summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44203-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '44203-0.txt')
-rw-r--r--44203-0.txt1238
1 files changed, 1238 insertions, 0 deletions
diff --git a/44203-0.txt b/44203-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..1e77bd1
--- /dev/null
+++ b/44203-0.txt
@@ -0,0 +1,1238 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44203 ***
+
+ HET
+ EILAND VLIELAND
+ EN
+ ZIJNE BEWONERS.
+
+
+ GESCHETST DOOR
+ F. ALLAN,
+ Schrijver van het eiland Texel en zijne Bewoners.
+
+
+ MET EEN KAARTJE.
+
+
+ AMSTERDAM,
+ WED. BORLEFFS & TEN HAVE.
+ 1857.
+
+
+
+
+
+
+
+ "Trek van den Noordpool naar de dorstige Abisijnen,
+ Elk mint zijn sneeuwspelonk of dorre zandwoestijnen."
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Gehoor gevende aan eene uitnoodiging, waarbij ik werd aangezocht, om,
+even als van de eilanden Texel, Wieringen, enz., ook van Vlieland eene
+beschrijving voor de pers te leveren, zoo bied ik met de uitgave van
+dit werkje mijnen Landgenooten de vervulling mijner belofte aan.
+
+Ik vleije mij, dat ook aan dezen arbeid, even als aan andere mijner
+pennevruchten, een gunstig onthaal ten deel moge vallen; terwijl
+het mij, bij mogelijke feilen, aangenaam zal zijn, daarvan door den
+belangstellenden lezer onderrigt te worden.
+
+Dit weinige zou genoegzaam kunnen zijn tot voorberigt, ware het
+niet, dat ik nog een aangenamen pligt te vervullen hadde: 't is
+namelijk de openlijke dankbetuiging, welke ik verschuldigd ben aan
+den Heer J. Kooij, Openbaar Onderwijzer op Vlieland, die mij bij de
+zamenstelling van dit werkje veel belangrijks omtrent ZEds. woonplaats
+mededeelde. Hem zij daarvoor mijnen innigen dank gewijd!
+
+Dat dit werkje vele lezers vinde, wensch ik met al mijn hart.
+
+
+F. ALLAN.
+
+Eiland Marken, 12 Julij 1857.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ Bladz.
+
+ ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND VLIELAND. 9.
+
+
+ TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+ § 1. HET VOORMALIGE DORP WEST-VLIELAND. 21.
+ § 2. HET DORP OOST-VLIELAND. 22.
+
+
+ DERDE HOOFDSTUK.
+
+ BIJZONDERE GEBOUWEN EN INRIGTINGEN. 26.
+
+
+ VIERDE HOOFDSTUK.
+
+ VLIELANDS BEVOLKING. 31.
+
+
+ AANTEEKENINGEN. 34.
+
+
+
+
+
+
+
+HET EILAND VLIELAND EN ZIJNE BEWONERS.
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND VLIELAND.
+
+
+Het eiland Vlieland, dat thans ééne gemeente uitmaakt, behoort als
+zoodanig tot het arrondissement Hoorn, kanton Medemblik.
+
+Het ligt op een half uur afstands N. O. van het eiland Texel, welke
+ligging naar men meent, zeer geschikt zou zijn tot eene vereeniging
+met laatstgenoemd eiland, en vatbaar voor eene bedijking, waardoor
+eene uitgestrektheid lands zou worden aangewonnen van p. m. dertig
+duizend bunders, grootendeels bestaande uit zeer goede kleigronden.
+
+Van groot gewigt, voorwaar! zou zulk eene onderneming zijn: de
+instrooming der Noordzee zou daardoor verminderd, de zeegaten van Texel
+en Vlieland dieper, en een vast bolwerk verkregen worden voor de aan
+de Zuiderzee en aan de Wadden grenzende provinciën, wier zeeweringen
+en veiligheid, deze eilanden noodwendig van het grootste belang zijn;
+naardien de geweldige kracht van de door stroom en wind voortgestuwde
+watermassa, onophoudelijk strijd voert tegen de zeeweringen van de
+Friesche en Groninger Noordkusten.
+
+Vlieland is een langwerpig, smal eiland. Van het Oost- tot het
+Westeinde heeft het eene lengte van ongeveer 5 3/4 uren gaans;
+terwijl de grootste breedte misschien 3/4 uur bedragen zal. Het
+oostelijkste gedeelte is geheel met duinen bezet, terwijl het overige
+eigenlijk slechts eene zandbank is, de Hors [1] genaamd, welke bij
+hooge waterstanden geheel ondervloeit. Door het Eijerlandsche Gat [2]
+is het van het met Texel vereenigde Eijerland, en door den mond des
+Vliestrooms, van Terschelling gescheiden. Aan den zuid-oostelijken hoek
+des eilands ligt de nette, doch thans slechts voor binnenvaartuigen
+en kleine platboomde zeeschepen bruikbare haven, welke men alleen
+bij hoog water of half tij naderen kan. Uit deze haven komt men in
+de zoogenaamde Monnikesloot (waarvan straks nader), thans meestal
+enkel de Sloot [3] geheeten, welk vaarwater om de oostzijde van het
+eiland loopt, op het grootscheeps-vaarwater of Vliestroom uitkomt [4],
+en door onderscheidene gaten in gemeenschap staat met de Noordzee. De
+voornaamste dezer gaten zijn Oud- en Nieuw-Stortemelk, waarvan echter
+alleen het laatste bruikbaar is. Het Nieuwe Gat, dat oostelijker
+ligt, behoort meer aan Terschelling [5]. Tusschen de Sloot en den
+mond van den Vliestroom ligt eene zandbank, de Rigchel genaamd,
+welke zich Noord- en Zuidwaarts, ter lengte van ongeveer een uur
+gaans uitstrekt, en met de hoogste watergetijden ondervloeit. Uit
+de haven loopt nog een vaarwater over den Wal (ook de Waard genoemd)
+ten zuiden van het eiland, waarvan alleen bij wassend of hoog water
+gebruik kan gemaakt worden, aangezien de Waard met de ebbe bijna
+geheel droog valt. Deze Waard zou (naar men mij mededeelde) bijzonder
+geschikt zijn tot eene indijking, daar zij, behalve eene daartoe zeer
+gunstige ligging, uit goeden kleigrond bestaat. Men vindt er vele en
+welvoorziene mosselbanken op. Zij strekt zich uit tot het oude Vlie,
+een vaarwater, dat bijna in eene oost- en westwaartsche rigting van
+den Vliestroom naar Texel vloeit.
+
+Wat de naams-oorsprong van Vlieland aangaat, zoo meenen sommigen,
+dat deze gezocht moet worden in den vlietenden grond, die hier in der
+daad zeer belangrijk is. Deze meening lijdt echter, onzes inziens,
+schipbreuk op een ander gevoelen, dat meer grond van waarschijnlijkheid
+in zich bevat, en volgens hetwelk men in Vlieland een overblijfsel van
+het oude Flevum, Flevo, meent te bezitten. De oude oorkonden melden
+ons, dat er in het tweede vierde der 13de eeuw een geduchte watervloed
+heeft plaats gehad, die vooral de Holkamalanden, tusschen Westergoo en
+de eilanden Terschelling en Vlieland gelegen, overstroomde en aldaar
+de grootste verwoestingen aanrigtte. Het Vlie zou, in slechts weinige
+uren tijds, al het land, tusschen Noordholland en Friesland gelegen,
+overstroomd hebben, en de bewoners, bij het aanbreken van den dageraad
+het schrikbarend tooneel aanschouwende, elkander hebben toegeroepen:
+"Het is al Flie-land!" En sedert dien tijd zou dit eiland zijnen naam
+erlangd hebben. Volgens Winsemius, moet deze stormvloed gesteld worden
+op den jare 1246, alhoewel wij weten, dat oude Friesche Aanteekeningen
+dit op 1237 stellen. Dus leest men bij de laatsten:
+
+"Da men schreef MCCXXXVII da wasser ien heage zea in Frieslân." (Toen
+men schreef 1237, was er eene hooge zee--vloed--in Friesland.)
+
+In vorige eeuwen was Vlieland vereenigd met Texel, doch gescheiden van
+Terschelling; terwijl er tusschen dit laatste en Vlieland eene rivier
+in de Noordzee vloeide, welke naar sommiger gevoelen de Vecht, of,
+volgens andere schrijvers, de mond van het meer Flevo was. Uit deze
+rivier werd ten jare 1213 eene sloot of grift gegraven langs Vlieland
+naar Texel, welke, te digt aan de Noordzee gebragt, aanleiding heeft
+gegeven tot eene doorbraak, die de scheiding van beide genoemde
+eilanden ten gevolge had.
+
+Ziet hier, welke omstandigheden tot deze doorgraving aanleiding gaven.
+
+Onder de vele geduchte stormvloeden, welke ons vaderland in den
+loop der eeuwen teisterden, moeten vooral ook genoemd worden de
+St. Juliaansvloed van 1164 en de Allerheiligen-vloed van 1170. Deze
+zoo hoogst noodlottige vloeden, en vooral de eerstgenoemde, rigtten
+in ons vaderland de ontzettendste verwoestingen aan. Het water, door
+den geweldigen en aanhoudenden orkaan voortgestuwd, rees zoo hoog,
+dat de zee, volgens geloofwaardige berigten, zelfs tot Utrecht opliep,
+voor welke stad men toen kabeljaauw en anderen zeevisch ving. Gansch
+Noordholland en Friesland werden overstroomd; de landen op de Waard,
+reeds eenmaal aan de baren onttogen, werden andermaal ingezwolgen;
+terwijl er een gat scheurde tusschen de eilanden Vlieland en Texel,
+en de golven zich eenen weg baanden tot nabij de Hondsbosschen,
+zoodat het land, waarop Huisduinen, den Helder en Texel lagen, kort
+hierna een eiland werd genoemd.
