summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-06 16:58:43 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-06 16:58:43 -0800
commit705b966bde8e32182e8277aa64bc961637e473c5 (patch)
tree7d92b34e8368dde6f6582a62bc0a65f7e05ff821
parentd74e630ac06700d77a61081f75684677fa5537c3 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/53492-8.txt5020
-rw-r--r--old/53492-8.zipbin84702 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h.zipbin290281 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/53492-h.htm6480
-rw-r--r--old/53492-h/images/backcover.jpgbin41992 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/book.pngbin364 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/card.pngbin249 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/cover.jpgbin119693 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/external.pngbin172 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/spine.jpgbin18856 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/53492-h/images/titlepage.pngbin7844 -> 0 bytes
14 files changed, 17 insertions, 11500 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..a73f501
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #53492 (https://www.gutenberg.org/ebooks/53492)
diff --git a/old/53492-8.txt b/old/53492-8.txt
deleted file mode 100644
index 8bde82e..0000000
--- a/old/53492-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,5020 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-
-
-Title: In Extremis
-
-Author: Melati van Java
-
-Release Date: November 10, 2016 [EBook #53492]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- IN EXTREMIS
-
- DOOR
-
- MELATI VAN JAVA
-
-
-
- DERDE DRUK.
-
- L. J. VEEN -- AMSTERDAM
-
-
-
-
-
-
-
-TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ.
-
-
-
-
-
-
-
-IN EXTREMIS.
-
-
-"'t Gaat hard achteruit met mij, hard en toch langzaam; ik klaag
-niet, ô neen, ik zeg als mijn Amat: "Het moet, 't kan niet anders"
-en ik geloof, dat dit bewustzijn mij kalmte geeft, kalmte wel noodig
-in de lange, lange eenzame uren, welke ik doorworstelen moet, alleen
-met mijn pijnen, mijn angsten en mijn herinneringen.
-
-"Aanspraak door bezoeken heb ik genoeg, maar 't is altijd hetzelfde
-van voren af aan, ik word er nog ellendiger door; 't eenige goeds wat
-die visites hebben is, dat zij mij weer naar mijn eenzaamheid doen
-verlangen en ten minste het eerste uur van mijn alleenzijn dragelijk
-maken. Lezen gaat ook bij den dag minder goed, 's morgens één courant,
-'s avonds iets heel lichts; de nacht kruipt om in hoesten, hoesten,
-nog eens hoesten. Vergeef mij, ik merk dat ik over niets schrijf dan
-over mijzelf, dat komt er nu van als men zoo geheel en al teruggebracht
-is tot zijn eigen ik.
-
-"Ik wist tot nu toe niet, dat ik zelf zoo hopeloos leeg, hol en
-vervelend van binnen was, nu weet ik 't tot mijn schade.
-
-"Soms alleen vind ik het onderhoud met mezelf minder écouerant; 't is
-dan wanneer het een of ander plannetje opkomt in mijn suffen geest. Ik
-heb zooveel plannen gemaakt in mijn leven, geen wonder dat zij mij niet
-met rust laten op mijn ziekbed, dat weldra mijn sterfbed zal worden.
-
-"Maar dit is een plan van geheel anderen aard, niet het bestek van
-een brug of gebouw, maar doodeenvoudig voor 't stukje toekomst dat
-mij rest, een stukje, waaraan dagelijks geknabbeld wordt, door de
-onverbiddelijke ziekte, en dat ik bij het uur kleiner en kleiner
-zie worden.
-
-"'t Zal nog een maand duren, denk ik, de dokter spreekt van twee,
-drie. Ik hoop dat de man ongelijk heeft, want onder ons gezegd dat
-leven van ter dood veroordeelde verveelt mij ontzettend. De ziekte is
-wreeder dan de wet; heeft die een kerel veroordeeld, dan maakt zij er
-haast mee hem uit de wereld te helpen; maar de kwaal schenkt niets,
-geen minuut. En toch mijn geest is even helder als die van Troppmann,
-Pranzini, of welke snuiter ook, en dood is dood, of de guillotine,
-de strop of een ziekte het je doet. Hoe 't ook zij, ik ben besloten
-den kelk te drinken tot den bodem, alle phasen, die mij wachten nog
-door te maken, maar als 't kan zou ik mij de laatste weken nog wat
-willen verlichten.
-
-"Ge vraagt hoe ik verpleegd word? Nu, laat het mij ronduit zeggen,
-allerellendigst. Amat is van goeden wille, zijn vrouw Sarina een beste,
-brave ziel, maar och! 't gaat zooals 't gaat, wanneer drie of vier
-bedienden aan zichzelf overgelaten zijn.
-
-"Zij hebben 't gewoonlijk zoo druk met hun eigen zaken, dat zij aan
-den armen zieke in geheel niet of slechts in 't voorbijgaan kunnen
-denken. In Europa zou 't precies zoo gaan denk ik, en in Australië
-of Amerika misschien ook. Huurlingen zijn overal dezelfde; daarom,
-verbeeld je Frits, wat ik bedacht! Noem 't een dwaasheid, een gril,
-wat je wilt, maar ik, die niets tegen sterven opzie, die er zelfs
-naar verlang, ik vind die maand of twee, drie, welke de dokter mij
-beloofd heeft, vreeselijk om te voorzien. Ik duizel er van ze nog
-te moeten doorleven, geheel overgeleverd aan Amat, Ali, Sarina,
-Kebon. Ik heb heimwee naar een zachte vrouwenhand, die mijn kussen
-opschudt, mijn lippen verfrischt, mijn hoofd ondersteunt, zoodra een
-dier vreeselijke hoestbuien mijn magere karkas uit elkander rukt.
-
-"Verbeeld je, er zijn oogenblikken dat ik sentimenteel word, als ik
-denk aan mijn moeder, aan mijn zusters, die wel is waar nooit veel
-werk hadden mij op te passen, want voor zoover ik mij herinner,
-was ik nog nooit ziek.
-
-"'t Is de Nemesis; ik heb vrouwen nooit au sérieux genomen, ze
-beschouwd als speelgoed, niets meer,--lees deze passage mevrouw Van
-Velden niet voor of ja lees ze wel voor--ik verdien haar medelijden,
-want zij is te goed om nog wrok tegen een schaduw te koesteren--en nu
-smacht ik naar het Ewig Weibliche als de dorstige naar een dronk koel
-water. Wat ik dan wensch, een verpleegster, een soeur de charité? Die
-zijn hier in onze Oost zeldzame weelde-artikelen.
-
-"Ik zoek een vrouw, die dag en nacht om mij heen is, die aan 't korte
-leven, dat mij overblijft, zich geheel en al wijd, die mij 't lijden
-lichter, het sterven zachter maakt. Wil ze dat doen, heeft zij er moed
-voor, dan zal ik haar beloonen met mijn naam en wat nog meer waard is,
-levenslang met mijn weduwenpensioen. Ge ziet, de belooning is groot,
-en de taak, hoe zwaar ook, niet langdurig, de eenige die er bij lijdt
-is het Gouvernement, dat in mij steeds een verstokten celibatair zag.
-
-"Kent gij of liever kent uw vrouw niet een dame jong of oud, mooi of
-leelijk, deftig of niet deftig, maar in elk geval een vrouw handig,
-beschaafd, met een zachte stem, die lust heeft in dit baantje?
-
-"Zie zoo, nu 't er uit is, beeft mijn hand, ik kan het potlood niet
-goed meer bestieren, de factice kracht, die mij in staat stelde
-bladzijden vol te schrijven, begeeft mij. Ik eindig dus, denk er
-over na....
-
-
- Uw Rudolf."
-
-
-"Arme kerel!"
-
-"Hadden wij hem maar hier!"
-
-"Waarom gaat hij niet in een hospitaal?"
-
-"Ik kan er heel goed inkomen, hij wil in zijn eigen huis sterven."
-
-"Hoe vindt je dat ziekelijk idee?"
-
-"Niet.... niet kwaad?"
-
-"Jelui vrouwen, als er een huwelijk in 't spel komt, dan vergeet
-je alles en ziet over alle mogelijke bezwaren, hoe stuitend en
-onoverkomelijk ook, heen."
-
-"Ik zie er niets stuitends en niets onoverkomelijks in."
-
-"Zoo'n huwelijk!"
-
-"Wat zou dat? Verstandiger kan Rudolf niet doen; de kunst is, een
-goede keuze te doen en die heb ik al half gedaan."
-
-"Maar Elise, ik wil er niets van weten. Dat begrijp je toch wel, 't is
-een ziekelijke gril, een idee, dat hij zelf morgen bespottelijk vindt."
-
-"Dat zou mij spijten! Want als 't plan gelukte dan had Rudolf ten
-minste goede verzorging gedurende zijn laatste levensdagen en een
-ander was geborgen voor haar geheele leven."
-
-Van Velden en zijn vrouw zaten in de ruime pendoppo van een fraai
-Samarangsch woonhuis aan den Bodjongschen weg. Alles om hen heen
-sprak van weelde, geluk, schoonheid; de tropische natuur in volle
-kracht ontplooide hier een rijkdom, een intensiteit van leven, vol
-snijdende tegenspraak met de woorden, welke hij daar zooeven met nu
-en dan van aandoening bevende stem had voorgelezen.
-
-Ziekte, dood, zij schenen zoo ver verwijderd van dit tooneel vol
-jeugd en leven; en hij, die zoo schreef had een jaar geleden hier nog
-gezeten, een forsche man in de kracht van zijn jaren, vol vertrouwen
-op zijn gezondheid, zijn sterkte. Een val van het paard, een inwendige
-kneuzing, hadden misschien de kiemen der tering, een erfdeel zijner
-familie, ontwikkeld, en het stoere lichaam was nu gesloopt en wachtte
-het einde.
-
-Er lag iets bitter treurigs juist in dit contrast.
-
-Rudolf Telwerda was door het leven gegaan lachend, spottend, maar
-ook hard werkend. Hij was een verdienstelijk ingenieur, een man van
-de wereld, zonder vooroordeelen, zonder sentimentaliteit, zonder
-onnoodigen ballast, zooals hij 't noemde; overal gaarne ontvangen en
-hiervan overtuigd had hij 't leven genoten, maar juist voldoende om
-er niet door in opspraak te komen.
-
-Hij haatte banden, leefde vrij, onafhankelijk, royaal; een goed vriend,
-een flink meester, dacht hij weinig aan den dag van morgen. Hij had
-nu immers zijn tractement, later zijn pensioen. Waarover zou hij
-zich bekommeren, waarom zou hij zich onnoodige zorgen op den hals
-halen? Hij had plezier in zijn vak, in zijn manier van leven; hij was
-tevreden met zichzelf: hij leed niet aan de algemeene Indische kwaal,
-het mopperen. Naar Holland had hij geen buitengewoon verlangen, zijn
-broers en zusters waren getrouwd en hadden het te druk met hun eigen
-zaken om zich met hem te bemoeien.
-
-En zoo trof hem de ziekte in volle kracht, in vollen arbeid en vollen
-levenslust; eerst had hij ze verwaarloosd, toen werd hij gedwongen
-er mede te rekenen en eindelijk was hij er geheel onder geraakt, zwak
-en hulpbehoevend geworden, erger dan een kind. De dokters durfden hem
-niet naar Europa zenden, omdat longtering het ziektegeval compliceerde:
-hij woonde bovendien in een heerlijke luchtstreek.
-
-"Dokter," smeekte hij, "als 't toch niet helpt, laat mij dan niet
-versjouwen van den éénen hoek der wereld naar den anderen. Ik zal
-hier ook wel aan mijn eind komen."
-
-Zóó bleef hij in zijn huis, sedert maanden het oogenblik afwachtende,
-dat aan zijn lijden een eind zou maken.
-
-En nu kreeg hij zoo iets in 't hoofd.
-
-"Arme, arme duivel!" zuchte Van Velden weer, "konden wij hem maar
-helpen!"
-
-"Wij kunnen het," zeide zijn vrouw en veegde even haar oogen af,
-"als jij mij helpt, Frits! of ten minste niet tegenwerkt."
-
-Hij zag haar even strak aan.
-
-"Céline!" riep hij.
-
-"Je zegt het, juist, ik heb dadelijk aan haar gedacht; 't was voor
-haar een uitkomst en voor hem een genade."
-
-
-
-Céline was een en dertig jaar. Zij had een geschiedenis achter zich
-als van honderd andere meisjes; een jeugd vol rijkdom en weelde, een
-vader koopman, die goede zaken deed en er ruim, bijna verkwistend van
-leefde, een failliet, plotselinge dood des vaders, moeder, kinderen
-zoo goed als broodeloos, de familie bereid tot helpen, maar de meisjes
-moesten zelf aanpakken. Ongelukkig was Céline den leeftijd voorbij dat
-men nog aan examens denkt. Zij was zoo juist van kostschool gekomen
-vol illusiën, en nu gingen ook die illusiën den weg van al het andere.
-
-Zij moest in betrekking, maar als wat? Zij kon zich voor niets
-uitgeven, zij kende alles wat een welopgevoed meisje dient te kennen,
-meer niet. Een tante in Indië schreef: "Laat zij maar overkomen,
-misschien doet zij hier een goed huwelijk!"
-
-Céline kwam over met papieren en al, at het genadebrood bij haar tante,
-maar van een goed huwelijk kwam niets. Aan wie de schuld? Misschien
-aan Céline zelf, die nog een paar laatste illusiën bewaarde als haar
-kostbaarste goed en die niet wilde opgeven, zelfs niet ter wille van
-een leven zonder zorgen; misschien had de zware slag, die haar te
-midden van haar jonge meisjes geluk trof, haar wát verdoofd. Zij,
-vroeger zoo levendig en vroolijk, was nu stil, afgetrokken. Wat
-imbécile! fluisterde men, zij trok niemand aan, zij scheen stug en
-koel; zij zag er lief uit in haar eerste frissche jeugd, nu scheen
-zij onbeduidend fanée.
-
-De tante had haar al sinds lang zedelijk gedwongen een ander onderkomen
-te zoeken, toen was zij beurtelings winkeldochter geweest en daarna
-half bonne, half gouvernante; overal duurde het maar betrekkelijk kort,
-nooit lang genoeg om op adem te komen. Eindelijk had zij een zieke
-dame opgepast en de leiding van het huishouden op zich genomen. 't
-Scheen tot aller tevredenheid; hier had zij de verborgen geestkracht
-van haar karakter ten volle kunnen ontwikkelen; hier was zij tot
-rijpheid gekomen, wakker geschud als zij werd door druk werk, door
-vele plichten van uiteenloopenden aard door gedwongen nadenken.
-
-Maar nauwelijks was de dame gestorven of haar man kwam met een
-huwelijksaanzoek voor den dag; tot ieders verbazing en zelfs
-verontwaardiging wees Céline het van de hand. Zij had gedurende
-de lange ziekte der huisvrouw alle gelegenheid gehad hem te leeren
-kennen en die kennismaking gaf haar de zekerheid dat zij hem nooit
-zou kunnen liefhebben of zelfs achten.
-
-Na die weigering moest Céline natuurlijk het huis verlaten en wie
-tot nu toe voor haar sympathie had gekoesterd verloor ze na haar
-ongehoorde handelwijze.
-
-"Een meisje dat niets heeft, niets kan en dan zoo'n aanzoek
-afwijzen. Wat verlangt zij dan?"
-
-Een alleen was er die Céline begreep en dat was Elise van Velden,
-haar vroegere schoolvriendin.
-
-"Je hebt gelijk," zeide zij, "beter alleen ellende te lijden, dan je
-te verbinden aan een man, dien je het recht hebt te verachten. Kom
-bij me logeeren en geef mijn kinderen les, tot je iets beters hebt."
-
-Céline zag moedeloos voor zich uit.
-
-"Weer opnieuw beginnen, weer opnieuw mij wennen! Had ik maar zooveel
-dat ik met mama en de kleintjes kon deelen en dan stil leven op een
-kalm Hollandsch dorpje!"
-
-"Op pensioen!" lachte Elise, "daar ben je nog wel wat erg jong voor,
-hè!"
-
-"Mijn dienstjaren rekenen driedubbel."
-
-"Céline, ik heb iets voor je," zeide mevrouw Van Velden den morgen
-na ontvangst van Rudolf's brief. "Je droomen van een hofje, een
-pensioentje kunnen waarheid worden en goed ook. Drie maanden ten
-hoogste door een zuren appel te bijten en dan ben je er boven op."
-
-En zij bracht haar het voorstel van Telwerda over. Céline bleef lang
-peinzend zwijgen; er werd weer een aanval gedaan op haar dierbaarste
-eenige bezittingen, haar drie, vier lieve illusiën.
-
-Zij voelde dat zij die moest prijsgeven wilde zij nog iets van haar
-leven redden.
-
-Toen bracht zij zwijgend het offer en vroeg:
-
-"Is 't zeker dat die man spoedig gaat sterven?"
-
-Elise fronste haar wenkbrauwen; zij vond de vraag hard en pijnlijk.
-
-"Ja," antwoordde zij, "'t is alleen een quaestie van korter of langer;
-hoop is er niets meer."
-
-"Je vindt mij cyniek, hè! Maar dat ben ik toch niet: ik wensch dien
-heer--Telwerda heet hij immers?--een lang gelukkig leven, maar je
-begrijpt wel dat ik zoo'n huwelijk moet beschouwen als zaak."
-
-Zij beet op de lippen, dat had zij zoo lang mogelijk van zich
-afgeworpen; het huwelijk als een koopmanszaak te behandelen en 't
-viel haar zwaar er toe over te gaan.
-
-"En in een zaak dienen de kansen op winst en verlies gelijk te
-staan. Ik zal hem goed en trouw verplegen, tot het laatste, ik word
-zijn weduwe en zal levenslang het pensioen daarvan trekken, met vrij
-passage naar Holland; wordt hij nu beter dan verliezen wij beiden,
-maar ik het meest, daar ik de vrouw ben geworden van iemand, die mij
-niet zelf uit liefde gekozen heeft."
-
-"Maar ik zeg je, daar is geen kans op. Hij heeft stellig wel een half
-dozijn kwalen, waarvan een alleen reeds doodelijk."
-
-"Nu, dan, ik beslis niets vóór ik een certificaat heb van den dokter,
-dat mij de hopeloosheid van zijn toestand verzekert."
-
-Het certificaat kwam en verklaarde dat Rudolf Telwerda nog ten hoogste
-drie maanden leven kon en nu gaf Céline haar toestemming.
-
-De heer en mevrouw Van Velden brachten haar naar het hoofdplaatsje
-Ardjoenan, diep in het gebergte gelegen, den stervenden bruidegom
-tegemoet.
-
-
-
-Het huis van Telwerda lag even buiten de kom van het vlek, aan den
-grooten weg; 't was een zeer lieve woning, door een breede galerij
-omringd, met een flinken tuin vol vruchtboomen; tusschen het huis en
-het hek lagen gras- en bloemperken, alles zag er wat verwaarloosd uit
-en verwaarloozing gaat in de tropen onmiddellijk tot verwildering over.
-
-Maar de grootste charme van het huis vond men in de achtergalerij; deze
-hing als 't ware over een ravijn gevuld met den woesten, weelderigen,
-bonten plantengroei van het Oosten. Dat was een dooreenmengeling, een
-verwarring van reusachtige varens, van doornstruiken, van woudreuzen,
-van bamboes, lianen en orchideeën; steil stortte de groene, dicht
-begroeide rotswand zich naar beneden en daaronder bruiste en raasde
-over groote bazaltblokken een bergstroom. Aan gene zijde strekten zich
-sawahs uit, fijn en teergroen van kleur, hier en daar afgewisseld door
-boomgroepen, waartusschen zich de dessa's en kampongs verscholen,
-langzaam opstijgend tegen den rug van een hoogen berg, een der
-hoogste van Java. De wolken streken over den gespleten top en langs
-zijn zijden, zij stoeiden en speelden met den reus, die geduldig hun
-spel toeliet, want hij wist dat er dagen genoeg kwamen, waarop hij
-strak en onbeweeglijk moest afsteken tegen de staalblauwe lucht.
-
-Dit gezicht was het schoonste van geheel Ardjoenan en daarom had
-Telwerda ook dit huis gehuurd, al bleek 't voor hem den vrijgezel,
-wat ruim en hol; hier in deze achtergalerij verwelkomde hij zijn bruid.
-
-Hij had dien morgen nogal toilet gemaakt, zijn baard, die in de
-lange ziekte te veel en te wild gegroeid was, liet hij fatsoeneeren;
-hij trok zijn chambrecloak, zijn eenig kleedingstuk van maanden
-herwaarts, uit en vroeg naar zijn uniform; maar het zware laken met
-zilver geborduurd hing te los om zijn vermagerde leden en drukte hem
-haast neer. Toen trok hij zijn zwart lakensch pak aan. Och! nu merkte
-hij pas wat voor een schim hij geworden was!
-
-Alle formaliteiten vóór het huwelijk hadden plaats gehad en dus zou
-het reeds dadelijk dien dag voltrokken worden.
-
-"Mijn trouwdag," mompelde hij met een bitteren lach, terwijl hij
-vermoeid van de ongewone inspanning achterover leunde in zijn
-luiaardstoel.
-
-Er was een tijd geweest, toen hij zich soms voorstelde dat hij zijn
-hoogtijd vierde en die dag schitterde in 't verre verschiet voor hem
-in duizend kleuren vol poëzie, vol zonneschijn, vol heilwenschen, vol
-muziek en bruisende champagne en nu was die dag gekomen, droevig, stil,
-somber door de schaduw, die een andere naderende dag, zijn sterfdag er
-reeds op wierp; dan dacht hij aan de witte bruid zijner jonge droomen
-onder haar sluier en haar oranjebloesems, jonkvrouwelijk schuchter,
-haar oogen van ter zijde naar hem opheffend, vol liefde en teederheid.
-
-En deze bruid, hij had haar nooit gezien, zij trouwde hem niet om zijn
-vrouw, zijn gezellin voor het leven, in vreugde en smart, in rijkdom
-en armoede, in goed en kwaad te zijn, maar eenvoudig om zijn weduwe
-te worden; eerst toen zij daarvan zeker was; had zij haar toestemming
-immers willen geven.
-
-Hij sloot de oogen, het scherpe zonnelicht dat door de kérees
-(rieten stores) filterde deed hem pijn; het scheen te spotten met
-zijn armzalige, dwaze positie. Wat had hij begonnen, waarom vreemden
-hier binnengeroepen? Waarom niet stil en verborgen als een gewond
-dier het einde afgewacht?
-
-Een zwaar gedreun van wielen weerklonk op het erf; daar begon drukte
-te komen in 't stille huis, stemmen gonsden; men vroeg naar hem en
-toen spande hij al zijn krachten in en ging de bruid en hare vrienden
-tegemoet.
-
-Haar eerste indruk was, dat zij de schaduw voor zich zag van een
-buitengewoon knap man; de ziekte had het misschien wat al te ruwe of
-forsche van zijn voorkomen verzacht en verfijnd, hem zeker' distinctie
-verleend, die hem vroeger eenigszins vreemd was.
-
-Zijn eerste gedachte daarentegen was: verwelkt, vermoeid, een weinig
-verbitterd, op den grens der wanhoopsjaren.
-
-Hij stak zijn hand uit en met zijn diepe, holle stem, sprak hij:
-
-"Ik zeg u welkom, juffrouw! in mijn huis, dat weldra 't uwe zal
-zijn. We zullen nu maar dadelijk het complimenteuze laten varen,
-vindt u niet? Ik heet Rudolf en u Céline immers?" Toen zakte hij
-vermoeid op een canapé neer en hijgde naar adem.
-
-"U is t'huis, u is thuis. Van Velden, mevrouw, maak het u gemakkelijk,
-ik kan niet meer."
-
-Toen werden de oogen van beide vrouwen vochtig, en Van Velden voelde
-een prop in zijn keel, die hij tevergeefs trachtte weg te slikken.
-
-"Arme kerel, hoe kom je er aan!" zuchtte hij.
-
-Telwerda hoestte, hoestte en tusschen twee hoestbuien, deed hij zijn
-best te zeggen:
-
-"Over een uur komen zij--beroerde nacht gehad--haast maken--anders
-te laat!"
-
-Intusschen maakte mevrouw Van Velden het toilet der bruid; een
-eenvoudig crême japonnetje, al een paar keer gewasschen en in 't haar
-eenige witte bloemen, melati's en soedip malems.
-
-Ook Céline glimlachte bitter, toen zij bedacht hoe heel anders
-zij in haar gelukkige jonge meisjesjaren zich dien trouwdag had
-voorgesteld. En onwillekeurig verbeeldde zij zich den bruidegom van
-heden in volle kracht, gezondheid en liefde, naast haar opgaande naar
-het trouwaltaar.
-
-Van Velden en zijn vrouw lieten het jonge paar dadelijk na de
-voltrekking van het huwelijk alleen.
-
-Céline moest zich zoo spoedig mogelijk maar wennen en op de hoogte
-stellen van het huishouden en de ziekenverpleging.
-
-Zij was vlug en handig genoeg en intelligent bovendien; zij had in
-haar vorige betrekking geleerd met Javaansche bedienden en met zieken
-om te gaan. Het was haar dus goed toevertrouwd.
-
-Zij nam dan ook dadelijk de teugels van het huishoudelijk bewind met
-vaste hand over, doorzocht de kasten, die er erbarmelijk uitzagen--de
-dispens, waarin muizen en andere dieven druk schenen huisgehouden te
-hebben; de stallen, waarin de paarden droevig vermagerden, de keuken,
-die er al even desolaat uitzag als de rest.
-
-Zij wilde het zich druk maken, geen tijd overhouden tot denken
-en peinzen.
-
-Na het huis te hebben doorloopen kwam zij bij haar zieken man, die
-eenige uren te bed had gelegen.
-
-"Ben je daar, Céline?" vroeg hij.
-
-"Ja.... mijnh.... ja Telwerda...."
-
-"Heb je eens rondgekeken, 't is een vreeselijke boel zeker?"
-
-"Ja, dat gaat nogal!"
-
-"Heb je alle sleutels? Hier is er een van mijn geldlaadje, er zitten
-nog een paar honderd pop in. Ik hoop dat ik nog veertien dagen leef,
-dan is het weer traktementsdag en dan krijg je een heelen pluk. Daar
-zijn ook eenige nota's wil je die nazien?"
-
-Zij zette zich bij den lessenaar, en begon de laadjes te openen;
-hij kreeg weer een hoestbui, zij stond op en gaf hem zijn medicijn.
-
-"Ik zal wat limonade voor u maken," zeide zij. "Heeft u trek in
-aër-djeroek."
-
-"O ja, frissche aër-djeroek." [1]
-
-Hij zag naar haar handen en bemerkte dat zij fraai en blank waren.
-
-"Ik was altijd zoo vies van Sarina's vingers, maar de uwe, als die
-de citroenen persen dat is heel iets anders."
-
-Hij kon haar nog niet tutoyeeren, evenmin als zij hem.
-
-"Heerlijk," mompelde hij, toen zij het glas met den verkwikkenden
-drank aan zijn lippen bracht, "nog meer."
-
-"Te veel is niet goed, strakjes nog eens weer!"
-
-"Ja strakjes! 't Bevalt mij zoo in u, Céline, dat u zoo'n zachte
-stem heeft. Niets stoot mij meer af in een vrouw dan schelle, koude
-klanken. U is zeker van goede familie?"
-
-"Geweest!" antwoordde zij met een flauw lachje.
-
-"Dat blijft men altijd, morgen moet u mij vertellen van uw leven.... uw
-lotgevallen."
-
-"O 't is zoo onbeteekenend," hernam zij, "werken, werken is de
-boodschap geweest, jarenlang."
-
-"En nu is 't gedaan.... spoedig! Ik ben blij voor u!"
-
-Zij ging haastig de kamer uit; diep, innig medelijden vervulde haar
-reeds voor dien geknakten stam. De nacht kwam, een zware, eindelooze
-nacht voor beiden, vol hoesten, vol waken, vol rusteloos hijgen en
-kreunen, vol benauwdheid en zelfs ijlen.
-
-Céline week geen oogenblik van zijn zijde; zij ondersteunde hem,
-schudde zijn kussens op, hielp hem van het bed naar den stoel, van
-den stoel naar het bed, bette zijn voorhoofd met eau de cologne,
-liet hem drinken, sprak hem moed in, beurde hem tot kalmte op.
-
-"U treft het verbazend slecht," hikte hij, "'t is de ellendigste
-nacht in langen tijd."
-
-"U heeft zich gister te veel vermoeid."
-
-"Ja dát zal het zijn. 't Spijt me voor u! Gaat u slapen, Amat kan nu
-wel waken."
-
-"Neen, dat laat ik niemand over."
-
-Zij legde haar verlegenheid en schroom voor hem af in die half donkere
-ziekenkamer; hij was voor haar niet meer de man, die met zijn naam
-haar diensten gekocht had, maar eenvoudig een zieke, een zwakke,
-hulpbehoevende kranke.
-
-Toen de eerste schemering van den dag in de verte begon te lichten,
-in de dessa's het stampen van rijst in de blokken, het kraaien der
-hanen en in de boomen 't getjilp der vogels klonk, viel Rudolf in een
-lichte sluimering. Céline, overmand door vermoeienis en aandoening
-zat op een laag stoeltje aan zijn voeteneind en viel met het hoofd
-tegen de matras in slaap.
-
-Hij werd wakker en hoewel de hoest zijn keel prikkelde, hield hij ze
-met geweld in; de eerste zonnestralen vielen door de jaloezieën in
-de kamer, hij kon nu haar hoofd onderscheiden, en haar mooi golvend
-donkerblond haar, dat in volle lengte en dikte nederviel over haar
-blauwen peignoir.
-
-Eindelijk kon hij zijn kuch niet meer inhouden. Dadelijk werd zij
-wakker, streek het haar van het gezicht en zag hem even wezenloos
-aan vóór dat zij tot bezinning kwam; toen glimlachte zij even en vroeg:
-
-"Heb ik lang geslapen?"
-
-"Neen, helaas! maar een oogenblikje. Goeden morgen, vrouwtje! Geef
-je mij geen morgenkus."
-
-Zij drukte voor 't eerst even haar lippen op zijn voorhoofd.
-
-"Je taak is zwaar, niet waar, zwaarder dan je dacht?"
-
-"Zij kan niet te zwaar zijn," antwoordde zij.
-
-Een spotlach vertrok zijn lippen en terwijl hij weer hevig hoestte,
-dacht hij:
-
-"Hoe hoog moet zij het loon niet stellen; daar zij geen werk er te
-zwaar voor vindt."
-
-"Ik zal 't niet verzwaren door mijn schuld," hoorde zij hem al kuchend
-en hijgend zeggen.
-
-
-
-Dit meende hij werkelijk, maar hij was geen meester over zijne
-verschillende stemmingen; de ziekte deed hem telkens overgaan van diepe
-zwaarmoedigheid tot bitteren spotlust om in zijn beste oogenblikken
-plaats te maken voor goedige ironie en zekere weekheid.
-
-"Je moet er niet op letten, wat ik soms zeg, ik ben een arme zieke,"
-zeide hij tot Céline en even later plaagde hij haar met allerlei
-overdreven eischen, met overbodige klachten en bittere verwijten.
-
-"Dat kan mijn Amat beter doen. Daarvoor hoefde geen Hollandsche dame
-te komen om mij zoo te plagen," knorde hij dan, als zij tevergeefs
-trachtte hem een gemakkelijke houding te bezorgen.
-
-"Ja, 't is zoo gauw niet gewonnen uw honorarium," spotte hij dan weer,
-"dacht u dat het zoo gemakkelijk ging? 't Is maar een begin. Is u
-vroom? Bid u dan maar dat magere Hein spoedig komt, dan is u verlost
-en ik er bij."
-
-Céline zweeg; zij deed of zij die scherpe woorden niet verstond;
-zij was vast besloten den plicht, dien zij op zich genomen had, zoo
-goed mogelijk te vervullen tot het einde; maar haar zenuwen werden
-dikwijls overspannen door zijn onredelijke eischen, en eens dat hij
-weer zonder eenige reden scherp en bitter was geweest, ging zij de
-kamer uit om in de voorgalerij uit te schreien. Daar klonk zijn
-schelletje met verdubbelde kracht, zij liet hem bellen, nog weer
-bellen. Eindelijk kon zij niet langer weg blijven; zij droogde haar
-oogen en keerde terug naar de achtergalerij.
-
-Hij was rood van kwaadheid en inspanning.
-
-"Waar blijf je nu?" snauwde hij haar toe. "Is dat mij alleen
-laten? Schande zoo zijn plicht te...."
-
-Hij zweeg plotseling, hij zag dat zij geschreid had.
-
-"Waarom huil je? Om hetgeen ik zeg? Trek jij je dat aan?"
-
-"Och neen! ik was zenuwachtig."
-
-"Juist, dat is 't. Het zou ook te gek zijn te denken, dat de woorden
-van een halven doode zoo'n impressie op je konden maken."
-
-En toen zweeg hij; zijn lippen trokken krampachtig onder zijn zwaren
-baard, zijn oogen knipten telkens toe.
-
-"Een beetje bouillon?" vroeg zij.
-
-"Neen, dank je!"
-
-'t Duurde lang vóór hij weer sprak en toen klonk zijn stem heel anders.
-
-"Céline, ik ben een ruwe kerel; in de laatste jaren heb ik weinig met
-vrouwen--die ten minste waard zijn zoo te heeten--omgegaan en dan die
-ziekte is de zondebok van alles. Misschien zal ik je nog veel meer en
-nog veel leelijker dingen zeggen. Weet je wat je dan moet doen als het
-te erg wordt? Daar staat een fleschje met rustdruppels; de dokter heeft
-ze eerst niet hier willen laten. Belachelijk! Wat is dit eindje leven
-nog waard, of 't langer of korter duurt; als het nu te erg gaat, dan
-geef je het mij en neem ik twee druppels meer in en alles is gedaan."
-
-"Neen," zeide Céline, "dat is gekkepraat."
-
-"Waarom?"
-
-"Dat weet ik zelf het best?"
-
-"Wil je het mij niet zeggen?"
-
-"Neen, nog niet."
-
-Hij zag haar van terzijde aan en dacht:
-
-"Zij heeft een mooi figuur, lieve oogen, die aan haar gewone trekken
-een eigenaardigen gloed geven. Toen zij la beauté du diable had moet
-zij er allerliefst hebben uitgezien."
-
-"Céline," ging hij voort, "vergeef mij, ik ben een brute, maar waarlijk
-ik meen het niet slecht, die vervloekte kwaal maakt mij zoo."
-
-Zij gaf hem de hand en toen gehoorgevend aan een plotselinge opwelling
-van medelijden, streek zij liefkoozend langs zijn voorhoofd en
-kuste hem.
-
-Hij liet haar begaan, leunde even met de wang tegen haar hand en toen
-plotseling zijn gezicht verbergend in het kussen, barstte hij in een
-hevig snikken los.
-
-"Je moet het niet doen," hikte hij, "o God! 't maakt me zoo benauwd,
-zoo ellendig, ik ben 't niet gewoon, ik verdien het niet."
-
-Céline kon zich ook niet meer goed houden toen zij hem zoo hulpeloos
-zag schreien; zij kon er zelf niets aan doen, zij had het instinctmatig
-gedaan--om hem te kalmeeren, hem te toonen dat zij niet boos was;
-terwijl haar eigen lichaam onder de aandoening schokte en beefde,
-nam zij hem in de armen en liet zijn hoofd tegen haar borst rusten,
-maar hoe hartelijker zij hem behandelde, hoe heviger zijn aandoening
-werd; groote tranen rolden langs zijn wangen; zij veegde ze teeder
-af en kuste ze weg.
-
-"Je bent een engel," fluisterde hij, "zoo lief, zoo goed.... ik
-dank je."
-
-Eindelijk werd hij kalmer en viel in slaap, altijd met het hoofd
-tegen haar aan; hoewel haar houding zeer ongemakkelijk was, verroerde
-zij zich niet en bleef bijna een uur zoo zitten. Haar hart brak van
-medelijden om den sterken man, die zoo afgemat en hulpeloos in haar
-armen lag; zij stelde hem zich voor hoe hij in zijn gezonde dagen
-er uit moest gezien hebben en dan verbeeldde zij zich, dat zij op
-hem steunde, met hem wandelde en door hem geliefkoosd werd, en toen
-begreep zij eensklaps, dat het haar gemakkelijk zou geweest zijn hem
-de volle liefde van haar hart te schenken, voor en met hem te werken
-en te leven.
-
-Hij werd wakker met een glimlach, uitgerust, kalm tevreden.
-
-"Dat heeft mij goed gedaan!" zeide hij en richtte zich op in zijn
-rustbed, "heb je al dien tijd zoo gezeten, Céline? Och kind, ben je
-niet moe?"
-
-Zij schudde glimlachend het hoofd, terwijl zij zich een weinig
-uitrekte; die glimlach en de kleur, welke door de inspanning haar
-gezicht bedekte, maakten haar mooi.
-
-"Wat hebben wij daar een malle scène gemaakt," ging hij voort, "dat
-moet nooit meer gebeuren, hoor! Hoe kinderachtig van zoo'n grooten
-kerel zich zoo aan te stellen. Maar 't is jouw schuld, als ik zie
-dat men mij beklaagt, krijg ik kassian met mezelf en dan begin ik me
-waarlijk te grienen als een klein kind. Vind je mij niet dwaas? 't
-Eene oogenblik zoo uitvaren en dan...."
-
-"Je moet maar stil liggen. Zoo, lig je wel goed, wel gemakkelijk? Nu
-neem je toch wat bouillon hé, met rijst!"
-
-"Vrouwtje."
-
-Hij kon dat woord zoo aardig, zoo vleiend zeggen en zij boog zich
-over hem en vroeg, wat hij verlangde.
-
-"Wij moeten het ons maar zoo prettig en gezellig mogelijk maken,
-zoolang het duurt. En niet sentimenteel doen."
-
-"Ja, Telwerda."
-
-"Dat moet je niet zeggen. Noem mij "man" of "Ru", zoo zeide mama
-ook altijd."
-
-"Ja, Ru!"
-
-"Wat klinkt dat goed, geef mij nu wat bouillon, ik heb bepaald trek."
-
-
-
-Céline was nog geen veertien dagen bij Telwerda aan huis of alles
-verkreeg er een ander aanzien; de bedienden kwamen meer onder appèl,
-de weerspannigen, die merkten dat zij onder het beheer der nieuwe
-Njonja niet meer als vroeger naar hartelust konden luieren en stelen,
-werden weggezonden.
-
-De anderen moesten zich naar haar wenschen schikken. De kennissen
-van Rudolf, die hem trouw kwamen opzoeken, merkten de verandering,
-die niet alleen in het huis maar ook met hem plaats had. Hij was nu
-veel kalmer en minder ziekelijk opgewonden; hij kon uren lang stil
-liggen zonder gejaagd te zijn, zonder te knorren of te kermen.
-
-Hij kreeg geregeld zijn medicijnen en zijn voedsel, hij werd verfrischt
-en opgeknapt, zooals Céline het noemde; hij hoefde nooit machteloos
-te wachten op de vervulling van een wensch en vooral hij had altijd
-gezelschap.
-
-Geen oogenblik kon hij alleen zijn, zelfs niet wanneer Céline aan
-haar huishoudelijke bezigheden was; hij moest haar altijd om zich
-heen hebben. Zelfs wanneer hij met de oogen dicht lag, was het hem
-een troost als zij in de kamer op en neer ging, of stil voor zijn
-rustbed zat te werken.
-
-De dokter kon er niet over uit, zoo'n juweel van een ziekenoppasster
-als mevrouw Telwerda bleek te zijn; die nu ontheven waren van de
-dikwijls niet al te gemakkelijke taak om hem gezelschap te houden,
-roemden haar om strijd.
-
-"Hij had 't eerder moeten doen," zeiden zij.
-
-"Die laatste streek is de verstandigste van zijn leven geweest."
-
-Zooals het meer met zieken gaat, trad na de hevige crisis nu een
-tijdperk in van betrekkelijke stilstand; hij begon beter te slapen
-en te eten, hij was minder lusteloos.
-
-"Verbeeld je, dat ik eens beter werd!" zeide hij eens.
-
-Céline antwoordde niet; zij stond met den rug naar hem toe en voelde,
-dat zij een kleur kreeg: hij herhaalde zijn gezegde.
-
-"Hoe zou je dat vinden?" vroeg hij en zij hoorde aan zijn stem,
-dat hij kregelig werd.
-
-"Ik weet niet, hoe ik 't moet opnemen. Voor mijzelf zou ik God danken,
-maar voor jou was 't misschien vreeselijk, zoo'n koopje."
-
-"Zou je dan, wanneer ik in 't leven bleef,--'t is te gek om van te
-praten--maar als het eens gebeurde, zou je dan mijn vrouw willen
-blijven?"
-
-Zij zag hem aan met haar heldere, blauwe oogen en haar mooien lach.
-
-"Ik, natuurlijk," antwoordde zij oprecht.
-
-Hij keerde het hoofd om en mompelde:
-
-"Es wär' zu schön gewesen."
-
-Van dat oogenblik kwam er iets vreemds tusschen hen; zij
-vermeden elkanders oogen, elkanders aanraking; het prettige,
-kameraadschappelijke, dat na de groote scène hun verhouding had
-gekenmerkt, verdween onwillekeurig, en zonderling, de verandering
-scheen van hem uit te gaan en deelde zich aan haar mede.
-
-Vóór dien tijd hadden zij veel met elkander gesproken;
-hartelijk, eenvoudig vriendelijk, vertelde Céline hem van haar
-familieomstandigheden, van haar lotgevallen in Indië, van haar zorgen,
-haar moedeloosheden. Ook hij haalde oude herinneringen op van de
-Polytechnische school, van zijn ouderlijk huis, van zijn diensttijd.
-
-Al zijn herinneringen waren even zonnig, even gelukkig; de hare
-daarentegen even somber en kleurloos; tot aan zijn ziekte was hij in
-alle opzichten een verwend kind der Fortuin geweest, zij had niets
-anders dan het brood der dienstbaarheid en der verveling gegeten; niets
-anders moeten doen dan aan haar van levenslust en liefde overvloeiend
-hart het stilzwijgen opleggen. Die weerzijdsche confidentiën hadden
-hun goed gedaan, en nader tot elkander gebracht. Maar, nu bleven
-zij plotseling uit, uren lang zaten zij naast elkander en spraken
-slechts het hoognoodige, of iets om maar wat te zeggen; hij kreeg
-weer meer koorts en bleef dikwijls halve nachten wakker liggen,
-nu en dan rondziende met de oogen wijd geopend.
-
-"Zal ik je eens iets voorlezen?" vroeg zij.
-
-"Och! wat zal 't wezen? Daar ligt een heele rommel boeken, mijn
-vrienden hebben mij goed van lectuur voorzien, maar in den laatsten
-tijd had ik geen trek meer."
-
-Céline keek de boeken na; het waren allen òf vakboeken; droog en
-geleerd, òf wel romans van meer dan lichtzinnig allooi.
-
-"Bah, is me dat lectuur voor een zieke!" zeide Céline minachtend.
-
-Hij glimlachte.
-
-"Wil je mij dan vrome boeken voorlezen?"
-
-"Ernstige ten minste," antwoordde zij, "die je op het leven uit de
-hoogte leeren neerzien, die je boven je zelf verheffen... Wat heb je
-aan de beschrijving van die dingen, waarvan je nu toch niet genieten
-kunt? Ze maken je maar wrevelig en opgewonden."
-
-"Je hebt gelijk," hernam hij, "ik kon die prullen ook niet meer
-lezen. Heb je iets beters?"
-
-Zij haalde een boekje voor den dag, dat er oud en versleten uitzag.
-
-"Dit gaf mijn moeder mij bij ons afscheid, en 't heeft me nooit
-verlaten; als ik mij soms te moe of te verlaten voelde, dan sloeg ik
-'t op en las dan steeds iets toepasselijks op mijn toestand. Ik heb
-ook veel, heel veel gelezen, maar altijd kwam ik terug tot het boekje
-van mijn moeder. Dat alleen kon mij kalmeeren en kracht geven; andere
-verbitterden mij maar."
-
-"Laat eens zien!"
-
-Het was Thomas à Kempis; hij lachte een weinig minachtend.
-
-"Ik wilde je juist verzoeken mij uit Heine voor te lezen; die is mij
-het langst trouw gebleven, die wist ook wat het beteekent in volle
-kracht door ziekte neergeworpen niet meer te kunnen leven en genieten,
-wanneer men zoo gaarne nog wil."
-
-"Neen, Heine zal ik je evenmin geven als het vergif, waarom je
-eens vroeg."
-
-"Vergif, daar zal ik je niet meer om vragen, maar mij dorst naar Heine,
-dat is andere, steviger kost dan die water-en-melk kwezelarij van je
-middeleeuwschen monnik."
-
-Hij sloeg het boekje op, maar de letters dansten hem voor de oogen.
-
-"Ik kan niet eens meer lezen," zeide hij met een hartverscheurenden
-glimlach, "ik verleer alles, wat ik met moeite heb aangeleerd; lees
-mij een volzin voor, daar deze, maar niet meer."
-
-Zij las met bevende stem.
-
-"Er is niets zoeter, niets sterker, niets verhevener, niets aangenamer,
-niets volmaakter, noch iets beter in den hemel en op aarde dan de
-liefde, want de liefde is uit God geboren."
-
-Zij zweeg; hij knikte met het hoofd om haar aan te sporen meer te
-lezen en zij ging voort:
-
-"De liefde is iets grootsch en een zeer groot goed, dat alleen datgene,
-wat zwaar is, licht maakt en dat gestadig alle ongestadigheid en
-ongelijk verdraagt, want zij draagt allen last zonder moeite en maakt
-al wat bitter is zoet en aangenaam."
-
-"Dat is waar," fluisterde hij, "heel waar, hij weet het beter dan
-Bourget en Zola en die anderen."
-
-Zijn oogen brandden op haar gelaat en zij sloeg verward den blik neer.
-
-"Ja, hij weet het, lees voort, Céline! Je wist het zeker al lang,
-ik wist het ook, maar ik heb 't nooit zóó begrepen. Wij mannen zijn
-dat ontwend, wij vinden dat goed voor vrouwen of voor haar niet eens
-meer, voor bakvischjes alleen."
-
-Céline was blijde voort te kunnen lezen; een dwaze verlegenheid had
-haar vervuld, haar handen beefden, haar polsen jaagden, en haar wangen
-gloeiden en terwijl zij voortlas nam haar stem een eigenaardigen
-klank aan.
-
-"Vandaag niet meer," zeide hij eensklaps; het zweet parelde op zijn
-voorhoofd, zijn borst ging onrustig op en neer. "'t Kalmeert mij niet,
-integendeel, 't is of een nieuwe wereld voor mij opengaat, waarin
-ik niet kan binnengaan. O, 't is zoo mooi als men zóó het leven
-kan opvatten, hoog op alles neerzien, maar ach! 't is een illusie,
-een droom."
-
-Céline ging stil heen, zij verliet de kamer en hij weerhield haar niet.
-
-Die nacht ging voor Rudolf zeer onrustig en pijnlijk voorbij; hij ijlde
-bijna altijd voort en haspelde allerlei dingen dooreen; 't meest had
-hij het over liefde. De woorden, hem door Céline voorgelezen, waren
-hem in het zieke hoofd blijven hangen en telkens kwam hij er op terug.
-
-Wat hij eigenlijk bedoelde en zeggen wilde, kon zij niet begrijpen;
-toen hij eindelijk insliep was het met haar hand in de zijne.
-
-"Niet weggaan,.... niet weggaan,...." smeekte hij, "heb mij
-lief.... weinig,.... heel weinig maar.--De liefde immers acht niets
-zwaar."
-
-Toen hij den volgenden morgen laat wakker werd en haar aankeek, viel
-'t hem op dat zij er ellendig uitzag, met donkere kringen om de oogen
-en lang uitgetrokken wangen.
-
-"Och! ellendeling, die ik ben, dat ik je zoo lang moet ophouden,"
-steunde hij, "'t was voor je niet om te dragen al bezat je ook dat
-ééne waarover je gisteren las, en nu drukt het op je in volle kracht."
-
-Zij keerde zich haastig om, want zij voelde haar stem stikken en
-haar oogen overloopen van tranen, die zij kost wat kost voor hem
-wilde verbergen.
-
-"Céline," riep hij haar toe, terwijl zij met den rug naar hem gekeerd
-bezig was iets uit de kast te halen, eigenlijk om met haar aandoening
-ongezien te worstelen.
-
-Zij veegde haastig de oogen af en trachtte zoo goed zij kon te
-glimlachen toen zij weer naast zijn bed stond.
-
-"Zei je iets, Ru?" vroeg zij.
-
-"Ik wou je iets zeggen," hij hield zijn hoofd afgewend, "ik heb
-in jaren niet gebeden, maar van nacht heb ik 't gedaan en weet je
-waarvoor? Om spoedig uit mijn lijden verlost te worden!"
-
-"Is 't dan zoo erg?" snikte zij.
-
-"Niet voor mij, neen! Dat komt er niet op aan, een paar weken langer
-of korter, ik ben er aan gewend, maar voor jou! Ik kan je niet zien
-tobben, en denken dat ik er oorzaak van ben!"
-
-Zij bleef doorsnikken.
-
-"Ja, huil maar niet zoo, Céline, 't zal wel afloopen, vroeg of laat en
-denk dan eens wat je een heerlijk lot wacht, vrij passage naar huis,
-alles wat ik bezit is voor jou, en dan pensioen. Hoe prettig kan je
-met je moeder en je gebrekkig zusje leven. Maar je hebt het verdiend,
-je bent zoo goed voor mij geweest, zoo goed, of je mij werkelijk hadt
-getrouwd--uit liefde."
-
-Hij verborg het gelaat in de kussens; zij stond nog altijd bitter te
-schreien; na een poos ging hij voort:
-
-"Je moet later naar mijn zusters gaan, Céline. Ze zullen er van
-opzien, dat ik een weduwe nalaat; maar zij moeten je als een zuster
-behandelen, ik verlang het, en zal haar ook schrijven, dat je mij
-zoo goed, zoo trouw heb opgepast in de laatste dagen."
-
-"Ik doe mijn plicht," stamelde zij, "niets dan mijn plicht, er is
-niets bijzonders in. Ik nam 't op mij."
-
-"Ja, ik weet het, 't is je plicht! Je hebt het op je genomen, 't is
-heel mooi! o zoo mooi! maar er is plicht en plicht doen."
-
-'t Scheen haar toe òf die woorden bitter en spottend klonken; maar met
-den besten wil der wereld kon zij niets antwoorden, al had zij ook
-gewild. Haar hart was tot berstens vol en zij vluchtte naar buiten,
-waar juist de dokter haar in tranen vond.
-
-"Dokter," vroeg zij en nam radeloos zijn handen in de hare, "is er
-niets geen hoop, niets, kan u hem werkelijk niet redden?"
-
-"Arm mevrouwtje! Staat het er zoo mee? Ik zou u kunnen vleien met
-een paar gemeenplaatsen, maar waar dient het voor? Ik heb 't u immers
-zwart op wit gegeven. Er is niet de minste kans op behoud. Alle edele
-deelen zijn aangetast."
-
-"God straft mij," zuchtte zij, "dat ik rekende op zijn dood. Ik,
-die hem nu zou willen redden, ten koste van mijn eigen leven.... ô
-zoo graag."
-
-De dokter schudde het hoofd.
-
-"Wind u niet onnoodig op! Blijf zoo kalm mogelijk, dat is 't eenige
-middel om zijn leed te verzachten en zijn pijn te verlichten!"
-
-De dokter kwam bij de zieke, die met zijn groote, wijdgeopende oogen
-de kamer doorzocht.
-
-"Waar is mijn vrouw?" vroeg hij.
-
-"Ik geloof dat jelui mekaar mooi zenuwachtig maakt. Zij is een heel
-best wijfje, maar dat nachtwaken en verplegen maakt haar prikkelbaar en
-als u haar dan nog opwindt met allerlei noodelooze praatjes, dan komt
-zij er nog heelemaal onder en wordt op slot van rekening zieker dan u."
-
-"Ik heb haar niets gezegd, niets, maar zou u werkelijk denken, dokter,
-dat het haar afmat en afbeult? Dan zou 't beter zijn.... dat.... dat
-ik naar het hospitaal ging."
-
-"Heb je van mijn leven! Nu naar het hospitaal gaan, terwijl je vroeger
-hemel en aarde hebt bewogen om in je eigen huis te blijven. Waarom
-ben je dan getrouwd, was 't dan niet om je een goede oppassing te
-verzekeren?"
-
-"Ja, ja, 't is waar! Zoo moest ik 't beschouwen, maar nu kan ik
-'t niet meer! Ik begrijp mezelf niet, 't is zoo raar in mijn hoofd,
-zoo.... zoo.... donker.... en vreemd. Is dat het einde, dokter?"
-
-"Geen quaestie man! Je hebt weer opnieuw geteekend, hoor! Je pols is
-bepaald sterker."
-
-"Dokter.... zal 't nu nog langer duren, er moet een eind aan komen,
-zoo gauw mogelijk."
-
-"Gekheid! houd je maar kalm! Weet je wat, ik zal je vrouw eens een
-kalmeerend drankje geven en naar bed zenden. Amat kan zoolang wel
-bij je blijven. Zij heeft hoog noodig te rusten."
-
-"Ja, dokter, dat is goed, laat haar slapen."
-
-Maar Céline wilde niet.
-
-"Neen, ik verlaat hem geen oogenblik," verklaarde zij beslist,
-"ik zou 't mij eeuwig verwijten."
-
-"Dan wordt u ziek en moet hem toch alleen laten. Wil u dat liever?"
-
-"O neen, dokter! Ik zal gaan slapen."
-
-
-
-Toen zij na eenige uren verfrischt en meer opgewekt bij den zieke
-terugkwam, schitterden zijn oogen van dankbaarheid en blijdschap;
-hoewel hij dank de rustpoeiers van den dokter zich betrekkelijk kalm
-had gehouden, was de tijd hem eindeloos lang gevallen.
-
-"Gevoelt ge je wat beter?" vroeg hij belangstellend.
-
-Céline hoopte, dat hij haar hand zou drukken of haar een kus vragen,
-maar hij deed het niet; hij zag haar nauwelijks aan.
-
-"Heb je aan den dokter je nood geklaagd," ging hij voort met iets
-wantrouwends in de oogen.
-
-"Wat voor nood?" vroeg zij verbaasd terug.
-
-"Dat ik.... dat ik zoo lastig ben."
-
-"Och Rudolf, hoe kan je zoo iets denken?"
-
-"Ik denk soms hardop, maar ik zal 't niet meer doen, ik ben je veel te
-dankbaar, dat je zoo lief en hartelijk voor mij bent uit plichtgevoel,
-en ik zal mijn best doen je taak niet te verzwaren."
-
-"Maar hoe kom je er aan! Je bent zoo geduldig en volgzaam, dat ik je
-in stilte bewonder."
-
-"Kom, nu houd je me voor den gek! Weet je wat ik meer moest doen? De
-woorden van keizer Frederik ter harte nemen: Lerne leiden ohne klagen."
-
-"O klaag gerust, je hindert mij niet."
-
-Alweer kwam er een onaangename trek op zijn gezicht.
-
-"'t Is heel vriendelijk van je; ik mag die woorden eigenlijk ook niet
-op mij toepasselijk maken. Wat een verschil tusschen keizer Frederik
-en mij! Hoe kostbaar was zijn leven en hoe nietig is 't mijne. O,
-wat heb ik dwaas gehandeld het iemand als een last op te leggen,
-als een plicht."
-
-Alweer scheen Céline met stoutheid geslagen; haar hart en hoofd waren
-vol, maar haar tong weigerde elken dienst. Zij verstonden elkander
-niet meer. Eindelijk bracht zij er met moeite uit:
-
-"Wanneer je wist hoe bitter je mij grieft door altijd hetzelfde
-te herhalen, zou je te goed zijn om die dwaze dingen te zeggen. Ik
-verdien het niet aan je, voor zoover ik weet."
-
-"O neen, je doet je plicht onverbeterlijk."
-
-Hij zweeg een poos en toen zeide hij: "We begrijpen elkander niet
-meer, elk gesprek eindigt in kibbelen en waarlijk, mijn leven is te
-kort om het in zulk onvruchtbaar twisten door te brengen. Wil je mij
-liever wat voorlezen?"
-
-"Heel graag, wat dan? De Locomotief?"
-
-"Neen--dat boekje van gisteren."
-
-Céline las vandaag over onderwerping, over het nut van het lijden, over
-het nietige van al het aardsche, over de hoop op een eindeloos geluk.
-
-"Je hebt gelijk," zeide hij, toen zij ophield, denkende dat hij in
-slaap was gevallen. "Er is toch iets kalmeerends in die eenvoudige
-woorden iets dat nog meer goed doet dan de rustpoeiers van den
-dokter. Vooral wanneer je zoo ziek en zwak bent, kan je er gemakkelijk
-in komen. Vroeger zou ik het femelarij hebben genoemd."
-
-"Toen je gezond, sterk en gelukkig was."
-
-"Gezond en sterk ja, maar gelukkig, ben ik het ooit geweest? Lees
-dat nog eens voor van gisteren, dat was zoo mooi."
-
-Zij gehoorzaamde.
-
-"Ja, liefde is beter dan alles.... zelfs beter dan plicht."
-
-"Soms zijn plicht en liefde één," zeide Céline bijna onhoorbaar;
-hij scheen het niet te verstaan, want hij bleef onbeweeglijk, met
-gesloten oogen liggen.
-
-'t Was dien dag drukkend warm, en hoewel alle ramen openstonden en
-de jaloezieën neerhingen, drong de hitte in de kamer door.
-
-Céline nam een waaier en wuifde hem zachtjes koelte toe.
-
-"O hoe frisch!" mompelde hij, "wat zou ik niet geven om een stuk
-ijs. Mijn tong brandt."
-
-"Ik heb naar Samarang geschreven om ijs," sprak zij.
-
-"Je denkt om alles. Ik dank je! Een mooi ding toch die plicht."
-
-Den volgenden morgen had een hevig onweer de lucht verfrischt; en
-hoewel het eerste gedeelte van den nacht voor Rudolf zeer benauwd
-geweest was, kwam hij evenals de natuur na de hevige uitbarsting tot
-rust en voelde zich 's morgens na eenige uren slaap verkwikt.
-
-Nadat Céline hem gewasschen en gekleed had, voelde hij moed om aan
-haar arm naar de achtergalerij te gaan.
-
-Het gezicht op het ravijn en de vlakte was verrukkelijker dan ooit;
-alles scheen te juichen in nieuwe jeugd en nieuwen glans; achter
-de bergen rees de jonge zon hoopvol en krachtig aan den bleekblauwen
-hemel op, stroomen van schitterend goud werpend op de zee van donker en
-licht groen aan hun voeten, de berg dreef in wazige sluiers, die zijn
-violet blauw nog dieper en krachtiger tegen de lucht deden afsteken. De
-regendroppels zogen met liefde de zonnestralen op en weerspiegelden hun
-glans naar alle zijden, vóórdat zij zich in hun warmte gingen oplossen.
-
-"Hoe heerlijk zoo'n morgen in het gebergte!" en Céline ademde met
-volle teugen de frissche, geurige lucht op in haar gezonde longen.
-
-Hij kuchte even, die fijne atmosfeer deed hem pijn.
-
-"Ja, vroeger vond ik 't ook een paradijs, zoo'n morgen na een onweer
-en nu ik een paar dagen dat niet gezien heb, treft het gezicht mij
-weer in zijn volle pracht en schoonheid, 't is of nooit die stomme
-natuur mij verveeld, geërgerd, zelfs gewalgd heeft."
-
-Hij leunde op de balustrade met de eene hand, de andere rustte op haar
-arm en plotseling, zonder dat zij er op verdacht was, fluisterde hij
-met zonderling klinkende stem:
-
-"Ik zag haar ook nooit met jou! 't Is of alles nu veranderd is,
-of ik alles door andere oogen zie, nu.... nu ik zelf...."
-
-Hij liet zich op een stoel vallen, die naast hem stond.
-
-"Waarom het langer te verzwijgen? Céline, je zult mij gek vinden,
-kinderachtig, dwaas, maar ik kan er niets aan doen, 't is over mij
-gekomen, zonder dat ik 't weet. Ik ben verliefd op je.... ik houd
-van je zoo innig, als ik nooit vermoed had, dat mijn stervend hart
-nog kon liefhebben."
-
-En met een kracht, die zij niet in hem had kunnen vermoeden, trok
-hij haar naar zich toe, sloot haar in zijn armen en overlaadde haar
-met kussen.
-
-"Had je zoo iets kunnen vermoeden, zoo iets onnatuurlijks, zoo iets
-krankzinnigs op mijn sterfbed, maar 't is me duidelijk geworden,
-gisteren, toen ik het niet kon uithouden zonder je om mij heen te zien,
-zonder je te hooren.... 't is onzinnig dat ik het je zeg, maar 't is
-alles zoo zonderling.... lach mij niet uit.... heb geduld met mij...."
-
-"Rudolf, Rudolf," snikte zij, "o Rudolf!"
-
-"Wat is er, Céline, doe ik je schrikken? Och, verdraag die laatste
-gril van mij! O, als ik leven mocht, als ik de man was van vroeger,
-wees verzekerd ik zou je leeren mij ook lief te hebben, ik zou je
-gelukkig maken."
-
-"Ach! heb je dan niet gevoeld, wat mij dezer dagen soms zoo ellendig
-maakte? Wanneer je altijd sprak van plicht en van.... die belooning,
-waarvoor ik het gedaan heb.... terwijl mijn heele ziel vervuld was
-van één enkel groot gevoel...."
-
-"Wat zeg je, Céline! Begrijp ik je goed? Zeg je dat uit toegevendheid,
-om mij te vleien?"
-
-"O neen, Rudolf! neen! Ik durfde het je niet laten merken, maar nu,
-o God, ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig, als ik nooit had gedacht
-dat ik 't worden zou--o je moet beter worden, je zult het. God is
-zoo goed, niet waar Rudolf, wij zullen samen bidden, vol vertrouwen
-als kinderen.... o mijn lieve, beste man, ik wil niets liever dan
-alles voor je doen, niet uit plicht, maar omdat ik zoo zielsveel,
-zoo innig van je houd, meer dan ik ooit van iemand heb gehouden in
-mijn lange leven. Ik wil je niet verliezen, ik wil niet."
-
-En zij drukte zijn hoofd aan haar hart, en streelde en kuste hem
-hartstochtelijk op het haar, op de oogen, zonder dat zij merkte hoe
-bleek hij geworden was en hoe machteloos hij tegen haar aanleunde.
-
-"O, ik heb hem gedood," gilde zij ontzet, toen zij het bemerkte,
-"mijn opgewondenheid is er oorzaak van."
-
-Zij vloog heen om eau de cologne te halen en vlugzout; toen bette
-zij zijn slapen en polsen, totdat hij eindelijk de oogen opende en
-haar aanzag met een moeden glimlach, die zijn loodbleek gelaat als
-het ware verheerlijkte.
-
-"Mijn engel, mijn lieveling!" zeide hij mat, "'t is het groote geluk
-van het leven dat in onze harten stroomt, hoe jammer--te laat!"
-
-"Neen, niet te laat!" zeide zij vast beraden. "Ik laat mij je niet
-ontrooven."
-
-Treurig schudde hij het hoofd.
-
-"Waarom onszelf bedriegen? Wij weten het te goed. Er is niets veranderd
-in mij. De ziekte woedt voort, maar het leven glimlacht mij nog
-eens vriendelijk toe. Ik weet niet òf het wreed is, òf barmhartig,
-maar o, Céline, ik heb zoo bitter geleden de laatste dagen, toen ik
-je liefhad zonder hoon. Nu heb ik weer moed, nu kan ik alles dragen,
-want jij draagt nu met mij mede. 't Doet me zelfs geen verdriet meer
-je zorgen aan te nemen, nu ik weet dat je het doet uit liefde."
-
-"Ach Rudolf, hadden wij elkander eer gekend."
-
-Hij glimlachte treurig.
-
-"'t Had niets gegeven, Céline; ik heb altijd met liefde gespot en
-gelachen om hem, die zich liet vangen, zooals ik het noemde en nu
-word ik voor mijn cynisme gestraft."
-
-"Maar je leven rekken, dat kan ik nog wel, o, zoo leven is nog een
-genot vergeleken bij.... bij...."
-
-Zij liet het hoofd op zijn handen rusten en schreide wanhopend,
-als ééne, die geen hoop meer heeft.
-
-"Céline, ik bid je, heb medelijden met mij," smeekte hij met half
-gebroken stem.
-
-Zij sprong op en poogde door een krachtige poging de uitbarsting van
-haar verdriet te onderdrukken.
-
-"Je moet sterk zijn," zeide hij, terwijl groote tranen langs zijn
-ingevallen wangen stroomden, "voor jezelf en voor mij. Wat een
-wonderlijke liefde! Een liefde van tranen en zuchten, wie had
-'t verwacht...."
-
-"Ja, je hebt gelijk, lieve man! Ik zal mijn best doen, mijn uiterste
-best, ik wil sterk zijn. Ik wil onze liefde zoo mooi, zoo heerlijk
-mogelijk maken."
-
-"Ja, doe het, 't zal zoo'n schat voor je zijn, want jou blijft ten
-minste de herinnering."
-
-Zij drukte sprakeloos zijn handen.
