diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-06 16:58:43 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-06 16:58:43 -0800 |
| commit | 705b966bde8e32182e8277aa64bc961637e473c5 (patch) | |
| tree | 7d92b34e8368dde6f6582a62bc0a65f7e05ff821 | |
| parent | d74e630ac06700d77a61081f75684677fa5537c3 (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/53492-8.txt | 5020 | ||||
| -rw-r--r-- | old/53492-8.zip | bin | 84702 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h.zip | bin | 290281 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/53492-h.htm | 6480 | ||||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/backcover.jpg | bin | 41992 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/book.png | bin | 364 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/card.png | bin | 249 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/cover.jpg | bin | 119693 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/external.png | bin | 172 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/spine.jpg | bin | 18856 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/53492-h/images/titlepage.png | bin | 7844 -> 0 bytes |
14 files changed, 17 insertions, 11500 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..a73f501 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #53492 (https://www.gutenberg.org/ebooks/53492) diff --git a/old/53492-8.txt b/old/53492-8.txt deleted file mode 100644 index 8bde82e..0000000 --- a/old/53492-8.txt +++ /dev/null @@ -1,5020 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - - - -Title: In Extremis - -Author: Melati van Java - -Release Date: November 10, 2016 [EBook #53492] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - - IN EXTREMIS - - DOOR - - MELATI VAN JAVA - - - - DERDE DRUK. - - L. J. VEEN -- AMSTERDAM - - - - - - - -TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ. - - - - - - - -IN EXTREMIS. - - -"'t Gaat hard achteruit met mij, hard en toch langzaam; ik klaag -niet, ô neen, ik zeg als mijn Amat: "Het moet, 't kan niet anders" -en ik geloof, dat dit bewustzijn mij kalmte geeft, kalmte wel noodig -in de lange, lange eenzame uren, welke ik doorworstelen moet, alleen -met mijn pijnen, mijn angsten en mijn herinneringen. - -"Aanspraak door bezoeken heb ik genoeg, maar 't is altijd hetzelfde -van voren af aan, ik word er nog ellendiger door; 't eenige goeds wat -die visites hebben is, dat zij mij weer naar mijn eenzaamheid doen -verlangen en ten minste het eerste uur van mijn alleenzijn dragelijk -maken. Lezen gaat ook bij den dag minder goed, 's morgens één courant, -'s avonds iets heel lichts; de nacht kruipt om in hoesten, hoesten, -nog eens hoesten. Vergeef mij, ik merk dat ik over niets schrijf dan -over mijzelf, dat komt er nu van als men zoo geheel en al teruggebracht -is tot zijn eigen ik. - -"Ik wist tot nu toe niet, dat ik zelf zoo hopeloos leeg, hol en -vervelend van binnen was, nu weet ik 't tot mijn schade. - -"Soms alleen vind ik het onderhoud met mezelf minder écouerant; 't is -dan wanneer het een of ander plannetje opkomt in mijn suffen geest. Ik -heb zooveel plannen gemaakt in mijn leven, geen wonder dat zij mij niet -met rust laten op mijn ziekbed, dat weldra mijn sterfbed zal worden. - -"Maar dit is een plan van geheel anderen aard, niet het bestek van -een brug of gebouw, maar doodeenvoudig voor 't stukje toekomst dat -mij rest, een stukje, waaraan dagelijks geknabbeld wordt, door de -onverbiddelijke ziekte, en dat ik bij het uur kleiner en kleiner -zie worden. - -"'t Zal nog een maand duren, denk ik, de dokter spreekt van twee, -drie. Ik hoop dat de man ongelijk heeft, want onder ons gezegd dat -leven van ter dood veroordeelde verveelt mij ontzettend. De ziekte is -wreeder dan de wet; heeft die een kerel veroordeeld, dan maakt zij er -haast mee hem uit de wereld te helpen; maar de kwaal schenkt niets, -geen minuut. En toch mijn geest is even helder als die van Troppmann, -Pranzini, of welke snuiter ook, en dood is dood, of de guillotine, -de strop of een ziekte het je doet. Hoe 't ook zij, ik ben besloten -den kelk te drinken tot den bodem, alle phasen, die mij wachten nog -door te maken, maar als 't kan zou ik mij de laatste weken nog wat -willen verlichten. - -"Ge vraagt hoe ik verpleegd word? Nu, laat het mij ronduit zeggen, -allerellendigst. Amat is van goeden wille, zijn vrouw Sarina een beste, -brave ziel, maar och! 't gaat zooals 't gaat, wanneer drie of vier -bedienden aan zichzelf overgelaten zijn. - -"Zij hebben 't gewoonlijk zoo druk met hun eigen zaken, dat zij aan -den armen zieke in geheel niet of slechts in 't voorbijgaan kunnen -denken. In Europa zou 't precies zoo gaan denk ik, en in Australië -of Amerika misschien ook. Huurlingen zijn overal dezelfde; daarom, -verbeeld je Frits, wat ik bedacht! Noem 't een dwaasheid, een gril, -wat je wilt, maar ik, die niets tegen sterven opzie, die er zelfs -naar verlang, ik vind die maand of twee, drie, welke de dokter mij -beloofd heeft, vreeselijk om te voorzien. Ik duizel er van ze nog -te moeten doorleven, geheel overgeleverd aan Amat, Ali, Sarina, -Kebon. Ik heb heimwee naar een zachte vrouwenhand, die mijn kussen -opschudt, mijn lippen verfrischt, mijn hoofd ondersteunt, zoodra een -dier vreeselijke hoestbuien mijn magere karkas uit elkander rukt. - -"Verbeeld je, er zijn oogenblikken dat ik sentimenteel word, als ik -denk aan mijn moeder, aan mijn zusters, die wel is waar nooit veel -werk hadden mij op te passen, want voor zoover ik mij herinner, -was ik nog nooit ziek. - -"'t Is de Nemesis; ik heb vrouwen nooit au sérieux genomen, ze -beschouwd als speelgoed, niets meer,--lees deze passage mevrouw Van -Velden niet voor of ja lees ze wel voor--ik verdien haar medelijden, -want zij is te goed om nog wrok tegen een schaduw te koesteren--en nu -smacht ik naar het Ewig Weibliche als de dorstige naar een dronk koel -water. Wat ik dan wensch, een verpleegster, een soeur de charité? Die -zijn hier in onze Oost zeldzame weelde-artikelen. - -"Ik zoek een vrouw, die dag en nacht om mij heen is, die aan 't korte -leven, dat mij overblijft, zich geheel en al wijd, die mij 't lijden -lichter, het sterven zachter maakt. Wil ze dat doen, heeft zij er moed -voor, dan zal ik haar beloonen met mijn naam en wat nog meer waard is, -levenslang met mijn weduwenpensioen. Ge ziet, de belooning is groot, -en de taak, hoe zwaar ook, niet langdurig, de eenige die er bij lijdt -is het Gouvernement, dat in mij steeds een verstokten celibatair zag. - -"Kent gij of liever kent uw vrouw niet een dame jong of oud, mooi of -leelijk, deftig of niet deftig, maar in elk geval een vrouw handig, -beschaafd, met een zachte stem, die lust heeft in dit baantje? - -"Zie zoo, nu 't er uit is, beeft mijn hand, ik kan het potlood niet -goed meer bestieren, de factice kracht, die mij in staat stelde -bladzijden vol te schrijven, begeeft mij. Ik eindig dus, denk er -over na.... - - - Uw Rudolf." - - -"Arme kerel!" - -"Hadden wij hem maar hier!" - -"Waarom gaat hij niet in een hospitaal?" - -"Ik kan er heel goed inkomen, hij wil in zijn eigen huis sterven." - -"Hoe vindt je dat ziekelijk idee?" - -"Niet.... niet kwaad?" - -"Jelui vrouwen, als er een huwelijk in 't spel komt, dan vergeet -je alles en ziet over alle mogelijke bezwaren, hoe stuitend en -onoverkomelijk ook, heen." - -"Ik zie er niets stuitends en niets onoverkomelijks in." - -"Zoo'n huwelijk!" - -"Wat zou dat? Verstandiger kan Rudolf niet doen; de kunst is, een -goede keuze te doen en die heb ik al half gedaan." - -"Maar Elise, ik wil er niets van weten. Dat begrijp je toch wel, 't is -een ziekelijke gril, een idee, dat hij zelf morgen bespottelijk vindt." - -"Dat zou mij spijten! Want als 't plan gelukte dan had Rudolf ten -minste goede verzorging gedurende zijn laatste levensdagen en een -ander was geborgen voor haar geheele leven." - -Van Velden en zijn vrouw zaten in de ruime pendoppo van een fraai -Samarangsch woonhuis aan den Bodjongschen weg. Alles om hen heen -sprak van weelde, geluk, schoonheid; de tropische natuur in volle -kracht ontplooide hier een rijkdom, een intensiteit van leven, vol -snijdende tegenspraak met de woorden, welke hij daar zooeven met nu -en dan van aandoening bevende stem had voorgelezen. - -Ziekte, dood, zij schenen zoo ver verwijderd van dit tooneel vol -jeugd en leven; en hij, die zoo schreef had een jaar geleden hier nog -gezeten, een forsche man in de kracht van zijn jaren, vol vertrouwen -op zijn gezondheid, zijn sterkte. Een val van het paard, een inwendige -kneuzing, hadden misschien de kiemen der tering, een erfdeel zijner -familie, ontwikkeld, en het stoere lichaam was nu gesloopt en wachtte -het einde. - -Er lag iets bitter treurigs juist in dit contrast. - -Rudolf Telwerda was door het leven gegaan lachend, spottend, maar -ook hard werkend. Hij was een verdienstelijk ingenieur, een man van -de wereld, zonder vooroordeelen, zonder sentimentaliteit, zonder -onnoodigen ballast, zooals hij 't noemde; overal gaarne ontvangen en -hiervan overtuigd had hij 't leven genoten, maar juist voldoende om -er niet door in opspraak te komen. - -Hij haatte banden, leefde vrij, onafhankelijk, royaal; een goed vriend, -een flink meester, dacht hij weinig aan den dag van morgen. Hij had -nu immers zijn tractement, later zijn pensioen. Waarover zou hij -zich bekommeren, waarom zou hij zich onnoodige zorgen op den hals -halen? Hij had plezier in zijn vak, in zijn manier van leven; hij was -tevreden met zichzelf: hij leed niet aan de algemeene Indische kwaal, -het mopperen. Naar Holland had hij geen buitengewoon verlangen, zijn -broers en zusters waren getrouwd en hadden het te druk met hun eigen -zaken om zich met hem te bemoeien. - -En zoo trof hem de ziekte in volle kracht, in vollen arbeid en vollen -levenslust; eerst had hij ze verwaarloosd, toen werd hij gedwongen -er mede te rekenen en eindelijk was hij er geheel onder geraakt, zwak -en hulpbehoevend geworden, erger dan een kind. De dokters durfden hem -niet naar Europa zenden, omdat longtering het ziektegeval compliceerde: -hij woonde bovendien in een heerlijke luchtstreek. - -"Dokter," smeekte hij, "als 't toch niet helpt, laat mij dan niet -versjouwen van den éénen hoek der wereld naar den anderen. Ik zal -hier ook wel aan mijn eind komen." - -Zóó bleef hij in zijn huis, sedert maanden het oogenblik afwachtende, -dat aan zijn lijden een eind zou maken. - -En nu kreeg hij zoo iets in 't hoofd. - -"Arme, arme duivel!" zuchte Van Velden weer, "konden wij hem maar -helpen!" - -"Wij kunnen het," zeide zijn vrouw en veegde even haar oogen af, -"als jij mij helpt, Frits! of ten minste niet tegenwerkt." - -Hij zag haar even strak aan. - -"Céline!" riep hij. - -"Je zegt het, juist, ik heb dadelijk aan haar gedacht; 't was voor -haar een uitkomst en voor hem een genade." - - - -Céline was een en dertig jaar. Zij had een geschiedenis achter zich -als van honderd andere meisjes; een jeugd vol rijkdom en weelde, een -vader koopman, die goede zaken deed en er ruim, bijna verkwistend van -leefde, een failliet, plotselinge dood des vaders, moeder, kinderen -zoo goed als broodeloos, de familie bereid tot helpen, maar de meisjes -moesten zelf aanpakken. Ongelukkig was Céline den leeftijd voorbij dat -men nog aan examens denkt. Zij was zoo juist van kostschool gekomen -vol illusiën, en nu gingen ook die illusiën den weg van al het andere. - -Zij moest in betrekking, maar als wat? Zij kon zich voor niets -uitgeven, zij kende alles wat een welopgevoed meisje dient te kennen, -meer niet. Een tante in Indië schreef: "Laat zij maar overkomen, -misschien doet zij hier een goed huwelijk!" - -Céline kwam over met papieren en al, at het genadebrood bij haar tante, -maar van een goed huwelijk kwam niets. Aan wie de schuld? Misschien -aan Céline zelf, die nog een paar laatste illusiën bewaarde als haar -kostbaarste goed en die niet wilde opgeven, zelfs niet ter wille van -een leven zonder zorgen; misschien had de zware slag, die haar te -midden van haar jonge meisjes geluk trof, haar wát verdoofd. Zij, -vroeger zoo levendig en vroolijk, was nu stil, afgetrokken. Wat -imbécile! fluisterde men, zij trok niemand aan, zij scheen stug en -koel; zij zag er lief uit in haar eerste frissche jeugd, nu scheen -zij onbeduidend fanée. - -De tante had haar al sinds lang zedelijk gedwongen een ander onderkomen -te zoeken, toen was zij beurtelings winkeldochter geweest en daarna -half bonne, half gouvernante; overal duurde het maar betrekkelijk kort, -nooit lang genoeg om op adem te komen. Eindelijk had zij een zieke -dame opgepast en de leiding van het huishouden op zich genomen. 't -Scheen tot aller tevredenheid; hier had zij de verborgen geestkracht -van haar karakter ten volle kunnen ontwikkelen; hier was zij tot -rijpheid gekomen, wakker geschud als zij werd door druk werk, door -vele plichten van uiteenloopenden aard door gedwongen nadenken. - -Maar nauwelijks was de dame gestorven of haar man kwam met een -huwelijksaanzoek voor den dag; tot ieders verbazing en zelfs -verontwaardiging wees Céline het van de hand. Zij had gedurende -de lange ziekte der huisvrouw alle gelegenheid gehad hem te leeren -kennen en die kennismaking gaf haar de zekerheid dat zij hem nooit -zou kunnen liefhebben of zelfs achten. - -Na die weigering moest Céline natuurlijk het huis verlaten en wie -tot nu toe voor haar sympathie had gekoesterd verloor ze na haar -ongehoorde handelwijze. - -"Een meisje dat niets heeft, niets kan en dan zoo'n aanzoek -afwijzen. Wat verlangt zij dan?" - -Een alleen was er die Céline begreep en dat was Elise van Velden, -haar vroegere schoolvriendin. - -"Je hebt gelijk," zeide zij, "beter alleen ellende te lijden, dan je -te verbinden aan een man, dien je het recht hebt te verachten. Kom -bij me logeeren en geef mijn kinderen les, tot je iets beters hebt." - -Céline zag moedeloos voor zich uit. - -"Weer opnieuw beginnen, weer opnieuw mij wennen! Had ik maar zooveel -dat ik met mama en de kleintjes kon deelen en dan stil leven op een -kalm Hollandsch dorpje!" - -"Op pensioen!" lachte Elise, "daar ben je nog wel wat erg jong voor, -hè!" - -"Mijn dienstjaren rekenen driedubbel." - -"Céline, ik heb iets voor je," zeide mevrouw Van Velden den morgen -na ontvangst van Rudolf's brief. "Je droomen van een hofje, een -pensioentje kunnen waarheid worden en goed ook. Drie maanden ten -hoogste door een zuren appel te bijten en dan ben je er boven op." - -En zij bracht haar het voorstel van Telwerda over. Céline bleef lang -peinzend zwijgen; er werd weer een aanval gedaan op haar dierbaarste -eenige bezittingen, haar drie, vier lieve illusiën. - -Zij voelde dat zij die moest prijsgeven wilde zij nog iets van haar -leven redden. - -Toen bracht zij zwijgend het offer en vroeg: - -"Is 't zeker dat die man spoedig gaat sterven?" - -Elise fronste haar wenkbrauwen; zij vond de vraag hard en pijnlijk. - -"Ja," antwoordde zij, "'t is alleen een quaestie van korter of langer; -hoop is er niets meer." - -"Je vindt mij cyniek, hè! Maar dat ben ik toch niet: ik wensch dien -heer--Telwerda heet hij immers?--een lang gelukkig leven, maar je -begrijpt wel dat ik zoo'n huwelijk moet beschouwen als zaak." - -Zij beet op de lippen, dat had zij zoo lang mogelijk van zich -afgeworpen; het huwelijk als een koopmanszaak te behandelen en 't -viel haar zwaar er toe over te gaan. - -"En in een zaak dienen de kansen op winst en verlies gelijk te -staan. Ik zal hem goed en trouw verplegen, tot het laatste, ik word -zijn weduwe en zal levenslang het pensioen daarvan trekken, met vrij -passage naar Holland; wordt hij nu beter dan verliezen wij beiden, -maar ik het meest, daar ik de vrouw ben geworden van iemand, die mij -niet zelf uit liefde gekozen heeft." - -"Maar ik zeg je, daar is geen kans op. Hij heeft stellig wel een half -dozijn kwalen, waarvan een alleen reeds doodelijk." - -"Nu, dan, ik beslis niets vóór ik een certificaat heb van den dokter, -dat mij de hopeloosheid van zijn toestand verzekert." - -Het certificaat kwam en verklaarde dat Rudolf Telwerda nog ten hoogste -drie maanden leven kon en nu gaf Céline haar toestemming. - -De heer en mevrouw Van Velden brachten haar naar het hoofdplaatsje -Ardjoenan, diep in het gebergte gelegen, den stervenden bruidegom -tegemoet. - - - -Het huis van Telwerda lag even buiten de kom van het vlek, aan den -grooten weg; 't was een zeer lieve woning, door een breede galerij -omringd, met een flinken tuin vol vruchtboomen; tusschen het huis en -het hek lagen gras- en bloemperken, alles zag er wat verwaarloosd uit -en verwaarloozing gaat in de tropen onmiddellijk tot verwildering over. - -Maar de grootste charme van het huis vond men in de achtergalerij; deze -hing als 't ware over een ravijn gevuld met den woesten, weelderigen, -bonten plantengroei van het Oosten. Dat was een dooreenmengeling, een -verwarring van reusachtige varens, van doornstruiken, van woudreuzen, -van bamboes, lianen en orchideeën; steil stortte de groene, dicht -begroeide rotswand zich naar beneden en daaronder bruiste en raasde -over groote bazaltblokken een bergstroom. Aan gene zijde strekten zich -sawahs uit, fijn en teergroen van kleur, hier en daar afgewisseld door -boomgroepen, waartusschen zich de dessa's en kampongs verscholen, -langzaam opstijgend tegen den rug van een hoogen berg, een der -hoogste van Java. De wolken streken over den gespleten top en langs -zijn zijden, zij stoeiden en speelden met den reus, die geduldig hun -spel toeliet, want hij wist dat er dagen genoeg kwamen, waarop hij -strak en onbeweeglijk moest afsteken tegen de staalblauwe lucht. - -Dit gezicht was het schoonste van geheel Ardjoenan en daarom had -Telwerda ook dit huis gehuurd, al bleek 't voor hem den vrijgezel, -wat ruim en hol; hier in deze achtergalerij verwelkomde hij zijn bruid. - -Hij had dien morgen nogal toilet gemaakt, zijn baard, die in de -lange ziekte te veel en te wild gegroeid was, liet hij fatsoeneeren; -hij trok zijn chambrecloak, zijn eenig kleedingstuk van maanden -herwaarts, uit en vroeg naar zijn uniform; maar het zware laken met -zilver geborduurd hing te los om zijn vermagerde leden en drukte hem -haast neer. Toen trok hij zijn zwart lakensch pak aan. Och! nu merkte -hij pas wat voor een schim hij geworden was! - -Alle formaliteiten vóór het huwelijk hadden plaats gehad en dus zou -het reeds dadelijk dien dag voltrokken worden. - -"Mijn trouwdag," mompelde hij met een bitteren lach, terwijl hij -vermoeid van de ongewone inspanning achterover leunde in zijn -luiaardstoel. - -Er was een tijd geweest, toen hij zich soms voorstelde dat hij zijn -hoogtijd vierde en die dag schitterde in 't verre verschiet voor hem -in duizend kleuren vol poëzie, vol zonneschijn, vol heilwenschen, vol -muziek en bruisende champagne en nu was die dag gekomen, droevig, stil, -somber door de schaduw, die een andere naderende dag, zijn sterfdag er -reeds op wierp; dan dacht hij aan de witte bruid zijner jonge droomen -onder haar sluier en haar oranjebloesems, jonkvrouwelijk schuchter, -haar oogen van ter zijde naar hem opheffend, vol liefde en teederheid. - -En deze bruid, hij had haar nooit gezien, zij trouwde hem niet om zijn -vrouw, zijn gezellin voor het leven, in vreugde en smart, in rijkdom -en armoede, in goed en kwaad te zijn, maar eenvoudig om zijn weduwe -te worden; eerst toen zij daarvan zeker was; had zij haar toestemming -immers willen geven. - -Hij sloot de oogen, het scherpe zonnelicht dat door de kérees -(rieten stores) filterde deed hem pijn; het scheen te spotten met -zijn armzalige, dwaze positie. Wat had hij begonnen, waarom vreemden -hier binnengeroepen? Waarom niet stil en verborgen als een gewond -dier het einde afgewacht? - -Een zwaar gedreun van wielen weerklonk op het erf; daar begon drukte -te komen in 't stille huis, stemmen gonsden; men vroeg naar hem en -toen spande hij al zijn krachten in en ging de bruid en hare vrienden -tegemoet. - -Haar eerste indruk was, dat zij de schaduw voor zich zag van een -buitengewoon knap man; de ziekte had het misschien wat al te ruwe of -forsche van zijn voorkomen verzacht en verfijnd, hem zeker' distinctie -verleend, die hem vroeger eenigszins vreemd was. - -Zijn eerste gedachte daarentegen was: verwelkt, vermoeid, een weinig -verbitterd, op den grens der wanhoopsjaren. - -Hij stak zijn hand uit en met zijn diepe, holle stem, sprak hij: - -"Ik zeg u welkom, juffrouw! in mijn huis, dat weldra 't uwe zal -zijn. We zullen nu maar dadelijk het complimenteuze laten varen, -vindt u niet? Ik heet Rudolf en u Céline immers?" Toen zakte hij -vermoeid op een canapé neer en hijgde naar adem. - -"U is t'huis, u is thuis. Van Velden, mevrouw, maak het u gemakkelijk, -ik kan niet meer." - -Toen werden de oogen van beide vrouwen vochtig, en Van Velden voelde -een prop in zijn keel, die hij tevergeefs trachtte weg te slikken. - -"Arme kerel, hoe kom je er aan!" zuchtte hij. - -Telwerda hoestte, hoestte en tusschen twee hoestbuien, deed hij zijn -best te zeggen: - -"Over een uur komen zij--beroerde nacht gehad--haast maken--anders -te laat!" - -Intusschen maakte mevrouw Van Velden het toilet der bruid; een -eenvoudig crême japonnetje, al een paar keer gewasschen en in 't haar -eenige witte bloemen, melati's en soedip malems. - -Ook Céline glimlachte bitter, toen zij bedacht hoe heel anders -zij in haar gelukkige jonge meisjesjaren zich dien trouwdag had -voorgesteld. En onwillekeurig verbeeldde zij zich den bruidegom van -heden in volle kracht, gezondheid en liefde, naast haar opgaande naar -het trouwaltaar. - -Van Velden en zijn vrouw lieten het jonge paar dadelijk na de -voltrekking van het huwelijk alleen. - -Céline moest zich zoo spoedig mogelijk maar wennen en op de hoogte -stellen van het huishouden en de ziekenverpleging. - -Zij was vlug en handig genoeg en intelligent bovendien; zij had in -haar vorige betrekking geleerd met Javaansche bedienden en met zieken -om te gaan. Het was haar dus goed toevertrouwd. - -Zij nam dan ook dadelijk de teugels van het huishoudelijk bewind met -vaste hand over, doorzocht de kasten, die er erbarmelijk uitzagen--de -dispens, waarin muizen en andere dieven druk schenen huisgehouden te -hebben; de stallen, waarin de paarden droevig vermagerden, de keuken, -die er al even desolaat uitzag als de rest. - -Zij wilde het zich druk maken, geen tijd overhouden tot denken -en peinzen. - -Na het huis te hebben doorloopen kwam zij bij haar zieken man, die -eenige uren te bed had gelegen. - -"Ben je daar, Céline?" vroeg hij. - -"Ja.... mijnh.... ja Telwerda...." - -"Heb je eens rondgekeken, 't is een vreeselijke boel zeker?" - -"Ja, dat gaat nogal!" - -"Heb je alle sleutels? Hier is er een van mijn geldlaadje, er zitten -nog een paar honderd pop in. Ik hoop dat ik nog veertien dagen leef, -dan is het weer traktementsdag en dan krijg je een heelen pluk. Daar -zijn ook eenige nota's wil je die nazien?" - -Zij zette zich bij den lessenaar, en begon de laadjes te openen; -hij kreeg weer een hoestbui, zij stond op en gaf hem zijn medicijn. - -"Ik zal wat limonade voor u maken," zeide zij. "Heeft u trek in -aër-djeroek." - -"O ja, frissche aër-djeroek." [1] - -Hij zag naar haar handen en bemerkte dat zij fraai en blank waren. - -"Ik was altijd zoo vies van Sarina's vingers, maar de uwe, als die -de citroenen persen dat is heel iets anders." - -Hij kon haar nog niet tutoyeeren, evenmin als zij hem. - -"Heerlijk," mompelde hij, toen zij het glas met den verkwikkenden -drank aan zijn lippen bracht, "nog meer." - -"Te veel is niet goed, strakjes nog eens weer!" - -"Ja strakjes! 't Bevalt mij zoo in u, Céline, dat u zoo'n zachte -stem heeft. Niets stoot mij meer af in een vrouw dan schelle, koude -klanken. U is zeker van goede familie?" - -"Geweest!" antwoordde zij met een flauw lachje. - -"Dat blijft men altijd, morgen moet u mij vertellen van uw leven.... uw -lotgevallen." - -"O 't is zoo onbeteekenend," hernam zij, "werken, werken is de -boodschap geweest, jarenlang." - -"En nu is 't gedaan.... spoedig! Ik ben blij voor u!" - -Zij ging haastig de kamer uit; diep, innig medelijden vervulde haar -reeds voor dien geknakten stam. De nacht kwam, een zware, eindelooze -nacht voor beiden, vol hoesten, vol waken, vol rusteloos hijgen en -kreunen, vol benauwdheid en zelfs ijlen. - -Céline week geen oogenblik van zijn zijde; zij ondersteunde hem, -schudde zijn kussens op, hielp hem van het bed naar den stoel, van -den stoel naar het bed, bette zijn voorhoofd met eau de cologne, -liet hem drinken, sprak hem moed in, beurde hem tot kalmte op. - -"U treft het verbazend slecht," hikte hij, "'t is de ellendigste -nacht in langen tijd." - -"U heeft zich gister te veel vermoeid." - -"Ja dát zal het zijn. 't Spijt me voor u! Gaat u slapen, Amat kan nu -wel waken." - -"Neen, dat laat ik niemand over." - -Zij legde haar verlegenheid en schroom voor hem af in die half donkere -ziekenkamer; hij was voor haar niet meer de man, die met zijn naam -haar diensten gekocht had, maar eenvoudig een zieke, een zwakke, -hulpbehoevende kranke. - -Toen de eerste schemering van den dag in de verte begon te lichten, -in de dessa's het stampen van rijst in de blokken, het kraaien der -hanen en in de boomen 't getjilp der vogels klonk, viel Rudolf in een -lichte sluimering. Céline, overmand door vermoeienis en aandoening -zat op een laag stoeltje aan zijn voeteneind en viel met het hoofd -tegen de matras in slaap. - -Hij werd wakker en hoewel de hoest zijn keel prikkelde, hield hij ze -met geweld in; de eerste zonnestralen vielen door de jaloezieën in -de kamer, hij kon nu haar hoofd onderscheiden, en haar mooi golvend -donkerblond haar, dat in volle lengte en dikte nederviel over haar -blauwen peignoir. - -Eindelijk kon hij zijn kuch niet meer inhouden. Dadelijk werd zij -wakker, streek het haar van het gezicht en zag hem even wezenloos -aan vóór dat zij tot bezinning kwam; toen glimlachte zij even en vroeg: - -"Heb ik lang geslapen?" - -"Neen, helaas! maar een oogenblikje. Goeden morgen, vrouwtje! Geef -je mij geen morgenkus." - -Zij drukte voor 't eerst even haar lippen op zijn voorhoofd. - -"Je taak is zwaar, niet waar, zwaarder dan je dacht?" - -"Zij kan niet te zwaar zijn," antwoordde zij. - -Een spotlach vertrok zijn lippen en terwijl hij weer hevig hoestte, -dacht hij: - -"Hoe hoog moet zij het loon niet stellen; daar zij geen werk er te -zwaar voor vindt." - -"Ik zal 't niet verzwaren door mijn schuld," hoorde zij hem al kuchend -en hijgend zeggen. - - - -Dit meende hij werkelijk, maar hij was geen meester over zijne -verschillende stemmingen; de ziekte deed hem telkens overgaan van diepe -zwaarmoedigheid tot bitteren spotlust om in zijn beste oogenblikken -plaats te maken voor goedige ironie en zekere weekheid. - -"Je moet er niet op letten, wat ik soms zeg, ik ben een arme zieke," -zeide hij tot Céline en even later plaagde hij haar met allerlei -overdreven eischen, met overbodige klachten en bittere verwijten. - -"Dat kan mijn Amat beter doen. Daarvoor hoefde geen Hollandsche dame -te komen om mij zoo te plagen," knorde hij dan, als zij tevergeefs -trachtte hem een gemakkelijke houding te bezorgen. - -"Ja, 't is zoo gauw niet gewonnen uw honorarium," spotte hij dan weer, -"dacht u dat het zoo gemakkelijk ging? 't Is maar een begin. Is u -vroom? Bid u dan maar dat magere Hein spoedig komt, dan is u verlost -en ik er bij." - -Céline zweeg; zij deed of zij die scherpe woorden niet verstond; -zij was vast besloten den plicht, dien zij op zich genomen had, zoo -goed mogelijk te vervullen tot het einde; maar haar zenuwen werden -dikwijls overspannen door zijn onredelijke eischen, en eens dat hij -weer zonder eenige reden scherp en bitter was geweest, ging zij de -kamer uit om in de voorgalerij uit te schreien. Daar klonk zijn -schelletje met verdubbelde kracht, zij liet hem bellen, nog weer -bellen. Eindelijk kon zij niet langer weg blijven; zij droogde haar -oogen en keerde terug naar de achtergalerij. - -Hij was rood van kwaadheid en inspanning. - -"Waar blijf je nu?" snauwde hij haar toe. "Is dat mij alleen -laten? Schande zoo zijn plicht te...." - -Hij zweeg plotseling, hij zag dat zij geschreid had. - -"Waarom huil je? Om hetgeen ik zeg? Trek jij je dat aan?" - -"Och neen! ik was zenuwachtig." - -"Juist, dat is 't. Het zou ook te gek zijn te denken, dat de woorden -van een halven doode zoo'n impressie op je konden maken." - -En toen zweeg hij; zijn lippen trokken krampachtig onder zijn zwaren -baard, zijn oogen knipten telkens toe. - -"Een beetje bouillon?" vroeg zij. - -"Neen, dank je!" - -'t Duurde lang vóór hij weer sprak en toen klonk zijn stem heel anders. - -"Céline, ik ben een ruwe kerel; in de laatste jaren heb ik weinig met -vrouwen--die ten minste waard zijn zoo te heeten--omgegaan en dan die -ziekte is de zondebok van alles. Misschien zal ik je nog veel meer en -nog veel leelijker dingen zeggen. Weet je wat je dan moet doen als het -te erg wordt? Daar staat een fleschje met rustdruppels; de dokter heeft -ze eerst niet hier willen laten. Belachelijk! Wat is dit eindje leven -nog waard, of 't langer of korter duurt; als het nu te erg gaat, dan -geef je het mij en neem ik twee druppels meer in en alles is gedaan." - -"Neen," zeide Céline, "dat is gekkepraat." - -"Waarom?" - -"Dat weet ik zelf het best?" - -"Wil je het mij niet zeggen?" - -"Neen, nog niet." - -Hij zag haar van terzijde aan en dacht: - -"Zij heeft een mooi figuur, lieve oogen, die aan haar gewone trekken -een eigenaardigen gloed geven. Toen zij la beauté du diable had moet -zij er allerliefst hebben uitgezien." - -"Céline," ging hij voort, "vergeef mij, ik ben een brute, maar waarlijk -ik meen het niet slecht, die vervloekte kwaal maakt mij zoo." - -Zij gaf hem de hand en toen gehoorgevend aan een plotselinge opwelling -van medelijden, streek zij liefkoozend langs zijn voorhoofd en -kuste hem. - -Hij liet haar begaan, leunde even met de wang tegen haar hand en toen -plotseling zijn gezicht verbergend in het kussen, barstte hij in een -hevig snikken los. - -"Je moet het niet doen," hikte hij, "o God! 't maakt me zoo benauwd, -zoo ellendig, ik ben 't niet gewoon, ik verdien het niet." - -Céline kon zich ook niet meer goed houden toen zij hem zoo hulpeloos -zag schreien; zij kon er zelf niets aan doen, zij had het instinctmatig -gedaan--om hem te kalmeeren, hem te toonen dat zij niet boos was; -terwijl haar eigen lichaam onder de aandoening schokte en beefde, -nam zij hem in de armen en liet zijn hoofd tegen haar borst rusten, -maar hoe hartelijker zij hem behandelde, hoe heviger zijn aandoening -werd; groote tranen rolden langs zijn wangen; zij veegde ze teeder -af en kuste ze weg. - -"Je bent een engel," fluisterde hij, "zoo lief, zoo goed.... ik -dank je." - -Eindelijk werd hij kalmer en viel in slaap, altijd met het hoofd -tegen haar aan; hoewel haar houding zeer ongemakkelijk was, verroerde -zij zich niet en bleef bijna een uur zoo zitten. Haar hart brak van -medelijden om den sterken man, die zoo afgemat en hulpeloos in haar -armen lag; zij stelde hem zich voor hoe hij in zijn gezonde dagen -er uit moest gezien hebben en dan verbeeldde zij zich, dat zij op -hem steunde, met hem wandelde en door hem geliefkoosd werd, en toen -begreep zij eensklaps, dat het haar gemakkelijk zou geweest zijn hem -de volle liefde van haar hart te schenken, voor en met hem te werken -en te leven. - -Hij werd wakker met een glimlach, uitgerust, kalm tevreden. - -"Dat heeft mij goed gedaan!" zeide hij en richtte zich op in zijn -rustbed, "heb je al dien tijd zoo gezeten, Céline? Och kind, ben je -niet moe?" - -Zij schudde glimlachend het hoofd, terwijl zij zich een weinig -uitrekte; die glimlach en de kleur, welke door de inspanning haar -gezicht bedekte, maakten haar mooi. - -"Wat hebben wij daar een malle scène gemaakt," ging hij voort, "dat -moet nooit meer gebeuren, hoor! Hoe kinderachtig van zoo'n grooten -kerel zich zoo aan te stellen. Maar 't is jouw schuld, als ik zie -dat men mij beklaagt, krijg ik kassian met mezelf en dan begin ik me -waarlijk te grienen als een klein kind. Vind je mij niet dwaas? 't -Eene oogenblik zoo uitvaren en dan...." - -"Je moet maar stil liggen. Zoo, lig je wel goed, wel gemakkelijk? Nu -neem je toch wat bouillon hé, met rijst!" - -"Vrouwtje." - -Hij kon dat woord zoo aardig, zoo vleiend zeggen en zij boog zich -over hem en vroeg, wat hij verlangde. - -"Wij moeten het ons maar zoo prettig en gezellig mogelijk maken, -zoolang het duurt. En niet sentimenteel doen." - -"Ja, Telwerda." - -"Dat moet je niet zeggen. Noem mij "man" of "Ru", zoo zeide mama -ook altijd." - -"Ja, Ru!" - -"Wat klinkt dat goed, geef mij nu wat bouillon, ik heb bepaald trek." - - - -Céline was nog geen veertien dagen bij Telwerda aan huis of alles -verkreeg er een ander aanzien; de bedienden kwamen meer onder appèl, -de weerspannigen, die merkten dat zij onder het beheer der nieuwe -Njonja niet meer als vroeger naar hartelust konden luieren en stelen, -werden weggezonden. - -De anderen moesten zich naar haar wenschen schikken. De kennissen -van Rudolf, die hem trouw kwamen opzoeken, merkten de verandering, -die niet alleen in het huis maar ook met hem plaats had. Hij was nu -veel kalmer en minder ziekelijk opgewonden; hij kon uren lang stil -liggen zonder gejaagd te zijn, zonder te knorren of te kermen. - -Hij kreeg geregeld zijn medicijnen en zijn voedsel, hij werd verfrischt -en opgeknapt, zooals Céline het noemde; hij hoefde nooit machteloos -te wachten op de vervulling van een wensch en vooral hij had altijd -gezelschap. - -Geen oogenblik kon hij alleen zijn, zelfs niet wanneer Céline aan -haar huishoudelijke bezigheden was; hij moest haar altijd om zich -heen hebben. Zelfs wanneer hij met de oogen dicht lag, was het hem -een troost als zij in de kamer op en neer ging, of stil voor zijn -rustbed zat te werken. - -De dokter kon er niet over uit, zoo'n juweel van een ziekenoppasster -als mevrouw Telwerda bleek te zijn; die nu ontheven waren van de -dikwijls niet al te gemakkelijke taak om hem gezelschap te houden, -roemden haar om strijd. - -"Hij had 't eerder moeten doen," zeiden zij. - -"Die laatste streek is de verstandigste van zijn leven geweest." - -Zooals het meer met zieken gaat, trad na de hevige crisis nu een -tijdperk in van betrekkelijke stilstand; hij begon beter te slapen -en te eten, hij was minder lusteloos. - -"Verbeeld je, dat ik eens beter werd!" zeide hij eens. - -Céline antwoordde niet; zij stond met den rug naar hem toe en voelde, -dat zij een kleur kreeg: hij herhaalde zijn gezegde. - -"Hoe zou je dat vinden?" vroeg hij en zij hoorde aan zijn stem, -dat hij kregelig werd. - -"Ik weet niet, hoe ik 't moet opnemen. Voor mijzelf zou ik God danken, -maar voor jou was 't misschien vreeselijk, zoo'n koopje." - -"Zou je dan, wanneer ik in 't leven bleef,--'t is te gek om van te -praten--maar als het eens gebeurde, zou je dan mijn vrouw willen -blijven?" - -Zij zag hem aan met haar heldere, blauwe oogen en haar mooien lach. - -"Ik, natuurlijk," antwoordde zij oprecht. - -Hij keerde het hoofd om en mompelde: - -"Es wär' zu schön gewesen." - -Van dat oogenblik kwam er iets vreemds tusschen hen; zij -vermeden elkanders oogen, elkanders aanraking; het prettige, -kameraadschappelijke, dat na de groote scène hun verhouding had -gekenmerkt, verdween onwillekeurig, en zonderling, de verandering -scheen van hem uit te gaan en deelde zich aan haar mede. - -Vóór dien tijd hadden zij veel met elkander gesproken; -hartelijk, eenvoudig vriendelijk, vertelde Céline hem van haar -familieomstandigheden, van haar lotgevallen in Indië, van haar zorgen, -haar moedeloosheden. Ook hij haalde oude herinneringen op van de -Polytechnische school, van zijn ouderlijk huis, van zijn diensttijd. - -Al zijn herinneringen waren even zonnig, even gelukkig; de hare -daarentegen even somber en kleurloos; tot aan zijn ziekte was hij in -alle opzichten een verwend kind der Fortuin geweest, zij had niets -anders dan het brood der dienstbaarheid en der verveling gegeten; niets -anders moeten doen dan aan haar van levenslust en liefde overvloeiend -hart het stilzwijgen opleggen. Die weerzijdsche confidentiën hadden -hun goed gedaan, en nader tot elkander gebracht. Maar, nu bleven -zij plotseling uit, uren lang zaten zij naast elkander en spraken -slechts het hoognoodige, of iets om maar wat te zeggen; hij kreeg -weer meer koorts en bleef dikwijls halve nachten wakker liggen, -nu en dan rondziende met de oogen wijd geopend. - -"Zal ik je eens iets voorlezen?" vroeg zij. - -"Och! wat zal 't wezen? Daar ligt een heele rommel boeken, mijn -vrienden hebben mij goed van lectuur voorzien, maar in den laatsten -tijd had ik geen trek meer." - -Céline keek de boeken na; het waren allen òf vakboeken; droog en -geleerd, òf wel romans van meer dan lichtzinnig allooi. - -"Bah, is me dat lectuur voor een zieke!" zeide Céline minachtend. - -Hij glimlachte. - -"Wil je mij dan vrome boeken voorlezen?" - -"Ernstige ten minste," antwoordde zij, "die je op het leven uit de -hoogte leeren neerzien, die je boven je zelf verheffen... Wat heb je -aan de beschrijving van die dingen, waarvan je nu toch niet genieten -kunt? Ze maken je maar wrevelig en opgewonden." - -"Je hebt gelijk," hernam hij, "ik kon die prullen ook niet meer -lezen. Heb je iets beters?" - -Zij haalde een boekje voor den dag, dat er oud en versleten uitzag. - -"Dit gaf mijn moeder mij bij ons afscheid, en 't heeft me nooit -verlaten; als ik mij soms te moe of te verlaten voelde, dan sloeg ik -'t op en las dan steeds iets toepasselijks op mijn toestand. Ik heb -ook veel, heel veel gelezen, maar altijd kwam ik terug tot het boekje -van mijn moeder. Dat alleen kon mij kalmeeren en kracht geven; andere -verbitterden mij maar." - -"Laat eens zien!" - -Het was Thomas à Kempis; hij lachte een weinig minachtend. - -"Ik wilde je juist verzoeken mij uit Heine voor te lezen; die is mij -het langst trouw gebleven, die wist ook wat het beteekent in volle -kracht door ziekte neergeworpen niet meer te kunnen leven en genieten, -wanneer men zoo gaarne nog wil." - -"Neen, Heine zal ik je evenmin geven als het vergif, waarom je -eens vroeg." - -"Vergif, daar zal ik je niet meer om vragen, maar mij dorst naar Heine, -dat is andere, steviger kost dan die water-en-melk kwezelarij van je -middeleeuwschen monnik." - -Hij sloeg het boekje op, maar de letters dansten hem voor de oogen. - -"Ik kan niet eens meer lezen," zeide hij met een hartverscheurenden -glimlach, "ik verleer alles, wat ik met moeite heb aangeleerd; lees -mij een volzin voor, daar deze, maar niet meer." - -Zij las met bevende stem. - -"Er is niets zoeter, niets sterker, niets verhevener, niets aangenamer, -niets volmaakter, noch iets beter in den hemel en op aarde dan de -liefde, want de liefde is uit God geboren." - -Zij zweeg; hij knikte met het hoofd om haar aan te sporen meer te -lezen en zij ging voort: - -"De liefde is iets grootsch en een zeer groot goed, dat alleen datgene, -wat zwaar is, licht maakt en dat gestadig alle ongestadigheid en -ongelijk verdraagt, want zij draagt allen last zonder moeite en maakt -al wat bitter is zoet en aangenaam." - -"Dat is waar," fluisterde hij, "heel waar, hij weet het beter dan -Bourget en Zola en die anderen." - -Zijn oogen brandden op haar gelaat en zij sloeg verward den blik neer. - -"Ja, hij weet het, lees voort, Céline! Je wist het zeker al lang, -ik wist het ook, maar ik heb 't nooit zóó begrepen. Wij mannen zijn -dat ontwend, wij vinden dat goed voor vrouwen of voor haar niet eens -meer, voor bakvischjes alleen." - -Céline was blijde voort te kunnen lezen; een dwaze verlegenheid had -haar vervuld, haar handen beefden, haar polsen jaagden, en haar wangen -gloeiden en terwijl zij voortlas nam haar stem een eigenaardigen -klank aan. - -"Vandaag niet meer," zeide hij eensklaps; het zweet parelde op zijn -voorhoofd, zijn borst ging onrustig op en neer. "'t Kalmeert mij niet, -integendeel, 't is of een nieuwe wereld voor mij opengaat, waarin -ik niet kan binnengaan. O, 't is zoo mooi als men zóó het leven -kan opvatten, hoog op alles neerzien, maar ach! 't is een illusie, -een droom." - -Céline ging stil heen, zij verliet de kamer en hij weerhield haar niet. - -Die nacht ging voor Rudolf zeer onrustig en pijnlijk voorbij; hij ijlde -bijna altijd voort en haspelde allerlei dingen dooreen; 't meest had -hij het over liefde. De woorden, hem door Céline voorgelezen, waren -hem in het zieke hoofd blijven hangen en telkens kwam hij er op terug. - -Wat hij eigenlijk bedoelde en zeggen wilde, kon zij niet begrijpen; -toen hij eindelijk insliep was het met haar hand in de zijne. - -"Niet weggaan,.... niet weggaan,...." smeekte hij, "heb mij -lief.... weinig,.... heel weinig maar.--De liefde immers acht niets -zwaar." - -Toen hij den volgenden morgen laat wakker werd en haar aankeek, viel -'t hem op dat zij er ellendig uitzag, met donkere kringen om de oogen -en lang uitgetrokken wangen. - -"Och! ellendeling, die ik ben, dat ik je zoo lang moet ophouden," -steunde hij, "'t was voor je niet om te dragen al bezat je ook dat -ééne waarover je gisteren las, en nu drukt het op je in volle kracht." - -Zij keerde zich haastig om, want zij voelde haar stem stikken en -haar oogen overloopen van tranen, die zij kost wat kost voor hem -wilde verbergen. - -"Céline," riep hij haar toe, terwijl zij met den rug naar hem gekeerd -bezig was iets uit de kast te halen, eigenlijk om met haar aandoening -ongezien te worstelen. - -Zij veegde haastig de oogen af en trachtte zoo goed zij kon te -glimlachen toen zij weer naast zijn bed stond. - -"Zei je iets, Ru?" vroeg zij. - -"Ik wou je iets zeggen," hij hield zijn hoofd afgewend, "ik heb -in jaren niet gebeden, maar van nacht heb ik 't gedaan en weet je -waarvoor? Om spoedig uit mijn lijden verlost te worden!" - -"Is 't dan zoo erg?" snikte zij. - -"Niet voor mij, neen! Dat komt er niet op aan, een paar weken langer -of korter, ik ben er aan gewend, maar voor jou! Ik kan je niet zien -tobben, en denken dat ik er oorzaak van ben!" - -Zij bleef doorsnikken. - -"Ja, huil maar niet zoo, Céline, 't zal wel afloopen, vroeg of laat en -denk dan eens wat je een heerlijk lot wacht, vrij passage naar huis, -alles wat ik bezit is voor jou, en dan pensioen. Hoe prettig kan je -met je moeder en je gebrekkig zusje leven. Maar je hebt het verdiend, -je bent zoo goed voor mij geweest, zoo goed, of je mij werkelijk hadt -getrouwd--uit liefde." - -Hij verborg het gelaat in de kussens; zij stond nog altijd bitter te -schreien; na een poos ging hij voort: - -"Je moet later naar mijn zusters gaan, Céline. Ze zullen er van -opzien, dat ik een weduwe nalaat; maar zij moeten je als een zuster -behandelen, ik verlang het, en zal haar ook schrijven, dat je mij -zoo goed, zoo trouw heb opgepast in de laatste dagen." - -"Ik doe mijn plicht," stamelde zij, "niets dan mijn plicht, er is -niets bijzonders in. Ik nam 't op mij." - -"Ja, ik weet het, 't is je plicht! Je hebt het op je genomen, 't is -heel mooi! o zoo mooi! maar er is plicht en plicht doen." - -'t Scheen haar toe òf die woorden bitter en spottend klonken; maar met -den besten wil der wereld kon zij niets antwoorden, al had zij ook -gewild. Haar hart was tot berstens vol en zij vluchtte naar buiten, -waar juist de dokter haar in tranen vond. - -"Dokter," vroeg zij en nam radeloos zijn handen in de hare, "is er -niets geen hoop, niets, kan u hem werkelijk niet redden?" - -"Arm mevrouwtje! Staat het er zoo mee? Ik zou u kunnen vleien met -een paar gemeenplaatsen, maar waar dient het voor? Ik heb 't u immers -zwart op wit gegeven. Er is niet de minste kans op behoud. Alle edele -deelen zijn aangetast." - -"God straft mij," zuchtte zij, "dat ik rekende op zijn dood. Ik, -die hem nu zou willen redden, ten koste van mijn eigen leven.... ô -zoo graag." - -De dokter schudde het hoofd. - -"Wind u niet onnoodig op! Blijf zoo kalm mogelijk, dat is 't eenige -middel om zijn leed te verzachten en zijn pijn te verlichten!" - -De dokter kwam bij de zieke, die met zijn groote, wijdgeopende oogen -de kamer doorzocht. - -"Waar is mijn vrouw?" vroeg hij. - -"Ik geloof dat jelui mekaar mooi zenuwachtig maakt. Zij is een heel -best wijfje, maar dat nachtwaken en verplegen maakt haar prikkelbaar en -als u haar dan nog opwindt met allerlei noodelooze praatjes, dan komt -zij er nog heelemaal onder en wordt op slot van rekening zieker dan u." - -"Ik heb haar niets gezegd, niets, maar zou u werkelijk denken, dokter, -dat het haar afmat en afbeult? Dan zou 't beter zijn.... dat.... dat -ik naar het hospitaal ging." - -"Heb je van mijn leven! Nu naar het hospitaal gaan, terwijl je vroeger -hemel en aarde hebt bewogen om in je eigen huis te blijven. Waarom -ben je dan getrouwd, was 't dan niet om je een goede oppassing te -verzekeren?" - -"Ja, ja, 't is waar! Zoo moest ik 't beschouwen, maar nu kan ik -'t niet meer! Ik begrijp mezelf niet, 't is zoo raar in mijn hoofd, -zoo.... zoo.... donker.... en vreemd. Is dat het einde, dokter?" - -"Geen quaestie man! Je hebt weer opnieuw geteekend, hoor! Je pols is -bepaald sterker." - -"Dokter.... zal 't nu nog langer duren, er moet een eind aan komen, -zoo gauw mogelijk." - -"Gekheid! houd je maar kalm! Weet je wat, ik zal je vrouw eens een -kalmeerend drankje geven en naar bed zenden. Amat kan zoolang wel -bij je blijven. Zij heeft hoog noodig te rusten." - -"Ja, dokter, dat is goed, laat haar slapen." - -Maar Céline wilde niet. - -"Neen, ik verlaat hem geen oogenblik," verklaarde zij beslist, -"ik zou 't mij eeuwig verwijten." - -"Dan wordt u ziek en moet hem toch alleen laten. Wil u dat liever?" - -"O neen, dokter! Ik zal gaan slapen." - - - -Toen zij na eenige uren verfrischt en meer opgewekt bij den zieke -terugkwam, schitterden zijn oogen van dankbaarheid en blijdschap; -hoewel hij dank de rustpoeiers van den dokter zich betrekkelijk kalm -had gehouden, was de tijd hem eindeloos lang gevallen. - -"Gevoelt ge je wat beter?" vroeg hij belangstellend. - -Céline hoopte, dat hij haar hand zou drukken of haar een kus vragen, -maar hij deed het niet; hij zag haar nauwelijks aan. - -"Heb je aan den dokter je nood geklaagd," ging hij voort met iets -wantrouwends in de oogen. - -"Wat voor nood?" vroeg zij verbaasd terug. - -"Dat ik.... dat ik zoo lastig ben." - -"Och Rudolf, hoe kan je zoo iets denken?" - -"Ik denk soms hardop, maar ik zal 't niet meer doen, ik ben je veel te -dankbaar, dat je zoo lief en hartelijk voor mij bent uit plichtgevoel, -en ik zal mijn best doen je taak niet te verzwaren." - -"Maar hoe kom je er aan! Je bent zoo geduldig en volgzaam, dat ik je -in stilte bewonder." - -"Kom, nu houd je me voor den gek! Weet je wat ik meer moest doen? De -woorden van keizer Frederik ter harte nemen: Lerne leiden ohne klagen." - -"O klaag gerust, je hindert mij niet." - -Alweer kwam er een onaangename trek op zijn gezicht. - -"'t Is heel vriendelijk van je; ik mag die woorden eigenlijk ook niet -op mij toepasselijk maken. Wat een verschil tusschen keizer Frederik -en mij! Hoe kostbaar was zijn leven en hoe nietig is 't mijne. O, -wat heb ik dwaas gehandeld het iemand als een last op te leggen, -als een plicht." - -Alweer scheen Céline met stoutheid geslagen; haar hart en hoofd waren -vol, maar haar tong weigerde elken dienst. Zij verstonden elkander -niet meer. Eindelijk bracht zij er met moeite uit: - -"Wanneer je wist hoe bitter je mij grieft door altijd hetzelfde -te herhalen, zou je te goed zijn om die dwaze dingen te zeggen. Ik -verdien het niet aan je, voor zoover ik weet." - -"O neen, je doet je plicht onverbeterlijk." - -Hij zweeg een poos en toen zeide hij: "We begrijpen elkander niet -meer, elk gesprek eindigt in kibbelen en waarlijk, mijn leven is te -kort om het in zulk onvruchtbaar twisten door te brengen. Wil je mij -liever wat voorlezen?" - -"Heel graag, wat dan? De Locomotief?" - -"Neen--dat boekje van gisteren." - -Céline las vandaag over onderwerping, over het nut van het lijden, over -het nietige van al het aardsche, over de hoop op een eindeloos geluk. - -"Je hebt gelijk," zeide hij, toen zij ophield, denkende dat hij in -slaap was gevallen. "Er is toch iets kalmeerends in die eenvoudige -woorden iets dat nog meer goed doet dan de rustpoeiers van den -dokter. Vooral wanneer je zoo ziek en zwak bent, kan je er gemakkelijk -in komen. Vroeger zou ik het femelarij hebben genoemd." - -"Toen je gezond, sterk en gelukkig was." - -"Gezond en sterk ja, maar gelukkig, ben ik het ooit geweest? Lees -dat nog eens voor van gisteren, dat was zoo mooi." - -Zij gehoorzaamde. - -"Ja, liefde is beter dan alles.... zelfs beter dan plicht." - -"Soms zijn plicht en liefde één," zeide Céline bijna onhoorbaar; -hij scheen het niet te verstaan, want hij bleef onbeweeglijk, met -gesloten oogen liggen. - -'t Was dien dag drukkend warm, en hoewel alle ramen openstonden en -de jaloezieën neerhingen, drong de hitte in de kamer door. - -Céline nam een waaier en wuifde hem zachtjes koelte toe. - -"O hoe frisch!" mompelde hij, "wat zou ik niet geven om een stuk -ijs. Mijn tong brandt." - -"Ik heb naar Samarang geschreven om ijs," sprak zij. - -"Je denkt om alles. Ik dank je! Een mooi ding toch die plicht." - -Den volgenden morgen had een hevig onweer de lucht verfrischt; en -hoewel het eerste gedeelte van den nacht voor Rudolf zeer benauwd -geweest was, kwam hij evenals de natuur na de hevige uitbarsting tot -rust en voelde zich 's morgens na eenige uren slaap verkwikt. - -Nadat Céline hem gewasschen en gekleed had, voelde hij moed om aan -haar arm naar de achtergalerij te gaan. - -Het gezicht op het ravijn en de vlakte was verrukkelijker dan ooit; -alles scheen te juichen in nieuwe jeugd en nieuwen glans; achter -de bergen rees de jonge zon hoopvol en krachtig aan den bleekblauwen -hemel op, stroomen van schitterend goud werpend op de zee van donker en -licht groen aan hun voeten, de berg dreef in wazige sluiers, die zijn -violet blauw nog dieper en krachtiger tegen de lucht deden afsteken. De -regendroppels zogen met liefde de zonnestralen op en weerspiegelden hun -glans naar alle zijden, vóórdat zij zich in hun warmte gingen oplossen. - -"Hoe heerlijk zoo'n morgen in het gebergte!" en Céline ademde met -volle teugen de frissche, geurige lucht op in haar gezonde longen. - -Hij kuchte even, die fijne atmosfeer deed hem pijn. - -"Ja, vroeger vond ik 't ook een paradijs, zoo'n morgen na een onweer -en nu ik een paar dagen dat niet gezien heb, treft het gezicht mij -weer in zijn volle pracht en schoonheid, 't is of nooit die stomme -natuur mij verveeld, geërgerd, zelfs gewalgd heeft." - -Hij leunde op de balustrade met de eene hand, de andere rustte op haar -arm en plotseling, zonder dat zij er op verdacht was, fluisterde hij -met zonderling klinkende stem: - -"Ik zag haar ook nooit met jou! 't Is of alles nu veranderd is, -of ik alles door andere oogen zie, nu.... nu ik zelf...." - -Hij liet zich op een stoel vallen, die naast hem stond. - -"Waarom het langer te verzwijgen? Céline, je zult mij gek vinden, -kinderachtig, dwaas, maar ik kan er niets aan doen, 't is over mij -gekomen, zonder dat ik 't weet. Ik ben verliefd op je.... ik houd -van je zoo innig, als ik nooit vermoed had, dat mijn stervend hart -nog kon liefhebben." - -En met een kracht, die zij niet in hem had kunnen vermoeden, trok -hij haar naar zich toe, sloot haar in zijn armen en overlaadde haar -met kussen. - -"Had je zoo iets kunnen vermoeden, zoo iets onnatuurlijks, zoo iets -krankzinnigs op mijn sterfbed, maar 't is me duidelijk geworden, -gisteren, toen ik het niet kon uithouden zonder je om mij heen te zien, -zonder je te hooren.... 't is onzinnig dat ik het je zeg, maar 't is -alles zoo zonderling.... lach mij niet uit.... heb geduld met mij...." - -"Rudolf, Rudolf," snikte zij, "o Rudolf!" - -"Wat is er, Céline, doe ik je schrikken? Och, verdraag die laatste -gril van mij! O, als ik leven mocht, als ik de man was van vroeger, -wees verzekerd ik zou je leeren mij ook lief te hebben, ik zou je -gelukkig maken." - -"Ach! heb je dan niet gevoeld, wat mij dezer dagen soms zoo ellendig -maakte? Wanneer je altijd sprak van plicht en van.... die belooning, -waarvoor ik het gedaan heb.... terwijl mijn heele ziel vervuld was -van één enkel groot gevoel...." - -"Wat zeg je, Céline! Begrijp ik je goed? Zeg je dat uit toegevendheid, -om mij te vleien?" - -"O neen, Rudolf! neen! Ik durfde het je niet laten merken, maar nu, -o God, ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig, als ik nooit had gedacht -dat ik 't worden zou--o je moet beter worden, je zult het. God is -zoo goed, niet waar Rudolf, wij zullen samen bidden, vol vertrouwen -als kinderen.... o mijn lieve, beste man, ik wil niets liever dan -alles voor je doen, niet uit plicht, maar omdat ik zoo zielsveel, -zoo innig van je houd, meer dan ik ooit van iemand heb gehouden in -mijn lange leven. Ik wil je niet verliezen, ik wil niet." - -En zij drukte zijn hoofd aan haar hart, en streelde en kuste hem -hartstochtelijk op het haar, op de oogen, zonder dat zij merkte hoe -bleek hij geworden was en hoe machteloos hij tegen haar aanleunde. - -"O, ik heb hem gedood," gilde zij ontzet, toen zij het bemerkte, -"mijn opgewondenheid is er oorzaak van." - -Zij vloog heen om eau de cologne te halen en vlugzout; toen bette -zij zijn slapen en polsen, totdat hij eindelijk de oogen opende en -haar aanzag met een moeden glimlach, die zijn loodbleek gelaat als -het ware verheerlijkte. - -"Mijn engel, mijn lieveling!" zeide hij mat, "'t is het groote geluk -van het leven dat in onze harten stroomt, hoe jammer--te laat!" - -"Neen, niet te laat!" zeide zij vast beraden. "Ik laat mij je niet -ontrooven." - -Treurig schudde hij het hoofd. - -"Waarom onszelf bedriegen? Wij weten het te goed. Er is niets veranderd -in mij. De ziekte woedt voort, maar het leven glimlacht mij nog -eens vriendelijk toe. Ik weet niet òf het wreed is, òf barmhartig, -maar o, Céline, ik heb zoo bitter geleden de laatste dagen, toen ik -je liefhad zonder hoon. Nu heb ik weer moed, nu kan ik alles dragen, -want jij draagt nu met mij mede. 't Doet me zelfs geen verdriet meer -je zorgen aan te nemen, nu ik weet dat je het doet uit liefde." - -"Ach Rudolf, hadden wij elkander eer gekend." - -Hij glimlachte treurig. - -"'t Had niets gegeven, Céline; ik heb altijd met liefde gespot en -gelachen om hem, die zich liet vangen, zooals ik het noemde en nu -word ik voor mijn cynisme gestraft." - -"Maar je leven rekken, dat kan ik nog wel, o, zoo leven is nog een -genot vergeleken bij.... bij...." - -Zij liet het hoofd op zijn handen rusten en schreide wanhopend, -als ééne, die geen hoop meer heeft. - -"Céline, ik bid je, heb medelijden met mij," smeekte hij met half -gebroken stem. - -Zij sprong op en poogde door een krachtige poging de uitbarsting van -haar verdriet te onderdrukken. - -"Je moet sterk zijn," zeide hij, terwijl groote tranen langs zijn -ingevallen wangen stroomden, "voor jezelf en voor mij. Wat een -wonderlijke liefde! Een liefde van tranen en zuchten, wie had -'t verwacht...." - -"Ja, je hebt gelijk, lieve man! Ik zal mijn best doen, mijn uiterste -best, ik wil sterk zijn. Ik wil onze liefde zoo mooi, zoo heerlijk -mogelijk maken." - -"Ja, doe het, 't zal zoo'n schat voor je zijn, want jou blijft ten -minste de herinnering." - -Zij drukte sprakeloos zijn handen. - -"En mij de hoop.... op.... wederzien... want ik hoop het nu, ik wil -het hopen,... de liefde sterft niet." - - - -De dagen, die nu voor Rudolf en Céline volgden, waren vol zoeten -weemoed en droevig geluk, vol hopen en vreezen, vol angst en toch -weer vol kalmte. - -Zij werden niet moede elkander aan te zien, elkander te liefkoozen, -alles voor elkander te zijn zooveel mogelijk ieder oogenblik te -genieten, altijd vreezende dat het 't laatste zou blijken. - -Na dien dag, toen hun harten zich hadden uitgesproken, vertoonde zich -een werkelijke beterschap bij den zieken; de nachten werden rustiger, -de hoest verminderde, zijn eetlust werd beter, hij scheen opgeruimd, -gelukkig. - -"Onze wittebroodsweken, vrouwtje! Verbeeld je, dat wij die eens konden -overdoen, in Italië, aan het meer van Como of in Zwitserland: want -waarlijk, zoodra ik iets beter ben, vraag ik verlof, je zult zien, de -zeereis zal mij heel opknappen en wij stappen in Genua uit, dan reizen -wij heel, heel langzaam naar Holland; dat zou toch grappig zijn, als ik -'t op die manier won, en dan getrouwd was, zonder het te bedoelen." - -"Zij zullen je beklagen? Neen, mij benijden; ik heb gisteren Van -Velden geschreven en hem en Elise bedankt, dat ze mij zoo'n vrouwtje -bezorgden, zoo'n juweeltje." - -"Je moet me niet trotsch maken." - -"Dat moet ik juist wel, dat mankeert je alleen, een beetje -zelfvertrouwen. Je bent gedeprimeerd door die lange dienstbaarheid, -dat zorgen en werken voor je onderhoud. Arm kind! kon ik je maar doen -opleven in een atmosfeer van weelde en geluk." - -"Dat heb ik nu," zeide zij hem teeder aanziende. - -"Met een zieken man! Maar waarlijk, ik geloof zeker; dat het nog niet -zoo erg met mij is. Als ik toch denk hoe vol levenslust ik nu ben in -vergelijking met een maand geleden. Toen was alles mij onverschillig, -leven of dood; maar nu kan ik weer zoo echt menschelijk voelen en -van harte hopen. Die verandering heb ik geheel alleen aan mijn vrouw -te danken." - -En een volgenden keer vroeg hij: - -"Vind je werkelijk niet dat ik er beter uitzie?" - -"Ja zeker," antwoordde zij met overtuiging, haar best doende te -gelooven, wat zij hoopte, al viel 't haar soms ongeloofelijk zwaar. - -"Ik heb van nacht best geslapen en maar vier keer gehoest." - -"Neen, driemaal, ik weet het zeker. Heb je nog pijn in je zij?" - -"O, 't is veel minder, soms nu en dan een steek, 't lijkt er niets -naar bij vroeger." - -Hij trachtte voetje voor voetje met haar door de voor- of achtergalerij -te wandelen; dikwijls moest hij stilhouden en hijgend stilstaan. - -"'t Gaat toch beter dan gisteren," hield hij vol, "wat een verschil -met toen je hier voor 't eerst kwam. Weet je nog, hoe ik toen waggelde, -wat dacht je toen wel?" - -"Kon ik hem maar beter maken!" - -"Dacht je dat toen werkelijk?" - -"Ja, maar ik durfde het eigenlijk niet hopen, want ik meende, dat je -het vreeselijk zou vinden dan aan mij vastgeklonken te zijn." - -"En nu?" - -"O nu zou ik niets liever willen dan samen onze gouden bruiloft -vieren." - -"O vrouwtje vraag niet te veel. De koperen of zelfs de blikken was -al mooi genoeg." - -"Niet genoeg voor mij." - -Het was een genot voor Céline, eindelijk alle schatten van haar -liefdevol hart te kunnen uitstorten, na ze zoo lang met grendel en -slot te hebben afgesloten; zij had Rudolf lief met alle kracht en -gloed eener eerste liefde; hij voelde het en die warmte deed hem goed, -en schonk aan zijn eigen hart een tweede jeugd. - -Eigenlijk had ook hij nooit bemind; nu eerst, nu hij de reine, sterke -liefde eener edele vrouw gevoelde en ze zelf terug kon geven, begreep -hij hoe onwaardig en laag het gevoel was geweest, dat hij tot nu toe -voor vrouwen ondervonden had. - -"Maar 't is te laat, te laat," dacht hij in zijn sombere oogenblikken, -om even later weer op te leven onder haar liefkoozingen zijn oogen -te verheugen aan haar gestalte, die hem hoe langer hoe lieftalliger, -hoe bekoorlijker voorkwam. - -"Wat staat die sarong-kabaja je goed," zeide hij haar bewonderend -aanziende, "ik heb nooit een Europeesche vrouw gezien, wie 't zoo -goed kleedde." - -Zij bloosde onder zijn lof en schikte haar pending (ceintuur) recht. - -"Wanneer ik beter ben, dan zal ik met je naar Samarang gaan en de -beste modiste moet je kleeden. Je mag het zoo duur nemen, als je wilt, -wanneer het maar elegant is." - -"Och, ik geef zoo weinig om mijn toilet!" antwoordde zij glimlachend. - -"Ook niet, als het je man plezier doet, als hij zijn oogen te gast -wil laten gaan aan zijn mooi vrouwtje." - -"Mooi vrouwtje, dat is ook iets nieuws." - -"Is niet alles nieuw wat je nu voelt en hoort!.... Maar wacht, ik -heb een idee! Domoor, dat ik er niet eer om dacht!" - -Hij vroeg zijn schrijfgereedschap en schreef een brief, dien hij op de -plaats liet bezorgen, aan een zijner kennissen. Céline dacht er niet -verder aan; een paar dagen later kwam die heer met Rudolf spreken en -toen hij weg was, riep hij haar bij zich. - -"Zie eens hier!" zeide hij en reikte haar een étui over. - -"O," riep zij verschrikt uit, nadat zij werktuigelijk het deksel -had opengeslagen. - -Het vonkelde tegen haar in duizend kleuren, de diamanten van een -prachtige parure. - -"Rudolf! Is dat voor mij? 