summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/42878-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-07 21:19:27 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-07 21:19:27 -0800
commita5ec4db41a4bd07f3702461a5b2233c9e6193fe4 (patch)
treef53deeff01f8bc609c82a8df75b53980648a421b /42878-8.txt
parentb33372d71f9a4537bc081218aa7f9d33caba7a0f (diff)
Add files from ibiblio as of 2025-03-07 21:19:27HEADmain
Diffstat (limited to '42878-8.txt')
-rw-r--r--42878-8.txt3822
1 files changed, 0 insertions, 3822 deletions
diff --git a/42878-8.txt b/42878-8.txt
deleted file mode 100644
index 26ca8dc..0000000
--- a/42878-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3822 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De verrezen Gulliver; behelzende de
-zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen,, by Rudolph Erich Raspe
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: De verrezen Gulliver; behelzende de zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen,
- In Rusland, Ysland, Turkije, Egipte, Gibraltar, in de
- Kaspische, Middellandsche en Atlantische Zeëen, en door
- het middenpunt van den berg Etna naa de Zuid-zee
-
-Author: Rudolph Erich Raspe
-
-Translator: Unknown Unknown
-
-Release Date: June 4, 2013 [EBook #42878]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VERREZEN GULLIVER ***
-
-
-
-
-Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
-http://www.pgdp.net (produced from scans from Early Dutch
-Books Online & Universiteitsbibliotheek, Amsterdam)
-
-
-
-
-
- +-----------------------------------------------------------------+
- | |
- | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
- | |
- | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
- | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
- | Voetnoten zijn hernummerd. |
- | |
- | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
- | _cursief_. |
- | |
- | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
- | gecorrigeerd. De vermelde errata zijn in de tekst veranderd. |
- | |
- | Meer informatie aangaande de spelling en de aangebrachte |
- | correcties is te vinden aan het eind van dit e-boek. |
- | |
- | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
- | e-boek op http://www.gutenberg.org/ |
- | |
- | Voor de samenstelling van dit e-boek dienden de scans van Early |
- | Dutch Books Online (http://www.earlydutchbooksonline.nl/) als |
- | bron. Als bron daarvoor diende het exemplaar uit de |
- | Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. |
- | |
- +-----------------------------------------------------------------+
-
-
-
-
- DE
- VERREZEN
- GULLIVER;
-
- BEHELZENDE DE ZONDERLINGE
- REIZEN EN AVONTUREN,
- VAN DEN BARON VAN
- MUNCHHAUSEN,
-
- In _Rusland_, _Ysland_, _Turkije_, _Egipte_,
- _Gibralter_, in de _Kaspische_, _Middellandsche_
- en _Atlantische_ Zeëen, en door het middenpunt
- van den berg _Etna_ naa de _Zuid-zee_:
-
- ALS MEDE
-
- Het verhaal van zijne reis naa de MAAN en de
- HONDSTAR, en de Burgerlijke en Staatkundige
- gesteldheid aldaar; met vele bijzonderheden
- van _Wezens met kookende maagen_, die men hier
- gewoon is _Menschen_ te noemen, enz. enz.
-
- _Naar den vijfden druk uit het Engelsch vertaald._
-
- MET PLAATEN.
-
- _Te HUAHEINE_
- Bij OMAI, _'s Landsdrukker_
- 1790.
-
-
-
-
- BERIGT
- VAN DEN
- UITGEVER.
-
-
-'t Werkje, dat wij den Nederlander, in zijne moedertale, thands
-aanbieden, is oorspronglijk in 't Engelsch geschreven, en in _Engeland_
-met zoo veel graagte en goedkeuringe ontvangen, dat het binnen weinige
-dagen driemaal herdrukt moest worden.
-
-Die vier eerste uitgaven waren egter op verre na zoo volledig niet, als
-de vijfde druk, naar welke deze vertaling gevolgd is, en bestonden
-alleen uit de vijf laatste hoofdstukken van het eerste deel.
-
-Welhaast werd het in bijkans alle talen van _Europa_ vertolkt, en met
-zoodanige bijvoegselen en aantekeningen vermeerderd, als de uitgevers
-raadzaam oordeelden.
-
-De zoodanigen, die wij daartoe meenden geschiktst te zijn, hebben
-wij uit die vertalingen overgenomen, en 'er dat gene van ons eigen
-bijgevoegd, 't welk wij begrepen in staat te zijn, om 't loflijk
-oogmerk van den vernuftigen schrijver, onder de Nederlanders te
-bevorderen.
-
-Want hield LUCIANUS het, ten zijnen tijde, reeds noodzaaklijk, om
-zijne _Waaragtige Geschiedenissen_, zoo als hij zijne verdigtselen
-zeer geestig noemt, te schrijven, zoo om zijnen lezer op eene aangename
-wijze te onderhouden, als om den draak te steken met zulke Reizigers
-en schrijvers, die niet ontzien, om eene menigte van gedrogtlijke en
-ongelooflijke vertelselen op te disschen; zoo meende ook de Baron van
-MUNCHHAUSEN, een man van grooten smaak, en vernuft, dit voorbeeld van
-den geestigen LUCIANUS, waaruit hij het een en ander heeft overgenomen,
-zeer gepast, om het belagchlijke en haatlijke van zoodanige vertelselen
-onder het oog zijner tijdgenoten te brengen.
-
-Daarbij had de ondervinding den Baron geleerd, dat men met al zijn
-redeneren, bevooröordeelde menschen tot het gezond verstand niet kan
-terug brengen; en dat zij, die gewoon zijn op een hoogen toon te
-spreken en stout te verzekeren, zeer geschikt zijn, om hunne hoorders
-daarvan te ontzetten. Hierom redeneerde hij nooit met zoodanige lieden,
-maar wendde de gesprekken altijd zeer behendig op onverschillige zaken,
-en dan verhaalde hij--geheel in zijne eigen manier en bijzonderen
-smaak--de eene of andere geschiedenis van zijne reizen, veldtogten
-en avonturen.
-
-Zoo geschikt deze manier is, om den snoevenden Reiziger en
-grootsprekenden loogenaar te beschaamen; zoo goed is de Baron ook
-geslaagd in het uitkiezen zijner ongerijmde vertelselen; waarin
-zijn oogmerk alleen is, om aan te toonen, dat een zucht om zoo
-genoemde snakerijen te vertellen, of den menschen wat op den mouw
-te spellen, in den grond niet anders is dan liegen en misleiden, en
-dat de hebbelijkheid om alle gezelschappen van vrienden en vreemden
-met onwaarheden bezig te houden, eigenlijk is, het haatlijkste en
-verachtlijkste misbruik te maaken van het geduld en de inschiklijkheid
-zijner beschaafde medeburgeren, die 'er zig niet aan waagen willen, om
-door zulke onbeschaamde loogenaars op eene onbeschofte manier bejegend
-te worden.
-
-De verbazend snelle en groote aftrek, welke dit werkje in _Engeland_
-gehad heeft, toont, dat men aldaar zeer wel dit zedekundig oogmerk
-van den schrijver gevat heeft. Zelfs heeft een zeker geleerde van dat
-gewest, te regt, aangemerkt, dat men hetzelve, zeer eigenlijk, DEN
-ZEDENMEESTER DER LOOGENAREN zoude kunnen en behooren te noemen.
-
-Dit doel, ook onder de Nederlanders te bevorderen is het oogmerk des
-Nederduitschen uitgevers; die te gelijk ten oogmerke heeft, wanneer een
-goed vertier een tweede oplaag vereischen mogte, het werkje met meer
-plaatjens te versieren en met zoodanige bijvoegselen te vermeerderen,
-als de behoefte van Nederland, daar liegen en lasteren niet minder
-heerschen als in andere gewesten, vordert.
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
-I. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron geeft een verslag van zijne eerste reis.--Verbazende
-uitwerksels van eenen storm.--Komt op _Ceilon_; vecht aldaar met
-twee buitengewoone vijanden, en overwint dezelven.--Komt in
-_Holland_ terug._ _bladz._ 1
-
-II. HOOFDSTUK.
-
-_In het welk de Baron toont, dat hij een goed schutter is.--Hij
-verliest zijn paerd, en vindt een wolf;--welken hij voor zijne
-slede spant.--Hij belooft het gezelschap te zullen onderhouden
-met een verhaal van zoodanige dingen, welke deszelfs
-opmerkzaamheid wel waardig zijn._ 19
-
-III. HOOFDSTUK.
-
-_Eene zonderlinge ontmoeting tusschen den neus van den Baron en
-den post van eene deur, met derzelver wonderlijk gevolg.--Hij
-schiet vijftig koppels ganzen en ander gevogelte met één
-schot.--Jaagt een vos uit zijn vel.--Leidt eene oude zog naa
-hare woning, op eene nieuwe wijze; en vangt een wilden Beer._ 27
-
-IV. HOOFDSTUK.
-
-_Aanmerkingen over het St. Huberts hert.--De Baron schiet een
-hert met kersenstenen; het verbazend gevolg daarvan.--Doodt een
-beer door eene buitengewone vaardigheid; zijn gevaar aandoenlijk
-beschreven.--Wordt overvallen door een wolf, welken hij 't
-binnenste buiten keert.--Wordt besprongen door een dollen hond,
-welken hij ontsnapt.--De pels van den Baron wordt dol, waardoor
-zijne gantsche kleêrkamer in verwarring geraakt._ 33
-
-V. HOOFDSTUK.
-
-_Gevolgen van grote werkzaamheid en tegenwoordigheid van
-geest.--Beschrijving van een hond, de lieveling van den
-Baron.--Ongeval van des Barons vrouw.--Een haas met acht
-pooten.--Zijn hond wordt eene teef; en jongt, terwijl zij een
-haas vervolgt; die ook werpt, terwijl zij vervolgt wordt.--Hij
-krijgt een zeer beroemd paerd ten geschenke van den Graaf van
-_PRZOBOZSKY_, waarmede hij vele ongewone daden verrigt._ 41
-
-VI. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron wordt krijgsgevangen, en voor slaaf verkoft.--Hoedt
-de bijën van den Sultan, welken aangevallen worden door twee
-beeren.--Verliest een bij en een zilveren bijl, welken hij naa
-de beeren smijt; doch die, door het verdraaijen van zijnen arm,
-opvliegt naa de Maan, maar welken hij, door eene vernuftige
-uitvinding, naa beneden brengt.--Valt bij zijne terugkomst op de
-aarde, en redt zigzelven uit eene diepe kuil.--Redt een wagen,
-welke den zijnen op een smallen weg ontmoet, op eene zonderlinge
-wijze.--Wonderbaar uitwerksel van den vorst op den posthoren
-van zijn koetsier._ 63
-
-
-TWEEDE DEEL.
-
-VII. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron verhaalt zijne avonturen op eene reis naa
-Noord-Amerika, welken de aandacht van den lezer wel waardig
-zijn.--Pots van een walvisch.--Een zeemeeuw behoudt een matroos
-in 't leven.--Het hoofd van den Baron zakt in zijne maag.--Een
-gevaarlijk lek gestopt _a posteriore_._ 75
-
-VIII. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron baadt zig in de Middellandsche Zee.--Hij ontmoet
-zeer onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn voornemen, in de
-gewesten van hitte en duisternis, waaruit hij zig redt door het
-dansen van den hornpijp.--Verschrikt zijne verlossers, en komt
-weder aan het strand._ 81
-
-IX. HOOFDSTUK.
-
-_Avonturen in _Turkije_ en op de rivier de _Nijl_.--De Baron
-schiet een luchtbol boven _Constantinopel_ naa beneden, en
-vindt een Franschen proefondervindlijken Wijsgeer daaraan
-hangen.--Gaat in gezantschap naa groot _Caïro_, en vermeerdert
-onderweg zijn gevolg met vijf persoonen van uitstekende
-bekwaamheden.--Keert van daar terug langs den _Nijl_, alwaar hij
-zeer onverwagt wordt opgehouden.--Wint een weddingschap met den
-Groten Heer.--Proeven der bekwaamheden van zijne bedienden._ 86
-
-X. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron geeft zijnen ouden Vriend, den Generaal _ELLIOT_, een
-bezoek in de belegering van _Gibralter_.--Doet een Spaansch
-oorlogschip zinken.--Ontwaakt eene oude vrouw op de Afrikaansche
-kust--Vernielt al het geschut van den vijand; maakt den Graaf
-van ... verschrikt, en jaagt hem naa Parijs.--Verlost twee
-Engelsche verspieders, met dienzelfden slinger, waardoor
-_GOLIATH_ ter neder werd geslagen, en doet de belegering van
-_Gibralter_ opbreken._ 109
-
-XI. HOOFDSTUK.
-
-_Een belangrijk verslag van de voorouders van den Baron.--Een
-verschil over de plaats, waar _NOACH_ zijne ark bouwde.--De
-geschiedenis van den slinger, en deszelfs hoedanigheden.--Een
-begunstigd digter wordt ingeleid, maar op geen roemrijke
-manier.--Koningin _ELIZABETH_, en haare gaaf van onthouding.--De
-vader van den Baron kruist van _Engeland_ naa _Holland_ op een
-zeepaard, 't welk hij voor zevenhonderd dukaten verkoopt._ 125
-
-XII. HOOFDSTUK.
-
-_Een klugt; de gevolgen daarvan.--Het Kasteel van _Windsor_.--De
-_St. PAULUS_ Kerk.--Het gildehuis van de Geneesheeren, de
-aansprekers, kosters enz. allen bijkans vernield.--Vaardigheid
-der kruidmengeren._ 133
-
-XIII. HOOFDSTUK.
-
-EEN UITSTAP NAA HET NOORDEN.
-
-_De Baron zeilt met Kapitein _PHIPPS_.--Valt twee zwaare beeren
-aan, welken hij ter naauwernood ontkomt.--Wint het vertrouwen
-van deze dieren, en vernielt duizend van dezelven; laadt het
-schip met derzelver hammen en huiden; zendt de eersten overal
-ten geschenke rond; en wordt daarvoor op alle feesten van de
-stad genodigd.--Een verschil tusschen den Kapitein en den Baron,
-waarin de laatste, beleefdheidshalve, genoodzaakt is toe te
-geven.--De Baron weigert de eer van een throon._ 138
-
-XIV. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron overtreft den Baron _DE TOTT_ in alle opzigten;
-nogthans mislukt hem ééne zaak.--Valt in ongenade bij den Groten
-Heer, die bevel geeft om zijn hoofd te brengen.--Ontkomt dit
-gevaar, en gaat aan boord van een schip, waarmede hij naa
-_Venetie_ vertrekt.--Afkomst van den Baron _DE TOTT_, en
-bijzonderheden van 's mans voorouders.--Eenige weinig of niet
-bekende bijzonderheden van vroegeren tijd._ 150
-
-XV. HOOFDSTUK.
-
-_Vervolg van het reisverhaal van _Harwich_ naa
-_Helvoet_.--Beschrijving van sommige zeedieren en andere
-voorwerpen, nooit bij eenig reiziger gezien.--Rotsen, op dezen
-togt liggende, zoo groot als de Alpische bergen; kreeften,
-krabben van eene buitengewoone grootte.--Eene vrouw in het
-leven behouden.--Hoe zij in zee viel.--De manier van de
-Amsterdamsche Maatschappij, met een goeden uitslag, gevolgd._ 160
-
-XVI. HOOFDSTUK.
-
-_Dit Hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor
-de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen
-_Engelschman_, bijzonderlijk bij allen, die, in het vervolg,
-het ongeluk zullen hebben van krijgsgevangen te worden._ 171
-
-XVII. HOOFDSTUK.
-
-_Eene reis naa Oost-Indien.--De Baron spreekt van een vriend,
-die hem nooit misleidde; wint honderd guinees door zijn
-vertrouwen op den neus van zijnen vriend.--Wild opgestooten in
-zee.--Eenige omstandigheden, welken, zoo men hoopt, den lezer
-niet weinig zullen vermaaken._ 175
-
-XVIII. HOOFDSTUK.
-
-_Een tweede (maar toevallig) bezoek aan de Maan.--Het schip
-door een warrelwind opgenomen tot eene hoogte van duizend
-_Hollandsche_ mijlen boven het water, daar het een anderen
-dampkring ontmoet, en in eene ruime haven in de Maan
-aankomt.--Eene beschrijving van de inwooners, en de wijze
-waarop dezelven aldaar ter waereld komen.--Dieren, gewoonten,
-wapens, wijnen, planten, enz. enz. enz._ 180
-
-XIX. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug,
-schip, boot, of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij
-ontwaakt na een langen slaap; en vernielt een gedrogt, het
-welk alleen leefde van de verwoesting van anderen._ 191
-
-XX. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan
-den berg _Etna_ gegeven te hebben; hij vindt zigzelven weder
-in de Zuid-zee; bezoekt _VULKANUS_ op zijne reis; komt bij een
-_Hollander_ aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van
-kaas, liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige
-zonderlinge voorwerpen.--Zij verliezen hun compas; hun schip
-glijdt tusschen de tanden van een visch, onbekend in dit
-gedeelte van de waereld; hunne moeite, om zig uit die plaats
-te verlossen; zij komen in de _Kaspische_ zee.--De Baron laat
-een beer doodhongeren in zijne handen.--Eenige bijzonderheden
-van een borstrok.--In dit hoofdstuk, 't welk het laatste en
-het langste is, draagt de Baron zedekundige bedenkingen voor,
-over de deugd van trouw en liefde tot de waarheid._ 194
-
-
-
-
- REIZEN
- VAN DEN BARON
- VAN MUNCHHAUSEN.
-
-
-
-
-I. HOOFDSTUK.[1].
-
-[1] De Baron wordt ondersteld dit verhaal aan zijne vrienden, onder
- het ligten van den beker, te doen.
-
-_De Baron geeft een verslag van zijne eerste reis.--Verbazende
- uitwerksels van eenen storm.--Komt op _Ceilon_; vecht aldaar
- met twee buitengewone vijanden, en overwint dezelven.--Komt in
- _Holland_ terug._
-
-
-In de dagen mijner jongelingschap, of liever in dien tijd, dat ik man
-noch jongeling was, wanneer de vlasbaard den aannaderenden mannelijken
-leeftijd eerst aankondigt, had ik de klugtigste ontmoetingen, welken
-ooit eenen reiziger zijn voorgekomen. Het scheen, of mijne Ouders
-daarvan een voorgevoel hadden: want hoe dikwijls ik mijne zucht
-tot reizen te kennen gaf; hoe sterk ik bij hen aanhield, om hunne
-toestemming te bekomen, tot het bezien van de waereld; en welke
-streken ik ook tot het verkrijgen dezer gunste aanwendde; niets mogt
-baten: alles was te vergeefsch. Mijn vader was de standvastigheid
-zelve in zijne weigering. Dit verwonderde mij grootlijks, om dat hij
-zelf een groot reiziger geweest was; gelijk dit overvloedig blijken
-zal, eer ik het verhaal mijner zonderlinge, en, mag ik 'er wel gerust
-bijvoegen, belangrijke avonturen geeindigd zal hebben. Maar tot mijn
-onuitspreeklijk geluk, zoo ik meende, had een zekere neef van mijns
-moeders zijde een groot behagen in mij. Deze verklaarde menigmaal, dat
-ik de aardigste jongen van de waereld was, en dat ik buiten 's lands
-de grootste vorderingen tot fortuin zoude maken. Dit stond mij wonder
-wel aan, en streelde mijne eerzucht niet weinig. Zijne welsprekenheid
-had ook meer invloed dan de mijne: want mijn vader stemde eindelijk toe
-in zijnen voorslag, dat ik hem op zijne reis naa het eiland _Ceilon_,
-alwaar zijn oom al zederd verscheiden jaren Gouverneur geweest was, zou
-verzellen.
-
-Wij zeilden met een paketboot uit _Texel_, met gewigtige bevelen belast.
-Naardien wij zoo snel zeilden, als hadden wij in een luchtbol de reis
-gedaan, gebeurde 'er maar één ding, 't welk aan U verdient verhaald te
-worden. 't Was naamlijk de uitwerking van eenen storm, wanneer wij aan
-zeker eiland ten anker lagen, om water en brandhout in te nemen. Deze
-storm rukte een groote menigte zware bomen, van een verschriklijke dikte
-en hoogte, met wortel en al uit den grond. Sommige van deze bomen wogen
-ettelijke lasten; en nogthans werden ze door den wind tot zulk' eene
-onmeetlijke hoogte in de lucht opgenomen, dat ze niet anders schenen,
-dan door de lucht zwevende vederen van kleine vogeltjes: want zij waren
-ten minsten vijf mijlen[2] boven de aarde. Maar zoodra was de storm niet
-bedaard, of ze vielen allen wederom lijnregt op hunne plaatsen neder, en
-groeiden weêr als te voren; behalven één, op welks takken, juist op dat
-oogenblik dat de wind denzelven naa de lucht voerde, een man met zijne
-vrouw, een zeer geschikt en eerbaar paar volks, komkommers zaten te
-plukken: (want dit heilzaam gewas groeit in dat gedeelte van de waereld
-aan de bomen): als nu de boom wederom langzaam naa beneden daalde,
-gebeurde het, dat dezelve, door de zwaarte van dit paar menschen,
-horizontaal nederviel, en wel op den aanzienlijksten man van het geheele
-eiland, waar door hij op staande voet stierf. Toen de storm begon, had
-hij zijne woning verlaten, uit vreze, dat dezelve mogt instorten en hem
-verpletteren; maar zoo als hij zijn tuindeur wederom wilde ingaan, viel
-deze gelukkige omstandigheid voor.--Gelukkige?
-
-[2] Als hier en elders enkel van mijlen gesproken wordt, verstaat de
- Baron altijd Engelsche mijlen; anders drukt hij zig vollediger
- uit en zegt, bij voorbeeld, Hollandsche of Fransche mijlen.
-
-Ja! zeker gelukkige: want, mijne Heeren! dit opperhoofd was de
-geweldigste der dwingelanden; en de bewooners van het eiland, zijne
-gunstelingen en maitressen niet uitgezonderd, waren de ellendigste
-schepzels onder de Maan; de levensmiddelen verstikten in zijne
-voorraadschuuren, terwijl zijne Onderdaanen, wien hij ze had afgeperst,
-van honger versmagteden; het Eiland had voor genen buitenlandschen
-vijand te vrezen, en echter nam hij ieder jong kaerel weg, sloeg
-hem met zijn eigen stok tot een held, en verkogt van tijd tot tijd
-zijne verzameling aan den meestbiedende der nabuurige Vorsten, om
-de Millioenen Schulpen, die hij van zijn' Vader had geërft, met
-nieuwe Millioenen te vermeerderen. Dit gedrag maakte hem zoo veel te
-veragtelijker, daar hij geene kinderen of naastbestaanden had.--
-
-Meent niet, lieve lezer! dat de Baron hier zonder reden aanmerkt,
-dat zijne Excellentie, deze DON PANCHE van de andere waereld, geen
-naastbestaanden had. Hij had op zijne veelvuldige reizen te meermalen
-waargenomen, dat de schreeuwendste onrechtvaardigheden, de ontmenschtste
-wreedheden, door aanzienlijken en geringen, door Vorsten en onderdanen,
-in eene blijkbare ongevoeligheid gepleegd werden, onder voorgeven, dat
-zij niet zoodanig handelden om zig zelven, maar voor hunne opvolgers
-enz.--Hierbij komt nog eene andere reden, welke de Baron echter niet
-gaarne algemeen bekend maakte; te weten: op zijn springtogtje door dit
-leven was hij niet zelden om geld verlegen geweest. Dit zal U zekerlijk
-niet verwonderen; maar als hij zig, in zoodanige gelegenheden, op
-eerlijke voorwaarden, welken hij aantoonde te kunnen volbrengen, bij
-ongeluk vervoegde bij rijke lieden zonder edelmoedigheid, verwonderde
-het hem, dat dezen zig altijd van alle menschlievendheid en
-hulpbetoninge ontschuldigden, met te zeggen: dat zij hem zeer gaarne
-zouden willen helpen; maar dat zij ook voor de hunnen moesten zorgen;
-dat zij over het geld en goed hunner kinderen niet konden beschikken,
-en dergelijke blaauwe uitvlugten meer.----Hierom kwam het den Baron
-gantsch niet vreemd voor dat deze gierige en onbarmhartige wreedaard,
-zonder kinderen en namagen, bij den landzaat zoo zeer gehaat was. Zijn
-dood zagen zij daarom niet alleen aan als de grootste weldaad; maar hoe
-toevallig dezelve ook ware, verkoozen zij zelfs, ten blijke hunner
-dankbaarheid, de komkommerplukkers tot hunne opperhoofden.
-
-Dit paar had van deszelfs hooge vaart geen letsel gekregen, als een
-klein ongemakje aan het gezicht, omdat zij dat licht, 't welk de
-oorsprong van alle verlichtinge door deze waereld is, wat al te naa
-waren gekomen.--De verduistering, daar door op het Eiland veroorzaakt,
-was vrij groot, en ontzettede den Hollandschen schipper dermate, dat
-hij zijn _Stichters Almanach_, het eenigste Zeemansboek 't welk hij
-wist te gebruiken, uit zijn broekzak haalde, om te zien, of het geen
-Zonne-Taning ware; schoon ik hem beduidde, dat het Volle Maan was.--Maar
-het ongeluk van deze goede luidjes was het grootste voordeel voor den
-Staat; de nieuwe Regent hield zulk een loflijk bestuur, (gelijk ik
-naderhand vernomen heb) dat niemand op het Eiland voortaan komkommers
-at, zonder te zeggen: _God zegene ons opperhoofd_.
-
-Na dat wij ons van de schade, in dezen aanmerklijken storm bekomen,
-hersteld hadden, namen wij afscheid van deze nieuwe opperhoofden;
-(zoo moeten wij ze noemen, naardien beiden zig aan het hoofd van de
-regeeringe dezes Eilands geplaatst hadden); en zeilden met een zeer
-gunstigen wind naa de plaats onzer bestemminge; evenwel niet, voor dat
-wij den gedienstigen boom in zijne oude plaats hersteld zagen. Ook was
-'er, op een algemeen verzoekschrift, door alle de inwoners ingediend,
-door de nieuwe regeering een wet vastgesteld, dat voordaan niemand van
-de vrugten van dezen boom zoude mogen eten, zonder vooraf voor den
-ondergang van den geweldenaar gedankt te hebben.
-
-Zes weeken na ons vertrek uit _Holland_, kwamen wij op _Ceilon_
-behouden aan land, en werden met grote blijken van vriendschap en ware
-beleefdheid ontvangen. Het volgend zonderling avontuur zal uwe opmerking
-niet geheel onwaardig zijn. Indien echter iemand mijner toehoorderen zoo
-bekrompen van begrip mogt zijn, dat hij aan de geloofwaardigheid van
-mijn verhaal wilde twijfelen, verzoek ik dat hij, zoo menigmaal hem deze
-luim overvalt, zeggen zal BONS! dan zal ik niet één woord meer spreken;
-maar als een man van eer waarschuuw ik hem te gelijk dat ik zoo honende
-belediging niet zonder voldoeninge zal afwagten.
-
-Nadat wij nog maar veertien dagen op _Ceilon_ geweest waren, ging ik met
-een van des Landvoogds Broeders op eene jagtpartij. Hij was een zeer
-sterk man, en aan de luchtstreek gewoon zijnde, (het spreekt dus van
-zelfs, dat hij aldaar reeds verscheiden jaren gewoond had), kon hij
-de geweldige hitte van de zon veel beter verdragen, dan ik. Op onze
-wandeling was hij mij een zeer aanmerklijk end' wegs vooruit geraakt,
-door een dik bosch, wanneer ik mij nog aan het begin van hetzelve
-bevond.
-
-Ik wilde mij nederleggen, om wat uitterusten, aan den dijk van een
-breed water, 't welk mijne aandacht getrokken had, wanneer ik meende een
-klaterend geraas agter denzelven te horen; dit deed mij om zien, en ik
-werd eenen doden gelijk, (en wie zoude niet schrikken?) op het zien van
-een' leeuw, die ogenschijnlijk op mij aankwam met oogmerk, om mijn jong,
-mager lijf tot zijn ontbijt te nemen, zonder daartoe mijne toestemming
-te vragen.--Wat nu te doen in deze ongerustheid? Ik had geen tijd tot
-eenig overleg; mijn roer was alleen met ganzenhagel geladen; ander loot
-had ik niet bij mij. Om zulk een dier met zoo zwakke toerusting te
-doden--daaraan was niet te denken; met dat al hoopte ik, dat ik hetzelve
-door het schot zoude verschrikken, en het misschien daar door verjagen.
