summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/55488-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/55488-0.txt')
-rw-r--r--old/55488-0.txt16401
1 files changed, 0 insertions, 16401 deletions
diff --git a/old/55488-0.txt b/old/55488-0.txt
deleted file mode 100644
index 8fff161..0000000
--- a/old/55488-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,16401 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Zijn Excellentie Eugène Rougon, by Emile Zola
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Zijn Excellentie Eugène Rougon
-
-Author: Emile Zola
-
-Translator: J.J. Schwencke
-
-Release Date: September 5, 2017 [EBook #55488]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIJN EXCELLENTIE EUGÈNE ROUGON ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- ZOLA'S WERKEN
- (DE ROUGONS-MACQUARTS)
-
-
-
- UIT HET FRANSCH VERTAALD
- DOOR
- J. J. SCHWENCKE
-
-
-
- ZIJN EXCELLENTIE EUGÈNE ROUGON.
-
-
-
- 'S-GRAVENHAGE UTRECHT
- BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN W. DE HAAN
-
-
-
-
-
-
-
-
- TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ.
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-
-De president stond nog, te midden van de lichte opschudding die zijn
-binnentreden had teweeg gebracht. Hij ging zitten en zei achteloos,
-op halfluiden toon:
-
---De zitting is geopend.
-
-En hij rangschikte de wetsontwerpen, die op de schrijftafel voor hem
-lagen. Links van hem las een bijziende secretaris, met den neus op
-het papier, de notulen van de laatste vergadering, met een haastig
-gebrom waarnaar geen enkele afgevaardigde luisterde. In het verward
-gedruis van de zaal werd die stem slechts gehoord door de boden,
-die er zeer waardig, zeer correct uitzagen tegenover de achtelooze
-houdingen van de kamerleden.
-
-Er waren geen honderd afgevaardigden aanwezig. Sommigen leunden
-met droomerige oogen, soezend achterover op de roodfluweelen
-banken. Anderen, over den rand van hun lessenaars gebogen, als onder
-de verveling van zulk een corvée als een openbare zitting, trommelden
-zachtjes met hun vingertoppen tegen het mahoniehout. Door het met glas
-overdekte vak in de zoldering, dat zich als een halve maan tegen den
-hemel afteekende, drong de regenachtige Meimiddag binnen en verlichtte
-gelijkmatig den statigen ernst van de zaal. Het licht daalde langs
-de banken als een breed, roodgekleurd laken, met een somberen gloed,
-hier en daar, in de hoeken der ledige banken, verhelderd door een
-lichtrooden weerschijn; terwijl achter den president de naakte beelden
-en beeldhouwwerken helderwitte schijnsels vormden.
-
-Een afgevaardigde was bij de derde bank rechts in het smalle gangpad
-blijven staan. Met een nadenkend gezicht streek hij over zijn ruwen
-grijzenden ringbaard, en toen een bode voorbij ging, hield hij hem
-staande en richtte hij fluisterend een vraag tot hem.
-
---Neen, mijnheer Kahn, antwoordde de bode, mijnheer de president van
-den Raad van State is nog niet gekomen.
-
-Toen ging mijnheer Kahn zitten. En zich plotseling tot zijn
-linkerbuurman wendend, vroeg hij:
-
---Zeg eens, Béjuin, heb je Rougon van morgen soms gezien?
-
-Mijnheer Béjuin, een mager, donker mannetje met een stil uiterlijk,
-hief het hoofd op; hij keek bezorgd, zijn gedachten waren
-elders. Hij had het blad van zijn lessenaar uitgeschoven en hield
-zijn correspondentie op blauw papier, met gedrukt hoofd Béjuin & Cie,
-cristallerie de Saint-Florent.
-
---Rougon? herhaalde hij. Neen, ik heb hem niet gezien. Ik had geen
-tijd om langs den Raad van State te gaan.
-
-En hij hervatte kalm zijn bezigheden. Hij raadpleegde een notitieboekje
-en schreef zijn tweeden brief onder het onduidelijk gebrom van den
-secretaris, die zijn notulen bijna teneinde had gelezen.
-
-Mijnheer Kahn kruiste de armen en leunde achterover. Zijn forsche
-gelaatstrekken waarbij de groote welgevormde neus zijn joodsche afkomst
-verried, drukten gemelijkheid uit. Hij beschouwde de vergulde rozetten
-van het plafond, keek naar het geplas van een stortbui, die boven de
-glazen lantaarn losbarstte; toen dwaalden zijn blikken weer af naar
-den grooten muur tegenover hem, waarvan hij de kunstig samengestelde
-versieringen met aandacht scheen te bestudeeren. Aan weerszijden bleef
-zijn blik een oogenblik rusten op de met groen fluweel overtrokken
-paneelen, vol attributen met vergulde omlijstingen. Nadat hij daarop
-de zuilenparen bekeken had, waartusschen de allegorische beelden van
-de Vrijheid en de Publieke orde hun marmeren gelaat met hun ziellooze
-oogen vertoonden, verdiepte hij zich ten slotte in de beschouwing
-van het groen zijden gordijn, waarachter het fresco verborgen was,
-dat Louis-Philippe voorstelde, de Grondwet bezwerende.
-
-Intusschen was de secretaris gaan zitten. Het bleef rumoerig in de
-zaal. De president doorbladerde kalm zijn papieren. Werktuigelijk
-drukte hij op den knop van de schel, wier luide klank geen van de
-particuliere gesprekken stoorde. En te midden van het gedruis bleef
-hij daar een oogenblik staan wachten.
-
---Mijne heeren, begon hij, ik heb een brief ontvangen....
-
-Hij zweeg even om nogmaals te schellen, weer wachtende, met zijn
-ernstig gelaat, waarop de verveling te lezen stond, boven het
-monumentale bureau uitziende, dat onder hem zijn met wit marmer
-omlijste roodmarmeren paneelen vertoonde. Zijn dichtgeknoopte jas
-vormde een zwarte plek op het bas-relief achter het bureau, waarop
-zij de ruimgeplooide mantels van den Landbouw en de Nijverheid met
-een zwarte lijn doorsneed.
-
---Mijne heeren, hernam hij, toen hij zich eenigszins verstaanbaar kon
-maken, ik heb een brief van mijnheer de Lamberthon ontvangen, waarin
-hij zich verontschuldigt dat hij heden de zitting niet kan bijwonen.
-
-Er werd zachtjes gelachen op een bank, de zesde tegenover het
-bureau. Het was een piepjong afgevaardigde, hoogstens acht en twintig
-jaar oud, blond en beminnelijk, die in zijn blanke handen den helderen
-lach van een mooie vrouw smoorde. Een zijner collega's schoof drie
-plaatsen naderbij om hem fluisterend te vragen:
-
---Heeft Lamberthon werkelijk zijn vrouw gevonden? Vertel me dat toch
-eens, La Rouquette.
-
-De president had een handvol papieren opgenomen. Hij sprak met
-eentonige stem; enkele volzinnen werden slechts gedeeltelijk achter
-in de zaal gehoord.
-
---Er zijn aanvragen om ontslag .... mijnheer Blachet, mijnheer
-Buquin-Lecomte, mijnheer de la Villardière....
-
-En terwijl de kamer de aanvragen om ontslag inwilligde, had mijnheer
-Kahn, dien het zeker verveelde naar het groen zijden gordijn voor het
-afbeeldsel van Louis-Philippe te kijken, zich halverwege omgekeerd om
-de tribunes te monsteren. Boven den geelmarmeren ondermuur vertoonde
-een enkele rij tribunes van zuil tot zuil roodfluweelen balustrades,
-terwijl geheel bovenaan een gegaufreerd lederen lambrequin de leege
-ruimte niet geheel verbergen kon, die ontstaan was door de opheffing
-van de tweede rij, vóór het keizerrijk, voor de pers en het publiek
-bestemd. Tusschen de dikke, gele pilaren, die hun ietwat logge
-statigheid rondom den halven cirkel vertoonden, bevonden zich de
-smalle loges, in halfduister gehuld, bijna ledig, door drie of vier
-lichte damestoiletjes opgevroolijkt.
-
---Zoo, kolonel Jobelin is gekomen, mompelde mijnheer Kahn.
-
-Hij lachte den kolonel, die hem opgemerkt had, toe. Kolonel Jobelin
-droeg de donkerblauwe overjas, die hij sedert zijn pensionneering bij
-wijze van burgerlijke uniform droeg. Hij bevond zich geheel alleen
-op de rentmeesters-tribune en droeg zijn officiersrozet, zoo groot,
-dat het de strik van een foulard geleek.
-
-Meer naar links had mijnheer Kahn een jongen man en een jonge vrouw
-opgemerkt, die teeder tegen elkander aangevlijd zaten, in een hoekje
-van de tribune van den Raad van State. De jonge man boog zich telkens
-fluisterend tot de jonge vrouw over, die teeder glimlachte, zonder
-hem aan te zien, de oogen gevestigd op het allegorisch beeld van de
-Publieke orde.
-
---Zeg, Béjuin? fluisterde de afgevaardigde, terwijl hij zijn collega
-met de knie aanstiet.
-
-Mijnheer Béjuin was aan zijn vijfden brief. Hij keek verschrikt op.
-
---Zie je daar boven den kleinen d'Escorailles en de mooie mevrouw
-Bouchard niet? Ik wed dat hij haar in haar heupen knijpt. Zij kijkt
-zoo kwijnend. Alle vrienden van Rougon schijnen hier dus bijeen te
-zijn. Daar heb je op de publieke tribune mevrouw Correur ook, en het
-echtpaar Charbonnel.
-
-De schel van den minister weerklonk, langer ditmaal. Een bode riep
-met een mooie basstem "Stilte, heeren!" Men luisterde. En de president
-sprak dezen volzin, waarvan geen enkel woord verloren ging:
-
---Mijnheer Kahn vraagt machtiging om de rede te laten drukken, die
-hij gehouden heeft bij de discussie over het wetsontwerp betreffende
-de vaststelling van een gemeentebelasting op paarden en rijtuigen,
-binnen Parijs rondrijdende.
-
-Een zacht gemompel liep door de banken, en de gesprekken werden
-hervat. Mijnheer la Rouquette was naast mijnheer Kahn gaan zitten.
-
---U werkt dus voor het volk? zei hij schertsend.
-
-En zonder zijn antwoord af te wachten, ging hij voort:
-
---Hebt u Rougon niet gezien, hebt u niets vernomen?.... Iedereen
-heeft er den mond vol van. Het schijnt dat er nog niets zeker is.
-
-Hij keerde zich om en keek op de klok.
-
---Al tien minuten voor half drie! Ik was al lang heengegaan, als
-dat drommelsche rapport niet voorgelezen werd!... Zou het bepaald
-vandaag gebeuren?
-
---We zijn tenminste allen gewaarschuwd, antwoordde mijnheer
-Kahn. Ik heb van geen tegenorder gehoord. U zult verstandig doen te
-blijven. Straks komen de vierhonderd duizend francs voor den doop
-in stemming.
-
---Zonder twijfel, hernam mijnheer La Rouquette. De oude generaal
-Legrain die nu in beide beenen lam is, heeft zich door zijn knecht
-hierheen laten dragen; hij wacht in de conferentie zaal op den uitslag
-der stemming.... De keizer rekent terecht op de toewijding van het
-heele Wetgevend lichaam. Bij deze feestelijke gelegenheid mag niemand
-van ons hem zijn stem onthouden.
-
-De jonge afgevaardigde had groote moeite gedaan om zich het ernstige
-voorkomen van een politiek man te geven. Zijn popperig gezicht,
-door eenige vlasblonde haartjes opgevroolijkt, wiegelde met een
-aanmatigende uitdrukking boven zijn das heen en weer. Hij scheen een
-oogenblik te genieten van de twee welsprekende volzinnen, die hij
-gevonden had. Toen barstte hij plotseling in een schaterlach uit.
-
---Goede hemel! zei hij, wat zien die Charbonnels er grappig uit!
-
-Toen maakten mijnheer Kahn en hij allerlei grappen ten koste van de
-Charbonnels. De vrouw droeg een opzichtige gele sjaal, de man een jas,
-waaraan geen vorm of snit te bekennen viel; en beiden, dik, rood,
-ineengedrongen, leunden bijna met de kin op de fluweelen balustrade,
-om des te beter de zitting te kunnen volgen, waarvan hun opeengesperde
-oogen niets schenen te begrijpen.
-
---Als Rougon valt, mompelde mijnheer La Rouquette, geef ik geen duit
-voor het proces van de Charbonnels.... Net als mevrouw Correur....
-
-Hij boog zich naar het oor van mijnheer Kahn en ging zachter voort:
-
---Ge kent Rougon immers? Zeg me toch eens wie die mevrouw Correur
-eigenlijk is. Ze heeft een hôtel gehouden, niet waar? Vroeger logeerde
-Rougon er wel. Ze moet hem zelfs geld geleend hebben. En wat voert
-ze nu uit?
-
-Mijnheer Kahn was heel ernstig geworden. Hij streek langzaam over
-zijn ringbaard.
-
---Mevrouw Correur is een zeer achtenswaardige vrouw, zei hij kortaf.
-
-Dat antwoord maakte een einde aan de nieuwsgierigheid van mijnheer La
-Rouquette. Hij kneep de lippen opeen, als een schooljongen die een
-terechtwijzing ontvangen heeft. Beiden keken een oogenblik zwijgend
-naar mevrouw Correur, die dicht bij de Charbonnels zat. Ze droeg een
-mauve zijden japon, zeer opzichtig, met veel kant en juweelen; ze had
-een blozend gelaat, blonde krulletjes op het voorhoofd en een gevulden
-hals, die ondanks haar acht en veertig jaren nog heel mooi was.
-
-Plotseling hoorde men achter in de zaal een deur opengaan; een
-geritsel van rokken deed iedereen omkijken. Een groot meisje, van een
-opmerkelijke schoonheid, heel vreemd gekleed, in een slecht gemaakte
-zeegroene satijnen japon, was de loge van het Corps diplomatique
-binnengekomen, gevolgd door een in het zwart gekleede, bejaarde dame.
-
---Kijk, de mooie Clorinde! mompelde mijnheer La Rouquette, terwijl
-hij opstond om op goed geluk te groeten.
-
-Mijnheer Kahn was eveneens opgestaan. Hij boog zich naar mijnheer
-Béjuin over, die bezig was zijn brieven in enveloppen te doen.
-
---Zeg, Béjuin, fluisterde hij, de gravin Balbi en haar dochter zijn
-er. Ik ga ze even vragen of ze Rougon niet gezien hebben.
-
-De president had intusschen een nieuwen bundel papieren
-opgenomen. Zonder dat hij met lezen ophield, wierp hij een blik op
-de mooie Clorinde Balbi, wier verschijning een gefluister in de zaal
-had doen ontstaan. En terwijl hij de papieren een voor een aan zijn
-secretaris overreikte, las hij, zonder op punten of komma's te letten,
-in éen adem door:
-
---Aanbieding van een wetsontwerp ter opschorting van de heffing
-eener nieuwe stedelijke belasting in Rijssel.... Aanbieding van
-een wetsontwerp betreffende de samensmelting van de gemeenten
-Doulevant-le-Petit en Ville-en-Blaisais (Haute Marne)..
-
-Toen mijnheer Kahn terugkwam, was hij zeer terneergeslagen.
-
---Niemand heeft hem gezien, zei hij tot zijn collega's Béjuin en La
-Rouquette, die hij onder aan de trap ontmoette. Men heeft me verzekerd
-dat de keizer hem gisteren bij zich ontboden had, maar ik weet niet
-wat de uitslag van hun onderhoud is geweest.... 't Is vreeselijk
-vervelend, als men niet weet waaraan men zich te houden heeft.
-
-Mijnheer La Rouquette fluisterde achter zijn rug mijnheer Béjuin in
-het oor:
-
---Die arme Kahn zit geducht in angst dat Rougon met de Tuileriën in
-onmin geraakt. Hij zou naar zijn spoorweg kunnen fluiten.
-
-Toen klonk het heel ernstig uit den mond van mijnheer Béjuin, die
-weinig sprak:
-
---Als Rougon uit den Raad van State treedt, zal het voor iedereen
-een groot verlies zijn.
-
-En hij wenkte een bode, om de brieven, die hij zooeven geschreven had,
-naar de post te laten brengen.
-
-De drie afgevaardigden bleven links van het bureau staan. Ze
-spraken heel voorzichtig over de ongenade die Rougon boven het hoofd
-hing. Het was een ingewikkelde geschiedenis. Een verre bloedverwant
-van de keizerin, een zekere heer Rodriguez, eischte sinds 1808 van
-de Fransche regeering een som van twee millioen. Tijdens den oorlog
-in Spanje, was een koopvaardijschip, geladen met suiker en koffie,
-en toebehoorende aan dien Rodriguez, die reeder was, door een onzer
-fregatten, de Vigilante, buitgemaakt in de golf van Biscaje en naar
-Brest gevoerd. Op het voorloopig onderzoek door de plaatselijke
-commissie ingesteld, besloot de officier van administratie tot de
-geldigheid der prijsverklaring, zonder het prijsgerecht daarin te
-kennen. Inmiddels had Rodriguez zich gehaast zijn zaak bij den Raad
-van State aanhangig te maken. Daarop was hij gestorven en zijn zoon
-had onder de opvolgende regeeringen te vergeefs getracht de zaak voor
-de rechtbank te brengen, totdat eindelijk een enkel woord van zijn
-alvermogende achternicht het proces weer op de rol bracht.
-
-Boven hun hoofden hoorden de drie afgevaardigden de eentonige stem
-van den president, die voortging:
-
---Aanbieding van een wetsontwerp om het departement Calvados te
-machtigen tot het aangaan eener leening van drie honderdduizend
-francs.... Aanbieding van een wetsontwerp om de stad Amiens te
-machtigen tot het aangaan eener leening van twee honderdduizend
-francs voor den aanleg van nieuwe wandelwegen.... Aanbieding van een
-wetsvoorstel om het departement Côtes-du-Nord te machtigen tot het
-aangaan eener leening van driehonderd vijfenveertig duizend francs,
-bestemd om het tekort van de laatste vijf jaren te dekken....
-
---De waarheid is, zei mijnheer Kahn, terwijl hij zijn stem nog meer
-liet dalen, dat de bewuste Rodriguez iets heel vernuftigs verzonnen
-had. Met een zijner schoonzoons, die te New-York gevestigd was,
-bezat hij gelijksoortige schepen, die naar gelang van de gevaren,
-aan den overtocht verbonden, onder amerikaansche of onder spaansche
-vlag voeren.... Rougon heeft me verzekerd dat het prijsgemaakte schip
-wel degelijk van hem was, en dat er hoegenaamd geen reden bestond om
-aan zijn eischen recht te laten wedervaren.
-
---En dat te meer, voegde mijnheer Béjuin er aan toe, omdat er geen fout
-in den vorm is. De officier van administratie te Brest was volkomen
-gerechtigd om tot de geldigheid van de prijsverklaring te besluiten,
-zonder er het prijsgerecht in te kennen.
-
-Er ontstond een stilte. Mijnheer La Rouquette, die tegen den marmeren
-ondermuur geleund stond, hief het hoofd op en trachtte de aandacht
-van de mooie Clorinde tot zich te trekken.
-
---Maar, vroeg hij naïef, waarom wil Rougon niet hebben dat men dien
-Rodriguez zijn twee millioen teruggeeft? Wat kan hem dat schelen?
-
---Dat is een gewetenszaak, zei mijnheer Kahn ernstig.
-
-Mijnheer La Rouquette keek zijn beide collega's beurtelings aan;
-maar toen hij hun plechtige gezichten zag, glimlachte hij zelfs niet.
-
---En dan, ging mijnheer Kahn voort, als in antwoord op de dingen
-die hij niet hardop zei, Rougon heeft allerlei verdrietelijkheden
-sinds Marsy minister van Binnenlandsche zaken is. Zij hebben elkander
-nooit mogen lijden.... Rougon verzekerde me dat hij al lang van het
-staatstooneel zou afgetreden zijn, als hij niet zoo gehecht was aan
-den keizer, wien hij al zooveel diensten bewezen heeft.... Nu hij
-niet meer zoo gezien is aan het hof, voelt hij de noodzakelijkheid
-zich voor eenigen tijd in het private leven terug te trekken.
-
---Hij handelt als een eerlijk man, herhaalde mijnheer Béjuin.
-
---Ja, zei mijnheer la Rouquette met een fijn lachje, hij heeft nu
-een goede gelegenheid om zich terug te trekken.... Maar hoe het
-ook zij, het zal zijn vrienden danig spijten. Zie maar eens hoe
-ongerust die kolonel daar boven kijkt; hij rekende er zoo stellig
-op den vijftienden Augustus zijn rood ordelint om den hals te kunnen
-hangen.... En de mooie mevrouw Bouchard had zich plechtig voorgenomen
-dat de waardige mijnheer Bouchard binnen een half jaar afdeelingschef
-aan Binnenlandsche zaken zou worden! De kleine d'Escorailles, het
-troetelkindje van Rougon, zou op mevrouw's naamdag zijn aanstelling
-onder mijnheer Bouchard's servet leggen.... Hé, waar zitten ze toch,
-de kleine d'Escorailles en de mooie mevrouw Bouchard?
-
-De heeren zochten hen. Eindelijk ontdekten zij ze achter op de
-tribune, waar zij bij de opening der zitting op de eerste bank gezeten
-hadden. Ze hadden zich achter een ouden, kaalhoofdigen heer verschanst;
-ze zaten daar heel stilletjes in de schaduw, en waren beiden heel rood.
-
-Op dit oogenblik was de president aan het eind van zijn voorlezing
-gekomen. De laatste woorden klonken ietwat dof, alsof zijn stem moeite
-had de barbaarsche ruwheid van den volzin uit te spreken:
-
---Aanbieding van een wetsvoorstel tot autorisatie van de verhooging
-van den rentevoet van een leening, toegestaan bij de wet van 9 Juni
-1853, en een buitengewone belasting voor het departement la Manche.
-
-Mijnheer Kahn was intusschen een afgevaardigde te gemoet gegaan,
-die juist binnenkwam. Hij bracht hem mee, met de woorden:
-
---Hier is mijnheer de Combelot. Hij zal ons wel wat weten te vertellen.
-
-Mijnheer de Combelot, een kamerheer dien het departement des Landes
-op een uitdrukkelijken wensch van den keizer tot afgevaardigde
-benoemd had, maakte een buiging en wachtte bescheiden af, dat men
-hem ondervroeg. Het was een groote knappe man, zeer blank, met
-een gitzwarten baard, waaraan hij vele gunstbewijzen der dames te
-danken had.
-
---Nu, vroeg mijnheer Kahn, wat zegt men op het kasteel? Wat heeft de
-keizer besloten?
-
---Goede hemel, antwoordde mijnheer de Combelot lispelend, men
-zegt zooveel. De keizer koestert de grootste vriendschap voor den
-president van den Raad van State. Het is zeker dat het onderhoud zeer
-vriendschappelijk is geweest.... Ja, het is zeer vriendschappelijk
-geweest.
-
-En hij hield op, na zijn woorden gewikt en gewogen te hebben, uit
-vrees dat hij te veel zou zeggen.
-
---Dus is de aanvraag om ontslag teruggenomen? hernam mijnheer Kahn,
-wiens oogen begonnen te schitteren.
-
---Dat heb ik niet gezegd, hernam de kamerheer ongerust. Ik weet
-niets. U begrijpt, mijn positie is van bijzonderen aard....
-
-Hij sprak niet verder, en met een glimlach ging hij haastig naar
-zijn bank.
-
-Mijnheer Kahn haalde de schouders op, en zich tot mijnheer La
-Rouquette wendend:
-
---Dat is waar ook, u zult wel op de hoogte van den toestand
-zijn! Vertelt mevrouw de Lorentz, uw zuster, u dan niets?
-
---O, mijn zuster is nog meer gesloten dan mijnheer de Combelot, zei
-de jonge afgevaardigde lachend. Sedert zij hofdame is, neemt zij een
-houding aan als een minister.... Maar gisteren verzekerde ze mij toch
-dat het ontslag aangenomen zou worden.... Ik moet u er toch een grap
-van vertellen. Het schijnt dat men een dame heeft afgezonden om Rougon
-te vermurwen. Weet u wat Rougon gedaan heeft? Hij heeft de dame de
-deur gewezen; en u moet weten dat ze allerliefst was.
-
---Rougon is kuisch, verklaarde mijnheer Béjuin plechtig.
-
-Mijnheer La Rouquette proestte het uit van lachen. Hij sprak dat tegen;
-hij had het met feiten kunnen staven, als hij gewild had.
-
---Dus, fluisterde hij, mevrouw Correur....
-
---Geen denken aan! zei mijnheer Kahn, u kent die geschiedenis niet.
-
---Nu dan, de mooie Clorinde!
-
---Dwaasheid. Rougon is te verstandig om zich met die feeks af te geven.
-
-En de heeren staken de hoofden bijeen en begonnen een zeer gewaagd
-gesprek, met heel onbetamelijke woorden. Ze vertelden elkander de
-anecdotes, die over de twee Italiaansche dames, moeder en dochter,
-in omloop waren; het waren half gelukzoeksters, half dames uit de
-groote wereld; men zag ze overal waar veel menschen bijeenkwamen:
-bij de ministers, in de avant-scènes van de kleine schouwburgen,
-op mode-badplaatsen, in kleine afgelegen herbergen. De moeder,
-verzekerde men, had een koning tot vader; de dochter, onbekend met
-de Fransche gebruiken, waardoor zij een origineele, slecht opgevoede
-"feeks" werd, liet paarden op wedrennen dood draven, vertoonde op
-regenachtige dagen haar vuile kousen en scheefgeloopen laarzen op de
-trottoirs, zocht met onbeschaamde glimlachjes als een volwassen vrouw
-een echtgenoot. Mijnheer La Rouquette vertelde dat zij op een balavond
-bij den Italiaanschen gezant, ridder Rusconi, gekomen was als Diana,
-de godin der jacht, zoo ongekleed dat zij den volgenden dag bijna ten
-huwelijk gevraagd was door den ouden senator de Nougarède, een eersten
-liefhebber. En gedurende dat verhaal keken de drie afgevaardigden
-telkens naar de mooie Clorinde, die tegen het reglement in de
-kamerleden een voor een door een grooten tooneelkijker beschouwde.
-
---Neen, neen, herhaalde mijnheer Kahn, zoo gek zou Rougon nooit
-zijn!.... Hij zegt dat ze heel schrander is, hij noemt haar lachend
-"juffrouw Machiavel". Hij vindt haar aardig, dat is alles.
-
---Hoe dat ook zij, besloot mijnheer Béjuin, ik vind dat Rougon liever
-moest trouwen.... Dat vestigt een man.
-
-Toen kwamen zij alle drie overeen welke vrouw Rougon het best zou
-passen: een vrouw van zekeren leeftijd, minstens vijf en dertig jaar,
-rijk en die zijn huis op een hoogst fatsoenlijken voet zou besturen.
-
-Intusschen ontstond er een groote beweging. Zij waren zoo verdiept
-in hun onkiesche praatjes, dat zij niet eens bemerkten wat er om hen
-heen voorviel. Achter in de gangen hoorde men de boden roepen: "Ter
-zitting, heeren, ter zitting!" En de afgevaardigden kwamen van alle
-kanten door de massief mahoniehouten deuren, waarvan de openstaande
-vleugels de gouden sterren van hun paneelen vertoonden. De zaal, tot
-dusver half ledig gebleven, werd langzamerhand gevuld. De groepjes,
-die uit verveling van de eene bank tot de andere hadden zitten praten,
-de slapers, die hun gegeeuw onderdrukten, gingen verloren in den
-wassenden vloed. Terwijl de leden rechts en links plaats namen, drukten
-zij elkander de hand of lachten elkander toe; een zelfde familietrek
-vertoonde zich op hun gelaat, het bewustzijn van den plicht waarvan
-zij zich kwamen kwijten. Een dikke man, op de achterste bank links,
-die al te vast ingedut was, werd door zijn buurman gewekt; en toen
-deze hem een paar woorden had ingefluisterd, haastte hij zich een
-betamelijke houding aan te nemen en zich de oogen uit te wrijven. Nadat
-de zitting over allervervelendste onderwerpen voor de heeren geloopen
-had, begon zij nu van het grootste gewicht te worden.
-
-Door de anderen voortgedrongen, bereikten mijnheer Kahn en zijn
-beide collega's hun banken zonder dat zij er erg in hadden. Zij
-bleven doorpraten, hun lachen onderdrukkend. Mijnheer La Rouquette
-vertelde een nieuw praatje over de mooie Clorinde. Eens had ze den
-zonderlingen inval gehad haar kamer met zwarte draperiën vol zilveren
-tranen te laten behangen en daar haar intieme kennissen te ontvangen,
-terwijl ze op haar bed lag, waarvan de dekens eveneens zwart waren,
-en slechts het topje van haar neus zichtbaar lieten.
-
-Mijnheer Kahn ging zitten, toen hij plotseling tot bezinning kwam.
-
---Die La Rouquette is idioot met zijn kletspraatjes! mompelde hij. Nu
-heb ik waarachtig Rougon gemist!
-
-En tot zijn buurman op nijdigen toon:
-
---Zeg, Béjuin, je had me wel kunnen waarschuwen!
-
-Rougon, die met het gebruikelijke ceremoniëel was binnengeleid,
-zat reeds tusschen twee staatsraden, in de bank van de
-regeerings-commissarissen, aan den voet van het bureau, op de plaats
-van de opgeheven tribune. Zijn breede schouders waren nauw omsloten
-door een groen lakensche uniform, waarvan de kraag en mouwen rijk met
-goud waren afgezet. Het gelaat naar de zaal gekeerd, met zijn zwaar
-grijzend haar op zijn vierkant voorhoofd geplant, hield hij zijn
-oogleden half gesloten; zijn groote neus, zijn dikke lippen, zijn
-lange wangen waarin zijn zes en veertig jaren nog geen enkelen rimpel
-hadden gebracht, hadden een ruwe gemeenheid, die soms een ondeelbaar
-oogenblik door de schoonheid van de kracht veredeld werd. Hij leunde
-bedaard achterover met de kin in den kraag van zijn jas gedoken,
-zonder dat hij iemand scheen op te merken, met een onverschillig en
-eenigszins vermoeid uiterlijk.
-
---Hij ziet er heel gewoon uit, fluisterde mijnheer Béjuin.
-
-Op de banken bogen de afgevaardigden zich voorover om te zien welk
-gezicht hij zette. Bescheiden opmerkingen werden van oor tot oor
-gefluisterd. Maar vooral op de tribunes verwekte Rougon's binnentreden
-een groote opschudding. De Charbonnels staken, om een bewijs van
-hun tegenwoordigheid te geven, een paar verrukte gezichten vooruit,
-zoodat zij gevaar liepen te vallen. Mevrouw Correur had even geknikt
-en haalde nu een zakdoek te voorschijn, waarmee zij groetend wuifde,
-onder voorwendsel van hem aan haar lippen te brengen. Kolonel Jobelin
-had zich in een stramme houding opgericht en de mooie mevrouw Bouchard,
-die snel naar de eerste bank was afgedaald, maakte ietwat hijgend
-den strik van haar hoed weer vast, terwijl mijnheer d'Escorailles,
-achter haar, ontstemd bleef zwijgen. Wat de mooie Clorinde aangaat,
-zij geneerde zich niet. Toen zij zag dat Rougon niet opkeek, tikte
-zij duidelijk hoorbaar met haar kijker op het marmer van de zuil
-waartegen zij leunde, en toen hij nog steeds voor zich zag, zei ze
-tot haar moeder, zoo dat de heele zaal het hooren kon:
-
---Hij is dus kwaad, die dikke gluiper!
-
-Glimlachend keken eenige afgevaardigden om. Rougon besloot eindelijk
-de mooie Clorinde met een blik te verwaardigen. Terwijl hij haar
-onmerkbaar toeknikte, klapte zij zegevierend in de handen, wierp
-zich lachend achterover en sprak hardop tot haar moeder, zonder zich
-eenigszins te bekommeren om al die mannen daar beneden, die haar
-zaten aan te gapen.
-
-Voordat Rougon zijn oogleden weer liet neervallen, had hij de
-tribunes met éen blik verkend en mevrouw Bouchard, kolonel Jobelin,
-mevrouw Correur en de Charbonnels daarin samengevat. Zijn gelaat bleef
-nietszeggend. Hij dook weer met zijn kin in den kraag van zijn jas,
-sloot de oogen half en onderdrukte met moeite een gegeeuw.
-
---Ik moet hem toch even iets zeggen, fluisterde mijnheer Kahn zijn
-buurman toe.
-
-Maar juist toen hij opstond drukte de president, na zich met een
-blik overtuigd te hebben dat alle afgevaardigden op hun post waren,
-op den knop van de schel. En eensklaps heerschte er een diepe stilte.
-
-Een blonde heer stond in de eerste bank, een geel marmeren bank,
-met een wit marmeren lezenaar. In de hand hield hij een groot papier,
-waarop hij onder het spreken de oogen gevestigd hield.
-
---Ik heb de eer, zei hij op zangerigen toon, een verslag in te dienen
-over het wetsvoorstel om aan het ministerie van Staat een krediet
-toe te staan van vier honderdduizend francs, voor de onkosten van de
-doopplechtigheid van den kroonprins en de feesten die daarmee gepaard
-zullen gaan.
-
-En hij maakte aanstalten om het rapport te gaan overleggen, toen alle
-afgevaardigden, als uit éen mond, riepen:
-
---Lezen! lezen!
-
-De verslaggever wachtte totdat de president beslist had, dat de
-voorlezing plaats zou hebben. En hij begon, op bijna aandoenlijken
-toon:
-
---Mijne heeren, het wetsvoorstel dat ons wordt aangeboden is een
-van die voorstellen, die de gewone wijze van stemmen te langzaam
-doen schijnen, doordat zij de spontane geestdrift van het Wetgevend
-lichaam vertragen.
-
---Zeer goed! riepen verscheidene leden.
-
---In de nederigste gezinnen, ging de verslaggever voort, ieder woord
-met de vereischte stembuiging uitsprekend, is de geboorte van een zoon,
-van een erfgenaam, met alle gedachten aan over te dragen rechten, die
-met dien titel gepaard gaan, een oorzaak van zoo'n zoete vreugde, dat
-de doorgestane beproevingen vergeten worden en de hoop alleen zweeft
-boven de wieg van den jonggeborene. Maar hoe mogen wij dat huiselijke
-feest noemen, wanneer het tevens een feest is voor de gansche natie,
-wanneer het ook een heuchelijke gebeurtenis voor geheel Europa is!
-
-Dat stukje welsprekendheid bracht de heele Kamer in verrukking. Rougon,
-die scheen te slapen, zag slechts opgetogen gezichten voor zich.
-
-Sommige afgevaardigden toonden hun aandacht op een overdreven manier,
-zij hielden de hand achter het oor, om niets van dat keurige proza
-te verliezen. Na een korte pauze verhief de redenaar zijn stem weer.
-
---Hier, mijn heeren, is het inderdaad het groote Fransche gezin dat al
-zijn leden uitnoodigt om hun vreugde uit te drukken; en met welk een
-luister zou die heuchelijke gebeurtenis niet gevierd moeten worden,
-indien de uitingen van die vreugde overeenkomstig de grootheid van
-de wettige verwachtingen konden zijn!
-
-En hij wachtte weer een oogenblik.
-
---Zeer goed! zeer goed! riepen dezelfde stemmen.
-
---Dat is keurig gezegd, merkte mijnheer Kahn op. Vind je niet, Béjuin?
-
-Mijnheer Béjuin wiegelde met het hoofd, de oogen op de kroonlamp
-gericht, die onder de glazen lantaren voor het bureau hing. Hij genoot.
-
-Op de tribune wendde de mooie Clorinde, met den kijker voor de oogen,
-den blik geen oogenblik van den spreker af; de Charbonnels hadden
-vochtige oogen; mevrouw Correur nam een oplettende houding aan; de
-kolonel knikte goedkeurend en de mooie mevrouw Bouchard genoot mede op
-de knieën van mijnheer d'Escorailles. De president, de secretarissen,
-tot zelfs de boden, luisterden roerloos toe.
-
---De wieg van den kroonprins, hernam de spreker, is voortaan een
-zekerheid voor de toekomst; want doordat zij de dynastie bestendigt,
-die wij allen met gejuich begroet hebben, verzekert zij den voorspoed
-en de rust van het land, en daardoor ook die van het overige Europa.
-
-In een ander tijdsgewricht scheen een afstammeling van dit doorluchtig
-geslacht ook tot groote dingen geroepen, maar de tijden zijn geheel
-anders. De vrede is het resultaat van de wijze regeering, waarvan
-wij de vruchten plukken, evenals het genie van den oorlog dat episch
-gedicht dicteerde, dat het eerste keizerrijk vormt.
-
-Bij zijn geboorte begroet door de kanonschoten, die van Noord tot
-Zuid het succès van onze wapenen verkondigden, was de koning van Rome
-zelfs zoo gelukkig niet zijn vaderland te kunnen dienen: dat was een
-les van de Voorzienigheid.
-
---Wat gaat hij nu aan het oprakelen? mompelde de sceptische mijnheer La
-Rouquette. Heel onhandig, die passage. Hij zal zijn stuk nog bederven.
-
-En inderdaad, de afgevaardigden werden ongerust. Waartoe diende
-die historische herinnering, die hun ijver hinderen moest? Enkelen
-snoten zich den neus. Maar de spreker, die den slechten indruk van
-zijn laatsten volzin zeer goed bemerkte, glimlachte even. Hij verhief
-zijn stem en zette zijn tegenstelling voort, zeker als hij was van
-zijn effect.
-
---Maar op een van die plechtige dagen gekomen, waarop de geboorte van
-een enkele beschouwd moet worden als het heil van allen, schijnt het
-Kind van Frankrijk ons en den geslachten die na ons komen, het recht
-te geven om aan den ouderlijken haard te leven en te sterven. Dat is
-voortaan het onderpand van de goddelijke genade.
-
-Dat was een keurige zinswending. Alle afgevaardigden begrepen dat,
-en een tevreden gemompel ging door de zaal. Die verzekering van een
-eeuwigen vrede was werkelijk aangenaam. Gerustgesteld hernamen de
-heeren hun behagelijke houding van politieke mannen, die zich aan een
-stukje letterkunde vergastten. Ze hadden rusttijd. Europa behoorde
-hun meester toe.
-
---De keizer, gebieder van Europa geworden, ging de verslaggever met
-nieuwen gloed voort, zou dien grootmoedigen vrede teekenen, die door
-de vereeniging der voortbrengende krachten der natiën, evenzeer het
-verbond der volkeren als dat der vorsten is, toen het God behaagde
-de kroon op zijn geluk zoowel als op zijn roem te plaatsen.
-
-Is de gedachte niet gewettigd dat hij sedert dat oogenblik talrijke
-jaren van voorspoed voorziet, wanneer hij het oog gevestigd houdt
-op die wieg, waarin, zoo klein nog, de voortzetter van zijn groote
-staatkunde sluimert?
-
-Weer een aardig beeld. En dat mocht ook wel gezegd worden: enkele
-afgevaardigden beaamden het met een goedkeurend hoofdknikje. Maar
-het verslag begon wat langdradig te worden. Vele leden werden weer
-ernstig, verscheidene zelfs keken tersluiks naar de tribune, als
-praktische lui die het ietwat vervelend vonden zich zoo in hun ware
-politieke gedaante te vertoonen. Anderen zaten met een bekommerd
-gezicht aan hun zaken te denken, terwijl zij op het mahoniehout van
-hun lessenaars trommelden; en in hun geest kwam een vage herinnering
-op aan zittingen lang geleden, oude uitingen van verknochtheid,
-die met gejubel een jonggeboren heerscher begroetten. Mijnheer La
-Rouquette keerde zich telkens om, teneinde op de klok te zien; toen
-deze kwart voor drie aanwees, maakte hij een wanhopig gebaar; hij
-miste een afspraakje. Mijnheer Kahn en mijnheer Béjuin bleven met
-over elkander geslagen armen en knippende oogleden naast elkander
-zitten en staarden van de groote groen fluweelen paneelen naar het
-wit marmeren bas-relief, waarop de jas van den president een zwarte
-vlek vormde. En op de diplomatieke tribune had de mooie Clorinde haar
-kijker weer ter hand genomen en beschouwde nu aandachtig Rougon, die in
-zijn bank de prachtige houding van een ingedommelden stier vertoonde.
-
-De verslaggever haastte zich echter niet, hij las voor zijn eigen
-genot, met een gelijkmatige schouderbeweging.
-
---Laten wij dus een onwrikbaar vertrouwen hebben, en moge het
-Wetgevend lichaam, bij deze groote en gewichtige gebeurtenis, zich
-zijn oorspronkelijke gelijkheid met den keizer herinneren, waardoor
-het bijna een familierecht meer krijgt dan de andere staatslichamen
-om in de vreugde van den vorst te deelen.
-
-Evenals hij, zoon van den vrijen volkswil, wordt dus het Wetgevend
-lichaam op dit oogenblik de woordvoerder der gansche natie om aan
-het doorluchtige Kind de hulde te betuigen van een onveranderlijken
-eerbied, een beproefde toewijding, en van die onbegrensde liefde
-die het politiek geloof tot een eeredienst maakt, welks plichten
-men zegent.
-
-Nu er sprake was van hulde, eeredienst en plichten, moest de rede
-toch welhaast teneinde loopen. De Charbonnels waagden het elkander hun
-indrukken toe te fluisteren, terwijl mevrouw Correur zachtjes achter
-haar zakdoek kuchte. Mevrouw Bouchard ging weer stilletjes achter op de
-tribune van den Staatsraad naast mijnheer Jules d'Escorailles zitten.
-
-Inderdaad, de redenaar sloeg op eens een vertrouwelijken toon aan en
-zei snel:
-
---We stellen u voor, heeren, om het wetsontwerp zooals het door den
-Staatsraad is ingediend, onveranderd aan te nemen.
-
-En hij ging zitten, te midden van een groot rumoer.
-
---Zeer goed, zeer goed, riep de geheele zaal.
-
-Een bravogeroep weerklonk. Mijnheer de Combelot, wiens vriendelijke
-oplettendheid zich geen oogenblik verloochend had, riep zelfs een:
-Leve de keizer! dat in het gedruis verloren ging. En men bracht
-bijna een ovatie aan kolonel Jobelin, die alleen in de eerste rij
-banken van de tribune stond, en tegen de voorschriften in, in zijn
-magere handen klapte. De geheele verrukking, door de eerste volzinnen
-teweeg gebracht, kwam weer boven, met een nieuwe overstelping van
-gelukwenschen. 't Was het einde van de corvee. Met de collega's voor
-en achter zich wisselde men vriendelijke woorden, terwijl een drom van
-vrienden zich om den spreker verdrong om hem een krachtigen handdruk
-te geven.
-
-Te midden van al dat rumoer klonk plotseling:
-
---De beraadslaging! De beraadslaging!
-
-De president, die voor zijn bureau stond, scheen op dien uitroep
-gewacht te hebben. Hij schelde, en in de eerbiedige stilte die opeens
-ontstond, sprak hij:
-
---Mijne heeren, een groot aantal leden verlangt onmiddellijk tot de
-beraadslaging over te gaan.
-
---Ja, ja, riep de geheele Kamer eenstemmig.
-
-En er was geen beraadslaging. Men stemde onmiddellijk. De twee
-artikelen van het wetsontwerp, achtereenvolgens in stemming gebracht,
-werden met zitten of opstaan aangenomen. Nauwelijks had de president
-het geheele artikel voorgelezen, of de geheele vergadering stond als
-éen man op, als door een plotselingen geestdrift opgeheven. Daarop
-gingen de stembussen rond, de boden liepen tusschen de banken door
-en zamelden de stembriefjes in. Het krediet van vierhonderdduizend
-francs was met een eenparigheid van twee honderd negen en dertig
-stemmen toegestaan.
-
---Alweer een nuttig werk verricht, zei mijnheer Béjuin naïef, en
-begon daarop te lachen, meenende dat hij een geestigheid had gezegd.
-
---Het is over drieën, ik maak dat ik weg kom, mompelde La Rouquette,
-terwijl hij mijnheer Kahn voorbij ging.
-
-De zaal werd langzamerhand weer leeg. Zachtjes aan bereikten
-sommige afgevaardigden de deuren, anderen schenen in de muren te
-verdwijnen. Dien dag waren verder nog slechts wetten van plaatselijk
-belang aan de orde.
-
-Weldra bevonden zich nog slechts enkele leden over, die waarschijnlijk
-dien dag geen zaken meer voor zichzelf te beredderen hadden; zij
-zetten hun afgebroken sluimering voort, of hervatten hun gesprek; en
-de zitting eindigde, zooals zij begonnen was, te midden van een kalme
-onverschilligheid. Zelfs het stommelend gedruis verminderde allengs,
-alsof het Wetgevend lichaam geheel ingeslapen was, in een vergeten
-hoekje van Parijs.
-
---Zeg eens, Béjuin, vroeg mijnheer Kahn, zie bij het heengaan iets
-uit Delestang los te krijgen. Hij is met Rougon meegekomen, hij zal
-dus waarschijnlijk wat weten.
-
---Hé ja, je hebt gelijk. 't Is Delestang, mompelde mijnheer Béjuin,
-terwijl hij naar den staatsraad keek die links naast Rougon zat. Ik
-kan ze nooit herkennen met die drommelsche uniformen.
-
---Ik ga niet weg, voordat ik onzen grooten man gesproken heb, zei
-mijnheer Kahn. We moeten weten, waar we aan toe zijn.
-
-De president bracht een eindelooze reeks wetsvoorstellen in stemming;
-dit geschiedde door zitten of opstaan. De afgevaardigden stonden
-werktuigelijk op, gingen weer zitten zonder op te houden met praten, ja
-zelfs met slapen. Het werd zoo vervelend, dat de weinige nieuwsgierigen
-op de tribunes heengingen. Rougon's vrienden waren de eenigen die
-bleven. Zij hoopten nog dat hij zou spreken.
-
-Plotseling stond een afgevaardigde, met de onberispelijke bakkebaarden
-van een kleinsteedsch procureur, op. Dat maakte op eens een einde aan
-de eentonige werking van de stemmachine. Een levendige verbazing deed
-iedereen het hoofd omwenden.
-
---Mijne heeren, zei de afgevaardigde, voor zijn bank staande, ik
-vraag verlof om mij nader te verklaren omtrent de beweegredenen,
-die mij er noode toe gebracht hebben af te wijken van het gevoelen
-der meerderheid van de commissie.
-
-De stem klonk zoo scherp, zoo vreemd, dat de mooie Clorinde haar
-lachen achter haar hand moest verbergen. Maar onder de heeren in de
-zaal nam de verbazing nog toe. Wat beteekent dat, waarom sprak hij?
-
-Toen kwam men door vragen te weten dat de president de
-beraadslaging geopend had over een wetsvoorstel om het departement
-Pyrénées-Orientales te machtigen tot eene leening van twee honderd
-vijftig duizend francs, voor den bouw van een Paleis van Justitie
-te Perpignan. De spreker pleitte tegen het wetsvoorstel. Dat scheen
-belangwekkend. Men luisterde.
-
-De afgevaardigde met de onberispelijke bakkebaarden ging intusschen
-uiterst voorzichtig te werk. Hij sprak vaak met halve woorden, en
-die liet hij vergezeld gaan van allerlei beleefdheidsbetuigingen aan
-alle denkbare autoriteiten. Maar het departement zat op zware lasten,
-en hij hing een tafereel op van den finantiëelen toestand van de
-Pyrénées-Orientales. Daarbij kwam, dat hij de noodzakelijkheid van
-een nieuw Paleis van Justitie niet inzag. Zoo sprak hij bijna een
-kwartier lang. Toen hij ging zitten, was hij zeer aangedaan. Rougon,
-die zijn oogleden had opgeslagen, liet ze weer langzaam neervallen.
-
-Toen kwam de beurt aan den rapporteur, een bewegelijk oud mannetje,
-die kort en zakelijk sprak, als een man die zeker is van zijn
-zaak. Hij begon met een beleefd woord voor zijn geacht medelid,
-met wien hij het tot zijn leedwezen niet eens was. Het departement
-Pyrénées-Orientales was niet zoo met schulden bezwaard als men
-beweerde; en met andere cijfers hing hij weer een geheel ander tafereel
-op van den finantiëelen toestand van het departement. Bovendien kon
-de noodzakelijkheid van een nieuw Paleis van Justitie niet ontkend
-worden. Hij trad in bijzonderheden. Het oude gerechtsgebouw lag in een
-zoo volkrijke buurt, dat het leven op straat de rechters verhinderde
-naar de advokaten te luisteren. Daarenboven was het te klein: wanneer
-er bijvoorbeeld veel getuigen bij een gerechtszitting waren, moesten
-zij zich met een staanplaats op een trapportaal behelpen, waar zij
-bloot stonden aan gevaarlijken overlast. De rapporteur besloot met
-het onwederlegbaar argument, dat de zegelbewaarder zelf de aanbieding
-van het wetsvoorstel had uitgelokt.
-
-Rougon zat onbewegelijk, met de handen op de dijen en den nek tegen de
-mahoniehouten bank geleund. Sedert de discussie begonnen was, scheen
-hij nog logger, nog zwaarder. En toen de eerste spreker aanstalten
-maakte om te antwoorden, hief hij langzaam zijn groot lichaam op,
-zonder geheel op te staan en sprak hij op lijmerigen toon dezen
-enkelen volzin:
-
---Mijnheer de rapporteur heeft er vergeten bij te voegen dat de
-ministers van Binnenlandsche zaken en Financiën het wetsontwerp
-hebben goedgekeurd.
-
-Hij liet zich weer neervallen, nam weer zijn houding van ingedommelden
-stier aan. Een lichte huivering had de afgevaardigden doortrild. De
-spreker ging weer zitten, terwijl hij een buiging maakte. En de wet
-werd goedgekeurd. De enkele leden, die het debat nieuwsgierig gevolgd
-hadden, zetten weer een onverschillig gezicht.
-
-Rougon had gesproken. Van uit zijn tribune wisselde kolonel Jobelin
-blikken van verstandhouding met het echtpaar Charbonnel, terwijl
-mevrouw Correur zich gereed maakte de tribune te verlaten, zooals men
-een schouwburgloge verlaat voor het vallen van het gordijn, wanneer
-de held van het stuk zijn laatste tirade uitgegalmd heeft. Mijnheer
-d'Escorailles en mevrouw Bouchard waren al heen. Clorinde, die voor de
-fluweelen balustrade stond, zoodat haar prachtige taille in de geheele
-zaal zichtbaar was, hulde zich langzaam in een kanten sjaal, terwijl
-zij haar blikken rondom den halven cirkel liet gaan. De regen kletterde
-niet meer tegen het glazen dak, maar de hemel bleef nog bewolkt en
-donker. Onder den valen tint van het licht scheen het mahoniehout
-van de lessenaars zwart; een donkere schaduw steeg langs de opgaande
-banken, waarin alleen de kale kruinen van enkele afgevaardigden een
-witte vlek vormden; en op het marmer van den ondermuur, onder de vage
-bleekheid van de allegorische figuren, vertoonden zich de schaduwen van
-den president, de secretarissen en de boden, op één lijn geschaard,
-als chineesche schimmen. De vergadering werd weggewischt in die snel
-invallende schemering.
-
---Goede hemel, 't is hier om dood te gaan, zei Clorinde, terwijl ze
-haar moeder de tribune uitduwde.
-
-En zij deed de slaperige boden op het portaal opschrikken door de
-zonderlinge manier waarop zij haar sjaal om haar middel gerold had.
-
-Beneden in de vestibule ontmoetten de dames kolonel Jobelin en
-mevrouw Correur.
-
---We wachten op hem, zei de kolonel; misschien komt hij door dezen
-uitgang.... In elk geval heb ik Kahn en Béjuin een wenk gegeven,
-dat ze mij bericht zouden zenden.
-
-Mevrouw Correur was gravin Balbi genaderd en zonder nadere toelichting
-zei ze op spijtigen toon:
-
---Ach, wat zou dat een ongeluk zijn!
-
-De kolonel hief de oogen ten hemel.
-
---Mannen als Rougon zijn onmisbaar voor hun land, verklaarde hij na
-een korte stilte. De keizer zou een misslag begaan.
-
-En het werd weer stil. Clorinde wou een blik in de zaal "des Pas
-perdus" werpen, maar een bode sloot plotseling de deur. Toen voegde
-ze zich weer bij haar moeder, die daar zwijgend bij stond. Ze mompelde:
-
---Dat wachten is vervelend!
-
-Er kwamen soldaten aan. De kolonel verklaarde dat de zitting geëindigd
-was. En inderdaad, de Charbonnels verschenen boven aan de trap;
-met de hand aan de leuning kwamen zij voorzichtig naar beneden. Toen
-mijnheer Charbonnel den kolonel bemerkte, riep hij:
-
---Hij heeft niet veel gezegd, maar hij heeft ze netjes den mond
-gesnoerd!
-
---De gelegenheden ontbreken hem, fluisterde de kolonel den braven
-man in het oor, toen deze naast hem stond, anders zoudt u hem eens
-hooren! Maar hij moet in vuur geraken!
-
-Intusschen hadden de soldaten zich in dubbel gelid opgesteld, van de
-vergaderzaal tot aan de galerij van het presidentschap. Er verscheen
-een stoet, terwijl de tamboers den veldmarsch sloegen. Voorop liepen
-twee boden, in het zwart gekleed, den klaphoed onder den arm, de
-keten om den hals, den degen met stalen gevest op zijde. Daarop kwam
-de president, door twee officieren geëscorteerd. Achteraan kwamen
-de secretarissen van het bureau en de secretaris-generaal van het
-presidentschap. Toen de president voorbij de schoone Clorinde ging,
-lachte hij haar als man van de wereld toe, ondanks de statigheid van
-den optocht.
-
---Zoo, vind ik u hier, zei mijnheer Kahn, die in de grootste
-ontsteltenis kwam aanloopen.
-
-En ofschoon de zaal "des Pas perdus" destijds voor het publiek gesloten
-was, liet hij ze allen binnenkomen en voerde ze naar een der groote
-openslaande tuindeuren. Hij scheen woedend te zijn.
-
---Ik ben hem weer misgeloopen! hernam hij. Hij is de rue de Bourgogne
-ingegaan, terwijl ik in de zaal van generaal Foy op hem wachtte. Maar
-dat is niets, we zullen het toch wel te weten komen. Ik heb Béjuin
-op Delestang afgestuurd.
-
-En weer moesten zij ruim tien minuten wachten. De afgevaardigden
-kwamen met een nonchalant uiterlijk de zaal uit. Sommigen bleven
-staan om een sigaar aan te steken. Anderen bleven in groepjes bijeen,
-lachten en wisselden handdrukken. Intusschen was mevrouw Correur de
-groep van Laocoon gaan beschouwen. En terwijl de Charbonnels hun
-hals uitrekten om naar een meeuw te zien, die op de lijst van een
-fresco was geschilderd, alsof ze van het schilderij was afgevlogen,
-keek de mooie Clorinde naar de reusachtige armen en borst van de
-groote bronzen Minerva. In de vensternis voerden kolonel Jobelin en
-mijnheer Kahn op zachten toon een levendig gesprek.
-
---Ha, daar is Béjuin! riep laatstgenoemde uit.
-
-Allen kwamen in de grootste spanning naderbij. Mijnheer Béjuin haalde
-diep adem.
-
---Nu? vroeg men hem.
-
---Nu, het ontslag is aangenomen. Rougon trekt zich terug.
-
-Dat was een slag. Een diepe stilte volgde. Clorinde, die zenuwachtig
-een punt van haar sjaal tusschen haar vingers rolde, zag de mooie
-mevrouw Bouchard achter in den tuin langzaam aan den arm van mijnheer
-d'Escorailles wandelen, terwijl ze haar hoofd tegen zijn schouder aan
-vlijde. Voor de anderen heengegaan, hadden zij van een openstaande deur
-gebruik gemaakt; en in die lanen, die voor ernstige overpeinzingen
-bestemd waren, onder het kantwerk van de jonge bladeren, wandelden
-zij als verliefden rond. Clorinde wenkte ze:
-
---De groote man trekt zich terug, zei ze tot de jonge vrouw, die
-glimlachte.
-
-Mevrouw Bouchard liet plotseling, heel bleek en ernstig, den arm van
-haar geleider los, terwijl mijnheer Kahn, te midden van de ontstelde
-groep van Rougon's vrienden, bij wijze van protest zijn armen wanhopig
-omhoog hief, zonder een woord te kunnen uiten.
-
-
-
-Den volgenden morgen stond het ontslag van Rougon in den Moniteur;
-hij trok zich terug om "gezondheidsredenen". Na het ontbijt was
-hij op den Raad van State gekomen, daar hij dienzelfden avond alles
-opgeruimd aan zijn opvolger wou overdragen. En in het groote, rood en
-gouden kabinet voor den president bestemd, zat hij voor het kolossale
-palissanderhouten bureau, de laden te ledigen en de papieren te
-rangschikken, die hij in pakjes met rozeroode koordjes bond.
-
-Hij schelde. Een bode trad binnen, een man als een boom, die bij de
-cavalerie gediend had.
-
---Geef me eens een brandende kaars, vroeg Rougon.
-
-En toen de bode een der kandelaars van den schoorsteen op het bureau
-had gezet, wilde hij weer heengaan. Rougon riep hem terug.
-
---Merle, hoor eens!.... Laat niemand binnen komen. Hoor je, niemand!
-
---Ja, mijnheer de president, antwoordde de bode, die de deur zachtjes
-achter zich dicht deed.
-
-Rougon lachte even. Hij wendde zich naar Delestang, die aan het andere
-eind der kamer stond, voor een kartonnen doos, waarvan hij zorgvuldig
-den inhoud nazag.
-
---Die goede Merle heeft den Moniteur van morgen niet gelezen,
-mompelde hij.
-
-Delestang schudde het hoofd, niet wetende wat hij antwoorden moest. Hij
-had een prachtigen kop, bijna geheel kaal, maar het was een van die
-vroegtijdige kaalhoofdigheden, die aan de vrouwen behagen. Zijn kale
-schedel, die zijn voorhoofd onmatig groot deed schijnen, gaf hem een
-voorkomen van groote schranderheid. Zijn blozend, ietwat vierkant
-baardeloos gelaat herinnerde aan die mooie, denkende koppen die
-schilders gaarne aan groote staatslieden geven.
-
---Merle is zeer aan u gehecht, zei hij eindelijk.
-
-En hij wijdde weer al zijn aandacht aan den inhoud van de kartonnen
-doos.
-
-Rougon, die een handvol papieren ineengedraaid had, stak ze aan de
-kaars aan en wierp ze in een wijde bronzen vaas, die op een hoek van
-een schrijftafel stond. Hij keek toe, hoe zij verbrandden.
-
---Delestang, je moet de onderste doozen laten staan, hernam hij. Daar
-zijn dossiers in, die ik alleen kan uitzoeken.
-
-Beiden zetten daarop een groot kwartier hun bezigheden voort. Het
-was mooi weer, de zon kwam binnen door de drie groote vensters, die
-uitzicht gaven op de kade. Een van die vensters was halfgeopend en
-liet de frissche koelte van de Seine binnenstroomen, waardoor de zijden
-franje van de gordijnen op en neer bewoog. Verkreukte papieren die op
-het tapijt geworpen waren, werden met een zacht geritsel voortbewogen.
-
---Zie dit eens even, zei Delestang, terwijl hij Rougon een brief
-overreikte, dien hij daar juist gevonden had.
-
-Rougon las den brief en verbrandde hem kalmpjes in de kaarsvlam. Het
-was een brief van kieschen inhoud. En zij praatten, met afgebroken
-zinnen, met den neus in de papieren. Rougon bedankte Delestang dat
-hij hem was komen helpen. Die "goede vriend" was de eenige met wien
-hij de minder fijne zaakjes van zijn vijfjarig presidentschap kon
-beredderen. Hij had hem in de Wetgevende vergadering leeren kennen,
-waar zij naast elkander op dezelfde bank zaten. Daar had hij een ware
-genegenheid voor dien knappen man opgevat, dien hij kostelijk dwaas,
-leeghoofdig en hoogmoedig vond. Hij placht met een zekere overtuiging
-te zeggen "dat die drommelsche Delestang het ver zou brengen." En
-hij hielp hem vooruit, maakte hem uit dankbaarheid aan zich gehecht,
-gebruikte hem als een meubelstuk waarin hij alles opborg wat hij zelf
-niet bewaren kon.
-
---Wat een dwaasheid, al die papieren te bewaren! mompelde Rougon,
-terwijl hij een nieuwe, boordevolle lade openschoof.
-
---Dat is een dameshand, zei Delestang met een knipoogje. Rougon
-lachte hartelijk. Zijn breede borst schudde. Hij nam den brief en
-zoodra hij de eerste regels doorgezien had, riep hij:
-
---Dat heeft de kleine d'Escorailles hier zeker laten slingeren! Mooie
-prullen, zulke briefjes! Men brengt het ver, met zoo'n paar regels
-schrift van een vrouw.
-
-En terwijl hij den brief verbrandde, voegde hij er bij:
-
---Neem je in acht voor de vrouwen, Delestang!
-
-Delestang boog het hoofd. Hij had altijd den een of anderen hartstocht,
-die hem in een neteligen toestand bracht. In 1851 had hij bijna
-zijn politieke toekomst verspeeld; hij was toen smoorlijk verliefd
-op de vrouw van een socialistischen afgevaardigde, en om den man te
-behagen, stemde hij meestal met de oppositie tegen het Elysée. Den 2en
-December trof hem dan ook een zware slag. Hij sloot zich twee dagen
-achtereen op, ieder oogenblik vreezende dat men hem in hechtenis kwam
-nemen. Rougon had hem uit dien benarden toestand gered, nadat hij
-hem had doen beloven dat hij zich niet meer bij de verkiezingen zou
-vertoonen; hij nam hem nu mee naar het Elysée, waar hij een betrekking
-als staatsraad voor hem wist op te duiken. Delestang, de zoon van een
-wijnhandelaar uit Bercy, oud procureur, eigenaar van een modelhoeve
-bij Sainte-Menehould, bezat verscheidene millioenen en bewoonde een
-keurig hôtel in de rue du Colisée.
-
---Ja, neem je in acht voor de vrouwen, herhaalde Rougon, die bij ieder
-woord even stilhield, om een blik in de dossiers te werpen. Wanneer
-de vrouwen je geen kroon op het hoofd zetten, halen ze je een strop
-om den hals.... Op onzen leeftijd, zie je, moet je even goed op je
-hart passen als op je maag.
-
-Op dit oogenblik vernam men een groot rumoer in de voorkamer. Men
-hoorde de stem van Merle, die den toegang ontzegde. En plotseling
-trad een mannetje binnen, met de woorden:
-
---Ik moet hem toch de hand drukken, wat drommel, zoo'n goeden vriend!
-
---Kijk, daar is Du Poizat! riep Rougon zonder op te staan.
-
-En toen Merle zich met veel drukte verontschuldigde, beval hij hem
-de deur te sluiten. Toen ging hij bedaard voort:
-
---Ik dacht dat je in Bressuire zat.... Je laat dus je onder-prefectuur
-in den steek als een oud liefje?
-
-Du Poizat, een schraal mannetje, met zeer witte, ongelijk staande
-tanden, haalde even de schouders op.
-
---Ik ben sinds vanmorgen in Parijs, voor zaken, en ik was eerst van
-plan je vanavond in de rue Marbeuf te komen opzoeken. Ik had je ten
-eten willen vragen.... Maar toen ik den Moniteur gelezen had....
-
-Hij schoof een armstoel voor de schrijftafel en ging vlak voor
-Rougon zitten.
-
---Zeg, wat gaat hier toch om? Ik kom uit een achterhoek.... Ik
-heb daar ginds wel iets gemerkt, maar ik had toch heelemaal niet
-gedacht.... Waarom heb je me niet geschreven?
-
-Rougon haalde op zijn beurt de schouders op. Het was duidelijk dat
-Du Poizat daar ginds zijn ongenade vernomen had, en dat hij nu kwam
-om te zien of hij zich nog ergens aan kon vastklampen. Hij keek hem
-doordringend aan en zei:
-
---Ik zou je van avond geschreven hebben.... Neem je ontslag, mijn
-waarde.
-
---Dat is alles wat ik weten wou, ik zal mijn ontslag nemen, antwoordde
-Du Poizat eenvoudig.
-
-En hij stond neuriënd op. Terwijl hij de kamer rondwandelde,
-bemerkte hij Delestang, die midden tusschen de stapels doozen op den
-grond geknield zat. Hij trad op hem toe en gaf hem stilzwijgend de
-hand. Daarop haalde hij een sigaar te voorschijn en stak die aan de
-kaarsvlam aan.
-
---Nu je toch verhuist, mag ik wel rooken, zei hij, zich weer in zijn
-armstoel neervlijend. Vroolijk, zoo'n verhuizing!
-
-Rougon was geheel verdiept in de lezing van een bundel papieren. Hij
-sorteerde ze zorgvuldig, verbrandde er enkele, bewaarde de andere. Du
-Poizat lag achterover in zijn stoel en blies dunne rookstraaltjes
-door zijn mondhoeken, terwijl hij de bedrijvigheid van de beide
-mannen gadesloeg. Hij en Rougon hadden elkander een paar maanden
-voor de Februari-omwenteling leeren kennen. Ze woonden beiden bij
-mevrouw Mélanie Correur in het hôtel Vanneau, rue Vanneau. Du Poizat
-was daar als landgenoot; hij was evenals mevrouw Correur, geboortig
-uit Coulonges, een stadje in het arrondissement Niort. Zijn vader,
-een deurwaarder, had hem naar Parijs gezonden om in de rechten te
-studeeren, waar hij hem een maandgeld van vijftig francs toelegde,
-ofschoon hij flinke geldsommen verdiend had door geld met woekerwinst
-te leenen; het fortuin van den man was zoo onverklaarbaar, dat men hem
-beschuldigde een schat te hebben gevonden in een oude kast, waarop hij
-beslag had laten leggen. In de eerste tijden van de bonapartistische
-propaganda maakte Rougon gebruik van de diensten van dien mageren
-jongen, die zijn honderd francs met kwalijk verbeten woede verteerde,
-en zij bedisselden samen de meest kiesche zaken. Later toen Rougon
-in de Wetgevende vergadering wou komen, wist Du Poizat na een
-hevigen strijd zijn verkiezing in Deux-Sèvres door te drijven. En
-na den Staatsgreep werkte Rougon weer voor Du Poizat, door hem tot
-onder-prefect te Bressuire te doen benoemen. De jonge man, die even
-dertig jaar was, had willen zegevieren in zijn landstreek, op een
-paar uren afstand van zijn vader, wiens gierigheid hem zoo gekweld
-had sedert hij de school verlaten had.
-
---En hoe maakt papa Du Poizat het? vroeg Rougon, zonder de oogen op
-te heffen.
-
---Te goed, antwoordde de ander onomwonden. Hij heeft zijn laatste
-dienstbode weggejaagd, omdat zij drie pond brood opat. Nu heeft hij
-twee geladen geweren achter zijn deur en als ik hem wil bezoeken, ben
-ik genoodzaakt over den muur van de plaats met hem te onderhandelen.
-
-Al pratende had Du Poizat zich voorover gebogen en woelde met zijn
-vinger in de bronzen vaas, waarin halfverbrande stukjes papier lagen.
-
-Rougon, die dit spelletje opgemerkt had, hief snel het hoofd op. Hij
-was altijd eenigszins bang geweest voor zijn vroegeren helper, wiens
-onregelmatige witte tanden op die van een jongen wolf geleken. Toen zij
-nog samen werkten, had hij er altijd met de grootste zorgvuldigheid
-voor gewaakt, dat hij niet het geringste stukje papier in handen
-krijgen zou, dat hem compromitteeren kon. Toen hij nu zag dat Du
-Poizat de nog leesbare woorden trachtte te ontcijferen, wierp hij
-een handvol brandende papieren op de vaas. Du Poizat begreep zijn
-bedoeling. Maar hij glimlachte en sloeg een schertsenden toon aan.
-
---'t Is vandaag groote schoonmaak, zei hij.
-
-En een lange schaar opnemend, gebruikte hij die als een tang. Hij
-stak de brieven, die uitdoofden, weer in de vlam; hij liet de al
-te dicht ineengefrommelde papieren boven de vlam verbranden, en hij
-rakelde de glimmende overblijfselen op, alsof hij in den vlammenden
-alkohol van een punchbowl roerde. Vonken schitterden in de vaas,
-een blauwachtige rook steeg op en dreef langzaam naar het geopende
-venster. De kaars flikkerde bij wijlen op, en brandde dan weer met
-een hooge, rechte vlam.
-
---Uw kaars lijkt wel een wijkaars! zei Du Poizat met een
-grijnslach. Wat een begrafenis, arme vriend, wat een dooden moeten
-er onder de asch gelegd worden.
-
-Rougon wilde antwoorden, toen er opnieuw rumoer in de voorkamer gehoord
-werd. Merle wees weer iemand terug. En toen de stemmen luider klonken,
-zei hij:
-
---Delestang, wees zoo vriendelijk eens te kijken wat daar te doen
-is. Als ik me vertoon, worden we overrompeld.
-
-Delestang opende voorzichtig de deur, die hij achter zich dicht
-sloot. Maar hij stak onmiddellijk zijn hoofd weer in de kamer en
-mompelde:
-
---Kahn is er.
-
---Goed, laat hem binnenkomen, zei Rougon. Hij alleen, hoor je!
-
-En hij riep Merle om hem nog eens zijn orders in te scherpen.
-
---Neem me niet kwalijk, beste vriend, hernam hij, zich tot mijnheer
-Kahn wendend, toen de bode de kamer verlaten had. Maar ik heb het
-zoo druk.... Ga daar naast Du Poizat zitten en houd je heel rustig,
-anders wijs ik je allebei de deur.
-
-De afgevaardigde scheen zich niets aan te trekken van die lompe
-ontvangst. Hij was aan Rougon's manieren gewoon geraakt. Hij nam
-een armstoel, ging naast Du Poizat zitten, die een tweede sigaar
-opstak. Nadat hij even uitgeblazen had, zei hij:
-
---Het is al aardig warm.... Ik kom uit de rue Marbeuf, ik dacht je
-nog thuis te treffen.
-
-Rougon gaf geen antwoord. Hij frommelde papieren ineen en wierp ze
-in een mand, die hij naast zich gezet had.
-
---Ik wou je spreken, zei mijnheer Kahn.
-
---Spreek maar, zei Rougon. Ik luister.
-
-Maar de afgevaardigde scheen opeens de wanorde op te merken, die in
-de kamer heerschte.
-
---Wat voer je toch uit? vroeg hij, met een goed gespeelde
-verbazing. Verhuis je naar een andere kamer?
-
-Zijn toon klonk zoo echt, dat Delestang zich de moeite gaf mijnheer
-Kahn een Moniteur onder de oogen te houden.
-
---Ach God! riep deze uit, zoodra hij het blad ingezien had. Ik
-dacht dat de zaak gisterenavond geschikt was. Dat treft me als een
-donderslag.... Mijn beste vriend....
-
-Hij stond op en drukte Rougon de handen. Deze keek hem zwijgend aan,
-twee spottende rimpels groefden zich om zijn mondhoeken. En daar Du
-Poizat een onverschillige houding aannam, verdacht hij ze allebei,
-dat zij elkaar 's morgens al gezien hadden, te meer daar mijnheer
-Kahn vergeten had verbaasdheid te veinzen bij het zien van den
-onder-prefect. De een was zeker naar den staatsraad gegaan, terwijl
-de ander naar de rue Marbeuf was geloopen. Op die wijze moesten ze
-hem wel aantreffen.
-
---Dus wou je me spreken? hernam Rougon, rustig.
-
---Laten we daarover niet meer spreken, riep de afgevaardigde uit. Je
-hebt genoeg beslommeringen. Ik zal je toch waarachtig op zoo'n dag
-niet met mijn eigen misères lastig vallen.
-
---Neen, geneer je niet, kom er maar mee voor den dag.
-
---Nu dan, 't is voor die verwenschte concessie, je weet wel. Ik
-ben zelfs blij dat Du Poizat er is. Hij zal ons zekere inlichtingen
-kunnen geven.
-
-En breedvoerig legde hij uit hoe het met zijn zaak stond. Het betrof
-den aanleg van een spoorlijn van Niort naar Angers, waarvan hij
-het plan al drie jaar met zich omdroeg. De waarheid was, dat die
-lijn langs Bressuire liep, waar hij hoogovens bezat, wier waarde
-daardoor minstens tienmaal zoo groot zou worden; tot dusver kwijnde
-de onderneming, daar de middelen van vervoer ontbraken. Daarbij hoopte
-hij, wanneer er aandeelen uitgegeven zouden worden, allervoordeeligst
-in troebel water te kunnen visschen. Mijnheer Kahn ontwikkelde dan
-ook een buitengewonen ijver om de concessie te verkrijgen. Rougon
-steunde hem krachtig, en de concessie zou juist toegestaan worden,
-toen mijnheer de Marsy, minister van Binnenlandsche zaken, ontstemd
-dat hij buiten de zaak gehouden was, waarin hij begreep dat heel wat te
-schacheren viel, en verlangend Rougon onaangenaam te zijn, zijn hoogen
-invloed aangewend had om het plan te doen mislukken. Hij had zelfs,
-met de stoutmoedigheid die hem zoo geducht maakte, de concessie door
-den minister van Openbare werken aan den directeur van de Compagnie
-de l'Ouest doen aanbieden, en hij verspreidde het gerucht dat die
-maatschappij alleen in staat was een zijlijn van zooveel belang
-behoorlijk aan te leggen en te exploiteeren. Mijnheer Kahn zou een
-groot verlies lijden. Rougon's val zou zijn ondergang voltooien.
-
---Ik heb gisteren gehoord, zei hij, dat een ingenieur van de
-maatschappij de opdracht had gekregen om een nieuwe lijn te
-ontwerpen.... Heb jij iets daarvan gemerkt, Du Poizat?
-
---Zeker, antwoordde de onder-prefect. Het onderzoek is al
-begonnen.... Men tracht de bocht te vermijden die jij gemaakt hebt
-om langs Bressuire te gaan. De lijn zou regelrecht over Parthenay en
-Thouars loopen.
-
-De afgevaardigde maakte een moedeloos gebaar.
-
---Dat is plagerij, mompelde hij. Wat hindert het hun of zij voorbij
-mijn ovens loopen? Maar ik zal protesteeren, ik zal een memorie tegen
-hun lijn indienen.... Ik ga met je mee terug naar Bressuire.
-
---Neen, wacht maar niet op me, zei Du Poizat glimlachend. Het schijnt
-dat ik mijn ontslag moet indienen.
-
-Mijnheer Kahn liet zich in zijn armstoel neervallen, als trof hem een
-laatste ramp. Hij streek met beide handen over zijn ringbaard en keek
-Rougon smeekend aan. Deze had zijn dossiers in den steek gelaten. Met
-de ellebogen op zijn schrijftafel geleund, luisterde hij toe.
-
---Ge vraagt me om raad, niet waar? zei hij eindelijk op barschen
-toon. Nu, houdt je doodstil, laat de zaken zooals ze zijn, en wacht
-totdat wij weer de baas zijn.... Du Poizat dient zijn ontslag in, omdat
-hij het anders binnen veertien dagen krijgen zou. En jij, Kahn, jij
-schrijft aan den keizer, jij verhindert door alle mogelijke middelen
-dat de concessie aan de Compagnie de l'Ouest gegeven wordt. Jij krijgt
-ze natuurlijk ook niet, maar zoolang niemand ze heeft, heb je altijd
-kans dat je ze later krijgt.
-
-En daar beiden het hoofd schudden, hernam hij nog barscher:
-
---Dat is alles wat ik voor je kan doen. Ik ben gevallen, laat me
-den tijd om weer op te staan.... Zie ik er neerslachtig uit? Neen,
-niet waar? Welnu, doe me het genoegen en zet niet meer zoo'n
-doodbiddersgezicht.... Ik voor mij ben er niet rouwig om dat ik me in
-het privaat leven kan terugtrekken. Nu kan ik tenminste eens uitrusten!
-
-Hij haalde diep adem, kruiste de armen en wiegde zijn groot lichaam. En
-mijnheer Kahn sprak niet meer over zijn zaak. Hij nam een even
-ongedwongen houding aan als Du Poizat. Delestang had een andere doos
-onder handen genomen; hij maakte zoo weinig leven achter de fauteuils,
-dat men soms zou meenen een troepje muizen door de papieren te hooren
-ritselen. De zon, die langzaam over het roode vloerkleed voortschreed,
-wierp een blank licht op een hoek van de schrijftafel, waarin de
-kaars bleef branden, met een verbleekend schijnsel.
-
-Intusschen had zich een vertrouwelijk gesprek ontsponnen. Rougon,
-die weer pakjes bond, verzekerde dat de politiek niet van zijn gading
-was. Hij glimlachte goedig, terwijl zijn oogleden, als vermoeid, den
-gloed van zijn oogen bedekten. Hij zou gaarne uitgestrekte landerijen
-willen hebben, met akkers die hij naar goedvinden kon graven, met
-dierenkudden, paarden, runderen, schapen, honden, waarover hij een
-onbeperkte heerschappij kon voeren. En hij vertelde dat hij vroeger
-in Plassans, toen hij nog maar een kleinsteedsch advokaatje was,
-er het grootste genoegen in vond in een kiel op de jacht te gaan,
-dagen achtereen in de bergengten van la Seille, waar hij arenden
-schoot. Hij noemde zich een boer, zijn grootvader was landbouwer
-geweest. Toen deed hij het voorkomen alsof hij van dat leven in de
-groote wereld walgde. Het verveelde hem machtig te zijn. Hij ging den
-zomer op het land doorbrengen. Hij had zich nog nooit zoo luchthartig
-gevoeld als sinds dien morgen; en hij haalde zijn breede schouders met
-zoo'n krachtigen ruk omhoog, alsof hij een zwaren last had afgewenteld.
-
---Wat had je hier als voorzitter, tachtigduizend francs? vroeg
-mijnheer Kahn.
-
-Hij gaf een toestemmend knikje.
-
---En je houdt nog maar je dertig duizend francs als senaatslid over.
-
-Wat kon hem dat schelen! Hij had geen behoeften, geen ondeugden. Dat
-was waar. Hij verkwistte geen geld aan het spel, noch aan liefde,
-noch aan lekker eten en drinken. Zijn ideaal was meester te zijn
-in zijn eigen huis, dat was alles. En hij kwam van zelf weer terug
-op zijn denkbeeld van een hoeve, waarop alle dieren hem zouden
-gehoorzamen. Dat was zijn ideaal, met de zweep in de hand bevelen,
-de meerdere, knappere en sterkere zijn. Gaandeweg wond hij zich op,
-hij sprak over de dieren zooals hij over de menschen zou gesproken
-hebben; hij zei dat de groote menigte met den stok moest geregeerd
-worden, dat de herders hun kudden met steenworpen voortdrijven. Hij
-was geheel veranderd, zijn dikke lippen zwollen van verachting,
-zijn geheele gelaat drukte kracht uit. In zijn gesloten vuist zwaaide
-hij met een dossier, dat hij naar het hoofd van de heeren Kahn en Du
-Poizat scheen te willen slingeren, die zich geen van beiden op hun
-gemak voelden tegenover die plotselinge opwelling van drift.
-
---De keizer heeft heel verkeerd gehandeld, mompelde du Poizat.
-
-Toen kwam Rougon plotseling tot kalmte. Zijn gelaat werd weer grauw,
-zijn lichaam werd weer log en traag als dat van een zwaarlijvig
-man. Hij begon een lofrede op de keizer te houden: hij bezat een
-buitengewone scherpzinnigheid, een diep doordringend verstand. Du
-Poizat en mijnheer Kahn keken elkaar eens aan. Maar Rougon ging nog
-verder, hij sprak van zijn toewijding en zei met groote nederigheid
-dat hij er altijd trotsch op geweest was een eenvoudig werktuig in de
-handen van Napoleon te zijn. Hij maakte eindelijk Du Poizat ongeduldig,
-die wat kort aangebonden was. En een twist was er het gevolg van. Du
-Poizat sprak met bitterheid over alles wat Rougon en hij voor het
-keizerrijk gedaan hadden, van 1848 tot 1851, toen zij bij mevrouw
-Mélanie Correur honger leden. Hij vertelde van die vreeselijke dagen,
-in het eerste jaar vooral, toen zij van den morgen tot den avond door
-het slijk van Parijs waadden, om aanhangers te werven. Later hadden zij
-wel twintig maal hun leven gewaagd. Had Rougon zich niet op den morgen
-van den 2en December van het Palais Bourbon meester gemaakt, aan het
-hoofd van een linieregiment? Bij zoo'n spel waagde men zijn hoofd. En
-nu werd hij het offer van een hofintrige. Maar Rougon protesteerde,
-hij was geen slachtoffer; hij trok zich om persoonlijke redenen
-terug. En toen Du Poizat, vuur vattende, de lui van de Tuileriën
-"zwijnen" noemde, legde hij hem met een geweldigen vuistslag op het
-palissanderhouten bureau het zwijgen op.
-
---Dat is zottepraat! zei hij eenvoudig.
-
---Je gaat wel wat ver, mompelde mijnheer Kahn.
-
-Delestang was uit zijn gebukte houding achter de fauteuils
-opgerezen. Doodsbleek opende hij de deur om te zien of iemand
-luisterde. Maar hij bemerkte in de voorkamer slechts de hooge figuur
-van Merle, wiens naar de deur gekeerde rug een groot vertoon van
-bescheidenheid maakte. Rougon's opmerking had Du Poizat doen blozen;
-met een ontevreden gezicht kauwde hij op zijn sigaar.
-
---De keizer bevindt zich in een slechte omgeving, hernam Rougon na
-eenig stilzwijgen. Ik heb de vrijheid genomen hem dat te zeggen, en
-hij glimlachte. Hij verwaardigde zich zelfs me in scherts te zeggen,
-dat mijn omgeving al evenmin deugde als de zijne.
-
-Du Poizat en mijnheer Kahn lachten gedwongen. Ze vonden het een
-geestigen zet.
-
---Maar ik herhaal het nogmaals, verklaarde Rougon, ik trek me
-vrijwillig terug. Als men je uitvraagt, die ik toch mijn vrienden
-noemen mag, zegt dan maar gerust dat ik gisteren avond nog vrij
-was om mijn ontslagaanvraag in te trekken.... Spreek dan meteen
-de kletspraatjes tegen, die de ronde doen over die zaak Rodriguez,
-waarvan men naar het schijnt een heelen roman maakt. Het mag waar
-zijn dat ik over die zaak van meening verschilde met de meerderheid
-van den staatsraad, en er zijn zeker gevoeligheden gekrenkt, die mijn
-ontslag verhaast hebben, maar ik had toch ernstiger redenen, en ook
-van ouderen datum. Ik had al lang besloten de hooge positie, die ik
-aan de welwillendheid des keizers te danken had, vaarwel te zeggen.
-
-Die heele tirade liet hij vergezeld gaan van een gebaar met de
-rechterhand, waarvan hij druk gebruik maakte bij zijn redevoeringen
-in de Kamer. Die verklaringen waren klaarblijkelijk voor publiciteit
-bestemd. Mijnheer Kahn en Du Poizat, die hun Rougon kenden,
-trachtten op een handige manier achter de waarheid te komen. De
-groote man, zooals zij hem in vertrouwelijke gesprekken onder
-elkander noemden, speelde bepaald een geducht spel. Zij brachten
-het gesprek op de politiek in het algemeen. Rougon stak den draak
-met het parlementaire staatsbestuur, dat hij den "mesthoop van
-de middelmatigheden" noemde. De Kamer genoot volgens hem nog een
-bespottelijke vrijheid. Men sprak er te veel. Frankrijk moest bestuurd
-worden door een goed opgestelde machine, met den keizer aan het hoofd,
-de groote lichamen en de ambtenaren onderaan, als de raderen van de
-machine. Hij lachte, zoodat zijn borst schudde, terwijl hij zijn
-systeem overdreef, met een woedende minachting voor die domooren,
-die een krachtige regeering verlangen.
-
---Maar, viel mijnheer Kahn hem in de rede, de keizer bovenaan en alle
-anderen onderaan, dat is alleen aangenaam voor den keizer!
-
---Wien het niet bevalt, kan heengaan, zei Rougon kalm. En glimlachend
-hernam hij:
-
---Dan wacht hij tot het aangenaam is, en komt dan terug.
-
-Een langdurig stilzwijgen volgde. Mijnheer Kahn begon over zijn
-ringbaard te strijken, hij was voldaan, hij wist wat hij weten
-wou. Den avond te voren was zijn vermoeden dus juist geweest, toen
-hij in de Kamer beweerd had, dat Rougon, toen hij zijn krediet op de
-Tuileriën geschokt zag, uit eigen beweging was heengegaan voordat
-hij zijn ontslag kreeg; de zaak-Rodriguez bood hem een uitstekende
-gelegenheid om als een eerlijk man te vallen.
-
---En wat wordt er verteld? vroeg Rougon, om de stilte te verbreken.
-
---Ik ben hier pas, antwoordde Du Poizat. Maar daareven hoorde ik in
-een koffiehuis je gedrag zeer prijzen door een gedecoreerd heer.
-
---Gisteren was Béjuin er erg door van streek, verklaarde mijnheer Kahn
-op zijn beurt. Béjuin mag je graag lijden. Hij is een beetje stil,
-maar heel degelijk. Tot zelfs de kleine Rouquette hield zich heel
-netjes. Hij spreekt niets dan lof van je.
-
-En het gesprek liep van den een op den ander. Rougon deed zonder de
-minste verlegenheid allerlei vragen; hij liet zich een nauwkeurig
-verslag geven door de afgevaardigden, die hem de uitvoerigste
-inlichtingen verstrekten betreffende de houding van het Wetgevend
-Lichaam te zijnen opzichte.
-
---Van middag, viel Du Poizat hier in, spijtig dat hij geen enkele
-inlichting kon verschaffen, ga ik Parijs eens rond en morgen ochtend
-verras ik je bij je ontwaken met een heelen voorraad nieuws.
-
---A propos, riep mijnheer Kahn lachend, ik vergat je over Combelot
-te spreken.... Neen, nooit van mijn leven heb ik iemand zoo in
-verlegenheid gezien....
-
-Maar hij zweeg plotseling. Rougon wees hem met een wenk naar Delestang,
-die op een stoel stond om de bovenste plank van een boekenkast van
-een stapel kranten te ontlasten. Mijnheer de Combelot was met een
-zuster van Delestang getrouwd. Sedert Rougon's val hinderde dezen
-zijn familiebetrekking tot een kamerheer; hij wou zich dan ook flink
-toonen. Hij keerde zich om en vroeg glimlachend:
-
---Waarom ga je niet voort?.... Combelot is een dwaas.
-
-Zoo, nu is het hooge woord er uit!
-
-Die vernietigende uitspraak van een schoonbroeder vonden de heeren heel
-grappig. Delestang zag zich hierdoor aangemoedigd en dreef nu zelfs
-den spot met Combelot's baard, dien fameuzen zwarten baard, die zoo'n
-vermaardheid onder de dames had. Toen, zonder eenigen overgang, zei
-hij op ernstigen toon, terwijl hij een pak kranten op den grond wierp:
-
---Des eenen dood is des anderen brood.
-
-Deze waarheid bracht den naam van mijnheer de Marsy weer op het
-tapijt. Rougon zat schijnbaar met alle aandacht den inhoud van een
-portefeuille te doorzoeken, terwijl hij zijn vrienden hun gemoed liet
-lucht geven. Zij spraken over Marsy met de heftigheid van staatslieden,
-die een tegenstander te lijf gaan. Het regende scheldwoorden,
-afschuwelijke beschuldigingen, waarheden met leugens dooreengemengd. Du
-Poizat, die Marsy vroeger gekend had, voor het keizerrijk, verzekerde
-dat hij destijds onderhouden werd door zijn maîtresse, een barones,
-wier juweelen hij in drie maanden had opgemaakt. Mijnheer Kahn
-beweerde dat er geen enkel vuil zaakje in Parijs was, of hij had er
-de hand in. En zij warmden elkander op en vertelden hoe langer hoe
-krasser dingen: in een mijnonderneming had Marsy een voordeeltje van
-vijftien honderdduizend francs bedongen; de vorige maand had hij de
-kleine Florence van de Italiaansche opera een hôtel cadeau gedaan,
-dat hem het bagatelletje van zeshonderd duizend francs gekost had,
-zijn deel in een onrechtmatige winst, uit de spoorwegaandeelen van
-Marokko, geheven; nog geen week geleden eindelijk, was de groote
-zaak van de Egyptische kanalen, door zijn trawanten op touw gezet,
-met een groot schandaal te niet gegaan, de aandeelhouders waren er
-achter gekomen dat er nog geen spa in den grond was gestoken, in de
-twee jaren dat zij bezig waren hun aandeelen vol te storten. Toen
-vielen zij zijn persoon aan, ze trachtten zijn deftig uiterlijk
-van elegant gelukzoeker te verkleinen, zij spraken van vroegere
-ziekten, die hem later leelijk zouden opbreken, zij bespotten zelfs
-de schilderijenverzameling, die hij bezig was aan te leggen.
-
---'t Is een bandiet in de huid van een vaudevillist, zei Du Poizat
-eindelijk.
-
-Rougon hief langzaam het hoofd op. Hij keek de beide mannen met zijn
-groote oogen aan.
-
---Daar kom je geen stap verder mee, zei hij. Marsy doet zijn zaken, wat
-drommel, even goed als jelui.... We zijn geen al te beste vrienden. En
-als ik hem den een of anderen dag den ruggegraat kon breken, zou ik
-het met pleizier doen. Maar al wat je me daar vertelt, belet niet dat
-Marsy een slimme vos is. Als hij het in zijn hoofd kreeg, zou hij in
-staat zijn je in éen hap te verslinden, dat beloof ik je.
-
-En hij stond op, moe van het zitten, zijn ledematen uitrekkende. Toen
-voegde hij er geeuwend bij:
-
---Te meer, vrienden, omdat ik me er niet meer tusschen kan stellen.
-
---O, als je wilde, mompelde Du Poizat met een flauwen glimlach, zou je
-Marsy een leelijke kool kunnen stoven. Je hebt hier eenige papieren,
-die hij duur zou willen betalen.... Daar heb je het dossier Cardenois,
-dat avontuur waarin hij zoo'n zonderlinge rol gespeeld heeft. Ik
-herken daar een brief van hem, dien ik je zelf indertijd gebracht heb.
-
-Rougon had intusschen de papieren, die de mand langzamerhand
-geheel vulden, in den haard geworpen. De bronzen vaas was niet meer
-toereikend.
-
---Men slaat elkaar dood, men geeft elkaar geen speldeprikken, zei hij,
-minachtend de schouders ophalend. Iedereen heeft van die dwaze brieven
-bij een ander slingeren.
-
-En hij nam den brief, hield hem in de kaarsvlam en gebruikte hem als
-fidibus om den hoop papieren in den haard in brand te steken. Hij
-bleef een oogenblik neergehurkt, met zijn kolossale lichaam, om op de
-brandende snippers te letten, die tot op het vloerkleed vielen. Enkele
-dikke, administratieve papieren werden zwart en kronkelden als
-bladen lood in elkander; briefjes, reepjes papier met een slordig
-schrift bedekt, brandden met blauwe vuurtongetjes op; terwijl in den
-gloeienden aschhoop, te midden van een gekrioel van vonken, enkele
-verteerde stukken nog leesbaar bleven.
-
-Op dit oogenblik ging de deur wijd open. Een stem zei lachend:
-
---Goed, goed, ik zal je verontschuldigen, Merle.... Ik ben hier
-thuis. Als je me beletten wilde hier door te gaan, zou ik de
-vergaderzaal omloopen!
-
-Het was mijnheer d'Escorailles, dien Rougon een halfjaar geleden
-tot auditeur bij den staatsraad had doen benoemen. Hij had de mooie
-mevrouw Bouchard aan den arm, die er in haar licht voorjaarscostuum
-heel frisch uitzag.
-
---Nu nog mooier, vrouwen er bij! mompelde Rougon.
-
-Hij bleef nog een oogenblik voor den schoorsteen zitten, met de
-schop in de hand, waarmee hij het vuur uitdoofde, uit vrees voor
-brand. En met een gemelijke uitdrukking op zijn breed gelaat keek hij
-op. Mijnheer d'Escorailles liet zich niet van zijn stuk brengen. Hij
-en de jonge vrouw hadden een gelegenheidsgezicht getrokken, zoodra
-zij op den drempel verschenen waren.
-
---Waarde meester, zei hij, ik breng u een van uw vriendinnen die er
-bepaald op stond u haar deelneming te komen betuigen. We hebben van
-morgen den Moniteur gelezen.
-
---Zoo, hebt ge den Moniteur gelezen, bromde Rougon, die eindelijk
-overeind kwam.
-
-Daar bemerkte hij iemand, dien hij nog niet gezien had. Met een
-knipoogje mompelde hij:
-
---Aha, mijnheer Bouchard.
-
-'t Was inderdaad de echtgenoot. Hij was achter zijn vrouw
-binnengekomen, stil en waardig. Mijnheer Bouchard was zestig jaar;
-zijn haar was spierwit, zijn oog dof en zijn gelaat als afgeleefd door
-zijn vijf en twintig jarigen dienst in de administratie. Hij sprak
-geen woord, doch schudde Rougon's hand driemaal krachtig op en neer.
-
---Komaan, zei laatstgenoemde, dat is eerst recht vriendelijk, dat ge
-me allen komt opzoeken, maar ge hebt een verduiveld ongelegen tijd
-gekozen.... Enfin, gaat daar maar zitten.... Du Poizat, geef mevrouw
-je fauteuil.
-
-Toen hij zich omkeerde, stond hij tegenover kolonel Jobelin.
-
---U ook al, kolonel! riep hij.
-
-De deur was opengebleven, Merle had den kolonel niet kunnen
-tegenhouden, die vlak achter de Bouchards de trap was opgekomen. Hij
-hield zijn zoon bij de hand, een lang opgeschoten vijftienjarigen
-knaap, die in het derde leerjaar van het lycée Louis-le-Grand was.
-
---Ik wou Auguste eens bij u brengen, zei hij. In het ongeluk leert
-men zijn ware vrienden kennen.... Auguste, geef mijnheer een hand.
-
-Maar Rougon liep naar de voorkamer en riep:
-
---Sluit de deur dan toch, Merle! Hoe heb ik het met je? Heel Parijs
-komt nog binnen.
-
-De bode vertoonde zijn kalm gezicht en zei:
-
---Dat komt omdat zij u gezien hebben, mijnheer de president.
-
-En hij moest uitwijken om de Charbonnels te laten voorbijgaan. Zij
-kwamen naast elkaar, zonder elkander een arm te geven, hijgend,
-bedroefd en verschrikt binnen. Ze riepen beiden tegelijk:
-
---We hebben den Moniteur gelezen.... Wat een droevige tijding! Wat
-zal het uw arme moeder spijten. En ons, in wat een treurige positie
-brengt het ons!
-
-Die twee, naïever dan de anderen, kwamen dadelijk met hun eigen
-aangelegenheden. Rougon legde hun het zwijgen op. Hij schoof een
-grendel voor de deur en mompelde, dat men ze nu maar moest open zien
-te breken. Daarop ziende dat niet een van zijn vrienden besloten
-scheen het veld te ruimen, schikte hij zich in zijn lot en trachtte
-zijn taak af te maken te midden van de negen personen die de kamer
-vulden. Het overhoop halen van al die papieren had de kamer tot
-een toonbeeld van wanorde gemaakt. Op het kleed lagen de dossiers
-naar alle kanten verspreid, zoodat de kolonel en mijnheer Bouchard,
-om een vensternis te bereiken, de uiterste voorzichtigheid in acht
-moesten nemen om niet onderweg de een of andere belangrijke zaak te
-beschadigen. Alle stoelen waren met toegebonden pakjes opgestapeld,
-mevrouw Bouchard alleen had op een ledigen stoel plaats genomen;
-zij glimlachte om de voorkomendheden van Du Poizat en mijnheer Kahn,
-terwijl mijnheer d'Escorailles, geen voetbankje kunnende vinden, haar
-een dik blauw pak vol brieven onder de voeten schoof. De laden van de
-schrijftafel, die in een hoek lagen, gaven de Charbonnels een welkome
-gelegenheid om er even op uit te rusten; terwijl de jonge Auguste, die
-dien verhuisrommel wel aardig vond, overal rondsnuffelde en eindelijk
-verdween achter stapels doozen, waartusschen Delestang zich had weten
-te verschansen. Laatstgenoemde wierp de kranten van de boekenkast op
-den grond, zoodat het stof omhoog dwarrelde. Mevrouw Bouchard kuchte.
-
---U moest liever niet in zoo'n vuilen boel blijven, zei Rougon, die
-zich onledig hield met het nazien van de doozen, die hij Delestang
-verzocht had niet aan te roeren.
-
-Maar de jonge vrouw, die kleurde omdat zij gekucht had, verzekerde hem
-dat zij daar uitstekend zat en dat haar hoed tegen het stof kon. En
-het heele gezelschap begon nu zijn rouwbeklag. De keizer bekreunde
-zich inderdaad weinig om de belangen van het land, dat hij zich om den
-tuin liet leiden door personen, die zijn vertrouwen zoo weinig waard
-waren. Frankrijk leed een groot verlies. Dat was trouwens de gewone
-gang van zaken: een groote geest kreeg altijd alle middelmatigheden
-tegen zich.
-
---De regeeringen zijn ondankbaar, verklaarde mijnheer Kahn.
-
---Zooveel te erger voor hen! zei de kolonel. In hun dienaren treffen
-zij zichzelf.
-
-Maar mijnheer Kahn wou het laatste woord hebben. Hij keerde zich
-naar Rougon.
-
---Wanneer een man als gij valt, is het een publieke ramp.
-
-Het gezelschap stemde in:
-
---Ja, ja, een publieke ramp!
-
-Onder de onbeschaamdheid van die loftuitingen hief Rougon het hoofd
-op. Zijn grauwe wangen kregen eenigen gloed, zijn geheele gelaat
-teekende een geheime voldoening. Hij was behaagziek met zijn kracht,
-zooals een vrouw dat met haar bevalligheid is, en hij ontving de
-vleierijen gaarne in de volle borst, die stevig genoeg was om zich
-niet door een enkelen slag te laten verpletteren. Intusschen was het
-duidelijk dat de vrienden zich voor elkander geneerden; zij hielden
-elkander in het oog, trachtten elkaar den voet te lichten en wilden
-niet openlijk voor hun belangen uitkomen. Maar nu de groote man
-getemd scheen, drong toch de tijd om een goed woordje van hem los te
-krijgen. De kolonel was de eerste die het ijs brak. Hij nam Rougon
-afzonderlijk, die hem met een doos onder den arm, gewillig naar een
-vensternis volgde.
-
---Hebt u aan mij gedacht? vroeg hij hem zachtjes, met een vriendelijk
-lachje.
-
---Zeker. Uw benoeming tot kommandeur is me nog pas voor een dag of
-vier toegezegd. Maar u begrijpt, dat ik, zooals de zaken nu staan,
-niets zekers beloven kan.... Ik vrees dat mijn vrienden den terugslag
-van mijn ongenade zullen ondervinden.
-
-De lippen van den kolonel trilden van aandoening. Hij stotterde dat
-er gestreden moest worden, dat hij zelf zou strijden. Toen keerde
-hij zich plotseling om en riep:
-
---Auguste!
-
-De jongen zat onder den lessenaar gedoken en vermeide zich met het
-lezen van de titels der dossiers, waarbij hij tevens gelegenheid
-vond glinsterende blikken op de laarsjes van mevrouw Bouchard te
-werpen. Hij kwam dadelijk toeloopen.
-
---Hier is mijn jongen! hernam de kolonel halfluid. U weet dat ik dien
-deugniet eerstdaags een plaatsje moet bezorgen. Ik reken daarbij op
-u. Ik weifel nog tusschen de magistratuur en de administratie.... Geef
-mijnheer een hand, Auguste, opdat je goede vriend zich je herinnert.
-
-In dien tusschentijd was mevrouw Bouchard, die van ongeduld in haar
-handschoenen beet, opgestaan en had zich naar het linksche venster
-begeven, mijnheer d'Escorailles toewenkende haar te volgen. Haar man
-stond daar al, met de ellebogen op de steunroede geleund, naar buiten
-te kijken. De bladeren der groote kastanjeboomen van de Tuileriën
-trilden in de warme zon, terwijl de Seine, van de pont Royal tot aan de
-pont de la Concorde haar blauwe wateren, met glinsterende loovertjes
-bezaaid, voortstuwde. Mevrouw Bouchard keerde zich eensklaps om
-en riep:
-
---O, mijnheer Rougon, kom toch eens zien!
-
-En toen Rougon haastig den kolonel verliet om te gehoorzamen, trok
-Du Poizat, die de jonge vrouw gevolgd was, zich bescheiden terug en
-voegde zich bij mijnheer Kahn, aan het middelste venster.
-
---Kijk, dat schip daar, met steenen geladen, was gezonken, vertelde
-mevrouw Bouchard.
-
-Rougon bleef daar welwillend in de zon staan kijken, totdat mijnheer
-d'Escorailles, op een nieuwen wenk van de jonge vrouw, hem zei:
-
---Mijnheer Bouchard wil zijn ontslag indienen. Wij hebben hem hier
-gebracht, dat u hem tot rede zou brengen.
-
-Toen verklaarde mijnheer Bouchard dat al dat onrecht hem tegen de
-borst stuitte.
-
---Ja, mijnheer Rougon, ik ben begonnen aan de afdeeling expeditie
-van Binnenlandsche zaken, en ik ben opgeklommen tot chef de bureau,
-zonder gunsten of kruiperijen.... Sedert '47 ben ik nu al chef de
-bureau. Nu is de betrekking van afdelingschef in dien tijd al vijf
-maal opengekomen, vier maal onder de republiek en eenmaal onder het
-keizerrijk, zonder dat de minister aan mij gedacht heeft, die toch
-de oudste brieven heb.... En nu u er niet meer is om de belofte te
-houden die u mij gedaan hebt, neem ik liever mijn ontslag.
-
-Rougon moest hem tot kalmte brengen. De betrekking was nog niet
-vergeven, en mocht ze hem ditmaal ontgaan, dan kwam er nog wel eens een
-andere gelegenheid. Daarop vatte hij de handen van mevrouw Bouchard,
-en voegde haar op vaderlijken toon eenige vleiende woorden toe. Toen
-hij in Parijs kwam, was de woning van den chef de bureau de eerste
-geweest, die voor hem openstond. Daar had hij den kolonel ontmoet, een
-neef van den "chef de bureau". Later, toen mijnheer Bouchard op vier
-en vijftigjarigen leeftijd van zijn vader erfde, en op eens verlangend
-werd te trouwen, was Rougon getuige voor mevrouw Bouchard, geboren
-Adèle Desvignes, een welopgevoede jongedame, van een achtenswaardige
-familie uit Rambouillet. De chef de bureau had graag een meisje van
-buiten, omdat hij bijzonder aan fatsoenlijkheid hechtte. Adèle, blond,
-klein en allerliefst, met haar naïeve, wel wat fletse blauwe oogen,
-was al in het vierde jaar van haar huwelijk aan haar derden minnaar.
-
---Maak u maar niet ongerust, zei Rougon, die haar polsen nog altijd
-in zijn grove handen drukte. U weet wel dat u maar te spreken hebt
-en het wordt voor u gedaan. Jules zal u eerstdaags zeggen hoe we met
-de zaak staan.
-
-En hij nam mijnheer d'Escorailles terzijde om hem te vertellen
-dat hij 's morgens aan diens vader geschreven had om hem gerust te
-stellen. De jonge auditeur moest stilletjes zijn betrekking blijven
-waarnemen. De familie d'Escorailles was een van de oudste families
-van Plassans, waar zij de algemeene achting genoot. Rougon, die
-vroeger met afgesleten schoenen voor het hôtel van den markies op
-en neer gedrenteld had, voelde zijn trots gestreeld, dat hij nu de
-beschermer van den jongen man was geworden. De familie koesterde
-een diepe vereering voor Henri V, doch belette den jongen man niet
-zich aan de zijde des keizers te scharen. Dat was een gevolg van
-die schandelijke tijden. Aan het middelste venster, dat zij geopend
-hadden om zich beter te kunnen afzonderen, stonden mijnheer Kahn en
-Du Poizat te praten, den blik gericht op de daken der Tuileriën, die
-in een gouden lichtstof wegblauwden. Ze polsten elkander, lieten nu en
-dan een woord los. Rougon was te opbruisend. Hij had niet boos moeten
-worden over die zaak van Rodriguez, die had gemakkelijk geschikt
-kunnen worden. Daarop mompelde mijnheer Kahn, met starende oogen,
-alsof hij in zichzelf sprak:
-
---Men weet wel dat men valt, maar men weet niet of men wel op zal
-staan.
-
-Du Poizat deed alsof hij niets gehoord had. En een heele poos daarna
-zei hij:
-
---O, hij is verbazend handig.
-
-Toen keerde de afgevaardigde zich. plotseling om, en zei haastig,
-terwijl hij hem vlak in het gelaat keek:
-
---Onder ons gezegd, ik maak me bang over hem. Hij speelt met
-vuur.... Zeker, we zijn zijn vrienden en er is geen sprake van hem
-in den steek te laten. Maar ik wensch alleen te constateeren, dat
-hij bij dat alles niet aan ons gedacht heeft.... Ik, bijvoorbeeld,
-zit op het oogenblik in zaken, waarbij ontzaglijk veel op het spel
-staat, en die heeft hij door zijn onbesuisdheid leelijk in gevaar
-gebracht. Hij zou het me niet kwalijk kunnen nemen, niet waar, als ik
-nu eens aan een ander kantoor ging aankloppen; want ik ben de eenige
-niet, zie je, die er onder lijdt, het volk lijdt er ook onder.
-
---Je moet aan een ander kantoor aankloppen, herhaalde Du Poizat
-glimlachend.
-
-Maar de ander riep op eens woedend uit:
-
---Dat is immers onmogelijk!.... Die drommelsche kerel jaagt iedereen
-tegen je in 't harnas. Als men tot zijn kliek behoort, heeft men een
-plakkaat op zijn rug.
-
-Hij kwam tot bedaren, zuchtte en keek naar den Triomfboog, waarvan
-de grauwe steenklomp boven de groene vlakte der Champs-Elysées
-uitstak. Hij hernam zachtmoedig:
-
---Wat zal ik je zeggen? Ik ben erg aanhankelijk van aard.
-
-De kolonel stond al een oogenblik achter de heeren. Du Poizat en
-mijnheer Kahn gingen op zijde om plaats te maken voor den kolonel,
-die voortging:
-
---Rougon neemt heden een schuld tegenover ons op zich. Rougon behoort
-zichzelf niet meer.
-
-Dit woord had een uitbundig succès. Neen, zeker, Rougon behoorde
-zichzelf niet meer toe. En dat moest hem duidelijk gezegd worden,
-opdat hij zijn verplichtingen zou kennen. Alle drie spraken zij op
-zachten toon, en wierpen van tijd tot tijd een blik in de ruime kamer,
-om zich te overtuigen dat een van de vrienden den grooten man niet
-te lang in beslag nam.
-
-De groote man was nu bezig de dossiers bij elkander te verzamelen,
-terwijl hij middelerwijl voortging met mevrouw Bouchard te
-praten. Intusschen was het echtpaar Charbonnel, dat tot dusver stil en
-verlegen in een hoekje had gezeten, druk aan het overleggen gegaan. Tot
-tweemaal toe hadden zij getracht zich van Rougon meester te maken, die
-zich door den kolonel en de jonge vrouw had laten meetroonen. Mijnheer
-Charbonnel duwde eindelijk mevrouw Charbonnel naar hem toe.
-
---Van morgen, stamelde zij, hebben we een brief van uw moeder
-ontvangen....
-
-Hij liet haar niet uitspreken. Hij voerde zelf de Charbonnels naar
-de rechtsche vensternis, en liet nog eens, zonder zijn ongeduld te
-veel te laten merken, zijn dossiers in den steek.
-
---We hebben een brief van uw moeder ontvangen, herhaalde mevrouw
-Charbonnel.
-
-En zij wou den brief gaan voorlezen, toen hij hem afnam om hem
-vluchtig door te loopen. De Charbonnels, gewezen oliekooplui uit
-Plassans, waren de beschermelingen van mevrouw Félicité, zooals
-Rougon's moeder in het stadje genoemd werd. Zij had ze naar hem
-verwezen bij gelegenheid van een verzoekschrift dat zij aan den Raad
-van State richtten. Een hunner achterneven, een zekere heer Chevassu,
-procureur te Faverolles, hoofdplaats van een naburig departement, had
-bij zijn dood een fortuin van vijfhonderd duizend francs aan de zusters
-van de H. Familie nagelaten. De Charbonnels, die nooit op de erfenis
-gerekend hadden, en nu plotseling door den dood van een broeder van
-den overledene erfgenamen werden, riepen toen dat men de erfenis door
-listige kunstgrepen bemachtigd had; en daar de kloostergemeente aan den
-Staatsraad machtiging verzocht om het legaat te aanvaarden, verlieten
-zij hun oude woning in Plassans, en haastten zich hun intrek te nemen
-in het hôtel du Périgord, rue Jacob, te Parijs, om hun zaak van nabij
-te volgen. En de zaak werd nu al zes maanden lang slepend gehouden.
-
---Wij zitten er erg mee in, zuchtte mevrouw Charbonnel, terwijl
-Rougon den brief las. Ik heb nooit van het proces willen weten. Maar
-mijnheer Charbonnel zei telkens, dat u maar een woord behoefde te
-spreken om ons de vijfhonderd duizend francs te bezorgen. Niet waar,
-mijnheer Charbonnel?
-
-De gewezen oliekoopman schudde wanhopig het hoofd.
-
---Het was een mooi bedrag, ging de vrouw voort, 't was tenminste de
-moeite wel waard om ons bestaan er voor te verwoesten.... Ach, ja,
-ons bestaan is verwoest! Wilt u wel gelooven, mijnheer Rougon, dat de
-meid van het hôtel gisteren nog geweigerd heeft ons schoone handdoeken
-te geven! Ik, die in Plassans vijf kasten vol linnengoed heb!
-
-En zij ging voort zich bitter over dat afschuwelijke Parijs te
-beklagen. Ze waren er voor een dag of acht gekomen, en daar zij
-iedere week hoopten te kunnen vertrekken, hadden zij niets over
-laten sturen. En nu er geen einde aan scheen te komen, bleven zij
-halsstarrig hun kamer in het hôtel bewonen, aten er wat de meid hun
-geliefde voor te zetten, en behielpen zich zonder linnengoed, bijna
-zonder kleeren. Zij hadden zelfs geen borstel en mevrouw Charbonnel
-moest zich kappen met een gebroken kam. Soms gingen zij huilend van
-vermoeidheid en woede op hun koffertje zitten.
-
---En er komen zulke vreemde gasten! mompelde mijnheer Charbonnel met
-groote beschaamde oogen. Naast ons logeert een jongmensch, daar hoort
-men soms dingen....
-
-Rougon vouwde den brief weer dicht.
-
---Mijn moeder, zei hij, geeft u den uitmuntenden raad geduld te
-oefenen. Ik weet er ook niets anders op.... Uw zaak schijnt goed te
-zijn, maar nu ben ik afgetreden en ik durf u niets meer beloven.
-
---We verlaten morgen Parijs! riep mevrouw Charbonnel, in een
-moedelooze bui.
-
-Maar nauwelijks had ze dien uitroep geslaakt, of ze werd
-doodsbleek. Mijnheer Charbonnel moest haar ondersteunen. En zoo
-bleven zij elkander een poosje sprakeloos aanstaren, met trillende
-lippen, gereed om in tranen uit te barsten. Ze voelden op eens een
-ontsteltenis, alsof de vijfhonderd duizend francs plotseling voor
-hun oogen verdwenen.
-
-Rougon ging vriendelijk voort:
-
---U hebt met een sterke tegenpartij te doen. Monseigneur Rochart,
-bisschop van Faverolles, is persoonlijk naar Parijs gekomen om
-de aanvraag van de zusters der H. Familie te steunen. Zonder
-zijn tusschenkomst zoudt ge al lang uw zaak gewonnen hebben. De
-geestelijkheid is ongelukkig heel machtig tegenwoordig.... Maar ik laat
-hier vrienden achter, ik hoop toch nog voor u te kunnen werken zonder
-me op den voorgrond te stellen. U hebt nu al zoo lang gewacht, dat....
-
---We zullen blijven, we zullen blijven, haastte mevrouw Charbonnel
-zich te zeggen. Ach, mijnheer Rougon, dat is een erfenis die ons duur
-genoeg te staan is gekomen!
-
-Rougon keerde gauw naar zijn papieren terug. Hij wierp een blik
-van voldoening om zich heen, blij dat hij niemand meer zag die hem
-naar een vensternis kon voeren; het heele gezelschap was voldaan. In
-enkele minuten maakte hij grooten voortgang met zijn werk. Hij had een
-eigenaardige, lompe vroolijkheid; hij wreekte zich op zijn bezoekers
-voor den overlast dien zij hem aandeden. Een kwartier lang was hij
-onuitstaanbaar voor zijn vrienden, wier verhalen hij met zooveel
-goedwilligheid had aangehoord. Hij toonde zich zelfs zoo hardvochtig
-tegenover de mooie mevrouw Bouchard, dat haar oogen vol tranen stonden,
-zonder dat zij ophield te glimlachen. De vrienden lachten, gewoon
-als zij waren aan die uitvallen. Nooit stonden hun zaken beter dan
-wanneer Rougon de kracht van zijn vuisten op hun nek beproefde.
-
-Op dit oogenblik werd er bescheiden op de deur geklopt.
-
---Neen, neen, doe niet open, riep hij Delestang toe. Nemen ze nu
-heelemaal een loopje met me? Mijn hoofd loopt me om.
-
-En toen men wat harder begon te kloppen:
-
---O, als ik hier bleef, mompelde hij binnensmonds, dan gooide ik dien
-Merle de deur uit!
-
-Het kloppen hield op. Maar plotseling ging een deur in een hoek van
-de kamer open, en verleende toegang aan een wijden blauwzijden japon,
-die achteruit binnenkwam. En die lichte japon, met strikken versierd,
-bleef een oogenblik half in de kamer, zonder dat er iets anders
-zichtbaar werd. Een hooge vrouwestem sprak druk buiten de deur.
-
---Mijnheer Rougon! riep de dame, eindelijk haar gelaat vertoonend.
-
-Het was mevrouw Correur, met een hoed met rozen gegarneerd. Rougon,
-die met gesloten vuisten, woedend aankwam, boog op eens den rug en
-drukte de nieuwe bezoekster buigend de hand.
-
---Ik vroeg aan Merle of hij het hier naar zijn zin had, zei mevrouw
-Correur, terwijl ze met een teederen blik naar de flinke gestalte
-van den bode keek, die glimlachend voor haar stond. En is u over hem
-tevreden, mijnheer Rougon?
-
---Ja zeker, antwoordde Rougon heel lief.
-
-Merle behield zijn schijnheilig lachje en keek intusschen naar den
-gevulden hals van mevrouw Correur. Zij zette de borst vooruit en
-streek de krulletjes op haar slapen terecht.
-
---Dat mag ik hooren, mijn jongen, hernam ze. Wanneer ik iemand
-aanbeveel, heb ik graag dat iedereen tevreden is.... En als je soms
-een goeden raad noodig hebt, kom dan maar bij me, 's morgens tusschen
-achten en negenen, weet je. Nu, pas maar goed op.
-
-En zij trad de kamer binnen en zei tot Rougon:
-
---Niets beter dan de oud-militairen.
-
-Daarop liet zij hem niet meer los; ze liet hem de heele kamer doorgaan,
-en bracht hem zoetjes aan voor het venster, aan de andere zijde. Ze
-beknorde hem dat hij niet opengedaan had. Als Merle er dus niet in
-toegestemd had haar door de kleine deur binnen te laten, zou ze er
-buiten hebben moeten blijven? God wist toch hoe noodzakelijk zij
-hem spreken moest. Hij kon toch niet zoo heengaan, zonder haar te
-vertellen, hoe het met haar verzoekschriften stond. Ze haalde uit haar
-zak een keurig notitieboekje voor den dag, met rose moire overtrokken.
-
---Ik heb den Moniteur eerst na mijn ontbijt ingezien, zei ze. Ik heb
-dadelijk een rijtuig genomen.... Wel, hoe staat het met de zaak van
-mevrouw Leturc, de kapiteinsweduwe, die een tabaksdepôt vraagt? Ik heb
-haar tegen de volgende week een bepaald antwoord beloofd.... En de zaak
-van dat meisje, u weet wel, Herminie Billecoq, die oud-leerlinge van
-Saint-Denis, met wie haar verleider, een officier, toestemt te huwen,
-als de een of andere goede ziel de voorgeschreven huwelijksgift wil
-voorschieten? We hadden aan de keizerin gedacht.... En al die dames,
-mevrouw Chardon, mevrouw Testanière, mevrouw Jalaguier, die al zooveel
-maanden wachten?
-
-Rougon gaf heel kalm overal antwoord op, wist een verklaring voor
-de vertragingen te vinden, trad in de kleinste bijzonderheden. Toch
-gaf hij mevrouw Correur te verstaan dat zij nu veel minder op hem
-kon rekenen.