+
+In Friesland vooral, was de schade aan de binnendijken zoo belangrijk
+en groot, dat vele eigenaars der omliggende landerijen, niet
+bij magte, om in de herstelling te kunnen voorzien, hunne landen
+aan de kloosterheeren van Lidlum en Ludingakerk gaven en dezelve
+verlieten [6]. De abten en monniken van beide kloosters zagen het
+in, wat voordeel zij voor zich en voor hunne opvolgers van de noodige
+bedijkingen zouden kunnen erlangen. Die van het eerstgenoemde klooster,
+hadden reeds een steenen huis (stins) gebouwd, en ook het Monnikenhuis
+te Weidum gesticht, met oogmerk, om door hunne leekebroeders de
+aangeslibte gronden tot bezaaijing of ossenweiden te doen bewerken. Zij
+trachtten nu nog grootere voordeelen te genieten, en sloten derhalve
+eene overeenkomst met alle omliggende eigenaren, waarbij zij zich
+verbonden om de kosten van de geheele bedijking van het Oudland te
+dragen, tegen het genot der voordeelen van den aanwas. Zoo ontstond de
+dijk om de Middelzee, van Minnertsga over Rauwert naar Stiens, en zoo
+werd eerlang deze geheele plas in vruchtbaar land herschapen. Dit gaf,
+zoo als trouwens ligtelijk is na te gaan, aan de reeds rijke kloosters
+aanzienlijke voordeelen. Dan, wel verre dat de kloosterlingen zich met
+hetgene zij bezaten, tevreden zouden gesteld hebben! Integendeel, met
+de vergrooting hunner rijkdommen, nam ook de begeerte tot het bezit
+van meerdere schatten toe: met de uitbreiding hunner bezittingen,
+wies ook de zucht om hunne schatkist te stijven, te meer aan. Om
+de aanslibbing te bespoedigen, hunne landerijen tegen overstrooming
+te beveiligen, en door eene gemakkelijke communicatie den bloei van
+hunnen handel te bevorderen, lieten zij onderscheidene doorgravingen
+en waterleidingen maken, welker aanleg, gelijk zulks, helaas! te
+laat bleek, de treurigste gevolgen na zich sleepte. Het was vooral
+de vermaarde abt van Lidlum, Gerhardus, die den kloosterlingen den
+aanleg van een kanaal tusschen Vlieland en Terschelling, ontried. Zijne
+wijze raadgevingen en gegronde aanmerkingen leden echter schipbreuk
+op de waanwijsheid en het eigenbelang der ontwerpers, en, zoo als wij
+bevorens reeds hebben aangemerkt, volvoerden zij in 1213 hun plan van
+kanalisatie, dat in lateren tijd zoo grooten invloed oefende op de
+gesteldheid der Zuiderzee in het algemeen. Immers, zij lieten eerst
+eene gracht graven van Harlingen tot aan Grind [7], welke thans nog
+het gewone vaarwater is, en de Harlinger Jetting (d. i. uitwatering,
+gieting) genoemd wordt, en van daar de Slenk of Monnikensloot tot
+aan het eiland; en dit een en ander gaf aan het steeds meer en meer
+indringende geweld der Noordzee, van tijd tot tijd gelegenheid om
+ten Westen en Noordwesten van Friesland, en later ook meer zuidelijk,
+al het land te verwoesten [8].
+
+Even als de oppervlakte van de overige eilanden (Texel, Terschelling,
+Ameland, enz.), welke den noordelijken schutsmuur van ons vaderland
+tegen de Noordzee uitmaken, zoo is ook die van Vlieland, door
+gedurige overstroomingen en stormvloeden ontzettend afgenomen. De
+omliggende platen bewijzen dit ten duidelijkste; terwijl het door de
+zee verzwolgen dorp West-Vlieland, daarvan mede ten sprekendste bewijze
+strekt. De aanleidende oorzaak van het wegspoelen van West-Vlieland
+was een fluit of ander vaartuig, dat bij eenen hevige Noord-Westen
+storm op het strand geslagen werd; waardoor eene opening in den dijk
+(zeker een stuifdijk) ontstond, door welke de zee naar binnen drong,
+en van tijd tot tijd een kreek of slufter vormde, welke dat gedeelte,
+waarop West-Vlieland lag, van het overige eiland afscheidde. Slechts
+bij laag water was deze kreek doorwaadbaar. Vóór omstreeks 60 à
+70 jaren bestond zij nog; doch nu is zij weêr digt gespoeld of
+gestoven. Die kreek vereenigde dus de Noordzee met de Zuiderzee,
+even als zulks vroeger ook op Ameland het geval was, toen de Slenk
+dáár nog in wezen was.
+
+Het ontstaan van genoemde kreek moet hebben plaats gehad in het begin
+der 18de eeuw, en bepaaldelijk op den 26 Februarij 1714, toen ook de
+kerk instortte.
+
+Na zoo veel grondverlies is van Vlieland slechts eene lange en
+smalle strook gronds overgebleven, welke zich in hare lengte van
+het zuidwesten naar het noordoosten uitstrekt, in welke rigting het
+gansche eiland, met inbegrip van de Hors en andere buitengronden,
+eene lengte heeft van zes uren gaans.
+
+Volgens kadastrale opmeting beslaat Vlieland thans eene oppervlakte
+van ongeveer 5215 bunders en 70 vierkante roeden, waarvan ruim
+1689 bunders belastbaar land. Aan de zeezijde wordt het eiland
+door duinen tegen het geweld der baren beveiligd. De voornaamste
+dezer duinen, welke door onderscheidene min of meer uitgebreide
+vlakten of valleijen afgewisseld worden, zijn: het Oostersche lid
+[9], Koois-lid, Veems-lid, Viamens-lid, het Oude Huizer-lid [10]) en
+het Meeuwenduins-lid. De belangrijkste valleijen zijn: de Oostersche
+Vallei, de Vallei beoosten de voormalige vuurbaak, de Koois-Vallei,
+benevens de Ooster- en Westervalleijen van Malgom [11].
+
+Vlieland's bodem, geheel uit zandgrond bestaande, neemt vooral aan
+den Noordkant zeer sterk af, welke afneming, indien zij zoo voortgaat,
+als dit in de laatste honderd, of zelfs gedurende de jongstverloopene
+vijftig jaren het geval was, met grond vreezen doet, dat de Noordzee
+zich te dezer plaatse eenen nieuwen en zeer gevaarlijken doortogt
+naar de Zuiderzee banen zal, iets, dat met betrekking tot de daaraan
+grenzende provinciën, de meeste bekommering baren moet, zoo dit gevaar
+niet bij tijds door de noodige maatregelen van voorzorg wordt afgekeerd
+[12]. Van groot belang is daarom de duinbeplanting met helmriet. "Het
+is," zegt zeker schrijver, "bijna onbegrijpelijk hoe (Vlieland) dus
+zijn behoud in dit opzigt, niet aan millioenen schats, maar aan deze
+plant en aan eenige bossen stroo en dunne takjes, waarin het helmriet
+vastgezet wordt, te danken heeft, dewijl opene vlakten daardoor
+thans van bevestigde duinen voorzien zijn. Door de aanplanting van
+dit helmriet, welks lange taaije en vezelachtige wortelen zich, al
+kruipende, soms wel zes voeten verre om zich heen in het dorre zand
+uitbreiden, worden de duinen middellijk voor verstuiving bewaard;
+terwijl de grond bovendien, door verrotting en natuurlijke bemesting,
+van tijd tot tijd eenigzins vruchtbaarder wordende, aanleiding
+ontvangt, dat ook andere planten daarin ontkiemen en tot de vastheid
+van de anders losse zandheuvelen bijdragen, ten einde den sterksten
+stormen wederstand te bieden. De vermindering van de oppervlakte van
+dit eiland is vooral zigtbaar op eene kaart van Vlieland, welke ten
+jare 1795 door den landmeter Peereboom vervaardigd werd, vooral,
+wanneer men die grondteekening vergelijkt met de plaats waar het
+dorp West-Vlieland heeft gelegen. Doch, behalve dit een en ander,
+is er nog meer dat van Vlielands voormalige grootere uitgestrektheid
+getuigt. Zoo lag er, in het laatste gedeelte der voorgaande eeuw,
+op den Noordoosthoek, bij de groote doch onbeplante duin, het witte
+Lid genaamd, eene batterij, welke thans door de zee verzwolgen is [13].
