diff options
44 files changed, 5122 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/46263-8.txt b/46263-8.txt new file mode 100644 index 0000000..26aebb4 --- /dev/null +++ b/46263-8.txt @@ -0,0 +1,2226 @@ +The Project Gutenberg EBook of Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Kabouters in het Bosch + +Author: Kees Valkenstein + +Illustrator: Kees Valkenstein + +Release Date: July 12, 2014 [EBook #46263] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH *** + + + + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + + + + +[Illustratie: cover art] + +KABOUTERS IN HET BOSCH + +DOOR KEES VALKENSTEIN + + + + +KABOUTERS IN HET BOSCH + + + + +KABOUTERS IN HET BOSCH + +DOOR + +KEES VALKENSTEIN + +GEÏLLUSTREERD DOOR DEN SCHRIJVER. + +[Illustratie] + +UTRECHT W. DE HAAN. + + + + +DRUK VAN MORKS & GEUZE, DORDRECHT. + + + + +[Illustratie: hoofdstuk kopstuk] + + + + +Het sprookje van de twee Kabouters. + + +In 'n bosch zaten twee kabouters op 'n bemoste kei. Boven hun hoofd +hield het eene kaboutertje 'n groote parasol, die van 'n paddestoel +gemaakt was. Kabouters zijn knappe werklui. + +"Waar peins je toch over?" vroeg Kobold. + +"Ik?" zei Gnoom; "och, over 'n heele boel dingen. 't Is tegenwoordig +'n slechte tijd voor kabouters, hèèl slecht. 'n Paar duizend jaar +geleden was 't plezierig in de wereld. Overal groote bosschen en +weinig menschen. In die bosschen was 't heerlijk om te leven voor +kabouters en de menschen waren vriendelijk. Je durfde je nog eens te +vertoonen aan de lui en met genoegen hielp je hen 's nachts 'n handje +aan 't werk dat ze den vorigen dag niet af konden krijgen." + +"Da's waar," zei Kobold. + +[Illustratie] + +"Kom daar nu eens om," ging Gnoom voort; "bosschen? Allemaal +omgehakt. 't Is 'n toer nu nog 'n plekje te vinden, dat je 'n +ordentelijk bosch kunt noemen." + +"En dan moet je asjeblieft die nare spoorwegen niet vergeten," +zuchtte Kobold. "Middenin den nacht vliegen die akelig groote +monsters van locomotieven daarover heen met 'n gebrom en gefluit... +ik beef van schrik, als ik er aan denk." + +"Ik beef nog veel erger, als ik aan de menschen denk," zei Gnoom. +"Die zijn slecht, door en door slecht." + +"Da's niet waar," meende Kobold. "D'r zijn goeie menschen ook." + +"Die mag je dan wel met 'n glimwormpje gaan zoeken," spotte Gnoom. +"Ken je den jongen van den boschwachter? Die is slecht hè? Vogels +vangen, dieren mishandelen, dat is z'n lust en z'n leven. Mooi hè? En +zoo zijn ze nou allemaal." + +"'t Is niet waar," zei Kobold. "Heb jij dien jongen z'n zusje wel +eens gezien? 't Is 'n klein ding van 'n jaar of zes." + +"Noem je dat 'n klein ding?" vroeg Gnoom verbaasd. "Ze is grooter dan +wij." + +"Ja, bij ons vergeleken!" lachte Kobold. "Maar wij zijn ook zulke +kleine kereltjes. Je moet haar eens zien als ze naast haar vader +loopt. Precies 'n poppetje. Wou je dàt kind soms ook slecht noemen? +Ze doet nog geen vlindertje kwaad." + +"Ik zal je maar gelijk geven," zei Gnoom, "maar ik denk er het mijne +van.... Sst!... Hoor je dat?..." + +"Wat zou 't wezen?" fluisterde Kobold, benauwd. + +"De jongen van den boschwachter," zei Gnoom met 'n bibberend +stemmetje. "Hoor hem eens schreeuwen! Hij heeft zeker weer 'n +vogeltje te pakken. Kijk eens tusschen de boomen door! Daar komt hij +aan.... Hij slaat met 'n stok..." + +[Illustratie] + +"Ik ga heen," zei Kobold. "Ga je mee? Ik kruip in m'n holletje." + +"Ik ook," zei Gnoom. + +Weg waren de kabouters. 't Volgende oogenblik sprong 'n wild +konijntje uit het kreupelhout, achtervolgd door 'n grooten jongen, +die telkens met 'n knuppel naar 't kleine diertje sloeg. Gelukkig was +het kabouterholletje vlak bij. + +"Da's jammer," mompelde de jongen, toen hij 't diertje in het hol zag +verdwijnen. Hij porde nog 'n paar keer met z'n stok in het gat, doch +dat gaf niemendal. 't Konijntje was ver genoeg buiten z'n bereik. +"Dood gaat ie toch," bromde hij, "ik heb hem 'n paar keer goed +geraakt. Ik zal nog maar eens gaan zoeken, misschien vind ik nog wel +'n paar andere." + +[Illustratie] + +De jongen ging heen, en toen 't heel doodstil was kwamen de twee +kabouters met verschrikte gezichten weer te voorschijn. Samen droegen +ze 't konijntje, dat wel dood scheen, en legden het voorzichtig op 't +donkergroene mos. + +"Hier kunnen we zien," zei Kobold, "in 't hol is 't zoo donker. +Precies zooals ik dacht: 't Konijntje is dood. Wat 'n barbaar van 'n +jongen! Zoo'n beul!" + +"'t Is niet dood!" riep Gnoom. "Kijk maar, z'n buikje gaat op en +neer." + +"Je hebt warempel gelijk," zei Kobold blij. "Hadden we maar wat voor +den stakker, 'n beetje water of zoo iets. Zou 't beter worden?" + +"Ik weet het niet," sprak Gnoom. "Maar 't beest is er slecht aan toe. +Ik weet kruiden te staan, waar 'n ziek mensch van beter wordt. Zouden +die voor 'n konijntje ook goed zijn?" + +"Misschien wel," antwoordde Kobold. "We kunnen 't probeeren. Maar..." + +Verder kwam Kobold niet, want de twee kabouters hoorden geritsel in +de struiken. Ze dachten dat de booze jongen terug gekomen was en +namen allebei tegelijk de vlucht. Het konijntje bleef liggen. + +"Je hebt het konijntje vergeten," schreeuwde Kobold, toen ze in het +hol waren. + +"'t Is jouw schuld," snauwde Gnoom. "Had het in het hol gelaten, +zooals ik je ried. Je bent altijd even eigenwijs." + +"En jij bent 'n lafaard," brulde Kobold. "We hadden bij 't konijntje +moeten blijven om het te beschermen. Jij ging 't eerst op de vlucht." + +"Neen, jij?" + +De kabouters zaten in 'n hoekje tegenover elkaar met hun oogen dicht +en de handen voor hun ooren. + +[Illustratie] + +"Nu zal hij het doodslaan," zei Kobold bibberend. + +"Doodtrappen," zei Gnoom. + +"Ik ga er naar toe," zei Kobold. + +"Ik ga mee," zei Gnoom. + +Kobold nam 'n groot mes, dat wel 'n vinger lang was en Gnoom balde de +vuisten. Moedig stapten ze voort naar den ingang van het hol. Toen +Kobold naar buiten keek, wierp hij het vreeselijke mes op den grond. + +"Wat doe je nou?" vroeg Gnoom. "Durf je dien jongen zóó aan?" + +[Illustratie] + +"'t Is het zusje," zei Kobold, "Kijk maar. Ze heeft het konijntje van +den grond opgetild. Och, och, ze doet het in haar schortje. Ik krijg +er warempel de tranen van in de oogen." + +"Wat zou ze er mee willen doen?" vroeg Gnoom. "Toch niet mee naar +huis nemen? Dan krijgt die valsche jongen het toch nog te pakken." + +"Kom, we gaan het vragen," zei Kobold. "Voor 't zusje ben ik +heelemaal niet bang." + +"Vooruit dan maar!" riep Gnoom. + +"Dag Boschwachterskind," zei Kobold met z'n fijn +kaboutertjesstemmetje. + +'t Meisje riep: "Hè!" want ze schrok 'n beetje. Kaboutertjes hebben +zachte schoentjes en je kunt ze niet hooren loopen. Maar de schrik +was gauw voorbij, want Kobold en Gnoom lachten erg vriendelijk. 't +Meisje begon ook te lachen. + +"Wat 'n aardige kleine mannetjes," zei ze. "Waar komen jullie +vandaan?" + +"Uit dat holletje onder dien dikken boom," antwoordde Gnoom. "Daar +wonen we. We zijn kabouters." + +"Wonen jullie in 'n holletje?" vroeg 't meisje. "Da's aardig. 'k Heb +'n konijntje. Maar 't is erg ziek, geloof ik." + +"Mag ik eens kijken?" vroeg Kobold. "O jawel, kijk maar. 't Heeft z'n +oogjes dicht, zie je wel?" + +[Illustratie] + +"Wou je dat arme dier meenemen naar huis?" vroeg Gnoom. + +"Ja," zei 't kind. "Ik zal het in 'n hokje zetten bij de andere +konijntjes. Vader heeft er 'n heele boel. Witte en zwarte en bonte en +bruine, maar geen een grijsje. Dit is 'n grijsje, zie je wel?" + +"Maar 't is erg ziek," zei Kobold. "'t Zal dood gaan in het hokje." + +"En 't hoort niet in 'n hokje," zei Gnoom. "Wilde konijntjes wonen +net als wij in 'n holletje. Geef 't maar aan ons, dan mag 't bij ons +wonen." + +'t Meisje keek eens naar 't konijntje. "'t is zoo'n lieverd," zei ze. +"Zou 't echt doodgaan in 'n hokje?" + +"Vast," zei Kobold. + +"Secuur", zei Gnoom. + +"Hier heb je 't dan," zei 't kind. "Maar goed er voor zorgen hoor! En +mag ik dan morgen eens komen zien?" + +"Natuurlijk," riepen de twee kaboutertjes te gelijk. + +[Illustratie] + +Nu namen ze voorzichtig het konijntje van 't meisje aan. Maar 't was +te zwaar voor één kaboutertje en daarom droegen ze het met hun +beiden. Toen ze er mee wegstapten zeiden ze heel vriendelijk: "Dag +Boschwachterskind." + +"Dag kaboutertjes." + +De kabouters droegen het konijntje voorzichtig het hol binnen en +maakten daar voor het arme dier 'n zacht leger van mos. Toen gingen +ze samen de kruiden zoeken, waar zieke menschen van genezen. Doch het +konijntje wilde er niet van eten. 't Snuffelde er niet eens aan met +z'n kleine neusje. + +"Toe beestje," zei Gnoom, "proef er eens van. 't Is echt goed voor +je." En Kobold zei: "Hij is tè ziek." + +Het konijntje bleef den heelen dag stil liggen. Alleen z'n neusje +trilde. De kabouters waren even stil, ieder in z'n hoekje en ze keken +maar aldoor naar het gewonde beestje, eventjes zichtbaar bij 'n heel +dun straaltje licht, dat door 'n gaatje in den grond, vlak boven het +hoofd van Kobold, in het hol drong. Dat gaatje was zeker door 'n muis +gemaakt. Maar de zon ging onder en nam het lichtstraaltje mee. De +kabouters konden niet meer zien. + +"Och, och," zuchtte Gnoom, na 'n poosje, "wat duurt zoo'n nacht +lang." + +"De zon is nog geen uur onder," prevelde Kobold. "Ga maar wat +slapen." + +"Slapen, terwijl die stumper daar pijn lijdt? Kun jij dat?" vroeg +Gnoom. En 'n oogenblikje later riep hij verschrikt: "Kobold, Kobold, +gauw, kom eens hier." + +"Wat is er?" + +"Kom hier. Waar is je hand.... Voel eens..." + +"Z'n neusje is stil," zei Gnoom zacht. "En z'n hartje je klopt niet +meer." + +"Dood!" + +Ze gingen nu beiden weer in hun hoekje zitten en zeiden den heelen +langen nacht niets meer. Maar slapen deden ze niet. De een dacht +aanhoudend aan den wreeden jongen en de ander aan het medelijdende +meisje. En allebei waren ze erg bedroefd. + +Den volgenden morgen, heel vroeg, hoorden ze 'n zacht stemmetje, dat +riep: "Kaboutertjes!" en 'n oogenblik later weer "Kaboutertjes!" + +"Daar is Boschwachterskind," zei Kobold. "Gnoom! hoor je niet. +Boschwachterskind is er." + +"'k Hoor het wel," zei Gnoom. "Ga jij maar." + +"Toe Gnoom, ga jij," vleide Kobold. "Ik vind het zoo'n nare +boodschap." + +"Ik ook," antwoordde Gnoom. "Hoor, ze roept alweer. Laten we dan +samen maar gaan." + +"O, wat ben jullie langslapers," zei 't meisje, toen ze de kabouters +zag. + +"We hebben niet geslapen," zei Kobold. + +"Niet geslapen?" vroeg 't kind verwonderd. "Slapen kaboutertjes +niet?" + +"Anders wel," zei Gnoom. "Maar 't konijntje..." + +"Is 't beter?" + +Kobold schudde van neen en Gnoom begon weer: "'t Konijntje is..." + +'t Kleine meisje zette 'n paar groote oogen op, want ze zag nu pas +dat de kaboutertjes zoo'n treurig gezicht zetten. Toen vroeg ze: "Is +het dood?" + +"Ja," zei Gnoom, "we konden er niets aan doen." + +"'t Wou geen kruiden innemen," zei Kobold. + +"Die leelijke jongen had het te hard geraakt," zei Gnoom. "'t Kòn +niet meer eten." + +Boschwachterskind kreeg 'n kleur, toen ze hoorde, dat 'n jongen het +konijntje kwaad had gedaan, want ze begreep wel, dat haar ondeugende +broertje bedoeld werd. Opeens liep ze hard weg. + +Gnoom keek haar verschrikt na en Kobold was vreeselijk boos op hem. + +"Wat ben je toch dom," riep hij. "Was 't al niet erg genoeg, dat het +konijntje dood is? En nu ga jij het verdriet nog grooter maken, door +te zeggen, dat haar broertje 't gedaan heeft." + +"Ik kon 't niet helpen," snikte Gnoom. "'t was er uit voor ik er aan +dacht. Maar ik zal 't weer goed maken." + +"Zoo," bromde Kobold, "kan jij dan maken, dat ze vandaag gèèn +verdriet heeft over dat wreede de broertje?" + +"Neen," zei Gnoom, "dat kan ik niet en dat spijt me erg. Maar ik kan +haar wat moois geven. Ik weet echt wat moois. Je zult het zien. Dan +maak ik het toch weer 'n beetje goed." + +Kobold gaf geen antwoord en wandelde het bosch in. Gnoom wachtte nog +even om Kobold na te kijken. Toen stapte hij het hol binnen, waar het +doode konijntje lag. + + + + +[Illustratie: hoofdstuk kopstuk] + + + + +De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond. + + +Het bosch stond in diepe winterstilte en Gnoom de kabouter stond vóór +z'n hol onder den boom even stil als het bosch. Maar z'n oogen +schitterden van plezier om al de pracht van blinkend witte sneeuw op +de donkere dennetakken. De lucht was zóó blauw en de zon had zóóveel +goud dat ze er geen raad mee wist en het maar over het Bosch +uitstrooide. Zelfs in Gnooms oogen strooide ze haar goud en waar maar +'n straaltje van de zon kwam, begon het te gloeien en te glinsteren +en was in 'n wip alles verguld. Alleen onder de boomen, die dicht bij +elkaar stonden, was geen sneeuw en geen goud. Dáár lag de sneeuw op +de boomen en nu kon de zon niet door hun kruinen heenkijken. Onder +die boomen bleef alles donker. Groen en blauw en bruin. + +"Ik ging liever in den zonneschijn wandelen," dacht Gnoom. "'t Is +hier zóó heerlijk. Maar ik moet Kobold hebben en hij woont ginds +onder de donkere boomen." + +Hij keek nog eens om zich heen en ging toen het Bosch in. 't Was 'n +lange weg naar Kobold, doch Gnoom stapte flink door. Toch duurde 't +wel 'n uur vóór Gnoom de woonplaats van het andere kaboutertje +bereikte. Gnooms beentjes waren niet heel lang en z'n dikke winterjas +hinderde hem ook wel 'n beetje bij 't loopen. Maar hij kwam er toch +en wou nu maar zóó naar binnen stappen. Dat ging echter niet, want +Kobold had z'n holletje netjes dichtgestopt met mos. + +"Ik geloof stellig, dat ie 'n winterslaap houdt, net als de +vleermuizen!" riep Gnoom. "Dat heb ik nog nooit van 'n kabouter +gehoord!... Of zou hij misschien niet meer in de streek wonen? Dat +zou me nu toch spijten hoor! Weet je wat, ik ga eens kijken. Ik ruim +dat mos maar weg." + +En meteen begon hij al. Hij trok en plukte en links en rechts vloog +het mos. "Dat schiet op," zei Gnoom, "ik heb al 'n gaatje!" + +"Hei, wie is daar aan 't inbreken?" riep een stemmetje binnen in 't +hol. + +"Ha, leef je nog?" riep Gnoom terug. "Man, man, wat stop jij je er +in. Je lijkt wel 'n stekelvarken, dat je zoo wegkruipt. Kom eens voor +den dag, kameraad. Ik heb je wat te vertellen." + +Kobold pruttelde nog wat, maar kwam eindelijk toch tevoorschijn. + +"Hè, wat is 't koud," zei hij klappertandend. "Ik begrijp niet, wat +je hier doet!" + +"Koud!" zei Gnoom, "ben je dwaas. 't Is heerlijk weer!" + +"Ja, jij hebt 'n dikke jas aan," bromde Kobold, "en wollen wanten." + +"Neen," zei Gnoom, "daar komt het niet van. Ik ben vroeg op geweest +en heb 'n uurtje ferm geloopen, zie je. Dat moest jij ook doen, dan +gaat die koudkleumerij wel over!" + +"Het lijkt wel of 't gesneeuwd heeft," zei Kobold. "'t Is hier zoo +duister. D'r ligt zeker 'n heel pak sneeuw op de boomen. Je moet in +April maar eens terugkomen met je boodschap, Gnoom. Ik ga weer naar +binnen. Saluut." + +[Illustratie] + +"In April!" riep Gnoom. "En 't is nu pas 't begin van December! Neen +maar, die is goed hoor! Wil ik je eens wat zeggen, vriendje? Je trekt +dadelijk je dikke jas maar aan en dan ga je mee. Mee, versta je? Mee, +naar mijn hol! Daar schijnt de zon en daar..." + +"Nu," vroeg Kobold nieuwsgierig, "komt het haast?" + +"En--daar--" zei Gnoom erg langzaam, maar z'n heele gezicht lachte +erbij, "daar--heb--ik--wat---moois--voor-- Boschwachterskind." + +"Wat zeg je?" schreeuwde Kobold. "Voor Boschwachterskind? En dat zeg +je nu pas? Vooruit! Gauw wat!... Kòm dan toch mee!" + +"Kalm 'n beetje," lachte Gnoom. "We hebben tijd genoeg, al is 't niet +tot April. Trek eerst maar 'n winterjas aan, anders bevries je van +avond nog." + +Kobold wou zonder jas mee en stond te trappelen van ongeduld om maar +weg te komen. Doch Gnoom lachte hem uit en zei: "Je bent toch 'n +malle kabouter! We hadden al 'n heel eind op weg kunnen zijn, als je +dadelijk je jas aangetrokken had, in plaats van zoo ongeduldig rond +te springen." + +Kobold ging dus z'n jas maar halen. Onderweg begon hij hoe langer hoe +sneller te loopen, zoodat Gnoom eindelijk uitriep: "Ik kan niet meer, +Kobold. Je loopt als 'n muis. Je moet me eens even op adem laten +komen." + +Doch dat was niet naar Kobolds zin. Hij was ook zóó nieuwsgierig naar +het moois, dat Gnoom voor Boschwachterskind gemaakt had! + +[Illustratie] + +Gnoom zelf had schik in het ongeduld van z'n kameraadje en liep dan +ook maar met groote stappen mee. Natuurlijk bereikten ze op die +manier al heel gauw de open plek waar Gnoom onder den dikken boom +woonde. 't Was nu middag en de zon scheen nog mooier, dan 'n paar uur +geleden. + +"Hè," riep Gnoom, "wat is het toch prachtig hier! Vind je ook niet, +Kobold?" + +"Wat, prachtig?" bromde Kobold. "Die sneeuw? 'n Mooi ding hoor! Loop +je haast door?" + +"Ik zal je eerst maar laten zien, wat ik voor moois heb toegedacht +aan Boschwachterskind," zei Gnoom lachend. "Anders ben je toch niet +tevreden." Meteen liep hij z'n holletje binnen en kwam terug met +iets, dat hij vlak voor Kobold neerzette. Deze keek er naar met 'n +paar groote verbaasde oogen, sloeg z'n handen in elkaar en liep toen +voorzichtig om het ding heen, terwijl hij al maar doormompelde: + +"Precies eender!... Net eender!... Sprekend het konijntje!..." + +En Gnoom wreef z'n handen van pret over de verbazing van Kobold. + +"Hoe vind je 't?" vroeg hij eindelijk. "Is dàt nu niet 'n mooi +geschenk voor Boschwachterskind?" + +"Mooi?" riep Kobold. "'t Is prachtig, heerlijk, eenig, snoezig! En +heb jij dat gemaakt?" + +"Luister maar eens," begon Gnoom. "'t Is hetzelfde konijntje, dat wij +zoo graag beter hadden zien worden. Ik heb het opgezet. 't Arme dier +was tóch dood, hé? 't Voelde er niemendal van. Later heb ik het +vastgemaakt op 'n plankje. En nu lijkt 't wel levend, niet?" + +"Je zoudt zeggen: 't springt zòò weg," zei Kobold. "En wat 'n +prachtige glimmende oogjes!" + +[Illustratie] + +"Kralen," zei Gnoom. "Z'n eigen oogjes waren veel mooier, toen 't nog +leefde. En zie je wel, dat er vier wielen aan 't plankje zitten? Heb +je soms 'n touwtje? Dan kunnen we 't eens voorttrekken." + +Kobold voelde in z'n zakken en vond 'n touwtje. Ze maakten dat aan 't +plankje vast en Gnoom trok het opgezette konijntje voort. Toen moest +Kobold trekken en daarna Gnoom weer. Al maar door de sneeuw, waar de +zon op scheen. En ze hadden 'n pret met het konijntje! Zonder +voorbeeld! + +Eindelijk zei Kobold: "Wat zal Boschwachterskind blij zijn! Zou ze 't +komen halen?" + +"Hoe kom je dààr nu bij?" vroeg Gnoom. "Boschwachterskind weet er +heelemaal niets van. We gaan samen 't konijntje bij haar brengen. 't +Is vandaag de 5e December. Dat is 'n feest vóór de kinderen." + +"Jawel," zei Kobold, "dat weet ik. De menschen noemen dat +Sinterklaasavond. Dan zetten de kinderen 'n schoen of 'n klomp onder +den schoorsteen en dan vinden ze daarin den volgenden morgen moois en +lekkers." + +"Precies," zei Gnoom. "Daarom gaan wij vanavond het konijntje bij +Boschwachterskind brengen, als 't donker is." + +"En de menschen slapen," zei Kobold. + +"Maar 't konijntje is nog niet heelemaal klaar," zei Gnoom, met 'n +wijs gezicht. + +"Wat!" riep Kobold, "nog-niet-heele-maal klaar? Maar begin dan toch +te werken man! 't Is zóó donker!" + +"De rest van 't werk moet jij maar doen," zei Gnoom heel ernstig. + +"Ik?" zei Kobold, "ik-kan-geen-konijntjes-opzetten, zooals jij. Ik +ben niet zoo knap." + +"Jij niet knap?" riep Gnoom nu. "Wie kan er dan zulke mooie letters +in de boomen snijden?" + +"Je wilt toch niet dat ik letters in het konijntje zal snijden?" +vroeg Kobold verontwaardigd. "Dat doe ik niet, hoor! Voor geen +schat!" + +"Maar toch wel in de plank, hè? Kom, begin maar gauw," zei Gnoom. "Je +moet er opzetten: Geschenk van de kabouters aan 't +Boschwachterskind." + +"Dat doe ik graag," zei Kobold. Hij trok zijn jas en wanten uit, nam +z'n mes van 'n vinger lang en begon ijverig in 't hout te snijden. +Hij lag daarbij languit in de sneeuw. Doch hij werkte zóó hard, dat +hij niemendal van de kou voelde. Iederen keer vroeg hij aan Gnoom: +"Wordt het mooi, Gnoom?" en dan zei Gnoom: "Prachtig hoor! Je bent 'n +houtsnijder van de bovenste plank." Daarna liep Gnoom weer op en neer +om warm te blijven, doch toen Kobold begon met allerlei mooie figuren +om de letters heen te maken, deed Gnoom niets dan toekijken en riep +op het laatst: "Je bent 'n kunstenaar, Kobold, de plank wordt nog +mooier dan 't konijntje!" + +[Illustratie] + +Vóór donker was Kobold klaar. Nu hadden de kabouters nog 'n heelen +tijd vóór ze op weg konden gaan. + +Wachten duurt altijd lang. Dat vonden de kabouters ook. Ze hadden van +alles verzonnen: zelfs sneeuwballen gooien! Ten langen laatste waren +ze maar in het hol gekropen. Daar zaten ze warm bij elkaar en +bedachten allerlei plannen, hoe ze 't mooie konijntje in het +boschwachtershuis zouden binnensmokkelen. Maar plannetjes bedenken +wordt ook al vervelend op den duur en daarom zei Gnoom: "Weet je wat, +we moesten maar op weg gaan. Als we bij 't huis zijn, zal ons wel 'n +middeltje invallen om binnen te komen. Waarvoor zijn wij anders +slimme kabouters?" + +[Illustratie] + +In den maneschijn liepen de twee kabouters onhoorbaar voort. 