't is te mooi, veel te mooi en te kostbaar." - -"Niets kan te mooi en te kostbaar zijn voor mijn vrouw. Ik ben zoo -lomp geweest je niet eens een huwelijkscadeau te geven.... bewaar -dit als een aandenken van mij.... wat er ook gebeure." - -Zij had moeite haar tranen te onderdrukken. - -"Niet huilen, niet huilen! Anders denk ik dat je weer den moed opgeeft -en dat mag niet, ik wil en zal beter worden. Geef mij liever een zoen." - -Zij kuste hem lang en innig, en hij drukte haar zoo vast tegen zich -aan, dat het haar benauwde. - -"Nu moet je mij een plezier doen, wil je," zeide hij en trachtte een -schertsenden toon aan te slaan om zijn eigen aandoening te verbergen, -"trek je japonnetje aan, ik zal maar zeggen je bruidstoilet, me dunkt -dat zag er nog al lief uit, en steek er die dingen op, dan zie ik je -voor het eerst in groot ornaat." - -Céline liep gauw weg en kwam gekleed terug; zij zag er werkelijk -allerliefst uit, blozend van geluk en vreugde. - -"Wat staat je dat goed, nu ben je een echt bruidje! Ga daar zitten, -dan kan ik je goed zien. Wie heeft dat kleedje voor je gemaakt?" - -"Ik zelf," antwoordde zij, "wie anders!" - -"Wat een knap ding, wat vlugge vingers. - -Maar 't is je laatste kunststuk in dit genre, vrouw! Voortaan laat -je al je kostumes maken. Mevrouw Telwerda moet naar haar stand -gekleed gaan." - -Hij was zoo opgeruimd, zoo vroolijk, dat het zelfs den dokter, die zijn -dagelijksch bezoek bracht, opviel. Céline wilde haar sieraden afdoen. - -Hij verbood het haar. - -"Neen, neen, de dokter mag je wel zien op zijn mooist. Wat zegt u, -dokter, heb ik geen beeld van een vrouw?" - -"Ik maak u mijn compliment, mevrouw! U ziet er flink uit en die parure -flatteert u bepaald." - -Toen zij hem uitliet vroeg Céline aarzelend en met angstig kloppend -hart: - -"Dokter, vindt u waarlijk niet dat hij vóóruitgaat?" - -"Ik weet het niet, mevrouw," antwoordde hij, want hij vond niets -beters. - -"Als u 't niet weet, wie moet het dan weten?" zeide zij knorrig, -"ik vind wel dat hij op weg is van beterschap." - -"Ik hoop dat u gelijk heeft, mevrouw!" - -Zij zag hem strak in de oogen en plotseling ontviel haar alle moed; -zij begreep, dat de man niets liever wenschte dan haar gerust te -kunnen stellen, maar hij mocht, hij kon niet. - -Een doffe zwaarte viel op haar hart, het was of de dag zijn zon, de -boomen hun groen verloren, of over alles een wolk van zwart neerzonk -en met loodzware stappen keerde zij naar den zieke terug. - -Toevallig kwam zij langs een spiegel en zag zichzelf in haar wit met -kant gegarneerd kostuum, flonkerend van juweelen, aan hals, ooren en -armen; rillend wendde zij den blik af, en 't was of een ander zichzelf -haar te gemoet trad geheel in rouw gehuld. - -"Wat zei de dokter? Hoe vond hij me?" vroeg Rudolf nieuwsgierig toen -zij terugkwam. - -"O zoo goed, veel beter," antwoordde zij en zij vond dat haar stem -vreemd klonk als sprak een ander; hij scheen het niet te merken. - -"Zie je wel? Ik kan 't wel voelen; o ik vergis me niet, ik ken mijn -oude machine zoo goed. Vrouwtje, vrouwtje, je bent zoo gauw niet af -van mij, maar je zult zien, wat ik een goede man zal worden, geen -brombeer, geen lastige keukenpiet." - -Zij trachtte te glimlachen, maar zij voelde hoe haar hart het -uitschreeuwde in wanhoop, hoe al haar hoop wegsmolt in onzichtbare -tranen vol bitterheid. - -"Kom naast mij zitten, zie hoe heerlijk de zon ondergaat!" - -Ja, heerlijk ging de zon onder in een glans van smaragden, robijnen en -amethysten, en op de korte schemering volgde een avond van maneglans, -zooals men slechts tusschen de keerkringen genieten kan. - -Rudolf en Céline zaten doodstil naast elkander hand in hand; hij -sluimerde even in. Toen hij zijn oogen weer opende baadde geheel -het panorama aan hun voeten in een zilveren gloed; hoog aan den -hemel zweefde de maan, in haar geelwitte schittering een kleine zon -gelijk. Overal drongen haar stralen door in het ravijn, tusschen het -dikke geboomte, overal verzachte zij de overgangen, overal temperde zij -den vaak te schrillen kleurenrijkdom, over alles wierp zij een sluier -van diamanten vonken, vol zoete poëzie. De geheele achtergalerij scheen -met kantwerk overdekt, zoo speelden het dartele licht door de slingers -en de bladeren van het klimop, dat zich tusschen de kolommen wiegde; -een bloeiende kamoening of sokkaboom zond haar zoete geuren omhoog, -in de verte klonken de eentonige, maar in deze omgeving zoo geheel -harmonische klanken van de gamelan en verleenden aan de rustige stilte -een soort van wijding, die er de plechtigheid van verhoogde. - -"O Céline, wat een nacht om te beminnen en bemind te worden." - -En hij drukte haar hand vast in de zijne. Zij moest zich geweld -aandoen kalm te blijven, zij wilde hem niet opwinden, maar zij had -er behoefte aan hem nog eens te zeggen, nog eens door liefkoozingen -te doen voelen, hoe vurig zij hem liefhad, hoe geheel haar ziel in -opstand kwam tegen het wreede vonnis hem te moeten missen en zij gaf -hem zijn druk nog hartelijker terug. - -"Mijn liefste vrouw, onwillekeurig denk ik aan die heerlijke tweespraak -uit Shakespeare, van Lorenzo en Jessica, in de Merchant of Venice: - -"Het was in zulk een nacht...." zoo gaat het dan in afwisselende rei: - -"De maan is de beschermster der geliefden, dus ook van ons." - -"Ik houd zooveel van den Indischen nacht," antwoordde Céline, "veel -meer dan van den dag, die is te benauwd, te stoffig; maar is het je -niet te koel, beste man? Zal ik niet het licht aansteken, en zullen -wij dan Shakespeare nalezen?" - -"O neen! zoo te zitten is het schoonste gedicht; ik gevoel me zoo -gelukkig, zoo goed, zoo kalm als in lang niet. Wat valt die maan -mooi op je juweelen en op je handen! 't Is of je een prinses bent, -een fee, die haar tooverland verlaten heeft om mij armen zieke te -komen troosten en genezen." - -Hij zag haar teeder aan en zij trilde van blijdschap en stille vreugde -onder zijn bewonderende blik. Nooit had iemand haar met zulk een -vereering aangezien, nooit had zij gevoeld dat zij de zon was van -een bestaan, het middelpunt van een leven. Zijn liefde, die, voor -'t laatst, het verzwakte, afgebeulde hart deed opleven, bleef zacht, -droefgeestig, diep en innig, maar de hare, waarvan zij ten volle -voelde, dat het voorwerp haar spoedig ontscheurd zou worden, was -hartstochtelijk, sterk, vurig; zij moest zich onophoudelijk tot kalmte -en matiging aansporen. Dit maakte haar misschien meer teruggehouden -maar schonk haar een reine schuchterheid, die hem steeds meer en meer -aantrok en boeide. - -"Wat kan een mensch veranderen," zeide hij na poos, "vroeger haatte ik -het huwelijk, ik noemde het een ondragelijke slavernij, een drukkend -juk, ik begreep niet hoe menschen het zich konden opleggen. En nu -schijnt mij een leven zoo met zijn tweeën een ideaal van geluk toe, -en wat denk jij, Céline?" - -"Ik zal het je bekennen, Rudolf, ik had een groote illusie en die heb -ik zoo lang mogelijk veilig gedragen tusschen vele teleurstellingen, -ik heb ze beschut tegen spot en minachting, die vooral hier op Java -zoo welig groeien." - -"Ja, en die zooveel wat goed in mij was hebben gedood; ja ik ken ze, -Céline, en die illusie was?.... - -"Het huwelijksleven met een man, die mij liefhad en wien ik ook mijn -liefde kon geven, het ideaal van Vondel's Badeloch: - - - Twee zielen gloênd aaneengesmeed, - Of vastgeschakeld en verbonden - In lief en leed.... - - -Naar dat leven heb ik gesmacht, daarom heb ik dagelijks gebeden!" - -"En zie je ze nu werkelijkheid worden, die illusie? Ben ik in staat -ze te vervullen?" - -Zij drukte zijn handen aan haar lippen. - -"Je bent mijn ideaal, mijn koning, op wien ik levenslang heb gewacht, -wier slavin ik trotsch ben te zijn." - -Haar stem stierf weg in een snik en inwendig zuchtte zij: - -"O, 't is te wreed, veel te wreed. Ik wil, ik kan hem niet verliezen." - -"Hoe vreemd vonden wij elkaar toch! Hoe zal ik deze ziekte danken, -die mij het geluk van mijn leven schonk. Je hebt gelijk, God is -goed. Hij weet alles beter dan wij." - -En na een oogenblik: - -"Vrouwtje, verbeeld je eens als wij niet altijd met ons beiden bleven, -als er eenmaal jong leven om ons heen spruitte? O, wat zal je een -lief moedertje zijn en ik een indrukwekkende, strenge vader! Vroeger -zou ik 't idee belachelijk hebben gevonden, maar nu! nu vind ik het -een geluk. Dat doet alles de liefde, die tooverfee." - -Daar sneed een akelig, scherp geluid door de zilverblauwe lucht, den -schitterenden hemel bekrassend en ontsierend. Rudolf hoorde het niet, -maar Céline kromp rillend ineen. Zij wist dat het de kreet was van -een nachtvogel, die volgens de bijgeloovige Javanen, de nabijheid -van den dood voorspelt. - -Tot driemaal herhaalde zich de ongelukskreet en toen voelde Céline -een kille huivering, iets als de nabijheid van een onzichtbaren, -vreeselijken gast. - -Zij keek om, neen, het waren dezelfde bleeke stralen der maan, maar -alles scheen haar nu spookachtig, geheimzinnig, dreigend toe. De -bladeren ritselden angstig, het water in de rivier stroomde haastig -bruisend als vluchtend weg, de gamelan verstomde en zelfs de krekels -staakte hun gezang. - -Zij zag naar haar man, maar zijn hoofd lag nog even rustig en kalm als -daareven tegen haar schouder; alleen gaf het verheerlijkende licht -der maan aan zijn uitgeteerd gelaat een schoonheid van majesteit, -welke zij tot nog toe slechts op de aangezichten van dooden had gezien. - -Zij streelde hem langs zijn in den laatsten tijd sterk vergrijsde -haren en kuste zijn voorhoofd. Goddank, het was nog warm, de slapen -klopten regelmatig. - -"Mijn lieveling!" zeide hij en sloeg de oogen op. Zij herademde, hoe -dwaas zich zoo angstig te maken; was alles dan niet ijdele vrees, hij -voelde zich beter, de dokter kon zich vergissen; 't is de eerste keer -niet, dat geleerder en wijzer mannen dan hij zich in den aard eener -ziekte bedriegen, en die vogel, hoe belachelijk daaraan te hechten. - -"Kom, je moet naar de couchee, manneke, 't is laat genoeg, en dan -maakt vrouwtje voor je een kop bouillon klaar met een stuk kip en wat -petits pois en dan gaat men rustig slapen, om morgen lekker frisch -op te staan." - -"Kan ik hier niet blijven vrouwtje, 't is hier zoo goed, ik geloof -dat ik zoo heerlijk zal droomen." - -"Neen, je moet niet zoo ongeregeld doen, als je beter wilt worden -voor je arme vrouw. Geef mij je arm maar!" - -"Zullen wij eerst wat in den tuin wandelen in den maneschijn?" - -"Zal het je niet vermoeien?" - -"O neen!" - -Hij richtte zich op, maar plotseling viel hij weer terug in den -leuningstoel. - -"Daar breekt iets," hoorde Céline hem zeggen, en nog voor dat zij -'t wist stroomde een golf van bloed over haar wit japonnetje, waarop -hij zooeven nog met zooveel trots had neergezien. - - - -De volgende morgen vond Céline nog steeds in haar met bloed bevlekt -bruidskleed, de diamanten om armen en hals. Zij dacht aan niets anders -meer dan aan haar doodzieken, nog steeds bewusteloozen man. Hij was -nog niet bij kennis geweest, maar den geheelen nacht hadden hevige -benauwdheden, hoesten en bloedspuwingen elkander afgewisseld. - -De dokter was niet op de plaats en kon eerst laat in den morgen terug -zijn; wat zij vermocht deed Céline, zij had geen tijd tot treuren, -geen tijd tot nagedachte, geen tijd zelfs tot vreezen. - -Tegen acht uur glimde een straal van bewustzijn in de verdoofde oogen. - -"Vrouw," fluisterde hij en iets als een schaduw van een glimlach -speelde hem op de lippen; met moeite bewoog hij even de hand om op -haar bevlekt kleed en parure te wijzen. - -Nu eerst zag Céline de wreede tegenstelling en plotseling was het -of een stroom van wanhoop zich een weg baande door een dam van -wezenloosheid en zelfvergetelheid; zij zag hem aan met een half -waanzinnigen blik en toen staarde zij met afschuw en walging naar haar -besmeurden opschik en zij vluchtte weg uit de kamer. Instinctmatig -snelde zij heen, zoo ver mogelijk, tot zij in de logeerkamer der -bijgebouwen zich in veiligheid waande en daar zich radeloos op den -grond wierp. - -"O God! laat mij ook sterven, ik kan hem, niet overleven," jammerde -zij, vergeefs worstelend om tranen; "ik kan 't niet langer dragen, -ik kan 't niet aanzien." - -Eindelijk gaf haar smart zich lucht in een bitter, niet te bedaren -gesnik, zij voelde zich machteloos, 't was of alles in haar zich -oploste in tranen en zuchten. Hoe lang zij daar lag, wist zij niet -te berekenen; zij had een gevoel of zij daar altijd moest blijven, -altijd door schreien tot haar leven wegstroomde met haar laatsten -traan, haar laatsten kreet van pijn. - -Een hand greep haar aan den schouder, een ernstige stem riep haar: - -"Mevrouw, mevrouw!" - -Zij verroerde zich niet, zij bleef onbeweeglijk met haar hoofd op de -armen gedrukt. - -"Mevrouw, mevrouw! Hij heeft u noodig. Rudolf roept om u!" - -Toen sprong zij op en zag met haar verwilderd gelaat, waarom verwarde -haren hingen, den dokter aan alsof zij hem niet herkende. - -"Mevrouw, u moet zich staande houden voor dien korten tijd." - -"Ik kan niet meer," antwoordde zij dof, "ik wil ook sterven, dokter!" - -"Neen, mevrouw, geen noodelooze opwinding! Sta op, ga u verkleeden; -zoolang er leven is, is er immers nog hoop!" - -Voor 't eerst sprak hij in haar tegenwoordigheid het woord "hoop" -uit. 't Kostte hem moeite, want nooit was 't zoo slecht op zijn -plaats geweest. Zij zag hem aan of zij niets verstond; toen sprong -zij eensklaps op, bond haar haren hoog, rukte haar sieraden af en -ging zwijgend heen: de dokter keerde naar den zieke terug, die met -gesloten oogen, wasbleek en afgemat, in de hooge kussens leunde. - -"Céline," zeide hij haast onhoorbaar. - -"Zij komt dadelijk," antwoordde de dokter. - -Rudolf knikte met het hoofd; een oogenblik later, toen zij er nog -niet was, keek hij nog eens rond maar zonder iets te zeggen. - -Eindelijk verscheen zij, bijna even bleek als hij, maar verfrischt -en verkleed in sarong en kabaya; zij boog zich liefkoozend over hem -en vroeg of 't beter ging. - -"Wat een verschil met gisteren, ik heb toch niets onvoorzichtigs -gedaan," lispelde hij, "wel dokter?" - -"'t Is de ziekte," antwoordde de dokter, "het moet eerst erger worden -om te kunnen beteren." - -Hij schudde het hoofd en glimlachte droevig. - -"Neen, 't is het begin van het einde. Blijf bij mij, Céline; laat -mij niet meer alleen!" - -"Neen, nooit meer!" verzekerde zij en kuste hem de moede oogen toe. - -Hij hield haar hand in de zijne en drukte die tegen zijn wangen. Céline -zag vragend den dokter aan, hij begreep die stomme vraag en haalde -de schouders op. - -"Van avond kom ik terug," sprak hij afscheid nemend, "en breng u ook -droppels mede, mevrouwtje!" - -"O dokter, 't zal wel moeten gaan zonder droppels." - -Hij bleef dien dag buitengewoon mat en stil; nu en dan alleen -verscheurde een droge, benauwde kuch zijn borst. - -Tegen den avond ontwaakte hij uit zijn dommeling en sprak bij -tusschenpoozen. - -"Wat een kort geluk, Céline, wat een korte liefde, nog geen twee -maanden." - -Zij fluisterde hem toe: - -"En toch is die liefde sterker dan de dood." - -Wijd opende hij zijn oogen. - -"Ja, je hebt gelijk, een eeuwigheid is niet te lang om elkander zoo -te beminnen. Niet vaarwel, tot wederzien!" - -Toen hij haar weer zag schreien. - -"Onze hoop sterft niet.... wees gerust! Je bent mijn laatste -zonnestraal, mijn laatste--misschien mijn eenig geluk geweest -dat ik niet verdiende. Laten wij ons vastklampen aan de hoop op -wedervinden...." - -En na eenige oogenblikken: - -"Ik dank je voor alles, Céline.... alles heb ik je te danken zelfs -die hoop!.... Je hebt mij beter gemaakt dan ik was... je gaf mij -nieuw leven.... zooveel goeds was in mij gestorven.... je hebt het -weer opgewekt... weer doen bloeien... ik dank je.... ik dank je...." - -Hij kuste haar handen lang en innig. - -"Groet je.... onze moeder en ons beider zusters.... je moet naar -Holland gaan en.... laat mijn herinnering toch geen beletsel zijn -voor je geluk." - -"O neen.... neen! Je blijft mijn man, mijn bruidegom in -eeuwigheid. Laat mij dien troost, Rudolf!" - -Hij zweeg, altijd haar handen in de zijne gedrukt. - -"Ik wil leven voor zieken en ongelukkigen tot het oogenblik dat -ik zelf...." - -"Beloof niets, vrouw. Wij hebben het aan ons zelf gezien, hoe weinig -men meester is van zijn toekomstige gevoelens en gedachten. Zelfs in -het gezicht van den dood!" - - - -Twee maanden nadat Céline Samarang verlaten had met geen ander gevoel -in haar hart, dan dat zij alweer een nieuwe betrekking ging aanvaarden, -naar zij hoopte haar laatste, kwam zij bij haar vriendin mevrouw Van -Velden terug in zware rouwkleeren, een schaduw van haar vroeger zelf, -een gebogen, geknakte, doodsbedroefde weduwe. - -"Arme, arme Line," zeide Elise, nadat zij elkander lang sprakeloos -hadden omhelsd, "wie had zoo iets kunnen denken? Als ik dat geweten -had!" - -"Ach, Lise, ik ben je zoo dankbaar, zoo innig dankbaar, je hebt -mij zoo'n kostbare herinnering gegeven, mijn leven verwijd, mijn -hart opengezet. O, wat ben ik veranderd en als je wist hoe lief mij -zelfs mijn smart geworden is, daar ik ze aan hem dank! Hoe ze mijn -kostbaarste schat blijft." - -"Niemand zal 't gelooven," snikte Lise, "zelfs mijn man niet," dacht -zij, "en toch kan ik er goed inkomen," voegde zij er hardop bij. - -"Ja jij, maar ook niemand anders, daarom zal ik mijn verdriet ook -niemand vertoonen, ik zal het verbergen, zooveel ik kan." - -"En wat zijn je plannen nu?" - -"Naar Holland gaan! Hij verlangde het, al valt het mij hard zijn graf -te verlaten, maar hij is altijd om mij, ik voel het! Daar zal ik rust -hebben, daar zal ik vrij aan hem kunnen denken, terwijl hier...." - -Om de zoogenaamde kletstafel in de societeit werd er ook gesproken -over den dood van Telwerda, over de promotie, daardoor ontstaan en -een die het wist, vertelde: - -"Verbeeld je, hij is getrouwd in extremis met een meisje dat hij -nooit gezien had, om zijn pensioen niet weg te werpen." - -"Wanneer?" - -"Een week of zes, zeven geleden." - -"Nu, die heeft dan ook geboft, zoo gauw pensioen verdiend!" - -"En vrij passage naar Europa." - -"Zoo vlug, dat kunnen wij niet in dit lamlendig land! Sapada, sopie -sama pait!" [2] - - - - - - - -VACANTIE. - - -I. - - -Een sombere hemel grauwt over de woeste zee,--groote wolkenmassa's -woelen dooreen, soms met geweld zich losscheurend om vlakken blauw, -een enkele keer zelfs een rossig zonnelicht door te laten--maar -verder alles even dof, grijs niets dan grijs voortschuivend. De -golven slaan driftig tegen de massa's zwart graniet, verbrokkeld, -verstrooid tusschen de branding liggend. Sissend en bruisend werpen -zij haar schuim tegen hen aan, als zochten zij een voorwerp om -haar onredelijken toorn tegen te koelen; wit glanzen de meeuwen af, -in hun vlucht tegen den valen achtergrond, hun doordringende kreten -vermengen zich met het gedruisch der baren. Het is geen storm, niets -dan een van die woeste, sombere dagen, welke in Augustus reeds den -naderenden herfst voorspellen. - -De stoomboot maakt haar dagelijksche rondvaart; onverschillig of de -zon zich koninklijke gastvrouw toont op dit gebied der zee, waar zij -oppermachtig heerscht en van haar gunst alles afhankelijk maakt, -of dat zij boos en grillig zich achter de wolken verschuilt, de -"Columban" mag zich niet storen aan haar nukken; dagelijks volbrengt -zij haar tocht langs de eilanden, naar Jona en Staffa, en voert de -gasten trouw langs de waterwegen, die zij moeten hebben betreden, -willen zij hun plicht van tourist gewetensvol vervullen. - -De gedrukte stemming van zee, zon en lucht deelt zich onwillekeurig -mede aan de niet zeer talrijke passagiers. Eenigen wandelden op het -dek der salonboot--die eigenlijk niet anders is dan een drijvend hotel -van den eersten rang,--op en neer: zij praten over het weer natuurlijk, -dat zich gisteren zoo prachtig liet aanzien en vandaag zoo trouweloos -in zijn beloften bleek--over de kansen van het opklaren--en toen over -alles wat men in de laatste dagen had gezien en in de volgende nog -hoopte te zien. - -Een paar dames schenen nog erger onder den invloed van de afwezigheid -der zon; zij zaten stil bij elkander, bang door een enkele beweging het -altijd dreigende monster der zeeziekte gelegenheid te geven haar aan te -vallen; zakdoeken nat van eau de cologne werden telkens naar den neus -gebracht, die in zijn naasten omtrek al vrij bleek dreigde te worden. - -Opgewektheid, levenslust, belangstelling in de grootsche omgeving -ontbraken geheel; de stoffelijke eischen en behoeften van het lichaam -overheerschten geheel de wenschen van den geest, die zich sedert wie -weet hoe lang op dezen dag verheugd had, als op een, die verdiende -met gouden teekens aangeteekend te worden in een reeks van doffe, -grauwe dagen. - -Jammer van die schaduw door het materieele geworpen op hetgeen -juist het hoogere en beste van het intellectueele leven in beslag -moest nemen: historische herinneringen, de liederen van Ossian, de -stichting van Columban, de grafsteden der oude schotsche koningen, -de watertochten der Vikings, de wonderbare schoonheid van Staffa, en -de Fingalsgrot, de heerlijke eilandengroep, al die betoovering, door -een ongeëvenaarde vermenging van historie en natuur ontstaan, alles -weggedoezeld en weggewischt door een booze gril van het weder--geen -wonder dat onverschilligheid, teleurstelling de stemming aan boord -even droevig en somber maakte als die van zee, lucht en rotsen rondom. - -Twee heeren alleen stoorden zich weinig aan de boosheid van het weer; -integendeel, hoe hooger de golven gingen, hoe nijdiger de branding -sloeg tegen de rotsen, hoe levendiger hun gesprek werd. Zij hadden zich -behagelijk genesteld op de triomfstoeltjes van zeildoek tusschen houten -staven, zij rookten en dampten als in wedstrijd met den schoorsteen -der onvermoeide stoommachine; hun glas whiskey had hen opgewekt en zij -waren er na aan toe de reis nog volstrekt niet onaangenaam te vinden, -integendeel de beste, welke men in de gegeven omstandigheden genieten -kon. Zij spraken beiden Hollandsch; de eene met dat onmiskenbare iets -in den tongval dat een lang verblijf in Engeland verraadt. - -"Neen, ik blijf er bij; zoo'n weer als vandaag brengt je juist in -de stemming om Schotsche zee en schotsche rotsen op zijn best te -zien. Mist, regen, wolken dat is hier immers het zondagsche kostuum -van de natuur." - -"Ik had ze dan even graag op zijn weeksch gezien," zei de andere, -klein van gestalte, in gezocht touristen-kostuum, maar wien men toch -den Hollander op twintig stappen aanzag; de eerste daarentegen scheen -geheel Engelsch, zoowel door zijn forschen gespierden bouw, als door -zijn practische kleeding, grijze kniebroek, grijs jasje over een rood -gestreept flanellen sporthemd, grijze pet; hoewel Hollander geboren, -had een lang verblijf in Engeland toch zijn voorkomen evenals zijn -spraak geheel verengelscht. - -"Toch blij dat Betsie hoog en droog in Oban is gebleven," ging de -kleine voort. "Voor haar is het jammer dat zij het niet aandurfde; -'t is de interessantste dag van een schotsche reis." - -"Daar geeft zij wat om, zij heeft zich daar gezellig opgeschoten; -misschien haar handwerkje voor den dag gehaald en zit nu met die -engelsche gouvernante, die in Holland is geweest, druk te redeneeren -over de manier, waarop men hier het koper schuurt en het vleesch -braadt. Van avond weet zij een massa belangrijke dingen over het -verschil tusschen engelsche en hollandsche booien." - -"Dat zal wel!" - -"Waarom jelui reist, begrijp ik eigenlijk niet. Betsie sleept haar -huishouden in den geest overal met zich mee en jij zou een boek kunnen -schrijven alleen over de verschillende tables d'hôtes en wijnkaarten -van de hotels, die je bezocht." - -"Nu, dat hoort toch ook tot het aangename van het reizen." - -"Neen, tot het onaangename, het alleronaangenaamste, hoe minder je -te lijden hebt van die materieele lasten...." - -"Of lusten." - -"Thuis kan het zijn prettige zijde hebben, op reis is het last, -ballast. Hoe minder je daarmee "bored" bent, hoe genotvoller de reis." - -"Ja, als je alleen bent maar met dames..." - -"Och wat! dames! Je maalt nogal om je vrouw. Als je vreest er last -van te hebben, dan bepraat je ze om thuis te blijven en zij laat zich -bepraten met het grootste gemak. Daar kijk eens hoe prachtig dat schuim -zich opwerpt tegen die zwarte rots! Zoo'n gezicht alleen is reeds de -reis waard. Wanneer je zooals ik dag aan dag in een berookte, muffe, -olieachtige fabriek zat dan waardeerde je zoo'n dag buiten zelfs in -den mist en in den storm dubbel." - -"Och je hebt het in de buurt, je kunt er dikwijls van profiteeren." - -"Ik ben hier nog nooit geweest en ik woon toch reeds tien jaar in -Paisley; als jelui hier niet gekomen waart, zou ik nog niet opgebroken -zijn, maar nu moest ik toch de cicerone spelen." - -"Maar hoe komt dat dan?" - -"Hoe komt dat? Hoe komt het dat er in Amsterdam zoo'n massa lui wonen, -die nog nooit in het Rijks Museum zijn geweest? Ze komen er alleen -wanneer ze logés hebben. Mijn vacantie bracht ik tot nu toe altijd in -Holland door, maar nu Mama er niet meer is, heb ik er geen huis meer." - -Hij sloeg een dikke wolk uit zijn sigaar, de andere zeide een beetje -aarzelend: - -"Maar je weet, bij ons ben je altijd welkom." - -De verengelschte Hollander lacht luid op. - -"Praat je uit je eigen naam, Jo, of uit dien van Betsie? Zij zou -haar broer jaarlijks zien aankomen met zijn schotschen rommel en -onhebbelijke gewoonten. Neen man, het tehuis heb ik verspeeld voor -goed!" - -"En je denkt er niet aan er een eigen op te richten." - -"Och wat, hier in het rookerige Glasgow? En dan moet je met je -tweeën zijn, hé, dat bedoel je toch! Nu, oprecht gesproken, ik mag -de tegenwoordige meisjes en vrouwen niet genoeg om mij levenslang -met één op te schepen." - -"Wat heb je er tegen? Zij zijn toch wat ze altijd geweest zijn." - -"Meen je dat? Omdat je met je Betsie nu samen zoowat halfweg gepasseerd -bent; jelui bent in mekaar gegroeid en dat maakt je blind voor de -veranderingen in de meisjeswereld om je heen, maar je begrijpt als -ik moet beginnen met to pop the question, het dient te zijn met een -zoogenaamde modern meisje en die, neen--die bevallen me niet!" - -"De schotsche misschien, maar...." - -"De hollandsche evenmin; mijn goeie, oude vrouw had er zoo'n zwaar -hoofd in mij alleen achter te laten. Ik begrijp het niet, het gold -toch maar een dag of veertien, drie weken in het jaar. 't Is waar, -ik teerde er de overige 49 op, zoo'n vacantie thuis, at home." - -Hij zweeg even, zijn stem trilde hem wat te veel naar zijn zin; -na een oogenblik ging hij voort: - -"Zij en Betsie, en Cato, en Annie hadden besloten mij een -vrouw te bezorgen en dan was het hier dan weer daar theevisite, -muziekavondjes--ik noemde het de kijkkast. Dan werden al de dames -van haar kennis verzocht; je weet ze wonen allen op verschillende -plaatsen, dus ik had wel gelegenheid studies te maken en de dames -vonden dien Schot interessant, en vertoonden zich op haar mooist, -maar juist dat mooie, bah! 't is om van te walgen." - -"Hoezoo?" - -"Ik kan het je zoo niet zeggen, maar ik vond ze allemaal naar, -hoog ontwikkeld, geleerd, onafhankelijk, met onbekookte ideeën of -geaffecteerd huishoudelijk. Zeker, ze waren op hooger burgerscholen, -kweekscholen, gymnasia, muziek-, kook- en huishoudscholen zelfs -geweest. Zij hadden er geleerdheid opgedaan en een praats! Zij -durfden over allerlei dingen spreken, waarover onze moeders nog -onder haar grijze haren zouden blozen. Ze dweepten met sociale -nooden, met dierenbescherming, met bond dit, bont dat, met kunst, met -kindervoeding! Zij deden alles wetenschappelijk, zelfs coquetteeren, -flirten, met de oogen draaien en de lippen trekken; maar natuur, -hart, echt gevoel, ik heb er geen schaduw van gezien, geen glimpje -en dat alleen had ik juist noodig." - -"Maar denk je dan dat ze daarmede te koop loopen op theevisites?" - -Zij liepen wel te koop met wat zij als surrogaat daarvoor aan den -man zochten te brengen. Met intens gevoel, philantropie, kunstsmaak, -wereldwijsheid; maar ik noem dit aanstellerij, opgeplakte gevoelens, -niets anders. Ik kan dat tegenwoordige vrouwendom niet uitstaan." - -"Moet je een dom gansje hebben, dat van niets afweet? Die zijn er -nog genoeg, geloof me! Zoek ze maar te vinden!" - -"Een vrouw die me liefheeft, die niet vreest mij dat te toonen en -die mij niet aanziet als--als een vesting, die men veroveren moet, -met alle krijgsmiddelen, welke de tegenwoordige overbeschaving haar -aan de hand doet en die overigens verre, heel verre boven mij meent -te staan. De vrouw is niet meer wat zij eigenlijk is, maar wat haar -boeken, haar couranten, haar studiën en de praatjes om haar heen -haar gemaakt hebben. Van de engelsche of schotsche vrouwen spreek ik -niet. Die zijn over het algemeen minder ontwikkeld, maar onbeduidend, -excentriek, vreeselijk coquet, maken van haar toilet een halfgod of -zijn geleerd, philantropisch en verslodderen geheel." - -"Niet zoo hard! Men kon je lieve principes eens verstaan hier in -de buurt." - -"We praten immers Hollandsch en er is geen Hollander aan boord." - -"Men kan zich vergissen. In Oban hadden wij ook niet gedacht dat die -miss Ellis Hollandsch verstond. Wat dunkt je van dat meisje?" - -"Dat daar tegen de borstwering staat. Nu, als die niet Engelsch of -Amerikaansch genoeg is, kan je ze terugbrengen. Ik heb ze al zooeven -in het oog gehad, zij schijnt alleen te reizen." - -"Dat kleine ding, geen beauté maar toch...." - -"Iets aardigs!" - -Onmerkbaar beefde het handje dat een binocle vast tegen de oogen hadt -gedrukt en daarmede strak de rotsige kust van de stranden fixeerde. Zij -kon even over de twintig zijn en was echt voor de reis gekleed, -een gewoon donker serge rok, die tot de enkels reikte en voetjes -liet zien, een stuk kleiner dan die men meestal in het Britsche rijk -te bewonderen krijgt, geschoeid in roodbruine laarsjes; een lederen -ceintuur omgaf haar middeltje, een eenvoudige ecru linnen blouse sloot -knap om haar goed geëvenredigde buste; het matrozenhoedje was op dik, -een weinig weerbarstig, bruin haar geplaatst; de zeewind had haar -wangen en lippen hooger gekleurd dan anders, haar oogen zag men niet, -verborgen als zij reeds sedert geruimen tijd waren door de binocle. Er -lag iets kinderlijks en toch flinks in haar geheele optreden. - -Zij stond op eenige stappen van de beide Hollanders en had, als zij -gewild of gekund had, woord voor woord hun gesprek moeten volgen; -zij zwegen beiden, hun aandacht was door haar geboeid en het was of -zij het instinctmatig voelde, want zij liet eensklaps haar binocle -zakken, ging naar hen toe en sprak in zuiver Hollandsch: - -"Ik mag niet langer onbescheiden zijn, ik ben werkelijk uw landgenoot; -toen ik hier kwam staan, had ik er geen idee van dat u Hollanders -waart; eerst luisterde ik volstrekt niet, maar toen interesseerde -mij uw gesprek onwillekeurig en ik ben zoo brutaal geweest u af -te luisteren, maar nu wil ik u toch waarschuwen als u familiezaken -behandelen wil voorzichtiger te zijn. Ons land is zoo verbazend klein." - -Zij sprak met het grootste gemak, eenvoudig zonder bijzonderen nadruk -en zonder gebaren. Nu konden zij haar in de oogen zien, groote grijze -oogen met lange franje-achtige wimpers, en bijzonder mooie gewelfde -wenkbrauwen; anders was er niets bijzonders aan haar gezicht, alleen -een prettiger uitdrukking als zij sprak dan als zij zweeg, want dan -groefden zich twee diepe strepen energiek aan weerszijden van haar -kin en trokken haar mond naar beneden. - -De heeren zagen haar een weinig verbaasd aan. De halve Schot echter -begon hartelijk te lachen, stond op en zeide: - -"Nu, die is goed! Ik zal maar niet zeggen wat een Hollandsch -spreekwoord vertelt van den luisteraar aan den wand. Ik ben niet -gewoon mijn opinies onder stoelen of banken te verstoppen en als -u vindt dat ik gelijk heb, dan prouveert het voor u en--tegen de -hollandsche dames." - -Zij haalde de schouders op: - -"Ik weet het niet. Mijn oordeel kan hier uit den aard der zaak weinig -waarde hebben." - -"Omdat u bevooroordeeld is?" - -"Neen, volstrekt niet! Moet men blind zijn voor de fouten van zijn -medemenschen omdat men vrouw is, dan zou ook geen man in staat zijn -over zijn medemannen onpartijdig te oordeelen. Ik ben volstrekt niet -van zins de partij van de hollandsche vrouwen op te nemen, maar ik -zie ze als vrouw en dat geeft een verschil." - -"Dus u vindt ze engelen?" - -"Neen," antwoordde zij, "ik vind ze onuitstaanbaar." - -Dat werd zoo kalm en bedaard gezegd, de groote oogen staarden hem -zoo rustig aan, dat het woord bijna als een zweepslag neerkwam. - -"Dan zijn wij het eens," riep de ongetrouwde, "dat is alleraardigst, -flink gezegd, maar u zondert toch u zelf uit!" - -"O neen," verklaarde ze nu met veel warmte, "ik kom mijzelf het -onverdragelijkste vóór." - -"Een rare sijs," dacht de man van de in Oban achtergebleven Betsie. - -"Dat is iets nieuws! Nu de kennismaking toch zoo ongezocht heeft -plaats gehad en ik mij zonder het te weten reeds bij u geïntroduceerd -heb--mevrouw!" - -"Juffrouw!" - -"Nu, juffrouw dan, mag ik mij zeker wel aan u voorstellen. Casper van -Eyken, technisch ingenieur op de fabriek van Clarkston te Paisley, -mijn zwager...." - -Maar de zwager stond er op alles in de puntjes te doen; hij haalde een -keurige zakportefeuille voor den dag, welke hij op zijn verjaardag -drie jaar geleden van Betsie had gekregen en die er nu nog zoo goed -als nieuw uitzag, met een bouquetje van vloszijde er bovenop gewerkt -en in dat portefeuilletje tusschen een paar portretten van Betsie -haalde hij een met rouwrand voorzien kaartje voor den dag. - - - Joh. A. Berkmans - Leeraar in de Wiskunde H. B. S. - - -Dat reikte hij haar over; zij nam het met een lichte hoofdbuiging aan, -haalde toen ook haar zakboekje uit, dat veel gelijkenis toonde met het -receptenboekje van een arts, en overvol was niet allerlei papieren en -brieven. Zij legde er het kaartje in, hield een ander even tusschen -de toppen harer vingers, toen bedacht zij zich. - -"Ik heb geen kaartje," zeide zij, zonder de oogen op te slaan, -"mijn naam is "Andrée Bauer" en ik woon in Amsterdam." - -"Alleraangenaamst uw kennis te maken," zeide Berkmans op een toon, die -genoeg verried dat hij die kennismaking eigenlijk alleronaangenaamst -vond. Een geëmancipeerde dame alleen op reis. Nu, dat zou Bets -bevallen. - -Maar zijn zwager maakte aanstalten een stoel nader te schuiven en -vroeg: "als u de kennismaking ook zoo aangenaam vindt als mijn zwager -het zegt en ik het denk, wil u dan bij ons zitten?" - -Zij keek hen weer met haar koelen, rustigen blik aan, die hen scheen -te doordringen: - -"Hoe kan u die kennismaking nu al prettig vinden? Dat u beluisterd -werd, is zeker geen aangename verrassing. Misschien treffen wij mekaar -straks weer, maar voor het oogenblik zal ik niet langer uw gesprek -storen, en nog minder het afluisteren. Tot straks, heeren!" - -En zij ging naar de andere zijde van de boot en de beide heeren keken -elkander een weinig verbluft aan--toen zij zich alleen bevonden. - - - - - - -II. - - -Het onverwachte gebeurde; de wolken raakten moede van het door elkander -en over elkander warren of liever de zon verveelde hun grillig spel, -zij joeg hen plotseling met geweld uiteen en deed haar macht voelen -over zee en wind. - -In een oogwenk vluchtten de wolkbanken verschrikt weg; het blauwe -veld werd wijder en wijder, bundels van zonnestralen wierpen zich -over de golven, die als bij tooverslag hun grauwgele kleur verloren, -om helder en doorschijnend te worden als smaragd. - -Staffa was in zicht! - -Een reusachtige natuurbouw van duizend en nog eens duizend zuilen van -bazalt en graniet, dicht aaneen gedrukt, een berg zich verheffend -op een voetstuk van verstrooide klippen, een tempel van zwart -kristal door reuzenhanden opgericht in het midden der woestenij van -onmetelijke wateren, kokend, donker schuim, borrelend opgestegen uit -de diepste diepten van de zee en toen als door tooverslag versteend, -een kathedraal, waarin een der oude goden aangebeden en verheerlijkt -wenscht te worden nu hij van de aarde verdreven is, en waarin de -golven het eeuwig orgelspel doen hooren--dat alles en nog veel meer -schijnt Staffa met haar Fingalsgrot. - -De stoomboot had de eilanden, die een soort van eerewacht vormen -voor hun koningin, ver achter zich gelaten, nu bleef zij op een -afstand liggen en ontlaadde haar passagiers in kleinere schuiten; -bij de steenklompen, die den onderbouw schijnen van den kolossalen -rotstempel, werd hun beduid, dat zij uit moesten stappen om over die -steenen hun weg te vinden naar den ingang der grot. - -Het was een moeilijke tocht al springend en klauterend over de -ongelijke steenmassa's, door het zeewater onophoudelijk bespoeld en -deze glimmend en glad achtergelaten door zeewier en schuim. - -"Goddank! Dat Betsie er niet is," verzuchtte Berkmans weer uit het -diepst van zijn hart. - -"Ja, dan had ik met haar moeten optrekken, want je hebt genoeg te -doen om je zelf voort te laten springen," antwoordde Van Eyken, die -moeite had zijn lichten stap te matigen om zijn zwager bij te blijven -en hem soms de hand te reiken als de sprong van den eenen steen tot -den anderen te groot bleek. - -"Die dikke Bets, zij was er bij neergevallen. In elk geval had zij -het er niet zoo kranig afgebracht als die juffrouw--hoe heet ze ook, -Bauer...." - -"Nu als men ook alleen op reis durft gaan.... oef! 't word warm hé, -die zon steekt, ze haalt een buitje op." - -En blij een voorwendsel te vinden om even te kunnen stilstaan, veegde -hij zich de druppels van het voorhoofd. - -"Zij is nummer een, kijk, daar wipt ze al de grot in. Kom, Jo, laat -je niet beschaamd maken! Daar geef mij de hand maar, laat je niet -door valsche schaamte beet nemen. Ze zijn ons allen vóór." - -"'t Is me werken voor zijn plezier! Had ik dat geweten...." - -"Dan was je stil bij Bets gebleven, hé! Maar nu moet je vooruit, -daar helpt niets aan." - -Bijna loodrecht stijgt de gevel der Fingalsgrot uit zee, een -reuzenboog, die zich naar binnen voortzet in een onafgebroken -zuilenrij, tot het heiligdom voerend met een trap, waardig toegang te -verleenen tot de paleizen van Neptunus. En deze gigantentrap was het, -waarover Berkmans al huppelend en trippelend, al zwoegend en zweetend -zich omhoog werkte. - -Caspar van Eyken moest er om lachen, het was of hij een vlieg hoorde -gonzen om de manen van een ingeslapen leeuw; hij stond reeds voor den -ingang der grot toen zijn zwager nog de ongelijke, grillige lager, -dichter en verder dooreengeworpen rotsblokken verwenschte. - -Hij stond als overweldigd stil toen de andere half kermend uitriep: - -"Is me dat een tocht? Heel aardig, maar is me dat zoo'n klim waard?" - -"Och Jo, was je maar bij Betsie gebleven! Je hebt er toch geen -verstand van." - -Berkmans las uit zijn Baedeker voor: - -"Tweehonderd dertig voet is de grot diep, van voren 90 voet hoog, -40 breed." - -"Schei uit met je cijfers, man! Laat ze aan je -hoogerburgerschooljongens over, zie, geniet!" - -"God beware me! wat is dat glad, als je uitglijdt--oef, je hand Cas, -even maar!" - -Zij gingen naar binnen, daar welfde zich de spitsbogen over -wonderbare zuilenbundels, over stalactiten, donker van kleur maar met -weerglansen van purper, van rood, van grijs en groen, zich wisselend -met bliksemsnelheid onder den glans van het naar binnen sluipende -zonnelicht en de naar binnen dringende golfslagen. De zee toch bruist -telkens en telkens tegen de rotsen op. Zij wringt en kronkelt zich naar -binnen, liefkoost de wanden om een oogenblik later ze onbarmhartig -te geeselen, zij werpt haar schuim hoog op en doet ze in duizenden -kleurige blaasjes wegstroomen, zij valt kletterend in de diepte, -kroont de zwarte rotsen met een diadeem van zilver en zingt een lied -vol geheimzinnige melodieën, als voelde zij zich hier meesteres, -koningin en wilde haar paleis aan de gasten, die van verre kwamen, -in volle schoonheid vertoonen. - -En van binnen terugziende door den reuzenboog naar buiten, ziet -men de goudgroene zee zich mengen met den blauwen hemel bezaaid met -paarsgrijze wolken, een enkel zeil van een visschersboot zich scherp -daartegen afteekenend en de gouden waaier door de zon op de wateren -geteekend langzaam in de grot dringend--een beeld dat zich vastzet -in de hersenen om door niets meer verdrongen te worden. - -Nog vóór dat hij het wist stonden Casper en Jo naast juffrouw Bauer, -zij leunde over het houten hek, en zag rond, onbeweeglijk, sprakeloos; -toen het echter tijd werd de grot te verlaten en toen tot Jo's groote -verlichting het bootje hen hier afhaalde, zoodat de tocht over de -rotsentrap overbodig werd, bood Casper haar de hand; zij wendde -snel het gelaat af en nu merkte hij dat zij schreide en het niet -weten wilde. - -"Nu hoort tot het programma," zeide Van Eyken, "den berg te -beklimmen. Verbeeld je daarboven is nog een weide, en er is ook een -trap om er te komen." - -"Nu, ik pas er voor," haastte Berkmans zich te verklaren, "ik zit -hier goed en blijf er zitten. Doe wat je verkiest, Cas!" - -"Ik heb wel trek daar eens op te klauteren. En u, juffrouw Bauer?" - -"Ik ben altijd van plan geweest daar boven te kijken." - -Casper begreep dat een aanbod om haar te geleiden met verbazing door -haar aangenomen of liever als overbodig zou worden beschouwd. - -Zonder een woord te zeggen, stapten beiden uit en klommen -omhoog. Berkmans zag hen met een medelijdend lachje aan en knoopte -met een medepassagierster een gesprek aan over het dwaze om op reis -alles te willen zien ten koste van vermoeienis, gezondheid, leven -wellicht--zij waren het in alle opzichten met elkander eens. - -Staffa is rijk aan grillen en wonderlijke natuurspelingen, maar -een der wonderlijkste is zeker dat groene kleed boven de zwarte, -kale rots geworpen, een soort van Alpenweide op een rots, midden -in een oceaan van zoutwater; geen bloempje, geen plantje, niets dan -schrale grashalmpjes, die zich met moeite wringen tusschen de spleten -der rotsen, maar toch iets vriendelijks, een glimlach op een somber -gezicht, een straaltje licht tusschen strakke hopeloosheid. - -Rondom niets dan zee en eilanden zoo zwart als brokken steenkolen; -het grootere Mull alleen trekt een donkere lijn langs den horizon. - -Casper stond weer onwillekeurig naast juffrouw Bauer; beide zwegen, -zij had geen behoefte iets te zeggen, hij had er wel behoefte aan -maar vreesde niets zoozeer dan een banaliteit uit te spreken in deze -zoo geheel eigenaardige omgeving; toch kwam hij er toe: - -"Het uitzicht hier loont de moeite van het klimmen wel, vindt u niet?" - -"Neen," zeide zij eenvoudig, "dat ziet men ook beneden. Na de -Fingalsgrot moest men vandaag zijn oogen sluiten en niets meer zien, -niets meer hooren." - -"Ja, 't is moeilijk iets wonderbaarder te zien. Wat men ook later ziet, -dat blijft." - -"Ik geloof voor goed!" - -Zij streek met de hand over het voorhoofd en drukte er haar palm op. - -"'t Is als iets, wat men heel diep gevoeld heeft," zeide Casper, -"een groote vreugde, een zwaar verdriet." - -Zij zag hem aan. - -"Vindt u dat vreugde iets blijvends nalaat?" - -"Ja, ofschoon--ik weet het niet, zoo'n groote vreugde heb ik nooit -ondervonden." - -"Och, dat zal niemand ooit ondervinden, denk ik. De eerstvolgende -indruk van verdriet wischt alle sporen uit, zoodat zij onvindbaar -blijven." De groeven om haar kin waren nu zoo diep dat Casper naar -niets anders zien kon, terwijl hij haar bestudeerde. - -"U spreekt bij ondervinding!" - -Het woord was er nog niet uit of hij had er spijt van het gezegd te -hebben, 't scheen een soort van indringen te zijn in haar gemoedsleven, -waartoe hij geen recht had en wat kon 't hem toch ook eigenlijk -schelen of die juffrouw, die hij vandaag voor het eerst zag en die -hij morgen niet meer zou terugzien, verdriet had gehad of plezier. - -"Neen," zeide zij eenvoudig, "ik weet niet, wat groot verdriet is, ik -geloof dat niemand dat tegenwoordig meer weet. Men heeft zorg of men -verliest iets: geld, familie of eer, men schreit het een paar traantjes -na, maar dan schikt men zich, zoolang men dagelijksch comfort behoudt; -men komt er over heen en 't is voorbij, vóór men 't weet." - -Casper dacht aan den dood zijner moeder van den winter; hij had -toen erg aangegaan, maar och! dat hij zich zoo snel zou schikken in -het onvermijdelijke, dat hij zoo dadelijk weer belangstelling zou -opvatten in allerlei kleinigheden van het dagelijksch leven, dat hij -weer zoo spoedig gewoon had kunnen praten en lachen, dat had hem zelf -het meest verwonderd, want hij hield toch dol van zijn oude vrouw, -en nu nog kon hij er niet aan denken dat hij ze niet meer had of hij -voelde iets uit zijn keel opstijgen naar zijn oogen, maar dan dacht hij -gauw aan iets anders, als hij 't voelde aankomen en zei een gekheidje. - -"Misschien heeft u gelijk," zeide hij eindelijk; "men heeft zooveel -verstrooiing en afleiding tegenwoordig, er is altijd zooveel te zien -en te doen en te hooren." - -"Men heeft geen tijd met zoo'n naren gast als zijn verdriet te leven, -en ook geen lust. Zij bellen daar, is dat het sein om naar beneden -te gaan?" - -"Om ons in te schepen, ja." - -"Adieu Staffa! adieu!" zeide Casper toen het schuitje wegvoer en -wuifde het rotsgevaarte een afscheidsgroet toe. - -"Forever, denk ik!" riep Berkmans. - -"En 't is goed ook," meende juffrouw Bauer. - -"Ja, die trap is een waar heksenwerk, meer dan de Heksentrappen in -den Harz." - -"Rosstrappe. Heksentanzplatz," verbeterde Casper. - -"O ja, 't is waar ook! Het doet er niet toe, een jodentoer. Als Betsie -'t hoort..." - -"Daarom verlangt u toch ook niet van de Fingalsgrot voorgoed afscheid -te nemen?" - -Zij glimlachte, een helderen zonnigen glimlach, zij zag er nu geheel -uit als een kind. Casper voelde plotseling een onweerstaanbaren lust -haar op te nemen en over die rotsen te springen met zijn lichten last -in de armen. - -Hoe had hij 't niet eer gemerkt, zij zag er allerliefst uit, zoo'n -klein pittig ding, zoo heel anders dan zooeven toen zij zoo diepzinnig -en ouwelijk redeneerde over smart en vreugd. - -"Als 't daarvoor was, dan zou ik er wel raad op weten, dan presenteerde -ik u mijn arm." Het gebaar dat hij maakte verried duidelijk hoe het -zijn bedoeling was, dien forschen arm niet te presenteeren als steun -maar eenvoudig als zitplaats. - -"Maar u heeft het niet noodig. U is zoo flink, zoo zelfgenoegzaam," -ging hij voort met een tintje spijt in de stem. - -"Een dame, die liever alleen reist, heeft geen armen van heeren -noodig," merkte Berkmans bits op. - -"Minder dan heeren een dameshand," zeide zij en weer kwam dat -schalksche kuiltje voor den dag. - -Casper begreep nu dat het dit kuiltje was dat haar zoo'n -onweerstaanbaar lieve uitdrukking gaf. Hij lachte hartelijk alleen om -het genot van het lachen, omdat hij plotseling het leven zoo prettig -vond, en dat zitten in die schuit zoo leuk, zoo onbetaalbaar leuk. - -"Ik reis niet voor mijn plezier alléén." - -Het kuiltje was verdwenen en die twee akelige rimpels waren er weer -als twee grimmige schildwachten, die de lippen wilden beletten te -lachen, of aardige, vroolijke dingen te zeggen. - -"Toch ook niet voor uw verdriet?" - -Die vraag van Berkmans klonk zoo scherp, dat Van Eyken er nijdig om -werd; nog eens wat ging 't hun toch aan of zij alléén of in gezelschap, -voor haar genot òf voor haar verdriet reisde? - -"Neen, ik reis alléén, omdat ik geen gezelschap heb." - -"Daar is altijd toch wel aan te komen." - -"Niet aan het gezelschap dat ik hooger stel dan eenzaamheid." - -"Dat zal de juffrouw toch wel zelf het beste weten, Jo," snauwde -Casper, "'t is onze zaak niet. De dames doen tegenwoordig zooveel -dingen alleen, waarom niet reizen?" - -"Trouwen daar alleen moeten zij toch nog met twee voor zijn. Wat zij -ook voor andere liefhebberijen bij de hand mogen hebben, dat doen -zij toch nog maar altijd het liefst." - -Casper zag haar ongerust aan; hij vond zijn zwager grof en begreep -dat zij het ook moest vinden. Maar zij zag weer met haar blik van -zooeven, haar open, helderen blik, die zich zoo rustig op menschen -en dingen kon vestigen en met dien blik drong zij in den zijne. "U -is het zeker geheel met mijnheer Berkmans eens?" zeide zij. - -"Volstrekt niet! U heeft het zooeven immers gehoord, ik ken de vrouwen -maar zeer oppervlakkig." - -"En toch beoordeelt u ze zoo scherp?" - -"Uit egoïsme." - -"Dat schijnt wel en dat verklaart veel!" - -Juist moesten zij uit de schuitjes weer op de groote boot -stappen. Casper bood als onwillekeurig zijn hand aan het meisje, het -was een daad van galanterie, die hij geheel instinctmatig scheen te -vervullen en zij namen het ook zoo aan, als iets dat vanzelf sprak. - -Berkmans zuchtte diep, een zucht van verlichting toen hij weer de -planken van het dek onder de voeten had; een oogenblik later ging -hij naar beneden. - -"Ik ga even zien of er wat te lunchen valt en jij Cas, hoe denk jij -er over?" - -"'t Is mij te vroeg" - -Juffrouw Bauer stond weer bij de verschansing en zag hoe langzaam de -grot zich verwijderden. Casper kwam naast haar staan. - -"Nu heeft u A gezegd en daarom heb ik ook recht B te weten. Waarom -vindt u het goed dat wij Staffa niet meer terugzien?" - -"Omdat ik er één indruk heb ontvangen die blijft, een tweede zou een -afdruk zijn meer niet, en daarvoor reist men immers om indrukken te -ontvangen, om zijn geest volgeteekend te krijgen." - -"Ja, zoo'n soort van album er van te maken, dat men naar verkiezing -kan opslaan. Dat is waar, dat is het beste van het reizen, maar daar -heeft mijn zwager Berkmans geen verstand van." - -Weer dat lachje, dat als een tooverdrank Casper naar het hoofd steeg. - -"Ik wou dat u nooit lachte of altijd lachte," zeide hij, hij wist zelf -niet hoe hij zoo brutaal durfde zijn die woorden te zeggen. "Ik zou -onophoudelijk over mijn zwager kunnen praten, want dat doet u lachen." - -"Heusch niet! 't spijt me dat ik u zoo hinder!" - -"Mij hinderen!" - -"Ja, ten minste dat schijnt zoo, maar ik vind het zoo onweerstaanbaar -grappig, die tegenstelling van hollandsche sommen en deze natuur." - -Zij strekte haar hand met een vluchtige beweging uit naar het water -rondom hen. - -"Dat is de Oceaan, die komt uit Amerika, die sloot eeuwen lang Europa -af. De Atlantische Oceaan, 't is dezelfde zee en toch zoo heel anders -dan bij Zandvoort." - -"U houdt van contrasten?" - -"Bijzonder en daarom geniet ik hier zoo. 't Is alles zoo eenvoudig, -zee, rots, hemel, meer niet en toch wat een afwisseling!" - -Nu gloeiden haar oogen en straalden haar lippen. - -"Is u werkelijk een Hollandsche?" vroeg Casper. - -"Ja werkelijk, waarom vraagt u dat?" - -"Omdat u zoo weinig Hollandsch doet." - -"Niet Engelsch of Amerikaansch genoeg om terug te brengen?" - -Weer lachte hij, zijn hartelijken gullen lach en ook het kuiltje danste -in haar wangen; toen zagen zij elkander aan en plotseling bloosden -zij beiden en zij boog zich over de verschansing en zag diep in de zee. - - - - - - -III. - - -"De muttonchop was heerlijk, hoor! Ik kan ze je recommandeeren," -zoo kwam Berkmans in het best denkbare humeur weer op het dek. - -Casper en juffrouw Bauer hadden niet meer gelachen maar zeer ernstig -gesproken. - -"Men zou zeggen een geheele Alpenwereld, die verzonken is in de -diepte en waar nu de zee over heen spoelt," had Casper juist gezegd -en wees op dat doolhof van rotsen, waartusschen de "Colomban" zich -vlug en sierlijk een weg baande. En nu moest hij op den muttonchop -van Jo antwoorden. - -"Ja, zoo meteen, en u, juffrouw Bauer?" - -"Ik zal een kop koffie nemen met beschuit." - -"O, neem toch in Engeland geen koffie en in Duitschland geen -thee!" riep Berkmans uit. "Betsie zegt...." - -"Zal ik u een kop koffie bestellen?" vroeg Casper, "en stoor u niet -aan de cosmopolitische drankstudiën van mijn zwager." - -"Neen, ik ga naar beneden. Wij komen toch in het eerste half uur nog -niet in Jona." - -Casper zei niets maar ging met haar mede. Jo zag hen na en dacht: - -"Nu, die is alweer ingepakt. Hoe onvoorzichtig, als zij nu nog maar -geen Hollandsche was! Betsie heeft gelijk. In het buitenland sluit -ze zich nooit aan bij Hollanders. Vreemdelingen, ça n'engage à rien, -maar landgenooten, je weet niet in wat voor wespennest je je steekt!" - -Casper zat beneden tegenover juffrouw Bauer, alsof vanzelf sprak; -het was of die lach het ijs tusschen hen gebroken had. Zij spraken -druk zonder jacht op geestigheden, zonder diepzinnige bespiegelingen. - -Juffrouw Bauer vertelde dat zij met de stoomboot van Rotterdam naar -Edinburgh was gereisd; zij dweepte met Edinburgh. - -"En 't meest van Edinburgh?" - -"Princestreet met die prachtige winkels," maar weer kwam het kuiltje -om den hoek kijken. - -Casper haalde diep adem. - -"Dat doet me plezier," verklaarde hij. "'t Is zoo echt vrouwelijk!" - -"Ondegelijk, ijdel!" - -"Neen, natuurlijk!" - -"Dunkt u dat? Zou het niet juist onnatuurlijk zijn, omdat wij, vrouwen, -door eeuwenlange achteruitzetting gedwongen onzen troost te zoeken -in het kleine, in het onbeduidende ons eenig genot vinden?" - -"O neen, nu spreekt u of u lid is van de Vrije Vrouwenvereniging, -ik vind dat juist allerliefst en dat een dame moed heeft zoo iets te -durven zeggen in onzen tijd dat vind ik--eenig." - -"Dus u denkt dat ik 't meen?" - -"U kan niet zeggen wat u niet meent." - -Zij lachte een geheimzinnig, aantrekkelijk ernstig lachje, heel iets -anders weer dan dat van zooeven en roerde met neergeslagen oogen haar -kopje koffie om. - -"En toen heeft u den verplichten klassieken toer gemaakt," zoo -eindigde Casper de pauze. "Callander, de Trossachs, Loch Katrine, -Loch Lomond--Glasgow!" - -"Ja, contrast--alles contrast." - -En zij spraken druk, als hadden zij behoefte zich te verstrooien, -over glens en lochs, over heide en meren. - -"Maar dat Glasgow, dat vreeselijke Glasgow! O, hoe jammer, dat het -die heerlijke, schotsche lucht bederft met zijn rook." - -"En daar woon ik nu! Beklaag u mij niet?" - -"Ja," zeide zij eenvoudig, "maar nog meer als u de zee en de bergen -niet zoo dicht bij u had om er te vluchten als de rooklucht u te -zwaar werd." - -Er werd gebeld, Jona was in het gezicht; men moest weer uitstappen. - -"Ze laten je geen uur met rust," zuchtte Berkmans, maar hij stapte toch -uit en het drietal bleef bij elkander als hadden zij het afgesproken. - -"Alweer contrast, hier vlakte, daar de rots van Staffa. Dat is het -leven zooals ik het gaarne opvat; telkens iets nieuws, telkens iets -verschillends," zeide Casper. - -"Dat je niet tot adem laat komen," meende Jo. - -Juffrouw Bauer keek hem aan; zij scheen tien jaar ouder zoo moede en -afgemat stond nu haar gezicht, haar oog, haar mond, alles. - -"Ja, het leven vermoeit." - -"Zoo'n dag als vandaag ook?" vroeg Casper. - -"Die zijn er te weinig, dat rust uit!" - -"Is u werkelijk moe? Wil u dan niet leunen!" - -Zij bedacht zich even, toen legde zij haar arm op de zijne. - -"Ja, 't is vermoeiend, vooral voor dames. Betsie had het ook -gevoeld. En die heeft nog anders wat mee te dragen dan de juffrouw!" - -"Ik ben niet moe van het loopen," zeide zij, "maar...." - -Zij voleinde haar gedachte niet en Casper vroeg niet verder. - -Johan Berkmans werd aangeklampt door zijn vriendin van uit het -schuitje, die de weldoordachte opmerking maakte dat men hier toch -veel gemakkelijker liep dan in Staffa, ofschoon het ook niet over -asphalt ging. - -Een pad, ruw geplaveid, dat den somberen naam van "Weg der dooden" -draagt, voert eerst langs armelijke hutten, terwijl kleine bedelaars -steentjes en schelpjes aanbieden in ruil voor een aalmoes, en verder -naar eenige brokstukken van muren. - -"Dat was vroeger een nonnenklooster," zei de gids en wees op den -grafsteen eener abdis. - -"Hoe mal," riep Berkmans uit, het stijve in den steen gegrifte beeld -beschouwende, dat twee engelen terzijde had, "die oude juffrouw heeft -een kam en een spiegel boven haar hoofd." - -"Misschien heeft zij daar in haar leven te weinig gebruik van kunnen -maken," zeide juffrouw Bauer. - -De cicerone wist ook van het zonderlinge denkbeeld, om toiletartikelen -op den grafsteen van een abdis te plaatsen, geen uitlegging te geven -en drong zijn oplettend luisterende kudde aan voort te maken. - -"De leer der contrasten alweer, die hier overal gepredikt wordt," -zei Casper, "dood en pronk!" - -"Het kruis van Jona," riep juffrouw Bauer eensklaps opgewonden uit en -wees op het oud Iersche kruis, dat terzijde van den "Weg der dooden" -stond. - -Een sierlijk kruis met fantastisch snijwerk versierd, rustend op een -zwaar voetstuk van graniet. Vroeger, vertelde de gids, waren hier -driehonderd van zulke kruisen geweest, maar de Puriteinen hadden -ze vernield. - -"Nu zijn ze verhuisd naar Princestreet, naar de juwelierswinkels," -zeide het meisje half spottend, "daar ergeren zij niemand." - -"Betsie heeft er ook zoo een gekocht. Kruisen zijn wel niet in de mode, -maar zoo'n Jonakruis is toch altijd iets bijzonders, vond zij." - -"Dit is het koningenkerkhof!" - -Allen zwegen onwillekeurig. Jona was eens de grafplaats der Heeren -van de Eilanden; nadat zij naar hartelust hun leven lang gemoord, -geplunderd, gevochten, brand gesticht, gevaren en gezworven hadden, -brachten de met rouw getooide schepen hun lijken naar dit eenzame -eiland. Hier wenschten zij te rusten in de aarde, welke zij voor -heilig hielden. - -Indrukwekkend zijn de koninklijke grafsteden van Europa, de plaatsen -waar zooveel macht en zooveel grootheid langzaam overgaan in stof en -asch. Het Escuriaal, Saint-Denis, Westminster-Abdij, maar geen van -allen wellicht kan de sombere grootheid evenaren van dit eiland in -den Atlantischen Oceaan, waaromheen de wateren der onmetelijke zee -hun eindelooze doodsgetijden zingen. De blauwachtige, grijze steenen -liggen daar naast elkander geschaard, de zonnestralen verschroeien ze, -de storm loeit over hen en begraaft ze onder stof, de sneeuw bedekt -hen soms voeten diep en de herinnering aan de machtige heeren, de -geweldige tyrannen, die hier in de koningsgraven rusten, is verdwenen -als de sneeuw van den winter, verstoven als de storm van gisteren. - -Niemand weet hun daden meer, niemand kent hun afstamming of hun -nageslacht; men leest de inschriften die allen Mac Gregors, Mac -Douglas, Mackenzies, Mac Kennans of Macleans verkondigen, men ziet naar -de schilden met hun half afgesleten wapens, en 't is of niets meer -de afgebroken keten aaneenhecht, of geen schakel meer reikt uit dat -verre verleden naar het frissche heden, of dat alles voorgoed dood, -begraven, vergeten is. - -"Macbeth," las Casper op een der steenen. "Hij alleen leeft! De poëzie -heeft hem uit zijn koningsgraf gehaald en een leven geschonken schooner -misschien dan het zijne eens werkelijk geweest is." - -"Vindt u Macbeth's leven schoon?" - -"Zooals wij het kennen door Shakespeare, ja!" - -"Ik vind Macbeth een allerakeligst stuk. Jongen, ik heb vóór dat de -komedie op het Leidscheplein afbrandde Bouwmeester daar den Macbeth -zien spelen. Naar, hoor! Naar! En eens Sarah Bernhardt als Lady -Macbeth, maar ik vond Frenkel veel beter en Betsie ook. 