste omstandigheden op een van die dieren mikken. + +Het geluk scheen de jagers te begunstigen. Langzamerhand naderden de +dieren onder geleide van het oude mannetje het kreupelbosch. Zonder +twijfel meenden zij zich onder het dicht gebladerte van het +kreupelbosch te verschuilen. Toen hun oogmerk niet meer twijfelachtig +was, noodigde de Boschjesman zijn makker uit om af te stijgen; de +paarden werden aan een vijgenboom gebonden; men wierp ze een doek +over den kop als voorzorgsmaatregel om ze niet te doen hinniken +en ze stil te laten staan. Daarna kropen Mokum en Murray, door de +honden gevolgd, door de struiken langs den zoom van het bosch, doch +zóó, dat zij bij een punt kwamen, door de laatste boomen gevormd, +en waar zij op geen drie honderd schreden van de dieren meer af +waren. Daar bukten de beide jagers alsof zij in een hinderlaag lagen, +en wachtten met gespannen haan. Van de plaats waar zij zaten, konden +zij de antilopen zien en de bevallige dieren in alle bijzonderheden +waarnemen. De mannetjes waren weinig onderscheiden van de wijfjes, +en zelfs hadden deze laatste door eene speling, waarvan de natuur +slechts zelden voorbeelden geeft, grooter horens dan de eerste, die +zeer bevallig naar achteren gebogen en puntig waren. Geen dier is +bevalliger dan deze antilope, waarvan de oryx eene verscheidenheid +is; geene soort heeft zulke zuiver en regelmatig geteekende zwarte +vlekken. Zij hebben een bosje haar aan den hals, rechtopstaande manen +en een dikken staart, die tot op den grond hangt. + +De kudde, die uit een twintigtal dieren bestond, naderde het bosch, en +bleef toen op dezelfde plaats. Het was duidelijk dat de schildwacht de +antilopen uit de vlakte trachtte te krijgen. Hij liep door het hooge +gras en trachtte ze in een klein hoopje bij elkander te drijven, +evenals de herdershond doet met de aan zijne hoede toevertrouwde +schapen. Maar die dieren, welke in het gras rondhuppelden schenen +geen lust te hebben de weelderige weide te verlaten. Zij schenen te +weigeren, sprongen vluchtende weg en begonnen eenige schreden verder +weder te grazen. Deze wijze van doen verwonderde den Boschjesman; +hij deed dit aan Murray opmerken, maar kon er hem geen verklaring +van geven. De jager kon niet begrijpen waarom het oude mannetje zoo +halsstarrig was, en om welke reden hij de kudde naar het bosch wilde +jagen. Dit duurde zoo een geruimen tijd, zonder dat er verandering +in kwam. Murray had steeds ongeduldig den vinger aan den haan van +zijn geweer. Dan eens wilde hij schieten, dan weder vooruitspringen, +zoodat Mokum werk had hem tegen te houden. + +Zóó ging er een uur voorbij, en men kon niet voorzien hoevele er +nog zouden verloopen, toen één der honden, die waarschijnlijk even +ongeduldig werd als de Engelschman, een geweldig geblaf aanhief en +de vlakte inrende. + +De woedende Boschjesman had het verwenschte dier gaarne een +kogel nagezonden! maar de snelvoetige kudde vluchtte reeds met +onvergelijkelijke snelheid, en toen begreep Murray dat geen paard haar +kon inhalen. Binnen weinige oogenblikken waren de antilopen niet meer +dan zwarte puntjes, die door het hooge gras voortstoven. + +Tot groote verbazing van den Boschjesman had het oude mannetje het +sein tot vluchten niet gegeven. Tegen de gewoonte van deze dieren in +was het beest op dezelfde plaats gebleven en scheen er niet aan te +denken de onder zijne hoede staande antilopen te volgen. Sedert hare +vlucht toch trachtte het zelfs zich in het hooge gras te verbergen, +misschien met het plan om in het kreupelbosch te ontvluchten. + +»Dat is zonderling," zeide de Boschjesman. »Wat scheelt dat oude +dier? Wat loopt het wonderlijk! Is het gekwetst of te oud?" + +»Wij zullen het wel te weten komen!" antwoordde Murray, terwijl hij +met het geweer in de hand in de richting van het dier vooruitsprong. + +Toen de jager naderde, was de antilope hoe langer hoe meer in het +gras weggedoken. Men zag slechts hare vier voet lange horens, welker +scherpe punten boven het groen uitstaken. Het dier poogde niet meer +te vluchten, maar zich te verbergen. Murray kon het zonderlinge beest +dus gemakkelijk naderen. Toen hij er nog maar honderd schreden van +daan was, mikte hij zoo nauwkeurig mogelijk en gaf vuur. Het schot +knalde; de kogel had de antilope zeker aan den kop getroffen, want +de vroeger in de hoogte stekende horens waren op den grond gezakt. + +Murray en Mokum liepen zoo snel mogelijk naar het dier toe; de +Boschjesman hield zijn jachtmes in de hand gereed om het dood te +steken, als het nog niet aanstonds doodgeschoten was. Deze voorzorg +was echter onnut. De antilope was goed dood, en wel zóó, dat toen +Murray haar bij de horens wilde vatten, hij slechts een ledig vel in +de hand hield waaraan vleesch en beenderen ontbraken! + +»Bij Sint Patrick, zulke dingen gebeuren slechts mij!" riep hij op zulk +een kluchtigen toon uit, dat ieder ander behalve de Boschjesman er +om zou gelachen hebben. Maar Mokum lachte niet; zijne samengeperste +lippen, zijne gefronsde wenkbrauwen, zijn knipoogen verrieden +eene ernstige ongerustheid. Met over elkander geslagen armen keek +hij rechts en links en rondom zich. Plotseling trof een zakje zijn +oog. Het was een klein lederen zakje met roode arabesken versierd, +dat op den grond lag. De Boschjesman raapte het aanstonds op, en +beschouwde het met opmerkzaamheid. + +»Wat is dat?" vroeg Murray. + +»Dat is de zak van een Makololo!" antwoordde Mokum. + +»En hoe komt die hier?" + +»Omdat de eigenaar dien bij zijne overhaaste vlucht heeft laten +vallen." + +»En die Makololo?" + +»Dat zal ik u zeggen, mijnheer," antwoordde de Boschjesman, terwijl hij +zijn vuisten van woede balde, »die Makololo zat in deze antilopenhuid, +en u hebt op hem geschoten." + +Murray had den tijd niet zijne verbazing uit te drukken, toen Mokum, +die op ongeveer vijf honderd pas eenige beweging in het gras zag, +in die richting vuur gaf, waarop de Engelschman en hij zoo snel +zij konden naar de verdachte plaats renden. Maar deze was verlaten; +wel kon men aan het neergetrapte gras zien, dat er een levend wezen +overheen had geloopen, maar de Makololo was verdwenen, en men moest +het opgeven hem door de onmetelijke tot aan den uitersten gezichteinder +zich uitstrekkende vlakte te vervolgen. + +De beide jagers kwamen dus terug, zeer ongerust door dit voorval, +dat inderdaad hunne bezorgdheid moest opwekken. De tegenwoordigheid +van een Makololo bij het steenen gedenkteeken in het woud, deze bij +de antilopenjagers zeer gebruikelijke vermomming, die hem verborgen +had, getuigde van eene wezenlijke hardnekkigheid in het vervolgen +van de karavaan van kolonel Everest. Het was niet zonder oogmerk +dat een inboorling, die tot den plunderzieken stam der Makololo's +behoorde, de Europeanen en hun geleide bespiedde. En hoe meer deze +naar het noorden trokken hoe meer het gevaar toenam van door deze +woestijnroovers te worden aangevallen. + +Murray en Mokum kwamen in het kamp terug, waarbij de eerste, geheel +uit het veld geslagen als hij was, niet kon nalaten tegen zijn vriend +William Emery te zeggen: »Waarlijk, waarde William, het loopt me niet +mee! De eerste antilope, die ik doodschieten wil, was reeds dood voor +ik haar getroffen had!" + + + + + + + +XVII. + +De verdelgers. + + +Na dit voorval had de Boschjesman een langdurig onderhoud met den +kolonel. Volgens de meening van Mokum, die zijn oordeel grondde op +feiten, werd de kleine troep gevolgd, bespied en dus bedreigd. Indien, +volgens hem, de Makololo's nog geen aanval gedaan hadden, was dit +omdat zij de Europeanen verder noordwaarts wilden lokken, naar eene +streek waar deze roofzieke benden gewoonlijk te huis behoorden. + +Moest men dus bij het naken van het gevaar terugtrekken? Moest +men het werk, dat tot nog toe zoo wonderwel geslaagd was, laten +steken? Zouden Afrikaansche inboorlingen doen, wat de natuur niet +gedaan had kunnen krijgen? Zouden zij Engelsche geleerden verhinderen +hunne wetenschappelijke taak te volbrengen? Dit was eene ernstige +vraag, die van belang was om op te lossen. Daarom verzocht de kolonel +den Boschjesman om hem alles te vertellen, wat hij van de Makololo's +wist, en ziehier ongeveer wat deze verhaalde. + +De Makololo's behooren tot den grooten stam der Betschuanen en zijn +de laatsten, die men ontmoet als men naar den evenaar trekt. In 1850 +werd dokter Livingstone op zijn eerste reis naar de Zambese ontvangen +te Seshèke, toenmalige verblijfplaats van Sebitouané, het hoofd der +Makololo's. Deze inboorling was een geducht oorlogsman, die in 1824 de +grenzen van het Kaapland bedreigde. Sebitouané met een opmerkenswaardig +verstand begaafd, verkreeg langzamerhand groot overwicht over de +in het midden van Afrika verspreide stammen en slaagde er in van +deze een eensgezind en overheerschend volk te maken. In 1853, dus +een paar jaar te voren, stierf dat inlandsch opperhoofd in de armen +van Livingstone, en werd door zijn zoon Sekeleton opgevolgd. In den +beginne toonde deze aan de langs de Zambese wonende Europeanen vrij +groote genegenheid; dokter Livingstone had zich daar persoonlijk niet +over te beklagen. Maar ongemerkt wijzigde de Afrikaansche koning zijne +inzichten na het vertrek van den beroemden reiziger. Niet alleen werden +vreemdelingen, maar vooral ook naburige inboorlingen door Sekeleton en +de krijgslieden van zijn stam aangevallen. Hierop volgden plunderingen +op groote schaal. De Makololo's liepen voornamelijk de streek af +tusschen het meer Ngami en de boven-Zambese. Niets was gevaarlijker +dan zich in deze streken te wagen met eene karavaan, die slechts uit +weinige menschen was samengesteld, vooral wanneer deze karavaan vooraf +bespied, opgewacht en waarschijnlijk tot vernietiging gedoemd was. + +Aldus luidde het verhaal van den Boschjesman. Hij voegde er bij dat +hij meende hem de gansche waarheid te moeten zeggen, doch dat hij, +wat hem betrof, de bevelen van den kolonel zou volgen, en niet zou +terugdeinzen, als men besloot voorwaarts te blijven trekken. De kolonel +beraadslaagde met zijne beide ambtgenooten, en men besloot in allen +gevalle den geodesischen arbeid voort te zetten. Bijna vijfachtste +van den meridiaan was gemeten en, wat er ook gebeuren mocht, deze +Engelschen waren het aan zich zelven en aan hun vaderland verschuldigd +het werk niet op te geven. + +Toen deze beslissing genomen was, werd de driehoeksmeting +hervat. Den 27sten October sneed de wetenschappelijke commissie +den Steenbokskeerkring, en nadat zij den 3den November den een en +veertigsten driehoek gemeten had, werd door waarnemingen bewezen dat +de meting weder een graad gevorderd was. + +Gedurende eene maand werd de driehoeksmeting met kracht voortgezet, +zonder dat de natuur eenigen hinderpaal in den weg legde. De +sterrekundigen werkten snel en goed in dit schoone land, dat bijna +geheel vlak was en slechts door ondiepe beken en door geen belangrijke +stroomen doorsneden werd. De altijd waakzame Mokum droeg zorg vóór +en ter zijde van de karavaan de streek goed in het oog te houden, en +belette de jagers zich ver van de hoofdtroep te verwijderen. Evenwel +scheen geen onmiddellijk gevaar de kleine troep te bedreigen, en +het was zeer licht mogelijk dat de vrees van den Boschjesman niet +verwezenlijkt werd. Ten minste gedurende de maand November vertoonde +zich geene plunderende bende, en men vond geen enkel spoor van den +inboorling meer, die de karavaan van het rotsblok in het verbrande +woud af zoo hardnekkig vervolgd had. + +En toch, hoewel het gevaar voor het oogenblik geweken scheen, bemerkte +de jager verscheidene malen kenteekenen van aarzeling bij de onder +zijne bevelen staande Boschjesmannen. Men had hun de gebeurtenissen +bij de rots en op de antilopenjacht niet kunnen verbergen, +zoodat zij onvermijdelijk een aanval van de Makololo's wachtten; +Makololo's toch en Boschjesmannen zijn vijandige stammen, zonder +medelijden voor elkander. De overwonnenen hebben van de overwinnaars +geen genade te wachten en hun kleine aantal moest deze inlanders +met recht bevreesd maken, omdat zij sedert de oorlogsverklaring +tusschen Engeland en Rusland tot op de helft verminderd waren. De +Boschjesmannen waren reeds meer dan 300 kilometers van de oevers +der Oranjerivier verwijderd, en er was sprake van ze ten minste nog +200 kilometers verder noordwaarts mede te voeren. Dit vooruitzicht +gaf hun stof tot overpeinzing. Voordat Mokum ze tot dezen toch had +aangezocht, had hij hun inderdaad niet verborgen dat het eene lange +en afmattende reis gold, en het waren mannen om de aan zulk eene +reis verbonden moeilijkheden te trotseeren. Maar van het oogenblik +dat hier nog het gevaar bijkwam een strijd met verbitterde vijanden +te voeren, veranderde deze omstandigheid hunne gezindheid. Vandaar +verdrietelijkheden, klachten en kwaadwilligheid, die Mokum veinsde +niet te zien of te hooren, doch die zijne ongerustheid over de toekomst +der wetenschappelijke commissie deed toenemen. + +Den 2den December geschiedde er iets, dat de kwalijkgezindheid dezer +bijgeloovige Boschjesmannen nog vermeerderde, en in zekere mate eenig +verzet tegen hunne hoofden verwekte. + +Sedert den vorigen dag was de tot nog toe heldere hemel plotseling +betrokken geworden. Onder den invloed eener tropische hitte heerschte +in de met dampen bezwangerde atmosfeer eene groote elektrische +spanning. Men kon reeds een naderend onweder voorspellen, en in deze +hemelstreek valt eene donderbui bijna altijd met onvergelijkelijke +hevigheid. De hemel bedekte zich inderdaad op genoemden dag met +sombere wolken, zoodat een weerkenner zich daarin niet zou bedrogen +hebben. Het waren wolken als balen katoen op elkander gestapeld, +welker donker en geel schril tegen elkander afstak. De zon had eene +vale tint; de lucht was kalm, de hitte drukkend. De barometer die +sedert den vorigen dag voortdurend daalde, was tot staan gekomen. Geen +blad bewoog zich onder deze drukkende lucht. + +De heeren hadden den toestand der lucht nagegaan, doch meenden daarom +hun werk niet te moeten staken. Op dit oogenblik had William Emery +zich met twee matrozen, vier inlanders en een wagen twee kilometers +oostwaarts van den meridiaan begeven om een seinpaal te plaatsen, +die den tophoek van een driehoek zou aangeven. Hij was bezig zijn +visier op den top van een heuveltje te plaatsen, toen eene plotselinge +samenpersing van dampen, door den invloed van een kouden luchtstroom, +eensklaps eene ontzaglijke massa electriciteit ontwikkelde. Bijna +op hetzelfde oogenblik viel er eene vreeselijke hagelbui. Daarbij +deed zich een vrij zonderling verschijnsel voor, dat namelijk de +hagelsteenen licht van zich gaven, en men zou gezegd hebben dat het +druppels gloeiend metaal regende. De vonken sprongen uit den grond +als de steenen neervielen, en alle metaaldeelen van den wagen waarmede +de werktuigen waren overgebracht, vertoonden zich als lichtende punten. + +De hagelsteenen werden hoe langer hoe grooter; het was een ware +steenregen, waaraan men zich niet dan met het grootste gevaar kon +blootstellen. Men zal zich over dit verschijnsel niet verwonderen +als men weet dat dokter Livingstone onder gelijke omstandigheden +te Kolobeng gezien heeft, dat de ramen in het huis der zendelingen +verbrijzeld, en paarden en groote antilopen doodgeslagen werden. + +Zonder een oogenblik te verliezen, verliet William Emery zijn werk, +en riep zijne manschappen bijeen om in den wagen onder zulk een +onweer in allen gevalle eene minder gevaarlijke schuilplaats te +zoeken dan onder een boom. Maar nauwelijks had hij den heuveltop +verlaten of een schitterende bliksemstraal met een onmiddellijk +daarop gevolgden donderslag scheen den geheele hemel in vuur te +zetten. Emery werd voor dood op den grond geworpen; de beide matrozen, +die slechts een oogenblik als verblind waren, sprongen naar hem +toe. Gelukkig was de jonge geleerde bijna ongedeerd gebleven. Door +een van die onverklaarbare toevallen, die somtijds voorkomen, was +de elektrieke stroom als 't ware om hem heen gegleden, en had hem +slechts een oogenblik omwikkeld; doch het was duidelijk zichtbaar +dat de bliksemstraal hem getroffen had, want de metalen punten van +een passer, dien hij in de hand hield, waren gesmolten. + +Door de matrozen overeind geholpen, kwam de jongeman spoedig weder +tot bewustzijn. Hij was echter niet het eenige slachtoffer van dezen +slag. Bij den seinpaal lagen twee inlanders op twintig schreden +van elkander dood op den grond. Van den een, wiens organisme door +de mechanische werking van den bliksem volkomen verstoord was werd +het lichaam zwartgebrand als houtskool bevonden, terwijl de kleederen +ongeschonden waren. De ander was door een steen op het hoofd getroffen, +en dood neergeslagen. Derhalve hadden Emery en de beide inlanders +te gelijk de kracht van een enkelen bliksemstraal ondervonden. Het +is een zeldzaam verschijnsel dat een bliksemstraal zich soms tot op +zulk een aanzienlijken afstand splitst. + +De Boschjesmannen stonden eerst versuft door den dood hunner makkers, +maar namen weldra de vlucht, niettegenstaande het geschreeuw der +matrozen, en op gevaar af van doodgeslagen te worden, daar zij door +de snelheid waarmede zij liepen, de lucht verdunden. Maar zij wilden +niet hooren, en renden zoo snel als zij konden naar de legerplaats +terug. Nadat de beide matrozen Emery naar den wagen hadden geleid, +legden zij er de twee lijken in, en zochten nu op hunne beurt eene +schuilplaats, daar zij reeds vol builen waren geslagen door de +hagelsteenen, die als een ware steenregen nedervielen. Gedurende +ongeveer drie kwartier woedde het onweder met ontzettende kracht; +daarna begon het te bedaren; de hagel viel niet meer, en de wagen +kon naar de legerplaats terugkeeren. + +De tijding van den dood der twee inlanders was hun reeds +vooruitgevlogen; het maakte een treurigen indruk op de Boschjesmannen, +die niet zonder bijgeloovige vrees deze driehoeksmeting beschouwden +waarvan zij niets begrepen. Zij hielden eene bijeenkomst, en eenigen +hunner, die meer ontmoedigd waren dan de overigen, verklaarden dat +zij niet verder wilden gaan. Er was een begin van oproer, dat een +zeer dreigend aanzien kreeg. Mokum had al zijn invloed noodig om een +opstand tegen te gaan. Kolonel Everest moest tusschenbeiden komen +en aan die arme lieden eene toelage beloven om ze in zijn dienst te +houden. Niet zonder moeite werd de rust hersteld; door dezen tegenstand +scheen de toekomst van de onderneming ernstig bedreigd. Inderdaad, wat +zouden de leden der commissie in het midden der woestijn en ver van +alle bewoonde streken aanvangen zonder geleide om hen te beschermen +en zonder gidsen om de wagens te mennen? Dit gevaar was voor het +oogenblik dus nog afgewend, en nadat het kamp was afgebroken, wendde +de kleine karavaan zich naar den heuvel waarop de beide Boschjesmannen +het leven hadden verloren. + +Emery had nog eenige dagen last van den hevigen slag, die hem getroffen +had. De linkerhand, waarmede hij den passer had vastgehouden, bleef +nog eenigen tijd als verlamd, maar eindelijk verdween dat gevoel, +en kon de jonge man het werk weder opvatten. + +Gedurende de achttien dagen, die tot den 20sten December volgden, werd +de tocht van de karavaan door geene enkele gebeurtenis gekenmerkt. De +Makololo's verschenen niet, en hoewel Mokum de zaak nog altijd niet +vertrouwde, begon hij toch geruster te worden. Men was op niet meer dan +vijftig kilometers van de woestijn verwijderd, en de karrou bleef wat +zij tot nog toe geweest was: eene prachtige streek, welker plantengroei +nog door het water onderhouden, met die van geen punt ter wereld kon +vergeleken worden. Men kon er dus op rekenen dat tot aan de woestijn +de mannen in dit vruchtbare en wildrijke landschap, en de lastdieren, +die tot aan den buik in het malsche gras gingen, geen gebrek aan +voedsel zouden hebben. Maar men rekende buiten de sprinkhanen, wier +verschijning den landbouw in zuidelijk Afrika steeds bedreigt. + +In den avond van 20 December, was het kamp ongeveer een uur voor +zonsondergang opgeslagen. De drie Engelschen en de Boschjesman zaten +aan den voet van een boom en rustten uit van de vermoeienissen des +daags, terwijl zij over hune toekomstige plannen spraken. De opkomende +noordewind verfrischte de lucht een weinig. + +De sterrekundigen waren met elkander overeengekomen, dat zij de +hoogten der sterren zouden meten om de breedte der plaats nauwkeurig +te berekenen. Geen wolkje was aan den hemel zichtbaar; het zou weldra +nieuwe maan zijn; de sterren zouden helder schitteren, en derhalve +konden de metingen onder geen gunstiger omstandigheden geschieden. Ook +waren kolonel Everest en John Murray zeer teleurgesteld, toen William +Emery tegen acht uren naar het noorden wees en zeide: + +»Ziet eens, de gezichteinder betrekt, en ik geloof dat de nacht ons +niet zoo gunstig zijn zal als wij het wel hopen." + +»Inderdaad," antwoordde Murray, »die dikke wolk verheft zich +langzamerhand en zal door het aanwakkeren van den wind den hemel +weldra bedekken." + +»Is dat een nieuw onweder, dat opkomt?" vroeg de kolonel. + +»Wij zijn hier onder de keerkringen, en 't staat dus te vreezen," +antwoordde Emery. »Ik geloof dat onze waarnemingen van nacht groot +gevaar loopen van niet te slagen." + +»Wat denkt gij ervan Mokum?" vroeg kolonel Everest aan den +Boschjesman. Deze keek aandachtig naar het noorden. De wolk +breidde zich over eene zeer lange kromme lijn uit, en was zoo scherp +afgeteekend als ware het met een passer gedaan. De sector welken die +wolk boven den gezichteinder beschreef, was drie of vier kilometers +lang; zij was zoo zwart als rook, en had eene zonderlinge gedaante; +dit alles trof den Boschjesman bijzonder. Soms kaatsten de stralen +der ondergaande zon met rooden tint tegen die wolk terug, evenals of +het eene vaste massa en geen opeenhooping van dampen was. + +»Een zonderlinge wolk!" zeide de Boschjesman, zonder zich verder +te verklaren. + +Eenige oogenblikken daarna kwam een Boschjesman Mokum waarschuwen +dat de dieren, paarden, ossen, enz. onrustig begonnen te worden. Zij +liepen door de weide en weigerden weder binnen de legerplaats te komen. + +»Welnu, laat ze dan van nacht maar buiten blijven!" antwoordde +de jager. + +»Maar de wilde dieren dan?" + +»Deze zullen spoedig te veel met zich zelve te doen hebben om nog +daarop acht te geven." + +De inlander ging weder heen; de kolonel wilde aan den Boschjesman de +verklaring van dat vreemde antwoord vragen, doch Mokum verwijderde +zich eenige schreden en scheen geheel verzonken in de beschouwing +van het verschijnsel, waarvan hij waarschijnlijk de oorzaak vermoedde. + +De wolk naderde snel; men kon zien dat zij zeer laag hing, zoodat zij +zeker niet meer dan eenige honderden voeten boven den grond dreef. Met +het gehuil van den aanwakkerenden wind vermengde zich een schrikbarend +gegons, dat uit de wolk scheen voort te komen. Op dit oogenblik +verscheen boven de wolk eene groote menigte zwarte punten, die zich +van boven naar beneden bewogen, in de zwarte massa neerstortten en +dan aanstonds weder naar boven gingen. Men kon ze bij duizenden tellen. + +»Wat zijn dat voor zwarte punten?" vroeg Murray. + +»Dat zijn vogels," antwoordde de Boschjesman, »valken, arenden, gieren, +wouwen en anderen. Zij komen van verre, volgen die wolk, en zullen +haar niet verlaten voordat zij vernietigd of verstrooid zal zijn." + +»Maar die wolk?" + +»Het is geen wolk," antwoordde Mokum, terwijl hij de hand naar +de sombere massa uitstrekte, die reeds een vierde gedeelte van de +oppervlakte des hemels besloeg, »het is eene levende wolk, eene wolk +van sprinkhanen!" + +De jager bedroog zich niet. De Europeanen zouden een van die +ongelukkig maar al te dikwerf voorkomende zwermen sprinkhanen zien, +die in één nacht het vruchtbaarste land in eene dorre en woeste streek +veranderen. Deze dieren, de grylli devastatorii van de natuurkundigen, +kwamen bij millioenen. Sommige reizigers hebben daarmede soms eene +landstreek van vijftig kilometers lang vier voet hoog bedekt gezien. + +»Ja," hernam de Boschjesman, »die levende wolken zijn een vreeselijke +ramp voor de velden, en de Hemel geve dat zij ons niet al te veel +kwaad doen!" + +»Maar wij hebben hier geen zaaivelden of weilanden, die ons +toebehooren," zeide de kolonel. »Wat kunnen wij daarvan te vreezen +hebben?" + +»Niets, als zij slechts over ons heentrekken," antwoordde Mokum, +»maar alles, wanneer zij op het land, waardoor wij moeten heentrekken, +neervallen. Dan zal er geen blad meer aan de boomen en geen grasscheut +op het veld blijven, en u vergeet kolonel, dat, al behoeft het ons aan +voedsel niet te ontbreken, dat van onze paarden, ossen en muilezels +daarom nog niet verzekerd is. Wat zoude er van die dieren in deze +woeste velden worden?" + +De makkers van den Boschjesman zwegen eenige oogenblikken. Zij +keken naar de levende massa, die zichtbaar vermeerderde. Het gegons +verdubbelde, en daarboven uit weerklonk het geschreeuw van adelaars +en valken, die telkens in die onuitputtelijke wolk neerstortten en +de insecten bij duizenden verslonden. + +»Gelooft ge dat zij hier zullen neervallen?" vroeg William Emery +aan Mokum. + +»Ik vrees het," antwoordde de jager. »De noordewind jaagt ze +rechtstreeks hier heen. Daar gaat bovendien de zon onder; de +avondkoelte zal de vleugels dier insecten neerslaan, zij zullen op +boomen, struiken en weilanden neervallen, en dan...." + +De Boschjesman eindigde zijn volzin niet; op dit oogenblik toch werd +zijne voorspelling vervuld, want de ontzaglijke wolk viel op den grond +neder. Om de legerplaats zag men slechts eene krioelende en sombere +massa, die zich uitstrekte zoover het oog reikte. De legerplaats zelve +werd letterlijk overstroomd. Wagens, tenten, alles verdween onder dien +levenden hagel. De massa sprinkhanen was een voet dik. De Engelschen +liepen tot aan de knieën door de dikke laag, en trapten bij elke +schrede honderden dieren dood. Maar wat beteekende dit op de massa? + +En toch ontbraken de middelen ter verdelging dezer insecten niet. De +vogels wierpen zich met hevig geschreeuw er op, en verslonden ze +gretig. Onder de massa kropen slangen, die, aangelokt door dezen +begeerlijken buit, er groote menigten van opslokten. Paarden, ossen, +muilezels en honden aten ze met onuitsprekelijk genot; het wild +gedierte, leeuwen en hyena's, olifanten en neushorens, deden er mudden +van in hun maag verdwijnen; en eindelijk aten de Boschjesmannen, die +zeer veel houden van deze »luchtgarnalen," ze als hemelsche manna! Doch +het getal tartte alle middelen van vernieling en zelfs hunne eigene +vraatzucht, want die insecten verslinden elkander onderling. + +Op aandringen van den Boschjesman moesten de Engelschen van dit +uit den hemel gevallen voedsel proeven. Men liet eenige duizenden +sprinkhanen met zout, peper en azijn koken na de jongste die groen +zijn, te hebben uitgezocht, en dus niet de gele, die ouder, harder en +soms vier duim lang zijn. De jonge sprinkhanen zijn zoo dik als eene +penneschacht, vijftien tot twintig millimeters lang en hebben nog +geen eieren gelegd. Zij worden door de liefhebbers als een heerlijk +gerecht beschouwd. Na een half uur kokens diende de Boschjesman den +drie Engelschen een heerlijken schotel sprinkhanen voor. Men vond die +insecten, na ze van kop, pooten en vleugels ontdaan te hebben even +lekker als zeegarnalen, en John Murray, die er eenige honderden opat, +beval den lieden van hun gevolg er een grooten voorraad van op te +doen. Men behoefde slechts te bukken om ze op te rapen! + +Toen de nacht gekomen was, ging ieder naar zijn gewoon verblijf, +maar de wagens waren aan die algemeene overstelping van insecten +niet ontsnapt; het was onmogelijk er in te komen zonder ontelbare +dieren stuk te trappen. Het slapen onder deze omstandigheden was niet +zeer aangenaam. Omdat de hemel helder was, en de sterren prachtig +schitterden, brachten de drie sterrekundigen den nacht door met het +meten van sterrehoogten. Dit was zeker beter dan tot in den hals +in zulk een bed van sprinkhanen te zakken. Hoe zouden bovendien de +Europeanen een oogenblik hebben kunnen slapen, terwijl vlakten en +bosschen weergalmden van het gehuil van wilde dieren, die van alle +kanten kwamen om aan de sprinkhanen te smullen! + +Den volgenden morgen kwam de zon helder op, en begon haar loopbaan +aan den schitterenden hemel, zoodat het zeer warm beloofde te +worden. Weldra hadden de zonnestralen de warmte zeer doen toenemen, +en een dof geraas van vleugels liet zich hooren in het midden van +de massa sprinkhanen, die zich gereed maakten verder te vliegen, en +elders hunne verwoestingen aan te richten. Tegen acht uren 's morgens +was het alsof een groot zeil zich aan den hemel ontplooide en het +zonnelicht verduisterde. De geheele streek was in duisternis gehuld +en men zou gedacht hebben dat de avond weder gevallen was. Toen de +wind aanwakkerde, zette de groote zwerm zich in beweging. Gedurende +twee uren ging hij met een oorverdoovend geweld over de in duisternis +gehulde legerplaats heen, en verdween eindelijk aan den westelijken +gezichteinder. + +Doch toen het zonlicht weder te voorschijn trad, kon men zien dat de +voorspelling van Mokum geheel bewaarheid was; geen blad meer aan de +boomen, geen grasscheut meer op het veld; alles was vernietigd; de +grond was geel en zandig. De kale takken vertoonden zich als spoken, +het was alsof de winter met de snelheid eener tooneelverandering op +den zomer gevolgd was! Het was een woestijn, het bloeiende der streek +was geheel verdwenen! + +En men kon op die vraatzuchtige sprinkhanen het oostersche spreekwoord +toepassen, dat door den plunderzieken geest der Turken bewaarheid +wordt: daar, waar de Turk overheen is getrokken, groeit geen gras +meer en zoo ook hier: het gras groeit niet meer op de plaats waar de +sprinkhanen zijn neergevallen! + + + + + + + +XVIII. + +De woestijn. + + +Het was inderdaad de woestijn, die zich nu voor de reizigers +uitstrekte, en toen den 25sten December kolonel Everest en de zijnen, +na het meten van een nieuwen graad van den meridiaan, en van hun +achtenveertigsten driehoek, op de noordgrens der karrou kwamen, +zagen zij geen onderscheid tusschen de streek, die zij verlieten +en het dorre en verbrande land dat zij zouden doorreizen. De last- +en trekdieren van de karavaan hadden veel te lijden door het gebrek +aan gras; er was ook gebrek aan water; de laatste regendroppels waren +in de poelen opgedroogd; die met klei en zand vermengde grond was ter +bebouwing zeer ongeschikt. De gevallen regen sijpelt door het zand, +en verdwijnt bijna geheel van den grond, die met zandsteen bedekt is +en waarop geen vocht duren kan. + +Dit was een van die drooge streken, door welke dokter Livingstone +gedurende zijne avontuurlijke tochten meermalen heentrok. Niet alléén +was de grond, maar ook de lucht zóó droog, dat ijzeren voorwerpen, die +in de openlucht bleven liggen, niet verroestten. Volgens het verhaal +van den geleerden reiziger, waren de bladeren der boomen gerimpeld +en slap; midden op den dag bleven de bladeren der mimosa's gesloten +alsof het nacht was; de kevers en torren, die op den grond lagen, +waren binnen weinige seconden dood; de bol van een thermometer, die +drie decimeters diep in den grond gegraven werd, wees 134° Fahrenheit +(56° C.) + +Evenals zekere streken van zuidelijk Afrika zich akelig dor en droog +aan het oog van den beroemden reiziger voordeden, evenzoo vertoonde +zich ook de bodem tusschen de karrou en het meer Ngami aan de blikken +der Engelsche sterrekundigen. Hunne vermoeienis was groot, hun lijden +onuitstaanbaar, vooral door het gebrek aan water. Dit gebrek hinderde +nog veel erger de trekdieren, die ter nauwernood zich met het weinige +drooge en bestoven gras konden voeden. Bovendien was deze uitgestrekte +streek eene woestijn, niet alleen door hare droogte, maar ook omdat er +zich geen enkel levend wezen in waagde. De vogels waren over de Zambese +gevlucht om er boomen en bloemen te vinden. Wilde dieren waagden zich +niet op deze vlakte die hun geen voedsel aanbood. Gedurende de eerste +helft van Januari zagen de jagers van de karavaan slechts twee of drie +paren van die antilopen, die verscheidene weken zonder drinken kunnen +leven; het waren onder anderen van die soort, welke John Murray zoo +hadden teleurgesteld, en caäma's met zachte oogen en aschgrauwe huid +met gele vlekken; deze laatste waren onschuldige dieren, zeer gezocht +om het lekkere vleesch, die dorre vlakten schenen te verkiezen boven +de weilanden van vruchtbare streken. + +Door het dagelijksch voorttrekken onder de gloeiend heete zon, +in een atmosfeer die geen zweem van vocht bevatte, door hunne in +eene onuitstaanbaar hooge temperatuur dag en nacht voortgezette +geodesische werkzaamheden, werden de astronomen al meer en meer +afgemat. Hun watervoorraad, die in vaatjes bewaard werd, begon te +verminderen. Zij hadden zich reeds op rantsoen gesteld, en leden +daardoor veel. Evenwel waren hun ijver en hun moed zóó groot, +dat zij moeite en gebrek verachtten en geen enkel onderdeel van +hun uitgebreiden en nauwkeurigen arbeid verwaarloosden. Den 25sten +Januari was een zevende gedeelte van den meridiaan, dat een nieuwen +graad omvatte, berekend door middel van negen nieuwe driehoeken, +waardoor het getal tot nog toe berekende driehoeken tot zevenenvijftig +geklommen was. De astronomen hadden nog slechts een gedeelte van de +woestijn door te trekken, en volgens de meening van den Boschjesman +moesten zij vóór het einde van Januari het meer Ngami bereiken. De +kolonel en zijne makkers konden voor zich zelven best instaan, en +het zóólang uithouden. + +Maar de mannen van het geleide, de Boschjesmannen, die door dezen +ijver niet werden aangezet, huurlingen, wier belang niets te maken +had met het wetenschappelijk doel der onderneming, inboorlingen, +die niet bijzonder geneigd waren verder voort te trekken, deze waren +slecht bestand tegen de vermoeienissen van den tocht. Zij hadden veel +te lijden door gebrek aan water. Reeds had men eenige door honger +en dorst uitgeputte lastdieren achter moeten laten, en het was te +vreezen dat dit getal dagelijks zou toenemen. Met de afmatting namen +gemor en verwijten ook toe. De taak van Mokum werd zeer moeilijk en +zijn invloed nam merkbaar af. + +Weldra was het duidelijk dat het gebrek aan water een onoverkomelijke +hinderpaal worden zou, dat men niet verder noordwaarts trekken moest, +maar links of rechts van den meridiaan achteruitgaan, op het gevaar af +van de Russische astronomen te ontmoeten, om op die wijze de dorpen te +bereiken, die in minder dorre streken op den weg van David Livingstone +gevonden werden. + +Den 15den Februari deelde de Boschjesman aan den kolonel mede, dat +de moeilijkheden waartegen men te vergeefs worstelde voortdurend +toenamen. De wagenleiders weigerden reeds hem te gehoorzamen. Elken +morgen waren het bij het opbreken der legerplaats tooneelen van verzet, +waaraan de meeste inboorlingen deelnamen. Het is zeker dat deze +ongelukkigen, door hitte afgemat en door dorst gekweld er werkelijk +ellendig aan toe waren. Bovendien wilden ossen en paarden, die zeer +slecht en karig voêr en bijna geen water kregen, niet meer voort. + +De kolonel was zich den toestand volkomen bewust. Maar hardvochtig voor +zich zelven, was hij het ook voor anderen. Hij wilde de driehoeksmeting +op geenerleiwijze schorsen en verklaarde, dat al was hij alléén, hij +vooruit zou trekken. Overigens spraken zijne ambtgenooten evenals hij, +en zij waren gereed hem te volgen, hoe ver hij ook gaan wilde. + +Door nieuwe pogingen verkreeg de Boschjesman van de inboorlingen, +dat zij hem nog eenigen tijd zouden volgen. Volgens zijne +meening was de karavaan niet meer dan vijf of zes dagen van het +Ngami-meer verwijderd. Dáár zouden ossen en paarden versche weiden +en schaduwrijke bosschen vinden, dáár zouden de mannen een geheel +meer van zoet water ontmoeten om zich te verfrisschen. Mokum wees +de voornaamste Boschjesmannen op dit vooruitzicht. Hij bewees hen +dat om levensvoorraad te krijgen, het beste was naar het noorden te +trekken. Inderdaad, als men westwaarts ging, dan was zulks in het +wilde voorttrekken; achterwaarts zou men weder in de karrou komen, +waar alle beken thans wel uitgedroogd zouden zijn. Eindelijk lieten +de inlanders zich door al deze redenen en verzoeken overhalen, en de +bijna uitgeputte karavaan hernam haar tocht naar het meer Ngami. + +Gelukkig werden de geodesische opmetingen in deze uitgestrekte vlakte +door middel van palen en andere seinen gemakkelijk volbracht. Om +tijd te winnen werkten de astronomen dag en nacht; door het licht van +electrische lampen geleid, konden zij de hoeken op de nauwkeurigste +wijze meten. + +Het werk ging dus met eenheid en orde voort, en het net van driehoeken +werd hoe langer hoe grooter. Den 16den Januari meende de karavaan +een oogenblik dat zij eindelijk water in overvloed zoude krijgen; +men zag namelijk aan den gezichteinder een meertje van een paar +kilometers breed. Men kan begrijpen dat deze tijding met groote +vreugde begroet werd; de geheele karavaan trok zoo snel mogelijk in +de aangewezen richting voort naar eene vrij uitgestrekte watervlakte, +die in de zonnestralen schitterde. + +Tegen vijf uren 's avonds bereikte men het meer. Eenige paarden rukten +zich van hunne geleiders los en galoppeerden naar het zoozeer begeerde +water. Zij roken het, zij ademden het in, en weldra kon men zien dat +zij er tot aan de borst toe insprongen. Doch de dieren kwamen spoedig +weder op den oever. Zij hadden hun dorst niet kunnen lesschen, en +toen de Boschjesmannen er bij kwamen vonden zij het water met zooveel +zoutdeelen bezwangerd, dat zij het niet konden drinken. + +De teleurstelling, men kan bijna zeggen, de wanhoop was groot. Niets +is wreeder dan bedrogen verwachting! Mokum meende dat men nu de hoop +moest opgeven om de inlanders nog verder te voeren. Het was gelukkig +voor de toekomst der onderneming, dat de karavaan zich dichter bij +het meer Ngami en de zijtakken van de Zambese bevond, dan bij eenige +andere streek waar drinkbaar water te vinden was. Aller behoud hing +dus van hunne voorwaartsche beweging af. In vier dagen zou de karavaan +aan de oevers van het meer zijn, als de geodesische opmetingen door +niets vertraagd werden. + +Men vertrok weder. De kolonel maakte van de gesteldheid van den +grond gebruik, en mat driehoeken van zulke groote afmeting, dat het +plaatsen van seinpalen daardoor minder dikwijls noodig was. Daar +men vooral gedurende heldere nachten werkte, konden de lichtsignalen +bijzonder goed gezien, en met den theodoliet of met den cirkel van +Borda hoogst nauwkeurig opgenomen worden. Hierdoor won men tegelijk +tijd en krachten uit. Maar dat is zeker dat het voor die moedige en +met wetenschappelijken ijver bezielde geleerden, voor de inlanders, +die onder een vreeselijk klimaat van dorst bijna omkwamen, en voor +de lastdieren, die de karavaan met zich voerde, hoog tijd werd het +meer te bereiken. Geen levend wezen zou onder zulke omstandigheden +den tocht nog veertien dagen hebben volgehouden. + +Den 21sten Januari begon de vlakke bodem eenigszins te veranderen; +hij werd hobbelig en oneffen. Tegen tien uren 's morgens zag men in +het noordwesten op een afstand van ongeveer vijftien kilometers een +heuvel van 5 of 600 voet. Het was de berg Scorzef. + +De Boschjesman keek nauwkeurig om zich heen, nam de plaats op, en +zeide naar het noorden wijzende: + +»Daar is het meer!" + +»Ngami, Ngami!" juichten de inlanders, en gaven luidruchtige teekenen +van vreugde. + +De Boschjesmannen wilden voorwaarts en den afstand die hen nog van +het meer scheidde, in één ren doorloopen. Maar het gelukte den jager +ze tegen te houden, daar hij hen deed opmerken dat het in eene door +Makololo's onveilig gemaakte streek van belang was bij elkander +te blijven. + +Daar de kolonel de aankomst van zijn kleinen troep aan het +Ngami-meer wilde bespoedigen, besloot hij het station, waar hij zich +bevond, onmiddellijk met den Scorzef door een enkelen driehoek te +verbinden. Men kon den zeer steilen bergtop gemakkelijk zien, en deze +was dus zeer geschikt voor eene waarneming; men behoefde derhalve +den nacht niet af te wachten, en het was onnoodig eene afdeeling +matrozen en inlanders vooruit te zenden om een licht op den Scorzef +te ontsteken. + +De instrumenten werden dus gesteld, en om grooter nauwkeurigheid +te verkrijgen, mat men op dit station nogmaals den tophoek van den +laatsten meer zuidwaarts gemeten driehoek. + +Mokum was zeer verlangend den oever van het meer te bereiken, en +had daarom slechts eene voorloopige legerplaats laten opslaan. Hij +hoopte vóór den nacht het zoo zeer begeerde meer bereikt te hebben, +maar hij verzuimde daarom geen der gewone voorzorgsmaatregelen, +en liet den omtrek door eenige ruiters onderzoeken. Rechts en links +verhief zich een kreupelbosch, dat men voorzichtigheidshalve moest +verkennen. Sedert de antilopenjacht had men evenwel geen spoor van +Makololo's gezien, en deze schenen het opgegeven te hebben de karavaan +te bespieden. Toch wilde de wantrouwende Boschjesman op zijne hoede +en op alle gebeurtenissen verdacht zijn. Terwijl de jager aldus wacht +hield, hielden de astronomen zich bezig met een nieuwen driehoek te +meten. Volgens de opmetingen van William Emery zou deze driehoek hen +bij den twintigsten parallel brengen, en dáár moest het uiteinde van +den meridiaanboog zich bevinden, dien zij in dit gedeelte van Afrika +waren komen opmeten. Nog slechts weinige opmetingen aan de overzijde +van het meer, en waarschijnlijk zou dan het achtste gedeelte van den +meridiaan gemeten zijn. Door middel van eene op den grond gemeten +nieuwe basis, moest men dan de gedane opmetingen narekenen, en het +werk zou afgeloopen zijn. Men begrijpt dus met welk een ijver zij +bezield waren nu zij op het punt waren hun omvangrijken arbeid te +zien eindigen. + +En hoe hadden de Russen nu gedurende dien tijd van hunne zijde +gewerkt? Sedert zes maanden waren de leden der internationale commissie +van elkander gescheiden; maar waar bevonden zich nu Mathieu Strux, +Michel Zorn en Nikolaas Palander? Hadden zij zoovele vermoeienissen +doorgestaan als hunne Engelsche ambtgenooten? Hadden zij ook geleden +door gebrek aan water, en door de moordende hitte van dit klimaat? Was +misschien de streek, waardoor hun weg geloopen had, en die aanmerkelijk +dichter bij den weg van David Livingstone gelegen was, minder droog +en dor geweest? Misschien, want noordwaarts van Kolobeng bevonden +zich rechts van den meridiaan dorpen als Schokuané, Schoschong en +andere, waar de Russische karavaan zich van levensmiddelen had kunnen +voorzien. Maar was het ook niet te vreezen dat in deze minder woeste +en bij gevolg meer door roovers bezochte streken de kleine troep +van Mathieu Strux vele gevaren geloopen had? Nu de Makololo's de +vervolging van de Engelschen schenen te hebben opgegeven, moest men +misschien daaruit het besluit trekken, dat zij de Russen vervolgden. + +De kolonel, die altijd in zijn arbeid verdiept was, dacht niet meer +aan die dingen of wilde zulks misschien niet, doch Murray en Emery +spraken dikwijls over het lot van hunne vroegere makkers. Zouden +zij hen ooit terug zien? Zouden de Russen in hunne onderneming +slagen? Zouden zij hetzelfde wiskundig resultaat verkrijgen, dat +is te zeggen, zou de waarde van een lengtegraad in dit gedeelte van +Afrika voor beide commissiën dezelfde zijn, nu zij tegelijktertijd, +maar elk afzonderlijk, een net van driehoeken gemeten hadden? En dan +dacht Emery aan zijn vriend, wiens scheiding hem zooveel verdriet +had gedaan, en die, dat wist hij, hem ook wel nimmer vergeten zou. + +Ondertusschen was het meten der hoeksafstanden begonnen. Om den hoek +te verkrijgen, welks top gelegen was aan het station, waar men zich +bevond, moest men het oog richten op twee signalen, van welke het een +gevormd werd door den top van den Scorzef. Voor het andere signaal +links van den meridiaan koos men een steil heuveltje dat slechts op +vier kilometers afstands lag. Men bepaalde er de richting van door +een der kijkers van den repetitie-cirkel. + +Zooals gezegd is, was de Scorzef betrekkelijk ver verwijderd; maar de +astronomen hadden geene keuze, daar deze berg de eenige uitstekende +punt in deze geheele streek was. Er verhief zich inderdaad geene andere +hoogte in het noorden of westen, evenmin aan de overzijde van het +meer Ngami, dat men nog niet eens zien kon. De afstand van den Scorzef +zoude de waarnemers noodzaken zich vrij ver aan de rechterzijde van den +meridiaan te begeven, maar na rijp beraad begrepen zij anders te kunnen +doen. Derhalve richtte men het oog nauwkeurig op den eenzaam staanden +bergtop en de afwijking der beide kijkers van den repetitiecirkel, +waardoor men de waarneming deed, gaf de wijdte van den hoek, dien men +aan het station meten wilde en waarvan de beenen door den Scorzef en +het heuveltje werden aangewezen. Om met nog grooter nauwkeurigheid +te werken, herhaalde de kolonel zijne berekening twintig malen, door +zijne kijkers evenveel malen op den repetitiecirkel te verplaatsen; +op deze wijze deelde hij de fouten, die mogelijk bij het aflezen +begaan waren, door twintig, en verkreeg zóó de grootte van den hoek +met volkomen juistheid. + +Niettegenstaande het ongeduld der inlanders werden deze verschillende +waarnemingen door den kalmen Everest met dezelfde zorg gedaan alsof +hij op het observatorium te Cambridge zat. De geheele 21ste Februari +ging op die wijze voorbij, en het was eerst bij het vallen van den +avond tegen half zes dat het aflezen der graden moeilijk werd, waarom +de kolonel zijne waarnemingen moest eindigen. + +»Ik ben tot uw dienst, Mokum," zeide hij toen tot den Boschjesman. + +»Het is niet al te vroeg meer, kolonel," antwoordde Mokum, »en ik +vind het jammer dat u uw werk niet voor het vallen van den nacht hebt +kunnen afkrijgen, want dan zouden wij getracht hebben ons kamp aan +den oever van het meer over te brengen." + +»Maar wie belet ons nog te vertrekken?" vroeg Everest. »Een afstand +van vijftien kilometers, zelfs in de duisternis kan ons toch niet +afschrikken? De weg loopt rechtuit, altijd door de vlakte, en wij +behoeven niet bang te zijn om te verdwalen." + +»Ja .... inderdaad ...." antwoordde de Boschjesman, die bij zich +zelven scheen te overleggen, »misschien kunnen wij het wagen, hoewel ik +liever bij klaarlichten dag door deze streek zou getrokken zijn! Onze +manschappen willen gaarne vooruit en naar het zoete water van het meer, +wij zullen dus vertrekken, kolonel." + +»Zooals gij wilt, Mokum!" hernam de kolonel. + +Toen allen het plan hadden goedgekeurd, werden de ossen voor de wagens +gespannen, de paarden bestegen, de instrumenten weder ingepakt, en +toen de Boschjesman om zeven uren het sein tot vertrekken gaf, toog +de karavaan, door den dorst geprikkeld, naar het meer Ngami op weg. + +Uit een zeker instinkt van veldontdekker had de Boschjesman de drie +Europeanen verzocht hunne geweren mede te nemen en zich van amunitie +te voorzien. Hij zelf droeg de buks, die Murray hem geschonken had, +en had een genoegzamen voorraad patronen in de tasch. + +Men ging op weg; het was stikdonker. Dikke wolken bedekten den hemel; +evenwel was de lucht aan den gezichteinder vrij van wolken. Mokum, die +zeer scherp zag, keek goed rond; eenige woorden door hem tegen Murray +gezegd, bewezen dezen, dat de Boschjesman de streek als niet zeer +veilig beschouwde; hij was dus van zijn kant ook op alles voorbereid. + +De karavaan trok aldus gedurende drie uren in noordelijke richting +voort, maar had veel van afmatting en dorst te lijden, zoodat de reis +niet snel ging. Men moest de achterblijvers dikwijls inwachten. Men +vorderde slechts drie kilometers in het uur, en tegen tien uren +'s avonds was de kleine bende nog zes kilometers van het meer +verwijderd. De beesten hijgden en konden door de drukkende hitte +nauwelijks ademhalen. De dampkring was zoo droog, dat de gevoeligste +vochtmeter er waarschijnlijk geen greintje vocht in zou gevonden +hebben. + +Niettegenstaande de vermaningen van den Boschjesman, bleef de karavaan +niet bij elkander; menschen en dieren vormden eene lange rij; eenige +ossen, die geheel uitgeput waren, vielen op den grond neder. Ruiters +zonder paarden sleepten zich met moeite voort en het zou aan de +kleinste bende inlanders gemakkelijk gevallen zijn ze allen op te +lichten. Mokum spaarde in zijn ongerustheid woorden noch daden; +hij ging van den een naar den ander, trachtte te vergeefs de orde +te herstellen, en zonder dat hij het bemerkt had, ontbrak reeds een +gedeelte zijner manschappen. + +Om elf uren waren de drie voorste wagens nog slechts op drie kilometers +van den Scorzef. Niettegenstaande de duisternis, kon men den alleen +staanden berg vrij duidelijk zien, daar hij zich als eene reusachtige +piramide verhief. Hij scheen door de duisternis nog dubbel zoo hoog +als hij werkelijk was. Als Mokum zich niet bedroog, moest het meer +zich achter die hoogte bevinden; men behoefde dus slechts om den berg +heen te trekken om langs den kortsten weg deze watervlakte te bereiken. + +De Boschjesman stelde zich aan het hoofd der karavaan met de drie +Europeanen, en hij wilde juist een weinig links aftrekken toen +hij plotseling staan bleef op het hooren van zeer duidelijke, doch +verwijderde schoten. + +De Engelschen hielden aanstonds hunne paarden in; zij luisterden +met gemakkelijk te begrijpen angst. In een land, waar inlanders +zich slechts van lansen en pijlen bedienen, moesten geweerschoten +verwondering en angst verwekken. + +»Wat is dat?" vroeg de kolonel. + +»Geweerschoten!" antwoordde John Murray. + +»Geweerschoten?" riep Everest, »en in welke richting?" + +»Er worden geweerschoten op den top van den Scorzef gelost," +antwoordde Mokum. »Ik zie de flikkering van die schoten in de +duisternis; men is daar aan het vechten! Het zijn zeker Makololo's, +die daar Europeanen aanvallen." + +»Europeanen!" zeide William Emery. + +»Ja, mijnheer," antwoordde Mokum. »Die luidruchtige schoten kunnen +slechts door Europeesche geweren gelost worden, en ik zou haast zeggen +dat het juistheidswapenen zijn." + +»Zouden daar dan Europeanen zijn?..." + +De kolonel viel hem echter in de rede, en riep: »Mijne heeren, wie +die Europeanen ook zijn mogen, wij moeten hun te hulp snellen!" + +»Ja, ja, zeker!" riep Emery, wiens hart als toegeknepen werd. + +Voordat hij op den berg aantrok, wilde de Boschjesman eerst zijne +kleine bende voor de laatste maal verzamelen, daar een troep +plunderaars hen anders onverwacht zou kunnen overvallen. Toen de +jager evenwel naar de achterhoede reed, was de karavaan uit elkander +gestoven, de paarden afgespannen, de wagens verlaten, en reeds +vluchtten eenige mannen als schimmen naar het zuiden over de vlakte. + +»Die lafaards!" riep Mokum: »Dorst, vermoeienis, alles vergeten zij +om te vluchten!" Zich daarop naar de Engelschen en hunne dappere +matrozen wendende, zeide hij: »Komaan, vooruit dan maar!" + +De Europeanen snelden daarop met den jager in noordelijke richting en +zetten hunne uitgeputte paarden zooveel mogelijk aan. Twintig minuten +daarna hoorde men duidelijk het krijgsgeschreeuw der Makololo's. Men +kon nog niet nagaan hoe groot hun aantal was. Die inlandsche roovers +deden waarschijnlijk een aanval op den Scorzef van welks top het +geweervuur flikkerde. Men zag geheele benden naar den top klimmen. + +Weldra waren de kolonel en zijne makkers in de onmiddellijke nabijheid +der aanvallers; zij stegen van hunne uitgeputte paarden en vuurden +onder een vreeselijk hoerah, dat de belegerden moesten kunnen hooren, +hunne geweren op de menigte inboorlingen af. Toen zij de snel op +elkander volgende schoten van de achterladers hoorden, meenden de +Makololo's dat zij door eene groote bende werden aangevallen. Deze +plotselinge aanval verraste hen, en zij trokken terug voordat zij +van hunne pijlen en lansen gebruik hadden gemaakt. + +Zonder een oogenblik te verliezen, laadden en schoten de Engelschen +zonder ophouden, en wierpen zich op den troep plunderaars. Reeds +lagen een vijftiental lijken op den grond. De Makololo's stoven uit +elkander; de Europeanen drongen in de gemaakte opening door, en de +meest nabijzijnde inlanders omverwerpende, trokken zij achterwaarts +tegen de helling van den berg op. In tien minuten hadden zij den top +bereikt, die in de duisternis bijna onzichtbaar was. De belegerden +hadden intusschen het vuren gestaakt, uit vrees dat zij hen konden +treffen, die hun zoo onverwachts te hulp kwamen. En die belegerden +waren de Russen! Zij waren daar allen, Mathieu Strux, Nikolaas +Palander, Michel Zorn en hunne vijf matrozen. Doch van de inlanders, +die vroeger hunne karavaan vormden, was niemand anders dan de trouwe +gids over. Die ellendige Boschjesmannen hadden ook hen op het oogenblik +des gevaars verlaten. + +Toen de kolonel verscheen, sprong Mathieu Strux boven van het kleine +muurtje, dat den top van den Scorzef omringde. + +»Gij mijne heeren Engelschen!" riep de astronoom van Pulkowa. + +»Wij zelve, mijne heeren Russen," antwoordde de kolonel op ernstigen +toon. »Maar hier zijn geen Russen of Engelschen! Er zijn slechts +Europeanen vereenigd om zich te verdedigen!" + + + + + + + +XIX. + +Meten of sterven. + + +De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover +die Makololo's en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en +Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot +gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte +alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover +den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te +voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen +gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een +handdruk bekrachtigd. + +Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water +uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene +kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den +top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert +hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden +de matrozen de Makololo's in het oog, die hun eenige rust gaven. + +Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van +hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan +deed verschijnen. De Scorzef was ongeveer halfweg tusschen de beide +meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan +den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Het was dus zeer +natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige +hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche +en Russische meridianen eindigden op twee vrij ver van elkander +verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers +de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met +elkander verbinden. + +Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen +volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder +ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen +had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, +dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De +Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden +gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er +was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er +eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen +voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en +daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door 's nachts +vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen +verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van +die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij +ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot +klagen gehad. Den 20sten Februari bereikten de Russen den Scorzef, +en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo's +ten getale van drie- of vierhonderd in de vlakte verschenen. De +verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten +de Russen aan zich zelven over. De Makololo's begonnen de wagens, die +aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de +instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien +was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der +plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij +te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen +de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat +men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de +helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, +dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo's misschien tot aan de +schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen. + +Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel +Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar +het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, +den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die +men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun +vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen. + +De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De +Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht +gehouden. De Makololo's vernieuwden den aanval niet; maar eenige +vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd +op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven. + +Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken +van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te +laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk +de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den +gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig +zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des +bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders +door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken +wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, +dat de Makololo's de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds +hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het +materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun +zonder twijfel niet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, +wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de +kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt. + +Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische +geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een +bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop +van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging +van den Scorzef bepalen. + +De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd +door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan de karrou uitstrekte; ten +oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In +het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de +heuvels, die het vruchtbare land der Makololo's begrenzen, en welks +hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van +het meer Ngami ligt. + +In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele +andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste +steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, +die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene +uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- +en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het +de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting +zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het +niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde +scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, +weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even +rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl +geheel in het noorden, maar op minstens tachtig kilometers afstand, +eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene +schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend +bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en +groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare +zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht +de onmetelijke slagader genoemd worden, die voor zuidelijk Afrika is +wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika. + +Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen +ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van +het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden +van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is +zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk +glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot +voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, +en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het +achter de muren der verlaten schans wel uithouden. + +Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien +berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van +dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: +de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door +ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en +neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende +vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de +Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den +slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen +eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist +langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het +westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen +der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar +hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling +versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, +want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden +weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw +te verhandelen. + +Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in +verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag +die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzef behoefde niet +meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen +in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den +vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de +koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met +kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein +houten koepeltje uitstak, dat door den afstand verkleind, tot mikpunt +voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen +ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor +de Europeanen aan. Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, +en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en +matrozen het tegen een geheel leger Makololo's uithouden, zoolang +zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen +geodesischen arbeid ten einde brengen. + +De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, +die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot +vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van +dezen wagen niet meester gemaakt. + +Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond +juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de +schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende +twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die +daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt. + +Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, +vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, +terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans. + +Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet +op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in +'t midden bracht: + +»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk +niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor +twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen +in de schans te blijven? Kunnen wij haar niet vandaag of morgen +verlaten? Wie belet het ons? De Makololo's? Maar zij loopen voor +zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de +stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van +het meer neder te zetten." + +Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman +aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen +van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan +niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet +opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de +helden der wetenschap zijn moesten. + +John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den +Boschjesman: + +»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht." + +»Welke taak?" + +»Het meten van den meridiaan!" + +»Denkt gij dan," hernam de jager, »dat die Makololo's wat om uw +meridiaan geven?" + +»Het is mogelijk dat zij er niets om geven," hernam John Murray, +»maar wij geven er om, wij zullen deze onderneming niet in den steek +laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?" + +»Zoo denken wij er ook over," antwoordde de kolonel, die uit aller naam +sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld +werden. »Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang +één van ons zal overblijven, zoolang één onzer nog door een kijker +zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als +'t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere +hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten +ademtocht volhouden." + +»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!" riepen deze moedige +geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman +keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had +het begrepen. + +Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar +zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed +station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu +Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den +Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden. + +»Mijne heeren," zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig +zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet +onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten +noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het +bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, +die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten +noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer +Ngami in schuine richting zal snijden." + +»Welnu," zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit +dan de moeilijkheid?" + +»De moeilijkheid," antwoordde Mathieu Strux, »zit in den afstand, +die den Scorzef van dien bergtop scheidt!" + +»Hoe groot is die afstand?" vroeg Everest. + +»Ten minste honderdtwintig kilometers." + +»Onze kijker zal dien afstand overschrijden." + +»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken." + +»Dat zal gebeuren." + +»Dat vuur moet daar worden heen gebracht." + +»Dat zal ook gebeuren." + +»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo's moeten +verdedigen," voegde de Boschjesman er bij. + +»Dit zal ook geschieden." + +»Mijne heeren," zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles +doen wat gij mij zult opdragen...." + +Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan +de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing. Met dezelfde +gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten +de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van +het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had +uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, +die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich +tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, +zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen +worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar +die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef +en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar +geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de +eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige +station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten +einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten +parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, +en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten +te overwinnen. + +Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest +men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel +Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd +aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij +zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken. + +Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking +blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich +met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om +het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te +vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige +uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar +eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht. + +Om acht uren 's avonds had men de instrumenten, de electrieke +lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot +geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den +zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en +de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn +op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van +den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery +evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen. + +Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers +de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een +Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan. + +Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichte boot gleed +door de kracht der riemen stil over het water van het meer. + + + + + + + +XX. + +Acht dagen op den top van den Scorzef. + + +Niet zonder beklemming des harten, hadden de astronomen gezien dat +hunne jeugdige ambtgenooten zich verwijderden. Welke moeiten, welke +gevaren stonden dezen moedigen jongen lieden te wachten midden in +eene onbekende streek, door welke zij nog ongeveer honderd kilometers +moesten afleggen! De Boschjesman stelde hunne vrienden evenwel gerust +door den moed en de bekwaamheid van den geleider te roemen. Bovendien +mocht men veronderstellen dat de Makololo's, die al te zeer om den +Scorzef bezig waren, geen plundertochten ten noorden van het meer +zouden ondernemen. Mokum meende, en zijn oordeel bedroog hem niet, +dat de kolonel en zijn makkers aan veel grooter gevaar in de schans +waren blootgesteld, dan de jonge astronomen op hun tocht naar het +noorden. De matrozen en de Boschjesman hielden 's nachts beurtelings de +wacht. De duisternis toch moest de vijandige voornemens der inlanders +begunstigen. Maar dat kruipende gedierte, zooals Mokum ze noemde, +waagde zich nog niet op de helling van den berg. Misschien wachtten +zij versterking om den berg van alle zijden te gelijk aan te vallen +en door hun groot getal den tegenstand der belegerden te verzwakken. + +De jager had zich in zijne gissing niet bedrogen, en toen de dag weder +aanbrak, kon de kolonel zien dat het getal der Makololo's aanzienlijk +was toegenomen. Hun kamp, dat met bekwaamheid was ingericht, +omringde den voet van den Scorzef en maakte de vlucht door de vlakte +onmogelijk. Gelukkig kon het meer niet bewaakt worden, en zoo noodig +zou de terugtocht zonder onvoorziene omstandigheden altijd over het +water kunnen plaats hebben. Maar er was nog geen sprake van vlucht. De +Europeanen bezetten een wetenschappelijken post, een eerepost, dien +zij niet dachten te verlaten. In dat opzicht heerschte tusschen hen +volkomen overeenstemming. Er bestond zelfs geen zweem meer van eenige +persoonlijke veete tusschen den kolonel en Mathieu Strux. Nimmer was +er sprake van den oorlog, die op dat tijdstip tusschen Engeland en +Rusland gevoerd werd; er werd zelfs geene zinspeling op gemaakt. De +beide geleerden gingen op hetzelfde doel af; beiden wilden tot eene +uitkomst geraken, die voor beide natiën even nuttig was, en hun +wetenschappelijken arbeid tot een goed einde brengen. + +Terwijl zij het oogenblik afwachtten waarop de lantaarn op den top +van den Volquiria zou schitteren, hielden de beide astronomen zich +bezig met den vorigen driehoek te berekenen. Deze arbeid, die daarin +bestond dat men de beide laatste stations van de Engelsche opname +door den dubbelen kijker waarnam, werd zonder moeilijkheid volbracht, +en den uitslag er van door Nikolaas Palander opgeteekend. Toen dat +gedaan was, kwam men overeen gedurende de volgende nachten talrijke +sterren waar te nemen, zoodat men met de grootste juistheid de breedte +van den Scorzef berekenen kon. + +Bovendien moest er eene zeer belangrijke vraag beslist worden, +en Mokum werd natuurlijk geroepen om in deze omstandigheid zijne +meening te zeggen. In hoeveel tijd minstens konden Zorn en Emery +de bergketen bereiken, die het meer Ngami ten noorden begrensde, +en wier voornaamste bergtop tot hoekpunt van den laatsten driehoek +dienen moest? De Boschjesman schatte op niet minder dan vijf dagen +den tijd, die noodig was om dit punt te bereiken. Het lag toch meer +dan honderd kilometers van den Scorzef af. De kleine troep ging +te voet, en als men de moeilijkheden in aanmerking nam, die zulk +eene met bergstroomen doorsneden streek moest opleveren, dan waren +vijf dagen nog een zeer kort tijdsverloop. Men nam dus hoogstens +zes dagen aan, en naar die berekening regelde men het verbruik +der levensmiddelen. Deze waren niet overvloedig voorhanden; men +had er een gedeelte van moeten afstaan aan de vertrokken makkers, +opdat deze daarmede zich konden voeden totdat zij zich door de jacht +weder voedsel konden verschaffen. De levensmiddelen, die zich in de +schans bevonden, waren niet meer dan voor twee dagen voldoende, als +elkeen zijne gewone portie kreeg. Het waren eenige ponden beschuit, +gedroogd vleesch en pemmican. Kolonel Everest besliste in overleg met +zijne ambtgenooten, dat het dagelijksch rantsoen tot op een derde zou +verminderd worden. Op die wijze kon men tot den zesden dag wachten of +het licht verschijnen zou op de plek, waarop men voortdurend den kijker +gericht had. De vier Europeanen, de zes matrozen en de Boschjesman, +dus elf in het geheel, leden wel door die onvoldoende voeding, doch +zij waren boven dergelijk lijden verheven. + +»Bovendien is het niet verboden te jagen," zeide John Murray tegen den +Boschjesman. Deze schudde twijfelachtig het hoofd. Het scheen hem toe +dat op dezen eenzamen berg het wild wel zeer zeldzaam zijn zou. Maar +dit was daarom geene reden om aan zijn geweer rust te gunnen, en toen +hij dit besluit genomen had ging Murray, terwijl zijne ambtgenooten +bezig waren om de berekende metingen op het dubbele register van +Nikolaas Palander over te brengen, met Mokum buiten de omheining der +schans om den berg nauwkeurig op te nemen. + +De makololo's waren kalm onder aan den berg gelegerd, en schenen zich +niet te willen haasten met een aanval. Misschien hadden zij het plan +de belegerden door honger te dwingen! + +De Scorzef was spoedig opgenomen. De plaats waar de schans stond, was +in hare grootste afmeting geen 250 meters breed. De grond was met dik +gras en keisteenen bedekt, en hier en daar stonden eenige heesters, +voornamelijk van lischbloemen. De flora op den Scorzef bestond uit +erica's met roode bloemen en proteën met zilverkleurige bladeren. Op +de helling, in de spleten door uitspringende rotsen gevormd, +stonden tien voet hooge doornstruiken met trossen witte bloemen, +die den geur van jasmijnen hadden, doch waarvan de Boschjesman den +naam niet kende. (Waarschijnlijk was het de ardunia bispinosa). Na +een uur rondgekeken te hebben, had de Engelschman nog geen enkel +dier bespeurd. Evenwel vlogen eenige kleine vogels met donkerkleurige +vleugels en roode bekjes uit de struiken op, en zeker zou deze geheele +vogelschaar op het eerste geweerschot verdwenen zijn om nimmer terug +te keeren. Men behoefde dus op geen wild te rekenen om de bezetting +van leeftocht te voorzien. + +»Men zal ten minste altijd in het meer kunnen visschen," zeide John +Murray, terwijl hij aan den noordelijken rand van den berg stilstond +en de prachtige watervlakte beschouwde. + +»Zonder net of hengel visschen gaat even goed als vogels in de +vlucht grijpen," zeide de Boschjesman. »Maar wij behoeven nog niet +te wanhoopen. U weet dat het toeval ons reeds dikwijls gediend heeft, +en ik denk dat dit nog wel eens zal gebeuren." + +»Het toeval!" hervatte Murray, »maar als God dit ten onzen +dienste stelt, dan is het de beste verzorger van het menschelijke +geslacht, dien ik ken! Er is geen zekerder dienaar, geen vernuftiger +hofmeester! Het heeft ons met onze Russische vrienden vereenigd, +en hen juist daarheen gevoerd, waar wij zelve wilden komen, en het +zal ons met elkander wel zachtjes daarheen brengen, waar wij willen!" + +»En zal het ons voeden?" vroeg de Boschjesman. + +»Zeker, vriend Mokum," antwoordde Murray, »en daarmede zal het toeval +slechts zijn plicht doen." + +De woorden van den Engelschman waren zeker geruststellend, maar de +Boschjesman meende dat het toeval een dienaar was, die door zijne +meesters een weinig geholpen moest worden, en hij legde bij zich +zelven de belofte af dit des noods te doen. + +De dag van den 25sten Februari bracht geene verandering in den +toestand der belegeraars en belegerden. De Makololo's bleven binnen +hunne legerplaats; kudden ossen en schapen weidden aan den voet van +den Scorzef op de landen, die door kleine beekjes vruchtbaar waren +geworden. De geplunderde wagens waren in het kamp gebracht. Eenige +vrouwen en kinderen, die de nomaden gevolgd waren, hielden zich met +gewoon dagwerk bezig. Van tijd tot tijd kwam er een hoofdman, die +herkenbaar was aan zijn kostbaren pels, op de helling van den berg +en scheen naar een voetpad te zoeken, dat hem des te zekerder op +den top brengen zou. Een bukskogel noodzaakte hem echter om spoedig +naar de vlakte terug te keeren. Dan antwoordden de Makololo's met hun +krijgsgeschreeuw, schoten eenige onschadelijke pijlen af, of dreigden +met hunne lansen, en alles keerde tot de gewone rust terug. + +Den 26sten Februari waagden de inlanders eene meer ernstige poging, +en beklommen ten getale van vijftig den berg aan drie kanten. De +geheele bezetting kwam buiten de schans aan den voet van den wal. De +Europeesche achterladers brachten in de rangen der Makololo's eenige +verliezen te weeg. Vijf of zes van die plunderaars werden gedood, +en de rest van de bende trok af. Evenwel was het duidelijk dat, +hoe snel zij hunne geweren ook afschoten, de belegerden door het +groote getal konden overrompeld worden. Als vele honderden Makololo's +den berg tegelijk bestormden, zou het moeilijk zijn om hun van alle +kanten weerstand te bieden. John Murray kwam toen op het denkbeeld om +de voorzijde der schans te beschermen, door er de mitrailleuse, het +voornaamste wapen der stoomboot, te plaatsen. Het was een uitstekend +verdedigingsmiddel. De eenige moeilijkheid was om dit zware voorwerp +langs die loodrechte en moeilijk te beklimmen rotsen naar boven te +krijgen. Echter waren de matrozen van de Queen and Tzar zoo behendig, +vlug, men zou zelfs zeggen stout, dat de vreeselijke mitrailleuse +den 26sten in een schietgat van den muur geplaatst was. Dáár konden +de vijfentwintig loopen, die waaiervormig uitstonden, de geheele +voorzijde van de schans bestrijken. De inlanders zouden weldra kennis +maken met dit moordtuig, dat de beschaafde natiën twintig jaar later +als oorlogswapen in gebruik zouden nemen. + +Gedurende hunne gedwongen werkeloosheid op den Scorzef, hadden de +astronomen elken nacht eenige sterrehoogten berekend. De heldere +hemel en de zeer drooge atmosfeer stelden hen in staat uitmuntende +waarnemingen te doen: Zij verkregen voor de breedte van den Scorzef 19° +37' 18'' 265, dus tot op duizendste deelen van eene seconde, dat is te +zeggen op een meter na. Het was onmogelijk de nauwkeurigheid verder +te drijven. Deze uitkomst bevestigde hen in het denkbeeld, dat zij +zich op minder dan een halven graad van het noordelijkste punt van hun +meridiaan bevonden, en dat derhalve de driehoek, welks hoekpunt zij op +den Volquiria wilden plaatsen, de rij hunner metingen zoude eindigen. + +De Makololo's herhaalden in den nacht van den 26sten op den 27sten +Februari hun aanval niet. De laatste dag scheen voor de kleine +bezetting geen einde te zullen nemen. Indien de omstandigheden +den geleider hadden begunstigd, was het mogelijk dat hij met zijne +makkers dien dag op den Volquiria was aangekomen; men moest dus den +eerstvolgenden nacht den gezichteinder met de uiterste zorg in het +oog houden, want het licht van den lantaarn kon verschijnen. Kolonel +Everest en Mathieu Strux hadden den kijker reeds zóó op den bergtop +gericht, dat deze juist in het veld van den kijker zichtbaar was. Deze +voorzorg vereenvoudigde het onderzoek dat in de duisternis zeer +moeilijk was, als men de strepen niet kon zien, die aanwezen tot +hoever men den kijker moest uithalen. Indien het licht op den top van +den Volquiria werd ontstoken, zou het aanstonds gezien kunnen worden +en dan was de hoek bekend. + +Gedurende dien dag onderzocht Murray te vergeefs de heesters en het +hooge gras. Hij kon geen enkel dier opjagen; de vogels zelfs, die in +hunne schuilplaatsen verstoord waren, hadden aan de oevers van het meer +een veiliger toevluchtsoord opgezocht. De eenzame jager was verdrietig, +want nu jaagde hij niet voor zijn vermaak maar pro domo sua, als men +ten minste die Latijnsche woorden op de maag van een Engelschman kan +toepassen. Murray, wiens eetlust met geen derde rantsoen tevreden +was, leed wezenlijk door den honger. Zijne ambtgenooten verdroegen +dit gemakkelijker, hetzij hun maag minder behoefte had, hetzij zij +op het voorbeeld van Nikolaas Palander een biefstuk konden vervangen +door een of twee vergelijkingen van den tweeden graad. Wat de matrozen +en den Boschjesman aangaat, zij hadden even grooten honger als John +Murray. De kleine voorraad levensmiddelen raakte ten einde. Nog één +dag, en al het voedsel zou verbruikt zijn, en wanneer de geleider +tegenspoed op zijn tocht had gehad, dan zou de bezetting der schans +spoedig tot het uiterste gebracht zijn. + +Den geheelen nacht van 27 op 28 Februari werd met waarnemingen +doorgebracht. De kalme en heldere nacht begunstigde de astronomen, doch +de gezichteinder bleef in diepe duisternis gehuld. Geen lichtschijnsel +was daar zichtbaar; niets was in het veld van den kijker te zien. De +kortste tijd, dien men gemeend had dat Zorn en Emery noodig hadden, +was evenwel ter nauwernood voorbij. Hunne ambtgenooten konden zich +dus slechts met geduld wapenen en wachten. + +Gedurende den 28sten Februari, at de kleine bezetting van den +Scorzef haar laatste stuk vleesch en beschuit op. Maar de hoop van +deze moedige geleerden verzwakte nog niet, en al moesten zij zich +ook met gras voeden, zoo waren zij toch besloten om de plaats niet +te verlaten vóór zij hun werk volbracht hadden. + +De nacht van 28 Februari op 1 Maart gaf hun nog geen uitkomst; eens +of tweemaal meenden zij het licht te zien, maar na de waarneming bleek +het dat het niets was dan eene ster, die even boven den gezichteinder +verscheen. + +Gedurende den dag van den 1sten Maart at men niet. Waarschijnlijk waren +de kolonel en zijne makkers sedert eenige dagen door de ongenoegzame +voeding gewend aan onthouding en verdroegen dus gemakkelijker dan +zij eerst gedacht hadden, den honger; doch indien de Voorzienigheid +hun niet te hulp kwam, dan zouden zij den volgenden dag vreeselijk +lijden. Den volgenden dag werden zij door de Voorzienigheid niet +geholpen; geen enkel stuk wild kwam Murray voor het geweer, en toch +konden de belegerden, die geen recht hadden veel te eischen, zich +eenigermate herstellen. + +John Murray en Mokum waren, gekweld door den honger, en met verwilderd +oog, op den top van den Scorzef aan het ronddwalen; vreeselijke +honger verscheurde hun het ingewand. Zoude het nu zóóver komen dat +zij het gras, waarover zij liepen, moesten eten, zooals de kolonel +voorspeld had? + +»Als wij de maag van herkauwende dieren hadden!" dacht de arme Murray, +»wat zouden wij ons dan te goed kunnen doen! En geen enkel stuk wild, +geen vogeltje!" + +Terwijl hij zoo sprak, liet Murray zijn oog weiden over het groote meer +dat zich aan zijne voeten uitstrekte. De matrozen van de Queen and Tzar +hadden te vergeefs beproefd eenige visschen te vangen. De watervogels, +die over het kalme water vlogen, lieten zich ook niet benaderen. + +Murray en Mokum, die uiterst vermoeid waren van het loopen, strekten +zich weldra op het gras aan den voet van een vijf of zes voeten +hoog heuveltje uit. Een zware slaap, of liever eene verdooving +maakte hen gevoelloos. Onder dien indruk sloten hunne oogleden zich +onwillekeurig. Langzamerhand vervielen zij in een wezenlijken toestand +van gevoelloosheid. De leegte, die zij in hunne maag gevoelden, +benam hun alle bezinning waardoor zij gekweld werden; zij gaven er +zich dus met genot aan over. + +Hoeveel tijd deze verdooving geduurd had konden noch de Boschjesman +noch John Murray zeggen; maar na een uur ongeveer werd Murray wakker +door een zeer onaangenaam jeuken. Hij schudde zich heen en weer, +beproefde weder in te slapen, maar het jeuken duurde voort, en +ongeduldig opende hij eindelijk de oogen. + +Legioenen witte mieren liepen over zijne kleederen. Zijn gezicht en +handen waren er mede bedekt. Die zwerm insecten deed hem opvliegen +alsof een veer in hem was losgesprongen. Deze plotselinge beweging +maakte ook den Boschjesman wakker, die naast hem lag. Mokum was +evenzeer met witte mieren bedekt, maar in plaats van die insecten weg +te jagen, nam hij tot groote verbazing van Murray er handen vol van, +stak die in den mond en at ze met graagte op. + +»He, foei, Mokum!" zeide de Engelschman, die misselijk werd van +deze gulzigheid. + +»Eet, eet, doe zooals ik!" antwoordde de jager, zonder tijd te +verliezen. »Eet, eet, het is de rijst van den Boschjesman!...." + +Mokum gaf werkelijk aan die insecten hun inlandschen naam. De +Boschjesmannen voeden zich gaarne met deze mieren, waarvan twee +soorten bestaan, namelijk witte en zwarte. De witte mier is, volgens +hen, van uitstekende hoedanigheid. Het eenige gebrek van dit insect +als voedingsmiddel is, dat men er zulke aanzienlijke hoeveelheden +van moet eten. De Afrikanen vermengen die dieren dan ook gewoonlijk +met de gom van de mimosa. Op die wijze verkrijgen zij een steviger +voedsel. Maar op den top van den Scorzef groeide geen mimosa, en +Mokum vergenoegde zich met zijn rijst zoo maar uit de vuist op te eten. + +Murray voelde zich, niettegenstaande zijn tegenzin, aangezet door +een honger, die nog erger werd toen hij zag dat de Boschjesman +zich verzadigde, en besloot hem na te volgen. De mieren kropen bij +millioenen uit hun groot nest, dat niets anders was, dan het heuveltje +waartegen de twee slapers hadden aangelegen. Murray nam er ook eene +handvol van, en stak ze in den mond; het smaakte hem inderdaad; hij +vond er een aangenamen zuren smaak aan en voelde de krampen in zijne +maag langzamerhand bedaren. + +Evenwel had Mokum zijne makkers niet vergeten. Hij liep naar de schans +en bracht de geheele bezetting mede. De matrozen lieten zich niet +bidden om van dit zonderlinge voedsel gebruik te maken. Misschien +aarzelden Mathieu Strux, de kolonel en Palander een oogenblik; doch +het voorbeeld van Murray haalde hen over, en de arme geleerden, die +half dood van uitputting waren, trachtten ten minste hun honger te +stillen door groote hoeveelheden van die witte mieren in te slikken. + +Doch een onverwacht toeval verschafte den kolonel en zijnen makkers +vrij wat steviger voedsel. Om een voorraad van die insecten te +verzamelen, wilde Mokum ééne zijde van het groote mierennest +vernielen. Het was, zooals boven gezegd is, een kegelvormig +heuveltje dat onder om de basis door kleinere kegeltjes omringd +was. De jager had met zijne bijl reeds verscheidene slagen aan het +nest toegebracht, toen een zonderling geluid zijne aandacht trok. Het +was alsof er een geknor in het binnenste van den mierenhoop gehoord +werd. De Boschjesman staakte een oogenblik zijn vernielingswerk, +en luisterde. Zijne makkers zagen hem aan, maar zeiden niets. Hij +deed wederom eenige slagen met zijn bijl; toen liet zich het geknor +duidelijker hooren. De Boschjesman wreef zich zonder een woord te +zeggen in de handen, en zijne oogen schitterden van begeerte. Hij +hieuw op nieuw op het heuveltje in, zoodat hij er weldra een gat van +een voet breed in gemaakt had. De mieren vluchtten naar alle kanten +weg, maar de jager stoorde er zich niet aan, en liet aan de matrozen +de zorg over om ze in zakken te stoppen. + +Plotseling verscheen er een zonderling dier voor het gat. Het was +een viervoetig dier, met een langen snuit, kleinen bek, zeer rekbare +lange tong, rechtstaande ooren, korte pooten, langen en puntigen +staart. Lange, grijze, zijdeachtige haren met rooden weerschijn +bedekten zijn glad lichaam, en aan de pooten had het groote klauwen. + +Een enkele slag op den snuit was voldoende om het dier te dooden. + +»Daar hebben wij ons gebraad, heeren," zeide de Boschjesman. »Wij +hebben er lang op moeten wachten, maar 't zal daarom niet minder +lekker smaken! Kom aan, vuur, een laadstok als braadspit, en wij +zullen smullen, zooals wij nog nooit gedaan hebben!" + +De Boschjesman zeide niet te veel. Het dier, dat hij handig vilde en +schoonmaakte, was een aardzuiger of miereneter, bij de Hollanders ook +bekend onder den naam van aardvarken. Het komt in zuidelijk Afrika +zeer veel voor, en de mierennesten hebben geen grooter vijand. Zulk +een miereneter verdelgt legioenen insecten, en als hij niet in de +nauwe gangen kan doordringen, vangt hij ze door zijne rekbare en +slijmerige tong in den hoop te steken, waarna hij die geheel met +mieren bedekt weder intrekt. + +Het gebraad was weldra gereed; er ontbraken misschien nog wel eenige +minuten bradens aan, doch de honger maakte hen ongeduldig! De helft +van het dier werd opgegeten, en men verklaarde het vaste en gezonde +vleesch als overheerlijk, hoewel het eenigszins met mierenzuur +doortrokken was. Wat heerlijk maal, en wat werden de moed en hoop +van die dappere Europeanen er door verlevendigd! + +En inderdaad moest de hoop wel in hun hart zijn vastgeworteld, want +den volgenden nacht verscheen er nog geen licht op den top van den +Volquiria! + + + + + + + +XXI. + +Het licht verschijnt. + + +Er waren nu negen dagen verloopen sedert de geleider en zijne +metgezellen vertrokken waren. De geleider en zijne makkers waren voor +negen dagen vertrokken. Waardoor was hun tocht vertraagd? Hadden +menschen of dieren hun onoverkomelijke hinderpalen in den weg +gelegd? Moest men uit die vertraging opmaken dat Michel Zorn en +William Emery op hun tocht bepaald waren opgehouden? Moest men niet +denken dat zij onherroepelijk verloren waren? + +Men kan zich de vrees, den angst, de afwisselende hoop en twijfelingen +van de op den Scorzef gelegerde astronomen voorstellen. Hunne +ambtgenooten en vrienden waren sedert negen dagen vertrokken! In +zes of zeven dagen hadden zij het doel kunnen bereiken; het waren +ijverige, moedige mannen, die door wetenschappelijken heldenmoed +werden aangevuurd. Van hunne tegenwoordigheid op den Volquiria hing +het welslagen der groote onderneming af. Zij wisten het, en zouden dus +niets verzuimd hebben om goed te slagen. Het lange dralen kon hun niet +geweten worden. Indien dus het licht negen dagen na hun vertrek nog +niet op den Volquiria schitterde, moesten zij door zwervende horden +gedood of gevangen genomen zijn! + +Dit waren de ontmoedigende gedachten en de droevige veronderstellingen, +die de kolonel en zijne ambtgenooten maakten. Met welk een ongeduld +wachtten zij dat de zon onder den gezichteinder verdwenen was, +om hunne waarnemingen in de duisternis weder te beginnen! Welke +voorzorgen namen zij daarbij in acht! Al hunne hoop vestigde zich +op het oculair waardoor zij het verre licht zouden ontwaren. Hun +geheele leven was als samengetrokken in het kleine gezichtsveld van +een kijker! Gedurende den 3den Maart dwaalden zij op de hellingen +van den Scorzef rond, wisselden nauwelijks één woord met elkander, +en beheerscht door een eenig denkbeeld, leden zij zooals zij nog +nimmer geleden hadden! Noch de buitengewone hitte in de woestijn, +noch de afmatting van eene reis onder de stralen eener tropische zon, +noch de kwellingen van den dorst hadden hen zoo ter neergeslagen. + +Gedurende dien dag werden de laatste stukken vleesch van den miereneter +verorberd, en de bezetting der schans was toen in de noodzakelijkheid +zich slechts zeer onvoldoende te voeden met den voorraad uit het +mierennest. + +De nacht kwam zonder maanlicht, kalm en duister, en was bijzonder +geschikt voor waarnemingen. Doch geen licht was op den top van den +Volquiria te zien. De kolonel en Mathieu Strux wisselden elkander tot +aan de eerste morgenschemering af, en staarden met bewonderingswaardige +volharding naar den gezichteinder. Niets, niets verscheen er, en de +eerste zonnestralen maakten weldra elke waarneming onmogelijk! + +Van den kant der inboorlingen was nog niets te vreezen. De Makololo's +schenen besloten te zijn om de belegerden door hongersnood +te dwingen. En inderdaad kon het niet missen of zij zouden +slagen. Gedurende den dag van den 4den Maart kwelde de honger de +belegerden op nieuw, en de ongelukkige Europeanen konden dit lijden +slechts verminderen door op de knolachtige wortels der lischbloemen +te kauwen, die in de spleten der rotsen groeiden. + +Gevangen waren zij echter niet! De stoomboot lag nog altijd in de kreek +en kon, als zij zulks wilden, hen over het meer naar vruchtbaarder +streken brengen waar wild en groenten en vruchten in overvloed +voorhanden waren. Verscheidene malen had men de vraag geopperd of +het niet goed zou zijn den Boschjesman naar den noordelijken oever +te zenden, ten einde er voor de belegerden te jagen. Maar behalve +dat dit door de inlanders gemerkt kon worden, waagde men daarmede de +stoomboot en dus aller behoud in geval andere stammen van Makololo's +den noordelijken oever van het meer bezet hielden. Dit voorstel werd +dus verworpen. Allen zouden vluchten of samen blijven. Er was evenwel +geen sprake van den Scorzef te verlaten voor dat de arbeid ten einde +was gebracht. Men moest wachten totdat alle kansen op goeden uitslag +in rook vervlogen waren. Het was eene zaak van geduld, en men zou +geduld hebben! + +»Toen Arago, Biot en Rodriguez," zeide de kolonel tegen zijne om +hem heen zittende metgezellen, »zich voorstelden den