+
+Vroeger vond men in de reeds genoemde valleijen, hier en daar eenig
+groen. Dan, door de hevige stormen die in 1834, 1835 en 1836 plaats
+grepen, werd het ten eenen male, door verstuivingen, onder het zand
+bedolven [14]. Ook de Helianthenum, die hier vroeger welig tierde, is
+geheel verdwenen. De grond is echter voor vele soorten van houtgewas
+geschikt; terwijl men zich sedert 1843, meer algemeen op den verbouw
+der aardappelen heeft toegelegd, welke zeer voldoende resultaten
+oplevert: de vrucht is van uitmuntende hoedanigheid. Men heeft
+er twee velden, het Oostersche- en het Westersche Veld geheeten,
+waarvan het laatste telken jare, door afkabbeling der zee, kleiner
+van omvang wordt. De uitgestrektheid dezer velden is nogthans
+ter naauwernood toereikend voor het onderhoud van een twintigtal
+runderen en paarden welke met een veertigtal geiten, den algeheelen
+veestapel van dit eiland uitmaken. De grond is echter niet geschikt
+voor de schapenfokkerij, dewijl deze dieren er bijna allen ongans
+(ziek) worden. Het noodige hooi kan hier, bij gemis van genoegzaam
+gras-land, evenmin gewonnen worden; zoodat dit van elders moet worden
+aangevoerd. Dit is dan ook het geval met de meeste levensmiddelen,
+manufacturen en brandstoffen, welke meerendeels van Harlingen
+aangebragt, of wel, door eigen schippers van dáár gehaald worden,
+en waarvan ieder huisgezin zich tegen den winter moet voorzien, even
+als of men eene lange zeereis gaat ondernemen; tot het doen van welke
+proviandering men hier nog te meer verpligt is, omdat men bij ijsgang
+of bij langdurige winters meermaals langen tijd van het verkeer met
+den vasten wal verstoken is.
+
+De tuinen welke rondom Oost-Vlieland gelegen zijn, zijn tamelijk
+vruchtbaar, en worden hoofdzakelijk bewerkt tot verkrijging van
+moesgroenten, wat peulvruchten en, tot vermaak, eenige bloemen; terwijl
+die gedeelten der duinen, welke ontgonnen zijn, zeer welsmakende
+aardappelen opleveren.
+
+De voortbrengselen van Vlieland zijn overigens van weinig belang, en
+bepalen zich tot eenige konijnen, meereenden en andere watervogels,
+wier eijeren hier in de valleijen in menigte gevonden worden. Visch
+wordt er weinig gevangen, daar het aan menschen ontbreekt, die zich
+op de vischvangst zouden kunnen toeleggen. Wel vissen sommige loodsen,
+doch die vangst is van geene genoegzame beteekenis, om als van algemeen
+belang beschouwd te kunnen worden. Vooral is de bot die hier gevangen
+wordt, van puike kwaliteit! [15]
+
+De konijnen die zich nog in de duinen ophouden, worden, des winters
+vooral, met netten, strikken of geweren, gevangen, het vleesch hier
+meestal genuttigd, en de vellen uitgevoerd. Een vogelkooi zoude,
+onzes bedunkens, op Vlieland wel behoorlijke winsten opleveren; want
+er houden zich dikwerf aanzienlijke scharen wilde eenden, talingen,
+smeenten, enz., op. De veestapel is mede van geene groote beteekenis,
+en bij lange na niet voldoende om in de dagelijksche behoeften,
+anders dan van melk, te voorzien. In 1856 telde men op Vlieland
+(volgens eene ons verstrekte opgave) omstreeks een veertigtal koeijen
+en klein rundvee, 12 paarden, 8 schapen en 40 geiten.
+
+De luchtgesteldheid op Vlieland is zeer gezond: de bewoners genieten
+over het geheel een vaste gezondheid; terwijl men er vele oude lieden
+aantreft, wier vlugheid, spierkracht en welvarend voorkomen, eenen
+veel lageren ouderdom doen vooronderstellen, dan zij inderdaad bereikt
+hebben. Nogtans werd de bevolking meermaals door de gewone inlandsche
+ziekten bezocht. Voor nog geen twintig jaren werden in bijna alle
+huisgezinnen één of meer leden door de kinderziekte geteisterd; nog
+geen tien jaren geleden stierven velen aan de typhus; en kinkhoest
+en mazelen, ontvolkten bijna de school geheel.
+
+
+
+Zonder twijfel was Vlieland reeds bij de Romeinen bekend, vermits
+dat overwinnende volk gewoon was, zijne krijgsbenden en legertrein
+naar Oost-Friesland te brengen door den Rijn in de Drususgracht of
+Nieuwen IJssel, welke laatste, zoo als bekend is, door den veldheer
+Drusus, gegraven werd, ter verbinding van den Rijn met den IJssel,
+en van dáár verder door het Vlie, en dus ook wederom terug, hetgeen
+gemakkelijker en veiliger was dan door Overijssel en Salland, alwaar
+vele moerassen en woeste bosschen waren; of door het Munstersche,
+dat te dien tijde bewoond werd door volksstammen, die den Romeinen
+geenszins genegen waren, en waarvan de nederlaag van Varus, ten
+sprekendste bewijze verstrekt; ja, men meent zelfs, en niet zonder
+grond, dat de Romeinen, tijdens hunne oorlogen met de Friezen, op
+dit eiland eene wijkplaats, of wel eene stapelplaats hebben bezeten,
+gelijk zij zulks, ook op het naburige eiland Texel en elders gehad
+hebben [16]. Men wil ook, dat hier al zeer vroeg een Monnikenklooster
+geweest zij, dat aan den H. Stavo toegeheiligd was, doch later, even
+als zoovele andere gedenkstukken der vroegere geschiedenis van ons
+Vaderland is verwoest geworden.
+
+Dat de oudtijds in deze streken verblijf houdende volken de veeteelt,
+en welligt ook den landbouw, als hoofdmiddelen van bestaan, beoefend
+hebben, schijnt, blijkens het opleggen eener belasting van ossenhuiden
+door Drusus aan de Friezen, buiten allen twijfel te zijn. De gedurige
+inbraken der Noordzee echter, welke zooveel vruchtbaar land, ook in
+deze gewesten, heeft verzwolgen, noodzaakten den bewoners, zich het
+noodig onderhoud door zeevaart en visscherij te verschaffen. Hiertoe
+werkte naderhand zeer mede de groote visscherij of Groenlandsvaart,
+zoodat Vlieland eenmaal vier en zeventig kommandeurs of kapiteins die
+op Groenland voeren, benevens nog een groot aantal scheepsgezagvoerders
+of grootschippers onder zijne bewoners telde; terwijl nog heden
+ten dage het grootste gedeelte der Vlielanders van de zeevaart het
+dagelijksch brood erlangt. Er wonen veel loodsen.
+
+In het begin der zeventiende eeuw heerschte er op Vlieland eene
+algemeene welvaart, en was het sterk bevolkt, waarvan het aantal huizen
+dat vroeger 700 beliep doch thans tot op ongeveer 120 verminderd
+is, ten bewijze dienen kan. Vóór het jaar 1500 bestonden er vier in
+volle werking zijnde bierbrouwerijen, welke, in oorlogstijd verbrand,
+sedert niet weder herbouwd zijn.
+
+Meermalen moest dit eiland in de rampen van den oorlog deelen. Zoo
+bedreven er de Engelschen in 1666 veel moedwil en schade; terwijl zij
+mede onderscheidene koopvaarders en andere vaartuigen op de reede van
+Vlieland verbrandden. Bijna eene eeuw vroeger, en wel in Oogstmaand
+des jaars 1575, was Vlieland door Caspar de Robles, Heer van Billij
+en Gouverneur van Friesland, deerlijk geteisterd. Het gansche eiland
+werd door zijne op roof verhitte stroopbenden geplunderd, en te
+Oost-Vlieland 450 huizen aan de vlammen opgeofferd.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+
+§ 1.
+
+HET VOORMALIGE DORP WEST-VLIELAND.
+
+Weinig is er in geschrifte meer bekend van het voormalige dorp
+West-Vlieland, dat, blijkens den naam, aan de westzijde des eilands
+lag, en door tal van watervloeden, die er van omstreeks het midden
+der 17de tot aan het midden der 18de eeuw plaats vonden, geheel
+verwoest werd; zoodat men nu, ter plaatse waar dat dorp plagt te
+staan, eene diepte peilt van 15 vademen waters. Voor ettelijke jaren
+bespeurde men des zomers, bij stil weder en zeer lagen waterstand, op
+het uiteinde van de Hors, nog het plaveisel van de Kerkstraat. Nadat
+Oost-Vlieland van West-Vlieland was gescheiden, kreeg het een eigen
+leeraar. De eerste die in deze gemeente het predikambt vervulde, was
+Hendrik Jansz., die in 1598 herwaarts beroepen, reeds vijf jaren later,
+uit hoofde van den ongunstigen staat zijner gezondheid, Emeritus werd.
+
+Veel en groot waren de tegenspoeden, waarmede die van West-Vlieland
+te kampen hadden. Zoo stortte hunne oude kerk in door eenen hevige
+orkaan, die plaats had op den 26sten Februarij 1714. Wel bouwde men
+toen een ander bedehuis, meer binnen- of landwaarts in, doch ook
+dit gebouw werd welhaast een prooi der inbrekende zee, daar het,
+door deze ondermijnd, eindelijk in slagtmaand des jaars 1727, door
+de golven werd verzwolgen. Men rigtte daarna, zoo goed mogelijk, eene
+particuliere woning tot het houden van de openbare eerdienst in, waarin
+de laatste predikant van West-Vlieland, met name Gerardus Petten, tot
+aan 1736 de dienst heeft waargenomen, toen hij deze Gemeente verliet en
+naar Huisduinen vertrok. Te dien tijde was er naauwlijks eene enkele
+woning overgebleven; allen werden door de zee verzwolgen, zoodat er
+thans zelfs geen spoor meer overig is van eenig gebouw hoegenaamd [17].
+
+
+
+
+§2.
+
+HET DORP OOST-VLIELAND.