-Ik lei daarom terstond aan, zonder te wagten, tot dat hij binnen mijn
-bereik was; maar het schot maakte hem woedend; hij verhaastte zijnen
-loop, en scheen met vollen spoed op mij aan te rennen. Ik zag naa
-middelen van ontkominge om; maar dit, zoo het mogelijk ware geweest,
-verdubbelde mijne verlegenheid, en maakte mijn toestand wanhopig: want
-op hetzelfde tijdstip, dat ik mij omkeerde,--ik voel nog een rilling
-als ik 'er om denk--ontdekte ik een ijslijk groten krokodil, met wijd
-opgesperde kaken, om mij in te slokken. Bedenkt nu, bidde ik U, in
-welken staat ik mij bevond! Aan de eene zijde het wijde water, waarvan
-ik reeds gesproken heb; aan de andere zijde eene allerverschriklijkste
-diepte; een verblijf, zoo als mij naderhand gezegd is, van allerleie
-vergiftige slangen; van voren een woedende leeuw; van agteren de Goliath
-onder de krokodillen;--met één woord, ik rekende mij zelven voor
-verloren, naardien de leeuw nu op zijn agterste zat, juist in het
-postuur om mij te overrompelen. Onwillig viel ik, vol schrik en angst,
-op den grond, en de leeuw--zoo als naderhand bleek--sprong over mij
-heen. Ik lag een geruimen tijd in een' staat, die met geen tong is uit
-te spreken, niets verwagtende, dan dat ik ieder ogenblik zijne tanden of
-nagels in een of ander gedeelte van mijn lichaam gevoelen zoude; maar
-tot alle geluk kwam ik 'er met den schrik af: want eenige seconden plat
-op den grond gelegen hebbende, hoorde ik een hevig maar ongewoon geluid,
-verschillende van alle soorten van geluid, welken tot nog toe tot mijne
-ooren gekomen waren. Geen wonder, waarlijk! want een wijl tijds daar naa
-geluisterd hebbende, waagde ik het mijn hoofd eens even op te ligten
-en rond te zien, wanneer ik, tot mijne onuitspreeklijke blijdschap,
-bemerkte, dat de leeuw, met die verblindende gretigheid, waarmede hij
-mij bespringen wilde, voorwaards in den gapenden muil van den krokodil
-gevlogen was! Dus was de kop van den een in den muil van den ander!
-Beiden worstelden om van elkander los te worden. Op dien zelfden stond
-dacht ik gelukkig aan mijn' hartsvanger, welke ik op zijde had. Met dit
-gedugt geweer hakte ik den kop van den leeuw in éénen slag af, en zijn
-romp viel voor mijne voeten neder! Hierop nam ik mijn ganzen-roer, en
-rammeide met de kolf den kop van den leeuw zoo vast in den bek van
-den krokodil, dat hij stikte en stierf: want hij kon de kop noch
-doorslikken, noch uitspuwen.
-
-Nadat ik alzoo eene volkomen overwinning over mijne beide gedugte
-vijanden behaald had, kwam mijn vriend mij opzoeken: want ziende, dat
-ik hem in het bosch niet volgde, keerde hij terug, vrezende, dat ik van
-den weg was afgeraakt, of dat mij eenig ongeluk bejegend was. Na dat
-wij elkander over den overwagten en gelukkigen uitslag geluk gewenscht
-hadden, maten wij den krokodil, en bevonden, dat hij volkomen veertig
-_Rhijnlandsche_ voeten en zeven duimen lang was.
-
-Zoodra wij te huis gekomen waren, en dit buitengewoon en zonderling
-voorval aan den Landvoogd verhaald hadden, zond hij een wagen met eenige
-slaven, om de twee dode dieren naa het kasteel te brengen. De huid van
-den leeuw was geheel onbeschadigd gebleven, met al het hair 'er op. Ik
-maakte 'er vervolgens tabaksdozen van, welke ik, bij mijne terugkomst
-in _Holland_, aan eenige aanzienlijke en voorname Heeren ten geschenke
-aanbood, waar voor Hun Wel Edelen en Hoog Geboren mij duizend dukaten
-wilden vereeren, dat ik met veel moeite van de hand wees.
-
-De huid van den krokodil liet ik op de gewone manier opvullen; en
-tegenwoordig maakt ze een zeer aanzienlijk stuk van de verzameling van
-zeldzaamheden te A.... uit; alwaar de lijmende man met het stokje, of,
-zoo als hij zig zelven nederig gelieft te noemen, de opziener, dezelve
-aan iederen nieuwen aanschouwer vertoont, met zoodanige veranderingen
-en bijvoegselen als hij goed vindt, en waarvan sommigen de waarheid zoo
-wel als de waarschijnlijkheid in een een hogen graad beledigen. Een
-dezer oorspronglijke veranderingen luidt: dat de leeuw geheel door den
-krokodil sprong, en op het punt was om 'er van agteren geheel weder uit
-te vliegen, zonder den krokodil in het minst of in het meest, zoo als
-hij zig sierlijk uitdrukt, beschadigd te hebben. Maar dat de grote
-Baron, gelijk het hem gelieft mij te noemen, dit niet gewaar werd, of
-hij hieuw den leeuw den kop, zo rasch die voor den dag kwam, met nog
-drie voeten van den staart van den krokodil 'er bij, af. Ja, deze kaerel
-heeft zoo weinig eerbied voor de waarheid, dat hij zig niet ontziet, 'er
-somtijds bijtevoegen: dat, zoodra de krokodil zijne gewone lengte miste,
-hij zig omkeerde, den Baron den hartsvanger uit de hand rukte, dien
-opslokte, en hem met zulke gretigheid naa binnen slingerde, dat zijn
-hart doorboord werd, en hij op het ogenblik dood op den grond nederviel.
-
-Ik behoef u, mijne Heeren! niet te zeggen, hoe onaangenaam de
-onbeschaamdheid van dezen knaap mij moet zijn. Menschen, die mij niet
-kennen, zouden, door diergelijke handtastelijke leugens, in onze
-twijffelzieke eeuw, ligt aanleiding krijgen om zelfs aan de waarheid van
-mijne bedrijven te twijffelen: iets dat een man van eer in den hoogsten
-trap grieft en beledigd.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-II. HOOFDSTUK.
-
-_In het welk de Baron toont, dat hij een goed schutter is.--Hij
- verliest zijn paerd, en vindt een wolf;--welken hij voor zijne
- slede spant.--Hij belooft het gezelschap te zullen onderhouden met
- een verhaal van zoodanige dingen, welke deszelfs opmerkzaamheid wel
- waardig zijn._
-
-
-In het midden van den winter ging ik op reis naa _Rusland_.--Grillig
-genoeg! zult gij zeggen, naardien alle menschen de reis naa dat koude
-land in 't midden van den zomer doen.--Dit was juist de reden waarom ik
-den winter verkoos: want alle reizigers hebben de wegen door het Noorder
-gedeelte van _Duitschland_, door _Polen_, _Courland_ en _Lijfland_
-als ongemeen slegt beschreven; en niets is natuurlijker en ligter te
-begrijpen, dan dat zoodanige wegen door vorst en sneeuw veel beter
-worden. De gemakkelijkste manier van reizen is te paerd: deze verkoos
-ik daarom. Ook was ik zeer ligt en dun gekleed; en hoe meer ik
-Noord-Oostwaard voordging, hoe sterker ongemak ik daarvan ondervond. Wat
-moet dan, in dit barre land en koud weder, niet een oud, arm man geleden
-hebben, welken ik in _Polen_ op den weg zag liggen, zonder hulp, bevende
-van koude, en naauwlijks iets aan hebbende, om daarmede zijne naaktheid
-te dekken!
-
-Ik beklaagde de arme ziel!--Hoe zeer ik zelf allergeweldigst door de
-gestrengheid van de lucht getroffen wierd, legde ik mijn mantel over
-hem heen, en hoorde te gelijk een stem van den hemel, mij wegens dat
-liefdewerk zegenen, zeggende:
-
-_"Hiervoor, mijn zoon, zult gij nog in dezen tijd beloond worden."_
-
-Ik ging voort: nacht en duisternis omringden mij. Ik kon huis noch hof
-zien. 't Gantsche land was met sneeuw bedekt, en ik was geheel onbekend
-met den weg.
-
-Vermoeid steeg ik eindelijk van mijn paerd af, en bond het vast aan
-iets, 't welk naar een stronk van een' boom geleek, en een weinig
-boven de sneeuw uitstak. Uit voorzorg nam ik mijne pistolen onder den
-arm, en legde mij in de sneeuw neder. Hier sliep ik zoo vast in, dat
-ik mijne ogen niet opende, voor 's anderen dags op den vollen middag.
-Onbeschrijflijk was mijne verbaasdheid, toen ik zag, dat ik in het
-midden van een dorp was, liggende op een Kerkhof. Mijn paerd kon ik
-nergends vinden; maar weldra hoorde ik het even boven mijn hoofd.
-Opwaards ziende, zag ik het aan zijn' toom hangen, aan den weêrhaan van
-den toren. Nu begon ik de zaken eerst te begrijpen: toen ik 's nachts
-aankwam, was het Dorp geheel met sneeuw overdekt; maar het weder was
-zeer schielijk veranderd, zoo dat ik in den slaap, zeer zagtkens, naar
-mate de sneeuw smolt, nederzakte tot op het Kerkhof. Het gene ik in
-den donker voor den stomp van een boom, een weinig boven de sneeuw
-uitstekende, genomen, en waaraan ik mijn paerd vast gemaakt had, bleek
-nu het kruis of weêrhaan van den toren geweest te zijn.
-
-Zonder lang talmen en overleg nam ik één van mijne pistolen, en schoot
-den breidel midden door; mijn paerd kwam beneden, en ik vervolgde mijne
-reis.[3].
-
-[3] Zoude de Baron zoo ongevoelig geweest zijn, dat hij zijn paerd,
- 't welk zoo lang gevast had, niet behoorlijk gevoerd zoude
- hebben? Neen. Hij liet een spint haver geven. Maar hij verzwijgt
- het--enkel uit zedigheid--om niet te veel van zijne gevoeligheid
- te zwetsen.
-
-[Illustratie: I.]
-
-Mijn reisgezel maakte het op weg zeer wel--maar toen ik meer in de
-binnenste delen van _Rusland_ kwam, zag ik, dat fatsoenlijke lieden
-aldaar in den winter niet te paerd reizen: hierom onderwierp ik mij,
-gelijk ik altijd doe, aan het gebruik van het land,--nam eene slede met
-één paerd bespannen, en draafde rustig op _St. Petersburg_ aan. Op dezen
-togt zag ik, in 't midden van een uitgestrekt bosch--ik kan mij niet wel
-herinneren, of het in _Lijfland_ of in _Ingermerland_ zij voorgevallen;
-en om beide landen zoude ik gene onwaarheid willen zeggen--een
-vreeslijke wolf jagt op mij maken, met al de drift van een razenden
-winterhonger. Welhaast overviel hij mij. Er was geen mogelijkheid om
-te ontkomen. Ik ging werktuigelijk plat op den grond van de slede
-liggen, en liet mijn paerd, of het mogelijk ware ons te redden, zoo hard
-loopen, als het kon. Het gene ik wenschte, maar nauwlijks kon hoopen of
-verwagten, gebeurde echter een ogenblik daarna. De wolf scheen mij in 't
-geheel niet te bedoelen: althans hij sprong over mij heen; en woedend op
-het paerd aanvallende, begon hij het agterdeel van het arme dier, 't
-welk van pijn en schrik te sterker liep, terstond te verscheuren en van
-één te rijten. Daar de wolf over mij heen sprong, spreekt het van zelven
-dat dit het eerste middel van mijn behoud was, niet alleen; maar dat
-hij ook op de agterste delen van mijn paerd aanviel. En dit was het
-tweede middel van mijn behoud, zoo wel, als van den verbazenden spoed,
-waarmede ik te _St. Petersburg_ aankwam. Als ik bespeurde, dat ik geheel
-ongemerkt voorbij gegaan en behouden was, ligtte ik mijn hooft eens
-behendig op, en ontdekte met schrik, dat de wolf zig ruim half in het
-lichaam van het paerd had ingedrongen; waartoe hij zig den weg met vrij
-wat geweld en kragten moet gebaand hebben; maar nauwlijks was hij
-daarin zoo ver gevorderd, of ik trok 'er mijn voordeel uit, en sloeg
-hem, met mijn zweep, uit al mijn magt. Deze onverwagte aanval op zijn
-agterkwartier verschrikte hem niet weinig; hij liep voorwaards uit al
-zijn magt; het paerd viel dood op den grond; maar te gelijk liep de wolf
-in deszelfs plaats in 't gareel. Ik deed van mijnen kant niets, dan
-aanhoudend op den wolf te slaan, tot dat wij beiden, op een vollen draf,
-behouden te _St. Petersburg_ aan kwamen. Dit was niet weinig tegen ons
-beider _respective_ verwagting, en nog meer tot verwondering van de
-aanschouwers.
-
-Ik zal u niet ophouden, mijne Heeren! met een verhaal van de staatkunde,
-kunsten, wetenschappen en andere merkwaardigheden van deze overheerlijke
-Hoofdstad van _Rusland_; noch met de verschillende treken en
-vermaaklijke voorvallen, welke ik bij de beschaafde inwoners dezer
-landen, alwaar de vrouw van den huize altijd gewoon is de gasten met
-een kus te ontvangen, gehad heb. Liever bepaal ik mij tot een groter en
-edeler voorwerp van uwe aandacht, tot paerden en honden; van welken ik
-bevonden heb, dat _Rusland_, zoo wel als van vossen, wolven en beeren
-van allerleie soort, meer bezit, dan elk ander gedeelte van de waereld,
-bekwaam tot zulke kunsten, veelerlei oefeningen, zwierige en behendige
-verrigtingen, welke den Edelman beter uitmaken dan het muffe Grieks, of
-Latijn, of alle de soorten van reukwerken, optooizels en versierselen
-van _Fransche_ vernuften en kappers.
-
-
-
-
-III. HOOFDSTUK.
-
-_Eene zonderlinge ontmoeting tusschen den neus van den Baron en den
- post van eene deur, met derzelver wonderlijk gevolg.--Hij schiet
- vijftig koppels ganzen en ander gevogelte met één schot.--Jaagt
- een vos uit zijn vel.--Leidt een oude zog naa hare woning, op
- eene nieuwe wijze; en vangt een wilden beer._
-
-
-Daar het eenigen tijd aanliep eer ik bij het leger geplaatst werd,
-leefde ik ettelijke maanden in de volmaaktste vrijheid; dat is te
-zeggen, ik verspilde mijn tijd en mijn geld zoo goed, als de beste
-edelman het ooit gedaan heeft. Gij kunt U ligt verbeelden, dat ik een
-goed gedeelte van beiden verloor buiten de Stad, in 't gezelschap van
-zulke heeren, die best weten, welk gebruik zij van het open veld en de
-bosschen moeten maken. De herinnering van deze vermaken geeft mij altijd
-nieuwe kragten, en verwekt gedurig eene nieuwe begeerte in mij, om
-dezelven nog eens te herhalen.
-
-Op een zekeren morgen zag ik door het vengster van mijne slaapkamer,
-dat een wijde plas, welke daar niet ver af was, overdekt was met wilde
-ganzen en eenden. Zonder dralen nam ik mijn roer uit den hoek van de
-kamer, en liep de trappen af, en met zoo groote vaart uit het huis, dat
-ik mijn hoofd zeer onvoorzigtig tegen den post van de deur stiet. Het
-vuur sprong mij de ogen uit. Dit toeval belette echter mijn voornemen
-niet. Maar nauwlijks was ik binnen 't bereik van 't schot gekomen, of ik
-bemerkte, tot mijn smert, dat door den geweldigen stoot, welken ik zoo
-even gedaan had, de steen van den haan was afgevlogen. Wat nu gedaan?
-hier was geen tijd te verliezen. Gelukkig herinnerde ik mij, welke
-uitwerking de stoot op mijn gezigt gehad had; ik opende daarom de
-pan, leide aan op de vogels, en sloeg met mijn vuist tegen één mijner
-ogen[4]. Door een goeden slag sprongen de vonken 'er uit; het schot ging
-af, en ik raakte vijftig koppels ganzen, vier koppels eendvogels en drie
-koppels teerlingen.--Tegenwoordigheid van geest is de ziel van alle
-mannelijke oefeningen. Soldaten en zeelieden mogen daaraan veelmaal hun
-behoud te danken hebben; jagers en schutters hebben, voor hunne beste
-slagen, aan dezelve geen mindere verpligting.
-
-[4] De ogen van den Baron hebben dit vuur naderhand altijd behouden;
- zij schenen vooral meer verlicht te zijn, als hij deze
- bijzonderheid verhaalde.
-
-In een heerlijk bosch in _Rusland_ ontmoette ik eens een zeer fraaien
-zwarten vos, wiens kostbaar vel ik niet gaarne met een kogel of hagel
-wilde schenden. Ik trok daarom den kogel, welke op mijn geweer stond,
-terstond af, en nam, in stede daarvan, een zeer scherpen groten spijker;
-ik gaf vuur, en raakte den vos zoo knap, dat ik zijn pluim aan den boom
-vast spijkerde. Hierop liep ik daar naa toe, trok mijn houwer, gaf hem
-een kruissnede over den kop, en zweepte hem toen zoo lang, tot dat hij
-uit zijn pels geworsteld was, en denzelven aan mij overliet.
-
-Toeval en goed geluk verbeteren niet zelden onze misslagen: hiervan
-had ik, kort daarna, een zonderling voorbeeld, wanneer ik, in het
-midden van een digt bosch, twee wilde zwijnen vast aan en regt agter
-elkander zag lopen. Mijn kogel trof ze niet; maar alleen het voorste,
-dit was een jonge beer, liep weg, en het agterste, eene oude zog, bleef
-onbeweeglijk staan, als of het aan den grond genageld ware. De zaak
-nader onderzoekende, bevond ik, dat de zog van ouderdom was doof en
-blind geworden, en dat zij zig alleen vast hield aan den staart van
-haren zoon, die zijne moeder, volgends zijnen kinderlijken pligt,
-leidde. Dewijl de kogel tusschen beiden doorgegaan was, had dezelve
-dezen nieuwerwetschen leiband, welken de zog altijd in den bek hield,
-midden doorgeschoten. Haar vorige leidsman kon haar derhalven niet meer
-voordtrekken, en zij bleef ogenbliklijk zoo onbeweeglijk stil staan als
-een boom. Ik vatte daarom het stuk staart, 't welk zij nog in den bek
-had, leidde het oude beest daaraan naa hare woning, zonder eenige vrees
-aan mijne zijde, en zonder eenigen tegenstand en vermoeden van eenig
-kwaad aan de zijde van het hulpeloos oud dier.
-
-Deze wilde zoggen zijn anders zeer verschriklijk; maar de beeren zijn
-nog veel stouter en gevaarlijker. Hiervan heb ik eens een gelukkige
-proef gehad, wanneer ik in 't geheel niets bij mij had om mij te
-verdedigen. Juist als ik bezig was mij agter een eiken boom te
-verbergen, sprong het woedend dier met zoo veel geweld op mij aan, dat
-het zijne slagtanden zoo diep in den boom sloeg, dat het zijnen aanval
-niet kon hervatten, noch de tanden 'er weder uit krijgen.--Ho! ho!
-dagt ik, nu zal ik u wel haast hebben;--en terstond nam ik een steen,
-waarmede ik zijne slagtanden zoo vast in den boom timmerde en zoodanig
-boog, dat hij zig niet kon verroeren. Het zwijn moest daar blijven en
-wagten tot dat ik van het naaste dorp terug kwam, waarheen ik ging om
-touwen en een kar, om het beest wel deugdelijk te binden; en zoo bragt
-ik het levendig en behouden in de Stad.
-
-
-
-
-IV. HOOFDSTUK.
-
-_Aanmerkingen over het St. Hubert's hert.--De Baron schiet een hert
- met kersenstenen; het verbazend gevolg daarvan.--Doodt een beer
- door eene buitengewone vaardigheid; zijn gevaar aandoenlijk
- beschreven.--Wordt overvallen door een wolf, welken hij 't
- binnenste buiten keert.--Wordt besprongen door een dollen hond,
- welken hij ontsnapt.--De pels van den Baron wordt dol, waardoor
- zijne gantsche kleêrmaker in verwarring geraakt._
-
-
-Gij hebt meermaals gehoord, mijne Heeren! ik wil ten minsten zoo
-onbeschaafd niet zijn, om hier aan te twijfelen, van den beschermheilig
-en patroon der jageren en schutteren, den heiligen HUIBERT, en van dat
-schoon hert, 't welk aan hem in een bosch verscheen, met het heilig
-kruis tusschen deszelfs horens. Nooit heb ik nagelaten, om 's jaarlijks,
-in een goed gezelschap, het feest van dezen heiligen te vieren; dit hert
-heb ik wel duizendmaal gezien--wel te verstaan geschilderd, in Kerken;
-of geborduurd, op de tassen van zijne ridders: zoodat ik, op de eer en
-het geweten van een goeden jager, kan verzeren en zweren, dat het zijne
-weêrgade te voren nooit gehad heeft, noch tegenwoordig heeft, noch ooit
-diergelijk gevonden zal worden, al ontdekte men nog duizend nieuwe
-waerelden. Maar laat mij liever verhalen, het gene ik zelf ondervonden
-heb. Op een zekeren dag had ik al mijn kruid en lood verschoten, wanneer
-ik mij zeer overwagt bevond in 't gezelschap van een overschoon hert,
-het welk mij zonder eenige bekommering beschouwde, even als of het wist,
-dat mijne zakken ledig waren. Hierom laadde ik terstond met vette aarde,
-en deed 'er een handvol kersenstenen op: want ik at van deze smaaklijke
-vrugt schielijk zoo veel, als de kortheid des tijds gedoogde. Ik legde
-op 't hert aan, en trof het vlak in het midden van het voorhoofd,
-tusschen de horens. Het was verbaasd--waggelde--maar behield nog kragt
-genoeg om weg te loopen. Een jaar of twee daarna was ik op de jagt in
-het zelfde bosch--daar zag ik een schoon hert, met een fraaien volwassen
-kersenboom, van tien voeten hoog, tusschen de horens. Op dat ogenblik
-herinnerde ik mij mijn vorig avontuur, beschouwde het dier als mijn
-eigendom, en schoot het in ééns, dat 'er de damp uitvloog; maar te
-gelijk spattede het kersensap mij om de ooren: want de boom was vol
-geladen, en dit fruit zoo smaaklijk, als ik het ooit geproefd had. Wie
-weet, of niet een of andere ijverige heilige jager, of jagende Abt, of
-Bisschop, op gelijke wijze tusschen de horens van _St. Huberts_ hert
-geschoten, en het kruis aldaar geplant heeft. Zij zijn ten minsten
-altijd bekend geweest, en staan nog te boek, als bekwame planters van
-kruisen, en horens wat wonder dan! want ingeval van verlegenheid en
-tweestrijd, 't welk den stouten jager niet zelden overvalt, grijpt men
-ligt het een of ander strootje aan om zig te redden, en de eene of
-andere uitkomst te zoeken, liever dan eene gunstige gelegenheid te laten
-ontsnappen.--Ik zelf ben zeer dikwijls in dien staat van beproevinge
-geweest.
-
-[Illustratie: II.]
-
-Wat zult gij, bij voorbeeld, van dit volgende wel zeggen? Op zekeren
-dag, of liever schemeravond, was ik in _Polen_, in een bosch, en had al
-mijn kruit vermorscht. Naa huis gaande maakte een ijslijke beer, met
-alle mogelijke spoed, en met open muil, jagt op mij; gereed zijnde, zoo
-het scheen, om mij aantevallen. Terzelfder tijd doorzocht ik alle mijne
-zakken naa kruid en kogels; maar te vergeefsch.--Ik vond niets dan twee
-stompe vuurstenen: den eenen slingerde ik uit al mijn magt in de open
-kaken van het gedrogt, tot in zijne keel; dit veroorzaakte hem grote
-pijn, en maakte, dat hij zig omkeerde, zoodat ik den tweeden door zijne
-agterdeur naa binnen kon zenden. Dit deed een verwonderlijke uitwerking:
-want deze vloog na binnen en ontmoette den eersten in den maag, gaf
-vuur, en deed den beer met een verschriklijk geweld van één bersten. Zoo
-kwam ik 'er voor ditmaal wel af: evenwel zoude ik deze proef niet gaarne
-willen herhaalen, of wederom zonder eenigen voorraad een beer ontmoeten.
-
-Waarlijk! 't schijnt of het noodlot 'er zoo wat onder speelt. De
-stoutste en de gevaarlijkste dieren komen een mensch schier altijd
-tegen, als hij niet gewapend is: als of zij kennis of een zeker gevoel
-daarvan hadden.--Zoo stoof eens een vreeslijke wolf zoo schielijk
-en zoo digt op mij in, dat ik niets anders doen konde, dan een zeker
-werktuiglijk instinkt te volgen, en mijne vuist in zijn opgesperden muil
-te steken. Tot allen geluk stak ik door en door, tot dat mijn arm tot
-aan den schouder toe 'er geheel in was. Hoe nu mij hier uit te redden?
-De staat waarin ik mij bevond, was waarlijk niet aangenaam--met een wolf
-van aangezigt tot aangezigt!--wij zagen elkander met weinig genoegen
-aan. Trok ik mijn arm terug; dan had het dier mij met te meer woede
-aangevallen, gelijk ik uit zijne schitterende ogen zien kon. Daarom
-tastte ik door, en greep door zijne ingewanden naa zijnen staart,
-keerde hem het binnenste buiten, gelijk een handschoen, en wierp hem
-tegen den grond, daar hij bleef liggen.
-
-Het zelfde huismiddeltje zoude weinig gebaat hebben tegen een dollen
-hond, die mij korten tijd daarna tegen kwam, in eene nauwe straat te
-_St. Petersburg_. Loop, wat ge kunt, dacht ik; en om dit te beter te
-kunnen doen, smeet ik mijne pels uit, en vlugtte zoo in een huis. Ik
-zond mijn knegt naderhand om de pels, die dezelve bij mijne andere
-klederen in de kleêrkamer bragt. Den volgenden dag verbaasde en
-verschrikte het geschreeuw van den kaerel mij geweldig: "Om Gods wil,
-riep hij, kom hier, mijn Heer! alle uwe klederen zijn dol." Ik haastte
-mij, schoon ik den kaerel voor dol hield; doch vond alle mijne klederen
-verstrooid en in stukken gescheurd. De knaap had gelijk in zijn
-vermoeden, dat mijne pels dol was. Want ik zag zelf, dat zij aanviel op
-een nieuw fijn lakens kleed, 't welk zij op een ongenadige wijze heen en
-weer slingerde, en verscheurde.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-V. HOOFDSTUK.