meridiaan van +Duinkerken tot op Iviza voort te zetten, verkeerden die geleerden +bijna in denzelfden toestand als wij. Men moest het eiland met +de Spaansche kust verbinden door een driehoek, waarvan de zijden +meer dan honderd twintig kilometers lang waren. Rodriguez vestigde +zich op een der bergtoppen van het eiland en onderhield er het +licht in een lantaarn, terwijl de Fransche geleerden op meer dan +honderd kilometers daarvandaan onder eene tent in de woestijn van +Las Palmas leefden. Gedurende zestig nachten keken Arago en Biot uit +naar het licht, dat zij wilden waarnemen. Ontmoedigd wilden zij hunne +onderneming reeds opgeven, toen zij den eenenzestigsten nacht door hun +kijker een lichtend punt zagen, dat met geene ster der zesde grootte +verward kon worden, omdat het zoo onbeweeglijk stond. Eenenzestig +nachten wachten! welnu mijne heeren, wat twee Fransche geleerden +in het belang der wetenschap gedaan hebben, zouden dat Russische en +Engelsche astronomen niet doen?" + +Het antwoord van al die geleerden was een gejuich tot bevestiging. En +toch hadden zij den kolonel kunnen antwoorden dat noch Biot, noch +Arago bij hun langdurig verblijf in Las Palmas de kwelling van den +honger ondervonden! + +Gedurende dien dag waren de Makololo's buitengewoon bedrijvig. Zij +gingen en kwamen, zoodat de Boschjesman ongerust werd. Misschien +wilden zij bij het vallen van den nacht een nieuwen aanval wagen, +of maakten zij zich gereed hunne legerplaats op te breken. Nadat +Mokum hen nauwkeurig had gadegeslagen, meende hij in deze beweging +vijandelijke plannen te bespeuren. De Makololo's maakten hunne wapenen +gereed. De vrouwen en kinderen, die tot nog toe bij hen waren gebleven, +verlieten de legerplaats en trokken onder geleide van eenige gidsen +oostwaarts naar de oevers van het meer Ngami. Het was dus mogelijk +dat de belegeraars een laatste maal wilden beproeven de schans te +vermeesteren vóór dat zij voor goed naar hunne hoofdstad Maketo +terugtrokken. + +De Boschjesman deelde den Europeanen den uitslag van zijn onderzoek +mede. Men besloot dien nacht streng de wacht te houden, en alle +wapenen gereed te maken. Het getal der belegeraars moest aanzienlijk +zijn. Niets belette hen om met honderden te gelijk de hellingen van +den Scorzef te beklimmen. De schans lag op vele plaatsen in puin, en +zou dus aan een troep inlanders gemakkelijk toegang verschaffen. De +kolonel meende dus voorzichtig te handelen als hij eenige voorzorgen +nam voor het geval dat de belegerden genoodzaakt waren om terug te +trekken en hun station tijdelijk te verlaten. De stoomboot moest +gereed gehouden worden om op het eerste teeken te vertrekken. Een van +de zeelieden, de machinist van de Queen and Tzar, kreeg bevel om het +vuur aan te leggen, en stoom te maken voor het geval dat de vlucht +noodzakelijk werd. Maar hij moest wachten totdat de zon onder was, +opdat de inlanders den rook der stoomboot niet zouden gewaar worden. + +Het avondmaal bestond uit witte mieren en wortels van lischbloemen. Een +treurig voedsel voor mannen, die misschien slag moesten leveren! Maar +zij waren vast besloten, boven elke zwakheid verheven en wachtten +het noodlottige uur zonder vrees af. + +Tegen zes uren, toen de avond viel met die snelheid, waarmede +dit gewoonlijk in de keerkringsstreken plaats heeft, daalde de +machinist van den berg af, en begon het vuur onder den ketel der +boot te stoken. Het spreekt van zelf dat kolonel Everest niet aan +vluchten dacht, dan in den uitersten nood en wanneer het hem verder +onmogelijk scheen de schans te houden. Hij had er niet veel zin in +zijn wachtpost te verlaten, vooral niet gedurende den nacht, want +elk oogenblik konden William Emery en Michel Zorn het licht op den +top van den Volquiria ontsteken. + +De andere zeelieden werden als wachtposten buiten de omheining der +schans geplaatst met bevel den toegang tot de bressen tot het uiterste +te verdedigen. Alle wapenen waren gereed. De mitrailleuse werd geladen +en met een groot aantal patronen voorzien; hare vreeselijke mondingen +staken door eene opening naar buiten. + +Men wachtte verscheidene uren. Kolonel Everest en de Russische +astronoom wisselden elkander in den nauwen wachttoren af, en keken +onophoudelijk naar den bergtop, die door hun kijker te zien was. De +gezichteinder bleef duister, terwijl de schoonste sterren van den +zuiderhemel aan het uitspansel schitterden. Geen windje beroerde +de atmosfeer. De diepe stilte der natuur was indrukwekkend. De +Boschjesman, die op eene vooruitspringende rotspunt stond, +luisterde aandachtig naar elk geluid dat zich uit de vlakte +verhief. Langzamerhand werden die geluiden duidelijker. Mokum had +zich in zijne gissingen niet bedrogen: de Makololo's maakten zich +gereed om een laatsten aanval op den Scorzef te wagen. + +Tot tien uren bewogen de belegeraars zich niet. Hunne vuren waren +uitgedoofd. De legerplaats en de vlakte waren door de duisternis niet +van elkander te onderscheiden. Plotseling zag de Boschjesman schaduwen, +die zich op de hellingen van den berg bewogen. De belegeraars waren +op niet meer dan honderd voet van de schans verwijderd. + +»Onraad! onraad!" riep Mokum. + +De kleine bezetting kwam aan de zuidzijde van de schans aanstonds +naar buiten, en begon dapper op de aanvallers te vuren. De Makololo's +beantwoordden dit met hun krijgsgeschreeuw, en niettegenstaande het +goed onderhouden geweervuur, bleven zij naar boven klauteren. Bij het +licht der geweerschoten zag men zulk een dichten drom van inlanders, +dat alle tegenstand onmogelijk scheen. Te midden van die massa brachten +evenwel de kogels, die nimmer misten, eene vreeselijke slachting te +weeg. Troepen Makololo's stortten naar beneden en vielen over elkander +heen tot onder aan den berg. Tusschen de kort op elkander knallende +schoten konden de belegerden hun woest geschreeuw hooren. Maar niets +hield hen tegen, zij klommen voortdurend in dichte drommen naar +boven, zonder een enkelen pijl af te schieten, omdat zij er geen tijd +voornamen, en slechts den top van den Scorzef wilden bereiken. + +De kolonel streed aan het hoofd der zijnen. Zijne makkers, evenals +hij gewapend, stonden hem moedig ter zijde, zelfs Palander niet +uitgezonderd, die waarschijnlijk voor de eerste maal van zijn leven een +geweer hanteerde. Murray, die van de eene rotspunt op de andere sprong, +nu eens knielde, dan weder plat op den grond lag, deed wonderen van +dapperheid, en zijn buks, die door de snel op elkander volgende schoten +warm was geworden, brandde hem reeds in de handen. De Boschjesman +was in dezen bloedigen strijd weder de geduldige, stoutmoedige jager, +die steeds zich zelven meester bleef. + +Noch de bewonderenswaardige dapperheid der belegerden, noch +de zekerheid hunner schoten, noch de juistheid hunner wapenen +konden echter iets uitrichten tegen den opstijgenden stroom van +aanvallers. Als er één Makololo sneuvelde, namen twintig anderen +zijne plaats in, en dit werd te veel voor tien Europeanen en den +Boschjesman! Na een half uur strijdens begreep de kolonel dat hij +overmand zou worden. Want niet alleen langs de zuidzijde maar ook +langs de andere hellingen van den berg nam de stroom der aanvallers +voortdurend toe. De lijken van de gesneuvelden dienden als trap voor +de anderen. Eenigen maakten zich een schild van een lijk, en kwamen +aldus naar boven. Dit alles kon telkens bij het snelle en rosse licht +der schoten gezien worden en was vreeselijk, ontzettend. Men gevoelde +wel dat er van zulke vijanden geen genade te wachten was. Het was +een aanval van wilde dieren, die aanval van plunderaars, dorstende +naar bloed en erger dan de verscheurende beesten der Afrikaansche +fauna! Gewis konden zij de plaats bekleeden van tijgers, die in deze +streken ontbraken! + +Om half elf drongen de eerste inlanders op het plateau van den Scorzef +door. De belegerden konden, als zij van hunne wapenen geen gebruik meer +konden maken, onmogelijk man tegen man strijden. Het was dus dringend +noodzakelijk eene schuilplaats binnen de schans te zoeken. De kleine +troep was gelukkig nog ongedeerd, daar de Makololo's zich noch van +hunne pijlen, noch van hunne lansen hadden bediend. + + + +»Achterwaarts!" riep de kolonel met eene stem, die boven het rumoer +van den strijd uitkwam. En na een laatste salvo volgden de belegerden +hun aanvoerder, en trokken zich achter de muren van de schans terug. + +Ontzettende kreten begroetten dezen terugtocht. De inboorlingen +vertoonden zich aanstonds voor de middelste bres, om eene bestorming +te beproeven. Maar plotseling liet zich een vreeselijk geraas hooren, +iets dat geleek op het aanhoudend geknetter, bij het ontladen van +een sterken elektrieken stroom. Het was de mitrailleuse, die door +John Murray bediend werd; de vijfentwintig loopen, die waaiervormig +geplaatst waren, bestreken met hunne kogels een boog van meer +dan honderd voet oppervlakte van het plateau, waarop de inlanders +doordrongen. De kogels, die door een vernuftig samengesteld werktuig +voortdurend in de loopen werden gebracht, vielen als hagel op de +belegeraars; vandaar dat zij voor een oogenblik als geheel werden +weggevaagd. Eerst beantwoordden zij het ontploffen van dit vreeselijke +werktuig met een spoedig onderdrukt gehuil, daarna met een zwerm van +pijlen, die den belegerden geen kwaad deed. + +»Dat dingetje speelt goed!" zeide de Boschjesman, terwijl hij +Murray naderde; »als u te vermoeid zijt om nog een deuntje er op +te spelen...." + +Maar de mitrailleuse zweeg op dat oogenblik. De Makololo's, die eene +schuilplaats zochten tegen dien kogelregen, waren verdwenen. Zij +hadden zich ter zijde van de verschansing teruggetrokken, nadat zij +het plateau met hunne dooden bedekt hadden gelaten. + +Wat deden gedurende dit oogenblik van rust de kolonel en Mathieu +Strux? Zij waren weder naar het wachttorentje gegaan, en lagen daar met +het oog voor den kijker, om te zien of zij den top van den Volquiria +ook in de duisternis konden gewaar worden. Zij lieten zich noch door +het geschreeuw, noch door het gevaar afleiden. Met kalm gemoed, +helderen blik, en bewonderenswaardige koelbloedigheid wisselden +zij elkander af; zij keken en namen met zooveel nauwkeurigheid waar, +alsof zij in den koepel van een observatorium zaten, en toen het gehuil +der Makololo's hun na eene korte rust verkondigde dat de strijd weder +begon, bleven de beide geleerden beurtelings de wacht bij het kostbare +instrument houden. + +De worsteling begon inderdaad op nieuw. De mitrailleuse was niet +meer voldoende om de aanvallers tegen te houden, die zich nu +voor alle bressen tegelijk vertoonden onder het aanheffen van hun +krijgsgeschreeuw. Het was onder deze omstandigheden en voor die +openingen, welke voet voor voet verdedigd werden, dat de strijd +nu nog een half uur voortwoedde. De belegerden, die zich met hunne +vuurwapenen konden verdedigen, waren slechts zeer licht gewond door +eenige lanspunten. De verbittering van weerszijde verminderde niet, +en de woede nam toe bij dien strijd van man tegen man. + +Het was ongeveer half twaalf in het dichtste van den strijd en te +midden van het knetterende geweervuur dat Mathieu Strux naar den +kolonel toekwam. Zijn oog schitterde, doch zijn blik was verwilderd; +een pijl had hem den hoed doorschoten en trilde nog boven zijn hoofd. + +»Het licht! het licht!" riep hij. + +»Wat!" antwoordde de kolonel, terwijl hij zijn geweer afschoot. + +»Ja, het licht!" + +»Hebt gij het gezien?" + +»Ja!" + +Na een laatste maal zijn geweer afgeschoten te hebben, hief de +kolonel een zegevierend gejuich aan en snelde naar den wachttoren, +gevolgd door zijn onversaagden ambtgenoot. + +Dáár knielde Everest voor den kijker, en het kloppen van zijn hart +inhoudende, keek hij er door. O, hoe loste zich op dat oogenblik +zijn geheele leven in dien enkelen blik op. Ja, het licht was dáár, +schitterende tusschen het netwerk van den mikrometer! Ja, het licht +scheen op den top van den Volquiria! Ja, het toppunt van den laatsten +driehoek was eindelijk gevonden! + +Het was inderdaad een zonderling schouwspel die twee geleerden te +midden van het rumoer van den strijd te zien werken. De al te talrijke +inlanders waren eindelijk door de omwalling heengedrongen. John Murray +en de Boschjesman betwistten hun voet voor voet het terrein. Kogels +werden met pijlen, lanssteken met bijlslagen beantwoord. En toch deden +de kolonel en Mathieu Strux, beurtelings voor den kijker gebogen, +voortdurend hunne waarneming! Zij vermenigvuldigden de aanwijzingen op +den repetitiecirkel, om fouten bij het aflezen begaan te verbeteren, +en de ongevoelige Nikolaas Palander teekende op zijn register den +uitslag hunner waarnemingen op! Meer dan eens snorde hun een pijl langs +het hoofd en vloog tegen de wanden van den wachttoren stuk. Zij keken +telkens naar het licht op den Volquiria, gingen dan met eene loep de +aanwijzingen van den nonius na, en de een bevestigde voortdurend de +berekeningen van den ander! + +»Nog ééne waarneming?" zeide Strux, terwijl hij den kijker over den +graadcirkel voortschoof. + +Eindelijk sloeg een zware steen, die door een inlander geworpen was, +Palander het register uit de hand en wierp den repetitiecirkel om, die +daardoor gebroken werd..... doch de waarnemingen waren afgeloopen. De +richting van het licht was tot op een duizendste van eene seconde +berekend! + +Maar nu moesten zij ook vluchten om den uitslag van den roemrijken en +prachtigen arbeid te behouden. De inlanders drongen reeds in de kazemat +door en konden elk oogenblik in den wachttoren verschijnen. Kolonel +Everest en zijne beide ambtgenooten namen hunne geweren weder op, +Palander pakte zijn kostbaar register in, en allen vluchtten door +de bres. Daar wachtten hunne makkers, van wie eenigen licht gekwetst +waren, en stonden gereed om den aftocht te dekken. + +Maar op het oogenblik dat zij van de noordelijke helling van den +Scorzef wilden afdalen, riep Mathieu Strux: »Ons signaal!" + +Inderdaad, men moest het licht der beide jeugdige astronomen +beantwoorden met een vurig en lichtend teeken. Om den geodesischen +arbeid te voleindigen, moesten Emery en Zorn op hunne beurt den top +van den Scorzef waarnemen, en zonder twijfel wachtten zij op den +Volquiria vol ongeduld op dit teeken. + +»Nog ééne poging!" riep kolonel Everest. + +En terwijl zijne makkers met bovenmenschelijke inspanning de drommen +Makololo's terugwierpen, trad hij den wachttoren binnen. Deze was +van zeer droog hout gemaakt. Eéne vonk kon dit gebouwtje vlam doen +vatten. De kolonel stak er door middel eener patroon den brand in; +oogenblikkelijk vatte het hout vlam, waarna de kolonel naar buiten +ijlde, en zich weder bij zijne makkers voegde. Eenige oogenblikken +daarna daalden de Europeanen onder een regenbui van pijlen en steenen +van den berg af, terwijl zij de mitrailleuse voor zich uit lieten +zakken, omdat zij deze niet in den steek wilden laten. Na de inlanders +nog eens door een moordend salvo terug te hebben doen stuiven, kwamen +zij bij de stoomboot. + +Volgens bevel van den kolonel had de machinist alles gereed. De touwen +werden losgemaakt, de schroef zette zich in beweging en de Queen and +Tzar snelde over het meer voorwaarts. + +Weldra was de boot ver genoeg om den top van den Scorzef te kunnen +zien. De brandende wachttoren schitterde als een vuurbaak en moest +van den top van den Volquiria gemakkelijk gezien kunnen worden. + +Een luid gejuich van Engelschen en Russen begroette het reusachtige +licht, welks flikkering de duisternis tot op vrij grooten omtrek +verdreef. + +William Emery en Michel Zorn konden er niet over klagen. Zij hadden +eene ster laten zien, en werden met eene zon beantwoord. + + + + + + + +XXII. + +Palanders woede. + + +Toen de dag aanbrak, landde de boot aan den noordelijken oever van +het meer. Daar was geen spoor van inlanders meer te vinden. Kolonel +Everest en zijne makkers, die er reeds op voorbereid waren om hier +den strijd te hernieuwen, trokken de patronen van hunne buksen, en de +Queen and Tzar liet het anker vallen in eene kleine kreek tusschen twee +uitstekende rotsen. De Boschjesman, John Murray en een der matrozen +liepen den omtrek af om te jagen. De streek was vrij woest; er was +geen spoor van Makololo's, maar gelukkig voor de hongerige reizigers +ontbrak het niet aan wild. Tusschen het lange gras van de weilanden +en onder het kreupelhout graasden kudden antilopen. De oevers van +het meer werden bovendien bezocht door een groot aantal watervogels, +die tot de eenden behoorden. De jagers kwamen met een grooten voorraad +van die dieren te huis. De kolonel en zijne makkers konden dus hunne +krachten herstellen met dit heerlijke wild, waaraan zij geen gebrek +meer zouden hebben. + +In den morgen van den 5den Maart werd het kamp op den oever van het +meer bij een klein riviertje, in de schaduw van eenige groote wilgen +opgeslagen. De plaats waar men met den gids had afgesproken weder bij +elkander te komen, was juist aan dien noordelijken oever van het meer +bij die kleine baai. Kolonel Everest en Mathieu Strux moesten daar +hunne ambtgenooten afwachten en het was waarschijnlijk dat deze hun +terugtocht onder betere omstandigheden en bij gevolg sneller zouden +afleggen. Het waren dus eenige dagen van gedwongen rust, waarover +niemand zich na zooveel vermoeienis beklaagde. Nikolaas Palander +maakte daarvan gebruik om de uitkomst van de laatste driehoeksmeting +te berekenen. Mokum en John Murray rustten uit door als een paar +hartstochtelijke jagers de wildrijke, vruchtbare en goed besproeide +streek af te loopen, die Murray gaarne voor het Engelsche gouvernement +had willen aankoopen. + +Drie dagen daarna, der 8sten Maart, gaven eenige geweerschoten de +aankomst van de beide jeugdige astronomen te kennen. Emery, Zorn, +de twee matrozen en de Boschjesman kwamen in volmaakte gezondheid +terug. Zij brachten den theodoliet, het eenige instrument, dat der +Engelsch-Russische commissie nog over was gebleven, behouden mede +terug. Men kan begrijpen hoe de beide geleerden en hunne makkers +ontvangen werden. Men was niet spaarzaam met gelukwenschen. In eenige +woorden vertelden zij hunne reis. De heenreis was moeielijk geweest; +gedurende twee dagen waren zij verdwaald geweest in de bosschen, die +zij door moesten voor zij den berg bereikten. Daar zij geen enkel +richtsnoer hadden, en alléén op de vrij onzekere aanwijzingen van +het kompas voorttrokken, zouden zij den Volquiria nimmer bereikt +hebben zonder de schranderheid van hun gids. Deze was altijd en +overal schrander en trouw geweest. Het beklimmen van den berg was +eene moeielijke zaak. Vandaar de vertraging, die den jongen lieden +even onaangenaam was als hunnen ambtgenooten op den Scorzef. Eindelijk +hadden zij den top van den Volquiria bereikt. De electrieke lantaarn +werd den 4den Maart geplaatst, en in den volgenden nacht schitterde +het licht, door een krachtigen spiegel teruggekaatst, voor het eerst +op den bergtop. De astronomen op den Scorzef zagen het dus bijna even +snel als het verscheen. + +Van hun kant hadden Zorn en Emery het groote vuur op den Scorzef +gemakkelijk kunnen zien. Zij hadden er door middel van den theodoliet +de richting van bepaald, en op die wijze de meting van den driehoek +geëindigd, waarvan de Volquiria de top was. + +»En kent gij de breedte van dien bergtop!" vroeg de kolonel aan +William Emery. + +»Nauwkeurig, kolonel, door het juiste meten van eenige sterrehoogten," +antwoordde de jonge astronoom. + +»En waar ligt die bergtop?..." + +»Op 19° 37' 35'' 337, dus met eene nauwkeurigheid van duizendste +deelen eener seconde," antwoordde Emery. + +»Welnu, mijne heeren," hernam de kolonel, »onze taak is om zoo te +zeggen geëindigd. Wij hebben een gedeelte van een meridiaan van meer +dan acht graden door middel van drie en zestig driehoeken gemeten, en +wanneer wij ons werk hebben nagerekend, zullen wij juist weten hoe lang +een graad en bij gevolg een meter op dit gedeelte van de aarde is." + +»Hoera, hoera!" riepen de Engelschen en Russen eenstemmig. + +»Nu rest ons alléén nog," voegde de kolonel Everest er bij, »den +Indischen Oceaan te bereiken, door de Zambese af te stoomen. Is dit +uw oordeel ook niet, mijnheer Strux?" + +»Ja, kolonel," antwoordde de astronoom van Pulkowa, »maar ik geloof +dat wij ons werk meetkunstig moeten narekenen. Ik stel u dus voor de +rij van driehoeken naar het oosten te verlengen, tot dat wij eene +plaats hebben gevonden waar wij eene nieuwe basis kunnen meten. De +overeenkomst die er bestaat tusschen de lengte van die basis, welke +verkregen is door de berekening en de rechtstreeksche meting op den +grond, moet ons alléén den graad van zekerheid aan de hand geven, +waarmede wij onze geodesische waarnemingen hebben volbracht." + +Het voorstel van Mathieu Strux werd zonder discussie aangenomen. Deze +contrôle op de reeks van driehoeksmetingen sedert de eerste basis +gemeten was, scheen noodzakelijk. Men kwam dus overeen dat men in +oostelijke richting eene rij nevendriehoeken meten zou tot daar waar +één van de zijden van een driehoek rechtstreeks kon gemeten worden, +door middel van de platina-linialen. De stoomboot moest de astronomen +beneden den beroemden Victoria-waterval opwachten. + +Toen alles aldus geregeld was, ging de kleine troep, onder aanvoering +van den Boschjesman, behalve vier matrozen die zich op de Queen +and Tzar inscheepten, met het opgaan der zon op den 6den Maart op +weg. Westwaarts waren de stations gekozen, hoeken gemeten, en men kon +in deze streek, die zoo geschikt was voor het plaatsen van signalen, +verwachten, dat men gemakkelijk eene rij driehoeken meten kon. De +Boschjesman had zeer behendig een quagga gevangen, een soort van wild +paard met bruine en witte manen, met rossen en gestreepten rug, en +goedschiks of kwaadschiks maakte hij er een lastdier van, dat bestemd +was om de bagage van de karavaan te dragen, namelijk den theodoliet, +de linialen en de schragen om de basis te meten, al hetwelk met de +stoomboot gered was. + +De reis werd vrij snel volbracht. Het werk hield de astronomen niet +lang bezig. Voor de nevendriehoeken, die niet zeer groot waren, +vond men in dit heuvelachtig land gemakkelijk hoekpunten. Het weer +was gunstig en het was onnoodig om 's nachts waarnemingen te doen. De +reizigers konden bijna voortdurend werken in de schaduw van de groote +boomen, die in deze streek groeiden. Bovendien was de warmte draaglijk, +en door den invloed der vochtigheid, die door beken en vijvers in +de atmosfeer onderhouden werd, rezen dampen uit den grond op, die de +hitte der zonnestralen eenigszins temperden. + +De jacht voorzag in alle behoeften der kleine karavaan. Er was geen +sprake meer van inlanders. Het was waarschijnlijk dat de roofzieke +benden verder ten zuiden van het meer Ngami plunderden. + +Mathieu Strux en de kolonel hadden geen enkel oneenig woord meer met +elkander. Het scheen dat hun persoonlijke naijver vergeten was. Er +bestond dan ook in wezenlijkheid geen vijandschap tusschen de beide +geleerden, maar meer moest men ook niet van hen vergen. + +Gedurende eenentwintig dagen, van 6 tot 27 Maart viel er geen enkel +meldenswaardig voorval voor. Vóór alles zocht men eene goede plaats +voor eene basis, doch het land was er niet geschikt voor. Hiervoor +was eene vrij groote uitgestrektheid van vlak en horizontaal terrein +over eene breedte van verscheidene kilometers noodig, en de heuveltjes +en hoogten, die voor het plaatsen van seinpalen zoo gunstig waren, +verhinderden de rechtstreeksche meting eener basis. Men trok dus +altijd noordoostwaarts, terwijl men soms den rechter oever van de +Chobé, een van de voornaamste zijtakken der boven-Zambese volgde, +zoodat Maketo, de voornaamste stad der Makololo's, vermeden werd. + +Zonder twijfel kon men verwachten dat de terugtocht aldus onder +gunstige omstandigheden plaats hebben, dat de natuur den astronomen +geen hinderpalen of wezenlijke moeilijkheden meer in den weg leggen en +dat de tijd van beproevingen nu niet weder beginnen zou. De kolonel +en zijne makkers trokken inderdaad door eene betrekkelijk bekende +streek en zij moesten weldra de dorpen en vlekken aan de Zambese +bereiken, die dokter Livingstone vroeger bezocht had. Zij dachten dus, +en met reden, dat het moeilijkste gedeelte van hunne taak vervuld +was. Misschien bedrogen zij zich niet, en toch dreigde een voorval, +dat de ergste gevolgen na zich had kunnen slepen, de uitkomsten der +onderneming onherstelbaar te vernietigen. + +Het was Nikolaas Palander, die de held of liever bijna het slachtoffer +van dit voorval was geworden. + +Men weet dat de onversaagde, maar onnadenkende cijferaar in zijne +berekeningen verdiept, dikwijls van zijne makkers afdwaalde. In een +vlak land leverde deze gewoonte geen enkel gevaar op. Men was den +afwezige spoedig genoeg op het spoor. Maar in eene boschrijke streek +konde de afgetrokkenheid van Palander zeer ernstige gevolgen na zich +slepen. Ook hadden Mathieu Strux en de Boschjesman hem duizenden keeren +daartegen gewaarschuwd. Nikolaas beloofde er om te denken hoewel hij +zich uitermate verwonderde over die buitensporige voorzichtigheid. De +waardige man bemerkte zijne afgetrokkenheid niet eens! + +Op den genoemden dag, 27 Maart, hadden Strux en de Boschjesman Nikolaas +Palander reeds sedert verscheidene uren gemist. De kleine karavaan trok +door een dicht kreupelhout, van lage en dikgebladerde boomen, waardoor +het uitzicht zeer belemmerd werd. Men moest dus dicht bij elkander +blijven, want het zou moeilijk geweest zijn het spoor van iemand, +die verdwaald was, terug te vinden. Maar Palander die niets zag en +nergens op paste, was met het potlood in de ééne en de registers in +de andere hand links van de karavaan afgedwaald, en weldra verdwenen. + +Men oordeele over de ongerustheid van Mathieu Strux en zijne makkers, +toen zij tegen vier uren na den middag Palander niet zagen. De +herinnering aan de krokodillen was nog levendig in hun geest en de +afgetrokken cijferaar was waarschijnlijk de eenige van allen, die dit +vergeten had! De reizigers verkeerden dus in grooten angst, en wilden +niet voorttrekken voordat Nikolaas Palander weer bij hen was. Men +riep, maar te vergeefs. De Boschjesman en de matrozen onderzochten +dus het bosch in een vrij grooten omtrek, zochten onder de struiken, +liepen door het hooge gras en schoten van tijd tot tijd hunne geweren +af. Niets! Nikolaas Palander verscheen niet. + +Zij waren allen zeer ongerust, maar men moet er bijvoegen dat Mathieu +Strux niet alleen ongerust, maar ook zeer boos was op zijn onhandigen +ambtgenoot. Het was de tweede maal dat zulk eene gebeurtenis door +de schuld van Palander plaats had, en indien de kolonel hem er een +verwijt van had gemaakt, zou Mathieu Strux zeker niet geweten hebben +wat hij moest antwoorden. + +In deze omstandigheden kon men dus slechts één besluit nemen, namelijk +om in het bosch eene legerplaats op te slaan, en een zeer nauwkeurig +onderzoek in te stellen om den rekenaar op te sporen. + +De kolonel en zijne makkers maakten zich gereed zich neer te slaan bij +eene groote open plek, toen een kreet, die niets menschelijks had, +op eenige honderden passen links af uit het bosch weerklonk. Bijna +op hetzelfde oogenblik verscheen Palander. Hij liep zoo snel als hij +kon, blootshoofds, met te berge gerezen haren en verscheurde kleeren, +terwijl de lompen hem om het lichaam sloegen. + +De ongelukkige kwam bij zijne makkers, die hem met vragen +bestormden. Maar de arme man kon niet spreken; hij had de oogen +wijd opengespalkt, zijne oogappels waren buitensporig verwijd, en +de neusvleugels dichtgedrukt, zoodat hij bijna geen adem kon halen, +en slechts kort en gejaagd hijgde. Hij wilde antwoorden maar kon niet. + +Wat was er toch gebeurd? Waarom was Palander zoo ontsteld, waarom +was hij in zulk een spanning? Men kon er zich geen denkbeeld van maken. + +Eindelijk kwamen deze bijna onverstaanbare woorden uit zijn keel. »De +registers! de registers!" + +Bij die woorden liep den astronomen eene rilling over het lichaam; +zij hadden het begrepen! De beide registers, waarop de uitkomst van +alle geodesische opnamen stond opgeteekend, die registers, van welke de +rekenaar nimmer scheidde, zelfs niet des nachts, die registers waren +weg! Die registers droeg Nikolaas Palander! Had hij ze verloren? Had +men ze gestolen? Dat deed er niets toe, zij waren weg; alles moest +worden overgedaan, en men kon weder van voren af aan beginnen! + +Terwijl zijne verslagen makkers elkander stilzwijgend aankeken, barstte +Mathieu Strux in woede uit. Hij kon zich niet bedwingen. Wat voer +hij tegen den ongelukkige uit! Met welke scheldnamen overlaadde hij +hem! Hij ontzag zich niet hem met den toorn van de Russische regeering +te bedreigen, er bijvoegende dat als hij onder de knoetslagen niet +bezweek, hij zeker naar Siberië zou gezonden worden! + +Op dit alles antwoordde Nikolaas Palander slechts door een +hoofdschudden. Hij scheen in al die straffen te berusten, en te willen +zeggen dat hij ze verdiende, dat zij zelfs nog te zacht voor hem waren! + +»Maar wie heeft ze dan toch gestolen?" vroeg de kolonel. »Wat doet +het er toe!" riep Mathieu Strux buiten zich zelven. »Waarom heeft die +ellendeling zich verwijderd? Waarom is hij niet bij ons gebleven na +al het waarschuwen dat wij hem reeds gedaan hebben?" + +»Ja," antwoordde Murray, »maar wij moeten toch weten of hij ze +verloren dan of men ze hem ontstolen heeft. Heeft men u beroofd, +mijnheer Palander?" vroeg de Engelschman, terwijl hij zich naar den +armen man wendde, die van afmatting op den grond was gevallen. »Heeft +men u bestolen?" + +Nikolaas Palander knikte bevestigend. + +»En wie heeft u bestolen?" hernam Murray. »Zijn het inboorlingen, +zijn het Makololo's?" + +Palander knikte ontkennend. + +»Europeanen, blanken?" vervolgde Murray. + +»Neen," antwoordde Palander met gesmoorde stem. + +»Maar wie dan toch?" riep Strux, terwijl hij den ongelukkige de +gebalde vuist onder den neus duwde. + +»Neen," zeide Nikolaas Palander, »geen inboorlingen .... geen blanken +.... maar bavianen!" + +Als de gevolgen van dit voorval niet zoo ernstig geweest waren, zouden +de kolonel en zijne makkers zeker in lachen zijn uitgebarsten! Ja, +Nikolaas Palander was door apen bestolen! + +De Boschjesman verzekerde, dat zulke feiten dikwijls voorkwamen. Voor +zoover hij wist waren reizigers dikwijls beroofd door chacma's, +hondskop-apen, die tot de bavianen behooren, en waarvan men in +de Afrikaansche bosschen geheele troepen aantreft. De cijferaar +was door die roofzuchtige dieren bestolen, evenwel niet zonder +hevige worsteling, zooals zijne verscheurde kleeren bewezen. Dit +verontschuldigde hem echter niet, want het zou niet gebeurd zijn, als +hij bij de karavaan was gebleven; de registers van de wetenschappelijke +commissie waren met dat al nu verloren, en 't was een onherstelbaar +verlies, dat zoovele gevaren, zooveel lijden en zooveel opofferingen +als ongedaan maakte. + +»Het is dus zeker," zeide de kolonel, »dat het der moeite niet waard +is geweest, een deel van een meridiaan in de binnenlanden van Afrika +te meten, opdat een onhandig schepsel ...." + +Hij eindigde evenwel niet. Waarom den ongelukkige nog harder gevallen, +dan hij het zich zelven reeds deed, en wien de vertoornde Strux zonder +ophouden de hatelijkste scheldnamen naar het hoofd wierp. + +Men moest echter raad schaffen, en 't was de Boschjesman die wederom +raad wist, want alleen hij, wien dit verlies het minste trof, bewaarde +bij deze gelegenheid zijne