diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-03-07 21:19:27 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-03-07 21:19:27 -0800 |
| commit | a5ec4db41a4bd07f3702461a5b2233c9e6193fe4 (patch) | |
| tree | f53deeff01f8bc609c82a8df75b53980648a421b /42878-8.txt | |
| parent | b33372d71f9a4537bc081218aa7f9d33caba7a0f (diff) | |
Diffstat (limited to '42878-8.txt')
| -rw-r--r-- | 42878-8.txt | 3822 |
1 files changed, 0 insertions, 3822 deletions
diff --git a/42878-8.txt b/42878-8.txt deleted file mode 100644 index 26ca8dc..0000000 --- a/42878-8.txt +++ /dev/null @@ -1,3822 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De verrezen Gulliver; behelzende de -zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen,, by Rudolph Erich Raspe - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: De verrezen Gulliver; behelzende de zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen, - In Rusland, Ysland, Turkije, Egipte, Gibraltar, in de - Kaspische, Middellandsche en Atlantische Zeëen, en door - het middenpunt van den berg Etna naa de Zuid-zee - -Author: Rudolph Erich Raspe - -Translator: Unknown Unknown - -Release Date: June 4, 2013 [EBook #42878] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VERREZEN GULLIVER *** - - - - -Produced by the Online Distributed Proofreading Team at -http://www.pgdp.net (produced from scans from Early Dutch -Books Online & Universiteitsbibliotheek, Amsterdam) - - - - - - +-----------------------------------------------------------------+ - | | - | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | - | | - | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | - | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | - | Voetnoten zijn hernummerd. | - | | - | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als | - | _cursief_. | - | | - | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | - | gecorrigeerd. De vermelde errata zijn in de tekst veranderd. | - | | - | Meer informatie aangaande de spelling en de aangebrachte | - | correcties is te vinden aan het eind van dit e-boek. | - | | - | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | - | e-boek op http://www.gutenberg.org/ | - | | - | Voor de samenstelling van dit e-boek dienden de scans van Early | - | Dutch Books Online (http://www.earlydutchbooksonline.nl/) als | - | bron. Als bron daarvoor diende het exemplaar uit de | - | Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. | - | | - +-----------------------------------------------------------------+ - - - - - DE - VERREZEN - GULLIVER; - - BEHELZENDE DE ZONDERLINGE - REIZEN EN AVONTUREN, - VAN DEN BARON VAN - MUNCHHAUSEN, - - In _Rusland_, _Ysland_, _Turkije_, _Egipte_, - _Gibralter_, in de _Kaspische_, _Middellandsche_ - en _Atlantische_ Zeëen, en door het middenpunt - van den berg _Etna_ naa de _Zuid-zee_: - - ALS MEDE - - Het verhaal van zijne reis naa de MAAN en de - HONDSTAR, en de Burgerlijke en Staatkundige - gesteldheid aldaar; met vele bijzonderheden - van _Wezens met kookende maagen_, die men hier - gewoon is _Menschen_ te noemen, enz. enz. - - _Naar den vijfden druk uit het Engelsch vertaald._ - - MET PLAATEN. - - _Te HUAHEINE_ - Bij OMAI, _'s Landsdrukker_ - 1790. - - - - - BERIGT - VAN DEN - UITGEVER. - - -'t Werkje, dat wij den Nederlander, in zijne moedertale, thands -aanbieden, is oorspronglijk in 't Engelsch geschreven, en in _Engeland_ -met zoo veel graagte en goedkeuringe ontvangen, dat het binnen weinige -dagen driemaal herdrukt moest worden. - -Die vier eerste uitgaven waren egter op verre na zoo volledig niet, als -de vijfde druk, naar welke deze vertaling gevolgd is, en bestonden -alleen uit de vijf laatste hoofdstukken van het eerste deel. - -Welhaast werd het in bijkans alle talen van _Europa_ vertolkt, en met -zoodanige bijvoegselen en aantekeningen vermeerderd, als de uitgevers -raadzaam oordeelden. - -De zoodanigen, die wij daartoe meenden geschiktst te zijn, hebben -wij uit die vertalingen overgenomen, en 'er dat gene van ons eigen -bijgevoegd, 't welk wij begrepen in staat te zijn, om 't loflijk -oogmerk van den vernuftigen schrijver, onder de Nederlanders te -bevorderen. - -Want hield LUCIANUS het, ten zijnen tijde, reeds noodzaaklijk, om -zijne _Waaragtige Geschiedenissen_, zoo als hij zijne verdigtselen -zeer geestig noemt, te schrijven, zoo om zijnen lezer op eene aangename -wijze te onderhouden, als om den draak te steken met zulke Reizigers -en schrijvers, die niet ontzien, om eene menigte van gedrogtlijke en -ongelooflijke vertelselen op te disschen; zoo meende ook de Baron van -MUNCHHAUSEN, een man van grooten smaak, en vernuft, dit voorbeeld van -den geestigen LUCIANUS, waaruit hij het een en ander heeft overgenomen, -zeer gepast, om het belagchlijke en haatlijke van zoodanige vertelselen -onder het oog zijner tijdgenoten te brengen. - -Daarbij had de ondervinding den Baron geleerd, dat men met al zijn -redeneren, bevooröordeelde menschen tot het gezond verstand niet kan -terug brengen; en dat zij, die gewoon zijn op een hoogen toon te -spreken en stout te verzekeren, zeer geschikt zijn, om hunne hoorders -daarvan te ontzetten. Hierom redeneerde hij nooit met zoodanige lieden, -maar wendde de gesprekken altijd zeer behendig op onverschillige zaken, -en dan verhaalde hij--geheel in zijne eigen manier en bijzonderen -smaak--de eene of andere geschiedenis van zijne reizen, veldtogten -en avonturen. - -Zoo geschikt deze manier is, om den snoevenden Reiziger en -grootsprekenden loogenaar te beschaamen; zoo goed is de Baron ook -geslaagd in het uitkiezen zijner ongerijmde vertelselen; waarin -zijn oogmerk alleen is, om aan te toonen, dat een zucht om zoo -genoemde snakerijen te vertellen, of den menschen wat op den mouw -te spellen, in den grond niet anders is dan liegen en misleiden, en -dat de hebbelijkheid om alle gezelschappen van vrienden en vreemden -met onwaarheden bezig te houden, eigenlijk is, het haatlijkste en -verachtlijkste misbruik te maaken van het geduld en de inschiklijkheid -zijner beschaafde medeburgeren, die 'er zig niet aan waagen willen, om -door zulke onbeschaamde loogenaars op eene onbeschofte manier bejegend -te worden. - -De verbazend snelle en groote aftrek, welke dit werkje in _Engeland_ -gehad heeft, toont, dat men aldaar zeer wel dit zedekundig oogmerk -van den schrijver gevat heeft. Zelfs heeft een zeker geleerde van dat -gewest, te regt, aangemerkt, dat men hetzelve, zeer eigenlijk, DEN -ZEDENMEESTER DER LOOGENAREN zoude kunnen en behooren te noemen. - -Dit doel, ook onder de Nederlanders te bevorderen is het oogmerk des -Nederduitschen uitgevers; die te gelijk ten oogmerke heeft, wanneer een -goed vertier een tweede oplaag vereischen mogte, het werkje met meer -plaatjens te versieren en met zoodanige bijvoegselen te vermeerderen, -als de behoefte van Nederland, daar liegen en lasteren niet minder -heerschen als in andere gewesten, vordert. - - - - -INHOUD. - - -I. HOOFDSTUK. - -_De Baron geeft een verslag van zijne eerste reis.--Verbazende -uitwerksels van eenen storm.--Komt op _Ceilon_; vecht aldaar met -twee buitengewoone vijanden, en overwint dezelven.--Komt in -_Holland_ terug._ _bladz._ 1 - -II. HOOFDSTUK. - -_In het welk de Baron toont, dat hij een goed schutter is.--Hij -verliest zijn paerd, en vindt een wolf;--welken hij voor zijne -slede spant.--Hij belooft het gezelschap te zullen onderhouden -met een verhaal van zoodanige dingen, welke deszelfs -opmerkzaamheid wel waardig zijn._ 19 - -III. HOOFDSTUK. - -_Eene zonderlinge ontmoeting tusschen den neus van den Baron en -den post van eene deur, met derzelver wonderlijk gevolg.--Hij -schiet vijftig koppels ganzen en ander gevogelte met één -schot.--Jaagt een vos uit zijn vel.--Leidt eene oude zog naa -hare woning, op eene nieuwe wijze; en vangt een wilden Beer._ 27 - -IV. HOOFDSTUK. - -_Aanmerkingen over het St. Huberts hert.--De Baron schiet een -hert met kersenstenen; het verbazend gevolg daarvan.--Doodt een -beer door eene buitengewone vaardigheid; zijn gevaar aandoenlijk -beschreven.--Wordt overvallen door een wolf, welken hij 't -binnenste buiten keert.--Wordt besprongen door een dollen hond, -welken hij ontsnapt.--De pels van den Baron wordt dol, waardoor -zijne gantsche kleêrkamer in verwarring geraakt._ 33 - -V. HOOFDSTUK. - -_Gevolgen van grote werkzaamheid en tegenwoordigheid van -geest.--Beschrijving van een hond, de lieveling van den -Baron.--Ongeval van des Barons vrouw.--Een haas met acht -pooten.--Zijn hond wordt eene teef; en jongt, terwijl zij een -haas vervolgt; die ook werpt, terwijl zij vervolgt wordt.--Hij -krijgt een zeer beroemd paerd ten geschenke van den Graaf van -_PRZOBOZSKY_, waarmede hij vele ongewone daden verrigt._ 41 - -VI. HOOFDSTUK. - -_De Baron wordt krijgsgevangen, en voor slaaf verkoft.--Hoedt -de bijën van den Sultan, welken aangevallen worden door twee -beeren.--Verliest een bij en een zilveren bijl, welken hij naa -de beeren smijt; doch die, door het verdraaijen van zijnen arm, -opvliegt naa de Maan, maar welken hij, door eene vernuftige -uitvinding, naa beneden brengt.--Valt bij zijne terugkomst op de -aarde, en redt zigzelven uit eene diepe kuil.--Redt een wagen, -welke den zijnen op een smallen weg ontmoet, op eene zonderlinge -wijze.--Wonderbaar uitwerksel van den vorst op den posthoren -van zijn koetsier._ 63 - - -TWEEDE DEEL. - -VII. HOOFDSTUK. - -_De Baron verhaalt zijne avonturen op eene reis naa -Noord-Amerika, welken de aandacht van den lezer wel waardig -zijn.--Pots van een walvisch.--Een zeemeeuw behoudt een matroos -in 't leven.--Het hoofd van den Baron zakt in zijne maag.--Een -gevaarlijk lek gestopt _a posteriore_._ 75 - -VIII. HOOFDSTUK. - -_De Baron baadt zig in de Middellandsche Zee.--Hij ontmoet -zeer onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn voornemen, in de -gewesten van hitte en duisternis, waaruit hij zig redt door het -dansen van den hornpijp.--Verschrikt zijne verlossers, en komt -weder aan het strand._ 81 - -IX. HOOFDSTUK. - -_Avonturen in _Turkije_ en op de rivier de _Nijl_.--De Baron -schiet een luchtbol boven _Constantinopel_ naa beneden, en -vindt een Franschen proefondervindlijken Wijsgeer daaraan -hangen.--Gaat in gezantschap naa groot _Caïro_, en vermeerdert -onderweg zijn gevolg met vijf persoonen van uitstekende -bekwaamheden.--Keert van daar terug langs den _Nijl_, alwaar hij -zeer onverwagt wordt opgehouden.--Wint een weddingschap met den -Groten Heer.--Proeven der bekwaamheden van zijne bedienden._ 86 - -X. HOOFDSTUK. - -_De Baron geeft zijnen ouden Vriend, den Generaal _ELLIOT_, een -bezoek in de belegering van _Gibralter_.--Doet een Spaansch -oorlogschip zinken.--Ontwaakt eene oude vrouw op de Afrikaansche -kust--Vernielt al het geschut van den vijand; maakt den Graaf -van ... verschrikt, en jaagt hem naa Parijs.--Verlost twee -Engelsche verspieders, met dienzelfden slinger, waardoor -_GOLIATH_ ter neder werd geslagen, en doet de belegering van -_Gibralter_ opbreken._ 109 - -XI. HOOFDSTUK. - -_Een belangrijk verslag van de voorouders van den Baron.--Een -verschil over de plaats, waar _NOACH_ zijne ark bouwde.--De -geschiedenis van den slinger, en deszelfs hoedanigheden.--Een -begunstigd digter wordt ingeleid, maar op geen roemrijke -manier.--Koningin _ELIZABETH_, en haare gaaf van onthouding.--De -vader van den Baron kruist van _Engeland_ naa _Holland_ op een -zeepaard, 't welk hij voor zevenhonderd dukaten verkoopt._ 125 - -XII. HOOFDSTUK. - -_Een klugt; de gevolgen daarvan.--Het Kasteel van _Windsor_.--De -_St. PAULUS_ Kerk.--Het gildehuis van de Geneesheeren, de -aansprekers, kosters enz. allen bijkans vernield.--Vaardigheid -der kruidmengeren._ 133 - -XIII. HOOFDSTUK. - -EEN UITSTAP NAA HET NOORDEN. - -_De Baron zeilt met Kapitein _PHIPPS_.--Valt twee zwaare beeren -aan, welken hij ter naauwernood ontkomt.--Wint het vertrouwen -van deze dieren, en vernielt duizend van dezelven; laadt het -schip met derzelver hammen en huiden; zendt de eersten overal -ten geschenke rond; en wordt daarvoor op alle feesten van de -stad genodigd.--Een verschil tusschen den Kapitein en den Baron, -waarin de laatste, beleefdheidshalve, genoodzaakt is toe te -geven.--De Baron weigert de eer van een throon._ 138 - -XIV. HOOFDSTUK. - -_De Baron overtreft den Baron _DE TOTT_ in alle opzigten; -nogthans mislukt hem ééne zaak.--Valt in ongenade bij den Groten -Heer, die bevel geeft om zijn hoofd te brengen.--Ontkomt dit -gevaar, en gaat aan boord van een schip, waarmede hij naa -_Venetie_ vertrekt.--Afkomst van den Baron _DE TOTT_, en -bijzonderheden van 's mans voorouders.--Eenige weinig of niet -bekende bijzonderheden van vroegeren tijd._ 150 - -XV. HOOFDSTUK. - -_Vervolg van het reisverhaal van _Harwich_ naa -_Helvoet_.--Beschrijving van sommige zeedieren en andere -voorwerpen, nooit bij eenig reiziger gezien.--Rotsen, op dezen -togt liggende, zoo groot als de Alpische bergen; kreeften, -krabben van eene buitengewoone grootte.--Eene vrouw in het -leven behouden.--Hoe zij in zee viel.--De manier van de -Amsterdamsche Maatschappij, met een goeden uitslag, gevolgd._ 160 - -XVI. HOOFDSTUK. - -_Dit Hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor -de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen -_Engelschman_, bijzonderlijk bij allen, die, in het vervolg, -het ongeluk zullen hebben van krijgsgevangen te worden._ 171 - -XVII. HOOFDSTUK. - -_Eene reis naa Oost-Indien.--De Baron spreekt van een vriend, -die hem nooit misleidde; wint honderd guinees door zijn -vertrouwen op den neus van zijnen vriend.--Wild opgestooten in -zee.--Eenige omstandigheden, welken, zoo men hoopt, den lezer -niet weinig zullen vermaaken._ 175 - -XVIII. HOOFDSTUK. - -_Een tweede (maar toevallig) bezoek aan de Maan.--Het schip -door een warrelwind opgenomen tot eene hoogte van duizend -_Hollandsche_ mijlen boven het water, daar het een anderen -dampkring ontmoet, en in eene ruime haven in de Maan -aankomt.--Eene beschrijving van de inwooners, en de wijze -waarop dezelven aldaar ter waereld komen.--Dieren, gewoonten, -wapens, wijnen, planten, enz. enz. enz._ 180 - -XIX. HOOFDSTUK. - -_De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug, -schip, boot, of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij -ontwaakt na een langen slaap; en vernielt een gedrogt, het -welk alleen leefde van de verwoesting van anderen._ 191 - -XX. HOOFDSTUK. - -_De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan -den berg _Etna_ gegeven te hebben; hij vindt zigzelven weder -in de Zuid-zee; bezoekt _VULKANUS_ op zijne reis; komt bij een -_Hollander_ aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van -kaas, liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige -zonderlinge voorwerpen.--Zij verliezen hun compas; hun schip -glijdt tusschen de tanden van een visch, onbekend in dit -gedeelte van de waereld; hunne moeite, om zig uit die plaats -te verlossen; zij komen in de _Kaspische_ zee.--De Baron laat -een beer doodhongeren in zijne handen.--Eenige bijzonderheden -van een borstrok.--In dit hoofdstuk, 't welk het laatste en -het langste is, draagt de Baron zedekundige bedenkingen voor, -over de deugd van trouw en liefde tot de waarheid._ 194 - - - - - REIZEN - VAN DEN BARON - VAN MUNCHHAUSEN. - - - - -I. HOOFDSTUK.[1]. - -[1] De Baron wordt ondersteld dit verhaal aan zijne vrienden, onder - het ligten van den beker, te doen. - -_De Baron geeft een verslag van zijne eerste reis.--Verbazende - uitwerksels van eenen storm.--Komt op _Ceilon_; vecht aldaar - met twee buitengewone vijanden, en overwint dezelven.--Komt in - _Holland_ terug._ - - -In de dagen mijner jongelingschap, of liever in dien tijd, dat ik man -noch jongeling was, wanneer de vlasbaard den aannaderenden mannelijken -leeftijd eerst aankondigt, had ik de klugtigste ontmoetingen, welken -ooit eenen reiziger zijn voorgekomen. Het scheen, of mijne Ouders -daarvan een voorgevoel hadden: want hoe dikwijls ik mijne zucht -tot reizen te kennen gaf; hoe sterk ik bij hen aanhield, om hunne -toestemming te bekomen, tot het bezien van de waereld; en welke -streken ik ook tot het verkrijgen dezer gunste aanwendde; niets mogt -baten: alles was te vergeefsch. Mijn vader was de standvastigheid -zelve in zijne weigering. Dit verwonderde mij grootlijks, om dat hij -zelf een groot reiziger geweest was; gelijk dit overvloedig blijken -zal, eer ik het verhaal mijner zonderlinge, en, mag ik 'er wel gerust -bijvoegen, belangrijke avonturen geeindigd zal hebben. Maar tot mijn -onuitspreeklijk geluk, zoo ik meende, had een zekere neef van mijns -moeders zijde een groot behagen in mij. Deze verklaarde menigmaal, dat -ik de aardigste jongen van de waereld was, en dat ik buiten 's lands -de grootste vorderingen tot fortuin zoude maken. Dit stond mij wonder -wel aan, en streelde mijne eerzucht niet weinig. Zijne welsprekenheid -had ook meer invloed dan de mijne: want mijn vader stemde eindelijk toe -in zijnen voorslag, dat ik hem op zijne reis naa het eiland _Ceilon_, -alwaar zijn oom al zederd verscheiden jaren Gouverneur geweest was, zou -verzellen. - -Wij zeilden met een paketboot uit _Texel_, met gewigtige bevelen belast. -Naardien wij zoo snel zeilden, als hadden wij in een luchtbol de reis -gedaan, gebeurde 'er maar één ding, 't welk aan U verdient verhaald te -worden. 't Was naamlijk de uitwerking van eenen storm, wanneer wij aan -zeker eiland ten anker lagen, om water en brandhout in te nemen. Deze -storm rukte een groote menigte zware bomen, van een verschriklijke dikte -en hoogte, met wortel en al uit den grond. Sommige van deze bomen wogen -ettelijke lasten; en nogthans werden ze door den wind tot zulk' eene -onmeetlijke hoogte in de lucht opgenomen, dat ze niet anders schenen, -dan door de lucht zwevende vederen van kleine vogeltjes: want zij waren -ten minsten vijf mijlen[2] boven de aarde. Maar zoodra was de storm niet -bedaard, of ze vielen allen wederom lijnregt op hunne plaatsen neder, en -groeiden weêr als te voren; behalven één, op welks takken, juist op dat -oogenblik dat de wind denzelven naa de lucht voerde, een man met zijne -vrouw, een zeer geschikt en eerbaar paar volks, komkommers zaten te -plukken: (want dit heilzaam gewas groeit in dat gedeelte van de waereld -aan de bomen): als nu de boom wederom langzaam naa beneden daalde, -gebeurde het, dat dezelve, door de zwaarte van dit paar menschen, -horizontaal nederviel, en wel op den aanzienlijksten man van het geheele -eiland, waar door hij op staande voet stierf. Toen de storm begon, had -hij zijne woning verlaten, uit vreze, dat dezelve mogt instorten en hem -verpletteren; maar zoo als hij zijn tuindeur wederom wilde ingaan, viel -deze gelukkige omstandigheid voor.--Gelukkige? - -[2] Als hier en elders enkel van mijlen gesproken wordt, verstaat de - Baron altijd Engelsche mijlen; anders drukt hij zig vollediger - uit en zegt, bij voorbeeld, Hollandsche of Fransche mijlen. - -Ja! zeker gelukkige: want, mijne Heeren! dit opperhoofd was de -geweldigste der dwingelanden; en de bewooners van het eiland, zijne -gunstelingen en maitressen niet uitgezonderd, waren de ellendigste -schepzels onder de Maan; de levensmiddelen verstikten in zijne -voorraadschuuren, terwijl zijne Onderdaanen, wien hij ze had afgeperst, -van honger versmagteden; het Eiland had voor genen buitenlandschen -vijand te vrezen, en echter nam hij ieder jong kaerel weg, sloeg -hem met zijn eigen stok tot een held, en verkogt van tijd tot tijd -zijne verzameling aan den meestbiedende der nabuurige Vorsten, om -de Millioenen Schulpen, die hij van zijn' Vader had geërft, met -nieuwe Millioenen te vermeerderen. Dit gedrag maakte hem zoo veel te -veragtelijker, daar hij geene kinderen of naastbestaanden had.-- - -Meent niet, lieve lezer! dat de Baron hier zonder reden aanmerkt, -dat zijne Excellentie, deze DON PANCHE van de andere waereld, geen -naastbestaanden had. Hij had op zijne veelvuldige reizen te meermalen -waargenomen, dat de schreeuwendste onrechtvaardigheden, de ontmenschtste -wreedheden, door aanzienlijken en geringen, door Vorsten en onderdanen, -in eene blijkbare ongevoeligheid gepleegd werden, onder voorgeven, dat -zij niet zoodanig handelden om zig zelven, maar voor hunne opvolgers -enz.--Hierbij komt nog eene andere reden, welke de Baron echter niet -gaarne algemeen bekend maakte; te weten: op zijn springtogtje door dit -leven was hij niet zelden om geld verlegen geweest. Dit zal U zekerlijk -niet verwonderen; maar als hij zig, in zoodanige gelegenheden, op -eerlijke voorwaarden, welken hij aantoonde te kunnen volbrengen, bij -ongeluk vervoegde bij rijke lieden zonder edelmoedigheid, verwonderde -het hem, dat dezen zig altijd van alle menschlievendheid en -hulpbetoninge ontschuldigden, met te zeggen: dat zij hem zeer gaarne -zouden willen helpen; maar dat zij ook voor de hunnen moesten zorgen; -dat zij over het geld en goed hunner kinderen niet konden beschikken, -en dergelijke blaauwe uitvlugten meer.----Hierom kwam het den Baron -gantsch niet vreemd voor dat deze gierige en onbarmhartige wreedaard, -zonder kinderen en namagen, bij den landzaat zoo zeer gehaat was. Zijn -dood zagen zij daarom niet alleen aan als de grootste weldaad; maar hoe -toevallig dezelve ook ware, verkoozen zij zelfs, ten blijke hunner -dankbaarheid, de komkommerplukkers tot hunne opperhoofden. - -Dit paar had van deszelfs hooge vaart geen letsel gekregen, als een -klein ongemakje aan het gezicht, omdat zij dat licht, 't welk de -oorsprong van alle verlichtinge door deze waereld is, wat al te naa -waren gekomen.--De verduistering, daar door op het Eiland veroorzaakt, -was vrij groot, en ontzettede den Hollandschen schipper dermate, dat -hij zijn _Stichters Almanach_, het eenigste Zeemansboek 't welk hij -wist te gebruiken, uit zijn broekzak haalde, om te zien, of het geen -Zonne-Taning ware; schoon ik hem beduidde, dat het Volle Maan was.--Maar -het ongeluk van deze goede luidjes was het grootste voordeel voor den -Staat; de nieuwe Regent hield zulk een loflijk bestuur, (gelijk ik -naderhand vernomen heb) dat niemand op het Eiland voortaan komkommers -at, zonder te zeggen: _God zegene ons opperhoofd_. - -Na dat wij ons van de schade, in dezen aanmerklijken storm bekomen, -hersteld hadden, namen wij afscheid van deze nieuwe opperhoofden; -(zoo moeten wij ze noemen, naardien beiden zig aan het hoofd van de -regeeringe dezes Eilands geplaatst hadden); en zeilden met een zeer -gunstigen wind naa de plaats onzer bestemminge; evenwel niet, voor dat -wij den gedienstigen boom in zijne oude plaats hersteld zagen. Ook was -'er, op een algemeen verzoekschrift, door alle de inwoners ingediend, -door de nieuwe regeering een wet vastgesteld, dat voordaan niemand van -de vrugten van dezen boom zoude mogen eten, zonder vooraf voor den -ondergang van den geweldenaar gedankt te hebben. - -Zes weeken na ons vertrek uit _Holland_, kwamen wij op _Ceilon_ -behouden aan land, en werden met grote blijken van vriendschap en ware -beleefdheid ontvangen. Het volgend zonderling avontuur zal uwe opmerking -niet geheel onwaardig zijn. Indien echter iemand mijner toehoorderen zoo -bekrompen van begrip mogt zijn, dat hij aan de geloofwaardigheid van -mijn verhaal wilde twijfelen, verzoek ik dat hij, zoo menigmaal hem deze -luim overvalt, zeggen zal BONS! dan zal ik niet één woord meer spreken; -maar als een man van eer waarschuuw ik hem te gelijk dat ik zoo honende -belediging niet zonder voldoeninge zal afwagten. - -Nadat wij nog maar veertien dagen op _Ceilon_ geweest waren, ging ik met -een van des Landvoogds Broeders op eene jagtpartij. Hij was een zeer -sterk man, en aan de luchtstreek gewoon zijnde, (het spreekt dus van -zelfs, dat hij aldaar reeds verscheiden jaren gewoond had), kon hij -de geweldige hitte van de zon veel beter verdragen, dan ik. Op onze -wandeling was hij mij een zeer aanmerklijk end' wegs vooruit geraakt, -door een dik bosch, wanneer ik mij nog aan het begin van hetzelve -bevond. - -Ik wilde mij nederleggen, om wat uitterusten, aan den dijk van een -breed water, 't welk mijne aandacht getrokken had, wanneer ik meende een -klaterend geraas agter denzelven te horen; dit deed mij om zien, en ik -werd eenen doden gelijk, (en wie zoude niet schrikken?) op het zien van -een' leeuw, die ogenschijnlijk op mij aankwam met oogmerk, om mijn jong, -mager lijf tot zijn ontbijt te nemen, zonder daartoe mijne toestemming -te vragen.