-
-_Gevolgen van grote werkzaamheid en tegenwoordigheid van
- geest.--Beschrijving van een hond, de lieveling van den
- Baron.--Ongeval van des Barons vrouw.--Een haas met acht
- pooten.--Zijn hond wordt eene teef; en jongt, terwijl zij een
- haas vervolgt; die ook werpt, terwijl zij vervolgd wordt.--Hij
- krijgt een zeer beroemd paerd ten geschenke van den Graaf van_
- PRZOBOSSKIJ, _waarmede hij vele ongewone daden verrigt._
-
-
-"Maar alle deze moeilijkheden, welken gij zoo gelukkig ontsnapt zijt,
-zijn maar, door een gunstig noodlot, de toevallige oorzaken van uwen
-roem en uwe grootheid." Dunkt u dat, mijn Heer? Voegt ge 'er ook BONS
-bij?....... Ik erkenne, dat het geluk mij veelal gediend heeft; maar
-beweer ook, dat mijne tegenwoordigheid van geest, mijne mannelijke
-dapperheid, mijne onvertzaagde kloekmoedigheid, en mijne beproefde
-ervaring ook het hare daaraan toegebragt hebben. Wie weet niet dat het
-een met het ander vereenigd den gelukkigen jager, zeeman en soldaat
-uitmaakt? Hoe? zoude een jager, zee- of krijgsman, die altijd van
-het lot en zijne goede sterren wilde afhangen, die zig zelven nooit
-bekommerde over die wetenschappen, welker beoeffening zijn hoofdwerk
-is, noch ooit dacht op middelen, om met het beste gevolg zijn beroep te
-kunnen waarnemen,--zoude zulk een, vraag ik, niet van de strafwaardigste
-onvoorzigtigheid te beschuldigen zijn? Maar nooit heb ik ten dezen
-opzigte eenige berisping verdient: altijd was ik beroemd, zoo wel van
-wege de uitmuntendheid van mijne paerden, honden, roers en houwers,
-als om mijne volmaakte manier van dezelven te gebruiken, zoodat ik
-over het geheel moge hopen, dat mijner altijd, in de bosschen, aan den
-haard, en op het veld, met lof gedacht zal worden.--Maar ik zal mij
-hier niet ophouden met eene brede en volledige beschrijvinge van mijne
-stallen, jagthuizen, geweerkamers; gelijk anders de Stal- Jagd- en
-Honden-Edellieden wel gewoon zijn. Doch van éénen mijner honden, mijn
-lieveling, kan ik evenwel niet nalaten te spreken. Het was een windhond;
-dag en nacht kon ik hem gebruiken: want als het nacht werd hong ik hem
-een lantaern aan den staart, en jaagde dan zoo goed of nog beter met
-hem als op den helderen dag.--Eens (dit was kort na dat ik gehuuwd was)
-gaf mijne vrouw hare begeerte te kennen om op de jagt te gaan. Ik reed
-vooruit, om iets op te sporen, en het duurde niet lang, of mijn hond
-stond stil voor eene groote hoenderkooij. Ik wagtte, en wagtte al op
-mijne vrouw, die met mijn Luitenant, en een knegt, terstond mij gevolgd
-waren; maar kreeg geen van allen te zien. Dit maakte mij eindelijk
-ongerust; waarom ik terug keerde; en toen ik omtrend half weg was hoorde
-ik een zeer klagend geween, dat kort bij mij scheen te zijn, hoewel ik
-om mij, of ver af, geen levende ziel kon ontdekken. Ik klom van mijn
-paerd, legde mijn oor op den grond, en nu hoorde ik duidelijk dat het
-onder dezelve was, en herkende ook, zeer onderscheidenlijk, de stemmen
-van mijne vrouw, mijn Luitenant en mijn knegt. Met een zag ik ook, dat
-niet ver van mij af de opening van een steenkolengroeve was, en nu
-twijfelde ik niet, of mijne ongelukkige vrouw zou, met haar geleide,
-daar in gestort zijn. In vollen ren vloog ik naa het eerste dorp, om
-de gravers te halen, die de verongelukten, na eenen allermoeilijksten
-arbeid, uit eene diepte van negentig voeten weder boven bragten. Het
-zeldzaamste was, dat menschen en paerden in dezen vreeslijken val bijna
-niets beschadigd waren; doch zij hadden zoo veel te meer door angst
-geleden.--Gij kunt u ligt voorstellen, Heeren! dat 'er aan geen jagen
-meer gedagt wierd; en daar gijlieden, gelijk ik ligt kan vermoeden,
-mijnen hond gedurende dit verhaal zult vergeten hebben, zoo zult gij het
-mij niet kwalijk nemen, dat ik ook niet meer aan hem dagt. Mijn dienst
-noodzaakte mij den volgenden dag op reis te gaan, 't welk mij veertien
-dagen ophield. Nauwlijks was ik eenige uuren weder 't huis geweest, of
-ik miste mijn _diaan_. Niemand had zig om het beest bekommerd: want men
-had gedagt dat het mij gevolgd was. Hoop en vrees joegen mij terstond
-naa de streek, daar ik met hem op de jagt had willen gaan; en tot mijne
-onuitspreeklijke blijdschap vond ik mijn hond nog op dezelfde plaats
-staan, daar ik hem voor veertien dagen gelaten had. _Piel!_ riep ik, met
-een sprong hij toe, en ik kreeg vijfëntwintig eenden in één schot. Maar
-het arme dier was zoo uitgehongerd en afgemat dat het nauwlijks naa mij
-toe kon kruipen, zoodat ik hem op mijn paerd moest nemen om hem thuis
-te krijgen. Na eene goede oppassing van weinig dagen was hij weder zoo
-gezond en vrolijk als te voren; en eenige weken daar na maakte hij het
-mij mogelijk een raadzel op te lossen, 't welk, waarschijnlijk, zonder
-hem, voor altijd onöpgelost had moeten blijven.
-
-Ik joeg, namelijk, twee dagen lang, op een haas. Mijn hond bragt hem
-telkens terug, maar ik kon hem niet onder het schot krijgen.--Het was
-nooit mijne zaak aan toverij geloof te slaan; ik heb daar toe te veel
-zonderlinge gevallen beleeft; maar in dit geval was mijn begrip ten
-einde.--Eindelijk kwam de haas mij zoo nabij, dat ik hem kon treffen.
-Hij viel; en wat meent ge wel dat ik zag?--de haas had vier pooten onder
-het lijf, en vier op den rug. Als de vier onderste moede waren keerde
-hij zich om, als een bedreven zwemmer die op buik en rug zwemt, en liep
-dan met dezelfde snelheid weder voort. Naderhand heb ik ook nooit zoo
-een haas weer gezien; en ook dezen had ik gewis niet gekregen, als mijn
-hond niet zulke buitengewoone bekwaamheden had bezeten. Nooit zag ik
-beter. Het dier werd oud in mijnen dienst; en was niet zoo zeer wegens
-zijne grootte, als gezwindheid en eene andere omstandigheid zeer
-opmerklijk. Altijd heb ik 'er mede gejaagd. Had gij hem ooit gezien,
-gij zoudt 'er u over verwonderd, en mijne voorkeuze, dat ik met hem
-altijd ging jaagen, goed gekeurd en geprezen hebben. Hij liep zoo snel,
-zoo veel en zoo lang in mijnen dienst, dat zijne voetzolen geheel waren
-afgesleten, zoodat ik op het laatst van zijn leven genoodzaakt was,
-om hem niet anders te gebruiken als tot een beschutter, in welke
-hoedanigheid hij mij zederd verscheiden jaren nog uitstekend dient.
-
-Dit brave beest veranderde van kunne. Ja, mijne Heeren! deez' Hij
-werd een Zij! een teef! Op zekeren dag zette zij een haas naa, die mij
-toescheen zeer groot en zwaar te zijn. Ik beklaagde mijn arme teef: want
-zij was met jongen; en evenwel wilde zij zoo hard lopen als ooit. Mijn
-paerd vloog uit al zijn magt, en nogthans kon ik haar niet dan op een
-groten afstand volgen. Zeer onverwagt hoorde ik een getier als van een
-gantsche jagt van honden--maar zoo zagt en flaauw, dat ik niet wist,
-wat ik daar van maaken moest. Toen ik 'er bij kwam, was ik niet weinig
-verbaasd! de haas had in den loop geworpen; 't zelfde kwam mijn teef in
-het naazetten over--'er waren even zoo veel jonge hazen als honden. Door
-haar bijzonder instinkt liep de eerste, en de andere jaagde, en vong
-haar, en dus vond ik mij op het laatst bezitter van zes hazen, en even
-zoo vele honden, schoon ik maar met één begonnen was.
-
-Ik herinner mij deze verwonderlijke teef met hetzelfde vermaak en
-dezelfde genegenheid, als een schoon poolsch paerd, 't welk voor geen
-geld te koop was. Het werd mijn eigendom, door een toeval, dat mij
-gelegenheid gaf om met groot voordeel te toonen, dat ik de kunst van
-paerden te berijden wel verstond. Ik was op het heerlijk landgoed van
-den Graaf PRZOBOSSKY, in _Litthauen_, en bleef in de zaal, bij de
-Vrouwen, thee drinken, terwijl de Heeren beneden in den tuin waren,
-om een schoon bruin paerd te zien, 't welk zoo even uit de stoeterij
-kwam. Zeer schielijk hoorden wij een geluid, waardoor wij merkten, dat
-'er eenig ongemak was.--Ik haastte mij daarom naa beneden, en vond
-het paerd zoo wild, dat niemand het dorst naderen of beklimmen. De
-stoutste rijders stonden verslagen en bedremmeld; wanhoop was op ieders
-aangezigt te lezen; wanneer ik in éénen sprong agter op het paerd zat,
-het overhoeds aangreep, het geheel mak en tam kreeg, en het, door mijne
-kennis van paerden en bekwaamheid in het rijden, in mijn bedwang had.
-Ik brandde van begeerte om dit aan de Vrouwen te toonen, en haar voor
-onnutte schrikken te bewaaren; daarom deed ik het door één van de open
-ramen van de theekamer springen, reed 'er eenigen tijd mede rond,
-stappende, rennende, of in een vollen galop; op 't laatst deed ik het
-op de theetafel springen, om op dezelve, in 't klein, de lessen te
-herhaalen, welken ik het reeds geleerd had: dit stond zeer sierlijk, en
-gaf aan de Vrouwen geen klein vermaak: want het beestje deed zijne zaken
-zoo verbazend wel, dat niet één kopje of schoteltje brak. Dit deed haar,
-en vooral den edelen Graaf, zoo goede gedachten van mij krijgen, dat
-hij mij, met zijne gewone vriendelijkheid, verzocht, om toch dit jong
-paerd van hem aantenemen, en het te berijden, om roem en overwinning te
-behalen, in den veldtogt tegen de _Turken_, welke welhaast, onder het
-bevel van den Graaf _van Munnich_, stond geopend te worden.
-
-[Illustratie: III.]
-
-Nooit had ik een aangenamer geschenk kunnen ontvangen, noch waarbij ik
-mij gunstiger voorspellingen konde doen bij de opening van den veldtogt,
-in welken ik het eerst als krijgsman dienen zoude. Een zoo fraai, zoo
-vuurig, en zoo vinnig paerd--zoo mak als een lam, en te gelijk een
-BUCEPHALUS, deed mij gestadig denken aan mijnen pligt als krijgsman en
-edelman--aan den jongen ALEXANDER, en de verbazende dingen, welken hij
-in 't veld verrigt heeft.
-
-Wij trokken te veld, met oogmerk, zoo het onder anderen scheen, om den
-roem der Russische wapenen, welke in den laatsten veldtogt van _Czaar_
-PETER aan de _Pruth_ een weinig geleden had, weder te krijgen; en dit
-oogmerk bereikten wij volkomen, door verscheiden zeer vermoeiende maar
-roemrijke togten, onder het bevel van den zoo even genoemden grooten
-Generaal.
-
-Zedigheid verbied ieder enkel lid van een leger zig de grote voordelen
-en overwinningen, door hetzelve behaald, toe te schrijven, naardien,
-volgends het gewoon gebruik, de roem daarvan geheel en alleen ingeöogst
-wordt door de legerhoofden, hoe gering ook hunne bekwaamheden dikwijls
-mogen zijn; of, 't gene nog verkeerder is, door de Vorsten, of Koningen,
-die nooit, dan op vrolijke feestdagen, of bij den wapenschouw hunner
-troepen, kruid geroken, nooit een slagveld gezien hebben, noch, buiten
-de Wagt-parade, ooit een Corps in slagorde zagen.
-
-Ik wil mij ook geenszins eenig bijzonder gedeelte toeschrijven van den
-roem, welken wij in verscheiden gevegten met den vijand behaalden:
-wij deden alle onzen pligt, welk woord, in de taal der patriotten,
-krijgslieden en edellieden, van eene zeer uitgebreide en verschillende
-betekenis en gewigt is; naardien het geenszins om 't even is, op welke
-plaats en in welke omstandigheden men zig bevinde, om den waren zin van
-de woorden eed, pligt, eer, geweten en dergelijken wel te kunnen
-bevatten, en zig daarnaar behoorlijk te gedragen.--Maar deze zaken zijn
-te verheven, dan dat burgerverstanden ze alle zouden kunnen bevatten.
-
-Een geval kan ik, echter, niet nalaaten hier te melden. Het bevel
-hebbende over eene bende Huzaren, met last en magt om naar bevinding
-van zaken te handelen, deden wij verscheiden togten. Het voordeel, 't
-welk wij daarin op den vijand behaalden, meen ik, dat billijk aan mijn
-beleid, en het goed gedrag mijner brave lieden, welken ik ten strijde
-en ter overwinninge aanvoerde, moet toegeschreven worden. Eens hadden
-wij het in de voorhoede zeer heet, toen wij de _Turken_ in _Oczakow_
-terug dreven. Mijn _Poolschman_ bragt mij altijd in 't heetste vuur. Hier
-had ik één der eerste voorposten, en zag den vijand tegen ons opkomen
-in een dikke wolk van stof, waardoor ik noch hun wezenlijk getal noch
-hunne waarachtige oogmerken ontdekken konde. Om ons zelven insgelijks
-door een wolk van stof te dekken, was wel eene gewone voorzigtigheid,
-maar hierdoor kreeg ik nog geen kondschap van den vijand, noch het
-beandwoordde aan 't oogmerk, waartoe ik was uitgezonden. Hierom liet
-ik de flanken aan de beide vleugels zich verstroijen, om zoo veel stof
-te maaken, als zij konden; maar ik hield regt aan op den vijand, om
-hem zoo veel te nader onder de oogen te zien. Dit laatste gelukte mij
-zeer wel: want de vijand stond en vogt maar zoo lang, tot dat hij door
-mijne flanken in beweging, en aan 't wijken gebragt werd, en geheel in
-wanorde geraakte. Dit was het ogenblik, om met vuur op den vijand in te
-vallen.--Wij sloegen hem volkomen, en maakte eene schrikkelijke slagting
-onder denzelve--wij dreeven hem niet alleen te rug tot aan de wallen
-hunner stad, maar zelfs door de stad heen, 't welk onze bloeddorstigste
-verwagting zelfs te boven ging.
-
-De ongemeene gezwindheid van mijnen Litthauër deed mij de eerste onder
-de vervolgers zijn. Hier door zag ik, dat de vijand de andere poort van
-de stad hals over kop uitvloog, en had wel lust om hem verder naa te
-zetten; maar eene markt ziende, oordeelde ik het voorzigtigst om daar
-stil te houden, en mijn volk bij één te zamelen. Ik hield stil, mijne
-Heeren! op de markt; maar oordeelt over mijne verbaasdheid, dat ik mijn
-volk een gantsch eind voor uit moest zijn, naardien ik geheel alleen was
-en niet éénen Huzaar hende of omtrend mij kon gewaar worden! Zijn zij
-eene andere straat ingeslagen? Of wat is 'er van hun geworden? Zekerlijk
-konden zij niet verre meer agter zijn, en moesten zig, ieder ogenblik,
-bij mij voegen. Terwijl ik mijne brave maats wagtte, wandelde ik met
-mijn paard naa eene waterleiding op de markt, en drenkte het. Het beest
-dronk ongemeen veel--met eene onverzaadlijke gretigheid; maar welke
-zeer natuurlijk was: want toen ik naa mijne manschap om zag, zag ik dat
-mijn arm beest zijn agterste gedeelte, tot aan de lendenen toe, kwijt
-was, als of het in tweeën ware doorgehakt; het water liep er weder uit,
-zoo als het 'er inkwam, zonder mijn paerd eenigszins te verfrisschen
-of eenig goed te doen! Hoe dit toegekomen ware, bleef voor mij eene
-verborgenheid, tot dat eindelijk mijn knegt van eenen anderen kant
-kwam aan jagen, en onder een vloed van trouwhartige gelukwenschingen en
-kragtige vloeken mij verhaalde, dat, wanneer ik den vijand zoo kort op
-de hielen na binnen volgde, men het schof[5] had laten vallen, (dit had
-ik in de drift niet bemerkt) waar door het agterste gedeelte van mijn
-paerd glad was afgeslagen; eerst had dat gedeelte geweldig tegen de
-deuren rondom zich geslagen, en was vervolgens naa eene weide, daar kort
-bij, gelopen, daar ik het waarschijnlijk nog wel zou vinden.--Terstond
-wendde ik, en in een verbazend snellen galop bragt mijn overig half
-paerd mij in de weide. Ik vond, tot mijne groote blijdschap, hier de
-afgeslagen helft weder; en tot mijne verwondering zag ik dat dezelve
-zich met eene bezigheid vermaakte, die zoo wel was uitgedagt, dat tot
-heden toe geen _Maitre des plaisirs_, met al zijn vindingrijkheid, in
-staat was, om een vermaak uit te denken dat beter voor een hoofdeloos
-wezen voegt; om het met één woord te zeggen, het agterdeel van mijn
-wonderpaerd had in die weinige ogenblikken reeds eene gemeenzame kennis
-gemaakt met de merries, die in de weide liepen, en scheen bij de
-vermaaken van zijnen Harem alle zijne geledene smerten te vergeten.
-Hierbij kwam nu zekerlijk de kop zoo weinig in aanmerking, dat zelfs
-eenige veulens haar aanwezen aan deze uitspanning te danken hadden,
-hoewel zij onbruikbaare misgeboorten waren, welken alles ontbrak wat
-hun Vader miste toen hij hun voortbragt.
-
-[5] Het schof of _port-cullis_, zijn zwaare vallende deuren, met scherpe
- punten van onderen. Men laat ze neervallen, om het binnen komen van
- een vijand in eene versterkte stad te beletten.
-
-[Illustratie: IV.]
-
-Daar ik nu zulke onwederleglijke bewijzen had van het leven van de beide
-gedeelten van mijn paerd, liet ik terstond onze paerdensmit komen;
-zonder zich lang te bedenken kwam deze op den inval, om de beide delen,
-terwijl ze nog tamelijk warm waren, wederom aan elkanderen te voegen.
-Hij naaide ze vast met takjes en jonge spruitjes van laurierbomen, welke
-juist bij de hand waren.--De wond genas; en wat kon een zoo beroemd
-paard niet te beurte vallen? de spruitjes maakten wortel in deszelfs
-lighaam, groeiden op en maakten een priëel, in de gedaante van een
-munnikskap, zoo dat ik naderhand altijd op andere togten kon uitgaan
-onder de schaduw van mijne eigene en mijns paerds laurieren.
-
-Van iemand, die een paerd als het mijne kon berijden, zult gij, Heeren!
-ook wel andere behendige bedrijven willen gelooven, die U anders
-misschien wat fabelachtig zouden voorkomen. Eens dat wij eene stad
-belegerden, had de bevelhebber een bijzonder belang om de inwendige
-gesteldheid der plaats te weeten. Het scheen ten uiterste moeilijk, ja
-bijna onmogelijk, om door alle de voorposten, wachten en werken binnen
-te geraaken, en 'er was geen geschikt voorwerp voorhanden, om zoo iets
-met hoop van eenen gelukkigen uitslag, te ondernemen. Misschien een
-weinig te voorbarig in ijver en moed, plaatste ik mij naast een 36
-ponder, die op dat ogenblik op de stad zou losbranden, en, _wip!_ op den
-kogel, met oogmerk om mij in de vesting te laaten brengen; maar toen
-ik omtrend halfwege door de lucht was kreeg ik allerlei bedenkingen in
-den kop, die ik niet kon oplossen. "Ja, dagt ik, gij zult nu wel binnen
-komen; maar hoe 'er weder uit? hoe zal het u in de vesting gaan? zal men
-u niet aanstonds voor een spion nemen, en u aan de eerste galg de beste
-hangen? zulk een bed van eer zal u weinig roem nalaten." Ik nam hierom
-een kort besluit, en bediende mij van de gelegenheid dat een kogel,
-eenige schreden van mij af, uit de vesting naa ons leger snelde. _Wip!_
-van dien op welken ik zat op dezen over, en zoo kwam ik met onverrigte
-zaaken, maar nogtans behouden, in het leger terug.
-
-[Illustratie: V.]
-
-Zoo ligt en vaerdig ik in het springen was, was ook mijn paerd, slooten
-noch heggen beletteden mij ooit den kortsten weg te nemen. Eens zette
-ik op hetzelve een haas naa, die dwars over den gemeenen weg liep,
-wanneer juist een koets, met twee jonge dames 'er in, dien weg kwam,
-tusschen mij en den haas. Mijn paerd vloog zoo snel, zonder zich te
-stooten, door de koets heen, waarvan de glazen opgetrokken waren, dat
-ik nauwlijks den tijd had om mijn hoed aftenemen, en de dames voor deze
-vrijpostigheid verschoning te vragen.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-VI. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron wordt krijgsgevangen, en voor slaaf verkoft.--Hoedt
- de bijen van den Sultan, welken aangevallen worden door twee
- beeren.--Verliest een bij en een zilveren bijl, welken hij naa
- de beeren smijt; doch die, door het verdraaijen van zijnen arm,
- opvliegt naa de Maan, maar welken hij, door eene vernuftige
- uitvinding, naa beneden brengt.--Valt bij zijne terugkomst op de
- aarde, en redt zig zelve uit eene diepe kuil.--Redt een wagen,
- welke den zijnen, op een smallen weg ontmoet, op eene zonderlinge
- wijze. Wonderbaar uitwerksel van de vorst op den posthoren van
- zijn koetsier._
-
-
-Ik was nogtans niet altijd gelukkig[6]. Ik had zelfs het ongeluk, dat ik
-voor de overmagt der vijanden moest bukken, en door hun krijgsgevangen
-gemaakt, en, het welk nog erger, maar bij de _Turken_[7] altijd
-gebruiklijk is, tot slaaf verkoft werd. In dezen staat van vernederinge,
-was mijn dagelijks werk wel niet hard en zwaar, maar eerder zonderling
-en vervelende. Ieder morgen moest ik de bijen van den Sultan naa buiten
-op het veld brengen, den ganschen dag oppassen en tegen den nacht
-wederom in hare korven drijven. Op zekeren avond miste ik ééne bij, en
-wel ras merkte ik, dat twee zwijnen haar aangevallen waren, om haar te
-verslinden, en den honig, welken zij bij zig had, onder elkander te
-deelen. Ik had niets bij mij, waarmede ik die dieren kon verjaagen,
-dan de zilveren bijl, welke het teken is van des Sultans hovenieren
-en landbouwers. Ik smeet dezelve naa de dieven, in hoop van hen te
-verschrikken en weg te jaagen, en de arme bij in vrijheid te stellen;
-maar door eenen ongelukkigen draai in mijn' arm vloog de bijl naa om
-hoog, en bleef gestadig klimmen, tot dat zij aan de Maan raakte. Hoe kon
-ik haar weder krijgen? Hoe haar van daar terug haalen? Ik herinnerde
-mij, dat de turksche bonen zeer snel opwassen, en tot eene verbazende
-hoogte opklimmen. Terstond plantte ik eenen, welke vattede en zoo
-spoedig groeide, dat hij zig terstond aan één van de horens van de Maan
-vast hegtte. Nu had ik niets anders te doen, dan daar tegen zagtkens en
-voorzigtiglijk op te klimmen naa de Maan; alwaar ik behouden aankwam.
-Ik had een huis vol werk, eer ik mijne zilveren bijl konde vinden in
-een plaats, daar alles de helderheid en glans van zilver heeft; maar
-eindelijk vond ik haar in een hoop van kaf en gekapt stroo. Maar helaas!
-de weg van wederkeeren was voor mij afgesneden: door de hitte van
-de Zon was mijn boon geheel verdord, en geheel onbekwaam tot mijne
-nederdalinge. Hierop teeg ik aan 't werk, en maakte mij een touw van dat
-kapsel, zoo lang en zoo goed, als ik het ooit geleerd had. Dit maakte
-ik aan één van de horens harer bleeke Majesteit vast, en liet mij daar
-langs stil afzakken. Ik hield mij vast met de linker hand, en mijne
-bijl in de regter hebbende, hakte ik daarmede telkens het lang en nu
-nutteloos boven gedeelte van het touw af, knoopte dit aan het onderste
-gedeelte weder vast, het welk mij een goed eind wegs laager bragt. Dit
-geduurig splitsen en knoopen van het touw maakte het zelve gantsch niet
-langer of beter; ook werd ik daardoor verhinderd, om op het land van den
-Sultan neder te komen. Ik was nog vier of vijf mijlen, ten minsten, van
-de aarde, wanneer het touw brak, en ik op den grond viel, met een zoo
-verschriklijk geweld, dat ik geheel in zwijm lag, en mij in een gat vond
-meer dan negen vademen diep, 't welk ik, van zoo groote hoogte vallende,
-met mijn lighaam in de aarde gemaakt had. Ik kwam weder bij mij zelven,
-maar zag geen kans, om daar weder uit te komen. Hierop begon ik met
-mijne nagels, welken toen veertig jaren gegroeid hadden, een soort van
-trap te graaven, en kwam 'er op deze wijze gelukkig uit.
-
-[6] Deze weinige woorden zijn een voldingend bewijs van des Barons
- geloofwaardigheid, en de waarheid zijner geschiedverhaalen. Een
- liegende grootspreker is nooit ongelukkig.
-
-[7] De Baron deelde naderhand grootlijks in de gunst van den Grooten
- Heer, gelijk uit het vervolg zal blijken.
-
-Door deze vermoeiende les voorzichtiger geworden, overlegde ik het
-vervolgends beter, om mij van de zwijnen, die zoo gretig naa mijne bijen
-en den honig waren, te ontslaan. Ik bestreek den disselboom van een
-veldwagen met honig, en legde mij 's nachts digt daarbij in hinderlaag.
-Het geen ik hoopte gebeurde. Een groote beer, door de geur van den honig
-gelokt, kwam aanzetten, en begon zoo gulzig aan de punt van den dissel
-te likken, dat hij dezelve hoe langer hoe dieper binnen kreeg, tot ze
-eindelijk door slokdarm en maag ging en agter weder uitkwam. Nu schoot
-ik toe, en stak door het gat, voor aan den disselboom, een pen, om den
-likker den aftogt te beletten; en liet hem zoo tot 's morgens zitten. De
-Grote Heer, die toevallig daar voor bij kwam wandelen, lachte over deze
-klucht dat hij schudde.
-
-Kort daarna werd de vrede met den _Turk_ gesloten: ik kreeg mijne
-vrijheid weder, en werd, met andere krijgsgevangenen, terug gebragt
-na _St. Petersburg_. Doch ik nam kort daar op mijn afscheid: dit was
-ten tijde toen die wonderlijke omwenteling aldaar voorviel, wanneer de
-_Keizer_ in zijne wieg, zijne Moeder, de hertog van _Brunswijk_, haar
-Vader, de Graaf van MUNNICH, en vele andere personen naa _Siberie_
-gebannen werden. De winter was toen door geheel _Europa_ zoo ongemeen
-streng, dat de Zon groot nadeel moet geleden hebben, waaraan zij zederd
-tot op den huidigen dag gesukkeld heeft. Ik ontmoette daarom ook op
-mijne terugreis uit dit land grooter ongelegenheden, dan ik op mijn
-vertrek derwaards geleden had.
-
-Ik reisde met den gewonen postwagen; wanneer wij op smalle wegen kwamen,
-herinnerde ik den voerman, dat hij op zijn horen zoude blaazen, om
-andere reizigers op dezen smallen weg te waarschuwen. Hij blaasde uit
-al zijne magt; maar alle zijne pogingen waren te vergeefsch. Hij kon
-zijnen horen geen geluid doen geven; dit was onbegrijplijk, en tevens
-ongelukkig: want kort daarna kwamen wij een anderen wagen tegen, daar
-het zoo smal was, dat wij niet voorbij elkander konden gaan; hierom
-sprong ik uit den wagen, en, daar ik zeer sterk was, zette ik hem, met
-wielen en al wat 'er in was, op mijn hoofd, sprong daarmede over een
-haag, ongeveer negen voeten hoog, in het veld, ('t welk, als men het
-gewigt van den wagen in aanmerking neemt, gantsch niet gemaklijk te doen
-was) en nam een tweeden sprong, waardoor ik weder op den weg kwam, agter
-het andere rijdtuig; toen ging ik om de paerden: één daarvan nam ik op
-mijn hoofd, en het andere onder mijn linker arm, en bragt ze op dezelfde
-wijze bij onzen wagen, spande ze weder voor, en zoo kwamen wij tegen
-het vallen van den avond gelukkig aan eene herberg. Ik vergat bijna te
-zeggen, dat het paerd, 't welk ik onder den arm had, zeer vuurig, en
-niet boven de vier jaren oud was, dat het een grooten tegenzin toonde
-tegen deze geweldige soort van beweging, niets doende, dan schoppen
-en slaan; maar dat ik zijne agterste pooten vast hield, met ze in de
-zak van mijn rok te steken. Toen wij in de herberg waren gekomen,
-ververschten mijn voerman en ik ons zelven eens regt hartelijk voor
-alle onze vermoeienissen: hij hong zijn horen aan een spijker naast
-den schoorsteen in de keuken, en ik zat in den anderen hoek.
-
-Zeer schielijk hoorden wij: _tereng! teng! teng!_ Wij zagen rond, en
-ontdekten nu de rede, waarom de voerman niet op zijn horen had kunnen
-blaazen. Zijne geluiden waren in den horen vastgevrozen, en vloogen,
-nu ze ontdooiden, bij menigte daar uit. De voerman was hier mede zeer
-in zijn schik, omdat hij ons daardoor ten vollen overtuigde, dat hij
-waarlijk geblazen had; maar mij verveelde het verschriklijk: want zonder
-dat de knaap den horen aan den mond bragt, moesten wij, eenige uuren
-lang, alle de deunen hooren, welken hij dien gantschen dag op zijn horen
-geblazen had: wij hoorden de _Pruissische marsch_--_Malbroek_--_hoe
-helder schijnt die zilverde maan_--_viva den Hertog_--en honderd andere
-dergelijke geliefde deunen.
-
- * * * * *
-
-_Naardien sommige reizigers 'er zig op toeleggen, om meer te verhaalen,
-dan misschien, strikt gesproken, waar is; zal mogelijk de een of ander
-van het gezelschap aan mijne geloofwaardigheid twijfelen. Maar dezen
-zegge ik alleen: dat ik hem, wegens zijn gebrek aan geloof, uit al mijn
-hart beklaage; en bidde hem, dat hij zijn afscheid neme, eer ik mijne
-verdere gevallen, welken niet minder wezenlijk gebeurd en wonderlijk
-zijn, als die ik U heb medegedeeld, begin te verhaalen._
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
- REIZEN
- VAN DEN BARON
- VAN MUNCHHAUSEN.