-
-Toen werd ze wanhopig. Ze was zoo gelukkig iemand een dienst te
-kunnen bewijzen! Wat moest ze beginnen, met al die dames? En ze kwam
-van lieverlede op haar persoonlijke aangelegenheden, die Rougon
-heel goed kende. Ze vertelde voor de zooveelste maal, dat zij een
-Martineau was, van de Martineau's uit Coulonges, een welgestelde
-familie uit de Vendée, waarin zeven notarissen elkander van vader op
-zoon waren opgevolgd. Hoe zij aan den naam Correur kwam, bleek uit
-haar verhalen nooit duidelijk. Op vier en twintig-jarigen leeftijd
-was ze met een slagersknecht ontvlucht, nadat ze een heelen zomer
-samenkomsten met hem in een schuur had gehad. Haar vader had een
-halfjaar onder dat schandaal gebukt gegaan, waarover de heele streek
-den mond vol had. Sinds dien tijd woonde ze in Parijs, als dood voor
-haar familie. Tienmaal had ze aan haar broer geschreven, die nu aan
-het hoofd van het notariskantoor stond, zonder antwoord van hem te
-krijgen; en ze gaf de schuld van dat zwijgen aan haar schoonzuster
-"een vrouw die zich met pastoors ophield en haar onnoozelen Martineau
-alles wijsmaakte," zei ze. Een van haar liefste droomen was daarginds
-terug te keeren, evenals Du Poizat, om zich daar als een welgestelde,
-achtbare vrouw te vertoonen.
-
---Acht dagen geleden heb ik nog geschreven, mompelde zij, ik wed dat
-zij mijn brieven in het vuur gooit.... Maar als Martineau komt te
-sterven, moet ze haar deur toch wijd voor me openzetten. Zij hebben
-geen kind, dus ik zou voor mijn belangen opkomen.... Martineau
-is vijftien jaar ouder dan ik, en hij heeft last van jicht, heb
-ik gehoord.
-
-Toen plotseling van toon veranderend hernam zij:
-
---Maar laten wij daar niet aan denken.... We moeten nu voor jou werken,
-nietwaar Eugène? En we zullen werken, dat zal je zien. Je moet wel
-alles zijn, als wij iets willen wezen. Weet je nog, in '51?
-
-Rougon glimlachte. En terwijl zij hem moederlijk de handen drukte,
-boog hij zich naar haar over en fluisterde haar in het oor:
-
---Als je Gilquin spreekt, zeg hem dan dat hij verstandig moet
-zijn. Verbeeld je, verleden week toen men hem naar het commissariaat
-heeft moeten brengen, heeft hij het in zijn hoofd gekregen om mijn
-naam te noemen, opdat ik hem zou terughalen!
-
-Mevrouw Correur beloofde dat zij met Gilquin zou spreken. Gilquin was
-een van haar vroegere huurders, ten tijde dat Rougon ook bij haar
-inwoonde; een jongmensch dat soms heel bruikbaar was, maar meestal
-een zeer los leven leidde.
-
---Mijn rijtuig wacht, ik ga heen, zei zij hardop en ging glimlachend
-naar het midden van het vertrek.
-
-Toch bleef ze nog een poosje, blijkbaar verlangend dat het gezelschap
-tegelijk met haar zou heengaan. Om dit doel te bevorderen bood
-zij zelfs een plaatsje in haar rijtuig aan. De kolonel nam het
-aanbod aan en men kwam overeen dat Auguste naast den koetsier zou
-zitten. Toen volgde er een algemeen handengedruk. Rougon was aan de
-geopende deur gaan staan. Bij het heengaan had ieder nog een laatste
-troostwoord. Mijnheer Kahn, Du Poizat en de kolonel rekten den hals uit
-en fluisterden hem iets in het oor, opdat hij hen niet zou vergeten. De
-Charbonnels waren al op de eerste trede van de trap en mevrouw
-Correur stond te praten met Merle, in de voorkamer, terwijl mevrouw
-Bouchard, een paar stappen verder opgewacht door haar man en mijnheer
-d'Escorailles, nog heel lief en bevallig voor Rougon stond en hem
-vroeg hoe laat zij hem eens heel alleen in de rue Marbeuf kon spreken,
-omdat zij zoo verlegen was als er zooveel bezoekers waren. Maar de
-kolonel, die haar dat hoorde vragen, kwam weer haastig binnenloopen;
-de anderen volgden hem, het heele gezelschap was weer bijeen.
-
---We komen u allemaal opzoeken, riep de kolonel.
-
---Ge moet u niet gaan begraven, zeiden verscheidene stemmen.
-
-Mijnheer Kahn verzocht stilte met een gebaar. Toen sprak hij dat
-mooie woord:
-
---Ge behoort u zelf niet meer toe, ge behoort uw vrienden en Frankrijk
-toe.
-
-Eindelijk vertrokken zij. Rougon kon de deur weer sluiten. Hij slaakte
-een diepen zucht van verlichting. Delestang, dien hij vergeten had,
-kwam toen van achter den stapel doozen te voorschijn, achter welke
-verschansing hij als een nauwgezet vriend de rangschikking van de
-dokumenten volbracht had. Hij was bedrijvig bezig, terwijl de anderen
-praatten. Hij nam dan ook met een waar genot de dankbetuigingen
-van den grooten man in ontvangst. Hij alleen was hem werkelijk van
-dienst geweest; hij had een ordelijke manier van werken, die hem ver
-zou brengen; en Rougon uitte nog meer vleiende gezegden, zonder dat
-men weten kon of hij in ernst of in kortswijl sprak. Toen, overal
-rondkijkende, riep hij uit:
-
---Ik geloof dat alles gedaan is, hè?.... Nu moet Merle die pakken
-daar nog bij me thuisbezorgen.
-
-Hij riep den bode en wees hem op de papieren, die hem persoonlijk
-aangingen. Op alle bevelen antwoordde de bode:
-
---Jawel, mijnheer de president.
-
---Ezel, riep Rougon geprikkeld uit, noem me toch geen president,
-dat ben ik immers niet meer.
-
-Merle boog, deed een stap naar de deur en bleef daar weifelend
-staan. Hij kwam terug met de boodschap:
-
---Er is beneden een dame te paard die naar mijnheer vraagt.... Ze
-zei lachend dat ze wel met haar paard boven zou komen, als de trap
-maar breed genoeg was.... 't Is enkel om mijnheer de hand te drukken.
-
-Rougon balde reeds de vuisten, hij dacht aan een grap. Maar Delestang
-die door een portaalvenster had gekeken, kwam opgewonden terug.
-
---Juffrouw Clorinde! mompelde hij.
-
-Toen liet Rougon antwoorden, dat hij beneden zou komen. En terwijl
-Delestang en hij hun hoeden kregen, keek hij hem met gefronste
-wenkbrauwen aan, met een achterdochtigen blik naar zijn opgewonden
-gezicht.
-
---Neem je in acht voor de vrouwen! herhaalde hij.
-
-En op den drempel keek hij nog eens voor het laatst naar zijn
-kamer. Door de drie vensters, die open waren gebleven, kwam het volle
-daglicht naar binnen en wierp een schel schijnsel op de leege kartonnen
-doozen, de verspreide laden, de samengebonden en opgestapelde pakken
-op het vloerkleed. De kamer scheen heel groot, heel triestig. In den
-haard lieten de verbrande papieren slechts een hoopje zwarte asch
-achter. Terwijl hij de deur sloot, doofde de kaars, die vergeten
-op een hoekje van de schrijftafel stond, uit en deed de kristallen
-bobèche bersten, in de stilte van de ledige kamer.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-
-'s Middags tegen vier uur ging Rougon soms een oogenblik bij de gravin
-Balbi doorbrengen. Hij ging daar te voet heen, als op een buurvisite.
-
-De gravin bewoonde een klein hôtel, in de onmiddellijke nabijheid
-van de rue Marbeuf, op de avenue des Champs-Elysées. Trouwens zij
-was zelden thuis, en wanneer zij dit toevallig was, lag zij te bed en
-liet zich verontschuldigen. Dit verhinderde niet dat de trap van het
-kleine hôtel weergalmde van het geraas van luidruchtige bezoekers en de
-deuren van de salons met geweld werden dicht geslagen. Haar dochter
-Clorinde ontving in een galerij, een soort van schildersatelier,
-waarvan de groote ramen uitzicht gaven op de avenue.
-
-Bijna drie maanden lang had Rougon, met zijn ongemanierdheid van een
-ingetogen man, de voorkomendheid der dames, die zich op een bal bij den
-minister van Buitenlandsche zaken aan hem hadden laten voorstellen,
-slecht beantwoord. Hij ontmoette ze overal, beiden met denzelfden
-uitlokkenden glimlach, de moeder altijd zwijgend, de dochter luid
-sprekend, hem vrijmoedig in de oogen ziende. En hij hield zich flink,
-hij vermeed ze, sloeg de oogen neer om ze niet te zien, weigerde de
-uitnoodigingen die zij hem deden toekomen. Maar toen hij tot in zijn
-huis achtervolgd werd, waar Clorinde opzettelijk te paard langs kwam
-rijden, won hij inlichtingen in, voordat hij zich bij haar aan huis
-waagde. Aan de Italiaansche legatie sprak men hem heel gunstig over
-de dames, graaf Balbi had werkelijk bestaan, de gravin onderhield
-nog betrekkingen met aanzienlijke kringen in Turijn, de dochter
-had verleden jaar nog op het punt gestaan met een Duitsch vorstje
-te trouwen. Maar bij de hertogin Sanquirino, bij wie hij zich later
-vervoegde, klonken de inlichtingen heel anders. Daar verzekerde men
-hem dat Clorinde twee jaren na den dood van den graaf geboren was; er
-deed trouwens een zeer ingewikkeld verhaal over de Balbi's de ronde:
-man en vrouw hadden een menigte avonturen gehad, van weerszijden
-een losbandig leven geleid, er was een echtscheiding in Frankrijk
-uitgesproken, een toenadering in Italië tot stand gekomen, zoodat
-zij in een soort van concubinaat leefden. Een jonge attaché, die
-zeer goed op de hoogte was van alles wat er aan het hof van koning
-Victor-Emanuel voorviel, sprak nog duidelijker; volgens hem had de
-gravin, indien zij in Italië nog altijd invloed bezat, dit te danken
-aan een oude liefdesbetrekking met een zeer hoog geplaatst persoon;
-en hij gaf daarbij te verstaan dat zij in Turijn zou gebleven zijn,
-wanneer er niet een groot schandaal had plaats gegrepen, waarover hij
-zich niet nader kon uitlaten. Rougon, die langzamerhand belang in dat
-onderzoek begon te stellen, ging zelfs naar de prefectuur van politie,
-waar men hem niets met juistheid kon zeggen; de dossiers van de twee
-vreemdelingen vermeldden alleen dat de dames op grooten voet leefden,
-zonder dat men wist of zij een werkelijk fortuin bezaten. Zij zeiden
-dat zij eigendommen in Piémont bezaten. Dit was zeker, soms kwam er
-op eens een gaping in haar weelderig leven, dan waren zij eensklaps
-verdwenen om weldra weer met nieuwen praal te verschijnen. Kortom, men
-wist niets, of men wilde niets weten. Zij verkeerden in de deftigste
-kringen, haar huis werd beschouwd als een onzijdig terrein, waar men
-Clorinde's excentrieke gewoonten op rekening van haar vreemdelingschap
-schreef. Rougon besloot de dames te gaan bezoeken.
-
-Bij het derde bezoek, was de nieuwsgierigheid van den grooten man
-nog toegenomen. Het duurde lang eer hij zich zijne indrukken bewust
-werd. Wat hem eerst in Clorinde aantrok, was dat geheimzinnige
-onbekende, een geheel verleden, een idée fixe van een toekomst,
-die hij in haar mooie, groote oogen meende te lezen. Men had hem
-wel afschuwelijke bijzonderheden verteld, een eerste zwakheid voor
-een koetsier, en later een koop met een bankier gesloten, die de
-voorgewende maagdelijkheid van de jonge dame met het huis in de
-Champs-Elysées betaald zou hebben. Maar op sommige tijden scheen
-zij hem zoo kinderlijk toe, dat hij twijfelde en zich voornam om
-haar te ondervragen; en hij keerde terug om de oplossing van dat
-levende raadsel te vinden, dat zijn gedachten ten slotte evenzeer
-bezig hield als een netelig vraagstuk van de hoogere politiek. Tot
-dusverre had hij de vrouwen met een zekere minachting gemeden, en
-de eerste die zich aan zijn aandacht opdrong, was ongetwijfeld het
-meest ingewikkelde samenstel dat men zich voorstellen kon.
-
-Daags nadat Clorinde hem op haar huurpaard als een bewijs van haar
-deelneming een handdruk was komen brengen aan de deur van het
-raadsgebouw, bracht Rougon haar een tegenbezoek, waarop zij dan
-ook ernstig had aangedrongen. Ze moest hem iets laten zien, zei ze,
-dat hem uit zijn droefgeestige stemming zou brengen. Hij noemde haar
-lachend "zijn ondeugd"; hij vertoefde gaarne bij haar, daar zij hem
-amuseerde, maar overigens kende hij haar nog even weinig als den
-eersten dag. Terwijl hij den hoek van de rue Marbeuf omsloeg, wierp
-hij een blik in de rue Marbeuf, op het huis van Delestang, dien hij al
-meer dan eens achter de halfgeopende zonneblinden van zijn werkkamer
-had meenen zien staan, om de vensters van Clorinde, aan de overzijde
-der avenue, te bespieden; maar de blinden waren gesloten. Delestang
-was zeker in den vroegen morgen naar zijn modelhoeve vertrokken.
-
-De deur van het hôtel Balbi stond altijd wijd open. Onder aan de trap
-ontmoette hij een donker uitziend vrouwtje, met een slordig kapsel,
-en een japon waarvan de flarden haar nasleepten; ze beet in een
-sinaasappel alsof het een appel was.
-
---Antonia, is uw meesteres thuis? vroeg hij haar.
-
-Zij antwoordde niet, maar lachte met vollen mond, het hoofd heftig
-heen en weer bewegend. Haar lippen waren nat van het sap van den
-sinaasappel, zij kneep haar oogjes half toe, zoodat zij twee druppels
-inkt op haar bruine huid geleken.
-
-Rougon ging de trap op, gewoon als hij reeds was aan de onwelvoegelijke
-manieren van het dienstpersoneel. Midden op de trap ontmoette hij een
-langen knecht, die er met zijn langen zwarten baard als een bandiet
-uitzag. De vlegel keek hem onbeschaamd aan, zonder de trapleuning
-voor hem vrij te laten. Op het portaal van de eerste verdieping stond
-hij voor drie geopende deuren. De linkerdeur was die van Clorinde's
-kamer. Hij keek nieuwsgierig naar binnen. Ofschoon het vier uur was,
-was de kamer nog niet gedaan; een tochtscherm voor het bed verborg
-niet geheel de afhangende dekens; over het scherm hingen rokken,
-met slijkranden van den vorigen dag, te drogen. Voor het raam stond
-de waschkom vol zeepwater op den grond, terwijl de grijze huiskat,
-in een hoop kleeren ineengerold, lag te slapen.
-
-Clorinde hield haar verblijf gewoonlijk op de tweede verdieping, in
-de galerij waarvan zij achtereenvolgens een atelier, een rookkamer,
-een broeikas en een salon had gemaakt. Naarmate Rougon hooger kwam,
-hoorde hij duidelijker het geluid van stemmen, een schel gelach, en
-stoelen die omvergeworpen werden. En toen hij voor de deur stond,
-onderscheidde hij een ontstemde piano, die het rumoer begeleidde,
-terwijl er een stem bij zong. Hij klopte tweemaal, zonder antwoord
-te krijgen. Toen besloot hij maar binnen te gaan.
-
---Ha, bravo, bravo, daar is hij! riep Clorinde, in de handen klappend.
-
-Ofschoon hij gewoonlijk niet zoo spoedig van zijn stuk te brengen was,
-bleef hij nu toch een oogenblik verlegen op den drempel staan. Voor de
-oude piano, waarop hij als een razende sloeg, om er minder schrille
-tonen uit te halen, zat ridder Rusconi, de Italiaansche gezant, een
-knappe donkere man, die op zijn tijd ook een deftige diplomaat kon
-zijn. Midden in de kamer walste de afgevaardigde La Rouquette met
-een stoel, waarvan hij de leuning teeder in zijn armen drukte; hij
-danste met zoo'n toomeloozen ijver, dat de omgeworpen stoelen op den
-grond verspreid lagen. En in het schelle licht van een der vensters,
-tegenover een jongen man die op een wit doek een houtskoolteekening van
-haar maakte, poseerde Clorinde boven op een tafel, als Diana, de godin
-der jacht, met bloote dijen, bloote armen, bloote borst, heel kalm in
-al haar naaktheid. Op een sofa zaten drie ernstige heeren te rooken;
-met de beenen over elkander gekruist, zaten zij haar aan te kijken,
-zonder een woord te spreken.
-
---Wacht, verroer je niet! riep ridder Rusconi Clorinde toe, die van
-de tafel wou springen. Ik zal de heeren wel aan elkaar voorstellen.
-
-En door Rougon gevolgd, zei hij schertsend, terwijl hij langs mijnheer
-La Rouquette ging, die hijgend op een fauteuil was neergevallen:
-
---Mijnheer La Rouquette, dien u wel zult kennen. Een toekomstig
-minister.
-
-Vervolgens op den schilder wijzende, zei hij:
-
---Mijnheer Luigi Pozzo, mijn secretaris. Diplomaat, schilder, musicus
-en verliefde.
-
-Hij vergat de drie heeren op de sofa. Maar toen hij zich omkeerde,
-bemerkte hij zijn verzuim; hij liet zijn spottenden toon varen,
-maakte een buiging naar hen toe en mompelde op ceremoniëelen toon:
-
---Mijnheer Brambilla, mijnheer Staderino, mijnheer Viscardi, alle
-drie politieke uitgewekenen.
-
-De drie Venetianen groetten, zonder hun sigaren uit den mond te
-nemen. Ridder Rusconi keerde naar de piano terug, toen Clorinde hem
-terugriep en hem heftig verweet dat hij een slecht ceremoniemeester
-was. En op haar beurt stelde zij Rougon voor, met een bijzonderen,
-vleienden klank in haar stem:
-
---Mijnheer Eugène Rougon.
-
-Men groette elkander nogmaals. Rougon, die een oogenblik voor de een
-of andere compromitteerende aardigheid gevreesd had, stond verbaasd
-over de plotselinge tact en waardigheid van dat halfnaakte meisje
-in haar gazen kostuum. Hij ging zitten en vroeg naar gravin Balbi,
-zooals hij iederen keer deed; bij ieder bezoek deed hij zelfs alsof
-hij voor de moeder kwam, dat vond hij betamelijker.
-
---Het zou mij een groot genoegen geweest zijn haar mijn complimenten
-te kunnen maken, voegde hij er bij.
-
---Wel, ma is daar! zei Clorinde, met haar vergulden boog naar een
-hoek van de kamer wijzend.
-
-Daar lag de gravin inderdaad in een grooten leuningstoel, half
-verscholen achter eenige meubelen. Dat gaf een algemeene verbazing. De
-drie uitgewekenen wisten zeker ook niet, dat zij zich daar bevond;
-ze stonden op en bogen. Rougon ging haar de hand drukken. Hij stond,
-terwijl zij, in haar stoel liggend, zijn vragen met ja en neen
-beantwoordde, met dien onveranderlijken glimlach op haar gelaat,
-die haar zelfs in haar ongesteldheid niet scheen te verlaten. Daarop
-verviel zij weer in haar stilzwijgen, en keek afgetrokken naar de
-rijtuigen, die onophoudelijk langs de avenue reden. Ze was daar zeker
-gaan zitten om de voorbijgangers te zien. Rougon verliet haar.
-
-Intusschen was de ridder Rusconi weer voor de piano gaan zitten. Hij
-sloeg zachtjes enkele akkoorden aan en neuriede daarbij een Italiaansch
-liedje. Mijnheer La Rouquette wuifde zich met zijn zakdoek wat koelte
-toe. Clorinde had heel ernstig haar vroegeren stand hernomen. En in de
-stilte die plotseling ontstaan was, liep Rougon langzaam heen en weer
-en keek naar de muren. De galerij was opgepropt met een verbazende
-hoeveelheid voorwerpen; allerlei meubelen, een secretaire, een bahut,
-verscheidene tafels, naar het midden geschoven, vormden een doolhof
-van nauwe paden; in een hoek stonden een aantal kasplanten dicht
-opeengedrongen te verkwijnen, de groene, door roest verteerde bladeren
-hingen slap neer; in een anderen hoek lag een groote hoop kleiaarde,
-waarin men nog de afgebrokkelde armen en beenen van een beeld herkende,
-dat Clorinde had begonnen te boetseeren, toen zij op een goeden dag
-opeens den lust in zich voelde om een artiste te zijn. Ofschoon zeer
-ruim, had de galerij slechts een beperkt plekje vrij voor een der
-vensters, een soort van ledig vierkant, dat met behulp van twee sofa's
-en drie ongelijksoortige fauteuils in een salonnetje was herschapen.
-
---U kunt rooken, zei Clorinde tot Rougon.
-
-Hij bedankte; hij rookte nooit. Zonder zich om te keeren, riep
-zij toen:
-
---Mijnheer Rusconi, rol eens een cigarette voor me. De tabak ligt op
-de piano.
-
-En terwijl ridder Rusconi de cigarette rolde, ontstond er een nieuwe
-stilte. Rougon, spijtig dat hij al die menschen daar ontmoette,
-wilde zijn hoed nemen. Toch kwam hij nog even bij Clorinde staan om
-haar glimlachend te vragen:
-
---Hebt u me niet verzocht even aan te komen om me iets te laten zien?
-
-Zij antwoordde eerst niet, geheel verdiept in haar pose. Hij moest
-zijn vraag herhalen:
-
---Wat is dat dan, dat u me wou toonen?
-
---Mijzelf, zei ze.
-
-Zij zei dat op een trotschen toon, zonder een gebaar, in haar
-godinnenhouding op de tafel staande. Rougon, op zijn beurt heel
-ernstig, trad een stap terug en keek haar opmerkzaam aan. Ze was
-werkelijk prachtig, met haar zuiver profiel, haar slanken hals, die
-met een zachte ronding op haar schouders rustte. Haar buste vooral was
-heerlijk schoon. Haar ronde armen en beenen glansden als marmer. Haar
-linkerheup stak vooruit, zoodat haar bovenlijf ietwat gebogen was;
-ze hield de rechterhand omhoog, van den oksel tot den hiel liep een
-krachtige, buigzame lijn, ingebogen bij de taille, zich welvend bij
-de dij. Met de andere hand steunde zij op haar boog, met het rustige,
-krachtbewuste uiterlijk van de jachtgodin der oudheid, onbekommerd
-om haar naaktheid, vol minachting voor de liefde der mannen, koud,
-trotsch, onsterfelijk.
-
---Heel mooi, heel mooi, mompelde Rougon, niet wetend wat hij zeggen
-zou. Eigenlijk vond hij haar hinderlijk, met haar onbeweeglijkheid
-als van een standbeeld. Ze scheen zoo zegevierend, zoo zeker van haar
-klassieke schoonheid, dat hij, als hij gedurfd had, haar gecritiseerd
-zou hebben als een marmeren beeld waarvan enkele forsche vormen zijn
-burgerlijke oogen kwetsten; hij zou een dunner middel, minder breede
-heupen, een minder laag geplaatste borst verkozen hebben. Plotseling
-kwam een onbeschaamde begeerte in hem op haar bij de kuiten te
-nemen. Hij moest zich van de tafel verwijderen, om niet aan die
-begeerte te voldoen.
-
---Hebt u genoeg gezien? vroeg Clorinde, nog steeds ernstig. Wacht,
-hier is iets anders.
-
-En plotseling was zij geen Diana meer. Zij liet haar boog vallen en
-ze was Venus. De handen achter om het hoofd geslagen, het bovenlijf
-eenigszins achterovergebogen, zoodat de borsten hooger rezen,
-glimlachte zij met halfgeopende lippen. den blik dwalend, het gelaat
-als in een zonneglans gehuld. Zij scheen kleiner, haar ledematen
-dikker, en het was hem alsof hij een warme trilling van begeerte
-over haar satijnen huid zag golven. Ze bood zich aan, maakte zich
-begeerlijk, als een onderworpen minnares, die geheel in een omhelzing
-wil genomen worden.
-
-De heeren Brambilla, Staderino, en Viscardi klapten ernstig in
-de handen, zonder hun gezicht uit den sombere samenzweerdersplooi
-te brengen.
-
---Brava, brava, brava!
-
-Mijnheer La Rouquette juichte haar geestdriftig toe, terwijl ridder
-Rusconi, die de tafel genaderd was, om de jonge dame een cigarette
-aan te reiken, haar met een verrukten blik aanstaarde en met het
-hoofd wiegelde, alsof hij de maat sloeg bij zijn bewondering.
-
-Rougon zei niets. Hij kneep zijn handen met zooveel kracht ineen, dat
-zijn vingers kraakten. Een lichte rilling liep hem van den nek tot aan
-de voeten. Toen dacht hij niet meer aan heengaan; hij zette zich in
-een armstoel neer. Maar zij had weer haar vroegere houding hernomen,
-vroolijk lachend, haar cigarette met omgekrulde lip rookend. Zij
-vertelde dat zij dolgraag tooneelspeelster had willen worden, ze
-had alles kunnen weergeven, toorn, liefde, schaamte, afgrijzen;
-en door haar houding en haar mimiek stelde zij allerlei personen
-voor. Plotseling zei ze:
-
---Mijnheer Rougon, wil ik u eens nadoen zooals u in de Kamer spreekt?
-
-Ze blies zich op, zette haar borst uit, en diep ademhalend stak zij
-haar vuisten vooruit, met zoo'n grappig gebaar en zoo waar in haar
-overdrijving, dat iedereen er verrukt over was. Rougon lachte als
-een kind; hij vond haar aanbiddelijk, geestig en verontrustend.
-
---Clorinda, Clorinda, mompelde Luigi, terwijl hij met zijn
-schildersstokje op den ezel tikte.
-
-Zij was zoo ongedurig, dat hij niet kon werken. Hij had het
-houtskoolpijpje neergelegd, en bracht nu kleuren op het doek. Hij
-bleef ernstig onder al het gelach, hief vurige blikken op naar het
-jonge meisje en keek nijdig naar de mannen met wie zij schertste. Hij
-was het eerst op de gedachte gekomen haar uit te schilderen in dat
-kostuum van Diana, de godin der jacht, waarover heel Parijs den mond
-vol had, sedert het laatste gezantschapsbal. Hij noemde zich haar neef,
-omdat zij in dezelfde straat, in Florence, geboren waren.
-
---Clorinda! herhaalde hij op toornigen toon.
-
---Luigi heeft gelijk, zei zij. Ge maakt te veel leven!.... Komaan,
-aan het werk!
-
-En zij nam weer haar olympische houding aan. Ze werd weer een mooi
-marmeren beeld. Mijnheer La Rouquette alleen trommelde zachtjes met
-zijn vingertoppen op den arm van zijn leuningstoel. Rougon, achterover
-leunend, keek Clorinde aan; hij verdiepte zich allengs in mijmeringen,
-waarin het meisje buitensporig groote verhoudingen aannam. Een vrouw
-was toch een verwonderlijk samenstel. Hij had daar nooit zoo over
-nagedacht. Hij begon nu in te zien dat zoo'n mechanisme buitengewoon
-ingewikkeld was. Een oogenblik had hij een duidelijke intuïtie van
-de kracht van die bloote schouders, dat zij in staat zouden zijn een
-wereld te doen wankelen. Voor zijn benevelden blik werd Clorinde steeds
-grooter, bedekte zij de geheele vensteropening met haar reusachtige
-gestalte. Maar hij knipte met de oogleden en vond haar veel minder
-groot en dik dan hijzelf op de tafel terug. Toen kwam er een glimlach
-op zijn gelaat; als hij gewild had, zou hij haar als een klein meisje
-kunnen afranselen; en hij stond verbaasd dat hij een oogenblik bang
-voor haar geweest was.
-
-Intusschen deed zich aan het andere einde der galerij een zacht
-geluid van stemmen hooren. Rougon spitste zijn ooren uit gewoonte,
-maar hij hoorde slechts een paar Italiaansche woorden. Ridder Rusconi,
-die achter de meubels om gegaan was, leunde met de hand op den rug
-van den armstoel der gravin, terwijl hij zich eerbiedig naar haar
-overboog; hij scheen haar iets heel uitvoerig te vertellen. De gravin
-knikte goedkeurend. Een enkele maal maakte zij echter een heftige
-afwijzende beweging en de ridder boog zich nog meer over, en suste
-haar met zijn zangerige stem, die klonk als het gekweel van een
-vogel. Rougon slaagde er door zijn kennis van het provençaalsch in,
-enkele woorden op te vangen, die hem zeer ernstig stemden.
-
---Mama, riep Clorinde plotseling uit, hebt u den ridder het telegram
-van gisteren avond laten zien?
-
---Een telegram! herhaalde de ridder hardop.
-
-De gravin had uit een van haar zakken een pakje brieven te voorschijn
-gehaald, waarin zij geruimen tijd zocht. Eindelijk reikte zij hem een
-verkreukt stukje blauw papier toe. Zoodra hij het doorgelezen had,
-maakte hij een gebaar van verwondering en van toorn:
-
--- Hoe! riep hij in het Fransch uit, niet denkend aan de gasten
-die aanwezig waren, wist u dat gisteren al! En ik ontving het eerst
-van morgen!
-
-Clorinde begon hartelijk te lachen, zoodat hij nog boozer werd.
-
---En mevrouw de gravin laat me de zaak breedvoerig vertellen, alsof
-ze er niets van wist!.... Welnu, als de zetel van de legatie hier
-gevestigd is, kom ik iederen dag de correspondentie nazien.
-
-De gravin glimlachte. Ze zocht nog eens in haar pakje brieven en haalde
-er een tweede papier uit, dat zij hem liet lezen. Ditmaal scheen
-hij zeer voldaan. En het gesprek werd fluisterend voortgezet. Hij
-glimlachte weer eerbiedig. Toen hij de gravin verliet, kuste hij haar
-de hand.
-
---Ziezoo, de ernstige zaken zijn afgeloopen, zei hij halfluid,
-terwijl hij weer voor de piano ging zitten.
-
-Hij trommelde er een volksdeuntje op, dat toen zeer in zwang
-was. Daarop plotseling op zijn horloge ziende, greep hij zijn hoed
-en maakte aanstalten om te vertrekken.
-
---Gaat u heen? vroeg Clorinde.
-
-Zij wenkte hem tot zich, leunde op zijn schouder om hem iets in te
-fluisteren. Hij schudde lachend het hoofd.
-
---Heel sterk, fluisterde hij. Ik zal het naar ginds schrijven.
-
-Hij groette en vertrok. Luigi had Clorinde, die gehurkt op de tafel
-zat, een tikje gegeven om haar te doen opstaan. De gravin, die genoeg
-had van het uitzicht op de eindelooze reeks rijtuigen in de avenue,
-trok aan het schelkoord, zoodra zij de coupé van den ridder tusschen
-de landauers, die uit het Bosch kwamen, had zien verdwijnen. De lange
-vlegel van een knecht, met zijn bandietengezicht, trad binnen en
-liet de deur wijd open staan. De gravin ging, op zijn arm steunend,
-langzaam de kamer door, voorbij de heeren die opstonden en bogen. Zij
-groette glimlachend met een hoofdknikje. Op den drempel keerde zij
-zich om en zei tot Clorinde:
-
---Ik heb weer hoofdpijn, ik ga wat rusten.
-
---Flaminio, riep het meisje den knecht toe, geef haar een warme kruik
-in bed!
-
-De drie politieke uitgewekenen gingen niet weer zitten. Ze bleven nog
-een oogenblik op een rij staan, en wierpen hun afgekauwde sigaren in
-een hoek, achter den hoop kleiaarde, met hetzelfde correcte gebaar. En
-voor Clorinde heengaande, verlieten zij achter elkander het vertrek.
-
---Mijn hemel! zei mijnheer La Rouquette, die een ernstig gesprek
-met Rougon had aangeknoopt, ik weet wel dat die suikerkwestie
-heel belangrijk is. 't Is een groote tak van de Fransche
-nijverheid. Ongelukkig schijnt niemand in de Kamer de zaak grondig
-bestudeerd te hebben.
-
-Rougon, die zich verveelde, antwoordde nog slechts met een knikje. De
-jonge afgevaardigde kwam nog wat nader en zette een heel ernstig
-gezicht.
-
---Ik heb een oom, die een van de grootste suikerraffinaderijen
-van Marseille heeft.... Welnu, ik ben drie maanden bij hem gaan
-logeeren. Ik heb notities gemaakt, een massa notities! Ik heb met
-de werklieden gesproken, kortom, me geheel op de hoogte van de zaken
-gebracht!.... U begrijpt, ik wou in de Kamer spreken.
-
-Hij nam een gewichtige houding aan voor Rougon, en deed zijn uiterste
-best om hem bezig te houden met de eenige onderwerpen die zijn
-belangstelling moesten opwekken.
-
---En hebt u niet gesproken? vroeg Clorinde, die ongeduldig werd door
-het lange blijven van mijnheer La Rouquette.
-
---Neen, ik heb niet gesproken, hernam hij langzamer. Ik vond het toch
-beter niet te spreken.... Op het uiterste oogenblik bekroop mij de
-vrees dat mijn gegevens niet juist genoeg waren.
-
-Rougon keek hem strak aan en zei ernstig:
-
---Weet u hoeveel stukjes suiker er dagelijks in het café Anglais
-gebruikt worden?
-
-Mijnheer La Rouquette keek een oogenblik verbluft. Toen barstte hij
-in een schaterlach uit:
-
---Heel aardig, heel aardig! riep hij. Ik begrijp u, u
-schertst.... Alleraardigst! Ik mag het zeker wel verder vertellen?
-
-Hij schudde van pleizier, in zijn fauteuil. Hij was weer geheel op
-zijn gemak en sloeg weer een schertsenden toon aan. Maar Clorinde
-viel hem aan over de vrouwen. Ze had hem een paar avonden tevoren
-alweer gezien in de Variétés, met een leelijk blond vrouwtje, wier
-kapsel aan het haar van een poedelhond deed denken. Eerst ontkende
-hij, maar daarna geërgerd over de wreede wijze waarop zij over "dien
-kleinen poedel" sprak, begon hij de dame in kwestie te verdedigen,
-'t was een hoogst fatsoenlijke dame, die er ook zoo kwaad niet uitzag;
-en hij sprak over haar haren, haar taille, haar beenen. Nu spuwde
-Clorinde vuur en vlam. Mijnheer La Rouquette riep eindelijk uit:
-
---Ze wacht me, ik ga naar haar toe.
-
-Toen hij de deur achter zich gesloten had, klapte het meisje
-zegevierend in de handen en riep:
-
---Ziezoo, nu is hij weg, goede reis!
-
-En zij sprong vlug van de tafel, liep op Rougon toe en vatte zijn
-beide handen. Ze was heel lief: het speet haar zoo dat hij haar niet
-alleen aangetroffen had. Wat had ze een moeite gehad om al die menschen
-kwijt te raken. De menschen waren ook heusch zoo onbegrijpelijk! Die La
-Rouquette, wat een bespottelijk figuur maakte hij met zijn suiker! Maar
-nu zouden ze niet meer gestoord worden, nu konden ze praten. Ze
-had hem zooveel te vertellen! En zoo pratende geleidde zij hem weer
-naar een sofa. Hij was gaan zitten, zonder haar handen los te laten,
-toen Luigi met zijn schilderstokje tikte en boos uitriep:
-
---Clorinda! Clorinda!
-
---Dat is waar ook, het portret! zei ze lachend.
-
-Ze ontsnapte aan Rougon en boog zich liefkoozend over den schilder
-heen. O, hoe mooi had hij dat gedaan! Dat werd prachtig. Maar ze was
-heusch een beetje moe; ze wou graag een kwartiertje uitrusten. Dan
-kon hij meteen het kostuum maken, daar hoefde ze niet voor te
-poseeren. Luigi wierp glinsterende blikken op Rougon en bleef
-pruttelen. Toen zei ze snel een paar woorden in het Italiaansch,
-met gefronste wenkbrauwen, steeds glimlachend. En hij zweeg en deed
-weer eenige penseelstreken.
-
---Ik lieg niet, hernam zij, weer naast Rougon plaats nemende. Mijn
-linkerbeen is geheel stijf.
-
-En ze klopte op haar linkerbeen, om het bloed door te laten stroomen,
-zei ze. Onder het gaas zag men de roode plek van de knieën. Ze had
-intusschen vergeten, dat ze naakt was. Ze boog zich heel ernstig naar
-hem over, zoodat haar schouder tegen het grove laken van zijn jas
-schaafde. Maar plotseling ontmoette zij een knoop die een rilling
-over haar borst deed gaan. Zij bekeek zich en bloosde diep. En zij
-nam haastig een lap zwarte kant, dien zij over haar schouders sloeg.
-
---Ik heb het een beetje koud, zei ze, terwijl ze een fauteuil naar
-Rougon toeschoof en daarin plaats nam.
-
-Alleen haar polsen kwamen nu nog uit den kanten doek te voorschijn. Ze
-had hem om den hals geknoopt, zoodat hij een groote das geleek,
-waarin haar geheele kin verzonk. En boven die zwarte buste stak haar
-bleek en ernstig gelaat uit.
-
---Wat is er toch eigenlijk met u gebeurd? vroeg zij. Vertel me alles.
-
-En ze vroeg hem naar de oorzaak van zijn ongenade, met de
-vrijmoedigheid van een nieuwsgierig meisje. Zij was een vreemdelinge,
-en zij liet zich enkele bijzonderheden, die zij beweerde niet
-te begrijpen, drie- of viermaal oververtellen. Zij viel hem met
-Italiaansche uitroepen in de rede, en in haar donkere oogen kon hij
-de verschillende aandoeningen lezen, die zijn verhaal bij haar teweeg
-bracht. Waarom was hij met den keizer in onmin geraakt? Hoe had hij
-van zoo'n hooge betrekking kunnen afzien? Wie waren dan toch zijn
-vijanden, dat hij zich zoo had laten verslaan? En als hij weifelde,
-wanneer zij hem wou nopen tot een bekentenis die hij niet wou doen,
-keek zij hem zoo lieftallig, zoo argeloos aan, dat hij haar zijn
-volle vertrouwen schonk. Weldra wist zij zeker wat zij wenschte te
-weten. Ze deed nog eenige vragen, die in een zeer verwijderd verband
-met het onderwerp stonden, en die Rougon zeer vreemd vond. Daarop
-vouwde ze haar handen samen en zweeg. Ze had de oogen gesloten en
-scheen in diep gepeins verzonken?
-
---Nu? vroeg hij glimlachend.
-
---Niets, fluisterde zij; het heeft me leed gedaan.
-
-Hij was getroffen. Hij trachtte haar handen weer te vatten, maar zij
-hield ze onder haar kanten doek, en de stilte bleef voortduren. Na
-twee lange minuten opende zij de oogleden en zei:
-
---Dus hebt u plannen?
-
-Hij keek haar strak aan. Een vage achterdocht rees in hem op. Maar
-ze was nu zoo allerliefst, zooals zij daar in een kwijnende houding
-achterover lag, alsof ze gebukt ging onder den slag die haar goeden
-vriend getroffen had, dat hij niet lette op dat onaangename gevoel
-dat hem daar straks beving. Zij vleide hem erg. Natuurlijk zou hij
-niet lang op den achtergrond blijven, den een of anderen dag zou hij
-weer de eerste zijn. Ze was vast overtuigd dat hij groote plannen
-had, dat hij op zijn gesternte vertrouwde, want dat was hem wel
-aan te zien. Waarom schonk hij haar zijn vertrouwen niet? Ze was zoo
-bescheiden, ze zou zich zoo gelukkig gevoelen als zij in zijn toekomst
-mocht deelen! Rougon, onder haar betoovering, sprak ten laatste al
-zijn verwachtingen, al zijn zekerheid uit. En zij moedigde hem door
-woord noch gebaar aan, uit vrees dat hij plotseling zou zwijgen. Ze
-beschouwde hem oplettend, ontleedde hem, peilde zijn hersenen,
-woog zijn schouders, mat zijn borst. 't Was buiten kijf een stevig
-gebouwd man, die haar, hoe sterk zij ook was, met éen greep op zijn
-rug zou kunnen nemen en zoo wegvoeren, zonder dat het hem hinderde,
-zoo hoog als zij zelf wilde.
-
---Ach, mijn goede vriend! zei ze op eens. Wie ook aan u getwijfeld
-mocht hebben, ik nooit!
-
-Zij was uit haar liggende houding opgerezen, en had door een
-armbeweging haar kanten doek laten afglijden. Toen verscheen zij,
-naakter nog dan te voren; zij stak haar borst vooruit en liet haar
-schouders met zoo'n hevige beweging van een verliefde kat uit het gaas
-glijden, dat zij uit haar keurslijf scheen te springen. Het was een
-plotseling vizioen, als een belooning en een belofte aan Rougon. 't
-Was toch immers de kanten doek die afgegleden was? Ze nam hem weer
-op en knoopte hem vaster toe.
-
---St! fluisterde ze. Luigi knort.
-
-En zij snelde naar den schilder, boog zich weer over hem heen en
-fluisterde hem snel iets in het oor. Toen zij weg was, wreef Rougon,
-die over zijn geheele lichaam trilde, zich zenuwachtig, bijna boos,
-in de handen. Ze bracht zijn huid in een buitengewone prikkeling. En
-hij verwenschte haar. Toen hij twintig jaar was, had hij niet dommer
-kunnen zijn. Ze had hem uitgehoord als een kind, terwijl hij al twee
-maanden lang moeite deed haar aan het spreken te krijgen, zonder dat
-hij iets anders dan een lachje uit haar kon halen. Ze had hem slechts
-een oogenblik haar polsen behoeven te weigeren en hij had zich zoozeer
-vergeten, dat hij haar alles had opgebiecht. 't Werd hem nu duidelijk,
-nu zij hem aan zich geboeid had, overlegde zij bij zichzelve of het
-nog wel de moeite waard was hem te verleiden.
-
-Rougon glimlachte als een man, die zijn kracht kent. Hij kon haar
-verpletteren als hij wou. Daagde zij hem niet zelve uit? En er
-kwamen onbetamelijke gedachten in hem op, een geheel verleidingsplan,
-waarin hij haar aan haar lot zou overlaten, na eerst haar meester te
-zijn geweest. Hij kon zich toch waarlijk zoo onnoozel niet aanstellen
-tegenover dat groote meisje, dat hem zoo haar schouders liet zien. Toch
-was hij er niet zoo zeker meer van dat de kanten doek niet van zelf
-was losgeraakt.
-
---Vindt u dat ik grijze oogen heb? vroeg Clorinde, dicht bij hem
-komende.
-
-Hij stond op, en keek haar in de oogen, zonder dat haar heldere
-blik er minder kalm door werd. Maar toen hij de handen uitstak, gaf
-zij hem een tik. Hij hoefde haar niet aan te raken. Ze was nu heel
-koel. Ze wikkelde zich in haar doek, met een schaamtegevoel dat voor
-het minste openingetje schrikte. En of hij al schertste, haar plaagde,
-en deed alsof hij geweld wilde gebruiken, zij hulde zich nog dichter
-in haar doek en gaf een gilletje als zij dien maar even aanraakte. Ze
-wou ook niet meer gaan zitten.
-
---Ik loop liever heen en weer, zei ze, dat neemt de stramheid uit
-mijn beenen weg.
-
-Toen liepen ze samen de galerij op en neer. Hij probeerde haar op zijn
-beurt uit te hooren. Gewoonlijk beantwoordde ze zijn vragen niet. Ze
-sprong altijd van den hak op den tak, slaakte allerlei uitroepen,
-en wist eindelooze verhalen op te disschen. Toen hij haar vroeg
-naar een veertiendaagsche afwezigheid met haar moeder, in de vorige
-maand, vertelde zij allerlei bijzonderheden van haar reizen. Ze
-was overal geweest, in Engeland, in Spanje, in Duitschland; ze had
-alles gezien. Daarop had zij een aantal kinderachtige opmerkingen
-over het eten, de modes, het weer. Soms begon ze een verhaal,
-waarin ze handelend optrad met bekende personen die zij bij name
-noemde. Rougon spitste de ooren, hoopte dat ze zich eindelijk iets zou
-laten ontvallen, maar het verhaal liep op niets uit of eindigde met een
-kinderachtigheid. Dien dag kwam hij weer niets te weten. Zij had haar
-gewone lachje op het gelaat, waarachter zij met al haar praatzieke
-mededeelzaamheid ondoorgrondelijk bleef. Rougon, die de kluts kwijt
-raakte bij al die mededeelingen, die met elkander in strijd waren,
-wist eindelijk niet meer of hij een onnoozel gansje tegenover zich
-had of een geslepen vrouw, die zich uit berekening onnoozel hield.
-
-Clorinde bleef midden in het verhaal van een avontuur steken, dat
-haar in een Spaansch stadje overkomen was, toen zij in het bed van
-een galanten reiziger geslapen had, terwijl deze zelf zich met een
-stoel beholpen had.
-
---Ge moet niet naar de Tuileriën terugkeeren, zei ze zonder eenigen
-overgang. Laat ze naar u verlangen.
-
---Dank u wel, juffrouw Machiavel, antwoordde hij lachend.
-
-Zij lachte nog harder dan hij. Maar intusschen bleef ze voortgaan hem
-uitmuntenden raad te geven. En toen hij nog eens probeerde haar in
-de armen te knijpen, bij wijze van spelletje, riep ze boos uit dat
-men geen twee minuten ernstig kon praten. O, als zij een man was,
-wat zou zij het ver brengen! De mannen waren zoo kortzichtig!
-
---Kom, vertel me eens wat van uw vrienden, hernam zij, terwijl zij
-op den rand van de tafel ging zitten.
-
-Luigi, die geen oog van hen afwendde, sloot zijn verfdoos driftig
-dicht.
-
---Ik ga heen, zei hij.
-
-Maar Clorinde liep naar hem toe, en bracht hem weer terug; ze zou
-dadelijk weer poseeren. Ze scheen bang te zijn om met Rougon alleen
-te blijven. En toen Luigi toegaf, zocht zij tijd te winnen.
-
---Ge zult me toch zeker wel toestaan iets te eten? Ik heb zoo'n
-honger! O, een paar hapjes maar!
-
-Zij opende de deur en riep:
-
---Antonia! Antonia!
-
-En ze gaf haar een bevel in het Italiaansch. Ze zat weer op den rand
-van de tafel, toen Antonia binnentrad, een boterham op iedere hand
-houdend. De dienstbode reikte ze haar toe als op een presenteerblad,
-met een lach die haar rooden mond in haar zwart gezicht deed
-opensplijten. Toen ze heen ging, veegde ze haar handen aan haar rokken
-af. Clorinde riep haar terug om een glas water.
-
---Wilt u meeëten? zei ze tot Rougon. Die boter is heel lekker. Soms
-doe ik er suiker op. Maar ik mag niet iederen dag zoo'n lekkerbek zijn.
-
-Nu, dat was ze ook inderdaad niet. Rougon had haar op een morgen
-verrast, terwijl zij bezig was een koud stuk omelet van den vorigen
-avond voor haar ontbijt te gebruiken. Hij verdacht haar van gierigheid,
-een gebrek van de meeste Italianen.
-
---Drie minuten maar, Luigi! riep ze, in haar eerste boterham
-happend. En tot Rougon, die voor haar stond:
-
---Nu, mijnheer Kahn bijvoorbeeld, vertel me eens, hoe is hij
-afgevaardigde geworden?
-
-Rougon onderwierp zich aan dat nieuwe verhoor, hopende dat hij haar
-op die manier tot een vertrouwelijke mededeeling kon dwingen. Hij
-kende haar nieuwsgierigheid naar ieders levensloop; hij wist dat zij
-altijd gereed stond om de minste onbescheidenheid op te vangen en
-steeds op het spoor trachtte te komen van de ingewikkelde intriges
-om haar heen. Zij was bijzonder nieuwsgierig naar de omstandigheden
-van de gefortuneerde lui.
-
---O, antwoordde hij lachend, Kahn is afgevaardigde geboren. Hij heeft
-bepaald zijn eerste tanden op de banken van de Kamer gekregen. Onder
-Louis-Philippe zat hij al in het rechter-centrum, en ondersteunde hij
-de constitutionneele monarchie met jeugdigen ijver. Na 48 is hij tot
-het linkercentrum overgegaan, steeds met denzelfden ijver; hij had een
-uitstekend gestyleerd republikeinsch program geschreven. Tegenwoordig
-zit hij weer in het rechter-centrum en verdedigt hij vol vuur het
-keizerrijk.... Overigens is hij de zoon van een joodsch bankier in
-Bordeaux, heeft hoogovens bij Bressuire, is specialiteit in finantiëele
-en industriëele kwesties, leeft tamelijk eenvoudig in afwachting van
-het groote fortuin dat hij te wachten heeft, is den 15en Augustus
-laatstleden officier van het legioen van Eer geworden....
-
-En Rougon zocht zich nog meer te herinneren.
-
---Ik vergeet niets, geloof ik.... Neen, kinderen heeft hij niet.
-
---Wat, is hij getrouwd! riep Clorinde uit.
-
-Ze gaf door een gebaar te kennen dat mijnheer Kahn haar niet
-meer interesseerde. Hij was een gluiper, hij had nooit zijn vrouw
-vertoond. Toen legde Rougon haar uit dat mevrouw Kahn zeer afgezonderd
-in Parijs leefde. En zonder een nadere vraag af te wachten, ging
-hij voort:
-
---Wilt u nu de biographie van Béjuin hooren?
-
---Neen, neen, zei het meisje.
-
-Maar hij ging toch voort:
-
---Hij komt van de Polytechnische school. Hij heeft brochures geschreven
-die niemand gelezen heeft. Hij staat aan het hoofd van de fabriek van
-kristalwerken te Saint-Florent, drie uren van Bourges. De prefect du
-Cher heeft het eerst de aandacht op hem gevestigd.
-
---Zwijg dan toch! riep ze uit.
-
---Een waardig man, die trouw stemt, nooit spreekt, heel geduldig
-afwacht totdat men aan hem denkt, die altijd bij de hand is om u door
-een blik er aan te herinneren dat men hem niet vergeten moet. Ik heb
-hem tot ridder laten benoemen.
-
-Zij moest hem de hand op den mond leggen.
-
---Och, die is ook al getrouwd, riep ze boos, hij is niets aardig! Ik
-heb zijn vrouw bij u gezien, een vervelend mensch! Ze heeft me
-uitgenoodigd hun fabriek in Bourges te komen bezichtigen.
-
-Ze nam den laatsten hap van haar eerste boterham en dronk daarop een
-grooten teug water. Haar beenen hingen langs de tafel neer, en terwijl
-ze, ietwat voorovergebogen, het hoofd achterover hield, schommelde
-ze met haar beenen, met een werktuigelijke beweging, waarvan Rougon
-den rythmus volgde. Bij iedere beweging werden haar kuiten dikker,
-onder het gaas.
-
---En mijnheer Du Poizat? vroeg ze, na een korte stilte.
-
---Du Poizat is onder-prefect geweest, antwoordde hij eenvoudig. Zij
-keek hem aan, verbaasd over de kortheid van dat verslag.
-
---Dat weet ik, zei ze. En verder?
-
---Verder, wordt hij later prefect, en dan zal men hem decoreeren.
-
-Zij begreep dat hij niets meer wilde uitlaten. Trouwens, zij had den
-naam Du Poizat met zekere onverschilligheid genoemd. Nu telde zij de
-heeren op haar vingers; ze begon met den duim en mompelde:
-
---Mijnheer d'Escorailles, die is niet ernstig genoeg, hij raakt op
-alle vrouwen verliefd. Mijnheer La Rouquette, onnoodig, dien ken ik
-al te goed. Mijnheer de Combelot, ook al getrouwd...
-
-En toen zij bij den ringvinger ophield en niemand meer wist, zei
-Rougon, haar strak aanziende:
-
---U vergeet Delestang.
-
---Dat is waar! riep ze. Vertel me eens wat van hem?
-
---'t Is een knap man, hernam hij, haar steeds aankijkende. Hij is
-zeer rijk. Ik heb hem altijd een groote toekomst voorspeld.
-
-Hij ging op dien toon voort, kwistig met loftuitingen en de cijfers
-verdubbelend. De modelhoeve van la Chamade was twee millioen
-waard. Delestang zou het ongetwijfeld nog eens tot minister
-brengen. Maar zij hield een minachtenden trek om den mond.
-
---Hij is erg dom, klonk het eindelijk.
-
---Nu, zei Rougon, met een fijn lachje.
-
-Hij scheen haar gezegde allergrappigst te vinden. Maar zij deed hem
-weer een andere vraag, terwijl zij op haar beurt hem strak aankeek.
-
---U kent mijnheer de Marsy zeker heel goed?
-
---Ja zeker, we kennen elkander, zei hij bedaard, als vond hij
-het vermakelijk dat zij hem daar naar vroeg. Maar hij werd weer
-ernstig. Zijn oordeel klonk zeer waardig, zeer billijk.
-
---'t Is een man van een buitengewone scherpzinnigheid, zei hij. Ik
-reken het tot een eer hem tot vijand te hebben. Hij heeft aan alles
-gedaan. Op acht en twintigjarigen leeftijd was hij kolonel. Later
-stond hij aan het hoofd van een groote fabriek. Daarna heeft hij zich
-bezig gehouden met landbouw, financiën, handel. Men verzekert zelfs
-dat hij portretten geschilderd en romans geschreven heeft.
-
-Clorinde vergat te eten en staarde droomend voor zich uit.
-
---Ik heb op een avond met hem gesproken, zei ze halfluid. Hij is heel
-knap.... Een zoon van een koningin!
-
---Ik vind, zei Rougon, dat zijn geestigheid hem in den weg staat. Ik
-heb een ander denkbeeld van kracht. Ik heb hem eens kwinkslagen
-hooren maken bij een zeer ernstige gelegenheid. Enfin, hij heeft
-zijn weg gemaakt, hij heeft evenveel macht als de keizer. Al die
-bastaards hebben geluk!.... Maar hij heeft daarbij een ijzeren vuist,
-onverschrokken, vastberaden, en toch heel fijn en lenig.
-
-Onwillekeurig had het meisje naar Rougon's groote handen gekeken.
-
-Hij had het opgemerkt, en lachend hernam hij:
-
---Ja, ik heb lompe handen, niet waar? Daardoor heb ik het nooit met
-Marsy kunnen vinden. Hij sabelt de menschen netjes neer, zonder zijn
-witte handschoenen vuil te maken. Ik daarentegen vel ze met mijn
-vuisten neer.
-
-Hij had zijn vuisten gebald, dikke vuisten met behaarde vingers, en
-hij schudde ze heen en weer, gelukkig ze zoo groot te zien. Clorinde
-nam haar tweede boterham en hapte er in, nog steeds peinzend. Eindelijk
-hief zij de oogen naar Rougon op.
-
---En u? vroeg zij.
-
---Wilt u mijn geschiedenis hooren? zei hij. Niets gemakkelijker dan
-dat. Mijn grootvader verkocht groenten. Ik zelf heb als advocaat tot
-mijn achtendertigste jaar in mijn provincie een onbekend, armzalig
-leven geleid. Ik heb niet zooals onze vriend Kahn mijn schouders
-versleten met het steunen van alle regeeringen. Ik kom niet zooals
-Béjuin van de Polytechnische school. Ik draag noch den mooien naam
-van den kleinen Escorailles, noch den mooien baard van dien armen
-Combelot. Ik heb niet zulke goede familiebetrekkingen als La Rouquette,
-die zijn zetel als afgevaardigde te danken heeft aan zijn zuster,
-de weduwe van generaal de Lorentz, tegenwoordig hofdame. Mijn vader
-heeft niet, zooals de oude Delestang, vijf millioen nagelaten. Ik ben
-niet geboren op de treden van een troon zooals de graaf de Marsy,
-en ik ben niet opgegroeid onder de lessen van een wijze vrouw of
-onder de liefkoozingen van Talleyrand. Neen, ik ben een homo novus,
-ik heb niets dan mijn vuisten....
-
-En hij sloeg zijn vuisten tegen elkander, met een luiden lach, alsof
-hij schertste. Maar hij had zich opgericht, hij scheen steenen tusschen
-zijn gesloten vuisten te verbrijzelen. Clorinde bewonderde hem.
-
---Ik was niets, ik zal nu worden wat ik verkies, ging hij voort, in
-zich zelf sprekend. Ik voel mijn kracht. Ik haal mijn schouders op als
-ik denk aan die anderen met hun toewijding aan het keizerrijk! Hebben
-ze er mee op, zouden ze zich niet even goed in iederen anderen
-regeeringsvorm schikken? Ik ben met het keizerrijk opgekomen; ik heb
-het gemaakt en wederkeerig heeft het mij gemaakt.... Ik ben ridder
-geworden na den 10en December, officier in Januari 1852, kommandeur
-den 15en Augustus 54, grootkruis drie maanden geleden. Onder het
-presidentschap ben ik een poosje met de portefeuille van Openbare
-werken belast geweest; later heeft de keizer me een zending naar
-Engeland opgedragen, nog later, ben ik in den Staatsraad en in den
-Senaat gekomen....
-
---En waar komt ge morgen? vroeg Clorinde met een lachje, waaronder
-zij haar brandende nieuwsgierigheid trachtte te verbergen.
-
-Hij keek haar aan en hield plotseling op.
-
---U is wel nieuwsgierig, juffrouw Machiavel, zei hij.
-
-Toen begon ze nog harder met haar beenen te schommelen. Rougon,
-ziende dat ze weer in gepeinzen verdiept was, vond het een geschikt
-oogenblik om haar uit te hooren.
-
---De vrouwen.... begon hij.
-
-Maar zij liet hem niet uitspreken; met starenden blik, glimlachend
-om haar eigen gedachten, mompelde ze halfluid:
-
---O, de vrouwen hebben iets anders.
-
-Dat was haar eenige bekentenis. Ze at haar boterham op, ledigde haar
-glas in éen teug en stond met éen sprong, die haar vaardigheid in
-het paardrijden bewees, boven op de tafel.
-
---Hei, Luigi! riep zij.
-
-De schilder had al een oogenblik met verbeten ongeduld om hen
-beiden rondgedrenteld. Met een zucht nam hij weer plaats. De drie
-minuten rust, die Clorinde gevraagd had, waren tot een kwartier
-aangegroeid. Maar nu stond ze weer op de tafel, gehuld in haar kanten
-doek. Toen zij haar pose teruggevonden had, liet ze den doek met een
-enkele beweging afglijden. Ze werd weer een marmeren beeld, ze had
-geen schaamte meer.
-
-In de Champs-Elysées reden de rijtuigen minder druk. De ondergaande zon
-bescheen de avenue en de boomen werden als gepoederd met een gouden
-stof, dat de wielen, naar het scheen, hadden doen opstuiven. Onder
-het wegstervende daglicht dat door de hooge vensters viel, kregen
-Clorinde's schouders een weerschijn van goud.
-
---Gaat dat huwelijk van mijnheer de Marsy met die prinses uit Walachije
-nog door? vroeg ze een oogenblik later.
-
---Ik denk het wel, antwoordde Rougon. Ze is schatrijk. Marsy zit
-altijd om geld verlegen. En daarbij moet hij dol op haar zijn.
-
-De stilte werd niet meer verbroken. Rougon dacht niet meer aan
-heengaan. Hij liep nadenkend op en neer. Die Clorinde was toch een
-innemend meisje. Hij dacht aan haar alsof hij haar al lang verlaten
-had; en met neergeslagen blik verdiepte hij zich in zeer aangename
-gedachten. Het was hem te moede alsof hij uit een lauw bad kwam, met
-een heerlijk loom gevoel in de leden. Een eigenaardige geur, scherp en
-toch eenigszins zoet, drong in hem. Wat zou hij dat heerlijk gevonden
-hebben, als hij op een van de sofa's in dien geur had kunnen inslapen.
-
-Plotseling werd hij door een geluid van stemmen wakker geschrikt. Een
-groote grijsaard, dien hij niet had zien binnenkomen, drukte Clorinde,
-die zich glimlachend vooroverboog, een kus op het voorhoofd.
-
---Goeden dag, lief kind, zei hij. Wat ben je mooi! En laat je zoo
-alles zien wat je hebt?
-
-Hij liet een zacht gegrinnik hooren en toen Clorinde verlegen haar
-kanten doek opraapte, hernam hij levendig:
-
---Neen, neen, 't is heel mooi, hoor, je kan gerust alles laten
-zien.... Ach, kind, ik heb in mijn leven al zooveel gezien.
-
-Zich daarop tot Rougon wendende, dien hij "waarde collega" noemde,
-drukte hij hem de hand en zei:
-
---Als klein ding heeft ze menigmaal op mijn schoot gezeten! Nu,
-heeft ze een borst om iemand een oog uit te steken!
-
-Het was de oude heer de Plouguern. Hij was zeventig jaar. Onder
-Louis-Philippe door le Finistère naar de Kamer afgevaardigd, werd
-hij een der legitimistische kamerleden die den pelgrimstocht naar
-Belgrave-Square deden; hij nam zijn ontslag na het onteerend votum,
-dat hem en zijn metgezellen trof. Later, na de Februari-dagen,
-toonde hij een plotselinge voorkeur voor de republiek, die hij op de
-banken van de Constituante vol geestdrift toejuichte. Nu de keizer
-hem een welverdiende rustplaats in den Senaat had verzekerd, was
-hij bonapartist. Maar hij wist dat te zijn als een edelman. Zijn
-groote nederigheid veroorloofde zich somtijds de weelde van een
-beetje oppositie. Twijfelaar in merg en been, verdedigde hij toch
-den godsdienst en den familieband. Hij meende dat aan zijn naam
-verschuldigd te zijn, een der beroemdste namen uit Bretagne. Op
-zekere dagen vond hij het keizerrijk onzedelijk en hij verkondigde
-dat hardop. Zelf had hij een avontuurlijk, losbandig leven geleid,
-men vertelde dingen van hem als grijsaard, die den jongelui wat
-te denken gaven. Op een reis door Italië leerde hij gravin Balbi
-kennen, wier minnaar hij bijna dertig jaar bleef; na een scheiding,
-die soms jaren duurde, kwamen zij weer voor enkele nachten samen, in
-de steden waar zij elkander ontmoetten. Het praatje liep dat Clorinde
-zijn dochter was, maar de gravin wist er al even weinig van als hij;
-en sedert het meisje tot vrouw was opgegroeid, mollig en begeerlijk,
-beweerde hij dat hij vroeger veel met haar vader omgegaan had. Hij
-verslond haar met zijn oogen, waarin de oude gloed gebleven was, en
-hij veroorloofde zich als oud vriend zeer vertrouwelijke vrijheden
-met haar. Mijnheer de Plouguern, groot, mager, beenig, geleek veel
-op Voltaire, voor wien hij een geheime vereering koesterde.
-
---Oom, kijk je niet eens naar mijn portret? riep Clorinde. Zij noemde
-hem oom, uit vriendschap. Hij was achter Luigi gaan staan, en kneep
-de oogen half dicht, als een kenner.
-
---Kostelijk! mompelde hij.
-
-Rougon trad naderbij, Clorinde zelfs sprong van de tafel om te
-zien. En alle drie stonden ze er over verrukt. Het schilderij was
-zeer netjes. De schilder had een achtergrond aangebracht van rose,
-wit en geel, heel dun opgestreken, zoodat het de bleeke tinten van
-een aquarel had. En het gelaat glimlachte als een poppengezichtje, met
-zijn gebogen lippen en wenkbrauwen, zijn wangen met zacht vermiljoen
-getint. Het was een Diana om op een pastilledoos te zetten.
-
---O, zie toch eens, daar bij het oog, dat vlekje, zei Clorinde,
-vol bewondering in de handen klappende. Die Luigi, hij vergeet niets.
-
-Rougon, die schilderijen gewoonlijk vervelend vond, was er verrukt
-over. Op dit oogenblik begreep hij de kunst en met overtuiging sprak
-hij zijn oordeel uit:
-
---'t Is verwonderlijk mooi geteekend.
-
---En de kleur is uitmuntend, hernam mijnheer de Plouguern. Die
-schouders zijn werkelijk vleesch.... Heel bevallig, die borsten. De
-linker vooral is zoo frisch als een roos.... Wat een armen, hè! Dat
-lieve kind heeft verbazende armen! Ik vind die zwelling boven de
-plooi van den arm prachtig gevormd.
-
-En zich tot den schilder wendende:
-
---Mijnheer Pozzo, ging hij voort, ik maak u mijn compliment. Ik had
-al eens een Baigneuse van u gezien. Maar dit portret zal nog beter
-zijn. Waarom exposeert u het niet? Ik heb een diplomaat gekend die
-uitstekend viool speelde, dat heeft hem niet belet vooruit te komen.
-
-Luigi boog, zeer gevleid. Intusschen begon het donker te worden en daar
-hij nog een oor wou afmaken, verzocht hij Clorinde nog tien minuten
-te poseeren. Mijnheer de Plouguern en Rougon zetten hun gesprek over
-schilderkunst voort. Laatstgenoemde bekende dat hij door speciale
-studiën in de onmogelijkheid verkeerd had de artistieke beweging
-van de laatste jaren te volgen, maar hij verzekerde dat de schoone
-kunsten zijn bewondering wegdroegen. Hij verklaarde eindelijk dat
-de kleur hem tamelijk koud liet; een mooie teekening voldeed hem ten
-volle, wanneer zij in staat was het gemoed te verheffen en grootsche
-gedachten op te wekken. Wat mijnheer de Plouguern betreft, hij vond
-slechts de oude school mooi; hij had alle museums van Europa bezocht,
-hij begreep niet hoe men den moed nog had om te schilderen. Toch
-had hij de vorige maand nog een klein salon laten versieren door een
-kunstenaar, dien niemand kende en die toch werkelijk veel talent had.
-
---Hij heeft me kleine Amors, bloemen en bladeren geschilderd, die
-bijzonder fraai zijn, zei hij. Men zou de bloemen bepaald plukken. En
-er zijn insecten in, vlinders, vliegen, kevers, die er als levend
-uitzien. Heel vroolijk, in éen woord.... Ik houd van vroolijke
-schilderstukken.
-
---De kunst is niet gemaakt om te vervelen, besloot Rougon.
-
-Terwijl zij zoo naast elkander op en neer drentelden, trapte mijnheer
-de Plouguern op iets, dat met een lichten knal uiteen barstte.
-
---Wat is dat? riep hij.
-
-Hij raapte een rozenkrans op, die van een fauteuil gegleden was,
-waarop Clorinde haar zakken geledigd had. Een der glazen kralen,
-bij het kruis, was tot gruis getrapt; van het kruis zelf, een klein
-zilveren kruisje, was een der armen omgebogen en platgedrukt. De
-grijsaard hield den rozenkrans met een spottend lachje omhoog en zei:
-
---Kindlief, waarom laat je die snuisterijen slingeren?
-
-Maar Clorinde was vuurrood geworden. Ze sprong van de tafel, met
-gezwollen lippen en door drift benevelde oogen, en haastig een doek
-om haar schouders slaande, stotterde zij:
-
---Slecht mensch, hij heeft mijn rozenkrans gebroken!
-
-En zij rukte hem uit zijn handen. Zij huilde als een kind.
-
---Wel, wel, zei mijnheer de Plouguern, nog altijd lachend. Zie toch
-eens dat devote schepseltje! Laatst had ze me bijna de oogen uit
-het hoofd gekrabd, omdat ik, een palmtak in haar alkoof ziende, aan
-haar vroeg wat ze met dat bezempje veegde.... Huil maar niet meer,
-domme meid! Ik heb toch niets van onzen lieven Heer gebroken.
-
---Ja, ja, riep ze, u hebt hem kwaad gedaan.
-
-Zij verwijderde met haar bevende handen het overschot van de glazen
-kraal. Toen wou ze, met een nieuwe uitbarsting van droefheid, het
-kruis recht buigen. Ze veegde het met haar vingertoppen af, alsof ze
-bloeddruppels op het metaal had gezien.
-
---Ik heb het van den paus gekregen, mompelde zij, toen ik hem voor de
-eerste maal met mama bezocht. De paus kent me heel goed; hij noemt me
-"zijn mooie apostel", omdat ik eens tot hem gezegd heb dat ik graag
-voor hem zou sterven.... Een rozenkrans die me geluk aanbracht. Nu
-heeft hij geen kracht meer, nu trekt hij den duivel aan....
-
---Geef hem maar eens hier, zei mijnheer de Plouguern. Je zult je
-nagels stuk maken.... Zilver is hard, lief kind.
-
-Hij nam den rozenkrans en trachtte heel voorzichtig den arm van het
-kruisje om te buigen, zonder hem te breken. Clorinde schreide niet
-meer, maar keek oplettend toe. Rougon stak ook lachend zijn hoofd
-vooruit; hij was, treurig genoeg, zoo ongodsdienstig dat het jonge
-meisje tweemaal op het punt geweest was hem haar vriendschap te
-ontzeggen, om zijn ongepaste aardigheden.
-
---Drommels! zei mijnheer de Plouguern halfluid, je lieve Heer is alles
-behalve zacht. Ik ben bang dat ik hem in tweeën zal breken.... Maar
-dan krijg je een ander van me, hoor, kindlief!
-
-Hij probeerde het nog eens. Het kruisje brak.
-
---Ach, zie je wel, riep hij. Nu is het gebroken.
-
-Rougon begon te lachen. Maar Clorinde keek hen met een donkeren blik
-en een van woede vertrokken gezicht aan, en met haar gebalde vuisten
-dreef zij ze voort, alsof zij ze de deur had willen uitjagen. Ze
-schold ze uit in het Italiaansch, buiten zichzelve van drift.
-
---Ze slaat ons, ze slaat ons, riep mijnheer de Plouguern vroolijk.
-
---Dat zijn de vruchten van het bijgeloof, mompelde Rougon binnensmonds.
-
-De grijsaard hield op met schertsen, en keek dadelijk ernstig, en
-terwijl de groote man zijn meening zei over den verderfelijken invloed
-van de geestelijkheid, de jammerlijke opvoeding van de katholieke
-vrouwen, den achteruitgang van het aan priesters overgeleverde Italië,
-verklaarde hij op drogen toon:
-
---De godsdienst maakt de staten groot.
-
---Wanneer hij er niet als een kanker invreet, antwoordde Rougon. De
-geschiedenis bewijst het. Als de kiezer de bisschoppen met in bedwang
-houdt, krijgt hij ze spoedig allemaal op den hals.
-
-Toen maakte mijnheer de Plouguern zich op zijn beurt boos. Hij
-verdedigde Rome. Hij sprak van de ervaring, die hij in zijn gansche
-leven had opgedaan. Zonder godsdienst keerden de menschen tot den
-toestand van redelooze schepsels terug. De tijd waarin ze nu leefden,
-was een verfoeielijke tijd; nog nooit had de ondeugd zoo onbeschaamd
-gezegevierd, de goddeloosheid de gemoederen zoo op een dwaalspoor
-geleid.
-
---Spreek me niet van uw keizerrijk! riep hij eindelijk uit. 't Is een
-bastaard van de revolutie.... O, we weten het wel, het ideaal van
-uw keizerrijk is de vernedering der kerk. Maar we zullen ons niet
-als schapen ter slachtbank laten leiden.... Probeer het maar eens,
-mijn waarde heer Rougon, uw stellingen in den Senaat te verkondigen.
-
---Och, geef hem geen antwoord, zei Clorinde.... Als u hem tot het
-uiterste dreef, zou hij Christus bespuwen. Hij komt in de hel.
-
-Rougon boog onder die verwijten het hoofd. Er ontstond een stilte. Het
-meisje zocht het gebroken stukje van het kruis op den vloer; toen
-zij het gevonden had, vouwde zij het zorgvuldig met den rozenkrans
-in een stuk krant. Ze kwam weer tot kalmte.
-
---O, ja, lieveling, hernam mijnheer de Plouguern plotseling, ik heb
-je nog niet eens verteld waarom ik eigenlijk kwam. Ik heb een loge
-in het Palais-Royal, en nu wou ik je meenemen.
-
---Die goede oom! riep Clorinde, met een kleur van pleizier. Ik ga ma
-wakker roepen.
-
-Zij omhelsde hem "voor de moeite," zei zij. En zich tot Rougon wendend,
-zei ze glimlachend, met uitgestoken hand:
-
---U is toch niet boos op me! Maar dan moet u me niet meer kwaad maken
-met uw heidensche begrippen.... Ik kan het niet uitstaan, als ze me
-met den godsdienst plagen. Ik zou er mijn beste vrienden voor in den
-steek laten.
-
-Luigi had intusschen zijn ezel in een hoek gezet; hij begreep dat hij
-het oor niet meer af kon maken. Hij nam zijn hoed en tikte het meisje
-op den schouder, om haar te waarschuwen dat hij heenging. En ze ging
-met hem mee tot op het portaal, ze trok zelfs de deur achter zich
-dicht; maar zij namen zoo luidruchtig afscheid, dat men een gilletje
-van Clorinde hoorde, dat verloren ging in een gesmoord gelach. Toen
-ze weer binnen kwam, zei ze:
-
---Ik ga me verkleeden, als oom me tenminste zoo niet mee wil nemen.
-
-En ze vermaakten zich alle drie kostelijk om dat kluchtige idee. De
-schemering viel in. Toen Rougon heenging, ging Clorinde mee de trap
-af. Mijnheer de Plouguern bleef een oogenblik alleen, terwijl zij
-een japon aan trok. Het was al donker op de trap. Zij ging vooruit,
-zonder een woord te spreken, zoo langzaam, dat hij haar gazen tuniek
-tegen zijn knieën voelde schuiven. Voor de deur van haar kamer gekomen,
-trad zij binnen; na nog een paar stappen keerde zij zich om. Hij was
-haar gevolgd. Daar stond het onopgemaakt bed, in het flauwe licht van
-de twee vensters, de vergeten waschkom, de kat die nog altijd op de
-neergeworpen kleeren te slapen lag.
-
---U is niet boos op me? herhaalde ze bijna fluisterend, terwijl zij
-hem de handen toereikte.
-
-Hij verzekerde van neen. Hij had haar handen gevat, en ging langs de
-armen tot boven de ellebogen, voorzichtig tastende in de zwarte kant,
-opdat zijn dikke vingers niets zouden scheuren. Ze hief de armen ietwat
-op, als om hem het werk gemakkelijk te maken. Ze stonden in de schaduw
-van het tochtscherm, zoodat zij elkanders gelaat niet konden zien. En
-in die kamer, waarvan de bedompte lucht hem een weinig benauwde,
-vond hij dien scherpen, maar toch eenigszins zoeten geur terug,
-die hem reeds vroeger bedwelmd had. Maar toen zijn handen, boven
-de ellebogen gekomen, brutaal werden, voelde hij Clorinde op eens
-ontsnappen en hoorde hij haar door de open deur roepen:
-
---Antonia, breng licht en geef me mijn grijze japon.
-
-Toen Rougon in de avenue des Champs-Elysées kwam, bleef hij een
-oogenblik stilstaan om de frissche lucht op te snuiven, die van de
-hoogten van den Triomfboog neerstreek. In de avenue, waar geen rijtuig
-meer te zien was, werden de lantarens een voor een aangestoken, in
-de duisternis schenen die plotseling opflikkerende vlammetjes een
-loopvuur van schitterende vonken. Hij had een gevoel, alsof al zijn
-bloed hem naar de hersenen gestegen was. Hij streek met de hand over
-zijn gelaat en zei hardop:
-
---Neen, dat zou al te dwaas zijn!
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-
-De stoet voor de doopplechtigheid zou om vijf uur van het paviljoen
-de l'Horloge vertrekken. De vastgestelde weg was door de groote laan
-van den tuin der Tuileriën, place de la Concorde, rue de Rivoli, place
-de l'Hôtel-de-Ville, pont d'Arcole, rue d'Arcole en place du Parvis.
-
-Om vier uur was er reeds een ontzaglijke menigte op de pont
-d'Arcole. Daar, in die opening die de rivier in de stad maakte,
-kon een geheel volk post vatten. 't Was een plotselinge verruiming
-van den horizon, met de spits van het eiland Saint-Louis in de
-verte, waarover de pont Louis-Philippe een zwarte streep trok;
-ter linkerzijde ging de kleine arm in een opeenhooping van lage
-gebouwtjes verloren; rechts opende de groote arm een verschiet, in een
-paarsachtig waas gehuld, waarin men de groene vlek der boomen van de
-Port-aux-Vins ontwaarde. Verder vormden aan weerszijden, van de quai
-Saint-Paul tot de quai de la Messagerie en van de quai Napoléon tot
-de quai de l'Horloge, de trottoirs lange wegen; terwijl de place de
-l'Hôtel-de-Ville, tegenover de brug, een groote vlakte aanbood. En
-boven die uitgestrekte ruimten spande de hemel, een warme, zuivere
-Juni-hemel, zijn oneindig blauw.
-
-Toen het halfvijf sloeg, was het overal vol. Langs de trottoirs
-stonden onafzienbare rijen nieuwsgierigen tegen de borstweringen
-aangedrukt. Een zee van menschenhoofden, die steeds meer kwam
-aangolven, vulde het plein voor het stadhuis. Voor de wijdgeopende
-vensters van de oude huizen op de quai Napoléon stapelden de
-gezichten zich op; en zelfs achter uit de donkere steegjes, die op
-de rivier uitkwamen, zag men vrouwenmutsen, waarvan de linten in den
-wind fladderden. De pont Notre-Dame vertoonde een rij toeschouwers,
-die met de ellebogen op de steenen ballustrade leunden, als op
-het fluweel van een kolossale tribune. Aan het andere einde, heel
-in de verte, was het op de pont Louis-Philippe een gewriemel van
-zwarte stippen; terwijl nu en dan een licht kleedje verscheen in de
-meest verwijderde vensteropeningen der gele en grijze gevels van de
-huizen, op de spits van het eiland. Er stonden menschen op de daken,
-tusschen de schoorsteenen. Op de quai de la Tournelle stond men,
-met verrekijkers gewapend, boven op de terrassen.
-
-Maar wat men overal zien kon, van af de kaden, de bruggen, van uit
-de vensters, dat was aan den horizon, op den kalen muur van een
-huis van zes verdiepingen, op het eiland Saint-Louis, het profiel
-van een reusachtige grijze overjas, in fresco geschilderd, met haar
-linkermouw aan den elleboog omgevouwen, alsof het kleedingstuk de
-houding en de ronding van een verdwenen lichaam behouden had. Die
-monumentale reclame kreeg in de zon, boven dat gewemel der wandelaars,
-een buitengewone belangrijkheid.
-
-Intusschen had een dubbel gelid den weg voor den stoet afgezet. Rechts
-stonden de nationale gardes; links de liniesoldaten. Het einde van
-dat dubbele gelid kwam uit in de rue d'Arcole, waarvan bijna alle
-woningen met vlaggen versierd waren. De brug vormde de eenige leege
-ruimte tusschen die dicht bezette straten en pleinen, en zij maakte
-een zonderling effect, met haar éenen, ijzeren boog. Maar beneden
-op de rivieroevers begon het gedrang weer; burgermannetjes in hun
-zondagsche kleeren hadden hun zakdoeken uitgespreid en zaten daar
-naast hun vrouwen van het lange rondslenteren uit te rusten. Midden op
-het blauwe water, dat bij de samenkomst der beide armen groen getint
-leek, werd een boot voortgeroeid door eenige roeiers in roode kielen,
-met de bedoeling om ter hoogte van de Port aux-Fruits te blijven
-liggen. Tegen de quai de Gèvres stond een groote waschinrichting,
-waarin men het lachen en het stampen der waschvrouwen hoorde. En die
-opeengedrongen menigte, die drie à vier honderdduizend menschen keken
-nu en dan op naar de torens van de Notre-Dame, die hun vierkante massa
-boven de huizen van de quai Napoléon uitstaken. Door de ondergaande
-zon verguld, roestkleurig tegen den helderen hemel, trilden zij in
-de lucht, door een welluidend, krachtig klokkenspel.
-
-Een paar malen had een valsch alarm een groote opschudding onder de
-menigte veroorzaakt.
-
---Ik verzeker u, dat ze niet voor halfzes voorbijkomen, zei een lange
-snuiter, die in gezelschap van mijnheer en mevrouw Charbonnel voor
-een koffiehuis van de quai de Gèvres zat.
-
-Het was Gilquin, Théodore Gilquin, de vroegere huurder van mevrouw
-Mélanie Correur, Rougon's lastige vriend. Dien dag droeg hij een
-geel linnen kostuum van negen en twintig francs, versleten en
-vol vlekken, en aan de naden opengescheurd; hij had schoenen met
-gaten, havanakleurige handschoenen, een breeden strooien hoed zonder
-lint. Wanneer Gilquin handschoenen aantrok, was hij gekleed. Sedert
-twaalf uur diende hij den Charbonnels tot gids, met wie hij op een
-avond bij Rougon in de keuken kennis had gemaakt.
-
---Ge zult alles zien, kinderen, herhaalde hij, met zijn hand over de
-lange knevels strijkende, die als twee zwarte sabelhouwen over zijn
-dronkemansgezicht liepen. Ge hebt je aan mijn zorgen toevertrouwd,
-niet waar? Nu, laat de regeling van het feestje dan ook aan mij over.
-
-Gilquin had drie glaasjes cognac en vijf glazen bier gedronken. Hij
-hield de Charbonnels daar al een paar uren onder voorwendsel,
-dat zij er op die manier het eerste bij zouden zijn. Het was een
-klein koffiehuis, waar men heel netjes zat, zei hij, en hij was heel
-gemeenzaam met den kellner. De Charbonnels hoorden hem geduldig aan
-en verbaasden zich over zijn woordenrijkdom en de afwisseling in zijn
-onderwerpen; mevrouw Charbonnel had niets dan een glas suikerwater
-verlangd, mijnheer Charbonnel nam een glas anisette, zooals hij
-meermalen deed, in de club te Plassans. Intusschen sprak Gilquin over
-de doopplechtigheid, alsof hij dien morgen op de Tuileriën geweest
-was om inlichtingen in te winnen.
-
---De keizerin is erg in haar schik, zei hij. Ze heeft een prachtige
-bevalling gehad. O, 't is zoo'n flinke vrouw! Je zult eens zien
-hoe statig ze er uitziet.... De keizer is eergisteren uit Nantes
-teruggekomen, waar hij heengegaan was voor de overstroomingen.... Wat
-een ramp hè, die overstroomingen!
-
-Mevrouw Charbonnel schoof haar stoel terug. Ze was eenigszins angstig
-voor de dichte menigte, die langs haar heen stroomde.
-
---Wat een menschen! mompelde zij.
-
---Te deksel, riep Gilquin, er zijn meer dan driehonderdduizend
-vreemdelingen in Parijs. Sedert acht dagen komen er dagelijks
-pleiziertreinen aan. Kijk daar heb je Normandiërs, en daar Gasconjers
-en die zijn uit Franche-Comté. O, ik haal ze er dadelijk uit! Ik heb
-zoowat overal rondgezworven.
-
-Toen vertelde hij dat de gerechtshoven vakantie hielden, dat de
-Beurs gesloten was, dat alle kantoren hun bedienden vrijaf hadden
-gegeven. De heele stad vierde het doopfeest mee. En hij noemde cijfers,
-hij berekende wat de plechtigheid en de feesten wel zouden kosten. Het
-Wetgevende lichaam had vierhonderdduizend francs toegestaan; maar dat
-beteekende niets, want een palfrenier van de Tuileriën had hem den
-vorigen avond verzekerd dat de stoet alleen bijna tweehonderdduizend
-francs zou kosten. Als de keizer er maar een millioen van zijn civiele
-lijst bij hoefde te leggen, mocht hij van geluk spreken. De luiermand
-alleen kostte honderdduizend francs.
-
---Honderdduizend francs! herhaalde mevrouw Charbonnel verbluft. Maar
-waaruit bestaat ze dan? Wat heeft men er dan in gedaan?
-
-Gilquin lachte toegevend. Er waren zulke dure kanten bij! Hij was
-vroeger reiziger in kanten geweest. En hij zette zijn berekening
-voort: vijftigduizend francs waren uitgeloofd ten behoeve der ouders
-van de wettige kinderen, die op denzelfden dag als de jonge prins
-geboren waren, en waarover de keizer en de keizerin peter en meter
-hadden willen zijn; vijf en tachtigduizend francs moesten besteed
-worden voor den aankoop van medailles voor de auteurs der cantates,
-die in de schouwburgen gezongen werden. Eindelijk vertelde hij nog
-breedvoerig hoe er nog honderdtwintigduizend herinneringsmedailles
-uitgedeeld werden aan de leerlingen van de lagere en de bewaarscholen,
-aan de onder-officieren en minderen van het Parijsche garnizoen. Hij
-had er een bij zich die hij liet zien. 't Was een medaille ter grootte
-van een halven franc, aan de eene zijde de beeltenissen van den keizer
-en de keizerin dragend, op de andere die van den keizerlijken prins,
-met den datum van de doopplechtigheid: 14 Juni 1856.
-
---Mag ik het van u hebben? vroeg mijnheer Charbonnel.
-
-Gilquin stemde toe. Maar toen de goede man hem er een franc voor gaf,
-weigerde hij hooghartig, zeggende dat het hoogstens een halven franc
-waard was.
-
-Intusschen beschouwde mevrouw Charbonnel de beeltenissen van het
-keizerlijk echtpaar. Ze werd verteederd.
-
---Ze zien er goedhartig uit, zei ze. Ze staan daar zoo naast elkaar,
-als brave menschen.... Zie eens, mijnheer Charbonnel, net twee hoofden
-op hetzelfde kussen, als men er zoo naar kijkt.
-
-Toen kwam Gilquin weer op de keizerin terug, wier liefdadigheid hij
-uitbundig prees. In de negende maand van haar zwangerschap had zij
-heele namiddagen besteed met de oprichting van een opvoedingsgesticht
-voor arme jonge meisjes in de faubourg Saint-Antoine. Zij had
-tachtigduizend francs geweigerd, die bij vijf sous tegelijk onder het
-volk waren ingezameld, om den jongen prins een geschenk aan te bieden;
-die som gelds moest volgens haar wensch dienen voor den leertijd
-van een honderdtal weezen. Gilquin, die al licht aangeschoten was,
-zette vervaarlijk groote oogen, terwijl hij naar zachte stembuigingen
-en teedere woorden zocht, die den eerbied van den onderdaan met de
-hartstochtelijke bewondering van den man vereenigden. Hij verklaarde
-dat hij gaarne zijn leven zou opofferen voor die edele vrouw. Maar
-niemand sprak hem tegen. Het gedruis van de menigte in de verte
-scheen de echo van zijn loftuitingen. En de klokken van de Notre-Dame
-verkondigden hoog boven de huizen haar uitbundige vreugde.
-
---Het zal nu wel tijd worden om een plaatsje te zoeken, zei mijnheer
-Charbonnel beschroomd.
-
-Mevrouw Charbonnel was reeds opgestaan en trok haar gele sjaal wat
-dichter om haar schouders.
-
---Zeker, mompelde zij. U wou een van de eersten zijn en nu blijven
-we hier zitten, zoodat al die menschen ons voor zijn.
-
-Maar Gilquin werd boos. Hij sloeg met zijn vuist op het zinken blad
-van het tafeltje. Zou hij zijn Parijs soms niet kennen? En terwijl
-mevrouw Charbonnel zich verschrikt op haar stoel liet neervallen,
-riep hij den kellner toe:
-
---Jules, een absinth en sigaren!
-
-Toen hij zijn groote knevels in zijn absinth gedoopt had, riep hij
-hem woedend terug.
-
---Hou je me voor den gek? Wil je dat bocht eens dadelijk meenemen
-en me die andere flesch geven, van Vrijdag!.... Ik ben reiziger in
-likeuren geweest, oude jongen. Je kan Théodore niet beetnemen!
-
-Hij kwam weer tot kalmte, toen de kellner, die bang voor hem scheen
-te zijn, hem de verlangde flesch gebracht had. Toen klopte hij het
-echtpaar Charbonnel vriendschappelijk op den schouder en noemde ze
-papa en mama.
-
---Zoo, zoo, mamaatje, beginnen de voetjes u te jeuken? Nu, ze zullen
-nog genoeg te doen krijgen tot van avond! Nu, hoe is het, vadertje,
-zitten we hier niet opperbest, voor dit café? We zitten, we zien
-de menschen voorbijtrekken. Ik zeg u dat we den tijd hebben. Bestel
-intusschen wat.
-
---Dank u, we hebben genoeg gehad, verklaarde mijnheer Charbonnel.
-
-Gilquin had een sigaar aangestoken. Hij leunde achterover, met
-de duimen in de armsgaten van zijn vest, zijn borst opzettende
-en wiegelend op zijn stoel. Een zalige uitdrukking kwam in zijn
-oogen. Plotseling kreeg hij een inval.
-
---Weet u wat? riep hij, morgen ochtend om zeven uur kom ik u afhalen,
-dan laat ik u alle feestelijkheden zien. Vindt u dat niet aardig?
-
-De Charbonnels keken elkander ongerust aan. Maar hij zette zijn
-programma uitvoerig uiteen, met een stem als een dierentemmer. 's
-Morgens ontbijten in het Palais Royal en wandeling door de stad. 's
-Middags naar de esplanade des Invalides, militaire vertooningen,
-mastklimmen, driehonderd opgelaten ballons met peperhuisjes suikergoed,
-een groote ballon met een regen van bruidsuikers. 's Avonds,
-dineeren bij een wijnkoopman aan de quai de Billy dien hij kende,
-vuurwerk waarvan het hoofdnummer een doopkapel zou voorstellen,
-wandeling door de geïllumineerde straten. En hij vertelde hun van
-het vurige kruis dat men op het gebouw van het Legioen van eer
-zou ophijschen, van het tooverpaleis op de place de la Concorde,
-waarvoor negenhonderd vijftigduizend gekleurde glazen noodig waren,
-van den toren Saint-Jacques, waarvan het standbeeld hoog in de lucht
-een brandende fakkel zou schijnen. Daar de Charbonnels nog weifelden,
-boog hij zich naar hen over en ging hij op zachten toon voort:
-
---En bij het naar huis gaan loopen we even een melksalon in de rue
-de Seine binnen, waar men heerlijke kaassoep kan krijgen.
-
-Toen durfden de Charbonnels niet langer weigeren. Hun ronde oogen
-drukten te gelijk nieuwsgierigheid en kinderlijke vreesachtigheid
-uit. Zij voelden zich aan de willekeur van dien verschrikkelijken
-man overgeleverd. Mevrouw Charbonnel mompelde:
-
---Ach, dat Parijs, dat Parijs!... Enfin, nu we er toch eenmaal zijn,
-moeten we alles zien. Maar als u eens wist, mijnheer Gilquin, hoe
-rustig we het in Plassans hadden! Ik heb daar ingemaakte groenten
-die staan te bederven, confituren, kersen op brandewijn, augurkjes...
-
---Wees maar niet bang, mamaatje, zei Gilquin, die hoe langer hoe
-vroolijker en gemeenzamer werd. Je wint je proces en dan vraag je
-mij te logeeren, hè? We zullen met ons allen dat ingemaakte goed
-wel opkrijgen.
-
-Hij schonk zich weer een glas absinth in. Hij was nu geheel
-dronken. Een oogenblik lang keek hij de Charbonnels met een teederen
-blik aan. Hij ging graag openhartig met iemand om. Opeens rees hij
-overeind en met zijn armen zwaaiende, riep hij pst! pst! 't Was
-mevrouw Mélanie Correur, die in een zijden japon aan de overzijde op
-het trottoir liep. Zij keerde zich om en scheen het zeer onaangenaam
-te vinden, toen zij Gilquin zag. Maar zij stak toch de straat over,
-trotsch voortstappende als een prinses. En toen zij voor het tafeltje
-stond, liet zij zich lang bidden eer zij iets aannam.
-
---Kom, een glaasje likeur, zei Gilquin. Daar houdt u wel van... Weet
-u nog, in de rue Vanneau? Wat een schik hebben we toen gehad! O,
-die dikzak van een Correur!
-
-Ze ging eindelijk zitten, toen er een luid gejuich door de menigte
-liep. Als door een stormwind opgeheven, vlogen de wandelaars
-vooruit, trappelend, als een losgebroken kudde. De Charbonnels waren
-werktuigelijk opgestaan om den stroom te volgen. Maar de zware hand
-van Gilquin drukte hen weer op hun stoelen neer. Hij was rood van
-kwaadheid.
-
---Stilzitten, voor den drommel! Wacht tot ik het zeg... Je ziet wel
-dat ze zich druk maken voor niets. Het is pas vijf uur, niet waar? 't
-Is de kardinaal-legaat, daar geven we niets om, hè? Ik vind het een
-beleediging dat de paus niet zelf gekomen is. Men is peetvader of
-men is het niet, zou ik denken!... Ik zweer je dat het kereltje het
-eerste halfuur nog niet voorbijkomt.
-
-De dronkenschap maakte hem oneerbiedig. Hij had zijn stoel omgekeerd,
-blies den voorbijgangers den rook van zijn sigaar in het gezicht,
-lonkte de vrouwen toe en keek de mannen uitdagend aan. Op de
-pont Notre-Dame was er een verstopping van rijtuigen ontstaan; de
-paarden trappelden van ongeduld, uniformen van hooge ambtenaren en
-hoofdofficieren, met goud geborduurd en met ridderorden bezaaid,
-vertoonden zich aan de portieren.
-
---Allemaal klatergoud! mompelde Gilquin, met een minachtend lachje.
-
-Maar toen een coupé de quai de la Mégisserie afkwam, sprong hij het
-tafeltje bijna omver, terwijl hij riep:
-
---Kijk, Rougon!
-
-En staande wuifde hij met zijn gehandschoende hand. Toen, vreezende
-dat hij niet opgemerkt was, begon hij met zijn strooien hoed te
-wuiven. Rougon, wiens senatorskostuum veel bekijks had, dook snel in
-een hoekje van de coupé. Toen riep Gilquin hem door zijn halfgesloten
-vuist, bij wijze van roeper.
-
-Op het trottoir bleven de menschen stil staan om te zien tegen wien
-die lange kerel in zijn geel linnen pakje het had. Eindelijk kon de
-koetsier de zweep over zijn paard leggen en de coupé reed de pont
-Notre-Dame op.
-
---Houd je toch stil! zei mevrouw Correur met gesmoorde stem, terwijl
-ze Gilquin bij een arm greep.
-
-Hij wou niet dadelijk gaan zitten. Hij rekte zijn hals uit om de coupé
-te midden der andere rijtuigen te volgen. En hij gaf zijn hart lucht,
-achter de voortrollende wielen.
-
---Ha, omdat hij goud op zijn jas draagt, kent hij niemand, hè? Dat
-neemt toch niet weg, dikkerd, dat je meer dan eens de laarzen van
-Théodore hebt te leen gehad.
-
-De menschen aan de tafeltjes om hem heen zetten groote oogen op; vooral
-aan het naaste tafeltje werd hij met groote belangstelling aangehoord
-door een familie, uit vader, moeder en drie kinderen bestaande. Hij
-was er trotsch op dat hij een aandachtig publiek had. Langzaam liet
-hij zijn blik over de bezoekers gaan en zeer luid zei hij, terwijl
-hij weer ging zitten:
-
---Rougon, dien heb ik gemaakt wat hij is!
-
-Hij riep mevrouw Correur tot getuige. Zij wist er alles van. Het was
-in haar hôtel, in de rue Vanneau, gebeurd. Ze kon niet tegenspreken
-dat hij hem wel twintigmaal zijn laarzen geleend had, om zich naar
-deftige lui te begeven met wie hij zaken behandelde, waarvan niemand
-iets begrijpen kon. Rougon bezat toen ter tijd slechts een paar oude,
-versleten schoenen, waarvoor een uitdrager niets gegeven zou hebben. En
-met een zegevierend gezicht naar het naaste tafeltje, de familie in
-het gesprek halende, riep hij uit:
-
---Dat kan ze zeker niet tegenspreken. Ze heeft zelf zijn eerste paar
-nieuwe laarzen in Parijs betaald.
-
-Mevrouw Correur draaide haar stoel wat om, ten einde den schijn
-te geven, alsof ze niet tot het gezelschap van Gilquin behoorde. De
-Charbonnels waren er bleek van geworden, toen zij op zoo'n manier over
-een man hoorden spreken, die hun vijfhonderd duizend francs bezorgen
-moest. Maar Gilquin was eenmaal op dreef; hij vertelde van a tot z hoe
-Rougon begonnen was. Hij zei, dat hij het heel wijsgeerig opvatte;
-hij lachte om de ondankbaarheid der menschen, hij was blij dat hij
-zichzelf kon achten. En nogmaals verzekerde hij dat Rougon zijn
-opkomst aan hem te danken had. Beiden leden zij honger op dezelfde
-verdieping. Toen was hij op den inval gekomen Rougon aan te sporen
-olijfolie te laten komen van een eigenaar in Plassans; en ze waren
-er beiden op uit gegaan, ieder een anderen kant, tot 's avonds tien
-uur toe, met proefjes olie in hun zakken. Rougon was geen handige
-verkooper; toch bracht hij soms mooie bestellingen thuis, die hij
-opdeed bij de deftige lui waar hij 's avonds kwam. O, die weergasche
-Rougon, zoo dom als een eend in allerlei zaken, en toch zoo slim! Wat
-had hij Théodore laten sloven, voor zijn politiek! Hier sprak Gilquin
-een toontje zachter en knipte daarbij met de oogen; hij had immers
-ook tot dat troepje behoord. Hij liep de kroegen van de barrière af,
-waar hij uit alle macht riep: Leve de republiek! Men moest ook wel
-republikein zijn, om menschen te werven. Het keizerrijk was hem een
-mooie kaars schuldig. Maar jawel, het keizerrijk bedankte hem niet
-eens. Terwijl Rougon en zijn kliek de taart deelden, gooide men hem
-de deur uit, als een schurftigen hond. Maar eigenlijk had hij dat
-ook liever, op die manier bleef hij onafhankelijk. Toch speet het hem
-nog altijd dat hij niet tot het laatste toe met de republikeinen was
-meegegaan, om al dat gespuis neer te schieten.
-
---Daar heb je den kleinen Du Poizat, die net doet of hij me niet meer
-kent! zei hij ten slotte. Een nieteling, wiens pijp ik meer dan eens
-gestopt heb!.... Du Poizat! Onder-prefect! Ik heb hem in zijn hemd
-gezien met de groote Amélie, die hem met éen klap de deur uitgooide,
-als hij lastig was.
-
-Hij zweeg een oogenblik, plotseling verteederd, met de waterige
-oogen van een dronkaard. Toen hernam hij, zich tot de bezoekers om
-hem heen wendend:
-
--- Enfin, u hebt Rougon gezien. Ik ben even groot als hij en even
-oud. Ik vlei me dat mijn hoofd er een beetje minder gemeen uit ziet
-dan het zijne. Nu, zou ik niet beter passen in een rijtuig, dan dat
-groote zwijn, met al dat verguld op zijn lijf?
-
-Maar op dit oogenblik verhief zich zoo'n gejuich op het plein voor het
-Stadhuis, dat de bezoekers er niet aan dachten hem te antwoorden. De
-menschen gingen weer aan het draven; men zag niets dan menschenbeenen
-in de lucht, terwijl de vrouwen haar rokken tot boven de knieën opnamen
-om harder te kunnen loopen. En toen het gejuich naderbij kwam, tot
-een gillend geschreeuw aangroeide, riep Gilquin:
-
---Hoep, daar is de dreumes! Betaal gauw, papa Charbonnel, en volgt
-me allen.
-
-Mevrouw Correur hield een slip van zijn geel katoenen jas vast om
-hem niet kwijt te raken. Achter haar kwam mevrouw Charbonnel hijgend
-aan. Het scheelde weinig of men had mijnheer Charbonnel in den steek
-gelaten. Gilquin had zich vastberaden in de menigte geworpen, zich
-met zijn ellebogen een weg banende; en hij manoeuvreerde met zoo'n
-gezag dat de dichtste rijen zich voor hem openden. Toen hij aan de
-borstwering van de kade gekomen was, wees hij zijn gezelschap hun
-plaatsen aan. Hij tilde de dames op en zette ze op de borstwering neer,
-met de beenen naar de rivierzijde, ondanks de angstige gilletjes die
-zij uitstieten. Hij en mijnheer Charbonnel bleven achter ze staan.
-
---Zie zoo, poesjes, nu zit je op den eersten rang, zei hij om ze te
-kalmeeren. Weest maar niet bang! We zullen je vasthouden.
-
-Hij sloeg beide armen om de gevulde gestalte van mevrouw Correur,
-die hem toelachte. Men kon niet boos worden op dien snaak. Intusschen
-zag men niets. In de richting van het plein voor het stadhuis was het
-een deining van hoofden, een onstuimig hoera-geroep; hoeden werden
-wuivend op en neer bewogen door onzichtbare handen; zij vormden
-boven de menigte een groote zwarte golf, die langzamerhand naderbij
-kwam rollen. Toen kwam er leven in de huizen op de quai Napoléon,
-tegenover het plein, aan de vensters verdrongen zich de toeschouwers
-met verrukte gezichten, met uitgestrekte armen wees men naar iets dat
-links bij de rue de Rivoli in aantocht was. Drie eindelooze minuten
-bleef de brug nog ledig. De klokken aan de Notre-Dame, als door een
-razende vreugde aangegrepen, luidden harder. Plotseling verschenen er
-trompetters op de ledige brug. Een zucht van voldoening ging door de
-opeengepakte menigte. Achter de trompetters en het muziekkorps dat
-op hen volgde, reed een generaal, vergezeld van zijn staf. Daarop
-volgden escadrons karabiniers, dragonders en guides; toen eerst
-kwamen de galarijtuigen. Er waren er eerst acht, ieder met zes paarden
-bespannen. In de eerste zaten hofdames, kamerheeren, officieren van het
-huis hunner keizerlijke majesteiten, eeredames van de groothertogin
-van Baden, die de peetmoeder vertegenwoordigde. En Gilquin, zonder
-mevrouw Correur los te laten, verklaarde haar dat de peetmoeder, de
-koningin van Zweden, zich al evenmin als de peetvader verwaardigd had
-zelf te komen. Toen het zevende en het achtste rijtuig voorbijkwamen,
-noemde hij de personen die er in zaten, met een gemeenzaamheid die
-aantoonde hoezeer hij met het hof bekend was. Die twee dames waren
-prinses Mathilda en prinses Marie. Die drie heeren waren koning Jérôme,
-prins Napoléon en de prins van Zweden, zij hadden de groothertogin
-van Baden bij zich. De stoet ging langzaam vooruit. Naast de portieren
-gingen lakeien, adjudanten, eereridders, die de teugels kort hielden
-om de paarden stapvoets te laten gaan.
-
---Waar is de kleine nu? vroeg mevrouw Charbonnel ongeduldig.
-
---Wel, ze hebben hem niet onder een bankje verstopt, zei Gilquin
-lachend. Hij komt zoo dadelijk.
-
-Hij drukte mevrouw Correur nog wat vaster tegen zich aan, en zij
-liet hem begaan, omdat zij bang was dat zij vallen zou, zei ze. En
-de bewondering werkte aanstekelijk op hem; met schitterende oogen
-mompelde hij:
-
---Ik moet toch zeggen, 't is mooi! Wat zitten ze daar op hun gemak, in
-hun satijnen doozen!.... Als je nagaat dat ik daaraan meegewerkt heb!
-
-Hij blies zich op; de stoet, de menigte, de heele horizon behoorde
-hem toe. Maar na de korte stilte die door de verschijning der eerste
-rijtuigen teweeggebracht was, brak weer een joelend geluid los; nu
-wuifden de hoeden op de kade zelf boven de golvende hoofden. Midden op
-de brug verschenen zes pikeurs van den keizer, met hun groene livrei,
-hun ronde mutsjes waaromheen de gouden franje van een grooten eikel
-afhingen. Eindelijk verscheen het rijtuig der keizerin, door acht
-paarden getrokken; het had vier lantaarns, op de vier hoeken; geheel
-van glas, groot, afgerond, geleek het op een grooten kristallen
-koffer, die op gouden wielen rustte. Binnenin onderscheidde men
-duidelijk in een wolk van witte kant, den keizerlijken prins op den
-schoot van de gouvernante der Kinderen van Frankrijk; naast haar
-zat de min, een mooie, zwaar gebouwde Bourgondische. Op eenigen
-afstand, na een groep stalknechten te voet en stalmeesters te paard,
-kwam het rijtuig des keizers, eveneens getrokken door acht paarden,
-even rijk als het vorige, waarin de keizer en de keizerin zaten te
-groeten. Naast de portieren van beide rijtuigen kregen de maarschalken,
-met onverstoorbare kalmte, het stof der wielen op hun rijkgeborduurde
-uniformen.
-
---Als de brug nu eens inzakte! zei Gilquin grinnikend, die pleizier
-vond in vreeselijke veronderstellingen.
-
-Mevrouw Correur legde hem verschrikt het zwijgen op. Maar hij hield
-vol dat die ijzeren bruggen nooit erg stevig zijn; en toen de beide
-rijtuigen midden op de brug waren, beweerde hij dat hij haar zag
-doorbuigen. Wat een duikeling, potstausend! papa, mama en het kind
-zouden daar een aardig slokje water naar binnen krijgen! De rijtuigen
-rolden langzaam en zachtjes voort, de brug was zoo licht, met haar
-zachte buiging, dat het scheen alsof zij boven de rivier zweefden,
-in het blauwe water spiegelde zij zich af, als vreemdsoortige
-goudvisschen. De keizer en de keizerin leunden ietwat vermoeid tegen
-het gecapitonneerde satijn, blij dat ze een oogenblik uit de drukte
-waren en niet behoefden te groeten. De gouvernante der Kinderen van
-Frankrijk maakte ook gebruik van de gelegenheid om den kleinen prins,
-die van haar schoot gegleden was, wat op te richten, terwijl de min,
-voorovergebogen, hem door haar glimlach vroolijk hield. En de geheele
-stoet baadde in het zonlicht, de uniformen, de toiletten, de tuigen
-schitterden; de rijtuigen wierpen een dansenden weerschijn op de
-donkere huizen van de quai Napoléon. Heel in de verte, boven de brug
-verhief zich als de achtergrond van dit schilderij, de monumentale
-reclame, op den muur van het hooge huis op het eiland Saint-Louis,
-de groote grijze overjas, waaruit het lichaam verdwenen was, waarvan
-de zon een schitterende apotheose maakte.
-
-Gilquin merkte de jas op, juist toen zij boven de beide rijtuigen
-uitstak. Hij riep:
-
---Kijk, daar heb je den oom ook!
-
-De omstanders lachten. Mijnheer de Charbonnel, die het niet begrepen
-had, vroeg wat die uitroep beteekende, maar zijn stem ging verloren
-in het oorverdoovend gejuich en het handgeklap van de driehonderd
-duizend menschen, die daar dicht opeengepakt stonden. Toen de kleine
-prins op het midden van de brug gekomen was, en men den keizer en
-de keizerin achter hem had zien verschijnen, in die open ruimte waar
-niets het uitzicht belemmerde, maakte een buitengewone ontroering zich
-van de nieuwsgierigen meester. De mannen gingen op de teenen staan en
-heschen beteuterde kleuters op hun schouders; de vrouwen schreiden en
-stamelden teedere woordjes voor "dien lieven kleine." Een stormachtig
-gejuich bleef aanhouden op het plein voor het stadhuis; op de kaden,
-aan weerszijden van de rivier, zoover het oog kon reiken, ontwaarde
-men een woud van zwaaiende, groetende armen. Aan de vensters zag
-men met zakdoeken wuiven, geestdriftige gezichten met wijdgeopende
-monden zich voorover buigen. En heel aan het einde werden de smalle
-vensters van het eiland St. Louis levendig door een geschitter van
-witte plekken, die men niet duidelijk onderscheiden kon. De roeiers
-in hun roode kielen, staande in hun boot, die op de Seine voortdreef,
-schreeuwden uit alle macht; terwijl de waschvrouwen, met bloote armen
-en verward haar uit de ramen van het waschhuis hingen en zoo hard
-met haar stampers sloegen, dat zij dreigden te breken.
-
---'t Is gedaan, we kunnen wel heengaan, zei Gilquin.
-
-Maar de Charbonnels wilden tot het laatste zien blijven. De achterhoede
-van den stoet, de escadrons van de gardes, de kurassiers en de
-karabiniers, trokken de rue d'Arcole in. Daarop ontstond er een
-vreeselijk gedrang; het dubbele gelid van de nationale gardes en de
-liniesoldaten werd op verscheidene plaatsen verbroken; vrouwen gilden.
-
---Laten we heengaan, herhaalde Gilquin. Men dringt elkander dood.
-
-En toen hij de dames op het trottoir gezet had, liet hij ze den
-straatweg oversteken, ondanks de drukte. Mevrouw Correur en de
-Charbonnels vonden het beter langs de borstwering te loopen om
-zoodoende op de pont Notre-Dame te komen en te gaan zien, wat er op
-de place du Parvis gebeurde. Maar hij luisterde niet naar ze, hij
-trok ze mee. Toen ze zich weer voor het kleine koffiehuis bevonden,
-duwde hij ze plotseling neer op de stoelen rondom het tafeltje,
-dat zij zoo pas verlaten hadden.
-
---Jelui denkt zeker dat ik lust heb mijn voeten af te laten trappen
-door dien hoop leegloopers?.... We gaan wat drinken, wat drommel? We
-zijn daar beter dan in het gedrang. We hebben nu genoeg van het feest,
-hè? 't Begint eindelijk te vervelen.... Komaan, wat zult u gebruiken,
-mama?
-
-De Charbonnels, op wie hij zijn verschrikkelijke oogen richtte, maakten
-eenige verlegen bedenkingen. Ze hadden den stoet graag uit de kerk zien
-komen. Toen bracht hij hun aan het verstand dat zij moesten wachten
-tot het wat minder druk werd; over een kwartiertje zou hij ze er heen
-brengen, als het dan niet al te druk was. Mevrouw Correur maakte stil
-dat zij wegkwam, terwijl hij aan Jules sigaren en bier ging bestellen.
-
---Wel ja, rust een beetje uit, zei ze tot de Charbonnels. U vindt me
-daar wel.
-
-Zij ging de pont Notre-Dame over en de rue de la Cité in. Maar
-de opstopping was daar zoo groot, dat zij een vol kwartier noodig
-had om de rue de Constantine te bereiken. Ze besloot haar weg te
-bekorten door de rue de la Licorne en de rue des Trois-Canettes in
-te slaan. Eindelijk kwam zij op de place du Parvis, nadat zij aan
-een kelderraam van een verdacht huis een heelen volant van haar
-zijden japon had laten zitten. Het plein, met zand en met bloemen
-bestrooid, was beplant met palen die banieren met het koninklijke
-wapen droegen. Voor de kerk bevond zich een kolossaal voorportaal,
-in den vorm van een tent, dat de kale muursteenen aan het oog onttrok
-door roodfluweelen gordijnen met gouden franjes in eikels.
-
-Daar stuitte mevrouw Correur op een rij soldaten, die de menigte in
-bedwang hielden. Te midden van de opengelaten ruimte liepen lakeien
-langzaam op en neer, naast de rijtuigen die in vijf rijen geschaard
-stonden; terwijl de koetsiers deftig op hun bok zaten, met de leidsels
-in de hand. En toen zij den hals uitrekte om een opening te zoeken,
-waardoor zij heen kon dringen, bemerkte zij Du Poizat die kalm een
-sigaar rookte, in een hoek van het plein, te midden der lakeien.
-
---Kunt u me daar niet binnen laten komen? vroeg zij hem, nadat zij
-door roepen en wuiven zijn aandacht had getrokken.
-
-Hij sprak met een officier en bracht haar vóor de kerk.
-
---Ik zou u raden hier te blijven, zei hij. 't Is daarbinnen niet uit te
-houden. Ik kreeg het zoo benauwd, dat ik er uit ben gegaan.... Kijk,
-daar zijn de kolonel en mijnheer Bouchard, die ook al tevergeefs een
-plaats gezocht hebben.
-
-De heeren stonden daar inderdaad, links, aan den kant van de rue du
-Cloître Notre-Dame. Mijnheer Bouchard vertelde dat hij zijn vrouw
-had toevertrouwd aan de hoede van mijnheer d'Escorailles, die een
-uitmuntenden fauteuil voor een dame had. Wat den kolonel aangaat,
-het speet hem zeer, dat hij de plechtigheid niet aan zijn zoon Auguste
-kon verklaren.
-
---Ik had hem de beroemde vaas willen toonen, zei hij. 't Is zooals
-u weet, de vaas die Lodewijk den Vromen heeft toebehoord, een vaas
-van vernikkeld, ingelegd koper, in den mooisten Perzischen stijl,
-een gedenkstuk uit den tijd der kruistochten, die bij den doop van
-al onze koningen dienst heeft gedaan.
-
---Hebt u de honneurs gezien? vroeg mijnheer Bouchard aan Du Poizat.
-
---Ja, antwoordde deze. Mevrouw de Lorentz droeg de chrémeau.
-
-Hij moest een nadere uitlegging geven. De chrémeau was de
-doopmuts. Geen van beide heeren wist dat; daar keken zij vreemd van
-op. Du Poizat somde toen al de honneurs van den keizerlijken prins
-op, de doopmuts, de gewijde kaars, het zoutvat, en de honneurs van
-den peter en de meter, het bekken, de waterkan, de handdoek; al die
-voorwerpen werden door hofdames gedragen. Dan was er nog de mantel
-van den kleinen prins, een buitengewoon prachtige mantel, op een
-fauteuil bij het doopvont uitgespreid.
-
---Is er heusch geen plaatsje over? riep mevrouw Correur, wier
-nieuwsgierigheid door al die bijzonderheden opgewekt werd.
-
-Toen vertelden zij haar van al de groote staatslichamen, alle
-autoriteiten, alle delegaties die zij hadden zien voorbijtrekken. Het
-was een eindelooze optocht; het Corps diplomatique, de Senaat,
-het Wetgevend lichaam, de Staatsraad, de Hooge Raad, de hofhouding,
-de rechters, zonder nog te spreken van de ministers, de prefecten,
-de burgemeesters en hun adjuncten, de leden van de Academie, de
-hoofdofficieren, tot zelfs de afgevaardigden van het Israëlitische
-en het Protestantsche consistorie. En er kwam nog geen einde aan.
-
---Goede hemel, wat moet dat mooi zijn! zuchtte mevrouw Correur.
-
-Du Poizat haalde de schouders op. Hij was vreeselijk uit zijn
-humeur. Al die drukte "verveelde hem". En hij scheen ontstemd door den
-langen duur der plechtigheid. Was het nu nog haast niet gedaan? Ze
-hadden het Veni Creator gezongen; zij hadden elkander bewierookt en
-gegroet. De kleine zou nu toch wel gedoopt zijn. Mijnheer Bouchard
-en de kolonel, die geduldiger waren, keken naar de met vlaggen
-versierde vensters van het plein; daarop keken zij eensklaps op,
-bij een plotselinge losbarsting van het klokkenspel, dat de torens
-deed schudden, en een lichte huivering beving hen bij de gedachte
-aan de nabijheid van die ontzaglijke kerk, waarvan zij het einde
-niet konden bespeuren, hoog in de lucht. Intusschen was Auguste naar
-het voorportaal geslopen, Mevrouw Correur volgde hem. Maar toen zij
-tegenover de hoofddeur kwam, waarvan de beide vleugels open stonden,
-deed een buitengewoon schouwspel haar plotseling stilstaan.
-
-Tusschen de twee groote gordijnen vertoonde zich de kerk als een
-ontzaglijke, kostbaar versierde tabernakel. De zachtblauwe gewelven
-waren met sterren bezaaid. De vensters vormden rondom dit uitspansel
-mystieke gesternten, die de kleine, levendige vlammetjes van een
-gloed van edelgesteenten levendig hielden. Overal daalde van de
-hooge pilaren een rood fluweelen draperie, die het weinige daglicht
-dat onder het schip bleef hangen, nog meer wegnam; en in dien rooden
-nacht brandde enkel, in het midden, een gloeiende haard van kaarsen,
-duizenden kaarsen, zoo dicht bij elkander geplaatst, dat het een
-enkele zon geleek, schitterende in een regen van vonken. Het was in
-het midden van het kruisraam, op een verhevenheid, het altaar dat in
-gloed stond. Links en rechts verhieven zich kronen. Een breede hemel
-van met hermelijn gevoerd fluweel, vormde boven den hoogsten troon een
-reusachtigen vogel met sneeuwwitten buik en purperen vleugels. Een
-van goud en edelgesteenten schitterende menigte vulde de kerk; bij
-het altaar vormden de bisschoppen met staf en myter, een glorie,
-een van die schitterende voorstellingen die aan een geopenden
-hemel doen denken; rondom de estrade zaten prinsen, prinsessen,
-grootwaardigheidsbekleeders in luisterrijke praal; aan weerszijden
-zaten in oploopende banken het diplomatieke Corps en de Senaat ter
-rechter-, het Wetgevend lichaam en de Raad van State ter linkerzijde;
-terwijl allerhande delegaties de overige ruimte van het schip vulden
-en de dames, boven op de tribunes, de bonte kleurenmengeling van haar
-lichte toiletjes ten toon spreidden. Een bloedroode nevel hing in de
-kerk. De hoofden, die rechts en links achter in de kerk opeengehoopt
-waren, hadden den rose tint van beschilderd porselein. De kostuums,
-het satijn, de zijde, het fluweel, werden met een dieprooden gloed
-overtogen, alsof zij op het punt waren te ontvlammen. Geheele rijen
-werden opeens in een vurigheid gehuld. De diepe kerk geleek een
-ontzaglijke smeltoven.