--Wat nu te doen in deze ongerustheid? Ik had geen tijd tot -eenig overleg; mijn roer was alleen met ganzenhagel geladen; ander loot -had ik niet bij mij. Om zulk een dier met zoo zwakke toerusting te -doden--daaraan was niet te denken; met dat al hoopte ik, dat ik hetzelve -door het schot zoude verschrikken, en het misschien daar door verjagen. -Ik lei daarom terstond aan, zonder te wagten, tot dat hij binnen mijn -bereik was; maar het schot maakte hem woedend; hij verhaastte zijnen -loop, en scheen met vollen spoed op mij aan te rennen. Ik zag naa -middelen van ontkominge om; maar dit, zoo het mogelijk ware geweest, -verdubbelde mijne verlegenheid, en maakte mijn toestand wanhopig: want -op hetzelfde tijdstip, dat ik mij omkeerde,--ik voel nog een rilling -als ik 'er om denk--ontdekte ik een ijslijk groten krokodil, met wijd -opgesperde kaken, om mij in te slokken. Bedenkt nu, bidde ik U, in -welken staat ik mij bevond! Aan de eene zijde het wijde water, waarvan -ik reeds gesproken heb; aan de andere zijde eene allerverschriklijkste -diepte; een verblijf, zoo als mij naderhand gezegd is, van allerleie -vergiftige slangen; van voren een woedende leeuw; van agteren de Goliath -onder de krokodillen;--met één woord, ik rekende mij zelven voor -verloren, naardien de leeuw nu op zijn agterste zat, juist in het -postuur om mij te overrompelen. Onwillig viel ik, vol schrik en angst, -op den grond, en de leeuw--zoo als naderhand bleek--sprong over mij -heen. Ik lag een geruimen tijd in een' staat, die met geen tong is uit -te spreken, niets verwagtende, dan dat ik ieder ogenblik zijne tanden of -nagels in een of ander gedeelte van mijn lichaam gevoelen zoude; maar -tot alle geluk kwam ik 'er met den schrik af: want eenige seconden plat -op den grond gelegen hebbende, hoorde ik een hevig maar ongewoon geluid, -verschillende van alle soorten van geluid, welken tot nog toe tot mijne -ooren gekomen waren. Geen wonder, waarlijk! want een wijl tijds daar naa -geluisterd hebbende, waagde ik het mijn hoofd eens even op te ligten -en rond te zien, wanneer ik, tot mijne onuitspreeklijke blijdschap, -bemerkte, dat de leeuw, met die verblindende gretigheid, waarmede hij -mij bespringen wilde, voorwaards in den gapenden muil van den krokodil -gevlogen was! Dus was de kop van den een in den muil van den ander! -Beiden worstelden om van elkander los te worden. Op dien zelfden stond -dacht ik gelukkig aan mijn' hartsvanger, welke ik op zijde had. Met dit -gedugt geweer hakte ik den kop van den leeuw in éénen slag af, en zijn -romp viel voor mijne voeten neder! Hierop nam ik mijn ganzen-roer, en -rammeide met de kolf den kop van den leeuw zoo vast in den bek van -den krokodil, dat hij stikte en stierf: want hij kon de kop noch -doorslikken, noch uitspuwen. - -Nadat ik alzoo eene volkomen overwinning over mijne beide gedugte -vijanden behaald had, kwam mijn vriend mij opzoeken: want ziende, dat -ik hem in het bosch niet volgde, keerde hij terug, vrezende, dat ik van -den weg was afgeraakt, of dat mij eenig ongeluk bejegend was. Na dat -wij elkander over den overwagten en gelukkigen uitslag geluk gewenscht -hadden, maten wij den krokodil, en bevonden, dat hij volkomen veertig -_Rhijnlandsche_ voeten en zeven duimen lang was. - -Zoodra wij te huis gekomen waren, en dit buitengewoon en zonderling -voorval aan den Landvoogd verhaald hadden, zond hij een wagen met eenige -slaven, om de twee dode dieren naa het kasteel te brengen. De huid van -den leeuw was geheel onbeschadigd gebleven, met al het hair 'er op. Ik -maakte 'er vervolgens tabaksdozen van, welke ik, bij mijne terugkomst -in _Holland_, aan eenige aanzienlijke en voorname Heeren ten geschenke -aanbood, waar voor Hun Wel Edelen en Hoog Geboren mij duizend dukaten -wilden vereeren, dat ik met veel moeite van de hand wees. - -De huid van den krokodil liet ik op de gewone manier opvullen; en -tegenwoordig maakt ze een zeer aanzienlijk stuk van de verzameling van -zeldzaamheden te A.... uit; alwaar de lijmende man met het stokje, of, -zoo als hij zig zelven nederig gelieft te noemen, de opziener, dezelve -aan iederen nieuwen aanschouwer vertoont, met zoodanige veranderingen -en bijvoegselen als hij goed vindt, en waarvan sommigen de waarheid zoo -wel als de waarschijnlijkheid in een een hogen graad beledigen. Een -dezer oorspronglijke veranderingen luidt: dat de leeuw geheel door den -krokodil sprong, en op het punt was om 'er van agteren geheel weder uit -te vliegen, zonder den krokodil in het minst of in het meest, zoo als -hij zig sierlijk uitdrukt, beschadigd te hebben. Maar dat de grote -Baron, gelijk het hem gelieft mij te noemen, dit niet gewaar werd, of -hij hieuw den leeuw den kop, zo rasch die voor den dag kwam, met nog -drie voeten van den staart van den krokodil 'er bij, af. Ja, deze kaerel -heeft zoo weinig eerbied voor de waarheid, dat hij zig niet ontziet, 'er -somtijds bijtevoegen: dat, zoodra de krokodil zijne gewone lengte miste, -hij zig omkeerde, den Baron den hartsvanger uit de hand rukte, dien -opslokte, en hem met zulke gretigheid naa binnen slingerde, dat zijn -hart doorboord werd, en hij op het ogenblik dood op den grond nederviel. - -Ik behoef u, mijne Heeren! niet te zeggen, hoe onaangenaam de -onbeschaamdheid van dezen knaap mij moet zijn. Menschen, die mij niet -kennen, zouden, door diergelijke handtastelijke leugens, in onze -twijffelzieke eeuw, ligt aanleiding krijgen om zelfs aan de waarheid van -mijne bedrijven te twijffelen: iets dat een man van eer in den hoogsten -trap grieft en beledigd. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -II. HOOFDSTUK. - -_In het welk de Baron toont, dat hij een goed schutter is.--Hij - verliest zijn paerd, en vindt een wolf;--welken hij voor zijne - slede spant.--Hij belooft het gezelschap te zullen onderhouden met - een verhaal van zoodanige dingen, welke deszelfs opmerkzaamheid wel - waardig zijn._ - - -In het midden van den winter ging ik op reis naa _Rusland_.--Grillig -genoeg! zult gij zeggen, naardien alle menschen de reis naa dat koude -land in 't midden van den zomer doen.--Dit was juist de reden waarom ik -den winter verkoos: want alle reizigers hebben de wegen door het Noorder -gedeelte van _Duitschland_, door _Polen_, _Courland_ en _Lijfland_ -als ongemeen slegt beschreven; en niets is natuurlijker en ligter te -begrijpen, dan dat zoodanige wegen door vorst en sneeuw veel beter -worden. De gemakkelijkste manier van reizen is te paerd: deze verkoos -ik daarom. Ook was ik zeer ligt en dun gekleed; en hoe meer ik -Noord-Oostwaard voordging, hoe sterker ongemak ik daarvan ondervond. Wat -moet dan, in dit barre land en koud weder, niet een oud, arm man geleden -hebben, welken ik in _Polen_ op den weg zag liggen, zonder hulp, bevende -van koude, en naauwlijks iets aan hebbende, om daarmede zijne naaktheid -te dekken! - -Ik beklaagde de arme ziel!--Hoe zeer ik zelf allergeweldigst door de -gestrengheid van de lucht getroffen wierd, legde ik mijn mantel over -hem heen, en hoorde te gelijk een stem van den hemel, mij wegens dat -liefdewerk zegenen, zeggende: - -_"Hiervoor, mijn zoon, zult gij nog in dezen tijd beloond worden."_ - -Ik ging voort: nacht en duisternis omringden mij. Ik kon huis noch hof -zien. 't Gantsche land was met sneeuw bedekt, en ik was geheel onbekend -met den weg. - -Vermoeid steeg ik eindelijk van mijn paerd af, en bond het vast aan -iets, 't welk naar een stronk van een' boom geleek, en een weinig -boven de sneeuw uitstak. Uit voorzorg nam ik mijne pistolen onder den -arm, en legde mij in de sneeuw neder. Hier sliep ik zoo vast in, dat -ik mijne ogen niet opende, voor 's anderen dags op den vollen middag. -Onbeschrijflijk was mijne verbaasdheid, toen ik zag, dat ik in het -midden van een dorp was, liggende op een Kerkhof. Mijn paerd kon ik -nergends vinden; maar weldra hoorde ik het even boven mijn hoofd. -Opwaards ziende, zag ik het aan zijn' toom hangen, aan den weêrhaan van -den toren. Nu begon ik de zaken eerst te begrijpen: toen ik 's nachts -aankwam, was het Dorp geheel met sneeuw overdekt; maar het weder was -zeer schielijk veranderd, zoo dat ik in den slaap, zeer zagtkens, naar -mate de sneeuw smolt, nederzakte tot op het Kerkhof. Het gene ik in -den donker voor den stomp van een boom, een weinig boven de sneeuw -uitstekende, genomen, en waaraan ik mijn paerd vast gemaakt had, bleek -nu het kruis of weêrhaan van den toren geweest te zijn. - -Zonder lang talmen en overleg nam ik één van mijne pistolen, en schoot -den breidel midden door; mijn paerd kwam beneden, en ik vervolgde mijne -reis.[3]. - -[3] Zoude de Baron zoo ongevoelig geweest zijn, dat hij zijn paerd, - 't welk zoo lang gevast had, niet behoorlijk gevoerd zoude - hebben? Neen. Hij liet een spint haver geven. Maar hij verzwijgt - het--enkel uit zedigheid--om niet te veel van zijne gevoeligheid - te zwetsen. - -[Illustratie: I.] - -Mijn reisgezel maakte het op weg zeer wel--maar toen ik meer in de -binnenste delen van _Rusland_ kwam, zag ik, dat fatsoenlijke lieden -aldaar in den winter niet te paerd reizen: hierom onderwierp ik mij, -gelijk ik altijd doe, aan het gebruik van het land,--nam eene slede met -één paerd bespannen, en draafde rustig op _St. Petersburg_ aan. Op dezen -togt zag ik, in 't midden van een uitgestrekt bosch--ik kan mij niet wel -herinneren, of het in _Lijfland_ of in _Ingermerland_ zij voorgevallen; -en om beide landen zoude ik gene onwaarheid willen zeggen--een -vreeslijke wolf jagt op mij maken, met al de drift van een razenden -winterhonger. Welhaast overviel hij mij. Er was geen mogelijkheid om -te ontkomen. Ik ging werktuigelijk plat op den grond van de slede -liggen, en liet mijn paerd, of het mogelijk ware ons te redden, zoo hard -loopen, als het kon. Het gene ik wenschte, maar nauwlijks kon hoopen of -verwagten, gebeurde echter een ogenblik daarna. De wolf scheen mij in 't -geheel niet te bedoelen: althans hij sprong over mij heen; en woedend op -het paerd aanvallende, begon hij het agterdeel van het arme dier, 't -welk van pijn en schrik te sterker liep, terstond te verscheuren en van -één te rijten. Daar de wolf over mij heen sprong, spreekt het van zelven -dat dit het eerste middel van mijn behoud was, niet alleen; maar dat -hij ook op de agterste delen van mijn paerd aanviel. En dit was het -tweede middel van mijn behoud, zoo wel, als van den verbazenden spoed, -waarmede ik te _St. Petersburg_ aankwam. Als ik bespeurde, dat ik geheel -ongemerkt voorbij gegaan en behouden was, ligtte ik mijn hooft eens -behendig op, en ontdekte met schrik, dat de wolf zig ruim half in het -lichaam van het paerd had ingedrongen; waartoe hij zig den weg met vrij -wat geweld en kragten moet gebaand hebben; maar nauwlijks was hij -daarin zoo ver gevorderd, of ik trok 'er mijn voordeel uit, en sloeg -hem, met mijn zweep, uit al mijn magt. Deze onverwagte aanval op zijn -agterkwartier verschrikte hem niet weinig; hij liep voorwaards uit al -zijn magt; het paerd viel dood op den grond; maar te gelijk liep de wolf -in deszelfs plaats in 't gareel. Ik deed van mijnen kant niets, dan -aanhoudend op den wolf te slaan, tot dat wij beiden, op een vollen draf, -behouden te _St. Petersburg_ aan kwamen. Dit was niet weinig tegen ons -beider _respective_ verwagting, en nog meer tot verwondering van de -aanschouwers. - -Ik zal u niet ophouden, mijne Heeren! met een verhaal van de staatkunde, -kunsten, wetenschappen en andere merkwaardigheden van deze overheerlijke -Hoofdstad van _Rusland_; noch met de verschillende treken en -vermaaklijke voorvallen, welke ik bij de beschaafde inwoners dezer -landen, alwaar de vrouw van den huize altijd gewoon is de gasten met -een kus te ontvangen, gehad heb. Liever bepaal ik mij tot een groter en -edeler voorwerp van uwe aandacht, tot paerden en honden; van welken ik -bevonden heb, dat _Rusland_, zoo wel als van vossen, wolven en beeren -van allerleie soort, meer bezit, dan elk ander gedeelte van de waereld, -bekwaam tot zulke kunsten, veelerlei oefeningen, zwierige en behendige -verrigtingen, welke den Edelman beter uitmaken dan het muffe Grieks, of -Latijn, of alle de soorten van reukwerken, optooizels en versierselen -van _Fransche_ vernuften en kappers. - - - - -III. HOOFDSTUK. - -_Eene zonderlinge ontmoeting tusschen den neus van den Baron en den - post van eene deur, met derzelver wonderlijk gevolg.--Hij schiet - vijftig koppels ganzen en ander gevogelte met één schot.--Jaagt - een vos uit zijn vel.--Leidt een oude zog naa hare woning, op - eene nieuwe wijze; en vangt een wilden beer._ - - -Daar het eenigen tijd aanliep eer ik bij het leger geplaatst werd, -leefde ik ettelijke maanden in de volmaaktste vrijheid; dat is te -zeggen, ik verspilde mijn tijd en mijn geld zoo goed, als de beste -edelman het ooit gedaan heeft. Gij kunt U ligt verbeelden, dat ik een -goed gedeelte van beiden verloor buiten de Stad, in 't gezelschap van -zulke heeren, die best weten, welk gebruik zij van het open veld en de -bosschen moeten maken. De herinnering van deze vermaken geeft mij altijd -nieuwe kragten, en verwekt gedurig eene nieuwe begeerte in mij, om -dezelven nog eens te herhalen. - -Op een zekeren morgen zag ik door het vengster van mijne slaapkamer, -dat een wijde plas, welke daar niet ver af was, overdekt was met wilde -ganzen en eenden. Zonder dralen nam ik mijn roer uit den hoek van de -kamer, en liep de trappen af, en met zoo groote vaart uit het huis, dat -ik mijn hoofd zeer onvoorzigtig tegen den post van de deur stiet. Het -vuur sprong mij de ogen uit. Dit toeval belette echter mijn voornemen -niet. Maar nauwlijks was ik binnen 't bereik van 't schot gekomen, of ik -bemerkte, tot mijn smert, dat door den geweldigen stoot, welken ik zoo -even gedaan had, de steen van den haan was afgevlogen. Wat nu gedaan? -hier was geen tijd te verliezen. Gelukkig herinnerde ik mij, welke -uitwerking de stoot op mijn gezigt gehad had; ik opende daarom de -pan, leide aan op de vogels, en sloeg met mijn vuist tegen één mijner -ogen[4]. Door een goeden slag sprongen de vonken 'er uit; het schot ging -af, en ik raakte vijftig koppels ganzen, vier koppels eendvogels en drie -koppels teerlingen.--Tegenwoordigheid van geest is de ziel van alle -mannelijke oefeningen. Soldaten en zeelieden mogen daaraan veelmaal hun -behoud te danken hebben; jagers en schutters hebben, voor hunne beste -slagen, aan dezelve geen mindere verpligting. - -[4] De ogen van den Baron hebben dit vuur naderhand altijd behouden; - zij schenen vooral meer verlicht te zijn, als hij deze - bijzonderheid verhaalde. - -In een heerlijk bosch in _Rusland_ ontmoette ik eens een zeer fraaien -zwarten vos, wiens kostbaar vel ik niet gaarne met een kogel of hagel -wilde schenden. Ik trok daarom den kogel, welke op mijn geweer stond, -terstond af, en nam, in stede daarvan, een zeer scherpen groten spijker; -ik gaf vuur, en raakte den vos zoo knap, dat ik zijn pluim aan den boom -vast spijkerde. Hierop liep ik daar naa toe, trok mijn houwer, gaf hem -een kruissnede over den kop, en zweepte hem toen zoo lang, tot dat hij -uit zijn pels geworsteld was, en denzelven aan mij overliet. - -Toeval en goed geluk verbeteren niet zelden onze misslagen: hiervan -had ik, kort daarna, een zonderling voorbeeld, wanneer ik, in het -midden van een digt bosch, twee wilde zwijnen vast aan en regt agter -elkander zag lopen. Mijn kogel trof ze niet; maar alleen het voorste, -dit was een jonge beer, liep weg, en het agterste, eene oude zog, bleef -onbeweeglijk staan, als of het aan den grond genageld ware. De zaak -nader onderzoekende, bevond ik, dat de zog van ouderdom was doof en -blind geworden, en dat zij zig alleen vast hield aan den staart van -haren zoon, die zijne moeder, volgends zijnen kinderlijken pligt, -leidde. Dewijl de kogel tusschen beiden doorgegaan was, had dezelve -dezen nieuwerwetschen leiband, welken de zog altijd in den bek hield, -midden doorgeschoten. Haar vorige leidsman kon haar derhalven niet meer -voordtrekken, en zij bleef ogenbliklijk zoo onbeweeglijk stil staan als -een boom. Ik vatte daarom het stuk staart, 't welk zij nog in den bek -had, leidde het oude beest daaraan naa hare woning, zonder eenige vrees -aan mijne zijde, en zonder eenigen tegenstand en vermoeden van eenig -kwaad aan de zijde van het hulpeloos oud dier. - -Deze wilde zoggen zijn anders zeer verschriklijk; maar de beeren zijn -nog veel stouter en gevaarlijker. Hiervan heb ik eens een gelukkige -proef gehad, wanneer ik in 't geheel niets bij mij had om mij te -verdedigen. Juist als ik bezig was mij agter een eiken boom te -verbergen, sprong het woedend dier met zoo veel geweld op mij aan, dat -het zijne slagtanden zoo diep in den boom sloeg, dat het zijnen aanval -niet kon hervatten, noch de tanden 'er weder uit krijgen.--Ho! ho! -dagt ik, nu zal ik u wel haast hebben;--en terstond nam ik een steen, -waarmede ik zijne slagtanden zoo vast in den boom timmerde en zoodanig -boog, dat hij zig niet kon verroeren. Het zwijn moest daar blijven en -wagten tot dat ik van het naaste dorp terug kwam, waarheen ik ging om -touwen en een kar, om het beest wel deugdelijk te binden; en zoo bragt -ik het levendig en behouden in de Stad. - - - - -IV. HOOFDSTUK. - -_Aanmerkingen over het St. Hubert's hert.--De Baron schiet een hert - met kersenstenen; het verbazend gevolg daarvan.--Doodt een beer - door eene buitengewone vaardigheid; zijn gevaar aandoenlijk - beschreven.--Wordt overvallen door een wolf, welken hij 't - binnenste buiten keert.--Wordt besprongen door een dollen hond, - welken hij ontsnapt.--De pels van den Baron wordt dol, waardoor - zijne gantsche kleêrmaker in verwarring geraakt._ - - -Gij hebt meermaals gehoord, mijne Heeren! ik wil ten minsten zoo -onbeschaafd niet zijn, om hier aan te twijfelen, van den beschermheilig -en patroon der jageren en schutteren, den heiligen HUIBERT, en van dat -schoon hert, 't welk aan hem in een bosch verscheen, met het heilig -kruis tusschen deszelfs horens. Nooit heb ik nagelaten, om 's jaarlijks, -in een goed gezelschap, het feest van dezen heiligen te vieren; dit hert -heb ik wel duizendmaal gezien--wel te verstaan geschilderd, in Kerken; -of geborduurd, op de tassen van zijne ridders: zoodat ik, op de eer en -het geweten van een goeden jager, kan verzeren en zweren, dat het zijne -weêrgade te voren nooit gehad heeft, noch tegenwoordig heeft, noch ooit -diergelijk gevonden zal worden, al ontdekte men nog duizend nieuwe -waerelden. Maar laat mij liever verhalen, het gene ik zelf ondervonden -heb. Op een zekeren dag had ik al mijn kruid en lood verschoten, wanneer -ik mij zeer overwagt bevond in 't gezelschap van een overschoon hert, -het welk mij zonder eenige bekommering beschouwde, even als of het wist, -dat mijne zakken ledig waren. Hierom laadde ik terstond met vette aarde, -en deed 'er een handvol kersenstenen op: want ik at van deze smaaklijke -vrugt schielijk zoo veel, als de kortheid des tijds gedoogde. Ik legde -op 't hert aan, en trof het vlak in het midden van het voorhoofd, -tusschen de horens. Het was verbaasd--waggelde--maar behield nog kragt -genoeg om weg te loopen. Een jaar of twee daarna was ik op de jagt in -het zelfde bosch--daar zag ik een schoon hert, met een fraaien volwassen -kersenboom, van tien voeten hoog, tusschen de horens. Op dat ogenblik -herinnerde ik mij mijn vorig avontuur, beschouwde het dier als mijn -eigendom, en schoot het in ééns, dat 'er de damp uitvloog; maar te -gelijk spattede het kersensap mij om de ooren: want de boom was vol -geladen, en dit fruit zoo smaaklijk, als ik het ooit geproefd had. Wie -weet, of niet een of andere ijverige heilige jager, of jagende Abt, of -Bisschop, op gelijke wijze tusschen de horens van _St. Huberts_ hert -geschoten, en het kruis aldaar geplant heeft. Zij zijn ten minsten -altijd bekend geweest, en staan nog te boek, als bekwame planters van -kruisen, en horens wat wonder dan! want ingeval van verlegenheid en -tweestrijd, 't welk den stouten jager niet zelden overvalt, grijpt men -ligt het een of ander strootje aan om zig te redden, en de eene of -andere uitkomst te zoeken, liever dan eene gunstige gelegenheid te laten -ontsnappen.--Ik zelf ben zeer dikwijls in dien staat van beproevinge -geweest. - -[Illustratie: II.] - -Wat zult gij, bij voorbeeld, van dit volgende wel zeggen? Op zekeren -dag, of liever schemeravond, was ik in _Polen_, in een bosch, en had al -mijn kruit vermorscht. Naa huis gaande maakte een ijslijke beer, met -alle mogelijke spoed, en met open muil, jagt op mij; gereed zijnde, zoo -het scheen, om mij aantevallen. Terzelfder tijd doorzocht ik alle mijne -zakken naa kruid en kogels; maar te vergeefsch.--Ik vond niets dan twee -stompe vuurstenen: den eenen slingerde ik uit al mijn magt in de open -kaken van het gedrogt, tot in zijne keel; dit veroorzaakte hem grote -pijn, en maakte, dat hij zig omkeerde, zoodat ik den tweeden door zijne -agterdeur naa binnen kon zenden. Dit deed een verwonderlijke uitwerking: -want deze vloog na binnen en ontmoette den eersten in den maag, gaf -vuur, en deed den beer met een verschriklijk geweld van één bersten. Zoo -kwam ik 'er voor ditmaal wel af: evenwel zoude ik deze proef niet gaarne -willen herhaalen, of wederom zonder eenigen voorraad een beer ontmoeten. - -Waarlijk! 't schijnt of het noodlot 'er zoo wat onder speelt. De -stoutste en de gevaarlijkste dieren komen een mensch schier altijd -tegen, als hij niet gewapend is: als of zij kennis of een zeker gevoel -daarvan hadden.--Zoo stoof eens een vreeslijke wolf zoo schielijk -en zoo digt op mij in, dat ik niets anders doen konde, dan een zeker -werktuiglijk instinkt te volgen, en mijne vuist in zijn opgesperden muil -te steken. Tot allen geluk stak ik door en door, tot dat mijn arm tot -aan den schouder toe 'er geheel in was. Hoe nu mij hier uit te redden? -De staat waarin ik mij bevond, was waarlijk niet aangenaam--met een wolf -van aangezigt tot aangezigt!--wij zagen elkander met weinig genoegen -aan. Trok ik mijn arm terug; dan had het dier mij met te meer woede -aangevallen, gelijk ik uit zijne schitterende ogen zien kon. Daarom -tastte ik door, en greep door zijne ingewanden naa zijnen staart, -keerde hem het binnenste buiten, gelijk een handschoen, en wierp hem -tegen den grond, daar hij bleef liggen. - -Het zelfde huismiddeltje zoude weinig gebaat hebben tegen een dollen -hond, die mij korten tijd daarna tegen kwam, in eene nauwe straat te -_St. Petersburg_. Loop, wat ge kunt, dacht ik; en om dit te beter te -kunnen doen, smeet ik mijne pels uit, en vlugtte zoo in een huis. Ik -zond mijn knegt naderhand om de pels, die dezelve bij mijne andere -klederen in de kleêrkamer bragt. Den volgenden dag verbaasde en -verschrikte het geschreeuw van den kaerel mij geweldig: "Om Gods wil, -riep hij, kom hier, mijn Heer! alle uwe klederen zijn dol." Ik haastte -mij, schoon ik den kaerel voor dol hield; doch vond alle mijne klederen -verstrooid en in stukken gescheurd. De knaap had gelijk in zijn -vermoeden, dat mijne pels dol was. Want ik zag zelf, dat zij aanviel op -een nieuw fijn lakens kleed, 't welk zij op een ongenadige wijze heen en -weer slingerde, en verscheurde. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -V. HOOFDSTUK. - -_Gevolgen van grote werkzaamheid en tegenwoordigheid van - geest.--Beschrijving van een hond, de lieveling van den - Baron.--Ongeval van des Barons vrouw.--Een haas met acht - pooten.--Zijn hond wordt eene teef; en jongt, terwijl zij een - haas vervolgt; die ook werpt, terwijl zij vervolgd wordt.--Hij - krijgt een zeer beroemd paerd ten geschenke van den Graaf van_ - PRZOBOSSKIJ, _waarmede hij vele ongewone daden verrigt._ - - -"Maar alle deze moeilijkheden, welken gij zoo gelukkig ontsnapt zijt, -zijn maar, door een gunstig noodlot, de toevallige oorzaken van uwen -roem en uwe grootheid." Dunkt u dat, mijn Heer? Voegt ge 'er ook BONS -bij?....... Ik erkenne, dat het geluk mij veelal gediend heeft; maar -beweer ook, dat mijne tegenwoordigheid van geest, mijne mannelijke -dapperheid, mijne onvertzaagde kloekmoedigheid, en mijne beproefde -ervaring ook het hare daaraan toegebragt hebben. Wie weet niet dat het -een met het ander vereenigd den gelukkigen jager, zeeman en soldaat -uitmaakt? Hoe? zoude een jager, zee- of krijgsman, die altijd van -het lot en zijne goede sterren wilde afhangen, die zig zelven nooit -bekommerde over die wetenschappen, welker beoeffening zijn hoofdwerk -is, noch ooit dacht op middelen, om met het beste gevolg zijn beroep te -kunnen waarnemen,--zoude zulk een, vraag ik, niet van de strafwaardigste -onvoorzigtigheid te beschuldigen zijn? Maar nooit heb ik ten dezen -opzigte eenige berisping verdient: altijd was ik beroemd, zoo wel van -wege de uitmuntendheid van mijne paerden, honden, roers en houwers, -als om mijne volmaakte manier van dezelven te gebruiken, zoodat ik -over het geheel moge hopen, dat mijner altijd, in de bosschen, aan den -haard, en op het veld, met lof gedacht zal worden.--Maar ik zal mij -hier niet ophouden met eene brede en volledige beschrijvinge van mijne -stallen, jagthuizen, geweerkamers; gelijk anders de Stal- Jagd- en -Honden-Edellieden wel gewoon zijn. Doch van éénen mijner honden, mijn -lieveling, kan ik evenwel niet nalaten te spreken. Het was een windhond; -dag en nacht kon ik hem gebruiken: want als het nacht werd hong ik hem -een lantaern aan den staart, en jaagde dan zoo goed of nog beter met -hem als op den helderen dag.