't Leken +wel Chineesche schimmen. Het konijntje droegen ze aan een stok, +waarvan ieder 'n einde op den schouder had. Hoe dichter ze bij 't +boschwachtershuis kwamen, hoe moeilijker hun tocht werd, want daar +lag de sneeuw hoog. Doch ze stapten dapper voort, al hijgden ze ook. +Bij het huis fluisterde Kobold: "Ze zijn nog op. Er brandt licht." + +"Misschien laten ze dat den heelen nacht wel branden," antwoordde +Gnoom ook heel zacht, maar toch nog veel te hard naar Kobolds zin, +want hij fluisterde nijdig terug: "Schreeuw toch zoo hard niet. Ik +ben niet doof en in huis hebben ze er toch niets mee noodig, dat wij +het konijntje brengen. Of wel?" + +"'t Is ook zòò stil in 't bosch," zei Gnoom bijna onhoorbaar. "Ik +praat net zoo zacht als jij, misschien nog wel zachter." + +Ze kropen met hun Sinterklaasgeschenk onder de struiken en loerden +maar aldoor naar het licht en toen 't na 'n poos donker werd in 't +boschwachtershuis, bleven ze nog wel 'n uur geduldig zitten. Doch +toen slopen ze als muisjes naar het huis en keken en keken of ze +nergens 'n raam op 'n kiertje zagen staan. Alles was dicht. + +"'t Zal een heele toer zijn," meende Kobold. + +"Kom maar mee," zei Gnoom, "ik weet 't al." + +"Wat is 't?" + +"Kom maar mee!" + +Gnoom bracht z'n kameraadje naar 't rek van de kippen. + +Dat was 'n smalle plank met wel twintig latjes er op gespijkerd, +schuin omhoog langs den muur. Dààr was 'n gat, waar de groote haan +gemakkelijk door kon en dus kon 'n kabouter er òòk door. Binnen was +'t kippenhok. + +[Illustratie] + +Vóór 't gat was 'n schuif, doch die werd zonder moeite door Kobold +omhoog geschoven en vastgezet. Nu sjouwden de kabouters samen het +konijntje omhoog en ze zaten 'n oogenblik later in 't kippenhok. 't +Spreekt vanzelf dat ze hun jas en hun wanten uitgetrokken hadden. + +Ze deden hèèl stil, hèèl zacht, want als de kippen eens wakker +werden! + +"Dat zou wat moois zijn," fluisterde Gnoom, "verbeeld je dat ze eens +door 't hok gingen fladderen." + +Doch de kippen bleven rustig zitten. Gelukkig zaten de stokken ook +nogal hoog. De kabouters konden er met hun konijntje best onder door. +Aan 't andere einde van 't hok was 'n deurtje van latten en dat was +maar met 'n wervel gesloten. Kobold stak z'n hand tusschen de latten +en maakte het deurtje open. Hij tuurde naar beneden. + +"Erg hoog," zeide hij, "we komen hier nooit af." + +"Laat mij eens kijken," zei Gnoom. "We moesten 'n touw hebben." + +"'n Touw.... Maar dat hebben we niet." + +"Daar hangt er een." + +"Waar?" + +"Hier, vlak onder het kippenhok. Ik kan er bijna bij."--Gnoom ging op +den vloer van het hok liggen en stak z'n arm zoo ver mogelijk uit. +"Hou me eens vast, anders val ik," zei hij. "Ziezoo, ik heb het." Hij +bond het stevig aan 'n lat vast en liet zich zakken. + +"Nu het konijntje! Voorzichtig... voorzichtig... zoo, ik heb +het. Kom nu zelf maar." + +In 'n ommezien was Kobold ook beneden. + +"Dat gaat goed, hè?" fluisterde Gnoom. "Pas op, daar staat wat. Loop +er niet tegen aan, want dan hooren ze ons." + +"Sst"... kwam Kobold. "Je praat altijd zoo hard.--Hierheen.--" + +Ze kwamen aan 'n deur. Die was van de woonkamer. Maar ze was gesloten +en ze waren veel te klein om bij de kruk te kunnen komen. + +"Da's ook wat moois," zei Gnoom. "Ik kan er niet bij." + +"Klim dan op mijn rug," zei Kobold. "Maar rol er niet af, want dan +kom je misschien in dien emmer terecht. Ik geloof dat er melk in is." + +"Ik zou best een slokje melk lusten," zei Gnoom. + +"Zeg," zei Kobold, "wij zijn geen inbrekers!" + +"Ga maar staan," antwoordde Gnoom. "'t Was maar gekheid. Denk je dat +ik melk zou stelen, die Boschwachterskind drinken moet?" + +Gnoom klom op Kobolds rug en draaide aan de deurknop. 't Ging heel +voorzichtig, om 't leven. Doch 't lukte goed en de kabouters gingen +met het konijntje binnen. Ze keken eerst eens onder den schoorsteen +of Boschwachterskind haar schoentje had gezet. 't Was net licht +genoeg, want de maan keek door de ruitjes. + +"Warempel," zei Gnoom, "daar staat 'n pantoffel van Boschwachterskind +en aan den anderen kant 'n klomp van den leelijken, valschen jongen." + +"Met hem hebben we niets te maken," zei Kobold. "Zet het konijntje +maar bij 't schoentje, dan vindt Boschwachterskind het morgen wel. +Wat zal ze blij opkijken, hè? Ik zou morgenochtend wel eens hier +willen zijn!" + +"Je moet niet verlangen naar onmogelijke dingen," zei Gnoom. "Laten +wij nu maar weer maken, dat we weg komen." + +Doch dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ze kwamen ongehinderd +tot bij het kippenhok. Maar nu moesten ze langs het touw naar boven +klauteren. + +[Illustratie] + +Dat was heel wat anders dan zich laten zakken. 't Was gewoon tobben +en nogal erg ook. Kobold, die eerst ging, had er 'n vreeselijken toer +mee en Gnoom stak wel tienmaal z'n handen omhoog, uit angst, dat z'n +kameraadje zich los zou laten. Kobold steunde erbarmelijk en toen hij +eindelijk boven was, ging hij doodmoe op den vloer van 't kippenhok +zitten. Gnoom had er minder moeite mee, maar Kobold hijgde: +"Je-maakt-zoo'n-leven-Gnoom!" + +Kobold had 't dezen keer eens bij 't rechte eind. Gnoom had vèèl +leven gemaakt. De kippen waren er allemaal wakker van geworden. + +[Illustratie] + +Baas Haan zat met uitgerekten hals naar de twee indringers te loeren +en bromde aanhoudend: "Tok, tok! Tok, tok!" + +De kippen werden onrustig, want tok, tok, beteekent in de kippentaal: +"kinderen let eens 'n beetje op. 't Is niet pluis in 't hok." + +"Gauw wat," fluisterde Kobold, toen Gnoom boven was. "Haneman zit +klaar om van den stok te springen en dan hebben we de poppen aan 't +dansen." + +De kabouters maakten dat ze weg kwamen. Doch baas Haan sloeg òòk de +schrik om 't hart. Hij sprong van den stok, natuurlijk met de noodige +hanedrukte, en de kippen verloren daardoor allemaal hare bezinning. +'t Was 'n rumoer en 'n gekakel en 'n gefladder. De heele familie had +slechts één gedachte: Vluchten! De kabouters waren 't eerst bij de +opening en rolden achter elkaar zoo maar naar beneden in de sneeuw. +Toen fladderde Haneman naar buiten en achter hem de kippen. Kobold en +Gnoom zaten verstomd en verlamd van schrik de vluchtende kippetjes +aan te staren. Doch dat duurde maar 'n oogenblik. Ze hoorden in 't +boschwachtershuis gestommel als van menschen, die haastig uit bed +springen. "De boschwachter is op," riep Gnoom. Hij greep z'n jas en +z'n wanten en ging er van door. Kobold talmde ook niet. Als hazen +holden ze door de dikke sneeuw het bosch in, zonder ook maar één +keertje om te zien en bereikten in weinig tijd het hol onder den +boom. + +"Hè, hè," zei Gnoom, toen ze veilig binnen waren, "is dàt loopen! Dat +was me 'n geschiedenis, hoor!" + +"'t Is allemaal-jouw-schuld," hijgde Kobold. "Jij maakt ook altijd +zoo'n leven!" + + + + +[Illustratie: hoofdstuk staartstuk] + +[Illustratie: hoofdstuk kopstuk] + + + + +Koning Droom. + + +Het ondeugende broertje van Boschwachterskind heette Hans. + +Op den Sinterklaasdag was Hans erg uit zijn humeur geweest. Het mooie +konijntje, dat z'n zusje gekregen had van de Kabouters, had hem +jaloersch gemaakt en tevens leek het wel, dat het opgezette diertje +hem den heelen dag met wijd-open oogen had aangekeken. Dat kan je zoo +hebben. + +Maar nu was het avond en Hans lag in bed. Het duurde niet lang of z'n +oogen gingen dicht. Slapen kon hij goed. Hij zag er dan ook niemendal +van, dat iemand de kamer binnenkwam en op den rand van z'n bed ging +zitten. Doch Hans zou het gauw genoeg te weten komen, wie die vreemde +bezoeker was, want deze trok Hans eventjes aan z'n neus en zei: + +[Illustratie] + +"Toe word nu eens wakker!" Hans deed z'n oogen open en zag bij het +maanlicht, dat op de dekens scheen, een alleraardigst klein kereltje +met een heel vriendelijk gezichtje zitten op den rand van z'n bed. 't +Leek wel een koning, want hij had een mantel om en 'n kroon op. + +"Zoo, ben je wakker? Je slaapt erg vast, hoor." + +Hans dacht: "Wat is dat nu? 'n Koning op den rand van m'n ledikant! +'t Is gelukkig Karel de Groote niet. Dáár zou ik bang voor zijn, want +die was erg ongemakkelijk. Maar zoo'n kleintje! "Wat kom je doen?" +vroeg Hans. + +"Je moet eventjes met me mee." + +"Dat doe ik niet," zei Hans, "ik lig veel te lekker." + +"'t Zal je niet veel helpen," zei 't koninkje, "je mòèt mee." + +"Ik wil niet." + +"Dan nèèm ik je mee." + +"Wie ben je?" vroeg Hans driftig. + +"Ik ben koning Droom. O, hou je handen maar thuis, slaan kan je toch +niet." + +'t Was precies zooals koning Droom zei, Hans had willen slaan, zooals +hij op school altijd dadelijk deed, wanneer hij kwaad werd, maar hij +kon z'n hand nauwelijks opheffen. + +"Zie je wel," lachte koning Droom. "Kom sta maar op. Ik kan hier den +heelen nacht niet blijven zitten." + +'t Was gek, doch Hans stond gewillig op en wilde zich gaan +aankleeden. + +"Neen, laat dat maar," zei koning Droom "ga zoo maar mee." + +"Maar 't is zoo koud," zei Hans. + +"Gekheid," zei koning Droom. "'t Is heerlijk weer." + +"Waar gaan we heen?" vroeg Hans. + +"Wel, naar 't bosch," zei koning Droom. + +"We kunnen 't huis niet uit. Vader doet 's avonds alles op slot." + +"Zoo, je bent 'n slimmerd. Waar zijn we dan nu?" + +[Illustratie] + +Hans zette groote oogen op, want hij stond met koning Droom in 't +bosch. + +"Dat gaat vlug hè? En hoe vind je 't weêr?" + +"Wel," zei Hans, "'t lijkt net zomer. Ik zie heel geen sneeuw meer. +En wat is 't nu eigenlijk: nacht of dag?" + +"O," zei koning Droom, "om je de waarheid te zeggen, 't is precies +middernacht. Twaalf uur, weet je. Maar 't is voor mij 'n kleine +moeite om 's nachts de zon te laten schijnen. En om eventjes den +winter in den zomer te veranderen, daar draai ik m'n hand niet voor +om." + +"Dat zie ik," zei Hans. "Is u 'n echte koning, zooals Karel de Groote +er een was?" + +"Hoe kom je zoo op Karel den Groote?" vroeg koning Droom. "Ze hebben +op school zeker van hem verteld, hé?" + +"We hebben hem op 'n plaat in de school." + +"Dat dacht ik al," zei koning Droom. "Ik ben veel machtiger dan Karel +de Groote. Ik kan bijna alles, doch alleen als de menschen slapen." + +"Maar u maakt ze toch wakker, niet waar?" + +"Zoo'n beetje," lachte koning Droom. "Ik neem de menschen graag bij +den neus." + +"Waar brengt u me toch heen?" vroeg Hans na 'n oogenblik. 't Ging +alles zoo vreemd, vond hij. 't Eene oogenblik wist hij precies waar +hij was en dan in eens leek het wel of alles hem vreemd was. "Zijn we +hier niet bij de beek?" + +"Ja," zei koning Droom, "daar moeten we over." + +"Er door, bedoelt u zeker." + +"Neen, er over. We kunnen voor dezen keer wel eens op het water +loopen. Kom maar." + +Nu zag Hans tot z'n groote verbazing koning Droom op het gladde water +stappen en Hans deed het hem na of 't zoo hoorde. + +[Illustratie] + +"Pas op, val niet," riep koning Droom, "'t water is nog gladder dan +ijs." + +"Ik geloof, dat ik er 'n beetje inzak," stotterde Hans. + +"O," zei koning Droom, "ik kan je er wel heelemaal in laten +wegzinken, tot over je ooren." + +"Doe dat asjeblieft maar niet," smeekte Hans, terwijl hij koning +Droom bij den arm greep. + +Ze kwamen echter zonder ongelukken aan den overkant. + +Hans keek met verwondering naar zijn droog gebleven voeten. + +"Ja," zei koning Droom, "dat kunstje versta ik alleen maar." + +De plek waar ze nu waren, kende Hans heel goed. Het was 'n +heuvelachtig deel van 't bosch, dicht begroeid met dennen en berken. +Aan het einde van de beek was tusschen de heuveltjes een diepe kuil +met een groot brok graniet in 't midden. Ze noemden die plek den +wolfskuil. Hans had dikwijls genoeg op die kei zitten uitrusten. Je +kwam gemakkelijk genoeg naar beneden, maar om er weer uit te komen, +dat was een toer. De helling was nog al steil en de bodem begroeid +met mos. + +In dien wolfskuil werd Hans door koning Droom gebracht. Hans +verbeeldde zich, dat hij moe was, en wilde op den steen gaan zitten, +maar koning Droom zei: "Kijk 'n beetje uit je oogen Hans, dat is mijn +troon. Blijf jij maar staan waar je nu bent." + +Hans keek eens naar den steen. Ja werkelijk, dat was de eivormige kei +niet meer. Daar was aan gewerkt door 'n steenhouwer. 't Leek nu wel +wat op den troon van Karel den Groote, dien Hans van de plaat kende, +en koning Droom zat er op ook, heel plechtstatig. En naast den troon +zat een groote kikker met 'n boek op z'n schoot en 'n penhouder in +z'n rechter poot. + +[Illustratie] + +"Da's mijn griffier," zei koning Droom. "Dat woord versta je niet, is +'t wel? Ik bedoel er schrijver mee." + +Hans wist niet goed hoe hij 't had, en hij zag nog veel meer. Om den +troon van koning Droom, stonden vele dieren, allen bewoners van het +bosch. Eekhoorntjes, konijntjes, kraaien, vinken, spechten, katuilen +en nog 'n menigte anderen. En toen Hans omkeek stond vlak achter hem +netjes aangekleed met 'n sabel op zij de vos. + +"Da's Reintje de veldwachter," zei koning Droom. + +Hans begon 't erg benauwd te krijgen met dien vreemdsoortigen +veldwachter achter zich. + +Hij begreep niet wat dat alles te beteekenen had. + +Zoo'n veldwachter, daar hield Hans niet van. Die kwamen altijd +opdagen, als je kwaad gedaan had. Ook vond hij dat koning Droom 'n +vreeselijk strak gezicht zette en dat het bizonder stil was om hem +heen. 't Scheen wel dat niemand een woord durfde spreken behalve +koning Droom. + +Koning Droom keek de vergadering eens rond en sprak toen plechtig: + +"Griffier kikvorsch, wie is 't eerst aan de beurt?" + +Deze keek in z'n boek en riep toen met luider stem: "Baas konijn!" + +'n Wild konijntje kwam uit de rij en plaatste zich met een diepe +buiging voor koning Droom, waarna deze vroeg: + +"Wel, baas konijn, wat heb jij te vertellen?" + +'t Konijntje wreef eens met z'n voorpootjes langs zijn neus, stak +zijn eene oor omhoog en zei: + +"Koning, deze leelijke jongen heeft mijn vrouw vermoord en al mijn +kinderen zijn daardoor van gebrek omgekomen: 't waren er zes." + +[Illustratie] + +Koning Droom keek Hans streng aan en vroeg: "Is 't waar Hans?" + +Hans kreeg 'n kleur en knikte ja. + +"Dan ben je 'n slecht schepsel Hans. Heb je er in 't geheel niet aan +gedacht, dat het konijntje misschien jongen had? Je hebt het gehoord, +het had er zes. Foei! wat was dat valsch van je!" + +"Wie volgt?" zei koning Droom. + +Griffier kikvorsch sloeg 'n blad om en riep: "Vrouw Eekhoorn". + +'n Mooi rood eekhoorntje trad voor den Koning. + +"Spreek op klein ding," zei koning Droom. + +"O, koning," zei 't roode eekhoorntje, "die booze jongen heeft 'n +jong van me gevangen en nu zit het arme dier in 'n draaikooi. Die +jongen staat er bij te lachen als het die kooi aan 't draaien maakt. +Hij vindt dat aardig, 't eekhoorntje verbeeldt zich, dat 't hard over +de boomtakken rent en 't komt niet eens van z'n plaats. Nu moet die +stumper z'n heele leven in die akelige kooi opgesloten zitten. Z'n +leven lang, de kooi laten draaien--voor 't pleizier van dien jongen!" + +Koning Droom schudde z'n hoofd, keek Hans eens aan, maar zei niets. +'t Eekhoorntje sprong weg en griffier Kikvorsch had z'n blad al weer +omgeslagen en riep "Juffrouw Vink." + +Een schildvink sprong van 'n boomtak en ging voor koning Droom +zitten. Ze begon te vertellen, dat Hans nesten uithaalde en de jonge +vogeltjes dood maakte. Maar 't ergste was, dat Hans Juffrouw Vink d'r +man had gevangen onder een mand, die hij met lekker eten er onder in +de sneeuw had gezet. Juffrouw Vink had de kooi zien staan, waar +mijnheer Vink zich nu in zat dood te kniezen. "Want ziet u, mijnheer +de Koning," zei juffrouw Vink, "al krijgt m'n man nu volop te eten, +hij is toch liever vrij. 't Is wel 'n toer in den winter om aan den +kost te komen, maar we zijn niet te lui en goeie menschen strooien +nog wel eens wat voor ons op den grond. Doch niet onder 'n mand +mijnheer de Koning, dàt doen alleen valsche menschen. En, mijnheer de +koning, we zijn pas een jaar getrouwd en nu wou ik zoo graag m'n man +terughebben." + +Toen vloog juffrouw Vink op 'n wenk van griffier kikvorsch weer weg, +vlak langs Hans z'n hoofd en ze piepte in 't voorbij vliegen +"leelijke valschert!" + +Er kwamen nog veel meer dieren klagen. Allen had Hans kwaad gedaan. +En koning Droom hoorde ze geduldig aan. Hans was niet op z'n gemak. +Koning Droom keek beslist boos en dat leek Hans 'n slecht teeken. +Koning Droom was machtig, dat had hij zelf bij ondervinding. +Wegloopen? Gemakkelijk gezegd. Als je in koning Droom's handen valt, +komt er nooit veel van wegloopen. + +"Niemand meer?" vroeg koning Droom. + +"Jawel, koning," zei griffier kikvorsch, z'n boek dichtslaand dat het +door den wolfskuil weerklonk, "Ik zelf!" + +De dieren wisten geen raad van pret toen de griffier dit zeide, want +hij zag er zoo dwaas uit en hij stapte zoo verwaand tot voor den +troon. + +"Doe nu niet zoo gek," zei koning Droom. "'t Is nu geen tijd voor +grappen?" + +"Ik maak geen grappen," zei griffier kikvorsch. "Deze jongen heeft al +ik weet niet hoeveel neefjes en nichtjes van me gevangen in de beek. +Eens heeft hij mij ook te pakken gehad, maar ik was hem te glad. Ik +kroop door z'n vingers en wip, ik weer 't water in. Ik was toen maar +'n gewone kikker en nog geen reus zooals ik nu ben. Laat Hans nu nog +maar eens opkomen, als hij durft. Ik slok hem op, in één hap!" + +Hans stond te bibberen van angst. 'n Klein kikkertje doodgooien was +makkelijk genoeg, maar zoo'n reus. Die griffier zag er lang niet +malsch uit. Wat 'n bek! + +Koning Droom keek naar Hans en zei: "Durf je? Mijn griffier daagt je +uit tot 'n tweegevecht". + +[Illustratie] + +Maar Hans was 'n lafaard. Zijn knieën knikten en hij was zoo bleek +als 'n doek. + +"Ik zie het al", zei koning Droom. "Diertjes die niets terug kunnen +doen, die durf je aan, hè? Je bent slecht Hans, slecht en wreed en +laf ook nog. Mijn vonnis zal zeer streng zijn." + +Nu was het plotseling doodstil. Alle dieren waren een en al aandacht. +Maar Hans wierp zich voor Koning Droom neder en riep: "Ik zal het +nooit wèèr doen. Nooit, nooit meer!" + +Alle dieren riepen: "Hij jokt koning, hij jokt!" + +"Stilte!" brulde griffier kikvorsch. + +Toen 't stil was geworden, was koning Droom aan 't woord en zei: +"Meen je 't Hans?" + +"Ja, gerust," zei Hans. + +"Nu dan, ik wil je gelooven. Ik zal zien wat je doen zult. Maar denk +er aan: "'n Man, 'n man; 'n woord, 'n woord!" Dezen keer kom je met +den schrik vrij." + +Hans sprong van blijdschap overeind... en zat in z'n bed, in het +kleine kamertje, waar nog altijd de maan door het venster keek en op +de dekens scheen. + +"Hé," dacht Hans, "wat heb ik raar gedroomd van dien koning en al die +dieren en van dien reus van 'n kikker." Hij kroop gauw weer onder de +dekens. + +Maar den volgenden dag vroeg hij aan z'n vader: "Vader mag ik het +eekhoorntje in het bosch brengen en de vink weg laten vliegen?" + +De boschwachter keek Hans eens aan en zei toen: "Wel zeker jongen mag +je dat, maar je moet er mee wachten tot het voorjaar. 't Is nu zulk +bar weer, hè?" + + + + +[Illustratie: hoofdstuk kopstuk] + + + + +De Kabouters en de City-bag. + + +De lente was in 't Bosch gekomen met heerlijk weer en jong groen. +Alles leefde weer op. De vogels waren luidruchtig en alle dieren +hadden het druk. Zelfs de dieren, die zich den heelen langen winter +verstopt hadden, waren weer voor den dag gekomen. + +Kobold en Gnoom hadden de lente ook gevoeld en hadden pret in al dat +nieuw ontwakende leven. Ze wandelden samen op hun zachte +pantoffeltjes over het opveerende mos en bekeken de uitbottende +knoppen en fluweelige blaadjes aan struiken en boomen, mooi afstekend +tegen de dennenaalden, die het den heelen barren winter hadden moeten +uithouden. + +Alle dieren, die zij tegenkwamen, groetten ze vroolijk en aan de +winterslapers vroegen ze schertsend of 't geen toer was geweest zoo'n +maand of wat te dutten. Ze wisten wel, dat die langslapers van het +bosch nog zoo dom niet waren. + +"Zullen we eens aan de beek gaan kijken?" stelde Kobold voor. + +"Mij goed," zei Gnoom, "ik wil de kikkers wel eens zien." + +"En ik ben nieuwsgierig naar m'n bloemetjes," voegde Kobold er bij. + +Ze gingen den kant op, waar de beek stroomde. Ze hadden geen haast en +drentelden heuveltje op en heuveltje af, overal staan blijvend om te +kijken, te ruiken en te luisteren. Ze hadden niemendal te doen en +hadden 't toch zoo druk, dat ze haast geen tijd hadden om vooruit te +komen. Ze waren nog lang niet aan de beek, toen Gnoom zei: + +"Ik ben warempel nu al moe. Ik moet eens even rusten, Kobold. Zullen +we 'n oogenblikje op die stronk gaan zitten?" + +"Zooals je wilt," zei Kobold. "Maar ik ga in 't mos liggen." + +Toen Gnoom op den afgezaagden boomstomp zat, zei Kobold: + +"De menschen hebben voor 'n mooi bankje gezorgd, Gnoom, doch ik wou +liever, dat ze onze boomen ongemoeid lieten. Als ik die houthakkers +bezig hoor, zou ik wel kunnen huilen, en jij?" + +[Illustratie] + +"Ik loop hard weg, wanneer ik die groote kerels met hun bijlen en +zagen maar zie aankomen," antwoordde Gnoom. + +"Kijk eens, ze zijn van den winter hier ook weer bezig geweest. Eén, +twee, drie, vier vijf dikke boomen hebben ze meegenomen." + +"Ja," zuchtte Kobold, "'t is erg. Maar hier laten ze gelukkig genoeg +staan. Dit bosch blijft. Weet je nog, dat we jaren geleden hierheen +verhuisd zijn, omdat de menschen ons heele bosch hadden omgehakt? Al +onze mooie boomen vielen onder hun bijlen en nu groeit er koren, +geloof ik." + +"De menschen zijn de baas, Kobold, wat zij willen dat gebeurt." + +"Precies," zei Kobold. "En je moet ook niet vergeten, dat de menschen +niet zooals wij in 'n bosch leven kunnen. 