diff options
Diffstat (limited to 'old/55522-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/55522-8.txt | 8481 |
1 files changed, 0 insertions, 8481 deletions
diff --git a/old/55522-8.txt b/old/55522-8.txt deleted file mode 100644 index fcd44bd..0000000 --- a/old/55522-8.txt +++ /dev/null @@ -1,8481 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen, by -Charles Boissevain - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen - -Author: Charles Boissevain - -Release Date: September 10, 2017 [EBook #55522] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK L. R. KOOLEMANS BEYNEN *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg - - - - - - - - - - WERELD BIBLIOTHEEK - - ONDER LEIDING VAN L. SIMONS - - CHARLES BOISSEVAIN - - - - LEVEN EN STREVEN VAN L. R. KOOLEMANS BEYNEN - - - - TWEEDE HERZIENE UITGAVE - - - UITGEGEVEN VOOR DE - MIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR DOOR - G. SCHREUDERS AMSTERDAM - - - - - - - - - De eerste uitgaaf van dit boek--thans uitverkocht--verscheen - in 1880 bij de firma H. D. Tjeenk Willink te Haarlem. - - Deze door den schrijver herziene uitgaaf is van Juni 1906. - - - - - - - - -Aan -Mevrouw de Wed. N. J. KOOLEMANS BEYNEN -geb. Van der Stok. - - -Met diepen eerbied schrijf ik uw naam op de eerste bladzijde van deze -beschrijving van het leven en streven van uw zoon Laurens Rijnhart. Aan -u dacht ik telkens bij het stellen, want het ware onmogelijk om het -plichtbesef en de ridderlijke loyauteit, welke het karakter van uw -zoon onderscheidden, juist te begrijpen en te waardeeren indien men -den invloed over het hoofd zag, welken zijn moeder sints zijn vroegste -jeugd op hem uitoefende. - -Aan de moeder die hem het ideaal wees, die hem voorging en sterkte, en -die door hem bemind werd met een liefde vol geestdrift en toewijding, -draagt zijn vriend, in diepe rouw over het verlies, dat het geheele -vaderland met haar betreurt, dit boek op. - - -Charles Boissevain. -Amsterdam, April 1880. - - - - - - - - -VOORREDE. - - -Tot mijn vreugde zal door een herdruk van het Leven en Streven van -L. R. Koolemans Beynen weder aandacht gevestigd worden op hem en -op het doel waaraan hij zijn leven wijdde. Hij heeft ons op de zee -gewezen als het oefeningsveld bij uitnemendheid van den Nederlander. - -Zeer juist heeft mr. W. H. de Beaufort eens aangetoond, welke de -beteekenis van Beynen's streven was. Hij schreef: - -"Mocht gedurende de republiek en zelfs thans nog wel eens, de -landmacht zich niet altijd in die waardeering verheugen, waarop -zij billijke aanspraak had, de zeemacht bleef nationaal. Van haar -spreken de schoonste bladzijden onzer geschiedenis, in haar leven -onze dierbaarste overleveringen voort. Zij heeft van de toppen harer -masten de driekleur in alle zeeën zich doen spiegelen. - - - Er zijn op onzen bol geen staten, - Geen werelddeelen of klimaten, - Waar hare roem is onbekend. - Van waar de zon begint te rijzen, - Of weigert schaduwen te wijzen, - Of ondergaande schaduw zendt. - - -Geen beter oefenschool, geen vruchtbaarder arbeidsveld voor het -jonge Holland, dat zich in den kalmen dampkring van rustigen arbeid -niet te huis voelt, dan de zee. De nooit ophoudende strijd met wind -en weder eischt tegenwoordigheid van geest, kweekt vastberadenheid, -leert den roekelooze voorzichtigheid; de voortdurende aanwezigheid -van gevaar stemt den lichtzinnigste tot ernst. De strijd met den -medemensch verbittert het gemoed, wekt de dierlijke hartstochten op, -verwildert den mensch; de strijd met de elementen geeft hem dien -ernstigen moed, die kalme onverschrokkenheid, die onversaagd gevaren -trotseert. Het zeemansleven heeft ten allen tijde een grooten invloed, -een eigenaardig vormende kracht op het karakter uitgeoefend. Wanneer -wij de beschrijving lezen, die Beynen ons van zijne Pernisser -visschers naliet, dan zien wij de naneven voor ons der Barentzen en -Bontekoe's. En waar Boissevain ons den jongen zeeofficier uit zijne -brieven schetst, daar voelen wij dat er verwantschap bestaat tusschen -hem en de De Ruiters en Evertsens, de Trompen en de Van Galens. Het -is merkwaardig hoe een zoo vrijheidlievende, zoo onafhankelijke -volksaard als de onze, zich op zee aan de strengste tucht, aan -de meest onvoorwaardelijke gehoorzaamheid weet te gewennen. Wat -wij, in Beynens beschrijving van het leven op den Castor lezen, -brengt ons onwillekeurig de woorden in herinnering van een onzer -zeventiendeeuwsche schrijvers: "'t Is wonder, de hevigste voorstanders -van een ongebonden vrijheid besluiten zich gewillig binnen een -gevangenhuis van ettelijke planken." - -"Nogmaals, Nederland moge zich gelukkig achten dat het een -zeemogendheid is. Het heeft naast zijn oorlogsvloot, zijn -koopvaardijvloot en zijn visschersvloot. Daar is plaats op al -die honderden kielen voor alle rangen en standen, voor de zonen -der aanzienlijken en de zonen van het volk. Reeds stelde de -vaderlandslievende belangstelling van velen, enkelen onzer kloeke -zeevaarders in de gelegenheid, om in het belang der wetenschap -leerrijke ontdekkingsvaarten tusschen de ijsschotsen der Poolzee te -wagen. De herlevende ondernemingsgeest onzer kooplieden, moge ook onzen -koopvaarders, tot nog toe maar al te veel gedwongen denzelfden koers -te nemen, nieuwe vaarwaters aanwijzen, hen nieuwe wegen leeren zoeken." - - - -Dank zij Beynen hadden de acht tochten van de Willem Barents plaats. In -Duitschland en Engeland werd evenzeer als in Nederland gewaardeerd -wat jonge geleerden, wat natuurvorschers op onzen kleinen schoener -een goed werk mochten verrichten. - -Dit vernam ik o.a. van den grooten Huxley. - -Het was op een gastmaal van de Engelsche Royal Geographical -Society, dat ik naast hem zat. Door lord Northcote, die later -gouverneur-generaal van Britsch-Indië werd en toen president was, -had ik--als bestuurslid en secretaris der vereeniging, welke jaar -aan jaar de kleine Barents uitzond tot onderzoek der Noordelijke -Poolzee--den dank ontvangen van de Royal Geographical Society voor -het "onwaardeerbaar werk" van de Barents en voor de redding van -Leigh Smith, den Britschen Noordpoolreiziger, dien de Barents bij -Nova-Zembla had gevonden. - -Ik had Huxley alles te vertellen van de Barents... hoe wij jaar na -jaar het geld er voor kregen na alom gebedeld te hebben... hoe weinig -de regeering hielp, ofschoon wij voor een reeks zee-officieren een -voortreffelijke school van zeemanschap openhielden... hoe stelselmatig -en geduldig het onderzoek was, en welke voortreffelijke, voorbeeldige -jonge geleerden we telkens konden medekrijgen. - -Hem was veel van hun werk bekend, en hij vertelde mij toen, hoe hij, -evenals Darwin zijn oefening als natuuronderzoeker, de richting aan -zijn studie gegeven, geheel dankte aan de lange zeereizen bij het -begin van zijn loopbaan ondernomen. Hij zeide: - ---"Geloof mij, voor een jongen geleerde is niets beter dan practisch -werk op zee. Ik zelf ging, toen ik in 1846 mijn studietijd in -Charing-cross Hospital achter den rug had, voor een jaar of wat als -"naval surgeon" de zee op." - - - -En toen begon hij duidelijk te maken, op zijn eigen, kristalheldere -wijze, aan mij, den leek, waarom het leven aan boord, het bezoek van -verre zeeën zoo goed is voor een jongen natuurkundige. - -Dit was sinds lang in mijn vergeetboekje genoteerd, maar ziet het -kwam alles in herinnering toen ik vier jaar geleden het verslag las -van een hoogst belangwekkende redevoering, welke professor Rudolf -Virchow gehouden had over Medical Science, bij de opening van den -winter-cursus in Charing-cross Hospital. - -Hij hield de tweede van de Huxley lectures, lezingen ter nagedachtenis -van Huxley door groote geleerden jaarlijks te houden. - -En hij zeide o.a.: - -"In Charing-cross Hospital ontving Huxley in rijke mate onderricht -in anatomie en physiologie. Dus geoefend aanvaardde hij den post van -naval surgeon, en toen hij vier jaar later van zee terugkeerde was -hij een volmaakt zoöloog en een scherpzinnig etnoloog geworden. - -"Hoe dit mogelijk was zal gemakkelijk door ieder begrepen -worden, die uit eigen ervaring weet hoe groot de waarde van eigen, -persoonlijke waarneming is voor de ontwikkeling van onafhankelijk en -onbevooroordeeld denken. - -"Nemen wij een jongman, die op deze wijze een rijke schat opdoet van -positieve kennis.... die bovendien zich geoefend heeft in ontleding -en in critisch oordeelen. Welnu, aan zulk een jongman geven een -lange zeereis en een rustig verblijf te midden van een geheel nieuwe -omgeving een onwaardeerbare gelegenheid tot oorspronkelijk werken en -diep nadenken. - -"Hij wordt dus vrij van het dogmatisme der scholen.... hij is -afhankelijk van het gebruik dat hij gelieft te maken van zijn eigen -verstand.... hij is gedwongen van elk afzonderlijk voorwerp de -eigenschappen en de geschiedenis na te gaan... hij vergeet weldra -de dogma's van stelsels die in zwang zijn, en wordt dus eerst een -scepticus en vervolgens een onderzoeker. - -"Dus leerden mannen als Darwin--nooit zullen zijn reizen op de Beagle -vergeten worden--en als Hunter en Huxley op zee hoe te onderzoeken -en te denken." - -Toen ik dit las werd voor de honderdste keer bij mij de oude smart -weer levendig over het staken van de Barents-tochten. - -Jaar aan jaar hielden wij vol, maar ten laatste konden wij geen steun -meer verkrijgen.... de Barents moest hernieuwd of beter nog vervangen -worden, maar geld ontbrak... en zoo moesten wij het onwaardeerbaar, -het eenig aanhoudend, wetenschappelijk onderzoek der zeeën dat -Holland--die zeemogendheid!--ooit deed, opgeven. - -Maar, voorwaar niet vruchteloos, heeft Beynen gevoeld, gedacht, -gewerkt en het spoor ons gewezen. - -Wij hebben onder zijn leiding iets tot stand gebracht. Steeds boden -nieuwe zeeofficieren, nieuwe geleerden zich aan. Deed o.a. professor -Weber, die zoo heerlijk volhardend zijn zee-onderzoek voortzet, -niet zijn eersten oefeningstocht op onzen kleinen Barents! Deed -prof. Sluiter niet hetzelfde? - -Knappe, eenvoudige, geduldige mannen der wetenschap als zij, die ons -vaderland tot eere zijn, waren steeds gereed op het eerste appèl mede -te gaan! - -Dit alles ligt in het verleden. Maar in het heden klinken nog -prof. Virchow's woorden. - -Nog steeds bestaat de vereeniging welke de Barents uitzond... nog -steeds zijn leden van het bestuur enkele der mannen, die de tochten -van weleer leidden en aanvoerden. - -Als er jonge mannen, jonge geleerden zijn, begeerig tot herleving -der onderzoekingstochten, die een plan, een denkbeeld hebben, die op -Beynen's spoor tot eere der marine en der wetenschap willen werken, -laat hen dan bij deze veteranen der oude tochten aankloppen. - -Het ideaal herleeft in Europa! Komt jonge zeevaarders, jonge geleerden, -geeft ook een oud en schoon ideaal ons vaderland, een nieuw en -krachtig leven! - -Doet ge dit dan eert ge Beynen. En nu, 27 jaar nadat ik mijn vriend's -leven schetste, zeg ik nog met dezelfde warme overtuiging van toen, -dat geen jonge zeeheld hartelijker waardeering door navolging verdient -dan hij. - - -Drafna. Naarden, Mei 1906. - - - - - - - - -INLEIDING. - - "Mijn hart en hand - Zijn voor mijn land". - - Spreuk van Tromp. - - -Het was in Maart van het jaar 1879 dat ik naast mijn vriend -L. R. Koolemans Beynen op het dek stond van het mailschip Koning -der Nederlanden, waarmede hij de reis naar Indië maken zou. Naar -Southampton deden wij hem uitgeleide. De kabels waren losgeworpen, -de muziek der koninklijke marine had het volkslied gespeeld en we -stoomden langzaam de haven van het Nieuwediep uit. - -Plotseling grijpt Beynen mijn arm en zegt: "Kijk eens, daar heb -je Albert en de Pernissers!" en terwijl hij met den hoed wuifde en -riep: "Dag vrienden, vaartwel! vaartwel!" klonk er tot driemaal een -krachtig "hoerah!" van een kleinen schoener, die aanhoudend met de -vlag salueerde en op welks dek een twaalftal visschers met muts en -roode zakdoek groetten, terwijl zij riepen: "Goede reis! God zij met -u! Tot weêrziens!" - -"Ze hadden beloofd mij de laatste eer te bewijzen, vóór ik het -vaderland uit het gezicht had verloren," zeide Beynen glimlachend, -doch met een traan in het oog; hij sprong op de borstwering van het -schip, en zich aan het want vasthoudende, wuifde hij zijne vrienden -uit Pernis nog lang en hartelijk toe. - -Ik zie hem nog voor mij, gelijk hij daar stond. Het woei hard, doch -de zon scheen en verlichtte de Hollandsche duinen. Geruimen tijd -keek hij naar het wegdeinend strand, en zijn edel, open, innemend -gelaat, uit welks jeugdige trekken levenslust, moed, vastberadenheid -en diep gevoel spraken, vertolkten als steeds wat er in zijn gemoed -omging. Toen we de kust uit het oog hadden verloren, zeide hij: -"dat waren nu die Pernissers, van wie ik je zooveel verteld heb," -en hij begon mij op nieuw, maar nu nog uitvoeriger dan te voren, -alles mede te deelen van den tocht naar de vischgronden, dien hij -pas met hen had medegemaakt. - -De onversaagde, eenvoudige visschers waren in de winterdagen en -nachten op de Noordzee zijn vrienden geworden, en het deed hem goed -aan 't hart dat die moedige Hollandsche zeelieden hem op hartelijke -zeemanswijze het vaarwel toeriepen bij zijn vertrek uit het vaderland. - -De reden hiervan zal ieder begrijpen die Beynen gekend heeft, -of die, uit zijn eigen woorden en geschriften, in de volgende -bladzijden iets zal vernemen van het leven en streven van dezen -jongen zeeofficier. Want zijn hart klopte van de onzelfzuchtigste, -reinste liefde voor zijn vaderland, en met geestdrift en volharding -toonde hij steeds door daden en woorden, dat volgens zijn overtuiging -ons Hollandsche zeevolk de matrozen van De Ruyter en Heemskerck kon -evenaren, indien men het slechts dezelfde oefenschool aanbood. - -Geen beter bewijs voor de juistheid zijner overtuiging zou hij voortaan -kunnen geven, zeide hij mij, dan door te wijzen op het voorbeeld dier -beugvisschers, die zeemanschap en bedaarden moed geleerd hadden op -de stormachtige Noordzee in het hart van den winter. - -Hij schreef aan mijn vrouw, toen hij van den tocht met de Pernissers -was teruggekeerd: - -"Ik wist niet dat er op onze zeekust zulke edele, oorspronkelijke, -stoutmoedige en godsdienstige helden leefden, en het heeft mij meer -genoegen gedaan dan ik zeggen kan om met hen kennis te maken. Ze -zijn in menig opzicht groote kinderen, doch ze hebben al de machtige -hoedanigheden geërfd van onze moedige zeevaders [1] in de 17de eeuw, -en wanneer ik nu nog denk aan de laatste veertien dagen, dan is het -nog of ik een aangenamen droom heb gedroomd en of ik eenigen tijd -heb doorgebracht met een troep zeevolk dat onder den ouden Barents -zelven gediend heeft. Wanneer we van en naar de vischgronden zeilden, -bracht ik de avonduren door in het vooronder, en vertelde ik hun -van onze helden der IJszee, en geschiedenissen uit de jaarboeken der -hollandsche walvischvaarders, toen deze eenvoudige schippers de eerste -ontdekkers waren in het Noorden. - -"Dit waren heerlijke oogenblikken, wanneer ik vol ware -zeemansgeestdrift was." - -En mij schreef hij: "Ik heb nooit een heerlijker uur doorleefd dan -toen ik 's nachts op dek kwam van de Castor, na in het vooronder een -voordracht te hebben gehouden over Barents en wat hij deed. Lieve -vriend, ik heb weer eenige Hollanders van den ouden stempel gevonden, -die kunnen voelen en handelen, die, in elken zin van het woord, -hart hebben." - -Het had Beynen, gelijk hij schreef, aanvankelijk een droom geschenen, -toen hij aan boord van de Castor was. Hij had juist zijn verslag van -de reis der Barents geëindigd en daarin de daden der groote voorvaderen -in herinnering gebracht, en ziet, daar was hij plotseling overgebracht -te midden van mannen, die spraken en handelden alsof ze met Barents -zelven naar het Noorden geweest waren. - -Ik heb Beynen zelden zoo vurig, zoo overtuigend over iets hooren -spreken, als hij deed 's nachts op het dek van de Koning der -Nederlanden, toen we langs het Hollandsche en Vlaamsche strand naar -Engeland gingen. Het was bitter koud, de zee lichtte en er woei een -fiksche bries. Soms waarschuwde de stoomfluit, en week ons schip uit -voor visschers, die aan het werk waren op zee, en dan zeide Beynen: -"Zie je, dat zijn nu de helden, die het land moeten verdedigen in -oorlogstijd. Wat bezit het vaderland toch heerlijke krachten voor zijn -bescherming, als ze maar met verstand en zaakkennis en na langzame -voorbereiding worden aangewend. Gij lacht mij een weinig uit en zegt -dat ik op een van Marryat's adelborsten gelijk, die uit ijver voor -den dienst zijn eigen vrienden den wervers wilde overleveren, maar -gij weet immers, dat mijn vrienden met hart en ziel het vaderland -liefhebben en vrijwillig zouden dienstnemen, gelijk hun vaderen in -1830 deden. Ja, ik denk natuurlijk het eerst aan onze beugvisschers, -de keurbende onzer visschersdorpen, die op stormachtige winternachten -door het ijs van hun haven breken en op kleine zeilscheepjes diep -in deze zelfde zee steken, welke heden bij de Doggersbank op andere -wijze spookt als hier. En op dit prachtige schip, dat, hoe hard het -ook waait, als een muur vastligt op de zee, beseft ge niet, hoe ge -het thans in een vischsloep zoudt hebben. - -"Weet je wat voor mannen die Pernissers zijn? - -"Ik herinner mij in 1871 een milicien uit Pernis aan boord te -hebben gehad, wiens polsen zoo dik waren, dat wij op het schip geen -handboeien hadden wijd genoeg om ons in staat te stellen hem in de -boeien te slaan. En ze krijgen zulke spieren, doordien ze van jongs -af een beuglijn van 15000 meter, die druipt van ijskoud zeewater, -hebben in te palmen. - -"Zulke mannen moeten we in de reserve hebben. - -"Wien zoudt ge liever aan boord van een van Zr. Ms. schepen op -den uitkijk hebben staan: zulk een beugvisscher, of een in enkele -maanden tot zeeman bevorderden sigarenmaker, die als milicien aan -boord is gekomen? - -"Gij moest als ik gezien hebben hoe ze door aanhoudende oefening -zulk een scherpziend oog hebben gekregen, dat ze bij donker of mistig -weer zeer ver op zee een boot ontdekken en er de beweging van kunnen -volgen. Ze kennen alle geluiden der zee, en zouden het zachtste -gedruisch van een naderende sloep vernemen, terwijl een ander niets -zou hooren dan het ruischen der golven of het klagen van den wind. - -"Hoe zouden die eigenschappen te pas komen in oorlogstijd, bij scherpen -uitkijk naar vijandelijke sloepen en torpedo-booten! Wat zou het -heerlijk zijn om een torpedo-boot of een sloep, met een bemanning -van dergelijke visschers, aan te voeren, ten einde den vijand te -verontrusten en af te leiden! Zij zijn in sloepen tehuis, want met -hun kleine jol gaan zij bij nacht en ontij midden in de zee de jonen -inhalen en de lijnen inpalmen, als de beuglijn gebroken is. Wie een -beug kan uitzetten en innemen is bij uitstek geschikt, ja, als het ware -aangewezen om gebruikt te worden bij het leggen en lichten en verleggen -van een touwversperring, mits ze vooraf geoefend zijn in de behandeling -der zware trossen. Onze Noordzeevisschers, die na dagen en nachten -van hard werken weer geheel versterkt opstaan, als ze in oliepak en -zeelaarzen eenige uren op een hoop touwwerk hebben liggen slapen, zijn -de ware vrijwilligers der zee in tijd van gevaar. Ze weten overal den -weg op de kusten, over de gronden en in onze zeegaten, alsof ze vaste -zeeloodsen waren, en in de kennis der stroomen zoowel onder den wal -als in open zee worden ze door niemand geëvenaard. Goed aangevoerd -door officieren, die hun eigenaardigheden kennen en eerbiedigen, -die zij liefhebben en waarin ze vertrouwen stellen, zouden ze tot -alles in staat zijn, evenals de Geuzen, die de Spanjaarden, en de -jongens van Tromp, die de Engelschen aan boord klampten." - -Zijn stem trilde terwijl hij dus sprak; hij gevoelde ieder woord dat -hij uitte, en hij maakte zulk een diepen indruk op mij, dat ik den -volgenden ochtend in mijn hut het gesprokene opschreef, om mij den -vriend weer voor oogen te brengen als ik twee dagen later in Engeland -van hem afscheid zou genomen hebben. Ik ben nu vooral recht blijde -dat ik dit gedaan heb, want door dit gesprek mede te deelen doe ik -hem beter kennen dan door een lange beschrijving. - -Hij had pas de vaderlandsche duinen uit het oog verloren, achter -welke hij zijn dierbare moeder, zijn zusters, broeders en vrienden -achterliet; hij kon niet weder medegaan naar het Noorden op de kleine -Barents welke hij liefhad, en hoezeer hem dit aan het hart ging, behoef -ik niet te beschrijven, maar hij morde en klaagde niet; blijmoedig, -hoopvol en vol hartelijke geestdrift dacht hij alleen aan de belangen -van zijn land en van de marine. Hij wilde dat ik--wanneer zich daartoe -de gelegenheid aanbood--een woord zou kunnen zeggen over die belangen, -welke hem zoo dierbaar waren, en met bezieling en frissche opgewektheid -omschreef hij mij zijn denkbeelden, terwijl wij met den stormpas -in den kouden stormachtigen nacht heen en weer gingen op het dek, -en hij mij telkens lachend tegenhield, als een onverwacht slingeren -van het schip mij struikelend tegen de verschansing deed vallen. - -Mijn verhaal van Beynen's kort maar roemrijk en gezegend leven -begin ik met dit gesprek, omdat het den toon aangeeft, waarin hij -steeds gesproken heeft. Wanneer men weet wat hij in Atjeh deed en -opmerkte, hoe hij op het oefeningsvaartuig de Zeehond zich gedroeg, -hoe hij op de Pandora zijn plicht deed en aller harten won, hoe hij -in Nederland geestdrift wekte voor zijn plannen, hoe hij als ijsloods -de Barents naar het Noorden bracht, hoe hij zich zonder te klagen -terugtrok en weder in Indië ging dienen, zal men steeds denzelfden -Beynen terugvinden, die aan de marine zijn leven had gewijd, en zijn -vaderland boven alles beminde. - -Ik heb drie groote stapels brieven voor mij liggen, door hem geschreven -aan zijn moeder, aan zijn vaderlijken vriend den Staatsraad Jansen, -oud kapitein-ter-zee, en aan mij. Aanhalingen uit die brieven zullen -hem doen kennen en door ieder doen liefkrijgen. - -Uit de ongekunstelde woorden, welke de adelborst aan zijn ouders -schreef, zoowel als uit de eenvoudige taal, waarin de jonge luitenant -vertrouwelijk met zijn vrienden op het papier praatte, straalt niet -alleen een innemende persoonlijkheid, maar een groot, open karakter ons -toe. Men lette op, hoe hij steeds aan anderen denkt, hoe hartelijk hij -het voorbeeld bewondert, dat de officieren van zijn corps hem geven, -hoe hij, zoowel in de sloep met cholera-lijders op de reede als bij -het oprukken tegen den vijand, zoowel onder Engelsche vlag ondervinding -opdoende als onder de Nederlandsche vlag pioniersdienst verrichtende, -slechts één wensch koestert: steeds het eerst in de bres te springen -om het vaderland te dienen. - -"O Beynen, je bent een juweel van een jongen!" zeide zijn commandant -Sir Allen Young, bij het afscheid nemen na den tweeden tocht in -het Poolijs... - -"O, Beynen, je waart een juweel van een man!" zal iedereen herhalen, -die hem leert kennen uit zijn brieven. - - - - - - - - -I. - -ZIJN JEUGD. - - -Laurens Rijnhart Koolemans Beynen was de derde zoon van den heer -Gijsbertus Johannes Willem Koolemans Beynen en mevrouw Neeltje Johanna -Koolemans Beynen, geb. Van der Stok. Te 's Hage zag hij den 11den Maart -1852 het levenslicht, en na zijn opleiding te hebben ontvangen aan de -school van het departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen -en op de school van den heer Neuman te 's Hage, legde hij met goed -gevolg zijn examen als adelborst af, en kwam hij op het instituut te -Willemsoord. Op school, waar vooral de Vaderlandsche geschiedenis hem -aantrok, leerde hij veel, doch te huis leerde hij meer. Hij was een der -oudsten van een zeer talrijk gezin, en men moet hem van zijn vader en -moeder hebben hooren spreken, om te beseffen hoe hij hen liefhad en -waardeerde, en hoe hij alles, waarvoor hij geprezen en bemind werd, -eenvoudig en met de innigste overtuiging toeschreef aan het voorbeeld -en de lessen zijner ouders. Hij werd groot gebracht in een gezin waar -liefde heerschte, waar men ernstig, hoopvol en vroom den Allerhoogste -eerde door daad en woord, en waar hij vaderlandsliefde en plichtbesef -reeds aan 's moeders knieën leerde. In zulk een atmospheer komen alle -edele kiemen tot wasdom en ontwikkelt zich een karakter. - -Niets heeft machtiger invloed op kinderen dan het voorbeeld en de -groote liefde van hun ouders, en aan Laurens Beynen was niets meer -tot steun in moeielijke uren dan de herinnering aan zijn vader, dan -de wensch om zijn moeder waardig te zijn en te blijven. Hoe innig -hij van zijn vader hield, kan blijken uit een brief, welken hij den -1sten Mei 1874 in Indië schreef. Ik neem er enkele regels uit over, -die vader en zoon beiden leeren kennen. - -"Goede tijding vond ik hier helaas niet! Het was de eerste keer dat -ik in den vreemde een brief van huis kreeg, zonder er vaders hand in -aan te treffen. Wel heb ik enkele malen brieven van huis gekregen, -waarin vader of moeder, door drukte verhinderd, slechts enkele regels -hadden geschreven, maar nooit heb ik geheel en al vaders hand er in -gemist. Dit maakt mij bezorgd en ik zie met onrustig verlangen uit -naar volgende berichten. Wat zullen die aanbrengen? Een hartkwaal kan -lang duren, maar ook een plotselingen afloop hebben, terwijl ik hier -niets, totaal niets voor vader kan doen. Ik weet ook niet, of deze -keer nu wel die onherroepelijk laatste keer zal zijn; maar toch, ik -weet dat iedere herhaling op dien leeftijd, onder die omstandigheden -een schrede nader is tot het einde van alles, tot den dood. En toch, -die dood, nog onlangs onder zulke treffende vormen hier door mij -aanschouwd, moge ons allen een onherstelbaar verlies berokkenen en -ons in diepe droefheid dompelen, zeker ben ik er van, ja, zeker, -dat die voor onzen geliefden vader geen verschrikkingen meer heeft. - -"Wanneer men zoo'n levensbaan achter zich heeft, wanneer men zoo -weinig voor zich zelf, zoo veel voor anderen geleefd heeft, wanneer -men kan wijzen op zoo'n onafgebroken streng rechtvaardig streven naar -wat goed en edel is; wanneer men armen en weezen jaren lang met zoo'n -geheele toewijding, met zoo'n groote liefde gediend heeft; wanneer men -kan terugzien op een leven, in verschillende richtingen zoo nuttig -werkzaam in uitgebreiden kring; wanneer men ruim dertig jaren met -zoo'n grenzenlooze liefde 't hoofd is geweest van een gezin, waarvan -bereids vijf zonen de maatschappij zijn ingetreden, slechts strevend -de naam van zoo'n vader tot eere te strekken; wanneer men kinderen -en kleinkinderen zoo zonder zorgen achter kan laten en 't geheele -godsdienstige leven slechts één voorbereiding was tot dien laatsten -stap die voert naar heerlijker sfeeren, waarlijk, waarlijk dan kan men -in volle gerustheid uitroepen: "Dood, waar is uw verschrikking?" Moge -mijn vader dan ook gerust dat tijdstip zien naderen, toch blijft voor -ons, vooral voor mij, zwerver te midden van een koud, hardvochtig -wereldburgerschap, die stonde de bangste van het leven. - -"Maar laat ons niet 't ergste vreezen; waar leven is, is hoop en ik -zoek weer als altijd troost in dat geheime voorgevoel dat mij steeds -influistert dat ik al de mijnen in gezondheid terug zal zien. - -"Indien ik nu slechts tijding, slechts spoedig weer tijding ontvang!" - -Opgeleid door dezen vader, en door een moeder, wier geestdrift voor -het vaderland en wier zachtmoedige vroomheid hem in zijn jeugd op -een ideaal van nederige plichtsvervulling en zelfverzaking wezen, -groeide Laurens Beynen op als een echte Hollandsche jongen volgens het -hart van "Hildebrand." Hij ging op de catechisatie bij Ds. Gunning, -en als hij mij schertsend soms in zijn brieven zijn "schoolvriend" -noemde, dan was het omdat ik--doch tien jaar vroeger dan hij--van -Ds. Gunning [2] mijn godsdienstige opleiding ontvangen had, en wij -geheel overeenstemden in onze dankbare herinnering aan dien waardigen -en beminnelijken leeraar, wiens warme overtuiging en bezielend -woord op ons beiden even diepen indruk had gemaakt. Mijn vroegere -leermeester schreef mij kort geleden met aandoening over Beynen: -"Op mijn catechisatie zie ik hem nog voor mij, den lastigen, aardigen -jongen van wien ik zooveel hield, ook als zijn kleine levendigheden -mij soms noodzaakten hem een woord van bestraffing toe te spreken, -dat steeds zoo goedig werd aangenomen. Hij kon zoo goed, zoo schrander -vragen en twijfelen, en soms opponeeren, maar dan ook eerbiedig en -aandachtig steeds naar mijn tegenrede luisteren. Ik hoop óók meê zijn -oog naar boven gericht te hebben. Steeds ben ik hem de hartelijkste -genegenheid blijven toedragen." - -Wanneer ik nu ten laatste nog in herinnering breng dat -dr. L. R. Beynen--de oud-rector der Latijnsche school te 's Hage--de -peetoom was van Laurens Koolemans Beynen, en hem van zijn jeugd af aan -tot vriend en raadsman strekte, dan kent men de liefelijke omgeving -waarin hij opgroeide. Toen hij met de Barents uitzeilde schreef zijn -oom dr. Beynen hem: "Houd God steeds voor oogen. Blijf in 't geen gij -geleerd hebt, wetende van wien gij 't geleerd hebt. Ga voort met voor -vaderland, koning en wetenschap te ijveren en te werken!" - -Hij haalde in een brief aan mij die woorden later aan, zeggende: "God, -vaderland en koning te eeren is mij sinds mijn eerste jeugd geleerd!" - -Op het Instituut te Willemsoord deed hij ijverig zijn best en, gelijk -prof. Kan in zijn waardeerend schrijven in het tijdschrift van het -Aardrijkskundig genootschap mededeelt, scheen zijn liefde voor de -geschiedenis des vaderlands hem daar te zijn bijgebleven. Althans -zijn eerste pennevrucht, geleverd voor den almanak der adelborsten, -draagt den titel: "Een groot man. Herinnering aan den vice-admiraal Jan -Evertsen, gesneuveld in 1666," en voert het motto: "Examinez ma vie -et jugez qui je suis," woorden, die alleszins bij de beoordeeling -van Beynen zelven van toepassing zijn. Overste Steffens, die -tegenwoordig commandant van Zr. Ms. opleidingsschip Wassenaar is, -schreef mij na Beynen's dood: "Ik heb altijd veel van hem gehouden, -reeds sints den tijd dat ik hem, met het roode kraagje als adelborst, -op de schoolbanken van het Instituut voor mij heb zien zitten. Er -zat leven in hem. Hij behoorde niet tot de blokkers, maar ik gevoelde -dat er uit hem een flink zeeman zou groeien. Toen het bekend was dat -hij met de Pandora zou medegaan, heb ik de overtuiging uitgesproken, -dat hij daar op zijn plaats zou zijn. Beynen was een voorbeeld voor -velen niet alleen wat liefde voor het gekozen vak betreft, maar ook -wat bescheidenheid en beminnelijkheid als mensch betreft." - -In het Koninklijk Instituut te Willemsoord bleef zijn aandenken geëerd, -en toen de mare van zijn overlijden bekend werd, ontving de kommandant -P. ten Bosch reeds den volgenden dag van de adelborsten het verzoek, -om het portret van Beynen te mogen plaatsen in hun zaal, als een blijk -hunner vereering. En ik kan de verleiding niet weerstaan nog een ander -bewijs te geven van de warme toegenegenheid, door Beynen gewekt bij -onze flinke aanstaande zee-officieren. Namens het corps adelborsten van -het Koninklijk Instituut werd mij, nadat Beynen's levensbeschrijving -in de Gids was verschenen, o.a. het volgende geschreven, waaruit -blijkt met welke nobele plannen voor de toekomst onze adelborsten, -op Beynen's spoor, hun schoone carrière zullen beginnen: - -"Ik kan u de verzekering geven dat de daden en werken van dien -onvergetelijken "Zeeridder" altijd bij ons in levendige herinnering -zullen blijven en zijn edele, echt mannelijke persoonlijkheid ons -steeds als een heerlijk ideaal, schier onbereikbaar, zal voor oogen -staan, als het ideaal van den Hollandschen zeeman, van den zeeman, -waardig een eervolle plaats in te nemen in de rijen onzer roemrijke -"zeevaders"." - -Nadat Beynen het Instituut verlaten had, waar zijn naam dus in -eervolle herinnering wordt gehouden, en waar hij eenige trouwe, -hartelijk geliefde vrienden won, maakte hij een oefeningstocht -op de Urania, en werd hij, na tot adelborst 1e klasse benoemd te -zijn, in September 1871 geplaatst op Zr. Ms. wachtschip de Rijn, -te Hellevoetsluis. Zijn eerste zeereis maakte hij in het voorjaar -van 1872 aan boord van Zr. Ms. Wassenaer, waarmede hij naar de kust -van Guinea ging. Hij werd op de Afrikaansche kust voor het eerst door -ijlende koortsen aangetast, waaraan hij later nog enkele keeren lijden -zou bij tropische hitte. Op de terugreis naar het vaderland hersteld, -ging hij in Augustus van dat zelfde jaar aan boord van de Wassenaer -in de Noord-zee kruisen, en kreeg hij gelegenheid Edinburgh en de -Schotsche Hooglanden te bezoeken, vanwaar hij aan zijn ouders even -aardige als levendige brieven schreef. Maar hij bleef verlangen naar -meer bedrijvigheid en moeielijker werk, en zijn vurige wensch werd -dus vervuld toen hij in 1873 naar Atjeh werd gezonden. - - - - - - - - -II. - -IN ATJEH. - - -Het was in den tijd, die verliep tusschen het verlaten van Atjeh -door de eerste expeditionaire macht en de eerste krijgsbedrijven van -de tweede expeditie, dat Beynen op Zr. Ms. fregat Zeeland, onder -bevel van den kapitein ter zee Van Gogh (thans in 1879 kommandant -der zeemacht in Indië) naar Atjeh gezonden werd. - -Aan boord van dit schip schreef hij in Juni 1873: - -"Al sedert vier dagen liggen wij op de reede van -Atjeh. Onbeschrijfelijk vreemd en doodsch is de indruk, dien men -ondervindt als men op een reede komt, waar men niet verwelkomd wordt -door allerlei soorten van prauwen van bevriende eilanders met vruchten -enz. Wij kwamen dicht bij den vijandelijken wal ten anker. De kust -is zwaar begroeid en daarachter ligt hoog bergland. - -"Nu stelt gij u zeker voor, dat de toestand hier is als volgt: - -"De geheele kust geblokkeerd door de Nederlandsche zeemacht, terwijl -Atjeh een nietsbeduidend, in verval geraakt staatje is. Dat denkt -men in Holland, maar 't is mis, geheel mis! Atjeh is niet in verval, -en de Atjehers vechten als leeuwen. Het is een groot, sterk slag -menschen, die, na hun geweer afgevuurd te hebben, tegen het sterkste -snelvuur der Beaumont-geweren inloopen, met twee klewangs gewapend. De -kolonialen hebben zich prachtig tegen hen gehouden. - -"De Atjehers zijn steeds druk in de weer. 