--Eens (dit was kort na dat ik gehuuwd was) -gaf mijne vrouw hare begeerte te kennen om op de jagt te gaan. Ik reed -vooruit, om iets op te sporen, en het duurde niet lang, of mijn hond -stond stil voor eene groote hoenderkooij. Ik wagtte, en wagtte al op -mijne vrouw, die met mijn Luitenant, en een knegt, terstond mij gevolgd -waren; maar kreeg geen van allen te zien. Dit maakte mij eindelijk -ongerust; waarom ik terug keerde; en toen ik omtrend half weg was hoorde -ik een zeer klagend geween, dat kort bij mij scheen te zijn, hoewel ik -om mij, of ver af, geen levende ziel kon ontdekken. Ik klom van mijn -paerd, legde mijn oor op den grond, en nu hoorde ik duidelijk dat het -onder dezelve was, en herkende ook, zeer onderscheidenlijk, de stemmen -van mijne vrouw, mijn Luitenant en mijn knegt. Met een zag ik ook, dat -niet ver van mij af de opening van een steenkolengroeve was, en nu -twijfelde ik niet, of mijne ongelukkige vrouw zou, met haar geleide, -daar in gestort zijn. In vollen ren vloog ik naa het eerste dorp, om -de gravers te halen, die de verongelukten, na eenen allermoeilijksten -arbeid, uit eene diepte van negentig voeten weder boven bragten. Het -zeldzaamste was, dat menschen en paerden in dezen vreeslijken val bijna -niets beschadigd waren; doch zij hadden zoo veel te meer door angst -geleden.--Gij kunt u ligt voorstellen, Heeren! dat 'er aan geen jagen -meer gedagt wierd; en daar gijlieden, gelijk ik ligt kan vermoeden, -mijnen hond gedurende dit verhaal zult vergeten hebben, zoo zult gij het -mij niet kwalijk nemen, dat ik ook niet meer aan hem dagt. Mijn dienst -noodzaakte mij den volgenden dag op reis te gaan, 't welk mij veertien -dagen ophield. Nauwlijks was ik eenige uuren weder 't huis geweest, of -ik miste mijn _diaan_. Niemand had zig om het beest bekommerd: want men -had gedagt dat het mij gevolgd was. Hoop en vrees joegen mij terstond -naa de streek, daar ik met hem op de jagt had willen gaan; en tot mijne -onuitspreeklijke blijdschap vond ik mijn hond nog op dezelfde plaats -staan, daar ik hem voor veertien dagen gelaten had. _Piel!_ riep ik, met -een sprong hij toe, en ik kreeg vijfëntwintig eenden in één schot. Maar -het arme dier was zoo uitgehongerd en afgemat dat het nauwlijks naa mij -toe kon kruipen, zoodat ik hem op mijn paerd moest nemen om hem thuis -te krijgen. Na eene goede oppassing van weinig dagen was hij weder zoo -gezond en vrolijk als te voren; en eenige weken daar na maakte hij het -mij mogelijk een raadzel op te lossen, 't welk, waarschijnlijk, zonder -hem, voor altijd onöpgelost had moeten blijven. - -Ik joeg, namelijk, twee dagen lang, op een haas. Mijn hond bragt hem -telkens terug, maar ik kon hem niet onder het schot krijgen.--Het was -nooit mijne zaak aan toverij geloof te slaan; ik heb daar toe te veel -zonderlinge gevallen beleeft; maar in dit geval was mijn begrip ten -einde.--Eindelijk kwam de haas mij zoo nabij, dat ik hem kon treffen. -Hij viel; en wat meent ge wel dat ik zag?--de haas had vier pooten onder -het lijf, en vier op den rug. Als de vier onderste moede waren keerde -hij zich om, als een bedreven zwemmer die op buik en rug zwemt, en liep -dan met dezelfde snelheid weder voort. Naderhand heb ik ook nooit zoo -een haas weer gezien; en ook dezen had ik gewis niet gekregen, als mijn -hond niet zulke buitengewoone bekwaamheden had bezeten. Nooit zag ik -beter. Het dier werd oud in mijnen dienst; en was niet zoo zeer wegens -zijne grootte, als gezwindheid en eene andere omstandigheid zeer -opmerklijk. Altijd heb ik 'er mede gejaagd. Had gij hem ooit gezien, -gij zoudt 'er u over verwonderd, en mijne voorkeuze, dat ik met hem -altijd ging jaagen, goed gekeurd en geprezen hebben. Hij liep zoo snel, -zoo veel en zoo lang in mijnen dienst, dat zijne voetzolen geheel waren -afgesleten, zoodat ik op het laatst van zijn leven genoodzaakt was, -om hem niet anders te gebruiken als tot een beschutter, in welke -hoedanigheid hij mij zederd verscheiden jaren nog uitstekend dient. - -Dit brave beest veranderde van kunne. Ja, mijne Heeren! deez' Hij -werd een Zij! een teef! Op zekeren dag zette zij een haas naa, die mij -toescheen zeer groot en zwaar te zijn. Ik beklaagde mijn arme teef: want -zij was met jongen; en evenwel wilde zij zoo hard lopen als ooit. Mijn -paerd vloog uit al zijn magt, en nogthans kon ik haar niet dan op een -groten afstand volgen. Zeer onverwagt hoorde ik een getier als van een -gantsche jagt van honden--maar zoo zagt en flaauw, dat ik niet wist, -wat ik daar van maaken moest. Toen ik 'er bij kwam, was ik niet weinig -verbaasd! de haas had in den loop geworpen; 't zelfde kwam mijn teef in -het naazetten over--'er waren even zoo veel jonge hazen als honden. Door -haar bijzonder instinkt liep de eerste, en de andere jaagde, en vong -haar, en dus vond ik mij op het laatst bezitter van zes hazen, en even -zoo vele honden, schoon ik maar met één begonnen was. - -Ik herinner mij deze verwonderlijke teef met hetzelfde vermaak en -dezelfde genegenheid, als een schoon poolsch paerd, 't welk voor geen -geld te koop was. Het werd mijn eigendom, door een toeval, dat mij -gelegenheid gaf om met groot voordeel te toonen, dat ik de kunst van -paerden te berijden wel verstond. Ik was op het heerlijk landgoed van -den Graaf PRZOBOSSKY, in _Litthauen_, en bleef in de zaal, bij de -Vrouwen, thee drinken, terwijl de Heeren beneden in den tuin waren, -om een schoon bruin paerd te zien, 't welk zoo even uit de stoeterij -kwam. Zeer schielijk hoorden wij een geluid, waardoor wij merkten, dat -'er eenig ongemak was.--Ik haastte mij daarom naa beneden, en vond -het paerd zoo wild, dat niemand het dorst naderen of beklimmen. De -stoutste rijders stonden verslagen en bedremmeld; wanhoop was op ieders -aangezigt te lezen; wanneer ik in éénen sprong agter op het paerd zat, -het overhoeds aangreep, het geheel mak en tam kreeg, en het, door mijne -kennis van paerden en bekwaamheid in het rijden, in mijn bedwang had. -Ik brandde van begeerte om dit aan de Vrouwen te toonen, en haar voor -onnutte schrikken te bewaaren; daarom deed ik het door één van de open -ramen van de theekamer springen, reed 'er eenigen tijd mede rond, -stappende, rennende, of in een vollen galop; op 't laatst deed ik het -op de theetafel springen, om op dezelve, in 't klein, de lessen te -herhaalen, welken ik het reeds geleerd had: dit stond zeer sierlijk, en -gaf aan de Vrouwen geen klein vermaak: want het beestje deed zijne zaken -zoo verbazend wel, dat niet één kopje of schoteltje brak. Dit deed haar, -en vooral den edelen Graaf, zoo goede gedachten van mij krijgen, dat -hij mij, met zijne gewone vriendelijkheid, verzocht, om toch dit jong -paerd van hem aantenemen, en het te berijden, om roem en overwinning te -behalen, in den veldtogt tegen de _Turken_, welke welhaast, onder het -bevel van den Graaf _van Munnich_, stond geopend te worden. - -[Illustratie: III.] - -Nooit had ik een aangenamer geschenk kunnen ontvangen, noch waarbij ik -mij gunstiger voorspellingen konde doen bij de opening van den veldtogt, -in welken ik het eerst als krijgsman dienen zoude. Een zoo fraai, zoo -vuurig, en zoo vinnig paerd--zoo mak als een lam, en te gelijk een -BUCEPHALUS, deed mij gestadig denken aan mijnen pligt als krijgsman en -edelman--aan den jongen ALEXANDER, en de verbazende dingen, welken hij -in 't veld verrigt heeft. - -Wij trokken te veld, met oogmerk, zoo het onder anderen scheen, om den -roem der Russische wapenen, welke in den laatsten veldtogt van _Czaar_ -PETER aan de _Pruth_ een weinig geleden had, weder te krijgen; en dit -oogmerk bereikten wij volkomen, door verscheiden zeer vermoeiende maar -roemrijke togten, onder het bevel van den zoo even genoemden grooten -Generaal. - -Zedigheid verbied ieder enkel lid van een leger zig de grote voordelen -en overwinningen, door hetzelve behaald, toe te schrijven, naardien, -volgends het gewoon gebruik, de roem daarvan geheel en alleen ingeöogst -wordt door de legerhoofden, hoe gering ook hunne bekwaamheden dikwijls -mogen zijn; of, 't gene nog verkeerder is, door de Vorsten, of Koningen, -die nooit, dan op vrolijke feestdagen, of bij den wapenschouw hunner -troepen, kruid geroken, nooit een slagveld gezien hebben, noch, buiten -de Wagt-parade, ooit een Corps in slagorde zagen. - -Ik wil mij ook geenszins eenig bijzonder gedeelte toeschrijven van den -roem, welken wij in verscheiden gevegten met den vijand behaalden: -wij deden alle onzen pligt, welk woord, in de taal der patriotten, -krijgslieden en edellieden, van eene zeer uitgebreide en verschillende -betekenis en gewigt is; naardien het geenszins om 't even is, op welke -plaats en in welke omstandigheden men zig bevinde, om den waren zin van -de woorden eed, pligt, eer, geweten en dergelijken wel te kunnen -bevatten, en zig daarnaar behoorlijk te gedragen.--Maar deze zaken zijn -te verheven, dan dat burgerverstanden ze alle zouden kunnen bevatten. - -Een geval kan ik, echter, niet nalaaten hier te melden. Het bevel -hebbende over eene bende Huzaren, met last en magt om naar bevinding -van zaken te handelen, deden wij verscheiden togten. Het voordeel, 't -welk wij daarin op den vijand behaalden, meen ik, dat billijk aan mijn -beleid, en het goed gedrag mijner brave lieden, welken ik ten strijde -en ter overwinninge aanvoerde, moet toegeschreven worden. Eens hadden -wij het in de voorhoede zeer heet, toen wij de _Turken_ in _Oczakow_ -terug dreven. Mijn _Poolschman_ bragt mij altijd in 't heetste vuur. Hier -had ik één der eerste voorposten, en zag den vijand tegen ons opkomen -in een dikke wolk van stof, waardoor ik noch hun wezenlijk getal noch -hunne waarachtige oogmerken ontdekken konde. Om ons zelven insgelijks -door een wolk van stof te dekken, was wel eene gewone voorzigtigheid, -maar hierdoor kreeg ik nog geen kondschap van den vijand, noch het -beandwoordde aan 't oogmerk, waartoe ik was uitgezonden. Hierom liet -ik de flanken aan de beide vleugels zich verstroijen, om zoo veel stof -te maaken, als zij konden; maar ik hield regt aan op den vijand, om -hem zoo veel te nader onder de oogen te zien. Dit laatste gelukte mij -zeer wel: want de vijand stond en vogt maar zoo lang, tot dat hij door -mijne flanken in beweging, en aan 't wijken gebragt werd, en geheel in -wanorde geraakte. Dit was het ogenblik, om met vuur op den vijand in te -vallen.--Wij sloegen hem volkomen, en maakte eene schrikkelijke slagting -onder denzelve--wij dreeven hem niet alleen te rug tot aan de wallen -hunner stad, maar zelfs door de stad heen, 't welk onze bloeddorstigste -verwagting zelfs te boven ging. - -De ongemeene gezwindheid van mijnen Litthauër deed mij de eerste onder -de vervolgers zijn. Hier door zag ik, dat de vijand de andere poort van -de stad hals over kop uitvloog, en had wel lust om hem verder naa te -zetten; maar eene markt ziende, oordeelde ik het voorzigtigst om daar -stil te houden, en mijn volk bij één te zamelen. Ik hield stil, mijne -Heeren! op de markt; maar oordeelt over mijne verbaasdheid, dat ik mijn -volk een gantsch eind voor uit moest zijn, naardien ik geheel alleen was -en niet éénen Huzaar hende of omtrend mij kon gewaar worden! Zijn zij -eene andere straat ingeslagen? Of wat is 'er van hun geworden? Zekerlijk -konden zij niet verre meer agter zijn, en moesten zig, ieder ogenblik, -bij mij voegen. Terwijl ik mijne brave maats wagtte, wandelde ik met -mijn paard naa eene waterleiding op de markt, en drenkte het. Het beest -dronk ongemeen veel--met eene onverzaadlijke gretigheid; maar welke -zeer natuurlijk was: want toen ik naa mijne manschap om zag, zag ik dat -mijn arm beest zijn agterste gedeelte, tot aan de lendenen toe, kwijt -was, als of het in tweeën ware doorgehakt; het water liep er weder uit, -zoo als het 'er inkwam, zonder mijn paerd eenigszins te verfrisschen -of eenig goed te doen! Hoe dit toegekomen ware, bleef voor mij eene -verborgenheid, tot dat eindelijk mijn knegt van eenen anderen kant -kwam aan jagen, en onder een vloed van trouwhartige gelukwenschingen en -kragtige vloeken mij verhaalde, dat, wanneer ik den vijand zoo kort op -de hielen na binnen volgde, men het schof[5] had laten vallen, (dit had -ik in de drift niet bemerkt) waar door het agterste gedeelte van mijn -paerd glad was afgeslagen; eerst had dat gedeelte geweldig tegen de -deuren rondom zich geslagen, en was vervolgens naa eene weide, daar kort -bij, gelopen, daar ik het waarschijnlijk nog wel zou vinden.--Terstond -wendde ik, en in een verbazend snellen galop bragt mijn overig half -paerd mij in de weide. Ik vond, tot mijne groote blijdschap, hier de -afgeslagen helft weder; en tot mijne verwondering zag ik dat dezelve -zich met eene bezigheid vermaakte, die zoo wel was uitgedagt, dat tot -heden toe geen _Maitre des plaisirs_, met al zijn vindingrijkheid, in -staat was, om een vermaak uit te denken dat beter voor een hoofdeloos -wezen voegt; om het met één woord te zeggen, het agterdeel van mijn -wonderpaerd had in die weinige ogenblikken reeds eene gemeenzame kennis -gemaakt met de merries, die in de weide liepen, en scheen bij de -vermaaken van zijnen Harem alle zijne geledene smerten te vergeten. -Hierbij kwam nu zekerlijk de kop zoo weinig in aanmerking, dat zelfs -eenige veulens haar aanwezen aan deze uitspanning te danken hadden, -hoewel zij onbruikbaare misgeboorten waren, welken alles ontbrak wat -hun Vader miste toen hij hun voortbragt. - -[5] Het schof of _port-cullis_, zijn zwaare vallende deuren, met scherpe - punten van onderen. Men laat ze neervallen, om het binnen komen van - een vijand in eene versterkte stad te beletten. - -[Illustratie: IV.] - -Daar ik nu zulke onwederleglijke bewijzen had van het leven van de beide -gedeelten van mijn paerd, liet ik terstond onze paerdensmit komen; -zonder zich lang te bedenken kwam deze op den inval, om de beide delen, -terwijl ze nog tamelijk warm waren, wederom aan elkanderen te voegen. -Hij naaide ze vast met takjes en jonge spruitjes van laurierbomen, welke -juist bij de hand waren.--De wond genas; en wat kon een zoo beroemd -paard niet te beurte vallen? de spruitjes maakten wortel in deszelfs -lighaam, groeiden op en maakten een priëel, in de gedaante van een -munnikskap, zoo dat ik naderhand altijd op andere togten kon uitgaan -onder de schaduw van mijne eigene en mijns paerds laurieren. - -Van iemand, die een paerd als het mijne kon berijden, zult gij, Heeren! -ook wel andere behendige bedrijven willen gelooven, die U anders -misschien wat fabelachtig zouden voorkomen. Eens dat wij eene stad -belegerden, had de bevelhebber een bijzonder belang om de inwendige -gesteldheid der plaats te weeten. Het scheen ten uiterste moeilijk, ja -bijna onmogelijk, om door alle de voorposten, wachten en werken binnen -te geraaken, en 'er was geen geschikt voorwerp voorhanden, om zoo iets -met hoop van eenen gelukkigen uitslag, te ondernemen. Misschien een -weinig te voorbarig in ijver en moed, plaatste ik mij naast een 36 -ponder, die op dat ogenblik op de stad zou losbranden, en, _wip!_ op den -kogel, met oogmerk om mij in de vesting te laaten brengen; maar toen -ik omtrend halfwege door de lucht was kreeg ik allerlei bedenkingen in -den kop, die ik niet kon oplossen. "Ja, dagt ik, gij zult nu wel binnen -komen; maar hoe 'er weder uit? hoe zal het u in de vesting gaan? zal men -u niet aanstonds voor een spion nemen, en u aan de eerste galg de beste -hangen? zulk een bed van eer zal u weinig roem nalaten." Ik nam hierom -een kort besluit, en bediende mij van de gelegenheid dat een kogel, -eenige schreden van mij af, uit de vesting naa ons leger snelde. _Wip!_ -van dien op welken ik zat op dezen over, en zoo kwam ik met onverrigte -zaaken, maar nogtans behouden, in het leger terug. - -[Illustratie: V.] - -Zoo ligt en vaerdig ik in het springen was, was ook mijn paerd, slooten -noch heggen beletteden mij ooit den kortsten weg te nemen. Eens zette -ik op hetzelve een haas naa, die dwars over den gemeenen weg liep, -wanneer juist een koets, met twee jonge dames 'er in, dien weg kwam, -tusschen mij en den haas. Mijn paerd vloog zoo snel, zonder zich te -stooten, door de koets heen, waarvan de glazen opgetrokken waren, dat -ik nauwlijks den tijd had om mijn hoed aftenemen, en de dames voor deze -vrijpostigheid verschoning te vragen. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -VI. HOOFDSTUK. - -_De Baron wordt krijgsgevangen, en voor slaaf verkoft.--Hoedt - de bijen van den Sultan, welken aangevallen worden door twee - beeren.--Verliest een bij en een zilveren bijl, welken hij naa - de beeren smijt; doch die, door het verdraaijen van zijnen arm, - opvliegt naa de Maan, maar welken hij, door eene vernuftige - uitvinding, naa beneden brengt.--Valt bij zijne terugkomst op de - aarde, en redt zig zelve uit eene diepe kuil.--Redt een wagen, - welke den zijnen, op een smallen weg ontmoet, op eene zonderlinge - wijze. Wonderbaar uitwerksel van de vorst op den posthoren van - zijn koetsier._ - - -Ik was nogtans niet altijd gelukkig[6]. Ik had zelfs het ongeluk, dat ik -voor de overmagt der vijanden moest bukken, en door hun krijgsgevangen -gemaakt, en, het welk nog erger, maar bij de _Turken_[7] altijd -gebruiklijk is, tot slaaf verkoft werd. In dezen staat van vernederinge, -was mijn dagelijks werk wel niet hard en zwaar, maar eerder zonderling -en vervelende. Ieder morgen moest ik de bijen van den Sultan naa buiten -op het veld brengen, den ganschen dag oppassen en tegen den nacht -wederom in hare korven drijven. Op zekeren avond miste ik ééne bij, en -wel ras merkte ik, dat twee zwijnen haar aangevallen waren, om haar te -verslinden, en den honig, welken zij bij zig had, onder elkander te -deelen. Ik had niets bij mij, waarmede ik die dieren kon verjaagen, -dan de zilveren bijl, welke het teken is van des Sultans hovenieren -en landbouwers. Ik smeet dezelve naa de dieven, in hoop van hen te -verschrikken en weg te jaagen, en de arme bij in vrijheid te stellen; -maar door eenen ongelukkigen draai in mijn' arm vloog de bijl naa om -hoog, en bleef gestadig klimmen, tot dat zij aan de Maan raakte. Hoe kon -ik haar weder krijgen? Hoe haar van daar terug haalen? Ik herinnerde -mij, dat de turksche bonen zeer snel opwassen, en tot eene verbazende -hoogte opklimmen. Terstond plantte ik eenen, welke vattede en zoo -spoedig groeide, dat hij zig terstond aan één van de horens van de Maan -vast hegtte. Nu had ik niets anders te doen, dan daar tegen zagtkens en -voorzigtiglijk op te klimmen naa de Maan; alwaar ik behouden aankwam. -Ik had een huis vol werk, eer ik mijne zilveren bijl konde vinden in -een plaats, daar alles de helderheid en glans van zilver heeft; maar -eindelijk vond ik haar in een hoop van kaf en gekapt stroo. Maar helaas! -de weg van wederkeeren was voor mij afgesneden: door de hitte van -de Zon was mijn boon geheel verdord, en geheel onbekwaam tot mijne -nederdalinge. Hierop teeg ik aan 't werk, en maakte mij een touw van dat -kapsel, zoo lang en zoo goed, als ik het ooit geleerd had. Dit maakte -ik aan één van de horens harer bleeke Majesteit vast, en liet mij daar -langs stil afzakken. Ik hield mij vast met de linker hand, en mijne -bijl in de regter hebbende, hakte ik daarmede telkens het lang en nu -nutteloos boven gedeelte van het touw af, knoopte dit aan het onderste -gedeelte weder vast, het welk mij een goed eind wegs laager bragt. Dit -geduurig splitsen en knoopen van het touw maakte het zelve gantsch niet -langer of beter; ook werd ik daardoor verhinderd, om op het land van den -Sultan neder te komen. Ik was nog vier of vijf mijlen, ten minsten, van -de aarde, wanneer het touw brak, en ik op den grond viel, met een zoo -verschriklijk geweld, dat ik geheel in zwijm lag, en mij in een gat vond -meer dan negen vademen diep, 't welk ik, van zoo groote hoogte vallende, -met mijn lighaam in de aarde gemaakt had. Ik kwam weder bij mij zelven, -maar zag geen kans, om daar weder uit te komen. Hierop begon ik met -mijne nagels, welken toen veertig jaren gegroeid hadden, een soort van -trap te graaven, en kwam 'er op deze wijze gelukkig uit. - -[6] Deze weinige woorden zijn een voldingend bewijs van des Barons - geloofwaardigheid, en de waarheid zijner geschiedverhaalen. Een - liegende grootspreker is nooit ongelukkig. - -[7] De Baron deelde naderhand grootlijks in de gunst van den Grooten - Heer, gelijk uit het vervolg zal blijken. - -Door deze vermoeiende les voorzichtiger geworden, overlegde ik het -vervolgends beter, om mij van de zwijnen, die zoo gretig naa mijne bijen -en den honig waren, te ontslaan. Ik bestreek den disselboom van een -veldwagen met honig, en legde mij 's nachts digt daarbij in hinderlaag. -Het geen ik hoopte gebeurde. Een groote beer, door de geur van den honig -gelokt, kwam aanzetten, en begon zoo gulzig aan de punt van den dissel -te likken, dat hij dezelve hoe langer hoe dieper binnen kreeg, tot ze -eindelijk door slokdarm en maag ging en agter weder uitkwam. Nu schoot -ik toe, en stak door het gat, voor aan den disselboom, een pen, om den -likker den aftogt te beletten; en liet hem zoo tot 's morgens zitten. De -Grote Heer, die toevallig daar voor bij kwam wandelen, lachte over deze -klucht dat hij schudde. - -Kort daarna werd de vrede met den _Turk_ gesloten: ik kreeg mijne -vrijheid weder, en werd, met andere krijgsgevangenen, terug gebragt -na _St. Petersburg_. Doch ik nam kort daar op mijn afscheid: dit was -ten tijde toen die wonderlijke omwenteling aldaar voorviel, wanneer de -_Keizer_ in zijne wieg, zijne Moeder, de hertog van _Brunswijk_, haar -Vader, de Graaf van MUNNICH, en vele andere personen naa _Siberie_ -gebannen werden. De winter was toen door geheel _Europa_ zoo ongemeen -streng, dat de Zon groot nadeel moet geleden hebben, waaraan zij zederd -tot op den huidigen dag gesukkeld heeft. Ik ontmoette daarom ook op -mijne terugreis uit dit land grooter ongelegenheden, dan ik op mijn -vertrek derwaards geleden had. - -Ik reisde met den gewonen postwagen; wanneer wij op smalle wegen kwamen, -herinnerde ik den voerman, dat hij op zijn horen zoude blaazen, om -andere reizigers op dezen smallen weg te waarschuwen. Hij blaasde uit -al zijne magt; maar alle zijne pogingen waren te vergeefsch. Hij kon -zijnen horen geen geluid doen geven; dit was onbegrijplijk, en tevens -ongelukkig: want kort daarna kwamen wij een anderen wagen tegen, daar -het zoo smal was, dat wij niet voorbij elkander konden gaan; hierom -sprong ik uit den wagen, en, daar ik zeer sterk was, zette ik hem, met -wielen en al wat 'er in was, op mijn hoofd, sprong daarmede over een -haag, ongeveer negen voeten hoog, in het veld, ('t welk, als men het -gewigt van den wagen in aanmerking neemt, gantsch niet gemaklijk te doen -was) en nam een tweeden sprong, waardoor ik weder op den weg kwam, agter -het andere rijdtuig; toen ging ik om de paerden: één daarvan nam ik op -mijn hoofd, en het andere onder mijn linker arm, en bragt ze op dezelfde -wijze bij onzen wagen, spande ze weder voor, en zoo kwamen wij tegen -het vallen van den avond gelukkig aan eene herberg. Ik vergat bijna te -zeggen, dat het paerd, 't welk ik onder den arm had, zeer vuurig, en -niet boven de vier jaren oud was, dat het een grooten tegenzin toonde -tegen deze geweldige soort van beweging, niets doende, dan schoppen -en slaan; maar dat ik zijne agterste pooten vast hield, met ze in de -zak van mijn rok te steken. Toen wij in de herberg waren gekomen, -ververschten mijn voerman en ik ons zelven eens regt hartelijk voor -alle onze vermoeienissen: hij hong zijn horen aan een spijker naast -den schoorsteen in de keuken, en ik zat in den anderen hoek. - -Zeer schielijk hoorden wij: _tereng! teng! teng!_ Wij zagen rond, en -ontdekten nu de rede, waarom de voerman niet op zijn horen had kunnen -blaazen. Zijne geluiden waren in den horen vastgevrozen, en vloogen, -nu ze ontdooiden, bij menigte daar uit. De voerman was hier mede zeer -in zijn schik, omdat hij ons daardoor ten vollen overtuigde, dat hij -waarlijk geblazen had; maar mij verveelde het verschriklijk: want zonder -dat de knaap den horen aan den mond bragt, moesten wij, eenige uuren -lang, alle de deunen hooren, welken hij dien gantschen dag op zijn horen -geblazen had: wij hoorden de _Pruissische marsch_--_Malbroek_--_hoe -helder schijnt die zilverde maan_--_viva den Hertog_--en honderd andere -dergelijke geliefde deunen. - - * * * * * - -_Naardien sommige reizigers 'er zig op toeleggen, om meer te verhaalen, -dan misschien, strikt gesproken, waar is; zal mogelijk de een of ander -van het gezelschap aan mijne geloofwaardigheid twijfelen. Maar dezen -zegge ik alleen: dat ik hem, wegens zijn gebrek aan geloof, uit al mijn -hart beklaage; en bidde hem, dat hij zijn afscheid neme, eer ik mijne -verdere gevallen, welken niet minder wezenlijk gebeurd en wonderlijk -zijn, als die ik U heb medegedeeld, begin te verhaalen._ - -[Decoratieve illustratie] - - - - - REIZEN - VAN DEN BARON - VAN MUNCHHAUSEN. - -TWEEDE DEEL. - - - - -VII. HOOFDSTUK. - -_De Baron verhaalt zijne avonturen op eene reis na Noord-Amerika, - welken de aandacht van den lezer wel waardig zijn.--Pots van een - walvisch.--Een zeemeeuw behoudt een matroos in 't leven.