-
-"En mij de hoop.... op.... wederzien... want ik hoop het nu, ik wil
-het hopen,... de liefde sterft niet."
-
-
-
-De dagen, die nu voor Rudolf en Céline volgden, waren vol zoeten
-weemoed en droevig geluk, vol hopen en vreezen, vol angst en toch
-weer vol kalmte.
-
-Zij werden niet moede elkander aan te zien, elkander te liefkoozen,
-alles voor elkander te zijn zooveel mogelijk ieder oogenblik te
-genieten, altijd vreezende dat het 't laatste zou blijken.
-
-Na dien dag, toen hun harten zich hadden uitgesproken, vertoonde zich
-een werkelijke beterschap bij den zieken; de nachten werden rustiger,
-de hoest verminderde, zijn eetlust werd beter, hij scheen opgeruimd,
-gelukkig.
-
-"Onze wittebroodsweken, vrouwtje! Verbeeld je, dat wij die eens konden
-overdoen, in Italië, aan het meer van Como of in Zwitserland: want
-waarlijk, zoodra ik iets beter ben, vraag ik verlof, je zult zien, de
-zeereis zal mij heel opknappen en wij stappen in Genua uit, dan reizen
-wij heel, heel langzaam naar Holland; dat zou toch grappig zijn, als ik
-'t op die manier won, en dan getrouwd was, zonder het te bedoelen."
-
-"Zij zullen je beklagen? Neen, mij benijden; ik heb gisteren Van
-Velden geschreven en hem en Elise bedankt, dat ze mij zoo'n vrouwtje
-bezorgden, zoo'n juweeltje."
-
-"Je moet me niet trotsch maken."
-
-"Dat moet ik juist wel, dat mankeert je alleen, een beetje
-zelfvertrouwen. Je bent gedeprimeerd door die lange dienstbaarheid,
-dat zorgen en werken voor je onderhoud. Arm kind! kon ik je maar doen
-opleven in een atmosfeer van weelde en geluk."
-
-"Dat heb ik nu," zeide zij hem teeder aanziende.
-
-"Met een zieken man! Maar waarlijk, ik geloof zeker; dat het nog niet
-zoo erg met mij is. Als ik toch denk hoe vol levenslust ik nu ben in
-vergelijking met een maand geleden. Toen was alles mij onverschillig,
-leven of dood; maar nu kan ik weer zoo echt menschelijk voelen en
-van harte hopen. Die verandering heb ik geheel alleen aan mijn vrouw
-te danken."
-
-En een volgenden keer vroeg hij:
-
-"Vind je werkelijk niet dat ik er beter uitzie?"
-
-"Ja zeker," antwoordde zij met overtuiging, haar best doende te
-gelooven, wat zij hoopte, al viel 't haar soms ongeloofelijk zwaar.
-
-"Ik heb van nacht best geslapen en maar vier keer gehoest."
-
-"Neen, driemaal, ik weet het zeker. Heb je nog pijn in je zij?"
-
-"O, 't is veel minder, soms nu en dan een steek, 't lijkt er niets
-naar bij vroeger."
-
-Hij trachtte voetje voor voetje met haar door de voor- of achtergalerij
-te wandelen; dikwijls moest hij stilhouden en hijgend stilstaan.
-
-"'t Gaat toch beter dan gisteren," hield hij vol, "wat een verschil
-met toen je hier voor 't eerst kwam. Weet je nog, hoe ik toen waggelde,
-wat dacht je toen wel?"
-
-"Kon ik hem maar beter maken!"
-
-"Dacht je dat toen werkelijk?"
-
-"Ja, maar ik durfde het eigenlijk niet hopen, want ik meende, dat je
-het vreeselijk zou vinden dan aan mij vastgeklonken te zijn."
-
-"En nu?"
-
-"O nu zou ik niets liever willen dan samen onze gouden bruiloft
-vieren."
-
-"O vrouwtje vraag niet te veel. De koperen of zelfs de blikken was
-al mooi genoeg."
-
-"Niet genoeg voor mij."
-
-Het was een genot voor Céline, eindelijk alle schatten van haar
-liefdevol hart te kunnen uitstorten, na ze zoo lang met grendel en
-slot te hebben afgesloten; zij had Rudolf lief met alle kracht en
-gloed eener eerste liefde; hij voelde het en die warmte deed hem goed,
-en schonk aan zijn eigen hart een tweede jeugd.
-
-Eigenlijk had ook hij nooit bemind; nu eerst, nu hij de reine, sterke
-liefde eener edele vrouw gevoelde en ze zelf terug kon geven, begreep
-hij hoe onwaardig en laag het gevoel was geweest, dat hij tot nu toe
-voor vrouwen ondervonden had.
-
-"Maar 't is te laat, te laat," dacht hij in zijn sombere oogenblikken,
-om even later weer op te leven onder haar liefkoozingen zijn oogen
-te verheugen aan haar gestalte, die hem hoe langer hoe lieftalliger,
-hoe bekoorlijker voorkwam.
-
-"Wat staat die sarong-kabaja je goed," zeide hij haar bewonderend
-aanziende, "ik heb nooit een Europeesche vrouw gezien, wie 't zoo
-goed kleedde."
-
-Zij bloosde onder zijn lof en schikte haar pending (ceintuur) recht.
-
-"Wanneer ik beter ben, dan zal ik met je naar Samarang gaan en de
-beste modiste moet je kleeden. Je mag het zoo duur nemen, als je wilt,
-wanneer het maar elegant is."
-
-"Och, ik geef zoo weinig om mijn toilet!" antwoordde zij glimlachend.
-
-"Ook niet, als het je man plezier doet, als hij zijn oogen te gast
-wil laten gaan aan zijn mooi vrouwtje."
-
-"Mooi vrouwtje, dat is ook iets nieuws."
-
-"Is niet alles nieuw wat je nu voelt en hoort!.... Maar wacht, ik
-heb een idee! Domoor, dat ik er niet eer om dacht!"
-
-Hij vroeg zijn schrijfgereedschap en schreef een brief, dien hij op de
-plaats liet bezorgen, aan een zijner kennissen. Céline dacht er niet
-verder aan; een paar dagen later kwam die heer met Rudolf spreken en
-toen hij weg was, riep hij haar bij zich.
-
-"Zie eens hier!" zeide hij en reikte haar een étui over.
-
-"O," riep zij verschrikt uit, nadat zij werktuigelijk het deksel
-had opengeslagen.
-
-Het vonkelde tegen haar in duizend kleuren, de diamanten van een
-prachtige parure.
-
-"Rudolf! Is dat voor mij? 't is te mooi, veel te mooi en te kostbaar."
-
-"Niets kan te mooi en te kostbaar zijn voor mijn vrouw. Ik ben zoo
-lomp geweest je niet eens een huwelijkscadeau te geven.... bewaar
-dit als een aandenken van mij.... wat er ook gebeure."
-
-Zij had moeite haar tranen te onderdrukken.
-
-"Niet huilen, niet huilen! Anders denk ik dat je weer den moed opgeeft
-en dat mag niet, ik wil en zal beter worden. Geef mij liever een zoen."
-
-Zij kuste hem lang en innig, en hij drukte haar zoo vast tegen zich
-aan, dat het haar benauwde.
-
-"Nu moet je mij een plezier doen, wil je," zeide hij en trachtte een
-schertsenden toon aan te slaan om zijn eigen aandoening te verbergen,
-"trek je japonnetje aan, ik zal maar zeggen je bruidstoilet, me dunkt
-dat zag er nog al lief uit, en steek er die dingen op, dan zie ik je
-voor het eerst in groot ornaat."
-
-Céline liep gauw weg en kwam gekleed terug; zij zag er werkelijk
-allerliefst uit, blozend van geluk en vreugde.
-
-"Wat staat je dat goed, nu ben je een echt bruidje! Ga daar zitten,
-dan kan ik je goed zien. Wie heeft dat kleedje voor je gemaakt?"
-
-"Ik zelf," antwoordde zij, "wie anders!"
-
-"Wat een knap ding, wat vlugge vingers.
-
-Maar 't is je laatste kunststuk in dit genre, vrouw! Voortaan laat
-je al je kostumes maken. Mevrouw Telwerda moet naar haar stand
-gekleed gaan."
-
-Hij was zoo opgeruimd, zoo vroolijk, dat het zelfs den dokter, die zijn
-dagelijksch bezoek bracht, opviel. Céline wilde haar sieraden afdoen.
-
-Hij verbood het haar.
-
-"Neen, neen, de dokter mag je wel zien op zijn mooist. Wat zegt u,
-dokter, heb ik geen beeld van een vrouw?"
-
-"Ik maak u mijn compliment, mevrouw! U ziet er flink uit en die parure
-flatteert u bepaald."
-
-Toen zij hem uitliet vroeg Céline aarzelend en met angstig kloppend
-hart:
-
-"Dokter, vindt u waarlijk niet dat hij vóóruitgaat?"
-
-"Ik weet het niet, mevrouw," antwoordde hij, want hij vond niets
-beters.
-
-"Als u 't niet weet, wie moet het dan weten?" zeide zij knorrig,
-"ik vind wel dat hij op weg is van beterschap."
-
-"Ik hoop dat u gelijk heeft, mevrouw!"
-
-Zij zag hem strak in de oogen en plotseling ontviel haar alle moed;
-zij begreep, dat de man niets liever wenschte dan haar gerust te
-kunnen stellen, maar hij mocht, hij kon niet.
-
-Een doffe zwaarte viel op haar hart, het was of de dag zijn zon, de
-boomen hun groen verloren, of over alles een wolk van zwart neerzonk
-en met loodzware stappen keerde zij naar den zieke terug.
-
-Toevallig kwam zij langs een spiegel en zag zichzelf in haar wit met
-kant gegarneerd kostuum, flonkerend van juweelen, aan hals, ooren en
-armen; rillend wendde zij den blik af, en 't was of een ander zichzelf
-haar te gemoet trad geheel in rouw gehuld.
-
-"Wat zei de dokter? Hoe vond hij me?" vroeg Rudolf nieuwsgierig toen
-zij terugkwam.
-
-"O zoo goed, veel beter," antwoordde zij en zij vond dat haar stem
-vreemd klonk als sprak een ander; hij scheen het niet te merken.
-
-"Zie je wel? Ik kan 't wel voelen; o ik vergis me niet, ik ken mijn
-oude machine zoo goed. Vrouwtje, vrouwtje, je bent zoo gauw niet af
-van mij, maar je zult zien, wat ik een goede man zal worden, geen
-brombeer, geen lastige keukenpiet."
-
-Zij trachtte te glimlachen, maar zij voelde hoe haar hart het
-uitschreeuwde in wanhoop, hoe al haar hoop wegsmolt in onzichtbare
-tranen vol bitterheid.
-
-"Kom naast mij zitten, zie hoe heerlijk de zon ondergaat!"
-
-Ja, heerlijk ging de zon onder in een glans van smaragden, robijnen en
-amethysten, en op de korte schemering volgde een avond van maneglans,
-zooals men slechts tusschen de keerkringen genieten kan.
-
-Rudolf en Céline zaten doodstil naast elkander hand in hand; hij
-sluimerde even in. Toen hij zijn oogen weer opende baadde geheel
-het panorama aan hun voeten in een zilveren gloed; hoog aan den
-hemel zweefde de maan, in haar geelwitte schittering een kleine zon
-gelijk. Overal drongen haar stralen door in het ravijn, tusschen het
-dikke geboomte, overal verzachte zij de overgangen, overal temperde zij
-den vaak te schrillen kleurenrijkdom, over alles wierp zij een sluier
-van diamanten vonken, vol zoete poëzie. De geheele achtergalerij scheen
-met kantwerk overdekt, zoo speelden het dartele licht door de slingers
-en de bladeren van het klimop, dat zich tusschen de kolommen wiegde;
-een bloeiende kamoening of sokkaboom zond haar zoete geuren omhoog,
-in de verte klonken de eentonige, maar in deze omgeving zoo geheel
-harmonische klanken van de gamelan en verleenden aan de rustige stilte
-een soort van wijding, die er de plechtigheid van verhoogde.
-
-"O Céline, wat een nacht om te beminnen en bemind te worden."
-
-En hij drukte haar hand vast in de zijne. Zij moest zich geweld
-aandoen kalm te blijven, zij wilde hem niet opwinden, maar zij had
-er behoefte aan hem nog eens te zeggen, nog eens door liefkoozingen
-te doen voelen, hoe vurig zij hem liefhad, hoe geheel haar ziel in
-opstand kwam tegen het wreede vonnis hem te moeten missen en zij gaf
-hem zijn druk nog hartelijker terug.
-
-"Mijn liefste vrouw, onwillekeurig denk ik aan die heerlijke tweespraak
-uit Shakespeare, van Lorenzo en Jessica, in de Merchant of Venice:
-
-"Het was in zulk een nacht...." zoo gaat het dan in afwisselende rei:
-
-"De maan is de beschermster der geliefden, dus ook van ons."
-
-"Ik houd zooveel van den Indischen nacht," antwoordde Céline, "veel
-meer dan van den dag, die is te benauwd, te stoffig; maar is het je
-niet te koel, beste man? Zal ik niet het licht aansteken, en zullen
-wij dan Shakespeare nalezen?"
-
-"O neen! zoo te zitten is het schoonste gedicht; ik gevoel me zoo
-gelukkig, zoo goed, zoo kalm als in lang niet. Wat valt die maan
-mooi op je juweelen en op je handen! 't Is of je een prinses bent,
-een fee, die haar tooverland verlaten heeft om mij armen zieke te
-komen troosten en genezen."
-
-Hij zag haar teeder aan en zij trilde van blijdschap en stille vreugde
-onder zijn bewonderende blik. Nooit had iemand haar met zulk een
-vereering aangezien, nooit had zij gevoeld dat zij de zon was van
-een bestaan, het middelpunt van een leven. Zijn liefde, die, voor
-'t laatst, het verzwakte, afgebeulde hart deed opleven, bleef zacht,
-droefgeestig, diep en innig, maar de hare, waarvan zij ten volle
-voelde, dat het voorwerp haar spoedig ontscheurd zou worden, was
-hartstochtelijk, sterk, vurig; zij moest zich onophoudelijk tot kalmte
-en matiging aansporen. Dit maakte haar misschien meer teruggehouden
-maar schonk haar een reine schuchterheid, die hem steeds meer en meer
-aantrok en boeide.
-
-"Wat kan een mensch veranderen," zeide hij na poos, "vroeger haatte ik
-het huwelijk, ik noemde het een ondragelijke slavernij, een drukkend
-juk, ik begreep niet hoe menschen het zich konden opleggen. En nu
-schijnt mij een leven zoo met zijn tweeën een ideaal van geluk toe,
-en wat denk jij, Céline?"
-
-"Ik zal het je bekennen, Rudolf, ik had een groote illusie en die heb
-ik zoo lang mogelijk veilig gedragen tusschen vele teleurstellingen,
-ik heb ze beschut tegen spot en minachting, die vooral hier op Java
-zoo welig groeien."
-
-"Ja, en die zooveel wat goed in mij was hebben gedood; ja ik ken ze,
-Céline, en die illusie was?....
-
-"Het huwelijksleven met een man, die mij liefhad en wien ik ook mijn
-liefde kon geven, het ideaal van Vondel's Badeloch:
-
-
- Twee zielen gloênd aaneengesmeed,
- Of vastgeschakeld en verbonden
- In lief en leed....
-
-
-Naar dat leven heb ik gesmacht, daarom heb ik dagelijks gebeden!"
-
-"En zie je ze nu werkelijkheid worden, die illusie? Ben ik in staat
-ze te vervullen?"
-
-Zij drukte zijn handen aan haar lippen.
-
-"Je bent mijn ideaal, mijn koning, op wien ik levenslang heb gewacht,
-wier slavin ik trotsch ben te zijn."
-
-Haar stem stierf weg in een snik en inwendig zuchtte zij:
-
-"O, 't is te wreed, veel te wreed. Ik wil, ik kan hem niet verliezen."
-
-"Hoe vreemd vonden wij elkaar toch! Hoe zal ik deze ziekte danken,
-die mij het geluk van mijn leven schonk. Je hebt gelijk, God is
-goed. Hij weet alles beter dan wij."
-
-En na een oogenblik:
-
-"Vrouwtje, verbeeld je eens als wij niet altijd met ons beiden bleven,
-als er eenmaal jong leven om ons heen spruitte? O, wat zal je een
-lief moedertje zijn en ik een indrukwekkende, strenge vader! Vroeger
-zou ik 't idee belachelijk hebben gevonden, maar nu! nu vind ik het
-een geluk. Dat doet alles de liefde, die tooverfee."
-
-Daar sneed een akelig, scherp geluid door de zilverblauwe lucht, den
-schitterenden hemel bekrassend en ontsierend. Rudolf hoorde het niet,
-maar Céline kromp rillend ineen. Zij wist dat het de kreet was van
-een nachtvogel, die volgens de bijgeloovige Javanen, de nabijheid
-van den dood voorspelt.
-
-Tot driemaal herhaalde zich de ongelukskreet en toen voelde Céline
-een kille huivering, iets als de nabijheid van een onzichtbaren,
-vreeselijken gast.
-
-Zij keek om, neen, het waren dezelfde bleeke stralen der maan, maar
-alles scheen haar nu spookachtig, geheimzinnig, dreigend toe. De
-bladeren ritselden angstig, het water in de rivier stroomde haastig
-bruisend als vluchtend weg, de gamelan verstomde en zelfs de krekels
-staakte hun gezang.
-
-Zij zag naar haar man, maar zijn hoofd lag nog even rustig en kalm als
-daareven tegen haar schouder; alleen gaf het verheerlijkende licht
-der maan aan zijn uitgeteerd gelaat een schoonheid van majesteit,
-welke zij tot nog toe slechts op de aangezichten van dooden had gezien.
-
-Zij streelde hem langs zijn in den laatsten tijd sterk vergrijsde
-haren en kuste zijn voorhoofd. Goddank, het was nog warm, de slapen
-klopten regelmatig.
-
-"Mijn lieveling!" zeide hij en sloeg de oogen op. Zij herademde, hoe
-dwaas zich zoo angstig te maken; was alles dan niet ijdele vrees, hij
-voelde zich beter, de dokter kon zich vergissen; 't is de eerste keer
-niet, dat geleerder en wijzer mannen dan hij zich in den aard eener
-ziekte bedriegen, en die vogel, hoe belachelijk daaraan te hechten.
-
-"Kom, je moet naar de couchee, manneke, 't is laat genoeg, en dan
-maakt vrouwtje voor je een kop bouillon klaar met een stuk kip en wat
-petits pois en dan gaat men rustig slapen, om morgen lekker frisch
-op te staan."
-
-"Kan ik hier niet blijven vrouwtje, 't is hier zoo goed, ik geloof
-dat ik zoo heerlijk zal droomen."
-
-"Neen, je moet niet zoo ongeregeld doen, als je beter wilt worden
-voor je arme vrouw. Geef mij je arm maar!"
-
-"Zullen wij eerst wat in den tuin wandelen in den maneschijn?"
-
-"Zal het je niet vermoeien?"
-
-"O neen!"
-
-Hij richtte zich op, maar plotseling viel hij weer terug in den
-leuningstoel.
-
-"Daar breekt iets," hoorde Céline hem zeggen, en nog voor dat zij
-'t wist stroomde een golf van bloed over haar wit japonnetje, waarop
-hij zooeven nog met zooveel trots had neergezien.
-
-
-
-De volgende morgen vond Céline nog steeds in haar met bloed bevlekt
-bruidskleed, de diamanten om armen en hals. Zij dacht aan niets anders
-meer dan aan haar doodzieken, nog steeds bewusteloozen man. Hij was
-nog niet bij kennis geweest, maar den geheelen nacht hadden hevige
-benauwdheden, hoesten en bloedspuwingen elkander afgewisseld.
-
-De dokter was niet op de plaats en kon eerst laat in den morgen terug
-zijn; wat zij vermocht deed Céline, zij had geen tijd tot treuren,
-geen tijd tot nagedachte, geen tijd zelfs tot vreezen.
-
-Tegen acht uur glimde een straal van bewustzijn in de verdoofde oogen.
-
-"Vrouw," fluisterde hij en iets als een schaduw van een glimlach
-speelde hem op de lippen; met moeite bewoog hij even de hand om op
-haar bevlekt kleed en parure te wijzen.
-
-Nu eerst zag Céline de wreede tegenstelling en plotseling was het
-of een stroom van wanhoop zich een weg baande door een dam van
-wezenloosheid en zelfvergetelheid; zij zag hem aan met een half
-waanzinnigen blik en toen staarde zij met afschuw en walging naar haar
-besmeurden opschik en zij vluchtte weg uit de kamer. Instinctmatig
-snelde zij heen, zoo ver mogelijk, tot zij in de logeerkamer der
-bijgebouwen zich in veiligheid waande en daar zich radeloos op den
-grond wierp.
-
-"O God! laat mij ook sterven, ik kan hem, niet overleven," jammerde
-zij, vergeefs worstelend om tranen; "ik kan 't niet langer dragen,
-ik kan 't niet aanzien."
-
-Eindelijk gaf haar smart zich lucht in een bitter, niet te bedaren
-gesnik, zij voelde zich machteloos, 't was of alles in haar zich
-oploste in tranen en zuchten. Hoe lang zij daar lag, wist zij niet
-te berekenen; zij had een gevoel of zij daar altijd moest blijven,
-altijd door schreien tot haar leven wegstroomde met haar laatsten
-traan, haar laatsten kreet van pijn.
-
-Een hand greep haar aan den schouder, een ernstige stem riep haar:
-
-"Mevrouw, mevrouw!"
-
-Zij verroerde zich niet, zij bleef onbeweeglijk met haar hoofd op de
-armen gedrukt.
-
-"Mevrouw, mevrouw! Hij heeft u noodig. Rudolf roept om u!"
-
-Toen sprong zij op en zag met haar verwilderd gelaat, waarom verwarde
-haren hingen, den dokter aan alsof zij hem niet herkende.
-
-"Mevrouw, u moet zich staande houden voor dien korten tijd."
-
-"Ik kan niet meer," antwoordde zij dof, "ik wil ook sterven, dokter!"
-
-"Neen, mevrouw, geen noodelooze opwinding! Sta op, ga u verkleeden;
-zoolang er leven is, is er immers nog hoop!"
-
-Voor 't eerst sprak hij in haar tegenwoordigheid het woord "hoop"
-uit. 't Kostte hem moeite, want nooit was 't zoo slecht op zijn
-plaats geweest. Zij zag hem aan of zij niets verstond; toen sprong
-zij eensklaps op, bond haar haren hoog, rukte haar sieraden af en
-ging zwijgend heen: de dokter keerde naar den zieke terug, die met
-gesloten oogen, wasbleek en afgemat, in de hooge kussens leunde.
-
-"Céline," zeide hij haast onhoorbaar.
-
-"Zij komt dadelijk," antwoordde de dokter.
-
-Rudolf knikte met het hoofd; een oogenblik later, toen zij er nog
-niet was, keek hij nog eens rond maar zonder iets te zeggen.
-
-Eindelijk verscheen zij, bijna even bleek als hij, maar verfrischt
-en verkleed in sarong en kabaya; zij boog zich liefkoozend over hem
-en vroeg of 't beter ging.
-
-"Wat een verschil met gisteren, ik heb toch niets onvoorzichtigs
-gedaan," lispelde hij, "wel dokter?"
-
-"'t Is de ziekte," antwoordde de dokter, "het moet eerst erger worden
-om te kunnen beteren."
-
-Hij schudde het hoofd en glimlachte droevig.
-
-"Neen, 't is het begin van het einde. Blijf bij mij, Céline; laat
-mij niet meer alleen!"
-
-"Neen, nooit meer!" verzekerde zij en kuste hem de moede oogen toe.
-
-Hij hield haar hand in de zijne en drukte die tegen zijn wangen. Céline
-zag vragend den dokter aan, hij begreep die stomme vraag en haalde
-de schouders op.
-
-"Van avond kom ik terug," sprak hij afscheid nemend, "en breng u ook
-droppels mede, mevrouwtje!"
-
-"O dokter, 't zal wel moeten gaan zonder droppels."
-
-Hij bleef dien dag buitengewoon mat en stil; nu en dan alleen
-verscheurde een droge, benauwde kuch zijn borst.
-
-Tegen den avond ontwaakte hij uit zijn dommeling en sprak bij
-tusschenpoozen.
-
-"Wat een kort geluk, Céline, wat een korte liefde, nog geen twee
-maanden."
-
-Zij fluisterde hem toe:
-
-"En toch is die liefde sterker dan de dood."
-
-Wijd opende hij zijn oogen.
-
-"Ja, je hebt gelijk, een eeuwigheid is niet te lang om elkander zoo
-te beminnen. Niet vaarwel, tot wederzien!"
-
-Toen hij haar weer zag schreien.
-
-"Onze hoop sterft niet.... wees gerust! Je bent mijn laatste
-zonnestraal, mijn laatste--misschien mijn eenig geluk geweest
-dat ik niet verdiende. Laten wij ons vastklampen aan de hoop op
-wedervinden...."
-
-En na eenige oogenblikken:
-
-"Ik dank je voor alles, Céline.... alles heb ik je te danken zelfs
-die hoop!.... Je hebt mij beter gemaakt dan ik was... je gaf mij
-nieuw leven.... zooveel goeds was in mij gestorven.... je hebt het
-weer opgewekt... weer doen bloeien... ik dank je.... ik dank je...."
-
-Hij kuste haar handen lang en innig.
-
-"Groet je.... onze moeder en ons beider zusters.... je moet naar
-Holland gaan en.... laat mijn herinnering toch geen beletsel zijn
-voor je geluk."
-
-"O neen.... neen! Je blijft mijn man, mijn bruidegom in
-eeuwigheid. Laat mij dien troost, Rudolf!"
-
-Hij zweeg, altijd haar handen in de zijne gedrukt.
-
-"Ik wil leven voor zieken en ongelukkigen tot het oogenblik dat
-ik zelf...."
-
-"Beloof niets, vrouw. Wij hebben het aan ons zelf gezien, hoe weinig
-men meester is van zijn toekomstige gevoelens en gedachten. Zelfs in
-het gezicht van den dood!"
-
-
-
-Twee maanden nadat Céline Samarang verlaten had met geen ander gevoel
-in haar hart, dan dat zij alweer een nieuwe betrekking ging aanvaarden,
-naar zij hoopte haar laatste, kwam zij bij haar vriendin mevrouw Van
-Velden terug in zware rouwkleeren, een schaduw van haar vroeger zelf,
-een gebogen, geknakte, doodsbedroefde weduwe.
-
-"Arme, arme Line," zeide Elise, nadat zij elkander lang sprakeloos
-hadden omhelsd, "wie had zoo iets kunnen denken? Als ik dat geweten
-had!"
-
-"Ach, Lise, ik ben je zoo dankbaar, zoo innig dankbaar, je hebt
-mij zoo'n kostbare herinnering gegeven, mijn leven verwijd, mijn
-hart opengezet. O, wat ben ik veranderd en als je wist hoe lief mij
-zelfs mijn smart geworden is, daar ik ze aan hem dank! Hoe ze mijn
-kostbaarste schat blijft."
-
-"Niemand zal 't gelooven," snikte Lise, "zelfs mijn man niet," dacht
-zij, "en toch kan ik er goed inkomen," voegde zij er hardop bij.
-
-"Ja jij, maar ook niemand anders, daarom zal ik mijn verdriet ook
-niemand vertoonen, ik zal het verbergen, zooveel ik kan."
-
-"En wat zijn je plannen nu?"
-
-"Naar Holland gaan! Hij verlangde het, al valt het mij hard zijn graf
-te verlaten, maar hij is altijd om mij, ik voel het! Daar zal ik rust
-hebben, daar zal ik vrij aan hem kunnen denken, terwijl hier...."
-
-Om de zoogenaamde kletstafel in de societeit werd er ook gesproken
-over den dood van Telwerda, over de promotie, daardoor ontstaan en
-een die het wist, vertelde:
-
-"Verbeeld je, hij is getrouwd in extremis met een meisje dat hij
-nooit gezien had, om zijn pensioen niet weg te werpen."
-
-"Wanneer?"
-
-"Een week of zes, zeven geleden."
-
-"Nu, die heeft dan ook geboft, zoo gauw pensioen verdiend!"
-
-"En vrij passage naar Europa."
-
-"Zoo vlug, dat kunnen wij niet in dit lamlendig land! Sapada, sopie
-sama pait!" [2]
-
-
-
-
-
-
-
-VACANTIE.
-
-
-I.
-
-
-Een sombere hemel grauwt over de woeste zee,--groote wolkenmassa's
-woelen dooreen, soms met geweld zich losscheurend om vlakken blauw,
-een enkele keer zelfs een rossig zonnelicht door te laten--maar
-verder alles even dof, grijs niets dan grijs voortschuivend. De
-golven slaan driftig tegen de massa's zwart graniet, verbrokkeld,
-verstrooid tusschen de branding liggend. Sissend en bruisend werpen
-zij haar schuim tegen hen aan, als zochten zij een voorwerp om
-haar onredelijken toorn tegen te koelen; wit glanzen de meeuwen af,
-in hun vlucht tegen den valen achtergrond, hun doordringende kreten
-vermengen zich met het gedruisch der baren. Het is geen storm, niets
-dan een van die woeste, sombere dagen, welke in Augustus reeds den
-naderenden herfst voorspellen.
-
-De stoomboot maakt haar dagelijksche rondvaart; onverschillig of de
-zon zich koninklijke gastvrouw toont op dit gebied der zee, waar zij
-oppermachtig heerscht en van haar gunst alles afhankelijk maakt,
-of dat zij boos en grillig zich achter de wolken verschuilt, de
-"Columban" mag zich niet storen aan haar nukken; dagelijks volbrengt
-zij haar tocht langs de eilanden, naar Jona en Staffa, en voert de
-gasten trouw langs de waterwegen, die zij moeten hebben betreden,
-willen zij hun plicht van tourist gewetensvol vervullen.
-
-De gedrukte stemming van zee, zon en lucht deelt zich onwillekeurig
-mede aan de niet zeer talrijke passagiers. Eenigen wandelden op het
-dek der salonboot--die eigenlijk niet anders is dan een drijvend hotel
-van den eersten rang,--op en neer: zij praten over het weer natuurlijk,
-dat zich gisteren zoo prachtig liet aanzien en vandaag zoo trouweloos
-in zijn beloften bleek--over de kansen van het opklaren--en toen over
-alles wat men in de laatste dagen had gezien en in de volgende nog
-hoopte te zien.
-
-Een paar dames schenen nog erger onder den invloed van de afwezigheid
-der zon; zij zaten stil bij elkander, bang door een enkele beweging het
-altijd dreigende monster der zeeziekte gelegenheid te geven haar aan te
-vallen; zakdoeken nat van eau de cologne werden telkens naar den neus
-gebracht, die in zijn naasten omtrek al vrij bleek dreigde te worden.
-
-Opgewektheid, levenslust, belangstelling in de grootsche omgeving
-ontbraken geheel; de stoffelijke eischen en behoeften van het lichaam
-overheerschten geheel de wenschen van den geest, die zich sedert wie
-weet hoe lang op dezen dag verheugd had, als op een, die verdiende
-met gouden teekens aangeteekend te worden in een reeks van doffe,
-grauwe dagen.
-
-Jammer van die schaduw door het materieele geworpen op hetgeen
-juist het hoogere en beste van het intellectueele leven in beslag
-moest nemen: historische herinneringen, de liederen van Ossian, de
-stichting van Columban, de grafsteden der oude schotsche koningen,
-de watertochten der Vikings, de wonderbare schoonheid van Staffa, en
-de Fingalsgrot, de heerlijke eilandengroep, al die betoovering, door
-een ongeëvenaarde vermenging van historie en natuur ontstaan, alles
-weggedoezeld en weggewischt door een booze gril van het weder--geen
-wonder dat onverschilligheid, teleurstelling de stemming aan boord
-even droevig en somber maakte als die van zee, lucht en rotsen rondom.
-
-Twee heeren alleen stoorden zich weinig aan de boosheid van het weer;
-integendeel, hoe hooger de golven gingen, hoe nijdiger de branding
-sloeg tegen de rotsen, hoe levendiger hun gesprek werd. Zij hadden zich
-behagelijk genesteld op de triomfstoeltjes van zeildoek tusschen houten
-staven, zij rookten en dampten als in wedstrijd met den schoorsteen
-der onvermoeide stoommachine; hun glas whiskey had hen opgewekt en zij
-waren er na aan toe de reis nog volstrekt niet onaangenaam te vinden,
-integendeel de beste, welke men in de gegeven omstandigheden genieten
-kon. Zij spraken beiden Hollandsch; de eene met dat onmiskenbare iets
-in den tongval dat een lang verblijf in Engeland verraadt.
-
-"Neen, ik blijf er bij; zoo'n weer als vandaag brengt je juist in
-de stemming om Schotsche zee en schotsche rotsen op zijn best te
-zien. Mist, regen, wolken dat is hier immers het zondagsche kostuum
-van de natuur."
-
-"Ik had ze dan even graag op zijn weeksch gezien," zei de andere,
-klein van gestalte, in gezocht touristen-kostuum, maar wien men toch
-den Hollander op twintig stappen aanzag; de eerste daarentegen scheen
-geheel Engelsch, zoowel door zijn forschen gespierden bouw, als door
-zijn practische kleeding, grijze kniebroek, grijs jasje over een rood
-gestreept flanellen sporthemd, grijze pet; hoewel Hollander geboren,
-had een lang verblijf in Engeland toch zijn voorkomen evenals zijn
-spraak geheel verengelscht.
-
-"Toch blij dat Betsie hoog en droog in Oban is gebleven," ging de
-kleine voort. "Voor haar is het jammer dat zij het niet aandurfde;
-'t is de interessantste dag van een schotsche reis."
-
-"Daar geeft zij wat om, zij heeft zich daar gezellig opgeschoten;
-misschien haar handwerkje voor den dag gehaald en zit nu met die
-engelsche gouvernante, die in Holland is geweest, druk te redeneeren
-over de manier, waarop men hier het koper schuurt en het vleesch
-braadt. Van avond weet zij een massa belangrijke dingen over het
-verschil tusschen engelsche en hollandsche booien."
-
-"Dat zal wel!"
-
-"Waarom jelui reist, begrijp ik eigenlijk niet. Betsie sleept haar
-huishouden in den geest overal met zich mee en jij zou een boek kunnen
-schrijven alleen over de verschillende tables d'hôtes en wijnkaarten
-van de hotels, die je bezocht."
-
-"Nu, dat hoort toch ook tot het aangename van het reizen."
-
-"Neen, tot het onaangename, het alleronaangenaamste, hoe minder je
-te lijden hebt van die materieele lasten...."
-
-"Of lusten."
-
-"Thuis kan het zijn prettige zijde hebben, op reis is het last,
-ballast. Hoe minder je daarmee "bored" bent, hoe genotvoller de reis."
-
-"Ja, als je alleen bent maar met dames..."
-
-"Och wat! dames! Je maalt nogal om je vrouw. Als je vreest er last
-van te hebben, dan bepraat je ze om thuis te blijven en zij laat zich
-bepraten met het grootste gemak. Daar kijk eens hoe prachtig dat schuim
-zich opwerpt tegen die zwarte rots! Zoo'n gezicht alleen is reeds de
-reis waard. Wanneer je zooals ik dag aan dag in een berookte, muffe,
-olieachtige fabriek zat dan waardeerde je zoo'n dag buiten zelfs in
-den mist en in den storm dubbel."
-
-"Och je hebt het in de buurt, je kunt er dikwijls van profiteeren."
-
-"Ik ben hier nog nooit geweest en ik woon toch reeds tien jaar in
-Paisley; als jelui hier niet gekomen waart, zou ik nog niet opgebroken
-zijn, maar nu moest ik toch de cicerone spelen."
-
-"Maar hoe komt dat dan?"
-
-"Hoe komt dat? Hoe komt het dat er in Amsterdam zoo'n massa lui wonen,
-die nog nooit in het Rijks Museum zijn geweest? Ze komen er alleen
-wanneer ze logés hebben. Mijn vacantie bracht ik tot nu toe altijd in
-Holland door, maar nu Mama er niet meer is, heb ik er geen huis meer."
-
-Hij sloeg een dikke wolk uit zijn sigaar, de andere zeide een beetje
-aarzelend:
-
-"Maar je weet, bij ons ben je altijd welkom."
-
-De verengelschte Hollander lacht luid op.
-
-"Praat je uit je eigen naam, Jo, of uit dien van Betsie? Zij zou
-haar broer jaarlijks zien aankomen met zijn schotschen rommel en
-onhebbelijke gewoonten. Neen man, het tehuis heb ik verspeeld voor
-goed!"
-
-"En je denkt er niet aan er een eigen op te richten."
-
-"Och wat, hier in het rookerige Glasgow? En dan moet je met je
-tweeën zijn, hé, dat bedoel je toch! Nu, oprecht gesproken, ik mag
-de tegenwoordige meisjes en vrouwen niet genoeg om mij levenslang
-met één op te schepen."
-
-"Wat heb je er tegen? Zij zijn toch wat ze altijd geweest zijn."
-
-"Meen je dat? Omdat je met je Betsie nu samen zoowat halfweg gepasseerd
-bent; jelui bent in mekaar gegroeid en dat maakt je blind voor de
-veranderingen in de meisjeswereld om je heen, maar je begrijpt als
-ik moet beginnen met to pop the question, het dient te zijn met een
-zoogenaamde modern meisje en die, neen--die bevallen me niet!"
-
-"De schotsche misschien, maar...."
-
-"De hollandsche evenmin; mijn goeie, oude vrouw had er zoo'n zwaar
-hoofd in mij alleen achter te laten. Ik begrijp het niet, het gold
-toch maar een dag of veertien, drie weken in het jaar. 't Is waar,
-ik teerde er de overige 49 op, zoo'n vacantie thuis, at home."
-
-Hij zweeg even, zijn stem trilde hem wat te veel naar zijn zin;
-na een oogenblik ging hij voort:
-
-"Zij en Betsie, en Cato, en Annie hadden besloten mij een
-vrouw te bezorgen en dan was het hier dan weer daar theevisite,
-muziekavondjes--ik noemde het de kijkkast. Dan werden al de dames
-van haar kennis verzocht; je weet ze wonen allen op verschillende
-plaatsen, dus ik had wel gelegenheid studies te maken en de dames
-vonden dien Schot interessant, en vertoonden zich op haar mooist,
-maar juist dat mooie, bah! 't is om van te walgen."
-
-"Hoezoo?"
-
-"Ik kan het je zoo niet zeggen, maar ik vond ze allemaal naar,
-hoog ontwikkeld, geleerd, onafhankelijk, met onbekookte ideeën of
-geaffecteerd huishoudelijk. Zeker, ze waren op hooger burgerscholen,
-kweekscholen, gymnasia, muziek-, kook- en huishoudscholen zelfs
-geweest. Zij hadden er geleerdheid opgedaan en een praats! Zij
-durfden over allerlei dingen spreken, waarover onze moeders nog
-onder haar grijze haren zouden blozen. Ze dweepten met sociale
-nooden, met dierenbescherming, met bond dit, bont dat, met kunst, met
-kindervoeding! Zij deden alles wetenschappelijk, zelfs coquetteeren,
-flirten, met de oogen draaien en de lippen trekken; maar natuur,
-hart, echt gevoel, ik heb er geen schaduw van gezien, geen glimpje
-en dat alleen had ik juist noodig."
-
-"Maar denk je dan dat ze daarmede te koop loopen op theevisites?"
-
-Zij liepen wel te koop met wat zij als surrogaat daarvoor aan den
-man zochten te brengen. Met intens gevoel, philantropie, kunstsmaak,
-wereldwijsheid; maar ik noem dit aanstellerij, opgeplakte gevoelens,
-niets anders. Ik kan dat tegenwoordige vrouwendom niet uitstaan."
-
-"Moet je een dom gansje hebben, dat van niets afweet? Die zijn er
-nog genoeg, geloof me! Zoek ze maar te vinden!"
-
-"Een vrouw die me liefheeft, die niet vreest mij dat te toonen en
-die mij niet aanziet als--als een vesting, die men veroveren moet,
-met alle krijgsmiddelen, welke de tegenwoordige overbeschaving haar
-aan de hand doet en die overigens verre, heel verre boven mij meent
-te staan. De vrouw is niet meer wat zij eigenlijk is, maar wat haar
-boeken, haar couranten, haar studiën en de praatjes om haar heen
-haar gemaakt hebben. Van de engelsche of schotsche vrouwen spreek ik
-niet. Die zijn over het algemeen minder ontwikkeld, maar onbeduidend,
-excentriek, vreeselijk coquet, maken van haar toilet een halfgod of
-zijn geleerd, philantropisch en verslodderen geheel."
-
-"Niet zoo hard! Men kon je lieve principes eens verstaan hier in
-de buurt."
-
-"We praten immers Hollandsch en er is geen Hollander aan boord."
-
-"Men kan zich vergissen. In Oban hadden wij ook niet gedacht dat die
-miss Ellis Hollandsch verstond. Wat dunkt je van dat meisje?"
-
-"Dat daar tegen de borstwering staat. Nu, als die niet Engelsch of
-Amerikaansch genoeg is, kan je ze terugbrengen. Ik heb ze al zooeven
-in het oog gehad, zij schijnt alleen te reizen."
-
-"Dat kleine ding, geen beauté maar toch...."
-
-"Iets aardigs!"
-
-Onmerkbaar beefde het handje dat een binocle vast tegen de oogen hadt
-gedrukt en daarmede strak de rotsige kust van de stranden fixeerde. Zij
-kon even over de twintig zijn en was echt voor de reis gekleed,
-een gewoon donker serge rok, die tot de enkels reikte en voetjes
-liet zien, een stuk kleiner dan die men meestal in het Britsche rijk
-te bewonderen krijgt, geschoeid in roodbruine laarsjes; een lederen
-ceintuur omgaf haar middeltje, een eenvoudige ecru linnen blouse sloot
-knap om haar goed geëvenredigde buste; het matrozenhoedje was op dik,
-een weinig weerbarstig, bruin haar geplaatst; de zeewind had haar
-wangen en lippen hooger gekleurd dan anders, haar oogen zag men niet,
-verborgen als zij reeds sedert geruimen tijd waren door de binocle. Er
-lag iets kinderlijks en toch flinks in haar geheele optreden.
-
-Zij stond op eenige stappen van de beide Hollanders en had, als zij
-gewild of gekund had, woord voor woord hun gesprek moeten volgen;
-zij zwegen beiden, hun aandacht was door haar geboeid en het was of
-zij het instinctmatig voelde, want zij liet eensklaps haar binocle
-zakken, ging naar hen toe en sprak in zuiver Hollandsch:
-
-"Ik mag niet langer onbescheiden zijn, ik ben werkelijk uw landgenoot;
-toen ik hier kwam staan, had ik er geen idee van dat u Hollanders
-waart; eerst luisterde ik volstrekt niet, maar toen interesseerde
-mij uw gesprek onwillekeurig en ik ben zoo brutaal geweest u af
-te luisteren, maar nu wil ik u toch waarschuwen als u familiezaken
-behandelen wil voorzichtiger te zijn. Ons land is zoo verbazend klein."
-
-Zij sprak met het grootste gemak, eenvoudig zonder bijzonderen nadruk
-en zonder gebaren. Nu konden zij haar in de oogen zien, groote grijze
-oogen met lange franje-achtige wimpers, en bijzonder mooie gewelfde
-wenkbrauwen; anders was er niets bijzonders aan haar gezicht, alleen
-een prettiger uitdrukking als zij sprak dan als zij zweeg, want dan
-groefden zich twee diepe strepen energiek aan weerszijden van haar
-kin en trokken haar mond naar beneden.
-
-De heeren zagen haar een weinig verbaasd aan. De halve Schot echter
-begon hartelijk te lachen, stond op en zeide:
-
-"Nu, die is goed! Ik zal maar niet zeggen wat een Hollandsch
-spreekwoord vertelt van den luisteraar aan den wand. Ik ben niet
-gewoon mijn opinies onder stoelen of banken te verstoppen en als
-u vindt dat ik gelijk heb, dan prouveert het voor u en--tegen de
-hollandsche dames."
-
-Zij haalde de schouders op:
-
-"Ik weet het niet. Mijn oordeel kan hier uit den aard der zaak weinig
-waarde hebben."
-
-"Omdat u bevooroordeeld is?"
-
-"Neen, volstrekt niet! Moet men blind zijn voor de fouten van zijn
-medemenschen omdat men vrouw is, dan zou ook geen man in staat zijn
-over zijn medemannen onpartijdig te oordeelen. Ik ben volstrekt niet
-van zins de partij van de hollandsche vrouwen op te nemen, maar ik
-zie ze als vrouw en dat geeft een verschil."
-
-"Dus u vindt ze engelen?"
-
-"Neen," antwoordde zij, "ik vind ze onuitstaanbaar."
-
-Dat werd zoo kalm en bedaard gezegd, de groote oogen staarden hem
-zoo rustig aan, dat het woord bijna als een zweepslag neerkwam.
-
-"Dan zijn wij het eens," riep de ongetrouwde, "dat is alleraardigst,
-flink gezegd, maar u zondert toch u zelf uit!"
-
-"O neen," verklaarde ze nu met veel warmte, "ik kom mijzelf het
-onverdragelijkste vóór."
-
-"Een rare sijs," dacht de man van de in Oban achtergebleven Betsie.
-
-"Dat is iets nieuws! Nu de kennismaking toch zoo ongezocht heeft
-plaats gehad en ik mij zonder het te weten reeds bij u geïntroduceerd
-heb--mevrouw!"
-
-"Juffrouw!"
-
-"Nu, juffrouw dan, mag ik mij zeker wel aan u voorstellen. Casper van
-Eyken, technisch ingenieur op de fabriek van Clarkston te Paisley,
-mijn zwager...."
-
-Maar de zwager stond er op alles in de puntjes te doen; hij haalde een
-keurige zakportefeuille voor den dag, welke hij op zijn verjaardag
-drie jaar geleden van Betsie had gekregen en die er nu nog zoo goed
-als nieuw uitzag, met een bouquetje van vloszijde er bovenop gewerkt
-en in dat portefeuilletje tusschen een paar portretten van Betsie
-haalde hij een met rouwrand voorzien kaartje voor den dag.
-
-
- Joh. A. Berkmans
- Leeraar in de Wiskunde H. B. S.
-
-
-Dat reikte hij haar over; zij nam het met een lichte hoofdbuiging aan,
-haalde toen ook haar zakboekje uit, dat veel gelijkenis toonde met het
-receptenboekje van een arts, en overvol was niet allerlei papieren en
-brieven. Zij legde er het kaartje in, hield een ander even tusschen
-de toppen harer vingers, toen bedacht zij zich.
-
-"Ik heb geen kaartje," zeide zij, zonder de oogen op te slaan,
-"mijn naam is "Andrée Bauer" en ik woon in Amsterdam."
-
-"Alleraangenaamst uw kennis te maken," zeide Berkmans op een toon, die
-genoeg verried dat hij die kennismaking eigenlijk alleronaangenaamst
-vond. Een geëmancipeerde dame alleen op reis. Nu, dat zou Bets
-bevallen.
-
-Maar zijn zwager maakte aanstalten een stoel nader te schuiven en
-vroeg: "als u de kennismaking ook zoo aangenaam vindt als mijn zwager
-het zegt en ik het denk, wil u dan bij ons zitten?"
-
-Zij keek hen weer met haar koelen, rustigen blik aan, die hen scheen
-te doordringen:
-
-"Hoe kan u die kennismaking nu al prettig vinden? Dat u beluisterd
-werd, is zeker geen aangename verrassing. Misschien treffen wij mekaar
-straks weer, maar voor het oogenblik zal ik niet langer uw gesprek
-storen, en nog minder het afluisteren. Tot straks, heeren!"
-
-En zij ging naar de andere zijde van de boot en de beide heeren keken
-elkander een weinig verbluft aan--toen zij zich alleen bevonden.
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-
-Het onverwachte gebeurde; de wolken raakten moede van het door elkander
-en over elkander warren of liever de zon verveelde hun grillig spel,
-zij joeg hen plotseling met geweld uiteen en deed haar macht voelen
-over zee en wind.
-
-In een oogwenk vluchtten de wolkbanken verschrikt weg; het blauwe
-veld werd wijder en wijder, bundels van zonnestralen wierpen zich
-over de golven, die als bij tooverslag hun grauwgele kleur verloren,
-om helder en doorschijnend te worden als smaragd.
-
-Staffa was in zicht!
-
-Een reusachtige natuurbouw van duizend en nog eens duizend zuilen van
-bazalt en graniet, dicht aaneen gedrukt, een berg zich verheffend
-op een voetstuk van verstrooide klippen, een tempel van zwart
-kristal door reuzenhanden opgericht in het midden der woestenij van
-onmetelijke wateren, kokend, donker schuim, borrelend opgestegen uit
-de diepste diepten van de zee en toen als door tooverslag versteend,
-een kathedraal, waarin een der oude goden aangebeden en verheerlijkt
-wenscht te worden nu hij van de aarde verdreven is, en waarin de
-golven het eeuwig orgelspel doen hooren--dat alles en nog veel meer
-schijnt Staffa met haar Fingalsgrot.
-
-De stoomboot had de eilanden, die een soort van eerewacht vormen
-voor hun koningin, ver achter zich gelaten, nu bleef zij op een
-afstand liggen en ontlaadde haar passagiers in kleinere schuiten;
-bij de steenklompen, die den onderbouw schijnen van den kolossalen
-rotstempel, werd hun beduid, dat zij uit moesten stappen om over die
-steenen hun weg te vinden naar den ingang der grot.
-
-Het was een moeilijke tocht al springend en klauterend over de
-ongelijke steenmassa's, door het zeewater onophoudelijk bespoeld en
-deze glimmend en glad achtergelaten door zeewier en schuim.
-
-"Goddank! Dat Betsie er niet is," verzuchtte Berkmans weer uit het
-diepst van zijn hart.
-
-"Ja, dan had ik met haar moeten optrekken, want je hebt genoeg te
-doen om je zelf voort te laten springen," antwoordde Van Eyken, die
-moeite had zijn lichten stap te matigen om zijn zwager bij te blijven
-en hem soms de hand te reiken als de sprong van den eenen steen tot
-den anderen te groot bleek.
-
-"Die dikke Bets, zij was er bij neergevallen. In elk geval had zij
-het er niet zoo kranig afgebracht als die juffrouw--hoe heet ze ook,
-Bauer...."
-
-"Nu als men ook alleen op reis durft gaan.... oef! 't word warm hé,
-die zon steekt, ze haalt een buitje op."
-
-En blij een voorwendsel te vinden om even te kunnen stilstaan, veegde
-hij zich de druppels van het voorhoofd.
-
-"Zij is nummer een, kijk, daar wipt ze al de grot in. Kom, Jo, laat
-je niet beschaamd maken! Daar geef mij de hand maar, laat je niet
-door valsche schaamte beet nemen. Ze zijn ons allen vóór."
-
-"'t Is me werken voor zijn plezier! Had ik dat geweten...."
-
-"Dan was je stil bij Bets gebleven, hé! Maar nu moet je vooruit,
-daar helpt niets aan."
-
-Bijna loodrecht stijgt de gevel der Fingalsgrot uit zee, een
-reuzenboog, die zich naar binnen voortzet in een onafgebroken
-zuilenrij, tot het heiligdom voerend met een trap, waardig toegang te
-verleenen tot de paleizen van Neptunus. En deze gigantentrap was het,
-waarover Berkmans al huppelend en trippelend, al zwoegend en zweetend
-zich omhoog werkte.
-
-Caspar van Eyken moest er om lachen, het was of hij een vlieg hoorde
-gonzen om de manen van een ingeslapen leeuw; hij stond reeds voor den
-ingang der grot toen zijn zwager nog de ongelijke, grillige lager,
-dichter en verder dooreengeworpen rotsblokken verwenschte.
-
-Hij stond als overweldigd stil toen de andere half kermend uitriep:
-
-"Is me dat een tocht? Heel aardig, maar is me dat zoo'n klim waard?"
-
-"Och Jo, was je maar bij Betsie gebleven! Je hebt er toch geen
-verstand van."
-
-Berkmans las uit zijn Baedeker voor:
-
-"Tweehonderd dertig voet is de grot diep, van voren 90 voet hoog,
-40 breed."
-
-"Schei uit met je cijfers, man! Laat ze aan je
-hoogerburgerschooljongens over, zie, geniet!"
-
-"God beware me! wat is dat glad, als je uitglijdt--oef, je hand Cas,
-even maar!"
-
-Zij gingen naar binnen, daar welfde zich de spitsbogen over
-wonderbare zuilenbundels, over stalactiten, donker van kleur maar met
-weerglansen van purper, van rood, van grijs en groen, zich wisselend
-met bliksemsnelheid onder den glans van het naar binnen sluipende
-zonnelicht en de naar binnen dringende golfslagen. De zee toch bruist
-telkens en telkens tegen de rotsen op. Zij wringt en kronkelt zich naar
-binnen, liefkoost de wanden om een oogenblik later ze onbarmhartig
-te geeselen, zij werpt haar schuim hoog op en doet ze in duizenden
-kleurige blaasjes wegstroomen, zij valt kletterend in de diepte,
-kroont de zwarte rotsen met een diadeem van zilver en zingt een lied
-vol geheimzinnige melodieën, als voelde zij zich hier meesteres,
-koningin en wilde haar paleis aan de gasten, die van verre kwamen,
-in volle schoonheid vertoonen.
-
-En van binnen terugziende door den reuzenboog naar buiten, ziet
-men de goudgroene zee zich mengen met den blauwen hemel bezaaid met
-paarsgrijze wolken, een enkel zeil van een visschersboot zich scherp
-daartegen afteekenend en de gouden waaier door de zon op de wateren
-geteekend langzaam in de grot dringend--een beeld dat zich vastzet
-in de hersenen om door niets meer verdrongen te worden.
-
-Nog vóór dat hij het wist stonden Casper en Jo naast juffrouw Bauer,
-zij leunde over het houten hek, en zag rond, onbeweeglijk, sprakeloos;
-toen het echter tijd werd de grot te verlaten en toen tot Jo's groote
-verlichting het bootje hen hier afhaalde, zoodat de tocht over de
-rotsentrap overbodig werd, bood Casper haar de hand; zij wendde
-snel het gelaat af en nu merkte hij dat zij schreide en het niet
-weten wilde.
-
-"Nu hoort tot het programma," zeide Van Eyken, "den berg te
-beklimmen. Verbeeld je daarboven is nog een weide, en er is ook een
-trap om er te komen."
-
-"Nu, ik pas er voor," haastte Berkmans zich te verklaren, "ik zit
-hier goed en blijf er zitten. Doe wat je verkiest, Cas!"
-
-"Ik heb wel trek daar eens op te klauteren. En u, juffrouw Bauer?"
-
-"Ik ben altijd van plan geweest daar boven te kijken."
-
-Casper begreep dat een aanbod om haar te geleiden met verbazing door
-haar aangenomen of liever als overbodig zou worden beschouwd.
-
-Zonder een woord te zeggen, stapten beiden uit en klommen
-omhoog. Berkmans zag hen met een medelijdend lachje aan en knoopte
-met een medepassagierster een gesprek aan over het dwaze om op reis
-alles te willen zien ten koste van vermoeienis, gezondheid, leven
-wellicht--zij waren het in alle opzichten met elkander eens.
-
-Staffa is rijk aan grillen en wonderlijke natuurspelingen, maar
-een der wonderlijkste is zeker dat groene kleed boven de zwarte,
-kale rots geworpen, een soort van Alpenweide op een rots, midden
-in een oceaan van zoutwater; geen bloempje, geen plantje, niets dan
-schrale grashalmpjes, die zich met moeite wringen tusschen de spleten
-der rotsen, maar toch iets vriendelijks, een glimlach op een somber
-gezicht, een straaltje licht tusschen strakke hopeloosheid.
-
-Rondom niets dan zee en eilanden zoo zwart als brokken steenkolen;
-het grootere Mull alleen trekt een donkere lijn langs den horizon.
-
-Casper stond weer onwillekeurig naast juffrouw Bauer; beide zwegen,
-zij had geen behoefte iets te zeggen, hij had er wel behoefte aan
-maar vreesde niets zoozeer dan een banaliteit uit te spreken in deze
-zoo geheel eigenaardige omgeving; toch kwam hij er toe:
-
-"Het uitzicht hier loont de moeite van het klimmen wel, vindt u niet?"
-
-"Neen," zeide zij eenvoudig, "dat ziet men ook beneden. Na de
-Fingalsgrot moest men vandaag zijn oogen sluiten en niets meer zien,
-niets meer hooren."
-
-"Ja, 't is moeilijk iets wonderbaarder te zien. Wat men ook later ziet,
-dat blijft."
-
-"Ik geloof voor goed!"
-
-Zij streek met de hand over het voorhoofd en drukte er haar palm op.
-
-"'t Is als iets, wat men heel diep gevoeld heeft," zeide Casper,
-"een groote vreugde, een zwaar verdriet."
-
-Zij zag hem aan.
-
-"Vindt u dat vreugde iets blijvends nalaat?"
-
-"Ja, ofschoon--ik weet het niet, zoo'n groote vreugde heb ik nooit
-ondervonden."
-
-"Och, dat zal niemand ooit ondervinden, denk ik. De eerstvolgende
-indruk van verdriet wischt alle sporen uit, zoodat zij onvindbaar
-blijven." De groeven om haar kin waren nu zoo diep dat Casper naar
-niets anders zien kon, terwijl hij haar bestudeerde.
-
-"U spreekt bij ondervinding!"
-
-Het woord was er nog niet uit of hij had er spijt van het gezegd te
-hebben, 't scheen een soort van indringen te zijn in haar gemoedsleven,
-waartoe hij geen recht had en wat kon 't hem toch ook eigenlijk
-schelen of die juffrouw, die hij vandaag voor het eerst zag en die
-hij morgen niet meer zou terugzien, verdriet had gehad of plezier.
-
-"Neen," zeide zij eenvoudig, "ik weet niet, wat groot verdriet is, ik
-geloof dat niemand dat tegenwoordig meer weet. Men heeft zorg of men
-verliest iets: geld, familie of eer, men schreit het een paar traantjes
-na, maar dan schikt men zich, zoolang men dagelijksch comfort behoudt;
-men komt er over heen en 't is voorbij, vóór men 't weet."
-
-Casper dacht aan den dood zijner moeder van den winter; hij had
-toen erg aangegaan, maar och! dat hij zich zoo snel zou schikken in
-het onvermijdelijke, dat hij zoo dadelijk weer belangstelling zou
-opvatten in allerlei kleinigheden van het dagelijksch leven, dat hij
-weer zoo spoedig gewoon had kunnen praten en lachen, dat had hem zelf
-het meest verwonderd, want hij hield toch dol van zijn oude vrouw,
-en nu nog kon hij er niet aan denken dat hij ze niet meer had of hij
-voelde iets uit zijn keel opstijgen naar zijn oogen, maar dan dacht hij
-gauw aan iets anders, als hij 't voelde aankomen en zei een gekheidje.
-
-"Misschien heeft u gelijk," zeide hij eindelijk; "men heeft zooveel
-verstrooiing en afleiding tegenwoordig, er is altijd zooveel te zien
-en te doen en te hooren."
-
-"Men heeft geen tijd met zoo'n naren gast als zijn verdriet te leven,
-en ook geen lust. Zij bellen daar, is dat het sein om naar beneden
-te gaan?"
-
-"Om ons in te schepen, ja."
-
-"Adieu Staffa! adieu!" zeide Casper toen het schuitje wegvoer en
-wuifde het rotsgevaarte een afscheidsgroet toe.
-
-"Forever, denk ik!" riep Berkmans.
-
-"En 't is goed ook," meende juffrouw Bauer.
-
-"Ja, die trap is een waar heksenwerk, meer dan de Heksentrappen in
-den Harz."
-
-"Rosstrappe. Heksentanzplatz," verbeterde Casper.
-
-"O ja, 't is waar ook! Het doet er niet toe, een jodentoer. Als Betsie
-'t hoort..."
-
-"Daarom verlangt u toch ook niet van de Fingalsgrot voorgoed afscheid
-te nemen?"
-
-Zij glimlachte, een helderen zonnigen glimlach, zij zag er nu geheel
-uit als een kind. Casper voelde plotseling een onweerstaanbaren lust
-haar op te nemen en over die rotsen te springen met zijn lichten last
-in de armen.
-
-Hoe had hij 't niet eer gemerkt, zij zag er allerliefst uit, zoo'n
-klein pittig ding, zoo heel anders dan zooeven toen zij zoo diepzinnig
-en ouwelijk redeneerde over smart en vreugd.
-
-"Als 't daarvoor was, dan zou ik er wel raad op weten, dan presenteerde
-ik u mijn arm." Het gebaar dat hij maakte verried duidelijk hoe het
-zijn bedoeling was, dien forschen arm niet te presenteeren als steun
-maar eenvoudig als zitplaats.
-
-"Maar u heeft het niet noodig. U is zoo flink, zoo zelfgenoegzaam,"
-ging hij voort met een tintje spijt in de stem.
-
-"Een dame, die liever alleen reist, heeft geen armen van heeren
-noodig," merkte Berkmans bits op.
-
-"Minder dan heeren een dameshand," zeide zij en weer kwam dat
-schalksche kuiltje voor den dag.
-
-Casper begreep nu dat het dit kuiltje was dat haar zoo'n
-onweerstaanbaar lieve uitdrukking gaf. Hij lachte hartelijk alleen om
-het genot van het lachen, omdat hij plotseling het leven zoo prettig
-vond, en dat zitten in die schuit zoo leuk, zoo onbetaalbaar leuk.
-
-"Ik reis niet voor mijn plezier alléén."
-
-Het kuiltje was verdwenen en die twee akelige rimpels waren er weer
-als twee grimmige schildwachten, die de lippen wilden beletten te
-lachen, of aardige, vroolijke dingen te zeggen.
-
-"Toch ook niet voor uw verdriet?"
-
-Die vraag van Berkmans klonk zoo scherp, dat Van Eyken er nijdig om
-werd; nog eens wat ging 't hun toch aan of zij alléén of in gezelschap,
-voor haar genot òf voor haar verdriet reisde?
-
-"Neen, ik reis alléén, omdat ik geen gezelschap heb."
-
-"Daar is altijd toch wel aan te komen."
-
-"Niet aan het gezelschap dat ik hooger stel dan eenzaamheid."
-
-"Dat zal de juffrouw toch wel zelf het beste weten, Jo," snauwde
-Casper, "'t is onze zaak niet. De dames doen tegenwoordig zooveel
-dingen alleen, waarom niet reizen?"
-
-"Trouwen daar alleen moeten zij toch nog met twee voor zijn. Wat zij
-ook voor andere liefhebberijen bij de hand mogen hebben, dat doen
-zij toch nog maar altijd het liefst."
-
-Casper zag haar ongerust aan; hij vond zijn zwager grof en begreep
-dat zij het ook moest vinden. Maar zij zag weer met haar blik van
-zooeven, haar open, helderen blik, die zich zoo rustig op menschen
-en dingen kon vestigen en met dien blik drong zij in den zijne. "U
-is het zeker geheel met mijnheer Berkmans eens?" zeide zij.
-
-"Volstrekt niet! U heeft het zooeven immers gehoord, ik ken de vrouwen
-maar zeer oppervlakkig."
-
-"En toch beoordeelt u ze zoo scherp?"
-
-"Uit egoïsme."
-
-"Dat schijnt wel en dat verklaart veel!"
-
-Juist moesten zij uit de schuitjes weer op de groote boot
-stappen. Casper bood als onwillekeurig zijn hand aan het meisje, het
-was een daad van galanterie, die hij geheel instinctmatig scheen te
-vervullen en zij namen het ook zoo aan, als iets dat vanzelf sprak.
-
-Berkmans zuchtte diep, een zucht van verlichting toen hij weer de
-planken van het dek onder de voeten had; een oogenblik later ging
-hij naar beneden.
-
-"Ik ga even zien of er wat te lunchen valt en jij Cas, hoe denk jij
-er over?"
-
-"'t Is mij te vroeg"
-
-Juffrouw Bauer stond weer bij de verschansing en zag hoe langzaam de
-grot zich verwijderden. Casper kwam naast haar staan.
-
-"Nu heeft u A gezegd en daarom heb ik ook recht B te weten. Waarom
-vindt u het goed dat wij Staffa niet meer terugzien?"
-
-"Omdat ik er één indruk heb ontvangen die blijft, een tweede zou een
-afdruk zijn meer niet, en daarvoor reist men immers om indrukken te
-ontvangen, om zijn geest volgeteekend te krijgen."
-
-"Ja, zoo'n soort van album er van te maken, dat men naar verkiezing
-kan opslaan. Dat is waar, dat is het beste van het reizen, maar daar
-heeft mijn zwager Berkmans geen verstand van."
-
-Weer dat lachje, dat als een tooverdrank Casper naar het hoofd steeg.
-
-"Ik wou dat u nooit lachte of altijd lachte," zeide hij, hij wist zelf
-niet hoe hij zoo brutaal durfde zijn die woorden te zeggen. "Ik zou
-onophoudelijk over mijn zwager kunnen praten, want dat doet u lachen."
-
-"Heusch niet! 't spijt me dat ik u zoo hinder!"
-
-"Mij hinderen!"
