summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--46263-8.txt2226
-rw-r--r--46263-8.zipbin0 -> 34002 bytes
-rw-r--r--46263-h.zipbin0 -> 2716349 bytes
-rw-r--r--46263-h/46263-h.htm2880
-rw-r--r--46263-h/images/10_letters.jpgbin0 -> 84898 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/11_in_het_donker.jpgbin0 -> 89795 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/12_kippenhok.jpgbin0 -> 93877 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/13_klimmend.jpgbin0 -> 99253 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/14_vlucht.jpgbin0 -> 92075 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/16_koning_droom.jpgbin0 -> 71678 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/17_onderweg.jpgbin0 -> 83713 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/18_op_het_water.jpgbin0 -> 91026 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/19_troon.jpgbin0 -> 83954 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpgbin0 -> 52464 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/20_griffier.jpgbin0 -> 54388 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/21_lafaard.jpgbin0 -> 86656 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/22_bankje.jpgbin0 -> 88164 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/23_eilandje.jpgbin0 -> 83657 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/24_troll.jpgbin0 -> 79153 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/25_citybag.jpgbin0 -> 75980 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/26_kikker.jpgbin0 -> 74641 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/27_een_sprong.jpgbin0 -> 84456 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/28_op_weg.jpgbin0 -> 89425 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/29_varend.jpgbin0 -> 81425 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/2_kabouterhol.jpgbin0 -> 42937 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/30_knorrig.jpgbin0 -> 101672 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/31_onder_de_bank.jpgbin0 -> 86167 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/32_terugvaart.jpgbin0 -> 82314 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/33_troll_slaapt.jpgbin0 -> 86546 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/34_verbaasd.jpgbin0 -> 60387 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpgbin0 -> 48450 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpgbin0 -> 44057 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/5_ziek_konijn.jpgbin0 -> 52347 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpgbin0 -> 56763 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpgbin0 -> 48714 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpgbin0 -> 84752 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/9_konijn.jpgbin0 -> 89696 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/chapter_end.jpgbin0 -> 5284 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/chapter_start.jpgbin0 -> 30396 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/cover.jpgbin0 -> 115692 bytes
-rw-r--r--46263-h/images/logo.jpgbin0 -> 4853 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
44 files changed, 5122 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/46263-8.txt b/46263-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..26aebb4
--- /dev/null
+++ b/46263-8.txt
@@ -0,0 +1,2226 @@
+The Project Gutenberg EBook of Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kabouters in het Bosch
+
+Author: Kees Valkenstein
+
+Illustrator: Kees Valkenstein
+
+Release Date: July 12, 2014 [EBook #46263]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH ***
+
+
+
+
+Produced by R.G.P.M. van Giesen
+
+
+
+
+[Illustratie: cover art]
+
+KABOUTERS IN HET BOSCH
+
+DOOR KEES VALKENSTEIN
+
+
+
+
+KABOUTERS IN HET BOSCH
+
+
+
+
+KABOUTERS IN HET BOSCH
+
+DOOR
+
+KEES VALKENSTEIN
+
+GEÏLLUSTREERD DOOR DEN SCHRIJVER.
+
+[Illustratie]
+
+UTRECHT W. DE HAAN.
+
+
+
+
+DRUK VAN MORKS & GEUZE, DORDRECHT.
+
+
+
+
+[Illustratie: hoofdstuk kopstuk]
+
+
+
+
+Het sprookje van de twee Kabouters.
+
+
+In 'n bosch zaten twee kabouters op 'n bemoste kei. Boven hun hoofd
+hield het eene kaboutertje 'n groote parasol, die van 'n paddestoel
+gemaakt was. Kabouters zijn knappe werklui.
+
+"Waar peins je toch over?" vroeg Kobold.
+
+"Ik?" zei Gnoom; "och, over 'n heele boel dingen. 't Is tegenwoordig
+'n slechte tijd voor kabouters, hèèl slecht. 'n Paar duizend jaar
+geleden was 't plezierig in de wereld. Overal groote bosschen en
+weinig menschen. In die bosschen was 't heerlijk om te leven voor
+kabouters en de menschen waren vriendelijk. Je durfde je nog eens te
+vertoonen aan de lui en met genoegen hielp je hen 's nachts 'n handje
+aan 't werk dat ze den vorigen dag niet af konden krijgen."
+
+"Da's waar," zei Kobold.
+
+[Illustratie]
+
+"Kom daar nu eens om," ging Gnoom voort; "bosschen? Allemaal
+omgehakt. 't Is 'n toer nu nog 'n plekje te vinden, dat je 'n
+ordentelijk bosch kunt noemen."
+
+"En dan moet je asjeblieft die nare spoorwegen niet vergeten,"
+zuchtte Kobold. "Middenin den nacht vliegen die akelig groote
+monsters van locomotieven daarover heen met 'n gebrom en gefluit...
+ik beef van schrik, als ik er aan denk."
+
+"Ik beef nog veel erger, als ik aan de menschen denk," zei Gnoom.
+"Die zijn slecht, door en door slecht."
+
+"Da's niet waar," meende Kobold. "D'r zijn goeie menschen ook."
+
+"Die mag je dan wel met 'n glimwormpje gaan zoeken," spotte Gnoom.
+"Ken je den jongen van den boschwachter? Die is slecht hè? Vogels
+vangen, dieren mishandelen, dat is z'n lust en z'n leven. Mooi hè? En
+zoo zijn ze nou allemaal."
+
+"'t Is niet waar," zei Kobold. "Heb jij dien jongen z'n zusje wel
+eens gezien? 't Is 'n klein ding van 'n jaar of zes."
+
+"Noem je dat 'n klein ding?" vroeg Gnoom verbaasd. "Ze is grooter dan
+wij."
+
+"Ja, bij ons vergeleken!" lachte Kobold. "Maar wij zijn ook zulke
+kleine kereltjes. Je moet haar eens zien als ze naast haar vader
+loopt. Precies 'n poppetje. Wou je dàt kind soms ook slecht noemen?
+Ze doet nog geen vlindertje kwaad."
+
+"Ik zal je maar gelijk geven," zei Gnoom, "maar ik denk er het mijne
+van.... Sst!... Hoor je dat?..."
+
+"Wat zou 't wezen?" fluisterde Kobold, benauwd.
+
+"De jongen van den boschwachter," zei Gnoom met 'n bibberend
+stemmetje. "Hoor hem eens schreeuwen! Hij heeft zeker weer 'n
+vogeltje te pakken. Kijk eens tusschen de boomen door! Daar komt hij
+aan.... Hij slaat met 'n stok..."
+
+[Illustratie]
+
+"Ik ga heen," zei Kobold. "Ga je mee? Ik kruip in m'n holletje."
+
+"Ik ook," zei Gnoom.
+
+Weg waren de kabouters. 't Volgende oogenblik sprong 'n wild
+konijntje uit het kreupelhout, achtervolgd door 'n grooten jongen,
+die telkens met 'n knuppel naar 't kleine diertje sloeg. Gelukkig was
+het kabouterholletje vlak bij.
+
+"Da's jammer," mompelde de jongen, toen hij 't diertje in het hol zag
+verdwijnen. Hij porde nog 'n paar keer met z'n stok in het gat, doch
+dat gaf niemendal. 't Konijntje was ver genoeg buiten z'n bereik.
+"Dood gaat ie toch," bromde hij, "ik heb hem 'n paar keer goed
+geraakt. Ik zal nog maar eens gaan zoeken, misschien vind ik nog wel
+'n paar andere."
+
+[Illustratie]
+
+De jongen ging heen, en toen 't heel doodstil was kwamen de twee
+kabouters met verschrikte gezichten weer te voorschijn. Samen droegen
+ze 't konijntje, dat wel dood scheen, en legden het voorzichtig op 't
+donkergroene mos.
+
+"Hier kunnen we zien," zei Kobold, "in 't hol is 't zoo donker.
+Precies zooals ik dacht: 't Konijntje is dood. Wat 'n barbaar van 'n
+jongen! Zoo'n beul!"
+
+"'t Is niet dood!" riep Gnoom. "Kijk maar, z'n buikje gaat op en
+neer."
+
+"Je hebt warempel gelijk," zei Kobold blij. "Hadden we maar wat voor
+den stakker, 'n beetje water of zoo iets. Zou 't beter worden?"
+
+"Ik weet het niet," sprak Gnoom. "Maar 't beest is er slecht aan toe.
+Ik weet kruiden te staan, waar 'n ziek mensch van beter wordt. Zouden
+die voor 'n konijntje ook goed zijn?"
+
+"Misschien wel," antwoordde Kobold. "We kunnen 't probeeren. Maar..."
+
+Verder kwam Kobold niet, want de twee kabouters hoorden geritsel in
+de struiken. Ze dachten dat de booze jongen terug gekomen was en
+namen allebei tegelijk de vlucht. Het konijntje bleef liggen.
+
+"Je hebt het konijntje vergeten," schreeuwde Kobold, toen ze in het
+hol waren.
+
+"'t Is jouw schuld," snauwde Gnoom. "Had het in het hol gelaten,
+zooals ik je ried. Je bent altijd even eigenwijs."
+
+"En jij bent 'n lafaard," brulde Kobold. "We hadden bij 't konijntje
+moeten blijven om het te beschermen. Jij ging 't eerst op de vlucht."
+
+"Neen, jij?"
+
+De kabouters zaten in 'n hoekje tegenover elkaar met hun oogen dicht
+en de handen voor hun ooren.
+
+[Illustratie]
+
+"Nu zal hij het doodslaan," zei Kobold bibberend.
+
+"Doodtrappen," zei Gnoom.
+
+"Ik ga er naar toe," zei Kobold.
+
+"Ik ga mee," zei Gnoom.
+
+Kobold nam 'n groot mes, dat wel 'n vinger lang was en Gnoom balde de
+vuisten. Moedig stapten ze voort naar den ingang van het hol. Toen
+Kobold naar buiten keek, wierp hij het vreeselijke mes op den grond.
+
+"Wat doe je nou?" vroeg Gnoom. "Durf je dien jongen zóó aan?"
+
+[Illustratie]
+
+"'t Is het zusje," zei Kobold, "Kijk maar. Ze heeft het konijntje van
+den grond opgetild. Och, och, ze doet het in haar schortje. Ik krijg
+er warempel de tranen van in de oogen."
+
+"Wat zou ze er mee willen doen?" vroeg Gnoom. "Toch niet mee naar
+huis nemen? Dan krijgt die valsche jongen het toch nog te pakken."
+
+"Kom, we gaan het vragen," zei Kobold. "Voor 't zusje ben ik
+heelemaal niet bang."
+
+"Vooruit dan maar!" riep Gnoom.
+
+"Dag Boschwachterskind," zei Kobold met z'n fijn
+kaboutertjesstemmetje.
+
+'t Meisje riep: "Hè!" want ze schrok 'n beetje. Kaboutertjes hebben
+zachte schoentjes en je kunt ze niet hooren loopen. Maar de schrik
+was gauw voorbij, want Kobold en Gnoom lachten erg vriendelijk. 't
+Meisje begon ook te lachen.
+
+"Wat 'n aardige kleine mannetjes," zei ze. "Waar komen jullie
+vandaan?"
+
+"Uit dat holletje onder dien dikken boom," antwoordde Gnoom. "Daar
+wonen we. We zijn kabouters."
+
+"Wonen jullie in 'n holletje?" vroeg 't meisje. "Da's aardig. 'k Heb
+'n konijntje. Maar 't is erg ziek, geloof ik."
+
+"Mag ik eens kijken?" vroeg Kobold. "O jawel, kijk maar. 't Heeft z'n
+oogjes dicht, zie je wel?"
+
+[Illustratie]
+
+"Wou je dat arme dier meenemen naar huis?" vroeg Gnoom.
+
+"Ja," zei 't kind. "Ik zal het in 'n hokje zetten bij de andere
+konijntjes. Vader heeft er 'n heele boel. Witte en zwarte en bonte en
+bruine, maar geen een grijsje. Dit is 'n grijsje, zie je wel?"
+
+"Maar 't is erg ziek," zei Kobold. "'t Zal dood gaan in het hokje."
+
+"En 't hoort niet in 'n hokje," zei Gnoom. "Wilde konijntjes wonen
+net als wij in 'n holletje. Geef 't maar aan ons, dan mag 't bij ons
+wonen."
+
+'t Meisje keek eens naar 't konijntje. "'t is zoo'n lieverd," zei ze.
+"Zou 't echt doodgaan in 'n hokje?"
+
+"Vast," zei Kobold.
+
+"Secuur", zei Gnoom.
+
+"Hier heb je 't dan," zei 't kind. "Maar goed er voor zorgen hoor! En
+mag ik dan morgen eens komen zien?"
+
+"Natuurlijk," riepen de twee kaboutertjes te gelijk.
+
+[Illustratie]
+
+Nu namen ze voorzichtig het konijntje van 't meisje aan. Maar 't was
+te zwaar voor één kaboutertje en daarom droegen ze het met hun
+beiden. Toen ze er mee wegstapten zeiden ze heel vriendelijk: "Dag
+Boschwachterskind."
+
+"Dag kaboutertjes."
+
+De kabouters droegen het konijntje voorzichtig het hol binnen en
+maakten daar voor het arme dier 'n zacht leger van mos. Toen gingen
+ze samen de kruiden zoeken, waar zieke menschen van genezen. Doch het
+konijntje wilde er niet van eten. 't Snuffelde er niet eens aan met
+z'n kleine neusje.
+
+"Toe beestje," zei Gnoom, "proef er eens van. 't Is echt goed voor
+je." En Kobold zei: "Hij is tè ziek."
+
+Het konijntje bleef den heelen dag stil liggen. Alleen z'n neusje
+trilde. De kabouters waren even stil, ieder in z'n hoekje en ze keken
+maar aldoor naar het gewonde beestje, eventjes zichtbaar bij 'n heel
+dun straaltje licht, dat door 'n gaatje in den grond, vlak boven het
+hoofd van Kobold, in het hol drong. Dat gaatje was zeker door 'n muis
+gemaakt. Maar de zon ging onder en nam het lichtstraaltje mee. De
+kabouters konden niet meer zien.
+
+"Och, och," zuchtte Gnoom, na 'n poosje, "wat duurt zoo'n nacht
+lang."
+
+"De zon is nog geen uur onder," prevelde Kobold. "Ga maar wat
+slapen."
+
+"Slapen, terwijl die stumper daar pijn lijdt? Kun jij dat?" vroeg
+Gnoom. En 'n oogenblikje later riep hij verschrikt: "Kobold, Kobold,
+gauw, kom eens hier."
+
+"Wat is er?"
+
+"Kom hier. Waar is je hand.... Voel eens..."
+
+"Z'n neusje is stil," zei Gnoom zacht. "En z'n hartje je klopt niet
+meer."
+
+"Dood!"
+
+Ze gingen nu beiden weer in hun hoekje zitten en zeiden den heelen
+langen nacht niets meer. Maar slapen deden ze niet. De een dacht
+aanhoudend aan den wreeden jongen en de ander aan het medelijdende
+meisje. En allebei waren ze erg bedroefd.
+
+Den volgenden morgen, heel vroeg, hoorden ze 'n zacht stemmetje, dat
+riep: "Kaboutertjes!" en 'n oogenblik later weer "Kaboutertjes!"
+
+"Daar is Boschwachterskind," zei Kobold. "Gnoom! hoor je niet.
+Boschwachterskind is er."
+
+"'k Hoor het wel," zei Gnoom. "Ga jij maar."
+
+"Toe Gnoom, ga jij," vleide Kobold. "Ik vind het zoo'n nare
+boodschap."
+
+"Ik ook," antwoordde Gnoom. "Hoor, ze roept alweer. Laten we dan
+samen maar gaan."
+
+"O, wat ben jullie langslapers," zei 't meisje, toen ze de kabouters
+zag.
+
+"We hebben niet geslapen," zei Kobold.
+
+"Niet geslapen?" vroeg 't kind verwonderd. "Slapen kaboutertjes
+niet?"
+
+"Anders wel," zei Gnoom. "Maar 't konijntje..."
+
+"Is 't beter?"
+
+Kobold schudde van neen en Gnoom begon weer: "'t Konijntje is..."
+
+'t Kleine meisje zette 'n paar groote oogen op, want ze zag nu pas
+dat de kaboutertjes zoo'n treurig gezicht zetten. Toen vroeg ze: "Is
+het dood?"
+
+"Ja," zei Gnoom, "we konden er niets aan doen."
+
+"'t Wou geen kruiden innemen," zei Kobold.
+
+"Die leelijke jongen had het te hard geraakt," zei Gnoom. "'t Kòn
+niet meer eten."
+
+Boschwachterskind kreeg 'n kleur, toen ze hoorde, dat 'n jongen het
+konijntje kwaad had gedaan, want ze begreep wel, dat haar ondeugende
+broertje bedoeld werd. Opeens liep ze hard weg.
+
+Gnoom keek haar verschrikt na en Kobold was vreeselijk boos op hem.
+
+"Wat ben je toch dom," riep hij. "Was 't al niet erg genoeg, dat het
+konijntje dood is? En nu ga jij het verdriet nog grooter maken, door
+te zeggen, dat haar broertje 't gedaan heeft."
+
+"Ik kon 't niet helpen," snikte Gnoom. "'t was er uit voor ik er aan
+dacht. Maar ik zal 't weer goed maken."
+
+"Zoo," bromde Kobold, "kan jij dan maken, dat ze vandaag gèèn
+verdriet heeft over dat wreede de broertje?"
+
+"Neen," zei Gnoom, "dat kan ik niet en dat spijt me erg. Maar ik kan
+haar wat moois geven. Ik weet echt wat moois. Je zult het zien. Dan
+maak ik het toch weer 'n beetje goed."
+
+Kobold gaf geen antwoord en wandelde het bosch in. Gnoom wachtte nog
+even om Kobold na te kijken. Toen stapte hij het hol binnen, waar het
+doode konijntje lag.
+
+
+
+
+[Illustratie: hoofdstuk kopstuk]
+
+
+
+
+De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond.
+
+
+Het bosch stond in diepe winterstilte en Gnoom de kabouter stond vóór
+z'n hol onder den boom even stil als het bosch. Maar z'n oogen
+schitterden van plezier om al de pracht van blinkend witte sneeuw op
+de donkere dennetakken. De lucht was zóó blauw en de zon had zóóveel
+goud dat ze er geen raad mee wist en het maar over het Bosch
+uitstrooide. Zelfs in Gnooms oogen strooide ze haar goud en waar maar
+'n straaltje van de zon kwam, begon het te gloeien en te glinsteren
+en was in 'n wip alles verguld. Alleen onder de boomen, die dicht bij
+elkaar stonden, was geen sneeuw en geen goud. Dáár lag de sneeuw op
+de boomen en nu kon de zon niet door hun kruinen heenkijken. Onder
+die boomen bleef alles donker. Groen en blauw en bruin.
+
+"Ik ging liever in den zonneschijn wandelen," dacht Gnoom. "'t Is
+hier zóó heerlijk. Maar ik moet Kobold hebben en hij woont ginds
+onder de donkere boomen."
+
+Hij keek nog eens om zich heen en ging toen het Bosch in. 't Was 'n
+lange weg naar Kobold, doch Gnoom stapte flink door. Toch duurde 't
+wel 'n uur vóór Gnoom de woonplaats van het andere kaboutertje
+bereikte. Gnooms beentjes waren niet heel lang en z'n dikke winterjas
+hinderde hem ook wel 'n beetje bij 't loopen. Maar hij kwam er toch
+en wou nu maar zóó naar binnen stappen. Dat ging echter niet, want
+Kobold had z'n holletje netjes dichtgestopt met mos.
+
+"Ik geloof stellig, dat ie 'n winterslaap houdt, net als de
+vleermuizen!" riep Gnoom. "Dat heb ik nog nooit van 'n kabouter
+gehoord!... Of zou hij misschien niet meer in de streek wonen? Dat
+zou me nu toch spijten hoor! Weet je wat, ik ga eens kijken. Ik ruim
+dat mos maar weg."
+
+En meteen begon hij al. Hij trok en plukte en links en rechts vloog
+het mos. "Dat schiet op," zei Gnoom, "ik heb al 'n gaatje!"
+
+"Hei, wie is daar aan 't inbreken?" riep een stemmetje binnen in 't
+hol.
+
+"Ha, leef je nog?" riep Gnoom terug. "Man, man, wat stop jij je er
+in. Je lijkt wel 'n stekelvarken, dat je zoo wegkruipt. Kom eens voor
+den dag, kameraad. Ik heb je wat te vertellen."
+
+Kobold pruttelde nog wat, maar kwam eindelijk toch tevoorschijn.
+
+"Hè, wat is 't koud," zei hij klappertandend. "Ik begrijp niet, wat
+je hier doet!"
+
+"Koud!" zei Gnoom, "ben je dwaas. 't Is heerlijk weer!"
+
+"Ja, jij hebt 'n dikke jas aan," bromde Kobold, "en wollen wanten."
+
+"Neen," zei Gnoom, "daar komt het niet van. Ik ben vroeg op geweest
+en heb 'n uurtje ferm geloopen, zie je. Dat moest jij ook doen, dan
+gaat die koudkleumerij wel over!"
+
+"Het lijkt wel of 't gesneeuwd heeft," zei Kobold. "'t Is hier zoo
+duister. D'r ligt zeker 'n heel pak sneeuw op de boomen. Je moet in
+April maar eens terugkomen met je boodschap, Gnoom. Ik ga weer naar
+binnen. Saluut."
+
+[Illustratie]
+
+"In April!" riep Gnoom. "En 't is nu pas 't begin van December! Neen
+maar, die is goed hoor! Wil ik je eens wat zeggen, vriendje? Je trekt
+dadelijk je dikke jas maar aan en dan ga je mee. Mee, versta je? Mee,
+naar mijn hol! Daar schijnt de zon en daar..."
+
+"Nu," vroeg Kobold nieuwsgierig, "komt het haast?"
+
+"En--daar--" zei Gnoom erg langzaam, maar z'n heele gezicht lachte
+erbij, "daar--heb--ik--wat---moois--voor-- Boschwachterskind."
+
+"Wat zeg je?" schreeuwde Kobold. "Voor Boschwachterskind? En dat zeg
+je nu pas? Vooruit! Gauw wat!... Kòm dan toch mee!"
+
+"Kalm 'n beetje," lachte Gnoom. "We hebben tijd genoeg, al is 't niet
+tot April. Trek eerst maar 'n winterjas aan, anders bevries je van
+avond nog."
+
+Kobold wou zonder jas mee en stond te trappelen van ongeduld om maar
+weg te komen. Doch Gnoom lachte hem uit en zei: "Je bent toch 'n
+malle kabouter! We hadden al 'n heel eind op weg kunnen zijn, als je
+dadelijk je jas aangetrokken had, in plaats van zoo ongeduldig rond
+te springen."
+
+Kobold ging dus z'n jas maar halen. Onderweg begon hij hoe langer hoe
+sneller te loopen, zoodat Gnoom eindelijk uitriep: "Ik kan niet meer,
+Kobold. Je loopt als 'n muis. Je moet me eens even op adem laten
+komen."
+
+Doch dat was niet naar Kobolds zin. Hij was ook zóó nieuwsgierig naar
+het moois, dat Gnoom voor Boschwachterskind gemaakt had!
+
+[Illustratie]
+
+Gnoom zelf had schik in het ongeduld van z'n kameraadje en liep dan
+ook maar met groote stappen mee. Natuurlijk bereikten ze op die
+manier al heel gauw de open plek waar Gnoom onder den dikken boom
+woonde. 't Was nu middag en de zon scheen nog mooier, dan 'n paar uur
+geleden.
+
+"Hè," riep Gnoom, "wat is het toch prachtig hier! Vind je ook niet,
+Kobold?"
+
+"Wat, prachtig?" bromde Kobold. "Die sneeuw? 'n Mooi ding hoor! Loop
+je haast door?"
+
+"Ik zal je eerst maar laten zien, wat ik voor moois heb toegedacht
+aan Boschwachterskind," zei Gnoom lachend. "Anders ben je toch niet
+tevreden." Meteen liep hij z'n holletje binnen en kwam terug met
+iets, dat hij vlak voor Kobold neerzette. Deze keek er naar met 'n
+paar groote verbaasde oogen, sloeg z'n handen in elkaar en liep toen
+voorzichtig om het ding heen, terwijl hij al maar doormompelde:
+
+"Precies eender!... Net eender!... Sprekend het konijntje!..."
+
+En Gnoom wreef z'n handen van pret over de verbazing van Kobold.
+
+"Hoe vind je 't?" vroeg hij eindelijk. "Is dàt nu niet 'n mooi
+geschenk voor Boschwachterskind?"
+
+"Mooi?" riep Kobold. "'t Is prachtig, heerlijk, eenig, snoezig! En
+heb jij dat gemaakt?"
+
+"Luister maar eens," begon Gnoom. "'t Is hetzelfde konijntje, dat wij
+zoo graag beter hadden zien worden. Ik heb het opgezet. 't Arme dier
+was tóch dood, hé? 't Voelde er niemendal van. Later heb ik het
+vastgemaakt op 'n plankje. En nu lijkt 't wel levend, niet?"
+
+"Je zoudt zeggen: 't springt zòò weg," zei Kobold. "En wat 'n
+prachtige glimmende oogjes!"