koelbloedigheid. Het is dan ook zeker dat +de Europeanen zonder onderscheid als vernietigd waren. + +»Mijne heeren," zeide de Boschjesman, »ik begrijp uw wanhoop, maar de +oogenblikken zijn kostbaar, en men moet ze niet verliezen. De registers +van mijnheer Palander zijn gestolen; hij is beroofd door bavianen, +welnu, laat ons zonder dralen de roovers vervolgen. Die dieren passen +bijzonder goed op de voorwerpen, die zij stelen. Bovendien kunnen +registers niet opgegeten worden, en als wij den roover terugvinden, +zullen wij ook de registers terugkrijgen!" + +De raad was goed. Het was eenige hoop, die de Boschjesman liet +doorschemeren; men moest die niet laten varen. Nikolaas Palander +herleefde weder bij het voorstel. Hij werd een ander mensch; hij +ontdeed zich van een gedeelte zijner lompen, trok de jas van een +matroos aan, zette den hoed van een ander op, en verklaarde zich bereid +om zijne makkers naar het tooneel der misdaad te begeleiden. Dien +zelfden avond werd de weg volgens de aangegeven richting door +den rekenaar gewijzigd, en de karavaan trok rechtstreeks naar het +westen. Noch de nacht, noch de volgende dag bracht verbetering aan. Op +verscheidene plaatsen herkenden de Boschjesman en de gids aan sporen +op den grond en tegen de boomen den weg, dien de apen even te voren +gevolgd waren. Nikolaas Palander verzekerde dat hij met een tiental van +die dieren te maken had gehad. Men was er weldra zeker van ze op het +spoor te zijn, en ging dus met de uiterste omzichtigheid voorwaarts, +daarbij zorgdragende altijd verborgen te blijven, omdat die bavianen +slim, schrander en niet gemakkelijk te genaken zijn. De Boschjesman +meende in zijne nasporingen niet te zullen slagen, als men de chacma's +niet plotseling overviel. + +Den volgenden morgen tegen acht uren, zag een der Russische matrozen, +die vooruit liep, zoo niet den dief dan toch een van de makkers van +den roover. Hij kwam voorzichtig naar de zijnen terug. + +De Boschjesman liet halt houden. De Europeanen die besloten hadden hem +in alles te gehoorzamen, wachtten zijne bevelen af. De Boschjesman +verzocht hen op die plaats te blijven staan, en ging met Murray en +den gids naar de plek van het bosch, dat door den matroos bezocht +was, waarbij hij zorg droeg zich zooveel mogelijk achter boomen en +onder heesters te verschuilen. Weldra bespeurde men den baviaan en +bijna tegelijkertijd een tiental andere apen, die op de takken heen +en weder sprongen. De Boschjesman, die met zijne beide makkers achter +een boom ineen gedoken zat, nam ze met de uiterste nauwkeurigheid op. + +Het was inderdaad, zooals Mokum gezegd had, een troep chacma's, +wier lichaam met groenachtig haar bedekt was. Zij hadden zwarte +ooren en een zwart gezicht, en zweepten met den langen staart +voortdurend langs den grond; het waren sterke beesten, die zelfs voor +verscheurende dieren te vreezen waren door hunne krachtige spieren, +groote tanden en scherpe nagels. Deze chacma's, die de eigenlijke +roovers onder het apengeslacht zijn, en de koren- en maïsvelden +voortdurend plunderen, zijn de schrik der Boeren, wier woningen zij +somwijlen zelfs verwoesten. De apen blaften en keften onder hun heen- +en weerspringen evenals honden waarop zij eenigszins geleken. Geen +hunner had de hen bespiedende jagers nog bemerkt. + +Maar was nu de beroover van Palander bij die troep? Dit punt moest +eerst worden uitgemaakt; doch men behoefde niet meer te twijfelen, toen +de gids aan zijne makkers een der bavianen aanwees, die zich een stuk +van de kleederen van Nikolaas Palander om het lichaam geslagen had. + +O, welke hoop verlevendigde weder het hart van John Murray; +hij twijfelde er niet aan of die groote aap bezat de gestolen +registers. Men moest zich dus ten koste van alles van dit dier meester +maken, en met de grootste omzichtigheid handelen. Eene enkele onhandige +beweging en de geheele troep zou zeker door het bosch vluchten zonder +dat het mogelijk was hem weder in te halen. + +»Blijf hier," fluisterde Mokum tegen den gids. »Mijnheer Murray en ik +gaan weder naar de anderen terug om maatregelen te nemen om den troep +te omsingelen. Verlies echter die roovers vooral niet uit het oog!" + +De gids bleef op den aangewezen post en de Boschjesman en Murray +zochten den kolonel weder op. + +Het omsingelen van dien troep apen was inderdaad het eenige middel om +den dief in handen te krijgen. De Europeanen verdeelden zich in twee +afdeelingen; de eene, bestaande uit Mathieu Strux, William Emery, +Michel Zorn en de drie matrozen, moest den gids opzoeken en zich +in een halven cirkel om hem heen uitbreiden. De andere troep, die +gevormd werd door Mokum, John Murray, den kolonel, Nikolaas Palander +en de drie andere matrozen, wendde zich links ten einde om de dieren +heen te trekken en dus de apen in te sluiten. + +Op voorschrift van den Boschjesman trok men slechts met de uiterste +omzichtigheid vooruit. Men hield de wapenen gereed, en men kwam +overeen dat de chacma met het stuk goed om het lijf het mikpunt voor +alle schoten zijn zou. + +Nikolaas Palander, wiens vurigen ijver men nauwelijks kon betoomen, +liep naast Mokum. Deze evenwel hield hem in het oog, uit vrees dat +zijne woede hem eenige dwaasheid zou doen begaan; en inderdaad, +de waardige astronoom was zich zelven geen meester meer. Het was +voor hem eene levensvraag. Na een half uur in een halven kring +te zijn voortgetrokken, terwijl men meermalen halt had gehouden, +oordeelde de Boschjesman dat het oogenblik gekomen was om de jacht +te beginnen. Zijne makkers, die op twintig schreden van elkander +afstonden, trokken zoo stil mogelijk voorwaarts. Geen woord werd +gesproken, geene beweging gemaakt, geen takje kraakte. Men zou gezegd +hebben dat het een troep roovers was, die voortslopen om reizigers +te overvallen. + +Plotseling bleef de jager staan. Zijne makkers hielden ook halt, met +den vinger aan den haan van 't geweer, en gereed om aan te leggen. De +troep chacma's was in het gezicht; de dieren hadden iets gemerkt; +zij waren op hunne hoede. Een groote baviaan, juist de dief van +de registers, gaf duidelijke teekenen van ongerustheid. Nikolaas +Palander had zijn roover herkend; echter scheen deze de registers +niet bij zich te hebben; Palander zag ze ten minste niet. + +»Hij ziet er als een schurk uit!" mompelde de geleerde. Die groote +aap scheen in zijn angst zijnen makkers teekens te geven. Eenige +wijfjes schoolden met hare jongen op den rug bij elkander; de +mannetjes sprongen om haar heen. De jagers naderden weder; ieder had +den dief herkend, en kon reeds met zekerheid mikken, toen door eene +onwillekeurige beweging het geweer van Palander afging. + +»Vervloekt!" riep John Murray, terwijl hij zijne buks afschoot. Welk +eene uitwerking! Tien schoten knalden te gelijk. Drie apen vielen dood +op den grond. De anderen deden een vreeselijken sprong, en vlogen over +de hoofden der jagers heen. Een chacma was slechts achtergebleven; het +was de dief. In plaats van te vluchten, sprong hij op een vijgeboom, +klom er met de behendigheid van een acrobaat in en verdween tusschen +de takken. + +»Dáár heeft hij de registers verborgen!" riep de Boschjesman, en +Mokum bedroog zich niet. + +Het was echter te vreezen dat de aap zich redden zou, door van den +eenen boom op den anderen te springen; doch Mokum legde bedaard op +hem aan en schoot; de aap was in den poot gewond en tuimelde van tak +tot tak naar beneden. In een van zijne pooten hield hij de registers, +die hij uit eene holte van den boom te voorschijn had gehaald. Op dit +gezicht sprong Nikolaas Palander als geëlectriseerd op, wierp zich op +den aap, en een gevecht begon. Welk eene worsteling! De woede zette den +cijferaar aan; tusschen het geblaf van den aap hoorde men het gebrul +van den astronoom. Welk een wanluidend geschreeuw bij dien strijd; +men wist niet meer wie van beiden de aap of de astronoom was! Men +kon op den chacma niet mikken, uit vrees van Palander te kwetsen. + +»Schiet! schiet op beiden!" schreeuwde Mathieu Strux buiten zich zelven +van woede, en de opgewonden Rus zou het gedaan hebben, als hij nog +een schot op zijn geweer had gehad. De strijd duurde voort. Palander, +die dan eens onder, dan weder boven was, trachtte zijn tegenstander te +worgen. Zijne schouders waren geheel bebloed, want de aap verscheurde +ze met zijne klauwen. Eindelijk maakte de Boschjesman met de bijl in +de hand van een gunstig oogenblik gebruik en doodde den aap met een +enkelen slag op den kop. + +Nikolaas Palander lag in zwijm, en werd door zijne makkers opgenomen; +hij hield de beide registers, die hij heroverd had, tegen de borst +gedrukt. Het lichaam van den aap werd naar het kamp medegenomen en 's +avonds aten de astronomen met inbegrip van hun bestolen ambtgenoot, +die weder bijgekomen was, den roover op zoowel uit wraak als uit +lekkernij, omdat het vleesch goed smaakte. + + + + + + + +XXIII. + +De waterval van de Zambese. + + +De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman, +die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden, en de +astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn +zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig, +en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde, die slechts in eene +wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten; +maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William +Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed. + +Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig +voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om +eene basis te meten. + +Den 1sten April moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen +doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die +vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende +lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich +dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst +mogelijke uitgebreidheid te geven. + +De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste +geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten +elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen +de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben +dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden. + +»Beste vriend," zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop, +dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland +gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier, +vrienden te blijven." + +»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel," antwoordde Emery. »De +hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen +en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar +aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de +vrede wel geteekend zal zijn." + +»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren, +William?" vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt +noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien." + +»Ja, mijn vriend," hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa +vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis +door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad +opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen +de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien +welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er +niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan, +als ge wilt zullen we samen de ster theta van den Centaurus in tweeën +deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal." + +»Is dat afgesproken, William?" + +»Zeker, Michel. Ik bewaar theta voor u, en zal u daarentegen te Kiew +een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!" + +Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun +toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan +die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen? + +»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn," hernam Michel Zorn. + +»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter +dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder +verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux." + +»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening," vroeg Zorn, +»nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?" + +»Ik zou het niet vertrouwen," antwoordde William Emery. »Denk toch +eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde +geleerden." + +»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William," antwoordde +Zorn, »maar elkander steeds liefhebben." + +Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan, +toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene +vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond +was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den +rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer +geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen +goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens, +zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest +zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon +wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht +doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting. + +De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die +voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden +waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield +hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun +vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche +meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van +den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene +meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door +meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat +de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was. + +De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De +schragen, paaltjes en platina-linialen werden op dezen vrij vlakken +grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als +bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de +atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der +toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij deze laatste +bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor +niets anders dan voor dezen arbeid alleen. + +Het werk begon den 10den April, en eindigde niet vóór den 15den +Mei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het +hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting +werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis, +voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van +hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk +erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan." + +Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes, +die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61° +Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery +hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan: + + + Nieuw rechtstreeks gemeten basis 5075.25 vademen. + Dezelfde basis door berekening en + driehoeksmeting verkregen 5075.11 » + + Verschil 0.14 » + + +dus 14/100 van een vadem, nog geen tien centimeters, en toch lagen +de beide bases op meer dan 600 kilometers van elkander verwijderd! + +Toen men in Frankrijk den meridiaan tusschen Duinkerken en Perpignan +gemeten had, was het verschil tusschen de basis bij Melun, en die bij +Perpignan gemeten ongeveer elf centimeters. De nauwkeurigheid door +de Engelsch-Russische commissie bereikt is dus veel merkwaardiger, +en maakt dat deze arbeid onder moeilijke omstandigheden, in het +midden der Afrikaansche woestijnen, en tusschen allerlei gevaren en +beproevingen verricht, als de meest volmaakte van alle geodesische +metingen, die ooit ondernomen zijn, moet beschouwd worden. + +Een driemaal aangeheven hoera begroette deze prachtige uitkomst, +die in de jaarboeken der wetenschap zonder voorbeeld was. + +En welke was nu de lengte van een graad op dit gedeelte van den +aardbol? Naar de berekening van Nikolaas Palander juist 57037 +vademen. Op één vadem na was het dus dezelfde lengte als Lescaille +in 1752 aan de Kaap de Goede Hoop gevonden had. Een eeuw na elkander +hadden dus de Fransche sterrekundige en de leden der Engelsch-Russische +commissie bij hunne berekening zoo weinig verschil. + +Wat nu de lengte van den meter betreft, daarvoor moest men den uitslag +der opmetingen afwachten, die later in het noordelijk halfrond zouden +ondernomen worden. Die lengte moest het tien millioenste gedeelte zijn +van het vierde van één meridiaan. Naar vroegere berekeningen was zulk +een vierde meridiaan, als men de afplatting der aarde als 1/49915 +in rekening bracht, 10,000,856 meters lang, zoodat de juiste lengte +van een meter 0.513074 vadem, of drie voet, elf streep en 296/1000 +van een streep moet zijn. Was dit cijfer juist? Dit moest door den +lateren arbeid van de Engelsch-Russische Commissie bewezen worden. + + + +De geodesische arbeid was dus geheel afgeloopen. De astronomen +hadden hunne taak volbracht. Men behoefde nu nog slechts de monding +der Zambese te bereiken, en in omgekeerde richting den weg volgen, +dien dokter Livingstone bij zijne tweede reis van 1858 tot 1864 zou +afleggen. Den 25sten Mei kwamen zij, na eene vrij moeilijke reis +door eene landstreek, die met beken en riviertjes doorsneden was, +bij den Victoriawaterval. + +Deze wonderschoone waterval rechtvaardigt den naam die daaraan door de +inlanders gegeven is, en die beteekent »geruchtmakende rook." Boven +de watermassa, die een kilometer breed, van eene hoogte nederstort +welke het dubbele bedraagt van die der Niagara verheft zich een +drievoudige regenboog. Tusschen de diepe kloven in de basaltrotsen +brengt de vreeselijke stroom een gerommel voort als van het ratelen +van een twintigtal donderslagen tegelijk. + +Beneden den waterval en op de oppervlakte van den kalmer geworden +stroom wachtte de stoomboot, die sedert veertien dagen langs een +zijtak van de Zambese daar aangekomen was, de reizigers op. Allen +waren tegenwoordig en namen plaats aan boord. Slechts twee mannen +bleven op den oever achter, de Boschjesman en de gids. Mokum was meer +dan een trouwe gids, het was een vriend, dien de Engelschen en vooral +John Murray in Afrika achterlieten. De laatste had den Boschjesman +voorgesteld om hem met zich naar Europa te nemen, en hem zoo lang bij +zich te houden als het Mokum behaagde; doch Mokum had eene latere +verbintenis op zich genomen en wilde die niet verbreken. Hij moest +toch David Livingstone vergezellen op den tweeden tocht, dien deze +koene reiziger weldra op de Zambese zou ondernemen, en Mokum wilde +zijn woord gestand doen. + +De jager bleef dus achter, doch werd schitterend beloond, en, waar +hij nog het meeste prijs op stelde, de Europeanen, die hem zooveel +verplicht waren, omhelsden hem hartelijk bij het afscheid. De boot +stak van den oever, stoomde naar het midden van den stroom, en zoolang +John Murray de gestalte van zijn vriend den jager kon onderscheiden, +zond hij hem zijne afscheidsgroeten over. + +Zonder inspanning of bijzondere voorvallen werd deze reis afgelegd; het +ging stroomafwaarts bijzonder snel, en men kwam voorbij talrijke dorpen +langs den oever. De inboorlingen beschouwden met eene bijgeloovige +bewondering dit rookende schip, dat door eene onzichtbare macht door +het water werd voortgestuwd, en verhinderden daarom de reis in geen +enkel opzicht. + +Na eene afwezigheid van achttien maanden kwamen de kolonel en de +zijnen weder aan te Quilmiane, een van de voornaamste steden aan den +mond der Zambese. + +Het eerste wat de Europeanen deden was aan den Engelschen consul +te vragen hoe het met den oorlog in Europa was. Deze was nog niet +geëindigd, en Sebastopol hield het tegen de Engelsch-Fransche legers +nog altijd vol. + +Deze tijding was eene teleurstelling voor de Europeanen, die in +een zelfde wetenschappelijk belang zoo vereenigd waren geweest; +zij waagden evenwel geene enkele opmerking, en maakten zich gereed +om te vertrekken. + +Een Oostenrijksch koopvaardijschip, de Novara was op het punt van naar +Suez te vertrekken. De leden der commissie besloten met dat schip de +reis te ondernemen. + +Den 18den Juni, op het oogenblik van inscheping, vereenigde de kolonel +zijne ambtgenooten en sprak op kalmen toon deze woorden: + +»Mijne heeren, gedurende de achttien maanden, die wij met elkander +doorbrachten, hebben wij allerlei beproevingen doorgestaan, +doch wij hebben een werk verricht dat de goedkeuring van het +geheele geleerde Europa zal verwerven. Ik voeg er nog bij, dat dit +gemeenschappelijke leven tusschen ons eene onwrikbare vriendschap +moge hebben aangekweekt." + +Mathieu Strux boog even zonder te antwoorden. + +»Evenwel," zoo vervolgde de kolonel, »woedt de oorlog tusschen +Engeland en Rusland nog altijd voort; men is slaags voor Sebastopol, +en tot op het oogenblik dat de stad in onze handen vallen zal...." + +»Dat zal niet gebeuren!" zeide Mathieu Strux, »of Frankrijk moest...." + +»De toekomst zal het ons leeren, mijnheer," hervatte de kolonel +koel. »In allen gevalle, en tot het einde van dien oorlog, geloof ik +dat wij elkander op nieuw als vijanden moeten beschouwen..." + +»Ik zou u dit juist hebben voorgesteld," antwoordde de astronoom van +Pulkowa dood eenvoudig. + +De toestand was dus juist afgeperkt, en onder deze omstandigheden +scheepten de astronomen zich op de Novara in. + +Eenige dagen later kwamen zij te Suez aan; op het oogenblik van +scheiden greep William Emery Michel Zorn bij de hand en zeide: + +»Altijd vrienden, Michel?" + +»Ja, waarde William, altijd en onder alle omstandigheden!" + + + + + + + +DE BLOKKADEBREKERS. + + +DE DOLFIJN. + + +De eerste stroom welks wateren schuimden onder het rad eener stoomboot, +was de Clyde; het was in 1812. + +Die boot heette de Komeet, en deed geregeld dienst tusschen Glasgow +en Greenok. Na dien tijd hebben millioenen stoomschepen de Schotsche +rivier op- en af gevaren, en de inwoners van Glasgow zijn sinds lang +aan de wonderen der stoomkracht gewoon. + +Niettemin waren op den 3en December 1862 de modderige straten van +Glasgow bijna verstopt door eene ontzaglijke menigte menschen; +reeders, kooplieden, winkeliers, werklieden, matrozen, vrouwen en +kinderen drongen allen in ééne richting voort, naar Kelvindok, eene +groote scheepstimmerwerf van de heeren Tod en Mac-Gregor. + +Kelvindok ligt eenige minuten buiten de stad, op den rechter oever +der Clyde; in een oogenblik was de gansche ruimte door nieuwsgierigen +opgevuld; niet het kleinste plekje aan de kade, geen enkele muur om +de werf heen, geen enkel pakhuisdak, dat nog een oningenomen plaatsje +aanbood; de rivier zelve was vol vaartuigen van verschillenden aard +en op den linker oever wemelden de heuvelen van toeschouwers. + +Al die drukte gold nochtans geene bijzondere plechtigheid; er zou +eenvoudig een stoomschip van stapel loopen. Nu kon het wel niet anders +of het publiek van Glasgow moest aan zoo iets zeer gewoon zijn. Was +er dan iets bijzonders te zien aan dien Dolfijn, zoo als de heeren +Tod en Mac-Gregor hunne nieuwe stoomboot gedoopt hadden?--Volstrekt +niet. Het was een groot vaartuig van vijftien honderd ton van +geslagen plaatijzer, en dat alles in zich vereenigde om snel vooruit +te kunnen komen. Zijne machine was van hooge drukking en vijfhonderd +paardekracht. Zij bracht twee schroeven, aan weerszijden van den +achtersteven in beweging, die onafhankelijk van elkander werkten; +de toepassing van een geheel nieuw stelsel, dat eene groote snelheid +aan de vaartuigen geeft en hun vergunt zich in een zeer beperkten +kring te wenden en te keeren. + +De Dolfijn kon niet veel diepgang hebben. De kenners zagen het +duidelijk en leidden er te recht uit af dat de boot bestemd was om in +ondiep water te varen. Doch al die bijzonderheden konden de ijverige +belangstelling van zulk eene menigte niet rechtvaardigen. Over +het geheel was de Dolfijn niets meer of niets minder dan andere +stoombooten. Zou dan het van stapel loopen met een of ander technisch +bezwaar te worstelen hebben?--Evenmin. De Clyde had reeds menig +vaartuig van grooter omvang in hare wateren opgenomen, en de Dolfijn +zou zonder eenige bijzonderheid te water gaan. + +Inderdaad, bij het kenteren van het tij, op het oogenblik waarop de +ebbe merkbaar werd, begonnen de manoeuvres; de hamerslagen weerklonken +met een volmaakte harmonie op de wiggen, die bestemd waren om de kiel +van het vaartuig op te lichten. Weldra trilde het geheele vaartuig; men +zag het bewegen, hoe weinig het nog opgeheven was; het gleed, het gleed +sneller en, de zorgvuldig met vet besmeerde helling afglijdende, plofte +de Dolfijn in de Clyde, te midden van dikke wolken van opstuivend +water. Zijn achtersteven drukte den bodem der rivier, verhief zich +vervolgens op den rug eener reusachtige golf en de prachtige boot +zou in hare vaart tegen de kaden der scheepstimmerwerven verbrijzeld +zijn geworden, indien niet al hare ankers met een vreeselijk geraas +gelijktijdig uitgeworpen, haar in haren loop hadden gestremd. + +Het afloopen was volkomen gelukt. De Dolfijn wiegde zich bedaard op +de wateren der Clyde. Al de toeschouwers klapten in de handen toen +hij zijn natuurlijk element veroverd had en ontelbare hoera's rezen +aan de beide oevers op. + +Maar waarom al die toejuichingen?--Het zou den hartstochtelijksten +toejuicher zeer moeielijk zijn gevallen zijn enthousiasme te +verklaren. Van waar dan die zoo bijzondere belangstelling juist in +deze boot? Eenvoudig vanwege de geheimzinnigheid harer bestemming. Men +wist niet aan welke soort van handel zij zich wijden zou, en wanneer +men er de groepen van nieuwsgierigen naar gevraagd had, zou men zich +te recht verwonderd hebben over de verschillende meeningen omtrent +deze ernstige zaak. + +Intusschen waren de best onderrichten, of zij die zich daarvoor +hielden, het met elkander eens dat deze stoomboot eene rol zou spelen +in den vreeselijken burgeroorlog, waardoor de Vereenigde Staten van +Amerika toen geteisterd werden. Doch meer wisten zij niet en niemand +had kunnen bepalen of de Dolfijn een kaper, een transportschip, +eene oorlogsboot der Geconfedereerden of voor de Noordelijken was. + +»Hoera!" riep er een, die beweerde dat de Dolfijn voor rekening der +Zuidelijken gebouwd was. + +»Hip, hip, hip!" riep een ander, die zwoer dat nooit vlugger vaartuig +op de Amerikaansche kusten had gekruist. + +Het was dus het onbekende en, om met juistheid te weten waaraan men +zich houden moest, had men de compagnon, of althans een intieme vriend +van Vincent Playfair en Co. te Glasgow moeten zijn. + +Een rijk, machtig en schrander huis was het, dat door Vincent +Playfair en Co. werd vertegenwoordigd. Eene oude en geachte familie, +afstammelingen van die Tabak-lords, die de fraaiste wijken der +stad bebouwd hadden. Die bekwame handelaars hadden, tengevolge +der Unie-akte, de eerste kantoren van Glasgow gesticht, door den +handel in tabak van Virginië en Maryland. Er werden onmetelijke +fortuinen gemaakt; er was een nieuw middelpunt voor den handel +geschapen. Welhaast werd Glasgow eene stad van industrie; fabrieken, +spinnerijen en smelterijen rezen overal als uit den grond op, en in +weinig jaren had de voorspoed der stad haar toppunt bereikt. + +Het huis Playfair bleef den ondernemingsgeest zijner voorvaderen +getrouw. Het stortte zich in de stoutste ondernemingen en hield de +eer van den Engelschen handel op. Zijn tegenwoordige chef, Vincent +Playfair, een achtenswaardig man van vijftig jaren, was iemand van +een praktisch en positief karakter, een stoutmoedig, ondernemend man, +een echte reeder. Niets ging hem meer ter harte dan de handel. Daarbij +was hij onkreukbaar eerlijk en loyaal. + +Hij was het intusschen niet die zich de eer kon toerekenen den Dolfijn +gebouwd en uitgerust te hebben. Die eer kwam toe aan James Playfair, +zijn neef, een knap mensch van dertig jaren en de stoutste schipper +der koopvaardijvloot van het Vereenigde Koninkrijk. + +Op zekeren dag had James Playfair, nadat hij de Amerikaansche bladen +gelezen had, zijn oom een zeer gewaagd plan voorgesteld. + +»Oom Vincent," zoo viel hij met de deur in het huis, »er zijn twee +millioen te winnen, in eene maand tijds!" + +»En wat wordt er bij gewaagd?" vroeg oom Vincent. + +»Een schip en eene lading." + +»Anders niets?" + +»Ja wel, de equipage en de kapitein; maar dat reken ik niet." + +»Laat eens hooren," antwoordde oom Vincent. + +»Het is zoo klaar als een klontje," hernam James Playfair. »U hebt +toch de Amerikaansche bladen gelezen?" + +»Twintig keer, neef James." + +»Denkt u, even als ik, dat de oorlog in de Vereenigde Staten nog lang +zal duren?" + +»'k Ben er zeker van." + +»U weet hoe die oorlog de belangen van Engeland, en van Glasgow in +het bijzonder, benadeelt?" + +»En nog meer in het bijzonder die van het huis Playfair en Co.," +antwoordde oom Vincent. + +»Die inzonderheid," herhaalde de jonge kapitein. + +»'k Tob er dag aan dag over, James, en 'k zie niet zonder schrik de +handelsrampen te gemoet, welke die oorlog na zich slepen zal. Niet dat +het huis Playfair niet solide is, neef, maar het heeft correspondenten +die failliet kunnen gaan. Die Amerikanen! 'k wensch ze allen naar +den duivel, de Noordelijken zoowel als de Zuidelijken." + +Uit een commercieel oogpunt beschouwd, had Vincent Playfair gelijk +met dus te spreken. Het voornaamste handelsartikel van Amerika +ontbrak op de markt te Glasgow. De katoencrisis werd van dag tot dag +dreigender; duizenden werklieden moesten van de algemeene weldadigheid +leven. Glasgow bezit vijf en twintig duizend spinnewielen, die, voor +dat de oorlog in Amerika begon, zesmaal honderd vijf en twintig ellen +gesponnen katoen per dag, dat is vijftig millioen ponden 's jaars, +afleverden. Men oordeele uit die cijfers hoe groot de stoornis +moest zijn in de industrieele beweging der stad, nu de grondstof +tot den arbeid geheel begon te ontbreken. Ieder uur hadden er nieuwe +faillissementen plaats. De staking van het werk oefende overal haren +verderfelijken invloed uit; de werklieden stierven van honger. + +Het schouwspel van die ontzaglijke ellende had James Playfair op het +denkbeeld gebracht van zijn stout waagstuk. + +»'k Ga katoen halen," zeide hij, »en 'k breng het mede, 't moge kosten +wat het wil." + +Daar hij nochtans in zijn hart evenzeer koopman was als zijn oom +Vincent, besloot hij het middel van ruilhandel te baat te nemen en +zijne onderneming onder den vorm eener handelszaak voor te stellen. + +»Oom Vincent, dit is mijn idee." + +»Laat hooren, James." + +»'t Is dood eenvoudig. We zullen een snelvarend schip bouwen." + +»Dat gaat." + +»We zullen het laden met krijgsbehoeften, levensmiddelen en kleederen." + +»Dat is te doen." + +»Ik zal bevel voeren over dat vaartuig. 'k Zal al de schepen der +Noordelijke marine tarten om me in te halen. 'k Zal de blokkade van +een der Zuidelijke havens forceeren." + +»En je lading duur verkoopen aan de Zuidelijken die er behoefte aan +hebben," vulde de oom aan. + +»En 'k zal met een lading katoen terugkomen...." + +»Dat ze je voor niets geven zullen." + +»Zooals u zegt, oom Vincent. Vindt u 't goed?" + +»'k Vind het goed. Maar zal je er door heen komen?" + +»'k Zal er door heen komen als 'k een goed schip heb." + +»We zullen er een voor je laten bouwen. Maar de bemanning?" + +»O, die zal 'k wel vinden. 'k Heb niet veel volk noodig. Mannen genoeg +om te manoeuvreeren, dat is alles. 