-
-TWEEDE DEEL.
-
-
-
-
-VII. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron verhaalt zijne avonturen op eene reis na Noord-Amerika,
- welken de aandacht van den lezer wel waardig zijn.--Pots van een
- walvisch.--Een zeemeeuw behoudt een matroos in 't leven.--Het hoofd
- van den Baron zakt in zijne maag--een gevaarlijk lek gestopt _a
- posteriore_._
-
-
-Ik ging te _Portsmouth_ aan boord van een nieuw Engelsch oorlogschip,
-van honderd stukken, en veertien honderd koppen, naa Noord-America op
-reis; op welke niets merkwaardigs gebeurde, tot omtrend drie honderd
-_Fransche_ mijlen van de rivier _St. Laurens_, wanneer het schip met een
-verbazend geweld stiet (zoo wij meenden) tegen een klip; hoewel wij met
-het lood geen grond konden pijlen tot op drie honderd vademen[8]. Het
-gene in deze omstandigheid nog verwonderlijker is, en alle begrip te
-boven gaat, is dit: dat wij met dezen stoot ons roer verlooren, dat
-onze boegspriet door midden brak, dat alle onze masten opscheurden van
-boven tot beneden, en dat twee derzelven over boord vielen; een arme
-matroos, die boven in de raê zat om het zeil vast te maaken, vloog ten
-minsten drie mijlen ver van 't schip weg; maar gelukkiglijk reddede
-hij zijn leven: want in zijnen vaart viel hij op een zeemeeuw, die hem
-weder bragt, op dezelfde plaats, van welke hij gevallen was. Een ander
-uitwerksel van den stoot, welken wij kregen, was deze: dat zij, die
-tusschen deks waren, met hunne hoofden, op eene ijslijke wijs, tegen het
-dek gesmeten werden, zoo dat zij terug rolden als kloten. Maar met mij
-liep het zoo goed niet af: want mijn hoofd werd tusschen mijne schouders
-zoo diep ingedrukt, dat het zonk tot in de maag; en het liep eenige
-maanden aan, eer het zijne oude plaats wederom kon innemen. Terwijl wij
-allen nog even, verbaasd waren van de algemeene en onuitspreeklijke
-verwarring, waarin dit stooten ons gebragt had, ontdekten wij, waar
-het van daan kwam. Een zeer grote walvisch, die zig bakerde in de zon,
-was in slaap gevallen, op een diepte van zestien voeten water. Dit dier
-was zoo boos geworden over de manier, waarop wij het wakker gemaakt
-hadden, (want in het overzeilen was zijn neus door ons roer wat bekrapt
-geworden) dat hij de galderij geheel, en op zijn minst een vierde
-gedeelte van het halfdek met zijn staart in stukken sloeg, terwijl hij
-op het zelfde oogenblik ons daags anker, 't welk volgends gewoonte bij
-het voorsteven hing, tusschen zijne tanden nam, en met het schip ten
-minste eene lengte van zestig duitsche mijlen voordliep: en wie weet
-waar hij ons gebragt had, als niet gelukkiglijk het kabel gebroken
-was: wij verlooren daardoor beiden het anker en den walvisch; maar
-wanneer wij eenige maanden daarna naa _Europa_ wederkeerden, vonden
-wij denzelfden walvisch, slechts weinige Engelsche mijlen van dezelfde
-plaats, dood drijven op het water. De visch was meer dan honderd
-Rhijnlandsche roeden lang; waarom wij maar een zeer klein gedeelte
-van een zoo groot gedrogt aan boord konden krijgen. Wij zetteden
-derhalven onze sloepen uit, en konden niet, dan met veel moeite, zijn
-kop afhakken, waarin wij tot onze grote blijdschap het anker en nog
-boven de veertig vademen van het kabel vonden. Dit lag verborgen aan de
-linker zijde van den bek, vlak onder de tong; 't welk de waarschijnlijke
-oorzaak van deszelfs dood was: want de tong was aan dien kant heel zeer
-gezwollen, en voor een groot gedeelte ontstoken.--Dit was het eenigst
-buitengewoon toeval, 't welk ons op de reis bejegende. Evenwel had ik
-bijna nog een gedeelte van ons ongeluk op dien dag vergeten te melden,
-te weten: terwijl de walvisch met het schip weg zwom, sloeg hij een lek
-in hetzelve, waardoor zoo veel water in liep, dat wij het met alle onze
-pompen niet konden lens houden. Maar tot ons geluk ontdekte ik het lek;
-het was een groot gat van omtrend één voet over het kruis. Gij zult mij
-wel willen gelooven, dat dit geval mij een zeer groot genoegen gaf! als
-ik u verhaald zal hebben, hoe dit schoone schip met man en muis behouden
-werd door een zeer gelukkige inval! ik vulde het gat met mijn ...,
-zonder mijn broek uit te trekken; ja ware het nog groter geweest, ook
-dan nog zoude ik het hebben kunnen stoppen: waarover gij u niet zult
-verwonderen, als ik u zegge, dat ik eigenlijk uit _Westphalen_ afkomstig
-ben[9]. Terwijl ik op deze bril zat, had ik het waarlijk vrij koel; maar
-de timmerlieden verlosten mij weldra uit dezen onaangenamen staat.
-
-[8] De vertaler gist, dat de zetter van het oorspronglijk werk hier
- den Baron een lelijken trek gespeeld hebbe; want dat de Baron een
- schrijffout begaan zoude hebben, houdt hij voor onmogelijk. Het
- diepst, dat men kan peilen is honderd vijftig vademen. Hij heeft
- het niet durven veranderen; want dit zoude zoo goed geweest zijn,
- als aan de geloofwaardigheid van den Baron te twijfelen:
-
-[9] Dit wil zeggen, dat de Ouders van den Baron aldaar gewoond
- hadden, en hij alzoo in _Westphalen_ geboren was. Want op eene
- andere plaats beroemt hij zig op zijn koninglijk bloed.
-
-
-
-
-VIII. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron baadt zig in de middellandsche zee.--Hij ontmoet zeer
- onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn voornemen, in de gewesten
- van hitte en duisternis, waaruit hij zig redt door het dansen van
- den hornpijp.--Verschrikt zijne verlossers, en komt weder aan het
- strand._
-
-
-Ik was eens in het grootste gevaar van de waereld, om in de
-middellandsche zee, op de zonderlingste manier, zonder medewerking der
-geneesheeren, en buiten weeten van eenig mensch, om het leven te raaken.
-Op een zomerschen agtermiddag baadde ik mij, in die vermaaklijke zee,
-digt bij _Marseille_, wanneer ik een zeer groten visch, met zeer wijd
-opgesperde kaken, met de grootste snelheid op mij zag aankomen. Hier was
-geen tijd te verliezen; en het te ontwijken was niet mogelijk. Ik maakte
-mij daarom terstond zoo klein, als in mijn vermogen was, trekkende mijne
-voeten zoo hoog op, en sluitende mijne handen zoo naabij het lijf, als
-ik maar kon. In deze houding was ik in een ogenblik tusschen zijne kaken
-en in zijne maag. Hier was ik een poos in den stikdonkersten nacht, en
-de onverdraaglijkste hitte; gelijk gij u ligt zult kunnen verbeelden:
-tot dat ik eindelijk begon te begrijpen, dat wanneer ik den visch wat
-pijn aandeed, hij wel blijde zoude zijn, als hij mij wederom kwijt was.
-Daar ik ruimte genoeg had, begon ik alle mijne jongens spellen één voor
-één te beproeven; als tuimelen, hinkelen, springen, klouteren enz.; maar
-niets scheen hem zoo lastig te vallen, als de vaardige beweging mijner
-voeten, met het dansen van den hornpijp. Nauwlijks was ik daarmede
-begonnen, of ik moest weder uitscheiden, door zijn horten en stooten; ik
-ging echter weêr voord, en hij brulde vreeslijk; op het laatst ging hij
-volkomen regt op zijn staart in het water staan, met zijn kop daarboven
-uitstekende, waardoor hij ontdekt werd door het bootsvolk van een
-italiaanschen koopvaarder, die daar juist voorbij zeilde, en hem binnen
-weinig minuten harpoende. Zoodra hij aan boord gehaald was, hoorde ik
-het volk met elkander overleggen hoe zij hem best zouden opsnijden, om
-den meesten traan te krijgen. Ik was dus in geen geringe benaauwdheid,
-dat zij mij omhals zouden brengen met die werktuigen, waarmede zij dit
-vreemde werk verrigten wilden. Hierom begaf ik mij zoo naa bij het
-middenpunt, als ik konde: want in de maag van dit schepsel was ruimte
-genoeg voor twaalf menschen: en ik verbeeldde mij natuurlijk, dat zij
-met de ingewanden zouden beginnen. Maar mijne vrees was weldra gestild:
-want zij begonnen met den buik van onderen af open te snijden. Zoodra ik
-eenige schemering van licht gewaar werd, schreeuwde ik uit al mijn magt
-(want ik sprak italiaansch) dat men mij met allen spoed verlossen zoude
-uit eene plaats, daar ik bijkans gestikt was. Het is mij onmogelijk om
-naar waarheid te beschrijven de maat en de soort van verbaasdheid en
-ontsteldtenis, welken op ieders aangezigt geschilderd waren, toen zij
-de stem van een mensch uit het binnenste van den visch hoorden; maar
-vooral, toen zij een levendig wel geschaapen naakt mensch uit deszelfs
-lighaam met een statigen tred zagen te voorschijn komen; met één woord,
-Heeren! ik verhaalde hun de gantsche gebeurdtenis, zoo als ik ze u
-verhaald heb, terwijl zij van verbaasdheid verstomden.
-
-[Illustratie: VI.]
-
-Na dat ik eenige ververschingen genomen had, sprong ik in zee, om mij af
-te wasschen, en ik zwom naa mijne klederen, welken ik op dezelfde plaats
-weer vond, daar ik ze gelaten had. Naar de beste berekening, welke ik
-heb kunnen maaken, was ik juist twee uuren, negentien minuten en zeven
-en dertig seconden in de maag van dit dier opgesloten geweest.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-IX. HOOFDSTUK.
-
-_Avonturen in _Turkije_ en op de rivier de _Nijl_--de Baron schiet een
- luchtbol boven _Constantinopel_ naa beneden, en vindt een franschen
- proefondervindlijken Wijsgeer daaraan hangen.--Gaat in gezantschap
- naa Groot _Cairo_, en vermeerdert onder weg zijn gevolg met vijf
- persoonen van uitstekende bekwaamheden.--Keert van daar terug langs
- den _Nijl_, alwaar hij zeer onverwagt wordt opgehouden.--Wint een
- weddingschap met den Groten Heer.--Proeven der bekwaamheden van
- zijne bedienden._
-
-
-Toen ik in den turkschen dienst was, vermaakte ik mij dikwerf met zeilen
-op de zee van _Marmora_, van waar men een heerlijk gezigt heeft op de
-gantsche stad _Constantinopel_, en door welke het Serail van den groten
-Heer bespoeld wordt. Wanneer ik op een zekeren morgen verrukt was over
-de schoonheid van het weder en de helderheid van de lucht, zag ik iets,
-gelijkende naar een kloot, ongeveer twaalf duimen groot, waaraan, zoo
-het mij toescheen, nog het een of ander was vastgehegt. Terstond nam
-ik mijn grootste en langste ganzenroer, waarmede ik nooit uitgaa, of ik
-doe 'er het een of ander mede op, zoo zulks binnen mijn bereik is: ik
-zettede daar een kogel op, en schoot naa den bol, maar 't was mis; ik
-herhaalde den schoot met twee kogels, doch vergeefsch; 't voorwerp was
-te ver van mij af; toen nam ik dubbeld kruid en vijf of zes kogels,
-welke allen het ding raakten, en aan den eenen kant eene grote opening
-daarin maakten, en het in zee deden tuimelen. Oordeelt over mijne
-verwondering, toen ik maar zes voeten van mij af een zeer fraai verguld
-schuitje, met een man en een stuk van een schaap 'er in, 't welk wel
-half gebraden scheen te zijn, hangende aan eene verbazend grote Ballon,
-zag nedervallen. Van mijne verbaasdheid een weinig bedaard zijnde,
-gebood ik mijn volk om, zoo digt als mogelijk was, bij dezen vremden
-luchtreiziger bij te draaijen.
-
-Schoon ik terstond merkte, dat hij een Franschman was, nam ik hem echter
-bij mij aan boord, met voornemen, om hem in zijn fraai verguld schuitje
-weder over boord te zetten, zoo hij aan mijne nieuwsgierigheid niet
-voldeed, en mijnen dienst, dat ik hem van dezen gevaarlijken togt gered
-had, met geene volledige dankbaarheid beandwoordde[10].
-
-[10] De Baron, die zoo even een overtuigend bewijs gaf van zijne
- deftige westphaalsche geboorte: geeft hier een proef van zijne
- Engelsche opvoeding.
-
-Hij was van zijnen hemelschvluggen tuimel in zee zoo ongesteld, dat hij
-een geruimen tijd geen woord konde spreken; doch zig een weinig hersteld
-hebbende, gaf hij mij het volgend verslag van zig zelven en zijne reis.
-"Het is omtrend zeven of acht dagen geleden," zeide hij, "want den
-eigenlijken tijd kan ik u niet nauwkeurig en bepaald opgeven, naardien
-ik de rekening kwijt ben; omdat ik het grootste gedeelte van dezen tijd
-in die streken, alwaar de Zon nooit ondergaat, heb doorgebragt--voor
-omtrend zeven of acht dagen was het, dat ik te _Land's End_, in 't
-Graafschap _Cornwall_ in _Groot-brittannie_[11], mijne luchtreis
-aanvaardde in dit schuitje, waaruit ik zoo plotseling ben neergevallen,
-hangende aan een zeer grote _Ballon_. Ik nam een schaap mede, om met
-hetzelve proeven op den dampkring te nemen: maar tien minuten na het
-opgaan van de _Ballon_, veranderde ongelukkiglijk de wind, en in plaatse
-van mij te brengen naa _Exeter_, alwaar ik meende neder te komen, dreef
-de wind mij zeewaards, boven welke ik gisse dat ik zederd al dien tijd
-gedreven heb: want ik was veel te hoog, om water van land te kunnen
-onderscheiden.
-
-[11] Dit is de westelijkste uithoek van _Engeland_; van daar is de
- reis na _Exeter_ noordoostwaard aan, en dus geheel over land, ter
- lengte van 140 engelsche mijlen. Hij had dus op zijn voorgenomen
- togt geen gevaar van water, al ware hij nog tweemaal die lengte
- voordgevlogen: want eer hij aan den noordoostelijksten hoek bij
- _Yarmouth_ aankwam, had hij _Engeland_ in deszelfs grootste
- lengte moeten overvliegen.
-
-"Mijn honger, dus vervolgde hij, werd zoo scherp, dat de voorgenomen
-proeven over de lucht en de hitte daarvoor moesten wijken. Op den
-derden dag moest ik het schaap reeds dooden, en daar ik toen oneindig
-ver boven de Maan, en zoo digt bij de Zon was, dat ik mijne wenkbraauwen
-zengde, plaatste ik het schaap, waarvan ik de huid eerst had afgevild,
-in dat gedeelte van mijn schuitje, alwaar de Zon kragt genoeg doen kon,
-om het vleesch te braaden, of met andere woorden, alwaar de schaduw van
-de _Ballon_ de Zon niet hinderde, zoo dat het vleesch binnen twee uuren
-gebraden was. Dit is in al dien tijd mijn eenigst voedsel geweest."
-
-Hier hield hij op, en was verbaasd over de voorwerpen, welken hem
-omringden. Toen ik hem zeide, dat het 't _Serail_ van den groten Heer
-was, scheen hij boven mate getroffen te zijn, omdat hij gemeend had, dat
-hij in een geheel andere streek was. "Mijne lange vlugt," voegde hij
-'er bij, "is daardoor veroorzaakt, dat een zeker koord, 't welk vast
-zit aan een klepje in de _Ballon_, om daardoor de ontbrandbare lucht
-uit te laten, brak." Ware de _Ballon_ niet aan stukken geschoten, gelijk
-verhaald is, het zoude met hem gegaan zijn, als met _Mahometh_, en hij
-was tot aan den jongsten dag tusschen hemel en aarde blijven hangen.
-
-De grote Heer, bij welken ik door de _Keizerlijke_, _Russische_ en
-_Fransche_ gezanten was ingeleid, gebruikte mij tot een zaak van zeer
-groot gewigt te groot _Cairo_; waarvan ik zeer veel wetenswaardige
-bijzonderheden, dienende tot ophelderinge van den opstand der
-_Noord-amerikaansche_ Colonien, en deszelfs eerste en waaragtige
-oorzaken, zoude kunnen verhaalen--indien de gantsche zaak niet van
-die natuur was, dat ze voor eeuwig een geheim moest blijven.
-
-Ik ging derwaards met al de pragt en staatsie van een afgezant der hoge
-en verhevene Porte; onderweg had ik gelegenheid mijn stoet met eenige
-zeer bekwaame voorwerpen te vermeerderen: want toen ik nauwlijks eenige
-mijlen van _Constantinopel_ verwijderd was, zag ik een klein, schraal
-man met de grootste gezwindheid dwars over het veld loopen, schoon hij
-aan elk been een stuk lood van wel vijftig ponden zwaarte had hangen. Ik
-riep: "hoe zoo haastig en waarheen, Vriend! en waarom bezwaart gij u in
-uwen loop met zulken last?" "Ik ben gaf hij mij ten antwoord, voor een
-half uur uit _Weenen_ gegaan, daar ik bij een voornaam Heer in dienst
-was; ik gaa naa _Constantinopel_ om daar wederom een dienst te zoeken;
-door het gewicht aan mijne beenen heb ik mijne snelheid, die mij thans
-niet te pas komt, wat willen maatigen: want _moderata durant_ pleeg mijn
-overleden preceptor te zeggen."--Deze _Azahel_ behaagde mij, en ik nam
-hem in mijn dienst. Na eenigen tijd te hebben voortgereisd vond ik een
-kaerel, digt aan den weg, op een schoon grasveld liggen, zoo stil als of
-hij sliep; doch hij was wakker en luisterde met zijn oor zoo opmerkzaam
-op de aarde, als of hij de tegenvoeters wilde beluisteren.--"Waar
-luistert gij naa, mijn Vriend?" vroeg ik. "Ik luister tot tijdverdrijf,
-om te hooren hoe het gras groeid!--en kunt gij dat?--o dat is een
-beuzeling!--Koom dan in mijnen dienst, Vriend, wie weet wat 'er al niet
-kan vallen te hooren." De kaerel sprong op en volgde mij.--Een weinig
-verder stond een jager op een heuvel met een aangelegd geweer, en schoot
-in de ruime lucht.--"Veel geluks, veel geluks, jager! Maar waarop schiet
-gij? Ik zie niets als de ruime lucht."--"Ik neem de proef van dit nieuwe
-geweer. Gints op den haan van den Munster tooren te _Straatsburg_ zat
-een spreeuw, die ik 'er af heb geschoten." Die mijne drift voor de edele
-kunst van jagen en schieten kent, zal zig niet verwonderen dat ik dezen
-uitmuntenden schutter terstond om den hals viel. Het spreekt van zelfs
-dat ik niets spaarde om hem ook in mijnen dienst te krijgen.--Ik reisde
-met mijnen stoet vervolgens door verscheiden landen en steden, tot
-aan den berg Libanon. Hier vond ik voor een bosch van cederbomen een
-stevigen kaerel staan, trekkende aan eenen strik, die om het gantsche
-bosch gespannen was. "Wat trekt gij daar, mijn Vriend?" vroeg ik hem.
-"Ik moet timmerhout halen, en heb mijn bijl vergeten: nu moet ik mij zoo
-goed redden al ik kan." Met deze woorden rukte hij in eens het gantsche
-bosch, dat een vierkante mijl groot was, op den grond, of het riet was.
-Gij raadt ligt wat ik deed: ik had deze kaerel niet laten gaan, al had
-het mij het gantsche inkomen van mijne Ambassade gekost.--Tot in het
-Egyptische gebied voordgereisd zijnde, verhief zig een zoo geweldige
-storm, dat ik het met wagen en paerden nauwlijks over end kon houden, en
-vreesde in de lucht gevoerd te zullen worden. Van zeven windmolens, die
-ter linker zijde van onzen weg op eene rei stonden, slingerden de wieken
-zoo snel om hunne assen, als het spinwiel van de vaardigste spinster.
-Niet ver daar van daan, aan de regter zijde, zag ik een kaerel staan,
-veel gelijkende naar _John Falstaf_, welke zijn regter neusgat met zijn
-voorsten vinger toehield. Zoodra deze kaerel onzen angst en verlegenheid
-zag, wendde hij zig naa ons, en boog zig eerbiedig voor mij. Eensklaps
-deedt zig geen windje meer voelen, en de zeven molens stonden plotslings
-stil. Verwonderd over dit voorval, dat mij niet natuurlijk scheen toe
-te gaan, schreeuwde ik den tovenaar toe: kaerel wat is dat! zit de
-duivel u in 't lijf, of zijt gij de duivel zelf? "Verschoon mij, uwe
-Exellentie: ik maakte daar voor mijn' meester, de molenaar, een weinig
-wind; en om de zeven molens niet te laten omvallen, heb ik mijn eene
-neusgat toe gehouden." Ei! Ei! een uitmuntende knaap, dacht ik bij mij
-zelven: die kaerel kan u te pas komen als gij eens bij stil weer op zee
-zijt, of als het u, bij uwe terugkomst, aan adem hapert, om alle uwe
-zonderlinge lotgevallen te water en te land te verhaalen.--Wij wierden
-het spoedig eens, en de windmaker liet zijne molens staan en volgde mij.
-
-Eindelijk kwam ik in groot _Cairo_ aan. Zoodra ik aldaar mijnen last
-naar wensch had uitgevoerd, dankte ik mijn gantsch nutloos gevolg af,
-en behield alleen de vijf die ik onderweg had aangenomen, om met deze
-als een ampteloos burger de terug reis te doen.
-
-Het weer was verruklijk, en het gezigt van den _Nijl_ was boven alle
-beschrijving schoon; waarom ik besloot de reis naa _Alexandrie_ te water
-te doen; dit ging uitnemend wel, tot op den derden dag; maar toen begon
-die rivier verschriklijk te zwellen, (gij hebt allen, denk ik, mijne
-Heeren! wel gehoord van de jaarlijksche overstrominge van den _Nijl_)
-en op den volgenden dag stond het land van beide zijden reeds eenige
-mijlen ver onder water. Op den volgenden dag was ons vaartuig, met het
-rijzen van de Zon, verward in eenige heesters, zoo als ik eerst dacht;
-maar toen het lichter begon te worden, vond ik mij zelven omringd van
-amandelen, die volmaakt rijp en zoo smaaklijk waren, als ik ze ooit
-geproefd heb. Het water peilende bevond mijn volk, dat wij ten minsten
-zestig voeten van den grond af waren, en dat 'er geene mogelijkheid was
-om voor of agterwaards te komen; omtrend de klok negen uuren, dit is
-zoo naa als ik het naar gegiste zonshoogte heb kunnen bepaalen, stak de
-wind schielijk op, en sloeg onzen boeier op zijde. Hij raakte vol water,
-en in een ogenwenk zagen wij niets meer daarvan: wij reddeden ons zelven
-gelukkig (wij waren zeven man en twee jongens sterk) door ons stijf
-vast te houden aan de takken van den boom, waarvoor het vaartuig te
-zwaar was geweest, doch welken ons even konden houden. In dezen staat
-moesten wij zes weken en drie dagen doorbrengen, en van amandelen
-leeven! Ik behoeve u niet te zeggen, dat wij water genoeg hadden. Op den
-twee-en-veertigsten dag naa ons ongeluk viel het water zoo schielijk,
-als het gerezen was, en op den zes-en-veertigsten konden wij op het
-vaste land aan wal komen. Het eerste, dat wij met de grootste blijdschap
-zagen, was onze boeier, zes honderd voeten liggende van de plaats, daar
-dezelve gezonken was[12]. Nadat wij onze zeilen en klederen in de Zon
-gedroogd, en zoo veel voorraad te scheep genomen hadden, als wij tot de
-reis meenden nodig te hebben, gingen wij de plaats opzoeken, daar wij
-van daan gedreven waren, en bevonden volgends de nauwkeurigste rekening,
-dat wij meer dan honderd vijftig mijlen, over huizen en bosschen,
-landwaards in gedreven waren. Na eene zeer moeilijke reis van vier
-dagen, welke wij te voet, op looden schoenen, deden, bereikten wij de
-rivier, die nu wederom binnen hare oevers getreden was, en verhaalden
-onze lotgevallen aan den _Beij_, die ons zeer beleefdelijk voorzag van
-alle noodwendigheden, en ons met één van zijne barken verder liet
-brengen. Zes dagen daarna kwamen wij te _Alexandrie_ aan, daar wij te
-scheep gingen na _Constantinopel_. Bij den groten Heer werd ik zeer
-vriendelijk ontvangen, en had de eer om het _Serail_ te zien, waarheen
-zijne Hoogheid zelve mij geleidde, en mij alle vrouwen, zijne eigene
-zelfs niet uitgezonderd, aanbood, met vrijheid om uit dezelve zoo vele
-en die te kiezen, als ik tot mijn eigen vermaak en het vermaak van een
-half douzijn mijner vrienden zoude meenen nodig te hebben.
-
-[12] Deze boeier was een zaandamsch maaksel, en aldaar verscheiden jaren
- bevaren bij ..... die deze schuit zoo netjes had onderhouden, en
- het ijzerwerk zoo gladjes laten schuuren, dat het onverganglijk
- scheen. Althands hetzelve was in aldien tijd niets het minste
- verroest geworden.
-
-Ik genoot naderhand dikwijls de eer van 's avonds met zijne Majesteit
-te spijzigen. Zijn disch is de uitgezogtste van alle de Monarchen der
-waereld. Op wijn, weet gij, moet men aan tafel niet denken; maar het
-geene niet openlijk geschied, gebeurd niet zelden in stilte; gewoonlijk
-stond 'er na den maaltijd een goede fles in zijn Hoogheids Kabinet
-gereed. Eens gaf hij mij een wenk om hem daarin te volgen. Hij haalde
-uit een kastje een fles voor den dag, en zei: "MUNCHHAUSEN, gij
-Christenen weet wel van een goed glas wijn: hier heb ik een flesje
-Tokaijer, zoo goed hebt gij ze in uw leven niet gedronken." Zijne
-Majesteit schonk mij een glas en vroeg: "wat zegt gij 'er van?" "De
-wijn is goed Z. M. gaf ik ten antwoord; maar vergun mij te zeggen, dat
-ik ze te _Weenen_, bij wijlen _Keizer Karel den zesden_, veel beter
-gedronken heb; ik zal uwe Majesteit een fles 'er van bezorgen."--"Ik
-houde u aan uw woord; maar wat spoedig."--"Wat staat 'er op, als
-ik ze binnen één uur uit den Keizerlijken kelder te _Weenen_ laat
-brengen?"--"MUNCHHAUSEN, denk niet dat ik den spot met mij laat drijven!
-doch ik denk dat gij raaskalt."--"Ik zet mijn kop 'er voor te pand;
-maar uwe Majesteit weet wel dat mijn kop geen wisjewasje is; wat zet uwe
-Majesteit 'er tegen?"--"Als de vles in een uur hier is, kunt gij uit
-mijn schatkamer zoo veel geld en kleinoodien nemen, als de sterkste
-kaerel kan dragen; maar is hij 'er niet, zoo kost het u den kop: ik
-laat mij niet bespotten."
-
-Terstond schreef ik een briefje aan haare Majesteit de Keizerin, met
-verzoek, om een fles van dien Tokaijer, waarvan ik zoo dikwijls met
-wijlen zijne Majesteit haren vader gedronken had. Het was vijf minuten
-over drie uuren toen ik mijnen loper dit briefje ongezegeld ter hand
-stelde; hij ontdeedt zig van zijn gewicht aan de beenen, en maakte zig
-op weg; midlerwijl dronk ik met zijne Majesteit verder onze fles ledig.