+
+[Illustratie]
+
+"Kralen," zei Gnoom. "Z'n eigen oogjes waren veel mooier, toen 't nog
+leefde. En zie je wel, dat er vier wielen aan 't plankje zitten? Heb
+je soms 'n touwtje? Dan kunnen we 't eens voorttrekken."
+
+Kobold voelde in z'n zakken en vond 'n touwtje. Ze maakten dat aan 't
+plankje vast en Gnoom trok het opgezette konijntje voort. Toen moest
+Kobold trekken en daarna Gnoom weer. Al maar door de sneeuw, waar de
+zon op scheen. En ze hadden 'n pret met het konijntje! Zonder
+voorbeeld!
+
+Eindelijk zei Kobold: "Wat zal Boschwachterskind blij zijn! Zou ze 't
+komen halen?"
+
+"Hoe kom je dààr nu bij?" vroeg Gnoom. "Boschwachterskind weet er
+heelemaal niets van. We gaan samen 't konijntje bij haar brengen. 't
+Is vandaag de 5e December. Dat is 'n feest vóór de kinderen."
+
+"Jawel," zei Kobold, "dat weet ik. De menschen noemen dat
+Sinterklaasavond. Dan zetten de kinderen 'n schoen of 'n klomp onder
+den schoorsteen en dan vinden ze daarin den volgenden morgen moois en
+lekkers."
+
+"Precies," zei Gnoom. "Daarom gaan wij vanavond het konijntje bij
+Boschwachterskind brengen, als 't donker is."
+
+"En de menschen slapen," zei Kobold.
+
+"Maar 't konijntje is nog niet heelemaal klaar," zei Gnoom, met 'n
+wijs gezicht.
+
+"Wat!" riep Kobold, "nog-niet-heele-maal klaar? Maar begin dan toch
+te werken man! 't Is zóó donker!"
+
+"De rest van 't werk moet jij maar doen," zei Gnoom heel ernstig.
+
+"Ik?" zei Kobold, "ik-kan-geen-konijntjes-opzetten, zooals jij. Ik
+ben niet zoo knap."
+
+"Jij niet knap?" riep Gnoom nu. "Wie kan er dan zulke mooie letters
+in de boomen snijden?"
+
+"Je wilt toch niet dat ik letters in het konijntje zal snijden?"
+vroeg Kobold verontwaardigd. "Dat doe ik niet, hoor! Voor geen
+schat!"
+
+"Maar toch wel in de plank, hè? Kom, begin maar gauw," zei Gnoom. "Je
+moet er opzetten: Geschenk van de kabouters aan 't
+Boschwachterskind."
+
+"Dat doe ik graag," zei Kobold. Hij trok zijn jas en wanten uit, nam
+z'n mes van 'n vinger lang en begon ijverig in 't hout te snijden.
+Hij lag daarbij languit in de sneeuw. Doch hij werkte zóó hard, dat
+hij niemendal van de kou voelde. Iederen keer vroeg hij aan Gnoom:
+"Wordt het mooi, Gnoom?" en dan zei Gnoom: "Prachtig hoor! Je bent 'n
+houtsnijder van de bovenste plank." Daarna liep Gnoom weer op en neer
+om warm te blijven, doch toen Kobold begon met allerlei mooie figuren
+om de letters heen te maken, deed Gnoom niets dan toekijken en riep
+op het laatst: "Je bent 'n kunstenaar, Kobold, de plank wordt nog
+mooier dan 't konijntje!"
+
+[Illustratie]
+
+Vóór donker was Kobold klaar. Nu hadden de kabouters nog 'n heelen
+tijd vóór ze op weg konden gaan.
+
+Wachten duurt altijd lang. Dat vonden de kabouters ook. Ze hadden van
+alles verzonnen: zelfs sneeuwballen gooien! Ten langen laatste waren
+ze maar in het hol gekropen. Daar zaten ze warm bij elkaar en
+bedachten allerlei plannen, hoe ze 't mooie konijntje in het
+boschwachtershuis zouden binnensmokkelen. Maar plannetjes bedenken
+wordt ook al vervelend op den duur en daarom zei Gnoom: "Weet je wat,
+we moesten maar op weg gaan. Als we bij 't huis zijn, zal ons wel 'n
+middeltje invallen om binnen te komen. Waarvoor zijn wij anders
+slimme kabouters?"
+
+[Illustratie]
+
+In den maneschijn liepen de twee kabouters onhoorbaar voort. 't Leken
+wel Chineesche schimmen. Het konijntje droegen ze aan een stok,
+waarvan ieder 'n einde op den schouder had. Hoe dichter ze bij 't
+boschwachtershuis kwamen, hoe moeilijker hun tocht werd, want daar
+lag de sneeuw hoog. Doch ze stapten dapper voort, al hijgden ze ook.
+Bij het huis fluisterde Kobold: "Ze zijn nog op. Er brandt licht."
+
+"Misschien laten ze dat den heelen nacht wel branden," antwoordde
+Gnoom ook heel zacht, maar toch nog veel te hard naar Kobolds zin,
+want hij fluisterde nijdig terug: "Schreeuw toch zoo hard niet. Ik
+ben niet doof en in huis hebben ze er toch niets mee noodig, dat wij
+het konijntje brengen. Of wel?"
+
+"'t Is ook zòò stil in 't bosch," zei Gnoom bijna onhoorbaar. "Ik
+praat net zoo zacht als jij, misschien nog wel zachter."
+
+Ze kropen met hun Sinterklaasgeschenk onder de struiken en loerden
+maar aldoor naar het licht en toen 't na 'n poos donker werd in 't
+boschwachtershuis, bleven ze nog wel 'n uur geduldig zitten. Doch
+toen slopen ze als muisjes naar het huis en keken en keken of ze
+nergens 'n raam op 'n kiertje zagen staan. Alles was dicht.
+
+"'t Zal een heele toer zijn," meende Kobold.
+
+"Kom maar mee," zei Gnoom, "ik weet 't al."
+
+"Wat is 't?"
+
+"Kom maar mee!"
+
+Gnoom bracht z'n kameraadje naar 't rek van de kippen.
+
+Dat was 'n smalle plank met wel twintig latjes er op gespijkerd,
+schuin omhoog langs den muur. Dààr was 'n gat, waar de groote haan
+gemakkelijk door kon en dus kon 'n kabouter er òòk door. Binnen was
+'t kippenhok.
+
+[Illustratie]
+
+Vóór 't gat was 'n schuif, doch die werd zonder moeite door Kobold
+omhoog geschoven en vastgezet. Nu sjouwden de kabouters samen het
+konijntje omhoog en ze zaten 'n oogenblik later in 't kippenhok. 't
+Spreekt vanzelf dat ze hun jas en hun wanten uitgetrokken hadden.
+
+Ze deden hèèl stil, hèèl zacht, want als de kippen eens wakker
+werden!
+
+"Dat zou wat moois zijn," fluisterde Gnoom, "verbeeld je dat ze eens
+door 't hok gingen fladderen."
+
+Doch de kippen bleven rustig zitten. Gelukkig zaten de stokken ook
+nogal hoog. De kabouters konden er met hun konijntje best onder door.
+Aan 't andere einde van 't hok was 'n deurtje van latten en dat was
+maar met 'n wervel gesloten. Kobold stak z'n hand tusschen de latten
+en maakte het deurtje open. Hij tuurde naar beneden.
+
+"Erg hoog," zeide hij, "we komen hier nooit af."
+
+"Laat mij eens kijken," zei Gnoom. "We moesten 'n touw hebben."
+
+"'n Touw.... Maar dat hebben we niet."
+
+"Daar hangt er een."
+
+"Waar?"
+
+"Hier, vlak onder het kippenhok. Ik kan er bijna bij."--Gnoom ging op
+den vloer van het hok liggen en stak z'n arm zoo ver mogelijk uit.
+"Hou me eens vast, anders val ik," zei hij. "Ziezoo, ik heb het." Hij
+bond het stevig aan 'n lat vast en liet zich zakken.
+
+"Nu het konijntje! Voorzichtig... voorzichtig... zoo, ik heb
+het. Kom nu zelf maar."
+
+In 'n ommezien was Kobold ook beneden.
+
+"Dat gaat goed, hè?" fluisterde Gnoom. "Pas op, daar staat wat. Loop
+er niet tegen aan, want dan hooren ze ons."
+
+"Sst"... kwam Kobold. "Je praat altijd zoo hard.--Hierheen.--"
+
+Ze kwamen aan 'n deur. Die was van de woonkamer. Maar ze was gesloten
+en ze waren veel te klein om bij de kruk te kunnen komen.
+
+"Da's ook wat moois," zei Gnoom. "Ik kan er niet bij."
+
+"Klim dan op mijn rug," zei Kobold. "Maar rol er niet af, want dan
+kom je misschien in dien emmer terecht. Ik geloof dat er melk in is."
+
+"Ik zou best een slokje melk lusten," zei Gnoom.
+
+"Zeg," zei Kobold, "wij zijn geen inbrekers!"
+
+"Ga maar staan," antwoordde Gnoom. "'t Was maar gekheid. Denk je dat
+ik melk zou stelen, die Boschwachterskind drinken moet?"
+
+Gnoom klom op Kobolds rug en draaide aan de deurknop. 't Ging heel
+voorzichtig, om 't leven. Doch 't lukte goed en de kabouters gingen
+met het konijntje binnen. Ze keken eerst eens onder den schoorsteen
+of Boschwachterskind haar schoentje had gezet. 't Was net licht
+genoeg, want de maan keek door de ruitjes.
+
+"Warempel," zei Gnoom, "daar staat 'n pantoffel van Boschwachterskind
+en aan den anderen kant 'n klomp van den leelijken, valschen jongen."
+
+"Met hem hebben we niets te maken," zei Kobold. "Zet het konijntje
+maar bij 't schoentje, dan vindt Boschwachterskind het morgen wel.
+Wat zal ze blij opkijken, hè? Ik zou morgenochtend wel eens hier
+willen zijn!"
+
+"Je moet niet verlangen naar onmogelijke dingen," zei Gnoom. "Laten
+wij nu maar weer maken, dat we weg komen."
+
+Doch dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ze kwamen ongehinderd
+tot bij het kippenhok. Maar nu moesten ze langs het touw naar boven
+klauteren.
+
+[Illustratie]
+
+Dat was heel wat anders dan zich laten zakken. 't Was gewoon tobben
+en nogal erg ook. Kobold, die eerst ging, had er 'n vreeselijken toer
+mee en Gnoom stak wel tienmaal z'n handen omhoog, uit angst, dat z'n
+kameraadje zich los zou laten. Kobold steunde erbarmelijk en toen hij
+eindelijk boven was, ging hij doodmoe op den vloer van 't kippenhok
+zitten. Gnoom had er minder moeite mee, maar Kobold hijgde:
+"Je-maakt-zoo'n-leven-Gnoom!"
+
+Kobold had 't dezen keer eens bij 't rechte eind. Gnoom had vèèl
+leven gemaakt. De kippen waren er allemaal wakker van geworden.
+
+[Illustratie]
+
+Baas Haan zat met uitgerekten hals naar de twee indringers te loeren
+en bromde aanhoudend: "Tok, tok! Tok, tok!"
+
+De kippen werden onrustig, want tok, tok, beteekent in de kippentaal:
+"kinderen let eens 'n beetje op. 't Is niet pluis in 't hok."
+
+"Gauw wat," fluisterde Kobold, toen Gnoom boven was. "Haneman zit
+klaar om van den stok te springen en dan hebben we de poppen aan 't
+dansen."
+
+De kabouters maakten dat ze weg kwamen. Doch baas Haan sloeg òòk de
+schrik om 't hart. Hij sprong van den stok, natuurlijk met de noodige
+hanedrukte, en de kippen verloren daardoor allemaal hare bezinning.
+'t Was 'n rumoer en 'n gekakel en 'n gefladder. De heele familie had
+slechts één gedachte: Vluchten! De kabouters waren 't eerst bij de
+opening en rolden achter elkaar zoo maar naar beneden in de sneeuw.
+Toen fladderde Haneman naar buiten en achter hem de kippen. Kobold en
+Gnoom zaten verstomd en verlamd van schrik de vluchtende kippetjes
+aan te staren. Doch dat duurde maar 'n oogenblik. Ze hoorden in 't
+boschwachtershuis gestommel als van menschen, die haastig uit bed
+springen. "De boschwachter is op," riep Gnoom. Hij greep z'n jas en
+z'n wanten en ging er van door. Kobold talmde ook niet. Als hazen
+holden ze door de dikke sneeuw het bosch in, zonder ook maar één
+keertje om te zien en bereikten in weinig tijd het hol onder den
+boom.
+
+"Hè, hè," zei Gnoom, toen ze veilig binnen waren, "is dàt loopen! Dat
+was me 'n geschiedenis, hoor!"
+
+"'t Is allemaal-jouw-schuld," hijgde Kobold. "Jij maakt ook altijd
+zoo'n leven!"
+
+
+
+
+[Illustratie: hoofdstuk staartstuk]
+
+[Illustratie: hoofdstuk kopstuk]
+
+
+
+
+Koning Droom.
+
+
+Het ondeugende broertje van Boschwachterskind heette Hans.
+
+Op den Sinterklaasdag was Hans erg uit zijn humeur geweest. Het mooie
+konijntje, dat z'n zusje gekregen had van de Kabouters, had hem
+jaloersch gemaakt en tevens leek het wel, dat het opgezette diertje
+hem den heelen dag met wijd-open oogen had aangekeken. Dat kan je zoo
+hebben.
+
+Maar nu was het avond en Hans lag in bed. Het duurde niet lang of z'n
+oogen gingen dicht. Slapen kon hij goed. Hij zag er dan ook niemendal
+van, dat iemand de kamer binnenkwam en op den rand van z'n bed ging
+zitten. Doch Hans zou het gauw genoeg te weten komen, wie die vreemde
+bezoeker was, want deze trok Hans eventjes aan z'n neus en zei:
+
+[Illustratie]
+
+"Toe word nu eens wakker!" Hans deed z'n oogen open en zag bij het
+maanlicht, dat op de dekens scheen, een alleraardigst klein kereltje
+met een heel vriendelijk gezichtje zitten op den rand van z'n bed. 't
+Leek wel een koning, want hij had een mantel om en 'n kroon op.
+
+"Zoo, ben je wakker? Je slaapt erg vast, hoor."
+
+Hans dacht: "Wat is dat nu? 'n Koning op den rand van m'n ledikant!
+'t Is gelukkig Karel de Groote niet. Dáár zou ik bang voor zijn, want
+die was erg ongemakkelijk. Maar zoo'n kleintje! "Wat kom je doen?"
+vroeg Hans.
+
+"Je moet eventjes met me mee."
+
+"Dat doe ik niet," zei Hans, "ik lig veel te lekker."
+
+"'t Zal je niet veel helpen," zei 't koninkje, "je mòèt mee."
+
+"Ik wil niet."
+
+"Dan nèèm ik je mee."
+
+"Wie ben je?" vroeg Hans driftig.
+
+"Ik ben koning Droom. O, hou je handen maar thuis, slaan kan je toch
+niet."
+
+'t Was precies zooals koning Droom zei, Hans had willen slaan, zooals
+hij op school altijd dadelijk deed, wanneer hij kwaad werd, maar hij
+kon z'n hand nauwelijks opheffen.
+
+"Zie je wel," lachte koning Droom. "Kom sta maar op. Ik kan hier den
+heelen nacht niet blijven zitten."
+
+'t Was gek, doch Hans stond gewillig op en wilde zich gaan
+aankleeden.
+
+"Neen, laat dat maar," zei koning Droom "ga zoo maar mee."
+
+"Maar 't is zoo koud," zei Hans.
+
+"Gekheid," zei koning Droom. "'t Is heerlijk weer."
+
+"Waar gaan we heen?" vroeg Hans.
+
+"Wel, naar 't bosch," zei koning Droom.
+
+"We kunnen 't huis niet uit. Vader doet 's avonds alles op slot."
+
+"Zoo, je bent 'n slimmerd. Waar zijn we dan nu?"
+
+[Illustratie]
+
+Hans zette groote oogen op, want hij stond met koning Droom in 't
+bosch.
+
+"Dat gaat vlug hè? En hoe vind je 't weêr?"
+
+"Wel," zei Hans, "'t lijkt net zomer. Ik zie heel geen sneeuw meer.
+En wat is 't nu eigenlijk: nacht of dag?"
+
+"O," zei koning Droom, "om je de waarheid te zeggen, 't is precies
+middernacht. Twaalf uur, weet je. Maar 't is voor mij 'n kleine
+moeite om 's nachts de zon te laten schijnen. En om eventjes den
+winter in den zomer te veranderen, daar draai ik m'n hand niet voor
+om."
+
+"Dat zie ik," zei Hans. "Is u 'n echte koning, zooals Karel de Groote
+er een was?"
+
+"Hoe kom je zoo op Karel den Groote?" vroeg koning Droom. "Ze hebben
+op school zeker van hem verteld, hé?"
+
+"We hebben hem op 'n plaat in de school."
+
+"Dat dacht ik al," zei koning Droom. "Ik ben veel machtiger dan Karel
+de Groote. Ik kan bijna alles, doch alleen als de menschen slapen."
+
+"Maar u maakt ze toch wakker, niet waar?"
+
+"Zoo'n beetje," lachte koning Droom. "Ik neem de menschen graag bij
+den neus."
+
+"Waar brengt u me toch heen?" vroeg Hans na 'n oogenblik. 't Ging
+alles zoo vreemd, vond hij. 't Eene oogenblik wist hij precies waar
+hij was en dan in eens leek het wel of alles hem vreemd was. "Zijn we
+hier niet bij de beek?"
+
+"Ja," zei koning Droom, "daar moeten we over."
+
+"Er door, bedoelt u zeker."
+
+"Neen, er over. We kunnen voor dezen keer wel eens op het water
+loopen. Kom maar."
+
+Nu zag Hans tot z'n groote verbazing koning Droom op het gladde water
+stappen en Hans deed het hem na of 't zoo hoorde.
+
+[Illustratie]
+
+"Pas op, val niet," riep koning Droom, "'t water is nog gladder dan
+ijs."
+
+"Ik geloof, dat ik er 'n beetje inzak," stotterde Hans.
+
+"O," zei koning Droom, "ik kan je er wel heelemaal in laten
+wegzinken, tot over je ooren."
+
+"Doe dat asjeblieft maar niet," smeekte Hans, terwijl hij koning
+Droom bij den arm greep.
+
+Ze kwamen echter zonder ongelukken aan den overkant.
+
+Hans keek met verwondering naar zijn droog gebleven voeten.
+
+"Ja," zei koning Droom, "dat kunstje versta ik alleen maar."
+
+De plek waar ze nu waren, kende Hans heel goed. Het was 'n
+heuvelachtig deel van 't bosch, dicht begroeid met dennen en berken.
+Aan het einde van de beek was tusschen de heuveltjes een diepe kuil
+met een groot brok graniet in 't midden. Ze noemden die plek den
+wolfskuil. Hans had dikwijls genoeg op die kei zitten uitrusten. Je
+kwam gemakkelijk genoeg naar beneden, maar om er weer uit te komen,
+dat was een toer. De helling was nog al steil en de bodem begroeid
+met mos.
+
+In dien wolfskuil werd Hans door koning Droom gebracht. Hans
+verbeeldde zich, dat hij moe was, en wilde op den steen gaan zitten,
+maar koning Droom zei: "Kijk 'n beetje uit je oogen Hans, dat is mijn
+troon. Blijf jij maar staan waar je nu bent."
+
+Hans keek eens naar den steen. Ja werkelijk, dat was de eivormige kei
+niet meer. Daar was aan gewerkt door 'n steenhouwer. 't Leek nu wel
+wat op den troon van Karel den Groote, dien Hans van de plaat kende,
+en koning Droom zat er op ook, heel plechtstatig. En naast den troon
+zat een groote kikker met 'n boek op z'n schoot en 'n penhouder in
+z'n rechter poot.
+
+[Illustratie]
+
+"Da's mijn griffier," zei koning Droom. "Dat woord versta je niet, is
+'t wel? Ik bedoel er schrijver mee."
+
+Hans wist niet goed hoe hij 't had, en hij zag nog veel meer. Om den
+troon van koning Droom, stonden vele dieren, allen bewoners van het
+bosch. Eekhoorntjes, konijntjes, kraaien, vinken, spechten, katuilen
+en nog 'n menigte anderen. En toen Hans omkeek stond vlak achter hem
+netjes aangekleed met 'n sabel op zij de vos.
+
+"Da's Reintje de veldwachter," zei koning Droom.
+
+Hans begon 't erg benauwd te krijgen met dien vreemdsoortigen
+veldwachter achter zich.
+
+Hij begreep niet wat dat alles te beteekenen had.
+
+Zoo'n veldwachter, daar hield Hans niet van. Die kwamen altijd
+opdagen, als je kwaad gedaan had. Ook vond hij dat koning Droom 'n
+vreeselijk strak gezicht zette en dat het bizonder stil was om hem
+heen. 't Scheen wel dat niemand een woord durfde spreken behalve
+koning Droom.
+
+Koning Droom keek de vergadering eens rond en sprak toen plechtig:
+
+"Griffier kikvorsch, wie is 't eerst aan de beurt?"
+
+Deze keek in z'n boek en riep toen met luider stem: "Baas konijn!"
+
+'n Wild konijntje kwam uit de rij en plaatste zich met een diepe
+buiging voor koning Droom, waarna deze vroeg:
+
+"Wel, baas konijn, wat heb jij te vertellen?"
+
+'t Konijntje wreef eens met z'n voorpootjes langs zijn neus, stak
+zijn eene oor omhoog en zei:
+
+"Koning, deze leelijke jongen heeft mijn vrouw vermoord en al mijn
+kinderen zijn daardoor van gebrek omgekomen: 't waren er zes."
+
+[Illustratie]
+
+Koning Droom keek Hans streng aan en vroeg: "Is 't waar Hans?"
+
+Hans kreeg 'n kleur en knikte ja.
+
+"Dan ben je 'n slecht schepsel Hans. Heb je er in 't geheel niet aan
+gedacht, dat het konijntje misschien jongen had? Je hebt het gehoord,
+het had er zes. Foei! wat was dat valsch van je!"
+
+"Wie volgt?" zei koning Droom.
+
+Griffier kikvorsch sloeg 'n blad om en riep: "Vrouw Eekhoorn".
+
+'n Mooi rood eekhoorntje trad voor den Koning.
+
+"Spreek op klein ding," zei koning Droom.
+
+"O, koning," zei 't roode eekhoorntje, "die booze jongen heeft 'n
+jong van me gevangen en nu zit het arme dier in 'n draaikooi. Die
+jongen staat er bij te lachen als het die kooi aan 't draaien maakt.
+Hij vindt dat aardig, 't eekhoorntje verbeeldt zich, dat 't hard over
+de boomtakken rent en 't komt niet eens van z'n plaats. Nu moet die
+stumper z'n heele leven in die akelige kooi opgesloten zitten. Z'n
+leven lang, de kooi laten draaien--voor 't pleizier van dien jongen!"
+
+Koning Droom schudde z'n hoofd, keek Hans eens aan, maar zei niets.
+'t Eekhoorntje sprong weg en griffier Kikvorsch had z'n blad al weer
+omgeslagen en riep "Juffrouw Vink."
+
+Een schildvink sprong van 'n boomtak en ging voor koning Droom
+zitten. Ze begon te vertellen, dat Hans nesten uithaalde en de jonge
+vogeltjes dood maakte. Maar 't ergste was, dat Hans Juffrouw Vink d'r
+man had gevangen onder een mand, die hij met lekker eten er onder in
+de sneeuw had gezet. Juffrouw Vink had de kooi zien staan, waar
+mijnheer Vink zich nu in zat dood te kniezen. "Want ziet u, mijnheer
+de Koning," zei juffrouw Vink, "al krijgt m'n man nu volop te eten,
+hij is toch liever vrij. 't Is wel 'n toer in den winter om aan den
+kost te komen, maar we zijn niet te lui en goeie menschen strooien
+nog wel eens wat voor ons op den grond. Doch niet onder 'n mand
+mijnheer de Koning, dàt doen alleen valsche menschen. En, mijnheer de
+koning, we zijn pas een jaar getrouwd en nu wou ik zoo graag m'n man
+terughebben."
+
+Toen vloog juffrouw Vink op 'n wenk van griffier kikvorsch weer weg,
+vlak langs Hans z'n hoofd en ze piepte in 't voorbij vliegen
+"leelijke valschert!"
+
+Er kwamen nog veel meer dieren klagen. Allen had Hans kwaad gedaan.
+En koning Droom hoorde ze geduldig aan. Hans was niet op z'n gemak.
+Koning Droom keek beslist boos en dat leek Hans 'n slecht teeken.
+Koning Droom was machtig, dat had hij zelf bij ondervinding.
+Wegloopen? Gemakkelijk gezegd. Als je in koning Droom's handen valt,
+komt er nooit veel van wegloopen.
+
+"Niemand meer?" vroeg koning Droom.
+
+"Jawel, koning," zei griffier kikvorsch, z'n boek dichtslaand dat het
+door den wolfskuil weerklonk, "Ik zelf!"
+
+De dieren wisten geen raad van pret toen de griffier dit zeide, want
+hij zag er zoo dwaas uit en hij stapte zoo verwaand tot voor den
+troon.