-
-Toen zag mevrouw Correur een ceremoniemeester op het koor voorwaarts
-treden, die driemaal met een forsche stem riep:
-
---Leve de kroonprins! leve de kroonprins! leve de kroonprins!
-
-En te midden der daverende toejuichingen bemerkte mevrouw Correur
-aan den rand van de verhevenheid den keizer, over de menigte
-heenziende. Zijn zwarte jas stak scherp af tegen de flonkerende gewaden
-der bisschoppen achter hem. Hij hield het volk den kroonprins voor,
-een pakje witte kant, dat hij met opgeheven armen omhoog hield.
-
-Maar plotseling gaf een suisse mevrouw Correur een wenk, dat zij
-terzijde moest gaan. Zij ging twee passen achteruit en zag nog slechts
-een der gordijnen voor zich. Het vizioen was verdwenen. Ze stond daar
-opeens in het volle daglicht en onthutst bleef zij staan, meenende
-dat zij een oud schilderij gezien had, zooals er in het Louvre waren,
-met ouderwetsch gekleede personen, die men nooit op straat ontmoet.
-
---Blijf daar niet staan, zei mijnheer Du Poizat, terwijl hij haar
-weer bij den kolonel mijnheer Bouchard bracht.
-
-De heeren spraken nu over de overstroomingen. Er waren verschrikkelijke
-verwoestingen in de dalen der Rhône en Loire aangericht. Duizenden
-gezinnen waren zonder onderkomen. De inschrijvingen, die overal geopend
-werden, waren niet bij machte om zooveel ellende te verlichten. Maar
-de keizer toonde een bewonderenswaardige mildheid en moed: te Lyon
-had men hem de overstroomde wijken der stad zien doorwaden; te Tours
-had hij bijna drie uur lang in een bootje rondgevaren en overal met
-milde hand aalmoezen uitgedeeld.
-
---Hoor eens! viel de kolonel hier in.
-
-Het orgel bromde in de kerk. Een plechtig gezang klonk door de opening
-van het voorportaal, waarvan de gordijnen zich heen en weer bewogen
-onder dien ontzaglijken adem.
-
---'t Is het Te Deum, zei mijnheer Bouchard.
-
-Du Poizat slaakte een zucht van verlichting. Eindelijk zou het dan
-gedaan zijn! Maar mijnheer Bouchard legde hem uit, dat de acten
-nog niet geteekend waren. Daarop moest de kardinaal-legaat den
-priesterlijken zegen uitspreken. Toch begonnen er al menschen uit
-de kerk te komen. Een van de eersten was Rougon, met een magere
-allereenvoudigst gekleede vrouw, met een tanig gezicht, aan den
-arm. Een magistraat, in het kostuum van president van het hof van
-appèl, vergezelde hem.
-
---Wie is dat? vroeg mevrouw Correur.
-
-Du Poizat noemde hem de twee personen. Mijnheer Beulin d'Orchère was
-met Rougon in kennis gekomen een poosje vóór den Staatsgreep, en hij
-betoonde hem sinds dien tijd een bijzondere achting, zonder echter
-vriendschapsbetrekkingen met hem aan te knoopen. Mejuffrouw Véronique,
-zijn zuster, bewoonde met hem een hôtel in de rue Garancière, dat
-zij bijna alleen verliet om de missen in Saint-Sulpice bij te wonen.
-
---Kijk, zei de kolonel zachtjes, dat is nu juist een vrouw voor Rougon.
-
---Uitstekend, bevestigde mijnheer Bouchard. Een tamelijk fortuin,
-goede familie, een vrouw van orde en ondervinding. Hij zou geen betere
-kunnen vinden.
-
-Maar Du Poizat sprak dit tegen. De juffrouw was zoo rijp als een
-mispel, die men op het stroo heeft laten liggen. Ze was minstens zes
-en dertig jaar en ze leek wel veertig. Een mooie bezemsteel om mee in
-bed te liggen! Een vrome zus die platgestreken haar droeg! Een hoofd
-met zulke flauwe trekken, dat het wel scheen alsof het een half jaar
-lang in wijwater te weeken had gelegen!
-
---U is nog jong, verklaarde de chef de bureau ernstig. Rougon moet
-bij het sluiten van een huwelijk met zijn verstand te rade gaan.... Ik
-ben uit liefde getrouwd, maar dat is niet voor iedereen weggelegd.
-
---Och, wat kan mij dat meisje ook schelen, bekende Du Poizat
-eindelijk. Maar dat gezicht van Beulin-d'Orchère bevalt me niet. Hij
-heeft een kop als een bulhond. Zie maar eens naar zijn breeden
-snoet en dien gekrulden haarbos, waarin zich geen enkel grijs haartje
-vertoont, ofschoon hij al vijftig jaar is! Wie kan achter zijn plannen
-komen? Vertel me eens waarom hij voort blijft gaan zijn zuster in
-Rougon's armen te voeren, nu Rougon toch gevallen is?
-
-Mijnheer Bouchard en de kolonel zwegen en wisselden een angstigen
-blik. Zou de "bulhond," zooals de gewezen onder-prefect hem noemde,
-Rougon geheel alleen opslokken? Maar mevrouw Correur zei langzaam:
-
---'t Is altijd goed magistraatspersonen op zijn hand te hebben.
-
-Rougon had intusschen juffrouw Véronique naar haar rijtuig geleid;
-voordat zij instapte, groette hij haar. Juist op dat oogenblik kwam de
-mooie Clorinde aan den arm van Delestang uit de kerk. Zij keek ernstig
-en wierp een vlammenden blik op dat gele meisje, tegenover wie Rougon
-zich zoo galant toonde, dat hij ondanks zijn senatorsrok het portier
-eigenhandig achter haar dichtsloot. Terwijl het rijtuig wegreed, trad
-zij regelrecht op hem toe, den arm van Delestang loslatend en haar
-kinderlijk lachje terugvindend. Het geheele gezelschap volgde haar.
-
---Ik ben ma kwijt geraakt! riep ze vroolijk uit. Men heeft mama in
-de drukte ontvoerd.... U hebt zeker wel een hoekje in uw coupé voor
-me over, nietwaar?
-
-Delestang, die haar thuis had willen brengen, scheen zeer ontstemd. Zij
-droeg een oranjekleurige zijden japon, met zulke opzichtige bloemen
-geborduurd, dat de lakeien naar haar keken. Rougon maakte een buiging,
-maar het duurde wel tien minuten eer de coupé verscheen. Allen bleven
-daar staan, ook Delestang, ofschoon zijn rijtuig in de onmiddellijke
-nabijheid op hem wachtte. De kerk liep langzamerhand ledig. Mijnheer
-Kahn en mijnheer Béjuin voegden zich bij het gezelschap. En daar
-de groote man met een gemelijk gezicht zijn handdruk flauwtjes
-beantwoordde, vroeg hij ongerust:
-
---Voelt ge u niet goed?
-
---Neen, antwoordde hij. Al dat licht daarbinnen heeft me vermoeid.
-
-Hij zweeg, en hernam daarna zachter:
-
---Het was een grootsch gezicht. Ik heb nog nooit een man zoo gelukkig
-zien kijken.
-
-Hij sprak van den keizer. Hij had de armen uiteengestrekt, met een
-breed gebaar, langzaam en plechtig alsof hij hen aan het tooneel en
-de kerk wilde herinneren; overigens zei hij niets meer. Zijn vrienden
-zwegen insgelijks. Zij vormden in een hoek van het plein een klein
-groepje. Voor hen trok een dichte drom van magistraatspersonen in toga,
-officieren in groot tenue, ambtenaren in uniform, een gegalonneerde,
-opgeschikte, gedecoreerde menigte, die de bloemen, waarmee het plein
-bestrooid was, vertrad, te midden van het geroep der lakeien en het
-geratel der wegrijdende rijtuigen. De roem van het keizerrijk, op
-zijn toppunt gekomen, zweefde in het purper van de ondergaande zon,
-terwijl de torens van de Notre-Dame, zachtrood en welluidend, de
-toekomstige regeering van het kind, dat onder haar gewelven gedoopt
-was, zeer hoog naar een toppunt van vrede en grootheid, schenen te
-dragen. Maar zij voelden in hun ontevredenheid slechts een onmatige
-begeerigheid in zich opkomen bij al de pracht van de plechtigheid,
-het klokkengelui, de ontplooide banieren, de geestdrift in de stad,
-de verrukking van die officiëele wereld. Rougon die voor de eerste
-maal het onaangename van zijn ongenade gevoelde, was zeer bleek,
-en in gedachte benijdde hij den keizer.
-
---Bonsoir, ik ga heen, 't is doodelijk vervelend, zei Du Poizat en
-nam met een handdruk van de anderen afscheid.
-
---Wat scheelt u toch vandaag? vroeg de kolonel. U is zoo boos.
-
-En de onder-prefect antwoordde bedaard, terwijl hij heenging:
-
---Wel, waarom zou ik vroolijk zijn?.... Van morgen las ik in den
-Moniteur dat die ezel van een Champenon de prefectuur gekregen heeft,
-die mij beloofd was.
-
-De anderen keken elkander aan. Du Poizat had gelijk, zij kregen niet
-van de taart. Rougon had hun bij de geboorte van den kroonprins een
-regen van geschenken beloofd op den doopdag: mijnheer Kahn zou zijn
-concessie krijgen, de kolonel het kommandeurskruis, mevrouw Correur de
-vijf of zes tabaksdépots waarom zij zoo dikwijls gevraagd had. En daar
-stonden zij nu met hun allen, op een hoopje, in een hoek van het plein,
-met leege handen. Toen keken zij Rougon aan met zoo'n troosteloozen,
-verwijtenden blik, dat deze woedend de schouders ophaalde. Toen
-zijn coupé eindelijk voorreed, duwde hij Clorinde snel naar binnen,
-en zonder een woord te spreken sloeg hij het portier met een harden
-klap achter zich dicht.
-
---Daar staat Marsy in het portaal, mompelde mijnheer Kahn, terwijl hij
-mijnheer Béjuin meetrok. Wat ziet die ploert er trotsch uit!.... Draai
-je om. 't Ontbrak er nog maar aan dat hij ons niet terug groette!
-
-Delestang had zich gehaast in zijn rijtuig te stappen, ten einde de
-coupé te volgen. Mijnheer Bouchard wachtte op zijn vrouw; toen hij
-zag dat de kerk leeg was, keek hij heel verbaasd en ging hij eindelijk
-heen met den kolonel, die ook genoeg had van het rondkijken naar zijn
-zoon Auguste.
-
-Mevrouw Correur had intusschen het geleide aanvaard van een
-dragonder-luitenant, een landgenoot van haar, die zijn epauletten
-eenigszins aan haar te danken had.
-
-In de coupé praatte Clorinde opgetogen over de plechtigheid, terwijl
-Rougon, achterover geleund, met een slaperig gezicht naar haar
-luisterde. Zij had de Paaschfeesten te Rome bijgewoond, maar die waren
-niets indrukwekkender. En zij legde hem uit dat de godsdienst voor haar
-als het ware een hoekje van den hemel opende, met God den Vader als
-een zon op zijn troon gezeten, te midden van de schitterende pracht
-der engelen om hem heen geschaard, als een breede kring van schoone,
-in goud gekleede jongelieden. Toen liet zij plotseling haar onderwerp
-varen en vroeg:
-
---Komt u van avond op het feest, dat de stad aan Hunne Majesteiten
-aanbiedt? Dat zal prachtig zijn.
-
-Zij was uitgenoodigd. Ze zou een rose kleedje dragen, dicht bezaaid met
-vergeetmijnietjes. Mijnheer de Plouguern zou haar geleider zijn, omdat
-haar moeder 's avonds niet meer uitging wegens haar hoofdpijnen. Daarop
-weer tot een ander onderwerp overgaande, vroeg zij op nieuw:
-
---Wie is toch die magistraat, die u zooeven bij u hadt?
-
-Rougon hief het hoofd op en zei in éen adem door:
-
---Mijnheer Beulin-d'Orchère, vijftig jaar, uit een familie van
-rechtsgeleerden, is substituut geweest te Montbrison, procureur des
-konings te Orléans, advokaat-generaal te Rouen, heeft deel uitgemaakt
-van een gemengde commissie in 52, is vervolgens te Parijs gekomen als
-raadsheer van den Hoogen Raad, en is er nu president van.... O ja,
-hij heeft het decreet van den 22en Januari 1852 goedgekeurd, waarbij
-de goederen van de familie Orléans verbeurd verklaard werden.... Is
-u daarmee tevreden?
-
-Clorinde lachte. Hij hield haar voor den gek, omdat zij
-weetgierig was; men mocht de menschen toch wel kennen, aan wie men
-allicht kon voorgesteld worden. En zij repte niet van mejuffrouw
-Beulin-d'Orchère. Zij sprak weer over het feest op het Stadhuis: de
-feestgalerij zou met ongekenden luister versierd worden; gedurende
-het diner zou een orkest zonder tusschenpoozen spelen. Ja, Frankrijk
-was een groot land! Nergens, noch in Engeland, noch in Duitschland,
-noch in Spanje, noch in Italië, had zij schitterender bals gezien. Haar
-keus was dan ook al gemaakt, zei ze met een gezicht dat straalde van
-bewondering, zij wou een Française zijn.
-
---O, soldaten, riep ze, zie eens, soldaten!
-
-De coupé, die de rue de la Cité doorgereden was, moest aan het
-einde van de pont Notre-Dame stilhouden voor een regiment, dat op
-de kade voorbijtrok. Het waren liniesoldaten, soldaatjes die als
-schapen voortliepen, een beetje uit den pas door de boomen van de
-trottoirs. Zij kwamen terug van het afzetten. De volle namiddagzon
-schitterde hun juist in het gelaat, hun laarzen waren wit bestoft,
-hun rug gebogen onder het gewicht van ransel en geweer. En zij hadden
-zich zoo verveeld, onder al dat gedrang van de menigte, dat zij er
-nog versuft uitzagen.
-
---Ik dweep met het Fransche leger, zei Clorinde verrukt, zich voorover
-buigend om beter te kunnen zien.
-
-Rougon scheen wakker te worden en keek nu ook. Het was de kracht
-van het keizerrijk, die daar voorbijtrok, in het stof van den
-weg. Langzamerhand was er een opstopping van rijtuigen op de brug
-ontstaan; maar de koetsiers wachtten eerbiedig; terwijl personages
-in galakostuum uit de portieren lagen en met een flauwen glimlach
-op het gelaat naar die soldaatjes keken, die door het lange staan
-versuft waren.
-
---En die laatsten daar, ziet u die? hernam Clorinde. Daar is een
-heele rij, die nog geen baard hebben. Zien ze er niet aardig uit?
-
-En in een onstuimige opwelling van teederheid wierp zij den soldaten
-kushandjes toe. Ze hield zich een beetje verborgen, om niet gezien
-te worden. Het was een genot, die liefde voor de gewapende macht,
-waarop zij zichzelve onthaalde.
-
-Rougon glimlachte toegevend; hij had dien dag ook pas zijn eerste
-genoegen gesmaakt.
-
---Wat is er nu weer aan de hand? vroeg hij, toen de coupé de kade op
-kon rijden.
-
-Een menigte menschen verdrong zich op de trottoirs en de straat. Het
-rijtuig moest alweer stilhouden. Een stem uit de menigte zei:
-
---'t Is een dronkaard, die de soldaten uitgescholden heeft. De politie
-heeft hem al bij den kraag gepakt.
-
-Toen de menigte uiteenging, bemerkte Rougon Gilquin die stomdronken
-door twee politieagenten vastgehouden werd. Hier en daar kwam zijn
-bloote huid door zijn gescheurde linnen pakje te voorschijn. Maar
-hij was niet lastig, met zijn afhangenden knevel op zijn rood
-gezicht. Hij sprak heel vertrouwelijk met de politieagenten, hij
-noemde ze "kindertjes". En hij vertelde hun dat hij den heelen middag
-heel rustig in een koffiehuis had gezeten, vlak bij, in gezelschap
-van heel voorname lui. Men kon informeeren aan het theater du
-Palais-Royal, waar mijnheer en mevrouw Charbonnels heengegaan waren
-om de opvoering van les Dragées du Captême te zien; ze zouden het
-stellig niet tegenspreken.
-
---Laat me toch los, grappenmakers! riep hij, zich plotseling schrap
-zettende. Het koffiehuis is hier vlak bij, wat donder! Kom maar mee,
-als je me niet gelooft!.... De soldaten waren onbeleefd, begrijp
-je, er was een klein ventje bij dat lachte. Toen heb ik hem op zijn
-voorman gezet. Maar het Fransche leger beleedigen, dat nooit! Noem
-den naam Théodore eens bij den keizer, dan zal je eens zien wat hij
-zegt.... Sakkerloot, je zou er leelijk inloopen!
-
-Het volk lachte het uit van de pret. De twee agenten hielden hem stevig
-vast en duwden hem langzaam naar de rue Saint-Martin, waar men in de
-verte de roode lantaarn van een politiepost zag. Rougon was snel in
-zijn rijtuig weggedoken. Maar plotseling kreeg Gilquin hem in het
-oog. Toen, werd hij spotachtig en voorzichtig. Hij keek naar hem,
-knipoogde en zei als tot zichzelf:
-
---Genoeg, kindertjes, ik zou schandaal kunnen maken, maar ik doe het
-niet, omdat ik te veel eergevoel heb.... Zeg, jelui zou de hand niet
-op Théodore leggen, als hij met prinsessen uit rijden ging, zooals
-een zeker iemand van mijn kennis. Ik heb toch ook met de groote
-lui gewerkt, en netjes ook, daar durf ik me op beroemen, zonder
-duizenden en honderden te vragen. Men kent zijn waarde. Dat is een
-troost bij al die kleingeestigheden.--Alle donders! zijn vrienden
-dan geen vrienden meer?
-
-Hij werd aandoenlijk, en begon te hikken. Rougon wenkte stilletjes een
-man in een groote overjas, dien hij toevallig herkende; en na hem iets
-in het oor gefluisterd te hebben, gaf hij hem het adres van Gilquin,
-rue Virginie no. 17, te Grenelle. De man naderde de politieagenten,
-als om ze een handje te helpen. De menigte keek heel verbaasd toen
-zij zag, dat de agenten links afsloegen en Gilquin in een vigelante
-wierpen, waarna de koetsier op hun bevel de quai de la Mégisserie
-opreed. Maar Gilquin's groot, verward hoofd verscheen nog eens met
-een zegevierenden lach buiten het portier en hij brulde:
-
---Leve de republiek!
-
-Toen de menigte uiteengegaan was, keerden de kaden tot haar gewone
-rust weer. Parijs, moe van geestdrift, zat aan tafel, de drie
-honderdduizend nieuwsgierigen, die zich daar verdrongen hadden, hadden
-de restauraties aan de Seineoevers bestormd. Op de ledige trottoirs
-slenterden langzaam enkele buitenlui rond, doodmoe, niet wetende waar
-zij zouden eten. Beneden, aan beide zijden van de waschinrichting,
-stonden de vrouwen haar wasch te stampen. Een zonnestraal verguldde
-nog de torens van de Notre-Dame, die nu zwegen, boven de huizen in de
-duisternis gehuld. En in den nevel die uit de Seine opsteeg, ginds,
-op de spits van het eiland Saint-Louis, onderscheidde men nog slechts,
-op het doffe grijs van de gevels, de reusachtige jas, de monumentale
-reclame, als ware er aan een spijker in den horizon de plunje van een
-Titan vastgehaakt, wiens ledematen door den bliksem verpletterd waren.
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-
-Op een morgen kwam Clorinde tegen elf uur bij Rougon in de rue
-Marbeuf. Ze keerde uit het Bosch terug; een knecht hield haar paard
-bij den teugel vast. Zij ging regelrecht naar den tuin, sloeg linksaf
-en bleef voor het wijdgeopende venster van de kamer staan, waarin de
-groote man zat te werken.
-
---Daar verras ik u eens! zei ze eensklaps.
-
-Rougon hief snel het hoofd op. Zij lachte in de warme Juni-zon. Haar
-amazone van grof blauw laken, waarvan zij den langen sleep over haar
-linkerarm had geslagen, deed haar grooter schijnen; terwijl haar
-keurslijf, een vest met kleine ronde basques, haar nauw omsloot. Ze
-droeg linnen manchetten en een linnen boordje, waaronder een dasje
-van blauwe zijde geknoopt zat. Op haar opgestoken haar droeg zij heel
-kranig een heerenhoed, waarom een blauw gazen sluier, gepoederd door
-het gouden stof der zon.
-
---Wat, is u dat? riep Rougon, toeloopend. Kom toch binnen!
-
---Neen, neen, antwoordde zij. Laat ik u niet storen, ik heb u maar
-een woordje te zeggen.... Mama zal me wel wachten met het ontbijt.
-
-Het was de derde maal dat zij zoo by Rougon kwam, tegen alle gebruiken
-in. Maar zij hield zich alsof zij in den tuin wou blijven. Trouwens,
-de beide eerste keeren was zij ook in amazone-kostuum gekomen, wat
-haar de vrije bewegingen van een jongen veroorloofde, en waarvan de
-lange rok haar toch een voldoende bescherming toescheen.
-
---U moet weten dat ik bij u kom bedelen, hernam zij. 't Is voor
-die loterijbriefjes. We hebben een loterij op touw gezet voor de
-arme meisjes.
-
---Goed, kom binnen, herhaalde Rougon, dan kunt u het me uitleggen.
-
-Zij had haar karwats in de hand gehouden, een zeer fijne karwats,
-met zilveren handvat. Zij begon te lachen, terwijl ze er mee op haar
-rok tikte.
-
---'t Heeft geen uitlegging noodig! U neemt lootjes van me. Daar ben
-ik voor gekomen.... Ik heb al drie dagen naar u uitgekeken, zonder
-u aan te treffen, en morgen is de trekking.
-
-Daarop een zakboekje voor den dag halend, vroeg zij:
-
---Hoeveel loten wilt u?
-
---Geen een, als u niet binnenkomt! riep hij.
-
-En op gekscherenden toon ging hij voort:
-
---Wat drommel, men doet toch geen zaken door de ramen! Ik kan u toch
-geen geld toereiken als aan een bedelaarster!
-
---Dat kan me niet schelen, geef maar hier.
-
-Maar hij bleef op zijn stuk. Zij keek hem een oogenblik zwijgend
-aan. Daarop hernam zij:
-
---Als ik binnenkom, neemt u er dan tien?.... Ze kosten tien francs
-het stuk.
-
-Toch draalde zij nog. Zij wierp een snellen blik door den tuin. Een
-tuinman lag geknield in een der lanen en plantte geraniums in een
-bed. Ze glimlachte even en trad op het bordes van drie treden toe,
-waarop de openslaande deur van Rougon's kamer uitkwam. Rougon reikte
-haar de hand toe, en toen hij haar midden in de kamer gevoerd had,
-zei hij:
-
---U is toch niet bang dat ik u op zal eten? Ge weet wel dat ik de
-onderdanigste van uw slaven ben. Wat hebt ge hier te vreezen?
-
-Zij tikte nog steeds met haar karwats tegen haar rok.
-
---Ik ben nergens bang voor, antwoordde zij met de vrijmoedigheid van
-een geëmancipeerd meisje.
-
-Nadat zij toen haar karwats op de sofa neergelegd had, zocht ze
-opnieuw in haar zakboekje.
-
---U neemt er tien, niet waar?
-
---Ik zal er twintig nemen, als je dat graag hebt, zei hij; maar ga
-alsjeblieft zitten, laten we een oogenblikje praten.... Ge gaat toch
-niet dadelijk heen, wel?
-
---Nu dan, een lot per minuut, hè?.... Als ik een kwartier blijf,
-is dat vijftien loten, blijf ik twintig minuten, dan twintig, en zoo
-voort tot van avond toe, ik vind het best. Afgesproken?
-
-Ze lachten beiden om die afspraak. Clorinde nam eindelijk plaats in
-een fauteuil, voor het openstaande venster. Rougon ging weer voor
-zijn schrijftafel zitten, om haar gerust te stellen. En zij begonnen
-te praten, eerst over het huis. Zij vond den tuin een beetje klein,
-maar allerliefst, met zijn grasperk in het midden en zijn dichte
-boomen daarom heen. Hij vertelde haar hoe het huis was ingericht;
-beneden, gelijkvloers, was zijn werkkamer, een groot salon, een
-klein salon en een heel mooie eetzaal; op de eerste zoowel als op
-de tweede verdieping, waren er zeven kamers. Ofschoon heel beknopt,
-was dat alles toch veel te groot voor hem alleen. Toen de keizer hem
-dat hôtel gegeven had, moest hij met een weduwe trouwen, die zijn
-Majesteit zelf voor hem gekozen had. Maar de dame was gestorven en
-nu bleef hij vrijgezel.
-
---Waarom? vroeg zij, hem vlak in het gelaat ziende.
-
---Bah, antwoordde hij, ik heb wel wat anders te doen. Op mijn leeftijd
-heeft men geen vrouw meer noodig.
-
-Maar zij haalde haar schouders op en zei eenvoudig:
-
---Houd u maar zoo niet!
-
-Ze waren langzamerhand heel vrij in hun gesprekken geworden. Zij
-beweerde dat hij een wellustig temperament had. Hij verdedigde
-zich, hij vertelde haar van zijn jeugd, van al die jaren die hij in
-ongezellige, kale kamers had doorgebracht, waar zelfs geen waschvrouw
-binnenkwam, zei hij. Toen vroeg zij hem naar zijn maîtresses, met
-een kinderlijke nieuwsgierigheid; hij had er toch enkelen gehad;
-hij kon toch bijvoorbeeld een welbekende dame niet verloochenen,
-die zich, nadat hij haar verlaten had, in de provincie gevestigd
-had. Maar hij haalde de schouders op. De vrouwen lieten hem koud. Ja,
-als het bloed hem naar het hoofd steeg, dan was hij als alle mannen,
-dan zou hij met een druk van zijn schouder in staat geweest zijn den
-wand van een alkoof in te drukken, om binnen te komen. Maar als dat
-voorbij was, werd hij weer heel kalm.
-
---Neen, neen, geen vrouw! herhaalde hij, terwijl zijn oogen al begonnen
-te glinsteren bij de achtelooze houding, die Clorinde aannam. Dat
-maakt te veel inbreuk op mijn vrijheid.
-
-Het meisje, dat achterover in haar fauteuil lag, glimlachte
-zonderling. Haar boezem ging langzaam op en neer, terwijl haar gelaat
-er kwijnend uitzag, ze liet haar Italiaansch accent nog sterker
-uitkomen en sprak op zangerigen toon:
-
---Kom, zwijg daarvan, mijn waarde, ge aanbidt ons. Wilt ge wedden
-dat ge binnen het jaar getrouwd zijt?
-
-Zij was werkelijk uitdagend, zoo zeker was zij van haar
-overwinning. Sedert eenigen tijd bood zij zich bedaard aan Rougon
-aan. Zij deed de moeite niet meer om haar langzame verleiding te
-verbergen, dat weloverlegde werk waarmee zij hem had omringd, voordat
-zij aan de belegering van zijn begeerten begon. Nu achtte zij hem al
-genoeg in haar macht om met open vizier op te treden. Er ontstond ieder
-oogenblik een waar tweegevecht tusschen hen. Zoo zij de voorwaarden
-van den strijd al niet hardop zeiden, hun oogen spraken duidelijk
-genoeg. Wanneer zij elkander aankeken, konden zij een glimlach niet
-weerhouden; en zij daagden elkander uit. Clorinde stelde haar prijs,
-zij ging op haar doel af met een trotsche stoutmoedigheid, overtuigd
-dat zij toch niet meer zou toestaan dan zij zelf verkoos. Rougon,
-die zich door dat spel liet meesleepen, zette alle gemoedsbezwaren
-terzijde en dacht er alleen aan dat mooie meisje tot zijn maîtresse te
-maken en haar daarna in den steek te laten, om haar zijn meerderheid
-te bewijzen. De strijd tusschen hun hoogmoed was nog grooter dan die
-tusschen hun zinnen.
-
---Bij ons te lande, ging zij bijna zachtjes voort, is de liefde de
-hoofdzaak. Meisjes van twaalf jaar hebben er al minnaars.... Ik
-ben een jongen geworden, doordat ik veel gereisd heb. Maar als u
-mama gekend had toen zij jong was! Ze kwam haar kamer bijna niet
-uit. Ze was zoo mooi dat men van verre kwam om haar te zien. Een
-zekere graaf is een half jaar in Milaan gebleven alleen om haar te
-zien, en hij kon heengaan zonder een tipje van haar vlechten gezien
-te hebben. De Italiaansche vrouwen zijn niet zooals de Fransche,
-die babbelen en overal heen gaan; ze blijven den man aanhangen,
-dien ze eenmaal gekozen hebben.... Ik ben altijd op reis geweest,
-ik weet niet of het met mij ook zoo wezen zal. Toch geloof ik dat ik
-vurig lief zou hebben, o ja, heel vurig, tot stervens toe....
-
-Haar oogleden waren langzamerhand dichtgevallen, haar gelaat straalde
-van een wellustige verrukking. Terwijl zij nog sprak had Rougon zijn
-schrijftafel verlaten, met bevende handen, als door een onweerstaanbare
-macht aangetrokken. Maar toen hij naderbij gekomen was, keek ze hem met
-groote oogen aan. En glimlachend naar de pendule wijzend, hernam zij:
-
---Dat zijn tien loten.
-
---Wat, tien loten? stamelde hij, niet begrijpende waarop zij doelde.
-
-Toen hij weer tot zichzelf kwam, gierde zij het uit van lachen. Ze
-vond er vermaak in hem het hoofd op hol te brengen, en juist als hij
-de armen wou openen, ontsnapte zij hem. Rougon, plotseling zeer bleek
-geworden, keek haar woedend aan, wat haar vroolijkheid nog verhoogde.
-
---Kom, ik ga heen, zei ze. Ge zijt niet galant genoeg voor de
-dames.... Neen, in ernst, ma wacht me met het ontbijt.
-
-Maar hij had zijn vaderlijke manieren weer hernomen. Alleen in zijn
-grijze oogen, half bedekt door zijn dikke oogleden, flikkerde het
-soms als ze het hoofd afwendde; zijn blik gleed dan over haar gansche
-gestalte, met de woede van een man, die tot het uiterste gedreven is
-en er nu een eind aan wil maken. Hij merkte op dat ze hem nog wel
-vijf minuten schenken kon. Hij was juist aan zoo'n vervelend werk,
-een rapport voor den Senaat, over verzoekschriften. En hij sprak met
-haar over de keizerin, voor wie zij een diepe vereering koesterde. De
-keizerin was sedert acht dagen in Biarritz. Toen nam het meisje weer
-een gemakkelijke houding aan en begon een eindeloos gebabbel. Ze
-kende Biarritz; vroeger had ze er een seizoen doorgebracht, toen die
-badplaats nog niet in de mode was. Ze vond het vreeselijk jammer
-dat ze er niet heen kon gaan terwijl het hof daar was. Toen begon
-ze te vertellen van een zitting van de Académie, waarheen mijnheer
-de Plouguern haar den vorigen avond had meegenomen. Men ontving er
-een schrijver, dien ze uitlachte, omdat hij een kaal hoofd had. Ze
-had trouwens een afschuw van boeken. Zoodra ze zich dwong om iets
-te lezen, moest ze met zenuwhoofdpijnen naar bed. Ze begreep niet
-wat ze las. Toen Rougon haar zei dat die schrijver een vijand van
-den keizer was en dat zijn rede wemelde van hatelijke toespelingen,
-was zij geheel verslagen.
-
---Hij zag er toch zoo goedig uit, verklaarde zij.
-
-Rougon voer nu op zijn beurt tegen de boeken uit. Er was zoo pas een
-roman verschenen, die zijn verontwaardiging gaande maakte; een werk
-van een zeer verdorven verbeelding, dat den schijn aannam zich enkel
-om de strikte waarheid te bekommeren, en den lezer in de uitspattingen
-van een hysterische vrouw inwijdde. Dat woord "hysterische" scheen
-hem te bevallen, want hij herhaalde het driemaal. Toen Clorinde hem
-vroeg wat het beteekende, weigerde hij haar, uit overgroote schaamte,
-een verklaring te geven.
-
---Alle gezegden zijn wel hoorbaar, ging hij voort, maar niet
-oorbaar. Toch hangt er veel van af, hoe men iets zegt.... Zoo is men
-bij de administratie wel eens genoodzaakt heel kiesche onderwerpen
-aan te roeren. Ik heb rapporten gelezen over zekere vrouwen, ge
-begrijpt me wel? Nu, daar waren zeer nauwkeurige bijzonderheden in
-aangegeven, in een helderen, eenvoudigen, fatsoenlijken stijl. Dat
-bleef kuisch!.... De romanschrijvers van onzen tijd daarentegen
-hebben een wellustigen stijl aangenomen, een manier van de dingen te
-zeggen alsof ze voor uw oogen leven. Dat noemen zij kunst. Ik noem
-het kortweg onbetamelijkheid.
-
-Hij noemde nog het woord "pornographie", en sprak zelfs over den
-markies de Sade, van wien hij echter nooit iets gelezen had. Zoo
-sprekende wist hij behendig te manoeuvreeren, om achter Clorinde's
-fauteuil om te komen, zonder dat zij het bemerkte. Clorinde zei,
-met doelloozen blik:
-
---O, ik heb nog nooit een roman ter hand genomen. Al die leugens
-vind ik vervelend.... Kent u, "Léonora de Zigeunerin"? Dat is een
-mooi boek. Ik heb het in het Italiaansch gelezen, toen ik nog klein
-was. Het handelt over een arm meisje dat eindelijk met een rijken
-heer trouwt. Eerst wordt ze door roovers ontvoerd....
-
-Maar een licht geknars achter haar deed haar snel het hoofd omwenden.
-
---Wat doet u daar? vroeg zij.
-
---Ik laat de store neer, antwoordde Rougon. U zult wel hinder van de
-zon hebben.
-
-Ze zat inderdaad in het volle zonlicht; de dansende stofjes verguldden
-het strak gespannen laken van haar amazone met een lichtend dons.
-
---Laat die store alsjeblieft op! riep ze. Ik houd wel van een
-zonnetje! Ik zit hier als in een warm bad.
-
-En ongerust rees ze half op en wierp zij een blik in den tuin, om
-te zien of de tuinman daar nog was. Toen zij hem in het oog kreeg,
-neergehurkt, niets anders toonende dan den ronden rug van zijn blauw
-boezeroen, ging ze weer gerustgesteld zitten. Rougon, die haar blik
-gevolgd had, liet de store los, terwijl zij zich vroolijk over hem
-maakte. Hij was dus als de uilen, hij zocht de schaduw op. Maar hij
-werd niet boos en liep naar het midden der kamer, zonder eenige spijt
-te laten merken. Zijn groot lichaam had de langzame bewegingen van
-een beer, die op een verraderlijken streek zint.
-
-Toen hij zich aan andere einde der kamer bevond, bij een breede sofa,
-waarboven een groote photographie hing, riep hij haar:
-
---Kijk eens even hier, zei hij. Hebt u mijn laatste portret al
-eens gezien?
-
-Zij strekte zich nog gemakkelijker in haar fauteuil uit, en antwoordde
-glimlachend:
-
---Ik zie het van hier wel.... U hebt het me trouwens al meer laten
-zien.
-
-Hij liet zich niet uit het veld slaan. Hij was de store van het tweede
-venster gaan neerlaten, en hij verzon nog een paar andere voorwendsels,
-om haar in dat halfdonkere hoekje te lokken, waar het zoo aangenaam
-was, zei hij. Zij antwoordde niet, vol minachting voor dien groven
-strik, ze schudde met het hoofd van neen. Daarop, ziende dat zij
-hem begrepen had, kwam hij met saamgevouwen handen voor haar staan;
-hij liet zijn listen varen en daagde haar openlijk uit.
-
---Dat is waar ook!... Ik wou u Monarque laten zien, mijn nieuw paard. U
-weet dat ik geruild heb.... U houdt veel van paarden, u moet me uw
-opinie eens zeggen.
-
-Ze weigerde weer. Maar hij bleef aandringen, de stal was vlak bij,
-het zou hoogstens vijf minuten duren. En toen zij neen bleef zeggen,
-liet hij zich op bijna minachtenden toon ontvallen:
-
---O, u is niet moedig!
-
-Dat had de uitwerking van een zweepslag. Ze stond op, ernstig en
-wat bleek.
-
---Laten we Monarque gaan zien, zei zij eenvoudig.
-
-Ze wierp den sleep van haar amazone reeds over haar linkerarm. Ze keek
-hem diep in de oogen. En zoo keken zij elkander een oogenblik aan,
-alsof zij elkanders gedachten konden lezen. 't Was een uitdaging,
-die gedaan en aangenomen werd, zonder eenige omzichtigheid. En zij
-ging vooruit de drie treden van het stoepje af, terwijl hij met een
-werktuigelijke beweging zijn kamerjasje dichtknoopte. Maar ze had
-nog geen drie schreden in de laan gedaan of zij bleef stilstaan.
-
---Wacht, zei ze.
-
-Ze ging de kamer weer in. Toen zij terugkwam, hield zij spelend de
-karwats in haar hand, die zij achter een kussen van de sofa had laten
-liggen. Rougon keek schuins naar de karwats en toen naar Clorinde. Nu
-glimlachte zij. Zij ging weer voor hem uit.
-
-De stal stond achter in den tuin. Toen zij voorbij den tuinman kwamen,
-raapte deze juist zijn gereedschappen bij elkaar; hij was op het
-punt van heen te gaan. Rougon keek op zijn horloge; het was vijf
-minuten over elven, de staljongen zou wel aan zijn ontbijt zijn. En
-blootshoofds liep hij in de brandende zon achter Clorinde aan, die
-langzaam voortwandelde, links en rechts met haar karwats tegen de
-groene boomen slaande. Ze spraken geen woord. Zij keerde zich zelfs
-niet om. Toen zij aan den stal gekomen was, liet zij Rougon de deur
-openen en trad ze voor hem binnen. De deur, die te hard teruggestooten
-werd, viel met een dreunend geluid dicht, zonder dat zij ophield te
-glimlachen. Een kinderlijk vertrouwen stond op haar gelaat te lezen.
-
-'t Was een doodgewone, kleine stal, met vier eikenhouten
-beschotten. Ofschoon men den vloer 's morgens pas geschrobd had, en
-het houtwerk, de ruiven en de kribben zeer zindelijk gehouden werden,
-rook het er toch sterk. Er heerschte een vochtige warmte, als in een
-bad. Het daglicht drong door twee ronde dakramen naar binnen; twee
-lichte strepen waren zichtbaar tegen de donkere zoldering, maar in
-de hoeken langs den grond bleef het donker. Clorinde, uit het volle
-daglicht komende, onderscheidde aanvankelijk niets; maar ze wachtte,
-ze deed de deur niet weer open, om niet bang te schijnen. Twee
-afdeelingen waren alleen bezet. De paarden wendden snuivend den kop om.
-
---Die is het, niet waar? vroeg zij, toen haar oogen aan de duisternis
-gewend waren. Hij ziet er heel goed uit.
-
-Ze klopte het zachtjes op het kruis. Toen streelde ze hem op den rug,
-zonder de minste vrees te doen blijken. Ze wou zijn kop eens zien,
-zei ze.
-
-En toen ze vlak bij de ruif stond, hoorde Rougon haar een paar
-stevige zoenen op den neus van het paard drukken. Die zoenen maakten
-hem wanhopig.
-
---Kom toch hier, riep hij. Als hij uitsloeg, zou hij u verpletteren.
-
-Maar zij lachte, zoende het dier nog harder, sprak hem vriendelijk
-toe, terwijl er een trilling over zijn zijdeachtige huid ging,
-alsof die onverwachte liefkoozingen hem goed deden. Eindelijk kwam
-zij weer te voorschijn. Zij zei dat ze dolveel van paarden hield,
-dat zij haar wel kenden, dat zij haar nooit kwaad deden, zelfs al
-plaagde zij ze. Ze wist hoe ze er mee moest omgaan. Ze waren heel
-gevoelig voor liefkoozingen. Dit paard zag er al heel goedig uit. En
-zij hurkte achter hem neder en lichtte met beide handen een van zijn
-pooten op om den hoef te onderzoeken. Het paard liet het gewillig toe.
-
-Rougon keek naar haar, terwijl ze zoo neergehurkt zat. Wanneer zij
-zich voorover boog, spanden haar heupen het laken van haar amazone. Hij
-zei niets meer; het bloed steeg hem naar de keel; een beschroomdheid,
-aan zinnelijke lieden eigen, kwam over hem. Toch ging hij er toe
-over zich te bukken. Toen voelde zij een zachte aanraking onder
-haar oksels, zoo zacht, dat zij voortging met haar onderzoek van den
-paardenhoef. Rougon haalde diep adem en stak plotseling zijn handen
-verder uit. En zij bleef heel kalm, alsof ze dat verwacht had. Ze
-liet den hoef los, en zonder zich om te keeren zei ze:
-
---Wat scheelt u? wat gaat ge nu beginnen?
-
-Hij wou haar om het middel vatten, maar zij tikte hem op de vingers,
-terwijl ze er bijvoegde:
-
---Handjes thuis, alsjeblieft! Ik ben evenals de paarden erg
-kittelachtig....
-
-Ze lachte, alsof ze het niet begreep. Toen zij Rougon's warmen adem
-in haar hals voelde, stond zij op, met de veerkracht van een stalen
-springveer; ze ontsnapte en ging met den rug tegen den muur staan,
-tegenover de paarden.
-
-Hij volgde haar met uitgestrekte handen, en trachtte van haar te
-grijpen wat hij maar kon. Maar zij maakte zich een schild van haar
-sleep, dien zij over haar linkerarm sloeg, terwijl haar opgeheven
-rechterhand de karwats hield. Hij stond met trillende lippen voor haar,
-en sprak geen woord. Zij praatte steeds voort, volkomen op haar gemak.
-
---U kunt me toch niet aanraken! zei ze. Ik heb les in het schermen
-gehad, toen ik jong was. Het spijt me zelfs dat ik er niet mee
-voortgegaan ben.... Pas op uw vingers. Daar, wat heb ik u gezegd?
-
-Zij scheen te spelen. Ze sloeg niet hard, maar telkens als hij zijn
-handen waagde uit te steken, gaf ze hem een striem. En ze was zoo vlug
-en behendig dat hij niet eens meer haar kleeren kon aanraken. Eerst had
-hij haar bij de schouders willen grijpen; maar na een paar tikken met
-de karwats, had hij het op haar middel voorzien, en toen hij daar ook
-slecht ontvangen werd, had hij zich verraderlijk tot aan haar knieën
-gebukt, echter niet vlug genoeg om een regen van lichte zweepslagen
-te vermijden, zoodat hij genoodzaakt was zich weer op te richten. 't
-Was een hagelbui van slagen, links en rechts, waarbij men de karwats
-duidelijk hoorde klappen.
-
-Rougon, die zijn huid voelde gloeien, week een oogenblik terug. Hij
-was nu vuurrood, zweetdroppels parelden hem op het voorhoofd. De sterke
-stallucht bedwelmde hem; de halve duisternis, waarin de warme damp van
-de paarden opsteeg, prikkelde hem tot het uiterste. Toen veranderde
-het spel. Hij wierp zich nu onstuimiger op Clorinde. En zij, zonder
-dat zij ophield te glimlachen en te praten, deelde haar zweepslagen
-niet meer als vriendschappelijke tikjes uit, maar ze sloeg raak,
-met korte, krachtige slagen. Ze was mooi zoo, met haar rok strak om
-haar beenen gespannen, met haar lenige gestalte om haar nauwsluitend
-keurslijf, gelijk een vlugge, donkerblauwe slang. Wanneer zij met haar
-arm de lucht doorkliefde, vormde haar hals, ietwat achterovergebogen,
-een bekoorlijke lijn.
-
---Hoe is het, houdt u nog niet op? vroeg zij lachend. U zult het
-eerste moe worden, waarde vriend.
-
-Maar dat waren de laatste woorden die zij sprak. Rougon, halfdol,
-verschrikkelijk, met een vuurrood gelaat, wierp zich op haar, snuivend
-als een losgebroken stier. Zij zelve scheen er een genot in te vinden
-dien man af te ranselen, er blonk een glans van wreedheid in haar
-oogen. Op haar beurt zwijgend, verliet zij den muur en begaf zich
-onvervaard naar het midden van den stal, en zij keerde en wendde zich,
-vermenigvuldigde haar slagen, hield hem op een afstand, sloeg hem op
-zijn beenen, zijn armen, zijn buik, zijn schouders; terwijl hij met
-zijn groot lichaam danste als een wild dier onder de zweep van een
-dierentemmer. Zij sloeg uit de hoogte, trotsch opgericht, met bleeke
-wangen, een zenuwachtig lachje om de lippen. Maar zonder dat zij het
-opmerkte dreef hij haar naar achteren, naar een openstaande deur die
-toegang gaf tot een tweede ruimte, waar de voorraad hooi en stroo
-bewaard werd. En toen zij haar karwats verdedigde, die hij veinsde
-haar te willen ontwringen, greep hij haar bij de heupen, ondanks
-de slagen, en deed haar neerploffen op het stroo, met zoo'n vaart,
-dat hij zelf naast haar neerviel. Zij uitte geen kreet, maar met al
-haar macht striemde zij hem met de zweep over het gezicht.
-
---Slet! riep hij.
-
-En hij braakte gemeene scheldwoorden uit, hij vloekte, hoestte,
-hijgde naar adem. Hij zei dat zij met iedereen in bed gelegen had,
-met den koetsier, met den bankier, met Pozzo. Toen vroeg hij:
-
---Waarom wil je niet met mij?
-
-Zij verwaardigde hem geen antwoord. Ze stond roerloos, doodsbleek,
-in de trotsche houding van een beeld.
-
---Waarom wil je niet? herhaalde hij. Je hebt me wel aan je bloote
-armen laten komen. Zeg me alleen waarom je niet wil?
-
-Zij bleef ernstig, boven de beleediging verheven, de oogen van hem
-afgewend.
-
---Daarom, zei zij eindelijk.
-
-En hem aanziende, hernam zij na een kort stilzwijgen:
-
---Trouw me.... Daarna, alles wat je wil.
-
-Hij liet een gedwongen lachje hooren, een onnoozel en beleedigend
-lachje, dat hij vergezeld liet gaan van een weigerend hoofdschudden.
-
---Dan, nooit! riep ze uit, hoort ge, nooit, nooit!
-
-Zij voegden er geen woord meer bij en keerden naar den stal terug. De
-paarden wendden den kop om, en snoven harder, verontrust door het
-gedruis van de worsteling, dat zij achter zich gehoord hadden. De
-zon had de twee zolderramen bereikt, twee gele stralen bespatten de
-duisternis met een schitterend stof; en de vloersteenen dampten,
-op de plek waar de stralen neervielen, zoodat de sterke geur nog
-doordringerder werd. Intusschen was Clorinde, met de karwats onder
-den arm, opnieuw op Monarque toegetreden. Zij zoende hem tweemaal op
-den neus en zei:
-
---Vaarwel, dikkerd. Jij bent ten minste verstandig!
-
-Rougon, doodmoe, beschaamd, gevoelde een groote kalmte. De laatste
-zweepslag had zijn vleeschelijke lusten als het ware voldaan. Met zijn
-nog bevende handen knoopte hij zijn das weer vast, voelde hij of zijn
-jasje nog toegeknoopt was. Toen nam hij zorgvuldig de strootjes weg,
-die aan het rijkleed van het meisje waren blijven zitten. Nu deed de
-vrees om daar met haar gevonden te worden, hem de ooren spitsen. En
-zij, alsof er niets bijzonders tusschen hen was voorgevallen, liet
-hem zonder de minste vrees om haar rijkleed ronddraaien. Toen zij
-hem verzocht de deur voor haar te openen, gehoorzaamde hij.
-
-In den tuin liepen ze langzaam voort. Rougon, die een brandende plek
-op zijn linkerwang voelde, hield er zijn zakdoek voor. Zoodra zij
-den drempel der kamer overschreden had, was Clorinde's eerste blik
-naar de pendule.
-
---Dat zijn twee en dertig loten, zei ze glimlachend.
-
-Toen hij haar verrast aankeek, lachte zij luid en vervolgde:
-
---Zend me gauw heen, de klok staat niet stil. Nu is de drie en
-dertigste minuut weer begonnen.... Ik zal de loten maar op uw
-schrijftafel leggen.
-
-Hij gaf driehonderd twintig francs, zonder een enkele aarzeling. Alleen
-beefden zijn vingers een beetje, toen hij de goudstukken neertelde,
-het was een straf die hij zichzelven oplegde. Verrukt over de manier
-waarop hij zoo'n som afstond, kwam zij met een allerliefst gebaar
-op hem toe en reikte hem haar wang toe. En toen hij er op vaderlijke
-wijze een kus op gedrukt had, ging zij opgetogen heen en zei:
-
---Dank u voor die arme meisjes.... Nu hoef ik nog maar zeven loten
-te plaatsen. Oompje zal ze wel nemen.
-
-Toen Rougon alleen was, ging hij werktuigelijk voor zijn schrijftafel
-zitten. Hij hervatte zijn afgebroken arbeid, schreef een paar minuten
-lang, terwijl hij met groote oplettendheid de voor hem liggende
-documenten raadpleegde. Toen bleef hij met de pen in de hand en een
-ernstig gezicht zitten kijken naar den tuin, zonder te zien. Wat hij
-in zijn geest aan dat venster terugzag, was de slanke gestalte van
-Clorinde, die op en neer wiegde, zich kronkelde, zich ontrolde met de
-zachte, wellustige beweging van een blauwachtige slang. Zij gleed naar
-binnen, en midden in de kamer bleef zij overeind staan op den levenden
-staart van haar kleed, met trillende heupen, terwijl haar armen zich
-naar hem uitrekten, met een eindelooze over elkander schuiving van
-buigzame ringen. Langzamerhand vermeesterden stukjes van haar lichaam
-het geheele vertrek, zij strekten zich overal op uit, op het tapijt,
-de fauteuils, de behangsels, zwijgend, hartstochtelijk. Een scherpe
-geur steeg uit haar op.
-
-Toen wierp Rougon heftig zijn pen neer, verliet toornig zijn
-schrijftafel en kneep zijn vingers, dat zij kraakten. Zou zij hem nu
-ook al beletten te werken? Werd hij krankzinnig, dat hij dingen zag
-die niet bestonden, hij die zoo'n sterk hoofd had? Hij herinnerde
-zich een vrouw, vroeger toen hij student was, bij wie hij heele
-nachten op haar kamer zat te schrijven, zonder dat hij zelfs haar
-ademhaling hoorde. Hij haalde de store op, opende het tweede venster,
-duwde de deur open aan het andere einde van het vertrek, en ging in den
-tocht staan, alsof hij gevaar liep door gasdamp te stikken. En met het
-toornige gebaar waarmee hij een hinderlijke wesp zou verjaagd hebben,
-begon hij den geur, dien Clorinde had achtergelaten, met zijn zakdoek
-te verdrijven. En toen hij haar niet meer rook, haalde hij diep adem
-en wischte zich het gelaat af met den zakdoek, om er de warmte van
-weg te nemen, die dat meisje daar gebracht had.
-
-Toch kon hij de aangevangen bladzijde niet afmaken. Met langzame
-schreden liep hij in zijn kamer op en neer. Toen hij in den spiegel
-keek, zag hij een roode plek op zijn linkerwang. Hij ging vlak voor
-den spiegel staan en keek wat het was. De karwats had er slechts een
-lichte striem achtergelaten. Hij kon dat door een of ander ongeluk
-verklaren. Maar al vertoonde de huid slechts een lichtroode streep,
-in zijn binnenste voelde hij de brandende pijn van den zweepslag over
-zijn gelaat. Hij liep naar een waschtafel achter een portière en
-dompelde zijn hoofd in een kom water, dat gaf hem verlichting. Hij
-vreesde dat die zweepslag de begeerte naar Clorinde nog meer zou
-opwekken. Hij durfde niet aan haar denken, zoolang die striem op
-zijn gelaat niet weggetrokken was. De warmte, die hij daar gevoelde,
-drong hem door al zijn leden.
-
---Neen, ik wil niet, zei hij hardop, terwijl hij weer in de kamer
-ging. 't Is al te gek!
-
-Hij was met gebalde vuisten op de sofa gaan zitten. Een bediende
-kwam hem waarschuwen dat het ontbijt koud werd, maar dat vermocht
-niet hem aan dien strijd met zijn eigen vleesch te onttrekken. Zijn
-hardvochtig gelaat zwol op onder een innerlijke krachtsinspanning;
-zijn stierennek zette zich uit, zijn spieren spanden zich, alsof
-hij bezig was het een of ander dier, dat hem de ingewanden verslond,
-dood te drukken. Die strijd duurde tien lange minuten. Hij kon zich
-niet herinneren ooit zooveel kracht ontwikkeld te hebben. Doodsbleek
-kwam hij uit den strijd te voorschijn, met zweetdruppels in den nek.
-
-Twee dagen lang ontving Rougon niemand. Hij had zich in een
-omvangrijken arbeid verdiept. Hij bracht een heelen nacht wakend
-door. Zijn bediende vond hem nog driemaal, met een versuft gezicht
-op de sofa liggen. Op den avond van den tweeden dag kleedde hij zich
-aan om naar Delestang te gaan, die hem ten eten gevraagd had. Maar
-in plaats van de Champs-Elysées door te gaan, ging hij de avenue op
-en het hôtel Balbi binnen. Het was eerst zes uur.
-
---De juffrouw is niet thuis, zei Antonia, hem op de trap ontmoetende.
-
-Hij verhief zijn stem om gehoord te worden, en draalde met heengaan,
-toen Clorinde boven aan de trap verscheen, over de leuning gebogen.
-
---Kom maar boven! riep zij. Wat een dwaze meid. Ze begrijpt nooit
-wat haar gezegd wordt.
-
-Op de eerste verdieping liet zij hem in een kamertje naast de
-hare gaan. Het was een kleedkamer, met een zachtblauw gebloemd
-behangsel. Zij had het gemeubileerd met een groote schrijftafel van
-dof mahoniehout, die tegen den muur stond, een leeren fauteuil en een
-cartonnier. Papieren slingerden overal onder een dikke laag stof. Men
-zou gemeend hebben zich bij een praktizijn te bevinden. Ze moest een
-stoel uit haar kamer gaan halen.
-
---Ik verwachtte u, riep zij van daar uit.
-
-Toen zij den stoel gebracht had, vertelde zij dat ze juist aan
-haar correspondentie bezig was. Ze wees naar eenige groote vellen
-geelachtig papier, met groote ronde letters beschreven. En toen Rougon
-ging zitten, merkte zij op dat hij een zwarten rok droeg.
-
---Komt ge mijn hand vragen? zei ze vroolijk.
-
---Precies geraden! antwoordde hij.
-
-Toen hernam hij glimlachend:
-
---Niet voor mij, voor een mijner vrienden.
-
-Ze keek hem weifelend aan, niet wetende of hij schertste of in ernst
-sprak. Zij was slordig gekapt, haar roode huisjapon was maar half
-vastgeknoopt, maar toch was zij mooi, als de machtige schoonheid van
-een antiek marmeren beeld, dat in den winkel van een uitdraagster
-beland is. En terwijl zij op haar met inkt bemorsten wijsvinger zoog,
-keek ze met alle aandacht naar de striem, die nog op Rougons wang te
-zien was. Eindelijk antwoordde zij halfluid en verstrooid:
-
---Ik was er zeker van dat ge komen zoudt. Alleen had ik u eerder
-verwacht.
-
-En hardop voegde ze er aan toe, alsof ze zich nu eerst zijn gezegde
-herinnerde:
-
---Dus is het voor een van uw vrienden, uw dierbaarsten vriend zeker.
-
-Ze lachte hartelijk. Ze was overtuigd dat Rougon zichzelf bedoelde. De
-lust kwam bij haar op die striem te betasten, om zich te verzekeren
-dat zij hem gemerkt had, dat hij haar voortaan toebehoorde. Maar
-Rougon greep haar bij de polsen en duwde haar zachtjes op de leeren
-fauteuil neer.
-
---Laten we eens samen praten, zei hij. We zijn goede kameraden,
-niet waar?... Welnu, ik heb nog eens rijpelijk nagedacht, sinds
-eergisteren. Ik heb al dien tijd aan je gedacht.... Ik verbeeldde me
-dat wij getrouwd waren, en dat we al drie maanden samen leefden. En
-wil je weten waarmee we in mijn verbeelding samen bezig waren?
-
-Zij antwoordde niet, een beetje verlegen, ondanks haar vrijmoedigheid.
-
---Ik verbeeldde me dan dat we aan het hoekje van den haard zaten. Jij
-had de pook genomen en ik de tang, en daarmee ranselden wij elkander
-af.
-
-Dat vond zij zoo'n komisch idee, dat zij zich half in haar stoel
-omwendde en het uitschaterde van lachen.
-
---Neen, lach niet, het is volle ernst, ging hij voort. Om elkander
-dood te slaan behoeven wij onze levens niet aan elkander te
-verbinden. Ik zweer u dat het zoo zou afloopen. Klappen, en dan een
-scheiding.... Onthoud dit: men moet nooit twee sterke wilskrachten
-met elkander vereenigen.
-
---Dus? vroeg zij, zeer ernstig geworden.
-
---Dus, denk ik dat we zeer verstandig zouden handelen, als we elkander
-de hand drukten en steeds goede vrienden bleven.
-
-Zij bleef zwijgen, haar donkeren blik vast op den zijnen gericht. Een
-verschrikkelijke rimpel plooide haar voorhoofd van beleedigde
-godin. Haar lippen trilden even, als wilde zij een woord van verachting
-uiten.
-
---Permitteert u? zei ze.
-
-En haar fauteuil voor de schrijftafel schuivend, begon ze haar
-brieven dicht te vouwen. Ze gebruikte groote grijze enveloppen,
-die zij dichtlakte. Ze had een kaars aangestoken en keek naar het
-vlammende lak. Rougon wachtte bedaard totdat zij gereed zou zijn.
-
---En zijt ge daarvoor gekomen? hernam zij eindelijk, met haar
-bezigheden voortgaande.
-
-Nu antwoordde hij niet. Hij wou haar in het gelaat zien. Toen zij
-haar fauteuil eindelijk terugschoof, lachte hij haar toe en zocht
-haar blik, toen kuste hij haar de hand, als om haar te ontwapenen. Zij
-behield haar trotsche koelheid.
-
---Ge weet immers, zei hij, dat ik je ten huwelijk kom vragen voor
-een mijner vrienden.
-
-Hij sprak lang achtereen. Hij hield veel meer van haar dan zij denken
-kon; hij had haar vooral lief omdat zij schrander en kloek was. Het
-kostte hem ontzaglijk veel, van haar af te moeten zien, maar hij
-offerde zijn liefde aan hun beider geluk op. Hij wilde haar koningin
-in haar huis zien. Hij zag haar in gedachten getrouwd met een schatrijk
-man, dien zij naar willekeur kon leiden; zij zou de teugels voeren, zij
-behoefde haar persoonlijkheid niet te verzaken. Was dat niet veel beter
-dan een verlammenden invloed op elkander uit te oefenen? Zij waren
-flink genoeg om de waarheid onder de oogen te zien. Hij noemde haar ten
-slotte zijn kind. Zij was zijn verdorven dochtertje, een schepseltje
-wier geslepenheid hem verheugde, en het zou hem innig spijten,
-wanneer zij niet aan zijn grootsche verwachtingen beantwoordde.
-
---Is dat alles? vroeg zij toen hij zweeg.
-
-Ze had hem met de grootste aandacht aangehoord. En hem aanziende,
-hernam zij:
-
---Als ge me uithuwelijkt om me te bezitten, waarschuw ik u, dat ge
-mis rekent.... Ik heb gezegd nooit!
-
---Wat een denkbeeld! riep hij, licht kleurende.
-
-Hij kuchte, en een vouwbeen van de tafel nemende, begon hij dit
-oplettend te beschouwen, om zijn verwarring te verbergen. Maar zij
-lette niet meer op hem, ze dacht na.
-
---En wie is de echtgenoot? mompelde zij.
-
---Raad eens?
-
-Zij lachte flauwtjes, trommelde met haar vingers op de tafel en haalde
-de schouders op. Ze wist wel wie.
-
---Hij is zoo dom! zei ze halfluid.
-
-Rougon verdedigde Delestang. 't Was een heel net mensch, dien ze
-om haar vinger zou kunnen winden. Hij lichtte haar in omtrent zijn
-gezondheid, zijn fortuin, zijn gewoonten. Trouwens, hij verbond zich,
-als hij ooit weer aan het roer van het bewind kwam, hen beiden met
-al zijn invloed te steunen. Delestang was wel geen hoogvlieger,
-maar hij zou in geen enkele betrekking misplaatst zijn.
-
---O, hij beantwoordt wel aan de verwachtingen, die hij opwekt, dat
-stem ik u toe, zei ze met een ongedwongen lach.
-
-Toen, na een nieuwe stilte:
-
---Mijn hemel, ik beweer het tegendeel niet, ge hebt misschien
-gelijk.... Mijnheer Delestang vind ik zoo onaardig niet.
-
-Zij keek hem aan, terwijl ze die woorden sprak. Ze meende meer dan
-eens opgemerkt te hebben, dat hij jaloersch op Delestang was. Maar ze
-zag geen spier van zijn gelaat bewegen. Zijn vuisten waren werkelijk
-stevig genoeg geweest om de begeerte in die twee dagen te dooden. Hij
-scheen zelfs ingenomen met den goeden uitslag van zijn poging; en
-hij begon haar weer de voordeelen van een dergelijk huwelijk op te
-sommen, alsof hij, als een sluwe procureur, een zaak behandelde, die
-bijzonder voordeelig voor haar was. Hij had haar beide handen genomen,
-klopte er heel vriendschappelijk op, als een tevreden medeplichtige.
-
---'t Is van nacht bij me opgekomen, zei hij. Ik dacht dadelijk:
-Nu zijn we gered!.... Ik wil niet dat ge ongetrouwd blijft! Je bent
-in mijn oog de eenige vrouw, die een man verdient. Delestang brengt
-alles in het reine. Met Delestang houden we de handen vrij.
-
-En vroolijk ging hij voort:
-
---Ik heb een idee dat je me beloonen zult, door me buitengewone dingen
-te laten beleven.
-
---Kent mijnheer Delestang uw plannen? vroeg zij.
-
-Hij was een oogenblik verrast, alsof zij zich daar woorden had laten
-ontvallen, die hij niet van haar verwacht had. Toen antwoordde hij
-bedaard:
-
---Neen, dat is niet noodig. Dat kunnen we hem later wel vertellen.
-
-Zij was intusschen weer aan het dicht lakken van haar brieven
-gegaan. Nadat zij op het lak een groot cachet zonder naamletters
-gedrukt had, keerde zij de enveloppe om en schreef er langzaam, met
-haar groot schrift, het adres op. Telkens als zij een brief naast zich
-neerlei, trachtte Rougon het adres te lezen. Ze waren bijna alle aan
-zeer bekende Italiaansche staatslieden geadresseerd. Toen zij zijn
-onbescheidenheid opmerkte, stond zij op en nam haar brieven mee om
-ze op de post te laten brengen.
-
---Als ma hoofdpijn heeft, zei ze, schrijf ik altijd naar daarginds.
-
-Alleen gebleven, drentelde Rougon het kamertje op en neer. Op de
-cartonnier las hij, evenals bij mannen van zaken: Kwitanties, Brieven,
-Dossiers A. Hij glimlachte onwillekeurig toen hij tusschen de papieren
-op de schrijftafel een versleten corset met gebroken veeren zag
-liggen. Er lag een stuk zeep in het bakje van het inktstel, reepjes
-blauw satijn slingerden op den grond, afknipsels van een versleten
-rok, die men vergeten had op te ruimen. Daar de deur der slaapkamer
-aan stond, keek hij nieuwsgierig naar binnen; maar de jalouziën waren
-dicht, het was er zoo duister, dat hij alleen de donkere omtrekken
-van de bedgordijnen onderscheidde. Clorinde kwam weer binnen.
-
---Ik ga heen, zei hij. Ik dineer vanavond bij onzen man. Laat ge mij
-vrij om naar goeddunken te handelen?
-
-Ze antwoordde niet. Zij kwam somber gestemd terug, alsof ze op de trap
-nog eens nagedacht had. Hij had de leuning al gegrepen. Maar zij voerde
-hem terug en duwde de deur weer open. Haar liefste droom vervloog, de
-hoop op het welslagen van een plan, dat zij zoo handig had voorbereid,
-dat zij het een uur geleden nog als een zekerheid beschouwde. Het bloed
-stroomde haar naar de wangen, als na een doodelijke beleediging. Zij
-gevoelde zich te moede alsof men haar geslagen had.
-
---Dus is het ernst? vroeg zij, zich van het licht afwendende, opdat
-hij den blos op haar wangen niet zou zien.
-
-En toen hij voor de derde maal met zijn argumenten te berde kwam,
-bleef zij zwijgen. Ze was bang, als zij begon te spreken, dat zij zou
-toegeven aan de woedende drift, die ze in zich voelde opkomen. Ze was
-bang dat ze hem zou slaan. En toen zij dat luchtkasteel van een leven,
-dat ze al geheel naar haar smaak had ingericht, zag instorten, verloor
-zij het juiste besef van de zaken, zij trad achteruit tot aan de deur
-van haar slaapkamer, op het punt daar binnen te treden, Rougon mee
-te lokken, hem toe te roepen: "Ziedaar, neem mij, ik vertrouw je,
-ik zal daarna je vrouw zijn als je dat verkiest." Rougon, die nog
-steeds sprak, begreep haar opeens, hij zweeg, doodsbleek. En zij
-keken elkander aan. Eén oogenblik bracht een aarzeling een lichte
-trilling in hem teweeg. Hij zag weer dat bed, daar naast, met de
-donkere schaduw der gordijnen. Zij berekende reeds de uitvloeisels
-van haar edelmoedigheid. Van weerszijden duurde die besluiteloosheid
-slechts een minuut.
-
---Ge wilt dit huwelijk? zei ze langzaam.
-
-Hij weifelde niet, hij antwoordde flinkweg:
-
---Ja.
-
---Nu, ga dan uw gang.
-
-En langzaam keerden zij weer naar het portaal terug, uiterlijk heel
-kalm. Rougon alleen had nog enkele zweetdruppels op het voorhoofd,
-die zijn laatste overwinning hem gekost had. Clorinde richtte het
-hoofd trotsch op, in het bewustzijn van haar kracht. Zij bleven een
-oogenblik zwijgend tegenover elkander staan; zij hadden elkander niets
-meer te zeggen, toch konden zij zoo niet scheiden. Toen hij eindelijk
-met een handdruk afscheid nam, hield ze zijn hand even vast en zei
-zonder toorn:
-
---Ge denkt dat ge sterker zijt dan ik.... Ge hebt het mis.... Eens
-zal het u misschien berouwen.
-
-Dat was haar eenige bedreiging. Zij boog zich over de leuning om hem
-na te oogen. Toen hij beneden was, keek hij op en ze lachten elkander
-toe. Zij dacht niet aan een kinderachtige wraak, zij hoopte hem te
-verpletteren door een schitterende zegepraal. Terwijl zij haar kamer
-binnenging, zei ze binnensmonds:
-
---Enfin, 't is niet anders, zoo kan ik ook mijn doel bereiken.
-
-Dien eigen avond begon Rougon al een aanval op Delestang's hart. Hij
-bracht heel vleiende woorden over, die juffrouw Balbi bij het feestmaal
-over hem gezegd zou hebben. En van dat oogenblik af hield hij niet
-op de buitengewone schoonheid van het meisje te prijzen. Hij, die hem
-vroeger zoo dikwijls voor de vrouwen gewaarschuwd had, trachtte hem nu,
-aan handen en voeten gebonden, aan haar over te leveren. Den eenen dag
-waren het haar handen, die zoo prachtig gevormd waren, op een anderen
-dag roemde hij haar taille, in prikkelende bewoordingen. Delestang,
-wiens ontvlambaar hart reeds vol van Clorinde was, geraakte weldra
-hartstochtelijk verliefd. Toen Rougon hem verzekerd had dat hij nooit
-aan haar had gedacht, bekende hij dat hij haar al een half jaar
-beminde, maar gezwegen had, omdat hij bang was geweest onder zijn
-duiven te schieten. Nu ging hij iederen avond naar de rue Marbeuf,
-om over haar te praten. Het was alsof er een samenzwering om hem
-heen bestond; hij kon niemand meer aanspreken of hij hoorde den
-uitbundigen lof van haar die hij beminde; tot zelfs de Charbonnels
-hielden hem op een morgen midden op de place de la Concorde staande
-om hun opgewondenheid lucht te geven over "dat mooie dametje met wie
-men hem overal zag."
-
-Van haar kant, wendde Clorinde lieve glimlachjes aan. Ze had zich
-weer in gedachten een nieuwe levenswijs gevormd, in enkele dagen
-had zij zich aan haar nieuwe rol gewend. Door een geniale taktiek
-verleidde zij Delestang niet met de ruiterlijke houding die zij bij
-Rougon beproefd had. Zij veranderde van gedaante, werd smachtend,
-veinsde de schichtigheid van een onnoozel kind, beweerde dat zij
-uiterst zenuwachtig was, zoodat een te teedere handdruk haar reeds
-een zenuwtoeval bezorgde. Toen Delestang aan Rougon vertelde dat zij
-in zijn armen was flauw gevallen omdat hij haar de pols had durven
-zoenen, beschouwde deze dit als een bewijs van groote reinheid
-van geest. En toen de zaken te langzaam gingen, gaf Clorinde zich
-op een Juli-avond, in een van haar kostschoolmeisjesbuien aan hem
-over. Delestang bleef verlegen over deze overwinning, te meer daar
-hij in de meening verkeerde dat hij laaghartig gebruik gemaakt had
-van een onmacht van het meisje; ze was als een doode geweest en scheen
-nergens besef van te hebben. Wanneer hij een verontschuldiging waagde
-of zich een vertrouwelijkheid veroorloofde, keek zij hem zoo kinderlijk
-onschuldig aan, dat hij van wroeging en begeerte begon te stamelen. Na
-dat avontuur dacht hij er dan ook ernstig over haar te huwen. Hij zag
-daarin een middel om zijn lage handelwijze goed te maken; en meer nog
-een manier om het gestolen geluk op een wettige wijze te bezitten,
-dat geluk van een minuut waaraan de herinnering hem brandde, en dat
-hij wanhoopte op een andere wijze ooit weer terug te vinden.
-
-Toch aarzelde Delestang nog een heele week lang. Hij kwam Rougon
-raadplegen. Toen deze begreep wat er gebeurd was, bleef hij een
-oogenblik met gebogen hoofd peinzen over de boosheid van die vrouw,
-den langdurigen tegenstand dien Clorinde hem geboden had, en dan
-haar plotselinge overgave in de armen van dien domkop. Hij zag de
-beweegredenen van dat dubbelhartige gedrag niet in. Een oogenblik
-dacht hij er, in zijn gekwetste gevoel van eigenwaarde, aan om
-alles te vertellen. Maar Delestang ontkende, als een galant man,
-op de onkiesche vragen die hij hem deed, alle gemeenschap. En dat
-was voldoende om Rougon tot zichzelf te doen komen. Hij wist met
-groote behendigheid zijn vriend tot een besluit te brengen. Hij ried
-hem dat huwelijk niet aan, maar hij dreef hem er toe door allerlei
-opmerkingen, die met de zaak bijna niets uit te staan hadden. Wat die
-leelijke geruchten betrof, die over juffrouw Balbi de ronde deden,
-daar stond hij over verbaasd; hij geloofde er niets van, hij was
-zelf op inlichtingen uit geweest, en had niets dan goeds van haar
-gehoord. Overigens moest men zoolang niet praten over een vrouw,
-die men liefhad. Dat was zijn laatste woord.
-
-Zes weken later, bij het uitgaan van de Madeleine, waar het huwelijk
-met buitengewonen luister was ingezegend, antwoordde Rougon aan een
-afgevaardigde die zich over de keus van Delestang verwonderde:
-
---Wat zal ik u zeggen, ik heb hem wel honderd maal gewaarschuwd.... Hij
-moest er den een of anderen dag inloopen.
-
-Tegen het einde van den winter, toen Delestang en zijn vrouw van een
-reis naar Italië terugkeerden, vernamen zij dat Rougon op het punt
-stond juffrouw Beulin-d'Orchère te huwen. Toen zij hem kwamen opzoeken,
-feliciteerde Clorinde hem met een ongeveinsde hartelijkheid. Hij zette
-een goedig gezicht en zei dat hij het voor zijn vrienden deed. Al
-drie maanden lang hadden zij hem niet met rust gelaten; zij beweerden
-dat een man in zijn positie getrouwd moest zijn. En lachend voegde
-hij er bij dat er 's avonds, als hij zijn intieme kennissen ontving,
-niet eens een vrouw was om thee te schenken.
-
---Dus is dat zoo plotseling opgekomen, zei Clorinde glimlachend. U
-had gelijk met ons moeten trouwen, dan waren wij gezamenlijk naar
-Italië gegaan.
-
-En op schertsenden toon begon ze hem te ondervragen. 't Was
-zeker zijn vriend Du Poizat die op dat mooie idee gekomen was? Hij
-verzekerde van neen, hij vertelde zelfs dat Du Poizat erg tegen dat
-huwelijk was; de vroegere onder-prefect had een hekel aan mijnheer
-Beulin-d'Orchère. Maar alle anderen, mijnheer Kahn, mijnheer Béjuin,
-mevrouw Correur, zelfs de Charbonnels, waren niet uitgepraat over
-de verdiensten van juffrouw Véronique; als men hen gelooven mocht,
-zou zij in zijn huis allerlei deugden en behoorlijkheden brengen. Hij
-maakte er zich met een grapje af.
-
---Enfin, 't is iemand die voor mij als geknipt is. Ik kon haar niet
-weigeren.
-
-En met een listig lachje voegde hij er bij:
-
---Wanneer wij tegen den herfst oorlog krijgen, moeten we wel voor
-bondgenooten gaan zorgen.
-
-Clorinde vond dat hij groot gelijk had. Ze hield ook een lofrede
-op juffrouw Beulin-d'Orchère, ofschoon zij haar maar eens gezien
-had. Delestang, die tot dusver zwijgend had meegeknikt, zonder de
-oogen van zijn vrouw af te wenden, weidde nu ook vol geestdrift over
-het huwelijksleven uit. Hij zou juist een schildering van zijn geluk
-geven toen zij opstond, en hem herinnerde aan een bezoek dat zij nog
-moesten afleggen. En terwijl zij haar man vooruit liet gaan, zei ze
-fluisterend tot Rougon, die hen uitgeleide deed:
-
---Zei ik u niet dat ge binnen het jaar getrouwd zou zijn?
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-
-De zomer kwam. Rougon leidde een zeer rustig leven. Mevrouw Rougon had
-in drie maanden tijds het huis in de rue Marbeuf, dat vroeger aan een
-avonturiersleven deed denken, in een deftige woning herschapen. Nu
-getuigden de wel wat ongezellige, maar zindelijk onderhouden kamers
-van een fatsoenlijk bestaan; de ordelijk gerangschikte meubels,
-de gordijnen die slechts een streepje van het daglicht doorlieten,
-de tapijten die het geluid der voetstappen smoorden, zij brachten
-daar een bijna kloosterachtige stijfheid; het scheen zelfs alsof al
-die zaken daar antiek waren, alsof men in een woning kwam, geheel
-doordrongen van een aartsvaderlijken geur. Die groote leelijke
-vrouw, die een onafgebroken toezicht hield, voegde bij die plechtige
-stilte het zachte geluid van haar stillen tred, en zij bestierde de
-huishouding met een zoo gemakkelijke hand, dat het scheen alsof zij
-in dat huis oud geworden was in een twintig jarig huwelijksleven.
-
-Rougon glimlachte, wanneer men hem gelukwenschte. Hij bleef bij zijn
-bewering dat hij getrouwd was op den raad en volgens de keuze van
-zijn vrienden. Zijn vrouw bracht hem in verrukking. Reeds lang had hij
-naar een kalm huiselijk leven verlangd, dat als een materieel bewijs
-van zijn deugdzaamheid kon gelden. Dat onttrok hem geheel aan zijn
-verdacht verleden, verzekerde hem een plaats onder de achtenswaardige
-lieden. Zijn kleinsteedsche begrippen van netheid waren hem nog altijd
-bijgebleven; als zijn ideaal golden zekere salons van de welgestelde
-burgers uit Plassans, waar de fauteuils het geheele jaar door met wit
-linnen hoezen overtrokken bleven. Wanneer hij bij Delestang kwam, waar
-Clorinde bij vlagen een buitensporige weelde ten toon spreidde, gaf
-hij daarover door een licht schouderophalen zijn minachting te kennen.
-
-Niets vond hij belachelijker dan zijn geld noodeloos te verspillen;
-niet dat hij gierig was, maar hij placht te zeggen dat hij genietingen
-kende, die verkieselijk waren boven alles wat men voor geld koopen
-kon. Hij had zijn vrouw dan ook met de zorg voor hun fortuin
-belast. Tot dusver had hij nooit rekening gehouden. Van toen af
-beheerde zij hun fortuin met dezelfde nauwlettende zorg, waarmee zij
-haar huishouden bestierde.
-
-In de eerste maanden zonderde Rougon zich af, als om zich voor te
-bereiden voor den strijd, dien hij hoopte te voeren. Hij had de macht
-uitsluitend lief om de macht zelve, afgescheiden van begeerten naar
-rijkdom en ijdele eerbewijzen. Zeer onwetend, zeer middelmatig in alle
-zaken die vreemd waren aan den omgang met menschen, werd hij alleen
-groot door zijn heerschzucht. Daartoe spande hij gaarne alle krachten
-in. Zich boven de menigte te verheffen, die volgens hem slechts uit
-domooren en schurken bestond, de lieden met den knuppel regeeren,
-dat ontwikkelde in zijn lichaam een behendigen, energieken geest. Hij
-had alleen vertrouwen in zichzelf, zijn overtuiging gold bij hem voor
-een argument, hij maakte alles dienstbaar aan de uitbreiding van zijn
-persoonlijken invloed. Het eenige onmatige genot, waarin hij zwelgde,
-was zijn almacht. Terwijl hij van zijn vader de breede, vierkante
-schouders, het deegachtige van het gezicht bezat, had hij van zijn
-moeder, die verschrikkelijke Félicité die Plassans beheerschte, een
-wilskracht, een zucht naar macht, die de kleine middelen en de kleine
-genoegens versmaadde; hij was voorzeker de grootste onder de Rougons.
-
-Toen hij na een veeljarig werkzaam leven zich eensklaps alleen
-en zonder bezigheden bevond, kreeg hij eerst een heerlijk gevoel
-van slaap. Sedert de inspannende dagen van 1851 kwam het hem voor
-alsof hij niet meer geslapen had. Hij aanvaardde zijn ongenade als
-een verlof, na langdurigen dienst verdiend. Hij nam zich voor een
-half jaar in afzondering door te brengen, lang genoeg om een beter
-terrein te kiezen, en dan weer naar verkiezing aan den strijd deel
-te nemen. Maar na enkele weken was hij zijn rust al moede. Nooit
-was hij zich zoo duidelijk bewust geweest van zijn kracht; nu hij
-ze niet meer gebruikte, hinderden zijn hoofd en zijn ledematen hem;
-en hij bracht zijn dagen door in zijn tuintje, geeuwend op en neer
-wandelend, als een van die gevangen leeuwen, die hun verstijfde leden
-krachtig uitstrekken. Toen begon voor hem een hatelijk bestaan,
-waarvan hij de doodelijke verveling zorgvuldig verborgen hield:
-hij beweerde goedmoedig dat hij blij was "dien rommel" uit te zijn,
-maar somtijds openden zijn zware oogleden zich halverwege, ten einde
-de gebeurtenissen te bespieden, om dadelijk weer over zijn schitterend
-oog neer te vallen, zoodra men hem aankeek. Wat hem nog staande hield,
-was de impopulariteit waarin hij zich bewoog. Zijn val had een aantal
-lieden met vreugde vervuld. Er ging geen dag voorbij, of hij werd
-in een der bladen aangevallen; hij was de verpersoonlijking van
-den Staatsgreep, van de verbanningen, van al die gewelddadigheden,
-waarover men zich bedektelijk uitliet; men ging zelfs zoo ver dat men
-den Keizer gelukwenschte, dat hij zich ontdaan had van een dienaar
-die hem compromitteerde. Aan het hof was de vijandige gezindheid
-nog grooter. Marsy gebruikte hem als mikpunt voor zijn kwinkslagen,
-die de dames in de salons rond vertelden. Die haat verkwikte hem,
-versterkte hem in zijn verachting voor het menschelijke gedierte. Men
-vergat hem niet, men verfoeide hem, en dat deed hem goed. Hij alleen
-tegen allen, dat was zijn geliefkoosde droom; hij alleen, met een
-zweep, de monden snoerend. Hij geraakte in opgewondenheid door de
-beleedigingen, hij werd grooter, in den hoogmoed van zijn eenzaamheid.
-
-Intusschen drukte de ledigheid verschrikkelijk op zijn
-worstelaarsspieren. Als hij gedurfd had, zou hij een spade ter
-hand genomen hebben om een hoekje van zijn tuin om te spitten. Hij
-ondernam een groot werk, een vergelijkende studie over de Engelsche
-constitutie en de keizerlijke van 1852; terwijl hij rekening hield met
-de geschiedenis en de politieke zeden der beide volkeren, trachtte
-hij te bewijzen dat de vrijheid in Frankrijk even groot was als in
-Engeland. Toen hij alle documenten bijeen had en het dossier compleet
-was, kostte het hem een groote inspanning om de pen op te nemen; hij
-zou met genoegen een rede over die zaak in de Kamer gehouden hebben;
-maar het opstellen en het schrijven van een geheel werk, met al de
-moeielijkheden aan de juiste zinskeuze verbonden, scheen hem een
-verbazend lastig werk, zonder onmiddellijk nut. De stijl was altijd
-een groot bezwaar bij hem geweest; hij koesterde er dan ook een diepe
-minachting voor. Hij kwam niet verder dan de tiende bladzijde. Het
-aangevangen handschrift was iederen dag op zijn schrijftafel te vinden,
-ofschoon hij er geen twintig regels in een week bij schreef. Iederen
-keer als men hem naar zijn bezigheden vroeg, antwoordde hij met een
-breedvoerige omschrijving van zijn denkbeeld, terwijl hij hoog opgaf
-van het omvangrijke van zijn arbeid. Dat was de verontschuldiging
-waarachter hij de afschuwelijke ledigheid van zijn bestaan verborg.
-
-De maanden verliepen, hij glimlachte nog goediger en
-onbekommerder. Geen enkele maal verried zich de wanhoop, die hij
-onderdrukte, op zijn gelaat. Hij beantwoordde de klaagredenen van
-zijn vrienden met redeneeringen, die aan zijn volmaakt geluk deden
-gelooven. Was hij niet gelukkig? Hij dweepte met de studie, hij werkte
-naar zijn eigen zin, dat was vrij wat aangenamer dan de koortsachtige
-opwinding van de openbare zaken. Als de keizer hem toch niet noodig
-had, deed hij er wel aan hem stil in zijn hoekje te laten; en hij
-noemde den naam van den keizer met de grootste toewijding. Dikwijls
-echter verklaarde hij dat hij gereed was, eenvoudig op een teeken
-van zijn meester wachtte om de "lasten van het gezag" weer op zich
-te nemen; maar hij voegde er bij dat hij geen stap tot toenadering
-zou doen. Inderdaad scheen hij zich met opzettelijke zorg op den
-achtergrond te houden. In de stilte van de eerste jaren van het
-keizerrijk, te midden van die zonderlinge verdooving door ontzetting
-en vermoeidheid ontstaan, hoorde hij een zacht ontwaken. En zijn
-uiterste hoop was op de een of andere katastrophe gevestigd, die
-hem plotseling onmisbaar zou maken. Hij was de man van de ernstige
-tijdsomstandigheden, "de man met de grove handen", zooals mijnheer
-de Marsy hem noemde.
-
-Des Zondags en des Donderdags stond het huis in de rue Marbeuf voor
-de intieme kennissen open. Men kwam tot half elf in het groote roode
-salon praten, daarna wees Rougon hen onverbiddelijk de deur; hij
-zei dat het late opblijven de hersenen afstompte. Precies om tien
-uur kwam mevrouw Rougon zelf de thee ronddienen, als een zorgzame
-huisvrouw die op de geringste bezigheden acht geeft. Er waren slechts
-twee schalen met gebakjes, die door niemand gebruikt werden.
-
-Op den Donderdag in de maand Juli, die dat jaar op de groote
-verkiezingen volgde, was het geheele gezelschap om acht uur in
-het groote salon voltallig. De dames, mevrouw Bouchard, mevrouw
-Charbonnel, mevrouw Correur, aan het open venster gezeten om het
-beetje frissche lucht in te ademen dat uit het tuintje tot hen kwam,
-vormden een kring, waarbinnen mijnheer d'Escorailles vertelde,
-welke streken hij tijdens zijn verblijf in Plassans uithaalde, als
-hij twaalf uren in Monaco ging doorbrengen, onder voorwendsel van
-een jachtpartij bij een vriend. Mevrouw Rougon, in een zwarte japon,
-half verborgen achter een gordijn, luisterde niet, stond zachtjes op,
-verdween soms kwartieren achtereen.
-
-Bij de dames zat ook de heer Charbonnel, die zich niet kon begrijpen
-hoe een net jongmensch zich niet schaamde voor dergelijke avonturen uit
-te komen. Achter in de kamer stond Clorinde, verstrooid luisterend
-naar een gesprek over den oogst, tusschen haar man en mijnheer
-Béjuin. Zij droeg een japon met stroogele strikken gegarneerd, en
-tikte met haar waaier op de palm van haar linkerhand, terwijl zij
-naar den schitterenden ballon keek van de eenige lamp die het salon
-verlichtte. Aan een speeltafeltje zaten de kolonel en mijnheer Bouchard
-kaart te spelen; terwijl Rougon, op een hoekje van het groene laken,
-kaartlegde, ernstig en stelselmatig de kaarten opnemende, zonder
-einde. Dat was zijn geliefkoosde bezigheid, 's Zondags en Donderdags,
-waarbij zijn vingers en zijn geest afleiding vonden.
-
---Wel, komt het goed uit? vroeg Clorinde, die glimlachend naderbij
-trad.
-
---Wel, het komt altijd goed uit, antwoordde hij kalm.
-
-Zij stond voor hem, aan de andere zijde van het tafeltje, terwijl
-hij het spel in acht hoopjes legde.
-
-Toen hij alle kaarten, twee aan twee, had afgenomen, hernam zij:
-
---Ge hebt gelijk, het komt goed uit.... Waaraan hadt je gedacht?
-
-Maar hij hief langzaam de oogen op, als verwonderd over die vraag.
-
---Aan het weer dat we morgen zullen hebben, zei hij eindelijk.
-
-En hij begon de kaarten weer uit te leggen. Delestang en mijnheer
-Béjuin spraken niet meer. De heldere lach van de mooie mevrouw Bouchard
-klonk alleen door het salon. Clorinde begaf zich naar een venster en
-bleef daar een oogenblik kijken naar de invallende duisternis. Toen,
-zonder zich om te keeren, vroeg zij:
-
---Is er nieuws van dien armen mijnheer Kahn?
-
---Ik heb een brief gekregen, antwoordde Rougon. Ik verwacht hem
-vanavond.
-
-Toen kwam het ongeval van mijnheer Kahn ter sprake. Hij had in de
-laatste zitting de onvoorzichtigheid begaan, een tamelijk scherpe
-kritiek uit te spreken over een wetsvoorstel van de regeering;
-door dat wetsvoorstel, dat in een naburig departement een geduchte
-concurrentie in het leven zou roepen, werden de hoogovens van Bressuire
-met den ondergang bedreigd. Terwijl hij bij zichzelf overtuigd was,
-dat hij de grenzen der wettige zelfverdediging niet overschreden
-had, had hij bij zijn terugkeer naar Deux-Sèvres, waar hij voor zijn
-verkiezing ging zorgen, uit den mond van den prefect zelven vernomen,
-dat hij de officiëele kandidaat niet meer was; hij was niet langer
-gewild, de minister had een procureur uit Niort aangewezen, een zeer
-middelmatig man. Dat was een donderslag.
-
-Rougon vertelde juist de bijzonderheden toen mijnheer Kahn binnentrad,
-gevolgd door mijnheer Du Poizat. Beiden waren met den trein van zeven
-uur gekomen en hadden zich juist den tijd gegund om te eten.
-
---Nu, wat zegt gij er van? zei mijnheer Kahn, terwijl men zich om
-hem heen verdrong. Nu ben ik een revolutionnair.
-
-Du Poizat had zich met een afgemat gezicht in een fauteuil laten
-vallen.
-
---Een mooie boel, riep hij. 't Is om alle fatsoenlijke lui te doen
-walgen.
-
-Maar mijnheer Kahn moest de zaak uitvoerig vertellen. Toen hij
-daarginds was aangekomen, zei hij, had hij al bij zijn eerste
-bezoeken een zekere verlegenheid bij zijn vrienden ontdekt. Wat
-den prefect, mijnheer de Langlade aangaat, dat was een losbandig
-mensch, dien hij beschuldigde op zeer intiemen voet met de vrouw
-van den nieuwen afgevaardigde uit Niort te staan. Maar toch moest
-hij zeggen dat die Langlade hem op een alleraardigste manier zijn
-ongenade had meegedeeld; 't was onder het rooken van een sigaar na een
-ontbijt op de prefectuur. En hij vertelde het heele gesprek haarfijn
-over. Het ergste van het geval was dat zijn aanplakbiljetten en zijn
-aanbevelingen al gedrukt werden. In het eerst was hij zoo woedend
-geweest, dat hij zich toch candidaat had willen stellen.
-
---O, als je ons niet geschreven had, zei Du Poizat tot Rougon, zouden
-we de regeering een aardig lesje gegeven hebben!
-
-Rougon haalde de schouders op. Achteloos klonk het, terwijl hij zijn
-kaarten schudde:
-
---Ge zoudt toch niet geslaagd zijn, en bovendien zoudt ge u voor
-altijd gecompromitteerd hebben. Daar zoudt ge mee opschieten!
-
---Ik begrijp niet wat voor mensch je bent! riep Du Poizat met woedende
-gebaren opspringende. Ik verklaar dat die Marsy mijn bloed aan het
-koken begint te brengen. Natuurlijk heeft hij jou willen treffen
-in onzen vriend Kahn.... Heb je de circulaires van dat heerschap
-gelezen? Nu, 't zijn mooie verkiezingen van hem! Hij heeft ze door
-phrases bewerkt.... Lach maar niet! Wanneer jij aan Binnenlandsche
-Zaken geweest was, zou je de zaken anders behandeld hebben.
-
-En daar Rougon bleef glimlachen, ging hij met grooter heftigheid voort:
-
---We zijn daar geweest, we hebben alles gezien.... Een gewezen
-kameraad van me heeft het gewaagd zich als republikein candidaat te
-stellen. Je kunt je niet begrijpen hoe ze hem vervolgd hebben. De
-prefect, de burgemeesters, de gendarmen, de heele kliek is op hem
-aangevallen; men verscheurde zijn aanplakbiljetten, men wierp zijn
-aanbevelingen in de slooten, men arresteerde de arme drommels die zijn
-circulaires moesten rondbrengen, tot zelfs zijn tante, overigens een
-achtenswaardige vrouw, heeft hem doen verzoeken niet meer bij haar
-over den vloer te komen daar hij haar compromitteerde. En de kranten
-dan! Die maakten hem uit voor roover. De vrouwtjes slaan tegenwoordig
-een kruis, als hij door het een of ander dorp komt.
-
-Hij haalde diep adem en hernam, weer in zijn leuningstoel terugvallend:
-
---Hoe het zij, al heeft Marsy de meerderheid in alle departementen,
-Parijs heeft toch vijf candidaten van de oppositie er door
-gehaald.... Men begint wakker te worden. Als de keizer het gezag in
-handen laat van dien fatterigen minister en die alkoofprefecten, die de
-mannen naar de Kamer sturen om vrijer met de vrouwen naar bed te kunnen
-gaan, dan is het keizerrijk binnen vijf jaar ten onder gegaan.... Ik
-vind die verkiezingen van Parijs prachtig. Dat wreekt ons een beetje.
-
---Dus als je prefect was geworden....? vroeg Rougon bedaard, met zoo'n
-fijne ironie, dat zich ternauwernood een fijn plooitje om zijn dikke
-lippen vertoonde.
-
-Du Poizat liet zijn onregelmatige, witte tanden zien. Zijn nietige
-kindervuistjes omklemden de armen van den fauteuil, alsof hij ze had
-willen breken.
-
---O, mompelde hij, als ik prefect was geweest....
-
-Maar hij sprak niet verder, hij zakte achterover en zei:
-
---Neen, 't is in één woord walgelijk!.... Trouwens, ik ben altijd
-republikein geweest.
-
-Intusschen hadden de dames aan het venster haar gesprek gestaakt en
-keken nu naar binnen om te luisteren, terwijl mijnheer d'Escorailles,
-met een grooten waaier in de hand, de mooie mevrouw Bouchard koelte
-toewuifde. De kolonel en mijnheer Bouchard, die een partijtje begonnen
-waren, hielden nu en dan met spelen op, om door een hoofdknikken hun
-goed- of afkeuring te kennen te geven. Een breede kring van fauteuils
-had zich om Rougon gevormd; Clorinde, oplettend, met de kin in de
-hand, waagde geen enkele beweging; Delestang lachte zijn vrouw toe,
-in den geest bij de een of andere zoete herinnering verwijlende;
-mijnheer Béjuin zat met ineengeslagen handen op de knieën, en keek
-met een verschrikt gezicht het heele gezelschap rond. Het plotselinge
-binnentreden van Du Poizat en mijnheer Kahn had een storm verwekt in
-de kalme stilte van het salon; ze schenen een geur van oppositie in
-hun kleeren te hebben meegebracht.
-
---Ik heb uw raad maar gevolgd en ik heb me teruggetrokken, hernam
-mijnheer Kahn. Men had me gewaarschuwd dat ik nog leelijker behandeld
-zou worden dan de republikeinsche candidaat. Ik had het keizerrijk
-nog al met zooveel toewijding gediend! U zult moeten toestemmen dat
-zoo'n ondankbaarheid geschikt is om de sterkste geesten te ontmoedigen.
-
-En hij beklaagde zich bitter over een menigte kwellingen. Hij had een
-dagblad willen oprichten om zijn plan van een spoorweg van Niort naar
-Angers te steunen; later zou dat blad een krachtig wapen op finantiëel
-gebied kunnen worden; maar men had hem de toestemming geweigerd,
-omdat mijnheer de Marsy zich inbeeldde dat Rougon zich achter zijn
-naam verschool en er sprake zou zijn van een strijdlustig blad,
-bestemd om oppositie tegen hem als minister te voeren.
-
---Dank je de drommel, zei Du Poizat, ze zijn bang dat men eindelijk
-eens de waarheid zal schrijven. O, ik had je mooie artikeltjes kunnen
-leveren!.... 't Is een schande zoo'n pers als wij hebben, die men
-den mond snoert en die bij den eersten kreet met den dood bedreigd
-wordt. Een vriend van me, die een roman uitgaf, werd op het ministerie
-ontboden waar een chef de bureau hem verzocht een andere kleur aan
-het vest van zijn held te geven, omdat die kleur den minister niet
-beviel. Historisch, hoor!
-
-Hij haalde nog andere feiten aan, hij sprak van vreeselijke verhalen
-die onder het volk de ronde deden, over den zelfmoord van een jonge
-actrice en van een bloedverwant des keizers, over het voorgewende
-tweegevecht van twee generaals, van wie de een den ander in een
-gang van de Tuileriën zou gedood hebben, na een kwestie over een
-diefstal. Zouden dergelijke verhalen nog geloof gevonden hebben,
-als de pers vrijheid van spreken had gehad? En hij herhaalde als
-zijn conclusie:
-
---Ik ben een republikein, niets meer en niets minder.
-
---Je bent wel gelukkig, mompelde mijnheer Kahn, ik weet niet meer
-wat ik ben.
-
-Rougon zat intusschen met de grootste aandacht zijn kaarten te
-leggen. Hij wou nu eens het kunstje probeeren om, na de kaarten
-driemaal te hebben rondgedeeld, eerst in hoopjes van zeven, toen van
-vijf en daarna van drie, te maken dat de acht klavers bij elkander
-waren. Hij was daar zoo in verdiept dat hij niets hoorde, ofschoon
-zijn ooren bij sommige woorden als het ware rilden.
-
---Het parlementaire régime bood ernstige waarborgen, zei de
-kolonel. Kwamen de prinsen maar terug!
-
-Kolonel Jobelin was orleanist, in zijn buien van oppositie. Hij
-vertelde graag het gevecht van de bergengte van Mouzaïa, waar hij naast
-den hertog van Aumale, destijds kapitein van het 4e linie-regiment,
-gestreden had.
-
---Men was zeer gelukkig onder Louis-Philippe, ging hij voort, het
-stilzwijgen opmerkende waarmee zijn betuigingen van spijt ontvangen
-werden. Gelooft ge niet dat als wij een verantwoordelijk kabinet
-hadden, onze vriend aan het hoofd van het bewind zou zijn, voordat
-er een halfjaar verstreken was? We zouden spoedig een groot redenaar
-meer bezitten.
-
-Maar mijnheer Bouchard gaf teekenen van ongeduld. Hij noemde zich
-legitimist, zijn grootvader had vroeger aan het hof verkeerd. Iederen
-avond ontstonden er dan ook hevige twisten tusschen hem en zijn neef
-over de politiek.
-
---Zwijg stil, mompelde hij, je Juli-monarchie heeft altijd kunst- en
-vliegwerk noodig gehad. Er is maar één grondbeginsel, dat weet je wel.
-
-Toen haalden zij elkander duchtig door. Ze deden alsof het keizerrijk
-er niet meer was, en richtten elk een regeering van hun eigen
-keuze in. Hadden de prinsen van Orléans ooit een decoratie aan een
-ouden soldaat beknibbeld? Zouden de legitimistische koningen zulke
-onbillijkheden plegen als men dagelijks in de bureaux gebeuren
-zag? Toen zij elkaar eindelijk voor ezels begonnen uit te maken,
-riep de kolonel, terwijl hij woedend zijn kaarten opnam:
-
---Zanik toch niet langer, hoor je, Bouchard!.... Ik heb een derde
-van tien en een vierde van den boer. Is dat goed?
-
-Delestang, door den woordenstrijd uit zijn mijmering gewekt, meende
-het keizerrijk te moeten verdedigen. Niet dat het keizerrijk hem in
-alle opzichten voldeed, goede hemel, neen! Hij had liever een humaner
-regeering. En hij trachtte zijn aspiraties te verklaren, een zeer
-ingewikkeld socialistisch plan, het wegnemen van het pauperisme,
-de associatie van alle arbeiders, iets als zijn modelhoeve in het
-groot. Du Poizat zei gewoonlijk dat hij te veel met dieren had
-omgegaan.
-
-Terwijl haar man sprak, en daarbij zijn trotsch hoofd van officiëel
-persoon schudde, keek Clorinde hem met een ietwat ontevreden gezicht
-aan.
-
---Ja, ik ben bonapartist, zei hij herhaalde malen; ik ben, zoo ge wilt,
-liberaal bonapartist.
-
---En gij, Béjuin? vroeg mijnheer Kahn op eens.
-
---Wel, ik ook, antwoordde mijnheer Béjuin, dat is te zeggen, er zijn
-natuurlijk nuances.... Enfin, ik ben bonapartist.
-
-Du Poizat lachte schamper.
-
---'k Wil het graag gelooven! Men heeft jelui niet geloosd. Delestang
-is nog altijd in den Raad van State. Béjuin is pas herkozen.
-
---Dat is heel natuurlijk in zijn werk gegaan, viel deze in. De prefect
-van le Cher....
-
---O, daar zal ik je geen verwijt van maken. We weten hoe het daarmee
-gaat.... Combelot is ook herkozen, La Rouquette ook.... Het keizerrijk
-is een prachtig ding!
-
-Mijnheer d'Escorailles, die voortging de mooie mevrouw Bouchard af te
-koelen, wou tusschenbeide komen. Hij verdedigde het keizerrijk uit
-een ander oogpunt, hij had zich de partij van den keizer gekozen,
-omdat deze naar zijn meening een zending te vervullen had: het heil
-van Frankrijk bovenal.
-
---U hebt uw auditeursbaantje gehouden, nietwaar? hernam Du Poizat,
-de stem verheffend; nu, uw opinies zijn bekend.... Wat drommel, wat
-ik daar zei schijnt jelui ergernis op te wekken. 't Is toch heel
-eenvoudig.... Kahn en ik worden niet meer betaald om de oogen te
-sluiten, dat is alles!
-
-Men werd boos. Dat was een afschuwelijke manier om de politiek te
-beschouwen. De politiek bestond toch niet enkel uit persoonlijke
-belangen. De kolonels zelfs en mijnheer Bouchard, ofschoon niet
-keizersgezind, erkenden dat men toch te goeder trouw bonapartist
-kon zijn, en zij spraken van hun eigen overtuigingen, met een
-verdubbelden gloed, alsof men ze hun met geweld wou ontrukken. Wat
-Delestang betreft, hij was zeer ontstemd; men had hem niet begrepen,
-en hij toonde aan in welke belangrijke punten hij van de blinde
-aanhangers van het keizerrijk afweek: dat bracht hem weer tot nieuwe
-uitleggingen over de manier, waarop de keizerlijke regeering zich in
-democratischen geest kon ontwikkelen. Mijnheer Béjuin nam er evenmin
-als mijnheer d'Escorailles genoegen mee dat men hem kortaf bonapartist
-noemde; beiden maakten een ontzettend groot onderscheid tusschen
-de verschillende schakeeringen en verschansten zich in bijzondere,
-moeielijk te definiëeren opinies, zoodat na verloop van tien minuten
-het geheele gezelschap tot de oppositie was overgegaan. De stemmen
-werden luider, er ontsponnen zich discussies tusschen enkele gasten,
-de woorden legitimisten, orleanisten, republikeinen vlogen tusschen de
-twintigmaal herhaalde geloofsbelijdenissen. Mevrouw Rougon vertoonde
-zich even met een ongerust gelaat op den drempel van een deur, daarop
-verdween ze weer zachtjes.
-
-Rougon had eindelijk het kunststukje van de acht klavers
-volbracht. Clorinde boog zich tot hem over en vroeg te midden van
-het gedruis:
-
---Is het gelukt?
-
---Natuurlijk, antwoordde hij met zijn kalmen glimlach.
-
-En alsof hij toen eerst opmerkzaam werd op het druk gepraat, stak
-hij de hand op en zei:
-
---Wat een leven maak jelui!
-
-Ze zwegen, denkende dat hij wou spreken. Er ontstond een diepe
-stilte. Allen wachtten, vermoeid van het gebabbel. Rougon had met
-een streek van zijn duim dertien kaarten waaiervormig op de tafel
-uitgespreid. Hij telde en zei te midden van die plechtige stilte:
-
---Drie vrouwen, dat beteekent twist.... Een nieuwstijding in den
-avond.... Een bruine vrouw waarvoor men zich in acht moet nemen....
-
-Maar Du Poizat viel hem ongeduldig in de rede:
-
---En gij, Rougon, hoe denkt gij er over?
-
-De groote man wentelde zich om in zijn fauteuil, strekte zich lang
-uit en geeuwde even achter zijn hand. Hij hief de kin omhoog, alsof
-zijn hals hem pijn deed.
-
---O, ik, mompelde hij, de oogen naar het plafond gericht, ik ben
-een voorstander van het gezag, dat weet ge wel. Men wordt daarmee
-geboren; 't is geen opinie, 't is een behoefte. Jelui doet dwaas zoo
-te twisten. Zoodra er in Frankrijk vijf heeren in een salon bijeen
-zijn, zijn er vijf regeeringsvormen aanwezig. Dat verhindert niemand
-het erkende gezag te dienen. Is het zoo niet? 't Is om het gesprek
-levendig te houden.
-
-Hij liet zijn kin weer zakken en wierp langzaam een blik in het rond.
-
---Marsy heeft de verkiezingen uitstekend geleid. Ge doet verkeerd
-om aanmerkingen op zijn circulaires te maken. De laatste vooral was
-handig.... Wat de pers betreft, die geniet al te veel vrijheid. Waar
-zou het heen moeten als de eerste de beste kon schrijven wat hij
-denkt? Ik zou trouwens evengoed als Marsy aan Kahn de machtiging
-om een krant op te richten geweigerd hebben. Het is altijd dwaas
-zijn tegenstanders een wapen in de hand te geven.... Regeeringen,
-die medelijden toonen, zijn verloren. Frankrijk heeft een krachtige
-hand noodig. Drukt men het de keel wat dicht, dan gaat het er niet
-slechter om.
-
-Delestang wou protesteeren. Hij begon te zeggen:
-
---Toch is er zekere mate van vrijheid noodig.
-
-Maar Clorinde legde hem het zwijgen op. Zij beaamde alles wat Rougon
-zei, met overdreven teekenen van instemming. Zij boog zich voorover
-opdat hij haar beter zien zou, onderworpen, overtuigd. Zijn blik was
-dan ook op haar gericht, toen hij uitriep:
-
---Ja, een zekere mate van vrijheid, ik dacht wel dat er zoo iets
-komen zou!.... Hoor eens, als de keizer mijn zin deed, zou hij nooit
-een enkele vrijheid toestaan.
-
-En toen Delestang zich weer onrustig bewoog, werd hij op eens kalm,
-toen hij zag hoe zijn vrouw haar mooie wenkbrauwen boos samentrok.
-
---Nooit! herhaalde Rougon krachtig.
-
-Hij was half opgerezen uit zijn fauteuil, met zoo'n geducht voorkomen,
-dat niemand een woord durfde spreken. Maar hij liet zich weer
-neervallen, slap als ontspannen, terwijl hij mompelde:
-
---Nu zou ik zelf ook gaan schreeuwen!.... Ik ben nu een vergeten
-burger. Ik hoef me over al die dingen niet meer druk te maken, en
-daar ben ik blij om. God geve dat de keizer me niet meer noodig heeft!
-
-Op dit oogenblik werd de deur van het salon geopend. Rougon lei een
-vinger op den mond en zei heel zachtjes:
-
---Sst!
-
-Mijnheer La Rouquette trad binnen. Rougon verdacht hem, dat hij
-uitgezonden was door zijn zuster, mevrouw de Lorentz, om af te
-luisteren wat er in zijn huis gezegd werd. Mijnheer de Marsy, ofschoon
-nauwelijks een halfjaar getrouwd, had zijn oude betrekkingen met die
-dame weer aangeknoopt, die hij bijna twee jaar lang als zijn maîtresse
-gehad had. Zoodra de jonge afgevaardigde het salon was binnengetreden,
-hielden de gesprekken over politiek dan ook op. Rougon ging zelf een
-groote kap halen, die hij op de lamp zette; en in den nauwen kring
-van geel licht zag men slechts de magere handen van den kolonel en
-van mijnheer Bouchard, die de kaarten regelmatig neerwierpen. Voor
-het venster verhaalde mevrouw Charbonnel halfluid haar zorgen aan
-mevrouw Correur, terwijl mijnheer Charbonnel iedere bijzonderheid
-met een diepen zucht bekrachtigde; ze waren nu al bijna twee jaar in
-Parijs, en hun verwenscht proces was nog niet geëindigd; den vorigen
-avond hadden zij zich nog pas genoodzaakt gezien ieder een half dozijn
-hemden te koopen, daar zij gehoord hadden dat de zaak weer uitgesteld
-was. Een beetje achteraf, bij een gordijn, scheen mevrouw Bouchard
-door de warmte ingedommeld te zijn. Mijnheer d'Escorailles was haar op
-komen zoeken. En op een oogenblik dat hij niet gezien werd, was hij
-zoo vrij haar een langen, innigen kus op haar half geopende lippen
-te drukken. Zij deed haar oogen wijd open, maar bewoog zich niet,
-zeer ernstig kijkend.
-
---Mijn hemel, zei mijnheer La Rouquette juist op dit oogenblik, ik
-ben niet naar de Variétés gegaan. Ik heb de generale repetitie van
-het stuk gezien. O, een uitbundig succes, een vroolijke muziek! Dat
-zal trekken.... Ik had werk dat af moest. Ik ben aan iets bezig.
-
-Hij had den heeren de hand gedrukt en heel galant een kus op Clorinde's
-pols, boven den handschoen gedrukt. Hij stond tegen den rug van
-een fauteuil geleund, glimlachend en onberispelijk gekleed. Uit de
-manier waarop zijn jas was dichtgeknoopt, bleek echter een pretentie
-op hoogen ernst.
-
---A propos, hernam hij, zich tot den gastheer wendend, ik kan u een
-document voor uw groot werk aanbevelen, een studie over de Engelsche
-constitutie, heel merkwaardig op mijn woord, onlangs in de Revue de
-Vienne verschenen.... En vordert het werk nog al?
-
---O, heel langzaam, antwoordde Rougon. Ik ben juist aan een heel
-lastig hoofdstuk.
-
-Gewoonlijk vond hij het pikant den jongen afgevaardigde te laten
-praten. Door hem kwam hij op de hoogte van alles wat er op de
-Tuileriën gebeurde. Overtuigd dat men hem uitgestuurd had om zijn
-opinie omtrent den triomf van de officiëele candidaten te vernemen,
-wist hij, zonder zelf iets noemenswaards los te laten, een menigte
-inlichtingen van hem te krijgen. Hij begon met hem geluk te wenschen
-met zijn herkiezing. Daarop onderhield hij het gesprek met enkele
-hoofdknikjes. De ander, die erg in zijn schik was dat hij aan het woord
-was, hield zoo gauw niet op. Men was heel blij aan het hof. De keizer
-had den uitslag van de verkiezingen in Plombières gehoord; men vertelde
-dat hij bij de ontvangst van het telegram van aandoening niet meer op
-zijn beenen kon staan, zoodat hij moest gaan zitten.... Toch werd de
-vreugde over die overwinning door een groote ongerustheid verstoord:
-Parijs had met een monsterachtige ondankbaarheid gestemd.
-
---Bah, dan snoert men Parijs den mond, mompelde Rougon, die een
-hernieuwd gegeeuw onderdrukte, alsof het hem verveelde niets
-belangwekkends in den woordenvloed van mijnheer La Rouquette te vinden.
-
-Daar sloeg het tien uur. Mevrouw Rougon, een tafeltje naar het midden
-van het vertrek schuivende, schonk thee in. Dat was het oogenblik
-waarop de groepjes zich in verschillende hoeken afzonderden. Mijnheer
-Kahn stond met een kopje in de hand voor Delestang, die nooit thee
-gebruikte omdat hij er zenuwachtig door werd, vertelde weer nieuwe
-bijzonderheden over zijn reis naar de Vendée; zijn groote zaak,
-de concessie van een spoorweg van Niort naar Angers verkeerde nog
-in hetzelfde stadium; die schurk van een Langlade, de prefect van
-Deux-Sèvres, had van zijn plan als verkiezingsmanoeuvre weten gebruik
-te maken ten gunste van den nieuwen officiëelen candidaat. Mijnheer
-La Rouquette, achter de dames omgaande, fluisterde haar woordjes
-in het oor, die haar deden glimlachen. Achter een verschansing
-van fauteuils zat mevrouw Correur druk met Du Poizat te praten;
-zij vroeg hem naar haar broer Martineau, den notaris uit Coulonges,
-en Du Poizat zei dat hij hem een oogenblik vóór de kerk gezien had,
-hij was nog altijd dezelfde, met zijn koel, deftig voorkomen. En toen
-zij al haar oude grieven weer ophaalde, ried hij haar nooit weer een
-voet daar te zetten, want mevrouw Martineau had gezworen haar de deur
-te wijzen. Mevrouw Correur dronk haar thee uit, rood van kwaadheid.
-
---Kom, kinderen, het is bedtijd, zei Rougon op vaderlijken toon.
-
-Het was vijf minuten voor half elf, en hij stond nog vijf minuten
-toe. Enkele gasten gingen heen. Hij vergezelde de heeren Kahn en
-Béjuin, die van mevrouw Rougon de complimenten voor hun vrouwen
-meekregen, ofschoon zij die dames op zijn hoogst twee maal per jaar
-zag. Hij drong de Charbonnels, die altijd wat verlegen waren om
-heen te gaan, zachtjes naar de deur. Toen de mooie mevrouw Bouchard
-tusschen mijnheer d'Escorailles en mijnheer La Rouquette heengegaan
-was, keerde hij zich naar de speeltafel en riep:
-
---Zeg eens, mijnheer Bouchard, daar nemen zij uw vrouw mee!
-
-Maar de chef de bureau hoorde niets, hij was juist aan het roemen.
-
---Een vijfde van klaveren, die is goed, hè? Drie heeren, die zijn
-ook goed....
-
-Rougon nam hem de kaarten uit de handen.
-
---'t Is nu genoeg, zei hij. Schaamt ge u niet, zoo hartstochtelijk
-te spelen!... Komaan, kolonel, wees verstandig.
-
-Zoo ging het iederen Donderdag en Zondag. Hij moest midden in een
-partijtje tusschenbeide komen, of soms wel de lamp uitdraaien, om ze
-te noodzaken met spelen op te houden. En zij gingen woedend heen, nog
-twistend met elkander. Delestang en Clorinde bleven het laatst. Terwijl
-haar man overal naar haar waaier zocht, zei zij zachtjes tot Rougon:
-
---U zou er goed aan doen een beetje beweging te nemen, u zult nog
-ziek worden.
-
-Hij maakte een gebaar van onverschilligheid en tevens van
-berusting. Mevrouw Rougon ruimde de kopjes en de lepeltjes al op. En
-toen de Delestangs hem de hand drukten, geeuwde hij ongedwongen. En
-uit beleefdheid zei hij:
-
---Sapperloot, ik geloof dat ik van nacht heerlijk slapen zal!
-
-Zoo gingen de bezoekavonden altijd voorbij. Het was erg saai in
-Rougon's salon, beweerde Du Poizat, die zelfs vond dat er nu een
-"devoot luchtje" was. Clorinde toonde zich aanhankelijk. Dikwijls kwam
-zij heel alleen in den namiddag in de rue Marbeuf, met de een of andere
-boodschap. Zij zei schertsend tot mevrouw Rougon, dat zij haar man
-het hof kwam maken, en deze, glimlachend met haar bleeke lippen, liet
-hen uren achtereen tezamen. Zij praatten heel vriendschappelijk, alsof
-zij niet meer dachten aan hetgeen er gebeurd was; ze gaven elkander de
-hand als goede kameraden, in dezelfde kamer waar hij het vorige jaar
-van begeerte voor haar stond te trappelen. Ze gingen nu heel bedaard
-en vertrouwelijk met elkander om. Hij streek de verwaaide haartjes
-glad over haar voorhoofd, of hielp haar om den overdreven langen sleep
-van haar japon tusschen de fauteuils terug te vinden. Eens, toen zij
-den tuin doorgingen, dreef de nieuwsgierigheid haar aan de staldeur
-te openen. Zij trad binnen, hem met een zacht lachje aanziende. Hij
-stond er met de handen in de zakken bij, en zelf ook glimlachend,
-mompelde hij:
-
---Wat doet men soms dwaas, hè?
-
-Bij ieder bezoek gaf hij haar goeden raad. Hij kwam voornamelijk op
-voor Delestang, die toch alles wel beschouwd, zoo'n goed echtgenoot
-was. Zij antwoordde dat zij hem hoogachtte; volgens haar had hij
-nog geen enkele reden tot klagen. Ze zei dat ze heelemaal niet
-koket was, en dat was waar. Uit al haar woorden straalde een groote
-onverschilligheid, bijna een minachting voor de mannen door. Wanneer
-er sprake was van een vrouw, die er verscheidene minnaars op nahield,
-zette zij groote, onschuldige oogen op en vroeg zij: "Vindt ze dat dan
-prettig?" Zij vergat haar schoonheid weken achtereen, dacht er slechts
-aan als de nood haar drong, en dan maakte zij er een verschrikkelijk
-wapen van. Toen Rougon dan ook met een zonderling aanhouden op dat
-onderwerp terugkwam, en haar aanried Delestang getrouw te blijven,
-werd ze eindelijk boos en riep:
-
---Laat me toch met rust! Ik denk daar wel aan.... Ge wordt beleedigend!
-
-Eens antwoordde zij hem vierkantweg:
-
---Nu, als het er eens van kwam, wat zou u dat kunnen schelen?... U
-verliest er immers niets bij!