-
-"Ja, ten minste dat schijnt zoo, maar ik vind het zoo onweerstaanbaar
-grappig, die tegenstelling van hollandsche sommen en deze natuur."
-
-Zij strekte haar hand met een vluchtige beweging uit naar het water
-rondom hen.
-
-"Dat is de Oceaan, die komt uit Amerika, die sloot eeuwen lang Europa
-af. De Atlantische Oceaan, 't is dezelfde zee en toch zoo heel anders
-dan bij Zandvoort."
-
-"U houdt van contrasten?"
-
-"Bijzonder en daarom geniet ik hier zoo. 't Is alles zoo eenvoudig,
-zee, rots, hemel, meer niet en toch wat een afwisseling!"
-
-Nu gloeiden haar oogen en straalden haar lippen.
-
-"Is u werkelijk een Hollandsche?" vroeg Casper.
-
-"Ja werkelijk, waarom vraagt u dat?"
-
-"Omdat u zoo weinig Hollandsch doet."
-
-"Niet Engelsch of Amerikaansch genoeg om terug te brengen?"
-
-Weer lachte hij, zijn hartelijken gullen lach en ook het kuiltje danste
-in haar wangen; toen zagen zij elkander aan en plotseling bloosden
-zij beiden en zij boog zich over de verschansing en zag diep in de zee.
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-
-"De muttonchop was heerlijk, hoor! Ik kan ze je recommandeeren,"
-zoo kwam Berkmans in het best denkbare humeur weer op het dek.
-
-Casper en juffrouw Bauer hadden niet meer gelachen maar zeer ernstig
-gesproken.
-
-"Men zou zeggen een geheele Alpenwereld, die verzonken is in de
-diepte en waar nu de zee over heen spoelt," had Casper juist gezegd
-en wees op dat doolhof van rotsen, waartusschen de "Colomban" zich
-vlug en sierlijk een weg baande. En nu moest hij op den muttonchop
-van Jo antwoorden.
-
-"Ja, zoo meteen, en u, juffrouw Bauer?"
-
-"Ik zal een kop koffie nemen met beschuit."
-
-"O, neem toch in Engeland geen koffie en in Duitschland geen
-thee!" riep Berkmans uit. "Betsie zegt...."
-
-"Zal ik u een kop koffie bestellen?" vroeg Casper, "en stoor u niet
-aan de cosmopolitische drankstudiën van mijn zwager."
-
-"Neen, ik ga naar beneden. Wij komen toch in het eerste half uur nog
-niet in Jona."
-
-Casper zei niets maar ging met haar mede. Jo zag hen na en dacht:
-
-"Nu, die is alweer ingepakt. Hoe onvoorzichtig, als zij nu nog maar
-geen Hollandsche was! Betsie heeft gelijk. In het buitenland sluit
-ze zich nooit aan bij Hollanders. Vreemdelingen, ça n'engage à rien,
-maar landgenooten, je weet niet in wat voor wespennest je je steekt!"
-
-Casper zat beneden tegenover juffrouw Bauer, alsof vanzelf sprak;
-het was of die lach het ijs tusschen hen gebroken had. Zij spraken
-druk zonder jacht op geestigheden, zonder diepzinnige bespiegelingen.
-
-Juffrouw Bauer vertelde dat zij met de stoomboot van Rotterdam naar
-Edinburgh was gereisd; zij dweepte met Edinburgh.
-
-"En 't meest van Edinburgh?"
-
-"Princestreet met die prachtige winkels," maar weer kwam het kuiltje
-om den hoek kijken.
-
-Casper haalde diep adem.
-
-"Dat doet me plezier," verklaarde hij. "'t Is zoo echt vrouwelijk!"
-
-"Ondegelijk, ijdel!"
-
-"Neen, natuurlijk!"
-
-"Dunkt u dat? Zou het niet juist onnatuurlijk zijn, omdat wij, vrouwen,
-door eeuwenlange achteruitzetting gedwongen onzen troost te zoeken
-in het kleine, in het onbeduidende ons eenig genot vinden?"
-
-"O neen, nu spreekt u of u lid is van de Vrije Vrouwenvereniging,
-ik vind dat juist allerliefst en dat een dame moed heeft zoo iets te
-durven zeggen in onzen tijd dat vind ik--eenig."
-
-"Dus u denkt dat ik 't meen?"
-
-"U kan niet zeggen wat u niet meent."
-
-Zij lachte een geheimzinnig, aantrekkelijk ernstig lachje, heel iets
-anders weer dan dat van zooeven en roerde met neergeslagen oogen haar
-kopje koffie om.
-
-"En toen heeft u den verplichten klassieken toer gemaakt," zoo
-eindigde Casper de pauze. "Callander, de Trossachs, Loch Katrine,
-Loch Lomond--Glasgow!"
-
-"Ja, contrast--alles contrast."
-
-En zij spraken druk, als hadden zij behoefte zich te verstrooien,
-over glens en lochs, over heide en meren.
-
-"Maar dat Glasgow, dat vreeselijke Glasgow! O, hoe jammer, dat het
-die heerlijke, schotsche lucht bederft met zijn rook."
-
-"En daar woon ik nu! Beklaag u mij niet?"
-
-"Ja," zeide zij eenvoudig, "maar nog meer als u de zee en de bergen
-niet zoo dicht bij u had om er te vluchten als de rooklucht u te
-zwaar werd."
-
-Er werd gebeld, Jona was in het gezicht; men moest weer uitstappen.
-
-"Ze laten je geen uur met rust," zuchtte Berkmans, maar hij stapte toch
-uit en het drietal bleef bij elkander als hadden zij het afgesproken.
-
-"Alweer contrast, hier vlakte, daar de rots van Staffa. Dat is het
-leven zooals ik het gaarne opvat; telkens iets nieuws, telkens iets
-verschillends," zeide Casper.
-
-"Dat je niet tot adem laat komen," meende Jo.
-
-Juffrouw Bauer keek hem aan; zij scheen tien jaar ouder zoo moede en
-afgemat stond nu haar gezicht, haar oog, haar mond, alles.
-
-"Ja, het leven vermoeit."
-
-"Zoo'n dag als vandaag ook?" vroeg Casper.
-
-"Die zijn er te weinig, dat rust uit!"
-
-"Is u werkelijk moe? Wil u dan niet leunen!"
-
-Zij bedacht zich even, toen legde zij haar arm op de zijne.
-
-"Ja, 't is vermoeiend, vooral voor dames. Betsie had het ook
-gevoeld. En die heeft nog anders wat mee te dragen dan de juffrouw!"
-
-"Ik ben niet moe van het loopen," zeide zij, "maar...."
-
-Zij voleinde haar gedachte niet en Casper vroeg niet verder.
-
-Johan Berkmans werd aangeklampt door zijn vriendin van uit het
-schuitje, die de weldoordachte opmerking maakte dat men hier toch
-veel gemakkelijker liep dan in Staffa, ofschoon het ook niet over
-asphalt ging.
-
-Een pad, ruw geplaveid, dat den somberen naam van "Weg der dooden"
-draagt, voert eerst langs armelijke hutten, terwijl kleine bedelaars
-steentjes en schelpjes aanbieden in ruil voor een aalmoes, en verder
-naar eenige brokstukken van muren.
-
-"Dat was vroeger een nonnenklooster," zei de gids en wees op den
-grafsteen eener abdis.
-
-"Hoe mal," riep Berkmans uit, het stijve in den steen gegrifte beeld
-beschouwende, dat twee engelen terzijde had, "die oude juffrouw heeft
-een kam en een spiegel boven haar hoofd."
-
-"Misschien heeft zij daar in haar leven te weinig gebruik van kunnen
-maken," zeide juffrouw Bauer.
-
-De cicerone wist ook van het zonderlinge denkbeeld, om toiletartikelen
-op den grafsteen van een abdis te plaatsen, geen uitlegging te geven
-en drong zijn oplettend luisterende kudde aan voort te maken.
-
-"De leer der contrasten alweer, die hier overal gepredikt wordt,"
-zei Casper, "dood en pronk!"
-
-"Het kruis van Jona," riep juffrouw Bauer eensklaps opgewonden uit en
-wees op het oud Iersche kruis, dat terzijde van den "Weg der dooden"
-stond.
-
-Een sierlijk kruis met fantastisch snijwerk versierd, rustend op een
-zwaar voetstuk van graniet. Vroeger, vertelde de gids, waren hier
-driehonderd van zulke kruisen geweest, maar de Puriteinen hadden
-ze vernield.
-
-"Nu zijn ze verhuisd naar Princestreet, naar de juwelierswinkels,"
-zeide het meisje half spottend, "daar ergeren zij niemand."
-
-"Betsie heeft er ook zoo een gekocht. Kruisen zijn wel niet in de mode,
-maar zoo'n Jonakruis is toch altijd iets bijzonders, vond zij."
-
-"Dit is het koningenkerkhof!"
-
-Allen zwegen onwillekeurig. Jona was eens de grafplaats der Heeren
-van de Eilanden; nadat zij naar hartelust hun leven lang gemoord,
-geplunderd, gevochten, brand gesticht, gevaren en gezworven hadden,
-brachten de met rouw getooide schepen hun lijken naar dit eenzame
-eiland. Hier wenschten zij te rusten in de aarde, welke zij voor
-heilig hielden.
-
-Indrukwekkend zijn de koninklijke grafsteden van Europa, de plaatsen
-waar zooveel macht en zooveel grootheid langzaam overgaan in stof en
-asch. Het Escuriaal, Saint-Denis, Westminster-Abdij, maar geen van
-allen wellicht kan de sombere grootheid evenaren van dit eiland in
-den Atlantischen Oceaan, waaromheen de wateren der onmetelijke zee
-hun eindelooze doodsgetijden zingen. De blauwachtige, grijze steenen
-liggen daar naast elkander geschaard, de zonnestralen verschroeien ze,
-de storm loeit over hen en begraaft ze onder stof, de sneeuw bedekt
-hen soms voeten diep en de herinnering aan de machtige heeren, de
-geweldige tyrannen, die hier in de koningsgraven rusten, is verdwenen
-als de sneeuw van den winter, verstoven als de storm van gisteren.
-
-Niemand weet hun daden meer, niemand kent hun afstamming of hun
-nageslacht; men leest de inschriften die allen Mac Gregors, Mac
-Douglas, Mackenzies, Mac Kennans of Macleans verkondigen, men ziet naar
-de schilden met hun half afgesleten wapens, en 't is of niets meer
-de afgebroken keten aaneenhecht, of geen schakel meer reikt uit dat
-verre verleden naar het frissche heden, of dat alles voorgoed dood,
-begraven, vergeten is.
-
-"Macbeth," las Casper op een der steenen. "Hij alleen leeft! De poëzie
-heeft hem uit zijn koningsgraf gehaald en een leven geschonken schooner
-misschien dan het zijne eens werkelijk geweest is."
-
-"Vindt u Macbeth's leven schoon?"
-
-"Zooals wij het kennen door Shakespeare, ja!"
-
-"Ik vind Macbeth een allerakeligst stuk. Jongen, ik heb vóór dat de
-komedie op het Leidscheplein afbrandde Bouwmeester daar den Macbeth
-zien spelen. Naar, hoor! Naar! En eens Sarah Bernhardt als Lady
-Macbeth, maar ik vond Frenkel veel beter en Betsie ook. 't Leek er
-niet naar!"
-
-"Amsterdam en het Leidscheplein tusschen de koningsgraven van Jona. De
-gids is weer een eind weg. Wij moeten hem inhalen."
-
-"Ik wou dat die gids op den Ben-Nevis zat en ik hier mocht
-ronddwalen...."
-
-"Ja, ik ook."
-
-"Maar dan met u!"
-
-Zij antwoordde niet, maar Casper zag dat het vel achter haar fijne
-oortjes vuurrood werd. Zij had het dus wel verstaan; toch klonk haar
-stem natuurlijk, toen zij bij de ruïne stond van het klooster van
-Sint-Columban. Een groot veld vol bouwvallen, waarin gras en onkruid
-welig woekert, opschietend tusschen de steenen, klimop zich slingert
-om de bogen en holle ramen, nieuw leven uitstortend over den dood. Een
-geweldig brok van een toren verheft zich somber en dreigend ten hemel;
-daaromheen nog sierlijke bogen, half afgebroken zuilen, overblijfselen
-van voorbijgegane heerlijkheid, en dan weer graven en nog eens graven.
-
-"Zooeven sprak u van een ondergegane Alpenwereld door de zee bedolven,
-hier is het een andere beschaafde wereld, door domme dweepzucht
-verwoest," zeide juffrouw Bauer.
-
-"Ja, men kan het zich nauwelijks begrijpen, hier was 't reeds
-een brandpunt van beschaving, toen Londen nog niets was dan een
-vesting tegen de barbaren, Glasgow een woest bosch, Amsterdam een
-visschersdorp of nog minder. Hier werd reeds gestudeerd, gelezen,
-geschreven, toen de engelsche fabrikant niets anders was dan een
-zeeroover en de hollandsche leeraar in de wiskunde een jager."
-
-"En nu is het nog maar een graf, een reusachtig graf," zij huiverde,
-"en zal het ook eens zoo gaan met Londen en Glasgow?"
-
-"Met de heele wereld," zeide Berkmans, "'t is mathematisch zeker dat
-wij allen van koude zullen sterven en de aarde dan doodsch en somber
-wordt als een reusachtig graf."
-
-"Maar nu schijnt de zon nog, nu hebben wij het nog warm, nu zien wij
-neer op den dood en op het verleden, trotsch op ons bestaan."
-
-Hij zag er zoo vol leven en kracht uit, terwijl hij dit sprak, zoo
-fier en sterk, dat onwillekeurig het gelaat van Andrée Bauer haar
-bewondering uitsprak; zij voelde het, keerde zich om en vroeg den
-gids om een kleine inlichting.
-
-Nu werd haar een steen gewezen--Columbans slaapplaats, later zijn
-sterfbed.
-
-"Dat is me ook een liefhebberij zoo te slapen."
-
-"Gelukkig de tijd toen men nog een overtuiging had en voor die
-overtuiging kon lijden en sterven," zeide Andrée halfluid, "en
-zelfs--zijn slaap opofferen."
-
-"Gelooft u dat die overtuiging nu niet meer bestaat?" vroeg Van Eyken.
-
-"Waar zou ze nog zijn? Niemand gelooft, niemand hoopt immers meer
-iets! Men tracht het fundament van elke eerlijke overtuiging te
-ondermijnen en klaagt dan nog dat niemand overtuiging meer bezit
-en 't was toch zoo heerlijk, die zegepraal van den geest over de
-stof. De geest van een Columban, die leven bracht in deze steenen,
-die deze wildernis herschiep in een paradijs, die beschaving plantte
-terwijl overal nog barbaarschheid heerschte--en tot rustplaats voor
-zichzelf maar een steen koos."
-
-"Vond u waarlijk Princestreet zoo mooi?" vroeg Casper, "ik begin er
-aan te twijfelen."
-
-"Daar denk en voel ik weer anders dan hier," antwoordde zij eenvoudig.
-
-"Weet u wat Dr. Johnson zeide van Jona: "De man is niet te benijden,
-wiens vaderlandsliefde niet aan kracht wint op het veld van Marathon,
-of wiens vroomheid niet levendiger gloeit bij de bouwvallen van Jona."
-
-"Vaderlandsliefde en vroomheid zijn geen mode-artikelen meer; dat
-zou Johnson zelf moeten erkennen als hij nu leefde, maar 't is waar,
-hoe mooi wordt dit veld van ruïnes alleen door de verbeelding en de
-herinnering. In Staffa had men den indruk maar in zich op te nemen,
-het had aan zijn eigen schoonheid genoeg, hier moet men eerst zijn
-weten uitstorten over alles wat zoo vernield en misvormd lijkt en
-dan bloeit het weer op in een geheel andere schoonheid."
-
-Hij legde haar arm op den zijne.
-
-"U is toch een dweepster; ik had het niet gedacht."
-
-"Waarvoor ziet u mij dan aan?" vroeg zij.
-
-"Voor een raadsel! Maar een raadsel vol pikanterie."
-
-"De oplossing zal u tegenvallen."
-
-"O, neen! Dat kan ik niet denken."
-
-"Ik ben er zeker van. Daarom, raad maar niet, u doet er mij plezier
-mee."
-
-Zij waren een eind voortgeloopen nog steeds arm in arm.
-
-"U kan niet gearmd loopen, u komt telkens uit den pas," zeide hij
-lachend en trachtte zijne stappen naar haar te regelen.
-
-"Ik ben het niet gewoon gearmd te loopen."
-
-"Dan heeft u geen broeder, geen vader, geen zwager, geen--geen--"
-
-"Geen, wat?"
-
-"O, neen! anders zou u hier niet alleen zijn."
-
-"O, dat alleen, dat alleen! Het ergert uw zwager geweldig, is het
-zoo niet?"
-
-"Honny soit qui mal y pense! Maar toch ik zou wel willen weten, of
-u altijd zoo geheel alleen door 't leven gaat als nu door Schotland."
-
-"Ja, geheel alleen. Ik ben onafhankelijk en wil mij niet belasten
-met een juffrouw van gezelschap, een vriendin, een nichtje of...."
-
-"Een man?"
-
-Zij lachte en antwoordde niet.
-
-"Ik ben ook alleen," zeide Casper voort.
-
-"En u vreest ook uw vrijheid op te geven en op te offeren aan minder
-aangenaam gezelschap?"
-
-"Juist, dat is 't--minder aangenaam gezelschap, maar voor een vrouw
-is dat iets anders. Alleen zijn voor een vrouw moet iets vreeselijks
-zijn."
-
-Zij schudde het hoofd.
-
-"Ik heb het nooit gevonden."
-
-"En als de dag komt dat u het vindt?"
-
-Zij zag hem aan met diezelfde troostelooze uitdrukking van zooeven.
-
-"Dan zal ik 't nog bitterder betreuren, dat ik niet kan voelen als
-Columban en niet gelooven als hij."
-
-"Arm, klein vogeltje!" zeide Casper eensklaps op een hartelijken
-beschermenden toon.
-
-"Dat moet u niet zeggen!"
-
-En haar stem eindigde in een snik, hij drukte haar hand, die op zijn
-eenen arm rustte, vast in zijn andere hand.
-
-"'t Staat u niet, zoo ferm te willen doen. Ik ken u pas een paar
-uren, maar ik weet het reeds; u is een zwak, lief poppetje; gemaakt
-om vertroeteld te worden en te vertroetelen. En ik heb zoo'n lust
-het te doen, o, als u 't wist...."
-
-"Cas! Cas!"
-
-"Wat is er?" Met een gezicht als een onweersbui keek Van Eyken om.
-
-"Wat dunkt je, zal ik wat van die schelpjes koopen voor tante Mina? Je
-weet, zij is er dol op."
-
-"Ga je gang!"
-
-"Ja, maar ik versta dat koeterwaalsch van dat volk niet. Dat is nooit
-engelsch, ten minste engelsch zooals ik het ken."
-
-Hij was met een groep van tien, twaalf jongens tot dicht bij het
-tweetal gekomen, de jongens schreeuwden en boden door elkander, hielden
-hem hun waren tot dicht bij den neus, stieten elkander onzacht van
-zich af om dan weer mekaar uit te schelden.
-
-"Ik begrijp niet," zeide van Eyken, "wat je er een plezier in kunt
-hebben dat bedelaarsvolk aan te halen. Je bent er zoo gauw niet
-af. Wat moet je hebben? Dit? Geef hun een shilling, laat ze daarom
-vechten en uit is de grap!"
-
-"Maar een shilling voor die prullen!"
-
-Andrée had intusschen zijn arm losgelaten en was alleen naar de
-aanlegplaats gegaan, waar zij in een der volste booten stapte.
-
-Berkmans had zich eindelijk met een hoop penny's van zijn kwelgeesten
-bevrijd en liep nu naast Casper.
-
-"Zeg eens vriend," zeide hij, "ik wou je een paar woorden zeggen. Je
-hebt het zoo druk met die meid, jelui bent niet van mekaar af te slaan;
-maar denk er aan, je kent haar volstrekt niet, je weet niets van haar
-familie en je bent in Schotland, en als je daar maar een aardigheidje
-tegen een meisje zegt, heb ik wel eens gehoord, dan zit je er aan
-vast en ben je wettig getrouwd."
-
-Casper wist niet of hij boos zou worden of lachen. Hij koos den
-middenweg en vroeg spottend:
-
-"Zeg eens, ventje, wil je mij leeren wat schotsche gebruiken zijn? Ik
-ben in elk geval langer hier dan jij en als elke malligheid, die je
-tegen een meisje zegt, werkelijk zulke prettige gevolgen kon hebben,
-dan had ik nu reeds minstens vijftig wettige vrouwen."
-
-Hij zag dat Andrée Bauer reeds in de schuit zat, die van wal stak;
-zonder een woord te zeggen, stapte hij in de gereedstaande, door
-Berkmans gevolgd, die blij was het hem eens goed gezegd te hebben.
-
-Je kon niet weten en Cas was toch in ieder geval Betsie's broer,
-hij zou toch niet graag zien dat er iets voorviel als zij er niet
-bij was. 't Is waar, Cas was nu precies geen kind meer, bij de dertig
-reeds, maar als hij een dwaasheid doen wilde, dan moest hij 't maar
-doen als Jo er niet bij was.
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-
-Casper liep een deuntje fluitend, met de handen op den rug, over het
-dek op en neer.
-
-Dat deed hij altijd wanneer hij boos was en boos was hij nu bepaald,
-op Johan in de eerste plaats, dan een beetje op juffrouw Bauer,
-maar het meeste op zichzelf.
-
-Hoe gek zich zoo aan te stellen als een kwajongen; maar kon hij
-'t zelf helpen? Vroeger als jongen was verliefdheid een chronische
-ziekte van hem geweest; zijn zusters plaagden er hem altijd mee dat
-zijn hart een omnibus was met slecht sluitende deuren, waarin de
-eene dame na de andere passeerde, soms drie, vier en meer tegelijk in
-plaats namen--voor een oogenblik. Maar in de laatste jaren had hij er
-geen last meer van gehad; de schotsche vrouwen hadden er hem radikaal
-van genezen en toen zijn moeder en zuster samenspanden om hem aan een
-vrouw te helpen, had hij bepaald moeite gedaan voor een der dames van
-haar keuze iets te voelen; het had niet willen lukken en de geestigste
-zijner zusjes had gezegd, dat de omnibus nu buiten dienst was gesteld
-en het paard dat hem trok, zeker bij den vilder was gebracht.
-
-En nu voelde hij plotseling weer alle symptomen van die ellendige
-ziekte; prikkelbaar, abnormaal, hartkloppingen en toch--toch inwendig
-een stemmetje dat zoo mooi zong en over zijn oogen een waas, dat alles
-in zulk een heerlijke gloed zette, iets zoo koesterend van binnen,
-iets wat hem tien jaren jonger maakte en toch had hij het land, dat
-hij het voelde, dat John het merkte en er zijn wijsheid over luchten
-moest. Natuurlijk zou die 't Betsie vertellen, en die had er zeker nog
-meer wijsheid over te verkoopen. Ja, dat wist hij alles, 't was gek,
-mal en toch, kon hij het helpen? Was die ellendige dwarskijker ook
-maar in Oban gebleven! 't Duurde maar een oogenblikje, waarom zou
-hij dat oogenblik niet genieten zonder aan de gevolgen te denken?
-
-Zoo dacht hij en al fluitend en op- en neerloopend verliet hem
-langzamerhand zijn ergernis, maar zijn verliefdheid groeide bij de
-minuut aan; zij zat niet op het dek, zij was zeker beneden in het
-groote salon met de prachtige spiegelruiten rondom, het waaide nogal
-hier boven of zou zij hem ontloopen? Had zij gemerkt dat Johan hem
-waarschuwde? Dan dacht zij zeker, dat hij een pupil of zoo iets was,
-die gehoorzaamheid was verschuldigd aan Berkmans. Dit zou hij haar
-anders vertellen! En hij maakte zich gereed naar beneden te gaan, maar
-toen dacht hij er eensklaps aan dat Berkmans ook voor den wind gevlucht
-scheen en niet op het dek was. Zou die ook in het salon zitten?
-
-Wat kon 't hem schelen? En hij was boos op zichzelf dat hij daar aan
-denken kon. In het salon zaten bijna alle passagiers. Berkmans deed
-druk zijn Hollandsch-Engelsch bewonderen door de vriendin van straks,
-haar man en nog een andere dame. Andrée zat op een der roodfluweelen
-divans, haar oogen strak naar buiten om door de glazen te zien naar
-de zwarte rotsmassa van Mull, die voorbij de spiegelruiten trok,
-eindeloos lang, eentonig.
-
-Casper kwam regelrecht naar haar toe.
-
-"Is u bang voor den wind?"
-
-Zij schudde het hoofd en lachte weer zijn lievelingslach.
-
-Hij wist niet meer wat hij zeide of deed.
-
-"Kom naar boven! Kom! 't Is haast gedaan, en die aankomst in Oban
-door den Sound of Kerrera is zoo mooi."
-
-Zij stond op, verward, verstrooid, alsof zij niets anders doen kon dan
-hem gehoorzamen. Berkmans was zoo druk aan het redeneeren en het zoeken
-zijner engelschen woorden, dat hij niet eens merkte, dat zijn zwager
-in de kajuit was gekomen en juffrouw Bauer hem nu naar boven volgde.
-
-Zij stonden zwijgend bij de verschansing alsof zij alle aandacht
-wijdden aan het sombere Mull, maar zij zagen niets.
-
-"Waar logeert u in Oban?" vroeg Casper.
-
-"In Hotel Albany."
-
-"Wij in Alexandra."
-
-"Ik ga van avond naar Edinburgh terug."
-
-"Wat, niet naar Inverness, door Loch Ness en naar Glencoe en Killie
-Crankie?"
-
-"Neen, mijn vacantie is uit."
-
-"Uw vacantie, is uw heele leven dan geen vacantie?"
-
-Zij zuchtte en boog zich weer om in de golven te kunnen zien.
-
-"Dus dan zien wij elkander niet meer."
-
-"Hoogst waarschijnlijk niet!"
-
-Hij zweeg even; en beet op zijn dikken, blonden knevel.
-
-"Dat mag niet! Ik had juist gehoopt dat u zich bij ons zou aansluiten
-om samen naar het Noorden te gaan, dan waren wij en partie carrée;
-dat is veel gezelliger--"
-
-"O ja, dan kon u met uw zuster gaan en ik met mijnheer Berkmans!"
-
-Alweer die geestige kuiltjes.
-
-"Dat kan u begrijpen. Neen, ik vind het zoo vreeselijk jammer, wij
-begonnen zoo aardig met elkaar op te schieten; onze kennismaking is
-zoo vreemd begonnen."
-
-"Met een afluisterpartij. Neemt u mij dat niet kwalijk?"
-
-"Integendeel! 't Vleit mij dat u het de moeite waard vond naar mij
-te luisteren, want Berkmans sprak niet veel."
-
-"En niets dat de moeite van het luisteren waard was, geloof ik."
-
-"Dus ik zie wel iets, dat u be- of liever dat u opviel?"
-
-"Ja, ik vond het interessant eens te hooren hoe de mannen oprecht
-over onze tegenwoordige vrouwen denken."
-
-"Maar zoo zijn niet alle vrouwen."
-
-"Is dat een doekje voor het bloeden, of een zalfje op de wond? Ik
-moet zeggen, u zou een uitstekende pleegzuster zijn."
-
-"Een pleegbroeder dan toch altijd."
-
-Beiden lachten weer. Casper begreep niet hoe hij er toe kwam al die
-flauwiteiten te zeggen en toch wat luisterde zij aandachtig naar
-hem, met haar verstandige, diepe oogen, al zou hij nog zoo iets
-onbeduidends zeggen.
-
-"O, die bestaan ook," zeide zij ernstig.
-
-"Maar ik heb geen roeping het te worden. Ik haat alles wat met ziekten
-en dood in verband staat. Ik dweep met leven en gezondheid."
-
-Zij voelde dat haar gelaat een aschkleurige tint kreeg, dat ondanks
-den fellen wind al het bloed week uit haar lippen en wangen.
-
-"U heeft gelijk," zeide zij met doffe stem, "er gaat niets boven
-het leven. Maar zij, die het moeten missen, die het langzaam voelen
-wegvluchten, hebben toch ook recht op onze zorg en sympathie."
-
-"Laat mijn buurman ze hun bewijzen," zeide hij, met een egoïsme zoo
-kolossaal dat het niet ergeren kon.
-
-"En als het uw beurt is?"
-
-"Dan, dan zien we verder! Ik bekommer mij nooit om den dag van
-morgen. Ik lijd op het oogenblik en ik geniet ook van het oogenblik
-en het oogenblik vind ik nu heerlijker, dan ik van morgen gedacht had,
-vandaag te zullen genieten."
-
-Nu bloosde zij weer; hij legde zijne hand op de hare!
-
-"En dat heb ik u te danken! Waarom wil u dan zoo gauw heengaan?"
-
-"Omdat de plicht mij roept!"
-
-"De plicht, de plicht!"
-
-"Waarom zegt u dat zoo spottend?"
-
-"Vrouwen en plichten!"
-
-"Is het geheele leven van de vrouw dan niet een plicht?"
-
-"Ja, op het papier, in theorie, maar in werkelijkheid nemen zij het
-daar even zoo gemakkelijk mee als met al het andere en wat zou zoo'n
-klein poppetje als u, die geen vader, geen broeder, geen man heeft,
-plichten kunnen hebben?"
-
-"Moet men ze alleen tegenover de mannen hebben?"
-
-"Tegenover wie anders?"
-
-"Tegenover zichzelf, tegenover,--tegenover...."
-
-"U is toch geen onderwijzeres?"
-
-Hij zei dat op zulk een grappig angstigen toon, dat zij weer begon
-te lachen.
-
-"Neen, dat ben ik toevallig niet."
-
-"Artiste? God beware me, dat was nog erger."
-
-"Neen, neen, raad u maar niet! Ik ben--niet."
-
-"Een allerliefst schepseltje, meer moet u niet trachten te worden."
-
-"Om in uw smaak te blijven vallen."
-
-"Dat zal uw zorg nogal zijn. Anders vertrok u van avond niet."
-
-Zij zweeg; hij ging na een poos als in zich zelf sprekend voort,
-vol opgekropte ergernis:
-
-"'t Is zoo ellendig van die vrouwen tegenwoordig; zij willen van alles
-zijn en vergeten daardoor het eenige wat zij eigenlijk moeten wezen."
-
-"De speelpop, de slavin van de mannen?"
-
-"Neen, onze vriendin, onze steun! Zij verwijderen zich hoe langer hoe
-meer van ons, die zoogenaamde ontwikkelde vrouwen. Lees de boeken maar,
-die de dames tegenwoordig bij dozijnen schrijven. De eenige mannen,
-die deugen in haar oogen, zijn juist die de hare niet zijn. De man,
-die voor haar werkt, geld verdient, deugt nooit. Zij nemen 't hem
-kwalijk, dat hij het graag prettig heeft in huis, gaarne lekker eet
-en na zijn werk op zijn gemak zit. Hij moet maar altijd klaar staan
-om met haar in hooger sferen te leven, om met haar te praten over
-de sociale quaestie, over kunst en literatuur en als hij dat niet
-kan of wil, dan deugt hij niet, dan zoekt zij troost bij een vriend,
-die natuurlijk in al deze dingen plezier heeft, zoolang hij haar man
-niet is."
-
-"Och, die stumpers!"
-
-"Zeker, de vrouwen klagen over verdrukking, maar ik zeg, wij zijn
-het die tegenwoordig verdrukt worden. Nu de vrouwen zoo verbazend
-geleerd worden, zijn ze wijzer dan wij, wij kunnen er niet tegen
-aan. De tijd is niet ver af, dat wij aan het wiegetouw gaan trekken
-en zij het geld verdienen."
-
-"Is dat niet billijk? Ieder op zijn beurt. Wij hebben 't zoolang
-gedaan; nu keeren wij de rollen om. Misschien gaat het dan beter en
-heeft men minder reden tot klagen dan tegenwoordig."
-
-"Neen, daar kan ik mij niet in vinden. Ik moet een vrouw hebben, die
-ik beschermen kan, voor wie ik werken moet, die in mij haar hulp,
-haar steun, haar beschermer vindt, die mij eerst snibbig toe mag
-roepen als Gretchen:
-
-"Kann unbegleitet nach Hause gehen," maar die dan toch later bewijst
-dat ik haar alles ben en mij niet deelt met allerlei liefhebberijen
-en om haar ernstige plichten tegenover de maatschappij mij achter de
-bank schuift."
-
-"U is egoïst! En geen klein beetje ook!"
-
-"Ja, dat beken ik. En ik beweer ook het recht te hebben het te zijn;
-als ik hard werk voor mijne vrouw, als ik haar liefheb en op de handen
-draag, dan mag ik ook aanspraak maken op haar zorg en op haar liefde,
-dan moet zij ook even gelukkig zijn mij die te kunnen geven. Maar als
-onbegrepen martelares naast mij gaan, op mij neer zien van haar hoog
-standpunt, neen, dan liever alleen blijven mijn leven lang."
-
-Zij hield zich vast aan de verschansing en sloot de oogen, in een
-beweging van zich te laten gaan, van zichzelf te vergeten en te rusten.
-
-Hij naderde haar zoo dicht dat zijn adem zich met den wind mengde en
-haar dartele krulletjes deed opstuiven.
-
-"Dat is mijn idee over het leven tusschen man en vrouw en tot vandaag
-heb ik mijn ideaal niet ontmoet, met wie ik zoo'n leven mogelijk
-achtte, maar sedert een paar uur is het anders. Begrijpt u dat,
-juffrouw Bauer?"
-
-Zij zweeg en boog dieper het hoofd.
-
-"U heeft het begrepen, ik hoef het niet eens te vragen, maar zeg me
-ronduit, de tijd is zoo beperkt. Vergis ik mij?"
-
-Nog bleef zij zwijgen.
-
-"Vindt u mijn ideaal uitvoerbaar of is u gelijk aan alle andere
-vrouwen van uw ontwikkeling en uw stand blijkbaar? Dan heb ik niets
-gezegd en ik heb mij vergist. Dat is alles."
-
-"Ja, u vergist zich," fluisterde zij eindelijk. "Ik kan dat niet voor
-u zijn, onmogelijk."
-
-Eensklaps merkte hij dat zij snikte.
-
-"En waarom huilt u dan? Begrijpt u dan niet, wat ik moeite heb mij om
-uwentwille in te houden, u niet in mijn armen te nemen en die tranen
-van uw wangen te kussen?"
-
-"Och, ik bid u, plaag me niet?"
-
-"Maar daar is geen quaestie van plagen! Ik weet zelf niet, wat mij
-drijft een meisje, dat ik pas sedert een paar uur ken, van wie
-ik niets afweet, in mijn ziel te laten lezen en ten huwelijk te
-vragen. 't Is vreeselijk onvoorzichtig, onberedeneerd, onhollandsch,
-wat u maar wil. En u laat niets los! U zegt mij niets, wat licht kan
-werpen op uzelf en op uw gevoelens."
-
-Zij keek rond, er was niemand in de nabijheid en zij wischte haar
-tranen snel af, zenuwachtig lachend.
-
-"Ik ben zoo dwaas, maar och! ik kan niet anders zeggen, niet anders
-doen. Op het oogenblik niet. Van avond ga ik naar Edinburgh en morgen
-naar Holland...."
-
-"En dan moet ik u laten gaan? Denkt u dat ik er vrede mede heb."
-
-"'t Is toch beter! U moet nadenken!"
-
-"Nadenken, dus 't is niet geheel uit?" Zij begon nog harder te snikken.
-
-"Ik kan 't niet helpen, ik kan 't niet helpen! maar o, laat mij nu
-wat tot mijzelf komen. Gaat u dien kant uit of liever gaat u naar
-beneden? Straks vóór dat wij aankomen zeg ik u misschien iets."
-
-"Goed!"
-
-En Casper ging naar beneden; hij was half ontnuchterd. Het
-geheimzinnige dat Andrée zooeven nog met zooveel aantrekkelijkheid
-omgaf, boezemde hem nu angst en vrees in; hij had er spijt van zich
-zoover te hebben gewaagd, toegegeven te hebben aan den roes die zijn
-hersens omnevelde.
-
-Wie was zij? Een vrouw met een geheim, dat was zeker; maar wat voor
-geheim? Berkmans had gelijk, men moet voorzichtig zijn, maar hij
-was een impressionist, hij handelde altijd onder den invloed van het
-oogenblik. Zijn egoïsme had hemzelf altijd bewaard van kwade avonturen,
-daar hij eenvoudig de minder aangename gevolgen van zijn voorbijgaande
-indrukken tot nu toe kalm uit den weg had kunnen gaan, en óf andere
-er door leden daar vroeg hij eenvoudig niet naar, maar zoover had
-hij zich nog nooit gewaagd en nu was plotseling de aardigheid er af.
-
-Wat deed ze ook zoo raar? Waarom zei ze niet eenvoudig ja of neen,
-maar op een toon, dat men kon merken of zij 't meende of niet. Nu
-zeide zij wel neen, maar meteen kwamen de waterlanders voor den dag
-en verrieden dat zij honderdmalen liever ja zou hebben gezegd. Waarom
-zeide zij het dan niet?
-
-Er was zeker een zeer gewichtige reden, wie weet wat. Een reden,
-die hem misschien meer betrof dan haar. Hij werd er raar van; die
-saaie Berkmans had misschien gelijk, wat hij gedaan en gezegd had
-was onverantwoordelijk dom.
-
-Hij ging naar beneden en nam gedachteloos een paar in rood leder
-gebonden boekjes met gezichten op, die over de tafels lagen te
-slingeren. Zijn zwager zag hem binnenkomen, miste juffrouw Bauer en
-was tevreden. Hij verliet zijn gezelschap en kwam naar hem toe.
-
-"Wij dineeren straks maar in het hotel, vind je niet, Cas?"
-
-"Dacht je het dan hier te doen?"
-
-"Ja, ik vreesde dat het te laat zou worden voor aan wal."
-
-"Zij wachten altijd op de aankomst van de boot."
-
-"O, dan is het goed."
-
-En gerustgesteld ging Berkmans eens boven kijken.
-
-Hij zag juffrouw Bauer op een stoeltje zitten, hij liet haar zitten
-en besloot haar niet verder aan te halen, blijde dat de kennismaking
-tusschen haar en zijn zwager, die zoo hard van stapel liep, nu tot
-zulk een plotseling einde was gekomen.
-
-Het weer, dat dien morgen zich zoo bitter boos had aangesteld was
-langzamerhand prachtig geworden; de zee een groen-blauwe spiegel,
-de lucht een en al blauw met niets anders dan eenige dansende witte
-wolkjes in het westen.
-
-Eindelijk was men het zwarte Mull kwijt en bevond zich nu in de open
-zee; daar opent zich de Sound van Kerrera, vriendelijker wordt het
-gezicht, het sombere verleden met zijn schrikbeelden heeft afgedaan;
-vroolijke villa's, lonkende hotels verschuilen zich tusschen het groen,
-de golf van Oban komt in het gezicht met zijn driedubbele guirlande
-van landhuizen om de heuvels geslingerd, en de ruïnen Dunnstafnage
-en Dunolly hun grimmigheid verbergend achter een mantel van groen
-klimop. Met een zucht staat Casper van Eyken op om naar het dek terug
-te gaan.
-
-Hij vindt het een zwaren gang, dien hij nu te doen heeft, wat hij
-wenscht is hem zelf niet heel recht duidelijk, 't liefst misschien
-dat zij aan alles een eind maakte; als zij dat doet weet hij zeker
-dat hij een zucht van verlichting zal laten, maar als zij antwoordt:
-
-"Ja, neem mij in je armen! Zorg voor mij mijn leven lang. Er is niets
-wat mij belet je voorstel aan te nemen."
-
-Dan voelt hij genoeg dat zijn ziel op zal jubelen en dat hij zich
-gelukkig zal achten, omdat hij eindelijk zijn bestemming heeft
-gevonden, maar hij kan het zelf niet zeggen òf hij naar dat geluk
-verlangt, òf hij 't niet gemakkelijker en rustiger vindt het niet
-te bezitten.
-
-In elk geval hij moet haar vragen wat zij beslist heeft; wie hem dat
-voorspeld had dezen morgen dat hij hoogst waarschijnlijk een blauwtje
-zou loopen! Men is toch nooit van zijn avond zeker. Hij lachte er
-om en maakte een toertje rondom het dek, luisterde naar Berkmans'
-opmerkingen over het landschap, over de eilanden, eilanden en nog eens
-eilanden om hen heen en zag tot zijn ergernis dat toen hij af wilde
-slaan om bij Andrée te komen, Jo aanstalten maakte met hem mee te gaan.
-
-"Zoo'n klis!" dacht hij, maar zonder zich in iets te geneeren liet
-hij zijn zwager naast hem loopen tot dat zij bij de jonge dame kwamen.
-
-"De reis is uit," zeide hij en bleef tegenover haar staan, "heeft u
-zich geamuseerd?"
-
-"O ja, buitengewoon," antwoordde zij haperend. Berkmans bleef sarrend
-staan en zeide dat hij het ook een prachtige tocht vond.
-
-"U zal veel te vertellen hebben t'huis juffrouw!" voegde hij er bij.
-
-"O ja," antwoordde zij verstrooid.
-
-Zij had haar hoedje afgezet en de verwarde haren dansten in den wind;
-zij zag er zoo nog veel jonger uit, eenvoudig kinderlijk; een paar
-keer streek zij met de handen over dat haar maar het wilde niet meer
-in de plooi raken.
-
-"Ik zal mij moeten opknappen, beneden," zeide zij, stond op en ging
-weer naar het salon.
-
-Terwijl zij in den spiegel keek en hier en daar de weerbarstige lokken
-opstak, zag zij het gezicht van Casper naast het hare weerkaatst.
-
-"Spoedig," drong hij aan, "of mijn meester komt weer voor luistervinkje
-spelen. Ik moet nog een antwoord van u hebben?"
-
-"Heeft u geduld?" vroeg zij en nam een paar haarspelden van tusschen
-haar lippen.
-
-"Dat ligt er naar."
-
-"Wil u een jaar wachten, dag vóór dag? Natuurlijk u is vrij, als u voor
-dien tijd uw geluk vindt dan--zal het mij verheugen--maar anders-- --."
-
-"Maar anders!"
-
-"Waar gaat u heen het volgend jaar?"
-
-"Dat weet ik nog niet!"
-
-"Het volgende jaar om dezen tijd ben ik in Friedrichroda op den
-Gottlobtempel."
-
-"En wat dan?"
-
-"Dat weet ik nu niet!"
-
-"En is dat alles?"
-
-"Alles!"
-
-"Moet ik daarop leven een jaar lang?"
-
-"U moet niets. Ik zeg dit maar als u na een jaar mij nog wil ontmoeten,
-onthoud het dan!"
-
-Hij zag haar hoe langer hoe meer verbaasd aan.
-
-"En krijg ik anders niets meer van u te hooren. Niets, volstrekt
-niets?"
-
-Zij lachte weer op de wijze, die zoo onweerstaanbaar op hem werkte
-als een tooverdrank.
-
-"Een jaar is zoo vreeselijk lang?"
-
-"Wie weet hoe kort u het zal vinden!"
-
-"Zonder dat lachje? Neen!"
-
-Zij zette haar hoedje op, trok haar handschoenen aan en deed alles
-ingespannen met ernst, opdat hij niet zou merken hoe haar lippen
-trilden en haar handen beefden.
-
-"En als ik dan niet kan?"
-
-"Dan komt u niet!"
-
-"En als ik een vergeefsche reis maak?"
-
-"Dan ziet u eens iets anders dan Engeland of Schotland en dat is ook
-de moeite waard. Nu, mijnheer van Eyken, tot wederziens of--vaarwel!"
-
-Hij reikte haar de hand en drukte de hare stevig in de zijne; zij had
-het kunnen uitschreeuwen van pijn, zoo voelde zij den greep zijner
-vingers, en toch deed het haar oogen stralen.
-
-"Tot wederziens," sprak hij met nadruk en weg was hij.
-
-Eenige oogenblikken later landde men in Oban en stapte uit. Betsie
-stond hen op te wachten.
-
-"Wil je haar je nieuwe vriendin niet presenteeren?"
-
-"Niet noodig," zeide Cas kortweg.
-
-De jonge dame ging met veerkrachtigen tred zonder om te zien haar weg
-naar het Albany-hotel en Berkmans stak zijn hand onder den arm zijner
-vrouw en vertelde haar hoe het zoo vreeselijk jammer geweest was dat
-zij niet mee was gegaan, zoo interessant dat Staffa en dat Jona en
-'t weêr hield zich zoo goed en wat zij wel gedaan had dien heelen
-dag! Casper liep hen vooruit; hij zocht naar een time-table om te
-zien wanneer er een trein naar Edinburgh vertrok.
-
-Hij haastte zich met het diner om bijtijds aan het station te
-komen, en toen hij er was en bleef tot het laatste oogenblik zag hij
-nergens een juffrouw Bauer. Teleurgesteld keerde hij naar zijn hotel
-terug; de aardigheid van de reis was er voor hem af, meende hij,
-maar den volgenden morgen was er weer iets anders dat hem boeide
-en langzamerhand dacht hij alleen aan Andrée als aan een prettig,
-maar dwaas avontuurtje.
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-
-Zij zat in het koepeltje, dat hoog tegen den groenen berg schijnt
-te hangen; haar handen in de schoot, haar hoofd achter over geleund,
-haar oogen gesloten, zoo zat zij moede, doodmoede, te moe om te denken,
-te moe om te spreken, te moe om te hopen of te verwachten.
-
-Zij had zich hier naar boven gesleept en een paar maal had zij gedacht
-onderweg neer te vallen en daar te blijven liggen tot iemand zich over
-haar ontfermde; maar nu was zij er eindelijk en zij zat er reeds uren
-en uren lang.
-
-Touristen kwamen langs haar heen, wierpen een verwonderden blik
-op haar of zagen haar nauwelijks aan; zij hadden het druk over dat
-"wunderhübsche Aussicht" over dit punt over dat gezicht. Oude dames,
-die altijd kleine en groote duitsche gezelschappen vergezellen; en ons
-den afkeer voor de duitsche "Schwiegermütter" helpen begrijpen, kwamen
-hijgend en blazend naast haar zitten, bezorgde moeders lieten angstige
-gilletjes als haar lievelingen te dicht bij de ijzeren balustrade
-kwamen; andere vonden het de moeite niet waard een gesprek over "de
-Kinderwäsche" te interrompeeren alleen omdat men hier op een hoogte is,
-welke men beklommen moet hebben voor het mooie gezicht. Een enkelen
-keer hoorde zij Hollandsch praten, Hollandsch Duitsch voorlezen uit
-Baedeker of Mayer. Zij liet hen praten en hoorde hen als spraken zij
-in een droom.
-
-"Slaapt die juffrouw?" hoorde zij een hollandsche oude heer gemoedelijk
-vragen.
-
-"Ach gunst: Het schaap zal kou vatten," meende zijn bezorgde vrouw.
-
-En ook zij gingen weer verder en zij bleef over, steeds meer en meer
-alleen, want het restje hoop dat haar gesteund en moed gegeven had
-om hier boven op te komen, werd kleiner en kleiner en eindelijk bleef
-er niets van over.
-
-Ach! zij had het immers wel gedacht, dien langen, langen winter
-door! Het was te dwaas daaraan te hechten, en toch blonk dit koepeltje,
-dat zij jaren geleden eens in het voorbijgaan had gezien, als een
-heldere ster in het doffe grijs dat haar leven en haar gedachten
-omhulde; hoe dikwijls droomde zij er van en werd dan wakker, trillend
-van vreugde omdat zij zich een oogenblik verbeeld had dat haar wensch
-vervuld, haar verwachting bewaarheid werd.
-
-En toen het tijd was op reis te gaan, begaf zij zich op weg, alleen,
-altijd alleen, maar toch met zooveel hoop, zoovele illusiën, zij
-voelde zich zoo rijk als nooit te voren. Zij bezocht groote steden,
-Aken, Keulen, Cassel, zij zag alles wat men zien moest. Zij beklom
-den Wartburg, zij wandelde door het Annathal, zij zag alles wat zij
-moest zien, maar het was of ze een droomleven leidde, of wat zij
-hoorde en zag niet tot het diepste van haar wezen doordrong, want dat
-wezen was slechts één wensch, één verlangen. Maar naarmate de bepaalde
-dag naderde zonk haar moed, verdwenen haar illusiën, smolt haar droom
-inéén; het licht dat uit haar binnenste te voorschijn gloorde en alles
-om haar heen zoo fantastisch, zoo onwerkelijk tintte, werd flauwer en
-flauwer, zij stond op het punt terug te gaan of verder, veel verder
-heen te reizen, zich te verbergen, en toen glimlachte ze weer, een
-wreeden, droeven glimlach. Waartoe zou het ook dienen? Hij zou er toch
-niet wezen; dat begreep zij immers alsof iemand het haar gezegd had.
-
-Zij voelde zich zwak, zoo zwak, dat zij de groote verrassing, de
-namelooze blijdschap niet zou kunnen dragen en als zij hem had zien
-staan in het hooge tempeltje, als zij die stem waarvan de klank haar
-zonder ophouden in de ooren ruischte weer had mogen hooren, als zij
-die armen om haar heen zou voelen en zij zich nestelen kon aan zijn
-borst om daar uit te rusten van alles wat haar zoo had afgemat.
-
-Maar hij was er niet; en toen zij dien berg als 't ware was opgekropen
-en den koepel ledig vond, toen begreep zij pas hoe groot de hoop
-was geweest, waarop zij had geleefd een jaar lang, hoe deze haar
-als het ware had voortgedragen en hoe zij nu zwak en hulpeloos werd,
-nu deze haar begaf.
-
-Zij zonk op een bank neer, te moe, te teleurgesteld dan dat zij nog
-deze ééne gedachte denken kon: "hij kan nog komen!"
-
-Neen, zij wist het nu, hij was weg, weg; hij had het vergeten of
-misschien kon hij niet komen, misschien was hij ziek, dood! Zij
-glimlachte treurig. Dood, hij die reus vol kracht en levenslust,
-terwijl zij zwakke nog leefde, zij nog hierheen kon kruipen.
-
-Geen blik had zij meer voor de bergen om haar heen, voor het liefelijke
-dal, dat zich aan haar voeten kronkelde, voor al die donkergroene
-heuvels, waartegen ginds de stad met haar villa's aan beide zijden
-opsteeg.
-
-Zij dacht aan de legende van dit Gottlobtempeltje; daar tegenover
-verhief zich eens de sterke burcht de Schauenburg op den bergtop; hij
-werd bewoond door een ongemakkelijk heer, die een eenige dochter bezat.
-
-Tevergeefs wierven de jonge ridders uit den omtrek om haar hand; de
-vader gunde haar aan niemand, òf hij moest haar op den arm nemen en
-met haar onafgebroken voortloopen tot den tegenoverstaanden heuveltop.
-
-Een ridder zag haar aan en in haar blik lag zeker een aanmoediging
-want hij nam de jonkvrouw op den arm, snelde den Schauenburg af, een
-anderen berg op. Hijgend volbracht hij den tocht, "Gottlob!" riep hij
-uit, zijn kostbaren last op dit plekje neerleggend en op hetzelfde
-oogenblik stortte hij dood aan haar voeten.
-
-"Waarom ben ik hier niet dood gevallen? Was mijn last minder
-zwaar? mijn liefde, mijn hoop, mijn toekomst, alles heb ik meegedragen,
-alles dien berg opgesleept en mijn arbeid is even vergeefsch als van
-dien trouwen ridder. Hier lig ik uitgeput, afgetopt!"
-
-De uren vergingen, zij zat er nog steeds; in de eerste oogenblikken had
-zij nog onwillekeurig getrild, had zij nog even het hoofd opgelicht
-als er vreemden naderkwamen, maar nu deed zij het niet meer. Zij
-zou zijn stap immers wel herkennen onder duizend, en hij kwam niet,
-neen hij alleen niet!
-
-De duisternis steeg uit het dal op, naar boven, en ontmoette daar
-de schaduwen, door dikke wolken geworpen over het landschap; zij
-sprong op, groote druppels vielen over haar gelaat. Het was bijna
-donker, beneden in de stad ontvonkte het eene lichtje na het andere;
-en als wezenloos zag zij rond, een koude wind gierde door de boomen,
-kwam van de bergen af en deed de takken buigen en kraken, in de verte
-loeide reeds de storm, doffe slagen rommelden reeds dicht bij haar,
-het onweer dreigde haar te omringen.
-
-"Gottlob!" zeide zij, blijde dat prikkels van buiten haar dwongen
-op te staan, zich te verzetten, die doodelijke loomheid van zich af
-te schudden.
-
-Een oogenblik dacht zij in haar exaltatie of het niet mogelijk was
-hier te blijven op den grond te liggen en te wachten wat de storm
-over haar besloten had; dan zou men haar lijk morgen vinden en dan
-las hij het misschien in de couranten hoe trouw zij geweest was,
-aan haar woord, trouw tot aan den dood.
-
-Maar neen! een laatste overblijfsel van fierheid richtte haar op;
-neen, dat mocht hij niet weten tot geen prijs; zij moest van hier,
-hoe spoediger hoe beter! Hij dacht misschien niet eens meer aan
-dat zonderlinge samenzijn op de "Columban"; in elk geval hij vond
-het blijkbaar te dwaas op het rendez-vous te komen, dat gaf nieuwe
-verplichtingen, en als hij nu hoorde, welke dwaasheid zij met het leven
-bekocht had, dan dacht hij misschien nog in dat grenzenlooze egoïsme
-wat zij toen juist zoo aantrekkelijke, zoo echt mannelijk gevonden had:
-
-"Gelukkig dat zij er alleen was!"
-
-Zij had niets bij zich dan haar wit kanten parasol; haar donkerblauw
-foulard kleedje met zooveel zorg gekozen voor dezen dag, was reeds
-na de eerste minuten doornat, boven haar zwiepten de takken als in
-radeloozen angst dooréén, de wind geeselde hen onbarmhartig, een
-akelig geel licht brak tusschen de wolken door en zij sloot rillend
-de oogen; hoe zou zij den weg vinden in de aanbrekende duisternis,
-en de donderslagen kwamen nader en de wind stak hooger en hooger
-op. Zij sloot de oogen en liep voort, altijd voort het pad langs,
-dat zonder afwijkingen in zigzags naar beneden voerde.
-
-De wind joeg haar als met doornige prikkels in het gezicht, bij een
-kromming van den weg stuwde hij haar vooruit; en zij vloog zoo snel als
-een afgevallen blad voort het pad af. De regen stroomde nu in ratelende
-stralen over haar heen, de bergpaden dreven in het water. Zij zakte
-tot over haar enkels er in, als zij even haar stap matigde. Daar stond
-zij voor een kruisweg; wanhopend bleef zij staan en wrong de handen.
-
-"Waarom ben ik zoo alleen, altijd alleen! o God, o God, laat mij
-hier sterven!"
-
-Weer die bekoring om neer te vallen op den doorweekten grond en regen
-en wind om haar heen te laten bruisen en den dood te wachten; daar
-scheurde de duisternis door een bliksemstraal, ja, nu wist zij het,
-dien weg moest zij nemen, die ging regelrecht naar beneden.
-
-Zij liet zich zakken van boomstam tot boomstam, dan gleed haar voet
-uit, dan scheurde zij het vel harer vingers, dan schrampte zij haar
-voorhoofd, en altijd door stroomde het water onder haar voeten,
-altijd kreunde de wind boven haar hoofd, altijd slingerden de takken
-heen en weer.
-
-"'t Is de moeite niet waard, waarom strijd ik eigenlijk nog voor mijn
-leven?" dacht zij telkens en de ziekelijke zucht tot analyseeren van
-haar sensaties, tot het opdiepen van haar gevoelens verliet haar nu
-zelfs niet, "en toch ik moet voort, ik moet voort, zooals ik daar
-straks moest blijven zitten, uren lang!"
-
-En zij werkte zich naar beneden bij het laatste glimpje licht dat nog
-tusschen wolken en boomen drong, en altijd door bleef die verkilling
-in haar binnenste, dat gevoel alsof haar ziel een doodenkamer was,
-waarin stil geweend werd om een gestorven illusie. Zij had haar hoedje
-verloren, de parasol moeten opgeven, eindelijk stond zij beneden,
-gewond, gehavend, beslijkt, de kleeren in flarden, zonder adem en nog
-had de wind niet met haar afgerekend, nog duwde hij haar onbarmhartig
-voort, steeds voort. Zij hijgde en streek zich de haren uit de oogen
-en onwillekeurig dacht zij weer aan de "Columban," waar zij voor den
-spiegel datzelfde haar opstak en zijn gezicht naast het hare verscheen.
-
-Zou het nu altijd zoo blijven, zou zij nu altijd zoo moeten
-voortleven, met dat gevoel van een doode met zich mee te dragen in
-haar hart? Daarom was dat hart zoo zwaar, tot brekens toe zwaar,
-zoo zwaar als men haar hoofd had gemaakt, daarom viel het haar zoo
-moeilijk zich voort te slepen; gelukkig de wind droeg haar nu!
-
-O die herinneringen! Het vorige jaar speelde ook de wind om haar heen
-toen zij het eerst zijne stem hoorde met haar eigenaardig engelsch
-accent; kon zij dan niets denken, niets gevoelen zonder dat als een
-bittere nasmaak die heugenis zich daaraan hechtte?
-
-Wat was zij toen anders geweest op de "Columban", zoo pittig, zoo
-krachtig, haar hart was ledig, maar daarom ook zoo open voor elken
-frisschen indruk. In Staffa had zij geschreid van aandoening omdat
-het groote schouwspel haar zoo overweldigde; na dien tijd had zij
-nog dikwijls geschreid, maar dan was het van kinderachtig verlangen,
-maar nu zou zij het nooit meer doen!
-
-Hij moest haar nu zien, hij, zooals zij hier verloren ronddwaalde,
-de natte gescheurde kleeren gekleefd aan haar lichaam, het water
-siepelend langs haar huid, druipend uit haar kleeren, zoo klein,
-zoo nietig, zoo armzalig, niemand die om haar gaf, niemand die wist
-waar ter wereld zij was. Zij had daar op dien berg wel kunnen sterven
-zonder dat men haar miste. O, hoe zou hij haar nu vinden, zooals zij
-daar stond? Neen, dan zou hij haar juist lief krijgen, haar beklagen,
-in zijn sterke armen opnemen, dragen door wind en regen.
-
-En toen snikte zij het uit van medelijden met zich zelf, tranen
-rolden langs haar door den regen reeds zoo nat gezichtje: zij drukte
-de handen tegen de oogen en rende voort door de stille straten van
-het stadje naar de kleine zijstraat waar het huis stond, waarin zij
-een kamer bewoonde.
-
-De goede thuringsche vrouw, haar hospita, kwam haar aan de huisdeur
-te gemoet. Zij was zoo ongerust, waar "das Fräulein" toch geweest
-was. Och, wat klappertandde zij! zij kan niet spreken, zij moest zich
-maar spoedig uitkleeden, dadelijk naar bed. Zij zou haar een warm glas
-wijn klaar maken en toen zij onder een hoop dekens en donzen bedden lag
-in het verlichte kamertje, en de hospita haar een glas gloeienden wijn
-bracht, toen doorstroomde Andrée een behagelijke warmte, een gevoel
-van veiligheid omving haar en met het gelaat tusschen de kussens
-herhaalde zij telkens: "Wat ben ik toch gek geweest, gek, gek, gek!"
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-
-Casper van Eyken was geëngageerd sedert eenige maanden.
-
-Het was zoo gekomen; hij had een fabriek in Holland gekocht en zou
-deze nu zelf besturen: door den dood zijner moeder was hij in het
-bezit geraakt van een aardig kapitaaltje en Glasgow verveelde hem in
-den laatsten tijd. In den voorzomer was hij dus naar Holland verhuisd
-en had in het stadje, waar de fabriek stond zijn intrek genomen;
-toen de eerste drukte van het in gang brengen der zaak voorbij was,
-begon hij het verbazend eentonig te vinden in de stille omgeving;
-hij sukkelde met de meiden, zijn huis was zoo groot en zoo leeg, zijn
-zusters hielden niet op met hem voor te houden hoe verstandig hij zou
-doen te trouwen, de dames in de stad hadden het allen op hem gemunt,
-en op een zekeren avond bij gelegenheid van een societeitsbal werd zijn
-aandacht gevestigd op een mooi, frisch meisje van negentien jaar, een
-blondine met verblindend teint dat die nieuwerwetsche liefhebberijen
-en pretentiën, welke hij zoo verafschuwde, volstrekt niet had.
-
-Dit meisje was doodeenvoudig hoewel zij tot de eerste families van
-het stadje behoorde. Zij had den naam een goed huishoudstertje te
-zijn. Zij kon zoo alleraardigst lachen om elke kleinigheid, die hij
-zeide en dus deed Casper alle moeite zich te verbeelden dat zij een
-uitstekende vrouw voor hem zou zijn en dat hij verliefd op haar was.
-
-Hij vroeg haastig haar hand, kreeg ze even haastig, zond haastig de
-verlovingskaarten rond en had nog haastiger willen trouwen als de
-familie van Emilie er niet tegen was geweest. Vader en moeder deelden
-nog het ouderwetsche idée, dat men elkander in het engagement moet
-leeren kennen, hun dochter was nog zoo jong, zij konden best nog een
-paar jaar wachten en met heel veel moeite kreeg Casper het er door,
-dat het huwelijk tegen het begin van den winter zou worden voltrokken.
-
-Zijn familie was vrij ingenomen met zijn keuze, Berkmans alleen had
-iets degelijkers voor hem gewenscht, maar de zusters en de andere
-zwagers vonden haar een snoesje en zoo bij de hand, zelf japonnen
-maken, zelf het huishouden doen. Goddank, dat Cas op haar zijn keus
-had laten vallen! Zij waren altijd zoo bang geweest dat hij eens een
-dolle streek zou doen, met een engelsche schoonzuster er aankomen,
-die zij niet eens konden verstaan, die alles anders deed dan zij,
-of een meisje van minderen stand, een actrice of zoo iets, neen,
-Emilie was uitstekend voor hem geschikt, het zou een allergelukkigst
-huwelijk worden, daar twijfelden zij niet aan.
-
-En Casper zelf?
-
-Hij wond zich op, hij zocht verstrooiing, hij bedwelmde zich aan de
-schoonheid van zijn aanstaande, maar wanneer hij alleen was, voelde
-hij zich wanhopend leeg van binnen.
-
-Men kon toch niet altijd met elkander stoeien, lachen, zoenen, en
-wat was zijn verloving anders? De vrouw met allerlei liefhebberijen,
-met hooge aspiratiën, die op hem neer zou zien, die onbegrepen in
-een zoogenaamd schijnhuwelijk met hem zou leven, was hij ontsnapt,
-maar was hetgeen hem nu wachtte niet nog erger?
-
-Toen Augustus naderde begon hij zich nog meer op te winden, nog meer
-wijs te maken dat Emilietje het ideaal eener vrouw voor hem was;
-eigenlijk begonnen de banden, die hem aan haar bonden reeds pijnlijk
-te drukken. "Als wij getrouwd zijn, zal het wel beter gaan," maakte
-hij zich zelf wijs, maar geloofde zich zelf niet. Hij voelde zelf
-reeds bij intuïtie dat hij een maand na zijn huwelijk het gevoel zou
-hebben van in een kooi opgesloten te zijn, tegen welks traliën hij
-dan wanhopend zou opspringen.
-
-De herinnering aan juffrouw Bauer was geheel op den achtergrond
-geraakt; in den drukken winter, die bijna geheel voorbij ging in
-onderhandelingen over den aankoop der fabriek, had hij geen tijd gehad
-aan haar te denken. Soms als hij een oogenblikje door het een of ander
-herinnerd werd aan dien zeetocht moest hij onwillekeurig glimlachen
-als om een dwaasheid, maar toch vond hij het een prettig hoekje in den
-tuin zijner herinneringen; het was hem een feest daarheen te vluchten
-en er eens in rond te wandelen; als hij aan haar geestig lachje dacht,
-trilde er nog altijd iets aangenaams in zijn ziel.
-
-In de eerste maanden had hij zich vast voorgenomen, op het rendez-vous
-te komen, maar later vergat hij deze afspraak meer en meer, en toen
-de gedachte aan dat vreemde meisje geen beletsel meer voor hem was
-zich met Emilie te engageeren, had hij elk plan om op den afgesproken
-tijd naar Friedrichroda te gaan, natuurlijk opgegeven.
-
-Juist op dien dag vierde de stad het vijftig-jarig jubilé van een
-zangersvereeniging; hij had logés over, er werd druk feest gevierd
-en hij dacht pas aan den datum toen deze reeds een week oud was.
-
-"Zij heeft mij ook vergeefsch zitten wachten op dien berg," dacht
-hij, "maar 't is toch zeker maar gekheid van haar geweest. Verbeeld
-je, wat een mal figuur ik had gemaakt, als ik die reis daarheen had
-ondernomen om daar uren lang te wachten op een dame, die niet kwam en
-zich in stilte verkneukelden over de poets, die zij mij speelde. Ik
-ben wijzer, hoor!"
-
-Maar dan kon hij soms er met angst aan denken dat Andrée hem vergeefs
-had gewacht, dat voor haar die woorden hooge ernst waren geweest,
-en dat zij bedrogen zou zijn omdat hij niet verscheen.