+
+"Doe nu niet zoo gek," zei koning Droom. "'t Is nu geen tijd voor
+grappen?"
+
+"Ik maak geen grappen," zei griffier kikvorsch. "Deze jongen heeft al
+ik weet niet hoeveel neefjes en nichtjes van me gevangen in de beek.
+Eens heeft hij mij ook te pakken gehad, maar ik was hem te glad. Ik
+kroop door z'n vingers en wip, ik weer 't water in. Ik was toen maar
+'n gewone kikker en nog geen reus zooals ik nu ben. Laat Hans nu nog
+maar eens opkomen, als hij durft. Ik slok hem op, in één hap!"
+
+Hans stond te bibberen van angst. 'n Klein kikkertje doodgooien was
+makkelijk genoeg, maar zoo'n reus. Die griffier zag er lang niet
+malsch uit. Wat 'n bek!
+
+Koning Droom keek naar Hans en zei: "Durf je? Mijn griffier daagt je
+uit tot 'n tweegevecht".
+
+[Illustratie]
+
+Maar Hans was 'n lafaard. Zijn knieën knikten en hij was zoo bleek
+als 'n doek.
+
+"Ik zie het al", zei koning Droom. "Diertjes die niets terug kunnen
+doen, die durf je aan, hè? Je bent slecht Hans, slecht en wreed en
+laf ook nog. Mijn vonnis zal zeer streng zijn."
+
+Nu was het plotseling doodstil. Alle dieren waren een en al aandacht.
+Maar Hans wierp zich voor Koning Droom neder en riep: "Ik zal het
+nooit wèèr doen. Nooit, nooit meer!"
+
+Alle dieren riepen: "Hij jokt koning, hij jokt!"
+
+"Stilte!" brulde griffier kikvorsch.
+
+Toen 't stil was geworden, was koning Droom aan 't woord en zei:
+"Meen je 't Hans?"
+
+"Ja, gerust," zei Hans.
+
+"Nu dan, ik wil je gelooven. Ik zal zien wat je doen zult. Maar denk
+er aan: "'n Man, 'n man; 'n woord, 'n woord!" Dezen keer kom je met
+den schrik vrij."
+
+Hans sprong van blijdschap overeind... en zat in z'n bed, in het
+kleine kamertje, waar nog altijd de maan door het venster keek en op
+de dekens scheen.
+
+"Hé," dacht Hans, "wat heb ik raar gedroomd van dien koning en al die
+dieren en van dien reus van 'n kikker." Hij kroop gauw weer onder de
+dekens.
+
+Maar den volgenden dag vroeg hij aan z'n vader: "Vader mag ik het
+eekhoorntje in het bosch brengen en de vink weg laten vliegen?"
+
+De boschwachter keek Hans eens aan en zei toen: "Wel zeker jongen mag
+je dat, maar je moet er mee wachten tot het voorjaar. 't Is nu zulk
+bar weer, hè?"
+
+
+
+
+[Illustratie: hoofdstuk kopstuk]
+
+
+
+
+De Kabouters en de City-bag.
+
+
+De lente was in 't Bosch gekomen met heerlijk weer en jong groen.
+Alles leefde weer op. De vogels waren luidruchtig en alle dieren
+hadden het druk. Zelfs de dieren, die zich den heelen langen winter
+verstopt hadden, waren weer voor den dag gekomen.
+
+Kobold en Gnoom hadden de lente ook gevoeld en hadden pret in al dat
+nieuw ontwakende leven. Ze wandelden samen op hun zachte
+pantoffeltjes over het opveerende mos en bekeken de uitbottende
+knoppen en fluweelige blaadjes aan struiken en boomen, mooi afstekend
+tegen de dennenaalden, die het den heelen barren winter hadden moeten
+uithouden.
+
+Alle dieren, die zij tegenkwamen, groetten ze vroolijk en aan de
+winterslapers vroegen ze schertsend of 't geen toer was geweest zoo'n
+maand of wat te dutten. Ze wisten wel, dat die langslapers van het
+bosch nog zoo dom niet waren.
+
+"Zullen we eens aan de beek gaan kijken?" stelde Kobold voor.
+
+"Mij goed," zei Gnoom, "ik wil de kikkers wel eens zien."
+
+"En ik ben nieuwsgierig naar m'n bloemetjes," voegde Kobold er bij.
+
+Ze gingen den kant op, waar de beek stroomde. Ze hadden geen haast en
+drentelden heuveltje op en heuveltje af, overal staan blijvend om te
+kijken, te ruiken en te luisteren. Ze hadden niemendal te doen en
+hadden 't toch zoo druk, dat ze haast geen tijd hadden om vooruit te
+komen. Ze waren nog lang niet aan de beek, toen Gnoom zei:
+
+"Ik ben warempel nu al moe. Ik moet eens even rusten, Kobold. Zullen
+we 'n oogenblikje op die stronk gaan zitten?"
+
+"Zooals je wilt," zei Kobold. "Maar ik ga in 't mos liggen."
+
+Toen Gnoom op den afgezaagden boomstomp zat, zei Kobold:
+
+"De menschen hebben voor 'n mooi bankje gezorgd, Gnoom, doch ik wou
+liever, dat ze onze boomen ongemoeid lieten. Als ik die houthakkers
+bezig hoor, zou ik wel kunnen huilen, en jij?"
+
+[Illustratie]
+
+"Ik loop hard weg, wanneer ik die groote kerels met hun bijlen en
+zagen maar zie aankomen," antwoordde Gnoom.
+
+"Kijk eens, ze zijn van den winter hier ook weer bezig geweest. Eén,
+twee, drie, vier vijf dikke boomen hebben ze meegenomen."
+
+"Ja," zuchtte Kobold, "'t is erg. Maar hier laten ze gelukkig genoeg
+staan. Dit bosch blijft. Weet je nog, dat we jaren geleden hierheen
+verhuisd zijn, omdat de menschen ons heele bosch hadden omgehakt? Al
+onze mooie boomen vielen onder hun bijlen en nu groeit er koren,
+geloof ik."
+
+"De menschen zijn de baas, Kobold, wat zij willen dat gebeurt."
+
+"Precies," zei Kobold. "En je moet ook niet vergeten, dat de menschen
+niet zooals wij in 'n bosch leven kunnen. 'n Enkele, zooals de
+boschwachter, dat gaat, maar die moet z'n voedsel toch nog ergens
+anders vandaan halen."
+
+"Laten we nu maar opstappen en naar de beek gaan," zei Gnoom. "Ik ben
+weer heelemaal uitgerust. Met dat praten over de menschen raak je je
+vroolijkheid maar kwijt en daar is 't veel te mooi weer voor. Hoor je
+dien koekoek? Die heeft er ook zin in vandaag. Hij is al wel vijf
+minuten aan het koekoeken."
+
+"En kijk eens," riep Kobold, "daar zit baas Specht met z'n vrouw te
+kloppen. Hé, Specht, goeien morgen, hoe heb jij 't met het mooie
+weer?"
+
+"'k Heb geen tijd om te praten," riep de specht terug. "We moeten nog
+een gat hakken voor ons nest."
+
+"Maar je hadt toch 'n flinke woning hier in de buurt, verleden jaar?"
+vroeg Gnoom.
+
+"Jawel," schreeuwde nu vrouw Specht, "hier vlak bij. Maar ze hebben
+van den winter den boom omgehakt."
+
+Klop, klop, klop gingen de bekken der spechten weer en de kabouters
+wandelden verder.
+
+"Ik ben blij, dat ik geen specht ben," lachte Kobold. "Zoo'n gat in
+'n boom hakken lijkt me 'n lastig werkje, zoo zonder gereedschap."
+
+"Zonder gereedschap? Neen maar, hoe kom je dààr bij? Wou je nog
+mooier beitel hebben, dan zoo'n spechtensnavel? Ik wed dat de specht
+het vlugger doet, dan 'n timmerman!"
+
+"Je hebt gelijk," zei Kobold. "'t Was dom van me."
+
+"Zeg eens Kobold," zei Gnoom na 'n poosje, "we komen zoo nooit bij de
+beek. We loopen verkeerd."
+
+"Dat zie ik ook," zei Kobold. "Maar dat is niemendal. Wij zijn hier
+vlak bij den plas. Daar is 't ook mooi, en naar de beek kunnen we
+morgen nog wel gaan."
+
+[Illustratie]
+
+"Ook goed. Ik vind het bij den plas nog wel zoo prettig," zei Gnoom.
+"Je kunt zoo'n eind over 't water kijken, dat net voor je ligt als 'n
+spiegel en aan den overkant zie je heel ver weg de boomen. En dan in
+'t midden het eilandje met al dat riet er om. Ik zou wel eens op dat
+eilandje willen kijken. Ben jij er wel eens geweest?"
+
+"Ik wel," zei Kobold. "Maar 't is lang geleden. Op 'n boomstam ben ik
+er heen gevaren."
+
+"Op 'n boomstam!" gaapte Gnoom. "Hoe durfde je! Kunnen we dat niet
+nog eens doen?"
+
+"Als er maar 'n boom in 't water ligt," zei Kobold, "dan met alle
+plezier." Doch toen ze bij den plas kwamen lag er geen boomstam in 't
+water, hoe ze ook tusschen 't riet zochten, wat 'n heel erg
+gevaarlijk werk voor de kleine kabouters was, want zonder dat ze er
+erg in hadden stapten ze soms in 't nat. Maar ze hadden toch schik,
+want 't was o zoo mooi bij den plas. Tusschen de gele rietstengels,
+die hard en droog geknakt en verwaaid den heelen winter waren blijven
+staan, wuifden nu weer de groene biezen en riethalmen. De
+plompeblaren dreven al hier en daar boven als groene schuitjes en
+andere, die 't nog niet zoover gebracht hadden, kwamen met 'n randje
+boven 't watervlak uit. Er stond vlak bij de kabouters 'n reiger met
+z'n lange beenen in het water, alsof hij over iets stond na te
+denken, en tusschen het riet zwommen vlugge waterhoentjes met kleine
+donkere kuikentjes. En de zon scheen over de boomen van het bosch
+heen en spiegelde zich in het stille water, zoodat er twee zonnetjes
+waren.
+
+De kabouters vonden het prachtig bij den plas. Ze raakten niet
+uitgekeken. Telkens wezen ze elkaar weer wat anders, dat ze nog niet
+opgemerkt hadden. Tot eindelijk Gnoom riep:
+
+"Daar komt me zoo waar Troll ook aan!"
+
+"Wat zeg je," riep Kobold, "Troll? Waar dan?"
+
+[Illustratie]
+
+"Wel daar, recht voor je, tusschen de boomen."
+
+"Heb je ooit," prevelde Kobold verwonderd, "waar zou die zoo lang
+gezeten hebben? Den heelen winter heb ik niets van hem gezien of
+gehoord. Jij?"
+
+"Ik ook niet," zei Gnoom. "Kijk, hij komt regelrecht op ons af. Hij
+heeft ons zeker gezien, Kobold, kan jij zien wat hij in z'n hand
+heeft?"
+
+"Ik niet," zei Kobold. "Ik kan er niets van maken. Wat zou 't zijn?"
+
+"Ik word nieuwsgierig," zei Gnoom "Ga je mee?"
+
+Ze gingen met hun beiden den ander te gemoet en waren in 'n wip bij
+hem. Die ander was ook 'n kabouter en heette Troll, maar den heelen
+winter was hij zoek geweest en nu stond hij daar opeens weer voor
+Kobold's en Gnoom's oogen. Ze waren blij, dat ze hun kameraadje weer
+terugzagen en wel wat nieuwsgierig te vernemen waar hij dien heelen
+winter gezeten had, maar nog nieuwsgieriger waren ze te weten wat
+voor 'n ding hij bij zich had. Zoo iets hadden ze nog nooit gezien.
+
+"Goeie morgen," riep Gnoom, "waar kom jij vandaan?"
+
+En Kobold riep: "Dag Troll, hoe maak je het?"
+
+"Dank je, heel goed," zei Troll, "en hoe maken jullie het? Den heelen
+winter in je holletjes gezeten?"
+
+"Dat kan je begrijpen," zei Gnoom. "We hebben pret genoeg gehad, niet
+Kobold, met dat opgezette konijntje, hè?"
+
+"Nou," zei Kobold, "of we. En toen 't erg koud was zijn we binnen
+gebleven, zooals kaboutertjes altijd doen."
+
+"Zoo," kwam Troll, "doen kabouters dat altijd.... Behalve ik, hè?
+Ik ben op reis geweest."
+
+"Den heelen winter?" vroeg Gnoom ongeloovig. "We dachten, dat je
+weggekropen was ergens diep onder den grond."
+
+"Heelemaal mis--glad mis," lachte Troll. "Ik heb gedaan net als de
+menschen en ben ergens geweest waar 't gèèn winter was."
+
+"Wat zèg je?" riepen Kobold en Gnoom te gelijk. "Dat jok je. 't Is
+overal winter."
+
+"Je hebt geslapen al dien tijd, man," zei Gnoom, "en wat gedroomd en
+dat speldt je ons nu op de mouw. Loop heen, mannetje, wou jij twee
+slimme kabouters wat wijs maken?"
+
+"Zoo, en wat is dit dan?" zei Troll triomfantelijk en hij hield hun
+het vreemde ding onder den neus. "Daaraan kan je zien, dat ik op reis
+geweest ben, of niet?"
+
+"Dat weet 'k niet," zei Kobold. "Ik kan niks aan 't ding zien. Jij
+Gnoom?"
+
+"Niemendal," zei Gnoom. "Wat is 't voor 'n ding?"
+
+"Dat is mijn City-bag," antwoordde Troll, met 'n wijs gezicht.
+
+Kobold stipte met z'n vinger op 't geel leeren ding en herhaalde:
+"Cit-y-bag. Cit-y-bag."
+
+En toen zei Gnoom: "Cit-y-bag, Cit-y-bag. Begrijp jij er wat van,
+Kobold?"
+
+"Geen steek."
+
+"Ik ook niet. Cit-y-bag zeg je, hè Troll en 't is 'n tasch?"
+
+"Dat is het," riep Kobold. "'t Is 'n tasch en jij zegt.... Wat zei
+je er ook weer tegen, Troll. Ik ben 't al weer vergeten."
+
+"'t Is ook 'n tasch," zei Troll, "maar 't heet city-bag."
+
+"Da's malligheid," riep Gnoom, "'n tasch is 'n tasch en geen... 'k
+ben 'n boon als ik 't nog zeggen kan."
+
+"Dat komt," zei Troll, "omdat jullie nooit op reis geweest bent.
+Tegenwoordig gaat niemand meer uit zonder zoo'n city-bag. Daaraan
+ziet iedereen dadelijk, dat je op reis bent."
+
+"Wat zit er in?" vroeg Kobold.
+
+"O, van alles," legde Troll uit, "Ik heb er m'n kam in en...."
+
+"En wat nog meer?" vroeg Kobold nieuwsgierig.
+
+"Niks meer," zei Troll, "ik had niets meer om er in te doen."
+
+Kobold rolde in 't gras van 't lachen toen Gnoom zei: "Je hadt er
+zelf dan nog best bij gekund."
+
+"Och," riep Troll 'n beetje boos, "dat weet ik ook wel. Ik had die
+kam best in m'n zak kunnen steken, maar op reis hoor je alles in 'n
+city-bag te doen, al heb je niemendal, dan doe je 't nog in 'n
+city-bag."
+
+"'t Is mij te geleerd," zei Gnoom. "Ga jullie mee?"
+
+Ze gingen nu met hun drieën terug naar den plas en daar gingen ze in
+'t mos liggen. Troll was erg moe en viel in slaap. Kobold stootte
+Gnoom aan en fluisterde: "Zeg Gnoom, geloof jij, dat hij enkel maar
+'n kam in die tasch heeft zitten?"
+
+"Ik weet het niet," fluisterde Gnoom terug. "Maar we kunnen eens
+kijken. Weet jij hoe zoo'n ding opengaat?"
+
+"Ik niet, 't is voor 't eerst van m'n leven, dat ik zoo'n... hoe
+heet het ook weer, onder de oogen heb. Doch we kunnen 't probeeren."
+
+[Illustratie]
+
+De twee kabouters gingen nu heel stil aan 't werk. Ze trokken en
+duwden en werkten zich in 't zweet, doch ze konden de tasch maar niet
+open krijgen.
+
+"'t Is een raar ding," meende Gnoom, terwijl Kobold nog maar steeds
+aan 't tobben was. "Schei maar uit, Kobold, je krijgt 't toch niet
+open."
+
+"Ik niet!" zei Kobold, "'t moèt open--al-zou-ik-het-heele-ding-stuk
+trekken.... Dààr! 't Is al open!"
+
+"Hè!" riep Gnoom "eindelijk! Hoe deê je dat?"
+
+"Dat weet ik niet," fluisterde Kobold. "Het ging geloof ik vanzelf.
+Mooi van binnen, hè? Voel eens met je hand. O, hier heb ik de kam."
+
+"Willen we Troll eens bij den neus nemen?" zei Gnoom. "Dan moet jij
+de kam in je zak steken en dan doen wij 'n grooten kikker in den
+tasch."
+
+"Da's goed," lachte Kobold. "Laten we dan gauw 'n kikker gaan
+vangen."
+
+"Zou Troll niet wakker worden?"
+
+"Wel neen, hij slaapt als 'n stekelvarken. Kom, we moeten 'n heele
+groote zien te krijgen."
+
+Ze gingen nu samen op de kikkerjacht. Er zwommen bazen van kikkers in
+den plas en nu loerden de twee kabouters of er niet zoo'n dikkert in
+'t gras zat. Eindelijk zagen ze er een en ze joegen hem op, van 't
+water vandaan. 't Was 'n heele toer om 'm te pakken te krijgen.
+Telkens ontglipte de groenrok. Hij deed sprongen zoo groot, dat de
+kaboutertjes hem bijna niet konden bijhouden. Doch eindelijk hadden
+ze hem en hielden hem nu stevig met hun tweeën vast; hij was zoo
+glibberig en zoo sterk en hun handjes waren maar klein!
+
+[Illustratie]
+
+Troll sliep nog lekker en ze hadden tijd genoeg om den kikker in de
+City-bag te doen. Dat ging nog niet zoo gemakkelijk. Kobold wist niet
+goed meer hoe 't ding openging en Gnoom kon hem niet helpen, want die
+had tobberij genoeg met z'n kikker. Doch eindelijk was de tasch weer
+open en de kikker ging er in. Kobold en Gnoom deden nu net of ze
+sliepen, om Troll geen argwaan te geven bij z'n ontwaken. Ze vonden
+'t wel wat vervelend zoo zonder praten te blijven liggen, en 't
+duurde nog al lang ook. Maar 't kon niet anders, wilden ze hun
+plannetjes niet laten mislukken. Er verliep zeker nog wel 'n uur voor
+Troll wakker werd. Eerst geeuwde hij 'n paar keer en ging recht op
+zitten. Daarna riep hij: "Hè, hè, daar ben ik eens heerlijk van
+opgefrischt. Hé, Kobold, Gnoom, slaapmutsen, wordt eens wakker!"
+
+Kobold bromde maar wat en Gnoom zei nijdig: "Hou je mond toch, ik kan
+niet slapen."
+
+Maar ze hadden moeite genoeg om zich goed te houden. Na 'n kort
+poosje had Kobold er genoeg van. Hij sprong overeind en riep:
+"Hoelang heb ik wel geslapen? Gnoom, kerel, vooruit, luilak. Je
+slaapt nog langer dan Troll en die is nog wel op reis geweest."
+
+Nu werd Gnoom toch ook wakker. "Wat zeg je?" riep hij, "Troll? Wat is
+er met Troll?"
+
+"Och, je slaapt nog," zei Kobold. "D'r is niemendal met Troll. Kom
+sta maar op, ik wou naar huis."
+
+Troll nam deftig z'n City-bag op. De twee andere kabouters vonden dat
+het nu tijd was om hun plannetje ten uitvoer te brengen. Kobold stiet
+Gnoom aan en zei met 'n strak gezicht:
+
+"Je moest ons eerst eens in dat ding laten kijken, Troll."
+
+"Ja," zei Kobold, "dat mocht je voor 'n paar oude vrienden wel over
+hebben."
+
+"En ik heb jullie gezegd, dat er niets in zit, dan 'n kam!" riep
+Troll.
+
+"Dat kan je ons wel wijs maken," zei Kobold. "Wat zeg jij Gnoom?"
+
+"Nou, dat vind ik ook!" meende deze.
+
+Troll smeet z'n City-bag nijdig neer en riep: "Daar dan, kijk zelf.
+Ik vind het lang niet mooi, dat je me niet vertrouwt. Vroeger
+geloofde jullie me altijd op m'n woord."
+
+Kobold en Gnoom deden maar net of ze van Troll's woorden niemendal
+hoorden. Ze knielden bij den tasch en rukten en plukten en trokken en
+duwden, maar waren wel zoo wijs, dat ze de tasch niet openmaakten.
+
+"Je kan er niks van," riep Gnoom, "Laat mij 't maar alleen
+probeeren." Kobold stond op en liet Gnoom z'n gang gaan. Tegen Troll
+zei hij: "'n Raar ding hoor! Ik heb het er niet op begrepen."
+
+Gnoom peuterde ook nog 'n poosje, maar gaf toen 'n nijdigen schop
+tegen de tasch: "Is dàt 'n ding," riep hij, "'t kan niet eens open!"
+
+Troll had schik over z'n domme kameraadjes. Hij ging op den grond
+zitten en nam de tasch voor zich. "Kijk," zei hij, "domooren, 't is
+heel eenvoudig, zoo gaat hij open."
+
+[Illustratie]
+
+De tasch was nog niet heelemaal geopend of daar wipte de kikker met
+'n geweldigen sprong uit z'n gevangenis, vlak langs Troll's neus.
+Troll viel van verbazing en schrik languit op z'n rug en Kobold en
+Gnoom schreeuwden, alsof ze zich halfdood geschrikt hadden.
+
+"Gooi weg dat ding!" riep Gnoom. "'t Is behekst. Gooi weg."
+
+Troll, 'n beetje bekomen, keek in de tasch naar z'n kam, maar die was
+er niet. "Ik begrijp er niemendal van," zei hij. "Ik heb er m n kam
+in gedaan en nu springt er 'n groote kikker uit!" Hij greep de tasch,
+waarop hij zoo hoovaardig was geweest en smeet die in den plas.
+
+"Wat doe je nou?" vroeg Kobold, "dien kikker hebben wij er in gedaan.
+Hier is je kam."
+
+En Gnoom zei: "Je moet nòg eens op reis gaan, om slim te worden
+Troll!"
+
+Troll zei niets, maar keek naar den plas, waar z'n mooie City-bag
+tusschen 't riet lag.
+
+
+
+
+[Illustratie: hoofdstuk kopstuk]
+
+
+
+
+Schipper Troll.
+
+
+Op zekeren dag kwamen Kobold en Gnoom hun vriend Troll tegen. Hij
+scheen bijzonder in zijn humeur en dat vonden Kobold en Gnoom erg
+pleizierig, want van booze Kabouters hielden ze niet.
+
+"Waar gaan jullie naar toe?" vroeg Troll.
+
+"We gaan eens kijken of er geen boom in den plas ligt," zei Gnoom.
+"Ik wou zoo graag eens op dat eiland gaan kijken."
+
+Troll begon te lachen en zei: "Dat kan je heel gemakkelijk en je hebt
+er geen boom voor noodig. Ga maar mee."
+
+"Hoe dan?" vroegen ze nieuwsgierig.
+
+"Heel eenvoudig; d'r ligt 'n schuit op den plas."
+
+"'n Schuit?" riep Gnoom.
+
+"Ja zeker 'n schuit, ik heb 't gezien toen ik er voorbij kwam, vóór
+ik jullie ontmoette van de week."
+
+"En kunnen we daarin overvaren met z'n drieën?"
+
+"D'r kunnen wel honderd kabouters in," zei Troll. "Je moet niet
+vergeten dat 't 'n boot is waar zeker wel vijf menschen in kunnen
+zitten, misschien nog wel meer."
+
+"'n Schuit op den plas," zei Kobold ongeloovig. "Zoo oud als ik ben
+heb ik er nog nooit zoo'n ding op gezien. Hoe kan dat nu? Die plas
+heeft nergens 'n uitgang, hoe kan je daar dan met 'n schuit in
+komen?"
+
+"Ho, ho," riep Gnoom, "de menschen zijn sterk hoor. Met 'n paar man
+dragen ze gemakkelijk zoo'n bootje. Of anders op 'n wagen. Neen dàt
+kan best."
+
+"Maar wat zouen ze met 'n boot op den plas?" zei Kobold weer.
+
+"Wel, visschen," meende Gnoom, "of voor hun pleizier varen... of
+misschien waren ze wel nieuwsgierig naar het eiland!"
+
+"In ieder geval," zei Troll, "de boot is er. "Hoe die er gekomen is
+kan ons niet schelen hé?"
+
+"Troll heeft gelijk, riep Gnoom, voor mijn part was ie uit de lucht
+komen vallen."
+
+[Illustratie]
+
+"Maar," begon Kobold weer, "kunnen wij zoo'n groot schip hanteeren?
+Troll zegt er kunnen wel honderd kabouters in...."
+
+"Nou, honderd... da's misschien wat veel," zei Troll, "laten we
+zeggen vijftig."
+
+"Vijftig dan," zei Kobold. "Ik heb nooit gevaren, jij wel Gnoom?"