+
+Oost-Vlieland was, vooral ten tijde van deszelfs vroegeren bloei,
+toen het uit drie regte straten bestond, een regt bevallig, wel
+bebouwd dorp. Het bestaat thans voornamelijk uit eene regte straat,
+welker plaveisel in het midden vervangen is door een Mac-Adam en ter
+wederzijde beplant met hoog opgaande boomen. Deze hoofdstraat bestaat
+eigenlijk uit eenen breeden rijweg, ter weder zijde waarvan zich een
+breed bestraat voetpad [18] uitstrekt, dat door de genoemde boomen
+van den rijweg is afgescheiden. Wel verre echter, dat deze plaats
+zich nog in vroegere welvaart verblijden mag, verkeert het thans
+in eenen armelijken en meer vervallen toestand. Men vindt er even
+buiten de dorpskern aan den voet der duinen, een groote waterput,
+welke voor 1600 personen, zeer gezond water kan bevatten, en waaruit
+de schepen zich, vroeger echter veel meer dan thans, meermalen van
+het noodige drinkwater voorzien. Behalve deze, zijn er in het midden
+der Groote of Langestraat nog drie brandputten, welke hier in geval
+van brand ten eene male onmisbaar zijn. [19] De kom van het dorp
+bevat circa 120 huizen die meestal van rooden steen opgetrokken,
+en over het geheel ruim zijn gerigt. De bevolking, welke bijna
+geheel Hervormd is, maakt met de overige bewoners des eilands ééne
+Gemeente uit, welke tot de Classis van Alkmaar, Ring der eilanden,
+behoort, en ongeveer 650 zielen telt, waarvan 300 Ledematen. De eerste
+predikant die hier in de toenmaals gecombineerde Gemeenten van Oost-
+en West-Vlieland het leeraarsambt bekleedde, was Willem Gillesz., die,
+alhier beroepen in 1575, in 1577 ontslagen werd. De beide gemeenten
+werden eenige jaren later gescheiden, en wel, tijdens de dienst van den
+predikant Hendrik Pieters Dockman, die, in 1583 herwaarts beroepen,
+in 1597 naar Venhuizen vertrok. In 1598 bekwam Oost-Vlieland alléén
+tot herder en leeraar, Ds. Jan Dibbitsz.
+
+De kerk, die reeds vóór de hervorming in aanzijn was, was
+oorspronkelijk eene parochie-kerk, welke door de Graven van Holland
+begeven werd; terwijl de instelling door den Officiaal van Utrecht
+geschieden moest. Ten jare 1415, was zekere Engelbertus Willemszoon,
+wonende te Rotterdam, hier pastoor, die bij afwezigheid een jaarlijksch
+inkomen genoot van zes ponden Vlaamsch of 36 gulden Hollandsch. Deze
+Pastorie had geene vaste goederen, dewijl de landerijen, die er
+vroeger aan behoorden, en waarop vijftien runderen konden weiden,
+door de zee verzwolgen waren. Om een goed onderpastoor te hebben,
+bragten de landlieden echter de noodige gelden gewillig op, tot een
+behoorlijk onderhoud van den Geestelijken noodig. Behalve deze, bij
+wijze van hoofdelijken omslag, opgebragte gelden, trok de Pastorie
+nog een zeker hoofdgeld, dat zoo wel over menschen als over vee werd
+omgeslagen, zoodat acht hoofden één Filipsgulden, dat is: f 1,25 Ct.,
+benevens eene bepaalde hoeveelheid boter, moesten opbrengen.
+
+Zoo doende bestonden alle inkomsten dezer Pastorie met lasten en al,
+in 90 Rhijnsche- of 125 Hollandsche Guldens.
+
+De Koster werd door de kerkmeesteren en huislieden aangesteld, doch
+hij genoot geene vaste inkomsten of voordeelen.
+
+Tegenwoordig is de kerk een goed onderhouden kruisgebouw, zonder
+orgel of toren doch van binnen bevat zij eene gaanderij, die vroeger
+tot zitplaats der weezen diende, doch thans niet meer in gebruik
+is. De kerk werd ten jare 1840 tegelijk met de Pastorie, merkelijk
+verbeterd, tot welke herstellingen 's Rijks schatkist en het fonds voor
+Noodlijdende Kerken, ieder eene som van duizend guldens verstrekte;
+terwijl de overige kosten door de gemeente zelve gedragen werden.
+
+Weleer was hier ook eene Doopsgezinde Gemeente; doch door het steeds
+afnemen van het aantal leden, is zij te niet gegaan. Hare voormalige
+kerk diende vroeger tot pakhuis van gestrande goederen. Tegenwoordig
+strekt zij tot magazijn der Maritieme goederen tot het loodswezen
+alhier behoorende. De laatste predikant der Doopsgezinde Gemeente
+was Adriaan Vrijer, die hier in 1778 zijn dienstwerk aanvaardde,
+en twintig jaren later overleed.
+
+De welingerigte school, welke ten jare 1839 gebouwd is, wordt doorgaans
+door een getal van 120 kinderen, van 4-14 jaren bezocht. De eerste
+steen van dit gebouw werd gelegd door den Heer D. C. Harinck, Visiteur
+alhier, en President der plaatselijke School-commissie.
+
+Als eene meldenswaardige bijzonderheid van Oost-Vlieland, meenen wij
+te mogen noemen, eene der koperen lichtkroonen in de kerk, zijnde
+een geschenk van den vlootvoogd M. A. de Ruiter, met wiens beeldtenis
+zij prijkt [20].
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+BIJZONDERE GEBOUWEN EN INRIGTINGEN.
+
+
+Behalve hetgene wij tot hiertoe wetenswaardigs van Vlieland hebben
+opgegeven, verdienen nog de volgende bijzonderheden aan de aandacht
+onzer Lezers aangeboden te worden:
+
+1o. Aan den westkant van het eiland, op eenen afstand van ongeveer 1
+1/2 uur, in de duinstreek, staat het Rijks-Post-Veerhuis. Dit gebouw
+stond vroeger meer westwaarts, doch werd, uit hoofde van de verstuiving
+der duinen, ten jare 1838 op zijne tegenwoordige standplaats gesteld
+en merkelijk vernieuwd. Het werd vroebewoond door den postschipper en
+diens huisgezin, die elken nacht, met hoog water, naar Texel zeilde,
+om de brieven af te halen en over te brengen.
+
+Ten gevolge eener verandering in het postwezen, is het post-veerhuis,
+thans onbewoond. De postmeester, die het vroeger bewoonde, en die de
+brievenmalen van Vlieland en Terschelling meestal bij nacht aan het
+Eijerlandsche huis (op Texel) bragt, en van dáár de brievenmalen
+voor Vlieland en Terschelling terug nam, is sedert Januarij 1857
+ontslagen en vervangen door een schipper, te Cocksdorp woonachtig, die
+nu elken middag, omstreeks 12 ure, na aankomst der post van het Oude
+Schild op Texel, van de Roggesloot of het Eijerlandsche strand vaart
+tot de Vliehors, waar een postillon te paard, die des voormiddags
+ten 10 ure van Oost-Vlieland vertrekt, de brievenmalen verwisselt
+en des namiddags omstreeks 3 ure weder te Oost-Vlieland aankomt,
+met de brieven en nieuwsbladen, den vorigen avond te Amsterdam, of
+elders, op de postkantoren bezorgd. De postschuit van Terschelling
+komt, zooveel zulks mogelijk is, 's morgens voor 10 ure te Vlieland
+aan, en vertrekt eerst 's namiddags na aankomst der Vliepost, om ook
+denzelfden dag te Terschelling te zijn. Aan het distributiekantoor te
+Oost-Vlieland komen de brieven, enz. aan, en worden voor Terschelling
+door een postlooper naar de haven gebragt, die tevens verpligt is,
+'s morgens bij het aankomen van de Terschellinger postschuit, het
+brievenmaal van de haven te halen en op het postkantoor te bezorgen. De
+Postpraaidienst voor de ter reede van Vlieland liggende of aankomende
+schepen, is nog niet geregeld, wordende deze door de Visiteurs,
+met behulp der loodsen, waargenomen.
+
+2o. Nabij het bovengenoemde Post-Veerhuis, staat eene
+Quarantaineloods. Deze is sedert eenigen tijd verkocht, en zal welligt
+spoedig worden afgebroken.
+
+3o. Oostwaarts van het voormelde Rijks-Post-Veerhuis, heeft men
+eene loods van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij;
+terwijl eene tweede loods dierzelfde Maatschappij in het dorp staat,
+beide voorzien van alle hulpmiddelen, welke bij het stranden van
+schepen noodig zijn tot redding van schipbreukelingen.
+
+Eene belangrijke stranding had er plaats, op het toenmalige strand
+van Vlieland, waar nu meer dan twintig vademen waters staat, in
+Augustus 1799, toen hier het goudschip the Lutine totaal verongelukte;
+bij welke gelegenheid er slechts één enkel man van de vijf honderd
+schipbreukelingen behouden aan wal kwam. In datzelfde jaar werd een
+gedeelte van het toen verloren goud, zijnde Spaansche matten en staven,
+ter waarde van ruim tweemaal honderd duizend gulden, onder de leiding
+van den heer Robée, Baljuw van Terschelling, uit het water opgevischt;
+en, naardien er in het verongelukte schip zulk een aanzienlijk kapitaal
+geladen was geweest, heeft men later nog vele pogingen aangewend,
+ook met een duikerklok en met den toestel des Heeren van Geuns,
+te Haarlem, vooral onder de leiding van den heer Pieter Eschauzier,
+toen strandvonder van Terschelling, welke echter met geen gunstigen
+uitslag zijn bekroond geworden. (Zie Aant. XIV.)