't Leek er -niet naar!" - -"Amsterdam en het Leidscheplein tusschen de koningsgraven van Jona. De -gids is weer een eind weg. Wij moeten hem inhalen." - -"Ik wou dat die gids op den Ben-Nevis zat en ik hier mocht -ronddwalen...." - -"Ja, ik ook." - -"Maar dan met u!" - -Zij antwoordde niet, maar Casper zag dat het vel achter haar fijne -oortjes vuurrood werd. Zij had het dus wel verstaan; toch klonk haar -stem natuurlijk, toen zij bij de ruïne stond van het klooster van -Sint-Columban. Een groot veld vol bouwvallen, waarin gras en onkruid -welig woekert, opschietend tusschen de steenen, klimop zich slingert -om de bogen en holle ramen, nieuw leven uitstortend over den dood. Een -geweldig brok van een toren verheft zich somber en dreigend ten hemel; -daaromheen nog sierlijke bogen, half afgebroken zuilen, overblijfselen -van voorbijgegane heerlijkheid, en dan weer graven en nog eens graven. - -"Zooeven sprak u van een ondergegane Alpenwereld door de zee bedolven, -hier is het een andere beschaafde wereld, door domme dweepzucht -verwoest," zeide juffrouw Bauer. - -"Ja, men kan het zich nauwelijks begrijpen, hier was 't reeds -een brandpunt van beschaving, toen Londen nog niets was dan een -vesting tegen de barbaren, Glasgow een woest bosch, Amsterdam een -visschersdorp of nog minder. Hier werd reeds gestudeerd, gelezen, -geschreven, toen de engelsche fabrikant niets anders was dan een -zeeroover en de hollandsche leeraar in de wiskunde een jager." - -"En nu is het nog maar een graf, een reusachtig graf," zij huiverde, -"en zal het ook eens zoo gaan met Londen en Glasgow?" - -"Met de heele wereld," zeide Berkmans, "'t is mathematisch zeker dat -wij allen van koude zullen sterven en de aarde dan doodsch en somber -wordt als een reusachtig graf." - -"Maar nu schijnt de zon nog, nu hebben wij het nog warm, nu zien wij -neer op den dood en op het verleden, trotsch op ons bestaan." - -Hij zag er zoo vol leven en kracht uit, terwijl hij dit sprak, zoo -fier en sterk, dat onwillekeurig het gelaat van Andrée Bauer haar -bewondering uitsprak; zij voelde het, keerde zich om en vroeg den -gids om een kleine inlichting. - -Nu werd haar een steen gewezen--Columbans slaapplaats, later zijn -sterfbed. - -"Dat is me ook een liefhebberij zoo te slapen." - -"Gelukkig de tijd toen men nog een overtuiging had en voor die -overtuiging kon lijden en sterven," zeide Andrée halfluid, "en -zelfs--zijn slaap opofferen." - -"Gelooft u dat die overtuiging nu niet meer bestaat?" vroeg Van Eyken. - -"Waar zou ze nog zijn? Niemand gelooft, niemand hoopt immers meer -iets! Men tracht het fundament van elke eerlijke overtuiging te -ondermijnen en klaagt dan nog dat niemand overtuiging meer bezit -en 't was toch zoo heerlijk, die zegepraal van den geest over de -stof. De geest van een Columban, die leven bracht in deze steenen, -die deze wildernis herschiep in een paradijs, die beschaving plantte -terwijl overal nog barbaarschheid heerschte--en tot rustplaats voor -zichzelf maar een steen koos." - -"Vond u waarlijk Princestreet zoo mooi?" vroeg Casper, "ik begin er -aan te twijfelen." - -"Daar denk en voel ik weer anders dan hier," antwoordde zij eenvoudig. - -"Weet u wat Dr. Johnson zeide van Jona: "De man is niet te benijden, -wiens vaderlandsliefde niet aan kracht wint op het veld van Marathon, -of wiens vroomheid niet levendiger gloeit bij de bouwvallen van Jona." - -"Vaderlandsliefde en vroomheid zijn geen mode-artikelen meer; dat -zou Johnson zelf moeten erkennen als hij nu leefde, maar 't is waar, -hoe mooi wordt dit veld van ruïnes alleen door de verbeelding en de -herinnering. In Staffa had men den indruk maar in zich op te nemen, -het had aan zijn eigen schoonheid genoeg, hier moet men eerst zijn -weten uitstorten over alles wat zoo vernield en misvormd lijkt en -dan bloeit het weer op in een geheel andere schoonheid." - -Hij legde haar arm op den zijne. - -"U is toch een dweepster; ik had het niet gedacht." - -"Waarvoor ziet u mij dan aan?" vroeg zij. - -"Voor een raadsel! Maar een raadsel vol pikanterie." - -"De oplossing zal u tegenvallen." - -"O, neen! Dat kan ik niet denken." - -"Ik ben er zeker van. Daarom, raad maar niet, u doet er mij plezier -mee." - -Zij waren een eind voortgeloopen nog steeds arm in arm. - -"U kan niet gearmd loopen, u komt telkens uit den pas," zeide hij -lachend en trachtte zijne stappen naar haar te regelen. - -"Ik ben het niet gewoon gearmd te loopen." - -"Dan heeft u geen broeder, geen vader, geen zwager, geen--geen--" - -"Geen, wat?" - -"O, neen! anders zou u hier niet alleen zijn." - -"O, dat alleen, dat alleen! Het ergert uw zwager geweldig, is het -zoo niet?" - -"Honny soit qui mal y pense! Maar toch ik zou wel willen weten, of -u altijd zoo geheel alleen door 't leven gaat als nu door Schotland." - -"Ja, geheel alleen. Ik ben onafhankelijk en wil mij niet belasten -met een juffrouw van gezelschap, een vriendin, een nichtje of...." - -"Een man?" - -Zij lachte en antwoordde niet. - -"Ik ben ook alleen," zeide Casper voort. - -"En u vreest ook uw vrijheid op te geven en op te offeren aan minder -aangenaam gezelschap?" - -"Juist, dat is 't--minder aangenaam gezelschap, maar voor een vrouw -is dat iets anders. Alleen zijn voor een vrouw moet iets vreeselijks -zijn." - -Zij schudde het hoofd. - -"Ik heb het nooit gevonden." - -"En als de dag komt dat u het vindt?" - -Zij zag hem aan met diezelfde troostelooze uitdrukking van zooeven. - -"Dan zal ik 't nog bitterder betreuren, dat ik niet kan voelen als -Columban en niet gelooven als hij." - -"Arm, klein vogeltje!" zeide Casper eensklaps op een hartelijken -beschermenden toon. - -"Dat moet u niet zeggen!" - -En haar stem eindigde in een snik, hij drukte haar hand, die op zijn -eenen arm rustte, vast in zijn andere hand. - -"'t Staat u niet, zoo ferm te willen doen. Ik ken u pas een paar -uren, maar ik weet het reeds; u is een zwak, lief poppetje; gemaakt -om vertroeteld te worden en te vertroetelen. En ik heb zoo'n lust -het te doen, o, als u 't wist...." - -"Cas! Cas!" - -"Wat is er?" Met een gezicht als een onweersbui keek Van Eyken om. - -"Wat dunkt je, zal ik wat van die schelpjes koopen voor tante Mina? Je -weet, zij is er dol op." - -"Ga je gang!" - -"Ja, maar ik versta dat koeterwaalsch van dat volk niet. Dat is nooit -engelsch, ten minste engelsch zooals ik het ken." - -Hij was met een groep van tien, twaalf jongens tot dicht bij het -tweetal gekomen, de jongens schreeuwden en boden door elkander, hielden -hem hun waren tot dicht bij den neus, stieten elkander onzacht van -zich af om dan weer mekaar uit te schelden. - -"Ik begrijp niet," zeide van Eyken, "wat je er een plezier in kunt -hebben dat bedelaarsvolk aan te halen. Je bent er zoo gauw niet -af. Wat moet je hebben? Dit? Geef hun een shilling, laat ze daarom -vechten en uit is de grap!" - -"Maar een shilling voor die prullen!" - -Andrée had intusschen zijn arm losgelaten en was alleen naar de -aanlegplaats gegaan, waar zij in een der volste booten stapte. - -Berkmans had zich eindelijk met een hoop penny's van zijn kwelgeesten -bevrijd en liep nu naast Casper. - -"Zeg eens vriend," zeide hij, "ik wou je een paar woorden zeggen. Je -hebt het zoo druk met die meid, jelui bent niet van mekaar af te slaan; -maar denk er aan, je kent haar volstrekt niet, je weet niets van haar -familie en je bent in Schotland, en als je daar maar een aardigheidje -tegen een meisje zegt, heb ik wel eens gehoord, dan zit je er aan -vast en ben je wettig getrouwd." - -Casper wist niet of hij boos zou worden of lachen. Hij koos den -middenweg en vroeg spottend: - -"Zeg eens, ventje, wil je mij leeren wat schotsche gebruiken zijn? Ik -ben in elk geval langer hier dan jij en als elke malligheid, die je -tegen een meisje zegt, werkelijk zulke prettige gevolgen kon hebben, -dan had ik nu reeds minstens vijftig wettige vrouwen." - -Hij zag dat Andrée Bauer reeds in de schuit zat, die van wal stak; -zonder een woord te zeggen, stapte hij in de gereedstaande, door -Berkmans gevolgd, die blij was het hem eens goed gezegd te hebben. - -Je kon niet weten en Cas was toch in ieder geval Betsie's broer, -hij zou toch niet graag zien dat er iets voorviel als zij er niet -bij was. 't Is waar, Cas was nu precies geen kind meer, bij de dertig -reeds, maar als hij een dwaasheid doen wilde, dan moest hij 't maar -doen als Jo er niet bij was. - - - - - - -IV. - - -Casper liep een deuntje fluitend, met de handen op den rug, over het -dek op en neer. - -Dat deed hij altijd wanneer hij boos was en boos was hij nu bepaald, -op Johan in de eerste plaats, dan een beetje op juffrouw Bauer, -maar het meeste op zichzelf. - -Hoe gek zich zoo aan te stellen als een kwajongen; maar kon hij -'t zelf helpen? Vroeger als jongen was verliefdheid een chronische -ziekte van hem geweest; zijn zusters plaagden er hem altijd mee dat -zijn hart een omnibus was met slecht sluitende deuren, waarin de -eene dame na de andere passeerde, soms drie, vier en meer tegelijk in -plaats namen--voor een oogenblik. Maar in de laatste jaren had hij er -geen last meer van gehad; de schotsche vrouwen hadden er hem radikaal -van genezen en toen zijn moeder en zuster samenspanden om hem aan een -vrouw te helpen, had hij bepaald moeite gedaan voor een der dames van -haar keuze iets te voelen; het had niet willen lukken en de geestigste -zijner zusjes had gezegd, dat de omnibus nu buiten dienst was gesteld -en het paard dat hem trok, zeker bij den vilder was gebracht. - -En nu voelde hij plotseling weer alle symptomen van die ellendige -ziekte; prikkelbaar, abnormaal, hartkloppingen en toch--toch inwendig -een stemmetje dat zoo mooi zong en over zijn oogen een waas, dat alles -in zulk een heerlijke gloed zette, iets zoo koesterend van binnen, -iets wat hem tien jaren jonger maakte en toch had hij het land, dat -hij het voelde, dat John het merkte en er zijn wijsheid over luchten -moest. Natuurlijk zou die 't Betsie vertellen, en die had er zeker nog -meer wijsheid over te verkoopen. Ja, dat wist hij alles, 't was gek, -mal en toch, kon hij het helpen? Was die ellendige dwarskijker ook -maar in Oban gebleven! 't Duurde maar een oogenblikje, waarom zou -hij dat oogenblik niet genieten zonder aan de gevolgen te denken? - -Zoo dacht hij en al fluitend en op- en neerloopend verliet hem -langzamerhand zijn ergernis, maar zijn verliefdheid groeide bij de -minuut aan; zij zat niet op het dek, zij was zeker beneden in het -groote salon met de prachtige spiegelruiten rondom, het waaide nogal -hier boven of zou zij hem ontloopen? Had zij gemerkt dat Johan hem -waarschuwde? Dan dacht zij zeker, dat hij een pupil of zoo iets was, -die gehoorzaamheid was verschuldigd aan Berkmans. Dit zou hij haar -anders vertellen! En hij maakte zich gereed naar beneden te gaan, maar -toen dacht hij er eensklaps aan dat Berkmans ook voor den wind gevlucht -scheen en niet op het dek was. Zou die ook in het salon zitten? - -Wat kon 't hem schelen? En hij was boos op zichzelf dat hij daar aan -denken kon. In het salon zaten bijna alle passagiers. Berkmans deed -druk zijn Hollandsch-Engelsch bewonderen door de vriendin van straks, -haar man en nog een andere dame. Andrée zat op een der roodfluweelen -divans, haar oogen strak naar buiten om door de glazen te zien naar -de zwarte rotsmassa van Mull, die voorbij de spiegelruiten trok, -eindeloos lang, eentonig. - -Casper kwam regelrecht naar haar toe. - -"Is u bang voor den wind?" - -Zij schudde het hoofd en lachte weer zijn lievelingslach. - -Hij wist niet meer wat hij zeide of deed. - -"Kom naar boven! Kom! 't Is haast gedaan, en die aankomst in Oban -door den Sound of Kerrera is zoo mooi." - -Zij stond op, verward, verstrooid, alsof zij niets anders doen kon dan -hem gehoorzamen. Berkmans was zoo druk aan het redeneeren en het zoeken -zijner engelschen woorden, dat hij niet eens merkte, dat zijn zwager -in de kajuit was gekomen en juffrouw Bauer hem nu naar boven volgde. - -Zij stonden zwijgend bij de verschansing alsof zij alle aandacht -wijdden aan het sombere Mull, maar zij zagen niets. - -"Waar logeert u in Oban?" vroeg Casper. - -"In Hotel Albany." - -"Wij in Alexandra." - -"Ik ga van avond naar Edinburgh terug." - -"Wat, niet naar Inverness, door Loch Ness en naar Glencoe en Killie -Crankie?" - -"Neen, mijn vacantie is uit." - -"Uw vacantie, is uw heele leven dan geen vacantie?" - -Zij zuchtte en boog zich weer om in de golven te kunnen zien. - -"Dus dan zien wij elkander niet meer." - -"Hoogst waarschijnlijk niet!" - -Hij zweeg even; en beet op zijn dikken, blonden knevel. - -"Dat mag niet! Ik had juist gehoopt dat u zich bij ons zou aansluiten -om samen naar het Noorden te gaan, dan waren wij en partie carrée; -dat is veel gezelliger--" - -"O ja, dan kon u met uw zuster gaan en ik met mijnheer Berkmans!" - -Alweer die geestige kuiltjes. - -"Dat kan u begrijpen. Neen, ik vind het zoo vreeselijk jammer, wij -begonnen zoo aardig met elkaar op te schieten; onze kennismaking is -zoo vreemd begonnen." - -"Met een afluisterpartij. Neemt u mij dat niet kwalijk?" - -"Integendeel! 't Vleit mij dat u het de moeite waard vond naar mij -te luisteren, want Berkmans sprak niet veel." - -"En niets dat de moeite van het luisteren waard was, geloof ik." - -"Dus ik zie wel iets, dat u be- of liever dat u opviel?" - -"Ja, ik vond het interessant eens te hooren hoe de mannen oprecht -over onze tegenwoordige vrouwen denken." - -"Maar zoo zijn niet alle vrouwen." - -"Is dat een doekje voor het bloeden, of een zalfje op de wond? Ik -moet zeggen, u zou een uitstekende pleegzuster zijn." - -"Een pleegbroeder dan toch altijd." - -Beiden lachten weer. Casper begreep niet hoe hij er toe kwam al die -flauwiteiten te zeggen en toch wat luisterde zij aandachtig naar -hem, met haar verstandige, diepe oogen, al zou hij nog zoo iets -onbeduidends zeggen. - -"O, die bestaan ook," zeide zij ernstig. - -"Maar ik heb geen roeping het te worden. Ik haat alles wat met ziekten -en dood in verband staat. Ik dweep met leven en gezondheid." - -Zij voelde dat haar gelaat een aschkleurige tint kreeg, dat ondanks -den fellen wind al het bloed week uit haar lippen en wangen. - -"U heeft gelijk," zeide zij met doffe stem, "er gaat niets boven -het leven. Maar zij, die het moeten missen, die het langzaam voelen -wegvluchten, hebben toch ook recht op onze zorg en sympathie." - -"Laat mijn buurman ze hun bewijzen," zeide hij, met een egoïsme zoo -kolossaal dat het niet ergeren kon. - -"En als het uw beurt is?" - -"Dan, dan zien we verder! Ik bekommer mij nooit om den dag van -morgen. Ik lijd op het oogenblik en ik geniet ook van het oogenblik -en het oogenblik vind ik nu heerlijker, dan ik van morgen gedacht had, -vandaag te zullen genieten." - -Nu bloosde zij weer; hij legde zijne hand op de hare! - -"En dat heb ik u te danken! Waarom wil u dan zoo gauw heengaan?" - -"Omdat de plicht mij roept!" - -"De plicht, de plicht!" - -"Waarom zegt u dat zoo spottend?" - -"Vrouwen en plichten!" - -"Is het geheele leven van de vrouw dan niet een plicht?" - -"Ja, op het papier, in theorie, maar in werkelijkheid nemen zij het -daar even zoo gemakkelijk mee als met al het andere en wat zou zoo'n -klein poppetje als u, die geen vader, geen broeder, geen man heeft, -plichten kunnen hebben?" - -"Moet men ze alleen tegenover de mannen hebben?" - -"Tegenover wie anders?" - -"Tegenover zichzelf, tegenover,--tegenover...." - -"U is toch geen onderwijzeres?" - -Hij zei dat op zulk een grappig angstigen toon, dat zij weer begon -te lachen. - -"Neen, dat ben ik toevallig niet." - -"Artiste? God beware me, dat was nog erger." - -"Neen, neen, raad u maar niet! Ik ben--niet." - -"Een allerliefst schepseltje, meer moet u niet trachten te worden." - -"Om in uw smaak te blijven vallen." - -"Dat zal uw zorg nogal zijn. Anders vertrok u van avond niet." - -Zij zweeg; hij ging na een poos als in zich zelf sprekend voort, -vol opgekropte ergernis: - -"'t Is zoo ellendig van die vrouwen tegenwoordig; zij willen van alles -zijn en vergeten daardoor het eenige wat zij eigenlijk moeten wezen." - -"De speelpop, de slavin van de mannen?" - -"Neen, onze vriendin, onze steun! Zij verwijderen zich hoe langer hoe -meer van ons, die zoogenaamde ontwikkelde vrouwen. Lees de boeken maar, -die de dames tegenwoordig bij dozijnen schrijven. De eenige mannen, -die deugen in haar oogen, zijn juist die de hare niet zijn. De man, -die voor haar werkt, geld verdient, deugt nooit. Zij nemen 't hem -kwalijk, dat hij het graag prettig heeft in huis, gaarne lekker eet -en na zijn werk op zijn gemak zit. Hij moet maar altijd klaar staan -om met haar in hooger sferen te leven, om met haar te praten over -de sociale quaestie, over kunst en literatuur en als hij dat niet -kan of wil, dan deugt hij niet, dan zoekt zij troost bij een vriend, -die natuurlijk in al deze dingen plezier heeft, zoolang hij haar man -niet is." - -"Och, die stumpers!" - -"Zeker, de vrouwen klagen over verdrukking, maar ik zeg, wij zijn -het die tegenwoordig verdrukt worden. Nu de vrouwen zoo verbazend -geleerd worden, zijn ze wijzer dan wij, wij kunnen er niet tegen -aan. De tijd is niet ver af, dat wij aan het wiegetouw gaan trekken -en zij het geld verdienen." - -"Is dat niet billijk? Ieder op zijn beurt. Wij hebben 't zoolang -gedaan; nu keeren wij de rollen om. Misschien gaat het dan beter en -heeft men minder reden tot klagen dan tegenwoordig." - -"Neen, daar kan ik mij niet in vinden. Ik moet een vrouw hebben, die -ik beschermen kan, voor wie ik werken moet, die in mij haar hulp, -haar steun, haar beschermer vindt, die mij eerst snibbig toe mag -roepen als Gretchen: - -"Kann unbegleitet nach Hause gehen," maar die dan toch later bewijst -dat ik haar alles ben en mij niet deelt met allerlei liefhebberijen -en om haar ernstige plichten tegenover de maatschappij mij achter de -bank schuift." - -"U is egoïst! En geen klein beetje ook!" - -"Ja, dat beken ik. En ik beweer ook het recht te hebben het te zijn; -als ik hard werk voor mijne vrouw, als ik haar liefheb en op de handen -draag, dan mag ik ook aanspraak maken op haar zorg en op haar liefde, -dan moet zij ook even gelukkig zijn mij die te kunnen geven. Maar als -onbegrepen martelares naast mij gaan, op mij neer zien van haar hoog -standpunt, neen, dan liever alleen blijven mijn leven lang." - -Zij hield zich vast aan de verschansing en sloot de oogen, in een -beweging van zich te laten gaan, van zichzelf te vergeten en te rusten. - -Hij naderde haar zoo dicht dat zijn adem zich met den wind mengde en -haar dartele krulletjes deed opstuiven. - -"Dat is mijn idee over het leven tusschen man en vrouw en tot vandaag -heb ik mijn ideaal niet ontmoet, met wie ik zoo'n leven mogelijk -achtte, maar sedert een paar uur is het anders. Begrijpt u dat, -juffrouw Bauer?" - -Zij zweeg en boog dieper het hoofd. - -"U heeft het begrepen, ik hoef het niet eens te vragen, maar zeg me -ronduit, de tijd is zoo beperkt. Vergis ik mij?" - -Nog bleef zij zwijgen. - -"Vindt u mijn ideaal uitvoerbaar of is u gelijk aan alle andere -vrouwen van uw ontwikkeling en uw stand blijkbaar? Dan heb ik niets -gezegd en ik heb mij vergist. Dat is alles." - -"Ja, u vergist zich," fluisterde zij eindelijk. "Ik kan dat niet voor -u zijn, onmogelijk." - -Eensklaps merkte hij dat zij snikte. - -"En waarom huilt u dan? Begrijpt u dan niet, wat ik moeite heb mij om -uwentwille in te houden, u niet in mijn armen te nemen en die tranen -van uw wangen te kussen?" - -"Och, ik bid u, plaag me niet?" - -"Maar daar is geen quaestie van plagen! Ik weet zelf niet, wat mij -drijft een meisje, dat ik pas sedert een paar uur ken, van wie -ik niets afweet, in mijn ziel te laten lezen en ten huwelijk te -vragen. 't Is vreeselijk onvoorzichtig, onberedeneerd, onhollandsch, -wat u maar wil. En u laat niets los! U zegt mij niets, wat licht kan -werpen op uzelf en op uw gevoelens." - -Zij keek rond, er was niemand in de nabijheid en zij wischte haar -tranen snel af, zenuwachtig lachend. - -"Ik ben zoo dwaas, maar och! ik kan niet anders zeggen, niet anders -doen. Op het oogenblik niet. Van avond ga ik naar Edinburgh en morgen -naar Holland...." - -"En dan moet ik u laten gaan? Denkt u dat ik er vrede mede heb." - -"'t Is toch beter! U moet nadenken!" - -"Nadenken, dus 't is niet geheel uit?" Zij begon nog harder te snikken. - -"Ik kan 't niet helpen, ik kan 't niet helpen! maar o, laat mij nu -wat tot mijzelf komen. Gaat u dien kant uit of liever gaat u naar -beneden? Straks vóór dat wij aankomen zeg ik u misschien iets." - -"Goed!" - -En Casper ging naar beneden; hij was half ontnuchterd. Het -geheimzinnige dat Andrée zooeven nog met zooveel aantrekkelijkheid -omgaf, boezemde hem nu angst en vrees in; hij had er spijt van zich -zoover te hebben gewaagd, toegegeven te hebben aan den roes die zijn -hersens omnevelde. - -Wie was zij? Een vrouw met een geheim, dat was zeker; maar wat voor -geheim? Berkmans had gelijk, men moet voorzichtig zijn, maar hij -was een impressionist, hij handelde altijd onder den invloed van het -oogenblik. Zijn egoïsme had hemzelf altijd bewaard van kwade avonturen, -daar hij eenvoudig de minder aangename gevolgen van zijn voorbijgaande -indrukken tot nu toe kalm uit den weg had kunnen gaan, en óf andere -er door leden daar vroeg hij eenvoudig niet naar, maar zoover had -hij zich nog nooit gewaagd en nu was plotseling de aardigheid er af. - -Wat deed ze ook zoo raar? Waarom zei ze niet eenvoudig ja of neen, -maar op een toon, dat men kon merken of zij 't meende of niet. Nu -zeide zij wel neen, maar meteen kwamen de waterlanders voor den dag -en verrieden dat zij honderdmalen liever ja zou hebben gezegd. Waarom -zeide zij het dan niet? - -Er was zeker een zeer gewichtige reden, wie weet wat. Een reden, -die hem misschien meer betrof dan haar. Hij werd er raar van; die -saaie Berkmans had misschien gelijk, wat hij gedaan en gezegd had -was onverantwoordelijk dom. - -Hij ging naar beneden en nam gedachteloos een paar in rood leder -gebonden boekjes met gezichten op, die over de tafels lagen te -slingeren. Zijn zwager zag hem binnenkomen, miste juffrouw Bauer en -was tevreden. Hij verliet zijn gezelschap en kwam naar hem toe. - -"Wij dineeren straks maar in het hotel, vind je niet, Cas?" - -"Dacht je het dan hier te doen?" - -"Ja, ik vreesde dat het te laat zou worden voor aan wal." - -"Zij wachten altijd op de aankomst van de boot." - -"O, dan is het goed." - -En gerustgesteld ging Berkmans eens boven kijken. - -Hij zag juffrouw Bauer op een stoeltje zitten, hij liet haar zitten -en besloot haar niet verder aan te halen, blijde dat de kennismaking -tusschen haar en zijn zwager, die zoo hard van stapel liep, nu tot -zulk een plotseling einde was gekomen. - -Het weer, dat dien morgen zich zoo bitter boos had aangesteld was -langzamerhand prachtig geworden; de zee een groen-blauwe spiegel, -de lucht een en al blauw met niets anders dan eenige dansende witte -wolkjes in het westen. - -Eindelijk was men het zwarte Mull kwijt en bevond zich nu in de open -zee; daar opent zich de Sound van Kerrera, vriendelijker wordt het -gezicht, het sombere verleden met zijn schrikbeelden heeft afgedaan; -vroolijke villa's, lonkende hotels verschuilen zich tusschen het groen, -de golf van Oban komt in het gezicht met zijn driedubbele guirlande -van landhuizen om de heuvels geslingerd, en de ruïnen Dunnstafnage -en Dunolly hun grimmigheid verbergend achter een mantel van groen -klimop. Met een zucht staat Casper van Eyken op om naar het dek terug -te gaan. - -Hij vindt het een zwaren gang, dien hij nu te doen heeft, wat hij -wenscht is hem zelf niet heel recht duidelijk, 't liefst misschien -dat zij aan alles een eind maakte; als zij dat doet weet hij zeker -dat hij een zucht van verlichting zal laten, maar als zij antwoordt: - -"Ja, neem mij in je armen! Zorg voor mij mijn leven lang. Er is niets -wat mij belet je voorstel aan te nemen." - -Dan voelt hij genoeg dat zijn ziel op zal jubelen en dat hij zich -gelukkig zal achten, omdat hij eindelijk zijn bestemming heeft -gevonden, maar hij kan het zelf niet zeggen òf hij naar dat geluk -verlangt, òf hij 't niet gemakkelijker en rustiger vindt het niet -te bezitten. - -In elk geval hij moet haar vragen wat zij beslist heeft; wie hem dat -voorspeld had dezen morgen dat hij hoogst waarschijnlijk een blauwtje -zou loopen! Men is toch nooit van zijn avond zeker. Hij lachte er -om en maakte een toertje rondom het dek, luisterde naar Berkmans' -opmerkingen over het landschap, over de eilanden, eilanden en nog eens -eilanden om hen heen en zag tot zijn ergernis dat toen hij af wilde -slaan om bij Andrée te komen, Jo aanstalten maakte met hem mee te gaan. - -"Zoo'n klis!" dacht hij, maar zonder zich in iets te geneeren liet -hij zijn zwager naast hem loopen tot dat zij bij de jonge dame kwamen. - -"De reis is uit," zeide hij en bleef tegenover haar staan, "heeft u -zich geamuseerd?" - -"O ja, buitengewoon," antwoordde zij haperend. Berkmans bleef sarrend -staan en zeide dat hij het ook een prachtige tocht vond. - -"U zal veel te vertellen hebben t'huis juffrouw!" voegde hij er bij. - -"O ja," antwoordde zij verstrooid. - -Zij had haar hoedje afgezet en de verwarde haren dansten in den wind; -zij zag er zoo nog veel jonger uit, eenvoudig kinderlijk; een paar -keer streek zij met de handen over dat haar maar het wilde niet meer -in de plooi raken. - -"Ik zal mij moeten opknappen, beneden," zeide zij, stond op en ging -weer naar het salon. - -Terwijl zij in den spiegel keek en hier en daar de weerbarstige lokken -opstak, zag zij het gezicht van Casper naast het hare weerkaatst. - -"Spoedig," drong hij aan, "of mijn meester komt weer voor luistervinkje -spelen. Ik moet nog een antwoord van u hebben?" - -"Heeft u geduld?" vroeg zij en nam een paar haarspelden van tusschen -haar lippen. - -"Dat ligt er naar." - -"Wil u een jaar wachten, dag vóór dag? Natuurlijk u is vrij, als u voor -dien tijd uw geluk vindt dan--zal het mij verheugen--maar anders-- --." - -"Maar anders!" - -"Waar gaat u heen het volgend jaar?" - -"Dat weet ik nog niet!" - -"Het volgende jaar om dezen tijd ben ik in Friedrichroda op den -Gottlobtempel." - -"En wat dan?" - -"Dat weet ik nu niet!" - -"En is dat alles?" - -"Alles!" - -"Moet ik daarop leven een jaar lang?" - -"U moet niets. Ik zeg dit maar als u na een jaar mij nog wil ontmoeten, -onthoud het dan!" - -Hij zag haar hoe langer hoe meer verbaasd aan. - -"En krijg ik anders niets meer van u te hooren. Niets, volstrekt -niets?" - -Zij lachte weer op de wijze, die zoo onweerstaanbaar op hem werkte -als een tooverdrank. - -"Een jaar is zoo vreeselijk lang?" - -"Wie weet hoe kort u het zal vinden!" - -"Zonder dat lachje? Neen!" - -Zij zette haar hoedje op, trok haar handschoenen aan en deed alles -ingespannen met ernst, opdat hij niet zou merken hoe haar lippen -trilden en haar handen beefden. - -"En als ik dan niet kan?" - -"Dan komt u niet!" - -"En als ik een vergeefsche reis maak?" - -"Dan ziet u eens iets anders dan Engeland of Schotland en dat is ook -de moeite waard. Nu, mijnheer van Eyken, tot wederziens of--vaarwel!" - -Hij reikte haar de hand en drukte de hare stevig in de zijne; zij had -het kunnen uitschreeuwen van pijn, zoo voelde zij den greep zijner -vingers, en toch deed het haar oogen stralen. - -"Tot wederziens," sprak hij met nadruk en weg was hij. - -Eenige oogenblikken later landde men in Oban en stapte uit. Betsie -stond hen op te wachten. - -"Wil je haar je nieuwe vriendin niet presenteeren?" - -"Niet noodig," zeide Cas kortweg. - -De jonge dame ging met veerkrachtigen tred zonder om te zien haar weg -naar het Albany-hotel en Berkmans stak zijn hand onder den arm zijner -vrouw en vertelde haar hoe het zoo vreeselijk jammer geweest was dat -zij niet mee was gegaan, zoo interessant dat Staffa en dat Jona en -'t weêr hield zich zoo goed en wat zij wel gedaan had dien heelen -dag! Casper liep hen vooruit; hij zocht naar een time-table om te -zien wanneer er een trein naar Edinburgh vertrok. - -Hij haastte zich met het diner om bijtijds aan het station te -komen, en toen hij er was en bleef tot het laatste oogenblik zag hij -nergens een juffrouw Bauer. Teleurgesteld keerde hij naar zijn hotel -terug; de aardigheid van de reis was er voor hem af, meende hij, -maar den volgenden morgen was er weer iets anders dat hem boeide -en langzamerhand dacht hij alleen aan Andrée als aan een prettig, -maar dwaas avontuurtje. - - - - - - -V. - - -Zij zat in het koepeltje, dat hoog tegen den groenen berg schijnt -te hangen; haar handen in de schoot, haar hoofd achter over geleund, -haar oogen gesloten, zoo zat zij moede, doodmoede, te moe om te denken, -te moe om te spreken, te moe om te hopen of te verwachten. - -Zij had zich hier naar boven gesleept en een paar maal had zij gedacht -onderweg neer te vallen en daar te blijven liggen tot iemand zich over -haar ontfermde; maar nu was zij er eindelijk en zij zat er reeds uren -en uren lang. - -Touristen kwamen langs haar heen, wierpen een verwonderden blik -op haar of zagen haar nauwelijks aan; zij hadden het druk over dat -"wunderhübsche Aussicht" over dit punt over dat gezicht. Oude dames, -die altijd kleine en groote duitsche gezelschappen vergezellen; en ons -den afkeer voor de duitsche "Schwiegermütter" helpen begrijpen, kwamen -hijgend en blazend naast haar zitten, bezorgde moeders lieten angstige -gilletjes als haar lievelingen te dicht bij de ijzeren balustrade -kwamen; andere vonden het de moeite niet waard een gesprek over "de -Kinderwäsche" te interrompeeren alleen omdat men hier op een hoogte is, -welke men beklommen moet hebben voor het mooie gezicht. Een enkelen -keer hoorde zij Hollandsch praten, Hollandsch Duitsch voorlezen uit -Baedeker of Mayer. Zij liet hen praten en hoorde hen als spraken zij -in een droom. - -"Slaapt die juffrouw?" hoorde zij een hollandsche oude heer gemoedelijk -vragen. - -"Ach gunst: Het schaap zal kou vatten," meende zijn bezorgde vrouw. - -En ook zij gingen weer verder en zij bleef over, steeds meer en meer -alleen, want het restje hoop dat haar gesteund en moed gegeven had -om hier boven op te komen, werd kleiner en kleiner en eindelijk bleef -er niets van over. - -Ach! zij had het immers wel gedacht, dien langen, langen winter -door! Het was te dwaas daaraan te hechten, en toch blonk dit koepeltje, -dat zij jaren geleden eens in het voorbijgaan had gezien, als een -heldere ster in het doffe grijs dat haar leven en haar gedachten -omhulde; hoe dikwijls droomde zij er van en werd dan wakker, trillend -van vreugde omdat zij zich een oogenblik verbeeld had dat haar wensch -vervuld, haar verwachting bewaarheid werd. - -En toen het tijd was op reis te gaan, begaf zij zich op weg, alleen, -altijd alleen, maar toch met zooveel hoop, zoovele illusiën, zij -voelde zich zoo rijk als nooit te voren. Zij bezocht groote steden, -Aken, Keulen, Cassel, zij zag alles wat men zien moest. Zij beklom -den Wartburg, zij wandelde door het Annathal, zij zag alles wat zij -moest zien, maar het was of ze een droomleven leidde, of wat zij -hoorde en zag niet tot het diepste van haar wezen doordrong, want dat -wezen was slechts één wensch, één verlangen. Maar naarmate de bepaalde -dag naderde zonk haar moed, verdwenen haar illusiën, smolt haar droom -inéén; het licht dat uit haar binnenste te voorschijn gloorde en alles -om haar heen zoo fantastisch, zoo onwerkelijk tintte, werd flauwer en -flauwer, zij stond op het punt terug te gaan of verder, veel verder -heen te reizen, zich te verbergen, en toen glimlachte ze weer, een -wreeden, droeven glimlach. Waartoe zou het ook dienen? Hij zou er toch -niet wezen; dat begreep zij immers alsof iemand het haar gezegd had. - -Zij voelde zich zwak, zoo zwak, dat zij de groote verrassing, de -namelooze blijdschap niet zou kunnen dragen en als zij hem had zien -staan in het hooge tempeltje, als zij die stem waarvan de klank haar -zonder ophouden in de ooren ruischte weer had mogen hooren, als zij -die armen om haar heen zou voelen en zij zich nestelen kon aan zijn -borst om daar uit te rusten van alles wat haar zoo had afgemat. - -Maar hij was er niet; en toen zij dien berg als 't ware was opgekropen -en den koepel ledig vond, toen begreep zij pas hoe groot de hoop -was geweest, waarop zij had geleefd een jaar lang, hoe deze haar -als het ware had voortgedragen en hoe zij nu zwak en hulpeloos werd, -nu deze haar begaf. - -Zij zonk op een bank neer, te moe, te teleurgesteld dan dat zij nog -deze ééne gedachte denken kon: "hij kan nog komen!" - -Neen, zij wist het nu, hij was weg, weg; hij had het vergeten of -misschien kon hij niet komen, misschien was hij ziek, dood! Zij -glimlachte treurig. Dood, hij die reus vol kracht en levenslust, -terwijl zij zwakke nog leefde, zij nog hierheen kon kruipen. - -Geen blik had zij meer voor de bergen om haar heen, voor het liefelijke -dal, dat zich aan haar voeten kronkelde, voor al die donkergroene -heuvels, waartegen ginds de stad met haar villa's aan beide zijden -opsteeg. - -Zij dacht aan de legende van dit Gottlobtempeltje; daar tegenover -verhief zich eens de sterke burcht de Schauenburg op den bergtop; hij -werd bewoond door een ongemakkelijk heer, die een eenige dochter bezat. - -Tevergeefs wierven de jonge ridders uit den omtrek om haar hand; de -vader gunde haar aan niemand, òf hij moest haar op den arm nemen en -met haar onafgebroken voortloopen tot den tegenoverstaanden heuveltop. - -Een ridder zag haar aan en in haar blik lag zeker een aanmoediging -want hij nam de jonkvrouw op den arm, snelde den Schauenburg af, een -anderen berg op. Hijgend volbracht hij den tocht, "Gottlob!" riep hij -uit, zijn kostbaren last op dit plekje neerleggend en op hetzelfde -oogenblik stortte hij dood aan haar voeten. - -"Waarom ben ik hier niet dood gevallen? Was mijn last minder -zwaar? mijn liefde, mijn hoop, mijn toekomst, alles heb ik meegedragen, -alles dien berg opgesleept en mijn arbeid is even vergeefsch als van -dien trouwen ridder. Hier lig ik uitgeput, afgetopt!" - -De uren vergingen, zij zat er nog steeds; in de eerste oogenblikken had -zij nog onwillekeurig getrild, had zij nog even het hoofd opgelicht -als er vreemden naderkwamen, maar nu deed zij het niet meer. Zij -zou zijn stap immers wel herkennen onder duizend, en hij kwam niet, -neen hij alleen niet! - -De duisternis steeg uit het dal op, naar boven, en ontmoette daar -de schaduwen, door dikke wolken geworpen over het landschap; zij -sprong op, groote druppels vielen over haar gelaat. Het was bijna -donker, beneden in de stad ontvonkte het eene lichtje na het andere; -en als wezenloos zag zij rond, een koude wind gierde door de boomen, -kwam van de bergen af en deed de takken buigen en kraken, in de verte -loeide reeds de storm, doffe slagen rommelden reeds dicht bij haar, -het onweer dreigde haar te omringen. - -"Gottlob!" zeide zij, blijde dat prikkels van buiten haar dwongen -op te staan, zich te verzetten, die doodelijke loomheid van zich af -te schudden. - -Een oogenblik dacht zij in haar exaltatie of het niet mogelijk was -hier te blijven op den grond te liggen en te wachten wat de storm -over haar besloten had; dan zou men haar lijk morgen vinden en dan -las hij het misschien in de couranten hoe trouw zij geweest was, -aan haar woord, trouw tot aan den dood. - -Maar neen! een laatste overblijfsel van fierheid richtte haar op; -neen, dat mocht hij niet weten tot geen prijs; zij moest van hier, -hoe spoediger hoe beter! Hij dacht misschien niet eens meer aan -dat zonderlinge samenzijn op de "Columban"; in elk geval hij vond -het blijkbaar te dwaas op het rendez-vous te komen, dat gaf nieuwe -verplichtingen, en als hij nu hoorde, welke dwaasheid zij met het leven -bekocht had, dan dacht hij misschien nog in dat grenzenlooze egoïsme -wat zij toen juist zoo aantrekkelijke, zoo echt mannelijk gevonden had: - -"Gelukkig dat zij er alleen was!" - -Zij had niets bij zich dan haar wit kanten parasol; haar donkerblauw -foulard kleedje met zooveel zorg gekozen voor dezen dag, was reeds -na de eerste minuten doornat, boven haar zwiepten de takken als in -radeloozen angst dooréén, de wind geeselde hen onbarmhartig, een -akelig geel licht brak tusschen de wolken door en zij sloot rillend -de oogen; hoe zou zij den weg vinden in de aanbrekende duisternis, -en de donderslagen kwamen nader en de wind stak hooger en hooger -op. Zij sloot de oogen en liep voort, altijd voort het pad langs, -dat zonder afwijkingen in zigzags naar beneden voerde. - -De wind joeg haar als met doornige prikkels in het gezicht, bij een -kromming van den weg stuwde hij haar vooruit; en zij vloog zoo snel als -een afgevallen blad voort het pad af. De regen stroomde nu in ratelende -stralen over haar heen, de bergpaden dreven in het water. Zij zakte -tot over haar enkels er in, als zij even haar stap matigde. Daar stond -zij voor een kruisweg; wanhopend bleef zij staan en wrong de handen. - -"Waarom ben ik zoo alleen, altijd alleen! o God, o God, laat mij -hier sterven!" - -Weer die bekoring om neer te vallen op den doorweekten grond en regen -en wind om haar heen te laten bruisen en den dood te wachten; daar -scheurde de duisternis door een bliksemstraal, ja, nu wist zij het, -dien weg moest zij nemen, die ging regelrecht naar beneden. - -Zij liet zich zakken van boomstam tot boomstam, dan gleed haar voet -uit, dan scheurde zij het vel harer vingers, dan schrampte zij haar -voorhoofd, en altijd door stroomde het water onder haar voeten, -altijd kreunde de wind boven haar hoofd, altijd slingerden de takken -heen en weer. - -"'t Is de moeite niet waard, waarom strijd ik eigenlijk nog voor mijn -leven?" dacht zij telkens en de ziekelijke zucht tot analyseeren van -haar sensaties, tot het opdiepen van haar gevoelens verliet haar nu -zelfs niet, "en toch ik moet voort, ik moet voort, zooals ik daar -straks moest blijven zitten, uren lang!" - -En zij werkte zich naar beneden bij het laatste glimpje licht dat nog -tusschen wolken en boomen drong, en altijd door bleef die verkilling -in haar binnenste, dat gevoel alsof haar ziel een doodenkamer was, -waarin stil geweend werd om een gestorven illusie. Zij had haar hoedje -verloren, de parasol moeten opgeven, eindelijk stond zij beneden, -gewond, gehavend, beslijkt, de kleeren in flarden, zonder adem en nog -had de wind niet met haar afgerekend, nog duwde hij haar onbarmhartig -voort, steeds voort. Zij hijgde en streek zich de haren uit de oogen -en onwillekeurig dacht zij weer aan de "Columban," waar zij voor den -spiegel datzelfde haar opstak en zijn gezicht naast het hare verscheen. - -Zou het nu altijd zoo blijven, zou zij nu altijd zoo moeten -voortleven, met dat gevoel van een doode met zich mee te dragen in -haar hart? Daarom was dat hart zoo zwaar, tot brekens toe zwaar, -zoo zwaar als men haar hoofd had gemaakt, daarom viel het haar zoo -moeilijk zich voort te slepen; gelukkig de wind droeg haar nu! - -O die herinneringen! Het vorige jaar speelde ook de wind om haar heen -toen zij het eerst zijne stem hoorde met haar eigenaardig engelsch -accent; kon zij dan niets denken, niets gevoelen zonder dat als een -bittere nasmaak die heugenis zich daaraan hechtte? - -Wat was zij toen anders geweest op de "Columban", zoo pittig, zoo -krachtig, haar hart was ledig, maar daarom ook zoo open voor elken -frisschen indruk. In Staffa had zij geschreid van aandoening omdat -het groote schouwspel haar zoo overweldigde; na dien tijd had zij -nog dikwijls geschreid, maar dan was het van kinderachtig verlangen, -maar nu zou zij het nooit meer doen! - -Hij moest haar nu zien, hij, zooals zij hier verloren ronddwaalde, -de natte gescheurde kleeren gekleefd aan haar lichaam, het water -siepelend langs haar huid, druipend uit haar kleeren, zoo klein, -zoo nietig, zoo armzalig, niemand die om haar gaf, niemand die wist -waar ter wereld zij was. Zij had daar op dien berg wel kunnen sterven -zonder dat men haar miste. O, hoe zou hij haar nu vinden, zooals zij -daar stond? Neen, dan zou hij haar juist lief krijgen, haar beklagen, -in zijn sterke armen opnemen, dragen door wind en regen. - -En toen snikte zij het uit van medelijden met zich zelf, tranen -rolden langs haar door den regen reeds zoo nat gezichtje: zij drukte -de handen tegen de oogen en rende voort door de stille straten van -het stadje naar de kleine zijstraat waar het huis stond, waarin zij -een kamer bewoonde. - -De goede thuringsche vrouw, haar hospita, kwam haar aan de huisdeur -te gemoet. Zij was zoo ongerust, waar "das Fräulein" toch geweest -was. Och, wat klappertandde zij! zij kan niet spreken, zij moest zich -maar spoedig uitkleeden, dadelijk naar bed. Zij zou haar een warm glas -wijn klaar maken en toen zij onder een hoop dekens en donzen bedden lag -in het verlichte kamertje, en de hospita haar een glas gloeienden wijn -bracht, toen doorstroomde Andrée een behagelijke warmte, een gevoel -van veiligheid omving haar en met het gelaat tusschen de kussens -herhaalde zij telkens: "Wat ben ik toch gek geweest, gek, gek, gek!" - - - - - - -VI. - - -Casper van Eyken was geëngageerd sedert eenige maanden. - -Het was zoo gekomen; hij had een fabriek in Holland gekocht en zou -deze nu zelf besturen: door den dood zijner moeder was hij in het -bezit geraakt van een aardig kapitaaltje en Glasgow verveelde hem in -den laatsten tijd. In den voorzomer was hij dus naar Holland verhuisd -en had in het stadje, waar de fabriek stond zijn intrek genomen; -toen de eerste drukte van het in gang brengen der zaak voorbij was, -begon hij het verbazend eentonig te vinden in de stille omgeving; -hij sukkelde met de meiden, zijn huis was zoo groot en zoo leeg, zijn -zusters hielden niet op met hem voor te houden hoe verstandig hij zou -doen te trouwen, de dames in de stad hadden het allen op hem gemunt, -en op een zekeren avond bij gelegenheid van een societeitsbal werd zijn -aandacht gevestigd op een mooi, frisch meisje van negentien jaar, een -blondine met verblindend teint dat die nieuwerwetsche liefhebberijen -en pretentiën, welke hij zoo verafschuwde, volstrekt niet had. - -Dit meisje was doodeenvoudig hoewel zij tot de eerste families van -het stadje behoorde. Zij had den naam een goed huishoudstertje te -zijn. Zij kon zoo alleraardigst lachen om elke kleinigheid, die hij -zeide en dus deed Casper alle moeite zich te verbeelden dat zij een -uitstekende vrouw voor hem zou zijn en dat hij verliefd op haar was. - -Hij vroeg haastig haar hand, kreeg ze even haastig, zond haastig de -verlovingskaarten rond en had nog haastiger willen trouwen als de -familie van Emilie er niet tegen was geweest. Vader en moeder deelden -nog het ouderwetsche idée, dat men elkander in het engagement moet -leeren kennen, hun dochter was nog zoo jong, zij konden best nog een -paar jaar wachten en met heel veel moeite kreeg Casper het er door, -dat het huwelijk tegen het begin van den winter zou worden voltrokken. - -Zijn familie was vrij ingenomen met zijn keuze, Berkmans alleen had -iets degelijkers voor hem gewenscht, maar de zusters en de andere -zwagers vonden haar een snoesje en zoo bij de hand, zelf japonnen -maken, zelf het huishouden doen. Goddank, dat Cas op haar zijn keus -had laten vallen! Zij waren altijd zoo bang geweest dat hij eens een -dolle streek zou doen, met een engelsche schoonzuster er aankomen, -die zij niet eens konden verstaan, die alles anders deed dan zij, -of een meisje van minderen stand, een actrice of zoo iets, neen, -Emilie was uitstekend voor hem geschikt, het zou een allergelukkigst -huwelijk worden, daar twijfelden zij niet aan. - -En Casper zelf? - -Hij wond zich op, hij zocht verstrooiing, hij bedwelmde zich aan de -schoonheid van zijn aanstaande, maar wanneer hij alleen was, voelde -hij zich wanhopend leeg van binnen. - -Men kon toch niet altijd met elkander stoeien, lachen, zoenen, en -wat was zijn verloving anders? De vrouw met allerlei liefhebberijen, -met hooge aspiratiën, die op hem neer zou zien, die onbegrepen in -een zoogenaamd schijnhuwelijk met hem zou leven, was hij ontsnapt, -maar was hetgeen hem nu wachtte niet nog erger? - -Toen Augustus naderde begon hij zich nog meer op te winden, nog meer -wijs te maken dat Emilietje het ideaal eener vrouw voor hem was; -eigenlijk begonnen de banden, die hem aan haar bonden reeds pijnlijk -te drukken. "Als wij getrouwd zijn, zal het wel beter gaan," maakte -hij zich zelf wijs, maar geloofde zich zelf niet. Hij voelde zelf -reeds bij intuïtie dat hij een maand na zijn huwelijk het gevoel zou -hebben van in een kooi opgesloten te zijn, tegen welks traliën hij -dan wanhopend zou opspringen. - -De herinnering aan juffrouw Bauer was geheel op den achtergrond -geraakt; in den drukken winter, die bijna geheel voorbij ging in -onderhandelingen over den aankoop der fabriek, had hij geen tijd gehad -aan haar te denken. Soms als hij een oogenblikje door het een of ander -herinnerd werd aan dien zeetocht moest hij onwillekeurig glimlachen -als om een dwaasheid, maar toch vond hij het een prettig hoekje in den -tuin zijner herinneringen; het was hem een feest daarheen te vluchten -en er eens in rond te wandelen; als hij aan haar geestig lachje dacht, -trilde er nog altijd iets aangenaams in zijn ziel. - -In de eerste maanden had hij zich vast voorgenomen, op het rendez-vous -te komen, maar later vergat hij deze afspraak meer en meer, en toen -de gedachte aan dat vreemde meisje geen beletsel meer voor hem was -zich met Emilie te engageeren, had hij elk plan om op den afgesproken -tijd naar Friedrichroda te gaan, natuurlijk opgegeven. - -Juist op dien dag vierde de stad het vijftig-jarig jubilé van een -zangersvereeniging; hij had logés over, er werd druk feest gevierd -en hij dacht pas aan den datum toen deze reeds een week oud was. - -"Zij heeft mij ook vergeefsch zitten wachten op dien berg," dacht -hij, "maar 't is toch zeker maar gekheid van haar geweest. Verbeeld -je, wat een mal figuur ik had gemaakt, als ik die reis daarheen had -ondernomen om daar uren lang te wachten op een dame, die niet kwam en -zich in stilte verkneukelden over de poets, die zij mij speelde. Ik -ben wijzer, hoor!" - -Maar dan kon hij soms er met angst aan denken dat Andrée hem vergeefs -had gewacht, dat voor haar die woorden hooge ernst waren geweest, -en dat zij bedrogen zou zijn omdat hij niet verscheen. - -Vreemd, hoe meer de tijd van zijn huwelijk naderde hoe meer hij aan -Andrée dacht; vooral als Emilie lachte, kwam haar ernstig ovaal -gezichtje met de diepe lijnen langs de kin telkens voor hem op, -en dan zag hij weer die aardige kuiltjes en die vonkelende oogen, -waaruit de ziel zich baan brak naar buiten. - -Bij Emilie geen spoor van zoo iets; zij zag er altijd even mooi, -even frisch en kalm uit, haar lach deelde zich nooit mee aan haar -oogen, de frissche lippen schitterden om de prachtige tanden, maar -de oogen bleven altijd even onverstoorbaar kalm en nietszeggend; -zij hadden ook niets te zeggen, er ging achter hen blijkbaar niets om. - -Het huwelijk werd weer uitgesteld tot het begin van het volgend jaar; -mama kon niet klaar komen met den uitzet, Casper was boos. - -"Als er niets van de heele trouwerij komt, is het hun schuld en niet -de mijne," schreef hij aan een zijner zusters. - -Hij werd hoe langer, hoe ongeduriger en prikkelbaarder; die eeuwige -lach van zijn meisje, soms in giegelen ontaardend en dat zij in alle -omstandigheden deed hooren; maakte hem zenuwachtig, ja zeker, zij zag -er allerliefst uit als zij lachte, maar hij kende dat lieve gezicht nu -eenmaal en zou zoo graag haar desnoods wat minder lief hebben gezien, -maar dit gebeurde nooit als hij er bij was. Kwade tongen beweerden -dat juffrouw Emilie te huis de schade inhaalde en dan soms heele dagen -allesbehalve lief keek om de minste kleinigheid, die haar niet beviel -en dikwijls ook om niets; alleen uit louter plezier. - -Het werd Maart en Casper begon het als een last te beschouwen dagelijks -naar de ouders van zijn meisje te gaan, met haar te wandelen en te -vrijen; als zij eens een dag uit de stad was, voelde hij zich gelukkig -eens op zijn gemak in zijn luien stoel te kunnen liggen om te lezen of -te denken. De gedachte dat Emilie over eenige maanden hier tegenover -hem zou zitten en altijd lachen drukte hem. - -"Ik ben niet geschapen voor een huwelijk, ik heb het altijd gevoeld," -bromde hij in zich zelf, "het loopt bepaald mis met mij of ik Emilie -trouw--of een ander." - -Maar dan dacht hij er aan òf hij het ook zoo hinderlijk zou vinden als -die andere tegenover hem zat met haar kalme manieren, haar verstandige -oogen en haar geestig lachje dat nooit hoorbaar werd; neen, hij sloot -de oogen en kneep zijn handen in elkaar, daar kon hij niet aan denken, -dát was beter dan eenzaamheid. - -Hij vond het een verademing toen zijn aanstaande schoonmoeder hem -voorstelde met haar en Emilie eens naar Amsterdam te gaan, om nog -eenige inkoopen te doen voor den uitzet; zij en Emilie zouden bij -een vriendin logeeren, hij kon naar een hotel gaan. - -Dat idée wekte hem op, dat gaf verandering, misschien verbetering: -die nieuwe indrukken zouden Emilie waarschijnlijk wakker maken, -een beetje pittigheid brengen in haar lach, in haar conversatie, -en een ander denkbeeld, dat hij met geweld trachtte te onderdrukken -kwam telkens en telkens terug. - -In Amsterdam woonde juffrouw Bauer, wie weet of hij haar niet eens -ontmoette, dat hoopte hij eigenlijk niet, in de verte zien maar, iets -naders van haar hooren, want wat zou hij haar nu zeggen, eigenlijk had -hij haar zeer leelijk behandeld, want hij had haar toch in alle ernst -ten huwelijk gevraagd. Wanneer zij hem als een eerlijk man beschouwde -dan had zij alle redenen hem te minachten en hij zou zich doodschamen -als hij haar ontmoette met zijn mooie Emilie aan den arm. - - - - - - -VII. - - -Zij wandelden langs de grachten, Emilie liet haar mama met haar -gastvrouw op haar gemak winkelen; zij was zoo blij haar "ventje" -voor zich zelf te hebben; zij hadden nu samen het Museum gezien -en Emilie vond het dol gezellig, maar eigenlijk had niets haar -geïnteresseerd dan de "kostumes" van vroegeren tijd en de beelden -uit de ethnographische afdeeling. - -"De Nachtwacht" daar vond zij niets aan, en Casper was op het oogenblik -niet verliefd genoeg om dit een onbetaalbare naïveteit te vinden; -hij keek ook niet veel naar schilderijen; het eerste waarnaar hij -zocht als hij in een zaal kwam was, óf daar geen schilderesje zat. - -Hij verbeeldde zich, hij wist zelf niet waarom, dat Andrée Bauer een -kunstenares moest zijn; maar het ging zaal in, zaal uit, schilderessen -genoeg, maar van juffrouw Bauer geen spoor. - -Het adresboek had hij ook al eens doorbladerd; er stonden verscheidene -Bauers in, doch geen enkele alleen staande dame. - -"'t Is een obsessie, het laat mij niet met rust hier," dacht hij -knorrig, "'t is of zij mij telkens moet te gemoetkomen. Had ik het -geweten dat ik zoo door die kleine heks was ingepakt, dan--" - -Hij voleindigde den zin niet en begon Emilie te plagen met een -jongmensch, die haar op reis erg had gefixeerd en zij lachte, zij -lachte tot zij er rood van werd. - -"Och, wat ben je toch een flauwert! Denk je dat ik hem aangekeken heb?" - -"Zeker, den heelen tijd!" - -"Och hoe kan je dat zeggen, ik kijk alleen naar jou." - -"Dat weet ik beter." - -"Maar jij dan, jij; die, oude jonge juffrouw tegenover ons met dien -bril op den neus, gaf je den heelen tijd knipjes met haar schele -oogen en jij keek zoo schuin. Ja, ik heb het wel gezien." - -"Malligheid! De dames bemoeien zich niet met mij." - -"Dat weet je beter." - -En zoo ging het voort; dit was een staaltje van de interessante -gesprekken, die het jonge paar altijd voerde. Casper voelde er zich -soms wee onder worden. Neen, eene domme, mooie vrouw was toch ook -geen ideaal, want dom dit was Emilie bepaald, dat merkte hij genoeg; -de briefjes die zij hem schreef waren als gesteendrukt zoo prachtig -van schrift maar kinderachtig van stijl, wemelend van allerlei fouten. - -"En wat dunkt je nu," vroeg zij na een pauze, "zullen wij dat roode -behang nemen voor de eetkamer?" - -"Wat je wilt liefje!" - -"Zeg dat nu niet altijd. Ik wou zoo graag weten wat jij het liefste -had." - -"Kies maar toe, ik kijk toch nooit naar het behang, ik kijk alleen -naar jou." - -Ellendige leugenaar! die hij was; hij vond zichzelf verachtelijk, -zooals hij al die flauwigheden debiteerde aan dat onnoozele kind, -dat weer begon te lachen en zich als een poesje tegen hem vleide. Daar -gaf zij een gilletje tusschen twee lachjes door. - -"Wat is er?" vroeg hij geschrikt. - -"Niets. Er is iets in mijn oog gevlogen. Wil je eens zien?" - -Zij sloeg de voile op, knipte met haar oog dat er reeds zeer -ontstoken uitzag; onhandig sperde Casper het open, zoodat zij het weer -uitschreeuwde van pijn en verklaarde toen dat er niets te zien was. - -"Dan is 't er zeker wel uit; 't is de napijn. Men zegt, je voelt het -altijd nog een heelen tijd na als het ding er al lang uit is." - -"Ja dat zal het wezen." - -Zij trippelde weer aan zijn arm voort, maar telkens kwam zij met de -vingers aan het oog of drukte er de mof tegen aan. - -"O zoo'n pijn, ik kan het niet openhouden. Er is zeker nog iets in." - -"Ik heb niets gezien. Maar wrijf er toch niet aan." - -"Ik kan het niet uithouden, 't steekt zoo!" - -"Dan moeten wij naar een dokter om het te laten nakijken." - -"Als ik maar water had." - -"Dat kan ik je hier niet geven. Ik zal rondzien of hier geen dokter -in de buurt woont. Ha, daar zie ik geloof ik een naambordje." - -"Och, 't is zoo gek." - -"'t Is niet gek, als jij je oog verliest is het nog veel gekker." - -Zij stonden voor een net huis, op de deur stond een wit porselein -naambordje met het opschrift. - - - Dr. A. Wencke - Arts. - - -Nog vóór dat Emilie het merkte had Casper gescheld, een net meisje -maakte open. - -"Is de dokter t'huis?" vroeg hij. - -"Dokter had juist spreekuur; als mijnheer en mevrouw even binnen -wilden komen." - -Zij werden in een kamertje gelaten, waar een dame zat en nog een dame -met een kind. - -"Och dames," vroeg Casper, "deze juffrouw heeft iets in haar oog -gekregen; zij heeft er zoo'n pijn aan, mag zij u voorgaan, 't is het -werk van een oogenblik." Emilie was beginnen te schreien van pijn -en zenuwachtigheid. - -"Wel zeker," antwoordden de dames, "met plezier!" - -Juist klonk er een schelletje; de meid liet iemand uit en kwam aan -de deur zeggen dat de dokter wachtte. - -Casper volgde Emilie, den arm om haar middel geslagen, de lange gang -door; hij had werkelijk met haar te doen en vond het een nieuw genot -haar moed in te spreken en te steunen. - -De meid maakte de deur aan het einde van een gang open en liet hen -binnengaan; een hooge, ruime kamer, helder verlicht door glasruiten, -waarvan de gordijnen van onder naar omlaag waren getrokken en -waarachter de bladerlooze takken van hooge boomen heen en weer wiegden, -en een tuin verrieden; de kamer zelf was streng ingericht met groote -boekenkasten, tafels met instrumenten, een rustbank, tusschen de -ramen een schrijftafel, waarvoor een dame zat. - -Toen het paartje binnenkwam stond zij op, en bleef met de eene hand -op de tafel leunen. - -"Is de dokter te spreken, mevrouw?" vroeg Casper. - -"Ik ben de dokter," zeide een zachte, eenigszins onzekere stem. - -Nu zag Casper de jonge dame verwonderd aan, hun oogen ontmoeten -elkander, zij werd een tintje bleeker, hij vuurrood en met haar ééne -half toegeknepen oog keek nu Emilie ook den vreemdsoortigen arts aan. - -"Is u dokter", zeide zij ondanks haar pijn glimlachend, "hoe leuk!" - -"En u is de patiënt?" vroeg Dr. Wencke en naderde het meisje, "heeft -u iets aan uw oog?" en zich tot Casper wendend, wees zij hem een -stoel aan en zeide stroef: "wil u zoolang daar plaats nemen totdat -ik mevrouw onderzocht zal hebben." - -"Ik ben nog geen mevrouw," verklaarde Emilie en deed haar hoedje af, -"wij zijn nog pas geëngageerd, weet u!" - -"Hier op dezen stoel als het u belieft. Zoo houd uw hoofd wat in de -hoogte, iets meer. Niet knippen; zoo, rust nu maar op mijn arm." - -Casper staarde als wezenloos naar zijn meisje zooals die daar lag met -achterovergeworpen hoofd, in de armen van de andere die nog meer dan -Emilie zijn gedachten vervulde. - -"Juffrouw Bauer--Dr. Wencke." Zij had dus een anderen naam opgegeven; -dat was dus haar geheim, het geheim dat zij met zooveel angstige zorg -bewaarde of het een schande was. Zij had een eenvoudig grijs kleedje -aan, dat onberispelijk om haar kleine, door en door gracieuse gestalte -sloot; hare donkerblonde haren met de mooie golf waren rustiger dan op -de "Columban", om haar lippen teekenden de twee strepen zich echter -scherper en breeder af en haar oogen stonden dieper onder de door -den druk der gedachten ernstig gefronste wenkbrauwen. - -Haar vingers onderzochten handig Emilie's oogen, met een tangetje -haalde zij er een microscopisch stofje uit, toen liet zij langzaam -Emilie's hoofd weer los. - -"'t Is er uit," zeide zij, "nu zal u nog een oogenblik een branderig -gevoel overhouden, maar dat gaat dadelijk over." - -Emilie keek rond en lachte. - -"Heerlijk!" riep zij, "ik voel niets meer. Geef je mij mijn hoedje, -Cas, ik zal toch voortaan altijd een voile voordoen, maar jij houdt -er niet van." - -Zij ging voor den spiegel staan om haar hoed in orde te brengen; de -dokter verschikte iets aan hare instrumenten en Cas stond aandachtig -naar elke beweging van zijn meisje te kijken. - -"Hoeveel ben ik u schuldig, juffr.... Dokter?" vroeg hij eindelijk -zonder haar aan te zien. - -"Een rijksdaalder." - -Hij legde den rijksdaalder op tafel. - -Hij boog en liet Emilie voor hem uitgaan; zwijgend kwamen zij buiten, -hij kon nog geen woorden vinden. In zijn verbeelding was zijn meisje -nu in al zijn geheimen ingewijd; maar Emilie zag niet ver, zij was -te veel vervuld geweest van zich zelf en toen zij weer op straat kwam -raakte haar tongetje los. - -"Hoe uiïg, hé vent! Zoo'n damesdokter! Ik heb er nog nooit een gezien: -jij wel? Ik vind het toch niets vrouwelijks, zoo echt geëmancipeerd. En -wat is zij duur, zeker omdat zij een dame is. Een rijksdaalder! dat is -ook gauw verdiend, binnen de minuut. Onze dokter rekent maar vijftien -stuivers voor een visite en als je bij hem komt twee kwartjes." - -"Ik vind het erg goedkoop voor Amsterdam." - -"Misschien begint ze ook pas; 't zag er zoo gloednieuw uit, alles -keurig netjes. Ik kan niet anders zeggen, maar zij zelf ook. Wat -een prachtige coupe had zij in haar japon. Ik had haar zoo om haar -naaister kunnen vragen, maar dat was misschien weer een paar gulden." - -"Nu, die had ik er wel voor over gehad voor zoo'n consult." - -Zij lachte weer en nog nooit had Casper haar lach zoo agaçant gevonden. - -"Wat zal Moe opkijken als ik haar vertel van die damesdokter, maar -ik ben toch erg blij, Cas, dat je mij er zoo spoedig hebt laten -afhelpen. Foei wat deed me dat oog een pijn! Verbeeld je als ik met -zoo'n dik oog t'huis had moeten komen." - -Dien avond zouden Emilie, haar moeder en Casper weer uit Amsterdam -vertrekken, hun retourtje was om, maar op het laatste oogenblik -verzekerde Casper dat hij niet met de dames mee kon gaan, hij moest -morgen iemand spreken voor zaken en zou dus maar zijn retour laten -verloopen; 't speet hem vreeselijk maar hij kon niet anders. Emilie -liet haar lipje hangen; zij vond het niets aardig van Cas, dat hij -haar alleen liet vertrekken in het donker. Hij kon immers desnoods -meegaan en morgen weer naar Amsterdam vertrekken, maar moe prees -Casper bijzonder, dat hij zoo op de kleintjes lette; zijn retour -verliezen was al geen meevallertje, maar nu zou hij nog meer kwijt -zijn als hij morgen weder een retour nam. - -"Het mocht wat, een verschil van een paar gulden, als mijn gezelschap -hem zooveel waard is." - -Casper had er echter behoefte aan dien avond, haar eeuwigen lach niet -te hooren. - - - - - - -VIII. - - -Den volgenden middag toen het spreekuur van Dr. Wencke ten einde liep, -ging Casper van Eyken naar het huis, hij bleef voor de deur staan en -bekeek aandachtig het naambordje. - -Gisteren was het hem niet opgevallen; hij had gelezen Dr. A. Wencke, -en nu zag hij dat er duidelijk stond: Dr. Andrée Wencke, maar al had -hij ook toen op den voornaam gelet, dan zou zijn aandacht door die -dubbele ée nog niet getrokken zijn. - -De meid, die hem open doet, vroeg wat er van zijn dienst was. - -"'t Is immers het spreekuur van den dokter." - -"Ja, maar mevrouw behandelt geen heeren." - -"'t Is voor die dame, met wie ik gisteren hier ben geweest," loog -Casper brutaalweg. - -"O zoo," en zij liet hem in de wachtkamer, waar niemand meer zat. Hij -zette zich neer en streek met de hand over het voorhoofd en vroeg -zich nu eerst af, wat hij hier kwam doen, wat hij haar wilde zeggen; -hij had gehandeld sinds gistermiddag als onder den invloed eener -suggestie. Emilie en haar moeder had hij weggezonden; den halven -nacht en den heelen morgen had hij zoek gebracht met door de straten -te drentelen, en nu zat hij in haar huis te wachten tot hij als -een vreemde in haar tegenwoordigheid zou worden toegelaten. Maakte -hij een gek figuur? Toen dacht hij eensklaps aan een woord van het -dienstmeisje. Die sprak van "Mevrouw" zou zij dan getrouwd zijn, -heette zij daarom geen juffrouw Bauer meer; in elk geval hij moest -zekerheid hebben en niemand kon hem die beter geven dan zij zelf. Hij -moest veel langer wachten dan gisteren; eindelijk klonk weer het -electrisch schelletje en de meid kwam hem waarschuwen precies als -gisteren. - -Een oogenblik later stond hij weer in de kamer; zij zat iets te -noteeren in een groot voor haar liggend boek en sloeg niet dadelijk -de oogen op. - -"Juffrouw Bauer," zeide hij half luid. Zij schrikte en zag hem nu aan. - -"Mijnheer.... van.... van Eyken? Hé, is 't niet goed met de juffrouw?" - -Hij nam een stoel en zette zich tegenover haar, rustig als kon niets -hem van daar jagen. - -"O ja heel goed, dank u wel! Maar ik kom voor mij zelf. Ik weet, u -behandelt geen heeren maar de zaak, die mij betreft is zoo gewichtig." - -Zij lachte nu even, heel eventjes, en hij voelde dat zij haar oude -macht over hem herwonnen had. - -"Is u getrouwd?" vroeg hij, "en is u daarom geen juffrouw Bauer meer?" - -"Neen!" antwoordde zij, "ik ben niet getrouwd en ik heb nooit Bauer -geheeten. Ik noemde een anderen naam omdat ons land zoo hopeloos -klein is en ik op vacantie was." - -"En een vrouwelijke arts is nog altijd zoo'n zeldzame vogel bij ons, -dat men haar reeds van verre herkent. Enfin, dat is uwe zaak, maar -dat u er zoo geheimzinnig mee was, waar diende dat voor? U heeft -misschien een leven er door bedorven." - -"Het uwe?" vroeg zij met den helderen, doordringende blik, waarvan -hij nu de kracht kende: daarmede maakte zij immers haar diagnose op de -patiënten. Zij had zich half omgekeerd op haar bureaustoel en wanneer -zij niet een vouwbeen onophoudelijk tusschen beide handen schoof, -zou men haar voor volmaakt kalm hebben gehouden. - -"Ja, het mijne. Wanneer ik alles dadelijk had geweten, wat--wat -zou--dan alles anders geweest zijn." - -Zij glimlachte spottend en legde het vouwbeen resoluut op tafel neer; -hij schaamde zich over zijn woorden en zijn heele houding; had hij -haar dan niets anders te zeggen? - -"U heeft zich toch dunkt mij niet over het leven te beklagen; naast -zoo'n allerliefst meisje--een beauté." - -"O ja zeker--maar ik heb u toch niet vergeten, toch niet kunnen -vergeten." - -En nu zeide zij kalm zonder een zweem van verwijt in de stem: - -"Waarom is u dan in Augustus niet in den Gottlobtempel gekomen?" - -Het bloed steeg hem naar het hoofd terwijl hij vroeg: - -"Is u daar geweest? Heeft u mij gewacht?" - -"Ja zeker! Ik had het immers gezegd." - -"Ik zag het voor gekheid aan," zuchtte hij, stond op en ging met -groote stappen de kamer op en neer. - -"Dan is het immers goed," hernam zij weer even bedaard, maar opnieuw -met het vouwbeen tusschen de vingers, "u vertrouwde mij niet, dus -was het immers het beste dat de kennismaking zóó eindigde." - -"Maar ik had niet kunnen denken...." - -"Neen, u zag mij voor een avonturierster aan, niet waar? U was bang -voor het geheim dat mij omringde, nu kent u het en--wat zegt u er van?" - -Zij stond rechtop met opgeheven hoofd, fier, trotsch, mooi van een -geheel intellectueele schoonheid, die straalde uit haar voorhoofd, -haar oogen, haar ernstige, half geopende lippen, haar geheele houding; -hoe had hij haar eens klein kunnen noemen, een poppetje, zij scheen -nu zoo'n krachtige, flinke, sterke vrouw. - -Hij zweeg en verslond haar met de oogen. - -"Is u niet blijde, dat ik u voor een dwaasheid heb behoed? Pas ik nu -wel bij u?" - -"O neen," zeide hij bitter, "u is veel te groot voor mij! Hoe -belachelijk zal u dat gevonden hebben, toen ik u voorstelde u op -te nemen in mijn armen, u door het leven te dragen, toen ik u het -ideaal vond van het vrouwtje, waarvoor ik zorgen en werken wilde en -van wie ik niets anders verlangde dan liefde en aanhankelijkheid. Hoe -kon ik het weten dat ik het vroeg aan zoo'n geleerde dame, aan een -doctor in de geneeskunde, aan een vrouw, die hemelhoog op mij armen -stumper neerziet." - -Hij maakte zich boos onder het praten, hij achtte zich werkelijk -door haar verongelijkt en slecht behandeld, zoo hinderde hem zijn -vergissing. - -"Ga even zitten, mijnheer Van Eyken," zeide zij met trillende lippen. - -"Heeft u tijd? Wachten uw patiënten u niet?" - -"Neen, ik heb nog een half uur vóór dat mijn coupé voorkomt. Zullen -wij het uitvechten? U beweert grieven tegen mij te hebben en ik heb ze -misschien tegen u." Hij maakte een beweging. "O neen! Dat u geëngageerd -is neem ik u niet kwalijk, en dat u niet op het rendez-vous is geweest -na hetgeen u op den "Columban" gezegd heeft, ook niet, maar dat u -mij niet vertrouwde en toch ten huwelijk vroeg, dat is erger. Nu is -alles voorbij! Wij hebben beiden gekozen en kunnen dus kalm spreken -over hetgeen geweest is en had kunnen wezen." - -"Er is niets onherroepelijks gebeurd," zeide hij halfluid, als vreesde -hij dat zij het verstaan zou. - -"Toch wel! Ik zal u alles vertellen. Tout savoir c'est tout pardonner, -of liever neen niet alles maar toch veel vergeven. Ik ben nu arts, -maar toen ik u leerde kennen, was ik nog student, een vermoeide, -afgematte, moedelooze student. Toen begon de crisis, de reactie, -die op een jeugd vol ingespannen studie, zonder de gewone genoegens -van een meisjesleven noodzakelijk volgen moest." - -"Waarom heeft u dan dien weg ingeslagen? - -Zij zuchtte even. - -"Ja, waarom? Ik wist niet anders dan dat het zoo moest zijn van -jongsaf; mijn moeder heb ik nooit gekend; zij stierf toen ik nog -heel jong was. Mijn vader was leeraar aan een Gymnasium in een -provinciestadje, een geleerde man, die geheel buiten het gewone leven -stond; mijn drie oudere broers waren ondeugende bengels, waarover hij -niet het minste gezag had en die ook allen verkeerd zijn gegaan. Vader -leefde in en voor theorieën; theoretisch had hij zijn jongens bedorven, -theoretisch moest ik opgevoed worden als jongen." - -Zij zweeg even en drukte de lippen pijnlijk samen. - -"En ik was toch maar een meisje, niets dan een zeer gewoon meisje, -misschien met iets bevattelijker verstand dan andere meisjes, maar -ik was gehoorzaam, volgzaam, elk woord van vader was mij een bevel -en toen ik zag hoe de jongens steeds ondeugender werden, voelde ik -er behoefte aan hem te vergoeden wat zij misdeden. En alles ging -geleidelijk voort; ik leerde Latijn en Grieksch zooals andere meisjes -Fransch en Duitsch. Ik wist dat ik dokter moest worden en ik vond het -goed of liever ik dacht er niet aan dat het niet goed kon zijn. Ik -maakte behoorlijke studiën, niet buitengewoon maar toch meer dan -voldoende. Vader was gelukkig en tevreden, hij noemde mij zijn troost -en zoo werd ik jong meisje altijd tusschen boeken en thema's; nooit -ging ik met vriendinnen van mijn leeftijd om, nooit was ik aan een -handwerkje bezig, nooit las ik romans, nooit bemoeide ik mij met het -huishouden; ik stond buiten alles wat aan mijn vrouw-zijn herinnerde -en ik wist niet anders of het hoorde zoo, totdat ik na het gymnasium -doorloopen te hebben aan de Akademie kwam." - -Zij streek met de hand over het voorhoofd. - -"Verveel ik u?" vroeg zij. - -"Integendeel. Ik heb nog nooit zoo aandachtig geluisterd, naar -wie ook." - -"'t Is voor het eerst dat ik het vertel. Tot nu toe heb ik er altijd -alleen mee geleefd. - -"Nu dan, aan de Akademie begon mijn eigenlijke leertijd; toen was het -dat voor het eerst mijn neigingen in opstand kwamen tegen mijn lot. O -die snijkamer en die operatiën en die gasthuislucht en die zieken; hoe -ben ik dien tijd doorgekomen, wat walgde mij dat alles, die lijken, -welke ik moest onderzoeken om het samenstel van het menschelijk -lichaam te leeren kennen, die flauwe praatjes van de studenten, -die angst voor bloedvergiftiging en dan 's nachts dat droomen van -afgesneden handen en voeten, van verkankerde magen en.... en.... ik -word er gek van als ik aan dien tijd denk." - -"Waarom gaf u er den heelen rommel niet aan?" - -"Vader had zijn betrekking laten varen om in Amsterdam te wonen, -opdat ik daar de colleges kon volgen en hij had juist in dezen tijd -zoo'n verdriet van de jongens; als ik mijn studie had opgegeven -zou ik hem radeloos hebben gemaakt. Hij was zoo trotsch op mij! Ik -studeerde hard, nacht en dag kan ik zeggen, zonder eenige afleiding, -eenige verstrooiing, altijd met walg en afkeer in het hart; ik werd -niet bezield door den dorst om veel te weten en ik voelde ook geen -roeping om mij aan de lijdende menschheid, zooals de term luidt, -toe te wijden, ook niet om een positie te verwerven: ik studeerde -omdat vader mij van jongsaf had ingeprent dat het zijn bedoeling was, -en omdat ik hem niet teleur wilde stellen." - -"Maar dat was toch een onwaardige tyrannie!" - -"Och! zoo beschouwde de arme man het niet. Hij zag in studie en -wetenschap alleen zijn heil, hij was vast overtuigd dat het mij -gelukkig zou maken, of neen, geluk heeft hij nooit geweten wat dat -was; 't zou mij door de wereld helpen. Maar zoolang hij leefde had -ik nog een prikkel, een steun die mij voortdreef en staande hield; -een jaar nadat ik mijn candidaats gedaan had stierf hij plotseling en -nu begon eerst mijn leed. Toen voelde ik eerst hoe eenzaam ik stond -en hoe mij nu alles ontbrak." - -"Toen was het nog tijd om...." - -"Een gewone vrouw te worden. Ik heb het beproefd, ernstig en -vastbesloten; ik liet mijn studiën rusten; financieel kon ik mij -redden, meer niet, en zocht ik het gezelschap van meisjes van mijn -leeftijd op. Ik ging uit bij families, maar ach! ik stond overal -alleen; over niets van wat hen interesseerde kon ik meepraten; ik -trachtte mij in hun belangen in te leven, het gelukte mij niet. Ik -stond zoo buiten alles, mijn sfeer was zulk een geheel andere dan -de hunne! Ik kon er mij niet meer t'huis voelen. Men vond mij stil, -zonderling, onbeholpen, links. De heeren ontvluchtten die geleerde -dame, de meisjes keken mij over den schouder aan; toen heb ik geleerd -de vrouwen onuitstaanbaar te vinden." En deze herinnering ontspande -even haar strakke trekken. - -"Nu begreep ik dat mijn plaats niet meer in de gewone wereld was; -ik kon er geen vasten voet in krijgen dan onder voorwaarde, dat ik -ten minste uiterlijk werd als zij, dat ik spreken kon over romans en -komedies en buitenlandsche reizen, huishouden, muziek, flirtations -en--chronique." - -"Maar in wat voor kringen is u dan geweest?" - -"In zeer ontwikkelde, fatsoenlijke, nette kringen; overal voelde -ik dat men mij niet begreep, dat men mij duldde en ik kon niet meer -worden als die anderen, hoe graag ik ook had gewild." - -"Wilde u dat? Hoe is het mogelijk?" - -"Ja, ik weet, 't is onverstandig, onredelijk, maar ik voelde een -ziekelijk verlangen in mij om te worden als die meisjes, oppervlakkig -en geaffecteerd, opgewonden over een bal of een concert, alles -dolletjes, en gezellig en leuk vindend of lief, eenvoudig, hartelijk, -naïef, koket, want die heb ik ook ontmoet. Ik benijdde ze en zij -dachten dat ik op haar neerzag en ze minachtte." - -"En u vond ze onuitstaanbaar?" - -"Misschien omdat ik niet kon zijn als zij, omdat alles wat ik gehoord, -gezien, gestudeerd had zulk een kloof had gegraven tusschen haar en -mij. Ik had de diepste ellenden gepeild van het menschelijk bestaan, -hoe kon ik dan nog in al dat frivole belang stellen? Met een ander -karakter was het misschien nog mogelijk geweest, maar ik bezat den -zwaartillenden aard van mijn vader, ik was te eenzijdig ontwikkeld, -mijn andere vermogens waren kunstmatig verstompt door dat eeuwig -analyseeren, dat eindeloos studeeren." - -"U was bestemd een lief, aardig, gewoon vrouwtje te worden; maar zij -hebben u schandelijk van uw weg afgeleid." - -"Ik geloof het ook! Eindelijk vreesde ik krankzinnig te worden en -ging op reis, mijn schotsche reis." - -Zij zweeg en hij zag naar haar gespierde kleine handen, die nu -onbeweeglijk in haar schoot lagen. - -"Daar voelde ik in de frissche hooglandsche lucht mijn gezondheid -sterker worden, mijn zenuwen zich opnieuw spannen en daar droomde ik -een droom." - -"Door mij?" - -"Ja, door u! U sprak woorden tot mij, die ik nooit gehoord had en -toen voelde ik wat mij rust en steun kon geven, waar ik naar smachtte, -een arm waarop ik kon leunen als toen op dat steenachtige voetpad in -Jona, een man die mij lief had ondanks alles en die mij wilde helpen -gewoon gelukkig te worden als vrouw." - -"En waarom dan niet...." - -"Wist ik hoe de andere meisjes handelen in zulke gevallen? Ik hoorde -u aan, ik was op het punt ja te zeggen. Gelukkig heb ik mij bedacht, -ik besloot u op de proef te stellen. Als zijn liefde zoo groot is, -als ik ze noodig heb, dan zal hij het volgende jaar mij ook zoeken, -waar ik ter wereld ook zijn mag en zoo niet--zoo niet, dan is het -misschien beter." - -"Dwaze, die ik was om niet te komen!" - -"Het was niet dwaas, maar heel verstandig; u is verliefd op mij geweest -een paar uur lang. Het geheimzinnige, vreemde, waarmede ik verkoos mij -te omringen, heeft u aangetrokken, en de poëtische omgeving werkte -mede. Dat is alles, maar wanneer u mij daar gevonden had en u had -alles gehoord, zou u dan den moed hebben gehad uw vraag te herhalen?" - -"Als ik er gekomen was--ik geloof ja." - -"U is niet gekomen! U heeft anders gekozen, en 't dient tot niets nu -nog te praten over hetgeen had kunnen zijn en niet geweest is. Dat -jaar heb ik hard gestudeerd en mijn laatste examens gedaan; ik wilde -niet als mislukt student mijn aanstaanden man ontmoeten." - -Zij vertelde hem niet hoe dubbel hard zij gestudeerd had om -huishouden, keuken, handwerken aan te leeren; gewerkt had zij tot -zij er haast onder bezweken was en uitgeput, afgebeuld zich naar de -ontmoetingsplaats slepen moest. - -"U heeft mij zooveel bekend," vroeg Casper, "zeg mij dit ééne nog. Was -u erg teleurgesteld toen ik niet kwam?" - -Zij bedacht zich even, toen sprak zij vastberaden: - -"Het eerste oogenblik ja, maar een regenbui, waartegen ik op moest -werken, heeft mij een goede douche bezorgd en toen heb ik mijn -leven cordaat in de oogen gezien. Ik was kunstmatig ontwikkeld; -in die richting moest ik nu verder groeien en mijn heil zoeken. Dat -heeft mij gestaald; ik heb mij hier gevestigd, maar het bevalt mij -niet. Een damesdokter heeft bij ons geen raison d'être, de vrouwen gaan -liever naar mannen om zichzelf en haar kinderen te laten behandelen; -zij vertrouwen haar seksegenooten 't minst, ik kom wel goed in mijn -praktijk, maar zij bevredigt mij nog niet." - -Er werd aan de deur geklopt en de meid kwam zeggen: - -"Mevrouw, de coupé is voor." - -"Best Daatje! Ik laat mij mevrouw noemen, omdat ik als gegradueerde -recht op dien titel meen te hebben even goed als de vrouwen van artsen -en advocaten." - -"Ik houd u op?" - -"Een oogenblikje heb ik nog. Ik denk dat ik naar het Oosten -vertrek; daar sterven honderden en duizenden vrouwen uit gebrek aan -geneeskundige hulp, omdat nooit een man haar zien mag. Aan haar wil -ik mij wijden. Die hebben mij noodig." - -"Waartoe is dat noodig? Hier immers--kost het u maar een woord om -een gelukkige en geachte vrouw te worden." - -"Mijnheer Van Eyken," sprak zij uit de hoogte, "Ik heb u deze oprechte -biecht gedaan, enkel en alleen, omdat ik u als gebonden beschouwde aan -uw aanstaande. In mijn oog is u reeds met haar getrouwd. Ik meende -verplicht te zijn u te bekennen, wie ik ben en wat ik gedroomd heb -naar aanleiding van uw vraag. Voelt u zich dan zoo krachtig mij door -het leven te dragen..." - -Casper wist dat van zijn antwoord alles afhing, een enkele spontane -beweging en zij zou haar aangeleerde rust en kalme hoogheid afleggen. - -"Ik voel me sterk omdat ik u liefheb." Zij verwachtte misschien dat -hij het zeggen zou; - -"Ik ga heen--maar ik kom terug--vrij!" - -De woorden lagen op zijn lippen, maar hij sprak ze niet uit. - -Hij wendde het hoofd af en zuchtte; hij begreep hoe sterk men moest -zijn om dit kleine vrouwtje met den zwaren last van haar weten, -haar denken en haar voelen door het leven te dragen en toen overviel -hem plotseling een vaag verlangen naar Emilie, die niets in haar ziel -verborg dan heel gewone dingen. Emilie die zoo licht was als een veer, -die niets woog omdat zij zoo weinig bezat. Voor haar was hij forsch -genoeg, maar niet voor dit schepseltje, met haar hoofd afgemat van veel -studeeren en veel peinzen, met haar oogen, die zooveel ellende hadden -gezien, met haar ooren waarin de eindelooze klacht van het menschelijke -lijden ruischte, met haar handen, die de scherpste instrumenten wisten -te hanteeren om in levend en dood vleesch te werken en wier lippen -tegenover de examinatoren vragen hadden beantwoord, welke een gewone -vrouw niet zonder blozen kon aanhooren. - -"Neen," bekende hij oprecht, "ik sta te ver, veel te ver onder u." - -"Dat weet ik niet, wie onder en wie boven staat, maar dat is zeker, -naast elkander geloof ik niet, dat wij kunnen gaan." - -Zij reikte hem de hand. - -"Nu wordt het mijn tijd, mijnheer Van Eyken, adieu!" Haar stem -trilde even. - -Weer overkwam Casper de lust haar te zeggen, dat zij ondanks alles -zijn ideaal bleef, de vrouw zijner keuze, dat Emilie hem onverschillig -was, akelig onverschillig, dat hij met haar een leven te gemoet ging -grijs van eentonigheid en dof van alledaagschheid, dat zijn liefde -haar zou schenken wat zij had gewenscht, een plaats op den gewonen, -grooten levensweg der vrouwen, maar nu was het te laat, het oogenblik -was voorbij, hij twijfelde aan zichzelf en zij twijfelde aan hem. Zij -stond zoo hoog en hij was van zijn voetstuk gevallen. - -"Ik ben blijde, dat ik u ontmoet, dat ik u gesproken heb," sprak hij -eindelijk dood gewoon, "en wij blijven toch zeker vrienden?" - -"Als u wil ja, maar u zal niet veel aan die vriendschap hebben wanneer -ik naar Damascus of naar Constantinopel trek." - -Zij drukte op het schelletje en beval de dienstbode: - -"Laat mijnheer uit!" - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Citroenwater. - -[2] Aannemen! Een bittertje! - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS *** - -***** This file should be named 53492-8.txt or 53492-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/3/4/9/53492/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/53492-8.zip b/old/53492-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 9276fab..0000000 --- a/old/53492-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h.zip b/old/53492-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index a85ec6b..0000000 --- a/old/53492-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/53492-h.htm b/old/53492-h/53492-h.htm deleted file mode 100644 index fc2449b..0000000 --- a/old/53492-h/53492-h.htm +++ /dev/null @@ -1,6480 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" -"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2016-11-10T12:23:43Z. --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta name="generator" content= -"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> -<title>In Extremis</title> -<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii"> -<meta name="generator" content= -"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content= -"Melati van Java (1853–1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]"> -<link rel="coverpage" href="images/cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href= -"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content= -"Melati van Java (1853–1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]"> -<meta name="DC.Title" content="In Extremis"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="#####"> -<style type="text/css"> -body { -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -font-size: 100%; -line-height: 1.2em; -text-align: left; -} -.div0 { -padding-top: 5.6em; -} -.div1 { -padding-top: 4.8em; -} -.div2 { -padding-top: 3.6em; -} -.div3, .div4, .div5 { -padding-top: 2.4em; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument -{ -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -padding-top: 2.4em; -padding-bottom: 1.6em; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -.pagenum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.abbr { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -height: 1px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -width: 45%; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5em; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -line-height: 1em; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.40em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.71em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0em 0.05em 0 0; -padding: 0px; -line-height: 0.8em; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.advertisment { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -a.noteref, a.pseudonoteref { -font-size: 80%; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .label, .par.footnote .label { -float: left; -width: 2em; -height: 12pt; -display: block; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0%; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0%; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.indextoc { -text-align: center; -} -.transcribernote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.correctiontable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0% 7em 0%; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 3.5em; -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em 0% 2em 0%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0% 0em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTop, .figBottom { -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -tr, td, th { -vertical-align: top; -} -tr.bottom, td.bottom, th.bottom { -vertical-align: bottom; -} -td.label, tr.label td { -font-weight: bold; -} -td.unit, tr.unit td { -font-style: italic; -} -span.sum { -padding-top: 2px; -border-top: solid black 1px; -} -table.borderOutside { -border-collapse: collapse; -} -table.borderOutside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -} -table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderOutside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside { -border-collapse: collapse; -} -table.verticalBorderInside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border-left: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft { -border-left: 0px solid black; -} -table.borderAll { -border-collapse: collapse; -} -table.borderAll td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { -border-top: 1px solid black !important; -} -tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { -border-right: 1px solid black !important; -} -tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { -border-top: 1px solid black !important; -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { -border-right: 1px solid black !important; -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { -border: 1px solid black !important; -} -tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { -border-top: none !important; -} -tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { -border-right: none !important; -} -tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { -border-left: none !important; -} -tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { -border-top: none !important; -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { -border-right: none !important; -border-left: none !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { -border: none !important; -} -.cellDoubleUp { -border: 0px solid black !important; -width: 1em; -} -td.alignDecimalIntegerPart { -text-align: right; -border-right: none !important; -padding-right: 0 !important; -margin-right: 0 !important; -} -td.alignDecimalFractionPart { -text-align: left; -border-left: none !important; -padding-left: 0 !important; -margin-left: 0 !important; -} -td.alignDecimalNotNumber { -text-align: center; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0% .5em 0%; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0 0% 0 0%; -} -span.hemistich { -color: white; -} -.versenum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -table.intralinear { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -} -table.intralinear td { -font-size: small; -text-align: center; -} -table.ditto { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -vertical-align: bottom; -} -table.ditto tr.s { -height: 0; -color: white; -line-height: 0; -} -table.ditto tr.s td { -padding: 0px; -border-style: none; -} -table.ditto tr.d td { -text-align: center; -line-height: 10pt; -border-style: none; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink { -background-repeat: no-repeat; -background-position: right center; -} -.pglink { -background-image: url(images/book.png); -padding-right: 18px; -} -.catlink { -background-image: url(images/card.png); -padding-right: 17px; -} -.exlink, .wplink, .biblink, .seclink { -background-image: url(images/external.png); -padding-right: 13px; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover { -background-color: #FFDCDC; -}body { -background: #FFFFFF; -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, .h1 { -padding-bottom: 5em; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum -{ -color: #660000; -} -.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteref:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -}.pagenum, .linenum { -speak: none; -} -</style> - -<style type="text/css"> -.innerTable { -border-collapse: collapse; -} -.innerTable th, .innerTable td { -padding-left: 0; -} -.adTitle { -font-size: x-large; -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 1.2em; -text-decoration: underline; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd23e3140 -{ -text-align:right; -} -.xd23e99width -{ -width:499px; -} -.xd23e106width -{ -width:457px; -} -.xd23e112 -{ -text-align:center; -} -.xd23e132 -{ -text-align:center;font-size:small; -} -.xd23e3138 -{ -width:100%; -} -.xd23e3677 -{ -text-align:center;font-size:xx-large; -} -.xd23e3679 -{ -text-align:center;font-size:large; -} -.xd23e3873 -{ -text-align:left;width:100%; -} -.xd23e3964 -{ -width:100%; -} -.xd23e3983 -{ -text-align:right; -} -.xd23e4059width -{ -width:720px; -} -.xd23e4066width -{ -width:478px; -} -@media handheld -{ -} -</style> -</head> -<body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - - - -Title: In Extremis - -Author: Melati van Java - -Release Date: November 10, 2016 [EBook #53492] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ASCII - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - -</pre> - -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first"></p> -<div class="figure xd23e99width"><img src="images/cover.jpg" alt= -"Oorspronkelijke voorkant." width="499" height="720"></div> -<p class="par"></p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first"></p> -<div class="figure xd23e106width"><img src="images/titlepage.png" alt= -"Oorspronkelijke titelpagina." width="457" height="720"></div> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e110" href="#xd23e110" -name="xd23e110">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first xd23e112">IN EXTREMIS. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e114" href="#xd23e114" name= -"xd23e114">3</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">IN EXTREMIS</div> -</div> -<div class="byline">DOOR<br> -<span class="docAuthor">MELATI VAN JAVA</span></div> -<div class="docImprint">DERDE DRUK.<br> -L. J. VEEN — AMSTERDAM</div> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd23e130" href="#xd23e130" name= -"xd23e130">4</a>]</span></p> -<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first xd23e132">TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN -HANDELSDRUKKERIJ. <span class="pagenum">[<a id="xd23e134" href= -"#xd23e134" name="xd23e134">5</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="extremis" class="div0 part"> -<h2 class="main">IN EXTREMIS.</h2> -<p class="par first">„’t Gaat hard achteruit met mij, hard -en toch langzaam; ik klaag niet, ô neen, ik zeg als mijn Amat: -„Het moet, ’t kan niet anders” en ik geloof, dat dit -bewustzijn mij kalmte geeft, kalmte wel noodig in de lange, lange -eenzame uren, welke ik doorworstelen moet, alleen met mijn pijnen, mijn -angsten en mijn herinneringen.</p> -<p class="par">„Aanspraak door bezoeken heb ik genoeg, maar -’t is altijd hetzelfde van voren af aan, ik word er nog -ellendiger door; ’t eenige goeds wat die visites hebben is, dat -zij mij weer naar mijn eenzaamheid doen verlangen en ten minste het -eerste uur van mijn alleenzijn dragelijk maken. Lezen gaat ook bij den -dag minder goed, ’s morgens één courant, ’s -avonds iets heel lichts; de nacht kruipt om in hoesten, hoesten, nog -eens hoesten. Vergeef mij, ik merk dat ik over niets schrijf dan over -<span class="pagenum">[<a id="xd23e143" href="#xd23e143" name= -"xd23e143">6</a>]</span>mijzelf, dat komt er nu van als men zoo geheel -en al teruggebracht is tot zijn eigen <span class="ex">ik</span>.</p> -<p class="par">„Ik wist tot nu toe niet, dat ik zelf zoo hopeloos -leeg, hol en vervelend van binnen was, nu weet ik ’t tot mijn -schade.</p> -<p class="par">„Soms alleen vind ik het onderhoud met mezelf -minder <span class="ex" lang="fr">écouerant</span>; ’t is -dan wanneer het een of ander plannetje opkomt in mijn suffen geest. Ik -heb zooveel plannen gemaakt in mijn leven, geen wonder dat zij mij niet -met rust laten op mijn ziekbed, dat weldra mijn sterfbed zal -worden.</p> -<p class="par">„Maar dit is een plan van geheel anderen aard, -niet het bestek van een brug of gebouw, maar doodeenvoudig voor -’t stukje toekomst dat mij rest, een stukje, waaraan dagelijks -geknabbeld wordt, door de onverbiddelijke ziekte, en dat ik bij het uur -kleiner en kleiner zie worden.</p> -<p class="par">„’t Zal nog een maand duren, denk ik, de -dokter spreekt van twee, drie. Ik hoop dat de man ongelijk heeft, want -onder ons gezegd dat leven van ter dood veroordeelde verveelt mij -ontzettend. De ziekte is wreeder dan de wet; heeft die een kerel -veroordeeld, dan maakt zij er haast mee hem uit de wereld te helpen; -<span class="pagenum">[<a id="xd23e159" href="#xd23e159" name= -"xd23e159">7</a>]</span>maar de kwaal schenkt niets, geen minuut. En -toch mijn geest is even helder als die van Troppmann, Pranzini, of -welke snuiter ook, en dood is dood, of de guillotine, de strop of een -ziekte het je doet. Hoe ’t ook zij, ik ben besloten den kelk te -drinken tot den bodem, alle phasen, die mij wachten nog door te maken, -maar als ’t kan zou ik mij de laatste weken nog wat willen -verlichten.</p> -<p class="par">„Ge vraagt hoe ik verpleegd word? Nu, laat het mij -ronduit zeggen, allerellendigst. Amat is van goeden wille, zijn vrouw -Sarina een beste, brave ziel, maar och! ’t gaat zooals ’t -gaat, wanneer drie of vier bedienden aan zichzelf overgelaten zijn.</p> -<p class="par">„Zij hebben ’t gewoonlijk zoo druk met hun -eigen zaken, dat zij aan den armen zieke in geheel niet of slechts in -’t voorbijgaan kunnen denken. In Europa zou ’t precies zoo -gaan denk ik, en in Australië of Amerika misschien ook. Huurlingen -zijn overal dezelfde; daarom, verbeeld je Frits, wat ik bedacht! Noem -’t een dwaasheid, een gril, wat je wilt, maar ik, die niets tegen -sterven opzie, die er zelfs naar verlang, ik vind die maand of twee, -drie, welke de dokter mij beloofd heeft, vreeselijk om te voorzien. Ik -<span class="pagenum">[<a id="xd23e165" href="#xd23e165" name= -"xd23e165">8</a>]</span>duizel er van ze nog te moeten doorleven, -geheel overgeleverd aan Amat, Ali, Sarina, Kebon. Ik heb heimwee naar -een zachte vrouwenhand, die mijn kussen opschudt, mijn lippen -verfrischt, mijn hoofd ondersteunt, zoodra een dier vreeselijke -hoestbuien mijn magere karkas uit elkander rukt.</p> -<p class="par">„Verbeeld je, er zijn oogenblikken dat ik -sentimenteel word, als ik denk aan mijn moeder, aan mijn zusters, die -wel is waar nooit veel werk hadden mij op te passen, want voor zoover -ik mij herinner, was ik nog nooit ziek.</p> -<p class="par">„’t Is de Nemesis; ik heb vrouwen nooit -<span class="ex" lang="fr">au sérieux</span> genomen, ze -beschouwd als speelgoed, niets meer,—lees deze passage mevrouw -Van Velden niet voor of ja lees ze wel voor—ik verdien haar -medelijden, want zij is te goed om nog wrok tegen een schaduw te -koesteren—en nu smacht ik naar het <span class="ex" lang= -"de">Ewig Weibliche</span> als de dorstige naar een dronk koel water. -Wat ik dan wensch, een verpleegster, een <span class="ex" lang= -"fr">soeur de charité</span>? Die zijn hier in onze Oost -zeldzame weelde-artikelen.</p> -<p class="par">„Ik zoek een vrouw, die dag en nacht om mij heen -is, die aan ’t korte leven, dat mij overblijft, zich geheel en al -<span class="pagenum">[<a id="xd23e183" href="#xd23e183" name= -"xd23e183">9</a>]</span>wijd, die mij ’t lijden lichter, het -sterven zachter maakt. Wil ze dat doen, heeft zij er moed voor, dan zal -ik haar beloonen met mijn naam en wat nog meer waard is, levenslang met -mijn weduwenpensioen. Ge ziet, de belooning is groot, en de taak, hoe -zwaar ook, niet langdurig, de eenige die er bij lijdt is het -Gouvernement, dat in mij steeds een verstokten celibatair zag.</p> -<p class="par">„Kent gij of liever kent uw vrouw niet een dame -jong of oud, mooi of leelijk, deftig of niet deftig, maar in elk geval -een vrouw handig, beschaafd, met een zachte stem, die lust heeft in dit -baantje?</p> -<p class="par">„Zie zoo, nu ’t er uit is, beeft mijn hand, -ik kan het potlood niet goed meer bestieren, de <span class= -"ex">factice</span> kracht, die mij in staat stelde bladzijden vol te -schrijven, begeeft mij. Ik eindig dus, denk er over na....</p> -<p class="par signed"><span class="sc">Uw Rudolf</span>.”</p> -<p class="par">„Arme kerel!”</p> -<p class="par">„Hadden wij hem maar hier!”</p> -<p class="par">„Waarom gaat hij niet in een hospitaal?”</p> -<p class="par">„Ik kan er heel goed inkomen, hij wil in zijn -eigen huis sterven.”</p> -<p class="par">„Hoe vindt je dat ziekelijk idee?”</p> -<p class="par">„Niet.... niet kwaad?”</p> -<p class="par">„Jelui vrouwen, als er een huwelijk in -<span class="pagenum">[<a id="xd23e210" href="#xd23e210" name= -"xd23e210">10</a>]</span>’t spel komt, dan vergeet je alles en -ziet over alle mogelijke bezwaren, hoe stuitend en onoverkomelijk ook, -heen.”</p> -<p class="par">„Ik zie er niets stuitends en niets -onoverkomelijks in.”</p> -<p class="par">„Zoo’n huwelijk!”</p> -<p class="par">„Wat zou dat? Verstandiger kan Rudolf niet doen; -de kunst is, een goede keuze te doen en die heb ik al half -gedaan.”</p> -<p class="par">„Maar Elise, ik wil er niets van weten. Dat -begrijp je toch wel, ’t is een ziekelijke gril, een idee, dat hij -zelf morgen bespottelijk vindt.”</p> -<p class="par">„Dat zou mij spijten! Want als ’t plan -gelukte dan had Rudolf ten minste goede verzorging gedurende zijn -laatste levensdagen en een ander was geborgen voor haar geheele -leven.”</p> -<p class="par">Van Velden en zijn vrouw zaten in de ruime pendoppo van -een fraai Samarangsch woonhuis aan den Bodjongschen weg. Alles om hen -heen sprak van weelde, geluk, schoonheid; de tropische natuur in volle -kracht ontplooide hier een rijkdom, een intensiteit van leven, vol -snijdende tegenspraak met de woorden, welke hij daar zooeven met nu en -dan van aandoening bevende stem had voorgelezen.</p> -<p class="par">Ziekte, dood, zij schenen zoo ver verwijderd van dit -tooneel vol jeugd en leven; <span class="pagenum">[<a id="xd23e227" -href="#xd23e227" name="xd23e227">11</a>]</span>en hij, die zoo schreef -had een jaar geleden hier nog gezeten, een forsche man in de kracht van -zijn jaren, vol vertrouwen op zijn gezondheid, zijn sterkte. Een val -van het paard, een inwendige kneuzing, hadden misschien de kiemen der -tering, een erfdeel zijner familie, ontwikkeld, en het stoere lichaam -was nu gesloopt en wachtte het einde.</p> -<p class="par">Er lag iets bitter treurigs juist in dit contrast.</p> -<p class="par">Rudolf Telwerda was door het leven gegaan lachend, -spottend, maar ook hard werkend. Hij was een verdienstelijk ingenieur, -een man van de wereld, zonder vooroordeelen, zonder sentimentaliteit, -zonder onnoodigen ballast, zooals hij ’t noemde; overal gaarne -ontvangen en hiervan overtuigd had hij ’t leven genoten, maar -juist voldoende om er niet door in opspraak te komen.</p> -<p class="par">Hij haatte banden, leefde vrij, onafhankelijk, royaal; -een goed vriend, een flink meester, dacht hij weinig aan den dag van -morgen. Hij had nu immers zijn tractement, later zijn pensioen. -Waarover zou hij zich bekommeren, waarom zou hij zich onnoodige zorgen -op den hals halen? Hij had plezier in zijn vak, in zijn manier van -leven; hij was tevreden met zichzelf<span class="corr" id="xd23e235" -title="Niet in bron">:</span> <span class="pagenum">[<a id="xd23e238" -href="#xd23e238" name="xd23e238">12</a>]</span>hij leed niet aan de -algemeene Indische kwaal, het mopperen. Naar Holland had hij geen -buitengewoon verlangen, zijn broers en zusters waren getrouwd en hadden -het te druk met hun eigen zaken om zich met hem te bemoeien.</p> -<p class="par">En zoo trof hem de ziekte in volle kracht, in vollen -arbeid en vollen levenslust; eerst had hij ze verwaarloosd, toen werd -hij gedwongen er mede te rekenen en eindelijk was hij er geheel onder -geraakt, zwak en hulpbehoevend geworden, erger dan een kind. De dokters -durfden hem niet naar Europa zenden, omdat longtering het ziektegeval -compliceerde: hij woonde bovendien in een heerlijke luchtstreek.</p> -<p class="par">„Dokter,” smeekte hij, „als ’t -toch niet helpt, laat mij dan niet versjouwen van den -éénen hoek der wereld naar den anderen. Ik zal hier ook -wel aan mijn eind komen.”</p> -<p class="par">Zóó bleef hij in zijn huis, sedert maanden -het oogenblik afwachtende, dat aan zijn lijden een eind zou maken.</p> -<p class="par">En nu kreeg hij zoo iets in ’t hoofd.</p> -<p class="par">„Arme, arme duivel!” zuchte Van Velden weer, -„konden wij hem maar helpen!”</p> -<p class="par">„Wij kunnen het,” zeide zijn vrouw en veegde -even haar oogen af, „als jij <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e253" href="#xd23e253" name="xd23e253">13</a>]</span>mij helpt, -Frits! of ten minste niet tegenwerkt.”</p> -<p class="par">Hij zag haar even strak aan.</p> -<p class="par">„Céline!” riep hij.</p> -<p class="par">„Je zegt het, juist, ik heb dadelijk aan haar -gedacht; ’t was voor haar een uitkomst en voor hem een -genade.”</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">Céline was een en dertig jaar. Zij had een -geschiedenis achter zich als van honderd andere meisjes; een jeugd vol -rijkdom en weelde, een vader koopman, die goede zaken deed en er ruim, -bijna verkwistend van leefde, een failliet, plotselinge dood des -vaders, moeder, kinderen zoo goed als broodeloos, de familie bereid tot -helpen, maar de meisjes moesten zelf aanpakken. Ongelukkig was -Céline den leeftijd voorbij dat men nog aan examens denkt. Zij -was zoo juist van kostschool gekomen vol illusiën, en nu gingen -ook die illusiën den weg van al het andere.</p> -<p class="par">Zij moest in betrekking, maar als wat? Zij kon zich voor -niets uitgeven, zij kende alles wat een welopgevoed meisje dient te -kennen, meer niet. Een tante in Indië schreef: „Laat zij -maar overkomen, <span class="pagenum">[<a id="xd23e267" href= -"#xd23e267" name="xd23e267">14</a>]</span>misschien doet zij hier een -goed huwelijk!”</p> -<p class="par">Céline kwam over met papieren en al, at het -genadebrood bij haar tante, maar van een goed huwelijk kwam niets. Aan -wie de schuld? Misschien aan Céline zelf, die nog een paar -laatste illusiën bewaarde als haar kostbaarste goed en die niet -wilde opgeven, zelfs niet ter wille van een leven zonder zorgen; -misschien had de zware slag, die haar te midden van haar jonge meisjes -geluk trof, haar wát verdoofd. Zij, vroeger zoo levendig en -vroolijk, was nu stil, afgetrokken. Wat <span class="ex" lang= -"fr">imbécile</span>! fluisterde men, zij trok niemand aan, zij -scheen stug en koel; zij zag er lief uit in haar eerste frissche jeugd, -nu scheen zij onbeduidend <span class="ex" lang= -"fr">fanée</span>.</p> -<p class="par">De tante had haar al sinds lang zedelijk gedwongen een -ander onderkomen te zoeken, toen was zij beurtelings winkeldochter -geweest en daarna half bonne, half gouvernante; overal duurde het maar -betrekkelijk kort, nooit lang genoeg om op adem te komen. Eindelijk had -zij een zieke dame opgepast en de leiding van het huishouden op zich -genomen. ’t Scheen tot aller tevredenheid; hier had zij de -verborgen geestkracht van haar karakter ten volle kunnen ontwikkelen; -hier was zij tot rijpheid gekomen, wakker geschud als <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e280" href="#xd23e280" name= -"xd23e280">15</a>]</span>zij werd door druk werk, door vele plichten -van uiteenloopenden aard door gedwongen nadenken.</p> -<p class="par">Maar nauwelijks was de dame gestorven of haar man kwam -met een huwelijksaanzoek voor den dag; tot ieders verbazing en zelfs -verontwaardiging wees Céline het van de hand. Zij had gedurende -de lange ziekte der huisvrouw alle gelegenheid gehad hem te leeren -kennen en die kennismaking gaf haar de zekerheid dat zij hem nooit zou -kunnen liefhebben of zelfs achten.</p> -<p class="par">Na die weigering moest Céline natuurlijk het huis -verlaten en wie tot nu toe voor haar sympathie had gekoesterd verloor -ze na haar ongehoorde handelwijze.</p> -<p class="par">„Een meisje dat niets heeft, niets kan en dan -zoo’n aanzoek afwijzen. Wat verlangt zij dan?”</p> -<p class="par">Een alleen was er die Céline begreep en dat was -Elise van Velden, haar vroegere schoolvriendin.</p> -<p class="par">„Je hebt gelijk,” zeide zij, „beter -alleen ellende te lijden, dan je te verbinden aan een man, dien je het -recht hebt te verachten. Kom bij me logeeren en geef mijn kinderen les, -tot je iets beters hebt.”</p> -<p class="par">Céline zag moedeloos voor zich uit.</p> -<p class="par">„Weer opnieuw beginnen, weer opnieuw mij wennen! -Had ik maar zooveel dat ik <span class="pagenum">[<a id="xd23e296" -href="#xd23e296" name="xd23e296">16</a>]</span>met mama en de kleintjes -kon deelen en dan stil leven op een kalm Hollandsch dorpje!”</p> -<p class="par">„Op pensioen!” lachte Elise, „daar ben -je nog wel wat erg jong voor, hè!<span class="corr" id= -"xd23e300" title="Niet in bron">”</span></p> -<p class="par">„Mijn dienstjaren rekenen driedubbel.”</p> -<p class="par">„Céline, ik heb iets voor je,” zeide -mevrouw Van Velden den morgen na ontvangst van Rudolf’s brief. -„Je droomen van een hofje, een pensioentje kunnen waarheid worden -en goed ook. Drie maanden ten hoogste door een zuren appel te bijten en -dan ben je er boven op.”</p> -<p class="par">En zij bracht haar het voorstel van Telwerda over. -Céline bleef lang peinzend zwijgen; er werd weer een aanval -gedaan op haar dierbaarste eenige bezittingen, haar drie, vier lieve -illusiën.</p> -<p class="par">Zij voelde dat zij die moest prijsgeven wilde zij nog -iets van haar leven redden.</p> -<p class="par">Toen bracht zij zwijgend het offer en vroeg:</p> -<p class="par">„Is ’t zeker dat die man spoedig gaat -sterven?”</p> -<p class="par">Elise fronste haar wenkbrauwen; zij vond de vraag hard -en pijnlijk.</p> -<p class="par">„Ja,” antwoordde zij, „’t is -alleen een quaestie van korter of langer; hoop is er niets -meer.”</p> -<p class="par">„Je vindt mij cyniek, hè! Maar dat ben ik -toch niet: ik wensch dien heer—Telwerda <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e322" href="#xd23e322" name= -"xd23e322">17</a>]</span>heet hij immers?—een lang gelukkig -leven, maar je begrijpt wel dat ik zoo’n huwelijk moet beschouwen -als zaak.”</p> -<p class="par">Zij beet op de lippen, dat had zij zoo lang mogelijk van -zich afgeworpen; het huwelijk als een koopmanszaak te behandelen en -’t viel haar zwaar er toe over te gaan.</p> -<p class="par">„En in een zaak dienen de kansen op winst en -verlies gelijk te staan. Ik zal hem goed en trouw verplegen, tot het -laatste, ik word zijn weduwe en zal levenslang het pensioen daarvan -trekken, met vrij passage naar Holland; wordt hij nu beter dan -verliezen wij beiden, maar ik het meest, daar ik de vrouw ben geworden -van iemand, die mij niet zelf uit liefde gekozen heeft.”</p> -<p class="par">„Maar ik zeg je, daar is geen kans op. Hij heeft -stellig wel een half dozijn kwalen, waarvan een alleen reeds -doodelijk.”</p> -<p class="par">„Nu, dan, ik beslis niets vóór ik -een certificaat heb van den dokter, dat mij de hopeloosheid van zijn -toestand verzekert.”</p> -<p class="par">Het certificaat kwam en verklaarde dat Rudolf Telwerda -nog ten hoogste drie maanden leven kon en nu gaf Céline haar -toestemming.</p> -<p class="par">De heer en mevrouw Van Velden brachten <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e337" href="#xd23e337" name= -"xd23e337">18</a>]</span>haar naar het hoofdplaatsje Ardjoenan, diep in -het gebergte gelegen, den stervenden bruidegom tegemoet.</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">Het huis van Telwerda lag even buiten de kom van het -vlek, aan den grooten weg; ’t was een zeer lieve woning, door een -breede galerij omringd, met een flinken tuin vol vruchtboomen; tusschen -het huis en het hek lagen gras- en bloemperken, alles zag er wat -verwaarloosd uit en verwaarloozing gaat in de tropen onmiddellijk tot -verwildering over.</p> -<p class="par">Maar de grootste charme van het huis vond men in de -achtergalerij; deze hing als ’t ware over een ravijn gevuld met -den woesten, weelderigen, bonten plantengroei van het Oosten. Dat was -een dooreenmengeling, een verwarring van reusachtige varens, van -doornstruiken, van woudreuzen, van bamboes, lianen en orchideeën; -steil stortte de groene, dicht begroeide rotswand zich naar beneden en -daaronder bruiste en raasde over groote bazaltblokken een bergstroom. -Aan gene zijde strekten zich sawahs uit, fijn en teergroen van kleur, -hier en daar afgewisseld door boomgroepen, waartusschen <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e345" href="#xd23e345" name= -"xd23e345">19</a>]</span>zich de dessa’s en kampongs verscholen, -langzaam opstijgend tegen den rug van een hoogen berg, een der hoogste -van Java. De wolken streken over den gespleten top en langs zijn -zijden, zij stoeiden en speelden met den reus, die geduldig hun spel -toeliet, want hij wist dat er dagen genoeg kwamen, waarop hij strak en -onbeweeglijk moest afsteken tegen de staalblauwe lucht.</p> -<p class="par">Dit gezicht was het schoonste van geheel Ardjoenan en -daarom had Telwerda ook dit huis gehuurd, al bleek ’t voor hem -den vrijgezel, wat ruim en hol; hier in deze achtergalerij verwelkomde -hij zijn bruid.</p> -<p class="par">Hij had dien morgen nogal toilet gemaakt, zijn baard, -die in de lange ziekte te veel en te wild gegroeid was, liet hij -fatsoeneeren; hij trok zijn chambrecloak, zijn eenig kleedingstuk van -maanden herwaarts, uit en vroeg naar zijn uniform; maar het zware laken -met zilver geborduurd hing te los om zijn vermagerde leden en drukte -hem haast neer. Toen trok hij zijn zwart lakensch pak aan. Och! nu -merkte hij pas wat voor een schim hij geworden was!</p> -<p class="par">Alle formaliteiten vóór het huwelijk -hadden plaats gehad en dus zou het reeds dadelijk dien dag voltrokken -worden.</p> -<p class="par">„Mijn trouwdag,” mompelde hij met een -<span class="pagenum">[<a id="xd23e355" href="#xd23e355" name= -"xd23e355">20</a>]</span>bitteren lach, terwijl hij vermoeid van de -ongewone inspanning achterover leunde in zijn luiaardstoel.</p> -<p class="par">Er was een tijd geweest, toen hij zich soms voorstelde -dat hij zijn hoogtijd vierde en die dag schitterde in ’t verre -verschiet voor hem in duizend kleuren vol poëzie, vol zonneschijn, -vol heilwenschen, vol muziek en bruisende champagne en nu was die dag -gekomen, droevig, stil, somber door de schaduw, die een andere -naderende dag, zijn sterfdag er reeds op wierp; dan dacht hij aan de -witte bruid zijner jonge droomen onder haar sluier en haar -oranjebloesems, jonkvrouwelijk schuchter, haar oogen van ter zijde naar -hem opheffend, vol liefde en teederheid.</p> -<p class="par">En deze bruid, hij had haar nooit gezien, zij trouwde -hem niet om zijn vrouw, zijn gezellin voor het leven, in vreugde en -smart, in rijkdom en armoede, in goed en kwaad te zijn, maar eenvoudig -om zijn weduwe te worden; eerst toen zij daarvan zeker was; had zij -haar toestemming immers willen geven.</p> -<p class="par">Hij sloot de oogen, het scherpe zonnelicht dat door de -kérees (rieten stores) filterde deed hem pijn; het scheen te -spotten met zijn armzalige, dwaze positie. Wat had hij begonnen, waarom -vreemden <span class="pagenum">[<a id="xd23e363" href="#xd23e363" name= -"xd23e363">21</a>]</span>hier binnengeroepen? Waarom niet stil en -verborgen als een gewond dier het einde afgewacht?</p> -<p class="par">Een zwaar gedreun van wielen weerklonk op het erf; daar -begon drukte te komen in ’t stille huis, stemmen gonsden; men -vroeg naar hem en toen spande hij al zijn krachten in en ging de bruid -en hare vrienden tegemoet.</p> -<p class="par">Haar eerste indruk was, dat zij de schaduw voor zich zag -van een buitengewoon knap man; de ziekte had het misschien wat al te -ruwe of forsche van zijn voorkomen verzacht en verfijnd, hem -zeker’ distinctie verleend, die hem vroeger eenigszins vreemd -was.</p> -<p class="par">Zijn eerste gedachte daarentegen was: verwelkt, -vermoeid, een weinig verbitterd, op den grens der wanhoopsjaren.</p> -<p class="par">Hij stak zijn hand uit en met zijn diepe, holle stem, -sprak hij:</p> -<p class="par">„Ik zeg u welkom, juffrouw! in mijn huis, dat -weldra ’t uwe zal zijn. We zullen nu maar dadelijk het -complimenteuze laten varen, vindt u niet? Ik heet Rudolf en u -Céline immers?” Toen zakte hij vermoeid op een -canapé neer en hijgde naar adem.</p> -<p class="par">„U is t’huis, u is thuis. Van Velden, -mevrouw, maak het u gemakkelijk, ik kan niet meer.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e378" href="#xd23e378" name= -"xd23e378">22</a>]</span></p> -<p class="par">Toen werden de oogen van beide vrouwen vochtig, en Van -Velden voelde een prop in zijn keel, die hij tevergeefs trachtte weg te -slikken.</p> -<p class="par">„Arme kerel, hoe kom je er aan!” zuchtte -hij.</p> -<p class="par">Telwerda hoestte, hoestte en tusschen twee hoestbuien, -deed hij zijn best te zeggen:</p> -<p class="par">„Over een uur komen zij—beroerde nacht -gehad—haast maken—anders te laat!”</p> -<p class="par">Intusschen maakte mevrouw Van Velden het toilet der -bruid; een eenvoudig crême japonnetje, al een paar keer -gewasschen en in ’t haar eenige witte bloemen, melati’s en -soedip malems.</p> -<p class="par">Ook Céline glimlachte bitter, toen zij bedacht -hoe heel anders zij in haar gelukkige jonge meisjesjaren zich dien -trouwdag had voorgesteld. En onwillekeurig verbeeldde zij zich den -bruidegom van heden in volle kracht, gezondheid en liefde, naast haar -opgaande naar het trouwaltaar.</p> -<p class="par">Van Velden en zijn vrouw lieten het jonge paar dadelijk -na de voltrekking van het huwelijk alleen.</p> -<p class="par">Céline moest zich zoo spoedig mogelijk maar -wennen en op de hoogte stellen van het huishouden en de -ziekenverpleging.</p> -<p class="par">Zij was vlug en handig genoeg en intelligent -<span class="pagenum">[<a id="xd23e398" href="#xd23e398" name= -"xd23e398">23</a>]</span>bovendien; zij had in haar vorige betrekking -geleerd met Javaansche bedienden en met zieken om te gaan. Het was haar -dus goed toevertrouwd.</p> -<p class="par">Zij nam dan ook dadelijk de teugels van het -huishoudelijk bewind met vaste hand over, doorzocht de kasten, die er -erbarmelijk uitzagen—de dispens, waarin muizen en andere dieven -druk schenen huisgehouden te hebben; de stallen, waarin de paarden -droevig vermagerden, de keuken, die er al even desolaat uitzag als de -rest.</p> -<p class="par">Zij wilde het zich druk maken, geen tijd overhouden tot -denken en peinzen.</p> -<p class="par">Na het huis te hebben doorloopen kwam zij bij haar -zieken man, die eenige uren te bed had gelegen.</p> -<p class="par">„Ben je daar, Céline?” vroeg hij.</p> -<p class="par">„Ja.... mijnh.... ja Telwerda....”</p> -<p class="par">„Heb je eens rondgekeken, ’t is een -vreeselijke boel zeker?”</p> -<p class="par">„Ja, dat gaat nogal!”</p> -<p class="par">„Heb je alle sleutels? Hier is er een van mijn -geldlaadje, er zitten nog een paar honderd pop in. Ik hoop dat ik nog -veertien dagen leef, dan is het weer traktementsdag en dan krijg je een -heelen pluk. Daar zijn ook eenige nota’s wil je die -nazien?”</p> -<p class="par">Zij zette zich bij den lessenaar, en begon de laadjes te -openen; hij kreeg weer <span class="pagenum">[<a id="xd23e419" href= -"#xd23e419" name="xd23e419">24</a>]</span>een hoestbui, zij stond op en -gaf hem zijn medicijn.</p> -<p class="par">„Ik zal wat limonade voor u maken,” zeide -zij. „Heeft u trek in aër-djeroek.”</p> -<p class="par">„O ja, frissche aër-djeroek.”<a class= -"noteref" id="xd23e425src" href="#xd23e425" name= -"xd23e425src">1</a></p> -<p class="par">Hij zag naar haar handen en bemerkte dat zij fraai en -blank waren.</p> -<p class="par">„Ik was altijd zoo vies van Sarina’s -vingers, maar de uwe, als die de citroenen persen dat is heel iets -anders.”</p> -<p class="par">Hij kon haar nog niet tutoyeeren, evenmin als zij -hem.</p> -<p class="par">„Heerlijk,” mompelde hij, toen zij het glas -met den verkwikkenden drank aan zijn lippen bracht, „nog -meer.”</p> -<p class="par">„Te veel is niet goed, strakjes nog eens -weer!”</p> -<p class="par">„Ja strakjes! ’t Bevalt mij zoo in u, -Céline, dat u zoo’n zachte stem heeft. Niets stoot mij -meer af in een vrouw dan schelle, koude klanken. U is zeker van goede -familie?”</p> -<p class="par">„Geweest!” antwoordde zij met een flauw -lachje.</p> -<p class="par">„Dat blijft men altijd, morgen moet u mij -vertellen van uw leven.... uw lotgevallen.”</p> -<p class="par">„O ’t is zoo onbeteekenend,” hernam -<span class="pagenum">[<a id="xd23e447" href="#xd23e447" name= -"xd23e447">25</a>]</span>zij, „werken, werken is de boodschap -geweest, jarenlang.”</p> -<p class="par">„En nu is ’t gedaan.... spoedig! Ik ben blij -voor u!”</p> -<p class="par">Zij ging haastig de kamer uit; diep, innig medelijden -vervulde haar reeds voor dien geknakten stam. De nacht kwam, een zware, -eindelooze nacht voor beiden, vol hoesten, vol waken, vol rusteloos -hijgen en kreunen, vol benauwdheid en zelfs ijlen.</p> -<p class="par">Céline week geen oogenblik van zijn zijde; zij -ondersteunde hem, schudde zijn kussens op, hielp hem van het bed naar -den stoel, van den stoel naar het bed, bette zijn voorhoofd met eau de -cologne, liet hem drinken, sprak hem moed in, beurde hem tot kalmte -op.</p> -<p class="par">„U treft het verbazend slecht,” hikte hij, -„’t is de ellendigste nacht in langen tijd.”</p> -<p class="par">„U heeft zich gister te veel vermoeid.”</p> -<p class="par">„Ja dát zal het zijn. ’t Spijt me -voor u! Gaat u slapen, Amat kan nu wel waken.”</p> -<p class="par">„Neen, dat laat ik niemand over.”</p> -<p class="par">Zij legde haar verlegenheid en schroom voor hem af in -die half donkere ziekenkamer; hij was voor haar niet meer de man, die -met zijn naam haar diensten gekocht had, maar eenvoudig een zieke, een -zwakke, hulpbehoevende kranke. <span class="pagenum">[<a id="xd23e465" -href="#xd23e465" name="xd23e465">26</a>]</span></p> -<p class="par">Toen de eerste schemering van den dag in de verte begon -te lichten, in de dessa’s het stampen van rijst in de blokken, -het kraaien der hanen en in de boomen ’t getjilp der vogels -klonk, viel Rudolf in een lichte sluimering. Céline, overmand -door vermoeienis en aandoening zat op een laag stoeltje aan zijn -voeteneind en viel met het hoofd tegen de matras in slaap.</p> -<p class="par">Hij werd wakker en hoewel de hoest zijn keel prikkelde, -hield hij ze met geweld in; de eerste zonnestralen vielen door de -jaloezieën in de kamer, hij kon nu haar hoofd onderscheiden, en -haar mooi golvend donkerblond haar, dat in volle lengte en dikte -nederviel over haar blauwen peignoir.</p> -<p class="par">Eindelijk kon hij zijn kuch niet meer inhouden. Dadelijk -werd zij wakker, streek het haar van het gezicht en zag hem even -wezenloos aan vóór dat zij tot bezinning kwam; toen -glimlachte zij even en vroeg:</p> -<p class="par">„Heb ik lang geslapen?”