+
+"Ik! Neen hoor, ik ben altijd een beetje bang voor 't water geweest.
+Kaboutertjes zijn nu eenmaal geen zeelui."
+
+"Als we eens omsloegen," sprak Kobold verder. "Er is nog al veel
+wind. Kan je zwemmen Gnoom?"
+
+"Zwemmen? Ben je mal. Ik ben geen eendvogel. Wat denk je wel van me?"
+
+"Ik wou alleen maar zeggen, dat ie dan verdrinkt als we omslaan."
+
+"Precies, als we," zei nu Troll. "Maar we slaan heel niet om, dat
+weet ik vast. Die boot is geen notedop, lang niet. En de wind komt
+ons juist van pas, we behoeven nu zelf niets te doen. De wind brengt
+ons op 't eiland."
+
+"Hoera!" riep Gnoom. "Die Troll is 'n matroos geloof ik. Kom, vooruit
+naar de boot!"
+
+Troll lachte weer en Kobold schudde z'n hoofd. Maar Gnoom werd kwaad
+toen ie Kobold dat zag doen. "Krabbel jij terug," smaalde hij. "Dan
+gaan wij alleen Troll. En diè zegt nog wel, dat ie op 'n boomstam
+overgevaren is en hij durft het niet in 'n schip! Je bent ook al geen
+held, hoor!"
+
+"Beter bloode Jan, dan doode Jan," zei Kobold. "Maar als jij 't er nu
+eenmaal op gezet hebt te gaan varen in die schuit, dan laat ik je
+niet in den steek."
+
+"Da's betere praat," riep Gnoom. "Vooruit, jongens! Dat kan een mooie
+dag worden!"
+
+Ze stapten nu vlug door 't bosch en namen natuurlijk den kortsten weg
+naar den plas. Troll liep vooruit. Die scheen ook haast te hebben.
+
+Ze moesten langs den oever van den plas loopen naar de overzijde en
+daar lag werkelijk een boot tusschen 't riet te schommelen, want de
+plas was erg onstuimig door den fellen wind. De boot was met 'n touw
+vastgemaakt aan 'n boom dicht bij den oever.
+
+"Zie je nu wel Kobold, dat Troll gelijk had?" zei Gnoom erg in z'n
+schik. "Wat 'n prachtig schip! Ik kan er niet eens inkijken, zoo hoog
+steekt het boven 't water uit. Nu, maar dààrin zullen we niet
+verdrinken."
+
+"Dat denk ik ook niet," zei Kobold ernstig, "maar misschien wel in
+den plas. Kijk het eens golven!"
+
+Troll had de boot losgemaakt en trok haar naar den kant. Hij gaf het
+touw aan Gnoom en klom zelf in de boot. "Kom maar," riep hij, "ik ben
+er al."
+
+Kobold en Gnoom deden nu ook net als Troll, en Gnoom sprong als 'n
+dolleman in 't rond, terwijl Kobold bedachtzaam de boot inspecteerde.
+Alles bekeek hij. Er waren twee bakjes midden en een voor en achter.
+Deze konden opgetild worden en dat deed Kobold.
+
+[Illustratie]
+
+Onder de bankjes was ruimte om wat in te bergen. De boot was 'n
+groote roeiboot met 'n vierkant gat in 't voorste middenbankje, om er
+'n mast in te kunnen zetten voor 't zeil. Maar de mast en 't zeil
+waren er niet, evenmin als roeiriemen, doch er lag 'n soort vaarstok
+op den bodem.
+
+Deze stok trachtte Troll alleen te hanteeren om van wal te steken.
+Dat lukte evenwel niet, de stok was voor één kaboutertje te zwaar.
+Gnoom hielp. Nu duwden ze met al hun kracht en brachten de boot uit
+het riet. 't Water was niet erg diep.
+
+Ze bleven dus maar aan den gang met hun vaarstok. Kobold zat aan 't
+roer. In 't open water begon de boot te dansen op de schommelende
+golven en de kabouters waren geen erge waterrotten; ze vonden dat
+gehobbel niet zoo heel pleizierig. Kobold keek aldoor maar ernstig,
+die leek wel 't bangste van allemaal. Gnoom dacht aan z'n eiland en
+wilde niet bang zijn. Troll grinnikte soms van pleizier en dan keek
+Kobold een beetje verwonderd naar hem. Toen ze een eindje geboomd
+hadden kwam de wind hen helpen en nu ging 't wat vlugger. 't Ging
+gelukkig zonder ongevallen en toen ze eindelijk bij 't eiland
+aanlegden, zei Troll: "Zie je nu Kobold, dat het best gaat!"
+
+"Maar hoe gaan we terug," vroeg Gnoom. "We varen aan den anderen kant
+van 't eiland af en dan helpt de wind ons weer naar den oever."
+
+"En dan moet de eigenaar van de boot, zeker maar eens daar gaan
+zoeken als ie z'n vaartuig noodig heeft, zei Kobold. Of stuur je 'm
+'n boodschap dat z'n schuit naar de overzijde van den plas is
+verhuisd?"
+
+"Jij met je eigenaar," riep Troll uit z'n humeur. "Wat kan ons dien
+vent schelen? Kom, laten we eerst de boot maar naar de andere zij van
+'t eiland brengen. Kijk dat doen we zoo."
+
+Hij wierp den zwaren vaarstok in de boot en ging op 'n bankje zitten
+aan den kant van 't schuitje. Hij greep nu telkens 'n overhangenden
+tak en trok 't scheepje vooruit. Gnoom had wel uit 't schuitje willen
+springen om maar op het eiland te kunnen zijn. Hem beviel dat varen
+naar den anderen kant niemendal.
+
+"Hè, laten we dat maar doen, als we weg gaan," zei hij spijtig.
+
+"Neen," zei Troll. "We moeten nu naar den anderen kant."
+
+"Waarom kan dat zoo meteen niet?" vroeg Kobold. "Je ziet toch dat
+Gnoom van nieuwsgierigheid bijna uit de boot rolt!"
+
+"Omdat...," zei Troll, alsof hij niet goed wist, wat hij zeggen
+zou, "omdat... we misschien te moe zijn, als we op dat eiland
+hebben rondgedoold."
+
+"Nu goed dan!" zei Gnoom. "Eerst maar naar den anderen kant. Maar dan
+blijven we ook zooveel te langer hoor!"
+
+"Je kan zoo lang blijven als je verkiest," mompelde Troll.
+
+Kobold zei niets, maar begon evenals de anderen ijverig mee te
+trekken. 't Ging nu vlug vooruit soms tusschen 't riet en soms in
+open water en ze kwamen na 'n half uurtje goed en wel aan den anderen
+kant. Hier maakten ze de boot met het touw aan een boom vast.
+
+"Ik heb een beding," zei Kobold: "We blijven bij elkaar."
+
+"Waarom?" vroeg Troll. "Zóó groot is 't eiland niet en we weten alle
+drie waar onze boot ligt, zou ik denken. Wat jij, Gnoom?"
+
+"Ik ben voor bij elkaar te blijven," zei Gnoom.
+
+"De meeste stemmen gelden," sprak Kobold snel. "Dat is dus
+afgesproken."
+
+"Voor mijn part!" bromde Troll en hij lachte stilletjes, doch dat zag
+Kobold net.
+
+Nu begon een prettige tocht naar 't eilandje. Gnoom was in de wolken.
+Zoo'n echt wild bosch, als het daar was! Dikke boomen, waar de wilde
+klimop tegen opgekropen was tot in den top en dichte struiken, waar
+je haast niet door kon komen van al de prikkels. En dan ineens weer
+'n open plek met 'n paar zware eiken, die daar stonden als koningen,
+niets in hun nabijheid duldend, dan wat nederig bij den grond bleef.
+
+[Illustratie]
+
+Gnoom werd telkens knorrig op Kobold, die hem aan z'n mouw trok en
+aanmaande om door te loopen. Kobold zei niet veel, maar hij lette op
+Troll, die erg veel lust scheen te hebben in de struiken te kruipen.
+Waar Troll heenging volgde Kobold en die zorgde er wel voor dat Gnoom
+bij hem bleef. Zoo ging het misschien 'n uur achter elkaar tot Kobold
+opeens bleef staan en tegen Gnoom zei: "Weet jij waar Troll is?"
+
+"Troll!" zei Gnoom, "wel die was 'n poosje geleden nog daar voor
+ons."
+
+"Ja, dat was een kwartier geleden," zei Kobold. "Hij heeft zich niet
+aan de afspraak gehouden."
+
+"Och," zei Gnoom, "is dat nu zoo erg? We zullen hem wel weer bij de
+boot vinden tegen den avond als we teruggaan?"
+
+"Als we zoolang wachten, dan is er heelemaal geen boot meer," zei
+Kobold.
+
+"Heelemaal--geen--boot--meer?" riep Gnoom met 'n heel verbaasd
+gezicht. "Wat bedoel je daarmee?"
+
+"Daar bedoel ik mee," zei Kobold, "dat Troll van plan is alleen met
+de boot weg te varen en ons hier te laten zitten, op het eiland, waar
+we natuurlijk in wie weet hoe langen tijd niet vandaan kunnen."
+
+"Wat zeg je?" gaapte Gnoom. "Is hij dat van plan? Maar hoe weetje
+dat?"
+
+"O," antwoordde Kobold, "dat zal ik je wel even uitleggen. Maar we
+kunnen onderhand wel teruggaan naar de boot. Misschien zijn we hem
+wel voor.... Weet je waarom hij de boot niet aan den anderen kant
+wilde laten liggen tot vanavond? Neen hè? Nu dat deed hij, omdat het
+voor hem alleen te moeilijk was de boot daarheen te brengen en hij
+toch onmogelijk met de boot kon vertrekken aan den windkant. Nu kan
+mijnheer heengaan wanneer het hem belieft, begrijp je? Ik heb hem den
+heelen dag al zien grinniken, 'n poosje geleden nog, toen ik bedong,
+dat we bij elkaar zouden blijven."
+
+"Da's waar ook," zei Gnoom, "hij wou, dat we niet bij elkaar zouden
+blijven."
+
+"Laten we maar wat doorloopen," zei Kobold. "anders is hij misschien
+al weg."
+
+"Dan moet hij toch vlug zijn," meende Gnoom.
+
+'n Poosje later bereikten ze den oever en vonden daar de boot in
+denzelfden toestand en er was geen Troll te zien.
+
+Gnoom keek Kobold eens aan en zei: "Had je 't misschien mis,
+vriendje. 't Is gemakkelijk genoeg iemand van iets kwaads te
+verdenken."
+
+"Ik hoop het," zei Kobold. "Maar we zullen de proef nemen. Kijk eens
+hier in de boot."
+
+Ze klommen nu allebei in 't schuitje, en toen ging Kobold voort.
+"Hier voor, onder die bank is een kistje, daar kruip jij in. Daar is
+ruimte genoeg voor jou en lucht ook, want er zijn in het plankje twee
+gaatjes, die de menschen gebruiken om er hun vingers in te plaatsen
+als ze het plankje willen optillen."
+
+[Illustratie]
+
+"En jij?" vroeg Gnoom.
+
+"Ik kruip in 't hoekje onder 't achterste bankje bij 't roer. Als
+Troll komt en hij wacht, dan heb ik ongelijk--en als hij alleen
+afvaart, dan neemt hij ons toch mee, al is het tegen z'n wil."
+
+"Kobold, je bent de slimste kabouter dien ik ooit gezien heb. Ik
+kruip al weg."
+
+'n Ogenblik later was Kobold ook in z'n hokje.
+
+'n Poosje was het doodstil, maar toen hóorden de twee verstopte
+kabouters 'n gekraak van takken en 'n bons in de boot. Vervolgens
+hoorden ze plassen in 't water en 'n geschuur langs den kant van 't
+schuitje, zoodat Kobold en Gnoom begrepen, dat Troll was weggevaren,
+zonder op hen te wachten.
+
+[Illustratie]
+
+Gnoom was woedend over dat verraad en had wel te voorschijn willen
+springen om maar dadelijk met Troll af te rekenen. Maar hij bedacht,
+dat die slimme Kobold waarschijnlijk wel 'n plannetje zou hebben. Hij
+besloot dus maar te blijven zitten tot Kobold hem kwam roepen. 't
+Duurde erg lang, die overtocht. De plas was daar nog al breed en
+schipper Troll had alléén 'n verbazende toer met z'n zwaren vaarstok.
+De wind hielp wel 'n beetje, maar vlak onder het eiland was z'n
+kracht niet heel groot. Toen 't schuitje verder van 't eiland af
+raakte ging 't beter, maar Troll's tobberij met den vaarstok werd nog
+grooter, want 't schuitje ging dwars voor den wind liggen. Eindelijk
+hoorden Kobold en Gnoom 't schuitje weer schuren langs 't riet en
+daarna 'n bons van den neergeworpen vaarstok. Kobold luisterde scherp
+en tilde toen het deksel van z'n gevangenis 'n heel klein eindje op.
+Aan alle kanten zag hij hoog riet en in 't schuitje niemand. Hij
+kroop voorzichtig uit z'n kistje en sloop naar voren. Snel kwam nu
+ook Gnoom te voorschijn, en toen fluisterde Kobold hem toe: "Geen
+leven maken hoor! We zullen de boot door 't riet trekken, naar den
+kant. Troll heeft de schuit niet eens vastgelegd." Dat deden ze en
+waren in 'n wip op vasten grond. Op de plek waar ze geland waren
+stond dicht kreupelhout.
+
+"Da's erg goed getroffen," fluisterde Kobold. "Onze schipper heeft 'n
+mooi plekje voor ons uitgezocht. We kunnen nu op ons gemak eens
+rondloeren waar hij gebleven is. Hierheen, Gnoom. Ik geloof, dat ik
+voetstappen zie. Kijk jij eens."
+
+[Illustratie]
+
+Gnoom keek en was van dezelfde meening en nu gingen ze omzichtig
+voorwaarts. Aan den rand van 't kreupelbosch gekomen tuurden ze door
+de takken en zagen onder 'n boom schipper Troll liggen.
+
+"Hij is zeker moe," zei Kobold.
+
+"Dat denk ik ook," lachte Gnoom. "Hij heeft werk voor drie moeten
+doen. Wat heb je voor 'n plannetje. Zouden we hem 'n pak slaag
+geven?"
+
+"Wel neen," zei Kobold. "Als hij slaapt, gaan we naast hem liggen,
+ieder aan 'n kant en dan zal je zijn gezicht eens zien, als hij
+wakker wordt."
+
+"Prachtig! prachtig!" fluisterde Gnoom. "Je bent een meester in 't
+verzinnen van prettige dingen. Da's veel, véél mooier dan 'n pak
+slaag! Maar hij kan wel zoo lang blijven slapen Kobold!"
+
+"O dan maken we hem wel wakker. Kom nu maar mee. Hij zal nu wel
+slapen."
+
+Ze liepen heel zachtjes en maakten een omweg, zoodat ze achter Troll
+kwamen en toen slopen ze op hun tenen naderbij. Troll sliep. Kobold
+en Gnoom gingen stilletjes naast hem liggen. 'n Minuut of tien hadden
+ze gelegen, toen Gnoom al begon te wenken aan Kobold dat ie 't tijd
+vond om Troll wakker te maken. Kobold nam nu een lange grashalm en
+gaf die aan Gnoom en beduidde hem, dat-ie daarmee Troll maar eens in
+z'n gezicht moest kittelen. Dat deed Gnoom met het grootste genoegen.
+Troll voelde er eerst niets van, maar begon langzamerhand allerlei
+gezichten te trekken en eindelijk aan z'n neus te wrijven, doch Gnoom
+hield niet op voor Troll met een geeuw wakker werd. Hij wreef z'n
+oogen uit en deed ze toen zoo wijd open als hij maar kon, want hij
+zag iets waar hij niemendal van begreep: naast hem lagen Kobold en
+Gnoom! Hij dacht eerst dat ie droomde, maar bemerkte al heel gauw,
+dat ie klaar wakker was. Bleek van schrik stotterde hij:
+
+"Hoe--ben--jelui--hier--gekomen?"
+
+"Ja man," zei Gnoom, "da's 'n kunstje, dat moet je van Kobold zien te
+leeren."
+
+[Illustratie]
+
+"Je moet de schuit nog op haar plaats brengen," zei Kobold. "We zijn
+hier gekomen om je dat even te zeggen."
+
+"Dat--kan--ik--niet," kwam bibberend van Troll's lippen.
+"Die--boot--is zoo--zwaar."
+
+"Wat zwaar!" stoof Gnoom op. "Je kunt alleen over den plas varen, met
+twee passagiers in je boot en nou wil je beweren, dat-ie te zwaar is
+met niemand er in? Vooruit, of ik zal 't je leeren!"
+
+"Twee passagiers in de boot," mompelde Troll, "en de boot was leeg!"
+
+Hij zette zoo'n verschrikt gezicht, dat Kobold en Gnoom in lachen
+uitbarstten en de laatste riep: "Ja Troll, hier staan je passagiers.
+Ze zaten in je boot terwijl jij dacht, dat ze op 't eiland waren
+achtergelaten. Knap hé?"
+
+[Illustratie: hoofdstuk staartstuk]
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH ***
+
+***** This file should be named 46263-8.txt or 46263-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/6/2/6/46263/
+
+Produced by R.G.P.M. van Giesen
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/46263-8.zip b/46263-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..9b23bf5
--- /dev/null
+++ b/46263-8.zip
Binary files differ
diff --git a/46263-h.zip b/46263-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..4c73a9c
--- /dev/null
+++ b/46263-h.zip
Binary files differ
diff --git a/46263-h/46263-h.htm b/46263-h/46263-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..ca96ee6
--- /dev/null
+++ b/46263-h/46263-h.htm
@@ -0,0 +1,2880 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<HTML>
+<HEAD>
+ <META http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+ <TITLE>KABOUTERS IN HET BOSCH</TITLE>
+
+ <style type="text/css">
+
+ BODY {margin-left: 10%; margin-right: 10%}
+
+ p {text-indent: 2%}
+
+ body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+
+ .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;}
+
+ .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+ .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;}
+ .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;}
+ .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;}
+
+ .fontsize80 {font-size: 80%;}
+ .fontsize60 {font-size: 60%;}
+ .fontsize133 {font-size: 133%;}
+
+ /* use for Transribers Notes and such */
+ .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;}
+
+ </style>
+
+</HEAD>
+<BODY>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kabouters in het Bosch
+
+Author: Kees Valkenstein
+
+Illustrator: Kees Valkenstein
+
+Release Date: July 12, 2014 [EBook #46263]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH ***
+
+
+
+
+Produced by R.G.P.M. van Giesen
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<center><img src="images/cover.jpg" alt="Cover"></center>
+<center>[Illustratie: kaft]</center>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<center><h2>KABOUTERS IN HET BOSCH</h2></center>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<center><h1>KABOUTERS IN HET BOSCH</h1></center>
+<br>
+<br>
+<center><h4>DOOR</h4></center>
+<br>
+<br>
+<center><h3>KEES VALKENSTEIN</h3></center>
+<br>
+<hr align="center" width="25%">
+<br>
+<center><h4>GEÏLLUSTREERD DOOR DEN SCHRIJVER.</h4></center>
+<br>
+<br>
+<center><img src="images/logo.jpg" alt=""></center>
+<br>
+<br>
+<center><h4>UTRECHT<br>W. DE HAAN.</h4></center>
+<br>
+<br>
+
+
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<hr align="center" width="75%">
+<center>DRUK VAN MORKS & GEUZE, DORDRECHT.</center>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+
+<div align="center">
+<h3 align="center">INHOUDSOPGAVE</h3><br>
+<br>
+Hoofdstuk
+
+<br>
+<a href="#chapter01">Het sprookje van de twee Kabouters.</a>
+<br>
+<a href="#chapter02">De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond.</a>
+<br>
+<a href="#chapter03">Koning Droom.</a>
+<br>
+<a href="#chapter04">De Kabouters en de City-bag.</a>
+<br>
+<a href="#chapter05">Schipper Troll.</a>
+</div>
+
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<center><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></center>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+
+<a name="chapter01"></a>
+<h3 align="center" class="fontsize133">Het sprookje van de twee Kabouters.</h3>
+<hr align="center" width="25%">
+
+<p class="fontsize133">In 'n bosch zaten twee kabouters op 'n
+bemoste kei. Boven hun hoofd hield het eene
+kaboutertje 'n groote parasol, die van 'n
+paddestoel gemaakt was. Kabouters zijn knappe
+werklui.
+
+<p class="fontsize133">"Waar peins je toch over?" vroeg Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Ik?" zei Gnoom; "och, over 'n heele boel
+dingen. 't Is tegenwoordig 'n slechte tijd
+voor kabouters, hèèl slecht. 'n Paar duizend
+jaar geleden was 't plezierig in de wereld.
+Overal groote bosschen en weinig menschen. In
+die bosschen was 't heerlijk om te leven voor
+kabouters en de menschen waren vriendelijk.
+Je durfde je nog eens te vertoonen aan de lui
+en met genoegen hielp je hen 's nachts 'n
+handje aan 't werk dat ze den vorigen dag
+niet af konden krijgen."
+
+<p class="fontsize133">"Da's waar," zei Kobold.
+
+<img src="images/1_kabouter_met_paraplu.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Kom daar nu eens om," ging Gnoom voort;
+"bosschen? Allemaal omgehakt. 't Is 'n toer
+nu nog 'n plekje te vinden, dat je 'n
+ordentelijk bosch kunt noemen."
+
+<p class="fontsize133">"En dan moet je asjeblieft die nare
+spoorwegen niet vergeten," zuchtte Kobold.
+"Middenin den nacht vliegen die akelig groote
+monsters van locomotieven daarover heen met
+'n gebrom en gefluit... ik beef van
+schrik, als ik er aan denk."
+
+<p class="fontsize133">"Ik beef nog veel erger, als ik aan de
+menschen denk," zei Gnoom. "Die zijn slecht,
+door en door slecht."
+
+<p class="fontsize133">"Da's niet waar," meende Kobold. "D'r zijn
+goeie menschen ook."
+
+<p class="fontsize133">"Die mag je dan wel met 'n glimwormpje gaan
+zoeken," spotte Gnoom. "Ken je den jongen van
+den boschwachter? Die is slecht hè? Vogels
+vangen, dieren mishandelen, dat is z'n lust
+en z'n leven. Mooi hè? En zoo zijn ze nou
+allemaal."
+
+<p class="fontsize133">"'t Is niet waar," zei Kobold. "Heb jij dien
+jongen z'n zusje wel eens gezien? 't Is 'n
+klein ding van 'n jaar of zes."
+
+<p class="fontsize133">"Noem je dat 'n klein ding?" vroeg Gnoom
+verbaasd. "Ze is grooter dan wij."
+
+<p class="fontsize133">"Ja, bij ons vergeleken!" lachte Kobold.
+"Maar wij zijn ook zulke kleine kereltjes. Je
+moet haar eens zien als ze naast haar vader
+loopt. Precies 'n poppetje. Wou je dàt kind
+soms ook slecht noemen? Ze doet nog geen
+vlindertje kwaad."
+
+<p class="fontsize133">"Ik zal je maar gelijk geven," zei Gnoom,
+"maar ik denk er het mijne van.... Sst!... Hoor je dat?..."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zou 't wezen?" fluisterde Kobold,
+benauwd.
+
+<p class="fontsize133">"De jongen van den boschwachter," zei Gnoom
+met 'n bibberend stemmetje. "Hoor hem eens
+schreeuwen! Hij heeft zeker weer 'n vogeltje
+te pakken. Kijk eens tusschen de boomen door!
+Daar komt hij aan.... Hij slaat met 'n stok..."
+
+<img src="images/2_kabouterhol.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Ik ga heen," zei Kobold. "Ga je mee? Ik
+kruip in m'n holletje."
+
+<p class="fontsize133">"Ik ook," zei Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">Weg waren de kabouters. 't Volgende oogenblik
+sprong 'n wild konijntje uit het kreupelhout,
+achtervolgd door 'n grooten jongen, die
+telkens met 'n knuppel naar 't kleine diertje
+sloeg. Gelukkig was het kabouterholletje vlak
+bij.
+
+<p class="fontsize133">"Da's jammer," mompelde de jongen, toen hij
+'t diertje in het hol zag verdwijnen. Hij
+porde nog 'n paar keer met z'n stok in het
+gat, doch dat gaf niemendal. 't Konijntje was
+ver genoeg buiten z'n bereik. "Dood gaat ie
+toch," bromde hij, "ik heb hem 'n paar keer
+goed geraakt. Ik zal nog maar eens gaan
+zoeken, misschien vind ik nog wel 'n paar
+andere."
+
+<img src="images/3_kabouters_met_konijn.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">De jongen ging heen, en toen 't heel doodstil
+was kwamen de twee kabouters met verschrikte
+gezichten weer te voorschijn. Samen droegen
+ze 't konijntje, dat wel dood scheen, en
+legden het voorzichtig op 't donkergroene
+mos.
+
+<p class="fontsize133">"Hier kunnen we zien," zei Kobold, "in 't hol
+is 't zoo donker. Precies zooals ik dacht: 't
+Konijntje is dood. Wat 'n barbaar van 'n
+jongen! Zoo'n beul!"
+
+<p class="fontsize133">"'t Is niet dood!" riep Gnoom. "Kijk maar,
+z'n buikje gaat op en neer."