+
+4o. Voorts bestaat er op Vlieland eene inrigting tot verpleging
+van arme schipbreukelingen, welke in het Armhuis steeds voor 24
+drenkelingen, de noodige hemden en andere gemaakte kleedingstukken
+in gereedheid houdt.
+
+5o. Na den verschrikkelijken watervloed [21] van Februarij 1825, heeft
+men eenen aanvang gemaakt met den aanleg eener fraaije Haven, welke
+in 1829 voltooid is geworden. Nogthans wordt zij hoogst zeldzaam door
+koopvaardijschepen bezocht, aangezien het vaarwater, de Monnikensloot,
+welke derwaarts leidt, geene genoegzame diepte meer bezit. Jammer
+dat de toegang tot deze haven bovendien nog belemmerd wordt door eene
+zandplaat, welke zich voor de monding heeft gezet.
+
+Ten zuiden van het dorp heeft men, om de toegang van het zeewater naar
+hetzelve te beletten, in 1826 een zeedijk gelegd, welke ter lengte
+van 725 ellen, boven vol zee gelegen is, en die door een oeverwerk,
+dat zich langs het Oostersche-veld uitstrekt, aan het havenwerk
+is verbonden. Dit werk nam eenen aanvang in 1832, en was in 1838
+voltooid. Voormaals bood de Monnikensloot eene veilige legplaats
+aan aan een groot getal schepen, vooral koffen en smakken, die hier
+dikwerf in zoogenoemde winterlaag lagen.
+
+6o. Oudtijds bestond hier een Weeshuis en Armhuis. Het eerste is
+opgeheven, en de Diaconie heeft zich ook belast met de verpleging der
+Weezen in het Oude-Mannen-Vrouwen- en Kinder-huis, welke inrigting
+gewoonlijk het Armhuis genoemd wordt.
+
+7o. Het Raad- of Gemeentehuis, welks bouw in 1855 bij publieke
+aanbesteding aangenomen werd door den Heer P. Pronk, van Texel,
+voor eene som van twee duizend twee honderd en twintig gulden, werd
+gesticht, gedeeltelijk op dezelfde plaats waar het oude raadhuis
+stond, n.l. aan de noordzijde van de Groote Straat, tegen over het
+schoollokaal, en is met een houten rasterwerk van den publieken
+weg gescheiden.
+
+Het is niet groot van omvang: slechts 10 Ned. ellen lengte bij eene
+breedte of diepte van 5 Ned. ellen. In het midden van den voorgevel
+is eene dubbele deur, dienende tot ingang, door welke men in een
+gang of portaal komt, waarop de deuren der onderscheidene vertrekken
+uitkomen. Aan de regterzijde is de Raadkamer; terwijl men aan den
+anderen kant de Secretarie vindt, beiden voorzien van het noodige
+ameublement, kasten, tot berging van het Gemeente-Archief, en nissen
+tot plaatsing van kagchels.
+
+Op den zolder bevindt zich een uurwerk, geplaatst tusschen vier
+stijlen, waarop eenen kleinen koepeltoren rust, die echter te laag is
+om de klok over de geheele Gemeente te kunnen doen hooren. Overigens
+bevat het gebouw weinig merkwaardigs. Dat wat opmerking verdient,
+is eene schilderij, voorstellende de kerk van het voormalige dorp
+West-Vlieland; terwijl het "zwaard van Justitie" en de speer, de
+gedenkteekens van Vlielands voormalig eigen regt, dat sedert 1811
+opgehouden heeft te bestaan, hier nog bewaard worden.
+
+Tijdens het bestaan van Vlielands eigen regt, werd op dit Raadhuis
+regt gesproken in het hoogste ressort. Zoo werd ook hier, onder
+anderen, de moordenaar van de moeder van Koert Smit, logementhouder
+op Vlieland, levend geradbraakt [22].--Als eene bijzonderheid van
+het oude strafregt, zag men in den voorgevel van het oude Raadhuis
+eenen ijzeren beugel, met twee kei- of rolsteenen, hangen, welke men
+een gevallen meisje om den hals hing, en zoo ten toon stelde. Onzes
+oordeels, een bewijs voor de strengheid der wetten, die hier eenmaal,
+ter handhaving van zedelijkheid, in toepassing werden gebragt; iets,
+dat voorzeker van de vroegere reinheid van zeden der Vlielanders een
+krachtig getuigenis geeft.
+
+8o. Sedert 1838 staat op de hoogste duin bewesten het dorp, niet verre
+van de plaats waar eertijds op een licht of vuurbaak, bij nacht een
+kolenvuur brandde, een lichttoren van de tweede grootte, wiens top
+(de hoogte van het duin daaronder begrepen) 40 Ned. ellen boven volzee
+verheven is. De vroegere vuurbaak is vervangen door een gedenkteeken,
+opgerigt ter eere van den Generaal Kraaijenhof, ter aanwijzing van
+de punt der driehoeksmeting op dit eiland, waarnaar genoemde Generaal
+zijne kaart heeft vervaardigd. Dit gedenkteeken staat op 53° 17' 48''
+N.B. en op 5° 3' 19'' O.L.
+
+Eindelijk staat op Vlieland aan de Noordzijde van het dorp één
+korenmolen, die ook als baak in zee van dienst is.
+
+Vlieland is bekend als de geboorteplaats van den Vice-Admiraal Albert
+Kikkert, die hier den 22sten November 1761 geboren werd, en in de
+West-Indiën overleed.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+VLIELANDS BEVOLKING.
+
+
+Over het geheel doen de Vlielanders zich niet ongunstig kennen. Jegens
+vreemdelingen zijn zij voorkomend en dienstvaardig, en met eenvoudige
+hartelijkheid deelen zij van hetgene hunne tafel oplevert mede. Hunne
+levenswijze is zeer eenvoudig. Men vergenoegt zich met de soberste
+spijzen en dranken, uitgenomen bij zoogenaamde partijen of onderlinge
+zamenkomsten; waarbij echter de matigheid nimmer uit het oog wordt
+verloren. Eenvoudige gulheid en ongekunstelde vrolijkheid zitten
+daarbij steeds voor; terwijl men onderling in den meest gewenschten
+vrede verkeert. Op mooije kleêren wordt, vooral door het jongere
+geslacht, grooten prijs gesteld, en het naäpen van hetgeen de
+mode als fraai voorschrijft, is ook op deze geïsoleerde plaats
+gewoonte geworden. Uitgenomen de wijze van begraven bestaan er op
+Vlieland geene bijzondere gewoonten of vermaken meer, even min als
+elders onbekende kinderspelen. Ieder jongen heeft een scheepje,
+om des zomers aan de zuidzijde des eilands, op de Waard, als het
+hoog water is, te zeilen. Zwemmen wordt bijna niet gedaan, ofschoon
+bijna alle Vlielandsche jongens moeten varen. Het begraven geschiedt
+nog eigenaardig: ofschoon bijna alle Vlielanders Protestanten zijn,
+wordt er des nachts een nachtlicht in de kamer geplaatst, waar het
+lijk ligt. Op den dag der begrafenis gaat ieder die zulks verkiest,
+uit eigen beweging (dus zonder voorafgaande uitnoodiging), naar
+het sterfhuis, en volgen het lijk grafwaarts. De vrouwen zijn bij
+die gelegenheid gesluijerd. Gedurende de dagen die de begrafenis
+voorafgaan, komen bekenden en vrienden rouw klagen in het sterfhuis;
+en hoe meer er komen, hoe grooter eer voor den overledene en voor
+de achterblijvenden.--Van het oude queesten, kweesten of vrijen, is
+alleen dit nog overgebleven, dat de verliefden of verloofden hunne
+bijeenkomsten meestal des nachts houden, en dus het grootste gedeelte
+van hunne nachtrust aan dat voor velen zoo zalige genot, opofferen,
+tot zoolang doorgaans, dat trouwen noodzakelijk is geworden. Echter
+moet men tot eer van Vlieland's jongelingschap zeggen, dat zij hun
+meisje, als het eens zoo verre is gekomen, nimmer verlaten, maar door
+een wettig huwelijk als hunne vrouw eeren; al bestaan er dan ook soms
+geene genoegzame middelen van bestaan.--Over ruwe ondeugden, zoo als
+b. v. dronkenschap, vechterijen, enz. valt hier hoogst zeldzaam te
+klagen. In beschaving staan de Vlielanders zeker niet achter bij de
+bewoners van andere zeeplaatsen. In hunne betrekking als loodsen,
+komen zij veel in aanraking met vreemdelingen. De zeevaart brengt
+ondervinding, menschen- en wereldkennis te weeg; en ofschoon dit
+vele aanleiding tot buitensporigheden geeft, zoo zou men nogtans
+der waarheid te kort doen, indien men omtrent hun zedelijk gedrag,
+over het algemeen, geen gunstig getuigenis gave:--Van daar dan ook,
+dat de dronkaard of losbandige algemeen verachting inboezemt. Wat
+aangaat het volksonderwijs, dit is sedert de tien laatste jaren veel
+verbeterd, naardien elk kind thans van het openbaar onderwijs kan,
+en zoo veel mogelijk, moet gebruik maken. In vroegere jaren was
+dit niet zoo algemeen; zulks blijkt uit de omstandigheid, dat vele
+bejaarde lieden lezen noch schrijven kunnen.--De Nederlandsche taal
+wordt hier met een bijzonder accent, alleen den Vlielander eigen,
+uitgesproken. Bepaalde regels zijn er echter niet van op te geven,
+daar dezelfde klank in verschillende woorden ook verschillend wordt
+gehoord. De h wordt meestal verzwegen dáár waar zij gehoord--en
+gehoord dáár waar zij verzwegen moest worden; zoo zegt men, b. v.:
+ok voor hok, en heer voor eer. Eenige klanken worden ook vaak
+verwisseld: zoo als aa met ee in paard; ij met i of ui. Zoo wordt
+o. a. het woord ijs uitgesproken als huis, en huis als ies: posthuis,
+post-ies; schuit, schijt of schiet (zeer kort), enz. Bij oude lieden
+is de uitspraak vrij temig of slepend; bij de jongere, en vooral bij
+vrouwen en meisjes, vlugger en korter, zoodat men bijna zou kunnen
+zeggen, dat er op Vlieland eene mannelijke en vrouwelijke uitspraak
+bestaat. Een eigenlijk bijzonder taaleigen bestaat er echter op dit
+eiland niet. Bijzondere uitdrukkingen of spreekwoorden worden hier
+niet, of althans hoogst zeldzaam, gehoord. Even als op het eiland
+Marken, worden vader en moeder ook hier taat en mem genoemd. Een
+pas geboren kind heet een bijtje of beitje; lief kind is een kostje;
+openbaren is openderen; van den hak op den tak springen, is hier van
+het houtje op het stokje.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN.