't Is me niet te doen om met de +Noordelijken te vechten, maar ze op een afstand te houden." + +»We zullen ze op een afstand houden," antwoordde oom Vincent op +beslissenden toon. »Vertel me nu eens, James, naar welk punt van de +Amerikaansche kust denk je koers te zetten?" + +»Tot nog toe hebben er reeds schepen de blokkaden van Orleans, +van Wilmington en van Savannah geforceerd. 'k Denk rechtstreeks +naar Charleston te gaan. Geen enkel Engelsch schip is nog tot die +vaarwaters doorgedrongen, behalve de Bermuda, die zal ik navolgen, +en als mijn schip weinig diepgang heeft, ga 'k waar de Noordelijken +mij niet kunnen volgen." + +»Zooveel is zeker," hernam oom Vincent, »dat Charleston volgestopt +is met katoen; ze verbranden het om 't kwijt te zijn." + +»Ja," antwoordde James. »Bovendien is de stad bijna +ingesloten. Beauregard heeft gebrek aan amunitie; hij zal me mijn +lading met goud betalen." + +»Heel goed, neef! Wanneer wil je de reis beginnen?" + +»Over een half jaar. 'k Heb lange nachten, winternachten noodig om +er gemakkelijker door heen te komen." + +»Je zult ze hebben, neef." + +»Afgesproken, oom?" + +»Afgesproken." + +»Op uw woord?" + +»Op mijn woord." + +Zoo was de stoomboot de Dolfijn vijf maanden later van de werf van +Kelvindok van stapel geloopen en daarom kende niemand hare eigenlijke +bestemming. + + + + + + + +DE DOLFIJN OP REIS. + + +De uitrusting van den Dolfijn ging vlug voort. De takelage was gereed, +het want behoefde nog slechts vastgemaakt te worden; de Dolfijn droeg +drie masten, eene bijna overbodige weelde. Hij rekende niet op den +wind om de Noordelijke kruisers te ontkomen, maar wel op de krachtige +machine in zijne ingewanden. En hij had gelijk. + +In het begin van December begon de Dolfijn zijne proeftochten op de +Clyde. Het zou moeielijk zijn uit te maken wie er méér in zijn schik +was, de scheepstimmerman of de kapitein. Het nieuwe stoomschip ging er +prachtig door, en het log-boek wees eene snelheid aan van zeventien +knoopen in een uur, eene snelheid die nog nooit door een Engelsch, +Fransch of Amerikaansch schip was bereikt geworden. + +Den 25en December begon het laden. De boot ging aan de kade liggen, +een weinig beneden de laatste brug over de Clyde, eer zij zich in +het kanaal stort. Daar lag in groote magazijnen een ontzaglijk groote +voorraad kleeding, wapenen en amunitie, die vlug in het ruim van den +Dolfijn overgingen. De aard dier lading verried de geheimzinnige +bestemming van het vaartuig, en het huis Playfair kon zijn geheim +niet langer voor zich houden; bovendien zou de Dolfijn weldra zee +kiezen; er was geen enkele Amerikaansche kruiser in de Engelsche +wateren gezien. En hoe zou men ook langer het geheim hebben kunnen +bewaren toen men volk moest werven? Men kon geen volk aanmonsteren +zonder hun te zeggen waar het schip heen ging; ieder die meeging, +waagde er toch zijn hoofd aan, en als men zijn leven waagt, wil men +althans weten hoe en waarvoor. + +Intusschen liet niemand zich door dat vooruitzicht terughouden. Er +werd ruim betaald en ieder had zijn deel aan de onderneming. Er boden +zich dan ook matrozen in menigte aan, en van de beste soort. James +Playfair had maar te kiezen; hij koos goed en na verloop van vier en +twintig uur stonden de namen van dertig matrozen op de rol, die een +yacht van hare Majesteit eer aangedaan zouden hebben. + +De dag van het vertrek werd op den 3en Januari bepaald; den 31en +December was de Dolfijn reisvaardig. Het ruim was vol amunitie en +levensmiddelen; de hokken vol steenkolen. Niets hield het vertrek +meer tegen. + +Den 3en Januari was de kapitein aan boord en liet nog een laatst +gezagvoerders-oog over zijn schip gaan, toen een man zich aan boord +van den Dolfijn aanmeldde en James Playfair verzocht te spreken. Een +van de matrozen bracht hem naar de kajuit. + +Hij was een flinke gast, breed geschouderd en blozend van kleur; +zijn onnoozel gezicht kon kwalijk eene zekere slimheid en snakerij +verbergen; hij scheen niet zeer met de scheepsgewoonten bekend en +hij keek om zich heen als iemand die weinig gewoon is zich aan boord +van een schip te bevinden. Hij gaf zich niettemin al het air van een +zeerob, door naar de takelage te kijken en waggelend te loopen zooals +matrozen veelal doen. + +Toen hij zich in de tegenwoordigheid van den kapitein bevond, keek +hij dezen strak aan en zeide: + +»Kapitein James Playfair?" + +»Die ben ik," antwoordde de gezagvoerder. »Wat wil je van me?" + +»Met u meevaren." + +»Er is geen plaats meer. De equipage is voltallig." + +»O, één man meer zal u niet hinderen. Integendeel." + +»Dunkt je?" vroeg James Playfair, den man strak aankijkende. + +»Ja wel," antwoordde de matroos. »Maar 'k heb nog niet alles gezegd. 'k +Heb u nog een voorstel te doen." + +»Kom kom, je verveelt me," antwoordde James Playfair driftig; »'k +heb geen tijd om praatjes aan te hooren." + +»'k Zal U niet lang vervelen," hernam Crockston; »nog één woordje, +dan heb 'k alles gezegd: 'k heb een neef." + +»Een mooien oom heeft die neef," antwoordde James Playfair. + +»Ja wel!" bevestigde Crockston. + +»Heb je nu uitgepraat?" vroeg de kapitein zeer ongeduldig. + +»Nu dan; dit wou 'k zeggen: Als men den oom neemt, moet men den neef +op den koop toe nemen." + +»Wel zoo!" + +»Ja; dat zijn we zoo gewoon. Waar de een gaat, gaat de ander ook." + +»En wat is je neef voor een jongen?" + +»Een jongen van vijftien jaar, een nieuweling wien 'k het vak leer. Hij +zit vol goeden wil en zal met ter tijd een flink matroos worden." + +»Hoe heb ik 't nu met je, Crockston, zie je den Dolfijn voor een +kweekschool van kajuitsjongens aan?" + +»Laat ons geen kwaad van kajuitsjongens spreken," antwoordde de zeeman, +»één is er Admiraal Nelson geworden en een ander Admiraal Franklin." + +»Parbleu, vriend! je hebt een manier van praten die me lijkt. Breng +je neef dan maar mede, maar als 'k in zijn oom den flinken borst niet +zie dien hij voorgeeft te zijn, krijgt die oom met mij te doen. Ga +nu heen en zorg dat je over een uur terug zijt." + +Crockston liet het zich geen twee malen zeggen; hij groette den +kapitein vrij links en was weldra weder aan wal. Een uur later was hij +aan boord terug, met een jongen van een beschroomd en nieuwsgierig +gelaat en die niet beloofde de gevatheid en de lichaamskracht van +zijn oom te zullen overnemen. Crockston zelf moest hem door een paar +goedhartige woorden moed in spreken. + +»Komaan, een beetje moed! Ze zullen ons niet opeten, wat duivel! We +kunnen nog heen gaan als je wilt." + +»Neen, neen!" antwoordde de jongen, »God zal ons beschermen." + +Dien zelfden dag werden de matroos Crockston en de kajuitsjongen John +Stiggs op de rol der bemanning van den Dolfijn ingeschreven. + +Den volgenden morgen, om vijf uur werden de vuren van het stoomschip +ijverig aangestookt; het dek beefde onder het schudden van den ketel en +de stoom baande zich fluitend een weg door de veiligheidskleppen. Het +uur van vertrekken was gekomen. + +Ondanks het vroege morgenuur had zich eene vrij aanzienlijke menigte +op de kade en op de groote brug verzameld; zij kwam de stoutmoedige +boot een laatst vaarwel toeroepen. Vincent Playfair was er ook om +kapitein James voor het laatst te omhelzen, maar hij hield zich bij +die gelegenheid als een oude Romein uit den goeden tijd. Hij zag er +heldhaftig uit en de twee hartelijke zoenen waarmede hij zijn neef +begunstigde, droegen het merk van eene krachtige ziel. + +»Ga, James," zeide hij tot den gezagvoerder, »ga spoedig en kom nog +spoediger terug; vergeet vooral niet een ruim gebruik van je positie +te maken; koop goedkoop, dan heb je de achting van je oom." + +Met die aanbeveling scheidden oom en neef, en allen die aan boord +waren en de reis niet mede maakten, gingen naar den wal terug. + +Op dat oogenblik stonden Crockston en John Stiggs bij elkander op de +voorplecht en de eerste zeide tot den tweede: + +»'t Gaat goed, 't gaat goed; binnen een paar uren zijn we in zee en +'k heb een goeden dunk van een reis die op deze manier begint." + +De kajuitsjongen antwoordde enkel door een handdruk. + +James Playfair gaf zijne laatste bevelen tot het vertrek. + +»Hebben we stoom genoeg?" vroeg hij aan zijn stuurman. + +»Ja kapitein," antwoordde deze. + +»Nu dan, viert de touwen." + +Die manoeuvre werd onmiddellijk uitgevoerd; de schroeven kwamen +in beweging. De Dolfijn bewoog zich, ging tusschen de in de haven +liggende schepen door en verdween weldra uit de oogen der menigte +die hem met hare laatste hoera's begroette. + +De vaart uit de Clyde ging gemakkelijk. Men kan zeggen dat die rivier +met menschenhanden en zelfs met meesterhanden gemaakt is. Sedert zestig +jaren heeft zij, dank zij de baggermolens, vijftien voet aan diepte +gewonnen. Weldra verloor het woud van masten en schoorsteenen zich +in rook, stoom en nevel; het geraas der stoomhamers en van de bijl +op de werven stierf in de verte weg. Langzamerhand volgden villa's +en buitenplaatsen de fabrieken op. De Dolfijn, zijn stoom matigende, +voer tusschen de dijken door die de rivier binnen hare oevers houden +en had dikwijls met zeer nauwe engten te doen. + +Die hindernis scheen hem echter weinig te deren; voor eene bevaarbare +rivier is diepte trouwens wenschelijker dan breedte. De boot, door +een uitmuntenden Ierschen loods naar zee gebracht, gleed ongehinderd +tusschen de ondiepten door. Weldra werd de Clyde breeder; nog eenige +mijlen en zij stoomden Greenock voorbij. Toen bevond zich de Dolfijn +aan den ingang der golf door welker bemiddeling zij hare wateren in +het Noorder kanaal stort. + +Daar voelde hij voor het eerst het wiegen der zeegolven en stoomde +hij het schilderachtige eiland Arran voorbij. + +Eindelijk waren zij in het ruime sop; de loods ging met het bootje +naar zijn kotter die op die hoogte kruiste; de Dolfijn, thans aan het +gezag van zijn kapitein hergeven, koos noordelijk van Ierland, een +koers die weinig door schepen bezocht wordt, en de laatste Europeesche +kusten achter zich latende, zag hij zich weldra alleen op den Oceaan. + + + + + + + +IN ZEE. + + +De Dolfijn had eene goede equipage; hij stoomde snel vooruit +en beantwoordde aan de verwachting van zijn bouwmeester en zijn +kapitein. Zij kregen geen enkel schip in het gezicht; de groote weg +van den Oceaan was vrij; ook zou geen schip der Noordelijken het recht +gehad hebben den Dolfijn onder de Engelsche vlag aan te tasten. Hem +volgen, dat was iets anders. Hem beletten de blokkaden te breken, +tot hunne dienst; maar James Playfair had alles aan de snelheid van +zijn stoomschip opgeofferd omdat hij niet achterhaald wilde worden. + +Intusschen hield men goede wacht aan boord. Ondanks de koude was er +altijd een man in de mast, om het minste zeil aan den horizon aan +te geven. Toen de avond kwam, beval James Playfair zijn stuurman de +grootste zorgvuldigheid aan. + +»Laat niet te lang denzelfden matroos op den uitkijk;" zeide hij; +»hij zou door de kou bevangen kunnen worden en in zulk een toestand +kijkt men niet scherp." + +»Heel goed, kapitein." + +»Gebruik er Crockston toe; de pikbroek zegt dat hij scherp ziet; +stel hem op de proef. Geef hem de vroege wacht, dan kan hij door den +ochtendnevel heen zien. Laat me waarschuwen als er iets bijzonders +voorvalt." + +James Playfair ging daarop in zijne kajuit. De stuurman liet Crockston +bij zich komen en bracht hem de bevelen des kapiteins over. + +»Morgen, om zes uur," zeide hij, »moet je in den fokkemast op den +uitkijk." + +Bij wijze van antwoord liet Crockston een toestemmend gebrom +hooren. Maar nauwelijks had de stuurman hem den rug toegekeerd, +of de matroos begon te mompelen: + +»Wat duivel bedoelt hij met die fokkemast?" + +Op dat oogenblik kwam zijn neef op de voorplecht bij hem. + +»Nu! mijn trouwe Crockston?" vroeg hij. + +»Nu! 't zal wel gaan! 't zal wel gaan!" antwoordde de matroos met een +gedwongen glimlach. »Er is maar een ding dat me hindert. Dat duivelsche +schip schudt zijn vlooien af als een hond die pas uit het water komt; +'k ben er misselijk van." + +»Arme vriend!" zeide de kajuitsjongen, terwijl hij Crockston dankbaar +aankeek. + +»Dat ik op mijne jaren nog zeeziek moet worden! Wat ben ik een +meisje! maar 't zal wel gaan, 't zal wel gaan! Dan zijn er ook nog +fokkemasten die me in 't nauw brengen...." + +»Goede Crockston en voor mij...." + +»Voor u en voor hem," antwoordde Crockston. »Maar geen woord daarover, +John, vertrouw op God; hij zal ons niet verlaten." + +Den volgenden morgen om zes uur wilde Crockston zich naar zijn post +begeven; hij kwam op het dek en de stuurman beval hem naar boven te +gaan en goed wacht te houden. + +Bij die woorden scheen de matroos een oogenblik niet te weten wat +hij doen zou; maar eindelijk besluitende, begaf hij zich naar den +achtersteven. + +»Nu, waar ga je heen?" riep de stuurman. + +»Waar je me stuurt," antwoordde Crockston. + +»Ik zeg je in den fokkemast te gaan." + +»Ik ga al," antwoordde de matroos op onverstoorbaren toon steeds naar +de kampanje loopende. + +»Hou je me voor den gek?" riep de stuurman ongeduldig. »Ga je de +fokkera op den bezaanmast zoeken? Waar heb je gevaren, stommerik! Naar +den fokkemast, stommerik, naar den fokkemast!" + +De matrozen die op het dek stonden, konden hun schaterlach niet +inhouden op het zien van het verlegen gezicht van Crockston die weder +naar de voorplecht kwam. + +»Zoo," zeide hij, den mast bekijkende, welks geheel onzichtbare top +zich in den ochtendnevel verloor; »zoo, moet ik daar ingaan?" + +»Ja," antwoordde de stuurman, »en haast je wat! Voor den d... de +Amerikaan zou zijn boegspriet in ons want kunnen steken, voor dat +die luiaard op zijn post is. Ga je?" + +Crockston begon zonder een woord te spreken onhandig te klimmen, +als iemand die niet wist hoe hij zijne armen en beenen gebruiken +moest; in plaats van zich vlug naar boven te werken, klampte hij zich +onbeweeglijk aan het want vast, met de wanhopige kracht van iemand +die door eene duizeling bevangen wordt. De stuurman, over zooveel +onhandigheid verbaasd, gevoelde dat hij driftig werd en beval hem +oogenblikkelijk naai beneden te komen. + +»Die kerel is van zijn leven nooit matroos geweest," zeide hij tot +den bootsman. + +»Ga zijn kist eens onderzoeken." + +Inmiddels kwam Crockston weer naar beneden sukkelen; maar zijn voet +gleed uit, en daarop een loshangend touw aangrijpende, trok hij het +mede naar beneden en viel vrij onzacht op het dek. + +»Stommeling? Zoetwatermatroos!" riep de stuurman, om hem te +troosten. »Wat kom je hier uitvoeren! Je hebt je voor een goed +matroos uitgegeven en je weet den bezaansmast niet van den fokkemast +te onderscheiden. We zullen je leeren!" + +Crockston antwoordde niet, maar bleef staan in de houding van iemand +die zich op het ergste voorbereidt. Op dat oogenblik kwam de bootsman +van zijn onderzoek terug. + +»Hier heb ik alles wat er in de kist van dien boer zit; een verdachte +portefeuille met brieven." + +»Geef hier," beval de stuurman, »Brieven met het postmerk van de +Noordelijke Staten!" + +»Halliburtt van Boston! Een Noordelijke! Ellendeling, je bent een +verrader! Je hebt je aan boord ingedrongen om ons te verraden! Maar +we zullen die zaak eens afmaken en je zult van het endje touw +proeven! Bootsman, laat den kapitein waarschuwen. Houd het oog op +dien kerel, jelui!" + +Crockston sprak geen woord op die bedreiging. Zij hadden hem gebonden +en hij kon geen hand of voet verroeren. + +Eenige minuten daarna verscheen de kapitein op het dek en kwam naar de +voorplecht. De stuurman gaf hem aanstonds van het voorgevallene kennis. + +»Wat heb je te antwoorden?" vroeg James Playfair, die zijne drift +bijna niet meester was. + +»Niets," antwoordde de man. + +»Wat ben je aan boord komen doen?" + +»Niets." + +»En wat wacht je nu van me?" + +»Niets." + +»En wie ben je? Een Amerikaan, zooals die brieven schijnen te +bewijzen?" + +Crockston antwoordde niet. + +»Bootsman," zei James Playfair, »vijftig slagen om zijn tong los te +maken. Zou dat genoeg zijn, Crockston?" + +»Dat zullen we zien," antwoordde de oom van John Stiggs, zonder een +spier te vertrekken. + +Op dat bevel trokken twee matrozen Crockston de bovenkleederen van +het lijf; reeds hadden zij het geduchte straftuig in de hand en hieven +het in de hoogte, toen de kajuitsjongen John Stiggs bleek en ontsteld +kwam aanloopen. + +»Kapitein!" riep hij. + +»Aha, de neef!" zei James Playfair. + +»Kapitein," hernam de kajuitsjongen, in de hevigste spanning, »ik +zal u zeggen wat Crockston niet zeggen wil. Ja, hij is een Amerikaan, +en ik ook; we zijn de vijanden der Zuidelijken; maar geen verraders, +aan boord gekomen om den Dolfijn te verraden en hem aan de noordelijke +schepen over te leveren." + +»Wat ben je dan komen doen?" vroeg de kapitein streng, terwijl hij +den jongen nauwkeurig opnam. + +Deze aarzelde een oogenblik alvorens te antwoorden; eindelijk zeide +hij met vrij vaste stem: + +»Kapitein, ik zou u gaarne afzonderlijk spreken." + +Terwijl John Stiggs die vraag deed, bleef James Playfair hem nauwkeurig +bekijken. Het jonge en zachte gelaat van den kajuitsjongen, zijne +liefelijke stem, de fijnheid en blankheid zijner handen, nauwelijks +onder eene laag bister verborgen, zijne groote oogen, wier levendigheid +de zachtheid niet wegnam, dat alles deed een zonderling vermoeden +bij den kapitein opkomen. Toen John Stiggs zijn verzoek gedaan had, +keek Playfair Crockston strak aan, die de schouders ophaalde; daarop +richtte hij op den scheepsjongen een onderzoekenden blik, dien deze +niet kon uithouden, en hij zeide met een enkel woord: + +»Ga mede." + +John Stiggs volgde den kapitein naar de kampanje en daar, de deur +van zijne hut openende, zeide hij tot den kajuitsjongen wiens wangen +bleek waren van aandoening: + +»Ga binnen, juffrouw." + +John, aldus aangesproken, begon te glimlachen, te blozen, en +onwillekeurig liepen hem de tranen langs de wangen. + +»Wees gerust, juffrouw," zeide James Playfair op zachten toon, »en +wees zoo goed mij te zeggen waaraan 'k de eer te danken heb u op mijn +schip te zien." + +Het jonge meisje aarzelde een oogenblik eer zij antwoordde; eindelijk +door de stem des kapiteins gerustgesteld, besloot zij te spreken. + +»Mijnheer," begon zij, »'k wilde naar mijn vader te Charleston gaan. De +stad is aan de landzijde ingesloten en aan den zeekant geblokkeerd; +'k wist niet hoe 'k er komen zou, toen 'k vernam dat de Dolfijn er +heen ging met het doel om de blokkade te verbreken, 'k Ben dus bij +u aan boord gekomen, en bid u mij te vergeven dat ik 't zonder uw +toestemming gedaan heb; u zoudt me die geweigerd hebben." + +»Zeer zeker." + +»'k Heb dus wel gedaan met er u niet om te vragen," hernam het jonge +meisje op vasten toon. + +De kapitein kruiste zijne armen over elkander, liep de hut op en neer, +en kwam weder terug. + +»Hoe is uw naam?" vroeg hij. + +»Jenny Halliburtt." + +»Maar moet ik dan niet uit de brieven die we Crockston ontnomen hebben, +begrijpen dat uw vader van Boston is?" + +»Ja, mijnheer." + +»En iemand uit het Noorden is in het hevigst van den oorlog in een +Zuidelijke stad?" + +»Mijn vader is gevangen, mijnheer. Hij was te Charleston, toen de +eerste schoten van den burgeroorlog vielen, en toen de troepen der +Unie door de geconfedereerden uit het fort Sumter verjaagd werden. De +gevoelens van mijn vader stelden hem aan den haat der slavenhouders +bloot en tegen alle recht in werd hij op bevel van Beauregard gevangen +gezet. 'k Was toen in Engeland bij een tante die nu onlangs gestorven +is en, alleen op de wereld, zonder anderen steun dan Crockston, een +trouwen bediende van onze familie, wilde ik de gevangenschap van mijn +vader deelen." + +»En wat was de heer Halliburtt?" vroeg James Playfair. + +»Een eerlijk journalist," antwoordde Jenny fier, »een der geachtste +redakteurs van de Tribune; hij heeft de zaak van het noorden altoos +het moedigst verdedigd." + +»Een abolitionnist!" riep de kapitein hevig, »een van die menschen +die, onder voorwendsel van de slavernij te willen afschaffen, hun +land met bloed en jammeren vervuld hebben!" + +»Mijnheer," sprak Jenny, »u beleedigt mijn vader, u moest niet vergeten +dat niemand hem kan verdedigen dan ik." + +Het bloed steeg den jongen man naar het aangezicht, toorn en schaamte +vervulden hem, hij was op het punt van het meisje zonder omslag te +antwoorden, maar hij bedwong zich en opende de deur zijner hut. + +»Bootsman," riep hij. + +De bootsman kwam toegeloopen. + +»Deze hut is van nu af voor juffrouw Halliburtt," zeide hij; »laat +voor mij een gewone hut achter in de kampanje inrichten." + +De bootsman keek den kajuitsjongen met dien damesnaam verbaasd aan, +doch op een wenk van den kapitein ging hij heen. + +»En nu behoort deze hut aan u," sprak de jonge kapitein van den +Dolfijn, en ging heen. + + + + + + + +STREKEN VAN CROCKSTON. + + +De geheele equipage was weldra met de geschiedenis van Jenny Halliburtt +bekend. Crockston vertelde haar nu zonder terughouding. Hij was op +bevel van den kapitein van de strafoefening verschoond geworden en +zoodra hij in vrijheid was, ging hij naar het ruim, nam er een klein +valies uit en bracht het aan juffrouw Jenny. Het jonge meisje kon +toen hare eigene kleederen weder aannemen, maar vertoonde zich niet +op het dek. + +De stuurman zag weldra in dat Crockston hoegenaamd geen verstand van +de zeevaart had en hij werd van alle dienst ontslagen. + +Intusschen stoomde de Dolfijn snel den Oceaan over. Den dag nadat de +identiteit van mejuffrouw Halliburtt ontdekt was, liep James Playfair +met rassche schreden het dek op en neder. Hij had geene enkele poging +aangewend om het jonge meisje weder te zien en hun gesprek weder op +te vatten. + +Gedurende die wandeling kwam Crockston hem telkens tegen en keek hem +steelsgewijs met een genoeglijken grijns aan. Hij wilde blijkbaar +gaarne met den kapitein spreken en begon hem eindelijk zoo indringend +aan te kijken dat Playfair er ongeduldig onder werd. + +»Wat wil je nu weer?" vroeg hij, den Amerikaan aansprekende, »je +draait om me heen als een zwemmer om een drijfton!" + +»Neem me niet kwalijk, kapitein," antwoordde Crockston; »dat komt +omdat ik u iets te zeggen heb." + +»Zeg het dan!" + +»Dat is gemakkelijk; 't is niets anders dan dat u in den grond een +goed mensch zijt." + +»Waarom in den grond?" + +»Nu, in den grond en boven op ook." + +»'k Heb je complimenten niet noodig." + +»'t Zijn geen complimenten. Daar wacht ik mee totdat u alles gedaan +hebt." + +»Wat alles?" + +»Dat is duidelijk. U hebt ons aan boord genomen. Goed. U hebt +uw hut aan juffrouw Halliburtt gegeven. Mooi. U hebt me de +straf kwijtgescholden. Zoo goed als het kan. U brengt ons naar +Charleston. Overheerlijk. Maar dat is niet alles." + +»Niet alles!" herhaalde de kapitein, verbaasd over de aanmatiging +van den man. + +»Neen, zeker niet," hernam Crockston; »haar vader zit daar gevangen." + +»Nu, wat zou dat?" + +»U moet hem bevrijden." + +»Den vader van juffrouw Halliburtt bevrijden!" + +»Natuurlijk. Hij is een achtenswaardig man, een moedig burger. Hij +is waard dat men iets om hem waagt." + +»Meester Crockston," antwoordde James Playfair, de wenkbrauwen +fronsende; »je schijnt mij een eerste grappenmaker, maar onthoud +voortaan dat 'k geen gekheid versta." + +»U vergist u, kapitein. 'k Vertel geen grappen. 'k Spreek in ernst. Wat +ik u voorstel, schijnt u op het eerste gezicht ongerijmd, maar na +eenig nadenken zult u zelf inzien dat u niet minder doen kunt." + +»Dan dien meneer Halliburtt bevrijden?" + +»Zeker. U moet zijn in vrijheidstelling aan generaal Beauregard vragen, +die u haar niet weigeren zal." + +»En als hij toch weigert?" + +»Dan moeten we andere middelen te baat nemen," zei Crockston dood +bedaard, »dan moeten we den gevangene voor den neus der Zuidelijken +weg halen." + +»En 'k zou niet alleen door de vloot der Noordelijken heendringen en +de blokkade van Charleston verbreken, maar bovendien nog maken dat +'k weer in zee kwam onder het kanon der forten, enkel om een meneer +te helpen dien 'k niet ken, een papierkladder die zijn inkt vergiet +in plaats van zijn bloed!" + +»O, een kanonschot meer of minder!" antwoordde Crockston. + +»Meester Crockston, als je me weer over die zaak begint, laat ik je in +het vooronder opsluiten om je te leeren je tong in bedwang te houden." + +Met die woorden zond de kapitein den Amerikaan weg, die onder het +heengaan mompelde: + +»Nu, dat gaat niet kwaad; het balletje is opgeworpen. 't Zal wel gaan!" + +Toen James Playfair zoo veel afschuw van de abolitionnisten te kennen +gegeven had, was hij verder gegaan dan hij inwendig meende. Hij +was geen voorstander van de slavernij; maar hij ontkende dat de +slavenquaestie de hoofdoorzaak van den burgeroorlog was. Beweerde +hij dan dat de Zuidelijke Staten--acht van de zes en dertig--het +recht hadden zich af te scheiden, omdat zij zich uit vrijen wil +hadden aangesloten? Dat ook niet eens. Hij had een afkeer van de +Noordelijken. Dat was alles. Hij beschouwde hen als afgevallen +Engelschen die goed gevonden hadden te doen wat hij nu in de +Zuidelijken goedkeurde. Maar bovenal was die Amerikaansche oorlog +hem persoonlijk hinderlijk en hij was kwaad op degenen die dien +oorlog maakten. + +Intusschen kwelden hem de insinuaties van Crockston geweldig; hij +schudde ze wel van zich af, maar zij drongen zich telkens weder aan +hem op en toen hij Jenny den volgenden dag op het dek zag, durfde +hij haar niet aanzien. + +En dat was wezenlijk jammer, want dat jonge meisje met die blonde +lokken, met die verstandige zachte oogen, verdiende wel een blik van +een jongen man van dertig jaren; maar James was in haar bijzijn niet op +zijn gemak; hij gevoelde dat zij eene sterke, edelmoedige ziel bezat, +in de school des ongeluks gevormd; hij begreep dat zijn zwijgen +gelijk stond met de weigering van haar liefsten wensch. Bovendien +zocht Jenny Halliburtt, nadat zij er ten laatste toe gekomen was hare +hut te verlaten, het bijzijn van James evenmin als zij hem vermeed, +en in den eersten tijd spraken zij elkander weinig of niet. + +De trouwe Crockston gaf echter den moed niet op om zijn doel te +bereiken. Hij had zich eenmaal in het hoofd gesteld, den kapitein +ter bevrijding van den heer Halliburtt te gebruiken en met dezen naar +Engeland terug te keeren. Dat was zijn doel, terwijl het jonge meisje +geen ander doel had dan de gevangenschap haars vaders te gaan deelen. + +Toen Crockston nu zag dat er niet de minste toenadering ontstond +tusschen het jonge meisje en den kapitein, begon hij met de zaak +verlegen te worden. + +»Ik zal ze overrompelen," dacht hij. + +En den morgen van den vierden dag trad hij in de hut van Jenny +Halliburtt en wreef zich met het vergenoegdste gelaat in de handen. + +»Goede tijding!" riep hij; »goede tijding! U raadt nooit wat de +kapitein me voorgesteld heeft. Dat is eerst een braaf mensch!" + +»Heeft hij u voorgesteld..." riep Jenny, wier hart hevig begon +te kloppen. + +»Den heer Halliburtt te bevrijden, hem aan de Zuidelijken te ontkapen +en hem mede naar Engeland te nemen." + +»Is dat waar?" riep Jenny. + +»Zoo als ik u zeg, juffrouw. Wat is die James Playfair een moedige +kerel! Zoo zijn nu die Engelschen; ze deugen niets of ze zijn +volmaakt. Ja, ja! hij kan op mijne dankbaarheid rekenen; 'k wil me +voor hem tot moes laten hakken, als het hem pleizier kan doen." + +De blijdschap van Jenny op het hooren van die woorden kende geene +grenzen. Haar vader bevrijden! Zij zou nooit aan zulk een plan hebben +durven denken? En voor haar ging de kapitein van den Dolfijn zijn +schip en zijn volk wagen! + +»Zoo is hij nu," voegde Crockston er bij en, »juffrouw Jenny, hij +verdient wel dat u hem bedankt." + +»Meer dan dat," riep het jonge meisje; »een eeuwige vriendschap!" + +En onmiddellijk verliet zij hare hut om voor James Playfair haar +dankbaar gevoel uit te storten. + +»Dat gaat goed," mompelde de Amerikaan; »'t zal gaan!" + +James Playfair wandelde op de kampanje en was, zoo als men denken kan, +zeer verwonderd, om niet te zeggen stom van verbazing, toen hij het +jonge meisje op zich zag toekomen en hem onder tranen van dankbaarheid +de hand reiken, zeggende: + +»Heb dank, mijnheer, heb dank voor uw opoffering, die 'k nooit van +een vreemde gewacht zou hebben." + +»Juffrouw," antwoordde de kapitein, als iemand die niets begreep en +niet kon begrijpen, »'k weet niet...." + +»En u gaat om mijnentwil gevaren trotseeren, misschien uwe belangen +benadeelen. U die reeds zoo veel gedaan hebt met me een gastvrijheid +aan boord van uw schip te bewijzen waarop ik volstrekt geen recht +heb...." + +»Vergeef me, juffrouw Halliburtt," antwoordde James Playfair, »maar 'k +betuig u dat 'k u volstrekt niet begrijp. 'k Heb me jegens u gedragen +zoo als ieder wel opgevoed man zich jegens eene vrouw gedragen zou +hebben; en mijn gedrag verdient noch zoo veel dankbaarheid, noch zoo +veel dankbetuiging." + +»Mijnheer Playfair," hernam Jenny, »u behoeft niet langer te veinzen; +Crockston heeft me alles gezegd." + +»Heeft Crockston u alles gezegd? Dan begrijp ik nog veel minder waarom +u uit uw hut gekomen zijt om me iets te zeggen dat...." + +Al sprekende werd de jonge kapitein vrij verlegen met zijne houding; +hij herinnerde zich de minachtende wijze waarop hij het voorstel van +den Amerikaan had aangehoord; maar gelukkig voor hem gunde Jenny hem +den tijd niet zich duidelijker te verklaren en viel hem in de rede, +zeggende: + +»Mijnheer Playfair, toen 'k bij u aan boord kwam, had ik geen ander +plan dan naar Charleston te gaan, en daar zouden de Zuidelijken, +ondanks al hunne wreedheid, een arm meisje niet belet hebben de +gevangenschap met haren vader te deelen. 'k Zou nooit een onmogelijke +terugkomst gehoopt hebben; maar nu u zoo edelmoedig zijt mijn gevangen +vader te willen bevrijden; wijl u alles wagen wilt om hem te redden, +houd u nu overtuigd van mijn innige dankbaarheid en laat me u de +hand drukken." + +James wist niet wat hij zeggen zou; hij beet zich op de lippen; hij +durfde de hand niet aannemen die het jonge meisje hem aanbood. Hij +begreep dat Crockston hem »er in had laten loopen," om hem het +terugtreden onmogelijk te maken. En toch kwam het niet in zijn hoofd op +eenig gevaar te trotseeren tot bevrijding van den heer Halliburtt. Maar +hoe zou hij de hoop van het arme meisje teleurstellen? Hoe kon hij +die hand afwijzen die zij hem zoo vriendschappelijk aanbood? Hoe zou +hij die tranen van dankbaarheid die haar uit de oogen sprongen in +tranen van droefheid doen veranderen? + +De jonge man deed zijn best om een ontwijkend antwoord te geven, +zijne vrijheid van handelen te behouden en zich tot niets te verbinden. + +»Juffrouw Halliburtt," zeide hij, »houd u overtuigd dat ik alles +doen wil om..." En hij nam het handje van Jenny aan; maar bij de +zachte drukking van dat handje voelde hij dat zijn hart smolt en dat +zijn hoofd in de war raakte; hij kon geene woorden vinden om zijne +gedachten uit te drukken; hij mompelde niets beteekenende woorden. + +»Juffrouw Halliburtt... om... u.." + +Crockston die hen van achter een mast gadesloeg, wreef zich in de +handen en riep grinnekend: + +»Het gaat, het gaat, het gaat!" + +Hoe James Playfair zich uit de verlegenheid zou gered hebben? Dat +weet niemand; maar gelukkig voor hem, zoo niet voor den Dolfijn, +liet de stem van den wachthebbenden matroos zich hooren: + +»Een zeil!" + +James Playfair liet onmiddellijk het jonge meisje staan en begaf zich +in het want van den fokkemast. + +Toen die roepstem: »een zeil" uit de ra klonk, had de Dolfijn reeds +drie vijfden van de reis afgelegd. In de fokkera gekomen, ontdekte +kapitein Playfair weldra een groot fregat der Noordelijken, dat met +volle stoomkracht op den Dolfijn afkwam en hem den pas scheen te +willen afsnijden. + +De kapitein onderzocht het vreemde schip met de meeste nauwkeurigheid, +kwam daarna weder op het dek terug en liet den eersten stuurman roepen. + +»Wat dunkt je van dat schip?" vroeg hij. + +»'k Houd het er voor, kapitein, dat het een schip van de Noordelijken +is, dat onze bedoeling vermoedt." + +»Ja, we behoeven geen oogenblik aan zijne nationaliteit te twijfelen," +antwoordde James. »Zie maar." + +Op dat oogenblik vertoonde de met sterren bezaaide vlag der Noordelijke +Unie zich op de korvet en deze liet op het uitsteken harer vlag een +kanonschot volgen. + +»Een uitnoodiging om de onze te laten zien," sprak de stuurman. »Welnu, +dat kunnen we doen; we behoeven er ons niet voor te schamen." + +»Waartoe?" antwoordde James Playfair: »onze vlag zou ons weinig +beschermen en den lust van die lieden om ons een bezoek te brengen +niet doen vergaan. Neen, we zullen ze vooruit zien te komen." + +»Dan moeten we ons haasten," hernam de stuurman; »als 'k me niet +vergis, heb ik die korvet meer gezien, in den omtrek van Liverpool, +waar zij een oog kwam houden op de in aanbouw zijnde schepen. 