+
+<p class="fontsize133">"Je hebt warempel gelijk," zei Kobold blij.
+"Hadden we maar wat voor den stakker, 'n
+beetje water of zoo iets. Zou 't beter
+worden?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik weet het niet," sprak Gnoom. "Maar 't
+beest is er slecht aan toe. Ik weet kruiden
+te staan, waar 'n ziek mensch van beter
+wordt. Zouden die voor 'n konijntje ook goed
+zijn?"
+
+<p class="fontsize133">"Misschien wel," antwoordde Kobold. "We
+kunnen 't probeeren. Maar..."
+
+<p class="fontsize133">Verder kwam Kobold niet, want de twee
+kabouters hoorden geritsel in de struiken. Ze
+dachten dat de booze jongen terug gekomen was
+en namen allebei tegelijk de vlucht. Het
+konijntje bleef liggen.
+
+<p class="fontsize133">"Je hebt het konijntje vergeten," schreeuwde
+Kobold, toen ze in het hol waren.
+
+<p class="fontsize133">"'t Is jouw schuld," snauwde Gnoom. "Had het
+in het hol gelaten, zooals ik je ried. Je
+bent altijd even eigenwijs."
+
+<p class="fontsize133">"En jij bent 'n lafaard," brulde Kobold. "We
+hadden bij 't konijntje moeten blijven om het
+te beschermen. Jij ging 't eerst op de
+vlucht."
+
+<p class="fontsize133">"Neen, jij?"
+
+<p class="fontsize133">De kabouters zaten in 'n hoekje tegenover
+elkaar met hun oogen dicht en de handen voor
+hun ooren.
+
+<img src="images/4_meisje_met_konijn.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Nu zal hij het doodslaan," zei Kobold
+bibberend.
+
+<p class="fontsize133">"Doodtrappen," zei Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Ik ga er naar toe," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Ik ga mee," zei Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">Kobold nam 'n groot mes, dat wel 'n vinger
+lang was en Gnoom balde de vuisten. Moedig
+stapten ze voort naar den ingang van het hol.
+Toen Kobold naar buiten keek, wierp hij het
+vreeselijke mes op den grond.
+
+<p class="fontsize133">"Wat doe je nou?" vroeg Gnoom. "Durf je dien
+jongen zóó aan?"
+
+<p class="fontsize133">"'t Is het zusje," zei Kobold, "Kijk maar. Ze
+heeft het konijntje van den grond opgetild.
+Och, och, ze doet het in haar schortje. Ik
+krijg er warempel de tranen van in de oogen."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zou ze er mee willen doen?" vroeg Gnoom.
+"Toch niet mee naar huis nemen? Dan krijgt
+die valsche jongen het toch nog te pakken."
+
+<p class="fontsize133">"Kom, we gaan het vragen," zei Kobold. "Voor
+'t zusje ben ik heelemaal niet bang."
+
+<p class="fontsize133">"Vooruit dan maar!" riep Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Dag Boschwachterskind," zei Kobold met z'n
+fijn kaboutertjesstemmetje.
+
+<p class="fontsize133">'t Meisje riep: "Hè!" want ze schrok 'n
+beetje. Kaboutertjes hebben zachte schoentjes
+en je kunt ze niet hooren loopen. Maar de
+schrik was gauw voorbij, want Kobold en Gnoom
+lachten erg vriendelijk. 't Meisje begon ook
+te lachen.
+
+<p class="fontsize133">"Wat 'n aardige kleine mannetjes," zei ze.
+"Waar komen jullie vandaan?"
+
+<p class="fontsize133">"Uit dat holletje onder dien dikken boom,"
+antwoordde Gnoom. "Daar wonen we. We zijn
+kabouters."
+
+<p class="fontsize133">"Wonen jullie in 'n holletje?" vroeg 't
+meisje. "Da's aardig. 'k Heb 'n konijntje.
+Maar 't is erg ziek, geloof ik."
+
+<p class="fontsize133">"Mag ik eens kijken?" vroeg Kobold. "O jawel,
+kijk maar. 't Heeft z'n oogjes dicht, zie je
+wel?"
+
+<img src="images/5_ziek_konijn.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Wou je dat arme dier meenemen naar huis?"
+vroeg Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zei 't kind. "Ik zal het in 'n hokje
+zetten bij de andere konijntjes. Vader heeft
+er 'n heele boel. Witte en zwarte en bonte en
+bruine, maar geen een grijsje. Dit is 'n
+grijsje, zie je wel?"
+
+<p class="fontsize133">"Maar 't is erg ziek," zei Kobold. "'t Zal
+dood gaan in het hokje."
+
+<p class="fontsize133">"En 't hoort niet in 'n hokje," zei Gnoom.
+"Wilde konijntjes wonen net als wij in 'n
+holletje. Geef 't maar aan ons, dan mag 't
+bij ons wonen."
+
+<p class="fontsize133">'t Meisje keek eens naar 't konijntje. "'t is
+zoo'n lieverd," zei ze. "Zou 't echt doodgaan
+in 'n hokje?"
+
+<img src="images/6_konijn_meegenomen.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Vast," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Secuur", zei Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Hier heb je 't dan," zei 't kind. "Maar goed
+er voor zorgen hoor! En mag ik dan morgen
+eens komen zien?"
+
+<p class="fontsize133">"Natuurlijk," riepen de twee kaboutertjes te
+gelijk.
+
+<p class="fontsize133">Nu namen ze voorzichtig het konijntje van 't
+meisje aan. Maar 't was te zwaar voor één
+kaboutertje en daarom droegen ze het met hun
+beiden. Toen ze er mee wegstapten zeiden ze
+heel vriendelijk: "Dag Boschwachterskind."
+
+<p class="fontsize133">"Dag kaboutertjes."
+
+<p class="fontsize133">De kabouters droegen het konijntje
+voorzichtig het hol binnen en maakten daar
+voor het arme dier 'n zacht leger van mos.
+Toen gingen ze samen de kruiden zoeken, waar
+zieke menschen van genezen. Doch het
+konijntje wilde er niet van eten. 't
+Snuffelde er niet eens aan met z'n kleine
+neusje.
+
+<p class="fontsize133">"Toe beestje," zei Gnoom, "proef er eens van.
+'t Is echt goed voor je." En Kobold zei: "Hij
+is tè ziek."
+
+<p class="fontsize133">Het konijntje bleef den heelen dag stil
+liggen. Alleen z'n neusje trilde. De
+kabouters waren even stil, ieder in z'n
+hoekje en ze keken maar aldoor naar het
+gewonde beestje, eventjes zichtbaar bij 'n
+heel dun straaltje licht, dat door 'n gaatje
+in den grond, vlak boven het hoofd van
+Kobold, in het hol drong. Dat gaatje was
+zeker door 'n muis gemaakt. Maar de zon ging
+onder en nam het lichtstraaltje mee. De
+kabouters konden niet meer zien.
+
+<p class="fontsize133">"Och, och," zuchtte Gnoom, na 'n poosje, "wat
+duurt zoo'n nacht lang."
+
+<p class="fontsize133">"De zon is nog geen uur onder," prevelde
+Kobold. "Ga maar wat slapen."
+
+<p class="fontsize133">"Slapen, terwijl die stumper daar pijn lijdt?
+Kun jij dat?" vroeg Gnoom. En 'n oogenblikje
+later riep hij verschrikt: "Kobold, Kobold,
+gauw, kom eens hier."
+
+<p class="fontsize133">"Wat is er?"
+
+<p class="fontsize133">"Kom hier. Waar is je hand.... Voel eens..."
+
+<p class="fontsize133">"Z'n neusje is stil," zei Gnoom zacht. "En
+z'n hartje je klopt niet meer."
+
+<p class="fontsize133">"Dood!"
+
+<p class="fontsize133">Ze gingen nu beiden weer in hun hoekje zitten
+en zeiden den heelen langen nacht niets meer.
+Maar slapen deden ze niet. De een dacht
+aanhoudend aan den wreeden jongen en de ander
+aan het medelijdende meisje. En allebei waren
+ze erg bedroefd.
+
+<p class="fontsize133">Den volgenden morgen, heel vroeg, hoorden ze
+'n zacht stemmetje, dat riep: "Kaboutertjes!"
+en 'n oogenblik later weer "Kaboutertjes!"
+
+<p class="fontsize133">"Daar is Boschwachterskind," zei Kobold.
+"Gnoom! hoor je niet. Boschwachterskind is
+er."
+
+<p class="fontsize133">"'k Hoor het wel," zei Gnoom. "Ga jij maar."
+
+<p class="fontsize133">"Toe Gnoom, ga jij," vleide Kobold. "Ik vind
+het zoo'n nare boodschap."
+
+<p class="fontsize133">"Ik ook," antwoordde Gnoom. "Hoor, ze roept
+alweer. Laten we dan samen maar gaan."
+
+<p class="fontsize133">"O, wat ben jullie langslapers," zei 't
+meisje, toen ze de kabouters zag.
+
+<p class="fontsize133">"We hebben niet geslapen," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Niet geslapen?" vroeg 't kind verwonderd.
+"Slapen kaboutertjes niet?"
+
+<p class="fontsize133">"Anders wel," zei Gnoom. "Maar 't konijntje..."
+
+<p class="fontsize133">"Is 't beter?"
+
+<p class="fontsize133">Kobold schudde van neen en Gnoom begon weer:
+"'t Konijntje is..."
+
+<p class="fontsize133">'t Kleine meisje zette 'n paar groote oogen
+op, want ze zag nu pas dat de kaboutertjes
+zoo'n treurig gezicht zetten. Toen vroeg ze:
+"Is het dood?"
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zei Gnoom, "we konden er niets aan
+doen."
+
+<p class="fontsize133">"'t Wou geen kruiden innemen," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Die leelijke jongen had het te hard
+geraakt," zei Gnoom. "'t Kòn niet meer eten."
+
+<p class="fontsize133">Boschwachterskind kreeg 'n kleur, toen ze
+hoorde, dat 'n jongen het konijntje kwaad had
+gedaan, want ze begreep wel, dat haar
+ondeugende broertje bedoeld werd. Opeens liep
+ze hard weg.
+
+<p class="fontsize133">Gnoom keek haar verschrikt na en Kobold was
+vreeselijk boos op hem.
+
+<p class="fontsize133">"Wat ben je toch dom," riep hij. "Was 't al
+niet erg genoeg, dat het konijntje dood is?
+En nu ga jij het verdriet nog grooter maken,
+door te zeggen, dat haar broertje 't gedaan
+heeft."
+
+<p class="fontsize133">"Ik kon 't niet helpen," snikte Gnoom. "'t
+was er uit voor ik er aan dacht. Maar ik zal
+'t weer goed maken."
+
+<p class="fontsize133">"Zoo," bromde Kobold, "kan jij dan maken, dat
+ze vandaag gèèn verdriet heeft over dat
+wreede de broertje?"
+
+<p class="fontsize133">"Neen," zei Gnoom, "dat kan ik niet en dat
+spijt me erg. Maar ik kan haar wat moois
+geven. Ik weet echt wat moois. Je zult het
+zien. Dan maak ik het toch weer 'n beetje
+goed."
+
+<p class="fontsize133">Kobold gaf geen antwoord en wandelde het
+bosch in. Gnoom wachtte nog even om Kobold na
+te kijken. Toen stapte hij het hol binnen,
+waar het doode konijntje lag.
+
+<hr align="center" width="25%">
+<br>
+<br>
+
+<center><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></center>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<a name="chapter02"></a>
+<h3 align="center" class="fontsize133">De Avonturen van Kobold en Gnoom op Sinterklaasavond.</h3>
+<hr align="center" width="25%">
+
+<p class="fontsize133">Het bosch stond in diepe winterstilte en
+Gnoom de kabouter stond vóór z'n hol onder
+den boom even stil als het bosch. Maar z'n
+oogen schitterden van plezier om al de pracht
+van blinkend witte sneeuw op de donkere
+dennetakken. De lucht was zóó blauw en de zon
+had zóóveel goud dat ze er geen raad mee wist
+en het maar over het Bosch uitstrooide. Zelfs
+in Gnooms oogen strooide ze haar goud en waar
+maar 'n straaltje van de zon kwam, begon het
+te gloeien en te glinsteren en was in 'n wip
+alles verguld. Alleen onder de boomen, die
+dicht bij elkaar stonden, was geen sneeuw en
+geen goud. Dáár lag de sneeuw op de boomen en
+nu kon de zon niet door hun kruinen
+heenkijken. Onder die boomen bleef alles
+donker. Groen en blauw en bruin.
+
+<p class="fontsize133">"Ik ging liever in den zonneschijn wandelen,"
+dacht Gnoom. "'t Is hier zóó heerlijk. Maar
+ik moet Kobold hebben en hij woont ginds
+onder de donkere boomen."
+
+<p class="fontsize133">Hij keek nog eens om zich heen en ging toen
+het Bosch in. 't Was 'n lange weg naar
+Kobold, doch Gnoom stapte flink door. Toch
+duurde 't wel 'n uur vóór Gnoom de woonplaats
+van het andere kaboutertje bereikte. Gnooms
+beentjes waren niet heel lang en z'n dikke
+winterjas hinderde hem ook wel 'n beetje bij
+'t loopen. Maar hij kwam er toch en wou nu
+maar zóó naar binnen stappen. Dat ging echter
+niet, want Kobold had z'n holletje netjes
+dichtgestopt met mos.
+
+<p class="fontsize133">"Ik geloof stellig, dat ie 'n winterslaap
+houdt, net als de vleermuizen!" riep Gnoom.
+"Dat heb ik nog nooit van 'n kabouter
+gehoord!... Of zou hij misschien niet meer
+in de streek wonen? Dat zou me nu toch
+spijten hoor! Weet je wat, ik ga eens kijken.
+Ik ruim dat mos maar weg."
+
+<p class="fontsize133">En meteen begon hij al. Hij trok en plukte en
+links en rechts vloog het mos. "Dat schiet
+op," zei Gnoom, "ik heb al 'n gaatje!"
+
+<p class="fontsize133">"Hei, wie is daar aan 't inbreken?" riep een
+stemmetje binnen in 't hol.
+
+<p class="fontsize133">"Ha, leef je nog?" riep Gnoom terug. "Man,
+man, wat stop jij je er in. Je lijkt wel 'n
+stekelvarken, dat je zoo wegkruipt. Kom eens
+voor den dag, kameraad. Ik heb je wat te
+vertellen."
+
+<p class="fontsize133">Kobold pruttelde nog wat, maar kwam eindelijk
+toch tevoorschijn.
+
+<p class="fontsize133">"Hè, wat is 't koud," zei hij klappertandend.
+"Ik begrijp niet, wat je hier doet!"
+
+<p class="fontsize133">"Koud!" zei Gnoom, "ben je dwaas. 't Is
+heerlijk weer!"
+
+<p class="fontsize133">"Ja, jij hebt 'n dikke jas aan," bromde
+Kobold, "en wollen wanten."
+
+<p class="fontsize133">"Neen," zei Gnoom, "daar komt het niet van.
+Ik ben vroeg op geweest en heb 'n uurtje ferm
+geloopen, zie je. Dat moest jij ook doen, dan
+gaat die koudkleumerij wel over!"
+
+<p class="fontsize133">"Het lijkt wel of 't gesneeuwd heeft," zei
+Kobold. "'t Is hier zoo duister. D'r ligt
+zeker 'n heel pak sneeuw op de boomen. Je
+moet in April maar eens terugkomen met je
+boodschap, Gnoom. Ik ga weer naar binnen.
+Saluut."
+
+<img src="images/7_in_de_sneeuw.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"In April!" riep Gnoom. "En 't is nu pas 't
+begin van December! Neen maar, die is goed
+hoor! Wil ik je eens wat zeggen, vriendje? Je
+trekt dadelijk je dikke jas maar aan en dan
+ga je mee. Mee, versta je? Mee, naar mijn
+hol! Daar schijnt de zon en daar..."
+
+<p class="fontsize133">"Nu," vroeg Kobold nieuwsgierig, "komt het
+haast?"
+
+<p class="fontsize133">"En&mdash;daar&mdash;" zei Gnoom erg langzaam, maar z'n
+heele gezicht lachte erbij,
+"daar&mdash;heb&mdash;ik&mdash;wat&mdash;-moois&mdash;voor&mdash;
+Boschwachterskind."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zeg je?" schreeuwde Kobold. "Voor
+Boschwachterskind? En dat zeg je nu pas?
+Vooruit! Gauw wat!... Kòm dan toch mee!"
+
+<p class="fontsize133">"Kalm 'n beetje," lachte Gnoom. "We hebben
+tijd genoeg, al is 't niet tot April. Trek
+eerst maar 'n winterjas aan, anders bevries
+je van avond nog."
+
+<p class="fontsize133">Kobold wou zonder jas mee en stond te
+trappelen van ongeduld om maar weg te komen.
+Doch Gnoom lachte hem uit en zei: "Je bent
+toch 'n malle kabouter! We hadden al 'n heel
+eind op weg kunnen zijn, als je dadelijk je
+jas aangetrokken had, in plaats van zoo
+ongeduldig rond te springen."
+
+<p class="fontsize133">Kobold ging dus z'n jas maar halen. Onderweg
+begon hij hoe langer hoe sneller te loopen,
+zoodat Gnoom eindelijk uitriep: "Ik kan niet
+meer, Kobold. Je loopt als 'n muis. Je moet
+me eens even op adem laten komen."
+
+<p class="fontsize133">Doch dat was niet naar Kobolds zin. Hij was
+ook zóó nieuwsgierig naar het moois, dat
+Gnoom voor Boschwachterskind gemaakt had!
+
+<img src="images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">Gnoom zelf had schik in het ongeduld van z'n
+kameraadje en liep dan ook maar met groote
+stappen mee. Natuurlijk bereikten ze op die
+manier al heel gauw de open plek waar Gnoom
+onder den dikken boom woonde. 't Was nu
+middag en de zon scheen nog mooier, dan 'n
+paar uur geleden.
+
+<p class="fontsize133">"Hè," riep Gnoom, "wat is het toch prachtig
+hier! Vind je ook niet, Kobold?"
+
+<p class="fontsize133">"Wat, prachtig?" bromde Kobold. "Die sneeuw?
+'n Mooi ding hoor! Loop je haast door?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik zal je eerst maar laten zien, wat ik voor
+moois heb toegedacht aan Boschwachterskind,"
+zei Gnoom lachend. "Anders ben je toch niet
+tevreden." Meteen liep hij z'n holletje
+binnen en kwam terug met iets, dat hij vlak
+voor Kobold neerzette. Deze keek er naar met
+'n paar groote verbaasde oogen, sloeg z'n
+handen in elkaar en liep toen voorzichtig om
+het ding heen, terwijl hij al maar
+doormompelde:
+
+<p class="fontsize133">"Precies eender!... Net eender!...
+Sprekend het konijntje!..."
+
+<p class="fontsize133">En Gnoom wreef z'n handen van pret over de
+verbazing van Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Hoe vind je 't?" vroeg hij eindelijk. "Is
+dàt nu niet 'n mooi geschenk voor
+Boschwachterskind?"
+
+<p class="fontsize133">"Mooi?" riep Kobold. "'t Is prachtig,
+heerlijk, eenig, snoezig! En heb jij dat
+gemaakt?"
+
+<p class="fontsize133">"Luister maar eens," begon Gnoom. "'t Is
+hetzelfde konijntje, dat wij zoo graag beter
+hadden zien worden. Ik heb het opgezet. 't
+Arme dier was tóch dood, hé? 't Voelde er
+niemendal van. Later heb ik het vastgemaakt
+op 'n plankje. En nu lijkt 't wel levend,
+niet?"
+
+<p class="fontsize133">"Je zoudt zeggen: 't springt zòò weg," zei
+Kobold. "En wat 'n prachtige glimmende
+oogjes!"
+
+<img src="images/9_konijn.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Kralen," zei Gnoom. "Z'n eigen oogjes waren
+veel mooier, toen 't nog leefde. En zie je
+wel, dat er vier wielen aan 't plankje
+zitten? Heb je soms 'n touwtje? Dan kunnen we
+'t eens voorttrekken."
+
+<p class="fontsize133">Kobold voelde in z'n zakken en vond 'n
+touwtje. Ze maakten dat aan 't plankje vast
+en Gnoom trok het opgezette konijntje voort.
+Toen moest Kobold trekken en daarna Gnoom
+weer. Al maar door de sneeuw, waar de zon op
+scheen. En ze hadden 'n pret met het
+konijntje! Zonder voorbeeld!
+
+<p class="fontsize133">Eindelijk zei Kobold: "Wat zal
+Boschwachterskind blij zijn! Zou ze 't komen
+halen?"
+
+<p class="fontsize133">"Hoe kom je dààr nu bij?" vroeg Gnoom.
+"Boschwachterskind weet er heelemaal niets
+van. We gaan samen 't konijntje bij haar
+brengen. 't Is vandaag de 5e December. Dat is
+'n feest vóór de kinderen."
+
+<p class="fontsize133">"Jawel," zei Kobold, "dat weet ik. De
+menschen noemen dat Sinterklaasavond. Dan
+zetten de kinderen 'n schoen of 'n klomp
+onder den schoorsteen en dan vinden ze daarin
+den volgenden morgen moois en lekkers."
+
+<p class="fontsize133">"Precies," zei Gnoom. "Daarom gaan wij
+vanavond het konijntje bij Boschwachterskind
+brengen, als 't donker is."
+
+<p class="fontsize133">"En de menschen slapen," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Maar 't konijntje is nog niet heelemaal
+klaar," zei Gnoom, met 'n wijs gezicht.
+
+<p class="fontsize133">"Wat!" riep Kobold, "nog-niet-heele-maal
+klaar? Maar begin dan toch te werken man! 't
+Is zóó donker!"
+
+<p class="fontsize133">"De rest van 't werk moet jij maar doen," zei
+Gnoom heel ernstig.
+
+<p class="fontsize133">"Ik?" zei Kobold,
+"ik-kan-geen-konijntjes-opzetten, zooals jij.
+Ik ben niet zoo knap."
+
+<p class="fontsize133">"Jij niet knap?" riep Gnoom nu. "Wie kan er
+dan zulke mooie letters in de boomen
+snijden?"
+
+<p class="fontsize133">"Je wilt toch niet dat ik letters in het
+konijntje zal snijden?" vroeg Kobold
+verontwaardigd. "Dat doe ik niet, hoor! Voor
+geen schat!"
+
+<p class="fontsize133">"Maar toch wel in de plank, hè? Kom, begin
+maar gauw," zei Gnoom. "Je moet er opzetten:
+Geschenk van de kabouters aan 't
+Boschwachterskind."
+
+<p class="fontsize133">"Dat doe ik graag," zei Kobold. Hij trok zijn
+jas en wanten uit, nam z'n mes van 'n vinger
+lang en begon ijverig in 't hout te snijden.
+Hij lag daarbij languit in de sneeuw. Doch
+hij werkte zóó hard, dat hij niemendal van de
+kou voelde. Iederen keer vroeg hij aan Gnoom:
+"Wordt het mooi, Gnoom?" en dan zei Gnoom:
+"Prachtig hoor! Je bent 'n houtsnijder van de
+bovenste plank." Daarna liep Gnoom weer op en
+neer om warm te blijven, doch toen Kobold
+begon met allerlei mooie figuren om de
+letters heen te maken, deed Gnoom niets dan
+toekijken en riep op het laatst: "Je bent 'n
+kunstenaar, Kobold, de plank wordt nog mooier
+dan 't konijntje!"
+
+<img src="images/10_letters.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Vóór donker was Kobold klaar. Nu hadden de
+kabouters nog 'n heelen tijd vóór ze op weg
+konden gaan.
+
+<p class="fontsize133">Wachten duurt altijd lang. Dat vonden de
+kabouters ook. Ze hadden van alles verzonnen:
+zelfs sneeuwballen gooien! Ten langen laatste
+waren ze maar in het hol gekropen. Daar zaten
+ze warm bij elkaar en bedachten allerlei
+plannen, hoe ze 't mooie konijntje in het
+boschwachtershuis zouden binnensmokkelen.
+Maar plannetjes bedenken wordt ook al
+vervelend op den duur en daarom zei Gnoom:
+"Weet je wat, we moesten maar op weg gaan.
+Als we bij 't huis zijn, zal ons wel 'n
+middeltje invallen om binnen te komen.
+Waarvoor zijn wij anders slimme kabouters?"
+
+<img src="images/11_in_het_donker.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">In den maneschijn liepen de twee kabouters
+onhoorbaar voort. 't Leken wel Chineesche
+schimmen. Het konijntje droegen ze aan een
+stok, waarvan ieder 'n einde op den schouder
+had. Hoe dichter ze bij 't boschwachtershuis
+kwamen, hoe moeilijker hun tocht werd, want
+daar lag de sneeuw hoog. Doch ze stapten
+dapper voort, al hijgden ze ook. Bij het huis
+fluisterde Kobold: "Ze zijn nog op. Er brandt
+licht."
+
+<p class="fontsize133">"Misschien laten ze dat den heelen nacht wel
+branden," antwoordde Gnoom ook heel zacht,
+maar toch nog veel te hard naar Kobolds zin,
+want hij fluisterde nijdig terug: "Schreeuw
+toch zoo hard niet. Ik ben niet doof en in
+huis hebben ze er toch niets mee noodig, dat
+wij het konijntje brengen. Of wel?"