's Nachts ziet men van -het dek al hun nachtvuren tegen de helling der bergen, wat een zeer -eigenaardig gezicht is. - -"Onze kolonel werkt maar altijd rusteloos voort, met het gevolg dat -het hier hoe langer hoe beter wordt, wat de blokkade betreft. Daar -een onzer officieren adjudant van den kolonel is geworden, moest ik -als oudste adelborst op het admiraalschip officiersdienst doen. Omdat -er hier verschillende gevallen plotseling op de wacht voorkomen, -zag ik er eerst tegen op, maar ik vond het toch heerlijk. Het was -Zondag den 16den Juli 1873 dat ik mijn eerste wacht als officier deed. - -"Toen ik op de dagwacht kwam, kreeg ik over--d.i. deelde de naar kooi -gaande officier mij mede--dat er in de Malakkastraat een schip even -zichtbaar was, doch dat men er nog niets verders van wist. Ik keek -mijn oogen uit, maar ik kon niets anders van het schip verkennen -als dat het dubbele marszeilraas had, een witten gang en sloepen -aan bakboord. Toen ik echter uit het manoeuvreeren begreep dat het -schip op de reede wilde komen, liet ik dadelijk den eersten officier -waarschuwen. De overste kwam onmiddellijk op 't dek. Hij wilde juist -de officierssloep doen strijken, toen het schip afhield, de Turksche -vlag vertoonend, die veel op de Atjehsche gelijkt. De overste, ziende -dat het dek zwart van volk was, vertrouwde de zaak niet, en liet de -twee groote sloepen bewapenen, die hij door twee gewapende barkassen -naar het schip liet sleepen. - -"Het was een Turksch schip, Nedjah genaamd, dat, ons salueerend, -ankerde onder den vijandelijken wal. Wij maakten meer stoom, lieten -de ketting met een boei er op slippen en hielden op de reede op en -neder, vlak langs het Turksche schip, met de batterij slagvaardig. Dit -alles geschiedde in enkele oogenblikken. De Turksche kapitein kwam -aan boord, vergezeld van een Maleischen tolk, en nu bleek het een -Arabisch schip te zijn van Mekka, kapitein Mahjeddin, met ruim 450 -hadjis aan boord, waaronder veel Atjehers. Daar de kapitein bewees -dat hij van de blokkade niets wist, lieten wij hem vrij gaan, doch -gaven hem last, zonder eenig verkeer met den wal, onmiddellijk het -anker te lichten en de geblokkeerde wateren te verlaten, wat hij deed, -terwijl de Siak hem volgde om toe te zien dat hij het bevel nakwam, -en de stoombarkassen jacht maakten op prauwen, die het waagden uit -den wal te houden om de Nedjah aan boord te komen. - -"Wat heb ik het getroffen op mijn eerste wacht als officier! - - - -"Het is nu November en sinds eergisteren waren er goede voorteekenen -voor den zoo verlangden N. O. Passaat. Gij kunt u niet voorstellen -welk een aangename verrassing het was, toen ik, op dek komend, -hedenmorgen zag dat wij in plaats van Z. W. nu N. O. voorlagen. - -"Bijna vijf maanden lang hadden wij onophoudelijk Z. W. voorgelegen, -en dit gaat hier altijd gepaard met nat, slecht weder, en nu lagen wij, -voor het eerst sinds ik hier ben, N. O. en woei ons een heerlijke, -koele, droge, geurige wind tegen, terwijl de zon zoo vroolijk en -vriendelijk scheen, aan alles kleur en tinten gevende. Zij verdreef -de donkere wolken van de toppen der bergen en liet de scherpe kruinen -zich sterk afteekenen tegen het hemelblauw. Wat ook heerlijk genoemd -mag worden is, dat nu de schaduwen van de zee zijn weggejaagd, -ik een blik kan werpen in het heldere blauwe water onder ons, waar -tallooze schitterend gekleurde visschen in onze vreugde over de zon -en het weder deelen. De hooge steile donkere kust had onmiddellijk een -vriendelijken tooi aangenomen. De krachtige stralen der tropische zon -drongen in de diepste kloven van het gebergte door, en we zagen die -heerlijke groene wouden, welke Insulinde zoo geheimzinnig aantrekkelijk -maken. Zacht glooiend liepen de lichtgroene berghellingen, hier en -daar door donkerzwart-groen geschakeerd, tot het strand af, waar -de zilverwitte branding haar eeuwig lied zong, terwijl haar tot nu -toe zoo donderende tonen zachtkens en geleidelijk overgingen in die -stille welluidende alleenspraak der fluisterende golven, welke steeds -begrepen worden door hen, die smart kennen. - -"Hoe heerlijk schoon is God's schepping, en wat doet het treurig aan -dat wij die vruchtbare vallei moeten gaan doorweeken met bloed van -inboorlingen en Europeanen. - - - -"Den 17den November moesten wij den wal naderen en werd er een benting -door ons beschoten, waaruit batterijen het ons lastig maakten. Wij -verdreven den vijand, doch wat mij het meeste trof, was het gezicht -van een eenvoudigen kampongbewoner, die onder ons hevigst vuur met -echt Indische kalmte en waardigheid op het strand langs de zee liep, -terwijl hij met deftige, statige bewegingen met de armen de geheele -kustlijn bezwoer, oogenschijnlijk vast overtuigd, dat hij daardoor -zijn schoongelegen visschersdorp behoeden zou voor vernieling. - - - -"Ik ben tijdelijk op Zr. Ms. Schouwen overgeplaatst, welk schip deel -uitmaakt van het eskader, dat Sumatra's westkust blokkeert. Het -bevalt mij hier aan boord weder zeer goed, vooral daar ik hier -officiersdienst doe en 's morgens en 's middags van 4 tot 8 wacht heb, -wat zeer aangenaam is, daar wij veel zeilen, loerende op drie Turksche -schepen, die hier gepasseerd zijn met ammunitie voor Sumatra. - -"Den 14de heb ik een grap gehad. Luitenant v. d. Heuvell en ik kregen -last om de Karang-Baba-baai op te nemen en in kaart te brengen. De -baai ligt bezuiden Atjeh-head, waar onze kommandant de batterijen -moest vernielen. Nadat wij twee dagen van 's morgens vroeg tot donker -er mede bezig waren geweest, konden wij de baai in kaart brengen, -maar de kommandant wist de plaatsen nog niet waar de batterijen -stonden. Nu kreeg ik last om met mijn sloep vlak langs den wal te -houden in de hoop dat men op mij zou vuren. Op de vermoedelijke plaats -der batterij gekomen, roeide ik vlak den wal in tot voor de brekers -op het rif, en wierp daar de dreg in den grond om niet in de branding -te geraken. Ik kon nu de Kali prachtig opnemen, doch de vijand was -te slim om door schieten zijne batterijen, die in het groen verborgen -waren, te verraden. Zelfs toen ik met mijn geweer eenige schoten loste -op het strand, hield de vijand zich roerloos. Wind en zee namen toe, -en ik hield meer op zee naar luitenant Van Broekhuyzen, die met onze -kleine vlet in de golven lag te hakken, zonder er veel vaart in te -kunnen krijgen. - -"De Atjehers hadden mij echter goed gezien en hielden mij in de gaten, -en toen ik den volgenden morgen bezig was aan den Noordhoek van de -baai een kreek op te looden, werd mijn sloep van achter de struiken -plotseling door een heftig geweervuur beschoten. Ik had last om op -te nemen en niet om te vechten en ik ging dus met mijn sextant door, -doch toen de vijanden op het strand kwamen en daar bedaard gingen -knielen en op hun gemak op mij aanlegden, terwijl een hunner het -waagde met de Atjehsche vlag te wapperen, kon ik niet nalaten mijn -Beaumont op te nemen en tien schoten op de heeren te lossen, wat -genoeg was om het geheele strand schoon te maken, zoodat ik met mijn -bezigheid kon voortgaan, ofschoon ze bleven schieten uit het bosch, -zoodat er vele kogels over en naast de sloep vielen, zonder iemand -te kwetsen. Een paar uur later kwamen we heelhuids weer aan boord. - -"Dit was een aardig avontuurtje. - -"Alles is nu trouwens genoegelijk, want wij hebben gelukkig onzen -inslag uit Batavia gekregen, na 4 1/2 maand eigenlijk gebrek te hebben -geleden, zoodat wij nu weer dik beginnen te worden. Gelukkig dat -het Roode Kruis ons meermalen bedacht, hoewel er natuurlijk door het -groote aantal monden niet veel voor ieder was. Dat weinige zal ik toch -mijn geheele leven door blijven gedenken. Ik kan u niet genoeg mijn -bewondering te kennen geven over de wijze, waarop de marine tijdens -de blokkade groote ellende zonder mopperen doorgestaan heeft. Men kan -er zich van verre geen denkbeeld van maken, maar als men weet wat op -die kleine scheepjes, vooral op de Westkust maanden en maanden lang -geleden is, zonder eenige afleiding of verademing en zelfs zonder -voldoend voedsel, dan krijgt men grooten eerbied voor de mannen, die -zoo gewillig en blijmoedig hun edelste krachten ten beste geven in -het belang van ons dierbaar vaderland. Dat ziet niet op mij; o! neen, -dat weet gij wel beter, maar op die kloeke officieren en manschappen, -die maanden lang, terwijl ze de kust blokkeerden, met stormweer te -kampen hebben gehad op scheepjes, die steeds water schepten, zoodat -men--en dat is geen mopje, ik verzeker het u--meer in het water dan -op het droge leefde. - -"Verschillende equipages zijn dan ook afgewerkt en geheel uitgeput, -maar steeds vol goeden moed. - -"Dit zijn zaken, die met geen goud betaald kunnen worden, en land -en volk zijn en blijven, ook weer bij deze expeditie, aan de marine -ontzaglijk veel verplicht." - - - -De adelborst, die met zulk een geestdrift sprak van de officieren der -marine, die hem een voorbeeld gaven; de jonge man, die nooit klaagde -en ontevreden was, maar steeds bewonderde en liefhad, zou spoedig -zelf de ernstige zijde van het beroep zijner keuze zien. - -Op de blokkeerende vloot barstte in December 1873 de cholera uit. - -"De gele vlag waait thans ook aan boord van Zr. Ms. Zeeland," schrijft -hij, "en het is steeds een treurig iets zulk een ziekte als de cholera -aan boord te hebben van een schip, waar men alles zoo haarfijn hoort -en ziet. Ik moet over de reede varen met flesschen karbolzuur om te -desinfecteeren, en om choleralijders met de sloep te vervoeren. O! die -ziekte! die ziekte! welk een vijand! Soms als ik juist op een schip -aanlegde, zag ik een lijk over boord gaan, en het gebeurde ook wel -dat lijken voorbijdreven... 's Morgens deed ieder schip een sein om -mede te deelen hoeveel lijders er aan boord waren, en dan voer de -boot rond om alle zieken te gelijk over te voeren naar het tijdelijk -hospitaal op het eiland Nassy. - -"Ik zelf ben met een groot gedeelte van mijn mariniers van den -wal teruggekeerd met de cholera. Daar ik het in dienst gekregen -had, voorzichtig was geweest met water drinken en mij niet aan -noodeloos gevaar had blootgesteld, schikte ik er mij kalm in. Doch -mijn arme soldaten zijn door de kogels gespaard om te zekerder door -de cholera te sterven. Het peloton, dat ik aan wal aanvoerde, is -gedecimeerd. Zoo iederen morgen mis je weer deze of gene van je troep, -een vriend of een kennis, en vraag je dan: "waar is die en die?" dan -is het steeds hetzelfde: "vannacht op post in elkaar gezakt!" of: -"aan de ziekte overleden." Ik ben echter weer in zooverre hersteld, -dat ik de overgeblevenen kan voorgaan. - -"Van een mijner vrienden moet ik u echter eerst wat vertellen. Van het -begin der expeditie af heeft mijn vriend, de adelborst Schuylenburg, -dag en nacht met de ziekensloep gevaren, wat ik slechts een enkelen -keer deed. Doch hij kan bijzonder goed met een sloep omgaan, welke hij -handig door de branding weet te brengen. Geen moeite is hem te veel; -hij biedt zichzelven telkens aan voor het verschrikkelijke werk van het -vervoeren der zieken, terwijl men eens zien moest, met welke teedere -zorg en oplettendheid hij er voor waakt, dat zoowel choleralijders als -gewonden zoo min mogelijk last zullen hebben van de reis in de sloep. - -"Heden (11 Dec. 1873) kwam hij bij ons aan boord om zieken af te -halen en over te brengen naar de ziekenschepen. Hij en zijn volk -hadden in geen drie dagen ander voedsel gehad als nu en dan wat harde -beschuit, en hij was niet uit zijn barkas geweest. Wij drongen er op -aan, dat hij zich bij ons eens goed wasschen en ferm wat eten zou, -doch hij werd te vroeg weer weggezonden. In den afgeloopen nacht was -zijn vlet in de hevige branding omgeslagen. Deze vlet is een ondiepe -sloep, waarin hij de gekwetsten van den wal naar zijn barkas of de -ziekensloep van het Roode Kruis roeit. Toen de vlet vol water was -en zonk, gaf Schuylenburg het voorbeeld. Hij en zijn matrozen namen -ieder een gekwetste op de schouders, en ze poogden, nu zinkende dan -zwemmende, vasten grond onder de voeten te krijgen. Ze liepen het -grootste gevaar, maar niemand dacht er aan zijn leven te redden door -den gekwetste aan zijn lot over te laten, en ten laatste gelukte het -hun den wal te bereiken, zoodat allen gered werden." - -Een halve maand later schrijft hij opnieuw over zijn vriend -Schuylenburg, die met hem den aanval op Pedir medemaakte en daarbij -gewond werd. - -"Mijn vriend, de adelborst Schuylenburg, ging ook mede. Terwijl -ik tijdelijk als infanterieofficier optrad, was hij weer bij de -ambulance, waarmede hij tot in de voorhoede oprukte. Druk bezig -zijnde met de gewonden dadelijk in zijn armen op te nemen, om ze -in de tandoes te laten vervoeren, stortte hij neer, door een kogel -getroffen, die hem het been verbrijzelde. Ach, wat veroorzaakte mij -dit een smart!... Welk geduld toonde hij steeds, als hij op al de -ziekenschepen bij beurte plaats vroeg voor zijn kranken en, dikwijls -onheusch bejegend, steeds vriendlijk volhardde totdat hij den armen -choleralijders een rustplaats bezorgd had. Zulke diensten, als hij -steeds bewees, zijn niet te beloonen. Maar juist omdat ze zoo weinig -opgemerkt worden zijn ze zoo schoon!" - -Deze edele jonge held, die in enkele regels zoo aanschouwelijk wordt -beschreven door zijn vriend, overleed aan de bekomen wonde. - -Den 31sten Januari 1874 schreef Beynen: "Eergisteren stierf na -een allersmartelijkst lijden mijn vriend F. W. Schuylenburg aan -de gevolgen zijner bekomen wonden bij Pedir, waarbij bovendien nog -dysenterie kwam. De laatste dagen had hij de klem. Zijn overlijden -heeft mij dieper getroffen dan ik kan zeggen. - -"We hebben hem gisteren begraven in den grond, maar al te duur -verkregen en ook door zijn bloed gekocht, hopende, zooals overste -Binkes het uitdrukte, dat het voor de ouders eenigen troost zou zijn -te weten, dat hij ten minste onder de Nederlandsche driekleur en dus -op Nederlandschen bodem begraven ligt. Hij rust in het zeestrand, -aan den zoom van het bosch; een eenvoudig kruis met vermelding van -naam en datum zal voortaan de plek aanduiden, waar onze brave makker -zijn laatste rustplaats vond." - - - -Tot de helden, waarop ons vaderland fier kan zijn, behoort de adelborst -F. W. Schuylenburg. Zijn vriend Beynen heeft in de brieven aan zijn -moeder de beeldtenis van dien jongen ridder der zee bewaard, en er -voor gezorgd, dat dit voorbeeld van onzelfzuchtige plichtsbetrachting, -van hartelijke toewijding aan zijn naasten en zijn vaderland, niet -verloren is gegaan. - - - -Beynen was te zamen met zijn vriend Schuylenburg in het vuur geweest, -en de beide adelborsten der marine hadden getoond niet alleen op zee -hun Koning te kunnen dienen. - -Bij de eerste landing der troepen was Beynen echter niet mede -gegaan, waaraan we eene aanschouwelijke beschrijving van dat -belangrijk krijgsbedrijf te danken hebben. Hij was weer aan boord van -Zr. Ms. Zeeland gekomen en aanvankelijk aangewezen om een peloton -der landingsdivisie van zijn schip--namelijk het tweede peloton -mariniers--aan te voeren. Doch eene noodzakelijke wijziging van dit -bevel hield hem aan boord. Hij schreef den 11den December 1873: - -"Aan alles komt een einde, en dus ook aan het vervoeren van -choleralijders, en zoo brak dan ten laatste de dag van actie aan, -waarnaar wij ruim een half jaar lang hadden uitgezien. Den 9den -December zou de landing plaats hebben, en dat nu niet op het vorige -punt, maar de marine en de transportvloot zouden 's nachts in de -meeste stilte met ongedekte vuren om Pedropunt gaan, ten einde 's -morgens vroeg de troepen aan wal te zetten. - -"'s Nachts om 3 uur was het alarm aan boord, en de Zeeland verliet -de reede van Atjeh. Het was een heerlijke, kalme, heldere nacht, en -verrukkelijk om te zien, hoe al die schepen naast elkander stoomden -en bij het doorkomen van den dag op de hun aangewezen plaatsen lagen. - -"De marine was in twee divisiën gesplitst: de landings- en de -dekkingsdivisie. De eerste, onder den kapitein-luitenant-ter-zee -Binkes, zou uitsluitend troepen landen en hen beschermen, terwijl de -dekkingsdivisie--bestaande uit de grootste schepen--onder kolonel -Van Gogh, door een goed onderhouden granaatvuur de verbindingslijn -tusschen Groot-Atjeh en de landingsplaats zou afsnijden. - -"Daar twee van onze officieren op de sloepen geplaatst waren, viel -ik als oudste adelborst het eerst voor den dienst in en bleef dus aan -boord van de Zeeland. Hoe gaarne ik ook in de sloepen was medegegaan, -heb ik zulks niet willen vragen. - -"Elke dienst toch moet goed vervuld worden en ieder zou natuurlijk -het belangrijkste willen bijwonen; ik zou met dezelfde toewijding, -zoo het noodig ware geweest, dag en nacht choleralijders vervoerd -hebben, als dat ik mijn matrozen had aangevoerd bij de landing, -indien mij deze eer was te beurt gevallen. - -"Ik bleef dus aan boord. Om vier uur ontbeten wij allen flink met -spekpannekoeken en hard brood, en bleven toen tot het licht was -geworden in de batterij. Ik had bovendien de wacht als officier; -het was dus dien dag gezellig dienst presteeren, en ik troostte mij -er mede dat deze dienst wellicht even nuttig was voor het land als -menige andere. - -"Om negen uur 's morgens zagen wij de landing plaats hebben. Welk -een aantal sloepen! Langzaam maar zeker, gedekt door het vuur van -het landingseskader en voorafgegaan door de gewapende marinesloepen, -naderden zij den wal onder een vrij hevig schieten van den vijand, -totdat eindelijk de sloepen den wal bereikten, en de eerste -Nederlanders, door het water wadend, Atjeh's grond betraden. Ik -vergeet het heerlijk schouwspel nooit van die drie of vier eerste -mannen, voorafgegaan door een luitenant, die op het land sprongen en -onmiddellijk de eerste hoogte bestormden, waar ze handgemeen werden -met den vijand. - -"Toen de volgende sloepen, onder een goed onderhouden vuur van de -marinesloepen en gevolgd door de muziek van de kolonialen, aan den -wal kwamen, schaarden soldaten en matrozen zich in linie van bataille -en en colonne rukten ze met versnelden pas langs het strand om de -West. Zij naderden ons nu meer en meer, en wij zagen de troepen, -met de bajonet op, als een glinsterende, kronkelende slang door het -bosch en over de begroeide hellingen zich een weg banen, terwijl de -voortroep met stormpas vooruit was gerukt en onder onze oogen drie -vlaggen van de benting haalde, hetgeen met een driewerf hoezee! vol -geestdrift van al de schepen begroet werd. - -"Den volgenden morgen werden de marinesloepen naar wal gezonden, met -de mariniers, van welke ik er 50 aanvoerde, ten einde de kampong in de -rugzijde van den waterkant aan te vallen. Bij hoogwater gingen 25 van -onze gewapende sloepen naar land; wij naderden zoo dicht mogelijk en -sprongen toen gepakt en gezakt over boord, waadden verder en stelden -ons langs de kust op. In goede orde marcheerden wij op, toen ons -geseind werd om halt te houden. De vijand had de kampong ontruimd, -ze was door onze troepen bezet en wij moesten naar boord terug. Ik -mocht dus dezen dag Koning en vaderland nog niet in het vuur dienen. - - - -"Ten laatste mocht ook ik iets doen voor het land, en de eer der marine -helpen ophouden. Een paar dagen later werd er 's morgens geseind, -dat gewapende sloepen zich in de Kali moesten samentrekken. Toen de -geheele sloepenbrigade gereed was om onder overste Bunnik de rivier -op te roeien, vernamen wij dat het gemunt was op Kotta-Djawa, waar -de vijand zich met kanonnen verschanst had. Terwijl wij de prachtige -rivier opvoeren, hoorden we voortdurend het snelvuur der kolonialen -op den oever, en het eigenaardige schrille krijgsgeschreeuw van -de Atjehers. Op den bepaalden tijd waren wij voor Kotta-Djawa, -waar wij plotseling beschoten werden uit twee bedekte bentings aan -weerszijden van de rivier. Verschillende onzer sloepen raakten vast -op een versperring, door den vijand in de Kali gelegd, zoodat wij -spoedig gekwetsten hadden. De sloepen beantwoordden kalm en goed -mikkende het vijandelijk vuur. Onze granaten sprongen onophoudelijk -in de bentings. Mijn peloton was aangewezen om de voorhoede uit te -maken, en zoo rukte ik met mijn mariniers in tirailleurslinie de -kampong binnen, doch de vijand was gevlucht. Elk huis werd doorzocht, -doch alles bleek in haast verlaten te zijn. De overste bepaalde nu, -dat de mariniers onder kapitein Sutherland aan wal zouden blijven, -terwijl de matrozen in de sloepen voor dreg zouden blijven liggen. De -benting was ontzaglijk sterk, op zijn Europeesch aangelegd met bomvrij -logies. Acht stukken waren op de wallen geplant, terwijl de zwaarste -stukken de Kali bestreken. Wij maakten ons bivak zoo goed mogelijk -in orde; sloegen hutten op en namen alle mogelijke voorzorgen van -veiligheid. Den eersten nacht in het bivak vergeet ik nooit. Gekleed -en met de wapens in handen, lagen wij op den grond en deden geen oog -toe, daar duizenden muskieten op ons aanvielen. Het was een heerlijke -nacht, waarin wij alleen verontrust werden, doordien de vijand boven -'s winds van ons zijn eigen huizen in brand stak, zoodat de rook en -groote vlammende vonken over ons bivak heen vlogen. Wij wisten dat -wij op een vooruitgeschoven post in het vijandelijk land waren en -pasten dus dubbel op. - -"Om vier uur was het reveil, en de luitenant-ter-zee Van Stein werd -met mij en tien mariniers op verkenning uitgezonden. We kwamen terug -met twee schapen, geiten en een slachtos, zoodat we ons van een -voldoenden voorraad versch vleesch voor ons kleine troepje hadden -voorzien. Vervolgens moest ik met een corvée een weg naar de Kali -kappen, de bamboeheggen herstellen en het bivak voltooien. 's Avonds -had ik van 6-12 uur de wacht, en sliep toen tot 4.30, zonder dat de -muskieten mij den slaap konden ontrooven. - -"Om zeven uur kwam een kapitein van den Staf de rivier op en meldde -aan onzen kapitein, dat het halve derde bataljon vooruitgezonden was, -eerst om de zuid en dan op het kompas om de west. Een kompagnie van -ons moest derhalve om de oost trekken, ten einde deze troepen te -ontmoeten en hun den weg naar de benting te wijzen. - -"De kompagnie, waarvan ik het tweede peloton van 60 man aanvoerde, -begaf zich dadelijk onder bevel van kapitein Sutherland op weg, -en ik moest weer de voorhoede uitmaken. In behoorlijke orde met -spits, voorwacht, hoofdtroep en zijdekkingen marcheerden wij op. Het -moest langzaam gaan, want het terrein was zeer bezwaarlijk. Ik was -echter zoo gelukkig een meer open terrein te vinden, dat om de oost -liep en dat volgden wij nu een eind ver, totdat wij in sawahvelden -uitkwamen. Hier liet de kapitein mij met mijn peloton, dat het meest -rust noodig had, als steunpunt achter, waarop hij kon terugtrekken, -en hij marcheerde verder. Toen de kapitein uit het zicht was, deed -ik een ronde langs de postenketen en ontdekte een pad in het bosch, -dat onbezet was gebleven. Ik liet daar een dubbelen post achter en -maakte een patrouille om het terrein iets meer te verkennen. Plotseling -hoorden wij iets, en, in het groen verscholen, verkende ik een troep -van 14 kolonialen, die van het pad langs de Kali waren afgedwaald. Het -waren allen neger-soldaten, maar ik wist mij toch begrijpelijk te -maken en hun den weg te wijzen. Om 11 uur kwam de kapitein terug, -zonder onze troepen ontmoet te hebben, en nu trok ik met mijn peloton -in oostelijke richting op, terwijl het eerste peloton onder den -kapitein en luitenant Van Stein zich op mijn plaats opstelde. - -"Ik moet bekennen, dat, toen ik mij te midden der sawahvelden op -onbekend terrein bevond, wetende dat alles wat nu geschiedde op -mijn verantwoordelijkheid was, dit mij wel eenigszins een vreemde -gewaarwording gaf. Maar ik bracht mij in herinnering alles wat ik -mijzelf geleerd had van hetgeen een infanterieofficier in zulk een -geval moet doen, en dan steunde ik op mijn beetje gezond verstand -en bleef dus maar kalm, terwijl ik behoedzaam voortsloop, van elke -bedekking gebruik makende. Toen ik een goed terrein vond om mijn -hoofdtroep in stelling te laten komen, liet ik halt houden. Ik had -in de verte een gong gehoord en liet, na posten uitgezet te hebben, -een patrouille onderzoek instellen. Ze kwamen met het bericht dat we -in de buurt van een grooten kampong waren, wat ik al gedacht had door -de menigte klapperboomen, welke ik zag. - -"Daar ik zekerheid wilde hebben of die kampong bezet of verlaten was, -besloot ik er mij zelf van te overtuigen, om zeker te zijn dat ik niet -door overdreven berichten op een dwaalspoor wierd geleid. Met vier oude -soldaten kroop ik door de hooge halmen en naderde uiterst behoedzaam -den boschrand. Eerst zag ik een kat, toen een hond, en ten laatste -hoorde ik duidelijk stemmen in den kampong. Ik wist nu genoeg en -trok terug op onzen hoofdtroep om den kapitein te waarschuwen en zijn -orders te vragen. Een mijner zijposten, die tusschen twee sawahvelden -op den uitkijk stond, werd toen echter iets gewaar, en nu zag ik -een paar zwarte kolonialen, gevolgd door een Europeesch sergeant, -uit het bosch kruipen. Wij verkenden elkander spoedig, en ik liet mij -bij den Overste Engel, die dicht achter de spits marcheerde, brengen, -wien ik mededeelde dat ik tot een compagnie mariniers behoorde, die -last had zijn troepen te ontmoeten. De overste was verblijd dat wij -elkander ontmoet hadden, daar hij den vorigen dag een vergeefschen -tocht gemaakt had, en zeide dadelijk tot mij: "Mijnheer, ik wensch -u hartelijk geluk met ons behaald succes!" waarop ik niet veel wist -te antwoorden. - -"Ik schrijf dit alles zoo uitvoerig om mij later al die kleine -bijzonderheden te kunnen herinneren, daar ik dit de belangrijkste -gebeurtenis vond tijdens mijn verblijf in de vallei van Atjeh." - - - -De 21-jarige adelborst had dan ook wel reden om dit eerste -onafhankelijk optreden in herinnering te houden. De ontmoeting in -dit uitgestrekte, onbekende, moeielijke terrein, nadat enkel op -het kompas gemarcheerd was, had plaats juist zooals gewenscht was, -en het kalme beleid, waarvan in het eenvoudig verhaal blijken genoeg -voorkomen, kenschetst vooral den jongen zeeman, die op zijn gezond -verstand vertrouwt. Twee dagen later werd op hetzelfde terrein een -transport met begeleidende troepen overrompeld en vernietigd. - -Na twee keer in het vuur te zijn geweest, nam Beynen deel aan een -aanval op de hoofdplaats van het rijk Pedir op de Noordkust, waar zijn -colonne het acht uur lang hard te verantwoorden had, bij welken aanval -de adelborst Schuylenburg de wond kreeg, waaraan hij overleed. In -sloepen waren ze de rivier opgeroeid en, na aan wal gestapt te zijn, -slaags geworden met den vijand, die zoowel hun linker als rechter -flank omtrok en van achter boomen en struiken op hen vuurde. - -"De vijand kwam nu opzetten," schrijft hij in een brief van 1 Januari -1874, "en vocht ongelooflijk dapper; als ik het zelf niet gezien had, -zou ik het bijna niet gelooven hoe zulk een voorvechter tegen ons -pelotonvuur kwam inloopen, al dansende en springende en met zijn -twee klewangs zwaaiende, totdat hij dood nederstortte. Sneller -en met grooter overmacht naderde de vijand. Nu moesten alle -mariniers gaan liggen en enkel de onderofficieren en scherpschutters -voortreden. Kalm en juist begonnen zij snelvuur te geven. Dit hielp -ontzaglijk. Achtereenvolgens zagen wij die dappere kerels, gewond, -waggelend vooruitsukkelen en eindelijk languit in het zand tuimelen. De -artillerie konden we niet in positie krijgen door den aard van het -terrein, dat een moeras was. Intusschen daalde door de eb het water -meer en meer in het ellendig riviertje, en we moesten dus met de -booten aftrekken, als we die niet op het droge wilden laten. De vijand -beschoot ze reeds, en er vielen gewonden. We trokken dus terug naar -de booten en de mariniers deden dit op de meest uitmuntende wijze. De -sloepen moesten door de rivier worden getrokken door matrozen, die tot -het midden in het water liepen. Dit vorderde langzaam, zoodat ik met -mijn sectie ruim een uur achter de dijkjes stand moest houden. Hierbij -verloren wij twee dooden en twee gekwetsten. Nu waren de sloepen -behouden en trokken wij langzamerhand terug, al vurend, door moerassen, -kreken en bijna ondoordringbaar nipa-nipa, meer dan eens tot over de -borst door den modder wadende. De geest onder de soldaten bleef steeds -even voortreffelijk. Ten laatste kwam er een echt tropische regenbui, -en we liepen te rillen in den modder, maar de regen verdreef den -vijand, wiens kruit op de pannen van zijn vuursteengeweren nat werd. We -hebben toch flinke soldaten! Met zoo weinig volk, in zulk terrein, -terwijl de rivier ons in den steek liet, zoo te retireeren, zegt wat -ten voordeele onzer manschappen, die ordelijk, bedaard en vroolijk -bleven. Het was een branitocht, en onze generaal Van Swieten gaf er een -speciale dagorder voor. Intusschen vind ik het hoogst onaangenaam dat -mijn eerste ernstige ontmoeting met den vijand een terugtocht moest -wezen. Maar ik kon er niets aan doen. Het is een treurig gezicht -zoo zijn manschappen te zien neerstorten, maar het gevecht animeert -onbegrijpelijk. Van mijn sectie zijn er velen gevallen. Wij voerden -onze gesneuvelde krijgsmakkers mede naar het schip en zetten hen den -volgenden dag in zee met militaire eerbewijzen over boord. Wat mijn -dappere mariniers aangaat, men mag mij met de derde sectie, voor mijn -part, gerust overal heenzenden; ik vertrouw volkomen op hen en zij -op mij. Doch terwijl ik eenige dagen gewone dienst op de reede deed, -zijn mijn mariniers, helaas! zonder mij weer naar den wal gezonden. - -"Het dooden van zijn medemenschen is echter een smartelijk, een -verschrikkelijk werk. - -"Ik heb daarbij grooten eerbied voor die wilde natuurmenschen, die -met zulk een opoffering en moed het schoone land dat zij bewonen, -verdedigen. - -"Het is mijns inziens een hoogst noodzakelijke oorlog, maar uit een -menschlievend oogpunt meer dan treurig, en ik vind het verschrikkelijk, -dat dit dooden van dappere kerels noodig is voor ons vaderland. Doch -wij zijn de dienaars van vorst en regeering en zullen onzen plicht -betrachten als een braaf zeeofficier betaamt. - -"Soms ziet men echter veel, wat zeer pijnlijk is en het hart doet -krimpen. - -"Na de bloedige bestorming van Moesapi vond men te midden der -gesneuvelde Atjehers het lijk van eene beeldschoone inlandsche -vrouw. In de eene hand klemde ze nog een lans, in de andere een -klewang. Een kogel had haar in het hart getroffen. - -"Terwijl de troepen zegevierend verder trokken, begroeven onze -matrozen de gesneuvelden. Al de Atjehers gingen samen in één grooten -kuil. Doch toen ze die schoone vrouw daar zagen liggen, die voor haar -land gesneuveld was, bedekten ze haar met een kleed; geen onvertogen -woord, geen grap werd gehoord, doch zonder dat hun iets geboden was, -groeven ze uit eigen beweging een afzonderlijk graf voor haar. Mij -schoten de woorden te binnen van Wolfe: - - - "Slowly and sadly we laid her down, - On the field of her fame fresh and gory, - We carved not a line, and we raised not a stone, - But we left her alone WITH HER GLORY". - - -"Als ware zij eene Hollandsche vrouw, had die heldin haar land lief. - -"Moge ons land met nauwgezetheid van geweten dit rijk besturen, -dat door de natuur zoo rijk begiftigd is. Moge dit geschieden in -het belang