-
-Vreemd, hoe meer de tijd van zijn huwelijk naderde hoe meer hij aan
-Andrée dacht; vooral als Emilie lachte, kwam haar ernstig ovaal
-gezichtje met de diepe lijnen langs de kin telkens voor hem op,
-en dan zag hij weer die aardige kuiltjes en die vonkelende oogen,
-waaruit de ziel zich baan brak naar buiten.
-
-Bij Emilie geen spoor van zoo iets; zij zag er altijd even mooi,
-even frisch en kalm uit, haar lach deelde zich nooit mee aan haar
-oogen, de frissche lippen schitterden om de prachtige tanden, maar
-de oogen bleven altijd even onverstoorbaar kalm en nietszeggend;
-zij hadden ook niets te zeggen, er ging achter hen blijkbaar niets om.
-
-Het huwelijk werd weer uitgesteld tot het begin van het volgend jaar;
-mama kon niet klaar komen met den uitzet, Casper was boos.
-
-"Als er niets van de heele trouwerij komt, is het hun schuld en niet
-de mijne," schreef hij aan een zijner zusters.
-
-Hij werd hoe langer, hoe ongeduriger en prikkelbaarder; die eeuwige
-lach van zijn meisje, soms in giegelen ontaardend en dat zij in alle
-omstandigheden deed hooren; maakte hem zenuwachtig, ja zeker, zij zag
-er allerliefst uit als zij lachte, maar hij kende dat lieve gezicht nu
-eenmaal en zou zoo graag haar desnoods wat minder lief hebben gezien,
-maar dit gebeurde nooit als hij er bij was. Kwade tongen beweerden
-dat juffrouw Emilie te huis de schade inhaalde en dan soms heele dagen
-allesbehalve lief keek om de minste kleinigheid, die haar niet beviel
-en dikwijls ook om niets; alleen uit louter plezier.
-
-Het werd Maart en Casper begon het als een last te beschouwen dagelijks
-naar de ouders van zijn meisje te gaan, met haar te wandelen en te
-vrijen; als zij eens een dag uit de stad was, voelde hij zich gelukkig
-eens op zijn gemak in zijn luien stoel te kunnen liggen om te lezen of
-te denken. De gedachte dat Emilie over eenige maanden hier tegenover
-hem zou zitten en altijd lachen drukte hem.
-
-"Ik ben niet geschapen voor een huwelijk, ik heb het altijd gevoeld,"
-bromde hij in zich zelf, "het loopt bepaald mis met mij of ik Emilie
-trouw--of een ander."
-
-Maar dan dacht hij er aan òf hij het ook zoo hinderlijk zou vinden als
-die andere tegenover hem zat met haar kalme manieren, haar verstandige
-oogen en haar geestig lachje dat nooit hoorbaar werd; neen, hij sloot
-de oogen en kneep zijn handen in elkaar, daar kon hij niet aan denken,
-dát was beter dan eenzaamheid.
-
-Hij vond het een verademing toen zijn aanstaande schoonmoeder hem
-voorstelde met haar en Emilie eens naar Amsterdam te gaan, om nog
-eenige inkoopen te doen voor den uitzet; zij en Emilie zouden bij
-een vriendin logeeren, hij kon naar een hotel gaan.
-
-Dat idée wekte hem op, dat gaf verandering, misschien verbetering:
-die nieuwe indrukken zouden Emilie waarschijnlijk wakker maken,
-een beetje pittigheid brengen in haar lach, in haar conversatie,
-en een ander denkbeeld, dat hij met geweld trachtte te onderdrukken
-kwam telkens en telkens terug.
-
-In Amsterdam woonde juffrouw Bauer, wie weet of hij haar niet eens
-ontmoette, dat hoopte hij eigenlijk niet, in de verte zien maar, iets
-naders van haar hooren, want wat zou hij haar nu zeggen, eigenlijk had
-hij haar zeer leelijk behandeld, want hij had haar toch in alle ernst
-ten huwelijk gevraagd. Wanneer zij hem als een eerlijk man beschouwde
-dan had zij alle redenen hem te minachten en hij zou zich doodschamen
-als hij haar ontmoette met zijn mooie Emilie aan den arm.
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-
-Zij wandelden langs de grachten, Emilie liet haar mama met haar
-gastvrouw op haar gemak winkelen; zij was zoo blij haar "ventje"
-voor zich zelf te hebben; zij hadden nu samen het Museum gezien
-en Emilie vond het dol gezellig, maar eigenlijk had niets haar
-geïnteresseerd dan de "kostumes" van vroegeren tijd en de beelden
-uit de ethnographische afdeeling.
-
-"De Nachtwacht" daar vond zij niets aan, en Casper was op het oogenblik
-niet verliefd genoeg om dit een onbetaalbare naïveteit te vinden;
-hij keek ook niet veel naar schilderijen; het eerste waarnaar hij
-zocht als hij in een zaal kwam was, óf daar geen schilderesje zat.
-
-Hij verbeeldde zich, hij wist zelf niet waarom, dat Andrée Bauer een
-kunstenares moest zijn; maar het ging zaal in, zaal uit, schilderessen
-genoeg, maar van juffrouw Bauer geen spoor.
-
-Het adresboek had hij ook al eens doorbladerd; er stonden verscheidene
-Bauers in, doch geen enkele alleen staande dame.
-
-"'t Is een obsessie, het laat mij niet met rust hier," dacht hij
-knorrig, "'t is of zij mij telkens moet te gemoetkomen. Had ik het
-geweten dat ik zoo door die kleine heks was ingepakt, dan--"
-
-Hij voleindigde den zin niet en begon Emilie te plagen met een
-jongmensch, die haar op reis erg had gefixeerd en zij lachte, zij
-lachte tot zij er rood van werd.
-
-"Och, wat ben je toch een flauwert! Denk je dat ik hem aangekeken heb?"
-
-"Zeker, den heelen tijd!"
-
-"Och hoe kan je dat zeggen, ik kijk alleen naar jou."
-
-"Dat weet ik beter."
-
-"Maar jij dan, jij; die, oude jonge juffrouw tegenover ons met dien
-bril op den neus, gaf je den heelen tijd knipjes met haar schele
-oogen en jij keek zoo schuin. Ja, ik heb het wel gezien."
-
-"Malligheid! De dames bemoeien zich niet met mij."
-
-"Dat weet je beter."
-
-En zoo ging het voort; dit was een staaltje van de interessante
-gesprekken, die het jonge paar altijd voerde. Casper voelde er zich
-soms wee onder worden. Neen, eene domme, mooie vrouw was toch ook
-geen ideaal, want dom dit was Emilie bepaald, dat merkte hij genoeg;
-de briefjes die zij hem schreef waren als gesteendrukt zoo prachtig
-van schrift maar kinderachtig van stijl, wemelend van allerlei fouten.
-
-"En wat dunkt je nu," vroeg zij na een pauze, "zullen wij dat roode
-behang nemen voor de eetkamer?"
-
-"Wat je wilt liefje!"
-
-"Zeg dat nu niet altijd. Ik wou zoo graag weten wat jij het liefste
-had."
-
-"Kies maar toe, ik kijk toch nooit naar het behang, ik kijk alleen
-naar jou."
-
-Ellendige leugenaar! die hij was; hij vond zichzelf verachtelijk,
-zooals hij al die flauwigheden debiteerde aan dat onnoozele kind,
-dat weer begon te lachen en zich als een poesje tegen hem vleide. Daar
-gaf zij een gilletje tusschen twee lachjes door.
-
-"Wat is er?" vroeg hij geschrikt.
-
-"Niets. Er is iets in mijn oog gevlogen. Wil je eens zien?"
-
-Zij sloeg de voile op, knipte met haar oog dat er reeds zeer
-ontstoken uitzag; onhandig sperde Casper het open, zoodat zij het weer
-uitschreeuwde van pijn en verklaarde toen dat er niets te zien was.
-
-"Dan is 't er zeker wel uit; 't is de napijn. Men zegt, je voelt het
-altijd nog een heelen tijd na als het ding er al lang uit is."
-
-"Ja dat zal het wezen."
-
-Zij trippelde weer aan zijn arm voort, maar telkens kwam zij met de
-vingers aan het oog of drukte er de mof tegen aan.
-
-"O zoo'n pijn, ik kan het niet openhouden. Er is zeker nog iets in."
-
-"Ik heb niets gezien. Maar wrijf er toch niet aan."
-
-"Ik kan het niet uithouden, 't steekt zoo!"
-
-"Dan moeten wij naar een dokter om het te laten nakijken."
-
-"Als ik maar water had."
-
-"Dat kan ik je hier niet geven. Ik zal rondzien of hier geen dokter
-in de buurt woont. Ha, daar zie ik geloof ik een naambordje."
-
-"Och, 't is zoo gek."
-
-"'t Is niet gek, als jij je oog verliest is het nog veel gekker."
-
-Zij stonden voor een net huis, op de deur stond een wit porselein
-naambordje met het opschrift.
-
-
- Dr. A. Wencke
- Arts.
-
-
-Nog vóór dat Emilie het merkte had Casper gescheld, een net meisje
-maakte open.
-
-"Is de dokter t'huis?" vroeg hij.
-
-"Dokter had juist spreekuur; als mijnheer en mevrouw even binnen
-wilden komen."
-
-Zij werden in een kamertje gelaten, waar een dame zat en nog een dame
-met een kind.
-
-"Och dames," vroeg Casper, "deze juffrouw heeft iets in haar oog
-gekregen; zij heeft er zoo'n pijn aan, mag zij u voorgaan, 't is het
-werk van een oogenblik." Emilie was beginnen te schreien van pijn
-en zenuwachtigheid.
-
-"Wel zeker," antwoordden de dames, "met plezier!"
-
-Juist klonk er een schelletje; de meid liet iemand uit en kwam aan
-de deur zeggen dat de dokter wachtte.
-
-Casper volgde Emilie, den arm om haar middel geslagen, de lange gang
-door; hij had werkelijk met haar te doen en vond het een nieuw genot
-haar moed in te spreken en te steunen.
-
-De meid maakte de deur aan het einde van een gang open en liet hen
-binnengaan; een hooge, ruime kamer, helder verlicht door glasruiten,
-waarvan de gordijnen van onder naar omlaag waren getrokken en
-waarachter de bladerlooze takken van hooge boomen heen en weer wiegden,
-en een tuin verrieden; de kamer zelf was streng ingericht met groote
-boekenkasten, tafels met instrumenten, een rustbank, tusschen de
-ramen een schrijftafel, waarvoor een dame zat.
-
-Toen het paartje binnenkwam stond zij op, en bleef met de eene hand
-op de tafel leunen.
-
-"Is de dokter te spreken, mevrouw?" vroeg Casper.
-
-"Ik ben de dokter," zeide een zachte, eenigszins onzekere stem.
-
-Nu zag Casper de jonge dame verwonderd aan, hun oogen ontmoeten
-elkander, zij werd een tintje bleeker, hij vuurrood en met haar ééne
-half toegeknepen oog keek nu Emilie ook den vreemdsoortigen arts aan.
-
-"Is u dokter", zeide zij ondanks haar pijn glimlachend, "hoe leuk!"
-
-"En u is de patiënt?" vroeg Dr. Wencke en naderde het meisje, "heeft
-u iets aan uw oog?" en zich tot Casper wendend, wees zij hem een
-stoel aan en zeide stroef: "wil u zoolang daar plaats nemen totdat
-ik mevrouw onderzocht zal hebben."
-
-"Ik ben nog geen mevrouw," verklaarde Emilie en deed haar hoedje af,
-"wij zijn nog pas geëngageerd, weet u!"
-
-"Hier op dezen stoel als het u belieft. Zoo houd uw hoofd wat in de
-hoogte, iets meer. Niet knippen; zoo, rust nu maar op mijn arm."
-
-Casper staarde als wezenloos naar zijn meisje zooals die daar lag met
-achterovergeworpen hoofd, in de armen van de andere die nog meer dan
-Emilie zijn gedachten vervulde.
-
-"Juffrouw Bauer--Dr. Wencke." Zij had dus een anderen naam opgegeven;
-dat was dus haar geheim, het geheim dat zij met zooveel angstige zorg
-bewaarde of het een schande was. Zij had een eenvoudig grijs kleedje
-aan, dat onberispelijk om haar kleine, door en door gracieuse gestalte
-sloot; hare donkerblonde haren met de mooie golf waren rustiger dan op
-de "Columban", om haar lippen teekenden de twee strepen zich echter
-scherper en breeder af en haar oogen stonden dieper onder de door
-den druk der gedachten ernstig gefronste wenkbrauwen.
-
-Haar vingers onderzochten handig Emilie's oogen, met een tangetje
-haalde zij er een microscopisch stofje uit, toen liet zij langzaam
-Emilie's hoofd weer los.
-
-"'t Is er uit," zeide zij, "nu zal u nog een oogenblik een branderig
-gevoel overhouden, maar dat gaat dadelijk over."
-
-Emilie keek rond en lachte.
-
-"Heerlijk!" riep zij, "ik voel niets meer. Geef je mij mijn hoedje,
-Cas, ik zal toch voortaan altijd een voile voordoen, maar jij houdt
-er niet van."
-
-Zij ging voor den spiegel staan om haar hoed in orde te brengen; de
-dokter verschikte iets aan hare instrumenten en Cas stond aandachtig
-naar elke beweging van zijn meisje te kijken.
-
-"Hoeveel ben ik u schuldig, juffr.... Dokter?" vroeg hij eindelijk
-zonder haar aan te zien.
-
-"Een rijksdaalder."
-
-Hij legde den rijksdaalder op tafel.
-
-Hij boog en liet Emilie voor hem uitgaan; zwijgend kwamen zij buiten,
-hij kon nog geen woorden vinden. In zijn verbeelding was zijn meisje
-nu in al zijn geheimen ingewijd; maar Emilie zag niet ver, zij was
-te veel vervuld geweest van zich zelf en toen zij weer op straat kwam
-raakte haar tongetje los.
-
-"Hoe uiïg, hé vent! Zoo'n damesdokter! Ik heb er nog nooit een gezien:
-jij wel? Ik vind het toch niets vrouwelijks, zoo echt geëmancipeerd. En
-wat is zij duur, zeker omdat zij een dame is. Een rijksdaalder! dat is
-ook gauw verdiend, binnen de minuut. Onze dokter rekent maar vijftien
-stuivers voor een visite en als je bij hem komt twee kwartjes."
-
-"Ik vind het erg goedkoop voor Amsterdam."
-
-"Misschien begint ze ook pas; 't zag er zoo gloednieuw uit, alles
-keurig netjes. Ik kan niet anders zeggen, maar zij zelf ook. Wat
-een prachtige coupe had zij in haar japon. Ik had haar zoo om haar
-naaister kunnen vragen, maar dat was misschien weer een paar gulden."
-
-"Nu, die had ik er wel voor over gehad voor zoo'n consult."
-
-Zij lachte weer en nog nooit had Casper haar lach zoo agaçant gevonden.
-
-"Wat zal Moe opkijken als ik haar vertel van die damesdokter, maar
-ik ben toch erg blij, Cas, dat je mij er zoo spoedig hebt laten
-afhelpen. Foei wat deed me dat oog een pijn! Verbeeld je als ik met
-zoo'n dik oog t'huis had moeten komen."
-
-Dien avond zouden Emilie, haar moeder en Casper weer uit Amsterdam
-vertrekken, hun retourtje was om, maar op het laatste oogenblik
-verzekerde Casper dat hij niet met de dames mee kon gaan, hij moest
-morgen iemand spreken voor zaken en zou dus maar zijn retour laten
-verloopen; 't speet hem vreeselijk maar hij kon niet anders. Emilie
-liet haar lipje hangen; zij vond het niets aardig van Cas, dat hij
-haar alleen liet vertrekken in het donker. Hij kon immers desnoods
-meegaan en morgen weer naar Amsterdam vertrekken, maar moe prees
-Casper bijzonder, dat hij zoo op de kleintjes lette; zijn retour
-verliezen was al geen meevallertje, maar nu zou hij nog meer kwijt
-zijn als hij morgen weder een retour nam.
-
-"Het mocht wat, een verschil van een paar gulden, als mijn gezelschap
-hem zooveel waard is."
-
-Casper had er echter behoefte aan dien avond, haar eeuwigen lach niet
-te hooren.
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-Den volgenden middag toen het spreekuur van Dr. Wencke ten einde liep,
-ging Casper van Eyken naar het huis, hij bleef voor de deur staan en
-bekeek aandachtig het naambordje.
-
-Gisteren was het hem niet opgevallen; hij had gelezen Dr. A. Wencke,
-en nu zag hij dat er duidelijk stond: Dr. Andrée Wencke, maar al had
-hij ook toen op den voornaam gelet, dan zou zijn aandacht door die
-dubbele ée nog niet getrokken zijn.
-
-De meid, die hem open doet, vroeg wat er van zijn dienst was.
-
-"'t Is immers het spreekuur van den dokter."
-
-"Ja, maar mevrouw behandelt geen heeren."
-
-"'t Is voor die dame, met wie ik gisteren hier ben geweest," loog
-Casper brutaalweg.
-
-"O zoo," en zij liet hem in de wachtkamer, waar niemand meer zat. Hij
-zette zich neer en streek met de hand over het voorhoofd en vroeg
-zich nu eerst af, wat hij hier kwam doen, wat hij haar wilde zeggen;
-hij had gehandeld sinds gistermiddag als onder den invloed eener
-suggestie. Emilie en haar moeder had hij weggezonden; den halven
-nacht en den heelen morgen had hij zoek gebracht met door de straten
-te drentelen, en nu zat hij in haar huis te wachten tot hij als
-een vreemde in haar tegenwoordigheid zou worden toegelaten. Maakte
-hij een gek figuur? Toen dacht hij eensklaps aan een woord van het
-dienstmeisje. Die sprak van "Mevrouw" zou zij dan getrouwd zijn,
-heette zij daarom geen juffrouw Bauer meer; in elk geval hij moest
-zekerheid hebben en niemand kon hem die beter geven dan zij zelf. Hij
-moest veel langer wachten dan gisteren; eindelijk klonk weer het
-electrisch schelletje en de meid kwam hem waarschuwen precies als
-gisteren.
-
-Een oogenblik later stond hij weer in de kamer; zij zat iets te
-noteeren in een groot voor haar liggend boek en sloeg niet dadelijk
-de oogen op.
-
-"Juffrouw Bauer," zeide hij half luid. Zij schrikte en zag hem nu aan.
-
-"Mijnheer.... van.... van Eyken? Hé, is 't niet goed met de juffrouw?"
-
-Hij nam een stoel en zette zich tegenover haar, rustig als kon niets
-hem van daar jagen.
-
-"O ja heel goed, dank u wel! Maar ik kom voor mij zelf. Ik weet, u
-behandelt geen heeren maar de zaak, die mij betreft is zoo gewichtig."
-
-Zij lachte nu even, heel eventjes, en hij voelde dat zij haar oude
-macht over hem herwonnen had.
-
-"Is u getrouwd?" vroeg hij, "en is u daarom geen juffrouw Bauer meer?"
-
-"Neen!" antwoordde zij, "ik ben niet getrouwd en ik heb nooit Bauer
-geheeten. Ik noemde een anderen naam omdat ons land zoo hopeloos
-klein is en ik op vacantie was."
-
-"En een vrouwelijke arts is nog altijd zoo'n zeldzame vogel bij ons,
-dat men haar reeds van verre herkent. Enfin, dat is uwe zaak, maar
-dat u er zoo geheimzinnig mee was, waar diende dat voor? U heeft
-misschien een leven er door bedorven."
-
-"Het uwe?" vroeg zij met den helderen, doordringende blik, waarvan
-hij nu de kracht kende: daarmede maakte zij immers haar diagnose op de
-patiënten. Zij had zich half omgekeerd op haar bureaustoel en wanneer
-zij niet een vouwbeen onophoudelijk tusschen beide handen schoof,
-zou men haar voor volmaakt kalm hebben gehouden.
-
-"Ja, het mijne. Wanneer ik alles dadelijk had geweten, wat--wat
-zou--dan alles anders geweest zijn."
-
-Zij glimlachte spottend en legde het vouwbeen resoluut op tafel neer;
-hij schaamde zich over zijn woorden en zijn heele houding; had hij
-haar dan niets anders te zeggen?
-
-"U heeft zich toch dunkt mij niet over het leven te beklagen; naast
-zoo'n allerliefst meisje--een beauté."
-
-"O ja zeker--maar ik heb u toch niet vergeten, toch niet kunnen
-vergeten."
-
-En nu zeide zij kalm zonder een zweem van verwijt in de stem:
-
-"Waarom is u dan in Augustus niet in den Gottlobtempel gekomen?"
-
-Het bloed steeg hem naar het hoofd terwijl hij vroeg:
-
-"Is u daar geweest? Heeft u mij gewacht?"
-
-"Ja zeker! Ik had het immers gezegd."
-
-"Ik zag het voor gekheid aan," zuchtte hij, stond op en ging met
-groote stappen de kamer op en neer.
-
-"Dan is het immers goed," hernam zij weer even bedaard, maar opnieuw
-met het vouwbeen tusschen de vingers, "u vertrouwde mij niet, dus
-was het immers het beste dat de kennismaking zóó eindigde."
-
-"Maar ik had niet kunnen denken...."
-
-"Neen, u zag mij voor een avonturierster aan, niet waar? U was bang
-voor het geheim dat mij omringde, nu kent u het en--wat zegt u er van?"
-
-Zij stond rechtop met opgeheven hoofd, fier, trotsch, mooi van een
-geheel intellectueele schoonheid, die straalde uit haar voorhoofd,
-haar oogen, haar ernstige, half geopende lippen, haar geheele houding;
-hoe had hij haar eens klein kunnen noemen, een poppetje, zij scheen
-nu zoo'n krachtige, flinke, sterke vrouw.
-
-Hij zweeg en verslond haar met de oogen.
-
-"Is u niet blijde, dat ik u voor een dwaasheid heb behoed? Pas ik nu
-wel bij u?"
-
-"O neen," zeide hij bitter, "u is veel te groot voor mij! Hoe
-belachelijk zal u dat gevonden hebben, toen ik u voorstelde u op
-te nemen in mijn armen, u door het leven te dragen, toen ik u het
-ideaal vond van het vrouwtje, waarvoor ik zorgen en werken wilde en
-van wie ik niets anders verlangde dan liefde en aanhankelijkheid. Hoe
-kon ik het weten dat ik het vroeg aan zoo'n geleerde dame, aan een
-doctor in de geneeskunde, aan een vrouw, die hemelhoog op mij armen
-stumper neerziet."
-
-Hij maakte zich boos onder het praten, hij achtte zich werkelijk
-door haar verongelijkt en slecht behandeld, zoo hinderde hem zijn
-vergissing.
-
-"Ga even zitten, mijnheer Van Eyken," zeide zij met trillende lippen.
-
-"Heeft u tijd? Wachten uw patiënten u niet?"
-
-"Neen, ik heb nog een half uur vóór dat mijn coupé voorkomt. Zullen
-wij het uitvechten? U beweert grieven tegen mij te hebben en ik heb ze
-misschien tegen u." Hij maakte een beweging. "O neen! Dat u geëngageerd
-is neem ik u niet kwalijk, en dat u niet op het rendez-vous is geweest
-na hetgeen u op den "Columban" gezegd heeft, ook niet, maar dat u
-mij niet vertrouwde en toch ten huwelijk vroeg, dat is erger. Nu is
-alles voorbij! Wij hebben beiden gekozen en kunnen dus kalm spreken
-over hetgeen geweest is en had kunnen wezen."
-
-"Er is niets onherroepelijks gebeurd," zeide hij halfluid, als vreesde
-hij dat zij het verstaan zou.
-
-"Toch wel! Ik zal u alles vertellen. Tout savoir c'est tout pardonner,
-of liever neen niet alles maar toch veel vergeven. Ik ben nu arts,
-maar toen ik u leerde kennen, was ik nog student, een vermoeide,
-afgematte, moedelooze student. Toen begon de crisis, de reactie,
-die op een jeugd vol ingespannen studie, zonder de gewone genoegens
-van een meisjesleven noodzakelijk volgen moest."
-
-"Waarom heeft u dan dien weg ingeslagen?
-
-Zij zuchtte even.
-
-"Ja, waarom? Ik wist niet anders dan dat het zoo moest zijn van
-jongsaf; mijn moeder heb ik nooit gekend; zij stierf toen ik nog
-heel jong was. Mijn vader was leeraar aan een Gymnasium in een
-provinciestadje, een geleerde man, die geheel buiten het gewone leven
-stond; mijn drie oudere broers waren ondeugende bengels, waarover hij
-niet het minste gezag had en die ook allen verkeerd zijn gegaan. Vader
-leefde in en voor theorieën; theoretisch had hij zijn jongens bedorven,
-theoretisch moest ik opgevoed worden als jongen."
-
-Zij zweeg even en drukte de lippen pijnlijk samen.
-
-"En ik was toch maar een meisje, niets dan een zeer gewoon meisje,
-misschien met iets bevattelijker verstand dan andere meisjes, maar
-ik was gehoorzaam, volgzaam, elk woord van vader was mij een bevel
-en toen ik zag hoe de jongens steeds ondeugender werden, voelde ik
-er behoefte aan hem te vergoeden wat zij misdeden. En alles ging
-geleidelijk voort; ik leerde Latijn en Grieksch zooals andere meisjes
-Fransch en Duitsch. Ik wist dat ik dokter moest worden en ik vond het
-goed of liever ik dacht er niet aan dat het niet goed kon zijn. Ik
-maakte behoorlijke studiën, niet buitengewoon maar toch meer dan
-voldoende. Vader was gelukkig en tevreden, hij noemde mij zijn troost
-en zoo werd ik jong meisje altijd tusschen boeken en thema's; nooit
-ging ik met vriendinnen van mijn leeftijd om, nooit was ik aan een
-handwerkje bezig, nooit las ik romans, nooit bemoeide ik mij met het
-huishouden; ik stond buiten alles wat aan mijn vrouw-zijn herinnerde
-en ik wist niet anders of het hoorde zoo, totdat ik na het gymnasium
-doorloopen te hebben aan de Akademie kwam."
-
-Zij streek met de hand over het voorhoofd.
-
-"Verveel ik u?" vroeg zij.
-
-"Integendeel. Ik heb nog nooit zoo aandachtig geluisterd, naar
-wie ook."
-
-"'t Is voor het eerst dat ik het vertel. Tot nu toe heb ik er altijd
-alleen mee geleefd.
-
-"Nu dan, aan de Akademie begon mijn eigenlijke leertijd; toen was het
-dat voor het eerst mijn neigingen in opstand kwamen tegen mijn lot. O
-die snijkamer en die operatiën en die gasthuislucht en die zieken; hoe
-ben ik dien tijd doorgekomen, wat walgde mij dat alles, die lijken,
-welke ik moest onderzoeken om het samenstel van het menschelijk
-lichaam te leeren kennen, die flauwe praatjes van de studenten,
-die angst voor bloedvergiftiging en dan 's nachts dat droomen van
-afgesneden handen en voeten, van verkankerde magen en.... en.... ik
-word er gek van als ik aan dien tijd denk."
-
-"Waarom gaf u er den heelen rommel niet aan?"
-
-"Vader had zijn betrekking laten varen om in Amsterdam te wonen,
-opdat ik daar de colleges kon volgen en hij had juist in dezen tijd
-zoo'n verdriet van de jongens; als ik mijn studie had opgegeven
-zou ik hem radeloos hebben gemaakt. Hij was zoo trotsch op mij! Ik
-studeerde hard, nacht en dag kan ik zeggen, zonder eenige afleiding,
-eenige verstrooiing, altijd met walg en afkeer in het hart; ik werd
-niet bezield door den dorst om veel te weten en ik voelde ook geen
-roeping om mij aan de lijdende menschheid, zooals de term luidt,
-toe te wijden, ook niet om een positie te verwerven: ik studeerde
-omdat vader mij van jongsaf had ingeprent dat het zijn bedoeling was,
-en omdat ik hem niet teleur wilde stellen."
-
-"Maar dat was toch een onwaardige tyrannie!"
-
-"Och! zoo beschouwde de arme man het niet. Hij zag in studie en
-wetenschap alleen zijn heil, hij was vast overtuigd dat het mij
-gelukkig zou maken, of neen, geluk heeft hij nooit geweten wat dat
-was; 't zou mij door de wereld helpen. Maar zoolang hij leefde had
-ik nog een prikkel, een steun die mij voortdreef en staande hield;
-een jaar nadat ik mijn candidaats gedaan had stierf hij plotseling en
-nu begon eerst mijn leed. Toen voelde ik eerst hoe eenzaam ik stond
-en hoe mij nu alles ontbrak."
-
-"Toen was het nog tijd om...."
-
-"Een gewone vrouw te worden. Ik heb het beproefd, ernstig en
-vastbesloten; ik liet mijn studiën rusten; financieel kon ik mij
-redden, meer niet, en zocht ik het gezelschap van meisjes van mijn
-leeftijd op. Ik ging uit bij families, maar ach! ik stond overal
-alleen; over niets van wat hen interesseerde kon ik meepraten; ik
-trachtte mij in hun belangen in te leven, het gelukte mij niet. Ik
-stond zoo buiten alles, mijn sfeer was zulk een geheel andere dan
-de hunne! Ik kon er mij niet meer t'huis voelen. Men vond mij stil,
-zonderling, onbeholpen, links. De heeren ontvluchtten die geleerde
-dame, de meisjes keken mij over den schouder aan; toen heb ik geleerd
-de vrouwen onuitstaanbaar te vinden." En deze herinnering ontspande
-even haar strakke trekken.
-
-"Nu begreep ik dat mijn plaats niet meer in de gewone wereld was;
-ik kon er geen vasten voet in krijgen dan onder voorwaarde, dat ik
-ten minste uiterlijk werd als zij, dat ik spreken kon over romans en
-komedies en buitenlandsche reizen, huishouden, muziek, flirtations
-en--chronique."
-
-"Maar in wat voor kringen is u dan geweest?"
-
-"In zeer ontwikkelde, fatsoenlijke, nette kringen; overal voelde
-ik dat men mij niet begreep, dat men mij duldde en ik kon niet meer
-worden als die anderen, hoe graag ik ook had gewild."
-
-"Wilde u dat? Hoe is het mogelijk?"
-
-"Ja, ik weet, 't is onverstandig, onredelijk, maar ik voelde een
-ziekelijk verlangen in mij om te worden als die meisjes, oppervlakkig
-en geaffecteerd, opgewonden over een bal of een concert, alles
-dolletjes, en gezellig en leuk vindend of lief, eenvoudig, hartelijk,
-naïef, koket, want die heb ik ook ontmoet. Ik benijdde ze en zij
-dachten dat ik op haar neerzag en ze minachtte."
-
-"En u vond ze onuitstaanbaar?"
-
-"Misschien omdat ik niet kon zijn als zij, omdat alles wat ik gehoord,
-gezien, gestudeerd had zulk een kloof had gegraven tusschen haar en
-mij. Ik had de diepste ellenden gepeild van het menschelijk bestaan,
-hoe kon ik dan nog in al dat frivole belang stellen? Met een ander
-karakter was het misschien nog mogelijk geweest, maar ik bezat den
-zwaartillenden aard van mijn vader, ik was te eenzijdig ontwikkeld,
-mijn andere vermogens waren kunstmatig verstompt door dat eeuwig
-analyseeren, dat eindeloos studeeren."
-
-"U was bestemd een lief, aardig, gewoon vrouwtje te worden; maar zij
-hebben u schandelijk van uw weg afgeleid."
-
-"Ik geloof het ook! Eindelijk vreesde ik krankzinnig te worden en
-ging op reis, mijn schotsche reis."
-
-Zij zweeg en hij zag naar haar gespierde kleine handen, die nu
-onbeweeglijk in haar schoot lagen.
-
-"Daar voelde ik in de frissche hooglandsche lucht mijn gezondheid
-sterker worden, mijn zenuwen zich opnieuw spannen en daar droomde ik
-een droom."
-
-"Door mij?"
-
-"Ja, door u! U sprak woorden tot mij, die ik nooit gehoord had en
-toen voelde ik wat mij rust en steun kon geven, waar ik naar smachtte,
-een arm waarop ik kon leunen als toen op dat steenachtige voetpad in
-Jona, een man die mij lief had ondanks alles en die mij wilde helpen
-gewoon gelukkig te worden als vrouw."
-
-"En waarom dan niet...."
-
-"Wist ik hoe de andere meisjes handelen in zulke gevallen? Ik hoorde
-u aan, ik was op het punt ja te zeggen. Gelukkig heb ik mij bedacht,
-ik besloot u op de proef te stellen. Als zijn liefde zoo groot is,
-als ik ze noodig heb, dan zal hij het volgende jaar mij ook zoeken,
-waar ik ter wereld ook zijn mag en zoo niet--zoo niet, dan is het
-misschien beter."
-
-"Dwaze, die ik was om niet te komen!"
-
-"Het was niet dwaas, maar heel verstandig; u is verliefd op mij geweest
-een paar uur lang. Het geheimzinnige, vreemde, waarmede ik verkoos mij
-te omringen, heeft u aangetrokken, en de poëtische omgeving werkte
-mede. Dat is alles, maar wanneer u mij daar gevonden had en u had
-alles gehoord, zou u dan den moed hebben gehad uw vraag te herhalen?"
-
-"Als ik er gekomen was--ik geloof ja."
-
-"U is niet gekomen! U heeft anders gekozen, en 't dient tot niets nu
-nog te praten over hetgeen had kunnen zijn en niet geweest is. Dat
-jaar heb ik hard gestudeerd en mijn laatste examens gedaan; ik wilde
-niet als mislukt student mijn aanstaanden man ontmoeten."
-
-Zij vertelde hem niet hoe dubbel hard zij gestudeerd had om
-huishouden, keuken, handwerken aan te leeren; gewerkt had zij tot
-zij er haast onder bezweken was en uitgeput, afgebeuld zich naar de
-ontmoetingsplaats slepen moest.
-
-"U heeft mij zooveel bekend," vroeg Casper, "zeg mij dit ééne nog. Was
-u erg teleurgesteld toen ik niet kwam?"
-
-Zij bedacht zich even, toen sprak zij vastberaden:
-
-"Het eerste oogenblik ja, maar een regenbui, waartegen ik op moest
-werken, heeft mij een goede douche bezorgd en toen heb ik mijn
-leven cordaat in de oogen gezien. Ik was kunstmatig ontwikkeld;
-in die richting moest ik nu verder groeien en mijn heil zoeken. Dat
-heeft mij gestaald; ik heb mij hier gevestigd, maar het bevalt mij
-niet. Een damesdokter heeft bij ons geen raison d'être, de vrouwen gaan
-liever naar mannen om zichzelf en haar kinderen te laten behandelen;
-zij vertrouwen haar seksegenooten 't minst, ik kom wel goed in mijn
-praktijk, maar zij bevredigt mij nog niet."
-
-Er werd aan de deur geklopt en de meid kwam zeggen:
-
-"Mevrouw, de coupé is voor."
-
-"Best Daatje! Ik laat mij mevrouw noemen, omdat ik als gegradueerde
-recht op dien titel meen te hebben even goed als de vrouwen van artsen
-en advocaten."
-
-"Ik houd u op?"
-
-"Een oogenblikje heb ik nog. Ik denk dat ik naar het Oosten
-vertrek; daar sterven honderden en duizenden vrouwen uit gebrek aan
-geneeskundige hulp, omdat nooit een man haar zien mag. Aan haar wil
-ik mij wijden. Die hebben mij noodig."
-
-"Waartoe is dat noodig? Hier immers--kost het u maar een woord om
-een gelukkige en geachte vrouw te worden."
-
-"Mijnheer Van Eyken," sprak zij uit de hoogte, "Ik heb u deze oprechte
-biecht gedaan, enkel en alleen, omdat ik u als gebonden beschouwde aan
-uw aanstaande. In mijn oog is u reeds met haar getrouwd. Ik meende
-verplicht te zijn u te bekennen, wie ik ben en wat ik gedroomd heb
-naar aanleiding van uw vraag. Voelt u zich dan zoo krachtig mij door
-het leven te dragen..."
-
-Casper wist dat van zijn antwoord alles afhing, een enkele spontane
-beweging en zij zou haar aangeleerde rust en kalme hoogheid afleggen.
-
-"Ik voel me sterk omdat ik u liefheb." Zij verwachtte misschien dat
-hij het zeggen zou;
-
-"Ik ga heen--maar ik kom terug--vrij!"
-
-De woorden lagen op zijn lippen, maar hij sprak ze niet uit.
-
-Hij wendde het hoofd af en zuchtte; hij begreep hoe sterk men moest
-zijn om dit kleine vrouwtje met den zwaren last van haar weten,
-haar denken en haar voelen door het leven te dragen en toen overviel
-hem plotseling een vaag verlangen naar Emilie, die niets in haar ziel
-verborg dan heel gewone dingen. Emilie die zoo licht was als een veer,
-die niets woog omdat zij zoo weinig bezat. Voor haar was hij forsch
-genoeg, maar niet voor dit schepseltje, met haar hoofd afgemat van veel
-studeeren en veel peinzen, met haar oogen, die zooveel ellende hadden
-gezien, met haar ooren waarin de eindelooze klacht van het menschelijke
-lijden ruischte, met haar handen, die de scherpste instrumenten wisten
-te hanteeren om in levend en dood vleesch te werken en wier lippen
-tegenover de examinatoren vragen hadden beantwoord, welke een gewone
-vrouw niet zonder blozen kon aanhooren.
-
-"Neen," bekende hij oprecht, "ik sta te ver, veel te ver onder u."
-
-"Dat weet ik niet, wie onder en wie boven staat, maar dat is zeker,
-naast elkander geloof ik niet, dat wij kunnen gaan."
-
-Zij reikte hem de hand.
-
-"Nu wordt het mijn tijd, mijnheer Van Eyken, adieu!" Haar stem
-trilde even.
-
-Weer overkwam Casper de lust haar te zeggen, dat zij ondanks alles
-zijn ideaal bleef, de vrouw zijner keuze, dat Emilie hem onverschillig
-was, akelig onverschillig, dat hij met haar een leven te gemoet ging
-grijs van eentonigheid en dof van alledaagschheid, dat zijn liefde
-haar zou schenken wat zij had gewenscht, een plaats op den gewonen,
-grooten levensweg der vrouwen, maar nu was het te laat, het oogenblik
-was voorbij, hij twijfelde aan zichzelf en zij twijfelde aan hem. Zij
-stond zoo hoog en hij was van zijn voetstuk gevallen.
-
-"Ik ben blijde, dat ik u ontmoet, dat ik u gesproken heb," sprak hij
-eindelijk dood gewoon, "en wij blijven toch zeker vrienden?"
-
-"Als u wil ja, maar u zal niet veel aan die vriendschap hebben wanneer
-ik naar Damascus of naar Constantinopel trek."
-
-Zij drukte op het schelletje en beval de dienstbode:
-
-"Laat mijnheer uit!"
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Citroenwater.
-
-[2] Aannemen! Een bittertje!
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS ***
-
-***** This file should be named 53492-8.txt or 53492-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/3/4/9/53492/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/53492-8.zip b/old/53492-8.zip
deleted file mode 100644
index 9276fab..0000000
--- a/old/53492-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h.zip b/old/53492-h.zip
deleted file mode 100644
index a85ec6b..0000000
--- a/old/53492-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/53492-h.htm b/old/53492-h/53492-h.htm
deleted file mode 100644
index fc2449b..0000000
--- a/old/53492-h/53492-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,6480 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
-"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2016-11-10T12:23:43Z. -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta name="generator" content=
-"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
-<title>In Extremis</title>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
-<meta name="generator" content=
-"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content=
-"Melati van Java (1853&ndash;1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]">
-<link rel="coverpage" href="images/cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href=
-"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content=
-"Melati van Java (1853&ndash;1927) [Pseud. van Nicolina Maria Sloot]">
-<meta name="DC.Title" content="In Extremis">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="#####">
-<style type="text/css">
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument
-{
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.abbr {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.advertisment {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0% 7em 0%;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0% 0em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0px solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0px solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0% .5em 0%;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0% 0 0%;
-}
-span.hemistich {
-color: white;
-}
-.versenum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-table.intralinear {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-}
-table.intralinear td {
-font-size: small;
-text-align: center;
-}
-table.ditto {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-vertical-align: bottom;
-}
-table.ditto tr.s {
-height: 0;
-color: white;
-line-height: 0;
-}
-table.ditto tr.s td {
-padding: 0px;
-border-style: none;
-}
-table.ditto tr.d td {
-text-align: center;
-line-height: 10pt;
-border-style: none;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
-{
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}
-</style>
-
-<style type="text/css">
-.innerTable {
-border-collapse: collapse;
-}
-.innerTable th, .innerTable td {
-padding-left: 0;
-}
-.adTitle {
-font-size: x-large;
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 1.2em;
-text-decoration: underline;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd23e3140
-{
-text-align:right;
-}
-.xd23e99width
-{
-width:499px;
-}
-.xd23e106width
-{
-width:457px;
-}
-.xd23e112
-{
-text-align:center;
-}
-.xd23e132
-{
-text-align:center;font-size:small;
-}
-.xd23e3138
-{
-width:100%;
-}
-.xd23e3677
-{
-text-align:center;font-size:xx-large;
-}
-.xd23e3679
-{
-text-align:center;font-size:large;
-}
-.xd23e3873
-{
-text-align:left;width:100%;
-}
-.xd23e3964
-{
-width:100%;
-}
-.xd23e3983
-{
-text-align:right;
-}
-.xd23e4059width
-{
-width:720px;
-}
-.xd23e4066width
-{
-width:478px;
-}
-@media handheld
-{
-}
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-
-
-Title: In Extremis
-
-Author: Melati van Java
-
-Release Date: November 10, 2016 [EBook #53492]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ASCII
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e99width"><img src="images/cover.jpg" alt=
-"Oorspronkelijke voorkant." width="499" height="720"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e106width"><img src="images/titlepage.png" alt=
-"Oorspronkelijke titelpagina." width="457" height="720"></div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e110" href="#xd23e110"
-name="xd23e110">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first xd23e112">IN EXTREMIS. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e114" href="#xd23e114" name=
-"xd23e114">3</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">IN EXTREMIS</div>
-</div>
-<div class="byline">DOOR<br>
-<span class="docAuthor">MELATI VAN JAVA</span></div>
-<div class="docImprint">DERDE DRUK.<br>
-L. J. VEEN &mdash; AMSTERDAM</div>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd23e130" href="#xd23e130" name=
-"xd23e130">4</a>]</span></p>
-<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first xd23e132">TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN
-HANDELSDRUKKERIJ. <span class="pagenum">[<a id="xd23e134" href=
-"#xd23e134" name="xd23e134">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="extremis" class="div0 part">
-<h2 class="main">IN EXTREMIS.</h2>
-<p class="par first">&bdquo;&rsquo;t Gaat hard achteruit met mij, hard
-en toch langzaam; ik klaag niet, &ocirc; neen, ik zeg als mijn Amat:
-&bdquo;Het moet, &rsquo;t kan niet anders&rdquo; en ik geloof, dat dit
-bewustzijn mij kalmte geeft, kalmte wel noodig in de lange, lange
-eenzame uren, welke ik doorworstelen moet, alleen met mijn pijnen, mijn
-angsten en mijn herinneringen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Aanspraak door bezoeken heb ik genoeg, maar
-&rsquo;t is altijd hetzelfde van voren af aan, ik word er nog
-ellendiger door; &rsquo;t eenige goeds wat die visites hebben is, dat
-zij mij weer naar mijn eenzaamheid doen verlangen en ten minste het
-eerste uur van mijn alleenzijn dragelijk maken. Lezen gaat ook bij den
-dag minder goed, &rsquo;s morgens &eacute;&eacute;n courant, &rsquo;s
-avonds iets heel lichts; de nacht kruipt om in hoesten, hoesten, nog
-eens hoesten. Vergeef mij, ik merk dat ik over niets schrijf dan over
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e143" href="#xd23e143" name=
-"xd23e143">6</a>]</span>mijzelf, dat komt er nu van als men zoo geheel
-en al teruggebracht is tot zijn eigen <span class="ex">ik</span>.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wist tot nu toe niet, dat ik zelf zoo hopeloos
-leeg, hol en vervelend van binnen was, nu weet ik &rsquo;t tot mijn
-schade.</p>
-<p class="par">&bdquo;Soms alleen vind ik het onderhoud met mezelf
-minder <span class="ex" lang="fr">&eacute;couerant</span>; &rsquo;t is
-dan wanneer het een of ander plannetje opkomt in mijn suffen geest. Ik
-heb zooveel plannen gemaakt in mijn leven, geen wonder dat zij mij niet
-met rust laten op mijn ziekbed, dat weldra mijn sterfbed zal
-worden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar dit is een plan van geheel anderen aard,
-niet het bestek van een brug of gebouw, maar doodeenvoudig voor
-&rsquo;t stukje toekomst dat mij rest, een stukje, waaraan dagelijks
-geknabbeld wordt, door de onverbiddelijke ziekte, en dat ik bij het uur
-kleiner en kleiner zie worden.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Zal nog een maand duren, denk ik, de
-dokter spreekt van twee, drie. Ik hoop dat de man ongelijk heeft, want
-onder ons gezegd dat leven van ter dood veroordeelde verveelt mij
-ontzettend. De ziekte is wreeder dan de wet; heeft die een kerel
-veroordeeld, dan maakt zij er haast mee hem uit de wereld te helpen;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e159" href="#xd23e159" name=
-"xd23e159">7</a>]</span>maar de kwaal schenkt niets, geen minuut. En
-toch mijn geest is even helder als die van Troppmann, Pranzini, of
-welke snuiter ook, en dood is dood, of de guillotine, de strop of een
-ziekte het je doet. Hoe &rsquo;t ook zij, ik ben besloten den kelk te
-drinken tot den bodem, alle phasen, die mij wachten nog door te maken,
-maar als &rsquo;t kan zou ik mij de laatste weken nog wat willen
-verlichten.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ge vraagt hoe ik verpleegd word? Nu, laat het mij
-ronduit zeggen, allerellendigst. Amat is van goeden wille, zijn vrouw
-Sarina een beste, brave ziel, maar och! &rsquo;t gaat zooals &rsquo;t
-gaat, wanneer drie of vier bedienden aan zichzelf overgelaten zijn.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij hebben &rsquo;t gewoonlijk zoo druk met hun
-eigen zaken, dat zij aan den armen zieke in geheel niet of slechts in
-&rsquo;t voorbijgaan kunnen denken. In Europa zou &rsquo;t precies zoo
-gaan denk ik, en in Australi&euml; of Amerika misschien ook. Huurlingen
-zijn overal dezelfde; daarom, verbeeld je Frits, wat ik bedacht! Noem
-&rsquo;t een dwaasheid, een gril, wat je wilt, maar ik, die niets tegen
-sterven opzie, die er zelfs naar verlang, ik vind die maand of twee,
-drie, welke de dokter mij beloofd heeft, vreeselijk om te voorzien. Ik
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e165" href="#xd23e165" name=
-"xd23e165">8</a>]</span>duizel er van ze nog te moeten doorleven,
-geheel overgeleverd aan Amat, Ali, Sarina, Kebon. Ik heb heimwee naar
-een zachte vrouwenhand, die mijn kussen opschudt, mijn lippen
-verfrischt, mijn hoofd ondersteunt, zoodra een dier vreeselijke
-hoestbuien mijn magere karkas uit elkander rukt.</p>
-<p class="par">&bdquo;Verbeeld je, er zijn oogenblikken dat ik
-sentimenteel word, als ik denk aan mijn moeder, aan mijn zusters, die
-wel is waar nooit veel werk hadden mij op te passen, want voor zoover
-ik mij herinner, was ik nog nooit ziek.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is de Nemesis; ik heb vrouwen nooit
-<span class="ex" lang="fr">au s&eacute;rieux</span> genomen, ze
-beschouwd als speelgoed, niets meer,&mdash;lees deze passage mevrouw
-Van Velden niet voor of ja lees ze wel voor&mdash;ik verdien haar
-medelijden, want zij is te goed om nog wrok tegen een schaduw te
-koesteren&mdash;en nu smacht ik naar het <span class="ex" lang=
-"de">Ewig Weibliche</span> als de dorstige naar een dronk koel water.
-Wat ik dan wensch, een verpleegster, een <span class="ex" lang=
-"fr">soeur de charit&eacute;</span>? Die zijn hier in onze Oost
-zeldzame weelde-artikelen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zoek een vrouw, die dag en nacht om mij heen
-is, die aan &rsquo;t korte leven, dat mij overblijft, zich geheel en al
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e183" href="#xd23e183" name=
-"xd23e183">9</a>]</span>wijd, die mij &rsquo;t lijden lichter, het
-sterven zachter maakt. Wil ze dat doen, heeft zij er moed voor, dan zal
-ik haar beloonen met mijn naam en wat nog meer waard is, levenslang met
-mijn weduwenpensioen. Ge ziet, de belooning is groot, en de taak, hoe
-zwaar ook, niet langdurig, de eenige die er bij lijdt is het
-Gouvernement, dat in mij steeds een verstokten celibatair zag.</p>
-<p class="par">&bdquo;Kent gij of liever kent uw vrouw niet een dame
-jong of oud, mooi of leelijk, deftig of niet deftig, maar in elk geval
-een vrouw handig, beschaafd, met een zachte stem, die lust heeft in dit
-baantje?</p>
-<p class="par">&bdquo;Zie zoo, nu &rsquo;t er uit is, beeft mijn hand,
-ik kan het potlood niet goed meer bestieren, de <span class=
-"ex">factice</span> kracht, die mij in staat stelde bladzijden vol te
-schrijven, begeeft mij. Ik eindig dus, denk er over na....</p>
-<p class="par signed"><span class="sc">Uw Rudolf</span>.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Arme kerel!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hadden wij hem maar hier!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom gaat hij niet in een hospitaal?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan er heel goed inkomen, hij wil in zijn
-eigen huis sterven.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe vindt je dat ziekelijk idee?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet.... niet kwaad?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Jelui vrouwen, als er een huwelijk in
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e210" href="#xd23e210" name=
-"xd23e210">10</a>]</span>&rsquo;t spel komt, dan vergeet je alles en
-ziet over alle mogelijke bezwaren, hoe stuitend en onoverkomelijk ook,
-heen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zie er niets stuitends en niets
-onoverkomelijks in.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zoo&rsquo;n huwelijk!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat zou dat? Verstandiger kan Rudolf niet doen;
-de kunst is, een goede keuze te doen en die heb ik al half
-gedaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar Elise, ik wil er niets van weten. Dat
-begrijp je toch wel, &rsquo;t is een ziekelijke gril, een idee, dat hij
-zelf morgen bespottelijk vindt.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat zou mij spijten! Want als &rsquo;t plan
-gelukte dan had Rudolf ten minste goede verzorging gedurende zijn
-laatste levensdagen en een ander was geborgen voor haar geheele
-leven.&rdquo;</p>
-<p class="par">Van Velden en zijn vrouw zaten in de ruime pendoppo van
-een fraai Samarangsch woonhuis aan den Bodjongschen weg. Alles om hen
-heen sprak van weelde, geluk, schoonheid; de tropische natuur in volle
-kracht ontplooide hier een rijkdom, een intensiteit van leven, vol
-snijdende tegenspraak met de woorden, welke hij daar zooeven met nu en
-dan van aandoening bevende stem had voorgelezen.</p>
-<p class="par">Ziekte, dood, zij schenen zoo ver verwijderd van dit
-tooneel vol jeugd en leven; <span class="pagenum">[<a id="xd23e227"
-href="#xd23e227" name="xd23e227">11</a>]</span>en hij, die zoo schreef
-had een jaar geleden hier nog gezeten, een forsche man in de kracht van
-zijn jaren, vol vertrouwen op zijn gezondheid, zijn sterkte. Een val
-van het paard, een inwendige kneuzing, hadden misschien de kiemen der
-tering, een erfdeel zijner familie, ontwikkeld, en het stoere lichaam
-was nu gesloopt en wachtte het einde.</p>
-<p class="par">Er lag iets bitter treurigs juist in dit contrast.</p>
-<p class="par">Rudolf Telwerda was door het leven gegaan lachend,
-spottend, maar ook hard werkend. Hij was een verdienstelijk ingenieur,
-een man van de wereld, zonder vooroordeelen, zonder sentimentaliteit,
-zonder onnoodigen ballast, zooals hij &rsquo;t noemde; overal gaarne
-ontvangen en hiervan overtuigd had hij &rsquo;t leven genoten, maar
-juist voldoende om er niet door in opspraak te komen.</p>
-<p class="par">Hij haatte banden, leefde vrij, onafhankelijk, royaal;
-een goed vriend, een flink meester, dacht hij weinig aan den dag van
-morgen. Hij had nu immers zijn tractement, later zijn pensioen.
-Waarover zou hij zich bekommeren, waarom zou hij zich onnoodige zorgen
-op den hals halen? Hij had plezier in zijn vak, in zijn manier van
-leven; hij was tevreden met zichzelf<span class="corr" id="xd23e235"
-title="Niet in bron">:</span> <span class="pagenum">[<a id="xd23e238"
-href="#xd23e238" name="xd23e238">12</a>]</span>hij leed niet aan de
-algemeene Indische kwaal, het mopperen. Naar Holland had hij geen
-buitengewoon verlangen, zijn broers en zusters waren getrouwd en hadden
-het te druk met hun eigen zaken om zich met hem te bemoeien.</p>
-<p class="par">En zoo trof hem de ziekte in volle kracht, in vollen
-arbeid en vollen levenslust; eerst had hij ze verwaarloosd, toen werd
-hij gedwongen er mede te rekenen en eindelijk was hij er geheel onder
-geraakt, zwak en hulpbehoevend geworden, erger dan een kind. De dokters
-durfden hem niet naar Europa zenden, omdat longtering het ziektegeval
-compliceerde: hij woonde bovendien in een heerlijke luchtstreek.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dokter,&rdquo; smeekte hij, &bdquo;als &rsquo;t
-toch niet helpt, laat mij dan niet versjouwen van den
-&eacute;&eacute;nen hoek der wereld naar den anderen. Ik zal hier ook
-wel aan mijn eind komen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Z&oacute;&oacute; bleef hij in zijn huis, sedert maanden
-het oogenblik afwachtende, dat aan zijn lijden een eind zou maken.</p>
-<p class="par">En nu kreeg hij zoo iets in &rsquo;t hoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Arme, arme duivel!&rdquo; zuchte Van Velden weer,
-&bdquo;konden wij hem maar helpen!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wij kunnen het,&rdquo; zeide zijn vrouw en veegde
-even haar oogen af, &bdquo;als jij <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e253" href="#xd23e253" name="xd23e253">13</a>]</span>mij helpt,
-Frits! of ten minste niet tegenwerkt.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zag haar even strak aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line!&rdquo; riep hij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je zegt het, juist, ik heb dadelijk aan haar
-gedacht; &rsquo;t was voor haar een uitkomst en voor hem een
-genade.&rdquo;</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">C&eacute;line was een en dertig jaar. Zij had een
-geschiedenis achter zich als van honderd andere meisjes; een jeugd vol
-rijkdom en weelde, een vader koopman, die goede zaken deed en er ruim,
-bijna verkwistend van leefde, een failliet, plotselinge dood des
-vaders, moeder, kinderen zoo goed als broodeloos, de familie bereid tot
-helpen, maar de meisjes moesten zelf aanpakken. Ongelukkig was
-C&eacute;line den leeftijd voorbij dat men nog aan examens denkt. Zij
-was zoo juist van kostschool gekomen vol illusi&euml;n, en nu gingen
-ook die illusi&euml;n den weg van al het andere.</p>
-<p class="par">Zij moest in betrekking, maar als wat? Zij kon zich voor
-niets uitgeven, zij kende alles wat een welopgevoed meisje dient te
-kennen, meer niet. Een tante in Indi&euml; schreef: &bdquo;Laat zij
-maar overkomen, <span class="pagenum">[<a id="xd23e267" href=
-"#xd23e267" name="xd23e267">14</a>]</span>misschien doet zij hier een
-goed huwelijk!&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line kwam over met papieren en al, at het
-genadebrood bij haar tante, maar van een goed huwelijk kwam niets. Aan
-wie de schuld? Misschien aan C&eacute;line zelf, die nog een paar
-laatste illusi&euml;n bewaarde als haar kostbaarste goed en die niet
-wilde opgeven, zelfs niet ter wille van een leven zonder zorgen;
-misschien had de zware slag, die haar te midden van haar jonge meisjes
-geluk trof, haar w&aacute;t verdoofd. Zij, vroeger zoo levendig en
-vroolijk, was nu stil, afgetrokken. Wat <span class="ex" lang=
-"fr">imb&eacute;cile</span>! fluisterde men, zij trok niemand aan, zij
-scheen stug en koel; zij zag er lief uit in haar eerste frissche jeugd,
-nu scheen zij onbeduidend <span class="ex" lang=
-"fr">fan&eacute;e</span>.</p>
-<p class="par">De tante had haar al sinds lang zedelijk gedwongen een
-ander onderkomen te zoeken, toen was zij beurtelings winkeldochter
-geweest en daarna half bonne, half gouvernante; overal duurde het maar
-betrekkelijk kort, nooit lang genoeg om op adem te komen. Eindelijk had
-zij een zieke dame opgepast en de leiding van het huishouden op zich
-genomen. &rsquo;t Scheen tot aller tevredenheid; hier had zij de
-verborgen geestkracht van haar karakter ten volle kunnen ontwikkelen;
-hier was zij tot rijpheid gekomen, wakker geschud als <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e280" href="#xd23e280" name=
-"xd23e280">15</a>]</span>zij werd door druk werk, door vele plichten
-van uiteenloopenden aard door gedwongen nadenken.</p>
-<p class="par">Maar nauwelijks was de dame gestorven of haar man kwam
-met een huwelijksaanzoek voor den dag; tot ieders verbazing en zelfs
-verontwaardiging wees C&eacute;line het van de hand. Zij had gedurende
-de lange ziekte der huisvrouw alle gelegenheid gehad hem te leeren
-kennen en die kennismaking gaf haar de zekerheid dat zij hem nooit zou
-kunnen liefhebben of zelfs achten.</p>
-<p class="par">Na die weigering moest C&eacute;line natuurlijk het huis
-verlaten en wie tot nu toe voor haar sympathie had gekoesterd verloor
-ze na haar ongehoorde handelwijze.</p>
-<p class="par">&bdquo;Een meisje dat niets heeft, niets kan en dan
-zoo&rsquo;n aanzoek afwijzen. Wat verlangt zij dan?&rdquo;</p>
-<p class="par">Een alleen was er die C&eacute;line begreep en dat was
-Elise van Velden, haar vroegere schoolvriendin.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je hebt gelijk,&rdquo; zeide zij, &bdquo;beter
-alleen ellende te lijden, dan je te verbinden aan een man, dien je het
-recht hebt te verachten. Kom bij me logeeren en geef mijn kinderen les,
-tot je iets beters hebt.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line zag moedeloos voor zich uit.</p>
-<p class="par">&bdquo;Weer opnieuw beginnen, weer opnieuw mij wennen!
-Had ik maar zooveel dat ik <span class="pagenum">[<a id="xd23e296"
-href="#xd23e296" name="xd23e296">16</a>]</span>met mama en de kleintjes
-kon deelen en dan stil leven op een kalm Hollandsch dorpje!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Op pensioen!&rdquo; lachte Elise, &bdquo;daar ben
-je nog wel wat erg jong voor, h&egrave;!<span class="corr" id=
-"xd23e300" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Mijn dienstjaren rekenen driedubbel.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line, ik heb iets voor je,&rdquo; zeide
-mevrouw Van Velden den morgen na ontvangst van Rudolf&rsquo;s brief.
-&bdquo;Je droomen van een hofje, een pensioentje kunnen waarheid worden
-en goed ook. Drie maanden ten hoogste door een zuren appel te bijten en
-dan ben je er boven op.&rdquo;</p>
-<p class="par">En zij bracht haar het voorstel van Telwerda over.
-C&eacute;line bleef lang peinzend zwijgen; er werd weer een aanval
-gedaan op haar dierbaarste eenige bezittingen, haar drie, vier lieve
-illusi&euml;n.</p>
-<p class="par">Zij voelde dat zij die moest prijsgeven wilde zij nog
-iets van haar leven redden.</p>
-<p class="par">Toen bracht zij zwijgend het offer en vroeg:</p>
-<p class="par">&bdquo;Is &rsquo;t zeker dat die man spoedig gaat
-sterven?&rdquo;</p>
-<p class="par">Elise fronste haar wenkbrauwen; zij vond de vraag hard
-en pijnlijk.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde zij, &bdquo;&rsquo;t is
-alleen een quaestie van korter of langer; hoop is er niets
-meer.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Je vindt mij cyniek, h&egrave;! Maar dat ben ik
-toch niet: ik wensch dien heer&mdash;Telwerda <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e322" href="#xd23e322" name=
-"xd23e322">17</a>]</span>heet hij immers?&mdash;een lang gelukkig
-leven, maar je begrijpt wel dat ik zoo&rsquo;n huwelijk moet beschouwen
-als zaak.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij beet op de lippen, dat had zij zoo lang mogelijk van
-zich afgeworpen; het huwelijk als een koopmanszaak te behandelen en
-&rsquo;t viel haar zwaar er toe over te gaan.</p>
-<p class="par">&bdquo;En in een zaak dienen de kansen op winst en
-verlies gelijk te staan. Ik zal hem goed en trouw verplegen, tot het
-laatste, ik word zijn weduwe en zal levenslang het pensioen daarvan
-trekken, met vrij passage naar Holland; wordt hij nu beter dan
-verliezen wij beiden, maar ik het meest, daar ik de vrouw ben geworden
-van iemand, die mij niet zelf uit liefde gekozen heeft.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar ik zeg je, daar is geen kans op. Hij heeft
-stellig wel een half dozijn kwalen, waarvan een alleen reeds
-doodelijk.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, dan, ik beslis niets v&oacute;&oacute;r ik
-een certificaat heb van den dokter, dat mij de hopeloosheid van zijn
-toestand verzekert.&rdquo;</p>
-<p class="par">Het certificaat kwam en verklaarde dat Rudolf Telwerda
-nog ten hoogste drie maanden leven kon en nu gaf C&eacute;line haar
-toestemming.</p>
-<p class="par">De heer en mevrouw Van Velden brachten <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e337" href="#xd23e337" name=
-"xd23e337">18</a>]</span>haar naar het hoofdplaatsje Ardjoenan, diep in
-het gebergte gelegen, den stervenden bruidegom tegemoet.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Het huis van Telwerda lag even buiten de kom van het
-vlek, aan den grooten weg; &rsquo;t was een zeer lieve woning, door een
-breede galerij omringd, met een flinken tuin vol vruchtboomen; tusschen
-het huis en het hek lagen gras- en bloemperken, alles zag er wat
-verwaarloosd uit en verwaarloozing gaat in de tropen onmiddellijk tot
-verwildering over.</p>
-<p class="par">Maar de grootste charme van het huis vond men in de
-achtergalerij; deze hing als &rsquo;t ware over een ravijn gevuld met
-den woesten, weelderigen, bonten plantengroei van het Oosten. Dat was
-een dooreenmengeling, een verwarring van reusachtige varens, van
-doornstruiken, van woudreuzen, van bamboes, lianen en orchidee&euml;n;
-steil stortte de groene, dicht begroeide rotswand zich naar beneden en
-daaronder bruiste en raasde over groote bazaltblokken een bergstroom.