'n Enkele, zooals de +boschwachter, dat gaat, maar die moet z'n voedsel toch nog ergens +anders vandaan halen." + +"Laten we nu maar opstappen en naar de beek gaan," zei Gnoom. "Ik ben +weer heelemaal uitgerust. Met dat praten over de menschen raak je je +vroolijkheid maar kwijt en daar is 't veel te mooi weer voor. Hoor je +dien koekoek? Die heeft er ook zin in vandaag. Hij is al wel vijf +minuten aan het koekoeken." + +"En kijk eens," riep Kobold, "daar zit baas Specht met z'n vrouw te +kloppen. Hé, Specht, goeien morgen, hoe heb jij 't met het mooie +weer?" + +"'k Heb geen tijd om te praten," riep de specht terug. "We moeten nog +een gat hakken voor ons nest." + +"Maar je hadt toch 'n flinke woning hier in de buurt, verleden jaar?" +vroeg Gnoom. + +"Jawel," schreeuwde nu vrouw Specht, "hier vlak bij. Maar ze hebben +van den winter den boom omgehakt." + +Klop, klop, klop gingen de bekken der spechten weer en de kabouters +wandelden verder. + +"Ik ben blij, dat ik geen specht ben," lachte Kobold. "Zoo'n gat in +'n boom hakken lijkt me 'n lastig werkje, zoo zonder gereedschap." + +"Zonder gereedschap? Neen maar, hoe kom je dààr bij? Wou je nog +mooier beitel hebben, dan zoo'n spechtensnavel? Ik wed dat de specht +het vlugger doet, dan 'n timmerman!" + +"Je hebt gelijk," zei Kobold. "'t Was dom van me." + +"Zeg eens Kobold," zei Gnoom na 'n poosje, "we komen zoo nooit bij de +beek. We loopen verkeerd." + +"Dat zie ik ook," zei Kobold. "Maar dat is niemendal. Wij zijn hier +vlak bij den plas. Daar is 't ook mooi, en naar de beek kunnen we +morgen nog wel gaan." + +[Illustratie] + +"Ook goed. Ik vind het bij den plas nog wel zoo prettig," zei Gnoom. +"Je kunt zoo'n eind over 't water kijken, dat net voor je ligt als 'n +spiegel en aan den overkant zie je heel ver weg de boomen. En dan in +'t midden het eilandje met al dat riet er om. Ik zou wel eens op dat +eilandje willen kijken. Ben jij er wel eens geweest?" + +"Ik wel," zei Kobold. "Maar 't is lang geleden. Op 'n boomstam ben ik +er heen gevaren." + +"Op 'n boomstam!" gaapte Gnoom. "Hoe durfde je! Kunnen we dat niet +nog eens doen?" + +"Als er maar 'n boom in 't water ligt," zei Kobold, "dan met alle +plezier." Doch toen ze bij den plas kwamen lag er geen boomstam in 't +water, hoe ze ook tusschen 't riet zochten, wat 'n heel erg +gevaarlijk werk voor de kleine kabouters was, want zonder dat ze er +erg in hadden stapten ze soms in 't nat. Maar ze hadden toch schik, +want 't was o zoo mooi bij den plas. Tusschen de gele rietstengels, +die hard en droog geknakt en verwaaid den heelen winter waren blijven +staan, wuifden nu weer de groene biezen en riethalmen. De +plompeblaren dreven al hier en daar boven als groene schuitjes en +andere, die 't nog niet zoover gebracht hadden, kwamen met 'n randje +boven 't watervlak uit. Er stond vlak bij de kabouters 'n reiger met +z'n lange beenen in het water, alsof hij over iets stond na te +denken, en tusschen het riet zwommen vlugge waterhoentjes met kleine +donkere kuikentjes. En de zon scheen over de boomen van het bosch +heen en spiegelde zich in het stille water, zoodat er twee zonnetjes +waren. + +De kabouters vonden het prachtig bij den plas. Ze raakten niet +uitgekeken. Telkens wezen ze elkaar weer wat anders, dat ze nog niet +opgemerkt hadden. Tot eindelijk Gnoom riep: + +"Daar komt me zoo waar Troll ook aan!" + +"Wat zeg je," riep Kobold, "Troll? Waar dan?" + +[Illustratie] + +"Wel daar, recht voor je, tusschen de boomen." + +"Heb je ooit," prevelde Kobold verwonderd, "waar zou die zoo lang +gezeten hebben? Den heelen winter heb ik niets van hem gezien of +gehoord. Jij?" + +"Ik ook niet," zei Gnoom. "Kijk, hij komt regelrecht op ons af. Hij +heeft ons zeker gezien, Kobold, kan jij zien wat hij in z'n hand +heeft?" + +"Ik niet," zei Kobold. "Ik kan er niets van maken. Wat zou 't zijn?" + +"Ik word nieuwsgierig," zei Gnoom "Ga je mee?" + +Ze gingen met hun beiden den ander te gemoet en waren in 'n wip bij +hem. Die ander was ook 'n kabouter en heette Troll, maar den heelen +winter was hij zoek geweest en nu stond hij daar opeens weer voor +Kobold's en Gnoom's oogen. Ze waren blij, dat ze hun kameraadje weer +terugzagen en wel wat nieuwsgierig te vernemen waar hij dien heelen +winter gezeten had, maar nog nieuwsgieriger waren ze te weten wat +voor 'n ding hij bij zich had. Zoo iets hadden ze nog nooit gezien. + +"Goeie morgen," riep Gnoom, "waar kom jij vandaan?" + +En Kobold riep: "Dag Troll, hoe maak je het?" + +"Dank je, heel goed," zei Troll, "en hoe maken jullie het? Den heelen +winter in je holletjes gezeten?" + +"Dat kan je begrijpen," zei Gnoom. "We hebben pret genoeg gehad, niet +Kobold, met dat opgezette konijntje, hè?" + +"Nou," zei Kobold, "of we. En toen 't erg koud was zijn we binnen +gebleven, zooals kaboutertjes altijd doen." + +"Zoo," kwam Troll, "doen kabouters dat altijd.... Behalve ik, hè? +Ik ben op reis geweest." + +"Den heelen winter?" vroeg Gnoom ongeloovig. "We dachten, dat je +weggekropen was ergens diep onder den grond." + +"Heelemaal mis--glad mis," lachte Troll. "Ik heb gedaan net als de +menschen en ben ergens geweest waar 't gèèn winter was." + +"Wat zèg je?" riepen Kobold en Gnoom te gelijk. "Dat jok je. 't Is +overal winter." + +"Je hebt geslapen al dien tijd, man," zei Gnoom, "en wat gedroomd en +dat speldt je ons nu op de mouw. Loop heen, mannetje, wou jij twee +slimme kabouters wat wijs maken?" + +"Zoo, en wat is dit dan?" zei Troll triomfantelijk en hij hield hun +het vreemde ding onder den neus. "Daaraan kan je zien, dat ik op reis +geweest ben, of niet?" + +"Dat weet 'k niet," zei Kobold. "Ik kan niks aan 't ding zien. Jij +Gnoom?" + +"Niemendal," zei Gnoom. "Wat is 't voor 'n ding?" + +"Dat is mijn City-bag," antwoordde Troll, met 'n wijs gezicht. + +Kobold stipte met z'n vinger op 't geel leeren ding en herhaalde: +"Cit-y-bag. Cit-y-bag." + +En toen zei Gnoom: "Cit-y-bag, Cit-y-bag. Begrijp jij er wat van, +Kobold?" + +"Geen steek." + +"Ik ook niet. Cit-y-bag zeg je, hè Troll en 't is 'n tasch?" + +"Dat is het," riep Kobold. "'t Is 'n tasch en jij zegt.... Wat zei +je er ook weer tegen, Troll. Ik ben 't al weer vergeten." + +"'t Is ook 'n tasch," zei Troll, "maar 't heet city-bag." + +"Da's malligheid," riep Gnoom, "'n tasch is 'n tasch en geen... 'k +ben 'n boon als ik 't nog zeggen kan." + +"Dat komt," zei Troll, "omdat jullie nooit op reis geweest bent. +Tegenwoordig gaat niemand meer uit zonder zoo'n city-bag. Daaraan +ziet iedereen dadelijk, dat je op reis bent." + +"Wat zit er in?" vroeg Kobold. + +"O, van alles," legde Troll uit, "Ik heb er m'n kam in en...." + +"En wat nog meer?" vroeg Kobold nieuwsgierig. + +"Niks meer," zei Troll, "ik had niets meer om er in te doen." + +Kobold rolde in 't gras van 't lachen toen Gnoom zei: "Je hadt er +zelf dan nog best bij gekund." + +"Och," riep Troll 'n beetje boos, "dat weet ik ook wel. Ik had die +kam best in m'n zak kunnen steken, maar op reis hoor je alles in 'n +city-bag te doen, al heb je niemendal, dan doe je 't nog in 'n +city-bag." + +"'t Is mij te geleerd," zei Gnoom. "Ga jullie mee?" + +Ze gingen nu met hun drieën terug naar den plas en daar gingen ze in +'t mos liggen. Troll was erg moe en viel in slaap. Kobold stootte +Gnoom aan en fluisterde: "Zeg Gnoom, geloof jij, dat hij enkel maar +'n kam in die tasch heeft zitten?" + +"Ik weet het niet," fluisterde Gnoom terug. "Maar we kunnen eens +kijken. Weet jij hoe zoo'n ding opengaat?" + +"Ik niet, 't is voor 't eerst van m'n leven, dat ik zoo'n... hoe +heet het ook weer, onder de oogen heb. Doch we kunnen 't probeeren." + +[Illustratie] + +De twee kabouters gingen nu heel stil aan 't werk. Ze trokken en +duwden en werkten zich in 't zweet, doch ze konden de tasch maar niet +open krijgen. + +"'t Is een raar ding," meende Gnoom, terwijl Kobold nog maar steeds +aan 't tobben was. "Schei maar uit, Kobold, je krijgt 't toch niet +open." + +"Ik niet!" zei Kobold, "'t moèt open--al-zou-ik-het-heele-ding-stuk +trekken.... Dààr! 't Is al open!" + +"Hè!" riep Gnoom "eindelijk! Hoe deê je dat?" + +"Dat weet ik niet," fluisterde Kobold. "Het ging geloof ik vanzelf. +Mooi van binnen, hè? Voel eens met je hand. O, hier heb ik de kam." + +"Willen we Troll eens bij den neus nemen?" zei Gnoom. "Dan moet jij +de kam in je zak steken en dan doen wij 'n grooten kikker in den +tasch." + +"Da's goed," lachte Kobold. "Laten we dan gauw 'n kikker gaan +vangen." + +"Zou Troll niet wakker worden?" + +"Wel neen, hij slaapt als 'n stekelvarken. Kom, we moeten 'n heele +groote zien te krijgen." + +Ze gingen nu samen op de kikkerjacht. Er zwommen bazen van kikkers in +den plas en nu loerden de twee kabouters of er niet zoo'n dikkert in +'t gras zat. Eindelijk zagen ze er een en ze joegen hem op, van 't +water vandaan. 't Was 'n heele toer om 'm te pakken te krijgen. +Telkens ontglipte de groenrok. Hij deed sprongen zoo groot, dat de +kaboutertjes hem bijna niet konden bijhouden. Doch eindelijk hadden +ze hem en hielden hem nu stevig met hun tweeën vast; hij was zoo +glibberig en zoo sterk en hun handjes waren maar klein! + +[Illustratie] + +Troll sliep nog lekker en ze hadden tijd genoeg om den kikker in de +City-bag te doen. Dat ging nog niet zoo gemakkelijk. Kobold wist niet +goed meer hoe 't ding openging en Gnoom kon hem niet helpen, want die +had tobberij genoeg met z'n kikker. Doch eindelijk was de tasch weer +open en de kikker ging er in. Kobold en Gnoom deden nu net of ze +sliepen, om Troll geen argwaan te geven bij z'n ontwaken. Ze vonden +'t wel wat vervelend zoo zonder praten te blijven liggen, en 't +duurde nog al lang ook. Maar 't kon niet anders, wilden ze hun +plannetjes niet laten mislukken. Er verliep zeker nog wel 'n uur voor +Troll wakker werd. Eerst geeuwde hij 'n paar keer en ging recht op +zitten. Daarna riep hij: "Hè, hè, daar ben ik eens heerlijk van +opgefrischt. Hé, Kobold, Gnoom, slaapmutsen, wordt eens wakker!" + +Kobold bromde maar wat en Gnoom zei nijdig: "Hou je mond toch, ik kan +niet slapen." + +Maar ze hadden moeite genoeg om zich goed te houden. Na 'n kort +poosje had Kobold er genoeg van. Hij sprong overeind en riep: +"Hoelang heb ik wel geslapen? Gnoom, kerel, vooruit, luilak. Je +slaapt nog langer dan Troll en die is nog wel op reis geweest." + +Nu werd Gnoom toch ook wakker. "Wat zeg je?" riep hij, "Troll? Wat is +er met Troll?" + +"Och, je slaapt nog," zei Kobold. "D'r is niemendal met Troll. Kom +sta maar op, ik wou naar huis." + +Troll nam deftig z'n City-bag op. De twee andere kabouters vonden dat +het nu tijd was om hun plannetje ten uitvoer te brengen. Kobold stiet +Gnoom aan en zei met 'n strak gezicht: + +"Je moest ons eerst eens in dat ding laten kijken, Troll." + +"Ja," zei Kobold, "dat mocht je voor 'n paar oude vrienden wel over +hebben." + +"En ik heb jullie gezegd, dat er niets in zit, dan 'n kam!" riep +Troll. + +"Dat kan je ons wel wijs maken," zei Kobold. "Wat zeg jij Gnoom?" + +"Nou, dat vind ik ook!" meende deze. + +Troll smeet z'n City-bag nijdig neer en riep: "Daar dan, kijk zelf. +Ik vind het lang niet mooi, dat je me niet vertrouwt. Vroeger +geloofde jullie me altijd op m'n woord." + +Kobold en Gnoom deden maar net of ze van Troll's woorden niemendal +hoorden. Ze knielden bij den tasch en rukten en plukten en trokken en +duwden, maar waren wel zoo wijs, dat ze de tasch niet openmaakten. + +"Je kan er niks van," riep Gnoom, "Laat mij 't maar alleen +probeeren." Kobold stond op en liet Gnoom z'n gang gaan. Tegen Troll +zei hij: "'n Raar ding hoor! Ik heb het er niet op begrepen." + +Gnoom peuterde ook nog 'n poosje, maar gaf toen 'n nijdigen schop +tegen de tasch: "Is dàt 'n ding," riep hij, "'t kan niet eens open!" + +Troll had schik over z'n domme kameraadjes. Hij ging op den grond +zitten en nam de tasch voor zich. "Kijk," zei hij, "domooren, 't is +heel eenvoudig, zoo gaat hij open." + +[Illustratie] + +De tasch was nog niet heelemaal geopend of daar wipte de kikker met +'n geweldigen sprong uit z'n gevangenis, vlak langs Troll's neus. +Troll viel van verbazing en schrik languit op z'n rug en Kobold en +Gnoom schreeuwden, alsof ze zich halfdood geschrikt hadden. + +"Gooi weg dat ding!" riep Gnoom. "'t Is behekst. Gooi weg." + +Troll, 'n beetje bekomen, keek in de tasch naar z'n kam, maar die was +er niet. "Ik begrijp er niemendal van," zei hij. "Ik heb er m n kam +in gedaan en nu springt er 'n groote kikker uit!" Hij greep de tasch, +waarop hij zoo hoovaardig was geweest en smeet die in den plas. + +"Wat doe je nou?" vroeg Kobold, "dien kikker hebben wij er in gedaan. +Hier is je kam." + +En Gnoom zei: "Je moet nòg eens op reis gaan, om slim te worden +Troll!" + +Troll zei niets, maar keek naar den plas, waar z'n mooie City-bag +tusschen 't riet lag. + + + + +[Illustratie: hoofdstuk kopstuk] + + + + +Schipper Troll. + + +Op zekeren dag kwamen Kobold en Gnoom hun vriend Troll tegen. Hij +scheen bijzonder in zijn humeur en dat vonden Kobold en Gnoom erg +pleizierig, want van booze Kabouters hielden ze niet. + +"Waar gaan jullie naar toe?" vroeg Troll. + +"We gaan eens kijken of er geen boom in den plas ligt," zei Gnoom. +"Ik wou zoo graag eens op dat eiland gaan kijken." + +Troll begon te lachen en zei: "Dat kan je heel gemakkelijk en je hebt +er geen boom voor noodig. Ga maar mee." + +"Hoe dan?" vroegen ze nieuwsgierig. + +"Heel eenvoudig; d'r ligt 'n schuit op den plas." + +"'n Schuit?" riep Gnoom. + +"Ja zeker 'n schuit, ik heb 't gezien toen ik er voorbij kwam, vóór +ik jullie ontmoette van de week." + +"En kunnen we daarin overvaren met z'n drieën?" + +"D'r kunnen wel honderd kabouters in," zei Troll. "Je moet niet +vergeten dat 't 'n boot is waar zeker wel vijf menschen in kunnen +zitten, misschien nog wel meer." + +"'n Schuit op den plas," zei Kobold ongeloovig. "Zoo oud als ik ben +heb ik er nog nooit zoo'n ding op gezien. Hoe kan dat nu? Die plas +heeft nergens 'n uitgang, hoe kan je daar dan met 'n schuit in +komen?" + +"Ho, ho," riep Gnoom, "de menschen zijn sterk hoor. Met 'n paar man +dragen ze gemakkelijk zoo'n bootje. Of anders op 'n wagen. Neen dàt +kan best." + +"Maar wat zouen ze met 'n boot op den plas?" zei Kobold weer. + +"Wel, visschen," meende Gnoom, "of voor hun pleizier varen... of +misschien waren ze wel nieuwsgierig naar het eiland!" + +"In ieder geval," zei Troll, "de boot is er. "Hoe die er gekomen is +kan ons niet schelen hé?" + +"Troll heeft gelijk, riep Gnoom, voor mijn part was ie uit de lucht +komen vallen." + +[Illustratie] + +"Maar," begon Kobold weer, "kunnen wij zoo'n groot schip hanteeren? +Troll zegt er kunnen wel honderd kabouters in...." + +"Nou, honderd... da's misschien wat veel," zei Troll, "laten we +zeggen vijftig." + +"Vijftig dan," zei Kobold. "Ik heb nooit gevaren, jij wel Gnoom?" + +"Ik! Neen hoor, ik ben altijd een beetje bang voor 't water geweest. +Kaboutertjes zijn nu eenmaal geen zeelui." + +"Als we eens omsloegen," sprak Kobold verder. "Er is nog al veel +wind. Kan je zwemmen Gnoom?" + +"Zwemmen? Ben je mal. Ik ben geen eendvogel. Wat denk je wel van me?" + +"Ik wou alleen maar zeggen, dat ie dan verdrinkt als we omslaan." + +"Precies, als we," zei nu Troll. "Maar we slaan heel niet om, dat +weet ik vast. Die boot is geen notedop, lang niet. En de wind komt +ons juist van pas, we behoeven nu zelf niets te doen. De wind brengt +ons op 't eiland." + +"Hoera!" riep Gnoom. "Die Troll is 'n matroos geloof ik. Kom, vooruit +naar de boot!" + +Troll lachte weer en Kobold schudde z'n hoofd. Maar Gnoom werd kwaad +toen ie Kobold dat zag doen. "Krabbel jij terug," smaalde hij. "Dan +gaan wij alleen Troll. En diè zegt nog wel, dat ie op 'n boomstam +overgevaren is en hij durft het niet in 'n schip! Je bent ook al geen +held, hoor!" + +"Beter bloode Jan, dan doode Jan," zei Kobold. "Maar als jij 't er nu +eenmaal op gezet hebt te gaan varen in die schuit, dan laat ik je +niet in den steek." + +"Da's betere praat," riep Gnoom. "Vooruit, jongens! Dat kan een mooie +dag worden!" + +Ze stapten nu vlug door 't bosch en namen natuurlijk den kortsten weg +naar den plas. Troll liep vooruit. Die scheen ook haast te hebben. + +Ze moesten langs den oever van den plas loopen naar de overzijde en +daar lag werkelijk een boot tusschen 't riet te schommelen, want de +plas was erg onstuimig door den fellen wind. De boot was met 'n touw +vastgemaakt aan 'n boom dicht bij den oever. + +"Zie je nu wel Kobold, dat Troll gelijk had?" zei Gnoom erg in z'n +schik. "Wat 'n prachtig schip! Ik kan er niet eens inkijken, zoo hoog +steekt het boven 't water uit. Nu, maar dààrin zullen we niet +verdrinken." + +"Dat denk ik ook niet," zei Kobold ernstig, "maar misschien wel in +den plas. Kijk het eens golven!" + +Troll had de boot losgemaakt en trok haar naar den kant. Hij gaf het +touw aan Gnoom en klom zelf in de boot. "Kom maar," riep hij, "ik ben +er al." + +Kobold en Gnoom deden nu ook net als Troll, en Gnoom sprong als 'n +dolleman in 't rond, terwijl Kobold bedachtzaam de boot inspecteerde. +Alles bekeek hij. Er waren twee bakjes midden en een voor en achter. +Deze konden opgetild worden en dat deed Kobold. + +[Illustratie] + +Onder de bankjes was ruimte om wat in te bergen. De boot was 'n +groote roeiboot met 'n vierkant gat in 't voorste middenbankje, om er +'n mast in te kunnen zetten voor 't zeil. Maar de mast en 't zeil +waren er niet, evenmin als roeiriemen, doch er lag 'n soort vaarstok +op den bodem. + +Deze stok trachtte Troll alleen te hanteeren om van wal te steken. +Dat lukte evenwel niet, de stok was voor één kaboutertje te zwaar. +Gnoom hielp. Nu duwden ze met al hun kracht en brachten de boot uit +het riet. 't Water was niet erg diep. + +Ze bleven dus maar aan den gang met hun vaarstok. Kobold zat aan 't +roer. In 't open water begon de boot te dansen op de schommelende +golven en de kabouters waren geen erge waterrotten; ze vonden dat +gehobbel niet zoo heel pleizierig. Kobold keek aldoor maar ernstig, +die leek wel 't bangste van allemaal. Gnoom dacht aan z'n eiland en +wilde niet bang zijn. Troll grinnikte soms van pleizier en dan keek +Kobold een beetje verwonderd naar hem. Toen ze een eindje geboomd +hadden kwam de wind hen helpen en nu ging 't wat vlugger. 't Ging +gelukkig zonder ongevallen en toen ze eindelijk bij 't eiland +aanlegden, zei Troll: "Zie je nu Kobold, dat het best gaat!" + +"Maar hoe gaan we terug," vroeg Gnoom. "We varen aan den anderen kant +van 't eiland af en dan helpt de wind ons weer naar den oever." + +"En dan moet de eigenaar van de boot, zeker maar eens daar gaan +zoeken als ie z'n vaartuig noodig heeft, zei Kobold. Of stuur je 'm +'n boodschap dat z'n schuit naar de overzijde van den plas is +verhuisd?" + +"Jij met je eigenaar," riep Troll uit z'n humeur. "Wat kan ons dien +vent schelen? Kom, laten we eerst de boot maar naar de andere zij van +'t eiland brengen. Kijk dat doen we zoo." + +Hij wierp den zwaren vaarstok in de boot en ging op 'n bankje zitten +aan den kant van 't schuitje. Hij greep nu telkens 'n overhangenden +tak en trok 't scheepje vooruit. Gnoom had wel uit 't schuitje willen +springen om maar op het eiland te kunnen zijn. Hem beviel dat varen +naar den anderen kant niemendal. + +"Hè, laten we dat maar doen, als we weg gaan," zei hij spijtig. + +"Neen," zei Troll. "We moeten nu naar den anderen kant." + +"Waarom kan dat zoo meteen niet?" vroeg Kobold. "Je ziet toch dat +Gnoom van nieuwsgierigheid bijna uit de boot rolt!" + +"Omdat...," zei Troll, alsof hij niet goed wist, wat hij zeggen +zou, "omdat... we misschien te moe zijn, als we op dat eiland +hebben rondgedoold." + +"Nu goed dan!" zei Gnoom. "Eerst maar naar den anderen kant. Maar dan +blijven we ook zooveel te langer hoor!" + +"Je kan zoo lang blijven als je verkiest," mompelde Troll. + +Kobold zei niets, maar begon evenals de anderen ijverig mee te +trekken. 