van het vaderland, maar voornamelijk in het belang van -die moedige, onwetende inboorlingen, die tot nu toe onderdrukt en -uitgezogen werden door vreemde overweldigers. Moge het bloed van onze -dapperen niet tevergeefs zijn gestort, en geen toestand worden geboren, -waarvan een weldenkend mensch gruwt. Eerst als ik daarvan zekerheid -heb, zal ik van ganscher harte deelnemen in de vreugde, welke op het -oogenblik geheel Nederland zeker gevoelt over de inneming van den -Kraton. Die inneming moet een zegen worden voor Atjeh, gelijk ze een -roemvolle bijdrage is tot de geschiedenis van het dierbare vaderland!" - -Wie drukt den adelborst, die dus gevoelde en aan zijn moeder schreef, -niet in gedachte de hand? - -Beynen bleef nog eenigen tijd te Atjeh aan land, doch ten laatste -waren er van de 200 man niet zoovele meer ongewond en gezond, dat het -veilig was hen daar te laten. Zij werden weder aan boord gezonden, -en Beynen kwam juist bijtijds om de laatste eer te helpen bewijzen aan -zijn vriend Schuylenburg, die den 29sten Januari overleed. Den eersten -Februari overviel Beynen de geduchte Indische koorts. Tien dagen lang -herhaalden zich de aanvallen, die hevige congesties veroorzaakten. Het -schip was vol zieken; er kon weinig notitie van hem genomen worden, -doch ieder deed recht hartelijk wat hij vermocht. - -"Terwijl ik daar ziek en moedeloos nederlag, hoorde ik boven mij op -'t dek een dagorder van den generaal voorlezen. Ik luisterde, en toen -ik hoorde dat de generaal ons mededeelde, dat hij na de inneming van -den Kraton uit Holland tal van telegrammen had ontvangen om hulde te -brengen aan de opofferingen en dappere daden van zee- en landmacht -voor Atjeh, kan ik u niet zeggen hoe heerlijk te moede ik was. Ik -werd eerst ijskoud en de tranen sprongen mij uit de oogen. Zulke -oogenblikken in het soldatenleven vergoeden veel, zeer veel. Wat zijn -er dan ook vele opofferingen door onze dapperen gedaan, wat zijn er -schoone daden verricht! - -"Het was dien dag een gelukkige dag. Ik kreeg twee brieven van huis, -en onze beste, brave kolonel Van Gogh kwam mij opzoeken, met dit -gevolg dat 's middags de dokter naar mij toekwam en zeide: "Hoor eens, -Beynen, dat gaat zoo niet! De kolonel heeft mij over je gesproken en -we hebben gemeend dat verandering van lucht en afwisseling onmisbaar -voor je zijn. De frissche zeelucht moet je genezen. Overmorgen -gaat Zr. Ms. Soerabaya naar Batavia en dat reisje moet je niet als -officier, maar als passagier medemaken. Dan ga je in Batavia in 't -hospitaal en zoodra je beter wordt, ga je naar boven (d.i. naar het -gezondheidsetablissement Gadok, op de grens der Preanger), om te zien -of je geheel herstellen kunt!" - -"Gij ziet hoe men voor mij zorgt, maar ik vind het erg onaangenaam -zoo de expeditie te moeten verlaten, in plaats van op Zr. Ms. Zeeland, -met vlag en wimpel van top, Atjeh te verlaten als alles afgeloopen is, -mais qu'y faire!" - - - -De zeereis en de frissche berglucht der Preanger maakten dat de koorts -en dysenterie ten laatste overwonnen werden, doch het gestel was zoo -geschokt, dat hij naar het vaderland werd teruggezonden. - -De geneesheeren stonden niet toe dat hij door de Roode Zee ging, -uit vrees dat de hersenkoorts dan terug zou keeren, zoodat hij de -reis per zeilschip om de Kaap de Goede Hoop maakte, en den 21sten -November 1874 in Holland terugkwam. - -Te St. Helena van een bezoek aan het graf van Napoleon aan boord -terugkeerende, ontving hij het bericht dat zijn door hem zoo innig -geliefde en vereerde vader overleden was. Hij was nog zwak, en de -smartelijke tijding trof hem zoo diep, dat hij de rest van de reis -in zijn hut doorbracht. - -Een bijna vrouwelijke teederheid onderscheidde dezen moedigen en -heldhaftigen jongen! Wat hij in de eenzaamheid zijner hut gedurende -de lange reis overdacht, en waartoe hij besloot, zal blijken uit het -volgende deel van zijn leven, waarvan ik nu enkele bijzonderheden -ga mededeelen. - - - - - - - - -III. - -NAAR HET NOORDEN. - - Voor niemand is 't verborgen: - Ons heden draagt ons morgen - Ontkiemende in den schoot; - De wilskracht spreekt uit ijver, - Maar--faalt zij--trots den drijver - Voert dommelzucht ter dood! - - Gedacht,--gewerkt,--gebeden! - En vroegst en jongst verleden - Zijn lessen afgevraagd, - Tot uit het schemerduister - Voor aller oog de luister - Eens nieuwen morgens daagt! - - -Het heeft mij vaak leed gedaan dat Potgieter, die in deze en zoo vele -andere regelen zijn volk opwekte tot mannelijke daden, niet de vreugde -genoten heeft van Beynen te leeren kennen. Deze was een jongen naar -zijn hart, die, de traditie eerende, aan heden en verleden lessen -vroeg, om met al de kracht, die in hem was, te werken voor een -grootsch ideaal. - -Er waren woorden van Potgieter, welke Beynen van buiten kende. - -Laat mij er enkele van aanhalen: - - - -"Er was een tijd, waarin de weegschaal der volkeren van Europa door -hare vorsten niet ter hand werd genomen, of de hollandsche maagd, -aan hunne zijde op het rechtsgestoelte gezeten, wierp er mede haar -oorlogszwaard of haren olijftak in..." - -"Er was een tijd, dat de Hollandsche vlag werd begroet als de -meesteresse der zee, waar ook ochtend- of middag- of avondlicht -de oceanen van beide wereldhalfronden verguldde; een tijd, waarin -hare vlootvoogden den bezem op den mast mochten voeren, dewijl zij, -naar de krachtige uiting dier dagen, de zee hadden schoongeveegd -van gespuis; en in een der jongste vergaderingen Hunner Edelmogenden -hebben welsprekende stemmen de roemlooze ruste van Janmaat beklaagd!" - - - -"Er was een tijd, waarin de Hollandsche handel den moed had, de boeien -te verbreken, hem door den beheerscher der beide Indiën aangelegd, -en, stouter nog, de ongenade van 's aardrijks uithoeken braveerde om -eenen doortocht te vinden, "door natuur ontzegd;" een tijd waarin -de winzucht een adelbrief verwierf, door hare verzustering met de -wetenschap;--stel u voor, God verhoede dat het ooit gebeure! stel u -voor, dat Java ons niet langer zijne schatten in den schoot stortte, -en zeg mij werwaarts de dienstbare vloot der Handel-Maatschappij dan -hare zeilen hijschen zou; waar de ondernemingslust harer reeders in -Noord- of in Zuid-Amerika betrekkingen heeft aangehouden; waar men -zich onzer in China nog herinnert; wie ons in Australië kent?" - - - -Deze regels waren Beynen uit het hart geschreven. Hij eerde de -Oliviers van Noord, de Jacques le Maires, de Barentsen met de warmste -geestdrift: hij had Prins Maurits er lief voor, dat hij het octrooi -der Groenlandsvaart aan onze koene zeelieden verleende; hij eerde -even hartelijk de Oranjes in het harnas voor 's lands veiligheid en -vrijheid strijdend, als de groote zeekapiteins voor 's lands welvaart -en grootheid aan het roer. - -Hij had innigen eerbied voor de handelaars en reeders van Holland's -gouden eeuw, die het mogelijk maakten dat zoovele schepen op avontuur -uitzeilden, "omdat zij er hun breeden rug onder zetten," gelijk hij -zoo eigenaardig, met een glimlach kon zeggen. Hem wekte ons verleden -tot krachtsinspanning, en sinds den eersten dag, dat hij zelfstandig -dacht, werkte hij voor zijn ideaal: de wereldzee arbeidsveld als -weleer; de poolzee kweekschool van zeemanschap en ondernemingszucht. - - - -Wat hij als jong adelborst had opgemerkt, versterkte hem in deze -gevoelens. - -Hij had al zeilende en vechtende telkens meer liefde gekregen voor -de Nederlandsche marine, en zijn wapenbroeders in het schoone corps, -waartoe hij de eer had te behooren, zullen uit de enkele brieven, -welke ik van hem aanhaal, zien, welke geestdrift de kennis, moed -en zeemansdeugden der officieren van de koninklijke marine bij hem -opwekten. - -Doch hij merkte op dat, door het schier uitsluitend varen op -stoomschepen over bekende wateren, en het ontzenuwend dienen in den -Indischen archipel het scheepsvolk veel zeemanschap en vooral veel -zeemansgeest had verloren. Met het oog hierop wilde hij dat toch elke -richting zou gevolgd worden, welke als tegenwicht kon dienen tegen -het noodzakelijke, maar minder leerzame dienen en rusten in Indië, -ten einde dus de eigenschappen en krachten te kweeken, die het zeevolk -van Tromp en De Ruyter onderscheidden. - -In de eerste plaats achtte hij daarom verkenningstochten in de -Noordelijke IJszee noodig, als bij uitnemendheid geschikt om bij -koninklijke marine en handelsvloot nieuwen zeemansgeest te wekken. - -Hij had niet veel gelezen over dit onderwerp, toen hij in Nederland -terugkeerde, maar hij had dit denkbeeld als bij ingeving. Hij wist -nog weinig, maar dacht des te meer. Zijn zucht om naar het Noorden -te gaan was aanvankelijk slechts een onbestemd verlangen, en op het -zeilschip, dat hem naar zijn dierbaren huiswaarts bracht, bleef hij -er steeds aan denken, hoe het hem mogelijk zou wezen zijn ideaal te -bereiken en iets voor zijn land en de marine te doen. - -Te huis gekomen, wendde hij zich in Februari 1875 tot den kapitein -ter zee, M. H. Jansen, staatsraad voor marinezaken, wiens roemrijke -loopbaan als zeeofficier en wiens geloof in de Noordpoolvaart, als -kweekschool voor de marine, Beynen bekend waren. Hij vroeg den kolonel -of hij hem niet het voorrecht kon verschaffen met een der Engelsche -expeditiën naar het Noorden te worden gezonden... doch men hoore hoe -kolonel Jansen mij deze eerste ontmoeting zelf in een brief mededeelt: - - - -"In het vroege voorjaar van 1875 werd mij een kaartje binnengebracht -waarop stond: L. R. Koolemans Beynen, luitenant-ter-zee, die mij -wenschte te spreken. Ik had zijn naam nooit vroeger gehoord. Met -vriendelijk, modest, innemend gelaat vroeg hij mijn hulp om een reis -naar de poolgewesten te maken. - -Dit nam mij nog meer voor hem in; maar mijn sympathie daalde toen ik -hem vroeg of hij iets van de groote gevaren en moeielijkheden kende, -en er wat over gelezen had, en hij ten antwoord gaf: neen, niets! - -"Nu zeide ik: neem dan eerst deze boeken naar huis mede, lees ze -aandachtig en kom daarna nog eens terug. - -"Ik gaf hem al mijn boeken over ijsvaart mede van 1595 tot op onzen -tijd, waarmede hij blijkbaar gelukkig wegging. Veertien dagen later -kwam hij zijn verzoek herhalen, want, zeide hij, "nadat ik de boeken -met ongeduld verslonden heb, is de aandrang in mij nog veel grooter -geworden om naar het Noorden te gaan." - - - -Zijn wensch werd vervuld. Wel waren al de plaatsen op de Alert en -Discovery--de schepen door de Engelsche regeering naar het Noorden -te zenden--reeds bezet, doch kolonel Jansen had in April, van zijn -vriend den geograaf Clements Markham,--nu Sir Clements Markham en -oud-president van het Britsche Aardrijkskundig Genootschap--vernomen -dat de beroemde noordpoolvaarder Sir Allen Young voornemens was in Juni -een ontdekkingstocht te gaan maken in de Noordwestelijke IJszee. De -heer Markham vroeg aan Jansen: "Can you suggest the name of a Dutch -officer with the necessary tastes and qualifications who would, -with the sanction and approval of his government, like to accompany -Captain Allen Young on his Arctic Voyage?" - -Kapitein Young schreef ook aan kolonel Jansen, zeggende: "Knowing the -great interest that His Majesty the King of Holland has so graciously -taken in scientific matters and also that the Dutch nation has always -taken so prominent a part in the explorations of the Northern Seas, -I write to you to say that I should feel much honored if his Majesty -the King and his Excellency the minister of marine should desire -to appoint an officer to accompany my expedition with the view of -studying the navigation of the Western arctic Seas." Z. M. de koning -gaf het gevraagde verlof en de minister van marine Van Erp Taalman -Kip werkte met hartelijke belangstelling mede, daar hij den jongen -luitenant in staat stelde om Sir Allen Young's uitnoodiging aan te -nemen en met hem op de Pandora een ontdekkingsreis te gaan maken. - - - -Hij had zich hiertoe zooveel mogelijk voorbereid, door onder leiding -van kolonel Jansen alles wat op de ijsvaart betrekking heeft, te -bestudeeren, en uit zijn verslagen kan men bespeuren hoe grondig hij -onmiddellijk de wetenschappelijke studie der pooltochten heeft opgevat, -eer hij de praktische ervaring ging opdoen, welke zijn land ten goede -zou komen. - -Hij bekommerde zich niet om hetgeen een reis op de Pandora hem zou -kosten maar rustte zich voor eigen rekening uit, en verkocht daarvoor -"een papiertje," zooals hij lachend zeide. Terwijl hij op reis was -droeg kolonel Jansen zorg dat hij bij zijn terugkeer "het papiertje" -weer zou kunnen inkoopen, waartoe eenige belangstellenden de som -vergrootten, welke Mr. O. F. baron Groeninx van Zoelen reeds vroeger, -in een schrijven aan het bestuur van het Aardrijkskundig Genootschap, -had aangeboden, wanneer een officier der Nederlandsche marine op een -poolschip mocht medegaan om zich in de ijsvaart te oefenen. - -Het heeft moeite genoeg gekost om Beynen, die schier al te weinig om -geld gaf, over te halen dit bedrag aan te nemen. Zijn ijver om mede te -gaan kan blijken uit den volgenden brief aan mij van kolonel Jansen: -"Door een toevallig verzuim was de toestemming van kapitein Young -mij zeer laat ter hand gesteld, zoodat ik niet dacht, dat er voor -Beynen nog tijd genoeg zou zijn, om zijn uitrusting in gereedheid -te brengen. Ik was dan ook op het punt van kapitein Young voor zijn -vriendelijk aanbod te bedanken, toen Beynen juist bij mij kwam. Acht -dagen, zeide hij, is meer dan ik noodig heb om mij gereed te maken. Wij -gingen dadelijk naar den minister van marine, die evenwel 's konings -toestemming niet wilde vragen, zonder zeker te zijn dat kapitein Young -met Beynen genoegen nam. Toen zeide Beynen: Mag ik naar Londen gaan, -om het hem te vragen? De minister vond dat goed. Het was toen 3 uur -en te 5 uur voer hij reeds naar Harwich en keerde den volgenden dag -terug, zonder te denken aan de kosten, en na hetgeen hij voor zijn -uitrusting noodig had, op aanwijzing van kapitein Young, in Londen -besteld te hebben. Zoo was Beynen." - - - - - - - - -IV. - -DE TOCHTEN OP DE PANDORA. - - -De opkomende zon bestraalde met een rooden gloed de glinsterende -gletschers, die van de hooge steile gebergten van Groenland's Westkust -in de zee nederdalen. Tallooze ijsbergen dreven op het donkere water -van de zee van Baffin, waardoor de kleine stoomboot de Pandora in den -zomer van 1875 zich een weg baande. Indrukwekkend was de kalmte en -rust der natuur; men hoorde slechts een zacht geluid als van een verre -branding, wanneer de golfjes, welke de schroef van de Pandora in de -IJszee woelde, onder de uitgeholde randen van de kristallen ijsvelden -krulden en kabbelden tegen de blinkende kanten der ijsschotsen. - -Op het dek van het schip ging Beynen heen en weder. Hij stevende voor -het eerst naar het Noorden, onder den roemvollen poolvaarder Sir Allen -Young, die reeds twintig jaar geleden, aan boord van de Fox gepoogd -had den Noordwestelijken doortocht te vinden en door het ijs langs -het Noorden van Amerika, van de eene wereldzee in de andere te komen. - -De Pandora, die zeil kon voeren en daartoe barkstuig had, was -den 28sten Juli straat Davis ingezeild en kliefde den volgenden -ochtend hare met schuim bedekte golven. "Trillend onder den druk -harer zeilen scheen zij als bezield met diezelfde wilde vervoering, -welke ons eigen hart zoo hoorbaar deed kloppen," schreef Beynen, -de verrukking herdenkende van zijn eerste zeilen te midden van het -Noordsche drijfijs. - -"'t Was een heerlijke ochtend. Aan stuurboord van ons hulde -de opkomende zon de hooge besneeuwde bergtoppen met hun diepe -donkere schaduwen in een rooden gloed, waartegen 't zilverwitte -drijfijs grillig afstak, en rondom ons in alle richtingen werd de -gewone eentonigheid der zee aangenaam afgebroken door die kristallen -ijsmassa's, waarmede zij als bezaaid scheen, en die, naderbij gekomen, -de meest fantastische vormen en gedaanten vertoonden. - -"De met schuim bedekte zee wierp zich al joelend en juichend in de -diep uitgeholde gleuven dier lichtblauw gekleurde schotsen, die ze -reeds als haar gewisse prooi beschouwde, daar zij ze langzaam en als -het ware spelend naar 't zoele Zuiden dreef. 't Zilverwit van deze -doorzichtige gevaarten werd aangenaam afgewisseld door 't lichtgroen en -helderblauw, dat zich diep in hun binnenste verschool, doch nu helder -uitblonk, beschenen door de vriendelijke stralen der opkomende zon." - -Deze woorden van Beynen doen ons iets gevoelen van de frissche -geestdrift, waarmede hij de IJszee het eerst binnenzeilde. - -Het was eenige dagen na dezen schoonen ochtend, dat hij op het -dek heen en weder ging, terwijl de Pandora bij windstilte langs -Groenland noordwaarts stoomde. Met bewondering zag hij op naar de -steile kust van Groenland, welke gedurende den korten zomer van -het Noorden, door haar weêrgalooze schoonheid en door de machtige -vormen van haar fiere hoogten de harten treft der moedige zeelieden, -die naar de IJszee varen. Groenland's kust is een gebroken getande -lijn van hooge, woeste bergen, die steil oprijzen uit het water, -en hun zware, met gletschers bedekte zijden schier loodrecht -meer dan 3000 voet omhoog heffen. Op deze bergen tooveren zon en -dampkring de meest zonderlinge, ongestadige lichtspiegelingen, de -zeldzaamste mengelingen van tinten en kleuren, gelijk Mac Gahan, -Beynen's reisgezel en vriend, in zijn aantrekkelijk boek Under the -Northern Lights schoon beschreven heeft. Een dunne nevelsluier omhangt -in breede en doorzichtige plooien de bergwanden, als wilde hij hun -koude, ruwe naaktheid aan het oog onttrekken; doch tevens vangt dit -reusachtige toovernet van mist en nevel het zonlicht op; het houdt de -zonnestralen gevangen in zijn mazen, en dit net der Noordsche feeën -hecht zich nu, als door liefkoozende streelende handen hun omgeslagen, -aan de stroeve, stugge, woeste bergen, op welke de ijskoning troont, -en omringt hun toppen met een lichtend waas, een stralend vlies van -lichtrood en van purper, dat bijna onmerkbaar zich vermengt met den -ongestadigen bleekgelen flikkerschijn der gletschers langs der bergen -zijden. Scherpe, blinkende ijsnaalden ziet men hier en daar uit den -dunnen nevel opwaarts rijzen, stralende in de middernachtszon. Zij -zijn bergtoppen, de hoogste golven van die machtige zee van ijs, -vier duizend voet diep, welke Groenland overweldigd heeft. - -Dit groote vasteland is in werkelijkheid niets dan een reusachtige -diepe gletscher, door een rand van bergen omzoomd, welke de kustlijn -vormt. De woestenij van ijs, welke door honderd voet breede kloven -in elke richting doorsneden wordt, is onbegaanbaar en door geen -menschenvoet betreden; doch zoo men de geheimzinnige hoogvlakte -eens bestijgen kon, en hier en daar een hoogte, een heuveltje gewaar -werd, zou men tot zijn verwondering ontdekken, dat die onbeteekenende -verhevenheden de toppen zijn van hooge bergen, die boven de ontzaglijke -ijsoverstrooming, welke de dalen gevuld heeft, uitsteken. - -Zoo Zwitserland duizende malen grooter ware en ijs tusschen de bergen -wierd gegoten, totdat slechts de hoogste toppen er uitstaken, zou -het er uitzien gelijk Groenland. - -Toch was dat groote vasteland eens vruchtbaar, groen en overdekt met -bloesem en struiken en weelderigen plantengroei. Men vindt er groote -bosschen van verkoolde boomen, en de versteende overblijfselen van -dieren, die slechts in een warm klimaat kunnen bestaan. In Lancasters -Sound haalt men uit de diepten van het koude water versteende koraal -en sponsen op, en de steile bergkust van het door ijs overstroomde -Groenland ontleent zeker een deel van den machtigen indruk, dien -ze maakt, aan haar geheimzinnig verleden, aan de wonderen, grooter -dan die der Duizend-en-ééne Nacht, welke de wetenschap ons weet te -verhalen van het hooge Noorden. - -Maar het was niet aan deze wonderen dat de jonge Hollandsche -zeeofficier dacht, die heen en weer ging op het dek van het kleine -schip, dat in de donkere wateren van de zee van Baffin langs -Groenland's Westkust stevende, om te pogen den noordwestelijken -doortocht naar Amerika te vinden, en in één zomer om den Noord van -Southampton naar San Francisco te stoomen. - -De omgeving stemt hem wel tot nadenken, doch niet aan Groenland's, -maar aan Nederland's verleden dacht hij. Met een diep weemoedig gevoel -herdacht hij die vervlogen tijden, toen Holland's driekleur ook in -deze wateren nog het sterkst vertegenwoordigd was, toen vloten van -meer dan honderd zeilen, met stoute ondernemende zeelieden bemand, -uit deze nu verlaten zeeën jaarlijks schatten wisten op te halen voor -'t jong gemeenebest. - -En er was aanleiding voor die gedachten. - -Hij was te Upernavik aan wal geweest, de laatste Deensche nederzetting -onder de Eskimo's, die op een met mos bedekte, langzaam naar het water -afhellende heuvelenrij gelegen is, welke van alle zijden door hooge, -steile, kale bergwanden wordt ingesloten. Het dorp bestaat uit zeven -houten huisjes, loodsen en voorraadschuren, en uit enkele Eskimo-hutten -van steen en aardzoden opgetrokken. - -Onze Hollandsche zeeofficier was door de Eskimo's op de welwillendste, -meest gastvrije wijze ontvangen, en tot zijn niet geringe verbazing -had hij bespeurd dat zij de herinnering aan de vroegere veelvuldige -bezoeken onzer voorvaderen nog in hun taal bewaren. - -Ze hebben toch voor "de blanke mannen" in het algemeen slechts ééne -uitdrukking, namelijk: Kabloena, doch voor Hollanders hebben zij den -afzonderlijken naam van Arpanjak, d.i. mensch die den walvisch doodt. - -Op beide tochten landde Beynen te Upernavik, en telkens las hij de -grootste verwondering en belangstelling op de gelaatstrekken der -Eskimo's, wanneer men hun mededeelde dat hij een Arpanjak was. Hij -werd bekeken en in oogenschouw genomen door groot en klein, en als -hij langs de hutten ging, vertelden de ouders aan de kinderen: "Daar -gaat de Arpanjak!" Men sprak hem toe onder dien vreemdklinkenden naam, -en trachtte hem door gebaren en teekenen aan 't verstand te brengen, -dat andere Eskimo's, die nu reeds lang ter ruste waren gelegd in den -bevroren grond van Groenland, hun hadden verteld, dat zij van hunne -ouders veel van de Arpanjaks gehoord hadden. - -Een stokoud man kwam zelfs uitsluitend aan boord om hem te vertellen, -hoe de vader van zijn moeder een schip van den Arpanjak gezien had, -dat om den Noord ging, en dat vóór hun tijd een groot aantal der -schepen van de Arpanjaks jaarlijks Groenland's haven binnenliep. - -Vóór het vertrek der Pandora kwam een jonge Eskimo, die van den -priester een weinig schrijven had geleerd, den Hollandschen officier -op het Engelsche schip vragen om enkele Hollandsche woorden op papier -neêr te schrijven, en met de meest mogelijke belangstelling sloegen -de andere Eskimo's luitenant Beynen gade, toen hij "Arpanjaks" voor -hen schreef. - -Later kwam een andere Eskimo aan boord en haalde, toen hij in de kajuit -was toegelaten, uit eenige oude zeehondenvellen zeer geheimzinnig -eene ouderwetsche matrozentabaksdoos voor den dag, welke hij aan -luitenant Beynen overhandigde, zeggende: "Arpanjak!" - -Tot zijn verwondering las Beynen op de doos: "'t Gezelschap van de -jonge vrouw is de jongman zelden moê." Boven deze woorden was een -afbeelding van een schip, dat zeilreê lag, terwijl op het strand -een zeeman van zijn liefje afscheid nam. Deze doos, welke van de -17de eeuw dagteekent, was niet lang geleden in een oud Eskimograf -gevonden. Waarschijnlijk was zij als een groote schat te gelijk met -den eigenaar begraven. Al deze bijzonderheden en de verhalen, hem op -den tweeden tocht door den tolk Christie--een Eskimo--gedaan, gaven -Beynen de vaste overtuiging, dat het verhaal der stoute tochten van -onze voorvaderen als een traditie van een vroegeren heldentijd onder de -Eskimo's bewaard is gebleven, en dat de tochten van den "Arpanjak" door -de vaders aan de kinderen verhaald worden in den langen winternacht, -welken zij, gelijk wij weten, door vertellingen pogen te verkorten. - -Is het wonder, dat die heldenvereering der Eskimo's voor den -Arpanjak een onuitwischbaren indruk maakte op den jongen Hollandschen -zeeofficier, die onder Engelsche vlag Eskimo's aan boord ontving? - -En die indruk werd zelfs dieper en dieper, naarmate hij meer van het -Noorden zag, en overal de meest afgelegen baaien, kapen en eilanden -door Hollandsche namen vond aangeduid. - -Vol stemmen is het Noorden toch voor volken, die sinds eeuwen hier -de zee bevaren. De IJszee, steeds veranderend van vorm, doch steeds -dezelfde, wekt een ernstig gevoel bij hen, voor wie zij een getuige -is, die van vorige eeuwen spreekt, daar zij de voetstappen bewaart -der kloeke mannen van het voorgeslacht. Roerende herinneringen aan -het machtig verleden zijn niet slechts "het behouden Huis" op Nova -Zembla; niet slechts de vele plaatsen op Spitsbergen en Mayeneiland, -waar Hollandsche ontdekkers en walvischvaarders op hunne avontuurlijke -tochten plachten te verwijlen, maar ook de kusten van Groenland en -bovenal de zwarte kruisen met verweerde grafschriften, welke zoo in -het Oosten als Westen der IJszee nog op den huidigen dag getuigen -dat Hollandsche matrozen daar het leven lieten. - -Hoezeer de streken die hij bezocht dezen indruk maakten op Beynen, -kan blijken uit den volgenden brief, dien hij den 6den Augustus aan -boord van de Pandora schreef: - -"Van nacht ben ik voor het eerst den poolcirkel gepasseerd. Ik vind het -aangenaam te bespeuren dat ik hier aan boord van nut ben en zoodoende -mijn tol betaal voor het aan boord zijn. De dokter zegt dat men mij -clever vindt; maar ik kan niet nalaten op te merken, wat de Engelschen -dan wel zeggen zouden van zoo vele onzer Hollandsche zeeofficieren, -die vrij wat meer weten. - -"Men heeft mij vereerd met den naam Old Tromp, naar onzen grooten -admiraal, die in Engeland nog zeer geëerbiedigd is, maar Mac Gahan, de -correspondent van the Herald, [3] die om de reis te beschrijven mede -gaat en een alleraangenaamst mensch is, heeft voorgesteld mij Young -Tromp te noemen, omdat ik de jongste aan boord en dus genoodzaakt ben, -volgens luitenant Lilingston, om als de gezondheid eener dame wordt -gedronken, op te staan en in haar naam te danken. - -"Mac Gahan geeft mij elken dag een uur les in het Engelsch. Ik leer -hier honderde dingen, die mij naderhand bijzonder te pas zullen komen. - - - -"Eer ik eindig, moet mij nog een zaak van het hart. Ik heb uit -gesprekken aan boord opgemerkt, dat onze oorlog met Atjeh in Engeland -den eerbied voor ons vaderland niet heeft vergroot. Men is niet -voldoende bekend met hetgeen gedaan is, en oordeelt dat wij niet -genoeg geestkracht getoond hebben. - -"Het is een sobere belooning voor zoo vele vroolijk verdragen -ontberingen en den waarachtig betoonden heldenmoed van onze dappere -soldaten. - -"Ik begrijp nu echter tevens beter dan voorheen hoe waar de woorden -zijn, door Petermann geschreven: "Ik weet niet welke inzichten -men betreffende deze zaken in Engeland huldigt, maar wel weet ik -nu zeker, dat voor ons buitenlanders de daden en werkzaamheden van -noordpoolvaarders en ontdekkers als sir James Ross en Dr. Livingstone -onze achting voor Groot-Brittannië veel meer hebben doen toenemen, -dan hun tocht naar Koemassie tegen de negers, welke millioenen thalers -gekost heeft. - -"'t Is geloof ik juist opgemerkt. Naarmate ik meer hoor en lees -wat men in den vreemde denkt, word ik ook meer doordrongen van de -overtuiging, dat het van het grootste belang en voordeel voor ons -vaderland zou zijn, om zijn oude plaats te hernemen te midden van al -de vreemde zeevaarders, die jaar in jaar uit roem vergaren voor hun -geboortegrond in het hooge Noorden. - -"Al moge Nederland niet meer als voorheen een der invloedrijkste -landen van Europa zijn, daarom kan het toch in den vreemde evenzeer -geëerd worden als in die oude tijden, toen de beschaafde wereld met -klimmende bewondering de Hollandsche schepen stevenen zag langs de -verste stranden. - -"De minister Gladstone zeide eens dat niets voor een maritieme -mogendheid van meer belang is, vooral in tijd van vrede, dan alles -wat zeelieden aanmoedigt tot het doen van koene daden en stoute -waagstukken, die den handelsgeest met nieuw leven bezielen en de -nationale geestdrift opwekken. - -"Is dit in het algemeen waar voor zeevarende mogendheden, hoeveel te -meer is dit dan niet van toepassing op ons geliefd vaderland! - -"Hoe meer men in de vele schoone bladzijden van ons zeewezen den -zilveren draad volgt, die ten allen tijde daardoor heen is geweven -door nautische ondernemingszucht, hoe meer men het betreurt, dat in de -laatste jaren dit voor ons vaderland zoo roemvolle terrein tevergeefs -gewacht heeft op Nederlandsche arbeiders. - -"Zou Nederland zich langer onthouden? Nederland, dat zijn nationale -grootheid bijna uitsluitend te danken heeft aan zijn zeelui; dat -gewoon was zijn zonen den weg te zien wijzen over alle zeeën van den -aardbol; dat reeds eeuwen geleden de wimpels heeft zien wederkeeren, -die vroolijk gewapperd hadden langs tot nu toe niet weergevonden -kusten? Zou Nederland, dat alles vergetende, kalm blijven toezien -hoe die verre stranden één voor één door vreemde zeevaarders wierden -teruggevonden? kalm blijven verdragen dat de daar achtergelaten -reliquieën door vreemde schepen in hunne havens wierden binnengebracht; -zou het mogelijk zijn dat Nederlanders niet bloosden als ze hoorden -dat de graven hunner groote zeevaarders in het hooge Noorden slechts -door vreemde kleuren wierden gegroet? - -"Zou dit mogelijk zijn? Zou Nederland werkelijk de eenige maritieme -mogendheid zijn, die achterbleef, waar Engeland, Amerika, Rusland, -Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, ja zelfs Duitschland in een edelen -wedstrijd voorgaan, om den sluier op te lichten, waarachter nog zoo -veel voor de wetenschap verborgen bleef? - -"Wat heeft Duitschland gedaan?