</p> -<p class="par">„Neen, helaas! maar een oogenblikje. Goeden -morgen, vrouwtje! Geef je mij geen morgenkus.”</p> -<p class="par">Zij drukte voor ’t eerst even haar lippen op zijn -voorhoofd.</p> -<p class="par">„Je taak is zwaar, niet waar, zwaarder dan je -dacht?” <span class="pagenum">[<a id="xd23e481" href="#xd23e481" -name="xd23e481">27</a>]</span></p> -<p class="par">„Zij kan niet te zwaar zijn,” antwoordde -zij.</p> -<p class="par">Een spotlach vertrok zijn lippen en terwijl hij weer -hevig hoestte, dacht hij:</p> -<p class="par">„Hoe hoog moet zij het loon niet stellen; daar zij -geen werk er te zwaar voor vindt.”</p> -<p class="par">„Ik zal ’t niet verzwaren door mijn -schuld,” hoorde zij hem al kuchend en hijgend zeggen.</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">Dit meende hij werkelijk, maar hij was geen meester over -zijne verschillende stemmingen; de ziekte deed hem telkens overgaan van -diepe zwaarmoedigheid tot bitteren spotlust om in zijn beste -oogenblikken plaats te maken voor goedige ironie en zekere -weekheid.</p> -<p class="par">„Je moet er niet op letten, wat ik soms zeg, ik -ben een arme zieke,” zeide hij tot Céline en even later -plaagde hij haar met allerlei overdreven eischen, met overbodige -klachten en bittere verwijten.</p> -<p class="par">„Dat kan mijn Amat beter doen. Daarvoor hoefde -geen Hollandsche dame te komen om mij zoo te plagen,” knorde hij -dan, als zij tevergeefs trachtte hem een gemakkelijke houding te -bezorgen.</p> -<p class="par">„Ja, ’t is zoo gauw niet gewonnen uw -<span class="pagenum">[<a id="xd23e501" href="#xd23e501" name= -"xd23e501">28</a>]</span>honorarium,” spotte hij dan weer, -„dacht u dat het zoo gemakkelijk ging? ’t Is maar een -begin. Is u vroom? Bid u dan maar dat magere Hein spoedig komt, dan is -u verlost en ik er bij.”</p> -<p class="par">Céline zweeg; zij deed of zij die scherpe woorden -niet verstond; zij was vast besloten den plicht, dien zij op zich -genomen had, zoo goed mogelijk te vervullen tot het einde; maar haar -zenuwen werden dikwijls overspannen door zijn onredelijke eischen, en -eens dat hij weer zonder eenige reden scherp en bitter was geweest, -ging zij de kamer uit om in de voorgalerij uit te schreien. Daar klonk -zijn schelletje met verdubbelde kracht, zij liet hem bellen, nog weer -bellen. Eindelijk kon zij niet langer weg blijven; zij droogde haar -oogen en keerde terug naar de achtergalerij.</p> -<p class="par">Hij was rood van kwaadheid en inspanning.</p> -<p class="par">„Waar blijf je nu?” snauwde hij haar toe. -„Is dat mij alleen laten? Schande zoo zijn plicht -te....”</p> -<p class="par">Hij zweeg plotseling, hij zag dat zij geschreid had.</p> -<p class="par">„Waarom huil je? Om hetgeen ik zeg? Trek jij je -dat aan?”</p> -<p class="par">„Och neen! ik was zenuwachtig.”</p> -<p class="par">„Juist, dat is ’t. Het zou ook te gek -<span class="pagenum">[<a id="xd23e517" href="#xd23e517" name= -"xd23e517">29</a>]</span>zijn te denken, dat de woorden van een halven -doode zoo’n impressie op je konden maken.”</p> -<p class="par">En toen zweeg hij; zijn lippen trokken krampachtig onder -zijn zwaren baard, zijn oogen knipten telkens toe.</p> -<p class="par">„Een beetje bouillon?” vroeg zij.</p> -<p class="par">„Neen, dank je!”</p> -<p class="par">‘t Duurde lang vóór hij weer sprak -en toen klonk zijn stem heel anders.</p> -<p class="par">„Céline, ik ben een ruwe kerel; in de -laatste jaren heb ik weinig met vrouwen—die ten minste waard zijn -zoo te heeten—omgegaan en dan die ziekte is de zondebok van -alles. Misschien zal ik je nog veel meer en nog veel leelijker dingen -zeggen. Weet je wat je dan <span class="corr" id="xd23e530" title= -"Bron: moed">moet</span> doen als het te erg wordt? Daar staat een -fleschje met rustdruppels; de dokter heeft ze eerst niet hier willen -laten. Belachelijk! Wat is dit eindje leven nog waard, of ’t -langer of korter duurt; als het nu te erg gaat, dan geef je het mij en -neem ik twee druppels meer in en alles is gedaan.”</p> -<p class="par">„Neen,” zeide Céline, „dat is -gekkepraat.”</p> -<p class="par">„Waarom?”</p> -<p class="par">„Dat weet ik zelf het best?”</p> -<p class="par">„Wil je het mij niet zeggen?”</p> -<p class="par">„Neen, nog niet.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e543" href="#xd23e543" name= -"xd23e543">30</a>]</span></p> -<p class="par">Hij zag haar van terzijde aan en dacht:</p> -<p class="par">„Zij heeft een mooi figuur, lieve oogen, die aan -haar gewone trekken een eigenaardigen gloed geven. Toen zij -<span class="ex" lang="fr">la beauté du diable</span> had moet -zij er allerliefst hebben uitgezien.”</p> -<p class="par">„Céline,” ging hij voort, -„vergeef mij, ik ben een brute, maar waarlijk ik meen het niet -slecht, die vervloekte kwaal maakt mij zoo.”</p> -<p class="par">Zij gaf hem de hand en toen gehoorgevend aan een -plotselinge opwelling van medelijden, streek zij liefkoozend langs zijn -voorhoofd en kuste hem.</p> -<p class="par">Hij liet haar begaan, leunde even met de wang tegen haar -hand en toen plotseling zijn gezicht verbergend in het kussen, barstte -hij in een hevig snikken los.</p> -<p class="par">„Je moet het niet doen,” hikte hij, „o -God! ’t maakt me zoo benauwd, zoo ellendig, ik ben ’t niet -gewoon, ik verdien het niet.”</p> -<p class="par">Céline kon zich ook niet meer goed houden toen -zij hem zoo hulpeloos zag schreien; zij kon er zelf niets aan doen, zij -had het instinctmatig gedaan—om hem te kalmeeren, hem te toonen -dat zij niet boos was; terwijl haar eigen lichaam onder de aandoening -schokte en beefde, nam zij hem in de armen en liet zijn hoofd tegen -haar borst rusten, maar hoe hartelijker zij <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e562" href="#xd23e562" name= -"xd23e562">31</a>]</span>hem behandelde, hoe heviger zijn aandoening -werd; groote tranen rolden langs zijn wangen; zij veegde ze teeder af -en kuste ze weg.</p> -<p class="par">„Je bent een engel,” fluisterde hij, -„zoo lief, zoo goed.... ik dank je.”</p> -<p class="par">Eindelijk werd hij kalmer en viel in slaap, altijd met -het hoofd tegen haar aan; hoewel haar houding zeer ongemakkelijk was, -verroerde zij zich niet en bleef bijna een uur zoo zitten. Haar hart -brak van medelijden om den sterken man, die zoo afgemat en hulpeloos in -haar armen lag; zij stelde hem zich voor hoe hij in zijn gezonde dagen -er uit moest gezien hebben en dan verbeeldde zij zich, dat zij op hem -steunde, met hem wandelde en door hem geliefkoosd werd, en toen begreep -zij eensklaps, dat het haar gemakkelijk zou geweest zijn hem de volle -liefde van haar hart te schenken, voor en met hem te werken en te -leven.</p> -<p class="par">Hij werd wakker met een glimlach, uitgerust, kalm -tevreden.</p> -<p class="par">„Dat heeft mij goed gedaan!” zeide hij en -richtte zich op in zijn rustbed, „heb je al dien tijd zoo -gezeten, Céline? Och kind, ben je niet moe?”</p> -<p class="par">Zij schudde glimlachend het hoofd, terwijl zij zich een -weinig uitrekte; die glimlach <span class="pagenum">[<a id="xd23e574" -href="#xd23e574" name="xd23e574">32</a>]</span>en de kleur, welke door -de inspanning haar gezicht bedekte, maakten haar mooi.</p> -<p class="par">„Wat hebben wij daar een malle scène -gemaakt,” ging hij voort, „dat moet nooit meer gebeuren, -hoor! Hoe kinderachtig van zoo’n grooten kerel zich zoo aan te -stellen. Maar ’t is jouw schuld, als ik zie dat men mij beklaagt, -krijg ik kassian met mezelf en dan begin ik me waarlijk te grienen als -een klein kind. Vind je mij niet dwaas? ’t Eene oogenblik zoo -uitvaren en dan....”</p> -<p class="par">„Je moet maar stil liggen. Zoo, lig je wel goed, -wel gemakkelijk? Nu neem je toch wat bouillon hé, met -rijst!”</p> -<p class="par">„Vrouwtje.”</p> -<p class="par">Hij kon dat woord zoo aardig, zoo vleiend zeggen en zij -boog zich over hem en vroeg, wat hij verlangde.</p> -<p class="par">„Wij moeten het ons maar zoo prettig en gezellig -mogelijk maken, zoolang het duurt. En niet sentimenteel -doen.”</p> -<p class="par">„Ja, Telwerda.”</p> -<p class="par">„Dat moet je niet zeggen. Noem mij -„man” of „Ru”, zoo zeide mama ook -altijd.”</p> -<p class="par">„Ja, Ru!”</p> -<p class="par">„Wat klinkt dat goed, geef mij nu wat bouillon, ik -heb bepaald trek.”</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e597" href="#xd23e597" -name="xd23e597">33</a>]</span></p> -<p class="par">Céline was nog geen veertien dagen bij Telwerda -aan huis of alles verkreeg er een ander aanzien; de bedienden kwamen -meer onder appèl, de weerspannigen, die merkten dat zij onder -het beheer der nieuwe Njonja niet meer als vroeger naar hartelust -konden luieren en stelen, werden weggezonden.</p> -<p class="par">De anderen moesten zich naar haar wenschen schikken. De -kennissen van Rudolf, die hem trouw kwamen opzoeken, merkten de -verandering, die niet alleen in het huis maar ook met hem plaats had. -Hij was nu veel kalmer en minder ziekelijk opgewonden; hij kon uren -lang stil liggen zonder gejaagd te zijn, zonder te knorren of te -kermen.</p> -<p class="par">Hij kreeg geregeld zijn medicijnen en zijn voedsel, hij -werd verfrischt en opgeknapt, zooals Céline het noemde; hij -hoefde nooit machteloos te wachten op de vervulling van een wensch en -vooral hij had altijd gezelschap.</p> -<p class="par">Geen oogenblik kon hij alleen zijn, zelfs niet wanneer -Céline aan haar huishoudelijke bezigheden was; hij moest haar -altijd om zich heen hebben. Zelfs wanneer hij met de oogen dicht lag, -was het hem een troost als zij in de kamer op en neer ging, of stil -voor zijn rustbed zat te werken. <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e607" href="#xd23e607" name="xd23e607">34</a>]</span></p> -<p class="par">De dokter kon er niet over uit, zoo’n juweel van -een ziekenoppasster als mevrouw Telwerda bleek te zijn; die nu ontheven -waren van de dikwijls niet al te gemakkelijke taak om hem gezelschap te -houden, roemden haar om strijd.</p> -<p class="par">„Hij had ’t eerder moeten doen,” -zeiden zij.</p> -<p class="par">„Die laatste streek is de verstandigste van zijn -leven geweest.”</p> -<p class="par">Zooals het meer met zieken gaat, trad na de hevige -crisis nu een tijdperk in van betrekkelijke stilstand; hij begon beter -te slapen en te eten, hij was minder lusteloos.</p> -<p class="par">„Verbeeld je, dat ik eens beter werd!” zeide -hij eens.</p> -<p class="par">Céline antwoordde niet; zij stond met den rug -naar hem toe en voelde, dat zij een kleur kreeg: hij herhaalde zijn -gezegde.</p> -<p class="par">„Hoe zou je dat vinden?” vroeg hij en zij -hoorde aan zijn stem, dat hij kregelig werd.</p> -<p class="par">„Ik weet niet, hoe ik ’t moet opnemen. Voor -mijzelf zou ik God danken, maar voor jou was ’t misschien -vreeselijk, zoo’n koopje.”</p> -<p class="par">„Zou je dan, wanneer ik in ’t leven -bleef,—‘t is te gek om van te praten—maar als het -eens gebeurde, zou je dan mijn vrouw willen blijven?” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e626" href="#xd23e626" name= -"xd23e626">35</a>]</span></p> -<p class="par">Zij zag hem aan met haar heldere, blauwe oogen en haar -mooien lach.</p> -<p class="par">„Ik, natuurlijk,” antwoordde zij -oprecht.</p> -<p class="par">Hij keerde het hoofd om en mompelde:</p> -<p lang="de" class="par">„Es wär’ zu schön -gewesen.”</p> -<p class="par">Van dat oogenblik kwam er iets vreemds tusschen hen; zij -vermeden elkanders oogen, elkanders aanraking; het prettige, -kameraadschappelijke, dat na de groote scène hun verhouding had -gekenmerkt, verdween onwillekeurig, en zonderling, de verandering -scheen van hem uit te gaan en deelde zich aan haar mede.</p> -<p class="par">Vóór dien tijd hadden zij veel met -elkander gesproken; hartelijk, eenvoudig vriendelijk, vertelde -Céline hem van haar familieomstandigheden, van haar lotgevallen -in Indië, van haar zorgen, haar moedeloosheden. Ook hij haalde -oude herinneringen op van de Polytechnische school, van zijn ouderlijk -huis, van zijn diensttijd.</p> -<p class="par">Al zijn herinneringen waren even zonnig, even gelukkig; -de hare daarentegen even somber en kleurloos; tot aan zijn ziekte was -hij in alle opzichten een verwend kind der Fortuin geweest, zij had -niets anders dan het brood der dienstbaarheid en der verveling gegeten; -niets anders moeten doen dan aan haar van levenslust <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e642" href="#xd23e642" name= -"xd23e642">36</a>]</span>en liefde overvloeiend hart het stilzwijgen -opleggen. Die weerzijdsche confidentiën hadden hun goed gedaan, en -nader tot elkander gebracht. Maar, nu bleven zij plotseling uit, uren -lang zaten zij naast elkander en spraken slechts het hoognoodige, of -iets om maar wat te zeggen; hij kreeg weer meer koorts en bleef -dikwijls halve nachten wakker liggen, nu en dan rondziende met de oogen -wijd geopend.</p> -<p class="par">„Zal ik je eens iets voorlezen?” vroeg -zij.</p> -<p class="par">„Och! wat zal ’t wezen?<a id="xd23e648" -name="xd23e648"></a> Daar ligt een heele rommel boeken, mijn vrienden -hebben mij goed van lectuur voorzien, maar in den laatsten tijd had ik -geen trek meer.”</p> -<p class="par">Céline keek de boeken na; het waren allen -òf vakboeken; droog en geleerd, òf wel romans van meer -dan lichtzinnig allooi.</p> -<p class="par">„Bah, is me dat lectuur voor een zieke!” -zeide Céline minachtend.</p> -<p class="par">Hij glimlachte.</p> -<p class="par">„Wil je mij dan vrome boeken voorlezen?”</p> -<p class="par">„Ernstige ten minste,” antwoordde zij, -„die je op het leven uit de hoogte leeren neerzien, die je boven -je zelf verheffen... Wat heb je aan de beschrijving van die dingen, -waarvan je nu toch niet genieten kunt? Ze maken je maar wrevelig en -opgewonden.” <span class="pagenum">[<a id="xd23e661" href= -"#xd23e661" name="xd23e661">37</a>]</span></p> -<p class="par">„Je hebt gelijk,” hernam hij, „ik kon -die prullen ook niet meer lezen. Heb je iets beters?”</p> -<p class="par">Zij haalde een boekje voor den dag, dat er oud en -versleten uitzag.</p> -<p class="par">„Dit gaf mijn moeder mij bij ons afscheid, en -’t heeft me nooit verlaten; als ik mij soms te moe of te verlaten -voelde, dan sloeg ik ’t op en las dan steeds iets toepasselijks -op mijn toestand. Ik heb ook veel, heel veel gelezen, maar altijd kwam -ik terug tot het boekje van mijn moeder. Dat alleen kon mij kalmeeren -en kracht geven; andere verbitterden mij maar.”</p> -<p class="par">„Laat eens zien!”</p> -<p class="par">Het was Thomas à Kempis; hij lachte een weinig -minachtend.</p> -<p class="par">„Ik wilde je juist verzoeken mij uit Heine voor te -lezen; die is mij het langst trouw gebleven, die wist ook wat het -beteekent in volle kracht door ziekte neergeworpen niet meer te kunnen -leven en genieten, wanneer men zoo gaarne nog wil.”</p> -<p class="par">„Neen, Heine zal ik je evenmin geven als het -vergif, waarom je eens vroeg.”</p> -<p class="par">„Vergif, daar zal ik je niet meer om vragen, maar -mij dorst naar Heine, dat is andere, steviger kost dan die -water-en-melk kwezelarij van je middeleeuwschen monnik.” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e678" href="#xd23e678" name= -"xd23e678">38</a>]</span></p> -<p class="par">Hij sloeg het boekje op, maar de letters dansten hem -voor de oogen.</p> -<p class="par">„Ik kan niet eens meer lezen,” zeide hij met -een hartverscheurenden glimlach, „ik verleer alles, wat ik met -moeite heb aangeleerd; lees mij een volzin voor, daar deze, maar niet -meer.”</p> -<p class="par">Zij las met bevende stem.</p> -<p class="par">„Er is niets zoeter, niets sterker, niets -verhevener, niets aangenamer, niets volmaakter, noch iets beter in den -hemel en op aarde dan de liefde, want de liefde is uit God -geboren.”</p> -<p class="par">Zij zweeg; hij knikte met het hoofd om haar aan te -sporen meer te lezen en zij ging voort:</p> -<p class="par">„De liefde is iets grootsch en een zeer groot -goed, dat alleen datgene, wat zwaar is, licht maakt en dat gestadig -alle ongestadigheid en ongelijk verdraagt, want zij draagt allen last -zonder moeite en maakt al wat bitter is zoet en aangenaam.”</p> -<p class="par">„Dat is waar,” fluisterde hij, „heel -waar, hij weet het beter dan Bourget en Zola en die anderen.”</p> -<p class="par">Zijn oogen brandden op haar gelaat en zij sloeg verward -den blik neer.</p> -<p class="par">„Ja, hij weet het, lees voort, Céline! Je -wist het zeker al lang, ik wist het ook, maar ik heb ’t nooit -zóó begrepen. Wij <span class="pagenum">[<a id="xd23e698" -href="#xd23e698" name="xd23e698">39</a>]</span>mannen zijn dat ontwend, -wij vinden dat goed voor vrouwen of voor haar niet eens meer, voor -bakvischjes alleen.”</p> -<p class="par">Céline was blijde voort te kunnen lezen; een -dwaze verlegenheid had haar vervuld, haar handen beefden, haar polsen -jaagden, en haar wangen gloeiden en terwijl zij voortlas nam haar stem -een eigenaardigen klank aan.</p> -<p class="par">„Vandaag niet meer,” zeide hij eensklaps; -het zweet parelde op zijn voorhoofd, zijn borst ging onrustig op en -neer. „’t Kalmeert mij niet, integendeel, ’t is of -een nieuwe wereld voor mij opengaat, waarin ik niet kan binnengaan. O, -’t is zoo mooi als men zóó het leven kan opvatten, -hoog op alles neerzien, maar ach! ’t is een illusie, een -droom.”</p> -<p class="par">Céline ging stil heen, zij verliet de kamer en -hij weerhield haar niet.</p> -<p class="par">Die nacht ging voor Rudolf zeer onrustig en pijnlijk -voorbij; hij ijlde bijna altijd voort en haspelde allerlei dingen -dooreen; ’t meest had hij het over liefde. De woorden, hem door -Céline voorgelezen, waren hem in het zieke hoofd blijven hangen -en telkens kwam hij er op terug.</p> -<p class="par">Wat hij eigenlijk bedoelde en zeggen wilde, kon zij niet -begrijpen; toen hij eindelijk insliep was het met haar hand in de -zijne. <span class="pagenum">[<a id="xd23e711" href="#xd23e711" name= -"xd23e711">40</a>]</span></p> -<p class="par">„Niet weggaan,.... niet weggaan,....” -smeekte hij, „heb mij lief.... weinig,.... heel weinig -maar.—De liefde immers acht niets zwaar.”</p> -<p class="par">Toen hij den volgenden morgen laat wakker werd en haar -aankeek, viel ’t hem op dat zij er ellendig uitzag, met donkere -kringen om de oogen en lang uitgetrokken wangen.</p> -<p class="par">„Och! ellendeling, die ik ben, dat ik je zoo lang -moet ophouden,” steunde hij, „’t was voor je niet om -te dragen al bezat je ook dat ééne waarover je gisteren -las, en nu drukt het op je in volle kracht.”</p> -<p class="par">Zij keerde zich haastig om, want zij voelde haar stem -stikken en haar oogen overloopen van tranen, die zij kost wat kost voor -hem wilde verbergen.</p> -<p class="par">„Céline,” riep hij haar toe, terwijl -zij met den rug naar hem gekeerd bezig was iets uit de kast te halen, -eigenlijk om met haar aandoening ongezien te worstelen.</p> -<p class="par">Zij veegde haastig de oogen af en trachtte zoo goed zij -kon te glimlachen toen zij weer naast zijn bed stond.</p> -<p class="par">„Zei je iets, Ru?” vroeg zij.</p> -<p class="par">„Ik wou je iets zeggen,” hij hield zijn -hoofd afgewend, „ik heb in jaren niet gebeden, maar van nacht heb -ik ’t gedaan <span class="pagenum">[<a id="xd23e728" href= -"#xd23e728" name="xd23e728">41</a>]</span>en weet je waarvoor? Om -spoedig uit mijn lijden verlost te worden!”</p> -<p class="par">„Is ’t dan zoo erg?” snikte zij.</p> -<p class="par">„Niet voor mij, neen! Dat komt er niet op aan, een -paar weken langer of korter, ik ben er aan gewend, maar voor jou! Ik -kan je niet zien tobben, en denken dat ik er oorzaak van -ben!”</p> -<p class="par">Zij bleef doorsnikken.</p> -<p class="par">„Ja, huil maar niet zoo, Céline, ’t -zal wel afloopen, vroeg of laat en denk dan eens wat je een heerlijk -lot wacht, vrij passage naar huis, alles wat ik bezit is voor jou, en -dan pensioen. Hoe prettig kan je met je moeder en je gebrekkig zusje -leven. Maar je hebt het verdiend, je bent zoo goed voor mij geweest, -zoo goed, of je mij werkelijk hadt getrouwd—uit -liefde.”</p> -<p class="par">Hij verborg het gelaat in de kussens; zij stond nog -altijd bitter te schreien; na een poos ging hij voort:</p> -<p class="par">„Je moet later naar mijn zusters gaan, -Céline. Ze zullen er van opzien, dat ik een weduwe nalaat; maar -zij moeten je als een zuster behandelen, ik verlang het, en zal haar -ook schrijven, dat je mij zoo goed, zoo trouw heb opgepast in de -laatste dagen.”</p> -<p class="par">„Ik doe mijn plicht,” stamelde zij, -<span class="pagenum">[<a id="xd23e745" href="#xd23e745" name= -"xd23e745">42</a>]</span>„niets dan mijn plicht, er is niets -bijzonders in. Ik nam ’t op mij.”</p> -<p class="par">„Ja, ik weet het, ’t is je plicht! Je hebt -het op je genomen, ’t is heel mooi! o zoo mooi! maar er is plicht -en plicht doen.”</p> -<p class="par">‘t Scheen haar toe òf die woorden bitter en -spottend klonken; maar met den besten wil der wereld kon zij niets -antwoorden, al had zij ook gewild. Haar hart was tot berstens vol en -zij vluchtte naar buiten, waar juist de dokter haar in tranen vond.</p> -<p class="par">„Dokter,” vroeg zij en nam radeloos zijn -handen in de hare, „is er niets geen hoop, niets, kan u hem -werkelijk niet redden?”</p> -<p class="par">„Arm mevrouwtje! Staat het er zoo mee? Ik zou u -kunnen vleien met een paar gemeenplaatsen, maar waar dient het voor? Ik -heb ’t u immers zwart op wit gegeven. Er is niet de minste kans -op behoud. Alle edele deelen zijn aangetast.”</p> -<p class="par">„God straft mij,” zuchtte zij, „dat ik -rekende op zijn dood. Ik, die hem nu zou willen redden, ten koste van -mijn eigen leven.... ô zoo graag.”</p> -<p class="par">De dokter schudde het hoofd.</p> -<p class="par">„Wind u niet onnoodig op! Blijf zoo kalm mogelijk, -dat is ’t eenige middel om zijn leed te verzachten en zijn pijn -te verlichten!” <span class="pagenum">[<a id="xd23e762" href= -"#xd23e762" name="xd23e762">43</a>]</span></p> -<p class="par">De dokter kwam bij de zieke, die met zijn groote, -wijdgeopende oogen de kamer doorzocht.</p> -<p class="par">„Waar is mijn vrouw?” vroeg hij.</p> -<p class="par">„Ik geloof dat jelui mekaar mooi zenuwachtig -maakt. Zij is een heel best wijfje, maar dat nachtwaken en verplegen -maakt haar prikkelbaar en als u haar dan nog opwindt met allerlei -noodelooze praatjes, dan komt zij er nog heelemaal onder en wordt op -slot van rekening zieker dan u.”</p> -<p class="par">„Ik heb haar niets gezegd, niets, maar zou u -werkelijk denken, dokter, dat het haar afmat en afbeult? Dan zou -’t beter zijn.... dat.... dat ik naar het hospitaal -ging.”</p> -<p class="par">„Heb je van mijn leven! Nu naar het hospitaal -gaan, terwijl je vroeger hemel en aarde hebt bewogen om in je eigen -huis te blijven. Waarom ben je dan getrouwd, was ’t dan niet om -je een goede oppassing te verzekeren?”</p> -<p class="par">„Ja, ja, ’t is waar! Zoo moest ik ’t -beschouwen, maar nu kan ik ’t niet meer! Ik begrijp mezelf niet, -’t is zoo raar in mijn hoofd, zoo.... zoo.... donker.... en -vreemd. Is dat het einde, dokter?”</p> -<p class="par">„Geen quaestie man! Je hebt weer opnieuw -geteekend, hoor! Je pols is bepaald sterker.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e777" href="#xd23e777" name= -"xd23e777">44</a>]</span></p> -<p class="par">„Dokter.... zal ’t nu nog langer duren, er -moet een eind aan komen, zoo gauw mogelijk.”</p> -<p class="par">„Gekheid! houd je maar kalm! Weet je wat, ik zal -je vrouw eens een kalmeerend drankje geven en naar bed zenden. Amat kan -zoolang wel bij je blijven. Zij heeft hoog noodig te -rusten.<span class="corr" id="xd23e782" title= -"Niet in bron">”</span></p> -<p class="par">„Ja, dokter, dat is goed, laat haar -slapen.”</p> -<p class="par">Maar Céline wilde niet.</p> -<p class="par">„Neen, ik verlaat hem geen oogenblik,<span class= -"corr" id="xd23e792" title="Niet in bron">”</span> verklaarde zij -beslist, „ik zou ’t mij eeuwig verwijten.”</p> -<p class="par">„Dan wordt u ziek en moet hem toch alleen laten. -Wil u dat liever?”</p> -<p class="par">„O neen, dokter! Ik zal gaan slapen.”</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">Toen zij na eenige uren verfrischt en meer opgewekt bij -den zieke terugkwam, schitterden zijn oogen van dankbaarheid en -blijdschap; hoewel hij dank de rustpoeiers van den dokter zich -betrekkelijk kalm had gehouden, was de tijd hem eindeloos lang -gevallen.</p> -<p class="par">„Gevoelt ge je wat beter?” vroeg hij -belangstellend.</p> -<p class="par">Céline hoopte, dat hij haar hand zou drukken of -haar een kus vragen, maar <span class="pagenum">[<a id="xd23e807" href= -"#xd23e807" name="xd23e807">45</a>]</span>hij deed het niet; hij zag -haar nauwelijks aan.</p> -<p class="par">„Heb je aan den dokter je nood geklaagd,” -ging hij voort met iets wantrouwends in de oogen.</p> -<p class="par">„Wat voor nood?” vroeg zij verbaasd -terug.</p> -<p class="par">„Dat ik.... dat ik zoo lastig ben.”</p> -<p class="par">„Och Rudolf, hoe kan je zoo iets -denken?”</p> -<p class="par">„Ik denk soms hardop, maar ik zal ’t niet -meer doen, ik ben je veel te dankbaar, dat je zoo lief en hartelijk -voor mij bent uit plichtgevoel, en ik zal mijn best doen je taak niet -te verzwaren.”</p> -<p class="par">„Maar hoe kom je er aan! Je bent zoo geduldig en -volgzaam, dat ik je in stilte bewonder.”</p> -<p class="par">„Kom, nu houd je me voor den gek! Weet je wat ik -meer moest doen? De woorden van keizer Frederik ter harte nemen: -<span class="ex" lang="de">Lerne leiden ohne klagen</span>.”</p> -<p class="par">„O klaag gerust, je hindert mij niet.”</p> -<p class="par">Alweer kwam er een onaangename trek op zijn gezicht.</p> -<p class="par">„’t Is heel vriendelijk van je; ik mag die -woorden eigenlijk ook niet op mij toepasselijk maken. Wat een verschil -tusschen keizer Frederik en mij! Hoe kostbaar was zijn leven en hoe -nietig is ’t mijne. O, wat heb ik dwaas gehandeld het iemand als -een last op te leggen, als een plicht.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e833" href="#xd23e833" name= -"xd23e833">46</a>]</span></p> -<p class="par">Alweer scheen Céline met stoutheid geslagen; haar -hart en hoofd waren vol, maar haar tong weigerde elken dienst. Zij -verstonden elkander niet meer. Eindelijk bracht zij er met moeite -uit:</p> -<p class="par">„Wanneer je wist hoe bitter je mij grieft door -altijd hetzelfde te herhalen, zou je te goed zijn om die dwaze dingen -te zeggen. Ik verdien het niet aan je, voor zoover ik weet.”</p> -<p class="par">„O neen, je doet je plicht -onverbeterlijk.”</p> -<p class="par">Hij zweeg een poos en toen zeide hij: „We -begrijpen elkander niet meer, elk gesprek eindigt in kibbelen en -waarlijk, mijn leven is te kort om het in zulk onvruchtbaar twisten -door te brengen. Wil je mij liever wat voorlezen?”</p> -<p class="par">„Heel graag, wat dan? De Locomotief?”</p> -<p class="par">„Neen—dat boekje van gisteren.”</p> -<p class="par">Céline las vandaag over onderwerping, over het -nut van het lijden, over het nietige van al het aardsche, over de hoop -op een eindeloos geluk.</p> -<p class="par">„Je hebt gelijk,” zeide hij, toen zij -ophield, denkende dat hij in slaap was gevallen. „Er is toch iets -kalmeerends in die eenvoudige woorden iets dat nog meer goed doet dan -de rustpoeiers van den dokter. Vooral wanneer je zoo ziek en -<span class="pagenum">[<a id="xd23e851" href="#xd23e851" name= -"xd23e851">47</a>]</span>zwak bent, kan je er gemakkelijk in komen. -Vroeger zou ik het femelarij hebben genoemd.”</p> -<p class="par">„Toen je gezond, sterk en gelukkig was.”</p> -<p class="par">„Gezond en sterk ja, maar gelukkig, ben ik het -ooit geweest? Lees dat nog eens voor van gisteren, dat was zoo -mooi.”</p> -<p class="par">Zij gehoorzaamde.</p> -<p class="par">„Ja, liefde is beter dan alles.... zelfs beter dan -plicht.”</p> -<p class="par">„Soms zijn plicht en liefde -één,” zeide Céline bijna onhoorbaar; hij -scheen het niet te verstaan, want hij bleef onbeweeglijk, met gesloten -oogen liggen.</p> -<p class="par">‘t Was dien dag drukkend warm, en hoewel alle -ramen openstonden en de jaloezieën neerhingen, drong de hitte in -de kamer door.</p> -<p class="par">Céline nam een waaier en wuifde hem zachtjes -koelte toe.</p> -<p class="par">„O hoe frisch!” mompelde hij, „wat zou -ik niet geven om een stuk ijs. Mijn tong brandt.”</p> -<p class="par">„Ik heb naar Samarang geschreven om ijs,” -sprak zij.</p> -<p class="par">„Je denkt om alles. Ik dank je! Een mooi ding toch -die plicht.”</p> -<p class="par">Den volgenden morgen had een hevig onweer de lucht -verfrischt; en hoewel het <span class="pagenum">[<a id="xd23e876" href= -"#xd23e876" name="xd23e876">48</a>]</span>eerste gedeelte van den nacht -voor Rudolf zeer benauwd geweest was, kwam hij evenals de natuur na de -hevige uitbarsting tot rust en voelde zich ’s morgens na eenige -uren slaap verkwikt.</p> -<p class="par">Nadat Céline hem gewasschen en gekleed had, -voelde hij moed om aan haar arm naar de achtergalerij te gaan.</p> -<p class="par">Het gezicht op het ravijn en de vlakte was -verrukkelijker dan ooit; alles scheen te juichen in nieuwe jeugd en -nieuwen glans; achter de bergen rees de jonge zon hoopvol en krachtig -aan den bleekblauwen hemel op, stroomen van schitterend goud werpend op -de zee van donker en licht groen aan hun voeten, de berg dreef in -wazige sluiers, die zijn violet blauw nog dieper en krachtiger tegen de -lucht deden afsteken. De regendroppels zogen met liefde de zonnestralen -op en weerspiegelden hun glans naar alle zijden, vóórdat -zij zich in hun warmte gingen oplossen.</p> -<p class="par">„Hoe heerlijk zoo’n morgen in het -gebergte!” en Céline ademde met volle teugen de frissche, -geurige lucht op in haar gezonde longen.</p> -<p class="par">Hij kuchte even, die fijne atmosfeer deed hem pijn.</p> -<p class="par">„Ja, vroeger vond ik ’t ook een paradijs, -zoo’n morgen na een onweer en nu ik een <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e888" href="#xd23e888" name= -"xd23e888">49</a>]</span>paar dagen dat niet gezien heb, treft het -gezicht mij weer in zijn volle pracht en schoonheid, ’t is of -nooit die stomme natuur mij verveeld, geërgerd, zelfs gewalgd -heeft.”</p> -<p class="par">Hij leunde op de balustrade met de eene hand, de andere -rustte op haar arm en plotseling, zonder dat zij er op verdacht was, -fluisterde hij met zonderling klinkende stem:</p> -<p class="par">„Ik zag haar ook nooit met jou! ’t Is of -alles nu veranderd is, of ik alles door andere oogen zie, nu.... nu ik -zelf....”</p> -<p class="par">Hij liet zich op een stoel vallen, die naast hem -stond.</p> -<p class="par">„Waarom het langer te verzwijgen? Céline, -je zult mij gek vinden, kinderachtig, dwaas, maar ik kan er niets aan -doen, ’t is over mij gekomen, zonder dat ik ’t weet. Ik ben -verliefd op je.... ik houd van je zoo innig, als ik nooit vermoed had, -dat mijn stervend hart nog kon liefhebben.”</p> -<p class="par">En met een kracht, die zij niet in hem had kunnen -vermoeden, trok hij haar naar zich toe, sloot haar in zijn armen en -overlaadde haar met kussen.</p> -<p class="par">„Had je zoo iets kunnen vermoeden, zoo iets -onnatuurlijks, zoo iets krankzinnigs op mijn sterfbed, maar ’t is -me <span class="pagenum">[<a id="xd23e903" href="#xd23e903" name= -"xd23e903">50</a>]</span>duidelijk geworden, gisteren, toen ik het niet -kon uithouden zonder je om mij heen te zien, zonder je te hooren.... -’t is onzinnig dat ik het je zeg, maar ’t is alles zoo -zonderling.... lach mij niet uit.... heb geduld met mij....”</p> -<p class="par">„Rudolf, Rudolf,” snikte zij, „o -Rudolf!”</p> -<p class="par">„Wat is er, Céline, doe ik je schrikken? -Och, verdraag die laatste gril van mij! O, als ik leven mocht, als ik -de man was van vroeger, wees verzekerd ik zou je leeren mij ook lief te -hebben, ik zou je gelukkig maken.”</p> -<p class="par">„Ach! heb je dan niet gevoeld, wat mij dezer dagen -soms zoo ellendig maakte? Wanneer je altijd sprak van plicht en van.... -die belooning, waarvoor ik het gedaan heb.... terwijl mijn heele ziel -vervuld was van één enkel groot gevoel....”</p> -<p class="par">„Wat zeg je, Céline! Begrijp ik je goed? -Zeg je dat uit toegevendheid, om mij te vleien?”</p> -<p class="par">„O neen, Rudolf! neen! Ik durfde het je niet laten -merken, maar nu, o God, ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig, als ik nooit -had gedacht dat ik ’t worden zou—o je moet beter worden, je -zult het. God is zoo goed, niet waar Rudolf, wij zullen samen bidden, -vol vertrouwen als kinderen.... o mijn lieve, beste man, ik -<span class="pagenum">[<a id="xd23e915" href="#xd23e915" name= -"xd23e915">51</a>]</span>wil niets liever dan alles voor je doen, niet -uit plicht, maar omdat ik zoo zielsveel, zoo innig van je houd, meer -dan ik ooit van iemand heb gehouden in mijn lange leven. Ik wil je niet -verliezen, ik wil niet.”</p> -<p class="par">En zij drukte zijn hoofd aan haar hart, en streelde en -kuste hem hartstochtelijk op het haar, op de oogen, zonder dat zij -merkte hoe bleek hij geworden was en hoe machteloos hij tegen haar -aanleunde.</p> -<p class="par">„O, ik heb hem gedood,” gilde zij ontzet, -toen zij het bemerkte, „mijn opgewondenheid is er oorzaak -van.”</p> -<p class="par">Zij vloog heen om eau de cologne te halen en vlugzout; -toen bette zij zijn slapen en polsen, totdat hij eindelijk de oogen -opende en haar aanzag met een moeden glimlach, die zijn loodbleek -gelaat als het ware verheerlijkte.</p> -<p class="par">„Mijn engel, mijn lieveling!” zeide hij mat, -„’t is het groote geluk van het leven dat in onze harten -stroomt, hoe jammer—te laat!”</p> -<p class="par">„Neen, niet te laat!” zeide zij vast -beraden. „Ik laat mij je niet ontrooven.”</p> -<p class="par">Treurig schudde hij het hoofd.</p> -<p class="par">„Waarom onszelf bedriegen? Wij weten het te goed. -Er is niets veranderd in mij. De ziekte woedt voort, maar het leven -<span class="pagenum">[<a id="xd23e932" href="#xd23e932" name= -"xd23e932">52</a>]</span>glimlacht mij nog eens vriendelijk toe. Ik -weet niet òf het wreed is, òf barmhartig, maar o, -Céline, ik heb zoo bitter geleden de laatste dagen, toen ik je -liefhad zonder hoon. Nu heb ik weer moed, nu kan ik alles dragen, want -jij draagt nu met mij mede. ’t Doet me zelfs geen verdriet meer -je zorgen aan te nemen, nu ik weet dat je het doet uit -liefde.”</p> -<p class="par">„Ach Rudolf, hadden wij elkander eer -gekend.”</p> -<p class="par">Hij glimlachte treurig.</p> -<p class="par"><span class="corr" id="xd23e939" title= -"Niet in bron">„</span>’t Had niets gegeven, Céline; -ik heb altijd met liefde gespot en gelachen om hem, die zich liet -vangen, zooals ik het noemde en nu word ik voor mijn cynisme -gestraft.”</p> -<p class="par">„Maar je leven rekken, dat kan ik nog wel, o, zoo -leven is nog een genot vergeleken bij.... bij....”</p> -<p class="par">Zij liet het hoofd op zijn handen rusten en schreide -wanhopend, als ééne, die geen hoop meer heeft.</p> -<p class="par">„Céline, ik bid je, heb medelijden met -mij,” smeekte hij met half gebroken stem.</p> -<p class="par">Zij sprong op en poogde door een krachtige poging de -uitbarsting van haar verdriet te onderdrukken.</p> -<p class="par">„Je moet sterk zijn,” zeide hij, terwijl -groote tranen langs zijn ingevallen wangen <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e953" href="#xd23e953" name= -"xd23e953">53</a>]</span>stroomden, „voor jezelf en voor mij. Wat -een wonderlijke liefde! Een liefde van tranen en zuchten, wie had -’t verwacht....”</p> -<p class="par">„Ja, je hebt gelijk, lieve man! Ik zal mijn best -doen, mijn uiterste best, ik wil sterk zijn. Ik wil onze liefde zoo -mooi, zoo heerlijk mogelijk maken.”</p> -<p class="par">„Ja, doe het, ’t zal zoo’n schat voor -je zijn, want jou blijft ten minste de herinnering.”</p> -<p class="par">Zij drukte sprakeloos zijn handen.</p> -<p class="par">„En mij de hoop.... op.... wederzien... want ik -hoop het nu, ik wil het hopen,... de liefde sterft niet.”</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">De dagen, die nu voor Rudolf en Céline volgden, -waren vol zoeten weemoed en droevig geluk, vol hopen en vreezen, vol -angst en toch weer vol kalmte.</p> -<p class="par">Zij werden niet moede elkander aan te zien, elkander te -liefkoozen, alles voor elkander te zijn zooveel mogelijk ieder -oogenblik te genieten, altijd vreezende dat het ’t laatste zou -blijken.</p> -<p class="par">Na dien dag, toen hun harten zich hadden uitgesproken, -vertoonde zich een werkelijke beterschap bij den zieken; de nachten -werden rustiger, de hoest verminderde, <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e971" href="#xd23e971" name="xd23e971">54</a>]</span>zijn eetlust -werd beter, hij scheen opgeruimd, gelukkig.</p> -<p class="par">„Onze wittebroodsweken, vrouwtje! Verbeeld je, dat -wij die eens konden overdoen, in Italië, aan het meer van Como of -in Zwitserland: want waarlijk, zoodra ik iets beter ben, vraag ik -verlof, je zult zien, de zeereis zal mij heel opknappen en wij stappen -in Genua uit, dan reizen wij heel, heel langzaam naar Holland; dat zou -toch grappig zijn, als ik ’t op die manier won, en dan getrouwd -was, zonder het te bedoelen.”</p> -<p class="par">„Zij zullen je beklagen? Neen, mij benijden; ik -heb gisteren Van Velden geschreven en hem en Elise bedankt, dat ze mij -zoo’n vrouwtje bezorgden, zoo’n juweeltje.”</p> -<p class="par">„Je moet me niet trotsch maken.”</p> -<p class="par">„Dat moet ik juist wel, dat mankeert je alleen, -een beetje zelfvertrouwen. Je bent gedeprimeerd door die lange -dienstbaarheid, dat zorgen en werken voor je onderhoud. Arm kind! kon -ik je maar doen opleven in een atmosfeer van weelde en -geluk.”</p> -<p class="par">„Dat heb ik nu,” zeide zij hem teeder -aanziende.</p> -<p class="par">„Met een zieken man! Maar waarlijk, ik geloof -zeker; dat het nog niet zoo erg <span class="pagenum">[<a id="xd23e986" -href="#xd23e986" name="xd23e986">55</a>]</span>met mij is. Als ik toch -denk hoe vol levenslust ik nu ben in vergelijking met een maand -geleden. Toen was alles mij onverschillig, leven of dood; maar nu kan -ik weer zoo echt menschelijk voelen en van harte hopen. Die verandering -heb ik geheel alleen aan mijn vrouw te danken.”</p> -<p class="par">En een volgenden keer vroeg hij<span class="corr" id= -"xd23e990" title="Bron: ;">:</span></p> -<p class="par">„Vind je werkelijk niet dat ik er beter -uitzie?”</p> -<p class="par">„Ja zeker,” antwoordde zij met overtuiging, -haar best doende te gelooven, wat zij hoopte, al viel ’t haar -soms ongeloofelijk zwaar.</p> -<p class="par">„Ik heb van nacht best geslapen en maar vier keer -gehoest.”</p> -<p class="par">„Neen, driemaal, ik weet het zeker. Heb je nog -pijn in je zij?”</p> -<p class="par">„O, ’t is veel minder, soms nu en dan een -steek, ’t lijkt er niets naar bij vroeger.”</p> -<p class="par">Hij trachtte voetje voor voetje met haar door de voor- -of achtergalerij te wandelen; dikwijls moest hij stilhouden en hijgend -stilstaan.</p> -<p class="par">„’t Gaat toch beter dan gisteren,” -hield hij vol, „wat een verschil met toen je hier voor ’t -eerst kwam. Weet je nog, hoe ik toen waggelde, wat dacht je toen -wel?”</p> -<p class="par">„Kon ik hem maar beter maken!” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1010" href="#xd23e1010" name= -"xd23e1010">56</a>]</span></p> -<p class="par">„Dacht je dat toen werkelijk?”</p> -<p class="par">„Ja, maar ik durfde het eigenlijk niet hopen, want -ik meende, dat je het vreeselijk zou vinden dan aan mij vastgeklonken -te zijn.”</p> -<p class="par">„En nu?”</p> -<p class="par">„O nu zou ik niets liever willen dan samen onze -gouden bruiloft vieren.”</p> -<p class="par">„O vrouwtje vraag niet te veel. De koperen of -zelfs de blikken was al mooi genoeg.”</p> -<p class="par">„Niet genoeg voor mij.”</p> -<p class="par">Het was een genot voor Céline, eindelijk alle -schatten van haar liefdevol hart te kunnen uitstorten, na ze zoo lang -met grendel en slot te hebben afgesloten; zij had Rudolf lief met alle -kracht en gloed eener eerste liefde; hij voelde het en die warmte deed -hem goed, en schonk aan zijn eigen hart een tweede jeugd.</p> -<p class="par">Eigenlijk had ook hij nooit bemind; nu eerst, nu hij de -reine, sterke liefde eener edele vrouw gevoelde en ze zelf terug kon -geven, begreep hij hoe onwaardig en laag het gevoel was geweest, dat -hij tot nu toe voor vrouwen ondervonden had.</p> -<p class="par">„Maar ’t is te laat, te laat,<span class= -"corr" id="xd23e1029" title="Niet in bron">”</span> dacht hij in -zijn sombere oogenblikken, om even later weer op te leven onder haar -liefkoozingen zijn oogen te verheugen aan <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1032" href="#xd23e1032" name="xd23e1032">57</a>]</span>haar -gestalte, die hem hoe langer hoe lieftalliger, hoe bekoorlijker -voorkwam.</p> -<p class="par">„Wat staat die sarong-kabaja je goed<span class= -"corr" id="xd23e1037" title="Bron: .">,</span>” zeide hij haar -bewonderend aanziende, „ik heb nooit een Europeesche vrouw -gezien, wie ’t zoo goed kleedde.”</p> -<p class="par">Zij bloosde onder zijn lof en schikte haar pending -(ceintuur) recht.</p> -<p class="par">„Wanneer ik beter ben, dan zal ik met je naar -Samarang gaan en de beste modiste moet je kleeden. Je mag het zoo duur -nemen, als je wilt, wanneer het maar elegant is.<span class="corr" id= -"xd23e1044" title="Niet in bron">”</span></p> -<p class="par">„Och, ik geef zoo weinig om mijn toilet!” -antwoordde zij glimlachend.</p> -<p class="par">„Ook niet, als het je man plezier doet, als hij -zijn oogen te gast wil laten gaan aan zijn mooi vrouwtje.”</p> -<p class="par">„Mooi vrouwtje, dat is ook iets nieuws.”</p> -<p class="par">„Is niet alles nieuw wat je nu voelt en hoort!.... -Maar wacht, ik heb een idee! Domoor, dat ik er niet eer om -dacht!”</p> -<p class="par">Hij vroeg zijn schrijfgereedschap en schreef een brief, -dien hij op de plaats liet bezorgen, aan een zijner kennissen. -Céline dacht er niet verder aan; een paar dagen later kwam die -heer met Rudolf spreken en toen hij weg was, riep hij haar bij -zich.</p> -<p class="par">„Zie eens hier!” zeide hij en reikte haar -een étui over. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1059" href= -"#xd23e1059" name="xd23e1059">58</a>]</span></p> -<p class="par">„O,” riep zij verschrikt uit, nadat zij -werktuigelijk het deksel had opengeslagen.</p> -<p class="par">Het vonkelde tegen haar in duizend kleuren, de diamanten -van een prachtige parure.</p> -<p class="par">„Rudolf! Is dat voor mij? ’t is te mooi, -veel te mooi en te kostbaar.”</p> -<p class="par">„Niets kan te mooi en te kostbaar zijn voor mijn -vrouw. Ik ben zoo lomp geweest je niet eens een huwelijkscadeau te -geven.... bewaar dit als een aandenken van mij.... wat er ook -gebeure.”</p> -<p class="par">Zij had moeite haar tranen te onderdrukken.</p> -<p class="par">„Niet huilen, niet huilen! Anders denk ik dat je -weer den moed opgeeft en dat mag niet, ik wil en zal beter worden. Geef -mij liever een zoen.”</p> -<p class="par">Zij kuste hem lang en innig, en hij drukte haar zoo vast -tegen zich aan, dat het haar benauwde.</p> -<p class="par">„Nu moet je mij een plezier doen, wil je,” -zeide hij en trachtte een schertsenden toon aan te slaan om zijn eigen -aandoening te verbergen, „trek je japonnetje aan, ik zal maar -zeggen je bruidstoilet, me dunkt dat zag er nog al lief uit, en steek -er die dingen op, dan zie ik je voor het eerst in groot -ornaat.”</p> -<p class="par">Céline liep gauw weg en kwam gekleed <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1079" href="#xd23e1079" name= -"xd23e1079">59</a>]</span>terug; zij zag er werkelijk allerliefst uit, -blozend van geluk en vreugde.</p> -<p class="par">„Wat staat je dat goed, nu ben je een echt -bruidje! Ga daar zitten, dan kan ik je goed zien. Wie heeft dat kleedje -voor je gemaakt?”</p> -<p class="par">„Ik zelf,” antwoordde zij, „wie -anders!”</p> -<p class="par">„Wat een knap ding, wat vlugge vingers.</p> -<p class="par">Maar ’t is je laatste kunststuk in dit genre, -vrouw! Voortaan laat je al je kostumes maken. Mevrouw Telwerda moet -naar haar stand gekleed gaan.”</p> -<p class="par">Hij was zoo opgeruimd, zoo vroolijk, dat het zelfs den -dokter, die zijn dagelijksch bezoek bracht, opviel. Céline wilde -haar sieraden afdoen.</p> -<p class="par">Hij verbood het haar.</p> -<p class="par">„Neen, neen, de dokter mag je wel zien op zijn -mooist. Wat zegt u, dokter, heb ik geen beeld van een vrouw?”</p> -<p class="par">„Ik maak u mijn compliment, mevrouw! U ziet er -flink uit en die parure flatteert u bepaald.”</p> -<p class="par">Toen zij hem uitliet vroeg Céline aarzelend en -met angstig kloppend hart:</p> -<p class="par">„Dokter, vindt u waarlijk niet dat hij -vóóruitgaat?”</p> -<p class="par">„Ik weet het niet, mevrouw,” antwoordde hij, -want hij vond niets beters.</p> -<p class="par">„Als u ’t niet weet, wie moet het dan -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1106" href="#xd23e1106" name= -"xd23e1106">60</a>]</span>weten?” zeide zij knorrig, „ik -vind wel dat hij op weg is van beterschap.”</p> -<p class="par">„Ik hoop dat u gelijk heeft, mevrouw!”</p> -<p class="par">Zij zag hem strak in de oogen en plotseling ontviel haar -alle moed; zij begreep, dat de man niets liever wenschte dan haar -gerust te kunnen stellen, maar hij mocht, hij kon niet.</p> -<p class="par">Een doffe zwaarte viel op haar hart, het was of de dag -zijn zon, de boomen hun groen verloren, of over alles een wolk van -zwart neerzonk en met loodzware stappen keerde zij naar den zieke -terug.</p> -<p class="par">Toevallig kwam zij langs een spiegel en zag zichzelf in -haar wit met kant gegarneerd kostuum, flonkerend van juweelen, aan -hals, ooren en armen; rillend wendde zij den blik af, en ’t was -of een ander zichzelf haar te gemoet trad geheel in rouw gehuld.</p> -<p class="par">„Wat zei de dokter? Hoe vond hij me?” vroeg -Rudolf nieuwsgierig toen zij terugkwam.</p> -<p class="par">„O zoo goed, veel beter,” antwoordde zij en -zij vond dat haar stem vreemd klonk als sprak een ander; hij scheen het -niet te merken.</p> -<p class="par">„Zie je wel? Ik kan ’t wel voelen; o ik -vergis me niet, ik ken mijn oude <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1123" href="#xd23e1123" name="xd23e1123">61</a>]</span>machine -zoo goed. Vrouwtje, vrouwtje, je bent zoo gauw niet af van mij, maar je -zult zien, wat ik een goede man zal worden, geen brombeer, geen lastige -keukenpiet.”</p> -<p class="par">Zij trachtte te glimlachen, maar zij voelde hoe haar -hart het uitschreeuwde in wanhoop, hoe al haar hoop wegsmolt in -onzichtbare tranen vol bitterheid.</p> -<p class="par">„Kom naast mij zitten, zie hoe heerlijk de zon -ondergaat!”</p> -<p class="par">Ja, heerlijk ging de zon onder in een glans van -smaragden, robijnen en amethysten, en op de korte schemering volgde een -avond van maneglans, zooals men slechts tusschen de keerkringen -genieten kan.</p> -<p class="par">Rudolf en Céline zaten doodstil naast elkander -hand in hand; hij sluimerde even in. Toen hij zijn oogen weer opende -baadde geheel het panorama aan hun voeten in een zilveren gloed; hoog -aan den hemel zweefde de maan, in haar geelwitte schittering een kleine -zon gelijk. Overal drongen haar stralen door in het ravijn, tusschen -het dikke geboomte, overal verzachte zij de overgangen, overal temperde -zij den vaak te schrillen kleurenrijkdom, over alles wierp zij een -sluier van diamanten vonken, vol zoete poëzie. De geheele -achtergalerij scheen met kantwerk overdekt, zoo speelden het dartele -licht door de <span class="pagenum">[<a id="xd23e1133" href= -"#xd23e1133" name="xd23e1133">62</a>]</span>slingers en de bladeren van -het klimop, dat zich tusschen de kolommen wiegde; een bloeiende -kamoening of sokkaboom zond haar zoete geuren omhoog, in de verte -klonken de eentonige, maar in deze omgeving zoo geheel harmonische -klanken van de gamelan en verleenden aan de rustige stilte een soort -van wijding, die er de plechtigheid van verhoogde.</p> -<p class="par">„O Céline, wat een nacht om te beminnen en -bemind te worden.”</p> -<p class="par">En hij drukte haar hand vast in de zijne. Zij moest zich -geweld aandoen kalm te blijven, zij wilde hem niet opwinden, maar zij -had er behoefte aan hem nog eens te zeggen, nog eens door liefkoozingen -te doen voelen, hoe vurig zij hem liefhad, hoe geheel haar ziel in -opstand kwam tegen het wreede vonnis hem te moeten missen en zij gaf -hem zijn druk nog hartelijker terug.</p> -<p class="par">„Mijn liefste vrouw, onwillekeurig denk ik aan die -heerlijke tweespraak uit Shakespeare, van Lorenzo en Jessica, in de -Merchant of Venice:</p> -<p class="par">„Het was in zulk een nacht....” zoo gaat het -dan in afwisselende rei:</p> -<p class="par">„De maan is de beschermster der geliefden, dus ook -van ons.”</p> -<p class="par">„Ik houd zooveel van den Indischen <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1148" href="#xd23e1148" name= -"xd23e1148">63</a>]</span>nacht,” antwoordde Céline, -„veel meer dan van den dag, die is te benauwd, te stoffig; maar -is het je niet te koel, beste man? Zal ik niet het licht aansteken, en -zullen wij dan Shakespeare nalezen?”</p> -<p class="par">„O neen! zoo te zitten is het schoonste gedicht; -ik gevoel me zoo gelukkig, zoo goed, zoo kalm als in lang niet. Wat -valt die maan mooi op je juweelen en op je handen! ’t Is of je -een prinses bent, een fee, die haar tooverland verlaten heeft om mij -armen zieke te komen troosten en genezen.”</p> -<p class="par">Hij zag haar teeder aan en zij trilde van blijdschap en -stille vreugde onder zijn bewonderende blik. Nooit had iemand haar met -zulk een vereering aangezien, nooit had zij gevoeld dat zij de zon was -van een bestaan, het middelpunt van een leven. Zijn liefde, die, voor -’t laatst, het verzwakte, afgebeulde hart deed opleven, bleef -zacht, droefgeestig, diep en innig, maar de hare, waarvan zij ten volle -voelde, dat het voorwerp haar spoedig ontscheurd zou worden, was -hartstochtelijk, sterk, vurig; zij moest zich onophoudelijk tot kalmte -en matiging aansporen. Dit maakte haar misschien meer teruggehouden -maar schonk haar een reine schuchterheid, die hem steeds meer en meer -aantrok en boeide. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1154" href= -"#xd23e1154" name="xd23e1154">64</a>]</span></p> -<p class="par">„Wat kan een mensch veranderen,” zeide hij -na poos, „vroeger haatte ik het huwelijk, ik noemde het een -ondragelijke slavernij, een drukkend juk, ik begreep niet hoe menschen -het zich konden opleggen. En nu schijnt mij een leven zoo met zijn -tweeën een ideaal van geluk toe, en wat denk jij, -Céline?”</p> -<p class="par">„Ik zal het je bekennen, Rudolf, ik had een groote -illusie en die heb ik zoo lang mogelijk veilig gedragen tusschen vele -teleurstellingen, ik heb ze beschut tegen spot en minachting, die -vooral hier op Java zoo welig groeien.”</p> -<p class="par">„Ja, en die zooveel wat goed in mij was hebben -gedood; ja ik ken ze, Céline, en die illusie was?....</p> -<p class="par">„Het huwelijksleven met een man, die mij liefhad -en wien ik ook mijn liefde kon geven, het ideaal van Vondel’s -Badeloch:</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">Twee zielen gloênd aaneengesmeed,</p> -<p class="line">Of vastgeschakeld en verbonden</p> -<p class="line">In lief en leed....</p> -</div> -<p class="par first">Naar dat leven heb ik gesmacht, daarom heb ik -dagelijks gebeden!”</p> -<p class="par">„En zie je ze nu werkelijkheid worden, die -illusie? Ben ik in staat ze te vervullen?”</p> -<p class="par">Zij drukte zijn handen aan haar lippen. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1177" href="#xd23e1177" name= -"xd23e1177">65</a>]</span></p> -<p class="par">„Je bent mijn ideaal, mijn koning, op wien ik -levenslang heb gewacht, wier slavin ik trotsch ben te zijn.”</p> -<p class="par">Haar stem stierf weg in een snik en inwendig zuchtte -zij:</p> -<p class="par">„O, ’t is te wreed, veel te wreed. Ik wil, -ik kan hem niet verliezen.”</p> -<p class="par">„Hoe vreemd vonden wij elkaar toch! Hoe zal ik -deze ziekte danken, die mij het geluk van mijn leven schonk. Je hebt -gelijk, God is goed. Hij weet alles beter dan wij.”</p> -<p class="par">En na een oogenblik:</p> -<p class="par">„Vrouwtje, verbeeld je eens als wij niet altijd -met ons beiden bleven, als er eenmaal jong leven om ons heen spruitte? -O, wat zal je een lief moedertje zijn en ik een indrukwekkende, strenge -vader! Vroeger zou ik ’t idee belachelijk hebben gevonden, maar -nu! nu vind ik het een geluk. Dat doet alles de liefde, die -tooverfee.”</p> -<p class="par">Daar sneed een akelig, scherp geluid door de -zilverblauwe lucht, den schitterenden hemel bekrassend en ontsierend. -Rudolf hoorde het niet, maar Céline kromp rillend ineen. Zij -wist dat het de kreet was van een nachtvogel, die volgens de -bijgeloovige Javanen, de nabijheid van den dood voorspelt.</p> -<p class="par">Tot driemaal herhaalde zich de ongelukskreet -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1194" href="#xd23e1194" name= -"xd23e1194">66</a>]</span>en toen voelde Céline een kille -huivering, iets als de nabijheid van een onzichtbaren, vreeselijken -gast.</p> -<p class="par">Zij keek om, neen, het waren dezelfde bleeke stralen der -maan, maar alles scheen haar nu spookachtig, geheimzinnig, dreigend -toe. De bladeren ritselden angstig, het water in de rivier stroomde -haastig bruisend als vluchtend weg, de gamelan verstomde en zelfs de -krekels staakte hun gezang.</p> -<p class="par">Zij zag naar haar man, maar zijn hoofd lag nog even -rustig en kalm als daareven tegen haar schouder; alleen gaf het -verheerlijkende licht der maan aan zijn uitgeteerd gelaat een -schoonheid van majesteit, welke zij tot nog toe slechts op de -aangezichten van dooden had gezien.</p> -<p class="par">Zij streelde hem langs zijn in den laatsten tijd sterk -vergrijsde haren en kuste zijn voorhoofd. Goddank, het was nog warm, de -slapen klopten regelmatig.</p> -<p class="par">„Mijn lieveling!” zeide hij en sloeg de -oogen op. Zij herademde, hoe dwaas zich zoo angstig te maken; was alles -dan niet ijdele vrees, hij voelde zich beter, de dokter kon zich -vergissen; ’t is de eerste keer niet, dat geleerder en wijzer -mannen dan hij zich in den aard eener ziekte bedriegen, en die vogel, -hoe belachelijk daaraan te hechten. <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1205" href="#xd23e1205" name="xd23e1205">67</a>]</span></p> -<p class="par">„Kom, je moet naar de couchee, manneke, ’t -is laat genoeg, en dan maakt vrouwtje voor je een kop bouillon klaar -met een stuk kip en wat petits pois en dan gaat men rustig slapen, om -morgen lekker frisch op te staan.”</p> -<p class="par">„Kan ik hier niet blijven vrouwtje, ’t is -hier zoo goed, ik geloof dat ik zoo heerlijk zal droomen.”</p> -<p class="par">„Neen, je moet niet zoo ongeregeld doen, als je -beter wilt worden voor je arme vrouw. Geef mij je arm maar!”</p> -<p class="par">„Zullen wij eerst wat in den tuin wandelen in den -maneschijn?”</p> -<p class="par">„Zal het je niet vermoeien?”</p> -<p class="par">„O neen!”</p> -<p class="par">Hij richtte zich op, maar plotseling viel hij weer terug -in den leuningstoel.</p> -<p class="par">„Daar breekt iets,” hoorde Céline hem -zeggen, en nog voor dat zij ’t wist stroomde een golf van bloed -over haar wit japonnetje, waarop hij zooeven nog met zooveel trots had -neergezien.</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par">De volgende morgen vond Céline nog steeds in haar -met bloed bevlekt bruidskleed, de diamanten om armen en hals. Zij dacht -aan niets anders meer dan aan <span class="pagenum">[<a id="xd23e1227" -href="#xd23e1227" name="xd23e1227">68</a>]</span>haar doodzieken, nog -steeds bewusteloozen man. Hij was nog niet bij kennis geweest, maar den -geheelen nacht hadden hevige benauwdheden, hoesten en bloedspuwingen -elkander afgewisseld.</p> -<p class="par">De dokter was niet op de plaats en kon eerst laat in den -morgen terug zijn; wat zij vermocht deed Céline, zij had geen -tijd tot treuren, geen tijd tot nagedachte, geen tijd zelfs tot -vreezen.</p> -<p class="par">Tegen acht uur glimde een straal van bewustzijn in de -verdoofde oogen.</p> -<p class="par">„Vrouw,” fluisterde hij en iets als een -schaduw van een glimlach speelde hem op de lippen; met moeite bewoog -hij even de hand om op haar bevlekt kleed en parure te wijzen.</p> -<p class="par">Nu eerst zag Céline de wreede tegenstelling en -plotseling was het of een stroom van wanhoop zich een weg baande door -een dam van wezenloosheid en zelfvergetelheid; zij zag hem aan met een -half waanzinnigen blik en toen staarde zij met afschuw en walging naar -haar besmeurden opschik en zij vluchtte weg uit de kamer. Instinctmatig -snelde zij heen, zoo ver mogelijk, tot zij in de logeerkamer der -bijgebouwen zich in veiligheid waande en daar zich radeloos op den -grond wierp.</p> -<p class="par">„O God! laat mij ook sterven, ik kan <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1239" href="#xd23e1239" name= -"xd23e1239">69</a>]</span>hem, niet overleven,” jammerde zij, -vergeefs worstelend om tranen; „ik kan ’t niet langer -dragen, ik kan ’t niet aanzien.”</p> -<p class="par">Eindelijk gaf haar smart zich lucht in een bitter, niet -te bedaren gesnik, zij voelde zich machteloos, ’t was of alles in -haar zich oploste in tranen en zuchten. Hoe lang zij daar lag, wist zij -niet te berekenen; zij had een gevoel of zij daar altijd moest blijven, -altijd door schreien tot haar leven wegstroomde met haar laatsten -traan, haar laatsten kreet van pijn.</p> -<p class="par">Een hand greep haar aan den schouder, een ernstige stem -riep haar:</p> -<p class="par">„Mevrouw, mevrouw!”</p> -<p class="par">Zij verroerde zich niet, zij bleef onbeweeglijk met haar -hoofd op de armen gedrukt.</p> -<p class="par">„Mevrouw, mevrouw! Hij heeft u noodig. Rudolf -roept om u!”</p> -<p class="par">Toen sprong zij op en zag met haar verwilderd gelaat, -waarom verwarde haren hingen, den dokter aan alsof zij hem niet -herkende.</p> -<p class="par">„Mevrouw, u moet zich staande houden voor dien -korten tijd.”</p> -<p class="par">„Ik kan niet meer,” antwoordde zij dof, -„ik wil ook sterven, dokter!”</p> -<p class="par">„Neen, mevrouw, geen noodelooze opwinding! Sta op, -ga u verkleeden; zoolang <span class="pagenum">[<a id="xd23e1260" href= -"#xd23e1260" name="xd23e1260">70</a>]</span>er leven is, is er immers -nog hoop!”</p> -<p class="par">Voor ’t eerst sprak hij in haar tegenwoordigheid -het woord „hoop” uit. ’t Kostte hem moeite, want -nooit was ’t zoo slecht op zijn plaats geweest. Zij zag hem aan -of zij niets verstond; toen sprong zij eensklaps op, bond haar haren -hoog, rukte haar sieraden af en ging zwijgend heen: de dokter keerde -naar den zieke terug, die met gesloten oogen, wasbleek en afgemat, in -de hooge kussens leunde.</p> -<p class="par">„Céline,” zeide hij haast -onhoorbaar.</p> -<p class="par">„Zij komt dadelijk,” antwoordde de -dokter.</p> -<p class="par">Rudolf knikte met het hoofd; een oogenblik later, toen -zij er nog niet was, keek hij nog eens rond maar zonder iets te -zeggen.