't Ging nu vlug vooruit soms tusschen 't riet en soms in +open water en ze kwamen na 'n half uurtje goed en wel aan den anderen +kant. Hier maakten ze de boot met het touw aan een boom vast. + +"Ik heb een beding," zei Kobold: "We blijven bij elkaar." + +"Waarom?" vroeg Troll. "Zóó groot is 't eiland niet en we weten alle +drie waar onze boot ligt, zou ik denken. Wat jij, Gnoom?" + +"Ik ben voor bij elkaar te blijven," zei Gnoom. + +"De meeste stemmen gelden," sprak Kobold snel. "Dat is dus +afgesproken." + +"Voor mijn part!" bromde Troll en hij lachte stilletjes, doch dat zag +Kobold net. + +Nu begon een prettige tocht naar 't eilandje. Gnoom was in de wolken. +Zoo'n echt wild bosch, als het daar was! Dikke boomen, waar de wilde +klimop tegen opgekropen was tot in den top en dichte struiken, waar +je haast niet door kon komen van al de prikkels. En dan ineens weer +'n open plek met 'n paar zware eiken, die daar stonden als koningen, +niets in hun nabijheid duldend, dan wat nederig bij den grond bleef. + +[Illustratie] + +Gnoom werd telkens knorrig op Kobold, die hem aan z'n mouw trok en +aanmaande om door te loopen. Kobold zei niet veel, maar hij lette op +Troll, die erg veel lust scheen te hebben in de struiken te kruipen. +Waar Troll heenging volgde Kobold en die zorgde er wel voor dat Gnoom +bij hem bleef. Zoo ging het misschien 'n uur achter elkaar tot Kobold +opeens bleef staan en tegen Gnoom zei: "Weet jij waar Troll is?" + +"Troll!" zei Gnoom, "wel die was 'n poosje geleden nog daar voor +ons." + +"Ja, dat was een kwartier geleden," zei Kobold. "Hij heeft zich niet +aan de afspraak gehouden." + +"Och," zei Gnoom, "is dat nu zoo erg? We zullen hem wel weer bij de +boot vinden tegen den avond als we teruggaan?" + +"Als we zoolang wachten, dan is er heelemaal geen boot meer," zei +Kobold. + +"Heelemaal--geen--boot--meer?" riep Gnoom met 'n heel verbaasd +gezicht. "Wat bedoel je daarmee?" + +"Daar bedoel ik mee," zei Kobold, "dat Troll van plan is alleen met +de boot weg te varen en ons hier te laten zitten, op het eiland, waar +we natuurlijk in wie weet hoe langen tijd niet vandaan kunnen." + +"Wat zeg je?" gaapte Gnoom. "Is hij dat van plan? Maar hoe weetje +dat?" + +"O," antwoordde Kobold, "dat zal ik je wel even uitleggen. Maar we +kunnen onderhand wel teruggaan naar de boot. Misschien zijn we hem +wel voor.... Weet je waarom hij de boot niet aan den anderen kant +wilde laten liggen tot vanavond? Neen hè? Nu dat deed hij, omdat het +voor hem alleen te moeilijk was de boot daarheen te brengen en hij +toch onmogelijk met de boot kon vertrekken aan den windkant. Nu kan +mijnheer heengaan wanneer het hem belieft, begrijp je? Ik heb hem den +heelen dag al zien grinniken, 'n poosje geleden nog, toen ik bedong, +dat we bij elkaar zouden blijven." + +"Da's waar ook," zei Gnoom, "hij wou, dat we niet bij elkaar zouden +blijven." + +"Laten we maar wat doorloopen," zei Kobold. "anders is hij misschien +al weg." + +"Dan moet hij toch vlug zijn," meende Gnoom. + +'n Poosje later bereikten ze den oever en vonden daar de boot in +denzelfden toestand en er was geen Troll te zien. + +Gnoom keek Kobold eens aan en zei: "Had je 't misschien mis, +vriendje. 't Is gemakkelijk genoeg iemand van iets kwaads te +verdenken." + +"Ik hoop het," zei Kobold. "Maar we zullen de proef nemen. Kijk eens +hier in de boot." + +Ze klommen nu allebei in 't schuitje, en toen ging Kobold voort. +"Hier voor, onder die bank is een kistje, daar kruip jij in. Daar is +ruimte genoeg voor jou en lucht ook, want er zijn in het plankje twee +gaatjes, die de menschen gebruiken om er hun vingers in te plaatsen +als ze het plankje willen optillen." + +[Illustratie] + +"En jij?" vroeg Gnoom. + +"Ik kruip in 't hoekje onder 't achterste bankje bij 't roer. Als +Troll komt en hij wacht, dan heb ik ongelijk--en als hij alleen +afvaart, dan neemt hij ons toch mee, al is het tegen z'n wil." + +"Kobold, je bent de slimste kabouter dien ik ooit gezien heb. Ik +kruip al weg." + +'n Ogenblik later was Kobold ook in z'n hokje. + +'n Poosje was het doodstil, maar toen hóorden de twee verstopte +kabouters 'n gekraak van takken en 'n bons in de boot. Vervolgens +hoorden ze plassen in 't water en 'n geschuur langs den kant van 't +schuitje, zoodat Kobold en Gnoom begrepen, dat Troll was weggevaren, +zonder op hen te wachten. + +[Illustratie] + +Gnoom was woedend over dat verraad en had wel te voorschijn willen +springen om maar dadelijk met Troll af te rekenen. Maar hij bedacht, +dat die slimme Kobold waarschijnlijk wel 'n plannetje zou hebben. Hij +besloot dus maar te blijven zitten tot Kobold hem kwam roepen. 't +Duurde erg lang, die overtocht. De plas was daar nog al breed en +schipper Troll had alléén 'n verbazende toer met z'n zwaren vaarstok. +De wind hielp wel 'n beetje, maar vlak onder het eiland was z'n +kracht niet heel groot. Toen 't schuitje verder van 't eiland af +raakte ging 't beter, maar Troll's tobberij met den vaarstok werd nog +grooter, want 't schuitje ging dwars voor den wind liggen. Eindelijk +hoorden Kobold en Gnoom 't schuitje weer schuren langs 't riet en +daarna 'n bons van den neergeworpen vaarstok. Kobold luisterde scherp +en tilde toen het deksel van z'n gevangenis 'n heel klein eindje op. +Aan alle kanten zag hij hoog riet en in 't schuitje niemand. Hij +kroop voorzichtig uit z'n kistje en sloop naar voren. Snel kwam nu +ook Gnoom te voorschijn, en toen fluisterde Kobold hem toe: "Geen +leven maken hoor! We zullen de boot door 't riet trekken, naar den +kant. Troll heeft de schuit niet eens vastgelegd." Dat deden ze en +waren in 'n wip op vasten grond. Op de plek waar ze geland waren +stond dicht kreupelhout. + +"Da's erg goed getroffen," fluisterde Kobold. "Onze schipper heeft 'n +mooi plekje voor ons uitgezocht. We kunnen nu op ons gemak eens +rondloeren waar hij gebleven is. Hierheen, Gnoom. Ik geloof, dat ik +voetstappen zie. Kijk jij eens." + +[Illustratie] + +Gnoom keek en was van dezelfde meening en nu gingen ze omzichtig +voorwaarts. Aan den rand van 't kreupelbosch gekomen tuurden ze door +de takken en zagen onder 'n boom schipper Troll liggen. + +"Hij is zeker moe," zei Kobold. + +"Dat denk ik ook," lachte Gnoom. "Hij heeft werk voor drie moeten +doen. Wat heb je voor 'n plannetje. Zouden we hem 'n pak slaag +geven?" + +"Wel neen," zei Kobold. "Als hij slaapt, gaan we naast hem liggen, +ieder aan 'n kant en dan zal je zijn gezicht eens zien, als hij +wakker wordt." + +"Prachtig! prachtig!" fluisterde Gnoom. "Je bent een meester in 't +verzinnen van prettige dingen. Da's veel, véél mooier dan 'n pak +slaag! Maar hij kan wel zoo lang blijven slapen Kobold!" + +"O dan maken we hem wel wakker. Kom nu maar mee. Hij zal nu wel +slapen." + +Ze liepen heel zachtjes en maakten een omweg, zoodat ze achter Troll +kwamen en toen slopen ze op hun tenen naderbij. Troll sliep. Kobold +en Gnoom gingen stilletjes naast hem liggen. 'n Minuut of tien hadden +ze gelegen, toen Gnoom al begon te wenken aan Kobold dat ie 't tijd +vond om Troll wakker te maken. Kobold nam nu een lange grashalm en +gaf die aan Gnoom en beduidde hem, dat-ie daarmee Troll maar eens in +z'n gezicht moest kittelen. Dat deed Gnoom met het grootste genoegen. +Troll voelde er eerst niets van, maar begon langzamerhand allerlei +gezichten te trekken en eindelijk aan z'n neus te wrijven, doch Gnoom +hield niet op voor Troll met een geeuw wakker werd. Hij wreef z'n +oogen uit en deed ze toen zoo wijd open als hij maar kon, want hij +zag iets waar hij niemendal van begreep: naast hem lagen Kobold en +Gnoom! Hij dacht eerst dat ie droomde, maar bemerkte al heel gauw, +dat ie klaar wakker was. Bleek van schrik stotterde hij: + +"Hoe--ben--jelui--hier--gekomen?" + +"Ja man," zei Gnoom, "da's 'n kunstje, dat moet je van Kobold zien te +leeren." + +[Illustratie] + +"Je moet de schuit nog op haar plaats brengen," zei Kobold. "We zijn +hier gekomen om je dat even te zeggen." + +"Dat--kan--ik--niet," kwam bibberend van Troll's lippen. +"Die--boot--is zoo--zwaar." + +"Wat zwaar!" stoof Gnoom op. "Je kunt alleen over den plas varen, met +twee passagiers in je boot en nou wil je beweren, dat-ie te zwaar is +met niemand er in? Vooruit, of ik zal 't je leeren!" + +"Twee passagiers in de boot," mompelde Troll, "en de boot was leeg!" + +Hij zette zoo'n verschrikt gezicht, dat Kobold en Gnoom in lachen +uitbarstten en de laatste riep: "Ja Troll, hier staan je passagiers. +Ze zaten in je boot terwijl jij dacht, dat ze op 't eiland waren +achtergelaten. Knap hé?" + +[Illustratie: hoofdstuk staartstuk] + + + + + + +End of Project Gutenberg's Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH *** + +***** This file should be named 46263-8.txt or 46263-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/4/6/2/6/46263/ + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License available with this file or online at + www.gutenberg.org/license. + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation information page at www.gutenberg.org + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at 809 +North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email +contact links and up to date contact information can be found at the +Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For forty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/46263-8.zip b/46263-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9b23bf5 --- /dev/null +++ b/46263-8.zip diff --git a/46263-h.zip b/46263-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4c73a9c --- /dev/null +++ b/46263-h.zip diff --git a/46263-h/46263-h.htm b/46263-h/46263-h.htm new file mode 100644 index 0000000..ca96ee6 --- /dev/null +++ b/46263-h/46263-h.htm @@ -0,0 +1,2880 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<HTML> +<HEAD> + <META http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + <TITLE>KABOUTERS IN HET BOSCH</TITLE> + + <style type="text/css"> + + BODY {margin-left: 10%; margin-right: 10%} + + p {text-indent: 2%} + + body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + + .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;} + + .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;} + .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;} + .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;} + + .fontsize80 {font-size: 80%;} + .fontsize60 {font-size: 60%;} + .fontsize133 {font-size: 133%;} + + /* use for Transribers Notes and such */ + .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;} + + </style> + +</HEAD> +<BODY> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Kabouters in het Bosch + +Author: Kees Valkenstein + +Illustrator: Kees Valkenstein + +Release Date: July 12, 2014 [EBook #46263] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH *** + + + + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + + + + + +</pre> + + +<center><img src="images/cover.jpg" alt="Cover"></center> +<center>[Illustratie: kaft]</center> +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><h2>KABOUTERS IN HET BOSCH</h2></center> +<br> +<br> +<br> +<br> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><h1>KABOUTERS IN HET BOSCH</h1></center> +<br> +<br> +<center><h4>DOOR</h4></center> +<br> +<br> +<center><h3>KEES VALKENSTEIN</h3></center> +<br> +<hr align="center" width="25%"> +<br> +<center><h4>GEÏLLUSTREERD DOOR DEN SCHRIJVER.</h4></center> +<br> +<br> +<center><img src="images/logo.jpg" alt=""></center> +<br> +<br> +<center><h4>UTRECHT<br>W. DE HAAN.</h4></center> +<br> +<br> + + +<br> +<br> +<br> +<br> +<hr align="center" width="75%"> +<center>DRUK VAN MORKS & GEUZE, DORDRECHT.</center> +<br> +<br> +<br> +<br> + +<div align="center"> +<h3 align="center">INHOUDSOPGAVE</h3><br> +<br> +Hoofdstuk + +<br> +<a href="#chapter01">Het sprookje van de twee Kabouters.</a> +<br> +<a href="#chapter02">De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond.</a> +<br> +<a href="#chapter03">Koning Droom.</a> +<br> +<a href="#chapter04">De Kabouters en de City-bag.</a> +<br> +<a href="#chapter05">Schipper Troll.</a> +</div> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></center> +<br> +<br> +<br> +<br> + +<a name="chapter01"></a> +<h3 align="center" class="fontsize133">Het sprookje van de twee Kabouters.</h3> +<hr align="center" width="25%"> + +<p class="fontsize133">In 'n bosch zaten twee kabouters op 'n +bemoste kei. Boven hun hoofd hield het eene +kaboutertje 'n groote parasol, die van 'n +paddestoel gemaakt was. Kabouters zijn knappe +werklui. + +<p class="fontsize133">"Waar peins je toch over?" vroeg Kobold. + +<p class="fontsize133">"Ik?" zei Gnoom; "och, over 'n heele boel +dingen. 't Is tegenwoordig 'n slechte tijd +voor kabouters, hèèl slecht. 'n Paar duizend +jaar geleden was 't plezierig in de wereld. +Overal groote bosschen en weinig menschen. In +die bosschen was 't heerlijk om te leven voor +kabouters en de menschen waren vriendelijk. +Je durfde je nog eens te vertoonen aan de lui +en met genoegen hielp je hen 's nachts 'n +handje aan 't werk dat ze den vorigen dag +niet af konden krijgen." + +<p class="fontsize133">"Da's waar," zei Kobold. + +<img src="images/1_kabouter_met_paraplu.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Kom daar nu eens om," ging Gnoom voort; +"bosschen? Allemaal omgehakt. 't Is 'n toer +nu nog 'n plekje te vinden, dat je 'n +ordentelijk bosch kunt noemen." + +<p class="fontsize133">"En dan moet je asjeblieft die nare +spoorwegen niet vergeten," zuchtte Kobold. +"Middenin den nacht vliegen die akelig groote +monsters van locomotieven daarover heen met +'n gebrom en gefluit... ik beef van +schrik, als ik er aan denk." + +<p class="fontsize133">"Ik beef nog veel erger, als ik aan de +menschen denk," zei Gnoom. "Die zijn slecht, +door en door slecht." + +<p class="fontsize133">"Da's niet waar," meende Kobold. "D'r zijn +goeie menschen ook." + +<p class="fontsize133">"Die mag je dan wel met 'n glimwormpje gaan +zoeken," spotte Gnoom. "Ken je den jongen van +den boschwachter? Die is slecht hè? Vogels +vangen, dieren mishandelen, dat is z'n lust +en z'n leven. Mooi hè? En zoo zijn ze nou +allemaal." + +<p class="fontsize133">"'t Is niet waar," zei Kobold. "Heb jij dien +jongen z'n zusje wel eens gezien? 't Is 'n +klein ding van 'n jaar of zes." + +<p class="fontsize133">"Noem je dat 'n klein ding?" vroeg Gnoom +verbaasd. "Ze is grooter dan wij." + +<p class="fontsize133">"Ja, bij ons vergeleken!" lachte Kobold. +"Maar wij zijn ook zulke kleine kereltjes. Je +moet haar eens zien als ze naast haar vader +loopt. Precies 'n poppetje. Wou je dàt kind +soms ook slecht noemen? Ze doet nog geen +vlindertje kwaad." + +<p class="fontsize133">"Ik zal je maar gelijk geven," zei Gnoom, +"maar ik denk er het mijne van.... Sst!... Hoor je dat?..." + +<p class="fontsize133">"Wat zou 't wezen?" fluisterde Kobold, +benauwd. + +<p class="fontsize133">"De jongen van den boschwachter," zei Gnoom +met 'n bibberend stemmetje. "Hoor hem eens +schreeuwen! Hij heeft zeker weer 'n vogeltje +te pakken. Kijk eens tusschen de boomen door! +Daar komt hij aan.... Hij slaat met 'n stok..." + +<img src="images/2_kabouterhol.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Ik ga heen," zei Kobold. "Ga je mee? Ik +kruip in m'n holletje." + +<p class="fontsize133">"Ik ook," zei Gnoom. + +<p class="fontsize133">Weg waren de kabouters. 't Volgende oogenblik +sprong 'n wild konijntje uit het kreupelhout, +achtervolgd door 'n grooten jongen, die +telkens met 'n knuppel naar 't kleine diertje +sloeg. Gelukkig was het kabouterholletje vlak +bij. + +<p class="fontsize133">"Da's jammer," mompelde de jongen, toen hij +'t diertje in het hol zag verdwijnen. Hij +porde nog 'n paar keer met z'n stok in het +gat, doch dat gaf niemendal. 't Konijntje was +ver genoeg buiten z'n bereik. "Dood gaat ie +toch," bromde hij, "ik heb hem 'n paar keer +goed geraakt. Ik zal nog maar eens gaan +zoeken, misschien vind ik nog wel 'n paar +andere." + +<img src="images/3_kabouters_met_konijn.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">De jongen ging heen, en toen 't heel doodstil +was kwamen de twee kabouters met verschrikte +gezichten weer te voorschijn. Samen droegen +ze 't konijntje, dat wel dood scheen, en +legden het voorzichtig op 't donkergroene +mos. + +<p class="fontsize133">"Hier kunnen we zien," zei Kobold, "in 't hol +is 't zoo donker. Precies zooals ik dacht: 't +Konijntje is dood. Wat 'n barbaar van 'n +jongen! Zoo'n beul!" + +<p class="fontsize133">"'t Is niet dood!" riep Gnoom. "Kijk maar, +z'n buikje gaat op en neer." + +<p class="fontsize133">"Je hebt warempel gelijk," zei Kobold blij. +"Hadden we maar wat voor den stakker, 'n +beetje water of zoo iets. Zou 't beter +worden?" + +<p class="fontsize133">"Ik weet het niet," sprak Gnoom. "Maar 't +beest is er slecht aan toe. Ik weet kruiden +te staan, waar 'n ziek mensch van beter +wordt. Zouden die voor 'n konijntje ook goed +zijn?" + +<p class="fontsize133">"Misschien wel," antwoordde Kobold. "We +kunnen 't probeeren. Maar..." + +<p class="fontsize133">Verder kwam Kobold niet, want de twee +kabouters hoorden geritsel in de struiken. Ze +dachten dat de booze jongen terug gekomen was +en namen allebei tegelijk de vlucht. Het +konijntje bleef liggen. + +<p class="fontsize133">"Je hebt het konijntje vergeten," schreeuwde +Kobold, toen ze in het hol waren. + +<p class="fontsize133">"'t Is jouw schuld," snauwde Gnoom. "Had het +in het hol gelaten, zooals ik je ried. Je +bent altijd even eigenwijs." + +<p class="fontsize133">"En jij bent 'n lafaard," brulde Kobold. "We +hadden bij 't konijntje moeten blijven om het +te beschermen. Jij ging 't eerst op de +vlucht." + +<p class="fontsize133">"Neen, jij?" + +<p class="fontsize133">De kabouters zaten in 'n hoekje tegenover +elkaar met hun oogen dicht en de handen voor +hun ooren. + +<img src="images/4_meisje_met_konijn.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Nu zal hij het doodslaan," zei Kobold +bibberend. + +<p class="fontsize133">"Doodtrappen," zei Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Ik ga er naar toe," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Ik ga mee," zei Gnoom. + +<p class="fontsize133">Kobold nam 'n groot mes, dat wel 'n vinger +lang was en Gnoom balde de vuisten. Moedig +stapten ze voort naar den ingang van het hol. +Toen Kobold naar buiten keek, wierp hij het +vreeselijke mes op den grond. + +<p class="fontsize133">"Wat doe je nou?" vroeg Gnoom. "Durf je dien +jongen zóó aan?" + +<p class="fontsize133">"'t Is het zusje," zei Kobold, "Kijk maar. Ze +heeft het konijntje van den grond opgetild. +Och, och, ze doet het in haar schortje. Ik +krijg er warempel de tranen van in de oogen." + +<p class="fontsize133">"Wat zou ze er mee willen doen?" vroeg Gnoom. +"Toch niet mee naar huis nemen? Dan krijgt +die valsche jongen het toch nog te pakken." + +<p class="fontsize133">"Kom, we gaan het vragen," zei Kobold. "Voor +'t zusje ben ik heelemaal niet bang." + +<p class="fontsize133">"Vooruit dan maar!" riep Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Dag Boschwachterskind," zei Kobold met z'n +fijn kaboutertjesstemmetje. + +<p class="fontsize133">'t Meisje riep: "Hè!" want ze schrok 'n +beetje. Kaboutertjes hebben zachte schoentjes +en je kunt ze niet hooren loopen. Maar de +schrik was gauw voorbij, want Kobold en Gnoom +lachten erg vriendelijk. 't Meisje begon ook +te lachen. + +<p class="fontsize133">"Wat 'n aardige kleine mannetjes," zei ze. +"Waar komen jullie vandaan?" + +<p class="fontsize133">"Uit dat holletje onder dien dikken boom," +antwoordde Gnoom. "Daar wonen we. We zijn +kabouters." + +<p class="fontsize133">"Wonen jullie in 'n holletje?" vroeg 't +meisje. "Da's aardig. 'k Heb 'n konijntje. +Maar 't is erg ziek, geloof ik." + +<p class="fontsize133">"Mag ik eens kijken?" vroeg Kobold. "O jawel, +kijk maar. 't Heeft z'n oogjes dicht, zie je +wel?" + +<img src="images/5_ziek_konijn.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Wou je dat arme dier meenemen naar huis?" +vroeg Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Ja," zei 't kind. "Ik zal het in 'n hokje +zetten bij de andere konijntjes. Vader heeft +er 'n heele boel. Witte en zwarte en bonte en +bruine, maar geen een grijsje. Dit is 'n +grijsje, zie je wel?" + +<p class="fontsize133">"Maar 't is erg ziek," zei Kobold. "'t Zal +dood gaan in het hokje." + +<p class="fontsize133">"En 't hoort niet in 'n hokje," zei Gnoom. +"Wilde konijntjes wonen net als wij in 'n +holletje. Geef 't maar aan ons, dan mag 't +bij ons wonen." + +<p class="fontsize133">'t Meisje keek eens naar 't konijntje. "'t is +zoo'n lieverd," zei ze. "Zou 't echt doodgaan +in 'n hokje?" + +<img src="images/6_konijn_meegenomen.