--Niettegenstaande het in de laatste -jaren drie groote oorlogen te voeren had, en het volgens Petermann noch -schepen, noch geld bezat en particuliere krachten het moesten doen, -zijn er toch drie expedities naar het Noorden gezonden. Zou Nederland -het kalm blijven aanzien, dat die machtige nabuur meer en meer den -roem verduistert, die ons vaderland zich voorheen op zoo waardige -wijze en ten koste van zoo vele dure offers verworven heeft? En dat -nog wel terwijl er zoo weinig noodig is om dit te verhoeden? Ik zeg -weinig, want nog is de gouden aureool, door onze brave voorvaders voor -de Nederlandsche driekleur gewonnen, niet verbleekt. Nog sluimert er -in den vreemde (zooals ik hier dagelijks kan ondervinden) de eerbied -voor onze groote mannen, en er is slechts weinig noodig om alle natiën -weer met lof te doen gewagen van onzen alouden ondernemingsgeest. - -"Nieuwe tochten zullen zelfvertrouwen geven aan ons volk en eerbied -wekken bij onze buren. Schatten worden er jaarlijks besteed, om -onze onafhankelijkheid te waarborgen door forten en kanonnen. Dit is -onontbeerlijk, doch niettemin is er iets nog sterker dan forten en -vertrouwenswaardiger dan inundatiën, en dat is het gevoel van achting -en eerbied, dat wij voor ons volk wekken in Europa, door aan de spits -te gaan op wetenschappelijk gebied, door kloeke tochten van ontdekking -en nasporing. - -"Om in 't leven te blijven, moeten wij getrouw zijn aan onze traditiën -en als weleer ons behoud zoeken op de zilte baren, die onze kust -besproeien. En dit vermogen wij. Wij bezitten tal van hoogst bekwame -zeeofficieren en flinke degelijke zeelui. Men geve hun slechts de -gelegenheid, en ik ben er van overtuigd dat onze vaderlandsche zangen -weer spoedig weerklinken zullen langs de verste stranden." - - - -Slechts zelden is het zulk liefelijk weder in de poolstreken als op -dien heerlijken ochtend toen Beynen het eerst de IJszee binnenzeilde. - -De Pandora had telkens met zwaren mist en storm te kampen. Na Upernavik -verlaten te hebben was Sir Allen Young dwars door Melville-baai--dat -oord der verschrikking voor de walvischvaarders, die er ontelbare -schepen in het ijs verloren--naar de Carey-eilanden gezeild, waar hij -vruchteloos naar een steenhoop zocht, welke brieven van de Engelsche -expeditie onder kapitein Nares kon bevatten. Van deze eilanden, die -in Smith Sound liggen, werd westwaarts gekoersd door Lancaster Sound -en Barrow-straat, ten einde langs Prince of Wales-land om de Zuid -den westelijken doortocht te vinden. Het was een hachelijke tocht, -want het was reeds laat in het seizoen, en de onafzienbare ijsmassa -kon, zoodra de wind omliep, het schip tegen den wal plat drukken. Als -een blindeman kon de Pandora enkel als het ware op den tast doorgaan, -want ze ging langs onbekende kusten, op welke ze ieder oogenblik kon -vastgezet worden, en nu en dan zag men, gelijk Beynen dit beschreef, -"een spookachtige glimp van de benauwende ijsmassa aan stuurboordzijde, -die de bemanning telkens aan haar gevaarlijken toestand herinnerde." - -In Peel-Sound gekomen, doorkliefde de Pandora wateren voorheen -door geen ander schip bezocht, dan wellicht door de verongelukte -Erebus en Terror. De kusten waren eens, tijdens een sledetocht, -door Sir James Ross in kaart gebracht. De compassen waren in die -streek volkomen onbruikbaar, en men berekende den waren koers, dien -het schip voorlag, door met den sextant den boog te meten tusschen -een voorwerp recht vooruit en de zon, wier richting gevonden werd in -tabellen der Engelsche admiraliteit, welke de ware richting der zon -voor elk uur van den dag in de poolstreken aangeven. - -Indien het mogelijk ware geweest tot Ballot-straat door te dringen, -zou veel gewonnen zijn, doch de wind bleef tegen, zelfs overdag begon -zich het jonge ijs te vormen--het was reeds den 3den September,--en -zoo men de Pandora niet wilde laten vastvriezen en overwinteren in -Peel-Sound, wat tot niets gediend zou hebben, moest men terugkeeren, -juist nu de doortocht oogenschijnlijk binnen het bereik van kapitein -Young gelegen had. "Toen dan ook het schip ieder oogenblik gevaar -liep in het ijs beklemd te geraken, besloot onze kapitein tot den -terugtocht," schreef Beynen. "Hij was innig teleurgesteld, en wij -waren het niet minder. Het waren prachtige avonden geweest, waarop wij -de ondergaande zon bespied hadden, als zij de toppen der met sneeuw -bedekte bergen in een schitterend scharlaken rood kleed hulde en haar -laatste stralen, van achter een bergrug, lange, grillige schaduwen -liet werpen op het onafzienbare ijsveld der la Roquette-eilanden. - -"Geen rimpeltje vertoonde zich dan op de donkere spiegelgladde -oppervlakte der Sound. Het water door zijn eigen maaksel als het ware -in boeien geslagen, zwoegende onder den zich zelf opgelegden last, -lag vermoeid stil in zijn ijzeren kluisters; en waar de zon, in zacht -purperen luister, de duizend grillig uitstekende oneffenheden van die -onbewegelijke ijsmassa bescheen, verbeeldde men zich aan den zoom te -staan van een onmetelijk kerkhof, waarboven de wit marmeren grafzuilen -zich in grooten getale verdrongen, allen gehuld in dat geheimzinnig -phantastisch licht van de plechtig stille schemeruren der poolwereld. - -"Maar nu waren wij op onzen terugtocht en het bleek spoedig dat -het daarvoor hoog tijd was. Onder dicht gereefde marszeilen liep de -Pandora Peel-Sound weer uit, en passeerde op den avond van 4 September -Limestone-eiland. Nauwelijks waren wij er voorbij, of wij zagen aan -bakboord een uitgestrekt ijsveld aankomen, dat dreigde het schip den -terugtocht af te snijden. - -"Daar kapitein Young tusschen de sneeuwdriften door echter een smal -open vaarwater tegen het landijs aan meende te zien, besloot hij -te trachten daarvan dadelijk gebruik te maken en kaap Rinnell te -bereiken voor het naderend ijs hem zou insluiten, daar een storm uit -het N. W. het ijsveld snel naar de kust dreef. - -"Het was de eenige kans, die ons overbleef, wilden wij niet den -geheelen winter in Peel-Sound opgesloten blijven, en daar de duisternis -snel begon te vallen, werd er zoo hard mogelijk gestoomd. - -"Het was een verschrikkelijke nacht; de wind wakkerde aan tot een -hevigen storm, vergezeld van hagel en sneeuwjachten, en de Pandora -baande zich slechts met groote moeite een weg, terwijl we den witten -glans van het ons insluitend ijs aan de eene zijde, en de hooge met -sneeuw bedekte kust dicht bij ons aan de andere hadden. Slechts een -enkele maal gedurende dezen stormachtigen nacht vertoonde zich aan -den hemel een ster, die den man aan het wiel een vast punt verschafte -om op te sturen. Bij het toenemen van den wind daalde de thermometer -tot 18° Fahr. en het schuim der zee, als het over het dek spatte, -bleef er als ijs op liggen. Te middernacht lag de sneeuw een voet -hoog op het dek, terwijl het uitzicht bijna onmogelijk werd door de -warrelende sneeuwjacht, welke door den hevigen wind uit de plooien -der zeilen gedreven werd. Zoo had de Pandora tot drie uur haar weg -vervolgd, toen wij plotseling een ijsveld recht voor ons zagen, en -wel zoo dicht, dat wij door het roer te boord te leggen er slechts -even vrij van liepen. Gelukkig trok de nevel bij tijds een weinig -op, en nam de kommandant waar, dat de Pandora in de onmiddellijke -nabijheid was van kaap Rinnell, die, gedeeltelijk met sneeuw bedekt, -zich in de nachtelijke duisternis spookachtig voordeed. Slechts voor -een enkel oogenblik deed zich deze verschijning aan ons oog voor; -het volgende oogenblik heerschte weer de diepste duisternis. Zoo -bleef de Pandora drie angstige uren aan den wind liggen, toen het -weer opklaarde en van top eenige beweging in het ijs werd waargenomen, -waardoor wij de zwakste plaats er van gewaar werden. Oogenblikkelijk -werd het schip in die richting verder gestuurd, en het slaagde er -in, meerder zeil voerende en met volle kracht stoomende, door de -zwakste plaats van het ijs heen te breken, en het open vaarwater van -Barrow-straat te bereiken. - -"Onder dichtgereefde marszeils stoof de Pandora nu, voortgestuwd door -stormweêr uit het W. N. W. door Barrow-straat en Lancaster Sound, -zonder eenig ijs meer te zien, ofschoon daarom gedurende de donkere -nachten niet minder goed moest uitgezien worden. Het is in zulk weêr -ongeloofelijk moeielijk een slechts weinig boven water uitstekende -ijsmassa te onderscheiden van de wit gekrulde toppen der golven, -terwijl een aanzeiling van zulk een vaak diep onder water uitstekende -ijs-schol de noodlottigste gevolgen voor schip en bemanning kan na -zich slepen. - -"Den 7den September was de Pandora weer in het open North-water, -en besloot kapitein Young nog eenmaal een poging aan te wenden om -eenig spoor van de gouvernementsschepen te vinden, door opnieuw de -Carey-eilanden te onderzoeken. - -"Nooit te voren hadden ontdekkingsschepen op deze hooge breedte zoo -laat in het jaar de zee nog bevaren. Vóór den 5den September hadden -zij steeds hun winterkwartieren weder betrokken. En de noodzakelijkheid -hiervan toonde het schip zelf spoedig aan. Onze kommandant had dan ook -de voorzorg genomen alle zeilen dicht te reven, en dit was ook goed, -want nu waren zij volkomen onhandelbaar. - -"Want en stagen waren geheel met ijs bezet; de romp van het schip was -één ijsklomp, de zeeën vielen, als zij over de verschansing kwamen, -als ijs op het dek neêr, zoodat men slechts met veel moeite over het -beweeglijke, gladde dek kon voortkomen, en de zeilen waren zoo stijf -als een plank geworden, zoodat b.v. het neerhalen van den kluiver een -niet op te lossen vraagstuk was. En dan bovendien zwaar weêr uit het -N. N. W., vergezeld van hevige sneeuwstormen, en een hooge, korte, -moeielijke zee." - -Het moedige waagstuk van kapitein Allen Young om nauwelijks uit het -ijs gered, nogmaals om den Noord te gaan en, tegen den storm in, -Smith-Sound in te stoomen werd beloond. Op het zuidoostelijkste der -Carey-eilanden werd een cairn, eene steenhoop ontdekt, welke er niet -was bij het vroeger bezoek. Vrijwilligers werden gevraagd om aan wal te -gaan, wat zeer gevaarlijk was, want het stormde, de branding was fel, -en de rotsklippen steil. Luitenant Lilingston en Beynen boden zich -aan. De top, welke 170 meters hoog was, werd slechts met de grootste -inspanning door hen bereikt, daar zij telkens tot aan de heupen in -de broze sneeuw zakten en teruggleden. De koude noordenwind, die over -en langs dien top huilde, deed hun kleeren tot een vasten sneeuwklomp -bevriezen, doch zij volhardden, en vonden boven in de cairn een tinnen -koker, waarin een verzegeld pakket, dat aan de Engelsche admiraliteit -was geadresseerd. - -Nu werd de steven gewend, en liep de Pandora voor den storm weg om -de Zuid en kwam reeds den 19den September te Disco. Daar moest het -ontdekkingsjacht vier dagen blijven wegens noodweer, en had Beynen -gelegenheid het leven der Eskimo's te leeren kennen, waarvan hij in -zijn verslag een aanschouwelijke beschrijving gaf. - -Door N. W. stormen voortgejaagd, liep de Pandora reeds den 16den -October te Portsmouth binnen. - - - -In het vaderland teruggekeerd, werd Beynen op non-activiteit gesteld -en schreef hij voor den minister het verslag van de reis, dat het -volgende jaar door het Aardrijkskundig Genootschap werd uitgegeven, en -waaraan ik een en ander ontleende. Het verslag eindigt met de volgende -kenschetsende woorden: "Wel is het jammer, dat in ons vaderland de -schoone ondernemingstochten naar het hooge Noorden tot het verledene -behooren. Onze vroegere poolreizen waren toch van groot belang, -niet alleen voor de wetenschap, maar ook vooral als een uitstekende -leerschool voor die stoute zeelieden, die de eer van ons land zoo -vaak op alle zeeën van den aardbol ophielden. Zouden hedendaagsche -poolreizen die voordeelen niet meer bezitten? - -"En is het dan niet in het belang der zeevarende natiën om zulke -ondernemingen te steunen en aan te moedigen, der wetenschap tot gewin, -den handel tot voordeel, en zich zelven tot roem en eer?" - -Toen dit verslag gereed was, werd hij geplaatst op het wachtschip te -Hellevoetsluis, waar hij den 1sten Januari 1876 aan boord kwam. Hij -bleef hier aan het werk, om zich meer en meer te bekwamen voor tochten -naar het Noorden. Hij schreef den 12den Januari: - -"Ik bestudeer op het oogenblik meteorologie uit het boek van -prof. Mohn, dat in het Duitsch vertaald, werkelijk prachtig is. Nu -en dan, als ik iets lees dat mij van belang voorkomt om te weten en -te onthouden, schrijf ik het over. Ik vertaalde dezer dagen ook eene -lezing van luitenant Weyprecht, in Gratz gehouden, welke inderdaad -zeer belangrijk is. Ook heb ik mij op de hoogte gesteld van het -plan van den voor Parijs gesneuvelden franschen zeeofficier Gustave -Lambert. Het spijt mij dat ik er de overtuiging door gekregen heb, -dat hij niet voldoende op de hoogte der Noordpoolzaak was, en ik -geloof dan ook dat zijn roemvolle dood hem behoed heeft voor tal van -teleurstellingen. Zijn onbekendheid met de ijsnavigatie brengt hem tot -geheel verkeerde conclusies. Hij gelooft o.a. aan een open Poolzee, -ontstaande: "d'après les lois de l'insolation"! - -De brieven raadplegende door hem geschreven in de enkele weken, welke -hij in het vaderland doorbracht eer hij op nieuw naar het Noorden ging, -werd ik getroffen door al hetgeen hij in dien tijd gelezen en bewerkt -heeft, om op het gebied der Noordsche aardrijkskunde zich te huis -te gevoelen. Tevens bestudeerde hij meteorologie, daar hij met het -doen van weerkundige waarnemingen zou belast worden op de Pandora; -hij poogde uit professor Tyndall's boek iets van de formatie van -gletschers te leeren, en hij was verdiept in een Duitsch werk van -Erman over het aardmagnetisme. - -In de maand Mei ging hij weder, met 's konings toestemming, op het -verzoek door Sir Allen Young aan den minister van marine gericht, -naar Engeland, en zeilde hij den 31sten dier maand voor den tweeden -keer met de Pandora naar de IJszee. - -Bij het begin der reis schreef hij aan boord van het -ontdekkingsvaartuig o.a. het volgende aan kolonel Jansen: - -"Ik voel zoo vaak hoe oneindig veel ik mis, hoe weinig ik weet, en bij -herhaling is het verlangen bij mij opgekomen, dat, van den beginne af, -aan oudere meer ervaren en kundiger handen de plicht om dit alles te -doen ware toevertrouwd. Ik had dan met mijne geringe krachten kunnen -helpen en steunen, maar zou dan in het tweede gelid gestaan hebben en -dus op eene plaats welke mij beter voegde. Zeer vaak is dit gevoel -zoo sterk geweest dat ik er mij verdrietig door voelde. Dit zal nog -wel dikwijls het geval zijn, en ik kan dat bewustzijn alleen weren -door zoo hard te werken als ik maar vermag. Ter wille van het groote -belang der zaak voor ons geliefd vaderland hoop ik mij vast te houden -aan uw raad, om ook in deze zelfbeheersching te oefenen. - -"Maar welk een heerlijke taak dan ook, te mogen medewerken om den -ouden sluimerenden heldengeest van ons volk te doen herleven! Dit is -een leven waard van teleurstellingen en zorg, en zeker, die zullen -in overvloed op dien weg te vinden zijn. Maar ik hoop den moed te -hebben om met waarachtige toewijding, met volkomene zelfverloochening -en vooral zonder denkbeeld van eigenbaat, met mijne geringe krachten -voor dat doel te werken. En toch dit is niet gemakkelijk, want zulk -een plicht, ernstig aanvaard, eischt vaak dat men wat ons innig lief -is prijsgeeft en opoffert!... Alles moet men echter over hebben -voor een doel dat--eens bereikt--tot roem en eer zal strekken van -koning en vaderland. Moge dan ook deze nieuwe reis op het vreemde -ontdekkingsschip een heerlijke leerschool zijn voor mij, die vruchten -draagt voor mijn geheele volgende loopbaan. - -"Eén ding is zeker, dat ik onder alle omstandigheden als een waar -Nederlandsch zeeman mijn plicht stipt hoop te vervullen, en mij door -geen gevaren, ontberingen en moeielijkheden zal laten afschrikken in -zeeën, die voorheen getuigen zijn geweest van zoo menige kloeke daad -onzer stoute voorvaders!" - - - -Beynen diende weder onder Sir Allen Young, den eigenaar van het -schip, doch er was een nieuwe eerste officier aan boord, genaamd -Arbuthnot. Luitenant Pirie deed de reis op nieuw mede, en luitenant -Alois von Becker, van de Oostenrijksche marine. Dr. Hörner en de -heer Grant, die als vrijwilliger en photograaf medeging, waren de -verdere officieren. - -De reis ging voorspoedig totdat de Pandora in straat Davis was -gekomen. "Reeds verheugden wij ons in 't vooruitzicht van binnen -enkele dagen Disco te bereiken," schreef hij, "toen de wind naar het -noorden draaiend ons tegen liep. - -"Tien dagen achtereen moest de Pandora nu opwerken. Meestal was het -helder zonnig weder, doch iederen avond tegen 10 uur, als de zon haar -kracht verloor, koelde de atmosfeer dermate af, dat de vastgehouden -waterdamp zich als een dicht floers om de Pandora hulde, hetgeen het -uitkijken zeer moeielijk maakte. - -"Het waren kille onaangename nachtwachten, waarin het hard woei. Door -de korte, moeielijke zeeën slingerde het scheepje zoo hevig, dat men -zich voortdurend aan iets moest vasthouden om op het dek staande te -kunnen blijven, en wanneer men in die positie gedurende vier uren, met -een kouden noordenwind in 't aangezicht, onafgebroken staat te turen -in den dichten nevel, waaruit telkens in de onmiddellijke nabijheid -van het schip reusachtige ijsbergen als spookgestalten opdoemen, dan -laat het zich begrijpen dat de wacht ons onder zulke omstandigheden -dubbel lang schijnt. - -"Den 29sten Juni bij het aanbreken van den dag verkenden wij het -eerste land in het oosten en sedert werden de met sneeuw bedekte -toppen van Groenland bij helder weêr niet meer uit het oog verloren." - -Toen zij den 6den Juli Disco-eiland naderden, en de Pandora, voor het -eerst sinds zij Engeland verliet, stoom opmaakte om onder lij van -het hooge bergland te kunnen vorderen, schreef Beynen het volgende -aan kolonel Jansen: - -"Op de hondenwacht passeerde luitenant Pirie het eerste drijfijs en -toen ik te 4 uur 's ochtends de wacht van hem overnam, zag ik dat het -ijs telkens in hoeveelheid en omvang vermeerderde. Ik nam de gewone -maatregelen: liet van top uitkijken in welke richting de zee er het -meest vrij van ijs uitzag, minderde zeil, liet de brassen over en weêr -achter de hand klaar leggen, en toen ik de overtuiging had gekregen dat -het meer dan enkele losse (van het land gedreven) ijsschotsen waren, -liet ik kapitein Young waarschuwen. De zee was spoedig geheel er -meê bedekt, en de oude, grillig uitgegroeide en verweerde ijsmassa's -lieten ons weldra niet den minsten twijfel, of we waren in een door -zwaren wind uit het land gedreven stroom Spitsbergen-ijs geraakt. - -"We koersten derhalve om de West, ten einde er zoo spoedig mogelijk -uit te zijn, waarin we, na drie uur vechtens met het ijs, slaagden. Op -sommige plaatsen waren de dreigend hooge schotsen zoo dicht op elkander -gepakt, dat een botsing niet te vermijden was. Dan werd de zwakste -plaats uitgekozen voor den aanval, en de dichtgereefde marszeilen--de -eenige die wij voerden--werden bovendien nog opgegord om de vaart te -verminderen en de aanraking zoo zacht mogelijk te doen plaats hebben, -opdat de ijsschotsen tijd en gelegenheid mochten vinden aan weêrszijden -uit te wijken... - -"Het is nu de avond van 6 Juli, om negen uur. Ik kom zooeven van -de wacht en zit in mijn eigen kleine hut om mij een weinig met u -te onderhouden. We hebben prachtig weder. Een stijve bries uit het -W. N. W. doet de Pandora met een 6 mijls vaart tegen de witgetopte -golven oploopen. De lucht is helder blauw, en de zon, welke ons zelfs -te middernacht niet verlaat, veroorzaakt de heerlijkste tinten, de -meest phantastische schaduwlijnen op de vele groote ijsbergen, welke -ons aan alle zijden omringen. Tal van vogels volgen al spelend ons -kielwater en hier en daar blaast een walvisch vergenoegd een straal -water in de lucht. - -"Ik ging omlaag om mijn gevoel te uiten. Het geheele schouwspel stemde -mij tot nadenken, want wij zijn thans op voor Nederlanders klassieken -grond. Aan stuurboord van ons liggen de Visch- en Honden-eilanden, -en recht vooruit verrijst duidelijk het zwarte land van Disco boven -den horizon. Wij zijn aan den ingang van Discofjord en al die eilanden, -baaien en kapen zijn eenmaal getuigen geweest van de koene daden onzer -oude zeevaarders. In die tijden, toen de Hollandsche vlag ook aan -deze zijde van den Poolcirkel nog de meest geëerde, meest gevreesde en -zeker talrijkst vertegenwoordigde was, had men jaren dat meer dan 150 -schepen in deze wateren rondkruisten. Welk een levendigheid en vertier -in deze nu zoo doodsche en verlaten zeeën! Het is daarom met een bijna -droevig en zeker weemoedig gevoel, dat ik die roemrijke dagen herdenk, -nu ik onder Engelsche vlag die klassieke wateren bezeil... Zou het -voorspoedige Holland van onze dagen niet meer in staat zijn tot wat -het weleer in ongunstiger omstandigheden vermocht? - -"O! mocht er weer nieuwe ondernemingszucht in het dierbare vaderland -komen: moge het voorbeeld van Venetië het tot waarschuwing strekken." - - - -Uit de merkwaardige kolenmijnen van Kudliseat vulde de Pandora haar -voorraad met 50.000 kilo aan. De officieren hieuwen de steenkool uit -de rots in groote stukken die dan naar beneden rolden op het strand, -van waar zij door de matrozen aan boord gebracht werden. Tot tweemalen -toe werden de werkzaamheden een eind verplaatst, schreef Beynen, -omdat de kool aldaar gemakkelijker te bekomen was; het zware werk -werd door officieren en manschappen met lust en ijver verricht. En -een nagenoeg onafgebroken arbeid van 's morgens 5 tot 's avonds 8 uur -is onder gewone omstandigheden voldoende om een mensch naar rust te -doen verlangen! - -Maar aan boord der Pandora kende men geen vermoeienis! Beynen schreef: -"Het vreemde van het voortdurend dag zijn, dat zoo lang men er niet -aan gewend is, zich tegen geregelde slaaptijden verzet, deed zich -ook nu gevoelen; in plaats dat de vermoeide ledematen rust namen, -leverde het onafgebroken geweervuur, dat 's nachts de eenden en -andere vogels uit hun slaap deed opschrikken, op nieuw een bewijs, -dat het gezonde Noordsche klimaat het menschelijk gestel als het ware -weet te verstalen. - -"Den 14 Juli 's avonds met kapitein Young op Disco-eiland jagende, -stieten wij onverwachts op een klein Eskimo-kamp. - -"Het bestond uit twee zomertenten, die aan den voet van een steilen -bergwand waren opgeslagen. - -"Vijf of zes kayaks waren op 't strand gehaald en een familie van -12 Eskimo's hield zich met verschillende huiselijke werkzaamheden -bezig. Terwijl een oude vrouw het zeehondenvleesch voor den maaltijd -bereidde, arbeidden de mannelijke Eskimo's aan het herstellen van -eenige kayaks, terwijl de vrouwelijke familieleden zich onledig -hielden met het verwerken van gedroogde huiden. Stil en kalm werd -dit alles verricht, en slechts nu en dan, wanneer een der Eskimo's -met een goeden buit van de jacht terugkeerde, ontstond er eenige -drukte en beweging. Het was een vreemd, schilderachtig geheel, dat -kleine rustige Eskimo-kamp, en volop genoten wij het heerlijk schoone -natuurtooneel met zijne eigenaardige stoffeering. Verderop waren de -stilte en kalmte, die alom heerschten, indrukwekkend, en slechts -nu en dan werden deze afgebroken door het klagend geschreeuw van -de rustelooze zeemeeuw of het zachte geluid als van verre branding, -dat de golfjes aan onzen voet veroorzaakten, als zij zich stoeiend en -spelend onder den uitgeholden rand eener kristallen ijsmassa krulden. - -"De tusschen de rotsen gesmolten sneeuw, die zich als een zilveren -draad door een bed van donkergroen mos slingerde, vloot statig en -langzaam naar het kale strand, waar zij zich een opening lekte door den -ijsklomp, die haar het bereiken der zee scheen te willen betwisten. De -zon, die laag aan den hemel zich traag langs den noordelijken horizon -voortbewoog, vergulde nog maar alleen de wit besneeuwde kruinen der -hooge bergtoppen, waardoor het zwarte land van Disco een nog donkerder -en grimmiger tint dan gewoonlijk verkreeg. En wanneer men voor een -oogenblik heên staarde over het spiegelgladde watervlak, dan werd -het oog geheimzinnig geboeid door de gletschers en bergtoppen van -Groenland's westkust, die door luchtspiegeling in duizend grillige -gedaanten vervormd, ons den indruk gaven alsof moeder natuur met onze -stille verrukking den spot wilde drijven. - -"Die heerlijk schoone natuurtooneelen in straat Waaigat, zoo geheel -verschillend van wat men in andere hemelstreken ontmoet, zullen dan -ook voor allen die ze mochten aanschouwen, onvergetelijk blijven, -en geheel daarvan vervuld keeren wij naar de Pandora terug. - -"Nadat de Eskimo's die ons bij het kolen laden behulpzaam geweest -waren, behoorlijk betaald en bovendien nog met verschillende geschenken -overladen waren, werd de reis verder voortgezet. Met ruim 170 ton -steenkolen aan boord, stoomde de Pandora langzaam om de Noord." - - - -Toen de Pandora den 22sten Juli de gevreesde Melville-baai -naderde, bleek het een slecht ijsjaar te zijn. Zoover Beynen uit het -kraaiennest zien kon, strekten zich, ten noorden van het schip, in alle -richtingen de zoo beruchte ijsschollen en velden van Melville-baai -uit. Aanschouwelijk heeft hij beschreven hoe de Pandora in het ijs -bezet geraakte en door het kloek besluit van kapitein Young gered werd. - -"De wind woei den 26sten Juli uit het zuidwesten, dus uit den -ongunstigsten hoek, daar hij dan al het ijs der baai in elkaâr -schuivende den doortocht zeer bezwaarlijk maakt. Toch scheen in den -beginne alles zeer voorspoedig te zullen gaan. - -"Door een zonnigen zomerdag begunstigd, te midden eener indrukwekkend -schoone omgeving, liep de Pandora met alle vierkante zeilen bij -tusschen de fantastische ijsbergen door, waarvan er meer dan honderd -in zicht waren en die, door de ruwe heuvelachtige ijsvelden vereenigd, -met deze een verbond schenen te hebben gesloten, om haar het verder -doordringen te beletten. Maar ongedeerd volgde ons klein schip, -door de tegenstelling nietiger en kleiner dan ooit, den kalmen, -donkeren waterweg, die zich als een slang tusschen de glinsterende -ijsgevaarten kronkelde, terwijl deze in vorm en gedaante de meest -verschillende zaken voorstelden. Nu eens vertoonde zich aan ons -oog een hoog oploopend amphitheater, dat terug deed denken aan de -Grieksche spelen, dan weer een oude ingestorte ruïne met nog enkele -opstaande Gothische gewelven. Statige zuilen en kunstige pyramiden -werden afgewisseld door sterke kasteelen en puntige dorpstorens, -die in wit marmer uitgehouwen meesterstukken van architectuur vormden. - -"'s Middags echter wakkerde de wind meer en meer aan, zoodat weldra -alleen de dichtgereefde marszeilen konden bijgehouden worden. Toch -liep de Pandora nog vijf of zes mijl, maar ook de ijsvelden zeilden -zeer snel en begonnen de grenzen van het bevaarbare water, voor ons -uit, al meer en meer te beperken. - -"'s Avonds te 5 uur kwam er bovendien nog een zware mist opzetten en -te 6 uur was deze zoo dik, dat onze gezichteinder tot den verbazend -grooten afstand van nauwelijks honderd meter werd beperkt. Het zijn -vooral deze onophoudelijk voorkomende noordsche nevels die de ijsvaart -zoo moeielijk en gevaarlijk maken, en wanneer zij plotseling al het -schoone van de omringende natuur achter een dicht omhulsel verbergen, -is de indruk telkens weer even onaangenaam. De tegenstelling is dan -ook zoo groot. Het eene oogenblik een lieve zonneschijn, die leven -en kleur aan alles bijzet, en 't volgende een grauwe akelige mist, -die den vroolijksten aan boord tot droefgeestigheid stemt. Enkele -malen even snel wegtrekkend als hij onverwachts gekomen is, houdt hij -soms dagen achter elkaar aan. Gewoonlijk hangt hij laag op 't water, -zoodat de blauwe lucht voortdurend zichtbaar blijft. - -"Voor een ieder onaangenaam, is zulk weer voor den gezagvoerder, -die de verantwoordelijkheid welke op hem rust gevoelt, een ware -beproeving. Het onbekende vertoont zich dan aan hem in al zijn -verschrikkingen. Was het te voren reeds moeielijk tusschen de -uitgestrekte ijsmassa's door te sturen, nu men de bewegingen -daarvan niet meer nauwkeurig volgen kon, werd het varen steeds -bezwaarlijker! Ook nu weer ondervonden wij al het moeielijke van zulk -een toestand. - -"De vaart werd zooveel mogelijk verminderd, doch met de laagscheepsche -zeilen alléén bij, liep het scheepje toch nog 3 mijl. Zooveel mogelijk -werd om de noordwest gekoerst, doch het spreekt van zelf, dat men -daar ieder oogenblik van moest afwijken om de ijsbergen en ijsvelden -te ontwijken, die al dichter en dichter schenen samen te pakken. Tot -acht uur 's avonds ging dit nog redelijk goed, doch toen blonk door -den nevel heen de glans van scholijs ons van alle kanten tegen. - -"Gelukkig had kapitein Young order gegeven de vuren aan te steken -en stoom op te houden, zoodat wij met behulp daarvan snel konden -afhouden. Het schip lag noordoost voor en de wind, die zuidelijk was, -kwam dus aan stuurboord in. - -"De ra's rond te brassen, en de schoten der langscheepsche zeilen -over te redderen was 't werk van een oogenblik. - -"Naarmate de Pandora den zoom van 't ijsveld volgde, doemden -achtereenvolgens verschillende ijsbergen op, die den rand er van -omgaven. Spoedig bleek, dat wij te midden van een dichte groep dier -reusachtige gevaarten waren geraakt, die ons door den nevel heen van -alle kanten grimmig aanstaarden. - -"De bevelen, door kapitein Young met kalmte gegeven, werden echter -flink en oogenblikkelijk uitgevoerd en zonder te aarzelen stuurde onze -onverschrokken gezagvoerder de kleine Pandora tusschen enkele dezer -gevaarlijke massa's door, zoodat zij spoedig in een veiliger omgeving -weêr langzaam om de noordwest liep. Een oogenblik scheen de toestand -nu gunstiger te zullen worden. Het water werd meer open. Tal van -"rotches," [4] die de nabijheid van land verraadden, vlogen overal -rond en voor meer dan een uur was er, voor zoover de nevel toeliet -te oordeelen, geen ijs te zien. - -"Reeds begonnen wij ons te vleien spoedig kaap York en het open -"Northwater" te zullen bereiken, toen wij in den vroegen morgen van -den 23sten op nieuw uitgestrekte ijsvelden ontmoetten. Gelukkig werd -daarin een breede opening ontwaard en meer dan een uur volgde de -Pandora in een noordelijke richting dit kronkelend wak. Toen sloten -zich de ijsmassa's echter dermate, dat een andere weg moest gezocht -worden en zoo koersten wij eerst west en later meer zuidwaarts, toen -uit het kraaiennest het bericht klonk, dat verder voortgaan onmogelijk -was. Zoodra kapitein Young zich hiervan overtuigd had, besloot hij -zoo spoedig mogelijk uit dit bedriegelijke wak terug te keeren. - -"Juist door in een soortgelijk geval te willen afwachten tot het -ijs zich verder zoude openen, was de Fox in 1858 voor den geheelen -winter in Melvillebaai vastgeraakt. Dadelijk werd order gegeven om -over stag te gaan, de zeilen werden geborgen en onder stoom beproefden -wij denzelfden weg terug te sturen. Dit bleek echter spoedig volkomen -onmogelijk. De wind, die sterk doorstond, hield de geheele ijsmassa -in een voortdurende beweging, waardoor de positie van de ijsvelden -onderling zoodanig gewijzigd werd, dat het ondoenlijk bleek den eens -afgelegden weg terug te vinden. - -"In alle richtingen vertoonden zich nu breede, veelbelovende openingen, -doch de dichte nevel maakte het volstrekt onmogelijk te beslissen, -welke weg het best naar meer open water voeren zoude. De Pandora bevond -zich in een waar labyrinth van ijs. Bij herhaling moest zij, om van -het eene wak in het andere door te dringen, zich door ijstongen van 40 -tot 50 meter breedte heênbreken. De openingen sloten zich vaak weer -zoodra zij er doorheên was en niet voor den middag drie uur slaagden -wij er in, haar in betrekkelijk open water aan een ijsschol te ankeren. - -"Kapitein Young besloot nu het optrekken van den nevel af te wachten, -van welke gelegenheid een ieder aan boord gebruik maakte, om eenige -uren rust te gaan nemen. Gedurende den nacht sneeuwde het hard, en -toen den volgenden morgen de lucht opklaarde, bleek het dat de Pandora -in een grooten, geheel door ijs ingesloten waterpoel lag. Daar uit -'t kraaiennest over het ijs heen echter meer water gezien werd, -besloot de gezagvoerder onverwijld te beproeven zich daarheen een -doortocht te banen. Hij koos daartoe een opening, die tusschen twee -ijsvelden door de kortste en beste gelegenheid scheen aan te bieden. - -"Onder zeil en stoom werd de Pandora tusschen de ijsvelden -ingedreven. Deze bleken echter grooter weerstandsvermogen te bezitten -dan wij hen (te oordeelen naar de vele wakken en poelen, die hen in -alle richtingen doorkruisten) op het oog hadden toegekend, en weldra -was het ten eenenmale onmogelijk er verder in door te dringen. - -"Daar het echter scheen, alsof de schotsen zich langzaam van elkaar -schoven, hoopte kapitein Young, dat deze beweging ons spoedig in -staat zou stellen het open water te bereiken. - -"De Pandora bleef dus liggen waar zij was, doch dit werd haar ongeluk, -want in weinige minuten had het altijd bewegelijke ijs haar van -alle zijden dermate ingesloten, dat het onmogelijk was (zelfs met de -machines volle kracht slaande) haar in 't minst te bewegen. - -"Het ijs omringde het schip nu al meer en meer en voerde het in een -noordelijke richting gevankelijk met zich mede. De Pandora was in -het ijs bezet. - -"IJsbergen en ijsvelden worden door wind en stroom altijd voortbewogen -en daar gene veel meer diepgang hebben dan deze, verplaatsen zij -zich langzamer. Wanneer nu de zware massieve ijsberg door het veel -lichtere ijsveld wordt ingehaald, scheurt dit in alle richtingen. - -"Is een schip in een omgeving van ijsbergen tusschen de ijsschollen -bezet, dan verkeert het bijgevolg voortdurend in gevaar tegen zoo'n -berg aangedreven en te pletter gedrukt te worden. - -"Tegenover deze verbazende natuurkrachten vermag de zeeman niets; -geen menschelijke middelen zijn dan in staat het schip te redden. - -"In zulk een toestand was de Pandora nu geraakt. Juist waren wij te één -uur met ons eten begonnen, toen het scheepje een geweldige ijsdrukking -onderging, die alle deelen er van deed steunen en kraken. Dadelijk -snelden wij naar dek en zagen daar dat de ijsschotsen door drie -groote ijsbergen in hun vaart gestuit tegen het schip begonnen op te -kruien. Naarmate het schip de ijsbergen naderde, werden de drukkingen -heviger en veelvuldiger. - -"Groote zware ijsmassa's stapelden zich tegen den achtersteven op, -vulden den schroefkoker en kruiden aan bakboord bij het groot spant -tot over de verschansing. - -"Het schip uit het water geperst en over stuurboord geworpen, werd in -dezen hulpeloozen toestand rechtstreeks in de richting der ijsbergen -gedreven. - -"Het ijs door een stijve bries uit 't zuiden opgestuwd, sloot zich -meer en meer. De weinige waterpoelen, die uit 't kraaiennest 's morgens -hier en daar zichtbaar waren, verdwenen de een na den ander, en weldra -was de oppervlakte der zee herschapen in een uitgestrekt onafzienbaar -ijsveld; Melville-baai was in den waren zin des woords "een ijszee." - -"Intusschen werd de afstand tusschen het schip en de vreeselijke -gevaarten steeds kleiner en kleiner. De grootste was nog slechts -200 meters verwijderd en ieder hield zich overtuigd, dat zoo er geen -wonder geschiedde, de Pandora tusschen de ijsbergen en de tegen haar -opkruiende ijsschollen te pletter zou gedrukt worden. Toch werden alle -pogingen aangewend, om het schip weer vlot te krijgen, doch hoewel wij -met bijl en moker de door middel van buskruit opgescheurde ijsmassa's -trachtten weg te werken en alle krachten