'k +Mag geen Matthyssen heeten, als 'k niet »Iroquois" aan zijn spiegel +zie staan." + +»En is hij een vlugge stoomer?" + +»Een der beste van de noordelijke marine." + +»En hoeveel stukken voert hij?" + +»Acht!" + +»Is 't anders niet!" + +»Haal de schouders niet op, kapitein," antwoordde de stuurman op +ernstigen toon. »Onder die acht kanonnen zijn er twee op draaiende +affuiten, een zestigponder op de voorplecht en een honderdponder op +het dek; beiden getrokken kanonnen." + +»Duivelsch!" zei James Playfair, »die kanonnen dragen een uur ver." + +»Ja, en meer nog, kapitein." + +»Nu, stuurman, of die kanonnen honderdponders of vierponders zijn; +of ze een uur ver dragen of een minuut, 't komt op 't zelfde neer +als men gauw genoeg uit den weg komt om hun kogels te ontsnappen. We +zullen dien Iroquois eens laten zien hoe men vooruitkomt als men er +naar gemaakt is. Laat goed aanstoken, stuurman!" + +De stuurman bracht den machinist de bevelen des kapiteins over en +weldra kronkelde er een zwarte rook uit de schoorsteenen der boot. + +Dat teeken scheen niet naar den smaak der korvet te zijn; want zij +zond den Dolfijn het sein om bij te draaien; doch James Playfair gaf +geen acht op het bevel en veranderde niet van koers. + +»Nu zullen we eens zien wat die Iroquois beginnen zal; hij heeft nu +een mooie gelegenheid om zijn honderdponder te probeeren en te zien +hoe ver hij draagt. Laat al de stoomkracht gebruiken!" + +»Nu," zei de stuurman, »'t zal niet lang duren of we krijgen een +saluutschot!" + +Toen de kapitein op de kampanje kwam, zag hij Jenny Halliburtt bedaard +op den rand zitten. + +»Juffrouw Halliburtt," zeide hij, »de korvet, die u daar ziet, zal +waarschijnlijk jacht op ons maken, en daar ze hare kanonnen gaat +gebruiken, bied ik u mijn arm om u naar uw hut te brengen." + +»Ik dank u, kapitein," antwoordde het jonge meisje, terwijl ze James +aankeek, »maar 'k ben niet bang voor een kanonschot." + +»Er kan toch gevaar bij zijn, ondanks den afstand." + +»O, in Amerika worden wij meisjes aan alles gewend, en 'k verzeker +u dat 'k niet eens bukken zal voor de kogels van dien Iroquois." + +»'k Moet uw dapperheid bewonderen, juffrouw Jenny." + +»Nu, laat ons het daar voor houden, en sta me toe bij u te blijven." + +»Ik kan u niets weigeren, juffrouw Halliburtt," antwoordde de kapitein, +de bedaardheid van het jonge meisje ziende. + +Hij had nauwelijks die woorden uitgesproken, of men zag een witte +damp uit de schietgaten der korvet te voorschijn komen. Voor dat de +dreunende knal van het schot den Dolfijn had kunnen bereiken, snorde +een puntkogel, die met eene vreeselijke snelheid schroefsgewijs om +zijn as ronddraaide, op de boot toe. Hij was gemakkelijk te volgen +in zijn loop, die betrekkelijk bedaard mocht heeten, want de kogels +uit een getrokken kanon geschoten, vliegen minder snel dan die uit +gladde stukken. + +Toen de kogel nog twintig vademen van den Dolfijn verwijderd was, +raakte hij een oogenblik de golven en liet op zijn doortocht eene +serie van kleine watervallen achter; daarna kreeg hij weder nieuwe +veerkracht, verhief zich in de lucht, vloog over den Dolfijn heen, +sneed in zijne vaart den stuurboordarm der fokkera af, viel twintig +vademen verder weder neer en verdween voor goed in de golven. + +»Duivelsch!" riep James Playfair, »vooruit! vooruit! de tweede kogel +zal zich niet lang laten wachten!" + +»O," zei de stuurman, »ze hebben in alle geval tijd noodig om te +laden." + +»Dat is al heel interessant om te zien," sprak Crockston die, met de +armen over elkander, het tooneel gadesloeg. »En dat zijn nog al onze +vrienden die ons die kogels zenden!" + +»Ben jij daar!" riep James Playfair, den Amerikaan van het hoofd tot +de voeten opnemende. + +»Ja wel, kapitein," antwoordde Crockston onverstoorbaar; »'k kom eens +zien hoe die brave kerels schieten. Niet kwaad, dat moet ik zeggen." + +De kapitein wilde hem juist een scherp antwoord geven, toen een tweede +kogel aan stuurboordzijde in zee plofte. + +»Mooi!" riep James Playfair! »we hebben al twee knoopen op dien +Iroquois gewonnen. Zij loopen als een drijfton, uw vrienden, hoor je, +baas Crockston!" + +»'k Zeg niet van neen," antwoordde de Amerikaan, »en voor het eerst +in mijn leven doet het me pleizier." + +Een derde kogel bleef ver achter bij de twee eerste en in minder dan +tien minuten was de Dolfijn buiten het bereik der korvet. + +»Een mooi schip dat u kommandeert," zeide toen Jenny tot den kapitein. + +»Ja, juffrouw Jenny, eer de dag om is, zal er van die korvet niets +meer te zien zijn." + +En de uitkomst toonde dat Playfair gelijk had. + +Dat voorval gaf aanleiding dat de kapitein het karakter van Jenny +Halliburtt weder uit een nieuw oogpunt begon te beschouwen. Bovendien +was het ijs nu gebroken, en de kapitein en zijne passagier waren +dikwijls en lang met elkander in gesprek. Hij vond haar een bedaard, +sterk, bedachtzaam, intelligent meisje, dat op Amerikaansche manier in +alles oprecht hare meening zeide, en hare opinie met eene overtuiging +wist te verdedigen die, zonder dat James het bemerkte, diep in zijn +hart doordrong. Zij had haar land lief en was eene hartstochtelijke +voorstandster van het groote denkbeeld der Unie; zij sprak over den +oorlog met een enthousiasme, zoo als bijna geene andere vrouw zou +hebben kunnen aan den dag leggen en meer dan eens was Playfair met zijn +antwoord verlegen. Overigens bekommerde de kapitein zich niet veel om +de politiek en hij zou wel in belangrijker zaken toegegeven hebben, dan +de quaestie over het gelijk of ongelijk der beide partijen in Amerika, +wanneer die hem op zulk eene aantrekkelijke wijze betwist geworden +waren. Hij gaf zich dus gemakkelijk gewonnen. Maar dat was niet alles +en weldra werd »de koopman" in zijne dierbaarste belangen aangetast. + +»Ja, mijnheer Playfair," zeide Jenny op zekeren dag, »de dankbaarheid +mag geen inbreuk maken op mijn oprechtheid; integendeel. Ik houd u +voor bekwaam koopman, het huis Playfair is overal met eer bekend, +maar op dit oogenblik doet het iets tegen zijn principes en drijft +een handel zijner onwaardig." + +»Hoe!" riep James, »zou het huis Playfair het recht niet hebben tot +zulk een onderneming?" + +»Neen! Het verschaft wapenen aan ongelukkigen die in openbaren opstand +zijn tegen het wettig gezag van hun land." + +»'k Wil niet met u twisten over het recht der Zuidelijken; 'k zal u +slechts één ding zeggen: 'k ben een koopman en denk aan de belangen +van ons huis. 'k Maak zaken waar ik kan." + +»Dat is juist berispelijk, mijnheer James; zoo zijt u door opium +aan de Chineezen te verkoopen, dat hen verdierlijkt, even schuldig +als op dit oogenblik, nu u aan de Zuidelijken de middelen levert, +om een misdadigen oorlog vol te houden." + +»Neen, dat is al te kras, juffrouw Jenny, 'k geef u dat volstrekt +niet toe..." + +»Neen, 't is waar; en als u tot u zelven inkeert, als u de rol die u +spelen gaat goed zult begrijpen en de gevolgen waarvoor u in ieders +oog verantwoordelijk zijt, goed inziet, zult u mij hierin zoo goed +als in al het andere gelijk geven." + +James Playfair stond verstomd. Hij liet het jonge meisje staan en +liep boos heen, want hij gevoelde zijne onmacht om te antwoorden; +daarna pruilde hij een half uur lang als een kind, en kwam eindelijk +bij het zonderlinge meisje terug, dat hem met zulk een lieven lach +hare meest logische argumenten voorhield. + +Kortom, of James Playfair het wilde weten of niet, hij was niet meer +»naast God schipper van zijn schip." + +Zoo schenen, tot groote blijdschap van Crockston, de zaken van den heer +Halliburtt op een goeden voet te staan. De kapitein scheen besloten +alles te ondernemen om den vader van juffrouw Jenny te bevrijden, +al had hij er den Dolfijn, zijne lading en de equipage aan moeten +wagen en er zich den vloek van zijn waardigen oom Vincent door op +den hals moeten halen. + + + + + + + +HET KANAAL VAN SULLIVAN. + + +Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond de +Dolfijn zich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen +storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; +dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn +»Tempest" gedacht. + +De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan +of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, +waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte +tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield de Dolfijn zich uitmuntend +gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den +orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de +Amerikaansche kusten weder voortzetten. + +Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet +minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die +zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook +begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, +dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel +meester maakte. + +»Ja," dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom +Vincent zeggen! 'k Weet zeker dat, zoo Jenny mij beval die vervloekte +lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen +doen zou." + +Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met +dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart +las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde. + +»We hebben hem, we hebben hem!" zeide hij onophoudelijk voor zich +heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt +veilig en wel in de mooiste hut van den Dolfijn." + +En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en +beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair +minder dan iemand. + +Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen +kapiteins, stoomde de Dolfijn niet minder snel naar Charleston. + +Den 13en Januari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het +westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen +uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij: + +»De vuurtoren van Charleston!" + +Toen daaruit bleek op welk punt van de kust de Dolfijn zich bevond, +had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai +van Charleston zou binnenloopen. + +»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten," zeide hij, +»liggen we veilig in de haven van Charleston." + +De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven +Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk +is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en +noordelijk door het eiland Sullivan. Toen de Dolfijn zijn waagstuk +uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris +reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de +handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, +op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam +voor den Dolfijn vlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur +van het eiland Morris te vermijden. + +Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: +het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het +Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het +kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; +daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, +zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne +beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was +volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; +hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge +doortochten door was. De groote zaak was daarin door te dringen en +die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene +juiste kennis van de eigenschappen van den Dolfijn. + +Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van +Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen. + +»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen," zeide +hij tot den kapitein. + +»Nu, we geven hun geen antwoord," antwoordde Playfair, »al zijn ze +nog zoo nieuwsgierig." + +De kruisers kwamen met alle stoomkracht op den Dolfijn los, die +zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten +te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar +het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan +te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren +batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om +het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten den Dolfijn derhalve +zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen +en gade te slaan. + +Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand +van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam +voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit +de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van +drukking, en derhalve van snelheid gebruikte. + +»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien +stoomen," zei de kapitein. + +Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en +in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij +plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het +noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende. + +Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het +plan van den Dolfijn en begonnen hem achterna te zetten; doch de +Dolfijn verdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand +en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die +bereikten den halven weg niet. + +Des morgens om elf uur stoomde de Dolfijn vlak langs het eiland +Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want +geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben +durven volgen. + +»Is dat nu al die moeielijkheid!" riep Crockston. + +»Hei, hei, baas Crockston," antwoordde James Playfair, »de +moeielijkheid zit 'em niet in het komen, maar in het heen gaan." + +»O," antwoordde de Amerikaan; »met een schip als de Dolfijn en een +kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil." + +Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij +volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij +zonder aarzeling voorwaarts ging. + +Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde +hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, +op het eenzame eilandje Shute's Folly in het oog kreeg. + +Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van +het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn +koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het +eiland Sullivan, voorbij en de baai in. + +Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de +batterijen der Noordelijken beschermde. + +Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, +ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston. + +Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen +verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden. + +Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke +vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek. + +Toen de Dolfijn het fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen +de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen. + +James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den +vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche +vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de +engten door. + +Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter +zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op +de kampanje en aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk +gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen. + +Eindelijk verminderde de Dolfijn zijn stoom en lag weldra voor de +kade de North commercial Wharf. + + + + + + + +EEN GENERAAL DER GECONFEDEREERDEN. + + +De Dolfijn was bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met +gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche +schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom de Dolfijn de engte +van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind. + +Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in +betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze +ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen +aan het werk om het schip te lossen. + +Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste +aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen. + +»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny," had hij geantwoord; »'k +zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; 'k zal generaal +Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling +van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand +hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan." + +»Mijn arme vader," antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat +zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!" + +»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. 'k +Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam +en voorzichtig zijn." + +Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg +had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken +van den dag. + +»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?" vroeg hij. + +»'k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van +onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen +ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn." + +»En zijt u zeker van uw soldaten?" vroeg Playfair; »vreest u niet +dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang +sleept?" + +»Neen; 'k vrees geen verraad, 'k zou de verraders onmiddellijk +laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien 'k de minste +unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad +toevertrouwd en 'k zal haar bewaren." + +»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?" + +»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst +feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog +weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze +verslagen waren." + +»Zijn er veel?" + +»Honderd ongeveer." + +»Vrij in de stad?" + +»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun +aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. 'k +Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene +van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop." + +»Wat! worden ze gefusilleerd?" + +»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in +eene belegerde stad. 'k Heb zijne in beslag genomen brieven naar +Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot +onherroepelijk beslist." + +»Hoe heet die man?" vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon. + +»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist." + +»Die arme kerel!" antwoordde James, zijne aandoening verbergende; +»'k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten +zal worden?" + +»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men +moet zich verdedigen." + +»Enfin; 't raakt me niet," antwoordde de kapitein, »en 'k ben al ver +weg als de executie plaats heeft." + +»Hoe, zoo spoedig reeds?" + +»Ja, generaal, zoodra 'k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. 'k +Ben te Charlestown gekomen, maar 'k moet er weer uit ook. De Dolfijn +is een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden +in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, +en één kogel zou mijn geheelen handel bederven." + +»Nu, 'k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt +gelijk. Bovendien is 't te Charlestown alles behalve aangenaam en een +reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige +plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort +van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?" + +James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo +goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming +naar den Dolfijn terugkeerde. + +»Wat zal 'k aan Jenny zeggen," dacht hij, »moet ik haar met den +vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou +'k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!" + +Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, +toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem +opgewacht. + +»Nu, kapitein?" + +James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem +niets goeds te zeggen had. + +»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?" + +»Ja." + +»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?" + +»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... 'k kan wel alles zeggen, +Crockston." + +»Alles, kapitein." + +»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht +dagen wordt doodgeschoten." + +Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten +zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de +Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op +zijne lippen en hij zeide niets dan: + +»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van den Dolfijn en de Dolfijn +is over zeven dagen in volle zee." + +»Ja, 'k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt +van mijn oom Vincent en de geheele lading zou 'k mijn schip in de +lucht laten springen voor juffrouw Jenny." + +»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen +bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen." + +»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen +met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna +wonderbaarlijke vlucht helpen." + +»O," riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te +vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een +gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met +onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen." + +»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan +maken en voorzorgen nemen." + +»'k Zal er eens over nadenken." + +»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is +en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan..." + +»Ze moet het niet hooren." + +»Ja, 't zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen." + +»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?" vroeg Crockston. + +»In de citadel," antwoordde Playfair. + +»Perfekt; nu naar boord!" + + + + + + + +DE VLUCHT. + + +Op de kampanje van den Dolfijn gezeten, wachtte Jenny met angstig +ongeduld de terugkomst van den kapitein af. Toen hij eindelijk kwam, +kon zij geen woord uitbrengen; maar hare oogen vroegen James Playfair +meer dan hare lippen hadden kunnen uitspreken. + +Playfair, door Crockston geholpen, vertelde haar niets anders dan +de omstandigheden waaronder de heer Halliburtt gevangen genomen +was. Hij zeide dat hij generaal Beauregard voorzichtig over zijne +krijgsgevangenen uitgehoord had, maar dat hij gemerkt had dat de +generaal hem niet gunstig gezind was en daarom eerst de omstandigheden +eens wilde afwachten. + +»De heer Halliburtt is niet vrij op zijn woord van eer, en daarom zal +zijn vlucht niet zonder moeite gaan; maar we zullen die bewerken en +'k zweer u, juffrouw Jenny, dat de Dolfijn de reede van Charlestown +niet zal verlaten zonder uw vader aan boord te hebben." + +»Dank, dank, kapitein, uit den grond van mijn hart!" + +Op die woorden voelde James zijn hart in zijne borst opspringen. Hij +naderde het jonge meisje, met vochtig oog en haperende stem; wellicht +zou de bekentenis van hetgeen hij niet meer verbergen kon over zijne +lippen gekomen zijn, indien Crockston niet tusschen beiden was gekomen. + +»Heb je een plan, Crockston?" vroeg Jenny, toen hij zich bij hen +voegde. + +»'k Heb altijd een plan," antwoordde de Amerikaan, »dat is eene +specialiteit van me." + +»Een goed plan?" vroeg James. + +»Uitmuntend; al de ministers van Washington samen zouden er geen beter +kunnen bedenken; het is zoo goed of mijnheer al hier aan boord is." + +»Zeg op dan, Crockston; we luisteren." + +»U, kapitein, gaat naar generaal Beauregard en vraagt hem een gunst +die hij u niet weigeren zal. U zult hem zeggen dat u een slecht sujet +aan boord hebt, een schelm die u hindert, die de equipage onder weg +tot opstand heeft opgestookt, enfin een kerel die niets deugt; u moet +hem vragen of u dien kerel in de citadel moogt doen opsluiten onder +voorwaarde dat u hem bij uw vertrek weer meeneemt om hem in Engeland +aan de justitie over te leveren." + +»Dat zal Beauregard me gaarne toestaan," zei James, half glimlachende, +»maar, er ontbreekt iets bij de uitvoering van dat plan." + +»Wat dan?" + +»Het slechte sujet, de schelm." + +»Hij staat voor u, met uw verlof," kapitein. + +»O, die brave trouwe Crockston!" riep Jenny, de ruwe hand van den +Amerikaan in hare fijne handjes drukkende. + +»'k Begrijp je, Crockston," sprak James; »een ding spijt me maar, +en dat is dat 'k niet in uw plaats kan gaan." + +»Ieder zijn rol," antwoordde Crockston; »u zoudt de uwe niet volhouden +als u in mijn plaats waart. Later krijgt u genoeg te doen met de +reede uit te komen onder het kanon van Noordelijken en Zuidelijken; +en daarmee zou ik weer verlegen zitten." + +»Nu Crockston, en dan?" + +»Nu, als 'k eens in de citadel ben--'k ben er in bekend--zal 'k wel +weten wat me te doen staat. U gaat intusschen met laden voort." + +»O, dat is bijzaak," zei de kapitein. + +»In 't geheel niet. Wat zou oom Vincent wel zeggen? We zullen de zaken +van het hart en die van den handel hand aan hand laten gaan. Dat zal +alle achterdocht voorkomen, Maar we moeten ons haasten. Kunt u in +zes dagen klaar zijn?" + +»Ja." + +»Nu dan, laat de Dolfijn dan op den 22sten reisvaardig zijn. Op den +avond van dien 22sten let wel op, moet u een sloep, met uwe beste +matrozen bemand, naar White Point, aan het uiterste punt van de stad +zenden; laat daar tot negen uur wachten en u zult den heer Halliburtt +met uw onderdanigen dienaar zien verschijnen." + +»Maar hoe zal je 't aanleggen om den heer Halliburtt te redden en +zelf te ontsnappen?" + +»Dat is mijn zaak." + +»Goede Crockston," zei Jenny nu; »je gaat dus je leven in gevaar +brengen om mijn vader te redden?" + +»Maak u niet ongerust, juffrouw Jenny: 'k breng niets in gevaar, +geloof me." + +»En wanneer moet ik je laten opsluiten?" vroeg James. + +»Van daag nog. U begrijpt, ik démoraliseer uw equipage; er is geen +tijd te verliezen." + +»Wil je goudgeld hebben! Dat kan je in de citadel te pas komen." + +»Goud, om een cipier om te koopen? Volstrekt niet; dat is veel te duur +en ook te dom. Als het daaraan toe komt, houdt de cipier het geld en +den gevangene er bij. Maar een dollar of wat kan geen kwaad. Men moet +kunnen drinken des noods." + +»En den cipier een roes laten drinken?" + +»Neen; dat zou alles bederven: laat me maar begaan; 'k heb een +plannetje." + +»Ziedaar, mijn brave Crockston; tien dollars." + +»Dat is te veel; maar ik zal u teruggeven wat ik overhoud." + +»Ben je dus klaar?" + +»Klaar om een volmaakte schelm te zijn." + +»Op weg dan." + +»Crockston," zei Jenny, »je bent de beste mensch die er leeft." + +»Dat zou me niets verwonderen," antwoordde de Amerikaan met een +koddigen lach; »maar à propos, kapitein, nog ééne recommandatie +van belang." + +»En die is?" + +»Als de generaal u voorstelde den schelm op te hangen--u weet die +militairen maken er korte metten mee--zult u hem verzoeken of u +daarover nog eens moogt denken." + +Dien zelfden dag werd Crockston, tot groote verbazing der equipage, +die niet in het geheim was, zwaar geboeid tusschen tien matrozen aan +wal gebracht, en een half uur later was hij, op verzoek van kapitein +James Playfair, ondanks al den weerstand dien hij bood, in de citadel +van Charlestown opgesloten. + +Dien dag en de daarop volgende dagen werd er ijverig met het +laden van den Dolfijn voortgegaan. De bevolking van Charlestown +hielp dienstvaardig mede; de bemanning van den Dolfijn was bij de +Zuidelijken zeer gezien, maar Playfair gaf zijn volk geen tijd om +de beleefdheden der Amerikanen aan te nemen; hij zat hen altijd op +de hielen en zette hen met een koortsachtigen ijver tot spoed aan, +waarvan de matrozen de reden niet vermoedden. + +Drie dagen later begonnen zich de eerste balen katoen in het ruim +van het schip op te stapelen. Hoewel James er zich thans weinig om +bekommerde, deed het huis Playfair en Co. prachtige zaken, wijl het +voor een spotprijs al dat katoen machtig werd dat in de magazijnen +van Charlestown tot last was. + +Van Crockston hadden zij inmiddels niets vernomen. Jenny was aan de +hevigste onrust ten prooi, en James sprak haar telkens bemoedigend toe. + +»'k Heb alle vertrouwen op Crockston," zeide hij, »en u juffrouw Jenny, +die hem nog beter kent dan ik, moet nog veel geruster zijn. Over drie +dagen zal uw vader u hier aan zijn hart drukken, geloof me." + +»O, mijnheer Playfair! hoe zal ik u ooit uwe opofferingen vergelden!" + +»Dat zal ik u zeggen als we in Engelsch water zijn," antwoordde James. + +Jenny keek hem aan, sloeg toen de oogen neder en ging naar hare hut. + +Playfair had gehoopt dat Jenny niets van den vreeselijken toestand +zou vernemen waarin haar vader zich bevond; doch juist op den +laatsten dag vernam zij alles door de onvoorzichtigheid van een +der matrozen. Den vorigen dag was er een bode van het kabinet te +Richmond in de belegerde stad gekomen en had de bekrachtiging van het +doodvonnis van Jonathan Halliburtt medegebracht. Den volgenden dag +zou de ongelukkige doodgeschoten worden. De tijding dier aanstaande +executie verspreidde zich weldra door de stad en een der matrozen +bracht haar op den Dolfijn over. Zonder te vermoeden dat Jenny in +de nabijheid was, vertelde hij aan den kapitein wat hij gehoord had +en met een vreeselijken gil viel Jenny op het dek neder. James droeg +haar in zijne hut en deed al wat hij kon om haar in het leven terug te +roepen. Toen zij eindelijk de oogen weder opende, zag zij den jongen +man met den vinger op den mond voor zich staan, om haar de diepste +stilte aan te bevelen. Zij had de kracht om te gehoorzamen en James +fluisterde haar toe: + +»Jenny, over twee uren zal uw vader veilig hier aan boord zijn, +of ik ben bezweken bij de poging om hem te redden." + +Daarop de hut verlatende, zeide hij: + +»Wij moeten hem nu uit het fort oplichten, 't mag kosten wat het wil." + +Het uur van handelen was gekomen; de lading was binnen. Over twee +uren kon de Dolfijn vertrekken. De kapitein had zijn schip op de open +reede gebracht, hij zou van den vloed gebruik maken die om negen uur +'s avonds inviel. + +Toen James het jonge meisje verliet, sloeg het zeven uur en hij +maakte zich gereed om van boord te gaan. Tot nog toe was het geheim +zorgvuldig tusschen hem, Crockston en Jenny bewaard gebleven. Maar +nu achtte hij het noodig den stuurman in te lichten. + +»Ik ben tot uw orders," was alles wat deze zeide toen hij het geheim +wist. »Om negen uur?" + +»Ja, laat de vuren aanleggen en aanstonds ferm aanstoken." + +»Het is dadelijk klaar, kapitein." + +Nadat de laatste toebereidselen gemaakt waren, voegde James er bij: +»En nu, stuurman, laat aanstonds de giek neder; beman haar met zes +van onze flinkste roeiers; ik ga onmiddellijk naar White Point. 