-Aan gene zijde strekten zich sawahs uit, fijn en teergroen van kleur,
-hier en daar afgewisseld door boomgroepen, waartusschen <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e345" href="#xd23e345" name=
-"xd23e345">19</a>]</span>zich de dessa&rsquo;s en kampongs verscholen,
-langzaam opstijgend tegen den rug van een hoogen berg, een der hoogste
-van Java. De wolken streken over den gespleten top en langs zijn
-zijden, zij stoeiden en speelden met den reus, die geduldig hun spel
-toeliet, want hij wist dat er dagen genoeg kwamen, waarop hij strak en
-onbeweeglijk moest afsteken tegen de staalblauwe lucht.</p>
-<p class="par">Dit gezicht was het schoonste van geheel Ardjoenan en
-daarom had Telwerda ook dit huis gehuurd, al bleek &rsquo;t voor hem
-den vrijgezel, wat ruim en hol; hier in deze achtergalerij verwelkomde
-hij zijn bruid.</p>
-<p class="par">Hij had dien morgen nogal toilet gemaakt, zijn baard,
-die in de lange ziekte te veel en te wild gegroeid was, liet hij
-fatsoeneeren; hij trok zijn chambrecloak, zijn eenig kleedingstuk van
-maanden herwaarts, uit en vroeg naar zijn uniform; maar het zware laken
-met zilver geborduurd hing te los om zijn vermagerde leden en drukte
-hem haast neer. Toen trok hij zijn zwart lakensch pak aan. Och! nu
-merkte hij pas wat voor een schim hij geworden was!</p>
-<p class="par">Alle formaliteiten v&oacute;&oacute;r het huwelijk
-hadden plaats gehad en dus zou het reeds dadelijk dien dag voltrokken
-worden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijn trouwdag,&rdquo; mompelde hij met een
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e355" href="#xd23e355" name=
-"xd23e355">20</a>]</span>bitteren lach, terwijl hij vermoeid van de
-ongewone inspanning achterover leunde in zijn luiaardstoel.</p>
-<p class="par">Er was een tijd geweest, toen hij zich soms voorstelde
-dat hij zijn hoogtijd vierde en die dag schitterde in &rsquo;t verre
-verschiet voor hem in duizend kleuren vol po&euml;zie, vol zonneschijn,
-vol heilwenschen, vol muziek en bruisende champagne en nu was die dag
-gekomen, droevig, stil, somber door de schaduw, die een andere
-naderende dag, zijn sterfdag er reeds op wierp; dan dacht hij aan de
-witte bruid zijner jonge droomen onder haar sluier en haar
-oranjebloesems, jonkvrouwelijk schuchter, haar oogen van ter zijde naar
-hem opheffend, vol liefde en teederheid.</p>
-<p class="par">En deze bruid, hij had haar nooit gezien, zij trouwde
-hem niet om zijn vrouw, zijn gezellin voor het leven, in vreugde en
-smart, in rijkdom en armoede, in goed en kwaad te zijn, maar eenvoudig
-om zijn weduwe te worden; eerst toen zij daarvan zeker was; had zij
-haar toestemming immers willen geven.</p>
-<p class="par">Hij sloot de oogen, het scherpe zonnelicht dat door de
-k&eacute;rees (rieten stores) filterde deed hem pijn; het scheen te
-spotten met zijn armzalige, dwaze positie. Wat had hij begonnen, waarom
-vreemden <span class="pagenum">[<a id="xd23e363" href="#xd23e363" name=
-"xd23e363">21</a>]</span>hier binnengeroepen? Waarom niet stil en
-verborgen als een gewond dier het einde afgewacht?</p>
-<p class="par">Een zwaar gedreun van wielen weerklonk op het erf; daar
-begon drukte te komen in &rsquo;t stille huis, stemmen gonsden; men
-vroeg naar hem en toen spande hij al zijn krachten in en ging de bruid
-en hare vrienden tegemoet.</p>
-<p class="par">Haar eerste indruk was, dat zij de schaduw voor zich zag
-van een buitengewoon knap man; de ziekte had het misschien wat al te
-ruwe of forsche van zijn voorkomen verzacht en verfijnd, hem
-zeker&rsquo; distinctie verleend, die hem vroeger eenigszins vreemd
-was.</p>
-<p class="par">Zijn eerste gedachte daarentegen was: verwelkt,
-vermoeid, een weinig verbitterd, op den grens der wanhoopsjaren.</p>
-<p class="par">Hij stak zijn hand uit en met zijn diepe, holle stem,
-sprak hij:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zeg u welkom, juffrouw! in mijn huis, dat
-weldra &rsquo;t uwe zal zijn. We zullen nu maar dadelijk het
-complimenteuze laten varen, vindt u niet? Ik heet Rudolf en u
-C&eacute;line immers?&rdquo; Toen zakte hij vermoeid op een
-canap&eacute; neer en hijgde naar adem.</p>
-<p class="par">&bdquo;U is t&rsquo;huis, u is thuis. Van Velden,
-mevrouw, maak het u gemakkelijk, ik kan niet meer.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e378" href="#xd23e378" name=
-"xd23e378">22</a>]</span></p>
-<p class="par">Toen werden de oogen van beide vrouwen vochtig, en Van
-Velden voelde een prop in zijn keel, die hij tevergeefs trachtte weg te
-slikken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Arme kerel, hoe kom je er aan!&rdquo; zuchtte
-hij.</p>
-<p class="par">Telwerda hoestte, hoestte en tusschen twee hoestbuien,
-deed hij zijn best te zeggen:</p>
-<p class="par">&bdquo;Over een uur komen zij&mdash;beroerde nacht
-gehad&mdash;haast maken&mdash;anders te laat!&rdquo;</p>
-<p class="par">Intusschen maakte mevrouw Van Velden het toilet der
-bruid; een eenvoudig cr&ecirc;me japonnetje, al een paar keer
-gewasschen en in &rsquo;t haar eenige witte bloemen, melati&rsquo;s en
-soedip malems.</p>
-<p class="par">Ook C&eacute;line glimlachte bitter, toen zij bedacht
-hoe heel anders zij in haar gelukkige jonge meisjesjaren zich dien
-trouwdag had voorgesteld. En onwillekeurig verbeeldde zij zich den
-bruidegom van heden in volle kracht, gezondheid en liefde, naast haar
-opgaande naar het trouwaltaar.</p>
-<p class="par">Van Velden en zijn vrouw lieten het jonge paar dadelijk
-na de voltrekking van het huwelijk alleen.</p>
-<p class="par">C&eacute;line moest zich zoo spoedig mogelijk maar
-wennen en op de hoogte stellen van het huishouden en de
-ziekenverpleging.</p>
-<p class="par">Zij was vlug en handig genoeg en intelligent
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e398" href="#xd23e398" name=
-"xd23e398">23</a>]</span>bovendien; zij had in haar vorige betrekking
-geleerd met Javaansche bedienden en met zieken om te gaan. Het was haar
-dus goed toevertrouwd.</p>
-<p class="par">Zij nam dan ook dadelijk de teugels van het
-huishoudelijk bewind met vaste hand over, doorzocht de kasten, die er
-erbarmelijk uitzagen&mdash;de dispens, waarin muizen en andere dieven
-druk schenen huisgehouden te hebben; de stallen, waarin de paarden
-droevig vermagerden, de keuken, die er al even desolaat uitzag als de
-rest.</p>
-<p class="par">Zij wilde het zich druk maken, geen tijd overhouden tot
-denken en peinzen.</p>
-<p class="par">Na het huis te hebben doorloopen kwam zij bij haar
-zieken man, die eenige uren te bed had gelegen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ben je daar, C&eacute;line?&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja.... mijnh.... ja Telwerda....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heb je eens rondgekeken, &rsquo;t is een
-vreeselijke boel zeker?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, dat gaat nogal!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heb je alle sleutels? Hier is er een van mijn
-geldlaadje, er zitten nog een paar honderd pop in. Ik hoop dat ik nog
-veertien dagen leef, dan is het weer traktementsdag en dan krijg je een
-heelen pluk. Daar zijn ook eenige nota&rsquo;s wil je die
-nazien?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zette zich bij den lessenaar, en begon de laadjes te
-openen; hij kreeg weer <span class="pagenum">[<a id="xd23e419" href=
-"#xd23e419" name="xd23e419">24</a>]</span>een hoestbui, zij stond op en
-gaf hem zijn medicijn.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zal wat limonade voor u maken,&rdquo; zeide
-zij. &bdquo;Heeft u trek in a&euml;r-djeroek.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja, frissche a&euml;r-djeroek.&rdquo;<a class=
-"noteref" id="xd23e425src" href="#xd23e425" name=
-"xd23e425src">1</a></p>
-<p class="par">Hij zag naar haar handen en bemerkte dat zij fraai en
-blank waren.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik was altijd zoo vies van Sarina&rsquo;s
-vingers, maar de uwe, als die de citroenen persen dat is heel iets
-anders.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij kon haar nog niet tutoyeeren, evenmin als zij
-hem.</p>
-<p class="par">&bdquo;Heerlijk,&rdquo; mompelde hij, toen zij het glas
-met den verkwikkenden drank aan zijn lippen bracht, &bdquo;nog
-meer.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Te veel is niet goed, strakjes nog eens
-weer!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja strakjes! &rsquo;t Bevalt mij zoo in u,
-C&eacute;line, dat u zoo&rsquo;n zachte stem heeft. Niets stoot mij
-meer af in een vrouw dan schelle, koude klanken. U is zeker van goede
-familie?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Geweest!&rdquo; antwoordde zij met een flauw
-lachje.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat blijft men altijd, morgen moet u mij
-vertellen van uw leven.... uw lotgevallen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O &rsquo;t is zoo onbeteekenend,&rdquo; hernam
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e447" href="#xd23e447" name=
-"xd23e447">25</a>]</span>zij, &bdquo;werken, werken is de boodschap
-geweest, jarenlang.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En nu is &rsquo;t gedaan.... spoedig! Ik ben blij
-voor u!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij ging haastig de kamer uit; diep, innig medelijden
-vervulde haar reeds voor dien geknakten stam. De nacht kwam, een zware,
-eindelooze nacht voor beiden, vol hoesten, vol waken, vol rusteloos
-hijgen en kreunen, vol benauwdheid en zelfs ijlen.</p>
-<p class="par">C&eacute;line week geen oogenblik van zijn zijde; zij
-ondersteunde hem, schudde zijn kussens op, hielp hem van het bed naar
-den stoel, van den stoel naar het bed, bette zijn voorhoofd met eau de
-cologne, liet hem drinken, sprak hem moed in, beurde hem tot kalmte
-op.</p>
-<p class="par">&bdquo;U treft het verbazend slecht,&rdquo; hikte hij,
-&bdquo;&rsquo;t is de ellendigste nacht in langen tijd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U heeft zich gister te veel vermoeid.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja d&aacute;t zal het zijn. &rsquo;t Spijt me
-voor u! Gaat u slapen, Amat kan nu wel waken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, dat laat ik niemand over.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij legde haar verlegenheid en schroom voor hem af in
-die half donkere ziekenkamer; hij was voor haar niet meer de man, die
-met zijn naam haar diensten gekocht had, maar eenvoudig een zieke, een
-zwakke, hulpbehoevende kranke. <span class="pagenum">[<a id="xd23e465"
-href="#xd23e465" name="xd23e465">26</a>]</span></p>
-<p class="par">Toen de eerste schemering van den dag in de verte begon
-te lichten, in de dessa&rsquo;s het stampen van rijst in de blokken,
-het kraaien der hanen en in de boomen &rsquo;t getjilp der vogels
-klonk, viel Rudolf in een lichte sluimering. C&eacute;line, overmand
-door vermoeienis en aandoening zat op een laag stoeltje aan zijn
-voeteneind en viel met het hoofd tegen de matras in slaap.</p>
-<p class="par">Hij werd wakker en hoewel de hoest zijn keel prikkelde,
-hield hij ze met geweld in; de eerste zonnestralen vielen door de
-jaloezie&euml;n in de kamer, hij kon nu haar hoofd onderscheiden, en
-haar mooi golvend donkerblond haar, dat in volle lengte en dikte
-nederviel over haar blauwen peignoir.</p>
-<p class="par">Eindelijk kon hij zijn kuch niet meer inhouden. Dadelijk
-werd zij wakker, streek het haar van het gezicht en zag hem even
-wezenloos aan v&oacute;&oacute;r dat zij tot bezinning kwam; toen
-glimlachte zij even en vroeg:</p>
-<p class="par">&bdquo;Heb ik lang geslapen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, helaas! maar een oogenblikje. Goeden
-morgen, vrouwtje! Geef je mij geen morgenkus.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij drukte voor &rsquo;t eerst even haar lippen op zijn
-voorhoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je taak is zwaar, niet waar, zwaarder dan je
-dacht?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e481" href="#xd23e481"
-name="xd23e481">27</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Zij kan niet te zwaar zijn,&rdquo; antwoordde
-zij.</p>
-<p class="par">Een spotlach vertrok zijn lippen en terwijl hij weer
-hevig hoestte, dacht hij:</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe hoog moet zij het loon niet stellen; daar zij
-geen werk er te zwaar voor vindt.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zal &rsquo;t niet verzwaren door mijn
-schuld,&rdquo; hoorde zij hem al kuchend en hijgend zeggen.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Dit meende hij werkelijk, maar hij was geen meester over
-zijne verschillende stemmingen; de ziekte deed hem telkens overgaan van
-diepe zwaarmoedigheid tot bitteren spotlust om in zijn beste
-oogenblikken plaats te maken voor goedige ironie en zekere
-weekheid.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet er niet op letten, wat ik soms zeg, ik
-ben een arme zieke,&rdquo; zeide hij tot C&eacute;line en even later
-plaagde hij haar met allerlei overdreven eischen, met overbodige
-klachten en bittere verwijten.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat kan mijn Amat beter doen. Daarvoor hoefde
-geen Hollandsche dame te komen om mij zoo te plagen,&rdquo; knorde hij
-dan, als zij tevergeefs trachtte hem een gemakkelijke houding te
-bezorgen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, &rsquo;t is zoo gauw niet gewonnen uw
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e501" href="#xd23e501" name=
-"xd23e501">28</a>]</span>honorarium,&rdquo; spotte hij dan weer,
-&bdquo;dacht u dat het zoo gemakkelijk ging? &rsquo;t Is maar een
-begin. Is u vroom? Bid u dan maar dat magere Hein spoedig komt, dan is
-u verlost en ik er bij.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line zweeg; zij deed of zij die scherpe woorden
-niet verstond; zij was vast besloten den plicht, dien zij op zich
-genomen had, zoo goed mogelijk te vervullen tot het einde; maar haar
-zenuwen werden dikwijls overspannen door zijn onredelijke eischen, en
-eens dat hij weer zonder eenige reden scherp en bitter was geweest,
-ging zij de kamer uit om in de voorgalerij uit te schreien. Daar klonk
-zijn schelletje met verdubbelde kracht, zij liet hem bellen, nog weer
-bellen. Eindelijk kon zij niet langer weg blijven; zij droogde haar
-oogen en keerde terug naar de achtergalerij.</p>
-<p class="par">Hij was rood van kwaadheid en inspanning.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waar blijf je nu?&rdquo; snauwde hij haar toe.
-&bdquo;Is dat mij alleen laten? Schande zoo zijn plicht
-te....&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zweeg plotseling, hij zag dat zij geschreid had.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom huil je? Om hetgeen ik zeg? Trek jij je
-dat aan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och neen! ik was zenuwachtig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Juist, dat is &rsquo;t. Het zou ook te gek
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e517" href="#xd23e517" name=
-"xd23e517">29</a>]</span>zijn te denken, dat de woorden van een halven
-doode zoo&rsquo;n impressie op je konden maken.&rdquo;</p>
-<p class="par">En toen zweeg hij; zijn lippen trokken krampachtig onder
-zijn zwaren baard, zijn oogen knipten telkens toe.</p>
-<p class="par">&bdquo;Een beetje bouillon?&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, dank je!&rdquo;</p>
-<p class="par">&lsquo;t Duurde lang v&oacute;&oacute;r hij weer sprak
-en toen klonk zijn stem heel anders.</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line, ik ben een ruwe kerel; in de
-laatste jaren heb ik weinig met vrouwen&mdash;die ten minste waard zijn
-zoo te heeten&mdash;omgegaan en dan die ziekte is de zondebok van
-alles. Misschien zal ik je nog veel meer en nog veel leelijker dingen
-zeggen. Weet je wat je dan <span class="corr" id="xd23e530" title=
-"Bron: moed">moet</span> doen als het te erg wordt? Daar staat een
-fleschje met rustdruppels; de dokter heeft ze eerst niet hier willen
-laten. Belachelijk! Wat is dit eindje leven nog waard, of &rsquo;t
-langer of korter duurt; als het nu te erg gaat, dan geef je het mij en
-neem ik twee druppels meer in en alles is gedaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen,&rdquo; zeide C&eacute;line, &bdquo;dat is
-gekkepraat.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet ik zelf het best?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wil je het mij niet zeggen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, nog niet.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e543" href="#xd23e543" name=
-"xd23e543">30</a>]</span></p>
-<p class="par">Hij zag haar van terzijde aan en dacht:</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij heeft een mooi figuur, lieve oogen, die aan
-haar gewone trekken een eigenaardigen gloed geven. Toen zij
-<span class="ex" lang="fr">la beaut&eacute; du diable</span> had moet
-zij er allerliefst hebben uitgezien.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line,&rdquo; ging hij voort,
-&bdquo;vergeef mij, ik ben een brute, maar waarlijk ik meen het niet
-slecht, die vervloekte kwaal maakt mij zoo.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij gaf hem de hand en toen gehoorgevend aan een
-plotselinge opwelling van medelijden, streek zij liefkoozend langs zijn
-voorhoofd en kuste hem.</p>
-<p class="par">Hij liet haar begaan, leunde even met de wang tegen haar
-hand en toen plotseling zijn gezicht verbergend in het kussen, barstte
-hij in een hevig snikken los.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet het niet doen,&rdquo; hikte hij, &bdquo;o
-God! &rsquo;t maakt me zoo benauwd, zoo ellendig, ik ben &rsquo;t niet
-gewoon, ik verdien het niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line kon zich ook niet meer goed houden toen
-zij hem zoo hulpeloos zag schreien; zij kon er zelf niets aan doen, zij
-had het instinctmatig gedaan&mdash;om hem te kalmeeren, hem te toonen
-dat zij niet boos was; terwijl haar eigen lichaam onder de aandoening
-schokte en beefde, nam zij hem in de armen en liet zijn hoofd tegen
-haar borst rusten, maar hoe hartelijker zij <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e562" href="#xd23e562" name=
-"xd23e562">31</a>]</span>hem behandelde, hoe heviger zijn aandoening
-werd; groote tranen rolden langs zijn wangen; zij veegde ze teeder af
-en kuste ze weg.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je bent een engel,&rdquo; fluisterde hij,
-&bdquo;zoo lief, zoo goed.... ik dank je.&rdquo;</p>
-<p class="par">Eindelijk werd hij kalmer en viel in slaap, altijd met
-het hoofd tegen haar aan; hoewel haar houding zeer ongemakkelijk was,
-verroerde zij zich niet en bleef bijna een uur zoo zitten. Haar hart
-brak van medelijden om den sterken man, die zoo afgemat en hulpeloos in
-haar armen lag; zij stelde hem zich voor hoe hij in zijn gezonde dagen
-er uit moest gezien hebben en dan verbeeldde zij zich, dat zij op hem
-steunde, met hem wandelde en door hem geliefkoosd werd, en toen begreep
-zij eensklaps, dat het haar gemakkelijk zou geweest zijn hem de volle
-liefde van haar hart te schenken, voor en met hem te werken en te
-leven.</p>
-<p class="par">Hij werd wakker met een glimlach, uitgerust, kalm
-tevreden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat heeft mij goed gedaan!&rdquo; zeide hij en
-richtte zich op in zijn rustbed, &bdquo;heb je al dien tijd zoo
-gezeten, C&eacute;line? Och kind, ben je niet moe?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij schudde glimlachend het hoofd, terwijl zij zich een
-weinig uitrekte; die glimlach <span class="pagenum">[<a id="xd23e574"
-href="#xd23e574" name="xd23e574">32</a>]</span>en de kleur, welke door
-de inspanning haar gezicht bedekte, maakten haar mooi.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat hebben wij daar een malle sc&egrave;ne
-gemaakt,&rdquo; ging hij voort, &bdquo;dat moet nooit meer gebeuren,
-hoor! Hoe kinderachtig van zoo&rsquo;n grooten kerel zich zoo aan te
-stellen. Maar &rsquo;t is jouw schuld, als ik zie dat men mij beklaagt,
-krijg ik kassian met mezelf en dan begin ik me waarlijk te grienen als
-een klein kind. Vind je mij niet dwaas? &rsquo;t Eene oogenblik zoo
-uitvaren en dan....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet maar stil liggen. Zoo, lig je wel goed,
-wel gemakkelijk? Nu neem je toch wat bouillon h&eacute;, met
-rijst!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vrouwtje.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij kon dat woord zoo aardig, zoo vleiend zeggen en zij
-boog zich over hem en vroeg, wat hij verlangde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wij moeten het ons maar zoo prettig en gezellig
-mogelijk maken, zoolang het duurt. En niet sentimenteel
-doen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, Telwerda.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat moet je niet zeggen. Noem mij
-&bdquo;man&rdquo; of &bdquo;Ru&rdquo;, zoo zeide mama ook
-altijd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, Ru!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat klinkt dat goed, geef mij nu wat bouillon, ik
-heb bepaald trek.&rdquo;</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e597" href="#xd23e597"
-name="xd23e597">33</a>]</span></p>
-<p class="par">C&eacute;line was nog geen veertien dagen bij Telwerda
-aan huis of alles verkreeg er een ander aanzien; de bedienden kwamen
-meer onder app&egrave;l, de weerspannigen, die merkten dat zij onder
-het beheer der nieuwe Njonja niet meer als vroeger naar hartelust
-konden luieren en stelen, werden weggezonden.</p>
-<p class="par">De anderen moesten zich naar haar wenschen schikken. De
-kennissen van Rudolf, die hem trouw kwamen opzoeken, merkten de
-verandering, die niet alleen in het huis maar ook met hem plaats had.
-Hij was nu veel kalmer en minder ziekelijk opgewonden; hij kon uren
-lang stil liggen zonder gejaagd te zijn, zonder te knorren of te
-kermen.</p>
-<p class="par">Hij kreeg geregeld zijn medicijnen en zijn voedsel, hij
-werd verfrischt en opgeknapt, zooals C&eacute;line het noemde; hij
-hoefde nooit machteloos te wachten op de vervulling van een wensch en
-vooral hij had altijd gezelschap.</p>
-<p class="par">Geen oogenblik kon hij alleen zijn, zelfs niet wanneer
-C&eacute;line aan haar huishoudelijke bezigheden was; hij moest haar
-altijd om zich heen hebben. Zelfs wanneer hij met de oogen dicht lag,
-was het hem een troost als zij in de kamer op en neer ging, of stil
-voor zijn rustbed zat te werken. <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e607" href="#xd23e607" name="xd23e607">34</a>]</span></p>
-<p class="par">De dokter kon er niet over uit, zoo&rsquo;n juweel van
-een ziekenoppasster als mevrouw Telwerda bleek te zijn; die nu ontheven
-waren van de dikwijls niet al te gemakkelijke taak om hem gezelschap te
-houden, roemden haar om strijd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hij had &rsquo;t eerder moeten doen,&rdquo;
-zeiden zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Die laatste streek is de verstandigste van zijn
-leven geweest.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zooals het meer met zieken gaat, trad na de hevige
-crisis nu een tijdperk in van betrekkelijke stilstand; hij begon beter
-te slapen en te eten, hij was minder lusteloos.</p>
-<p class="par">&bdquo;Verbeeld je, dat ik eens beter werd!&rdquo; zeide
-hij eens.</p>
-<p class="par">C&eacute;line antwoordde niet; zij stond met den rug
-naar hem toe en voelde, dat zij een kleur kreeg: hij herhaalde zijn
-gezegde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe zou je dat vinden?&rdquo; vroeg hij en zij
-hoorde aan zijn stem, dat hij kregelig werd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik weet niet, hoe ik &rsquo;t moet opnemen. Voor
-mijzelf zou ik God danken, maar voor jou was &rsquo;t misschien
-vreeselijk, zoo&rsquo;n koopje.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zou je dan, wanneer ik in &rsquo;t leven
-bleef,&mdash;&lsquo;t is te gek om van te praten&mdash;maar als het
-eens gebeurde, zou je dan mijn vrouw willen blijven?&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e626" href="#xd23e626" name=
-"xd23e626">35</a>]</span></p>
-<p class="par">Zij zag hem aan met haar heldere, blauwe oogen en haar
-mooien lach.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik, natuurlijk,&rdquo; antwoordde zij
-oprecht.</p>
-<p class="par">Hij keerde het hoofd om en mompelde:</p>
-<p lang="de" class="par">&bdquo;Es w&auml;r&rsquo; zu sch&ouml;n
-gewesen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Van dat oogenblik kwam er iets vreemds tusschen hen; zij
-vermeden elkanders oogen, elkanders aanraking; het prettige,
-kameraadschappelijke, dat na de groote sc&egrave;ne hun verhouding had
-gekenmerkt, verdween onwillekeurig, en zonderling, de verandering
-scheen van hem uit te gaan en deelde zich aan haar mede.</p>
-<p class="par">V&oacute;&oacute;r dien tijd hadden zij veel met
-elkander gesproken; hartelijk, eenvoudig vriendelijk, vertelde
-C&eacute;line hem van haar familieomstandigheden, van haar lotgevallen
-in Indi&euml;, van haar zorgen, haar moedeloosheden. Ook hij haalde
-oude herinneringen op van de Polytechnische school, van zijn ouderlijk
-huis, van zijn diensttijd.</p>
-<p class="par">Al zijn herinneringen waren even zonnig, even gelukkig;
-de hare daarentegen even somber en kleurloos; tot aan zijn ziekte was
-hij in alle opzichten een verwend kind der Fortuin geweest, zij had
-niets anders dan het brood der dienstbaarheid en der verveling gegeten;
-niets anders moeten doen dan aan haar van levenslust <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e642" href="#xd23e642" name=
-"xd23e642">36</a>]</span>en liefde overvloeiend hart het stilzwijgen
-opleggen. Die weerzijdsche confidenti&euml;n hadden hun goed gedaan, en
-nader tot elkander gebracht. Maar, nu bleven zij plotseling uit, uren
-lang zaten zij naast elkander en spraken slechts het hoognoodige, of
-iets om maar wat te zeggen; hij kreeg weer meer koorts en bleef
-dikwijls halve nachten wakker liggen, nu en dan rondziende met de oogen
-wijd geopend.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zal ik je eens iets voorlezen?&rdquo; vroeg
-zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Och! wat zal &rsquo;t wezen?<a id="xd23e648"
-name="xd23e648"></a> Daar ligt een heele rommel boeken, mijn vrienden
-hebben mij goed van lectuur voorzien, maar in den laatsten tijd had ik
-geen trek meer.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line keek de boeken na; het waren allen
-&ograve;f vakboeken; droog en geleerd, &ograve;f wel romans van meer
-dan lichtzinnig allooi.</p>
-<p class="par">&bdquo;Bah, is me dat lectuur voor een zieke!&rdquo;
-zeide C&eacute;line minachtend.</p>
-<p class="par">Hij glimlachte.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wil je mij dan vrome boeken voorlezen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ernstige ten minste,&rdquo; antwoordde zij,
-&bdquo;die je op het leven uit de hoogte leeren neerzien, die je boven
-je zelf verheffen... Wat heb je aan de beschrijving van die dingen,
-waarvan je nu toch niet genieten kunt? Ze maken je maar wrevelig en
-opgewonden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e661" href=
-"#xd23e661" name="xd23e661">37</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Je hebt gelijk,&rdquo; hernam hij, &bdquo;ik kon
-die prullen ook niet meer lezen. Heb je iets beters?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij haalde een boekje voor den dag, dat er oud en
-versleten uitzag.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dit gaf mijn moeder mij bij ons afscheid, en
-&rsquo;t heeft me nooit verlaten; als ik mij soms te moe of te verlaten
-voelde, dan sloeg ik &rsquo;t op en las dan steeds iets toepasselijks
-op mijn toestand. Ik heb ook veel, heel veel gelezen, maar altijd kwam
-ik terug tot het boekje van mijn moeder. Dat alleen kon mij kalmeeren
-en kracht geven; andere verbitterden mij maar.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Laat eens zien!&rdquo;</p>
-<p class="par">Het was Thomas &agrave; Kempis; hij lachte een weinig
-minachtend.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wilde je juist verzoeken mij uit Heine voor te
-lezen; die is mij het langst trouw gebleven, die wist ook wat het
-beteekent in volle kracht door ziekte neergeworpen niet meer te kunnen
-leven en genieten, wanneer men zoo gaarne nog wil.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, Heine zal ik je evenmin geven als het
-vergif, waarom je eens vroeg.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vergif, daar zal ik je niet meer om vragen, maar
-mij dorst naar Heine, dat is andere, steviger kost dan die
-water-en-melk kwezelarij van je middeleeuwschen monnik.&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e678" href="#xd23e678" name=
-"xd23e678">38</a>]</span></p>
-<p class="par">Hij sloeg het boekje op, maar de letters dansten hem
-voor de oogen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan niet eens meer lezen,&rdquo; zeide hij met
-een hartverscheurenden glimlach, &bdquo;ik verleer alles, wat ik met
-moeite heb aangeleerd; lees mij een volzin voor, daar deze, maar niet
-meer.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij las met bevende stem.</p>
-<p class="par">&bdquo;Er is niets zoeter, niets sterker, niets
-verhevener, niets aangenamer, niets volmaakter, noch iets beter in den
-hemel en op aarde dan de liefde, want de liefde is uit God
-geboren.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zweeg; hij knikte met het hoofd om haar aan te
-sporen meer te lezen en zij ging voort:</p>
-<p class="par">&bdquo;De liefde is iets grootsch en een zeer groot
-goed, dat alleen datgene, wat zwaar is, licht maakt en dat gestadig
-alle ongestadigheid en ongelijk verdraagt, want zij draagt allen last
-zonder moeite en maakt al wat bitter is zoet en aangenaam.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat is waar,&rdquo; fluisterde hij, &bdquo;heel
-waar, hij weet het beter dan Bourget en Zola en die anderen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zijn oogen brandden op haar gelaat en zij sloeg verward
-den blik neer.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, hij weet het, lees voort, C&eacute;line! Je
-wist het zeker al lang, ik wist het ook, maar ik heb &rsquo;t nooit
-z&oacute;&oacute; begrepen. Wij <span class="pagenum">[<a id="xd23e698"
-href="#xd23e698" name="xd23e698">39</a>]</span>mannen zijn dat ontwend,
-wij vinden dat goed voor vrouwen of voor haar niet eens meer, voor
-bakvischjes alleen.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line was blijde voort te kunnen lezen; een
-dwaze verlegenheid had haar vervuld, haar handen beefden, haar polsen
-jaagden, en haar wangen gloeiden en terwijl zij voortlas nam haar stem
-een eigenaardigen klank aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Vandaag niet meer,&rdquo; zeide hij eensklaps;
-het zweet parelde op zijn voorhoofd, zijn borst ging onrustig op en
-neer. &bdquo;&rsquo;t Kalmeert mij niet, integendeel, &rsquo;t is of
-een nieuwe wereld voor mij opengaat, waarin ik niet kan binnengaan. O,
-&rsquo;t is zoo mooi als men z&oacute;&oacute; het leven kan opvatten,
-hoog op alles neerzien, maar ach! &rsquo;t is een illusie, een
-droom.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line ging stil heen, zij verliet de kamer en
-hij weerhield haar niet.</p>
-<p class="par">Die nacht ging voor Rudolf zeer onrustig en pijnlijk
-voorbij; hij ijlde bijna altijd voort en haspelde allerlei dingen
-dooreen; &rsquo;t meest had hij het over liefde. De woorden, hem door
-C&eacute;line voorgelezen, waren hem in het zieke hoofd blijven hangen
-en telkens kwam hij er op terug.</p>
-<p class="par">Wat hij eigenlijk bedoelde en zeggen wilde, kon zij niet
-begrijpen; toen hij eindelijk insliep was het met haar hand in de
-zijne. <span class="pagenum">[<a id="xd23e711" href="#xd23e711" name=
-"xd23e711">40</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Niet weggaan,.... niet weggaan,....&rdquo;
-smeekte hij, &bdquo;heb mij lief.... weinig,.... heel weinig
-maar.&mdash;De liefde immers acht niets zwaar.&rdquo;</p>
-<p class="par">Toen hij den volgenden morgen laat wakker werd en haar
-aankeek, viel &rsquo;t hem op dat zij er ellendig uitzag, met donkere
-kringen om de oogen en lang uitgetrokken wangen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Och! ellendeling, die ik ben, dat ik je zoo lang
-moet ophouden,&rdquo; steunde hij, &bdquo;&rsquo;t was voor je niet om
-te dragen al bezat je ook dat &eacute;&eacute;ne waarover je gisteren
-las, en nu drukt het op je in volle kracht.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij keerde zich haastig om, want zij voelde haar stem
-stikken en haar oogen overloopen van tranen, die zij kost wat kost voor
-hem wilde verbergen.</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line,&rdquo; riep hij haar toe, terwijl
-zij met den rug naar hem gekeerd bezig was iets uit de kast te halen,
-eigenlijk om met haar aandoening ongezien te worstelen.</p>
-<p class="par">Zij veegde haastig de oogen af en trachtte zoo goed zij
-kon te glimlachen toen zij weer naast zijn bed stond.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zei je iets, Ru?&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wou je iets zeggen,&rdquo; hij hield zijn
-hoofd afgewend, &bdquo;ik heb in jaren niet gebeden, maar van nacht heb
-ik &rsquo;t gedaan <span class="pagenum">[<a id="xd23e728" href=
-"#xd23e728" name="xd23e728">41</a>]</span>en weet je waarvoor? Om
-spoedig uit mijn lijden verlost te worden!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is &rsquo;t dan zoo erg?&rdquo; snikte zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet voor mij, neen! Dat komt er niet op aan, een
-paar weken langer of korter, ik ben er aan gewend, maar voor jou! Ik
-kan je niet zien tobben, en denken dat ik er oorzaak van
-ben!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij bleef doorsnikken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, huil maar niet zoo, C&eacute;line, &rsquo;t
-zal wel afloopen, vroeg of laat en denk dan eens wat je een heerlijk
-lot wacht, vrij passage naar huis, alles wat ik bezit is voor jou, en
-dan pensioen. Hoe prettig kan je met je moeder en je gebrekkig zusje
-leven. Maar je hebt het verdiend, je bent zoo goed voor mij geweest,
-zoo goed, of je mij werkelijk hadt getrouwd&mdash;uit
-liefde.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij verborg het gelaat in de kussens; zij stond nog
-altijd bitter te schreien; na een poos ging hij voort:</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet later naar mijn zusters gaan,
-C&eacute;line. Ze zullen er van opzien, dat ik een weduwe nalaat; maar
-zij moeten je als een zuster behandelen, ik verlang het, en zal haar
-ook schrijven, dat je mij zoo goed, zoo trouw heb opgepast in de
-laatste dagen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik doe mijn plicht,&rdquo; stamelde zij,
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e745" href="#xd23e745" name=
-"xd23e745">42</a>]</span>&bdquo;niets dan mijn plicht, er is niets
-bijzonders in. Ik nam &rsquo;t op mij.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ik weet het, &rsquo;t is je plicht! Je hebt
-het op je genomen, &rsquo;t is heel mooi! o zoo mooi! maar er is plicht
-en plicht doen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&lsquo;t Scheen haar toe &ograve;f die woorden bitter en
-spottend klonken; maar met den besten wil der wereld kon zij niets
-antwoorden, al had zij ook gewild. Haar hart was tot berstens vol en
-zij vluchtte naar buiten, waar juist de dokter haar in tranen vond.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dokter,&rdquo; vroeg zij en nam radeloos zijn
-handen in de hare, &bdquo;is er niets geen hoop, niets, kan u hem
-werkelijk niet redden?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Arm mevrouwtje! Staat het er zoo mee? Ik zou u
-kunnen vleien met een paar gemeenplaatsen, maar waar dient het voor? Ik
-heb &rsquo;t u immers zwart op wit gegeven. Er is niet de minste kans
-op behoud. Alle edele deelen zijn aangetast.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;God straft mij,&rdquo; zuchtte zij, &bdquo;dat ik
-rekende op zijn dood. Ik, die hem nu zou willen redden, ten koste van
-mijn eigen leven.... &ocirc; zoo graag.&rdquo;</p>
-<p class="par">De dokter schudde het hoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wind u niet onnoodig op! Blijf zoo kalm mogelijk,
-dat is &rsquo;t eenige middel om zijn leed te verzachten en zijn pijn
-te verlichten!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e762" href=
-"#xd23e762" name="xd23e762">43</a>]</span></p>
-<p class="par">De dokter kwam bij de zieke, die met zijn groote,
-wijdgeopende oogen de kamer doorzocht.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waar is mijn vrouw?&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik geloof dat jelui mekaar mooi zenuwachtig
-maakt. Zij is een heel best wijfje, maar dat nachtwaken en verplegen
-maakt haar prikkelbaar en als u haar dan nog opwindt met allerlei
-noodelooze praatjes, dan komt zij er nog heelemaal onder en wordt op
-slot van rekening zieker dan u.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb haar niets gezegd, niets, maar zou u
-werkelijk denken, dokter, dat het haar afmat en afbeult? Dan zou
-&rsquo;t beter zijn.... dat.... dat ik naar het hospitaal
-ging.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heb je van mijn leven! Nu naar het hospitaal
-gaan, terwijl je vroeger hemel en aarde hebt bewogen om in je eigen
-huis te blijven. Waarom ben je dan getrouwd, was &rsquo;t dan niet om
-je een goede oppassing te verzekeren?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ja, &rsquo;t is waar! Zoo moest ik &rsquo;t
-beschouwen, maar nu kan ik &rsquo;t niet meer! Ik begrijp mezelf niet,
-&rsquo;t is zoo raar in mijn hoofd, zoo.... zoo.... donker.... en
-vreemd. Is dat het einde, dokter?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Geen quaestie man! Je hebt weer opnieuw
-geteekend, hoor! Je pols is bepaald sterker.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e777" href="#xd23e777" name=
-"xd23e777">44</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Dokter.... zal &rsquo;t nu nog langer duren, er
-moet een eind aan komen, zoo gauw mogelijk.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Gekheid! houd je maar kalm! Weet je wat, ik zal
-je vrouw eens een kalmeerend drankje geven en naar bed zenden. Amat kan
-zoolang wel bij je blijven. Zij heeft hoog noodig te
-rusten.<span class="corr" id="xd23e782" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, dokter, dat is goed, laat haar
-slapen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Maar C&eacute;line wilde niet.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, ik verlaat hem geen oogenblik,<span class=
-"corr" id="xd23e792" title="Niet in bron">&rdquo;</span> verklaarde zij
-beslist, &bdquo;ik zou &rsquo;t mij eeuwig verwijten.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan wordt u ziek en moet hem toch alleen laten.
-Wil u dat liever?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen, dokter! Ik zal gaan slapen.&rdquo;</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">Toen zij na eenige uren verfrischt en meer opgewekt bij
-den zieke terugkwam, schitterden zijn oogen van dankbaarheid en
-blijdschap; hoewel hij dank de rustpoeiers van den dokter zich
-betrekkelijk kalm had gehouden, was de tijd hem eindeloos lang
-gevallen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Gevoelt ge je wat beter?&rdquo; vroeg hij
-belangstellend.</p>
-<p class="par">C&eacute;line hoopte, dat hij haar hand zou drukken of
-haar een kus vragen, maar <span class="pagenum">[<a id="xd23e807" href=
-"#xd23e807" name="xd23e807">45</a>]</span>hij deed het niet; hij zag
-haar nauwelijks aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Heb je aan den dokter je nood geklaagd,&rdquo;
-ging hij voort met iets wantrouwends in de oogen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat voor nood?&rdquo; vroeg zij verbaasd
-terug.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat ik.... dat ik zoo lastig ben.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och Rudolf, hoe kan je zoo iets
-denken?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik denk soms hardop, maar ik zal &rsquo;t niet
-meer doen, ik ben je veel te dankbaar, dat je zoo lief en hartelijk
-voor mij bent uit plichtgevoel, en ik zal mijn best doen je taak niet
-te verzwaren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar hoe kom je er aan! Je bent zoo geduldig en
-volgzaam, dat ik je in stilte bewonder.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Kom, nu houd je me voor den gek! Weet je wat ik
-meer moest doen? De woorden van keizer Frederik ter harte nemen:
-<span class="ex" lang="de">Lerne leiden ohne klagen</span>.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O klaag gerust, je hindert mij niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Alweer kwam er een onaangename trek op zijn gezicht.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is heel vriendelijk van je; ik mag die
-woorden eigenlijk ook niet op mij toepasselijk maken. Wat een verschil
-tusschen keizer Frederik en mij! Hoe kostbaar was zijn leven en hoe
-nietig is &rsquo;t mijne. O, wat heb ik dwaas gehandeld het iemand als
-een last op te leggen, als een plicht.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e833" href="#xd23e833" name=
-"xd23e833">46</a>]</span></p>
-<p class="par">Alweer scheen C&eacute;line met stoutheid geslagen; haar
-hart en hoofd waren vol, maar haar tong weigerde elken dienst. Zij
-verstonden elkander niet meer. Eindelijk bracht zij er met moeite
-uit:</p>
-<p class="par">&bdquo;Wanneer je wist hoe bitter je mij grieft door
-altijd hetzelfde te herhalen, zou je te goed zijn om die dwaze dingen
-te zeggen. Ik verdien het niet aan je, voor zoover ik weet.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen, je doet je plicht
-onverbeterlijk.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zweeg een poos en toen zeide hij: &bdquo;We
-begrijpen elkander niet meer, elk gesprek eindigt in kibbelen en
-waarlijk, mijn leven is te kort om het in zulk onvruchtbaar twisten
-door te brengen. Wil je mij liever wat voorlezen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heel graag, wat dan? De Locomotief?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen&mdash;dat boekje van gisteren.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line las vandaag over onderwerping, over het
-nut van het lijden, over het nietige van al het aardsche, over de hoop
-op een eindeloos geluk.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je hebt gelijk,&rdquo; zeide hij, toen zij
-ophield, denkende dat hij in slaap was gevallen. &bdquo;Er is toch iets
-kalmeerends in die eenvoudige woorden iets dat nog meer goed doet dan
-de rustpoeiers van den dokter. Vooral wanneer je zoo ziek en
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e851" href="#xd23e851" name=
-"xd23e851">47</a>]</span>zwak bent, kan je er gemakkelijk in komen.
-Vroeger zou ik het femelarij hebben genoemd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Toen je gezond, sterk en gelukkig was.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Gezond en sterk ja, maar gelukkig, ben ik het
-ooit geweest? Lees dat nog eens voor van gisteren, dat was zoo
-mooi.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij gehoorzaamde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, liefde is beter dan alles.... zelfs beter dan
-plicht.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Soms zijn plicht en liefde
-&eacute;&eacute;n,&rdquo; zeide C&eacute;line bijna onhoorbaar; hij
-scheen het niet te verstaan, want hij bleef onbeweeglijk, met gesloten
-oogen liggen.</p>
-<p class="par">&lsquo;t Was dien dag drukkend warm, en hoewel alle
-ramen openstonden en de jaloezie&euml;n neerhingen, drong de hitte in
-de kamer door.</p>
-<p class="par">C&eacute;line nam een waaier en wuifde hem zachtjes
-koelte toe.</p>
-<p class="par">&bdquo;O hoe frisch!&rdquo; mompelde hij, &bdquo;wat zou
-ik niet geven om een stuk ijs. Mijn tong brandt.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb naar Samarang geschreven om ijs,&rdquo;
-sprak zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je denkt om alles. Ik dank je! Een mooi ding toch
-die plicht.&rdquo;</p>
-<p class="par">Den volgenden morgen had een hevig onweer de lucht
-verfrischt; en hoewel het <span class="pagenum">[<a id="xd23e876" href=
-"#xd23e876" name="xd23e876">48</a>]</span>eerste gedeelte van den nacht
-voor Rudolf zeer benauwd geweest was, kwam hij evenals de natuur na de
-hevige uitbarsting tot rust en voelde zich &rsquo;s morgens na eenige
-uren slaap verkwikt.</p>
-<p class="par">Nadat C&eacute;line hem gewasschen en gekleed had,
-voelde hij moed om aan haar arm naar de achtergalerij te gaan.</p>
-<p class="par">Het gezicht op het ravijn en de vlakte was
-verrukkelijker dan ooit; alles scheen te juichen in nieuwe jeugd en
-nieuwen glans; achter de bergen rees de jonge zon hoopvol en krachtig
-aan den bleekblauwen hemel op, stroomen van schitterend goud werpend op
-de zee van donker en licht groen aan hun voeten, de berg dreef in
-wazige sluiers, die zijn violet blauw nog dieper en krachtiger tegen de
-lucht deden afsteken. De regendroppels zogen met liefde de zonnestralen
-op en weerspiegelden hun glans naar alle zijden, v&oacute;&oacute;rdat
-zij zich in hun warmte gingen oplossen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe heerlijk zoo&rsquo;n morgen in het
-gebergte!&rdquo; en C&eacute;line ademde met volle teugen de frissche,
-geurige lucht op in haar gezonde longen.</p>
-<p class="par">Hij kuchte even, die fijne atmosfeer deed hem pijn.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, vroeger vond ik &rsquo;t ook een paradijs,
-zoo&rsquo;n morgen na een onweer en nu ik een <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e888" href="#xd23e888" name=
-"xd23e888">49</a>]</span>paar dagen dat niet gezien heb, treft het
-gezicht mij weer in zijn volle pracht en schoonheid, &rsquo;t is of
-nooit die stomme natuur mij verveeld, ge&euml;rgerd, zelfs gewalgd
-heeft.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij leunde op de balustrade met de eene hand, de andere
-rustte op haar arm en plotseling, zonder dat zij er op verdacht was,
-fluisterde hij met zonderling klinkende stem:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zag haar ook nooit met jou! &rsquo;t Is of
-alles nu veranderd is, of ik alles door andere oogen zie, nu.... nu ik
-zelf....&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij liet zich op een stoel vallen, die naast hem
-stond.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom het langer te verzwijgen? C&eacute;line,
-je zult mij gek vinden, kinderachtig, dwaas, maar ik kan er niets aan
-doen, &rsquo;t is over mij gekomen, zonder dat ik &rsquo;t weet. Ik ben
-verliefd op je.... ik houd van je zoo innig, als ik nooit vermoed had,
-dat mijn stervend hart nog kon liefhebben.&rdquo;</p>
-<p class="par">En met een kracht, die zij niet in hem had kunnen
-vermoeden, trok hij haar naar zich toe, sloot haar in zijn armen en
-overlaadde haar met kussen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Had je zoo iets kunnen vermoeden, zoo iets
-onnatuurlijks, zoo iets krankzinnigs op mijn sterfbed, maar &rsquo;t is
-me <span class="pagenum">[<a id="xd23e903" href="#xd23e903" name=
-"xd23e903">50</a>]</span>duidelijk geworden, gisteren, toen ik het niet
-kon uithouden zonder je om mij heen te zien, zonder je te hooren....
-&rsquo;t is onzinnig dat ik het je zeg, maar &rsquo;t is alles zoo
-zonderling.... lach mij niet uit.... heb geduld met mij....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Rudolf, Rudolf,&rdquo; snikte zij, &bdquo;o
-Rudolf!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat is er, C&eacute;line, doe ik je schrikken?
-Och, verdraag die laatste gril van mij! O, als ik leven mocht, als ik
-de man was van vroeger, wees verzekerd ik zou je leeren mij ook lief te
-hebben, ik zou je gelukkig maken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ach! heb je dan niet gevoeld, wat mij dezer dagen
-soms zoo ellendig maakte? Wanneer je altijd sprak van plicht en van....
-die belooning, waarvoor ik het gedaan heb.... terwijl mijn heele ziel
-vervuld was van &eacute;&eacute;n enkel groot gevoel....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat zeg je, C&eacute;line! Begrijp ik je goed?
-Zeg je dat uit toegevendheid, om mij te vleien?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen, Rudolf! neen! Ik durfde het je niet laten
-merken, maar nu, o God, ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig, als ik nooit
-had gedacht dat ik &rsquo;t worden zou&mdash;o je moet beter worden, je
-zult het. God is zoo goed, niet waar Rudolf, wij zullen samen bidden,
-vol vertrouwen als kinderen.... o mijn lieve, beste man, ik
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e915" href="#xd23e915" name=
-"xd23e915">51</a>]</span>wil niets liever dan alles voor je doen, niet
-uit plicht, maar omdat ik zoo zielsveel, zoo innig van je houd, meer
-dan ik ooit van iemand heb gehouden in mijn lange leven. Ik wil je niet
-verliezen, ik wil niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">En zij drukte zijn hoofd aan haar hart, en streelde en
-kuste hem hartstochtelijk op het haar, op de oogen, zonder dat zij
-merkte hoe bleek hij geworden was en hoe machteloos hij tegen haar
-aanleunde.</p>
-<p class="par">&bdquo;O, ik heb hem gedood,&rdquo; gilde zij ontzet,
-toen zij het bemerkte, &bdquo;mijn opgewondenheid is er oorzaak
-van.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij vloog heen om eau de cologne te halen en vlugzout;
-toen bette zij zijn slapen en polsen, totdat hij eindelijk de oogen
-opende en haar aanzag met een moeden glimlach, die zijn loodbleek
-gelaat als het ware verheerlijkte.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijn engel, mijn lieveling!&rdquo; zeide hij mat,
-&bdquo;&rsquo;t is het groote geluk van het leven dat in onze harten
-stroomt, hoe jammer&mdash;te laat!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, niet te laat!&rdquo; zeide zij vast
-beraden. &bdquo;Ik laat mij je niet ontrooven.&rdquo;</p>
-<p class="par">Treurig schudde hij het hoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom onszelf bedriegen? Wij weten het te goed.
-Er is niets veranderd in mij. De ziekte woedt voort, maar het leven
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e932" href="#xd23e932" name=
-"xd23e932">52</a>]</span>glimlacht mij nog eens vriendelijk toe. Ik
-weet niet &ograve;f het wreed is, &ograve;f barmhartig, maar o,
-C&eacute;line, ik heb zoo bitter geleden de laatste dagen, toen ik je
-liefhad zonder hoon. Nu heb ik weer moed, nu kan ik alles dragen, want
-jij draagt nu met mij mede. &rsquo;t Doet me zelfs geen verdriet meer
-je zorgen aan te nemen, nu ik weet dat je het doet uit
-liefde.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ach Rudolf, hadden wij elkander eer
-gekend.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij glimlachte treurig.</p>
-<p class="par"><span class="corr" id="xd23e939" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>&rsquo;t Had niets gegeven, C&eacute;line;
-ik heb altijd met liefde gespot en gelachen om hem, die zich liet
-vangen, zooals ik het noemde en nu word ik voor mijn cynisme
-gestraft.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar je leven rekken, dat kan ik nog wel, o, zoo
-leven is nog een genot vergeleken bij.... bij....&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij liet het hoofd op zijn handen rusten en schreide
-wanhopend, als &eacute;&eacute;ne, die geen hoop meer heeft.</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line, ik bid je, heb medelijden met
-mij,&rdquo; smeekte hij met half gebroken stem.</p>
-<p class="par">Zij sprong op en poogde door een krachtige poging de
-uitbarsting van haar verdriet te onderdrukken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet sterk zijn,&rdquo; zeide hij, terwijl
-groote tranen langs zijn ingevallen wangen <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e953" href="#xd23e953" name=
-"xd23e953">53</a>]</span>stroomden, &bdquo;voor jezelf en voor mij. Wat
-een wonderlijke liefde! Een liefde van tranen en zuchten, wie had
-&rsquo;t verwacht....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, je hebt gelijk, lieve man! Ik zal mijn best
-doen, mijn uiterste best, ik wil sterk zijn. Ik wil onze liefde zoo
-mooi, zoo heerlijk mogelijk maken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, doe het, &rsquo;t zal zoo&rsquo;n schat voor
-je zijn, want jou blijft ten minste de herinnering.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij drukte sprakeloos zijn handen.</p>
-<p class="par">&bdquo;En mij de hoop.... op.... wederzien... want ik
-hoop het nu, ik wil het hopen,... de liefde sterft niet.&rdquo;</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">De dagen, die nu voor Rudolf en C&eacute;line volgden,
-waren vol zoeten weemoed en droevig geluk, vol hopen en vreezen, vol
-angst en toch weer vol kalmte.</p>
-<p class="par">Zij werden niet moede elkander aan te zien, elkander te
-liefkoozen, alles voor elkander te zijn zooveel mogelijk ieder
-oogenblik te genieten, altijd vreezende dat het &rsquo;t laatste zou
-blijken.</p>
-<p class="par">Na dien dag, toen hun harten zich hadden uitgesproken,
-vertoonde zich een werkelijke beterschap bij den zieken; de nachten
-werden rustiger, de hoest verminderde, <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e971" href="#xd23e971" name="xd23e971">54</a>]</span>zijn eetlust
-werd beter, hij scheen opgeruimd, gelukkig.</p>
-<p class="par">&bdquo;Onze wittebroodsweken, vrouwtje! Verbeeld je, dat
-wij die eens konden overdoen, in Itali&euml;, aan het meer van Como of
-in Zwitserland: want waarlijk, zoodra ik iets beter ben, vraag ik
-verlof, je zult zien, de zeereis zal mij heel opknappen en wij stappen
-in Genua uit, dan reizen wij heel, heel langzaam naar Holland; dat zou
-toch grappig zijn, als ik &rsquo;t op die manier won, en dan getrouwd
-was, zonder het te bedoelen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij zullen je beklagen? Neen, mij benijden; ik
-heb gisteren Van Velden geschreven en hem en Elise bedankt, dat ze mij
-zoo&rsquo;n vrouwtje bezorgden, zoo&rsquo;n juweeltje.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Je moet me niet trotsch maken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat moet ik juist wel, dat mankeert je alleen,
-een beetje zelfvertrouwen. Je bent gedeprimeerd door die lange
-dienstbaarheid, dat zorgen en werken voor je onderhoud. Arm kind! kon
-ik je maar doen opleven in een atmosfeer van weelde en
-geluk.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat heb ik nu,&rdquo; zeide zij hem teeder
-aanziende.</p>
-<p class="par">&bdquo;Met een zieken man! Maar waarlijk, ik geloof
-zeker; dat het nog niet zoo erg <span class="pagenum">[<a id="xd23e986"
-href="#xd23e986" name="xd23e986">55</a>]</span>met mij is. Als ik toch
-denk hoe vol levenslust ik nu ben in vergelijking met een maand
-geleden. Toen was alles mij onverschillig, leven of dood; maar nu kan
-ik weer zoo echt menschelijk voelen en van harte hopen. Die verandering
-heb ik geheel alleen aan mijn vrouw te danken.&rdquo;</p>
-<p class="par">En een volgenden keer vroeg hij<span class="corr" id=
-"xd23e990" title="Bron: ;">:</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Vind je werkelijk niet dat ik er beter
-uitzie?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja zeker,&rdquo; antwoordde zij met overtuiging,
-haar best doende te gelooven, wat zij hoopte, al viel &rsquo;t haar
-soms ongeloofelijk zwaar.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb van nacht best geslapen en maar vier keer
-gehoest.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, driemaal, ik weet het zeker. Heb je nog
-pijn in je zij?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, &rsquo;t is veel minder, soms nu en dan een
-steek, &rsquo;t lijkt er niets naar bij vroeger.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij trachtte voetje voor voetje met haar door de voor-
-of achtergalerij te wandelen; dikwijls moest hij stilhouden en hijgend
-stilstaan.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Gaat toch beter dan gisteren,&rdquo;
-hield hij vol, &bdquo;wat een verschil met toen je hier voor &rsquo;t
-eerst kwam. Weet je nog, hoe ik toen waggelde, wat dacht je toen
-wel?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Kon ik hem maar beter maken!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1010" href="#xd23e1010" name=
-"xd23e1010">56</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Dacht je dat toen werkelijk?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, maar ik durfde het eigenlijk niet hopen, want
-ik meende, dat je het vreeselijk zou vinden dan aan mij vastgeklonken
-te zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En nu?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O nu zou ik niets liever willen dan samen onze
-gouden bruiloft vieren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O vrouwtje vraag niet te veel. De koperen of
-zelfs de blikken was al mooi genoeg.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet genoeg voor mij.&rdquo;</p>
-<p class="par">Het was een genot voor C&eacute;line, eindelijk alle
-schatten van haar liefdevol hart te kunnen uitstorten, na ze zoo lang
-met grendel en slot te hebben afgesloten; zij had Rudolf lief met alle
-kracht en gloed eener eerste liefde; hij voelde het en die warmte deed
-hem goed, en schonk aan zijn eigen hart een tweede jeugd.</p>
-<p class="par">Eigenlijk had ook hij nooit bemind; nu eerst, nu hij de
-reine, sterke liefde eener edele vrouw gevoelde en ze zelf terug kon
-geven, begreep hij hoe onwaardig en laag het gevoel was geweest, dat
-hij tot nu toe voor vrouwen ondervonden had.</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar &rsquo;t is te laat, te laat,<span class=
-"corr" id="xd23e1029" title="Niet in bron">&rdquo;</span> dacht hij in
-zijn sombere oogenblikken, om even later weer op te leven onder haar
-liefkoozingen zijn oogen te verheugen aan <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1032" href="#xd23e1032" name="xd23e1032">57</a>]</span>haar
-gestalte, die hem hoe langer hoe lieftalliger, hoe bekoorlijker
-voorkwam.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat staat die sarong-kabaja je goed<span class=
-"corr" id="xd23e1037" title="Bron: .">,</span>&rdquo; zeide hij haar
-bewonderend aanziende, &bdquo;ik heb nooit een Europeesche vrouw
-gezien, wie &rsquo;t zoo goed kleedde.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij bloosde onder zijn lof en schikte haar pending
-(ceintuur) recht.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wanneer ik beter ben, dan zal ik met je naar
-Samarang gaan en de beste modiste moet je kleeden. Je mag het zoo duur
-nemen, als je wilt, wanneer het maar elegant is.<span class="corr" id=
-"xd23e1044" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Och, ik geef zoo weinig om mijn toilet!&rdquo;
-antwoordde zij glimlachend.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ook niet, als het je man plezier doet, als hij
-zijn oogen te gast wil laten gaan aan zijn mooi vrouwtje.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Mooi vrouwtje, dat is ook iets nieuws.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is niet alles nieuw wat je nu voelt en hoort!....
-Maar wacht, ik heb een idee! Domoor, dat ik er niet eer om
-dacht!&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij vroeg zijn schrijfgereedschap en schreef een brief,
-dien hij op de plaats liet bezorgen, aan een zijner kennissen.
-C&eacute;line dacht er niet verder aan; een paar dagen later kwam die
-heer met Rudolf spreken en toen hij weg was, riep hij haar bij
-zich.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zie eens hier!&rdquo; zeide hij en reikte haar
-een &eacute;tui over. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1059" href=
-"#xd23e1059" name="xd23e1059">58</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;O,&rdquo; riep zij verschrikt uit, nadat zij
-werktuigelijk het deksel had opengeslagen.</p>
-<p class="par">Het vonkelde tegen haar in duizend kleuren, de diamanten
-van een prachtige parure.</p>
-<p class="par">&bdquo;Rudolf! Is dat voor mij? &rsquo;t is te mooi,
-veel te mooi en te kostbaar.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niets kan te mooi en te kostbaar zijn voor mijn
-vrouw. Ik ben zoo lomp geweest je niet eens een huwelijkscadeau te
-geven.... bewaar dit als een aandenken van mij.... wat er ook
-gebeure.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij had moeite haar tranen te onderdrukken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet huilen, niet huilen! Anders denk ik dat je
-weer den moed opgeeft en dat mag niet, ik wil en zal beter worden. Geef
-mij liever een zoen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij kuste hem lang en innig, en hij drukte haar zoo vast
-tegen zich aan, dat het haar benauwde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu moet je mij een plezier doen, wil je,&rdquo;
-zeide hij en trachtte een schertsenden toon aan te slaan om zijn eigen
-aandoening te verbergen, &bdquo;trek je japonnetje aan, ik zal maar
-zeggen je bruidstoilet, me dunkt dat zag er nog al lief uit, en steek
-er die dingen op, dan zie ik je voor het eerst in groot
-ornaat.&rdquo;</p>
-<p class="par">C&eacute;line liep gauw weg en kwam gekleed <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1079" href="#xd23e1079" name=
-"xd23e1079">59</a>]</span>terug; zij zag er werkelijk allerliefst uit,
-blozend van geluk en vreugde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat staat je dat goed, nu ben je een echt
-bruidje! Ga daar zitten, dan kan ik je goed zien. Wie heeft dat kleedje
-voor je gemaakt?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zelf,&rdquo; antwoordde zij, &bdquo;wie
-anders!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat een knap ding, wat vlugge vingers.</p>
-<p class="par">Maar &rsquo;t is je laatste kunststuk in dit genre,
-vrouw! Voortaan laat je al je kostumes maken. Mevrouw Telwerda moet
-naar haar stand gekleed gaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij was zoo opgeruimd, zoo vroolijk, dat het zelfs den
-dokter, die zijn dagelijksch bezoek bracht, opviel. C&eacute;line wilde
-haar sieraden afdoen.</p>
-<p class="par">Hij verbood het haar.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, neen, de dokter mag je wel zien op zijn
-mooist. Wat zegt u, dokter, heb ik geen beeld van een vrouw?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik maak u mijn compliment, mevrouw! U ziet er
-flink uit en die parure flatteert u bepaald.&rdquo;</p>
-<p class="par">Toen zij hem uitliet vroeg C&eacute;line aarzelend en
-met angstig kloppend hart:</p>
-<p class="par">&bdquo;Dokter, vindt u waarlijk niet dat hij
-v&oacute;&oacute;ruitgaat?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik weet het niet, mevrouw,&rdquo; antwoordde hij,
-want hij vond niets beters.</p>
-<p class="par">&bdquo;Als u &rsquo;t niet weet, wie moet het dan
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1106" href="#xd23e1106" name=
-"xd23e1106">60</a>]</span>weten?&rdquo; zeide zij knorrig, &bdquo;ik
-vind wel dat hij op weg is van beterschap.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik hoop dat u gelijk heeft, mevrouw!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zag hem strak in de oogen en plotseling ontviel haar
-alle moed; zij begreep, dat de man niets liever wenschte dan haar
-gerust te kunnen stellen, maar hij mocht, hij kon niet.</p>
-<p class="par">Een doffe zwaarte viel op haar hart, het was of de dag
-zijn zon, de boomen hun groen verloren, of over alles een wolk van
-zwart neerzonk en met loodzware stappen keerde zij naar den zieke
-terug.</p>
-<p class="par">Toevallig kwam zij langs een spiegel en zag zichzelf in
-haar wit met kant gegarneerd kostuum, flonkerend van juweelen, aan
-hals, ooren en armen; rillend wendde zij den blik af, en &rsquo;t was
-of een ander zichzelf haar te gemoet trad geheel in rouw gehuld.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat zei de dokter? Hoe vond hij me?&rdquo; vroeg
-Rudolf nieuwsgierig toen zij terugkwam.</p>
-<p class="par">&bdquo;O zoo goed, veel beter,&rdquo; antwoordde zij en
-zij vond dat haar stem vreemd klonk als sprak een ander; hij scheen het
-niet te merken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zie je wel? Ik kan &rsquo;t wel voelen; o ik
-vergis me niet, ik ken mijn oude <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1123" href="#xd23e1123" name="xd23e1123">61</a>]</span>machine
-zoo goed. Vrouwtje, vrouwtje, je bent zoo gauw niet af van mij, maar je
-zult zien, wat ik een goede man zal worden, geen brombeer, geen lastige
-keukenpiet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij trachtte te glimlachen, maar zij voelde hoe haar
-hart het uitschreeuwde in wanhoop, hoe al haar hoop wegsmolt in
-onzichtbare tranen vol bitterheid.</p>
-<p class="par">&bdquo;Kom naast mij zitten, zie hoe heerlijk de zon
-ondergaat!&rdquo;</p>
-<p class="par">Ja, heerlijk ging de zon onder in een glans van
-smaragden, robijnen en amethysten, en op de korte schemering volgde een
-avond van maneglans, zooals men slechts tusschen de keerkringen
-genieten kan.</p>
-<p class="par">Rudolf en C&eacute;line zaten doodstil naast elkander
-hand in hand; hij sluimerde even in. Toen hij zijn oogen weer opende
-baadde geheel het panorama aan hun voeten in een zilveren gloed; hoog
-aan den hemel zweefde de maan, in haar geelwitte schittering een kleine
-zon gelijk. Overal drongen haar stralen door in het ravijn, tusschen
-het dikke geboomte, overal verzachte zij de overgangen, overal temperde
-zij den vaak te schrillen kleurenrijkdom, over alles wierp zij een
-sluier van diamanten vonken, vol zoete po&euml;zie. De geheele
-achtergalerij scheen met kantwerk overdekt, zoo speelden het dartele
-licht door de <span class="pagenum">[<a id="xd23e1133" href=
-"#xd23e1133" name="xd23e1133">62</a>]</span>slingers en de bladeren van
-het klimop, dat zich tusschen de kolommen wiegde; een bloeiende
-kamoening of sokkaboom zond haar zoete geuren omhoog, in de verte
-klonken de eentonige, maar in deze omgeving zoo geheel harmonische
-klanken van de gamelan en verleenden aan de rustige stilte een soort
-van wijding, die er de plechtigheid van verhoogde.</p>
-<p class="par">&bdquo;O C&eacute;line, wat een nacht om te beminnen en
-bemind te worden.&rdquo;</p>
-<p class="par">En hij drukte haar hand vast in de zijne. Zij moest zich
-geweld aandoen kalm te blijven, zij wilde hem niet opwinden, maar zij
-had er behoefte aan hem nog eens te zeggen, nog eens door liefkoozingen
-te doen voelen, hoe vurig zij hem liefhad, hoe geheel haar ziel in
-opstand kwam tegen het wreede vonnis hem te moeten missen en zij gaf
-hem zijn druk nog hartelijker terug.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijn liefste vrouw, onwillekeurig denk ik aan die
-heerlijke tweespraak uit Shakespeare, van Lorenzo en Jessica, in de
-Merchant of Venice:</p>
-<p class="par">&bdquo;Het was in zulk een nacht....&rdquo; zoo gaat het
-dan in afwisselende rei:</p>
-<p class="par">&bdquo;De maan is de beschermster der geliefden, dus ook
-van ons.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik houd zooveel van den Indischen <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1148" href="#xd23e1148" name=
-"xd23e1148">63</a>]</span>nacht,&rdquo; antwoordde C&eacute;line,
-&bdquo;veel meer dan van den dag, die is te benauwd, te stoffig; maar
-is het je niet te koel, beste man? Zal ik niet het licht aansteken, en
-zullen wij dan Shakespeare nalezen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen! zoo te zitten is het schoonste gedicht;
-ik gevoel me zoo gelukkig, zoo goed, zoo kalm als in lang niet. Wat
-valt die maan mooi op je juweelen en op je handen! &rsquo;t Is of je
-een prinses bent, een fee, die haar tooverland verlaten heeft om mij
-armen zieke te komen troosten en genezen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zag haar teeder aan en zij trilde van blijdschap en
-stille vreugde onder zijn bewonderende blik. Nooit had iemand haar met
-zulk een vereering aangezien, nooit had zij gevoeld dat zij de zon was
-van een bestaan, het middelpunt van een leven. Zijn liefde, die, voor
-&rsquo;t laatst, het verzwakte, afgebeulde hart deed opleven, bleef
-zacht, droefgeestig, diep en innig, maar de hare, waarvan zij ten volle
-voelde, dat het voorwerp haar spoedig ontscheurd zou worden, was
-hartstochtelijk, sterk, vurig; zij moest zich onophoudelijk tot kalmte
-en matiging aansporen. Dit maakte haar misschien meer teruggehouden
-maar schonk haar een reine schuchterheid, die hem steeds meer en meer
-aantrok en boeide. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1154" href=
-"#xd23e1154" name="xd23e1154">64</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Wat kan een mensch veranderen,&rdquo; zeide hij
-na poos, &bdquo;vroeger haatte ik het huwelijk, ik noemde het een
-ondragelijke slavernij, een drukkend juk, ik begreep niet hoe menschen
-het zich konden opleggen. En nu schijnt mij een leven zoo met zijn
-twee&euml;n een ideaal van geluk toe, en wat denk jij,
-C&eacute;line?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zal het je bekennen, Rudolf, ik had een groote
-illusie en die heb ik zoo lang mogelijk veilig gedragen tusschen vele
-teleurstellingen, ik heb ze beschut tegen spot en minachting, die
-vooral hier op Java zoo welig groeien.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, en die zooveel wat goed in mij was hebben
-gedood; ja ik ken ze, C&eacute;line, en die illusie was?....</p>
-<p class="par">&bdquo;Het huwelijksleven met een man, die mij liefhad
-en wien ik ook mijn liefde kon geven, het ideaal van Vondel&rsquo;s
-Badeloch:</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Twee zielen glo&ecirc;nd aaneengesmeed,</p>
-<p class="line">Of vastgeschakeld en verbonden</p>
-<p class="line">In lief en leed....</p>
-</div>
-<p class="par first">Naar dat leven heb ik gesmacht, daarom heb ik
-dagelijks gebeden!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En zie je ze nu werkelijkheid worden, die
-illusie? Ben ik in staat ze te vervullen?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij drukte zijn handen aan haar lippen. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1177" href="#xd23e1177" name=
-"xd23e1177">65</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Je bent mijn ideaal, mijn koning, op wien ik
-levenslang heb gewacht, wier slavin ik trotsch ben te zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">Haar stem stierf weg in een snik en inwendig zuchtte
-zij:</p>
-<p class="par">&bdquo;O, &rsquo;t is te wreed, veel te wreed. Ik wil,
-ik kan hem niet verliezen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe vreemd vonden wij elkaar toch! Hoe zal ik
-deze ziekte danken, die mij het geluk van mijn leven schonk. Je hebt
-gelijk, God is goed. Hij weet alles beter dan wij.&rdquo;</p>
-<p class="par">En na een oogenblik:</p>
-<p class="par">&bdquo;Vrouwtje, verbeeld je eens als wij niet altijd
-met ons beiden bleven, als er eenmaal jong leven om ons heen spruitte?