+
+
+I. De Hors is eene 3 à 4 uren lange zandbank, zonder eenige
+verhevenheid, welke echter door nu nog levende personen, voor het
+grootste gedeelte met duinen en vruchtbare valleijen bezet, gekend is,
+zelfs zoo, dat de Oost-Vlielanders in den zomer derwaarts gingen om
+hooi te winnen, waarvan zij iederen dag slechts één voer (wagenvracht)
+konden t' huis halen, wegens den verren afstand en de ongebaanden
+wegen. (Vergelijk bladz. 10.)
+
+
+II. De Vlielander zeegaten worden onderscheiden in:
+
+a. Het Eijerlandsche Gat of West-Vlielander Diep.
+
+Hier liggen de algemeen bekende, gevaarlijke Eijerlandsche Gronden
+[23], op wier steenachtigen bodem vele zware rolsteenen of vleuten,
+benevens zware boomstammen gevonden worden. Naar men wil, zou er op
+de plaats waar thans de Eijerlandsche gronden liggen, een eilandje,
+met name de Buitengrind, gelegen hebben. Dit eiland of eilandje,
+zou oudtijds bewoond geweest zijn, en was de plaats waarop het
+Romeinsche legerhoofd Drusus een kasteel of sterkte bouwen liet,
+dat Flevum werd genoemd. In 1590 waren op de Buitengrind nog eenige,
+van zeer groote steenen gemetselde, putten aanwezig.
+
+
+b. De Oost-Vlielander zeegaten, tusschen Vlieland en het eiland
+Terschelling, zijn die gaten, waardoor de vliestroom in de Noordzee
+vloeit. De voornaamste vaarwaters zijn de Hollepoort en het Nieuwe gat,
+welke door de Noordergronden van elkander worden gescheiden. (Vergelijk
+bladz. 10.)
+
+
+III. De Monnikensloot. Deze liep omstreeks den jare 1285 van Harlingen,
+voorbij Dijkshorne naar Vlieland. De inwoners van Dijkshorne--sedert
+eeuwen is deze plaats verdwenen--lagen deze vaart, op last van de
+Konversen van Ludingakerk aan, ten behoeve van het vervoer hunner
+goederen, en tevens ten gemakke van de geestelijke broeders van
+Ludingakerk, die zich langs dezen waterweg naar hunne landerijen en
+toen reeds bestaande lusthoven of buitenplaatsen begaven. Ten tijde
+van de Ruiter was de Monnikensloot meermaals het winterverblijf
+der Nederlandsche oorlogsvloot. (Vergel. bladz. 10, en zie verder
+Aant. VI.)
+
+
+IV. Oud-Stortemelk en Nieuw- of Noorder-Stortemelk, beide zeegaten
+tusschen Vlieland en Terschelling.
+
+
+a. Eerstgenoemd zeegat, het gemakkelijkste vaarwater tusschen beide
+genoemde eilanden, werd omstreeks het midden der 18de eeuw voor het
+eerst betond. Het loopt in eene westelijke rigting, tusschen Vlielands
+noordkust en de zandbank de Schol.
+
+
+b. Het andere zeegat, ook de Slenk of het Tweede zeegat geheeten,
+loopt tusschen de Hollepoort en Oud-Stortemelk door. Dit vaarwater
+vooral, eischt zeer bekwame loodsen. Het niet naauwkeurig waarnemen
+der watergetijden, zou een hier binnenvallend vaartuig ongetwijfeld in
+groot gevaar brengen van tegen de droogten aangezet te worden door den
+stroom, die bij voorvloed dwars over het gat valt. (Verg. bladz. 10.)
+
+
+V. Grind, oudtijds Grijnde, en thans ook wel Griend genoemd, was in
+vorige eeuwen een eiland in de Zuiderzee, grenzende ten Noorden aan
+de West-Meep, ten Oosten aan de Oost-Meep, ten zuiden aan de Oude
+Jetting, en ten Westen van den Vliestroom en aan de Nieuwe Jetting.
+
+Dit eiland, dat eertijds aan het klooster van Lidlum behoorde, en van
+een door de kloosterbroeders gesticht vlek, met name Grind of Grijnd,
+zijnen naam ontleende, was vooral door eene hoogere ligging, langer
+dan het omgelegen land, bestand tegen de inbraken der Noordzee, doch
+moest eindelijk bij den geduchten stormvloed van 14 December 1287,
+gelijk bevorens reeds zooveel lands bewesten de Friesche kust, ook
+eene prooi der golven worden: het werd bijkans geheel verwoest. Het
+op dit eiland gestichte vlek, Grind, dat volgens de oude oorkonden,
+ten jare 1222 door Sijard Siersma, den vierden Abt van Lidlum,
+met wallen en grachten in eenen verdedigbaren staat werd gebragt,
+werd ten bovengenoemde tijde (14 Dec. 1287) grootendeels verwoest,
+zoodat er slechts een tiental woningen overbleven. De kerk stortte in;
+de school, welke door de kloosterbroeders van Lidlum gesticht was, om
+de jeugd in kunsten en wetenschappen, en zelfs in de godgeleerdheid, te
+onderwijzen, onderging hetzelfde lot; terwijl al de verdedigingswerken
+vernield werden.
+
+Het eiland Grind, na den voormelden watervloed van 1287 wel weder
+boven komende, stond daarna echter zoo zeer bloot aan de schuring van
+de steeds meer en meer in kracht toenemende uitstroomende slenken of
+wateren, dat het, naar het schijnt, tot in de 16de eeuw liep, eer het
+ophield dien omvang te bezitten, welken noodig was om die belangrijke
+runder-kudde te voeden, van welke men de oudtijds zoo vermaarde
+Grindsche kaas bekwam. Bij den aanvang der 18de eeuw, stond op dit
+eiland, waarvan de tegenwoordige Grinderwaard het eenige overblijfsel
+is, nog een huis, en leverde het nog eenig hooi op. Thans is het reeds
+sedert lang onbewoond, doch bezit het nog steeds zoodanige hoogte,
+dat het bij dagelijkschen waterstand niet ondervloeit. Nog in deze
+eeuw verbleven er eenige konijnen op, van welke de laatsten bij den
+watervloed van 1825 verdronken zijn. Thans strekt Grind ten verblijve
+aan eene menigte zeevogels, wier eijeren door de hier omstreeks
+verkeerende schelpvisschers opgezocht worden. (Verg. bladz. 13.)
+
+
+VI. Omtrent de veranderingen van het land in deze streken, lezen wij
+in de Friesche Cronijk het volgende:
+
+
+"Anno 1222 was het nog Vant Vlie tot aan die Suijderzee geheel Landt;
+dan, vermits die groote vaerten die daerinne ghegraven worden, heeft
+die Noordzee sijn ganck en de inbrock daer inghenomen en ghecreghen,
+ende heeft veel Lands hier ende daer afghenomen, 't welck alles in
+die Middelzee weder aengheslaghen is.
+
+Van welke vaêrten men voorts, op 1234, het volgende leest:
+
+
+ "Daer ginck van dit stedeken (Harlingen) eenen schoonen diepen
+ vaert tot aen Vlielant, recht voor Dicxhorne door, ende van daer
+ voort aen het Texel, twelck die Luijnkerksche conversen met hulp
+ van d'inwoonders van Dicxhorne ghemaeckt hadden, opdat se des te
+ gerieffelicker tot malcanderen conden comen, ende hiervan hiet noch
+ een diepte omtrent Vlielant Monckesloot. Want die van Luijnkerck
+ dese tijt een cleijn cloosterken of te wthof op Vlielant hadden
+ staen, daeromme dese vaert principaliek ghemaeckt worde, hoewel
+ nochtans het Gerbrando de abt van Luijnkerck seer mishaeghde,
+ vermits zij so na bij de Noortzee gheleghen was, want dese
+ Gerbrandus doen ter tijt al vreesde, dat naemaels naeghecomen
+ is....... (1395 of 1396) oorsaeke van desen zijn geweest die van
+ Enckelhuijsen, Medemblick, en de principaliek die Sint Olofsche
+ en Luijnkercksche Conversen, die op Wieringen ende Tessel ende
+ op 't Landt tusschen beijden woonden, want die veel slooten en
+ diepe vaerten omtrent die Eijlanden ghemaakt hadden, terwijlen
+ zij die Landen in haer macht en ghewelt pleghen te hebben,
+ waerdoor die Noortzee zijn inganck ende cracht heeft ghecreghen,
+ zoodat West-Vrieslandt (dat nu Noort-Hollant hiet) niet alleenich
+ van den Hollantschen Graven, maer oock door die Noortzee van
+ 't andere Vrieslandt ghesepareert ende afgescheijden is".......