+
+<p class="fontsize133">"'t Is ook zòò stil in 't bosch," zei Gnoom
+bijna onhoorbaar. "Ik praat net zoo zacht als
+jij, misschien nog wel zachter."
+
+<p class="fontsize133">Ze kropen met hun Sinterklaasgeschenk onder
+de struiken en loerden maar aldoor naar het
+licht en toen 't na 'n poos donker werd in 't
+boschwachtershuis, bleven ze nog wel 'n uur
+geduldig zitten. Doch toen slopen ze als
+muisjes naar het huis en keken en keken of ze
+nergens 'n raam op 'n kiertje zagen staan.
+Alles was dicht.
+
+<p class="fontsize133">"'t Zal een heele toer zijn," meende Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Kom maar mee," zei Gnoom, "ik weet 't al."
+
+<p class="fontsize133">"Wat is 't?"
+
+<p class="fontsize133">"Kom maar mee!"
+
+<p class="fontsize133">Gnoom bracht z'n kameraadje naar 't rek van
+de kippen.
+
+<p class="fontsize133">Dat was 'n smalle plank met wel twintig
+latjes er op gespijkerd, schuin omhoog langs
+den muur. Dààr was 'n gat, waar de groote
+haan gemakkelijk door kon en dus kon 'n
+kabouter er òòk door. Binnen was 't
+kippenhok.
+
+<img src="images/12_kippenhok.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">Vóór 't gat was 'n schuif, doch die werd
+zonder moeite door Kobold omhoog geschoven en
+vastgezet. Nu sjouwden de kabouters samen het
+konijntje omhoog en ze zaten 'n oogenblik
+later in 't kippenhok. 't Spreekt vanzelf dat
+ze hun jas en hun wanten uitgetrokken hadden.
+
+<p class="fontsize133">Ze deden hèèl stil, hèèl zacht, want als de
+kippen eens wakker werden!
+
+<p class="fontsize133">"Dat zou wat moois zijn," fluisterde Gnoom,
+"verbeeld je dat ze eens door 't hok gingen
+fladderen."
+
+<p class="fontsize133">Doch de kippen bleven rustig zitten. Gelukkig
+zaten de stokken ook nogal hoog. De kabouters
+konden er met hun konijntje best onder door.
+Aan 't andere einde van 't hok was 'n deurtje
+van latten en dat was maar met 'n wervel
+gesloten. Kobold stak z'n hand tusschen de
+latten en maakte het deurtje open. Hij tuurde
+naar beneden.
+
+<p class="fontsize133">"Erg hoog," zeide hij, "we komen hier nooit
+af."
+
+<p class="fontsize133">"Laat mij eens kijken," zei Gnoom. "We
+moesten 'n touw hebben."
+
+<p class="fontsize133">"'n Touw.... Maar dat hebben we niet."
+
+<p class="fontsize133">"Daar hangt er een."
+
+<p class="fontsize133">"Waar?"
+
+<p class="fontsize133">"Hier, vlak onder het kippenhok. Ik kan er
+bijna bij."&mdash;Gnoom ging op den vloer van het
+hok liggen en stak z'n arm zoo ver mogelijk
+uit. "Hou me eens vast, anders val ik," zei
+hij. "Ziezoo, ik heb het." Hij bond het
+stevig aan 'n lat vast en liet zich zakken.
+
+<p class="fontsize133">"Nu het konijntje! Voorzichtig...
+voorzichtig... zoo, ik heb het. Kom nu zelf
+maar."
+
+<p class="fontsize133">In 'n ommezien was Kobold ook beneden.
+
+<p class="fontsize133">"Dat gaat goed, hè?" fluisterde Gnoom. "Pas
+op, daar staat wat. Loop er niet tegen aan,
+want dan hooren ze ons."
+
+<p class="fontsize133">"Sst"... kwam Kobold. "Je praat altijd zoo
+hard.&mdash;Hierheen.&mdash;"
+
+<p class="fontsize133">Ze kwamen aan 'n deur. Die was van de
+woonkamer. Maar ze was gesloten en ze waren
+veel te klein om bij de kruk te kunnen komen.
+
+<p class="fontsize133">"Da's ook wat moois," zei Gnoom. "Ik kan er
+niet bij."
+
+<p class="fontsize133">"Klim dan op mijn rug," zei Kobold. "Maar rol
+er niet af, want dan kom je misschien in dien
+emmer terecht. Ik geloof dat er melk in is."
+
+<p class="fontsize133">"Ik zou best een slokje melk lusten," zei
+Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Zeg," zei Kobold, "wij zijn geen inbrekers!"
+
+<p class="fontsize133">"Ga maar staan," antwoordde Gnoom. "'t Was
+maar gekheid. Denk je dat ik melk zou stelen,
+die Boschwachterskind drinken moet?"
+
+<p class="fontsize133">Gnoom klom op Kobolds rug en draaide aan de
+deurknop. 't Ging heel voorzichtig, om 't
+leven. Doch 't lukte goed en de kabouters
+gingen met het konijntje binnen. Ze keken
+eerst eens onder den schoorsteen of
+Boschwachterskind haar schoentje had gezet.
+'t Was net licht genoeg, want de maan keek
+door de ruitjes.
+
+<p class="fontsize133">"Warempel," zei Gnoom, "daar staat 'n
+pantoffel van Boschwachterskind en aan den
+anderen kant 'n klomp van den leelijken,
+valschen jongen."
+
+<p class="fontsize133">"Met hem hebben we niets te maken," zei
+Kobold. "Zet het konijntje maar bij 't
+schoentje, dan vindt Boschwachterskind het
+morgen wel. Wat zal ze blij opkijken, hè? Ik
+zou morgenochtend wel eens hier willen zijn!"
+
+<p class="fontsize133">"Je moet niet verlangen naar onmogelijke
+dingen," zei Gnoom. "Laten wij nu maar weer
+maken, dat we weg komen."
+
+<p class="fontsize133">Doch dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan.
+Ze kwamen ongehinderd tot bij het kippenhok.
+Maar nu moesten ze langs het touw naar boven
+klauteren.
+
+<img src="images/13_klimmend.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">Dat was heel wat anders dan zich laten
+zakken. 't Was gewoon tobben en nogal erg
+ook. Kobold, die eerst ging, had er 'n
+vreeselijken toer mee en Gnoom stak wel
+tienmaal z'n handen omhoog, uit angst, dat
+z'n kameraadje zich los zou laten. Kobold
+steunde erbarmelijk en toen hij eindelijk
+boven was, ging hij doodmoe op den vloer van
+'t kippenhok zitten. Gnoom had er minder
+moeite mee, maar Kobold hijgde:
+"Je-maakt-zoo'n-leven-Gnoom!"
+
+<p class="fontsize133">Kobold had 't dezen keer eens bij 't rechte
+eind. Gnoom had vèèl leven gemaakt. De kippen
+waren er allemaal wakker van geworden.
+
+<img src="images/14_vlucht.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Baas Haan zat met uitgerekten hals naar de
+twee indringers te loeren en bromde
+aanhoudend: "Tok, tok! Tok, tok!"
+
+<p class="fontsize133">De kippen werden onrustig, want tok, tok,
+beteekent in de kippentaal: "kinderen let
+eens 'n beetje op. 't Is niet pluis in 't
+hok."
+
+<p class="fontsize133">"Gauw wat," fluisterde Kobold, toen Gnoom
+boven was. "Haneman zit klaar om van den stok
+te springen en dan hebben we de poppen aan 't
+dansen."
+
+<p class="fontsize133">De kabouters maakten dat ze weg kwamen. Doch
+baas Haan sloeg òòk de schrik om 't hart. Hij
+sprong van den stok, natuurlijk met de
+noodige hanedrukte, en de kippen verloren
+daardoor allemaal hare bezinning. 't Was 'n
+rumoer en 'n gekakel en 'n gefladder. De
+heele familie had slechts één gedachte:
+Vluchten! De kabouters waren 't eerst bij de
+opening en rolden achter elkaar zoo maar naar
+beneden in de sneeuw. Toen fladderde Haneman
+naar buiten en achter hem de kippen. Kobold
+en Gnoom zaten verstomd en verlamd van schrik
+de vluchtende kippetjes aan te staren. Doch
+dat duurde maar 'n oogenblik. Ze hoorden in
+'t boschwachtershuis gestommel als van
+menschen, die haastig uit bed springen. "De
+boschwachter is op," riep Gnoom. Hij greep
+z'n jas en z'n wanten en ging er van door.
+Kobold talmde ook niet. Als hazen holden ze
+door de dikke sneeuw het bosch in, zonder ook
+maar één keertje om te zien en bereikten in
+weinig tijd het hol onder den boom.
+
+<p class="fontsize133">"Hè, hè," zei Gnoom, toen ze veilig binnen
+waren, "is dàt loopen! Dat was me 'n
+geschiedenis, hoor!"
+
+<p class="fontsize133">"'t Is allemaal-jouw-schuld," hijgde Kobold.
+"Jij maakt ook altijd zoo'n leven!"
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<center><img src="images/chapter_end.jpg" alt=""></center>
+<br>
+<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<a name="chapter03"></a>
+<h3 align="center" class="fontsize133">Koning Droom.</h3>
+<hr align="center" width="25%">
+
+<p class="fontsize133">Het ondeugende broertje van Boschwachterskind
+heette Hans.
+
+<p class="fontsize133">Op den Sinterklaasdag was Hans erg uit zijn
+humeur geweest. Het mooie konijntje, dat z'n
+zusje gekregen had van de Kabouters, had hem
+jaloersch gemaakt en tevens leek het wel, dat
+het opgezette diertje hem den heelen dag met
+wijd-open oogen had aangekeken. Dat kan je
+zoo hebben.
+
+<p class="fontsize133">Maar nu was het avond en Hans lag in bed. Het
+duurde niet lang of z'n oogen gingen dicht.
+Slapen kon hij goed. Hij zag er dan ook
+niemendal van, dat iemand de kamer binnenkwam
+en op den rand van z'n bed ging zitten. Doch
+Hans zou het gauw genoeg te weten komen, wie
+die vreemde bezoeker was, want deze trok Hans
+eventjes aan z'n neus en zei:
+
+<img src="images/16_koning_droom.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Toe word nu eens wakker!" Hans deed z'n
+oogen open en zag bij het maanlicht, dat op
+de dekens scheen, een alleraardigst klein
+kereltje met een heel vriendelijk gezichtje
+zitten op den rand van z'n bed. 't Leek wel
+een koning, want hij had een mantel om en 'n
+kroon op.
+
+<p class="fontsize133">"Zoo, ben je wakker? Je slaapt erg vast,
+hoor."
+
+<p class="fontsize133">Hans dacht: "Wat is dat nu? 'n Koning op den
+rand van m'n ledikant! 't Is gelukkig Karel
+de Groote niet. Dáár zou ik bang voor zijn,
+want die was erg ongemakkelijk. Maar zoo'n
+kleintje! "Wat kom je doen?" vroeg Hans.
+
+<p class="fontsize133">"Je moet eventjes met me mee."
+
+<p class="fontsize133">"Dat doe ik niet," zei Hans, "ik lig veel te
+lekker."
+
+<p class="fontsize133">"'t Zal je niet veel helpen," zei 't
+koninkje, "je mòèt mee."
+
+<p class="fontsize133">"Ik wil niet."
+
+<p class="fontsize133">"Dan nèèm ik je mee."
+
+<p class="fontsize133">"Wie ben je?" vroeg Hans driftig.
+
+<p class="fontsize133">"Ik ben koning Droom. O, hou je handen maar
+thuis, slaan kan je toch niet."
+
+<p class="fontsize133">'t Was precies zooals koning Droom zei, Hans
+had willen slaan, zooals hij op school altijd
+dadelijk deed, wanneer hij kwaad werd, maar
+hij kon z'n hand nauwelijks opheffen.
+
+<p class="fontsize133">"Zie je wel," lachte koning Droom. "Kom sta
+maar op. Ik kan hier den heelen nacht niet
+blijven zitten."
+
+<p class="fontsize133">'t Was gek, doch Hans stond gewillig op en
+wilde zich gaan aankleeden.
+
+<p class="fontsize133">"Neen, laat dat maar," zei koning Droom "ga
+zoo maar mee."
+
+<p class="fontsize133">"Maar 't is zoo koud," zei Hans.
+
+<p class="fontsize133">"Gekheid," zei koning Droom. "'t Is heerlijk
+weer."
+
+<p class="fontsize133">"Waar gaan we heen?" vroeg Hans.
+
+<p class="fontsize133">"Wel, naar 't bosch," zei koning Droom.
+
+<p class="fontsize133">"We kunnen 't huis niet uit. Vader doet 's
+avonds alles op slot."
+
+<p class="fontsize133">"Zoo, je bent 'n slimmerd. Waar zijn we dan
+nu?"
+
+<img src="images/17_onderweg.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Hans zette groote oogen op, want hij stond
+met koning Droom in 't bosch.
+
+<p class="fontsize133">"Dat gaat vlug hè? En hoe vind je 't weêr?"
+
+<p class="fontsize133">"Wel," zei Hans, "'t lijkt net zomer. Ik zie
+heel geen sneeuw meer. En wat is 't nu
+eigenlijk: nacht of dag?"
+
+<p class="fontsize133">"O," zei koning Droom, "om je de waarheid te
+zeggen, 't is precies middernacht. Twaalf
+uur, weet je. Maar 't is voor mij 'n kleine
+moeite om 's nachts de zon te laten schijnen.
+En om eventjes den winter in den zomer te
+veranderen, daar draai ik m'n hand niet voor
+om."
+
+<p class="fontsize133">"Dat zie ik," zei Hans. "Is u 'n echte
+koning, zooals Karel de Groote er een was?"
+
+<p class="fontsize133">"Hoe kom je zoo op Karel den Groote?" vroeg
+koning Droom. "Ze hebben op school zeker van
+hem verteld, hé?"
+
+<p class="fontsize133">"We hebben hem op 'n plaat in de school."
+
+<p class="fontsize133">"Dat dacht ik al," zei koning Droom. "Ik ben
+veel machtiger dan Karel de Groote. Ik kan
+bijna alles, doch alleen als de menschen
+slapen."
+
+<p class="fontsize133">"Maar u maakt ze toch wakker, niet waar?"
+
+<p class="fontsize133">"Zoo'n beetje," lachte koning Droom. "Ik neem
+de menschen graag bij den neus."
+
+<p class="fontsize133">"Waar brengt u me toch heen?" vroeg Hans na
+'n oogenblik. 't Ging alles zoo vreemd, vond
+hij. 't Eene oogenblik wist hij precies waar
+hij was en dan in eens leek het wel of alles
+hem vreemd was. "Zijn we hier niet bij de
+beek?"
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zei koning Droom, "daar moeten we
+over."
+
+<p class="fontsize133">"Er door, bedoelt u zeker."
+
+<p class="fontsize133">"Neen, er over. We kunnen voor dezen keer wel
+eens op het water loopen. Kom maar."
+
+<p class="fontsize133">Nu zag Hans tot z'n groote verbazing koning
+Droom op het gladde water stappen en Hans
+deed het hem na of 't zoo hoorde.
+
+<img src="images/18_op_het_water.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Pas op, val niet," riep koning Droom, "'t
+water is nog gladder dan ijs."
+
+<p class="fontsize133">"Ik geloof, dat ik er 'n beetje inzak,"
+stotterde Hans.
+
+<p class="fontsize133">"O," zei koning Droom, "ik kan je er wel
+heelemaal in laten wegzinken, tot over je
+ooren."
+
+<p class="fontsize133">"Doe dat asjeblieft maar niet," smeekte Hans,
+terwijl hij koning Droom bij den arm greep.
+
+<p class="fontsize133">Ze kwamen echter zonder ongelukken aan den
+overkant.
+
+<p class="fontsize133">Hans keek met verwondering naar zijn droog
+gebleven voeten.
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zei koning Droom, "dat kunstje versta
+ik alleen maar."
+
+<p class="fontsize133">De plek waar ze nu waren, kende Hans heel
+goed. Het was 'n heuvelachtig deel van 't
+bosch, dicht begroeid met dennen en berken.
+Aan het einde van de beek was tusschen de
+heuveltjes een diepe kuil met een groot brok
+graniet in 't midden. Ze noemden die plek den
+wolfskuil. Hans had dikwijls genoeg op die
+kei zitten uitrusten. Je kwam gemakkelijk
+genoeg naar beneden, maar om er weer uit te
+komen, dat was een toer. De helling was nog
+al steil en de bodem begroeid met mos.
+
+<p class="fontsize133">In dien wolfskuil werd Hans door koning Droom
+gebracht. Hans verbeeldde zich, dat hij moe
+was, en wilde op den steen gaan zitten, maar
+koning Droom zei: "Kijk 'n beetje uit je
+oogen Hans, dat is mijn troon. Blijf jij maar
+staan waar je nu bent."
+
+<p class="fontsize133">Hans keek eens naar den steen. Ja werkelijk,
+dat was de eivormige kei niet meer. Daar was
+aan gewerkt door 'n steenhouwer. 't Leek nu
+wel wat op den troon van Karel den Groote,
+dien Hans van de plaat kende, en koning Droom
+zat er op ook, heel plechtstatig. En naast
+den troon zat een groote kikker met 'n boek
+op z'n schoot en 'n penhouder in z'n rechter
+poot.
+
+<img src="images/19_troon.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Da's mijn griffier," zei koning Droom. "Dat
+woord versta je niet, is 't wel? Ik bedoel er
+schrijver mee."
+
+<p class="fontsize133">Hans wist niet goed hoe hij 't had, en hij
+zag nog veel meer. Om den troon van koning
+Droom, stonden vele dieren, allen bewoners
+van het bosch. Eekhoorntjes, konijntjes,
+kraaien, vinken, spechten, katuilen en nog 'n
+menigte anderen. En toen Hans omkeek stond
+vlak achter hem netjes aangekleed met 'n
+sabel op zij de vos.
+
+<p class="fontsize133">"Da's Reintje de veldwachter," zei koning
+Droom.
+
+<p class="fontsize133">Hans begon 't erg benauwd te krijgen met dien
+vreemdsoortigen veldwachter achter zich.
+
+<p class="fontsize133">Hij begreep niet wat dat alles te beteekenen
+had.
+
+<p class="fontsize133">Zoo'n veldwachter, daar hield Hans niet van.
+Die kwamen altijd opdagen, als je kwaad
+gedaan had. Ook vond hij dat koning Droom 'n
+vreeselijk strak gezicht zette en dat het
+bizonder stil was om hem heen. 't Scheen wel
+dat niemand een woord durfde spreken behalve
+koning Droom.
+
+<p class="fontsize133">Koning Droom keek de vergadering eens rond en
+sprak toen plechtig:
+
+<p class="fontsize133">"Griffier kikvorsch, wie is 't eerst aan de
+beurt?"
+
+<p class="fontsize133">Deze keek in z'n boek en riep toen met luider
+stem: "Baas konijn!"
+
+<p class="fontsize133">'n Wild konijntje kwam uit de rij en plaatste
+zich met een diepe buiging voor koning Droom,
+waarna deze vroeg:
+
+<p class="fontsize133">"Wel, baas konijn, wat heb jij te vertellen?"
+
+<p class="fontsize133">'t Konijntje wreef eens met z'n voorpootjes
+langs zijn neus, stak zijn eene oor omhoog en
+zei:
+
+<p class="fontsize133">"Koning, deze leelijke jongen heeft mijn
+vrouw vermoord en al mijn kinderen zijn
+daardoor van gebrek omgekomen: 't waren er
+zes."
+
+<img src="images/20_griffier.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Koning Droom keek Hans streng aan en vroeg:
+"Is 't waar Hans?"
+
+<p class="fontsize133">Hans kreeg 'n kleur en knikte ja.
+
+<p class="fontsize133">"Dan ben je 'n slecht schepsel Hans. Heb je
+er in 't geheel niet aan gedacht, dat het
+konijntje misschien jongen had? Je hebt het
+gehoord, het had er zes. Foei! wat was dat
+valsch van je!"
+
+<p class="fontsize133">"Wie volgt?" zei koning Droom.
+
+<p class="fontsize133">Griffier kikvorsch sloeg 'n blad om en riep:
+"Vrouw Eekhoorn".
+
+<p class="fontsize133">'n Mooi rood eekhoorntje trad voor den
+Koning.
+
+<p class="fontsize133">"Spreek op klein ding," zei koning Droom.
+
+<p class="fontsize133">"O, koning," zei 't roode eekhoorntje, "die
+booze jongen heeft 'n jong van me gevangen en
+nu zit het arme dier in 'n draaikooi. Die
+jongen staat er bij te lachen als het die
+kooi aan 't draaien maakt. Hij vindt dat
+aardig, 't eekhoorntje verbeeldt zich, dat 't
+hard over de boomtakken rent en 't komt niet
+eens van z'n plaats. Nu moet die stumper z'n
+heele leven in die akelige kooi opgesloten
+zitten. Z'n leven lang, de kooi laten
+draaien&mdash;voor 't pleizier van dien jongen!"
+
+<p class="fontsize133">Koning Droom schudde z'n hoofd, keek Hans
+eens aan, maar zei niets. 't Eekhoorntje
+sprong weg en griffier Kikvorsch had z'n blad
+al weer omgeslagen en riep "Juffrouw Vink."
+
+<p class="fontsize133">Een schildvink sprong van 'n boomtak en ging
+voor koning Droom zitten. Ze begon te
+vertellen, dat Hans nesten uithaalde en de
+jonge vogeltjes dood maakte. Maar 't ergste
+was, dat Hans Juffrouw Vink d'r man had
+gevangen onder een mand, die hij met lekker
+eten er onder in de sneeuw had gezet.
+Juffrouw Vink had de kooi zien staan, waar
+mijnheer Vink zich nu in zat dood te kniezen.
+"Want ziet u, mijnheer de Koning," zei
+juffrouw Vink, "al krijgt m'n man nu volop te
+eten, hij is toch liever vrij. 't Is wel 'n
+toer in den winter om aan den kost te komen,
+maar we zijn niet te lui en goeie menschen
+strooien nog wel eens wat voor ons op den
+grond. Doch niet onder 'n mand mijnheer de
+Koning, dàt doen alleen valsche menschen. En,
+mijnheer de koning, we zijn pas een jaar
+getrouwd en nu wou ik zoo graag m'n man
+terughebben."
+
+<p class="fontsize133">Toen vloog juffrouw Vink op 'n wenk van
+griffier kikvorsch weer weg, vlak langs Hans
+z'n hoofd en ze piepte in 't voorbij vliegen
+"leelijke valschert!"
+
+<p class="fontsize133">Er kwamen nog veel meer dieren klagen. Allen
+had Hans kwaad gedaan. En koning Droom hoorde
+ze geduldig aan. Hans was niet op z'n gemak.
+Koning Droom keek beslist boos en dat leek
+Hans 'n slecht teeken. Koning Droom was
+machtig, dat had hij zelf bij ondervinding.
+Wegloopen? Gemakkelijk gezegd. Als je in
+koning Droom's handen valt, komt er nooit
+veel van wegloopen.
+
+<p class="fontsize133">"Niemand meer?" vroeg koning Droom.
+
+<p class="fontsize133">"Jawel, koning," zei griffier kikvorsch, z'n
+boek dichtslaand dat het door den wolfskuil
+weerklonk, "Ik zelf!"
+
+<p class="fontsize133">De dieren wisten geen raad van pret toen de
+griffier dit zeide, want hij zag er zoo dwaas
+uit en hij stapte zoo verwaand tot voor den
+troon.
+
+<p class="fontsize133">"Doe nu niet zoo gek," zei koning Droom. "'t
+Is nu geen tijd voor grappen?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik maak geen grappen," zei griffier
+kikvorsch. "Deze jongen heeft al ik weet niet
+hoeveel neefjes en nichtjes van me gevangen
+in de beek. Eens heeft hij mij ook te pakken
+gehad, maar ik was hem te glad. Ik kroop door
+z'n vingers en wip, ik weer 't water in. Ik
+was toen maar 'n gewone kikker en nog geen
+reus zooals ik nu ben. Laat Hans nu nog maar
+eens opkomen, als hij durft. Ik slok hem op,
+in één hap!"
+
+<p class="fontsize133">Hans stond te bibberen van angst. 'n Klein
+kikkertje doodgooien was makkelijk genoeg,
+maar zoo'n reus. Die griffier zag er lang
+niet malsch uit. Wat 'n bek!
+
+<p class="fontsize133">Koning Droom keek naar Hans en zei: "Durf je?
+Mijn griffier daagt je uit tot 'n
+tweegevecht".
+
+<img src="images/21_lafaard.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">Maar Hans was 'n lafaard. Zijn knieën knikten
+en hij was zoo bleek als 'n doek.
+
+<p class="fontsize133">"Ik zie het al", zei koning Droom. "Diertjes
+die niets terug kunnen doen, die durf je aan,
+hè? Je bent slecht Hans, slecht en wreed en
+laf ook nog. Mijn vonnis zal zeer streng
+zijn."
+
+<p class="fontsize133">Nu was het plotseling doodstil. Alle dieren
+waren een en al aandacht. Maar Hans wierp
+zich voor Koning Droom neder en riep: "Ik zal
+het nooit wèèr doen. Nooit, nooit meer!"
+
+<p class="fontsize133">Alle dieren riepen: "Hij jokt koning, hij
+jokt!"