'k +Beveel juffrouw Halliburtt aan uwe zorg aan; God bescherme ons." + +Na nog een laatst vaarwel aan Jenny, ging James in de giek en zag +onmiddellijk daarop de dikke rookwolken zich in den avondnevel +verliezen. + +Het was stik donker en er was volstrekt geen wind. Hier en daar +trilde er een flauw lichtje in den mist. James had zich aan het roer +geplaatst en stuurde met vaste hand naar White Point. Het was een tocht +van bijna een uur; James had dien dag nauwkeurig zijne waarnemingen +gedaan, zoodat hij recht op de Punt van Charlestown kon afgaan. + +Het sloeg acht uur toen de giek tegen de schoeiing van White Point +aanstiet. + +James moest nog een uur wachten eer het oogenblik, door Crockston +aangegeven, daar zou zijn. De kade was geheel verlaten. Slechts een +schildwacht liep op twintig passen afstands heen en weder. James +Playfair telde als het ware de minuten; de tijd ging vreeselijk +langzaam voor hem voorbij. + +Om half negen hoorde hij voetstappen; hij liet zijne mannen, gereed +om de handen aan het werk te slaan, in de giek achter en ging zelf +aan wal. Maar toen hij twee passen gedaan had, ontmoette hij eene +patrouille van twintig man. James trok zijn revolver, gereed om dien +des noods te gebruiken. Maar hoe kon hij de soldaten beletten tot +aan den rand der kade door te loopen? + +De aanvoerder der patrouille, de giek ziende, vroeg aan James: + +»Wat is dat voor een vaartuig?" + +»De giek van den Dolfijn," antwoordde de kapitein. + +»En gij zijt?" + +»Kapitein Playfair zelf." + +»'k Dacht, dat gij reeds in het kanaal waart." + +»'k Zou ook reeds vertrokken zijn, maar..." + +»Maar?" vroeg de aanvoerder, aanhoudende.. + +».... Een van mijne matrozen is in de citadel opgesloten en dien had +'k bijna vergeten; gelukkig heb 'k op het laatste oogenblik nog aan +hem gedacht en nu heb 'k om hem gezonden." + +»O, die schelm dien ge mede naar Engeland wilt nemen? We zouden hem +hier anders ook wel opgehangen hebben," zeide de luitenant schertsend. + +»Dat begrijp ik," antwoordde Playfair, »maar 't is beter dat alles +naar den regel gebeurt." + +»Nu, goede reis, kapitein; vertrouw de batterijen van het eiland +Morris niet te veel." + +»Wees gerust, 'k ben er zonder hinder doorgekomen en hoop 't nu weder +te doen!" + +Daarop vervolgde de patrouille haren weg en de kade was weder even +stil als te voren. + +Op dat oogenblik sloeg het negen uur. James voelde zijn hart kloppen +alsof het barsten zou. Daar klonk een gefluit; James beantwoordde +het sein; daarop luisterde hij scherp toe en beval zijnen matrozen +de diepste stilte aan. Daar zag hij een man in een wijden mantel +gewikkeld; James liep op hem toe. + +»De heer Halliburtt?" + +»Die ben ik," antwoordde de man. + +»Goddank!" riep James, »Oogenblikkelijk in de giek! Waar is Crockston?" + +»Crockston!" antwoordde de heer Halliburtt verbaasd. »Wat bedoelt gij?" + +»De man die u bevrijd heeft, die u hier heen heeft geleid, is uw +bediende Crockston." + +»Neen, dat is de cipier," betuigde de heer Halliburtt. + +»De cipier!" herhaalde James; hij begreep er niets van, en duizend +angsten beknelden hem de borst. + +»Wel ja, de cipier!" riep eene bekende stem: »de cipier ligt in mijn +hok te ronken." + +»Crockston, ben jij 't, ben jij daar!" riep de heer Halliburtt. + +»Mijnheer, geen nuttelooze woorden nu; we zullen u alles ophelderen; +maar uw leven hangt aan een zijden draadje. In de giek, in de giek!" + +De drie mannen namen in de giek plaats. + +»Vooruit!" beval de kapitein. + +Zes paar riemen stelden zich te gelijk in beweging en de giek schoot +als een visch over het donkere water van de haven van Charlestown. + + + + + + + +TUSSCHEN TWEE VUREN. + + +De giek vloog vooruit, de mist werd dikker en het kostte James moeite +de richting waar te nemen, die hij wist dat men volgen moest. Crockston +zat voor in de giek, de kapitein en de heer Halliburtt waren achter in. + +Toen de giek de open reede had bereikt, begon Crockston te spreken, +begrijpende dat de heer Halliburtt van ongeduld brandde om iets van +hem te hooren. + +»Neen, mijnheer," zeide hij, »de cipier zit in mijne plaats in mijn +hok, waar ik hem twee vuistslagen heb toegediend, een op zijn nek en +een op zijn maag, bij wijze van slaapdrank; en dat wel op het oogenblik +toen hij mij mijn avondeten bracht. Dat heet nu dankbaarheid! 'k Heb +zijn kleeren aangetrokken en zijn sleutels genomen; 'k ben u gaan halen +en heb u voor den neus van de soldaten uit de citadel weggehaald." + +»Maar mijne dochter?" vroeg de heer Halliburtt. + +»Aan boord van het schip dat ons naar Engeland zal brengen." + +»Mijne dochter dáár!" riep de Amerikaan, van zijne bank opspringende. + +»Stil," antwoordde Crockston. »Nog eenige minuten en we zijn gered." + +De giek vloog nog altijd in de dikke duisternis voort. James kon de +lantaarns van den Dolfijn niet onderscheiden en de roeiers konden +het einde hunner riemen zelfs niet zien. + +»Wij moeten meer dan drie kwartier geroeid hebben," sprak de kapitein; +»zie je niets, Crockston?" + +»Niets, en 'k heb toch goede oogen. Maar, we zullen er wel komen; +daar ginds vermoeden ze niets..." + +Hij had nog niet uitgesproken toen een vuurpijl door de duisternis +heendrong en zich hoog in de lucht verhief. + +»Dat is een sein!" riep de kapitein. + +»Duivelsch! Dat moet uit de citadel komen." + +Daar vloog een tweede vuurpijl, toen een derde, en bijna onmiddellijk +daarop werd het sein op een kwartier afstands voor de giek uit +beantwoord. + +»Dat komt uit het fort Sumter," riep Crockston, »en 't is het signaal +van ontvluchting. Roei wat je kunt! Alles is ontdekt!" + +»Flink vooruit, vrienden!" riep James. »Die vuurpijlen hebben me mijn +weg verlicht. De Dolfijn is geen honderd el meer van ons af. Hoor! daar +luidt de bel aan boord." + +»Vooruit! vooruit! Twintig pond voor jelui als we er over vijf +minuten zijn!" + +De giek vloog sneller dan ooit. Alle harten klopten. Daar bulderde +een kanonschot in de richting der stad, op twintig vamen van de +giek. Crockston hoorde meer een snel voorbijgaand lichaam dat veel +op een kogel geleek, dan dat hij het zag. + +Op dat oogenblik luidde de bel uit alle macht aan boord; men naderde, +nog eenige riemslagen en de giek stiet aan; nog eenige seconden en +Jenny viel in de armen van haren vader. + +Onmiddellijk werd de giek opgeheschen en James snelde naar de kampanje. + +»Stuurman, hebben we stoom genoeg op?" + +»Ja kapitein." + +»Laat het ankertouw kappen en dan zoo schielijk mogelijk vooruit!" + +Een oogenblik later stuwden de beide machines de boot naar het +hoofdkanaal en verwijderden haar van het fort Sumter. + +»Stuurman," sprak de kapitein, »we kunnen er niet aan denken het +kanaal van Sullivan door te gaan; want we zouden aanstonds onder +het vuur der Geconfedereerden raken; laat ons zoo veel mogelijk den +rechterkant der reede houden, en ons met de kogels der Noordelijke +vernoegen. Heb je een vertrouwd man aan 't roer?" + +»Ja, kapitein." + +»Laat de lantaarns en de vuren uitdooven, het licht dat van de +machines weerkaatst is al te veel, veel te veel; maar daar is niets +aan te doen." + +Gedurende dat gesprek was de Dolfijn snel vooruit gegaan; maar toen +hij zwenken moest om aan den rechterkant van de reede te komen, moest +hij eene engte door die hem een oogenblik in de nabijheid van het fort +Sumter bracht, en hij was er ruim vijf minuten van verwijderd, toen op +eens al de schietgaten van het fort in lichten gloed stonden en een zee +van vuur met eene vreeselijke ontploffing voor den Dolfijn heenging. + +»Te vroeg, lomperds!" riep James Playfair, schaterend van +lachen. »Stoken, stoken, machinist; we moeten tusschen twee ladingen +door komen." + +De stokers zetten nieuwen gloed aan de vuren bij en de Dolfijn +sidderde over al zijne leden onder de kracht der machine, alsof hij +op het punt was van uit elkander te springen. + +Op dat oogenblik deed zich eene tweede ontploffing hooren en een +nieuwe hagel van kogels floot achter de boot. + +»Te laat! domooren!" riep de kapitein, nu brullend lachende. + +»Dat is er een voorbij. Nog eenige minuten en we zijn van de +Geconfedereerden af," zei Crockston die op de kampanje gekomen was. + +»Dus denk je dat we niets meer van het fort Sumter te vreezen +hebben?" vroeg James. + +»Neen, niets; maar zoo veel te meer van het fort Moultrie, maar dat +kan ons maar een half uur in de knijp houden. Laat ze dus goed hun +tijd waarnemen en goed mikken, als ze ons raken willen." + +»Mooi! De ligging van het fort Moultrie zal ons dus vergunnen recht +op het Hoofdkanaal af te gaan. Vuur dan! vuur!" + +Op hetzelfde oogenblik, als of James Playfair inderdaad dat »vuur" +bevolen had, werd het fort door eene driedubbele lijn van vuur +verlicht; een vreeselijk geraas deed zich hooren, waarna er aan boord +een onrustbarend gekraak ontstond. + +»Ze hebben geraakt," zei Crockston. + +»Wat is er gebeurd, stuurman?" riep de kapitein. + +»De spaak van de boegspriet ligt in zee." + +»Hebben we gekwetsten?" + +»Neen, kapitein." + +»Nu dan, laat die spaak naar den duivel gaan. Recht het kanaal door +en op het eiland af." + +»Afgedaan met die Zuidelijken!" riep Crockston; »als we toch een +kogel door het lijf moeten hebben, heb ik nog liever met de kogels +der Noordelijken te doen; die kan ik beter verteren!" + +Inderdaad alle gevaar was nog niet geweken--en de kapitein bereidde +zich niet ten onrechte op een aanval in de kanalen van het eiland +Morris voor; want na verloop van een kwartier uurs werd de duisternis +afgewisseld door herhaalde flikkeringen van licht. Het regende kleine +bommen om den Dolfijn heen, die het water tot aan de verschansing +deden opspringen; sommige van die bommen raakten zelfs het schip, +doch veroorzaakten weinig letsel, en door de fel aangestookte vuren +voortgestuwd, ging de Dolfijn steeds vooruit. + +Op dat oogenblik, kwamen de heer Halliburtt en Jenny, tegen de bevelen +des kapiteins in, op de kampanje; James wilde hen dwingen naar beneden +te gaan, maar Jenny verklaarde dat zij bij den kapitein wilde blijven. + +De heer Halliburtt, die nu het edele gedrag zijns redders vernomen had, +drukte hem zonder een woord te spreken de hand. + +De Dolfijn naderde nu met groote snelheid het ruime sop; hij had nog +slechts een uur te varen om in den Oceaan te zijn; mocht de ingang +van het kanaal vrij zijn, dan was hij gered. James Playfair kende al +de geheimen der wateren van Charlestown en hij stuurde zijn schip met +onvergelijkelijke zekerheid; reeds meende hij alle reden te hebben om +aan het wel gelukken van zijn waagstuk te gelooven, toen de matroos +op uitkijk riep: + +»Een schip!" + +»Een schip!" riep James. + +»Ja, aan bakboordszij." + +De mist die opgetrokken was, vergunde hun toen een groot fregat +te onderscheiden dat manoeuvreerde om den Dolfijn den weg af te +snijden. James Playfair moest het tot elken prijs in snelheid zien +te overtreffen en nogmaals eene vermeerdering van stoomkracht van +zijne machine vergen, of alles zou verloren zijn. + +»Het roer aan stuurboordszij!" riep de kapitein. + +Daarop snelde hij op de loopplank die over de machine geworpen was. + +Op zijn bevel werd een der schroeven vastgezet en met de nu +overblijvende, beschreef de Dolfijn den kortst mogelijken cirkel alsof +hij om zich zelven draaide. Op die wijze had hij eene ontmoeting met +het federale fregat vermeden en hij naderde even als dat den ingang +der baai, het was nu eene quaestie van snelheid geworden. + +James Playfair begreep, dat dáárin alleen het behoud gelegen was. Het +fregat was den Dolfijn een heel eind vooruit; men zag het aan den +zwarten rook die uit zijne schoorsteenen opsteeg dat het al zijne +stoomkracht gebruikte. Maar James Playfair was de man niet om achter +te blijven. + +»Wij hebben het maximum van drukking bereikt," antwoordde de +machinist op eene vraag van den kapitein; »de stoom vliegt uit alle +veiligheidskleppen." + +»Stop de kleppen," beval de kapitein. + +En zijne bevelen werden ten uitvoer gebracht, ofschoon het schip er +bij werd gewaagd. + +En altoos sneller ging de Dolfijn vooruit; de slagen van den zuiger +volgden elkander met eene ontzettende snelheid op, de platen beefden +onder die herhaalde slagen; en het was een schouwspel dat zelfs de +moedigste harten deed sidderen. + +»Zet aan de vuren! zet aan!" riep James. + +»Onmogelijk," antwoordde de machinist; »de kleppen zijn hermetisch +gesloten; onze ovens zijn tot aan den rand toe vol." + +»Het doet er niet toe! Stop er dan katoen in, in brandewijn gedoopt, +wij moeten er door en dat vervloekte fregat vooruit." + +Op die woorden keken de onverschrokkenste matrozen elkander aan, doch +men aarzelde niet. Er werden eenige balen katoen in de stookkamer +geworpen. De bodem werd uit een vat brandewijn geslagen en dat +ontbrandbare vocht werd niet zonder gevaar in de gloeiende ovens +geworpen. De stokers konden elkander wegens het brullen der vlammen +niet verstaan. Weldra werden de platen der fornuizen wit gloeiend; +de zuigers gingen op en neer als die eener locomotief; de luchtmeters +wezen eene vreeselijke uitzetting aan, de boot vloog over de golven; +hare voegen kraakten; hare schoorsteenen braakten vlammen en rook uit; +de Dolfijn voer met eene ontzettende, eene dolle snelheid, maar hij +won op het fregat, hij stoomde het voorbij, hij bracht het op een +afstand en na verloop van tien minuten was hij het kanaal uit. + +»Gered!" riep de kapitein. + +»Gered!" riep al het scheepsvolk, in de handen klappende. + +Reeds begon de vuurtoren van Charlestown in het zuidwesten te +verdwijnen, en men kon zich buiten gevaar achten, toen een bom uit +eene kanonneerboot die in den Oceaan kruiste, in de duisternis floot; +men kon gemakkelijk haren loop volgen, dank zij den brandenden zwerm +die eene streep van vuur achter liet. + +Dat was een oogenblik van onbeschrijfelijken angst, en ieder beschouwde +met wijd open gespalkte oogen de kromme lijn die de bom beschreef; +men kon niets doen om haar te ontwijken en na eene halve minuut viel +zij met een vreeselijk geraas op de voorplecht van den Dolfijn neder. + +De verschrikte matrozen weken allen achteruit en niemand durfde een +stap voorwaarts wagen, terwijl de zwerm al knappend voortbrandde. + +Doch één enkele, moedig onder allen, liep op het werktuig der +vernieling toe. Het was Crockston; hij nam de bom in zijne krachtige +armen, terwijl er duizenden vonken uit den zwerm sprongen, en met +eene bovenmenschelijke inspanning wierp hij haar over boord. + +De bom had nauwelijks de oppervlakte des waters bereikt, of zij +ontplofte met een oorverdoovend geraas. + +»Hoera!" riep de geheele equipage, als met ééne stem, terwijl Crockston +zich in de handen wreef. + +Eenigen tijd daarna doorkliefde de Dolfijn de wateren van den Oceaan; +de Amerikaansche kust verloor zich in de verte, en het vuur dat zij +op een afstand zagen, bewees dat de aanval tusschen de batterijen van +het eiland Morris en de forten van Charlestown algemeen geworden was. + + + + + + + +SINT MUNGO. + + +Den volgenden dag, met het opgaan der zon, was de Amerikaansche kust +geheel verdwenen; er was geen schip meer aan den horizon te zien en +de Dolfijn, die de vreeselijke snelheid van zijn vaart gematigd had, +stoomde nu bedaard naar de Bermudas eilanden voort. + +Het was een gewone tocht over den Oceaan, waarbij niets merkwaardigs +voorviel en tien dagen na de afreis van Charlestown, zag de bemanning +van den Dolfijn de kusten van Ierland. + +Wat kon er tusschen den jongen kapitein en het jonge meisje voorvallen +dat niet reeds door ieder is vermoed? James Playfair had het Engelsche +water niet afgewacht om voor vader en dochter zijn hart uit te storten, +en als wij Crockston gelooven mogen, had Jenny die verklaring ontvangen +met eene blijdschap, die zij niet trachtte te ontveinzen. En zij +had gelijk. + +Het geschiedde dan op den 14en Februari van het jaar 1865 dat eene +talrijke menigte onder de gewelven der Sint Mungo, de oude hoofdkerk +van Glasgow, verzameld was. Er waren daar zeelieden, kooplieden, +industriëelen, overheidspersonen, zoo wat van alles. De brave Crockston +was als getuige tegenwoordig bij het huwelijk van Jenny Halliburtt, +en de wakkere Amerikaan schitterde in een groenen rok met gouden +knoopen. Oom Vincent stond fier naast zijn neef, die al het air had +van iemand wiens laatste uur als celibatair geslagen had. + +De plechtigheid werd met allen mogelijken luister gevierd; ieder +kende de geschiedenis van den Dolfijn, en ieder vond dat de jonge +kapitein zijne belooning wel verdiend had. Hij alleen achtte zich +boven verdienste beloond. + +Des avonds was er groot feest bij oom Vincent. Diner en bal en eene +milde uitdeeling van shillings onder de menigte op straat. Crockston +deed, hoewel hij zich binnen de perken wist te houden, wonderen +van eetlust. + +Ieder was gelukkig bij dat huwelijk, deze om zijn eigen geluk, gene +om het geluk van anderen. + +Toen de gasten des avonds vertrokken waren, ging James zijn oom eens +hartelijk omhelzen. + +»Nu, oom?" vroeg hij. + +»Nu, neef?" + +»Is u tevreden over de heerlijke lading die ik met den Dolfijn +meegebracht heb?" hernam de kapitein, op zijne jonge vrouw wijzende. + +»Dat geloof ik!" antwoordde de koopman; »'k heb mijn katoen met +drie-honderd-vijf-en-zeventig percent winst verkocht." + + + + + + + +INHOUD. + + +AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. + + I. De oevers van de Oranjerivier Blz. 1 + II. Officieele voorstelling ,, 8 + III. Het vervoer ,, 15 + IV. Iets over den meter ,, 22 + V. Een Hottentotsch dorp ,, 28 + VI. Verdere kennismaking ,, 35 + VII. Eene basis ,, 43 + VIII. De vierentwintigste meridiaan ,, 54 + IX. Een kraal ,, 59 + X. De snelle strooming ,, 70 + XI. Nikolaas Palander teruggevonden ,, 79 + XII. Een station naar den smaak van John Murray ,, 90 + XIII. Door het vuur ,, 102 + XIV. Eene oorlogsverklaring ,, 112 + XV. Één graad meer ,, 120 + XVI. Verschillende voorvallen ,, 130 + XVII. De verdelgers ,, 138 + XVIII. De woestijn ,, 148 + XIX. Meten of sterven ,, 160 + XX. Acht dagen op den top van den Scorzef ,, 170 + XXI. Het licht verschijnt ,, 179 + XXII. Palanders woede ,, 188 + XXIII. De waterval van de Zambese ,, 200 + + +DE BLOKKADEBREKERS. + + De Dolfijn ,, 209 + De Dolfijn op reis ,, 214 + In zee ,, 219 + Streken van Crockston ,, 224 + Het kanaal van Sullivan ,, 235 + Een generaal der geconfedereerden ,, 239 + De vlucht ,, 243 + Tusschen twee vuren ,, 250 + Sint Mungo ,, 256 + + + + + + + + +AANTEKENINGEN + + +[1] Met geen enkel woord maakt Verne melding van onzen Snellius, +die reeds in 1617 den boog bepaalde van den meridiaan over Leiden +tusschen de parallelcirkels van Alkmaar en Bergen op Zoom. + +[2] Bij het meten van den meridiaan van Frankrijk, welke zich tot +Formentera uitstrekte, heeft Arago bij zijn 15en driehoek eene zijde +van 160.904 M. gemeten, die zich van de kust van Spanje tot het eiland +Iviza uitstrekte. + +[3] Om onzen lezers duidelijk te maken wat eene geodesische opname +eigenlijk is en hun eenig denkbeeld te geven van de moeielijkheden +die haar somtijds in den weg kunnen staan, wordt het onderstaande +hier ter verduidelijking bijgevoegd: laat AB het gedeelte van den +meridiaan zijn, welker lengte men bepalen moet. Men meet met de +grootste nauwkeurigheid eene basis AC, door van het uiteinde A van +den meridiaan naar een eerste station C te gaan, daarna kiest men +aan weêrszijden van den meridiaan andere stations als D, E, F, G, +H, I, enz. van elk van welke men de naastbijgelegen stations zien +kan, en men meet met den theodoliet de hoeken der driehoeken ACD, +CDE, EDF, enz. Deze eerste bewerking stelt in staat, om die geheele +driehoeken te berekenen, want in den eersten kent men AC en de hoeken, +en men kan dus de zijde CD berekenen; in den tweeden kent men CD en +de hoeken, en men kan de zijde DE berekenen; in den derden kent men +DE en de hoeken en men kan EF berekenen, enz. Daarna bepaalt men, +in het punt A staande, de richting van den meridiaan op de gewone +wijze, en men meet hoek MAC, welke deze richting met de basis vormt; +men kent dan door berekening de zijde AC en de aanliggende hoeken +van den driehoek ACM, en men kan derhalve het eerste gedeelte AM van +den meridiaan vinden. Men berekent tegelijkertijd den hoek M en de +zijde CM: men kent dan in den driehoek MDN de zijde DM = CD-CM en +de aanliggende hoeken, en daarmede kan men het tweede stuk MN van +den meridiaan vinden, verder ook hoek N en de zijde DN. In driehoek +NEP kent men dus de zijde EN = DE-DN en de aanliggende hoeken, en men +kan het derde stuk NP van den meridiaan berekenen, enz. Men begrijpt, +dat men op die wijze stuksgewijze de lengte van den geheelen boog AB +bepalen kan. + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN *** + +Updated editions will replace the previous one--the old editions will +be renamed. + +Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright +law means that no one owns a United States copyright in these works, +so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the +United States without permission and without paying copyright +royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part +of this license, apply to copying and distributing Project +Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm +concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, +and may not be used if you charge for an eBook, except by following +the terms of the trademark license, including paying royalties for use +of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for +copies of this eBook, complying with the trademark license is very +easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation +of derivative works, reports, performances and research. Project +Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may +do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected +by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark +license, especially commercial redistribution. + +START: FULL LICENSE + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full +Project Gutenberg-tm License available with this file or online at +www.gutenberg.org/license. + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project +Gutenberg-tm electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or +destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your +possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a +Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound +by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the +person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph +1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this +agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm +electronic works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the +Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection +of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual +works in the collection are in the public domain in the United +States. If an individual work is unprotected by copyright law in the +United States and you are located in the United States, we do not +claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, +displaying or creating derivative works based on the work as long as +all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope +that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting +free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm +works in compliance with the terms of this agreement for keeping the +Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily +comply with the terms of this agreement by keeping this work in the +same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when +you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are +in a constant state of change. If you are outside the United States, +check the laws of your country in addition to the terms of this +agreement before downloading, copying, displaying, performing, +distributing or creating derivative works based on this work or any +other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no +representations concerning the copyright status of any work in any +country other than the United States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other +immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear +prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work +on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the +phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, +performed, viewed, copied or distributed: + + This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and + most other parts of the world at no cost and with almost no + restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it + under the terms of the Project Gutenberg License included with this + eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the + United States, you will have to check the laws of the country where + you are located before using this eBook. + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is +derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not +contain a notice indicating that it is posted with permission of the +copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in +the United States without paying any fees or charges. If you are +redistributing or providing access to a work with the phrase "Project +Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply +either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or +obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm +trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any +additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms +will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works +posted with the permission of the copyright holder found at the +beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including +any word processing or hypertext form. However, if you provide access +to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format +other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official +version posted on the official Project Gutenberg-tm website +(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense +to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means +of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain +Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the +full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works +provided that: + +* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed + to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has + agreed to donate royalties under this paragraph to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid + within 60 days following each date on which you prepare (or are + legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty + payments should be clearly marked as such and sent to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in + Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg + Literary Archive Foundation." + +* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or destroy all + copies of the works possessed in a physical medium and discontinue + all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm + works. + +* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of + any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days of + receipt of the work. + +* You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project +Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than +are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing +from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of +the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set +forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +works not protected by U.S. copyright law in creating the Project +Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm +electronic works, and the medium on which they may be stored, may +contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate +or corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged disk or +other medium, a computer virus, or computer codes that damage or +cannot be read by your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium +with your written explanation. The person or entity that provided you +with the defective work may elect to provide a replacement copy in +lieu of a refund. If you received the work electronically, the person +or entity providing it to you may choose to give you a second +opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If +the second copy is also defective, you may demand a refund in writing +without further opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO +OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of +damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement +violates the law of the state applicable to this agreement, the +agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or +limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or +unenforceability of any provision of this agreement shall not void the +remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in +accordance with this agreement, and any volunteers associated with the +production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm +electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, +including legal fees, that arise directly or indirectly from any of +the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this +or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or +additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any +Defect you cause. + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of +computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It +exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations +from people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future +generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see +Sections 3 and 4 and the Foundation information page at +www.gutenberg.org + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by +U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, +Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up +to date contact information can be found at the Foundation's website +and official page at www.gutenberg.org/contact + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without +widespread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine-readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To SEND +DONATIONS or determine the status of compliance for any particular +state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. To +donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project +Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be +freely shared with anyone. For forty years, he produced and +distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of +volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in +the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not +necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper +edition. + +Most people start at our website which has the main PG search +facility: www.gutenberg.org + +This website includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