--Het hoofd - van den Baron zakt in zijne maag--een gevaarlijk lek gestopt _a - posteriore_._ - - -Ik ging te _Portsmouth_ aan boord van een nieuw Engelsch oorlogschip, -van honderd stukken, en veertien honderd koppen, naa Noord-America op -reis; op welke niets merkwaardigs gebeurde, tot omtrend drie honderd -_Fransche_ mijlen van de rivier _St. Laurens_, wanneer het schip met een -verbazend geweld stiet (zoo wij meenden) tegen een klip; hoewel wij met -het lood geen grond konden pijlen tot op drie honderd vademen[8]. Het -gene in deze omstandigheid nog verwonderlijker is, en alle begrip te -boven gaat, is dit: dat wij met dezen stoot ons roer verlooren, dat -onze boegspriet door midden brak, dat alle onze masten opscheurden van -boven tot beneden, en dat twee derzelven over boord vielen; een arme -matroos, die boven in de raê zat om het zeil vast te maaken, vloog ten -minsten drie mijlen ver van 't schip weg; maar gelukkiglijk reddede -hij zijn leven: want in zijnen vaart viel hij op een zeemeeuw, die hem -weder bragt, op dezelfde plaats, van welke hij gevallen was. Een ander -uitwerksel van den stoot, welken wij kregen, was deze: dat zij, die -tusschen deks waren, met hunne hoofden, op eene ijslijke wijs, tegen het -dek gesmeten werden, zoo dat zij terug rolden als kloten. Maar met mij -liep het zoo goed niet af: want mijn hoofd werd tusschen mijne schouders -zoo diep ingedrukt, dat het zonk tot in de maag; en het liep eenige -maanden aan, eer het zijne oude plaats wederom kon innemen. Terwijl wij -allen nog even, verbaasd waren van de algemeene en onuitspreeklijke -verwarring, waarin dit stooten ons gebragt had, ontdekten wij, waar -het van daan kwam. Een zeer grote walvisch, die zig bakerde in de zon, -was in slaap gevallen, op een diepte van zestien voeten water. Dit dier -was zoo boos geworden over de manier, waarop wij het wakker gemaakt -hadden, (want in het overzeilen was zijn neus door ons roer wat bekrapt -geworden) dat hij de galderij geheel, en op zijn minst een vierde -gedeelte van het halfdek met zijn staart in stukken sloeg, terwijl hij -op het zelfde oogenblik ons daags anker, 't welk volgends gewoonte bij -het voorsteven hing, tusschen zijne tanden nam, en met het schip ten -minste eene lengte van zestig duitsche mijlen voordliep: en wie weet -waar hij ons gebragt had, als niet gelukkiglijk het kabel gebroken -was: wij verlooren daardoor beiden het anker en den walvisch; maar -wanneer wij eenige maanden daarna naa _Europa_ wederkeerden, vonden -wij denzelfden walvisch, slechts weinige Engelsche mijlen van dezelfde -plaats, dood drijven op het water. De visch was meer dan honderd -Rhijnlandsche roeden lang; waarom wij maar een zeer klein gedeelte -van een zoo groot gedrogt aan boord konden krijgen. Wij zetteden -derhalven onze sloepen uit, en konden niet, dan met veel moeite, zijn -kop afhakken, waarin wij tot onze grote blijdschap het anker en nog -boven de veertig vademen van het kabel vonden. Dit lag verborgen aan de -linker zijde van den bek, vlak onder de tong; 't welk de waarschijnlijke -oorzaak van deszelfs dood was: want de tong was aan dien kant heel zeer -gezwollen, en voor een groot gedeelte ontstoken.--Dit was het eenigst -buitengewoon toeval, 't welk ons op de reis bejegende. Evenwel had ik -bijna nog een gedeelte van ons ongeluk op dien dag vergeten te melden, -te weten: terwijl de walvisch met het schip weg zwom, sloeg hij een lek -in hetzelve, waardoor zoo veel water in liep, dat wij het met alle onze -pompen niet konden lens houden. Maar tot ons geluk ontdekte ik het lek; -het was een groot gat van omtrend één voet over het kruis. Gij zult mij -wel willen gelooven, dat dit geval mij een zeer groot genoegen gaf! als -ik u verhaald zal hebben, hoe dit schoone schip met man en muis behouden -werd door een zeer gelukkige inval! ik vulde het gat met mijn ..., -zonder mijn broek uit te trekken; ja ware het nog groter geweest, ook -dan nog zoude ik het hebben kunnen stoppen: waarover gij u niet zult -verwonderen, als ik u zegge, dat ik eigenlijk uit _Westphalen_ afkomstig -ben[9]. Terwijl ik op deze bril zat, had ik het waarlijk vrij koel; maar -de timmerlieden verlosten mij weldra uit dezen onaangenamen staat. - -[8] De vertaler gist, dat de zetter van het oorspronglijk werk hier - den Baron een lelijken trek gespeeld hebbe; want dat de Baron een - schrijffout begaan zoude hebben, houdt hij voor onmogelijk. Het - diepst, dat men kan peilen is honderd vijftig vademen. Hij heeft - het niet durven veranderen; want dit zoude zoo goed geweest zijn, - als aan de geloofwaardigheid van den Baron te twijfelen: - -[9] Dit wil zeggen, dat de Ouders van den Baron aldaar gewoond - hadden, en hij alzoo in _Westphalen_ geboren was. Want op eene - andere plaats beroemt hij zig op zijn koninglijk bloed. - - - - -VIII. HOOFDSTUK. - -_De Baron baadt zig in de middellandsche zee.--Hij ontmoet zeer - onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn voornemen, in de gewesten - van hitte en duisternis, waaruit hij zig redt door het dansen van - den hornpijp.--Verschrikt zijne verlossers, en komt weder aan het - strand._ - - -Ik was eens in het grootste gevaar van de waereld, om in de -middellandsche zee, op de zonderlingste manier, zonder medewerking der -geneesheeren, en buiten weeten van eenig mensch, om het leven te raaken. -Op een zomerschen agtermiddag baadde ik mij, in die vermaaklijke zee, -digt bij _Marseille_, wanneer ik een zeer groten visch, met zeer wijd -opgesperde kaken, met de grootste snelheid op mij zag aankomen. Hier was -geen tijd te verliezen; en het te ontwijken was niet mogelijk. Ik maakte -mij daarom terstond zoo klein, als in mijn vermogen was, trekkende mijne -voeten zoo hoog op, en sluitende mijne handen zoo naabij het lijf, als -ik maar kon. In deze houding was ik in een ogenblik tusschen zijne kaken -en in zijne maag. Hier was ik een poos in den stikdonkersten nacht, en -de onverdraaglijkste hitte; gelijk gij u ligt zult kunnen verbeelden: -tot dat ik eindelijk begon te begrijpen, dat wanneer ik den visch wat -pijn aandeed, hij wel blijde zoude zijn, als hij mij wederom kwijt was. -Daar ik ruimte genoeg had, begon ik alle mijne jongens spellen één voor -één te beproeven; als tuimelen, hinkelen, springen, klouteren enz.; maar -niets scheen hem zoo lastig te vallen, als de vaardige beweging mijner -voeten, met het dansen van den hornpijp. Nauwlijks was ik daarmede -begonnen, of ik moest weder uitscheiden, door zijn horten en stooten; ik -ging echter weêr voord, en hij brulde vreeslijk; op het laatst ging hij -volkomen regt op zijn staart in het water staan, met zijn kop daarboven -uitstekende, waardoor hij ontdekt werd door het bootsvolk van een -italiaanschen koopvaarder, die daar juist voorbij zeilde, en hem binnen -weinig minuten harpoende. Zoodra hij aan boord gehaald was, hoorde ik -het volk met elkander overleggen hoe zij hem best zouden opsnijden, om -den meesten traan te krijgen. Ik was dus in geen geringe benaauwdheid, -dat zij mij omhals zouden brengen met die werktuigen, waarmede zij dit -vreemde werk verrigten wilden. Hierom begaf ik mij zoo naa bij het -middenpunt, als ik konde: want in de maag van dit schepsel was ruimte -genoeg voor twaalf menschen: en ik verbeeldde mij natuurlijk, dat zij -met de ingewanden zouden beginnen. Maar mijne vrees was weldra gestild: -want zij begonnen met den buik van onderen af open te snijden. Zoodra ik -eenige schemering van licht gewaar werd, schreeuwde ik uit al mijn magt -(want ik sprak italiaansch) dat men mij met allen spoed verlossen zoude -uit eene plaats, daar ik bijkans gestikt was. Het is mij onmogelijk om -naar waarheid te beschrijven de maat en de soort van verbaasdheid en -ontsteldtenis, welken op ieders aangezigt geschilderd waren, toen zij -de stem van een mensch uit het binnenste van den visch hoorden; maar -vooral, toen zij een levendig wel geschaapen naakt mensch uit deszelfs -lighaam met een statigen tred zagen te voorschijn komen; met één woord, -Heeren! ik verhaalde hun de gantsche gebeurdtenis, zoo als ik ze u -verhaald heb, terwijl zij van verbaasdheid verstomden. - -[Illustratie: VI.] - -Na dat ik eenige ververschingen genomen had, sprong ik in zee, om mij af -te wasschen, en ik zwom naa mijne klederen, welken ik op dezelfde plaats -weer vond, daar ik ze gelaten had. Naar de beste berekening, welke ik -heb kunnen maaken, was ik juist twee uuren, negentien minuten en zeven -en dertig seconden in de maag van dit dier opgesloten geweest. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -IX. HOOFDSTUK. - -_Avonturen in _Turkije_ en op de rivier de _Nijl_--de Baron schiet een - luchtbol boven _Constantinopel_ naa beneden, en vindt een franschen - proefondervindlijken Wijsgeer daaraan hangen.--Gaat in gezantschap - naa Groot _Cairo_, en vermeerdert onder weg zijn gevolg met vijf - persoonen van uitstekende bekwaamheden.--Keert van daar terug langs - den _Nijl_, alwaar hij zeer onverwagt wordt opgehouden.--Wint een - weddingschap met den Groten Heer.--Proeven der bekwaamheden van - zijne bedienden._ - - -Toen ik in den turkschen dienst was, vermaakte ik mij dikwerf met zeilen -op de zee van _Marmora_, van waar men een heerlijk gezigt heeft op de -gantsche stad _Constantinopel_, en door welke het Serail van den groten -Heer bespoeld wordt. Wanneer ik op een zekeren morgen verrukt was over -de schoonheid van het weder en de helderheid van de lucht, zag ik iets, -gelijkende naar een kloot, ongeveer twaalf duimen groot, waaraan, zoo -het mij toescheen, nog het een of ander was vastgehegt. Terstond nam -ik mijn grootste en langste ganzenroer, waarmede ik nooit uitgaa, of ik -doe 'er het een of ander mede op, zoo zulks binnen mijn bereik is: ik -zettede daar een kogel op, en schoot naa den bol, maar 't was mis; ik -herhaalde den schoot met twee kogels, doch vergeefsch; 't voorwerp was -te ver van mij af; toen nam ik dubbeld kruid en vijf of zes kogels, -welke allen het ding raakten, en aan den eenen kant eene grote opening -daarin maakten, en het in zee deden tuimelen. Oordeelt over mijne -verwondering, toen ik maar zes voeten van mij af een zeer fraai verguld -schuitje, met een man en een stuk van een schaap 'er in, 't welk wel -half gebraden scheen te zijn, hangende aan eene verbazend grote Ballon, -zag nedervallen. Van mijne verbaasdheid een weinig bedaard zijnde, -gebood ik mijn volk om, zoo digt als mogelijk was, bij dezen vremden -luchtreiziger bij te draaijen. - -Schoon ik terstond merkte, dat hij een Franschman was, nam ik hem echter -bij mij aan boord, met voornemen, om hem in zijn fraai verguld schuitje -weder over boord te zetten, zoo hij aan mijne nieuwsgierigheid niet -voldeed, en mijnen dienst, dat ik hem van dezen gevaarlijken togt gered -had, met geene volledige dankbaarheid beandwoordde[10]. - -[10] De Baron, die zoo even een overtuigend bewijs gaf van zijne - deftige westphaalsche geboorte: geeft hier een proef van zijne - Engelsche opvoeding. - -Hij was van zijnen hemelschvluggen tuimel in zee zoo ongesteld, dat hij -een geruimen tijd geen woord konde spreken; doch zig een weinig hersteld -hebbende, gaf hij mij het volgend verslag van zig zelven en zijne reis. -"Het is omtrend zeven of acht dagen geleden," zeide hij, "want den -eigenlijken tijd kan ik u niet nauwkeurig en bepaald opgeven, naardien -ik de rekening kwijt ben; omdat ik het grootste gedeelte van dezen tijd -in die streken, alwaar de Zon nooit ondergaat, heb doorgebragt--voor -omtrend zeven of acht dagen was het, dat ik te _Land's End_, in 't -Graafschap _Cornwall_ in _Groot-brittannie_[11], mijne luchtreis -aanvaardde in dit schuitje, waaruit ik zoo plotseling ben neergevallen, -hangende aan een zeer grote _Ballon_. Ik nam een schaap mede, om met -hetzelve proeven op den dampkring te nemen: maar tien minuten na het -opgaan van de _Ballon_, veranderde ongelukkiglijk de wind, en in plaatse -van mij te brengen naa _Exeter_, alwaar ik meende neder te komen, dreef -de wind mij zeewaards, boven welke ik gisse dat ik zederd al dien tijd -gedreven heb: want ik was veel te hoog, om water van land te kunnen -onderscheiden. - -[11] Dit is de westelijkste uithoek van _Engeland_; van daar is de - reis na _Exeter_ noordoostwaard aan, en dus geheel over land, ter - lengte van 140 engelsche mijlen. Hij had dus op zijn voorgenomen - togt geen gevaar van water, al ware hij nog tweemaal die lengte - voordgevlogen: want eer hij aan den noordoostelijksten hoek bij - _Yarmouth_ aankwam, had hij _Engeland_ in deszelfs grootste - lengte moeten overvliegen. - -"Mijn honger, dus vervolgde hij, werd zoo scherp, dat de voorgenomen -proeven over de lucht en de hitte daarvoor moesten wijken. Op den -derden dag moest ik het schaap reeds dooden, en daar ik toen oneindig -ver boven de Maan, en zoo digt bij de Zon was, dat ik mijne wenkbraauwen -zengde, plaatste ik het schaap, waarvan ik de huid eerst had afgevild, -in dat gedeelte van mijn schuitje, alwaar de Zon kragt genoeg doen kon, -om het vleesch te braaden, of met andere woorden, alwaar de schaduw van -de _Ballon_ de Zon niet hinderde, zoo dat het vleesch binnen twee uuren -gebraden was. Dit is in al dien tijd mijn eenigst voedsel geweest." - -Hier hield hij op, en was verbaasd over de voorwerpen, welken hem -omringden. Toen ik hem zeide, dat het 't _Serail_ van den groten Heer -was, scheen hij boven mate getroffen te zijn, omdat hij gemeend had, dat -hij in een geheel andere streek was. "Mijne lange vlugt," voegde hij -'er bij, "is daardoor veroorzaakt, dat een zeker koord, 't welk vast -zit aan een klepje in de _Ballon_, om daardoor de ontbrandbare lucht -uit te laten, brak." Ware de _Ballon_ niet aan stukken geschoten, gelijk -verhaald is, het zoude met hem gegaan zijn, als met _Mahometh_, en hij -was tot aan den jongsten dag tusschen hemel en aarde blijven hangen. - -De grote Heer, bij welken ik door de _Keizerlijke_, _Russische_ en -_Fransche_ gezanten was ingeleid, gebruikte mij tot een zaak van zeer -groot gewigt te groot _Cairo_; waarvan ik zeer veel wetenswaardige -bijzonderheden, dienende tot ophelderinge van den opstand der -_Noord-amerikaansche_ Colonien, en deszelfs eerste en waaragtige -oorzaken, zoude kunnen verhaalen--indien de gantsche zaak niet van -die natuur was, dat ze voor eeuwig een geheim moest blijven. - -Ik ging derwaards met al de pragt en staatsie van een afgezant der hoge -en verhevene Porte; onderweg had ik gelegenheid mijn stoet met eenige -zeer bekwaame voorwerpen te vermeerderen: want toen ik nauwlijks eenige -mijlen van _Constantinopel_ verwijderd was, zag ik een klein, schraal -man met de grootste gezwindheid dwars over het veld loopen, schoon hij -aan elk been een stuk lood van wel vijftig ponden zwaarte had hangen. Ik -riep: "hoe zoo haastig en waarheen, Vriend! en waarom bezwaart gij u in -uwen loop met zulken last?" "Ik ben gaf hij mij ten antwoord, voor een -half uur uit _Weenen_ gegaan, daar ik bij een voornaam Heer in dienst -was; ik gaa naa _Constantinopel_ om daar wederom een dienst te zoeken; -door het gewicht aan mijne beenen heb ik mijne snelheid, die mij thans -niet te pas komt, wat willen maatigen: want _moderata durant_ pleeg mijn -overleden preceptor te zeggen."--Deze _Azahel_ behaagde mij, en ik nam -hem in mijn dienst. Na eenigen tijd te hebben voortgereisd vond ik een -kaerel, digt aan den weg, op een schoon grasveld liggen, zoo stil als of -hij sliep; doch hij was wakker en luisterde met zijn oor zoo opmerkzaam -op de aarde, als of hij de tegenvoeters wilde beluisteren.--"Waar -luistert gij naa, mijn Vriend?" vroeg ik. "Ik luister tot tijdverdrijf, -om te hooren hoe het gras groeid!--en kunt gij dat?--o dat is een -beuzeling!--Koom dan in mijnen dienst, Vriend, wie weet wat 'er al niet -kan vallen te hooren." De kaerel sprong op en volgde mij.--Een weinig -verder stond een jager op een heuvel met een aangelegd geweer, en schoot -in de ruime lucht.--"Veel geluks, veel geluks, jager! Maar waarop schiet -gij? Ik zie niets als de ruime lucht."--"Ik neem de proef van dit nieuwe -geweer. Gints op den haan van den Munster tooren te _Straatsburg_ zat -een spreeuw, die ik 'er af heb geschoten." Die mijne drift voor de edele -kunst van jagen en schieten kent, zal zig niet verwonderen dat ik dezen -uitmuntenden schutter terstond om den hals viel. Het spreekt van zelfs -dat ik niets spaarde om hem ook in mijnen dienst te krijgen.--Ik reisde -met mijnen stoet vervolgens door verscheiden landen en steden, tot -aan den berg Libanon. Hier vond ik voor een bosch van cederbomen een -stevigen kaerel staan, trekkende aan eenen strik, die om het gantsche -bosch gespannen was. "Wat trekt gij daar, mijn Vriend?" vroeg ik hem. -"Ik moet timmerhout halen, en heb mijn bijl vergeten: nu moet ik mij zoo -goed redden al ik kan." Met deze woorden rukte hij in eens het gantsche -bosch, dat een vierkante mijl groot was, op den grond, of het riet was. -Gij raadt ligt wat ik deed: ik had deze kaerel niet laten gaan, al had -het mij het gantsche inkomen van mijne Ambassade gekost.--Tot in het -Egyptische gebied voordgereisd zijnde, verhief zig een zoo geweldige -storm, dat ik het met wagen en paerden nauwlijks over end kon houden, en -vreesde in de lucht gevoerd te zullen worden. Van zeven windmolens, die -ter linker zijde van onzen weg op eene rei stonden, slingerden de wieken -zoo snel om hunne assen, als het spinwiel van de vaardigste spinster. -Niet ver daar van daan, aan de regter zijde, zag ik een kaerel staan, -veel gelijkende naar _John Falstaf_, welke zijn regter neusgat met zijn -voorsten vinger toehield. Zoodra deze kaerel onzen angst en verlegenheid -zag, wendde hij zig naa ons, en boog zig eerbiedig voor mij. Eensklaps -deedt zig geen windje meer voelen, en de zeven molens stonden plotslings -stil. Verwonderd over dit voorval, dat mij niet natuurlijk scheen toe -te gaan, schreeuwde ik den tovenaar toe: kaerel wat is dat! zit de -duivel u in 't lijf, of zijt gij de duivel zelf? "Verschoon mij, uwe -Exellentie: ik maakte daar voor mijn' meester, de molenaar, een weinig -wind; en om de zeven molens niet te laten omvallen, heb ik mijn eene -neusgat toe gehouden." Ei! Ei! een uitmuntende knaap, dacht ik bij mij -zelven: die kaerel kan u te pas komen als gij eens bij stil weer op zee -zijt, of als het u, bij uwe terugkomst, aan adem hapert, om alle uwe -zonderlinge lotgevallen te water en te land te verhaalen.--Wij wierden -het spoedig eens, en de windmaker liet zijne molens staan en volgde mij. - -Eindelijk kwam ik in groot _Cairo_ aan. Zoodra ik aldaar mijnen last -naar wensch had uitgevoerd, dankte ik mijn gantsch nutloos gevolg af, -en behield alleen de vijf die ik onderweg had aangenomen, om met deze -als een ampteloos burger de terug reis te doen. - -Het weer was verruklijk, en het gezigt van den _Nijl_ was boven alle -beschrijving schoon; waarom ik besloot de reis naa _Alexandrie_ te water -te doen; dit ging uitnemend wel, tot op den derden dag; maar toen begon -die rivier verschriklijk te zwellen, (gij hebt allen, denk ik, mijne -Heeren! wel gehoord van de jaarlijksche overstrominge van den _Nijl_) -en op den volgenden dag stond het land van beide zijden reeds eenige -mijlen ver onder water. Op den volgenden dag was ons vaartuig, met het -rijzen van de Zon, verward in eenige heesters, zoo als ik eerst dacht; -maar toen het lichter begon te worden, vond ik mij zelven omringd van -amandelen, die volmaakt rijp en zoo smaaklijk waren, als ik ze ooit -geproefd heb. Het water peilende bevond mijn volk, dat wij ten minsten -zestig voeten van den grond af waren, en dat 'er geene mogelijkheid was -om voor of agterwaards te komen; omtrend de klok negen uuren, dit is -zoo naa als ik het naar gegiste zonshoogte heb kunnen bepaalen, stak de -wind schielijk op, en sloeg onzen boeier op zijde. Hij raakte vol water, -en in een ogenwenk zagen wij niets meer daarvan: wij reddeden ons zelven -gelukkig (wij waren zeven man en twee jongens sterk) door ons stijf -vast te houden aan de takken van den boom, waarvoor het vaartuig te -zwaar was geweest, doch welken ons even konden houden. In dezen staat -moesten wij zes weken en drie dagen doorbrengen, en van amandelen -leeven! Ik behoeve u niet te zeggen, dat wij water genoeg hadden. Op den -twee-en-veertigsten dag naa ons ongeluk viel het water zoo schielijk, -als het gerezen was, en op den zes-en-veertigsten konden wij op het -vaste land aan wal komen. Het eerste, dat wij met de grootste blijdschap -zagen, was onze boeier, zes honderd voeten liggende van de plaats, daar -dezelve gezonken was[12]. Nadat wij onze zeilen en klederen in de Zon -gedroogd, en zoo veel voorraad te scheep genomen hadden, als wij tot de -reis meenden nodig te hebben, gingen wij de plaats opzoeken, daar wij -van daan gedreven waren, en bevonden volgends de nauwkeurigste rekening, -dat wij meer dan honderd vijftig mijlen, over huizen en bosschen, -landwaards in gedreven waren. Na eene zeer moeilijke reis van vier -dagen, welke wij te voet, op looden schoenen, deden, bereikten wij de -rivier, die nu wederom binnen hare oevers getreden was, en verhaalden -onze lotgevallen aan den _Beij_, die ons zeer beleefdelijk voorzag van -alle noodwendigheden, en ons met één van zijne barken verder liet -brengen. Zes dagen daarna kwamen wij te _Alexandrie_ aan, daar wij te -scheep gingen na _Constantinopel_. Bij den groten Heer werd ik zeer -vriendelijk ontvangen, en had de eer om het _Serail_ te zien, waarheen -zijne Hoogheid zelve mij geleidde, en mij alle vrouwen, zijne eigene -zelfs niet uitgezonderd, aanbood, met vrijheid om uit dezelve zoo vele -en die te kiezen, als ik tot mijn eigen vermaak en het vermaak van een -half douzijn mijner vrienden zoude meenen nodig te hebben. - -[12] Deze boeier was een zaandamsch maaksel, en aldaar verscheiden jaren - bevaren bij ..... die deze schuit zoo netjes had onderhouden, en - het ijzerwerk zoo gladjes laten schuuren, dat het onverganglijk - scheen. Althands hetzelve was in aldien tijd niets het minste - verroest geworden. - -Ik genoot naderhand dikwijls de eer van 's avonds met zijne Majesteit -te spijzigen. Zijn disch is de uitgezogtste van alle de Monarchen der -waereld. Op wijn, weet gij, moet men aan tafel niet denken; maar het -geene niet openlijk geschied, gebeurd niet zelden in stilte; gewoonlijk -stond 'er na den maaltijd een goede fles in zijn Hoogheids Kabinet -gereed. Eens gaf hij mij een wenk om hem daarin te volgen. Hij haalde -uit een kastje een fles voor den dag, en zei: "MUNCHHAUSEN, gij -Christenen weet wel van een goed glas wijn: hier heb ik een flesje -Tokaijer, zoo goed hebt gij ze in uw leven niet gedronken." Zijne -Majesteit schonk mij een glas en vroeg: "wat zegt gij 'er van?" "De -wijn is goed Z. M. gaf ik ten antwoord; maar vergun mij te zeggen, dat -ik ze te _Weenen_, bij wijlen _Keizer Karel den zesden_, veel beter -gedronken heb; ik zal uwe Majesteit een fles 'er van bezorgen."--"Ik -houde u aan uw woord; maar wat spoedig."--"Wat staat 'er op, als -ik ze binnen één uur uit den Keizerlijken kelder te _Weenen_ laat -brengen?"--"MUNCHHAUSEN, denk niet dat ik den spot met mij laat drijven! -doch ik denk dat gij raaskalt."--"Ik zet mijn kop 'er voor te pand; -maar uwe Majesteit weet wel dat mijn kop geen wisjewasje is; wat zet uwe -Majesteit 'er tegen?"