+
+<p class="fontsize133">"Stilte!" brulde griffier kikvorsch.
+
+<p class="fontsize133">Toen 't stil was geworden, was koning Droom
+aan 't woord en zei: "Meen je 't Hans?"
+
+<p class="fontsize133">"Ja, gerust," zei Hans.
+
+<p class="fontsize133">"Nu dan, ik wil je gelooven. Ik zal zien wat
+je doen zult. Maar denk er aan: "'n Man, 'n
+man; 'n woord, 'n woord!" Dezen keer kom je
+met den schrik vrij."
+
+<p class="fontsize133">Hans sprong van blijdschap overeind... en
+zat in z'n bed, in het kleine kamertje, waar
+nog altijd de maan door het venster keek en
+op de dekens scheen.
+
+<p class="fontsize133">"Hé," dacht Hans, "wat heb ik raar gedroomd
+van dien koning en al die dieren en van dien
+reus van 'n kikker." Hij kroop gauw weer
+onder de dekens.
+
+<p class="fontsize133">Maar den volgenden dag vroeg hij aan z'n
+vader: "Vader mag ik het eekhoorntje in het
+bosch brengen en de vink weg laten vliegen?"
+
+<p class="fontsize133">De boschwachter keek Hans eens aan en zei
+toen: "Wel zeker jongen mag je dat, maar je
+moet er mee wachten tot het voorjaar. 't Is
+nu zulk bar weer, hè?"
+
+<hr align="center" width="25%">
+<br>
+<br>
+<br>
+<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<a name="chapter04"></a>
+<h3 align="center" class="fontsize133">De Kabouters en de City-bag.</h3>
+<hr align="center" width="25%">
+
+<p class="fontsize133">De lente was in 't Bosch gekomen met heerlijk
+weer en jong groen. Alles leefde weer op. De
+vogels waren luidruchtig en alle dieren
+hadden het druk. Zelfs de dieren, die zich
+den heelen langen winter verstopt hadden,
+waren weer voor den dag gekomen.
+
+<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom hadden de lente ook gevoeld
+en hadden pret in al dat nieuw ontwakende
+leven. Ze wandelden samen op hun zachte
+pantoffeltjes over het opveerende mos en
+bekeken de uitbottende knoppen en fluweelige
+blaadjes aan struiken en boomen, mooi
+afstekend tegen de dennenaalden, die het den
+heelen barren winter hadden moeten uithouden.
+
+<p class="fontsize133">Alle dieren, die zij tegenkwamen, groetten ze
+vroolijk en aan de winterslapers vroegen ze
+schertsend of 't geen toer was geweest zoo'n
+maand of wat te dutten. Ze wisten wel, dat
+die langslapers van het bosch nog zoo dom
+niet waren.
+
+<p class="fontsize133">"Zullen we eens aan de beek gaan kijken?"
+stelde Kobold voor.
+
+<p class="fontsize133">"Mij goed," zei Gnoom, "ik wil de kikkers wel
+eens zien."
+
+<p class="fontsize133">"En ik ben nieuwsgierig naar m'n bloemetjes,"
+voegde Kobold er bij.
+
+<p class="fontsize133">Ze gingen den kant op, waar de beek stroomde.
+Ze hadden geen haast en drentelden heuveltje
+op en heuveltje af, overal staan blijvend om
+te kijken, te ruiken en te luisteren. Ze
+hadden niemendal te doen en hadden 't toch
+zoo druk, dat ze haast geen tijd hadden om
+vooruit te komen. Ze waren nog lang niet aan
+de beek, toen Gnoom zei:
+
+<p class="fontsize133">"Ik ben warempel nu al moe. Ik moet eens even
+rusten, Kobold. Zullen we 'n oogenblikje op
+die stronk gaan zitten?"
+
+<p class="fontsize133">"Zooals je wilt," zei Kobold. "Maar ik ga in
+'t mos liggen."
+
+<p class="fontsize133">Toen Gnoom op den afgezaagden boomstomp zat,
+zei Kobold:
+
+<p class="fontsize133">"De menschen hebben voor 'n mooi bankje
+gezorgd, Gnoom, doch ik wou liever, dat ze
+onze boomen ongemoeid lieten. Als ik die
+houthakkers bezig hoor, zou ik wel kunnen
+huilen, en jij?"
+
+<img src="images/22_bankje.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Ik loop hard weg, wanneer ik die groote
+kerels met hun bijlen en zagen maar zie
+aankomen," antwoordde Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Kijk eens, ze zijn van den winter hier ook
+weer bezig geweest. Eén, twee, drie, vier
+vijf dikke boomen hebben ze meegenomen."
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zuchtte Kobold, "'t is erg. Maar hier
+laten ze gelukkig genoeg staan. Dit bosch
+blijft. Weet je nog, dat we jaren geleden
+hierheen verhuisd zijn, omdat de menschen ons
+heele bosch hadden omgehakt? Al onze mooie
+boomen vielen onder hun bijlen en nu groeit
+er koren, geloof ik."
+
+<p class="fontsize133">"De menschen zijn de baas, Kobold, wat zij
+willen dat gebeurt."
+
+<p class="fontsize133">"Precies," zei Kobold. "En je moet ook niet
+vergeten, dat de menschen niet zooals wij in
+'n bosch leven kunnen. 'n Enkele, zooals de
+boschwachter, dat gaat, maar die moet z'n
+voedsel toch nog ergens anders vandaan
+halen."
+
+<p class="fontsize133">"Laten we nu maar opstappen en naar de beek
+gaan," zei Gnoom. "Ik ben weer heelemaal
+uitgerust. Met dat praten over de menschen
+raak je je vroolijkheid maar kwijt en daar is
+'t veel te mooi weer voor. Hoor je dien
+koekoek? Die heeft er ook zin in vandaag. Hij
+is al wel vijf minuten aan het koekoeken."
+
+<p class="fontsize133">"En kijk eens," riep Kobold, "daar zit baas
+Specht met z'n vrouw te kloppen. Hé, Specht,
+goeien morgen, hoe heb jij 't met het mooie
+weer?"
+
+<p class="fontsize133">"'k Heb geen tijd om te praten," riep de
+specht terug. "We moeten nog een gat hakken
+voor ons nest."
+
+<p class="fontsize133">"Maar je hadt toch 'n flinke woning hier in
+de buurt, verleden jaar?" vroeg Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Jawel," schreeuwde nu vrouw Specht, "hier
+vlak bij. Maar ze hebben van den winter den
+boom omgehakt."
+
+<p class="fontsize133">Klop, klop, klop gingen de bekken der
+spechten weer en de kabouters wandelden
+verder.
+
+<p class="fontsize133">"Ik ben blij, dat ik geen specht ben," lachte
+Kobold. "Zoo'n gat in 'n boom hakken lijkt me
+'n lastig werkje, zoo zonder gereedschap."
+
+<p class="fontsize133">"Zonder gereedschap? Neen maar, hoe kom je
+dààr bij? Wou je nog mooier beitel hebben,
+dan zoo'n spechtensnavel? Ik wed dat de
+specht het vlugger doet, dan 'n timmerman!"
+
+<p class="fontsize133">"Je hebt gelijk," zei Kobold. "'t Was dom van
+me."
+
+<p class="fontsize133">"Zeg eens Kobold," zei Gnoom na 'n poosje,
+"we komen zoo nooit bij de beek. We loopen
+verkeerd."
+
+<p class="fontsize133">"Dat zie ik ook," zei Kobold. "Maar dat is
+niemendal. Wij zijn hier vlak bij den plas.
+Daar is 't ook mooi, en naar de beek kunnen
+we morgen nog wel gaan."
+
+<img src="images/23_eilandje.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Ook goed. Ik vind het bij den plas nog wel
+zoo prettig," zei Gnoom. "Je kunt zoo'n eind
+over 't water kijken, dat net voor je ligt
+als 'n spiegel en aan den overkant zie je
+heel ver weg de boomen. En dan in 't midden
+het eilandje met al dat riet er om. Ik zou
+wel eens op dat eilandje willen kijken. Ben
+jij er wel eens geweest?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik wel," zei Kobold. "Maar 't is lang
+geleden. Op 'n boomstam ben ik er heen
+gevaren."
+
+<p class="fontsize133">"Op 'n boomstam!" gaapte Gnoom. "Hoe durfde
+je! Kunnen we dat niet nog eens doen?"
+
+<p class="fontsize133">"Als er maar 'n boom in 't water ligt," zei
+Kobold, "dan met alle plezier." Doch toen ze
+bij den plas kwamen lag er geen boomstam in
+'t water, hoe ze ook tusschen 't riet
+zochten, wat 'n heel erg gevaarlijk werk voor
+de kleine kabouters was, want zonder dat ze
+er erg in hadden stapten ze soms in 't nat.
+Maar ze hadden toch schik, want 't was o zoo
+mooi bij den plas. Tusschen de gele
+rietstengels, die hard en droog geknakt en
+verwaaid den heelen winter waren blijven
+staan, wuifden nu weer de groene biezen en
+riethalmen. De plompeblaren dreven al hier en
+daar boven als groene schuitjes en andere,
+die 't nog niet zoover gebracht hadden,
+kwamen met 'n randje boven 't watervlak uit.
+Er stond vlak bij de kabouters 'n reiger met
+z'n lange beenen in het water, alsof hij over
+iets stond na te denken, en tusschen het riet
+zwommen vlugge waterhoentjes met kleine
+donkere kuikentjes. En de zon scheen over de
+boomen van het bosch heen en spiegelde zich
+in het stille water, zoodat er twee zonnetjes
+waren.
+
+<p class="fontsize133">De kabouters vonden het prachtig bij den
+plas. Ze raakten niet uitgekeken. Telkens
+wezen ze elkaar weer wat anders, dat ze nog
+niet opgemerkt hadden. Tot eindelijk Gnoom
+riep:
+
+<p class="fontsize133">"Daar komt me zoo waar Troll ook aan!"
+
+<p class="fontsize133">"Wat zeg je," riep Kobold, "Troll? Waar dan?"
+
+<img src="images/24_troll.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"Wel daar, recht voor je, tusschen de
+boomen."
+
+<p class="fontsize133">"Heb je ooit," prevelde Kobold verwonderd,
+"waar zou die zoo lang gezeten hebben? Den
+heelen winter heb ik niets van hem gezien of
+gehoord. Jij?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik ook niet," zei Gnoom. "Kijk, hij komt
+regelrecht op ons af. Hij heeft ons zeker
+gezien, Kobold, kan jij zien wat hij in z'n
+hand heeft?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik niet," zei Kobold. "Ik kan er niets van
+maken. Wat zou 't zijn?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik word nieuwsgierig," zei Gnoom "Ga je
+mee?"
+
+<p class="fontsize133">Ze gingen met hun beiden den ander te gemoet
+en waren in 'n wip bij hem. Die ander was ook
+'n kabouter en heette Troll, maar den heelen
+winter was hij zoek geweest en nu stond hij
+daar opeens weer voor Kobold's en Gnoom's
+oogen. Ze waren blij, dat ze hun kameraadje
+weer terugzagen en wel wat nieuwsgierig te
+vernemen waar hij dien heelen winter gezeten
+had, maar nog nieuwsgieriger waren ze te
+weten wat voor 'n ding hij bij zich had. Zoo
+iets hadden ze nog nooit gezien.
+
+<p class="fontsize133">"Goeie morgen," riep Gnoom, "waar kom jij
+vandaan?"
+
+<p class="fontsize133">En Kobold riep: "Dag Troll, hoe maak je het?"
+
+<p class="fontsize133">"Dank je, heel goed," zei Troll, "en hoe
+maken jullie het? Den heelen winter in je
+holletjes gezeten?"
+
+<p class="fontsize133">"Dat kan je begrijpen," zei Gnoom. "We hebben
+pret genoeg gehad, niet Kobold, met dat
+opgezette konijntje, hè?"
+
+<p class="fontsize133">"Nou," zei Kobold, "of we. En toen 't erg
+koud was zijn we binnen gebleven, zooals
+kaboutertjes altijd doen."
+
+<p class="fontsize133">"Zoo," kwam Troll, "doen kabouters dat
+altijd.... Behalve ik, hè? Ik ben op reis
+geweest."
+
+<p class="fontsize133">"Den heelen winter?" vroeg Gnoom ongeloovig.
+"We dachten, dat je weggekropen was ergens
+diep onder den grond."
+
+<p class="fontsize133">"Heelemaal mis&mdash;glad mis," lachte Troll. "Ik
+heb gedaan net als de menschen en ben ergens
+geweest waar 't gèèn winter was."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zèg je?" riepen Kobold en Gnoom te
+gelijk. "Dat jok je. 't Is overal winter."
+
+<p class="fontsize133">"Je hebt geslapen al dien tijd, man," zei
+Gnoom, "en wat gedroomd en dat speldt je ons
+nu op de mouw. Loop heen, mannetje, wou jij
+twee slimme kabouters wat wijs maken?"
+
+<p class="fontsize133">"Zoo, en wat is dit dan?" zei Troll
+triomfantelijk en hij hield hun het vreemde
+ding onder den neus. "Daaraan kan je zien,
+dat ik op reis geweest ben, of niet?"
+
+<p class="fontsize133">"Dat weet 'k niet," zei Kobold. "Ik kan niks
+aan 't ding zien. Jij Gnoom?"
+
+<p class="fontsize133">"Niemendal," zei Gnoom. "Wat is 't voor 'n
+ding?"
+
+<p class="fontsize133">"Dat is mijn City-bag," antwoordde Troll, met
+'n wijs gezicht.
+
+<p class="fontsize133">Kobold stipte met z'n vinger op 't geel
+leeren ding en herhaalde: "Cit-y-bag.
+Cit-y-bag."
+
+<p class="fontsize133">En toen zei Gnoom: "Cit-y-bag, Cit-y-bag.
+Begrijp jij er wat van, Kobold?"
+
+<p class="fontsize133">"Geen steek."
+
+<p class="fontsize133">"Ik ook niet. Cit-y-bag zeg je, hè Troll en
+'t is 'n tasch?"
+
+<p class="fontsize133">"Dat is het," riep Kobold. "'t Is 'n tasch en
+jij zegt.... Wat zei je er ook weer tegen,
+Troll. Ik ben 't al weer vergeten."
+
+<p class="fontsize133">"'t Is ook 'n tasch," zei Troll, "maar 't
+heet city-bag."
+
+<p class="fontsize133">"Da's malligheid," riep Gnoom, "'n tasch is
+'n tasch en geen... 'k ben 'n boon als ik
+'t nog zeggen kan."
+
+<p class="fontsize133">"Dat komt," zei Troll, "omdat jullie nooit op
+reis geweest bent. Tegenwoordig gaat niemand
+meer uit zonder zoo'n city-bag. Daaraan ziet
+iedereen dadelijk, dat je op reis bent."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zit er in?" vroeg Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"O, van alles," legde Troll uit, "Ik heb er
+m'n kam in en...."
+
+<p class="fontsize133">"En wat nog meer?" vroeg Kobold nieuwsgierig.
+
+<p class="fontsize133">"Niks meer," zei Troll, "ik had niets meer om
+er in te doen."
+
+<p class="fontsize133">Kobold rolde in 't gras van 't lachen toen
+Gnoom zei: "Je hadt er zelf dan nog best bij
+gekund."
+
+<p class="fontsize133">"Och," riep Troll 'n beetje boos, "dat weet
+ik ook wel. Ik had die kam best in m'n zak
+kunnen steken, maar op reis hoor je alles in
+'n city-bag te doen, al heb je niemendal, dan
+doe je 't nog in 'n city-bag."
+
+<p class="fontsize133">"'t Is mij te geleerd," zei Gnoom. "Ga jullie
+mee?"
+
+<p class="fontsize133">Ze gingen nu met hun drieën terug naar den
+plas en daar gingen ze in 't mos liggen.
+Troll was erg moe en viel in slaap. Kobold
+stootte Gnoom aan en fluisterde: "Zeg Gnoom,
+geloof jij, dat hij enkel maar 'n kam in die
+tasch heeft zitten?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik weet het niet," fluisterde Gnoom terug.
+"Maar we kunnen eens kijken. Weet jij hoe
+zoo'n ding opengaat?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik niet, 't is voor 't eerst van m'n leven,
+dat ik zoo'n... hoe heet het ook weer,
+onder de oogen heb. Doch we kunnen 't
+probeeren."
+
+<img src="images/25_citybag.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">De twee kabouters gingen nu heel stil aan 't
+werk. Ze trokken en duwden en werkten zich in
+'t zweet, doch ze konden de tasch maar niet
+open krijgen.
+
+<p class="fontsize133">"'t Is een raar ding," meende Gnoom, terwijl
+Kobold nog maar steeds aan 't tobben was.
+"Schei maar uit, Kobold, je krijgt 't toch
+niet open."
+
+<p class="fontsize133">"Ik niet!" zei Kobold, "'t moèt
+open&mdash;al-zou-ik-het-heele-ding-stuk trekken.... Dààr! 't Is al open!"
+
+<p class="fontsize133">"Hè!" riep Gnoom "eindelijk! Hoe deê je dat?"
+
+<p class="fontsize133">"Dat weet ik niet," fluisterde Kobold. "Het
+ging geloof ik vanzelf. Mooi van binnen, hè?
+Voel eens met je hand. O, hier heb ik de
+kam."
+
+<p class="fontsize133">"Willen we Troll eens bij den neus nemen?"
+zei Gnoom. "Dan moet jij de kam in je zak
+steken en dan doen wij 'n grooten kikker in
+den tasch."
+
+<p class="fontsize133">"Da's goed," lachte Kobold. "Laten we dan
+gauw 'n kikker gaan vangen."
+
+<p class="fontsize133">"Zou Troll niet wakker worden?"
+
+<p class="fontsize133">"Wel neen, hij slaapt als 'n stekelvarken.
+Kom, we moeten 'n heele groote zien te
+krijgen."
+
+<p class="fontsize133">Ze gingen nu samen op de kikkerjacht. Er
+zwommen bazen van kikkers in den plas en nu
+loerden de twee kabouters of er niet zoo'n
+dikkert in 't gras zat. Eindelijk zagen ze er
+een en ze joegen hem op, van 't water
+vandaan. 't Was 'n heele toer om 'm te pakken
+te krijgen. Telkens ontglipte de groenrok.
+Hij deed sprongen zoo groot, dat de
+kaboutertjes hem bijna niet konden bijhouden.
+Doch eindelijk hadden ze hem en hielden hem
+nu stevig met hun tweeën vast; hij was zoo
+glibberig en zoo sterk en hun handjes waren
+maar klein!
+
+<img src="images/26_kikker.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Troll sliep nog lekker en ze hadden tijd
+genoeg om den kikker in de City-bag te doen.
+Dat ging nog niet zoo gemakkelijk. Kobold
+wist niet goed meer hoe 't ding openging en
+Gnoom kon hem niet helpen, want die had
+tobberij genoeg met z'n kikker. Doch
+eindelijk was de tasch weer open en de kikker
+ging er in. Kobold en Gnoom deden nu net of
+ze sliepen, om Troll geen argwaan te geven
+bij z'n ontwaken. Ze vonden 't wel wat
+vervelend zoo zonder praten te blijven
+liggen, en 't duurde nog al lang ook. Maar 't
+kon niet anders, wilden ze hun plannetjes
+niet laten mislukken. Er verliep zeker nog
+wel 'n uur voor Troll wakker werd. Eerst
+geeuwde hij 'n paar keer en ging recht op
+zitten. Daarna riep hij: "Hè, hè, daar ben ik
+eens heerlijk van opgefrischt. Hé, Kobold,
+Gnoom, slaapmutsen, wordt eens wakker!"
+
+<p class="fontsize133">Kobold bromde maar wat en Gnoom zei nijdig:
+"Hou je mond toch, ik kan niet slapen."
+
+<p class="fontsize133">Maar ze hadden moeite genoeg om zich goed te
+houden. Na 'n kort poosje had Kobold er
+genoeg van. Hij sprong overeind en riep:
+"Hoelang heb ik wel geslapen? Gnoom, kerel,
+vooruit, luilak. Je slaapt nog langer dan
+Troll en die is nog wel op reis geweest."
+
+<p class="fontsize133">Nu werd Gnoom toch ook wakker. "Wat zeg je?"
+riep hij, "Troll? Wat is er met Troll?"
+
+<p class="fontsize133">"Och, je slaapt nog," zei Kobold. "D'r is
+niemendal met Troll. Kom sta maar op, ik wou
+naar huis."
+
+<p class="fontsize133">Troll nam deftig z'n City-bag op. De twee
+andere kabouters vonden dat het nu tijd was
+om hun plannetje ten uitvoer te brengen.
+Kobold stiet Gnoom aan en zei met 'n strak
+gezicht:
+
+<p class="fontsize133">"Je moest ons eerst eens in dat ding laten
+kijken, Troll."
+
+<p class="fontsize133">"Ja," zei Kobold, "dat mocht je voor 'n paar
+oude vrienden wel over hebben."
+
+<p class="fontsize133">"En ik heb jullie gezegd, dat er niets in
+zit, dan 'n kam!" riep Troll.
+
+<p class="fontsize133">"Dat kan je ons wel wijs maken," zei Kobold.
+"Wat zeg jij Gnoom?"
+
+<p class="fontsize133">"Nou, dat vind ik ook!" meende deze.
+
+<p class="fontsize133">Troll smeet z'n City-bag nijdig neer en riep:
+"Daar dan, kijk zelf. Ik vind het lang niet
+mooi, dat je me niet vertrouwt. Vroeger
+geloofde jullie me altijd op m'n woord."
+
+<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom deden maar net of ze van
+Troll's woorden niemendal hoorden. Ze
+knielden bij den tasch en rukten en plukten
+en trokken en duwden, maar waren wel zoo
+wijs, dat ze de tasch niet openmaakten.
+
+<p class="fontsize133">"Je kan er niks van," riep Gnoom, "Laat mij
+'t maar alleen probeeren." Kobold stond op en
+liet Gnoom z'n gang gaan. Tegen Troll zei
+hij: "'n Raar ding hoor! Ik heb het er niet
+op begrepen."
+
+<p class="fontsize133">Gnoom peuterde ook nog 'n poosje, maar gaf
+toen 'n nijdigen schop tegen de tasch: "Is
+dàt 'n ding," riep hij, "'t kan niet eens
+open!"
+
+<p class="fontsize133">Troll had schik over z'n domme kameraadjes.
+Hij ging op den grond zitten en nam de tasch
+voor zich. "Kijk," zei hij, "domooren, 't is
+heel eenvoudig, zoo gaat hij open."
+
+<img src="images/27_een_sprong.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">De tasch was nog niet heelemaal geopend of
+daar wipte de kikker met 'n geweldigen sprong
+uit z'n gevangenis, vlak langs Troll's neus.
+Troll viel van verbazing en schrik languit op
+z'n rug en Kobold en Gnoom schreeuwden, alsof
+ze zich halfdood geschrikt hadden.
+
+<p class="fontsize133">"Gooi weg dat ding!" riep Gnoom. "'t Is
+behekst. Gooi weg."
+
+<p class="fontsize133">Troll, 'n beetje bekomen, keek in de tasch
+naar z'n kam, maar die was er niet. "Ik
+begrijp er niemendal van," zei hij. "Ik heb
+er m n kam in gedaan en nu springt er 'n
+groote kikker uit!" Hij greep de tasch,
+waarop hij zoo hoovaardig was geweest en
+smeet die in den plas.
+
+<p class="fontsize133">"Wat doe je nou?" vroeg Kobold, "dien kikker
+hebben wij er in gedaan. Hier is je kam."
+
+<p class="fontsize133">En Gnoom zei: "Je moet nòg eens op reis gaan,
+om slim te worden Troll!"
+
+<p class="fontsize133">Troll zei niets, maar keek naar den plas,
+waar z'n mooie City-bag tusschen 't riet lag.
+
+<hr align="center" width="25%">
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<h3 align="center" class="fontsize133"><img src="images/chapter_start.jpg" alt=""></h3>
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<a name="chapter05"></a>
+<h3 align="center" class="fontsize133">Schipper Troll.</h3>
+<hr align="center" width="25%">
+
+<p class="fontsize133">Op zekeren dag kwamen Kobold en Gnoom hun
+vriend Troll tegen. Hij scheen bijzonder in
+zijn humeur en dat vonden Kobold en Gnoom erg
+pleizierig, want van booze Kabouters hielden
+ze niet.
+
+<p class="fontsize133">"Waar gaan jullie naar toe?" vroeg Troll.
+
+<p class="fontsize133">"We gaan eens kijken of er geen boom in den
+plas ligt," zei Gnoom. "Ik wou zoo graag eens
+op dat eiland gaan kijken."
+
+<p class="fontsize133">Troll begon te lachen en zei: "Dat kan je
+heel gemakkelijk en je hebt er geen boom voor
+noodig. Ga maar mee."
+
+<p class="fontsize133">"Hoe dan?" vroegen ze nieuwsgierig.
+
+<p class="fontsize133">"Heel eenvoudig; d'r ligt 'n schuit op den
+plas."
+
+<p class="fontsize133">"'n Schuit?" riep Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Ja zeker 'n schuit, ik heb 't gezien toen ik
+er voorbij kwam, vóór ik jullie ontmoette van
+de week."
+
+<p class="fontsize133">"En kunnen we daarin overvaren met z'n
+drieën?"