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Vast," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Secuur", zei Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Hier heb je 't dan," zei 't kind. "Maar goed +er voor zorgen hoor! En mag ik dan morgen +eens komen zien?" + +<p class="fontsize133">"Natuurlijk," riepen de twee kaboutertjes te +gelijk. + +<p class="fontsize133">Nu namen ze voorzichtig het konijntje van 't +meisje aan. Maar 't was te zwaar voor één +kaboutertje en daarom droegen ze het met hun +beiden. Toen ze er mee wegstapten zeiden ze +heel vriendelijk: "Dag Boschwachterskind." + +<p class="fontsize133">"Dag kaboutertjes." + +<p class="fontsize133">De kabouters droegen het konijntje +voorzichtig het hol binnen en maakten daar +voor het arme dier 'n zacht leger van mos. +Toen gingen ze samen de kruiden zoeken, waar +zieke menschen van genezen. Doch het +konijntje wilde er niet van eten. 't +Snuffelde er niet eens aan met z'n kleine +neusje. + +<p class="fontsize133">"Toe beestje," zei Gnoom, "proef er eens van. +'t Is echt goed voor je." En Kobold zei: "Hij +is tè ziek." + +<p class="fontsize133">Het konijntje bleef den heelen dag stil +liggen. Alleen z'n neusje trilde. De +kabouters waren even stil, ieder in z'n +hoekje en ze keken maar aldoor naar het +gewonde beestje, eventjes zichtbaar bij 'n +heel dun straaltje licht, dat door 'n gaatje +in den grond, vlak boven het hoofd van +Kobold, in het hol drong. Dat gaatje was +zeker door 'n muis gemaakt. Maar de zon ging +onder en nam het lichtstraaltje mee. De +kabouters konden niet meer zien. + +<p class="fontsize133">"Och, och," zuchtte Gnoom, na 'n poosje, "wat +duurt zoo'n nacht lang." + +<p class="fontsize133">"De zon is nog geen uur onder," prevelde +Kobold. "Ga maar wat slapen." + +<p class="fontsize133">"Slapen, terwijl die stumper daar pijn lijdt? +Kun jij dat?" vroeg Gnoom. En 'n oogenblikje +later riep hij verschrikt: "Kobold, Kobold, +gauw, kom eens hier." + +<p class="fontsize133">"Wat is er?" + +<p class="fontsize133">"Kom hier. Waar is je hand.... Voel eens..." + +<p class="fontsize133">"Z'n neusje is stil," zei Gnoom zacht. "En +z'n hartje je klopt niet meer." + +<p class="fontsize133">"Dood!" + +<p class="fontsize133">Ze gingen nu beiden weer in hun hoekje zitten +en zeiden den heelen langen nacht niets meer. +Maar slapen deden ze niet. De een dacht +aanhoudend aan den wreeden jongen en de ander +aan het medelijdende meisje. En allebei waren +ze erg bedroefd. + +<p class="fontsize133">Den volgenden morgen, heel vroeg, hoorden ze +'n zacht stemmetje, dat riep: "Kaboutertjes!" +en 'n oogenblik later weer "Kaboutertjes!" + +<p class="fontsize133">"Daar is Boschwachterskind," zei Kobold. +"Gnoom! hoor je niet. Boschwachterskind is +er." + +<p class="fontsize133">"'k Hoor het wel," zei Gnoom. "Ga jij maar." + +<p class="fontsize133">"Toe Gnoom, ga jij," vleide Kobold. "Ik vind +het zoo'n nare boodschap." + +<p class="fontsize133">"Ik ook," antwoordde Gnoom. "Hoor, ze roept +alweer. Laten we dan samen maar gaan." + +<p class="fontsize133">"O, wat ben jullie langslapers," zei 't +meisje, toen ze de kabouters zag. + +<p class="fontsize133">"We hebben niet geslapen," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Niet geslapen?" vroeg 't kind verwonderd. +"Slapen kaboutertjes niet?" + +<p class="fontsize133">"Anders wel," zei Gnoom. "Maar 't konijntje..." + +<p class="fontsize133">"Is 't beter?" + +<p class="fontsize133">Kobold schudde van neen en Gnoom begon weer: +"'t Konijntje is..." + +<p class="fontsize133">'t Kleine meisje zette 'n paar groote oogen +op, want ze zag nu pas dat de kaboutertjes +zoo'n treurig gezicht zetten. Toen vroeg ze: +"Is het dood?" + +<p class="fontsize133">"Ja," zei Gnoom, "we konden er niets aan +doen." + +<p class="fontsize133">"'t Wou geen kruiden innemen," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Die leelijke jongen had het te hard +geraakt," zei Gnoom. "'t Kòn niet meer eten." + +<p class="fontsize133">Boschwachterskind kreeg 'n kleur, toen ze +hoorde, dat 'n jongen het konijntje kwaad had +gedaan, want ze begreep wel, dat haar +ondeugende broertje bedoeld werd. Opeens liep +ze hard weg. + +<p class="fontsize133">Gnoom keek haar verschrikt na en Kobold was +vreeselijk boos op hem. + +<p class="fontsize133">"Wat ben je toch dom," riep hij. "Was 't al +niet erg genoeg, dat het konijntje dood is? +En nu ga jij het verdriet nog grooter maken, +door te zeggen, dat haar broertje 't gedaan +heeft." + +<p class="fontsize133">"Ik kon 't niet helpen," snikte Gnoom. "'t +was er uit voor ik er aan dacht. Maar ik zal +'t weer goed maken." + +<p class="fontsize133">"Zoo," bromde Kobold, "kan jij dan maken, dat +ze vandaag gèèn verdriet heeft over dat +wreede de broertje?" + +<p class="fontsize133">"Neen," zei Gnoom, "dat kan ik niet en dat +spijt me erg. Maar ik kan haar wat moois +geven. Ik weet echt wat moois. Je zult het +zien. Dan maak ik het toch weer 'n beetje +goed." + +<p class="fontsize133">Kobold gaf geen antwoord en wandelde het +bosch in. Gnoom wachtte nog even om Kobold na +te kijken. Toen stapte hij het hol binnen, +waar het doode konijntje lag. + +<hr align="center" width="25%"> +<br> +<br> + +<center><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></center> +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter02"></a> +<h3 align="center" class="fontsize133">De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond.</h3> +<hr align="center" width="25%"> + +<p class="fontsize133">Het bosch stond in diepe winterstilte en +Gnoom de kabouter stond vóór z'n hol onder +den boom even stil als het bosch. Maar z'n +oogen schitterden van plezier om al de pracht +van blinkend witte sneeuw op de donkere +dennetakken. De lucht was zóó blauw en de zon +had zóóveel goud dat ze er geen raad mee wist +en het maar over het Bosch uitstrooide. Zelfs +in Gnooms oogen strooide ze haar goud en waar +maar 'n straaltje van de zon kwam, begon het +te gloeien en te glinsteren en was in 'n wip +alles verguld. Alleen onder de boomen, die +dicht bij elkaar stonden, was geen sneeuw en +geen goud. Dáár lag de sneeuw op de boomen en +nu kon de zon niet door hun kruinen +heenkijken. Onder die boomen bleef alles +donker. Groen en blauw en bruin. + +<p class="fontsize133">"Ik ging liever in den zonneschijn wandelen," +dacht Gnoom. "'t Is hier zóó heerlijk. Maar +ik moet Kobold hebben en hij woont ginds +onder de donkere boomen." + +<p class="fontsize133">Hij keek nog eens om zich heen en ging toen +het Bosch in. 't Was 'n lange weg naar +Kobold, doch Gnoom stapte flink door. Toch +duurde 't wel 'n uur vóór Gnoom de woonplaats +van het andere kaboutertje bereikte. Gnooms +beentjes waren niet heel lang en z'n dikke +winterjas hinderde hem ook wel 'n beetje bij +'t loopen. Maar hij kwam er toch en wou nu +maar zóó naar binnen stappen. Dat ging echter +niet, want Kobold had z'n holletje netjes +dichtgestopt met mos. + +<p class="fontsize133">"Ik geloof stellig, dat ie 'n winterslaap +houdt, net als de vleermuizen!" riep Gnoom. +"Dat heb ik nog nooit van 'n kabouter +gehoord!... Of zou hij misschien niet meer +in de streek wonen? Dat zou me nu toch +spijten hoor! Weet je wat, ik ga eens kijken. +Ik ruim dat mos maar weg." + +<p class="fontsize133">En meteen begon hij al. Hij trok en plukte en +links en rechts vloog het mos. "Dat schiet +op," zei Gnoom, "ik heb al 'n gaatje!" + +<p class="fontsize133">"Hei, wie is daar aan 't inbreken?" riep een +stemmetje binnen in 't hol. + +<p class="fontsize133">"Ha, leef je nog?" riep Gnoom terug. "Man, +man, wat stop jij je er in. Je lijkt wel 'n +stekelvarken, dat je zoo wegkruipt. Kom eens +voor den dag, kameraad. Ik heb je wat te +vertellen." + +<p class="fontsize133">Kobold pruttelde nog wat, maar kwam eindelijk +toch tevoorschijn. + +<p class="fontsize133">"Hè, wat is 't koud," zei hij klappertandend. +"Ik begrijp niet, wat je hier doet!" + +<p class="fontsize133">"Koud!" zei Gnoom, "ben je dwaas. 't Is +heerlijk weer!" + +<p class="fontsize133">"Ja, jij hebt 'n dikke jas aan," bromde +Kobold, "en wollen wanten." + +<p class="fontsize133">"Neen," zei Gnoom, "daar komt het niet van. +Ik ben vroeg op geweest en heb 'n uurtje ferm +geloopen, zie je. Dat moest jij ook doen, dan +gaat die koudkleumerij wel over!" + +<p class="fontsize133">"Het lijkt wel of 't gesneeuwd heeft," zei +Kobold. "'t Is hier zoo duister. D'r ligt +zeker 'n heel pak sneeuw op de boomen. Je +moet in April maar eens terugkomen met je +boodschap, Gnoom. Ik ga weer naar binnen. +Saluut." + +<img src="images/7_in_de_sneeuw.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"In April!" riep Gnoom. "En 't is nu pas 't +begin van December! Neen maar, die is goed +hoor! Wil ik je eens wat zeggen, vriendje? Je +trekt dadelijk je dikke jas maar aan en dan +ga je mee. Mee, versta je? Mee, naar mijn +hol! Daar schijnt de zon en daar..." + +<p class="fontsize133">"Nu," vroeg Kobold nieuwsgierig, "komt het +haast?" + +<p class="fontsize133">"En—daar—" zei Gnoom erg langzaam, maar z'n +heele gezicht lachte erbij, +"daar—heb—ik—wat—-moois—voor— +Boschwachterskind." + +<p class="fontsize133">"Wat zeg je?" schreeuwde Kobold. "Voor +Boschwachterskind? En dat zeg je nu pas? +Vooruit! Gauw wat!... Kòm dan toch mee!" + +<p class="fontsize133">"Kalm 'n beetje," lachte Gnoom. "We hebben +tijd genoeg, al is 't niet tot April. Trek +eerst maar 'n winterjas aan, anders bevries +je van avond nog." + +<p class="fontsize133">Kobold wou zonder jas mee en stond te +trappelen van ongeduld om maar weg te komen. +Doch Gnoom lachte hem uit en zei: "Je bent +toch 'n malle kabouter! We hadden al 'n heel +eind op weg kunnen zijn, als je dadelijk je +jas aangetrokken had, in plaats van zoo +ongeduldig rond te springen." + +<p class="fontsize133">Kobold ging dus z'n jas maar halen. Onderweg +begon hij hoe langer hoe sneller te loopen, +zoodat Gnoom eindelijk uitriep: "Ik kan niet +meer, Kobold. Je loopt als 'n muis. Je moet +me eens even op adem laten komen." + +<p class="fontsize133">Doch dat was niet naar Kobolds zin. Hij was +ook zóó nieuwsgierig naar het moois, dat +Gnoom voor Boschwachterskind gemaakt had! + +<img src="images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">Gnoom zelf had schik in het ongeduld van z'n +kameraadje en liep dan ook maar met groote +stappen mee. Natuurlijk bereikten ze op die +manier al heel gauw de open plek waar Gnoom +onder den dikken boom woonde. 't Was nu +middag en de zon scheen nog mooier, dan 'n +paar uur geleden. + +<p class="fontsize133">"Hè," riep Gnoom, "wat is het toch prachtig +hier! Vind je ook niet, Kobold?" + +<p class="fontsize133">"Wat, prachtig?" bromde Kobold. "Die sneeuw? +'n Mooi ding hoor! Loop je haast door?" + +<p class="fontsize133">"Ik zal je eerst maar laten zien, wat ik voor +moois heb toegedacht aan Boschwachterskind," +zei Gnoom lachend. "Anders ben je toch niet +tevreden." Meteen liep hij z'n holletje +binnen en kwam terug met iets, dat hij vlak +voor Kobold neerzette. Deze keek er naar met +'n paar groote verbaasde oogen, sloeg z'n +handen in elkaar en liep toen voorzichtig om +het ding heen, terwijl hij al maar +doormompelde: + +<p class="fontsize133">"Precies eender!... Net eender!... +Sprekend het konijntje!..." + +<p class="fontsize133">En Gnoom wreef z'n handen van pret over de +verbazing van Kobold. + +<p class="fontsize133">"Hoe vind je 't?" vroeg hij eindelijk. "Is +dàt nu niet 'n mooi geschenk voor +Boschwachterskind?" + +<p class="fontsize133">"Mooi?" riep Kobold. "'t Is prachtig, +heerlijk, eenig, snoezig! En heb jij dat +gemaakt?" + +<p class="fontsize133">"Luister maar eens," begon Gnoom. "'t Is +hetzelfde konijntje, dat wij zoo graag beter +hadden zien worden. Ik heb het opgezet. 't +Arme dier was tóch dood, hé? 't Voelde er +niemendal van. Later heb ik het vastgemaakt +op 'n plankje. En nu lijkt 't wel levend, +niet?" + +<p class="fontsize133">"Je zoudt zeggen: 't springt zòò weg," zei +Kobold. "En wat 'n prachtige glimmende +oogjes!" + +<img src="images/9_konijn.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Kralen," zei Gnoom. "Z'n eigen oogjes waren +veel mooier, toen 't nog leefde. En zie je +wel, dat er vier wielen aan 't plankje +zitten? Heb je soms 'n touwtje? Dan kunnen we +'t eens voorttrekken." + +<p class="fontsize133">Kobold voelde in z'n zakken en vond 'n +touwtje. Ze maakten dat aan 't plankje vast +en Gnoom trok het opgezette konijntje voort. +Toen moest Kobold trekken en daarna Gnoom +weer. Al maar door de sneeuw, waar de zon op +scheen. En ze hadden 'n pret met het +konijntje! Zonder voorbeeld! + +<p class="fontsize133">Eindelijk zei Kobold: "Wat zal +Boschwachterskind blij zijn! Zou ze 't komen +halen?" + +<p class="fontsize133">"Hoe kom je dààr nu bij?" vroeg Gnoom. +"Boschwachterskind weet er heelemaal niets +van. We gaan samen 't konijntje bij haar +brengen. 't Is vandaag de 5e December. Dat is +'n feest vóór de kinderen." + +<p class="fontsize133">"Jawel," zei Kobold, "dat weet ik. De +menschen noemen dat Sinterklaasavond. Dan +zetten de kinderen 'n schoen of 'n klomp +onder den schoorsteen en dan vinden ze daarin +den volgenden morgen moois en lekkers." + +<p class="fontsize133">"Precies," zei Gnoom. "Daarom gaan wij +vanavond het konijntje bij Boschwachterskind +brengen, als 't donker is." + +<p class="fontsize133">"En de menschen slapen," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Maar 't konijntje is nog niet heelemaal +klaar," zei Gnoom, met 'n wijs gezicht. + +<p class="fontsize133">"Wat!" riep Kobold, "nog-niet-heele-maal +klaar? Maar begin dan toch te werken man! 't +Is zóó donker!" + +<p class="fontsize133">"De rest van 't werk moet jij maar doen," zei +Gnoom heel ernstig. + +<p class="fontsize133">"Ik?" zei Kobold, +"ik-kan-geen-konijntjes-opzetten, zooals jij. +Ik ben niet zoo knap." + +<p class="fontsize133">"Jij niet knap?" riep Gnoom nu. "Wie kan er +dan zulke mooie letters in de boomen +snijden?" + +<p class="fontsize133">"Je wilt toch niet dat ik letters in het +konijntje zal snijden?" vroeg Kobold +verontwaardigd. "Dat doe ik niet, hoor! Voor +geen schat!" + +<p class="fontsize133">"Maar toch wel in de plank, hè? Kom, begin +maar gauw," zei Gnoom. "Je moet er opzetten: +Geschenk van de kabouters aan 't +Boschwachterskind." + +<p class="fontsize133">"Dat doe ik graag," zei Kobold. Hij trok zijn +jas en wanten uit, nam z'n mes van 'n vinger +lang en begon ijverig in 't hout te snijden. +Hij lag daarbij languit in de sneeuw. Doch +hij werkte zóó hard, dat hij niemendal van de +kou voelde. Iederen keer vroeg hij aan Gnoom: +"Wordt het mooi, Gnoom?" en dan zei Gnoom: +"Prachtig hoor! Je bent 'n houtsnijder van de +bovenste plank." Daarna liep Gnoom weer op en +neer om warm te blijven, doch toen Kobold +begon met allerlei mooie figuren om de +letters heen te maken, deed Gnoom niets dan +toekijken en riep op het laatst: "Je bent 'n +kunstenaar, Kobold, de plank wordt nog mooier +dan 't konijntje!" + +<img src="images/10_letters.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Vóór donker was Kobold klaar. Nu hadden de +kabouters nog 'n heelen tijd vóór ze op weg +konden gaan. + +<p class="fontsize133">Wachten duurt altijd lang. Dat vonden de +kabouters ook. Ze hadden van alles verzonnen: +zelfs sneeuwballen gooien! Ten langen laatste +waren ze maar in het hol gekropen. Daar zaten +ze warm bij elkaar en bedachten allerlei +plannen, hoe ze 't mooie konijntje in het +boschwachtershuis zouden binnensmokkelen. +Maar plannetjes bedenken wordt ook al +vervelend op den duur en daarom zei Gnoom: +"Weet je wat, we moesten maar op weg gaan. +Als we bij 't huis zijn, zal ons wel 'n +middeltje invallen om binnen te komen. +Waarvoor zijn wij anders slimme kabouters?" + +<img src="images/11_in_het_donker.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">In den maneschijn liepen de twee kabouters +onhoorbaar voort. 't Leken wel Chineesche +schimmen. Het konijntje droegen ze aan een +stok, waarvan ieder 'n einde op den schouder +had. Hoe dichter ze bij 't boschwachtershuis +kwamen, hoe moeilijker hun tocht werd, want +daar lag de sneeuw hoog. Doch ze stapten +dapper voort, al hijgden ze ook. Bij het huis +fluisterde Kobold: "Ze zijn nog op. Er brandt +licht." + +<p class="fontsize133">"Misschien laten ze dat den heelen nacht wel +branden," antwoordde Gnoom ook heel zacht, +maar toch nog veel te hard naar Kobolds zin, +want hij fluisterde nijdig terug: "Schreeuw +toch zoo hard niet. Ik ben niet doof en in +huis hebben ze er toch niets mee noodig, dat +wij het konijntje brengen. Of wel?" + +<p class="fontsize133">"'t Is ook zòò stil in 't bosch," zei Gnoom +bijna onhoorbaar. "Ik praat net zoo zacht als +jij, misschien nog wel zachter." + +<p class="fontsize133">Ze kropen met hun Sinterklaasgeschenk onder +de struiken en loerden maar aldoor naar het +licht en toen 't na 'n poos donker werd in 't +boschwachtershuis, bleven ze nog wel 'n uur +geduldig zitten. Doch toen slopen ze als +muisjes naar het huis en keken en keken of ze +nergens 'n raam op 'n kiertje zagen staan. +Alles was dicht. + +<p class="fontsize133">"'t Zal een heele toer zijn," meende Kobold. + +<p class="fontsize133">"Kom maar mee," zei Gnoom, "ik weet 't al." + +<p class="fontsize133">"Wat is 't?" + +<p class="fontsize133">"Kom maar mee!" + +<p class="fontsize133">Gnoom bracht z'n kameraadje naar 't rek van +de kippen. + +<p class="fontsize133">Dat was 'n smalle plank met wel twintig +latjes er op gespijkerd, schuin omhoog langs +den muur. Dààr was 'n gat, waar de groote +haan gemakkelijk door kon en dus kon 'n +kabouter er òòk door. Binnen was 't +kippenhok. + +<img src="images/12_kippenhok.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">Vóór 't gat was 'n schuif, doch die werd +zonder moeite door Kobold omhoog geschoven en +vastgezet. Nu sjouwden de kabouters samen het +konijntje omhoog en ze zaten 'n oogenblik +later in 't kippenhok. 't Spreekt vanzelf dat +ze hun jas en hun wanten uitgetrokken hadden. + +<p class="fontsize133">Ze deden hèèl stil, hèèl zacht, want als de +kippen eens wakker werden! + +<p class="fontsize133">"Dat zou wat moois zijn," fluisterde Gnoom, +"verbeeld je dat ze eens door 't hok gingen +fladderen." + +<p class="fontsize133">Doch de kippen bleven rustig zitten. Gelukkig +zaten de stokken ook nogal hoog. De kabouters +konden er met hun konijntje best onder door. +Aan 't andere einde van 't hok was 'n deurtje +van latten en dat was maar met 'n wervel +gesloten. Kobold stak z'n hand tusschen de +latten en maakte het deurtje open. Hij tuurde +naar beneden. + +<p class="fontsize133">"Erg hoog," zeide hij, "we komen hier nooit +af." + +<p class="fontsize133">"Laat mij eens kijken," zei Gnoom. "We +moesten 'n touw hebben." + +<p class="fontsize133">"'n Touw.... Maar dat hebben we niet." + +<p class="fontsize133">"Daar hangt er een." + +<p class="fontsize133">"Waar?" + +<p class="fontsize133">"Hier, vlak onder het kippenhok. Ik kan er +bijna bij."—Gnoom ging op den vloer van het +hok liggen en stak z'n arm zoo ver mogelijk +uit. "Hou me eens vast, anders val ik," zei +hij. "Ziezoo, ik heb het." Hij bond het +stevig aan 'n lat vast en liet zich zakken. + +<p class="fontsize133">"Nu het konijntje! Voorzichtig... +voorzichtig... zoo, ik heb het. Kom nu zelf +maar." + +<p class="fontsize133">In 'n ommezien was Kobold ook beneden. + +<p class="fontsize133">"Dat gaat goed, hè?" fluisterde Gnoom. "Pas +op, daar staat wat. Loop er niet tegen aan, +want dan hooren ze ons." + +<p class="fontsize133">"Sst"... kwam Kobold. "Je praat altijd zoo +hard.—Hierheen.—" + +<p class="fontsize133">Ze kwamen aan 'n deur. Die was van de +woonkamer. Maar ze was gesloten en ze waren +veel te klein om bij de kruk te kunnen komen. + +<p class="fontsize133">"Da's ook wat moois," zei Gnoom. "Ik kan er +niet bij." + +<p class="fontsize133">"Klim dan op mijn rug," zei Kobold. "Maar rol +er niet af, want dan kom je misschien in dien +emmer terecht. Ik geloof dat er melk in is." + +<p class="fontsize133">"Ik zou best een slokje melk lusten," zei +Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Zeg," zei Kobold, "wij zijn geen inbrekers!" + +<p class="fontsize133">"Ga maar staan," antwoordde Gnoom. "'t Was +maar gekheid. Denk je dat ik melk zou stelen, +die Boschwachterskind drinken moet?" + +<p class="fontsize133">Gnoom klom op Kobolds rug en draaide aan de +deurknop. 't Ging heel voorzichtig, om 't +leven. Doch 't lukte goed en de kabouters +gingen met het konijntje binnen. Ze keken +eerst eens onder den schoorsteen of +Boschwachterskind haar schoentje had gezet. +'t Was net licht genoeg, want de maan keek +door de ruitjes. + +<p class="fontsize133">"Warempel," zei Gnoom, "daar staat 'n +pantoffel van Boschwachterskind en aan den +anderen kant 'n klomp van den leelijken, +valschen jongen." + +<p class="fontsize133">"Met hem hebben we niets te maken," zei +Kobold. "Zet het konijntje maar bij 't +schoentje, dan vindt Boschwachterskind het +morgen wel. Wat zal ze blij opkijken, hè? Ik +zou morgenochtend wel eens hier willen zijn!" + +<p class="fontsize133">"Je moet niet verlangen naar onmogelijke +dingen," zei Gnoom. "Laten wij nu maar weer +maken, dat we weg komen." + +<p class="fontsize133">Doch dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. +Ze kwamen ongehinderd tot bij het kippenhok. +Maar nu moesten ze langs het touw naar boven +klauteren. + +<img src="images/13_klimmend.