inspanden om met behulp van -rondas en spil het schip in eene dus ontstane opening te krijgen, -moesten wij toch eindigen met alle verdere pogingen om de Pandora in -beweging te brengen op te geven. - -"Al het mogelijke was beproefd, doch ons schip was en bleef onwrikbaar -in het ijs bezet. Intusschen naderden wij de ijsbergen steeds meer -en meer en werd het gevaar dreigender. - -"Te drie uur gaf kapitein Young bevel alle maatregelen te nemen om -op het laatste oogenblik behoorlijk gereed te zijn, het schip met -booten en ijssleden te verlaten. - -"Nadat een ieder zich den zeildoeken ransel (waarin het hoogst -noodige naar een bepaald model zoo doelmatig mogelijk gepakt was) -op den rug had gebonden, werden de ijssleden voor de hand gezet en -de booten met instrumenten, wapens en provisiën gevuld. - -"Tot 6 uur 's avonds bleef deze angstige onzekerheid omtrent het behoud -van het schip voortduren, maar toen dreef de Pandora met de schotsen -ongedeerd tusschen de ijsbergen door, ofschoon zij een daarvan, die -hoog boven haar tuig uit stak, zóó nabij passeerde, dat men van het -kluifhout zonder moeite er op had kunnen overspringen. - -"'s Nachts te 12 uur brak het ijs van zelf rondom het schip op. De -Pandora rechtte zich en lag weldra weêr vlot in een klein wak in -'t ijs, dat aan lij van de ijsbergen ontstaan was en in de taal der -Engelsche walvischvaarders "an open hole" wordt genoemd. - -"De Eskimo-tolk Christie, met zijn kajak hierin rondroeiende, had het -geluk onzen eersten zeehond te schieten. Daar wij reeds lang gewenscht -hadden versch vleesch te bezitten, was dit voor ons een belangrijke -gebeurtenis, en groot was dus aller teleurstelling, toen wij den -volgenden morgen ontwaarden dat onze onverzadelijke Eskimo-honden -zich gedurende den nacht van den buit hadden meester gemaakt. - -"Enkele malen kon men onder 't ijs duidelijk een westelijke deining -bespeuren, wat als een zeker teeken beschouwd werd, dat veel open -water in die richting aanwezig was. Het was merkwaardig om de wijze -gade te slaan, waarop het groote donkere ijsveld aan stuurboord van -ons een langzaam golvende beweging aannam. - -"De ongeduldige spanning aan boord was nu zoo groot, dat, hoewel de -mist ons belette open water te zien, wij toch beproefden ons door -stoom een doortocht te banen, hetwelk echter spoedig bleek ondoenlijk -te zijn, en daar de kommandant vreesde, dat de schroef door onze half -wanhopige pogingen zou breken, werden ze weldra gestaakt. - -"'s Nachts van den 27sten Juli de wacht hebbende, had ik het geluk een -ijsbeer te schieten, die ons op eenmaal een goede hoeveelheid versch -vleesch verschafte. Van achter een ijsberg te voorschijn tredend, -beschreef hij ronde kringen om het schip. - -"Nu eens dichter bijkomende en dan weêr verder afgaande, stond -hij ieder oogenblik stil om de lucht in te snuiven, en werd dan -telkens verleid meer te naderen, door den scherpen reuk van bedorven -zeehondenvleesch, dat in 't want hing en bestemd was tot voedsel voor -de honden. - -"Het was doodstil op dek; het wachtvolk was omlaag; de honden sliepen -en er geschiedde niets dat hem kon doen verschrikken. Niet vóór hij tot -op 50 passen afstand van het schip gekomen was, ontving hij een schot -in den kop, waardoor hij eerst recht opsprong en daarna achterover -op zijn rug rolde. - -"Ziende dat hij nog trachtte zich op te richten, liep ik over het -ijs naar hem toe, doch had het ongeluk, terwijl ik mijn geweer onder -het voortgaan weder laadde, tusschen twee der ijsvelden in het water -te vallen. Gelukkig kwam ik er met een koud nat pak af en miste den -welkomen buit niet, daar de onderofficier der wacht toesnelde en den -beer doodschoot. - -"In den laten avond vlogen steeds duizenden en duizenden rotges in -een noordwestelijke richting over het schip heen, om den volgenden -morgen in tegenovergestelde richting terug te komen. - -"Hun vlucht was echter, zooals kapitein Young opmerkte, veel te hoog -om hoop te geven dat er open water dicht bij was, en hoofdschuddend -herhaalde hij: "When birds fly so high as that, they surely have to -make a long way." ("Als vogels zoo hoog vliegen hebben ze een langen -afstand voor zich.") - -"Sinds den 22sten Juli was het steeds mistig geweest, zoodat geen -observaties hadden kunnen genomen worden, doch in den voormiddag -klaarde het weer gelukkig op en bleek uit de gedane waarnemingen -dat de Pandora een goed eind om de noord tot midden in Melville-baai -gedreven was. In alle richtingen lag het ijs dicht aaneengesloten, -zoodat uit het kraaiennest nergens water gezien werd. - -"Toen de nevel optrok, ontrolden zich voor onze oogen de zoo beroemde -schoone natuurtafereelen, die Melville-baai meer dan eenige andere -plaats in het hooge noorden den zeevaarder aanbiedt. - -"De hooge besneeuwde kust van Groenland met haar talrijke gletschers -werd nu op nieuw zichtbaar en de onafzienbare heuvelachtige ijsvlakten, -overal afgebroken door prachtige ijsbergen, vormden door de zon -beschenen een heerlijk grootsch schouwspel. Het was bladstil en de -Pandora lag als 't ware ingesluimerd in haar kleinen waterpoel. - -"Bood het natuurtooneel ons in hooge mate veel te genieten aan, de -gedachte aan den toestand waarin ons schip verkeerde was alles behalve -opwekkend. Kalm en rustig en onbewegelijk als nu die onafzienbare -ijsvlakte zich aan ons oog voordeed, sluimerden daarin de ontzettende -natuurkrachten, die als zij door een storm werden wakker geschud, ons -scheepje van alle kanten zouden aangrijpen. Misschien zouden wij er -in slagen aan al deze gevaren te ontsnappen en het open North-water -te bereiken, maar even goed bestond de kans, dat wij in het ijs -gevangen bleven en daarmede machteloos om de zuid werden gevoerd, -of dat de Pandora, evenals de Hansa en zoo menig ander schip, in -den strijd met den onverbiddelijken vijand naar de diepte ging. Dan -zouden wij ons in de booten moeten trachten te redden, doch ook dit -bleef in hooge mate een gevaarlijke en onzekere onderneming. - -"Evenwel het zou ons laatste redmiddel zijn, en dien ten gevolge werden -dan ook alle maatregelen genomen en de provisie en benoodigdheden -van de booten voor de hand gezet. Er werd bepaald dat de booten een -maand proviand zouden innemen en dat men voor het verder voedsel op -de geweren zou moeten vertrouwen. - -"Wij hadden het voorbeeld van Barents en van de Oostenrijksche en -Amerikaansche expeditiën voor ons om de mogelijkheid van zulk een -tocht in booten buiten allen twijfel te stellen. - -"Op den 28sten Juli liep de wind, die tot nu toe in 't zuiden als -vastgenageld had gezeten, naar het O.N.O. en het was alleropmerkelijkst -om de verandering gade te slaan, die daardoor onmiddellijk in de -ijsmassa werd te weeg gebracht. Er was een algemeene drift in een -westelijke richting te bespeuren en op tallooze plaatsen werden open -wakken zichtbaar. - -"Kapitein Young liet nu stoom opmaken, ten einde van de eerste -gelegenheid, die zich aanbood om te ontsnappen, gebruik te kunnen -maken. Ons geduld werd echter op een lange proef gesteld, want -niet voor 's avonds 6 uur bood zich die gelegenheid aan. In dien -tusschentijd evenwel dreven wij snel in een westelijke richting naar -open water, dat zeer duidelijk van top zichtbaar was, en ook toen -bestond er gevaar, dat de Pandora, door het scholijs machteloos -weggevoerd, tegen een der tallooze ijsbergen gezet werd, in welk -geval zij onherroepelijk verloren zou zijn. - -"Er waren verschillende bergen rondom ons, die alle aan den grond -geraakt, onwrikbaar op hun plaatsen blijvend, het scholijs, dat tegen -hen aandreef, opspleten en in stukken scheurden. Daar de opgebroken -ijsvelden zich op eenigen afstand verder eerst weer te zamen voegden, -vormde zich beneden 's winds van zoo'n ijsberg steeds een soort open -wak. Door buitengewoon geluk begunstigd, ontkwamen wij echter ook nu -weder aan deze gevaren en slaagden er te 6 uur in, onder zeil en stoom, -de schol, die ons zoo lang gevangen had gehouden, te verbreken en in -een uitgestrekt open wak meer westwaarts van ons door te dringen. Dit -was echter niet gemakkelijk geschied en ieder aan boord had de handen -vol gehad. - -"Kapitein Young bestuurde het schip uit het kraaiennest, en de zwakste -plaatsen uitkiezende, ramde hij bij herhaling de ijsmassa's, die hem -het verder doordringen beletten. Wanneer het schip achteruit stoomde -om meer vaart te kunnen schieten, werden de losse stukken, die door -den vorigen stoot van de ijsschol waren afgebroken, door de manschap -op de schotsen met haak en puntstokken telkens uit den weg geruimd. - -"Op deze wijze slaagden wij er in, ons langzaam een weg door de -ijsmassa te banen, doch ver konden wij het niet brengen. Te half acht -'s avonds waren wij genoodzaakt onze pogingen te staken en ons op -nieuw aan een ijsschol te ankeren. - -"Wij waren nu evenwel uit de gevaarlijke omgeving, waarin wij zoo -lang vertoefd hadden en dreven met de geheele ijsmassa mee om de west -en dus gelukkig uit de baai. De wind begon nu echter op te steken en -het werd een barre nacht. Er woei een zware storm, die vergezeld ging -van hevige sneeuwvlagen. Het schip, dat snel in een noordwestelijke -richting dreef, verkeerde 's morgens te half vier uur op nieuw in -gevaar van tegen een ijsberg aangedreven te worden. Als gewoonlijk was -het zeer mistig, en toen wij dezen reus van ijs machteloos te gemoet -gevoerd werden, was ieder in gespannen verwachting wat ons lot zoude -zijn. Wij naderden snel en zeker, maar het ijsveld bleek bijzonder -sterk te zijn. Het brak slechts gedeeltelijk op en diende de Pandora -dus als stootkussen, zoodat zij ongedeerd langs den berg heenschuurde. - -"In den morgen van den 29sten Juli liep de wind naar het -oost-zuid-oosten en wij dreven met een twee mijls vaart om de -W. N. W. Van top was het open water nu zeer duidelijk te zien en toen -te 12 uur het zoo welkome geluid der branding op den zoom van den -ijsdam werd gehoord, besloot kapitein Young nogmaals te beproeven -het te bereiken. - -"Op nieuw liep de Pandora onder stoom en zeil tegen de zwakste plaatsen -van het ijs in, maar na twee uur worstelens waren wij slechts één -scheepslengte verder gekomen. Mistroostig werd toen de verdere poging -opgegeven en op nieuw de oude lijdelijke houding aangenomen. Langzaam -bleven wij nu naar het open water toedrijven en te 6 uur konden wij -van het dek den rand van den ijsdam duidelijk zien. Deze vertoonde -zich als een rechte lijn, die zich noordwest en zuidoost uitstrekte -en volkomen een kustlijn geleek. - -"Vreezende dat de wind weêr naar 't zuiden terug zou loopen, liet -kapitein Young 's avonds te acht uur nogmaals een ernstige poging -aanwenden om de banden, die ons gevangen hielden, te verbreken. Alle -zeilen werden bijgezet en met volle kracht werd gestoomd; even als -de vorige keeren vorderden wij eerst ongelooflijk langzaam, maar toen -de Pandora eenmaal vaart schoot ging het veel beter. - -"Na ruim een uur het ijs letterlijk geramd te hebben en ijsmassa's van -vier voet dikte, die haar den weg versperden, zonder dat zij merkbaar -haar vaart vertraagde, te hebben doorgebroken, naderde zij den rand -van het ijs. Het ging nu hoe langer hoe beter, daar de sterke deining -de geheele massa hier in een golvende beweging bracht, waardoor het -ijs zich merkbaar opende en groote schollen, die met kracht tegen -elkaar geworpen werden, in kleinere stukken braken. - -"Kapitein Young, die de bewegingen van het schip uit het -kraaiennest bestuurde, wist snel en beraden de juiste openingen te -kiezen. Eindelijk lag nog slechts een groot zwaar ijsveld als laatste -hinderpaal voor ons. - -"Met een viermijls vaart schoot de Pandora er recht op aan, en met haar -volle gewicht er op neerdalend, scheurde zij de schots in tweeën en -doorkliefde weldra onder een driewerf "hurrah for Captain Young!" het -donkergroene water van de Baffinsbaai. Dit driewerf hoerah voor den -bekwamen gezagvoerder, waarmede de bemanning dit feit begroette, -was het hartelijkste dat ik mij herinner ooit gehoord te hebben, -en geen wonder, want terwijl wij machteloos in het ijs ronddreven, -stond het lot der Fox ons steeds voor oogen, en voor niemand onzer -was het nutteloos doorbrengen van een poolwinter in den gevaarlijken -ijsdam een aanlokkelijk denkbeeld. - -"Het einde van den ijsdam bestond uit losse, bijna afgeronde -ijsbrokken, die door de deining in een hooge golvende beweging werd -gebracht. Met ontelbare zwermen vlogen de rotges hier langs den rand -van het ijs, blijkbaar omdat zij er gemakkelijk hun voedsel konden -vinden. Het werd ons nu duidelijk, dat wij hen hierheen iederen -avond hadden zien vliegen; later in den nacht keerden zij dan weêr -met voedsel voor hun jongen naar het land terug. - -"Na gedurende zulk een geruimen tijd onbewegelijk te hebben gelegen, -was het een vreemde gewaarwording, nu op eenmaal door een hooge -noordwestelijke deining zoo hevig geslingerd te worden, dat de booten -op de davids gesjord en de deuren op de haken gezet moesten worden. - -"In den morgen van den 31sten Juli liepen wij zoo dicht als het ijs -toeliet, bij mistig weêr, langs kaap York en kaap Dudley Digges, en -reeds was de Pandora Wolstenholme eiland genaderd, toen een opkomende -storm uit het zuidoosten haar noodzaakte onverwijld aan den wind te -gaan liggen. De wind bleef de eerste uren steeds toenemend in kracht, -zoodat er weldra een werkelijke orkaan woei. - -"Daar de ijsbergen en het vele scholijs ons beletten onder de hooge -kust bescherming te zoeken, lag de Pandora de volgende 24 uren onder -haar dichtgereefde stormzeilen bij, terwijl het opgezweepte schuim der -zee en de onafgebroken sneeuwjacht het uitzien naar land en ijsbergen -allermoeielijkst maakten. Ten einde een botsing met deze gevaarten te -voorkomen, moesten wij ieder oogenblik afhouden. De hooge moeielijke -zee, die dan dwars inkwam, waschte voortdurend over het dek en sloeg -een der beste booten geheel in stukken. - -"'t Waren allermoeielijkste nachtwachten. Ofschoon de temperatuur -slechts enkele graden beneden het vriespunt stond, waren want en stagen -met een dikke ijskorst bedekt en woei de fijne sneeuw ons met zulk -een kracht in 't gezicht, dat 't was alsof men met naalden over het -gelaat werd geschrapt. Het was bijna onmogelijk recht voor zich uit -te kijken en onze oogleden waren opgezwollen van de doorgestane pijn. - -"Toch moest er scherp uitgekeken en bij herhaling gemanoeuvreerd -worden, in welk geval men op dek tot over de knieën door 't water -moest waden. Eerst den volgenden morgen begon de wind in kracht te -verminderen, de lucht helderde op, en toen nu de Carey-eilanden recht -vooruit gezien werden, bleek het dat de Pandora gedurende den storm -ongeveer zes Duitsche mijlen om de noord was gedreven." - - - -Toen de Pandora dus uit het ijs gered was, werd naar kaap Isabella -gestevend, waar in een cairn tijding van de Engelsche expeditie -onder kapitein Nares gevonden werd. De geheele maand Augustus werd -vervolgens tegen de ijsmassa in Smith Sound gekampt, gelijk Beynen -geschreven heeft in zijn verslag en aangeteekend heeft op de kaart, -welke het verslag verrijkt, dat weder werd uitgegeven door het -Aardrijkskundig Genootschap. - -Opmerkelijk is in dit verslag vooral nog de beschrijving van de -Eskimo's, die de Pandora in Bardenbaai aantrof. Zij behoorden tot -een nog geheel onbeschaafden stam, welks jachtvelden zich langs den -oostelijken oever van Smith-Sound uitstrekken. Zij hadden nooit te -voren een schip gezien en de eenvoudigste zaken verbaasden hen. Ten -einde beter in hun onderhoud te kunnen voorzien, leven zij verspreid op -verschillende plaatsen langs de kust. 's Winters bewonen zij gewoonlijk -acht verschillende kustplaatsen, doch 's zomers slaan zij hunne tenten -daar op, waar zij vertrouwen de beste jachtvelden te zullen vinden. Hun -winter verblijven (iglu's) worden met veel zorg handig uit rotsstukken -opgetrokken en van boven met lange vlakke steenen overdekt. Van buiten -worden zij geheel met mos bekleed, terwijl de dikke laag sneeuw, die -'s winters er over heen komt, de koude verder helpt buitensluiten. De -ingang bestaat uit een langen overdekten doorgang, die zoo nauw is -dat één man er slechts met moeite door kan kruipen. Een klein raam, -dat juist daarboven geplaatst is, wordt met een uitgespannen darm van -een zeehond gesloten. De binnenwanden dier steenen hutten zijn veelal -behangen met vellen, vogelnesten, hondenzweepen en harpoenlijnen, -terwijl hun huisraad voornamelijk bestaat uit cylindervormige potten -van zeehondenhuiden genaaid, die gewoonlijk vol spek en traan staan. De -uit een zachte steensoort uitgeholde lamp dient tevens om het eten -er boven te koken, en onafgebroken houden zij daarin een van mos -vervaardigde oliepit brandende. Het water, dat van een smeltend stuk -ijs afdruipt, wordt opgevangen op het schouderblad van een walrus, -dat tusschen twee steenen rust. Gewoonlijk eten zij hun voedsel rauw, -en slechts bij enkele feestelijke gelegenheden bereiden zij een -warme soep uit traan, bloed en ingewanden. Van de Engelsche schepen -hadden zij niets gezien, maar een oude man, die met zijn gezin op -Northumberland-eiland leefde, had den vorigen zomer twee schepen om de -Noord zien gaan. Ook van het wrak van de Polaris, dat gezonken was, -hadden zij hooren spreken, maar zij zelven waren niet zoo noordelijk -geweest en Beynen zag onder hun huisraad niets, dat deze getuigenis -logenstrafte. Hij merkte echter een door ijs zeer beschadigde roeispaan -uit Zuid Groenland afkomstig op en een stuk hout dat gemerkt was -"Lime Juice Leith." Volgens hun bewering waren deze voorwerpen van -om de zuid gekomen en door de zee op hun kusten gespoeld. - -Deze Eskimo's werden door Beynen beschreven als een goed, eenvoudig, -sterk en gezond volk, zeer klein van gestalte, met lang, donker, -loshangend haar. De vrouwen zien er in hun jeugd vrij gunstig uit, -maar zij schijnen kleiner dan zij werkelijk zijn, waarschijnlijk -ten gevolge van de gewoonte om voorovergebogen te gaan, 't welk een -gevolg is van het dragen der kinderen op hun rug. Hoe arm zij ook -waren, boden deze lieden den zeevaarders alles aan wat zij hadden, -en toen kapitein Young het hoofd van het gezin vroeg wat hij in ruil -wilde ontvangen en hem naar boord medenam, koos hij uit al de nooit -geziene schatten een puntig stuk ijzer om een speer van te maken en -een essenhouten roeiriem om er de schacht van te vervaardigen. - -De Eskimo's werden bij het vertrek van de Pandora met geschenken -overladen. Beynen gaf alles weg wat hij slechts even missen kon, -tot zijn zakmes en scheerspiegel incluis. Hij kon alleraardigste -bijzonderheden vertellen van het leven en de gewoonten dezer -natuurmenschen, wier eerlijkheid en braafheid hem zeer getroffen -hadden, doch ik hield, tot mijn leedwezen, geen aanteekening van zijn -mededeelingen. Hij heeft ons vaak laten lachen als hij nabootste -hoe blijde de Eskimo's waren met al de geschenken, en hoe zij hun -vreugde uitten. "Hun opgetogenheid kende geen palen," schreef hij -in zijn verslag. "Zij dansten, lachten en schreeuwden van verbazing -bij het ontvangen van zulke schatten, doch toen kapitein Young hun -voorstelde allen aan boord te nemen, wanneer hij hen naar een beter -land zou brengen, weigerden ze, terwijl ze den tolk te verstaan gaven -dat zij wel wisten hoe zij het in hun land hadden, doch niet hoe zij -het ergens anders zouden vinden." - -Tegelijk met de Alert en Discovery kwam de Pandora den 3den November -in Engeland terug, waar officieren en bemanning met geestdrift werden -ontvangen. - -Beynen had beloofd stipt zijn plicht te zullen doen aan boord van de -Pandora en hij hield woord. - -Sir Allen Young, zijn kapitein op de Pandora, een zeeman die Beynen -steeds denken deed aan de mannen van Devonshire, die de Armada -bestookten en de wereld omzeilden, schreef op den eersten tocht, uit -straat Waaigat, aan kolonel Jansen een brief om hem te danken, dat hij -hem een Hollandschen zeeofficier als Beynen op reis had medegegeven. - -"I want to tell you how fortunate we are, in having with us so good -and zealous an officer as lieutenant Beynen. I cannot indeed say -enough in his favour, for I find him most active and attentive and -an extremely agreeable messmate. We are all delighted with him and -he is of the greatest assistance to us." [5] - -En toen de reis was afgeloopen, schreef de kapitein van de Pandora -nog eens aan zijn vriend Jansen: "Lieutenant Beynen leaves us with -the regret of all his messmates and the Pandora's ship's-company. He -has thoroughly distinguished himself. For my part if I again sail in -those seas, which is quite possible, there is nothing that would give -me more pleasure than to have him again with us. I hope however for -his own sake that ere that time arrives, the Netherlands Government -will decide to equip an expedition and that Beynen will be appointed -to a high place in it, for if success depends upon talent, energy -and good seamanship, I am sure that he could carry any undertaking -through to a successful issue". [6] - -Sir Allen Young, die een man van weinig woorden is, schreef niet -alleen op deze wijze over Beynen, maar hij sprak--als hij bij den -prins van Wales logeerde of aan de admiraliteit verslag uitbracht, -of aan zijn vrienden zijn reis verhaalde--met zulk een eerbied en -toegenegenheid van den jongen Hollandschen luitenant, dat velen in -Engeland hem wilden leeren kennen. Miss Cracroft, eene oude dame, die -altijd met Lady Franklin had samengewoond, noodigde hem zoo dringend -uit haar te komen opzoeken, dat hij niet kon weigeren. Zij wees hem -al hetgeen Lady Franklin, ter herdenking van haar beroemden man, uit -en betreffende de Noordpoolstreken verzameld had: prachtige schetsen -en teekeningen, de portretten in olieverf van de voornaamste Engelsche -Noordpoolreizigers, enz. - -Van dit bezoek teruggekomen, schreef Beynen: "Wat ben ik beloond -voor de moeite om van Portsmouth naar Londen te gaan! Het was zeer -belangwekkend alles te zien, en treffend, ja aandoenlijk, om die -oude, eerwaardige vriendin van Franklin te hooren spreken over het -hooge Noorden en de landgenooten, die er het leven gelaten hebben, -terwijl ze daar Engeland's naam ophielden. Zij wilde mij volstrekt -alle mogelijke goed doen en mij boeken, instrumenten, enz. enz. geven, -doch ik beweerde, dat ik alles had, wat ik maar wenschen kon, en -zeide alleen zeer gesteld te zijn op een photographie van Sir John -Franklin. Het portret van dezen grooten Engelschen Noordpoolvaarder -zal altijd tot sieraad strekken in elk schip, waarop ik later de eer -zal hebben te dienen. - -"Toch was dit nog niet het eenige. Admiraal Sir Francis Hall had -verklaard er zeer op gesteld te zijn mijn kennis te maken. Miss -Cracroft bracht mij naar hem, en de oude admiraal ontving mij op -de aangenaamste, hartelijkste wijze. Hij zeide: "ik heb altijd zeer -veel genegenheid gehad voor de voortreffelijke Nederlandsche marine -en voor uw volk. Ik was adelborst op het schip, dat koning Willem I -naar Holland bracht en waaruit hij te Scheveningen landde. Ik ken uw -Koningin zeer goed en heb grooten eerbied voor haar. Mijn dochter is -haar petekind." - -Even vriendelijk was iedereen voor den jongen Hollandschen -zeeofficier, die als vrijwilliger zulke goede diensten had gedaan op -het ontdekkingsjacht. Eens toen de Pandora te Portsmouth voor anker -lag, zat Beynen 's avonds in de kleine mess-room zijn journaal bij -te schrijven, toen een stoombarkas van het admiraalschip langszijde -kwam om hem mede te deelen dat HH. KK. HH. de Prins van Wales en de -hertog van Edinburgh, vernomen hebbende dat hij op de Pandora was, -verlangden dat hij aan boord van Her Majesty's Sultan zou komen, -opdat Sir Allen Young, die met hen op dit pantserschip dineerde, -hem aan hen zou voorstellen. - -"Zooals ik was moest ik komen," schreef Beynen. "Sir Allen Young -stelde mij voor aan Z. K. H. den hertog van Edinburgh, die mij aan -den Prins van Wales voorstelde. Beide waren allervriendelijkst, -en na een kort gesprek wenschten zij mij met een handdruk voorspoed -op mijn nieuwe reis en bracht ik den avond verder met hen door. De -prinsen kwamen den volgenden morgen bij ons aan boord. De hertog -van Edinburgh monsterde onze flinke equipage; hij en zijn broeder -namen op de innemendste wijze afscheid van de officieren en gingen -van boord onder een driewerf hoerah! van de bemanning." - -Bij zijn terugkomst van den tweeden tocht kreeg Beynen, door middel -van Sir Allan Young, het bericht dat Z. K. H. de prins van Wales er -op gesteld was dat hij op de Levée zou komen, en dat hij zich daartoe -maar tot den Nederlandschen gezant moest wenden. - -"Nadat ik deze boodschap ontvangen had," schreef Beynen, "oordeelde ik -het moeielijk te kunnen laten, en, ofschoon ik er tegen opzag als tegen -een berg, besloot ik de zeilen maar naar den wind te zetten. Graaf -van Bylandt ontving mij allerwelwillendst, moedigde mij aan en -zeide dat ik hem maar moest komen afhalen, dan zou hij met mij naar -het paleis gaan. Nu het achter den rug is, ben ik blijde dat ik er -geweest ben. De ontvangst was zoo ontzagwekkend plechtig en statig; -die onbewegelijke gardes, al die uniformen,--het was een grootsch -schouwspel. Daarbij kwam dat de raad van legatie, de heer De Stuers, -allerhartelijkst was, en de moeite nam mij al de beroemde mannen te -wijzen. Later ging ik met kapitein Young naar de admiraals Sir Henry -Keppel en MacClintock, die mij wenschten te zien." - -Wat Beynen deed werd dus in Engeland bijzonder gewaardeerd, en indien -men een nog meer rechtstreeksche getuigenis vernemen wil, hoore men -wat een zijner scheepsmakkers op de eerste reis reeds van hem zeide. - - - -De beroemde Amerikaansche journalist MacGahan, die als verslaggever van -de Daily News op de oorlogsvelden van Turkije later zich onderscheidde -en daar ook den dood vond, was Beynen's kameraad aan boord van de -Pandora, en in zijn boek: Under the Northern Lights beschrijft hij -welk een held de jonge Beynen zich steeds toonde. - -"Wanneer er een felle storm woei," schrijft hij, "en de bevroren -zeilen bijna onbeweeglijk waren, dan kon men Young Tromp altijd -vinden op het uiterste punt van de marszeil râ; en als er ander -gevaarlijk werk te verrichten was, kon men er zeker van zijn dat -Beynen de eerste vrijwilliger was. Hij is de eerste Hollander, dien -ik ooit ontmoet heb, maar mijn kennismaking met dezen onvermoeiden, -enthusiasten zeeman heeft mij overtuigd dat de oude heldenmoed, -welke de Hollanders tachtig jaar deed strijden voor de vrijheid, even -krachtig is als ooit, en dat voor den Hollander, en vooral voor den -Hollandschen officier, vaderlandsliefde een soort van godsdienst is." - -Deze lof verdiende de 24-jarige zeeofficier voor zijn land en zijn -corps door een geestdrift en toewijding, die zich in daden uitten. - -Ieder die met hem in aanraking kwam, wist hij warm te maken voor de -zaak die hem zoo dierbaar was. - -Zoo kwam hij in Engeland, toen de Pandora zeilree lag voor de tweede -reis, in kennis met den heer Charles Gardiner, die met zijn stoomjacht -de Glow-worm gereed was om naar de Noordoostelijke IJszee te gaan, -ten einde daar pelsdieren en vogelen te schieten. Doch men hoore -hoe Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, de adjunct-rijksarchivaris, die -penningmeester was der Nederlandsche Noordpoolcommissie, en Beynen -slechts zoo kort overleefde, in zijn toelichting tot de voorwerpen -door Barents op Nova-Zembla achtergelaten, deze kennismaking en hare -gevolgen beschrijft. - -"De eerste kennismaking van Beynen met den heer Chs. Gardiner groeide -tot meer vriendschappelijke betrekkingen tusschen de beide heeren -aan en in hunne gesprekken over den tocht, die beiden weldra, in -tegenovergestelde richting, naar het Noorden zouden ondernemen, -liep het onderhoud meer dan eens over Nowaja-Semlya, naar welks -omliggende zeeën de heer Gardiner zich wenschte te begeven, om -vooral in de Kara-zee, bij White-Island, jachtveld en jachtwater te -vinden. De heer Koolemans Beynen hield niet op met den heer Gardiner -telkens aan te sporen om van deze gelegenheid gebruik te maken tot -een bezoek aan de IJshaven, de plaats waar Barents en Heemskerck -in 1596-1597 hadden overwinterd, en werkelijk heeft de edelmoedige -Brit, hoewel hij daardoor grootendeels het oorspronkelijk doel van -zijn tocht, door hem als jachtliefhebber ondernomen, moest missen, -aan de opwekking en aansporing van den heer Koolemans Beynen gehoor -gegeven. Op den 29sten Mei ll. verliet de heer Chs. Gardiner met -zijn stoomjacht de Glow-worm de reede van Cowes. Te Tromsoë nam -hij als ijsloods aan boord den bekenden kapitein Elling Carlsen, -dezelfde die den tocht van Payer en Weyprecht heeft mede gemaakt -en in 1871 de eerste ontdekker was der voorwerpen, door Barents en -Heemskerck op Nowaja-Semlya achtergelaten. Door Matthews-straat of -Matotshkinshar, de zeearm die het eigenlijke Nowaja-Semlya van Lütkes- -en Barentsland scheidt, geraakte de Glow-worm in de Kara-zee ten Oosten -van Nowaja-Semlya. Op den 29sten Julij 1876, des morgens te 8 ure, -bereikte de Glow-worm de IJshaven, de overwinteringsplaats van Barents -en Heemskerck. Door welwillende tusschenkomst van den heer Koolemans -Beynen was ik in staat inzage te nemen van eenige korte uittreksels -uit het journaal, aan boord van de Glow-worm gehouden. Eenigen dier -extracten laat ik hier nu volgen: - -"29 Julij. Heden is het een betere dag; 's morgens te 8 ure bereiken -wij de IJshaven. Wij kunnen niet in de baai komen, omdat zij geheel -vol is met zwaar ijs, dat aan het land vast zit. Nauwelijks is het -anker gevallen, of de kreet klinkt overal aan boord: "een beer! een -beer!" Groote opgewektheid overal. Inderdaad, de beer komt over het -ijs naar het schip kruipen, waarschijnlijk uit nieuwsgierigheid. Die -nieuwsgierigheid betaalt hij duur. Wij zijn spoedig uit de booten -naar en op het ijsveld. "Exciting sport!", door de geheele bemanning -aan boord gadegeslagen. Het einde is des beers dood. - -"Na het ontbijt gaan wij aan wal en bezoeken de bouwvallen van Barents' -winterkwartieren. Geheel het huis ligt ingestort. Wij hebben een hard -dagwerk, dáár tusschen de ruïnen, maar graven eene groote hoeveelheid -reliquien op. Wij vinden einden touw, nog even sterk als op den dag -waarop zij geslagen werden, stukjes zeildoek, kaarsen, oude messen, -timmermansgereedschap, spijkers, eenige oude munten, een handlood, -een geweerslot, een kruithoorn, enz. Al deze zaken zijn hoogst -belangwekkend, daar zij hier 280 jaar hebben gelegen." - -Terwijl hier de bemanning van de Glow-worm, voorover gebogen, met -pikhouweel, schop en bijl bezig was met de ontgraving, had niemand -opgemerkt dat een groote ijsbeer was genaderd, die op zijn achtertrein -gezeten in de onmiddellijke nabijheid van de ontgraving dat werk zat -aan te kijken als maître ès céans. Alsof hij, opvolger van zijne -voorouders, sedert 279 jaren bewaarders van het Barents-museum op -Nowaja-Semlya, met ongenoegen gadesloeg dat men hem zijn erfgoed kwam -ontstelen, zat hij daar grimmig en "snuffing the air." Toen men, -om een oogenblik te rusten, zich uit de gebogen houding oprichtte, -werd de hongerige huisbaas eerst gezien. De geweren stonden op eenigen -afstand, zoodat de bemanning een oogenblik ongewapend was. Men vloog -te wapen. De beer, dit ziende, "thought discretion the better part of -valour," (zooals de heer Gardiner in zijn journaal zegt), en meester -ysegrim wist zich nog tijdig uit de voeten te maken. - -Op dien dag nam men een observatie, doch geen vertrouwbare, want de -dampkring was te mistig voor eene nauwkeurige waarneming. Onder die -ongunstige omstandigheden verkreeg men voor de ligging van de plaats -76° 18 noorderbreedte. - -Het journaal meldt vervolgens op 30 Juli: - -"Dikke mist... Wij liggen met opgebankte vuren, om gereed te zijn -tot vertrek, als het ijs ons mocht willen insluiten of storm ons -overvallen. Wij liggen achter een uitgestrekt ijsveld beschut tegen -het noorden en noordwesten. Ik hoop dat morgen de mist zal zijn -opgetrokken, opdat wij de juiste ligging van Barendsz. winterkwartier -zullen kunnen bepalen. Gisteren hebben wij een bericht neergelegd -in denzelfden tinnen koker aan een stok, te midden van de bouwvallen -van de hut van Barendsz. door Carlsen in 1871 opgericht. Ons bericht -behelst niets dan het feit, dat wij hier zijn geweest en dat wij de -plaats hebben doorzocht." - -Augustus. 