+
+<p class="fontsize133">"D'r kunnen wel honderd kabouters in," zei
+Troll. "Je moet niet vergeten dat 't 'n boot
+is waar zeker wel vijf menschen in kunnen
+zitten, misschien nog wel meer."
+
+<p class="fontsize133">"'n Schuit op den plas," zei Kobold
+ongeloovig. "Zoo oud als ik ben heb ik er nog
+nooit zoo'n ding op gezien. Hoe kan dat nu?
+Die plas heeft nergens 'n uitgang, hoe kan je
+daar dan met 'n schuit in komen?"
+
+<p class="fontsize133">"Ho, ho," riep Gnoom, "de menschen zijn sterk
+hoor. Met 'n paar man dragen ze gemakkelijk
+zoo'n bootje. Of anders op 'n wagen. Neen dàt
+kan best."
+
+<p class="fontsize133">"Maar wat zouen ze met 'n boot op den plas?"
+zei Kobold weer.
+
+<p class="fontsize133">"Wel, visschen," meende Gnoom, "of voor hun
+pleizier varen... of misschien waren ze
+wel nieuwsgierig naar het eiland!"
+
+<p class="fontsize133">"In ieder geval," zei Troll, "de boot is er.
+"Hoe die er gekomen is kan ons niet schelen
+hé?"
+
+<p class="fontsize133">"Troll heeft gelijk, riep Gnoom, voor mijn
+part was ie uit de lucht komen vallen."
+
+<img src="images/28_op_weg.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Maar," begon Kobold weer, "kunnen wij zoo'n
+groot schip hanteeren? Troll zegt er kunnen
+wel honderd kabouters in...."
+
+<p class="fontsize133">"Nou, honderd... da's misschien wat veel,"
+zei Troll, "laten we zeggen vijftig."
+
+<p class="fontsize133">"Vijftig dan," zei Kobold. "Ik heb nooit
+gevaren, jij wel Gnoom?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik! Neen hoor, ik ben altijd een beetje bang
+voor 't water geweest. Kaboutertjes zijn nu
+eenmaal geen zeelui."
+
+<p class="fontsize133">"Als we eens omsloegen," sprak Kobold verder.
+"Er is nog al veel wind. Kan je zwemmen
+Gnoom?"
+
+<p class="fontsize133">"Zwemmen? Ben je mal. Ik ben geen eendvogel.
+Wat denk je wel van me?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik wou alleen maar zeggen, dat ie dan
+verdrinkt als we omslaan."
+
+<p class="fontsize133">"Precies, als we," zei nu Troll. "Maar we
+slaan heel niet om, dat weet ik vast. Die
+boot is geen notedop, lang niet. En de wind
+komt ons juist van pas, we behoeven nu zelf
+niets te doen. De wind brengt ons op 't
+eiland."
+
+<p class="fontsize133">"Hoera!" riep Gnoom. "Die Troll is 'n matroos
+geloof ik. Kom, vooruit naar de boot!"
+
+<p class="fontsize133">Troll lachte weer en Kobold schudde z'n
+hoofd. Maar Gnoom werd kwaad toen ie Kobold
+dat zag doen. "Krabbel jij terug," smaalde
+hij. "Dan gaan wij alleen Troll. En diè zegt
+nog wel, dat ie op 'n boomstam overgevaren is
+en hij durft het niet in 'n schip! Je bent
+ook al geen held, hoor!"
+
+<p class="fontsize133">"Beter bloode Jan, dan doode Jan," zei
+Kobold. "Maar als jij 't er nu eenmaal op
+gezet hebt te gaan varen in die schuit, dan
+laat ik je niet in den steek."
+
+<p class="fontsize133">"Da's betere praat," riep Gnoom. "Vooruit,
+jongens! Dat kan een mooie dag worden!"
+
+<p class="fontsize133">Ze stapten nu vlug door 't bosch en namen
+natuurlijk den kortsten weg naar den plas.
+Troll liep vooruit. Die scheen ook haast te
+hebben.
+
+<p class="fontsize133">Ze moesten langs den oever van den plas
+loopen naar de overzijde en daar lag
+werkelijk een boot tusschen 't riet te
+schommelen, want de plas was erg onstuimig
+door den fellen wind. De boot was met 'n touw
+vastgemaakt aan 'n boom dicht bij den oever.
+
+<p class="fontsize133">"Zie je nu wel Kobold, dat Troll gelijk had?"
+zei Gnoom erg in z'n schik. "Wat 'n prachtig
+schip! Ik kan er niet eens inkijken, zoo hoog
+steekt het boven 't water uit. Nu, maar
+dààrin zullen we niet verdrinken."
+
+<p class="fontsize133">"Dat denk ik ook niet," zei Kobold ernstig,
+"maar misschien wel in den plas. Kijk het
+eens golven!"
+
+<p class="fontsize133">Troll had de boot losgemaakt en trok haar
+naar den kant. Hij gaf het touw aan Gnoom en
+klom zelf in de boot. "Kom maar," riep hij,
+"ik ben er al."
+
+<p class="fontsize133">Kobold en Gnoom deden nu ook net als Troll,
+en Gnoom sprong als 'n dolleman in 't rond,
+terwijl Kobold bedachtzaam de boot
+inspecteerde. Alles bekeek hij. Er waren twee
+bakjes midden en een voor en achter. Deze
+konden opgetild worden en dat deed Kobold.
+
+<img src="images/29_varend.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Onder de bankjes was ruimte om wat in te
+bergen. De boot was 'n groote roeiboot met 'n
+vierkant gat in 't voorste middenbankje, om
+er 'n mast in te kunnen zetten voor 't zeil.
+Maar de mast en 't zeil waren er niet,
+evenmin als roeiriemen, doch er lag 'n soort
+vaarstok op den bodem.
+
+<p class="fontsize133">Deze stok trachtte Troll alleen te hanteeren
+om van wal te steken. Dat lukte evenwel niet,
+de stok was voor één kaboutertje te zwaar.
+Gnoom hielp. Nu duwden ze met al hun kracht
+en brachten de boot uit het riet. 't Water
+was niet erg diep.
+
+<p class="fontsize133">Ze bleven dus maar aan den gang met hun
+vaarstok. Kobold zat aan 't roer. In 't open
+water begon de boot te dansen op de
+schommelende golven en de kabouters waren
+geen erge waterrotten; ze vonden dat gehobbel
+niet zoo heel pleizierig. Kobold keek aldoor
+maar ernstig, die leek wel 't bangste van
+allemaal. Gnoom dacht aan z'n eiland en wilde
+niet bang zijn. Troll grinnikte soms van
+pleizier en dan keek Kobold een beetje
+verwonderd naar hem. Toen ze een eindje
+geboomd hadden kwam de wind hen helpen en nu
+ging 't wat vlugger. 't Ging gelukkig zonder
+ongevallen en toen ze eindelijk bij 't eiland
+aanlegden, zei Troll: "Zie je nu Kobold, dat
+het best gaat!"
+
+<p class="fontsize133">"Maar hoe gaan we terug," vroeg Gnoom. "We
+varen aan den anderen kant van 't eiland af
+en dan helpt de wind ons weer naar den
+oever."
+
+<p class="fontsize133">"En dan moet de eigenaar van de boot, zeker
+maar eens daar gaan zoeken als ie z'n
+vaartuig noodig heeft, zei Kobold. Of stuur
+je 'm 'n boodschap dat z'n schuit naar de
+overzijde van den plas is verhuisd?"
+
+<p class="fontsize133">"Jij met je eigenaar," riep Troll uit z'n
+humeur. "Wat kan ons dien vent schelen? Kom,
+laten we eerst de boot maar naar de andere
+zij van 't eiland brengen. Kijk dat doen we
+zoo."
+
+<p class="fontsize133">Hij wierp den zwaren vaarstok in de boot en
+ging op 'n bankje zitten aan den kant van 't
+schuitje. Hij greep nu telkens 'n
+overhangenden tak en trok 't scheepje
+vooruit. Gnoom had wel uit 't schuitje willen
+springen om maar op het eiland te kunnen
+zijn. Hem beviel dat varen naar den anderen
+kant niemendal.
+
+<p class="fontsize133">"Hè, laten we dat maar doen, als we weg
+gaan," zei hij spijtig.
+
+<p class="fontsize133">"Neen," zei Troll. "We moeten nu naar den
+anderen kant."
+
+<p class="fontsize133">"Waarom kan dat zoo meteen niet?" vroeg
+Kobold. "Je ziet toch dat Gnoom van
+nieuwsgierigheid bijna uit de boot rolt!"
+
+<p class="fontsize133">"Omdat...," zei Troll, alsof hij niet goed
+wist, wat hij zeggen zou, "omdat... we
+misschien te moe zijn, als we op dat eiland
+hebben rondgedoold."
+
+<p class="fontsize133">"Nu goed dan!" zei Gnoom. "Eerst maar naar
+den anderen kant. Maar dan blijven we ook
+zooveel te langer hoor!"
+
+<p class="fontsize133">"Je kan zoo lang blijven als je verkiest,"
+mompelde Troll.
+
+<p class="fontsize133">Kobold zei niets, maar begon evenals de
+anderen ijverig mee te trekken. 't Ging nu
+vlug vooruit soms tusschen 't riet en soms in
+open water en ze kwamen na 'n half uurtje
+goed en wel aan den anderen kant. Hier
+maakten ze de boot met het touw aan een boom
+vast.
+
+<p class="fontsize133">"Ik heb een beding," zei Kobold: "We blijven
+bij elkaar."
+
+<p class="fontsize133">"Waarom?" vroeg Troll. "Zóó groot is 't
+eiland niet en we weten alle drie waar onze
+boot ligt, zou ik denken. Wat jij, Gnoom?"
+
+<p class="fontsize133">"Ik ben voor bij elkaar te blijven," zei
+Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"De meeste stemmen gelden," sprak Kobold
+snel. "Dat is dus afgesproken."
+
+<p class="fontsize133">"Voor mijn part!" bromde Troll en hij lachte
+stilletjes, doch dat zag Kobold net.
+
+<p class="fontsize133">Nu begon een prettige tocht naar 't eilandje.
+Gnoom was in de wolken. Zoo'n echt wild
+bosch, als het daar was! Dikke boomen, waar
+de wilde klimop tegen opgekropen was tot in
+den top en dichte struiken, waar je haast
+niet door kon komen van al de prikkels. En
+dan ineens weer 'n open plek met 'n paar
+zware eiken, die daar stonden als koningen,
+niets in hun nabijheid duldend, dan wat
+nederig bij den grond bleef.
+
+<img src="images/30_knorrig.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Gnoom werd telkens knorrig op Kobold, die hem
+aan z'n mouw trok en aanmaande om door te
+loopen. Kobold zei niet veel, maar hij lette
+op Troll, die erg veel lust scheen te hebben
+in de struiken te kruipen. Waar Troll
+heenging volgde Kobold en die zorgde er wel
+voor dat Gnoom bij hem bleef. Zoo ging het
+misschien 'n uur achter elkaar tot Kobold
+opeens bleef staan en tegen Gnoom zei: "Weet
+jij waar Troll is?"
+
+<p class="fontsize133">"Troll!" zei Gnoom, "wel die was 'n poosje
+geleden nog daar voor ons."
+
+<p class="fontsize133">"Ja, dat was een kwartier geleden," zei
+Kobold. "Hij heeft zich niet aan de afspraak
+gehouden."
+
+<p class="fontsize133">"Och," zei Gnoom, "is dat nu zoo erg? We
+zullen hem wel weer bij de boot vinden tegen
+den avond als we teruggaan?"
+
+<p class="fontsize133">"Als we zoolang wachten, dan is er heelemaal
+geen boot meer," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Heelemaal&mdash;geen&mdash;boot&mdash;meer?" riep Gnoom met
+'n heel verbaasd gezicht. "Wat bedoel je
+daarmee?"
+
+<p class="fontsize133">"Daar bedoel ik mee," zei Kobold, "dat Troll
+van plan is alleen met de boot weg te varen
+en ons hier te laten zitten, op het eiland,
+waar we natuurlijk in wie weet hoe langen
+tijd niet vandaan kunnen."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zeg je?" gaapte Gnoom. "Is hij dat van
+plan? Maar hoe weetje dat?"
+
+<p class="fontsize133">"O," antwoordde Kobold, "dat zal ik je wel
+even uitleggen. Maar we kunnen onderhand wel
+teruggaan naar de boot. Misschien zijn we hem
+wel voor.... Weet je waarom hij de boot
+niet aan den anderen kant wilde laten liggen
+tot vanavond? Neen hè? Nu dat deed hij, omdat
+het voor hem alleen te moeilijk was de boot
+daarheen te brengen en hij toch onmogelijk
+met de boot kon vertrekken aan den windkant.
+Nu kan mijnheer heengaan wanneer het hem
+belieft, begrijp je? Ik heb hem den heelen
+dag al zien grinniken, 'n poosje geleden nog,
+toen ik bedong, dat we bij elkaar zouden
+blijven."
+
+<p class="fontsize133">"Da's waar ook," zei Gnoom, "hij wou, dat we
+niet bij elkaar zouden blijven."
+
+<p class="fontsize133">"Laten we maar wat doorloopen," zei Kobold.
+"anders is hij misschien al weg."
+
+<p class="fontsize133">"Dan moet hij toch vlug zijn," meende Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">'n Poosje later bereikten ze den oever en
+vonden daar de boot in denzelfden toestand en
+er was geen Troll te zien.
+
+<p class="fontsize133">Gnoom keek Kobold eens aan en zei: "Had je 't
+misschien mis, vriendje. 't Is gemakkelijk
+genoeg iemand van iets kwaads te verdenken."
+
+<p class="fontsize133">"Ik hoop het," zei Kobold. "Maar we zullen de
+proef nemen. Kijk eens hier in de boot."
+
+<p class="fontsize133">Ze klommen nu allebei in 't schuitje, en toen
+ging Kobold voort. "Hier voor, onder die bank
+is een kistje, daar kruip jij in. Daar is
+ruimte genoeg voor jou en lucht ook, want er
+zijn in het plankje twee gaatjes, die de
+menschen gebruiken om er hun vingers in te
+plaatsen als ze het plankje willen optillen."
+
+<img src="images/31_onder_de_bank.jpg" alt="" align="left">
+
+<p class="fontsize133">"En jij?" vroeg Gnoom.
+
+<p class="fontsize133">"Ik kruip in 't hoekje onder 't achterste
+bankje bij 't roer. Als Troll komt en hij
+wacht, dan heb ik ongelijk&mdash;en als hij alleen
+afvaart, dan neemt hij ons toch mee, al is
+het tegen z'n wil."
+
+<p class="fontsize133">"Kobold, je bent de slimste kabouter dien ik
+ooit gezien heb. Ik kruip al weg."
+
+<p class="fontsize133">'n Ogenblik later was Kobold ook in z'n
+hokje.
+
+<p class="fontsize133">'n Poosje was het doodstil, maar toen hóorden
+de twee verstopte kabouters 'n gekraak van
+takken en 'n bons in de boot. Vervolgens
+hoorden ze plassen in 't water en 'n geschuur
+langs den kant van 't schuitje, zoodat Kobold
+en Gnoom begrepen, dat Troll was weggevaren,
+zonder op hen te wachten.
+
+<img src="images/32_terugvaart.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Gnoom was woedend over dat verraad en had wel
+te voorschijn willen springen om maar
+dadelijk met Troll af te rekenen. Maar hij
+bedacht, dat die slimme Kobold waarschijnlijk
+wel 'n plannetje zou hebben. Hij besloot dus
+maar te blijven zitten tot Kobold hem kwam
+roepen. 't Duurde erg lang, die overtocht. De
+plas was daar nog al breed en schipper Troll
+had alléén 'n verbazende toer met z'n zwaren
+vaarstok. De wind hielp wel 'n beetje, maar
+vlak onder het eiland was z'n kracht niet
+heel groot. Toen 't schuitje verder van 't
+eiland af raakte ging 't beter, maar Troll's
+tobberij met den vaarstok werd nog grooter,
+want 't schuitje ging dwars voor den wind
+liggen. Eindelijk hoorden Kobold en Gnoom 't
+schuitje weer schuren langs 't riet en daarna
+'n bons van den neergeworpen vaarstok. Kobold
+luisterde scherp en tilde toen het deksel van
+z'n gevangenis 'n heel klein eindje op. Aan
+alle kanten zag hij hoog riet en in 't
+schuitje niemand. Hij kroop voorzichtig uit
+z'n kistje en sloop naar voren. Snel kwam nu
+ook Gnoom te voorschijn, en toen fluisterde
+Kobold hem toe: "Geen leven maken hoor! We
+zullen de boot door 't riet trekken, naar den
+kant. Troll heeft de schuit niet eens
+vastgelegd." Dat deden ze en waren in 'n wip
+op vasten grond. Op de plek waar ze geland
+waren stond dicht kreupelhout.
+
+<p class="fontsize133">"Da's erg goed getroffen," fluisterde Kobold.
+"Onze schipper heeft 'n mooi plekje voor ons
+uitgezocht. We kunnen nu op ons gemak eens
+rondloeren waar hij gebleven is. Hierheen,
+Gnoom. Ik geloof, dat ik voetstappen zie.
+Kijk jij eens."
+
+<img src="images/33_troll_slaapt.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">Gnoom keek en was van dezelfde meening en nu
+gingen ze omzichtig voorwaarts. Aan den rand
+van 't kreupelbosch gekomen tuurden ze door
+de takken en zagen onder 'n boom schipper
+Troll liggen.
+
+<p class="fontsize133">"Hij is zeker moe," zei Kobold.
+
+<p class="fontsize133">"Dat denk ik ook," lachte Gnoom. "Hij heeft
+werk voor drie moeten doen. Wat heb je voor
+'n plannetje. Zouden we hem 'n pak slaag
+geven?"
+
+<p class="fontsize133">"Wel neen," zei Kobold. "Als hij slaapt, gaan
+we naast hem liggen, ieder aan 'n kant en dan
+zal je zijn gezicht eens zien, als hij wakker
+wordt."
+
+<p class="fontsize133">"Prachtig! prachtig!" fluisterde Gnoom. "Je
+bent een meester in 't verzinnen van prettige
+dingen. Da's veel, véél mooier dan 'n pak
+slaag! Maar hij kan wel zoo lang blijven
+slapen Kobold!"
+
+<p class="fontsize133">"O dan maken we hem wel wakker. Kom nu maar
+mee. Hij zal nu wel slapen."
+
+<p class="fontsize133">Ze liepen heel zachtjes en maakten een omweg,
+zoodat ze achter Troll kwamen en toen slopen
+ze op hun tenen naderbij. Troll sliep. Kobold
+en Gnoom gingen stilletjes naast hem liggen.
+'n Minuut of tien hadden ze gelegen, toen
+Gnoom al begon te wenken aan Kobold dat ie 't
+tijd vond om Troll wakker te maken. Kobold
+nam nu een lange grashalm en gaf die aan
+Gnoom en beduidde hem, dat-ie daarmee Troll
+maar eens in z'n gezicht moest kittelen. Dat
+deed Gnoom met het grootste genoegen. Troll
+voelde er eerst niets van, maar begon
+langzamerhand allerlei gezichten te trekken
+en eindelijk aan z'n neus te wrijven, doch
+Gnoom hield niet op voor Troll met een geeuw
+wakker werd. Hij wreef z'n oogen uit en deed
+ze toen zoo wijd open als hij maar kon, want
+hij zag iets waar hij niemendal van begreep:
+naast hem lagen Kobold en Gnoom! Hij dacht
+eerst dat ie droomde, maar bemerkte al heel
+gauw, dat ie klaar wakker was. Bleek van
+schrik stotterde hij:
+
+<p class="fontsize133">"Hoe&mdash;ben&mdash;jelui&mdash;hier&mdash;gekomen?"
+
+<p class="fontsize133">"Ja man," zei Gnoom, "da's 'n kunstje, dat
+moet je van Kobold zien te leeren."
+
+<img src="images/34_verbaasd.jpg" alt="" align="right">
+
+<p class="fontsize133">"Je moet de schuit nog op haar plaats
+brengen," zei Kobold. "We zijn hier gekomen
+om je dat even te zeggen."
+
+<p class="fontsize133">"Dat&mdash;kan&mdash;ik&mdash;niet," kwam bibberend van
+Troll's lippen. "Die&mdash;boot&mdash;is zoo&mdash;zwaar."
+
+<p class="fontsize133">"Wat zwaar!" stoof Gnoom op. "Je kunt alleen
+over den plas varen, met twee passagiers in
+je boot en nou wil je beweren, dat-ie te
+zwaar is met niemand er in? Vooruit, of ik
+zal 't je leeren!"
+
+<p class="fontsize133">"Twee passagiers in de boot," mompelde Troll,
+"en de boot was leeg!"
+
+<p class="fontsize133">Hij zette zoo'n verschrikt gezicht, dat
+Kobold en Gnoom in lachen uitbarstten en de
+laatste riep: "Ja Troll, hier staan je
+passagiers. Ze zaten in je boot terwijl jij
+dacht, dat ze op 't eiland waren
+achtergelaten. Knap hé?"
+
+<br>
+<br>
+<br>
+<br>
+<center><img src="images/chapter_end.jpg" alt=""></center>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Kabouters in het Bosch, by Kees Valkenstein
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KABOUTERS IN HET BOSCH ***
+
+***** This file should be named 46263-h.htm or 46263-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/6/2/6/46263/
+
+Produced by R.G.P.M. van Giesen
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</BODY>
+</HTML>
+
diff --git a/46263-h/images/10_letters.jpg b/46263-h/images/10_letters.jpg
new file mode 100644
index 0000000..85665c7
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/10_letters.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg b/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d12986d
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/11_in_het_donker.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/12_kippenhok.jpg b/46263-h/images/12_kippenhok.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c541da2
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/12_kippenhok.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/13_klimmend.jpg b/46263-h/images/13_klimmend.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a9e7e04
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/13_klimmend.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/14_vlucht.jpg b/46263-h/images/14_vlucht.jpg
new file mode 100644
index 0000000..725bf32
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/14_vlucht.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/16_koning_droom.jpg b/46263-h/images/16_koning_droom.jpg
new file mode 100644
index 0000000..845fd6b
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/16_koning_droom.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/17_onderweg.jpg b/46263-h/images/17_onderweg.jpg
new file mode 100644
index 0000000..56a08c9
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/17_onderweg.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/18_op_het_water.jpg b/46263-h/images/18_op_het_water.jpg
new file mode 100644
index 0000000..75b61ec
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/18_op_het_water.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/19_troon.jpg b/46263-h/images/19_troon.jpg
new file mode 100644
index 0000000..386faed
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/19_troon.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg b/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg
new file mode 100644
index 0000000..553b13d
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/1_kabouter_met_paraplu.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/20_griffier.jpg b/46263-h/images/20_griffier.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d745998
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/20_griffier.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/21_lafaard.jpg b/46263-h/images/21_lafaard.jpg
new file mode 100644
index 0000000..996a013
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/21_lafaard.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/22_bankje.jpg b/46263-h/images/22_bankje.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9ff8499
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/22_bankje.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/23_eilandje.jpg b/46263-h/images/23_eilandje.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e41b812
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/23_eilandje.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/24_troll.jpg b/46263-h/images/24_troll.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e370f90
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/24_troll.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/25_citybag.jpg b/46263-h/images/25_citybag.jpg
new file mode 100644
index 0000000..378d589
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/25_citybag.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/26_kikker.jpg b/46263-h/images/26_kikker.jpg
new file mode 100644
index 0000000..96c87e7
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/26_kikker.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/27_een_sprong.jpg b/46263-h/images/27_een_sprong.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1da3c44
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/27_een_sprong.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/28_op_weg.jpg b/46263-h/images/28_op_weg.jpg
new file mode 100644
index 0000000..68b7a6d
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/28_op_weg.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/29_varend.jpg b/46263-h/images/29_varend.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4f2cf8f
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/29_varend.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg b/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dc5c038
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/2_kabouterhol.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/30_knorrig.jpg b/46263-h/images/30_knorrig.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ac02958
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/30_knorrig.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg b/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cd14cc0
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/31_onder_de_bank.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/32_terugvaart.jpg b/46263-h/images/32_terugvaart.jpg
new file mode 100644
index 0000000..59651de
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/32_terugvaart.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg b/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f6e7475
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/33_troll_slaapt.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/34_verbaasd.jpg b/46263-h/images/34_verbaasd.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6d259f8
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/34_verbaasd.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg b/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a027430
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/3_kabouters_met_konijn.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg b/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d200e52
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/4_meisje_met_konijn.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg b/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a7e1e37
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/5_ziek_konijn.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg b/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca251f5
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/6_konijn_meegenomen.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg b/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8370290
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/7_in_de_sneeuw.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg b/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1ffbcc1
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/8_lopend_in_de_sneeuw.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/9_konijn.jpg b/46263-h/images/9_konijn.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0e11f94
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/9_konijn.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/chapter_end.jpg b/46263-h/images/chapter_end.jpg
new file mode 100644
index 0000000..57cfaa0
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/chapter_end.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/chapter_start.jpg b/46263-h/images/chapter_start.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5bb2eaa
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/chapter_start.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/cover.jpg b/46263-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..23e4ac9
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/46263-h/images/logo.jpg b/46263-h/images/logo.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2c45984
--- /dev/null
+++ b/46263-h/images/logo.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..7a3961a
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #46263 (https://www.gutenberg.org/ebooks/46263)