-
-Ondertusschen was het reeds kwartier voor vieren geworden, en ik begon,
-dit moet ik bekennen, tusschen beide een weinig beangst te worden: want
-het scheen mij toe dat Z. M. nu en dan op het Horlogie zag, om, als het
-tijd was, den scherprichter te laten komen. Ik kreeg nog wel verlof om
-eens in de lucht te gaan; maar wierd door een paar gedienstige geesten
-gevolgd, die mij niet uit het oog verloren. In dezen angst, daar de
-wijzer reeds op vijfenvijftig minuten stond, liet ik mijn Hoorder en
-Schutter roepen, welken ik mijne verlegenheid te kennen gaf. De Hoorder
-lag zig plat op den grond neder om te horen of hij mijn Loper niet
-ergends vernam. Tot mijne ontsteltenis zei hij mij, dat de slungel, een
-goed end van ons af, in diepen slaap lag te ronken. Zoo dra mijn brave
-Schutter dit hoorde, liep hij op een hoog Terras, rekte zig uit op zijne
-toonen en riep met drift: "bij mijn ziel daar ligt de lap, onder een
-eikenboom, bij _Belgrado_, met de fles naast hem; wagt ik zal hem wakker
-kittelen." Hier op mikte hij met zijn roer, en schoot de volle lading in
-het midden van den boom. Een hagelbui van takken, knoppen en bladen viel
-op den slaper; dit deed hem ontwaken, en bragt hem, daar hij vreesde
-zijn tijd verslapen te hebben, zoo spoedig op de been, dat hij, met zijn
-fles en een eigenhandig antwoord van hare Majesteit, een half minuut
-vóór vier uuren in des Sultans vertrek aankwam.
-
-Heeren! hadt gij den groten Heer eens zien slurpen! "Gij moet mij niet
-kwalijk nemen, MUNCHHAUSEN, zei hij, dat ik deze fles voor mij behoude;
-gij staat te _Weenen_ beter dan ik, en zult wel meer weten te krijgen.
-Maar ik moet u de weddingschap betalen." Met een sloot hij de fles in
-zijn kastje, en liet den schatbewaarder komen, zeggende tegen hem:
-"laat aan mijn' vriend MUNCHHAUSEN zoo veel uit de schatkamer volgen,
-als de sterkste kaerel kan mededragen."
-
-Ik verzuimde geen ogenblik om dit bevel te doen gelden, en begaf mij met
-mijn sterken kaerel naa de schatkamer; daar hij zig zoo wel belaadde,
-dat het kleinste gedeelte overig bleef. Met dezen buit begaf ik mij
-regelregt naa de haven, daar ik een tamelijk groot schip huurde en
-terstond met mijne vijf bekwame bedienden onder zeil ging, om mijn buit
-in zekerheid te brengen, vóór dat eenig beletzel kon tusschen beide
-komen. Het geen ik gevreesd had gebeurde, nauwlijks was ik twee mijlen
-van de wal, of ik ontdekte dat de gantsche _Turksche_ vloot mij met
-volle zeilen kwam nazetten; ik moet bekennen dat mijn hoofd, dat
-nauwlijks weer vast begon te staan, op nieuw aan 't waggelen raakte.
-Mijn windmaaker bemerkte dit niet zoodra, of hij sprak mij moed in,
-plaatste zig bij het roer, met zijn linker neusgat naa de _Turksche_
-vloot en het regte naa ons zeil, en blies zulk eene menigte wind, dat
-de Vloot, vrij gehavend aan masten en wand, naa de haven wierd terug
-gedreven, en mijn schip binnen weinig uuren gelukkig in _Italie_
-aanlandde. Doch ik had van mijnen schat weinig nut: want de armoede en
-beedelarij is daar zoo groot, en de Politie zoo slegt, dat door mijne
-goedhartigheid een groot deel van denzelven in handen der beedelaars
-geraakte, terwijl het overige mij, op mijne reis naa _Rome_, op het
-geheiligd gebied van _Lorette_, ontnomen werd door eene bende rovers;
-wier geweten hen daarover niet veel onrust zal veroorzaakt hebben: want
-de buit was nog zoo aanzienlijk, dat het gantsche gezelschap, zoo voor
-zich zelf als voor zijne erven en nakomelingen, voor het duizendste
-gedeelte daarvan volkomen aflaat voor alle bedrevene en nog te
-bedrijven zonden, uit de eerste en beste hand te _Rome_ kon koopen.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-X. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron geeft zijnen ouden Vriend, den Generaal _Elliot_, een
- bezoek in de belegering van _Gibralter_.--Doet een Spaansch
- oorlogschip zinken.--Ontwaakt eene oude vrouw op de Afrikaansche
- kust.--Vernielt al het geschut van den vijand; maakt den Graaf van
- ... verschrikt, en jaagt hem naa Parijs.--Verlost twee Engelsche
- verspieders, met dienzelfden slinger, waardoor _Goliath_ ter neder
- werd geslagen, en doet de belegering van _Gibralter_ opbreken._
-
-
-Geduurende de laatste belegering van _Gibralter_ ging ik met een
-vloot voorraadschepen, onder het bevel van Lord HOWE, een bezoek geven
-aan mijnen ouden vriend, den Generaal ELLIOT, die door de roemrijke
-verdediging dezer plaatse onverwelklijke laurieren behaald heeft. Nadat
-de wederzijdsche blijdschap, die bij eene onverwagtte ontmoeting van
-twee oude vrienden altijd pleeg te ontstaan, bedaard was, ging ik den
-staat der bezettinge onderzoeken, en de verrigtingen van den vijand
-opnemen; ten welken einde de Generaal mij vergezelde. Ik had een
-overheerlijken telescoop van DOLLAND bij mij, waardoor ik ontdekte,
-dat de vijand juist naa die plaats, alwaar wij ons bevonden, een
-vier-en-twintig ponder wilde losbranden. Ik gaf den Generaal te
-kennen, wat werk zij onder handen wilden nemen; hij zag daarom ook
-door het glas, en vond mijne gissing gegrond. Terstond beval ik, met
-verlof van den Generaal, dat aldaar een agt-en-veertig ponder van de
-naastgelegene batterije zoude gebragt worden; dit stuk stelde ik zoo
-nauwkeurig (ik heb verscheiden jaren als konstapel onder de _Poolsche_
-Geconfoedereerden gediend) dat ik geen ogenblik aan eene goede werking
-twijfelde.
-
-Ik bleef den vijand gadeslaan, tot dat ik zag, dat hij het lont aan
-het stuk aanbragt, waarop ik het sein gaf, dat ons stuk ook zoude
-losbranden. De twee kogels ontmoeteden elkander bijna op het midden,
-en zij bonsten met een allerverschriklijkst geweld tegen elkander. De
-uitwerking was niet minder verbazende. De kogel van den vijand vloog met
-zulk een geweld terug, dat hij den kaerel, die het stuk had afgeschoten,
-het hoofd afsloeg, benevens nog zestien anderen, welken dezelve in zijn
-voordsnellen naa de kust van _Barbarije_ ontmoette; maar hier was zijne
-kragt reeds dermate gebroken, dat hij, na nog drie masten van schepen,
-die aldaar in een regte lijn agter elkander in de haven lagen, doorboord
-te hebben, niets meer konde uitvoeren, dan door het dak eens armen
-daglooners hut, staande omtrend vijftig roeden landwaards in, te
-vliegen; waarna hij eindelijk smoorde in den mond van eene oude vrouw,
-die op haar rug lag te slaapen, en het overschot van hare tanden weg
-nam. De man van deze vrouw kort daarna te huis komende wilde den kogel
-uit den mond trekken; maar te vergeefsch: hierom beukte hij denzelven
-naa binnen met een moker tot in de maag; van waar die goede oude sloof
-deze pil volgends den natuurlijken loop naa beneden kwijt raakte. Maar
-dit was de eenigste dienst niet, welken wij van onzen kogel hadden:
-want hij dreef niet alleen den vijandelijken kogel terug, gelijk ik
-beschreven heb, maar volgends het oogmerk, 't welk ik daarmede had, ging
-de onze voord, en ligtte dat zelfde stuk van den vijand, 't welk tegen
-ons gebruikt was, uit zijn affuit, en wierp het in het ruim van een
-schip, dat het door de kiel heen vloog. In één oogenblik was dat schip
-vol water, en zonk met meer dan duizend spaansche matrozen, behalven een
-zeer aanmerklijk getal soldaten, waarvan niet één gered werd. Dit was
-een bij uitstek goed werk; hiervan ben ik verzekerd: evenwel wil ik de
-verdiensten daarvan niet aan mij zelven alleen en geheel toeschrijven:
-mijn vernuft en oordeel speelden zekerlijk wel de voornaamste rol in
-deze beuzelarije (wat betekenen toch eenige duizende menschen tegen een
-schonen barren klip!); maar mijn goed geluk stond mij ook hier een
-weinig ten dienste: want de man, die onzen agt-en-veertig ponder geladen
-had, had bij verzinning een dubbele maat kruid genomen: buiten welken
-gelukkigen misslag wij nooit zoo goed, boven alle verwagting, zouden
-geslaagd hebben, vooral in het terug kaatsen van s' vijands kogel.
-
-De Generaal ELLIOT wilde mij een aanzienlijken post bij de artillerie
-geven, om dezen mijnen bijzonderen en gewigtigen dienst eenigszins te
-beloonen; maar ik wees alles van de hand, behalven zijne dankzegging,
-welke ik van hem op den avond van denzelfden dag, in tegenwoordigheid
-van alle de Officieren van de bezetting, over tafel ontving.
-
-Naardien ik voor de Engelschen, die boven allen twijfel een zeer braaf
-volk zijn, zeer vooringenomen ben, wilde ik van deze benauwde plaats
-niet vertrekken, voor dat ik een nieuwen en gewigtigeren dienst aan de
-bezetting gedaan had; waartoe ik binnen drie weeken gelegenheid kreeg.
-Mij als een Priester gekleed hebbende, sloop ik om één uur in den
-morgenstond uit de vesting, ging door de voorposten en kwam ongemerkt
-in 't midden van het vijandelijk leger. Hier begaf ik mij naa de
-tent, waar in de Graaf van A****, benevens den opper-bevelhebber, en
-verscheiden andere van de voornaamste Officieren, krijgsraad hielden, en
-hun plan, om den volgenden morgen een storm op _Gibraltar_ te waagen,
-voor de laatste maal overwogen. Mijne vermomming was hun ongeluk: want
-veelen hadden te slaafschen eerbied voor het heilig kleed, 't welk ik
-aan had, dan dat zij mij uit hunne vergadering durfden weg jaagen,
-gelijk ik verdiend had; evenwel moet ik aan 't gezond verstand van
-anderen dit recht doen, dat ik op hun gelaat de duidelijkste blijken
-van ongenoegen en wantrouwen bespeurde, en de grootste genegenheid, om
-den heer Pastoor eens helder den mantel te laten uitvegen; maar zij
-durfden zulks niet openlijk vertoonen, noch daaraan toegeven; uit vrees,
-dat zij het blind en bijgelovig gemeen, welks gunst en genegenheid
-zij niet door een gewaanden ijver voor den Godsdienst (dien gewonen
-kunstgreep van staatkundige en heerschzuchtige deugnieten!) maar door
-hunne ervarenis en dapperheid gewonnen hadden, van zig verwijderen
-en vervremden zouden. Ik kon derhalven aldaar zeer gerust en veilig
-blijven, en hoorde alles, wat 'er omging, tot dat zij scheidden, om
-zig nog eenige uuren ter ruste te begeven. Toen ik zag, dat het gehele
-leger, zelfs de schildwachten, in den diepsten slaap gedompeld waren,
-ging ik zonder toeven aan 't werk; al hun geschut (meer dan drie honderd
-stukken van agt-en-veertig tot vier-en-twintig ponden ijzers) ligtte ik
-van de affuiten en ging ze meer dan een half uur ver in zee brengen.
-Daar ik moederziel alleen was, en zelfs geen kleinen jongen tot mijner
-hulpe had, was dit het zwaarste werk, dat ik ooit onder handen heb
-gehad; behalven toen ik met het befaamde turksch stuk geschut, door den
-Baron de TOTT zoo zwierig beschreven in zijne gedenkschriften, waarvan
-straks nader, over de straat van _Constantinopel_ zwom. Daarna stapelde
-ik alle de affuiten en legerkarren, in 't midden van het leger, op
-elkander, nemende dezelven twee aan twee onder mijne armen; zoo omdat
-'er haast bij 't werk was, als omdat ik door het kraaken van de wielen
-niet gehoord en ontdekt zoude worden. Dit maakte een schoone vertooning:
-want de berg van affuiten en karren was ten minsten zoo hoog, als de
-rots van _Gibralter_[13]. Toen ontstak ik een lont, slaande met een stuk
-van een agt-en-veertig ponder tegen een vuursteen, welke twintig voeten
-boven den grond lag op een wal, door de Mooren bij hunnen inval in
-_Spanje_ opgeworpen; en stak daar mede den gantschen boedel in brand. Ik
-had haast vergeten te zeggen, dat ik alle de ammunitiewagens boven op
-den top van dezen berg had geworpen.
-
-[13] Hoe de Baron in staat was, alle deze karren zoo spoedig en
- gemaklijk bij elkander te krijgen, is ligt te begrijpen!! Maar
- hoe hij ze zoo hoog heeft kunnen brengen zouden wij nooit hebben
- kunnen bezeffen, had hij ons zijne verwonderlijke kunsten,
- waarbij van GUSSUM en deszelfs waardige Opvolger, de heer RIDDER
- M. I. I. PINETTI, WILLEDALE DE MERCI, Professor en Demonstrator
- der Phijsica, maar kinderen zijn, niet medegedeeld in het slot van
- dit, en in het XII. hoofdstuk.
-
-Ik had het brandbaarste onder op den grond gelegd, met zoo veel overleg
-en oordeel, dat alles in één oogenblik in ligter laaie vlam stond.--Om
-alle vermoedens voor te komen, had ik een spaanschen soldaat stillekens
-den nek omgedraaid; trok zijne klederen aan, en ging in zijne plaats
-schildwacht houden: ook was ik de eerste, die allarm maakte, en de
-grootste verbaasdheid toonde. Het geheele leger was verstomd; en het
-algemeen besluit was, dat de vijand de schildwachten omgekoft hebbende,
-zeven of agt regimenten gebruikt had, om deze ijslijke verwoesting uit
-te regten. Mr. DRINKWATER verhaalt, in zijne geschiedenis van deze
-beroemde belegering, dat de _Spanjaarden_ een zeer zwaar verlies leeden
-door een brand, welke in hun leger ontstond, maar waarvan men de oorzaak
-nooit geweten heeft. En hoe zoude hij die hebben kunnen weten? daar ik,
-hoe zeer ik door dit werk van weinige uuren in éénen nacht, de eenigste
-ben, aan wien de _Engelschen_ het behoud van _Gibraltar_ te danken
-hebben, deze zaak echter nooit voor dezen dag aan iemand, zelfs niet aan
-den Generaal ELLIOT, heb bekend gemaakt. De Graaf van A**** liep met
-zijn gantschen stoet van schrik weg; zij stonden op den gantschen weg
-niet ééns stil, hoewel zij te voet waren, tot dat zij _Parijs_ bereikt
-hadden, alwaar zij binnen veertien dagen aankwamen. Ja deze akelige
-brand had hen dermate ontsteld, dat zij wel drie maanden lang niets ter
-hunner herstellinge konden gebruiken, maar gelijk de cameleon van den
-wind leefden.
-
- * * * * *
-
-_Zo iemand van 't gezelschap mogte te kennen willen geven, als of hij
-twijfelde aan de waarheid van deze gebeurdtenis, dien bekeure ik voor
-een stoop brandewijn, om denzelven in één teug uit te drinken; en om de
-flesch of de kom waaruit hij gedronken heeft, insgelijks naa binnen te
-slaan._
-
- * * * * *
-
-Twee maanden, naadat ik dezen dienst aan de belegerden gedaan had, zat
-ik, met mijnen vriend, ELLIOT, te ontbijten; wanneer een bom (want ik
-had geen tijd gehad om zoo wel de mortieren, als het kanon van den
-vijand weg te brengen) in de kamer viel, daar wij zaten, en zig op de
-tafel nederzette. De Generaal verliet, gelijk de meesten doen zouden,
-terstond de kamer; maar ik vatte ze op, eer zij barstte, en nam ze mede
-naa den top van de rots. Van hier den vijand, op eene hoogte bij de
-zeekust gelegerd, beschouwende, ontdekte ik een groote menigte volks,
-onder elkander heen en wederloopende; maar met het bloote oog kon ik
-niet onderscheidenlijk zien, wat zij eigenlijk uitvoerden. Ik was juist
-bezig met mijn teleskoop te stellen, wanneer ik bespeurde, dat twee
-van onze Officieren, waarvan de één een Generaal, de ander een Colonel
-was, met welken ik den voorgaanden avond had doorgebragt, en die te
-middernacht waren uitgegaan, om het vijandelijk leger te bespieden,
-gevangen waren genomen, en nu regelregt na de galg gebragt werden, om
-opgehangen te worden. Ik had de bom nog in mijne hand, maar de afstand
-was te groot, om ze uit de hand weg naa den vijand te werpen; zeer
-gelukkig herinnerde ik mij dat ik denzelfden slinger, waarvan DAVID zig
-in het slaan van GOLIATH bediende, in mijn zak had; ik legde mijn bom
-daarin, en slingerde dezelve, dat zij midden onder het volk nederviel,
-en zoo als zij viel, barstte. Zij vernielde allen, die zig aldaar
-bevonden, behalven onze twee brave helden, die 'er behouden af kwamen,
-door dat zij zoo hoog gehangen waren: want zij waren even afgestoten;
-maar een stuk van de bom vloog met zoo grote kragt tegen den voet van
-de galg, dat dezelve terstond omver viel. Onze twee vrienden voelden
-niet zoodra den vasten grond onder de voeten, of zij zagen rond naa
-de oorzaak, waarom zij schier zoo spoedig nedergelaten werden, als
-zij waren opgehangen. Oordeelt over hunne verwondering, mijne Heeren!
-wanneer zij zagen, dat de wacht, de beul en alle de nieuwsgierige
-aanschouwers het in 't hoofd gekregen hadden, om de reis naa de andere
-waereld vroeger, dan zij, aantenemen. Zij wisten niet, maar vreesden, of
-hier onder wel niet iets anders schuilen mogt; waarom zij hunnen tijd
-niet wilden verspillen, gelijk die geleerde, die, een kop van een
-hollandschen tabakspijp op den kant van den _Teems_ gevonden hebbende,
-drie jaren agter één aanhoudend zijne hersenen[14] versleet, om te
-onderzoeken, hoe dezelve daar gekomen ware; en ten laatste besloot, dat
-een oud wijf van _Hilversum_, 't welk voor keukenmeid op een zeeuwschen
-smokkelaar gevaren had, den geheelen pijp misschien uit den tandeloozen
-mond had laten vallen; waarom hij nog zes dagen na den steel zocht, maar
-te vergeefsch. Hierom maakten zij, zonder verwijl, elkanders onbeleefde
-stroppen los, renden naa het strand en namen een spaansche boot met
-zes mannen daarin, door welken zij zig na een van onze schepen lieten
-roeien, en behouden daar aan boord kwamen: van waar zij, terwijl ik nog
-bezig was om den Generaal ELLIOT te verhaalen, hoe ik met de bom geleefd
-had, bij ons kwamen, ons om helsden, en wij met elkander den dag
-aangenaam en vrolijk ten einde bragten.
-
-[14] De Baron vergist zig hier: de man had niets in zijn hoofd, 't welk
- naar hersenen geleek.
-
-
-
-
-XI. HOOFDSTUK.
-
-_Een belangrijk verslag van de voorouders van den Baron.--Een verschil
- over de plaats, waar _NOACH_ zijne ark bouwde.--De geschiedenis
- van den slinger, en deszelfs hoedanigheden.--Een begunstigd
- digter wordt ingeleid, maar op geen roemrijke manier.--Koningin
- _ELIZABETH_, en hare gaaf van onthouding.--De vader van den Baron
- kruist van _Engeland_ naa _Holland_ op een zeepaard, 't welk hij
- voor zeven honderd dukaten verkoopt._
-
-
-Ja! ik zal aan uw verlangen voldoen, mijne Heeren!--immers zie ik aan
-uwe ogen, dat gij begeert te weten, hoe ik in 't bezit van zoo groten
-schat, als de bovengemelde slinger is, gekomen ben--onder één beding
-echter, dat gij van deze mijne openhartigheid geen misbruik maakt, en
-de huistwisten, welken onder mijne voorvaders hebben plaats gehad, en
-altijd behooren geheim gehouden te worden, niet verder voord verhaalt.
-
-Weet dan, dat ik in een regte lijn afstamme van MERAB, oudste dogter
-van zijne Israëlitische majesteit, Koning SAUL den eersten. Zij was,
-gelijk gij weet, eerst aan DAVID verloofd, en, het welk gij noch iemand
-wist, kreeg van hem, tot pand zijner minne, dezen slinger. Maar haar
-Koninglijke vader, die vrij onbestendig van aard was, trouwde haar daags
-daaraan uit aan ADRIËL den MEHOLATHITER; en dewijl hij daarenboven zeer
-bijgeloovig was, wilde hij, dat deze wonderbare slinger van DAVID,
-waarin hij een meer dan gewoone kragt onderstelde, aan ADRIËL en de
-oudste zoons in deszelfs geslagt, ten eeuwigen dage, als een bijzonder
-eigendom zoude toebehooren: opdat ADRIËL voornoemd, en zijne kinderen en
-kindskinderen na hem, altijd, gelijk ALEXANDER en CAESAR deeden, zouden
-kunnen zeggen: ik kwam, ik zag, ik won! 't Gebeurde op zekeren tijd, dat
-een zeer hevig huis krakeel tusschen ADRIËL en MERAB ontstond over een
-zaak van het alleruiterste gewigt; te weten, waar de plaats was, daar
-NOACH zijne ark had gebouwd, en waar deze na den vloed gebleven was. Dit
-geschil liep zoo hoog, dat 'er een scheiding van huwelijk op volgde:
-maar naardien zij begreep, dat de slinger eigenlijk aan haar en niet aan
-haren gewezen' echtgenoot behoorde, maakte zij hem denzelven, s' nachts,
-voor dat zij scheiden, afhandig, en beschonk daarmede haren jongsten
-zoon, die de zijde van de moeder gekozen had, en haar overal vergezelde.
-Dit verwekte in het vervolg wel een groten haat tusschen de broeders en
-hunne vrienden, zoodat zij dikwijls handgemeen raakten, maar de partij
-van MERABS zoon behield altijd de overhand; zoodat de slinger van dien
-tijd af onafgebroken in zijn geslagt gebleven, en alzoo, van vader tot
-zoon overervende, in mijne bezitting gekomen zij.
-
-Een van deszelfs eigenaars, mijn bet-oud-over-groot-vader, die voor
-omtrend twee honderd en vijftig jaren leefde, reisde naa _Engeland_, en
-werd aldaar zeer bekend met een groot digter, die door het stelen van
-herten zeer beroemd was: zijn naam was, zoo ik dien wel onthouden heb,
-SHAKESPEARE. Deze leende dien gedugten slinger zeer dikwijls[15] en
-doodde daarmede zoo veel wild van _Sir_ THOMAS LUZY, dat hij het lot
-van mijne twee vrienden te _Gibraltar_, ter nauwernood ontging. De
-arme SHAKESPEARE raakte in de gevangenis; en mijn voorvader bezorgde
-hem zijne vrijheid op eene zeer zonderlinge wijze. Koningin ELIZABETH,
-die toen op den throon zat, verviel, gelijk bekend is, in de grootste
-zelfsverveeling; de geringste zaak ontrustte haar, 't zij zij zig
-kleedde of ontkleedde, 't zij zij at of dronk; en alle andere
-verrigtingen, welken wij verzwijgen zullen, maakten haar het leven
-tot een last. Maar hij leerde haar de kunst, om dit alles door een
-gemagtigde te verrigten! En welke vergelding, denkt gij, dat die
-edelmoedige Vorstin in staat was, hem voor zoo gewigtigen dienst te
-doen aannemen?--geene andere, dan SHAKESPEARE in vrijheid te stellen.
-Zoo groot was zijne genegenheid voor dezen beroemden schrijver, dat
-hij met vermaak zijn eigen leven verkort zoude hebben, om de dagen van
-zijnen vriend te verlengen.
-
-[15] Men verwondere zig niet, dat mijn bet-oud-over-groot-vader dezen
- slinger op een speeltogtje bij zig had. Volgends den uitersten
- wil van MERAB moet ieder eigenaar hem altijd bij zig hebben.
-
-Ik heb nooit gehoord, dat één van hare majesteits onderdanen, en met
-naame de _vleescheters_,[16], zoo als zij in dien tijd plegen genoemd te
-worden, (hoewel ik weet, dat zij door die tijding zeer getroffen waren,)
-afgekeurd hebben, dat zij zoo geheel zonder allen voedsel leefde. Zij
-leefde maar zeven en een half jaren, naadat zij zoo matig was geworden.
-
-[16] _Beef-eaters._ Een naam die niet zelden door hen die gaarne
- rundvleesch aten, en het uit _oeconomische_ oorzaken moesten
- laten, aan de Koninglijke Garde gegeven wierd.
-
-Mijn vader, die de onmiddellijke bezitter van dezen slinger vóór mij
-was, en van wien ik hem kort voor mijne reis na _Gibraltar_ erfde, heeft
-mij daarvan de volgende bijzonderheid verhaald, welke zijne vrienden
-ook dikwijls van hem gehoord hebben, en aan welker waarheid niemand
-twijfelt, die den eerlijken ouden man gekend heeft.
-
-Hij wandelde aan het strand bij _Harwich_, met den slinger in zijn zak,
-en was nauwlijks eén mijl gevorderd, wanneer hij een stout beest, het
-zeepaard genaamd, ontmoette, 't welk met open muil en groote woede op
-hem kwam inloopen: een oogenblik stond hij in twijfel wat te doen; maar
-om zijnen slinger denkende, ging hij honderd treden agterwaards, nam een
-paar kittelsteenen, welke bij menigte aan 't strand liggen, en slingerde
-ze beiden zoo behendig naa het dier, dat ieder steen een oog weg nam,
-en in de holligheden, die zij gemaakt hadden, bleeven zitten. Hierop
-sprong mijn vader op het dier, ging op deszelfs rug zitten, en dreef
-het zeewaards in: want met het verlies van het gezigt verloor het ook
-zijne wildheid, en was zoo tam als een schaap. Mijn vader gebruikte den
-slinger in plaats van een breidel, en alzoo op zijn uiterste gemak dwars
-door de zee gevoerd wordende, kwam hij in minder dan drie uuren aan de
-overzijde, 't welk een weg is van ten minsten dertig hollandsche mijlen.
-De waard in de drie schenkkannen te _Helvoetsluis_ koft het zeepaard
-voor zeven honderd ducaten, om daarmede op de jaarmarkten rond te
-reizen; en mijn Vader ging den volgenden dag weder met de paketboot na
-_Harwich_.
-
- * * * * *
-
-_Mijn vader deed op deze reis vele zeer aanmerkelijke waarnemingen,
-welken ik in 't vervolg zal mededeelen._
-
-
-
-
-XII. HOOFDSTUK.
-
-_Een klugt; de gevolgen daarvan.--Het Kasteel van _Windsor_.--De
- St. _PAULUS_ kerk.--Het gildehuis van de geneesheren, de
- aansprekers, kosters enz. allen bijkans vernield.--Vaardigheid
- der kruidmengeren._
-
-
-DE KLUGT.
-
-Deze berugte slinger stelt zijnen bezitter in staat om alles ter uitvoer
-te brengen, dat hij onderneemt.
-
-Ik maakte een zoo groten luchtbol, dat de menigte van zijde, welke ik
-daartoe nodig had, allen geloof te boven gaat. Alle de winkels der
-kooplieden en de werkhuizen der wevers van _Londen_ en _Westmunster_
-waren niet in staat om zoo veel te leveren, als ik nodig had: ik kwam
-nog eenige duizende ellen te kort, welken ik met een kleinen luchtbol
-van _Lijon_ ging halen. Met dezen luchtbol en mijnen slinger voerde ik
-vrij wat klugten uit; als bij voorbeeld: het ééne huis van zijne plaats
-te nemen, en een ander in deszelfs stede te zetten, zonder de inwooners
-in 't minste te ontrusten, omdat zij meestal in een diepen slaap
-waren, of zig vermaakten met de verplaatsingen hunner huizen. Toen de
-schildwacht aan het Kasteel van _Windsor_ de klok van St. _Paulus_
-twaalf uuren hoorde slaan, kwam dit alleen door mijne kunst. Ik bragt
-deze gebouwen dien nacht naast aan elkander, door het Kasteel over
-te voeren na _St. George's Field_, en verplaatste het weder vóór
-dat het dag werd, zonder iemand zijner inwooners wakker te maaken.
-Niettegenstaande deze zeer aanmerklijke dingen, zoude ik van mijnen
-luchtbol en deszelfs eigenschappen altijd een geheim gemaakt hebben,
-als MONTGOLFIER de kunst van vliegen niet bekend had gemaakt.