+
+
+Dese tijd (1395 of 1396) hadde die Noordzee de gaten van het Vlie en
+Tessel veel wijder ghemaeckt, als zij te voren pleghen te wesen, so
+datter nu een vrije vaert van die Noortsee voorbij Medemblick ende
+Enckelhuijsen al tot in de Suijderzee liep, daer te vooren eenen
+cleijnen sloot alleenich plach tusschen te wesen" (Verg. bladz. 14.)
+
+
+VII. Van het verstuiven der duinen kan nog gezegd worden, dat
+o. a. het Oostersche Lid in betrekkelijk weinige jaren tijds,
+geheel van plaats is veranderd, zoodat van de lijken die in de
+vorige eeuw van een Engelsch oorlogschip, waarop de pest heerschte,
+en die voor of bij dat Lid waren begraven nu de beenderen in groote
+menigte aan de andere zijde, en zelfs reeds op eenigen afstand van
+dáár, te voorschijn komen. Ook vindt men aan den West-kant, op het
+Noorderstrand, de verveende of vergane stronken van zware boomstammen,
+zeker ook afkomstig van vroegere daar aanwezige bosschen. In het midden
+der duinen is het wrak van een schip blootgestoven. Ook vindt men in de
+duinen, op eenigen afstand van het strand, schelpen; zoodat men denkt,
+dat vroeger strand is geweest maar nu duinen zijn. (Verg. bladz. 14.)
+
+
+VIII. Het Oude-Huizer-Lid, zoo genoemd naar eenige oude gebouwen,
+die dáár, misschien voor meer dan eene eeuw, gestaan hebben, waarvan
+tegenwoordig nog de steen en het puin gevonden wordt. "Ik heb,"
+dus deelde de Heer Kooij, op Vlieland, mij o. a. mede. "Ik heb wel
+eens hooren spreken van een dorp Opmeer op Vlieland, maar dit is bij
+de Vlielanders onbekend. Misschien is het deze buurt wel geweest,
+die naderhand de oude- of oud-huizen is genoemd." (Verg. bladz. 15.)
+
+
+IX. De Vallei van Malgom. Deze benaming is eene verbastering van
+Malaga. Op die plaats strandde een schip, dat van Malaga kwam,
+daarom Malaga's vaarder genoemd werd, en aan de strengste quarantaine
+onderworpen was. De bemanning, welke geene vrijheid had om in het
+dorp te komen, bouwde daar ter plaatse, ongeveer 1 1/2 uur bewesten
+Oost-Vlieland, een steenen huisje, dat na hun vertrek daar is blijven
+staan, en later door de eilanders werd gebezigd, om, als zij eens uit
+spelerijden gingen, in dat huisje te vertoeven, dat echter onbewoond
+was, zoodat men zich genoodzaakt zag, zich op zulk een rijtogt
+van al het noodige te voorzien. Tegenwoordig is ook van dit huisje
+niets meer over, zelfs de plaats niet meer, waar het plagt te staan,
+daar de Noordzee ook hier haren verslindenden invloed gelden deed;
+doch dit gedeelte der duinen heeft den verbasterden naam van Malgom
+behouden. (Verg. bl. 15).
+
+
+X. In de laatstvoorgaande 3 jaren zijn hier ter aanwinning van
+strand en duinen, aan de Oost- en Noordzijde van het eiland hoofden
+van rijswerk of zinkstukken op het strand tot in zee uitgelegd, die
+goed effect doen. Aan de oostzijde is daardoor reeds eene vrij groote
+uitgestrektheid vasten grond aangewonnen, waardoor zelfs het vaarwater,
+de Sloot, van rigting is veranderd; ook is het Noorderstrand dáár waar
+de hoofden zijn uitgelegd, merkbaar hooger en breeder geworden. Te
+bejammeren is het, dat het op Vlieland aan lieden ontbreekt, die zich
+geheel aan de ontginning der valleijen in de duinen kunnen wijden: wie
+weet, hoevele bunders grond, die nu woest liggen, anders in vruchtbaar
+land zouden herschapen worden; immers, indien de verstuiving zooveel
+mogelijk belet, en er voor goede afwatering kan gezorgd worden. Met
+kleinere stukken gronds wordt het reeds met goed succes beproefd.
+
+Dat ook hier de tijd eens rozen (vruchten) bare! (Verg. bladz. 15.)
+
+
+XI. Dat het eiland Texel bij de Romeinen bekend geweest zij, is
+genoegzaam buiten twijfel; ja, het is zelfs meer dan waarschijnlijk,
+dat dit volk hier een gewoon verblijf heeft gehouden. De naam en
+ligging van de voornaamste plaats, op dat eiland, den Burg, schijnt
+zulks duidelijk aan te toonen, en men wil zelfs met zekerheid weten,
+dat de Romeinsche veldheer Drusus, de stichter van den oorspronkelijken
+Burg geweest zij. De tegenwoordige Hervormde Kerk aldaar, staat op
+een heuvel, vroeger omringd door eene gracht of sloot, de Burggracht
+geheeten, die eertijds veel breeder schijnt geweest te zijn, en welke
+heuvel dezelfde moet zijn, waarop Drusus zijne sterkte bouwde. Ook
+zijn in het begin der vorige eeuw aldaar eenige Romeinsche penningen
+gevonden, waarvan ik de afbeelding gezien heb; terwijl eene vroeger
+ontdekte tumulus of begraafplaats, mede als een overblijfsel van
+de Romeinen beschouwd moet worden; aangezien de daarin gevondene
+voorwerpen, de duidelijkste sporen van Romeinsche herkomst met zich
+voeren. Ook heeft men voor eenigen tijd, in eenen voormaligen heuvel
+op Texel, de Sommeltjesberg geheeten, doch die nu geslecht is, en
+op kleinen afstand oostwaarts van de Waal lag, eenige Romeinsche
+oudheden gevonden, bestaande in een aantal metalen huissieraden,
+waarbij een ketel, in welks binnenruimte een merk, en met kleine
+letters, de naam Mutufiof; als ook metalen, in elkander sluitende
+lepels, met den naam Adrianus F. [24]
+
+Zoo ook worden de Romeinen de stichters genoemd van eene stad welke
+tusschen de eilanden Texel en Wieringen lag, en Grebbe heette. Wanneer
+die stad te niet zij gegaan, kan met geene zekerheid bepaald worden:
+alleen weet men, dat zij in een der groote watervloeden, die er,
+naar luid der kronijken, in de jaren 350, 533, 695 en 733 hebben
+plaats gehad, verwoest is.
+
+Deze stad lag ongeveer een half uur gaans Noordwaarts van het eiland
+Wieringen, aan het tegenwoordige Amsteldiep.
+
+In 1710 was er nog eene groote hoeveelheid muurwerk overig. Omstreeks
+het midden der 17de eeuw is van daar veel duifsteen opgevischt,
+en naar Amsterdam gevoerd, tot fabricering van cement.
+
+De beroemde Nicolaas Witsen was onderrigt dat daarbij veel beeldwerk
+was gevonden; doch, aangezien er bij de vroegere ontdekking daarvan,
+niemand tegenwoordig schijnt geweest te zijn, die dit muurwerk met
+kennis van zaken zoude hebben kunnen beschouwen, ter afleiding van den
+tijd wanneer, of van de personen door wier bemoeijingen Grebbe gesticht
+zoude zijn, zoo heeft hij dienaangaande geene nadere inlichtingen
+kunnen bekomen.
+
+Volgens de nasporingen door Witsen in het werk gesteld, bleek het, dat
+Grebbe met eenen muur omringd was geweest die aan den Noordkant geheel,
+en aan de West- en Oostzijden ten deele onder het zand bedolven was;
+terwijl er aan de zuidzijde der stad sporen ontdekt werden van eene
+gracht, vóór den muur, waarin twee openingen (welligt uitwateringen)
+bespeurd werden. Ook ontdekte Witsen nog de grondslagen van een groot
+gebouw, met eenen voorhof, die door eenen 300 voet langen muur omringd
+was. (Verg. bladz. 19. [25])
+
+
+XII. Nog heden ten dage kunnen de visschers, ter plaatse waar
+vroeger West-Vlieland lag, hunne netten niet uitwerpen, zonder eene
+menigte steenen op te halen, die daar ter plaatse nog liggen als de
+onderzeesche overblijfselen van het dorp, dat eens eene haven had die
+vele groote Groenlandsvaarders en andere zeeschepen bevatte. Vele
+landerijen, om en bij West-Vlieland gelegen, bragten aan de kerk
+jaarlijks f 364 aan huur of pacht op; behalve nog van de Grie, een
+ander stuk lands, waarvan jaarlijks f 15 werd ontvangen.