-O, wat zal je een lief moedertje zijn en ik een indrukwekkende, strenge
-vader! Vroeger zou ik &rsquo;t idee belachelijk hebben gevonden, maar
-nu! nu vind ik het een geluk. Dat doet alles de liefde, die
-tooverfee.&rdquo;</p>
-<p class="par">Daar sneed een akelig, scherp geluid door de
-zilverblauwe lucht, den schitterenden hemel bekrassend en ontsierend.
-Rudolf hoorde het niet, maar C&eacute;line kromp rillend ineen. Zij
-wist dat het de kreet was van een nachtvogel, die volgens de
-bijgeloovige Javanen, de nabijheid van den dood voorspelt.</p>
-<p class="par">Tot driemaal herhaalde zich de ongelukskreet
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1194" href="#xd23e1194" name=
-"xd23e1194">66</a>]</span>en toen voelde C&eacute;line een kille
-huivering, iets als de nabijheid van een onzichtbaren, vreeselijken
-gast.</p>
-<p class="par">Zij keek om, neen, het waren dezelfde bleeke stralen der
-maan, maar alles scheen haar nu spookachtig, geheimzinnig, dreigend
-toe. De bladeren ritselden angstig, het water in de rivier stroomde
-haastig bruisend als vluchtend weg, de gamelan verstomde en zelfs de
-krekels staakte hun gezang.</p>
-<p class="par">Zij zag naar haar man, maar zijn hoofd lag nog even
-rustig en kalm als daareven tegen haar schouder; alleen gaf het
-verheerlijkende licht der maan aan zijn uitgeteerd gelaat een
-schoonheid van majesteit, welke zij tot nog toe slechts op de
-aangezichten van dooden had gezien.</p>
-<p class="par">Zij streelde hem langs zijn in den laatsten tijd sterk
-vergrijsde haren en kuste zijn voorhoofd. Goddank, het was nog warm, de
-slapen klopten regelmatig.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijn lieveling!&rdquo; zeide hij en sloeg de
-oogen op. Zij herademde, hoe dwaas zich zoo angstig te maken; was alles
-dan niet ijdele vrees, hij voelde zich beter, de dokter kon zich
-vergissen; &rsquo;t is de eerste keer niet, dat geleerder en wijzer
-mannen dan hij zich in den aard eener ziekte bedriegen, en die vogel,
-hoe belachelijk daaraan te hechten. <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1205" href="#xd23e1205" name="xd23e1205">67</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Kom, je moet naar de couchee, manneke, &rsquo;t
-is laat genoeg, en dan maakt vrouwtje voor je een kop bouillon klaar
-met een stuk kip en wat petits pois en dan gaat men rustig slapen, om
-morgen lekker frisch op te staan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Kan ik hier niet blijven vrouwtje, &rsquo;t is
-hier zoo goed, ik geloof dat ik zoo heerlijk zal droomen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, je moet niet zoo ongeregeld doen, als je
-beter wilt worden voor je arme vrouw. Geef mij je arm maar!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zullen wij eerst wat in den tuin wandelen in den
-maneschijn?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zal het je niet vermoeien?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen!&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij richtte zich op, maar plotseling viel hij weer terug
-in den leuningstoel.</p>
-<p class="par">&bdquo;Daar breekt iets,&rdquo; hoorde C&eacute;line hem
-zeggen, en nog voor dat zij &rsquo;t wist stroomde een golf van bloed
-over haar wit japonnetje, waarop hij zooeven nog met zooveel trots had
-neergezien.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par">De volgende morgen vond C&eacute;line nog steeds in haar
-met bloed bevlekt bruidskleed, de diamanten om armen en hals. Zij dacht
-aan niets anders meer dan aan <span class="pagenum">[<a id="xd23e1227"
-href="#xd23e1227" name="xd23e1227">68</a>]</span>haar doodzieken, nog
-steeds bewusteloozen man. Hij was nog niet bij kennis geweest, maar den
-geheelen nacht hadden hevige benauwdheden, hoesten en bloedspuwingen
-elkander afgewisseld.</p>
-<p class="par">De dokter was niet op de plaats en kon eerst laat in den
-morgen terug zijn; wat zij vermocht deed C&eacute;line, zij had geen
-tijd tot treuren, geen tijd tot nagedachte, geen tijd zelfs tot
-vreezen.</p>
-<p class="par">Tegen acht uur glimde een straal van bewustzijn in de
-verdoofde oogen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Vrouw,&rdquo; fluisterde hij en iets als een
-schaduw van een glimlach speelde hem op de lippen; met moeite bewoog
-hij even de hand om op haar bevlekt kleed en parure te wijzen.</p>
-<p class="par">Nu eerst zag C&eacute;line de wreede tegenstelling en
-plotseling was het of een stroom van wanhoop zich een weg baande door
-een dam van wezenloosheid en zelfvergetelheid; zij zag hem aan met een
-half waanzinnigen blik en toen staarde zij met afschuw en walging naar
-haar besmeurden opschik en zij vluchtte weg uit de kamer. Instinctmatig
-snelde zij heen, zoo ver mogelijk, tot zij in de logeerkamer der
-bijgebouwen zich in veiligheid waande en daar zich radeloos op den
-grond wierp.</p>
-<p class="par">&bdquo;O God! laat mij ook sterven, ik kan <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1239" href="#xd23e1239" name=
-"xd23e1239">69</a>]</span>hem, niet overleven,&rdquo; jammerde zij,
-vergeefs worstelend om tranen; &bdquo;ik kan &rsquo;t niet langer
-dragen, ik kan &rsquo;t niet aanzien.&rdquo;</p>
-<p class="par">Eindelijk gaf haar smart zich lucht in een bitter, niet
-te bedaren gesnik, zij voelde zich machteloos, &rsquo;t was of alles in
-haar zich oploste in tranen en zuchten. Hoe lang zij daar lag, wist zij
-niet te berekenen; zij had een gevoel of zij daar altijd moest blijven,
-altijd door schreien tot haar leven wegstroomde met haar laatsten
-traan, haar laatsten kreet van pijn.</p>
-<p class="par">Een hand greep haar aan den schouder, een ernstige stem
-riep haar:</p>
-<p class="par">&bdquo;Mevrouw, mevrouw!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij verroerde zich niet, zij bleef onbeweeglijk met haar
-hoofd op de armen gedrukt.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mevrouw, mevrouw! Hij heeft u noodig. Rudolf
-roept om u!&rdquo;</p>
-<p class="par">Toen sprong zij op en zag met haar verwilderd gelaat,
-waarom verwarde haren hingen, den dokter aan alsof zij hem niet
-herkende.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mevrouw, u moet zich staande houden voor dien
-korten tijd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan niet meer,&rdquo; antwoordde zij dof,
-&bdquo;ik wil ook sterven, dokter!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, mevrouw, geen noodelooze opwinding! Sta op,
-ga u verkleeden; zoolang <span class="pagenum">[<a id="xd23e1260" href=
-"#xd23e1260" name="xd23e1260">70</a>]</span>er leven is, is er immers
-nog hoop!&rdquo;</p>
-<p class="par">Voor &rsquo;t eerst sprak hij in haar tegenwoordigheid
-het woord &bdquo;hoop&rdquo; uit. &rsquo;t Kostte hem moeite, want
-nooit was &rsquo;t zoo slecht op zijn plaats geweest. Zij zag hem aan
-of zij niets verstond; toen sprong zij eensklaps op, bond haar haren
-hoog, rukte haar sieraden af en ging zwijgend heen: de dokter keerde
-naar den zieke terug, die met gesloten oogen, wasbleek en afgemat, in
-de hooge kussens leunde.</p>
-<p class="par">&bdquo;C&eacute;line,&rdquo; zeide hij haast
-onhoorbaar.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij komt dadelijk,&rdquo; antwoordde de
-dokter.</p>
-<p class="par">Rudolf knikte met het hoofd; een oogenblik later, toen
-zij er nog niet was, keek hij nog eens rond maar zonder iets te
-zeggen.</p>
-<p class="par">Eindelijk verscheen zij, bijna even bleek als hij, maar
-verfrischt en verkleed in sarong en kabaya; zij boog zich liefkoozend
-over hem en vroeg of &rsquo;t beter ging.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat een verschil met gisteren, ik heb toch niets
-onvoorzichtigs gedaan,&rdquo; lispelde hij, &bdquo;wel
-dokter?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is de ziekte,&rdquo; antwoordde de
-dokter, &bdquo;het moet eerst erger worden om te kunnen
-beteren.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij schudde het hoofd en glimlachte droevig.
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1279" href="#xd23e1279" name=
-"xd23e1279">71</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, &rsquo;t is het begin van het einde. Blijf
-bij mij, C&eacute;line; laat mij niet meer alleen!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, nooit meer!&rdquo; verzekerde zij en kuste
-hem de moede oogen toe.</p>
-<p class="par">Hij hield haar hand in de zijne en drukte die tegen zijn
-wangen. C&eacute;line zag vragend den dokter aan, hij begreep die
-stomme vraag en haalde de schouders op.</p>
-<p class="par">&bdquo;Van avond kom ik terug,&rdquo; sprak hij afscheid
-nemend, <span class="corr" id="xd23e1288" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>en breng u ook droppels mede,
-mevrouwtje!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O dokter, &rsquo;t zal wel moeten gaan zonder
-droppels.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij bleef dien dag buitengewoon mat en stil; nu en dan
-alleen verscheurde een droge, benauwde kuch zijn borst.</p>
-<p class="par">Tegen den avond ontwaakte hij uit zijn dommeling en
-sprak bij tusschenpoozen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat een kort geluk, C&eacute;line, wat een korte
-liefde, nog geen twee maanden.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij fluisterde hem toe:</p>
-<p class="par">&bdquo;En toch is die liefde sterker dan de
-dood.&rdquo;</p>
-<p class="par">Wijd opende hij zijn oogen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, je hebt gelijk, een eeuwigheid is niet te
-lang om elkander zoo te beminnen. Niet vaarwel, tot
-wederzien!&rdquo;</p>
-<p class="par">Toen hij haar weer zag schreien.</p>
-<p class="par">&bdquo;Onze hoop sterft niet.... wees gerust! Je bent
-mijn laatste zonnestraal, mijn <span class="pagenum">[<a id="xd23e1312"
-href="#xd23e1312" name=
-"xd23e1312">72</a>]</span>laatste&mdash;misschien mijn eenig geluk
-geweest dat ik niet verdiende. Laten wij ons vastklampen aan de hoop op
-wedervinden....&rdquo;</p>
-<p class="par">En na eenige oogenblikken:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik dank je voor alles, C&eacute;line.... alles
-heb ik je te danken zelfs die hoop!.... Je hebt mij beter gemaakt dan
-ik was... je gaf mij nieuw leven.... zooveel goeds was in mij
-gestorven.... je hebt het weer opgewekt... weer doen bloeien... ik dank
-je.... ik dank je....&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij kuste haar handen lang en innig.</p>
-<p class="par">&bdquo;Groet je.... onze moeder en ons beider
-zusters.... je moet naar Holland gaan en.... laat mijn herinnering toch
-geen beletsel zijn voor je geluk.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen.... neen! Je blijft mijn man, mijn
-bruidegom in eeuwigheid. Laat mij dien troost, Rudolf!&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zweeg, altijd haar handen in de zijne gedrukt.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wil leven voor zieken en ongelukkigen tot het
-oogenblik dat ik zelf....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Beloof niets, vrouw<span class="corr" id=
-"xd23e1331" title="Bron: ,">.</span> Wij hebben het aan ons zelf
-gezien, hoe weinig men meester is van zijn toekomstige gevoelens en
-gedachten. Zelfs in het gezicht van den dood!&rdquo;</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e1336" href=
-"#xd23e1336" name="xd23e1336">73</a>]</span></p>
-<p class="par">Twee maanden nadat C&eacute;line Samarang verlaten had
-met geen ander gevoel in haar hart, dan dat zij alweer een nieuwe
-betrekking ging aanvaarden, naar zij hoopte haar laatste, kwam zij bij
-haar vriendin mevrouw Van Velden terug in zware rouwkleeren, een
-schaduw van haar vroeger zelf, een gebogen, geknakte, doodsbedroefde
-weduwe.</p>
-<p class="par">&bdquo;Arme, arme Line,&rdquo; zeide Elise, nadat zij
-elkander lang sprakeloos hadden omhelsd, &bdquo;wie had zoo iets kunnen
-denken? Als ik dat geweten had!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ach, Lise, ik ben je zoo dankbaar, zoo innig
-dankbaar, je hebt mij zoo&rsquo;n kostbare herinnering gegeven, mijn
-leven verwijd, mijn hart opengezet. O, wat ben ik veranderd en als je
-wist hoe lief mij zelfs mijn smart geworden is, daar ik ze aan hem
-dank! Hoe ze mijn kostbaarste schat blijft.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niemand zal &rsquo;t gelooven,&rdquo; snikte
-Lise, &bdquo;zelfs mijn man niet,&rdquo; dacht zij, &bdquo;en toch kan
-ik er goed inkomen,&rdquo; voegde zij er hardop bij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja jij, maar ook niemand anders, daarom zal ik
-mijn verdriet ook niemand vertoonen, ik zal het verbergen, zooveel ik
-kan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En wat zijn je plannen nu?&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1349" href="#xd23e1349" name=
-"xd23e1349">74</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Naar Holland gaan! Hij verlangde het, al valt het
-mij hard zijn graf te verlaten, maar hij is altijd om mij, ik voel het!
-Daar zal ik rust hebben, daar zal ik vrij aan hem kunnen denken,
-terwijl <span class="ex">hier</span>....&rdquo;</p>
-<p class="par">Om de zoogenaamde kletstafel in de societeit werd er ook
-gesproken over den dood van Telwerda, over de promotie, daardoor
-ontstaan en een die het wist, vertelde:</p>
-<p class="par">&bdquo;Verbeeld je, hij is getrouwd <span class="ex">in
-extremis</span> met een meisje dat hij nooit gezien had, om zijn
-pensioen niet weg te werpen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wanneer?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een week of zes, zeven geleden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, die heeft dan ook geboft, zoo gauw pensioen
-verdiend!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En vrij passage naar Europa.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zoo vlug, <span class="ex">dat</span> kunnen wij
-niet in dit lamlendig land! Sapada, sopie sama pait!&rdquo;<a class=
-"noteref" id="xd23e1376src" href="#xd23e1376" name="xd23e1376src">2</a>
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1379" href="#xd23e1379" name=
-"xd23e1379">75</a>]</span></p>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e425" href="#xd23e425src" name="xd23e425">1</a></span>
-Citroenwater.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e425src">&uarr;</a></p>
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd23e1376" href="#xd23e1376src" name="xd23e1376">2</a></span>
-Aannemen! Een bittertje!&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd23e1376src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-<div id="vacantie" class="div0 part">
-<h2 class="main">VACANTIE.</h2>
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">I.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Een sombere hemel grauwt over de woeste
-zee,&mdash;groote wolkenmassa&rsquo;s woelen dooreen, soms met geweld
-zich losscheurend om vlakken blauw, een enkele keer zelfs een rossig
-zonnelicht door te laten&mdash;maar verder alles even dof, grijs niets
-dan grijs voortschuivend. De golven slaan driftig tegen de
-massa&rsquo;s zwart graniet, verbrokkeld, verstrooid tusschen de
-branding liggend. Sissend en bruisend werpen zij haar schuim tegen hen
-aan, als zochten zij een voorwerp om haar onredelijken toorn tegen te
-koelen; wit glanzen de meeuwen af, in hun vlucht tegen den valen
-achtergrond, hun doordringende kreten vermengen zich met het gedruisch
-der baren. Het is geen storm, niets dan <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1388" href="#xd23e1388" name="xd23e1388">76</a>]</span>een van
-die woeste, sombere dagen, welke in Augustus reeds den naderenden
-herfst voorspellen.</p>
-<p class="par">De stoomboot maakt haar dagelijksche rondvaart;
-onverschillig of de zon zich koninklijke gastvrouw toont op dit gebied
-der zee, waar zij oppermachtig heerscht en van haar gunst alles
-afhankelijk maakt, of dat zij boos en grillig zich achter de wolken
-verschuilt, de &bdquo;Columban&rdquo; mag zich niet storen aan haar
-nukken; dagelijks volbrengt zij haar tocht langs de eilanden, naar Jona
-en Staffa, en voert de gasten trouw langs de waterwegen, die zij moeten
-hebben betreden, willen zij hun plicht van tourist gewetensvol
-vervullen.</p>
-<p class="par">De gedrukte stemming van zee, zon en lucht deelt zich
-onwillekeurig mede aan de niet zeer talrijke passagiers. Eenigen
-wandelden op het dek der salonboot&mdash;die eigenlijk niet anders is
-dan een drijvend hotel van den eersten rang,&mdash;op en neer: zij
-praten over het weer natuurlijk, dat zich gisteren zoo prachtig liet
-aanzien en vandaag zoo trouweloos in zijn beloften bleek&mdash;over de
-kansen van het opklaren&mdash;en toen over alles wat men in de laatste
-dagen had gezien en in de volgende nog hoopte te zien.</p>
-<p class="par">Een paar dames schenen nog erger onder <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1396" href="#xd23e1396" name=
-"xd23e1396">77</a>]</span>den invloed van de afwezigheid der zon; zij
-zaten stil bij elkander, bang door een enkele beweging het altijd
-dreigende monster der zeeziekte gelegenheid te geven haar aan te
-vallen; zakdoeken nat van eau de cologne werden telkens naar den neus
-gebracht, die in zijn naasten omtrek al vrij bleek dreigde te
-worden.</p>
-<p class="par">Opgewektheid, levenslust, belangstelling in de grootsche
-omgeving ontbraken geheel; de stoffelijke eischen en behoeften van het
-lichaam overheerschten geheel de wenschen van den geest, die zich
-sedert wie weet hoe lang op dezen dag verheugd had, als op een, die
-verdiende met gouden teekens aangeteekend te worden in een reeks van
-doffe, grauwe dagen.</p>
-<p class="par">Jammer van die schaduw door het materieele geworpen op
-hetgeen juist het hoogere en beste van het intellectueele leven in
-beslag moest nemen: historische herinneringen, de liederen van Ossian,
-de stichting van Columban, de grafsteden der oude schotsche koningen,
-de watertochten der Vikings, de wonderbare schoonheid van Staffa, en de
-Fingalsgrot, de heerlijke eilandengroep, al die betoovering, door een
-onge&euml;venaarde vermenging van historie en natuur ontstaan, alles
-weggedoezeld en weggewischt door een booze <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1402" href="#xd23e1402" name=
-"xd23e1402">78</a>]</span>gril van het weder&mdash;geen wonder dat
-onverschilligheid, teleurstelling de stemming aan boord even droevig en
-somber maakte als die van zee, lucht en rotsen rondom.</p>
-<p class="par">Twee heeren alleen stoorden zich weinig aan de boosheid
-van het weer; integendeel, hoe hooger de golven gingen, hoe nijdiger de
-branding sloeg tegen de rotsen, hoe levendiger hun gesprek werd. Zij
-hadden zich behagelijk genesteld op de triomfstoeltjes van zeildoek
-tusschen houten staven, zij rookten en dampten als in wedstrijd met den
-schoorsteen der onvermoeide stoommachine; hun glas whiskey had hen
-opgewekt en zij waren er na aan toe de reis nog volstrekt niet
-onaangenaam te vinden, integendeel de beste, welke men in de gegeven
-omstandigheden genieten kon. Zij spraken beiden Hollandsch; de eene met
-dat onmiskenbare iets in den tongval dat een lang verblijf in Engeland
-verraadt.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, ik blijf er bij; zoo&rsquo;n weer als
-vandaag brengt je juist in de stemming om Schotsche zee en schotsche
-rotsen op zijn best te zien. Mist, regen, wolken dat is hier immers het
-zondagsche kostuum van de natuur.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik had ze dan even graag op zijn <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1410" href="#xd23e1410" name=
-"xd23e1410">79</a>]</span>weeksch gezien,&rdquo; zei de andere, klein
-van gestalte, in gezocht touristen-kostuum, maar wien men toch den
-Hollander op twintig stappen aanzag; de eerste daarentegen scheen
-geheel Engelsch, zoowel door zijn forschen gespierden bouw, als door
-zijn practische kleeding, grijze kniebroek, grijs jasje over een rood
-gestreept flanellen sporthemd, grijze pet; hoewel Hollander geboren,
-had een lang verblijf in Engeland toch zijn voorkomen evenals zijn
-spraak geheel verengelscht.</p>
-<p class="par">&bdquo;Toch blij dat Betsie hoog en droog in Oban is
-gebleven,&rdquo; ging de kleine voort. &bdquo;Voor haar is het jammer
-dat zij het niet aandurfde; &rsquo;t is de interessantste dag van een
-schotsche reis.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Daar geeft zij wat om, zij heeft zich daar
-gezellig opgeschoten; misschien haar handwerkje voor den dag gehaald en
-zit nu met die engelsche gouvernante, die in Holland is geweest, druk
-te redeneeren over de manier, waarop men hier het koper schuurt en het
-vleesch braadt. Van avond weet zij een massa belangrijke dingen over
-het verschil tusschen engelsche en hollandsche booien.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat zal wel!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom jelui reist, begrijp ik eigenlijk niet.
-Betsie sleept haar huishouden in den <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1421" href="#xd23e1421" name="xd23e1421">80</a>]</span>geest
-overal met zich mee en jij zou een boek kunnen schrijven alleen over de
-verschillende tables d&rsquo;h&ocirc;tes en wijnkaarten van de hotels,
-die je bezocht.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, dat hoort toch ook tot het aangename van het
-reizen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, tot het onaangename, het
-alleronaangenaamste, hoe minder je te lijden hebt van die materieele
-lasten....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Of lusten.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Thuis kan het zijn prettige zijde hebben, op reis
-is het last, ballast. Hoe minder je daarmee &bdquo;bored&rdquo; bent,
-hoe genotvoller de reis.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, als je alleen bent maar met
-dames...&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och wat! dames! Je maalt nogal om je vrouw. Als
-je vreest er last van te hebben, dan bepraat je ze om thuis te blijven
-en zij laat zich bepraten met het grootste gemak. Daar kijk eens hoe
-prachtig dat schuim zich opwerpt tegen die zwarte rots! Zoo&rsquo;n
-gezicht alleen is reeds de reis waard. Wanneer je zooals ik dag aan dag
-in een berookte, muffe, olieachtige fabriek zat dan waardeerde je
-zoo&rsquo;n dag buiten zelfs in den mist en in den storm
-dubbel.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och je hebt het in de buurt, je kunt er dikwijls
-van profiteeren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben hier nog nooit geweest en ik woon toch
-reeds tien jaar in Paisley; als <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1439" href="#xd23e1439" name="xd23e1439">81</a>]</span>jelui hier
-niet gekomen waart, zou ik nog niet opgebroken zijn, maar nu moest ik
-toch de cicerone spelen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar hoe komt dat dan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe komt dat? Hoe komt het dat er in Amsterdam
-zoo&rsquo;n massa lui wonen, die nog nooit in het Rijks Museum zijn
-geweest? Ze komen er alleen wanneer ze log&eacute;s hebben. Mijn
-vacantie bracht ik tot nu toe altijd in Holland door, maar nu Mama er
-niet meer is, heb ik er geen huis meer.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij sloeg een dikke wolk uit zijn sigaar, de andere
-zeide een beetje aarzelend:</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar je weet, bij ons ben je altijd
-welkom.&rdquo;</p>
-<p class="par">De verengelschte Hollander lacht luid op.</p>
-<p class="par">&bdquo;Praat je uit je eigen naam, Jo, of uit dien van
-Betsie? Zij zou haar broer jaarlijks zien aankomen met zijn schotschen
-rommel en onhebbelijke gewoonten. Neen man, het tehuis heb ik verspeeld
-voor goed!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En je denkt er niet aan er een eigen op te
-richten.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och wat, hier in het rookerige Glasgow? En dan
-moet je met je twee&euml;n zijn, h&eacute;, dat bedoel je toch! Nu,
-oprecht gesproken, ik mag de tegenwoordige meisjes en vrouwen niet
-genoeg om mij levenslang met &eacute;&eacute;n op te schepen.&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1458" href="#xd23e1458" name=
-"xd23e1458">82</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Wat heb je er tegen? Zij zijn toch wat ze altijd
-geweest zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Meen je dat? Omdat je met je Betsie nu samen
-zoowat halfweg gepasseerd bent; jelui bent in mekaar gegroeid en dat
-maakt je blind voor de veranderingen in de meisjeswereld om je heen,
-maar je begrijpt als ik moet beginnen met <span class="ex" lang="en">to
-<span class="corr" id="xd23e1465" title="Bron: popp">pop</span> the
-question</span>, het dient te zijn met een zoogenaamde modern meisje en
-die, neen&mdash;die bevallen me niet!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;De schotsche misschien, maar....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;De hollandsche evenmin; mijn goeie, oude vrouw
-had er zoo&rsquo;n zwaar hoofd in mij alleen achter te laten. Ik
-begrijp het niet, het gold toch maar een dag of veertien, drie weken in
-het jaar. &rsquo;t Is waar, ik teerde er de overige 49 op, zoo&rsquo;n
-vacantie thuis, <span class="ex" lang="en">at home</span>.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zweeg even, zijn stem trilde hem wat te veel naar
-zijn zin; na een oogenblik ging hij voort:</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij en Betsie, en Cato, en Annie hadden besloten
-mij een vrouw te bezorgen en dan was het hier dan weer daar theevisite,
-muziekavondjes&mdash;ik noemde het de kijkkast. Dan werden al de dames
-van haar kennis verzocht; je weet ze wonen allen op verschillende
-plaatsen, dus ik had wel gelegenheid studies te maken en <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1481" href="#xd23e1481" name=
-"xd23e1481">83</a>]</span>de dames vonden dien Schot interessant, en
-vertoonden zich op haar mooist, maar juist dat mooie, bah! &rsquo;t is
-om van te walgen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoezoo?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan het je zoo niet zeggen, maar ik vond ze
-allemaal naar, hoog ontwikkeld, geleerd, onafhankelijk, met onbekookte
-idee&euml;n of geaffecteerd huishoudelijk. Zeker, ze waren op hooger
-burgerscholen, kweekscholen, gymnasia, muziek-, kook- en
-huishoudscholen zelfs geweest. Zij hadden er geleerdheid opgedaan en
-een praats! Zij durfden over allerlei dingen spreken, waarover onze
-moeders nog onder haar grijze haren zouden blozen. Ze dweepten met
-sociale nooden, met dierenbescherming, met bond dit, bont dat, met
-kunst, met kindervoeding! Zij deden alles wetenschappelijk, zelfs
-coquetteeren, flirten, met de oogen draaien en de lippen trekken; maar
-natuur, hart, echt gevoel, ik heb er geen schaduw van gezien, geen
-glimpje en dat alleen had ik juist noodig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar denk je dan dat ze daarmede te koop loopen
-op theevisites?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij liepen wel te koop met wat zij als surrogaat
-daarvoor aan den man zochten te brengen. Met intens gevoel,
-philantropie, kunstsmaak, wereldwijsheid; maar ik noem dit
-aanstellerij, opgeplakte <span class="pagenum">[<a id="xd23e1491" href=
-"#xd23e1491" name="xd23e1491">84</a>]</span>gevoelens, niets anders. Ik
-kan dat tegenwoordige vrouwendom niet uitstaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Moet je een dom gansje hebben, dat van niets
-afweet? Die zijn er nog genoeg, geloof me! Zoek ze maar te
-vinden!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een vrouw die me liefheeft, die niet vreest mij
-dat te toonen en die mij niet aanziet als&mdash;als een vesting, die
-men veroveren moet, met alle krijgsmiddelen, welke de tegenwoordige
-overbeschaving haar aan de hand doet en die overigens verre, heel verre
-boven mij meent te staan. De vrouw is niet meer wat zij eigenlijk is,
-maar wat haar boeken, haar couranten, haar studi&euml;n en de praatjes
-om haar heen haar gemaakt hebben. Van de engelsche of schotsche vrouwen
-spreek ik niet. Die zijn over het algemeen minder ontwikkeld, maar
-onbeduidend, excentriek, vreeselijk coquet, maken van haar toilet een
-halfgod of zijn geleerd, philantropisch en verslodderen
-geheel.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet zoo hard! Men kon je lieve principes eens
-verstaan hier in de buurt.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;We praten immers Hollandsch en er is geen
-Hollander aan boord.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Men kan zich vergissen. In Oban hadden wij ook
-niet gedacht dat die miss Ellis Hollandsch verstond. Wat dunkt je van
-dat meisje?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e1504" href=
-"#xd23e1504" name="xd23e1504">85</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Dat daar tegen de borstwering staat. Nu, als die
-niet Engelsch of Amerikaansch genoeg is, kan je ze terugbrengen. Ik heb
-ze al zooeven in het oog gehad, zij schijnt alleen te
-reizen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat kleine ding, geen beaut&eacute; maar
-toch....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Iets aardigs!&rdquo;</p>
-<p class="par">Onmerkbaar beefde het handje dat een binocle vast tegen
-de oogen hadt gedrukt en daarmede strak de rotsige kust van de stranden
-fixeerde. Zij kon even over de twintig zijn en was echt voor de reis
-gekleed, een gewoon donker serge rok, die tot de enkels reikte en
-voetjes liet zien, een stuk kleiner dan die men meestal in het Britsche
-rijk te bewonderen krijgt, geschoeid in roodbruine laarsjes; een
-lederen ceintuur omgaf haar middeltje, een eenvoudige ecru linnen
-blouse sloot knap om haar goed ge&euml;venredigde buste; het
-matrozenhoedje was op dik, een weinig weerbarstig, bruin haar
-geplaatst; de zeewind had haar wangen en lippen hooger gekleurd dan
-anders, haar oogen zag men niet, verborgen als zij reeds sedert
-geruimen tijd waren door de binocle. Er lag iets kinderlijks en toch
-flinks in haar geheele optreden.</p>
-<p class="par">Zij stond op eenige stappen van de beide <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1515" href="#xd23e1515" name=
-"xd23e1515">86</a>]</span>Hollanders en had, als zij gewild of gekund
-had, woord voor woord hun gesprek moeten volgen; zij zwegen beiden, hun
-aandacht was door haar geboeid en het was of zij het instinctmatig
-voelde, want zij liet eensklaps haar binocle zakken, ging naar hen toe
-en sprak in zuiver Hollandsch:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik mag niet langer onbescheiden zijn, ik ben
-werkelijk uw landgenoot; toen ik hier kwam staan, had ik er geen idee
-van dat u Hollanders waart; eerst luisterde ik volstrekt niet, maar
-toen interesseerde mij uw gesprek onwillekeurig en ik ben zoo brutaal
-geweest u af te luisteren, maar nu wil ik u toch waarschuwen als u
-familiezaken behandelen wil voorzichtiger te zijn. Ons land is zoo
-verbazend klein.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij sprak met het grootste gemak, eenvoudig zonder
-bijzonderen nadruk en zonder gebaren. Nu konden zij haar in de oogen
-zien, groote grijze oogen met lange franje-achtige wimpers, en
-bijzonder mooie gewelfde wenkbrauwen; anders was er niets bijzonders
-aan haar gezicht, alleen een prettiger uitdrukking als zij sprak dan
-als zij zweeg, want dan groefden zich twee diepe strepen energiek aan
-weerszijden van haar kin en trokken haar mond naar beneden.</p>
-<p class="par">De heeren zagen haar een weinig verbaasd <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1523" href="#xd23e1523" name=
-"xd23e1523">87</a>]</span>aan. De halve Schot echter begon hartelijk te
-lachen, stond op en zeide:</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, die is goed! Ik zal maar niet zeggen wat een
-Hollandsch spreekwoord vertelt van den luisteraar aan den wand. Ik ben
-niet gewoon mijn opinies onder stoelen of banken te verstoppen en als u
-vindt dat ik gelijk heb, dan prouveert het voor u en&mdash;tegen de
-hollandsche dames.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij haalde de schouders op:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik weet het niet. Mijn oordeel kan hier uit den
-aard der zaak weinig waarde hebben.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Omdat u bevooroordeeld is?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, volstrekt niet! Moet men blind zijn voor de
-fouten van zijn medemenschen omdat men vrouw is, dan zou ook geen man
-in staat zijn over zijn medemannen onpartijdig te oordeelen. Ik ben
-volstrekt niet van zins de partij van de hollandsche vrouwen op te
-nemen, maar ik zie ze als vrouw en dat geeft een verschil.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dus u vindt ze engelen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde zij, &bdquo;ik vind ze
-onuitstaanbaar.&rdquo;</p>
-<p class="par">Dat werd zoo kalm en bedaard gezegd, de groote oogen
-staarden hem zoo rustig aan, dat het woord bijna als een zweepslag
-neerkwam.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan zijn wij het eens,&rdquo; riep de
-ongetrouwde, <span class="pagenum">[<a id="xd23e1544" href="#xd23e1544"
-name="xd23e1544">88</a>]</span>&bdquo;dat is alleraardigst, flink
-gezegd, maar u zondert toch u zelf uit!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen,&rdquo; verklaarde ze nu met veel warmte,
-&bdquo;ik kom mijzelf het onverdragelijkste
-v&oacute;&oacute;r.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een rare sijs,&rdquo; dacht de man van de in Oban
-achtergebleven Betsie.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat is iets nieuws! Nu de kennismaking toch zoo
-ongezocht heeft plaats gehad en ik mij zonder het te weten reeds bij u
-ge&iuml;ntroduceerd heb&mdash;mevrouw!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Juffrouw!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, juffrouw dan, mag ik mij zeker wel aan u
-voorstellen. Casper van Eyken, technisch ingenieur op de fabriek van
-Clarkston te Paisley, mijn zwager....&rdquo;</p>
-<p class="par">Maar de zwager stond er op alles in de puntjes te doen;
-hij haalde een keurige zakportefeuille voor den dag, welke hij op zijn
-verjaardag drie jaar geleden van Betsie had gekregen en die er nu nog
-zoo goed als nieuw uitzag, met een bouquetje van vloszijde er bovenop
-gewerkt en in dat portefeuilletje tusschen een paar portretten van
-Betsie haalde hij een met rouwrand voorzien kaartje voor den dag.</p>
-<p class="par xd23e112"><span class="sc">Joh. A. Berkmans</span><br>
-Leeraar in de Wiskunde H. B. S.</p>
-<p class="par">Dat reikte hij haar over; zij nam het <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1567" href="#xd23e1567" name=
-"xd23e1567">89</a>]</span>met een lichte hoofdbuiging aan, haalde toen
-ook haar zakboekje uit, dat veel gelijkenis toonde met het
-receptenboekje van een arts, en overvol was niet allerlei papieren en
-brieven. Zij legde er het kaartje in, hield een ander even tusschen de
-toppen harer vingers, toen bedacht zij zich.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb geen kaartje,&rdquo; zeide zij, zonder de
-oogen op te slaan, &bdquo;mijn naam is &bdquo;Andr&eacute;e
-Bauer&rdquo; en ik woon in Amsterdam.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Alleraangenaamst uw kennis te maken,&rdquo; zeide
-Berkmans op een toon, die genoeg verried dat hij die kennismaking
-eigenlijk alleronaangenaamst vond. Een ge&euml;mancipeerde dame alleen
-op reis. Nu, dat zou Bets bevallen.</p>
-<p class="par">Maar zijn zwager maakte aanstalten een stoel nader te
-schuiven en vroeg: &bdquo;als u de kennismaking ook zoo aangenaam vindt
-als mijn zwager het zegt en ik het denk, wil u dan bij ons
-zitten?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij keek hen weer met haar koelen, rustigen blik aan,
-die hen scheen te doordringen:</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe kan u die kennismaking nu al prettig vinden?
-Dat u beluisterd werd, is zeker geen aangename verrassing. Misschien
-treffen wij mekaar straks weer, maar voor het oogenblik zal ik niet
-langer uw gesprek storen, en nog minder het afluisteren. Tot straks,
-heeren!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e1579" href=
-"#xd23e1579" name="xd23e1579">90</a>]</span></p>
-<p class="par">En zij ging naar de andere zijde van de boot en de beide
-heeren keken elkander een weinig verbluft aan&mdash;toen zij zich
-alleen bevonden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">II.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Het onverwachte gebeurde; de wolken raakten moede
-van het door elkander en over elkander warren of liever de zon
-verveelde hun grillig spel, zij joeg hen plotseling met geweld uiteen
-en deed haar macht voelen over zee en wind.</p>
-<p class="par">In een oogwenk vluchtten de wolkbanken verschrikt weg;
-het blauwe veld werd wijder en wijder, bundels van zonnestralen wierpen
-zich over de golven, die als bij tooverslag hun grauwgele kleur
-verloren, om helder en doorschijnend te worden als smaragd.</p>
-<p class="par">Staffa was in zicht!</p>
-<p class="par">Een reusachtige natuurbouw van duizend en nog eens
-duizend zuilen van bazalt en graniet, dicht aaneen gedrukt, een berg
-zich verheffend op een voetstuk van verstrooide klippen, een tempel van
-zwart kristal door reuzenhanden opgericht in het <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1593" href="#xd23e1593" name=
-"xd23e1593">91</a>]</span>midden der woestenij van onmetelijke wateren,
-kokend, donker schuim, borrelend opgestegen uit de diepste diepten van
-de zee en toen als door tooverslag versteend, een kathedraal, waarin
-een der oude goden aangebeden en verheerlijkt wenscht te worden nu hij
-van de aarde verdreven is, en waarin de golven het eeuwig orgelspel
-doen hooren&mdash;dat alles en nog veel meer schijnt Staffa met haar
-Fingalsgrot.</p>
-<p class="par">De stoomboot had de eilanden, die een soort van
-eerewacht vormen voor hun koningin, ver achter zich gelaten, nu bleef
-zij op een afstand liggen en ontlaadde haar passagiers in kleinere
-schuiten; bij de steenklompen, die den onderbouw schijnen van den
-kolossalen rotstempel, werd hun beduid, dat zij uit moesten stappen om
-over die steenen hun weg te vinden naar den ingang der grot.</p>
-<p class="par">Het was een moeilijke tocht al springend en klauterend
-over de ongelijke steenmassa&rsquo;s, door het zeewater onophoudelijk
-bespoeld en deze glimmend en glad achtergelaten door zeewier en
-schuim.</p>
-<p class="par">&bdquo;Goddank! Dat Betsie er niet is,&rdquo; verzuchtte
-Berkmans weer uit het diepst van zijn hart.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, dan had ik met haar moeten optrekken,
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1603" href="#xd23e1603" name=
-"xd23e1603">92</a>]</span>want je hebt genoeg te doen om je zelf voort
-te laten springen,&rdquo; antwoordde Van Eyken, die moeite had zijn
-lichten stap te matigen om zijn zwager bij te blijven en hem soms de
-hand te reiken als de sprong van den eenen steen tot den anderen te
-groot bleek.</p>
-<p class="par">&bdquo;Die dikke Bets, zij was er bij neergevallen. In
-elk geval had zij het er niet zoo kranig afgebracht als die
-juffrouw&mdash;hoe heet ze ook, Bauer....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu als men ook alleen op reis durft gaan.... oef!
-&rsquo;t word warm h&eacute;, die zon steekt, ze haalt een buitje
-op.&rdquo;</p>
-<p class="par">En blij een voorwendsel te vinden om even te kunnen
-stilstaan, veegde hij zich de druppels van het voorhoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij is nummer een, kijk, daar wipt ze al de grot
-in. Kom, Jo, laat je niet beschaamd maken! Daar geef mij de hand maar,
-laat je niet door valsche schaamte beet nemen. Ze zijn ons allen
-v&oacute;&oacute;r.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is me werken voor zijn plezier! Had ik
-dat geweten....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan was je stil bij Bets gebleven, h&eacute;!
-Maar nu moet je vooruit, daar helpt niets aan.&rdquo;</p>
-<p class="par">Bijna loodrecht stijgt de gevel der Fingalsgrot uit zee,
-een reuzenboog, die zich naar binnen voortzet in een onafgebroken
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1620" href="#xd23e1620" name=
-"xd23e1620">93</a>]</span>zuilenrij, tot het heiligdom voerend met een
-trap, waardig toegang te verleenen tot de paleizen van Neptunus. En
-deze gigantentrap was het, waarover Berkmans al huppelend en
-trippelend, al zwoegend en zweetend zich omhoog werkte.</p>
-<p class="par">Caspar van Eyken moest er om lachen, het was of hij een
-vlieg hoorde gonzen om de manen van een ingeslapen leeuw; hij stond
-reeds voor den ingang der grot toen zijn zwager nog de ongelijke,
-grillige lager, dichter en verder dooreengeworpen rotsblokken
-verwenschte.</p>
-<p class="par">Hij stond als overweldigd stil toen de andere half
-kermend uitriep:</p>
-<p class="par">&bdquo;Is me dat een tocht? Heel aardig, maar is me dat
-zoo&rsquo;n klim waard?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och Jo, was je maar bij Betsie gebleven! Je hebt
-er toch geen verstand van.&rdquo;</p>
-<p class="par">Berkmans las uit zijn Baedeker voor:</p>
-<p class="par">&bdquo;Tweehonderd dertig voet is de grot diep, van
-voren 90 voet hoog, 40 breed.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Schei uit met je cijfers, man! Laat ze aan je
-hoogerburgerschooljongens over, zie, geniet!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;God beware me! wat is dat glad, als je
-uitglijdt&mdash;oef, je hand Cas, even maar!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij gingen naar binnen, daar welfde zich de spitsbogen
-over wonderbare zuilenbundels, over stalactiten, donker van kleur
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1641" href="#xd23e1641" name=
-"xd23e1641">94</a>]</span>maar met weerglansen van purper, van rood,
-van grijs en groen, zich wisselend met bliksemsnelheid onder den glans
-van het naar binnen sluipende zonnelicht en de naar binnen dringende
-golfslagen. De zee toch bruist telkens en telkens tegen de rotsen op.
-Zij wringt en kronkelt zich naar binnen, liefkoost de wanden om een
-oogenblik later ze onbarmhartig te geeselen, zij werpt haar schuim hoog
-op en doet ze in duizenden kleurige blaasjes wegstroomen, zij valt
-kletterend in de diepte, kroont de zwarte rotsen met een diadeem van
-zilver en zingt een lied vol geheimzinnige melodie&euml;n, als voelde
-zij zich hier meesteres, koningin en wilde haar paleis aan de gasten,
-die van verre kwamen, in volle schoonheid vertoonen.</p>
-<p class="par">En van binnen terugziende door den reuzenboog naar
-buiten, ziet men de goudgroene zee zich mengen met den blauwen hemel
-bezaaid met paarsgrijze wolken, een enkel zeil van een visschersboot
-zich scherp daartegen afteekenend en de gouden waaier door de zon op de
-wateren geteekend langzaam in de grot dringend&mdash;een beeld dat zich
-vastzet in de hersenen om door niets meer verdrongen te worden.</p>
-<p class="par">Nog v&oacute;&oacute;r dat hij het wist stonden Casper
-en Jo naast juffrouw Bauer, zij <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1647" href="#xd23e1647" name="xd23e1647">95</a>]</span>leunde
-over het houten hek, en zag rond, onbeweeglijk, sprakeloos; toen het
-echter tijd werd de grot te verlaten en toen tot Jo&rsquo;s groote
-verlichting het bootje hen hier afhaalde, zoodat de tocht over de
-rotsentrap overbodig werd, bood Casper haar de hand; zij wendde snel
-het gelaat af en nu merkte hij dat zij schreide en het niet weten
-wilde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu hoort tot het programma,&rdquo; zeide Van
-Eyken, &bdquo;den berg te beklimmen. Verbeeld je daarboven is nog een
-weide, en er is ook een trap om er te komen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, ik pas er voor,&rdquo; haastte Berkmans zich
-te verklaren, &bdquo;ik zit hier goed en blijf er zitten. Doe wat je
-verkiest, Cas!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb wel trek daar eens op te klauteren. En u,
-juffrouw Bauer?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben altijd van plan geweest daar boven te
-kijken.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper begreep dat een aanbod om haar te geleiden met
-verbazing door haar aangenomen of liever als overbodig zou worden
-beschouwd.</p>
-<p class="par">Zonder een woord te zeggen, stapten beiden uit en
-klommen omhoog. Berkmans zag hen met een medelijdend lachje aan en
-knoopte met een medepassagierster een gesprek aan over het dwaze om op
-reis alles te willen zien ten koste van vermoeienis, <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1661" href="#xd23e1661" name=
-"xd23e1661">96</a>]</span>gezondheid, leven wellicht&mdash;zij waren
-het in alle opzichten met elkander eens.</p>
-<p class="par">Staffa is rijk aan grillen en wonderlijke
-natuurspelingen, maar een der wonderlijkste is zeker dat groene kleed
-boven de zwarte, kale rots geworpen, een soort van Alpenweide op een
-rots, midden in een oceaan van zoutwater; geen bloempje, geen plantje,
-niets dan schrale grashalmpjes, die zich met moeite wringen tusschen de
-spleten der rotsen, maar toch iets vriendelijks, een glimlach op een
-somber gezicht, een straaltje licht tusschen strakke hopeloosheid.</p>
-<p class="par">Rondom niets dan zee en eilanden zoo zwart als brokken
-steenkolen; het grootere Mull alleen trekt een donkere lijn langs den
-horizon.</p>
-<p class="par">Casper stond weer onwillekeurig naast juffrouw Bauer;
-beide zwegen, zij had geen behoefte iets te zeggen, hij had er wel
-behoefte aan maar vreesde niets zoozeer dan een banaliteit uit te
-spreken in deze zoo geheel eigenaardige omgeving; toch kwam hij er
-toe:</p>
-<p class="par">&bdquo;Het uitzicht hier loont de moeite van het klimmen
-wel, vindt u niet?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen,&rdquo; zeide zij eenvoudig, &bdquo;dat ziet
-men ook beneden. Na de Fingalsgrot moest <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1674" href="#xd23e1674" name="xd23e1674">97</a>]</span>men
-vandaag zijn oogen sluiten en niets meer zien, niets meer
-hooren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, &rsquo;t is moeilijk iets wonderbaarder te
-zien. Wat men ook later ziet, dat blijft.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik geloof voor goed!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij streek met de hand over het voorhoofd en drukte er
-haar palm op.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is als iets, wat men heel diep gevoeld
-heeft,&rdquo; zeide Casper, &bdquo;een groote vreugde, een zwaar
-verdriet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zag hem aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Vindt u dat vreugde iets blijvends
-nalaat?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ofschoon&mdash;ik weet het niet, zoo&rsquo;n
-groote vreugde heb ik nooit ondervonden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och, dat zal niemand ooit ondervinden, denk ik.
-De eerstvolgende indruk van verdriet wischt alle sporen uit, zoodat zij
-onvindbaar blijven.&rdquo; De groeven om haar kin waren nu zoo diep dat
-Casper naar niets anders zien kon, terwijl hij haar bestudeerde.</p>
-<p class="par">&bdquo;U spreekt bij ondervinding!&rdquo;</p>
-<p class="par">Het woord was er nog niet uit of hij had er spijt van
-het gezegd te hebben, &rsquo;t scheen een soort van indringen te zijn
-in haar gemoedsleven, waartoe hij geen recht had en wat kon &rsquo;t
-hem toch ook eigenlijk schelen of die juffrouw, die hij <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1697" href="#xd23e1697" name=
-"xd23e1697">98</a>]</span>vandaag voor het eerst zag en die hij morgen
-niet meer zou terugzien, verdriet had gehad of plezier.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen,&rdquo; zeide zij eenvoudig, &bdquo;ik weet
-niet, wat groot verdriet is, ik geloof dat niemand dat tegenwoordig
-meer weet. Men heeft zorg of men verliest iets: geld, familie of eer,
-men schreit het een paar traantjes na, maar dan schikt men zich,
-zoolang men dagelijksch comfort behoudt; men komt er over heen en
-&rsquo;t is voorbij, v&oacute;&oacute;r men &rsquo;t weet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper dacht aan den dood zijner moeder van den winter;
-hij had toen erg aangegaan, maar och! dat hij zich zoo snel zou
-schikken in het onvermijdelijke, dat hij zoo dadelijk weer
-belangstelling zou opvatten in allerlei kleinigheden van het
-dagelijksch leven, dat hij weer zoo spoedig gewoon had kunnen praten en
-lachen, dat had hem zelf het meest verwonderd, want hij hield toch dol
-van zijn oude vrouw, en nu nog kon hij er niet aan denken dat hij ze
-niet meer had of hij voelde iets uit zijn keel opstijgen naar zijn
-oogen, maar dan dacht hij gauw aan iets anders, als hij &rsquo;t voelde
-aankomen en zei een gekheidje.</p>
-<p class="par">&bdquo;Misschien heeft u gelijk,&rdquo; zeide hij
-eindelijk; &bdquo;men heeft zooveel verstrooiing <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1705" href="#xd23e1705" name=
-"xd23e1705">99</a>]</span>en afleiding tegenwoordig, er is altijd
-zooveel te zien en te doen en te hooren<span class="corr" id=
-"xd23e1707" title="Niet in bron">.</span>&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Men heeft geen tijd met zoo&rsquo;n naren gast
-als zijn verdriet te leven, en ook geen lust. Zij bellen daar, is dat
-het sein om naar beneden te gaan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Om ons in te schepen, ja.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Adieu Staffa! adieu!&rdquo; zeide Casper toen het
-schuitje wegvoer en wuifde het rotsgevaarte een afscheidsgroet toe.</p>
-<p class="par">&bdquo;<span class="ex" lang="en">Forever</span>, denk
-ik!&rdquo; riep Berkmans.</p>
-<p class="par">&bdquo;En &rsquo;t is goed ook,&rdquo; meende juffrouw
-Bauer.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, die trap is een waar heksenwerk, meer dan de
-Heksentrappen in den Harz.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Rosstrappe. Heksentanzplatz,&rdquo; verbeterde
-Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja, &rsquo;t is waar ook! Het doet er niet toe,
-een jodentoer. Als Betsie &rsquo;t hoort...&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Daarom verlangt u toch ook niet van de
-Fingalsgrot voorgoed afscheid te nemen?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij glimlachte, een helderen zonnigen glimlach, zij zag
-er nu geheel uit als een kind. Casper voelde plotseling een
-onweerstaanbaren lust haar op te nemen en over die rotsen te springen
-met zijn lichten last in de armen.</p>
-<p class="par">Hoe had hij &rsquo;t niet eer gemerkt, zij zag er
-allerliefst uit, zoo&rsquo;n klein pittig ding, zoo heel anders dan
-zooeven toen zij zoo <span class="pagenum">[<a id="xd23e1736" href=
-"#xd23e1736" name="xd23e1736">100</a>]</span>diepzinnig en ouwelijk
-redeneerde over smart en vreugd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Als &rsquo;t daarvoor was, dan zou ik er wel raad
-op weten, dan presenteerde ik u mijn arm.&rdquo; Het gebaar dat hij
-maakte verried duidelijk hoe het zijn bedoeling was, dien forschen arm
-niet te presenteeren als steun maar eenvoudig als zitplaats.</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar u heeft het niet noodig. U is zoo flink, zoo
-zelfgenoegzaam,&rdquo; ging hij voort met een tintje spijt in de
-stem.</p>
-<p class="par">&bdquo;Een dame, die liever alleen reist, heeft geen
-armen van heeren noodig,&rdquo; merkte Berkmans bits op.</p>
-<p class="par">&bdquo;Minder dan heeren een dameshand,&rdquo; zeide zij
-en weer kwam dat schalksche kuiltje voor den dag.</p>
-<p class="par">Casper begreep nu dat het dit kuiltje was dat haar
-zoo&rsquo;n onweerstaanbaar lieve uitdrukking gaf. Hij lachte hartelijk
-alleen om het genot van het lachen, omdat hij plotseling het leven zoo
-prettig vond, en dat zitten in die schuit zoo leuk, zoo onbetaalbaar
-leuk.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik reis niet voor mijn plezier
-all&eacute;&eacute;n.&rdquo;</p>
-<p class="par">Het kuiltje was verdwenen en die twee akelige rimpels
-waren er weer als twee grimmige schildwachten, die de lippen wilden
-beletten te lachen, of aardige, vroolijke dingen te zeggen.
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1753" href="#xd23e1753" name=
-"xd23e1753">101</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Toch ook niet voor uw verdriet?&rdquo;</p>
-<p class="par">Die vraag van Berkmans klonk zoo scherp, dat Van Eyken
-er nijdig om werd; nog eens wat ging &rsquo;t hun toch aan of zij
-all&eacute;&eacute;n of in gezelschap, voor haar genot &ograve;f voor
-haar verdriet reisde?</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, ik reis all&eacute;&eacute;n, omdat ik geen
-gezelschap heb.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Daar is altijd toch wel aan te komen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet aan het gezelschap dat ik hooger stel dan
-eenzaamheid.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat zal de juffrouw toch wel zelf het beste
-weten, Jo,&rdquo; snauwde Casper, &bdquo;&rsquo;t is onze zaak niet. De
-dames doen tegenwoordig zooveel dingen alleen, waarom niet
-reizen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Trouwen daar alleen moeten zij toch nog met twee
-voor zijn. Wat zij ook voor andere liefhebberijen bij de hand mogen
-hebben, dat doen zij toch nog maar altijd het liefst.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper zag haar ongerust aan; hij vond zijn zwager grof
-en begreep dat zij het ook moest vinden. Maar zij zag weer met haar
-blik van zooeven, haar open, helderen blik, die zich zoo rustig op
-menschen en dingen kon vestigen en met dien blik drong zij in den
-zijne. &bdquo;U is het zeker geheel met mijnheer Berkmans eens?&rdquo;
-zeide zij. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1770" href="#xd23e1770"
-name="xd23e1770">102</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Volstrekt niet! U heeft het zooeven immers
-gehoord, ik ken de vrouwen maar zeer oppervlakkig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En toch beoordeelt u ze zoo scherp?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Uit ego&iuml;sme.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat schijnt wel en dat verklaart veel!&rdquo;</p>
-<p class="par">Juist moesten zij uit de schuitjes weer op de groote
-boot stappen. Casper bood als onwillekeurig zijn hand aan het meisje,
-het was een daad van galanterie, die hij geheel instinctmatig scheen te
-vervullen en zij namen het ook zoo aan, als iets dat vanzelf sprak.</p>
-<p class="par">Berkmans zuchtte diep, een zucht van verlichting toen
-hij weer de planken van het dek onder de voeten had; een oogenblik
-later ging hij naar beneden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ga even zien of er wat te lunchen valt en jij
-Cas, hoe denk jij er over?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is mij te vroeg&rdquo;</p>
-<p class="par">Juffrouw Bauer stond weer bij de verschansing en zag hoe
-langzaam de grot zich verwijderden. Casper kwam naast haar staan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu heeft u A gezegd en daarom heb ik ook recht B
-te weten. Waarom vindt u het goed dat wij Staffa niet meer
-terugzien?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Omdat ik er &eacute;&eacute;n indruk heb
-ontvangen die blijft, een tweede zou een afdruk zijn <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1794" href="#xd23e1794" name=
-"xd23e1794">103</a>]</span>meer niet, en daarvoor reist men immers om
-indrukken te ontvangen, om zijn geest volgeteekend te
-krijgen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, zoo&rsquo;n soort van album er van te maken,
-dat men naar verkiezing kan opslaan. Dat is waar, dat is het beste van
-het reizen, maar daar heeft mijn zwager Berkmans geen verstand
-van.&rdquo;</p>
-<p class="par">Weer dat lachje, dat als een tooverdrank Casper naar het
-hoofd steeg.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wou dat u nooit lachte of altijd
-lachte,&rdquo; zeide hij, hij wist zelf niet hoe hij zoo brutaal durfde
-zijn die woorden te zeggen. &bdquo;Ik zou onophoudelijk over mijn
-zwager kunnen praten, want dat doet u lachen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heusch niet! &rsquo;t spijt me dat ik u zoo
-hinder!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Mij hinderen!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ten minste dat schijnt zoo, maar ik vind het
-zoo onweerstaanbaar grappig, die tegenstelling van hollandsche sommen
-en deze natuur.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij strekte haar hand met een vluchtige beweging uit
-naar het water rondom hen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat is de Oceaan, die komt uit Amerika, die sloot
-eeuwen lang Europa af. De Atlantische Oceaan, &rsquo;t is dezelfde zee
-en toch zoo heel anders dan bij Zandvoort.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U houdt van contrasten?&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1815" href="#xd23e1815" name=
-"xd23e1815">104</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Bijzonder en daarom geniet ik hier zoo. &rsquo;t
-Is alles zoo eenvoudig, zee, rots, hemel, meer niet en toch wat een
-afwisseling!&rdquo;</p>
-<p class="par">Nu gloeiden haar oogen en straalden haar lippen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u werkelijk een Hollandsche?&rdquo; vroeg
-Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja werkelijk, waarom vraagt u dat?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Omdat u zoo weinig Hollandsch doet.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet Engelsch of Amerikaansch genoeg om terug te
-brengen?&rdquo;</p>
-<p class="par">Weer lachte hij, zijn hartelijken gullen lach en ook het
-kuiltje danste in haar wangen; toen zagen zij elkander aan en
-plotseling bloosden zij beiden en zij boog zich over de verschansing en
-zag diep in de zee.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">III.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">&bdquo;De muttonchop was heerlijk, hoor! Ik kan ze
-je recommandeeren,&rdquo; zoo kwam Berkmans in het best denkbare humeur
-weer op het dek.</p>
-<p class="par">Casper en juffrouw Bauer hadden niet meer gelachen maar
-zeer ernstig gesproken. <span class="pagenum">[<a id="xd23e1838" href=
-"#xd23e1838" name="xd23e1838">105</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Men zou zeggen een geheele Alpenwereld, die
-verzonken is in de diepte en waar nu de zee over heen spoelt,&rdquo;
-had Casper juist gezegd en wees op dat doolhof van rotsen, waartusschen
-de &bdquo;Colomban&rdquo; zich vlug en sierlijk een weg baande. En nu
-moest hij op den muttonchop van Jo antwoorden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, zoo meteen, en u, juffrouw Bauer?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zal een kop koffie nemen met
-beschuit.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, neem toch in Engeland geen koffie en in
-Duitschland geen thee!&rdquo; riep Berkmans uit. &bdquo;Betsie
-zegt....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zal ik u een kop koffie bestellen?&rdquo; vroeg
-Casper, &bdquo;en stoor u niet aan de cosmopolitische drankstudi&euml;n
-van mijn zwager.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, ik ga naar beneden. Wij komen toch in het
-eerste half uur nog niet in Jona.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper zei niets maar ging met haar mede. Jo zag hen na
-en dacht:</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, die is alweer ingepakt. Hoe onvoorzichtig,
-als zij nu nog maar geen Hollandsche was! Betsie heeft gelijk. In het
-buitenland sluit ze zich nooit aan bij Hollanders. Vreemdelingen,
-<span class="ex" lang="fr">&ccedil;a n&rsquo;engage &agrave;
-rien</span>, maar landgenooten, je weet niet in wat voor wespennest je
-je steekt!&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper zat beneden tegenover juffrouw <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1861" href="#xd23e1861" name=
-"xd23e1861">106</a>]</span>Bauer<span class="corr" id="xd23e1863"
-title="Bron: .">,</span> alsof vanzelf sprak; het was of die lach het
-ijs tusschen hen gebroken had. Zij spraken druk zonder jacht op
-geestigheden, zonder diepzinnige bespiegelingen.</p>
-<p class="par">Juffrouw Bauer vertelde dat zij met de stoomboot van
-Rotterdam naar Edinburgh was gereisd; zij dweepte met Edinburgh.</p>
-<p class="par">&bdquo;En &rsquo;t meest van Edinburgh?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Princestreet met die prachtige winkels,&rdquo;
-maar weer kwam het <span class="corr" id="xd23e1872" title=
-"Bron: kuilje">kuiltje</span> om den hoek kijken.</p>
-<p class="par"><span class="corr" id="xd23e1876" title=
-"Bron: Caspers">Casper</span> haalde diep adem.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat doet me plezier,&rdquo; verklaarde hij.
-&bdquo;&rsquo;t Is zoo echt vrouwelijk!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ondegelijk, ijdel!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, natuurlijk!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dunkt u dat? Zou het niet juist onnatuurlijk
-zijn, omdat wij, vrouwen, door eeuwenlange achteruitzetting gedwongen
-onzen troost te zoeken in het kleine, in het onbeduidende ons eenig
-genot vinden?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen, nu spreekt u of u lid is van de Vrije
-Vrouwenvereniging, ik vind dat juist allerliefst en dat een dame moed
-heeft zoo iets te durven zeggen in onzen tijd dat vind
-ik&mdash;eenig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dus u denkt dat ik &rsquo;t meen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U kan niet zeggen wat u niet meent.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij lachte een geheimzinnig, aantrekkelijk ernstig
-lachje, heel iets anders weer dan <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1896" href="#xd23e1896" name="xd23e1896">107</a>]</span>dat van
-zooeven en roerde met neergeslagen oogen haar kopje koffie om.</p>
-<p class="par">&bdquo;En toen heeft u den verplichten klassieken toer
-gemaakt,&rdquo; zoo eindigde Casper de pauze. &bdquo;Callander, de
-Trossachs, Loch Katrine, Loch Lomond&mdash;Glasgow!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, contrast&mdash;alles contrast.&rdquo;</p>
-<p class="par">En zij spraken druk, als hadden zij behoefte zich te
-verstrooien, over glens en lochs, over heide en meren.</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar dat Glasgow, dat vreeselijke Glasgow! O, hoe
-jammer, dat het die heerlijke, schotsche lucht bederft met zijn
-rook.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En daar woon ik nu! Beklaag u mij
-niet?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja,&rdquo; zeide zij eenvoudig, &bdquo;maar nog
-meer als u de zee en de bergen niet zoo dicht bij u had om er te
-vluchten als de rooklucht u te zwaar werd.&rdquo;</p>
-<p class="par">Er werd gebeld, Jona was in het gezicht; men moest weer
-uitstappen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ze laten je geen uur met rust,&rdquo; zuchtte
-Berkmans, maar hij stapte toch uit en het drietal bleef bij elkander
-als hadden zij het afgesproken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Alweer contrast, hier vlakte, daar de rots van
-Staffa. Dat is het leven zooals ik het gaarne opvat; telkens iets
-nieuws, telkens iets verschillends,&rdquo; zeide Casper. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e1919" href="#xd23e1919" name=
-"xd23e1919">108</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Dat je niet tot adem laat komen,&rdquo; meende
-Jo.</p>
-<p class="par">Juffrouw Bauer keek hem aan; zij scheen tien jaar ouder
-zoo moede en afgemat stond nu haar gezicht, haar oog, haar mond,
-alles.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, het leven vermoeit.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zoo&rsquo;n dag als vandaag ook?&rdquo; vroeg
-Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;Die zijn er te weinig, dat rust uit!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u werkelijk moe? Wil u dan niet
-leunen!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij bedacht zich even, toen legde zij haar arm op de
-zijne.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, &rsquo;t is vermoeiend, vooral voor dames.