</p> -<p class="par">Eindelijk verscheen zij, bijna even bleek als hij, maar -verfrischt en verkleed in sarong en kabaya; zij boog zich liefkoozend -over hem en vroeg of ’t beter ging.</p> -<p class="par">„Wat een verschil met gisteren, ik heb toch niets -onvoorzichtigs gedaan,” lispelde hij, „wel -dokter?”</p> -<p class="par">„’t Is de ziekte,” antwoordde de -dokter, „het moet eerst erger worden om te kunnen -beteren.”</p> -<p class="par">Hij schudde het hoofd en glimlachte droevig. -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1279" href="#xd23e1279" name= -"xd23e1279">71</a>]</span></p> -<p class="par">„Neen, ’t is het begin van het einde. Blijf -bij mij, Céline; laat mij niet meer alleen!”</p> -<p class="par">„Neen, nooit meer!” verzekerde zij en kuste -hem de moede oogen toe.</p> -<p class="par">Hij hield haar hand in de zijne en drukte die tegen zijn -wangen. Céline zag vragend den dokter aan, hij begreep die -stomme vraag en haalde de schouders op.</p> -<p class="par">„Van avond kom ik terug,” sprak hij afscheid -nemend, <span class="corr" id="xd23e1288" title= -"Niet in bron">„</span>en breng u ook droppels mede, -mevrouwtje!”</p> -<p class="par">„O dokter, ’t zal wel moeten gaan zonder -droppels.”</p> -<p class="par">Hij bleef dien dag buitengewoon mat en stil; nu en dan -alleen verscheurde een droge, benauwde kuch zijn borst.</p> -<p class="par">Tegen den avond ontwaakte hij uit zijn dommeling en -sprak bij tusschenpoozen.</p> -<p class="par">„Wat een kort geluk, Céline, wat een korte -liefde, nog geen twee maanden.”</p> -<p class="par">Zij fluisterde hem toe:</p> -<p class="par">„En toch is die liefde sterker dan de -dood.”</p> -<p class="par">Wijd opende hij zijn oogen.</p> -<p class="par">„Ja, je hebt gelijk, een eeuwigheid is niet te -lang om elkander zoo te beminnen. Niet vaarwel, tot -wederzien!”</p> -<p class="par">Toen hij haar weer zag schreien.</p> -<p class="par">„Onze hoop sterft niet.... wees gerust! Je bent -mijn laatste zonnestraal, mijn <span class="pagenum">[<a id="xd23e1312" -href="#xd23e1312" name= -"xd23e1312">72</a>]</span>laatste—misschien mijn eenig geluk -geweest dat ik niet verdiende. Laten wij ons vastklampen aan de hoop op -wedervinden....”</p> -<p class="par">En na eenige oogenblikken:</p> -<p class="par">„Ik dank je voor alles, Céline.... alles -heb ik je te danken zelfs die hoop!.... Je hebt mij beter gemaakt dan -ik was... je gaf mij nieuw leven.... zooveel goeds was in mij -gestorven.... je hebt het weer opgewekt... weer doen bloeien... ik dank -je.... ik dank je....”</p> -<p class="par">Hij kuste haar handen lang en innig.</p> -<p class="par">„Groet je.... onze moeder en ons beider -zusters.... je moet naar Holland gaan en.... laat mijn herinnering toch -geen beletsel zijn voor je geluk.”</p> -<p class="par">„O neen.... neen! Je blijft mijn man, mijn -bruidegom in eeuwigheid. Laat mij dien troost, Rudolf!”</p> -<p class="par">Hij zweeg, altijd haar handen in de zijne gedrukt.</p> -<p class="par">„Ik wil leven voor zieken en ongelukkigen tot het -oogenblik dat ik zelf....”</p> -<p class="par">„Beloof niets, vrouw<span class="corr" id= -"xd23e1331" title="Bron: ,">.</span> Wij hebben het aan ons zelf -gezien, hoe weinig men meester is van zijn toekomstige gevoelens en -gedachten. Zelfs in het gezicht van den dood!”</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e1336" href= -"#xd23e1336" name="xd23e1336">73</a>]</span></p> -<p class="par">Twee maanden nadat Céline Samarang verlaten had -met geen ander gevoel in haar hart, dan dat zij alweer een nieuwe -betrekking ging aanvaarden, naar zij hoopte haar laatste, kwam zij bij -haar vriendin mevrouw Van Velden terug in zware rouwkleeren, een -schaduw van haar vroeger zelf, een gebogen, geknakte, doodsbedroefde -weduwe.</p> -<p class="par">„Arme, arme Line,” zeide Elise, nadat zij -elkander lang sprakeloos hadden omhelsd, „wie had zoo iets kunnen -denken? Als ik dat geweten had!”</p> -<p class="par">„Ach, Lise, ik ben je zoo dankbaar, zoo innig -dankbaar, je hebt mij zoo’n kostbare herinnering gegeven, mijn -leven verwijd, mijn hart opengezet. O, wat ben ik veranderd en als je -wist hoe lief mij zelfs mijn smart geworden is, daar ik ze aan hem -dank! Hoe ze mijn kostbaarste schat blijft.”</p> -<p class="par">„Niemand zal ’t gelooven,” snikte -Lise, „zelfs mijn man niet,” dacht zij, „en toch kan -ik er goed inkomen,” voegde zij er hardop bij.</p> -<p class="par">„Ja jij, maar ook niemand anders, daarom zal ik -mijn verdriet ook niemand vertoonen, ik zal het verbergen, zooveel ik -kan.”</p> -<p class="par">„En wat zijn je plannen nu?” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1349" href="#xd23e1349" name= -"xd23e1349">74</a>]</span></p> -<p class="par">„Naar Holland gaan! Hij verlangde het, al valt het -mij hard zijn graf te verlaten, maar hij is altijd om mij, ik voel het! -Daar zal ik rust hebben, daar zal ik vrij aan hem kunnen denken, -terwijl <span class="ex">hier</span>....”</p> -<p class="par">Om de zoogenaamde kletstafel in de societeit werd er ook -gesproken over den dood van Telwerda, over de promotie, daardoor -ontstaan en een die het wist, vertelde:</p> -<p class="par">„Verbeeld je, hij is getrouwd <span class="ex">in -extremis</span> met een meisje dat hij nooit gezien had, om zijn -pensioen niet weg te werpen.”</p> -<p class="par">„Wanneer?”</p> -<p class="par">„Een week of zes, zeven geleden.”</p> -<p class="par">„Nu, die heeft dan ook geboft, zoo gauw pensioen -verdiend!”</p> -<p class="par">„En vrij passage naar Europa.”</p> -<p class="par">„Zoo vlug, <span class="ex">dat</span> kunnen wij -niet in dit lamlendig land! Sapada, sopie sama pait!”<a class= -"noteref" id="xd23e1376src" href="#xd23e1376" name="xd23e1376src">2</a> -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1379" href="#xd23e1379" name= -"xd23e1379">75</a>]</span></p> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd23e425" href="#xd23e425src" name="xd23e425">1</a></span> -Citroenwater. <a class="fnarrow" href= -"#xd23e425src">↑</a></p> -<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd23e1376" href="#xd23e1376src" name="xd23e1376">2</a></span> -Aannemen! Een bittertje! <a class="fnarrow" href= -"#xd23e1376src">↑</a></p> -</div> -</div> -<div id="vacantie" class="div0 part"> -<h2 class="main">VACANTIE.</h2> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">I.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Een sombere hemel grauwt over de woeste -zee,—groote wolkenmassa’s woelen dooreen, soms met geweld -zich losscheurend om vlakken blauw, een enkele keer zelfs een rossig -zonnelicht door te laten—maar verder alles even dof, grijs niets -dan grijs voortschuivend. De golven slaan driftig tegen de -massa’s zwart graniet, verbrokkeld, verstrooid tusschen de -branding liggend. Sissend en bruisend werpen zij haar schuim tegen hen -aan, als zochten zij een voorwerp om haar onredelijken toorn tegen te -koelen; wit glanzen de meeuwen af, in hun vlucht tegen den valen -achtergrond, hun doordringende kreten vermengen zich met het gedruisch -der baren. Het is geen storm, niets dan <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1388" href="#xd23e1388" name="xd23e1388">76</a>]</span>een van -die woeste, sombere dagen, welke in Augustus reeds den naderenden -herfst voorspellen.</p> -<p class="par">De stoomboot maakt haar dagelijksche rondvaart; -onverschillig of de zon zich koninklijke gastvrouw toont op dit gebied -der zee, waar zij oppermachtig heerscht en van haar gunst alles -afhankelijk maakt, of dat zij boos en grillig zich achter de wolken -verschuilt, de „Columban” mag zich niet storen aan haar -nukken; dagelijks volbrengt zij haar tocht langs de eilanden, naar Jona -en Staffa, en voert de gasten trouw langs de waterwegen, die zij moeten -hebben betreden, willen zij hun plicht van tourist gewetensvol -vervullen.</p> -<p class="par">De gedrukte stemming van zee, zon en lucht deelt zich -onwillekeurig mede aan de niet zeer talrijke passagiers. Eenigen -wandelden op het dek der salonboot—die eigenlijk niet anders is -dan een drijvend hotel van den eersten rang,—op en neer: zij -praten over het weer natuurlijk, dat zich gisteren zoo prachtig liet -aanzien en vandaag zoo trouweloos in zijn beloften bleek—over de -kansen van het opklaren—en toen over alles wat men in de laatste -dagen had gezien en in de volgende nog hoopte te zien.</p> -<p class="par">Een paar dames schenen nog erger onder <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1396" href="#xd23e1396" name= -"xd23e1396">77</a>]</span>den invloed van de afwezigheid der zon; zij -zaten stil bij elkander, bang door een enkele beweging het altijd -dreigende monster der zeeziekte gelegenheid te geven haar aan te -vallen; zakdoeken nat van eau de cologne werden telkens naar den neus -gebracht, die in zijn naasten omtrek al vrij bleek dreigde te -worden.</p> -<p class="par">Opgewektheid, levenslust, belangstelling in de grootsche -omgeving ontbraken geheel; de stoffelijke eischen en behoeften van het -lichaam overheerschten geheel de wenschen van den geest, die zich -sedert wie weet hoe lang op dezen dag verheugd had, als op een, die -verdiende met gouden teekens aangeteekend te worden in een reeks van -doffe, grauwe dagen.</p> -<p class="par">Jammer van die schaduw door het materieele geworpen op -hetgeen juist het hoogere en beste van het intellectueele leven in -beslag moest nemen: historische herinneringen, de liederen van Ossian, -de stichting van Columban, de grafsteden der oude schotsche koningen, -de watertochten der Vikings, de wonderbare schoonheid van Staffa, en de -Fingalsgrot, de heerlijke eilandengroep, al die betoovering, door een -ongeëvenaarde vermenging van historie en natuur ontstaan, alles -weggedoezeld en weggewischt door een booze <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1402" href="#xd23e1402" name= -"xd23e1402">78</a>]</span>gril van het weder—geen wonder dat -onverschilligheid, teleurstelling de stemming aan boord even droevig en -somber maakte als die van zee, lucht en rotsen rondom.</p> -<p class="par">Twee heeren alleen stoorden zich weinig aan de boosheid -van het weer; integendeel, hoe hooger de golven gingen, hoe nijdiger de -branding sloeg tegen de rotsen, hoe levendiger hun gesprek werd. Zij -hadden zich behagelijk genesteld op de triomfstoeltjes van zeildoek -tusschen houten staven, zij rookten en dampten als in wedstrijd met den -schoorsteen der onvermoeide stoommachine; hun glas whiskey had hen -opgewekt en zij waren er na aan toe de reis nog volstrekt niet -onaangenaam te vinden, integendeel de beste, welke men in de gegeven -omstandigheden genieten kon. Zij spraken beiden Hollandsch; de eene met -dat onmiskenbare iets in den tongval dat een lang verblijf in Engeland -verraadt.</p> -<p class="par">„Neen, ik blijf er bij; zoo’n weer als -vandaag brengt je juist in de stemming om Schotsche zee en schotsche -rotsen op zijn best te zien. Mist, regen, wolken dat is hier immers het -zondagsche kostuum van de natuur.”</p> -<p class="par">„Ik had ze dan even graag op zijn <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1410" href="#xd23e1410" name= -"xd23e1410">79</a>]</span>weeksch gezien,” zei de andere, klein -van gestalte, in gezocht touristen-kostuum, maar wien men toch den -Hollander op twintig stappen aanzag; de eerste daarentegen scheen -geheel Engelsch, zoowel door zijn forschen gespierden bouw, als door -zijn practische kleeding, grijze kniebroek, grijs jasje over een rood -gestreept flanellen sporthemd, grijze pet; hoewel Hollander geboren, -had een lang verblijf in Engeland toch zijn voorkomen evenals zijn -spraak geheel verengelscht.</p> -<p class="par">„Toch blij dat Betsie hoog en droog in Oban is -gebleven,” ging de kleine voort. „Voor haar is het jammer -dat zij het niet aandurfde; ’t is de interessantste dag van een -schotsche reis.”</p> -<p class="par">„Daar geeft zij wat om, zij heeft zich daar -gezellig opgeschoten; misschien haar handwerkje voor den dag gehaald en -zit nu met die engelsche gouvernante, die in Holland is geweest, druk -te redeneeren over de manier, waarop men hier het koper schuurt en het -vleesch braadt. Van avond weet zij een massa belangrijke dingen over -het verschil tusschen engelsche en hollandsche booien.”</p> -<p class="par">„Dat zal wel!”</p> -<p class="par">„Waarom jelui reist, begrijp ik eigenlijk niet. -Betsie sleept haar huishouden in den <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1421" href="#xd23e1421" name="xd23e1421">80</a>]</span>geest -overal met zich mee en jij zou een boek kunnen schrijven alleen over de -verschillende tables d’hôtes en wijnkaarten van de hotels, -die je bezocht.”</p> -<p class="par">„Nu, dat hoort toch ook tot het aangename van het -reizen.”</p> -<p class="par">„Neen, tot het onaangename, het -alleronaangenaamste, hoe minder je te lijden hebt van die materieele -lasten....”</p> -<p class="par">„Of lusten.”</p> -<p class="par">„Thuis kan het zijn prettige zijde hebben, op reis -is het last, ballast. Hoe minder je daarmee „bored” bent, -hoe genotvoller de reis.”</p> -<p class="par">„Ja, als je alleen bent maar met -dames...”</p> -<p class="par">„Och wat! dames! Je maalt nogal om je vrouw. Als -je vreest er last van te hebben, dan bepraat je ze om thuis te blijven -en zij laat zich bepraten met het grootste gemak. Daar kijk eens hoe -prachtig dat schuim zich opwerpt tegen die zwarte rots! Zoo’n -gezicht alleen is reeds de reis waard. Wanneer je zooals ik dag aan dag -in een berookte, muffe, olieachtige fabriek zat dan waardeerde je -zoo’n dag buiten zelfs in den mist en in den storm -dubbel.”</p> -<p class="par">„Och je hebt het in de buurt, je kunt er dikwijls -van profiteeren.”</p> -<p class="par">„Ik ben hier nog nooit geweest en ik woon toch -reeds tien jaar in Paisley; als <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1439" href="#xd23e1439" name="xd23e1439">81</a>]</span>jelui hier -niet gekomen waart, zou ik nog niet opgebroken zijn, maar nu moest ik -toch de cicerone spelen.”</p> -<p class="par">„Maar hoe komt dat dan?”</p> -<p class="par">„Hoe komt dat? Hoe komt het dat er in Amsterdam -zoo’n massa lui wonen, die nog nooit in het Rijks Museum zijn -geweest? Ze komen er alleen wanneer ze logés hebben. Mijn -vacantie bracht ik tot nu toe altijd in Holland door, maar nu Mama er -niet meer is, heb ik er geen huis meer.”</p> -<p class="par">Hij sloeg een dikke wolk uit zijn sigaar, de andere -zeide een beetje aarzelend:</p> -<p class="par">„Maar je weet, bij ons ben je altijd -welkom.”</p> -<p class="par">De verengelschte Hollander lacht luid op.</p> -<p class="par">„Praat je uit je eigen naam, Jo, of uit dien van -Betsie? Zij zou haar broer jaarlijks zien aankomen met zijn schotschen -rommel en onhebbelijke gewoonten. Neen man, het tehuis heb ik verspeeld -voor goed!”</p> -<p class="par">„En je denkt er niet aan er een eigen op te -richten.”</p> -<p class="par">„Och wat, hier in het rookerige Glasgow? En dan -moet je met je tweeën zijn, hé, dat bedoel je toch! Nu, -oprecht gesproken, ik mag de tegenwoordige meisjes en vrouwen niet -genoeg om mij levenslang met één op te schepen.” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1458" href="#xd23e1458" name= -"xd23e1458">82</a>]</span></p> -<p class="par">„Wat heb je er tegen? Zij zijn toch wat ze altijd -geweest zijn.”</p> -<p class="par">„Meen je dat? Omdat je met je Betsie nu samen -zoowat halfweg gepasseerd bent; jelui bent in mekaar gegroeid en dat -maakt je blind voor de veranderingen in de meisjeswereld om je heen, -maar je begrijpt als ik moet beginnen met <span class="ex" lang="en">to -<span class="corr" id="xd23e1465" title="Bron: popp">pop</span> the -question</span>, het dient te zijn met een zoogenaamde modern meisje en -die, neen—die bevallen me niet!”</p> -<p class="par">„De schotsche misschien, maar....”</p> -<p class="par">„De hollandsche evenmin; mijn goeie, oude vrouw -had er zoo’n zwaar hoofd in mij alleen achter te laten. Ik -begrijp het niet, het gold toch maar een dag of veertien, drie weken in -het jaar. ’t Is waar, ik teerde er de overige 49 op, zoo’n -vacantie thuis, <span class="ex" lang="en">at home</span>.”</p> -<p class="par">Hij zweeg even, zijn stem trilde hem wat te veel naar -zijn zin; na een oogenblik ging hij voort:</p> -<p class="par">„Zij en Betsie, en Cato, en Annie hadden besloten -mij een vrouw te bezorgen en dan was het hier dan weer daar theevisite, -muziekavondjes—ik noemde het de kijkkast. Dan werden al de dames -van haar kennis verzocht; je weet ze wonen allen op verschillende -plaatsen, dus ik had wel gelegenheid studies te maken en <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1481" href="#xd23e1481" name= -"xd23e1481">83</a>]</span>de dames vonden dien Schot interessant, en -vertoonden zich op haar mooist, maar juist dat mooie, bah! ’t is -om van te walgen.”</p> -<p class="par">„Hoezoo?”</p> -<p class="par">„Ik kan het je zoo niet zeggen, maar ik vond ze -allemaal naar, hoog ontwikkeld, geleerd, onafhankelijk, met onbekookte -ideeën of geaffecteerd huishoudelijk. Zeker, ze waren op hooger -burgerscholen, kweekscholen, gymnasia, muziek-, kook- en -huishoudscholen zelfs geweest. Zij hadden er geleerdheid opgedaan en -een praats! Zij durfden over allerlei dingen spreken, waarover onze -moeders nog onder haar grijze haren zouden blozen. Ze dweepten met -sociale nooden, met dierenbescherming, met bond dit, bont dat, met -kunst, met kindervoeding! Zij deden alles wetenschappelijk, zelfs -coquetteeren, flirten, met de oogen draaien en de lippen trekken; maar -natuur, hart, echt gevoel, ik heb er geen schaduw van gezien, geen -glimpje en dat alleen had ik juist noodig.”</p> -<p class="par">„Maar denk je dan dat ze daarmede te koop loopen -op theevisites?”</p> -<p class="par">Zij liepen wel te koop met wat zij als surrogaat -daarvoor aan den man zochten te brengen. Met intens gevoel, -philantropie, kunstsmaak, wereldwijsheid; maar ik noem dit -aanstellerij, opgeplakte <span class="pagenum">[<a id="xd23e1491" href= -"#xd23e1491" name="xd23e1491">84</a>]</span>gevoelens, niets anders. Ik -kan dat tegenwoordige vrouwendom niet uitstaan.”</p> -<p class="par">„Moet je een dom gansje hebben, dat van niets -afweet? Die zijn er nog genoeg, geloof me! Zoek ze maar te -vinden!”</p> -<p class="par">„Een vrouw die me liefheeft, die niet vreest mij -dat te toonen en die mij niet aanziet als—als een vesting, die -men veroveren moet, met alle krijgsmiddelen, welke de tegenwoordige -overbeschaving haar aan de hand doet en die overigens verre, heel verre -boven mij meent te staan. De vrouw is niet meer wat zij eigenlijk is, -maar wat haar boeken, haar couranten, haar studiën en de praatjes -om haar heen haar gemaakt hebben. Van de engelsche of schotsche vrouwen -spreek ik niet. Die zijn over het algemeen minder ontwikkeld, maar -onbeduidend, excentriek, vreeselijk coquet, maken van haar toilet een -halfgod of zijn geleerd, philantropisch en verslodderen -geheel.”</p> -<p class="par">„Niet zoo hard! Men kon je lieve principes eens -verstaan hier in de buurt.”</p> -<p class="par">„We praten immers Hollandsch en er is geen -Hollander aan boord.”</p> -<p class="par">„Men kan zich vergissen. In Oban hadden wij ook -niet gedacht dat die miss Ellis Hollandsch verstond. Wat dunkt je van -dat meisje?” <span class="pagenum">[<a id="xd23e1504" href= -"#xd23e1504" name="xd23e1504">85</a>]</span></p> -<p class="par">„Dat daar tegen de borstwering staat. Nu, als die -niet Engelsch of Amerikaansch genoeg is, kan je ze terugbrengen. Ik heb -ze al zooeven in het oog gehad, zij schijnt alleen te -reizen.”</p> -<p class="par">„Dat kleine ding, geen beauté maar -toch....”</p> -<p class="par">„Iets aardigs!”</p> -<p class="par">Onmerkbaar beefde het handje dat een binocle vast tegen -de oogen hadt gedrukt en daarmede strak de rotsige kust van de stranden -fixeerde. Zij kon even over de twintig zijn en was echt voor de reis -gekleed, een gewoon donker serge rok, die tot de enkels reikte en -voetjes liet zien, een stuk kleiner dan die men meestal in het Britsche -rijk te bewonderen krijgt, geschoeid in roodbruine laarsjes; een -lederen ceintuur omgaf haar middeltje, een eenvoudige ecru linnen -blouse sloot knap om haar goed geëvenredigde buste; het -matrozenhoedje was op dik, een weinig weerbarstig, bruin haar -geplaatst; de zeewind had haar wangen en lippen hooger gekleurd dan -anders, haar oogen zag men niet, verborgen als zij reeds sedert -geruimen tijd waren door de binocle. Er lag iets kinderlijks en toch -flinks in haar geheele optreden.</p> -<p class="par">Zij stond op eenige stappen van de beide <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1515" href="#xd23e1515" name= -"xd23e1515">86</a>]</span>Hollanders en had, als zij gewild of gekund -had, woord voor woord hun gesprek moeten volgen; zij zwegen beiden, hun -aandacht was door haar geboeid en het was of zij het instinctmatig -voelde, want zij liet eensklaps haar binocle zakken, ging naar hen toe -en sprak in zuiver Hollandsch:</p> -<p class="par">„Ik mag niet langer onbescheiden zijn, ik ben -werkelijk uw landgenoot; toen ik hier kwam staan, had ik er geen idee -van dat u Hollanders waart; eerst luisterde ik volstrekt niet, maar -toen interesseerde mij uw gesprek onwillekeurig en ik ben zoo brutaal -geweest u af te luisteren, maar nu wil ik u toch waarschuwen als u -familiezaken behandelen wil voorzichtiger te zijn. Ons land is zoo -verbazend klein.”</p> -<p class="par">Zij sprak met het grootste gemak, eenvoudig zonder -bijzonderen nadruk en zonder gebaren. Nu konden zij haar in de oogen -zien, groote grijze oogen met lange franje-achtige wimpers, en -bijzonder mooie gewelfde wenkbrauwen; anders was er niets bijzonders -aan haar gezicht, alleen een prettiger uitdrukking als zij sprak dan -als zij zweeg, want dan groefden zich twee diepe strepen energiek aan -weerszijden van haar kin en trokken haar mond naar beneden.</p> -<p class="par">De heeren zagen haar een weinig verbaasd <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1523" href="#xd23e1523" name= -"xd23e1523">87</a>]</span>aan. De halve Schot echter begon hartelijk te -lachen, stond op en zeide:</p> -<p class="par">„Nu, die is goed! Ik zal maar niet zeggen wat een -Hollandsch spreekwoord vertelt van den luisteraar aan den wand. Ik ben -niet gewoon mijn opinies onder stoelen of banken te verstoppen en als u -vindt dat ik gelijk heb, dan prouveert het voor u en—tegen de -hollandsche dames.”</p> -<p class="par">Zij haalde de schouders op:</p> -<p class="par">„Ik weet het niet. Mijn oordeel kan hier uit den -aard der zaak weinig waarde hebben.”</p> -<p class="par">„Omdat u bevooroordeeld is?”</p> -<p class="par">„Neen, volstrekt niet! Moet men blind zijn voor de -fouten van zijn medemenschen omdat men vrouw is, dan zou ook geen man -in staat zijn over zijn medemannen onpartijdig te oordeelen. Ik ben -volstrekt niet van zins de partij van de hollandsche vrouwen op te -nemen, maar ik zie ze als vrouw en dat geeft een verschil.”</p> -<p class="par">„Dus u vindt ze engelen?”</p> -<p class="par">„Neen,” antwoordde zij, „ik vind ze -onuitstaanbaar.”</p> -<p class="par">Dat werd zoo kalm en bedaard gezegd, de groote oogen -staarden hem zoo rustig aan, dat het woord bijna als een zweepslag -neerkwam.</p> -<p class="par">„Dan zijn wij het eens,” riep de -ongetrouwde, <span class="pagenum">[<a id="xd23e1544" href="#xd23e1544" -name="xd23e1544">88</a>]</span>„dat is alleraardigst, flink -gezegd, maar u zondert toch u zelf uit!”</p> -<p class="par">„O neen,” verklaarde ze nu met veel warmte, -„ik kom mijzelf het onverdragelijkste -vóór.”</p> -<p class="par">„Een rare sijs,” dacht de man van de in Oban -achtergebleven Betsie.</p> -<p class="par">„Dat is iets nieuws! Nu de kennismaking toch zoo -ongezocht heeft plaats gehad en ik mij zonder het te weten reeds bij u -geïntroduceerd heb—mevrouw!”</p> -<p class="par">„Juffrouw!”</p> -<p class="par">„Nu, juffrouw dan, mag ik mij zeker wel aan u -voorstellen. Casper van Eyken, technisch ingenieur op de fabriek van -Clarkston te Paisley, mijn zwager....”</p> -<p class="par">Maar de zwager stond er op alles in de puntjes te doen; -hij haalde een keurige zakportefeuille voor den dag, welke hij op zijn -verjaardag drie jaar geleden van Betsie had gekregen en die er nu nog -zoo goed als nieuw uitzag, met een bouquetje van vloszijde er bovenop -gewerkt en in dat portefeuilletje tusschen een paar portretten van -Betsie haalde hij een met rouwrand voorzien kaartje voor den dag.</p> -<p class="par xd23e112"><span class="sc">Joh. A. Berkmans</span><br> -Leeraar in de Wiskunde H. B. S.</p> -<p class="par">Dat reikte hij haar over; zij nam het <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1567" href="#xd23e1567" name= -"xd23e1567">89</a>]</span>met een lichte hoofdbuiging aan, haalde toen -ook haar zakboekje uit, dat veel gelijkenis toonde met het -receptenboekje van een arts, en overvol was niet allerlei papieren en -brieven. Zij legde er het kaartje in, hield een ander even tusschen de -toppen harer vingers, toen bedacht zij zich.</p> -<p class="par">„Ik heb geen kaartje,” zeide zij, zonder de -oogen op te slaan, „mijn naam is „Andrée -Bauer” en ik woon in Amsterdam.”</p> -<p class="par">„Alleraangenaamst uw kennis te maken,” zeide -Berkmans op een toon, die genoeg verried dat hij die kennismaking -eigenlijk alleronaangenaamst vond. Een geëmancipeerde dame alleen -op reis. Nu, dat zou Bets bevallen.</p> -<p class="par">Maar zijn zwager maakte aanstalten een stoel nader te -schuiven en vroeg: „als u de kennismaking ook zoo aangenaam vindt -als mijn zwager het zegt en ik het denk, wil u dan bij ons -zitten?”</p> -<p class="par">Zij keek hen weer met haar koelen, rustigen blik aan, -die hen scheen te doordringen:</p> -<p class="par">„Hoe kan u die kennismaking nu al prettig vinden? -Dat u beluisterd werd, is zeker geen aangename verrassing. Misschien -treffen wij mekaar straks weer, maar voor het oogenblik zal ik niet -langer uw gesprek storen, en nog minder het afluisteren. Tot straks, -heeren!” <span class="pagenum">[<a id="xd23e1579" href= -"#xd23e1579" name="xd23e1579">90</a>]</span></p> -<p class="par">En zij ging naar de andere zijde van de boot en de beide -heeren keken elkander een weinig verbluft aan—toen zij zich -alleen bevonden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">II.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Het onverwachte gebeurde; de wolken raakten moede -van het door elkander en over elkander warren of liever de zon -verveelde hun grillig spel, zij joeg hen plotseling met geweld uiteen -en deed haar macht voelen over zee en wind.</p> -<p class="par">In een oogwenk vluchtten de wolkbanken verschrikt weg; -het blauwe veld werd wijder en wijder, bundels van zonnestralen wierpen -zich over de golven, die als bij tooverslag hun grauwgele kleur -verloren, om helder en doorschijnend te worden als smaragd.</p> -<p class="par">Staffa was in zicht!</p> -<p class="par">Een reusachtige natuurbouw van duizend en nog eens -duizend zuilen van bazalt en graniet, dicht aaneen gedrukt, een berg -zich verheffend op een voetstuk van verstrooide klippen, een tempel van -zwart kristal door reuzenhanden opgericht in het <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1593" href="#xd23e1593" name= -"xd23e1593">91</a>]</span>midden der woestenij van onmetelijke wateren, -kokend, donker schuim, borrelend opgestegen uit de diepste diepten van -de zee en toen als door tooverslag versteend, een kathedraal, waarin -een der oude goden aangebeden en verheerlijkt wenscht te worden nu hij -van de aarde verdreven is, en waarin de golven het eeuwig orgelspel -doen hooren—dat alles en nog veel meer schijnt Staffa met haar -Fingalsgrot.</p> -<p class="par">De stoomboot had de eilanden, die een soort van -eerewacht vormen voor hun koningin, ver achter zich gelaten, nu bleef -zij op een afstand liggen en ontlaadde haar passagiers in kleinere -schuiten; bij de steenklompen, die den onderbouw schijnen van den -kolossalen rotstempel, werd hun beduid, dat zij uit moesten stappen om -over die steenen hun weg te vinden naar den ingang der grot.</p> -<p class="par">Het was een moeilijke tocht al springend en klauterend -over de ongelijke steenmassa’s, door het zeewater onophoudelijk -bespoeld en deze glimmend en glad achtergelaten door zeewier en -schuim.</p> -<p class="par">„Goddank! Dat Betsie er niet is,” verzuchtte -Berkmans weer uit het diepst van zijn hart.</p> -<p class="par">„Ja, dan had ik met haar moeten optrekken, -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1603" href="#xd23e1603" name= -"xd23e1603">92</a>]</span>want je hebt genoeg te doen om je zelf voort -te laten springen,” antwoordde Van Eyken, die moeite had zijn -lichten stap te matigen om zijn zwager bij te blijven en hem soms de -hand te reiken als de sprong van den eenen steen tot den anderen te -groot bleek.</p> -<p class="par">„Die dikke Bets, zij was er bij neergevallen. In -elk geval had zij het er niet zoo kranig afgebracht als die -juffrouw—hoe heet ze ook, Bauer....”</p> -<p class="par">„Nu als men ook alleen op reis durft gaan.... oef! -’t word warm hé, die zon steekt, ze haalt een buitje -op.”</p> -<p class="par">En blij een voorwendsel te vinden om even te kunnen -stilstaan, veegde hij zich de druppels van het voorhoofd.</p> -<p class="par">„Zij is nummer een, kijk, daar wipt ze al de grot -in. Kom, Jo, laat je niet beschaamd maken! Daar geef mij de hand maar, -laat je niet door valsche schaamte beet nemen. Ze zijn ons allen -vóór.”</p> -<p class="par">„’t Is me werken voor zijn plezier! Had ik -dat geweten....”</p> -<p class="par">„Dan was je stil bij Bets gebleven, hé! -Maar nu moet je vooruit, daar helpt niets aan.”</p> -<p class="par">Bijna loodrecht stijgt de gevel der Fingalsgrot uit zee, -een reuzenboog, die zich naar binnen voortzet in een onafgebroken -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1620" href="#xd23e1620" name= -"xd23e1620">93</a>]</span>zuilenrij, tot het heiligdom voerend met een -trap, waardig toegang te verleenen tot de paleizen van Neptunus. En -deze gigantentrap was het, waarover Berkmans al huppelend en -trippelend, al zwoegend en zweetend zich omhoog werkte.</p> -<p class="par">Caspar van Eyken moest er om lachen, het was of hij een -vlieg hoorde gonzen om de manen van een ingeslapen leeuw; hij stond -reeds voor den ingang der grot toen zijn zwager nog de ongelijke, -grillige lager, dichter en verder dooreengeworpen rotsblokken -verwenschte.</p> -<p class="par">Hij stond als overweldigd stil toen de andere half -kermend uitriep:</p> -<p class="par">„Is me dat een tocht? Heel aardig, maar is me dat -zoo’n klim waard?”</p> -<p class="par">„Och Jo, was je maar bij Betsie gebleven! Je hebt -er toch geen verstand van.”</p> -<p class="par">Berkmans las uit zijn Baedeker voor:</p> -<p class="par">„Tweehonderd dertig voet is de grot diep, van -voren 90 voet hoog, 40 breed.”</p> -<p class="par">„Schei uit met je cijfers, man! Laat ze aan je -hoogerburgerschooljongens over, zie, geniet!”</p> -<p class="par">„God beware me! wat is dat glad, als je -uitglijdt—oef, je hand Cas, even maar!”</p> -<p class="par">Zij gingen naar binnen, daar welfde zich de spitsbogen -over wonderbare zuilenbundels, over stalactiten, donker van kleur -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1641" href="#xd23e1641" name= -"xd23e1641">94</a>]</span>maar met weerglansen van purper, van rood, -van grijs en groen, zich wisselend met bliksemsnelheid onder den glans -van het naar binnen sluipende zonnelicht en de naar binnen dringende -golfslagen. De zee toch bruist telkens en telkens tegen de rotsen op. -Zij wringt en kronkelt zich naar binnen, liefkoost de wanden om een -oogenblik later ze onbarmhartig te geeselen, zij werpt haar schuim hoog -op en doet ze in duizenden kleurige blaasjes wegstroomen, zij valt -kletterend in de diepte, kroont de zwarte rotsen met een diadeem van -zilver en zingt een lied vol geheimzinnige melodieën, als voelde -zij zich hier meesteres, koningin en wilde haar paleis aan de gasten, -die van verre kwamen, in volle schoonheid vertoonen.</p> -<p class="par">En van binnen terugziende door den reuzenboog naar -buiten, ziet men de goudgroene zee zich mengen met den blauwen hemel -bezaaid met paarsgrijze wolken, een enkel zeil van een visschersboot -zich scherp daartegen afteekenend en de gouden waaier door de zon op de -wateren geteekend langzaam in de grot dringend—een beeld dat zich -vastzet in de hersenen om door niets meer verdrongen te worden.</p> -<p class="par">Nog vóór dat hij het wist stonden Casper -en Jo naast juffrouw Bauer, zij <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1647" href="#xd23e1647" name="xd23e1647">95</a>]</span>leunde -over het houten hek, en zag rond, onbeweeglijk, sprakeloos; toen het -echter tijd werd de grot te verlaten en toen tot Jo’s groote -verlichting het bootje hen hier afhaalde, zoodat de tocht over de -rotsentrap overbodig werd, bood Casper haar de hand; zij wendde snel -het gelaat af en nu merkte hij dat zij schreide en het niet weten -wilde.</p> -<p class="par">„Nu hoort tot het programma,” zeide Van -Eyken, „den berg te beklimmen. Verbeeld je daarboven is nog een -weide, en er is ook een trap om er te komen.”</p> -<p class="par">„Nu, ik pas er voor,” haastte Berkmans zich -te verklaren, „ik zit hier goed en blijf er zitten. Doe wat je -verkiest, Cas!”</p> -<p class="par">„Ik heb wel trek daar eens op te klauteren. En u, -juffrouw Bauer?”</p> -<p class="par">„Ik ben altijd van plan geweest daar boven te -kijken.”</p> -<p class="par">Casper begreep dat een aanbod om haar te geleiden met -verbazing door haar aangenomen of liever als overbodig zou worden -beschouwd.</p> -<p class="par">Zonder een woord te zeggen, stapten beiden uit en -klommen omhoog. Berkmans zag hen met een medelijdend lachje aan en -knoopte met een medepassagierster een gesprek aan over het dwaze om op -reis alles te willen zien ten koste van vermoeienis, <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1661" href="#xd23e1661" name= -"xd23e1661">96</a>]</span>gezondheid, leven wellicht—zij waren -het in alle opzichten met elkander eens.</p> -<p class="par">Staffa is rijk aan grillen en wonderlijke -natuurspelingen, maar een der wonderlijkste is zeker dat groene kleed -boven de zwarte, kale rots geworpen, een soort van Alpenweide op een -rots, midden in een oceaan van zoutwater; geen bloempje, geen plantje, -niets dan schrale grashalmpjes, die zich met moeite wringen tusschen de -spleten der rotsen, maar toch iets vriendelijks, een glimlach op een -somber gezicht, een straaltje licht tusschen strakke hopeloosheid.</p> -<p class="par">Rondom niets dan zee en eilanden zoo zwart als brokken -steenkolen; het grootere Mull alleen trekt een donkere lijn langs den -horizon.</p> -<p class="par">Casper stond weer onwillekeurig naast juffrouw Bauer; -beide zwegen, zij had geen behoefte iets te zeggen, hij had er wel -behoefte aan maar vreesde niets zoozeer dan een banaliteit uit te -spreken in deze zoo geheel eigenaardige omgeving; toch kwam hij er -toe:</p> -<p class="par">„Het uitzicht hier loont de moeite van het klimmen -wel, vindt u niet?”</p> -<p class="par">„Neen,” zeide zij eenvoudig, „dat ziet -men ook beneden. Na de Fingalsgrot moest <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1674" href="#xd23e1674" name="xd23e1674">97</a>]</span>men -vandaag zijn oogen sluiten en niets meer zien, niets meer -hooren.”</p> -<p class="par">„Ja, ’t is moeilijk iets wonderbaarder te -zien. Wat men ook later ziet, dat blijft.”</p> -<p class="par">„Ik geloof voor goed!”</p> -<p class="par">Zij streek met de hand over het voorhoofd en drukte er -haar palm op.</p> -<p class="par">„’t Is als iets, wat men heel diep gevoeld -heeft,” zeide Casper, „een groote vreugde, een zwaar -verdriet.”</p> -<p class="par">Zij zag hem aan.</p> -<p class="par">„Vindt u dat vreugde iets blijvends -nalaat?”</p> -<p class="par">„Ja, ofschoon—ik weet het niet, zoo’n -groote vreugde heb ik nooit ondervonden.”</p> -<p class="par">„Och, dat zal niemand ooit ondervinden, denk ik. -De eerstvolgende indruk van verdriet wischt alle sporen uit, zoodat zij -onvindbaar blijven.” De groeven om haar kin waren nu zoo diep dat -Casper naar niets anders zien kon, terwijl hij haar bestudeerde.</p> -<p class="par">„U spreekt bij ondervinding!”</p> -<p class="par">Het woord was er nog niet uit of hij had er spijt van -het gezegd te hebben, ’t scheen een soort van indringen te zijn -in haar gemoedsleven, waartoe hij geen recht had en wat kon ’t -hem toch ook eigenlijk schelen of die juffrouw, die hij <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1697" href="#xd23e1697" name= -"xd23e1697">98</a>]</span>vandaag voor het eerst zag en die hij morgen -niet meer zou terugzien, verdriet had gehad of plezier.</p> -<p class="par">„Neen,” zeide zij eenvoudig, „ik weet -niet, wat groot verdriet is, ik geloof dat niemand dat tegenwoordig -meer weet. Men heeft zorg of men verliest iets: geld, familie of eer, -men schreit het een paar traantjes na, maar dan schikt men zich, -zoolang men dagelijksch comfort behoudt; men komt er over heen en -’t is voorbij, vóór men ’t weet.”</p> -<p class="par">Casper dacht aan den dood zijner moeder van den winter; -hij had toen erg aangegaan, maar och! dat hij zich zoo snel zou -schikken in het onvermijdelijke, dat hij zoo dadelijk weer -belangstelling zou opvatten in allerlei kleinigheden van het -dagelijksch leven, dat hij weer zoo spoedig gewoon had kunnen praten en -lachen, dat had hem zelf het meest verwonderd, want hij hield toch dol -van zijn oude vrouw, en nu nog kon hij er niet aan denken dat hij ze -niet meer had of hij voelde iets uit zijn keel opstijgen naar zijn -oogen, maar dan dacht hij gauw aan iets anders, als hij ’t voelde -aankomen en zei een gekheidje.</p> -<p class="par">„Misschien heeft u gelijk,” zeide hij -eindelijk; „men heeft zooveel verstrooiing <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1705" href="#xd23e1705" name= -"xd23e1705">99</a>]</span>en afleiding tegenwoordig, er is altijd -zooveel te zien en te doen en te hooren<span class="corr" id= -"xd23e1707" title="Niet in bron">.</span>”</p> -<p class="par">„Men heeft geen tijd met zoo’n naren gast -als zijn verdriet te leven, en ook geen lust. Zij bellen daar, is dat -het sein om naar beneden te gaan?”</p> -<p class="par">„Om ons in te schepen, ja.”</p> -<p class="par">„Adieu Staffa! adieu!” zeide Casper toen het -schuitje wegvoer en wuifde het rotsgevaarte een afscheidsgroet toe.</p> -<p class="par">„<span class="ex" lang="en">Forever</span>, denk -ik!” riep Berkmans.</p> -<p class="par">„En ’t is goed ook,” meende juffrouw -Bauer.</p> -<p class="par">„Ja, die trap is een waar heksenwerk, meer dan de -Heksentrappen in den Harz.”</p> -<p class="par">„Rosstrappe. Heksentanzplatz,” verbeterde -Casper.</p> -<p class="par">„O ja, ’t is waar ook! Het doet er niet toe, -een jodentoer. Als Betsie ’t hoort...”</p> -<p class="par">„Daarom verlangt u toch ook niet van de -Fingalsgrot voorgoed afscheid te nemen?”</p> -<p class="par">Zij glimlachte, een helderen zonnigen glimlach, zij zag -er nu geheel uit als een kind. Casper voelde plotseling een -onweerstaanbaren lust haar op te nemen en over die rotsen te springen -met zijn lichten last in de armen.</p> -<p class="par">Hoe had hij ’t niet eer gemerkt, zij zag er -allerliefst uit, zoo’n klein pittig ding, zoo heel anders dan -zooeven toen zij zoo <span class="pagenum">[<a id="xd23e1736" href= -"#xd23e1736" name="xd23e1736">100</a>]</span>diepzinnig en ouwelijk -redeneerde over smart en vreugd.</p> -<p class="par">„Als ’t daarvoor was, dan zou ik er wel raad -op weten, dan presenteerde ik u mijn arm.” Het gebaar dat hij -maakte verried duidelijk hoe het zijn bedoeling was, dien forschen arm -niet te presenteeren als steun maar eenvoudig als zitplaats.</p> -<p class="par">„Maar u heeft het niet noodig. U is zoo flink, zoo -zelfgenoegzaam,” ging hij voort met een tintje spijt in de -stem.</p> -<p class="par">„Een dame, die liever alleen reist, heeft geen -armen van heeren noodig,” merkte Berkmans bits op.</p> -<p class="par">„Minder dan heeren een dameshand,” zeide zij -en weer kwam dat schalksche kuiltje voor den dag.</p> -<p class="par">Casper begreep nu dat het dit kuiltje was dat haar -zoo’n onweerstaanbaar lieve uitdrukking gaf. Hij lachte hartelijk -alleen om het genot van het lachen, omdat hij plotseling het leven zoo -prettig vond, en dat zitten in die schuit zoo leuk, zoo onbetaalbaar -leuk.</p> -<p class="par">„Ik reis niet voor mijn plezier -alléén.”</p> -<p class="par">Het kuiltje was verdwenen en die twee akelige rimpels -waren er weer als twee grimmige schildwachten, die de lippen wilden -beletten te lachen, of aardige, vroolijke dingen te zeggen. -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1753" href="#xd23e1753" name= -"xd23e1753">101</a>]</span></p> -<p class="par">„Toch ook niet voor uw verdriet?”</p> -<p class="par">Die vraag van Berkmans klonk zoo scherp, dat Van Eyken -er nijdig om werd; nog eens wat ging ’t hun toch aan of zij -alléén of in gezelschap, voor haar genot òf voor -haar verdriet reisde?</p> -<p class="par">„Neen, ik reis alléén, omdat ik geen -gezelschap heb.”</p> -<p class="par">„Daar is altijd toch wel aan te komen.”</p> -<p class="par">„Niet aan het gezelschap dat ik hooger stel dan -eenzaamheid.”</p> -<p class="par">„Dat zal de juffrouw toch wel zelf het beste -weten, Jo,” snauwde Casper, „’t is onze zaak niet. De -dames doen tegenwoordig zooveel dingen alleen, waarom niet -reizen?”</p> -<p class="par">„Trouwen daar alleen moeten zij toch nog met twee -voor zijn. Wat zij ook voor andere liefhebberijen bij de hand mogen -hebben, dat doen zij toch nog maar altijd het liefst.”</p> -<p class="par">Casper zag haar ongerust aan; hij vond zijn zwager grof -en begreep dat zij het ook moest vinden. Maar zij zag weer met haar -blik van zooeven, haar open, helderen blik, die zich zoo rustig op -menschen en dingen kon vestigen en met dien blik drong zij in den -zijne. „U is het zeker geheel met mijnheer Berkmans eens?” -zeide zij. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1770" href="#xd23e1770" -name="xd23e1770">102</a>]</span></p> -<p class="par">„Volstrekt niet! U heeft het zooeven immers -gehoord, ik ken de vrouwen maar zeer oppervlakkig.”</p> -<p class="par">„En toch beoordeelt u ze zoo scherp?”</p> -<p class="par">„Uit egoïsme.”</p> -<p class="par">„Dat schijnt wel en dat verklaart veel!”</p> -<p class="par">Juist moesten zij uit de schuitjes weer op de groote -boot stappen. Casper bood als onwillekeurig zijn hand aan het meisje, -het was een daad van galanterie, die hij geheel instinctmatig scheen te -vervullen en zij namen het ook zoo aan, als iets dat vanzelf sprak.</p> -<p class="par">Berkmans zuchtte diep, een zucht van verlichting toen -hij weer de planken van het dek onder de voeten had; een oogenblik -later ging hij naar beneden.</p> -<p class="par">„Ik ga even zien of er wat te lunchen valt en jij -Cas, hoe denk jij er over?”</p> -<p class="par">„’t Is mij te vroeg”</p> -<p class="par">Juffrouw Bauer stond weer bij de verschansing en zag hoe -langzaam de grot zich verwijderden. Casper kwam naast haar staan.</p> -<p class="par">„Nu heeft u A gezegd en daarom heb ik ook recht B -te weten. Waarom vindt u het goed dat wij Staffa niet meer -terugzien?”</p> -<p class="par">„Omdat ik er één indruk heb -ontvangen die blijft, een tweede zou een afdruk zijn <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1794" href="#xd23e1794" name= -"xd23e1794">103</a>]</span>meer niet, en daarvoor reist men immers om -indrukken te ontvangen, om zijn geest volgeteekend te -krijgen.”</p> -<p class="par">„Ja, zoo’n soort van album er van te maken, -dat men naar verkiezing kan opslaan. Dat is waar, dat is het beste van -het reizen, maar daar heeft mijn zwager Berkmans geen verstand -van.”</p> -<p class="par">Weer dat lachje, dat als een tooverdrank Casper naar het -hoofd steeg.</p> -<p class="par">„Ik wou dat u nooit lachte of altijd -lachte,” zeide hij, hij wist zelf niet hoe hij zoo brutaal durfde -zijn die woorden te zeggen. „Ik zou onophoudelijk over mijn -zwager kunnen praten, want dat doet u lachen.”</p> -<p class="par">„Heusch niet! ’t spijt me dat ik u zoo -hinder!”</p> -<p class="par">„Mij hinderen!”</p> -<p class="par">„Ja, ten minste dat schijnt zoo, maar ik vind het -zoo onweerstaanbaar grappig, die tegenstelling van hollandsche sommen -en deze natuur.”</p> -<p class="par">Zij strekte haar hand met een vluchtige beweging uit -naar het water rondom hen.</p> -<p class="par">„Dat is de Oceaan, die komt uit Amerika, die sloot -eeuwen lang Europa af. De Atlantische Oceaan, ’t is dezelfde zee -en toch zoo heel anders dan bij Zandvoort.”</p> -<p class="par">„U houdt van contrasten?” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1815" href="#xd23e1815" name= -"xd23e1815">104</a>]</span></p> -<p class="par">„Bijzonder en daarom geniet ik hier zoo. ’t -Is alles zoo eenvoudig, zee, rots, hemel, meer niet en toch wat een -afwisseling!”</p> -<p class="par">Nu gloeiden haar oogen en straalden haar lippen.</p> -<p class="par">„Is u werkelijk een Hollandsche?” vroeg -Casper.</p> -<p class="par">„Ja werkelijk, waarom vraagt u dat?”</p> -<p class="par">„Omdat u zoo weinig Hollandsch doet.”</p> -<p class="par">„Niet Engelsch of Amerikaansch genoeg om terug te -brengen?”</p> -<p class="par">Weer lachte hij, zijn hartelijken gullen lach en ook het -kuiltje danste in haar wangen; toen zagen zij elkander aan en -plotseling bloosden zij beiden en zij boog zich over de verschansing en -zag diep in de zee.</p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">III.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">„De muttonchop was heerlijk, hoor! Ik kan ze -je recommandeeren,” zoo kwam Berkmans in het best denkbare humeur -weer op het dek.</p> -<p class="par">Casper en juffrouw Bauer hadden niet meer gelachen maar -zeer ernstig gesproken. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1838" href= -"#xd23e1838" name="xd23e1838">105</a>]</span></p> -<p class="par">„Men zou zeggen een geheele Alpenwereld, die -verzonken is in de diepte en waar nu de zee over heen spoelt,” -had Casper juist gezegd en wees op dat doolhof van rotsen, waartusschen -de „Colomban” zich vlug en sierlijk een weg baande. En nu -moest hij op den muttonchop van Jo antwoorden.</p> -<p class="par">„Ja, zoo meteen, en u, juffrouw Bauer?”</p> -<p class="par">„Ik zal een kop koffie nemen met -beschuit.”</p> -<p class="par">„O, neem toch in Engeland geen koffie en in -Duitschland geen thee!” riep Berkmans uit. „Betsie -zegt....”</p> -<p class="par">„Zal ik u een kop koffie bestellen?” vroeg -Casper, „en stoor u niet aan de cosmopolitische drankstudiën -van mijn zwager.”</p> -<p class="par">„Neen, ik ga naar beneden. Wij komen toch in het -eerste half uur nog niet in Jona.”</p> -<p class="par">Casper zei niets maar ging met haar mede. Jo zag hen na -en dacht:</p> -<p class="par">„Nu, die is alweer ingepakt. Hoe onvoorzichtig, -als zij nu nog maar geen Hollandsche was! Betsie heeft gelijk. In het -buitenland sluit ze zich nooit aan bij Hollanders. Vreemdelingen, -<span class="ex" lang="fr">ça n’engage à -rien</span>, maar landgenooten, je weet niet in wat voor wespennest je -je steekt!”</p> -<p class="par">Casper zat beneden tegenover juffrouw <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1861" href="#xd23e1861" name= -"xd23e1861">106</a>]</span>Bauer<span class="corr" id="xd23e1863" -title="Bron: .">,</span> alsof vanzelf sprak; het was of die lach het -ijs tusschen hen gebroken had. Zij spraken druk zonder jacht op -geestigheden, zonder diepzinnige bespiegelingen.</p> -<p class="par">Juffrouw Bauer vertelde dat zij met de stoomboot van -Rotterdam naar Edinburgh was gereisd; zij dweepte met Edinburgh.</p> -<p class="par">„En ’t meest van Edinburgh?”</p> -<p class="par">„Princestreet met die prachtige winkels,” -maar weer kwam het <span class="corr" id="xd23e1872" title= -"Bron: kuilje">kuiltje</span> om den hoek kijken.</p> -<p class="par"><span class="corr" id="xd23e1876" title= -"Bron: Caspers">Casper</span> haalde diep adem.</p> -<p class="par">„Dat doet me plezier,” verklaarde hij. -„’t Is zoo echt vrouwelijk!”</p> -<p class="par">„Ondegelijk, ijdel!”</p> -<p class="par">„Neen, natuurlijk!”</p> -<p class="par">„Dunkt u dat? Zou het niet juist onnatuurlijk -zijn, omdat wij, vrouwen, door eeuwenlange achteruitzetting gedwongen -onzen troost te zoeken in het kleine, in het onbeduidende ons eenig -genot vinden?”</p> -<p class="par">„O neen, nu spreekt u of u lid is van de Vrije -Vrouwenvereniging, ik vind dat juist allerliefst en dat een dame moed -heeft zoo iets te durven zeggen in onzen tijd dat vind -ik—eenig.”</p> -<p class="par">„Dus u denkt dat ik ’t meen?”</p> -<p class="par">„U kan niet zeggen wat u niet meent.”</p> -<p class="par">Zij lachte een geheimzinnig, aantrekkelijk ernstig -lachje, heel iets anders weer dan <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1896" href="#xd23e1896" name="xd23e1896">107</a>]</span>dat van -zooeven en roerde met neergeslagen oogen haar kopje koffie om.</p> -<p class="par">„En toen heeft u den verplichten klassieken toer -gemaakt,” zoo eindigde Casper de pauze. „Callander, de -Trossachs, Loch Katrine, Loch Lomond—Glasgow!”</p> -<p class="par">„Ja, contrast—alles contrast.”</p> -<p class="par">En zij spraken druk, als hadden zij behoefte zich te -verstrooien, over glens en lochs, over heide en meren.</p> -<p class="par">„Maar dat Glasgow, dat vreeselijke Glasgow! O, hoe -jammer, dat het die heerlijke, schotsche lucht bederft met zijn -rook.”</p> -<p class="par">„En daar woon ik nu! Beklaag u mij -niet?”</p> -<p class="par">„Ja,” zeide zij eenvoudig, „maar nog -meer als u de zee en de bergen niet zoo dicht bij u had om er te -vluchten als de rooklucht u te zwaar werd.”</p> -<p class="par">Er werd gebeld, Jona was in het gezicht; men moest weer -uitstappen.</p> -<p class="par">„Ze laten je geen uur met rust,” zuchtte -Berkmans, maar hij stapte toch uit en het drietal bleef bij elkander -als hadden zij het afgesproken.</p> -<p class="par">„Alweer contrast, hier vlakte, daar de rots van -Staffa. Dat is het leven zooals ik het gaarne opvat; telkens iets -nieuws, telkens iets verschillends,” zeide Casper. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e1919" href="#xd23e1919" name= -"xd23e1919">108</a>]</span></p> -<p class="par">„Dat je niet tot adem laat komen,” meende -Jo.</p> -<p class="par">Juffrouw Bauer keek hem aan; zij scheen tien jaar ouder -zoo moede en afgemat stond nu haar gezicht, haar oog, haar mond, -alles.</p> -<p class="par">„Ja, het leven vermoeit.”</p> -<p class="par">„Zoo’n dag als vandaag ook?” vroeg -Casper.</p> -<p class="par">„Die zijn er te weinig, dat rust uit!”</p> -<p class="par">„Is u werkelijk moe? Wil u dan niet -leunen!”</p> -<p class="par">Zij bedacht zich even, toen legde zij haar arm op de -zijne.</p> -<p class="par">„Ja, ’t is vermoeiend, vooral voor dames. -Betsie had het ook gevoeld. En die heeft nog anders wat mee te dragen -dan de juffrouw!”</p> -<p class="par">„Ik ben niet moe van het loopen,” zeide zij, -„maar....”</p> -<p class="par">Zij voleinde haar gedachte niet en Casper vroeg niet -verder.</p> -<p class="par">Johan Berkmans werd aangeklampt door zijn vriendin van -uit het schuitje, die de weldoordachte opmerking maakte dat men hier -toch veel gemakkelijker liep dan in Staffa, ofschoon het ook niet over -asphalt ging.</p> -<p class="par">Een pad, ruw geplaveid, dat den somberen naam van -„Weg der dooden” draagt, <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e1946" href="#xd23e1946" name="xd23e1946">109</a>]</span>voert -eerst langs armelijke hutten, terwijl kleine bedelaars steentjes en -schelpjes aanbieden in ruil voor een aalmoes, en verder naar eenige -brokstukken van muren.</p> -<p class="par">„Dat was vroeger een nonnenklooster,” zei de -gids en wees op den grafsteen eener abdis.</p> -<p class="par">„Hoe mal,” riep Berkmans uit, het stijve in -den steen gegrifte beeld beschouwende, dat twee engelen terzijde had, -„die oude juffrouw heeft een kam en een spiegel boven haar -hoofd.”</p> -<p class="par">„Misschien heeft zij daar in haar leven te weinig -gebruik van kunnen maken,” zeide juffrouw Bauer.</p> -<p class="par">De cicerone wist ook van het zonderlinge denkbeeld, om -toiletartikelen op den grafsteen van een abdis te plaatsen, geen -uitlegging te geven en drong zijn oplettend luisterende kudde aan voort -te maken.</p> -<p class="par">„De leer der contrasten alweer, die hier overal -gepredikt wordt,” zei Casper, „dood en pronk!”</p> -<p class="par">„Het kruis van Jona,” riep juffrouw Bauer -eensklaps opgewonden uit en wees op het oud Iersche kruis, dat terzijde -van den „Weg der dooden” stond.</p> -<p class="par">Een sierlijk kruis met fantastisch snijwerk versierd, -rustend op een zwaar voetstuk van graniet. Vroeger, vertelde -<span class="pagenum">[<a id="xd23e1962" href="#xd23e1962" name= -"xd23e1962">110</a>]</span>de gids, waren hier driehonderd van zulke -kruisen geweest, maar de Puriteinen hadden ze vernield.</p> -<p class="par">„Nu zijn ze verhuisd naar Princestreet, naar de -juwelierswinkels,” zeide het meisje half spottend, „daar -ergeren zij niemand.”</p> -<p class="par">„Betsie heeft er ook zoo een gekocht. Kruisen zijn -wel niet in de mode, maar zoo’n Jonakruis is toch altijd iets -bijzonders, vond zij.”</p> -<p class="par">„Dit is het koningenkerkhof!”</p> -<p class="par">Allen zwegen onwillekeurig. Jona was eens de grafplaats -der Heeren van de Eilanden; nadat zij naar hartelust hun leven lang -gemoord, geplunderd, gevochten, brand gesticht, gevaren en gezworven -hadden, brachten de met rouw getooide schepen hun lijken naar dit -eenzame eiland. Hier wenschten zij te rusten in de aarde, welke zij -voor heilig hielden.</p> -<p class="par">Indrukwekkend zijn de koninklijke grafsteden van Europa, -de plaatsen waar zooveel macht en zooveel grootheid langzaam overgaan -in stof en asch. Het Escuriaal, Saint-Denis, Westminster-Abdij, maar -geen van allen wellicht kan de sombere grootheid evenaren van dit -eiland in den Atlantischen Oceaan, waaromheen de wateren der -onmetelijke zee hun eindelooze <span class="pagenum">[<a id="xd23e1975" -href="#xd23e1975" name="xd23e1975">111</a>]</span>doodsgetijden zingen. -De blauwachtige, grijze steenen liggen daar naast elkander geschaard, -de zonnestralen verschroeien ze, de storm loeit over hen en begraaft ze -onder stof, de sneeuw bedekt hen soms voeten diep en de herinnering aan -de machtige heeren, de geweldige tyrannen, die hier in de <span class= -"corr" id="xd23e1977" title="Bron: koninsgraven">koningsgraven</span> -rusten, is verdwenen als de sneeuw van den winter, verstoven als de -storm van gisteren.</p> -<p class="par">Niemand weet hun daden meer, niemand kent hun afstamming -of hun nageslacht; men leest de inschriften die allen <span class= -"corr" id="xd23e1982" title="Bron: Max">Mac</span> Gregors, Mac -Douglas, Mackenzies, Mac Kennans of Macleans verkondigen, men ziet naar -de schilden met hun half afgesleten wapens, en ’t is of niets -meer de afgebroken keten aaneenhecht, of geen schakel meer reikt uit -dat verre verleden naar het frissche heden, of dat alles voorgoed dood, -begraven, vergeten is.</p> -<p class="par">„Macbeth,” las Casper op een der steenen. -„Hij alleen leeft! De poëzie heeft hem uit zijn koningsgraf -gehaald en een leven geschonken schooner misschien dan het zijne eens -werkelijk geweest is<span class="corr" id="xd23e1987" title= -"Bron: -">.</span>”</p> -<p class="par">„Vindt u Macbeth’s leven schoon?”</p> -<p class="par">„Zooals wij het kennen door Shakespeare, -ja!” <span class="pagenum">[<a id="xd23e1994" href="#xd23e1994" -name="xd23e1994">112</a>]</span></p> -<p class="par">„Ik vind Macbeth een allerakeligst stuk. Jongen, -ik heb vóór dat de komedie op het Leidscheplein afbrandde -Bouwmeester daar den Macbeth zien spelen. Naar, hoor! Naar! En eens -Sarah Bernhardt als Lady Macbeth, maar ik vond Frenkel veel beter en -Betsie ook. ’t Leek er niet naar!”</p> -<p class="par">„Amsterdam en het Leidscheplein tusschen de -koningsgraven van Jona. De gids is weer een eind weg. Wij moeten hem -inhalen.”</p> -<p class="par">„Ik wou dat die gids op den Ben-Nevis zat en ik -hier mocht ronddwalen....”</p> -<p class="par">„Ja, ik ook.”</p> -<p class="par">„Maar dan met u!”</p> -<p class="par">Zij antwoordde niet, maar Casper zag dat het vel achter -haar fijne oortjes vuurrood werd. Zij had het dus wel verstaan; toch -klonk haar stem natuurlijk, toen zij bij de ruïne stond van het -klooster van Sint-Columban. Een groot veld vol bouwvallen, waarin gras -en onkruid welig woekert, opschietend tusschen de steenen, klimop zich -slingert om de bogen en holle ramen, nieuw leven uitstortend over den -dood. Een geweldig brok van een toren verheft zich somber en dreigend -ten hemel; daaromheen nog sierlijke bogen, half afgebroken zuilen, -overblijfselen van voorbijgegane heerlijkheid, en dan weer graven en -nog eens graven. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2008" href= -"#xd23e2008" name="xd23e2008">113</a>]</span></p> -<p class="par">„Zooeven sprak u van een ondergegane Alpenwereld -door de zee bedolven, hier is het een andere beschaafde wereld, door -domme dweepzucht verwoest,” zeide juffrouw Bauer.</p> -<p class="par">„Ja, men kan het zich nauwelijks begrijpen, hier -was ’t reeds een brandpunt van beschaving, toen Londen nog niets -was dan een vesting tegen de barbaren, Glasgow een woest bosch, -Amsterdam een visschersdorp of nog minder. Hier werd reeds gestudeerd, -gelezen, geschreven, toen de engelsche fabrikant niets anders was dan -een zeeroover en de hollandsche leeraar in de wiskunde een -jager.”</p> -<p class="par">„En nu is het nog maar een graf, een reusachtig -graf,” zij huiverde, „en zal het ook eens zoo gaan met -Londen en Glasgow?”</p> -<p class="par">„Met de heele wereld,” zeide Berkmans, -„’t is mathematisch zeker dat wij allen van koude zullen -sterven en de aarde dan doodsch en somber wordt als een reusachtig -graf.”</p> -<p class="par">„Maar nu schijnt de zon nog, nu hebben wij het nog -warm, nu zien wij neer op den dood en op het verleden, trotsch op ons -bestaan.”</p> -<p class="par">Hij zag er zoo vol leven en kracht uit, terwijl hij dit -sprak, zoo fier en sterk, dat onwillekeurig het gelaat van -Andrée <span class="pagenum">[<a id="xd23e2021" href= -"#xd23e2021" name="xd23e2021">114</a>]</span>Bauer haar bewondering -uitsprak; zij voelde het, keerde zich om en vroeg den gids om een -kleine inlichting.</p> -<p class="par">Nu werd haar een steen gewezen—Columbans -slaapplaats, later zijn sterfbed.</p> -<p class="par">„Dat is me ook een liefhebberij zoo te -slapen.”</p> -<p class="par">„Gelukkig de tijd toen men nog een overtuiging had -en voor die overtuiging kon lijden en sterven,” zeide -Andrée halfluid, „en zelfs—zijn slaap -opofferen.”</p> -<p class="par">„Gelooft u dat die overtuiging nu niet meer -bestaat?” vroeg Van Eyken.