+
+Vele bewoners van West-Vlieland zijn van tijd tot tijd naar Texel
+vertrokken, voornamelijk naar Oosterend en Oost; misschien ook naar
+de Koog. Anderen vestigden zich te Oost-Vlieland. Tegenwoordig zijn
+hier nog namen die vroeger door West-Vlielanders gedragen zijn.
+
+De zoogenaamde Jeneverbuurt, bij het Oude Schild op Texel, is ook
+gebouwd van de steenen van West-Vlieland, en heeft dien naam ontvangen
+van het overmatig gebruik van dat vocht, door de werklieden, die daar
+de steenen aanbragten en verbouwden. Vroeger bestond het uit meer
+huizen dan thans. Deze mededeeling gewerd mij van den Edel Achtb. Heer
+Zunderdorp, Burgemeester van Vlieland, door tusschenkomst van den
+Heer Kooij, aldaar. De Heer Zunderdorp vernam deze bijzonderheid van
+eenen man, van omstreeks negentigjarigen leeftijd, die nog aan het
+Oude Schild woont, en wiens moeder eene West-Vlielandsche was. Deze
+deelde het haren zoon weder bij overlevering mede. (Verg. bladz. 22
+onder aan de noot.)
+
+
+XIII. Zoo dikwijls als de Hollandsche oorlogsvloot bij of onder
+Vlieland ten anker lag, verbleef de Ruiter aldaar in een groot
+ruim dubbel heerenhuis, dat voor slechts weinige jaren gesloopt
+is; naast hetzelve stond een ander groot ouderwetsch gebouw;
+beiden toonden duidelijk wat dit dorp eenmaal was, voor het door
+zoovele lotwisselingen tot het verval is geraakt, waarin het thans
+verkeert. Mogt eenmaal het plan in overweging genomen en ten uitvoer
+gebragt worden, om, door eene doorgraving van den zoogenaamden
+Rigchel, eene doorloopende haven te maken, welke de Vliereede met de
+tegenwoordige haven of met de Sloot vereenigt: Wie weet welke gevolgen
+dit voor Vlieland's welvaart zoude opleveren; en zeker zou het voor de
+menigvuldige koopvaardijschepen eene meer veilige legplaats opleveren,
+dan de Reede hun tegenwoordig aanbiedt. (Verg. bladz. 25.)
+
+
+XIV. Ten opzigte van de pogingen tot opdelving der schatten, welke
+bij het vergaan van the Lutine verloren geraakt zijn, lazen wij dezer
+dagen, in de Amsterdamsche Courant, de volgende mededeeling:
+
+(Harlingen 19 Julij 1857). "In het jaar 1799 strandde bij Terschelling
+(?) het Engelsche schip the Lutine, met eene rijke lading, waaronder
+zich bevonden eene menigte zilveren en gouden munten en staven. Eenige
+malen werd beproefd uit het wrak, dat diep onder water in het zand
+was gezonken, iets van de kostbare lading te bergen. Sedert 1843
+werd dit niet weder ondernomen, ofschoon men voorzeker houdt, dat
+er zich nog zeer veel aan waarde in het wrak bevindt. Thans evenwel
+(zoo schrijft de kommissie uit de deelhebbers in de onderneming op de
+Lutine aan die deelhebbers) schijnt het regte tijdstip daar te zijn om
+met vrucht iets op het wrak te beproeven. De bijzondere diepte toch bij
+en de verlegging der banken waartusschen, het wrak gezonken ligt doet
+vermoeden, dat het van zand ontbloot is. Wat dit vermoeden versterkt
+is, dat in het voorjaar zich eene zeeton aan het wrak hechtte die door
+den visscherman C. Wever met een stuk van het voorschip opgehaald werd.
+
+Nu vernemen wij, dat onlangs den Heer L. Taurel, natuurkundige
+te Kampen, aangeboden heeft om, tegen aandeel in de bergloonen,
+te beproeven wat er in dezen mogelijk zij, indien de Kommissie de
+onkosten voor opdrijving en aanwijzing voor zich neemt. De Kommissie
+heeft dit aanbod aangenomen, en den Heer Taurel 1/5 in het bergloon
+toegezegd. Zoodra nu de benoodigde gelden daarvoor gestort zijn,
+door de deelhebbers, zien wij de hervatting dier onderneming te
+gemoet." (Vergel. bladz. 27.)
+
+
+
+
+
+
+
+VOETNOTEN
+
+
+[1] Zie Aanteekening I, hierachter.
+
+[2] Zie Aant. II.
+
+[3] Zie Aant. IV.
+
+[4] De Vliereede, waar de uitgaande en binnenvallende schepen geklaard
+en geloodst worden, is op het groote vaarwater, dat circa een half
+uur van de haven verwijderd is.
+
+[5] Zie Aant. IV.
+
+[6] Fokke Sjoerd, Beschr. van Friesl. I D. p. 82. Schotanus,
+Beschr. v. Friesl. 4o. p. 19 en 315.
+
+[7] Zie Aanteek. V.
+
+[8] Zie Aant. VI.
+
+[9] Zie Aant. VII.
+
+[10] Zie Aant. VIII.
+
+[11] Zie Aant. IX.
+
+[12] Zie Aant. X.
+
+[13] In vroegeren tijd besteedde 's Lands hooge Regering veel zorg en
+kosten voor het behoud dier gronden, waarvoor nog in 1722 op haren last
+een dijk werd gelegd. Sedert dien tijd bepaalde men zich uitsluitend
+tot de beplanting der duinen.
+
+[14] In een oud aardrijkskundig werk, dat ten jare 1789 te Delft
+uitgegeven werd door M. Roelofswaert, las ik betrekkelijk Vlieland,
+o. a. het volgende: "Volgens hetgeen de Monster-commissaris ons
+verhaalde, wordt (Vlieland) door twee onheilen met zijnen ondergang
+bedreigd, te weten, het water en het zand; want het zand van de losse
+duinen, die na de verwoesting van het andere dorp (West-Vlieland) zijn
+overgebleven, stuift met veel woede (!) op het dorp (Oost-Vlieland)
+aan: en hoe spoedig er eene zandoverstrooming kan plaats hebben,
+blijkt daaruit, dat weinige jaren geleden, van onder een duin,
+hetwelk toen afstoof, een geheel boerenhuis te voorschijn kwam,
+waarin de tinnen borden en lepels in de rakken nog gevonden werden."
+
+[15] Zuidwaarts van het eiland, op de zoogenaamde waardgronden,
+liggen welvoorziene mosselbanken. Alleen des winters, wordt van
+dit product tot eigen consumptie eenig gebruikt gemaakt. In tijd
+van nood, zou men zich van dit voedsel zeer goed kunnen generen;
+zoo als in vroegere jaren, voor het arme gedeelte der bevolking,
+wel eens noodig is geweest.
+
+[16] Zie Aant. XI.
+
+[17] Een overblijfsel van, of liever uit de voormalige Westvlielandsche
+kerk wordt nog bewaard in de klok van de kerktoren op het Bikkerseiland
+te Amsterdam (Zie voorts Aant. XII.)
+
+[18] Op Vlieland is iedereen verpligt de straat voor zijne woning
+te onderhouden.
+
+[19] Nog is er eene put aan het Westeinde van het dorp, tegen de
+duinen, die water oplevert even goed als regenwater, waarom in den
+zomer van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, waterdragers van en naar
+die put gaan, om zich van dat water te voorzien. Al de voorschreven
+putten worden onderhouden door de administratie der Armen-Inrigting,
+ten behoeve waarvan elk huisgezin 's jaarlijks slechts 30 cents
+betaalt.
+
+[20] Zie Aant. XIII.
+
+[21] In den avond van den 3den Februarij van bovengenoemd jaar woei op
+dit eiland de wind uit het west-noordwesten. De storm groeide tot een
+volslagen orkaan aan. De vloed was buitengemeen hoog, en de zee werd
+zoodanig opgestuwd, dat het water 3.05 Ned. ellen boven gewoon peil,
+in het dorp, in de huizen stond, waardoor aan den zuidkant van het
+dorp, de wallen, stekken en onderste voetingen der huizen, voor het
+meerendeel losgerukt en weggeslagen werden; terwijl eene aanzienlijke
+hoeveelheid levensmiddelen, die in de achterhuizen lagen, en andere
+roerende goederen, wegspoelden of door het zeewater bedierven.
+
+[22] Naast het Raadhuis staat nog een schuurtje dat een klein gedeelte
+is van een groot gebouw, waarin de arme oude lieden van West-Vlieland
+werden opgenomen en verpleegd, nadat hun dorp was weggespoeld en
+daarom het West-Vlielander Armhuis werd genoemd, in onderscheiding
+van het Oost-Vlielandsche.
+
+[23] De Noordelijkste uithoek van Eijerland, dat vóór ruim twee eeuwen
+een eiland op zich zelven was, doch sedert met Texel is vereenigd,
+draagt den naam van het Engelsche Kerkhof. Het erlangde dien naam
+vanwege het groot aantal schipbreukelingen dat hier den dood vond en
+begraven werd. Geen wonder, voorwaar! zoo men van Engelsche zeelieden,
+over Eijerland sprekende, meermaals hoort zeggen: "Damm Egg Island!
+
+[24] Zie onze beschrijving van het eiland Texel en zijne Bewoners,
+bladz. 41. Een paar jaar geleden vond men elders op Texel Spaansch
+geld.
+
+[25] Zie: Het Eiland Wieringen en zijne Bewoners, door F. Allan,
+Amsterdam, Weijting (bladz. 9-11.)
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Vlieland en Zijne Bewoners, by
+Francis Allan
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44203 ***