-
-Hij kreeg een kleur en liet geruimen tijd na haar over haar plichten,
-de wereld, de betamelijkheid te onderhouden. Die voortdurende prikkel
-van jaloerschheid was al wat er van zijn ouden hartstocht in hem
-overbleef. Hij ging zelfs zoo ver, haar in de salons waarheen zij
-zich begaf, te laten nagaan. Indien hij de minste intrige bespeurd
-had, zou hij misschien in staat geweest zijn den echtgenoot te
-waarschuwen. Trouwens, wanneer hij hem alleen sprak, waarschuwde
-hij hem op zijn hoede te zijn, sprak hij hem over de buitengewone
-schoonheid van zijn vrouw. Maar Delestang lachte met een gezicht
-vol vertrouwen en eigenwaan; zoodat in dat huishouden Rougon degeen
-was, die alle kwellingen van een bedrogen echtgenoot had. Zijn andere
-raadgevingen, die zeer praktisch waren, toonden zijn groote vriendschap
-voor Clorinde. Hij bracht haar zachtjes aan op het denkbeeld om haar
-moeder naar Italië te zenden. De gravin Balbi, alleen achtergebleven
-in het kleine hôtel van de Champs-Elysées, leidde er een vreemd,
-zorgeloos leven, waarover veel gepraat werd. Hij belastte zich
-met de kiesche aangelegenheid om met haar voor de regeling van eene
-jaarlijksche toelage te zorgen. Het hôtel werd verkocht, het verleden
-van de jonge vrouw was als het ware weggewischt. Toen nam hij op zich
-haar van haar excentrieke gewoonten te genezen; maar daarbij stuitte
-hij op de stijfhoofdigheid van een stompzinnige vrouw. Clorinde, rijk
-getrouwd, leefde in een ongeloofelijke geldverspilling, met plotselinge
-buien van schandelijke gierigheid. Zij had haar kleine donkere meid
-Antonia, die van den ochtend tot den avond sinaasappelen uitzoog,
-bij zich gehouden. Met haar beiden maakten zij mevrouws vertrekken,
-een heelen hoek van het groote hôtel in de rue du Colisé, afschuwelijk
-vuil. Wanneer Rougon haar ging bezoeken, vond hij vuile borden op
-de fauteuils, stroopkannen op den grond, langs de muren. Hij raadde
-onder de meubelen een opeenhooping van onzindelijke dingen, die daar
-haastig ondergestopt waren, als zijn bezoek aangekondigd werd. En te
-midden dier vettige behangsels en der lambrizeeringen grijs van stof,
-had zij soms de allerzonderlingste invallen. Dikwijls ontving zij hem
-half ontkleed, in een deken gewikkeld, op een sofa liggend, terwijl
-zij klaagde over onbekende kwalen, over een hond die aan haar voeten
-knaagde, of een speld die zij bij ongeluk had ingeslikt en waarvan
-de punt uit haar linkerdij te voorschijn moest komen. Dan weer sloot
-zij de zonneblinden om drie uur, stak alle kaarsen aan en ging dan met
-haar meid staan dansen, tegenover elkander, zoo hard lachende, dat de
-meid als hij binnen kwam, vijf minuten tegen de deur stond te hijgen,
-voordat zij de kamer verlaten kon. Eens wou zij zich niet vertoonen;
-ze had haar bedgordijnen van onder tot boven aan elkander vastgenaaid,
-en zat op het peluw langer dan een uur in die kooi met hem te praten,
-alsof zij ieder aan een hoekje van den haard zaten. Dat alles vond
-zij heel natuurlijk. Wanneer hij haar beknorde, was zij verbaasd,
-zei ze dat ze geen kwaad deed. En als hij haar op de gebruikelijke
-vormen wees, haar in een maand de verleidelijkste vrouw van Parijs
-beloofde te maken, werd zij driftig en herhaalde:
-
---Ik ben nu eenmaal zoo, dat is mijn manier van leven.... Wat gaat
-dat in 's hemelsnaam een ander aan?
-
-Soms begon zij te glimlachen.
-
---Men houdt toch van me, hoor! mompelde zij.
-
-En inderdaad, Delestang aanbad haar. Zij bleef zijn meesteres, te
-machtiger naarmate zij minder zijn vrouw was. Hij sloot de oogen
-voor haar grillen, uit angst dat zij hem alleen zou laten zitten,
-zooals zij hem eens gedreigd had. Misschien voelde hij ook in zijn
-onderworpenheid dat zij zijn meerdere was, sterk genoeg om met hem
-te doen wat zij wilde. In gezelschappen behandelde hij haar als een
-kind, sprak hij van haar met de toegevende liefde van een ernstig
-man. Maar thuis huilde die groote, knappe man met zijn fraaien kop,
-als zij 's nachts weigerde de deur van haar kamer voor hem open te
-doen. Hij nam alleen de sleutels van de kamers der eerste verdieping
-weg, om zijn groot salon voor vetvlekken te vrijwaren. Rougon wist toch
-van Clorinde te verkrijgen dat zij zich ongeveer begon te kleeden als
-iedereen. Ze was overigens heel slim, de slimheid van sommige gekken,
-die zich tegenover vreemden verstandig voordoen. Hij ontmoette haar
-in sommige gezelschappen, waar zij zich op den achtergrond hield,
-terwijl zij haar man op den voorgrond liet treden, zich heel passend
-gedragende te midden van de bewondering, door haar groote schoonheid
-opgewekt. In haar huis ontmoette hij dikwijls mijnheer de Plouguern;
-en zij zat schertsend tusschen hen in, onder den stortvloed van hun
-zedepreeken, terwijl de oude senator haar tot groote ergernis van
-Rougon vertrouwelijk op de wangen tikte, maar hij durfde nooit voor
-die ergernis openlijk uitkomen. Minder beschroomd was hij ten opzichte
-van Luigi Pozzo, den secretaris van ridder Rusconi. Hij had hem meer
-dan eens op vreemde tijden uit haar vertrekken zien komen. Toen hij
-de jonge vrouw voor oogen hield hoe haar goede naam daaronder lijden
-kon, hief ze haar mooie oogen verbaasd naar hem op; daarop schaterde
-ze het uit van lachen. Zij gaf wat om de publieke opinie! In Italië
-ontvingen de vrouwen de mannen, die haar aanstonden, niemand dacht
-aan iets leelijks. Overigens telde Luigi niet; hij was haar neef; hij
-bracht haar Milaneesche gebakjes, die hij in de passage Colbert kocht.
-
-Maar de politiek bleef Clorinde's belangstelling het meest
-wekken. Sedert zij met Delestang getrouwd was, gebruikte zij al haar
-vernuft voor geheimzinnige ingewikkelde zaken, waarvan niemand de
-belangrijkheid goed inzag. Zij bevredigde daarmee haar behoefte aan
-intrige, die zij zoolang voldaan had in haar verleidings-campagnes
-tegen de mannen, die een groote toekomst hadden; door het spannen
-van die huwelijksstrikken scheen zij zich tot een ruimen werkkring
-voorbereid te hebben. In den laatsten tijd hield zij geregeld
-briefwisseling met haar moeder te Turijn. Zij ging bijna iederen
-dag naar de Italiaansche legatie, waar ridder Rusconi fluisterende
-gesprekken met haar voerde. Dan waren het weer onbegrijpelijke
-tochten naar de vier hoeken van Parijs, bezoeken in alle stilte
-afgelegd bij hooggeplaatste personen, bijeenkomsten in afgelegen
-stadsgedeelten. Alle Venetiaansche uitgewekenen, een Brambillo,
-een Staderino, een Viscardi zagen haar in het geheim, overhandigden
-haar stukjes papier vol aanteekeningen. Ze had een rood marokijnen
-portefeuille met stalen slot gekocht, een minister waardig, waarin
-zij een menigte dossiers borg. In het rijtuig hield zij die op haar
-schoot, als een mof; overal waar zij heen ging, droeg ze die mee onder
-haar arm; in de vroege morgenuren ontmoette men haar zelfs te voet, de
-portefeuille met haar verstijfde handen tegen haar borst drukkend. Zij
-begon er weldra versleten uit te zien, gebarsten aan de naden. Toen
-bond zij er een riempje over. En in haar opzichtige sleepjaponnen,
-steeds beladen met dien onoogelijken leeren zak waaruit de bundels
-papieren uitpuilden, geleek zij op een advokaat van kwade zaken,
-die de rechtbanken afliep om een rijksdaalder te verdienen.
-
-Verscheidene malen had Rougon getracht achter de groote zaken van
-Clorinde te komen. Eens, toen hij een oogenblik met de bewuste
-portefeuille alleen was, had hij niet geschroomd de brieven, die
-er met een tipje uit staken, naar zich toe te trekken. Maar wat hij
-daaruit wijs kon worden leek hem zoo onsamenhangend, zoo vol leemten
-toe, dat hij onwillekeurig glimlachte om de politieke pretenties van
-de jonge vrouw. Op een namiddag legde zij hem met een kalm uiterlijk
-een uitgebreid plan uit: ze hield zich bezig met het tot stand komen
-van een verbond tusschen Italië en Frankrijk, met het oog op een
-aanstaande campagne tegen Oostenrijk. Rougon, een oogenblik verbaasd,
-haalde ten slotte de schouders op voor al die dwaze dingen, waarmee
-haar plan gepaard ging. In zijn oog beteekende dat alles niets dan
-een nieuwe originaliteit, ditmaal van beteren smaak. Hij bleef liever
-bij zijn gevestigde opinie over de vrouwen. Clorinde speelde trouwens
-gaarne de rol van leerling. Wanneer zij hem in de rue Marbeuf kwam
-opzoeken, deed zij zich heel onderdanig en gedwee voor, deed hem
-allerlei vragen, en hoorde hem aan met den ijver van een bekeerling,
-die zich gaarne laat onderrichten. En hij vergat dikwijls tot wie hij
-sprak, hij legde haar zijn regeeringssysteem bloot, en deed dikwijls
-de openlijkste bekentenissen. Gaandeweg werden die gesprekken een
-gewoonte, hij beschouwde haar als zijn vertrouweling, stelde zich bij
-haar schadeloos voor het stilzwijgen dat hij tegenover zijn beste
-vrienden in acht nam, behandelde haar als een bescheiden leerling,
-wier eerbiedige bewondering hem streelde.
-
-Gedurende de maanden Augustus en September werden Clorinde's bezoeken
-talrijker. Zij kwam nu zelfs drie of vier keeren per week. Nooit
-had zij zich zoo'n lieve leerling getoond. Zij vleide Rougon, stond
-verrukt over zijn genie, vond het jammer dat hij zijn licht onder een
-korenmaat geplaatst had. Eens, in een oogenblik van helderziendheid
-vroeg hij haar lachend:
-
---Ge hebt me dus erg noodig?
-
---Ja, antwoordde zij vrijmoedig.
-
-Maar zij haastte zich haar voorkomen van opgetogen bewondering aan te
-nemen. De politiek gaf haar meer genoegen dan een roman, zei ze. En
-als hij zich even omkeerde, schitterde er iets als een oude wrok in
-haar oogen. Dikwijls liet zij haar handen in de zijne, alsof zij zich
-nog te zwak voelde; en met trillende polsen scheen zij te wachten,
-totdat zij hem kracht genoeg ontnomen had om hem te verwurgen.
-
-Wat Clorinde vooral ongerust maakte, was Rougon's toenemende
-lusteloosheid. Zij zag hem van verveling inslapen. Eerst had zij
-heel goed opgemerkt, dat er veel komediespel bij was. Maar nu,
-ondanks al haar slimheid, begon zij te gelooven dat hij werkelijk
-den moed verloren had. Zijn gebaren werden trager, zijn stem werd
-weeker; en op sommige dagen toonde hij zich zoo onverschillig, zoo
-goedaardig, dat de jonge vrouw zich verschrikt afvroeg of hij zich
-niet kalm zijn verwijzing naar den senaat als gevallen politiek man
-zou laten aanleunen.
-
-Tegen het einde van September scheen Rougon zeer afgetrokken. Toen
-vertelde hij haar in een van hun gewone gesprekken, dat hij een
-grootsch plan koesterde. Hij verveelde zich in Parijs, hij had
-behoefte aan lucht. En opeens kwam alles er uit: hij wou een geheel
-nieuw leven beginnen, een vrijwillige verbanning naar de Landes, om
-daar verscheidene vierkante mijlen terrein te ontginnen en er midden
-op den ontwoekerden grond een stad te stichten. Clorinde verbleekte,
-toen zij dat hoorde.
-
---Maar uw positie hier, uw verwachtingen! riep zij.
-
-Hij maakte een minachtend gebaar en mompelde:
-
---Bah, luchtkasteelen.... Ik deug bepaald niet voor de politiek,
-ziet u!
-
-En hij sprak weer over zijn liefsten wensen, een groot grondeigenaar
-te zijn, met kudden beesten waarover hij kon heerschen. Maar in de
-Landes werd zijn eerzucht reeds grooter, daar zou hij koning zijn
-over een nieuw land; daar zou hij een volk hebben. Twee weken lang
-las hij speciale werken. Hij droogde moerassen uit, bestreed met
-krachtige werktuigen de steenlaag van den grond, hield den voortgang
-der duinvorming tegen door aanplantingen en pijnboomen, verrijkte
-Frankrijk met een verbazend vruchtbaar hoekje. Al zijn ingesluimerde
-bedrijvigheid, al zijn kracht van nietsdoenden reus ontwaakte in deze
-schepping; zijn opeengeklemde vuisten schenen reeds de weerbarstige
-keisteenen te doen splijten; zijn armen woelden met een enkelen stoot
-den grond om; zijn schouders droegen geheele huizen, kant en klaar,
-die hij naar willekeur neerzette aan den oever eener rivier, wier
-bedding hij met een enkelen schop van zijn voet groef. Niets was
-gemakkelijker. Hij vond daar zooveel werk als hij wilde. De keizer
-mocht hem toch zeker nog genoeg om hem een departement in orde te
-laten brengen. Met een kleur op de wangen stond hij op, grooter door
-de plotselinge uitrekking van zijn zware ledematen, en hij barstte
-in een schaterlach uit.
-
---Dat is een idee, hè! riep hij. Ik geef de stad mijn naam, ik sticht
-ook een klein rijk!
-
-Clorinde geloofde aan een gril, aan een denkbeeld dat bij hem
-opgekomen was in de diepe verveling waarin hij zich bewoog. Maar de
-volgende dagen sprak hij haar weer over zijn plan, met nog grooter
-geestdrift. Bij ieder bezoek vond zij hem gebogen over kaarten,
-die overal uitgespreid lagen, op zijn schrijftafel, op de stoelen,
-op het kleed. Op zekeren middag kon zij hem niet te spreken krijgen,
-hij was in gesprek met twee ingenieurs. Toen begon ze zich werkelijk
-bevreesd te maken. Zou hij haar nu laten zitten, om zijn stad ergens
-in een woeste streek te gaan bouwen? Was het soms een nieuwe list? Ze
-moest er voor het oogenblik van afzien achter de waarheid te komen,
-maar toch vond zij het noodig de vrienden te waarschuwen.
-
-Dat was een ontsteltenis. Du Poizat werd boos; al langer dan een jaar
-liep hij leeg; bij zijn laatste reis naar de Vendée had zijn vader
-een pistool uit een lade gehaald, toen hij zich verstout had hem
-tienduizend francs te vragen om een prachtige zaak op touw te zetten;
-en nu kon hij weer aan het hongerlijden gaan, zooals in 48. Mijnheer
-Kahn toonde zich even woedend, zijn hoogovens in Bressuire werden met
-een faillietverklaring bedreigd; hij voelde zich verloren, als hij
-niet binnen een half jaar de concessie van zijn spoorweg kreeg. De
-anderen, mijnheer Béjuin, de kolonel, de Bouchards, de Charbonnels,
-hieven ook jammerklachten aan. Dat kon zoo niet afloopen. Rougon was
-werkelijk onredelijk. Men zou met hem spreken.
-
-Intusschen verliepen er twee weken. Clorinde, die een groot gezag over
-hen uitoefende, had beslist dat het kwalijk gaan zou den grooten man
-rechtstreeks aan te vallen. Men wachtte dus een gelegenheid af. Op een
-Zondagavond, omstreeks het midden van October, toen de vrienden allen
-bijeen waren in het salon van de rue Marbeuf, zei Rougon glimlachend:
-
---Raadt eens wat ik vandaag gekregen heb?
-
-En hij haalde van achter de pendule een rose kaart te voorschijn.
-
---Een uitnoodiging naar Compiègne.
-
-Op dit oogenblik opende de kamerdienaar bescheiden de deur. De man,
-dien mijnheer verwachtte, was er. Rougon verontschuldigde zich en
-ging de kamer uit. Clorinde was luisterend opgestaan. Toen zei ze
-vastberaden:
-
---Hij moet naar Compiègne gaan!
-
-De vrienden keken voorzichtig om zich heen; maar mevrouw Rougon was
-sinds een paar minuten verdwenen. Toen overlegden zij fluisterend. De
-dames vormden een kring voor den haard, waarop een groot houtblok lag
-te smeulen; mijnheer Bouchard en de kolonel speelden hun eeuwigdurend
-partijtje; terwijl de andere heeren hun fauteuils in een hoek geschoven
-hadden om zich af te zonderen. Clorinde stond in het midden der kamer,
-met gebogen hoofd, in diep nadenken verzonken.
-
---Hij verwachtte dus iemand? vroeg Du Poizat. Wie kan dat zijn?
-
-De anderen haalden de schouders op, om te kennen te geven dat zij
-het niet wisten.
-
---Misschien ook al voor zijn dwaze onderneming, ging hij voort. Mijn
-geduld raakt nu uitgeput. Een dezer dagen zeg ik hem eens geducht de
-waarheid, dat zult ge zien.
-
---Sst! zei mijnheer Kahn, terwijl hij een vinger op de lippen lei.
-
-De gewezen onder-prefect had onrustbarend hard gesproken. Allen
-spitsten een oogenblik de ooren. Toen begon mijnheer Kahn zelf heel
-zachtjes:
-
---Zeker, hij heeft verplichtingen tegenover ons op zich ge- nomen.
-
---Zeg dat hij een schuld heeft aangegaan, voegde de kolonel er bij,
-zijn kaarten neerleggend.
-
---Ja, ja, een schuld, dat is het goede woord, verklaarde mijnheer
-Bouchard. We hebben het hem ronduit gezegd, laatst in het raadsgebouw.
-
-En de anderen bevestigden dit met een levendig hoofdknikken. Er
-ontstond een algemeen geweeklaag. Rougon had ze allen
-geruïneerd. Mijnheer Bouchard voegde er bij dat hij al lang chef de
-bureau geweest zou zijn, als hij hem niet zoo trouw in het ongeluk
-geweest was. De kolonel beweerde dat men uit naam van den graaf de
-Marsy het kommandeurskruis en een betrekking voor zijn zoon Auguste had
-aangeboden, maar hij had geweigerd, uit vriendschap voor Rougon. De
-ouders van mijnheer d'Escorailles, zei de mooie mevrouw Bouchard,
-waren zeer gekrenkt omdat hun zoon nog altijd auditeur was, terwijl
-zij al een halfjaar op zijn benoeming tot referent aan den staatsraad
-wachtten. Zelfs zij die zwegen, Delestang, mijnheer Béjuin, mevrouw
-Correur en de Charbonnels knepen hun lippen samen, hieven de oogen
-ten hemel, met het voorkomen van martelaren die eindelijk hun geduld
-beginnen te verliezen.
-
---In éen woord, we zijn bestolen, hernam Du Poizat. Maar hij zal niet
-vertrekken, daar sta ik u voor in. Is het niet de grootste dwaasheid
-om in een afgelegen hoekje tegen de keisteenen te gaan vechten,
-als men zulke ernstige belangen te Parijs heeft?.... Wil ik eens met
-hem spreken?
-
-Clorinde ontwaakte uit haar gepeins. Zij gaf hem een wenk om te
-zwijgen, deed de deur half open om te zien of daar niemand was,
-en herhaalde toen:
-
---Hoort ge, hij moet naar Compiègne!
-
-En terwijl allen haar vragend aankeken, maakte zij weer een gebaar
-om hun vragen te voorkomen.
-
---Sst! Niet hier!
-
-Ze vertelde intusschen nog dat haar man en zij ook naar Compiègne
-uitgenoodigd waren; en ze liet zich de namen van mijnheer de
-Marsy en mevrouw de Lorentz ontvallen, zonder zich nader te willen
-verklaren. Men zou den grooten man desnoods met geweld willen dwingen
-zich weer te doen gelden. Mijnheer Beulin-d'Orchère en de geheele
-rechterlijke macht steunden hem heimelijk. De keizer, bekende mijnheer
-La Rouquette, liet zich, ondanks de haat van zijn omgeving tegen
-Rougon, volstrekt niet over dezen uit; zoodra men zijn naam noemde,
-werd hij ernstig.
-
---Het is niet om onszelven, verklaarde mijnheer Kahn ten slotte. Als
-wij slagen, zal het heele land ons dankbaar zijn.
-
-Toen ging men hardop voort, den lof van den gastheer te bezingen. In
-de kamer daarnaast hoorde men het geluid van stemmen. Du Poizat,
-door nieuwsgierigheid gekweld, duwde de deur open alsof hij weg wou
-gaan en deed ze weer langzaam genoeg dicht om den man op te merken
-die zich bij Rougon bevond. Het was Gilquin, in een dikke overjas,
-bijna netjes, een stevigen wandelstok met koperen knop in de hand. Met
-een overdreven vertrouwelijkheid en zonder zijn stem wat minder luid
-te doen klinken, zei hij:
-
---Zeg, stuur nu niets meer naar de rue Virginie, te Grenelle. Ik heb
-daar kwestie gehad; ik blijf in Batignolles, passage Guttin.... Enfin,
-je kan op me rekenen. Tot ziens.
-
-En hij drukte Rougon de hand. Toen deze in het salon terugkeerde,
-maakte hij zijn verontschuldiging, terwijl hij Du Poizat strak aankeek.
-
---Een beste jongen, die je wel bekend zal zijn, nietwaar
-Poizat?.... Hij gaat kolonisten voor me werven voor mijn nieuw rijk,
-daar ginds in de Landes.... A propos, ik neem je allen mee; pak je
-zaken maar vast in. Kahn wordt mijn eerste minister, Delestang en
-zijn vrouw krijgen de portefeuille van Buitenlandsche Zaken. Béjuin
-wordt postmeester. En ik vergeet de dames ook niet: mevrouw Bouchard
-zal den scepter der schoonheid voeren en mevrouw Charbonnel belast
-zich met de zorg voor de graanzolders.
-
-Hij schertste, terwijl zijn vrienden, alles behalve op hun gemak,
-zich afvroegen of hij ze niet door een spleet van de deur had hooren
-spreken. Toen hij den kolonel met al zijn ordeteekenen decoreerde, werd
-deze bijna boos. Intusschen keek Clorinde naar de uitnoodigingskaart,
-die zij van den schoorsteen had genomen.
-
---Gaat u? vroeg ze achteloos.
-
---Wel, natuurlijk, antwoordde Rougon verwonderd. Ik hoop van de
-gelegenheid gebruik te maken om me mijn departement door den keizer
-te laten geven.
-
-Het sloeg tien uur. Mevrouw Rougon verscheen weer om thee te schenken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-
-Tegen zeven uur, op den avond van haar aankomst te Compiègne, stond
-Clorinde met mijnheer de Plouguern te praten bij een venster van
-de galerij des Cartes. Men wachtte op den keizer en de keizerin om
-zich naar de eetzaal te begeven. De tweede reeks genoodigden van
-dat seizoen bevond zich eerst drie uur op het kasteel, en daar alle
-gasten nog niet beneden waren, hield de jonge vrouw zich onledig
-met iedereen die binnen trad met een enkel woord te beoordeelen. De
-gedecolleteerde dames, met bloemen in het kapsel, zetten haar gelaat in
-een vriendelijke plooi, zoodra zij den drempel overschreden; de heeren
-bleven ernstig, met hun witte das en korte broek met zijden kousen.
-
---Ha, daar is ridder Rusconi, mompelde Clorinde. Een knap man.... Maar
-zie mijnheer Beulin-d'Orchère toch eens, oompje, zou men niet zeggen
-dat hij zoo gaat blaffen? En wat een beenen, goede God!
-
-Mijnheer de Plouguern grinnikte van pleizier bij al dat
-kwaadspreken. Ridder Rusconi kwam Clorinde begroeten, met zijn
-smachtende blikken van knap Italiaan; daarop ging hij langs de dames
-heen, met een reeks van hoffelijke buigingen. Delestang keek op een
-korten afstand heel ernstig naar de kolossale kaarten van het bosch
-van Compiègne, die de muren der galerij bedekten.
-
---In welken waggon heb je gezeten? hernam Clorinde. Ik heb aan het
-station naar je gezocht om met je samen te reizen. Verbeeld je,
-ik zat daar midden tusschen de mannen....
-
-Maar zij hield weer op, een lach achter haar hand smorend.
-
---Mijnheer La Rouquette kijkt zoo zoet als suiker.
-
---Ja, een kostschoolmeisjes-ontbijt, zei de senator ondeugend.
-
-Op dit oogenblik ontstond er aan de deur een luid geritsel van rokken;
-de deurvleugel werd wijd geopend en er trad een vrouw binnen, in
-een japon zoo overladen met strikken, bloemen en kant, dat zij haar
-japon met beide handen moest samenvatten om door de opening te kunnen
-gaan. Het was mevrouw de Combelot, Clorinde's schoonzuster. Deze nam
-haar van het hoofd tot de voeten op en mompelde;
-
---Hoe is het mogelijk!
-
-En toen mijnheer de Plouguern naar haar eigen eenvoudig tarlatankleedje
-keek, dat zij over een slecht gefatsoeneerd rose faille onderkleed had
-aangetrokken, ging ze op een toon van volslagen zorgeloosheid voort:
-
---O, je weet, ik maal niet om het toilet! Men moet me maar nemen
-zooals ik ben.
-
-Intusschen had Delestang de kaarten verlaten om zijn zuster tegemoet
-te gaan, die hij bij zijn vrouw bracht. Ze hielden niet veel van
-elkander en wisselden een zuurzoet complimentje. En mevrouw de
-Combelot verwijderde zich, een staart van satijn achter zich aan
-sleepende, die veel geleek op een hoekje van een bloemenperk. De
-mannen traden zwijgend een paar stappen terug, voor den stroom van
-kanten volants. Zoodra Clorinde weer alleen met mevrouw de Plouguern
-was, maakte ze schertsend een zinspeling op den grooten hartstocht
-dien de dame voor den keizer gevoelde. En toen de senator van den
-tegenstand sprak dien deze bood, merkte zij op:
-
---Daar steekt niet veel verdienste in, ze is zoo mager! Ik heb haar
-door mannen mooi hooren vinden, ik weet niet waarom. Ze heeft een
-figuur dat nergens naar lijkt.
-
-Al pratende bleef ze voortdurend naar de deur zien, als verwachtte
-ze iemand.
-
---Ha, nu is het toch zeker mijnheer Rougon, zei ze.
-
-Maar ze verbeterde haar gezegde dadelijk daarop, met een flikkering
-in haar oogen.
-
---Toch niet, het is mijnheer de Marsy.
-
-De minister, correct gekleed in zijn zwarten rok en korte broek,
-trad glimlachend op mevrouw de Combelot toe; en terwijl hij haar een
-complimentje maakte, keek hij met vagen blik naar de gasten, alsof hij
-niemand had herkend. Toen beantwoordde hij de groeten met bijzondere
-minzaamheid. Verscheidene heeren traden nader. Weldra vormde hij het
-middelpunt van een groep. Zijn bleek, geestig en spottend gelaat stak
-boven de schouders uit, die zich rondom hem verdrongen.
-
---A propos, hernam Clorinde, mijnheer Plouguern naar een
-vensternis voerend, ik had op je gerekend om me inlichtingen te
-verschaffen.... Wat weet je van die bekende brieven van mevrouw
-de Lorentz?
-
---Wel, wat iedereen er van weet, antwoordde hij.
-
-En hij sprak van de drie brieven, die graaf de Marsy aan mevrouw
-de Lorentz zou geschreven hebben, omtrent vijf jaar geleden, even
-voor het huwelijk des keizers. Die dame bevond zich na den dood van
-haar man, een generaal van Spaansche afkomst, te Madrid, waar zij
-belangrijke zaken te regelen had. Hun liefdesbetrekking was toen nog
-zonder wolkje. De graaf had haar, om haar op te vroolijken, ietwat
-pikante bijzonderheden geschreven over zekere doorluchtige personen,
-in wier onmiddellijke omgeving hij zich bewoog. Men vertelde ook dat
-sedert dien tijd mevrouw de Lorentz, verschrikkelijk jaloersch van
-aard, die brieven bewaarde, die ze als het zwaard van Damocles boven
-zijn hoofd liet hangen.
-
---Ze heeft zich laten overtuigen, toen hij een Walachijsche prinses
-heeft moeten huwen, zei de senator ten slotte. Maar nadat zij hem een
-maand had toegestaan om volop de genoegens van zijn nieuwen echt te
-smaken, heeft zij hem meteen te kennen gegeven dat zij, als hij na
-verloop van dien termijn zich niet weer aan haar voeten kwam werpen,
-zij op een goeden morgen de drie verschrikkelijke brieven op het
-bureau van den keizer zou neerleggen; en hij heeft zijn keten weer
-opgenomen.... Hij overlaadt haar met lieve attenties om die verwenschte
-correspondentie weer in handen te krijgen.
-
-Clorinde lachte hartelijk. Ze vond die historie allervermakelijkst. En
-zij deed vraag op vraag. Dus als de graaf mevrouw de Lorentz bedroog,
-zou zij in staat zijn haar bedreiging te vervullen? Waar had ze
-die drie brieven? In haar keurslijf, tusschen twee satijnen linten
-genaaid, naar zij had hooren beweren. Maar mijnheer Plouguern wist
-het niet. Niemand had de brieven gelezen. Hij kende een jongen man,
-die om er een kopie van te nemen, bijna een half jaar lang tevergeefs
-de nederige slaaf van mevrouw de Lorentz was geweest.
-
---Maar wat drommel, ging hij voort, hij wendt geen oog van je af,
-kleine. Dat is waar, ik had het heelemaal vergeten: je hebt hem
-veroverd!.... Is het waar dat hij op zijn laatste soirée bijna een
-uur met je gepraat heeft?
-
-De jonge vrouw antwoordde niet. Zij luisterde niet meer, ze bleef
-onbewegelijk en trotsch onder den onafgewenden blik van mijnheer de
-Marsy. Daarop langzaam het hoofd opheffende, en hem op haar beurt
-aanziende, wachtte zij zijnen groet. Hij naderde haar en boog. En
-zij lachte hem heel vriendelijk toe. Er werd geen woord tusschen
-hen gewisseld. De graaf keerde naar het midden van de groep terug,
-waar mijnheer La Rouquette luid sprak, en hem bij ieder gezegde
-Excellentie noemde.
-
-Langzamerhand was het intusschen vol geworden in de galerij. Er waren
-daar bijna honderd personen, hooge ambtenaren, generaals, vreemde
-diplomaten, vijf afgevaardigden, drie prefecten, twee schilders, een
-romanschrijver, twee leden der akademie, ongerekend de officieren van
-het hof, de kamerheeren, adjudanten en stalmeesters. Het bescheiden
-gemurmel der stemmen steeg bij het licht der kronen omhoog. De
-bekenden van het kasteel wandelden op en neer, terwijl de nieuwe
-gasten zich niet te midden der dames durfden wagen. Dat eerste uur
-van gegeneerdheid, tusschen personen waarvan verscheidene elkander
-niet kenden en die zich plotseling aan de deur van de keizerlijke
-eetzaal vereenigd vonden, gaf aan de gezichten een voorkomen van
-gemelijke waardigheid. Nu en dan ontstond er plotseling een stilte,
-hoofden keerden zich eenigszins onrustig om. En het ameublement stijle
-empire van de groote zaal, de consoles met haar rechte voetstukken,
-de vierkante fauteuils schenen nog de plechtigheid van het wachten
-te verhoogen.
-
---Daar is hij eindelijk! mompelde Clorinde.
-
-Rougon was binnengetreden. Hij bleef een oogenblik vlak bij de deur
-stilstaan. Hij had weer zijn houding van goeden lobbes aangenomen,
-zijn rug wàs een weinig gebogen, zijn gezicht stond slaperig. Met
-een enkelen blik had hij de lichte beweging van afkeer opgemerkt,
-die zijn tegenwoordigheid in zekere groepjes teweeg bracht. Daarop
-wist hij, groetende en handen drukkend, zoo te manoeuvreeren,
-dat hij zich tegenover mijnheer de Marsy bevond. Zij groetten
-elkander, schenen verheugd elkander te ontmoeten. En de oogen
-vast op elkander gevestigd, als vijanden die eerbied hebben voor
-elkanders kracht, praatten zij vriendschappelijk. Rondom hen was
-het leeg geworden. De dames volgden hun minste gebaren; terwijl de
-mannen met een vertoon van bescheidenheid een anderen kant uitkeken,
-doch niet konden nalaten steelsche blikken op hen te werpen. In
-alle hoekjes werd gefluisterd. Wat was de geheime bedoeling van den
-keizer? Waarom bracht hij aldus die twee groote mannen in elkanders
-tegenwoordigheid? Mijnheer La Rouquette meende de lucht te hebben
-van een zeer ernstige gebeurtenis. Hij kwam mijnheer de Plouguern
-ondervragen, die hem spottend antwoordde:
-
---Wel, Rougon zal misschien Marsy laten duikelen, en men zal
-verstandig doen hem te ontzien.... Of de keizer moet het zonder eenige
-bijbedoeling gedaan hebben. Dat gebeurt hem wel eens meer.... Misschien
-heeft hij zich alleen het genoegen willen gunnen ze bij elkander te
-zien, in de hoop dat ze zich dwaas zouden aanstellen.
-
-Maar het gefluister hield op, er ontstond een groote beweging. Twee
-officieren gingen van groep tot groep, en fluisterden enkele
-woorden. En de genoodigden, plotseling weer ernstig geworden, begaven
-zich naar de linkerdeur, waar zij zich in twee rijen opstelden,
-de heeren aan de eene en de dames aan de andere zijde. Bij de deur
-stond mijnheer de Marsy, die Rougon naast zich hield, daarop volgden
-de andere personen, naar hun graad of rang. Daar wachtte men nog drie
-minuten in een plechtige stilte.
-
-De deurvleugels werden geopend. De keizer, in een zwarten rok, de
-borst gestreept met het lint van het grootkruis, trad het eerst
-naar binnen, gevolgd door den dienstdoenden kamerheer, mijnheer
-de Combelot. Hij glimlachte even toen hij voor de Marsy en Rougon
-stilhield; hij streek langzaam met zijn hand over zijn langen knevel,
-met een wiegelende beweging van zijn geheele lichaam. Daarop mompelde
-hij op verlegen toon:
-
---Zeg aan mevrouw Rougon, dat wij met leedwezen gehoord hebben dat
-zij ziek is.... Wij hadden haar gaarne hier met u gezien.... Enfin,
-'t zal niet van langen duur zijn, hopen wij. Er zijn veel menschen
-verkouden op het oogenblik.
-
-En hij ging verder. Twee passen verder drukte hij de hand van een
-generaal, wien hij vroeg hoe zijn zoon het maakte, "de kleine Gaston"
-zooals hij hem noemde. Gaston was even oud als de keizerlijke prins,
-maar hij was veel sterker. De rijen bogen naarmate hij verder
-ging. Eindelijk, geheel aan het einde, stelde mijnheer de Combelot
-een der twee academieleden voor, die voor de eerste maal aan het hof
-verscheen; en de keizer sprak over het jongste werk van den schrijver,
-waarvan hij enkele gedeelten met het grootste genoegen gelezen had,
-zei hij.
-
-Intusschen was de keizerin binnengetreden, vergezeld van mevrouw de
-Lorentz. Zij droeg een zeer eenvoudig kleed van blauwe zijde, met
-een tuniek van witte kant. Met kleine stapjes voortschrijdend, boog
-zij bevallig haar ontblooten hals, waarop een diamanten hart aan een
-eenvoudig blauw fluweel hing, terwijl zij glimlachend langs de rij der
-dames ging. Kniebuigingen bij haar doortocht deden de wijduitstaande
-japonnen, waaruit muskusgeuren omhoog stegen, ritselen. Mevrouw Lorentz
-stelde haar een jonge vrouw voor, die zeer ontroerd scheen. Mevrouw
-de Combelot wendde een hartelijke vertrouwelijkheid voor.
-
-Toen de vorstelijke personen aan het einde der dubbele rij gekomen
-waren, kwamen zij op hun schreden terug, de keizer ditmaal langs de
-rij der dames, de keizerin langs die der heeren. Er volgden nieuwe
-voorstellingen. Niemand sprak nog, een eerbiedige verlegenheid deed
-de gasten zwijgend tegenover elkander staan. Maar de rijen werden
-verbroken; halfluide woorden werden gewisseld, heldere lachjes
-weerklonken, toen de adjudant-generaal van het paleis kwam zeggen
-dat het diner gereed was.
-
---Nu heb je me niet meer noodig, hè? fluisterde mijnheer de Plouguern
-Clorinde in het oor. Ze glimlachte. Ze was voor mijnheer de Marsy
-blijven staan, om hem te noodzaken haar zijn arm aan te bieden, wat hij
-trouwens zeer hoffelijk deed. De keizer en de keizerin gingen voorop,
-gevolgd door de gasten die aangewezen waren om aan hun beider zijden
-plaats te nemen; dien dag waren het twee buitenlandsche diplomaten, een
-jonge Amerikaansche en de vrouw van een minister. Achteraan kwamen de
-overige genoodigden, naar verkiezing, ieder gearmd met de dame, die hij
-zich had uitverkoren. En langzaam stelde de stoet zich in beweging. De
-eetzaal maakte bij het binnentreden een luisterrijken indruk. Vijf
-kronen brandden boven de lange tafel en brachten een schittering in
-het zilver van het tafelstel, jachttooneelen voorstellende, herten die
-achtervolgd werden, jagers die op hun horens bliezen en honden die om
-hun jagerrecht kwamen. Het platte vaatwerk vormde langs de tafel een
-rij van zilveren manen; terwijl de zijvlakken der komforen, waarin
-de gloed der kaarsen weerspiegeld werd, het fonkelende kristalwerk,
-de vruchtenmandjes en de bloemenvazen van een helder rose kleur,
-de keizerlijke tafel tot een schitterend geheel maakte, dat met zijn
-schijnsel de geheele ruimte vulde. Door de openslaande deur trad de
-stoet langzaam binnen. De mannen bogen zich voorover, zeiden een
-woordje, richtten zich toen weer op, met een heimelijke streeling
-van ijdelheid over dien zegetocht; de dames, met ontbloote schouders,
-badend in een zee van licht, glimlachten opgetogen; en op de tapijten
-verleenden de slepende japonnen, die de paren van elkander scheidden,
-een majesteit te meer aan den stoet, dien zij vergezeld deden gaan
-van hun geruisch van kostbare stoffen. Het was een bijna teedere
-nadering, in een omgeving van weelde, licht en aangename warmte, als
-een zinnenprikkelend bad, waarin de muskusgeuren der toiletten zich
-vermengden met den lichten damp van wildbraad, verscherpt door een
-schijfje citroen. Toen op den drempel, tegenover het prachtige aanzien
-dat de tafel bood, een muziekkorps, in een aangrenzende galerij aan
-het oog onttrokken, hen met fanfares begroette, drukten de heeren,
-eenigszins gehinderd door hun korte broeken, onwillekeurig, met een
-glimlach op de lippen, de armen der dames. Toen ging de keizerin
-langs de rechterzijde en bleef voor het midden van de tafel staan,
-terwijl de keizer, links gaande, tegenover haar plaats nam. Toen daarop
-de aangewezen personen zich rechts en links van hunne majesteiten
-hadden neergezet, kozen de overige gasten naar welgevallen hun plaats
-uit. Dien avond waren er zeven en tachtig couverts. Bijna drie minuten
-verliepen voordat iedereen zijn plaats had ingenomen. De satijnglans
-der schouders, de heldere kleuren der bloemen op de toiletten, de
-diamanten der hooge kapsels gaven een levendige vroolijkheid aan het
-volle licht der kroonlampen. Eindelijk namen de bedienden de hoeden
-aan, die de heeren in de hand gehouden hadden.
-
-Mijnheer de Plouguern was Rougon gevolgd. Na de soep stiet hij hem
-aan en vroeg:
-
---Hebt u Clorinde opgedragen, Marsy met u te verzoenen?
-
-En hij wees hem met een knipoogje op de jonge vrouw, die aan den
-anderen kant der tafel zat, naast den graaf, met wien zij zich
-heel lieftallig onderhield. Rougon keek zeer ontstemd en haalde de
-schouders op; toen hield hij zich alsof hij opzettelijk niet meer naar
-de overzijde wilde zien. Maar ondanks zijn pogingen om onverschillig
-te schijnen, kwam zijn blik naar Clorinde terug; hij lette op haar
-minste gebaren, op de beweging van haar lippen, alsof hij haar woorden
-er op wilde lezen.
-
---Mijnheer Rougon, zei mevrouw de Combelot, die zoo dicht mogelijk
-bij den keizer zat, weet u nog, dat ongeluk van laatst? U hebt nog
-een vigelante voor me gehaald. Een heele strook van mijn japon was
-afgerukt.
-
-Zij maakte zich belangwekkend, door te vertellen dat haar rijtuig eens
-bijna midden door was gereden door den landauer van een russischen
-prins. En hij moest antwoorden. Een oogenblik vormde dit ongeval het
-onderwerp van de gesprekken aan tafel. Men haalde allerlei ongelukken
-aan, onder anderen van een parfumeriën-verkoopster uit de passage des
-Panoramas, die bij een val van haar paard haar arm gebroken had. De
-keizerin deed een zachten uitroep van medelijden hooren. De keizer
-zei niets, hij luisterde met een diepzinnig gezicht, langzaam etende.
-
---Waar zit Delestang toch? vroeg Rougon op zijn beurt aan mijnheer
-de Plouguern.
-
-Zij zochten hem. Eindelijk bemerkte de senator hem aan het einde van
-de tafel. Hij zat naast mijnheer de Combelot, tusschen een heele rij
-mannen, aandachtig luisterend naar de zeer vrije gesprekken, die door
-het gonzend geluid der stemmen moeielijk te verstaan waren. Mijnheer La
-Rouquette was aan een gekruide geschiedenis van een waschvrouw uit zijn
-landstreek begonnen; ridder Rusconi gaf zijn persoonlijke waardeeringen
-van de Parisiennes ten beste, terwijl een der twee schilders en
-romanschrijver in zeer onkiesche bewoordingen de dames beoordeelden
-om wier te dikke of te magere armen zij zaten te grinniken. En Rougon
-keek woedend nu eens naar Clorinde, die hoe langer hoe beminnelijker
-voor den graaf werd, dan weer naar haar sulligen man, die voor dat
-alles blind bleef, en met een glimlach op zijn waardig gezicht naar
-de sterke stukjes luisterde, die hij daar hoorde vertellen.
-
---Waarom is hij niet bij ons gaan zitten? mompelde hij.
-
---O, ik beklaag hem niet, zei mijnheer de Plouguern. Men schijnt zich
-daar in dat hoekje te amuseeren.
-
-Toen ging hij fluisterend verder:
-
---Ik geloof dat ze mevrouw Lorentz onderhanden hebben. Hebt u
-opgemerkt hoe gedecolleteerd ze is?.... Meteen komt er nog een uit,
-de linkerborst, hè?
-
-Maar terwijl hij zich voorover boog om mevrouw de Lorentz, die vijf
-plaatsen verder zat, beter te kunnen zien, werd hij plotseling
-ernstig. Die dame, een mooie, wel wat dikke blondine, zag op dit
-oogenblik wit van ingehouden drift, terwijl haar donkerblauwe
-oogen strak op mijnheer de Marsy en op Clorinde gericht waren. En
-binnensmonds, zoo zachtjes dat Rougon het zelfs niet kon verstaan,
-prevelde hij:
-
---Drommels, dat loopt mis.
-
-De muziek speelde onafgebroken voort; zij klonk alsof zij ergens
-van uit de hoogte kwam. Wanneer de koperen instrumenten zich lieten
-hooren, keken de gasten verwonderd op, als zochten zij vanwaar
-die wijs tot hen kwam. Dan hoorden zij weer niets meer; een zacht
-gezang van de klarinetten, achter in de aangrenzende galerij, smolt
-samen met het zilvergerinkel van het platte vaatwerk, dat in hooge
-stapels werd binnengebracht. Sommige groote schotels klonken als het
-gedempte geluid van cymbalen. Rondom de tafel heerschte een stille
-bedrijvigheid; een menigte dienaren liepen zwijgend heen en weer,
-de kamerdienaars in rok en lichtblauwe korte broek, met degen en
-driekantigen steek en de tafeldienaars met gepoederde pruiken,
-in groen, met goud gegalonneerd galalivrei. De gerechten werden
-opgedragen, de wijnen ordelijk rondgediend, terwijl de controleurs,
-de eerste voorsnijder, de zilverbewaarder toezicht hielden op die
-drukte, waarbij de rol van den geringsten dienaar vooruit geregeld
-was. Achter den keizer en de keizerin dienden de kamerdienaren van
-Hunne Majesteiten met een correcte waardigheid.
-
-Toen het gebraad werd rondgediend en de Bourgogne-wijnen werden
-ingeschonken, klonken de stemmen luider. In het hoekje van de mannen,
-aan het einde der tafel, sprak mijnheer La Rouquette nu over de
-kookkunst, en wel hoe lang een reebout, die juist rondgediend was,
-aan het spit behoorde gebraden te worden.
-
-Intusschen weerklonk er plotseling een gelach zoo luid, dat iedereen
-zweeg. Het was de keizerin. Zij sprak met den Duitschen gezant, die aan
-haar rechterzij zat; al lachend sprak zij enkele afgebroken woorden,
-die niemand verstaan kon. In de nieuwsgierige stilte, die ontstaan was,
-speelde een cornet à pistons, zacht begeleid door de bassen, een solo,
-een zoetvloeiende melodie. En langzamerhand spraken de gasten weer
-luider. De stoelen werden half omgekeerd, ellebogen op den rand van
-de tafel gelegd, intieme gesprekken aangeknoopt, kortom er heerschte
-een vrijheid als aan een vorstelijke table d'hôte.
-
---Wilt u een gebakje? vroeg mijnheer de Plouguern.
-
-Rougon bedankte met een knikje. Sedert eenige oogenblikken at hij
-niet meer. Men had het platte vaatwerk door een fijn beschilderd
-Sèvres-porseleinen servies vervangen. Het geheele dessert liet hij
-voorbijgaan, zonder iets anders te gebruiken dan een kleine portie
-camembert. Hij hield zich niet meer in, maar keek Clorinde en mijnheer
-de Marsy vlak in het gelaat, zonder twijfel hopende de jonge vrouw
-verlegen te maken. Maar deze wendde zoo'n vertrouwelijkheid met den
-graaf voor, dat het scheen alsof zij vergat waar zij zich bevond
-en zich in een klein salon met den graaf alleen aan een fijn souper
-waande. En zij knabbelde op het suikergoed dat de graaf haar aanreikte,
-zij veroverde hem met haar mooi lachend gezicht, op een onbeschaamde
-kalme wijze. Om hen heen werd druk gefluisterd. Het gesprek liep nu
-over de mode. Mijnheer de Plouguern vroeg Clorinde's oordeel over den
-nieuwen vorm der hoeden. Toen zij zich echter hield alsof zij hem niet
-hoorde, boog hij zich over om dezelfde vraag aan mevrouw de Lorentz
-te richten. Maar hij durfde niet, zoo verschrikkelijk boos keek deze,
-met haar opeengeklemde tanden en haar door jaloerschheid verwrongen
-gelaat. Clorinde had juist haar linkerhand in die van mijnheer de
-Marsy laten rusten, onder voorwendsel dat zij hem een antieke camee
-wou toonen, die zij aan den vinger droeg; en zij liet hem haar hand
-vasthouden, waarop de graaf den ring van haar vinger schoof en hem na
-de bezichtiging er weder aan deed; het was bijna onbetamelijk. Mevrouw
-de Lorentz, die zenuwachtig met een lepel speelde, brak haar wijnglas,
-waarop een bediende haastig de scherven wegruimde.
-
---Ze zullen elkander nog in de haren grijpen, dat is zeker, fluisterde
-de senator Rougon in het oor. Hebt u op ze gelet?.... Maar de drommel
-haal me als ik Clorinde's spel begrijp! Wat wil ze toch?
-
-En toen hij zijn buurman aankeek, werd hij getroffen door diens
-ontstelde gelaat.
-
---Wat scheelt er aan? Voelt ge u niet wel?
-
---Neen, antwoordde Rougon, ik ben wat benauwd. Die diners duren te
-lang. En daarbij riekt het hier zoo naar muskus!
-
-Het diner liep ten einde. Enkele dames, half terzijde geleund op haar
-stoelen, aten nog een beschuitje. Maar niemand verroerde zich. De
-keizer, die tot dusver gezwegen had, verhief plotseling de stem; en aan
-beide einden der tafel luisterden de gasten, die de tegenwoordigheid
-van Zijn Majesteit al geheel vergeten waren, met behagelijke gezichten
-toe. De keizer antwoordde op een pleidooi van mijnheer Beulin-d'Orchère
-tegen de echtscheiding. Toen, midden in zijn antwoord, wierp hij een
-blik op het zeer laag uitgesneden keurslijf van de jonge Amerikaansche
-dame, die naast hem zat, en zei met zijn lijmerige stem:
-
---In Amerika heb ik nooit anders dan leelijke vrouwen zien scheiden.
-
-Een gelach liep door de gasten. Het scheen geestig gezegd, zoo fijn
-zelfs, dat mijnheer La Rouquette zich inspande om er den verborgen
-zin van te ontdekken. De jonge dame meende er zeker een complimentje
-in te mogen zien, want zij bedankte verlegen met een hoofdbuiging. De
-keizer en de keizerin waren opgestaan. Er ontstond een groot geruisch
-van japonnen, een gestommel rondom de tafel, terwijl de kamer- en
-tafeldienaars, die heel ernstig langs de muren geschaard stonden,
-alleen correct bleven te midden van dien ordeloozen troep lieden,
-die goed gedineerd hadden. En de stoet vormde zich op nieuw, Hunne
-Majesteiten aan het hoofd, de genoodigden in lange rijen daarachter,
-met groote tusschenruimten voor de lange sleepen, de zaal met een
-puffende deftigheid doorgaande. Achter hen, in het helle licht der
-kronen, boven de nog warme wanorde van de tafel, klonken de zware
-trommelslagen van de militaire muziek, die de laatste figuur van een
-quadrille speelde.
-
-De koffie werd ditmaal rondgediend in de galerij des Cartes. Een
-prefect van het paleis bracht den keizer een kop koffie op een
-verguld zilveren blad. Intusschen waren verscheidene gasten reeds
-naar de rookkamer gegaan. De keizer had zich met enkele dames in het
-familiesalon, links van de galerij, afgezonderd. Men beweerde zachtjes
-dat zij zich zeer ontevreden had getoond over de zonderlinge houding
-van Clorinde, gedurende het diner. Zij beijverde zich om gedurende
-haar verblijf in Compiègne, een burgerlijke betamelijkheid, een smaak
-in onschuldige spelletjes en landelijke genoegens aan het hof in te
-voeren. Tegen zekere buitensporigheden toonde zij een persoonlijken
-haat, bijna een wrok.
-
-Mijnheer de Plouguern had Clorinde ter zijde genomen om haar de les te
-lezen. Eigenlijk wou hij haar uithooren. Maar zij veinsde een groote
-verbazing. Waar haalde men dat vandaan, dat zij zich met den graaf
-de Marsy gecompromitteerd zou hebben? Ze hadden samen geschertst,
-meer niet.
-
---Kijk maar eens! mompelde de oude senator.
-
-En de half openstaande deur van een aangrenzend zaaltje openduwend,
-toonde hij haar mevrouw de Lorentz, die vreeselijk tegen mijnheer de
-Marsy uitvoer. De mooie blondine, buiten zichzelve van jaloerschheid,
-gaf haar gemoed lucht in grove woorden, zonder te bedenken dat haar
-heftige woorden een vreeselijk schandaal ten gevolge konden hebben. De
-graaf, bleek en glimlachend, trachtte haar door eenige zachte woorden
-tot bedaren te brengen. Het geluid van den twist was in de galerij
-des Cartes doorgedrongen; de gasten, die het hoorden, verwijderden
-zich voorzichtigheidshalve uit de nabijheid van het kleine salon.
-
---Je wilt dus dat ze die beruchte brieven aan alle vier hoeken van
-het kasteel laat aanplakken? vroeg mijnheer de Plouguern, die met de
-jonge vrouw gearmd voortliep.
-
---Dat zou wel aardig zijn! zei ze lachend.
-
-Toen begon hij weer aan zijn zedepreek, terwijl hij met het vuur van
-een jongen galant haar blooten arm in den zijnen drukte. Zij moest
-die excentrieke manieren aan mevrouw de Combelot overlaten. En
-hij verzekerde haar dat Hare Majesteit zeer ontstemd op haar
-scheen. Clorinde, die de keizerin een groote vereering toedroeg,
-was daarover zeer verwonderd. Waarin had zij misdaan? En terwijl
-zij voorbij het familiesalon kwamen, bleven zij een oogenblik staan
-en wierpen een blik door de halfgeopende deur. Om de tafel zat een
-wijde kring van dames. In het midden zat de keizerin; ze leerde
-de anderen met veel geduld een kinderspel, terwijl eenige mannen,
-achter de fauteuils, de les met grooten ernst volgden.
-
-Rougon had het intusschen met Delestang aan den stok, aan het einde
-der galerij. Hij durfde hem niet over zijn vrouw spreken; maar hij
-haalde hem geducht door omdat hij met zooveel berusting een apartement
-had aanvaard, dat op de binnenplaats van het kasteel uitzag; hij wou
-hem dwingen er een te vragen aan de zijde van het park. Maar Clorinde
-naderde aan den arm van mijnheer de Plouguern. Ze zei, zoo dat men
-het hooren kon:
-
---Laat mij toch met vrede, met uw Marsy! Ik zal den heelen avond geen
-woord meer met hem spreken! Daar, zijt ge nu tevreden?
-
-Dit stelde iedereen gerust. Juist kwam mijnheer de Marsy uit het
-zaaltje, met een opgewekt gezicht; hij schertste een oogenblik met
-ridder Rusconi en trad daarop den familiesalon binnen, waar men
-de keizerin en de dames al heel spoedig hoorde schaterlachen om de
-geschiedenis, die hij vertelde. Tien minuten later verscheen mevrouw
-de Lorentz op haar beurt, zij scheen moe, haar handen beefden nog; en
-daar zij zag dat nieuwsgierige blikken haar minste gebaren bespiedden,
-bleef ze daar te midden der pratende groepjes.
-
-De verveling deed weldra een licht gegeeuw achter de zakdoeken
-verbergen.
-
-De avond was nog de saaiste tijd van den dag. De nieuw aangekomenen,
-die niet wisten waarin zij een afleiding konden zoeken, naderden
-de vensters en keken naar buiten, in de duisternis. Mijnheer Beulin
-d'Orchère zette in een hoekje zijn pleidooi tegen de echtscheiding
-voort. De romanschrijver, die dat alles doodelijk vervelend vond,
-vroeg zachtjes aan een der academieleden of men niet naar bed zou
-mogen gaan. Intusschen verscheen de keizer van tijd tot tijd met
-slependen tred door de galerij gaande, een cigarette in den mond.
-
---Het is onmogelijk geweest iets voor heden avond te organiseeren,
-verklaarde mijnheer de Combelot aan het groepje dat Rougon met zijn
-vrienden vormde.
-
-Morgen na de drijfjacht, krijgen de honden hun jachtmaal bij
-fakkellicht. Overmorgen komen de artisten van de Comédie Française
-les Plaideurs spelen. Er is ook sprake van tableaux vivants en een
-charade, die men tegen het einde der week zal geven.
-
-En hij vertelde dat zijn vrouw mee zou doen, de repetities zouden
-spoedig beginnen. Daarop kwam een verhaal van een wandeling, die het
-hof een paar dagen te voren gedaan had naar "la Pierre-qui-tourne",
-een druïdisch steenblok, waaromheen toen opgravingen gedaan werden. De
-keizerin had haar verlangen te kennen gegeven om in de uitgegraven
-gedeelten af te dalen.
-
---Verbeeldt u, ging de kamerheer met bewogen stem voort, dat de
-werklieden zoo gelukkig geweest zijn om twee schedels in Harer
-Majesteits tegenwoordigheid op te graven. Niemand had op zoo iets
-gerekend. Men was zeer tevreden.
-
-Hij streelde zijn mooien zwarten baard, die hem zooveel succès bij de
-dames bezorgde; zijn knap ijdel gezicht had een onnoozele zachtheid,
-en hij lispelde uit overdreven beleefdheid.
-
---Maar, zei Clorinde, men had me verzekerd dat de acteurs van de
-Vaudeville een voorstelling van het nieuwe stuk zouden geven.... De
-vrouwen dragen er verbazend kostbare toiletten in. En men moet er
-zich slap om lachen, schijnt het.
-
-Mijnheer de Combelot zette een benepen gezicht.
-
---Ja, ja, mompelde hij, er is een oogenblik sprake van geweest.
-
---Nu?
-
---Men heeft dat plan laten varen. De keizerin houdt niet van zulke
-stukken.
-
-Op dit oogenblik ontstond er een groote beweging in de galerij;
-alle heeren waren uit de rookzaal teruggekeerd. De keizer ging
-zijn partijtje palets spelen. Mevrouw Combelot, die zich op haar
-behendigheid in dit spel liet voorstaan, had hem om revanche gevraagd,
-want zij herinnerde zich dat hij haar den vorigen zomer verslagen had;
-en ze bood zich met zoo'n teedere, nederige houding aan, met zoo'n
-duidelijken glimlach, dat Zijne Majesteit dikwijls verlegen de oogen
-moest afwenden.
-
-Het spel begon. Een groot aantal gasten schaarde zich in een kring, om
-de worpen te beoordeelen en te bewonderen. De jonge vrouw stond voor
-de lange, met groen laken bedekte tafel en wierp haar eerste schijf,
-die vlak bij het doel, een witte stip, terecht kwam. Maar de keizer
-toonde nog grooter behendigheid, zijn schijf wierp de hare van haar
-plaats en nam die zelfs in. Men applaudisseerde zachtjes. Toch won
-mevrouw Combelot tenslotte.
-
---Sire, waar hebben wij om gespeeld? vroeg zij driestweg.
-
-Hij glimlachte, doch antwoordde niet. Zich daarop omkeerende, zei hij:
-
---Mijnheer Rougon, wilt u een partijtje met me spelen?
-
-Rougon boog en nam de schijven, terwijl hij iets over zijn
-onbedrevenheid zei.
-
-Een trilling doorliep de personen die om de tafel geschaard
-stonden. Werd Rougon werkelijk weer in genade aangenomen? En de
-heimelijke vijandschap, die hij sinds zijn aankomst had opgemerkt,
-smolt weg; halzen rekten zich uit om vol belangstelling zijn
-werpschijven te volgen.
-
-Mijnheer La Rouquette, die er nu nog minder van begreep dan voor
-het diner, nam zijn zuster terzijde, om te weten waaraan hij zich
-eigenlijk te houden had; maar zij kon hem zeker geen voldoende
-verklaring geven, want hij kwam terug met een gebaar waaruit zijn
-volslagen onzekerheid bleek.
-
---Heel goed! mompelde Clorinde, bij een fijnen worp van Rougon.
-
-En zij wierp den vrienden van den grooten man veelbeteekenende blikken
-toe. Het oogenblik was gunstig om den keizer vriendelijk voor hem te
-stemmen. Zij leidde den aanval. Een oogenblik regende het loftuitingen.
-
---Drommels! liet Delestang zich ontvallen, die onder de bevelende
-blikken van zijn vrouw niets anders wist te zeggen.
-
---En u sprak van onbedrevenheid! zei ridder Rusconi opgetogen. O,
-sire, ik bid u, speel niet om Frankrijk met hem!
-
---Maar, mijnheer Rougon zou zich tegenover Frankrijk heel goed
-gedragen, daar ben ik zeker van, voegde mijnheer Beulin-d'Orchère er
-bij, met een fijn trekje op zijn bulhondengezicht.
-
-Dat was een onomwonden toespeling. De keizer verwaardigde zich te
-glimlachen. En hij lachte hartelijk, toen Rougon, verlegen onder al
-die loftuitingen, heel bescheiden de volgende verklaring gaf:
-
---Och, ik speelde een dergelijk spel met kurken, toen ik nog een
-kwajongen was.
-
-Toen men Zijne Majesteit hoorde lachen, schaterde de heele
-galerij het uit. Een oogenblik heerschte er een buitengewone
-vroolijkheid. Clorinde had als behendige vrouw begrepen dat men, door
-Rougon, een middelmatig speler, te bewonderen, eigenlijk den keizer
-vleide, die zich onbetwistbaar zijn meerdere toonde. Intusschen had
-mijnheer de Plouguern, die Rougon zijn succès benijdde, nog geen
-opmerking geuit. Zij stiet hem even met den elleboog aan, als bij
-ongeluk. Hij begreep haar en stond opgetogen te kijken naar de eerste
-schijf die nu door zijn collega geworpen werd. Toen riep mijnheer La
-Rouquette, alles er op wagende, opgewonden uit:
-
---Heel mooi, prachtig geworpen!
-
-Nadat de keizer de partij gewonnen had, vroeg Rougon om revanche. De
-schijven gleden op nieuw over het groene laken met een geritsel
-als van dorre bladeren, toen een gouvernante aan de deur van het
-familiesalon verscheen met den kroonprins op haar arm. Het kind, dat
-twintig maanden oud was, droeg een zeer eenvoudig wit jurkje: zijn
-haar was verward en zijn oogen waren gezwollen van slaap. Gewoonlijk
-bracht men hem 's avonds als hij wakker werd, bij de keizerin, opdat
-zij hem een nachtkus kon geven. Hij keek naar het licht met dat diep
-ernstige gezicht, dat kleine kinderen kunnen zetten. Een grijsaard,
-een grootwaardigheidsbekleeder, was toegesneld, zoo vlug zijn jichtige
-beenen het toelieten. En zich vooroverbuigend, met zijn van ouderdom
-knikkend hoofd, had hij het handje van den prins gevat en kuste het,
-terwijl hij met zijn gebroken stem mompelde:
-
---Monseigneur, monseigneur....
-
-Het kind, verschrikt door de nabijheid van dat perkamentachtige
-gezicht, wierp zich achterover en schreeuwde het luidkeels uit. Maar
-de grijsaard liet hem niet los. Hij betuigde zijn toewijding. Men
-moest het handje, dat hij op zijn lippen gedrukt hield, aan zijn
-vereering ontrukken.
-
---Ga heen, neem hem mee, zei de keizer ongeduldig.
-
-De vorst had de tweede partij verloren. Nu begon de derde. Rougon,
-die de loftuitingen voor ernst had opgevat, deed zijn uiterste best. Nu
-vond Clorinde dat hij zelfs te goed speelde. Ze fluisterde hem toe:
-
---Ik hoop dat ge niet zult gaan winnen?
-
-Hij glimlachte. Maar plotseling liet zich een hevig geblaf hooren. Het
-was Nero, de lievelingshond van den keizer, die van een openstaande
-deur gebruik had gemaakt om de galerij binnen te snellen. Zijne
-Majesteit gaf bevel hem weg te brengen en een kamerdienaar hield den
-hond reeds bij den halsband, toen dezelfde grijsaard van zooeven weer
-kwam aansukkelen onder den uitroep:
-
---Mijn mooie Nero, mijn mooie Nero!
-
-En hij knielde bijna op het tapijt neer, om hem in zijn bevende
-handen te nemen. Hij drukte zijn kop tegen zijn borst, hij zoende
-hem en herhaalde:
-
---Ik bid u, sire, stuur hem niet weg. Hij is zoo mooi!
-
-De keizer stemde er in toe dat hij bleef. Toen verdubbelde de grijsaard
-zijn liefkoozingen. De hond werd niet bang, bromde niet. Hij likte
-de magere handen die hem streelden.
-
-Rougon maakte in dien tusschentijd allerlei fouten. Een schijf had
-hij zoo onhandig geworpen, dat zij in het keurslijf van een dame
-terecht was gekomen, die haar blozende uit haar kanten verwijderde. De
-keizer won. Toen gaf men hem bedektelijk te verstaan dat hij daar een
-beduidende overwinning behaald had. Hij gevoelde er een soort van
-verteedering door. Hij ging pratend met Rougon heen, alsof hij hem
-meende te moeten troosten. Zij liepen tot het einde der galerij,
-de breedte van de kamer overlatende voor een klein bal dat men
-organiseerde. De keizerin die het familiesalon juist verlaten had,
-trachtte met een bekoorlijke bereidwilligheid de aangroeiende verveling
-der gasten tegen te gaan. Ze had een gezelschapsspel voorgesteld,
-maar het was al wat laat, men danste liever. Alle dames waren toen
-in de galerij des Cartes vereenigd. Men zond een boodschap naar de
-rookzaal, waar zich nog enkele heeren verborgen hielden. En toen men
-zijn plaatsen innam voor een quadrille, ging mijnheer de Combelot
-bereidwillig voor de piano zitten. Het was een mechanieke piano,
-met een klein handvat, rechts van het klavier. De kamerheer zat
-onafgebroken met een ernstig gezicht te draaien.
-
---Mijnheer Rougon, zei de keizer, men heeft me gesproken van een werk,
-een vergelijking tusschen de Engelsche constitutie en de onze. Ik
-kan u misschien documenten verschaffen.
-
---Uwe Majesteit is te goed.... Maar ik koester een ander plan, een
-grootsch plan.
-
-En Rougon, ziende dat de keizer zoo vriendelijk was, wou van de
-gelegenheid gebruik maken. Hij legde zijn plan breedvoerig uit,
-zijn droombeeld om een hoek van de Landes in vruchtbaren grond te
-herscheppen, een stad te stichten, een nieuw rijk te veroveren. Terwijl
-hij sprak hief de keizer zijn doffe oogen, waarin een kleine flikkering
-verscheen, tot hem op. Hij zei niets, schudde van tijd tot tijd het
-hoofd. Toen de ander zweeg, zei hij:
-
---Zeker... we kunnen altijd nog eens zien....
-
-En zich tot een andere groep wendend, die door Clorinde, haar man en
-mijnheer de Plouguern gevormd werd:
-
---Mijnheer Delestang, dien ons toch eens van uw advies. Ik denk nog
-met genoegen terug aan het bezoek dat ik aan uw modelhoeve in Chamade
-heb gebracht.
-
-Delestang trad naderbij. Maar de kring, die zich om den keizer vormde,
-moest naar een vensternis terugwijken. Mevrouw de Combelot had al
-walsende, bijna liggende in de armen van mijnheer La Rouquette, de
-zijden kousen van Zijne Majesteit met haar langen sleep omwikkeld. Voor
-de piano genoot mijnheer de Combelot van de muziek die hij voortbracht;
-hij draaide sneller en wiegde daarbij zijn keurig gekapt hoofd, nu
-en dan keek hij naar de kast van het instrument, alsof hij verbaasd
-was over de zware tonen, die bij sommige wendingen van den slinger
-teweeggebracht werden.
-
---Ik ben dit jaar zoo gelukkig geweest prachtige kalveren te krijgen
-door een nieuwe kruising, verklaarde Delestang. Jammer genoeg werden
-de parken juist hersteld, toen Uwe Majesteit mijn hoeve bezocht.
-
-En de keizer sprak over den landbouw, het fokken en vetmesten van vee,
-langzaam, met korte woorden. Sedert zijn bezoek aan Chamade, had hij
-een groote achting voor Delestang opgevat. Hij prees hem vooral omdat
-hij op zijn hoeve de proef genomen had om zijn personeel te doen deelen
-in sommige winsten en een pensioenfonds voor hen te stichten. Terwijl
-zij met elkánder spraken, bleken zij dezelfde denkbeelden over de
-verbetering van misstanden in de maatschappij te hebben, zoodat zij
-elkander met een half woord begrepen.
-
---Heeft mijnheer Rougon u over zijn plan gesproken? vroeg de keizer.
-
---O, een prachtig plan, antwoordde Delestang. Men zou proeven op
-groote schaal kunnen nemen....
-
-Hij toonde een ware geestdrift. De veredeling der varkensrassen lag
-hem na aan het hart; de mooie typen verdwenen in Frankrijk. Toen gaf
-hij te kennen, dat hij een nieuwe methode van kunstmatige weiden
-bestudeerde. Maar daartoe zouden onmetelijke terreinen noodig
-zijn. Wanneer Rougon slaagde, zou hij zijn methode daar ginds
-toepassen. Plotseling zweeg hij stil; hij bemerkte zijn vrouw, die
-hem strak aankeek. Sedert hij Rougon's plan goedkeurde, had zij er
-bleek en verstoord uitgezien.
-
---Manlief, mompelde zij, op de piano wijzend.
-
-Mijnheer de Combelot, die stijve vingers had gekregen, opende de
-hand en sloot die weer zachtjes, om ze weer leniger te maken. Hij wou
-juist aan een polka beginnen, met den bereidwilligen glimlach van een
-martelaar, toen Delestang hem kwam aanbieden zijn plaatsvervanger te
-zijn, wat hij beleefd aannam, alsof hij een eereplaats afstond. En
-Delestang begon op zijn beurt te draaien. Maar het was heel wat
-anders. Hij had niet die vlugheid, die lenigheid in den pols, die het
-spel van den kamerheer zoo aangenaam deed klinken, Rougon wenschte
-intusschen een beslissend woord van den keizer te hooren. Deze vroeg
-hem met ingenomenheid of hij daar geen groote steden voor werklieden
-zou bouwen, zonder bezwaar kon men daar aan ieder gezin een lapje
-grond, gereedschappen en voldoenden watertoevoer verschaffen; hij
-beloofde hem zelfs inzage te geven van plannen door hem zelf ontworpen,
-met gelijkvormige huizen, waarop alle benoodigdheden waren voorzien.
-
---Ik ben het volkomen met Uwe Majesteit eens, antwoordde Rougon,
-ongeduldig door het nevelachtige socialisme van den vorst. Zonder
-u kunnen we niets doen.... Er zullen natuurlijk onteigeningen bij
-komen. Er zal een verklaring noodig zijn, dat het algemeen belang er
-mee gemoeid is. En ik zal ook een maatschappij moeten oprichten.... Een
-woord van Uwe Majesteit is noodig....
-
-Het oog van den keizer werd weer dof. Hij knikte gedurig met het
-hoofd. Toen, nauwelijks hoorbaar, herhaalde hij:
-
---We zullen zien.... we zullen het later eens hervatten....
-
-En hij verwijderde zich, met zijn loomen tred midden door de figuren
-van een quadrille gaande. Rougon zette een gezicht, alsof hij de
-verzekering van een gunstig antwoord bekomen had. Clorinde was in de
-wolken. Langzamerhand verbreidde zich onder de ernstige, niet dansende
-heeren het gerucht, dat Rougon Parijs verliet, dat hij zich aan het
-hoofd van een groote onderneming in het Zuiden ging stellen. Toen
-kwam men hem gelukwenschen. Er bleef geen spoor meer over van de
-aanvankelijke vijandige gezindheid. Nu hij zichzelf in ballingschap
-begaf, kon men hem zonder gevaar de hand drukken. Het was een heele
-verlichting voor vele gasten. Mijnheer La Rouquette liet het bal in
-den steek en knoopte een gesprek aan met ridder Rusconi.
-
---Heel verstandig, hij zal daar groote dingen volbrengen, zei
-hij. Rougon is een flinke kop; maar, ziet u, in de politiek, toont
-hij geen tact te bezitten.
-
-Daarop weidde hij uit over de goedheid van den keizer, die volgens
-zijn zeggen, zijn oude dienaren liefhad zooals men zijn vroegere
-maîtresses bemint. Hij raakte aan ze gehecht, hij voelde de oude
-liefde weer opkomen, na de meest opzienbarende breuken. Dat hij Rougon
-op Compiègne genoodigd had, kwam zeker omdat zijn goed hart weer
-een zwakheid had gehad. En de jonge afgevaardigde haalde nog andere
-gevallen aan van Zijner Majesteits goedhartigheid: vierhonderd duizend
-francs had hij gegeven om de schulden te betalen van een generaal
-die door een danseres geruïneerd was, achthonderd duizend francs
-had hij als huwelijksgeschenk aangeboden aan een van zijn vroegere
-bondgenooten van Straatsburg en Boulogne, bijna een millioen had hij
-uitgegeven ten gunste van de weduwe van een hooggeplaatst ambtenaar.
-
---Zijn kas wordt geplunderd, zei hij ten slotte. Hij heeft zich tot
-keizer laten uitroepen om zijn vrienden rijk te maken. Ik haal mijn
-schouders op, als ik die republikeinen hem zijn civiele lijst hoor
-verwijten. Hij zou tien civiele lijsten uitputten om wel te doen. Dat
-is geld, dat weer aan Frankrijk ten goede komt.
-
-Zoo sprekende oogden mijnheer La Rouquette en ridder Rusconi den keizer
-na. Deze was de galerij geheel omgegaan. Hij bewoog zich voorzichtig
-tusschen de dansende paren, die eerbiedig voor hem uitweken. Wanneer
-hij achter de ontbloote schouders van een zittende dame voorbijging,
-rekte hij even den hals uit en met zijn neergeslagen oogleden wierp
-hij er een schuinschen blik op.
-
---En een vlug begrip! zeide ridder Rusconi zacht. Een buitengewoon man.
-
-De keizer was dicht bij hen gekomen. Hij bleef daar een oogenblik
-weifelend staan. Toen scheen hij Clorinde te willen naderen, die
-er juist heel mooi en bijzonder vroolijk uitzag; maar zij keek hem
-vrijmoedig aan, ze schrikte hem zeker af. Hij ging weer verder, de
-linkerhand steunende in zijn zij en met de rechterhand de punten van
-zijn knevels ineendraaiende. En toen mijnheer Beulin-d'Orchère vlak
-voor hem stond, maakte hij een omweg, kwam schuins op hem af en zei:
-
---Danst u niet, mijnheer de president?
-
-De magistraat bekende dat hij niet dansen kon, dat hij nooit in zijn
-leven gedanst had. Daarop hernam de keizer, op aanmoedigenden toon:
-
---Dat hindert niets, men danst toch.
-
-Dat was zijn laatste woord. Zoetjes aan bereikte hij de deur,
-waarachter hij verdween.
-
---Een buitengewoon man, niet waar? zei mijnheer La Rouquette, in
-navolging van ridder Rusconi. In het buitenland houdt men zich zeker
-druk over hem bezig, hè?
-
-De ridder antwoordde als een bescheiden diplomaat met een
-hoofdknikje. Toch gaf hij toe dat geheel Europa de oogen op den
-keizer gevestigd hield. Een woord, op de Tuileriën uitgesproken,
-bracht de naburige tronen aan het wankelen.
-
---'t Is een vorst die de kunst van zwijgen verstaat, ging hij voort,
-met een glimlach waarvan de fijne ironie den jongen afgevaardigde
-ontging.
-
-Beiden keerden galant naar de dames terug. Zij noodigden ze voor de
-volgende quadrille uit. Een adjudant draaide al sinds een kwartier aan
-den slinger van de piano. Delestang en mijnheer de Combelot schoten
-toe om hem te vervangen. Maar de dames riepen:
-
---Mijnheer de Combelot, mijnheer de Combelot! Hij draait veel beter!
-
-De kamerheer bedankte met een vriendelijke buiging en draaide met
-een werkelijk meesterlijke volheid. Het was de laatste quadrille. De
-thee werd rondgediend in het familiesalon. Nero, die achter een
-sofa vandaan kwam, werd met sandwiches overladen. Groepjes vormden
-zich en hielden vertrouwelijke gesprekken. Mijnheer de Plouguern
-had een tulband naar een hoekje van een console meegenomen; hij at,
-dronk nu en dan een slokje thee, verklaarde aan Delestang, met wien
-hij zijn tulband deelde, hoe hij er eindelijk toe overgegaan was de
-uitnoodiging naar Compiègne aan te nemen, hij, wiens legitimistische
-gevoelens men toch kende. 't Was toch heel eenvoudig: hij meende zijn
-medewerking niet te mogen ontzeggen aan een regeering die Frankrijk
-van de anarchie verloste. Hij onderbrak zijn rede met de opmerking:
-
---Die tulband is uitstekend. Ik had slecht gedineerd van avond.
-
-Te Compiègne gaf zijn spotlust zich bijzonder lucht. Hij sprak van de
-meeste vrouwen die daar aanwezig waren, in zulke onkiesche termen, dat
-Delestang er een kleur van kreeg. Hij eerbiedigde alleen de keizerin,
-een heilige; zij toonde een voorbeeldige devotie, ze was legitimist en
-zou zeker Henri V teruggeroepen hebben, als zij vrij over den troon
-had kunnen beschikken. Een oogenblikje weidde hij uit over de zoete
-genietingen der godsvrucht. Juist toen hij een onzedelijk verhaaltje
-wou beginnen, keerde de keizerin, gevolgd door mevrouw de Lorentz,
-naar haar vertrekken terug. Op den drempel maakte zij een diepe
-nijging voor het geheele gezelschap. Iedereen boog stilzwijgend.
-
-De salons werden ledig. Er werd luider gesproken, handdrukken werden
-gewisseld. Toen Delestang zijn vrouw zocht om zich naar hun kamer te
-begeven, vond hij haar niet meer. Eindelijk ontdekte Rougon, die hem
-hielp zoeken, haar naast mijnheer de Marsy op een kleine sofa, in
-hetzelfde zaaltje, waar de jaloersche mevrouw de Lorentz den graaf
-zoo'n verschrikkelijke scène gemaakt had na het diner. Clorinde
-lachte luid. Zij stond op toen zij haar man bemerkte. Nog steeds
-lachend zei ze:
-
---Goeden avond, mijnheer de graaf.... Morgen, op de jacht, zult u
-zien dat ik mijn weddenschap gestand doe.
-
-Rougon keek haar na, terwijl Delestang gearmd met haar heenging. Hij
-had met hen mee willen gaan om haar te vragen wat dat voor een
-weddenschap was; maar mijnheer de Marsy hield hem met een bijzondere
-voorkomendheid aan den praat. Toen hij vrij was, ging hij niet naar
-zijn slaapkamer, maar begaf zich door een openstaande deur in het
-park. De nacht was zeer donker, een Octobernacht, zonder een enkele
-ster, zonder één windje, duister en doodsch. In de verte stapelden
-de hoogopgaande boomen voorgebergten van schaduwen op. Ternauwernood
-onderscheidde hij het voetpad, waarop hij liep. Op een honderdtal
-schreden van het terras gekomen, bleef hij stilstaan. Met den hoed
-in de hand koelde hij een oogenblik zijn hoofd af in de frissche
-nachtlucht. Dat deed hem goed, gaf hem weer nieuwe kracht. En hij keek
-onafgewend naar een helder verlicht venster, links in den voorgevel;
-terwijl de andere vensters donker bleven, schitterde dat eene in de
-sombere massa van het kasteel. De keizer waakte. Plotseling meende hij
-zijn schaduw te zien, een kolossaal hoofd, doorsneden door de punten
-van een knevel; daarop gingen twee andere schaduwen voorbij, de eene
-heel schraal, de andere breed, zoodat ze al het licht wegnam. Hij
-herkende duidelijk in de laatste het kolossale silhouet van een
-agent der geheime politie, met wien Zijn Majesteit zich uren lang
-verkoos op te sluiten; en toen de schrale schaduw weer voorbijgleed,
-veronderstelde hij dat het wel de schaduw van een vrouw kon zijn. Alles
-verdween, het venster herkreeg zijn rustig schijnsel, de strakheid
-van zijn vlammenden blik, die zich verloor in de geheimzinnige diepten
-van het park. Misschien dacht de keizer nu aan de ontginning van een
-stuk grond in de Landes, aan de stichting van een arbeidersstad,
-waar de uitdelging van het pauperisme op groote schaal zou worden
-toegepast. Dikwijls kwam hij in den nacht tot een besluit. 's Nachts
-teekende hij de besluiten, schreef hij manifesten, zette hij ministers
-af. Rougon glimlachte; hij moest onwillekeurig aan een anecdote denken:
-de keizer met een blauw schort aan, een politiemuts, van een stuk
-krant gemaakt, op het hoofd, een kamer van Trianon behangende met
-papier van drie francs de rol, om er een maîtresse te laten wonen;
-en hij stelde zich voor hoe hij op het oogenblik in de eenzaamheid
-van zijn kamer, in die doodsche stilte, bezig was met het uitknippen
-van prentjes, die hij heel netjes met een penseeltje opplakte. Toen
-hief Rougon de handen omhoog en riep:
-
---Zijn trawanten hebben hem gemaakt, wat hij is!
-
-Hij haastte zich naar binnen. De kou beving hem, vooral aan de beenen,
-daar zijn korte broek slechts tot de knieën reikte.
-
-Den volgenden morgen tegen negen uur zond Clorinde haar dienstbode
-Antonia, die zij meegenomen had, met de boodschap of zij en haar
-man bij hem mochten ontbijten. Hij had een kop chocolade boven laten
-brengen en wachtte hen. Antonia kwam vooruit, met het groote zilveren
-blad waarop men hun op hun kamer twee koppen koffie had gebracht.
-
---Zoo, dat is gezelliger, hè? zei Clorinde bij het binnenkomen. Ge
-hebt hier den zonkant. O, ge woont hier veel beter dan wij.
-
-En zij liep de vertrekken eens rond. Het appartement bestond
-uit een voorkamer, waarin rechts een deur die toegang gaf tot een
-dienstbodenkamertje; achter de voorkamer bevond zich de slaapkamer,
-een groot vertrek, bespannen met cretonne waarop groote roode bloemen,
-met een mahoniehouten ledekant en een ontzaglijken haard, waarin
-houtblokken vlamden.
-
---Wat drommel, riep Rougon, dan hadt ge moeten reclameeren! Ik zou
-geen kamers op de binnenplaats aangenomen hebben. Ja, als men met alles
-tevreden is!.... Ik heb het gisteren avond nog aan Delestang gezegd.
-
-De jonge vrouw haalde de schouders op en mompelde:
-
---Hij, hij zou nog toelaten dat ze me op zolder lieten slapen!
-
-Zij wou tot zelfs een kleedkamertje bezichtigen, waarvan het
-heele garnituur uit Sèvres-porselein bestond, wit met goud, met de
-keizerlijke initialen. Toen kwam zij voor den haard staan. Een kreet
-van verrukking ontsnapte haar. Tegenover haar strekte het bosch van
-Compiègne zich met zijn hoog geboomte mijlen ver uit; monsterachtige
-kruinen verdrongen zich daar dicht opeen en verdwenen in een langzame
-deining; onder de blanke zon van dien Octoberochtend zag men niets
-dan poelen van goud, poelen van purpur, als een rijk gegalonneerde
-mantel van het eene einde des hemels naar het andere uitgespreid.
-
---Kom, aan het ontbijt, zei Clorinde.
-
-Ze ontruimden een tafel, waarop zich een inktkoker en een vloeiboek
-bevonden. Ze vonden het grappig zichzelf te bedienen. De jonge vrouw
-verklaarde lachend, dat zij zich bij het opstaan verbeeld had in een
-herberg te zijn, die door een vorst gehouden werd en waar zij na een
-lange reis, in haar droom afgelegd, was aangekomen. Dat toevallige
-ontbijt, op zilveren bladen, verrukte haar als een avontuur, dat haar
-in het een of andere onbekende land zou overkomen zijn.
-
-Delestang verbaasde zich intusschen over de groote hoeveelheid hout
-die in den schoorsteen brandde. Met een peinzend gezicht mompelde
-hij eindelijk:
-
---Men heeft me wel eens verteld dat er dagelijks voor vijftienhonderd
-francs hout in het kasteel verbrand wordt. Vijftienhonderd francs! Zeg,
-Rougon, vindt ge het niet een beetje veel?
-
-Rougon, die langzaam zijn chocolade dronk, knikte alleen met het
-hoofd. Zijn gedachte waren geheel vervuld met de levendige vroolijkheid
-van Clorinde. Dien morgen scheen er een koortsgloed in haar schoonheid;
-haar groote oogen schitterden van strijdlust.
-
---Wat is dat toch voor een weddenschap waarvan ge gisteren avond
-sprak? vroeg hij haar plotseling.
-
-Zij begon te lachen. En toen hij aandrong:
-
---Dat zult ge wel zien, zei ze.
-
-Toen werd hij langzamerhand boos, hij behandelde haar ruw. Het was
-een echte scène uit jalouzie, met aanvankelijk bedekte toespelingen,
-die al spoedig in onbewimpelde beschuldigingen overgingen: ze had de
-algemeene aandacht op zich gevestigd, meer dan twee minuten lang had
-ze haar handen in die van mijnheer de Marsy gelaten. Delestang zat
-met onverstoorbare kalmte lange repen brood in zijn koffie te doopen.
-
---O, als ik uw man was! riep Rougon.
-
-Clorinde was opgestaan. Ze plaatste zich achter Delestang, met haar
-handen op zijn schouders.
-
---Nu, wat dan? vroeg zij.
-
-En zich over Delestang heenbuigende, en met haar adem over zijn haar
-gaande, zoodat het zich omkrulde:
-
---Niet waar, manlief, dan zou hij heel verstandig zijn, even verstandig
-als jij?
-
-Tot eenig antwoord boog hij zich terzijde en kuste de hand, die
-op zijn linkerschouder rustte. Met een verlegen, ontroerd gelaat
-keek hij Rougon aan; hij wenkte hem met de oogen, alsof hij hem te
-verstaan wou geven dat hij misschien wel wat ver ging. Het had weinig
-gescheeld of Rougon had hem voor een domkop uitgemaakt. Maar Clorinde
-gaf hem een wenk en hij volgde haar naar het venster, waar zij met de
-ellebogen op het steunijzer rustte. Een oogenblik bleef zij zwijgen,
-de oogen gericht op den onmetelijken horizon. Toen zei ze zonder
-eenige inleiding:
-
---Waarom wilt ge Parijs verlaten? Houdt ge dan niet meer van
-me? Luister, ik zal verstandig zijn, ik zal uw raad opvolgen, als ge
-er van afziet naar dat afschuwelijke land te trekken.
-
-Hij werd op eens heel ernstig bij dat voorstel. Hij wees op de groote
-belangen die voor hem op het spel stonden. Nu kon hij onmogelijk
-meer terug. En terwijl hij zoo sprak, trachtte Clorinde tevergeefs de
-werkelijke waarheid op zijn gelaat te lezen; hij scheen vast besloten
-om te vertrekken.
-
---'t Is goed, ge houdt niet meer van me, hernam zij. Dus ben ik vrij
-om te handelen naar goeddunken.... Dat zult ge zien.
-
-Zonder eenige spijt te toonen, haar lachje zelfs terugvindend, verliet
-zij het venster. Delestang, die nog steeds belang stelde in het vuur,
-trachtte bij benadering het aantal schoorsteenen in het kasteel te
-berekenen. Maar zij stoorde hem in dat werk, want ze had maar even den
-tijd om zich te kleeden, als zij de jacht niet wilde misloopen. Rougon
-ging met ze mee in de gang, breed als een kloostergang, met een
-garnituur van groen moquette. Clorinde las op de deuren de namen der
-gasten, die op kartonnen reepen, in smalle kartonlijstjes gevat,
-geschreven stonden. Plotseling keerde zij zich aan het einde der
-gang om; en daar het haar voorkwam, dat Rougon besluiteloos stond,
-alsof hij haar wou terugroepen, bleef ze glimlachend staan. Maar hij
-ging zijn kamer weer in, en sloot de deur driftig dicht.
-
-Het ontbijt duurde dien morgen langer dan gewoonlijk. In de galerij des
-Cartes werd druk gepraat over het weer, dat zich uitstekend voor een
-jacht met windhonden leende. De hofrijtuigen reden even voor twaalven
-weg. Men zou bij de Puits-du-Roi, een breed kruispunt midden in het
-bosch, samenkomen. De keizerlijke jachtstoet stond daar al een uur
-te wachten, de pikeurs te paard, met roodlakensche korte broek, den
-rijk gegalonneerden driekanten hoed dwars op het hoofd, de drijvers
-met zilveren gespen op de zwarte schoenen, om gemakkelijker door
-het dichte kreupelhout te loopen; en de rijtuigen der genoodigden
-uit de kasteelen in den omtrek vormden een halven cirkel, tegenover
-den koppel honden, die door de drijvers werden vastgehouden, terwijl
-groepjes dames en jagers in uniform in het midden deden denken aan
-een ouderwetseh schilderij, een jacht onder Lodewijk XV, plotseling
-in het leven teruggeroepen onder den zonnigen hemel. De keizer en
-de keizerin gingen niet mee. Zoodra de jacht begon, keerden hun
-chars-à-bancs naar het kasteel terug. Verscheidene gasten volgden
-hun voorbeeld. Rougon had eerst nog getracht Clorinde bij te houden,
-maar zij zweepte haar paard zoo geducht voort, dat hij grond verloor
-en spijtig besloot terug te keeren; zijn ergernis werd nog grooter
-toen hij haar heel in de verte naast mijnheer de Marsy zag galoppeeren.
-
-Tegen halfzes kwam men Rougon verzoeken thee te komen drinken in de
-kleine vertrekken der keizerin. Die gunst viel gewoonlijk slechts aan
-geestige mannen ten deel. Hij vond er reeds mijnheer Beulin-d'Orchère
-en mijnheer de Plouguern, en laatstgenoemde vertelde juist op een
-heel kiesche manier een zeer gewaagde aardigheid, die met een vroolijk
-gelach aangehoord werd. Intusschen kwamen de jagers terug. Mevrouw de
-Combelot kwam binnen en wendde een groote vermoeidheid voor. En toen
-men haar naar het een en ander vroeg, antwoordde zij met technische
-termen:
-
---O, het dier heeft zich meer dan vier uren laten nazitten.... Verbeeld
-u, hij is nog een oogenblik op de vlakte verschenen. Daar is hij wat
-op adem gekomen. Eindelijk heeft hij zich bij de mare Rouge laten
-vangen. Een prachtig hallali!
-
-Ridder Rusconi gaf met een ongerust gezicht een ander nieuws.
-
---Het paard van mevrouw Delestang is op hol geslagen.... Zij is in
-de richting van Pierrefonds uit het gezicht verdwenen. Men heeft nog
-niets van haar gehoord.
-
-Toen werd hij met vragen bestormd. De keizerin scheen zeer
-bedroefd. Hij vertelde dat Clorinde al dien tijd in verbazend
-snellen draf gereden had. De beste jagers hadden haar bewonderd. Maar
-plotseling was zij een zijlaan ingeslagen.
-
---Ja, voegde mijnheer La Rouquette er bij, ze had het arme dier ook
-zoo afgeranseld!.... Mijnheer de Marsy is haar achterna gerend om
-haar hulp te bieden. Hij is ook niet meer terug gezien.
-
-Mevrouw de Lorentz stond van haar zitplaats achter de keizerin op. Ze
-dacht dat men haar glimlachend aankeek. Ze werd doodsbleek. Nu
-bewoog zich het gesprek over de gevaren die men bij de jacht kon
-oploopen. Eens had een hert, dat op het erf van een hoeve gevlucht
-was, zich zoo verwoed tegen de honden gekeerd, dat een dame in de
-daardoor ontstane verwarring haar been had gebroken. Daarop begon
-men vermoedens te opperen. Als mijnheer de Marsy er in geslaagd was
-het paard van mevrouw Delestang tot stilstand te brengen, waren zij
-misschien afgestapt om even uit te rusten; er waren genoeg gelegenheden
-in het bosch om dat te doen. En mevrouw Lorentz verbeeldde zich
-dat de glimlachjes verdubbelden, terwijl men haar jaloersche woede
-tersluiks bespiedde. Rougon zweeg en trommelde opgewonden een roffel
-op zijn knieën.
-
---Bah, wat zou het zijn, als zij den nacht buiten doorbrachten,
-zei mijnheer de Plouguern binnensmonds.
-
-De keizerin had bevel gegeven dat Clorinde, zoodra zij terug was,
-een uitnoodiging ontving om thee te komen drinken. Plotseling hoorde
-men zachte uitroepen. De jonge vrouw stond op den drempel, met een
-frisschen blos, glimlachend, zegevierend. Zij bedankte Hare Majesteit
-voor de belangstelling die zij haar toonde. En op heel kalmen toon
-verklaarde zij:
-
---Het spijt me wezenlijk, dat men zich ongerust over mij heeft
-gemaakt.... Ik had met mijnheer de Marsy gewed dat ik het eerst bij
-het doode hert zou zijn. Zonder dat verwenschte paard....
-
-Daarop ging ze vroolijk voort:
-
---We hebben geen van beiden gewonnen of verloren, ziedaar!
-
-Maar ze moest haar avontuur uitvoeriger vertellen. Ze toonde niet de
-minste verlegenheid. Na een razenden galop, wel tien minuten lang,
-was haar paard gevallen, zonder dat zij zich bezeerd had. En daar
-ze een beetje van streek was geraakt, had mijnheer de Marsy haar een
-oogenblik in een schuur doen zitten.
-
---Dat hadden we wel gedacht! riep mijnheer La Rouquette. U zegt in
-een schuur?.... Ik had gezegd in een paviljoen.
-
---U zult daar niet gemakkelijk gezeten hebben, zei mijnheer de
-Plouguern spottend.
-
-Clorinde bleef glimlachen en antwoordde langzaam:
-
---Neen, opperbest. Er lag stroo. Ik ben gaan zitten.... Een groote
-schuur vol spinnewebben. 't Begon al donker te worden. Heel grappig!
-
-En mevrouw de Lorentz aanziende, hernam ze, op nog langzamer toon,
-zoodat haar woorden bijzonder nadrukkelijk klonken:
-
---Mijnheer de Marsy is heel goed voor me geweest.
-
-Van het oogenblik af dat Clorinde haar ongeval vertelde, had mevrouw de
-Lorentz twee vingers heftig tegen haar lippen gedrukt. Bij de laatste
-bijzonderheden sloot zij haar oogen, alsof de toorn haar dreigde te
-doen bezwijmen. Ze bleef nog een oogenblik; maar ze kon zich niet
-langer inhouden, en ze verliet de kamer. Mijnheer de Plouguern sloop
-haar nieuwsgierig na. Clorinde maakte onwillekeurig een zegevierend
-gebaar.
-
-Het gesprek nam een andere wending. Mijnheer Beulin-d'Orchère sprak
-over een schandelijk proces; het betrof een aanvraag om scheiding
-wegens onmacht van den man; en hij vertelde sommige feiten in zulke
-kiesche magistraatstermen, dat mevrouw de Combelot, die het niet
-begreep, om nadere uitlegging verzocht. Ridder Rusconi had zeer veel
-succès met de halfluide voordracht van Piemonteesche volksliederen,
-minneliedjes, die hij vervolgens in het Fransch vertaalde. Te midden
-van dat gezang kwam Delestang binnen; hij kwam uit het bosch, dat
-hij twee uren lang in alle richtingen doorkruist had om zijn vrouw
-op te sporen; men glimlachte om het zonderlinge gezicht dat hij
-zette. Intusschen scheen de keizerin een plotselinge vriendschap voor
-Clorinde opgevat te hebben. Ze liet haar naast zich zitten en praatte
-met haar over paarden. Pyrame, het paard dat zij zoo pas bereden had,
-galoppeerde wat hard; den volgenden dag zou ze haar Cæsar laten geven.
-
-Rougon was bij Clorinde's binnentreden voor een venster gaan staan;
-hij hield zich alsof hij bijzonder veel belang stelde in de lichtjes,
-die links van het park een voor een werden aangestoken. Hij bleef
-daar geruimen tijd in de duisternis staren. Eindelijk keerde hij zich
-om, met een onverstoorbaar kalm gelaat, toen mijnheer de Plouguern,
-die weer binnengekomen was, hem naderde en hem toefluisterde:
-
---O, een ontzettende scène!.... Ik ben haar achterna gegaan, zooals u
-gezien hebt. Ze kwam Marsy juist aan het eind van de gang tegen. Ze
-gingen een kamer binnen. Daar heb ik Marsy ronduit hooren verklaren
-dat hij meer dan genoeg van haar had.... Ze is als een krankzinnige
-de kamer uitgeloopen, naar het kabinet van den keizer.... Ik geloof
-het stellig, dat ze de beruchte brieven op het bureau van den keizer
-heeft neergelegd....
-
-Op dit oogenblik kwam mevrouw de Lorentz weer te voorschijn. Ze zag
-doodsbleek, de haren hingen haar om de slapen, ze hijgde naar adem. Ze
-nam haar plaats achter de keizerin weer in, met de wanhopige kalmte
-van een patiënt, die een levensgevaarlijke operatie op zichzelf
-heeft toegepast.
-
---Ze heeft de brieven bepaald neergelegd, herhaalde mijnheer de
-Plouguern, haar aandachtig beschouwende.
-
-En daar Rougon hem niet scheen te begrijpen, boog hij zich achter
-Clorinde over en vertelde haar de geschiedenis. Ze hoorde hem opgetogen
-aan, haar oogen schitterden van vreugde. Eerst toen men tegen het
-etensuur de vertrekken der keizerin verliet, scheen Clorinde Rougon's
-tegenwoordigheid op te merken. Zij nam zijn arm, en terwijl Delestang
-achter hen liep, zei ze:
-
---Nu, hebt ge het gezien?.... Wanneer ge van morgen aardig geweest
-waart, zou ik niet bijna mijn beenen gebroken hebben.
-
-Dien avond kregen de honden hun jachtmaal bij fakkellicht, op het
-plein voor het paleis. Bij het verlaten van de eetzaal keerden de
-gasten niet onmiddellijk naar de galerij des Cartes terug, maar
-verspreidden zich in de salons aan de voorzijde, waar de vensters
-wijd open stonden. De keizer nam plaats op het middelste balkon,
-waar een twintigtal personen hem konden volgen.
-
-Beneden, van het hek tot aan de vestibule, vormden twee rijen dienaren
-in galalivrei, met gepoederde pruiken, een breeden doorgang. Ieder
-hunner hield een lange piek, aan wier uiteinde pitten brandden in
-met spiritus gevulde bekers. Die hooge groene vlammen dansten in de
-lucht, zonder de duisternis te verlichten; ze deden alleen de dubbele
-rij scharlakenroode vesten uitkomen, die paarsachtig schenen. Aan
-weerszijden van het voorplein stond een dicht opeengehoopte menigte,
-burgers van Compiègne met hun dames, een gewemel van bleeke gezichten
-in de duisternis, waaruit nu en dan de weerschijn der spiritusvlammen
-een afschuwelijken kop, een kopergroenkleurig renteniersgezicht deed
-uitkomen. In het midden voor het hooge bordes lag de afval van het hert
-opgestapeld, daarover lag de huid van het dier, met den kop naar voren;
-terwijl aan het andere einde, tegen het hek, de jachthonden wachtten,
-omringd door de pikeurs. Daar stonden de drijvers in groene rokken,
-met lange witte kousen, met toortsen te zwaaien. In een helderen rooden
-gloed dwarrelde een dichte rook omhoog, die langzaam naar de stad
-dreef, en in dien vuurgloed stonden de honden, dicht opeengedrongen,
-met open bek te hijgen.
-
-De keizer bleef staan. Nu en dan vertoonde een opflikkering der
-toortsen zijn ondoorgrondelijk gelaat. Clorinde had gedurende het
-geheele diner al zijn gebaren bespied, zonder iets anders in hem te
-ontdekken dan een stille afgematheid, het verdrietige humeur van een
-zieke die in stilte lijdt. Een enkele maal meende zij op te merken,
-dat hij mijnheer de Marsy van terzijde aanzag met zijn halfgesloten
-oogen. Op het balcon bleef hij gemelijk aan zijn knevel draaien,
-terwijl de gasten achter hem op de teenen gingen staan om te zien.
-
---Komaan, Firmin, zei hij ongeduldig.
-
-De pikeurs bliezen de Royale. De honden huilden met uitgerekten
-hals, half op hun achterpooten opgericht. Plotseling, juist toen een
-knecht den hertekop aan de razende honden liet zien, liet Firmin,
-die op het bordes stond, zijn zweep dalen; de jachthonden, die dat
-teeken afwachtten, renden hijgend van begeerte in drie sprongen het
-plein over. Maar Firmin had zijn zweep weer opgeheven. De honden, op
-eenige schreden van het hert tot stilstand gebracht, legden zich een
-oogenblik plat op den buik, met trillenden rug en een schor gehuil
-van verlangen. Ze moesten weer achteruit naar het andere einde,
-bij het hek.
-
---Ach, die arme dieren! zei mevrouw de Combelot, op een kwijnenden,
-meewarigen toon.
-
---Prachtig! riep mijnheer La Rouquette.
-
-Ridder Rusconi applaudisseerde. De dames bogen zich opgewonden
-voorover, met een zenuwachtige trilling om de mondhoeken, vol
-verlangen om de honden te zien eten. Men gaf ze hun beenen maar niet
-zoo dadelijk, dat wekte de emotie nog meer op.
-
---Neen, neen, nog niet, lispelden enkele stemmen.
-
-Intusschen had Firmin tot tweemaal toe zijn zweep opgeheven en weer
-doen dalen. De honden schuimbekten van woede. De derde maal hief
-hij de zweep niet meer op. De knecht was snel met de huid en den
-kop van het hert weggegaan. De honden kwamen toespringen en rolden
-over het afval; hun woedend geblaf veranderde in een dof gebrom, een
-krampachtige trilling van genot. Men hoorde de beenderen kraken. Dat
-was een voldoening, op het balcon, aan de vensters; de dames drukten
-glimlachend haar witte tanden opeen; de mannen haalden diep adem,
-hun oogen schitterden en hun vingers klemden zich om een uit de
-eetzaal meegebrachten tandenstoker. Op het plein was er plotseling een
-apotheose; de pikeurs bliezen fanfares; de drijvers zwaaiden met hun
-toortsen, Bengaalsch vuur baadde de vreedzame gezichten der burgers
-van Compiègne in een rooden regen.
-
-De keizer keerde zich onmiddellijk om. En toen hij Rougon naast zich
-zag, scheen hij uit het diepe gepeins te ontwaken, waarin hij sedert
-het diner verkeerd had.
-
---Mijnheer Rougon, zei hij, ik heb nog eens over uw voorstel
-nagedacht.... Er zijn bezwaren, veel bezwaren.
-
-Hij hield op, opende de lippen en sloot ze weer. Toen, bij het
-heengaan, zei hij nog:
-
---U moet in Parijs blijven, mijnheer Rougon.
-
-Clorinde, die dit hoorde, maakte een zegevierend gebaar. Toen het
-gezegde van den keizer van mond tot mond ging, werden alle gezichten
-ernstig en bezorgd, terwijl Rougon zich langzaam door de verschillende
-groepjes naar de galerij des Cartes begaf.
-
-Daar beneden knaagden de honden hun beenen af. Zij kropen woedend onder
-elkander door om in het midden van den hoop te komen. Het was een veld
-van bewegende ruggen, die elkander verdrongen, zich uitrekten en zich
-uitspreidden als een levende plas, in een bloeddorstig gebrom. De
-kaken bewogen zich met een gulzige haast, begeerig om alles te
-verslinden. Korte gevechten eindigden in een gehuil. Een groote brak,
-een prachtig dier, nijdig dat hij te veel aan den rand stond, liep
-achteruit en was met éen sprong midden in den troep. Hij slokte een
-groot stuk van de ingewanden op.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-
-Weken gingen voorbij. Rougon had zijn vervelend leven weer hervat. Geen
-enkele maal zinspeelde hij op het bevel des keizers om in Parijs te
-blijven. Hij sprak alleen van zijn mislukt plan, van de hinderpalen die
-aan zijn ontginning van een stuk grond in de Landes in den weg stonden,
-en hierover raakte hij niet uitgepraat. Welke hinderpalen konden
-dat zijn? Hij zag er geen. Hij ging zelfs zoover, dat hij zich boos
-toonde op den keizer, die geen enkele verklaring geven wou. Misschien
-was het de vrees geweest dat Zijne Majesteit genoodzaakt zou zijn de
-zaak met een subsidie te steunen?
-
-Naarmate de dagen verstreken, vermenigvuldigde Clorinde haar bezoeken
-in de rue Marbeuf. Iederen middag scheen zij van Rougon de een of
-andere tijding te verwachten; ze keek hem verbaasd aan, als hij bleef
-zwijgen. Sedert haar verblijf te Compiègne, leefde zij in de hoop op
-een plotselinge zegepraal; ze had zich een heel drama voorgesteld,
-een woedende drift van den keizer, den opzienbarenden val van mijnheer
-de Marsy, een onmiddellijken terugkeer van den grooten man tot het
-gezag. Zij dacht dat alles zeker zou uitkomen. Groot was dan ook
-haar verwondering, toen zij een maand later den graaf nog altijd
-minister zag. En ze gevoelde een minachting voor den keizer, die
-zich niet wist te wreken. In zijn plaats zou zij haar wrok op een
-hartstochtelijke manier gekoeld hebben. Waar dacht hij dan toch aan,
-in dat eeuwigdurende stilzwijgen dat hij bewaarde?
-
-Toch gaf Clorinde den moed nog niet verloren. Ze had een
-voorgevoel dat een onvoorziene gebeurtenis haar de overwinning zou
-schenken. Mijnheer Marsy stond niet meer zoo vast. Rougon betoonde
-haar de oplettendheden van een echtgenoot, die vreest bedrogen te
-worden. Sedert zijn jaloersche buien te Compiègne, waakte hij over
-haar met vaderlijke zorg, overlaadde haar met zedepreeken, wilde
-haar iederen dag zien. De jonge vrouw glimlachte, ze was nu zeker,
-dat hij Parijs niet zou verlaten. Tegen het midden van December,
-na een rust van verscheidene weken, begon hij echter opnieuw over
-zijn groote onderneming te spreken. Hij had bankiers gesproken, hij
-hoopte het zonder de keizerlijke hulp te kunnen stellen. En opnieuw
-vond men hem in de studie van kaarten, platte gronden, speciale werken
-verdiept. Gilquin, zei hij, had al meer dan vijfhonderd werklieden
-aangenomen, die er in toestemden daar heen te gaan; het was het eerste
-handjevol van een geheel volk. Toen begon Clorinde de zaak ernstiger
-aan te vatten; ze bracht al de vrienden in beweging.
-
-Het was een ontzaglijk werk. Ieder kreeg zijn rol. Men verstond
-elkander met halve woorden, bij Rougon zelf aan huis, 's Zondags en
-Donderdags. Men verdeelde de moeielijke zendingen. Men ging dagelijks
-de stad in, met het vaste voornemen om zich van een machtigen steun
-te verzekeren. Men versmaadde ook de kleine middelen niet: zelfs
-de kleinste voordeeltjes telden mee. Men profiteerde van alles,
-haalde uit de geringste gebeurtenissen wat er uit te halen viel,
-men maakte zich den ganschen dag ten nutte, van het goeden morgen
-tot den laatsten handdruk des avonds. De vrienden der vrienden werden
-bondgenooten, zoo ook de vrienden van dezen. Geheel Parijs werd in de
-samenzwering betrokken. In de afgelegenste wijken waren lieden, die
-naar Rougon's zegepraal verlangden, zonder zelf te weten waarom. Het
-troepje vrienden, tien à twaalf man sterk, had de heele stad in handen.
-
---Wij zijn de regeering van morgen, zei Du Poizat ernstig.
-
-Hij maakte vergelijkingen tusschen hen en de mannen die het tweede
-keizerrijk gemaakt hadden. Hij voegde er bij:
-
---Ik zal de Marsy van Rougon zijn.
-
-Een pretendent was slechts een naam. Er was een aaneengesloten groep
-noodig om een regeering te maken. Twintig hongerige snaken zijn sterker
-dan een principe, en wanneer zij maar een schijn van een principe
-in hun vaandel kunnen schrijven, worden zij onoverwinnelijk. Hij
-was voortdurend in de weer; hij bezocht de krantenbureaux, waar
-hij sigaren rookte, terwijl hij door allerlei insinuaties het gezag
-van mijnheer de Marsy ondermijnde: hij wist altijd het een of ander
-over hem te vertellen; hij beschuldigde hem van ondankbaarheid en
-zelfzucht. En als hij den naam Rougon daarbij te pas had gebracht,
-liet hij zich halve toespelingen ontglippen, een uitzicht te openen
-op buitengewone voordeelen; als hij maar eerst de handen kon openen,
-dan zou op iedereen een regen van belooningen, geschenken en subsidies
-neerdalen. Hij verschafte de pers inlichtingen, citaten en anecdoten,
-die het publiek voortdurend met den grooten man bezig hielden; twee
-kleinere bladen maakten gewag van een bezoek aan het hôtel in de
-rue Marbeuf, andere spraken over zijn beroemd werk over de Engelsche
-constitutie en die van 52. Na een vijandig stilzwijgen dat twee jaren
-geduurd had, scheen de populariteit te komen, een zacht gemurmel van
-loftuitingen liet zich hooren. Du Poizat hield zich ook nog met andere
-zaken bezig, ongeoorloofde makelarij, het koopen van zekere invloeden,
-een hartstochtelijk beursspel op de min of meer zekere benoeming van
-Rougon tot minister.
-
---We moeten alleen aan hem denken, placht hij te zeggen, met die
-vrijheid van spreken, die de deftige heeren van Rougon's aanhang
-hinderde. Later zal hij aan ons denken.
-
-Mijnheer Beulin-d'Orchère was niet zoo'n geslepen intrigant; hij
-bracht een schandaal aan het licht, dat men zich haastte te smoren,
-toen het bleek dat mijnheer de Marsy er in betrokken was. Hij legde
-meer behendigheid aan den dag, toen hij het gerucht verspreidde
-dat hij wel eens zegelbewaarder kon worden, als zijn schoonbroer
-weer aan het bewind kwam, daardoor kon hij op de toewijding van
-zijn mede-magistraten rekenen. Mijnheer Kahn leidde ook een troepje
-tot den aanval, financiers, afgevaardigden, ambtenaren, die de rijen
-aanvulden van alle ontevredenen, die onderweg ontmoet werden; hij had
-een volgzamen luitenant in mijnheer Béjuin gevonden; hij gebruikte
-zelfs mijnheer de Combelot en mijnheer La Rouquette, zonder dat
-dezen eenigszins vermoedden welke diensten hij van hen had. Hij zelf
-werkte in de hoogste officiëele kringen, hij strekte zijn propaganda
-tot in de Tuileriën uit, dagen lang werkte hij in het geheim, opdat
-een woord, van mond tot mond gaande, eindelijk aan den keizer zou
-overgebracht worden.
-
-Maar vooral de vrouwen waren ijverig in de weer. Daar gebeurden
-geheimzinnigheden, ingewikkelde avonturen waarvan men de ware
-bedoeling nooit begreep. Mevrouw Correur noemde de mooie mevrouw
-Bouchard nog slechts "poesje". Ze nam haar mee naar buiten, zei ze,
-en een week lang leefde mijnheer Bouchard als vrijgezel, terwijl
-zelfs mijnheer d'Escorailles zich genoodzaakt zag zijn avonden in
-de kleine schouwburgen door te brengen. Eens had Du Poizat de dames
-in gezelschap van gedecoreerde heeren ontmoet, maar hij had zich wel
-gewacht hierover te spreken. Mevrouw Correur had nu twee woningen, een
-in de rue Blanche, en de andere in de rue Mararin; deze laatste was
-zeer koket ingericht, mevrouw Bouchard kwam er 's middags, ze kreeg
-den sleutel van den conciërge. Men vertelde ook van een verovering
-die de jonge vrouw gemaakt had van een hooggeplaatst ambtenaar, toen
-ze op een regenachtigen morgen bij het oversteken van de Pont-Royal
-haar rokken opgenomen had.
-
-Ook de vrienden, die minder in tel waren, deden hun best. Kolonel
-Jobelin begaf zich naar een koffiehuis op een der boulevards om er
-oude vrienden, officieren, te ontmoeten; hij wist ze tusschen een
-paar spelletjes piket te belezen, en toen hij op een half dozijn kon
-rekenen, wreef hij zich in de handen en zei "dat het geheele leger
-gunstig voor de goede zaak gestemd was". Mijnheer Bouchard wierf
-eveneens aanhangers aan het ministerie; langzamerhand had hij bij
-de klerken een woesten haat tegen mijnheer de Marsy opgewekt; hij
-wist zelfs de kantoorbedienden voor zich te winnen; al die luidjes
-liet hij smachten naar een gouden tijdperk, waarop hij fluisterend
-zinspeelde tegenover zijn intieme vrienden. Mijnheer d'Escorailles
-bewerkte de rijke jongelui, tegenover wie hij hoog opgaf van Rougon's
-liberale opvattingen, zijn toegevendheid voor zekere tekortkomingen,
-zijn ingenomenheid met stoutmoedigheid en kracht. Zelfs de Charbonnels
-vonden gelegenheid om de kleine renteniers uit de buurt van het Odéon
-bij het regiment in te lijven, wanneer zij 's middags op een bankje van
-het Luxembourg zaten te wachten op den afloop van hun eindeloos proces.
-
-Wat Clorinde aangaat, ze stelde zich niet tevreden met de opperste
-leiding van den geheelen troep; ze werkte ingewikkelde plannen uit,
-waarover ze tot niemand sprak. Nog nooit had men haar 's morgens
-met zoo slordig toegemaakte japonnen gezien; in de verdachte wijken
-zag men haar met haar ministersportefeuille, aan de naden gebersten
-en met touwtjes vastgebonden. Zij droeg haar man de zonderlingste
-boodschappen op, die hij met de zachtzinnigheid van een lam verrichtte,
-zonder dat hij ze begreep. Zij zond Luigi Pozzo met brieven uit;
-ze vroeg mijnheer de Plouguern om haar te vergezellen, en liet hem
-een uur lang op een trottoir op haar staan wachten. Eén oogenblik
-kwam de gedachte in haar op de Italiaansche regeering ten gunste van
-Rougon te laten werken. Haar briefwisseling met haar moeder, die nog
-altijd in Turijn woonde, werd verschrikkelijk druk. Ze dacht er over
-geheel Europa in rep en roer te brengen, ze begaf zich tweemaal per
-dag naar ridder Rusconi, om er diplomaten te ontmoeten. Nu scheen
-zij zich dikwijls te herinneren dat zij mooi was. Dan ging zij keurig
-gekapt en gekleed uit, en wanneer haar vrienden, zelf verbaasd, haar
-zeiden dat zij mooi was, antwoordde zij met een zonderling voorkomen
-van onverschillige berusting:
-
---Het moet wel!
-
-Zij bewaarde zichzelve als een onweerstaanbaar argument. In haar oog
-beteekende het niet veel of zij zichzelve gaf. Ze deed het met zoo
-weinig genoegen, dat het een zaak werd als alle andere, misschien
-alleen een beetje vervelender. Toen zij uit Compiègne terug was, had
-Du Poizat, die het jachtavontuur kende, willen weten op welken voet
-zij met mijnheer de Marsy bleef. Half dacht hij er over Rougon voor
-den graaf in den steek te laten, indien Clorinde er in slaagde de
-almachtige maîtresse van den laatsten te worden. Maar zij was bijna
-boos geworden, de geheele geschiedenis hardnekkig loochenende. Dacht
-hij dan dat zij zoo dwaas zou zijn? En zij gaf hem te verstaan, dat
-zij er vroeger wel eens aan gedacht had mijnheer de Marsy te huwen,
-maar daarvan had zij afgezien. Een man van vernuft werkte volgens
-haar nooit ernstig in het voordeel van zijn maîtresse. Bovendien,
-overlegde zij een ander plan.
-
---Ziet ge, zei zij somtijds, er zijn dikwijls verscheidene manieren
-om zijn doel te bereiken; maar van al die manieren is er altijd maar
-een die aangenaam is.... Ik heb heel wat wenschen te bevredigen.
-
-Zij had de oogen altijd met groote belangstelling op Rougon gevestigd,
-zij wou hem groot zien, alsof zij hem met macht had willen vetmesten,
-om er zich later aan te vergasten. Ze behield haar onderdanigheid als
-leerling, plaatste zich vol vleiende nederigheid in zijn schaduw. Van
-al de bedrijvigheid der vrienden scheen hij niets te bemerken. Op
-zijn ontvangavonden speelde hij zijn kunststukjes met zijn neus op de
-kaarten, zonder dat hij al dat gefluister achter zijn rug scheen te
-hooren. Het troepje praatte over de zaak, gaf elkaar teekens boven
-zijn hoofd, spande samen in het hoekje van zijn haard, alsof hij er
-niet was, zoo'n suffig voorkomen gaf hij zich; hij bleef gevoelloos,
-nam zoo weinig deel aan alles wat er om hem heen gebeurde, dat men
-ten slotte hardop begon te spreken en zich vroolijk maakte over zijn
-afgetrokkenheid. Toen men er over sprak dat hij de teugels van het
-bewind wel weer eens in handen zou kunnen krijgen, zwoer hij boos dat
-hij zich geen moeite zou geven, al wachtte hem een zegepraal aan het
-einde van zijn straat; en inderdaad, hij zonderde zich hoe langer hoe
-meer af en wendde een volslagen onbekendheid voor met hetgeen daar
-buiten geschiedde. Het kleine hôtel in de rue Marbeuf, van waar zulk
-een koortsachtige propaganda uitging, was een plaats van stilte en
-rust, op wier drempel de huisvrienden blikken van verstandhouding
-wisselden, om den geur van den strijd, dien zij in hunne kleeren
-meebrachten, buiten te laten.
-
---Gekheid! riep Du Poizat, hij neemt ons in de maling. Hij verstaat ons
-heel goed. Kijk maar eens naar zijn ooren 's avonds, hoe hij ze spitst.
-
-Om half elf, wanneer zij samen heengingen, was dat het gewone
-onderwerp. De groote man kon onmogelijk onbekend zijn met de toewijding
-zijner vrienden. Hij hield zich dom, zei de gewezen onder-prefect. Die
-drommelsche Rougon leefde als een hindoesche afgod, ingedommeld
-in zelfvoldaanheid, de handen op den buik gevouwen, glimlachend te
-midden eener menigte getrouwen, die hem aanbaden en zich de grootste
-opofferingen getroostten. Men vond die vergelijking zeer juist.