--"Als de vles in een uur hier is, kunt gij uit -mijn schatkamer zoo veel geld en kleinoodien nemen, als de sterkste -kaerel kan dragen; maar is hij 'er niet, zoo kost het u den kop: ik -laat mij niet bespotten." - -Terstond schreef ik een briefje aan haare Majesteit de Keizerin, met -verzoek, om een fles van dien Tokaijer, waarvan ik zoo dikwijls met -wijlen zijne Majesteit haren vader gedronken had. Het was vijf minuten -over drie uuren toen ik mijnen loper dit briefje ongezegeld ter hand -stelde; hij ontdeedt zig van zijn gewicht aan de beenen, en maakte zig -op weg; midlerwijl dronk ik met zijne Majesteit verder onze fles ledig. - -Ondertusschen was het reeds kwartier voor vieren geworden, en ik begon, -dit moet ik bekennen, tusschen beide een weinig beangst te worden: want -het scheen mij toe dat Z. M. nu en dan op het Horlogie zag, om, als het -tijd was, den scherprichter te laten komen. Ik kreeg nog wel verlof om -eens in de lucht te gaan; maar wierd door een paar gedienstige geesten -gevolgd, die mij niet uit het oog verloren. In dezen angst, daar de -wijzer reeds op vijfenvijftig minuten stond, liet ik mijn Hoorder en -Schutter roepen, welken ik mijne verlegenheid te kennen gaf. De Hoorder -lag zig plat op den grond neder om te horen of hij mijn Loper niet -ergends vernam. Tot mijne ontsteltenis zei hij mij, dat de slungel, een -goed end van ons af, in diepen slaap lag te ronken. Zoo dra mijn brave -Schutter dit hoorde, liep hij op een hoog Terras, rekte zig uit op zijne -toonen en riep met drift: "bij mijn ziel daar ligt de lap, onder een -eikenboom, bij _Belgrado_, met de fles naast hem; wagt ik zal hem wakker -kittelen." Hier op mikte hij met zijn roer, en schoot de volle lading in -het midden van den boom. Een hagelbui van takken, knoppen en bladen viel -op den slaper; dit deed hem ontwaken, en bragt hem, daar hij vreesde -zijn tijd verslapen te hebben, zoo spoedig op de been, dat hij, met zijn -fles en een eigenhandig antwoord van hare Majesteit, een half minuut -vóór vier uuren in des Sultans vertrek aankwam. - -Heeren! hadt gij den groten Heer eens zien slurpen! "Gij moet mij niet -kwalijk nemen, MUNCHHAUSEN, zei hij, dat ik deze fles voor mij behoude; -gij staat te _Weenen_ beter dan ik, en zult wel meer weten te krijgen. -Maar ik moet u de weddingschap betalen." Met een sloot hij de fles in -zijn kastje, en liet den schatbewaarder komen, zeggende tegen hem: -"laat aan mijn' vriend MUNCHHAUSEN zoo veel uit de schatkamer volgen, -als de sterkste kaerel kan mededragen." - -Ik verzuimde geen ogenblik om dit bevel te doen gelden, en begaf mij met -mijn sterken kaerel naa de schatkamer; daar hij zig zoo wel belaadde, -dat het kleinste gedeelte overig bleef. Met dezen buit begaf ik mij -regelregt naa de haven, daar ik een tamelijk groot schip huurde en -terstond met mijne vijf bekwame bedienden onder zeil ging, om mijn buit -in zekerheid te brengen, vóór dat eenig beletzel kon tusschen beide -komen. Het geen ik gevreesd had gebeurde, nauwlijks was ik twee mijlen -van de wal, of ik ontdekte dat de gantsche _Turksche_ vloot mij met -volle zeilen kwam nazetten; ik moet bekennen dat mijn hoofd, dat -nauwlijks weer vast begon te staan, op nieuw aan 't waggelen raakte. -Mijn windmaaker bemerkte dit niet zoodra, of hij sprak mij moed in, -plaatste zig bij het roer, met zijn linker neusgat naa de _Turksche_ -vloot en het regte naa ons zeil, en blies zulk eene menigte wind, dat -de Vloot, vrij gehavend aan masten en wand, naa de haven wierd terug -gedreven, en mijn schip binnen weinig uuren gelukkig in _Italie_ -aanlandde. Doch ik had van mijnen schat weinig nut: want de armoede en -beedelarij is daar zoo groot, en de Politie zoo slegt, dat door mijne -goedhartigheid een groot deel van denzelven in handen der beedelaars -geraakte, terwijl het overige mij, op mijne reis naa _Rome_, op het -geheiligd gebied van _Lorette_, ontnomen werd door eene bende rovers; -wier geweten hen daarover niet veel onrust zal veroorzaakt hebben: want -de buit was nog zoo aanzienlijk, dat het gantsche gezelschap, zoo voor -zich zelf als voor zijne erven en nakomelingen, voor het duizendste -gedeelte daarvan volkomen aflaat voor alle bedrevene en nog te -bedrijven zonden, uit de eerste en beste hand te _Rome_ kon koopen. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -X. HOOFDSTUK. - -_De Baron geeft zijnen ouden Vriend, den Generaal _Elliot_, een - bezoek in de belegering van _Gibralter_.--Doet een Spaansch - oorlogschip zinken.--Ontwaakt eene oude vrouw op de Afrikaansche - kust.--Vernielt al het geschut van den vijand; maakt den Graaf van - ... verschrikt, en jaagt hem naa Parijs.--Verlost twee Engelsche - verspieders, met dienzelfden slinger, waardoor _Goliath_ ter neder - werd geslagen, en doet de belegering van _Gibralter_ opbreken._ - - -Geduurende de laatste belegering van _Gibralter_ ging ik met een -vloot voorraadschepen, onder het bevel van Lord HOWE, een bezoek geven -aan mijnen ouden vriend, den Generaal ELLIOT, die door de roemrijke -verdediging dezer plaatse onverwelklijke laurieren behaald heeft. Nadat -de wederzijdsche blijdschap, die bij eene onverwagtte ontmoeting van -twee oude vrienden altijd pleeg te ontstaan, bedaard was, ging ik den -staat der bezettinge onderzoeken, en de verrigtingen van den vijand -opnemen; ten welken einde de Generaal mij vergezelde. Ik had een -overheerlijken telescoop van DOLLAND bij mij, waardoor ik ontdekte, -dat de vijand juist naa die plaats, alwaar wij ons bevonden, een -vier-en-twintig ponder wilde losbranden. Ik gaf den Generaal te -kennen, wat werk zij onder handen wilden nemen; hij zag daarom ook -door het glas, en vond mijne gissing gegrond. Terstond beval ik, met -verlof van den Generaal, dat aldaar een agt-en-veertig ponder van de -naastgelegene batterije zoude gebragt worden; dit stuk stelde ik zoo -nauwkeurig (ik heb verscheiden jaren als konstapel onder de _Poolsche_ -Geconfoedereerden gediend) dat ik geen ogenblik aan eene goede werking -twijfelde. - -Ik bleef den vijand gadeslaan, tot dat ik zag, dat hij het lont aan -het stuk aanbragt, waarop ik het sein gaf, dat ons stuk ook zoude -losbranden. De twee kogels ontmoeteden elkander bijna op het midden, -en zij bonsten met een allerverschriklijkst geweld tegen elkander. De -uitwerking was niet minder verbazende. De kogel van den vijand vloog met -zulk een geweld terug, dat hij den kaerel, die het stuk had afgeschoten, -het hoofd afsloeg, benevens nog zestien anderen, welken dezelve in zijn -voordsnellen naa de kust van _Barbarije_ ontmoette; maar hier was zijne -kragt reeds dermate gebroken, dat hij, na nog drie masten van schepen, -die aldaar in een regte lijn agter elkander in de haven lagen, doorboord -te hebben, niets meer konde uitvoeren, dan door het dak eens armen -daglooners hut, staande omtrend vijftig roeden landwaards in, te -vliegen; waarna hij eindelijk smoorde in den mond van eene oude vrouw, -die op haar rug lag te slaapen, en het overschot van hare tanden weg -nam. De man van deze vrouw kort daarna te huis komende wilde den kogel -uit den mond trekken; maar te vergeefsch: hierom beukte hij denzelven -naa binnen met een moker tot in de maag; van waar die goede oude sloof -deze pil volgends den natuurlijken loop naa beneden kwijt raakte. Maar -dit was de eenigste dienst niet, welken wij van onzen kogel hadden: -want hij dreef niet alleen den vijandelijken kogel terug, gelijk ik -beschreven heb, maar volgends het oogmerk, 't welk ik daarmede had, ging -de onze voord, en ligtte dat zelfde stuk van den vijand, 't welk tegen -ons gebruikt was, uit zijn affuit, en wierp het in het ruim van een -schip, dat het door de kiel heen vloog. In één oogenblik was dat schip -vol water, en zonk met meer dan duizend spaansche matrozen, behalven een -zeer aanmerklijk getal soldaten, waarvan niet één gered werd. Dit was -een bij uitstek goed werk; hiervan ben ik verzekerd: evenwel wil ik de -verdiensten daarvan niet aan mij zelven alleen en geheel toeschrijven: -mijn vernuft en oordeel speelden zekerlijk wel de voornaamste rol in -deze beuzelarije (wat betekenen toch eenige duizende menschen tegen een -schonen barren klip!); maar mijn goed geluk stond mij ook hier een -weinig ten dienste: want de man, die onzen agt-en-veertig ponder geladen -had, had bij verzinning een dubbele maat kruid genomen: buiten welken -gelukkigen misslag wij nooit zoo goed, boven alle verwagting, zouden -geslaagd hebben, vooral in het terug kaatsen van s' vijands kogel. - -De Generaal ELLIOT wilde mij een aanzienlijken post bij de artillerie -geven, om dezen mijnen bijzonderen en gewigtigen dienst eenigszins te -beloonen; maar ik wees alles van de hand, behalven zijne dankzegging, -welke ik van hem op den avond van denzelfden dag, in tegenwoordigheid -van alle de Officieren van de bezetting, over tafel ontving. - -Naardien ik voor de Engelschen, die boven allen twijfel een zeer braaf -volk zijn, zeer vooringenomen ben, wilde ik van deze benauwde plaats -niet vertrekken, voor dat ik een nieuwen en gewigtigeren dienst aan de -bezetting gedaan had; waartoe ik binnen drie weeken gelegenheid kreeg. -Mij als een Priester gekleed hebbende, sloop ik om één uur in den -morgenstond uit de vesting, ging door de voorposten en kwam ongemerkt -in 't midden van het vijandelijk leger. Hier begaf ik mij naa de -tent, waar in de Graaf van A****, benevens den opper-bevelhebber, en -verscheiden andere van de voornaamste Officieren, krijgsraad hielden, en -hun plan, om den volgenden morgen een storm op _Gibraltar_ te waagen, -voor de laatste maal overwogen. Mijne vermomming was hun ongeluk: want -veelen hadden te slaafschen eerbied voor het heilig kleed, 't welk ik -aan had, dan dat zij mij uit hunne vergadering durfden weg jaagen, -gelijk ik verdiend had; evenwel moet ik aan 't gezond verstand van -anderen dit recht doen, dat ik op hun gelaat de duidelijkste blijken -van ongenoegen en wantrouwen bespeurde, en de grootste genegenheid, om -den heer Pastoor eens helder den mantel te laten uitvegen; maar zij -durfden zulks niet openlijk vertoonen, noch daaraan toegeven; uit vrees, -dat zij het blind en bijgelovig gemeen, welks gunst en genegenheid -zij niet door een gewaanden ijver voor den Godsdienst (dien gewonen -kunstgreep van staatkundige en heerschzuchtige deugnieten!) maar door -hunne ervarenis en dapperheid gewonnen hadden, van zig verwijderen -en vervremden zouden. Ik kon derhalven aldaar zeer gerust en veilig -blijven, en hoorde alles, wat 'er omging, tot dat zij scheidden, om -zig nog eenige uuren ter ruste te begeven. Toen ik zag, dat het gehele -leger, zelfs de schildwachten, in den diepsten slaap gedompeld waren, -ging ik zonder toeven aan 't werk; al hun geschut (meer dan drie honderd -stukken van agt-en-veertig tot vier-en-twintig ponden ijzers) ligtte ik -van de affuiten en ging ze meer dan een half uur ver in zee brengen. -Daar ik moederziel alleen was, en zelfs geen kleinen jongen tot mijner -hulpe had, was dit het zwaarste werk, dat ik ooit onder handen heb -gehad; behalven toen ik met het befaamde turksch stuk geschut, door den -Baron de TOTT zoo zwierig beschreven in zijne gedenkschriften, waarvan -straks nader, over de straat van _Constantinopel_ zwom. Daarna stapelde -ik alle de affuiten en legerkarren, in 't midden van het leger, op -elkander, nemende dezelven twee aan twee onder mijne armen; zoo omdat -'er haast bij 't werk was, als omdat ik door het kraaken van de wielen -niet gehoord en ontdekt zoude worden. Dit maakte een schoone vertooning: -want de berg van affuiten en karren was ten minsten zoo hoog, als de -rots van _Gibralter_[13]. Toen ontstak ik een lont, slaande met een stuk -van een agt-en-veertig ponder tegen een vuursteen, welke twintig voeten -boven den grond lag op een wal, door de Mooren bij hunnen inval in -_Spanje_ opgeworpen; en stak daar mede den gantschen boedel in brand. Ik -had haast vergeten te zeggen, dat ik alle de ammunitiewagens boven op -den top van dezen berg had geworpen. - -[13] Hoe de Baron in staat was, alle deze karren zoo spoedig en - gemaklijk bij elkander te krijgen, is ligt te begrijpen!! Maar - hoe hij ze zoo hoog heeft kunnen brengen zouden wij nooit hebben - kunnen bezeffen, had hij ons zijne verwonderlijke kunsten, - waarbij van GUSSUM en deszelfs waardige Opvolger, de heer RIDDER - M. I. I. PINETTI, WILLEDALE DE MERCI, Professor en Demonstrator - der Phijsica, maar kinderen zijn, niet medegedeeld in het slot van - dit, en in het XII. hoofdstuk. - -Ik had het brandbaarste onder op den grond gelegd, met zoo veel overleg -en oordeel, dat alles in één oogenblik in ligter laaie vlam stond.--Om -alle vermoedens voor te komen, had ik een spaanschen soldaat stillekens -den nek omgedraaid; trok zijne klederen aan, en ging in zijne plaats -schildwacht houden: ook was ik de eerste, die allarm maakte, en de -grootste verbaasdheid toonde. Het geheele leger was verstomd; en het -algemeen besluit was, dat de vijand de schildwachten omgekoft hebbende, -zeven of agt regimenten gebruikt had, om deze ijslijke verwoesting uit -te regten. Mr. DRINKWATER verhaalt, in zijne geschiedenis van deze -beroemde belegering, dat de _Spanjaarden_ een zeer zwaar verlies leeden -door een brand, welke in hun leger ontstond, maar waarvan men de oorzaak -nooit geweten heeft. En hoe zoude hij die hebben kunnen weten? daar ik, -hoe zeer ik door dit werk van weinige uuren in éénen nacht, de eenigste -ben, aan wien de _Engelschen_ het behoud van _Gibraltar_ te danken -hebben, deze zaak echter nooit voor dezen dag aan iemand, zelfs niet aan -den Generaal ELLIOT, heb bekend gemaakt. De Graaf van A**** liep met -zijn gantschen stoet van schrik weg; zij stonden op den gantschen weg -niet ééns stil, hoewel zij te voet waren, tot dat zij _Parijs_ bereikt -hadden, alwaar zij binnen veertien dagen aankwamen. Ja deze akelige -brand had hen dermate ontsteld, dat zij wel drie maanden lang niets ter -hunner herstellinge konden gebruiken, maar gelijk de cameleon van den -wind leefden. - - * * * * * - -_Zo iemand van 't gezelschap mogte te kennen willen geven, als of hij -twijfelde aan de waarheid van deze gebeurdtenis, dien bekeure ik voor -een stoop brandewijn, om denzelven in één teug uit te drinken; en om de -flesch of de kom waaruit hij gedronken heeft, insgelijks naa binnen te -slaan._ - - * * * * * - -Twee maanden, naadat ik dezen dienst aan de belegerden gedaan had, zat -ik, met mijnen vriend, ELLIOT, te ontbijten; wanneer een bom (want ik -had geen tijd gehad om zoo wel de mortieren, als het kanon van den -vijand weg te brengen) in de kamer viel, daar wij zaten, en zig op de -tafel nederzette. De Generaal verliet, gelijk de meesten doen zouden, -terstond de kamer; maar ik vatte ze op, eer zij barstte, en nam ze mede -naa den top van de rots. Van hier den vijand, op eene hoogte bij de -zeekust gelegerd, beschouwende, ontdekte ik een groote menigte volks, -onder elkander heen en wederloopende; maar met het bloote oog kon ik -niet onderscheidenlijk zien, wat zij eigenlijk uitvoerden. Ik was juist -bezig met mijn teleskoop te stellen, wanneer ik bespeurde, dat twee -van onze Officieren, waarvan de één een Generaal, de ander een Colonel -was, met welken ik den voorgaanden avond had doorgebragt, en die te -middernacht waren uitgegaan, om het vijandelijk leger te bespieden, -gevangen waren genomen, en nu regelregt na de galg gebragt werden, om -opgehangen te worden. Ik had de bom nog in mijne hand, maar de afstand -was te groot, om ze uit de hand weg naa den vijand te werpen; zeer -gelukkig herinnerde ik mij dat ik denzelfden slinger, waarvan DAVID zig -in het slaan van GOLIATH bediende, in mijn zak had; ik legde mijn bom -daarin, en slingerde dezelve, dat zij midden onder het volk nederviel, -en zoo als zij viel, barstte. Zij vernielde allen, die zig aldaar -bevonden, behalven onze twee brave helden, die 'er behouden af kwamen, -door dat zij zoo hoog gehangen waren: want zij waren even afgestoten; -maar een stuk van de bom vloog met zoo grote kragt tegen den voet van -de galg, dat dezelve terstond omver viel. Onze twee vrienden voelden -niet zoodra den vasten grond onder de voeten, of zij zagen rond naa -de oorzaak, waarom zij schier zoo spoedig nedergelaten werden, als -zij waren opgehangen. Oordeelt over hunne verwondering, mijne Heeren! -wanneer zij zagen, dat de wacht, de beul en alle de nieuwsgierige -aanschouwers het in 't hoofd gekregen hadden, om de reis naa de andere -waereld vroeger, dan zij, aantenemen. Zij wisten niet, maar vreesden, of -hier onder wel niet iets anders schuilen mogt; waarom zij hunnen tijd -niet wilden verspillen, gelijk die geleerde, die, een kop van een -hollandschen tabakspijp op den kant van den _Teems_ gevonden hebbende, -drie jaren agter één aanhoudend zijne hersenen[14] versleet, om te -onderzoeken, hoe dezelve daar gekomen ware; en ten laatste besloot, dat -een oud wijf van _Hilversum_, 't welk voor keukenmeid op een zeeuwschen -smokkelaar gevaren had, den geheelen pijp misschien uit den tandeloozen -mond had laten vallen; waarom hij nog zes dagen na den steel zocht, maar -te vergeefsch. Hierom maakten zij, zonder verwijl, elkanders onbeleefde -stroppen los, renden naa het strand en namen een spaansche boot met -zes mannen daarin, door welken zij zig na een van onze schepen lieten -roeien, en behouden daar aan boord kwamen: van waar zij, terwijl ik nog -bezig was om den Generaal ELLIOT te verhaalen, hoe ik met de bom geleefd -had, bij ons kwamen, ons om helsden, en wij met elkander den dag -aangenaam en vrolijk ten einde bragten. - -[14] De Baron vergist zig hier: de man had niets in zijn hoofd, 't welk - naar hersenen geleek. - - - - -XI. HOOFDSTUK. - -_Een belangrijk verslag van de voorouders van den Baron.--Een verschil - over de plaats, waar _NOACH_ zijne ark bouwde.--De geschiedenis - van den slinger, en deszelfs hoedanigheden.--Een begunstigd - digter wordt ingeleid, maar op geen roemrijke manier.--Koningin - _ELIZABETH_, en hare gaaf van onthouding.--De vader van den Baron - kruist van _Engeland_ naa _Holland_ op een zeepaard, 't welk hij - voor zeven honderd dukaten verkoopt._ - - -Ja! ik zal aan uw verlangen voldoen, mijne Heeren!--immers zie ik aan -uwe ogen, dat gij begeert te weten, hoe ik in 't bezit van zoo groten -schat, als de bovengemelde slinger is, gekomen ben--onder één beding -echter, dat gij van deze mijne openhartigheid geen misbruik maakt, en -de huistwisten, welken onder mijne voorvaders hebben plaats gehad, en -altijd behooren geheim gehouden te worden, niet verder voord verhaalt. - -Weet dan, dat ik in een regte lijn afstamme van MERAB, oudste dogter -van zijne Israëlitische majesteit, Koning SAUL den eersten. Zij was, -gelijk gij weet, eerst aan DAVID verloofd, en, het welk gij noch iemand -wist, kreeg van hem, tot pand zijner minne, dezen slinger. Maar haar -Koninglijke vader, die vrij onbestendig van aard was, trouwde haar daags -daaraan uit aan ADRIËL den MEHOLATHITER; en dewijl hij daarenboven zeer -bijgeloovig was, wilde hij, dat deze wonderbare slinger van DAVID, -waarin hij een meer dan gewoone kragt onderstelde, aan ADRIËL en de -oudste zoons in deszelfs geslagt, ten eeuwigen dage, als een bijzonder -eigendom zoude toebehooren: opdat ADRIËL voornoemd, en zijne kinderen en -kindskinderen na hem, altijd, gelijk ALEXANDER en CAESAR deeden, zouden -kunnen zeggen: ik kwam, ik zag, ik won! 't Gebeurde op zekeren tijd, dat -een zeer hevig huis krakeel tusschen ADRIËL en MERAB ontstond over een -zaak van het alleruiterste gewigt; te weten, waar de plaats was, daar -NOACH zijne ark had gebouwd, en waar deze na den vloed gebleven was. Dit -geschil liep zoo hoog, dat 'er een scheiding van huwelijk op volgde: -maar naardien zij begreep, dat de slinger eigenlijk aan haar en niet aan -haren gewezen' echtgenoot behoorde, maakte zij hem denzelven, s' nachts, -voor dat zij scheiden, afhandig, en beschonk daarmede haren jongsten -zoon, die de zijde van de moeder gekozen had, en haar overal vergezelde. -Dit verwekte in het vervolg wel een groten haat tusschen de broeders en -hunne vrienden, zoodat zij dikwijls handgemeen raakten, maar de partij -van MERABS zoon behield altijd de overhand; zoodat de slinger van dien -tijd af onafgebroken in zijn geslagt gebleven, en alzoo, van vader tot -zoon overervende, in mijne bezitting gekomen zij. - -Een van deszelfs eigenaars, mijn bet-oud-over-groot-vader, die voor -omtrend twee honderd en vijftig jaren leefde, reisde naa _Engeland_, en -werd aldaar zeer bekend met een groot digter, die door het stelen van -herten zeer beroemd was: zijn naam was, zoo ik dien wel onthouden heb, -SHAKESPEARE. Deze leende dien gedugten slinger zeer dikwijls[15] en -doodde daarmede zoo veel wild van _Sir_ THOMAS LUZY, dat hij het lot -van mijne twee vrienden te _Gibraltar_, ter nauwernood ontging. De -arme SHAKESPEARE raakte in de gevangenis; en mijn voorvader bezorgde -hem zijne vrijheid op eene zeer zonderlinge wijze. Koningin ELIZABETH, -die toen op den throon zat, verviel, gelijk bekend is, in de grootste -zelfsverveeling; de geringste zaak ontrustte haar, 't zij zij zig -kleedde of ontkleedde, 't zij zij at of dronk; en alle andere -verrigtingen, welken wij verzwijgen zullen, maakten haar het leven -tot een last. Maar hij leerde haar de kunst, om dit alles door een -gemagtigde te verrigten! En welke vergelding, denkt gij, dat die -edelmoedige Vorstin in staat was, hem voor zoo gewigtigen dienst te -doen aannemen?--geene andere, dan SHAKESPEARE in vrijheid te stellen. -Zoo groot was zijne genegenheid voor dezen beroemden schrijver, dat -hij met vermaak zijn eigen leven verkort zoude hebben, om de dagen van -zijnen vriend te verlengen. - -[15] Men verwondere zig niet, dat mijn bet-oud-over-groot-vader dezen - slinger op een speeltogtje bij zig had. Volgends den uitersten - wil van MERAB moet ieder eigenaar hem altijd bij zig hebben. - -Ik heb nooit gehoord, dat één van hare majesteits onderdanen, en met -naame de _vleescheters_,[16], zoo als zij in dien tijd plegen genoemd te -worden, (hoewel ik weet, dat zij door die tijding zeer getroffen waren,) -afgekeurd hebben, dat zij zoo geheel zonder allen voedsel leefde. Zij -leefde maar zeven en een half jaren, naadat zij zoo matig was geworden. - -[16] _Beef-eaters._ Een naam die niet zelden door hen die gaarne - rundvleesch aten, en het uit _oeconomische_ oorzaken moesten - laten, aan de Koninglijke Garde gegeven wierd. - -Mijn vader, die de onmiddellijke bezitter van dezen slinger vóór mij -was, en van wien ik hem kort voor mijne reis na _Gibraltar_ erfde, heeft -mij daarvan de volgende bijzonderheid verhaald, welke zijne vrienden -ook dikwijls van hem gehoord hebben, en aan welker waarheid niemand -twijfelt, die den eerlijken ouden man gekend heeft. - -Hij wandelde aan het strand bij _Harwich_, met den slinger in zijn zak, -en was nauwlijks eén mijl gevorderd, wanneer hij een stout beest, het -zeepaard genaamd, ontmoette, 't welk met open muil en groote woede op -hem kwam inloopen: een oogenblik stond hij in twijfel wat te doen; maar -om zijnen slinger denkende, ging hij honderd treden agterwaards, nam een -paar kittelsteenen, welke bij menigte aan 't strand liggen, en slingerde -ze beiden zoo behendig naa het dier, dat ieder steen een oog weg nam, -en in de holligheden, die zij gemaakt hadden, bleeven zitten. Hierop -sprong mijn vader op het dier, ging op deszelfs rug zitten, en dreef -het zeewaards in: want met het verlies van het gezigt verloor het ook -zijne wildheid, en was zoo tam als een schaap. Mijn vader gebruikte den -slinger in plaats van een breidel, en alzoo op zijn uiterste gemak dwars -door de zee gevoerd wordende, kwam hij in minder dan drie uuren aan de -overzijde, 't welk een weg is van ten minsten dertig hollandsche mijlen. -De waard in de drie schenkkannen te _Helvoetsluis_ koft het zeepaard -voor zeven honderd ducaten, om daarmede op de jaarmarkten rond te -reizen; en mijn Vader ging den volgenden dag weder met de paketboot na -_Harwich_. - - * * * * * - -_Mijn vader deed op deze reis vele zeer aanmerkelijke waarnemingen, -welken ik in 't vervolg zal mededeelen._ - - - - -XII. HOOFDSTUK. - -_Een klugt; de gevolgen daarvan.--Het Kasteel van _Windsor_.--De - St. _PAULUS_ kerk.--Het gildehuis van de geneesheren, de - aansprekers, kosters enz. allen bijkans vernield.--Vaardigheid - der kruidmengeren._ - - -DE KLUGT. - -Deze berugte slinger stelt zijnen bezitter in staat om alles ter uitvoer -te brengen, dat hij onderneemt. - -Ik maakte een zoo groten luchtbol, dat de menigte van zijde, welke ik -daartoe nodig had, allen geloof te boven gaat. Alle de winkels der -kooplieden en de werkhuizen der wevers van _Londen_ en _Westmunster_ -waren niet in staat om zoo veel te leveren, als ik nodig had: ik kwam -nog eenige duizende ellen te kort, welken ik met een kleinen luchtbol -van _Lijon_ ging halen. Met dezen luchtbol en mijnen slinger voerde ik -vrij wat klugten uit; als bij voorbeeld: het ééne huis van zijne plaats -te nemen, en een ander in deszelfs stede te zetten, zonder de inwooners -in 't minste te ontrusten, omdat zij meestal in een diepen slaap -waren, of zig vermaakten met de verplaatsingen hunner huizen. Toen de -schildwacht aan het Kasteel van _Windsor_ de klok van St. _Paulus_ -twaalf uuren hoorde slaan, kwam dit alleen door mijne kunst. Ik bragt -deze gebouwen dien nacht naast aan elkander, door het Kasteel over -te voeren na _St. George's Field_, en verplaatste het weder vóór -dat het dag werd, zonder iemand zijner inwooners wakker te maaken. -Niettegenstaande deze zeer aanmerklijke dingen, zoude ik van mijnen -luchtbol en deszelfs eigenschappen altijd een geheim gemaakt hebben, -als MONTGOLFIER de kunst van vliegen niet bekend had gemaakt. - -Op den _30sten_ van herfstmaand, wanneer het gilde der geneesheeren -jaarlijksche verkiezing van nieuwe deken en vinders pleeg te doen, en -bij die gelegenheid een zeer kostbaren maaltijd te houden, vulde ik mijn -luchtbol, bragt dien boven het dak van hun pragtig gebouw, sloeg mijnen -slinger om den vergulden kloot, op den top van deszelfs toren geplaatst, -en het ander einde van den slinger aan den luchtbol vast gemaakt -hebbende, klom ik met het gehele gestigt en al wat daar in was, tot eene -onafmeetbare hoogte, alwaar ik die heeren zes weeken lang ophield. Gij -vraagt, en dit verwondert mij niet, waarvan zij in al dien tijd leefden? -Doch wat dit betreft, zij hadden geen nood ter waereld: want hunne tafel -was zoo rijkelijk, of liever buitensporig, schoon maar voor éénen dag, -voorzien, dat zij geen gebrek zouden gehad hebben, al had ik hen -tweemaal zoo veel tijds in de lucht hangende gehouden. - -Hoe wel ik met dit alles niets anders dan eene onschuldige klugt -bedoelde, was het echter de oorzaak van vele ongelukken voor verscheiden -eerwaardige personen onder de geestelijken, aansprekers, kosters, -doodgravers en dergelijken; zij leeden hierdoor, dit kan ik niet -ontkennen, zeer veel nadeel: want het is in _Engeland_ eene algemeen -bekende zaak, dat zoo lang dit ontzagchelijk gild in de lucht bleef -hangen, en die heeren dus niet in staat waren om hunne zieken te -bezoeken, in de beide steden _Londen_ en _Westmunster_ niet één mensch -stierf, behalven eenige weinigen, die uitgeleefd waren, en sommige -zwartgalligen, die, om hier eene of andere niet noemenswaardige -onaangenaamheid te ontgaan, geweldige handen aan zig zelven sloegen; -en had dit hangen langer geduurd, zoo waren alle de aansprekers, zeer -waarschijnlijk, van honger gestorven, of onmagtig geworden, om hunne -schulden te betaalen: de kunst der Kruidmengers, welke geduurende dezen -tijd buitengemeen werkzaam waren, kwam hen alleen in hun ongeluk nog -eenigzins te hulp. - -[Decoratieve illustratie] - - - - -XIII. HOOFDSTUK. - -EEN UITSTAP NAA HET NOORDEN. - -_De Baron zeilt met Kapitein _PHIPPS_--valt twee zwaare beeren aan, - welken hij ter naauwernood ontkomt.