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">Dat was heel wat anders dan zich laten +zakken. 't Was gewoon tobben en nogal erg +ook. Kobold, die eerst ging, had er 'n +vreeselijken toer mee en Gnoom stak wel +tienmaal z'n handen omhoog, uit angst, dat +z'n kameraadje zich los zou laten. Kobold +steunde erbarmelijk en toen hij eindelijk +boven was, ging hij doodmoe op den vloer van +'t kippenhok zitten. Gnoom had er minder +moeite mee, maar Kobold hijgde: +"Je-maakt-zoo'n-leven-Gnoom!" + +<p class="fontsize133">Kobold had 't dezen keer eens bij 't rechte +eind. Gnoom had vèèl leven gemaakt. De kippen +waren er allemaal wakker van geworden. + +<img src="images/14_vlucht.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Baas Haan zat met uitgerekten hals naar de +twee indringers te loeren en bromde +aanhoudend: "Tok, tok! Tok, tok!" + +<p class="fontsize133">De kippen werden onrustig, want tok, tok, +beteekent in de kippentaal: "kinderen let +eens 'n beetje op. 't Is niet pluis in 't +hok." + +<p class="fontsize133">"Gauw wat," fluisterde Kobold, toen Gnoom +boven was. "Haneman zit klaar om van den stok +te springen en dan hebben we de poppen aan 't +dansen." + +<p class="fontsize133">De kabouters maakten dat ze weg kwamen. Doch +baas Haan sloeg òòk de schrik om 't hart. Hij +sprong van den stok, natuurlijk met de +noodige hanedrukte, en de kippen verloren +daardoor allemaal hare bezinning. 't Was 'n +rumoer en 'n gekakel en 'n gefladder. De +heele familie had slechts één gedachte: +Vluchten! De kabouters waren 't eerst bij de +opening en rolden achter elkaar zoo maar naar +beneden in de sneeuw. Toen fladderde Haneman +naar buiten en achter hem de kippen. Kobold +en Gnoom zaten verstomd en verlamd van schrik +de vluchtende kippetjes aan te staren. Doch +dat duurde maar 'n oogenblik. Ze hoorden in +'t boschwachtershuis gestommel als van +menschen, die haastig uit bed springen. "De +boschwachter is op," riep Gnoom. Hij greep +z'n jas en z'n wanten en ging er van door. +Kobold talmde ook niet. Als hazen holden ze +door de dikke sneeuw het bosch in, zonder ook +maar één keertje om te zien en bereikten in +weinig tijd het hol onder den boom. + +<p class="fontsize133">"Hè, hè," zei Gnoom, toen ze veilig binnen +waren, "is dàt loopen! Dat was me 'n +geschiedenis, hoor!" + +<p class="fontsize133">"'t Is allemaal-jouw-schuld," hijgde Kobold. +"Jij maakt ook altijd zoo'n leven!" +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><img src="images/chapter_end.jpg" alt=""></center> +<br> +<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3> +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter03"></a> +<h3 align="center" class="fontsize133">Koning Droom.</h3> +<hr align="center" width="25%"> + +<p class="fontsize133">Het ondeugende broertje van Boschwachterskind +heette Hans. + +<p class="fontsize133">Op den Sinterklaasdag was Hans erg uit zijn +humeur geweest. Het mooie konijntje, dat z'n +zusje gekregen had van de Kabouters, had hem +jaloersch gemaakt en tevens leek het wel, dat +het opgezette diertje hem den heelen dag met +wijd-open oogen had aangekeken. Dat kan je +zoo hebben. + +<p class="fontsize133">Maar nu was het avond en Hans lag in bed. Het +duurde niet lang of z'n oogen gingen dicht. +Slapen kon hij goed. Hij zag er dan ook +niemendal van, dat iemand de kamer binnenkwam +en op den rand van z'n bed ging zitten. Doch +Hans zou het gauw genoeg te weten komen, wie +die vreemde bezoeker was, want deze trok Hans +eventjes aan z'n neus en zei: + +<img src="images/16_koning_droom.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Toe word nu eens wakker!" Hans deed z'n +oogen open en zag bij het maanlicht, dat op +de dekens scheen, een alleraardigst klein +kereltje met een heel vriendelijk gezichtje +zitten op den rand van z'n bed. 't Leek wel +een koning, want hij had een mantel om en 'n +kroon op. + +<p class="fontsize133">"Zoo, ben je wakker? Je slaapt erg vast, +hoor." + +<p class="fontsize133">Hans dacht: "Wat is dat nu? 'n Koning op den +rand van m'n ledikant! 't Is gelukkig Karel +de Groote niet. Dáár zou ik bang voor zijn, +want die was erg ongemakkelijk. Maar zoo'n +kleintje! "Wat kom je doen?" vroeg Hans. + +<p class="fontsize133">"Je moet eventjes met me mee." + +<p class="fontsize133">"Dat doe ik niet," zei Hans, "ik lig veel te +lekker." + +<p class="fontsize133">"'t Zal je niet veel helpen," zei 't +koninkje, "je mòèt mee." + +<p class="fontsize133">"Ik wil niet." + +<p class="fontsize133">"Dan nèèm ik je mee." + +<p class="fontsize133">"Wie ben je?" vroeg Hans driftig. + +<p class="fontsize133">"Ik ben koning Droom. O, hou je handen maar +thuis, slaan kan je toch niet." + +<p class="fontsize133">'t Was precies zooals koning Droom zei, Hans +had willen slaan, zooals hij op school altijd +dadelijk deed, wanneer hij kwaad werd, maar +hij kon z'n hand nauwelijks opheffen. + +<p class="fontsize133">"Zie je wel," lachte koning Droom. "Kom sta +maar op. Ik kan hier den heelen nacht niet +blijven zitten." + +<p class="fontsize133">'t Was gek, doch Hans stond gewillig op en +wilde zich gaan aankleeden. + +<p class="fontsize133">"Neen, laat dat maar," zei koning Droom "ga +zoo maar mee." + +<p class="fontsize133">"Maar 't is zoo koud," zei Hans. + +<p class="fontsize133">"Gekheid," zei koning Droom. "'t Is heerlijk +weer." + +<p class="fontsize133">"Waar gaan we heen?" vroeg Hans. + +<p class="fontsize133">"Wel, naar 't bosch," zei koning Droom. + +<p class="fontsize133">"We kunnen 't huis niet uit. Vader doet 's +avonds alles op slot." + +<p class="fontsize133">"Zoo, je bent 'n slimmerd. Waar zijn we dan +nu?" + +<img src="images/17_onderweg.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Hans zette groote oogen op, want hij stond +met koning Droom in 't bosch. + +<p class="fontsize133">"Dat gaat vlug hè? En hoe vind je 't weêr?" + +<p class="fontsize133">"Wel," zei Hans, "'t lijkt net zomer. Ik zie +heel geen sneeuw meer. En wat is 't nu +eigenlijk: nacht of dag?" + +<p class="fontsize133">"O," zei koning Droom, "om je de waarheid te +zeggen, 't is precies middernacht. Twaalf +uur, weet je. Maar 't is voor mij 'n kleine +moeite om 's nachts de zon te laten schijnen. +En om eventjes den winter in den zomer te +veranderen, daar draai ik m'n hand niet voor +om." + +<p class="fontsize133">"Dat zie ik," zei Hans. "Is u 'n echte +koning, zooals Karel de Groote er een was?" + +<p class="fontsize133">"Hoe kom je zoo op Karel den Groote?" vroeg +koning Droom. "Ze hebben op school zeker van +hem verteld, hé?" + +<p class="fontsize133">"We hebben hem op 'n plaat in de school." + +<p class="fontsize133">"Dat dacht ik al," zei koning Droom. "Ik ben +veel machtiger dan Karel de Groote. Ik kan +bijna alles, doch alleen als de menschen +slapen." + +<p class="fontsize133">"Maar u maakt ze toch wakker, niet waar?" + +<p class="fontsize133">"Zoo'n beetje," lachte koning Droom. "Ik neem +de menschen graag bij den neus." + +<p class="fontsize133">"Waar brengt u me toch heen?" vroeg Hans na +'n oogenblik. 't Ging alles zoo vreemd, vond +hij. 't Eene oogenblik wist hij precies waar +hij was en dan in eens leek het wel of alles +hem vreemd was. "Zijn we hier niet bij de +beek?" + +<p class="fontsize133">"Ja," zei koning Droom, "daar moeten we +over." + +<p class="fontsize133">"Er door, bedoelt u zeker." + +<p class="fontsize133">"Neen, er over. We kunnen voor dezen keer wel +eens op het water loopen. Kom maar." + +<p class="fontsize133">Nu zag Hans tot z'n groote verbazing koning +Droom op het gladde water stappen en Hans +deed het hem na of 't zoo hoorde. + +<img src="images/18_op_het_water.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Pas op, val niet," riep koning Droom, "'t +water is nog gladder dan ijs." + +<p class="fontsize133">"Ik geloof, dat ik er 'n beetje inzak," +stotterde Hans. + +<p class="fontsize133">"O," zei koning Droom, "ik kan je er wel +heelemaal in laten wegzinken, tot over je +ooren." + +<p class="fontsize133">"Doe dat asjeblieft maar niet," smeekte Hans, +terwijl hij koning Droom bij den arm greep. + +<p class="fontsize133">Ze kwamen echter zonder ongelukken aan den +overkant. + +<p class="fontsize133">Hans keek met verwondering naar zijn droog +gebleven voeten. + +<p class="fontsize133">"Ja," zei koning Droom, "dat kunstje versta +ik alleen maar." + +<p class="fontsize133">De plek waar ze nu waren, kende Hans heel +goed. Het was 'n heuvelachtig deel van 't +bosch, dicht begroeid met dennen en berken. +Aan het einde van de beek was tusschen de +heuveltjes een diepe kuil met een groot brok +graniet in 't midden. Ze noemden die plek den +wolfskuil. Hans had dikwijls genoeg op die +kei zitten uitrusten. Je kwam gemakkelijk +genoeg naar beneden, maar om er weer uit te +komen, dat was een toer. De helling was nog +al steil en de bodem begroeid met mos. + +<p class="fontsize133">In dien wolfskuil werd Hans door koning Droom +gebracht. Hans verbeeldde zich, dat hij moe +was, en wilde op den steen gaan zitten, maar +koning Droom zei: "Kijk 'n beetje uit je +oogen Hans, dat is mijn troon. Blijf jij maar +staan waar je nu bent." + +<p class="fontsize133">Hans keek eens naar den steen. Ja werkelijk, +dat was de eivormige kei niet meer. Daar was +aan gewerkt door 'n steenhouwer. 't Leek nu +wel wat op den troon van Karel den Groote, +dien Hans van de plaat kende, en koning Droom +zat er op ook, heel plechtstatig. En naast +den troon zat een groote kikker met 'n boek +op z'n schoot en 'n penhouder in z'n rechter +poot. + +<img src="images/19_troon.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Da's mijn griffier," zei koning Droom. "Dat +woord versta je niet, is 't wel? Ik bedoel er +schrijver mee." + +<p class="fontsize133">Hans wist niet goed hoe hij 't had, en hij +zag nog veel meer. Om den troon van koning +Droom, stonden vele dieren, allen bewoners +van het bosch. Eekhoorntjes, konijntjes, +kraaien, vinken, spechten, katuilen en nog 'n +menigte anderen. En toen Hans omkeek stond +vlak achter hem netjes aangekleed met 'n +sabel op zij de vos. + +<p class="fontsize133">"Da's Reintje de veldwachter," zei koning +Droom. + +<p class="fontsize133">Hans begon 't erg benauwd te krijgen met dien +vreemdsoortigen veldwachter achter zich. + +<p class="fontsize133">Hij begreep niet wat dat alles te beteekenen +had. + +<p class="fontsize133">Zoo'n veldwachter, daar hield Hans niet van. +Die kwamen altijd opdagen, als je kwaad +gedaan had. Ook vond hij dat koning Droom 'n +vreeselijk strak gezicht zette en dat het +bizonder stil was om hem heen. 't Scheen wel +dat niemand een woord durfde spreken behalve +koning Droom. + +<p class="fontsize133">Koning Droom keek de vergadering eens rond en +sprak toen plechtig: + +<p class="fontsize133">"Griffier kikvorsch, wie is 't eerst aan de +beurt?" + +<p class="fontsize133">Deze keek in z'n boek en riep toen met luider +stem: "Baas konijn!" + +<p class="fontsize133">'n Wild konijntje kwam uit de rij en plaatste +zich met een diepe buiging voor koning Droom, +waarna deze vroeg: + +<p class="fontsize133">"Wel, baas konijn, wat heb jij te vertellen?" + +<p class="fontsize133">'t Konijntje wreef eens met z'n voorpootjes +langs zijn neus, stak zijn eene oor omhoog en +zei: + +<p class="fontsize133">"Koning, deze leelijke jongen heeft mijn +vrouw vermoord en al mijn kinderen zijn +daardoor van gebrek omgekomen: 't waren er +zes." + +<img src="images/20_griffier.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Koning Droom keek Hans streng aan en vroeg: +"Is 't waar Hans?" + +<p class="fontsize133">Hans kreeg 'n kleur en knikte ja. + +<p class="fontsize133">"Dan ben je 'n slecht schepsel Hans. Heb je +er in 't geheel niet aan gedacht, dat het +konijntje misschien jongen had? Je hebt het +gehoord, het had er zes. Foei! wat was dat +valsch van je!" + +<p class="fontsize133">"Wie volgt?" zei koning Droom. + +<p class="fontsize133">Griffier kikvorsch sloeg 'n blad om en riep: +"Vrouw Eekhoorn". + +<p class="fontsize133">'n Mooi rood eekhoorntje trad voor den +Koning. + +<p class="fontsize133">"Spreek op klein ding," zei koning Droom. + +<p class="fontsize133">"O, koning," zei 't roode eekhoorntje, "die +booze jongen heeft 'n jong van me gevangen en +nu zit het arme dier in 'n draaikooi. Die +jongen staat er bij te lachen als het die +kooi aan 't draaien maakt. Hij vindt dat +aardig, 't eekhoorntje verbeeldt zich, dat 't +hard over de boomtakken rent en 't komt niet +eens van z'n plaats. Nu moet die stumper z'n +heele leven in die akelige kooi opgesloten +zitten. Z'n leven lang, de kooi laten +draaien—voor 't pleizier van dien jongen!" + +<p class="fontsize133">Koning Droom schudde z'n hoofd, keek Hans +eens aan, maar zei niets. 't Eekhoorntje +sprong weg en griffier Kikvorsch had z'n blad +al weer omgeslagen en riep "Juffrouw Vink." + +<p class="fontsize133">Een schildvink sprong van 'n boomtak en ging +voor koning Droom zitten. Ze begon te +vertellen, dat Hans nesten uithaalde en de +jonge vogeltjes dood maakte. Maar 't ergste +was, dat Hans Juffrouw Vink d'r man had +gevangen onder een mand, die hij met lekker +eten er onder in de sneeuw had gezet. +Juffrouw Vink had de kooi zien staan, waar +mijnheer Vink zich nu in zat dood te kniezen. +"Want ziet u, mijnheer de Koning," zei +juffrouw Vink, "al krijgt m'n man nu volop te +eten, hij is toch liever vrij. 't Is wel 'n +toer in den winter om aan den kost te komen, +maar we zijn niet te lui en goeie menschen +strooien nog wel eens wat voor ons op den +grond. Doch niet onder 'n mand mijnheer de +Koning, dàt doen alleen valsche menschen. En, +mijnheer de koning, we zijn pas een jaar +getrouwd en nu wou ik zoo graag m'n man +terughebben." + +<p class="fontsize133">Toen vloog juffrouw Vink op 'n wenk van +griffier kikvorsch weer weg, vlak langs Hans +z'n hoofd en ze piepte in 't voorbij vliegen +"leelijke valschert!" + +<p class="fontsize133">Er kwamen nog veel meer dieren klagen. Allen +had Hans kwaad gedaan. En koning Droom hoorde +ze geduldig aan. Hans was niet op z'n gemak. +Koning Droom keek beslist boos en dat leek +Hans 'n slecht teeken. Koning Droom was +machtig, dat had hij zelf bij ondervinding. +Wegloopen? Gemakkelijk gezegd. Als je in +koning Droom's handen valt, komt er nooit +veel van wegloopen. + +<p class="fontsize133">"Niemand meer?" vroeg koning Droom. + +<p class="fontsize133">"Jawel, koning," zei griffier kikvorsch, z'n +boek dichtslaand dat het door den wolfskuil +weerklonk, "Ik zelf!" + +<p class="fontsize133">De dieren wisten geen raad van pret toen de +griffier dit zeide, want hij zag er zoo dwaas +uit en hij stapte zoo verwaand tot voor den +troon. + +<p class="fontsize133">"Doe nu niet zoo gek," zei koning Droom. "'t +Is nu geen tijd voor grappen?" + +<p class="fontsize133">"Ik maak geen grappen," zei griffier +kikvorsch. "Deze jongen heeft al ik weet niet +hoeveel neefjes en nichtjes van me gevangen +in de beek. Eens heeft hij mij ook te pakken +gehad, maar ik was hem te glad. Ik kroop door +z'n vingers en wip, ik weer 't water in. Ik +was toen maar 'n gewone kikker en nog geen +reus zooals ik nu ben. Laat Hans nu nog maar +eens opkomen, als hij durft. Ik slok hem op, +in één hap!" + +<p class="fontsize133">Hans stond te bibberen van angst. 'n Klein +kikkertje doodgooien was makkelijk genoeg, +maar zoo'n reus. Die griffier zag er lang +niet malsch uit. Wat 'n bek! + +<p class="fontsize133">Koning Droom keek naar Hans en zei: "Durf je? +Mijn griffier daagt je uit tot 'n +tweegevecht". + +<img src="images/21_lafaard.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">Maar Hans was 'n lafaard. Zijn knieën knikten +en hij was zoo bleek als 'n doek. + +<p class="fontsize133">"Ik zie het al", zei koning Droom. "Diertjes +die niets terug kunnen doen, die durf je aan, +hè? Je bent slecht Hans, slecht en wreed en +laf ook nog. Mijn vonnis zal zeer streng +zijn." + +<p class="fontsize133">Nu was het plotseling doodstil. Alle dieren +waren een en al aandacht. Maar Hans wierp +zich voor Koning Droom neder en riep: "Ik zal +het nooit wèèr doen. Nooit, nooit meer!" + +<p class="fontsize133">Alle dieren riepen: "Hij jokt koning, hij +jokt!" + +<p class="fontsize133">"Stilte!" brulde griffier kikvorsch. + +<p class="fontsize133">Toen 't stil was geworden, was koning Droom +aan 't woord en zei: "Meen je 't Hans?" + +<p class="fontsize133">"Ja, gerust," zei Hans. + +<p class="fontsize133">"Nu dan, ik wil je gelooven. Ik zal zien wat +je doen zult. Maar denk er aan: "'n Man, 'n +man; 'n woord, 'n woord!" Dezen keer kom je +met den schrik vrij." + +<p class="fontsize133">Hans sprong van blijdschap overeind... en +zat in z'n bed, in het kleine kamertje, waar +nog altijd de maan door het venster keek en +op de dekens scheen. + +<p class="fontsize133">"Hé," dacht Hans, "wat heb ik raar gedroomd +van dien koning en al die dieren en van dien +reus van 'n kikker." Hij kroop gauw weer +onder de dekens. + +<p class="fontsize133">Maar den volgenden dag vroeg hij aan z'n +vader: "Vader mag ik het eekhoorntje in het +bosch brengen en de vink weg laten vliegen?" + +<p class="fontsize133">De boschwachter keek Hans eens aan en zei +toen: "Wel zeker jongen mag je dat, maar je +moet er mee wachten tot het voorjaar. 't Is +nu zulk bar weer, hè?" + +<hr align="center" width="25%"> +<br> +<br> +<br> +<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3> +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter04"></a> +<h3 align="center" class="fontsize133">De Kabouters en de City-bag.</h3> +<hr align="center" width="25%"> + +<p class="fontsize133">De lente was in 't Bosch gekomen met heerlijk +weer en jong groen. Alles leefde weer op. De +vogels waren luidruchtig en alle dieren +hadden het druk. Zelfs de dieren, die zich +den heelen langen winter verstopt hadden, +waren weer voor den dag gekomen. + +<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom hadden de lente ook gevoeld +en hadden pret in al dat nieuw ontwakende +leven. Ze wandelden samen op hun zachte +pantoffeltjes over het opveerende mos en +bekeken de uitbottende knoppen en fluweelige +blaadjes aan struiken en boomen, mooi +afstekend tegen de dennenaalden, die het den +heelen barren winter hadden moeten uithouden. + +<p class="fontsize133">Alle dieren, die zij tegenkwamen, groetten ze +vroolijk en aan de winterslapers vroegen ze +schertsend of 't geen toer was geweest zoo'n +maand of wat te dutten. Ze wisten wel, dat +die langslapers van het bosch nog zoo dom +niet waren. + +<p class="fontsize133">"Zullen we eens aan de beek gaan kijken?" +stelde Kobold voor. + +<p class="fontsize133">"Mij goed," zei Gnoom, "ik wil de kikkers wel +eens zien." + +<p class="fontsize133">"En ik ben nieuwsgierig naar m'n bloemetjes," +voegde Kobold er bij. + +<p class="fontsize133">Ze gingen den kant op, waar de beek stroomde. +Ze hadden geen haast en drentelden heuveltje +op en heuveltje af, overal staan blijvend om +te kijken, te ruiken en te luisteren. Ze +hadden niemendal te doen en hadden 't toch +zoo druk, dat ze haast geen tijd hadden om +vooruit te komen. Ze waren nog lang niet aan +de beek, toen Gnoom zei: + +<p class="fontsize133">"Ik ben warempel nu al moe. Ik moet eens even +rusten, Kobold. Zullen we 'n oogenblikje op +die stronk gaan zitten?" + +<p class="fontsize133">"Zooals je wilt," zei Kobold. "Maar ik ga in +'t mos liggen." + +<p class="fontsize133">Toen Gnoom op den afgezaagden boomstomp zat, +zei Kobold: + +<p class="fontsize133">"De menschen hebben voor 'n mooi bankje +gezorgd, Gnoom, doch ik wou liever, dat ze +onze boomen ongemoeid lieten. Als ik die +houthakkers bezig hoor, zou ik wel kunnen +huilen, en jij?" + +<img src="images/22_bankje.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Ik loop hard weg, wanneer ik die groote +kerels met hun bijlen en zagen maar zie +aankomen," antwoordde Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Kijk eens, ze zijn van den winter hier ook +weer bezig geweest. Eén, twee, drie, vier +vijf dikke boomen hebben ze meegenomen." + +<p class="fontsize133">"Ja," zuchtte Kobold, "'t is erg. Maar hier +laten ze gelukkig genoeg staan. Dit bosch +blijft. Weet je nog, dat we jaren geleden +hierheen verhuisd zijn, omdat de menschen ons +heele bosch hadden omgehakt? Al onze mooie +boomen vielen onder hun bijlen en nu groeit +er koren, geloof ik." + +<p class="fontsize133">"De menschen zijn de baas, Kobold, wat zij +willen dat gebeurt." + +<p class="fontsize133">"Precies," zei Kobold. "En je moet ook niet +vergeten, dat de menschen niet zooals wij in +'n bosch leven kunnen. 