-
---Ik zal een wakend oogje over hem houden, besloot Du Poizat.
-
-Maar hoe men Rougon's gelaat ook bestudeerde, het bleef gesloten,
-kalm, bijna naïef. Misschien veinsde hij toch niet. Bovendien, Clorinde
-had liever dat hij zich met niets bemoeide. Zij was bang dat hij haar
-plannen dwarsboomen zou, wanneer men hem dwong de oogen te openen. Men
-werkte als het ware zijns ondanks aan zijn verheffing. Men moest hem,
-desnoods tegen wil en dank, aandrijven om den top te bereiken, later
-zou men wel afrekenen.
-
-Intusschen liepen de zaken niet vlug genoeg van stapel, de bende begon
-ongeduldig te worden. Men maakte Rougon geen bepaald verwijt van al wat
-men voor hem deed, maar men gaf hem heimelijke steken, dubbelzinnige
-toespelingen. De kolonel kwam nu dikwijls met wit bestofte laarzen op
-zijn soirées; hij had geen tijd gehad om naar huis te gaan, hij had
-zich den heelen middag buiten adem geloopen voor allerlei onnoozele
-boodschappen, waarvoor men hem zeker nooit dankje zou zeggen. Op andere
-avonden was het mijnheer Kahn, met oogen gezwollen van vermoeienis,
-die klaagde dat hij al een maand lang te laat op bleef; hij kwam veel
-in gezelschappen, niet omdat hij dat zoo prettig vond, o hemel neen,
-maar hij ontmoette er zekere lui voor zekere zaken. Of wel mevrouw
-Correur vertelde aandoenlijke geschiedenissen, bijvoorbeeld van een
-arme jonge vrouw, een zeer fatsoenlijke weduwe, die zij gezelschap
-ging houden, en het speet haar zoo dat zij niets te zeggen had, maar
-als zij de regeering was, dan zou ze heel wat onrechtvaardigheden
-beletten. Daarop legden alle vrienden hun eigen grieven bloot;
-ieder klaagde dat hij het heel anders kon hebben, als hij niet zoo
-dom was geweest; eindelooze klachten, die met een blik op Rougon
-nog duidelijker gemaakt werden. Men wondde hem tot bloedens toe,
-men prees zelfs mijnheer de Marsy. In het begin had hij zijn kalmte
-bewaard, deed hij alsof hij er niets van begreep. Maar na eenige
-avonden brachten enkele woorden, die in zijn salon gesproken werden,
-zijn gelaatsspieren in trilling. Hij werd niet boos, hij kneep alleen
-de lippen opeen, als onder onzichtbare naaldenprikken. En ten laatste
-werd hij zoo zenuwachtig dat hij zijn kunstjes met de kaarten opgaf,
-ze gelukten hem niet meer, hij liep liever met kleine stapjes op
-en neer in zijn salon, om met dezen en genen te praten en ze dan
-plotseling in den steek te laten, wanneer de bedekte verwijten weer
-begonnen. Soms overweldigde hem een ziedende toorn, hij scheen zijn
-handen met kracht achter zijn rug samen te drukken, om niet toe te
-geven aan den lust om al die lui de straat op te werpen.
-
---Kinderen, zei de kolonel op een avond, ik kom in geen veertien
-dagen terug.... We moeten ons boos toonen. We zullen eens zien of
-hij het alleen zoo prettig zal vinden.
-
-Rougon, die lust gevoeld had zijn deur gesloten te houden, vond
-het zeer onaangenaam dat men hem in den steek liet. De kolonel had
-woord gehouden, anderen volgden zijn voorbeeld na; het salon was
-bijna leeg, er ontbraken telkens vier of vijf vrienden. Wanneer
-een hunner na een lange afwezigheid weer verscheen, en de groote
-man hem vroeg of hij soms ziek geweest was, antwoordde hij met een
-verbaasd neen, en gaf hij geen nadere verklaring. Op een Donderdag
-kwam er niemand. Rougon bracht zijn avond alleen door, met gebogen
-hoofd en de handen op den rug door het ruime vertrek wandelend. Voor
-de eerste maal gevoelde hij hoe sterk de band was tusschen hem en
-zijn vrienden. Zijn schouderophalen getuigde van zijn minachting,
-wanneer hij dacht aan de domheid van de Charbonnels, de afgunstige
-woede van Du Poizat, de dubbelzinnige vriendelijkheden van mevrouw
-Correur. En toch had hij behoefte om ze te zien, die huisvrienden
-die hij zoo weinig telde, een behoefte om over ze te heerschen, de
-behoefte van een ijverzuchtig meester, die heimelijk lijdt over de
-minste ontrouw. Zij schenen hem nu een deel uit te maken van zijn
-bestaan, of liever, hij was langzamerhand in hen opgegaan, zoodat
-het hem toescheen alsof hij iets van zijn persoonlijkheid miste,
-wanneer zij zich van hem afzonderden. Als hun afwezigheid dan ook
-te lang duurde, schreef hij hun. Hij ging ze zelfs opzoeken om den
-vrede te herstellen, na ernstige pruilerijen. Het was nu een gekibbel
-zonder eind, in de rue Marbeuf, met die afwisselende oneenigheden en
-verzoeningen van gehuwden, waarbij de liefde in verbittering overgaat.
-
-In de laatste dagen van December had het vooral gespannen. Op een
-avond had het eene woord het andere uitgelokt, en een hevige twist was
-het gevolg geweest. Men zag elkander in geen drie weken terug. Om de
-waarheid te zeggen, begon de bende te wanhopen. De slimst overlegde
-plannen leidden tot geen noemenswaardig resultaat. De toestand scheen
-vooreerst niet te zullen veranderen, de bende had de hoop al opgegeven
-dat een onverwachte catastrophe Rougon onmisbaar zou maken. Ze
-had op de opening der zitting van het Wetgevende lichaam gewacht,
-maar de bekrachtiging van de bewindvoerders had plaats gehad zonder
-eenig ander incident dan de eedweigering van twee republikeinsche
-afgevaardigden. Nu begreep zelfs mijnheer Kahn dat de algemeene
-politiek niet meer in hun voordeel zou veranderen. Rougon hield zich
-in zijn teleurgestelde hoop meer dan ooit met zijn onderneming bezig,
-als om de zenuwtrekkingen van zijn gelaat, die hij niet meer in
-bedwang kon houden, te verbergen.
-
---Ik voel me niet goed, zei hij soms. Ge ziet het, mijn handen
-beven. De dokter heeft me beweging aangeraden. Ik ben den heelen dag
-in de buitenlucht.
-
-Inderdaad, hij ging veel uit. Men zag hem lusteloos en verstrooid
-rondwandelen. Hield men hem staande, dan sprak hij van eindelooze
-tochten. Op een morgen, toen hij thuis kwam om te ontbijten, vond hij
-een visitekaartje met een vergulden rand, waarop de naam Gilquin met
-een mooie Engelsche letter geschreven stond; de kaart was heel vuil,
-vol afdrukken van vette vingers. Hij schelde zijn huisknecht.
-
---Heeft degeen die u dit kaartje afgegeven heeft, niets gezegd? vroeg
-hij.
-
-De knecht, een nieuweling, glimlachte even.
-
---'t Is een mijnheer met een groene overjas. Hij was heel vriendelijk,
-hij gaf me een sigaar.... Hij heeft alleen gezegd dat hij een vriend
-van u was.
-
-En hij wou heengaan, toen hij zich bedacht.
-
---Ik geloof dat hij iets op den achterkant geschreven heeft.
-
-Rougon keerde het kaartje om en las de volgende, met potlood geschreven
-woorden: "Kan onmogelijk wachten. In den loop van den avond kom ik
-terug. Er is haast bij, een grappige geschiedenis." Hij maakte een
-gebaar van ongeduld. Maar na het ontbijt kwam die laatste zin hem
-weer voor den geest. Wat kon dat voor zaak zijn die Gilquin grappig
-vond? Sinds hij den gewezen handelsreiziger met duistere, ingewikkelde
-zaken belast had, zag hij hem geregeld eens per week, des avonds,
-verschijnen; nooit had hij zich 's morgens aangemeld. Het gold dus iets
-buitengewoons. Rougon, die allerlei gissingen maakte, en eindelijk
-overmeesterd werd door een ongeduld dat hij zelf belachelijk vond,
-besloot uit te gaan om te trachten Gilquin vóór den avond te spreken.
-
---De een of andere dronkemanshistorie, dacht hij toen hij de
-Champs-Elysées doorging. Enfin, dan weet ik hoe of wat.
-
-Hij ging te voet, daar hij den raad van zijn dokter wou
-opvolgen. 't Was een prachtige dag, een heldere Januari-zon aan een
-onbewolkten hemel. Gilquin woonde niet meer in de passage Guttin,
-te Batignolles. Op zijn kaartje stond: rue Guisarde, faubourg
-Saint-Germain.
-
-Het kostte Rougon heel wat moeite eer hij die morsige straat, dicht
-bij de kerk Saint-Sulpice, ontdekt had. Aan het einde van een donkere
-gang vond hij eene conciërge, die met de koorts te bed lag en hem
-met haar bevende stem toeriep:
-
---Mijnheer Gilquin.... Och, ik weet het niet. Kijk maar eens op de
-vierde verdieping, de deur links.
-
-Op de vierde verdieping stond Gilquin's naam op de deur geschreven,
-omringd door krullen en versieringen, die, vlammende, met pijlen
-doorboorde harten voorstelden. Maar op al zijn kloppen antwoordde
-slechts het tiktak van een koekoekklokje en het zachte miauwen van
-een kat. Hij had van te voren wel gedacht dat hij een vergeefschen
-tocht zou doen, maar toch gevoelde hij er zich door verlicht. Hij ging
-gekalmeerd naar beneden en zei bij zichzelf dat hij heel goed tot den
-avond kon wachten. Toen hij buiten was, vertraagde hij zijn tred;
-hij stak de marché Saint-Germain over, ging de rue de Seine door,
-zonder bepaald doel, en al wat vermoeid, maar toch besloten om te
-voet naar huis te gaan. Toen hij op de hoogte van de rue Jacob kwam,
-dacht hij op eens aan de Charbonnels. In geen tien dagen had hij ze
-gezien. Ze waren verstoord op hem. Toen besloot hij even bij hen aan
-te gaan om ze de hand te reiken. Het weer was dien middag zoo zacht,
-dat zijn stemming er den invloed van ondervond.
-
-De kamer der Charbonnels in het hôtel du Périgord, zag uit op de
-binnenplaats, die zeer somber was en waaruit een vuile gootsteenlucht
-omhoog steeg. Ze was groot en donker, met een kreupel mahoniehouten
-ameublement en verschoten damasten gordijnen. Toen Rougon binnentrad,
-was mevrouw Charbonnel bezig haar japonnen op te vouwen en op den
-bodem van een diepen koffer te leggen, terwijl mijnheer Charbonnel
-met inspanning van al zijn krachten, een anderen, kleineren koffer
-met touwen vastbond.
-
---Hoe nu, gaat u vertrekken? vroeg hij glimlachend.
-
---Ach ja, antwoordde mevrouw Charbonnel met een diepen zucht, er is
-nu heelemaal geen hoop meer.
-
-Intusschen schenen zij zeer gevleid door zijn bezoek. Daar alle
-stoelen met kleedingstukken en pakjes bezet waren, ging hij op den
-rand van het bed zitten en hernam op zijn goedigen toon:
-
---Laat maar, ik zit hier goed.... Ga intusschen uw gang, ik wil u
-niet storen.... Vertrekt u met den trein van achten?
-
---Ja, met den trein van achten, zei mijnheer Charbonnel. We hoeven
-nog maar zes uur in Parijs te blijven.... Ach, het zal ons nog lang
-heugen, mijnheer Rougon.
-
-En hij die zoo weinig placht te spreken, wond zich vreeselijk op,
-stak de vuist dreigend uit naar het venster en zei, dat men in
-zoo'n stad moest komen om te twee uur in den namiddag niets meer te
-kunnen zien. Dat grauwe daglicht, dat door die nauwe opening boven
-de binnenplaats naar beneden viel, dat was Parijs. Maar goddank, hij
-zou de zon weer terugvinden in zijn tuin te Plassans. En hij keek
-in de kamer rond of hij niets vergeten had. 's Morgens had hij een
-spoorboekje gekocht. Op den schoorsteen lag een gebraden kip in een
-vettig papier, die zouden ze meenemen om onderweg te gebruiken.
-
---Vrouwlief, zei hij, heb je de laden wel leeggemaakt?.... Ik had mijn
-pantoffels in het nachtkastje staan.... Ik geloof, dat er papieren
-achter de latafel zijn gevallen.
-
-Rougon, op den rand van het bed gezeten, keek met een beklemd hart
-naar de toebereidselen van die oudjes, die met bevende handen hun
-pakjes dichtmaakten. Hij voelde een stil verwijt in hun ontroering. Hij
-had ze zoolang in Parijs opgehouden; en nu eindigde dat alles in een
-volslagen teleurstelling, een werkelijke vlucht.
-
---Ge doet er verkeerd aan, mompelde hij.
-
-Mevrouw Charbonnel maakte een gebaar, alsof zij hem smeekte te
-zwijgen. Daarop zei ze levendig:
-
---Hoor eens, mijnheer Rougon, beloof ons niets. Ons ongeluk zou weer
-van voren af aan beginnen.... Wanneer ik bedenk, dat we hier al twee
-en een half jaar wonen! Twee en een half jaar, groote God, in dit
-hol!.... Mijn leven lang zal ik er een pijnlijk been uit houden;
-ik sliep hier altijd achteraan, en zie eens, het water druipt daar
-langs den muur.... Neen, ik kan u alles niet vertellen. 't Is te
-veel om op te noemen. We hebben schatten uitgegeven. Kijk, gisteren
-heb ik dien grooten koffer moeten koopen om alles mee te nemen wat
-we hier in Parijs versleten hebben, slecht genaaide kleeren die we
-schandelijk duur gekocht hebben, linnengoed dat vol gaten en scheuren
-van de waschvrouw terugkwam.... O, die waschvrouwen hier, die zal ik
-waarlijk niet betreuren! Ze branden alles stuk met hun chloor.
-
-En zij wierp een bundel lappen in den koffer, terwijl zij uitriep:
-
---Neen, neen, we gaan heen. Nog een uur langer, ziet u, en ik zou
-het besterven.
-
-Maar Rougon kwam weer telkens op hun zaak terug. Hadden ze dan zulk
-slecht nieuws gehoord? Toen vertelden de Charbonnels hem bijna huilend,
-dat de erfenis van hun achterneef Chevassu hun bepaald ontgaan zou. De
-Raad van State was op het punt de zusters van de Heilige Familie te
-machtigen het legaat van vijfhonderd duizend francs te aanvaarden. En
-wat hun alle hoop benomen had, was de omstandigheid dat monseigneur
-Rochart zich te Parijs moest bevinden, om nogmaals te trachten de
-zaak tot een gunstig einde te brengen.
-
-Mijnheer Charbonnel staakte op eens zijn inspannend werk en in een
-opwelling van spijt zijn handen wringende, riep hij telkens:
-
---Vijfhonderd duizend francs! Vijfhonderd duizend francs!
-
-En beiden gingen ontmoedigd zitten, de man op den koffer, de vrouw op
-een pak linnengoed, midden in de wanordelijke kamer. En langzaam en
-zacht begonnen zij te klagen; wanneer de een zweeg, begon de andere
-weer. Zij herdachten hun teedere genegenheid voor hun achterneef
-Chevassu. Wat hadden zij hem liefgehad! In werkelijkheid hadden zij
-hem in geen zeventien jaar gezien, toen zij zijn dood vernamen. Maar
-op dit oogenblik meenden zij te goeder trouw dat zij hem liefgehad
-hadden, dat zij hem in zijn ziekte met allerlei oplettendheden
-overladen hadden. Daarop beschuldigden zij de zusters van de
-H. Familie van schandelijke handelingen; ze hadden op bedriegelijke
-wijze het vertrouwen van hun bloedverwant weten te winnen, ze hadden
-zijn vrienden van hem verwijderd, ze hadden een onafgebroken dwang
-uitgeoefend op zijn door de ziekte verzwakten wil. Mevrouw Charbonnel,
-die toch vroom was, ging zelfs zoover dat ze met een afschuwelijk
-praatje voor den dag kwam, volgens hetwelk hun achterneef Chevassu van
-angst gestorven was, nadat hij zijn testament gemaakt had, dat hem door
-een priester gedicteerd was, die hem den duivel aan het voeteneind van
-zijn bed had laten zien. Wat den bisschop van Faverolles, monseigneur
-Rochart aangaat, het stond hem al heel leelijk dat hij brave lieden,
-die in geheel Plassans bekend waren door de eerlijke manier waarop
-zij hun kapitaaltje in den oliehandel verdiend hadden, van hun geld
-en goed wou berooven.
-
---Maar alles is misschien nog niet verloren, zei Rougon die zag dat
-ze al begonnen te weifelen. Monseigneur Rochart is onze lieve Heer
-niet.... Ik heb me niet met u bezig kunnen houden. Ik heb zooveel
-zaken! Laat me eens zien hoe het er mee staat. Ik zal toch zorgen,
-dat ze ons niet afzetten.
-
-De Charbonnels keken elkander met een licht schouderophalen aan. De
-man mompelde:
-
---'t Is de moeite niet meer waard, mijnheer Rougon.
-
-En toen Rougon aandrong en zwoer dat hij alle pogingen in het werk
-zou stellen, dat hij niet van plan was ze zoo te laten vertrekken,
-herhaalde de vrouw:
-
---'t Is zeker de moeite niet meer waard. Ge haalt u vergeefsche moeite
-op den hals.... We hebben met onzen advocaat over u gesproken. Hij
-begon te lachen, hij zei dat u op het oogenblik niet tegen monseigneur
-Rochart opgewassen zijt.
-
---Als men niet tegen iemand opgewassen is, wat zal men er dan aan
-doen? zei mijnheer Charbonnel op zijn beurt. Dan is het beste maar
-toe te geven.
-
-Rougon liet het hoofd zinken. De woorden van die twee oudjes troffen
-hem als een klap in het aangezicht. Nooit had zijn onmacht hem meer
-gekweld.
-
-Intusschen ging mevrouw Charbonnel voort:
-
---We gaan naar Plassans terug. Dat is de wijste partij.... O, we
-scheiden als vrienden, mijnheer Rougon. Als we mevrouw Félicité,
-uw moeder, daarginds zien, zullen we haar zeggen dat ge u ondankbare
-moeite voor ons getroost hebt. En als anderen ons iets mochten vragen,
-wees maar niet bang dat we een woord tot uw nadeel zouden zeggen. Men
-kan geen ijzer met handen breken, nietwaar?
-
-Nu was de maat vol. Hij zag in zijn verbeelding de Charbonnels, in
-hun stadje teruggekeerd. Dat zou daar 's avonds een gepraat geven! 't
-Was voor hem een persoonlijke nederlaag, die hij de eerste jaren niet
-te boven zou komen.
-
---Blijft! riep hij, ik wil dat u blijft!.... We zullen eens zien of
-monseigneur Rochart me in éen hap opslokt!
-
-Zijn lach had iets verontrustends, dat den Charbonnels schrik
-aanjoeg. Toch weigerden zij. Eindelijk stemden zij er in toe nog een
-poosje in Parijs te blijven, hoogstens acht dagen. De man maakte met
-heel veel moeite de touwen weer los, die hij met zooveel inspanning
-om den koffer gebonden had; de vrouw, ofschoon het pas drie uur was,
-stak een kaars aan om het linnengoed en de kleeren weer in de laden
-te leggen. Toen hij ze verliet, drukte Rougon hun vriendelijk de hand
-en hernieuwde zijn beloften.
-
-Hij was nog geen tien stappen de deur uit, of hij kreeg berouw. Waarom
-had hij die Charbonnels, die toch halsstarrig wilden vertrekken,
-teruggehouden? 't Was een uitmuntende gelegenheid geweest om zich
-van hen te ontslaan. Nu was hij meer dan ooit gebonden om hen dat
-proces te laten winnen. En hij was vooral boos op zichzelf, omdat
-hij gehoor gegeven had aan de inblazingen van zijn ijdelheid. Dat
-vond hij zijn kracht onwaardig. Enfin, hij had het beloofd, hij zou
-wel verder zien. Hij ging de rue Bonaparte door, de kade langs en de
-pont des Saints-Pères over.
-
-Het weer bleef zacht. Over de rivier streek echter een frisch
-windje. Hij was op het midden van de brug en knoopte zijn jas dicht,
-toen hij voor zich uit een dikke, in bont gehulde dame zag, die hem
-den weg versperde. Aan de stem herkende hij mevrouw Correur.
-
---Ach, is u het, zei ze op klagenden toon. Als ik u hier niet ontmoet
-had, zou u me in geen acht dagen gezien hebben. Neen, u is niet vlug
-om iemand te helpen.
-
-En zij verweet hem dat hij niets voor haar gedaan had van al wat zij
-hem maanden lang gevraagd had. Het betrof nog steeds die juffrouw
-Herminie Bellecoq, oud-élève van Saint-Denis, die haar verleider,
-een officier, wilde huwen, als een goede ziel hem de reglementaire
-huwelijksgift wilde voorschieten. En al die andere dames lieten haar
-geen oogenblik met rust; mevrouw de weduwe Leturc wachtte op haar
-tabaksdépôt; mevrouw Chardon, mevrouw Testanière, mevrouw Jalaguier,
-kwamen alle dagen haar nood klagen en haar herinneren aan de beloften
-die zij gemeend had te mogen doen.
-
---Ik had natuurlijk op u gerekend, zei ze ten slotte. O, u hebt me in
-een lastig parket gebracht!.... Ik ga onmiddellijk naar het ministerie
-van openbaar onderwijs voor de beurs van den kleinen Jalaguier. U
-had me die beurs beloofd.
-
-Zuchtend mompelde zij toen:
-
---Enfin, we zijn wel genoodzaakt overal heen te draven, daar gij
-weigert onze beschermer te zijn.
-
-Rougon, die last van den wind had, boog den rug en keek intusschen naar
-de haven Saint-Nicolas, die daar een hoekje van een kleine koopstad
-geleek. Terwijl hij naar mevrouw Correur luisterde, keek hij met
-belangstelling naar een boot die een lading suikerbrooden in had;
-mannen waren aan het lossen, en lieten de brooden glijden door een
-goot, die zij van twee planken gemaakt hadden. Driehonderd personen
-stonden op de kaden naar dat werk te kijken.
-
---Ik ben niets, ik vermag niets, antwoordde hij. Ge doet er verkeerd
-aan me dat kwalijk te nemen.
-
-Maar zij hernam:
-
---Och, zwijg maar, ik ken u! Als u wilt, kunt ge alles zijn.... Houd
-u maar zoo niet, Eugène!
-
-Hij kon een glimlach niet weerhouden. De vertrouwelijkheid van mevrouw
-Mélanie, zooals hij haar vroeger noemde, wekte de herinnering van
-het hôtel Vanneau in hem op, toen hij geen schoenen aan de voeten
-had en Frankrijk veroverde. Hij vergat zijn zelfverwijt van zooeven,
-toen hij de Charbonnels verliet.
-
---Laat hooren, zei hij met een goedig gezicht, wat hebt u me eigenlijk
-te vertellen? Maar laten we hier niet blijven staan. 't Is hier om
-te bevriezen. Daar u toch naar de rue de Grenelle gaat, zal ik tot
-aan het einde van de brug met u meegaan.
-
-Toen keerde hij op zijn schreden terug, en liep naast mevrouw Correur,
-zonder haar een arm te geven. Zij vertelde breedvoerig haar grieven.
-
---De anderen kunnen me eigenlijk zooveel niet schelen! Die dames kunnen
-wachten.... Ik zou u niet lastig vallen, ik zou even vroolijk zijn als
-eertijds, weet u nog wel, als ik niet zelf in groote onaangenaamheden
-zat. Dan wordt men wel eens bitter gestemd.... Mijn hemel, het is
-nog altijd die kwestie van mijn broer. Die arme Martineau, zijn vrouw
-heeft hem volslagen gek gemaakt. Hij heeft geen hart meer.
-
-En ze vertelde tot in de fijnste bijzonderheden hoe zij de vorige
-week een nieuwe poging tot verzoening gedaan had. Om precies te weten
-hoe haar broer over haar dacht, had zij een van haar vriendinnen,
-juffrouw Herminie Billecoq, die zij al een paar jaar lang hoopte uit
-te huwelijken, naar Coulonges gezonden.
-
---Haar reis heeft me honderd zeventien francs gekost, ging zij
-voort. Nu, wilt u weten hoe men haar ontvangen heeft? Mevrouw Martineau
-is schuimbekkende van woede voor haar gaan staan, en riep dat zij, als
-zij lichtekooien stuurde, ze door de politie zou laten oppakken. Mijn
-lieve Herminie beefde nog zoo, toen ik haar van den trein kwam afhalen,
-dat we een koffiehuis moesten binnengaan om iets te gebruiken.
-
-Zij waren aan het einde der brug gekomen. Wandelaars liepen hen tegen
-het lijf. Rougon trachtte haar met vriendelijke woorden te troosten.
-
---'t Is wel treurig, maar uw broer zal wel weer goed met u worden. De
-tijd baart rozen.
-
-En daar zij hem staande hield op den hoek van het trottoir, bij het
-geratel van de rijtuigen die den hoek omreden, ging hij weer langzaam
-terug naar de brug. Zij volgde hem en herhaalde:
-
---Wanneer Martineau sterft, is zij in staat zijn testament te
-verbranden, als hij dat nalaat. Die arme goede man is nog slechts
-vel over been. Herminie vond dat hij er heel slecht uitzag.... Ja,
-ik word wel geplaagd.
-
---Op het oogenblik valt er niets aan te doen, u zult moeten wachten,
-zei Rougon met een vaag gebaar.
-
-Ze hield hem weer staande op het midden van de brug en fluisterde:
-
---Herminie heeft me iets vreemds verteld. Het schijnt dat Martineau
-tegenwoordig aan politiek meedoet. Hij is republikein. Bij de laatste
-verkiezingen heeft hij het land in rep en roer gebracht. Dat heeft
-me doen schrikken. Zeg, zou men hem lastig kunnen vallen?
-
-Er volgde een korte stilte. Zij keek hem strak aan. En hij oogde een
-landauer na, alsof hij haar blik wou ontwijken. Toen hernam hij met
-een argeloos gezicht:
-
---Wees maar gerust. Ge hebt vrienden, niet waar? Nu, reken op hen.
-
---Ik reken op u, Eugène, zei ze op zachten, teederen toon.
-
-Toen scheen hij getroffen. Hij keek haar op zijn beurt aan en hij
-vond haar aandoenlijk, met haar dikken hals, haar geblanket gelaat,
-als een mooie vrouw die jeugdig wou blijven. Zij vertegenwoordigde
-zijn geheele jeugd.
-
---Ja, reken op mij, antwoordde hij, haar handen drukkend. U weet wel
-dat ik in al uw geschillen aan uw zijde sta.
-
-Hij vergezelde haar tot aan de quai Voltaire. Toen zij hem verlaten
-had, ging hij eindelijk de brug over, zijn tred vertragende, met
-belangstelling kijkende naar de suikerbrooden die op de kade van de
-haven Saint-Nicolas gelost werden. Hij ging zelfs een oogenblik tegen
-de borstwering leunen. Maar de brooden die in de goten gleden, het
-groene water dat onder de bogen der brug doorstroomde, de toeschouwers,
-de huizen, alles raakte dooreen verward en loste zich op in een
-onweerstaanbaar gemijmer. Hij dacht aan allerlei verwarde zaken,
-hij daalde met mevrouw Correur in donkere diepten neer. En hij had
-geen spijt meer; hij verlangde slechts heel groot, heel machtig te
-zijn ten einde zijn omgeving boven hopen en denken te bevredigen.
-
-Een huivering wekte hem uit zijn gepeins. Hij rilde van koude. De nacht
-viel, de windjes die van de rivier kwamen, joegen kleine stofwolkjes
-op de kaden omhoog. Terwijl hij de quai des Tuileries langs ging,
-voelde hij zich zeer afgemat. De moed ontbrak hem plotseling om te
-voet naar huis te gaan. Er reden echter slechts volle vigelantes
-voorbij, en hij zag reeds van een rijtuig af, toen hij een koetsier
-plotseling voor hem stil zag houden. Een hoofd werd buiten het portier
-gestoken. Mijnheer Kahn riep hem toe:
-
---Ik ging juist naar u toe. Stap toch in! Ik zal u thuis brengen,
-onderweg kunnen we praten.
-
-Rougon stapte in. Hij zat ternauwernood, of de gewezen afgevaardigde
-barstte in een vloed van heftige woorden uit.
-
---Och, beste vriend, men heeft me daar een voorstel gedaan.... Ge
-raadt het nooit. Ik ben er warm van.
-
-En terwijl hij het portierraampje liet zakken:
-
---U hebt er niets op tegen, hè?
-
-Rougon ging in een hoekje leunen, terwijl hij door het open raampje den
-grijzen muur van den tuin der Tuileriën voorbij zag glijden. Mijnheer
-Kahn ging met levendige gebaren voort:
-
---U weet, ik heb uw raad gevolgd.... Sedert twee jaar voer ik
-hardnekkig strijd. Ik heb den keizer driemaal gezien, ik schrijf al
-mijn vierde memorie over die kwestie. Al heb ik de concessie van mijn
-spoorweg niet gekregen, ik heb toch altijd belet dat Marsy haar aan
-de compagnie de l'Ouest kon geven.... Enfin, ik heb gewacht tot we
-de sterksten zouden zijn, zooals ge me gezegd hadt.
-
-Hij zweeg een oogenblik, zijn stem ging verloren in het afschuwelijk
-geraas van een met ijzer beladen wagen, die langs de kade reed. Toen
-de vigelante den wagen voorbij was, ging hij voort:
-
---Nu, zoo even is er een heer, die me geheel onbekend is, op mijn
-kantoor verschenen om mij uit naam van de Marsy en den directeur der
-compagnie de l'Ouest de concessie aan te bieden, wanneer ik den heeren
-een millioen in aandeelen wou afstaan.... Wat zegt gij daarvan?
-
---Dat is wel wat duur, mompelde Rougon glimlachend.
-
-Mijnheer Kahn schudde het hoofd.
-
---Neen, maar, ge kunt u geen denkbeeld maken van de brutaliteit waarmee
-die lui optraden! Ik zou u mijn heele gesprek met den onbekende moeten
-mededeelen. Marsy verbindt zich voor dat millioen om mij te steunen en
-te zorgen, dat ik binnen een maand de vereischte vergunning krijg. Hij
-eischt zijn aandeel, meer niet.... En toen ik van den keizer sprak,
-begon de man te lachen. Hij heeft me heel netjes aan het verstand
-gebracht, dat als ik den keizer voor me had, mijn zaak reddeloos
-verloren was.
-
-De vigelante reed de place de la Concorde op. Rougon kwam uit zijn
-hoekje, alsof hij het daar warm gehad had, met een roode kleur op
-de wangen.
-
---En hebt ge dien mijnheer de deur gewezen? vroeg hij.
-
-De gewezen afgevaardigde keek hem een oogenblik met sprakelooze
-verbazing aan. Zijn boosheid was plotseling gezakt. Hij dook op zijn
-beurt in een hoekje van het rijtuig weg, en zich zachtjes aan de
-schokken van het rijtuig overgevende, mompelde hij:
-
---Welneen, men wijst den lui zoo maar niet de deur, zonder
-nadenken.... Ik wou trouwens eerst uw raad inwinnen. Ik voor mij heb
-grooten lust het aan te nemen.
-
---Nooit, Kahn! riep Rougon woedend. Nooit!
-
-En de discussies begonnen. Mijnheer Kahn noemde cijfers; een millioen
-was buiten kijf verbazend veel om iemand om te koopen, maar hij bewees
-dat men door zekere operaties dat gaatje wel kon stoppen. Rougon
-luisterde niet, hij wou er niet van hooren. Hij bekommerde zich niet
-om geld. Maar hij wou niet dat Marsy een millioen in zijn zak zou
-steken, omdat in het geven van dat millioen een bekentenis van zijn
-onmacht opgesloten lag, en tevens een bewijs dat hij den invloed van
-zijn tegenstander buitensporig hoog schatte.
-
---Ge ziet wel dat hij het moe wordt. Hij legt de duimschroeven
-aan.... Wacht maar, we krijgen de concessie voor niets.
-
-En bijna dreigend ging hij voort:
-
---We zouden in onmin geraken, ik waarschuw u. Ik kan niet toestaan
-dat een mijner vrienden zoo afgezet wordt.
-
-Een stilte volgde. De vigelante reed de Champs-Elysées op. Beiden
-schenen diep in gedachten, de boomen langs den weg te tellen. Mijnheer
-Kahn verbrak het eerst het stilzwijgen door de halfluide opmerking:
-
---Hoor eens, ik zou niets liever willen, ik wil u niet in den steek
-laten, maar ge moet zelf toestemmen dat ik nu al bijna twee jaar....
-
-Hij hield even op, om met een andere zinswending te vervolgen:
-
---Enfin, 't is uw schuld niet, uw handen zijn op het oogenblik
-gebonden. We moesten het millioen maar geven, heusch!
-
---Nooit! herhaalde Rougon stellig. Binnen veertien dagen hebt ge uw
-concessie, hoort ge!
-
-De vigelante was stilgehouden voor het kleine hôtel in de rue
-Marbeuf. Toen bleven zij, zonder uit te stappen, met gesloten portier,
-nog een oogenblik praten, heel op hun gemak, alsof zij in hun kamer
-zaten. Rougon kreeg dien avond mijnheer Bouchard en kolonel Jobelin
-ten eten, en hij wou mijnheer Kahn ook houden, maar deze moest tot zijn
-spijt weigeren, daar hij al een andere uitnoodiging had aangenomen. Nu
-was de groote man op eens vol ijver voor de concessie. Toen hij
-uitgestapt was, sloot hij vriendelijk het portier en wisselde hij
-een laatste knikje met den oud-afgevaardigde.
-
---Tot morgen, Donderdag, niet waar? riep deze, terwijl hij onder het
-wegrijden zijn hoofd uit het portierraampje stak.
-
-Rougon kwam opgewonden in huis. Hij kon zelfs de avondbladen niet
-lezen. Ofschoon het pas vijf uur was, ging hij naar het salon en bleef
-daar op en neer loopen, wachtende op zijn gasten. De eerste zonnige dag
-in het jaar, die bleeke Januari-zon, had hem een begin van hoofdpijn
-bezorgd. Zijn ontmoetingen op dien middag hadden een levendigen indruk
-by hem achtergelaten. De geheele bende,--de vrienden die hij verdroeg,
-die welke hij vreesde en die voor welke hij werkelijk genegenheid
-had opgevat,--dreef hem tot een onmiddellijke ontknooping. En dat
-mishaagde hem niet; hij gaf hun gelijk dat ze ongeduldig werden,
-hij voelde een toorn in zich opkomen, die zoo groot was als van hen
-allen gezamenlijk. 't Was alsof men langzamerhand de ruimte voor hem
-vernauwd had. Het oogenblik was nabij, waarop hij een vreeselijken
-sprong zou moeten wagen.
-
-Op eens dacht hij aan Gilquin, dien hij geheel vergeten had. Hij
-schelde om te vragen of "de heer met de groene jas" in zijn afwezigheid
-teruggekomen was. De knecht had niemand gezien. Toen beval hij hem in
-zijn kamer te laten, wanneer hij in den loop van den avond komen mocht.
-
---En dan moet ge me dadelijk waarschuwen, ging hij voort, zelfs al
-zitten we nog aan tafel.
-
-Toen haalde hij uit nieuwsgierigheid Gilquin's kaartje weer voor den
-dag. Hij las en herlas: "Er is haast bij, een grappige geschiedenis"
-zonder er wijzer door te worden. Toen mijnheer Bouchard en de kolonel
-kwamen, liet hij het kaartje in zijn zak glijden, voortdurend denkend
-aan dien zin, die hem ontstemde.
-
-Het diner was zeer eenvoudig. Mijnheer Bouchard leefde al een paar
-dagen als vrijgezel, daar zijn vrouw naar een zieke tante had moeten
-gaan, van wier bestaan hij nu eerst hoorde. De kolonel, die altijd
-een welkome gast bij de Rougons was, had dien avond zijn zoon Auguste
-meegebracht. Mevrouw Rougon nam de honneurs aan tafel waar, met haar
-stille minzaamheid. De bediening geschiedde onder haar nauwlettend
-toezicht, zonder dat men het minste gerinkel hoorde. Het gesprek liep
-over de studiën op de lycées. De chef de bureau haalde versregels van
-Horatius aan, sprak over de prijzen die hij in 1813 hy de algemeene
-wedstrijden behaald had. De kolonel had meer militaire tucht verlangd;
-en hij vertelde waarom Auguste voor het candidaatsexamen was afgewezen:
-de jongen was zoo vlug van begrip, dat hij altijd meer wist dan de
-professoren vroegen, en dat konden die heeren niet verdragen. Terwijl
-zijn vader die uitlegging aan zijn niet-slagen gaf, at Auguste met
-een geniepig lachje een stukje gevogelte.
-
-Bij het dessert scheen Rougon, die tot dusver verstrooid had
-toegeluisterd, op te schrikken door een luid gebel. Hij dacht dat
-het Gilquin was, en naar de deur kijkende vouwde hij werktuigelijk
-zijn servet op, in afwachting dat hij geroepen zou worden. Maar het
-was Du Poizat die binnentrad. De gewezen onder-prefect ging op twee
-passen afstands van de tafel zitten, als een goede bekende. Hij kwam
-dikwijls, vroeg in den avond, dadelijk na het eten, dat hij in een
-klein pension op de faubourg Saint-Honoré gebruikte.
-
---Ik ben doodmoe, mompelde hij, zonder eenige nadere verklaring
-te geven over zijn drukke bezigheden in den middag. Ik zou naar bed
-gegaan zijn, als ik niet even de kranten had willen inzien. Ze liggen
-zeker in uw kamer, niet waar Rougon?
-
-Toch bleef hij zitten en gebruikte een peer met een drupje wijn. Het
-gesprek liep nu over de duurte der levensmiddelen; alles was in
-twintig jaar tijds tweemaal zoo duur geworden. Het heugde mijnheer
-Bouchard nog dat hij een paar duiven voor vijftien sous had zien
-verkoopen. Intusschen trok mevrouw Rougon, zoodra de koffie en
-de likeuren rondgediend waren, zich bescheiden terug. Men keerde
-zonder haar naar het salon terug en richtte het daar heel huiselijk
-in. De kolonel en de chef de bureau brachten zelf de speeltafel voor
-den haard; en terwijl zij de kaarten schudden, verdiepten zij zich
-reeds in allerlei combinaties. Auguste bladerde in een geïllustreerd
-tijdschrift, dat op een hoektafeltje lag. Du Poizat was verdwenen.
-
---Zie eens wat een spel, zei de kolonel op eens. Zeldzaam, hè?
-
-Rougon kwam naderbij en knikte. Toen hij vervolgens de tang ter hand
-wou nemen om de houtblokken wat op te rakelen, kwam de knecht, die
-zachtjes binnengetreden was, hem aan het oor fluisteren:
-
---Die mijnheer van van morgen is er.
-
-Hij kreeg op eens een schok. Hij had de bel niet hooren overgaan. In
-zijn kamer vond hij Gilquin met een rotting onder den arm, als een
-kenner met half dichtgeknepen oogen een slechte gravure bekijkende,
-die Napoleon op St. Helena voorstelde. Zijn groene jas was tot aan
-de kin dichtgeknoopt; op het hoofd, half op het eene oor droeg hij
-een bijna nieuwen zijden hoed.
-
---Welnu? vroeg Rougon levendig.
-
-Maar Gilquin haastte zich niet. Hij schudde het hoofd en zei met het
-oog op de gravure:
-
---Toch goed getroffen!.... Hij staat er net op of hij vreeselijk het
-land heeft.
-
-De kamer werd verlicht door een enkele lamp, op den hoek der
-schrijftafel. Toen Rougon binnentrad, vernam hij een licht gekraak,
-als van papier, dat uit een fauteuil met een breeden rug, die voor den
-haard geplaatst was, scheen te komen. Maar toen daarop een diepe stilte
-volgde, meende hij het geknetter van een half uitgedoofd houtblok
-gehoord te hebben. Rougon noodigde Gilquin uit plaats te nemen,
-maar deze weigerde, en de beide mannen bleven bij de deur staan,
-in de schaduw van een boekenkast.
-
---Welnu? herhaalde Rougon.
-
-En hij vertelde dat hij dien middag de rue Guisarde was
-doorgegaan. Toen sprak de ander over zijn portierster, een uitstekende
-vrouw, die een borstkwaal opgedaan had in dat vochtige benedenhuis.
-
---Maar die zaak daar haast bij is.... Wat is dat toch?
-
---Wacht even! Daar ben ik juist voor hier, we komen er zoo dadelijk
-op. En ben je boven geweest, heb je de poes gehoord? Verbeeld je,
-die is langs de goten op mijn kamer gekomen. Op een nacht had ik het
-raam open gelaten, en 's morgens lag ze naast me op bed. Ze likte me
-den baard. Dat vond ik zoo grappig, dat ik haar gehouden heb.
-
-Eindelijk kwam hij met de zaak voor den dag. Maar het was een lange
-geschiedenis. Hij begon met zijn liefdesbetrekking te vertellen
-met een strijkster, die op een avond bij het uitgaan van de Ambigu
-verliefd op hem was geworden. Die arme Eulalie had zich genoodzaakt
-gezien haar meubels aan haar huisheer te laten, omdat een minnaar
-haar verlaten had juist toen zij vijf termijnen schuldig was. Toen
-woonde zij sinds een dag of tien in een logement in de rue Montmartre,
-dicht bij haar atelier; en nu had hij de heele week bij haar geslapen,
-op de tweede verdieping, in een klein kamertje dat op de plaats uitzag.
-
-Rougon hoorde hem geduldig aan.
-
---Drie dagen geleden, ging Gilquin voort, had ik een koek en een
-flesch wijn meegebracht.... We hebben dat in bed verorberd. We gaan
-vroeg naar bed, weet je.... Eulalie is even voor twaalven opgestaan,
-om de kruimels van de dekens te schudden. En dadelijk daarop lag ze
-weer in diepen slaap. Die kan slapen, hoor!.... Maar ik sliep niet. Ik
-had de kaars uitgeblazen en ik lag voor me uit te kijken naar de
-lucht, toen er plotseling twist ontstond in de kamer daarnaast. Ik
-moet er bij vertellen, dat de twee kamers vroeger ineenliepen, maar
-de deur is nu dichtgespijkerd. De stemmen klonken weer zachter; de
-vrede scheen hersteld; maar ik hoorde zulke vreemde geluiden, dat ik,
-ronduit gezegd, eens door een reet van de deur ging kijken.... Neen,
-je raadt nooit wat ik zag....
-
-Hij zweeg even, met groote oogen, genietende van de uitwerking die
-zijn woorden zouden hebben.
-
---Nu dan, ze waren met hun beiden, een jonge man van vijf en twintig,
-tamelijk knap, en een oude van over de vijftig, klein, mager en
-ziekelijk.... Die snaken stonden pistolen te bekijken, dolken, degens,
-allerlei wapenen die blonken van nieuwheid. Ze spraken een taaltje,
-dat ik eerst niet begreep. Maar aan sommige woorden begreep ik dat
-het Italiaansch was. Je weet, ik heb in Italië gereisd. Toen heb ik
-eens goed toegeluisterd en ik heb alles begrepen.... Het zijn heeren
-die naar Parijs zijn gekomen om den keizer te vermoorden. Ziedaar!
-
-En hij kruiste de armen en drukte zijn wandelstok tegen zijn borst,
-terwijl hij telkens herhaalde:
-
---Grappig, hè?
-
-Dat was de zaak die Gilquin zoo grappig vond. Rougon haalde de
-schouders op; men had hem wel twintigmalen op samenzweringen attent
-gemaakt. Maar de gewezen handelsreiziger gaf nauwkeurige bijzonderheden
-aan.
-
---Je hebt me gezegd, dat ik je al de praatjes in de buurt moest komen
-vertellen. Ik wil je graag een dienst bewijzen, ik breng je alles over,
-niet waar? Schud nu maar je hoofd zoo niet.... Geloof je niet dat ik,
-als ik naar de prefectuur was gegaan, een aardig fooitje zou gekregen
-hebben? Maar ik wil er liever een vriend van laten profiteeren. 't
-Is ernstig, hoor! Ga de zaak aan den keizer vertellen, wat drommel,
-die valt je nog om den hals!
-
-Sedert drie dagen hield hij een oogje op de mooie heertjes, zooals hij
-ze noemde. Overdag kwamen er nog twee anderen, éen jonge en éen van
-middelbaren leeftijd met een heel knap uiterlijk, een bleek gezicht en
-lang zwart haar, die het hoofd scheen te zijn. Al die luidjes kwamen
-uitgeput van vermoeienis thuis en spraken dan heel geheimzinnig met
-elkaar. Den vorigen avond had hij ze van die ijzeren "dingetjes"
-zien laden, hij geloofde bepaald dat het bommen waren. Hij had den
-sleutel aan Eulalie gevraagd en nu bleef hij op zijn kousen in de
-kamer, om alles af te luisteren. En tegen negen uur zorgde hij dat
-Eulalie lag te snorken, om de buren gerust te stellen. Naar zijn
-meening moest men in politieke zaken de vrouwen er buiten laten.
-
-Naar mate Gilquin sprak werd Rougon ernstiger. Onder den lichten
-roes van den gewezen handelsreiziger, te midden van de vreemde
-bijzonderheden waarmee hij zijn verhaal doorspekte, drong zich toch
-bij Rougon het geloof aan de waarheid van dat verhaal op. En die
-zenuwachtige gejaagdheid, die hij den ganschen dag gevoeld had, die
-kwellende nieuwsgierigheid, kwamen hem nu als een voorgevoel voor. En
-hij verdween overmeesterd door die innerlijke onrust die hem al van
-den morgen af bevangen had, een onwillekeurige ontroering van een
-sterk man, wiens lot door een kaartworp beslist zal worden.
-
---Domkoppen, die natuurlijk de heele politie achter kun hielen krijgen,
-zei hij met voorgewende onverschilligheid.
-
-Gilquin begon spotachtig te lachen. Binnensmonds prevelde hij:
-
---De politie zal zich in dat geval moeten haasten.
-
-En hij zweeg, terwijl hij lachend een deuk in zijn hoed sloeg. De
-groote man begreep dat hij nog niet alles verteld had. Hij keek hem
-strak aan, maar de ander had de deur reeds geopend, met de woorden:
-
---Enfin, ik heb je gewaarschuwd.... Ik ga eten, mijn waarde. Ik
-heb nog geen tijd gehad om te eten. Den heelen middag heb ik mijn
-mannetjes in het oog moeten houden.... En een honger dat ik heb!
-
-Rougon hield hem terug en vroeg of hij hem kon dienen met een stuk
-koud vleesch; en hij gaf dadelijk bevel in de eetzaal voor hem te
-laten dekken. Gilquin scheen zeer getroffen. Hij sloot de deur van
-de kamer en sprak wat zachter, opdat de knecht het niet zou hooren:
-
---Je bent een fideele kerel.... Luister eens goed. Ik wil je niet
-bedriegen. Als je me slecht ontvangen had, was ik dadelijk naar de
-prefectuur gegaan.... Maar nu zal je alles weten. Dat is eerlijk
-gesproken, hè? Je zult dien dienst niet vergeten, hoop ik. Vrienden
-blijven altijd vrienden, wat men ook mag zeggen.
-
-Toen boog hij zich naar hem over en siste hem toe:
-
---'t Is op morgenavond bepaald.... Men wil Napoleon in de lucht laten
-vliegen voor de Opera. Het rijtuig, de adjudanten, de heele kliek
-wordt ineens weggeveegd.
-
-Terwijl Gilquin zijn plaats aan de tafel in de eetzaal innam, bleef
-Rougon onbewegelijk, met een vaalbleek gelaat, in zijn kamer staan. Hij
-overlegde, hij weifelde. Eindelijk ging hij voor zijn schrijftafel
-zitten; hij nam een blad papier, maar schoof het even spoedig van zich
-af. Een oogenblik scheen hij de kamer uit te willen gaan, als om een
-bevel te geven. Maar hij kwam langzaam terug en verdiepte zich weer
-in een gepeins, dat zijn aangezicht somber stemde.
-
-Op dit oogenblik kreeg de armstoel met den breeden rug, die voor het
-haardvuur stond, een plotselingen schok. Du Poizat stond op en vouwde
-zijn krant kalmpjes dicht.
-
---Hoe, was jij daar, jij! zei Rougon heftig.
-
---Wel zeker, ik las de kranten, antwoordde de gewezen onder-prefect,
-met een glimlach die zijn onregelmatige, witte tanden bloot liet. Dat
-wist je wel, je hebt me immers gezien toen je binnen kwam.
-
-Die brutale leugen maakte een verdere verklaring overbodig. Beide
-mannen keken elkander stilzwijgend aan. En daar Rougon hem,
-besluiteloos, scheen te raadplegen, maakte Du Poizat een gebaar dat
-duidelijk zeggen wilde: "Wacht nog wat, er is geen haast bij, eerst
-zien". Geen enkel woord werd tusschen hen gewisseld. Zij keerden naar
-het salon terug.
-
-Dien avond was er zoo'n oneenigheid tusschen den kolonel en mijnheer
-Bouchard ontstaan, over de prinsen van Orleans en den graaf de
-Chambord, dat zij de kaarten hadden neergeworpen en zwoeren dat
-zij nooit meer samen wilden spelen. Ze zaten ieder aan een kant van
-den haard, met sombere, dreigende blikken. Toen Rougon binnentrad,
-verzoenden zij zich met elkaar, en begonnen als om strijd zijn lof
-te bezingen.
-
---O, ik geneer me niet, ik zeg het hem in zijn tegenwoordigheid,
-ging de kolonel voort. Er is niemand die bij hem vergeleken kan worden.
-
---We spreken kwaad van u, hoort ge wel, hernam mijnheer Bouchard
-knipoogend.
-
-En het gesprek ging voort:
-
---Een weergaloos vernuft!
-
---Een voortvarend man met een veroveraarsblik!
-
---Ach, hij mocht zich wel wat meer met onze zaken bemoeien!
-
---Ja, 't zou niet zoo'n rommel zijn. Hij alleen kan het keizerrijk
-redden!
-
-Rougon's breede borst zwol op, terwijl hij uit bescheidenheid een
-gemelijk gezicht zette. Die wierookdampen snoof hij met welgevallen
-op. Zijn ijdelheid werd nooit aangenamer gekitteld, dan wanneer de
-kolonel en mijnheer Bouchard, heele avonden lang, hun bewondering
-beurtelings lucht gaven. Hun domheid kwam dan eerst recht voor den
-dag, de ernstige uitdrukking op hun gelaat was komisch om te zien,
-maar hoe flauwer hij ze vond, hoe meer hij genoot van hun eentonige
-stem, die onophoudelijk zijn lof verkondigde. Soms maakte hij er een
-grapje van, wanneer de twee neven er niet waren; maar toch werden zijn
-hoogmoed en heerschzucht er door bevredigd. Het was als een mesthoop
-van loftuitingen, groot genoeg om er zich met zijn kolossaal lichaam
-op rond te wentelen.
-
---Neen, neen, ik heb niet veel te beteekenen, zei hij
-hoofdschuddend. O, als ik werkelijk zoo groot was als gij denkt....
-
-Hij voltooide zijn zin niet. Hij had zich voor de speeltafel neergezet
-en begon werktuigelijk de kaarten te leggen, wat hem in den laatsten
-tijd maar zelden overkwam. Mijnheer Bouchard en de kolonel gingen
-hun gang; ze verklaarden dat hij een groot redenaar, een groot
-administrateur, een groot financier, een groot staatsman was. Du
-Poizat stond er goedkeurend bij te knikken. Eindelijk zei hij, alsof
-Rougon er niet bij was:
-
---Mijn hemel! er behoeft maar iets te gebeuren.... De keizer is
-Rougon zeer genegen. Laat er morgen een onvoorziene gebeurtenis
-plaats grijpen, zoodat hij behoefte gevoelt aan een krachtigen arm,
-en overmorgen is Rougon minister.... Mijn hemel, ja!
-
-De groote man hief langzaam de oogen op. Hij liet zich achterover in
-zijn fauteuil glijden, hij liet zijn spel rusten, zijn gelaat was
-weer grauw en betrokken. Maar in zijn gepeins schenen de vleiende
-stemmen van den kolonel en mijnheer Bouchard hem te wiegen, hem tot een
-besluit te drijven, dat hij nog aarzelde te nemen. Hij glimlachte toch,
-toen de jonge Auguste, die het afgebroken spel had voortgezet, uitriep:
-
---Het is gelukt, mijnheer Rougon.
-
---Wat drommel, zei Du Poizat, de lijfspreuk van den grooten man
-herhalende, het lukt altijd!
-
-Op dit oogenblik kwam een knecht Rougon zeggen dat een heer en een
-dame hem wenschten te spreken, en hij overhandigde hem een kaartje,
-dat Rougon een uitroep van verbazing ontlokte.
-
---Wat, zijn zij in Parijs!
-
-Het waren de markies en de markiezin d'Escorailles. Hij haastte zich
-hen in zijn kamer te ontvangen. Zij verontschuldigden zich over hun
-laat bezoek. In den loop van het gesprek gaven zij te kennen dat zij
-zich sinds twee dagen in Parijs bevonden, maar dat hun vrees van een
-verkeerde uitlegging te zien geven aan een bezoek bij iemand, die
-in zoo nauwe betrekking tot de regeering stond, hen dat bezoek tot
-dit ongelegen uur had doen uitstellen. Door deze uitlegging voelde
-Rougon zich in het minst niet gekwetst. De tegenwoordigheid van den
-markies en de markiezin in zijn huis was voor hem een eer, waarop hij
-niet had durven hopen. Wanneer de keizer in hoogst eigen persoon aan
-zijn deur geklopt had, zou zijn ijdelheid er niet meer door bevredigd
-kunnen zijn. Die grijsaards, die bij hem kwamen met een verzoek, dat
-was geheel Plassans dat hem hulde bewees, dat aristocratische, koude,
-hooghartige Plassans, waarvan hij uit zijn jeugd een voorstelling had
-meegenomen als van een onbestijgbaren Olympus; eindelijk bevredigde hij
-een droom van een vroegere eerzucht, hij voelde zich gewroken over de
-minachtende behandeling van zijn stadje, toen hij er rondliep op zijn
-versleten schoenen en voortslofte als een advokaat zonder praktijk.
-
---We hebben Jules niet aangetroffen, zei de markiezin. We hadden ons
-voorgesteld hem te verrassen. Hij moest naar Orleans, voor zaken,
-schijnt het.
-
-Rougon wist niets van zijn afwezigheid. Maar hij begreep alles toen hij
-bedacht dat de tante bij wie mevrouw Bouchard zich bevond, in Orleans
-woonde. En hij verontschuldigde Jules, hij gaf zelfs een verklaring
-van de ernstige zaak, een rapport over een kwestie van misbruik van
-gezag, die aanleiding tot de reis had gegeven. Hij roemde hem als
-een schrander jongmensch, die een schitterende carrière zou maken.
-
---Hij heeft het noodig dat hij vooruitkomt, zei de markies, en hij
-liet het bij die zinspeling op den achteruitgang der familie. Wij
-hebben ons met groot hartzeer van hem gescheiden.
-
-En beiden, de vader en de moeder, klaagden bescheiden over den
-afschuwelijken tijd, die belette de kinderen op te laten groeien in
-de overtuiging hunner vaderen. Zij zelven hadden geen voet meer in
-Parijs gezet sedert den val van Karel X. Ze zouden er zeker nooit
-teruggekeerd zijn, als het niet de toekomst van Jules gold. Sedert
-het lieve kind, op hun geheimen raad, het keizerrijk diende, veinsden
-zij wel hem te verloochenen, maar in stilte werkten zij onafgebroken
-aan zijn bevordering.
-
---Wij komen er rond bij u vooruit, mijnheer Rougon, hernam de markies
-met een beminnelijke vertrouwelijkheid. Wij hebben ons kind lief,
-dat is toch geoorloofd. O, u hebt veel voor hem gedaan, we zijn u er
-zeer dankbaar voor. Maar u moet nog meer doen. Wij zijn vrienden en
-landgenooten, niet waar?
-
-Rougon boog, zeer aangedaan. De nederige houding van die twee oudjes
-die hij vroeger met zoo veel plechtstatigheid naar de kerk Saint-Marc
-had zien gaan, verhief hem in zijn eigen oog. Hij deed hun stellige
-beloften.
-
-Toen zij afscheid namen, na een vertrouwelijk onderhoud, dat bijna een
-half uur geduurd had, drukte de markiezin zacht zijn hand, en mompelde:
-
---Dus dat is afgesproken, mijnheer Rougon. We zijn opzettelijk
-uit Plassans gekomen. We worden ongeduldig, op onzen leeftijd, dat
-begrijpt u! Nu kunnen we opgeruimd naar huis terugkeeren.... Men had
-ons gezegd dat u niets meer vermocht.
-
-Rougon glimlachte even. Met een vastberadenheid, die de weerklank
-van zijn geheime gedachten scheen, sprak hij deze woorden tot afscheid:
-
---Een vaste wil vermag alles.... Reken op mij.
-
-Maar toen zij heengegaan waren, gleed er toch een spijtige trek over
-zijn gelaat. Hij bleef in het midden van de voorkamer staan, toen hij,
-in een eerbiedige houding, een fatsoenlijk gekleed persoon zag staan,
-die een rond vilten hoedje tusschen zijn vingers draaide.
-
---Wat verlangt gij? vroeg hij op barschen toon.
-
-De persoon, die groot en flink gebouwd was, mompelde met neergeslagen
-blik:
-
---Herkent mijnheer mij niet?
-
-En daar Rougon driftig neen zeide:
-
---Ik ben Merle, de gewezen portier van mijnheer in den Raad van State.
-
-Rougon werd ietwat zachter gestemd.
-
---O, heel goed. Je laat nu je baard staan.... Nu, wat was er van
-je verlangen?
-
-Toen verklaarde Merle zijn komst, met beleefde manieren, als iemand die
-weet hoe het behoort. Hij had mevrouw Correur in den middag ontmoet;
-en zij had hem den raad gegeven zich dien zelfden avond bij mijnheer
-te vervoegen; anders zou hij nooit zoo vrij geweest zijn mijnheer op
-zoo'n tijd lastig te vallen.
-
---Mevrouw Correur is heel vriendelijk, hervatte hij meer dan eens.
-
-Eindelijk kwam hij met de mededeeling dat hij zonder betrekking
-was. Hij liet zijn baard nu staan, omdat hij al een halfjaar lang
-niet meer aan den Raad van State was. En toen Rougon hem vroeg waarom
-hij zijn ontslag gekregen had, bekende hij niet dat men hem wegens
-wangedrag ontslagen had. Hij kneep de lippen opeen en antwoordde op
-een bescheiden toon:
-
---Men wist hoe gehecht ik aan mijnheer was. Sinds mijnheer is
-heengegaan, heb ik allerlei plagerijen moeten verduren, omdat ik
-mijn gevoelens nooit heb weten te verbergen.... Eens had het weinig
-gescheeld of ik had een kameraad een klap gegeven, omdat hij heel
-ongepaste dingen zei.... En toen hebben ze me weggestuurd.
-
-Rougon keek hem strak aan.
-
---Dus, beste jongen, is het mijn schuld dat je zonder betrekking loopt?
-
-Merle glimlachte even.
-
---En ik moet je een andere betrekking bezorgen, niet waar?
-
-Hij glimlachte opnieuw, toen hij eenvoudig zei:
-
---Als mijnheer zoo goed zou willen zijn.
-
-Een korte stilte volgde. Rougon tikte, met een werktuigelijk,
-zenuwachtig gebaar, met zijn eene hand op de andere. Eindelijk begon
-hij te lachen als iemand die een besluit genomen heeft en zich nu
-verlicht gevoelt. Hij had te veel schulden, hij wou alles afbetalen.
-
---Ik zal aan je denken, je zult je betrekking hebben, hernam hij. Je
-hebt er wel aan gedaan bij mij te komen, mijn jongen.
-
-En hij zond hem weg. Ditmaal aarzelde hij niet meer. Hij trad de
-eetzaal binnen, waar Gilquin zijn confituren verorberde, nadat hij
-een stuk pastei, een kippenboutje en koude aardappelen gegeten had. Du
-Poizat, die zich bij hem gevoegd had, zat schrijlings op een stoel met
-hem te praten. Hun gesprek liep over de vrouwen, over de kunst om zich
-door haar te doen beminnen, in heel ongegeneerde termen. Gilquin had
-zijn hoed op het hoofd gehouden, en hij wiegelde achterover geleund
-op zijn stoel, met een tandenstoker tusschen de lippen, om zich een
-air van voornaamheid te geven.
-
---Kom, ik stap op, zei hij, zijn volle glas in een teug ledigend en
-met de tong klappend. Ik ga eens in de rue Montmartre kijken hoe mijn
-kippetjes het maken.
-
-Maar Rougon die heel vroolijk scheen, plaagde hem er mee. Dacht hij
-nog altijd aan zijn samenzweerders, nu hij gegeten had? Du Poizat
-wendde ook de grootste ongeloovigheid voor. Hij sprak met Gilquin
-af tegen den volgenden dag, hij was hem nog een ontbijt schuldig,
-zei hij. Gilquin, met zijn rotting onder den arm, herhaalde, zoodra
-hij er een woord tusschen kon brengen:
-
---Dus gaat u niet waarschuwen....
-
---Wel zeker, antwoordde Rougon. Men zal me uitlachen, dat is
-alles.... Er is geen haast bij. Morgen ochtend.
-
-De gewezen handelsreiziger hield reeds den deurknop in de hand. Hij
-kwam grinnekend terug.
-
---Je begrijpt, zei hij, voor mijn part vliegt Napoleon de lucht in! Ik
-zou het zelfs grappiger vinden.
-
---O, hernam de groote man met een overtuigd gezicht, de keizer vreest
-niets, zelfs al is de geschiedenis waar. Die aanslagen gelukken
-nooit.... Er is een Voorzienigheid.
-
-Dat was zijn afscheidswoord. Du Poizat ging heel kameraadschappelijk
-met Gilquin heen. En toen Rougon een uur later, om half elf, mijnheer
-Bouchard en den kolonel goeden nacht wenschte, rekte hij zich geeuwend
-uit en zei:
-
---Ik ben doodmoe. Ik zal van nacht heerlijk slapen.
-
-Den volgenden avond ontploften er drie bommen onder het rijtuig
-des keizers voor de Opera. Een verschrikkelijke paniek maakte zich
-meester van de dichte menigte in de rue Le Peletier. Meer dan vijftig
-personen waren getroffen. Een vrouw in een blauwzijden japon lag dood
-langs het trottoir. Twee soldaten lagen op straat te zieltogen. Een
-adjudant, in den nek getroffen, liet bloedsporen achter. En onder het
-schijnsel der gaslantarens, midden in den rook, salueerde de keizer,
-die ongedeerd uit zijn gehavend rijtuig gestegen was. Zijn hoed alleen
-was door een bomsplinter geraakt.
-
-Rougon had dien dag kalm thuis doorgebracht. In den morgen was hij
-wel een weinig zenuwachtig; tweemaal had hij het voornemen te kennen
-gegeven om uit te gaan. Maar toen hij juist ontbeten had, kwam Clorinde
-hem bezoeken. Toen bleef hij tot den avond met haar in zijn kamer. Zij
-kwam zijn raad inwinnen in een ingewikkelde zaak; en zij scheen
-ontmoedigd, alles liep haar tegen, zei zij. Toen troostte hij haar,
-toonde veel hoop, en gaf te verstaan dat alles zou veranderen. Toen
-zij hem verliet, kuste hij haar op het voorhoofd. Na het diner
-gevoelde hij een onweerstaanbaren aandrang om uit te gaan. Hij sloeg
-den naasten weg naar de kaden in, hij had het benauwd, hij verlangde
-naar de frissche koelte van de rivier. De winteravond was zeer zacht;
-de wolken hingen laag aan den hemel en schenen in de donkere stilte
-op de stad te drukken. Ver weg hoorde men het wegstervende gedruis
-van de groote verkeerswegen. Hij liep langs de eenzame trottoirs, met
-een gelijkmatigen tred, recht voor zich uit, terwijl zijn jas langs
-de steenen borstwering streek; een eindelooze reeks lichten die in de
-duisternis op sterren geleken, die de grenzen van een donkeren hemel
-bepaalden, gaven hem een ruimer, onbegrensder voorstelling van die
-pleinen en straten, waarvan hij de huizen niet meer zag; en naarmate
-hij verder ging, vond hij Parijs grooter, naar zijn maat gemaakt,
-genoeg lucht aanbiedende voor zijn breede borst. Het inktkleurige, met
-tintelend goud geschubde water, stroomde zacht voort als de ademhaling
-van een slapenden reus, begeleidde zijn veel omvattende mijmering.
-
-Toen hij tegenover het Paleis van Justitie uitkwam, sloeg het negen
-uur. Hij trilde, keerde zich om, luisterde scherp toe; het leek hem
-toe als hoorde hij boven de daken een plotselinge paniek, verwijderde
-geluiden van een ontploffing, kreten van afgrijzen. Parijs verscheen
-hem plotseling in de ontzetting, door een groote misdaad teweeg
-gebracht.
-
-En hij herinnerde zich toen den Juli-namiddag, dien helderen,
-zegevierenden dag van den doop, toen de klokken luidden in de
-warme zon, de kaden opgepropt waren met een dichte menigte, al die
-heerlijkheid van het keizerrijk op zijn toppunt van roem, waaronder hij
-een oogenblik zoo gebukt had gegaan, dat hij den keizer benijdde. Op
-dit oogenblik genoot hij zijn revanche: een donkere hemel, de stad in
-sprakelooze ontzetting, de kaden ledig, terwijl een rilling daar langs
-streek die gasvlammen dansend deed opflikkeren, met iets verdachts
-dat daar in de dichte duisternis in hinderlaag lag. Hij ademde de
-lucht met diepe teugen in, hij had dat moordende Parijs lief, in
-welks schrikaanjagende schaduw hij de oppermacht verkreeg.
-
-Tien dagen later werd Rougon minister van Binnenlandsche zaken, in
-de plaats van mijnheer de Marsy, die tot president van het Wetgevend
-lichaam benoemd werd.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-Op een morgen in de maand Maart zat Rougon in zijn kamer op het
-ministerie van Binnenlandsche zaken, druk bezig met het opstellen
-van een vertrouwelijk rondschrijven dat de prefecten den volgenden
-dag moesten ontvangen.
-
-Hij hield op, haalde diep adem, brak zijn pen op het papier.
-
---Jules, noem me eens een synoniem van autoriteit, zei hij. 't Is toch
-dwaas, die taal!... Ik gebruik ieder oogenblik dat woord autoriteit.
-
---Wel bewind, gezag, regeering, keizerrijk, antwoordde de jonge
-man glimlachend.
-
-Mijnheer Jules d'Escorailles, dien hij tot zijn secretaris benoemd had,
-zag de ingekomen brieven na, aan een hoekje van de schrijftafel. Hij
-opende de enveloppen voorzichtig met een pennemes, doorliep de brieven
-met een oogopslag en rangschikte ze. Voor den haard, waarin een groot
-vuur brandde, zaten mijnheer Kahn, de kolonel en mijnheer Béjuin. Alle
-drie zaten ze daar op hun doode gemak, hun voeten warmende, zonder
-iets te zeggen. Ze waren daar thuis. Mijnheer Kahn las een krant;
-de beide anderen, behagelijk in hun stoelen achteroverliggend,
-draaiden met hun duimen en keken naar de vlammen. Rougon stond op,
-schonk zich een glas water in en dronk het in éen teug leeg.
-
---Ik weet niet wat ik gisteren gegeten heb, mompelde hij. Ik zou de
-Seine wel leeg kunnen drinken.
-
-Hij ging niet dadelijk weer zitten. Hij liep het kabinet rond,
-slingerend met zijn groot lichaam. Zijn stap deed den vloer onder het
-dikke tapijt dreunen. Hij schoof de groenfluweelen gordijnen vaneen
-om meer licht te hebben. Daarna bleef hij midden in het ruime vertrek
-staan, rekte zich uit, met de handen achter in den nek gevouwen,
-en genoot vol verrukking van den administratieven geur, den geur van
-voldane eerzucht, dien hij daar opsnoof. Onwillekeurig begon hij te
-lachen, hij lachte in zijn eentje, alsof men hem de zijden kittelde,
-een lach, waaruit steeds duidelijker zijn zegepraal klonk. De kolonel
-en de andere heeren keerden zich verbaasd om en knikten hem zwijgend
-toe.
-
---Hè, 't is toch aangenaam, zei hij enkel.
-
-Terwijl hij weer zijn plaats innam voor het groote palissanderhouten
-bureau, trad Merle binnen. De man zag er netjes uit, in zijn zwarte
-gekleede jas en zijn witte das. Zijn gladgeschoren gezicht stond
-heel waardig.
-
---Neemt u me niet kwalijk, Excellentie, mompelde hij, maar daar is
-de prefect van de Somme....
-
---Laat hij naar den duivel loopen, ik werk, antwoordde Rougon op ruwen
-toon. Het is ongeloofelijk, maar men laat mij geen oogenblik met rust.
-
-Merle liet zich niet van zijn stuk brengen. Hij ging voort:
-
---Mijnheer de prefect verzekert dat Uw Excellentie hem
-verwacht.... Verder zijn er ook de prefecten van la Nièvre, le Cher
-en le Jura.
-
---Goed, laat ze wachten, daar zijn ze voor! hernam Rougon heel luid.
-
-De dienaar ging heen. Mijnheer d'Escorailles had even geglimlacht. De
-drie anderen, die zich zaten te warmen, leunden nog wat meer achterover
-en hadden eveneens schik in het antwoord van den minister. Deze was
-zeer gevleid door hun bijval.
-
---'t Is waar, ik zit al een maand lang midden in de prefecten.... Het
-was noodig dat ik ze allemaal liet komen. Een mooie optocht! Er zijn
-wat botteriken bij! Maar gehoorzaam zijn ze. Ik begon er nu toch genoeg
-van te krijgen.... Bovendien ben ik van morgen voor hen aan het werk.
-
-En hij begon weer aan zijn rondschrijven. Men hoorde niets meer, in
-de warme lucht van het vertrek, dan het gekras van zijn veeren pen en
-het geritsel van de enveloppen die door mijnheer d'Escorailles geopend
-werden. Mijnheer Kahn had een andere krant opgenomen; de kolonel en
-mijnheer Béjuin waren half ingedommeld. Het beangste Frankrijk, daar
-buiten, zweeg. De keizer had Rougon tot het bewind teruggeroepen,
-om voorbeelden te laten stellen. Hij kende zijn ijzeren vuist; daags
-na den aanslag, had hij, in zijn drift van gered man, tot hem gezegd:
-"Geen toegeefelijkheid, men moet u vreezen!" En hij had hem gewapend
-met die verschrikkelijke wet voor de algemeene veiligheid, volgens
-welke het vrij stond iederen politieken misdadiger naar Algiers te
-verbannen of uit het keizerrijk te verdrijven. Ofschoon geen enkele
-Franschman de hand gehad had in de misdaad van de rue Le Peletier,
-zouden de republikeinen het nu moeten ontgelden; de tienduizend
-verdachte personen, die men den 2en December vergeten had, konden
-nu meteen opgeruimd worden. Er was sprake van een beweging, door de
-revolutionnaire partij op het touw gezet; men had, naar het gerucht
-liep, wapenen en papieren in beslag genomen. Tegen het midden van
-Maart werden er driehonderd tachtig gevangenen te Toulon ingescheept
-met bestemming naar Algiers. Iedere week vertrok een dergelijke
-bezending. Het land beefde onder den schrik, die uitging van het
-groenfluweelen kabinet, waar Rougon in zijn eentje lachte, terwijl hij
-zich de armen uitrekte. Nog nooit had de groote man zulke tevreden
-oogenblikken gehad. Hij voelde zich gezond, hij werd dikker; met de
-macht had hij de gezondheid herkregen. Wanneer hij liep, drukte zijn
-voet zwaar op het tapijt, opdat men in de vier hoeken van Frankrijk
-zijn zwaren tred zou hooren. Hij wenschte nog slechts dat hij zijn
-leeg glas niet op de console zou kunnen zetten, zijn pen neergooien,
-een beweging maken, zonder dat het land er een schok door kreeg. Hij
-vond het een genot een schrikbeeld te zijn, een volk neer te vellen
-met zijn parvenu-vuisten. In een rondschrijven had hij verzekerd:
-"De goedgezinden kunnen gerust zijn, de kwaadgezinden alleen zullen
-beven". En hij speelde de rol van een God, de eenen verdoemend, de
-anderen reddend, met een ijverzuchtige hand. Een ontzettende hoogmoed
-maakte zich van hem meester, de blinde ingenomenheid met zijn kracht
-en zijn verstand veranderde in een geregelden eeredienst. Hij onthaalde
-zichzelf op bovenmenschelijke genietingen.
-
-Onder de mannen, die zich onder het tweede keizerrijk omhoog
-gewerkt hadden, stond Rougon sinds lang bekend om zijn autoritaire
-gevoelens. Zijn naam was gelijkluidend met onverbiddelijke
-onderdrukking, ontzegging van alle vrijheden, onbeperkte
-heerschappij. Er was dan ook niemand, die zich illusies maakte
-toen hij minister werd. Aan zijn vertrouwde vrienden deed hij
-echter bekentenissen; hij had eerder behoeften dan opinies; hij
-vond de macht te begeerlijk, te noodzakelijk voor zijn behoefte aan
-heerschappij, om haar niet te aanvaarden, onder welken vorm zij zich
-ook aanbood. Heerschen, de menigte zijn voet op den nek te zetten,
-dat was zijn eerste verlangen, de rest bood alleen bijzonderheden van
-ondergeschikten aard, waarin hij zich altijd wel kon schikken. Hij had
-maar éen hartstocht, de eerste te zijn. De omstandigheden waaronder
-hij echter ditmaal weer aan het bewind kwam, verdubbelden voor hem de
-vreugde over zijn succès: hij had van den keizer volkomen vrijheid
-van handelen verkregen, hij verwezenlijkte zijn oude begeerte, de
-menschen met zweepslagen voort te drijven als een kudde dieren. Niets
-deed hem meer genoegen dan zich verfoeid te zien. Soms, als men hem
-den naam tyran naar het hoofd wierp, glimlachte hij en sprak deze
-diepzinnige woorden:
-
---Wanneer ik op een goeden dag liberaal word, zullen ze zeggen dat
-ik veranderd ben.
-
-Maar Rougon's grootste genot was nog voor zijn bende te
-triomfeeren. Hij vergat Frankrijk, de ambtenaren aan zijn voeten, de
-menigte sollicitanten die zijn deur belegerden, om in de onafgebroken
-bewondering van de tien of vijftien getrouwen van zijn omgeving te
-leven. Zijn werkkamer stond te allen tijde voor hen open, hij liet
-ze daar heerschen op de fauteuils, aan zijn bureau zelfs; hij achtte
-zich gelukkig dat hij ze voortdurend om zich heen had, als trouwe
-huisdieren. De minister, dat was hij niet alleen, dat waren zij allen,
-de aanhangsels van zijn persoon. Door zijn zegepraal werden de banden
-weer nauwer toegehaald; hij begon van ze te houden met een jaloersche
-vriendschap, hij voelde zich krachtiger door dat samenzijn, zijn borst
-als verruimd door hun eerzuchtige begeerten. Hij vergat zijn heimelijke
-minachting, begon ze heel vernuftig, heel sterk, naar zijn eigen beeld,
-te vinden. Hij wenschte bovenal dat men hem in hen zou eerbiedigen, hij
-verdedigde ze met vuur zooals hij de tien vingers van zijn handen zou
-verdedigd hebben. Hun veeten maakte hij tot de zijne. Hij verbeeldde
-zich ten laatste dat hij veel aan hen te danken had, terwijl hij
-glimlachte om hun ijverige propaganda. En zelf zonder behoeften,
-liet hij de bende mooie stukken van den buit; door haar volop te doen
-genieten, smaakte hij voor zichzelf de voldoening dat de luister van
-zijn fortuin een steeds helderder weerglans op zijn omgeving wierp.
-
-Intusschen bleef het stil in de groote kamer. Mijnheer d'Escorailles
-bekeek aandachtig het adres van een der brieven die hij opende,
-en reikte dien daarop ongeopend aan Rougon toe.
-
---Een brief van mijn vader, zei hij.
-
-Met overdreven nederigheid bedankte de markies den minister dat hij
-Jules tot zijn secretaris benoemd had. Rougon las langzaam het fijne
-handschrift, dat twee bladzijden besloeg. Hij vouwde den brief dicht
-en stak hem in zijn zak. Daarop vroeg hij:
-
---Heeft Du Poizat niet geschreven?
-
---Ja, mijnheer, antwoordde de secretaris, terwijl hij een brief uit
-het hoopje nam. Hij begon al thuis te raken in zijn prefectuur. Hij
-schreef dat Deux-Sèvres, en voornamelijk de stad Niort, behoefte
-hadden aan een vaste hand.
-
-Rougon liep den brief even door. Toen hij hem gelezen had, mompelde
-hij:
-
---Natuurlijk, hij zal de volmacht hebben die hij vraagt.... Schrijf
-hem maar niet, dat is niet noodig. Hij krijgt mijn rondschrijven toch
-in handen.
-
-Hij nam zijn pen weer ter hand en zocht naar de laatste zinnen. Du
-Poizat had in zijn landstreek, in Niort, prefect willen zijn; en de
-minister dacht bij ieder ernstig besluit vooral aan Deux-Sèvres,
-Frankrijk regeerende volgens de inzichten en behoeften van zijn
-ouden metgezel in de armoede. Hij had eindelijk zijn vertrouwelijken
-brief aan de prefecten voltooid, toen mijnheer Kahn opeens begon uit
-te varen.
-
---Maar dat is toch schandelijk! riep hij.
-
-En terwijl hij op de krant sloeg die hij in de hand hield, wendde
-hij zich tot Rougon:
-
---Hebt ge dat gelezen?.... In het hoofdartikel wordt een beroep gedaan
-op de gemeenste hartstochten. Luister maar eens: "De hand, die straft,
-moet onfeilbaar zijn, want indien de justitie zich vergist, wordt de
-band die de maatschappij bijeenhoudt, verbroken." Begrijpt ge?.... En
-onder het gemengde nieuws! Daar vind ik het verhaal van een gravin
-die door den zoon van een graankooper geschaakt is. Zulke nieuwtjes
-moest men niet opnemen. Dat ondermijnt den eerbied van het volk voor
-de hoogere klassen.
-
-Mijnheer d'Escorailles kwam hem helpen.
-
---Het feuilleton is nog schandelijker. Daar wordt een aanzienlijke
-dame door haar man bedrogen. De romanschrijver laat hem niet eens
-berouw krijgen.
-
-Rougon maakte een driftig gebaar.
-
---Ja, ja, men heeft me al dat nummer gewezen, zei hij. U kunt zien dat
-ik die gedeelten met rood potlood aangestreept heb.... Nogal een blad
-van onze partij! Ik moet het dagelijks regel voor regel napluizen. Ach,
-de beste onder hen deugt nog niet, men moest ze allemaal den nek
-omdraaien! Maar ik heb den directeur ontboden. Ik verwacht hem.
-
-De kolonel had het blad in handen genomen. Hij werd verontwaardigd en
-reikte het aan mijnheer Béjuin toe, die op zijn beurt walgde. Rougon
-zat peinzend, met halfgesloten oogleden, voor zijn schrijftafel.
-
---A propos, zei hij eensklaps tot zijn secretaris, die arme Huguenin
-is gisteren gestorven. Nu komt er een inspecteursplaats vacant. Er
-zal iemand benoemd moeten worden.
-
-En daar de drie vrienden opeens vol aandacht het hoofd ophieven,
-ging hij voort:
-
---O, een onbeduidende betrekking. Zes duizend francs. Er valt zoo
-goed als niets voor te doen, dat is waar.
-
-Hier werd hij gestoord. De deur van een aangrenzende kamer werd
-geopend.
-
---Kom binnen, kom binnen, mijnheer Bouchard! riep hij. Ik wou u juist
-laten roepen.
-
-Mijnheer Bouchard, sinds acht dagen afdeelingschef, bracht een rapport
-over de burgemeesters en de prefecten, die in aanmerking wenschten te
-komen voor een ridder- of een officierskruis. Rougon kon vijfentwintig
-kruisen onder de verdienstelijksten verdeelen. Hij nam het rapport aan,
-doorliep de lijst der namen, bladerde in de dossiers. Intusschen was
-de afdeelingschef het haardvuur genaderd en had den heeren de hand
-gedrukt. Hij ging voor het vuur staan en tilde de panden van zijn
-jas omhoog, om zijn dijen te verwarmen.
-
---Wat een nare regen, hè, mompelde hij. We zullen een late lente
-krijgen.
-
---Een verwenschte regen! zei de kolonel. Ik heb den heelen nacht
-steken in mijn linkervoet gevoeld.
-
---En mevrouw? vroeg mijnheer Kahn na een korte stilte.
-
---Dank u, die maakt het goed, antwoordde mijnheer Bouchard. Ze zou
-van morgen terug komen, geloof ik.
-
-Er ontstond een nieuwe stilte. Rougon doorbladerde nog steeds de
-papieren. Bij een naam dien hij aantrof, vroeg hij:
-
---Isidore Gaudibert.... Heeft die geen verzen gemaakt?
-
---Juist zoo, zei mijnheer Bouchard. Sinds 1852 is hij burgemeester van
-Barbeville. Bij iedere heuchelijke gebeurtenis, bij het huwelijk van
-den keizer, de bevalling der keizerin, den doop van den kroonprins,
-heeft hij aan Hunne Majesteiten smaakvolle gedichten gezonden.
-
-De minister trok een minachtend gezicht. Maar de kolonel verzekerde
-dat hij de gedichten gelezen had; hij ten minste vond ze geestig. Hij
-haalde er een aan, waarin de keizer bij een vuurwerk vergeleken
-werd. En zonder eenige aanleiding begonnen de heeren om strijd den
-keizer te roemen.
-
-Nu was de geheele bende met hart en ziel bonapartistisch gezind. De
-twee neven hadden zich met elkander verzoend, ze wierpen elkander de
-prinsen van Orleans en den graaf de Chambord niet meer naar het hoofd,
-maar zij wedijverden nu wie voortaan het best de loftrompet over den
-keizer zou steken.
-
---Neen, die niet! riep Rougon op eens. Die Jusselin is een trawant
-van Marsy. Ik hoef de vrienden van mijn voorganger niet te beloonen.
-
-En met een kras, die het papier openreet, haalde hij den naam door.
-
---Maar nu moeten we iemand in zijn plaats hebben.... 't Is een
-officierskruis.
-
-De heeren verroerden zich niet. Mijnheer d'Escorailles had, ondanks
-zijn jeugdigen leeftijd, het ridderkruis pas acht dagen geleden
-gekregen; mijnheer Kahn en mijnheer Bouchard waren al officier;
-de kolonel was eindelijk tot kommandeur benoemd.
-
---Komaan, het is een officierskruis, zeg ik, herhaalde Rougon,
-terwijl hij opnieuw de dossiers doorsnuffelde.
-
-Maar plotseling viel hem iets in.
-
---Is u niet ergens burgemeester, mijnheer Béjuin? vroeg hij.
-
-Mijnheer Béjuin vergenoegde zich met een paar hoofdknikjes. Mijnheer
-Kahn voerde voor hem het woord.
-
---Zeker, hij is burgemeester van Saint-Florent, de kleine gemeente
-waarin zijn fabriek van kristalwerken staat.
-
---Dan is de zaak in orde, zei de minister, blij dat hij weer een van
-de zijnen vooruit kon helpen. Hij is toevallig maar ridder. Mijnheer
-Béjuin, u vraagt nooit iets. Ik moet altijd het eerste aan u denken.
-
-Mijnheer Béjuin bedankte glimlachend. Hij vroeg inderdaad nooit
-iets. Maar hij zat altijd stilzwijgend en bescheiden op de kruimpjes
-te wachten, en hij raapte alles op.
-
---Léon Béjuin, niet waar, in de plaats van Pierre-François Jusselin,
-hernam Rougon, meteen den naam veranderend.
-
---Béjuin, Jusselin, dat rijmt, merkte de kolonel op.
-
-Die opmerking werd heel geestig gevonden. Men lachte er hartelijk
-om. Eindelijk kon mijnheer Bouchard de stukken weer meenemen. Rougon
-was opgestaan; hij had geen rust in zijn beenen, zei hij; dat regenweer
-maakte hem ongedurig. Intusschen begon de ochtend op te schieten;
-in de aangrenzende kamers werd druk geloopen; deuren werden open
-en dicht gedaan; een gedempt geluid van stemmen liet zich aan alle
-kanten vernemen. Verscheidene ambtenaren kwamen nog stukken ter
-teekening aanbieden. Het was een onophoudelijk heen en weer geloop,
-de administratieve machine was in volle werking, met een buitengewone
-verspilling van papieren, die van het eene bureau naar het andere
-gebracht werden. En te midden van al die bedrijvigheid, achter de
-deur, in de voorkamer, hoorde men de diepe berustende stilte van het
-twintigtal personen, die daar indommelden onder de blikken van Merle,
-in afwachting dat Zijne Excellentie hen wilde ontvangen. Rougon, op
-eens in blakenden ijver ontvlamd, gaf halfluide bevelen in een hoekje
-van zijn kabinet, voer plotseling heftig uit tegen den een of anderen
-bureauchef, deelde de werkzaamheden uit, ruimde met éen woord allerlei
-moeilijkheden uit den weg, onbeschaamd, met een opgeblazen nek en
-een gelaat, barstend van kracht. Merle trad binnen, met zijn bedaarde
-waardigheid die zich niet door afwijzingen liet terugschrikken.
-
---Mijnheer de prefect van de Somme.... begon hij.
-
---Alweer! riep Rougon woedend uit.
-
-De bediende boog en wachtte tot hij aan het woord kon komen.
-
---Mijnheer de prefect van de Somme heeft me verzocht aan Uw Excellentie
-te vragen of zij hem van morgen ontvangen kon. In het tegenovergestelde
-geval vraagt hij of Uw Excellentie zoo goed zou willen zijn hem een
-uur voor morgen te bepalen.
-
---Ik zal hem van morgen ontvangen. Laat hij nog een beetje geduld
-hebben, wat duivel!
-
-De deur van het kabinet was open blijven staan, en men kon in de
-voorkamer zien, een ruim vertrek, met een groote tafel in het midden
-en een rij van roodfluweelen fauteuils langs de muren. Alle fauteuils
-waren bezet; er stonden zelfs twee dames voor de tafel. De hoofden
-werden bescheiden omgewend, smeekende blikken gleden in het kabinet
-van den minister, blikken waarin de begeerte schitterde binnen
-te mogen treden. Dicht bij de deur zat de prefect van de Somme,
-een bleek mannetje, met zijn twee collega's van le Jura en le Cher
-te praten. En terwijl hij een beweging maakte om op te staan, in de
-stellige meening dat hij eindelijk binnen gelaten werd, hernam Rougon,
-zich weer tot Merle richtend:
-
---Over tien minuten, versta je. Ik kan op het oogenblik niemand
-ontvangen.
-
-Maar hij had nog niet uitgesproken of hij zag mijnheer Beulin-d'Orchère
-door de voorkamer komen. Hij ging hem haastig tegemoet, drukte hem
-de hand en trok hem mee naar zijn kamer, terwijl hij uitriep:
-
---Kom binnen, kom binnen! Je hebt toch niet gewacht, hoop ik?.... Wat
-heb je voor nieuws?
-
-De deur ging dicht voor de verslagen gezichten der wachtenden. Rougon
-en Beulin-d'Orchère voerden een fluisterend onderhoud voor een der
-vensters; de magistraat, die kort geleden tot eersten president van het
-hof van Parijs benoemd was, dong naar het ambt van zegelbewaarder, maar
-de keizer, dien men hieromtrent gepolst had, bleef ondoorgrondelijk.
-
---Goed, goed, zei de minister met verheffing van stem. De inlichtingen
-zijn uitstekend. Ik zal de noodige stappen doen, dat beloof ik je.
-
-Hij had hem juist door zijn bijzondere vertrekken uitgelaten, toen
-Merle kwam aankondigen:
-
---Mijnheer La Rouquette.
-
---Neen, neen, ik heb bezigheden, hij verveelt me! zei Rougon,
-terwijl hij met een driftig gebaar Merle beduidde dat hij de deur
-moest sluiten.
-
-Mijnheer La Rouquette hoorde het zeer goed. Toch kwam hij met
-uitgestoken hand de kamer binnen en zei hij:
-
---Hoe maakt Uw Excellentie het? Mijn zuster heeft me naar u
-toe gezonden. U zag er gisteren een beetje vermoeid uit, op de
-Tuileriën. U weet dat men aanstaanden Maandag een charade zal spelen
-in de vertrekken van de koningin? Mijn zuster heeft er ook een rol
-in. Combelot heeft de kostuums geteekend. U komt toch immers?
-
-En hij bleef daar een groot kwartier staan flikflooien, Rougon nu eens
-"Uw Excellentie", dan weer, "waarde meester" noemende. Hij vertelde
-een paar theater-anekdotes, sprak een aanbevelend woordje voor een
-danseuse, vroeg een paar regels schrift voor den directeur van de
-tabaksfabrieken, om goede sigaren te kunnen krijgen. En gekscherend
-zei hij ontzettend veel kwaad van mijnheer de Marsy.
-
---Hij is toch wel aardig, verklaarde Rougon, toen de jonge
-afgevaardigde heengegaan was. Kom, ik ga me even verfrisschen. Mijn
-hoofd gloeit.
-
-Hij verdween een oogenblik achter het gordijn. Men hoorde een groot
-geplas van water en daartusschen zijn blazen en snuiven. Intusschen
-was mijnheer d'Escorailles met zijn brieven gereed gekomen; hij haalde
-nu uit zijn zak een vijltje met schildpadden hecht te voorschijn
-en begon zorgvuldig zijn nagels te bewerken. Mijnheer Béjuin en de
-kolonel keken naar het plafond, zoo gemakkelijk in hun fauteuils
-uitgestrekt, alsof zij er niet meer uit konden komen. Mijnheer Kahn
-zocht den stapel kranten na, die naast hem lag. Hij keerde ze om,
-bekeek de opschriften en wierp ze weer weg. Eindelijk stond hij op.
-
---Gaat ge heen? vroeg Rougon te voorschijn komende, terwijl hij met
-een handdoek zijn gezicht afdroogde.
-
---Ja, antwoordde mijnheer Kahn, ik heb de kranten gelezen, ik ga heen.
-
-Maar hij vroeg hem even te wachten. En hem terzijde nemende, vertelde
-hij hem dat hij de volgende week naar Deux-Sèvres ging, om de opening
-van de werken van den spoorweg van Niort naar Angers bij te wonen. Hij
-had verscheidene motieven om daarheen te gaan. Mijnheer Kahn toonde
-zich zeer verheugd. Eindelijk had hij de concessie gekregen. Nu was de
-groote moeielijkheid echter om de aandeelen aan den man te brengen,
-en hij begreep dat de tegenwoordigheid van den minister een grooten
-luister aan de openingsplechtigheid zou bijzetten.
-
---Dat is dus afgesproken, ik reken op u om de eerste spade in den
-grond te steken, zei hij bij het heengaan.
-
-Rougon zat weer voor zijn schrijftafel. Hij raadpleegde een lijst
-met namen. Achter de deur, in de voorkamer, groeide het ongeduld aan.
-
---Ik heb ternauwernood een kwartier, mompelde hij. Enfin, ik zal er
-nog zooveel ontvangen als ik kan.
-
-Hij schelde en zei tot Merle:
-
---Laat mijnheer den prefect van de Somme binnenkomen.
-
-Maar hij hernam dadelijk daarop, na een blik op de lijst:
-
---Wacht even! Zijn mijnheer en mevrouw Charbonnel daar? Laat ze
-binnenkomen.
-
-Men hoorde Merle roepen: "Mijnheer en mevrouw Charbonnel!" En de
-twee burgerluidjes uit Plassans verschenen, gevolgd door de verbaasde
-blikken van de geheele voorkamer. Mijnheer Charbonnel was in gekleede
-jas, vierkant uitgesneden, met een fluweelen kraag; mevrouw Charbonnel
-droeg een lichtbruine zijden japon, en een hoed met gele linten. Zij
-zaten daar al twee uren geduldig te wachten.
-
---U had uw kaartje moeten afgeven, zei Rougon. Merle kent u.
-
-En zonder hun den tijd te laten hun zinnetje te stamelen, waarin
-telkens de woorden "Uw Excellentie" voorkwamen, riep hij vroolijk:
-
---Victorie! De Raad van State heeft uitspraak gedaan. We hebben onzen
-verschrikkelijken bisschop verslagen.
-
---Ik wist dat goede nieuws al gisterenavond, ging de minister voort. Ik
-wou het u zelf meedeelen en daarom heb ik u verzocht van ochtend te
-komen.... Een aardig buitenkansje, hè, vijfhonderd duizend francs!
-
-Hij had schik in hun verbijsterde gezichten. Mevrouw Charbonnel kon
-eindelijk met een benepen stem vragen:
-
---Is het heusch uit?.... Beginnen ze het proces niet nog eens over?
-
---Neen, neen, ge kunt gerust zijn. De erfenis is voor u.
-
-En hij trad in bijzonderheden. De Raad van State had den zusters
-van de H. Familie de aanvaarding van de schenking ontzegd, omdat er
-natuurlijke erfgenamen bestonden, en tevens het testament ongeldig
-verklaard, omdat het niet aan alle vereischten van rechtsgeldigheid
-voldeed. Monseigneur Rochart was woedend. Rougon, die hem den vorigen
-avond bij zijn collega, den minister van Openbaar onderwijs, ontmoet
-had, moest nog lachen om zijn nijdige blikken. Zijn zegepraal over
-den prelaat deed hem veel genoegen.
-
---U ziet wel dat hij me niet opgegeten heeft, zei hij. Ik ben te
-dik.... O, we hebben nog niet met elkaar afgerekend. Dat heb ik wel
-aan zijn oogen gezien. Maar dat is mijn zaak.
-
-De Charbonnels putten zich uit in dankbetuigingen en buigingen. Zij
-zeiden dat zij dien avond nog op reis gingen. Nu verontrustte hen nog
-één ding: het huis van hun neef Chevassu, in Faverolles, werd bewaard
-door een oude, vrome dienstbode, die zeer gehecht was aan de zusters
-van de H. Familie; misschien zou men bij het vernemen van den uitslag
-van het proces hun huis leegplunderen. Die geestelijke zusters waren
-tot alles in staat.
-
---Ja, vertrek van avond, hernam de minister. Als er daarginds iets
-aan mocht haperen, schrijf het me dan.
-
-Hij deed hen uitgeleide. Toen de deur openging, merkte hij de
-verbaasde gezichten in de voorkamer op; de prefect van de Somme
-wisselde een glimlach met zijn collega's; de twee dames die voor de
-tafel stonden, trokken haar gezicht in een minachtende plooi. Toen
-sprak hij opzettelijk luider:
-
---U schrijft me, nietwaar? U weet wel hoezeer ik u genegen ben.... En
-wanneer u in Plassans komt, zegt dan aan mijn moeder dat ik het
-wel maak.
-
-Hij ging door de voorkamer en vergezelde ze tot aan de andere deur,
-om hen in het oog van die menschen te verheffen; hij schaamde zich
-niet over hen, het streelde veeleer zijn hoogmoed dat hij uit hun
-stadje gekomen was en nu de macht bezat om ze zoo hoog te verheffen
-als hij verkoos. En de sollicitanten en de ambtenaren bogen diep voor
-de lichtbruine japon en de vierkante jas van de Charbonnels.
-
-Toen hij in zijn kabinet terugkeerde, vond hij den kolonel staande.
-
---Tot van avond, zei deze. Het begint hier te warm te worden.
-
-En hij fluisterde hem een paar woorden toe. Het betrof zijn zoon
-Auguste, die hij van het college afnam, omdat hij toch nooit door
-zijn candidaats-examen zou komen. Rougon had hem een plaatsje aan het
-ministerie beloofd, ofschoon het diploma van candidaat daar voor alle
-ambtenaren vereischt werd.
-
---Nu goed dan, breng hem maar mee, antwoordde hij. Ik zal ditmaal over
-de formaliteiten heenstappen. Ik zal er wel iets op vinden.... En ik
-zal hem dadelijk wat laten verdienen, omdat ge er op gesteld zijt.
-
-Mijnheer Béjuin bleef alleen voor den haard. Hij rolde zijn fauteuil
-naar het midden der kamer, zonder dat hij scheen op te merken dat
-deze leeg werd. Hij bleef altijd het laatst; hij wachtte tot dat
-alle anderen heengegaan waren, in de hoop dat hem het een of andere
-vergeten voordeeltje zou worden aangeboden.
-
-Merle ontving nogmaals bevel den prefect van de Somme binnen te
-laten. Maar in plaats van zich naar de deur te begeven, kwam hij voor
-de schrijftafel staan en zei hij met een vriendelijken glimlach:
-
---Wanneer Zijn Excellentie het me toe wil staan, wou ik me graag van
-een kleine opdracht kwijten.
-
-Rougon plaatste de beide ellebogen op zijn vloeiboek om hem aan
-te hooren.
-
---Het betreft die arme mevrouw Correur.... Ik ben van morgen bij haar
-geweest. Ze ligt te bed, ze heeft een bloedvin op een heel lastige
-plaats, zoo groot als mijn halve vuist. 't Is wel niet gevaarlijk,
-maar heel pijnlijk, want ze heeft zoo'n fijn vel....
-
---En? vroeg de minister.
-
---Ik heb de meid geholpen om haar te verleggen. Maar ik heb mijn
-dienst.... Nu is ze erg ongerust, ze had bij Zijn Excellentie willen
-komen om antwoord te vernemen. Bij het heengaan riep ze me terug,
-en zei dat ze het heel vriendelijk van me zou vinden als ik haar van
-avond nog het antwoord kon overbrengen.... Zou Zijn Excellentie zoo
-vriendelijk willen zijn....?
-
-De minister keerde zich bedaard om.
-
---Mijnheer d'Escorailles, geef me dat dossier uit die kast eens aan.
-
-Het was het dossier van mevrouw Correur, een verbazend groot grijs
-omslag vol papieren. Daar waren brieven, ontwerpen, verzoekschriften
-in allerlei handschriften en spellingen; aanvragen om tabaksdépôts,
-aanvragen om postzegeldépôts, om bijstand, om subsidies en
-pensioenen. Alle losse bladen vertoonden kantteekeningen van mevrouw
-Correur, vijf of zes regels met een dikke, mannelijke handteekening.
-
-Rougon doorbladerde het dossier en las onder aan de brieven de korte
-aanteekeningen, die hij daar eigenhandig met rood potlood geschreven
-had.
-
---Het pensioen van mevrouw Jalaguier wordt op achttienhonderd francs
-gebracht. Mevrouw Leturc heeft haar tabaksdépôt.... De leveringen
-van mevrouw Chardon zijn toegestaan.... Nog niets voor mevrouw
-Testanière.... O ja, zeg haar ook dat ik geslaagd ben voor juffrouw
-Herminie Billecoq. Ik heb over haar gesproken, een paar dames zullen de
-huwelijksgift bijeenbrengen om haar te laten trouwen met den officier
-die haar verleid heeft.
-
---Ik dank Zijn Excellentie duizendmaal, zei Merle met een buiging.
-
-Hij ging de deur uit, toen een allerliefst blond kopje, met een rose
-hoedje op, voor hem stond.
-
---Mag ik binnenkomen? vroeg een lief stemmetje.
-
-En zonder het antwoord af te wachten, trad mevrouw Bouchard binnen.
-
-Rougon, die haar "liefkind" noemde, liet haar plaats nemen, nadat
-hij haar handjes een oogenblik tusschen de zijne had gehouden.
-
---Is het iets ernstigs? vroeg hij.
-
---Ja, ja, heel ernstig, antwoordde zij met een glimlach.
-
-Toen beval hij Merle niemand binnen te laten. Mijnheer d'Escorailles,
-die gereed was met de verzorging van zijn nagels, was mevrouw
-Bouchard komen begroeten. Zij gaf hem een wenk dat hij zich even
-bukken zou en fluisterde hem snel iets in het oor. De jonge man knikte
-toestemmend. En terwijl hij zijn hoed opnam, zei hij tot Rougon:
-
---Ik ga ontbijten, ik geloof niet dat er iets van belang is.... Alleen
-die inspecteursplaats. Er moet toch iemand benoemd worden.
-
-De minister schudde besluiteloos het hoofd.
-
---Ja, er moet iemand benoemd worden.... Men heeft me allerlei lui
-voorgedragen, maar ik benoem niet graag menschen, die ik niet ken.
-
-En hij keek om zich heen, de kamer rond, alsof hij daar iemand zou
-vinden. Plotseling viel zijn oog op mijnheer Béjuin, die welbehagelijk
-voor het haardvuur lag uitgestrekt.
-
---Mijnheer Béjuin, riep hij.
-
-Deze opende zachtjes de oogen, zonder zich te verroeren.
-
---Wilt u inspecteur worden? Zesduizend francs, en niets te doen;
-u kunt die betrekking heel goed waarnemen tegelijk met uw functie
-van afgevaardigde.
-
-Mijnheer Béjuin wiegelde met het hoofd. Ja, ja, hij nam het aan. En
-toen de zaak in orde was, bleef hij nog een oogenblik de lucht
-opsnuiven, maar hij begreep zeker dat er dien morgen niets meer te
-halen viel, want hij ging met een slependen tred achter mijnheer
-d'Escorailles de kamer uit.
-
---Nu zijn we alleen.... Wat is er nu, lief kind? vroeg Rougon aan de
-mooie mevrouw Bouchard.
-
-Hij had een fauteuil bijgeschoven, en had tegenover haar plaats
-genomen, midden in de kamer. Toen merkte hij op dat zij een zachtrose
-japon droeg van cachemire de l'Inde, een zachte stof die haar als een
-peignoir zat. Ze was gekleed en toch niet gekleed. Over haar armen en
-haar borst scheen de soepele stof te leven, terwijl breede plooien de
-ronding van haar beenen aangaven. Het was een welberekende naaktheid,
-een verleiding waarvan het fijn overleg bleek uit de ietwat hoog
-geplaatste taille, die haar heupen beter deed uitkomen. En geen stukje
-onderrok vertoonde zich, ze scheen geen onderkleederen te dragen en
-toch was ze keurig gekleed.
-
---Komaan, wat is er? herhaalde Rougon.
-
-Zij glimlachte, maar sprak nog niet. Zij boog zich achterover en
-liet haar vochtige, witte tanden zien. Haar gezichtje vertoonde een
-vleiende overgave, een vurige, onderworpen smeekbede.
-
---Ik had u iets te vragen, mompelde zij eindelijk.
-
-Daarop ging ze levendig voort:
-
---Zeg me eerst dat u het toe zult staan?
-
-Maar hij beloofde niets, hij wou eerst weten wat. Hij vertrouwde
-de dames niet. En toen zij zich dicht naar hem overboog, ondervroeg
-hij haar.
-
---Is het dan zoo erg, dat u het niet noemen durft? Ik moet u de biecht
-afnemen, niet waar?.... Laten we ordelijk te werk gaan. Is het voor
-uw man?
-
-Ze knikte van neen, zonder op te houden met glimlachen.
-
---Drommels!.... Voor mijnheer d'Escorailles dus? U was zooeven bezig
-met het een of ander te beramen.
-
-Ze knikte alweer van neen. Ze vertrok haar gezicht even, alsof ze wou
-zeggen dat mijnheer d'Escorailles er niet bij mocht zijn. En terwijl
-Rougon eenigszins verrast, verder zocht, schoof zij haar fauteuil
-nog dichterbij, zoodat ze vlak tegen hem aanzat.
-
---Luister.... U zult toch niet op me knorren? U houdt toch een beetje
-van me?.... 't Is voor een jong mensch. U kent hem niet; ik zal u zoo
-straks zijn naam zeggen, als u hem de betrekking gegeven hebt. O,
-niets van beteekenis. U behoeft maar een woord te spreken, en we
-zullen u heel erkentelijk zijn.
-
---Een van uw bloedverwanten misschien? vroeg hij opnieuw.
-
-Ze zuchtte en keek hem kwijnend aan; zij liet haar handen afglijden
-opdat hij ze in de zijne zou nemen. En zachtjes zei ze:
-
---Neen, een vriend.--Ach hemel, ik ben zoo ongelukkig!
-
-Zij gaf zich door die bekentenis aan hem over. 't Was een meesterlijk
-overlegde aanval op zijn zinnelijkheid, om zijn laatste bezwaren
-weg te nemen. Een oogenblik zelfs dacht hij, dat zij dat sprookje
-bedacht als een verfijnde kunstgreep, om zich begeerlijker te maken,
-bij de gedachte dat zij zoo pas uit de armen van een ander was gekomen.
-
---Maar dat is heel slecht! riep hij uit.
-
-Toen lei zij met een vlugge, vertrouwelijke beweging, haar ontbloote
-hand op den mond. Ze had zich in haar volle lengte tegen hem
-aangevleid. Haar oogen sloten zich, als viel zij in onmacht. Met een
-harer knieën hief zij haar soepele japon omhoog, die haar ternauwernood
-bedekte met het fijne weefsel van een lang nachthemd. De gespannen
-stof van haar keurslijf deelde in het zwoegen van haar borst. Enkele
-seconden lang voelde hij haar als naakt in zijn armen. En hij greep
-haar ruw om haar middel, en zette haar midden in het kabinet neer,
-razende en tierende.
-
---Alle donders! wees dan toch verstandig!
-
-Zij bleef met bleeke lippen en neergeslagen oogen voor hem staan.
-
---Ja, 't is heel slecht, 't is gemeen! Mijnheer Bouchard is een beste
-man. Hij aanbidt u, hij stelt een blind vertrouwen in u.... Neen,
-zeker niet, ik zal u niet behulpzaam zijn om hem te bedriegen. Ik
-weiger, hoor u, ik weiger het stellig! En ik zeg u ronduit hoe ik
-er over denk, ik weeg mijn woorden niet, mijn lieve kind. Men kan
-toegevend zijn. Zoo, bijvoorbeeld, laat ik nog daar....
-
-Hij zweeg op eens, hij had zich bijna laten ontvallen dat hij mijnheer
-d'Escorailles nog daar liet. Langzamerhand kwam hij tot kalmte;
-en nu nam hij een zeer waardige houding aan. Hij liet haar zitten,
-toen hij zag dat zij begon te beven; en hij bleef staan, en begon
-haar duchtig de les te lezen. Het was een preek in optima forma,
-met heel mooie woorden. Zij overtrad alle goddelijke en menschelijke
-wetten, ze liep boven een afgrond, ze onteerde den huiselijken haard,
-ze bereidde zich een ouderdom vol wroeging; en toen hij een glimlachje
-om haar mondhoeken meende te bespeuren, hing hij zelfs een tafereel
-op van dien ouderdom, wanneer de schoonheid verwoest, het hart voor
-altijd ledig zou zijn, wanneer de blos der schaamte onder het grijze
-haar zou verschijnen. Daarop beschouwde hij haar misstappen uit een
-maatschappelijk oogpunt; en daarin vooral toonde hij zich gestreng,
-want al had zij een verontschuldiging in haar gevoelige natuur,
-het kwade voorbeeld dat zij gaf was onvergeeflijk; en zoo kwam
-hij er toe om uit te varen tegen de moderne schaamteloosheid, de
-afschuwelijke uitspattingen van den laatsten tijd. Eindelijk kwam
-hij op hemzelf terug. Hij was de houder der wetten. Hij mocht zijn
-gezag niet misbruiken om de ondeugd aan te moedigen. Zonder de deugd
-scheen een regeering hem een onmogelijkheid. En hij besloot met zijn
-tegenstanders te tarten, in zijn bestuur een enkele daad van nepotisme,
-een gunstbewijs door intrige verkregen, aan te wijzen.
-
-De mooie mevrouw Bouchard hoorde hem met gebogen hoofd aan, haar
-blanke hals vertoonde zich onder het lint van haar rose hoedje. Toen
-hij zijn hart lucht gegeven had, stond zij op en begaf zich zwijgend
-naar de deur. Maar toen zij den kruk al in de hand had, hief ze het
-hoofd op en mompelde glimlachend:
-
---Hij heet George Duchesne. Hij is hoofdkommies in de afdeeling van
-mijn man, en wil sous-chef worden.
-
---Neen, neen! riep Rougon.
-
-Toen ging ze heen, hem in een langen, verachtelijken blik van een
-versmade vrouw hullende. Ze draalde nog even, liet haar japon langzaam
-achter zich slepen, alsof zij een spijtig verlangen naar haar bezit
-achter wou laten. De minister keerde met een vermoeid uiterlijk in
-zijn kabinet terug. Merle, dien hij een wenk gegeven had, volgde
-hem. De deur was op een kier gebleven.
-
---Mijnheer de directeur van de Voeu national, dien Zijn Excellentie
-heeft ontboden, is zooeven gekomen, zei de bode halfluid.
-
---Heel goed, antwoordde Rougon. Maar ik zal eerst de ambtenaren
-ontvangen, die al zoo lang wachten.
-
-Op dit oogenblik verscheen een bediende aan de deur die naar Rougon's
-particuliere vertrekken leidde. Hij kwam aankondigen dat het ontbijt
-gereed was en dat mevrouw Delestang in het salon op Zijn Excellentie
-zat te wachten. De minister trad snel op hem toe.
-
---Zeg dat men op kan dienen! Ik kan er niets aan doen, ik zal later
-wel ontvangen. Ik verga van honger.
-
-Hij wierp een blik in de wachtkamer, zij was nog altijd vol. Geen
-enkele ambtenaar of sollicitant was heengegaan. De drie prefecten
-stonden in een hoekje te praten, de twee dames leunden vermoeid met
-haar vingertoppen op de tafel; dezelfde hoofden op dezelfde plaatsen
-bleven strak en onbewegelijk langs de muren tegen de roodfluweelen
-rugleuningen. Toen verliet hij zijn kabinet, en gaf Merle bevel
-den prefect van de Somme en den directeur van de Voeu national te
-laten blijven.
-
-Mevrouw Rougon, die zich ongesteld voelde, was den vorigen dag naar
-het Zuiden vertrokken, waar zij een maand zou blijven; ze had een oom
-in den omtrek van Pau. Delestang, met een gewichtige zending belast
-over een landbouwkundige kwestie, bevond zich sedert zes weken in
-Italië. En zoo had de minister, met wie Clorinde eens op haar gemak
-wou praten, haar uitgenoodigd om op het ministerie te komen ontbijten,
-als vrijgezellen.
-
-Ze wachtte geduldig op hem, terwijl ze een verhandeling over
-administratief recht doorbladerde, die op een tafel lag te slingeren.
-
---Ge zult wel trek gekregen hebben, zei hij vroolijk. Ik had het
-vreeselijk volhandig, vanmorgen.
-
-En haar den arm aanbiedende, geleidde hij haar naar de eetzaal, een
-kolossaal vertrek, waarin de twee couverts, die op een tafeltje voor
-het venster neergezet waren, ternauwernood opgemerkt werden. Twee
-groote lakeien bedienden. Rougon en Clorinde, beiden zeer matig,
-aten haastig: enkele radijsjes, een moot koude zalm, coteletten à
-la purée en een beetje kaas. Zij raakten den wijn niet aan. Rougon
-dronk 's morgens niets dan water. Zij wisselden ternauwernood enkele
-woorden. Toen de lakeien, de tafel opgeruimd en koffie en likeuren
-gebracht hadden, trok de jonge vrouw even haar wenkbrauwen op, welk
-gebaar hij zeer goed begreep.
-
---'t Is goed, zei hij, laat ons alleen. Ik zal wel schellen.
-
-De lakeien gingen heen. Toen stond zij op en sloeg de kruimeltjes van
-haar rok. Zij droeg een zwartzijden, te wijde japon, overladen met
-strooken; zij zat haar als een zak, zoodat men niet kon onderscheiden
-waar zich haar heupen of haar borst bevonden.
-
---Wat een hal! mompelde zij, tot achter in de kamer gaande. 't Is
-een echte bruiloftszaal, die eetzaal!
-
-En terugkeerende voegde zij er bij.
-
---Ik zou wel een cigarette willen rooken!
-
---Drommels, zei Rougon, ik heb hier geen tabak. Ik rook nooit.
-
-Maar zij gaf een knipoogje en haalde uit haar zak een met goud
-geborduurd roodzijden tabakszakje voor den dag, niet veel grooter
-dan een beurs. Daarop rolde zij een cigarette tusschen haar dunne
-vingers. En daar zij niet wilden schellen, hielden zij door de heele
-kamer jacht op lucifers. Eindelijk vonden zij er drie op het hoekje van
-een buffet; zij nam ze zorgvuldig mee. En met een cigarette tusschen
-de lippen, languit op haar stoel uitgestrekt, begon zij met kleine
-teugjes haar koffie te drinken, Rougon glimlachend aanziende.
-
---Nu, ik ben geheel tot uw dienst, zei deze, eveneens glimlachend. Ge
-hadt te praten, laten we dus praten.
-
-Zij maakte een gebaar alsof het er niet op aankwam.
-
---Ja. Ik heb een brief van mijn man gekregen. Hij verveelt zich
-in Turijn. Hij is heel blij dat hem die zending door uw toedoen
-opgedragen is, maar hij wil daar niet vergeten worden.... Maar daar
-zullen we straks over spreken. Er is geen haast bij.
-
-Zij begon weer te rooken en hem aan te kijken met haar prikkelenden
-glimlach. Rougon was er langzamerhand aan gewoon geraakt haar te zien,
-zonder zich de vragen te stellen die vroeger zijn nieuwsgierigheid zoo
-gaande maakten. Zij had zich eindelijk in zijn gewoonten gedrongen,
-hij beschouwde haar nu als een goede bekende, wier zonderlingheden
-hem geen schok van verbazing meer gaven. Maar eigenlijk wist hij nog
-altijd niets nauwkeurigs omtrent haar, hij kende haar nog evenmin
-als in de eerste dagen. Zij bleef vol afwisseling, kinderlijk en
-diepzinnig, meestal dom, somtijds bijzonder slim, heel zachtzinnig en
-zeer ondeugend. Wanneer zij hem nog een enkele maal verraste door een
-gebaar, een woord waarvoor hij geen verklaring vond, haalde hij de
-schouders op en zei dat alle vrouwen zoo waren. En hij dacht daarmee
-een groote minachting voor de vrouwen te toonen, wat Clorinde nog
-scherper deed glimlachen, met een wreeden glimlach, die haar tanden
-tusschen de roode lippen te voorschijn deed komen.
-
---Waarom kijkt ge me toch zoo aan? vroeg hij eindelijk, gehinderd door
-die groote oogen, op hem gevestigd. Heb ik iets dat u niet aanstaat?
-
-Een verborgen gedachte schitterde in Clorinde's oogen, terwijl twee
-rimpels een hardvochtige uitdrukking aan haar mond gaven. Maar zij
-lachte weer dadelijk allerliefst, blies dunne rookwolkjes uit en zei:
-
---Neen, neen, ik vind dat ge er heel goed uitziet.... Ik dacht aan
-iets, mijn waarde. Weet ge dat ge aardig geboft hebt?
-
---Hoe dat?
-
---Zeker.... Nu hebt ge het toppunt van uw wenschen bereikt. Iedereen
-heeft u een duwtje gegeven, de omstandigheden zelfs hebben meegewerkt.
-
-Hij wou antwoorden, toen er geklopt werd. Clorinde verborg
-werktuigelijk haar cigarette achter haar japon. Het was een ambtenaar
-die Zijn Excellentie een telegram overbracht, waarbij groote haast
-was. Rougon las het telegram met een knorrig gezicht en duidde den
-ambtenaar aan hoe het antwoord moest luiden. Daarop sloot hij driftig
-de deur, en zei, terwijl hij weer ging zitten:
-
---Ja, ik heb heel veel toewijding van mijn vrienden ondervonden. Ik
-hoop er aan te denken. En ge hebt gelijk, ik moet zelfs de
-omstandigheden dankbaar zijn. Een mensch vermag dikwijls niets wanneer
-de omstandigheden hem niet behulpzaam zijn.
-
-Terwijl hij deze woorden sprak, keek hij haar aan, met neergeslagen
-oogleden, opdat zij niet zou zien hoe aandachtig hij haar
-beschouwde. Waarom sprak zij van geluk? Wat wist zij met juistheid van
-de gunstige omstandigheden waarop zij zinspeelde? Had Du Poizat soms
-gebabbeld? Maar als hij haar zoo glimlachend en peinzend zag zitten,
-met een gelaat verteederd door de herinnering aan het een of andere
-zinnelijke genot, begreep hij dat haar hoofd met andere dingen vervuld
-was; zij wist bepaald niets. Hij zelf vergat liever, hield er niet
-van zich in oude herinneringen te verdiepen. Hij geloofde eindelijk
-dat hij zijn hooge positie inderdaad aan de toewijding zijner vrienden
-te danken had.