--Wint het vertrouwen van deze - dieren, en vernielt duizend van dezelven; laadt het schip met - derzelver hammen en huiden; zendt de eersten overal ten geschenke - rond; en wordt daarvoor op alle feesten van de Stad genodigd.--Een - verschil tusschen den Kapitein en den Baron, waarin de laatste, - beleefdheidshalve, genoodzaakt is toe te geven.--De Baron weigert - de eer van een throon._ - - -Het is u bekend, mijne Heeren! dat Kapitein PHIPPS WILD[17] (naderhand -Lord R*****) eene reis gedaan heeft naa het Noorden om nieuwe -ontdekkingen te doen; en dat ik dezen dapperen en edelmoedigen held, -niet als Officier, maar als goed vriend op dezelve verzelde. Toen wij -op eene hoge Noorderbreedte kwamen, beschouwde ik de voorwerpen, welken -mij omringden, met mijn telescoop, waarmede ik u in mijne ontmoetingen -te _Gibraltar_ heb bekend gemaakt. Onder anderen zag ik, dacht mij, -twee grote witte beeren in een hevig gevegt op een berg van ijs, welks -top veel hoger dan onze mast, en een half uur ver van ons af was. Zoo -met een sprong ik buiten boord, met mijn schietgeweer op mijn rug, en -klonterde dezen ijsberg op; maar om boven op den top daarvan te komen, -was zoo gemakkelijk niet, als ik mij verbeeld had. De oppervlakte van -het ijs was zoo oneffen, dat ik niet dan met de uiterste moeite en -onbeschrijflijke gevaren tot deze dieren konde naderen. Dan eens -ontmoette ik dwars uitstekende punten, tegen welken ik van onderen op -moest op kruipen, om ze te boven te komen, of moest een omweg van ten -minsten één uur lang maaken; dan eens werd ik op het onverwagtst gestuit -door vreeslijke dieptens, over welken ik moest heen springen; en over -het algemeen was het ijs zoo glad als een spiegel, zoo dat ik over dezen -korten weg meer dan tien uuren doorbragt; eindelijk alle zwarigheden -overwonnen en het einde van mijne reis bereikt hebbende, zag ik dat die -twee beeren alleen met elkander speelden. Het eerste, dat ik nu deed, -was eene berekening van de waarde hunner huiden: want zij waren ieder -zoo groot en dik, als vette groninger ossen; het hierover met mij zelven -eens geworden zijnde, meende ik aan te leggen; maar mijn regter voet -gleed uit, ik viel op mijn rug, mijn geweer ging af, en de geweldige -slag beroofde mij voor omtrend een half uur van alle mijne zinnen. Maar -begrijpt hoe verbaasd ik was, toen ik, wederom tot mij zelven gekomen -zijnde, merkte, dat één van deze dieren, die ik zoo even beschreven -heb, mij op mijn buik gelegd had, en mij juist aan den band van mijn -broek, die nieuw en van hartsleder was, in zijn bek vast hield. Het was -zekerlijk voornemens mij elders heen te sleepen, wie weet waar heen! -maar ik haalde dit mes uit mijn zak[18], gaf het eenige houwen in zijn -agterpoot, en hakte drie teenen daar af; waarop hij mij terstond los -liet en allerverschriklijkst bromde. Zoo als hij van mij weg liep, nam -ik mijn roer, en vuurde op hem; waardoor wel deze beer viel, maar ook -eenige duizenden zijner witte broederen, die ongeveer een half uur van -mij op het ijs lagen te slapen, ontwaakten, en zonder dralen kwamen -vliegen naa de plaats, van waar zij het geluid gehoord hadden. Dit zag -'er akelig voor mij uit; en ik was 'er zekerlijk om koud geweest, had -ik geen gelukkigen inval gekregen. Ik vilde den beer, kop en al, in -de helft van den tijd, welken de meeste menschen tot het villen van -een konijn nodig hebben; en stak mij zelven in den huid, mijn hoofd -onder het zijne plaatsende. Spoediger, dan ik het u kan zeggen, had het -gantsche heir van beeren mij omsingeld; en mijne angst en vrees, gelooft -dit vrij, bragten mij in een deerniswaardigen toestand; maar tot mijn -grootst geluk veranderde dezelve welhaast op eene verwonderlijke wijs. -Allen kwamen ze mij berieken, en namen mij oogenschijnelijk voor een' -broeder _Bruno_: dit bemerkende, en ziende, dat onder hen vele jongen -waren, niet veel langer, dan ik, wagtte ik niet lang, maar bootste hun -maaksel zoo goed na als ik kon. Toen zij allen, één voor één, mij, en -het dood lighaam van hunnen broeder, wiens huid nu mijn beschermengel -was, beriekt hadden, leefden wij zeer wel met elkander; en ik ondervond, -dat ik hen in alles, behalven het knorren, brommen en omhelzen, vrij wel -kon naaäapen. Hoe zeer ik nu een beer geleek, was ik echter nog genoeg -mensch, om op middelen bedacht te zijn, hoe ik het algemeen vertrouwen, -'t welk ik van deze dieren gewonnen had, tot mijn meeste voordeel zoude -gebruiken. - -[17] Of deze PHIPPS WILD, een afstammeling is van dien JONATHAN WILD - _den Groten_, wiens leven en daden zoo nauwkeurig en aardig - beschreven zijn door den geestrijken en vernuftigen Heer H. - FIELDING, meldt de Baron noch de Engelsche uitgever zijner - avonturen: de inwoners en de belanghebbende kooplieden van St. - Eustathius zullen dit misschien willen gelooven.-- - -[18] De Baron toonde hierop dit vreeslijk werktuig aan zijne vrienden, - die meenden, dat zij een lang en breed, scherp tweesnijdend mes, - zoo als een bakkers biscuit-mes is, zien zouden. Maar ziet, het - was niet anders, dan een tamelijk knipmes. - -Ik had van eenen ouden veld-wondheeler hooren zeggen, dat een wond in -de ruggegraat doodelijk is, en dat hij, die ze ontvangt, op 't zelfde -tijdpunt sterft. Hiervan besloot ik nu een proef te nemen, en nam -wederom toevlugt tot mijn knipmes, waarmede ik den zwaarsten van allen -vlak van agteren in den nek tusschen de schouders stak, echter niet -zonder zeer grote vrees en ontroering, als niet twijfelende, of het -schepsel, zoo het den steek overleefde, zoude mij aan duizend stukken -gescheurd hebben. Maar ik was hierin boven alle verwagting zeer -gelukkig: want het beest viel dood aan mijne voeten neder, zonder eenig -geluid te geven, of één droppel bloeds te storten. Dit gaf mij moed en -een voornemen, om ze allen op dezelfde wijze te vernielen, het welk ik -met het grootste gemak van de waereld, in minder dan anderhalf uuren, -verrigtte: want schoon deze dieren hunne gezellen zagen vallen, hadden -zij geen vermoeden hoe genaamd wegens de oorzaak van derzelver dood. -Toen zij allen dood voor mijne voeten lagen, hield ik mij zelven voor -een tweeden SIMSON, die zijne duizenden verslagen had. - -Maar ik mag niet gaarn van zulke kleinigheden zoo lang spreken, en zeg -daarom nog alleen: dat ik wederom naa het schip ging, en drie vierde -gedeelte van de manschap met mij nam, om mij te helpen in het villen van -de beeren, en derzelver hammen en huiden aan boord te brengen; 't welk -wij in weinige uuren deeden, en het schip daar mede vol laaden. De -andere stukken van deze dieren wierpen wij in zee; zij zouden zekerlijk -wel even goed geweest zijn tot spijze als de hammen, zoo ze behoorlijk -waren behandeld geworden; daaraan twijfel ik althands niet; maar wij -konden in ons schip niet meer bergen. - -Zodra wij te huis gekomen waren, zond ik, uit naam van den Kapitein, -eenige hammen ten geschenke aan de Lords van de Admiraliteit, aan de -Lords van de Thesaurie, aan den Lord-Major en de Gemeenten van London, -aan ieder lid van de verschillende handeldrijvende maatschappijen, en de -overigen vereerde ik aan mijne bijzondere vrienden; van allen kreeg ik -de hartelijkste dankzeggingen; maar bovenal van de stad, welke mij eens -vooral op hare jaarlijksche maaltijd, ter gelegenheid van de verkiezing -van eenen nieuwen Lord-Major, noodigde. - -Maar de huiden zond ik aan de _Czarin der Tartaren_, tot winterklederen -voor hare Majesteit en het hof; waarvoor hoogstdezelve mij een brief van -dankzegginge met haar eigen hand schreef, en door een buitengewoonen -gezand zond, mij haare hand en kroon aanbiedende. Doch ik, die nooit -naa Koninglijke waardigheden dong, bedankte hare Majesteit in de -allerbeleefdste woorden voor deze gunst. Denzelfden gezant was bevolen, -op mijn andwoord te wagten, en hetzelve _in persoon_ aan hare Majesteit -over te brengen, waardoor hij drie maanden afwezig was. Het weder -andwoord overtuigde mij ten vollen van de sterkte harer genegenheid -en van hare grootmoedigheid; hare laatste ongesteldheid was alleen -veroorzaakt (zoo als zij, die tedre ziel! zig onlangs in eene geheime -onderhandeling met een der Rijksgroten uitliet) door mijne wreedheid. -Wat schoons de sexe in mij moge zien, kan ik niet begrijpen: maar deze -Vrouw is de eenigste Souvereine Vorstin niet, die mij haare hand heeft -aangeboden. - -Sommige onbescheiden menschen hebben, alleen door wangunst, verspreid, -als of Kapitein PHIPPS WILD, op dezen togt, niet zoo diep, als hij had -kunnen doen, in het Noorden ware doorgedrongen. Maar hier moet en zal -ik mij van mijnen plicht ten zijnen opzichte kwijten: ons schip was -in een zeer goeden staat en nette orde, tot dat ik het met eene zoo -verbazende menigte beerenhuiden en hammen geladen had, dat het dwaasheid -zoude geweest zijn om verder te willen gaan; naardien wij nu nauwlijks -tegen een labberkoeltje bestand waren, ik laat staan tegen die hooge -bergen van ijs, welken wij hooger om den noord ontmoet zouden hebben. - -Deze Kapitein heeft zig naderhand dikwijls beklaagd, dat hij in de eer -van dezen dag, welken hij met nadruk den _beerenhuids-dag_ pleeg te -noemen, niet gedeeld had[19]. Daar bij benijdt hij mij niet weinig de -eer van deze overwinning, en tracht die op allerlei wijzen te bezwalken, -waardoor wij meer dan eens de hevigste woorden met elkander daarover -gehad hebben, en wij elkander tegenwoordig niet zien of spreken: nu -verzekert hij stoutelijk, dat 'er geen verdienste in gelegen is, dat ik -de beeren misleid heb, omdat ik mij met een beerenhuid overdekte; ja hij -verklaart, dat hij wel zonder deze vermomming onder hen had durven gaan, -en dat zij hem nogthans voor een beer zouden aangezien hebben. - -[19] Ik weet met zekerheid, dat hij zig bij de Lords van de Admiraliteit - te meermalen beroemd heeft, dat hij alleen door zijn beleid en - moed alle de beeren gevangen had; waardoor hij zig zoo diep in de - gunst en de goede gedachten van die Heeren heeft ingedrongen, dat - zij hem voor den bekwaamsten man hielden, om een slag van gewigt - te doen in één der laatste oorlogen, waarin hij zig wonder wel - boven alle menschelijkheid en geheel naar beeren aard gedragen - heeft. _Aantekening van den Engelschen uitgever._ - -Thands is hij een edel Pair van 't rijk; en daar ik te wel bekend ben -met goede manieren, wil ik mij over een zoo teder punt met zijn -Lordschap in geen verschil inlaten. - - - - -XIV. HOOFDSTUK. - -_Onze Baron overtreft den Baron _DE TOTT_ in alle opzigten; nogthans - mislukt hem ééne zaak.--Valt in ongenade bij den groten Heer, - die bevel geeft om zijn hoofd te brengen.--Ontkomt dit gevaar, - en gaat aan boord van een schip, waarmede hij na _Venetie_ - vertrekt.--Afkomst van den Baron _DE TOTT_, en bijzonderheden van - s' mans voorouders.--Eenige weinig of niet, bekende bijzonderheden - van vroegeren tijd._ - - -De Baron de TOTT maakt van een eenige zaak meer ophefs, dan -vele reizigers, die hun gantsche leven hebben doorgebragt met de -verschillende delen van de waereld door te reizen. Ik voor mij, al was -ik uit den mond van een mortier van _Europa_ na _Asia_ gevlogen, zoude -ik daarvan naderhand niet half zoo veel gesnoefd hebben, als hij doet -van het afschieten van één turksch kanon. Zijn gezegde nopens dit -verwonderlijk stuk komt, naar mijn beste onthoud, hier op neder: _"De -Turken hadden onder het kasteel, nabij de Stad, aan den oever van de -vermaarde rivier de _SIMOIS_, een onzagchelijk groot metalen stuk kanon, -'t welk een marmoren bal van _ELF HONDERD PONDEN_ zwaarte schieten -kon. Ik was begeerig, zegt de _TOTT_, om het af te schieten, om dat ik -nieuwsgierig was, welke uitwerksels het doen zoude. Het volk, dat ik bij -mij had, sidderde op dezen voorslag, naardien zij zig verzekerd hielden, -dat het niet alleen het kasteel, maar ook de gantsche Stad verwoesten -zou: doch hunne vrees verminderde op mijne betere onderrigtingen -aanmerklijk, en ik kreeg vrijheid om het aftesteken. Om het te laaden -had ik niet minder dan _DRIE HONDERD EN DERTIG PONDEN KRUID_ noodig, en de -kogel weegde, gelijk gezegd is, _ELF HONDERD PONDEN_. Toen de kanonnier -de kogel aanstampte, liepen de overigen weg, zoo ver als zij konden: ja -het was niet dan met de uiterste moeite, dat ik den _PACHA_, die juist -op slag kwam, konde beduiden, dat 'er geen gevaar was: hij, die het lont -moest aanleggen, beefde als een riet. Ik ging eenige steenworpen agter -hem staan, gaf het sein en voelde een schok, als van eene aardbevinge! -Op den afstand van drie honderd vademen borst de kogel in drie stukken, -welken over de straat heen vloogen, in de bergen aan de overzijde -belandden, en de oppervlakte van het water door de gantsche breedte van -het kanaal deeden op bruischen."_ - -Dit is, zoo nauwkeurig als ik het mij kan herinneren, het berigt van den -Baron de TOTT, wegens het grootste stuk geschut in de bekende waereld. -Toen ik aldaar, niet lang daarna, was, werd in het gantsche ottomanische -rijk van niets anders gesproken, en men beschouwde dit afschieten van -dat verschriklijkst geschut als een bewijs van s' Barons buitengewonen -moed. - -Voor een Franschman wilde ik niet onder doen: daarom nam ik dit zelfde -kanon op mijne schouders, en na het volmaakt in evenwigt gelegt te -hebben, sprong ik daarmede in zee, en zwom naa de overzijde; van waar -ik het ongelukkiglijk wederom wilde brengen op zijne voorige plaats. -Ongelukkiglijk, zegge ik: want toen ik het in de hand nam, om het -over te werpen, gleed het een weinig te vroeg uit, en viel daardoor -in het midden van de straat, alwaar het nu in zee ligt, zonder eenig -vooruitzigt om het ooit weder van daar te krijgen. De grote Heer -nam dit betoon van mijnen moed en mijne kragten zoo euvel op, dat, -niettegenstaande de grote gunst, waarin ik, gelijk ik reeds gezegd heb, -(niettegenstaande de schathistorie, die ik u verhaald, en die hij mij -vergeven had,) bij zijne Hoogheid stond, die wreede Turk bevel gaf om -mij het hoofd af te slaan, en dit alleen, om dat ik een nutteloos stuk -van ijdelen pragt in 't water had laten vallen. Eene van zijne Sultanes, -welker grote gunsteling ik was, liet mij met den meesten spoed hiervan -kennis geven, en tevens berigten, dat ik mij bij haar kon verbergen, -terwijl men naar mij zocht; van welke en andere gunsten ik het gereedste -gebruikt maakte. - -Maar den zelfden nacht begaf ik mij aan boord van een schip, 't welk -gereed lag om naa _Venetie_ te stevenen: wij ligtten het anker en waren -binnen drie tellens uit het gezicht van _Constantinopel_. - -Deze laatste gebeurdtenis, welke mij zoo gantsch mislukte, en waarbij ik -het leven bijkans inschoot, had ik misschien niet behooren te verhaalen; -maar daar dezelve niet strekt tot mijne oneer, wilde ik ze niet -agterhouden. - -Dewijl ik het geluk heb, mijne Heeren! bij u bekend te zijn, als een -allergeloofwaardigst man, die om al de logens van de waereld niet ééne -onwaarheid zou willen voordbrengen, moet ik u waarschouwen, dat ik voor -het volgend verhaal wegens de afkomst van den Baron niet kan instaan, -maar het u mededeele, zoo als ik het te _Venetie_ van verscheiden -menschen zeer dikwijls heb hooren verhaalen. - -Een van zijne voorvaderen was geboortig van _Bern_ in _Zwitzerland_, en -een waterdrager te _Parijs_. Deze man maakte op eene zeer toevallige -en koddige wijze kennis met de schoonheid, welke hij om eene zeer -zonderlinge rede trouwde, en waarmede hij maar éénen dag in het huwelijk -leefde. Deze vrouw was geboren in het gebergte van _Savoie_, en had, -volgends den aard van dat land, op beide Sexen zoo grillig werkende, -een zeer fraaijen groten wen in haren nek. Zij verliet het huis haarer -ouderen, nog zeer jong zijnde. Te _Parijs_, werwaards zij gegaan was, om -haar fortuin te zoeken, leefde zij eenigen tijd van de giften, welken -eenige jonge Heeren aan haar uit liefde besteedden. Op zekeren nacht -ontmoeteden deze twee vremdelingen elkander op straat, en kwamen in -één punt samen; (zij hadden beiden een weinig te veel gedronken; ook -brandden toen in _Parijs_ des avonds nog geen lantaernen; waardoor men -elkander in den donker minder ontwijken konde); in dezen stand werden -zij door de ronde gevat, naa de wacht, en 's anderen daags na 't -spinhuis gebragt. Beiden verdroot dit opgeslooten en eenvormig leven; -beiden dachten op hun ontslag; beiden bedachten hetzelfde middel, en -beiden gaven het op denzelfden tijd aan hunne bewaarders te kennen; -beiden ontschuldigden hun gedrag door hunne jeugd; beiden zochten het -goed te maaken door te zeggen, dat zij aan elkander verloofd waren, en -den volgenden dag met elkander in den echt zouden getreeden zijn. Beiden -kwamen alzoo volmaakt met elkander overeen; beiden werden zij ontslagen, -en door den aartsbisschop van _Parijs_ door den band des huwelijks -vereenigd. Maar de jong getrouwde vrouw, die waande van adelijke -herkomste te zijn, wilde nooit met een zwitzerschen burger te doen -hebben: welke, op zijne beurt, begrijpende, dat hij overal te regt konde -raaken, zijne preutsche verliet, met welke hij alleen getrouwd was, om -zijne vrijheid weder te krijgen! Deze kiesche vrouw verbond zig kort -daarna met een Koning, (wel te verstaan van een poppenspel) reisde met -hem op alle kermissen, en kwam eindelijk te _Rome_. Hier viel zij in -de ongenade van haren Vorst, werd uit zijn gebied gebannen en huurde -een Oesterkelder digt bij het _Vaticaan_.--CÆSAR BORGIA, die veel van -Oesters hield, kwam haar dikwijls bezoeken, en bleef wel eens een -nachtje over. In één van dezelven ontving de bet-out-over-grootvader van -onzen held het eerste bestaan, wiens moeder den volgenden morgen, voor -het aanbreken van den dag, _Rome_ verliet. - -_Die dit verhaal gelooven wil, moge het doen, of een ander vertelsel -volgen, waarvan het ééne mij te _Constantinopel_ gegeven is, het andere -te _Rome_. Volgends het laatste zoude hij de zoon zijn van zijns Vaders -Vrouw en _GANGANELLI_, ook bekend onder den naam van paus _CLEMENS_ de -XIVde, die hem naa Frankrijk zond, eene goede opvoeding bezorgde, en een -goed vermogen naliet: naar luid van het eerste was hij de bekende zoon -van mevrouw _MARIA WORTHLEIJ MONTAGUE_, door haar bij den groten Heer -overgewonnen in, haar bezoek van het serail[20]._ - -[20] Over dezen zoon van MYLADY MONTAGUE kan de nederduitsche lezer - eenige bijzonderheden vinden in de voorrede van den eerwaardigen - Heer G. KUIPERS, geplaatst voor de door zijn Eerw. vertaalde reis - van d' ARVIEUX naa den groten EMIR, gedrukt te _Utrecht_ bij H. - VAN OTTERLOO 1780. - - - - -XV. HOOFDSTUK. - -_Vervolg van het reisverhaal van _Harwich_ naa _Helvoet_.--Beschrijving - van sommige zeedieren en andere voorwerpen, nooit bij eenig - reiziger gezien.--Rotsen, op dezen togt liggende, zoo groot - als de Alpische bergen; kreeften, krabben van eene buitengewone - grootte.--Eene vrouw in het leven behouden.--Hoe zij in zee - viel.--De manier van de Amsterdamsche Maatschappij met een goeden - uitslag gevolgd._ - - -In het verhaal van mijns vaders reis over het britsch kanaal naa -_Holland_ heb ik verscheiden zeer gewigtige zaken overgeslagen, welken -wel waardig zijn der vergetelheid ontrukt te worden; waarom ik dezelve -hier zal voordragen met zijne eigen woorden, zoo als ik ze hem menigmaal -aan zijne vrienden heb hooren verhaalen. - -"Toen ik op _Helvoetsluis_ kwam," zeide mijn Vader, "merkte men op, -dat ik zeer bezwaarlijk adem haalde. Door de bewoonders naar de reden -gevraagd zijnde, andwoordde ik: het dier, waarop ik van _Harwich_ -gereden heb door de Noord-zee, zwemt nooit! dit is de bijzondere -eigenschap en gesteldheid van het zeepaard, dat het niet kan drijven of -zig bewegen op de oppervlakte van het water. Het liep ongelooflijk snel -met mij, van het ééne strand tot het ander over den bodem van de zee, -drijvende de visschen in millioenen voor zig heen. Veelen derzelven -waren zeer verschillende van alle visschen, welken ik ooit gezien -heb; sommigen hadden zelfs het hoofd aan het uiterste puntje van den -staart.--Ik kruistte, dus vervolgde hij, een ontzagchelijken reeks van -klippen, zoo hoog als het Alpische gebergte, over[21]; aan de voeten -van deze bergen zag ik een grote menigte hoge, fraaie bomen, beladen -met zeegewassen, als kreeften, krabben, oesters, mosselen, alikrieken, -enz. enz. sommige van de welken een karrenvragt, en de minste een goede -kruiersvragt uitmaakten! Alle visschen van deze soorten, die bij ons aan -strand komen, en op de markten verkogt worden, zijn een veel kleiner -dwergagtig soort, of liever spoelvrugten, dat is, zulke vrugten, welken -door den slag des waters van de takken der bomen, waaraan zij groeijen, -afgespoeld worden, gelijk de vrugten in onze tuinen door den wind worden -afgeslagen van de bomen! De kreeftenbomen waren de fraaiste, maar de -krabben- en oesterbomen de langste. De Paerlboom is een soort van -heestergewas, en groeit aan den wortel van den oesterboom, om welken -het zig heen slingert, gelijk de klimop om den eik.