'n Enkele, zooals de +boschwachter, dat gaat, maar die moet z'n +voedsel toch nog ergens anders vandaan +halen." + +<p class="fontsize133">"Laten we nu maar opstappen en naar de beek +gaan," zei Gnoom. "Ik ben weer heelemaal +uitgerust. Met dat praten over de menschen +raak je je vroolijkheid maar kwijt en daar is +'t veel te mooi weer voor. Hoor je dien +koekoek? Die heeft er ook zin in vandaag. Hij +is al wel vijf minuten aan het koekoeken." + +<p class="fontsize133">"En kijk eens," riep Kobold, "daar zit baas +Specht met z'n vrouw te kloppen. Hé, Specht, +goeien morgen, hoe heb jij 't met het mooie +weer?" + +<p class="fontsize133">"'k Heb geen tijd om te praten," riep de +specht terug. "We moeten nog een gat hakken +voor ons nest." + +<p class="fontsize133">"Maar je hadt toch 'n flinke woning hier in +de buurt, verleden jaar?" vroeg Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Jawel," schreeuwde nu vrouw Specht, "hier +vlak bij. Maar ze hebben van den winter den +boom omgehakt." + +<p class="fontsize133">Klop, klop, klop gingen de bekken der +spechten weer en de kabouters wandelden +verder. + +<p class="fontsize133">"Ik ben blij, dat ik geen specht ben," lachte +Kobold. "Zoo'n gat in 'n boom hakken lijkt me +'n lastig werkje, zoo zonder gereedschap." + +<p class="fontsize133">"Zonder gereedschap? Neen maar, hoe kom je +dààr bij? Wou je nog mooier beitel hebben, +dan zoo'n spechtensnavel? Ik wed dat de +specht het vlugger doet, dan 'n timmerman!" + +<p class="fontsize133">"Je hebt gelijk," zei Kobold. "'t Was dom van +me." + +<p class="fontsize133">"Zeg eens Kobold," zei Gnoom na 'n poosje, +"we komen zoo nooit bij de beek. We loopen +verkeerd." + +<p class="fontsize133">"Dat zie ik ook," zei Kobold. "Maar dat is +niemendal. Wij zijn hier vlak bij den plas. +Daar is 't ook mooi, en naar de beek kunnen +we morgen nog wel gaan." + +<img src="images/23_eilandje.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Ook goed. Ik vind het bij den plas nog wel +zoo prettig," zei Gnoom. "Je kunt zoo'n eind +over 't water kijken, dat net voor je ligt +als 'n spiegel en aan den overkant zie je +heel ver weg de boomen. En dan in 't midden +het eilandje met al dat riet er om. Ik zou +wel eens op dat eilandje willen kijken. Ben +jij er wel eens geweest?" + +<p class="fontsize133">"Ik wel," zei Kobold. "Maar 't is lang +geleden. Op 'n boomstam ben ik er heen +gevaren." + +<p class="fontsize133">"Op 'n boomstam!" gaapte Gnoom. "Hoe durfde +je! Kunnen we dat niet nog eens doen?" + +<p class="fontsize133">"Als er maar 'n boom in 't water ligt," zei +Kobold, "dan met alle plezier." Doch toen ze +bij den plas kwamen lag er geen boomstam in +'t water, hoe ze ook tusschen 't riet +zochten, wat 'n heel erg gevaarlijk werk voor +de kleine kabouters was, want zonder dat ze +er erg in hadden stapten ze soms in 't nat. +Maar ze hadden toch schik, want 't was o zoo +mooi bij den plas. Tusschen de gele +rietstengels, die hard en droog geknakt en +verwaaid den heelen winter waren blijven +staan, wuifden nu weer de groene biezen en +riethalmen. De plompeblaren dreven al hier en +daar boven als groene schuitjes en andere, +die 't nog niet zoover gebracht hadden, +kwamen met 'n randje boven 't watervlak uit. +Er stond vlak bij de kabouters 'n reiger met +z'n lange beenen in het water, alsof hij over +iets stond na te denken, en tusschen het riet +zwommen vlugge waterhoentjes met kleine +donkere kuikentjes. En de zon scheen over de +boomen van het bosch heen en spiegelde zich +in het stille water, zoodat er twee zonnetjes +waren. + +<p class="fontsize133">De kabouters vonden het prachtig bij den +plas. Ze raakten niet uitgekeken. Telkens +wezen ze elkaar weer wat anders, dat ze nog +niet opgemerkt hadden. Tot eindelijk Gnoom +riep: + +<p class="fontsize133">"Daar komt me zoo waar Troll ook aan!" + +<p class="fontsize133">"Wat zeg je," riep Kobold, "Troll? Waar dan?" + +<img src="images/24_troll.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"Wel daar, recht voor je, tusschen de +boomen." + +<p class="fontsize133">"Heb je ooit," prevelde Kobold verwonderd, +"waar zou die zoo lang gezeten hebben? Den +heelen winter heb ik niets van hem gezien of +gehoord. Jij?" + +<p class="fontsize133">"Ik ook niet," zei Gnoom. "Kijk, hij komt +regelrecht op ons af. Hij heeft ons zeker +gezien, Kobold, kan jij zien wat hij in z'n +hand heeft?" + +<p class="fontsize133">"Ik niet," zei Kobold. "Ik kan er niets van +maken. Wat zou 't zijn?" + +<p class="fontsize133">"Ik word nieuwsgierig," zei Gnoom "Ga je +mee?" + +<p class="fontsize133">Ze gingen met hun beiden den ander te gemoet +en waren in 'n wip bij hem. Die ander was ook +'n kabouter en heette Troll, maar den heelen +winter was hij zoek geweest en nu stond hij +daar opeens weer voor Kobold's en Gnoom's +oogen. Ze waren blij, dat ze hun kameraadje +weer terugzagen en wel wat nieuwsgierig te +vernemen waar hij dien heelen winter gezeten +had, maar nog nieuwsgieriger waren ze te +weten wat voor 'n ding hij bij zich had. Zoo +iets hadden ze nog nooit gezien. + +<p class="fontsize133">"Goeie morgen," riep Gnoom, "waar kom jij +vandaan?" + +<p class="fontsize133">En Kobold riep: "Dag Troll, hoe maak je het?" + +<p class="fontsize133">"Dank je, heel goed," zei Troll, "en hoe +maken jullie het? Den heelen winter in je +holletjes gezeten?" + +<p class="fontsize133">"Dat kan je begrijpen," zei Gnoom. "We hebben +pret genoeg gehad, niet Kobold, met dat +opgezette konijntje, hè?" + +<p class="fontsize133">"Nou," zei Kobold, "of we. En toen 't erg +koud was zijn we binnen gebleven, zooals +kaboutertjes altijd doen." + +<p class="fontsize133">"Zoo," kwam Troll, "doen kabouters dat +altijd.... Behalve ik, hè? Ik ben op reis +geweest." + +<p class="fontsize133">"Den heelen winter?" vroeg Gnoom ongeloovig. +"We dachten, dat je weggekropen was ergens +diep onder den grond." + +<p class="fontsize133">"Heelemaal mis—glad mis," lachte Troll. "Ik +heb gedaan net als de menschen en ben ergens +geweest waar 't gèèn winter was." + +<p class="fontsize133">"Wat zèg je?" riepen Kobold en Gnoom te +gelijk. "Dat jok je. 't Is overal winter." + +<p class="fontsize133">"Je hebt geslapen al dien tijd, man," zei +Gnoom, "en wat gedroomd en dat speldt je ons +nu op de mouw. Loop heen, mannetje, wou jij +twee slimme kabouters wat wijs maken?" + +<p class="fontsize133">"Zoo, en wat is dit dan?" zei Troll +triomfantelijk en hij hield hun het vreemde +ding onder den neus. "Daaraan kan je zien, +dat ik op reis geweest ben, of niet?" + +<p class="fontsize133">"Dat weet 'k niet," zei Kobold. "Ik kan niks +aan 't ding zien. Jij Gnoom?" + +<p class="fontsize133">"Niemendal," zei Gnoom. "Wat is 't voor 'n +ding?" + +<p class="fontsize133">"Dat is mijn City-bag," antwoordde Troll, met +'n wijs gezicht. + +<p class="fontsize133">Kobold stipte met z'n vinger op 't geel +leeren ding en herhaalde: "Cit-y-bag. +Cit-y-bag." + +<p class="fontsize133">En toen zei Gnoom: "Cit-y-bag, Cit-y-bag. +Begrijp jij er wat van, Kobold?" + +<p class="fontsize133">"Geen steek." + +<p class="fontsize133">"Ik ook niet. Cit-y-bag zeg je, hè Troll en +'t is 'n tasch?" + +<p class="fontsize133">"Dat is het," riep Kobold. "'t Is 'n tasch en +jij zegt.... Wat zei je er ook weer tegen, +Troll. Ik ben 't al weer vergeten." + +<p class="fontsize133">"'t Is ook 'n tasch," zei Troll, "maar 't +heet city-bag." + +<p class="fontsize133">"Da's malligheid," riep Gnoom, "'n tasch is +'n tasch en geen... 'k ben 'n boon als ik +'t nog zeggen kan." + +<p class="fontsize133">"Dat komt," zei Troll, "omdat jullie nooit op +reis geweest bent. Tegenwoordig gaat niemand +meer uit zonder zoo'n city-bag. Daaraan ziet +iedereen dadelijk, dat je op reis bent." + +<p class="fontsize133">"Wat zit er in?" vroeg Kobold. + +<p class="fontsize133">"O, van alles," legde Troll uit, "Ik heb er +m'n kam in en...." + +<p class="fontsize133">"En wat nog meer?" vroeg Kobold nieuwsgierig. + +<p class="fontsize133">"Niks meer," zei Troll, "ik had niets meer om +er in te doen." + +<p class="fontsize133">Kobold rolde in 't gras van 't lachen toen +Gnoom zei: "Je hadt er zelf dan nog best bij +gekund." + +<p class="fontsize133">"Och," riep Troll 'n beetje boos, "dat weet +ik ook wel. Ik had die kam best in m'n zak +kunnen steken, maar op reis hoor je alles in +'n city-bag te doen, al heb je niemendal, dan +doe je 't nog in 'n city-bag." + +<p class="fontsize133">"'t Is mij te geleerd," zei Gnoom. "Ga jullie +mee?" + +<p class="fontsize133">Ze gingen nu met hun drieën terug naar den +plas en daar gingen ze in 't mos liggen. +Troll was erg moe en viel in slaap. Kobold +stootte Gnoom aan en fluisterde: "Zeg Gnoom, +geloof jij, dat hij enkel maar 'n kam in die +tasch heeft zitten?" + +<p class="fontsize133">"Ik weet het niet," fluisterde Gnoom terug. +"Maar we kunnen eens kijken. Weet jij hoe +zoo'n ding opengaat?" + +<p class="fontsize133">"Ik niet, 't is voor 't eerst van m'n leven, +dat ik zoo'n... hoe heet het ook weer, +onder de oogen heb. Doch we kunnen 't +probeeren." + +<img src="images/25_citybag.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">De twee kabouters gingen nu heel stil aan 't +werk. Ze trokken en duwden en werkten zich in +'t zweet, doch ze konden de tasch maar niet +open krijgen. + +<p class="fontsize133">"'t Is een raar ding," meende Gnoom, terwijl +Kobold nog maar steeds aan 't tobben was. +"Schei maar uit, Kobold, je krijgt 't toch +niet open." + +<p class="fontsize133">"Ik niet!" zei Kobold, "'t moèt +open—al-zou-ik-het-heele-ding-stuk trekken.... Dààr! 't Is al open!" + +<p class="fontsize133">"Hè!" riep Gnoom "eindelijk! Hoe deê je dat?" + +<p class="fontsize133">"Dat weet ik niet," fluisterde Kobold. "Het +ging geloof ik vanzelf. Mooi van binnen, hè? +Voel eens met je hand. O, hier heb ik de +kam." + +<p class="fontsize133">"Willen we Troll eens bij den neus nemen?" +zei Gnoom. "Dan moet jij de kam in je zak +steken en dan doen wij 'n grooten kikker in +den tasch." + +<p class="fontsize133">"Da's goed," lachte Kobold. "Laten we dan +gauw 'n kikker gaan vangen." + +<p class="fontsize133">"Zou Troll niet wakker worden?" + +<p class="fontsize133">"Wel neen, hij slaapt als 'n stekelvarken. +Kom, we moeten 'n heele groote zien te +krijgen." + +<p class="fontsize133">Ze gingen nu samen op de kikkerjacht. Er +zwommen bazen van kikkers in den plas en nu +loerden de twee kabouters of er niet zoo'n +dikkert in 't gras zat. Eindelijk zagen ze er +een en ze joegen hem op, van 't water +vandaan. 't Was 'n heele toer om 'm te pakken +te krijgen. Telkens ontglipte de groenrok. +Hij deed sprongen zoo groot, dat de +kaboutertjes hem bijna niet konden bijhouden. +Doch eindelijk hadden ze hem en hielden hem +nu stevig met hun tweeën vast; hij was zoo +glibberig en zoo sterk en hun handjes waren +maar klein! + +<img src="images/26_kikker.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Troll sliep nog lekker en ze hadden tijd +genoeg om den kikker in de City-bag te doen. +Dat ging nog niet zoo gemakkelijk. Kobold +wist niet goed meer hoe 't ding openging en +Gnoom kon hem niet helpen, want die had +tobberij genoeg met z'n kikker. Doch +eindelijk was de tasch weer open en de kikker +ging er in. Kobold en Gnoom deden nu net of +ze sliepen, om Troll geen argwaan te geven +bij z'n ontwaken. Ze vonden 't wel wat +vervelend zoo zonder praten te blijven +liggen, en 't duurde nog al lang ook. Maar 't +kon niet anders, wilden ze hun plannetjes +niet laten mislukken. Er verliep zeker nog +wel 'n uur voor Troll wakker werd. Eerst +geeuwde hij 'n paar keer en ging recht op +zitten. Daarna riep hij: "Hè, hè, daar ben ik +eens heerlijk van opgefrischt. Hé, Kobold, +Gnoom, slaapmutsen, wordt eens wakker!" + +<p class="fontsize133">Kobold bromde maar wat en Gnoom zei nijdig: +"Hou je mond toch, ik kan niet slapen." + +<p class="fontsize133">Maar ze hadden moeite genoeg om zich goed te +houden. Na 'n kort poosje had Kobold er +genoeg van. Hij sprong overeind en riep: +"Hoelang heb ik wel geslapen? Gnoom, kerel, +vooruit, luilak. Je slaapt nog langer dan +Troll en die is nog wel op reis geweest." + +<p class="fontsize133">Nu werd Gnoom toch ook wakker. "Wat zeg je?" +riep hij, "Troll? Wat is er met Troll?" + +<p class="fontsize133">"Och, je slaapt nog," zei Kobold. "D'r is +niemendal met Troll. Kom sta maar op, ik wou +naar huis." + +<p class="fontsize133">Troll nam deftig z'n City-bag op. De twee +andere kabouters vonden dat het nu tijd was +om hun plannetje ten uitvoer te brengen. +Kobold stiet Gnoom aan en zei met 'n strak +gezicht: + +<p class="fontsize133">"Je moest ons eerst eens in dat ding laten +kijken, Troll." + +<p class="fontsize133">"Ja," zei Kobold, "dat mocht je voor 'n paar +oude vrienden wel over hebben." + +<p class="fontsize133">"En ik heb jullie gezegd, dat er niets in +zit, dan 'n kam!" riep Troll. + +<p class="fontsize133">"Dat kan je ons wel wijs maken," zei Kobold. +"Wat zeg jij Gnoom?" + +<p class="fontsize133">"Nou, dat vind ik ook!" meende deze. + +<p class="fontsize133">Troll smeet z'n City-bag nijdig neer en riep: +"Daar dan, kijk zelf. Ik vind het lang niet +mooi, dat je me niet vertrouwt. Vroeger +geloofde jullie me altijd op m'n woord." + +<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom deden maar net of ze van +Troll's woorden niemendal hoorden. Ze +knielden bij den tasch en rukten en plukten +en trokken en duwden, maar waren wel zoo +wijs, dat ze de tasch niet openmaakten. + +<p class="fontsize133">"Je kan er niks van," riep Gnoom, "Laat mij +'t maar alleen probeeren." Kobold stond op en +liet Gnoom z'n gang gaan. Tegen Troll zei +hij: "'n Raar ding hoor! Ik heb het er niet +op begrepen." + +<p class="fontsize133">Gnoom peuterde ook nog 'n poosje, maar gaf +toen 'n nijdigen schop tegen de tasch: "Is +dàt 'n ding," riep hij, "'t kan niet eens +open!" + +<p class="fontsize133">Troll had schik over z'n domme kameraadjes. +Hij ging op den grond zitten en nam de tasch +voor zich. "Kijk," zei hij, "domooren, 't is +heel eenvoudig, zoo gaat hij open." + +<img src="images/27_een_sprong.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">De tasch was nog niet heelemaal geopend of +daar wipte de kikker met 'n geweldigen sprong +uit z'n gevangenis, vlak langs Troll's neus. +Troll viel van verbazing en schrik languit op +z'n rug en Kobold en Gnoom schreeuwden, alsof +ze zich halfdood geschrikt hadden. + +<p class="fontsize133">"Gooi weg dat ding!" riep Gnoom. "'t Is +behekst. Gooi weg." + +<p class="fontsize133">Troll, 'n beetje bekomen, keek in de tasch +naar z'n kam, maar die was er niet. "Ik +begrijp er niemendal van," zei hij. "Ik heb +er m n kam in gedaan en nu springt er 'n +groote kikker uit!" Hij greep de tasch, +waarop hij zoo hoovaardig was geweest en +smeet die in den plas. + +<p class="fontsize133">"Wat doe je nou?" vroeg Kobold, "dien kikker +hebben wij er in gedaan. Hier is je kam." + +<p class="fontsize133">En Gnoom zei: "Je moet nòg eens op reis gaan, +om slim te worden Troll!" + +<p class="fontsize133">Troll zei niets, maar keek naar den plas, +waar z'n mooie City-bag tusschen 't riet lag. + +<hr align="center" width="25%"> +<br> +<br> +<br> +<br> +<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3> +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter05"></a> +<h3 align="center" class="fontsize133">Schipper Troll.</h3> +<hr align="center" width="25%"> + +<p class="fontsize133">Op zekeren dag kwamen Kobold en Gnoom hun +vriend Troll tegen. Hij scheen bijzonder in +zijn humeur en dat vonden Kobold en Gnoom erg +pleizierig, want van booze Kabouters hielden +ze niet. + +<p class="fontsize133">"Waar gaan jullie naar toe?" vroeg Troll. + +<p class="fontsize133">"We gaan eens kijken of er geen boom in den +plas ligt," zei Gnoom. "Ik wou zoo graag eens +op dat eiland gaan kijken." + +<p class="fontsize133">Troll begon te lachen en zei: "Dat kan je +heel gemakkelijk en je hebt er geen boom voor +noodig. Ga maar mee." + +<p class="fontsize133">"Hoe dan?" vroegen ze nieuwsgierig. + +<p class="fontsize133">"Heel eenvoudig; d'r ligt 'n schuit op den +plas." + +<p class="fontsize133">"'n Schuit?" riep Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Ja zeker 'n schuit, ik heb 't gezien toen ik +er voorbij kwam, vóór ik jullie ontmoette van +de week." + +<p class="fontsize133">"En kunnen we daarin overvaren met z'n +drieën?" + +<p class="fontsize133">"D'r kunnen wel honderd kabouters in," zei +Troll. "Je moet niet vergeten dat 't 'n boot +is waar zeker wel vijf menschen in kunnen +zitten, misschien nog wel meer." + +<p class="fontsize133">"'n Schuit op den plas," zei Kobold +ongeloovig. "Zoo oud als ik ben heb ik er nog +nooit zoo'n ding op gezien. Hoe kan dat nu? +Die plas heeft nergens 'n uitgang, hoe kan je +daar dan met 'n schuit in komen?" + +<p class="fontsize133">"Ho, ho," riep Gnoom, "de menschen zijn sterk +hoor. Met 'n paar man dragen ze gemakkelijk +zoo'n bootje. Of anders op 'n wagen. Neen dàt +kan best." + +<p class="fontsize133">"Maar wat zouen ze met 'n boot op den plas?" +zei Kobold weer. + +<p class="fontsize133">"Wel, visschen," meende Gnoom, "of voor hun +pleizier varen... of misschien waren ze +wel nieuwsgierig naar het eiland!" + +<p class="fontsize133">"In ieder geval," zei Troll, "de boot is er. +"Hoe die er gekomen is kan ons niet schelen +hé?" + +<p class="fontsize133">"Troll heeft gelijk, riep Gnoom, voor mijn +part was ie uit de lucht komen vallen." + +<img src="images/28_op_weg.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Maar," begon Kobold weer, "kunnen wij zoo'n +groot schip hanteeren? Troll zegt er kunnen +wel honderd kabouters in...." + +<p class="fontsize133">"Nou, honderd... da's misschien wat veel," +zei Troll, "laten we zeggen vijftig." + +<p class="fontsize133">"Vijftig dan," zei Kobold. "Ik heb nooit +gevaren, jij wel Gnoom?" + +<p class="fontsize133">"Ik! Neen hoor, ik ben altijd een beetje bang +voor 't water geweest. Kaboutertjes zijn nu +eenmaal geen zeelui." + +<p class="fontsize133">"Als we eens omsloegen," sprak Kobold verder. +"Er is nog al veel wind. Kan je zwemmen +Gnoom?" + +<p class="fontsize133">"Zwemmen? Ben je mal. Ik ben geen eendvogel. +Wat denk je wel van me?" + +<p class="fontsize133">"Ik wou alleen maar zeggen, dat ie dan +verdrinkt als we omslaan." + +<p class="fontsize133">"Precies, als we," zei nu Troll. "Maar we +slaan heel niet om, dat weet ik vast. Die +boot is geen notedop, lang niet. En de wind +komt ons juist van pas, we behoeven nu zelf +niets te doen. De wind brengt ons op 't +eiland." + +<p class="fontsize133">"Hoera!" riep Gnoom. "Die Troll is 'n matroos +geloof ik. Kom, vooruit naar de boot!" + +<p class="fontsize133">Troll lachte weer en Kobold schudde z'n +hoofd. Maar Gnoom werd kwaad toen ie Kobold +dat zag doen. "Krabbel jij terug," smaalde +hij. "Dan gaan wij alleen Troll. En diè zegt +nog wel, dat ie op 'n boomstam overgevaren is +en hij durft het niet in 'n schip! Je bent +ook al geen held, hoor!" + +<p class="fontsize133">"Beter bloode Jan, dan doode Jan," zei +Kobold. "Maar als jij 't er nu eenmaal op +gezet hebt te gaan varen in die schuit, dan +laat ik je niet in den steek." + +<p class="fontsize133">"Da's betere praat," riep Gnoom. "Vooruit, +jongens! Dat kan een mooie dag worden!" + +<p class="fontsize133">Ze stapten nu vlug door 't bosch en namen +natuurlijk den kortsten weg naar den plas. +Troll liep vooruit. Die scheen ook haast te +hebben. + +<p class="fontsize133">Ze moesten langs den oever van den plas +loopen naar de overzijde en daar lag +werkelijk een boot tusschen 't riet te +schommelen, want de plas was erg onstuimig +door den fellen wind. De boot was met 'n touw +vastgemaakt aan 'n boom dicht bij den oever. + +<p class="fontsize133">"Zie je nu wel Kobold, dat Troll gelijk had?" +zei Gnoom erg in z'n schik. "Wat 'n prachtig +schip! Ik kan er niet eens inkijken, zoo hoog +steekt het boven 't water uit. Nu, maar +dààrin zullen we niet verdrinken." + +<p class="fontsize133">"Dat denk ik ook niet," zei Kobold ernstig, +"maar misschien wel in den plas. Kijk het +eens golven!" + +<p class="fontsize133">Troll had de boot losgemaakt en trok haar +naar den kant. Hij gaf het touw aan Gnoom en +klom zelf in de boot. "Kom maar," riep hij, +"ik ben er al." + +<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom deden nu ook net als Troll, +en Gnoom sprong als 'n dolleman in 't rond, +terwijl Kobold bedachtzaam de boot +inspecteerde. Alles bekeek hij. Er waren twee +bakjes midden en een voor en achter. Deze +konden opgetild worden en dat deed Kobold. + +<img src="images/29_varend.