-
-Op den _30sten_ van herfstmaand, wanneer het gilde der geneesheeren
-jaarlijksche verkiezing van nieuwe deken en vinders pleeg te doen, en
-bij die gelegenheid een zeer kostbaren maaltijd te houden, vulde ik mijn
-luchtbol, bragt dien boven het dak van hun pragtig gebouw, sloeg mijnen
-slinger om den vergulden kloot, op den top van deszelfs toren geplaatst,
-en het ander einde van den slinger aan den luchtbol vast gemaakt
-hebbende, klom ik met het gehele gestigt en al wat daar in was, tot eene
-onafmeetbare hoogte, alwaar ik die heeren zes weeken lang ophield. Gij
-vraagt, en dit verwondert mij niet, waarvan zij in al dien tijd leefden?
-Doch wat dit betreft, zij hadden geen nood ter waereld: want hunne tafel
-was zoo rijkelijk, of liever buitensporig, schoon maar voor éénen dag,
-voorzien, dat zij geen gebrek zouden gehad hebben, al had ik hen
-tweemaal zoo veel tijds in de lucht hangende gehouden.
-
-Hoe wel ik met dit alles niets anders dan eene onschuldige klugt
-bedoelde, was het echter de oorzaak van vele ongelukken voor verscheiden
-eerwaardige personen onder de geestelijken, aansprekers, kosters,
-doodgravers en dergelijken; zij leeden hierdoor, dit kan ik niet
-ontkennen, zeer veel nadeel: want het is in _Engeland_ eene algemeen
-bekende zaak, dat zoo lang dit ontzagchelijk gild in de lucht bleef
-hangen, en die heeren dus niet in staat waren om hunne zieken te
-bezoeken, in de beide steden _Londen_ en _Westmunster_ niet één mensch
-stierf, behalven eenige weinigen, die uitgeleefd waren, en sommige
-zwartgalligen, die, om hier eene of andere niet noemenswaardige
-onaangenaamheid te ontgaan, geweldige handen aan zig zelven sloegen;
-en had dit hangen langer geduurd, zoo waren alle de aansprekers, zeer
-waarschijnlijk, van honger gestorven, of onmagtig geworden, om hunne
-schulden te betaalen: de kunst der Kruidmengers, welke geduurende dezen
-tijd buitengemeen werkzaam waren, kwam hen alleen in hun ongeluk nog
-eenigzins te hulp.
-
-[Decoratieve illustratie]
-
-
-
-
-XIII. HOOFDSTUK.
-
-EEN UITSTAP NAA HET NOORDEN.
-
-_De Baron zeilt met Kapitein _PHIPPS_--valt twee zwaare beeren aan,
- welken hij ter naauwernood ontkomt.--Wint het vertrouwen van deze
- dieren, en vernielt duizend van dezelven; laadt het schip met
- derzelver hammen en huiden; zendt de eersten overal ten geschenke
- rond; en wordt daarvoor op alle feesten van de Stad genodigd.--Een
- verschil tusschen den Kapitein en den Baron, waarin de laatste,
- beleefdheidshalve, genoodzaakt is toe te geven.--De Baron weigert
- de eer van een throon._
-
-
-Het is u bekend, mijne Heeren! dat Kapitein PHIPPS WILD[17] (naderhand
-Lord R*****) eene reis gedaan heeft naa het Noorden om nieuwe
-ontdekkingen te doen; en dat ik dezen dapperen en edelmoedigen held,
-niet als Officier, maar als goed vriend op dezelve verzelde. Toen wij
-op eene hoge Noorderbreedte kwamen, beschouwde ik de voorwerpen, welken
-mij omringden, met mijn telescoop, waarmede ik u in mijne ontmoetingen
-te _Gibraltar_ heb bekend gemaakt. Onder anderen zag ik, dacht mij,
-twee grote witte beeren in een hevig gevegt op een berg van ijs, welks
-top veel hoger dan onze mast, en een half uur ver van ons af was. Zoo
-met een sprong ik buiten boord, met mijn schietgeweer op mijn rug, en
-klonterde dezen ijsberg op; maar om boven op den top daarvan te komen,
-was zoo gemakkelijk niet, als ik mij verbeeld had. De oppervlakte van
-het ijs was zoo oneffen, dat ik niet dan met de uiterste moeite en
-onbeschrijflijke gevaren tot deze dieren konde naderen. Dan eens
-ontmoette ik dwars uitstekende punten, tegen welken ik van onderen op
-moest op kruipen, om ze te boven te komen, of moest een omweg van ten
-minsten één uur lang maaken; dan eens werd ik op het onverwagtst gestuit
-door vreeslijke dieptens, over welken ik moest heen springen; en over
-het algemeen was het ijs zoo glad als een spiegel, zoo dat ik over dezen
-korten weg meer dan tien uuren doorbragt; eindelijk alle zwarigheden
-overwonnen en het einde van mijne reis bereikt hebbende, zag ik dat die
-twee beeren alleen met elkander speelden. Het eerste, dat ik nu deed,
-was eene berekening van de waarde hunner huiden: want zij waren ieder
-zoo groot en dik, als vette groninger ossen; het hierover met mij zelven
-eens geworden zijnde, meende ik aan te leggen; maar mijn regter voet
-gleed uit, ik viel op mijn rug, mijn geweer ging af, en de geweldige
-slag beroofde mij voor omtrend een half uur van alle mijne zinnen. Maar
-begrijpt hoe verbaasd ik was, toen ik, wederom tot mij zelven gekomen
-zijnde, merkte, dat één van deze dieren, die ik zoo even beschreven
-heb, mij op mijn buik gelegd had, en mij juist aan den band van mijn
-broek, die nieuw en van hartsleder was, in zijn bek vast hield. Het was
-zekerlijk voornemens mij elders heen te sleepen, wie weet waar heen!
-maar ik haalde dit mes uit mijn zak[18], gaf het eenige houwen in zijn
-agterpoot, en hakte drie teenen daar af; waarop hij mij terstond los
-liet en allerverschriklijkst bromde. Zoo als hij van mij weg liep, nam
-ik mijn roer, en vuurde op hem; waardoor wel deze beer viel, maar ook
-eenige duizenden zijner witte broederen, die ongeveer een half uur van
-mij op het ijs lagen te slapen, ontwaakten, en zonder dralen kwamen
-vliegen naa de plaats, van waar zij het geluid gehoord hadden. Dit zag
-'er akelig voor mij uit; en ik was 'er zekerlijk om koud geweest, had
-ik geen gelukkigen inval gekregen. Ik vilde den beer, kop en al, in
-de helft van den tijd, welken de meeste menschen tot het villen van
-een konijn nodig hebben; en stak mij zelven in den huid, mijn hoofd
-onder het zijne plaatsende. Spoediger, dan ik het u kan zeggen, had het
-gantsche heir van beeren mij omsingeld; en mijne angst en vrees, gelooft
-dit vrij, bragten mij in een deerniswaardigen toestand; maar tot mijn
-grootst geluk veranderde dezelve welhaast op eene verwonderlijke wijs.
-Allen kwamen ze mij berieken, en namen mij oogenschijnelijk voor een'
-broeder _Bruno_: dit bemerkende, en ziende, dat onder hen vele jongen
-waren, niet veel langer, dan ik, wagtte ik niet lang, maar bootste hun
-maaksel zoo goed na als ik kon. Toen zij allen, één voor één, mij, en
-het dood lighaam van hunnen broeder, wiens huid nu mijn beschermengel
-was, beriekt hadden, leefden wij zeer wel met elkander; en ik ondervond,
-dat ik hen in alles, behalven het knorren, brommen en omhelzen, vrij wel
-kon naaäapen. Hoe zeer ik nu een beer geleek, was ik echter nog genoeg
-mensch, om op middelen bedacht te zijn, hoe ik het algemeen vertrouwen,
-'t welk ik van deze dieren gewonnen had, tot mijn meeste voordeel zoude
-gebruiken.
-
-[17] Of deze PHIPPS WILD, een afstammeling is van dien JONATHAN WILD
- _den Groten_, wiens leven en daden zoo nauwkeurig en aardig
- beschreven zijn door den geestrijken en vernuftigen Heer H.
- FIELDING, meldt de Baron noch de Engelsche uitgever zijner
- avonturen: de inwoners en de belanghebbende kooplieden van St.
- Eustathius zullen dit misschien willen gelooven.--
-
-[18] De Baron toonde hierop dit vreeslijk werktuig aan zijne vrienden,
- die meenden, dat zij een lang en breed, scherp tweesnijdend mes,
- zoo als een bakkers biscuit-mes is, zien zouden. Maar ziet, het
- was niet anders, dan een tamelijk knipmes.
-
-Ik had van eenen ouden veld-wondheeler hooren zeggen, dat een wond in
-de ruggegraat doodelijk is, en dat hij, die ze ontvangt, op 't zelfde
-tijdpunt sterft. Hiervan besloot ik nu een proef te nemen, en nam
-wederom toevlugt tot mijn knipmes, waarmede ik den zwaarsten van allen
-vlak van agteren in den nek tusschen de schouders stak, echter niet
-zonder zeer grote vrees en ontroering, als niet twijfelende, of het
-schepsel, zoo het den steek overleefde, zoude mij aan duizend stukken
-gescheurd hebben. Maar ik was hierin boven alle verwagting zeer
-gelukkig: want het beest viel dood aan mijne voeten neder, zonder eenig
-geluid te geven, of één droppel bloeds te storten. Dit gaf mij moed en
-een voornemen, om ze allen op dezelfde wijze te vernielen, het welk ik
-met het grootste gemak van de waereld, in minder dan anderhalf uuren,
-verrigtte: want schoon deze dieren hunne gezellen zagen vallen, hadden
-zij geen vermoeden hoe genaamd wegens de oorzaak van derzelver dood.
-Toen zij allen dood voor mijne voeten lagen, hield ik mij zelven voor
-een tweeden SIMSON, die zijne duizenden verslagen had.
-
-Maar ik mag niet gaarn van zulke kleinigheden zoo lang spreken, en zeg
-daarom nog alleen: dat ik wederom naa het schip ging, en drie vierde
-gedeelte van de manschap met mij nam, om mij te helpen in het villen van
-de beeren, en derzelver hammen en huiden aan boord te brengen; 't welk
-wij in weinige uuren deeden, en het schip daar mede vol laaden. De
-andere stukken van deze dieren wierpen wij in zee; zij zouden zekerlijk
-wel even goed geweest zijn tot spijze als de hammen, zoo ze behoorlijk
-waren behandeld geworden; daaraan twijfel ik althands niet; maar wij
-konden in ons schip niet meer bergen.
-
-Zodra wij te huis gekomen waren, zond ik, uit naam van den Kapitein,
-eenige hammen ten geschenke aan de Lords van de Admiraliteit, aan de
-Lords van de Thesaurie, aan den Lord-Major en de Gemeenten van London,
-aan ieder lid van de verschillende handeldrijvende maatschappijen, en de
-overigen vereerde ik aan mijne bijzondere vrienden; van allen kreeg ik
-de hartelijkste dankzeggingen; maar bovenal van de stad, welke mij eens
-vooral op hare jaarlijksche maaltijd, ter gelegenheid van de verkiezing
-van eenen nieuwen Lord-Major, noodigde.
-
-Maar de huiden zond ik aan de _Czarin der Tartaren_, tot winterklederen
-voor hare Majesteit en het hof; waarvoor hoogstdezelve mij een brief van
-dankzegginge met haar eigen hand schreef, en door een buitengewoonen
-gezand zond, mij haare hand en kroon aanbiedende. Doch ik, die nooit
-naa Koninglijke waardigheden dong, bedankte hare Majesteit in de
-allerbeleefdste woorden voor deze gunst. Denzelfden gezant was bevolen,
-op mijn andwoord te wagten, en hetzelve _in persoon_ aan hare Majesteit
-over te brengen, waardoor hij drie maanden afwezig was. Het weder
-andwoord overtuigde mij ten vollen van de sterkte harer genegenheid
-en van hare grootmoedigheid; hare laatste ongesteldheid was alleen
-veroorzaakt (zoo als zij, die tedre ziel! zig onlangs in eene geheime
-onderhandeling met een der Rijksgroten uitliet) door mijne wreedheid.
-Wat schoons de sexe in mij moge zien, kan ik niet begrijpen: maar deze
-Vrouw is de eenigste Souvereine Vorstin niet, die mij haare hand heeft
-aangeboden.
-
-Sommige onbescheiden menschen hebben, alleen door wangunst, verspreid,
-als of Kapitein PHIPPS WILD, op dezen togt, niet zoo diep, als hij had
-kunnen doen, in het Noorden ware doorgedrongen. Maar hier moet en zal
-ik mij van mijnen plicht ten zijnen opzichte kwijten: ons schip was
-in een zeer goeden staat en nette orde, tot dat ik het met eene zoo
-verbazende menigte beerenhuiden en hammen geladen had, dat het dwaasheid
-zoude geweest zijn om verder te willen gaan; naardien wij nu nauwlijks
-tegen een labberkoeltje bestand waren, ik laat staan tegen die hooge
-bergen van ijs, welken wij hooger om den noord ontmoet zouden hebben.
-
-Deze Kapitein heeft zig naderhand dikwijls beklaagd, dat hij in de eer
-van dezen dag, welken hij met nadruk den _beerenhuids-dag_ pleeg te
-noemen, niet gedeeld had[19]. Daar bij benijdt hij mij niet weinig de
-eer van deze overwinning, en tracht die op allerlei wijzen te bezwalken,
-waardoor wij meer dan eens de hevigste woorden met elkander daarover
-gehad hebben, en wij elkander tegenwoordig niet zien of spreken: nu
-verzekert hij stoutelijk, dat 'er geen verdienste in gelegen is, dat ik
-de beeren misleid heb, omdat ik mij met een beerenhuid overdekte; ja hij
-verklaart, dat hij wel zonder deze vermomming onder hen had durven gaan,
-en dat zij hem nogthans voor een beer zouden aangezien hebben.
-
-[19] Ik weet met zekerheid, dat hij zig bij de Lords van de Admiraliteit
- te meermalen beroemd heeft, dat hij alleen door zijn beleid en
- moed alle de beeren gevangen had; waardoor hij zig zoo diep in de
- gunst en de goede gedachten van die Heeren heeft ingedrongen, dat
- zij hem voor den bekwaamsten man hielden, om een slag van gewigt
- te doen in één der laatste oorlogen, waarin hij zig wonder wel
- boven alle menschelijkheid en geheel naar beeren aard gedragen
- heeft. _Aantekening van den Engelschen uitgever._
-
-Thands is hij een edel Pair van 't rijk; en daar ik te wel bekend ben
-met goede manieren, wil ik mij over een zoo teder punt met zijn
-Lordschap in geen verschil inlaten.
-
-
-
-
-XIV. HOOFDSTUK.
-
-_Onze Baron overtreft den Baron _DE TOTT_ in alle opzigten; nogthans
- mislukt hem ééne zaak.--Valt in ongenade bij den groten Heer,
- die bevel geeft om zijn hoofd te brengen.--Ontkomt dit gevaar,
- en gaat aan boord van een schip, waarmede hij na _Venetie_
- vertrekt.--Afkomst van den Baron _DE TOTT_, en bijzonderheden van
- s' mans voorouders.--Eenige weinig of niet, bekende bijzonderheden
- van vroegeren tijd._
-
-
-De Baron de TOTT maakt van een eenige zaak meer ophefs, dan
-vele reizigers, die hun gantsche leven hebben doorgebragt met de
-verschillende delen van de waereld door te reizen. Ik voor mij, al was
-ik uit den mond van een mortier van _Europa_ na _Asia_ gevlogen, zoude
-ik daarvan naderhand niet half zoo veel gesnoefd hebben, als hij doet
-van het afschieten van één turksch kanon. Zijn gezegde nopens dit
-verwonderlijk stuk komt, naar mijn beste onthoud, hier op neder: _"De
-Turken hadden onder het kasteel, nabij de Stad, aan den oever van de
-vermaarde rivier de _SIMOIS_, een onzagchelijk groot metalen stuk kanon,
-'t welk een marmoren bal van _ELF HONDERD PONDEN_ zwaarte schieten
-kon. Ik was begeerig, zegt de _TOTT_, om het af te schieten, om dat ik
-nieuwsgierig was, welke uitwerksels het doen zoude. Het volk, dat ik bij
-mij had, sidderde op dezen voorslag, naardien zij zig verzekerd hielden,
-dat het niet alleen het kasteel, maar ook de gantsche Stad verwoesten
-zou: doch hunne vrees verminderde op mijne betere onderrigtingen
-aanmerklijk, en ik kreeg vrijheid om het aftesteken. Om het te laaden
-had ik niet minder dan _DRIE HONDERD EN DERTIG PONDEN KRUID_ noodig, en de
-kogel weegde, gelijk gezegd is, _ELF HONDERD PONDEN_. Toen de kanonnier
-de kogel aanstampte, liepen de overigen weg, zoo ver als zij konden: ja
-het was niet dan met de uiterste moeite, dat ik den _PACHA_, die juist
-op slag kwam, konde beduiden, dat 'er geen gevaar was: hij, die het lont
-moest aanleggen, beefde als een riet. Ik ging eenige steenworpen agter
-hem staan, gaf het sein en voelde een schok, als van eene aardbevinge!
-Op den afstand van drie honderd vademen borst de kogel in drie stukken,
-welken over de straat heen vloogen, in de bergen aan de overzijde
-belandden, en de oppervlakte van het water door de gantsche breedte van
-het kanaal deeden op bruischen."_
-
-Dit is, zoo nauwkeurig als ik het mij kan herinneren, het berigt van den
-Baron de TOTT, wegens het grootste stuk geschut in de bekende waereld.
-Toen ik aldaar, niet lang daarna, was, werd in het gantsche ottomanische
-rijk van niets anders gesproken, en men beschouwde dit afschieten van
-dat verschriklijkst geschut als een bewijs van s' Barons buitengewonen
-moed.
-
-Voor een Franschman wilde ik niet onder doen: daarom nam ik dit zelfde
-kanon op mijne schouders, en na het volmaakt in evenwigt gelegt te
-hebben, sprong ik daarmede in zee, en zwom naa de overzijde; van waar
-ik het ongelukkiglijk wederom wilde brengen op zijne voorige plaats.
-Ongelukkiglijk, zegge ik: want toen ik het in de hand nam, om het
-over te werpen, gleed het een weinig te vroeg uit, en viel daardoor
-in het midden van de straat, alwaar het nu in zee ligt, zonder eenig
-vooruitzigt om het ooit weder van daar te krijgen. De grote Heer
-nam dit betoon van mijnen moed en mijne kragten zoo euvel op, dat,
-niettegenstaande de grote gunst, waarin ik, gelijk ik reeds gezegd heb,
-(niettegenstaande de schathistorie, die ik u verhaald, en die hij mij
-vergeven had,) bij zijne Hoogheid stond, die wreede Turk bevel gaf om
-mij het hoofd af te slaan, en dit alleen, om dat ik een nutteloos stuk
-van ijdelen pragt in 't water had laten vallen. Eene van zijne Sultanes,
-welker grote gunsteling ik was, liet mij met den meesten spoed hiervan
-kennis geven, en tevens berigten, dat ik mij bij haar kon verbergen,
-terwijl men naar mij zocht; van welke en andere gunsten ik het gereedste
-gebruikt maakte.
-
-Maar den zelfden nacht begaf ik mij aan boord van een schip, 't welk
-gereed lag om naa _Venetie_ te stevenen: wij ligtten het anker en waren
-binnen drie tellens uit het gezicht van _Constantinopel_.
-
-Deze laatste gebeurdtenis, welke mij zoo gantsch mislukte, en waarbij ik
-het leven bijkans inschoot, had ik misschien niet behooren te verhaalen;
-maar daar dezelve niet strekt tot mijne oneer, wilde ik ze niet
-agterhouden.
-
-Dewijl ik het geluk heb, mijne Heeren! bij u bekend te zijn, als een
-allergeloofwaardigst man, die om al de logens van de waereld niet ééne
-onwaarheid zou willen voordbrengen, moet ik u waarschouwen, dat ik voor
-het volgend verhaal wegens de afkomst van den Baron niet kan instaan,
-maar het u mededeele, zoo als ik het te _Venetie_ van verscheiden
-menschen zeer dikwijls heb hooren verhaalen.
-
-Een van zijne voorvaderen was geboortig van _Bern_ in _Zwitzerland_, en
-een waterdrager te _Parijs_. Deze man maakte op eene zeer toevallige
-en koddige wijze kennis met de schoonheid, welke hij om eene zeer
-zonderlinge rede trouwde, en waarmede hij maar éénen dag in het huwelijk
-leefde. Deze vrouw was geboren in het gebergte van _Savoie_, en had,
-volgends den aard van dat land, op beide Sexen zoo grillig werkende,
-een zeer fraaijen groten wen in haren nek. Zij verliet het huis haarer
-ouderen, nog zeer jong zijnde. Te _Parijs_, werwaards zij gegaan was, om
-haar fortuin te zoeken, leefde zij eenigen tijd van de giften, welken
-eenige jonge Heeren aan haar uit liefde besteedden. Op zekeren nacht
-ontmoeteden deze twee vremdelingen elkander op straat, en kwamen in
-één punt samen; (zij hadden beiden een weinig te veel gedronken; ook
-brandden toen in _Parijs_ des avonds nog geen lantaernen; waardoor men
-elkander in den donker minder ontwijken konde); in dezen stand werden
-zij door de ronde gevat, naa de wacht, en 's anderen daags na 't
-spinhuis gebragt. Beiden verdroot dit opgeslooten en eenvormig leven;
-beiden dachten op hun ontslag; beiden bedachten hetzelfde middel, en
-beiden gaven het op denzelfden tijd aan hunne bewaarders te kennen;
-beiden ontschuldigden hun gedrag door hunne jeugd; beiden zochten het
-goed te maaken door te zeggen, dat zij aan elkander verloofd waren, en
-den volgenden dag met elkander in den echt zouden getreeden zijn. Beiden
-kwamen alzoo volmaakt met elkander overeen; beiden werden zij ontslagen,
-en door den aartsbisschop van _Parijs_ door den band des huwelijks
-vereenigd. Maar de jong getrouwde vrouw, die waande van adelijke
-herkomste te zijn, wilde nooit met een zwitzerschen burger te doen
-hebben: welke, op zijne beurt, begrijpende, dat hij overal te regt konde
-raaken, zijne preutsche verliet, met welke hij alleen getrouwd was, om
-zijne vrijheid weder te krijgen! Deze kiesche vrouw verbond zig kort
-daarna met een Koning, (wel te verstaan van een poppenspel) reisde met
-hem op alle kermissen, en kwam eindelijk te _Rome_. Hier viel zij in
-de ongenade van haren Vorst, werd uit zijn gebied gebannen en huurde
-een Oesterkelder digt bij het _Vaticaan_.--CÆSAR BORGIA, die veel van
-Oesters hield, kwam haar dikwijls bezoeken, en bleef wel eens een
-nachtje over. In één van dezelven ontving de bet-out-over-grootvader van
-onzen held het eerste bestaan, wiens moeder den volgenden morgen, voor
-het aanbreken van den dag, _Rome_ verliet.
-
-_Die dit verhaal gelooven wil, moge het doen, of een ander vertelsel
-volgen, waarvan het ééne mij te _Constantinopel_ gegeven is, het andere
-te _Rome_. Volgends het laatste zoude hij de zoon zijn van zijns Vaders
-Vrouw en _GANGANELLI_, ook bekend onder den naam van paus _CLEMENS_ de
-XIVde, die hem naa Frankrijk zond, eene goede opvoeding bezorgde, en een
-goed vermogen naliet: naar luid van het eerste was hij de bekende zoon
-van mevrouw _MARIA WORTHLEIJ MONTAGUE_, door haar bij den groten Heer
-overgewonnen in, haar bezoek van het serail[20]._
-
-[20] Over dezen zoon van MYLADY MONTAGUE kan de nederduitsche lezer
- eenige bijzonderheden vinden in de voorrede van den eerwaardigen
- Heer G. KUIPERS, geplaatst voor de door zijn Eerw. vertaalde reis
- van d' ARVIEUX naa den groten EMIR, gedrukt te _Utrecht_ bij H.
- VAN OTTERLOO 1780.
-
-
-
-
-XV. HOOFDSTUK.
-
-_Vervolg van het reisverhaal van _Harwich_ naa _Helvoet_.--Beschrijving
- van sommige zeedieren en andere voorwerpen, nooit bij eenig
- reiziger gezien.--Rotsen, op dezen togt liggende, zoo groot
- als de Alpische bergen; kreeften, krabben van eene buitengewone
- grootte.--Eene vrouw in het leven behouden.--Hoe zij in zee
- viel.--De manier van de Amsterdamsche Maatschappij met een goeden
- uitslag gevolgd._
-
-
-In het verhaal van mijns vaders reis over het britsch kanaal naa
-_Holland_ heb ik verscheiden zeer gewigtige zaken overgeslagen, welken
-wel waardig zijn der vergetelheid ontrukt te worden; waarom ik dezelve
-hier zal voordragen met zijne eigen woorden, zoo als ik ze hem menigmaal
-aan zijne vrienden heb hooren verhaalen.
-
-"Toen ik op _Helvoetsluis_ kwam," zeide mijn Vader, "merkte men op,
-dat ik zeer bezwaarlijk adem haalde. Door de bewoonders naar de reden
-gevraagd zijnde, andwoordde ik: het dier, waarop ik van _Harwich_
-gereden heb door de Noord-zee, zwemt nooit! dit is de bijzondere
-eigenschap en gesteldheid van het zeepaard, dat het niet kan drijven of
-zig bewegen op de oppervlakte van het water. Het liep ongelooflijk snel
-met mij, van het ééne strand tot het ander over den bodem van de zee,
-drijvende de visschen in millioenen voor zig heen. Veelen derzelven
-waren zeer verschillende van alle visschen, welken ik ooit gezien
-heb; sommigen hadden zelfs het hoofd aan het uiterste puntje van den
-staart.--Ik kruistte, dus vervolgde hij, een ontzagchelijken reeks van
-klippen, zoo hoog als het Alpische gebergte, over[21]; aan de voeten
-van deze bergen zag ik een grote menigte hoge, fraaie bomen, beladen
-met zeegewassen, als kreeften, krabben, oesters, mosselen, alikrieken,
-enz. enz. sommige van de welken een karrenvragt, en de minste een goede
-kruiersvragt uitmaakten! Alle visschen van deze soorten, die bij ons aan
-strand komen, en op de markten verkogt worden, zijn een veel kleiner
-dwergagtig soort, of liever spoelvrugten, dat is, zulke vrugten, welken
-door den slag des waters van de takken der bomen, waaraan zij groeijen,
-afgespoeld worden, gelijk de vrugten in onze tuinen door den wind worden
-afgeslagen van de bomen! De kreeftenbomen waren de fraaiste, maar de
-krabben- en oesterbomen de langste. De Paerlboom is een soort van
-heestergewas, en groeit aan den wortel van den oesterboom, om welken
-het zig heen slingert, gelijk de klimop om den eik.--Ik zag ook, welke
-uitwerksels verscheiden schipbreuken hier gehad hadden; in 't bijzonder
-van een schip, 't welk verongelukt was door te stooten tegen een zeeberg
-of rots, welks top maar drie vademen beneden de oppervlakte van het
-water was. Toen dit schip zonk, viel het op zijde, en drong een zeer
-groten oesterboom uit zijne plaats. Het was in den rijtijd, wanneer
-de oesters zeer groen zijn; veelen werden door den geweldigen stoot
-gescheiden, en vielen op een krabbenboom, welke daar naast aan stond:
-zij vereenigden zig en hebben een tweesoortigen visch voordgebragt.
-Ik deed eenige moeite om 'er één op te grijpen en mede te nemen;
-maar dit gelukte niet; omdat mijn zoutwaterige pegasus altijd veel
-tegenspartelde, zoo dikwijls ik hem in zijnen loop wilde sluiten:
-daarenboven was ik toen in een vollen galop op één der rotsen, die in
-'t midden van mijn weg waren, ten minsten vijf honderd vademen onder de
-oppervlakte der zee, en het gemis van lucht begon mij zeer hinderlijk te
-worden; waarom ik ook geen lust had, om mijn tijd te rekken: voegt hier
-bij, dat mijn toestand in andere opzigten zeer ongenoeglijk was; want
-ik ontmoette veele groote visschen, die, om naar derzelver open kaaken
-te oordeelen, niet alleen in staat waren, maar ook groten lust scheenen
-te hebben om ons te verslinden. Daar nu mijn rosinant blind was, moest
-ik alleen de wacht houden tegen deze hongerige heeren, 't welk mijne
-moeilijkheden niet weinig vermeerderde.
-
-[21] De toppen van deze zee-bergen strekken zig, van den onpeilbaren
- bodem der zee naa boven, uit, tot op een diepte van honderd
- vademen beneden de oppervlakte van het water.