--Ik zag ook, welke -uitwerksels verscheiden schipbreuken hier gehad hadden; in 't bijzonder -van een schip, 't welk verongelukt was door te stooten tegen een zeeberg -of rots, welks top maar drie vademen beneden de oppervlakte van het -water was. Toen dit schip zonk, viel het op zijde, en drong een zeer -groten oesterboom uit zijne plaats. Het was in den rijtijd, wanneer -de oesters zeer groen zijn; veelen werden door den geweldigen stoot -gescheiden, en vielen op een krabbenboom, welke daar naast aan stond: -zij vereenigden zig en hebben een tweesoortigen visch voordgebragt. -Ik deed eenige moeite om 'er één op te grijpen en mede te nemen; -maar dit gelukte niet; omdat mijn zoutwaterige pegasus altijd veel -tegenspartelde, zoo dikwijls ik hem in zijnen loop wilde sluiten: -daarenboven was ik toen in een vollen galop op één der rotsen, die in -'t midden van mijn weg waren, ten minsten vijf honderd vademen onder de -oppervlakte der zee, en het gemis van lucht begon mij zeer hinderlijk te -worden; waarom ik ook geen lust had, om mijn tijd te rekken: voegt hier -bij, dat mijn toestand in andere opzigten zeer ongenoeglijk was; want -ik ontmoette veele groote visschen, die, om naar derzelver open kaaken -te oordeelen, niet alleen in staat waren, maar ook groten lust scheenen -te hebben om ons te verslinden. Daar nu mijn rosinant blind was, moest -ik alleen de wacht houden tegen deze hongerige heeren, 't welk mijne -moeilijkheden niet weinig vermeerderde. - -[21] De toppen van deze zee-bergen strekken zig, van den onpeilbaren - bodem der zee naa boven, uit, tot op een diepte van honderd - vademen beneden de oppervlakte van het water. - -"Toen wij de hollandsche kust naderden, en wij niet meer dan twintig -vademen water boven ons hoofd hadden, meende ik een menschelijke -gedaante in vrouwen klederen, gevende nog eenige tekenen van leven, -voor mij op den grond te zien liggen; en daar digt bij zijnde zag ik -dat zij haare hand beweegde, welke gevat hebbende bragt ik haar als een -lijk aan het strand. Een kruidmenger, die pas te vooren door Dr. HAUWES -te _Londen_ onderwezen was, volgends de manier van de Maatschappij der -drenkelingen te _Amsterdam_, behandelde haar zeer wel naar de kunst, en -zij bekwam weder. Zij was de niet geliefde wederhelft van een man, die -als schipper op den hollandschen paketboot op _Londen_ voer, en had, zoo -als hij de haven uitzeilde, gehoord, dat hij een hoer bij zig aan boord -had. Zij volgde hem in een open boot naa; en nauwlijks had haar man haar -aan boord geholpen, of zij wilde hem met zoo veel drifts aanvliegen, dat -hij het raadzaamst oordeelde na stuurboord te wijken, en alzoo liever te -zien, dat zij hare vingers in de golven dan op zijn aangezigt tekende. -Zoo als hij dacht, gebeurde het ook: want geen tegenstand ontmoetende -viel zij aan den anderen kant van het schip weder in het water; waardoor -het mijn ongelukkig lot werd, om den eersten grond te leggen tot de -wedervereeninge dezer twee echtgenoten. - -"Ik kan mij zeer natuurlijk verbeelden, welke vervloekingen deze man -op mij uitgespogen zal hebben, toen hij bij zijne terugkomst zag, dat -dat lievertje hem opwagtte, en van haar vernam, hoe zij wederom in de -waereld was gekomen. Dan, hoe groot het ongeluk moge zijn, 't welk ik -dezen armen drommel gedaan heb, hoope ik, dat hij het mij bij zijn dood -in liefde zal vergeven hebben, naardien mijn oogmerk goed was, hoe zeer -de gevolgen, dit moet ik bekennen, allerverschriklijkst geweest zijn." - -Van _Holland_ sprekende, kan ik niet nalaten bij deze gelegenheid hier -eene opheldering nopens den laatsten oorlog met _Engeland_ medetedeelen. -Mij op de vloot van den admiraal PARKER bevindende barstede ik met alle -de schepelingen van spijt, dat die laffe, weeke _Hollanders_, na ons zoo -schandelijk in onze hoop en verwagting bedrogen te hebben, nog victorij -durfden kraaien, door op de plaats van het gevegt te blijven liggen, -terwijl wij, Meesters van de zee! met allen spoed een goed heen komen -moesten zoeken. Terwijl de andere Officieren, zig aan hunnen spijt -overgevende, het hoofd lieten hangen als een bies, begon ik op middelen -bedacht te zijn, om de schande van dien dag door eene of andere -schijnbare uitwerkselen en vrugten van onzen heldenmoed eenigzins te -verminderen. Het middel was allerheerlijkst; doch gelukte mij maar ten -deele. Ik liet naamlijk terstond al het stukkend glas en porcelein, 't -welk op de vloot was, brengen aan boord van den admiraal, smolt het en -blaasde een glazen duikerklok, naar de beschrijving van _Desaguliers_, -zoo groot, dat twaalf mannen onder denzelven konden zitten en op den -bodem van de zee wandelen. Zoo dra was alles niet vervaardigd, of ik -begaf mij met zes timmerlieden en de nodige gereedschappen op reis, met -voornemen, om de gehele _Hollandsche_ vloot te vernielen. Dit gelukte -ons naar wensch met het eerste schip, in welks boeg wij een gat hakten, -zoo laag en zoo groot, dat het noch gevonden noch gestopt konde worden. -Hierop begaven wij ons naa de andere schepen; maar het opkomend onweder -sloeg de boot, welke onze luchtbuizen bestierde, om ver, en wij moesten, -tot onze innerlijkste smert, ons voornemen laten vaaren, om zelve -behouden te blijven. Den Officier met de vier roeiers van de boot namen -wij bij ons in de klok, welken wij omkeerden, en kwamen op deze wijs -gelukkig bij den admiraal aan boord; die zig egter wel gewagt heeft, om -in zijn berigt aan de LORDS van de admiraliteit de ware oorzaak van het -zinken van _Holland_[22] optegeven. - -[22] Deze was de naam van dit vijandelijk schip. - - * * * * * - -_De vertaler verwagt, dat de nederlandsche lezer, dien de ware oorzaak -van dit verongelukken niet onbekend is, weinig geloof aan dit verhaal -zal geven._ - - - - -XVI. HOOFDSTUK. - -_Dit hoofdstuk is zeer kort, maar behelst eene daad, waarvoor - de gedachtenis van den Baron dierbaar moet zijn bij iederen - _Engelschman_, bijzonderlijk bij allen die in 't vervolg het - ongeluk zullen hebben van krijgsgevangenen te worden._ - - -Op mijn hertogt van _Gibralter_ naa _Engeland_ reisde ik door -_Frankrijk_, 't welk ik zonder eenigen hinder doen konde, omdat ik -geen engelsche van geboorte was. In de haven van _Calais_ zag ik een -schip binnen loopen, waarop een menigte _Engelsche_ matrozen als -krijgsgevangenen waren. Zoo als ik hen zag, nam ik het onverwijld -besluit, om dezen braven lieden hunne vrijheid weder te bezorgen. Tot -dat einde maakte ik twee vleugels, ieder van welken honderd-en-twintig -voeten lang en twee-en-veertig voeten breed waren: deze vleugels aan -mijn lijf vast gemaakt hebbende vloog ik op, met het aanbreken van den -dag, toen alle menschen, zelfs de wacht op het dek, nog sliepen. Toen -ik boven het schip was, maakte ik met mijn slinger drie ijzeren haken -aan de drie masten vast, en het schip alzoo eenige voeten uit het water -opgeligt hebbende vloog ik het kanaal over na _Dover_, alwaar ik in een -half uur aankwam. - -Wat de _Engelsche_ gevangenen en _Fransche_ wachten aanbelangt: zij -waren al twee uuren in _Dover_ geweest, eer zij ontwaakten; wanneer de -_Engelschen_, bemerkende waar zij zig bevonden, hunnen staat met dien -der _Franschen_ veranderden, en wedernamen, het gene dezen hun ontroofd -hadden; _en niet meer_: want zij waren te edelmoedig om wederwrake te -nemen, en de _Franschen_ op hunne beurt te plunderen. - -Van deze vleugelen heb ik in den oorlog met _Holland_ nog -eenige keeren gebruik gemaakt, doch zelden. Ik bezocht hunne -scheepstimmerwerven,--waarop, voor ons _Engelschen_, met al te grooten -ijver en voordvarenheid gewerkt wierd--om zoodanige hindernissen daar te -stellen, als geschikt waren om derzelver arbeid te vertraagen; of zo dit -niet gelukte, die schepen voor hen onbruikbaar te maaken; het welk ik -deed door de kielen van sommige schepen aan de helling vast te nagelen, -waardoor ze niet wilden afloopen, of om ver vielen; of door de bouten en -pennen in den boeg los te maaken of die daar uit te haalen, zoodat het -schip zoo spoedig zonk, als het te water kwam. enz. enz.[23] - -[23] Hierom heb ik altijd moeten lachen over de _Hollandsche_ - Patriotten, als ik hen in hunne nieuwspapieren hoorde klagen over - werkeloosheid--over hunne ongegronde en ongerijmde staatkundige - naarvorschingen naar de oorzaaken--hun ijdel geschreeuw van - verraad en omkoopinge. Ik was geen _Hollander_, deed het - buiten weten van een ieder, en kon daarvoor derhalven geen - geld trekken.--Zoude de Baron met zijne vleugels wel door het - Ministerie gebruikt zijn, om de tijding der vredebreuke en de - instructien aan den Heer RODNEY over te brengen? - -Na het einde des oorlogs heb ik deze vleugelen aan den gouverneur van -het Kasteel van _Dover_ geschonken, om aldaar ten eeuwigen dage bewaard, -en aan de nieuwsgierigen vertoond te worden. - - - - -XVII. HOOFDSTUK. - -_Eene reis naa Oost-indien.--De Baron spreekt van een vriend, die - hem nooit misleidde; wint honderd guinees door zijn vertrouwen - op den neus van zijnen vriend.--Wild opgestooten in zee.--Eenige - omstandigheden, welken, zoo men hoopt, den lezer niet weinig zullen - vermaaken._ - - -Op eene reis, die ik naa Oost-indien deed met Kapitein HAMILTON, nam ik -een heel besten vriend, waarvan ik zeer veel hield, mede: ik zoude hem, -om mij van de gemene spreekwijze te bedienen, voor geen goud zoo zwaar -als hij was, hebben willen verkoopen. Het was de beste brak, dien ik -ooit zag. Nooit heeft hij mij bedrogen. Wanneer wij op zekeren dag, -volgends de beste waarneemingen, nog ten minsten drie honderd mijlen -van land af waren, stiet mijn hond aan: hem meer dan een uur lang met -verbaasdheid aangezien hebbende, zeide ik het tegen den Kapitein en -alle de andere Officieren aan boord; hen verzekerende, dat wij naabij -land moesten zijn, naardien mijn hond wild rook. Dit verwekte wel een -algemeen geschater; maar verminderde geenszins de goede gedachten, -welken ik van mijnen vriend had. Na lang voor en tegen sprekens -hierover, zeide ik stout tegen den Kapitein, dat ik op WIM'S neus meer -vertrouwde dan op de oogen van alle de zeelieden aan boord, en dat ik -onbeschroomd mijn vragt 'er onder verwedden wilde, (te weten honderd -guinees) dat wij binnen een half uur wild zouden opdoen. De Kapitein -(een goedhartig man) lachte op nieuw, en begeerde dat Meester CRAWFORD, -de scheeps-chirurgijn mijn pols zoude voelen; het welk hij deed, en -verzekerde, dat ik volmaakt gezond was: hierop geraakten zij met -elkander in het volgend gesprek, het welk, ofschoon zij zeer zagt -spraken, en ik op eenigen afstand ware, ik egter verstaan kon. - -_Kapitein._ Het leutert hem zekerlijk in den bol: als een man van eer -kan ik zijne weddingschap niet aannemen. - -_Heelmeester._ Ik denk daar anders over: hij is volmaakt gezond en bij -zijn verstand (indien men ooit zeggen kan, dat zulke honden-gekken bij -hun verstand zijn, waaraan ik twijfel); maar hij verlaat zig liever -op de reuktepelen van zijnen hond, dan op het oordeel van alle de -Officieren aan boord! hij wil zijn geld gewis verliezen, en verdient -zulks rijkelijk. - -_Kapitein._ Zulk een zotskap, die zoo dwaas wil wedden, kan niet -gezond zijn; en aan mijn kant zoude het niet braaf zijn, hem te -staan.----Evenwel--als hij met zijn geld nog eens voor den dag komt, -zal ik hem medenemen. - -Terwijl dit gesprek duurde bleef WIM al in dezelfde houding staan, en -versterkte mij hoe langer hoe meer in mijn gevoelen. Ik stelde de -weddingschap andermaal voor; en zij werd aangenomen. - -Eenigen tijd, nadat ik mijn hond had zien aanstooten, waren sommige -matrozen gaan visschen in de grote sloep, welke agter aan het schip -met een touw vast was (het was schoon en stil weder); maar weinige -oogenblikken na onze weddingschap harpoenden zij een buitengewoon groten -haai, welken zij aan boord bragten. Toen zij dien opsneeden, om de traan -daarvan te bewaaren, ziet, zoo vonden zij in de maag van dit dier niet -minder dan _zes koppels levendige Patrijzen_! - -Deze vogels waren zoo lang in die plaats geweest, dat ééne van de -hennen op vier kiekens zat, en juist het vijfde uitpikte, toen de haai -geopend werd. - -Deze jonge vogels werden opgekweekt met een nest jonge katten, die maar -weinige minuten te vooren in de waereld waren gekomen! De oude kat was -daar zoo mal mede, als met hare eigen jongen, en niet weinig verlegen, -toen de oude hare zorgen en bestier ontvloog. Wat de andere patrijzen -aangaat, daar waren vier hennen onder; ééne of meer derzelven zaten, -geduurende de reis, aanhoudend te broeden, en alzoo hadden wij in de -kajuit altijd overvloedig wild op tafel. Aan mijn besten WIM gaf ik, uit -dankbaarheid (want hij had honderd guinees voor mij gewonnen) dagelijks -de beenen, en somtijds een gehelen vogel, te kluiven. - - - - -XVIII. HOOFDSTUK. - -Een tweede (maar toevallig) bezoek aan de Maan.----Het schip door een - warrelwind afgenomen tot eene hoogte van duizend _Hollandsche_ - mijlen boven het water, daar het een anderen dampkring ontmoet, - en in eene ruime haven in de Maan aankomt.--Eene beschrijving - van de inwoners, en de wijze waarop dezelven aldaar ter waereld - komen.--Dieren, gewoonten, wapens, wijnen, planten, enz. enz. enz. - - -Ik heb u reeds gesproken van eene reis, die ik naa de Maan gedaan heb, -toen ik naa mijn zilveren bijl zocht: naderhand deed ik nog eene reis -derwaards, maar op een veel aangenamer en vermaaklijker wijze. Ook -vertoefde ik aldaar toen lang genoeg, om het merkwaardigste te zien; 't -welk ik u nu zoo nauwkeurig, als mijn geheugen toelaat, zal beschrijven. - -Ik ging op reis om nieuwe ontdekkingen te doen, zijnde daartoe -aangezocht en gedrongen door een verren bloedverwant, die waarlijk -geloofde, dat 'er zoodanig een volk, en van die grootte, als GULLIVER -beschrijft in het rijk van _Brobdingnag_, zoude te vinden zijn. Ik voor -mij hield dat verhaal wel voor een verdigtsel; maar dewijl hij zeer rijk -was, en mij tot zijnen eenigsten erfgenaam verklaard had, wilde ik hem -niet tegenspreken, en ondernam de reis. Wij zeilden met een aanhoudend -gunstigen wind naa de Zuid-zee, daar wij voorspoedig, doch zonder eenige -aanmerklijke ontmoeting, aankwamen, behalven dat wij vliegende mannen en -vrouwen zagen, die in de lucht beurtelings handjeplak speelden en een -menuet dansten. - -Ook zeilden wij het Eiland _Otahite_, waarvan Kapitein COOK spreekt, en -waarvan daan hij OMAI mede nam, gelukkig voorbij; maar agttien dagen -daarna ontstond 'er een geweldige orkaan, welke ons schip ten minsten -duizend mijlen boven het water opligtte, en in die hoogte hield, tot dat -een labberkoeltje van alle kanten in onze zeilen woei, en ons op eene -verwonderlijke wijze hooger en hooger op voerde. Zes weeken lang op deze -wijze boven de wolken voort gereisd hebbende, ontdekten wij een groot -land, als een lichtgevend Eiland, rond en helder, alwaar wij in een -zeer goede haven aanlandden, en terstond aan wal gingen. Wij bevonden, -dat het bewoond was. Verre beneden ons zagen wij eene andere waereld, -en daarin steden, bosschen, boomen, bergen, stroomen, zeeën, enz. enz. -welke wij gisten, dat onze aarde was, die wij verlaten hadden. Hier -zagen wij verbazend grote figuren, die drie hoofden hadden, en op gieren -reedden; en om u van de grootte dezer vogelen eenig denkbeeld te geven, -moet ik u zeggen, dat derzelver vleugels zoo breed waren als ons groote -zeil, en wel zesmaal zoo lang (ons schip was van zes honderd tonnen). De -inwooners van de Maan (want wij hoorden nu, dat wij in de Maan waren) -rijden niet, gelijk wij op deze waereld doen, te paerd, maar zij gaan op -deze vogels eens op een pleiziertogtje uit vliegen. Wij vernamen, dat de -Koning van dit Eiland met de ZON in oorlog was. Zijne Majesteit wilde -mij met een gezantschap daarheen vereeren; maar ik bedankte hem daardoor -zeer beleefdelijk. - -In _die_ waereld zijn alle dingen van eene buitengewoone grootte; een -gemene vlieg bij voorbeeld, is ten minsten zoo groot als bij ons een -schaap; als zij oorlogen, zijn hunne voornaamste wapens radijzen, -welken zij gebruiken als pijlen; zij die daardoor gewond worden sterven -op het ogenblik, hoezeer die radijzen noch van natuur noch door kunst -vergiftigd maar zeer gezond en smaaklijk zijn om te eten. Als zij -geen radijs meer hebben, maaken zij hunne pijlen van de toppen van de -aspergien, en hunne schilden van paddestoelen, die aldaar altijd te -vinden zijn. - -[Illustratie: VII.] - -Hier zagen wij ook eenige inboorlingen uit de hondsstar: koophandel deed -hun dit zwervend leven verkiezen. Hunne aangezigten waren gelijk die van -grote doggen, en hunne oogen stonden op het tipje van den neus. Oogleden -hadden zij niet; maar als zij sliepen, bedekten zij hunne ogen met de -tong. Over het algemeen waren zij twintig voeten hoog; maar wat de -inboorlingen van de Maan betreft, de kortste derzelven was meer dan -zes-en-dertig voeten lang; zij werden aldaar niet genoemd menschen, -maar kokende dieren: want zij maakten hunne spijs wel gereed, gelijk -wij doen, met vuur; doch dit kostte hun zoo min als de maaltijd -eenigen tijd: want zij openen hunne regterzijde, en zetten de gantsche -hoeveelheid in ééns in de maag, welke zij dan weder toesluiten, tot op -denzelfden dag in de volgende maand; naardien zij zich niet meer, dan -twaalfmaal in een jaar, of iedere maand maar éénmaal, het innemen van -spijs vergunnen: eene schikking die bij een ieder mensch, behalven bij -vraten en lekkerbekken, moet en zal goedgekeurd worden. - -[Illustratie: VIII.] - -De vermaaken der liefde zijn in de Maan geheel onbekend: aldaar is, zoo -wel onder de overige als de kokende dieren, maar eene of liever in het -geheel geene kunne: want zij groeijen allen aan bomen van verschillende -grootte en gedaante: die genen, waaraan de kokende dieren, of gelijk wij -zouden zeggen, de menschen, groeijen, zijn de fraaiste van allen; zij -hebben breede, dunne takken, en vleeschkleurige bladen, en brengen -vrugten voord als noten, met harde schellen, ten minsten zes voeten -lang; als zij rijp worden, 't welk men aan het veranderen van de -kleur kan zien, worden ze afgeplukt, met grote zorgvuldigheid bij één -vergaderd en weggelegd, zoo lang, als men dit goed vindt: want zij -bederven nooit; en als zij het zaad van deze noten willen uitbroeden, -werpen zij dezelven in een groten ketel met kokend water, waardoor de -noot in weinige uuren zig opent en een volwassen schepsel daar uit -springt. - -De natuur vormt deze schepsels reeds, eer zij in de waereld komen, tot -derzelver verschillende beroepen; uit de eene noot komt een krijgsman, -uit eene andere een wijsgeer, uit een derde een godgeleerde, uit een -vierde een rechtsgeleerde, uit een vijfde een boer, uit een zesde -een lompe kinkel, enz. enz. voord, en een iegelijk hunner begint zig -terstond te voltooien, door dat gene 't welk hij te vooren maar in de -bespiegeling kende, werkstellig te maaken. - -Als zij oud worden, sterven zij niet, gelijk wij; maar verdwijnen, als -de rook, in de lucht? Drinken hebben zij niet nodig: want de eenigste -uitwaassemingen, welken zij hebben, zijn ongevoelig en alleen bij de -ademhalinge. Aan iedere hand hebben zij maar éénen vinger, waarmede zij -alles zoo goed kunnen verrigten, als wij, die 'er vier hebben met een -duim. Hunne hoofden dragen zij onder den regterarm; als zij op reis -gaan, of eenige zware bezigheid hebben, laten zij ze meestal te huis: -want zij kunnen dezelven op eenigen afstand gebruiken. Dit ziet men hier -dagelijks; en als lieden van rang of aanzien onder de maanlingen begerig -zijn om te weten, wat 'er bij den gemenen man omga, blijven zij zelve te -huis, dat is, de romp staat in huis, en zenden hunne hoofden derwaards, -welke aldaar ongemerkt kunnen tegenwoordig zijn, en keeren op hun gemak -terug naa huis, met een verhaal van het gene zij gezien en gehoord -hebben.[24] - -[24] Dit voorrecht--om zijn hoofd ongemerkt tegenwoordig te laten zijn - in het huis van een ander,--hebben in de Maan alleen de lieden van - rang en aanzien in de huizen hunner minderen: somtijds kunnen zij - in de huizen van huns gelijken insluipen, doch zeldzaam en met zeer - veel moeite en voorzigtigheid. - -De pitten van hunne druiven gelijken volmaakt naar hagel; en ik ben -volkomen overtuigd, dat als een storm of harde wind de wijnstokken in de -Maan stuk slaat, en de druiven van de ranken afbreekt, dan die pitten -bij ons op de Aarde vallen, en onze hagelbuien maaken. Hierom zoude -ik de zulken, die hierin met mij van 't zelfde gevoelen zijn, raaden, -dat als het eens weder hagelt, zij dan die hagelstenen verzamelen, om -Maanwijn daarvan te maaken. Zij smaakt zeer veel naar het wit Bergsch -bier.--Eenige gewigtige omstandigheden heb ik nog vergeten te melden. -Zij gebruiken hunne buiken, gelijk wij onze zakken, en dragen daarin -alles wat hun gelieft: want zij kunnen die openen en sluiten, even -gelijk hunne magen, naar welgevallen. Zij zijn niet belast met darmen, -lever, hart of eenig ander ingewand; ook worden zij door klederen niet -belemmerd, gelijk ook geen gedeelte van hun lighaam onzienlijk is, noch -ongevoeglijk om het te vertoonen. - -Hunne ogen kunnen zij uit het hoofd nemen, of daar in laten, zoo als -zij willen, en kunnen even goed zien, of zij dezelven in hunne handen -of in hunne hoofden hebben. Gebeurt het, dat zij een oog verliezen of -bezeeren, zij kunnen een ander leenen of koopen, en daarmede zoo goed -zien, als met hunne eigen ogen. Uit dezen hoofde vindt men in alle -landen van de Maan een groot getal winkeliers in ogen; ook zijn de -inwoners in dit stuk, schoon ook hierin alleen, veranderlijk; somtijds -zijn de groene, somtijds de geele ogen in de manier. - -Deze dingen zullen u zekerlijk zeer vreemd voorkomen, mijne Heeren? -maar, indien bij iemand uwer nog eenige schaduw van twijfeling mogt -overblijven, weet ik daar niet beter op, dan dat hij zelf eene reis naa -de Maan doe, en dan zal hij weeten, of ik een geloofwaardig reiziger -ben. - - - - -XIX. HOOFDSTUK. - -_De Baron trekt over den Teems zonder behulp van een brug, schip, boot, - of luchtbol, zelfs zonder zijn eigen wil; hij ontwaakt na een - langen slaap; en vernielt een gedrogt, het welk alleen leefde - van de verwoesting van anderen._ - - -_Engeland_ ging ik voor de eerstemaal bezoeken in het begin der -regeringe van den tegenwoordigen Koning. Ik moest eenige goederen te -_Wapping_ gaan bezigtigen, die aldaar voor sommigen mijner Vrienden te -_Hamburg_ ingescheept zouden worden, en keerde van daar over het plein -van den Tower terug. Hier komende was ik zeer vermoeid, en vond de zon -zoo verkwiklijk, dat ik in een kanon kroop om wat uit te rusten, en -mij zelven te koesteren--en viel in slaap. Dit gebeurde omtrend de -klok van negen uuren, op den vierden van Zomermaand, zijnde 's Konings -geboortedag; en al het kanon, 't welk 's morgens vroeg al geladen was, -werd stiptelijk ten één uur afgelost, ter gedachtenisse van dien dag. -Ik, die niets kwaads vermoedde, ja zelfs niet gedacht had, dat de staat, -waarin ik mij plaatste, voor mij gevaarlijk konde worden, werd over de -huizen aan de andere zijde van de rivier geschoten, en viel, tusschen -_Bermondseij_ en _Deptford_, neder, in een grooten hooischelf, zonder te -ontwaaken. Hier bleef ik zoo lang in een vasten slaap liggen, tot dat -het hooi zoo dier werd ('t welk omtrend drie maanden naderhand was), -dat de boer goed vond zijn hooi te verkoopen. De schelf, waarop ik lag, -was de grootste van allen op de werf, en bedroeg meer dan vijfhonderd -voeders; waarom men denzelven het eerst aantaste. Het volk, dat met -ladders tegen mijn bestede opklom, maakte mij door hun geraas wakker; ik -begon te geeuwen, en mij wat uit te rekken; maar mij nog eens willende -omkeeren (want ik was nog niet uitgeslapen, en wist volstrekt niets van -den staat, waarin ik mij bevond) begon ik te rollen en viel van boven -neder op het hoofd van den boer, welken dit hooi toebehoorde; van dezen -val had ik zelf het minste leed niet; maar brak den boer den nek. -Tot mijn troost hoorde ik naderhand, dat hij een allerverfoeilijkst -charakter bezat, en de voordbrengselen van zijnen grond nooit dan voor -de buitensporigste prijzen verkogt. - - - - -XX. HOOFDSTUK. - -_De Baron doet een uitstap door de waereld, na een bezoek aan den - berg _Etna_ gegeven te hebben; hij vindt zig zelven weder in - de zuid-zee; bezoekt _VULKANUS_ op zijne reis; komt bij een - _Hollander_ aan boord, waarmede hij landt aan een Eiland van kaas, - liggende in een zee van melk; beschrijving van eenige zonderlinge - voorwerpen.--Zij verliezen hun compas; hun schip glijdt tusschen - de tanden van een visch, onbekend in dit gedeelte van de waereld; - hunne moeite, om zig uit die plaats te verlossen; zij komen in - de _Kaspische_ zee.--De Baron laat een beer dood hongeren in - zijne handen.--Eenige bijzonderheden van een borstrok.