1. "Alweder mist, bijna geen wind; de weinige wind die er -is, waait uit het zuidwesten. Wij brengen op nieuw een bezoek aan -de bouwvallen van het oude huis van Barendsz. en graven nagenoeg -den geheelen bodem van het ijs op. Ditmaal wordt onze moeite echter -niet rijkelijk beloond. Wij vinden slechts een passer, een harpoen, -twee pieken, een paar gebroken messen, schoenen enz. Ik geloof niet -dat er nu nog veel te vinden zal zijn; wij hebben alles doorsnuffeld -en in elke hoek en gleuf gezocht." - -De heer Chs. Gardiner kwam met zijn stoomjacht de Glow-worm den -9den October te Southampton aan. Ruim drie weken later, op den 3den -November, stoomde ook de Pandora, terugkomende uit Smith-sound, laatst -van Uppernavik, onder het driewerf hoezee! der bemanning van de aldaar -liggende oorlogschepen, de haven van Porthsmouth binnen. Weldra vernam -de heer Koolemans Beynen uit den mond van den heer Chs. Gardiner -wat door hem op Nowaja-Semlya gevonden was, en op den 13den November -schreef de heer Gardiner hem een brief, waar zooveel vereering voor -den grooten zeevaarder Barents en zóó edele welwillendheid jegens -Nederland in doorstraalt, dat de brief verdient bewaard te blijven. - -"I cannot tell you," zoo schreef de heer Chs. Gardiner, "how much -obliged I am to you for taking such an interest in the Barents's -relies and for so kindly offering to take charge of them. If your -countrymen will accept them, I shall greatly be honoured and shall -be only too proud that it happened to have been in my power to have -made them this offer." - -De Nederlandsche natie zal ongetwijfeld den heer Gardiner steeds -dankbaar zijn, dat hij deze reliquien zoo edelmoedig aan haar heeft -afgestaan. - -Aan de sympathie en geestdrift door Beynen gewekt, hebben we het dus -te danken, dat we de belangrijke voorwerpen--door den heer De Jonge -uitvoerig beschreven--ontvingen. - -In het journaal van de overwintering van Barents. en Heemskerk, in 1598 -door Gerrit de Veer uitgegeven, staat vermeld, hoe, vóórdat het huis -waarin men zoo lang had overwinterd werd verlaten, "Barents. te voren -een cleyn cedelken heeft geschreven en in eene musketmate gedaen ende -'t selfde in den schoorsteen opgehangen, daerinne verhaelt stont, hoe -wy uyt Hollant daer gecomen waeren om te zeylen nae 't coninckrijcke -van Chijna, ende wat ons aldaer op 't lant bejegent was ende alle -ons wedervaren, op avontuer offer er yemant nae ons quame, dat die -weten mocht wat ons bejegent was en hoe 't ons gegaen hadde." - -De "Yemant," die na Barents. aldaar kwam, was de heer Gardiner. Hij -vond in den ouden kruithoorn een ineengefrommeld stuk papier, -waarvan de deelen op elkander kleefden, dat groen en geel was, en niet -grooter dan de palm van de hand. Dit handschrift, gedurende 279 jaren -beurtelings bevroren en ontdooid en beklemd tusschen het ijs en de -bouwvallen van "het Behouden Huis," werd door den heer De Jonge, met -behulp van den heer J. H. Hingman, ontcijferd, en de daarin vermelde -bijzonderheden bevestigden geheel het journaal van Gerrit de Veer. - -Voor Beynen waren die honderd belangrijke, schoone herinneringen -aan Barents. en aan Hollands heldentijd, opgedolven uit het ijs en -de sneeuw van Nova Zembla, een prikkel te meer, om toch te maken -dat de Hollandsche vlag weer in die klassieke stroomen wapperen -mocht. Wat de heer De Jonge in zijn toelichting zeide was hem uit -het hart geschreven. - -"Wij mogen erkentelijk zijn, dat al de voorwerpen in 1871 en 1876 -gevonden, in Nederland zijn teruggekomen. Doch mengt zich met -dat gevoel van dankbaarheid ook niet eenig gevoel van spijt? Deze -overblijfselen, deze reliquien zijn niet ontdekt en herwaarts gebracht -door Nederlandsche zeevaarders. Wij hebben het bezit dier voorwerpen -te danken aan den ondernemingsgeest en de edelmoedigheid van vreemden. - -"De bouwvallen van het huis, waarin de Nederlandsche zeevaarders, onder -bevel van Barendsz en Heemskerck, na hun roemrijken tocht, waarop -zij Spitsbergen hadden ontdekt en tot ongeveer 80° Noorderbreedte -waren doorgedrongen, hebben overwinterd, zijn nu geheel onder den -voet gehaald. - -"Als het koude kleed van ijs en sneeuw gedurende eenige jaren die -verstoorde en uitééngeworpen overblijfselen zal hebben bedekt, -stormwind en ijspersing den houten staak, door Carlsen opgericht, -zullen hebben vernietigd, zal eindelijk ook die plek op Nowaja-Semlya -niet meer met juistheid zijn te bepalen. Mij worde het vergeven, -indien ik, aan het einde van den mij opgedragen last gekomen, voor één -oogenblik mij buiten de grenzen van dien last begeef en het voorstel -waag, dat, éér die plek op Nowaja Semlya, waaraan voor Nederland -zoovele herinneringen zijn verbonden, geheel uit de herinnering -verloren ga, een Nederlandsch schip met kloeke bemanning worde -uitgezonden, om dáár in de ijshaven een eenvoudigen gedenksteen -van duurzaam graniet op te richten, opdat in de volgende eeuwen -moge blijken dat wij, ook bij eigen ongenoegzaamheid, ten minste -de dankbaarheid bewaard hebben jegens hen, wier roem ook nu nog op -ons afstraalt." - - - - - - - - -V. - -MET WOORD EN DAAD. - - -Zoodra Beynen van den tweeden tocht was weêrgekeerd, gebruikte hij -elk vrij uur in den winter van 1876-77 om zijn landgenooten op te -wekken tot belangstelling in de ijsvaart. - -In Dec. '76 sprak hij voor het eerst van zijn leven in het openbaar ten -huize van baron van Wassenaer van Catwijck. "Mevrouw van Wassenaer," -schreef Beynen, "wetende dat ik de Noordpoolzaak meer populair wilde -maken, bood mij haar salon aan om een en ander aan hare gasten mede te -deelen omtrent het hooge Noorden. Er is mij dus gelegenheid geboden -om voor een gezelschap van grooten invloed in den lande, een zaak te -bepleiten, die den krachtigen bijstand der aanzienlijken niet ontberen -kan. Ik heb zeer geaarzeld, daar ik nog nimmer in het publiek gesproken -heb. Doch van oordeel zijnde dat, wanneer ik het er goed afbracht, -dit de zaak helpen zou, heb ik maar aangenomen. Een luitenant ter -zee moet het gevaar onder de oogen durven zien." - -Enkele gasten van mevrouw van Wassenaer, die Beynen dien avond hoorden, -hebben mij geschreven welk een diepen indruk hij op hen maakte, en -hoe hij hen bezielde met de begeerte om er toe mede te werken dat -een Nederlandsch schip voor het Noorden zou worden uitgerust. - -En zij, die hem in de volgende maanden, overal in den lande, -voor de vuist hebben hooren spreken, tot aanbeveling van de zaak -welke hem dierbaarder was dan het leven, zullen hem evenmin ooit -vergeten. Gelijk in een hoofdartikel van de Middelburgsche Courant -treffend werd opgemerkt, is het een wonder geweest "dat hij, -de jonge man, de luitenant-ter-zee van luttel dienstjaren, zijn -eigen geestdrift en ondernemingszucht deed ontvlammen bij grijze -vlagofficieren, ernstige staatslieden, bedachtzame geleerden en hen -voor zijne plannen wist te winnen. Hij trok als een andere Peter -van Amiens geheel Nederland door, optredende in zalen en zaaltjes -in alle deelen des lands, voor een onbekend en onvoorbereid publiek, -zoekende zielen te winnen voor den kruistocht, dien hij wenschte: de -tocht van Nederlanders naar de Poolzee." Professor Nicolaas Beets, -die hem te Utrecht hoorde, schreef mij over hem: "Het was mij een -geluk de brieven, welke gij van uw vriend ontvingt, te lezen, waarin -wij dien voortreffelijken jongen man hooren, zien, en honderdmaal met -geestdrift de hand drukken. Menig traan kwam er mij bij in de oogen, -van weemoed niet, maar van dat zekere gevoel, dat ons zoo overstelpend -kan aandoen waar wij in aanraking komen met vonken en stralen van waren -zielenadel. Ik twijfel niet of de jonge held zal nog lang na zijn dood -kracht wekken. Ik heb hem gehoord met bewondering, met een klimmend -gevoel van liefde. Alles ontwikkelde zich natuurlijk en bevredigend -en wij hoorden (zeldzaam genot) uit zijn mond eens "cette éloquence, -qui se moque de l'éloquence" in haar onvergetelijke kracht. Opzoomer -zat naast mij, en wij waren beide opgetogen." - -Deze lof van Nicolaas Beets verdiende Beynen. Want wat hij in die -redevoeringen gaf; was zijn hart en zijn ziel; zijn redenaarsgave was -geen door oefening verkregen vaardigheid of kunst, maar de innige, hem -verterende geestdrift zocht zichzelve een uiting en maakte woorden, als -het juiste woord zich niet spoedig genoeg voordeed; zijn buitengewone, -bewonderenswaardige gave als redenaar was meer een natuurkracht dan -een kunst. Daardoor gelukte hem wat de meest welsprekende redenaar -vaak vergeefs beproeft: hij wist zijn vuur en zijne bezieling over -te storten in het gemoed der aanvankelijk onverschillige menigte die -hem aanhoorde. - -Wie Beynen hoorde, kende hem dan ook onmiddellijk. Hij gaf -zichzelf. Wat de Musset van la Malibran zeide, die ware tranen weende -op het tooneel, diep gevoelde wat ze zong en dan ook jong stierf, -kan men ook van Beynen zeggen: - - - Ce qu'il nous faut pleurer sur ta tombe hâtive, - Ce n'est pas l'art divin, ni ses savants secrets, - Quelque autre étudiera cet art que tu créais, - C'est ton âme indomptable et ta grandeur naïve, - C'est cette voix du coeur qui seule au coeur arrive, - Que nul autre, après toi, ne nous rendra jamais. - - -Het was die stem van innige overtuiging, van warm gevoel, van heilige -geestdrift, welke tranen bracht in de oogen der vrouwen, en de mannen -dwong om zich als vrijwilligers bij hem aan te sluiten. - -Doch omdat het geen kunst maar natuur was en hij zich zelf gaf, -vermoeiden die tallooze redevoeringen hem onbeschrijfelijk. Ze putten -hem uit; het vuur dat hij anderen mededeelde verteerde hem zelf. - -Hij schreef mij: "Sta mij toe even wat te pruttelen en te klagen, -want ik ben op. Het doet goed soms hardop te mopperen, want het -verlicht ons. Het is nu en dan verschrikkelijk steeds hetzelfde te -moeten herhalen, en dat vooral als het publiek lauw en onverschillig -is. Men vindt niet overal een gehoor als te Amsterdam, te Utrecht, -te Middelburg en te 's Hage." - -En aan kolonel Jansen schreef hij: "Ik houd nu dag aan dag voordrachten -en slijt dus ongewoon vermoeiende dagen. Ik wind mij te veel op, en dat -gevoegd bij weinig slaap en overdag reizen maakt dat ik ongeloofelijk -dankbaar zal zijn, wanneer deze tocht door het land geëindigd zal zijn. - -"Gelukkig word ik nu en dan gesterkt door aangename medewerking. Het -Gids-artikel van een vriend die begrijpt wat ik wil, deed mij goed en -in enkele steden, zooals b.v. in Middelburg, vond ik veel sympathie -voor de nationale onderneming. Burgemeester jhr. J. W. Schorer [7] -is ongemeen warm voor de zaak, en wat vooral veel waard is, hij heeft -er een studie van gemaakt, en is geheel van alles op de hoogte." - -Ik ben tot mijn leedwezen niet in staat een verslag te geven van een -dier boeiende bezielende improvisaties van Beynen, en moet mij dus -beperken tot een paar aanhalingen uit het Gids-artikel waarvan hij -gewaagt, en dat hij mij in de pen had gegeven door zijn overtuigend -woord, door zijn heerlijke geestdrift. - -Beynen had op verzoek van the Hackluyt Society een nieuwe uitgave -bewerkt van de Engelsche vertaling van het werk, waarin Gerrit -de Veer de drie reizen van Willem Barents in 1594, 1595 en 1596 -verhaalt. In deze uitgave deelde hij de nieuwe bijzonderheden mede -door de heeren De Jonge, S. Muller Fzn. en P. A. Tiele ontdekt -betreffende de geschiedenis der Noordoostelijke doorvaart. Hij -had dit werk voltooid in het einde van 1876, en hij was er nog vol -van, toen hij overal in het land het volk opwekte om weder aan de -pooltochten te gaan deelnemen. Mij leende hij de werken van De Veer -en Van Linschoten, en in die oude boeken, welke blijken toonden van -ontelbare keeren gelezen en herlezen te zijn, vond ik de treffendste -plaatsen steeds aangeduid door gedroogde bloemen en bladeren. Een -rozenblad, een viooltje vestigden de aandacht op de roerendste bewijzen -van heldenmoed, van zelfverloochening en volharding door de Arpanjaks -der 16de eeuw gegeven, toen zij die kloeke zeetochten deden, "waar -onzes Vaderlants Stadthouder, ende ghekoren Bescherm-Heer de Prince -van Orangien een soo sonderlinghe welbehaghen in hadde." - -Ik wist wie het was, die tusschen de bladeren van dat boek die nu -verwelkte bloemen legde, en hoe zijn hart vol geestdrift klopte voor -"de zeeploegers" en "zeeridders" van Holland's heldentijd. Het was -alsof hij, door met rozen- en violenbladeren aan te duiden wat schoon -en edel was, een voorbeeld wilde geven hoe men in 't groote boek van -'t Noorden, dat voor een ieder openligt, de plaatsen aan kon wijzen, -die gewagen van 't kloeke bestaan der Hollandsche zeevaarders, -die om de Noord den weg naar Indiën zochten, en met grooten moed en -volharding gevaarlijke tochten ondernamen, als zij de walvisschen -tot ver in 't ijs najaagden. - -Gelijk de verwelkte, verkleurde rozenbladeren in het oude foliant -symbolen waren van onuitsprekelijke bewondering van kloeke daden -en dankbare herinnering aan opwekkende woorden, kunnen eenvoudige -gedenksteenen van duurzaam graniet, in Nova-Zembla, Spitsbergen, -en op Groenlands West- en Oostkust opgericht, symbolen zijn van -Holland's dankbaarheid voor de Arpanjaks, en van de geestdrift, -waarmede het opkomend geslacht de belofte aflegt om te pogen die -vaderen te evenaren. Zulke symbolen verheffen het hart, gelijk alle -ware poëzie dat doet, en ze zouden, meende Beynen, dubbel indrukwekkend -zijn, omdat men ze niet zag, maar enkel wist, dat zij daar hoog in -'t Noord in langen winternacht en wilden zeestorm staan. Doch het -plaatsen van die steenen was hem slechts een bijzaak. Wat hem hoofdzaak -was, wordt uitgedrukt in het octrooi dat de Staten van Holland in -Barents' tijd gaven aan hen "die nieuwen Passagiën, Havenen, Landen -oft Plaetsen souden ontdecken." In zulk octrooi wordt steeds gezegd -dat die ontdekkingen moeten gedaan worden: "wij verstaen eerlyck, -dienstelyck ende profytelyck voor dese Landen, ende tot vorderinge -van den welstant van dien, oock tot onderhoudt van het Zeevarende -Volk te wesen." - -Beynen haalde uit die oude boeken de gedeelten aan, waarin de -schrijvers, die zelve herhaaldelijk naar het Noorden geweest waren, -mededeelden dat "deze navigatiën" naar onbekende streken zeer in trek -kwamen, "voornamelyck onder deghene die 't haer professie is, nacht -ende dagh te practizeren haer goet ende have door koopmanschappen te -vermeerderen." Deze kenschetsende beschrijving van den oud-Hollandschen -koopman, hield niet in dat zij alleen aan gewin dachten, want Van -Linschoten die haar bezigt, verhaalt, dat toen hij opnieuw een schip -voor het Noorden gereed maakte, "deze toerusting terstont van de -kooplieden t' Amsterdam voorwaer seer mildelycken, ende met grooter -gheneghentheit ende affectie te weghe gebracht worde, alles om 's -Lants eere ende advancement (gheene onkosten ontsiende) te betrachten." - -Voor 's "Lants eere ende advancement" en vooral om een leerrijke school -van zeemanschap open te houden voor de marine, sprak Beynen overal -tot aanbeveling van die tochten. Terwijl ik mij poog te herinneren -wat hij dienaangaande soms zeide, woedt sinds twee dagen een geduchte -storm uit het westen, welke den winter uit ons land verdrijft. De -machtige muziek van dezen zeestorm maakt het mij voor het oogenblik -weêr zoo duidelijk wat Beynen wilde en wenschte, want die muziek, -welke wij slechts nu en dan verstaan, liet hem nooit rust of duur! - -Treffender dan militaire muziek, opwekkender zelfs dan het Wilhelmus -der vaderen, was voor Beynen de muziek van den zeestorm, als de -Noordwester wild en woest over den oceaan komt aangestormd, en -klagend door den schoorsteen giert, en met een lang gerekte zucht en -onverwachte vlagen uitschiet, en bulderend onze vensters schudt, en -'t gansche huis doet dreunen. - -Wie weten wil wat heldengeest den jongen zeeridder bezielde, en wat -zijn streven was om 't vaderland te dienen, luistere naar de muziek -van den zeestorm. - -Wie denkt niet wel eens aan de mannen, die op zee de golven koen -trotseeren, wanneer de wilde orkaan, die daar zijn oorsprong nam, -met donderende stooten en gebons de muren beven doet van 't huis, -en jammert door de wilgen van ons land? - -"'k Zou nu niet graag op zee zijn!" denkt men, en men schuift den stoel -wat dichter aan den haard; "wat hebben die arme zeelui het nu hard!" - -Doch als Beynen dan over u zat en 't loeien van den evenachtsstorm -hoorde, dan vernam men andere taal. Ook hij dacht dan aan de zee en hen -die over de diepte varen, doch zijn oog straalde, hij hief het hoofd -op, gelijk het strijdros dat de krijgstrompet hoort steken, en, eer -hij 't geloof ik zelf recht wist, zei hij dan: "O, stond ik nu slechts -op een schoener aan het roer!" Wellicht was hij nog geen week op den -vasten wal als hij dit zeide. Maar hij had de zee lief, hij geloofde -in haar. Terwijl in de winteravonden de stormwind gierde, heb ik van -hem geleerd wat de zee voor Nederland is en vermag. De zee vult aan wat -ons ontbreekt, ze completeert den Hollander en schenkt hem kracht; ze -ontwikkelt de edelste hoedanigheden van ons volk en dringt de fouten -en de zwakheid van het nationaal karakter terug. Zij maakt gebruik -van ons geduld, onze voorzichtigheid en onze kalme onversaagdheid, -doch van waaghalzen maakt ze De Ruyters, en van avonturiers koningen -van Insulinde. Zij dwingt tot waakzaamheid, moed, tegenwoordigheid van -geest en rustelooze voortvarendheid, en zij maakt droomen, aarzelen, -treuzelen tot halsmisdaden; want op straffe van onmiddellijken dood -gebiedt ze in 't oogenblik, wanneer gevaar dreigt, onmiddellijk een -besluit te nemen en steeds bijtijds het roer te wenden. - -De zee was steeds onze bondgenoot, ze is de bakermat onzer -vrijheid, en, meer dan boeken vol vermogen, getuigt, ter eer van 't -Hollandsche zeevolk, wat de heer De Jonge in zijn geschiedenis van -het Nederlandsche zeewezen van hen zegt: "En velen boden in den strijd -met Spanje uit eigen beweging hunne schepen aan, want geestdrift voor -de vrijheid woonde vooral bij diegenen, die de zee bevoeren." - -Met welk een geestdrift kon de jonge zeeman spreken van dat roemrijk -arbeidsveld onzer groote mannen, van de wilde donkerblauwe golven van -den oceaan, en welk accompagnement van zijn woorden gaf de bulderende -storm uit zee! - -Er was voor hem een wondere rythmus, een heerlijke bezieling, -een moedwekkende kracht in de stem der zee, in de muziek van den -storm. Het was hem als hoorde hij in de verte het gedonder van de -kanonnen van Tromp en De Ruyter en den galop van de chargeerende -eskadrons onder ritmeester Bax; hij hoorde het roffelen der trommen -en het juichen der overwinnaars; hij zag doorschoten, tot flarden -gescheurde Oranje-vanen wapperen; hij hoorde 't breken van de golven -tegen 't ijs, waarover Heemskerck de oude sloep deed sleepen, waarin -de stervende Willem Barents lag. - -De woeste vlagen van den storm waren hem, wat de hooge muziek der -symphonieën voor velen onzer is: ze wekten hem op, ze maakten hem -vroom en geloovig, ze bezielden hem met den vurigen wensch om zijn -plicht steeds te doen, en door groote, edele, zelfopofferende daden -zijn vaderland te dienen. - -Eens dat hij op een avond toen het stormde en hij naar zee verlangde, -bij mij zat, had ik hem een aandoenlijk Engelsch gedicht voorgelezen. - -Een moeder, die in de wilde winternacht ontwaakt, doordien de woeste -orkaan de vensters doet rinkinken, meent, met een hart dat bonst van -schrik en angst, onder al de vreemde geluiden van den geweldigen -stormwind de belboei te hooren luiden in de branding van de klip, -waarheen het schip, waarop haar zonen dienen, in het duister wordt -gejaagd door den orkaan. Ze strekt de handen uit, die ze niet op het -aangezicht harer slapende jongens kan gaan leggen, gelijk ze weleer -deed wanneer angstige droomen haar martelden. Ze strekt ze omhoog, -en smeekt haar God om hulp en troost, terwijl de stormwind loeit en -het huis doet schudden. - -"Ik geloof in het instinct der moeder, die de handen omhoog -strekt!" riep Beynen uit, "maar God helpt hen slechts die zich zelven -helpen. Als wij naar het Noorden trekken, dan denken wij aan al die -treurende moeders en vrouwen, en aan de duizende slachtoffers der -zee, en we pogen te ontdekken van waar die onzichtbare wind komt, -en hoe men voortaan zijn loop van te voren zou kunnen berekenen. We -weten, dat hij onze luchten zuivert, en dat zijn grootst gevaar in het -onbekende van zijn loop en 't onverwachte van zijn nadering ligt; maar -wat we weten is zoo weinig, en wat we gissen is zoo vol belang. Van -waar die sterke luchtstroomen, die ons laven, die tusschen Pool en -Equator het evenwicht bewaart in de atmosfeer, die koude drooge lucht -aan de warme streken brengt, welke warme, met vocht en damp beladen -stroomen daarvoor terug geven? We weten 't niet, maar als van zelf -richt naar de ijszee zich het oog. Wij, voor wie zooveel is gelegen aan -de kennis van het weêr, worden steeds aangetrokken door het Noorden, -waar het geheim van den oorsprong dezer winden wordt bewaard. - -"Alle beschaafde volken zenden tegenwoordig schepen naar het Noorden, -omdat het voor de wetenschap zoo bijzonder veel waarde heeft. Wij -willen, om de kennis der natuurvorschers te dienen, een deel van het -gevaar, een deel der moeite op ons nemen, om stelselmatig en geduldig -al de noodige gegevens te verzamelen in het Noorden. Wij willen mede -een van die vele waarnemingsstations oprichten, wier onwaardeerbaar nut -professor Buys Ballot het eerst en dat sints lang heeft aangetoond, -en waar in 't Noorden en in 't Zuiden gelijktijdig de verschijnselen -zullen waargenomen worden, die ons de theorie der winden en de wetten -van de orkanen eens verklaren." - -Deze woorden, onder den invloed van Beynen destijds door mij -geschreven, duiden slechts een deel aan van de gronden waarom hij in -de ijsvaart geloofde. Onder den indruk van hetgeen hij sprak, schreef -ik in den tijd dat hij het land doortrok het volgende, dat slechts -een echo was van zijne woorden. Want ofschoon hij van harte geloofde -in het wetenschappelijk nut der tochten en hetgeen zij vermochten -voor den handel, was bij hem hun nut voor de marine, en hun invloed -tot verlevendiging van het nationaal bewustzijn steeds het voornaamste. - -Hij had steeds het oog gevestigd op de toekomst, op de jeugd, welke -hij dezen weg hoopte te wijzen tot nieuwe krachtsontwikkeling voor ons -volk. Hij wilde de zeemacht herinneren aan het veld waar ze weleer -kracht vergaarde, en tevens helpen tot verheffing van ons nationaal -bewustzijn, tot het verkrijgen van zelfvertrouwen. - -Hij had opgemerkt dat dit zelfvertrouwen onmiskenbaar in de laatste -jaren zeer geschokt was door het ontzaglijk machtsvertoon van -een naburig volk, dat zijn verspreide leden tot een groot, al is -'t ook nog wat topzwaar lichaam heeft vereenigd. Groot is steeds de -indruk dien de meester van zoovele legioenen maakt; maar toch moet -dezen indruk steeds krachtig bestreden worden, wanneer hij aan het -zelfvertrouwen van ons volk afbreuk doet. - -Geen beter middel is er om te strijden tegen het benauwd gevoel, dat -hooge sombere bergen op den dalbewoner maken, dan moedig klimmen. Geen -beter middel is er om ontzenuwend, verlammend opzien naar een reus te -overwinnen, dan door te toonen dat het moedig hart in menig opzicht ook -den kleinste tot den evenknie der reuzen maakt. Naar het Noorden dus, -o zeelui, die den roem en trots en kracht zijt van uw volk! Toont -u weer ridders van de zee, gij zijt t'huis op wilde wateren, waar -niets door ruwe kracht gedaan wordt, maar hij de zege wint, die met -volharding, zelfverloochening, kunde en moed, zich wijdt aan eene taak, -die hij bemint, en met beleid de roerpen weet te houden. - -De tijd van zelfverwijt, van schimpen, mokken en doof makend klagen -is voorbij. We hebben nu een nieuwe hoop; 't verjongde Holland wil -vooruit. Naar zee dus, naar het Noorden! - -Al gaven deze tochten niets voor de wetenschap, dan blijft ons altijd -nog de goede ouderwetsche drijfkracht over van heidensche Germanen -en Romeinen, om het land te eeren dat ze beminden om den wille van -'t verleden, en om hetgeen zij hoopten dat het worden zou. - -Wanneer ik naga wat ons dierbaar vaderland bezit en welke kracht het -eenigszins ontbreekt, dan maakt zich de overtuiging van mij meester, -dat deze laatste drijfveer ons in dit geval het onweerstaanbaarst nopen -moet om de tochten naar het Noorden te hervatten, en de Barentsen en -Beynens te eeren door hen na te volgen. - -Wij Hollands kinderen, saamgebracht en nauw vereend door een band, -dien ieder liefheeft, die zijn kracht begrijpt, wij hebben het woord -verstaan des dichters die ons toeriep: - - - "Mijn volk gedenk - Den heiligen wenk - Van al wat u omringt, blijf trouw aan uw verleden." - - -En slechts een enkele blik in dat verleden toont ons steeds dat de -IJszee den "zee-ridders" en "zee-ploegers" onzer gouden eeuw een school -was, waarin ze zeemanschap, kalme doodsverachting, onzelfzuchtigen -ijver voor 's lands eer, en mannelijke ondernemingszucht verkregen, -de deugden en de krachten, in één woord, die Nederland maakten wat -het was. - -"Doordien de tochten naar het Noorden nieuwe liefde geven om ter zee -te gaan en tevens ondernemingszucht bevorderen, zou de commissie -van enquête die den toestand onzer handelsvloot heeft onderzocht, -zeer zeker deze tochten aanbevelen. Wat zegt ze toch aangaande de -behoefte aan nieuwe krachtsinspanning? - -"De noodzakelijkheid eener krachtsinspanning, die geen moeite ontziet, -om het verlorene in te halen, treedt sterker dan eenige andere zaak -op den voorgrond. Alles hangt hierin nu af van den ernstigen wil, -den helderen blik, den schat van kennis, de kracht van handelen, -waarmede het Nederlandsche volk zijne belangen weet voor te staan!" - -Zonder dat verlangen "om het verlorene in te halen," zonder -die bereidwilligheid om de rust en het gemakkelijk bezit van 't -oogenblik op te offeren voor toekomstige voordeelen en toenemende -ontwikkeling,--en dit toch is wat men onder ondernemingsgeest -verstaat--blijft een volk in vadsige werkeloosheid achtergelaten in den -kamploop der volken. We moeten vooruit zoo we niet achteruit willen. - - - "Vivez et regardez, et marchez aux montagnes! - Car tout peuple, amolli dans ses grasses campagnes, - Oisif près de l'engin chargé de le nourrir, - Tout peuple satisfait est bien près de mourir!" - - -Wij willen daarom niet voldaan zijn met wat we hebben en een heilige -ontevredenheid steeds voeden, die ieder prikkelt om vooruit te gaan. - -De belooning blijft niet uit voor het volk van edelen stam, dat trouw -is aan zijn devies, en dat niet versaagt. Het wint daardoor een nieuw -of het behoudt een oud prestige, dat niet alleen van anderen achting -vergt, maar dat vooral de natie zelve steunt. Zoolang de menschen -niet tot automaten zijn vernederd, tot kunstige werktuigen enkel door -verstand gedreven, zal wat het hart en de verbeelding treft steeds -wonderkracht ontwikkelen. Het prestige van een volk is een gevolg van -het vertrouwen der natie in zich zelf, en van het geloof der andere -volken in haar kracht, en waar de vlag, 't symbool der eer, prestige -heeft verloren, daar is de kracht van hen, die onder hare schaduw -strijden, verlamd, en is de kracht des vijands als verdubbeld. Niets -is zoo doodelijk voor een volk als wantrouwen in zichzelf en in -zijn leiders. Dat wantrouwen kan door tucht, door geestdrift, door -de geboorte van een nieuwe hoop, door geloof in een groot beginsel -verdreven worden, en dan ontstaat weer die eerbied voor zichzelven, -welke de onontbeerlijke voorwaarde is van den eerbied dien anderen -voor ons gevoelen. - -In ons volk leven overal machtige elementen van kracht en ontwikkeling, -die zullen ontluiken en bloesemen, als na iedere welgeslaagde daad -van mannelijke ondernemingszucht en van geloof in de toekomst het -veerkrachtig zelfvertrouwen en het fier gevoel van eigenwaarde -herleven. - -Wij willen ons dus weer voeden met het vast vertrouwen in de -wonderkracht van zelfbestaan, met de geestdrift voor de vrijheid, -en dien vaderlandschen trots, die ongetwijfeld innerlijke kracht -moet hebben, want zonder hem zouden des werelds wetten en gebruiken, -en der volken kunst en letterkunde eentonig zijn en zonder smaak. - -Die vaderlandsche trots, die ijdelheid, dat zelfbedrog of hoe men -'t noemen wil, heft steeds de hoofden op van hen, die treurig en -mismoedig de wereld vlak, vervelend en onduldbaar achten. - -Nebucadnezar's vloek treft nog in onzen tijd, na lange jaren van -ontzenuwenden voorspoed en slappe rust, de menschen; ze maakt hen -onverschillig, dooft hun ziel en drijft hen, om zich als het vee van -'t veld, met de oogen vast en onbewegelijk naar de aarde gericht, -alleen met gras te voeden. - -Die vloek, die zware, doffe last is van ons afgenomen; gebogen hoofden -richten zich omhoog, het oog zoekt weer 't verschiet, en 't harte klopt -voor hooger doel dan voor de vrucht der aarde. We voelen ons verlicht, -eene nieuwe hoop is ons geboren, en van IJmuiden's havenhoofd richt -ieder 't oog naar verre kusten, naar 't Noord en 't West. Wanneer -de zoute zeewind over wilde golven aangespoed, het dundoek wapperen -doet van Neêrland's oude vlag in Holland's nieuwe haven, dan juichen -wij met geestdrift weêr: - - - "Naar zee, naar zee het oog gekeerd! - Al wat er grootsch was in 't Verleden, - Al wat gij grootsch hoopt van het Heden, - Zij daar geleerd, vereerd, verweerd!