-
-"Toen wij de hollandsche kust naderden, en wij niet meer dan twintig
-vademen water boven ons hoofd hadden, meende ik een menschelijke
-gedaante in vrouwen klederen, gevende nog eenige tekenen van leven,
-voor mij op den grond te zien liggen; en daar digt bij zijnde zag ik
-dat zij haare hand beweegde, welke gevat hebbende bragt ik haar als een
-lijk aan het strand. Een kruidmenger, die pas te vooren door Dr. HAUWES
-te _Londen_ onderwezen was, volgends de manier van de Maatschappij der
-drenkelingen te _Amsterdam_, behandelde haar zeer wel naar de kunst, en
-zij bekwam weder. Zij was de niet geliefde wederhelft van een man, die
-als schipper op den hollandschen paketboot op _Londen_ voer, en had, zoo
-als hij de haven uitzeilde, gehoord, dat hij een hoer bij zig aan boord
-had. Zij volgde hem in een open boot naa; en nauwlijks had haar man haar
-aan boord geholpen, of zij wilde hem met zoo veel drifts aanvliegen, dat
-hij het raadzaamst oordeelde na stuurboord te wijken, en alzoo liever te
-zien, dat zij hare vingers in de golven dan op zijn aangezigt tekende.
-Zoo als hij dacht, gebeurde het ook: want geen tegenstand ontmoetende
-viel zij aan den anderen kant van het schip weder in het water; waardoor
-het mijn ongelukkig lot werd, om den eersten grond te leggen tot de
-wedervereeninge dezer twee echtgenoten.
-
-"Ik kan mij zeer natuurlijk verbeelden, welke vervloekingen deze man
-op mij uitgespogen zal hebben, toen hij bij zijne terugkomst zag, dat
-dat lievertje hem opwagtte, en van haar vernam, hoe zij wederom in de
-waereld was gekomen. Dan, hoe groot het ongeluk moge zijn, 't welk ik
-dezen armen drommel gedaan heb, hoope ik, dat hij het mij bij zijn dood
-in liefde zal vergeven hebben, naardien mijn oogmerk goed was, hoe zeer
-de gevolgen, dit moet ik bekennen, allerverschriklijkst geweest zijn."
-
-Van _Holland_ sprekende, kan ik niet nalaten bij deze gelegenheid hier
-eene opheldering nopens den laatsten oorlog met _Engeland_ medetedeelen.
-Mij op de vloot van den admiraal PARKER bevindende barstede ik met alle
-de schepelingen van spijt, dat die laffe, weeke _Hollanders_, na ons zoo
-schandelijk in onze hoop en verwagting bedrogen te hebben, nog victorij
-durfden kraaien, door op de plaats van het gevegt te blijven liggen,
-terwijl wij, Meesters van de zee! met allen spoed een goed heen komen
-moesten zoeken. Terwijl de andere Officieren, zig aan hunnen spijt
-overgevende, het hoofd lieten hangen als een bies, begon ik op middelen
-bedacht te zijn, om de schande van dien dag door eene of andere
-schijnbare uitwerkselen en vrugten van onzen heldenmoed eenigzins te
-verminderen. Het middel was allerheerlijkst; doch gelukte mij maar ten
-deele. Ik liet naamlijk terstond al het stukkend glas en porcelein, 't
-welk op de vloot was, brengen aan boord van den admiraal, smolt het en
-blaasde een glazen duikerklok, naar de beschrijving van _Desaguliers_,
-zoo groot, dat twaalf mannen onder denzelven konden zitten en op den
-bodem van de zee wandelen. Zoo dra was alles niet vervaardigd, of ik
-begaf mij met zes timmerlieden en de nodige gereedschappen op reis, met
-voornemen, om de gehele _Hollandsche_ vloot te vernielen. Dit gelukte
-ons naar wensch met het eerste schip, in welks boeg wij een gat hakten,
-zoo laag en zoo groot, dat het noch gevonden noch gestopt konde worden.
-Hierop begaven wij ons naa de andere schepen; maar het opkomend onweder
-sloeg de boot, welke onze luchtbuizen bestierde, om ver, en wij moesten,
-tot onze innerlijkste smert, ons voornemen laten vaaren, om zelve
-behouden te blijven. Den Officier met de vier roeiers van de boot namen
-wij bij ons in de klok, welken wij omkeerden, en kwamen op deze wijs
-gelukkig bij den admiraal aan boord; die zig egter wel gewagt heeft, om
-in zijn berigt aan de LORDS van de admiraliteit de ware oorzaak van het
-zinken van _Holland_[22] optegeven.
-
-[22] Deze was de naam van dit vijandelijk schip.
-
- * * * * *
-
-_De vertaler verwagt, dat de nederlandsche lezer, dien de ware oorzaak
-van dit verongelukken niet onbekend is, weinig geloof aan dit verhaal
-zal geven._
-
-
-
-
-XVI. HOOFDSTUK.
-
-_Dit hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor
- de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen
- _Engelschman_, bijzonderlijk bij allen die in 't vervolg het
- ongeluk zullen hebben van krijgsgevangenen te worden._
-
-
-Op mijn hertogt van _Gibralter_ naa _Engeland_ reisde ik door
-_Frankrijk_, 't welk ik zonder eenigen hinder doen konde, omdat ik
-geen engelsche van geboorte was. In de haven van _Calais_ zag ik een
-schip binnen loopen, waarop een menigte _Engelsche_ matrozen als
-krijgsgevangenen waren. Zoo als ik hen zag, nam ik het onverwijld
-besluit, om dezen braven lieden hunne vrijheid weder te bezorgen. Tot
-dat einde maakte ik twee vleugels, ieder van welken honderd-en-twintig
-voeten lang en twee-en-veertig voeten breed waren: deze vleugels aan
-mijn lijf vast gemaakt hebbende vloog ik op, met het aanbreken van den
-dag, toen alle menschen, zelfs de wacht op het dek, nog sliepen. Toen
-ik boven het schip was, maakte ik met mijn slinger drie ijzeren haken
-aan de drie masten vast, en het schip alzoo eenige voeten uit het water
-opgeligt hebbende vloog ik het kanaal over na _Dover_, alwaar ik in een
-half uur aankwam.
-
-Wat de _Engelsche_ gevangenen en _Fransche_ wachten aanbelangt: zij
-waren al twee uuren in _Dover_ geweest, eer zij ontwaakten; wanneer de
-_Engelschen_, bemerkende waar zij zig bevonden, hunnen staat met dien
-der _Franschen_ veranderden, en wedernamen, het gene dezen hun ontroofd
-hadden; _en niet meer_: want zij waren te edelmoedig om wederwrake te
-nemen, en de _Franschen_ op hunne beurt te plunderen.
-
-Van deze vleugelen heb ik in den oorlog met _Holland_ nog
-eenige keeren gebruik gemaakt, doch zelden. Ik bezocht hunne
-scheepstimmerwerven,--waarop, voor ons _Engelschen_, met al te grooten
-ijver en voordvarenheid gewerkt wierd--om zoodanige hindernissen daar te
-stellen, als geschikt waren om derzelver arbeid te vertraagen; of zo dit
-niet gelukte, die schepen voor hen onbruikbaar te maaken; het welk ik
-deed door de kielen van sommige schepen aan de helling vast te nagelen,
-waardoor ze niet wilden afloopen, of om ver vielen; of door de bouten en
-pennen in den boeg los te maaken of die daar uit te haalen, zoodat het
-schip zoo spoedig zonk, als het te water kwam. enz. enz.[23]
-
-[23] Hierom heb ik altijd moeten lachen over de _Hollandsche_
- Patriotten, als ik hen in hunne nieuwspapieren hoorde klagen over
- werkeloosheid--over hunne ongegronde en ongerijmde staatkundige
- naarvorschingen naar de oorzaaken--hun ijdel geschreeuw van
- verraad en omkoopinge. Ik was geen _Hollander_, deed het
- buiten weten van een ieder, en kon daarvoor derhalven geen
- geld trekken.--Zoude de Baron met zijne vleugels wel door het
- Ministerie gebruikt zijn, om de tijding der vredebreuke en de
- instructien aan den Heer RODNEY over te brengen?
-
-Na het einde des oorlogs heb ik deze vleugelen aan den gouverneur van
-het Kasteel van _Dover_ geschonken, om aldaar ten eeuwigen dage bewaard,
-en aan de nieuwsgierigen vertoond te worden.
-
-
-
-
-XVII. HOOFDSTUK.
-
-_Eene reis naa Oost-indien.--De Baron spreekt van een vriend, die
- hem nooit misleidde; wint honderd guinees door zijn vertrouwen
- op den neus van zijnen vriend.--Wild opgestooten in zee.--Eenige
- omstandigheden, welken, zoo men hoopt, den lezer niet weinig zullen
- vermaaken._
-
-
-Op eene reis, die ik naa Oost-indien deed met Kapitein HAMILTON, nam ik
-een heel besten vriend, waarvan ik zeer veel hield, mede: ik zoude hem,
-om mij van de gemene spreekwijze te bedienen, voor geen goud zoo zwaar
-als hij was, hebben willen verkoopen. Het was de beste brak, dien ik
-ooit zag. Nooit heeft hij mij bedrogen. Wanneer wij op zekeren dag,
-volgends de beste waarneemingen, nog ten minsten drie honderd mijlen
-van land af waren, stiet mijn hond aan: hem meer dan een uur lang met
-verbaasdheid aangezien hebbende, zeide ik het tegen den Kapitein en
-alle de andere Officieren aan boord; hen verzekerende, dat wij naabij
-land moesten zijn, naardien mijn hond wild rook. Dit verwekte wel een
-algemeen geschater; maar verminderde geenszins de goede gedachten,
-welken ik van mijnen vriend had. Na lang voor en tegen sprekens
-hierover, zeide ik stout tegen den Kapitein, dat ik op WIM'S neus meer
-vertrouwde dan op de oogen van alle de zeelieden aan boord, en dat ik
-onbeschroomd mijn vragt 'er onder verwedden wilde, (te weten honderd
-guinees) dat wij binnen een half uur wild zouden opdoen. De Kapitein
-(een goedhartig man) lachte op nieuw, en begeerde dat Meester CRAWFORD,
-de scheeps-chirurgijn mijn pols zoude voelen; het welk hij deed, en
-verzekerde, dat ik volmaakt gezond was: hierop geraakten zij met
-elkander in het volgend gesprek, het welk, ofschoon zij zeer zagt
-spraken, en ik op eenigen afstand ware, ik egter verstaan kon.
-
-_Kapitein._ Het leutert hem zekerlijk in den bol: als een man van eer
-kan ik zijne weddingschap niet aannemen.
-
-_Heelmeester._ Ik denk daar anders over: hij is volmaakt gezond en bij
-zijn verstand (indien men ooit zeggen kan, dat zulke honden-gekken bij
-hun verstand zijn, waaraan ik twijfel); maar hij verlaat zig liever
-op de reuktepelen van zijnen hond, dan op het oordeel van alle de
-Officieren aan boord! hij wil zijn geld gewis verliezen, en verdient
-zulks rijkelijk.
-
-_Kapitein._ Zulk een zotskap, die zoo dwaas wil wedden, kan niet
-gezond zijn; en aan mijn kant zoude het niet braaf zijn, hem te
-staan.----Evenwel--als hij met zijn geld nog eens voor den dag komt,
-zal ik hem medenemen.
-
-Terwijl dit gesprek duurde bleef WIM al in dezelfde houding staan, en
-versterkte mij hoe langer hoe meer in mijn gevoelen. Ik stelde de
-weddingschap andermaal voor; en zij werd aangenomen.
-
-Eenigen tijd, nadat ik mijn hond had zien aanstooten, waren sommige
-matrozen gaan visschen in de grote sloep, welke agter aan het schip
-met een touw vast was (het was schoon en stil weder); maar weinige
-oogenblikken na onze weddingschap harpoenden zij een buitengewoon groten
-haai, welken zij aan boord bragten. Toen zij dien opsneeden, om de traan
-daarvan te bewaaren, ziet, zoo vonden zij in de maag van dit dier niet
-minder dan _zes koppels levendige Patrijzen_!
-
-Deze vogels waren zoo lang in die plaats geweest, dat ééne van de
-hennen op vier kiekens zat, en juist het vijfde uitpikte, toen de haai
-geopend werd.
-
-Deze jonge vogels werden opgekweekt met een nest jonge katten, die maar
-weinige minuten te vooren in de waereld waren gekomen! De oude kat was
-daar zoo mal mede, als met hare eigen jongen, en niet weinig verlegen,
-toen de oude hare zorgen en bestier ontvloog. Wat de andere patrijzen
-aangaat, daar waren vier hennen onder; ééne of meer derzelven zaten,
-geduurende de reis, aanhoudend te broeden, en alzoo hadden wij in de
-kajuit altijd overvloedig wild op tafel. Aan mijn besten WIM gaf ik, uit
-dankbaarheid (want hij had honderd guinees voor mij gewonnen) dagelijks
-de beenen, en somtijds een gehelen vogel, te kluiven.
-
-
-
-
-XVIII. HOOFDSTUK.
-
-Een tweede (maar toevallig) bezoek aan de Maan.----Het schip door een
- warrelwind afgenomen tot eene hoogte van duizend _Hollandsche_
- mijlen boven het water, daar het een anderen dampkring ontmoet,
- en in eene ruime haven in de Maan aankomt.--Eene beschrijving
- van de inwoners, en de wijze waarop dezelven aldaar ter waereld
- komen.--Dieren, gewoonten, wapens, wijnen, planten, enz. enz. enz.
-
-
-Ik heb u reeds gesproken van eene reis, die ik naa de Maan gedaan heb,
-toen ik naa mijn zilveren bijl zocht: naderhand deed ik nog eene reis
-derwaards, maar op een veel aangenamer en vermaaklijker wijze. Ook
-vertoefde ik aldaar toen lang genoeg, om het merkwaardigste te zien; 't
-welk ik u nu zoo nauwkeurig, als mijn geheugen toelaat, zal beschrijven.
-
-Ik ging op reis om nieuwe ontdekkingen te doen, zijnde daartoe
-aangezocht en gedrongen door een verren bloedverwant, die waarlijk
-geloofde, dat 'er zoodanig een volk, en van die grootte, als GULLIVER
-beschrijft in het rijk van _Brobdingnag_, zoude te vinden zijn. Ik voor
-mij hield dat verhaal wel voor een verdigtsel; maar dewijl hij zeer rijk
-was, en mij tot zijnen eenigsten erfgenaam verklaard had, wilde ik hem
-niet tegenspreken, en ondernam de reis. Wij zeilden met een aanhoudend
-gunstigen wind naa de Zuid-zee, daar wij voorspoedig, doch zonder eenige
-aanmerklijke ontmoeting, aankwamen, behalven dat wij vliegende mannen en
-vrouwen zagen, die in de lucht beurtelings handjeplak speelden en een
-menuet dansten.
-
-Ook zeilden wij het Eiland _Otahite_, waarvan Kapitein COOK spreekt, en
-waarvan daan hij OMAI mede nam, gelukkig voorbij; maar agttien dagen
-daarna ontstond 'er een geweldige orkaan, welke ons schip ten minsten
-duizend mijlen boven het water opligtte, en in die hoogte hield, tot dat
-een labberkoeltje van alle kanten in onze zeilen woei, en ons op eene
-verwonderlijke wijze hooger en hooger op voerde. Zes weeken lang op deze
-wijze boven de wolken voort gereisd hebbende, ontdekten wij een groot
-land, als een lichtgevend Eiland, rond en helder, alwaar wij in een
-zeer goede haven aanlandden, en terstond aan wal gingen. Wij bevonden,
-dat het bewoond was. Verre beneden ons zagen wij eene andere waereld,
-en daarin steden, bosschen, boomen, bergen, stroomen, zeeën, enz. enz.
-welke wij gisten, dat onze aarde was, die wij verlaten hadden. Hier
-zagen wij verbazend grote figuren, die drie hoofden hadden, en op gieren
-reedden; en om u van de grootte dezer vogelen eenig denkbeeld te geven,
-moet ik u zeggen, dat derzelver vleugels zoo breed waren als ons groote
-zeil, en wel zesmaal zoo lang (ons schip was van zes honderd tonnen). De
-inwooners van de Maan (want wij hoorden nu, dat wij in de Maan waren)
-rijden niet, gelijk wij op deze waereld doen, te paerd, maar zij gaan op
-deze vogels eens op een pleiziertogtje uit vliegen. Wij vernamen, dat de
-Koning van dit Eiland met de ZON in oorlog was. Zijne Majesteit wilde
-mij met een gezantschap daarheen vereeren; maar ik bedankte hem daardoor
-zeer beleefdelijk.
-
-In _die_ waereld zijn alle dingen van eene buitengewoone grootte; een
-gemene vlieg bij voorbeeld, is ten minsten zoo groot als bij ons een
-schaap; als zij oorlogen, zijn hunne voornaamste wapens radijzen,
-welken zij gebruiken als pijlen; zij die daardoor gewond worden sterven
-op het ogenblik, hoezeer die radijzen noch van natuur noch door kunst
-vergiftigd maar zeer gezond en smaaklijk zijn om te eten. Als zij
-geen radijs meer hebben, maaken zij hunne pijlen van de toppen van de
-aspergien, en hunne schilden van paddestoelen, die aldaar altijd te
-vinden zijn.
-
-[Illustratie: VII.]
-
-Hier zagen wij ook eenige inboorlingen uit de hondsstar: koophandel deed
-hun dit zwervend leven verkiezen. Hunne aangezigten waren gelijk die van
-grote doggen, en hunne oogen stonden op het tipje van den neus. Oogleden
-hadden zij niet; maar als zij sliepen, bedekten zij hunne ogen met de
-tong. Over het algemeen waren zij twintig voeten hoog; maar wat de
-inboorlingen van de Maan betreft, de kortste derzelven was meer dan
-zes-en-dertig voeten lang; zij werden aldaar niet genoemd menschen,
-maar kokende dieren: want zij maakten hunne spijs wel gereed, gelijk
-wij doen, met vuur; doch dit kostte hun zoo min als de maaltijd
-eenigen tijd: want zij openen hunne regterzijde, en zetten de gantsche
-hoeveelheid in ééns in de maag, welke zij dan weder toesluiten, tot op
-denzelfden dag in de volgende maand; naardien zij zich niet meer, dan
-twaalfmaal in een jaar, of iedere maand maar éénmaal, het innemen van
-spijs vergunnen: eene schikking die bij een ieder mensch, behalven bij
-vraten en lekkerbekken, moet en zal goedgekeurd worden.
-
-[Illustratie: VIII.]
-
-De vermaaken der liefde zijn in de Maan geheel onbekend: aldaar is, zoo
-wel onder de overige als de kokende dieren, maar eene of liever in het
-geheel geene kunne: want zij groeijen allen aan bomen van verschillende
-grootte en gedaante: die genen, waaraan de kokende dieren, of gelijk wij
-zouden zeggen, de menschen, groeijen, zijn de fraaiste van allen; zij
-hebben breede, dunne takken, en vleeschkleurige bladen, en brengen
-vrugten voord als noten, met harde schellen, ten minsten zes voeten
-lang; als zij rijp worden, 't welk men aan het veranderen van de
-kleur kan zien, worden ze afgeplukt, met grote zorgvuldigheid bij één
-vergaderd en weggelegd, zoo lang, als men dit goed vindt: want zij
-bederven nooit; en als zij het zaad van deze noten willen uitbroeden,
-werpen zij dezelven in een groten ketel met kokend water, waardoor de
-noot in weinige uuren zig opent en een volwassen schepsel daar uit
-springt.
-
-De natuur vormt deze schepsels reeds, eer zij in de waereld komen, tot
-derzelver verschillende beroepen; uit de eene noot komt een krijgsman,
-uit eene andere een wijsgeer, uit een derde een godgeleerde, uit een
-vierde een rechtsgeleerde, uit een vijfde een boer, uit een zesde
-een lompe kinkel, enz. enz. voord, en een iegelijk hunner begint zig
-terstond te voltooien, door dat gene 't welk hij te vooren maar in de
-bespiegeling kende, werkstellig te maaken.
-
-Als zij oud worden, sterven zij niet, gelijk wij; maar verdwijnen, als
-de rook, in de lucht? Drinken hebben zij niet nodig: want de eenigste
-uitwaassemingen, welken zij hebben, zijn ongevoelig en alleen bij de
-ademhalinge. Aan iedere hand hebben zij maar éénen vinger, waarmede zij
-alles zoo goed kunnen verrigten, als wij, die 'er vier hebben met een
-duim. Hunne hoofden dragen zij onder den regterarm; als zij op reis
-gaan, of eenige zware bezigheid hebben, laten zij ze meestal te huis:
-want zij kunnen dezelven op eenigen afstand gebruiken. Dit ziet men hier
-dagelijks; en als lieden van rang of aanzien onder de maanlingen begerig
-zijn om te weten, wat 'er bij den gemenen man omga, blijven zij zelve te
-huis, dat is, de romp staat in huis, en zenden hunne hoofden derwaards,
-welke aldaar ongemerkt kunnen tegenwoordig zijn, en keeren op hun gemak
-terug naa huis, met een verhaal van het gene zij gezien en gehoord
-hebben.[24]
-
-[24] Dit voorrecht--om zijn hoofd ongemerkt tegenwoordig te laten zijn
- in het huis van een ander,--hebben in de Maan alleen de lieden van
- rang en aanzien in de huizen hunner minderen: somtijds kunnen zij
- in de huizen van huns gelijken insluipen, doch zeldzaam en met zeer
- veel moeite en voorzigtigheid.
-
-De pitten van hunne druiven gelijken volmaakt naar hagel; en ik ben
-volkomen overtuigd, dat als een storm of harde wind de wijnstokken in de
-Maan stuk slaat, en de druiven van de ranken afbreekt, dan die pitten
-bij ons op de Aarde vallen, en onze hagelbuien maaken. Hierom zoude
-ik de zulken, die hierin met mij van 't zelfde gevoelen zijn, raaden,
-dat als het eens weder hagelt, zij dan die hagelstenen verzamelen, om
-Maanwijn daarvan te maaken. Zij smaakt zeer veel naar het wit Bergsch
-bier.--Eenige gewigtige omstandigheden heb ik nog vergeten te melden.
-Zij gebruiken hunne buiken, gelijk wij onze zakken, en dragen daarin
-alles wat hun gelieft: want zij kunnen die openen en sluiten, even
-gelijk hunne magen, naar welgevallen. Zij zijn niet belast met darmen,
-lever, hart of eenig ander ingewand; ook worden zij door klederen niet
-belemmerd, gelijk ook geen gedeelte van hun lighaam onzienlijk is, noch
-ongevoeglijk om het te vertoonen.
-
-Hunne ogen kunnen zij uit het hoofd nemen, of daar in laten, zoo als
-zij willen, en kunnen even goed zien, of zij dezelven in hunne handen
-of in hunne hoofden hebben. Gebeurt het, dat zij een oog verliezen of
-bezeeren, zij kunnen een ander leenen of koopen, en daarmede zoo goed
-zien, als met hunne eigen ogen. Uit dezen hoofde vindt men in alle
-landen van de Maan een groot getal winkeliers in ogen; ook zijn de
-inwoners in dit stuk, schoon ook hierin alleen, veranderlijk; somtijds
-zijn de groene, somtijds de geele ogen in de manier.
-
-Deze dingen zullen u zekerlijk zeer vreemd voorkomen, mijne Heeren?
-maar, indien bij iemand uwer nog eenige schaduw van twijfeling mogt
-overblijven, weet ik daar niet beter op, dan dat hij zelf eene reis naa
-de Maan doe, en dan zal hij weeten, of ik een geloofwaardig reiziger
-ben.
-
-
-
-
-XIX. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug, schip, boot,
- of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij ontwaakt na een
- langen slaap; en vernielt een gedrogt, het welk alleen leefde
- van de verwoesting van anderen._
-
-
-_Engeland_ ging ik voor de eerstemaal bezoeken in het begin der
-regeringe van den tegenwoordigen Koning. Ik moest eenige goederen te
-_Wapping_ gaan bezigtigen, die aldaar voor sommigen mijner Vrienden te
-_Hamburg_ ingescheept zouden worden, en keerde van daar over het plein
-van den Tower terug. Hier komende was ik zeer vermoeid, en vond de zon
-zoo verkwiklijk, dat ik in een kanon kroop om wat uit te rusten, en
-mij zelven te koesteren--en viel in slaap. Dit gebeurde omtrend de
-klok van negen uuren, op den vierden van Zomermaand, zijnde 's Konings
-geboortedag; en al het kanon, 't welk 's morgens vroeg al geladen was,
-werd stiptelijk ten één uur afgelost, ter gedachtenisse van dien dag.
-Ik, die niets kwaads vermoedde, ja zelfs niet gedacht had, dat de staat,
-waarin ik mij plaatste, voor mij gevaarlijk konde worden, werd over de
-huizen aan de andere zijde van de rivier geschoten, en viel, tusschen
-_Bermondseij_ en _Deptford_, neder, in een grooten hooischelf, zonder te
-ontwaaken. Hier bleef ik zoo lang in een vasten slaap liggen, tot dat
-het hooi zoo dier werd ('t welk omtrend drie maanden naderhand was),
-dat de boer goed vond zijn hooi te verkoopen. De schelf, waarop ik lag,
-was de grootste van allen op de werf, en bedroeg meer dan vijfhonderd
-voeders; waarom men denzelven het eerst aantaste. Het volk, dat met
-ladders tegen mijn bestede opklom, maakte mij door hun geraas wakker; ik
-begon te geeuwen, en mij wat uit te rekken; maar mij nog eens willende
-omkeeren (want ik was nog niet uitgeslapen, en wist volstrekt niets van
-den staat, waarin ik mij bevond) begon ik te rollen en viel van boven
-neder op het hoofd van den boer, welken dit hooi toebehoorde; van dezen
-val had ik zelf het minste leed niet; maar brak den boer den nek.
-Tot mijn troost hoorde ik naderhand, dat hij een allerverfoeilijkst
-charakter bezat, en de voordbrengselen van zijnen grond nooit dan voor
-de buitensporigste prijzen verkogt.
-
-
-
-
-XX. HOOFDSTUK.
-
-_De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan den
- berg _Etna_ gegeven te hebben; hij vindt zig zelven weder in
- de zuid-zee; bezoekt _VULKANUS_ op zijne reis; komt bij een
- _Hollander_ aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van kaas,
- liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige zonderlinge
- voorwerpen.--Zij verliezen hun compas; hun schip glijdt tusschen
- de tanden van een visch, onbekend in dit gedeelte van de waereld;
- hunne moeite, om zig uit die plaats te verlossen; zij komen in
- de _Kaspische_ zee.--De Baron laat een beer dood hongeren in
- zijne handen.--Eenige bijzonderheden van een borstrok.--In dit
- hoofdstuk, 't welk het laatste en het langste is, draagt de Baron
- zedekundige bedenkingen voor over de deugd van trouw en liefde tot
- de waarheid._
-
-
-De reizen van den heer BRYDONE naa _Sicilie_, welken ik met groot
-genoegen gelezen heb, haalden mij over, om den berg _Etna_ te
-bezoeken. Mijne reis derwaards, en mijne aankomst aldaar leveren geene
-bijzonderheden op, die waardig zijn om verhaald te worden. Op een morgen
-vertrok ik zeer tijdig uit eene hut, alwaar ik des nachts geslapen had,
-en welke zes mijlen van den voet des bergs gelegen was, met voornemen om
-dezen vermaarden berg van binnen te onderzoeken, al ware het, dat ik in
-deze onderneming moest omkomen. Na eenen zwaren arbeid van drie uuren
-bereikte ik de kruin van den berg, welke toen reeds zederd drie weeken
-gewoed had. Deze vertoning is door verschillende reizigers bereids zoo
-dikwerf beschreven, dat ik u niet wil ophouden met een verhaal van
-zaken, welken u zoo bekend zijn.
-
-Ik wandelde rondom den kelk, welke mij toescheen op zijn minst
-vijftienmaal groter te zijn dan de punch-kom van den duivel bij
-_Petersfield_, op den weg naa _Portsmouth_, maar zoo breed niet op den
-bodem: want aldaar gelijkt dezelve meer naar het naauwste gedeelte
-van een trechter, dan naar een punch-kom: kortom, ik had mijn besluit
-genomen; ik sprong 'er in, met de voeten vooruit, en vond mij op 't
-zelfde ogenblik in een hete trekkas, en mijn lighaam gekneusd en op
-verscheiden plaatsen gebrand door de gloeiende koolen, die zig, door
-hunne geweldige opbruizing, tegen mijne nederdaling verzetteden; maar
-mijne zwaarte bragt mij zeer schielijk op den bodem, daar ik, in het
-midden van getier en geschreeuw, vermengd met de verschriklijkste
-vloeken, aanlandde, en, na mijne zinnen weder vergaard te hebben en van
-de vermoeienis bekomen te zijn, eens begon rond te zien. Oordeelt over
-mijne verbaasdheid, Heeren! toen ik zag, dat ik in het gezelschap van
-VULCANUS en zijne Cijclopen gekomen was, en ontdekte, dat zij gedurende
-de drie laatste weeken met elkander getwist hadden, over het onderhouden
-van goede orde en behoorlijke ondergeschiktheid, en dat hierdoor dat
-groot geraas op de bovenwaereld gedurende dien tijd ontstaan was; maar
-mijne aankomst herstelde den vrede onder hen; zelfs deed VULCANUS mij de
-eer aan, om pleisters op mijne wonden te leggen, waardoor zij op staande
-voet genezen waren; ook zettede hij mij veelerleie ververschingen voor,
-in het bijzonder nectar, en andere fijne wijnen, zulken, tot welken
-de goden en godinnen alleen recht hebben. Na dit onthaal gebood
-VULCANUS aan VENUS, dat zij mij alle inschiklijkheid, welke mijn staat
-vereischte, betoonen zoude. Het is mij onmogelijk, om het vertrek en
-het ledikant, waarop ik mij ter rust begaf, naar waarde te beschrijven,
-waarom ik dit ook niet zal ondernemen: het is genoeg u te zeggen, dat
-geen tong in staat is om daaraan gerechtigheid te laten wedervaren, of
-van die goedaardige godin te spreken met woorden, welke maar eenigzins
-met hare verdiensten overeenkomen; de gedachte daar aan alleen maakt mij
-duiselig.