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Onder de bankjes was ruimte om wat in te +bergen. De boot was 'n groote roeiboot met 'n +vierkant gat in 't voorste middenbankje, om +er 'n mast in te kunnen zetten voor 't zeil. +Maar de mast en 't zeil waren er niet, +evenmin als roeiriemen, doch er lag 'n soort +vaarstok op den bodem. + +<p class="fontsize133">Deze stok trachtte Troll alleen te hanteeren +om van wal te steken. Dat lukte evenwel niet, +de stok was voor één kaboutertje te zwaar. +Gnoom hielp. Nu duwden ze met al hun kracht +en brachten de boot uit het riet. 't Water +was niet erg diep. + +<p class="fontsize133">Ze bleven dus maar aan den gang met hun +vaarstok. Kobold zat aan 't roer. In 't open +water begon de boot te dansen op de +schommelende golven en de kabouters waren +geen erge waterrotten; ze vonden dat gehobbel +niet zoo heel pleizierig. Kobold keek aldoor +maar ernstig, die leek wel 't bangste van +allemaal. Gnoom dacht aan z'n eiland en wilde +niet bang zijn. Troll grinnikte soms van +pleizier en dan keek Kobold een beetje +verwonderd naar hem. Toen ze een eindje +geboomd hadden kwam de wind hen helpen en nu +ging 't wat vlugger. 't Ging gelukkig zonder +ongevallen en toen ze eindelijk bij 't eiland +aanlegden, zei Troll: "Zie je nu Kobold, dat +het best gaat!" + +<p class="fontsize133">"Maar hoe gaan we terug," vroeg Gnoom. "We +varen aan den anderen kant van 't eiland af +en dan helpt de wind ons weer naar den +oever." + +<p class="fontsize133">"En dan moet de eigenaar van de boot, zeker +maar eens daar gaan zoeken als ie z'n +vaartuig noodig heeft, zei Kobold. Of stuur +je 'm 'n boodschap dat z'n schuit naar de +overzijde van den plas is verhuisd?" + +<p class="fontsize133">"Jij met je eigenaar," riep Troll uit z'n +humeur. "Wat kan ons dien vent schelen? Kom, +laten we eerst de boot maar naar de andere +zij van 't eiland brengen. Kijk dat doen we +zoo." + +<p class="fontsize133">Hij wierp den zwaren vaarstok in de boot en +ging op 'n bankje zitten aan den kant van 't +schuitje. Hij greep nu telkens 'n +overhangenden tak en trok 't scheepje +vooruit. Gnoom had wel uit 't schuitje willen +springen om maar op het eiland te kunnen +zijn. Hem beviel dat varen naar den anderen +kant niemendal. + +<p class="fontsize133">"Hè, laten we dat maar doen, als we weg +gaan," zei hij spijtig. + +<p class="fontsize133">"Neen," zei Troll. "We moeten nu naar den +anderen kant." + +<p class="fontsize133">"Waarom kan dat zoo meteen niet?" vroeg +Kobold. "Je ziet toch dat Gnoom van +nieuwsgierigheid bijna uit de boot rolt!" + +<p class="fontsize133">"Omdat...," zei Troll, alsof hij niet goed +wist, wat hij zeggen zou, "omdat... we +misschien te moe zijn, als we op dat eiland +hebben rondgedoold." + +<p class="fontsize133">"Nu goed dan!" zei Gnoom. "Eerst maar naar +den anderen kant. Maar dan blijven we ook +zooveel te langer hoor!" + +<p class="fontsize133">"Je kan zoo lang blijven als je verkiest," +mompelde Troll. + +<p class="fontsize133">Kobold zei niets, maar begon evenals de +anderen ijverig mee te trekken. 't Ging nu +vlug vooruit soms tusschen 't riet en soms in +open water en ze kwamen na 'n half uurtje +goed en wel aan den anderen kant. Hier +maakten ze de boot met het touw aan een boom +vast. + +<p class="fontsize133">"Ik heb een beding," zei Kobold: "We blijven +bij elkaar." + +<p class="fontsize133">"Waarom?" vroeg Troll. "Zóó groot is 't +eiland niet en we weten alle drie waar onze +boot ligt, zou ik denken. Wat jij, Gnoom?" + +<p class="fontsize133">"Ik ben voor bij elkaar te blijven," zei +Gnoom. + +<p class="fontsize133">"De meeste stemmen gelden," sprak Kobold +snel. "Dat is dus afgesproken." + +<p class="fontsize133">"Voor mijn part!" bromde Troll en hij lachte +stilletjes, doch dat zag Kobold net. + +<p class="fontsize133">Nu begon een prettige tocht naar 't eilandje. +Gnoom was in de wolken. Zoo'n echt wild +bosch, als het daar was! Dikke boomen, waar +de wilde klimop tegen opgekropen was tot in +den top en dichte struiken, waar je haast +niet door kon komen van al de prikkels. En +dan ineens weer 'n open plek met 'n paar +zware eiken, die daar stonden als koningen, +niets in hun nabijheid duldend, dan wat +nederig bij den grond bleef. + +<img src="images/30_knorrig.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Gnoom werd telkens knorrig op Kobold, die hem +aan z'n mouw trok en aanmaande om door te +loopen. Kobold zei niet veel, maar hij lette +op Troll, die erg veel lust scheen te hebben +in de struiken te kruipen. Waar Troll +heenging volgde Kobold en die zorgde er wel +voor dat Gnoom bij hem bleef. Zoo ging het +misschien 'n uur achter elkaar tot Kobold +opeens bleef staan en tegen Gnoom zei: "Weet +jij waar Troll is?" + +<p class="fontsize133">"Troll!" zei Gnoom, "wel die was 'n poosje +geleden nog daar voor ons." + +<p class="fontsize133">"Ja, dat was een kwartier geleden," zei +Kobold. "Hij heeft zich niet aan de afspraak +gehouden." + +<p class="fontsize133">"Och," zei Gnoom, "is dat nu zoo erg? We +zullen hem wel weer bij de boot vinden tegen +den avond als we teruggaan?" + +<p class="fontsize133">"Als we zoolang wachten, dan is er heelemaal +geen boot meer," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Heelemaal—geen—boot—meer?" riep Gnoom met +'n heel verbaasd gezicht. "Wat bedoel je +daarmee?" + +<p class="fontsize133">"Daar bedoel ik mee," zei Kobold, "dat Troll +van plan is alleen met de boot weg te varen +en ons hier te laten zitten, op het eiland, +waar we natuurlijk in wie weet hoe langen +tijd niet vandaan kunnen." + +<p class="fontsize133">"Wat zeg je?" gaapte Gnoom. "Is hij dat van +plan? Maar hoe weetje dat?" + +<p class="fontsize133">"O," antwoordde Kobold, "dat zal ik je wel +even uitleggen. Maar we kunnen onderhand wel +teruggaan naar de boot. Misschien zijn we hem +wel voor.... Weet je waarom hij de boot +niet aan den anderen kant wilde laten liggen +tot vanavond? Neen hè? Nu dat deed hij, omdat +het voor hem alleen te moeilijk was de boot +daarheen te brengen en hij toch onmogelijk +met de boot kon vertrekken aan den windkant. +Nu kan mijnheer heengaan wanneer het hem +belieft, begrijp je? Ik heb hem den heelen +dag al zien grinniken, 'n poosje geleden nog, +toen ik bedong, dat we bij elkaar zouden +blijven." + +<p class="fontsize133">"Da's waar ook," zei Gnoom, "hij wou, dat we +niet bij elkaar zouden blijven." + +<p class="fontsize133">"Laten we maar wat doorloopen," zei Kobold. +"anders is hij misschien al weg." + +<p class="fontsize133">"Dan moet hij toch vlug zijn," meende Gnoom. + +<p class="fontsize133">'n Poosje later bereikten ze den oever en +vonden daar de boot in denzelfden toestand en +er was geen Troll te zien. + +<p class="fontsize133">Gnoom keek Kobold eens aan en zei: "Had je 't +misschien mis, vriendje. 't Is gemakkelijk +genoeg iemand van iets kwaads te verdenken." + +<p class="fontsize133">"Ik hoop het," zei Kobold. "Maar we zullen de +proef nemen. Kijk eens hier in de boot." + +<p class="fontsize133">Ze klommen nu allebei in 't schuitje, en toen +ging Kobold voort. "Hier voor, onder die bank +is een kistje, daar kruip jij in. Daar is +ruimte genoeg voor jou en lucht ook, want er +zijn in het plankje twee gaatjes, die de +menschen gebruiken om er hun vingers in te +plaatsen als ze het plankje willen optillen." + +<img src="images/31_onder_de_bank.jpg" alt="" align="left"> + +<p class="fontsize133">"En jij?" vroeg Gnoom. + +<p class="fontsize133">"Ik kruip in 't hoekje onder 't achterste +bankje bij 't roer. Als Troll komt en hij +wacht, dan heb ik ongelijk—en als hij alleen +afvaart, dan neemt hij ons toch mee, al is +het tegen z'n wil." + +<p class="fontsize133">"Kobold, je bent de slimste kabouter dien ik +ooit gezien heb. Ik kruip al weg." + +<p class="fontsize133">'n Ogenblik later was Kobold ook in z'n +hokje. + +<p class="fontsize133">'n Poosje was het doodstil, maar toen hóorden +de twee verstopte kabouters 'n gekraak van +takken en 'n bons in de boot. Vervolgens +hoorden ze plassen in 't water en 'n geschuur +langs den kant van 't schuitje, zoodat Kobold +en Gnoom begrepen, dat Troll was weggevaren, +zonder op hen te wachten. + +<img src="images/32_terugvaart.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Gnoom was woedend over dat verraad en had wel +te voorschijn willen springen om maar +dadelijk met Troll af te rekenen. Maar hij +bedacht, dat die slimme Kobold waarschijnlijk +wel 'n plannetje zou hebben. Hij besloot dus +maar te blijven zitten tot Kobold hem kwam +roepen. 't Duurde erg lang, die overtocht. De +plas was daar nog al breed en schipper Troll +had alléén 'n verbazende toer met z'n zwaren +vaarstok. De wind hielp wel 'n beetje, maar +vlak onder het eiland was z'n kracht niet +heel groot. Toen 't schuitje verder van 't +eiland af raakte ging 't beter, maar Troll's +tobberij met den vaarstok werd nog grooter, +want 't schuitje ging dwars voor den wind +liggen. Eindelijk hoorden Kobold en Gnoom 't +schuitje weer schuren langs 't riet en daarna +'n bons van den neergeworpen vaarstok. Kobold +luisterde scherp en tilde toen het deksel van +z'n gevangenis 'n heel klein eindje op. Aan +alle kanten zag hij hoog riet en in 't +schuitje niemand. Hij kroop voorzichtig uit +z'n kistje en sloop naar voren. Snel kwam nu +ook Gnoom te voorschijn, en toen fluisterde +Kobold hem toe: "Geen leven maken hoor! We +zullen de boot door 't riet trekken, naar den +kant. Troll heeft de schuit niet eens +vastgelegd." Dat deden ze en waren in 'n wip +op vasten grond. Op de plek waar ze geland +waren stond dicht kreupelhout. + +<p class="fontsize133">"Da's erg goed getroffen," fluisterde Kobold. +"Onze schipper heeft 'n mooi plekje voor ons +uitgezocht. We kunnen nu op ons gemak eens +rondloeren waar hij gebleven is. Hierheen, +Gnoom. Ik geloof, dat ik voetstappen zie. +Kijk jij eens." + +<img src="images/33_troll_slaapt.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">Gnoom keek en was van dezelfde meening en nu +gingen ze omzichtig voorwaarts. Aan den rand +van 't kreupelbosch gekomen tuurden ze door +de takken en zagen onder 'n boom schipper +Troll liggen. + +<p class="fontsize133">"Hij is zeker moe," zei Kobold. + +<p class="fontsize133">"Dat denk ik ook," lachte Gnoom. "Hij heeft +werk voor drie moeten doen. Wat heb je voor +'n plannetje. Zouden we hem 'n pak slaag +geven?" + +<p class="fontsize133">"Wel neen," zei Kobold. "Als hij slaapt, gaan +we naast hem liggen, ieder aan 'n kant en dan +zal je zijn gezicht eens zien, als hij wakker +wordt." + +<p class="fontsize133">"Prachtig! prachtig!" fluisterde Gnoom. "Je +bent een meester in 't verzinnen van prettige +dingen. Da's veel, véél mooier dan 'n pak +slaag! Maar hij kan wel zoo lang blijven +slapen Kobold!" + +<p class="fontsize133">"O dan maken we hem wel wakker. Kom nu maar +mee. Hij zal nu wel slapen." + +<p class="fontsize133">Ze liepen heel zachtjes en maakten een omweg, +zoodat ze achter Troll kwamen en toen slopen +ze op hun tenen naderbij. Troll sliep. Kobold +en Gnoom gingen stilletjes naast hem liggen. +'n Minuut of tien hadden ze gelegen, toen +Gnoom al begon te wenken aan Kobold dat ie 't +tijd vond om Troll wakker te maken. Kobold +nam nu een lange grashalm en gaf die aan +Gnoom en beduidde hem, dat-ie daarmee Troll +maar eens in z'n gezicht moest kittelen. Dat +deed Gnoom met het grootste genoegen. Troll +voelde er eerst niets van, maar begon +langzamerhand allerlei gezichten te trekken +en eindelijk aan z'n neus te wrijven, doch +Gnoom hield niet op voor Troll met een geeuw +wakker werd. Hij wreef z'n oogen uit en deed +ze toen zoo wijd open als hij maar kon, want +hij zag iets waar hij niemendal van begreep: +naast hem lagen Kobold en Gnoom! Hij dacht +eerst dat ie droomde, maar bemerkte al heel +gauw, dat ie klaar wakker was. Bleek van +schrik stotterde hij: + +<p class="fontsize133">"Hoe—ben—jelui—hier—gekomen?" + +<p class="fontsize133">"Ja man," zei Gnoom, "da's 'n kunstje, dat +moet je van Kobold zien te leeren." + +<img src="images/34_verbaasd.jpg" alt="" align="right"> + +<p class="fontsize133">"Je moet de schuit nog op haar plaats +brengen," zei Kobold. "We zijn hier gekomen +om je dat even te zeggen." + +<p class="fontsize133">"Dat—kan—ik—niet," kwam bibberend van +Troll's lippen. "Die—boot—is zoo—zwaar." + +<p class="fontsize133">"Wat zwaar!" stoof Gnoom op. "Je kunt alleen +over den plas varen, met twee passagiers in +je boot en nou wil je beweren, dat-ie te +zwaar is met niemand er in? Vooruit, of ik +zal 't je leeren!" + +<p class="fontsize133">"Twee passagiers in de boot," mompelde Troll, +"en de boot was leeg!" + +<p class="fontsize133">Hij zette zoo'n verschrikt gezicht, dat +Kobold en Gnoom in lachen uitbarstten en de +laatste riep: "Ja Troll, hier staan je +passagiers. Ze zaten in je boot terwijl jij +dacht, dat ze op 't eiland waren +achtergelaten. Knap hé?" + +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><img src="images/chapter_end.jpg" alt=""></center> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH *** + +***** This file should be named 46263-h.htm or 46263-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/4/6/2/6/46263/ + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License available with this file or online at + www.gutenberg.org/license. + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation information page at www.gutenberg.org + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at 809 +North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email +contact links and up to date contact information can be found at the +Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For forty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</BODY> +</HTML> + diff --git a/46263-h/images/10_letters.jpg b/46263-h/images/10_letters.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..85665c7 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/10_letters.jpg diff --git a/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg b/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d12986d --- /dev/null +++ b/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg diff --git a/46263-h/images/12_kippenhok.jpg b/46263-h/images/12_kippenhok.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c541da2 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/12_kippenhok.jpg diff --git a/46263-h/images/13_klimmend.jpg b/46263-h/images/13_klimmend.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a9e7e04 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/13_klimmend.jpg diff --git a/46263-h/images/14_vlucht.jpg b/46263-h/images/14_vlucht.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..725bf32 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/14_vlucht.jpg diff --git a/46263-h/images/16_koning_droom.jpg b/46263-h/images/16_koning_droom.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..845fd6b --- /dev/null +++ b/46263-h/images/16_koning_droom.jpg diff --git a/46263-h/images/17_onderweg.jpg b/46263-h/images/17_onderweg.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..56a08c9 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/17_onderweg.jpg diff --git a/46263-h/images/18_op_het_water.jpg b/46263-h/images/18_op_het_water.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..75b61ec --- /dev/null +++ b/46263-h/images/18_op_het_water.jpg diff --git a/46263-h/images/19_troon.jpg b/46263-h/images/19_troon.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..386faed --- /dev/null +++ b/46263-h/images/19_troon.jpg diff --git a/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg b/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..553b13d --- /dev/null +++ b/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg diff --git a/46263-h/images/20_griffier.jpg b/46263-h/images/20_griffier.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d745998 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/20_griffier.jpg diff --git a/46263-h/images/21_lafaard.jpg b/46263-h/images/21_lafaard.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..996a013 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/21_lafaard.jpg diff --git a/46263-h/images/22_bankje.jpg b/46263-h/images/22_bankje.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9ff8499 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/22_bankje.jpg diff --git a/46263-h/images/23_eilandje.jpg b/46263-h/images/23_eilandje.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e41b812 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/23_eilandje.jpg diff --git a/46263-h/images/24_troll.jpg b/46263-h/images/24_troll.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e370f90 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/24_troll.jpg diff --git a/46263-h/images/25_citybag.jpg b/46263-h/images/25_citybag.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..378d589 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/25_citybag.jpg diff --git a/46263-h/images/26_kikker.jpg b/46263-h/images/26_kikker.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..96c87e7 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/26_kikker.jpg diff --git a/46263-h/images/27_een_sprong.jpg b/46263-h/images/27_een_sprong.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1da3c44 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/27_een_sprong.jpg diff --git a/46263-h/images/28_op_weg.jpg b/46263-h/images/28_op_weg.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..68b7a6d --- /dev/null +++ b/46263-h/images/28_op_weg.jpg diff --git a/46263-h/images/29_varend.jpg b/46263-h/images/29_varend.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4f2cf8f --- /dev/null +++ b/46263-h/images/29_varend.jpg diff --git a/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg b/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dc5c038 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg diff --git a/46263-h/images/30_knorrig.jpg b/46263-h/images/30_knorrig.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ac02958 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/30_knorrig.jpg diff --git a/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg b/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd14cc0 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg diff --git a/46263-h/images/32_terugvaart.jpg b/46263-h/images/32_terugvaart.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..59651de --- /dev/null +++ b/46263-h/images/32_terugvaart.jpg diff --git a/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg b/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f6e7475 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg diff --git a/46263-h/images/34_verbaasd.jpg b/46263-h/images/34_verbaasd.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6d259f8 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/34_verbaasd.jpg diff --git a/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg b/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a027430 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg diff --git a/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg b/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d200e52 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg diff --git a/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg b/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a7e1e37 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg diff --git a/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg b/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ca251f5 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg diff --git a/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg b/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8370290 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg diff --git a/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg b/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ffbcc1 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg diff --git a/46263-h/images/9_konijn.jpg b/46263-h/images/9_konijn.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0e11f94 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/9_konijn.jpg diff --git a/46263-h/images/chapter_end.jpg b/46263-h/images/chapter_end.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..57cfaa0 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/chapter_end.jpg diff --git a/46263-h/images/chapter_start.jpg b/46263-h/images/chapter_start.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5bb2eaa --- /dev/null +++ b/46263-h/images/chapter_start.jpg diff --git a/46263-h/images/cover.jpg b/46263-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..23e4ac9 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/cover.jpg diff --git a/46263-h/images/logo.jpg b/46263-h/images/logo.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2c45984 --- /dev/null +++ b/46263-h/images/logo.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..7a3961a --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #46263 (https://www.gutenberg.org/ebooks/46263) |