-- - Weer blink' dat blad in 's lands Historie - Van vrijheid, geestkracht, welvaart, glorie!" - - -En als ons volk dat doet, dan kan 't niet missen of 't herwint zijn -mannelijk zelfvertrouwen. - - - - - - - - -VI. - -DES ZOMERS OP DE NOORDZEE, - - -Beynen schreef mij in den tijd dat hij het volk warm poogde te maken -voor zijn ideaal: "Telkens ontmoet ik jonge officieren en minderen, -waar feu sacré in zit voor alles wat in ons vak kloek en grootsch is -te vinden, doch ik denk er meermalen met zekeren weemoed aan, hoe die -jeugdige frissche krachten door teleurstellingen en niets doen wellicht -zullen verwelken. Hoe anders zou het zijn als zij, in plaats van te -passagieren in Indië, avontuurlijke tochten gingen ondernemen; als zij -met fier gevoel van eigenwaarde in onbekende zeeën gingen doordringen, -om later met geestdrift en edelen naijver door hun kameraden en -vrienden in het vaderland ontvangen te worden." Wat Beynen wilde en -door woord en daad predikte, zal verder nog duidelijker aan het licht -komen, want ik moet nu het verhaal van zijn wedervaren voortzetten. - -Toen hij overal zijn lezingen gehouden had, werd hij geplaatst op -Zr. Ms. Zeehond, waarop hij met de tot bootsmansleerlingen bevorderde -jongens van de Wassenaar, een oefeningstocht zou maken op de Noordzee, -onder bevel van den overste Guyot. - -Den 23sten April 1877 schreef hij aan boord van dit vaartuig: - -"Prins Hendrik stond mij gisteren een audiëntie toe. Ruim vijf kwartier -heb ik de eer gehad met Z. K. H. te zitten praten, na alvorens het -boek van Hackluyt Society eerbiedig te hebben overhandigd. Ik heb -den prins vooral gewezen op de commercieele voordeelen, welke uit -tochten naar het Noorden na verloop van tijd kunnen spruiten; welk -een oefeningsschool voor zeelieden de ijsvaart is, en hoe goed voor -den nationalen roem. Z. K. H. sprak van het laten bouwen van een -houten scheepje, en was van meening dat zulks voor geringer kosten -in Zweden kon geschieden." - -Den 18den Mei 1877 schreef hij aan boord van Zr. Ms. Zeehond, geankerd -in 't Haringvliet: - -"Wij zijn hier van morgen op de reede vertuit, om de jongens te leeren -ketting klaren. De brik manoeuvreert uitstekend, en luistert bijzonder -nauwgezet naar het roer. De loods drukt dit uit door te zeggen: "de -brik is kittelig." Dagelijks zien wij tallooze naamgenooten van onze -kittelige, schoon bejaarde brik op de Zeehonden- en Garnalen-plaat. Zij -laten ons evenwel niet genoeg naderen om een schot op hen te doen, -wat zeer natuurlijk is als men bedenkt dat gelijknamige polen elkander -afstooten. - -"We gaan naar Edinburgh, dan terug naar Hellevoet, vervolgens doen wij -een Duitsche haven aan, en dan via Nieuwediep terug naar Hellevoet -en dat voor goed." En later schreef hij: "Slecht weder hebben wij -nog weinig gehad. Alleen een weinig uit het Z. W. en toen ging de -Zeehond opmerkelijk wild te keer. Hij stopte zijn neus tot boven het -vinkennet in het water en rees dan op, en dat zoo snel en krachtig, -dat de bezaansboom uit de mik gelicht werd. - -"De schipper verklaarde dat dit niet te verwonderen was, als men -bedacht: dat hij nu weer eens los raakte na 17 jaren aan de ketting -gelegen te hebben." - -Kruisende op de Doggersbank, schreef hij den 10den Juni: - -"Van daag voor acht dagen verlieten wij de reede van Hellevoet. Toen -wij onder zeil gingen kwam de stuurman, met de laatste brieven van den -wal bij zich, aan boord, en verbeeld u mijn verbazing, toen hij mij een -aangeteekend pakje overhandigde, dat een mooie gouden ketting bevatte, -met de inscriptie: Utrecht, 14 April 1877. Er was een schrijven bij -van prof. Quack, waarin hij mij, namens het Utrechtsche subcomité, de -ketting aanbood, als een herinnering aan mijn lezing te Utrecht. Wat -mij vooral trof was de datum van 14 April, de jaardag van mijn goeden -vader, en meer dan ooit riep dit mij toe, hoe ik toch al deze zaken -aan zijn verstandige en zorgvuldige opvoeding in de eerste plaats te -danken heb." - -Toen hij op dezen oefeningstocht was, ontving hij de officieele -mededeeling van de Nederl. regeering dat H. M. koningin Victoria hem -the arctic medal had toegekend. Ik ben in de gelegenheid gesteld om te -lezen wat graaf van Bijland, onze gezant te Londen, aan den minister -van Buitenlandsche Zaken dienaangaande schreef: - -"Ik meen hier niet onvermeld te mogen laten, dat Sir Allen Young bij -het overreiken van nevensgaand eereteeken met den meesten lof heeft -gesproken van de vastberadenheid, de kunde en het beleid door luitenant -L. R. Koolemans Beynen voortdurend aan den dag gelegd tijdens zijn -diensttijd aan boord der Pandora." - -Op dit eereteeken was Beynen te recht zeer fier. Het was hem een -schoone herinnering aan een leerzamen, belangrijken tijd, toen hij -meer dan zijn plicht deed. - -Het is een kleine zilveren medaille met wit satijn lint en zilveren -gesp. Op den eenen kant het borstbeeld van koningin Victoria, en op -den andere een schip in 't ijs. - -In Juli kruisende op de Noordzee, schreef hij: "Op de Doggersbank -hebben wij gevischt, zonder evenwel veel te vangen. Op 60° N. Breedte -herinnerde mij de frissche koude noordenwind en het voortdurend -dag zijn, de vaak opkomende nevels en de vele looms weder aan de -"Arctic Regions" en al het lief en leed, dan denk ik met zekeren -heiligen eerbied aan onze lieve, brave, nu ontslapen koningin, -de tijding van wier overlijden ons diep trof. Zeker heeft zij -veel lief en leed gekend, maar ze heeft ook veel liefde betoond en -veel leed verzacht. Moge zij bij ons volk in eerbiedige herinnering -blijven. Onder den indruk der tijding schreef ik uit Edinburg een kort -briefje aan Prins Alexander, die ik begreep dat deze slag ontzettend -zal gevoelen, en in de hoogste mate bedroefd zal zijn, en wellicht -eenigen troost kan vinden in het medegevoel van ieder die hem kent -en weet hoe hartelijk hij zijn moeder lief had. - - - -"Ik vernam te Edinburgh dat er geld blijft inkomen voor de -Noordpoolreis. Met hart en ziel blijf ik hopen dat ons volk op -den reeds ingeslagen weg zal willen voortgaan, tot eer van koning -en vaderland, en tot zijn eigen bestwil. Wat Zweden jaar in jaar -uit vermag, kan Nederland toch zeker ook doen, en in het vaderland -van Barents kan de geest niet uitgedoofd zijn, die eeuwen lang de -Nederlandsche driekleur den weg deed wijzen op alle zeeën der aarde." - -Van zijn tocht op de Zeehond gaf Beynen bij mij aan huis eens aan -mijn jongens, na den eten, een belangwekkende beschrijving, welke ik -'s avonds uit mijn herinnering opschreef en gelukkig bewaard heb. Ik -had dien dag met hen een bezoek gebracht aan Zr. Ms. opleidingsschip -Admiraal van Wassenaer te Amsterdam. De commandant, kapitein-luitenant -ter zee Steffens, ging het geheele schip met ons rond; we zagen de -flinke jongens exerceeren, we woonden het onderwijs bij, en verlieten -het schip met groote bewondering voor een opleiding en behandeling, -waardoor kloeke zeelieden gekweekt worden, die tucht, gehoorzaamheid -en handigheid in hun jeugd geleerd hebben. - -"Weet je wat voor flinke zeelui jongens worden die durven en goed -leeren?" vroeg hij aan mijn zoons, die met hem dweepten. "Dan zal ik -je er eens vertellen hoe de jongens van de Wassenaer het van den zomer -op zee maakten, toen ik met hen naar de haringvloot zeilde. Luister. - -"Het is een kalme, schoone Juni-morgen en onze oefeningsbrik drijft -zachtkens, nauwelijks acht slaande op de bewegingen van het roer, -over het spiegelgladde water van de Noordzee. De Zeehond bevindt -zich te midden van honderden Nederlansche visschersschepen, -waarvan de bemanning in de grootst mogelijke drukte bezig is met -het sorteeren en kaken der gedurende den nacht gevangen haring. De -krachtige, frissche zonen onzer kustdorpen werken hard door, want ze -verlangen na het uitputtend werk eenige rust te genieten; evenwel -houden ze toch even op, om over de verschansing naar het schoone -hooggetuigde Nederlandsche schip te kijken, van welks bewegingen ze -zich aanvankelijk geen rekenschap konden geven. - -"Voor de eenvoudige visschers was het schouwspel trouwens heerlijk -schoon. - -"De breede, zware, sneeuwwitte zeilen--kant bijgezet--spreidden zich -deftig en indrukwekkend over het sierlijk vaartuig uit, dat in de -meeste stilte tusschen de vaartuigen van de visschersvloot voortglijdt. - -"De wimpel aan den grooten top, het geheele tuig, de netheid en orde -welke overal heerschen, hebben reeds lang het oorlogschip doen kennen, -waar aan boord, gedurende de morgen-inspectie welke juist gehouden -wordt, de grootste stilte heerscht. Op eenmaal klinken de korte -krachtige commando's van den eersten officier en het geheele schip -schijnt leven en bezieling te krijgen. - -"Als door onzichtbare draden bewogen, kruipen de halzen en schoten der -vierkante zeilen vlug en rap naar het midden der ra's, die dadelijk -daarop--als bezwijkend voor dien onverwachten aanval--met luid geraas -langs de stengen omlaag glijden. - -"De driehoekige stagzeilen vooruit op de boegspriet verdwijnen als -door een tooverslag, op hetzelfde oogenblik dat het groote brikzeil -met kluchtige deftigheid zich in lange breede plooien samenvouwt. - -"Een tweede commando klinkt... en meer dan 80 jonge frissche knapen, -in de nette zeemansdracht der marine gekleed, enteren vlug als katten -van weerszijden tegen het want op; verspreiden zich snel en stil -door het geheele tuig, vatten met flinke, krachtige grepen de zware -onhandelbare zeilen aan, en in minder dan twee minuten zijn allen weêr -omlaag, en is geen stukje zeil meer zichtbaar. Het schip ziet er met -zijn vastgemaakte zeilen nu uit alsof het te Nieuwediep aan de kaai -lag. Nu volgt de eene verrassing op de andere. De zeilen-exercitie -is begonnen; het is zeilen bijzetten en opnieuw bergen; marszeilen -afslaan en verwisselen, zeilen reven of beslaan. - -"Onder deze opwekkende, belangrijke exercitie beginnen de jonge -matrozenharten al driftiger en driftiger te kloppen, de altijd -bestaande naijver tusschen de jongens van den grooten top en van den -vóórtop wakkert aan tot een opgewonden poging, om ook nu weêr het -eerste met alles klaar te zijn. De jongens vereenzelvigen zich--zonder -er zelve bewust van te zijn--geheel met de verschillende exercitiën, -en indien men het bezielend commando niet matigde, dan zou de gloed, -waarmede ze werken, aanstonds in wilde drift overslaan, en ze zouden -hun leven er aan wagen om uit wedijver de roekelooste waagstukken te -doen in het tuig. - -"De jonge visschers op de sloepen zien met bewondering de exercities -op het oorlogschip aan, en indien nu reeds menige bejaarde visscher -uitroept: "die jongens zijn flinke borsten, hoor!" als zij hen daar -hoog in de lucht, als 't ware aan hun adem zien hangen, hoeveel -dieper zouden ze dan getroffen zijn, indien ze diezelfde kinderen -eenige dagen geleden hadden zien werken. Het was in het begin van den -oefeningstocht. De hoog opgezette zee deed de brik verschrikkelijk -heen en weder slingeren, toen de jongens voor het eerst van hun leven -den wind, wild en woest, met gierende vlagen door het tuig hoorden -huilen. De nacht was stikdonker en het schip steunde en kraakte, -alsof het bezwijken zou onder den druk van de hevig invallende -buien. Toen de marszeilen één voor één dichtgereefd moesten worden, -werden de oudste en sterkste jongens op dek gemonsterd, en gingen -ze op het commando van den kapitein het tuig in, om, denkelijk met -kloppend hart, maar met de lippen op elkander vol waren mannenmoed, -hun verschillende plaatsen op de ra's te gaan innemen. - -"Toen ze boven op de marsra waren gekomen en elkander nauwelijks -onderscheiden konden... toen de aanmoedigende stem van den commandant -al sinds lang niet meer te hooren was in dien baaierd van wilde, -ongekende geluiden... toen elke windvlaag werkelijk dreigde hen naar -omlaag te zullen slingeren... toen een hunner sterkste makkers met een -gil zijn houvast verloor en in den donkeren nacht omlaag viel--zonder -zich echter ernstig te bezeeren--... toen was het meer dan mannenmoed, -het was de ware bezieling, het heerlijk instinct van een oud, beroemd -zeemansgeslacht, dat die kinderen over de slingerende rondhouten naar -buiten deed enteren, alsof ze oude bevaren matrozen waren. - -"Zulke oogenblikken vormen mannen en hoe meer men er van hoort en ziet, -des te meer wint de overtuiging veld bij ons, dat zulke zeemanschap -gekweekt moet worden, indien wij op onze vloot die zelfdenkende, -stoute, wakkere karakters willen houden, die zoo vaak den roem zijn -geweest van ons volk. - -"Zeemanschap leert denken, handelen en opletten: geeft zelfvertrouwen -en moed. - -"Evenals een soldaat dubbele waarde heeft, als hij deze eigenschappen -heeft verkregen in tal van veldtochten, zoo krijgen de koppen op -Zr. Ms. schepen hun volle waarde eerst, wanneer ze op vele moeielijke -reizen, van hun jeugd af zeemanschap hebben geleerd. - -"Van den aanvang af moeten de jongens beseffen, dat een zeeman geen -werktuig maar een denkend wezen is, op wie groote verantwoordelijkheid -rust, en die zichzelven en anderen redt door tegenwoordigheid van -geest en vlugheid. - -"Een jongen, die bij harde bries een boven-bramzeil gaat vastmaken, -ondervindt al dadelijk, dat hij met gezond verstand en kalm overleg -vrij wat gemakkelijker slaagt, dan indien hij volgens ingeprente -lessen, mannetje voor mannetje, precies naar het voorschrift handelt. - -"Een matroos die marsgast is en, bij het onderzeil gaan, als er wat -aan hapert, onder het oploopen der marszeilen, door onmiddellijk te -handelen, verdere stoornis voorkomt, begrijpt hoe hij daardoor vaak -het schip vrijwaart voor een gevaarlijke botsing met een ter reede -liggend vaartuig. - -"Een roerganger, die op een moeielijk oogenblik het roer verkeerd aan -boord draait, weet dat zulk een misslag den ondergang van het schip -en de bemanning ten gevolge kan hebben. - -"Dus komen er op zee aanhoudend en ongemerkt duizenden gevallen voor, -waarin matrozen die eigenschappen ontwikkelen, welke in de marine -zoo onontbeerlijk zijn, en die de flinke jongens van de Wassenaer op -zeilschepen moeten oefenen. Ze zijn goed onderlegd en als ze maar -niet te vroeg naar Indië gaan, doch op onze zeeën geoefend worden, -groeien ze op tot voortreffelijke zeelieden. - -"Naarmate de stoomvaart de overhand krijgt, komen er meer en meer -zeesoldaten, artilleristen en machinisten in plaats van matrozen aan -boord. Het gevaar hiervan is groot. Geen onjuister denkbeeld is er, -dan dat op stoomschepen geoefende matrozen overbodig worden. - -"En in de koninklijke marine vooral zijn ze broodnoodig. Op onze -kruisers, op onze launches, onze torpedo-booten, onze sloepen, kunnen -wij zelfs minder dan ooit, zelfdenkende, vlug handelende, bedaarde, -ervaren zeelieden missen. - -"Alles wat zeemanschap kweekt, verdient dus aanmoediging en -steun. De opleiding op een schip als de Wassenaer, tochten -op oefenings-brikken, kruistochten van het eskader--met weinig -stoomen en veel zeilen--stoute, kloeke ontdekkingstochten in verre, -gedeeltelijk onbekende zeeën, dit alles verdient den steun van -regeering en publiek. Dus blijft de avontuurlijke, ondernemende -matrozengeest inheemsch, en de officiers, die met de jongens op de -oefeningsbrik geweest zijn, erkennen, dat enkel iets aangemoedigd -moet worden wat reeds bestaat. De oude geest van Janmaat is er nog, -en flink en degelijk zeevolk zullen we behouden, als we in het Noorden -de groote oefenschool openhouden, waar ook Michiel Adriaanszoon de -Ruiter, op zijn reizen naar Groenland's kust, dien kalmen moed en -die zeemanschap ontwikkelde, welke zijn naam onsterfelijk maakten." - -Dit was Beynen's verhaal, en het had op mij zoo'n indruk gemaakt, -dat ik hem een paar dagen later om nadere inlichting vroeg over die -noodzakelijkheid van zeemansgeest bij jonge matrozen aan te kweeken, -waarover hij steeds sprak. Reeds den volgenden dag schreef hij mij -het volgende antwoord op mijn brief. - - -A/B Z. M. Wachtschip, Amsterdam 11 Jan. 1878. - -Beste Vriend! - - -Nog een paar woordjes om te zien in hoeverre ik aan je verzoek kan -voldoen, door mijne meening uit te spreken en te argumenteeren, hoe -noodig het is bij den tegenwoordigen toestand onzer marine zeemanschap -en zeemansgeest aan te kweeken. - -De met zorg behandelde opleiding der Wassenaer en Anna Paulowna gewent -van kindsbeen onze toekomstige matrozen aan het scheepsleven. 's -Zomers varen zij op kleine zeilscheepjes in de Zuiderzee en na -twee jaar komen zij op ± 16-jarigen leeftijd a/b van eskaders of -oefeningsschepen als de brik de Zeehond. - -Wanneer zij nu 't geluk hebben in dien tijd veel te varen en veel -te exerceeren, dan draagt hunne eerste opleiding al dadelijk goede -vruchten en op 19-jarigen leeftijd is een goed fond gelegd, waarop -met succes verder kan gebouwd worden. - -Zij zijn gezond, sterk, vol ijver, vatbaar voor hoogere geestdrift en -dikwijls bezield met een feu sacré voor hunne betrekking, dat ons de -overtuiging geeft hoe met verstand en tact alles van die jongens te -maken is. Nevensgaand eenvoudig fatsoenlijk briefje, tot mij gericht -door een 19-jarig bootmansleerling die de brik verliet, billijkt dan -ook mijns inziens bovenstaande zienswijze. - -Nu komt echter de tijd, dat zij voor ruim drie jaar naar Indië moeten, -en hoewel zij daar hun beste, hunne heiligste krachten opofferen in -'t wezenlijk belang van 't geliefde vaderland, toch blijft het niet te -ontkennen, dat door het voortdurend varen op kleine stoomschepen die, -zoo ze niet op rivieren varen, verspreid door den archipel kruisen, -veel zeemanschap maar vooral en bovenal veel zeemansgeest verloren -gaat. - -Drie kwart van onze marine nu brengt het grootste gedeelte van hun -diensttijd in Indië door, verder op stoomschepen en pantserschepen -in Nederland, maar slechts een klein gedeelte blijft herhaaldelijk -op zeeschepen varen. - -Juist met 't oog daarop is 't wenschelijk dat iedere richting gevolgd -wordt, die als tegenwicht tegen het noodzakelijke doch minder leerzame -dienen in Indië dienstig kan zijn om zeemanschap en zeevaartsgeest -aan te kweeken en te verhoogen. - -Een verkenningstocht in de N. IJszee is bij uitstek geschikt om juist -deze beide eigenschappen bij zeevolk aan te kweeken. Het moeielijke, -het avontuurlijke, het eigenaardige van de ijsvaart vormt mannen, die -lust krijgen om moeielijkheden op te zoeken en te overwinnen, en geeft -hun als belooning een gepast gevoel van eigen kracht en eigenwaarde, -die zeker heerlijke vruchten zal dragen, als zij op hunne posten -geroepen worden om in tijd van nood, het vaderland te verdedigen. - -Reeds in mijn verslag van 1875 schreef ik: - -"Ieder zal erkennen, dat het voortdurend in gevaar verkeeren, dat -deze vaart met zich brengt, voor den zeeman meer leerrijk is, dan -het varen op een schip, dat, als het eens den goeden koers heeft, -dagen lang kan doorleggen zonder eenig gevaar te duchten te hebben. - -"Niet alleen dat de zeevaarder in de ijszeeën, door het aanhoudende -manoeuvreeren, gemakkelijk en vlug met zijn schip leert omgaan, -maar hij zal ook snel een gevaar, waarin hij zich onverwacht bevindt, -leeren overzien en daardoor dadelijk en beraden zijn maatregelen weten -te kiezen, om het te ontwijken of het kalm en bedaard te doorstaan. - -"Mannen als Ross, Parry, M'Clure en Nelson, hebben dan ook -herhaaldelijk betuigd, dat zij eerst in de met ijs bedekte zeeën hun -opleiding als praktisch zeeman ontvangen hebben. - -"Doch wij Nederlanders hebben deze bevestiging niet in den vreemde te -zoeken. Tal van onze meest stoute en onverschrokken zeevaarders zijn -toch in de ijszeeën gevormd; de ijszee was het oefenveld, de leerschool -voor die stoute zeelieden die de eer van ons land zoo vaak op alle -zeeën van den aardbol ophielden en het voorbeeld van den onsterfelijken -Heemskerk, die in de armen der overwinning voor Gibraltar 't leven -laat, is voor het nageslacht nog niet verloren gegaan. - -"Toch zoude het verkeerd gezien zijn, om van een enkelen tocht van de -Willem Barents groote gevolgen te verwachten om de aloude zeemansgeest -en de aloude zeemanschap bij onze marine terug te krijgen. - -"Daartoe is het aantal menschen die er aan deel kunnen nemen veel -te gering, maar wanneer onze natie het ernstig wil dat wij nog eene -zeevarende natie blijven, dat wij nog werkelijk goed zeevolk blijven -vormen, dan moet de reis van de "W. B." de eerste stap zijn in eene -richting, waarin onze marine zich later op grootere schaal kan gaan -voortbewegen. Dan moeten daaruit voortvloeien reizen, zooals de -Zweden die tegenwoordig zooveel door hunne marine doen ondernemen, -n. l. wetenschappelijke reizen met oorlogschepen. - -"Sinds 1858 hebben de Zweden vijf expedities naar de N. IJszee -ondernomen met kleine, sterk gebouwde zeilscheepjes, waarmede zij -voor de wetenschap meer resultaten verkregen dan de Engelschen -met hunne tochten op schepen die millioenen kostten, groote -expedities met stoomschepen, die meer dan 1 1/2 millioen pond -sterling gekost hebben. Daaraan voegden zich reizen, om de zeeën, -die Noorwegen en Zweden omringen, wetenschappelijk te onderzoeken, -en op 't oogenblik heeft de Zweedsche marine zich zoo krachtig -in die richting voortbewogen, dat zij in dezen zomer behalve één -groote wetenschappelijke poolexpeditie met een stoomschip de Vega, -bemand met marine-officieren en manschappen, tegelijkertijd in de -Noord-Atlantische Oceaan met het oorlogstoomschip de Vöringen, een -soort Challengerreis verrichten, terwijl de oorlogschepen Alfhild en -Gustav of Klint onder leiding van prof. Ekman eene hydrographische -expeditie in de Oostzee zullen ondernemen. - -"In die richting kweekt de kleine Zweedsche marine lust, ambitie, -ijver, zeemanschap, zeemansgeest bij haar volk en officieren aan; -en dien weg moeten wij zooveel te meer trachten na te volgen, omdat -onze marine, juist door onze koloniën, in ongunstige omstandigheden -verkeert. - -"Het dienen in Indië maakt als hoog noodig tegenwicht een bewandelen -van de Zweedsche richting voor ons dubbel noodzakelijk. - -"En nu nog een woord voor hen die beweren, dat wij in de toekomst geen -matrozen meer noodig hebben, dat, waar de stoom meer en meer toepassing -vindt, wij ons zeevolk door zeesoldaten kunnen doen vervangen. - -"In tijd van oorlog hebben wij bij onze marine noodig sterke, gezonde -gestellen, die vele vermoeienissen kunnen doorstaan, vóórdat hunne -geestkracht er door gebroken wordt, mannen die durven en die dadelijk -en snel weten te handelen, mannen met een vasten wil en "iron nerves", -en juist deze eigenschappen worden uit duizend kleinigheden, reeds -in tijd van vrede, bij menschen ontwikkeld, die veel op zee varen. - -"Zij leeren durven, attent zijn, kalm blijven en handelen, zien -dat zij de bakens moeten verzetten naarmate het getij verloopt, -en verwerven die eigenschappen, die vroeger deden zeggen, dat een -zeeman voor alle baantjes geschikt was. - -"Voor alle die hoedanigheden is geen beter oefenveld dan de zee, en -willen we stout ondernemend zeevolk krijgen en behouden, dan moeten wij -beginnen met er geene zeesoldaten, maar wel zeematrozen van te maken. - -"En nu, waarde vriend, ga ik eindigen, het in 't midden latend of dit -supplement op mijn verhaal aan je jongens je duidelijk maakt wat ge -begrijpen wilt. - -"Ge ziet er uit hoe het mijne meening is, niet alléén poolreizen te -ondernemen, maar ook reizen zooals de Zweden die doen, met de bedoeling -om wetenschappelijke reizen op zeilschepen te doen ondernemen. - -"Maar vooral en bovenal, veel blijven varen." - - -Uit gesprekken met hem gevoerd, kan ik aanvullen wat hij in dezen -brief schreef, opdat men wel beseffe wat zijn streven was. Indien -ik vergissingen bega, door onwetendheid of doordien mijn geheugen -mij in den steek laat, dan wijte men ze niet aan hem, die altijd -even hartelijk en waardeerend van de Nederlandsche marine sprak, -maar mij. Gedurende zijn verblijf in Indië had hij genoeg gehoord -en opgemerkt om in te zien dat in enkele opzichten de ziel, het -esprit de corps aan de marine ontbrak, dat er geen leerschool was -om zich te bekwamen, geen prikkel om zich op zee te onderscheiden, -geen oefenschool om met koene voorzichtigheid te leeren durven, -en zich voor te bereiden tot een worsteling tegen overmacht. - -Instinktmatig gevoelde hij dat we noodig hadden om ons op dezelfde -wijze te oefenen en te ontwikkelen als de voorvaders deden, en dat we -daartoe weer moesten doen wat de marine vóór den Franschen tijd deed. - -Het korps zeeofficieren vóór de revolutie in 1795 was hoogst -gedistingueerd, zeer beschaafd, ervaren en bekwaam. Het werd echter -tijdens de revolutie door Peter Paulus ontbonden en vervangen -door mannen van minder gehalte, die er zich op beroemden door de -kluisgaten aan boord te zijn gekomen. Grof schelden en slaan kreeg -toen den boventoon en behield dien eenige jaren. Na 1815 ontstonden -er twee stroomingen in het officierskorps der marine. De uit -krijgsgevangenschap van de Engelsche pontons teruggekeerde officieren -brachten Engelsche uitdrukkingen en indrukken mee. De officieren -daarentegen die op de Fransche vloot gediend hadden, waren in de -eerste plaats militairen geworden. Zij hadden soldatesquen geest en -manoeuvres de force op steeds ten anker liggende schepen geleerd. De -Engelsche napraters hadden de meeste zeemanschap en zeemanskennis, -doch de stuurman bracht het schip in zee, en de officieren waren -niet meer met hart en ziel zeelui gelijk de Trompen en de Ruiters -waren. Het eskader, dat we van 1818 tot '30 in de Middellandsche zee -hadden, moest dus den grond leggen voor een wedergeboren marine, maar -indien we ons niet vergissen, geschiedde dit te veel in den Franschen -geest, en leerde men in de eerste plaats exerceeren en manoeuvreeren, -terwijl men geen zeelieden, geen "navigateurs" vormde. Toch was het -een goede oefenschool. In 1830 werd het eskader teruggeroepen en -tijdens den langgerekten oorlog met België kwamen de officieren op -de Schelde en bleven tot 1836 binnengaats op de kanonneerbooten; -wat door het eskaderleven gewonnen was, ging aldus verloren. Men -trachtte dit te herwinnen door eenige schepen jaarlijks een week -of wat te laten zeilen, maar men vond het te kostbaar en achtte de -resultaten te gering voor het geld. - -De vaart op Indië rond de Kaap vormde echter zeelieden, en hun aantal -nam toe nadat de adelborsten van Medemblik kwamen. Nu werd meer -en meer zeemanschap verkregen, maar ging daarentegen het militair -karakter weer verloren, dat de marine toch hebben moet, en dat alleen -verkregen kan worden door het zeilen en manoeuvreeren van eskaders. - -In dien toestand was de vloot, toen de stoom nog meer verwarring -kwam aanbrengen. Wat geschiedde? Het kruisen werd kostbaarder, daar -de steenkolen geld kosten, en van den wind--die geen geld kost en -zeelieden vormt--werd te weinig gebruik gemaakt. Ook het ontbreken -eener doorloopende batterij deed kwaad. Hierbij kwam de afscheiding -van koloniaal en Nederlandsch materieel, waardoor men verplicht werd -het personeel der marine op passagierschepen door het Suezkanaal -naar Indië te zenden, wat zelfs geen oefentocht was. Ten slotte kwam -het pantseren van schepen in zwang. Nederland moest mede doen,--al -blijft de zeemanschap der levende krachten allen pantsers ten slotte -toch de baas--en de landverdediging door deze logge ijzeren gevaarten -vorderde een bijzondere opleiding binnenslands, zoodat de militaire -eischen die van den zeeman overstemden. - -Het varen op stoomschepen in Indië en het varen op monitors in de -binnenwateren van Nederland zijn onvoldoende om De Ruiters te kweeken, -meende Beynen. Hij zag dit eerst langzamerhand in, daar hij het geluk -had dadelijk de expeditie naar Atjeh mede te maken, toen de marine -geduldig en moedig haar lijden verdroeg voor Atjeh en op land haar -eer schitterend handhaafde, wat Bogaarts aan de Oostkust in zee deed. - -Het was omdat hij dit alles inzag, dat hij een beweging wilde beginnen -om de oude traditie der roemrijke Nederlandsche marine te doen -herleven, en de oude oefenschool van zeemanschap weer op te zoeken. - -Hij zelf kon dit alles niet zoo zeggen, als hij naar het Noorden -wees. Het zou aanmatigend geschenen hebben in zijn mond, en -hoe nederig en eenvoudig hij was, weten wij, zijn vrienden, het -best. Geen onverdiender, onrechtvaardiger beschuldiging werd ooit -tegen iemand uitgebracht, dan die van enkelen welken hem betichtten van -onnoodige drukte te maken..., wat men in de Marine gelukkig niet kan -verdragen. Ik heb nooit iemand ontmoet zoo bescheiden en onzelfzuchtig -als de jonge held, wiens leven ik niet kan beschrijven zonder dat -telkens in mijn hart de bede opkomt, welke een hoofdofficier der -marine uitte toen hij mij schreef: "Geve God, dat wij nimmer gebrek -aan Beynen's mogen hebben, als onze vloot ooit moet toonen wat zij -tegen een Europeeschen vijand vermag." - -Doch juist daarom wensch ik dat de les van zijn leven en streven -niet verloren ga. Volgens zijn overtuiging was Indië in vele -opzichten nadeelig voor die groote en heerlijke eigenschappen, -welke den Hollandschen zeeman steeds kenmerkten, wiens houten bodem -in tijd van gevaar het ondoordringbaar schild van zijn land placht -te zijn. Verleden jaar schreef hij nog uit Indië: "Langs een kust -stoomen of op een reede liggen, schijnt de meest normale positie van -Nederland's vloot in onze overzeesche koloniën te zijn, en ofschoon -het goed moge wezen, dat onze oorlogschepen niet meer als in de dagen -van admiraal Collingwood 21 maanden aan één stuk onder zeil blijven, -zonder dat al dien tijd het anker slechts ééns in den grond mocht gaan, -zoo geloof ik toch dat de tegenwoordige toestand niet gezond is." - -Doch zijn aanmerkingen betroffen de reglementen en instellingen, niet -de officieren. In denzelfden brief waarin hij de weinige activiteit -der marine betreurt, schreef hij: - -"Ik moet zeggen dat ik verbaasd ben over de stipte wijze waarop -de wachtluitenants van de hier op de ree van Batavia liggende -oorlogschepen hun dienstplicht à coeur nemen. - -"Wanneer men bedenkt hoe eentonig vervelend de dagelijksche -reê-dienst is--terwijl het weldra veel te duur wordt soms aan land -te gaan--dan noem ik de stipte nauwgezetheid en conscientieuse ernst -verbazingwekkend en schoon, waarmede de officieren maanden lang aan -één stuk hun eenvoudige scheepsdiensten verrichten. - -"Enkele blijven maanden lang op de ten anker liggende, drijvende -kazernes aan boord, zonder ooit voet aan wal te zetten, en de eerste -officiers zoowel als de tweede klasses vervullen dan dagelijks -nauwkeurig en oplettend de onbeduidendste scheepsdiensten, en geven -het voorbeeld, waardoor het inwendige der schepen er goed blijft -uitzien. Geen wonder echter dat al de officieren van het ramtorenschip -Koning der Nederlanden blij waren toen zij, na zes maanden voor anker -gelegen te hebben, veertien dagen in Straat Sunda gingen kruisen." - -Indië trekt voortdurend heerlijke krachten uit Nederland, doch het -Oosten gaat verkwistend om met de kracht uit het Noorden. Dit toont -Beynen in de volgende woorden aan: - -"Het verdient opmerking dat de meeste hier zijnde officieren eerst kort -in Indië zijn, en dit is mij een nieuw bewijs dat het tegenwoordig -in zwang zijnde dienstsysteem ten minste dit voordeel heeft, dat er -in Indië telkens jonge frissche krachten worden aangevoerd, die in -den eersten tijd met toewijding al hun beste krachten aan den dienst -offeren, vol geestdrift voor hun vak en hun land. Hoe jammer echter -dat al die nobele krachten uitsluitend ten bate komen van Indië, -dat zoodoende op de meest goedkoope wijze de beste vermogens, den -geest en het lichaam gebruikt van een personeel, welks opleiding aan -Indië niets gekost heeft, en voor welks oefening het ook heden nog -niets over heeft." - -Ik maak gebruik van deze opmerkingen die Beynen, al pratende met -een vriend, dus uit den mond vielen, omdat hij met hart en ziel -de marine liefhad, en het hem smartte, ter wille van het dierbaar -vaderland, op te merken hoevele jonge levens en frissche krachten -Indië jaarlijks verslindt, zonder dat Nederland of Kolonie er door -gebaat wordt. Iemand die zoo waardeert en bewondert en liefheeft -als hij, die aanmerkingen maakt op "measures" maar niet op "men", -is geen vitter, en zijne opmerkingen op zoo bescheiden wijze geuit, -durf ik publiek te maken, overtuigd dat ze zijne nagedachtenis niet -schaden zullen, en wellicht zijn geest zullen doen voortleven. - -Veel van den sleur, welken hij opmerkte en betreurde, weet hij aan -het feit, dat zoo weinig personen in Indië werkelijk de noodige macht -bezitten om te doen en te bevelen wat ze zien dat noodig is. Niemand -durft iets op eigen gezag te doen, en er zijn zulke tallooze -voorschriften, dat ze als een keten alle vrijheid van handelen aan -de tegenspartelende hoofden van departementen en aan de officieren -benemen, zoodat zelfs de gouverneur-generaal geen verouderde kartetsen -durft opruimen, zonder dat daarover met den minister te 's Hage is -gecorrespondeerd, en niet deskundige ambtenaren daarover gedurende -maanden kilometers papier vullen. - -Dit voorbeeld, dat mij ter oore kwam, geef ik slechts om Beynen's -opmerking duidelijk te maken. Hij betreurde het voor de marine en -voor de flinke officieren vol geestdrift en ijver, dat alles over -zooveel schijven moet loopen, en zelfs in détails geen hervorming -kan worden ingevoerd, omdat niemand de noodige macht schijnt te hebben. - -Om Beynen's streven en zijn geestdrift voor het Noorden wel te -begrijpen, moet men beseffen hoe hij voornamelijk een tegenwicht zocht -voor het ontzenuwend dienen in Indië, ten gunste van dat personeel -der marine, hetwelk hij zoo innig waardeerde. Het kon hem zoo aan -het hart gaan, dat de flinke, uitstekend opgeleide jongens van de -Wassenaer en de Anna Paulowna al zoo spoedig voor Indië moesten -geofferd worden. Eens schreef hij: "De opleidingsschepen zijn zoo -uitstekend goed, maar waarom moeten die jeugdige, stelselmatig goed -gevormde jongens, die dappere zeemanshartjes al dadelijk in Indië in -een niet varende marine aan de vuurproef der zon onderworpen worden? In -plaats van het gezonde, sterkende leven van een lange oefeningsreis -in het Noordelijk halfrond, waarop dag en nacht geëxerceerd wordt, -en aanhoudend de handen uit de mouw moeten gestoken worden, gaan zij -nu op een stoomschip der Maatschappij Nederland als passagiers naar -Indië, en dienen jaren lang in een ontzenuwend klimaat op ten anker -liggende schepen of op kleine, huiselijk ingerichte stoomscheepjes. Om -den tijd stuk te krijgen en de mannen tenminste bezig te houden, -worden dan tableaux van werkzaamheden ontworpen, en moeten de jongens, -jaren lang, dag aan dag verveeld worden met zeer elementaire theoriën -over geschut, inrichting, geweer, tuig, richten enz., welke zij op -het opleidingsschip veel beter gekend hebben." - -Kan het misschien nut hebben hierop te wijzen, en is het mogelijk -dat de opmerkingen van een jongen, bescheiden zee-officier, die -zijn vaderland meer dan zich zelf beminde, aan onze Tweede Kamer -aanleiding geven tot onderzoek en degelijke bespreking der belangen -van onze marine? - -O vertegenwoordigers van Nederland, denkt aan de landsverdediging; -helpt de kloeke zee-officieren zoovele heerlijke krachten voor het -vaderland te bewaren; geeft desnoods een gepantserd schip minder, maar -zendt Zr. Ms. schepen over de oceanen; werpt de schoolmeesters-theorie -over boord en geeft meer praktijk daarvoor in plaats. Dat er een -einde kome voor al die jonge mannen aan het herkauwen van minder -goed gekruide spijzen, en geeft hun in plaats daarvan frisschen kost -en de levenwekkende zeelucht van het Noorden. Laat zeelui niet op -meest ten anker liggende schepen en hier op straat of ginds door den -Archipel slenteren. Laat een wetenschappelijk korps, als dat onzer -zee-officieren, gelijken tred houden met hun evenknieën. Laat de -hydrographen de kusten van alle eilanden van den "gordel van smaragd" -in kaart brengen; staat den officieren toe zich te onderscheiden in -tijd van vrede; laat jaarlijks het eskader in de wateren van Azië -en Europa kruisen en ontplooit de roemrijke driekleur in Oost en -West ook buiten onze bezittingen. Zendt de Hollandsche zeelui naar -Noordelijke en Zuidelijke IJszee; maakt hen vertrouwd op onstuimige -wateren; leert de jongens in winternachten onze kust te bezeilen; maakt -jonge luitenants ter zee zoo bekend met onze gronden alsof ze jonge -loodsen waren; hijscht de zeilen op zeilschepen met stoomvermogen, -niet op stoomschepen met zeilvermogen, en kweekt daar jonge mannen, -die in plaats van in doffe onverschilligheid en gedwongen vadsigheid -hofjesdienst op een Indisch wachtschip te verrichten, sterk en frisch -en gezond zouden blijven, om met een schild van nobele harten Holland -aan de zeezijde te beschermen in het uur van nood. - -Naar het Noorden dus, zeelui van Nederland; laat de stormwind die -over de ijsvelden buldert uw krachten stalen, uw bezieling levendig en -frisch houden. Daar vindt ge de oude beweegkracht, de stalen veerkracht -die onze marine eens beroemd maakte. Het Noorden verdient nog steeds -wat Nicolaas Beets het in 1834 toezong: - - - Blondlokkige, die op den ijsberg troont, - Aan de opperste as der wentelende aard verheven; - Die 't edel hoofd met sneeuw en kegels kroont; - Een scepter voert, waarvoor de volken beven; - Het blauwend oog vrijmoedig om u slaat, - Op de onschuld trotsch, die in uw boezem zetelt, - En met den blos des levens op 't gelaat, - Het Zuid beschaamt, dat zich in wellust baadt, - 't Ontzenuwd lijf met zingenieting ketelt, - En de ondergang in weelde en dartlend tegengaat! - - Van u gaan kracht en leven uit en moed - En heldendeugd, die edel en vertrouwd is - Als 't blauw metaal, dat aan uw blanken voet - Den bodem spiert, waarop uw troon gebouwd is; - Gezondheid vlot uw zuivre lippen af, - En stroomt van u het zachtelijk Zuiden tegen, - Dat, half verteerd en bukkend over 't graf, - Geen kracht meer kent dan die uw adem 't gaf, - En 't waagt door list uw grootheid op te wegen, - U, die 't doen zwijmlen kunt door 't draaien van uw staf! - - Zij strekt de handen naar uw zonen uit, - Die zwijgend 't hoofd voor haar bedwelming bukken, - Vertrapt hun recht, maakt hun bezit ten buit, - En juicht zich toe met keetlend hartverrukken; - O, wek hen, doe hen opstaan in hun macht; - Zend ze uit, gelijk een eenig man verbonden; - Hard, hard hun 't lijf, en stevig met uw kracht - De vuisten, die de greep van 't zwaard hervonden? - - Gesp Noorden! gesp het stalen harnas aan! - Ten strijd, ten wraak voor 't half ontwricht Europe! - Gesp, strijdbaar Noorden! gesp het stalen harnas aan! - - - - - - - - -VII. - -OP DE WILLEM BARENTS. - - -Men weet thans aan welk vaderlandslievend streven de beweging -om naar het Noorden te gaan te danken is. Beynen was reeds een -jaar lang met dat plan behebt geweest en had naar eene gelegenheid -gezocht om er mede voor den dag te komen, toen de slotwoorden van de -brochure van Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge (op bladz. 