-
---Ik wou niets zijn, men heeft mij tegen wil en dank voortgedreven,
-ging hij voort. Enfin, de zaken hebben een gunstigen keer genomen. Als
-ik er in slaag eenig goed te doen, ben ik tevreden. Hij dronk zijn
-koffie uit. Clorinde rolde een tweede cigarette.
-
---Herinnert ge u nog, zei ze zachtjes, twee jaar geleden, toen
-ge uit den raad van State traadt, dat ik u naar de reden van dien
-plotselingen stap vroeg? Wat een geheimzinnigheid, toen! Maar nu kunt
-ge spreken.... Komaan, spreek nu eens eerlijk op, hadt ge toen een
-bepaald plan?
-
---Men heeft altijd een plan, antwoordde hij met een fijn lachje. Ik
-begreep dat ik vallen zou, en trad liever uit eigen beweging af.
-
---En hebt ge uw plan ten uitvoer gebracht, zijn de zaken juist zoo
-gegaan als ge het voorzien hadt?
-
---Wel neen, antwoordde hij met een vertrouwelijk knipoogje, ge weet
-wel dat het nooit zoo uitkomt.... Als men zijn doel maar bereikt!
-
-En hij viel zichzelf in de rede, met de vraag:
-
---Curaçao of chartreuse?
-
-Zij nam een glaasje chartreuse aan. Terwijl hij bezig was in te
-schenken, werd er weer geklopt. Zij verborg haar cigarette weer, met
-een gebaar van ongeduld. Hij stond op, met de karaf in de hand. Ditmaal
-was het voor een verzegelden brief. Hij las hem snel door, stak hem
-in den zak van zijn overjas en zei:
-
---'t Is goed! En nu wil ik niet meer gestoord worden, begrepen?
-
-Clorinde doopte haar lippen in de chartreuse, met zeer kleine
-teugjes drinkende, terwijl zij hem met schitterende oogen tersluiks
-aankeek. Haar gelaat droeg weder die teedere uitdrukking van
-zooeven. Heel zachtjes, met de ellebogen op de tafel geleund, zei ze:
-
---Neen, mijn waarde, ge zult nooit beseffen wat men voor u gedaan
-heeft.
-
-Hij schoof dichterbij, lei ook de ellebogen op de tafel, en riep op
-levendigen toon:
-
---Dat is waar ook, dat zou u me vertellen! Nu niets meer achterhouden,
-hoor! Vertel nou alles wat je gedaan hebt!
-
-Zij stak haar kin vooruit en schudde langzaam van neen, terwijl zij
-haar cigarette vast tusschen haar lippen drukte.
-
---Is het zoo verschrikkelijk? Misschien zijt ge bang dat ik mijn schuld
-niet af kan betalen? Wacht laat ik eens probeeren of ik het raden kan,
-Ge hebt aan den paus geschreven, misschien een gewijde hostie in mijn
-waterpot te weeken gelegd, zonder dat ik het gemerkt heb?
-
-Maar zij werd boos om die aardigheid. Ze dreigde heen te gaan, als
-hij zoo voortging.
-
---Spot niet met den godsdienst, zei ze. Dat zou u ongeluk aanbrengen.
-
-Toen weer wat kalmer, met haar hand den rook verdrijvende die Rougon
-scheen te hinderen, hernam zij met een bijzonderen nadruk:
-
---Ik heb heel wat menschen gesproken, ik heb vrienden aangeworven.
-
-Ze voelde een booze behoefte om hem alles te vertellen. Ze verlangde
-hem te doen weten op welke manier zij aan zijn geluk gewerkt had. Die
-bekentenis was een eerste voldoening, in haar zoo geduldig verborgen
-wrok. Wanneer hij aangedrongen had, zou zij hem alles nauwkeurig
-verteld hebben,
-
---Ja, ja, herhaalde zij, mannen wier opinies lijnrecht tegenover de
-uwe stonden, heb ik voor u moeten winnen, mijn waarde.
-
-Rougon was doodsbleek geworden. Hij had haar begrepen.
-
---Zoo, zei hij eenvoudig.
-
-Hij zocht dit onderwerp te vermijden. Maar zij richtte haar donkeren
-blik kalm en onbeschaamd op den zijnen, met een ingehouden lach. Toen
-ondervroeg hij haar.
-
---Mijnheer de Marsy, nietwaar?
-
-Ze knikte bevestigend, terwijl zij een rookwolk achter haar schouders
-blies.
-
---Ridder Rusconi?
-
-Zij antwoordde nogmaals ja.
-
---Mijnheer Lebeau, mijnheer de Salneuve, mijnheer Guyot-Laplanche?
-
-Zij antwoordde weer ja. Maar bij den naam van mijnheer de Plouguern
-protesteerde zij. Die niet. En zij dronk langzaam haar glaasje
-chartreuse leeg, met een zegevierend gezicht.
-
-Rougon was opgestaan. Hij ging naar het einde van de kamer, kwam
-daarna achter haar staan en fluisterde haar toe:
-
---Waarom dan niet met mij?
-
-Zij keerde zich plotseling om, uit vrees dat hij een kus op haar
-haren zou drukken.
-
---Met u, dat was niet noodig! Waartoe, met u?.... Dat is ook niet
-snugger. Met u hoefde ik uw zaak niet te bepleiten.
-
-En toen hij haar woedend aankeek, barstte zij in een schaterlach uit.
-
---Ach, hoe onnoozel is hij nog! Men kan geen schertsend woord zeggen,
-hij gelooft alles wat men hem vertelt!.... Kom, kom, mijn waarde,
-gelooft ge mij werkelijk in staat om zoo'n handel te drijven? En
-nog wel als een liefdedienst! Trouwens, als ik al die laagheden
-begaan had, zou ik ze u zeker niet vertellen!.... Neen, heusch,
-ge zijt vermakelijk!
-
-Rougon keek een oogenblik uit het veld geslagen. Maar de ironische
-manier waarop zij zichzelf tegensprak, maakte haar nog uitdagender,
-en haar geheele persoon, de lach in haar keel, de flikkering in haar
-oogen, herhaalden haar bekentenis, zeiden toch ja. Hij strekte de armen
-reeds uit om haar te omvatten, toen er ten derden male geklopt werd.
-
---Nu bedank ik er voor, mompelde zij, ik houd mijn cigarette in
-den mond.
-
-Een bode trad hijgend binnen en kondigde stamelend aan dat Zijn
-Excellentie de minister van Justitie Zijn Excellentie wenschte te
-spreken, en hij keek schuins naar de dame die daar zat te rooken.
-
---Zeg dat ik uit ben! riep Rougon. Ik ben voor niemand te spreken,
-hoort ge!
-
-Toen de bode buigend en achteruit tredend de kamer verlaten had,
-maakte Rougon zich vreeselijk boos; hij beukte met zijn vuist op de
-meubels. Men liet hem geen oogenblik om op adem te komen; gisteren
-avond had men hem zelfs in zijn kleedkamer achtervolgd, terwijl hij
-bezig was zich te scheren. Clorinde ging vastberaden naar de deur.
-
---Wacht, zei ze. Nu zal men ons niet meer lastig vallen.
-
-Ze nam den sleutel, stak dien binnen in het slot en sloot de deur af.
-
---Ziedaar. Nu kan men kloppen.
-
-En ze rolde een derde cigarette, terwijl ze voor het venster stond. Hij
-dacht aan een toegeefelijke bui. Hij kwam dicht bij haar staan en
-fluisterde haar toe:
-
---Clorinde!
-
-Zij bewoog zich niet en hij hernam nog zachter:
-
---Clorinde, waarom wil je niet?
-
-Dat vertrouwelijke "je" liet haar kalm. Zij knikte van neen, maar
-zwakjes, alsof ze hem wou aanmoedigen, tot het uiterste drijven. Hij
-durfde haar niet aanraken, in een plotselinge beschroomdheid. Maar
-eindelijk zoende hij haar toch in den nek, onder haar opgestoken
-haar. Toen keerde zij zich om en riep op verachtelijken toon:
-
---Krijg je het weer te pakken, mijn waarde? Ik dacht dat je het al
-te boven was. Wat een vreemde man ben je toch! Je kust de vrouwen na
-anderhalf jaar bedenktijd!
-
-Hij wierp zich op haar en haar hand grijpend, overdekte hij die
-met kussen.
-
-Zij liet hem begaan en bleef hem bespotten, zonder zich boos te maken.
-
---Als je me maar niet in mijn vingers bijt, dat is al wat ik van je
-verlang.... Dat had ik toch niet van je gedacht! Je was zoo verstandig
-geworden toen ik je in de rue Marbeuf kwam bezoeken. En nu begint die
-dwaasheid weer, omdat ik je gemeene dingen vertel, die Goddank nooit
-bij me opgekomen zijn! 't Is wat moois, hoor!.... Ik ben zoo lang
-niet verliefd. Dat is al oude kost. Je hebt mij niet willen hebben,
-ik wil jou niet meer.
-
---Luister eens, al wat je wil kan je van me gedaan krijgen, fluisterde
-hij.
-
-Maar zij zei weer neen, strafte hem in zijn vleeschelijke
-begeerten voor zijn vroegere versmading, genoot daardoor een eerste
-wraakneming. Ze had verlangd dat hij oppermachtig zou zijn om hem te
-kunnen weigeren, zijn mannelijken trots te wonden.
-
---Nooit, nooit! herhaalde zij telkens.... Weet je het dan niet
-meer? Nooit!
-
-Toen verlaagde Rougon zich zoozeer, dat hij haar te voet viel. Hij
-greep haar rokken en zoende haar knieën door de zijden stof heen. Het
-was de zachte japon van mevrouw Bouchard niet, de stof was hinderlijk
-dik, en toch bedwelmde ze hem door haar geur. Zij haalde haar schouders
-op en gunde hem haar rokken. Maar hij werd stoutmoediger, zijn handen
-grepen naar haar voeten aan den rand van haar strook.
-
---Pas op! zei ze kalmpjes.
-
-En toen hij zijn handen verder uitstak, drukte zij hem het brandende
-einde van haar cigarette op het voorhoofd. Hij deinsde met een schreeuw
-terug, wou zich weer op haar werpen. Maar zij was hem te vlug af,
-met een sprong stond zij tegen den muur naast den haard en hield zij
-het schelkoord in de hand.
-
---Ik schel, zei ze, en ik zeg dat gij me hier opgesloten hebt!
-
-Hij trilde op zijn voeten, en met de vuisten tegen het bonzende
-hoofd gedrukt, bleef hij een paar seconden onbewegelijk staan. Met
-een geweldige krachtsinspanning dwong hij zich weer tot kalmte,
-ofschoon zijn ooren nog suisden en zijn oogen een rooden gloed zagen.
-
---Ik ben een domkop, mompelde hij. 't Is zoo dwaas mogelijk.
-
-Clorinde lachte zegevierend en las hem de les. Hij deed er verkeerd
-aan de vrouwen te minachten; later zou hij moeten erkennen dat er
-ook flinke vrouwen waren. Toen sloeg ze weer een goedigen toon aan.
-
---We zijn toch niet boos op elkander, hè?.... Zie je, je moet me
-nooit zoo iets vragen. Ik wil het niet, ik heb er geen lust in.
-
-Rougon liep beschaamd heen en weer. Zij liet het schelkoord los en
-ging weer voor de tafel zitten, waar zij zich een glas suikerwater
-gereed maakte.
-
---Ik heb dan een brief van mijn man gekregen, hernam ze bedaard. Ik
-had vanmorgen zooveel te doen, dat ik mijn belofte om bij je te komen
-ontbijten niet gehouden zou hebben, als ik niet verlangend geweest was
-hem je te laten zien. Hier is hij. Hij herinnert je aan je beloften.
-
-Hij nam den brief en las hem onder het heen en weer loopen. Toen
-wierp hij hem met een verdrietig gebaar voor haar neer.
-
---Welnu? vroeg zij.
-
-Maar hij sprak niet dadelijk. Hij zette een hoogen rug en geeuwde even.
-
---Hij is dwaas, zei hij eindelijk.
-
-Zij was zeer geraakt. Sedert eenigen tijd duldde zij niet meer dat
-men aan de bekwaamheden van haar man scheen te twijfelen. Zij boog een
-oogenblik het hoofd, de trilling van verontwaardiging in haar handen
-bedwingende. Langzamerhand maakte zij zich vrij van haar onderdanigheid
-als leerling, scheen zij kracht genoeg aan Rougon ontleend te hebben
-om zich als een geduchte tegenstandster tegenover hem te stellen.
-
---Als wij dien brief lieten zien, zou hij een verloren man zijn, zei
-de minister, die een neiging voelde om den tegenstand van de vrouw
-op den man te wreken. Het zal zoo gemakkelijk niet gaan den goeden
-man een betrekking te bezorgen.
-
---Ge overdrijft, mijn waarde, hernam zij na een kort
-stilzwijgen. Vroeger heette het dat hij een prachtige toekomst
-had. Hij bezit hoedanigheden, die hem tot een ernstig, degelijk
-mensch maken. Kom, kom, het zijn niet altijd de flinkste koppen die
-het meest vooruitkomen!
-
-Rougon zette zijn wandeling voort. Hij haalde de schouders op.
-
---Het is uw belang dat hij aan het ministerie komt. Ge zult een
-vriend meer aan hem hebben. Wanneer de minister van landbouw en
-handel werkelijk zijn ontslag neemt, zooals men zegt, dan is het een
-prachtige gelegenheid. Mijn man is daartoe bevoegd en zijn zending
-naar Italië vestigt de aandacht van den keizer op hem. Ge weet dat de
-keizer bijzonder op hem gesteld is; ze kunnen heel goed met elkander
-overweg; ze hebben dezelfde ideeën. Het behoeft u maar éen woord te
-kosten en de zaak krijgt haar beslag.
-
-Hij liep nog een paar malen zwijgend de kamer rond. Toen bleef hij
-voor haar stilstaan en zei:
-
---Mij goed dan.... Er zijn er wel dommer.... Maar ik doe het
-uitsluitend voor u. Ik wil u ontwapenen. Want ik geloof niet dat ge
-zoo gemakkelijk zijt. Ge vergeeft niet licht, is het wel?
-
-Hij schertste. Zij begon ook te lachen, en zei:
-
---Juist zoo. Ik vergeef en ik vergeet niet licht.
-
-Toen zij hem verliet, hield hij haar nog even staande. Tot tweemaal
-toe drukten zij elkander krachtig de hand, zonder er een woord bij
-te voegen.
-
-Zoodra Rougon alleen was, keerde hij naar zijn kabinet terug. De
-groote kamer was ledig. Hij ging voor zijn schrijftafel zitten, met
-de ellebogen op den rand van het vloeiboek, diep ademhalend. Zijn
-oogleden vielen dicht, als versuft zat hij daar bijna tien minuten in
-dezelfde houding. Maar op eens sprong hij op en rekte zich de armen
-uit. Hij schelde en Merle verscheen.
-
---Mijnheer de prefect van de Somme wacht nog altijd, niet
-waar?.... Laat hem binnenkomen.
-
-De prefect van de Somme trad binnen, bleek en glimlachend, zijn kleine
-gestalte zoo hoog mogelijk oprichtend. Hij maakte heel correct zijn
-compliment voor den minister. Rougon verzocht hem plaats te nemen.
-
---Ik zal u zeggen, mijnheer de prefect, waarom ik u ontboden heb. Er
-zijn instructies die men slechts mondeling kan geven.... U zult
-wel weten dat de revolutionnaire partij het hoofd opsteekt. We zijn
-slechts een haarbreed van een ontzettenden ramp af geweest. Kortom, het
-land wil gerustgesteld worden, de krachtige bescherming der regeering
-boven zich voelen. Van zijn kant is Zijn Majesteit de keizer besloten
-voorbeelden te stellen, want tot dusverre heeft men een schandelijk
-misbruik van zijn goedheid gemaakt....
-
-Hij sprak langzaam, achterover geleund in zijn armstoel en spelend
-met een groot stempel met agaten hecht. De prefect knikte goedkeurend
-bij ieder zinsdeel.
-
---Uw departement, ging de minister voort, is een van de minst
-goedgezinde. De republikeinsche kanker....
-
---Ik doe alle pogingen.... wilde de prefect zeggen.
-
---Laat me uitspreken.... moet dus met opzienbarende gestrengheid
-onderdrukt worden. Ik heb u hier laten komen om mij hieromtrent met
-u te verstaan.... We hebben hier een lijst samengesteld....
-
-En hij zocht onder zijn papieren. Hij nam een dossier ter hand,
-en doorbladerde het.
-
---Het aantal arrestaties, die noodig geoordeeld zijn, heeft men over
-geheel Frankrijk moeten verdeelen. Het totaal voor ieder departement
-is evenredig aan den indruk dien men teweeg wil brengen. Begrijp
-onze bedoelingen goed. Hier bijvoorbeeld, in Haute-Marne, waar
-de republikeinen een zeer geringe minderheid vormen, slechts drie
-arrestaties. La Meuse daarentegen, vijftien.... Wat uw departement
-aangaat, de Somme nietwaar? we zeggen de Somme....
-
-Hij sloeg de bladen om en knipte met zijn dikke oogleden. Eindelijk
-hief hij het hoofd op en keek den ambtenaar strak aan.
-
---Mijnheer de prefect, u zorgt dat er twaalf arrestaties plaats vinden.
-
-Het bleeke mannetje boog en herhaalde:
-
---Twaalf arrestaties.... Ik heb Zijn Excellentie volkomen begrepen.
-
-Maar hij bleef onthutst. Nadat hij nog enkele minuten met den minister
-gesproken had en deze hem een teeken gaf dat hij kon heengaan,
-vermande hij zich en vroeg:
-
---Zou Zijn Excellentie mij de personen kunnen aanwijzen?....
-
---O, arresteer wien ge wilt!.... Ik kan me met al die bijzonderheden
-niet inlaten, ik zou het al te druk krijgen. En ga van avond nog op
-reis, dan kunt u morgen met de arrestaties beginnen.... Maar één ding
-raad ik u, begin van boven af. U hebt daar wel advokaten, kooplieden,
-apothekers, die zich met de politiek bemoeien. Stop al die lui in de
-doos. Dat maakt meer effect.
-
-De prefect streek bezorgd over zijn voorhoofd, hij raadpleegde zijn
-geheugen om advokaten, kooplieden en apothekers te vinden. Hij knikte
-intusschen nog steeds goedkeurend. Maar Rougon was zeker niet voldaan
-met zijn weifelende houding.
-
---Ik wil u niet verhelen, hernam hij, dat Zijn Majesteit op het
-oogenblik zeer ontevreden is over het administratieve personeel. Het
-kon wel zijn, dat er spoedig groote mutatiën zullen plaats vinden. We
-hebben mannen vol ijver en toewijding noodig, in deze ernstige
-tijdsomstandigheden.
-
-Dat werkte als een zweepslag.
-
---Zijn Excellentie kan op mij rekenen, riep de prefect. Ik heb
-mijn mannen al; een apotheker in Péronne, een lakenkoopman en een
-papierfabrikant in Doullens; en wat de advokaten aangaat, die zijn
-er genoeg.... O, ik verzeker Zijn Excellentie dat ik de twaalf bijeen
-krijg.... Ik ben een oud dienaar van het keizerrijk.
-
-Hij zei nog iets van het land redden en ging met een diepe buiging
-heen.
-
-De minister wierp hem een twijfelenden blik achterna, hij had niet veel
-vertrouwen in kleine menschen. Zonder te gaan zitten, streepte hij
-de Somme op de lijst door. Meer dan twee-derden van de departementen
-waren al doorgestreept.
-
-Toen hij Merle nogmaals schelde, zag hij tot zijn ergernis dat de
-voorkamer nog altijd vol was. Hij meende zelfs de dames voor de tafel
-te herkennen.
-
---Ik had je gezegd dat je iedereen weg zou sturen, riep hij. Ik ga uit,
-ik kan niet ontvangen.
-
---Mijnheer de directeur van de Voeu national is er, mompelde de bode.
-
-Rougon had hem vergeten. Hij vouwde de handen op zijn rug en gaf
-bevel hem binnen te laten. Het was een man van omtrent veertig jaren,
-keurig gekleed, met een dik gezicht.
-
---Zoo, is u daar, mijnheer, zei de minister op ruwen toon. Zoo kan
-het onmogelijk voortgaan, dat waarschuw ik u vooruit!
-
-En hij wandelde op en neer, terwijl hij de pers met scheldwoorden
-overlaadde. Zij bracht de heele maatschappij uit haar verband,
-ze oefende een demoraliseerenden invloed uit, zij spoorde tot
-allerlei ongeregeldheden aan. Journalisten telde hij nog minder
-dan straatroover; van een dolksteek kan men opkomen, terwijl
-pennesteken vergiftig zijn; en hij vond nog andere, liefelijke
-vergelijkingen. Langzamerhand wond hij zichzelf op, hij maakte woedende
-gebaren, zijn stem klonk als het rommelen van den donder. De directeur
-boog het hoofd onder den storm. Met een verschrikt, deemoedig gezicht
-vroeg hij:
-
---Als Zijn Excellentie mij zou willen uitleggen, ik begrijp niet
-goed waarom.
-
---Wat, waarom? schreeuwde Rougon nijdig.
-
-Hij greep een krant, vouwde die open op zijn schrijftafel en toonde
-hem de kolommen, die hij met rood potlood had aangestreept.
-
---Er staan geen tien regels in waarop niets aan te merken valt! In uw
-hoofdartikel schijnt u de onfeilbaarheid der regeering ten opzichte
-van haar repressieve maatregelen te betwijfelen. In dit entrefilet
-op de tweede bladzijde lijkt het wel of u op mijn persoon zinspeelt,
-wanneer u spreekt van parvenu's die onbeschaamd zegevieren. In uw
-gemengd nieuws vind ik allerlei vieze histories en domme uitvallen
-tegen de hoogere standen.
-
-De directeur vouwde vertwijfeld de handen en trachtte iets in het
-midden te brengen.
-
---Ik verzeker Zijn Excellentie op mijn eerewoord.... Ik ben
-wanhopig dat Zijn Excellentie ook maar een oogenblik heeft kunnen
-onderstellen.... Ik, die voor zijn Excellentie zoo'n bewondering
-koester....
-
-Maar Rougon luisterde niet naar hem.
-
---En het ergste, mijnheer, is dat iedereen weet door welke banden
-gij aan de regeering verbonden zijt. Hoe kunnen de andere bladen
-ons eerbiedigen?.... Al mijn vrienden wezen mij vanmorgen op die
-schandelijke artikelen.
-
-Toen schreeuwde de directeur met Rougon mee. Die artikelen waren
-hem niet onder de oogen gekomen. Maar hij zou al de redacteurs
-wegjagen. Als Zijn Excellentie het goed vond, zou hij Zijn Excellentie
-iederen morgen een proefnummer toezenden. Rougon, opgelucht, weigerde;
-hij had geen tijd. En hij dreef den directeur naar de deur, toen hij
-zich bedacht.
-
---Ik vergat nog wat. Uw feuilleton is afschuwelijk. Die deftige dame
-die haar man bedriegt, is een verfoeielijk argument tegen een goede
-opvoeding. Men moet niet laten zeggen dat een welopgevoede dame een
-misstap kan begaan.
-
---Het feuilleton maakt veel opgang, mompelde de directeur, die weer
-ongerust werd. Ik heb het gelezen, ik vond het heel boeiend.
-
---Zoo, hebt u het gelezen. Nu, krijgt die ongelukkige vrouw ten
-slotte gewetenswroeging?
-
-De directeur bracht onthutst de hand aan het voorhoofd, en zocht zich
-te herinneren.
-
---Gewetenswroeging! Neen, dat geloof ik niet.
-
-Rougon had de deur geopend. Hij deed ze achter hem dicht, terwijl
-hij hem nariep:
-
---Ze moet bepaald wroeging krijgen!.... Eisch van den schrijver dat
-hij haar wroeging geeft!
-
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-
-Rougon had aan Du Poizat en mijnheer Kahn geschreven dat hij van een
-officiëele ontvangst aan de poorten van Niort verschoond wenschte
-te blijven. Hij kwam op een Zaterdagavond tegen zeven uur; hij
-begaf zich regelrecht naar de prefectuur, met het plan daar tot den
-volgenden middag uit te rusten; hij was zeer vermoeid. Maar na het
-diner kwamen er enkele personen. Het gerucht van zijn komst had zich
-zeker door de stad verbreid. Men opende de deur van een klein salon
-naast de eetzaal en organiseerde een soiréetje. Rougon, tusschen de
-twee vensters staande, zag zich genoodzaakt zijn lust tot geeuwen te
-bedwingen en op vriendelijke wijze de welkomstgroeten te beantwoorden.
-
-Een afgevaardigde van het departement, de procureur die de officiëele
-candidatuur van mijnheer Kahn geërfd had, verscheen het eerst, in
-lange overjas en gekleurde pantalon; hij verontschuldigde zich en
-verklaarde dat hij te voet van een zijner pachthoeven terugkwam, maar
-dat hij toch dadelijk Zijn Excellentie had willen begroeten. Daarop
-vertoonde zich een kort, dik mannetje in een nauwen zwarten rok, met
-witte handschoenen, met een plechtstatig en spijtig gelaat. Het was
-de eerste adjunct. Hij was door zijn dienstbode gewaarschuwd. Hij
-verzekerde dat mijnheer de burgemeester wanhopig zou zijn;
-mijnheer de burgemeester, die Zijn Excellentie eerst den volgenden
-dag verwachtte, bevond zich op zijn landgoed in Varades, op tien
-kilometers afstands. Achter den adjunct defileerden nog zes heeren;
-groote voeten, lompe handen, breede, vierkante gezichten; de prefect
-stelde ze voor als de verdienstelijkste leden van het Genootschap
-ter beoefening der Statistiek. Eindelijk kwam nog de directeur van
-het lyceum met zijn vrouw, een mooie blondine, acht en twintig jaar
-oud, een Parisienne wier toiletten Niort in rep en roer brachten. Ze
-klaagde bitter tegen Rougon over het leven in een plattelandsstadje.
-
-Intusschen werd mijnheer Kahn, die met den minister en den prefect
-gedineerd had, met vragen bestormd over de plechtigheid van den
-volgenden dag. Men zou zich een uur gaans buiten de stad begeven,
-naar den ingang van een tunnel, ontworpen voor den spoorweg van
-Niort naar Angers; en daar zou Zijn Excellentie de minister van
-Binnenlandsche zaken de eerste mijn zelf doen ontbranden. Dat vond men
-heel treffend. Rougon nam een goedig voorkomen aan. Hij wou alleen de
-moeitevolle onderneming van een ouden vriend eer bewijzen. Trouwens,
-hij beschouwde zichzelf als den aangenomen zoon van het departement
-Deux-Sèvres, dat hem vroeger naar de Wetgevende vergadering had
-afgevaardigd. In werkelijkheid was het doel van zijn reis, levendig
-aangeraden door Du Poizat, zich in al zijn macht aan zijn oude kiezers
-te vertoonen, om volkomen zeker van zijn candidatuur te zijn, indien
-hij ooit deel mocht willen uitmaken van het Wetgevend lichaam.
-
-Door de vensters van het kleine salon zag men de donkere, rustige
-stad. Niemand kwam meer. Men had de komst van den minister te laat
-vernomen. Dat was een triomf voor de volijverige lieden die gekomen
-waren. Ze dachten niet aan heengaan, hun borst zwol van genot dat
-zij de eersten waren die Zijn Excellentie en petit comité bezaten. De
-adjunct herhaalde luider, op een klagenden toon, waarin een jubelende
-vreugde doorblonk:
-
---Mijn hemel, wat zal mijnheer de burgemeester een spijt hebben!.... En
-mijnheer de president en mijnheer de procureur des keizers, en al
-die heeren!....
-
-Tegen negen uur echter zou men in den waan gekomen zijn dat de heele
-stad zich in de voorkamer bevond. Er werd een indrukwekkend geluid van
-voetstappen gehoord. Daarop kwam een dienaar zeggen dat mijnheer de
-commissaris zijn hulde aan Zijn Excellentie wenschte te brengen. En
-de binnentredende was Gilquin, Gilquin op zijn keurigst, in rok, met
-stroogele handschoenen en chevreauleeren bottines. Du Poizat had hem
-een betrekking in zijn departement bezorgd. Gilquin, die zich nu heel
-betamelijk voordeed, had alleen nog een ietwat gewaagde, wiegelende
-beweging van de schouders behouden en de gewoonte zich niet van zijn
-hoed te kunnen scheiden; hij hield dien tegen zijn heup, in een houding
-die hij op de een of andere modeplaat scheen bestudeerd te hebben. Hij
-maakte een buiging voor Rougon, en mompelde met overdreven nederigheid:
-
---Ik hoop dat Zijn Excellentie zich mijner nog herinnert. Ik heb de
-eer gehad hem meermalen in Parijs te ontmoeten.
-
-Rougon glimlachte. Zij praatten een oogenblik. Daarop ging Gilquin
-naar de eetzaal, waar men de thee ronddiende. Hij vond er mijnheer
-Kahn, die op een hoekje van de tafel, de lijst van de genoodigden
-voor den volgenden dag nazag.
-
-In het kleine salon sprak men over de goede regeering: Du Poizat, naast
-Rougon staande, prees het keizerrijk hemelhoog en beiden wisselden een
-saluut, alsof zij elkander gelukwenschten met een persoonlijk werk,
-tegenover de burgers van Niort, die hen in eerbiedige bewondering
-aangaapten.
-
---Wat een handige lui! mompelde Gilquin, die het tooneel door de open
-deur had gadegeslagen.
-
-En terwijl hij een scheutje rum in zijn thee goot, stiet hij mijnheer
-Kahn met den elleboog aan. Du Poizat, mager en opgewonden, met zijn
-onregelmatige witte tanden in zijn koortsachtig kindergezicht, dat
-van zegepraal gloeide, deed Gilquin smakelijk lachen; hij vond hem
-"uitstekend".
-
---Zeg, hebt u hem niet in het departement zien komen? ging hij
-zachtjes voort. Ik was bij hem. Hij stapte met een woedend gezicht
-door de straten! Nu, hij schijnt heel wat tegen de lui hier gehad te
-hebben. Sinds hij in zijn prefectuur is, schijnt het hem een genot
-te zijn zich over zijn kindsheid te wreken. En de burgers die hem
-vroeger als een armen drommel gekend hebben, zullen het wel laten om
-hem te lachen, als hij voorbijgaat, dat beloof ik je!.... O, 't is
-een degelijke prefect, met hart en ziel bij zijn zaken. Hij gelijkt
-heelemaal niet op dien Langlade dien wij vervangen hebben, iemand die
-er allerlei minnarijtjes op nahield, blank als een meisje. We hebben
-portretten van zeer gedecolleteerde dames tot in de dossiers van het
-kabinet gevonden.
-
-Galquin zweeg een oogenblik. Hij meende te bemerken dat de vrouw
-van den directeur, die in een hoekje van het salon zat, geen oog van
-hem afwendde. Om nu de bevalligheden van zijn bovenlijf meer te doen
-uitkomen, boog hij zich voorover om tot mijnheer Kahn te zeggen:
-
---Hebt u niet gehoord van de ontmoeting van Du Poizat met zijn
-vader? O, het koddigste avontuur ter wereld! U weet dat de oude vroeger
-deurwaarder was en dat hij een aardig kapitaaltje bijeengegaard had
-door bij de week te leenen; hij woont nu als een kluizenaar, in een oud
-vervallen huis, met geladen geweren in de voorgang.... Nu koesterde
-Du Poizat, dien hij wel twintigmaal de galg voorspeld had, al lang
-den wensch om hem te overbluffen. Dat was eigenlijk de grootste reden
-waarom hij hier prefect wou worden.... Op een goeden morgen dan trekt
-onze Du Poizat zijn mooiste uniform aan, en onder voorwendsel dat hij
-een inspectie gaat houden, klopt hij bij den oude aan de deur. Meer
-dan een kwartier lang kon hij staan schilderen. Eindelijk doet de
-oude open. Een bleek oud mannetje kijkt met een versuft gezicht
-naar de borduursels op zijn uniform. En wat denkt u dat hij zei,
-toen hij hoorde dat zijn zoon prefect was? "Zeg, Léopold, stuur me de
-belastingmannen niet meer op mijn dak!" Heelemaal geen verbazing of
-aandoening.... Toen Du Poizat terugkwam, kneep hij zijn lippen opeen
-en zag hij zoo wit als een doek. Die onverstoorbare kalmte van zijn
-vader maakte hem wanhopig. Dien zal hij verder wel met rust laten.
-
-Mijnheer Kahn schudde bedachtzaam het hoofd. Hij had de lijst van de
-uitnoodigingen weer in zijn zak gestoken, hij nam nu ook een kop thee
-en wierp een blik in het aangrenzende salon.
-
---Rougon staat te slapen, zei hij. Die domooren moesten hem maar naar
-bed laten gaan. Hij moet zijn krachten voor morgen bewaren.
-
---Ik had hem in lang niet gezien, hernam Gilquin. Hij is dik geworden.
-
-Daarop herhaalde hij een toontje lager:
-
---'t Zijn toch handige lui!.... Ze hebben de een of andere slimmen
-zet gedaan, toen de aanslag plaats vond. Ik had ze gewaarschuwd. Den
-volgenden dag waren de poppen toch aan het dansen. Rougon beweert
-dat hij naar de prefectuur gegaan is, waar niemand hem heeft willen
-gelooven. Enfin, dat is zijn zaak, daar behoeft een ander zich niet
-mee te bemoeien.... Die vlegel van een Du Poizat had me een kostelijk
-déjeuner aangeboden in een café op de boulevards. Wat een dag was
-dat! We moeten den avond in den schouwburg doorgebracht hebben;
-ik herinner me er niets meer van, ik heb twee dagen achtereen geslapen.
-
-Mijnheer Kahn scheen niet bijzonder gesteld op de vertrouwelijke
-mededeelingen van Gilquin. Hij verliet de eetzaal. Gilquin, alleen
-achtergebleven, verbeeldde zich nu stellig dat de vrouw van den
-directeur een oogje op hem had. Hij ging het salon weer binnen,
-toonde zich heel gedienstig, liet haar thee, gebakjes, tulband
-brengen. Hij zag er werkelijk niet kwaad uit; hij leek een net
-mensch wiens opvoeding ietwat verwaarloosd was, hetgeen de mooie
-blondine langzamerhand scheen te verteederen. Intusschen toonde de
-afgevaardigde de noodzakelijkheid aan van een nieuwe kerk in Niort,
-de adjunct vroeg om een brug, de directeur sprak over een vergrooting
-van de gebouwen van het lyceum, terwijl de leden van het Genootschap
-ter beoefening der Statistiek alles stilzwijgend goedkeurden.
-
---We zullen morgen zien, heeren, antwoordde Rougon met half gesloten
-oogleden. Ik ben hier om uw behoeften te leeren kennen en aan uw
-verzoekschriften recht te doen wedervaren.
-
-Het sloeg tien uur, toen een bediende iets kwam zeggen aan den prefect,
-die dadelijk den minister een paar woorden toefluisterde. Deze verliet
-haastig de kamer. Mevrouw Correur wachtte hem in een aangrenzend
-vertrek. Zij had een lang, tenger meisje bij zich, met een bleek
-gelaat vol sproeten.
-
---Hoe, is u in Niort! riep Rougon.
-
---Eerst sedert van middag, zei mevrouw Correur. We zijn hierover
-afgestapt, in het hôtel de Paris.
-
-En zij legde uit dat zij uit Coulonges kwam, waar zij twee dagen had
-doorgebracht. En op het lange meisje wijzende:
-
---Mejuffrouw Herminie Billecoq, die zoo vriendelijk geweest is mij
-gezelschap te houden.
-
-Herminie Bellecoq maakte een plechtstatige buiging. Mevrouw Correur
-ging voort:
-
---Ik heb u niet over die reis gesproken, omdat u het me misschien
-had afgeraden; maar het was me te machtig, ik moest mijn broer
-zien. Toen ik van uw reis naar Niort hoorde, ben ik dadelijk hier
-heen gekomen. We hadden u de prefectuur zien binnengaan, maar we
-vonden het verkieselijker ons wat laat te vertoonen. Men is zoo
-kwaadsprekend in die kleine steden!
-
-Rougon knikte toestemmend. De dikke mevrouw Correur, met haar
-beschilderde wangen en geel kostuum, leek hem ook wel wat opzichtig
-toe voor een provinciestadje.
-
---En hebt u uw broer gezien? vroeg hij.
-
---Ja, ja, mompelde zij, met opeengeklemde tanden. Mevrouw Martineau
-heeft me de deur niet durven wijzen. Die arme broer! Ik wist wel
-dat hij ziek was, maar het trof me toch toen ik hem zoo vermagerd
-zag. Hij heeft me beloofd dat hij me niet zou onterven; dat zou tegen
-zijn principes zijn. Het testament is gemaakt, het geld moet tusschen
-mij en mevrouw Martineau verdeeld worden.... Niet waar, Herminie?
-
---Het geld moet verdeeld worden, bevestigde het lange meisje. Hij zei
-het toen u binnenkwam en hij herhaalde het toen hij u de deur wees. O,
-stellig, ik heb het goed gehoord.
-
-Intusschen wenschte Rougon de dames haar afscheid te geven. Hij
-zei:--Goed, dat doet me genoegen! Nu kunt u gerust zijn. Mijn hemel,
-die familietwisten worden altijd weer bijgelegd.... Nu, goeden
-avond. Ik ga naar bed.
-
-Maar mevrouw Correur hield hem tegen. Zij had haar zakdoek te
-voorschijn gehaald en drukte die in een plotselinge bui van wanhoop
-tegen haar oogen.
-
---Die arme Martineau!.... Hij is zoo goed geweest, hij heeft me zoo
-zonder veel omhaal vergiffenis geschonken!.... Als u eens wist, mijn
-vriend.... Ik kom eigenlijk hier voor hem, ik wou u iets te zijnen
-gunste verzoeken.
-
-Tranen verstikten haar stem. Ze snikte. Rougon, die er niets van
-begreep, keek de beide vrouwen verbaasd aan. Juffrouw Herminie
-Billecoq huilde ook, maar in stilte; zij was gevoelig van aard,
-droefheid werkte aanstekelijk op haar. Zij stamelde het eerst:
-
---Mijnheer Martineau heeft zich in de politiek gecompromitteerd.
-
-Toen begon mevrouw Correur met een groote radheid van tong te spreken.
-
---Misschien heugt het u nog, dat ik u onlangs al eens mijn
-vrees te kennen gaf. Ik had er een voorgevoel van.... Martineau
-werd republikeinsch. Bij de laatste verkiezingen heeft hij zich
-verbazend ingespannen voor den candidaat van de oppositie. Ik kende
-bijzonderheden die ik niet wil zeggen. Enfin, dat kon niet goed
-afloopen.... Zoodra ik in Coulonges in de Lion d'or afstapte, heb ik de
-lui uitgehoord en nog heel wat meer bijzonderheden vernomen. Martineau
-heeft allerlei dwaasheden begaan. Het zou niemand verwonderen als
-hij gearresteerd werd. Men verwacht iederen dag de gendarmes om hem
-mee te nemen. U begrijpt wat een schok dat voor mij zou zijn! En nu
-heb ik aan u gedacht, mijn vriend....
-
-Opnieuw werd haar stem door snikken verstikt. Rougon trachtte haar
-gerust te stellen. Hij zou er over spreken met Du Poizat, hij zou
-de vervolging stuiten, als zij reeds begonnen was. Hij liet zich
-zelfs ontvallen:
-
---Ik ben de baas, ga gerust slapen.
-
-Mevrouw Correur schudde het hoofd en rolde haar zakdoek ineen; haar
-tranen waren gedroogd. Ze hernam nog halfluid:
-
---Neen, neen, u weet niet alles. 't Is ernstiger dan u denkt.... Hij
-brengt mevrouw Martineau naar de mis en blijft er zelf buiten;
-hij heeft verklaard dat hij geen voet meer in de kerk zal zetten,
-wat iederen Zondag een groot schandaal geeft. Hij gaat druk om met
-een gewezen advokaat, een man van 48, met wien men hem urenlang over
-allerlei verschrikkelijke dingen hoort praten. Herhaaldelijk sluipen
-er mannen met een verdacht uiterlijk 's nachts in zijn tuin, zeker
-om naar zijn bevelen te komen vernemen.
-
-Bij iedere bijzonderheid die zij opnoemde, haalde Rougon de schouders
-op, maar juffrouw Herminie Billecoq voegde er snel bij, als verstoord
-over zoo'n toegevendheid:
-
---En de brieven met roode lakken, die hij uit alle landen ontvangt,
-de postbode heeft het ons verteld. Hij wou eerst niet spreken, hij
-zag doodsbleek. We hebben hem twintig sous moeten geven.... En dan
-zijn laatste reis een maand geleden. Hij is acht dagen weg geweest,
-zonder dat iemand weet waar hij heen gegaan is. De juffrouw van de Lion
-d'or heeft ons verzekerd dat hij zelfs geen koffer heeft meegenomen.
-
---Herminie, ik bid je! zei mevrouw Correur ongerust. Martineau is er al
-slecht genoeg aan toe. Wij behoeven zijn schuld niet nog te verzwaren.
-
-Rougon luisterde nu toe, beurtelings de beide vrouwen aanziende. Hij
-werd heel ernstig.
-
---Als hij zich zoo gecompromitteerd heeft, mompelde hij.
-
-Hij meende een korte flikkering in mevrouw Correur's oogen te zien. Hij
-ging voort:
-
---Ik zal mijn best doen, maar ik beloof niets.
-
---Ach, hij is verloren, hij is nu voor goed verloren! riep mevrouw
-Correur. Ik voel het, ziet u.... We willen niets zeggen. Als wij u
-alles zeiden....
-
-Zij zweeg en beet in haar zakdoek.
-
---En ik had hem in geen twintig jaar gezien! En nu vind ik hem terug
-om hem misschien nooit meer terug te zien! Hij is zoo goed geweest,
-o zoo goed!
-
-Herminie haalde even haar schouders op. Zij gaf Rougon een wenk,
-als om hem te kennen te geven, dat hij de wanhoop van een zuster
-vergeven moest, maar dat de notaris de grootste schelm was.
-
---In uw plaats, hernam zij, zou ik alles vertellen. Dat zou beter zijn.
-
-Toen scheen mevrouw Correur een groot besluit te nemen. Ze sprak
-nog zachter.
-
---U herinnert u het Te Deum dat men overal gezongen heeft, toen
-de keizer zoo wonderbaarlijk aan den dood ontsnapt is, voor de
-Opera.... Nu, den dag waarop men het Te Deum in Coulonges gezongen
-heeft, vroeg een buurman aan Martineau of hij niet naar de kerk ging,
-en de ongelukkige antwoordde: --Waartoe, naar de kerk? Ik lach wat
-om den keizer!
-
---Ik lach wat om den keizer! herhaalde juffrouw Herminie Billecoq
-met een ontsteld gelaat.
-
---Begrijpt u nu mijn vrees, ging mevrouw Correur voort. Ik heb het
-u al gezegd, het zou niemand in het land verwonderen als men hem
-arresteerde.
-
-Terwijl zij deze woorden sprak, keek zij Rougon strak aan. Deze sprak
-niet dadelijk. Hij scheen een laatsten ondervragenden blik te werpen
-op dat dikke, zachte vleesch, waarin fletse oogen knipten onder de
-weinige blonde haren van de wenkbrauwen. Zijn blik bleef een oogenblik
-op den vollen, blanken hals rusten.
-
-Daarop strekte hij de armen uit en riep:
-
---Ik vermag niets, dat verzeker ik u. Ik ben de baas niet.
-
-En hij gaf redenen op. Hij was te angstvallig, zei hij, om in
-dergelijke zaken tusschenbeide te komen. Indien de justitie er al in
-gemengd was, moesten de zaken haar loop hebben. Hij had liever gehad
-dat hij mevrouw Correur niet kende, want zijn vriendschap voor haar
-bond hem de handen; hij had zich plechtig voorgenomen zekere diensten
-nooit aan zijn vrienden te bewijzen. Enfin, hij zou inlichtingen
-inwinnen. En hij trachtte haar reeds te troosten, alsof haar broer al
-naar de een of andere strafkolonie onder weg was. Zij boog het hoofd;
-een hikkend geluid schudde den zwaren blonden haarbos, die in haar nek
-afhing. Maar zij kwam toch eindelijk tot kalmte. Toen zij afscheid nam,
-duwde zij Herminie voor zich uit en zei:
-
---Mejuffrouw Herminie Billecoq.... Ik heb u haar al voorgesteld,
-geloof ik. Mijn hoofd is zoo ziek!.... 't Is die juffrouw, voor
-wie we eindelijk een huwelijksgift gevonden hebben. De officier,
-haar verleider, heeft haar nog niet kunnen huwen, door de eindelooze
-formaliteiten.... Bedank Zijn Excellentie, liefste.
-
-Het lange meisje kreeg een kleur en zette een gezicht als een
-onschuldig kind, in wier tegenwoordigheid men een onbetamelijk gezegde
-uit. Mevrouw Correur liet haar voorgaan; en daarop met een hartelijken
-handdruk van Rougon afscheid nemende, voegde zij er bij:
-
---Ik reken op u, Eugène.
-
-Toen de minister in het kleine salon terugkeerde, vond hij dit
-ledig. Du Poizat was er in geslaagd den afgevaardigde, den eersten
-adjunct en de zes leden van het Genootschap ter beoefening der
-Statistiek weg te zenden. Mijnheer Kahn zelf was vertrokken,
-nadat hij met de anderen tegen tien uur in den volgenden dag had
-afgesproken. De eenigen die zich nog in de eetzaal bevonden, waren
-de vrouw van den directeur en Gilquin, die taartjes aten en over
-Parijs praatten; Gilquin keek smachtend, sprak over de wedrennen, de
-schilderijen-tentoonstelling, een eerste voorstelling van de Comédie
-française, met de gemakkelijkheid van een man, die gewoon is zich
-in alle kringen te bewegen. In dien tusschentijd gaf de directeur
-den prefect fluisterend eenige inlichtingen omtrent een leeraar van
-het vierde jaar, die onder verdenking stond republikeinsch gezind
-te zijn. Het was elf uur. Men stond op en groette Zijn Excellentie;
-en Gilquin trok zich juist terug met den directeur en zijn vrouw,
-welke laatste hij zijn arm aanbood, toen Rougon hem terug hield.
-
---Mijnheer de commissaris, een woordje alsjeblieft.
-
-Toen zij alleen waren, richtte hij zich tegelijk tot den commissaris
-en den prefect.
-
---Wat is dat toch met die zaak Martineau?.... Heeft die man zich
-werkelijk zoo gecompromitteerd?
-
-Op Gilquin's gelaat verscheen een glimlach. Du Poizat verstrekte
-eenige inlichtingen.
-
---Mijn hemel, ik dacht niet aan hem. Men heeft hem aangeklaagd. Ik
-heb brieven ontvangen. Het is zeker dat hij zich met de politiek
-bemoeit. Maar er hebben al vier arrestaties in het departement plaats
-gehad. Ik had liever, om het vijftal bijeen te krijgen, een leeraar
-van het vierde leerjaar in de doos willen stoppen; die leest zijn
-leerlingen revolutionnaire boeken voor.
-
---Ik heb zeer ernstige feiten vernomen, zei Rougon gestreng. De tranen
-van zijn zuster moeten dien Martineau niet redden, als hij werkelijk
-zoo gevaarlijk is. Dat is een kwestie waarbij het algemeen belang
-betrokken is.
-
-En zich tot Gilquin wendend:
-
---Wat denkt gij er van?
-
---Ik zal morgen tot de arrestatie overgaan, antwoordde deze. Ik ken
-de heele zaak. Ik heb mevrouw Correur in het hôtel de Paris gesproken,
-waar ik gewoonlijk dineer.
-
-Du Poizat maakte geen enkele tegenwerping. Hij haalde een zakboekje
-voor den dag, schrapte daarin een naam door om er een anderen boven
-te schrijven, terwijl hij den commissaris op het hart drukte in ieder
-geval een oogje op den bewusten leeraar te houden. Rougon vergezelde
-Gilquin tot aan de deur. Hij hernam:
-
---Die Martineau is ongesteld, geloof ik. Ga persoonlijk naar
-Coulonges. Ga zoo zacht mogelijk te werk.
-
-Maar Gilquin nam een beleedigde houding aan. Hij verloor allen eerbied
-uit het oog, hij tutoyeerde Zijn Excellentie.
-
---Zie je me voor een gemeenen verklikker aan! riep hij. Vraag aan Du
-Poizat die historie van een apotheker, dien ik eergisteren nacht uit
-zijn bed gelicht heb. De vrouw van een deurwaarder lag bij hem. Niemand
-heeft er iets van geweten. Ik ga altijd als een man van de wereld
-te werk.
-
-Rougon sliep negen uur achtereen. Toen hij den volgenden morgen tegen
-half negen ontwaakte, liet hij Du Poizat roepen, die heel opgewekt
-binnentrad, met een sigaar in den mond. Zij praatten en schertsten
-als eertijds, toen zij bij mevrouw Mélanie woonden en elkander
-'s morgens met een paar klappen op de bloote dijen wekten. Terwijl
-hij zich waschte en kamde, vroeg de minister den prefect naar de
-bijzonderheden van het land, de aangelegenheden van de ambtenaren,
-de behoeften van de eenen, de ijdelheden van de anderen. Hij wenschte
-ieder een vriendelijk woord toe te kunnen voegen.
-
---Wees maar gerust, ik zal uw souffleur zijn! zei Du Poizat
-glimlachend.
-
-En in enkele woorden bracht hij hem op de hoogte, hij lichtte hem in
-over de personen met wie hij in aanraking zou komen. Rougon liet hem
-soms een feit herhalen om het beter in zijn geheugen te prenten. Om
-tien uur kwam mijnheer Kahn. Zij ontbeten met hun drieën en stelden
-middelerwijl de laatste bijzonderheden van de plechtigheid vast. De
-prefect zou een rede houden, mijnheer Kahn ook. Rougon zou het
-laatst het woord voeren. Maar het zou misschien goed zijn nog een
-vierde redevoering uit te lokken. Een oogenblik dachten zij aan
-den burgemeester, maar Du Poizat vond hem te dom, en hij ried aan
-den hoofdingenieur van bruggen en wegen te kiezen, die daartoe ook
-de aangewezen persoon was, maar mijnheer Kahn was ietwat bang voor
-zijn bedilzucht. Toen men van tafel opstond, nam mijnheer Kahn den
-minister terzijde om hem de punten aan te wijzen, waarop hij hem
-gaarne een bijzonderen nadruk zou zien leggen. Men zou om halfelf op de
-prefectuur samenkomen. De burgemeester kwam met zijn eersten adjunct;
-de burgemeester stamelde, het had hem zoo gespeten dat hij den vorigen
-dag niet in Niort was geweest, terwijl de eerste adjunct met veel
-vertoon vroeg of Zijn Excellentie een goeden nacht had doorgebracht,
-of zij al van de vermoeienis bekomen was. Eindelijk verschenen de
-president van de rechtbank, de procureur des keizers met zijn twee
-substituten, de hoofdingenieur van de wegen en bruggen, waarop in
-een rij volgden de ontvanger, de directeur der directe belastingen
-en de bewaarder der hypotheken. Verscheidene van die heeren waren
-met hun dames. De vrouw van den directeur, de mooie blondine, in een
-zeer opvallend hemelsblauw toilet, veroorzaakte een groote emotie;
-zij verzocht Zijn Excellentie haar man te verontschuldigen, die den
-vorigen avond een aanval van jicht gekregen had. Intusschen kwamen
-er nog andere autoriteiten: de kolonel van het 78e linie-regiment,
-de president van de rechtbank van koophandel, de twee kantonrechters,
-de opperhoutvester vergezeld van zijn drie dochters, leden van den
-gemeenteraad, afgevaardigden van het Genootschap ter beoefening der
-Statistiek en van den raad van scheidsrechters.
-
-De receptie had plaats in het groote salon van de prefectuur. Du
-Poizat stelde de genoodigden voor. En de minister ontving ieder met
-een glimlach, als een ouden bekende. Hij wist van ieder verrassende
-bijzonderheden. Den procureur des keizers sprak hij met veel lof
-over een requisitoir dat hij onlangs in een echtscheidingszaak had
-uitgesproken; hij vroeg met een bewogen stem aan den directeur der
-directe belastingen naar den toestand van zijn vrouw, die sinds twee
-maanden ziek te bed lag; hij hield den kolonel een oogenblik staande,
-om hem te toonen dat hij bekend was met de schitterende studiën
-van zijn zoon te Saint-Cyr; hij praatte over schoenwerken met een
-raadslid, dat groote schoenmakerswerkplaatsen had, en begon met den
-opperhoutvester, die een hartstochtelijk liefhebber van oudheden was,
-een discussie over een druïdischen steen, dien men de vorige week
-ontdekt had. Wanneer hij weifelde, naar zijn woorden zocht, kwam Du
-Poizat hem met een behendig ingefluisterd woord te hulp. Trouwens,
-hij toonde een bijzondere kalmte en zekerheid in zijn optreden.
-
-Toen de president van de rechtbank van koophandel buigend binnentrad,
-riep hij op minzamen toon:
-
---Is u alleen, mijnheer de president? Ik hoop toch dat mevrouw van
-avond op het feestmaal mee zal komen....
-
-Hij hield zich opeens in, toen hij de verlegen gezichten om zich
-heen zag. Du Poizat stiet hem ongemerkt aan. Toen herinnerde hij
-zich dat de president van de rechtbank van koophandel van zijn vrouw
-gescheiden leefde, ten gevolge van eenige opzienbarende feiten. Hij
-had zich vergist, hij had gemeend dat hij tot den anderen president
-sprak. Maar daardoor liet hij zich niet uit het veld slaan. Steeds
-glimlachend, zonder op zijn onhandigheid terug te komen, hernam hij
-met een geheimzinnig gezicht:
-
---Ik heb u een goede tijding mee te deelen, mijnheer. Ik weet dat
-mijn collega, de grootzegelbewaarder, u voor een ridderorde heeft
-voorgedragen.... 'k Bega eigenlijk een onbescheidenheid. Vertel het
-niet verder.
-
-De president van de rechtbank van koophandel kreeg een kleur als
-vuur. Hij stikte bijna van blijdschap. Rondom hem verdrong men
-zich om hem geluk te wenschen, terwijl Rougon zich voornam er zijn
-collega van te verwittigen dat hij die orde zoo juist van pas had
-weggeschonken. Hij decoreerde den bedrogen echtgenoot. Op Du Poizat's
-gelaat verscheen een glimlach van bewondering.
-
-Intusschen bevonden zich nu reeds vijftig personen in het groote
-salon. Men wachtte steeds, met verlegen gezichten.
-
---De tijd nadert, we zouden kunnen vertrekken, mompelde de president.
-
-Maar de prefect boog zich naar hem over en verklaarde hem dat de
-afgevaardigde, de vroegere tegenstander van mijnheer Kahn, er nog niet
-was. Eindelijk trad deze hijgend en zweetend binnen; zijn horloge had
-zeker stilgestaan, hij begreep er niets van. En toen, in aller bijzijn
-zijn bezoek van den vorigen dag in herinnering wenschende te brengen,
-begon hij:
-
---Zooals ik gisterenavond tot Uwe Excellentie zeide....
-
-En hij liep naast Rougon, en vertelde hem dat hij den volgenden morgen
-naar Parijs zou terugkeeren. Het Paaschverlof was Dinsdag reeds om,
-de zitting was heropend. Maar hij had gemeend nog eenige dagen in Niort
-te moeten blijven, om de honneurs van zijn departement tegenover Zijn
-Excellentie waar te nemen.
-
-Alle genoodigden waren naar het plein voor de prefectuur gegaan,
-waar een tiental rijtuigen aan weerszijden van het bordes stonden
-te wachten. De minister steeg met den afgevaardigde, den prefect
-en den burgemeester in een calèche, die zich aan het hoofd van den
-stoet stelde. De overige genoodigden namen zooveel mogelijk naar
-rangorde plaats; er waren nog twee andere calèches, drie victoria's en
-chars-à-bancs voor zes en acht personen. In de rue de la Préfecture
-werd de stoet geregeld. Men vertrok in matigen draf. De linten der
-dames fladderden, terwijl haar rokken over de portieren heen hingen. De
-zwarte hoeden der heeren glommen in de zon. Men moest een gedeelte
-van de stad door. In de nauwe straten rolden de rijtuigen met een
-rammelend geluid over de puntige straatsteenen. En voor alle vensters,
-aan alle deuren groetten de inwoners zonder een kreet, zoekende naar
-Zijn Excellentie en zeer verbaasd de burgerlijke jas van den minister
-naast den met goud geborduurden rok van den prefect te zien.
-
-Buiten de stad reed men over een breeden weg, met prachtige boomen
-beplant. Het was zacht weer; een mooie, zonnige April-dag, met
-een blauwe lucht. De rechte, effen weg was omzoomd door tuinen vol
-bloeiende seringen en abrikozenboomen. Daarachter uitgestrekte akkers,
-hier en daar door een groepje boomen afgewisseld. In de rijtuigen
-werden drukke gesprekken gevoerd.
-
---Dit is een spinnerij, nietwaar? zei Rougon, aan wiens oor de prefect
-iets toefluisterde.
-
-Hij wendde zich tot den burgemeester, wees hem op het gebouw van
-rooden baksteen, dat aan den waterkant stond, en zei:
-
---Die spinnerij behoort u toe, naar ik meen..... Men heeft mij over uw
-nieuw systeem van wolkaarden gesproken. Ik zal een oogenblik trachten
-te vinden om al die wonderen te aanschouwen.
-
-Hij vroeg hoe het met de beweegkracht der rivier gesteld was. Volgens
-hem hadden hydraulische motors ontzaglijke voordeelen. En hij bracht
-den burgemeester door zijn technische kennis in verbazing. De andere
-rijtuigen volgden ietwat wanordelijk. Gesprekken, met cijfers
-doorspekt, kwamen tot hen, te midden van het dof getrappel der
-paarden. Een heldere lach weerklonk, die iedereen deed omkijken,
-het was de vrouw van den directeur, wier parasol op een hoop steenen
-gewaaid was.
-
---U bezit ergens een hoeve, hernam Rougon glimlachend tot den
-afgevaardigde. Ze staat daar op die helling, als ik mij niet
-vergis.... Prachtige weilanden! Ik weet trouwens dat u veel
-aan fokkerij doet en dat uw koeien bekroond zijn op de laatste
-landbouwtentoonstelling.
-
-Toen spraken zij over het vee. De weiden, badend in het zonlicht,
-vertoonden een zachtheid van groen fluweel, waarop een veld van bloemen
-ontlookt. Rijen populieren lieten hier en daar het uitzicht vrij op
-allerliefste landschapjes. Een oude vrouw, die een ezel voortleidde,
-moest het dier aan den kant van den weg stil laten staan om den stoet
-voorbij te laten gaan. En de ezel, verschrikt door dien optocht van
-glimmende rijtuigen, begon te balken. De dames in groot toilet en de
-heeren met handschoenen aan, hielden zich ernstig.
-
-Men reed links een lichte helling op en daarna weer af. Men was
-op de plaats van bestemming aangekomen. Het was als een blinde
-steeg in een nauwe vallei, een soort van gat tusschen drie heuvels
-ingesloten. Wanneer men omhoog keek, zag men tegen den helderen hemel
-slechts de afgebrokkelde geraamten van twee vervallen molens.
-
-Daar, op het midden van een vierkant grasveld, was een tent opgeslagen,
-van grijs linnen met een breeden rooden zoom, met vlaggentropeeën aan
-de vier zijden. Een duizendtal nieuwsgierigen, die daarheen gewandeld
-waren, burgers, boeren, dames, hadden zich aan de schaduwzijde
-amphitheatersgewijze op een der heuvels opgesteld. Voor de tent stond
-een detachement van het 78e linieregiment onder de wapenen, tegenover
-de pompiers van Niort; terwijl aan den zoom van het grasveld een
-ploeg arbeiders in nieuwe kielen stonden, met de ingenieurs aan het
-hoofd. Zoodra de rijtuigen zich vertoonden begon het philharmonisch
-gezelschap van de stad, uit dilettanten bestaande, de ouverture van
-de Dame blanche te spelen.
-
---Leve Zijn Excellentie! riepen eenige stemmen, doch hun geroep ging
-verloren in het geraas der koperen instrumenten.
-
-Rougon steeg uit het rijtuig. Hij keek om zich heen, ontstemd over
-die belemmering van het uitzicht, waardoor de plechtigheid in zijn
-oog een minder grootsch aanzien kreeg. Hij bleef een oogenblik op het
-grasveld staan, wachtende op een woord van verwelkoming. Eindelijk
-kwam mijnheer Kahn toeloopen. Hij had dadelijk na het ontbijt de
-prefectuur verlaten, maar hij had voorzichtigheidshalve de mijn
-onderzocht, die Zijn Excellentie moest doen ontbranden. Hij geleidde
-den minister naar de tent. De genoodigden volgden. Er ontstond eenige
-verwarring. Rougon vroeg naar enkele bijzonderheden.
-
---Dus moet de tunnel hier beginnen?
-
---Juist, antwoordde mijnheer Kahn. De eerste mijn is gegraven in die
-roodachtige rots, waar Uw Excellentie een vlag ziet.
-
-De gedeeltelijk uitgegraven heuvel aan de voorzijde vertoonde de
-rots. Ontwortelde struiken hingen tusschen de uitgegraven aarde. Men
-had den bodem van de opening met bladeren bestrooid. Mijnheer Kahn
-wees de richting aan, die de spoorweg zou volgen; zij was aangeduid
-door een dubbele rij bakenstokken met richtvaantjes, midden door de
-paden, struiken en grasvelden. Het was een vreedzaam hoekje natuur,
-dat daar vaneengereten zou worden.
-
-Intusschen hadden de autoriteiten een onderkomen in de tent
-gevonden. De toeschouwers rekten hun halzen uit om tusschen de zeilen
-door te zien. Het philharmonisch gezelschap had de ouverture van de
-Dame blanche uitgespeeld.
-
---Mijnheer de minister, zei eensklaps een schelle stem, die trilde
-in de stilte, ik reken het mij tot een eer Uw Excellentie het eerst
-te kunnen bedanken voor de welwillendheid waarmee U de uitnoodiging
-hebt aangenomen, die wij zoo vrij waren U te doen. Het departement
-Deux-Sèvres zal eeuwig de herinnering bewaren.
-
-Het was Du Poizat, die het eerst het woord voerde. Hij stond op
-drie passen afstands van Rougon, die eveneens stond, en bij het
-einde van sommige zinnen maakten zij een lichte hoofdbuiging tegen
-elkander. Hij sprak bijna een kwartier lang; hij herinnerde den
-minister aan de schitterende wijze waarop hij het departement in de
-Wetgevende vergadering vertegenwoordigd had; de stad Niort had zijn
-naam in haar annalen geschreven als dien van een weldoener; zij brandde
-van begeerte om hem bij iedere gelegenheid haar erkentelijkheid te
-toonen. Du Poizat had het politieke en praktische gedeelte op zich
-genomen. Nu en dan ging zijn stem in de open lucht verloren. Dan
-zag men niets dan zijn gebaren, een regelmatige beweging van zijn
-rechterarm; en de duizend nieuwsgierigen die op de helling stonden,
-keken vol belangstelling naar het borduursel van zijn mouw, waarvan
-het goud in de zon schitterde.
-
-Vervolgens trad mijnheer Kahn naar voren. Hij had een zeer harde
-stem. Hij blafte sommige woorden uit. De wand van de vallei vormde een
-echo en weerkaatste de slotwoorden van iederen zin, waarop hij al te
-veel nadruk legde. Hij sprak van zijn lange inspanningen, de studiën,
-de stappen die hij bijna vier jaar lang had moeten doen, om het land
-een nieuwen spoorweg te geven. Nu zouden de voordeden als een regen
-over het departement neerdalen; de akkers zouden vruchtbaar gemaakt
-worden, de fabrieken zouden haar productie verdubbelen, handel en
-bedrijf zouden tot in de kleinste dorpjes doordringen, en wanneer men
-hem zoo hoorde, scheen het of Deux-Sèvres onder zijn uitgebreide armen
-een luilekkerland zou worden, met beken van melk en tooverboschjes,
-waar tafels met heerlijke spijzen beladen den voorbijgangers
-wachtten. Daarop sloeg hij plotseling een overdreven nederigen toon
-aan. Hij had volstrekt geen aanspraak op hun dankbaarheid, hij zou
-nooit in staat geweest zijn zoo'n grootsch plan te verwezenlijken
-zonder de hooge bescherming waarop hij trotsch was. En zich tot Rougon
-wendend, noemde hij hem "de voortreffelijke minister, de verdediger van
-alle edele en nuttige denkbeelden." Ten slotte gewaagde hij met veel
-ophef van de finantieële voordeelen der zaak. Op de Beurs vocht men
-om de aandeelen. Gelukkig de renteniers, die hun geld hadden kunnen
-steken in een onderneming, waaraan Zijn Excellentie de minister van
-Binnenlandsche zaken zijn naam wou verbinden!
-
---Zeer goed gezegd! mompelden eenige genoodigden.
-
-De burgemeester en verscheidene autoriteiten drukten mijnheer
-Kahn de hand: hij toonde zich zeer aangedaan. Buiten weerklonken
-toejuichingen. Het philharmonisch gezelschap achtte het oogenblik
-geschikt om krachtig in te zetten, maar de eerste adjunct zond in
-allerijl een pompier om de muziek te doen zwijgen. In dien tusschentijd
-stond de hoofdingenieur der bruggen en wegen in twijfel of hij wel zou
-spreken; hij had zich niet voorbereid, zei hij. Maar de prefect overwon
-zijn weifeling. Mijnheer Kahn fluisterde laatstgenoemde in het oor:
-
---Had het maar niet gedaan. Hij heeft gemeene streken.
-
-De hoofdingenieur was een lange, magere man, die zich er veel op liet
-voorstaan dat hij bijzonder ironisch kon zijn. Hij sprak langzaam,
-en zijn mondhoeken vertrokken zich, telkens wanneer hij een bijtend
-gezegde uitte. Hij begon met mijnheer Kahn onder loftuitingen te
-begraven. Daarop kwamen de kwaadaardige toespelingen. Hij veroordeelde
-met een paar woorden het ontwerp van den spoorweg, met de bekende
-minachting van gouvernements-ingenieurs voor de werken van civiele
-ingenieurs. Hij herinnerde aan het tegen-ontwerp van de compagnie de
-l'Ouest, dat langs Thouars zou gaan, en schijnbaar zonder kwaad opzet,
-legde hij nadruk op den kromming in den weg van mijnheer Kahn, ten
-gerieve van de hoogovens van Bressuire. Alles zonder eenige lompheid,
-doorspekt met vriendelijke volzinnetjes, vol speldeprikken, die alleen
-de ingewijden begrepen. Het slot van zijn rede was nog hartelijker. Hij
-scheen het te betreuren dat de "voortreffelijke minister" zich kwam
-compromitteeren in een zaak, waarvan de finantiëele zijde alle mannen
-van ervaring tot bezorgdheid stemde. Er zouden ontzaglijke geldsommen
-noodig zijn; de grootste eerlijkheid, de grootste belangeloosheid
-zouden noodzakelijk zijn. En met zijn verwrongen mond sprak hij dit
-slotwoord uit:
-
---Die bezorgdheid is denkbeeldig, wij zijn volkomen gerustgesteld nu
-wij aan het hoofd der onderneming een man zien staan, wiens schoone
-finantiëele positie en onkreukbare eerlijkheid zoo goed bekend zijn
-in het departement.
-
-Een goedkeurend gemompel werd gehoord. Enkele personen slechts
-keken mijnheer Kahn aan, die zijn bleeke lippen tot een glimlach
-drong. Rougon had met halfgesloten oogen toegeluisterd, alsof het licht
-hem hinderde. Toen hij ze weer opende, waren zijn fletse oogen donker
-geworden. Hij had eerst een kort woord willen spreken, maar hij had
-nu een der zijnen te verdedigen. Hij deed een paar stappen vooruit,
-tot aan den ingang der tent; en daar, met een gebaar dat voor geheel
-Frankrijk bestemd scheen, begon hij:
-
---Mijne heeren, staat mij toe in gedachte deze heuvels te bestijgen,
-het heele keizerrijk met een enkelen blik te omvatten, en aldus de
-plechtigheid, die ons hier samenbrengt, uit te breiden, om ze tot een
-feest van handel en nijverheid te maken. Op het oogenblik dat ik tot
-u spreek, is men van het Noorden tot het Zuiden bezig met het graven
-van kanalen, het aanleggen van spoorwegen, het doorboren van gebergten,
-het bouwen van bruggen....
-
-Een diepe stilte was ontstaan. Tusschen de zinnen hoorde men
-windzuchtjes door de takken ritselen, en verder weg het geluid van een
-sluis. De pompiers, die in keurige houding met de soldaten wedijverden,
-onder de brandende zon, wierpen schuinsche blikken naar den minister,
-om hem te zien spreken. Op den heuvel hadden de toeschouwers zich
-op hun gemak neergevlijd, de dames nadat zij haar zakdoeken hadden
-uitgespreid; twee heeren die in de zon stonden, hadden de parasols
-van hun vrouwen opgestoken. En Rougon's stem klonk allengs luider. Het
-scheen wel alsof de vallei niet ruim genoeg was voor zijn gebaren. Met
-zijn handen, die hij plotseling vooruitstak, scheen hij al wat hem in
-het rond het vrije uitzicht op den horizon belemmerde weg te willen
-vagen. Tot tweemaal toe zocht hij de ruimte; maar hij zag boven zich,
-aan den rand van den hemel, slechts de molens waarvan de afgebrokkelde
-geraamten in de zon kraakten.
-
-De redenaar had het thema van mijnheer Kahn weer opgevat en
-vergroot. Het was niet alleen het departement Deux-Sèvres, dat een
-verbazenden voorspoed tegemoet ging, maar geheel Frankrijk, dank zij
-dien zijtak van Niort naar Angers. Tien minuten lang somde hij de
-tallooze weldaden op, waarmee de bevolking overladen zou worden.
-
-Hij ging zelfs zoover, van Gods bestierende hand te spreken. Daarop
-antwoordde hij den hoofdingenieur; hij trad niet in discussie, maakte
-geen enkele zinspeling; hij zei alleen het tegengestelde van hetgeen de
-ander gezegd had, hij lei nadruk op de toewijding van mijnheer Kahn,
-stelde hem voor als bescheiden, belangeloos, grootsch. De finantiëele
-zijde van de onderneming liet hem volkomen kalm. Hij glimlachte en
-stapelde met een snel gebaar bergen van goud op. Toen werden zijn
-woorden door luide bravo's overstemd.
-
---Nog een enkel woordje, mijne heeren, zei hij, zijn lippen met zijn
-zakdoek afdrogende.
-
-Dat enkele woordje duurde een kwartier. Hij wond zich op, hij liet
-zich verder voeren dan zijn plan geweest was. Bij de slotrede zelfs,
-toen hij aan de grootheid der regeering kwam en het groote vernuft
-van den keizer prees, liet hij doorschemeren dat Zijne Majesteit den
-zijtak van Mort naar Angers in zijn bijzondere bescherming nam. De
-onderneming werd een staatszaak.
-
-Drie salvo's van toejuichingen braken los. Een vlucht kraaien, hoog
-in de lucht, verschrikte en liet een langgerekt gekras hooren. Bij
-den slotzin van de rede was het philharmonisch gezelschap begonnen
-te spelen, op een signaal dat van uit de tent gegeven werd, terwijl
-de dames, haar japonnen bijeenhoudend, haastig opstonden om niets
-van het schouwspel te verliezen. Intusschen stonden de genoodigden
-rondom Rougon met een verrukt gezicht te glimlachen. De burgemeester,
-de procureur des keizers, de kolonel van het 78e linieregiment,
-schudden goedkeurend het hoofd, terwijl zij luisterden naar de
-halfluide bewonderende woorden van den afgevaardigde, die zijn
-best deed om door den minister verstaan te worden. Maar de meeste
-geestdrift toonde zeker wel de hoofdingenieur der bruggen en wegen;
-hij toonde een buitengewone gedienstigheid, en met zijn scheven mond
-scheen hij als verplet door de prachtige woorden van den grooten man.
-
---Wanneer Zijn Excellentie mij gelieft te volgen, zei mijnheer Kahn,
-wiens dik gelaat van vreugde glom.
-
-Dat was het einde. Zijn Excellentie zou de eerste mijn doen
-springen. Er werden bevelen uitgedeeld aan de ploeg werklieden in
-nieuwe kielen. Deze mannen gingen den minister en mijnheer Kahn in
-de gemaakte schacht vooraf, en schaarden zich in twee rijen. Een
-opzichter hield een brandend stuk touw in de hand, dat hij Rougon
-aanbood. De autoriteiten, die onder de tent gebleven waren, rekten
-den hals uit. Het publiek wachtte vol spanning. Het philharmonisch
-gezelschap speelde steeds door.
-
---Zou het veel leven maken? vroeg de vrouw van den directeur aan een
-der substituten.
-
---Dat hangt af van de gesteldheid der rots, antwoordde de president
-van de rechtbank van koophandel, die in mineralogische uitleggingen
-begon te treden.
-
---Ik stop mijn ooren toe, mompelde de oudste der drie dochters van
-den opperhoutvester.
-
-Rougon gevoelde zich belachelijk, te midden van al die menschen,
-met zijn brandend eind touw in de hand. Op den top van den heuvel
-kraakten de geraamten van de molens harder. Toen haastte hij zich
-en stak de lont aan, waarvan de opzichter hem het uiteinde tusschen
-twee steenen aanwees. Dadelijk blies een werkman op een trompet. De
-geheele ploeg trok af. Mijnheer Kahn had Zijn Excellentie snel in de
-tent teruggebracht, terwijl hij een angstige bezorgdheid toonde.
-
---Hoe nu, gaat het niet af? stamelde de hypotheekbewaarder, die van
-angst met de oogen knipte, en een onweerstaanbaren lust voelde om
-zijn ooren toe te stoppen, evenals de dames.
-
-De ontploffing had eerst na een paar minuten plaats. Uit
-voorzichtigheid had men de lont zeer lang genomen. De spanning der
-toeschouwers veranderde in angst; aller oogen waren op de roode
-rots gevestigd en meenden haar te zien bewegen. Eindelijk hoorde men
-een dof gerommel, de rots spleet vaneen, terwijl een aantal stukken
-steen, zoo groot als een paar vuisten, in den rook omhoog geworpen
-werden. Iedereen ging nu heen; van alle kanten hoorde men vragen:
-
---Ruik je den kruitdamp?
-
-Dien avond gaf de prefect een diner, waaraan de autoriteiten
-deelnamen. Hij had vijfhonderd uitnoodigingen rondgezonden voor het
-bal, dat daarna gegeven werd. Dat bal was schitterend. Het groote
-salon was versierd met groene planten, en in de vier hoeken had men
-kleine kroonlampen aangebracht, waarvan de bougies, gevoegd bij die
-van de middelste lamp, een glansrijk licht verspreidden. Niort had
-nog nooit zoo'n luister gezien. De helle gloed van de zes vensters
-verlichtte het plein voor de prefectuur, waar meer dan tweeduizend
-nieuwsgierigen zich verdrongen om met de oogen omhoog iets van
-het dansen te zien. Het orkest was zoo duidelijk hoorbaar, dat de
-jongens beneden op de straat op de maat der muziek over de trottoirs
-galoppeerden. Om negen uur begonnen de dames haar waaiers in beweging
-te brengen, ververschingen werden rondgediend, de quadrilles volgden
-op de polka's en de walsen. Aan de deur stond Du Poizat en verwelkomde
-de nakomers heel ceremoniëel met een glimlachje.
-
---Danst Uw Excellentie niet? vroeg de vrouw van den directeur
-vrijpostig aan Rougon.
-
-Rougon verontschuldigde zich glimlachend. Hij stond voor een venster,
-te midden van een dichten kring. En terwijl hij aan een gesprek
-deelnam over de herziening van het kadaster, wierp hij snelle blikken
-naar buiten. Aan de overzijde van het plein, in den helderen glans
-dien de schitterende verlichting op de gevels wierp, had hij aan
-een der vensters van het hôtel de Paris, mevrouw Correur en juffrouw
-Herminie Billecoq gezien. Zij stonden daar tegen de steunroede geleund,
-alsof zij zich in een loge bevonden. Haar gezichten straalden, haar
-ontbloote halzen zwollen van een zacht gegiechel, bij enkele buien
-van vroolijkheid, die van het feest tot haar overwoeien.
-
-Intusschen wandelde de vrouw van den directeur verstrooid het groote
-salon door; zij bleef ongevoelig voor de bewondering die haar slepende
-japon onder de jongelieden opwekte. Ze keek naar iemand uit, zonder
-dat de glimlach van haar smachtend gelaat verdween.
-
---Is mijnheer de commissaris niet gekomen? vroeg zij eindelijk aan
-Du Poizat, die nu vroeg hoe haar man het maakte. Ik had hem een
-wals beloofd.
-
---Ik had hem al lang verwacht, antwoordde de prefect.... Hij had een
-bijzondere opdracht te vervullen, maar hij had me toch beloofd om
-zes uur terug te zullen zijn.
-
-Tegen den middag had Gilquin Niort te paard verlaten, om notaris
-Martineau te arresteeren. Coulonges lag op vijf uren afstands. Hij
-berekende dat hij er om twee uur kon zijn en uiterlijk tegen vier uur
-weer zou kunnen vertrekken; op die manier kon hij nog deelnemen aan het
-feestmaal, waarop hij genoodigd was. Hij zette zijn paard dan ook niet
-tot spoed aan, en terwijl hij op het zadel heen en weer schommelde, nam
-hij zich voor dien avond op het bal zeer ondernemend te zijn tegenover
-dat blondinetje, dat hij alleen maar wat mager vond. Gilquin hield van
-dikke vrouwen. Te Coulonges stapte hij af aan het hôtel du Lion d'or,
-waar een brigadier met twee gendarmes op hem zouden wachten. Op die
-manier zou zijn komst de aandacht niet trekken; men zou een rijtuig
-huren, en den notaris "inpikken" zonder dat een der buren aan zijn
-deur verscheen. Maar de gendarmes waren niet op de afgesproken
-plaats. Gilquin wachtte tot vijf uur, vloekende, grogjes drinkende,
-ieder kwartier op zijn horloge ziende. Hij zou onmogelijk voor het
-diner in Niort kunnen zijn. Hij liet zijn paard al zadelen, toen de
-brigadier eindelijk met twee man verscheen. Het was een misverstand.
-
---Goed, goed, verontschuldig je maar niet, wij hebben geen tijd,
-riep de commissaris woedend. Het is al kwart voor vijven.... Laten
-we onzen man oppakken, en zoo gauw mogelijk ook! Over tien minuten
-moeten we er zijn.
-
-Gewoonlijk was Gilquin goedhartig. Bij het vervullen van zijn functies
-nam hij altijd de grootste hoffelijkheid in acht. Dien dag had hij
-zelfs een ingewikkeld plan bedacht om mevrouw Correur's broer te
-sterke aandoeningen te besparen. Zoo zou hij alleen binnengaan,
-terwijl de gendarmes met het rijtuig aan een tuindeurtje zouden
-wachten, in een straatje dat op het land uitkwam. Maar door het lange
-wachten was hij zoo ontstemd geworden, dat hij al die mooie voorzorgen
-vergat. Hij ging het dorp door en schelde hard aan bij den notaris,
-aan de voordeur. Een gendarme werd voor de deur achtergelaten; de
-ander begaf zich naar de achterzijde van het huis om een wakend oogje
-op den tuinmuur te houden. De commissaris was met den brigadier naar
-binnen gegaan. Tien of twaalf nieuwsgierigen keken verschrikt toe.
-
-Op het zien van de uniformen werd de meid die open deed, zoo door
-schrik bevangen, dat zij hard de gang inliep en uit alle macht riep:
-
---Mevrouw! mevrouw! mevrouw!
-
-Een dik vrouwtje, wier gelaat groote kalmte uitdrukte, kwam langzaam
-de trap af.
-
---Mevrouw Martineau, zonder twijfel? zei Gilquin op haastigen
-toon. Mijn hemel, mevrouw, ik heb een treurige opdracht te
-vervullen.... Ik kom uw man arresteeren.
-
-Zij vouwde haar handen samen, terwijl haar kleurlooze lippen
-beefden. Maar ze slaakte geen enkelen kreet.
-
-Zij bleef op de laatste trede, de trap met haar rokken versperrende. Ze
-wenschte het bevel tot inhechtenisneming te zien, vroeg verklaringen,
-rekte de zaak.
-
---Let op! de man zal ons nog door de vingers glippen, fluisterde de
-brigadier den commissaris in het oor.
-
-Zij had het zeker gehoord. Zij keek ze met haar kalm gezicht aan
-en zei:
-
---Kom boven, heeren.
-
-En zij ging ze voor naar een kamer, waar mijnheer Martineau in een
-kamerjapon stond. Het geschreeuw van de meid had hem uit den armstoel
-doen opstaan, waarin hij den heelen dag zat. Zeer lang, met uitgeteerde
-witte handen, een waskleurig gelaat, scheen er niets meer aan hem
-levend dan zijn oogen, donkere, zachte, energieke oogen. Mevrouw
-Martineau wees naar hem met een zwijgend gebaar.
-
---Ach God, mijnheer, begon Gilquin, ik heb een treurige opdracht....
-
-Toen hij uitgesproken had, schudde de notaris zwijgend het hoofd. Een
-lichte rilling bewoog de kamerjapon, die om zijn magere leden geslagen
-was. Eindelijk zei hij, met groote beleefdheid:
-
---'t Is goed, heeren, ik zal u volgen.
-
-Toen begon hij verschillende voorwerpen, die op de meubels verspreid
-lagen, op te bergen. Hij legde een pak boeken op een andere
-plaats. Hij vroeg zijn vrouw om een schoon overhemd. De rillingen
-werden heviger. Mevrouw Martineau, ziende dat hij wankelde, volgde
-hem met uitgestrekte armen, om hem op te vangen, als een kind.
-
---Kom, haast u wat, mijnheer, herhaalde Gilquin.
-
-De notaris ging nog tweemaal de kamer op en neer en plotseling sloeg
-hij met zijn armen in de lucht, en liet hij zich neervallen in zijn
-armstoel, verwrongen, verstijfd door een aanval van verlamming. Zijn
-vrouw schreide heete tranen.
-
-Gilquin keek op zijn horloge.
-
---Alle donders! riep hij uit.
-
-Het was half zes. Er was nu geen sprake meer van, dat hij aan het
-feestmaal kon deelnemen. Voordat die man in een rijtuig gebracht
-was, zou hij minstens een half uur kwijt zijn. Hij troostte zich
-met de gedachte dat hij dan toch zeker aan het bal zou deelnemen;
-hij herinnerde zich juist dat hij de vrouw van den directeur voor
-den eersten wals had uitgenoodigd.
-
---Niets dan fratsen, fluisterde de brigadier hem in het oor. Wil ik
-den man eens overeind zetten?
-
-En zonder het antwoord af te wachten, trad hij op den notaris toe en
-maande hem aan de justitie niet te bedriegen. Met gesloten oogleden en
-weggetrokken lippen, lag de notaris, stijf als een doode. Langzamerhand
-werd de brigadier boos, hij begon uit te varen en liet zijn zware
-gendarme-hand op den kraag van de kamerjapon vallen. Maar mevrouw
-Martineau, tot dusver zoo kalm gebleven, duwde hem ruw terug, plaatste
-zich voor haar man, met saamgeknepen vuisten.
-
---Niets dan fratsen, zeg ik u! herhaalde de brigadier.
-
-Gilquin haalde de schouders op. Hij was besloten den notaris levend
-of dood mee te nemen.
-
---Laat een van uw mannen het rijtuig aan de Lion d'or halen, beval
-hij. Ik heb den hotelhouder gewaarschuwd.
-
-Toen de brigadier de kamer uit was, naderde Gilquin het venster en keek
-welbehagelijk in den tuin waar de abrikozenboomen in bloei stonden. En
-terwijl hij daar stond, tikte hem iemand op den schouder. Mevrouw
-Martineau stond achter hem. Met droge wangen en vaste stem vroeg
-zij hem:
-
---Dat rijtuig is zeker voor u? U kunt mijn man niet in dien toestand
-naar Niort sleepen.
-
---Ach hemel, mevrouw, zei hij voor de derde maal, het is een treurige
-opdracht die ik gekregen heb,...
-
---Maar dat is een misdaad! U zult hem dooden.... U hebt toch niet in
-last om hem te dooden!
-
---Ik heb mijn bevelen, antwoordde hij op ruwen toon; hij voorzag een
-tooneel van jammerkreten en smeekingen, en wou dat voorkomen.
-
-Zij maakte een toornig gebaar. Een vreeselijke woede vertrok haar
-gelaat, terwijl haar blikken door de kamer gleden als zochten zij
-een laatste redmiddel. Maar plotseling dwong zij zich tot kalmte,
-zij gedroeg zich weer als een kloekmoedige vrouw, die niet op haar
-tranen rekende.
-
---God zal u straffen, mijnheer, zei zij enkel, na een korte stilte,
-waarin zij haar oogen niet van hem afgewend had.
-
-En zij keerde zich om, zonder een snik, zonder smeekbede, en leunde
-tegen den fauteuil waarin haar man lag te zieltogen. Gilquin had
-geglimlacht.
-
-Op dit oogenblik kwam de brigadier, die zelf naar de Lion d'or gegaan
-was, zeggen dat de herbergier volgens zijn zeggen geen enkel voertuig
-beschikbaar had. Het gerucht van de inhechtenisneming van den algemeen
-beminden notaris, had zich zeker verbreid. De herbergier hield zijn
-rijtuigen zeker verborgen; twee uren geleden had hij den commissaris
-beloofd een oude coupé gereed te houden, die hij gewoonlijk aan de
-reizigers verhuurde om te gaan toeren.
-
---Doorzoek de herberg! riep Gilquin, woedend over deze nieuwe
-hinderpaal; doorzoek alle huizen in het dorp!.... Houden ze ons hier
-voor den gek! Men wacht mij, ik heb geen tijd te verliezen.... Ik
-geef je een kwartier tijd, begrepen?
-
-De brigadier verdween opnieuw, terwijl hij zijn mannen in verschillende
-richtingen uitzond. Drie kwartier verliepen, toen vier, toen vijf. Na
-verloop van anderhalf uur vertoonde zich eindelijk een gendarme met een
-lang gezicht: alle nasporingen waren vruchteloos gebleven. Gilquin
-liep in een koortsachtig ongeduld van de deur naar het venster,
-waar hij de schemering langzamerhand zag invallen. Nu zou het bal
-zonder hem beginnen; de vrouw van den directeur moest wel aan een
-onbeleefdheid denken; dat zou hem nadeel doen, een hinderpaal zijn voor
-zijn verleidingsplannen. En telkens als hij voorbij den notaris kwam,
-voelde hij zijn woede stijgen, nooit had een misdadiger hem zooveel
-last berokkend. De notaris, kouder en bleeker, bleef onbewegelijk
-uitgestrekt.
-
-Eerst om over zevenen verscheen de brigadier weer, met een stralend
-gezicht. Eindelijk had hij de oude coupé van den herbergier achter
-in een schuur gevonden, een kwartier buiten het dorp. De coupé was
-geheel ingespannen, het snuiven van het paard had hem op het spoor
-gebracht. Maar toen het rijtuig voor de deur stond, moest mijnheer
-Martineau nog aangekleed worden. Dat vergde heel wat tijd. Mevrouw
-Martineau trok hem langzaam en ernstig schoone kousen en een
-overhemd aan; daarop kleedde zij hem geheel in het zwart, jas,
-broek en vest. Ze wilde volstrekt niet door een gendarme geholpen
-worden. De notaris gaf zich willoos aan haar over. Men had een lamp
-aangestoken. Gilquin klopte van ongeduld in zijn handen, terwijl de
-brigadier in een onbewegelijke houding naast hem stond.
-
---Is het haast klaar? riep Gilquin ongeduldig.
-
-Mevrouw Martineau zocht al een minuut of vijf in een kast. Zij
-haalde een paar handschoenen te voorschijn en stak die in den zak
-van mijnheer Martineau.
-
---Ik hoop, mijnheer, vroeg zij, dat u me mee zult laten rijden? Ik
-wil mijn man vergezellen.
-
---Dat is onmogelijk, antwoordde Gilquin lompweg.
-
-Zij hield zich in en drong niet verder aan.
-
---U zult me ten minste wel toestaan u te volgen?
-
---De wegen zijn vrij, antwoordde hij. Maar u zult geen rijtuig kunnen
-vinden, daar er hier nergens een te bekomen is.
-
-Zij haalde haar schouders op en ging de kamer uit om een bevel
-te geven.
-
-Tien minuten later stond er een cabriolet voor de deur te wachten,
-achter de coupé. Toen moest mijnheer Martineau naar beneden gebracht
-worden. De twee gendarmes droegen hem. Zijn vrouw ondersteunde zijn
-hoofd. En bij de minste klacht door den stervende geuit, beval zij
-den beiden mannen op een toon van gezag om stil te houden, ondanks de
-woedende blikken van den commissaris. Bij iedere trede van de trap werd
-aldus een korte rust gehouden. De notaris was als een onberispelijk
-gekleed lijk, dat men wegdroeg. Men moest hem bewusteloos in het
-rijtuig neerzetten.
-
---Half negen! riep Gilquin, voor het laatst op zijn horloge ziende. Wat
-een verwenschte corvée! Ik kom er nooit bijtijds.
-
-Dat was een uitgemaakte zaak. Hij mocht van geluk spreken, wanneer
-hij nog aankwam, wanneer het bal al half geëindigd was. Hij sprong
-met een vloek te paard en beval den koetsier er de zweep over te
-leggen. Vooraan reed de coupé, met de beide gendarmes aan weerszijden
-naast het portier; een paar passen verder volgden de commissaris en de
-brigadier, en de cabriolet waarin mevrouw Martineau zich bevond, sloot
-de stoet. De avond was zeer koel. Onder het dof geratel der wielen
-en den eentonigen draf der paarden reed de stoet te midden van de
-donkere velden over den eindeloozen, grijzen weg. Geen enkel woord werd
-gedurende den tocht gesproken. Gilquin bedacht wat hij tegen de vrouw
-van den directeur zou zeggen. Mevrouw Martineau richtte zich nu en
-dan luisterend omhoog, in de meening dat zij een doodsgereutel hoorde,
-maar zij kon ternauwernood de coupé voor zich uit onderscheiden.
-
-Om half elf reed men Niort binnen. Om niet door de stad te rijden,
-ging de commissaris de singels langs. Aan de gevangenis moest men
-herhaaldelijk schellen.
-
-Toen de portier zag dat men hem een halfdooden gevangene bracht,
-ging hij naar boven om den directeur te wekken. Deze was eenigszins
-ongesteld en kwam op zijn pantoffels naar beneden. Maar hij werd boos
-en weigerde ten stelligste den man in zoo'n toestand te ontvangen. Zag
-men de gevangenis voor een hospitaal aan?
-
---Wat moet ik met hem beginnen? Hij is nu eenmaal in hechtenis
-genomen, vroeg Gilquin, door dien nieuwen tegenspoed buiten zich
-zelven van drift.
-
---Wat u verkiest, mijnheer de commissaris, antwoordde de directeur. Ik
-zeg u nogmaals dat hij hier niet binnen komt. Ik neem zoo'n
-verantwoordelijkheid niet op mij.
-
-Mevrouw Martineau had zich die discussie ten nutte gemaakt om in de
-coupé te stappen, bij haar man. Zij stelde voor hem naar het hôtel
-te brengen.
-
---Ja, naar het hôtel, naar den drommel, waar u maar wilt! riep
-Gilquin. Ik heb er nu genoeg van! Neem hem maar mee!
-
-Toch betrachtte hij zijn plicht in zooverre, dat hij den notaris
-naar het hôtel de Paris begeleidde, dat mevrouw Martineau zelf
-had aangewezen. Het plein voor de prefectuur begon ledig te
-worden; enkele jongens huppelden nog op de trottoirs, terwijl de
-burgerpaartjes langzaam aftrokken in de schaduw van de naburige
-straten. Maar het schitterende schijnsel der zes vensters van het
-groote salon verlichtte nog altijd het plein, alsof het volle dag
-was; het orkest liet zijn blaasinstrumenten nog luider weerklinken;
-de dames, wier ontbloote schouders men door de openingen der gordijnen
-zag voorbijgaan, wiegelden met haar kapsels, die naar de Parijsche
-mode gefriseerd waren. Juist toen men den notaris naar een kamer
-van de eerste verdieping bracht, keek Gilquin op en bemerkte mevrouw
-Correur en juffrouw Herminie Billecoq, die nog altijd aan het venster
-stonden. Mevrouw Correur had haar broer zeker zien aankomen, want zij
-boog zich zoover voorover, dat zij gevaar liep te vallen. Zij wenkte
-Gilquin bij haar boven te komen.
-
-Later, tegen middernacht, bereikte het bal op de prefectuur zijn
-grootsten luister. Men had de deuren van de eetzaal geopend, waar een
-koud souper gereed stond. De dames, zeer verhit, wuifden zich koelte
-toe, aten staande, nu en dan lachend. Anderen bleven voortdansen,
-zij wilden geen quadrille verzuimen, en stelden zich tevreden met
-de glazen limonade die de heeren haar brachten. Een glanzig stof
-dwarrelde rond, als afgevlogen van de kapsels, de rokken en de met
-goud omvatte armen, die de lucht doorkliefden. Er was te veel goud,
-te veel muziek en te veel warmte. Rougon, die naar adem hijgde,
-haastte zich op een geheimen wenk van Du Poizat naar buiten.
-
-Naast het groote salon, in dezelfde kamer waar hij ze reeds den
-vorigen avond gezien had, wachtten hem mevrouw Correur en juffrouw
-Herminie Billecoq, beiden hartstochtelijk bedroefd.
-
---Mijn arme broer, mijn arme Martineau! stamelde mevrouw Correur,
-haar tranen in haar zakdoek smorend. Och, ik voel het wel, u kon hem
-niet redden. Ach hemel! waarom hebt u hem niet gered?
-
-Hij wou spreken, maar zij liet hem den tijd niet.
-
---Hij is vandaag in hechtenis genomen. Ik heb hem zooeven gezien. Ach
-God, ach God!
-
---Wees niet zoo wanhopig. Zijn zaak zal onderzocht worden. Ik hoop
-dat men hem zal vrijlaten.
-
-Mevrouw Correur nam haar zakdoek van haar oogen. Zij keek hem aan en
-riep met haar natuurlijke stem:
-
---Maar hij is dood!
-
-En zij sloeg dadelijk weer haar zielsbedroefden toon aan, en begroef
-haar gelaat weer in haar zakdoek.
-
---Ach God, ach God, mijn arme Martineau!
-
-Dood! Rougon voelde een lichte huivering over zijn leden gaan. Hij
-kon geen woord uitbrengen. Voor de eerste maal werd hij zich bewust
-dat hij voor een duistere diepte stond, waar men hem langzamerhand
-in dreef. Nu was die man gestorven! Dat was zijn bedoeling niet
-geweest. De zaken gingen te ver.
-
---Helaas ja, de arme goede man, hij is dood, vertelde diep zuchtend
-juffrouw Herminie Billecoq. Het schijnt dat men hem niet wou opnemen
-in de gevangenis. Toen wij hem in zoo'n treurigen toestand naar het
-hôtel hebben zien brengen, is mevrouw naar beneden gegaan; ze heeft de
-deur met geweld open gedaan terwijl zij uitriep, dat zij zijn zuster
-was. Een zuster, niet waar, heeft toch wel het recht den laatsten
-snik van haar broer op te vangen. Dat zei ik nog tegen die feeks,
-mevrouw Martineau, die er nog van sprak ons weg te jagen. Ze heeft ons
-toch een plaatsje voor het bed moeten laten.--Ach, hemel, 't was gauw
-afgeloopen. Hij heeft niet langer dan een uur gereuteld. Hij lag op het
-bed, heelemaal in het zwart gekleed; 't leek net een notaris die naar
-een huwelijksplechtigheid ging. En hij is als een nachtpitje uitgegaan,
-met een heel kleine stuiptrekking. Hij moet niet veel geleden hebben.
-
---En mevrouw Martineau heeft daarna nog twist met me gezocht! vertelde
-mevrouw Correur op haar beurt. Ik weet niet wat ze mompelde; ze
-sprak van de erfenis, ze beschuldigde mij dat ik mijn broer den dood
-had aangedaan. Ik heb haar geantwoord: "Ik, mevrouw, had het nooit
-toegestaan dat ze hem weghaalden, ik had me liever in stukken laten
-houwen!" En ik had het er op aan laten komen, zoowaar ik hier voor
-u sta.... Nietwaar, Herminie?
-
---Ja, ja, antwoordde het lange meisje.
-
---Enfin, 't is nu zoo, mijn tranen zullen hem niet levend meer maken,
-maar men huilt omdat men behoefte voelt om te huilen.... Mijn arme
-Martineau!
-
-Rougon voelde zich niet op zijn gemak. Hij trok zijn handen terug,
-die mevrouw Correur gegrepen had. En hij wist nog altijd niet wat
-hij zeggen zou; hij vond de bijzonderheden van dien afschuwelijken
-dood stuitend om aan te hooren.
-
---Kijk, riep Herminie, die voor het venster stond, men kan de kamer
-hier zien, het derde venster op de eerste verdieping.... Het licht
-schijnt door de gordijnen.
-
-Toen zond hij ze heen, terwijl mevrouw Correur haar verontschuldiging
-maakte, hem haar vriend noemde, en verklaarde dat zij aan haar eerste
-opwelling gehoor gegeven had om hem de noodlottige tijding te melden.
-
---'t Is een onaangename geschiedenis, fluisterde hij Du Poizat toe,
-toen hij met een bleek gelaat in de balzaal kwam.
-
---'t Is die ezelachtige Gilquin! antwoordde de prefect, de schouders
-ophalend.
-
-Het bal was in volle glorie. In de eetzaal, waarin men door de
-wijdgeopende deur een blik kon werpen, overlaadde de eerste adjunct
-de drie dochters van den opperhoutvester met lekkernijen; terwijl de
-kolonel van het 78e linieregiment punch dronk en aandachtig luisterde
-naar de ondeugende opmerkingen van den hoofdingenieur der bruggen
-en wegen, die op pralines knabbelde. Mijnheer Kahn, die bij de deur
-stond, herhaalde op luiden toon voor den president van de burgerlijke
-rechtbank zijn rede van dien middag, over de zegeningen van den
-nieuwen spoorweg, te midden van een dichte groep ernstige mannen,
-den directeur der directe belastingen, de twee kantonrechters en de
-afgevaardigden van het Genootschap ter bevordering der Statistiek,
-die met open mond toeluisterden. In het groote salon, onder de
-vijf kroonlampen, wiegde een wals dien het orkest met trompetgeschal
-speelde, enkele paren, den zoon van den ontvanger en de zuster van den
-burgemeester, een der substituten en een jonge dame in het blauw, den
-anderen substituut en een jonge dame in het rose. Maar één paar vooral
-verwekte een gemompel van bewondering, de commissaris en de vrouw van
-den directeur, die elkander teeder omvat hielden en langzaam walsten;
-hij had zich gehaast een onberispelijk toilet te maken, zwarten rok,
-verlakte schoenen en witte handschoenen; en de mooie blondine had
-hem zijn late komst vergeven, smachtend tegen zijn schouder leunend,
-met oogen kwijnend van teederheid. Gilquin deed zijn heupbewegingen
-nog meer uitkomen; hij boog zijn bovenlijf, als een mooie danser van
-publieke bals, achterover, iets zeer ordinairs waarvan het smaakvolle
-de omstanders in verrukking bracht. Rougon, die door het paar bijna
-omver geduwd was, moest tegen den muur gaan staan om ze voorbij te
-laten gaan, in een stroom van tarlatan met gouden sterren.
-
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-
-Rougon had eindelijk voor Delestang de portefeuille van landbouw
-en handel verkregen. Op een morgen in de eerste dagen van Mei ging
-hij naar de rue Colisée om zijn nieuwen collega af te halen. Er zou
-ministerraad te Saint-Cloud gehouden worden, waar het hof juist zijn
-intrek genomen had.
-
---Zoo, gaat u met ons mee? zei hij verbaasd, toen Clorinde in de
-landauer stapte, die voor de stoep gereed stond.
-
---Ja, ik ga ook naar den raad, antwoordde zij lachend.
-
-Toen voegde zij er op ernstigen toon bij, nadat zij de strooken van
-haar bleek-kersroode sleepjapon tusschen de zitplaatsen had terecht
-geschikt:
-
---Ik heb een afspraak met de keizerin. Ik ben penningmeesteres van een
-stichting voor jonge arbeidsters, waarin zij heel veel belang stelt.
-
-De twee mannen stegen nu ook in. Delestang zette zich naast zijn
-vrouw; hij had een gemslederen advokaten-portefeuille bij zich,
-die hij op zijn schoot hield. Rougon had niets bij zich; hij zat
-tegenover Clorinde. Het was bijna halftien en de raad zou om tien
-uur beginnen. De koetsier kreeg bevel om flink door te rijden. Om den
-naasten weg te nemen, reed hij door de rue Marbeuf de wijk Chaillot in,
-waar het sloopingswerk reeds begonnen was. Het waren stille straten,
-omzoomd met tuinen en houten gebouwtjes, steile dwarspaden die
-kronkelend in elkander liepen, kleinsteedsche pleintjes met magere
-boomen beplant, een hoekje, dat men in een groote stad niet verwacht
-zou hebben, met landhuisjes en winkeltjes zonder eenige orde op een
-heuvelhelling gebouwd, zich koesterend in de morgenzon.
-
---Wat is het hier leelijk! zei Clorinde, achterover geleund.
-
-Half naar haar man gekeerd, sloeg zij hem een oogenblik oplettend gade;
-en onwillekeurig begon zij te glimlachen. Delestang, onberispelijk
-gekleed in zijn nauwsluitende jas, zat deftig en waardig rechtop. Zijn
-mooi denkend gezicht, zijn vroegtijdige kaalhoofdigheid die zijn
-voorhoofd hooger deed schijnen, deden de voorbijgangers omkijken. De
-jonge vrouw merkte op dat niemand op Rougon lette, wiens dik gezicht
-er slaperig uitzag. Toen trok zij met moederlijke zorg de linkermanchet
-van haar man wat meer naar beneden.
-
---Wat hebt ge vannacht toch uitgevoerd? vroeg zij den grooten man,
-die een gegeeuw achter zijn hand verborg.
-
---Ik heb laat gewerkt, ik ben doodmoe, antwoordde hij. Een hoop
-onbeduidende zaken!
-
-En het gesprek hield weer op. Nu was de beurt aan hem om door haar
-bestudeerd te worden. Hij liet zich door de lichte schokken van het
-rijtuig heen en weer schommelen; zijn jas was uit haar fatsoen door
-zijn breede schouders, zijn hoed was slecht afgeborsteld en vertoonde
-nog de sporen van vroegere regendruppels. Zij herinnerde zich dat
-zij de vorige maand een paard gekocht had van een paardenkoopman,
-die veel op hem leek. Haar glimlach verscheen weer, met een zweem
-van minachting.
-
---Welnu? vroeg hij, ongeduldig door dat onderzoek.
-
---Nu, ik kijk naar u! antwoordde zij. Is dat niet geoorloofd?.... Zijt
-ge dan bang dat ik u zal opeten?
-
-Zij zei dit op een uitdagenden toon, terwijl zij haar witte tanden
-vertoonde. Maar hij zei schertsend:
-
---Ik ben te dik, het zou er niet door gaan.
-
---O, als ik grooten trek had! zei ze ernstig, nadat zij haar eetlust
-scheen geraadpleegd te hebben.
-
-De landauer kwam eindelijk aan de poort de la Muette. Het was een
-plotselinge overgang van de nauwe straatjes van Chaillot tot het zachte
-groen van het bosch. De ochtend was heerlijk; grasvelden in de verte
-baadden in een blond schijnsel, een lauw zuchtje deed de jonge blaadjes
-trillen. Zij lieten het hertenpark rechts liggen en sloegen den weg
-naar Saint-Cloud in. Nu reed het rijtuig over de zandige laan, zonder
-schokken, zacht en licht als een slede, die over de sneeuw glijdt.
-
---Wat zijn die straatsteenen toch onaangenaam, niet waar? hernam
-Clorinde. Men herademt hier, men kan spreken.... Hebt ge nieuws van
-onzen vriend Du Poizat?
-
---Ja, zei Rougon. Hij maakt het goed.
-
---En is hij nog altijd tevreden over zijn departement?
-
-Hij maakte een nietszeggend gebaar, scheen liever niet te
-antwoorden. De jonge vrouw scheen bekend te zijn met zekere
-onaangenaamheden, die de prefect van Deux-Sèvres hem door zijn ruw
-optreden bezorgde. Zij drong niet verder aan, maar sprak over mijnheer
-Kahn en mevrouw Correur; ze vroeg hem naar bijzonderheden van zijn
-reis, met een ondeugende nieuwsgierigheid. Toen riep ze plotseling uit:
-
---A propos, ik heb gisteren kolonel Jobelin met zijn neef Bouchard
-ontmoet. We hebben over u gesproken.... Ja, we hebben over u gesproken.
-
-Hij haalde de schouders op en bleef nog steeds zwijgen. Toen kwam
-zij met oude herinneringen.
-
---Weet ge nog wel hoe gezellig we 's avonds bijeen waren? Nu hebt
-ge het te druk, en kunt ge ons niet meer velen. Uw vrienden beklagen
-zich; zij beweren dat gij ze vergeet.... Ge weet, ik zeg alles. Welnu,
-ze zeggen dat ge uw vrienden in den steek laat.
-
-Op dit oogenblik, terwijl het rijtuig tusschen de twee vijvers
-doorging, reed hun een coupé voorbij, die naar Parijs terug ging. Men
-zag iemand zich snel in de coupé terugwerpen, zeker opdat hij niet
-zou behoeven te groeten.
-
---Maar dat is uw schoonbroer! riep Clorinde.
-
---Ja, hij is ongesteld, antwoordde Rougon glimlachend. Zijn dokter
-heeft hem aangeraden veel van de morgenlucht te genieten.
-
-En plotseling mededeelzaam geworden, ging hij voort:
-
---Wat zal ik u zeggen, ik kan hun toch de maan niet geven!.... Daar
-hebt u bijvoorbeeld Beulin-d'Orchère, die heeft zich in het
-hoofd gezet grootzegelbewaarder te willen worden. Ik heb het
-onmogelijke gedaan, ik heb den keizer gepolst zonder er wijzer door
-te worden. De keizer is, geloof ik, bang voor hem. Dat kan ik toch
-niet helpen?.... Beulin-d'Orchère is eerste president. Daar moest
-hij voorloopig tevreden mee zijn, wat drommel! En hij ontwijkt mijn
-groet! Hij is gek.
-
-Clorinde zat onbewegelijk, met neergeslagen oogen, terwijl haar vingers
-met de kwast van haar parasol speelden. Zij liet hem voortpraten,
-maar geen enkel woord ontging haar.
-
---De anderen zijn al even onverstandig. Wanneer de kolonel en
-Bouchard klagen, doen zij heel verkeerd, want ik heb al te veel voor
-ze gedaan.... Ik doe mijn best voor al mijn vrienden. Ze wegen me
-zwaar genoeg op mijn schouders, dat twaalftal! Zoolang zij mij niet
-geheel opgeslokt hebben, zullen ze niet tevreden zijn.
-
-Hij zweeg, toen hernam hij met een goedig lachje:
-
---Bah, als ze mij geheel noodig hadden, zou ik mezelf er ook
-bij geven.... Wanneer men ze een vinger geeft, nemen zij de heele
-hand. Ondanks al het kwaad dat mijn vrienden van mij zeggen, doe ik
-den heelen dag niets anders dan een menigte gunsten voor hen te vragen.
-
-En terwijl hij haar op de knie tikte, om haar te noodzaken hem aan
-te zien:
-
---En u! Ik zal van ochtend een onderhoud met den keizer hebben. Hebt
-u niets te vragen?
-
---Neen, dank u, antwoordde zij droogjes.
-
-Toen hij zijn aanbod herhaalde, werd zij boos en beschuldigde zij hem
-dat hij hun de enkele diensten verweet die hij haar en haar man had
-kunnen bewijzen. Zij zouden hem niet meer tot last zijn. Zij besloot
-met de woorden:
-
---Nu doe ik mijn boodschappen zelf. Ik ben er toch zeker wel groot
-genoeg voor!
-
-Intusschen was het rijtuig het Bosch uitgereden. Het reed nu
-door Boulogne, terwijl een rij zware karren langs de Grande-Rue
-voortratelde. Tot dusver was Delestang zwijgend in een hoekje van
-den landauer blijven zitten. Maar nu boog hij zich tot Rougon over
-en riep hem te midden van al dat geraas toe:
-
---Denkt ge dat Zijne Majesteit ons te dejeuneeren zal houden?
-
-Rougon haalde de schouders op.
-
---Er wordt op het paleis ontbeten, wanneer de raad wat lang duurt.
-
-Delestang dook weer in zijn hoekje, waar hij zich aan een ernstig
-gepeins scheen over te geven. Maar kort daarop boog hij zich weer
-voorover, om te vragen:
-
---Zou er van morgen veel verhandeld worden in den raad?
-
---Misschien wel, antwoordde Rougon. Men kan nooit weten. Ik geloof
-dat verscheidene collega's rekenschap moeten geven van zekere
-rapporten.... Ik zal in ieder geval de kwestie over dat boek op het
-tapijt brengen, waarover ik in conflict ben geraakt met de commissie
-van colportage.
-
---Wat voor boek? vroeg Clorinde levendig.
-
---Een prul, een van die boeken die men voor boeren fabriceert. Het heet
-les Veillées du bonhomme Jacques. Er staat van alles in, socialisme,
-toovenarij, landbouw, tot zelfs een artikel om de weldaden van de
-coöperatie te verheerlijken.... Enfin, een gevaarlijk boek!
-
-De jonge vrouw, wier nieuwsgierigheid niet voldaan scheen, wendde
-zich naar haar man als om hem te ondervragen.
-
---Ge zijt wel wat streng, Rougon, verklaarde Delestang. Ik heb het
-boek eens doorgelezen, en er heel wat goeds in ontdekt; het hoofdstuk
-over coöperatie is heel goed gesteld.... Het zou me verwonderen als
-de keizer de daarin vervatte denkbeelden afkeurde.
-
-Rougon was op het punt om boos te worden. Hij strekte de armen reeds
-uit om te protesteeren. Maar plotseling werd hij kalm, alsof hij niet
-in een twistgesprek wou treden; hij zei niets meer, maar liet zijn
-blikken over het landschap, aan beide zijden van den gezichteinder,
-weiden. De landauer reed toen juist over de brug van Saint-Cloud; de
-rivier, door de zon beschenen, vertoonde zachtblauwe plekken als van
-een stilstaand water; terwijl de rijen boomen langs de oevers krachtige
-schaduwen in het water drongen. Het onmetelijke uitspansel vertoonde
-zich aan alle zijden wit in de heldere lentelucht, ternauwernood
-getint door een blauwe rimpeling.
-
-Toen het rijtuig op het plein voor het kasteel stilhield, steeg Rougon
-het eerst uit en reikte Clorinde de hand. Maar deze deed alsof zij
-dien steun niet noodig had; zij sprong vlug op den grond. En daar
-hij zijn arm nog uitgestrekt hield, tikte zij hem met haar parasol
-op de vingers en mompelde:
-
---Ik heb u immers gezegd dat ik groot genoeg ben!
-
-En zij scheen geen eerbied meer te voelen voor die groote vuisten van
-den meester, die zij als volgzame leerlinge zoo lang in haar handen had
-gehouden, om er een beetje kracht aan te onttrekken. Nu meende zij ze
-zeker genoeg verzwakt te hebben; ze toonde niet langer die aanhalige
-manieren. Op haar beurt tot macht gekomen, werd zij meesteres. Toen
-Delestang uit het rijtuig gestapt was, liet zij Rougon voorgaan om
-haar man in het oor te fluisteren:
-
---Ik hoop dat je hem niet zult beletten met zijn "Bonhomme Jacques"
-in den knoei te komen. Je hebt daar een mooie gelegenheid om eens in
-meening met hem te verschillen.
-
-In de vestibule nam zij hem nog eens goed op, trok aan een knoop
-van zijn jas, die de stof wat rimpelde, en terwijl een bode haar
-komst aan de keizerin aankondigde, zag zij Rougon en hem met een
-glimlach verdwijnen. De ministerraad werd gehouden in een zaal, die
-aan het kabinet des keizers grensde. Een twaalftal fauteuils stonden
-er om een groote tafel, waarover een kleed lag. De hooge vensters
-zagen op het terras van het kasteel uit. Toen Rougon en Delestang
-binnentraden, waren al hun collega's reeds tegenwoordig, behalve de
-ministers van Publieke werken en van Marine en Koloniën, die toen met
-verlof waren. De keizer was nog niet verschenen. De heeren stonden
-al een tien minuten in groepjes voor de vensters of rondom de tafel
-te praten. Er waren er twee bij met een gemelijk gezicht, die zoo'n
-hekel aan elkander hadden dat zij geen woord tot elkander richtten;
-maar de anderen keken vriendelijk en onderhielden elkander over
-aangename onderwerpen, in afwachting van de ernstige zaken. Parijs
-hield zich toen druk bezig met de komst van een gezantschap uit het
-verre Oosten, met vreemde kleederdrachten en bijzondere manieren van
-groeten. De minister van Buitenlandsche zaken vertelde een bezoek,
-dat hij den vorigen dag aan het hoofd van dat gezantschap gebracht
-had, hij dreef er heel geestig den spot mee, ofschoon hij zeer correct
-bleef. Daarop kwam het gesprek op beuzelachtiger dingen, de minister
-van Staat verstrekte inlichtingen omtrent de gezondheid van een
-danseres aan de Opera, die bijna haar been gebroken had. En zelfs
-waar zij zich geen dwang oplegden, bleven de heeren op hun hoede,
-bij sommige zinnen naar geschikte woorden zoekende, halve woorden
-weer inslikkend, elkander bespiedend onder hun glimlachjes, plotseling
-weer ernstig wordend zoodra zij merkten dat men acht op ze sloeg.
-
---Dus het is een eenvoudige verstuiking? zei Delestang, die veel
-belang in danseressen stelde.
-
---Ja, een verstuiking, herhaalde de minister van Staat. De arme vrouw
-zal een paar weken haar kamer moeten houden. Ze schaamt zich erg over
-haar val.
-
-Een licht gedruis deed de hoofden omwenden. Alle bogen; de keizer was
-binnengetreden. Hij bleef een oogenblik tegen zijn armstoel leunen. En
-met zijn doffe stem vroeg hij langzaam:
-
---Is zij al wat beter?
-
---Veel beter, Sire, antwoordde de minister met een nieuwe buiging. Ik
-heb vanmorgen bericht van haar gekregen.
-
-Op een wenk van den keizer namen de leden van den raad hun plaatsen om
-de tafel in. Zij waren met hun negenen, verscheidene hunner spreidden
-papieren voor zich uit; anderen namen een gemakkelijke houding aan
-en bekeken hun nagels. Er heerschte een oogenblik stilte. De keizer
-scheen zich niet wel te voelen; zijn vingers draaiden zachtjes aan
-de punten van zijn knevel; zijn oogen stonden flets. En daar niemand
-sprak, scheen hij tot bezinning te komen, hij sprak eenige woorden:
-
---Mijne heeren, de zitting van het Wetgevend lichaam zal weldra
-gesloten worden....
-
-Er was al dadelijk sprake van het budget, dat de Kamer in vijf dagen
-afgehandeld had. De minister van Financiën sprak over de wenschen
-die de rapporteur geuit had. Voor de eerste maal toonde de Kamer
-neiging tot kritiek. Zoo wenschte de rapporteur dat de amortisatie op
-normale wijze geschieden zou en dat de regeering zich tevreden zou
-stellen met het toegestane krediet, zonder dat zij maar steeds met
-aanvragen om aanvulling van krediet kwam. Anderzijds hadden sommige
-leden geklaagd over de geringe aandacht die de Raad van State aan hun
-opmerkingen schonk, wanneer zij zekere uitgaven trachtten te beperken;
-een hunner had zelfs voor het Wetgevend lichaam het recht gevraagd
-om het budget te regelen.
-
---Mijns inziens is er volstrekt geen reden om met die eischen rekening
-te houden, zei de minister van Financiën ten slotte. De regeering
-maakt zijn budgetten met de grootst mogelijke zuinigheid op; en dat
-is zoo waar, dat de commissie zich ondenkbare moeite heeft moeten
-geven om twee onnoozele millioentjes te kunnen schrappen.... In
-de gegeven omstandigheden acht ik het echter het verstandigst drie
-aanvragen om een supplementair krediet, die in voorbereiding waren,
-uit te stellen. Een overschrijving van fondsen zal ons de noodige
-sommen verschaffen, en de toestand zal later geregeld worden.
-
-De keizer knikte goedkeurend. Hij scheen niet te luisteren, met
-wezenloozen blik keek hij als verblind naar het helle daglicht
-dat door het middelste venster tegenover hem, in de kamer viel. Er
-ontstond een nieuwe stilte. Alle ministers knikten goedkeurend, na den
-keizer. Een oogenblik lang hoorde men slechts een licht geritsel. Het
-was de grootzegelbewaarder die een handschrift doorbladerde, dat op
-de tafel lag. Hij raadpleegde zijn collega's met een blik.