</p> -<p class="par">„Waar zou ze nog zijn? Niemand gelooft, niemand -hoopt immers meer iets! Men tracht het fundament van elke eerlijke -overtuiging te ondermijnen en klaagt dan nog dat niemand overtuiging -meer bezit en ’t was toch zoo heerlijk, die zegepraal van den -geest over de stof. De geest van een Columban, die leven bracht in deze -steenen, die deze wildernis herschiep in een paradijs, die beschaving -plantte terwijl overal nog barbaarschheid heerschte—en tot -rustplaats voor zichzelf maar een steen koos.”</p> -<p class="par">„Vond u waarlijk Princestreet zoo mooi?” -vroeg Casper, „ik begin er aan te twijfelen.”</p> -<p class="par">„Daar denk en voel ik weer anders dan hier,” -antwoordde zij eenvoudig. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2038" -href="#xd23e2038" name="xd23e2038">115</a>]</span></p> -<p class="par">„Weet u wat Dr. Johnson zeide van Jona: „De -man is niet te benijden, wiens vaderlandsliefde niet aan kracht wint op -het veld van Marathon, of wiens vroomheid niet levendiger gloeit bij de -bouwvallen van Jona.”</p> -<p class="par">„Vaderlandsliefde en vroomheid zijn geen -mode-artikelen meer; dat zou Johnson zelf moeten erkennen als hij nu -leefde, maar ’t is waar, hoe mooi wordt dit veld van ruïnes -alleen door de verbeelding en de herinnering. In Staffa had men den -indruk maar in zich op te nemen, het had aan zijn eigen schoonheid -genoeg, hier moet men eerst zijn weten uitstorten over alles wat zoo -vernield en misvormd lijkt en dan bloeit het weer op in een geheel -andere schoonheid.”</p> -<p class="par">Hij legde haar arm op den zijne.</p> -<p class="par">„U is toch een dweepster; ik had het niet -gedacht.”</p> -<p class="par">„Waarvoor ziet u mij dan aan?” vroeg -zij.</p> -<p class="par">„Voor een raadsel! Maar een raadsel vol -pikanterie.”</p> -<p class="par">„De oplossing zal u tegenvallen.”</p> -<p class="par">„O, neen! Dat kan ik niet denken.”</p> -<p class="par">„Ik ben er zeker van. Daarom, raad maar niet, u -doet er mij plezier mee.”</p> -<p class="par">Zij waren een eind voortgeloopen nog steeds arm in arm. -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2060" href="#xd23e2060" name= -"xd23e2060">116</a>]</span></p> -<p class="par">„U kan niet gearmd loopen, u komt telkens uit den -pas,” zeide hij lachend en trachtte zijne stappen naar haar te -regelen.</p> -<p class="par">„Ik ben het niet gewoon gearmd te -loopen.”</p> -<p class="par">„Dan heeft u geen broeder, geen vader, geen -zwager, geen—geen—”</p> -<p class="par">„Geen, wat?”</p> -<p class="par">„O, neen! anders zou u hier niet alleen -zijn.”</p> -<p class="par">„O, dat alleen, dat alleen! Het ergert uw zwager -geweldig, is het zoo niet?”</p> -<p class="par">„Honny soit qui mal y pense! Maar toch ik zou wel -willen weten, of u altijd zoo geheel alleen door ’t leven gaat -als nu door Schotland.”</p> -<p class="par">„Ja, geheel alleen. Ik ben onafhankelijk en wil -mij niet belasten met een juffrouw van gezelschap, een vriendin, een -nichtje of....”</p> -<p class="par">„Een man?”</p> -<p class="par">Zij lachte en antwoordde niet.</p> -<p class="par">„Ik ben ook alleen,” zeide Casper voort.</p> -<p class="par">„En u vreest ook uw vrijheid op te geven en op te -offeren aan minder aangenaam gezelschap?”</p> -<p class="par">„Juist, dat is ’t—minder aangenaam -gezelschap, maar voor een vrouw is dat iets anders. Alleen zijn voor -een vrouw moet iets vreeselijks zijn.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2088" href="#xd23e2088" name= -"xd23e2088">117</a>]</span></p> -<p class="par">Zij schudde het hoofd.</p> -<p class="par">„Ik heb het nooit gevonden.”</p> -<p class="par">„En als de dag komt dat u het vindt?”</p> -<p class="par">Zij zag hem aan met diezelfde troostelooze uitdrukking -van zooeven.</p> -<p class="par">„Dan zal ik ’t nog bitterder betreuren, dat -ik niet kan voelen als <span class="corr" id="xd23e2099" title= -"Bron: Colomban">Columban</span> en niet gelooven als hij.”</p> -<p class="par">„Arm, klein vogeltje!” zeide Casper -eensklaps op een hartelijken beschermenden toon.</p> -<p class="par">„Dat moet u niet zeggen!”</p> -<p class="par">En haar stem eindigde in een snik, hij drukte haar hand, -die op zijn eenen arm rustte, vast in zijn andere hand.</p> -<p class="par">„’t Staat u niet, zoo ferm te willen doen. -Ik ken u pas een paar uren, maar ik weet het reeds; u is een zwak, lief -poppetje; gemaakt om vertroeteld te worden en te vertroetelen. En ik -heb zoo’n lust het te doen, o, als u ’t wist....”</p> -<p class="par">„Cas! Cas!”</p> -<p class="par">„Wat is er?” Met een gezicht als een -onweersbui keek Van Eyken om.</p> -<p class="par">„Wat dunkt je, zal ik wat van die schelpjes koopen -voor tante Mina? Je weet, zij is er dol op.”</p> -<p class="par">„Ga je gang!”</p> -<p class="par">„Ja, maar ik versta dat koeterwaalsch van dat volk -niet. Dat is nooit engelsch, <span class="pagenum">[<a id="xd23e2121" -href="#xd23e2121" name="xd23e2121">118</a>]</span>ten minste engelsch -zooals ik het ken.”</p> -<p class="par">Hij was met een groep van tien, twaalf jongens tot dicht -bij het tweetal gekomen, de jongens schreeuwden en boden door elkander, -hielden hem hun waren tot dicht bij den neus, stieten elkander onzacht -van zich af om dan weer mekaar uit te schelden.</p> -<p class="par">„Ik begrijp niet,” zeide van Eyken, -„wat je er een plezier in kunt hebben dat bedelaarsvolk aan te -halen. Je bent er zoo gauw niet af. Wat moet je hebben? Dit? Geef hun -een shilling, laat ze daarom vechten en uit is de grap!”</p> -<p class="par">„Maar een shilling voor die prullen!”</p> -<p class="par">Andrée had intusschen zijn arm losgelaten en was -alleen naar de aanlegplaats gegaan, waar zij in een der volste booten -stapte.</p> -<p class="par">Berkmans had zich eindelijk met een hoop penny’s -van zijn kwelgeesten bevrijd en liep nu naast Casper.</p> -<p class="par">„Zeg eens vriend,” zeide hij, „ik wou -je een paar woorden zeggen. Je hebt het zoo druk met die meid, jelui -bent niet van mekaar af te slaan; maar denk er aan, je kent haar -volstrekt niet, je weet niets van haar familie en je bent in Schotland, -en als je daar maar een aardigheidje tegen een meisje zegt, heb ik wel -eens gehoord, dan zit je er aan vast en ben je wettig getrouwd.” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2136" href="#xd23e2136" name= -"xd23e2136">119</a>]</span></p> -<p class="par">Casper wist niet of hij boos zou worden of lachen. Hij -koos den middenweg en vroeg spottend:</p> -<p class="par">„Zeg eens, ventje, wil je mij leeren wat schotsche -gebruiken zijn? Ik ben in elk geval langer hier dan jij en als elke -malligheid, die je tegen een meisje zegt, werkelijk zulke prettige -gevolgen kon hebben, dan had ik nu reeds minstens vijftig wettige -vrouwen.”</p> -<p class="par">Hij zag dat Andrée Bauer reeds in de schuit zat, -die van wal stak; zonder een woord te zeggen, stapte hij in de -gereedstaande, door Berkmans gevolgd, die blij was het hem eens goed -gezegd te hebben.</p> -<p class="par">Je kon niet weten en Cas was toch in ieder geval -Betsie’s broer, hij zou toch niet graag zien dat er iets voorviel -als zij er niet bij was. ’t Is waar, Cas was nu precies geen kind -meer, bij de dertig reeds, maar als hij een dwaasheid doen wilde, dan -moest hij ’t maar doen als Jo er niet bij was.</p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">IV.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Casper liep een deuntje fluitend, met de handen op -den rug, over het dek op en neer.</p> -<p class="par">Dat deed hij altijd wanneer hij boos was en boos was hij -nu bepaald, op Johan <span class="pagenum">[<a id="xd23e2152" href= -"#xd23e2152" name="xd23e2152">120</a>]</span>in de eerste plaats, dan -een beetje op juffrouw Bauer, maar het meeste op zichzelf.</p> -<p class="par">Hoe gek zich zoo aan te stellen als een kwajongen; maar -kon hij ’t zelf helpen? Vroeger als jongen was verliefdheid een -chronische ziekte van hem geweest; zijn zusters plaagden er hem altijd -mee dat zijn hart een omnibus was met slecht sluitende deuren, waarin -de eene dame na de andere passeerde, soms drie, vier en meer tegelijk -in plaats namen—voor een oogenblik. Maar in de laatste jaren had -hij er geen last meer van gehad; de schotsche vrouwen hadden er hem -radikaal van genezen en toen zijn moeder en zuster samenspanden om hem -aan een vrouw te helpen, had hij bepaald moeite gedaan voor een der -dames van haar keuze iets te voelen; het had niet willen lukken en de -geestigste zijner zusjes had gezegd, dat de omnibus nu buiten dienst -was gesteld en het paard dat hem trok, zeker bij den vilder was -gebracht.</p> -<p class="par">En nu voelde hij plotseling weer alle symptomen van die -ellendige ziekte; prikkelbaar, abnormaal, hartkloppingen en -toch—toch inwendig een stemmetje dat zoo mooi zong en over zijn -oogen een waas, dat alles in zulk een heerlijke gloed zette, iets zoo -koesterend van binnen, <span class="pagenum">[<a id="xd23e2158" href= -"#xd23e2158" name="xd23e2158">121</a>]</span>iets wat hem tien jaren -jonger maakte en toch had hij het land, dat hij het voelde, dat John -het merkte en er zijn wijsheid over luchten moest. Natuurlijk zou die -’t Betsie vertellen, en die had er zeker nog meer wijsheid over -te verkoopen. Ja, dat wist hij alles, ’t was gek, mal en toch, -kon hij het helpen? Was die ellendige dwarskijker ook maar in Oban -gebleven! ’t Duurde maar een oogenblikje, waarom zou hij dat -oogenblik niet genieten zonder aan de gevolgen te denken?</p> -<p class="par">Zoo dacht hij en al fluitend en op- en neerloopend -verliet hem langzamerhand zijn ergernis, maar zijn verliefdheid groeide -bij de minuut aan; zij zat niet op het dek, zij was zeker beneden in -het groote salon met de prachtige spiegelruiten rondom, het waaide -nogal hier boven of zou zij hem ontloopen? Had zij gemerkt dat Johan -hem waarschuwde? Dan dacht zij zeker, dat hij een pupil of zoo iets -was, die gehoorzaamheid was verschuldigd aan Berkmans. Dit zou hij haar -anders vertellen! En hij maakte zich gereed naar beneden te gaan, maar -toen dacht hij er eensklaps aan dat Berkmans ook voor den wind gevlucht -scheen en niet op het dek was. Zou die ook in het salon zitten?</p> -<p class="par">Wat kon ’t hem schelen? En hij was <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2164" href="#xd23e2164" name= -"xd23e2164">122</a>]</span>boos op zichzelf dat hij daar aan denken -kon. In het salon zaten bijna alle passagiers. Berkmans deed druk zijn -Hollandsch-Engelsch bewonderen door de vriendin van straks, haar man en -nog een andere dame. Andrée zat op een der roodfluweelen divans, -haar oogen strak naar buiten om door de glazen te zien naar de zwarte -rotsmassa van Mull, die voorbij de spiegelruiten trok, eindeloos lang, -eentonig.</p> -<p class="par">Casper kwam regelrecht naar haar toe.</p> -<p class="par">„Is u bang voor den wind?”</p> -<p class="par">Zij schudde het hoofd en lachte weer zijn -lievelingslach.</p> -<p class="par">Hij wist niet meer wat hij zeide of deed.</p> -<p class="par">„Kom naar boven! Kom! ’t Is haast gedaan, en -die aankomst in Oban door den Sound of Kerrera is zoo mooi.”</p> -<p class="par">Zij stond op, verward, verstrooid, alsof zij niets -anders doen kon dan hem gehoorzamen. Berkmans was zoo druk aan het -redeneeren en het zoeken zijner engelschen woorden, dat hij niet eens -merkte, dat zijn zwager in de kajuit was gekomen en juffrouw Bauer hem -nu naar boven volgde.</p> -<p class="par">Zij stonden zwijgend bij de verschansing alsof zij alle -aandacht wijdden aan het sombere Mull, maar zij zagen niets.</p> -<p class="par">„Waar logeert u in Oban?” vroeg Casper.</p> -<p class="par">„In Hotel Albany.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2185" href="#xd23e2185" name= -"xd23e2185">123</a>]</span></p> -<p class="par">„Wij in Alexandra.”</p> -<p class="par">„Ik ga van avond naar Edinburgh terug.”</p> -<p class="par">„Wat, niet naar Inverness, door Loch Ness en naar -Glencoe en Killie Crankie?”</p> -<p class="par">„Neen, mijn vacantie is uit.”</p> -<p class="par">„Uw vacantie, is uw heele leven dan geen -vacantie?”</p> -<p class="par">Zij zuchtte en boog zich weer om in de golven te kunnen -zien.</p> -<p class="par">„Dus dan zien wij elkander niet meer.”</p> -<p class="par"><span class="corr" id="xd23e2202" title= -"Niet in bron">„</span>Hoogst waarschijnlijk niet!”</p> -<p class="par">Hij zweeg even; en beet op zijn dikken, blonden -knevel.</p> -<p class="par">„Dat mag niet! Ik had juist gehoopt dat u zich bij -ons zou aansluiten om samen naar het Noorden te gaan, dan waren wij -<span class="ex" lang="fr">en partie carrée</span>; dat is veel -gezelliger—”</p> -<p class="par">„O ja, dan kon u met uw zuster gaan en ik met -mijnheer Berkmans!”</p> -<p class="par">Alweer die geestige kuiltjes.</p> -<p class="par">„Dat kan u begrijpen. Neen, ik vind het zoo -vreeselijk jammer, wij begonnen zoo aardig met elkaar op te schieten; -onze kennismaking is zoo vreemd begonnen.”</p> -<p class="par">„Met een afluisterpartij. Neemt u mij dat niet -kwalijk?”</p> -<p class="par">„Integendeel! ’t Vleit mij dat u het de -moeite waard vond naar mij te luisteren, want Berkmans sprak niet -veel.” <span class="pagenum">[<a id="xd23e2222" href="#xd23e2222" -name="xd23e2222">124</a>]</span></p> -<p class="par">„En niets dat de moeite van het luisteren waard -was, geloof ik.”</p> -<p class="par">„Dus ik zie wel iets, dat u be- of liever dat u -opviel?”</p> -<p class="par">„Ja, ik vond het interessant eens te hooren hoe de -mannen oprecht over onze tegenwoordige vrouwen denken.”</p> -<p class="par">„Maar zoo zijn niet alle vrouwen.”</p> -<p class="par">„Is dat een doekje voor het bloeden, of een zalfje -op de wond? Ik moet zeggen, u zou een uitstekende pleegzuster -zijn.”</p> -<p class="par">„Een pleegbroeder dan toch altijd.”</p> -<p class="par">Beiden lachten weer. Casper begreep niet hoe hij er toe -kwam al die flauwiteiten te zeggen en toch wat luisterde zij aandachtig -naar hem, met haar verstandige, diepe oogen, al zou hij nog zoo iets -onbeduidends zeggen.</p> -<p class="par">„O, die bestaan ook,” zeide zij ernstig.</p> -<p class="par">„Maar ik heb geen roeping het te worden. Ik haat -alles wat met ziekten en dood in verband staat. Ik dweep met leven en -gezondheid.”</p> -<p class="par">Zij voelde dat haar gelaat een aschkleurige tint kreeg, -dat ondanks den fellen wind al het bloed week uit haar lippen en -wangen.</p> -<p class="par">„U heeft gelijk,” zeide zij met doffe stem, -„er gaat niets boven het leven. Maar zij, die het moeten missen, -die het <span class="pagenum">[<a id="xd23e2246" href="#xd23e2246" -name="xd23e2246">125</a>]</span>langzaam voelen wegvluchten, hebben -toch ook recht op onze zorg en sympathie.”</p> -<p class="par">„Laat mijn buurman ze hun bewijzen,” zeide -hij, met een <span class="corr" id="xd23e2250" title= -"Bron: egoïme">egoïsme</span> zoo kolossaal dat het niet -ergeren kon.</p> -<p class="par">„En als het uw beurt is?”</p> -<p class="par">„Dan, dan zien we verder! Ik bekommer mij nooit om -den dag van morgen. Ik lijd op het oogenblik en ik geniet ook van het -oogenblik en het oogenblik vind ik nu heerlijker, dan ik van morgen -gedacht had, vandaag te zullen genieten.”</p> -<p class="par">Nu bloosde zij weer; hij legde zijne hand op de -hare!</p> -<p class="par">„En dat heb ik u te danken! Waarom wil u dan zoo -gauw heengaan?”</p> -<p class="par">„Omdat de plicht mij roept!”</p> -<p class="par">„De plicht, de plicht!”</p> -<p class="par">„Waarom zegt u dat zoo spottend?”</p> -<p class="par">„Vrouwen en plichten!”</p> -<p class="par">„Is het geheele leven van de vrouw dan niet een -plicht?”</p> -<p class="par">„Ja, op het papier, in theorie, maar in -werkelijkheid nemen zij het daar even zoo gemakkelijk mee als met al -het andere en wat zou zoo’n klein poppetje als u, die geen vader, -geen broeder, geen man heeft, plichten kunnen hebben?”</p> -<p class="par">„Moet men ze alleen tegenover de mannen -hebben?” <span class="pagenum">[<a id="xd23e2276" href= -"#xd23e2276" name="xd23e2276">126</a>]</span></p> -<p class="par">„Tegenover wie anders?”</p> -<p class="par">„Tegenover zichzelf, -tegenover,—tegenover....”</p> -<p class="par">„U is toch geen onderwijzeres?”</p> -<p class="par">Hij zei dat op zulk een grappig angstigen toon, dat zij -weer begon te lachen.</p> -<p class="par">„Neen, dat ben ik toevallig niet.”</p> -<p class="par">„Artiste? God beware me, dat was nog -erger.”</p> -<p class="par">„Neen, neen, raad u maar niet! Ik -ben—niet.”</p> -<p class="par">„Een allerliefst schepseltje, meer moet u niet -trachten te worden.”</p> -<p class="par">„Om in uw smaak te blijven vallen.”</p> -<p class="par">„Dat zal uw zorg nogal zijn. Anders vertrok u van -avond niet.”</p> -<p class="par">Zij zweeg; hij ging na een poos als in zich zelf -sprekend voort, vol opgekropte ergernis:</p> -<p class="par">„’t Is zoo ellendig van die vrouwen -tegenwoordig; zij willen van alles zijn en vergeten daardoor het eenige -wat zij eigenlijk moeten wezen.”</p> -<p class="par">„De speelpop, de slavin van de mannen?”</p> -<p class="par">„Neen, onze vriendin, onze steun! Zij verwijderen -zich hoe langer hoe meer van ons, die zoogenaamde ontwikkelde vrouwen. -Lees de boeken maar, die de dames tegenwoordig bij dozijnen schrijven. -De eenige mannen, die deugen in haar oogen, zijn <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2307" href="#xd23e2307" name= -"xd23e2307">127</a>]</span>juist die de hare niet zijn. De man, die -voor haar werkt, geld verdient, deugt nooit. Zij nemen ’t hem -kwalijk, dat hij het graag prettig heeft in huis, gaarne lekker eet en -na zijn werk op zijn gemak zit. Hij moet maar altijd klaar staan om met -haar in hooger sferen te leven, om met haar te praten over de sociale -quaestie, over kunst en literatuur en als hij dat niet kan of wil, dan -deugt hij niet, dan zoekt zij troost bij een vriend, die natuurlijk in -al deze dingen plezier heeft, zoolang hij haar man niet is.”</p> -<p class="par">„Och, die stumpers!”</p> -<p class="par">„Zeker, de vrouwen klagen over verdrukking, maar -ik zeg, wij zijn het die tegenwoordig verdrukt worden. Nu de vrouwen -zoo verbazend geleerd worden, zijn ze wijzer dan wij, wij kunnen er -niet tegen aan. De tijd is niet ver af, dat wij aan het wiegetouw gaan -trekken en zij het geld verdienen.”</p> -<p class="par">„Is dat niet billijk? Ieder op zijn beurt. Wij -hebben ’t zoolang gedaan; nu keeren wij de rollen om. Misschien -gaat het dan beter en heeft men minder reden tot klagen dan -tegenwoordig.”</p> -<p class="par">„Neen, daar kan ik mij niet in vinden. Ik moet een -vrouw hebben, die ik beschermen kan, voor wie ik werken moet, -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2317" href="#xd23e2317" name= -"xd23e2317">128</a>]</span>die in mij haar hulp, haar steun, haar -beschermer vindt, die mij eerst snibbig toe mag roepen als -Gretchen:</p> -<p class="par">„<span lang="de">Kann unbegleitet nach Hause -gehen</span>,” maar die dan toch later bewijst dat ik haar alles -ben en mij niet deelt met allerlei liefhebberijen en om haar ernstige -plichten tegenover de maatschappij mij achter de bank -schuift.”</p> -<p class="par">„U is egoïst! En geen klein beetje -ook!”</p> -<p class="par">„Ja, dat beken ik. En ik beweer ook het recht te -hebben het te zijn; als ik hard werk voor mijne vrouw, als ik haar -liefheb en op de handen draag, dan mag ik ook aanspraak maken op haar -zorg en op haar liefde, dan moet zij ook even gelukkig zijn mij die te -kunnen geven. Maar als onbegrepen martelares naast mij gaan, op mij -neer zien van haar hoog standpunt, neen, dan liever alleen blijven mijn -leven lang.”</p> -<p class="par">Zij hield zich vast aan de verschansing en sloot de -oogen, in een beweging van zich te laten gaan, van zichzelf te vergeten -en te rusten.</p> -<p class="par">Hij naderde haar zoo dicht dat zijn adem zich met den -wind mengde en haar dartele krulletjes deed opstuiven.</p> -<p class="par">„Dat is mijn idee over het leven tusschen man en -vrouw en tot vandaag heb ik mijn ideaal niet ontmoet, met wie ik -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2335" href="#xd23e2335" name= -"xd23e2335">129</a>]</span>zoo’n leven mogelijk achtte, maar -sedert een paar uur is het anders. Begrijpt u dat, juffrouw -Bauer?”</p> -<p class="par">Zij zweeg en boog dieper het hoofd.</p> -<p class="par">„U heeft het begrepen, ik hoef het niet eens te -vragen, maar zeg me ronduit, de tijd is zoo beperkt. Vergis ik -mij?”</p> -<p class="par">Nog bleef zij zwijgen.</p> -<p class="par">„Vindt u mijn ideaal uitvoerbaar of is u gelijk -aan alle andere vrouwen van uw ontwikkeling en uw stand blijkbaar? Dan -heb ik niets gezegd en ik heb mij vergist. Dat is alles.”</p> -<p class="par">„Ja, u vergist zich,” fluisterde zij -eindelijk. „Ik kan dat niet voor u zijn, onmogelijk.”</p> -<p class="par">Eensklaps merkte hij dat zij snikte.</p> -<p class="par">„En waarom huilt u dan? Begrijpt u dan niet, wat -ik moeite heb mij om uwentwille in te houden, u niet in mijn armen te -nemen en die tranen van uw wangen te kussen?”</p> -<p class="par">„Och, ik bid u, plaag me niet?”</p> -<p class="par">„Maar daar is geen quaestie van plagen! Ik weet -zelf niet, wat mij drijft een meisje, dat ik pas sedert een paar uur -ken, van wie ik niets afweet, in mijn ziel te laten lezen en ten -huwelijk te vragen. ’t Is vreeselijk onvoorzichtig, -onberedeneerd, onhollandsch, wat u maar <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e2355" href="#xd23e2355" name="xd23e2355">130</a>]</span>wil. En u -laat niets los! U zegt mij niets, wat licht kan werpen op uzelf en op -uw gevoelens.”</p> -<p class="par">Zij keek rond, er was niemand in de nabijheid en zij -wischte haar tranen snel af, zenuwachtig lachend.</p> -<p class="par">„Ik ben zoo dwaas, maar och! ik kan niet anders -zeggen, niet anders doen. Op het oogenblik niet. Van avond ga ik naar -Edinburgh en morgen naar Holland....”</p> -<p class="par">„En dan moet ik u laten gaan? Denkt u dat ik er -vrede mede heb.”</p> -<p class="par">„’t Is toch beter! U moet -nadenken!”</p> -<p class="par">„Nadenken, dus ’t is niet geheel uit?” -Zij begon nog harder te snikken.</p> -<p class="par">„Ik kan ’t niet helpen, ik kan ’t niet -helpen! maar o, laat mij nu wat tot mijzelf komen. Gaat u dien kant uit -of liever gaat u naar beneden? Straks vóór dat wij -aankomen zeg ik u misschien iets.”</p> -<p class="par">„Goed!”</p> -<p class="par">En Casper ging naar beneden; hij was half ontnuchterd. -Het geheimzinnige dat Andrée zooeven nog met zooveel -aantrekkelijkheid omgaf, boezemde hem nu angst en vrees in; hij had er -spijt van zich zoover te hebben gewaagd, toegegeven te hebben aan den -roes die zijn hersens omnevelde.</p> -<p class="par">Wie was zij? Een vrouw met een geheim, <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2376" href="#xd23e2376" name= -"xd23e2376">131</a>]</span>dat was zeker; maar wat voor geheim? -Berkmans had gelijk, men moet voorzichtig zijn, maar hij was een -impressionist, hij handelde altijd onder den invloed van het oogenblik. -Zijn egoïsme had hemzelf altijd bewaard van kwade avonturen, daar -hij eenvoudig de minder aangename gevolgen van zijn voorbijgaande -indrukken tot nu toe kalm uit den weg had kunnen gaan, en óf -andere er door leden daar vroeg hij eenvoudig niet naar, maar zoover -had hij zich nog nooit gewaagd en nu was plotseling de aardigheid er -af.</p> -<p class="par">Wat deed ze ook zoo raar? Waarom zei ze niet eenvoudig -ja of neen, maar op een toon, dat men kon merken of zij ’t meende -of niet. Nu zeide zij wel neen, maar meteen kwamen de waterlanders voor -den dag en verrieden dat zij honderdmalen liever ja zou hebben gezegd. -Waarom zeide zij het dan niet?</p> -<p class="par">Er was zeker een zeer gewichtige reden, wie weet wat. -Een reden, die hem misschien meer betrof dan haar. Hij werd er raar -van; die saaie Berkmans had misschien gelijk, wat hij gedaan en gezegd -had was onverantwoordelijk dom.</p> -<p class="par">Hij ging naar beneden en nam gedachteloos een paar in -rood leder gebonden boekjes met gezichten op, die over de <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2384" href="#xd23e2384" name= -"xd23e2384">132</a>]</span>tafels lagen te slingeren. Zijn zwager zag -hem binnenkomen, miste juffrouw Bauer en was tevreden. Hij verliet zijn -gezelschap en kwam naar hem toe.</p> -<p class="par">„Wij dineeren straks maar in het hotel, vind je -niet, Cas?”</p> -<p class="par">„Dacht je het dan hier te doen?”</p> -<p class="par">„Ja, ik vreesde dat het te laat zou worden voor -aan wal.”</p> -<p class="par">„Zij wachten altijd op de aankomst van de -boot.”</p> -<p class="par">„O, dan is het goed.”</p> -<p class="par">En gerustgesteld ging Berkmans eens boven kijken.</p> -<p class="par">Hij zag juffrouw Bauer op een stoeltje zitten, hij liet -haar zitten en besloot haar niet verder aan te halen, blijde dat de -kennismaking tusschen haar en zijn zwager, die zoo hard van stapel -liep, nu tot zulk een plotseling einde was gekomen.</p> -<p class="par">Het weer, dat dien morgen zich zoo bitter boos had -aangesteld was langzamerhand prachtig geworden; de zee een groen-blauwe -spiegel, de lucht een en al blauw met niets anders dan eenige dansende -witte wolkjes in het westen.</p> -<p class="par">Eindelijk was men het zwarte Mull kwijt en bevond zich -nu in de open zee; daar opent zich de Sound van Kerrera, vriendelijker -wordt het gezicht, het sombere <span class="pagenum">[<a id="xd23e2405" -href="#xd23e2405" name="xd23e2405">133</a>]</span>verleden met zijn -schrikbeelden heeft afgedaan; vroolijke villa’s, lonkende hotels -verschuilen zich tusschen het groen, de golf van Oban komt in het -gezicht met zijn driedubbele guirlande van landhuizen om de heuvels -geslingerd, en de ruïnen Dunnstafnage en Dunolly hun grimmigheid -verbergend achter een mantel van groen klimop. Met een zucht staat -Casper van Eyken op om naar het dek terug te gaan.</p> -<p class="par">Hij vindt het een zwaren gang, dien hij nu te doen -heeft, wat hij wenscht is hem zelf niet heel recht duidelijk, ’t -liefst misschien dat zij aan alles een eind maakte; als zij dat doet -weet hij zeker dat hij een zucht van verlichting zal laten, maar als -zij antwoordt:</p> -<p class="par">„Ja, neem mij in je armen! Zorg voor mij mijn -leven lang. Er is niets wat mij belet je voorstel aan te -nemen.”</p> -<p class="par">Dan voelt hij genoeg dat zijn ziel op zal jubelen en dat -hij zich gelukkig zal achten, omdat hij eindelijk zijn bestemming heeft -gevonden, maar hij kan het zelf niet zeggen òf hij naar dat -geluk verlangt, òf hij ’t niet gemakkelijker en rustiger -vindt het niet te bezitten.</p> -<p class="par">In elk geval hij moet haar vragen wat zij beslist heeft; -wie hem dat voorspeld had dezen morgen dat hij hoogst waarschijnlijk -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2416" href="#xd23e2416" name= -"xd23e2416">134</a>]</span>een blauwtje zou loopen! Men is toch nooit -van zijn avond zeker. Hij lachte er om en maakte een toertje rondom het -dek, luisterde naar Berkmans’ opmerkingen over het landschap, -over de eilanden, eilanden en nog eens eilanden om hen heen en zag tot -zijn ergernis dat toen hij af wilde slaan om bij Andrée te -komen, Jo aanstalten maakte met hem mee te gaan.</p> -<p class="par">„Zoo’n klis!” dacht hij, maar zonder -zich in iets te geneeren liet hij zijn zwager naast hem loopen tot dat -zij bij de jonge dame kwamen.</p> -<p class="par">„De reis is uit,” zeide hij en bleef -tegenover haar staan, „heeft u zich geamuseerd?”</p> -<p class="par">„O ja, buitengewoon,” antwoordde zij -haperend. Berkmans bleef sarrend staan en zeide dat hij het ook een -prachtige tocht vond.</p> -<p class="par">„U zal veel te vertellen hebben t’huis -juffrouw!” voegde hij er bij.</p> -<p class="par">„O ja,” antwoordde zij verstrooid.</p> -<p class="par">Zij had haar hoedje afgezet en de verwarde haren dansten -in den wind; zij zag er zoo nog veel jonger uit, eenvoudig kinderlijk; -een paar keer streek zij met de handen over dat haar maar het wilde -niet meer in de plooi raken.</p> -<p class="par">„Ik zal mij moeten opknappen, beneden,” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2432" href="#xd23e2432" name= -"xd23e2432">135</a>]</span>zeide zij, stond op en ging weer naar het -salon.</p> -<p class="par">Terwijl zij in den spiegel keek en hier en daar de -weerbarstige lokken opstak, zag zij het gezicht van Casper naast het -hare weerkaatst.</p> -<p class="par">„Spoedig,” drong hij aan, „of mijn -meester komt weer voor luistervinkje spelen. Ik moet nog een antwoord -van u hebben?”</p> -<p class="par">„Heeft u geduld?” vroeg zij en nam een paar -haarspelden van tusschen haar lippen.</p> -<p class="par">„Dat ligt er naar.”</p> -<p class="par">„Wil u een jaar wachten, dag vóór -dag? Natuurlijk u is vrij, als u voor dien tijd uw geluk vindt -dan—zal het mij verheugen—maar anders— -—.”</p> -<p class="par">„Maar anders!”</p> -<p class="par">„Waar gaat u heen het volgend jaar?”</p> -<p class="par">„Dat weet ik nog niet!”</p> -<p class="par">„Het volgende jaar om dezen tijd ben ik in -Friedrichroda op den Gottlobtempel.”</p> -<p class="par">„En wat dan?”</p> -<p class="par">„Dat weet <i>ik</i> nu niet!”</p> -<p class="par">„En is dat alles?”</p> -<p class="par">„Alles!”</p> -<p class="par">„Moet ik daarop leven een jaar lang?”</p> -<p class="par">„U moet niets. Ik zeg dit maar als u na een jaar -mij nog wil ontmoeten, onthoud het dan!” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2469" href="#xd23e2469" name= -"xd23e2469">136</a>]</span></p> -<p class="par">Hij zag haar hoe langer hoe meer verbaasd aan.</p> -<p class="par">„En krijg ik anders niets meer van u te hooren. -Niets, volstrekt niets?”</p> -<p class="par">Zij lachte weer op de wijze, die zoo onweerstaanbaar op -hem werkte als een tooverdrank.</p> -<p class="par">„Een jaar is zoo vreeselijk lang?”</p> -<p class="par">„Wie weet hoe kort u het zal vinden!”</p> -<p class="par">„Zonder dat lachje?<a id="xd23e2482" name= -"xd23e2482"></a> Neen!”</p> -<p class="par">Zij zette haar hoedje op, trok haar handschoenen aan en -deed alles ingespannen met ernst, opdat hij niet zou merken hoe haar -lippen trilden en haar handen beefden.</p> -<p class="par">„En als ik dan niet kan?”</p> -<p class="par">„Dan komt u niet!”</p> -<p class="par">„En als ik een vergeefsche reis maak?”</p> -<p class="par">„Dan ziet u eens iets anders dan Engeland of -Schotland en dat is ook de moeite waard. Nu, mijnheer van Eyken, tot -wederziens of—vaarwel!”</p> -<p class="par">Hij reikte haar de hand en drukte de hare stevig in de -zijne; zij had het kunnen uitschreeuwen van pijn, zoo voelde zij den -greep zijner vingers, en toch deed het haar oogen stralen.</p> -<p class="par">„Tot wederziens,” sprak hij met nadruk en -weg was hij.</p> -<p class="par">Eenige oogenblikken later landde men in <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2501" href="#xd23e2501" name= -"xd23e2501">137</a>]</span>Oban en stapte uit. Betsie stond hen op te -wachten.</p> -<p class="par">„Wil je haar je nieuwe vriendin niet -presenteeren?”</p> -<p class="par">„Niet noodig,” zeide Cas kortweg.</p> -<p class="par">De jonge dame ging met veerkrachtigen tred zonder om te -zien haar weg naar het Albany-hotel en Berkmans stak zijn hand onder -den arm zijner vrouw en vertelde haar hoe het zoo vreeselijk jammer -geweest was dat zij niet mee was gegaan, zoo interessant dat Staffa en -dat Jona en ’t weêr hield zich zoo goed en wat zij wel -gedaan had dien heelen dag! Casper liep hen vooruit; hij zocht naar een -<span class="ex" lang="en">time-table</span> om te zien wanneer er een -trein naar Edinburgh vertrok.</p> -<p class="par">Hij haastte zich met het diner om bijtijds aan het -station te komen, en toen hij er was en bleef tot het laatste oogenblik -zag hij nergens een juffrouw Bauer. Teleurgesteld keerde hij naar zijn -hotel terug; de aardigheid van de reis was er voor hem af, meende hij, -maar den volgenden morgen was er weer iets anders dat hem boeide en -langzamerhand dacht hij alleen aan Andrée als aan een prettig, -maar dwaas avontuurtje. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2514" href= -"#xd23e2514" name="xd23e2514">138</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">V.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Zij zat in het koepeltje, dat hoog tegen den -groenen berg schijnt te hangen; haar handen in de schoot, haar hoofd -achter over geleund, haar oogen gesloten, zoo zat zij moede, doodmoede, -te moe om te denken, te moe om te spreken, te moe om te hopen of te -verwachten.</p> -<p class="par">Zij had zich hier naar boven gesleept en een paar maal -had zij gedacht onderweg neer te vallen en daar te blijven liggen tot -iemand zich over haar ontfermde; maar nu was zij er eindelijk en zij -zat er reeds uren en uren lang.</p> -<p class="par">Touristen kwamen langs haar heen, wierpen een -verwonderden blik op haar of zagen haar nauwelijks aan; zij hadden het -druk over dat „wunderhübsche Aussicht” over dit punt -over dat gezicht. Oude dames, die altijd kleine en groote duitsche -gezelschappen vergezellen; en ons den afkeer voor de duitsche -„Schwiegermütter” helpen begrijpen, kwamen hijgend en -blazend naast haar zitten, bezorgde moeders lieten angstige gilletjes -als haar lievelingen te dicht bij de ijzeren balustrade kwamen; andere -vonden het de moeite niet waard een gesprek over „de -Kinderwäsche” te <span class="pagenum">[<a id="xd23e2524" -href="#xd23e2524" name="xd23e2524">139</a>]</span>interrompeeren alleen -omdat men hier op een hoogte is, welke men beklommen moet hebben voor -het mooie gezicht. Een enkelen keer hoorde zij Hollandsch praten, -Hollandsch Duitsch voorlezen uit Baedeker of Mayer. Zij liet hen praten -en hoorde hen als spraken zij in een droom.</p> -<p class="par">„Slaapt die juffrouw?” hoorde zij een -hollandsche oude heer gemoedelijk vragen.</p> -<p class="par">„Ach gunst: Het schaap zal kou vatten,” -meende zijn bezorgde vrouw.</p> -<p class="par">En ook zij gingen weer verder en zij bleef over, steeds -meer en meer alleen, want het restje hoop dat haar gesteund en moed -gegeven had om hier boven op te komen, werd kleiner en kleiner en -eindelijk bleef er niets van over.</p> -<p class="par">Ach! zij had het immers wel gedacht, dien langen, langen -winter door! Het was te dwaas daaraan te hechten, en toch blonk dit -koepeltje, dat zij jaren geleden eens in het voorbijgaan had gezien, -als een heldere ster in het doffe grijs dat haar leven en haar -gedachten omhulde; hoe dikwijls droomde zij er van en werd dan wakker, -trillend van vreugde omdat zij zich een oogenblik verbeeld had dat haar -wensch vervuld, haar verwachting bewaarheid werd.</p> -<p class="par">En toen het tijd was op reis te gaan, <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2536" href="#xd23e2536" name= -"xd23e2536">140</a>]</span>begaf zij zich op weg, alleen, altijd -alleen, maar toch met zooveel hoop, zoovele illusiën, zij voelde -zich zoo rijk als nooit te voren. Zij bezocht groote steden, Aken, -Keulen, Cassel, zij zag alles wat men zien moest. Zij beklom den -Wartburg, zij wandelde door het Annathal, zij zag alles wat zij moest -zien, maar het was of ze een droomleven leidde, of wat zij hoorde en -zag niet tot het diepste van haar wezen doordrong, want dat wezen was -slechts één wensch, één verlangen. Maar -naarmate de bepaalde dag naderde zonk haar moed, verdwenen haar -illusiën, smolt haar droom inéén; het licht dat uit -haar binnenste te voorschijn gloorde en alles om haar heen zoo -fantastisch, zoo onwerkelijk tintte, werd flauwer en flauwer, zij stond -op het punt terug te gaan of verder, veel verder heen te reizen, zich -te verbergen, en toen glimlachte ze weer, een wreeden, droeven -glimlach. Waartoe zou het ook dienen? Hij zou er toch niet wezen; dat -begreep zij immers alsof iemand het haar gezegd had.</p> -<p class="par">Zij voelde zich zwak, zoo zwak, dat zij de groote -verrassing, de namelooze blijdschap niet zou kunnen dragen en als zij -hem had zien staan in het hooge tempeltje, als zij die stem waarvan de -klank haar zonder ophouden in de ooren ruischte <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2540" href="#xd23e2540" name= -"xd23e2540">141</a>]</span>weer had mogen hooren, als zij die armen om -haar heen zou voelen en zij zich nestelen kon aan zijn borst om daar -uit te rusten van alles wat haar zoo had afgemat.</p> -<p class="par">Maar hij was er niet; en toen zij dien berg als ’t -ware was opgekropen en den koepel ledig vond, toen begreep zij pas hoe -groot de hoop was geweest, waarop zij had geleefd een jaar lang, hoe -deze haar als het ware had voortgedragen en hoe zij nu zwak en -hulpeloos werd, nu deze haar begaf.</p> -<p class="par">Zij zonk op een bank neer, te moe, te teleurgesteld dan -dat zij nog deze ééne gedachte denken kon: „hij kan -nog komen!”</p> -<p class="par">Neen, zij wist het nu, hij was weg, weg; hij had het -vergeten of misschien kon hij niet komen, misschien was hij ziek, dood! -Zij glimlachte treurig. Dood, hij die reus vol kracht en levenslust, -terwijl zij zwakke nog leefde, zij nog hierheen kon kruipen.</p> -<p class="par">Geen blik had zij meer voor de bergen om haar heen, voor -het liefelijke dal, dat zich aan haar voeten kronkelde, voor al die -donkergroene heuvels, waartegen ginds de stad met haar villa’s -aan beide zijden opsteeg.</p> -<p class="par">Zij dacht aan de legende van dit Gottlobtempeltje; -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2553" href="#xd23e2553" name= -"xd23e2553">142</a>]</span>daar tegenover verhief zich eens de sterke -burcht de Schauenburg op den bergtop; hij werd bewoond door een -ongemakkelijk heer, die een eenige dochter bezat.</p> -<p class="par">Tevergeefs wierven de jonge ridders uit den omtrek om -haar hand; de vader gunde haar aan niemand, òf hij moest haar op -den arm nemen en met haar onafgebroken voortloopen tot den -tegenoverstaanden heuveltop.</p> -<p class="par">Een ridder zag haar aan en in haar blik lag zeker een -aanmoediging want hij nam de jonkvrouw op den arm, snelde den -Schauenburg af, een anderen berg op. Hijgend volbracht hij den tocht, -„Gottlob!” riep hij uit, zijn kostbaren last op dit plekje -neerleggend en op hetzelfde oogenblik stortte hij dood aan haar -voeten.</p> -<p class="par">„Waarom ben ik hier niet dood gevallen? Was mijn -last minder zwaar? mijn liefde, mijn hoop, mijn toekomst, alles heb ik -meegedragen, alles dien berg opgesleept en mijn arbeid is even -vergeefsch als van dien trouwen ridder. Hier lig ik uitgeput, -afgetopt!”</p> -<p class="par">De uren vergingen, zij zat er nog steeds; in de eerste -oogenblikken had zij nog onwillekeurig getrild, had zij nog even het -hoofd opgelicht als er vreemden naderkwamen, <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2563" href="#xd23e2563" name= -"xd23e2563">143</a>]</span>maar nu deed zij het niet meer. Zij zou zijn -stap immers wel herkennen onder duizend, en hij kwam niet, neen hij -alleen niet!</p> -<p class="par">De duisternis steeg uit het dal op, naar boven, en -ontmoette daar de schaduwen, door dikke wolken geworpen over het -landschap; zij sprong op, groote druppels vielen over haar gelaat. Het -was bijna donker, beneden in de stad ontvonkte het eene lichtje na het -andere; en als wezenloos zag zij rond, een koude wind gierde door de -boomen, kwam van de bergen af en deed de takken buigen en kraken, in de -verte loeide reeds de storm, doffe slagen rommelden reeds dicht bij -haar, het onweer dreigde haar te omringen.</p> -<p class="par">„Gottlob!” zeide zij, blijde dat prikkels -van buiten haar dwongen op te staan, zich te verzetten, die doodelijke -loomheid van zich af te schudden.</p> -<p class="par">Een oogenblik dacht zij in haar exaltatie of het niet -mogelijk was hier te blijven op den grond te liggen en te wachten wat -de storm over haar besloten had; dan zou men haar lijk morgen vinden en -dan las hij het misschien in de couranten hoe trouw zij geweest was, -aan haar woord, trouw tot aan den dood.</p> -<p class="par">Maar neen! een laatste overblijfsel van <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2574" href="#xd23e2574" name= -"xd23e2574">144</a>]</span>fierheid richtte haar op; neen, dat mocht -hij niet weten tot geen prijs; zij moest van hier, hoe spoediger hoe -beter! Hij dacht misschien niet eens meer aan dat zonderlinge samenzijn -op de „Columban”; in elk geval hij vond het blijkbaar te -dwaas op het rendez-vous te komen, dat gaf nieuwe verplichtingen, en -als hij nu hoorde, welke dwaasheid zij met het leven bekocht had, dan -dacht hij misschien nog in dat grenzenlooze egoïsme wat zij toen -juist zoo aantrekkelijke, zoo echt mannelijk gevonden had:</p> -<p class="par">„Gelukkig dat zij er alleen was!”</p> -<p class="par">Zij had niets bij zich dan haar wit kanten parasol; haar -donkerblauw foulard kleedje met zooveel zorg gekozen voor dezen dag, -was reeds na de eerste minuten doornat, boven haar zwiepten de takken -als in radeloozen angst dooréén, de wind geeselde hen -onbarmhartig, een akelig geel licht brak tusschen de wolken door en zij -sloot rillend de oogen; hoe zou zij den weg vinden in de aanbrekende -duisternis, en de donderslagen kwamen nader en de wind stak hooger en -hooger op. Zij sloot de oogen en liep voort, altijd voort het pad -langs, dat zonder afwijkingen in zigzags naar beneden voerde.</p> -<p class="par">De wind joeg haar als met doornige <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2582" href="#xd23e2582" name= -"xd23e2582">145</a>]</span>prikkels in het gezicht, bij een kromming -van den weg stuwde hij haar vooruit; en zij vloog zoo snel als een -afgevallen blad voort het pad af. De regen stroomde nu in ratelende -stralen over haar heen, de bergpaden dreven in het water. Zij zakte tot -over haar enkels er in, als zij even haar stap matigde. Daar stond zij -voor een kruisweg; wanhopend bleef zij staan en wrong de handen.</p> -<p class="par">„Waarom ben ik zoo alleen, altijd alleen! o God, o -God, laat mij hier sterven!”</p> -<p class="par">Weer die bekoring om neer te vallen op den doorweekten -grond en regen en wind om haar heen te laten bruisen en den dood te -wachten; daar scheurde de duisternis door een bliksemstraal, ja, nu -wist zij het, dien weg moest zij nemen, die ging regelrecht naar -beneden.</p> -<p class="par">Zij liet zich zakken van boomstam tot boomstam, dan -gleed haar voet uit, dan scheurde zij het vel harer vingers, dan -schrampte zij haar voorhoofd, en altijd door stroomde het water onder -haar voeten, altijd kreunde de wind boven haar hoofd, altijd slingerden -de takken heen en weer.</p> -<p class="par">„’t Is de moeite niet waard, waarom strijd -ik eigenlijk nog voor mijn leven?” dacht zij telkens en de -ziekelijke zucht tot analyseeren van haar sensaties, tot het -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2592" href="#xd23e2592" name= -"xd23e2592">146</a>]</span>opdiepen van haar gevoelens verliet haar nu -zelfs niet, „en toch ik moet voort, ik moet voort, zooals ik daar -straks moest blijven zitten, uren lang!”</p> -<p class="par">En zij werkte zich naar beneden bij het laatste glimpje -licht dat nog tusschen wolken en boomen drong, en altijd door bleef die -verkilling in haar binnenste, dat gevoel alsof haar ziel een -doodenkamer was, waarin stil geweend werd om een gestorven illusie. Zij -had haar hoedje verloren, de parasol moeten opgeven, eindelijk stond -zij beneden, gewond, gehavend, beslijkt, de kleeren in flarden, zonder -adem en nog had de wind niet met haar afgerekend, nog duwde hij haar -onbarmhartig voort, steeds voort. Zij hijgde en streek zich de haren -uit de oogen en onwillekeurig dacht zij weer aan de -„Columban,” waar zij voor den spiegel datzelfde haar opstak -en zijn gezicht naast het hare verscheen.</p> -<p class="par">Zou het nu altijd zoo blijven, zou zij nu altijd zoo -moeten voortleven, met dat gevoel van een doode met zich mee te dragen -in haar hart? Daarom was dat hart zoo zwaar, tot brekens toe zwaar, zoo -zwaar als men haar hoofd had gemaakt, daarom viel het haar zoo moeilijk -zich voort te slepen; gelukkig de wind droeg haar nu! <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2598" href="#xd23e2598" name= -"xd23e2598">147</a>]</span></p> -<p class="par">O die herinneringen! Het vorige jaar speelde ook de wind -om haar heen toen zij het eerst zijne stem hoorde met haar eigenaardig -engelsch accent; kon zij dan niets denken, niets gevoelen zonder dat -als een bittere nasmaak die heugenis zich daaraan hechtte?</p> -<p class="par">Wat was zij toen anders geweest op de -„Columban”, zoo pittig, zoo krachtig, haar hart was ledig, -maar daarom ook zoo open voor elken frisschen indruk. In Staffa had zij -geschreid van aandoening omdat het groote schouwspel haar zoo -overweldigde; na dien tijd had zij nog dikwijls geschreid, maar dan was -het van kinderachtig verlangen, maar nu zou zij het nooit meer -doen!</p> -<p class="par">Hij moest haar nu zien, hij, zooals zij hier verloren -ronddwaalde, de natte gescheurde kleeren gekleefd aan haar lichaam, het -water siepelend langs haar huid, druipend uit haar kleeren, zoo klein, -zoo nietig, zoo armzalig, niemand die om haar gaf, niemand die wist -waar ter wereld zij was. Zij had daar op dien berg wel kunnen sterven -zonder dat men haar miste. O, hoe zou hij haar nu vinden, zooals zij -daar stond? Neen, dan zou hij haar juist lief krijgen, haar beklagen, -in zijn sterke armen opnemen, dragen door wind en regen. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2606" href="#xd23e2606" name= -"xd23e2606">148</a>]</span></p> -<p class="par">En toen snikte zij het uit van medelijden met zich zelf, -tranen rolden langs haar door den regen reeds zoo nat gezichtje: zij -drukte de handen tegen de oogen en rende voort door de stille straten -van het stadje naar de kleine zijstraat waar het huis stond, waarin zij -een kamer bewoonde.</p> -<p class="par">De goede thuringsche vrouw, haar hospita, kwam haar aan -de huisdeur te gemoet. Zij was zoo ongerust, waar „das -Fräulein” toch geweest was. Och, wat klappertandde zij! zij -kan niet spreken, zij moest zich maar spoedig uitkleeden, dadelijk naar -bed. Zij zou haar een warm glas wijn klaar maken en toen zij onder een -hoop dekens en donzen bedden lag in het verlichte kamertje, en de -hospita haar een glas gloeienden wijn bracht, toen doorstroomde -Andrée een behagelijke warmte, een gevoel van veiligheid omving -haar en met het gelaat tusschen de kussens herhaalde zij telkens: -„Wat ben ik toch gek geweest, gek, gek, gek!” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2611" href="#xd23e2611" name= -"xd23e2611">149</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VI.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Casper van Eyken was geëngageerd sedert -eenige maanden.</p> -<p class="par">Het was zoo gekomen; hij had een fabriek in Holland -gekocht en zou deze nu zelf besturen: door den dood zijner moeder was -hij in het bezit geraakt van een aardig kapitaaltje en Glasgow -verveelde hem in den laatsten tijd. In den voorzomer was hij dus naar -Holland verhuisd en had in het stadje, waar de fabriek stond zijn -intrek genomen; toen de eerste drukte van het in gang brengen der zaak -voorbij was, begon hij het verbazend eentonig te vinden in de stille -omgeving; hij sukkelde met de meiden, zijn huis was zoo groot en zoo -leeg, zijn zusters hielden niet op met hem voor te houden hoe -verstandig hij zou doen te trouwen, de dames in de stad hadden het -allen op hem gemunt, en op een zekeren avond bij gelegenheid van een -societeitsbal werd zijn aandacht gevestigd op een mooi, frisch meisje -van negentien jaar, een blondine met verblindend teint dat die -nieuwerwetsche liefhebberijen en pretentiën, welke hij zoo -verafschuwde, volstrekt niet had. <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e2619" href="#xd23e2619" name="xd23e2619">150</a>]</span></p> -<p class="par">Dit meisje was doodeenvoudig hoewel zij tot de eerste -families van het stadje behoorde. Zij had den naam een goed -huishoudstertje te zijn. Zij kon zoo alleraardigst lachen om elke -kleinigheid, die hij zeide en dus deed Casper alle moeite zich te -verbeelden dat zij een uitstekende vrouw voor hem zou zijn en dat hij -verliefd op haar was.</p> -<p class="par">Hij vroeg haastig haar hand, kreeg ze even haastig, zond -haastig de verlovingskaarten rond en had nog haastiger willen trouwen -als de familie van Emilie er niet tegen was geweest. Vader en moeder -deelden nog het ouderwetsche idée, dat men elkander in het -engagement moet leeren kennen, hun dochter was nog zoo jong, zij konden -best nog een paar jaar wachten en met heel veel moeite kreeg Casper het -er door, dat het huwelijk tegen het begin van den winter zou worden -voltrokken.</p> -<p class="par">Zijn familie was vrij ingenomen met zijn keuze, Berkmans -alleen had iets degelijkers voor hem gewenscht, maar de zusters en de -andere zwagers vonden haar een snoesje en zoo bij de hand, zelf -japonnen maken, zelf het huishouden doen. Goddank, dat Cas op haar zijn -keus had laten vallen! Zij waren altijd zoo bang <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2626" href="#xd23e2626" name= -"xd23e2626">151</a>]</span>geweest dat hij eens een dolle streek zou -doen, met een engelsche schoonzuster er aankomen, die zij niet eens -konden verstaan, die alles anders deed dan zij, of een meisje van -minderen stand, een actrice of zoo iets, neen, Emilie was uitstekend -voor hem geschikt, het zou een allergelukkigst huwelijk worden, daar -twijfelden zij niet aan.</p> -<p class="par">En Casper zelf?</p> -<p class="par">Hij wond zich op, hij zocht verstrooiing, hij bedwelmde -zich aan de schoonheid van zijn aanstaande, maar wanneer hij alleen -was, voelde hij zich wanhopend leeg van binnen.</p> -<p class="par">Men kon toch niet altijd met elkander stoeien, lachen, -zoenen, en wat was zijn verloving anders? De vrouw met allerlei -liefhebberijen, met hooge aspiratiën, die op hem neer zou zien, -die onbegrepen in een zoogenaamd schijnhuwelijk met hem zou leven, was -hij ontsnapt, maar was hetgeen hem nu wachtte niet nog erger?</p> -<p class="par">Toen Augustus naderde begon hij zich nog meer op te -winden, nog meer wijs te maken dat Emilietje het ideaal eener vrouw -voor hem was; eigenlijk begonnen de banden, die hem aan haar bonden -reeds pijnlijk te drukken. „Als wij getrouwd zijn, zal het wel -beter gaan,” maakte hij <span class="pagenum">[<a id="xd23e2636" -href="#xd23e2636" name="xd23e2636">152</a>]</span>zich zelf wijs, maar -geloofde zich zelf niet. Hij voelde zelf reeds bij intuïtie dat -hij een maand na zijn huwelijk het gevoel zou hebben van in een kooi -opgesloten te zijn, tegen welks traliën hij dan wanhopend zou -opspringen.</p> -<p class="par">De herinnering aan juffrouw Bauer was geheel op den -achtergrond geraakt; in den drukken winter, die bijna geheel voorbij -ging in onderhandelingen over den aankoop der fabriek, had hij geen -tijd gehad aan haar te denken. Soms als hij een oogenblikje door het -een of ander herinnerd werd aan dien zeetocht moest hij onwillekeurig -glimlachen als om een dwaasheid, maar toch vond hij het een prettig -hoekje in den tuin zijner herinneringen; het was hem een feest daarheen -te vluchten en er eens in rond te wandelen; als hij aan haar geestig -lachje dacht, trilde er nog altijd iets aangenaams in zijn ziel.</p> -<p class="par">In de eerste maanden had hij zich vast voorgenomen, op -het rendez-vous te komen, maar later vergat hij deze afspraak meer en -meer, en toen de gedachte aan dat vreemde meisje geen beletsel meer -voor hem was zich met Emilie te engageeren, had hij elk plan om op den -afgesproken tijd naar Friedrichroda te gaan, natuurlijk opgegeven. -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2643" href="#xd23e2643" name= -"xd23e2643">153</a>]</span></p> -<p class="par">Juist op dien dag vierde de stad het vijftig-jarig -jubilé van een zangersvereeniging; hij had logés over, er -werd druk feest gevierd en hij dacht pas aan den datum toen deze reeds -een week oud was.</p> -<p class="par">„Zij heeft mij ook vergeefsch zitten wachten op -dien berg,” dacht hij, „maar ’t is toch zeker maar -gekheid van haar geweest. Verbeeld je, wat een mal figuur ik had -gemaakt, als ik die reis daarheen had ondernomen om daar uren lang te -wachten op een dame, die niet kwam en zich in stilte verkneukelden over -de poets, die zij mij speelde. Ik ben wijzer, hoor!”</p> -<p class="par">Maar dan kon hij soms er met angst aan denken dat -Andrée hem vergeefs had gewacht, dat voor haar die woorden hooge -ernst waren geweest, en dat zij bedrogen zou zijn omdat hij niet -verscheen.</p> -<p class="par">Vreemd, hoe meer de tijd van zijn huwelijk naderde hoe -meer hij aan Andrée dacht; vooral als Emilie lachte, kwam haar -ernstig ovaal gezichtje met de diepe lijnen langs de kin telkens voor -hem op, en dan zag hij weer die aardige kuiltjes en die vonkelende -oogen, waaruit de ziel zich baan brak naar buiten.</p> -<p class="par">Bij Emilie geen spoor van zoo iets; zij zag er altijd -even mooi, even frisch en kalm uit, haar lach deelde zich nooit mee -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2654" href="#xd23e2654" name= -"xd23e2654">154</a>]</span>aan haar oogen, de frissche lippen -schitterden om de prachtige tanden, maar de oogen bleven altijd even -onverstoorbaar kalm en nietszeggend; zij hadden ook niets te zeggen, er -ging achter hen blijkbaar niets om.</p> -<p class="par">Het huwelijk werd weer uitgesteld tot het begin van het -volgend jaar; mama kon niet klaar komen met den uitzet, Casper was -boos.</p> -<p class="par">„Als er niets van de heele trouwerij komt, is het -hun schuld en niet de mijne,” schreef hij aan een zijner -zusters.</p> -<p class="par">Hij werd hoe langer, hoe ongeduriger en prikkelbaarder; -die eeuwige lach van zijn meisje, soms in giegelen ontaardend en dat -zij in alle omstandigheden deed hooren; maakte hem zenuwachtig, ja -zeker, zij zag er allerliefst uit als zij lachte, maar hij kende dat -lieve gezicht nu eenmaal en zou zoo graag haar desnoods wat minder lief -hebben gezien, maar dit gebeurde nooit als hij er bij was. Kwade tongen -beweerden dat juffrouw Emilie te huis de schade inhaalde en dan soms -heele dagen allesbehalve lief keek om de minste kleinigheid, die haar -niet beviel en dikwijls ook om niets; alleen uit louter plezier.</p> -<p class="par">Het werd Maart en Casper begon het als een last te -beschouwen dagelijks naar <span class="pagenum">[<a id="xd23e2664" -href="#xd23e2664" name="xd23e2664">155</a>]</span>de ouders van zijn -meisje te gaan, met haar te wandelen en te vrijen; als zij eens een dag -uit de stad was, voelde hij zich gelukkig eens op zijn gemak in zijn -luien stoel te kunnen liggen om te lezen of te denken. De gedachte dat -Emilie over eenige maanden hier tegenover hem zou zitten en altijd -lachen drukte hem.</p> -<p class="par">„Ik ben niet geschapen voor een huwelijk, ik heb -het altijd gevoeld,” bromde hij in zich zelf, „het loopt -bepaald mis met mij of ik Emilie trouw—of een ander.”</p> -<p class="par">Maar dan dacht hij er aan òf hij het ook zoo -hinderlijk zou vinden als die andere tegenover hem zat met haar kalme -manieren, haar verstandige oogen en haar geestig lachje dat nooit -hoorbaar werd; neen, hij sloot de oogen en kneep zijn handen in elkaar, -daar kon hij niet aan denken, <span class="ex">dát</span> was -beter dan eenzaamheid.</p> -<p class="par">Hij vond het een verademing toen zijn aanstaande -schoonmoeder hem voorstelde met haar en Emilie eens naar Amsterdam te -gaan, om nog eenige inkoopen te doen voor den uitzet; zij en Emilie -zouden bij een vriendin logeeren, hij kon naar een hotel gaan.</p> -<p class="par">Dat idée wekte hem op, dat gaf verandering, -misschien verbetering: die nieuwe <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e2678" href="#xd23e2678" name="xd23e2678">156</a>]</span>indrukken -zouden Emilie waarschijnlijk wakker maken, een beetje pittigheid -brengen in haar lach, in haar conversatie<span class="corr" id= -"xd23e2680" title="Niet in bron">,</span> en een ander denkbeeld, dat -hij met geweld trachtte te onderdrukken kwam telkens en telkens -terug.</p> -<p class="par">In Amsterdam woonde juffrouw Bauer, wie weet of hij haar -niet eens ontmoette, dat hoopte hij eigenlijk niet, in de verte zien -maar, iets naders van haar hooren, want wat zou hij haar nu zeggen, -eigenlijk had hij haar zeer leelijk behandeld, want hij had haar toch -in alle ernst ten huwelijk gevraagd. Wanneer zij hem als een eerlijk -man beschouwde dan had zij alle redenen hem te minachten en hij zou -zich doodschamen als hij haar ontmoette met zijn mooie Emilie aan den -arm.</p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Zij wandelden langs de grachten, Emilie liet haar -mama met haar gastvrouw op haar gemak winkelen; zij was zoo blij haar -„ventje” voor zich zelf te hebben; zij hadden nu samen het -Museum gezien en Emilie vond het dol gezellig, maar <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2690" href="#xd23e2690" name= -"xd23e2690">157</a>]</span>eigenlijk had niets haar geïnteresseerd -dan de „kostumes” van vroegeren tijd en de beelden uit de -ethnographische afdeeling.</p> -<p class="par">„De Nachtwacht” daar vond zij niets aan, en -Casper was op het oogenblik niet verliefd genoeg om dit een -onbetaalbare naïveteit te vinden; hij keek ook niet veel naar -schilderijen; het eerste waarnaar hij zocht als hij in een zaal kwam -was, óf daar geen schilderesje zat.</p> -<p class="par">Hij verbeeldde zich, hij wist zelf niet waarom, dat -Andrée Bauer een kunstenares moest zijn; maar het ging zaal in, -zaal uit, schilderessen genoeg, maar van juffrouw Bauer geen spoor.</p> -<p class="par">Het adresboek had hij ook al eens doorbladerd; er -stonden verscheidene Bauers in, doch geen enkele alleen staande -dame.</p> -<p class="par">„’t Is een obsessie, het laat mij niet met -rust hier,” dacht hij knorrig, „’t is of zij mij -telkens moet te gemoetkomen. Had ik het geweten dat ik zoo door die -kleine heks was ingepakt, dan—”</p> -<p class="par">Hij voleindigde den zin niet en begon Emilie te plagen -met een jongmensch, die haar op reis erg had gefixeerd en zij lachte, -zij lachte tot zij er rood van werd.</p> -<p class="par">„Och, wat ben je toch een flauwert! Denk je dat ik -hem aangekeken heb?”</p> -<p class="par">„Zeker, den heelen tijd!” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2706" href="#xd23e2706" name= -"xd23e2706">158</a>]</span></p> -<p class="par">„Och hoe kan je dat zeggen, ik kijk alleen naar -jou.”</p> -<p class="par">„Dat weet ik beter.”</p> -<p class="par">„Maar jij dan, jij; die, oude jonge juffrouw -tegenover ons met dien bril op den neus, gaf je den heelen tijd knipjes -met haar schele oogen en jij keek zoo schuin. Ja, ik heb het wel -gezien.”</p> -<p class="par">„Malligheid! De dames bemoeien zich niet met -mij.”</p> -<p class="par">„Dat weet je beter.”</p> -<p class="par">En zoo ging het voort; dit was een staaltje van de -interessante gesprekken, die het jonge paar altijd voerde. Casper -voelde er zich soms wee onder worden. Neen, eene domme, mooie vrouw was -toch ook geen ideaal, want dom dit was Emilie bepaald, dat merkte hij -genoeg; de briefjes die zij hem schreef waren als gesteendrukt zoo -prachtig van schrift maar kinderachtig van stijl, wemelend van allerlei -fouten.