-
-VULCANUS gaf mij een zeer beknopt berigt van den berg _Etna_; hij
-onderrigtte mij, dat dezelve niets anders was, dan eene ophoping van
-de assche van zijn fornuis; dat hij dikwijls genoodzaakt was om zijn
-volk te kastijden, en dat hij, in zijne drift, de gewoonte had om hun
-gloeiende kolen na den kop te smijten, welken zij niet zelden met de
-grootste vaardigheid afkaatste, en bovenwaards naa de waereld wierpen,
-zoodat dezelve hen niet konden raaken: onze oneenigheden, voegde hij er
-bij, duuren somtijds drie of vier maanden, en de verschijnselen daarvan
-op de waereld, denke ik, dat gij stervelingen uitbarstingen noemt.
-Ook verzekerde hij mij, dat de berg _Vesuvius_ een andere van zijne
-werkplaatsen was, naa welken hij een toegang had onder het bed der zee,
-van drie honderd en vijftig hollandsche mijlen, en dat gelijke kijvagien
-aldaar gelijke uitbarstingen veroorzaakte.
-
-Als een nederig opwagter van Mevrouw VENUS zoude ik hier gebleven
-zijn; maar sommige bemoeizugtige snappers, die zig in de ondeugd
-vermaaken, luisterden VULCANUS iets in 't oor, 't welk in hem eene
-onverzoenlijke jaloersheid verwekte. Op zekeren morgen, wanneer ik,
-volgends gewoonte, mijne opwagting bij VENUS maakte, nam hij mij, zonder
-eenige voorafgaande kennisgevinge, onder zijnen arm, en droeg mij naa
-een vertrek, 't welk ik te vooren nooit gezien had, waarin, naar alle
-waarschijnlijkheid, een _wél_ was met een zeer wijde opening: hier
-hield hij mij boven met een uitgestrekten arm, en zeide: "_ondankbaar
-schepsel, keer weder naa de waereld, van waar gij gekomen zijt_:" en
-zonder mij tijd tot andwoord en verdediging te geven, smakte hij mij
-in het midden neder. Ik voelde, dat ik met eene verdubbelende snelheid
-naa beneden vloog, tot dat de ontsteldtenis mij van allen gevoel en
-opmerking beroofde. Naar mijne gissing viel ik in zwijn, waaruit ik
-spoedig ontwaakte, door het vallen in een groten kom waters, verlicht
-door de stralen van de zon. Van mijne jeugd af heb ik goed kunnen
-zwemmen, en aardige grappen in het water uitvoeren. In het eerst
-verbeeldde ik mij wel, dat ik in het paradijs was, in aanmerking van
-den angst en schrik, waaruit ik maar even bekomen was; doch eenigen tijd
-rond gezien hebbende, kon ik niets anders ontdekken dan een zeer ruime
-zee, alwaar men van alle zijden niets dan water zag, en begon nu eerst
-te gevoelen, dat het hier zeer koud was, en zeer veel verschilde van
-de luchtstreek van Meester VULCAAN'S winkel. Op eenigen afstand zag ik
-een ijslijk groot gevaarte, naar een steilen rots gelijkende, op mij
-aankomen; ras bemerkte ik dat het een druipende ijsberg was, welken ik
-rondom zwom, tot dat ik een plaats vond, van waar ik deszelfs top kon
-bereiken, gelijk ik deed, hoewel niet zonder eenige moeite; maar hier
-nog geen land kunnende zien, begon ik te wanhoopen, dat ik het ooit
-weder onder mijne voeten zoude krijgen; doch eer het donker werd, zag ik
-een zeil, werwaards wij zeer snel heen dreven; op een korten afstand
-riep ik aan het volk van dat schip, het welk mij in 't hollandsch
-andwoordde, waarop ik in zee sprong en zij mij een touw toewierpen,
-waarmede ik binnen boord gesleept werd. Op mijn onderzoek, waar wij ons
-bevonden, werd mij onderrigt, dat wij in den Zuider-oceaan waren, door
-welke ontdekking alle mijne twijfeling geheel werd weggenomen. Het was
-nu ontegenspreeklijk, dat ik van den berg _Etna_ gevlogen was door het
-middenpunt der aarde in de Zuid-zee, 't welk veel korter en beknopter is
-dan den halven aardbol om te dwaalen.--Deze reis heeft nog nooit iemand
-vóór mij gedaan, zelfs niet ondernomen; en doordien ze zoo onverwagt
-opkwam, en zoo snel voordging, heb ik geene waarnemingen kunnen doen;
-maar zijt verzekerd, mijne Heeren! dat ik bij eene volgende gelegenheid
-daarop meer bedacht en op alle bijzonderheden opmerkzamer zal zijn.
-
-Ik nam eenige ververschingen en begaf mij ter ruste. Maar hoe onbeleefd
-zijn toch de _Hollanders!_ want hun mijne ontmoetingen en wedervaren zoo
-nauwkeurig verhaald hebbende, als ik nu aan U gedaan heb, scheen het, of
-sommigen, waaronder de schipper zig bijzonderlijk onderscheidde, die
-zulks door zijne gebaarden en half uitgesproken woorden klaarlijk liet
-blijken, aan mijne geloofwaardigheid twijfelden; welke belediging ik wel
-moest opkroppen, vooral om dat hij mij zoo gemaklijk aan boord van zijn
-schip genomen had, en toen juist bezig was in mij met het nodige te
-gerijven.
-
-Ik vroeg hen, werwaards de reis geschikt was? en kreeg hierop ten
-andwoord: "om nieuwe landen te ontdekken, en waarnemingen te doen; en
-dat, _zoo mijne geschiedenis waar was_, zij niet geheel vrugteloos
-zouden te rug keeren." Wij waren nu juist in de streek van Kapitein
-COOK'S eerste reize, en kwamen den volgenden dag in _Botanij-baai_.
-Deze plaats zoude ik in geenen deele aan de Engelsche regering als een
-verblijf voor schurken, geschikt om hen te straffen, kunnen aanbeveelen;
-zij zoude bij mij liever geschikt worden tot eene beloning voor
-verdiensten, naardien de natuur hare beste geschenken alhier met eene
-zeer milde hand overal gestrooid heeft.
-
-Wij bleven hier maar drie dagen; en vier dagen na ons vertrek kregen
-wij een allerhevigsten storm, waardoor wij alle onze zeilen verlooren,
-de boegspriet in stukken brak en de top van de grootste mast van boven
-neder kwam, welke op het kastje viel, waarin ons compas was, en hetzelve
-met het compas geheel verbrijzelde. Allen, die ooit op zee geweest zijn,
-weten, welke gevolgen zoodanig een verlies kan hebben. Wij wisten niet,
-waarheen wij nu moesten stuuren; maar ten laatste bedaarde de storm, en
-werd gevolgd door eene gestadige heldere koude, welke ons geduurende
-drie maanden lang bijbleef, zoodat wij daardoor eene verbaazende weg
-moeten afgelegd hebben. Eindelijk merkten wij de grootste verandering
-op, in alles wat ons omringde; onze adem werd lichtgevende stralen; onze
-neuzen werden onthaald op de aangenaamste geuren van specerijen welken
-men zig verbeelden kan; zelfs had de zee hare gedaante veranderd, en was
-wit in stede van groen!! Weinig tijds na deze zonderlinge verandering
-ontdekten wij land, en op eenen kleinen afstand genaderd zijnde, zagen
-wij een rivier, welke wij, na die zes mijlen ver opgezeild te hebben,
-bevonden dat overal wijd en diep en enkel melk was, van den zuiversten
-en aangenaamsten smaak. Hier ankerden wij en ontdekten welhaast, schoon
-door het zonderlingste toeval van de waereld, dat het Eiland bestond uit
-een zeer grote kaas: want één van de bootsgezellen liep weg, zoodra wij
-aan land waren gekomen, maar kwam zeer schielijk wederom, om dat hij
-zig verbeeld had, dat hij overal kaas, waarvan hij een onverwinnelijken
-afkeer had, onder zijne voeten vond: wij lagchten hem wel helder uit;
-maar vrugteloos: want hij bleef stout en sterk staande houden, dat
-het gantsche land als met kaas bezaaid was: dit nader onderzoekende,
-bevonden wij, dat hij volkomen gelijk had, en dat het geheele Eiland,
-gelijk ik te vooren reeds heb opgemerkt, niet anders was dan een kaas
-van eene verbazende grootte! De inwoners leefden voornaamlijk van
-denzelven, en zoo veel zij daarvan bij dag gebruikten, groeide de kaas
-'s nachts wederom aan. Hier was een overvloed van wijnstokken met zware
-trossen druiven, welken geperst wordende niets dan melk leverden. Wij
-zagen ook de inwoners op schaatsen rijden over de room van de melk,
-daarop liggende als bij ons het ijs in 't water, schoon zoo dik niet
-en in het geheel niet hard; zij gingen zeer regt op, en hadden eene
-goede houding; zij waren negen voeten hoog, en hadden drie benen en
-eenen arm; over het geheel was hun voorkomen innemend; zij speelden op
-een jagthoren, welke bij volwassenen op het midden van het voorhoofd
-groeit, met veel bekwaamheid; zij zonken nooit, maar liepen en wandelden
-over hunne melk, als wij over onze weiden.
-
-Op dit Eiland, of op deze kaas, groeit zeer veel koorn, welks airen
-volkomen toegemaakt brood, als paddestoelen, voordbrengen. Op onze
-wandelingen over deze kaas ontdekten wij nog zeven andere stromen van
-melk, en twee van wijn.
-
-Zestien dagen voordgereisd hebbende, kwamen wij aan de andere zijde
-van het Eiland, en vonden aldaar blaauwe aarde, zoo als de kaaseters
-die noemen, welke allerlei fijne vrugten oplevert: want in plaats van
-millioenen mijten, welken men natuurlijk uit dezen grond verwagt zoude
-hebben, bragt dezelve alle soorten van persiken, abrikozen, en duizend
-andere allersmaaklijkste vrugten, welken wij niet kenden, voord.
-De bomen, welken van eene verbazende grootte waren, waren vol met
-vogelnesten, onder anderen van een ijsvogel, dat boven alle beschrijving
-groot was, ten minsten vijfmaal zoo groot in deszelfs omtrek als de
-koepel van de _St. Pauluskerk_ te _London_, en gemaakt, gelijk wij dit
-op nader onderzoek bevonden, van de grootste bomen, welken ik ooit
-gezien heb, die zeer kunstiglijk in elkander gevlogten waren: in dit
-nest waren ten minsten, (laat mij wel bedenken, want ik zou niet gaarne
-iets vergrooten) vijfhonderd eieren, en ieder ei was zoo groot als
-een gemeen oxhoofd; wij konden de jongen er in zien en hooren piepen.
-Een dezer eieren met zeer grote moeite opengehakt hebbende, kwam een
-nog gantsch vederloos jong daar uit, 't welk egter veel groter was
-dan twintig volwassen gieren. Zoo als wij dit jong uit zijnen kerker
-verlost hadden, schoot de oude ijsvogel toe, en onzen schipper in één
-van zijne klaauwen krijgende, vloog hij met hem wel een mijl hoog in
-de lucht, sloeg hem vreeslijk met zijne vlerken, en liet hem toen in zee
-vallen.--De inwoners verhaalden ons, dat deze vogels hunne jongen nooit
-uitpikken, maar met de eieren, zoo hoog als mogelijk is, in de lucht
-vliegen (waartoe het ééne nabuurig paar het ander altijd helpt; sommige
-eieren, welken wat groter dan gewone zijn, moeten zelfs door zes vogels
-tot die hoogte opgevoerd worden) en dezelven dan laten vallen, wanneer
-de dop door de ontvlambaare lucht in den brand en het jong volwassen er
-uit vliegt.--Deze is de _Phenix_ der ouden.
-
-Daar alle _Hollanders_ wel kunnen zwemmen, was onze schipper weder
-spoedig bij ons, en wij keerden terug naa ons schip, maar langs een
-anderen weg, dan wij gekomen waren, op welken wij zeer aardige en
-vreemde dingen zagen. Wij schooten twee wilde ossen, hebbende ieder één
-horen, welke tusschen de ogen dezer dieren groeit: maar hiervan hadden
-wij naderhand grote spijt, toen wij vernamen, dat de inwoners dezelve
-temmen, en gebruiken, als wij onze paarden doen, om daarop te rijden of
-hunne goederen te vervoeren: ons werd gezegd, dat het vleesch daarvan
-uitstekend lekker is, maar niet gebruikt wordt, omdat deze menschen
-enkel van kaas en melk leven.
-
-Toen wij tot op drie dagreizen ons schip genaderd waren, zagen wij drie
-mannen bij de beenen aan een zeer hogen boom hangen; op ons vraagen naar
-de reden dezer strafoefeninge, hoorden wij, dat zij alle drie reizigers
-waren geweest, en hunne Vrienden bij hunne terugkomst misleid hadden,
-door plaatsen te beschrijven, welken zij nooit gezien hadden, en dingen
-te verhaalen, die nooit gebeurd waren. Hoe ongelukkig zouden bijna alle
-reizigers van grote en kleine togten, in onze meer bekende en beschaafde
-landen, zijn, als dergelijke wet ook bij ons stand greep! Doch ik zou
-daarmede, wat mij aangaat, geen medelijden hebben, zoo min als dat deze
-wet mij op dit kaas-eiland eenigen kommer gaf, om dat ik mij altijd
-stiptelijk tot waaragtige gebeurenissen bepaald heb.
-
-Aan boord komende maakten wij ten eersten zeil, en verlieten dit
-zonderling eiland, doch niet zonder nieuwe redenen van verbazinge:
-naardien alle de bomen op het strand, welker getal zeer groot was,
-en waar onder eene menigte zeer hoog en zwaar waren, ons tweemalen
-groeteden op één tempo, en terstond hunne voorige houding, welke zeer
-regt was, aannamen.
-
-Na drie dagen zeilens, (waar? wisten wij niet, omdat wij zonder compas
-waren) kwamen wij in een zee, welke zig geheel zwart vertoonde; maar
-welke wij, die proevende, bevonden zeer goede wijn te zijn, zoodat wij
-heel veel moeite hadden, om te beletten, dat het scheepsvolk zig niet
-dronken zoop: doch na verloop van weinige uuren zagen wij ons omringd
-door walvisschen en andere ontzagchelijke groote dieren, één van welken
-zig zoo groot vertoonde voor het oog, dat men daarvan geen begrip konde
-krijgen. En daar wij dit verschriklijk dier niet zagen, voor dat wij
-digt bij hetzelve gekomen waren, slingerde dit gedrogt ons schip, met
-al zijn staande en loopend want in zijnen bek, tusschen zijne tanden,
-welken langer waren dan de grote mast van het grootste Oorlogschip. Na
-eenigen tijd hier gezeten te hebben, opende het dier den bek zeer wijd,
-en nam in één teug eene zoo onmeetlijke hoeveelheid waters in, dat ons
-schip, 't welk ten minsten vijfhonderd tonnen groot was, als met den
-snelsten vloed naa binnen in zijne maag vloog; alwaar wij zoo stil
-lagen, of wij ten anker waren, en in een dodelijke kalmte. De lucht was
-hier, gelooft dit vrij, zeer heet en hinderlijk. Hier vonden wij kabels,
-ankers, boten, sloepen en een aanmerklijk aantal schepen, welken dit
-dier had ingezwolgen, waarvan sommige geladen waren, anderen niet. Hier
-moesten wij alles bij het kaarslicht verrigten; zon, maan, noch sterren
-konden wij hier zien, om eenige waarnemingen te doen. Onze schepen
-dreeven tweemaal daags, en zaten tweemaal daags aan den grond; of met
-andere woorden, tweemaal daags hadden wij ebbe en vloed; waarvan de
-oorzaak deze was: als het dier dronk, hadden wij hoog, en als het zijn
-water maakte, hadden wij laag water; de hoeveelheid van water welk dit
-dier iedere keer inzwolg, was, volgends eene zeer gematigde berekening,
-meer dan 'er in het meir van _Geneve_ is, schoon dit dertig mijlen in
-den omtrek bevat.
-
-Op den tweden dag na onze gevangenis in dit gewest der duisternisse,
-ging ik bij laag water, gelijk wij zeelieden plegen te spreken, als ons
-schip aan den grond zat, met den schipper en eenige andere Officieren,
-hebbende ieder een toorts in de hand, eens wandelen, en ontmoeteden
-eene zeer grote menigte menschen van allerleie natien, ten getale van
-meer dan tien duizend; zij vergaderden om met elkander te overleggen,
-hoe zij hunne vrijheid zouden weder krijgen, hebbende sommigen hunner
-reeds verscheiden jaren in de maag van dit beest geleefd. Juist als de
-voorzitter dezer vergaderinge ons zoude beginnen te zeggen, tot welk
-einde wij bij den anderen waren gekomen, werd onze plaag dorstig, en
-dronk op deszelfs gewone manier; het water stortte met zoo veel gewelds
-naa binnen, dat wij allen verpligt wierden ons wederom naa onze schepen
-te begeven, of gevaar liepen van te verdrinken, zoodat sommigen nog
-moesten zwemmen, en naauwlijks hun leven reddeden. Doch weinige uuren
-daarna waren wij gelukkiger: want toen kwamen wij bijëen, zoodra het
-dier zig ontlast had. Ik werd tot voorzitter verkozen, en stelde voor,
-om de twee grootste masten, welken in de vloot waren, aan elkander te
-hegten, en als onze plaagbast den bek weder opende, dan gereed te zijn
-om dit houtje daarin te rammeien, en hem alzoo te beletten, dat hij dien
-niet weder sloot. Deze voorslag werd door de _gantsche vergadering
-goedgekeurd_, en tot een besluit gemaakt: het welk een ieder der
-aanwezenden met het stellen van zijn merk bekragtigde. Tot dit werk
-werden ettelijke der sterkste en onvervaardste kaerels uitgekozen, die
-hetzelve nauwlijks in gereedheid hadden, toen onze kerkervoogd den bek
-opende; maar onze brave manschap hunnen slag waarnemende, plaatsten op
-'t zelfde ogenblik het eene einde der masten tegen het verhemelte, en
-boorde het ander einde door de tong van dit dier, zoodat het zijnen bek
-niet weder konde toedoen. Nu werd het zeer ras hoog water; wij bemanden
-met der haast eenige sloepen, en lieten ons op deze wijze in de waereld
-boegseeren; wordende, na veertien dagen in deze duisternis gezeten te
-hebben, op de aangenaamste wijze door het verkwiklijk daglicht verrast.
-
-Wanneer wij allen van dit veel bevattend dier ons afscheid genomen
-hadden, monsterden wij onze vloot, en bevonden ons vijf-en-dertig
-zeilen sterk, van alle volken onder den hemel. De twee masten lieten
-wij in den bek zitten, om te beletten, dat anderen in denzelfden
-afschuwlijken kuil der duisternisse en onreinigheid geen schipbreuk
-zouden lijden. Een onderzoek, in welk gedeelte van de waereld wij ons
-bevonden, was onze eerste bezigheid, waarmede wij een zeer geruimen
-tijd doorbragten; wanneer ik, na lang vergeefsch zoekens, eindelijk uit
-eenige waarnemingen ontdekte, dat wij in de _Caspische_ zee waren, welke
-een gedeelte van het land der _Kalmucksche Tartaren_ bespoelt. Niemand
-kon begrijpen, hoe wij hier gekomen waren, naardien deze zee geene
-gemeenschap met andere zeeën heeft: één van de lange inwoners van het
-kaas-eiland, welken ik met mij genomen had, gaf 'er deze oplossing van:
-dat het gedrogt, in wiens maag wij zoo lang opgesloten waren geweest,
-ons hier gebragt had door onderaardsche kanalen; maar ons weinig daar
-over bekommerende, stevenden wij naa land, en ik was de eerste die voet
-aan wal zettede. Dewijl onze schepen ons hier van geenen dienst waren,
-verkogten wij ze allen aan den groten Heer; en ik nam aan om dezelven
-met mijn slinger en vleugels uit de _Caspische_ naa de _Oost-zee_ te
-brengen, om in eenen volgenden Oorlog tegen _Rusland_ gebruikt te kunnen
-worden.--Nauwlijks was ik landwaards in gegaan of 'er kwam een grote
-beer op mij aanloopen, en wilde mij te lijf; maar ik greep hem bij zijne
-voorpoten, in iedere hand één; kneep hem, dat hij lustig schreeuwde, en
-hield hem op deze wijze zoo lang, tot dat hij van honger stierf.
-
-Van hier reisde ik, voor de tweede keer, naa _St. Petersburg_, alwaar
-een oud vriend mij een zeer goeden brak, een jong van die berugte teef,
-waarvan ik meermalen gesproken heb, welke jongen wierp terwijl zij
-een haas naa zettede, vereerde. Ik had het ongeluk hem kort daarna
-te verliezen, door een schot van een lompen onbezuisden jager, die op
-hem schoot in plaats van op een nest met veldhoenders, welken hij had
-opgestoten. Van het vel van dit schepzel heb ik dezen borstrok gemaakt
-(welken de _Baron_ na dien tijd altijd droeg, en bij dit verhaal aan
-zijne vrienden toonde) welke het vermogen heeft om mij, zelfs tegen
-mijnen wil, te brengen, ter plaatse daar wild is, zoo menigmaal ik in
-dien tijd op het veld ben. Als ik binnen een snaphaan schot kome, is het
-nog nooit anders gebeurd, of _één van de knopen vliegt van mijn borstrok
-af, en valt op de plaats, daar het wild is_, het welk, dan opvliegende,
-mij nog nooit muslukt is te raaken: want ik ga altijd wandelen met
-geladen geweer en overgehaalden haan. Eer de jagttijd aankomt, zal
-ik weder een nieuw stel knopen in gereedheid hebben.
-
-Als een nest met patrijzen op deze wijze, door het vallen van een knoop
-onder dezelven, gestoord wordt, vliegen ze altijd op in een regte lijn
-agter elkander. Op zekeren tijd vergat ik den hagel, en latende mijn
-laadstok in den loop, schoot ik denzelven zoo regt door de vogels heen,
-als of de kok ze aan 't spit gestoken had; ook had ik vergeten een prop
-op het kruid te doen, waardoor de laadstok zoo heet wierd, dat de vogels
-volkomen gaar waren, eer ik te huis was.
-
-Zoodra ik in _Engeland_ terug gekeerd was, volvoerde ik dat gene, het
-welk mij het naast aan 't hart lag; te weten een bestaan te zoeken voor
-den kaas-eilander, welken ik mede gebragt had. Mijn oude vriend, de
-Heer WILLEM VAN KAMEREN, die aan mij alle zijne denkbeelden over het
-aanleggen van chineesche tuinen, met welker beschrijving hij zoo veel
-roems verworven heeft, verschuldigd is, toonde zig in een gesprek, het
-welk ik kort na mijne wederkomst met hem hield, zeer verlegen om een
-middel, om de nieuwe vierkante lantaarns te ontsteken; hij merkte aan
-dat de gewone manier met ladders hier niet gevolgd kon worden; mijn
-geboren kaas-eilander kwam mij in 't hoofd, die van negen voeten, welke
-zijne lengte was toen ik hem mede nam, tot tien en een halven voet
-gegroeid was: ik bragt hem bij dien Heer, die hem met het aanzienlijk
-ampt van ontsteker der nieuwe lantaarns begunstigde. Ingevolge hiervan
-is hij tegenwoordig bezig, om in zijne zakken onder een groten klok een
-lamp te brengen, in plaats van die welken de Heer WILLEM VAN KAMEREN zoo
-opzigtelijk in 't midden van een vierkanten lantaarn geplaatst had.
-
-
-
-
-_Drukfouten, dus te verbeteren._
-
-
- Bladz. 5 reg. 5 horirzontaal _lees_ horizontaal
- ------ 16 reg. 10 wilde _lees_ wilden
- ------ 19 reg. 8 _hunner_ lees _deszelfs_
- ------ 20 reg. 13 zal _lees_ zag
- ------ 63 reg. 7 _bijen_ lees _beeren_
- -------- ----- 2 v. o. _welken_ lees _welke_
- ------ 86 reg. 3 _schiet_ lees _de Baron schiet_
- ----- 183 reg. 5 v. o. zij _lees_ zijn
- ----- 185 reg. 5 linkerzijde _lees_ regterzijde.
-
- * * * * *
-
-
-VOOR DEN BINDER.
-
- Plaat I te plaatsen tegen over Blad 22
- II --------------------------- 35
- III --------------------------- 51
- IV --------------------------- 58
- V --------------------------- 61
- VI --------------------------- 84
- VII --------------------------- 184
- VIII --------------------------- 185
-
-
-
-
- +--------------------------------------------------------+
- | |
- | NADERE OPMERKINGEN BETREFT SPELLING: |
- | |
- | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de |
- | originele, (zeer) verouderde spelling. |
- | Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. |
- | Variaties in spelling zijn behouden. |
- | De oude schrijfwijze is blijven staan van bijv.: |
- | welsprekenheid, hende, al, toonen, luisterden, |
- | gebaarden, gebeurenissen, muslukt. |
- | |
- | |
- | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
- | |
- | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
- | |
- | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
- | |
- | B: dan vert haalde hij--geheel |
- | C: dan verhaalde hij--geheel |
- | B: Baron--Ongeval van des |
- | C: Baron.--Ongeval van des |
- | B: lek gestopt_ _a posteriore_ |
- | C: lek gestopt _a posteriore_._ |
- | B: zijne gantsche klêerkamer in verwarring |
- | C: zijne gantsche kleêrkamer in verwarring |
- | B: paerd legde mijn oor op den |
- | C: paerd, legde mijn oor op den |
- | B: onder het schot krijgen--Het was |
- | C: onder het schot krijgen.--Het was |
- | B: van onderen, Men laat ze neervallen, |
- | C: van onderen. Men laat ze neervallen, |
- | B: van mij af, nit de vesting naa |
- | C: van mij af, uit de vesting naa |
- | B: onverwagt gezelschap--Komt, tegen zijn |
- | C: onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn |
- | B: onderscheiden." |
- | C: onderscheiden. |
- | B: laten, brak. Ware de _Ballon_ |
- | C: laten, brak." Ware de _Ballon_ |
- | B: wakker kittelen," Hier op mikte |
- | C: wakker kittelen." Hier op mikte |
- | B: Phijsica, maar klnderen zijn, niet |
- | C: Phijsica, maar kinderen zijn, niet |
- | B: zijne ark bouwde--De geschiedenis |
- | C: zijne ark bouwde.--De geschiedenis |
- | B: roemrijke manier--Koningin |
- | C: roemrijke manier.--Koningin |
- | B: de Koninglijke Garde gegeven wierd. |
- | C: de Koninglijke Garde gegeven wierd |
- | B: Lord R***** eene reis gedaan heeft |
- | C: Lord R*****) eene reis gedaan heeft |
- | B: mans voorouders--Eenige weinig of |
- | C: mans voorouders.--Eenige weinig of |
- | B: dezer twee echtgenoten." |
- | C: dezer twee echtgenoten. |
- | B: de chirurgijnmijn pols zoude |
- | C: de scheeps-chirurgijn mijn pols zoude |
- | B: aldaar niet genoemd schen, maar |
- | C: aldaar niet genoemd menschen, maar |
- | B: welken de Heer KILLEM VAN WAMEREN zoo |
- | C: welken de Heer WILLEM VAN KAMEREN zoo |
- | |
- +--------------------------------------------------------+
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De verrezen Gulliver; behelzende de
-zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen,, by Rudolph Erich Raspe
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VERREZEN GULLIVER ***
-
-***** This file should be named 42878-8.txt or 42878-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/2/8/7/42878/
-
-Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
-http://www.pgdp.net (produced from scans from Early Dutch
-Books Online & Universiteitsbibliotheek, Amsterdam)
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License available with this file or online at
- www.gutenberg.org/license.
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation information page at www.gutenberg.org
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at 809
-North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
-contact links and up to date contact information can be found at the
-Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.