-
---Sire, zei hij eindelijk, ik heb het ontwerp van een memorie, tot
-het invoeren van een nieuwen adel, meegebracht.... 't Zijn nog maar
-aanteekeningen; maar ik achtte het raadzaam, alvorens verder te gaan,
-ze in den raad te lezen, ten einde van ieders opmerkingen profijt
-te trekken.
-
---Ja, lees maar eens voor, mijnheer de zegelbewaarder, viel de keizer
-hem in de rede. U hebt gelijk.
-
-En hij keerde zich half om, ten einde den minister van justitie aan
-te zien, terwijl hij las. Hij geraakte in vuur, een gele flikkering
-kwam in zijn grijze oogen.
-
-Het hof hield zich toen zeer bezig met die kwestie van een nieuwen
-adel. De regeering was begonnen met een wetsontwerp aan het Wetgevend
-lichaam voor te leggen, waarbij aan ieder, die zich zonder recht
-een adellijken titel toeëigende, een geldboete en gevangenisstraf
-werd opgelegd. Hiermee werd beoogd een sanctie aan de oude titels
-en het uitzicht op het scheppen van nieuwe titels. Dit wetsontwerp
-had in de Kamer een stormachtige discussie uitgelokt; afgevaardigden,
-die zeer gehecht waren aan het keizerrijk, hadden uitgeroepen dat een
-adelstand geen recht van bestaan had in een democratischen staat; en
-bij de stemming hadden zich drie-en-twintig leden tegen het ontwerp
-verklaard. Toch hield de keizer aan zijn droombeeld vast. Hij zelf
-had den grootzegelbewaarder een uitgebreid plan aan de hand gedaan.
-
-De memorie begon met een geschiedkundig gedeelte. Daarna werd het
-toekomstig systeem er breedvoerig in ontwikkeld; de titels zouden
-verleend worden naar categoriën van ambten, ten einde de graden van den
-nieuwen adel voor alle burgers toegankelijk te maken; een democratische
-combinatie die zeer in den smaak van den grootzegelbewaarder scheen
-te vallen. Eindelijk volgde een ontwerp van een decreet. Bij artikel
-II verhief de minister zijn stem en las langzaam voor:
-
---De titel van graaf zal worden verleend, nadat zij vijf jaren hun
-functies of waardigheden zullen hebben bekleed, of nadat zij door Ons
-tot grootkruis van het Legioen van Eer zijn benoemd: aan Onze ministers
-en aan de leden van Onzen particulieren raad; aan de kardinalen,
-de maarschalken, de admiraals en de senatoren; aan Onze gezanten en
-aan de divisie-generaals die het oppercommando hebben gevoerd.
-
-Hij hield een oogenblik op, raadpleegde den keizer met een blik, als
-om te vragen of hij niemand vergeten had. Zijn Majesteit, die het hoofd
-op den rechterschouder had laten zinken, dacht even na en mompelde:
-
---Ik geloof dat u er nog bij zou kunnen voegen de presidenten van
-het Wetgevende lichaam en den Raad van State.
-
-De grootzegelbewaarder knikte toestemmend en schreef haastig een
-kantteekening op zijn manuscript. Juist toen hij de lezing wou
-hervatten, werd hij in de rede gevallen door den minister van Openbaar
-onderwijs en eeredienst, die op een verzuim wees.
-
---De aartsbisschoppen.... begon hij.
-
---Pardon, zei de minister van justitie droogjes, de aartsbisschoppen
-kunnen slechts baron worden. Laat mij het heele besluit eerst
-voorlezen.
-
-En hij kon niet meer wijs worden uit zijn losse velletjes; hij zocht
-geruimen tijd naar een blad dat tusschen de andere geraakt was. Rougon,
-die daar met zijn breeden nek tusschen zijn vierkante boerenschouders
-zat, glimlachte fijntjes; en toen hij zich omkeerde, zag hij zijn
-buurman, den minister van Staat, den laatsten vertegenwoordiger van een
-oud normandisch geslacht, ook verachtelijk glimlachen. Beiden knikten
-elkander toe. De parvenu en de edelman hadden elkander begrepen.
-
---Ha, hier is het, hernam eindelijk de grootzegelbewaarder. "Artikel
-III. De titel van baron zal worden verleend: 1o. aan de leden van het
-Wetgevend lichaam, die driemaal door hun medeburgers met een mandaat
-vereerd zijn geworden; 2o. aan de leden van den Raad van State,
-na acht jaren hun ambt te hebben uitgeoefend; 3o. aan den eersten
-president en aan den procureur-generaal van het hof van cassatie, aan
-de divisie-generaals en de vice-admiraals, aan de aartsbisschoppen en
-de gevolmachtigde ministers, nadat zij vijf jaren hun functie bekleed
-hebben, of indien zij den rang van kommandeur van het Legioen van
-Eer verkregen hebben...."
-
-En zoo ging hij voort. De eerste presidenten en de procureurs-generaals
-der gerechtshoven, de brigade-generaals en de schouten-bij-nacht,
-de bisschoppen, tot zelfs de burgemeesters der hoofdsteden van de
-prefecturen der eerste klasse zouden baron worden; maar van hen werd
-tien jaren dienst gevergd.
-
---Iedereen baron dus! mompelde Rougon halfluid.
-
-Zijn collega's, die het air aannamen alsof zij hem als een onopgevoed
-man beschouwden, zetten ernstige gezichten, om hem te doen begrijpen
-dat zij die grap misplaatst vonden. De keizer scheen het niet gehoord
-te hebben. Toen de lezing geëindigd was, vroeg hij:
-
---Wat dunkt u van het ontwerp, heeren?
-
-Er was eenige aarzeling. Men verwachtte een meer directe ondervraging.
-
---Mijnheer Rougon, hernam Zijn Majesteit, hoe denkt u over dit ontwerp?
-
---Mijn hemel, Sire, antwoordde de minister van Binnenlandsche zaken met
-zijn kalmen glimlach, ik denk er niet veel goeds van. Het staat aan het
-grootste gevaar bloot, namelijk aan bespotting. Ja, ik zou vreezen dat
-al die baronnen den lachlust zouden opwekken.... Ik spreek niet van de
-ernstige redenen, het gevoel van gelijkheid dat tegenwoordig heerscht,
-de ijdelheid die door zulk een systeem zou opgewekt worden....
-
-Maar hij werd in de rede gevallen door den grootzegelbewaarder, die
-zeer scherp, zeer beleedigd, zich verdedigde alsof men een aanval
-op hem persoonlijk had gericht. Hij zei dat hij een burger was,
-de zoon van een burger, niet in staat om de gelijkheidsprincipes
-van de moderne maatschappij aan te randen. De nieuwe adel zou
-een democratische adel zijn; en dat woord "democratische adel"
-gaf zeker zoo goed zijn gedachte terug, dat hij het herhaaldelijk
-gebruikte. Rougon antwoordde, steeds glimlachend, zonder boos te
-worden. De grootzegelbewaarder, een mager, donker mannetje, begon
-eindelijk met persoonlijke hatelijkheden. De keizer deed alsof hij
-niets van den twist hoorde; hij keek weer, langzaam met de schouders
-wiegelend, naar het volle witte licht dat door het venster tegenover
-hem binnen drong. Toen de stemmen al luider werden en hinderlijk voor
-zijn waardigheid, mompelde hij:
-
---Mijne heeren, mijne heeren....
-
-Toen na een korte stilte:
-
---Mijnheer Rougon heeft misschien gelijk.... De kwestie is nog niet
-rijp. Ze zal nog eens op andere grondslagen bestudeerd worden. We
-zullen later nog eens zien.
-
-De raad onderzocht vervolgens verscheidene zaken van minder belang. Men
-sprak vooral over het dagblad le Siècle, waarin een artikel gestaan
-had dat groote ergernis aan het hof gegeven had. Er ging geen week
-voorbij of de keizer ontving een verzoek van zijn omgeving, om de
-uitgaaf van dat blad te doen staken, het eenige republikeinsche
-orgaan dat nog bestond. Maar Zijn Majesteit had persoonlijk een
-groote toegevendheid voor de pers; hij amuseerde zich dikwijls,
-wanneer hij alleen op zijn kamer zat, met het schrijven van lange
-artikelen in antwoord op de aanvallen tegen zijn regeering; zijn
-illusie was een eigen krant te hebben, waarin hij manifesten kon
-bekend maken en polemiek voeren. Ditmaal besliste de keizer echter,
-dat er een waarschuwing aan de Siècle zou gezonden worden.
-
-Hunne Excellenties dachten dat de raad geëindigd was. Dat was merkbaar
-aan de manier waarop de heeren op den rand van hun stoelen zaten. De
-minister van Oorlog, een generaal die zich klaarblijkelijk had zitten
-vervelen en gedurende de heele zitting geen woord gesproken had,
-haalde reeds zijn handschoenen te voorschijn, toen Rougon zich recht
-voor de tafel plaatste.
-
---Sire, zei hij, ik wenschte den raad te onderhouden over een geschil
-dat tusschen de commissie van colportage en mij gerezen is, naar
-aanleiding van een werk dat onlangs ter afstempeling werd aangeboden.
-
-Zijn collega's schoven weer dieper in hun armstoelen. De keizer keerde
-zich half om, met een licht hoofdknikken, om den minister te machtigen
-verder te spreken.
-
-Toen trad Rougon in de inleidende bijzonderheden. Hij glimlachte niet
-meer, keek ook niet goedig meer. Over den rand der tafel gebogen,
-terwijl zijn rechterarm zich regelmatig over het tafelkleed bewoog,
-vertelde hij dat hij zelf een der laatste zittingen van de commissie
-had willen presideeren, om den ijver der leden te prikkelen.
-
---Ik heb hun de inzichten der regeering medegedeeld over
-de verbeteringen die aangebracht konden worden in de belangrijke
-diensten, die van hen verwacht worden.... Het colporteeren zou ernstige
-gevaren kunnen bieden, indien het een wapen werd in de handen der
-revolutionnairen. Het is dus de taak der commissie alle werken
-te verwerpen, die hartstochten opwekken welke niet meer in onzen
-tijd passen. Zij moet daarentegen die boeken goedkeuren, waarvan
-de deugdzame strekking de vreeze Gods, liefde tot het vaderland,
-dankbaarheid jegens den keizer inboezemt.
-
-De ministers, die zeer uit hun humeur waren, meenden toch dien laatsten
-zin met een hoofdknikje te moeten begroeten.
-
---Het aantal slechte boeken vermeerdert met den dag, ging hij
-voort. Het is een wassende vloed, waartegen men het land niet genoeg
-kan beschermen. Van de twaalf boeken die uitkomen, zijn er elf en
-een half goed om in het vuur geworpen te worden.... Nooit zijn de
-misdadige gevoelens, de zedenbedervende theoriën, de anti-sociale
-monsterachtigheden zoo druk bezongen.... Ik ben somstijds genoodzaakt
-zekere werken te lezen. Welnu, ik verzeker u....
-
-De minister van Openbaar onderwijs waagde het een woord in het midden
-te brengen.
-
---De romans,.... zei hij.
-
---Ik lees nooit romans, verklaarde Rougon droogjes.
-
-Zijn collega maakte een gebaar, alsof hij tegen de verdenking
-protesteeren wou dat hij romans las. Hij verklaarde zich nader.
-
---Ik wou enkel dit zeggen: vooral de romans zijn een vergiftig
-voedsel dat aan de ongezonde nieuwsgierigheid van de groote massa
-wordt toegediend.
-
---Zonder twijfel, hernam de minister van Binnenlandsche
-zaken. Maar er zijn werken die even gevaarlijk zijn; ik bedoel de
-populair-wetenschappelijke, waarin de schrijvers binnen het bereik
-van boeren en werklieden een heelen omhaal van sociale en economische
-wetenschap trachten te brengen; het eenige resultaat dat zij bereiken
-is, dat de zwakke hoofden nog meer in de war gebracht worden.... Nu
-is er juist een dergelijk boek, les Veillées du bonhomme Jacques, in
-handen van de commissie ter onderzoek. Het handelt over een sergeant
-die in zijn dorp teruggekeerd is en iederen Zondagavond met den
-schoolmeester, in tegenwoordigheid van een twintigtal landbouwers,
-een gesprek voert; ieder gesprek loopt over een bijzonder onderwerp,
-de nieuwe methode van landbouw, de werkliedenvereenigingen, de
-gewichtige rol die de producent in de maatschappij speelt. Ik heb dat
-werk gelezen, nadat mijn aandacht er op gevestigd was; ik vond het
-te gevaarlijker, omdat het verderfelijke theoriën verbergt onder een
-geveinsde bewondering voor de keizerlijke instellingen. Men kan er zich
-onmogelijk in vergissen, het is het werk van een volksleider. Ik was
-dan ook zeer verbaasd toen ik er verscheidene commissieleden met lof
-over hoorde spreken. Ik heb verscheidene passages met hen besproken,
-maar ze niet kunnen overtuigen. De schrijver zou zelfs, naar zij
-mij verzekerden, Zijn Majesteit een exemplaar van zijn werk hebben
-toegezonden.... Toen heb ik, alvorens eenige pressie uit te oefenen,
-gemeend eerst uw oordeel en dat van den raad in te moeten winnen.
-
-En hij keek den keizer vlak in het gelaat. Deze zag weifelend rond en
-liet ten slotte zijn blik op een vouwbeen, dat voor hem lag, rusten. De
-vorst nam het in de hand, draaide het tusschen de vingers en mompelde:
-
---Ja, ja, les Veillées du bonhomme Jacques....
-
-En zonder zijn oordeel uit te spreken, keek hij schuins naar rechts
-en links van de tafel.
-
---U hebt het boek misschien doorgelezen, heeren, ik zou gaarne willen
-weten....
-
-Hij voltooide den zin niet, sprak de rest binnensmonds. De
-ministers keken elkander vragend aan; ieder verwachtte dat zijn
-buurman zou spreken om zijn meening te kennen te geven. De stilte
-werd hinderlijk. Klaarblijkelijk wisten zij geen van allen dat het
-werk bestond. Eindelijk maakte de minister van Oorlog voor al zijn
-collega's een gebaar van onwetendheid. De keizer draaide zijn knevel
-op, hij haastte zich niet.
-
---En u, mijnheer Delestang? vroeg hij.
-
-Delestang schoof onrustig heen en weer, alsof hij aan een inwendigen
-strijd ten prooi was. Die rechtstreeksche vraag dwong hem tot een
-besluit. Maar alvorens te spreken, keek hij onwillekeurig in de
-richting van Rougon.
-
---Ik heb het boek in handen gehad, sire.
-
-Hij zweeg, toen hij Rougon's groote grijze oogen op zich gevestigd
-voelde. Intusschen, tegenover de zichtbare voldoening des keizers,
-hernam hij met ietwat trillende lippen:
-
---Tot mijn leedwezen moet ik in meening verschillen met mijn
-vriend en collega den minister van Binnenlandsche zaken.... Zeker,
-het werk kon met meer voorbehoud spreken en meer nadruk leggen
-op de bedachtzame langzaamheid, waarmee iedere waarlijk nuttige,
-vooruitstrevende beweging moet geschieden. Maar les Veillées du
-bonhomme Jacques schijnt mij desniettemin een werk toe, dat met
-uitmuntende bedoelingen geschreven is. De wenschen die daarin voor de
-toekomst geuit worden, zijn in geen enkel opzicht kwetsend voor de
-keizerlijke instellingen. Ze zijn er integendeel de ontluiking van,
-die men rechtmatig verwachten mocht....
-
-Hij zweeg wederom. Ondanks de zorg waarmee hij zich naar den
-keizer wendde, voelde hij aan den anderen kant der tafel, het logge
-lichaam van Rougon, op de ellebogen leunend, het gelaat bleek van
-verbazing. Gewoonlijk deelde Delestang in alles de meening van den
-grooten man. Deze hoopte dan ook met een enkel woord zijn weerspannigen
-leerling tot rede te brengen.
-
---Komaan, ge moet een voorbeeld noemen, riep hij, zijn handen
-ineenknijpend zoodat zij kraakten. Het spijt me dat ik het werk niet
-meegebracht heb.... Wacht, éen hoofdstuk herinner ik mij goed. De
-"bonhomme Jacques" spreekt over twee bedelaars, die het dorp van deur
-tot deur rondgaan; en op een vraag van den schoolmeester verklaart hij
-dat hij den boeren het middel zal leeren om nooit een enkelen arme
-in hun midden te hebben. Dan volgt er een ingewikkeld systeem over
-de uitroeiing der armoede. Men is daar midden in de communistische
-theorie.... Mijnheer de minister van Landbouw en handel zou aan dit
-hoofdstuk zijn goedkeuring waarlijk niet hechten.
-
-Delestang, plotseling moedig geworden, durfde Rougon in het gelaat
-zien.
-
---O, midden in de communistische theorie, zei hij, nu gaat u wel wat
-ver! Ik heb er niets anders in gezien dan een vernuftige uiteenzetting
-van de grondbeginselen der associatie.
-
-Terwijl hij dat zei, zocht hij in zijn portefeuille.
-
---Ik heb juist het werk, verklaarde hij eindelijk.
-
-En hij begon het bewuste hoofdstuk voor te lezen. Zijn stem klonk
-zacht en eentonig. Zijn mooie staatsmanskop nam bij enkele passages
-een uitdrukking van bijzonderen ernst aan. De keizer luisterde met
-een diepzinnig gelaat. Hij scheen vooral te genieten van de roerende
-gedeelten, waarin de schrijver zijn boeren op een kinderlijk
-eenvoudigen toon laat spreken. Wat Hunne Excellenties betreft,
-zij waren opgetogen. Wat een allerliefste geschiedenis! Rougon in
-den steek gelaten door Delestang, wien hij een portefeuille had
-laten geven, alleen om op hem te kunnen steunen, te midden van de
-geheime vijandschap van den raad! Zijn collega's verweten hem zijn
-onophoudelijke machtsoverschrijding, zijn behoefte om te heerschen
-die hem er toe bracht hen als ondergeschikte ambtenaren te beschouwen,
-terwijl hij zich voordeed als den intiemen raadgever, de rechterhand
-van Zijne Majesteit. En nu zou hij geheel alleen staan! Die Delestang
-was een man dien men op prijs moest stellen.
-
---Er staat misschien een enkel woordje in, mompelde de keizer,
-toen hij met lezen geëindigd had. Maar over het geheel zie ik niet
-in.... Nietwaar, heeren?
-
---Doodonschuldig, bevestigden de ministers.
-
-Rougon haalde de schouders op. Toen kwam hij op zijn aanval terug,
-tegen Delestang alleen. Een paar minuten werd de discussie tusschen
-hen beiden voortgezet, met korte zinnetjes. De knappe man vatte vuur,
-werd vinnig. Toen voelde Rougon voor den eersten keer, hoe de grond
-onder hem begon te wankelen. Plotseling richtte hij zich op en met
-een heftig gebaar sprak hij den keizer aan.
-
---Sire, het boek zal door de censuur goedgekeurd worden, omdat
-Uwe Majesteit in hare wijsheid denkt dat het volstrekt geen gevaar
-oplevert. Maar ik moet u verklaren, dat het uiterst gevaarlijk zou
-zijn aan Frankrijk maar de helft van de vrijheden te schenken,
-die de brave Jacques opeischt.... U hebt mij in zeer moeielijke
-tijdsomstandigheden tot het bewind geroepen. U hebt mij gezegd, dat ik
-niet door een misplaatste gematigdheid moest trachten hen, die beefden,
-gerust te stellen. Ik heb mij geducht gemaakt, volgens uw wenschen. Ik
-geloof dat ik overeenkomstig uw geringste aanwijzingen gehandeld en
-u de diensten bewezen heb, die u van mij verwachtte. Zoo iemand mij
-van te groote ruwheid beschuldigde, zoo men mij verweet misbruik te
-maken van de macht waarmee Uwe Majesteit mij bekleed heeft, zou een
-dergelijke blaam, Sire, ongetwijfeld alleen van een tegenstander van uw
-politiek kunnen komen.... Welnu! geloof het vrij, het maatschappelijk
-lichaam is nog diep aangetast, ik heb het helaas niet in enkele weken
-kunnen genezen van de kwalen, die het ondermijnen. De anarchistische
-hartstochten woeden nog altijd op den bodem van de daemagogie. Ik wil
-die wond niet blootleggen, de afschuwelijkheid er van overdrijven,
-maar het is mijn plicht aan het bestaan daarvan te herinneren, ten
-einde Uwe Majesteit te waarschuwen tegen de edelmoedige opwellingen
-van zijn hart. Een oogenblik kon men hopen dat de geestkracht van den
-vorst en de plechtig uitgedrukte wil van het land de afschuwelijke
-tijdvakken van algemeene verdorvenheid voor altijd in het niet hadden
-doen zinken. De gebeurtenissen hebben bewezen in welk een treurige
-dwaling men verkeerd heeft. Ik smeek u, Sire, uit naam van het gansche
-volk, trek uw machtige hand niet terug. Het gevaar schuilt niet in
-te groote praerogatieven van de macht, maar in de afwezigheid van
-repressieve wetten. Indien gij uw hand terugtrekt, zoudt gij het
-schuim der bevolking zien opbruisen, gij zoudt bestormd worden door
-revolutionnaire eischen, en uw energieke dienaren zouden u niet meer
-kunnen verdedigen. Ik neem de vrijheid hierop nadrukkelijk te wijzen,
-zoo verschrikkelijk zouden de rampen zijn die de dag van morgen ons
-brengen zou. Een onbelemmerde vrijheid is onmogelijk in een land, waar
-een partij bestaat, die de beginselen, waarop de regeering gegrondvest
-is, halsstarrig miskent. Er zullen lange jaren toe noodig zijn eer
-het absoluut gezag bij iedereen instemming vindt, de herinnering aan
-vroegeren strijd uit het geheugen wegwischt, zoo onbetwistbaar wordt
-dat men er over zal kunnen redetwisten. Buiten het autoritaire beginsel
-in al zijn gestrengheid toegepast, is er geen heil voor Frankrijk te
-vinden. Den dag waarop Uwe Majesteit het zijn plicht zal achten het
-volk de onnoozelste vrijheid toe te staan, dien dag zet zij de geheele
-toekomst op het spel. Eén vrijheid wordt gevolgd door een tweede, dan
-komt een derde, die alles wegvaagt, instellingen en dynastiën. 't Is
-de onverbiddelijke machine, het raderwerk dat een vingertop grijpt, de
-hand tot zich trekt, den arm verslindt, het lichaam vermorzelt.... En,
-Sire, nu ik toch de vrijheid neem mijn gevoelen onomwonden over dit
-onderwerp te zeggen, zal ik er dit nog bijvoegen: het parlementarisme
-heeft een monarchie gedood, we moeten het geen keizerrijk te dooden
-geven. Het Wetgevend lichaam speelt reeds een te groote rol. Dat men
-het nooit nauwer verbinde met de leidende politiek van den souverein;
-het zou een bron worden van de jammerlijkste discussies. De laatste
-verkiezingen hebben nog eens weer de eeuwige dankbaarheid van het
-land bewezen; maar toch zijn er tot zelfs vijf candidaturen geweest,
-wier schandelijk succès tot een waarschuwing moet strekken. Nu is
-het de groote kwestie de vorming van een tegenstrevende minderheid
-te beletten, en vooral, zoo zij zich toch vormt, haar geen wapenen in
-de hand te geven om het gezag met nog grooter onbeschaamdheid aan te
-vallen. Een zwijgend parlement is een werkend parlement.... Wat de pers
-betreft, Sire, zij verandert de vrijheid in bandeloosheid. Sinds mijn
-benoeming tot minister, lees ik aandachtig de rapporten, en iederen
-morgen word ik met walging vervuld. De pers is de vergaarbak van alle
-kwalijkriekende, gistende stoffen. Zij stookt revoluties, zij is de
-altijd gloeiende haard waaruit de branden voortkomen. Dan alleen kan
-zij nuttig worden, wanneer men haar heeft weten te temmen; dan kan de
-regeering haar macht als haar werktuig gebruiken. Ik spreek niet van
-andere vrijheden, vrijheid van vereeniging, vrijheid van vergadering,
-vrijheid om alles te doen. Men vraagt er heel eerbiedig om in les
-Veillées du bonhomme Jacques. Later zal men ze eischen. Dat is mijn
-schrikbeeld. Laat Uw Majesteit mij goed begrijpen, Frankrijk heeft
-nog langen tijd behoefte aan den druk van een ijzeren vuist....
-
-Hij verviel in herhalingen, hij verdedigde zijn macht met stijgende
-drift. Gedurende bijna een uur ging hij zoo voort, beschut door zijn
-autoritair beginsel; hij bedekte zich er mee, hulde er zich in, als
-een man die het weerstandsvermogen van zijn wapenrusting ten volle
-gebruikt. En ondanks zijn zichtbare opgewondenheid, behield hij genoeg
-koelbloedigheid om zijn collega's te bespieden, om op hun gelaat de
-uitwerking van zijn woorden gade te slaan. Zij zaten onbewegelijk,
-met bleeke gezichten. Plotseling zweeg hij.
-
-Er ontstond een vrij langdurige stilte. De keizer had zijn vouwbeen
-weer ter hand genomen.
-
---Mijnheer de minister van Binnenlandsche zaken ziet den toestand van
-Frankrijk te donker in, zei eindelijk de minister van Staat. Niets
-bedreigt nog, mijns inziens, onze instellingen. De orde is
-volmaakt. Wij kunnen ons verlaten op de hooge wijsheid van Zijne
-Majesteit. 't Is zelfs een gebrek aan vertrouwen op haar, wanneer
-wij vrees zouden laten blijken....
-
---Zeker, zeker, mompelden enkele stemmen.
-
---Ik mag er bijvoegen, zei op zijn beurt de minister van Buitenlandsche
-zaken, dat Frankrijk nooit meer geëerbiedigd is door geheel
-Europa. Overal in het buitenland brengt men hulde aan de flinke,
-waardige politiek van Zijne Majesteit. In de kanselarijen heerscht
-de algemeene meening dat ons land voor altijd een tijdperk van vrede
-en grootheid is ingetreden.
-
-Geen van de heeren had overigens lust om het politiek programma,
-door Rougon verdedigd, te bestrijden. De blikken richtten zich op
-Delestang. Deze begreep wat men van hem verwachtte. Hij vond enkele
-phrases. Hij vergeleek het keizerrijk bij een gebouw.
-
---Zeker, het beginsel van het gezag mag niet aan het wankelen
-gebracht worden, maar men moet niet stelselmatig de deur sluiten voor
-de publieke vrijheden.... Het keizerrijk is als een toevluchtsoord,
-een grootsch, prachtig gebouw, waarvan Zijne Majesteit eigenhandig de
-onverwoestbare grondslagen heeft gelegd. Nu is Zijne Majesteit nog
-bezig de muren op te trekken, maar er zal een dag komen, waarop zij
-na de voleindiging van haar taak, zal moeten denken aan de bekroning
-van het gebouw en dan....
-
---Nooit! viel Rougon hem heftig in de rede. Alles zal instorten.
-
-De keizer hief de hand op om de discussie te doen eindigen. Hij
-glimlachte, het was alsof hij uit een diep gepeins ontwaakte.
-
---Goed, goed, zei hij. We zijn van ons onderwerp afgedwaald.... We
-zullen zien.
-
-En opstaande voegde hij er bij:
-
---Mijne heeren, het is laat, u kunt op het kasteel ontbijten.
-
-De zitting was geëindigd. De ministers schoven hun fauteuils terug,
-stonden op en groetten den keizer, die zich met kleine stapjes
-verwijderde. Maar Zijne Majesteit keerde zich om en mompelde:
-
---Mijnheer Rougon, een woordje als ik u verzoeken mag.
-
-Terwijl de keizer Rougon naar een vensternis meenam, verdrongen Hunne
-Excellenties zich aan het andere einde der kamer rondom Delestang. Zij
-wenschten hem met knipoogjes en veelzeggende glimlachjes geluk, een
-gemurmel van loftuitingen verhief zich om hem heen. De minister van
-Staat, een schrander man van veel ervaring, toonde zich bijzonder
-vleiend; zijn stelregel was dat de vriendschap der domooren geluk
-aanbrengt. Delestang boog bescheiden en ernstig bij ieder compliment.
-
---Neen, kom mee, zei de keizer tot Rougon.
-
-En hij nam hem mee naar zijn kabinet, een tamelijk klein vertrek,
-waar een groot aantal kranten en boeken op de meubelen verspreid
-lagen. Daar stak hij een cigarette aan, en toonde toen aan Rougon het
-verkleind model van een nieuw kanon, dat een officier had uitgevonden;
-het kanonnetje geleek op een stuk speelgoed. Hij nam een zeer
-welwillenden toon aan, als trachtte hij den minister te toonen dat
-hij hem nog altijd genegen was. Toch begreep Rougon, dat hij van het
-een en ander rekenschap zou moeten geven. Hij wou het eerste spreken.
-
---Sire, zei hij, ik weet met welk een heftigheid men mij bij Uwe
-Majesteit heeft aangevallen.
-
-De keizer glimlachte zonder te antwoorden. Het hof was inderdaad
-opnieuw tegen hem gekant. Men beschuldigde hem nu, dat hij misbruik
-maakte van zijn gezag, en het keizerrijk door zijn ruw optreden
-compromitteerde. De zonderlingste histories deden over hem de ronde,
-de gangen van het paleis waren vol anecdotes en klachten, waarvan de
-echo iederen morgen in het keizerlijke kabinet doordrong.
-
---Ga zitten, mijnheer Rougon, ga zitten, zei de keizer vriendelijk.
-
-En zelf ook plaats nemende, ging hij voort:
-
---Men praat mij de ooren doof over allerlei zaken. Ik spreek er
-liever met u zelf over. Wat is dat toch met dien notaris te Niort,
-die tengevolge van een arrestatie gestorven is? Een zekere mijnheer
-Martineau, geloof ik?
-
-Rougon gaf bedaard eenige inlichtingen. Die Martineau had zich een
-leelijke reputatie bezorgd, 't was een republikein wiens invloed
-zeer gevaarlijk in het departement had kunnen worden. Men had hem
-gearresteerd. Hij was gestorven.
-
---Ja juist, hij is gestorven, dat is het onaangename van de zaak,
-hernam de keizer. De oppositie-bladen hebben zich van die gebeurtenis
-meester gemaakt, zij vertellen ze op een geheimzinnige manier, met
-halve toespelingen die een betreurenswaardige uitwerking hebben.... Dat
-alles doet mij zeer leed, mijnheer Rougon.
-
-Hij ging niet verder op de zaak in. Eenige seconden bleef hij zwijgend
-zitten, met de cigarette tusschen de lippen gedrukt.
-
---U is onlangs naar Deux-Sèvres gegaan en u hebt daar een
-feestelijkheid bijgewoond.... Is u wel zeker van de finantieële
-soliditeit van mijnheer Kahn?
-
---O, volkomen zeker! riep Rougon uit.
-
-En hij gaf weder inlichtingen. Mijnheer Kahn werd gesteund door een
-schatrijke Engelsche maatschappij, de spoorwegaandeelen Niort-Angers
-stonden hoog genoteerd op de Beurs; het was de mooiste operatie die
-men bedenken kon. De keizer geloofde er blijkbaar niet veel van.
-
---Men heeft zijn vrees tegenover mij te kennen gegeven, mompelde
-hij. U begrijpt hoe ongelukkig het zou zijn indien uw naam betrokken
-zou zijn bij een catastrophe.... Enfin, daar u mij van het tegendeel
-verzekert....
-
-Hij liet dat tweede punt varen om tot een derde over te gaan.
-
---Daar hebt u den prefect van Deux-Sèvres, men is zeer ontevreden over
-hem, naar men verzekert. Hij moet daar alles onderste boven geworpen
-hebben. Hij moet bovendien de zoon van een gewezen deurwaarder zijn,
-die door zijn zonderlinge gedragingen het heele departement van zich
-doet spreken.... Mijnheer Du Poizat is uw vriend, niet waar?
-
---Een mijner beste vrienden, Sire.
-
-En daar de keizer opgestaan was, stond Rougon insgelijks op.
-
-De eerste ging naar een venster, en kwam toen weer terug, lichte
-rookwolkjes uitblazend.
-
---U hebt veel vrienden, mijnheer Rougon, zei hij met een fijn lachje.
-
---Ja Sire, heel veel! antwoordde de minister ronduit.
-
-Tot dusver had de keizer klaarblijkelijk de babbelpraatjes van het
-kasteel, de beschuldigingen van zijn omgeving overgebracht. Maar
-hij kende ongetwijfeld andere histories, feiten die het hof niet
-kende, waarvan zijn particuliere agenten hem onderricht hadden, en
-waaraan hij een veel grooter gewicht hechtte; hij dweepte met het
-bespiedingsstelsel van de geheime politie. Een oogenblik keek hij
-Rougon met een vagen glimlach aan; daarop sprak hij vertrouwelijk,
-als iemand die zich amuseert:
-
---O, ik heb meer gehoord dan mij lief was.... Nog een ander feit. U
-hebt op uw bureau een jongmensch aangenomen, den zoon van een kolonel,
-ofschoon hij het vereischte diploma niet heeft kunnen overleggen. Dat
-is niet van zooveel beteekenis, dat weet ik wel. Maar als u eens wist
-wat een drukte er over die dingen gemaakt wordt!.... Men ergert de
-menschen door zulke dwaasheden. 't Is een zeer slechte politiek.
-
-Rougon antwoordde niets. Zijn Majesteit had nog niet uitgesproken. Hij
-opende zijn mond, zocht naar een geschikte inkleeding; het scheen
-alsof hij verlegen was met hetgeen hij nu te zeggen had. Eindelijk
-kwam het, hortend en stootend.
-
---Ik wil u niet spreken over dien bode, een van uw beschermelingen,
-een zekere Merle, niet waar? Hij is vaak dronken, hij is onbeschoft,
-het publiek en de ambtenaren klagen over hem.... Dat alles is zeer
-onaangenaam, zeer onaangenaam.
-
-Daarop de stem verheffende, zei hij plotseling:
-
---U hebt te veel vrienden, mijnheer Rougon. Al die lieden doen u
-nadeel. U zoudt uzelven een dienst bewijzen, als u met ze brak.... Kom,
-beloof mij dat u mijnheer Du Poizat zult ontslaan en dat u de anderen
-laat loopen.
-
-Rougon was onverstoorbaar kalm gebleven. Hij boog en zei op
-gevoelvollen toon:
-
---Sire, ik vraag integendeel aan Uwe Majesteit het ordeteeken van
-officier voor den prefect van Deux-Sèvres.... Ik heb bovendien nog
-verscheidene gunsten te vragen....
-
-Hij haalde een agenda te voorschijn en vervolgde:
-
---Mijnheer Béjuin smeekt Uwe Majesteit als een gunstbewijs op Uwer
-Majesteits reis naar Bourges zijn fabriek van kristalwerken te
-Saint-Florent te willen bezoeken.... Kolonel Jobelin verzoekt een
-betrekking in de keizerlijke paleizen....
-
-De bode Merle herinnert er aan dat hij de militaire médaille draagt,
-hij vraagt om een tabaksdépôt voor een van zijn zusters....
-
---Is dat alles? vroeg de keizer, die weer glimlachte. U is een
-heldhaftig beschermer. Uw vrienden moeten u op de handen dragen.
-
---Neen Sire, zij ondersteunen mij, zei Rougon met zijn ruwe
-openhartigheid.
-
-Dat gezegde scheen den keizer te treffen. Rougon had daar het heele
-geheim van zijn trouw geopenbaard; zoodra hij zijn invloed ongebruikt
-liet, zou zijn invloed verdwenen zijn; en ondanks de ontevredenheid
-en het verraad van zijn aanhangers, zag hij zich genoodzaakt, wilde
-hij zelf gezond blijven, ook hun gezondheid te onderhouden. Hoe
-meer hij voor zijn vrienden verkreeg, hoe grooter en onverdiender de
-gunstbewijzen schenen, hoe sterker hij was. Eerbiedig, maar met een
-bijzonderen nadruk voegde hij er bij:
-
---Ik wensch van harte dat Uwe Majesteit, voor de grootheid van zijn
-rijk, lang in het bezit moge blijven van de verknochte dienaren die
-hem geholpen hebben het keizerrijk te herstellen.
-
-De keizer glimlachte niet meer. Peinzend en met terneergeslagen
-blik liep hij eenige schreden op en neer; hij scheen op eens bleek
-en huiverig geworden. In die mystieke natuur drongen de voorgevoelens
-zich met buitengewone kracht op. Hij maakte een einde aan het gesprek,
-om niet genoodzaakt te zijn een besluit te nemen, de vervulling
-van zijn verlangen tot later uitstellende. Op nieuw toonde hij
-zich zeer minzaam. Hij kwam zelfs terug op de discussie die in de
-raadsvergadering had plaats gehad; hij scheen Rougon gelijk te geven,
-nu hij kon spreken zonder zich te veel te verbinden. Het land was
-zeker niet rijp voor de vrijheid. Lang nog zou er een energieke hand
-noodig zijn om aan de zaken een flinken gang, zonder zwakheid, te
-verleenen. En hij eindigde met den minister de hernieuwde verzekering
-van zijn vertrouwen te geven; hij liet hem volle vrijheid van handelen,
-en bekrachtigde al zijn vroegere instructiën. Intusschen meende Rougon
-te moeten aanhouden.
-
---Sire, zei hij, ik kan de speelbal niet zijn van een kwaadwillige,
-ik heb behoefte aan een vasten grond onder mij om de zware taak te
-volvoeren, waarvoor ik verantwoordelijk word gesteld.
-
---Mijnheer Rougon, antwoordde de keizer, ga zonder vrees voort,
-ik ben met u.
-
-En het onderhoud afbrekende, wendde hij zich naar de deur van het
-kabinet, gevolgd door den minister. Zij gingen verscheidene kamers
-door om de eetzaal te bereiken. Maar toen hij op het punt stond daar
-binnen te gaan, keerde de keizer zich om en voerde Rougon in een
-hoekje van de galerij.
-
---Dus, vroeg hij halfluid, stemt u met het stelsel van mijnheer den
-grootzegelbewaarder niet in? Ik had gaarne gewenscht dat u dat ontwerp
-gunstig gezind waart geweest. Bestudeer de kwestie nog eens.
-
-Daarop, zonder antwoord af te wachten, voegde hij er met zijn kalme
-stijfhoofdigheid bij:
-
---Er is geen haast bij. Ik zal wachten. Desnoods over tien jaar.
-
-Na het ontbijt, dat ternauwernood een half uur duurde, gingen
-de ministers naar een klein salon, waar de koffie rondgediend
-werd. Zij bleven daar nog een oogenblik rondom den keizer staan
-praten. Clorinde, die ook bij de keizerin ontbeten had, kwam haar man
-halen, met de onbeschroomde manieren van een vrouw die zich veel in
-politieke kringen beweegt. Zij reikte enkelen heeren de hand. Allen
-verdrongen zich om haar, en begonnen over andere onderwerpen te
-spreken. Maar Zijne Majesteit toonde zich zoo galant voor de jonge
-vrouw, hij kwam zoo dicht bij haar staan, met uitgerekten hals en
-schuinschen blik, dat Hunne Excellenties zich uit bescheidenheid een
-eindweegs verwijderden. Vier, en daarna nog drie, begaven zich door
-een openstaande deur naar het terras van het kasteel. Welstaanshalve
-bleven er twee in het salon.
-
-De minister van Staat met een minzame uitdrukking op zijn
-aristocratisch gelaat, had Delestang meegetroond; en op het terras
-staande wees hij hem Parijs, in de verte. Rougon verdiepte zich ook
-in de beschouwing van de groote stad, die als een afbrokkeling van
-blauwachtige wolken zich aan gene zijde van het onmetelijke groene
-veld van het bois de Boulogne aan den horizon vertoonde.
-
-Clorinde was dien morgen zeer mooi. Even achteloos als altijd gekleed,
-met haar bleeke kersroode sleepjapon, leek het of zij haar kleeren
-in de haast had vastgemaakt, onder den prikkel van de een of andere
-begeerte. Haar armen hingen langs haar zijde; zij lachte, scheen zich
-aan te bieden. Op een bal bij den minister van Marine had zij als
-"Dame de Coeur," met diamanten om haar hals, haar polsen en haar
-knieën, het hart van den keizer veroverd; sedert dien avond scheen
-zij zijn vriendin te blijven, eenvoudig gekscherende wanneer Zijn
-Majesteit zich verwaardigde haar mooi te vinden.
-
---Zie eens, mijnheer Delestang, zei de minister van Staat tot zijn
-collega, daar aan uw linkerhand, hoe mooi zachtblauw de koepel van
-het Pantheon zich vertoont.
-
-Terwijl de echtgenoot opgetogen keek, trachtte de minister door de open
-terrasdeur een blik in het kleine salon te werpen. De keizer sprak,
-ietwat voorover gebogen over het gelaat van de jonge vrouw, die zich
-met een welluidenden lach achterover boog als om hem te ontsnappen. Er
-viel niets te onderscheiden dan het profiel van Zijne Majesteit,
-een lang oor, een groote roode neus, een dikke mond, die verloren
-ging onder den trillenden knevel; in het half zichtbare gedeelte van
-wang en ooghoek schitterde een vlam van begeerte, de zinnelijke lust
-van een man die door den geur eener vrouw bedwelmd wordt. Clorinde,
-prikkelend en verleidend, weigerde met een onmerkbaar hoofdschudden,
-terwijl zij bij elk van haar lachjes de begeerte, die zij met zooveel
-overleg had opgewekt, door haar adem aanblies.
-
-Toen Hunne Excellenties in het salon terugkeerden, zei de jonge vrouw,
-opstaande, zonder dat men kon weten waarop haar antwoord doelde:
-
---O Sire, vertrouw daar niet op, ik ben zoo koppig als een ezel.
-
-Rougon ging, ondanks zijn oneenigheid, met Delestang en Clorinde naar
-Parijs terug. Zij scheen het weer goed bij hem te willen maken. Ze
-toonde niet meer dat zenuwachtige ongeduld, dat haar tot onaangename
-opmerkingen had gedreven; nu en dan keek zij hem zelfs met een soort
-van vriendelijke meewarigheid aan. Toen de landauer in het zonnige
-bosch langzaam langs den vijver reed, strekte zij zich gemakkelijk
-uit en fluisterde met een zucht van genot:
-
---Wat een mooie dag, hè!
-
-Nadat ze een poosje in gedachten had gezeten, vroeg zij haar man:
-
---Zeg, is je zuster, mevrouw de Combelot, nog altijd op den keizer
-verliefd?
-
---Henriëtte is gek! zei Delestang, de schouders ophalend.
-
-Rougon gaf enkele inlichtingen.
-
---Ja, nog altijd, zei hij. Men zegt dat zij den keizer op een avond
-te voet is gevallen.... Hij heeft haar opgericht, haar aangeraden
-te wachten....
-
---Ja, laat haar maar wachten, riep Clorinde vroolijk uit. Er zullen
-haar anderen voor zijn.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-
-Clorinde's macht begon zich op dit tijdstip met haar zonderlinge
-manieren te ontwikkelen. Zij bleef het excentrieke meisje, dat Parijs
-op een huurpaard doortrok om een echtgenoot te zoeken, maar het
-groote meisje was nu vrouw geworden, met een breede buste en stevige
-heupen, die op de kalmste wijze voortging de buitengewoonste dingen
-te doen, die haar lang gekoesterden wensch om iets te beteekenen,
-verwezenlijkt had. Haar eindelooze tochten naar afgelegen wijken,
-haar briefwisseling die de vier hoeken van Frankrijk en Italië met
-brieven overstroomde, de voeling die zij voortdurend onderhield
-met politieke personen in wier vertrouwen zij zich drong, al die
-schijnbaar stelsellooze bedrijvigheid was eindelijk uitgeloopen op
-een werkelijken, onbetwistbaren invloed. Zij liet nog wel eens dwaze
-plannen, buitensporige verwachtingen hooren, wanneer zij ernstig
-aan het spreken was; zij droeg nog overal haar groote, gebarsten
-portefeuille als een pop in haar armen mee, met zoo'n overtuiging,
-dat de voorbijgangers moesten glimlachen, wanneer zij haar zoo met
-lange, morsige rokken zagen voorbijgaan. Toch raadpleegde men haar,
-men vreesde haar zelfs. Niemand had met juistheid kunnen zeggen
-waaraan zij haar macht ontleende; de bronnen waren zoo menigvuldig,
-zoo verwijderd, zoo onzichtbaar, dat het moeielijk viel ze te
-ontdekken. Men wist hoogstens enkele anekdotes, stukjes en brokjes van
-allerhande geschiedenissen, die men elkander toefluisterde. Het geheel
-van deze zonderlinge figuur loste zich op in een verwarde verbeelding,
-een gezond verstand dat aangehoord en gehoorzaamd werd, een heerlijk
-gevormd lichaam, waarin misschien het eenige geheim van haar macht
-school. Trouwens, wat kwam het er op aan waarop Clorinde's macht
-berustte? Het was voldoende dat zij heerschte, en men boog voor haar.
-
-Het was voor de jonge vrouw een tijdvak van overheersching. Haar
-kleedkamer, waar slecht afgedroogde waschkommen slingerden, was het
-centrum der politiek van alle Europeesche hoven. Langs kanalen die
-onbekend bleven, ontving zij nog vóor de gezanten allerlei tijdingen,
-uitgewerkte rapporten, waarin de minste polsslagen in het leven der
-gouvernementen vooruit werden aangekondigd. Zij hield dan ook een hof,
-bankiers, diplomaten, intieme kennissen, die kwamen om iets van haar te
-weten te komen. De bankiers vooral toonden zich echte hovelingen. Een
-hunner had zij in éen dag honderd millioen francs laten winnen,
-enkel door de vertrouwelijke mededeeling dat er een verandering
-van ministerie in een naburigen staat op til was. Zij versmaadde al
-dat handel drijven van de lagere politiek; zij liet alles los wat
-zij wist, de babbelpraatjes van de diplomatie, de internationale
-beuzelingen uit de hoofdsteden, alleen om te kunnen praten en om te
-toonen dat zij op alle steden tegelijk het oog hield, op Turijn,
-Weenen, Madrid, Londen, tot zelfs op Berlijn en St. Petersburg;
-dan vloeide er een onuitputtelijke stroom van inlichtingen over de
-gezondheid der koningen, hun liefdesbetrekkingen, hun gewoonten, over
-het politieke personeel van ieder land, over de chronique scandaleuse
-van het kleinste Duitsche hertogdom. Zij beoordeelde de staatslieden
-met een enkel woord, sprong zonder overgang van het Noorden op het
-Zuiden, roerde achteloos met haar vingertoppen de koninkrijken aan,
-leefde er in alsof zij thuis was, alsof de uitgestrekte aarde met
-haar steden en haar volkeren in een speelgoeddoos geborgen was,
-waarin zij naar willekeur de bordpapieren huisjes en houten mannetjes
-verschikte. En als zij, van al dat gebabbel vermoeid, zweeg, klapte zij
-met haar duim tegen haar middelvinger, een gebaar dat haar eigen was,
-en waarmee zij te kennen wilde geven dat dit alles geen zier waard was.
-
-Voor het oogenblik werd haar aandacht, te midden van haar menigvuldige
-bezigheden, hoofdzakelijk geboeid door een hoogstgewichtige zaak,
-waarover zij haar best deed niet te spreken, zonder zich echter het
-genoegen te kunnen ontzeggen er nu en dan op te zinspelen. Zij wilde
-Venetië veroveren. Wanneer zij van den grooten Italiaanschen minister
-sprak, zei zij heel gemeenzaam "Cavour". Dan heette het "Cavour
-wou niet, maar ik wou wel, en hij heeft toegegeven". Zij sloot zich
-ochtend en avond met ridder Rusconi in de legatie op. Trouwens, "de
-zaak" marcheerde nu heel goed. En kalm, haar smal godinnenvoorhoofd
-achterover werpend, in een soort van somnabulisme sprekend, liet
-zij zich woorden zonder verband, halve bekentenissen ontvallen: een
-geheime samenkomst van den keizer met een buitenlandsch staatsman,
-het ontwerp van een alliantie-tractaat waarvan enkele artikelen nog
-besproken moesten worden, een oorlog tegen het volgende voorjaar. Op
-andere dagen weer was zij woedend; zij schopte tegen de stoelen
-in haar kamer en zette de waschkommen zoo hardhandig neer, dat
-zij bijna braken; het leek de toorn eener koningin, die door domme
-ministers verraden wordt en haar koninkrijk van kwaad tot erger ziet
-vervallen. Op zulke dagen strekte zij tragisch haar prachtigen blooten
-arm met gesloten vuist, naar den kant van Italië uit, met den uitroep:
-O, als ik daarginds was, zouden ze zooveel domheden niet uithalen!
-
-De beslommeringen van de hoogere politiek beletten Clorinde niet
-allerlei bezigheden tegelijk te verrichten, waarin zij ten slotte
-zelf geen weg meer wist te vinden. Men vond haar menigmaal op haar
-bed zitten, met den inhoud van haar groote brieventasch op de dekens
-uitgespreid, tot aan de ellebogen in dien stapel papieren begraven,
-radeloos van kwaadheid; zij kon niet wijs worden uit dien berg van
-losse papieren, of ze zocht naar een weggeraakt dossier, dat zij
-eindelijk achter een kast, onder haar oude schoenen of tusschen
-haar vuil linnengoed terugvond. Wanneer zij uitging om een zaak
-af te handelen, wikkelde zij zich onderweg in twee of drie nieuwe
-avonturen. Zij leefde in een voortdurende opwinding, in een warnet van
-de ingewikkeldste, onbegrijpelijkste intriges. Wanneer zij 's avonds,
-na den heelen dag door Parijs gedwaald te hebben, met knieën stijf
-van het trappen klimmen, thuiskwam en tusschen de plooien van haar
-rokken de moeielijk te omschrijven geuren uit de omgevingen waarin
-zij verkeerd had, meebracht, had niemand ook maar voor de helft kunnen
-vermoeden, hoeveel zaken zij in alle hoeken van de stad gedreven had;
-en als men er haar naar vroeg, begon zij te lachen, wist zij het
-zelf niet.
-
-Om dezen tijd kreeg zij den zonderlingen inval haar intrek in een
-"cabinet particulier" van een der grootste restauraties op den
-boulevard te nemen. Het hôtel van de rue du Colisée, zei ze, was overal
-even ver vandaan; ze had liever een optrekje in het centrum der stad,
-en zij richtte het cabinet particulier tot haar kantoor in. Daar
-ontving zij twee maanden lang de hoogste personnages. Ambtenaren,
-gezanten, ministers meldden zich daar aan. Zij, volkomen thuis,
-verzocht hen plaats te nemen op de sofa, die nog de indrukken vertoonde
-van de dames, die er bij het laatste carnaval gesoupeerd hadden. Zelf
-bleef zij voor de altijd gedekte tafel staan, vol broodkruimels en
-papieren. Zij kampeerde er als een generaal. Op een avond, toen
-zij zich ongesteld voelde, was zij rustig te bed gaan liggen in
-de zolderkamer van den oberkellner, die haar bediende, een flinken
-jongen man, door wien zij zich liet zoenen. Tegen middernacht ging
-zij eerst naar huis.
-
-Met dat al was Delestang een gelukkig man. Hij scheen de zonderlinge
-gewoonten van zijn vrouw niet op te merken. Zij had hem nu geheel
-in haar macht, zij beschikte over hem naar willekeur, zonder dat
-hij aan een tegenwerping dacht. Zijn geaardheid maakte hem voor dat
-juk voorbeschikt. Hij bevond zich te goed bij die overgave van zijn
-eigen wil, dan dat hij ooit zou trachten zich te verzetten. Op de
-dagen waarop zij hem bij zich toegelaten had, bewees hij allerlei
-kleine diensten bij het opstaan; hij zocht overal onder de meubels
-naar haar laarsjes van verschillende paren, haalde het linnengoed
-in een kast overhoop om een hemd zonder gaten te vinden. Het was
-hem voldoende indien hij zich voor de wereld met een glimlach op
-het gelaat kon vertoonen. Men kreeg bijna respect voor hem, wanneer
-hij met een opgeruimd gezicht vol liefdevolle bescherming over zijn
-vrouw sprak. Clorinde, oppermachtige heerscheres geworden, was op het
-denkbeeld gekomen om haar moeder uit Turijn terug te laten komen;
-zij wenschte dat de gravin de Balbi voortaan zes maanden van het
-jaar bij haar zou doorbrengen. 't Was een plotselinge losbarsting van
-kinderlijke teederheid. Ze haalde een heele verdieping van het hôtel
-overhoop om de oude dame zoo dicht mogelijk bij haar eigen vertrekken
-te huisvesten. Zij kwam zelfs op het idee van een verbindingsdeur,
-waardoor zij uit haar kleedkamer in het slaapvertrek van haar moeder
-kon komen. Vooral tegenover Rougon stalde zij haar genegenheid uit
-met een Italiaansche overdrevenheid van liefkoozende termen. Hoe
-had ze ooit kunnen goedvinden zoo lang van de gravin gescheiden te
-blijven, zij die haar voor haar huwelijk nooit een uur alleen gelaten
-had? Zij beschuldigde zich van hardvochtigheid. Maar zij kon het
-niet helpen, ze was gezwicht voor raadgevingen, voor een beweerde
-noodzakelijkheid, die zij nu nog niet inzag. Rougon bleef volkomen
-bedaard. Hij hield geen zedepreeken meer, trachtte ook niet meer haar
-tot een der gedistingeerdste dames van Parijs te maken. Vroeger had
-zij de ledigheid van zijn bestaan aangevuld, toen zijn bloed door het
-nietsdoen in gisting geraakte, de zinnelijke begeerten in zijn rustende
-worstelaarsleden opgewekt werden. Nu in den strijd des levens, dacht
-hij niet meer aan die dingen; zijn beetje zinnelijkheid ging op in zijn
-veertienurige dagtaak. Hij bleef vriendelijk met haar omgaan, met dat
-zweempje minachting dat hij tegenover vrouwen placht te toonen. Toch
-kwam hij haar van tijd tot tijd bezoeken, met een flikkering van den
-ouden, nooit voldanen hartstocht in de oogen. Zij bleef zijn ondeugd,
-de eenige vrouw die hem zijn kalmte kon benemen. Sedert Rougon het
-ministerie bewoonde, waar zijn vrienden tot hun spijt geen gezellige
-samenkomsten met hem konden houden, was Clorinde op het denkbeeld
-gekomen om den troep bij zich aan huis te ontvangen. Langzamerhand
-werd het een gewoonte. En om beter te doen uitkomen, dat haar soirées
-die van de rue Marbeuf vervingen, koos zij eveneens den Zondag en den
-Donderdag. Maar in de rue du Colisée bleef men tot één uur in den
-nacht bijeen. Zij ontving in haar boudoir, daar Delestang altijd,
-uit vrees voor vetvlekken, de sleutels van het groote salon onder
-zijn berusting hield. Daar het boudoir zeer klein was, liet zij haar
-slaapkamer en haar kleedkamer open, zoodat men meestal in de kamer zat,
-midden tusschen de prullen die overal rondslingerden.
-
-'s Zondags en Donderdags, was Clorinde er altijd op bedacht vroeg
-genoeg thuis te komen om haastig te dineeren en de honneurs waar
-te nemen. Maar ofschoon zij er altijd aan trachtte te denken,
-had zij toch twee keeren haar gasten geheel vergeten, zoodat zij
-uiterst verbaasd was zooveel menschen om haar bed te zien, toen zij
-na middernacht thuis kwam. Op een Donderdag, in de laatste dagen
-van Mei, kwam zij bij uitzondering tegen vijf uur thuis; zij was te
-voet uitgegaan en van af de place de la Concorde was zij onder een
-stortbui voortgeloopen, zonder het van zich te kunnen verkrijgen
-dertig sous voor een rijtuig uit te geven om haar de Champs-Elysées
-over te brengen. Druipnat ging zij onmiddellijk naar haar kleedkamer,
-waar haar kamenier Antonia, de lippen geheel met confituren besmeerd,
-haar uitkleedde, terwijl zij hartelijk lachte om die natte kleeren,
-waaruit het water op den vloer afdroop.
-
---Er is een heer voor u, zei Antonia eindelijk, toen zij op den grond
-was gaan zitten om Clorinde's laarsjes uit te trekken. Hij wacht al
-een uur lang.
-
-Clorinde vroeg haar hoe de heer er uitzag. De heer was dik, bleek
-en zag er deftig uit, verklaarde de kamenier, die met haar slordig
-kapsel en vette japon nog steeds op den grond zat.
-
---O, jawel, mijnheer de Reuthlinguer, de bankier, riep de jonge
-vrouw uit. Dat is zoo, hij zou om vier uur komen. Nu, laat hem
-wachten.... Maak een bad voor me klaar, wil je?
-
-En zij strekte zich bedaard in de badkuip uit, achter een gordijn
-in een hoek van de kamer. Daar las zij de brieven die in haar
-afwezigheid bezorgd waren. Na een groot half uur verscheen Antonia
-weer en mompelde:
-
---Die mijnheer heeft mevrouw zien thuis komen. Hij wou haar graag
-spreken.
-
---Hé ja, ik had den baron al vergeten! zei Clorinde, die in de badkuip
-overeind ging staan. Kleed me maar vlug aan.
-
-Maar zij was dien avond moeielijk te voldoen met haar toilet. Ofschoon
-zij haar uiterlijk meestal veronachtzaamde, had zij soms buien,
-waarin zij haar lichaam als het ware verafgoodde. Dan vond zij,
-naakt voor haar spiegel staande, allerlei verfijningen uit, zij
-liet zich de ledematen met zalfjes wrijven, met balsems, aromatische
-oliën, die zij alleen kende; zij had ze te Konstantinopel gekocht,
-bij den parfumeur van het serail, zei ze, door bemiddeling van een
-Italiaanschen diplomaat dien zij kende. En terwijl Antonia haar
-inwreef, nam zij de houding van een standbeeld aan. Dat zou haar
-huid blank, zacht en duurzaam als marmer maken; een zekere olie,
-waarvan zij zelf de druppels op een lapje flanel uittelde, had de
-wonderbaarlijke eigenschap de kleinste rimpels weg te nemen. Daarop
-verdiepte zij zich in een nauwkeurig onderzoek van haar handen en
-voeten. Ze had zoo een dag lang kunnen doorbrengen in zelfaanbidding.
-
-Maar na verloop van drie kwartier, toen Antonia haar een hemd en een
-onderrok had aangedaan, kwam zij plotseling tot bezinning.
-
---O ja, de baron!.... Och, laat hem maar binnenkomen! Hij weet wel
-hoe een vrouw er uitziet.
-
-Mijnheer de Reuthlinguer had al meer dan twee uren geduldig zitten
-wachten. De bleeke, koude, streng zedelijke bankier, die een der
-grootste fortuinen van Europa bezat, wachtte aldus, sedert eenigen
-tijd, een paar malen per week bij Clorinde. Hij ontving haar
-zelfs bij zich aan huis, in die kiesche, strenge omgeving, waar
-het dienstbodenpersoneel ontzet stond over het onwelvoegelijke van
-Clorinde's kleeding en manieren.
-
---Bonjour, baron! riep zij. Ik word gekapt, kijk u maar niet naar mij.
-
-Zij zat half naakt, haar hemd was van de schouders gegleden. De baron
-lachte toegevend met zijn bleeke lippen; en hij stond naast haar,
-met koele, heldere oogen, uiterst beleefd buigend.
-
---U komt om het nieuws, niet waar?.... Ik weet juist iets.
-
-Zij stond op en zond Antonia heen, die de kam in haar haren liet
-zitten. Zij was zeker nog bang dat men haar hooren zou, want zij legde
-de hand op den schouder van den bankier, ging op haar teenen staan
-en fluisterde hem iets toe. De bankier had, terwijl hij luisterde,
-de oogen op haar boezem gevestigd, maar scheen er niet op te letten,
-hij knikte levendig met het hoofd.
-
---Ziedaar, besloot zij hardop. Nu kunt ge uw gang gaan.
-
-Hij vatte haar weer bij haar arm, trok haar naar zich toe om haar nog
-enkele uitleggingen te vragen. Tegenover een zijner klerken had hij
-zich niet meer op zijn gemak kunnen voelen. Toen hij haar verliet,
-vroeg hij haar tegen den volgenden dag ten eten; zijn vrouw vond het
-zoo vervelend dat hij haar niet zag. Zij vergezelde hem tot aan de
-deur. Maar plotseling kruiste zij haar armen over haar borst en riep
-blozend uit:
-
---Dat is ook wat, ik ga maar zoo met u mee!
-
-Toen voer zij uit tegen Antonia. Dat meisje was zoo langzaam. En zij
-gunde haar nauwelijks den tijd om haar te kappen; ze zei dat ze niet
-graag zooveel tijd aan haar toilet besteedde. Ondanks het seizoen wou
-zij een lange zwartfluweelen japon aantrekken, een losse blouse met
-een rood zijden koord om de taille gesloten. Tweemaal had men mevrouw
-al komen waarschuwen dat het diner gereed was. Maar terwijl zij haar
-kamer doorging, vond zij er drie heeren, van wier aanwezigheid niemand
-iets scheen te weten. Het waren de drie politieke uitgewekenen de
-heeren Brambilla, Staderino en Viscardi. Zij liet volstrekt geen
-verbazing blijken toen zij ze daar zag.
-
---Wacht u mij al lang? vroeg zij.
-
---Ja, ja, antwoordden zij, langzaam met het hoofd wiegelend.
-
-Zij waren al vóor den bankier gekomen. Naast elkander op dezelfde sofa
-gezeten, kauwden zij groote uitgedoofde sigaren, alle drie in dezelfde
-houding. Nu echter stonden zij op en omringden Clorinde. Zachtjes werd
-er nu een haastig gesprek in het Italiaansch gevoerd. Zij scheen hun
-instructies te geven. Een hunner maakte aanteekeningen in cijferschrift
-in een zakboekje, terwijl de anderen, blijkbaar zeer opgewonden door
-hetgeen zij hoorden, lichte kreten onder hun gehandschoende vingers
-smoorden. Toen gingen zij achtereenvolgens met een ondoorgrondelijk
-gezicht de kamer uit.
-
-Dien Donderdag zou er 's avonds een conferentie tusschen verscheidene
-ministers plaats hebben over een belangrijke zaak. Delestang beloofde
-Rougon mee te brengen, maar zij trok een ontstemd gezicht, als om hem
-te kennen te geven dat zij er volstrekt niet op gesteld was hem te
-zien. Er was nog geen bepaalde breuk, maar zij hield zich hoe langer
-hoe koeler tegenover Rougon.
-
-Tegen negen uur kwamen mijnheer Kahn en mijnheer Béjuin het eerst,
-kort daarop gevolgd door mevrouw Correur. Zij vonden Clorinde in haar
-kamer, op een chaise longue uitgestrekt. Zij klaagde over een van die
-onbekende, buitengewone kwalen, die haar soms plotseling overvielen,
-ditmaal had zij bepaald een vlieg ingeslikt; ze voelde het insekt
-in haar maag rondvliegen. In haar ruime zwartfluweelen blouse tegen
-drie kussens geleund, met haar bleek gelaat en haar ontbloote armen
-was zij als een van die liggende figuren, die in peinzende houding
-tegen de monumenten aanleunen. Aan haar voeten tokkelde Luigi Pozzo
-zachtjes op een gitaar; hij had de schilderkunst in den steek gelaten
-voor de muziek.
-
---U wilt zeker wel gaan zitten, mompelde ze. U zult me, hoop ik,
-verontschuldigen. Ik heb op de een of andere manier een dier naar
-binnen gekregen.
-
-Pozzo ging voort op zijn gitaar te tokkelen, terwijl hij met een
-verrukt gezicht, als verzonken in een aanschouwing, zachtjes daarbij
-zong. Mevrouw Correur schoof een stoel naast de jonge vrouw. Mijnheer
-Kahn en mijnheer Béjuin vonden na eenig zoeken een paar onbezette
-stoelen. Het was niet gemakkelijk een plaats te vinden, want de vijf
-of zes stoelen in de kamer waren bijna onzichtbaar onder de stapels
-rokken. Toen kolonel Jobelin en zijn zoon Auguste zich vijf minuten
-later aanmeldden, moesten zij blijven staan.
-
---Kleine, zei Clorinde tot Auguste, dien zij nog altijd, ondanks
-zijn zeventien jaren, tutoyeerde, ga jij eens twee stoelen uit de
-kleedkamer halen.
-
-Het waren rieten stoelen, waarvan de leuningen geheel dof waren door de
-natte doeken die er altijd op gelegd werden. Een enkele lamp, waarover
-een rose papieren kap, verlichtte de kamer; een andere stond in de
-kleedkamer en een derde in het boudoir; door de halfgeopende deuren
-zag men schemerachtige hoekjes, duistere plekjes waar nachtlichtjes
-schenen te branden. De kamer zelve, waarvan het behangsel vroeger zacht
-mauvekleurig was, maar nu vuil grijs geworden was, zag er uit alsof zij
-vol damp was; men onderscheidde ternauwernood de afgescheurde hoekjes
-aan de fauteuils, de stof die op de meubelen lag, een groote inktvlek
-midden op het tapijt, inktspatten tegen het houtwerk; de gordijnen
-van het bed achterin waren dicht geschoven, opdat men de wanorde der
-dekens niet zien zou. En in dat halfduister steeg er een geur omhoog,
-alsof alle reukfleschjes van de kleedkamer ongekurkt waren blijven
-staan. Clorinde wou volstrekt niet, zelfs niet in het warmste weer,
-dat de ramen geopend werden.
-
---'t Ruikt hier verbazend lekker, zei mevrouw Correur om haar iets
-vriendelijks te zeggen.
-
---Dat ben ik zelf, antwoordde de jonge vrouw naïef.
-
-En zij sprak over de essences, die zij van den parfumeur der
-sultanes ontving. Zij hield haar blooten arm onder den neus van
-mevrouw Correur. Haar zwart fluweelen blouse was wat afgegleden;
-haar voeten, in roode pantoffeltjes gestoken, waren zichtbaar. Pozzo,
-half bedwelmd door de sterke geuren die uit haar opstegen, tokkelde
-zachtjes met den duim op zijn instrument.
-
-Na weinige minuten kwam het gesprek intusschen op Rougon, zooals dat
-iederen Donderdag en Zondag het geval was. Het troepje kwam uitsluitend
-bijeen om dat eeuwigdurend onderwerp uit te putten, een geheime,
-steeds aangroeiende wrok, een behoefte om hun gemoed lucht te geven
-in eindelooze beschuldigingen. Clorinde gaf zich zelfs de moeite niet
-meer om ze aan te hitsen; zij brachten steeds nieuwe grieven te berde,
-ontevreden, jaloersch en verbitterd als zij waren door al wat Rougon
-voor hen gedaan had. Een koorts van ondankbaarheid woelde in hen.
-
---Hebt u den dikke vandaag gezien? vroeg de kolonel.
-
-Nu was Rougon niet meer "de groote man".
-
--- Neen, antwoordde Clorinde. We zullen hem van avond misschien
-zien. Mijn man wil hem met alle geweld meebrengen.
-
---Ik ben vanmiddag in een koffiehuis geweest waar men een heel scherp
-oordeel over hem uitsprak, hernam de kolonel na een korte stilte. Men
-verzekerde dat hij niet vast meer stond, dat hij het geen twee maanden
-meer zou uithouden.
-
-Mijnheer Kahn maakte een gebaar van minachting en zei:
-
---En ik geef hem geen drie weken meer. Rougon is geen man om te
-regeeren zie je, hij is te veel belust op macht, hij raakt er door
-bedwelmd en dan slaat hij er links en rechts op los: hij regeert
-met stokslagen, met een weerzinwekkende ruwheid. Kortom, sedert vijf
-maanden heeft hij schandelijke dingen bedreven....
-
---Ja, ja, viel de kolonel hem in de rede, allerlei machtsmisbruiken,
-onrechtvaardigheden, dwaasheden.... Hij maakt wezenlijk misbruik.
-
-Mevrouw Correur zei niets, maar maakte een gebaar alsof zij zeggen
-wou dat zijn hoofd niet al te sterk was.
-
---Dat is het, hernam mijnheer Kahn, haar gebaar opmerkend. Hij is
-wat zwak van hoofd, hè?
-
-En daar men hem aankeek, meende mijnheer Béjuin ook een woordje te
-moeten meespreken.
-
---O, Rougon is niet sterk, heelemaal niet sterk!
-
-Clorinde, met het hoofd achterover op de kussens geleund, keek naar den
-lichtenden kring van de lamp tegen het plafond, en liet ze begaan. Toen
-zij zwegen, zei zij op haar beurt, om ze aan te hitsen:
-
---Hij heeft zonder twijfel misbruik gemaakt, maar hij beweert al
-wat men hem verwijt, gedaan te hebben met het eenige doel om zijn
-vrienden te verplichten.... Ik sprak er laatst nog met hem over. De
-diensten die hij u bewezen heeft....
-
---Ons, ons! riepen zij alle vier woedend.
-
-Zij spraken allen dooreen, maar mijnheer Kahn schreeuwde het hardst.
-
---De diensten die hij mij bewezen heeft! Wat een dwaasheid!.... Ik
-heb bijna twee jaar op mijn concessie moeten wachten. Dat heeft
-me geruïneerd. De zaak, die prachtig was, is zeer bezwarend
-geworden.... Als hij zooveel van mij houdt, waarom komt hij me dan
-niet te hulp! Ik heb hem verzocht aan den keizer een wet te vragen,
-waarbij ik mijn maatschappij met die van den Wester-spoorweg zou kunnen
-samensmelten; hij heeft me geantwoord dat ik moest wachten.... De
-diensten van Rougon, die zou ik eens willen zien! Hij heeft nooit
-iets gedaan, en hij kan niets meer doen!
-
---En ik, en ik, hernam de kolonel, met een gebaar het woord van
-mevrouw Correur afsnijdend, en ik, denkt u soms dat ik hem iets te
-danken heb? Hij spreekt toch niet over het commandeurskruis, dat mij al
-sedert vijf jaar beloofd is?.... Hij heeft Auguste op het ministerie
-geplaatst, dat is waar; maar daar heb ik spijt genoeg van gehad. Als
-ik Auguste in den handel gedaan had, zou hij nu al het dubbele
-verdienen.... Die ezel van een Rougon heeft me gisteren verklaard dat
-Auguste in de eerste anderhalf jaar geen opslag kan krijgen. Als hij
-op die manier zijn krediet ruïneert om zijn vrienden te helpen!
-
-Mevrouw Correur kon eindelijk ook eens haar gemoed lucht geven. Zij
-had zich naar Clorinde overgebogen.
-
---Zeg eens, mevrouw, hij heeft mij toch niet opgenoemd? Ik heb niet
-zóoveel van hem ontvangen. Ik moet de kleur van zijn weldaden nog
-zien. Dat kan hij niet eens zeggen, en als ik spreken wou.... Ik
-heb voor verscheidene dames onder mijn kennissen moeite gedaan,
-dat wil ik niet ontkennen; ik bewijs iemand graag een dienst. Nu,
-één opmerking heb ik gemaakt: al wat hij toestaat, loopt verkeerd
-uit, zijn gunsten schijnen ongeluk aan te brengen. Daar hebt u bij
-voorbeeld Herminie Billecoq, een oud-leerlinge van Saint-Denis, die
-door een officier verleid is, en voor wie hij dan een bruidschat
-gevonden had; daar is ze mij van morgen een ramp komen vertellen;
-het huwelijk is afgesprongen, de officier is er van door gegaan,
-nadat hij het geld had ingepalmd.... Hoort u wel, altijd voor anderen,
-nooit voor mijzelve. Onlangs, toen ik met mijn erfenis uit Coulonges
-ben gekomen, ben ik bij hem geweest om hem de kunstgrepen van mevrouw
-Martineau te vertellen. Bij de deeling wenschte ik het huis te hebben
-waarin ik geboren ben, en die vrouw heeft het zoo weten te plooien
-dat zij het houdt.... Weet u wat zijn eenig antwoord was? Hij heeft
-mij tot driemaal toe herhaald dat hij zich met die leelijke zaak niet
-meer wou inlaten.
-
-Intusschen schoof mijnheer Béjuin ook al onrustig op zijn stoel. Hij
-stotterde:
-
---Met mij is het evenzoo.... Ik heb hem nooit wat gevraagd, nooit! Al
-wat hij heeft kunnen doen, was zonder mijn willen of weten. Hij maakt
-er gebruik van dat men niets zegt om u in te palmen, ja dat is het
-rechte woord, in te palmen....
-
-Zijn stem stierf weg in een onduidelijk gemompel. En alle vier bleven
-zij elkander hoofdschuddend aankijken. Toen begon mijnheer Kahn weer
-op een plechtstatigen toon:
-
---Wilt u nu de eigenlijke waarheid hooren?.... Rougon is een
-ondankbare. Heugt het u nog dat we met ons allen dag aan dag op de
-vlakte waren om hem in het ministerie te krijgen. Wat hebben wij ons
-voor hem ingespannen, hè, eten en drinken lieten we er voor staan! In
-dien tijd heeft hij een schuld jegens ons op zich geladen, die hij
-zijn leven lang niet kan aflossen. En nu valt de dankbaarheid hem te
-zwaar, hij laat ons in den steek. Dat was te voorzien.
-
---Ja, ja, hij heeft ons alles te danken! riepen de anderen. Hij
-beloont er ons mooi voor!
-
-Een oogenblik verpletterden zij hem onder de opsomming van hun
-weldaden; wanneer de een zweeg, voerde de ander een nog bezwarender
-feit aan. Maar plotseling keek de kolonel ongerust de kamer rond;
-Auguste was er niet meer. Op dit oogenblik kwam er een vreemd geluid
-uit de kleedkamer, een soort van zacht, aanhoudend geplas. De kolonel
-ging er haastig op af. Hij vond Auguste, verdiept in de beschouwing
-van de badkuip, die Antonia vergeten had te ledigen. Schijfjes
-citroen, die Clorinde gebruikt had voor haar nagels, dreven er in
-rond. Auguste doopte zijn vingers in het water en berook ze, met een
-jongensachtigen wellust.
-
---Die kleine is onuitstaanbaar, zei Clorinde halfluid. Hij snuffelt
-overal rond.
-
---Mijn hemel! ging mevrouw Correur zacht voort, nadat de kolonel de
-kamer verlaten had, wat Rougon vooral ontbreekt is tact.... Zoo,
-onder ons gezegd, nu de kolonel er niet bij is, heeft Rougon er
-heel verkeerd aan gedaan dien jongen op het ministerie te plaatsen,
-en daarbij over alle formaliteiten heen te stappen. Zulke diensten
-moet men zijn vrienden niet bewijzen. Men verliest er de achting door.
-
-Maar Clorinde viel haar in de rede en fluisterde:
-
---Ga toch eens zien wat ze daar uitvoeren, mevrouwlief.
-
-Mijnheer Kahn glimlachte. Toen mevrouw Correur weg was, liet hij op
-zijn beurt de stem dalen.
-
---Zij is alleraardigst!.... De kolonel is door Rougon met weldaden
-overladen. Maar zij heeft zich waarlijk ook niet te beklagen. Rougon
-heeft zich voorwaar deerlijk de vingers gebrand, in die treurige
-zaak Martineau. Hij heeft daarbij een bewijs gegeven van weinig
-moraliteit. Men doodt toch zijn medemensch niet om een oude kennis
-aangenaam te zijn, niet waar?
-
-Hij was opgestaan en liep met kleine stapjes het vertrek rond. Daarop
-ging hij naar de voorkamer om zijn sigarenkoker uit zijn jaszak te
-halen. De kolonel en mevrouw Correur kwamen weer binnen.
-
---Hé, Kahn is gevlogen, zei de kolonel.
-
-En zonder inleiding riep hij:
-
---Wij kunnen Rougon doorhalen, maar ik vind dat Kahn zijn mond moet
-houden. Ik mag die hartelooze menschen niet.... Daar straks heb ik
-niets willen zeggen. Maar in het koffiehuis waar ik van middag geweest
-ben, werd ronduit gezegd dat Rougon in ongenade zou vallen, omdat hij
-zijn naam geleend had aan die groote oplichterij van den spoorweg
-Niort-Angers. Zoo'n gebrek aan doorzicht is onvergeeflijk. Wat een
-domheid van dien dikke, om mijnen te laten springen en ellenlange
-redevoeringen te houden, waarin hij zich zelfs veroorlooft de
-verantwoordelijkheid van den keizer er bij te halen!.... Ziedaar,
-vrienden! Kahn is eigenlijk degeen, die ons in den drek heeft
-geholpen. Denkt ge er ook niet zoo over, Béjuin?
-
-Mijnheer Béjuin stemde volmondig toe. Hij had zijn instemming al
-betuigd met de woorden van mevrouw Correur en mijnheer Kahn. Clorinde,
-die nog altijd met het hoofd achterover geleund lag, vermaakte zich met
-in den kwast te bijten die aan haar zijden koord hing en waarmee zij
-over haar gezicht streek als om zich te kittelen; en de wijdgeopende
-oogen, waarmee zij stil naar boven lag te staren, weerspiegelden een
-innerlijk genot.
-
---Sst! fluisterde zij.
-
-Mijnheer Kahn trad binnen, de punt van zijn sigaar afbijtend. Hij
-stak haar aan en blies een paar dikke rookwolken uit; men rookte in de
-kamer van de jonge vrouw. Daarop vervolgde hij zijn afgebroken gesprek:
-
---Eindelijk, als Rougon beweert zijn macht in de waagschaal gesteld
-te hebben om ons van dienst te zijn, verklaar ik dat wij integendeel
-leelijk gecompromitteerd zijn door zijn bescherming. Hij heeft een
-ruwe manier om de lui vooruit te helpen, waarbij ze hun neus tegen de
-muren stooten.... Trouwens, met zijn vuisten waarmee hij wel een os
-kan neervellen, ligt hij toch weer voor den grond. Dank je wel, ik heb
-geen lust om hem voor de tweede maal op de been te helpen. Wanneer
-iemand zijn krediet niet weet te bewaren, komt dat omdat hij geen
-helder inzicht in de zaken heeft. Hij compromitteert ons, hoort ge,
-hij compromitteert ons!.... Ik heb al verantwoordelijkheid genoeg,
-ik laat hem in den steek.
-
-Toch weifelde hij en klonk zijn stem flauw, terwijl de kolonel en
-mevrouw Correur het hoofd bogen, hoogstwaarschijnlijk om niet in
-de noodzakelijkheid te zijn even duidelijk voor hun gevoelen uit te
-komen. Alles wel beschouwd, was Rougon nog altijd minister; en dan,
-als zij zich van hem los maakten, moesten zij toch eerst van een
-andere machtigen steun verzekerd zijn.
-
---De dikke is de eenige niet, zei Clorinde achteloos.
-
-Zij keken haar aan, hopende op een meer formeele verklaring. Maar
-zij maakte enkel een gebaar, als om hen tot geduld aan te manen. Die
-stilzwijgende belofte van een geheel nieuwen steun, waardoor het
-weldaden over hen zou regenen, was eigenlijk de voorname oorzaak
-van hun trouwe bezoeken bij de jonge vrouw. Zij hadden de lucht van
-een aanstaanden triomf, in die kamer met haar sterke geuren. Nu zij
-meenden dat de bevrediging van hun eerste wenschen Rougon had uitgeput,
-wachtten zij de komst van een jeugdiger macht, die hun nieuwe wenschen
-zou bevredigen.
-
-Intusschen had Clorinde zich op haar kussens opgericht. Op den arm
-van de causeuse geleund, boog zij zich plotseling naar Pozzo over,
-en met een schel lachje, alsof zij buiten zichzelve van vreugde was,
-blies zij hem in den hals. Als zij heel tevreden was, had zij van
-die kinderlijk vroolijke buien. De knappe Italiaan wiens hand op de
-gitaar scheen te zijn ingeslapen, boog het hoofd achterover en toonde
-zijn witte tanden, en hij rilde alsof hij gekitteld werd door de
-liefkoozing van dien adem, en de jonge vrouw lachte luider en blies
-harder, om hem genade te laten vragen. Nadat ze een oogenblik met
-hem in het Italiaansch getwist had, zei ze tot mevrouw Correur:
-
---Hij moet zingen, niet waar?.... Als hij zingt, zal ik hem met rust
-laten.... Hij heeft een heel mooi lied gemaakt.
-
-Toen vroegen zij allen om het lied. Pozzo begon weer op zijn gitaar
-te tokkelen en zong met de oogen op Clorinde gericht. Het was een
-hartstochtelijk gemurmel, met een accompagnement van zachte akkoorden;
-de Italiaansche woorden kon men niet verstaan, zij werden meer
-gezucht dan gesproken; bij het laatste couplet, waarin waarschijnlijk
-liefdesmart werd uitgedrukt, zat Pozzo, die een somberen toon aansloeg,
-met een glimlach om den mond en een gezicht vol verrukking in zijn
-wanhoop. Toen hij zweeg werd hij warm toegejuicht. Waarom liet hij
-die mooie liederen niet uitgeven? Zijn betrekking bij de diplomatie
-was toch geen beletsel.
-
---Ik heb een kapitein gekend die een opéra-comique heeft laten
-opvoeren, zei kolonel Jobelin. Men heeft hem er niet minder om
-aangezien in het regiment.
-
---Ja, maar in de diplomatie...., murmelde mevrouw Correur
-hoofdschuddend.
-
---Och, ik geloof dat u het mis hebt, verklaarde mijnheer
-Kahn. Diplomaten zijn menschen als alle andere. Verscheidenen houden
-zich met de schoone kunsten bezig.
-
-Clorinde had Pozzo met haar voet een duwtje in de zijde en tegelijk een
-fluisterend bevel gegeven. Hij stond op en gooide de gitaar op een hoop
-kleeren. En toen hij vijf minuten later terugkwam, werd hij gevolgd
-door Antonia, die een blad droeg waarop een karaf met glazen stonden;
-hij zelf had een suikervaas in de hand. Men dronk nooit iets anders dan
-suikerwater bij de jonge vrouw en de intieme vrienden wisten wel, dat
-zij de gastvrouw genoegen deden, wanneer zij enkel water gebruikten.
-
---Wel, wat is er? zei zij, zich omwendend naar de kleedkamer, waar
-een deur kraakte.
-
-Maar zich bedenkende riep zij uit:
-
---O, 't is mama.... Zij lag te bed.
-
-'t Was inderdaad de gravin Balbi, in een zwarte wollen huisjapon; over
-haar hoofd had zij een kanten doekje geknoopt, waarvan de punten om
-haar hals geslagen waren. Flaminio, de groote lakei met zijn langen
-baard en zijn bandietengezicht, ondersteunde haar, droeg haar bijna
-in zijn armen. Zij scheen niet verouderd; haar bleek gelaat behield
-haar eeuwigen glimlach van gewezen koningin der schoonheid.
-
---Wacht, ma! hernam Clorinde. Ik zal u mijn chaise longue geven. Ik
-ga wat op mijn bed liggen.... Ik voel me niet goed. Ik heb een dier
-naar binnen gekregen. Daar begint het me weer te bijten.
-
-Er had een heele verhuizing plaats. Pozzo en mevrouw Correur brachten
-de jonge vrouw naar haar bed; daar moesten de dekens nog uitgespreid
-en de kussens opgeschud worden. Middelerwijl strekte mevrouw Balbi
-zich op de chaise longue uit. Achter haar stond Flaminio, met zijn
-somberen, onheilspellenden blik.
-
---'t Hindert u zeker niet dat ik te bed lig? herhaalde de jonge
-vrouw. Ik voel me veel beter als ik lig.... Maar ik zend u niet
-weg. Ge moet blijven.
-
-Ze had zich uitgestrekt, met den elleboog in het kussen
-gedrukt. Niemand dacht aan heengaan. Mevrouw Correur sprak zachtjes met
-Pozzo over de volmaakte vormen van Clorinde, die zij samen ondersteund
-hadden. Mijnheer Kahn, mijnheer Béjuin en de kolonel begroetten de
-gravin. Deze nijgde met een vriendelijk lachje. En zonder zich om te
-keeren, riep ze van tijd tot tijd heel zachtjes:
-
---Flaminio!
-
-De lange lakei begreep haar dadelijk, legde het kussen wat hooger,
-bracht een tabouret, of haalde uit zijn zak een odeurfleschje te
-voorschijn.
-
-Op dit oogenblik had Auguste een ongeluk. Hij had overal rondgesnuffeld
-in de drie kamers en alle kleedingstukken die daar verspreid lagen,
-op zijn gemak bekeken. Toen begon hij uit verveling suikerwater te
-drinken, het eene glas na het andere. Clorinde hield hem al een poos in
-het oog en keek naar de suikervaas waarvan de inhoud snel verminderde,
-toen hij op eens te hard ging roeren en het glas brak.
-
---Dat komt door de vele suiker! riep zij.
-
---Domoor! zei de kolonel. Kan je niet enkel water drinken?.... 's
-Morgens en 's avonds een groot glas. Beter is er niet. 't Voorkomt
-alle ziekten.
-
-Gelukkig trad mijnheer Bouchard binnen. Hij kwam wat laat, over tienen,
-omdat hij buitenshuis had moeten dineeren. En hij scheen verbaasd
-zijn vrouw daar niet te vinden.
-
---Mijnheer d'Escorailles had op zich genomen haar te brengen, zei hij,
-en ik had beloofd haar af te komen halen.
-
-Een halfuur later verscheen inderdaad mevrouw Bouchard, in gezelschap
-van mijnheer d'Escorailles en mijnheer La Rouquette. Nadat hij een jaar
-met haar gebrouilleerd was geweest, had de jonge markies zich weer met
-de mooie blondine verzoend; nu begon hun verhouding een gewoonte te
-worden, zij bleven nu en dan voor enkele dagen bij elkander en konden
-niet nalaten elkaar bij een ontmoeting achter een deur te knijpen en te
-omhelzen. Dat ging zoo van zelf, als een heel natuurlijke zaak. Toen
-zij in een open rijtuig bij de Delestangs kwamen, hadden zij mijnheer
-La Rouquette ontmoet. En met hun drieën waren ze naar het Bosch
-gereden, onder een vroolijk gelach en gewaagde aardigheden; mijnheer
-d'Escorailles had zelfs een oogenblik de hand van den afgevaardigde
-achter de taille van mevrouw Bouchard meenen te ontmoeten. Toen
-zij binnenkwamen, brachten zij een geest van vroolijkheid mee, de
-koelte van de donkere paden van het Bosch, het geheimzinnige van het
-ingeslapen gebladerte, waaronder hun guitig gelach wegstierf.
-
---Ja, we komen van het meer terug, zei mijnheer La Rouquette. Zij
-hebben me verleid, op mijn woord!.... Ik ging bedaard naar huis om
-te werken.
-
-Hij werd op eens weer ernstig. Tijdens de laatste zitting had hij
-een redevoering in de Kamer gehouden over een kwestie van amortisatie
-nadat hij een maand lang daarvan een bijzondere studie had gemaakt; en
-sedert dien tijd nam hij de bedaarde manieren van een getrouwd man aan,
-alsof hij zijn vrijgezellenleven in de vergaderzaal begraven had. Kahn
-nam hem mee naar een hoekje van de kamer, terwijl hij mompelde:
-
---A propos, gij staat nog al op goeden voet met Marsy.
-
-Hun stemmen werden onhoorbaar, zij fluisterden zachtjes. Intusschen
-was de mooie mevrouw Bouchard voor het bed gaan zitten en Clorinde's
-hand in de hare houdend, beklaagde zij haar innig. Mijnheer Bouchard
-riep op eens:
-
---Heb ik het u nog niet verteld?.... Hij is wel aardig, die dikke!
-
-En voordat hij aan de eigenlijke zaak begon, liet hij zich evenals
-de anderen op bitteren toon over Rougon uit. Men kon hem niets meer
-vragen, hij was zelfs niet beleefd meer, en mijnheer Bouchard was
-bovenal op beleefdheid gesteld. Toen men hem vroeg wat Rougon hem
-gedaan had, antwoordde hij eindelijk:
-
---Ik ben een vijand van onrechtvaardigheid. 't Is voor een ambtenaar
-van mijn afdeeling, George Duchesne; u kent hem, u hebt hem wel eens
-bij mij aangetroffen. 't Is een zeer verdienstelijk jongmensch! We
-ontvangen hem in ons huis als een kind. Mijn vrouw houdt veel van
-hem, omdat hij uit haar streek afkomstig is. Nu hadden we laatst een
-plannetje gemaakt om Duchesne tot sous-chef te laten benoemen. Het
-idee was van mij, maar jij vond het toch goed, niet waar Adèle?
-
-Mevrouw Bouchard boog zich, ietwat verlegen, nog meer naar Clorinde
-over, om de blikken van mijnheer d'Escorailles te ontwijken, die zij
-op zich gevestigd voelde.
-
---Nu, ging de afdeelingschef voort, u raadt nooit hoe de dikke mijn
-verzoek ontvangen heeft?.... Hij keek me een oogenblik stilzwijgend
-aan, op zijn kwetsende manier, u weet wel. Toen heeft hij mij ronduit
-de benoeming geweigerd. En toen ik er nog eens op terugkwam, zei hij
-glimlachend: "Mijnheer Bouchard, dring niet verder aan, het spijt me
-voor u, maar er zijn ernstige redenen".... Het was me onmogelijk iets
-meer uit hem te halen. Hij zag wel dat ik woedend was, want hij vroeg
-of ik zijn groeten aan mijn vrouw wou overbrengen.... Niet waar, Adèle?
-
-Mevrouw Bouchard had juist dien avond een woordenwisseling met
-mijnheer d'Escorailles over dien Georges Duchesne gehad. Zij vond
-het dus geraden op misnoegden toon te zeggen:
-
---Och, laat mijnheer Duchesne nog wat wachten.... Zoo interessant is
-hij niet!
-
-Maar mijnheer bleef op zijn stuk staan.
-
---Neen, neen, hij verdient sous-chef te zijn, hij zal sous-chef
-worden!.... Ik wil rechtvaardigheid!
-
-Men moest hem tot kalmte brengen. Clorinde deed al dien tijd haar
-best om naar het gesprek van mijnheer La Rouquette te luisteren. De
-eerste legde in bedekte termen zijn toestand bloot. Met zijn groote
-onderneming, den spoorweg Niort-Angers, was het heelemaal mis
-geloopen. De aandeelen hadden aanvankelijk tachtig francs boven pari
-gestaan voordat er een spade in den grond was gestoken. Achter zijn
-fameuze Engelsche maatschappij verscholen, had mijnheer Kahn zich
-aan de onbeschaamdste speculaties gewaagd. En nu was een failliet
-onvermijdelijk, wanneer een machtige hand zich niet uitstrekte om
-hem te redden.
-
---Vroeger, mompelde hij, had Marsy mij aangeboden de zaak aan de
-compagnie de l'Ouest te verkoopen. Ik ben volkomen bereid om de
-onderhandelingen weer op te vatten. Er is maar een wet voor noodig....
-
-Clorinde wenkte ze stil. En met hun beiden over haar bed gebogen,
-praatten ze geruimen tijd. Marsy was niet haatdragend. Ze zou met hem
-spreken. Ze zou hem het millioen bieden, dat hij verleden jaar voor
-zijn steun vroeg. Door zijn positie als president van het Wetgevend
-lichaam zou het hem zeer gemakkelijk vallen de vereischte wet te
-verkrijgen.
-
---Marsy is de man om zulke soort zaken te doen slagen, zei ze
-glimlachend. Wanneer men buiten hem om zoo iets op touw zet, is men
-al gauw genoodzaakt hem er bij te roepen en hem te smeeken den boel
-weer op dreef te helpen.
-
-In de kamer sprak nu iedereen tegelijk, op luiden toon. Mevrouw
-Correur maakte mevrouw Bouchard deelgenoot van haar liefste wenschen:
-zij wou haar laatste levensdagen in Coulonges slijten, in het huis van
-haar familie; en zij sprak vol teederheid over haar geboorteplaats,
-ze zou mevrouw Martineau wel noodzaken haar dat huis af te staan,
-zoo vol herinneringen uit haar kindsheid. De gasten kwamen intusschen
-onvermijdelijk op Rougon terug. Mijnheer d'Escorailles vertelde
-hoe boos zijn ouders geweest waren; zij hadden hem geschreven dat
-hij weer aan den Raad van State moest zien te komen, dat hij met
-den minister moest breken, daar deze zoo'n misbruik van zijn macht
-maakte. De kolonel vertelde hoe de dikke stellig geweigerd had
-aan den keizer een betrekking voor hem in de keizerlijke paleizen
-te vragen. Mijnheer Béjuin zelfs klaagde dat Zijne Majesteit zijn
-kristalfabriek te Saint-Florent niet bezocht had, bij gelegenheid van
-zijn laatste reis naar Bourges, ofschoon Rougon hem stellig beloofd
-had dat hij die gunst voor hem zou aanvragen. En midden tusschen dien
-stortvloed van woorden, lag gravin Balbi glimlachend op haar chaise
-longue, bekeek haar nog altijd mollige handen en riep zachtjes:
-
---Flaminio!
-
-De lange bediende haalde uit zijn vestzakje een schildpadden doosje,
-vol pepermuntjes. De gravin knabbelde ze op met de manieren van een
-oude, snoeplustige kat. Tegen twaalf uur kwam Delestang thuis. Toen
-men hem de portière van het boudoir zag oplichten, ontstond er een
-diepe stilte, allen rekten den hals uit. Maar de portière was weer
-neergevallen, niemand kwam achter hem. Toen klonk het van alle kanten:
-
---Is u alleen?
-
---Hebt u hem niet meegebracht?
-
---Is u den dikke onderweg kwijt geraakt?
-
-Dat gaf een verlichting. Delestang verklaarde dat Rougon zich vermoeid
-gevoeld en op den hoek van de rue Marbeuf afscheid genomen had.
-
---Heel verstandig, zei Clorinde, die nu languit op bed ging liggen. Hij
-is zoo saai!
-
-Dat was het teeken voor een nieuwe ontketening van klachten en
-beschuldigingen. Delestang protesteerde en riep telkens: Met uw
-verlof! Met uw verlof! Hij deed zich gewoonlijk voor als Rougon's
-verdediger. Toen men hem het woord liet, zei hij op afgemeten toon:
-
---Ongetwijfeld had hij beter kunnen handelen jegens enkelen van zijn
-vrienden. Maar dat neemt niet weg dat hij toch een verbazend knappe
-kop is.... Wat mij betreft, ik zal hem eeuwig dankbaar zijn....
-
---Waarvoor dankbaar? riep mijnheer Kahn toornig uit.
-
---Wel, voor alles wat hij voor mij gedaan heeft....
-
-Men viel hem heftig in de rede. Rougon had nooit iets voor hem
-gedaan. Waar haalde hij dat vandaan, dat Rougon iets gedaan had?
-
---U is een wonderlijk mensch! zei de kolonel. Men drijft de
-bescheidenheid toch niet zoover!.... Mijn beste vriend, ge hadt niemand
-noodig. Wat drommel, wat ge zijt hebt ge aan uw eigen verdiensten
-te danken.
-
-Toen werden Delestang's verdiensten opgehemeld. Zijn modelhoeve
-was een weergalooze schepping, waardoor hij reeds lang zijn
-geschiktheid geopenbaard had als bewindvoerder en als werkelijk
-begaafd Staatsman. Hij had een snellen blik, een helder verstand,
-een krachtige hand die vrij van ruwheid was. Had de keizer hem niet
-al den eersten dag den besten met onderscheiding behandeld? Hij stemde
-in bijna alle punten met Zijne Majesteit overeen.
-
---Kom, kom, verklaarde mijnheer Kahn eindelijk, gij houdt Rougon
-eigenlijk nog staande. Indien gij zijn vriend niet waart, indien
-gij hem niet in den raad steunde, zou hij al veertien dagen geleden
-gevallen zijn.
-
-Toch protesteerde Delestang nog. Zeker, hij was niet de
-eerste de beste, maar men moest aan ieders goede eigenschappen
-recht laten wedervaren. Zoo had Rougon dien eigen avond bij den
-grootzegelbewaarder, in een zeer ingewikkelde kwestie een buitengewoon
-helder inzicht getoond.
-
---O, de handigheid van een sluw advokaat, mompelde mijnheer La
-Rouquette op minachtenden toon.
-
-Clorinde had de lippen nog niet geopend. Men richtte den blik op haar,
-als verwachtte men van haar het beslissende woord. Zij streek met
-haar hoofd over de kussens, alsof haar nek jeukte. Eindelijk zei ze,
-doelende op haar man:
-
---Ja, beknor hem vrij.... Men zal hem nog met geweld op zijn ware
-plaats moeten zetten.
-
---De positie van den minister van Landbouw en Handel is er slechts
-een van den tweeden rang, merkte mijnheer Kahn op, om de zaken te
-bespoedigen.
-
-Hier raakte hij de wondeplek aan. Clorinde vond het zeer onaangenaam
-dat haar man niet verder zou kunnen komen dan wat zij "een klein
-ministerie" noemde. Ze ging plotseling overeind zitten en sprak
-eindelijk het langverwachte woord:
-
---Wel, hij komt aan Binnenlandsche zaken wanneer we dat willen.
-
-Delestang wou spreken, maar allen kwamen zich met uitroepen van
-blijdschap om hem verdringen. Toen scheen hij zich gewonnen te
-geven. Een rose gloed kleurde zijn wangen, zijn knap gelaat straalde
-van genot. Mevrouw Correur en mevrouw Bouchard fluisterden elkaar
-toe dat zij hem mooi vonden; de tweede vooral bewonderde zijn kalen
-schedel. Mijnheer Kahn, de kolonel en de anderen wisselden knipoogjes,
-gaven elkander teekens om de groote waarde te kennen te geven die zij
-aan zijn macht toekenden. Die meester zou ten minste volgzaam zijn,
-hij zou hen niet compromitteeren. Zij konden hem ongestraft als een
-god vereeren, zonder dat zij zijn toorn behoefden te vreezen.
-
---Gij vermoeit hem, merkte de mooie mevrouw Bouchard teeder op.
-
-Men vermoeide hem! Dat gaf een algemeen beklag. Inderdaad, hij was een
-beetje bleek, zijn oogen vielen toe. Denk eens aan, wanneer men sedert
-den morgen vijf uur werkt! Niets mat zoo af als hoofdarbeid. En met
-zachten drang eischte men dat hij naar bed zou gaan. Hij gehoorzaamde
-gewillig; hij ging heen, nadat hij zijn vrouw een kus op het voorhoofd
-had gedrukt.
-
---Flaminio! mompelde de gravin.
-
-Zij wenschte ook naar bed te gaan. Aan den arm van den knecht ging
-zij de kamer door, ieder in het bijzonder met de hand toewuivende. In
-de kleedkamer hoorde men Flaminio vloeken omdat de lamp uitgegaan was.
-
-Het was één uur. Men wilde aanstalten maken om heen te gaan, maar
-Clorinde verzekerde dat zij geen slaap had, dat men gerust nog
-wat blijven kon. Toch ging niemand meer zitten. De lamp in het
-boudoir was ook uitgegaan, een onaangename olielucht verspreidde
-zich. Men had groote moeite allerlei kleine voorwerpen, een waaier,
-den wandelstok van den kolonel, den hoed van mevrouw Bouchard terug
-te vinden. Clorinde, die rustig bleef liggen, wou volstrekt niet
-dat mevrouw Correur Antonia zou bellen; de kamenier ging om elf uur
-naar bed. Eindelijk nam men afscheid, toen de kolonel bemerkte dat
-hij Auguste vergat; het jongmensch sliep op de sofa in het boudoir,
-zijn hoofd rustte op een ineengerolde japon; men beknorde hem dat hij
-de lamp niet had opgedraaid. Op de halfduistere trap, waar slechts een
-klein gaslichtje brandde, gaf mevrouw Bouchard een gilletje, zij zei
-dat haar voet uitgleed. En terwijl al die luidjes voorzichtig langs
-de leuning de trap afgingen, klonk er een luid gelach uit Clorinde's
-kamer, waar Pozzo nog wat talmde; ze blies hem zeker in den hals.
-
-Iederen Donderdag en iederen Zondag gingen de avonden op dezelfde
-manier voorbij. Daarbuiten liep het gerucht dat mevrouw Delestang er
-een politiek salon op nahield. Er heerschte daar een zeer liberale
-geest, men brak er het autoritair gezag van Rougon af. De geheele
-troep droomde nu van een humaan keizerrijk, dat allengs meer en
-meer vrijheden aan het volk zou schenken. De kolonel stelde in zijn
-snipperuren statuten op voor werkliedenvereenigingen; mijnheer Béjuin
-opperde het denkbeeld een stad te stichten rondom zijn kristalfabriek
-te Saint-Florent; mijnheer Kahn onderhield Delestang uren lang over de
-democratische rol der Bonapartes in de moderne maatschappij. En bij
-iedere nieuwe daad van Rougon waren er uitingen van verontwaardiging
-en van vaderlandslievende vrees, dat Frankrijk onder het bestuur van
-zoo'n man te gronde zou gaan. Op zekeren dag hield Delestang staande
-dat de keizer de eenige republikein van dat tijdperk was. Het troepje
-nam de houding van een godsdienstige heilaanbrengende secte aan. Het
-spande nu openlijk samen om den dikke ten val te brengen, tot welzijn
-van het vaderland.
-
-Intusschen haastte Clorinde zich niet. Wanneer de anderen schreeuwden
-en van ongeduld stampvoetten, zweeg zij en maande hen door een blik
-tot voorzichtigheid aan. Zij ging minder uit, verkleedde zich soms
-uit tijdverdrijf met haar kamenier als man. Plotseling legde zij
-een groote genegenheid voor haar man aan den dag, zij kuste hem in
-ieders bijzijn, sprak hem lispelend aan en toonde zich zeer bezorgd
-voor zijn gezondheid, die uitstekend was. Misschien wou zij zoo het
-onbeperkte gezag dat zij over hem uitoefende, verbergen. Zij was zijn
-leidsvrouw bij al zijn daden, zij zei hem iederen morgen zijn les voor,
-als een schooljongen dien men wantrouwt. Delestang was overigens de
-gehoorzaamheid zelf. Hij groette, glimlachte, werd boos, noemde iets
-wit, noemde het zwart, al naar het draadje waaraan zij trok. Zoodra
-het uurwerk afgeloopen was, kwam hij uit eigen beweging bij haar om
-zich weer op te laten winden. En hij bleef nummer éen.
-
-Clorinde wachtte. Meneer Beulin-d'Orchère, die vermeed in den avond
-te komen, zag haar dikwijls overdag. Hij klaagde bitter over zijn
-zwager, beschuldigde hem dat hij alles deed om vreemden vooruit te
-helpen, en zooals dat gewoonlijk gaat, zijn bloedverwanten voorbij
-ging! Rougon alleen hield den keizer terug om hem tot zegelbewaarder
-te verheffen, uit vrees dat hij zijn invloed in den raad met hem
-zou moeten deelen. De jonge vrouw vuurde zijn heimelijke vijandschap
-aan. Daarop zinspeelde zij op de aanstaande zegepraal van haar man
-en gaf hem de vage hoop dat hij deel uit zou maken van de nieuwe
-ministeriëele combinatie. Eigenlijk bediende zij zich van hem om op de
-hoogte te komen van hetgeen er bij Rougon voorviel. Uit vrouwelijke
-boosaardigheid zou zij dezen graag ongelukkig in zijn huwelijk
-gezien hebben; en zij dreef den magistraat aan om zijn zuster in
-zijn ongenoegen tegen Rougon te doen deelen. Hij moest het probeeren,
-luid zijn spijt verkondigen over een huwelijk waarvan hij geen enkel
-voordeel trok, maar hij slaagde niet tegenover de onverstoorbare
-kalmte van zijn zuster. Zijn zwager, zei hij, was sinds eenigen tijd
-erg zenuwachtig. Hij insinueerde dat hij hem rijp achtte voor zijn val;
-en hij keek de jonge vrouw strak aan, vertelde haar teekenende feiten,
-met het beminnelijk voorkomen van een prater, die zonder eenige kwade
-bedoeling de lasterpraatjes van de menschen rondvertelt. Waarom
-handelde zij dan niet, als zij de meesteres was? Maar zij strekte
-zich in een nog gemakkelijker houding uit, gaf zich het uiterlijk
-van iemand die op een regenachtigen dag thuis blijft en gelaten het
-oogenblik afwacht dat de zon zal doorbreken.
-
-Op de Tuileriën werd Clorinde's macht steeds grooter. Men sprak
-fluisterend over de levendige neiging die Zijne Majesteit voor haar
-had opgevat. Op bals en officiëele recepties, overal waar de keizer
-haar ontmoette, draaide hij met zijn schuinsche blikken om haar heen;
-hij keek haar in den hals, bracht zijn gezicht dicht bij het hare,
-terwijl een langzame glimlach om zijn lippen verscheen. En zij
-had niets toegestaan, zei men, zelfs haar vingertoppen niet laten
-aanroeren. Zij speelde haar oude spelletje van een meisje dat een man
-zoekt; ze was heel vrij en uitdagend, ze zei alles en toonde veel,
-maar ze bleef voortdurend op haar hoede en onttrok zich juist op het
-gewenschte oogenblik. Zij scheen den hartstocht van den keizer te
-laten rijp worden, het oogenblik af te wachten waarop hij haar niets
-meer zou kunnen weigeren, om het welslagen te verzekeren van een plan,
-dat zij lang te voren beraamd had.
-
-Omtrent dezen tijd toonde zij zich op eens heel lief tegenover mijnheer
-de Plouguern. Sedert eenige maanden waren zij gebrouilleerd. De
-senator, die bijna iederen morgen bij haar opstaan tegenwoordig was,
-zag zich op een goeden morgen buiten de deur gesloten, toen zij aan
-haar toilet bezig was. Zij kreeg plotseling een bui van maagdelijke
-schaamte; ze wou niet langer geplaagd en gehinderd worden, zei ze,
-door den grijsaard, die haar met een gele flikkering in zijn grijze
-oogen aankeek. Maar hij liet zich dat niet welgevallen; hij weigerde op
-uren te komen, waarop haar kamer vol bezoekers was. Was hij haar vader
-niet? Had hij haar niet als klein meisje op zijn knie laten dansen? En
-spottend vertelde hij van de kastijdingen die hij haar vroeger op
-zeker lichaamsdeel had toegediend. Zij werd voor goed boos, toen
-hij op zekeren dag, ondanks de kreten en de vuistslagen van Antonia,
-binnengedrongen was terwijl zij in het bad was. Wanneer mijnheer Kahn
-of kolonel Jobelin haar vroegen hoe mijnheer de Plouguern het maakte,
-antwoordde zij scherp:
-
---Hij wordt met den dag jonger, hij lijkt ternauwernood twintig.... Ik
-zie hem niet meer.
-
-Toen zag men eensklaps weer niemand anders dan mijnheer de Plouguern
-bij haar aan huis. Ieder uur van den dag was hij daar, in de intiemste
-hoekjes van haar kleedkamer. Hij wist waar zij haar linnengoed borg,
-hij gaf haar een hemd of een paar kousen aan; men had hem zelfs eens
-verrast toen hij bezig was haar corset aan te rijgen. Clorinde toonde
-het despotisme van een jonggehuwde.
-
---Oompje, ga mijn nagelvijltje even halen, in de lade, weet
-je.... Oompje, geef me de spons eens aan....
-
-Dat "oompje" was een liefkoozing. Hij sprak nu heel vaak over den
-graaf Balbi, gaf nauwkeurige bijzonderheden over de geboorte van
-Clorinde. Hij loog dat hij de moeder van de jonge vrouw in de
-derde maand van haar zwangerschap had leeren kennen. En als de
-gravin met haar eeuwigen glimlach op haar vervallen gelaat, in de
-kamer was wanneer Clorinde juist opstond, wisselde hij blikken van
-verstandhouding met de oude dame, vestigde met een knipoogje haar
-aandacht op een ontblooten schouder, of een half te voorschijn
-komende knie.
-
---Hè, Lenora, mompelde hij, sprekend uw evenbeeld!
-
-De dochter herinnerde hem aan de moeder. Zijn beenig gelaat
-gloeide. Dikwijls stak hij zijn magere handen uit, vatte Clorinde,
-drukte haar tegen zich aan, om haar de een of andere onbetamelijkheid
-te zeggen. Dat bevredigde hem. Hij was Voltairiaan, hij ontkende
-alles en met zijn knarsenden grijnslach placht hij te zeggen:
-
---Wel, gansje, dat mag wel.... Als je het prettig vindt, mag het.
-
-Niemand kwam ooit te weten, hoever de zaken tusschen hen
-gingen. Clorinde had toen mijnheer de Plouguern noodig; hij moest een
-rol spelen in het drama dat zij voorbereidde. Het gebeurde trouwens
-meer dat zij op die manier een vriendschap kocht, waarvan zij zich
-later niet meer bediende, wanneer zij van plan veranderde. 't Was
-in haar oog niet veel meer dan een handdruk aan den eersten den
-besten. Zij zelve gevoelde een diepe minachting voor de gunsten die
-zij schonk; zij plaatste haar fierheid elders.
-
-Intusschen bleef het gunstige oogenblik nog uit. Zij sprak in bedekte
-termen met mijnheer de Plouguern over een zekere gebeurtenis, die zich
-wat te lang liet wachten. De senator berekende met het ingespannen,
-nadenkend gezicht van een schaakspeler den waarschijnlijken uitslag
-van allerlei combinaties, maar hij schudde ten slotte moedeloos het
-hoofd, hij vond niets. Wat haar betreft, bij de zeldzame bezoeken
-die Rougon haar nog bracht, verklaarde zij zich moe en lusteloos,
-sprak zij er van een paar maanden in Italië te gaan doorbrengen. En
-dan sloot zij haar oogleden half en richtte haar glinsterende oogen
-onderzoekend op zijn gelaat. Een glimlach van verfijnde wreedheid
-plooide haar lippen. Zij had nu wel reeds kunnen beproeven om hem met
-haar slanke vingers te verwurgen, maar zij wou het ineens goed doen;
-en zij beschouwde het als een genot, geduldig af te wachten totdat
-haar nagels lang genoeg gegroeid waren. Rougon, wiens geest altijd
-met het een of ander bezig was, gaf haar verstrooide handdrukjes en
-bemerkte niet eens, hoe koortsachtig haar hand gloeide. Hij dacht
-dat zij al verstandig geworden was, wenschte haar geluk dat zij zoo
-volgzaam was jegens haar man.
-
---Nu zijt ge bijna zooals ik u wenschen zou, zei hij. Ge hebt wel
-gelijk, vrouwen moeten rustig thuis blijven.
-
-En zij riep, met een schellen lach, als hij weg was:
-
---Mijn hemel, wat is hij dom!.... En hij vindt de vrouwen nog dom!
-
-Eindelijk, op een Zondagavond tegen tien uur, toen de geheele troep
-in Clorinde's kamer bijeen was, trad mijnheer de Plouguern met een
-triomfantelijk gezicht binnen.
-
---Wel, vroeg hij, een groote verontwaardiging veinzende, hebt ge al
-van Rougon's nieuwe heldendaad gehoord?.... Nu is de maat toch vol.
-
-Allen drongen zich om hem heen. Niemand wist er iets van.
-
---'t Is een schande! riep hij, de armen opheffende, 't Is
-onbegrijpelijk dat een minister zich zoo verlagen kan.
-
-En hij vertelde het avontuur in éen adem door. De Charbonnels hadden,
-zoodra zij in Faverolles kwamen om de erfenis van hun neef Chevassu
-in ontvangst te nemen, een groote drukte gemaakt over de beweerde
-verdwijning van een aanzienlijke hoeveelheid zilverwerk. Zij
-beschuldigden de meid, een zeer godsdienstige vrouw, die het huis
-had moeten bewaren; op het vernemen van de beslissing van den Raad
-van State, zou die ongelukkige zich verstaan hebben met de zusters
-van de H. Familie, en alle voorwerpen van waarde die gemakkelijk te
-verbergen waren, naar het klooster gebracht hebben. Drie dagen daarna
-was er geen sprake meer van de meid; toen heette het dat de zusters
-zelven hun huis leeggeplunderd hadden. Dat verwekte een ontzettend
-schandaal. Maar de commissaris van politie weigerde een huiszoeking
-in het klooster te doen, waarna Rougon, op een schrijven van de
-Charbonnels, aan den prefect getelegrafeerd had, dat er onmiddellijk
-huiszoeking gedaan moest worden.
-
---Ja, een huiszoeking, dat stond duidelijk in het telegram, zei
-mijnheer de Plouguern ten slotte. Toen hebben de commissaris en
-twee gendarmes het klooster overhoop gehaald. Ze zijn er vijf uur
-gebleven. Verbeeld u, ze hebben zelfs de stroomatrassen van de
-zusters doorzocht.
-
---De stroomatrassen van de zusters, o, dat is laag! riep mevrouw
-Bouchard verontwaardigd.
-
---Men moet heelemaal zonder godsdienst zijn, verklaarde de kolonel.
-
---Wat zal ik u zeggen, zuchtte mevrouw Correur op haar beurt. Rougon
-ging nooit naar de kerk. Ik heb zoo dikwijls tevergeefs getracht hem
-met God te verzoenen.
-
-Mijnheer Bouchard en mijnheer Béjuin schudden het hoofd en keken
-daarbij, alsof zij daar van een ramp gehoord hadden, die hen deed
-twijfelen aan het menschelijk verstand. Mijnheer Kahn streek over
-zijn ringbaard en vroeg:
-
---En natuurlijk is er niets bij de zusters gevonden?
-
---Volstrekt niets, antwoordde mijnheer Plouguern.
-
-En met groote radheid voegde hij er bij:
-
---Een zilveren braadpan, geloof ik, twee bekers, een oliestel,
-kleinigheden, geschenken van den overledene, een vroom grijsaard,
-aan de zusters, om ze te beloonen voor haar goede verzorging gedurende
-zijn lange ziekte.
-
---Ja, dat is duidelijk, mompelden de anderen.
-
-De senator ging niet verder hierop door. Maar op langzamen toon en
-met een bijzonderen nadruk op iederen zin, hernam hij:
-
---Dat is de kwestie ook niet. Het betreft hier den eerbied aan een
-klooster verschuldigd, aan een dier heilige huizen, waarin de deugden
-die uit onze goddelooze maatschappij verdreven zijn, haar toevlucht
-genomen hebben. Hoe kan men verlangen dat de groote massa godsdienstig
-zij, wanneer hooggeplaatste personen den godsdienst aanvallen? Rougon
-heeft zich schuldig gemaakt aan niets minder dan heiligschennis,
-en hij zal daarvan rekenschap moeten geven.... De brave burgers van
-Faverolles zijn dan ook diep verontwaardigd. Monseigneur Rochart,
-de eminente prelaat, die den geestelijken zusters altijd bijzonder
-genegen is geweest, is onmiddellijk naar Parijs vertrokken, waar hij
-recht komt vragen. En in den Senaat was men vandaag zeer ontstemd, er
-was sprake van een onmiddellijk onderzoek, na de weinige bijzonderheden
-die ik heb kunnen meedeelen. En de keizerin....
-
-Allen rekten den hals uit.
-
---Ja, de keizerin heeft deze treurige geschiedenis van mevrouw de
-Lorentz vernomen, die het wist van onzen vriend La Rouquette, aan wien
-ik het verteld had. Hare Majesteit moet uitgeroepen hebben: "Mijnheer
-Rougon is niet meer waard uit naam van Frankrijk het woord te voeren."
-
---Heel juist! zeiden allen.
-
-Dien Zondag was er tot éen uur in den nacht van niets anders
-sprake. Clorinde had den mond niet geopend. Bij de eerste woorden van
-mijnheer de Plouguern had zij zich op haar chaise longue uitgestrekt,
-ietwat bleek, met samengeknepen lippen. Daarop maakte zij snel, zonder
-dat iemand het zag, driemaal het teeken des kruises, alsof zij den
-hemel dankte dat haar lang begeerde wensch eindelijk in vervulling was
-gegaan. Haar handen vouwden zich telkens weer, bij het verhaal van de
-huiszoeking. Langzamerhand hadden haar wangen zich rood gekleurd. Strak
-voor zich uitziende, verzonk zij in een ernstige overpeinzing.
-
-Terwijl de anderen druk praatten, naderde mijnheer de Plouguern haar,
-en liet zijn hand in haar keurslijf glijden, om haar vertrouwelijk
-in de borst te knijpen. En met zijn sceptischen grijnslach, op den
-vrijen toon van een groot heer, die in allerlei omgevingen geleefd
-heeft, fluisterde hij de jonge vrouw in het oor:
-
---Hij heeft onzen lieven Heer aangeraakt, hij is een verloren man!
-
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-
-Acht dagen lang hoorde Rougon reeds de misnoegdheid om hem heen zich in
-steeds luider bewoordingen uiten. Men zou hem alles vergeven hebben,
-zijn machtsoverschrijding, de onverzadelijke begeerten van zijn
-trawanten, den zwaren druk van zijn ijzeren vuist, maar gendarmes
-uit te zenden om de stroomatrassen der zusters te doorzoeken, dat was
-een misdaad, zoo monsterachtig, dat de dames aan het hof rilden, als
-hij voorbij ging. Monseigneur Rochart bracht de geheele officiëele
-wereld in beweging; hij was zelfs bij de keizerin geweest, zei
-men. Trouwens, het schandaal werd levendig gehouden door een troepje
-handige lieden; dezelfde geruchten verhieven zich van alle kanten
-tegelijk. Te midden van die verwoede aanvallen bleef Rougon eerst kalm
-en glimlachend. Hij haalde zijn stevige schouders op, noemde het zaakje
-"een dwaasheid". Hij maakte er zelfs een grapje van. Op een soirée bij
-den grootzegelbewaarder, liet hij zich ontvallen: "Ik heb toch niet
-verteld dat ze een pastoor in een stroozak gevonden hebben", en toen
-dat gezegde bekend werd, kwam er een nieuwe uitbarsting van toorn,
-dat was de goddeloosheid, de heiligschennis ten top gedreven! Toen
-begon hij zich langzamerhand op te winden. Het begon hem eindelijk
-te vervelen! De zusters waren dieveggen, men had immers de zilveren
-braadpannen en de bekers bij haar gevonden. En hij wou de zaak nog
-verder drijven, hij sprak er van dat hij de heele geestelijkheid van
-Faverolles voor de rechtbank beschaamd zou doen staan.