</p> -<p class="par">„En wat dunkt je nu,” vroeg zij na een -pauze, „zullen wij dat roode behang nemen voor de -eetkamer?”</p> -<p class="par">„Wat je wilt liefje!”</p> -<p class="par">„Zeg dat nu niet altijd. Ik wou zoo graag weten -wat jij het liefste had.”</p> -<p class="par">„Kies maar toe, ik kijk toch nooit naar het -behang, ik kijk alleen naar jou.” <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e2728" href="#xd23e2728" name="xd23e2728">159</a>]</span></p> -<p class="par">Ellendige leugenaar! die hij was; hij vond zichzelf -verachtelijk, zooals hij al die flauwigheden debiteerde aan dat -onnoozele kind, dat weer begon te lachen en zich als een poesje tegen -hem vleide. Daar gaf zij een gilletje tusschen twee lachjes door.</p> -<p class="par">„Wat is er?” vroeg hij geschrikt.</p> -<p class="par">„Niets. Er is iets in mijn oog gevlogen. Wil je -eens zien?”</p> -<p class="par">Zij sloeg de voile op, knipte met haar oog dat er reeds -zeer ontstoken uitzag; onhandig sperde Casper het open, zoodat zij het -weer uitschreeuwde van pijn en verklaarde toen dat er niets te zien -was.</p> -<p class="par">„Dan is ’t er zeker wel uit; ’t is de -napijn. Men zegt, je voelt het altijd nog een heelen tijd na als het -ding er al lang uit is.”</p> -<p class="par">„Ja dat zal het wezen.”</p> -<p class="par">Zij trippelde weer aan zijn arm voort, maar telkens kwam -zij met de vingers aan het oog of drukte er de mof tegen aan.</p> -<p class="par">„O zoo’n pijn, ik kan het niet openhouden. -Er is zeker nog iets in.”</p> -<p class="par">„Ik heb niets gezien. Maar wrijf er toch niet -aan.”</p> -<p class="par">„Ik kan het niet uithouden, ’t steekt -zoo!”</p> -<p class="par">„Dan moeten wij naar een dokter om het te laten -nakijken.<span class="corr" id="xd23e2752" title= -"Niet in bron">”</span> <span class="pagenum">[<a id="xd23e2755" -href="#xd23e2755" name="xd23e2755">160</a>]</span></p> -<p class="par">„Als ik maar water had.”</p> -<p class="par">„Dat kan ik je hier niet geven. Ik zal rondzien of -hier geen dokter in de buurt woont. Ha, daar zie ik geloof ik een -<span class="corr" id="xd23e2760" title= -"Bron: naamboordje">naambordje</span>.”</p> -<p class="par">„Och, ’t is zoo gek.”</p> -<p class="par">„’t Is niet gek, als jij je oog verliest is -het nog veel gekker.”</p> -<p class="par">Zij stonden voor een net huis, op de deur stond een wit -porselein naambordje met het opschrift.</p> -<p class="par xd23e112">Dr. <span class="sc"><span class="ex">A. -Wencke</span></span><br> -Arts.</p> -<p class="par">Nog vóór dat Emilie het merkte had Casper -gescheld, een net meisje maakte open.</p> -<p class="par">„Is de dokter t’huis?” vroeg hij.</p> -<p class="par">„Dokter had juist spreekuur; als mijnheer en -mevrouw even binnen wilden komen.”</p> -<p class="par">Zij werden in een kamertje gelaten, waar een dame zat en -nog een dame met een kind.</p> -<p class="par">„Och dames,” vroeg Casper, „deze -juffrouw heeft iets in haar oog gekregen; zij heeft er zoo’n pijn -aan, mag zij u voorgaan, ’t is het werk van een oogenblik.” -Emilie was beginnen te schreien van pijn en zenuwachtigheid. -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2788" href="#xd23e2788" name= -"xd23e2788">161</a>]</span></p> -<p class="par">„Wel zeker,” <span class="corr" id= -"xd23e2791" title="Bron: antwoordde">antwoordden</span> de dames, -„met plezier!”</p> -<p class="par">Juist klonk er een schelletje; de meid liet iemand uit -en kwam aan de deur zeggen dat de dokter wachtte.</p> -<p class="par">Casper volgde Emilie, den arm om haar middel geslagen, -de lange gang door; hij had werkelijk met haar te doen en vond het een -nieuw genot haar moed in te spreken en te steunen.</p> -<p class="par">De meid maakte de deur aan het einde van een gang open -en liet hen binnengaan; een hooge, ruime kamer, helder verlicht door -glasruiten, waarvan de gordijnen van onder naar omlaag waren getrokken -en waarachter de bladerlooze takken van hooge boomen heen en weer -wiegden, en een tuin verrieden; de kamer zelf was streng ingericht met -groote boekenkasten, tafels met instrumenten, een rustbank, tusschen de -ramen een schrijftafel, waarvoor een dame zat.</p> -<p class="par">Toen het paartje binnenkwam stond zij op, en bleef met -de eene hand op de tafel leunen.</p> -<p class="par">„Is de dokter te spreken, mevrouw?” vroeg -Casper.</p> -<p class="par">„<i>Ik</i> ben de dokter,” zeide een zachte, -eenigszins onzekere stem.</p> -<p class="par">Nu zag Casper de jonge dame verwonderd <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2812" href="#xd23e2812" name= -"xd23e2812">162</a>]</span>aan, hun oogen ontmoeten elkander, zij werd -een tintje bleeker, hij vuurrood en met haar ééne half -toegeknepen oog keek nu Emilie ook den vreemdsoortigen arts aan.</p> -<p class="par">„Is u dokter”, zeide zij ondanks haar pijn -glimlachend, „hoe leuk!”</p> -<p class="par">„En u is de patiënt?” vroeg Dr. Wencke -en naderde het meisje, „heeft u iets aan uw oog?” en zich -tot Casper wendend, wees zij hem een stoel aan en zeide stroef: -„wil u zoolang daar plaats nemen totdat ik mevrouw onderzocht zal -hebben.”</p> -<p class="par">„Ik ben nog geen mevrouw,” verklaarde Emilie -en deed haar hoedje af, „wij zijn nog pas geëngageerd, weet -u!”</p> -<p class="par">„Hier op dezen stoel als het u belieft. Zoo houd -uw hoofd wat in de hoogte, iets meer. Niet knippen; zoo, rust nu maar -op mijn arm.”</p> -<p class="par">Casper staarde als wezenloos naar zijn meisje zooals die -daar lag met achterovergeworpen hoofd, in de armen van de andere die -nog meer dan Emilie zijn gedachten vervulde.</p> -<p class="par">„Juffrouw Bauer—Dr. Wencke.” Zij had -dus een anderen naam opgegeven; dat was dus haar geheim, het geheim dat -zij met zooveel angstige zorg bewaarde of het een schande was. Zij had -een eenvoudig grijs kleedje aan, dat onberispelijk <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2826" href="#xd23e2826" name= -"xd23e2826">163</a>]</span>om haar kleine, door en door gracieuse -gestalte sloot; hare donkerblonde haren met de mooie golf waren -rustiger dan op de „Columban”, om haar lippen teekenden de -twee strepen zich echter scherper en breeder af en haar oogen stonden -dieper onder de door den druk der gedachten ernstig gefronste -wenkbrauwen.</p> -<p class="par">Haar vingers onderzochten handig <span class="corr" id= -"xd23e2831" title="Bron: Emile’s">Emilie’s</span> oogen, -met een tangetje haalde zij er een microscopisch stofje uit, toen liet -zij langzaam Emilie’s hoofd weer los.</p> -<p class="par">„’t Is er uit,” zeide zij, „nu -zal u nog een oogenblik een branderig gevoel overhouden, maar dat gaat -dadelijk over.”</p> -<p class="par">Emilie keek rond en lachte.</p> -<p class="par">„Heerlijk!” riep zij, „ik voel niets -meer. Geef je mij mijn hoedje, Cas, ik zal toch voortaan altijd een -voile voordoen, maar jij houdt er niet van.”</p> -<p class="par">Zij ging voor den spiegel staan om haar hoed in orde te -brengen; de dokter verschikte iets aan hare instrumenten en Cas stond -aandachtig naar elke beweging van zijn meisje te kijken.</p> -<p class="par">„Hoeveel ben ik u schuldig, juffr.... -Dokter?” vroeg hij eindelijk zonder haar aan te zien.</p> -<p class="par">„Een rijksdaalder.”</p> -<p class="par">Hij legde den rijksdaalder op tafel. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2848" href="#xd23e2848" name= -"xd23e2848">164</a>]</span></p> -<p class="par">Hij boog en liet Emilie voor hem uitgaan; zwijgend -kwamen zij buiten, hij kon nog geen woorden vinden. In zijn verbeelding -was zijn meisje nu in al zijn geheimen ingewijd; maar Emilie zag niet -ver, zij was te veel vervuld geweest van zich zelf en toen zij weer op -straat kwam raakte haar tongetje los.</p> -<p class="par">„Hoe uiïg, hé vent! Zoo’n -damesdokter! Ik heb er nog nooit een gezien: jij wel? Ik vind het toch -niets vrouwelijks, zoo echt geëmancipeerd. En wat is zij duur, -zeker omdat zij een dame is. Een rijksdaalder! dat is ook gauw -verdiend, binnen de minuut. Onze dokter rekent maar vijftien stuivers -voor een visite en als je bij hem komt twee kwartjes.”</p> -<p class="par">„Ik vind het erg goedkoop voor -Amsterdam.”</p> -<p class="par">„Misschien begint ze ook pas; ’t zag er zoo -gloednieuw uit, alles keurig netjes. Ik kan niet anders zeggen, maar -zij zelf ook. Wat een prachtige coupe had zij in haar japon. Ik had -haar zoo om haar naaister kunnen vragen, maar dat was misschien weer -een paar gulden.”</p> -<p class="par">„Nu, die had ik er wel voor over gehad voor -zoo’n consult.”</p> -<p class="par">Zij lachte weer en nog nooit had Casper haar lach zoo -agaçant gevonden. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2862" href= -"#xd23e2862" name="xd23e2862">165</a>]</span></p> -<p class="par">„Wat zal Moe opkijken als ik haar vertel van die -damesdokter, maar ik ben toch erg blij, Cas, dat je mij er zoo spoedig -hebt laten afhelpen. Foei wat deed me dat oog een pijn! Verbeeld je als -ik met zoo’n dik oog t’huis had moeten komen.”</p> -<p class="par">Dien avond zouden Emilie, haar moeder en Casper weer uit -Amsterdam vertrekken, hun retourtje was om, maar op het laatste -oogenblik verzekerde Casper dat hij niet met de dames mee kon gaan, hij -moest morgen iemand spreken voor zaken en zou dus maar zijn retour -laten verloopen; ’t speet hem vreeselijk maar hij kon niet -anders. Emilie liet haar lipje hangen; zij vond het niets aardig van -Cas, dat hij haar alleen liet vertrekken in het donker. Hij kon immers -desnoods meegaan en morgen weer naar Amsterdam vertrekken, maar moe -prees Casper bijzonder, dat hij zoo op de kleintjes lette; zijn retour -verliezen was al geen meevallertje, maar nu zou hij nog meer kwijt zijn -als hij morgen weder een retour nam.</p> -<p class="par">„Het mocht wat, een verschil van een paar gulden, -als mijn gezelschap hem zooveel waard is.”</p> -<p class="par">Casper had er echter behoefte aan dien avond, haar -eeuwigen lach niet te hooren. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2871" -href="#xd23e2871" name="xd23e2871">166</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VIII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Den volgenden middag toen het spreekuur van Dr. -Wencke ten einde liep, ging Casper van Eyken naar het huis, hij bleef -voor de deur staan en bekeek aandachtig het naambordje.</p> -<p class="par">Gisteren was het hem niet opgevallen; hij had gelezen -Dr. <span class="ex">A. Wencke</span>, en nu zag hij dat er duidelijk -stond: Dr. <span class="ex">Andrée Wencke</span>, maar al had -hij ook toen op den voornaam gelet, dan zou zijn aandacht door die -dubbele <span class="ex">ée</span> nog niet getrokken zijn.</p> -<p class="par">De meid, die hem open doet, vroeg wat er van zijn dienst -was.</p> -<p class="par">„’t Is immers het spreekuur van den -dokter.”</p> -<p class="par">„Ja, maar mevrouw behandelt geen -heeren.”</p> -<p class="par">„’t Is voor die dame, met wie ik gisteren -hier ben geweest,” loog Casper brutaalweg.</p> -<p class="par">„O zoo,” en zij liet hem in de wachtkamer, -waar niemand meer zat. Hij zette zich neer en streek met de hand over -het voorhoofd en vroeg zich nu eerst af, wat hij hier kwam doen, wat -hij haar wilde zeggen; hij had gehandeld sinds gistermiddag -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2898" href="#xd23e2898" name= -"xd23e2898">167</a>]</span>als onder den invloed eener suggestie. -Emilie en haar moeder had hij weggezonden; den halven nacht en den -heelen morgen had hij zoek gebracht met door de straten te drentelen, -en nu zat hij in haar huis te wachten tot hij als een vreemde in haar -tegenwoordigheid zou worden toegelaten. Maakte hij een gek figuur? Toen -dacht hij eensklaps aan een woord van het dienstmeisje. Die sprak van -„Mevrouw” zou zij dan getrouwd zijn, heette zij daarom geen -juffrouw Bauer meer; in elk geval hij moest zekerheid hebben en niemand -kon hem die beter geven dan zij zelf. Hij moest veel langer wachten dan -gisteren; eindelijk klonk weer het electrisch schelletje en de meid -kwam hem waarschuwen precies als gisteren.</p> -<p class="par">Een oogenblik later stond hij weer in de kamer; zij zat -iets te noteeren in een groot voor haar liggend boek en sloeg niet -dadelijk de oogen op.</p> -<p class="par">„Juffrouw Bauer,” zeide hij half luid. Zij -schrikte en zag hem nu aan.</p> -<p class="par">„Mijnheer.... van.... van Eyken? Hé, is -’t niet goed met de juffrouw?”</p> -<p class="par">Hij nam een stoel en zette zich tegenover haar, rustig -als kon niets hem van daar jagen.</p> -<p class="par">„O ja heel goed, dank u wel! Maar ik <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2911" href="#xd23e2911" name= -"xd23e2911">168</a>]</span>kom voor mij zelf. Ik weet, u behandelt geen -heeren maar de zaak, die mij betreft is zoo gewichtig.”</p> -<p class="par">Zij lachte nu even, heel eventjes, en hij voelde dat zij -haar oude macht over hem herwonnen had.</p> -<p class="par">„Is u getrouwd?” vroeg hij, „en is u -daarom geen juffrouw Bauer meer?”</p> -<p class="par">„Neen!” antwoordde zij, „ik ben niet -getrouwd en ik heb nooit Bauer geheeten. Ik noemde een anderen naam -omdat ons land zoo hopeloos klein is en ik op vacantie was.”</p> -<p class="par">„En een vrouwelijke arts is nog altijd zoo’n -zeldzame vogel bij ons, dat men haar reeds van verre herkent. Enfin, -dat is uwe zaak, maar dat u er zoo geheimzinnig mee was, waar diende -dat voor? U heeft misschien een leven er door bedorven.”</p> -<p class="par">„Het uwe?” vroeg zij met den helderen, -doordringende blik, waarvan hij nu de kracht kende: daarmede maakte zij -immers haar diagnose op de patiënten. Zij had zich half omgekeerd -op haar bureaustoel en wanneer zij niet een vouwbeen onophoudelijk -tusschen beide handen schoof, zou men haar voor volmaakt kalm hebben -gehouden.</p> -<p class="par">„Ja, het mijne. Wanneer ik alles dadelijk -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2925" href="#xd23e2925" name= -"xd23e2925">169</a>]</span>had geweten, wat—wat zou—dan -alles anders geweest zijn.”</p> -<p class="par">Zij glimlachte spottend en legde het vouwbeen resoluut -op tafel neer; hij schaamde zich over zijn woorden en zijn heele -houding; had hij haar dan niets anders te zeggen?</p> -<p class="par">„U heeft zich toch dunkt mij niet over het leven -te beklagen; naast zoo’n allerliefst meisje—een -beauté.”</p> -<p class="par">„O ja zeker—maar ik heb u toch niet -vergeten, toch niet kunnen vergeten.”</p> -<p class="par">En nu zeide zij kalm zonder een zweem van verwijt in de -stem:</p> -<p class="par">„Waarom is u dan in Augustus niet in den -Gottlobtempel gekomen?”</p> -<p class="par">Het bloed steeg hem naar het hoofd terwijl hij -vroeg:</p> -<p class="par">„Is u daar geweest? Heeft u mij -gewacht?”</p> -<p class="par">„Ja zeker! Ik had het immers gezegd.”</p> -<p class="par">„Ik zag het voor gekheid aan,” zuchtte hij, -stond op en ging met groote stappen de kamer op en neer.</p> -<p class="par">„Dan is het immers goed,” hernam zij weer -even bedaard, maar opnieuw met het vouwbeen tusschen de vingers, -„u vertrouwde mij niet, dus was het immers het beste dat de -kennismaking zóó eindigde.”</p> -<p class="par">„Maar ik had niet kunnen denken....” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2950" href="#xd23e2950" name= -"xd23e2950">170</a>]</span></p> -<p class="par">„Neen, u zag mij voor een avonturierster aan, niet -waar? U was bang voor het geheim dat mij omringde, nu kent u het -en—wat zegt u er van?”</p> -<p class="par">Zij stond rechtop met opgeheven hoofd, fier, trotsch, -mooi van een geheel intellectueele schoonheid, die straalde uit haar -voorhoofd, haar oogen, haar ernstige, half geopende lippen, haar -geheele houding; hoe had hij haar eens klein kunnen noemen, een -poppetje, zij scheen nu zoo’n krachtige, flinke, sterke -vrouw.</p> -<p class="par">Hij zweeg en verslond haar met de oogen.</p> -<p class="par">„Is u niet blijde, dat ik u voor een dwaasheid heb -behoed? Pas ik nu wel bij u?”</p> -<p class="par">„O neen,” zeide hij bitter, „u is veel -te groot voor mij! Hoe belachelijk zal u dat gevonden hebben, toen ik u -voorstelde u op te nemen in mijn armen, u door het leven te dragen, -toen ik u het ideaal vond van het vrouwtje, waarvoor ik zorgen en -werken wilde en van wie ik niets anders verlangde dan liefde en -aanhankelijkheid. Hoe kon ik het weten dat ik het vroeg aan zoo’n -geleerde dame, aan een doctor in de geneeskunde, aan een vrouw, die -hemelhoog op mij armen stumper neerziet.” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2962" href="#xd23e2962" name= -"xd23e2962">171</a>]</span></p> -<p class="par">Hij maakte zich boos onder het praten, hij achtte zich -werkelijk door haar verongelijkt en slecht behandeld, zoo hinderde hem -zijn vergissing.</p> -<p class="par">„Ga even zitten, mijnheer Van Eyken,” zeide -zij met trillende lippen.</p> -<p class="par">„Heeft u tijd? Wachten uw patiënten u -niet?”</p> -<p class="par">„Neen, ik heb nog een half uur vóór -dat mijn coupé voorkomt. Zullen wij het uitvechten? U beweert -grieven tegen mij te hebben en ik heb ze misschien tegen u.” Hij -maakte een beweging. „O neen! Dat u geëngageerd is neem ik u -niet kwalijk, en dat u niet op het rendez-vous is geweest na hetgeen u -op den „Columban” gezegd heeft, ook niet, maar dat u mij -niet vertrouwde en toch ten huwelijk vroeg, dat is erger. Nu is alles -voorbij! Wij hebben beiden gekozen en kunnen dus kalm spreken over -hetgeen geweest is en had kunnen wezen.”</p> -<p class="par">„Er is niets onherroepelijks gebeurd,” zeide -hij halfluid, als vreesde hij dat zij het verstaan zou.</p> -<p class="par">„Toch wel! Ik zal u alles vertellen. <span class= -"ex" lang="fr">Tout savoir c’est tout pardonner</span>, of liever -neen niet <span class="ex">alles</span> maar toch veel vergeven. Ik ben -nu arts, maar toen ik u leerde kennen, was ik nog student, een -<span class="pagenum">[<a id="xd23e2981" href="#xd23e2981" name= -"xd23e2981">172</a>]</span>vermoeide, afgematte, moedelooze student. -Toen begon de crisis, de reactie, die op een jeugd vol ingespannen -studie, zonder de gewone genoegens van een meisjesleven noodzakelijk -volgen moest.”</p> -<p class="par">„Waarom heeft u dan dien weg ingeslagen?</p> -<p class="par">Zij zuchtte even.</p> -<p class="par">„Ja, waarom? Ik wist niet anders dan dat het zoo -moest zijn van jongsaf; mijn moeder heb ik nooit gekend; zij stierf -toen ik nog heel jong was. Mijn vader was leeraar aan een Gymnasium in -een provinciestadje, een geleerde man, die geheel buiten het gewone -leven stond; mijn drie oudere broers waren ondeugende bengels, waarover -hij niet het minste gezag had en die ook allen verkeerd zijn gegaan. -Vader leefde in en voor theorieën; theoretisch had hij zijn -jongens bedorven, theoretisch moest ik opgevoed worden als -jongen.”</p> -<p class="par">Zij zweeg even en drukte de lippen pijnlijk samen.</p> -<p class="par">„En ik was toch maar een meisje, niets dan een -zeer gewoon meisje, misschien met iets bevattelijker verstand dan -andere meisjes, maar ik was gehoorzaam, volgzaam, elk woord van vader -was mij een bevel en toen ik zag hoe de jongens steeds <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e2994" href="#xd23e2994" name= -"xd23e2994">173</a>]</span>ondeugender werden, voelde ik er behoefte -aan hem te vergoeden wat zij misdeden. En alles ging geleidelijk voort; -ik leerde Latijn en Grieksch zooals andere meisjes Fransch en Duitsch. -Ik wist dat ik dokter moest worden en ik vond het goed of liever ik -dacht er niet aan dat het niet goed kon zijn. Ik maakte behoorlijke -studiën, niet buitengewoon maar toch meer dan voldoende. Vader was -gelukkig en tevreden, hij noemde mij zijn troost en zoo werd ik jong -meisje altijd tusschen boeken en thema’s; nooit ging ik met -vriendinnen van mijn leeftijd om, nooit was ik aan een handwerkje -bezig, nooit las ik romans, nooit bemoeide ik mij met het huishouden; -ik stond buiten alles wat aan mijn vrouw-zijn herinnerde en ik wist -niet anders of het hoorde zoo, totdat ik na het gymnasium doorloopen te -hebben aan de Akademie kwam.”</p> -<p class="par">Zij streek met de hand over het voorhoofd.</p> -<p class="par">„Verveel ik u?” vroeg zij.</p> -<p class="par">„Integendeel. Ik heb nog nooit zoo aandachtig -geluisterd, naar wie ook.”</p> -<p class="par">„’t Is voor het eerst dat ik het vertel. Tot -nu toe heb ik er altijd alleen mee geleefd.</p> -<p class="par">„Nu dan, aan de Akademie begon mijn eigenlijke -leertijd; toen was het dat voor <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e3006" href="#xd23e3006" name="xd23e3006">174</a>]</span>het eerst -mijn neigingen in opstand kwamen tegen mijn lot. O die snijkamer en die -operatiën en die gasthuislucht en die zieken; hoe ben ik dien tijd -doorgekomen, wat walgde mij dat alles, die lijken, welke ik moest -onderzoeken om het samenstel van het menschelijk lichaam te leeren -kennen, die flauwe praatjes van de studenten, die angst voor -bloedvergiftiging en dan ’s nachts dat droomen van afgesneden -handen en voeten, van verkankerde magen en.... en.... ik word er gek -van als ik aan dien tijd denk.”</p> -<p class="par">„Waarom gaf u er den heelen rommel niet -aan?”</p> -<p class="par">„Vader had zijn betrekking laten varen om in -Amsterdam te wonen, opdat ik daar de colleges kon volgen en hij had -juist in dezen tijd zoo’n verdriet van de jongens; als ik mijn -studie had opgegeven zou ik hem radeloos hebben gemaakt. Hij was zoo -trotsch op mij! Ik studeerde hard, nacht en dag kan ik zeggen, zonder -eenige afleiding, eenige verstrooiing, altijd met walg en afkeer in het -hart; ik werd niet bezield door den dorst om veel te weten en ik voelde -ook geen roeping om mij aan de lijdende menschheid, zooals de term -luidt, toe te wijden, ook niet om een positie te verwerven: ik -studeerde omdat <span class="pagenum">[<a id="xd23e3012" href= -"#xd23e3012" name="xd23e3012">175</a>]</span>vader mij van jongsaf had -ingeprent dat het zijn bedoeling was, en omdat ik hem niet teleur wilde -stellen.”</p> -<p class="par">„Maar dat was toch een onwaardige -tyrannie!”</p> -<p class="par">„Och! zoo beschouwde de arme man het niet. Hij zag -in studie en wetenschap alleen zijn heil, hij was vast overtuigd dat -het mij gelukkig zou maken, of neen, geluk heeft hij nooit geweten wat -dat was; ’t zou mij door de wereld helpen. Maar zoolang hij -leefde had ik nog een prikkel, een steun die mij voortdreef en staande -hield; een jaar nadat ik mijn candidaats gedaan had stierf hij -plotseling en nu begon eerst mijn leed. Toen voelde ik eerst hoe -eenzaam ik stond en hoe mij nu alles ontbrak.”</p> -<p class="par">„Toen was het nog tijd om....”</p> -<p class="par">„Een gewone vrouw te worden. Ik heb het beproefd, -ernstig en vastbesloten; ik liet mijn studiën rusten; financieel -kon ik mij redden, meer niet, en zocht ik het gezelschap van meisjes -van mijn leeftijd op. Ik ging uit bij families, maar ach! ik stond -overal alleen; over niets van wat hen interesseerde kon ik meepraten; -ik trachtte mij in hun belangen in te leven, het gelukte mij niet. Ik -stond zoo buiten alles, mijn sfeer was zulk een geheel <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3023" href="#xd23e3023" name= -"xd23e3023">176</a>]</span>andere dan de hunne! Ik kon er mij niet meer -t’huis voelen. Men vond mij stil, zonderling, onbeholpen, links. -De heeren ontvluchtten die geleerde dame, de meisjes keken mij over den -schouder aan; toen heb ik geleerd de vrouwen onuitstaanbaar te -vinden.” En deze herinnering ontspande even haar strakke -trekken.</p> -<p class="par">„Nu begreep ik dat mijn plaats niet meer in de -gewone wereld was; ik kon er geen vasten voet in krijgen dan onder -voorwaarde, dat ik ten minste uiterlijk werd als zij, dat ik spreken -kon over romans en komedies en buitenlandsche reizen, huishouden, -muziek, flirtations en—chronique.”</p> -<p class="par">„Maar in wat voor kringen is u dan -geweest?”</p> -<p class="par">„In zeer ontwikkelde, fatsoenlijke, nette kringen; -overal voelde ik dat men mij niet begreep, dat men mij duldde en ik kon -niet meer worden als die anderen, hoe graag ik ook had -gewild.”</p> -<p class="par">„Wilde u dat? Hoe is het mogelijk?”</p> -<p class="par">„Ja, ik weet, ’t is onverstandig, -onredelijk, maar ik voelde een ziekelijk verlangen in mij om te worden -als die meisjes, oppervlakkig en geaffecteerd, opgewonden over een bal -of een concert, alles dolletjes, en gezellig en leuk vindend of lief, -eenvoudig, <span class="pagenum">[<a id="xd23e3035" href="#xd23e3035" -name="xd23e3035">177</a>]</span>hartelijk, naïef, koket, want die -heb ik ook ontmoet. Ik benijdde ze en zij dachten dat ik op haar -neerzag en ze minachtte.”</p> -<p class="par">„En u vond ze onuitstaanbaar?”</p> -<p class="par">„Misschien omdat ik niet kon zijn als zij, omdat -alles wat ik gehoord, gezien, gestudeerd had zulk een kloof had -gegraven tusschen haar en mij. Ik had de diepste ellenden gepeild van -het menschelijk bestaan, hoe kon ik dan nog in al dat frivole belang -stellen? Met een ander karakter was het misschien nog mogelijk geweest, -maar ik bezat den zwaartillenden aard van mijn vader, ik was te -eenzijdig ontwikkeld, mijn andere vermogens waren kunstmatig verstompt -door dat eeuwig analyseeren, dat eindeloos studeeren.”</p> -<p class="par">„U was bestemd een lief, aardig, gewoon vrouwtje -te worden; maar zij hebben u schandelijk van uw weg -afgeleid.”</p> -<p class="par">„Ik geloof het ook! Eindelijk vreesde ik -krankzinnig te worden en ging op reis, mijn schotsche reis.”</p> -<p class="par">Zij zweeg en hij zag naar haar gespierde kleine handen, -die nu onbeweeglijk in haar schoot lagen.</p> -<p class="par">„Daar voelde ik in de frissche hooglandsche lucht -mijn gezondheid sterker worden, mijn zenuwen zich opnieuw <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3050" href="#xd23e3050" name= -"xd23e3050">178</a>]</span>spannen en daar droomde ik een -droom.”</p> -<p class="par">„Door mij?”</p> -<p class="par">„Ja, door u! U sprak woorden tot mij, die ik nooit -gehoord had en toen voelde ik wat mij rust en steun kon geven, waar ik -naar smachtte, een arm waarop ik kon leunen als toen op dat -steenachtige voetpad in Jona, een man die mij lief had ondanks alles en -die mij wilde helpen gewoon gelukkig te worden als vrouw.”</p> -<p class="par">„En waarom dan niet....”</p> -<p class="par">„Wist ik hoe de andere meisjes handelen in zulke -gevallen? Ik hoorde u aan, ik was op het punt ja te zeggen. Gelukkig -heb ik mij bedacht, ik besloot u op de proef te stellen. Als zijn -liefde zoo groot is, als ik ze noodig heb, dan zal hij het volgende -jaar mij ook zoeken, waar ik ter wereld ook zijn mag en zoo -niet—zoo niet, dan is het misschien beter.”</p> -<p class="par">„Dwaze, die ik was om niet te komen!”</p> -<p class="par">„Het was niet dwaas, maar heel verstandig; u is -verliefd op mij geweest een paar uur lang. Het geheimzinnige, vreemde, -waarmede ik verkoos mij te omringen, heeft u aangetrokken, en de -poëtische omgeving werkte mede. Dat is alles, maar wanneer u mij -daar gevonden had en u had alles gehoord, zou u dan den moed hebben -gehad uw vraag te herhalen?” <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e3064" href="#xd23e3064" name="xd23e3064">179</a>]</span></p> -<p class="par">„Als ik er gekomen was—ik geloof -ja.”</p> -<p class="par">„U is niet gekomen! U heeft anders gekozen, en -’t dient tot niets nu nog te praten over hetgeen had kunnen zijn -en niet geweest is. Dat jaar heb ik hard gestudeerd en mijn laatste -examens gedaan; ik wilde niet als mislukt student mijn aanstaanden man -ontmoeten.”</p> -<p class="par">Zij vertelde hem niet hoe dubbel hard zij gestudeerd had -om huishouden, keuken, handwerken aan te leeren; gewerkt had zij tot -zij er haast onder bezweken was en uitgeput, afgebeuld zich naar de -ontmoetingsplaats slepen moest.</p> -<p class="par">„U heeft mij zooveel bekend,” vroeg Casper, -„zeg mij dit ééne nog. Was u erg teleurgesteld toen -ik niet kwam?”</p> -<p class="par">Zij bedacht zich even, toen sprak zij vastberaden:</p> -<p class="par">„Het eerste oogenblik ja, maar een regenbui, -waartegen ik op moest werken, heeft mij een goede douche bezorgd en -toen heb ik mijn leven cordaat in de oogen gezien. Ik was kunstmatig -ontwikkeld; in die richting moest ik nu verder groeien en mijn heil -zoeken. Dat heeft mij gestaald; ik heb mij hier gevestigd, maar het -bevalt mij niet. Een damesdokter heeft bij ons geen raison -d’être, de vrouwen gaan liever naar mannen om zichzelf en -<span class="pagenum">[<a id="xd23e3078" href="#xd23e3078" name= -"xd23e3078">180</a>]</span>haar kinderen te laten behandelen; zij -vertrouwen haar seksegenooten ’t minst, ik kom wel goed in mijn -praktijk, maar zij bevredigt mij nog niet.”</p> -<p class="par">Er werd aan de deur geklopt en de meid kwam zeggen:</p> -<p class="par">„Mevrouw, de coupé is voor.”</p> -<p class="par">„Best Daatje! Ik laat mij mevrouw noemen, omdat ik -als gegradueerde recht op dien titel meen te hebben even goed als de -vrouwen van artsen en advocaten.”</p> -<p class="par">„Ik houd u op?”</p> -<p class="par">„Een oogenblikje heb ik nog. Ik denk dat ik naar -het Oosten vertrek; daar sterven honderden en duizenden vrouwen uit -gebrek aan geneeskundige hulp, omdat nooit een man haar zien mag. Aan -haar wil ik mij wijden. Die hebben mij noodig.”</p> -<p class="par">„Waartoe is dat noodig? Hier immers—kost het -u maar een woord om een gelukkige en geachte vrouw te -worden.”</p> -<p class="par">„Mijnheer Van Eyken,” sprak zij uit de -hoogte, „Ik heb u deze oprechte biecht gedaan, enkel en alleen, -omdat ik u als gebonden beschouwde aan uw aanstaande. In mijn oog is u -reeds met haar getrouwd. Ik meende verplicht te zijn u te bekennen, wie -ik ben en wat ik gedroomd heb naar aanleiding van uw vraag. Voelt u -zich dan zoo krachtig mij door het leven te dragen...” -<span class="pagenum">[<a id="xd23e3094" href="#xd23e3094" name= -"xd23e3094">181</a>]</span></p> -<p class="par">Casper wist dat van zijn antwoord alles afhing, een -enkele spontane beweging en zij zou haar aangeleerde rust en kalme -hoogheid afleggen.</p> -<p class="par">„Ik voel me sterk omdat ik u liefheb.” Zij -verwachtte misschien dat hij het zeggen zou;</p> -<p class="par">„Ik ga heen—maar ik kom -terug—vrij!”</p> -<p class="par">De woorden lagen op zijn lippen, maar hij sprak ze niet -uit.</p> -<p class="par">Hij wendde het hoofd af en zuchtte; hij begreep hoe -sterk men moest zijn om dit kleine vrouwtje met den zwaren last van -haar weten, haar denken en haar voelen door het leven te dragen en toen -overviel hem plotseling een vaag verlangen naar Emilie, die niets in -haar ziel verborg dan heel gewone dingen. Emilie die zoo licht was als -een veer, die niets woog omdat zij zoo weinig bezat. Voor haar was hij -forsch genoeg, maar niet voor dit schepseltje, met haar hoofd afgemat -van veel studeeren en veel peinzen, met haar oogen, die zooveel ellende -hadden gezien, met haar ooren waarin de eindelooze klacht van het -menschelijke lijden ruischte, met haar handen, die de scherpste -instrumenten wisten te hanteeren om in levend en dood vleesch te werken -en wier lippen tegenover <span class="pagenum">[<a id="xd23e3106" href= -"#xd23e3106" name="xd23e3106">182</a>]</span>de examinatoren vragen -hadden beantwoord, welke een gewone vrouw niet zonder blozen kon -aanhooren.</p> -<p class="par">„Neen,” bekende hij oprecht, „ik sta -te ver, veel te ver onder u.”</p> -<p class="par">„Dat weet ik niet, wie onder en wie boven staat, -maar dat is zeker, naast elkander geloof ik niet, dat wij kunnen -gaan.”</p> -<p class="par">Zij reikte hem de hand.</p> -<p class="par">„Nu wordt het mijn tijd, mijnheer Van Eyken, -adieu!” Haar stem trilde even.</p> -<p class="par">Weer overkwam Casper de lust haar te zeggen, dat zij -ondanks alles zijn ideaal bleef, de vrouw zijner keuze, dat Emilie hem -onverschillig was, akelig onverschillig, dat hij met haar een leven te -gemoet ging grijs van eentonigheid en dof van alledaagschheid, dat zijn -liefde haar zou schenken wat zij had gewenscht, een plaats op den -gewonen, grooten levensweg der vrouwen, maar nu was het te laat, het -oogenblik was voorbij, hij twijfelde aan zichzelf en zij twijfelde aan -hem. Zij stond zoo hoog en hij was van zijn voetstuk gevallen.</p> -<p class="par">„Ik ben blijde, dat ik u ontmoet, dat ik u -gesproken heb,” sprak hij eindelijk dood gewoon, „en wij -blijven toch zeker vrienden?” <span class="pagenum">[<a id= -"xd23e3120" href="#xd23e3120" name="xd23e3120">183</a>]</span></p> -<p class="par">„Als u wil ja, maar u zal niet veel aan die -vriendschap hebben wanneer ik naar Damascus of naar Constantinopel -trek.”</p> -<p class="par">Zij drukte op het schelletje en beval de dienstbode:</p> -<p class="par">„Laat mijnheer uit!” <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3128" href="#xd23e3128" name= -"xd23e3128">184</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 ads"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first adTitle">Van <span class="ex"><b>Louis -Couperus</b></span> verscheen:</p> -<div class="par"> -<div class="table"> -<table class="xd23e3138"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><b>Antieke Verhalen, van Goden en Keizers, -van Dichters en Hetaeren.</b></td> -<td class="xd23e3140 cellTop">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Van en over mijzelf en anderen.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Aan den Weg der Vreugde.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Van Oude Menschen, de dingen die -voorbijgaan</b>, 2 dln.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 5.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Berg van Licht</b>, 3 deelen à</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Dyonyzos</b>, Bandteekening van B. W. -Wierink.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>God en Goden</b>, Bandteekening van J. -Toorop.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Over Lichtende drempels</b>, Bandteekening van -Jules de Praetere</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 <span class="corr" id= -"xd23e3211" title="Bron: ing.">geb.</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Majesteit</b>, 5<sup>e</sup> uitgave. -Bandteekening van B<span class="corr" id="xd23e3223" title= -"Niet in bron">.</span> W. Wierink.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Wereldvrede</b>, 2<sup>e</sup> uitg.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Hooge Troeven</b>, Tweede druk. Bandteekening -van H. P. Berlage Nzn.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3251" href="#xd23e3251" name= -"xd23e3251">185</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Boeken der kleine Zielen.</b></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Boek I. De kleine Zielen.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 5.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Boek</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -II. Het late Leven.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.25 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 4.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Boek</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -III. Zieleschemering.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.25 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 4.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Boek</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -IV. Het Heilige Weten.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 5.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">In pergament gebonden, per deel</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">ƒ 10.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Bandteekening van Theo Neuhuijs.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Stille Kracht</b>, 2e druk. Bandteekening -van B. W. Wierink.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Langs Lijnen van Geleidelijkheid</b>, 2 deelen. -Bandteekening van J. G. van Caspel.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 5.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Eene Illuzie</b>, Tweede druk. Bandteekening -van K. Sluijterman.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Babel</b>, Bandteekening van Jan Toorop.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Fidessa</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met -teekening van Jan Toorop.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 3.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Psyche</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met -teekening van Jan Toorop</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 3.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 4.50 geb. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3357" href="#xd23e3357" name= -"xd23e3357">186</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Psyche</b>, 4<sup>e</sup> uitgave (in het -gewone formaat) geïllustreerd. Bandteekening van H. P. Berlage -Nzn.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Metamorfoze</b>, Met portret van H. J. -Haverman. Bandteekening van H. P. Berlage Nzn.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Extaze</b>, Derde druk<span class="corr" id= -"xd23e3385" title="Niet in bron">.</span> Bandteekening van H. P. -Berlage Nzn.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Noodlot</b>, Derde druk<span class="corr" id= -"xd23e3397" title="Niet in bron">.</span> Bandteekening van H. P. -Berlage Nzn.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Reis-Impressies</b>, Tweede druk.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Orchideeën</b>, Tweede druk. Bandteekening -van L. W. R. Wenckebach.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Verzoeking van den H. Antonius</b>,</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Een Lent van Vaerzen</b>, Tweede druk. -(Gedichten) Bandteekening van K. Sluijterman.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.40 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><b>Williswinde</b> (Gedichten). -Bandteekening van L. W. R. Wenckebach.</td> -<td class="xd23e3140 cellBottom">ƒ 1.40 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellBottom">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -</table> -</div> -<span class="pagenum">[<a id="xd23e3451" href="#xd23e3451" name= -"xd23e3451">187</a>]</span></div> -<p class="par adTitle">Van <span class="ex"><b>Stijn -Streuvels</b></span> verscheen:</p> -<p class="par"></p> -<div class="table"> -<table class="xd23e3138"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><b>De Mourlons</b>, naar het Fransch van -Bouché.</td> -<td class="xd23e3140 cellTop">ƒ 3.25 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">ƒ 3.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Kleine Verhalen</b>, naar het Noorsch van -Björnson<span class="corr" id="xd23e3478" title= -"Niet in bron">.</span></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Reinaert de Vos</b>,</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Velijn papier ƒ -32.—;</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Holl. ƒ -60.—;</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Japansch ƒ -100.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Najaar</b>, 2 bundels à</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Open Lucht.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Stille Avonden</b>, Tweede druk,</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Vlaschaard</b>, Vierde Druk,</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Pracht-Editie ƒ -10.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Het Uitzicht der Dingen.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Bloemlezing</b>, (door Mej. Dr. J. Aleida -Nijland)</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Dorpsgeheimen</b>, 2 bundels à</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Minnehandel</b>, Twee deelen</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 4.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 5.50 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Doodendans</b>.</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 2.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.90 geb. <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3581" href="#xd23e3581" name= -"xd23e3581">188</a>]</span></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Dagen</b>, Tweede druk</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Lenteleven</b>, Vijfde druk</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"></td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Luxe-Editie ƒ -25.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Langs de Wegen</b>, Tweede druk</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Zonnetij</b>, Derde druk</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Zomerland</b>, Derde druk</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 2.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Gokkel en Hinkel</b>, met platen</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 0.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De witte Zandweg.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 0.25 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Het Kerstekind.</b></td> -<td class="xd23e3140">ƒ 0.90 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.25 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Reinaert de Vos</b>, voor kinderen</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><b>André de Ridder, Stijn -Streuvels</b>, met tal van platen.</td> -<td class="xd23e3140 cellBottom">ƒ 1.50 ing.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellBottom">ƒ 1.90 geb.</td> -</tr> -</table> -</div> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e3676" href= -"#xd23e3676" name="xd23e3676">189</a>]</span></p> -<p class="par xd23e3677">GUIDO GEZELLE, Dichtwerken,</p> -<p class="par xd23e3679">10 deelen.</p> -<p class="par">Prijs ing. ƒ <b>3.75</b>, geb. ƒ <b>5.50</b>, -geb. in leer ƒ <b>7.50</b>.</p> -<p class="par">De uitgave bevat: -Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en -Gebeden, Kleengedichten—Liederen, Eerdichten en -Reliqua—Tijdkrans (2 deelen)—Rijmsnoer (2 -deelen)—Hiawadha’s Lied—Laatste Verzen.</p> -<p class="par">Afzonderlijke deelen worden uit deze uitgave niet -geleverd.</p> -<p class="par">Deze uitgave is nu zoo goedkoop gesteld, dat het voor -niemand meer een bezwaar kan zijn, ze aan te schaffen. Vroeger ƒ -17.20 ing. ƒ 22.—geb., <b>thans</b> voor ƒ <b>3.75</b> -ing., ƒ <b>5.50</b> geb. linnen, ƒ <b>7.50</b> gebonden -leer.</p> -<p class="par">In de Belgische Editie zijn nog verkrijgbaar: -Dichtoefeningen—Kerkhofblommen—Gedichten, Gezangen en -Gebeden, Kleengedichtjes—Liederen, Eerdichten et Reliqua à -ƒ 1.50 per deel ing., ƒ 1.90 gebonden.</p> -<p class="par">Tijdkrans—Rijmsnoer à ƒ 2.50 per deel -ing., ƒ 2.90 gebonden.</p> -<p class="par"><b>Verzen</b>, 2<sup>e</sup> druk ing. ƒ 3.90, geb. -ƒ 4.50.</p> -<p class="par"><b>Gedichten</b>, samengest. door Dr. J. Aleida Nijland, -ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, in leer geb. ƒ 3.50 -<span class="pagenum">[<a id="xd23e3726" href="#xd23e3726" name= -"xd23e3726">190</a>]</span></p> -<p class="par"></p> -<div class="table"> -<table class="xd23e3138"> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><b>Bloemlezing</b>, samengesteld door Dr. -J. Aleida Nijland, 5<sup>e</sup> verbeterde druk</td> -<td class="xd23e3140 cellTop">ing. ƒ 0.90,</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">geb. ƒ 1.25</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Motto-Album</b>, met versieringen van Jules de -Praetere. Prijs gebonden in linnen of gebatikt</td> -<td class="xd23e3140">ƒ 1.50, geb.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">in lêer ƒ 1.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Kleengedichtjes</b>, Eerste en Tweede -bundel.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Prijs per bundel</td> -<td class="xd23e3140">ing. ƒ 0.25,</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 0.50</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">In één band linnen of stof</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 0.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">in één band leer gewatteerd</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 1.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Laatste Verzen</b>, 3<sup>e</sup> druk</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 1.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Prozawerken</b>, dl.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">I. Uitstap in de Warande.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">II. De Doolaards in Egypte.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">3 deelen ingenaaid ƒ -3.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">III. Van den Kleenen Hertog.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">3 deelen gebonden ƒ -4.50</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>De Ring van het Kerkelijk Jaar</b>,</td> -<td class="xd23e3140">ing. ƒ 2.50,</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 2.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Loquela, tot Woordenboek omgewerkt</b>,</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 20.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Kerkhofblommen</b>, School-Editie</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">ing. ƒ 1.—</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><b>Rijmsnoer—Tijdkrans</b>, -4<sup>e</sup> druk,</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight cellBottom">per deel -gebonden ƒ 2.50</td> -</tr> -</table> -</div> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e3842" href= -"#xd23e3842" name="xd23e3842">191</a>]</span></p> -<p class="par xd23e3677">GUIDO GEZELLE,</p> -<p class="par xd23e3679">Zijn Leven en Zijne Werken,</p> -<p class="par xd23e3679"><b>TWEEDE DRUK</b>, met <b>16 Platen</b>.</p> -<p class="par">Prijs ƒ <b>1.50</b> ingenaaid, ƒ <b>1.90</b> -gebonden.</p> -<p class="par">Inhoud:</p> -<p class="par"><b>Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt.</p> -<div class="par"><b>Dichter Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt. -<div class="table"> -<table class="innerTable xd23e3873"> -<tr> -<td class="cellLeft cellRight cellTop"><b>Guido Gezelle en de -Friezen</b>, door J. Winkler.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellRight"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Guido</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Gezelle</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -<b>zijne Kunst</b>, door Hugo Verriest.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellRight"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Guido</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Gezelle</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -<b>en de jonge Limburgers</b>, door Aug. Cuppens.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellRight cellBottom"> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Guido</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>Gezelle</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -door Gustaaf Segers.</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<p class="par"><b>Beeld, Woord en Dicht bij Guido Gezelle</b>, door Dr. -G. Verriest.</p> -<p class="par"><b>Guido Gezelle, de mensch en priester, de leider en -dichter</b>, door H. Claeys.</p> -<p class="par"><b>Dietsche Warande en Belfort aan Guido Gezelle</b>, -door Kan. Eug. de Lepelleer.</p> -<p class="par"><b>Koninklijke begraving</b>, door Hendrik Persijn.</p> -<p class="par"><b>Guido Gezelle</b>, door H. J. M. Donders.</p> -<p class="par"><b>Lijkrede uitgesproken op het graf</b>, door Dr. H. -Claeys.</p> -<p class="par"><b>Guido Gezelle en de drukpers.</b> <span class= -"pagenum">[<a id="xd23e3929" href="#xd23e3929" name= -"xd23e3929">192</a>]</span></p> -<p class="par adTitle">In de VLAAMSCHE BIBLIOTHEEK verscheen:</p> -<div class="par"> -<div class="table"> -<table class="xd23e3138"> -<tr> -<td rowspan="2" class="cellLeft cellTop"><b>Albrecht Rodenbach</b>, -Complete Gedichten,</td> -<td class="xd23e3140 cellTop">ing. ƒ 2.25 geb.</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">ƒ 2.90</td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Pracht-Exempl. ƒ -4.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Leo van Puyvelde</b>, Albrecht Rodenbach, -2<sup>e</sup> dr.</td> -<td class="xd23e3140">ing. ƒ 2.50</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 2.90</td> -</tr> -<tr> -<td colspan="3" class="cellLeft cellRight"> -<div class="table"> -<table class="innerTable xd23e3964"> -<tr> -<td rowspan="5" class="cellLeft cellTop"><b>Hugo Verriest</b>,</td> -<td class="cellTop">Op Wandel</td> -<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">ƒ 2.25 ing.</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Regenboog, 5<sup>e</sup> druk</td> -<td class="xd23e3983 cellRight">ƒ 0.90 -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>ing.</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Dry Geestelijke Voordrachten</td> -<td class="xd23e3983 cellRight">ƒ 0.90 -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>ing.</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft">Twintig Vlaamsche Koppen, 2<sup>e</sup> dr. 2 -dln.</td> -<td class="xd23e3983 cellRight">ƒ 2.90 -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>ing.</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom">Voordrachten</td> -<td class="xd23e3983 cellRight cellBottom">ƒ 2.90 -<table class="ditto"> -<tr class="s"> -<td>ing.</td> -</tr> -<tr class="d"> -<td>,,</td> -</tr> -</table> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>André de Ridder</b>, Hugo Verriest,</td> -<td class="xd23e3140">ing. ƒ 1.50</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 1.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><b>Dr. Maurits Sabbe</b>, Aan ’t -Minnewater,</td> -<td class="xd23e3140">ing. ƒ 1.50</td> -<td class="xd23e3140 cellRight">geb. ƒ 1.90</td> -</tr> -<tr> -<td colspan="3" class="cellLeft cellRight cellBottom"> -<div class="table"> -<table class="innerTable xd23e3964"> -<tr> -<td rowspan="2" class="cellLeft cellTop"><b>Caesar Gezelle</b>,</td> -<td class="cellTop">Leliën van Dalen.</td> -<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight cellTop">ing. ƒ -1.90</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom">Uit het Leven der Dieren,</td> -<td class="xd23e3983 cellBottom">ing. ƒ 2.50</td> -<td class="xd23e3983 xd23e3140 cellRight cellBottom">geb. <span class= -"corr" id="xd23e4053" title="Niet in bron">ƒ</span> 2.90</td> -</tr> -</table> -</div> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first"></p> -<div class="figure xd23e4059width"><img src="images/spine.jpg" alt= -"Oorspronkelijke rug." width="720" height="115"></div> -<p class="par"></p> -<p class="par"> </p> -<p class="par"></p> -<div class="figure xd23e4066width"><img src="images/backcover.jpg" alt= -"Oorspronkelijke achterkant." width="478" height="720"></div> -<p class="par"></p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#extremis">IN -EXTREMIS.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#extremis">5</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href= -"#vacantie">VACANTIE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#vacantie">75</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">I.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch1">I.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">75</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">II.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch2">II.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">90</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">III.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3">III.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">104</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">IV.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch4">IV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">119</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">V.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch5">V.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">138</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">VI.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch6">VI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">149</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">VII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch7">VII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">156</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">VIII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch8">VIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">166</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcribernote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="par first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen -overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het -kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de -<a class="seclink xd23e41" title="Externe link" href= -"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg -Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd23e41" -title="Externe link" href= -"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> -<p class="par">Dit eBoek is geproduceerd door het on-line -gedistribueerd correctieteam op <a class="exlink xd23e41" title= -"Externe link" href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="par first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke -schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn -stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn -verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het -einde van dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2016-11-08 Begonnen.</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn -dat deze links voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctiontable" summary= -"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e235">11</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">:</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e300">16</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e782">44</a>, <a class="pageref" href= -"#xd23e792">44</a>, <a class="pageref" href="#xd23e1029">56</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e1044">57</a>, <a class="pageref" href= -"#xd23e2752">159</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e530">29</a></td> -<td class="width40 bottom">moed</td> -<td class="width40 bottom">moet</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e648">36</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e2482">136</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e939">52</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e1288">71</a>, <a class="pageref" href= -"#xd23e2202">123</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e990">55</a></td> -<td class="width40 bottom">;</td> -<td class="width40 bottom">:</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1037">57</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e1863">106</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1331">72</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1465">82</a></td> -<td class="width40 bottom">popp</td> -<td class="width40 bottom">pop</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1707">99</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e3223">184</a>, <a class="pageref" href= -"#xd23e3385">186</a>, <a class="pageref" href="#xd23e3397">186</a>, -<a class="pageref" href="#xd23e3478">187</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1872">106</a></td> -<td class="width40 bottom">kuilje</td> -<td class="width40 bottom">kuiltje</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1876">106</a></td> -<td class="width40 bottom">Caspers</td> -<td class="width40 bottom">Casper</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1977">111</a></td> -<td class="width40 bottom">koninsgraven</td> -<td class="width40 bottom">koningsgraven</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1982">111</a></td> -<td class="width40 bottom">Max</td> -<td class="width40 bottom">Mac</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1987">111</a></td> -<td class="width40 bottom">-</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2099">117</a></td> -<td class="width40 bottom">Colomban</td> -<td class="width40 bottom">Columban</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2250">125</a></td> -<td class="width40 bottom">egoïme</td> -<td class="width40 bottom">egoïsme</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2680">156</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2760">160</a></td> -<td class="width40 bottom">naamboordje</td> -<td class="width40 bottom">naambordje</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2791">161</a></td> -<td class="width40 bottom">antwoordde</td> -<td class="width40 bottom">antwoordden</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2831">163</a></td> -<td class="width40 bottom">Emile’s</td> -<td class="width40 bottom">Emilie’s</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e3211">184</a></td> -<td class="width40 bottom">ing.</td> -<td class="width40 bottom">geb.</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e4053">192</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">ƒ</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS *** - -***** This file should be named 53492-h.htm or 53492-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/3/4/9/53492/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/53492-h/images/backcover.jpg b/old/53492-h/images/backcover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6ae1502..0000000 --- a/old/53492-h/images/backcover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/book.png b/old/53492-h/images/book.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 963d165..0000000 --- a/old/53492-h/images/book.png +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/card.png b/old/53492-h/images/card.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 1ffbe1a..0000000 --- a/old/53492-h/images/card.png +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/cover.jpg b/old/53492-h/images/cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2b241eb..0000000 --- a/old/53492-h/images/cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/external.png b/old/53492-h/images/external.png Binary files differdeleted file mode 100644 index ba4f205..0000000 --- a/old/53492-h/images/external.png +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/spine.jpg b/old/53492-h/images/spine.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8023953..0000000 --- a/old/53492-h/images/spine.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/53492-h/images/titlepage.png b/old/53492-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 71a0d25..0000000 --- a/old/53492-h/images/titlepage.png +++ /dev/null |