-Betsie had het ook gevoeld. En die heeft nog anders wat mee te dragen
-dan de juffrouw!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben niet moe van het loopen,&rdquo; zeide zij,
-&bdquo;maar....&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij voleinde haar gedachte niet en Casper vroeg niet
-verder.</p>
-<p class="par">Johan Berkmans werd aangeklampt door zijn vriendin van
-uit het schuitje, die de weldoordachte opmerking maakte dat men hier
-toch veel gemakkelijker liep dan in Staffa, ofschoon het ook niet over
-asphalt ging.</p>
-<p class="par">Een pad, ruw geplaveid, dat den somberen naam van
-&bdquo;Weg der dooden&rdquo; draagt, <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e1946" href="#xd23e1946" name="xd23e1946">109</a>]</span>voert
-eerst langs armelijke hutten, terwijl kleine bedelaars steentjes en
-schelpjes aanbieden in ruil voor een aalmoes, en verder naar eenige
-brokstukken van muren.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat was vroeger een nonnenklooster,&rdquo; zei de
-gids en wees op den grafsteen eener abdis.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe mal,&rdquo; riep Berkmans uit, het stijve in
-den steen gegrifte beeld beschouwende, dat twee engelen terzijde had,
-&bdquo;die oude juffrouw heeft een kam en een spiegel boven haar
-hoofd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Misschien heeft zij daar in haar leven te weinig
-gebruik van kunnen maken,&rdquo; zeide juffrouw Bauer.</p>
-<p class="par">De cicerone wist ook van het zonderlinge denkbeeld, om
-toiletartikelen op den grafsteen van een abdis te plaatsen, geen
-uitlegging te geven en drong zijn oplettend luisterende kudde aan voort
-te maken.</p>
-<p class="par">&bdquo;De leer der contrasten alweer, die hier overal
-gepredikt wordt,&rdquo; zei Casper, &bdquo;dood en pronk!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Het kruis van Jona,&rdquo; riep juffrouw Bauer
-eensklaps opgewonden uit en wees op het oud Iersche kruis, dat terzijde
-van den &bdquo;Weg der dooden&rdquo; stond.</p>
-<p class="par">Een sierlijk kruis met fantastisch snijwerk versierd,
-rustend op een zwaar voetstuk van graniet. Vroeger, vertelde
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e1962" href="#xd23e1962" name=
-"xd23e1962">110</a>]</span>de gids, waren hier driehonderd van zulke
-kruisen geweest, maar de Puriteinen hadden ze vernield.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu zijn ze verhuisd naar Princestreet, naar de
-juwelierswinkels,&rdquo; zeide het meisje half spottend, &bdquo;daar
-ergeren zij niemand.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Betsie heeft er ook zoo een gekocht. Kruisen zijn
-wel niet in de mode, maar zoo&rsquo;n Jonakruis is toch altijd iets
-bijzonders, vond zij.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dit is het koningenkerkhof!&rdquo;</p>
-<p class="par">Allen zwegen onwillekeurig. Jona was eens de grafplaats
-der Heeren van de Eilanden; nadat zij naar hartelust hun leven lang
-gemoord, geplunderd, gevochten, brand gesticht, gevaren en gezworven
-hadden, brachten de met rouw getooide schepen hun lijken naar dit
-eenzame eiland. Hier wenschten zij te rusten in de aarde, welke zij
-voor heilig hielden.</p>
-<p class="par">Indrukwekkend zijn de koninklijke grafsteden van Europa,
-de plaatsen waar zooveel macht en zooveel grootheid langzaam overgaan
-in stof en asch. Het Escuriaal, Saint-Denis, Westminster-Abdij, maar
-geen van allen wellicht kan de sombere grootheid evenaren van dit
-eiland in den Atlantischen Oceaan, waaromheen de wateren der
-onmetelijke zee hun eindelooze <span class="pagenum">[<a id="xd23e1975"
-href="#xd23e1975" name="xd23e1975">111</a>]</span>doodsgetijden zingen.
-De blauwachtige, grijze steenen liggen daar naast elkander geschaard,
-de zonnestralen verschroeien ze, de storm loeit over hen en begraaft ze
-onder stof, de sneeuw bedekt hen soms voeten diep en de herinnering aan
-de machtige heeren, de geweldige tyrannen, die hier in de <span class=
-"corr" id="xd23e1977" title="Bron: koninsgraven">koningsgraven</span>
-rusten, is verdwenen als de sneeuw van den winter, verstoven als de
-storm van gisteren.</p>
-<p class="par">Niemand weet hun daden meer, niemand kent hun afstamming
-of hun nageslacht; men leest de inschriften die allen <span class=
-"corr" id="xd23e1982" title="Bron: Max">Mac</span> Gregors, Mac
-Douglas, Mackenzies, Mac Kennans of Macleans verkondigen, men ziet naar
-de schilden met hun half afgesleten wapens, en &rsquo;t is of niets
-meer de afgebroken keten aaneenhecht, of geen schakel meer reikt uit
-dat verre verleden naar het frissche heden, of dat alles voorgoed dood,
-begraven, vergeten is.</p>
-<p class="par">&bdquo;Macbeth,&rdquo; las Casper op een der steenen.
-&bdquo;Hij alleen leeft! De po&euml;zie heeft hem uit zijn koningsgraf
-gehaald en een leven geschonken schooner misschien dan het zijne eens
-werkelijk geweest is<span class="corr" id="xd23e1987" title=
-"Bron: -">.</span>&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vindt u Macbeth&rsquo;s leven schoon?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zooals wij het kennen door Shakespeare,
-ja!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e1994" href="#xd23e1994"
-name="xd23e1994">112</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Ik vind Macbeth een allerakeligst stuk. Jongen,
-ik heb v&oacute;&oacute;r dat de komedie op het Leidscheplein afbrandde
-Bouwmeester daar den Macbeth zien spelen. Naar, hoor! Naar! En eens
-Sarah Bernhardt als Lady Macbeth, maar ik vond Frenkel veel beter en
-Betsie ook. &rsquo;t Leek er niet naar!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Amsterdam en het Leidscheplein tusschen de
-koningsgraven van Jona. De gids is weer een eind weg. Wij moeten hem
-inhalen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik wou dat die gids op den Ben-Nevis zat en ik
-hier mocht ronddwalen....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ik ook.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar dan met u!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij antwoordde niet, maar Casper zag dat het vel achter
-haar fijne oortjes vuurrood werd. Zij had het dus wel verstaan; toch
-klonk haar stem natuurlijk, toen zij bij de ru&iuml;ne stond van het
-klooster van Sint-Columban. Een groot veld vol bouwvallen, waarin gras
-en onkruid welig woekert, opschietend tusschen de steenen, klimop zich
-slingert om de bogen en holle ramen, nieuw leven uitstortend over den
-dood. Een geweldig brok van een toren verheft zich somber en dreigend
-ten hemel; daaromheen nog sierlijke bogen, half afgebroken zuilen,
-overblijfselen van voorbijgegane heerlijkheid, en dan weer graven en
-nog eens graven. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2008" href=
-"#xd23e2008" name="xd23e2008">113</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Zooeven sprak u van een ondergegane Alpenwereld
-door de zee bedolven, hier is het een andere beschaafde wereld, door
-domme dweepzucht verwoest,&rdquo; zeide juffrouw Bauer.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, men kan het zich nauwelijks begrijpen, hier
-was &rsquo;t reeds een brandpunt van beschaving, toen Londen nog niets
-was dan een vesting tegen de barbaren, Glasgow een woest bosch,
-Amsterdam een visschersdorp of nog minder. Hier werd reeds gestudeerd,
-gelezen, geschreven, toen de engelsche fabrikant niets anders was dan
-een zeeroover en de hollandsche leeraar in de wiskunde een
-jager.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En nu is het nog maar een graf, een reusachtig
-graf,&rdquo; zij huiverde, &bdquo;en zal het ook eens zoo gaan met
-Londen en Glasgow?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Met de heele wereld,&rdquo; zeide Berkmans,
-&bdquo;&rsquo;t is mathematisch zeker dat wij allen van koude zullen
-sterven en de aarde dan doodsch en somber wordt als een reusachtig
-graf.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar nu schijnt de zon nog, nu hebben wij het nog
-warm, nu zien wij neer op den dood en op het verleden, trotsch op ons
-bestaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zag er zoo vol leven en kracht uit, terwijl hij dit
-sprak, zoo fier en sterk, dat onwillekeurig het gelaat van
-Andr&eacute;e <span class="pagenum">[<a id="xd23e2021" href=
-"#xd23e2021" name="xd23e2021">114</a>]</span>Bauer haar bewondering
-uitsprak; zij voelde het, keerde zich om en vroeg den gids om een
-kleine inlichting.</p>
-<p class="par">Nu werd haar een steen gewezen&mdash;Columbans
-slaapplaats, later zijn sterfbed.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat is me ook een liefhebberij zoo te
-slapen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Gelukkig de tijd toen men nog een overtuiging had
-en voor die overtuiging kon lijden en sterven,&rdquo; zeide
-Andr&eacute;e halfluid, &bdquo;en zelfs&mdash;zijn slaap
-opofferen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Gelooft u dat die overtuiging nu niet meer
-bestaat?&rdquo; vroeg Van Eyken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waar zou ze nog zijn? Niemand gelooft, niemand
-hoopt immers meer iets! Men tracht het fundament van elke eerlijke
-overtuiging te ondermijnen en klaagt dan nog dat niemand overtuiging
-meer bezit en &rsquo;t was toch zoo heerlijk, die zegepraal van den
-geest over de stof. De geest van een Columban, die leven bracht in deze
-steenen, die deze wildernis herschiep in een paradijs, die beschaving
-plantte terwijl overal nog barbaarschheid heerschte&mdash;en tot
-rustplaats voor zichzelf maar een steen koos.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vond u waarlijk Princestreet zoo mooi?&rdquo;
-vroeg Casper, &bdquo;ik begin er aan te twijfelen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Daar denk en voel ik weer anders dan hier,&rdquo;
-antwoordde zij eenvoudig. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2038"
-href="#xd23e2038" name="xd23e2038">115</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Weet u wat Dr. Johnson zeide van Jona: &bdquo;De
-man is niet te benijden, wiens vaderlandsliefde niet aan kracht wint op
-het veld van Marathon, of wiens vroomheid niet levendiger gloeit bij de
-bouwvallen van Jona.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vaderlandsliefde en vroomheid zijn geen
-mode-artikelen meer; dat zou Johnson zelf moeten erkennen als hij nu
-leefde, maar &rsquo;t is waar, hoe mooi wordt dit veld van ru&iuml;nes
-alleen door de verbeelding en de herinnering. In Staffa had men den
-indruk maar in zich op te nemen, het had aan zijn eigen schoonheid
-genoeg, hier moet men eerst zijn weten uitstorten over alles wat zoo
-vernield en misvormd lijkt en dan bloeit het weer op in een geheel
-andere schoonheid.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij legde haar arm op den zijne.</p>
-<p class="par">&bdquo;U is toch een dweepster; ik had het niet
-gedacht.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarvoor ziet u mij dan aan?&rdquo; vroeg
-zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Voor een raadsel! Maar een raadsel vol
-pikanterie.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;De oplossing zal u tegenvallen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, neen! Dat kan ik niet denken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben er zeker van. Daarom, raad maar niet, u
-doet er mij plezier mee.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij waren een eind voortgeloopen nog steeds arm in arm.
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2060" href="#xd23e2060" name=
-"xd23e2060">116</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;U kan niet gearmd loopen, u komt telkens uit den
-pas,&rdquo; zeide hij lachend en trachtte zijne stappen naar haar te
-regelen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben het niet gewoon gearmd te
-loopen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan heeft u geen broeder, geen vader, geen
-zwager, geen&mdash;geen&mdash;&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Geen, wat?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, neen! anders zou u hier niet alleen
-zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, dat alleen, dat alleen! Het ergert uw zwager
-geweldig, is het zoo niet?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Honny soit qui mal y pense! Maar toch ik zou wel
-willen weten, of u altijd zoo geheel alleen door &rsquo;t leven gaat
-als nu door Schotland.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, geheel alleen. Ik ben onafhankelijk en wil
-mij niet belasten met een juffrouw van gezelschap, een vriendin, een
-nichtje of....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een man?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij lachte en antwoordde niet.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben ook alleen,&rdquo; zeide Casper voort.</p>
-<p class="par">&bdquo;En u vreest ook uw vrijheid op te geven en op te
-offeren aan minder aangenaam gezelschap?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Juist, dat is &rsquo;t&mdash;minder aangenaam
-gezelschap, maar voor een vrouw is dat iets anders. Alleen zijn voor
-een vrouw moet iets vreeselijks zijn.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2088" href="#xd23e2088" name=
-"xd23e2088">117</a>]</span></p>
-<p class="par">Zij schudde het hoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb het nooit gevonden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En als de dag komt dat u het vindt?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zag hem aan met diezelfde troostelooze uitdrukking
-van zooeven.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan zal ik &rsquo;t nog bitterder betreuren, dat
-ik niet kan voelen als <span class="corr" id="xd23e2099" title=
-"Bron: Colomban">Columban</span> en niet gelooven als hij.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Arm, klein vogeltje!&rdquo; zeide Casper
-eensklaps op een hartelijken beschermenden toon.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat moet u niet zeggen!&rdquo;</p>
-<p class="par">En haar stem eindigde in een snik, hij drukte haar hand,
-die op zijn eenen arm rustte, vast in zijn andere hand.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Staat u niet, zoo ferm te willen doen.
-Ik ken u pas een paar uren, maar ik weet het reeds; u is een zwak, lief
-poppetje; gemaakt om vertroeteld te worden en te vertroetelen. En ik
-heb zoo&rsquo;n lust het te doen, o, als u &rsquo;t wist....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Cas! Cas!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat is er?&rdquo; Met een gezicht als een
-onweersbui keek Van Eyken om.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat dunkt je, zal ik wat van die schelpjes koopen
-voor tante Mina? Je weet, zij is er dol op.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ga je gang!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, maar ik versta dat koeterwaalsch van dat volk
-niet. Dat is nooit engelsch, <span class="pagenum">[<a id="xd23e2121"
-href="#xd23e2121" name="xd23e2121">118</a>]</span>ten minste engelsch
-zooals ik het ken.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij was met een groep van tien, twaalf jongens tot dicht
-bij het tweetal gekomen, de jongens schreeuwden en boden door elkander,
-hielden hem hun waren tot dicht bij den neus, stieten elkander onzacht
-van zich af om dan weer mekaar uit te schelden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik begrijp niet,&rdquo; zeide van Eyken,
-&bdquo;wat je er een plezier in kunt hebben dat bedelaarsvolk aan te
-halen. Je bent er zoo gauw niet af. Wat moet je hebben? Dit? Geef hun
-een shilling, laat ze daarom vechten en uit is de grap!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar een shilling voor die prullen!&rdquo;</p>
-<p class="par">Andr&eacute;e had intusschen zijn arm losgelaten en was
-alleen naar de aanlegplaats gegaan, waar zij in een der volste booten
-stapte.</p>
-<p class="par">Berkmans had zich eindelijk met een hoop penny&rsquo;s
-van zijn kwelgeesten bevrijd en liep nu naast Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zeg eens vriend,&rdquo; zeide hij, &bdquo;ik wou
-je een paar woorden zeggen. Je hebt het zoo druk met die meid, jelui
-bent niet van mekaar af te slaan; maar denk er aan, je kent haar
-volstrekt niet, je weet niets van haar familie en je bent in Schotland,
-en als je daar maar een aardigheidje tegen een meisje zegt, heb ik wel
-eens gehoord, dan zit je er aan vast en ben je wettig getrouwd.&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2136" href="#xd23e2136" name=
-"xd23e2136">119</a>]</span></p>
-<p class="par">Casper wist niet of hij boos zou worden of lachen. Hij
-koos den middenweg en vroeg spottend:</p>
-<p class="par">&bdquo;Zeg eens, ventje, wil je mij leeren wat schotsche
-gebruiken zijn? Ik ben in elk geval langer hier dan jij en als elke
-malligheid, die je tegen een meisje zegt, werkelijk zulke prettige
-gevolgen kon hebben, dan had ik nu reeds minstens vijftig wettige
-vrouwen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zag dat Andr&eacute;e Bauer reeds in de schuit zat,
-die van wal stak; zonder een woord te zeggen, stapte hij in de
-gereedstaande, door Berkmans gevolgd, die blij was het hem eens goed
-gezegd te hebben.</p>
-<p class="par">Je kon niet weten en Cas was toch in ieder geval
-Betsie&rsquo;s broer, hij zou toch niet graag zien dat er iets voorviel
-als zij er niet bij was. &rsquo;t Is waar, Cas was nu precies geen kind
-meer, bij de dertig reeds, maar als hij een dwaasheid doen wilde, dan
-moest hij &rsquo;t maar doen als Jo er niet bij was.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">IV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Casper liep een deuntje fluitend, met de handen op
-den rug, over het dek op en neer.</p>
-<p class="par">Dat deed hij altijd wanneer hij boos was en boos was hij
-nu bepaald, op Johan <span class="pagenum">[<a id="xd23e2152" href=
-"#xd23e2152" name="xd23e2152">120</a>]</span>in de eerste plaats, dan
-een beetje op juffrouw Bauer, maar het meeste op zichzelf.</p>
-<p class="par">Hoe gek zich zoo aan te stellen als een kwajongen; maar
-kon hij &rsquo;t zelf helpen? Vroeger als jongen was verliefdheid een
-chronische ziekte van hem geweest; zijn zusters plaagden er hem altijd
-mee dat zijn hart een omnibus was met slecht sluitende deuren, waarin
-de eene dame na de andere passeerde, soms drie, vier en meer tegelijk
-in plaats namen&mdash;voor een oogenblik. Maar in de laatste jaren had
-hij er geen last meer van gehad; de schotsche vrouwen hadden er hem
-radikaal van genezen en toen zijn moeder en zuster samenspanden om hem
-aan een vrouw te helpen, had hij bepaald moeite gedaan voor een der
-dames van haar keuze iets te voelen; het had niet willen lukken en de
-geestigste zijner zusjes had gezegd, dat de omnibus nu buiten dienst
-was gesteld en het paard dat hem trok, zeker bij den vilder was
-gebracht.</p>
-<p class="par">En nu voelde hij plotseling weer alle symptomen van die
-ellendige ziekte; prikkelbaar, abnormaal, hartkloppingen en
-toch&mdash;toch inwendig een stemmetje dat zoo mooi zong en over zijn
-oogen een waas, dat alles in zulk een heerlijke gloed zette, iets zoo
-koesterend van binnen, <span class="pagenum">[<a id="xd23e2158" href=
-"#xd23e2158" name="xd23e2158">121</a>]</span>iets wat hem tien jaren
-jonger maakte en toch had hij het land, dat hij het voelde, dat John
-het merkte en er zijn wijsheid over luchten moest. Natuurlijk zou die
-&rsquo;t Betsie vertellen, en die had er zeker nog meer wijsheid over
-te verkoopen. Ja, dat wist hij alles, &rsquo;t was gek, mal en toch,
-kon hij het helpen? Was die ellendige dwarskijker ook maar in Oban
-gebleven! &rsquo;t Duurde maar een oogenblikje, waarom zou hij dat
-oogenblik niet genieten zonder aan de gevolgen te denken?</p>
-<p class="par">Zoo dacht hij en al fluitend en op- en neerloopend
-verliet hem langzamerhand zijn ergernis, maar zijn verliefdheid groeide
-bij de minuut aan; zij zat niet op het dek, zij was zeker beneden in
-het groote salon met de prachtige spiegelruiten rondom, het waaide
-nogal hier boven of zou zij hem ontloopen? Had zij gemerkt dat Johan
-hem waarschuwde? Dan dacht zij zeker, dat hij een pupil of zoo iets
-was, die gehoorzaamheid was verschuldigd aan Berkmans. Dit zou hij haar
-anders vertellen! En hij maakte zich gereed naar beneden te gaan, maar
-toen dacht hij er eensklaps aan dat Berkmans ook voor den wind gevlucht
-scheen en niet op het dek was. Zou die ook in het salon zitten?</p>
-<p class="par">Wat kon &rsquo;t hem schelen? En hij was <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2164" href="#xd23e2164" name=
-"xd23e2164">122</a>]</span>boos op zichzelf dat hij daar aan denken
-kon. In het salon zaten bijna alle passagiers. Berkmans deed druk zijn
-Hollandsch-Engelsch bewonderen door de vriendin van straks, haar man en
-nog een andere dame. Andr&eacute;e zat op een der roodfluweelen divans,
-haar oogen strak naar buiten om door de glazen te zien naar de zwarte
-rotsmassa van Mull, die voorbij de spiegelruiten trok, eindeloos lang,
-eentonig.</p>
-<p class="par">Casper kwam regelrecht naar haar toe.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u bang voor den wind?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij schudde het hoofd en lachte weer zijn
-lievelingslach.</p>
-<p class="par">Hij wist niet meer wat hij zeide of deed.</p>
-<p class="par">&bdquo;Kom naar boven! Kom! &rsquo;t Is haast gedaan, en
-die aankomst in Oban door den Sound of Kerrera is zoo mooi.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij stond op, verward, verstrooid, alsof zij niets
-anders doen kon dan hem gehoorzamen. Berkmans was zoo druk aan het
-redeneeren en het zoeken zijner engelschen woorden, dat hij niet eens
-merkte, dat zijn zwager in de kajuit was gekomen en juffrouw Bauer hem
-nu naar boven volgde.</p>
-<p class="par">Zij stonden zwijgend bij de verschansing alsof zij alle
-aandacht wijdden aan het sombere Mull, maar zij zagen niets.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waar logeert u in Oban?&rdquo; vroeg Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;In Hotel Albany.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2185" href="#xd23e2185" name=
-"xd23e2185">123</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Wij in Alexandra.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ga van avond naar Edinburgh terug.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat, niet naar Inverness, door Loch Ness en naar
-Glencoe en Killie Crankie?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, mijn vacantie is uit.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Uw vacantie, is uw heele leven dan geen
-vacantie?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zuchtte en boog zich weer om in de golven te kunnen
-zien.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dus dan zien wij elkander niet meer.&rdquo;</p>
-<p class="par"><span class="corr" id="xd23e2202" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>Hoogst waarschijnlijk niet!&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zweeg even; en beet op zijn dikken, blonden
-knevel.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat mag niet! Ik had juist gehoopt dat u zich bij
-ons zou aansluiten om samen naar het Noorden te gaan, dan waren wij
-<span class="ex" lang="fr">en partie carr&eacute;e</span>; dat is veel
-gezelliger&mdash;&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja, dan kon u met uw zuster gaan en ik met
-mijnheer Berkmans!&rdquo;</p>
-<p class="par">Alweer die geestige kuiltjes.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat kan u begrijpen. Neen, ik vind het zoo
-vreeselijk jammer, wij begonnen zoo aardig met elkaar op te schieten;
-onze kennismaking is zoo vreemd begonnen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Met een afluisterpartij. Neemt u mij dat niet
-kwalijk?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Integendeel! &rsquo;t Vleit mij dat u het de
-moeite waard vond naar mij te luisteren, want Berkmans sprak niet
-veel.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e2222" href="#xd23e2222"
-name="xd23e2222">124</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;En niets dat de moeite van het luisteren waard
-was, geloof ik.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dus ik zie wel iets, dat u be- of liever dat u
-opviel?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ik vond het interessant eens te hooren hoe de
-mannen oprecht over onze tegenwoordige vrouwen denken.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar zoo zijn niet alle vrouwen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is dat een doekje voor het bloeden, of een zalfje
-op de wond? Ik moet zeggen, u zou een uitstekende pleegzuster
-zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een pleegbroeder dan toch altijd.&rdquo;</p>
-<p class="par">Beiden lachten weer. Casper begreep niet hoe hij er toe
-kwam al die flauwiteiten te zeggen en toch wat luisterde zij aandachtig
-naar hem, met haar verstandige, diepe oogen, al zou hij nog zoo iets
-onbeduidends zeggen.</p>
-<p class="par">&bdquo;O, die bestaan ook,&rdquo; zeide zij ernstig.</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar ik heb geen roeping het te worden. Ik haat
-alles wat met ziekten en dood in verband staat. Ik dweep met leven en
-gezondheid.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij voelde dat haar gelaat een aschkleurige tint kreeg,
-dat ondanks den fellen wind al het bloed week uit haar lippen en
-wangen.</p>
-<p class="par">&bdquo;U heeft gelijk,&rdquo; zeide zij met doffe stem,
-&bdquo;er gaat niets boven het leven. Maar zij, die het moeten missen,
-die het <span class="pagenum">[<a id="xd23e2246" href="#xd23e2246"
-name="xd23e2246">125</a>]</span>langzaam voelen wegvluchten, hebben
-toch ook recht op onze zorg en sympathie.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Laat mijn buurman ze hun bewijzen,&rdquo; zeide
-hij, met een <span class="corr" id="xd23e2250" title=
-"Bron: ego&iuml;me">ego&iuml;sme</span> zoo kolossaal dat het niet
-ergeren kon.</p>
-<p class="par">&bdquo;En als het uw beurt is?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan, dan zien we verder! Ik bekommer mij nooit om
-den dag van morgen. Ik lijd op het oogenblik en ik geniet ook van het
-oogenblik en het oogenblik vind ik nu heerlijker, dan ik van morgen
-gedacht had, vandaag te zullen genieten.&rdquo;</p>
-<p class="par">Nu bloosde zij weer; hij legde zijne hand op de
-hare!</p>
-<p class="par">&bdquo;En dat heb ik u te danken! Waarom wil u dan zoo
-gauw heengaan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Omdat de plicht mij roept!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;De plicht, de plicht!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom zegt u dat zoo spottend?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vrouwen en plichten!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is het geheele leven van de vrouw dan niet een
-plicht?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, op het papier, in theorie, maar in
-werkelijkheid nemen zij het daar even zoo gemakkelijk mee als met al
-het andere en wat zou zoo&rsquo;n klein poppetje als u, die geen vader,
-geen broeder, geen man heeft, plichten kunnen hebben?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Moet men ze alleen tegenover de mannen
-hebben?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd23e2276" href=
-"#xd23e2276" name="xd23e2276">126</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Tegenover wie anders?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Tegenover zichzelf,
-tegenover,&mdash;tegenover....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U is toch geen onderwijzeres?&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij zei dat op zulk een grappig angstigen toon, dat zij
-weer begon te lachen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, dat ben ik toevallig niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Artiste? God beware me, dat was nog
-erger.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, neen, raad u maar niet! Ik
-ben&mdash;niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een allerliefst schepseltje, meer moet u niet
-trachten te worden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Om in uw smaak te blijven vallen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat zal uw zorg nogal zijn. Anders vertrok u van
-avond niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zweeg; hij ging na een poos als in zich zelf
-sprekend voort, vol opgekropte ergernis:</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is zoo ellendig van die vrouwen
-tegenwoordig; zij willen van alles zijn en vergeten daardoor het eenige
-wat zij eigenlijk moeten wezen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;De speelpop, de slavin van de mannen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, onze vriendin, onze steun! Zij verwijderen
-zich hoe langer hoe meer van ons, die zoogenaamde ontwikkelde vrouwen.
-Lees de boeken maar, die de dames tegenwoordig bij dozijnen schrijven.
-De eenige mannen, die deugen in haar oogen, zijn <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2307" href="#xd23e2307" name=
-"xd23e2307">127</a>]</span>juist die de hare niet zijn. De man, die
-voor haar werkt, geld verdient, deugt nooit. Zij nemen &rsquo;t hem
-kwalijk, dat hij het graag prettig heeft in huis, gaarne lekker eet en
-na zijn werk op zijn gemak zit. Hij moet maar altijd klaar staan om met
-haar in hooger sferen te leven, om met haar te praten over de sociale
-quaestie, over kunst en literatuur en als hij dat niet kan of wil, dan
-deugt hij niet, dan zoekt zij troost bij een vriend, die natuurlijk in
-al deze dingen plezier heeft, zoolang hij haar man niet is.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och, die stumpers!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zeker, de vrouwen klagen over verdrukking, maar
-ik zeg, wij zijn het die tegenwoordig verdrukt worden. Nu de vrouwen
-zoo verbazend geleerd worden, zijn ze wijzer dan wij, wij kunnen er
-niet tegen aan. De tijd is niet ver af, dat wij aan het wiegetouw gaan
-trekken en zij het geld verdienen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Is dat niet billijk? Ieder op zijn beurt. Wij
-hebben &rsquo;t zoolang gedaan; nu keeren wij de rollen om. Misschien
-gaat het dan beter en heeft men minder reden tot klagen dan
-tegenwoordig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, daar kan ik mij niet in vinden. Ik moet een
-vrouw hebben, die ik beschermen kan, voor wie ik werken moet,
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2317" href="#xd23e2317" name=
-"xd23e2317">128</a>]</span>die in mij haar hulp, haar steun, haar
-beschermer vindt, die mij eerst snibbig toe mag roepen als
-Gretchen:</p>
-<p class="par">&bdquo;<span lang="de">Kann unbegleitet nach Hause
-gehen</span>,&rdquo; maar die dan toch later bewijst dat ik haar alles
-ben en mij niet deelt met allerlei liefhebberijen en om haar ernstige
-plichten tegenover de maatschappij mij achter de bank
-schuift.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U is ego&iuml;st! En geen klein beetje
-ook!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, dat beken ik. En ik beweer ook het recht te
-hebben het te zijn; als ik hard werk voor mijne vrouw, als ik haar
-liefheb en op de handen draag, dan mag ik ook aanspraak maken op haar
-zorg en op haar liefde, dan moet zij ook even gelukkig zijn mij die te
-kunnen geven. Maar als onbegrepen martelares naast mij gaan, op mij
-neer zien van haar hoog standpunt, neen, dan liever alleen blijven mijn
-leven lang.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij hield zich vast aan de verschansing en sloot de
-oogen, in een beweging van zich te laten gaan, van zichzelf te vergeten
-en te rusten.</p>
-<p class="par">Hij naderde haar zoo dicht dat zijn adem zich met den
-wind mengde en haar dartele krulletjes deed opstuiven.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat is mijn idee over het leven tusschen man en
-vrouw en tot vandaag heb ik mijn ideaal niet ontmoet, met wie ik
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2335" href="#xd23e2335" name=
-"xd23e2335">129</a>]</span>zoo&rsquo;n leven mogelijk achtte, maar
-sedert een paar uur is het anders. Begrijpt u dat, juffrouw
-Bauer?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zweeg en boog dieper het hoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;U heeft het begrepen, ik hoef het niet eens te
-vragen, maar zeg me ronduit, de tijd is zoo beperkt. Vergis ik
-mij?&rdquo;</p>
-<p class="par">Nog bleef zij zwijgen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Vindt u mijn ideaal uitvoerbaar of is u gelijk
-aan alle andere vrouwen van uw ontwikkeling en uw stand blijkbaar? Dan
-heb ik niets gezegd en ik heb mij vergist. Dat is alles.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, u vergist zich,&rdquo; fluisterde zij
-eindelijk. &bdquo;Ik kan dat niet voor u zijn, onmogelijk.&rdquo;</p>
-<p class="par">Eensklaps merkte hij dat zij snikte.</p>
-<p class="par">&bdquo;En waarom huilt u dan? Begrijpt u dan niet, wat
-ik moeite heb mij om uwentwille in te houden, u niet in mijn armen te
-nemen en die tranen van uw wangen te kussen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och, ik bid u, plaag me niet?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar daar is geen quaestie van plagen! Ik weet
-zelf niet, wat mij drijft een meisje, dat ik pas sedert een paar uur
-ken, van wie ik niets afweet, in mijn ziel te laten lezen en ten
-huwelijk te vragen. &rsquo;t Is vreeselijk onvoorzichtig,
-onberedeneerd, onhollandsch, wat u maar <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e2355" href="#xd23e2355" name="xd23e2355">130</a>]</span>wil. En u
-laat niets los! U zegt mij niets, wat licht kan werpen op uzelf en op
-uw gevoelens.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij keek rond, er was niemand in de nabijheid en zij
-wischte haar tranen snel af, zenuwachtig lachend.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben zoo dwaas, maar och! ik kan niet anders
-zeggen, niet anders doen. Op het oogenblik niet. Van avond ga ik naar
-Edinburgh en morgen naar Holland....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En dan moet ik u laten gaan? Denkt u dat ik er
-vrede mede heb.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is toch beter! U moet
-nadenken!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nadenken, dus &rsquo;t is niet geheel uit?&rdquo;
-Zij begon nog harder te snikken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan &rsquo;t niet helpen, ik kan &rsquo;t niet
-helpen! maar o, laat mij nu wat tot mijzelf komen. Gaat u dien kant uit
-of liever gaat u naar beneden? Straks v&oacute;&oacute;r dat wij
-aankomen zeg ik u misschien iets.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Goed!&rdquo;</p>
-<p class="par">En Casper ging naar beneden; hij was half ontnuchterd.
-Het geheimzinnige dat Andr&eacute;e zooeven nog met zooveel
-aantrekkelijkheid omgaf, boezemde hem nu angst en vrees in; hij had er
-spijt van zich zoover te hebben gewaagd, toegegeven te hebben aan den
-roes die zijn hersens omnevelde.</p>
-<p class="par">Wie was zij? Een vrouw met een geheim, <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2376" href="#xd23e2376" name=
-"xd23e2376">131</a>]</span>dat was zeker; maar wat voor geheim?
-Berkmans had gelijk, men moet voorzichtig zijn, maar hij was een
-impressionist, hij handelde altijd onder den invloed van het oogenblik.
-Zijn ego&iuml;sme had hemzelf altijd bewaard van kwade avonturen, daar
-hij eenvoudig de minder aangename gevolgen van zijn voorbijgaande
-indrukken tot nu toe kalm uit den weg had kunnen gaan, en &oacute;f
-andere er door leden daar vroeg hij eenvoudig niet naar, maar zoover
-had hij zich nog nooit gewaagd en nu was plotseling de aardigheid er
-af.</p>
-<p class="par">Wat deed ze ook zoo raar? Waarom zei ze niet eenvoudig
-ja of neen, maar op een toon, dat men kon merken of zij &rsquo;t meende
-of niet. Nu zeide zij wel neen, maar meteen kwamen de waterlanders voor
-den dag en verrieden dat zij honderdmalen liever ja zou hebben gezegd.
-Waarom zeide zij het dan niet?</p>
-<p class="par">Er was zeker een zeer gewichtige reden, wie weet wat.
-Een reden, die hem misschien meer betrof dan haar. Hij werd er raar
-van; die saaie Berkmans had misschien gelijk, wat hij gedaan en gezegd
-had was onverantwoordelijk dom.</p>
-<p class="par">Hij ging naar beneden en nam gedachteloos een paar in
-rood leder gebonden boekjes met gezichten op, die over de <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2384" href="#xd23e2384" name=
-"xd23e2384">132</a>]</span>tafels lagen te slingeren. Zijn zwager zag
-hem binnenkomen, miste juffrouw Bauer en was tevreden. Hij verliet zijn
-gezelschap en kwam naar hem toe.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wij dineeren straks maar in het hotel, vind je
-niet, Cas?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dacht je het dan hier te doen?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ik vreesde dat het te laat zou worden voor
-aan wal.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij wachten altijd op de aankomst van de
-boot.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O, dan is het goed.&rdquo;</p>
-<p class="par">En gerustgesteld ging Berkmans eens boven kijken.</p>
-<p class="par">Hij zag juffrouw Bauer op een stoeltje zitten, hij liet
-haar zitten en besloot haar niet verder aan te halen, blijde dat de
-kennismaking tusschen haar en zijn zwager, die zoo hard van stapel
-liep, nu tot zulk een plotseling einde was gekomen.</p>
-<p class="par">Het weer, dat dien morgen zich zoo bitter boos had
-aangesteld was langzamerhand prachtig geworden; de zee een groen-blauwe
-spiegel, de lucht een en al blauw met niets anders dan eenige dansende
-witte wolkjes in het westen.</p>
-<p class="par">Eindelijk was men het zwarte Mull kwijt en bevond zich
-nu in de open zee; daar opent zich de Sound van Kerrera, vriendelijker
-wordt het gezicht, het sombere <span class="pagenum">[<a id="xd23e2405"
-href="#xd23e2405" name="xd23e2405">133</a>]</span>verleden met zijn
-schrikbeelden heeft afgedaan; vroolijke villa&rsquo;s, lonkende hotels
-verschuilen zich tusschen het groen, de golf van Oban komt in het
-gezicht met zijn driedubbele guirlande van landhuizen om de heuvels
-geslingerd, en de ru&iuml;nen Dunnstafnage en Dunolly hun grimmigheid
-verbergend achter een mantel van groen klimop. Met een zucht staat
-Casper van Eyken op om naar het dek terug te gaan.</p>
-<p class="par">Hij vindt het een zwaren gang, dien hij nu te doen
-heeft, wat hij wenscht is hem zelf niet heel recht duidelijk, &rsquo;t
-liefst misschien dat zij aan alles een eind maakte; als zij dat doet
-weet hij zeker dat hij een zucht van verlichting zal laten, maar als
-zij antwoordt:</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, neem mij in je armen! Zorg voor mij mijn
-leven lang. Er is niets wat mij belet je voorstel aan te
-nemen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Dan voelt hij genoeg dat zijn ziel op zal jubelen en dat
-hij zich gelukkig zal achten, omdat hij eindelijk zijn bestemming heeft
-gevonden, maar hij kan het zelf niet zeggen &ograve;f hij naar dat
-geluk verlangt, &ograve;f hij &rsquo;t niet gemakkelijker en rustiger
-vindt het niet te bezitten.</p>
-<p class="par">In elk geval hij moet haar vragen wat zij beslist heeft;
-wie hem dat voorspeld had dezen morgen dat hij hoogst waarschijnlijk
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2416" href="#xd23e2416" name=
-"xd23e2416">134</a>]</span>een blauwtje zou loopen! Men is toch nooit
-van zijn avond zeker. Hij lachte er om en maakte een toertje rondom het
-dek, luisterde naar Berkmans&rsquo; opmerkingen over het landschap,
-over de eilanden, eilanden en nog eens eilanden om hen heen en zag tot
-zijn ergernis dat toen hij af wilde slaan om bij Andr&eacute;e te
-komen, Jo aanstalten maakte met hem mee te gaan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zoo&rsquo;n klis!&rdquo; dacht hij, maar zonder
-zich in iets te geneeren liet hij zijn zwager naast hem loopen tot dat
-zij bij de jonge dame kwamen.</p>
-<p class="par">&bdquo;De reis is uit,&rdquo; zeide hij en bleef
-tegenover haar staan, &bdquo;heeft u zich geamuseerd?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja, buitengewoon,&rdquo; antwoordde zij
-haperend. Berkmans bleef sarrend staan en zeide dat hij het ook een
-prachtige tocht vond.</p>
-<p class="par">&bdquo;U zal veel te vertellen hebben t&rsquo;huis
-juffrouw!&rdquo; voegde hij er bij.</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja,&rdquo; antwoordde zij verstrooid.</p>
-<p class="par">Zij had haar hoedje afgezet en de verwarde haren dansten
-in den wind; zij zag er zoo nog veel jonger uit, eenvoudig kinderlijk;
-een paar keer streek zij met de handen over dat haar maar het wilde
-niet meer in de plooi raken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zal mij moeten opknappen, beneden,&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2432" href="#xd23e2432" name=
-"xd23e2432">135</a>]</span>zeide zij, stond op en ging weer naar het
-salon.</p>
-<p class="par">Terwijl zij in den spiegel keek en hier en daar de
-weerbarstige lokken opstak, zag zij het gezicht van Casper naast het
-hare weerkaatst.</p>
-<p class="par">&bdquo;Spoedig,&rdquo; drong hij aan, &bdquo;of mijn
-meester komt weer voor luistervinkje spelen. Ik moet nog een antwoord
-van u hebben?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Heeft u geduld?&rdquo; vroeg zij en nam een paar
-haarspelden van tusschen haar lippen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat ligt er naar.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wil u een jaar wachten, dag v&oacute;&oacute;r
-dag? Natuurlijk u is vrij, als u voor dien tijd uw geluk vindt
-dan&mdash;zal het mij verheugen&mdash;maar anders&mdash;
-&mdash;.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar anders!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waar gaat u heen het volgend jaar?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet ik nog niet!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Het volgende jaar om dezen tijd ben ik in
-Friedrichroda op den Gottlobtempel.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En wat dan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet <i>ik</i> nu niet!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En is dat alles?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Alles!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Moet ik daarop leven een jaar lang?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U moet niets. Ik zeg dit maar als u na een jaar
-mij nog wil ontmoeten, onthoud het dan!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2469" href="#xd23e2469" name=
-"xd23e2469">136</a>]</span></p>
-<p class="par">Hij zag haar hoe langer hoe meer verbaasd aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;En krijg ik anders niets meer van u te hooren.
-Niets, volstrekt niets?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij lachte weer op de wijze, die zoo onweerstaanbaar op
-hem werkte als een tooverdrank.</p>
-<p class="par">&bdquo;Een jaar is zoo vreeselijk lang?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wie weet hoe kort u het zal vinden!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zonder dat lachje?<a id="xd23e2482" name=
-"xd23e2482"></a> Neen!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zette haar hoedje op, trok haar handschoenen aan en
-deed alles ingespannen met ernst, opdat hij niet zou merken hoe haar
-lippen trilden en haar handen beefden.</p>
-<p class="par">&bdquo;En als ik dan niet kan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan komt u niet!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En als ik een vergeefsche reis maak?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan ziet u eens iets anders dan Engeland of
-Schotland en dat is ook de moeite waard. Nu, mijnheer van Eyken, tot
-wederziens of&mdash;vaarwel!&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij reikte haar de hand en drukte de hare stevig in de
-zijne; zij had het kunnen uitschreeuwen van pijn, zoo voelde zij den
-greep zijner vingers, en toch deed het haar oogen stralen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Tot wederziens,&rdquo; sprak hij met nadruk en
-weg was hij.</p>
-<p class="par">Eenige oogenblikken later landde men in <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2501" href="#xd23e2501" name=
-"xd23e2501">137</a>]</span>Oban en stapte uit. Betsie stond hen op te
-wachten.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wil je haar je nieuwe vriendin niet
-presenteeren?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Niet noodig,&rdquo; zeide Cas kortweg.</p>
-<p class="par">De jonge dame ging met veerkrachtigen tred zonder om te
-zien haar weg naar het Albany-hotel en Berkmans stak zijn hand onder
-den arm zijner vrouw en vertelde haar hoe het zoo vreeselijk jammer
-geweest was dat zij niet mee was gegaan, zoo interessant dat Staffa en
-dat Jona en &rsquo;t we&ecirc;r hield zich zoo goed en wat zij wel
-gedaan had dien heelen dag! Casper liep hen vooruit; hij zocht naar een
-<span class="ex" lang="en">time-table</span> om te zien wanneer er een
-trein naar Edinburgh vertrok.</p>
-<p class="par">Hij haastte zich met het diner om bijtijds aan het
-station te komen, en toen hij er was en bleef tot het laatste oogenblik
-zag hij nergens een juffrouw Bauer. Teleurgesteld keerde hij naar zijn
-hotel terug; de aardigheid van de reis was er voor hem af, meende hij,
-maar den volgenden morgen was er weer iets anders dat hem boeide en
-langzamerhand dacht hij alleen aan Andr&eacute;e als aan een prettig,
-maar dwaas avontuurtje. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2514" href=
-"#xd23e2514" name="xd23e2514">138</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">V.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Zij zat in het koepeltje, dat hoog tegen den
-groenen berg schijnt te hangen; haar handen in de schoot, haar hoofd
-achter over geleund, haar oogen gesloten, zoo zat zij moede, doodmoede,
-te moe om te denken, te moe om te spreken, te moe om te hopen of te
-verwachten.</p>
-<p class="par">Zij had zich hier naar boven gesleept en een paar maal
-had zij gedacht onderweg neer te vallen en daar te blijven liggen tot
-iemand zich over haar ontfermde; maar nu was zij er eindelijk en zij
-zat er reeds uren en uren lang.</p>
-<p class="par">Touristen kwamen langs haar heen, wierpen een
-verwonderden blik op haar of zagen haar nauwelijks aan; zij hadden het
-druk over dat &bdquo;wunderh&uuml;bsche Aussicht&rdquo; over dit punt
-over dat gezicht. Oude dames, die altijd kleine en groote duitsche
-gezelschappen vergezellen; en ons den afkeer voor de duitsche
-&bdquo;Schwiegerm&uuml;tter&rdquo; helpen begrijpen, kwamen hijgend en
-blazend naast haar zitten, bezorgde moeders lieten angstige gilletjes
-als haar lievelingen te dicht bij de ijzeren balustrade kwamen; andere
-vonden het de moeite niet waard een gesprek over &bdquo;de
-Kinderw&auml;sche&rdquo; te <span class="pagenum">[<a id="xd23e2524"
-href="#xd23e2524" name="xd23e2524">139</a>]</span>interrompeeren alleen
-omdat men hier op een hoogte is, welke men beklommen moet hebben voor
-het mooie gezicht. Een enkelen keer hoorde zij Hollandsch praten,
-Hollandsch Duitsch voorlezen uit Baedeker of Mayer. Zij liet hen praten
-en hoorde hen als spraken zij in een droom.</p>
-<p class="par">&bdquo;Slaapt die juffrouw?&rdquo; hoorde zij een
-hollandsche oude heer gemoedelijk vragen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ach gunst: Het schaap zal kou vatten,&rdquo;
-meende zijn bezorgde vrouw.</p>
-<p class="par">En ook zij gingen weer verder en zij bleef over, steeds
-meer en meer alleen, want het restje hoop dat haar gesteund en moed
-gegeven had om hier boven op te komen, werd kleiner en kleiner en
-eindelijk bleef er niets van over.</p>
-<p class="par">Ach! zij had het immers wel gedacht, dien langen, langen
-winter door! Het was te dwaas daaraan te hechten, en toch blonk dit
-koepeltje, dat zij jaren geleden eens in het voorbijgaan had gezien,
-als een heldere ster in het doffe grijs dat haar leven en haar
-gedachten omhulde; hoe dikwijls droomde zij er van en werd dan wakker,
-trillend van vreugde omdat zij zich een oogenblik verbeeld had dat haar
-wensch vervuld, haar verwachting bewaarheid werd.</p>
-<p class="par">En toen het tijd was op reis te gaan, <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2536" href="#xd23e2536" name=
-"xd23e2536">140</a>]</span>begaf zij zich op weg, alleen, altijd
-alleen, maar toch met zooveel hoop, zoovele illusi&euml;n, zij voelde
-zich zoo rijk als nooit te voren. Zij bezocht groote steden, Aken,
-Keulen, Cassel, zij zag alles wat men zien moest. Zij beklom den
-Wartburg, zij wandelde door het Annathal, zij zag alles wat zij moest
-zien, maar het was of ze een droomleven leidde, of wat zij hoorde en
-zag niet tot het diepste van haar wezen doordrong, want dat wezen was
-slechts &eacute;&eacute;n wensch, &eacute;&eacute;n verlangen. Maar
-naarmate de bepaalde dag naderde zonk haar moed, verdwenen haar
-illusi&euml;n, smolt haar droom in&eacute;&eacute;n; het licht dat uit
-haar binnenste te voorschijn gloorde en alles om haar heen zoo
-fantastisch, zoo onwerkelijk tintte, werd flauwer en flauwer, zij stond
-op het punt terug te gaan of verder, veel verder heen te reizen, zich
-te verbergen, en toen glimlachte ze weer, een wreeden, droeven
-glimlach. Waartoe zou het ook dienen? Hij zou er toch niet wezen; dat
-begreep zij immers alsof iemand het haar gezegd had.</p>
-<p class="par">Zij voelde zich zwak, zoo zwak, dat zij de groote
-verrassing, de namelooze blijdschap niet zou kunnen dragen en als zij
-hem had zien staan in het hooge tempeltje, als zij die stem waarvan de
-klank haar zonder ophouden in de ooren ruischte <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2540" href="#xd23e2540" name=
-"xd23e2540">141</a>]</span>weer had mogen hooren, als zij die armen om
-haar heen zou voelen en zij zich nestelen kon aan zijn borst om daar
-uit te rusten van alles wat haar zoo had afgemat.</p>
-<p class="par">Maar hij was er niet; en toen zij dien berg als &rsquo;t
-ware was opgekropen en den koepel ledig vond, toen begreep zij pas hoe
-groot de hoop was geweest, waarop zij had geleefd een jaar lang, hoe
-deze haar als het ware had voortgedragen en hoe zij nu zwak en
-hulpeloos werd, nu deze haar begaf.</p>
-<p class="par">Zij zonk op een bank neer, te moe, te teleurgesteld dan
-dat zij nog deze &eacute;&eacute;ne gedachte denken kon: &bdquo;hij kan
-nog komen!&rdquo;</p>
-<p class="par">Neen, zij wist het nu, hij was weg, weg; hij had het
-vergeten of misschien kon hij niet komen, misschien was hij ziek, dood!
-Zij glimlachte treurig. Dood, hij die reus vol kracht en levenslust,
-terwijl zij zwakke nog leefde, zij nog hierheen kon kruipen.</p>
-<p class="par">Geen blik had zij meer voor de bergen om haar heen, voor
-het liefelijke dal, dat zich aan haar voeten kronkelde, voor al die
-donkergroene heuvels, waartegen ginds de stad met haar villa&rsquo;s
-aan beide zijden opsteeg.</p>
-<p class="par">Zij dacht aan de legende van dit Gottlobtempeltje;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2553" href="#xd23e2553" name=
-"xd23e2553">142</a>]</span>daar tegenover verhief zich eens de sterke
-burcht de Schauenburg op den bergtop; hij werd bewoond door een
-ongemakkelijk heer, die een eenige dochter bezat.</p>
-<p class="par">Tevergeefs wierven de jonge ridders uit den omtrek om
-haar hand; de vader gunde haar aan niemand, &ograve;f hij moest haar op
-den arm nemen en met haar onafgebroken voortloopen tot den
-tegenoverstaanden heuveltop.</p>
-<p class="par">Een ridder zag haar aan en in haar blik lag zeker een
-aanmoediging want hij nam de jonkvrouw op den arm, snelde den
-Schauenburg af, een anderen berg op. Hijgend volbracht hij den tocht,
-&bdquo;Gottlob!&rdquo; riep hij uit, zijn kostbaren last op dit plekje
-neerleggend en op hetzelfde oogenblik stortte hij dood aan haar
-voeten.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom ben ik hier niet dood gevallen? Was mijn
-last minder zwaar? mijn liefde, mijn hoop, mijn toekomst, alles heb ik
-meegedragen, alles dien berg opgesleept en mijn arbeid is even
-vergeefsch als van dien trouwen ridder. Hier lig ik uitgeput,
-afgetopt!&rdquo;</p>
-<p class="par">De uren vergingen, zij zat er nog steeds; in de eerste
-oogenblikken had zij nog onwillekeurig getrild, had zij nog even het
-hoofd opgelicht als er vreemden naderkwamen, <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2563" href="#xd23e2563" name=
-"xd23e2563">143</a>]</span>maar nu deed zij het niet meer. Zij zou zijn
-stap immers wel herkennen onder duizend, en hij kwam niet, neen hij
-alleen niet!</p>
-<p class="par">De duisternis steeg uit het dal op, naar boven, en
-ontmoette daar de schaduwen, door dikke wolken geworpen over het
-landschap; zij sprong op, groote druppels vielen over haar gelaat. Het
-was bijna donker, beneden in de stad ontvonkte het eene lichtje na het
-andere; en als wezenloos zag zij rond, een koude wind gierde door de
-boomen, kwam van de bergen af en deed de takken buigen en kraken, in de
-verte loeide reeds de storm, doffe slagen rommelden reeds dicht bij
-haar, het onweer dreigde haar te omringen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Gottlob!&rdquo; zeide zij, blijde dat prikkels
-van buiten haar dwongen op te staan, zich te verzetten, die doodelijke
-loomheid van zich af te schudden.</p>
-<p class="par">Een oogenblik dacht zij in haar exaltatie of het niet
-mogelijk was hier te blijven op den grond te liggen en te wachten wat
-de storm over haar besloten had; dan zou men haar lijk morgen vinden en
-dan las hij het misschien in de couranten hoe trouw zij geweest was,
-aan haar woord, trouw tot aan den dood.</p>
-<p class="par">Maar neen! een laatste overblijfsel van <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2574" href="#xd23e2574" name=
-"xd23e2574">144</a>]</span>fierheid richtte haar op; neen, dat mocht
-hij niet weten tot geen prijs; zij moest van hier, hoe spoediger hoe
-beter! Hij dacht misschien niet eens meer aan dat zonderlinge samenzijn
-op de &bdquo;Columban&rdquo;; in elk geval hij vond het blijkbaar te
-dwaas op het rendez-vous te komen, dat gaf nieuwe verplichtingen, en
-als hij nu hoorde, welke dwaasheid zij met het leven bekocht had, dan
-dacht hij misschien nog in dat grenzenlooze ego&iuml;sme wat zij toen
-juist zoo aantrekkelijke, zoo echt mannelijk gevonden had:</p>
-<p class="par">&bdquo;Gelukkig dat zij er alleen was!&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij had niets bij zich dan haar wit kanten parasol; haar
-donkerblauw foulard kleedje met zooveel zorg gekozen voor dezen dag,
-was reeds na de eerste minuten doornat, boven haar zwiepten de takken
-als in radeloozen angst door&eacute;&eacute;n, de wind geeselde hen
-onbarmhartig, een akelig geel licht brak tusschen de wolken door en zij
-sloot rillend de oogen; hoe zou zij den weg vinden in de aanbrekende
-duisternis, en de donderslagen kwamen nader en de wind stak hooger en
-hooger op. Zij sloot de oogen en liep voort, altijd voort het pad
-langs, dat zonder afwijkingen in zigzags naar beneden voerde.</p>
-<p class="par">De wind joeg haar als met doornige <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2582" href="#xd23e2582" name=
-"xd23e2582">145</a>]</span>prikkels in het gezicht, bij een kromming
-van den weg stuwde hij haar vooruit; en zij vloog zoo snel als een
-afgevallen blad voort het pad af. De regen stroomde nu in ratelende
-stralen over haar heen, de bergpaden dreven in het water. Zij zakte tot
-over haar enkels er in, als zij even haar stap matigde. Daar stond zij
-voor een kruisweg; wanhopend bleef zij staan en wrong de handen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom ben ik zoo alleen, altijd alleen! o God, o
-God, laat mij hier sterven!&rdquo;</p>
-<p class="par">Weer die bekoring om neer te vallen op den doorweekten
-grond en regen en wind om haar heen te laten bruisen en den dood te
-wachten; daar scheurde de duisternis door een bliksemstraal, ja, nu
-wist zij het, dien weg moest zij nemen, die ging regelrecht naar
-beneden.</p>
-<p class="par">Zij liet zich zakken van boomstam tot boomstam, dan
-gleed haar voet uit, dan scheurde zij het vel harer vingers, dan
-schrampte zij haar voorhoofd, en altijd door stroomde het water onder
-haar voeten, altijd kreunde de wind boven haar hoofd, altijd slingerden
-de takken heen en weer.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is de moeite niet waard, waarom strijd
-ik eigenlijk nog voor mijn leven?&rdquo; dacht zij telkens en de
-ziekelijke zucht tot analyseeren van haar sensaties, tot het
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2592" href="#xd23e2592" name=
-"xd23e2592">146</a>]</span>opdiepen van haar gevoelens verliet haar nu
-zelfs niet, &bdquo;en toch ik moet voort, ik moet voort, zooals ik daar
-straks moest blijven zitten, uren lang!&rdquo;</p>
-<p class="par">En zij werkte zich naar beneden bij het laatste glimpje
-licht dat nog tusschen wolken en boomen drong, en altijd door bleef die
-verkilling in haar binnenste, dat gevoel alsof haar ziel een
-doodenkamer was, waarin stil geweend werd om een gestorven illusie. Zij
-had haar hoedje verloren, de parasol moeten opgeven, eindelijk stond
-zij beneden, gewond, gehavend, beslijkt, de kleeren in flarden, zonder
-adem en nog had de wind niet met haar afgerekend, nog duwde hij haar
-onbarmhartig voort, steeds voort. Zij hijgde en streek zich de haren
-uit de oogen en onwillekeurig dacht zij weer aan de
-&bdquo;Columban,&rdquo; waar zij voor den spiegel datzelfde haar opstak
-en zijn gezicht naast het hare verscheen.</p>
-<p class="par">Zou het nu altijd zoo blijven, zou zij nu altijd zoo
-moeten voortleven, met dat gevoel van een doode met zich mee te dragen
-in haar hart? Daarom was dat hart zoo zwaar, tot brekens toe zwaar, zoo
-zwaar als men haar hoofd had gemaakt, daarom viel het haar zoo moeilijk
-zich voort te slepen; gelukkig de wind droeg haar nu! <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2598" href="#xd23e2598" name=
-"xd23e2598">147</a>]</span></p>
-<p class="par">O die herinneringen! Het vorige jaar speelde ook de wind
-om haar heen toen zij het eerst zijne stem hoorde met haar eigenaardig
-engelsch accent; kon zij dan niets denken, niets gevoelen zonder dat
-als een bittere nasmaak die heugenis zich daaraan hechtte?</p>
-<p class="par">Wat was zij toen anders geweest op de
-&bdquo;Columban&rdquo;, zoo pittig, zoo krachtig, haar hart was ledig,
-maar daarom ook zoo open voor elken frisschen indruk. In Staffa had zij
-geschreid van aandoening omdat het groote schouwspel haar zoo
-overweldigde; na dien tijd had zij nog dikwijls geschreid, maar dan was
-het van kinderachtig verlangen, maar nu zou zij het nooit meer
-doen!</p>
-<p class="par">Hij moest haar nu zien, hij, zooals zij hier verloren
-ronddwaalde, de natte gescheurde kleeren gekleefd aan haar lichaam, het
-water siepelend langs haar huid, druipend uit haar kleeren, zoo klein,
-zoo nietig, zoo armzalig, niemand die om haar gaf, niemand die wist
-waar ter wereld zij was. Zij had daar op dien berg wel kunnen sterven
-zonder dat men haar miste. O, hoe zou hij haar nu vinden, zooals zij
-daar stond? Neen, dan zou hij haar juist lief krijgen, haar beklagen,
-in zijn sterke armen opnemen, dragen door wind en regen. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2606" href="#xd23e2606" name=
-"xd23e2606">148</a>]</span></p>
-<p class="par">En toen snikte zij het uit van medelijden met zich zelf,
-tranen rolden langs haar door den regen reeds zoo nat gezichtje: zij
-drukte de handen tegen de oogen en rende voort door de stille straten
-van het stadje naar de kleine zijstraat waar het huis stond, waarin zij
-een kamer bewoonde.</p>
-<p class="par">De goede thuringsche vrouw, haar hospita, kwam haar aan
-de huisdeur te gemoet. Zij was zoo ongerust, waar &bdquo;das
-Fr&auml;ulein&rdquo; toch geweest was. Och, wat klappertandde zij! zij
-kan niet spreken, zij moest zich maar spoedig uitkleeden, dadelijk naar
-bed. Zij zou haar een warm glas wijn klaar maken en toen zij onder een
-hoop dekens en donzen bedden lag in het verlichte kamertje, en de
-hospita haar een glas gloeienden wijn bracht, toen doorstroomde
-Andr&eacute;e een behagelijke warmte, een gevoel van veiligheid omving
-haar en met het gelaat tusschen de kussens herhaalde zij telkens:
-&bdquo;Wat ben ik toch gek geweest, gek, gek, gek!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2611" href="#xd23e2611" name=
-"xd23e2611">149</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Casper van Eyken was ge&euml;ngageerd sedert
-eenige maanden.</p>
-<p class="par">Het was zoo gekomen; hij had een fabriek in Holland
-gekocht en zou deze nu zelf besturen: door den dood zijner moeder was
-hij in het bezit geraakt van een aardig kapitaaltje en Glasgow
-verveelde hem in den laatsten tijd. In den voorzomer was hij dus naar
-Holland verhuisd en had in het stadje, waar de fabriek stond zijn
-intrek genomen; toen de eerste drukte van het in gang brengen der zaak
-voorbij was, begon hij het verbazend eentonig te vinden in de stille
-omgeving; hij sukkelde met de meiden, zijn huis was zoo groot en zoo
-leeg, zijn zusters hielden niet op met hem voor te houden hoe
-verstandig hij zou doen te trouwen, de dames in de stad hadden het
-allen op hem gemunt, en op een zekeren avond bij gelegenheid van een
-societeitsbal werd zijn aandacht gevestigd op een mooi, frisch meisje
-van negentien jaar, een blondine met verblindend teint dat die
-nieuwerwetsche liefhebberijen en pretenti&euml;n, welke hij zoo
-verafschuwde, volstrekt niet had. <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e2619" href="#xd23e2619" name="xd23e2619">150</a>]</span></p>
-<p class="par">Dit meisje was doodeenvoudig hoewel zij tot de eerste
-families van het stadje behoorde. Zij had den naam een goed
-huishoudstertje te zijn. Zij kon zoo alleraardigst lachen om elke
-kleinigheid, die hij zeide en dus deed Casper alle moeite zich te
-verbeelden dat zij een uitstekende vrouw voor hem zou zijn en dat hij
-verliefd op haar was.</p>
-<p class="par">Hij vroeg haastig haar hand, kreeg ze even haastig, zond
-haastig de verlovingskaarten rond en had nog haastiger willen trouwen
-als de familie van Emilie er niet tegen was geweest. Vader en moeder
-deelden nog het ouderwetsche id&eacute;e, dat men elkander in het
-engagement moet leeren kennen, hun dochter was nog zoo jong, zij konden
-best nog een paar jaar wachten en met heel veel moeite kreeg Casper het
-er door, dat het huwelijk tegen het begin van den winter zou worden
-voltrokken.</p>
-<p class="par">Zijn familie was vrij ingenomen met zijn keuze, Berkmans
-alleen had iets degelijkers voor hem gewenscht, maar de zusters en de
-andere zwagers vonden haar een snoesje en zoo bij de hand, zelf
-japonnen maken, zelf het huishouden doen. Goddank, dat Cas op haar zijn
-keus had laten vallen! Zij waren altijd zoo bang <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2626" href="#xd23e2626" name=
-"xd23e2626">151</a>]</span>geweest dat hij eens een dolle streek zou
-doen, met een engelsche schoonzuster er aankomen, die zij niet eens
-konden verstaan, die alles anders deed dan zij, of een meisje van
-minderen stand, een actrice of zoo iets, neen, Emilie was uitstekend
-voor hem geschikt, het zou een allergelukkigst huwelijk worden, daar
-twijfelden zij niet aan.</p>
-<p class="par">En Casper zelf?</p>
-<p class="par">Hij wond zich op, hij zocht verstrooiing, hij bedwelmde
-zich aan de schoonheid van zijn aanstaande, maar wanneer hij alleen
-was, voelde hij zich wanhopend leeg van binnen.</p>
-<p class="par">Men kon toch niet altijd met elkander stoeien, lachen,
-zoenen, en wat was zijn verloving anders? De vrouw met allerlei
-liefhebberijen, met hooge aspirati&euml;n, die op hem neer zou zien,
-die onbegrepen in een zoogenaamd schijnhuwelijk met hem zou leven, was
-hij ontsnapt, maar was hetgeen hem nu wachtte niet nog erger?</p>
-<p class="par">Toen Augustus naderde begon hij zich nog meer op te
-winden, nog meer wijs te maken dat Emilietje het ideaal eener vrouw
-voor hem was; eigenlijk begonnen de banden, die hem aan haar bonden
-reeds pijnlijk te drukken. &bdquo;Als wij getrouwd zijn, zal het wel
-beter gaan,&rdquo; maakte hij <span class="pagenum">[<a id="xd23e2636"
-href="#xd23e2636" name="xd23e2636">152</a>]</span>zich zelf wijs, maar
-geloofde zich zelf niet. Hij voelde zelf reeds bij intu&iuml;tie dat
-hij een maand na zijn huwelijk het gevoel zou hebben van in een kooi
-opgesloten te zijn, tegen welks trali&euml;n hij dan wanhopend zou
-opspringen.</p>
-<p class="par">De herinnering aan juffrouw Bauer was geheel op den
-achtergrond geraakt; in den drukken winter, die bijna geheel voorbij
-ging in onderhandelingen over den aankoop der fabriek, had hij geen
-tijd gehad aan haar te denken. Soms als hij een oogenblikje door het
-een of ander herinnerd werd aan dien zeetocht moest hij onwillekeurig
-glimlachen als om een dwaasheid, maar toch vond hij het een prettig
-hoekje in den tuin zijner herinneringen; het was hem een feest daarheen
-te vluchten en er eens in rond te wandelen; als hij aan haar geestig
-lachje dacht, trilde er nog altijd iets aangenaams in zijn ziel.</p>
-<p class="par">In de eerste maanden had hij zich vast voorgenomen, op
-het rendez-vous te komen, maar later vergat hij deze afspraak meer en
-meer, en toen de gedachte aan dat vreemde meisje geen beletsel meer
-voor hem was zich met Emilie te engageeren, had hij elk plan om op den
-afgesproken tijd naar Friedrichroda te gaan, natuurlijk opgegeven.