-
-Op een morgen, heel in de vroegte, meldden de Charbonnels zich
-bij hem aan. Hij keek verbaasd op, hij wist niet dat zij in Parijs
-waren. Zoodra hij ze zag, riep hij hun toe dat de zaken goed vorderden;
-den vorigen avond had hij nog instructies aan den prefect gezonden
-om het parket te noodzaken de zaak aan te pakken. Maar mijnheer
-Charbonnel scheen zeer ontsteld en mevrouw Charbonnel riep uit:
-
---Neen, neen, dat niet.... U is te ver gegaan, mijnheer Rougon. U
-hebt ons verkeerd begrepen.
-
-En beiden begonnen een lofrede op de zusters der H. Familie te
-houden. Zij waren heiligen. Een oogenblik hadden zij misschien aan
-ze getwijfeld; maar nooit waren zij zoover gegaan om ze van leelijke
-dingen te beschuldigen. Geheel Faverolles zou hun trouwens de oogen
-geopend hebben, zoo hoog stonden de zusters daar in de algemeene
-achting aangeschreven.
-
---U zou ons het grootste nadeel toebrengen, mijnheer Rougon,
-zei mevrouw Charbonnel, als u voortging zoo verbitterd tegen den
-godsdienst te werk te gaan. Wij zijn gekomen om u vriendelijk te
-verzoeken de zaken te laten rusten.... Daarginds, ziet u, wist men
-dat zoo niet! Zij dachten dat wij u aanzetten, ze zouden ons nog
-gesteenigd hebben.... We hebben het klooster een ivoren crucifix
-geschonken, dat boven het voeteneind van onze armen neef hing.
-
---Enfin, besloot mijnheer Charbonnel, u is gewaarschuwd, u moet het
-verder zelf weten.... Wij bemoeien er ons niet meer mee.
-
-Rougon liet ze praten. Zij schenen heel ontevreden op hem te zijn,
-ze werden ten laatste zelfs heftig. Hij kreeg op eens een koud gevoel
-in den nek. Hij keek ze aan, door een plotseling matheid bevangen,
-alsof hem wederom iets van zijn kracht ontnomen was. Maar hij begon
-geen woordentwist met hen. Hij zond ze heen, met de belofte dat hij
-de zaak zou laten rusten. En inderdaad, zij ging in den doofpot.
-
-Sedert eenige dagen was hij onder den indruk van een nieuw schandaal,
-waarbij zijn naam genoemd werd. Een afgrijselijk drama was in Coulonges
-afgespeeld. Du Poizat, die het zijn vader lastig wou maken, was op een
-morgen aan de deur van den gierigaard komen aankloppen. Vijf minuten
-later hoorden de buren geweerschoten in het huis, gevolgd door een
-vreeselijk gejammer. Toen men binnentrad, vond men den grijsaard met
-gespleten hoofd onder aan de trap liggen; twee afgeschoten geweren
-lagen midden in het voorhuis. Du Poizat vertelde doodsbleek dat zijn
-vader, toen hij de trap op wou gaan, plotseling als een waanzinnige
-"houd den dief" geroepen en tweemaal op hem gevuurd had; hij toonde
-zelfs het gat van een kogel in zijn hoed. Daarop, altijd volgens
-hem, was zijn vader achterover gevallen en had zich tegen de punt
-van de eerste trede het hoofd te pletter gestooten. Die tragische
-dood, dat geheimzinnige drama zonder getuigen, had in het heele
-departement aanleiding tot de zonderlingste praatjes gegeven. De
-dokters constateerden wel een plotselingen aanval van beroerte,
-maar de vijanden van den prefect beweerden niettemin dat hij den
-ouden man een duw gegeven had: en het aantal van zijn vijanden wies
-met den dag, dank zij zijn ruw bestuur, waaronder Niort als onder
-een schrikbewind gebukt ging. Du Poizat klemde zijn tanden opeen en
-balde zijn magere vuisten; wanneer hij voorbijging, was éen enkele
-blik uit zijn grijze oogen voldoende om den babbelaars aan de deuren
-den mond te snoeren. Maar er kwam een tweede ongeluk bij; hij zag
-zich genoodzaakt Gilquin te ontslaan, die zich aan een leelijke zaak
-had schuldig gemaakt; voor honderd francs nam Gilquin op zich den
-boerenzoons vrijstelling van militairen dienst te bezorgen; en al
-wat men doen kon, was hem voor een correctioneele straf te vrijwaren
-en hem zijn ontslag te geven. Intusschen had Du Poizat krachtig op
-Rougon gesteund, wiens verantwoordelijkheid hij bij iedere nieuwe
-ramp grooter maakte. Hij had zeker een voorgevoel van Rougon's val,
-want hij kwam in Parijs zonder hem te waarschuwen. Hij dacht er aan
-een overplaatsing als prefect te vragen, ten einde een zeker ontslag
-te ontkomen. Na den dood van zijn vader en de schelmenstreken van
-Gilquin werd Niort voor hem onhoudbaar.
-
---Ik heb mijnheer Du Poizat op de faubourg Saint-Honoré ontmoet, hier
-vlak bij, zei Clorinde uit boosaardigheid tot den minister. Zijt ge dan
-niet meer met elkander bevriend?.... Hij schijnt nijdig op u te zijn.
-
-Rougon ontweek een antwoord. Daar hij zich genoodzaakt gezien had
-verscheidene gunsten aan den prefect te weigeren, was er langzamerhand
-een groote verkoeling tusschen hen ontstaan, en onderhielden zij alleen
-nog officiëele relatiën. Trouwens, de afval was algemeen. Zelfs mevrouw
-Correur liet hem in den steek. Op enkele avonden kreeg hij weer die
-gewaarwording van eenzaamheid, waaronder hij al vroeger geleden
-had, in de rue Marbeuf, toen zijn aanhang aan hem twijfelde. Na
-zijn drukke dagen, waarbij zijn salon altijd vol bezoekers was,
-vond hij zich alleen. Hij miste zijn huisvrienden. Hij kreeg weer
-behoefte aan de bewondering van den kolonel en mijnheer Bouchard,
-aan de levenswarmte die van zijn kleine hofhouding uitging; tot zelfs
-de stille aanwezigheid van mijnheer Béjuin betreurde hij nu.
-
-Toen trachtte hij zijn volkje nog eens tot zich te trekken; hij toonde
-zich vriendelijk, schreef brieven, waagde bezoeken. Maar de banden
-waren verbroken; hij kon er niet in slagen ze allen weer om zich
-heen te krijgen; wanneer hij het eind had vastgeknoopt, brak de draad
-weer aan het andere eind. Eindelijk kwam er niet een meer. Dat was de
-doodsstrijd van zijn macht. Hij, de sterke, was aan die onbeduidende
-wezens gebonden door de langdurige werking van hun gemeenschappelijke
-fortuin. Bij het heengaan namen zij ieder iets van hem mee. Bij die
-vermindering van zijn gewichtigheid was het als werkten zijn krachten
-niets uit; zijn groote vuisten sloegen in het ledig. Toen zijn schaduw
-zich slechts alleen in de zon vertoonde, toen hij zich niet vetter
-kon maken door het misbruiken van zijn invloed, scheen het hem toe
-alsof zijn plaats op aarde kleiner was geworden; hij droomde nu van
-een wederopstanding als een Jupiter Tonans, zonder trawanten aan zijn
-voeten, de wet stellende enkel door de kracht van zijn woord.
-
-Toch geloofde Rougon nog niet ernstig aan zijn val. Hij gevoelde niets
-dan minachting voor die beten in zijn hielen. Hij zou heerschen, alleen
-en onbemind. Daarbij vertrouwde hij nog geheel op den keizer. Zijn
-lichtgeloovigheid was zijn eenige zwakheid. Telkens als hij Zijne
-Majesteit zag, vond hij hem welwillend, vriendelijk, met zijn
-ondoorgrondelijken glimlach; en hij hernieuwde hem de betuiging van
-zijn vertrouwen, hij herhaalde de instructies die hij hem reeds vroeger
-gegeven had. Dat was hem voldoende. De keizer kon er niet aan denken
-hem op te offeren. Die zekerheid bracht hem tot een groot waagstuk. Om
-zijn vijanden het zwijgen op te leggen en zijn macht voor goed te
-bevestigen, kwam hij op de gedachte zijn ontslag in te dienen. Hij
-deed dit in zeer waardige termen; hij sprak van de klachten die over
-hem in omloop waren, hij zei dat hij de wenschen van den keizer stipt
-nagekomen was en dat hij nu behoefte gevoelde aan Zijner Majesteits
-hooge goedkeuring, voor dat hij zijn werk tot heil van den Staat
-voortzette. Het hof bevond zich in Fontainebleau. Toen zijn aanvraag
-om ontslag ingediend was, wachtte Rougon met de koelbloedigheid van
-een goed speler. De laatste schandalen, het drama van Coulonges,
-de huiszoeking bij de zusters der H. Familie, dat alles zou in het
-vergeetboek geschreven worden. Mocht hij daarentegen vallen, dan wou
-hij vallen op het toppunt van zijn macht, in al zijn kracht.
-
-Juist op den dag waarop het lot van den minister beslist zou worden,
-was er in de Oranjerie van de Tuileriën een fancy-fair gehouden,
-ten voordeele van een bewaarschool, waarvan de keizerin beschermvrouw
-was. Alle gewone bezoekers van het paleis, de geheele officiëele wereld
-zou er zeker komen, om de keizerin welgevallig te zijn. Rougon besloot
-er heen te gaan en zich kalm te toonen. Hij zou ze trotseeren, ze vlak
-in het gelaat zien, die lui die hem schuins zouden aankijken, hij zou
-zijn verachting stellen tegenover hun fluisterende opmerkingen. Tegen
-drie uur gaf hij een laatste bevel aan den chef van het personeel,
-toen zijn kamerdienaar hem kwam zeggen dat een heer en dame hem
-dringend wenschten te spreken. Het kaartje droeg de namen van den
-markies en de markiezin d'Escorailles.
-
-De twee oudjes die de knecht, misleid door hun hoogst eenvoudige
-kleeding, in de eetzaal had gelaten, stonden plechtstatig op. Rougon
-haastte zich hen naar het salon te leiden, ietwat ongerust door hun
-aanwezigheid. Hij drukte zijn verbazing uit over hun plotselinge reis
-naar Parijs, wou zich heel vriendelijk toonen. Maar zij bleven effen
-en keken onvriendelijk.
-
---Mijnheer, zei eindelijk de markies, u zult ons, hoop ik, den stap
-niet kwalijk nemen dien wij ons genoodzaakt zien te doen.... Het
-betreft onzen zoon Jules. Wij wenschten dat hij de administratie
-verliet, dat u hem niet langer bij u hieldt.
-
-En daar de minister hen met de uiterste verbazing aankeek, ging
-hij voort:
-
---Jongelui zijn lichtzinnig. Wij hebben Jules tweemaal geschreven
-om hem onze redenen uiteen te zetten, waarom wij wenschten dat hij
-zijn ontslag zou nemen.... En daar hij niet gehoorzaamde, zijn wij
-maar zelf gekomen. 't Is de tweede keer, mijnheer, in dertig jaar,
-dat wij de reis naar Parijs ondernemen.
-
-Toen had hij er veel tegen aan te voeren. Jules had mooie
-vooruitzichten. Zij zouden zijn carrière verwoesten. Terwijl hij sprak,
-gaf de markiezin blijken van ongeduld. Zij sprak nu op haar beurt,
-met iets meer heftigheid:
-
---Mijn hemel, mijnheer Rougon, het staat niet aan ons om u te
-beoordeelen. Maar er zijn zekere tradities in onze familie.... Jules
-mag de hand niet leenen tot een afschuwelijke vervolging van de
-Kerk. Te Plassans verbaast men zich reeds. We zouden met den geheelen
-adel van het land in onaangenaamheden komen.
-
-Hij had haar begrepen. Hij wou spreken, maar zij legde hem met een
-gebiedend gebaar het zwijgen op.
-
---Laat mij uitspreken.... Onze zoon heeft zich tegen onzen zin met de
-nieuwe dynastie verzoend. U weet hoe smartelijk het ons aandeed hem
-een onwettig bestuur te zien dienen. Ik heb zijn vader weerhouden
-hem te vloeken. Sedert dien tijd is ons huis in rouw gedompeld en
-wanneer wij vrienden ontvangen, wordt de naam van onzen zoon niet
-genoemd. Wij hadden gezworen ons niet meer met hem te bemoeien, maar
-er zijn grenzen, wij mogen niet dulden dat een d'Escorailles gemeene
-zaak maakt met de vijanden van onzen heiligen godsdienst. U begrijpt
-mij zeker wel, mijnheer Rougon?
-
-Rougon boog. Hij dacht er niet aan te lachen om de vrome leugens van
-de oude dame. Hij vond den markies en de markiezin terug zooals hij ze
-gekend had, in den tijd dat hij honger leed in de straten van Plassans,
-hooghartig, trotsch en onbeschaamd. Wanneer anderen hem zoo hadden
-durven toespreken, zou hij ze zeker de deur gewezen hebben. Maar hij
-voelde zich klein; zijn armoedige jeugd kwam hem weer voor den geest;
-een oogenblik meende hij nog zijn scheefgeloopen laarzen aan de voeten
-te hebben. Hij beloofde Jules te overreden. Daarop voegde hij er bij,
-zinspelend op het antwoord dat hij van den keizer verwachtte:
-
---Trouwens, uw zoon zal u misschien van avond reeds teruggegeven
-worden.
-
-Toen hij weer alleen was, voelde Rougon zich beklemd. Die oude
-lieden hadden zijn koelbloedigheid geschokt. Nu aarzelde hij naar die
-liefdadigheidsbazaar te gaan, waar iedereen zijn ontroering op zijn
-gelaat kon lezen. Maar weldra schaamde hij zich voor die kinderachtige
-vrees. En hij ging heen, zijn weg door het kabinet nemend. Hij vroeg
-aan Merle of er niets voor hem gekomen was.
-
---Neen, Excellentie, antwoordde de bode, die sedert den morgen op
-den loer scheen te staan, op een meewarigen toon.
-
-De Oranjerie der Tuileriën waar de bazaar gehouden werd, was voor
-die gelegenheid weelderig ingericht. Behangsel van rood fluweel met
-gouden franje onttrok de muren aan het oog en herschiep de groote,
-kale galerij in een hooge feestzaal. Aan een der uiteinden, links,
-scheidde een kolossaal gordijn, eveneens van rood fluweel, een gedeelte
-van de galerij als een zijvertrek af; dit gordijn was opgenomen door
-embrasses met groote gouden kwasten, en door de wijde opening kwam men
-uit de groote zaal, waar de kraampjes waren opgesteld, in de kleinere
-ruimte, waarin het buffet geplaatst was. Men had den grond met fijn
-zand bestrooid. Majolica potten vormden in iederen hoek boschjes
-van groene planten. Op het midden van het vierkant door de kraampjes
-gevormd, bood een cirkelronde fluweelen pouf gemakkelijke zitplaatsen
-aan, terwijl zich uit het midden van den pouf een kolossale bloementuil
-verhief, een dikke bundel stengels, waartusschen rozen, anjelieren,
-verbena's, als een regen van schitterende druppels neervallend. En
-voor de openstaande glazen deuren op het terras aan den waterkant,
-bekeken de bedienden, in zwarte rokken gekleed, met een ernstig
-gezicht de kaarten der genoodigden. De dames-patronessen verwachtten
-tegen vier uur de eerste bezoekers. In de groote zaal stonden zij
-achter haar toonbanken de koopers af te wachten. Op de lange, met
-rood laken bekleede tafels lagen de koopwaren uitgestald; er waren
-verscheidene toonbanken met Parijsche luxe-artikelen en met Chineesche
-kunstvoorwerpen, twee winkels met kinderspeelgoed, een bloemenkiosk
-vol rozen, en eindelijk een draaibord onder een tent, als op een
-boerenkermis. De verkoopsters, gedecolleteerd en in avondtoillet,
-waren vleiend als echte koopvrouwen, glimlachten als modistes die een
-ouderwetschen hoed verkoopen, prezen haar artikelen aan zonder dat zij
-er verstand van hadden; en tot dat winkeljuffrouwtje spelen leenden
-zij zich met zenuwachtige lachjes, gekitteld door al die handen,
-die onder het koopen de hare aanraakten. Een prinses stond in een
-speelgoedkraam; aan de overzij verkocht een markiezin portemonnaies
-van vijftien stuivers, die zij niet onder twintig francs losliet,
-twee mededingsters, die den triomf van haar schoonheid afmeten naar
-de hoegrootheid van haar ontvangst; zij klampten de bezoekers aan,
-riepen de mannen, vroegen onbeschaamde prijzen, en na een loven en
-bieden als bij inhalige slagersvrouwen, gaven zij, om de lui tot
-groote aankoopen te decideeren, een handdrukje of een kijkje in
-haar wijdgeopend keurslijf op den koop toe. De liefdadigheid bleef
-het voorwendsel. Langzamerhand liep de zaal vol. Heeren bleven kalm
-stilstaan en bekeken de verkoopsters, alsof zij deel uitmaakten van de
-uitstalling. Voor sommige kraampjes verdrongen zich elegante jongelui;
-zij grinnikten en maakte guitige zinspelingen op hun inkoopen,
-terwijl de dames, onuitputtelijk in welwillendheid van den een naar
-den ander gingen en met een allerliefsten glimlach haar koopwaren
-aanprezen. Vier uren in zoo'n drukte door te brengen is een genot.
-
-Er was een leven als op een veiling, daartusschen een helder gelach en
-het doffe kraken van het zand onder de voetstappen. De roode behangsels
-temperden het helle licht van de hooge vensters, verspreidden een
-rooden gloed, die een rose tint op de ontbloote schouders deed
-schitteren. En tusschen het publiek liepen zes andere dames, een
-barones, twee bankiersdochters en drie vrouwen van hooggeplaatste
-ambtenaren, met lichte mandjes om den hals gehangen, en snelden
-iederen nieuwen bezoeker te gemoet met sigaren en lucifers.
-
-Mevrouw de Combelot had vooral veel succès. Zij verkocht ruikertjes
-in de met rozen gevulde kiosk, een met uitsnijwerk en verguldsel
-versierd chalet, veel gelijkende op een groote vogelkooi. Zelf geheel
-in het rose, een zachtrose huidtint, die haar naaktheid boven het laag
-uitgesneden keurslijf verder voortzette, tusschen de twee borsten niets
-anders dragend dan het ruikertje viooltjes, dat door alle verkoopsters
-gedragen werd, was zij op het denkbeeld gekomen om haar ruikertjes als
-een echte bloemenverkoopster voor de oogen van het publiek te maken:
-een roos, een knop, drie blaadjes, die zij tusschen haar vingers
-ineendraaide, terwijl zij het einde van den draad tusschen haar tanden
-vasthield, en die zij voor een tot tien louis verkocht, naar gelang van
-het uiterlijk der heeren. En men betwistte elkander haar ruikertjes,
-ze kon aan alle aanvragen niet voldoen; zij prikte zich nu en dan
-van de haast in den vinger en zoog dan snel de bloeddruppels op.
-
-Tegenover haar, in de linnen tent, stond mevrouw Bouchard bij het
-draaibord. Zij droeg een keurig blauw boerinnen-kostuum met hoog lijf
-en een keurslijf bij wijze van fichu, bijna een vermomming, om geheel
-het voorkomen te hebben van een oblie-koopvrouw. Daarbij lispelde zij
-allerliefst en gaf zich een alleraardigst air van onnoozelheid. Op
-het draaibord lagen de prijzen, afschuwelijke prullen van vijf of zes
-stuivers, glaswerk, porcelein of marokijnwaar; en de wijzer kraste
-tegen de koperen draden en het bord draaide met de prijzen rond, met
-een geraas als van brekend vaatwerk. Om de twee minuten, wanneer er
-geen spelers waren, zei mevrouw Bouchard met haar onschuldig stemmetje,
-alsof zij zoo pas van haar dorpje kwam:
-
---Twintig sous een keer, heeren.... Toe, heeren, draai ereis rond....
-
-Het afgeschoten vertrek, waar ververschingen verkrijgbaar waren,
-was eveneens met zand bestrooid, in de hoeken met groene planten
-versierd, en van ronde tafeltjes en rieten stoelen voorzien. Men
-had gepoogd een echt café na te bootsen, om de zaak pikanter te
-maken. Achterin, aan de monumentale toonbank, zaten drie dames; zij
-wachtten op de bestellingen der bezoekers, en maakten intusschen een
-druk gebruik van haar waaiers. Likeurkaraffen, schalen met taartjes en
-sandwiches, bonbons, sigaren en cigaretten stonden daar uitgestald als
-op een publiek bal. Nu en dan stond de middelste dame, een levendige
-brunette, op om een glaasje in te schenken, zij kon zich niet roeren
-tusschen dien overvloed van karaffen en manoeuvreerde met haar bloote
-armen op gevaar af van alles te breken. Maar Clorinde heerschte
-aan het buffet. Zij bediende het publiek aan de tafeltjes. Zij
-leek wel Juno als kellnerin. Zij droeg een geelsatijnen japon,
-met zwartsatijnen biezen afgezet, verblindend, buitengewoon, als
-een ster waarvan de sleep op den staart van een komeet geleek. Zeer
-laag gedecolleteerd, liep zij in statige houding tusschen de rieten
-stoelen door, glazen bier op een witmetalen blad ronddragend met de
-kalmte van een godin. Zij streek met haar bloote ellebogen langs de
-schouders der heeren, bukte zich, met haar laag uitgesneden keurslijf
-om orders op te nemen, gaf ieder antwoord, glimlachend, zonder zich
-te overhaasten. Wanneer het bestelde gebruikt was, ontving zij in
-haar mooie hand de zilverstukjes en de stuivers, die zij met een
-gebaar, alsof zij met dat werk reeds vertrouwd was, in een taschje
-liet glijden, dat aan haar ceintuur hing. Intusschen waren mijnheer
-Kahn en mijnheer Béjuin gaan zitten. De eerste klopte voor de grap
-op het zinken tafelblad en riep:
-
---Mevrouw, twee bier!
-
-Zij kwam, bracht de twee glazen bier en bleef daar even staan rusten,
-daar er bijna geen bezoekers waren. Verstrooid veegde zij met haar
-kanten zakdoek haar vingers af, die nat van het bier waren. Mijnheer
-Kahn merkte een bijzonderen gloed in haar oogen op, een zegevierende
-uitdrukking op haar gelaat. Hij keek haar aan en vroeg:
-
---Wanneer zijt ge van Fontainebleau teruggekomen?
-
---Van morgen, antwoordde zij.
-
---En hebt ge den keizer gezien, wat weet ge voor nieuws?
-
-Zij glimlachte even, kneep haar lippen samen met een raadselachtige
-uitdrukking op haar gelaat, en keek hem op haar beurt aan. Toen zag
-hij, dat zij een zonderling sieraad droeg, dat hij haar nooit had
-aan zien hebben. Om haar hals droeg zij een hondenhalsband van zwart
-fluweel, met gesp, ring en belletje, een gouden belletje waarin een
-fijne parel klingelde. Op den halsband stonden in diamanten letters
-twee dooreengewerkte namen. Aan den ring hing een zware gouden ketting
-op haar borst neer, die werd opgehouden door een gouden plaatje,
-aan den rechterarm bevestigd, waarop te lezen stond: Ik behoor mijn
-meester toe.
-
---Zeker een cadeau? mompelde mijnheer Kahn, op het kleinood wijzend.
-
-Zij knikte van ja, de lippen tot een fijn, sensueel lachje
-geplooid. Zij had die lijfeigenschap gewenscht. Zij praalde er met
-een schaamteloosheid mee, die haar boven een gewonen misstap verhief,
-gevierd door de keuze van een vorst, benijd door allen. Toen zij zich
-vertoonde met den band om den hals, waarop de scherpziende oogen
-der mededingsters een doorluchtigen voornaam met den haren meenden
-vermengd te zien, hadden alle vrouwen het begrepen; zij wisselden
-oogwenkjes, alsof zij zeggen wilden: 't Is dus een feit! Sedert een
-maand sprak de officiëele wereld over dat avontuur, verwachtte die
-ontknooping. En 't was inderdaad een feit, zij zelve verkondigde het
-luid, ze droeg het op haar hals geschreven. Indien men geloof mocht
-hechten aan wat er gefluisterd werd, dan had zij op vijftienjarigen
-leeftijd voor de eerste maal met een koetsier in een stal op een bos
-stroo geslapen. Later had zij gerust in andere bedden, van bankiers,
-ambtenaren, ministers, steeds hooger stijgende, haar fortuin in
-elk dier nachten grooter makend. En van alkoof tot alkoof, van het
-eene nachtkwartier tot het andere, had zij bij wijze van apotheose,
-als een laatste uiting van trots, haar mooi verstandig hoofd op het
-keizerlijke hoofdkussen gelegd.
-
---Mevrouw, een glas bier, alsjeblieft! vroeg een dikke gedecoreerde
-heer, een generaal, die haar glimlachend aankeek.
-
-En toen zij het glas bier gebracht had, werd zij door twee
-afgevaardigden geroepen.
-
---Twee glazen chartreuse, alsjeblieft!
-
-Een stroom van bezoekers kwam binnen, van alle kanten klonken de
-bestellingen, grogjes, anisette, limonade, taartjes, cigaren. De mannen
-keken haar oplettend aan en fluisterden elkander gretig het praatje
-toe, dat over haar de ronde deed. En als die kellnerin, die 's morgens
-uit de armen van den keizer was gekomen, haar hand uitstrekte om hun
-geld te ontvangen, schenen zij iets van die vorstelijke liefde aan
-haar te zoeken. Zij keerde zonder eenige verwarring te doen blijken
-langzaam haar hals om, teneinde haar hondenhalsband te laten zien,
-waaraan de dikke gouden ketting rinkelde. Dat was nog iets pikants er
-bij, ieders dienstbare te zijn wanneer men voor een nacht koningin
-is geweest, om de tafeltjes van een nagebootst café tusschen de
-citroenschijfjes en de koekkruimels door, met voeten rond te wandelen,
-die door een doorluchtigen knevel hartstochtelijk gekust waren.
-
---'t Is vermakelijk, zei ze, weer bij mijnheer Kahn terugkomend. Ze
-houden me, op mijn woord, voor een gemeene meid! Een heeft er me
-zelfs geknepen, geloof ik. Ik heb maar niets gezegd. Och, waarvoor
-ook?.... 't Is voor de armen, nietwaar?
-
-Mijnheer Kahn gaf haar een knipoogje dat zij zich bukken zou, en heel
-zacht vroeg hij:
-
---Dus, Rougon?....
-
---Sst, dadelijk, antwoordde zij eveneens fluisterend. Ik heb hem een
-uitnoodigingskaart met mijn naam gestuurd. Ik verwacht hem.
-
-En toen mijnheer Kahn twijfelachtig het hoofd schudde, voegde zij er
-levendig bij:
-
---Ja, ja, ik ken hem, hij zal komen.... Trouwens, hij weet niets.
-
-Mijnheer Kahn en mijnheer Béjuin begonnen toen naar Rougon uit te
-kijken. Ze hadden het uitzicht op de groote zaal, door de wijde opening
-der gordijnen. Het werd er steeds voller. Heeren, met de beenen over
-elkander gekruist, lagen achterover geleund tegen den cirkelronden
-pouf, en sloten droomerig de oogen, terwijl een onafgebroken stroom
-van bezoekers langs hun uitgestrekte beenen heen liep en er bijna
-over struikelde. De warmte werd hinderlijk. En boven het gonzend
-gedruis klonk het krassend geluid van het draaibord als een ratel.
-
-Mevrouw Correur, die juist aankwam, ging langzaam de kraampjes langs;
-zij droeg een wit en mauve gestreept zwartzijden kostuum, waaronder
-haar armen en schouders rosachtige vetkussentjes leken. Zij keek
-bedachtzaam rond, als een klant die een voordeelig koopje hoopt te
-doen. Gewoonlijk zei zij dat men er uitmuntende koopjes vond, op
-die liefdadigheidsbazaars, die arme dames hadden zoo weinig verstand
-van haar koopwaren. Maar zij kocht nooit bij haar kennissen onder de
-verkoopsters; die "pekelden" hun vrienden te veel. Toen zij de zaal
-om geweest was, alles opnemende, besnuffelende en weer neerleggende,
-kwam zij terug voor een kraampje van marokijnwerk, waarvoor zij meer
-dan tien minuten staan bleef, om met een besluiteloos gezicht de heele
-etalage te monsteren. Eindelijk nam zij achteloos een juchtleeren
-portefeuille in haar hand, waarop zij al langer dan een kwartier het
-oog gehad had.
-
---Hoeveel? vroeg zij.
-
-De verkoopster, een lange jonge blondine, die met twee heeren stond
-te schertsen, keerde zich ternauwernood om en antwoordde:
-
---Vijftien francs.
-
-De portefeuille was er minstens twintig waard. De dames, die onder
-elkander wijdijverden om de heeren buitensporige prijzen te laten
-betalen, verkochten gewoonlijk uit een soort van vrijmetselarij aan
-vrouwen tegen inkoopsprijs. Maar mevrouw Correur legde de portefeuille
-met een verschrikt gezicht op de toonbank neer en mompelde:
-
---O, dat is te duur. 't Is maar voor een cadeautje. Ik geef er tien
-francs voor, meer niet. Hebt u niet iets liefs voor tien francs?
-
-En zij haalde opnieuw de etalage onderste boven. Niets beviel
-haar. Och hemel! was die portefeuille nu maar zoo duur niet! Zij nam
-ze weer ter hand, stak haar neus in de zakjes. De verkoopster werd
-ongeduldig en was bereid ze haar voor veertien, toen voor twaalf
-francs te laten. Neen, neen, dat was nog te duur. En zij kreeg ze
-voor elf francs, na een vreeselijk geknibbel. De lange blondine zei:
-
---Ik verkoop graag.... Alle vrouwen bieden, er is er niet een die
-koopt.... O, als we de heeren niet hadden!
-
-Mevrouw Correur vond tot haar groote blijdschap in de portefeuille een
-etiketje, waarop de prijs, vijf en twintig francs, genoteerd stond. Ze
-snuffelde nog wat rond en ging ten slotte achter het draaibord staan,
-naast mevrouw Bouchard. Zij noemde haar "liefje", en streek de lokjes
-op haar voorhoofd terecht.
-
---Kijk, daar is de kolonel! zei mijnheer Kahn, die nog steeds, aan
-zijn tafeltje gezeten, de binnenkomende bezoekers bespiedde.
-
-De kolonel kwam omdat hij niet anders kon. Hij hoopte er met een louis
-af te komen, en dat ging hem al genoeg aan het hart. Aan de deur werd
-hij reeds bestormd door drie of vier dames, die als om strijd riepen:
-
---Mijnheer, koopt u een sigaar van mij.... Mijnheer, een doosje
-lucifers....
-
-Hij glimlachte en maakte zich met een beleefd woordje van ze
-af. Vervolgens ging hij eens poolshoogte nemen, en daar hij hoe eer
-hoe liever zijn schuld betalen wou, hield hij stil bij een kraampje,
-waarin een dame stond, die zeer gezien was aan het hof; daar vroeg
-hij naar een zeer leelijken sigarenkoker. Vijf en zeventig francs! Hij
-kon een gebaar van schrik niet weerhouden; hij wierp den koker weg en
-maakte dat hij wegkwam; terwijl de dame gekrenkt het hoofd omwendde,
-alsof hij haar persoonlijk iets onbehoorlijks had gedaan. Toen ging
-hij, om onaangename aanmerkingen te voorkomen, naar de kiosk waar
-mevrouw de Combelot nog steeds haar ruikertjes ineendraaide. Die
-ruikertjes zouden zeker niet duur zijn. Uit voorzichtigheid wou hij
-zelfs geen ruiker nemen, begrijpende dat de bloemenverkoopster een
-te hoogen prijs voor haar werk zou vragen. Hij koos uit den stapel
-rozen den dunsten en de minst ontloken knop, en zijn portemonnaie
-voor den dag halend, vroeg hij hoffelijk:
-
---Mevrouw, hoeveel kost die bloem?
-
---Honderd francs, mijnheer, antwoordde de dame, die zijn manier van
-doen had opgemerkt.
-
-Hij stotterde, zijn handen beefden. Maar ditmaal was het onmogelijk
-terug te treden. Er stonden menschen om hem heen, men keek naar
-hem. Hij betaalde en zijn toevlucht naar de koffiekamer nemende,
-ging hij aan het tafeltje van mijnheer Kahn zitten, en mompelde:
-
---'t Is een afzetterij, een afpersing....
-
---Hebt ge Rougon niet in de zaal gezien? vroeg mijnheer Kahn.
-
-De kolonel antwoordde niet. Hij wierp van verre woedende blikken op de
-verkoopsters. En toen mijnheer d'Escorailles en mijnheer La Rouquette
-vroolijk lachend voor een kraampje stonden, mompelde hij binnensmonds:
-
---Dat dank je de drommel, die jongelui hebben pret.... Zij krijgen
-altijd waar van hun geld.
-
-Mijnheer d'Escorailles en mijnheer La Rouquette amuseerden zich
-inderdaad uitstekend. De dames betwistten ze aan elkander. Zoodra zij
-binnentraden, werden de armen naar hen uitgestoken, rechts en links,
-overal klonken hun namen.
-
---Mijnheer d'Escorailles, u weet wat u me beloofd hebt.... Kom mijnheer
-La Rouquette, koop een stokpaardje bij me. Niet? Dan een pop. Ja,
-ja, een pop, die moet u hebben!
-
-Zij gaven elkaar een arm, om elkaar te beschermen, zeiden zij
-lachend. Zij gingen door de zaal, stralend, opgetogen, te midden
-van die bestorming van rokken, de warme liefkoozing van de lieve
-stemmen. Nu en dan verdwenen zij, verzwolgen onder de naakte
-boezems, waartegen zij zich met uitroepen van afgrijzen trachtten te
-verdedigen. En bij ieder kraampje lieten zij zich zoo'n lief geweld
-aandoen. Daarop hielden zij zich gierig, en gaven op een komische
-wijze lucht aan hun ontzetting. Een pop van een stuiver voor een
-louis, dat konden zij zich niet permitteeren! Drie potlooden van twee
-louis, men wou ze dus doodarm maken! 't Was allergrappigst. De dames
-maakten een zacht kirrend geluid, als de tonen een fluit. Ze werden
-begeerig, vroegen het drie-, viervoudige van den prijs. Zij gaven
-de heeren aan elkander over en hier en daar klonk het: "Ik zal die
-twee eens beetnemen.... Dat zijn een paar goede om af te zetten....",
-wat de heeren heel goed hoorden en waarop ze met grappige buigingen
-antwoordden. Achter hun rug pochten de dames op hun succès; maar de
-meest benijde was een achttienjarig juffertje, dat een pijp zegellak
-voor drie louis verkocht had. Aan het einde der zaal, waar een
-verkoopster hem met alle geweld een doos zeep in den zak wou steken,
-riep mijnheer d'Escorailles:
-
---Ik heb geen cent meer. Wil ik een wissel voor u teekenen?
-
-Hij keerde zijn geopende portemonnaie om, en de dame vergat zich in
-haar ijver zoozeer dat zij de portemonnaie uit zijn hand nam en ze
-doorzocht. En zij keek den jongen man aan, ze scheen op het punt hem
-zijn horlogeketting te vragen.
-
-'t Was een grap. Mijnheer d'Escorailles nam altijd voor de aardigheid
-een leege portemonnaie op zulke bazaars mee.
-
---Kom mee, zei hij, mijnheer La Rouquette meetroonend, ik word het beu,
-hè? Wij zullen trachten weer wat op ons verhaal te komen.
-
-En toen zij voorbij het draaibord gingen, riep mevrouw Bouchard:
-
---Twintig sous per keer, heeren.... Draai ereis rond!
-
-Zij traden naderbij en deden alsof zij haar niet verstaan hadden.
-
---Hoeveel kost een keer, koopvrouw?
-
---Twintig sous, heeren.
-
-Daar begon het gelach opnieuw. Maar mevrouw Bouchard, in haar blauw
-boerinnenpakje, bleef onschuldig kijken, en zette een gezicht alsof
-zij de heeren volstrekt niet kende. Toen bleef het bord een kwartier
-lang ronddraaien, zonder rustpoos. Zij losten elkander af. Mijnheer
-d'Escorailles won twee dozijn eierdopjes, drie zakspiegeltjes, zeven
-biscuitbeeldjes, vijf cigarettenkokers. Mijnheer La Rouquette kreeg
-voor zijn aandeel twee pakjes kant, een porceleinen vaasje op een
-verguld zinken voet, glazen, een blaker, een toiletdoos. Mevrouw
-Bouchard riep met een benepen gezicht:
-
---Neen maar, u is al te gelukkig! Ik speel niet meer.... Hier, neem
-uw prijzen mee.
-
-Ze had ze op een tafel gelegd, in twee stapels. Mijnheer La Rouquette
-stond er versteld van. Hij vroeg of hij zijn stapel mocht ruilen
-voor het ruikertje viooltjes, dat zij in haar kapsel droeg. Maar
-zij weigerde.
-
---Neen, neen, u hebt het gewonnen, niet waar? Nu, dan moet ge het
-ook meenemen.
-
---Mevrouw heeft gelijk, zei mijnheer d'Escorailles ernstig.
-
-Men moet de fortuin den rug niet toedraaien, en de drommel haal me
-als ik éen eierdopje laat staan!....
-
-Hij had zijn zakdoek uitgespreid en pakte er alles netjes in. Er
-ontstond een nieuwe uitbarsting van vroolijkheid. De verlegenheid
-van mijnheer La Rouquette was al even vermakelijk. Toen kwam mevrouw
-Correur, die tot dusverre als een waardige matrone zich glimlachend
-op den achtergrond had gehouden, met haar dik, blozend gelaat voor
-den dag. Zij wou wel ruilen, zei ze.
-
---Neen, ik wil niets, haastte de jonge afgevaardigde zich te
-zeggen. Neem alles, ik geef u alles.
-
-Maar zij gingen niet heen, ze bleven nog een oogenblik. Nu richtten
-zij zachtjes aardigheden van een twijfelachtig allooi tot mevrouw
-Bouchard. Als men haar zag, geraakten de hoofden nog meer aan het
-draaien dan haar draaibord. Wat won men bij haar aardig spel? Dat
-was wel zoo amusant als alle vogels vliegen; en ze wilden voor dat
-spelletje allerlei aardige inzetten geven. Mevrouw Bouchard sloeg de
-oogen neer en lachte als een onnoozel gansje, zij wiegelde zachtjes op
-haar heupen, als een boerinnetje dat door heeren in de maling wordt
-genomen, terwijl mevrouw Correur er opgetogen bij stond en met het
-verrukte gezicht van een kenster uitriep:
-
---Wat is ze toch snoezig!
-
-Maar mevrouw Bouchard gaf mijnheer d'Escorailles tenslotte een tikje op
-de handen, toen hij het mechaniek van het draaibord wou onderzoeken,
-onder voorwendsel dat zij valsch speelde. Wilden de heeren haar wel
-eens met rust laten! En toen zij ze weggezonden had, hernam zij weer
-op lokkenden toon:
-
---Komaan, heeren, twintig sous per keer. Een keer maar, heeren!
-
-Op dit oogenblik ging mijnheer Kahn, die opgestaan was om over de
-hoofden heen te kijken, weer haastig zitten, terwijl hij mompelde:
-
---Daar is Rougon.... Niets laten merken, hoor!
-
-Rougon ging langzaam de zaal door. Hij bleef staan, draaide aan
-het bord van mevrouw Bouchard, betaalde drie louis voor een roosje
-van mevrouw de Combelot. Toen hij aldus geofferd had, scheen hij
-onmiddellijk weer heen te willen gaan. Hij begaf zich reeds naar
-een deur, maar plotseling, nadat hij een blik in de koffiekamer
-had geworpen, ging hij dien kant uit, met opgeheven hoofd, kalm
-en trotsch. Mijnheer d'Escorailles en mijnheer La Rouquette waren
-bij mijnheer Kahn, mijnheer Béjuin en den kolonel gaan zitten; ook
-mijnheer Bouchard had zich bij het groepje gevoegd. En al die heeren
-voelden, toen de minister langs hen heen ging, een lichte huivering,
-zoo groot en forsch gebouwd leek hij hun toe. Hij had ze uit de hoogte
-een vertrouwelijk knikje gegeven. Hij ging aan een naburig tafeltje
-zitten. Zijn breed gezicht keerde zich links en rechts, alsof hij de
-blikken, die hij op hem voelde rusten, wilde trotseeren.
-
-Clorinde was naderbij gekomen, haar geel kostuum als een koningin
-achter zich aan slepend. Zij vroeg hem, op een vulgairen toon, waarin
-een zweempje spotternij klonk:
-
---Wat blieft mijnheer?
-
---Ah zoo, zei hij vroolijk. Ik drink nooit iets.... Wat hebt u?
-
-Toen somde ze hem allerlei likeuren op: fine champagne, rum, curaçao,
-kirsch, chartreuse, anisette, vespetro, kummel.
-
---Neen, neen, geef me een glas suikerwater.
-
-Zij ging naar het buffet en bracht het glas suikerwater, altijd met
-haar majestueuse houding. En zij bleef voor Rougon staan en zag toe
-hoe hij zijn suikerwater roerde. Hij bleef glimlachen en sprak een
-paar onbeteekenende woorden.
-
---Maakt ge het goed?.... Ik heb u in geen eeuw gezien.
-
---Ik was op Fontainebleau, antwoordde zij eenvoudig.
-
-Hij keek op en wierp haar een doordringenden blik toe. Maar zij
-ondervroeg hem op haar beurt.
-
---En zijt ge tevreden? Gaat alles naar wensch?
-
---O, uitstekend, zei hij.
-
---Komaan, des te beter!
-
-En zij draaide om hem heen, met de oplettendheden van een
-kellner. Zij keek hem aan met een boosaardige flikkering in haar
-oogen, alsof ze ieder oogenblik gereed stond om haar zegepraal uit
-te flappen. Eindelijk besloot zij reeds hem te verlaten, toen zij op
-de teenen ging staan om in de zaal te zien. Daarop tikte zij hem op
-den schouder.
-
---Ik geloof dat men u zoekt, hernam zij, met een opgewekt gezicht.
-
-Merle kwam inderdaad eerbiedig nader, tusschen de tafels en de
-stoelen van het buffet door. Hij maakte drie buigingen achtereen en
-verzocht Zijn Excellentie hem niet kwalijk te nemen, maar men had
-na het vertrek van Zijn Excellentie den brief gebracht, dien Zijn
-Excellentie 's morgens misschien al verwacht had. En ofschoon hij
-daaromtrent geen opdracht had gekregen, had hij gemeend....
-
---Al wel, geef maar hier, viel Rougon hem in de rede.
-
-De bode reikte hem een groote enveloppe over en ging wat in de
-zaal rondloopen. Rougon had met een oogopslag de hand herkend; het
-was een eigenhandig schrijven van den keizer, in antwoord op zijn
-aanvraag om ontslag. Een koud zweet brak hem uit, maar hij verbleekte
-niet. Hij stak den brief bedaard in den binnenzak van zijn overjas,
-zonder de blikken af te wenden van mijnheer Kahn en diens vrienden,
-aan wie Clorinde enkele woorden had toegefluisterd. De geheele bende
-loerde nu op hem, verloor geen enkele zijner bewegingen uit het oog,
-in een koortsachtige nieuwsgierigheid.
-
-De jonge vrouw had zich weer voor hem geplaatst. Rougon dronk eindelijk
-zijn glas suikerwater half leeg en zocht naar een vleiend gezegde.
-
---U ziet er vandaag bijzonder mooi uit. Als koninginnen zich tot
-dienstbaren maakten....
-
-Zij viel hem midden in zijn complimentje in de rede en zei met haar
-gewone vrijmoedigheid:
-
---Leest u hem niet?
-
-Hij deed alsof hij het geheel vergeten was. En toen, alsof hij zich
-plotseling herinnerde:
-
---O ja, die brief.... Ik zal hem lezen, als het u genoegen doet.
-
-En met een pennemes sneed hij de enveloppe door, heel zorgvuldig. Met
-een enkelen blik had hij de weinige regels doorloopen. De keizer
-nam zijn ontslag aan. Meer dan een minuut hield hij het papier
-voor zijn gezicht, als om het te herlezen. Hij was bang dat hij
-zijn gelaat niet in bedwang zou kunnen houden. Zijn gansche kracht
-kwam in opstand, wilde dien val niet aannemen, een rilling ging
-hem door merg en been, als hij zich niet met inspanning van alle
-krachten daartegen verzet had, zou hij het uitgeschreeuwd, met
-zijn vuist op de tafel gebeukt hebben. Steeds starend op den brief,
-zag hij den keizer weer zooals hij hem te Saint-Cloud gezien had,
-met zijn weeke stem, zijn onveranderlijken glimlach, terwijl hij
-hem bij hernieuwing van zijn vertrouwen verzekerde, de vroeger
-gegeven instructies bekrachtigde. Hoe lang moest die gedachte aan
-zijn ongenade achter dat omsluierd gelaat gezeteld hebben, om hem
-zoo plotseling, in éen nacht, terneer te werpen, na hem wel twintig
-malen in zijn macht gehandhaafd te hebben? Eindelijk bedwong Rougon
-zich, met een uiterste krachtsinspanning. Hij hief zijn gelaat op,
-waarin geen enkele trek bewoog; met een onverschillig gebaar stak
-hij den brief weer in zijn zak. Maar Clorinde was met beide handen
-op het tafeltje komen leunen. Zij boog zich voorover en met trillende
-mondhoeken mompelde zij:
-
---Ik wist het. Ik was er van morgen nog.... Arme vriend!
-
-En zij beklaagde hem met zulk een wreede spotternij, dat hij haar
-nogmaals in de oogen keek. Zij veinsde trouwens niet meer. Zij had nu
-dat genot, waarop zij maandenlang gewacht had, en zonder overijling,
-zin voor zin, smaakte zij het genoegen zich eindelijk aan hem als
-een onverzoenlijke, gewroken vijandin te doen kennen.
-
---Ik heb u niet kunnen verdedigen, ging zij voort. Ge weet zeker
-niet....
-
-Zij voleindigde niet. Toen vroeg zij, op scherpen toon:
-
---Raad eens wie u aan Binnenlandsche Zaken vervangt?
-
-Hij maakte een gebaar alsof het hem niet schelen kon. Maar zij bleef
-hem onafgewend aan zien en zei ten slotte deze twee woorden:
-
---Mijn man!
-
-Rougon, wiens keel droog was, dronk nog een teug suikerwater. In
-die paar woorden had zij alles gelegd, haar toorn dat zij vroeger
-versmaad was geworden, haar wraakplannen met zooveel kunst overlegd,
-haar vreugde als vrouw, dat zij een man van zoo'n kracht verslagen
-had. Toen gaf zij zich het genoegen hem te kwellen, misbruik van haar
-overwinning te maken, zij legde nadruk op de kwetsende zijden van het
-geval. Mijn hemel, haar man was volstrekt geen hoogvlieger, dat bekende
-zij volmondig, zij spotte er zelfs mee; zij gaf te kennen dat de eerste
-de beste voldoende was geweest, dat zij evengoed den bode Merle tot
-minister kon laten benoemen, als zij er lust in had gehad. Ja, den
-bode Merle, den eerste den besten domoor, onverschillig wien: Rougon
-zou een waardigen opvolger gehad hebben. Dat bewees de almacht van de
-vrouw. En daarop sloeg zij een beschermenden, moederlijken toon aan,
-ze deelde goeden raad uit.
-
---Ziet ge, mijn waarde, ik heb het u dikwijls gezegd, ge handelt
-verkeerd, de vrouwen te minachten. Neen, de vrouwen zijn zoo dom niet
-als gij denkt. Dat maakte me altijd boos, als ik hoorde dat ge ons
-uitmaakt voor dwazen, lastige meubels, weet ik het, blokken aan het
-been.... En mijn man, zie daar eens naar! Ben ik soms voor hem een blok
-aan het been geweest?.... Kijk, dat had ik u eens willen toonen. Ik
-had me daarop willen vergasten, van af den dag waarop we dat gesprek
-hielden, weet ge nog wel? Ge hebt het nu gezien, nietwaar? Nu daarom
-toch even goede vrienden, hoor.... Ge zijt heel sterk, mijn waarde,
-maar onthoud éen ding: als een vrouw zich de moeite wil geven om zich
-tegen u te stellen, trekt gij altijd aan het kortste eind.
-
-Rougon glimlachte ietwat bleek.
-
---Ja, ge hebt misschien gelijk, zei hij langzaam, terwijl de
-geheele geschiedenis hem weer voor den geest kwam. Ik had enkel mijn
-kracht. Gij hadt....
-
--- Ik had wat anders, te drommel! eindigde zij met een vrijmoedigheid
-die bijna grootheid werd, zoo hoog stelde zij zich in haar minachting
-voor de convenances.
-
-Er kwam geen klacht over zijn lippen. Zij had hem kracht ontnomen om
-hem te overwinnen; zoo keerde zij de lessen, die zij als een volgzame
-leerling in de rue Marbeuf van hem gekregen had, als een wapen tegen
-hem. Dat was een ondankbaarheid, een verraad, waarvan hij als een
-man van ondervinding, de bitterheid zonder walging indronk. Alleen
-wenschte hij bij deze ontknooping te weten of hij haar nu eindelijk
-geheel kende. Hij herinnerde zich zijn oude pogingen om het geheime
-raderwerk van die prachtige en toch defecte machine te leeren
-kennen. De domheid van de mannen was toch werkelijk groot.
-
-Tweemaal was Clorinde even weggegaan om een bestelling uit te
-voeren. Daarna hervatte zij haar plechtstatige wandeling tusschen de
-tafeltjes, terwijl zij veinsde zich niet meer met hem te bemoeien. Hij
-keek haar na; hij zag hoe zij op een heer met een grooten baard
-toetrad, een vreemdeling wiens buitensporige verkwistingen Parijs in
-opschudding brachten. Hij dronk juist zijn glaasje Malaga leeg.
-
---Hoeveel is het, mevrouw? vroeg hij, opstaande.
-
---Vijf francs, mijnheer. Alle verteringen zijn vijf francs.
-
-Hij betaalde. En toen op denzelfden toon, met zijn vreemd accent:
-
---En hoeveel een kus?
-
---Honderdduizend francs, antwoordde zij zonder aarzelen.
-
-Hij ging weer zitten en schreef een paar woorden op een stuk papier dat
-hij van een agenda scheurde. Toen drukte hij haar een stevigen zoen op
-de wang, betaalde haar en ging met kalmen tred de deur uit. Iedereen
-glimlachte, en vond dat heel aardig.
-
---De kwestie is maar, welken prijs men er voor vraagt, mompelde
-Clorinde, weer bij Rougon terugkomend.
-
-En hij zag daarin een nieuwe toespeling. Zij had "nooit" tot hem
-gezegd. En die kuische man, die zonder het hoofd te buigen den
-nekslag van zijn ongenade had ontvangen, leed nu bij het zien van den
-halsband, dien zij met zooveel onbeschaamdheid droeg. Zij boog zich
-meer voorover, bewoog uitdagend haar hals. De fijne parel klingelde
-in het gouden belletje; de ketting hing, nog warm van de hand zijns
-meesters; de diamanten schitterden op het fluweel, waar hij gemakkelijk
-het geheim las, dat iedereen kende. En nog nooit had de keizer hem
-met zoo'n gevoel van afgunst vervuld. Hij had Clorinde liever in de
-armen van den koetsier gezien, van wien men fluisterend sprak. Het
-prikkelde zijn oude begeerten haar buiten zijn bereik te weten, als
-de slavin van een man die met een enkel woord de hoofden deed buigen.
-
-De jonge vrouw ried waarschijnlijk wat hem kwelde. Zij voegde er
-een wreedheid aan toe, ze wees hem met een knipoogje op mevrouw de
-Combelot, die in een bloemenkiosk haar rozen verkocht. En zij mompelde
-met haar boosaardigen glimlach:
-
---Die arme mevrouw de Combelot, hè? Zij wacht nog altijd.
-
-Rougon dronk zijn glas suikerwater leeg. Hij stikte bijna. Zijn
-portemonnaie voor den dag halend, mompelde hij:
-
---Hoeveel?
-
---Vijf francs.
-
-Toen zij het geldstuk in haar taschje had laten glijden, hield zij
-weer haar hand op en zei schertsend:
-
---Geeft u niets voor de kellnerin?
-
-Hij zocht, en vond twee sous die hij in haar hand lei. Dat was zijn
-onbeschoftheid, de eenige wraak die zijn parvenu-ruwheid wist te
-bedenken. Zij kreeg een kleur, ondanks haar brutaliteit. Maar dadelijk
-hernam zij haar hooghartige houding. Zij ging groetend heen en liet
-van haar lippen vallen:
-
---Dank u, Excellentie.
-
-Rougon durfde nog niet opstaan. Hij voelde een slapheid in de beenen,
-die hem deed vreezen dat hij zou wankelen, en hij wou heengaan
-zooals hij gekomen was, flink, met een kalm gelaat. Hij zag er
-vooral tegen op langs zijn vroegere huisvrienden te moeten gaan,
-aan wier gerekte halzen, gespitste ooren en opengesperde oogen geen
-enkele bijzonderheid van het voorgevallene was ontgaan. Hij keek nog
-eenige oogenblikken rond, met geveinsde onverschilligheid. Hij dacht
-na. Een nieuw bedrijf van zijn politiek leven was dus afgespeeld. Hij
-viel, ondermijnd, afgeknaagd, verslonden door zijn bende. Zijn sterke
-schouders kraakten onder de verantwoordelijkheden, de dwaasheden en
-de laagheden, die hij voor zijn rekening had genomen, uit snoeverij
-op zijn kracht, een behoefte om een gevreesd en edelmoedig hoofd
-te zijn. Zijn reuzenspieren maakten zijn val nog geweldiger, de
-ineenstorting van zijn kliek nog grooter. De voorwaarden zelven van
-zijn macht, de noodzakelijkheid om achter zich begeerten te hebben die
-hij voldoen moest, zich staande te houden door het misbruik van zijn
-invloed, dat alles had noodzakelijkerwijs zijn val tot een kwestie
-van tijd gemaakt. En nu herinnerde hij zich die langzame werking van
-zijn bende, die scherpe tanden die iederen dag een beetje van zijn
-kracht opaten. Zij waren om hem heen; zij klommen op zijn knieën,
-daarop naar zijn borst, vervolgens naar zijn keel, tot stikkens toe;
-zij hadden hem alles ontnomen, zijn voeten om op te stijgen, zijn
-handen om te stelen, zijn tanden om te bijten, zij woonden in zijn
-ledematen, ontleenden er hun vreugd en hun gezondheid aan, deden
-er zich aan te goed, zonder aan den dag van morgen te denken. Maar
-nu zij hem uitgeput hadden, nu zij zijn beenderen hoorden kraken,
-maakten zij dat zij weg kwamen, als die ratten die door hun instinct
-gewaarschuwd worden voor de aanstaande ineenstorting van de huizen,
-waarvan zij de muren verbrokkeld hebben. De heele bende blaakte
-van gezondheid. Ze mestte zich weer aan een ander dik lichaam
-vet. Mijnheer Kahn had zijn spoorweg Niort-Angers aan den graaf de
-Marsy verkocht. De kolonel zou de volgende week een betrekking in
-de keizerlijke paleizen krijgen. Mijnheer Bouchard had de bepaalde
-toezegging gekregen dat zijn beschermeling, de belangwekkende
-Georges Duchesne, tot sous-chef benoemd zou worden, zoodra Delestang
-aan het ministerie van Binnenlandsche zaken was. Mevrouw Correur
-verheugde zich over een zware ziekte van mevrouw Martineau; zij
-verbeeldde zich reeds dat zij in haar huis te Coulonges woonde,
-van haar renten levende en weldoende in die streek. Mijnheer Béjuin
-had de zekerheid gekregen dat de keizer zijn kristalfabriek tegen
-den herfst zou bezoeken. Mijnheer d'Escorailles eindelijk had zich,
-na een heftig vertoog van den markies en de markiezin, aan Clorinde's
-voeten geworpen, en had een post als sous-prefect gekregen, enkel door
-de bewondering, waarmee hij had toegekeken toen zij glaasjes likeur
-ronddiende. En Rougon, tegenover die met weldaden overladen bende,
-voelde zich kleiner dan vroeger, voelde zich verpletterd onder hun
-drukkend gewicht; hij durfde zijn stoel niet verlaten, uit vrees dat
-hij ze zou zien glimlachen, wanneer hij mocht struikelen.
-
-Langzamerhand werd zijn hoofd echter vrijer, voelde hij zich flinker;
-hij stond op. Hij schoof het tafeltje terzijde om voorbij te gaan,
-toen Delestang en de Marsy gearmd de zaal binnenkwamen. Er liepen
-zonderlinge geruchten over dezen laatste. Wanneer men mocht gelooven
-wat er gefluisterd werd, dan had hij de vorige week een ontmoeting
-met Clorinde op het kasteel van Fontainebleau gehad, met het eenige
-doel om de samenkomsten van den keizer met de jonge vrouw gemakkelijk
-te maken. Hij had in opdracht de keizerin te amuseeren. Trouwens,
-dat scheen pikant, anders niets; zulke diensten worden meer onder
-mannen bewezen. Maar Rougon zag er een weerwraak van den graaf in,
-die de medeplichtigheid van Clorinde aanwendde om hem ten val te
-brengen, op die wijze tegen zijn opvolger aan het ministerie dezelfde
-wapenen gebruikende, waarmee hij eenige maanden vroeger te Compiègne
-verslagen was. Sedert zijn terugkeer uit Fontainebleau was mijnheer
-de Marsy de onafscheidelijke metgezel van Delestang.
-
-Mijnheer Kahn, mijnheer Béjuin, de kolonel, de heele bende wierp
-zich in de armen van den nieuwen minister. Diens benoeming zou
-eerst den volgenden dag in de Moniteur verschijnen, vlak achter het
-ontslag van Rougon; maar het besluit was geteekend, men was zeker van
-zijn zegepraal. Zij gaven hem met een lachend gezicht een stevigen
-handdruk, fluisterden hem iets toe, en toonden een geestdrift die
-zich ternauwernood door de tegenwoordigheid van al de bezoekers liet
-bedwingen. 't Was de langzame inbezitneming der trawanten, die de
-voeten en de handen kussen voordat zij zich van de vier ledematen
-meester maken. En hij behoorde hun reeds toe; een hield hem bij den
-rechterarm, een ander bij den linkerarm; een derde had een knoop
-van zijn jas gegrepen, terwijl een vierde zich achter zijn rug op de
-teenen verhief om hem iets toe te fluisteren. Hij hief zijn knappen
-kop omhoog, met een minzame waardigheid, een van die indrukwekkende,
-correcte, domme gezichten, die men op platen ziet afgebeeld, waarop de
-dames van de onder-prefecturen ruikers aanbieden aan een souverein op
-reis. Rougon, die met een bloedend hart naar die verheerlijking van
-de middelmatigheid keek, kon toch een glimlach niet bedwingen. Hij
-herinnerde zich zijn eigen voorspellingen.
-
---Ik heb altijd voorspeld dat Delestang het ver zou brengen, zei hij
-met een fijn lachje tot den graaf de Marsy, die met uitgestrekte hand
-op hem toe gekomen was.
-
-De graaf antwoordde met een spottend lachje. Sedert hij vriendschap met
-Delestang had aangeknoopt, nadat hij zijn vrouw diensten had bewezen,
-amuseerde hij zich kostelijk. Hij knoopte een gesprek met Rougon
-aan, steeds uiterst hoffelijk. Voortdurend met elkander in botsing,
-groetten die twee mannen elkander na afloop van ieder tweegevecht,
-als tegenstanders van gelijke kracht, die zich telkens voornemen het
-een volgenden keer te winnen. Rougon had Marsy gekwetst, Marsy had
-op zijn beurt Rougon gekwetst, dat zou zoo voortgaan totdat een van
-hen niet meer zou opstaan. Misschien verlangden zij eigenlijk niet
-eens naar elkanders volkomen nederlaag, amuseerde hen die strijd,
-was die onafgebroken ijverzucht een onmisbaar deel van hun bestaan;
-bovendien, voelden zij zich de twee tegenwichten die noodig waren om
-het keizerrijk in evenwicht te houden, de ruige vuist die neervelt,
-de fijne geganteerde hand die verworgt.
-
-Intusschen was Delestang in de grootste verlegenheid. Hij had Rougon
-opgemerkt en hij wist niet of hij hem de hand zou reiken. Hij keek
-besluiteloos naar Clorinde, die druk bezig was met een onverschillig
-uiterlijk sandwiches, tulbanden en koekjes naar alle kanten van de
-koffiekamer te brengen. Een enkele blik dien hij opving, nam zijn
-besluiteloosheid weg; hij kwam naderbij, nog ietwat, verlegen, zijn
-verontschuldiging stamelend.
-
---Beste vriend, ge neemt het me toch niet kwalijk?.... Ik heb het
-geweigerd, maar ik ben er toe genoodzaakt.... Er zijn dingen, waaraan
-men zich niet kan onttrekken, nietwaar?
-
-Rougon viel hem in de rede; de keizer had in zijn hooge wijsheid
-gehandeld, het land zou in uitmuntende handen zijn. Toen vatte
-Delestang weer moed.
-
---O, ik heb u verdedigd, we hebben u alle verdedigd. Maar kijk,
-onder ons gezegd, ge waart wel wat ver gegaan.... die zaak met de
-Charbonnels, ge weet wel, die arme zusters....
-
-Mijnheer de Marsy onderdrukte een glimlach. Rougon antwoordde op zijn
-jovialen toon van vroeger:
-
---Ja, ja, de huiszoeking bij de geestelijke zusters. Mijn hemel,
-onder al de dwaasheden die mijn vrienden mij hebben laten begaan,
-is dat misschien de eenige verstandige en rechtvaardige zaak in de
-vijf maanden van mijn gezag.
-
-En hij ging heen, toen hij Du Poizat zag binnentreden en zich van
-Delestang meester maken. De prefect hield zich alsof hij hem niet
-bemerkte. Sedert drie dagen lag hij te Parijs in hinderlaag. Hij
-had zeker een overplaatsing als prefect gekregen, want hij putte
-zich uit in dankbetuigingen. Toen de nieuwe minister zich omkeerde,
-kreeg hij den bode Merle, die door mevrouw Correur voortgeduwd werd,
-bijna tegen het lijf; de bode sloeg de oogen neer als een verlegen
-meisje, terwijl mevrouw Correur hem warm aanbeval.
-
---Men houdt niet van hem aan het ministerie, mompelde zij, omdat hij
-door zijn stilzwijgen tegen de misbruiken protesteerde. Hij heeft
-rare dingen onder mijnheer Rougon bijgewoond!
-
---Ja, vreemde dingen, zei Merle. Daar zou ik een boekje van open kunnen
-doen!.... Mijnheer Rougon zal niet betreurd worden. Ik heb allerminst
-reden om gesteld op hem te zijn. Hij had me bijna weggejaagd.
-
-In de groote zaal, die Rougon met langzame schreden doorwandelde,
-was men bijna uitverkocht. Om de keizerin genoegen te doen, hadden
-de bezoekers de kraampjes letterlijk geplunderd. De verkoopsters
-waren in de wolken; ze opperden het plan om 's avonds met een
-nieuwen voorraad de bazaar te heropenen. En zij telden haar geld
-op de tafeltjes uit. Groote bedragen werden met een zegevierend
-gelach aangekondigd: de eene had drieduizend francs gebeurd, een
-andere vierduizend vijfhonderd, een derde zevenduizend, een vierde
-tienduizend. Deze laatste straalde van verrukking. Ze was een vrouw
-van tienduizend francs.
-
-Maar mevrouw de Combelot was wanhopig. Zij had haar laatste roos
-verkocht, en de koopers bestormden nog steeds haar kiosk. Zij ging
-de zaal in om mevrouw Bouchard te vragen of zij niets te koop had,
-het kwam er niet op aan wat. Maar het draaibord was ook leeg; een dame
-nam juist den laatsten prijs mee, een poppen-waschkom. Eindelijk, na
-lang zoeken, vonden zij een pakje tandenstokers op den grond. Mevrouw
-de Combelot nam het in zegepraal mee naar haar kiosk, gevolgd door
-mevrouw Bouchard.
-
---Heeren! Heeren! riep eerstgenoemde vrijmoedig, met haar bloote
-armen de mannen om zich heen lokkend. Dat is alles wat wij overhebben,
-een pakje tandenstokers. Er zijn er vijf-en-twintig.... Ik breng ze
-in veiling.
-
-De mannen verdrongen zich lachend om haar heen. De inval van mevrouw
-Combelot vond een uitbundigen bijval.
-
---Een tandenstoker! riep zij. Er is een kooper voor vijf
-francs!.... Komaan, heeren, vijf francs!
-
---Tien francs! zei een stem.
-
---Twaalf francs!
-
---Vijftien francs!
-
-Maar mijnheer d'Escorailles bood op eens vijf en twintig francs en
-mevrouw Bouchard haastte zich om met haar lieve stem te roepen:
-
---Toegewezen voor vijf en twintig francs!
-
-De andere tandenstokers gingen nog veel hooger. Mijnheer La Rouquette
-betaalde voor den zijnen drie en veertig francs; ridder Rusconi,
-die juist aankwam, bood zelfs twee en zeventig francs; de laatste
-tandenstoker eindelijk, die door mevrouw de Combelot als gespleten
-werd aangekondigd, daar zij haar menschen niet wou bedriegen, zei
-ze, werd toegewezen voor de somma van honderd zeventien francs aan
-een ouden heer, die vuur vatte door de opwinding der jonge vrouw,
-wier keurslijf bij iedere hartstochtelijke beweging half openging.
-
---Hij is gespleten, heeren, maar hij kan nog dienst doen.... We
-zeggen honderd acht!.... honderd tien, daar!.... honderd elf! honderd
-twaalf! honderd dertien! honderd veertien!.... Komaan, honderd
-veertien! Hij is meer waard.... Honderd zeventien! honderd
-zeventien! Niemand meer? Toegewezen voor honderd zeventien francs.
-
-En door die cijfers achtervolgd, verliet Rougon de zaal. Op het terras
-aan den waterkant vertraagde hij zijn tred. Een onweer kwam op aan den
-horizon. Het vuilgroene Seinewater stroomde zwaar tusschen de bleeke
-kaden, waarop de stofwolken omhoog dwarrelden. In den tuin lieten de
-boomen, waartusschen nu en dan een heete luchtstroom streek, hun takken
-machteloos hangen. Rougon zocht de groote kastanjeboomen op; het was
-er bijna geheel donker en vochtig warm als onder een keldergewelf. Hij
-kwam uit in de groote laan, toen hij de Charbonnels op een bankje zag
-zitten, keurig gekleed, alsof zij een gedaanteverwisseling ondergaan
-hadden; de man in lichte pantalon en getailleerde overjas, de vrouw
-met een hoed met roode bloemen gegarneerd en een licht manteltje op
-een lilazijden japon. Naast hen, schrijlings op een hoekje van de
-bank, zat een haveloos individu, met een oud jachtvest aan, druk te
-gesticuleeren, terwijl hij hoe langer hoe nader bij hen schoof. Het
-was Gilquin. Hij sloeg telkens tegen zijn linnen pet, die dreigde af
-te waaien.
-
---Een hoop schurken! riep hij. Heeft Théodore iemand ooit een stuiver
-te kort willen doen? Ze hebben een sprookje verzonnen over militaire
-plaatsvervangers om me onmogelijk te maken. Toen heb ik er den brui
-van gegeven, en ik ben weggegaan. Laten ze naar den bliksem loopen,
-niet waar?.... Ze zijn bang voor me, ze kennen mijn politieke opinies
-wel. Ik heb nooit bij de kliek van Bonaparte behoord....
-
-Hij boog zich naar hen over en met smachtende blikken vervolgde
-hij zachter:
-
---Ik betreur daar maar één persoontje. O, een allerliefst vrouwtje,
-een dame uit de deftigste kringen. Ja, ja, en zoo aangenaam in den
-omgang.... Ze was blond. Ik heb nog een haarlok van haar gekregen.
-
-Daarop hernam hij met donderende stem, heel dicht bij mevrouw
-Charbonnel en haar op den buik kloppende:
-
---Wel, mama, wanneer mag ik met u mee naar Plassans, om de ingemaakte
-vruchten, de appelen, kersen en confituren op te eten?.... 't Zit er
-nu beter aan, hè?
-
-Maar de Charbonnels schenen Gilquin's vertrouwelijkheid zeer
-onaangenaam te vinden. De vrouw antwoordde stijfjes, terwijl zij haar
-lilazijden japon naar zich toe trok:
-
---We blijven een poosje in Parijs.... We zijn van plan elk jaar een
-maand of zes hier te vertoeven.
-
---O, Parijs! zei haar man met een diepe bewondering, Parijs is eenig!
-
-En daar de windvlagen heviger werden en een troepje kindermeiden den
-tuin inliep, hernam hij, zich tot zijn vrouw wendend:
-
---Vrouwlief, wanneer we niet nat willen worden, moesten we nu naar
-huis gaan. Gelukkig zijn we maar een stapje van ons hôtel af.
-
-Zij waren afgestapt in het hôtel du Palais-Royal, rue de
-Rivoli. Gilquin keek ze met een verachtelijk schouderophalen na.
-
---Ook al vrienden, die je in den steek laten, mompelde hij, ze zijn
-allemaal eender.
-
-Plotseling bemerkte hij Rougon. Hij wiegelde heen en weer, terwijl
-hij zijn nadering afwachtte, en sloeg zijn pet vaster op zijn hoofd.
-
---Ik ben niet bij je geweest, zei hij. Je hebt het zeker niet kwalijk
-genomen, hè?.... Die windwijzer van een Du Poizat heeft zeker rapport
-over me gemaakt. Niets dan leugens, mijn waarde, daar zou ik je het
-bewijs van kunnen leveren.... Enfin, ik ben niet boos op je. En tot
-bewijs geef ik je hier mijn adres: rue du Bon-Puits 25, te la Chapelle,
-vijf minuten buiten de barrière. En mocht je me noodig hebben, dan
-sta ik altijd voor je klaar.
-
-Hij ging met slependen tred heen. Aan het einde der laan keerde hij
-zich nog eens om, stak zijn vuist dreigend naar de Tuileriën uit
-en riep:
-
---Leve de republiek!
-
-Rougon verliet den tuin en ging de Champs-Elysées op. Het verlangen
-was plotseling in hem ontwaakt, zijn hôtel in de rue Marbeuf terug
-te zien. Den volgenden dag, zoo nam hij zich voor, zou hij van het
-ministerie daarheen verhuizen. En met een gevoel van vermoeidheid in
-het hoofd, peinsde hij over de dingen, die hij eenmaal doen zou om
-zijn kracht te toonen. Nu en dan hief hij het hoofd op en keek naar
-de lucht. Het onweer scheen niet los te willen barsten. Rosachtige
-wolken vertoonden zich aan den gezichtseinder. In de avenue des
-Champs-Elysées, die als uitgestorven was, rommelde de donder, met een
-geraas alsof een regiment artillerie er doorheen draafde; de toppen
-der boomen trilden er van. De eerste regendruppels begonnen te vallen,
-toen hij den hoek van de rue Marbeuf omsloeg.
-
-Een coupé stond voor de deur van zijn woning. Rougon trof er zijn
-vrouw aan, die de kamers opnam, de maat van de ramen nam en bevelen
-aan een behanger gaf. Hij keek verbaasd op, maar zij legde hem uit
-dat zij haar broer gesproken had, die al bekend scheen te zijn met
-Rougon's val; hij had haar meteen gezegd, dat hij nu wel binnenkort
-minister van Justitie zou worden, kortom, hij had alweer getracht
-oneenigheid tusschen de twee echtelieden te stichten. Mevrouw Rougon
-had dadelijk laten inspannen om haar nieuwe woning weer op orde te
-brengen. Ze had als altijd een stemmig, devoot gelaat, en met haar
-onverstoorbare kalmte liep zij onhoorbaar zacht door de kamers, nam
-zij weer bezit van dat huis dat zij rustig en stil als een klooster
-gemaakt had. Haar eenige zorg was als een trouw rentmeester het
-fortuin te beheeren, dat haar was toevertrouwd.
-
-Intusschen barstte het onweer met ongehoorde hevigheid los. De donder
-rommelde, het water viel bij stroomen neer. Rougon, die terug wou
-wandelen, moest drie kwartier wachten. De Champs-Elysées waren één
-modderpoel; een gele, vloeibare modder vormde van den Triomfboog tot
-de place de la Concorde als het ware de bedding van een plotseling
-leeggeloopen stroom. De avenue bleef verlaten; een enkele voetganger
-waagde zich op het plaveisel en trad voorzichtig op de uitstekende
-punten der steenen; van de druipnatte boomen drupte het water in de
-kalme, opgefrischte lucht. Aan den hemel had de donderbui een staart
-van koperkleurige lappen achtergelaten, een vuile lage wolkenmassa,
-waaruit een schemerachtig licht neerdaalde.
-
-Rougon hervatte zijn mijmeringen over de toekomst. Enkele druppels,
-die nog neervielen, maakten zijn handen vochtig. Hij voelde weer die
-afmatting door al zijn leden, alsof hij zich gestooten had tegen
-een hinderpaal die den weg versperde. Eensklaps hoorde hij achter
-zich een luid getrappel, een regelmatigen draf, die den grond deed
-dreunen. Hij keerde zich om.
-
-Het was een stoet die op den modderigen straatweg, onder het
-droefgeestige licht van den koperkleurigen hemel, uit het Bosch
-terugkwam. Huzaren openden en sloten den stoet. In het midden rolde
-een met vier paarden bespannen gesloten landauer; aan beide portieren
-reden stalmeesters, die op hun met goud geborduurd groot tenue, van
-hun kaplaarzen tot aan hun platten hoed, bedaard de modderspatten
-van de wielen opvingen, zoodat hun uniform ten slotte met een laag
-vloeibare slijk bedekt was. En in de gesloten landauer vertoonden zich
-de tien uitgespreide vingers en de platgedrukte neus van een kind,
-den kroonprins, voor het portierraampje.
-
---Kijk, die kikvorsch! zei een straatwerker lachend, terwijl hij zijn
-kruiwagen voortduwde.
-
-Rougon bleef staan, in gedachten verdiept, en oogde den stoet na,
-die door de plassen reed, zoodat zelfs de onderste bladeren der boomen
-met slijk bespat werden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-
-Drie jaar later, in de maand Maart, ging het stormachtig toe in een
-zitting van het Wetgevend lichaam. Men voerde er de eerste discussies
-over het adres. Mijnheer La Rouquette en een oude afgevaardigde,
-mijnheer de Lamberthon, de echtgenoot van een allerliefste vrouw, zaten
-bedaard tegenover elkander in de koffiekamer een grogje te drinken.
-
---Zouden we niet naar de zaal teruggaan? vroeg mijnheer de Lamberthon,
-ik geloof dat het daar spant.
-
-Nu en dan hoorde men een verwijderd geluid, een storm van stemmen, als
-door een windvlaag overgebracht; daarop werd alles weer doodstil. Maar
-mijnheer La Rouquette bleef zorgeloos voortrooken en antwoordde:
-
---Och neen, ik rook liever mijn sigaar op.... We zullen wel
-gewaarschuwd worden, wanneer men ons noodig heeft. Ik heb gezegd dat
-ze ons moesten waarschuwen.
-
-Zij zaten alleen in de koffiekamer, een koket zaaltje achter in het
-tuintje op den hoek van de kade en de rue de Bourgogne. Licht groen
-geschilderd en met een bamboe traliewerk bedekt, met groote ramen
-die uitzicht gaven op de dichte boomgroepen van den tuin, geleek
-het zaaltje met zijn paneelen van spiegelglas, zijn tafeltjes, zijn
-roodmarmeren toonbank en zijn zitbanken van gecapitonneerde groene
-rips, op een serre die in een gala-koffiekamer herschapen was. Door een
-geopend venster stroomde de zoele lentelucht naar binnen, verfrischt
-door de windjes die over de Seine streken.
-
---De oorlog met Italië heeft hem het toppunt van zijn roem doen
-bereiken, hernam mijnheer La Rouquette, zijn afgebroken gesprek
-voortzettende. En nu toont hij de geheele kracht van zijn genie door
-aan het land zijn vrijheid terug te geven....
-
-Hij sprak van den keizer. Hij was al een poosje bezig om met de
-grootste ingenomenheid over de besluiten van November te spreken,
-namelijk de meer directe deelneming der groote staatslichamen aan
-de politiek van den souverein, de benoeming van ministers zonder
-portefeuille, belast met de vertegenwoordiging van de regeering in
-Kamers. Het was de terugkeer tot het constitutionneele stelsel, in
-al wat daarin heilzaam en billijk was. Een nieuw tijdvak begon, het
-liberale keizerrijk. En opgetogen schudde hij de asch van zijn sigaar.
-
-Mijnheer de Lamberthon schudde het hoofd.
-
---Hij is er wel wat vlug mee geweest, mompelde hij. Men had nog kunnen
-wachten, er was geen haast hij.
-
---Ja, zeker wel, er moest iets gedaan worden, zei de jonge
-afgevaardigde met overtuiging. Dat was juist het geniale....
-
-Hij liet de stem dalen en trad in een verklaring van den politieken
-toestand.
-
-De mandementen der bisschoppen betreffende het wereldlijk gezag,
-dat door Turijn bedreigd werd, verontrustten den keizer zeer. En
-daarbij kwam, dat er een oppositiegeest in het land ontwaakte. Het
-oogenblik was aangebroken om de verzoening der partijen te beproeven,
-de politieke ontevredenen tot zich te trekken door hun eenige
-concessies te doen. Nu vond hij dat het autoritair keizerrijk te
-veel gebreken aankleefden, en herschiep hij het liberale keizerrijk
-in een apotheose, waardoor geheel Europa zou verlicht worden.
-
-Intusschen had mijnheer de Lamberthon onrustig omgekeken. Eindelijk
-vroeg hij:
-
---Rougon moet antwoorden, niet waar?
-
---Ja, ik geloof het wel, antwoordde mijnheer La Rouquette, met een
-geheimzinnig gezicht.
-
---Hij had zich erg gecompromitteerd, mompelde de oude afgevaardigde. De
-keizer heeft een zonderlinge keus gedaan, toen hij hem tot minister
-zonder portefeuille benoemde en hem de taak opdroeg zijn nieuwe
-politiek te verdedigen.
-
-Mijnheer La Rouquette gaf niet dadelijk zijn oordeel te kennen. Hij
-streek langzaam over zijn blonden knevel en zei eindelijk:
-
---De keizer kent Rougon.
-
-Daarop riep hij op een geheel anderen toon:
-
---Zeg, die grogjes waren niet veel bijzonders. Ik heb een verduivelden
-dorst, ik zal een glas limonade nemen.
-
-Hij bestelde een glas limonade. Mijnheer de Lamberthon weifelde,
-en nam ten slotte een glas madera. En zij spraken over mevrouw de
-Lamberthon; de man verweet zijn jongen collega dat hij zoo zelden
-kwam. Deze leunde achterover op de gecapitonneerde bank en wierp van
-tijd tot tijd een zijdelingschen blik in de spiegels; hij genoot van
-het zachtgroen der muren, van dat kokette zaaltje, à la Pompadour,
-dat er uitzag alsof het op een kruispunt in een vorstelijk bosch
-thuis behoorde, als een plaats van bijeenkomst voor verliefden.
-
-Daar kwam een bode hijgend aanloopen.
-
---Mijnheer La Rouquette, men heeft gevraagd of u dadelijk wil komen.
-
-En daar de jonge afgevaardigde er niet veel lust in toonde, fluisterde
-de bode hem in dat hij door mijnheer de Marsy, den president der Kamer,
-gezonden was. En luider voegde hij er bij:
-
---Niemand kan gemist worden, komt u maar gauw.
-
-Mijnheer de Lamberthon was al op weg naar de vergaderzaal. Mijnheer La
-Rouquette volgde hem reeds, toen hij zich onderweg bedacht. Hij kwam op
-den inval de afgevaardigden, die hier en daar rondliepen, naar de zaal
-mee te troonen. Hij ging allereerst naar de "salle des Conférences",
-een mooie zaal, door een lantaarn in het plafond verlicht, waarin een
-reusachtig groote, groen marmeren schoorsteen, versierd met twee wit
-marmeren, liggende vrouwenbeelden. Ondanks het zachte weer brandde
-er een houtvuur. Om de kolossale tafel zaten drie afgevaardigden met
-open oogen te dutten; zij keken naar de schilderijen aan de muren en
-de fameuse pendule, die maar eens in het jaar opgewonden werd; een
-vierde stond zich te warmen voor den schoorsteen en keek aangedaan
-naar een pleisterbeeldje van Henri IV, dat aan het andere einde der
-zaal voor een tropee van vaandels stond, die te Marengo, Austerlitz en
-Jena veroverd waren. Toen hun collega ze een voor een toeriep "gauw,
-naar de zitting!" schrikten de heeren op en verdwenen achtereenvolgens.
-
-Intusschen ging mijnheer La Rouquette, eenmaal op dreef, naar de
-bibliotheek, maar keek eerst even in de toiletkamer. Daar stond mynheer
-de Combelot, hij had zijn handen in een groote waschkom gestoken en
-wreef ze langzaam, glimlachend over haar blankheid. Hij maakte zich
-niet druk, hij zou wel dadelijk naar zijn plaats terugkeeren. En hij
-nam er nog den tijd af zijn handen langzaam met een warmen handdoek
-af te vegen, dien hij vervolgens op de badstoof met koperen deuren
-te drogen hing. Hij ging zelfs op zijn gemak voor een hoogen spiegel
-staan om zijn mooien zwarten baard met een zakkammetje uit te kammen.
-
-De bibliotheek was leeg. De boeken rustten in de eikenhouten vakken;
-de twee groote tafels, met groen laken bedekt, waren geheel ledig;
-de stoelen stonden ordelijk in een rij en op de lezenaars, die aan
-de armen bevestigd waren, lag een dikke laag stof. En in die rustige
-ruimte, waar een duffe papierlucht heersehte, zei mijnheer La Rouquette
-hardop, terwijl hij de deur dichtsloeg:
-
---Daar is nooit iemand in!
-
-Toen ging hij de gangen en zalen door. Eerst door de "salle de
-distribution" met Pyreneesch marmer bevloerd, waar zijn stap
-weerklonk als onder een kerkgewelf. Hij had van een bode gehoord
-dat een afgevaardigde dien hij kende, mijnheer La Villardière, het
-gebouw aan een heer en een dame liet bezichtigen, en nu trachtte
-hij ook hem op te sporen. Hij ging naar de zaal van generaal Foy,
-die indrukwekkende vestibule, waarin de vier standbeelden, Mirabeau,
-generaal Foy, Bailly en Casimir Périer de eerbiedige bewondering der
-buitenlui opwekken. Daarnaast, in de troonzaal, bemerkte hij eindelijk
-mijnheer de La Villardière tusschen een dikke dame en een dikken heer,
-een notaris uit Dijon.
-
---Er is naar u gevraagd, zei mijnheer La Rouquette. Vlug op uw post,
-hoor!
-
---Ja, dadelijk, antwoordde de afgevaardigde.
-
-Maar hij kon niet wegkomen. De dikke heer had uit eerbied voor de
-weelde die hem hier tegenblonk, den hoed afgenomen, en hij vroeg
-"zijn waarden afgevaardigde" allerlei inlichtingen betreffende
-de schilderstukken van Delacroix. Zijn vrouw keek intusschen vol
-aandacht naar den troon, een fauteuil die zich van de andere alleen
-onderscheidde door een gering verschil in hoogte. Zij bleef op een
-afstand staan, vol dwepende vereering. Eindelijk verstoutte zij zich
-naderbij te treden; ze lichtte heimelijk de hoes op, betastte het
-vergulde hout en het rood fluweel.
-
-Intusschen was mijnheer La Rouquette in den rechtervleugel van het
-gebouw door eindelooze gangen en kamers gegaan. Hij kwam terug door
-de zaal met de vier zuilen, waar jonge afgevaardigden tegenover de
-standbeelden van Brutus, Solon en Lycurgus van redenaarsroem droomen;
-hij ging de zaal "des Pas perdus" dwars door, liep vlug langs de
-halfcirkelvormige galerij, een laag gewelf dat dag en nacht door
-gas verlicht werd, en buiten adem, met het troepje afgevaardigden
-dat hij onderweg had opgepikt, achter zich aan, deed hij een breede
-mahoniehouten deur open. Mijnheer de Combelot volgde hem, met zijn
-blanke handen en zijn goed verzorgden baard. Mijnheer La Villardière,
-die zich van zijn gasten had weten te bevrijden, kwam daarna. Allen
-stormden de zaal in, waar de afgevaardigden met woedende gebaren een
-redenaar stonden te dreigen, terwijl het van alle kanten klonk:
-
---Tot de orde! Tot de orde!
-
---Tot de orde! Tot de orde! riepen mijnheer La Rouquette en zijn
-vrienden nog luider, ofschoon zij niet wisten wat er gaande was.
-
-Het was een vreeselijk geweld. Men trapte als razenden met de voeten,
-een donderend geraas werd verkregen door het klepperen met de plankjes
-der lessenaars. Schrille, krijschende stemmen klonken als de tonen
-eener dwarsfluit tusschen het basgeluid van andere stemmen, dat als
-het accompagnement van een orgel daarbij klonk. Nu en dan scheen
-er een gaping in het tumult te komen, en dan hoorde men boven het
-wegstervende geraas woorden als:
-
---'t Is schandelijk! 't Is onverdragelijk!
-
---Hij moet dat woord terugtrekken!
-
---Ja, ja, trek dat woord terug!
-
-Maar de kreet, die zonder tusschenpoos terugkeerde, als op de maat
-van het voetgetrappel, dat was het geroep: "Tot de orde! tot de
-orde! tot de orde!", dat zich eindelijk met een heesch geluid aan de
-droge kelen ontwrong.
-
-Op de tribune stond de redenaar met de armen op de borst gekruist. Hij
-keek onvervaard naar de woedende Kamer, die brullende kelen, die
-dreigende vuisten. Tweemaal achtereen had hij den mond geopend om
-zijn rede te hervatten, maar telkens brak de storm met verdubbelde
-woede los. De zaal daverde.
-
-Mijnheer de Marsy, voor zijn presidentszetel staande, hield den knop
-van de schel in de hand en schelde aanhoudend, als een alarmgeklep te
-midden van een orkaan. Zijn hooge gestalte drukte een volmaakte kalmte
-uit. Hij liet de schel een oogenblik los, schoof zijn manchetten een
-beetje terug, en begon toen weer zijn carillon. Om zijn dunne lippen
-speelde zijn gewone sceptische glimlach. Toen men uitgeput raakte,
-riep hij:
-
---Heeren, met uw verlof....
-
-Eindelijk verkreeg hij een betrekkelijke stilte.
-
---Ik verzoek den geachten spreker, zei hij, om een nadere verklaring
-van het woord dat hij zooeven uitsprak.
-
-De redenaar boog zich over den rand van de tribune en herhaalde
-zijn volzin.
-
---Ik heb gezegd dat de 2e December een misdaad was....
-
-Hij kon niet verder spreken. De storm brak weer los. Een afgevaardigde
-met een vuurrood gezicht maakte hem uit voor moordenaar; een ander
-wierp hem zoo'n gemeen scheldwoord naar het hoofd, dat de stenografen
-glimlachten, doch zich wel wachtten het woord op te schrijven. Allerlei
-uitroepen kruisten zich, verdoofden elkander. Toch onderscheidde men
-duidelijk de hooge stem van mijnheer La Rouquette, die herhaalde:
-
---Hij beleedigt den keizer, hij beleedigt Frankrijk!
-
-Mijnheer de Marsy maakte een waardig gebaar. Hij nam weer plaats,
-terwijl hij zeide:
-
---Ik roep den geachten spreker tot de orde.
-
-Een langdurige opgewondenheid volgde op deze woorden. Het was niet
-meer het half ingedommelde Wetgevend lichaam van vijf jaar geleden,
-dat een krediet van vierhonderd duizend francs voor de doopplechtigheid
-van den kroonprins had toegestaan. Op een bank ter linkerzijde juichten
-vier afgevaardigden de woorden van den redenaar toe. Zij waren nu met
-hun vijven om het keizerrijk aan te vallen. Zij brachten het door hun
-volhardende pogingen aan het wankelen, zij wilden het niet erkennen,
-weigerden het hun stem, met een stijfhoofdig protest, dat zijn
-uitwerking in het geheele land zou doen gevoelen. Die afgevaardigden
-stonden als een nietig groepje tusschen een verpletterende meerderheid;
-en zij beantwoordden de bedreigingen, de uitgestoken vuisten, de
-luidruchtige pressie van de Kamer, zonder zich te laten ontmoedigen,
-onbewegelijk en volijverig in hun revanche.
-
-De zaal zelve scheen veranderd, trillend, galmend van
-opgewondenheid. Men had de tribune weer aan den voet van het bureau
-hersteld. Het koude marmer werd warm door den vurigen gloed der
-sprekers. Op de trappen, langs de roodfluweelen zitbanken, scheen het
-licht dat loodrecht uit het dakraam neerviel, alles in lichte laaie
-te zetten, in de groote, stormachtige vergaderingen. Het monumentale
-bureau, met zijn indrukwekkende paneelen, werd verlevendigd door de
-ironische onbeschaamdheden van mijnheer de Marsy, wiens nauwsluitende
-jas en smal, uitgeput lichaam slechts een dunne streep wierp op de
-antieke beelden van het bas-relief achter zijn rug. De allegorische
-beelden, de "Publieke orde" en de "Vrijheid", ieder tusschen een
-paar zuilen, behielden alleen hun ziellooze uitdrukking van steenen
-godheden. Maar wat vooral bezieling gaf, dat was het talrijke publiek,
-dat over den rand der tribunes heengebogen, in hartstochtelijke
-spanning de debatten volgde. De tweede rij tribunes was weer op haar
-vroegere plaats hersteld. De verslaggevers der dagbladen hadden een
-afzonderlijke tribune. Heel in de hoogte, aan den rand van de rijk
-vergulde kroonlijst, staken hoofden naar voren, verdrong zich een
-dichte menigte, die de afgevaardigden somtijds ongerust deed opkijken,
-alsof zij meenden dat er plotseling een oproer was uitgebarsten.
-
-De spreker wachtte intusschen het oogenblik af, dat hij aan het woord
-kon komen. Te midden van het wegstervend gerommel, begon hij:
-
---Mijne heeren, ik hervat....
-
-Maar hij hield even op, om zijn stem boven het geraas uit te doen
-klinken:
-
---Indien de Kamer weigert naar mij te luisteren, protesteer ik en
-verlaat ik de tribune.
-
---Spreek, spreek! klonk het van verscheidene banken.
-
-En een heesche stem riep:
-
---Spreek, men zal u weten te antwoorden.
-
-Plotseling heerschte er stilte. In de banken en op de tribunes rekte
-men den hals uit om Rougon te zien, die daar gesproken had. Hij zat
-in de eerste bank, met de ellebogen op het marmeren blad geleund. Nu
-en dan zag men zijn dikken gebogen rug bewegen; dan haalde hij
-even de schouders op. Zijn gezicht hield hij achter zijn breede
-handen verborgen. Hij luisterde. Men was er nieuwsgierig naar hoe
-hij debuteeren zou; want sedert zijn benoeming tot minister zonder
-portefeuille had hij het woord nog niet gevoerd. Hij was zich zeker
-bewust dat aller blikken op hem gevestigd waren. Hij keerde het hoofd
-om en keek de zaal rond. Tegenover hem, op de ministerstribune, leunde
-Clorinde in een paars kostuum, tegen de roodfluweelen balustrade;
-zij keek hem met haar kalme vrijmoedigheid vlak in het gelaat. Zoo
-keken zij elkander twee seconden aan, zonder te glimlachen, als
-vreemden. Daarop hernam Rougon zijn vroegere houding; hij luisterde
-weer met de handen voor het gelaat.
-
---Mijne heeren, ik herhaal nog eens, zei de redenaar. Het besluit van
-24 November verleent zuiver denkbeeldige vrijheden. We zijn nog ver
-van de beginselen van 89, die met zooveel vertoon aan het hoofd van
-de keizerlijke constitutie geschreven staan. Indien het gouvernement
-gewapend blijft met uitzonderingswetten, indien het voortgaat zijn
-candidaten aan het land op te dringen, wanneer het de drukpers niet
-vrij laat, kortom, wanneer Frankrijk aan zijn genade of ongenade
-blijft overgeleverd, zijn al de schijnbare concessies die het doet,
-leugenachtig en bedriegelijk....
-
-De president viel hem in de rede.
-
---Ik mag den geachten spreker niet toestaan dergelijke termen te
-gebruiken.
-
---Zeer goed, zeer goed! riep men rechts.
-
-De redenaar verzachtte zijn uitdrukking eenigszins. Hij spande zich nu
-in om heel gematigd te zijn, hij sprak mooie afgeronde zinnen, in een
-gekuischten stijl. Maar mijnheer de Marsy bestreed hardnekkig alles
-wat hij zeide. Toen namen zijn gedachten op eens zoo'n hooge vlucht,
-gebruikte hij zulke vage bewoordingen, dat de president hem moest
-laten begaan. Toen kwam hij plotseling op zijn uitgangspunt terug.
-
---Ik herhaal nogmaals, mijn vrienden en ik zullen niet stemmen voor
-de eerste paragraaf van het adres in antwoord op de troonrede....
-
---Dan zal men het zonder u moeten doen, zei een stem.
-
-Groote hilariteit onder de afgevaardigden.
-
---Wij zullen niet stemmen voor de eerste paragraaf van het adres,
-hernam de redenaar rustig, wanneer ons amendement niet wordt
-aangenomen. Wij kunnen ons niet aansluiten bij die overdreven
-dankbetuigingen, wanneer de denkbeelden van het Hoofd van den Staat
-ons vol restricties toeschijnen. De vrijheid is ondeelbaar; wij kunnen
-haar niet in stukken snijden en als een aalmoes bij porties uitdeelen.
-
-Hier verhieven zich van alle kanten uitroepen.
-
---Uw vrijheid is losbandigheid!
-
---Spreek niet van aalmoezen, gij bedelt om de volksgunst!
-
---En gij, gij snijdt de hoofden af!
-
---Ons amendement, ging hij voort alsof hij niets gehoord had, eischt
-afschaffing van de wet op de algemeene veiligheid, vrijheid van
-drukpers, eerlijkheid van de verkiezingen....
-
-Het gelach begon weer. Een afgevaardigde had luid genoeg om door
-zijn buren gehoord te worden, gezegd: "Daar krijg je niets van,
-mannetje!" Een ander voegde grappige woorden bij iederen zin dien de
-redenaar sprak. Maar het meerendeel amuseerde zich door tegen den
-onderkant van hun lessenaars de maat te slaan met hun vouwbeenen,
-hetgeen een soort van tromgeroffel teweeg bracht, dat de spreker
-onmogelijk met zijn stem kon beheerschen. Toch streed hij onverzwakt
-voort. Hij had zich hoog opgericht en met een vervaarlijke stem riep
-hij boven het tumult uit:
-
---Ja, wij zijn revolutionnair, indien gij daaronder verstaat mannen
-van den vooruitgang, vastbesloten om de vrijheid te verkrijgen! Weiger
-het volk de vrijheid, en de dag zal komen waarop het volk de vrijheid
-met geweld herneemt.
-
-En hij ging de tribune af, onder een oorverdoovend geschreeuw. De
-afgevaardigden lachten niet meer als een troep losgelaten schoolknapen;
-zij waren opgestaan, wendden zich naar de linkerzijde en stieten
-nogmaals hun kreet uit: "Tot de orde, tot de orde!" De spreker had zich
-naar zijn bank begeven en bleef daar in den kring van zijn vrienden
-staan. Er ontstond een dringen en duwen. De meerderheid scheen zich
-op die vijf mannen te willen werpen, wier bleeke gezichten hen
-uitdaagden. Maar mijnheer de Marsy werd boos en schelde driftig,
-met het oog op de tribunes waar de dames angstig achteruit weken.
-
---Mijne heeren, zei hij, 't is een schandaal....
-
-En toen het stil was geworden, ging hij op luiden, bijtenden toon
-voort:
-
---Ik wil niet genoodzaakt worden voor de tweede maal tot de orde
-te roepen. Ik wil alleen zeggen dat het werkelijk schandelijk is,
-op deze tribune bedreigingen te uiten, die haar tot oneer strekken.
-
-Een drievoudig salvo van toejuichingen begroette de woorden van den
-president. Er werd bravo geroepen en de vouwbeenen sloegen weer hun
-roffels, ditmaal ten teeken van instemming. De spreker van de linkerzij
-wou antwoorden, maar zijn vrienden weerhielden hem. Het tumult bedaarde
-allengs, loste zich op in het gegons der afzonderlijke gesprekken.
-
---Het woord is aan Zijn Excellentie, mijnheer Rougon, hernam mijnheer
-de Marsy op kalmer toon.
-
-Een rilling doorliep de zaal, een zucht van voldane nieuwsgierigheid,
-die plaats maakte voor eerbiedige aandacht. Rougon was met opgetrokken
-schouders en zwaren tred de tribune opgestegen. Hij legde een bundel
-notities voor zich neer, schoof het glas suikerwater op zijde
-en bewoog zijn handen alsof hij bezit wilde nemen van het nauwe
-mahoniehouten kastje. Eindelijk hief hij het hoofd op. Hij was niet
-verouderd. Zijn vierkant voorhoofd, zijn groote welgevormde neus,
-zijn langwerpige wangen zonder rimpels zagen er nog blozend en frisch
-uit. Zijn grijzende haren alleen werden dunner aan de slapen en lieten
-zijn groote ooren meer zichtbaar. Door zijn halfgesloten oogleden
-wierp hij een blik door de zaal; een oogenblik zocht hij naar iets,
-hij ontmoette Clorinde's aandachtig voorovergebogen gelaat, toen
-begon hij, met zijn zware, lijmerige stem:
-
---Ook wij zijn revolutionnairen, indien men daaronder verstaat mannen
-van den vooruitgang, vastbesloten om aan het land een voor een alle
-verstandige vrijheden terug te geven....
-
---Zeer goed! Zeer goed!
-
---En mijne heeren, welke regeering heeft beter dan het keizerrijk
-de liberale hervormingen verwezenlijkt, waarvan gij zoo even het
-verleidelijk programma hebt hooren schetsen? Ik zal de rede van den
-vorigen spreker niet weerleggen. Ik kan volstaan met het bewijs dat de
-vooruitziende blik en het edelmoedige hart des keizers de eischen van
-de hardnekkigste tegenstanders zijner regeering heeft voorkomen. Ja,
-mijne heeren, uit eigen beweging heeft de keizer de macht, waarmee
-hij in de dagen van het gevaar door de natie bekleed was, aan haar
-teruggegeven. Heerlijk schouwspel, eenig in de geschiedenis! Ja,
-wij kunnen ons de spijt voorstellen van hen, die een verstoring der
-orde beoogen. Zij kunnen nu nog slechts de bedoelingen aanvallen,
-over de hoeveelheid der geschonken vrijheden twisten.... Gij hebt het
-groote besluit van den 24en November begrepen. Gij hebt in de eerste
-paragraaf van uw adres den keizer uw diepe erkentelijkheid willen
-betuigen voor zijn grootmoedigheid en zijn vertrouwen in de wijsheid
-van het Wetgevend lichaam. De aanneming van het amendement zou een
-onverdiende beleediging, ja een slechte daad zijn. Onderzoekt uw
-geweten, heeren, vraagt uzelven af of gij u vrij gevoelt. De vrijheid
-is nu volkomen, daar sta ik borg voor....
-
-Langdurige toejuichingen weerklonken. Hij was langzamerhand den rand
-van het spreekgestoelte genaderd; het lichaam vooroverbuigend en
-den rechterarm uitstrekkend, verhief hij de stem, die buitengewoon
-krachtig door de zaal klonk. Mijnheer de Marsy, gemakkelijk in zijn
-fauteuil uitgestrekt, luisterde met een half glimlachend gelaat,
-als een liefhebber die verbaasd staat over de meesterlijke uitvoering
-van den een of anderen stouten toer. In de zaal bogen de kamerleden,
-te midden van een daverend bravogeroep zich naar elkander over en
-fluisterden met een verbaasd gezicht. Clorinde liet haar armen op de
-roodfluweelen leuning rusten; zij luisterde ernstig toe.
-
-Rougon ging voort:
-
---Heden is de dag, door ons allen met ongeduld verwacht, eindelijk
-aangebroken. Er is geen gevaar meer bij om van het voorspoedige
-Frankrijk een vrij Frankrijk te maken. De anarchistische hartstochten
-zijn dood. De geestkracht van den souverein en de heilige wil des volks
-hebben voor altijd de afschuwelijke tijden van openbaar zedebederf in
-het niet doen verzinken. De vrijheid is mogelijk geworden zoodra die
-partij overwonnen was, die de grondslagen van de regeering halsstarrig
-miskende.... Daarom heeft de keizer de overtollige prerogatieven van
-zijn macht als een nutteloozen last geweigerd, oordeelende dat zijn
-gezag zoo onbetwistbaar vast stond, dat hij het kon laten betwisten. En
-hij is niet teruggedeinsd voor de gedachte om zich ook voor de toekomst
-te verbinden; hij zal zijn bevrijdingswerk tot het einde volbrengen,
-hij zal de vrijheden een voor een verleenen, op de tijdstippen die hij
-in zijn hooge wijsheid bepalen zal. Voortaan is het dat programma van
-gestadigen vooruitgang dat wij in opdracht hebben in deze vergadering
-te verdedigen....
-
-Een der vijf afgevaardigden van de linkerzijde stond verontwaardigd
-op en zei:
-
---Gij zijt de minister van de uiterste verdrukking geweest!
-
-En een ander voegde er hartstochtelijk bij:
-
---De proviandmeesters van Cayenne en Lambessa hebben het recht niet
-in naam der vrijheid te spreken!
-
-Een gemompel verhief zich. Vele afgevaardigden begrepen dit niet,
-bogen zich vragend naar hun buren over. Mijnheer de Marsy deed alsof
-hij niets gehoord had; hij dreigde alleen de rustverstoorders tot de
-orde te zullen roepen.
-
---Men heeft mij daar verweten.... hernam Rougon.
-
-Maar kreten van de rechterzijde beletten hem voort te gaan.
-
---Niet antwoorden!
-
---Zulke beleedigingen kunnen u niet treffen!
-
-Toen bracht hij de Kamer met een gebaar tot kalmte; en met de vuisten
-op den rand der tribune steunend, keerde hij zich naar de linkerzijde,
-als een wild zwijn dat in de engte gedreven is.
-
---Ik zal niet antwoorden, verklaarde hij bedaard.
-
-Dat was slechts de inleiding. Ofschoon hij beloofd had de rede van
-den afgevaardigde der linkerzijde onbeantwoord te laten, trad hij in
-een uitvoerige weerlegging. Eerst somde hij de argumenten van zijn
-tegenstanders op; hij deed dat met een koketterie, een onpartijdigheid
-die een uitbundigen bijval verwierf, alsof hij al die argumenten zeer
-gering achtte en ze in eens kon weg blazen. Toen scheen het alsof
-hij vergat ze te bestrijden, hij beantwoordde alleen het zwakste, dat
-hij met een vloed van heftige woorden aanviel. Men juichte hem toe,
-hij triomfeerde. Zijn groot lichaam besloeg de geheele ruimte van
-het spreekgestoelte. Zijn schouderbewegingen begeleidden het rollen
-van zijn volzinnen. Zijn welsprekendheid was overigens zeer banaal,
-gemeenplaatsen en rechtskwesties werden door hem uitgegalmd. Zijn
-eenige superioriteit als redenaar was zijn onvermoeibare adem, die
-hem in staat stelde uren achtereen zijn volzinnen te wiegen, zonder
-zich te bekommeren om hetgeen zij inhielden.
-
-Nadat hij een uur zonder ophouden gesproken had, dronk hij een teug
-water, haalde diep adem en rangschikte zijn aanteekeningen.
-
---Rust wat uit! riepen verscheidene afgevaardigden.
-
-Maar hij voelde zich niet vermoeid. Hij wou voortgaan.
-
---Wat vraagt men u, heeren?
-
---Luistert! Luistert!
-
-Een diepe aandacht hield aller blikken wederom op hem gevestigd. Nu
-en dan, wanneer hij de stem verhief, kwam er een beroering door de
-Kamer, alsof er een groote windvlaag over streek.
-
---Men vraagt u mijne heeren, de afschaffing van de wet op de
-algemeene veiligheid. Ik zal dat eeuwig gevloekte uur, waarop die wet
-noodzakelijk werd, niet in herinnering brengen; het gold toen het land
-gerust te stellen, Frankrijk voor een nieuwe ramp te behoeden. Nu
-rust het wapen in de scheede. De regeering, die het altijd met de
-grootste voorzichtigheid, ik mag zeggen met de grootste gematigdheid
-gebruikt heeft....
-
---Dat is waar!
-
---De regeering bedient er zich slechts van in zeer buitengewone
-omstandigheden. Zij hindert niemand, behalve misschien nog een zekere
-partij, die de schuldige dwaasheid heeft weer tot de slechtste
-tijden in onze geschiedenis te willen terugkeeren. Gaat door onze
-steden, trekt het land door, gij zult er overal vrede en voorspoed
-vinden; ondervraagt de ordelievende burgers, geen hunner zal den druk
-gevoelen van die uitzonderingswetten, waarvan men ons zulk een heftig
-verwijt maakt. Ik herhaal het, in de vaderlijke handen der regeering
-beveiligen zij de maatschappij tegen laaghartige ondernemingen, die
-trouwens voortaan geen kans op welslagen zullen hebben. Brave lieden
-behoeven zich om het bestaan dier wetten niet te bekommeren. Wij
-kunnen ze rustig laten waar ze zijn, totdat het den vorst behagen
-zal ze uit eigen beweging te vernietigen. Wat vraagt men u nog meer,
-mijne heeren? Eerlijke verkiezingen, vrijheid van drukpers, alle
-denkbare vrijheden. Ach, laat het mij gegund zijn hier een oogenblik
-stil te staan bij de groote dingen die het keizerrijk reeds tot stand
-heeft gebracht. Rondom mij, waarheen ik ook de oogen richt, zie ik
-de openbare vrijheden toenemen en heerlijke vruchten opleveren. Met
-innerlijke ontroering sla ik het vernederde Frankrijk gade; het
-heft zich op en biedt de wereld het voorbeeld aan van een volk,
-dat zich door zijn goed gedrag de vrijheid verwerft. De dagen van
-beproevingen zijn voorbij. Er is geen kwestie meer van dictatuur,
-van een autoritaire regeering. We werken allen aan de vrijheid mede....
-
---Bravo! bravo!
-
---Men vraagt eerlijke verkiezingen. Is dan algemeen stemrecht,
-in zijn ruimsten omvang toegepast, niet een levensvoorwaarde
-voor het keizerrijk? Zeker, de regeering beveelt haar candidaten
-aan. Maar steunt de revolutionnaire partij de hare ook niet met een
-onbeschaamde stoutmoedigheid? Men valt ons aan, wij verdedigen ons,
-niets is billijker. Men zou ons de handen willen binden, ons den mond
-willen snoeren, maar dat zullen wij nooit toelaten. Uit liefde voor het
-land zullen wij altijd op onzen post staan om het te raden, het zijn
-ware belangen te wijzen. Het blijft trouwens altijd meester van zijn
-lot. Het stemt, en wij buigen het hoofd. De leden der oppositie die
-deel uitmaken van deze vergadering, waarin zij volkomen vrijheid van
-spreken hebben, zijn een bewijs van onzen eerbied voor den uitslag van
-de algemeene stemming. De revolutionnairen moeten het hun landgenooten
-zelf wijten, indien het keizerrijk met een verpletterende meerderheid
-toegejuicht wordt. In het parlement is nu alles, wat de vrije kritiek
-belemmerde, opgeheven. De souverein heeft den grooten staatslichamen
-een meer direct aandeel in zijn politiek en een schitterend getuigenis
-van zijn vertrouwen willen geven. Gij kunt voortaan discussiëeren
-over de daden der regeering, gij hebt het recht van amendement,
-gij kunt uw gemotiveerde wenschen kenbaar maken. Ieder jaar zal het
-adres als het ware een gedachtenwisseling zijn tusschen den keizer en
-de volksvertegenwoordigers, waarbij deze laatsten vrij hun meening
-kunnen zeggen. Uit de openbare beraadslagingen worden de groote
-staten geboren. De tribune is weer hersteld, die tribune waar zooveel
-redenaars hun naam voor altijd beroemd gemaakt hebben. Een parlement,
-waar wrijving van gedachten is, is een parlement dat werkt. En zal ik u
-geheel zeggen hoe ik er over denk? Ik ben werkelijk verheugd een groep
-van de oppositie in ons midden te zien. Er zullen onder ons steeds
-tegenstanders zijn, die zullen trachten onze gebreken te ontdekken, en
-die aldus onze eerlijke bedoelingen in het helderste daglicht zullen
-stellen. Wij eischen voor hen de onbeperktste vrijheden. Wij vreezen
-noch den hartstocht, noch het schandaal, noch het misbruik van de
-vrijheid van spreken, hoe gevaarlijk dit alles ook moge wezen. En wat
-de drukpers aangaat, mijne heeren, zij heeft nog nooit zoo'n groote
-vrijheid genoten onder een regeering, die besloten heeft zich te doen
-eerbiedigen. Alle groote kwesties, alle ernstige belangen hebben hun
-organen. De regeering bestrijdt alleen de verbreiding van gevaarlijke
-leerstellingen, de verspreiding van vergift. Maar, begrijpt mij wel,
-wij hebben de grootste achting voor de eerlijke pers, die de stem der
-publieke opinie is. Zij helpt ons bij onze taak; dat de regeering er
-beslag op heeft gelegd, geschiedde alleen om haar niet in de handen
-van onze vijanden te laten vallen.
-
-Goedkeurende lachjes werden gehoord. Rougon naderde intusschen het slot
-van zijn rede. Hij hield den rand der tribune krampachtig omklemd,
-boog zijn lichaam naar voren en zwaaide zijn rechterarm door de
-ruimte. Plotseling scheen hij doldriftig te worden. Zijn uitgestoken
-vuist bedreigde een onzichtbaren vijand. Dat was het roode spook. In
-een paar dramatische volzinnen schilderde hij het roode spook, dat
-met zijn bebloed vaandel wuifde, zijn brandfakkel zwaaide, stroomen
-bloeds achter zich liet. De alarmklok uit de dagen van oproer klonk
-in zijn stem; men hoorde de kogels fluiten, men zag de brandkasten
-der Bank openbreken, het geld der burgers rooven en verdeelen. De
-afgevaardigden op de banken verbleekten. Daarop kwam Rougon weer
-tot kalmte en met loftuitingen, die klonken als het zwaaien van
-wierookvaten, zei hij ten slotte van den keizer:
-
---Goddank, wij zijn onder de hoede van dien vorst, dien de
-Voorzienigheid heeft uitverkoren om ons te redden. Wij kunnen ons
-gerust op zijn wijze inzichten verlaten. Hij heeft ons bij de hand
-gevat en hij brengt ons midden door de gevaren naar een veilige haven.
-
-Donderende toejuichingen barstten los. De vergadering werd bijna tien
-minuten geschorst. Een aantal afgevaardigden snelden op den minister
-toe, die hijgend en bezweet naar zijn bank terugkeerde. Mijnheer La
-Rouquette, mijnheer Combelot, honderd anderen wenschten hem geluk,
-staken hun arm uit om een handdruk van hem op te vangen. Het was
-een geestdrift die zich aan de gansche zaal meedeelde. Zelfs op de
-galerijen werd druk gesproken en gegesticuleerd. Mijnheer de Marsy en
-Clorinde hadden elkander toegeknikt; zij moesten bekennen dat de groote
-man een overwinning behaald had. Rougon had door zijn redevoering
-den grond gelegd tot dat groote aanzien waartoe hij zou geraken.
-
-Intusschen stond er weer een andere spreker op de tribune. Hij had
-een waskleurig, gladgeschoren gezicht, met lange gele haren, die in
-enkele krullen op zijn schouders afhingen. In een stijve houding,
-zonder een enkel gebaar te maken, begon hij de groote vellen papier
-voor te lezen, die hij voor zich had uitgespreid. De boden riepen:
-
---Stilte, heeren! Stilte, alsjeblieft!
-
-De spreker wenschte de regeering eenige inlichtingen te vragen. Hij
-toonde zich zeer geërgerd over de afwachtende houding van Frankrijk
-tegenover den heiligen Stoel, die door Italië bedreigd werd. De
-wereldlijke macht was de heilige arke des verbonds, en het adres
-moest een stellig uitgedrukten wensch, een gebiedend verlangen zelfs,
-bevatten naar haar onverminderde handhaving. De redenaar verdiepte
-zich in historische herinneringen, hij toonde aan dat het christelijk
-recht, verscheidene eeuwen voor de verdragen van 1815, de politieke
-orde in Europa gevestigd had.
-
-Daarop verklaarde de spreker dat hij met ontzetting waarnam hoe de oude
-Europeesche maatschappij zich langzamerhand oploste in de beroeringen
-der volkeren. Bij zekere al te directe zinspelingen op den koning
-van Italië ontstond er een rumoer in de zaal. Maar de dichte groep
-der clericalen, bijna honderd leden sterk, luisterde aandachtig toe,
-gaf bij iederen volzin teekenen van instemming en knikte devoot met
-het hoofd zoo dikwijls hun collega den naam van den paus uitsprak.
-
-De spreker eindigde met een gezegde, dat een luid bravogeroep uitlokte.
-
---Het wekt mijn misnoegen, zei hij, dat het trotsche Venetië, de
-koningin der Adriatische zee, de nederige vazal van Turijn is geworden.
-
-Rougon, wiens nek nog met zweet bedekt was, die schor en uitgeput
-van het spreken was, wou toch dadelijk antwoorden. Het was een mooi
-schouwspel. Hij stelde zijn vermoeidheid ten toon, sleepte zich
-naar de tribune, waar hij aanvankelijk slechts stamelende geluiden
-uitbracht. Hij uitte bittere klachten dat hij onder de tegenstanders
-der regeering mannen van aanzien vond, die tot dusver trouw gebleven
-waren aan de instellingen van het keizerrijk. Er heerschte zeker
-een misverstand; zij wilden toch niet de rijen der revolutionnairen
-versterken, een gezag aan het wankelen brengen, dat voortdurend de
-zegepraal van den godsdienst beoogde. En zich naar de rechterzijde
-wendend, sprak hij die aan met pathetische gebaren en een geveinsde
-nederigheid, als sprak hij tot machtige vijanden, de eenige die in
-staat waren hem te doen beven.
-
-Maar langzamerhand had zijn stem al haar nadruk hernomen. De geheele
-zaal weerklonk van zijn bulderend geluid, hij sloeg zich met zijn
-vuisten op de borst.
-
---Men heeft ons van ongodsdienstigheid beschuldigd. Men heeft
-gelogen! Wij zijn vol eerbied voor de Kerk en wij zijn zoo gelukkig
-te gelooven.... Ja, mijne heeren, het geloof is onze gids en onze
-steun bij die dikwijls zoo moeielijke regeeringstaak. Wat zou er
-van ons worden, indien wij ons niet aan de hand der Voorzienigheid
-overgaven? Wij beweren slechts de nederige uitvoerder van haar plannen,
-het gehoorzame werktuig van Gods wil te zijn. En die overtuiging
-geeft ons het recht onze stem luid te doen hooren en een weinig goed
-te doen.... Mijne heeren, ik verblijd mij over de gelegenheid die mij
-hier geschonken is om hier met al den gloed van mijn katholiek hart
-voor den priestervorst neer te knielen, voor dien verheven grijsaard,
-waarvan Frankrijk steeds de waakzame, verknochte dochter zal blijven.
-
-De toejuichingen barstten reeds voor het einde zijner rede los. De
-triomf werd een apotheose. De zaal daverde.
-
-Bij het heengaan wachtte Clorinde Rougon op. In drie jaren hadden
-zij geen woord met elkander gewisseld. Toen hij verscheen, als
-verjongd, met veerkrachtiger tred, nadat hij in éen uur tijds zijn
-geheele politieke leven verloochend had, om onder den schijn van het
-parlementarisme zijn onstuimige begeerte naar macht te bevredigen,
-gaf zij aan een plotselinge opwelling gehoor, en met uitgestrekte
-hand en vochtigwarmen blik sprak zij:
-
---Ge zijt toch een kranige kerel!
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's Zijn Excellentie Eugène Rougon, by Emile Zola
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ZIJN EXCELLENTIE EUGÈNE ROUGON ***
-
-***** This file should be named 55488-0.txt or 55488-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/5/4/8/55488/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.