--In dit - hoofdstuk, 't welk het laatste en het langste is, draagt de Baron - zedekundige bedenkingen voor over de deugd van trouw en liefde tot - de waarheid._ - - -De reizen van den heer BRYDONE naa _Sicilie_, welken ik met groot -genoegen gelezen heb, haalden mij over, om den berg _Etna_ te -bezoeken. Mijne reis derwaards, en mijne aankomst aldaar leveren geene -bijzonderheden op, die waardig zijn om verhaald te worden. Op een morgen -vertrok ik zeer tijdig uit eene hut, alwaar ik des nachts geslapen had, -en welke zes mijlen van den voet des bergs gelegen was, met voornemen om -dezen vermaarden berg van binnen te onderzoeken, al ware het, dat ik in -deze onderneming moest omkomen. Na eenen zwaren arbeid van drie uuren -bereikte ik de kruin van den berg, welke toen reeds zederd drie weeken -gewoed had. Deze vertoning is door verschillende reizigers bereids zoo -dikwerf beschreven, dat ik u niet wil ophouden met een verhaal van -zaken, welken u zoo bekend zijn. - -Ik wandelde rondom den kelk, welke mij toescheen op zijn minst -vijftienmaal groter te zijn dan de punch-kom van den duivel bij -_Petersfield_, op den weg naa _Portsmouth_, maar zoo breed niet op den -bodem: want aldaar gelijkt dezelve meer naar het naauwste gedeelte -van een trechter, dan naar een punch-kom: kortom, ik had mijn besluit -genomen; ik sprong 'er in, met de voeten vooruit, en vond mij op 't -zelfde ogenblik in een hete trekkas, en mijn lighaam gekneusd en op -verscheiden plaatsen gebrand door de gloeiende koolen, die zig, door -hunne geweldige opbruizing, tegen mijne nederdaling verzetteden; maar -mijne zwaarte bragt mij zeer schielijk op den bodem, daar ik, in het -midden van getier en geschreeuw, vermengd met de verschriklijkste -vloeken, aanlandde, en, na mijne zinnen weder vergaard te hebben en van -de vermoeienis bekomen te zijn, eens begon rond te zien. Oordeelt over -mijne verbaasdheid, Heeren! toen ik zag, dat ik in het gezelschap van -VULCANUS en zijne Cijclopen gekomen was, en ontdekte, dat zij gedurende -de drie laatste weeken met elkander getwist hadden, over het onderhouden -van goede orde en behoorlijke ondergeschiktheid, en dat hierdoor dat -groot geraas op de bovenwaereld gedurende dien tijd ontstaan was; maar -mijne aankomst herstelde den vrede onder hen; zelfs deed VULCANUS mij de -eer aan, om pleisters op mijne wonden te leggen, waardoor zij op staande -voet genezen waren; ook zettede hij mij veelerleie ververschingen voor, -in het bijzonder nectar, en andere fijne wijnen, zulken, tot welken -de goden en godinnen alleen recht hebben. Na dit onthaal gebood -VULCANUS aan VENUS, dat zij mij alle inschiklijkheid, welke mijn staat -vereischte, betoonen zoude. Het is mij onmogelijk, om het vertrek en -het ledikant, waarop ik mij ter rust begaf, naar waarde te beschrijven, -waarom ik dit ook niet zal ondernemen: het is genoeg u te zeggen, dat -geen tong in staat is om daaraan gerechtigheid te laten wedervaren, of -van die goedaardige godin te spreken met woorden, welke maar eenigzins -met hare verdiensten overeenkomen; de gedachte daar aan alleen maakt mij -duiselig. - -VULCANUS gaf mij een zeer beknopt berigt van den berg _Etna_; hij -onderrigtte mij, dat dezelve niets anders was, dan eene ophoping van -de assche van zijn fornuis; dat hij dikwijls genoodzaakt was om zijn -volk te kastijden, en dat hij, in zijne drift, de gewoonte had om hun -gloeiende kolen na den kop te smijten, welken zij niet zelden met de -grootste vaardigheid afkaatste, en bovenwaards naa de waereld wierpen, -zoodat dezelve hen niet konden raaken: onze oneenigheden, voegde hij er -bij, duuren somtijds drie of vier maanden, en de verschijnselen daarvan -op de waereld, denke ik, dat gij stervelingen uitbarstingen noemt. -Ook verzekerde hij mij, dat de berg _Vesuvius_ een andere van zijne -werkplaatsen was, naa welken hij een toegang had onder het bed der zee, -van drie honderd en vijftig hollandsche mijlen, en dat gelijke kijvagien -aldaar gelijke uitbarstingen veroorzaakte. - -Als een nederig opwagter van Mevrouw VENUS zoude ik hier gebleven -zijn; maar sommige bemoeizugtige snappers, die zig in de ondeugd -vermaaken, luisterden VULCANUS iets in 't oor, 't welk in hem eene -onverzoenlijke jaloersheid verwekte. Op zekeren morgen, wanneer ik, -volgends gewoonte, mijne opwagting bij VENUS maakte, nam hij mij, zonder -eenige voorafgaande kennisgevinge, onder zijnen arm, en droeg mij naa -een vertrek, 't welk ik te vooren nooit gezien had, waarin, naar alle -waarschijnlijkheid, een _wél_ was met een zeer wijde opening: hier -hield hij mij boven met een uitgestrekten arm, en zeide: "_ondankbaar -schepsel, keer weder naa de waereld, van waar gij gekomen zijt_:" en -zonder mij tijd tot andwoord en verdediging te geven, smakte hij mij -in het midden neder. Ik voelde, dat ik met eene verdubbelende snelheid -naa beneden vloog, tot dat de ontsteldtenis mij van allen gevoel en -opmerking beroofde. Naar mijne gissing viel ik in zwijn, waaruit ik -spoedig ontwaakte, door het vallen in een groten kom waters, verlicht -door de stralen van de zon. Van mijne jeugd af heb ik goed kunnen -zwemmen, en aardige grappen in het water uitvoeren. In het eerst -verbeeldde ik mij wel, dat ik in het paradijs was, in aanmerking van -den angst en schrik, waaruit ik maar even bekomen was; doch eenigen tijd -rond gezien hebbende, kon ik niets anders ontdekken dan een zeer ruime -zee, alwaar men van alle zijden niets dan water zag, en begon nu eerst -te gevoelen, dat het hier zeer koud was, en zeer veel verschilde van -de luchtstreek van Meester VULCAAN'S winkel. Op eenigen afstand zag ik -een ijslijk groot gevaarte, naar een steilen rots gelijkende, op mij -aankomen; ras bemerkte ik dat het een druipende ijsberg was, welken ik -rondom zwom, tot dat ik een plaats vond, van waar ik deszelfs top kon -bereiken, gelijk ik deed, hoewel niet zonder eenige moeite; maar hier -nog geen land kunnende zien, begon ik te wanhoopen, dat ik het ooit -weder onder mijne voeten zoude krijgen; doch eer het donker werd, zag ik -een zeil, werwaards wij zeer snel heen dreven; op een korten afstand -riep ik aan het volk van dat schip, het welk mij in 't hollandsch -andwoordde, waarop ik in zee sprong en zij mij een touw toewierpen, -waarmede ik binnen boord gesleept werd. Op mijn onderzoek, waar wij ons -bevonden, werd mij onderrigt, dat wij in den Zuider-oceaan waren, door -welke ontdekking alle mijne twijfeling geheel werd weggenomen. Het was -nu ontegenspreeklijk, dat ik van den berg _Etna_ gevlogen was door het -middenpunt der aarde in de Zuid-zee, 't welk veel korter en beknopter is -dan den halven aardbol om te dwaalen.--Deze reis heeft nog nooit iemand -vóór mij gedaan, zelfs niet ondernomen; en doordien ze zoo onverwagt -opkwam, en zoo snel voordging, heb ik geene waarnemingen kunnen doen; -maar zijt verzekerd, mijne Heeren! dat ik bij eene volgende gelegenheid -daarop meer bedacht en op alle bijzonderheden opmerkzamer zal zijn. - -Ik nam eenige ververschingen en begaf mij ter ruste. Maar hoe onbeleefd -zijn toch de _Hollanders!_ want hun mijne ontmoetingen en wedervaren zoo -nauwkeurig verhaald hebbende, als ik nu aan U gedaan heb, scheen het, of -sommigen, waaronder de schipper zig bijzonderlijk onderscheidde, die -zulks door zijne gebaarden en half uitgesproken woorden klaarlijk liet -blijken, aan mijne geloofwaardigheid twijfelden; welke belediging ik wel -moest opkroppen, vooral om dat hij mij zoo gemaklijk aan boord van zijn -schip genomen had, en toen juist bezig was in mij met het nodige te -gerijven. - -Ik vroeg hen, werwaards de reis geschikt was? en kreeg hierop ten -andwoord: "om nieuwe landen te ontdekken, en waarnemingen te doen; en -dat, _zoo mijne geschiedenis waar was_, zij niet geheel vrugteloos -zouden te rug keeren." Wij waren nu juist in de streek van Kapitein -COOK'S eerste reize, en kwamen den volgenden dag in _Botanij-baai_. -Deze plaats zoude ik in geenen deele aan de Engelsche regering als een -verblijf voor schurken, geschikt om hen te straffen, kunnen aanbeveelen; -zij zoude bij mij liever geschikt worden tot eene beloning voor -verdiensten, naardien de natuur hare beste geschenken alhier met eene -zeer milde hand overal gestrooid heeft. - -Wij bleven hier maar drie dagen; en vier dagen na ons vertrek kregen -wij een allerhevigsten storm, waardoor wij alle onze zeilen verlooren, -de boegspriet in stukken brak en de top van de grootste mast van boven -neder kwam, welke op het kastje viel, waarin ons compas was, en hetzelve -met het compas geheel verbrijzelde. Allen, die ooit op zee geweest zijn, -weten, welke gevolgen zoodanig een verlies kan hebben. Wij wisten niet, -waarheen wij nu moesten stuuren; maar ten laatste bedaarde de storm, en -werd gevolgd door eene gestadige heldere koude, welke ons geduurende -drie maanden lang bijbleef, zoodat wij daardoor eene verbaazende weg -moeten afgelegd hebben. Eindelijk merkten wij de grootste verandering -op, in alles wat ons omringde; onze adem werd lichtgevende stralen; onze -neuzen werden onthaald op de aangenaamste geuren van specerijen welken -men zig verbeelden kan; zelfs had de zee hare gedaante veranderd, en was -wit in stede van groen!! Weinig tijds na deze zonderlinge verandering -ontdekten wij land, en op eenen kleinen afstand genaderd zijnde, zagen -wij een rivier, welke wij, na die zes mijlen ver opgezeild te hebben, -bevonden dat overal wijd en diep en enkel melk was, van den zuiversten -en aangenaamsten smaak. Hier ankerden wij en ontdekten welhaast, schoon -door het zonderlingste toeval van de waereld, dat het Eiland bestond uit -een zeer grote kaas: want één van de bootsgezellen liep weg, zoodra wij -aan land waren gekomen, maar kwam zeer schielijk wederom, om dat hij -zig verbeeld had, dat hij overal kaas, waarvan hij een onverwinnelijken -afkeer had, onder zijne voeten vond: wij lagchten hem wel helder uit; -maar vrugteloos: want hij bleef stout en sterk staande houden, dat -het gantsche land als met kaas bezaaid was: dit nader onderzoekende, -bevonden wij, dat hij volkomen gelijk had, en dat het geheele Eiland, -gelijk ik te vooren reeds heb opgemerkt, niet anders was dan een kaas -van eene verbazende grootte! De inwoners leefden voornaamlijk van -denzelven, en zoo veel zij daarvan bij dag gebruikten, groeide de kaas -'s nachts wederom aan. Hier was een overvloed van wijnstokken met zware -trossen druiven, welken geperst wordende niets dan melk leverden. Wij -zagen ook de inwoners op schaatsen rijden over de room van de melk, -daarop liggende als bij ons het ijs in 't water, schoon zoo dik niet -en in het geheel niet hard; zij gingen zeer regt op, en hadden eene -goede houding; zij waren negen voeten hoog, en hadden drie benen en -eenen arm; over het geheel was hun voorkomen innemend; zij speelden op -een jagthoren, welke bij volwassenen op het midden van het voorhoofd -groeit, met veel bekwaamheid; zij zonken nooit, maar liepen en wandelden -over hunne melk, als wij over onze weiden. - -Op dit Eiland, of op deze kaas, groeit zeer veel koorn, welks airen -volkomen toegemaakt brood, als paddestoelen, voordbrengen. Op onze -wandelingen over deze kaas ontdekten wij nog zeven andere stromen van -melk, en twee van wijn. - -Zestien dagen voordgereisd hebbende, kwamen wij aan de andere zijde -van het Eiland, en vonden aldaar blaauwe aarde, zoo als de kaaseters -die noemen, welke allerlei fijne vrugten oplevert: want in plaats van -millioenen mijten, welken men natuurlijk uit dezen grond verwagt zoude -hebben, bragt dezelve alle soorten van persiken, abrikozen, en duizend -andere allersmaaklijkste vrugten, welken wij niet kenden, voord. -De bomen, welken van eene verbazende grootte waren, waren vol met -vogelnesten, onder anderen van een ijsvogel, dat boven alle beschrijving -groot was, ten minsten vijfmaal zoo groot in deszelfs omtrek als de -koepel van de _St. Pauluskerk_ te _London_, en gemaakt, gelijk wij dit -op nader onderzoek bevonden, van de grootste bomen, welken ik ooit -gezien heb, die zeer kunstiglijk in elkander gevlogten waren: in dit -nest waren ten minsten, (laat mij wel bedenken, want ik zou niet gaarne -iets vergrooten) vijfhonderd eieren, en ieder ei was zoo groot als -een gemeen oxhoofd; wij konden de jongen er in zien en hooren piepen. -Een dezer eieren met zeer grote moeite opengehakt hebbende, kwam een -nog gantsch vederloos jong daar uit, 't welk egter veel groter was -dan twintig volwassen gieren. Zoo als wij dit jong uit zijnen kerker -verlost hadden, schoot de oude ijsvogel toe, en onzen schipper in één -van zijne klaauwen krijgende, vloog hij met hem wel een mijl hoog in -de lucht, sloeg hem vreeslijk met zijne vlerken, en liet hem toen in zee -vallen.--De inwoners verhaalden ons, dat deze vogels hunne jongen nooit -uitpikken, maar met de eieren, zoo hoog als mogelijk is, in de lucht -vliegen (waartoe het ééne nabuurig paar het ander altijd helpt; sommige -eieren, welken wat groter dan gewone zijn, moeten zelfs door zes vogels -tot die hoogte opgevoerd worden) en dezelven dan laten vallen, wanneer -de dop door de ontvlambaare lucht in den brand en het jong volwassen er -uit vliegt.--Deze is de _Phenix_ der ouden. - -Daar alle _Hollanders_ wel kunnen zwemmen, was onze schipper weder -spoedig bij ons, en wij keerden terug naa ons schip, maar langs een -anderen weg, dan wij gekomen waren, op welken wij zeer aardige en -vreemde dingen zagen. Wij schooten twee wilde ossen, hebbende ieder één -horen, welke tusschen de ogen dezer dieren groeit: maar hiervan hadden -wij naderhand grote spijt, toen wij vernamen, dat de inwoners dezelve -temmen, en gebruiken, als wij onze paarden doen, om daarop te rijden of -hunne goederen te vervoeren: ons werd gezegd, dat het vleesch daarvan -uitstekend lekker is, maar niet gebruikt wordt, omdat deze menschen -enkel van kaas en melk leven. - -Toen wij tot op drie dagreizen ons schip genaderd waren, zagen wij drie -mannen bij de beenen aan een zeer hogen boom hangen; op ons vraagen naar -de reden dezer strafoefeninge, hoorden wij, dat zij alle drie reizigers -waren geweest, en hunne Vrienden bij hunne terugkomst misleid hadden, -door plaatsen te beschrijven, welken zij nooit gezien hadden, en dingen -te verhaalen, die nooit gebeurd waren. Hoe ongelukkig zouden bijna alle -reizigers van grote en kleine togten, in onze meer bekende en beschaafde -landen, zijn, als dergelijke wet ook bij ons stand greep! Doch ik zou -daarmede, wat mij aangaat, geen medelijden hebben, zoo min als dat deze -wet mij op dit kaas-eiland eenigen kommer gaf, om dat ik mij altijd -stiptelijk tot waaragtige gebeurenissen bepaald heb. - -Aan boord komende maakten wij ten eersten zeil, en verlieten dit -zonderling eiland, doch niet zonder nieuwe redenen van verbazinge: -naardien alle de bomen op het strand, welker getal zeer groot was, -en waar onder eene menigte zeer hoog en zwaar waren, ons tweemalen -groeteden op één tempo, en terstond hunne voorige houding, welke zeer -regt was, aannamen. - -Na drie dagen zeilens, (waar? wisten wij niet, omdat wij zonder compas -waren) kwamen wij in een zee, welke zig geheel zwart vertoonde; maar -welke wij, die proevende, bevonden zeer goede wijn te zijn, zoodat wij -heel veel moeite hadden, om te beletten, dat het scheepsvolk zig niet -dronken zoop: doch na verloop van weinige uuren zagen wij ons omringd -door walvisschen en andere ontzagchelijke groote dieren, één van welken -zig zoo groot vertoonde voor het oog, dat men daarvan geen begrip konde -krijgen. En daar wij dit verschriklijk dier niet zagen, voor dat wij -digt bij hetzelve gekomen waren, slingerde dit gedrogt ons schip, met -al zijn staande en loopend want in zijnen bek, tusschen zijne tanden, -welken langer waren dan de grote mast van het grootste Oorlogschip. Na -eenigen tijd hier gezeten te hebben, opende het dier den bek zeer wijd, -en nam in één teug eene zoo onmeetlijke hoeveelheid waters in, dat ons -schip, 't welk ten minsten vijfhonderd tonnen groot was, als met den -snelsten vloed naa binnen in zijne maag vloog; alwaar wij zoo stil -lagen, of wij ten anker waren, en in een dodelijke kalmte. De lucht was -hier, gelooft dit vrij, zeer heet en hinderlijk. Hier vonden wij kabels, -ankers, boten, sloepen en een aanmerklijk aantal schepen, welken dit -dier had ingezwolgen, waarvan sommige geladen waren, anderen niet. Hier -moesten wij alles bij het kaarslicht verrigten; zon, maan, noch sterren -konden wij hier zien, om eenige waarnemingen te doen. Onze schepen -dreeven tweemaal daags, en zaten tweemaal daags aan den grond; of met -andere woorden, tweemaal daags hadden wij ebbe en vloed; waarvan de -oorzaak deze was: als het dier dronk, hadden wij hoog, en als het zijn -water maakte, hadden wij laag water; de hoeveelheid van water welk dit -dier iedere keer inzwolg, was, volgends eene zeer gematigde berekening, -meer dan 'er in het meir van _Geneve_ is, schoon dit dertig mijlen in -den omtrek bevat. - -Op den tweden dag na onze gevangenis in dit gewest der duisternisse, -ging ik bij laag water, gelijk wij zeelieden plegen te spreken, als ons -schip aan den grond zat, met den schipper en eenige andere Officieren, -hebbende ieder een toorts in de hand, eens wandelen, en ontmoeteden -eene zeer grote menigte menschen van allerleie natien, ten getale van -meer dan tien duizend; zij vergaderden om met elkander te overleggen, -hoe zij hunne vrijheid zouden weder krijgen, hebbende sommigen hunner -reeds verscheiden jaren in de maag van dit beest geleefd. Juist als de -voorzitter dezer vergaderinge ons zoude beginnen te zeggen, tot welk -einde wij bij den anderen waren gekomen, werd onze plaag dorstig, en -dronk op deszelfs gewone manier; het water stortte met zoo veel gewelds -naa binnen, dat wij allen verpligt wierden ons wederom naa onze schepen -te begeven, of gevaar liepen van te verdrinken, zoodat sommigen nog -moesten zwemmen, en naauwlijks hun leven reddeden. Doch weinige uuren -daarna waren wij gelukkiger: want toen kwamen wij bijëen, zoodra het -dier zig ontlast had. Ik werd tot voorzitter verkozen, en stelde voor, -om de twee grootste masten, welken in de vloot waren, aan elkander te -hegten, en als onze plaagbast den bek weder opende, dan gereed te zijn -om dit houtje daarin te rammeien, en hem alzoo te beletten, dat hij dien -niet weder sloot. Deze voorslag werd door de _gantsche vergadering -goedgekeurd_, en tot een besluit gemaakt: het welk een ieder der -aanwezenden met het stellen van zijn merk bekragtigde. Tot dit werk -werden ettelijke der sterkste en onvervaardste kaerels uitgekozen, die -hetzelve nauwlijks in gereedheid hadden, toen onze kerkervoogd den bek -opende; maar onze brave manschap hunnen slag waarnemende, plaatsten op -'t zelfde ogenblik het eene einde der masten tegen het verhemelte, en -boorde het ander einde door de tong van dit dier, zoodat het zijnen bek -niet weder konde toedoen. Nu werd het zeer ras hoog water; wij bemanden -met der haast eenige sloepen, en lieten ons op deze wijze in de waereld -boegseeren; wordende, na veertien dagen in deze duisternis gezeten te -hebben, op de aangenaamste wijze door het verkwiklijk daglicht verrast. - -Wanneer wij allen van dit veel bevattend dier ons afscheid genomen -hadden, monsterden wij onze vloot, en bevonden ons vijf-en-dertig -zeilen sterk, van alle volken onder den hemel. De twee masten lieten -wij in den bek zitten, om te beletten, dat anderen in denzelfden -afschuwlijken kuil der duisternisse en onreinigheid geen schipbreuk -zouden lijden. Een onderzoek, in welk gedeelte van de waereld wij ons -bevonden, was onze eerste bezigheid, waarmede wij een zeer geruimen -tijd doorbragten; wanneer ik, na lang vergeefsch zoekens, eindelijk uit -eenige waarnemingen ontdekte, dat wij in de _Caspische_ zee waren, welke -een gedeelte van het land der _Kalmucksche Tartaren_ bespoelt. Niemand -kon begrijpen, hoe wij hier gekomen waren, naardien deze zee geene -gemeenschap met andere zeeën heeft: één van de lange inwoners van het -kaas-eiland, welken ik met mij genomen had, gaf 'er deze oplossing van: -dat het gedrogt, in wiens maag wij zoo lang opgesloten waren geweest, -ons hier gebragt had door onderaardsche kanalen; maar ons weinig daar -over bekommerende, stevenden wij naa land, en ik was de eerste die voet -aan wal zettede. Dewijl onze schepen ons hier van geenen dienst waren, -verkogten wij ze allen aan den groten Heer; en ik nam aan om dezelven -met mijn slinger en vleugels uit de _Caspische_ naa de _Oost-zee_ te -brengen, om in eenen volgenden Oorlog tegen _Rusland_ gebruikt te kunnen -worden.--Nauwlijks was ik landwaards in gegaan of 'er kwam een grote -beer op mij aanloopen, en wilde mij te lijf; maar ik greep hem bij zijne -voorpoten, in iedere hand één; kneep hem, dat hij lustig schreeuwde, en -hield hem op deze wijze zoo lang, tot dat hij van honger stierf. - -Van hier reisde ik, voor de tweede keer, naa _St. Petersburg_, alwaar -een oud vriend mij een zeer goeden brak, een jong van die berugte teef, -waarvan ik meermalen gesproken heb, welke jongen wierp terwijl zij -een haas naa zettede, vereerde. Ik had het ongeluk hem kort daarna -te verliezen, door een schot van een lompen onbezuisden jager, die op -hem schoot in plaats van op een nest met veldhoenders, welken hij had -opgestoten. Van het vel van dit schepzel heb ik dezen borstrok gemaakt -(welken de _Baron_ na dien tijd altijd droeg, en bij dit verhaal aan -zijne vrienden toonde) welke het vermogen heeft om mij, zelfs tegen -mijnen wil, te brengen, ter plaatse daar wild is, zoo menigmaal ik in -dien tijd op het veld ben. Als ik binnen een snaphaan schot kome, is het -nog nooit anders gebeurd, of _één van de knopen vliegt van mijn borstrok -af, en valt op de plaats, daar het wild is_, het welk, dan opvliegende, -mij nog nooit muslukt is te raaken: want ik ga altijd wandelen met -geladen geweer en overgehaalden haan. Eer de jagttijd aankomt, zal -ik weder een nieuw stel knopen in gereedheid hebben. - -Als een nest met patrijzen op deze wijze, door het vallen van een knoop -onder dezelven, gestoord wordt, vliegen ze altijd op in een regte lijn -agter elkander. Op zekeren tijd vergat ik den hagel, en latende mijn -laadstok in den loop, schoot ik denzelven zoo regt door de vogels heen, -als of de kok ze aan 't spit gestoken had; ook had ik vergeten een prop -op het kruid te doen, waardoor de laadstok zoo heet wierd, dat de vogels -volkomen gaar waren, eer ik te huis was. - -Zoodra ik in _Engeland_ terug gekeerd was, volvoerde ik dat gene, het -welk mij het naast aan 't hart lag; te weten een bestaan te zoeken voor -den kaas-eilander, welken ik mede gebragt had. Mijn oude vriend, de -Heer WILLEM VAN KAMEREN, die aan mij alle zijne denkbeelden over het -aanleggen van chineesche tuinen, met welker beschrijving hij zoo veel -roems verworven heeft, verschuldigd is, toonde zig in een gesprek, het -welk ik kort na mijne wederkomst met hem hield, zeer verlegen om een -middel, om de nieuwe vierkante lantaarns te ontsteken; hij merkte aan -dat de gewone manier met ladders hier niet gevolgd kon worden; mijn -geboren kaas-eilander kwam mij in 't hoofd, die van negen voeten, welke -zijne lengte was toen ik hem mede nam, tot tien en een halven voet -gegroeid was: ik bragt hem bij dien Heer, die hem met het aanzienlijk -ampt van ontsteker der nieuwe lantaarns begunstigde. Ingevolge hiervan -is hij tegenwoordig bezig, om in zijne zakken onder een groten klok een -lamp te brengen, in plaats van die welken de Heer WILLEM VAN KAMEREN zoo -opzigtelijk in 't midden van een vierkanten lantaarn geplaatst had. - - - - -_Drukfouten, dus te verbeteren._ - - - Bladz. 5 reg. 5 horirzontaal _lees_ horizontaal - ------ 16 reg. 10 wilde _lees_ wilden - ------ 19 reg. 8 _hunner_ lees _deszelfs_ - ------ 20 reg. 13 zal _lees_ zag - ------ 63 reg. 7 _bijen_ lees _beeren_ - -------- ----- 2 v. o. _welken_ lees _welke_ - ------ 86 reg. 3 _schiet_ lees _de Baron schiet_ - ----- 183 reg. 5 v. o. zij _lees_ zijn - ----- 185 reg. 5 linkerzijde _lees_ regterzijde. - - * * * * * - - -VOOR DEN BINDER. - - Plaat I te plaatsen tegen over Blad 22 - II --------------------------- 35 - III --------------------------- 51 - IV --------------------------- 58 - V --------------------------- 61 - VI --------------------------- 84 - VII --------------------------- 184 - VIII --------------------------- 185 - - - - - +--------------------------------------------------------+ - | | - | NADERE OPMERKINGEN BETREFT SPELLING: | - | | - | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de | - | originele, (zeer) verouderde spelling. | - | Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. | - | Variaties in spelling zijn behouden. | - | De oude schrijfwijze is blijven staan van bijv.: | - | welsprekenheid, hende, al, toonen, luisterden, | - | gebaarden, gebeurenissen, muslukt. | - | | - | | - | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | - | | - | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | - | | - | Bron (B:) -- Correctie (C:) | - | | - | B: dan vert haalde hij--geheel | - | C: dan verhaalde hij--geheel | - | B: Baron--Ongeval van des | - | C: Baron.--Ongeval van des | - | B: lek gestopt_ _a posteriore_ | - | C: lek gestopt _a posteriore_._ | - | B: zijne gantsche klêerkamer in verwarring | - | C: zijne gantsche kleêrkamer in verwarring | - | B: paerd legde mijn oor op den | - | C: paerd, legde mijn oor op den | - | B: onder het schot krijgen--Het was | - | C: onder het schot krijgen.--Het was | - | B: van onderen, Men laat ze neervallen, | - | C: van onderen. Men laat ze neervallen, | - | B: van mij af, nit de vesting naa | - | C: van mij af, uit de vesting naa | - | B: onverwagt gezelschap--Komt, tegen zijn | - | C: onverwagt gezelschap.--Komt, tegen zijn | - | B: onderscheiden." | - | C: onderscheiden. | - | B: laten, brak. Ware de _Ballon_ | - | C: laten, brak." Ware de _Ballon_ | - | B: wakker kittelen," Hier op mikte | - | C: wakker kittelen." Hier op mikte | - | B: Phijsica, maar klnderen zijn, niet | - | C: Phijsica, maar kinderen zijn, niet | - | B: zijne ark bouwde--De geschiedenis | - | C: zijne ark bouwde.--De geschiedenis | - | B: roemrijke manier--Koningin | - | C: roemrijke manier.--Koningin | - | B: de Koninglijke Garde gegeven wierd. | - | C: de Koninglijke Garde gegeven wierd | - | B: Lord R***** eene reis gedaan heeft | - | C: Lord R*****) eene reis gedaan heeft | - | B: mans voorouders--Eenige weinig of | - | C: mans voorouders.--Eenige weinig of | - | B: dezer twee echtgenoten." | - | C: dezer twee echtgenoten. | - | B: de chirurgijnmijn pols zoude | - | C: de scheeps-chirurgijn mijn pols zoude | - | B: aldaar niet genoemd schen, maar | - | C: aldaar niet genoemd menschen, maar | - | B: welken de Heer KILLEM VAN WAMEREN zoo | - | C: welken de Heer WILLEM VAN KAMEREN zoo | - | | - +--------------------------------------------------------+ - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De verrezen Gulliver; behelzende de -zonderlinge reizen en avonturen, van den baron van Munchhausen,, by Rudolph Erich Raspe - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VERREZEN GULLIVER *** - -***** This file should be named 42878-8.txt or 42878-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/2/8/7/42878/ - -Produced by the Online Distributed Proofreading Team at -http://www.pgdp.net (produced from scans from Early Dutch -Books Online & Universiteitsbibliotheek, Amsterdam) - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License available with this file or online at - www.gutenberg.org/license. - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation information page at www.gutenberg.org - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at 809 -North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email -contact links and up to date contact information can be found at the -Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For forty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