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2643" href="#xd23e2643" name=
-"xd23e2643">153</a>]</span></p>
-<p class="par">Juist op dien dag vierde de stad het vijftig-jarig
-jubil&eacute; van een zangersvereeniging; hij had log&eacute;s over, er
-werd druk feest gevierd en hij dacht pas aan den datum toen deze reeds
-een week oud was.</p>
-<p class="par">&bdquo;Zij heeft mij ook vergeefsch zitten wachten op
-dien berg,&rdquo; dacht hij, &bdquo;maar &rsquo;t is toch zeker maar
-gekheid van haar geweest. Verbeeld je, wat een mal figuur ik had
-gemaakt, als ik die reis daarheen had ondernomen om daar uren lang te
-wachten op een dame, die niet kwam en zich in stilte verkneukelden over
-de poets, die zij mij speelde. Ik ben wijzer, hoor!&rdquo;</p>
-<p class="par">Maar dan kon hij soms er met angst aan denken dat
-Andr&eacute;e hem vergeefs had gewacht, dat voor haar die woorden hooge
-ernst waren geweest, en dat zij bedrogen zou zijn omdat hij niet
-verscheen.</p>
-<p class="par">Vreemd, hoe meer de tijd van zijn huwelijk naderde hoe
-meer hij aan Andr&eacute;e dacht; vooral als Emilie lachte, kwam haar
-ernstig ovaal gezichtje met de diepe lijnen langs de kin telkens voor
-hem op, en dan zag hij weer die aardige kuiltjes en die vonkelende
-oogen, waaruit de ziel zich baan brak naar buiten.</p>
-<p class="par">Bij Emilie geen spoor van zoo iets; zij zag er altijd
-even mooi, even frisch en kalm uit, haar lach deelde zich nooit mee
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2654" href="#xd23e2654" name=
-"xd23e2654">154</a>]</span>aan haar oogen, de frissche lippen
-schitterden om de prachtige tanden, maar de oogen bleven altijd even
-onverstoorbaar kalm en nietszeggend; zij hadden ook niets te zeggen, er
-ging achter hen blijkbaar niets om.</p>
-<p class="par">Het huwelijk werd weer uitgesteld tot het begin van het
-volgend jaar; mama kon niet klaar komen met den uitzet, Casper was
-boos.</p>
-<p class="par">&bdquo;Als er niets van de heele trouwerij komt, is het
-hun schuld en niet de mijne,&rdquo; schreef hij aan een zijner
-zusters.</p>
-<p class="par">Hij werd hoe langer, hoe ongeduriger en prikkelbaarder;
-die eeuwige lach van zijn meisje, soms in giegelen ontaardend en dat
-zij in alle omstandigheden deed hooren; maakte hem zenuwachtig, ja
-zeker, zij zag er allerliefst uit als zij lachte, maar hij kende dat
-lieve gezicht nu eenmaal en zou zoo graag haar desnoods wat minder lief
-hebben gezien, maar dit gebeurde nooit als hij er bij was. Kwade tongen
-beweerden dat juffrouw Emilie te huis de schade inhaalde en dan soms
-heele dagen allesbehalve lief keek om de minste kleinigheid, die haar
-niet beviel en dikwijls ook om niets; alleen uit louter plezier.</p>
-<p class="par">Het werd Maart en Casper begon het als een last te
-beschouwen dagelijks naar <span class="pagenum">[<a id="xd23e2664"
-href="#xd23e2664" name="xd23e2664">155</a>]</span>de ouders van zijn
-meisje te gaan, met haar te wandelen en te vrijen; als zij eens een dag
-uit de stad was, voelde hij zich gelukkig eens op zijn gemak in zijn
-luien stoel te kunnen liggen om te lezen of te denken. De gedachte dat
-Emilie over eenige maanden hier tegenover hem zou zitten en altijd
-lachen drukte hem.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben niet geschapen voor een huwelijk, ik heb
-het altijd gevoeld,&rdquo; bromde hij in zich zelf, &bdquo;het loopt
-bepaald mis met mij of ik Emilie trouw&mdash;of een ander.&rdquo;</p>
-<p class="par">Maar dan dacht hij er aan &ograve;f hij het ook zoo
-hinderlijk zou vinden als die andere tegenover hem zat met haar kalme
-manieren, haar verstandige oogen en haar geestig lachje dat nooit
-hoorbaar werd; neen, hij sloot de oogen en kneep zijn handen in elkaar,
-daar kon hij niet aan denken, <span class="ex">d&aacute;t</span> was
-beter dan eenzaamheid.</p>
-<p class="par">Hij vond het een verademing toen zijn aanstaande
-schoonmoeder hem voorstelde met haar en Emilie eens naar Amsterdam te
-gaan, om nog eenige inkoopen te doen voor den uitzet; zij en Emilie
-zouden bij een vriendin logeeren, hij kon naar een hotel gaan.</p>
-<p class="par">Dat id&eacute;e wekte hem op, dat gaf verandering,
-misschien verbetering: die nieuwe <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e2678" href="#xd23e2678" name="xd23e2678">156</a>]</span>indrukken
-zouden Emilie waarschijnlijk wakker maken, een beetje pittigheid
-brengen in haar lach, in haar conversatie<span class="corr" id=
-"xd23e2680" title="Niet in bron">,</span> en een ander denkbeeld, dat
-hij met geweld trachtte te onderdrukken kwam telkens en telkens
-terug.</p>
-<p class="par">In Amsterdam woonde juffrouw Bauer, wie weet of hij haar
-niet eens ontmoette, dat hoopte hij eigenlijk niet, in de verte zien
-maar, iets naders van haar hooren, want wat zou hij haar nu zeggen,
-eigenlijk had hij haar zeer leelijk behandeld, want hij had haar toch
-in alle ernst ten huwelijk gevraagd. Wanneer zij hem als een eerlijk
-man beschouwde dan had zij alle redenen hem te minachten en hij zou
-zich doodschamen als hij haar ontmoette met zijn mooie Emilie aan den
-arm.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Zij wandelden langs de grachten, Emilie liet haar
-mama met haar gastvrouw op haar gemak winkelen; zij was zoo blij haar
-&bdquo;ventje&rdquo; voor zich zelf te hebben; zij hadden nu samen het
-Museum gezien en Emilie vond het dol gezellig, maar <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2690" href="#xd23e2690" name=
-"xd23e2690">157</a>]</span>eigenlijk had niets haar ge&iuml;nteresseerd
-dan de &bdquo;kostumes&rdquo; van vroegeren tijd en de beelden uit de
-ethnographische afdeeling.</p>
-<p class="par">&bdquo;De Nachtwacht&rdquo; daar vond zij niets aan, en
-Casper was op het oogenblik niet verliefd genoeg om dit een
-onbetaalbare na&iuml;veteit te vinden; hij keek ook niet veel naar
-schilderijen; het eerste waarnaar hij zocht als hij in een zaal kwam
-was, &oacute;f daar geen schilderesje zat.</p>
-<p class="par">Hij verbeeldde zich, hij wist zelf niet waarom, dat
-Andr&eacute;e Bauer een kunstenares moest zijn; maar het ging zaal in,
-zaal uit, schilderessen genoeg, maar van juffrouw Bauer geen spoor.</p>
-<p class="par">Het adresboek had hij ook al eens doorbladerd; er
-stonden verscheidene Bauers in, doch geen enkele alleen staande
-dame.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is een obsessie, het laat mij niet met
-rust hier,&rdquo; dacht hij knorrig, &bdquo;&rsquo;t is of zij mij
-telkens moet te gemoetkomen. Had ik het geweten dat ik zoo door die
-kleine heks was ingepakt, dan&mdash;&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij voleindigde den zin niet en begon Emilie te plagen
-met een jongmensch, die haar op reis erg had gefixeerd en zij lachte,
-zij lachte tot zij er rood van werd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Och, wat ben je toch een flauwert! Denk je dat ik
-hem aangekeken heb?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zeker, den heelen tijd!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2706" href="#xd23e2706" name=
-"xd23e2706">158</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Och hoe kan je dat zeggen, ik kijk alleen naar
-jou.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet ik beter.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar jij dan, jij; die, oude jonge juffrouw
-tegenover ons met dien bril op den neus, gaf je den heelen tijd knipjes
-met haar schele oogen en jij keek zoo schuin. Ja, ik heb het wel
-gezien.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Malligheid! De dames bemoeien zich niet met
-mij.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet je beter.&rdquo;</p>
-<p class="par">En zoo ging het voort; dit was een staaltje van de
-interessante gesprekken, die het jonge paar altijd voerde. Casper
-voelde er zich soms wee onder worden. Neen, eene domme, mooie vrouw was
-toch ook geen ideaal, want dom dit was Emilie bepaald, dat merkte hij
-genoeg; de briefjes die zij hem schreef waren als gesteendrukt zoo
-prachtig van schrift maar kinderachtig van stijl, wemelend van allerlei
-fouten.</p>
-<p class="par">&bdquo;En wat dunkt je nu,&rdquo; vroeg zij na een
-pauze, &bdquo;zullen wij dat roode behang nemen voor de
-eetkamer?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat je wilt liefje!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Zeg dat nu niet altijd. Ik wou zoo graag weten
-wat jij het liefste had.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Kies maar toe, ik kijk toch nooit naar het
-behang, ik kijk alleen naar jou.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e2728" href="#xd23e2728" name="xd23e2728">159</a>]</span></p>
-<p class="par">Ellendige leugenaar! die hij was; hij vond zichzelf
-verachtelijk, zooals hij al die flauwigheden debiteerde aan dat
-onnoozele kind, dat weer begon te lachen en zich als een poesje tegen
-hem vleide. Daar gaf zij een gilletje tusschen twee lachjes door.</p>
-<p class="par">&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroeg hij geschrikt.</p>
-<p class="par">&bdquo;Niets. Er is iets in mijn oog gevlogen. Wil je
-eens zien?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij sloeg de voile op, knipte met haar oog dat er reeds
-zeer ontstoken uitzag; onhandig sperde Casper het open, zoodat zij het
-weer uitschreeuwde van pijn en verklaarde toen dat er niets te zien
-was.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan is &rsquo;t er zeker wel uit; &rsquo;t is de
-napijn. Men zegt, je voelt het altijd nog een heelen tijd na als het
-ding er al lang uit is.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja dat zal het wezen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij trippelde weer aan zijn arm voort, maar telkens kwam
-zij met de vingers aan het oog of drukte er de mof tegen aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;O zoo&rsquo;n pijn, ik kan het niet openhouden.
-Er is zeker nog iets in.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik heb niets gezien. Maar wrijf er toch niet
-aan.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik kan het niet uithouden, &rsquo;t steekt
-zoo!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan moeten wij naar een dokter om het te laten
-nakijken.<span class="corr" id="xd23e2752" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span> <span class="pagenum">[<a id="xd23e2755"
-href="#xd23e2755" name="xd23e2755">160</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Als ik maar water had.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat kan ik je hier niet geven. Ik zal rondzien of
-hier geen dokter in de buurt woont. Ha, daar zie ik geloof ik een
-<span class="corr" id="xd23e2760" title=
-"Bron: naamboordje">naambordje</span>.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och, &rsquo;t is zoo gek.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is niet gek, als jij je oog verliest is
-het nog veel gekker.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij stonden voor een net huis, op de deur stond een wit
-porselein naambordje met het opschrift.</p>
-<p class="par xd23e112">Dr. <span class="sc"><span class="ex">A.
-Wencke</span></span><br>
-Arts.</p>
-<p class="par">Nog v&oacute;&oacute;r dat Emilie het merkte had Casper
-gescheld, een net meisje maakte open.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is de dokter t&rsquo;huis?&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dokter had juist spreekuur; als mijnheer en
-mevrouw even binnen wilden komen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij werden in een kamertje gelaten, waar een dame zat en
-nog een dame met een kind.</p>
-<p class="par">&bdquo;Och dames,&rdquo; vroeg Casper, &bdquo;deze
-juffrouw heeft iets in haar oog gekregen; zij heeft er zoo&rsquo;n pijn
-aan, mag zij u voorgaan, &rsquo;t is het werk van een oogenblik.&rdquo;
-Emilie was beginnen te schreien van pijn en zenuwachtigheid.
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2788" href="#xd23e2788" name=
-"xd23e2788">161</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Wel zeker,&rdquo; <span class="corr" id=
-"xd23e2791" title="Bron: antwoordde">antwoordden</span> de dames,
-&bdquo;met plezier!&rdquo;</p>
-<p class="par">Juist klonk er een schelletje; de meid liet iemand uit
-en kwam aan de deur zeggen dat de dokter wachtte.</p>
-<p class="par">Casper volgde Emilie, den arm om haar middel geslagen,
-de lange gang door; hij had werkelijk met haar te doen en vond het een
-nieuw genot haar moed in te spreken en te steunen.</p>
-<p class="par">De meid maakte de deur aan het einde van een gang open
-en liet hen binnengaan; een hooge, ruime kamer, helder verlicht door
-glasruiten, waarvan de gordijnen van onder naar omlaag waren getrokken
-en waarachter de bladerlooze takken van hooge boomen heen en weer
-wiegden, en een tuin verrieden; de kamer zelf was streng ingericht met
-groote boekenkasten, tafels met instrumenten, een rustbank, tusschen de
-ramen een schrijftafel, waarvoor een dame zat.</p>
-<p class="par">Toen het paartje binnenkwam stond zij op, en bleef met
-de eene hand op de tafel leunen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is de dokter te spreken, mevrouw?&rdquo; vroeg
-Casper.</p>
-<p class="par">&bdquo;<i>Ik</i> ben de dokter,&rdquo; zeide een zachte,
-eenigszins onzekere stem.</p>
-<p class="par">Nu zag Casper de jonge dame verwonderd <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2812" href="#xd23e2812" name=
-"xd23e2812">162</a>]</span>aan, hun oogen ontmoeten elkander, zij werd
-een tintje bleeker, hij vuurrood en met haar &eacute;&eacute;ne half
-toegeknepen oog keek nu Emilie ook den vreemdsoortigen arts aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u dokter&rdquo;, zeide zij ondanks haar pijn
-glimlachend, &bdquo;hoe leuk!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En u is de pati&euml;nt?&rdquo; vroeg Dr. Wencke
-en naderde het meisje, &bdquo;heeft u iets aan uw oog?&rdquo; en zich
-tot Casper wendend, wees zij hem een stoel aan en zeide stroef:
-&bdquo;wil u zoolang daar plaats nemen totdat ik mevrouw onderzocht zal
-hebben.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben nog geen mevrouw,&rdquo; verklaarde Emilie
-en deed haar hoedje af, &bdquo;wij zijn nog pas ge&euml;ngageerd, weet
-u!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Hier op dezen stoel als het u belieft. Zoo houd
-uw hoofd wat in de hoogte, iets meer. Niet knippen; zoo, rust nu maar
-op mijn arm.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper staarde als wezenloos naar zijn meisje zooals die
-daar lag met achterovergeworpen hoofd, in de armen van de andere die
-nog meer dan Emilie zijn gedachten vervulde.</p>
-<p class="par">&bdquo;Juffrouw Bauer&mdash;Dr. Wencke.&rdquo; Zij had
-dus een anderen naam opgegeven; dat was dus haar geheim, het geheim dat
-zij met zooveel angstige zorg bewaarde of het een schande was. Zij had
-een eenvoudig grijs kleedje aan, dat onberispelijk <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2826" href="#xd23e2826" name=
-"xd23e2826">163</a>]</span>om haar kleine, door en door gracieuse
-gestalte sloot; hare donkerblonde haren met de mooie golf waren
-rustiger dan op de &bdquo;Columban&rdquo;, om haar lippen teekenden de
-twee strepen zich echter scherper en breeder af en haar oogen stonden
-dieper onder de door den druk der gedachten ernstig gefronste
-wenkbrauwen.</p>
-<p class="par">Haar vingers onderzochten handig <span class="corr" id=
-"xd23e2831" title="Bron: Emile&rsquo;s">Emilie&rsquo;s</span> oogen,
-met een tangetje haalde zij er een microscopisch stofje uit, toen liet
-zij langzaam Emilie&rsquo;s hoofd weer los.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is er uit,&rdquo; zeide zij, &bdquo;nu
-zal u nog een oogenblik een branderig gevoel overhouden, maar dat gaat
-dadelijk over.&rdquo;</p>
-<p class="par">Emilie keek rond en lachte.</p>
-<p class="par">&bdquo;Heerlijk!&rdquo; riep zij, &bdquo;ik voel niets
-meer. Geef je mij mijn hoedje, Cas, ik zal toch voortaan altijd een
-voile voordoen, maar jij houdt er niet van.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij ging voor den spiegel staan om haar hoed in orde te
-brengen; de dokter verschikte iets aan hare instrumenten en Cas stond
-aandachtig naar elke beweging van zijn meisje te kijken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoeveel ben ik u schuldig, juffr....
-Dokter?&rdquo; vroeg hij eindelijk zonder haar aan te zien.</p>
-<p class="par">&bdquo;Een rijksdaalder.&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij legde den rijksdaalder op tafel. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2848" href="#xd23e2848" name=
-"xd23e2848">164</a>]</span></p>
-<p class="par">Hij boog en liet Emilie voor hem uitgaan; zwijgend
-kwamen zij buiten, hij kon nog geen woorden vinden. In zijn verbeelding
-was zijn meisje nu in al zijn geheimen ingewijd; maar Emilie zag niet
-ver, zij was te veel vervuld geweest van zich zelf en toen zij weer op
-straat kwam raakte haar tongetje los.</p>
-<p class="par">&bdquo;Hoe ui&iuml;g, h&eacute; vent! Zoo&rsquo;n
-damesdokter! Ik heb er nog nooit een gezien: jij wel? Ik vind het toch
-niets vrouwelijks, zoo echt ge&euml;mancipeerd. En wat is zij duur,
-zeker omdat zij een dame is. Een rijksdaalder! dat is ook gauw
-verdiend, binnen de minuut. Onze dokter rekent maar vijftien stuivers
-voor een visite en als je bij hem komt twee kwartjes.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik vind het erg goedkoop voor
-Amsterdam.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Misschien begint ze ook pas; &rsquo;t zag er zoo
-gloednieuw uit, alles keurig netjes. Ik kan niet anders zeggen, maar
-zij zelf ook. Wat een prachtige coupe had zij in haar japon. Ik had
-haar zoo om haar naaister kunnen vragen, maar dat was misschien weer
-een paar gulden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu, die had ik er wel voor over gehad voor
-zoo&rsquo;n consult.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij lachte weer en nog nooit had Casper haar lach zoo
-aga&ccedil;ant gevonden. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2862" href=
-"#xd23e2862" name="xd23e2862">165</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Wat zal Moe opkijken als ik haar vertel van die
-damesdokter, maar ik ben toch erg blij, Cas, dat je mij er zoo spoedig
-hebt laten afhelpen. Foei wat deed me dat oog een pijn! Verbeeld je als
-ik met zoo&rsquo;n dik oog t&rsquo;huis had moeten komen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Dien avond zouden Emilie, haar moeder en Casper weer uit
-Amsterdam vertrekken, hun retourtje was om, maar op het laatste
-oogenblik verzekerde Casper dat hij niet met de dames mee kon gaan, hij
-moest morgen iemand spreken voor zaken en zou dus maar zijn retour
-laten verloopen; &rsquo;t speet hem vreeselijk maar hij kon niet
-anders. Emilie liet haar lipje hangen; zij vond het niets aardig van
-Cas, dat hij haar alleen liet vertrekken in het donker. Hij kon immers
-desnoods meegaan en morgen weer naar Amsterdam vertrekken, maar moe
-prees Casper bijzonder, dat hij zoo op de kleintjes lette; zijn retour
-verliezen was al geen meevallertje, maar nu zou hij nog meer kwijt zijn
-als hij morgen weder een retour nam.</p>
-<p class="par">&bdquo;Het mocht wat, een verschil van een paar gulden,
-als mijn gezelschap hem zooveel waard is.&rdquo;</p>
-<p class="par">Casper had er echter behoefte aan dien avond, haar
-eeuwigen lach niet te hooren. <span class="pagenum">[<a id="xd23e2871"
-href="#xd23e2871" name="xd23e2871">166</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Den volgenden middag toen het spreekuur van Dr.
-Wencke ten einde liep, ging Casper van Eyken naar het huis, hij bleef
-voor de deur staan en bekeek aandachtig het naambordje.</p>
-<p class="par">Gisteren was het hem niet opgevallen; hij had gelezen
-Dr. <span class="ex">A. Wencke</span>, en nu zag hij dat er duidelijk
-stond: Dr. <span class="ex">Andr&eacute;e Wencke</span>, maar al had
-hij ook toen op den voornaam gelet, dan zou zijn aandacht door die
-dubbele <span class="ex">&eacute;e</span> nog niet getrokken zijn.</p>
-<p class="par">De meid, die hem open doet, vroeg wat er van zijn dienst
-was.</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is immers het spreekuur van den
-dokter.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, maar mevrouw behandelt geen
-heeren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is voor die dame, met wie ik gisteren
-hier ben geweest,&rdquo; loog Casper brutaalweg.</p>
-<p class="par">&bdquo;O zoo,&rdquo; en zij liet hem in de wachtkamer,
-waar niemand meer zat. Hij zette zich neer en streek met de hand over
-het voorhoofd en vroeg zich nu eerst af, wat hij hier kwam doen, wat
-hij haar wilde zeggen; hij had gehandeld sinds gistermiddag
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2898" href="#xd23e2898" name=
-"xd23e2898">167</a>]</span>als onder den invloed eener suggestie.
-Emilie en haar moeder had hij weggezonden; den halven nacht en den
-heelen morgen had hij zoek gebracht met door de straten te drentelen,
-en nu zat hij in haar huis te wachten tot hij als een vreemde in haar
-tegenwoordigheid zou worden toegelaten. Maakte hij een gek figuur? Toen
-dacht hij eensklaps aan een woord van het dienstmeisje. Die sprak van
-&bdquo;Mevrouw&rdquo; zou zij dan getrouwd zijn, heette zij daarom geen
-juffrouw Bauer meer; in elk geval hij moest zekerheid hebben en niemand
-kon hem die beter geven dan zij zelf. Hij moest veel langer wachten dan
-gisteren; eindelijk klonk weer het electrisch schelletje en de meid
-kwam hem waarschuwen precies als gisteren.</p>
-<p class="par">Een oogenblik later stond hij weer in de kamer; zij zat
-iets te noteeren in een groot voor haar liggend boek en sloeg niet
-dadelijk de oogen op.</p>
-<p class="par">&bdquo;Juffrouw Bauer,&rdquo; zeide hij half luid. Zij
-schrikte en zag hem nu aan.</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijnheer.... van.... van Eyken? H&eacute;, is
-&rsquo;t niet goed met de juffrouw?&rdquo;</p>
-<p class="par">Hij nam een stoel en zette zich tegenover haar, rustig
-als kon niets hem van daar jagen.</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja heel goed, dank u wel! Maar ik <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2911" href="#xd23e2911" name=
-"xd23e2911">168</a>]</span>kom voor mij zelf. Ik weet, u behandelt geen
-heeren maar de zaak, die mij betreft is zoo gewichtig.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij lachte nu even, heel eventjes, en hij voelde dat zij
-haar oude macht over hem herwonnen had.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u getrouwd?&rdquo; vroeg hij, &bdquo;en is u
-daarom geen juffrouw Bauer meer?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen!&rdquo; antwoordde zij, &bdquo;ik ben niet
-getrouwd en ik heb nooit Bauer geheeten. Ik noemde een anderen naam
-omdat ons land zoo hopeloos klein is en ik op vacantie was.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En een vrouwelijke arts is nog altijd zoo&rsquo;n
-zeldzame vogel bij ons, dat men haar reeds van verre herkent. Enfin,
-dat is uwe zaak, maar dat u er zoo geheimzinnig mee was, waar diende
-dat voor? U heeft misschien een leven er door bedorven.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Het uwe?&rdquo; vroeg zij met den helderen,
-doordringende blik, waarvan hij nu de kracht kende: daarmede maakte zij
-immers haar diagnose op de pati&euml;nten. Zij had zich half omgekeerd
-op haar bureaustoel en wanneer zij niet een vouwbeen onophoudelijk
-tusschen beide handen schoof, zou men haar voor volmaakt kalm hebben
-gehouden.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, het mijne. Wanneer ik alles dadelijk
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2925" href="#xd23e2925" name=
-"xd23e2925">169</a>]</span>had geweten, wat&mdash;wat zou&mdash;dan
-alles anders geweest zijn.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij glimlachte spottend en legde het vouwbeen resoluut
-op tafel neer; hij schaamde zich over zijn woorden en zijn heele
-houding; had hij haar dan niets anders te zeggen?</p>
-<p class="par">&bdquo;U heeft zich toch dunkt mij niet over het leven
-te beklagen; naast zoo&rsquo;n allerliefst meisje&mdash;een
-beaut&eacute;.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O ja zeker&mdash;maar ik heb u toch niet
-vergeten, toch niet kunnen vergeten.&rdquo;</p>
-<p class="par">En nu zeide zij kalm zonder een zweem van verwijt in de
-stem:</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom is u dan in Augustus niet in den
-Gottlobtempel gekomen?&rdquo;</p>
-<p class="par">Het bloed steeg hem naar het hoofd terwijl hij
-vroeg:</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u daar geweest? Heeft u mij
-gewacht?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja zeker! Ik had het immers gezegd.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik zag het voor gekheid aan,&rdquo; zuchtte hij,
-stond op en ging met groote stappen de kamer op en neer.</p>
-<p class="par">&bdquo;Dan is het immers goed,&rdquo; hernam zij weer
-even bedaard, maar opnieuw met het vouwbeen tusschen de vingers,
-&bdquo;u vertrouwde mij niet, dus was het immers het beste dat de
-kennismaking z&oacute;&oacute; eindigde.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar ik had niet kunnen denken....&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2950" href="#xd23e2950" name=
-"xd23e2950">170</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, u zag mij voor een avonturierster aan, niet
-waar? U was bang voor het geheim dat mij omringde, nu kent u het
-en&mdash;wat zegt u er van?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij stond rechtop met opgeheven hoofd, fier, trotsch,
-mooi van een geheel intellectueele schoonheid, die straalde uit haar
-voorhoofd, haar oogen, haar ernstige, half geopende lippen, haar
-geheele houding; hoe had hij haar eens klein kunnen noemen, een
-poppetje, zij scheen nu zoo&rsquo;n krachtige, flinke, sterke
-vrouw.</p>
-<p class="par">Hij zweeg en verslond haar met de oogen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Is u niet blijde, dat ik u voor een dwaasheid heb
-behoed? Pas ik nu wel bij u?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;O neen,&rdquo; zeide hij bitter, &bdquo;u is veel
-te groot voor mij! Hoe belachelijk zal u dat gevonden hebben, toen ik u
-voorstelde u op te nemen in mijn armen, u door het leven te dragen,
-toen ik u het ideaal vond van het vrouwtje, waarvoor ik zorgen en
-werken wilde en van wie ik niets anders verlangde dan liefde en
-aanhankelijkheid. Hoe kon ik het weten dat ik het vroeg aan zoo&rsquo;n
-geleerde dame, aan een doctor in de geneeskunde, aan een vrouw, die
-hemelhoog op mij armen stumper neerziet.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2962" href="#xd23e2962" name=
-"xd23e2962">171</a>]</span></p>
-<p class="par">Hij maakte zich boos onder het praten, hij achtte zich
-werkelijk door haar verongelijkt en slecht behandeld, zoo hinderde hem
-zijn vergissing.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ga even zitten, mijnheer Van Eyken,&rdquo; zeide
-zij met trillende lippen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Heeft u tijd? Wachten uw pati&euml;nten u
-niet?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen, ik heb nog een half uur v&oacute;&oacute;r
-dat mijn coup&eacute; voorkomt. Zullen wij het uitvechten? U beweert
-grieven tegen mij te hebben en ik heb ze misschien tegen u.&rdquo; Hij
-maakte een beweging. &bdquo;O neen! Dat u ge&euml;ngageerd is neem ik u
-niet kwalijk, en dat u niet op het rendez-vous is geweest na hetgeen u
-op den &bdquo;Columban&rdquo; gezegd heeft, ook niet, maar dat u mij
-niet vertrouwde en toch ten huwelijk vroeg, dat is erger. Nu is alles
-voorbij! Wij hebben beiden gekozen en kunnen dus kalm spreken over
-hetgeen geweest is en had kunnen wezen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Er is niets onherroepelijks gebeurd,&rdquo; zeide
-hij halfluid, als vreesde hij dat zij het verstaan zou.</p>
-<p class="par">&bdquo;Toch wel! Ik zal u alles vertellen. <span class=
-"ex" lang="fr">Tout savoir c&rsquo;est tout pardonner</span>, of liever
-neen niet <span class="ex">alles</span> maar toch veel vergeven. Ik ben
-nu arts, maar toen ik u leerde kennen, was ik nog student, een
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e2981" href="#xd23e2981" name=
-"xd23e2981">172</a>]</span>vermoeide, afgematte, moedelooze student.
-Toen begon de crisis, de reactie, die op een jeugd vol ingespannen
-studie, zonder de gewone genoegens van een meisjesleven noodzakelijk
-volgen moest.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom heeft u dan dien weg ingeslagen?</p>
-<p class="par">Zij zuchtte even.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, waarom? Ik wist niet anders dan dat het zoo
-moest zijn van jongsaf; mijn moeder heb ik nooit gekend; zij stierf
-toen ik nog heel jong was. Mijn vader was leeraar aan een Gymnasium in
-een provinciestadje, een geleerde man, die geheel buiten het gewone
-leven stond; mijn drie oudere broers waren ondeugende bengels, waarover
-hij niet het minste gezag had en die ook allen verkeerd zijn gegaan.
-Vader leefde in en voor theorie&euml;n; theoretisch had hij zijn
-jongens bedorven, theoretisch moest ik opgevoed worden als
-jongen.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zweeg even en drukte de lippen pijnlijk samen.</p>
-<p class="par">&bdquo;En ik was toch maar een meisje, niets dan een
-zeer gewoon meisje, misschien met iets bevattelijker verstand dan
-andere meisjes, maar ik was gehoorzaam, volgzaam, elk woord van vader
-was mij een bevel en toen ik zag hoe de jongens steeds <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e2994" href="#xd23e2994" name=
-"xd23e2994">173</a>]</span>ondeugender werden, voelde ik er behoefte
-aan hem te vergoeden wat zij misdeden. En alles ging geleidelijk voort;
-ik leerde Latijn en Grieksch zooals andere meisjes Fransch en Duitsch.
-Ik wist dat ik dokter moest worden en ik vond het goed of liever ik
-dacht er niet aan dat het niet goed kon zijn. Ik maakte behoorlijke
-studi&euml;n, niet buitengewoon maar toch meer dan voldoende. Vader was
-gelukkig en tevreden, hij noemde mij zijn troost en zoo werd ik jong
-meisje altijd tusschen boeken en thema&rsquo;s; nooit ging ik met
-vriendinnen van mijn leeftijd om, nooit was ik aan een handwerkje
-bezig, nooit las ik romans, nooit bemoeide ik mij met het huishouden;
-ik stond buiten alles wat aan mijn vrouw-zijn herinnerde en ik wist
-niet anders of het hoorde zoo, totdat ik na het gymnasium doorloopen te
-hebben aan de Akademie kwam.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij streek met de hand over het voorhoofd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Verveel ik u?&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p class="par">&bdquo;Integendeel. Ik heb nog nooit zoo aandachtig
-geluisterd, naar wie ook.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;&rsquo;t Is voor het eerst dat ik het vertel. Tot
-nu toe heb ik er altijd alleen mee geleefd.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu dan, aan de Akademie begon mijn eigenlijke
-leertijd; toen was het dat voor <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e3006" href="#xd23e3006" name="xd23e3006">174</a>]</span>het eerst
-mijn neigingen in opstand kwamen tegen mijn lot. O die snijkamer en die
-operati&euml;n en die gasthuislucht en die zieken; hoe ben ik dien tijd
-doorgekomen, wat walgde mij dat alles, die lijken, welke ik moest
-onderzoeken om het samenstel van het menschelijk lichaam te leeren
-kennen, die flauwe praatjes van de studenten, die angst voor
-bloedvergiftiging en dan &rsquo;s nachts dat droomen van afgesneden
-handen en voeten, van verkankerde magen en.... en.... ik word er gek
-van als ik aan dien tijd denk.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waarom gaf u er den heelen rommel niet
-aan?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Vader had zijn betrekking laten varen om in
-Amsterdam te wonen, opdat ik daar de colleges kon volgen en hij had
-juist in dezen tijd zoo&rsquo;n verdriet van de jongens; als ik mijn
-studie had opgegeven zou ik hem radeloos hebben gemaakt. Hij was zoo
-trotsch op mij! Ik studeerde hard, nacht en dag kan ik zeggen, zonder
-eenige afleiding, eenige verstrooiing, altijd met walg en afkeer in het
-hart; ik werd niet bezield door den dorst om veel te weten en ik voelde
-ook geen roeping om mij aan de lijdende menschheid, zooals de term
-luidt, toe te wijden, ook niet om een positie te verwerven: ik
-studeerde omdat <span class="pagenum">[<a id="xd23e3012" href=
-"#xd23e3012" name="xd23e3012">175</a>]</span>vader mij van jongsaf had
-ingeprent dat het zijn bedoeling was, en omdat ik hem niet teleur wilde
-stellen.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar dat was toch een onwaardige
-tyrannie!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Och! zoo beschouwde de arme man het niet. Hij zag
-in studie en wetenschap alleen zijn heil, hij was vast overtuigd dat
-het mij gelukkig zou maken, of neen, geluk heeft hij nooit geweten wat
-dat was; &rsquo;t zou mij door de wereld helpen. Maar zoolang hij
-leefde had ik nog een prikkel, een steun die mij voortdreef en staande
-hield; een jaar nadat ik mijn candidaats gedaan had stierf hij
-plotseling en nu begon eerst mijn leed. Toen voelde ik eerst hoe
-eenzaam ik stond en hoe mij nu alles ontbrak.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Toen was het nog tijd om....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een gewone vrouw te worden. Ik heb het beproefd,
-ernstig en vastbesloten; ik liet mijn studi&euml;n rusten; financieel
-kon ik mij redden, meer niet, en zocht ik het gezelschap van meisjes
-van mijn leeftijd op. Ik ging uit bij families, maar ach! ik stond
-overal alleen; over niets van wat hen interesseerde kon ik meepraten;
-ik trachtte mij in hun belangen in te leven, het gelukte mij niet. Ik
-stond zoo buiten alles, mijn sfeer was zulk een geheel <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3023" href="#xd23e3023" name=
-"xd23e3023">176</a>]</span>andere dan de hunne! Ik kon er mij niet meer
-t&rsquo;huis voelen. Men vond mij stil, zonderling, onbeholpen, links.
-De heeren ontvluchtten die geleerde dame, de meisjes keken mij over den
-schouder aan; toen heb ik geleerd de vrouwen onuitstaanbaar te
-vinden.&rdquo; En deze herinnering ontspande even haar strakke
-trekken.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu begreep ik dat mijn plaats niet meer in de
-gewone wereld was; ik kon er geen vasten voet in krijgen dan onder
-voorwaarde, dat ik ten minste uiterlijk werd als zij, dat ik spreken
-kon over romans en komedies en buitenlandsche reizen, huishouden,
-muziek, flirtations en&mdash;chronique.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Maar in wat voor kringen is u dan
-geweest?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;In zeer ontwikkelde, fatsoenlijke, nette kringen;
-overal voelde ik dat men mij niet begreep, dat men mij duldde en ik kon
-niet meer worden als die anderen, hoe graag ik ook had
-gewild.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wilde u dat? Hoe is het mogelijk?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, ik weet, &rsquo;t is onverstandig,
-onredelijk, maar ik voelde een ziekelijk verlangen in mij om te worden
-als die meisjes, oppervlakkig en geaffecteerd, opgewonden over een bal
-of een concert, alles dolletjes, en gezellig en leuk vindend of lief,
-eenvoudig, <span class="pagenum">[<a id="xd23e3035" href="#xd23e3035"
-name="xd23e3035">177</a>]</span>hartelijk, na&iuml;ef, koket, want die
-heb ik ook ontmoet. Ik benijdde ze en zij dachten dat ik op haar
-neerzag en ze minachtte.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En u vond ze onuitstaanbaar?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Misschien omdat ik niet kon zijn als zij, omdat
-alles wat ik gehoord, gezien, gestudeerd had zulk een kloof had
-gegraven tusschen haar en mij. Ik had de diepste ellenden gepeild van
-het menschelijk bestaan, hoe kon ik dan nog in al dat frivole belang
-stellen? Met een ander karakter was het misschien nog mogelijk geweest,
-maar ik bezat den zwaartillenden aard van mijn vader, ik was te
-eenzijdig ontwikkeld, mijn andere vermogens waren kunstmatig verstompt
-door dat eeuwig analyseeren, dat eindeloos studeeren.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U was bestemd een lief, aardig, gewoon vrouwtje
-te worden; maar zij hebben u schandelijk van uw weg
-afgeleid.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik geloof het ook! Eindelijk vreesde ik
-krankzinnig te worden en ging op reis, mijn schotsche reis.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij zweeg en hij zag naar haar gespierde kleine handen,
-die nu onbeweeglijk in haar schoot lagen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Daar voelde ik in de frissche hooglandsche lucht
-mijn gezondheid sterker worden, mijn zenuwen zich opnieuw <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3050" href="#xd23e3050" name=
-"xd23e3050">178</a>]</span>spannen en daar droomde ik een
-droom.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Door mij?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ja, door u! U sprak woorden tot mij, die ik nooit
-gehoord had en toen voelde ik wat mij rust en steun kon geven, waar ik
-naar smachtte, een arm waarop ik kon leunen als toen op dat
-steenachtige voetpad in Jona, een man die mij lief had ondanks alles en
-die mij wilde helpen gewoon gelukkig te worden als vrouw.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;En waarom dan niet....&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Wist ik hoe de andere meisjes handelen in zulke
-gevallen? Ik hoorde u aan, ik was op het punt ja te zeggen. Gelukkig
-heb ik mij bedacht, ik besloot u op de proef te stellen. Als zijn
-liefde zoo groot is, als ik ze noodig heb, dan zal hij het volgende
-jaar mij ook zoeken, waar ik ter wereld ook zijn mag en zoo
-niet&mdash;zoo niet, dan is het misschien beter.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dwaze, die ik was om niet te komen!&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Het was niet dwaas, maar heel verstandig; u is
-verliefd op mij geweest een paar uur lang. Het geheimzinnige, vreemde,
-waarmede ik verkoos mij te omringen, heeft u aangetrokken, en de
-po&euml;tische omgeving werkte mede. Dat is alles, maar wanneer u mij
-daar gevonden had en u had alles gehoord, zou u dan den moed hebben
-gehad uw vraag te herhalen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e3064" href="#xd23e3064" name="xd23e3064">179</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Als ik er gekomen was&mdash;ik geloof
-ja.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;U is niet gekomen! U heeft anders gekozen, en
-&rsquo;t dient tot niets nu nog te praten over hetgeen had kunnen zijn
-en niet geweest is. Dat jaar heb ik hard gestudeerd en mijn laatste
-examens gedaan; ik wilde niet als mislukt student mijn aanstaanden man
-ontmoeten.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij vertelde hem niet hoe dubbel hard zij gestudeerd had
-om huishouden, keuken, handwerken aan te leeren; gewerkt had zij tot
-zij er haast onder bezweken was en uitgeput, afgebeuld zich naar de
-ontmoetingsplaats slepen moest.</p>
-<p class="par">&bdquo;U heeft mij zooveel bekend,&rdquo; vroeg Casper,
-&bdquo;zeg mij dit &eacute;&eacute;ne nog. Was u erg teleurgesteld toen
-ik niet kwam?&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij bedacht zich even, toen sprak zij vastberaden:</p>
-<p class="par">&bdquo;Het eerste oogenblik ja, maar een regenbui,
-waartegen ik op moest werken, heeft mij een goede douche bezorgd en
-toen heb ik mijn leven cordaat in de oogen gezien. Ik was kunstmatig
-ontwikkeld; in die richting moest ik nu verder groeien en mijn heil
-zoeken. Dat heeft mij gestaald; ik heb mij hier gevestigd, maar het
-bevalt mij niet. Een damesdokter heeft bij ons geen raison
-d&rsquo;&ecirc;tre, de vrouwen gaan liever naar mannen om zichzelf en
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e3078" href="#xd23e3078" name=
-"xd23e3078">180</a>]</span>haar kinderen te laten behandelen; zij
-vertrouwen haar seksegenooten &rsquo;t minst, ik kom wel goed in mijn
-praktijk, maar zij bevredigt mij nog niet.&rdquo;</p>
-<p class="par">Er werd aan de deur geklopt en de meid kwam zeggen:</p>
-<p class="par">&bdquo;Mevrouw, de coup&eacute; is voor.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Best Daatje! Ik laat mij mevrouw noemen, omdat ik
-als gegradueerde recht op dien titel meen te hebben even goed als de
-vrouwen van artsen en advocaten.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik houd u op?&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Een oogenblikje heb ik nog. Ik denk dat ik naar
-het Oosten vertrek; daar sterven honderden en duizenden vrouwen uit
-gebrek aan geneeskundige hulp, omdat nooit een man haar zien mag. Aan
-haar wil ik mij wijden. Die hebben mij noodig.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Waartoe is dat noodig? Hier immers&mdash;kost het
-u maar een woord om een gelukkige en geachte vrouw te
-worden.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Mijnheer Van Eyken,&rdquo; sprak zij uit de
-hoogte, &bdquo;Ik heb u deze oprechte biecht gedaan, enkel en alleen,
-omdat ik u als gebonden beschouwde aan uw aanstaande. In mijn oog is u
-reeds met haar getrouwd. Ik meende verplicht te zijn u te bekennen, wie
-ik ben en wat ik gedroomd heb naar aanleiding van uw vraag. Voelt u
-zich dan zoo krachtig mij door het leven te dragen...&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e3094" href="#xd23e3094" name=
-"xd23e3094">181</a>]</span></p>
-<p class="par">Casper wist dat van zijn antwoord alles afhing, een
-enkele spontane beweging en zij zou haar aangeleerde rust en kalme
-hoogheid afleggen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik voel me sterk omdat ik u liefheb.&rdquo; Zij
-verwachtte misschien dat hij het zeggen zou;</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ga heen&mdash;maar ik kom
-terug&mdash;vrij!&rdquo;</p>
-<p class="par">De woorden lagen op zijn lippen, maar hij sprak ze niet
-uit.</p>
-<p class="par">Hij wendde het hoofd af en zuchtte; hij begreep hoe
-sterk men moest zijn om dit kleine vrouwtje met den zwaren last van
-haar weten, haar denken en haar voelen door het leven te dragen en toen
-overviel hem plotseling een vaag verlangen naar Emilie, die niets in
-haar ziel verborg dan heel gewone dingen. Emilie die zoo licht was als
-een veer, die niets woog omdat zij zoo weinig bezat. Voor haar was hij
-forsch genoeg, maar niet voor dit schepseltje, met haar hoofd afgemat
-van veel studeeren en veel peinzen, met haar oogen, die zooveel ellende
-hadden gezien, met haar ooren waarin de eindelooze klacht van het
-menschelijke lijden ruischte, met haar handen, die de scherpste
-instrumenten wisten te hanteeren om in levend en dood vleesch te werken
-en wier lippen tegenover <span class="pagenum">[<a id="xd23e3106" href=
-"#xd23e3106" name="xd23e3106">182</a>]</span>de examinatoren vragen
-hadden beantwoord, welke een gewone vrouw niet zonder blozen kon
-aanhooren.</p>
-<p class="par">&bdquo;Neen,&rdquo; bekende hij oprecht, &bdquo;ik sta
-te ver, veel te ver onder u.&rdquo;</p>
-<p class="par">&bdquo;Dat weet ik niet, wie onder en wie boven staat,
-maar dat is zeker, naast elkander geloof ik niet, dat wij kunnen
-gaan.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij reikte hem de hand.</p>
-<p class="par">&bdquo;Nu wordt het mijn tijd, mijnheer Van Eyken,
-adieu!&rdquo; Haar stem trilde even.</p>
-<p class="par">Weer overkwam Casper de lust haar te zeggen, dat zij
-ondanks alles zijn ideaal bleef, de vrouw zijner keuze, dat Emilie hem
-onverschillig was, akelig onverschillig, dat hij met haar een leven te
-gemoet ging grijs van eentonigheid en dof van alledaagschheid, dat zijn
-liefde haar zou schenken wat zij had gewenscht, een plaats op den
-gewonen, grooten levensweg der vrouwen, maar nu was het te laat, het
-oogenblik was voorbij, hij twijfelde aan zichzelf en zij twijfelde aan
-hem. Zij stond zoo hoog en hij was van zijn voetstuk gevallen.</p>
-<p class="par">&bdquo;Ik ben blijde, dat ik u ontmoet, dat ik u
-gesproken heb,&rdquo; sprak hij eindelijk dood gewoon, &bdquo;en wij
-blijven toch zeker vrienden?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
-"xd23e3120" href="#xd23e3120" name="xd23e3120">183</a>]</span></p>
-<p class="par">&bdquo;Als u wil ja, maar u zal niet veel aan die
-vriendschap hebben wanneer ik naar Damascus of naar Constantinopel
-trek.&rdquo;</p>
-<p class="par">Zij drukte op het schelletje en beval de dienstbode:</p>
-<p class="par">&bdquo;Laat mijnheer uit!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3128" href="#xd23e3128" name=
-"xd23e3128">184</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 ads"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first adTitle">Van <span class="ex"><b>Louis
-Couperus</b></span> verscheen:</p>
-<div class="par">
-<div class="table">
-<table class="xd23e3138">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><b>Antieke Verhalen, van Goden en Keizers,
-van Dichters en Hetaeren.</b></td>
-<td class="xd23e3140 cellTop">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Van en over mijzelf en anderen.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Aan den Weg der Vreugde.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Van Oude Menschen, de dingen die
-voorbijgaan</b>, 2 dln.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 5.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Berg van Licht</b>, 3 deelen &agrave;</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Dyonyzos</b>, Bandteekening van B. W.
-Wierink.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>God en Goden</b>, Bandteekening van J.
-Toorop.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Over Lichtende drempels</b>, Bandteekening van
-Jules de Praetere</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 <span class="corr" id=
-"xd23e3211" title="Bron: ing.">geb.</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Majesteit</b>, 5<sup>e</sup> uitgave.
-Bandteekening van B<span class="corr" id="xd23e3223" title=
-"Niet in bron">.</span> W. Wierink.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Wereldvrede</b>, 2<sup>e</sup> uitg.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Hooge Troeven</b>, Tweede druk. Bandteekening
-van H. P. Berlage Nzn.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3251" href="#xd23e3251" name=
-"xd23e3251">185</a>]</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Boeken der kleine Zielen.</b></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Boek I. De kleine Zielen.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 5.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Boek</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-II. Het late Leven.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.25 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 4.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Boek</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-III. Zieleschemering.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.25 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 4.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Boek</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-IV. Het Heilige Weten.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 5.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">In pergament gebonden, per deel</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 10.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Bandteekening van Theo Neuhuijs.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Stille Kracht</b>, 2e druk. Bandteekening
-van B. W. Wierink.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Langs Lijnen van Geleidelijkheid</b>, 2 deelen.
-Bandteekening van J. G. van Caspel.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 5.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Eene Illuzie</b>, Tweede druk. Bandteekening
-van K. Sluijterman.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Babel</b>, Bandteekening van Jan Toorop.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Fidessa</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met
-teekening van Jan Toorop.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 3.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Psyche</b>, Tweede druk, Pracht-Editie. Met
-teekening van Jan Toorop</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 3.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 4.50 geb. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3357" href="#xd23e3357" name=
-"xd23e3357">186</a>]</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Psyche</b>, 4<sup>e</sup> uitgave (in het
-gewone formaat) ge&iuml;llustreerd. Bandteekening van H. P. Berlage
-Nzn.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Metamorfoze</b>, Met portret van H. J.
-Haverman. Bandteekening van H. P. Berlage Nzn.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Extaze</b>, Derde druk<span class="corr" id=
-"xd23e3385" title="Niet in bron">.</span> Bandteekening van H. P.
-Berlage Nzn.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Noodlot</b>, Derde druk<span class="corr" id=
-"xd23e3397" title="Niet in bron">.</span> Bandteekening van H. P.
-Berlage Nzn.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Reis-Impressies</b>, Tweede druk.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Orchidee&euml;n</b>, Tweede druk. Bandteekening
-van L. W. R. Wenckebach.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Verzoeking van den H. Antonius</b>,</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Een Lent van Vaerzen</b>, Tweede druk.
-(Gedichten) Bandteekening van K. Sluijterman.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.40 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><b>Williswinde</b> (Gedichten).
-Bandteekening van L. W. R. Wenckebach.</td>
-<td class="xd23e3140 cellBottom">&fnof; 1.40 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellBottom">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e3451" href="#xd23e3451" name=
-"xd23e3451">187</a>]</span></div>
-<p class="par adTitle">Van <span class="ex"><b>Stijn
-Streuvels</b></span> verscheen:</p>
-<p class="par"></p>
-<div class="table">
-<table class="xd23e3138">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><b>De Mourlons</b>, naar het Fransch van
-Bouch&eacute;.</td>
-<td class="xd23e3140 cellTop">&fnof; 3.25 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">&fnof; 3.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Kleine Verhalen</b>, naar het Noorsch van
-Bj&ouml;rnson<span class="corr" id="xd23e3478" title=
-"Niet in bron">.</span></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Reinaert de Vos</b>,</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Velijn papier &fnof;
-32.&mdash;;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Holl. &fnof;
-60.&mdash;;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Japansch &fnof;
-100.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Najaar</b>, 2 bundels &agrave;</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Open Lucht.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Stille Avonden</b>, Tweede druk,</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Vlaschaard</b>, Vierde Druk,</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Pracht-Editie &fnof;
-10.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Het Uitzicht der Dingen.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Bloemlezing</b>, (door Mej. Dr. J. Aleida
-Nijland)</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Dorpsgeheimen</b>, 2 bundels &agrave;</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Minnehandel</b>, Twee deelen</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 4.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 5.50 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Doodendans</b>.</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 2.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.90 geb. <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3581" href="#xd23e3581" name=
-"xd23e3581">188</a>]</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Dagen</b>, Tweede druk</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Lenteleven</b>, Vijfde druk</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"></td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Luxe-Editie &fnof;
-25.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Langs de Wegen</b>, Tweede druk</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Zonnetij</b>, Derde druk</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Zomerland</b>, Derde druk</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 2.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Gokkel en Hinkel</b>, met platen</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 0.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De witte Zandweg.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 0.25 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Het Kerstekind.</b></td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 0.90 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.25 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Reinaert de Vos</b>, voor kinderen</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><b>Andr&eacute; de Ridder, Stijn
-Streuvels</b>, met tal van platen.</td>
-<td class="xd23e3140 cellBottom">&fnof; 1.50 ing.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellBottom">&fnof; 1.90 geb.</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e3676" href=
-"#xd23e3676" name="xd23e3676">189</a>]</span></p>
-<p class="par xd23e3677">GUIDO GEZELLE, Dichtwerken,</p>
-<p class="par xd23e3679">10 deelen.</p>
-<p class="par">Prijs ing. &fnof; <b>3.75</b>, geb. &fnof; <b>5.50</b>,
-geb. in leer &fnof; <b>7.50</b>.</p>
-<p class="par">De uitgave bevat:
-Dichtoefeningen&mdash;Kerkhofblommen&mdash;Gedichten, Gezangen en
-Gebeden, Kleengedichten&mdash;Liederen, Eerdichten en
-Reliqua&mdash;Tijdkrans (2 deelen)&mdash;Rijmsnoer (2
-deelen)&mdash;Hiawadha&rsquo;s Lied&mdash;Laatste Verzen.</p>
-<p class="par">Afzonderlijke deelen worden uit deze uitgave niet
-geleverd.</p>
-<p class="par">Deze uitgave is nu zoo goedkoop gesteld, dat het voor
-niemand meer een bezwaar kan zijn, ze aan te schaffen. Vroeger &fnof;
-17.20 ing. &fnof; 22.&mdash;geb., <b>thans</b> voor &fnof; <b>3.75</b>
-ing., &fnof; <b>5.50</b> geb. linnen, &fnof; <b>7.50</b> gebonden
-leer.</p>
-<p class="par">In de Belgische Editie zijn nog verkrijgbaar:
-Dichtoefeningen&mdash;Kerkhofblommen&mdash;Gedichten, Gezangen en
-Gebeden, Kleengedichtjes&mdash;Liederen, Eerdichten et Reliqua &agrave;
-&fnof; 1.50 per deel ing., &fnof; 1.90 gebonden.</p>
-<p class="par">Tijdkrans&mdash;Rijmsnoer &agrave; &fnof; 2.50 per deel
-ing., &fnof; 2.90 gebonden.</p>
-<p class="par"><b>Verzen</b>, 2<sup>e</sup> druk ing. &fnof; 3.90, geb.
-&fnof; 4.50.</p>
-<p class="par"><b>Gedichten</b>, samengest. door Dr. J. Aleida Nijland,
-ing. &fnof; 1.90, geb. &fnof; 2.50, in leer geb. &fnof; 3.50
-<span class="pagenum">[<a id="xd23e3726" href="#xd23e3726" name=
-"xd23e3726">190</a>]</span></p>
-<p class="par"></p>
-<div class="table">
-<table class="xd23e3138">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><b>Bloemlezing</b>, samengesteld door Dr.
-J. Aleida Nijland, 5<sup>e</sup> verbeterde druk</td>
-<td class="xd23e3140 cellTop">ing. &fnof; 0.90,</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">geb. &fnof; 1.25</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Motto-Album</b>, met versieringen van Jules de
-Praetere. Prijs gebonden in linnen of gebatikt</td>
-<td class="xd23e3140">&fnof; 1.50, geb.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">in l&ecirc;er &fnof; 1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Kleengedichtjes</b>, Eerste en Tweede
-bundel.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Prijs per bundel</td>
-<td class="xd23e3140">ing. &fnof; 0.25,</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 0.50</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">In &eacute;&eacute;n band linnen of stof</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 0.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">in &eacute;&eacute;n band leer gewatteerd</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Laatste Verzen</b>, 3<sup>e</sup> druk</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Prozawerken</b>, dl.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">I. Uitstap in de Warande.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">II. De Doolaards in Egypte.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">3 deelen ingenaaid &fnof;
-3.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">III. Van den Kleenen Hertog.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">3 deelen gebonden &fnof;
-4.50</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>De Ring van het Kerkelijk Jaar</b>,</td>
-<td class="xd23e3140">ing. &fnof; 2.50,</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 2.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Loquela, tot Woordenboek omgewerkt</b>,</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 20.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Kerkhofblommen</b>, School-Editie</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">ing. &fnof; 1.&mdash;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><b>Rijmsnoer&mdash;Tijdkrans</b>,
-4<sup>e</sup> druk,</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight cellBottom">per deel
-gebonden &fnof; 2.50</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd23e3842" href=
-"#xd23e3842" name="xd23e3842">191</a>]</span></p>
-<p class="par xd23e3677">GUIDO GEZELLE,</p>
-<p class="par xd23e3679">Zijn Leven en Zijne Werken,</p>
-<p class="par xd23e3679"><b>TWEEDE DRUK</b>, met <b>16 Platen</b>.</p>
-<p class="par">Prijs &fnof; <b>1.50</b> ingenaaid, &fnof; <b>1.90</b>
-gebonden.</p>
-<p class="par">Inhoud:</p>
-<p class="par"><b>Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt.</p>
-<div class="par"><b>Dichter Guido Gezelle</b>, door S. Dequidt.
-<div class="table">
-<table class="innerTable xd23e3873">
-<tr>
-<td class="cellLeft cellRight cellTop"><b>Guido Gezelle en de
-Friezen</b>, door J. Winkler.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellRight">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Guido</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Gezelle</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-<b>zijne Kunst</b>, door Hugo Verriest.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellRight">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Guido</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Gezelle</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-<b>en de jonge Limburgers</b>, door Aug. Cuppens.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellRight cellBottom">
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Guido</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>Gezelle</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-door Gustaaf Segers.</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<p class="par"><b>Beeld, Woord en Dicht bij Guido Gezelle</b>, door Dr.
-G. Verriest.</p>
-<p class="par"><b>Guido Gezelle, de mensch en priester, de leider en
-dichter</b>, door H. Claeys.</p>
-<p class="par"><b>Dietsche Warande en Belfort aan Guido Gezelle</b>,
-door Kan. Eug. de Lepelleer.</p>
-<p class="par"><b>Koninklijke begraving</b>, door Hendrik Persijn.</p>
-<p class="par"><b>Guido Gezelle</b>, door H. J. M. Donders.</p>
-<p class="par"><b>Lijkrede uitgesproken op het graf</b>, door Dr. H.
-Claeys.</p>
-<p class="par"><b>Guido Gezelle en de drukpers.</b> <span class=
-"pagenum">[<a id="xd23e3929" href="#xd23e3929" name=
-"xd23e3929">192</a>]</span></p>
-<p class="par adTitle">In de VLAAMSCHE BIBLIOTHEEK verscheen:</p>
-<div class="par">
-<div class="table">
-<table class="xd23e3138">
-<tr>
-<td rowspan="2" class="cellLeft cellTop"><b>Albrecht Rodenbach</b>,
-Complete Gedichten,</td>
-<td class="xd23e3140 cellTop">ing. &fnof; 2.25 geb.</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">&fnof; 2.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight">Pracht-Exempl. &fnof;
-4.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Leo van Puyvelde</b>, Albrecht Rodenbach,
-2<sup>e</sup> dr.</td>
-<td class="xd23e3140">ing. &fnof; 2.50</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 2.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="3" class="cellLeft cellRight">
-<div class="table">
-<table class="innerTable xd23e3964">
-<tr>
-<td rowspan="5" class="cellLeft cellTop"><b>Hugo Verriest</b>,</td>
-<td class="cellTop">Op Wandel</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight cellTop">&fnof; 2.25 ing.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Regenboog, 5<sup>e</sup> druk</td>
-<td class="xd23e3983 cellRight">&fnof; 0.90
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>ing.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Dry Geestelijke Voordrachten</td>
-<td class="xd23e3983 cellRight">&fnof; 0.90
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>ing.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Twintig Vlaamsche Koppen, 2<sup>e</sup> dr. 2
-dln.</td>
-<td class="xd23e3983 cellRight">&fnof; 2.90
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>ing.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">Voordrachten</td>
-<td class="xd23e3983 cellRight cellBottom">&fnof; 2.90
-<table class="ditto">
-<tr class="s">
-<td>ing.</td>
-</tr>
-<tr class="d">
-<td>,,</td>
-</tr>
-</table>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Andr&eacute; de Ridder</b>, Hugo Verriest,</td>
-<td class="xd23e3140">ing. &fnof; 1.50</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><b>Dr. Maurits Sabbe</b>, Aan &rsquo;t
-Minnewater,</td>
-<td class="xd23e3140">ing. &fnof; 1.50</td>
-<td class="xd23e3140 cellRight">geb. &fnof; 1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="3" class="cellLeft cellRight cellBottom">
-<div class="table">
-<table class="innerTable xd23e3964">
-<tr>
-<td rowspan="2" class="cellLeft cellTop"><b>Caesar Gezelle</b>,</td>
-<td class="cellTop">Leli&euml;n van Dalen.</td>
-<td colspan="2" class="xd23e3140 cellRight cellTop">ing. &fnof;
-1.90</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">Uit het Leven der Dieren,</td>
-<td class="xd23e3983 cellBottom">ing. &fnof; 2.50</td>
-<td class="xd23e3983 xd23e3140 cellRight cellBottom">geb. <span class=
-"corr" id="xd23e4053" title="Niet in bron">&fnof;</span> 2.90</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd23e4059width"><img src="images/spine.jpg" alt=
-"Oorspronkelijke rug." width="720" height="115"></div>
-<p class="par"></p>
-<p class="par">&nbsp;</p>
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd23e4066width"><img src="images/backcover.jpg" alt=
-"Oorspronkelijke achterkant." width="478" height="720"></div>
-<p class="par"></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#extremis">IN
-EXTREMIS.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#extremis">5</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href=
-"#vacantie">VACANTIE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#vacantie">75</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">I.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch1">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">75</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">II.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch2">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">90</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">III.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch3">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">104</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">IV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch4">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">119</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">V.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch5">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">138</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">VI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch6">VI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">149</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">VII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch7">VII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">156</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">VIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ch8">VIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">166</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="par first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
-overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
-kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
-<a class="seclink xd23e41" title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
-Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd23e41"
-title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
-<p class="par">Dit eBoek is geproduceerd door het on-line
-gedistribueerd correctieteam op <a class="exlink xd23e41" title=
-"Externe link" href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="par first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
-schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
-stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
-verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
-einde van dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2016-11-08 Begonnen.</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
-dat deze links voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary=
-"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e235">11</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e300">16</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e782">44</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd23e792">44</a>, <a class="pageref" href="#xd23e1029">56</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e1044">57</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd23e2752">159</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e530">29</a></td>
-<td class="width40 bottom">moed</td>
-<td class="width40 bottom">moet</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e648">36</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e2482">136</a></td>
-<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e939">52</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e1288">71</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd23e2202">123</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e990">55</a></td>
-<td class="width40 bottom">;</td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1037">57</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e1863">106</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1331">72</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1465">82</a></td>
-<td class="width40 bottom">popp</td>
-<td class="width40 bottom">pop</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1707">99</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e3223">184</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd23e3385">186</a>, <a class="pageref" href="#xd23e3397">186</a>,
-<a class="pageref" href="#xd23e3478">187</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1872">106</a></td>
-<td class="width40 bottom">kuilje</td>
-<td class="width40 bottom">kuiltje</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1876">106</a></td>
-<td class="width40 bottom">Caspers</td>
-<td class="width40 bottom">Casper</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1977">111</a></td>
-<td class="width40 bottom">koninsgraven</td>
-<td class="width40 bottom">koningsgraven</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1982">111</a></td>
-<td class="width40 bottom">Max</td>
-<td class="width40 bottom">Mac</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e1987">111</a></td>
-<td class="width40 bottom">-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2099">117</a></td>
-<td class="width40 bottom">Colomban</td>
-<td class="width40 bottom">Columban</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2250">125</a></td>
-<td class="width40 bottom">ego&iuml;me</td>
-<td class="width40 bottom">ego&iuml;sme</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2680">156</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2760">160</a></td>
-<td class="width40 bottom">naamboordje</td>
-<td class="width40 bottom">naambordje</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2791">161</a></td>
-<td class="width40 bottom">antwoordde</td>
-<td class="width40 bottom">antwoordden</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e2831">163</a></td>
-<td class="width40 bottom">Emile&rsquo;s</td>
-<td class="width40 bottom">Emilie&rsquo;s</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e3211">184</a></td>
-<td class="width40 bottom">ing.</td>
-<td class="width40 bottom">geb.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd23e4053">192</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&fnof;</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of In Extremis, by Melati van Java
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN EXTREMIS ***
-
-***** This file should be named 53492-h.htm or 53492-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/3/4/9/53492/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/53492-h/images/backcover.jpg b/old/53492-h/images/backcover.jpg
deleted file mode 100644
index 6ae1502..0000000
--- a/old/53492-h/images/backcover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/book.png b/old/53492-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index 963d165..0000000
--- a/old/53492-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/card.png b/old/53492-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 1ffbe1a..0000000
--- a/old/53492-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/cover.jpg b/old/53492-h/images/cover.jpg
deleted file mode 100644
index 2b241eb..0000000
--- a/old/53492-h/images/cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/external.png b/old/53492-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index ba4f205..0000000
--- a/old/53492-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/spine.jpg b/old/53492-h/images/spine.jpg
deleted file mode 100644
index 8023953..0000000
--- a/old/53492-h/images/spine.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/53492-h/images/titlepage.png b/old/53492-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 71a0d25..0000000
--- a/old/53492-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