99 medegedeeld) -hem onder de oogen kwamen en deden besluiten eene poging te wagen om -het Aardrijkskundig Genootschap te bewegen, een tocht naar het Noorden -onder Nederlandsche vlag op het getouw te zetten. Hij hield daartoe, -den 17den Febr. 1877, op een vergadering van het Aardrijkskundig -Genootschap te 's Hage een wetenschappelijke voordracht, doch -het bestuur oordeelde dat--voor het genootschap althans--de -tijd daartoe nog niet was aangebroken. Daarom besloten de heeren -Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, O. baron van Wassenaer van Catwijck, -J. D. Fransen van de Putte en de staatsraad M. H. Jansen hiertoe een -poging aan te wenden. Reeds den volgenden dag, 18 Februari, deden -ze een beroep op ons volk tot medewerking, en door Beynen opgewekt, -brachten tal van sub-commissiën f 45.000 bijeen om een schoener te -bouwen en naar de IJszee te zenden. "Algemeen werd belangstelling -getoond voor kloeke vaderlandsche zeetochten," gelijk Beynen het -uitdrukte. Jhr. Mr. M. J. Beelaerts van Blokland werd secretaris van -het comité; de hoogleeraren Buys Ballot en P. J. Veth traden toe als -lid en het plan werd gevormd om in den zomer van 1878 een eersten -verkenningstocht naar de Noordelijke IJszee te ondernemen met een -sterk zeilscheepje. - -"De grootste moeielijkheid, die men te overwinnen had om de IJszeevaart -weder populair te maken," schreef Beynen in een zijner verslagen, -"bestond in de bijna algemeene onbekendheid met het ware doel en -nut dier Noordsche tochten en 't was dan ook duidelijk, dat, zoolang -onbekendheid of verkeerde denkbeelden dienaangaande bestonden, men -moeielijk instemming of sympathie kon verwachten of hoop behoefde te -voeden dat de jarenlange onverschilligheid voor soortgelijke reizen op -eenmaal vervangen zoude worden door eene warme ingenomenheid, die van -alle kanten groote geldelijke bijdragen zou doen toevloeien, noodig -om een geheel voor de IJsvaart geschikt stoomschip te doen uitrusten. - -"Dat er evenwel hier en daar warme sympathie bestond, was gelukkig te -duidelijk om niet met gerustheid de toekomst te gemoet te doen zien, -en juist om deze sympathie algemeener en van meer blijvenden aard te -doen worden, toonden eenige leden der Vergadering de wenschelijkheid -aan, de voorkeur te geven aan een korten zomertocht tot proef en, -zoo men hoopte, tot voorbereiding van volgende ondernemingen naar -het hooge Noorden, die, werden zij onvoorbereid ondernomen, bij -minder gunstigen afloop, den bij ons volk herboren lust tot stoute -reizen wellicht weder voor goed vernietigen zou. Zij beweerden dat, -wilden onderzoekingen van het Noordpoolbekken voor ons vaderland ooit -weder van groot belang worden, wilde men daardoor werkelijk weder -evenals vroeger de edelste eigenschappen van ons zeevolk ontwikkelen -en zuiverend en versterkend op onzen nationalen volksgeest werken, de -stappen in die richting geen uitvloeisel moesten zijn van het drijven -van enkele personen, maar moesten voortkomen uit den wil des volks, dat -er prijs op moest stellen de Nederlandsche zeelieden te zien deelnemen -aan de wetenschappelijke onderzoekingen van schier alle zeevarende -natiën op het gebied van den Oceaan en aan ontdekkingsreizen, waarvan -zij zich te lang reeds onthouden hadden." - -Nadat in het begin van November, op een vergadering door Sir -Allen Young bijgewoond, een beslissing omtrent het uitzenden van -de Willem Barents genomen was, werden de luitenant ter zee 1ste -klasse A. de Bruyne--die tot kommandant verkozen was--en luitenant -L. R. Koolemans Beynen overgeplaatst van de instructie-brik de Zeehond -naar Zr. Ms. Wachtschip te Amsterdam, om toezicht te houden op den -aanbouw en de uitrusting van het schoenertje dat op de werf der heeren -Meursing en Huygens gebouwd werd, en waaraan de mannen 's avonds bij -lamplicht werkten om het toch maar bij tijds gereed te krijgen. - -"Dank zij der bekwame leiding van den heer Huygens," schreef Beynen, -"werd zelfs aan de kleinste onderdeelen de meest mogelijke zorg -gewijd, en toen dan ook op den 6den April, ten aanschouwe van een -groot aantal belangstellenden, de Willem Barents van stapel liep -en onder een driewerf hoerah voor het eerst het water kliefde, -werd algemeen door deskundigen erkend, dat het een voor zijn taak -uitmuntend berekend scheepje beloofde te zijn. Een ander gunstig teeken -was de toenemende belangstelling, die zich niet alleen uitte door het -snel stijgen der vrijwillige bijdragen, door het inkomen van talrijke -kostbare geschenken in natura, maar vooral door de vele personen, die -van heinde en verre naar Amsterdam kwamen om het in aanbouw zijnde -scheepje te bezichtigen. Bevaren zeevolk bood zich dagelijks aan om -de reis mede te maken, waardoor een goede keuze kon gedaan worden, -en zooveel mogelijk werden matrozen aangenomen, die veel op kleine -scheepjes hadden gediend." Met luitenant de Bruyne en luitenant -Jhr. H. M. Speelman [8]--die o.a. de magnetische waarnemingen zou -verrichten--werkte Beynen den geheelen winter, om zich zooveel mogelijk -te bekwamen voor de ijsvaart, o.a. door de dagboeken en kaarten der -oude Nederl. zeevaarders te raadplegen. - -Bij het begin van het nieuwe jaar schreef hij mij: "Ik hoop dat alles -goed zal gaan en ik de verwachtingen, welke kolonel Jansen van mij -koestert, niet zal beschamen. Hij heeft zoo veel voor ons vaderland -gedaan, en met jeugdige ijver en lust wijst hij ons nog den weg, -dien wij te gaan hebben in het welbegrepen belang van koning en -vaderland. Moge ik er iets toe bijdragen om het zeewezen terug te -brengen op een pad, helaas! te lang verlaten, waarop het alleen die -zelfde innerlijke kracht, denzelfden edelen geest, dezelfde heilige -toewijding kan terug vinden, die ons vaderland eens zoo groot hebben -gemaakt." - -Kolonel Jansen stelde voor het comité de instructie, welke aan den -commandant van de Barents werd medegegeven voor dezen proeftocht. Hij -zeide in de toelichting tot deze duidelijke, zaakkundige instructie -o. a.: - -"Wil men het doel bereiken om de Barents-zee tot eene oefenschool -voor onze zeelieden te maken, dan behoort men met kalme bedaardheid, -gematigdheid en beleid de eerste schreden op het veld van onderzoek te -zetten, op den eersten tocht zich binnen de grenzen van het gemakkelijk -bereikbare te beperken en daarna, bij toenemende kennis en ervaring, -jaar op jaar bij gunstige omstandigheden zich in een lastiger en -moeielijker te bereiken gebied te begeven. - -"Wanneer een vaartuig jaarlijks in Mei uitzeilt en regelmatig in -October binnenkomt, zal de overtuiging algemeen ingang vinden, dat -met beleid, voorzichtigheid en zeemanschap de Barents-zee ook thans -even als vroeger bevaren kan worden, zonder dat het met groote rampen -gepaard gaat en dan eerst mag de hoop gevoed worden, dat die zee eene -blijvende oefenschool voor onze zeelieden zal worden, waarvoor men -steeds bereid zal zijn geld te geven." - -Den 2den Mei 1878 schreef Beynen: - -"Onze dagen beginnen op te korten en de Willem Barents zal spoedig -zee kiezen. - -"Ik beschouw dit als een hoogst ernstige, hoogst heilige zaak, en ik -dank God voor den zegen dat ik tot de opvarenden mag behooren. De -Willem Barents gaat naar het Noorden; naar de zeeën door onze -voorvaderen vaak zoo stout en roemvol bevaren; naar het oefenveld van -zoo vele uitstekende zeelieden. 't Is een groot geluk voor ons allen, -en met ernst, moed, berusting zie ik de toekomst te gemoet." - -Zondagmiddag, 5 Mei, wierp de Barents de trossen los van de rijkswerf -te Amsterdam, en werd ze naar IJmuiden gesleept, en de roemrijke oude -hoofdstad bracht haar zeelieden een indrukwekkenden afscheidsgroet. - -Nooit heb ik belangwekkender schouwspel gezien, dan het met schepen -en booten bedekte IJ op dezen verrukkelijken Meidag aanbood. - -Men werd in een dankbare feestelijke stemming gebracht, als men -die heerlijke geestdrift en belangstelling zag, en gevoelde, dat -in honderden jonge harten nu wellicht het verlangen geboren werd, -om later ook op zee te gaan varen en eveneens den roem van Neêrland's -vlag fier te handhaven. Toen we midden in het IJ waren en terugblikten -naar den halven cirkelboog der hoofdstad, konden wij eerst goed zien, -dat half Amsterdam was uitgeloopen, om de Willem Barents uitgeleide -te doen en te begroeten. - -Op de hooge torens der stad daalden de vlaggen driemaal, om het -Poolschip te salueeren; Amsterdam groette zijn zeevaarders en wenschte -hun behouden reis, en driemalen daalde de standaard van de Willem -Barents om voor dien hoffelijken afscheidsgroet te danken. - -Op de duinen stonden honderden om het goede schip een vaarwel toe te -wuiven. En met hen staarden duizende vaderlanders dien dag naar zee, -en wenschten behouden reis aan het schip op die zeeën, - - - Waar 't vlottend schuim van vroeger kielen, - (Het spoor van Neêrlands waterwielen) - Het pad wijst naar het tooveroord. - - -'t Woei een flinke bries uit het Oosten en met één rif in koersde -het scheepje met een vijf mijls vaart om de Noord-west. - - - -In zijn uitvoerig verslag van deze reis heeft Beynen haar trouw en -duidelijk beschreven. - -Mij schreef hij den 11den Juli uit de Noordelijke IJszee: - -"Er bestaat kans met een Zweedsch stoomschip eenige regelen naar het -vaderland te verzenden, en ik gevoel behoefte daarvan in de eerste -plaats gebruik te maken, om een oogenblik met je te gaan praten, opdat -gij in het vaderland een der eersten zoudt zijn, die mocht vernemen -dat tot op dezen dag de Willem Barents gelukkig en voorspoedig de -Noordelijke IJszee bevaren heeft en dat de geliefde driekleur 14 dagen -lang stout en fier gewapperd heeft in de voor ieder Nederlander zoo -historierijke kustwateren van het gure barre Spitsbergen. De goede -gelukster, welke de oude vlag zoo vaak op alle zeeën beschenen heeft, -is ook zeer blijkbaar met ons geweest. Ge zult van kolonel Jansen -een uitvoerige beschrijving ontvangen van ons wedervaren, maar een -ding wil en moet ik u zeggen, en dat is hoe gelukkig wij allen aan -boord van de Willem Barents zijn, en hoe voorspoedig tot dusverre -zoowel het wetenschappelijk als het nautisch werk hier aan boord -steeds is uitgevallen. Wij hebben moeielijke dagen gehad, maar met -ware voldoening mag ieder er op terug zien. - -"Gehard en sterk als een pooltocht een mensch maakt, zijn wij -vol veêrkrachtig verlangen om de moeielijkheden, welke ons in de -Nova-Zembla-wateren wachten, te gaan opzoeken. - -"Wat stel ik er mij vaak een genoegen van voor om je al onze avonturen -en wederwaardigheden, bij den huiselijken haard, rustig na den eten -te zitten vertellen. - -"Het is werkelijk waar, op mijn ruwe nachtwachten verbeeld ik mij -meermalen weer de walsmuziek te hooren en je kinderen te zien dansen -en springen, en die muziek van 't huishouden van den vriend klinkt -den zeeman in hoogst aangename harmonie met de hard doorslaande -windvlagen. Telkens als ik de portretjes van uw kinderen ophaal en -bekijk, denk ik aan dien gezelligen avond van den 3den Mei, toen ik -te midden van al die verbazende drukte der laatste dagen voor het -uitzeilen, nog eens zoo rustig en aangenaam met u ben geweest. - -"Wat was het verschil in het begin groot! Dat leven in Amsterdam -met al zijn gemakken en genoegens, en toen op eens, tijdens donkere -nachten, met vier man wachtvolk bij harden wind en stortregens de -nieuwe en nog zoo stijve zeilen reven. Toch zou ik beide levens niet -willen ruilen! Als ik kiezen moest tusschen het altijd in Amsterdam -zijn en het altijd blijven varen, dan koos ik zonder mij te bedenken -het laatste. Het eenvoudige gezonde zeemansleven heeft zoo verbazend -veel voor, vooral als men, zooals wij, aangenaam en gezellig onder -elkander is. Ook onder de bemanning zijn goede stevige kerels, in de -eerste plaats onze beide Marker visschers. - -"Mij komt het vaak voor of in hen nog dezelfde groote eigenschappen -schuilen, welke ons zeevolk bezielden in de 17de eeuw. Bedaard, -schrander, ijverig, eenvoudig, en daarbij geestig en gevat. Beiden -zijn verbazend sterk, iets wat, zooals gij begrijpen kunt, nog al -vaak te pas komt, en de jongste, die het nooit moede is te halen en -te trekken, heeft dan ook om zijn gewilligheid en kracht den bijnaam -gekregen van het "hand-stoomliertje." - -"Wat staan zij verbaasd over alles wat zij hier zien. Verbeeld je -bij voorbeeld hun verwondering, toen ik hen midden in het ijs op -een eilandje bracht waar duizende ganzen, die daar hun broedplaats -hadden, voor hunne voeten opvlogen, en wij in enkele minuten zoovele -versche eieren verzamelden, als wij maar met eenige mogelijkheid bergen -konden. Zakken, tasschen, zeelaarzen, alles werd met eieren volgepakt, -en als iemand struikelde en viel, dan had men een "omelette au marin." - -"Vooral ook met het plaatsen van den grafsteen op het oude verlaten -kerkhof van Amsterdam-eiland waren de beide Markers zeer ingenomen, en -ik moet trouwens zelf ook erkennen dat ik zelden zulk een ernstigen, -aangenamen plicht vervuld heb. Het was slecht weer geweest en -bij Zeeuwschen-uitkijk hadden we onder den hoogen wal voor anker -gelegen. Wat lag het scheepje dien nacht rustig in dat hoekje, -achter al die hooge trotsche bergmassa's! Buiten op zee hoorde men -het loeien van den storm en het bekende geluid der harde windstooten -en aan boord heerschte de grootste stilte, slechts afgebroken door -den eentonigen zachten voetstap van den wachthebbenden matroos op -het dik besneeuwde dek. - -"Honderden stormmeeuwen, den strijd op zee moede, hadden zich -in eene dichte massa aan lij van het scheepje neêrgevleid, om in -'t vlakke water aldaar uit te rusten van de al te zware rukwinden -daar buiten. Het sneeuwde onafgebroken, waardoor zelfs de steilste -bergwanden met sneeuw werden bekleed en de geheele omgeving een -heerlijk grootsch wintergezicht aanbood. - -"Toen het weer na een paar dagen beter werd, koersten wij naar -Amsterdam-eiland. [9] - -"'t Was een heerlijke avond, en nog eenmaal deed de barre gure -noordkust zich op haar vriendelijkst voor. Maar het leven en de -bedrijvigheid van vroeger waren nu vervangen door het vroolijk -geklapwiek der tallooze ijsduifjes, papegaaibekken en lommen, die aan -'t anders zoo gure natuurtooneel iets opgewekts en levendigs gaven. - -"Recht vooruit lagen het eiland Vogelenzang en "het eiland met de -kloof," waar Barents tijdens zijn derde reis het eerste land maakte en -Spitsbergen Nieuwland doopte. Daar bezuiden lag "de Zeeuwsche Uitkijk," -waar die uit Middelburg en Veere reeds in 1617 hunne traankokerij -oprichtten, toen de machtige Kamer van Amsterdam hun het verblijf op -Amsterdam-eiland nog niet ontzegde. - -"Lang duurde dit heerlijk schouwspel niet, want kort daarop wikkelde -de geheele kust zich in haren grauwen avondnevel, die, zich tot ver op -zee uitbreidend, het de Willem Barents moeielijk maakte haar weg naar -Amsterdam-eiland te vervolgen. Als 't ware geblinddoekt, koerste men, -scherp uitkijk houdend en goed naar branding uitluisterend, benoorden -het eiland Vogelzang om, passeerde den noordelijksten hoek er van -op ongeveer 7 kabellengten en zeilde met een gereefde marszeilkoelte -langs de Oostkust van Amsterdam-eiland de Hollandsche baai binnen. - -"Het woei zelfs zoo hard, dat vóór men ten anker kon komen, nog -het voorschoenerzeil moest gestreken en 2 reven in 't achterzeil -gestoken worden, waarna de Willem Barents, in een zware bui, dicht -bij de overblijfselen der oude traankokerijen van Smeerenburg weldra -het anker liet vallen. Onbekend met het vaarwater, was de Willem -Barents ten gevolge den harden wind bijna te ver de straat, die -Amsterdam-eiland van het Deensche eiland scheidt, binnen geloopen, -want nauwelijks waren de zeilen gestreken en lag het schip op den -wind gezwaaid, of van alle kanten werden rondom ons klippen ontdekt, -waarvan de grootste (waarop, volgens een oud Hollandsch kaartje, -het schip de Oliphant eens gezeten had) slechts enkele meters aan -bakboord achteruit boven water uitstak. - -"Zoodra het schip veilig en wel ten anker lag, gingen de officieren -en manschappen naar den wal om het oude Smeerenburg te bezoeken. - -"Wat waren er van die eenmaal zoo druk bezochte levendige plaats, -weinig sporen meer overgebleven! Wat was die vlakte doodsch en -verlaten, waar eens jaren lang zulk een vroolijk gewoel had geheerscht! - -"Had men zich voorgesteld, nog veel van het oude Smeerenburg terug -te vinden, dan zou de teleurstelling groot geweest zijn. - -"Voor 't kale en verlaten strand lag alléén het Nederlandsch -schoenertje ten anker en door sneeuwjacht en mist slechts gedeeltelijk -zichtbaar, maakte de lage, vlakke kust, "omtrent een kleine -musquetschoot breed," een zeer doodschen indruk. - -"De achtergrond bestond uit hooge, donkere bergmassa's waardoor -het eentonig strand er nog vlakker en onbeduidender uitzag dan het -inderdaad was. - -"De voormalige plaatsen der 7 Kamers (die van Amsterdam, Rotterdam, -Middelburg, Vlissingen, Enkhuizen, Delft en Hoorn) waren evenwel nog -goed te herkennen aan de overblijfselen der cirkelvormige muurtjes, -waar de traanketels blijkbaar op gerust hadden. - -"Men stelle zich verder voor: een wit besneeuwde vlakte, waarvan -alléén dicht aan den waterkant de sneeuw is ontdooid, en die smalle -strook gronds bezaaid met gebroken roode dakpannen, Hollandsch puin, -verbazend groote stukken walvischbeen, sloepriemen, half vergaan touw, -en hier en daar enkele graven, dan heeft men een weinig aanlokkelijk, -doch vrij juist begrip van wat er van die weleer zoo druk bezochte -plaats is overgebleven. - -"Het kerkhof aan 't noordelijk uiteinde van het strand was zoo mogelijk -nog treuriger; de meeste kisten waren opengebroken, de grafkruisen -omgewaaid en doodshoofden en beenderen lagen alom verspreid. - - -"Niet zonder moeite vermocht men eenige grafkruisen te ontcijferen, -waarop stond: - - - Hier ligt begraven Jan Fred. Meyrot van - Pruysen, is in den Heer gerust, den 19den - Juli op het schip Evenwicht, commandeur - Cornelis Dek, 1778. - - -of: Hier leijt begraven Uurjaen Klaesz Kromon - van Son... - - -of: Hier leijt begraven Hendrijk Selden van - Gestack, is gestorven schip Frouw Anna - Kommand. Derk Driewes, 1742. - enz., enz. - - -"De kisten werden met de halfvergane deksels weder dichtgetimmerd, de -kruisen op nieuw opgericht en den volgenden dag, op het hoogste punt -van den grafheuvel te midden der graven, een groote steenhoop gebouwd, -waartegen met eenige helling de uit het vaderland meêgebrachte steen -werd geplaatst, waarop te lezen stond: - - - † - - In Memoriam. - Spitsbergen of Nieu-land - ontdekt - tot 79° 30' n. Breedte - door de Hollanders. - Hier overwinterden 1633-34 - Jacob Seegersz en zes anderen. - Hier overwinterden en stierven 1634-1635 - Andries Jansz. van Middelburg - en - zes anderen. - - -"Laat in den avond even vóór middernacht, werd door de geheele -bemanning een laatst bezoek aan deze plaats gebracht, bij welke -gelegenheid de kommandant in korte woorden het navolgende zeide: - -"Mannen! door het oprichten van dezen steen vervullen wij een wensch -van de Nederlandsche natie, die hier op deze oude begraafplaats van -reeds lang gestorven "Vaderlandsche zeelui," een kennelijk huldeblijk -wil plaatsen, ter herinnering aan de koene daden en den kloeken -ondernemingsgeest onzer onverschrokken zeevaarders. Eeuwen heeft hun -asch hier reeds gerust en als wij rond ons kijken, blijkt dat van vele -dier graven nog slechts weinig is overgebleven, maar wat niet vergaan -is en wat niet zal vergaan zoolang Hollands vlag nog fier op alle -zeeën waait, dat is de achting en eerbied waarmede hun nakomelingen de -herinnering in eere houden aan die mannen, die eeuwen geleden zooveel -gedaan hebben voor de eer en welvaart van 't geliefde Vaderland." - -"Het was een vreemd schouwspel, die 14 gezonde, levenslustige zeelieden -op die doodsche grafheuvel van lang gestorven, vaderlandsche zeelieden, -daar op dat verre, vreemde strand, druk aan het werk te zien om een -taak der liefde te vervullen, en ik kan je verzekeren, dat--zoo er -ook al in Nederland personen bestaan die er mede spotten--er geen -onder die 14 mannen was, die niet ernstig onder den indruk was van -het werk dat verricht werd. - -"Onwillekeurig dacht ik aan je warm betoog, hoe uit die door ons -geplaatste steenen een kracht kan uitgaan, welke het volk opwekt, -en hartelijk en innig hopende dat wij het samen zullen mogen beleven, -dat die kracht het geliefde vaderland eenmaal tot zegen worden zal, -blijf ik, vertrouwend op de toekomst, uw liefhebbende vriend, die u -thans uit de Noordelijke IJszee den beloofden langen brief toezendt." - -Indien wij nu de Barents nog even vergezellen "in den mist" en "in -het ijs," dan krijgen we een duidelijk denkbeeld van den eersten -tocht van dit roemrijk scheepje. - - - - - - - - -VIII. - -IN DEN MIST. - - -Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn, -een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een -poolmist,--schreef Beynen in zijn verslag. "Uren, dagen, weken -lang bleef de Willem Barents in zulk een nevel varen, wat zelfs -den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken -maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa, -die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam. - -"Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef, -waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende -dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet -droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen -het koude bovendek en veroorzaakte in het logies een voortdurenden -drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden, -op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht -in eene geheel natte omgeving leefde. - -"De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een -weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn -tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen -waterdamp moest de bemanning der Barents nu onafgebroken de meest -verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden -in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur -er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om -dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds -'s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er -werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog -genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te -kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was -gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet -geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en -het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het -sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild, -waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot -het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten -en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd -werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en -voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het -sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond -schrapen en begon men 's morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier -de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet -binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de -meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren -lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin -bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur -van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de "Negretti en -Zambra's reversible deepsea thermometer" of "Eckmann's apparatus" -gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd het -soortelijk gewicht van het zeewater kan bepalen. - -"Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf -uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en -werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende -het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het -achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen -omlaag genomen en te één uur geschaft. 's Middags werd alles weder -afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk -van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip -met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur -klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl -grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee -werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de -lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat -gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog -ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting -van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de -temperatuur van het zeewater aan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog -herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument -de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging -het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel -helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde. - -"Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht; -het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde -verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen -bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen, -men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en -er zijn voorbeelden dat officieren 's nachts droomend opsprongen met -den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was. - -"Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste -wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling -te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het -grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts -de geheele bemanning der Willem Barents had aangetast." - -Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest -gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd -en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm, -hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk -werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun -leven zullen Beynen's vrienden op de Barents steeds de vele dagen en -nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte -op het dek en drupregende in het logies. - - - - - - - - -IX. - -IN 'T WESTIJS. - - -"Er is niets dat meer opwekkend is dan eene zeewacht aan boord van -een handig zeilscheepje te midden van veel ijs,"--zeide Beynen in -zijn verslag, en als wij ons den fieren jongen zeeman weer voor oogen -willen stellen, dan hebben wij die woorden slechts te herhalen. Zij -kenschetsten hem. - -De Barents had bewesten Spitsbergen het ijs den 11den Juni het eerst -gezien. "'s Nachts op de hondenwacht ontdekte men eindelijk werkelijk -het eerste zilverwit gekleurde drijfijs," schreef hij, "en spoedig -was de Willem Barents er aan alle kanten door omgeven. De officieren -waren, om een ruimer blik te hebben, boven in 't tuig geklommen en -beschouwden stilzwijgend het vreemde en grootsche natuurtooneel. - -"Daar lag dan nu die groote, breede, machtige ijsstroom vóór hen, die -jaar in jaar uit onafgebroken langs de oostkust van Groenland het ijs -uit het Poolbekken wegvoert in onafzienbare velden van éénjarig ijs, -die over eene uitgestrektheid van mijlen zóó effen en vlak zijn dat -de Nederlandsche walvischvaarders daaraan den naam van veldijs gaven, -waaraan zij deden denken. - -"Die groote velden worden echter niet eerder aangetroffen dan nadat -men een eind weegs door schollen en vlaarden is heengedrongen, die -ontstaan door den hevigen strijd welken de onstuimige zee met den -ijsrand voert, wat de officieren in 't kraaiennest dan ook spoedig -met eigen oogen aanschouwden. - -"De lucht staat buiig en de telkens invallende sterke windstooten -zweepen de met spoed toesnellende golven met ongekende kracht tegen -het weerstandbiedende ijs, dat zich al meer en meer tot een dichte -massa samenpakt. - -"De strijd tusschen den machtigen oceaan en het zware ijs is -ontzagwekkend grootsch. De wind jaagt de zeeën het ijs te gemoet en -met eentonig gelijkmatige snelheid volgt de eene golfslag op den ander -en breekt met donderend geweld op de weerstand biedende ijsmassa's, -die hij met schuim overdekt. - -"Meestal slaagt hij er in die ijsmassa's neêr te drukken en er zich -zegevierend over heen te werpen, maar somtijds spotten de saamgepakte -ijsrotsen met zijne vruchtelooze woede en doen hem in een wolk van -spattend schuim in zichzelf terug zinken. - -"De zee schijnt in oproer en strijd verwoed tegen de uit het noorden -komende ijsvelden, die zich mijlen en mijlen ver uitstrekken. Het -kampveld wordt steeds grooter en grooter, en naarmate de oceaan met -machtige hamerslagen het ijs naar het westen terugdrijft laat hij een -breeden band van schuim en ijs achter, die weldra over eene groote -oppervlakte de zee bedekt. In den aanvang is het voordeel aan de -zijde van de met kracht aanrollende zeeën. Zij beuken de schollen -en schotsen op en over en tegen elkander, splijten ze in tallooze -ijsblokken, die zich tegen elkander afronden, en bestoken onvermoeid -den machtigen vijand, in wiens gelederen zij steeds dieper en -dieper binnendringen. Maar het ijs trekt zich alleen terug om dichter -ineengeschoven de aanvallen van den oceaan te beter te kunnen weerstaan -en dekt zich aan de zeezijde door een breeden band van kleine harde -ijsbrokken, die de woede der aanschietende zeeën geleidelijk breken en -de kracht van den golfslag aanmerkelijk verminderen. Hoe wild de zee -ook kookt en klotst, de trage onoverzienbare ijsdam blijft ten laatste -overwinnaar en zou zich dan ook zeker verder uitbreiden, ware het niet -dat het ijs, onderling krijgvoerend, zijne eigene reusachtige krachten -verspilde. Want is de strijd, dien het ijs met de golven voert zwaar, -hij heeft niets te beduiden vergeleken met de worsteling van het ijs -onderling, als de velden door stormwinden tegen elkaar ingedreven, -opgestuwd en verbrijzeld worden... - -"Zoo ver het oog uit het kraaiennest reikte, zag men nu niets dan -met sneeuw bedekt ijs, en verder water en lucht. - -"Overal heerschte de grootste rust en het kleine schoenertje geleek, -in dit koude wintertafereel, op een laatst achtergebleven vogel, -die door zijn gezellen verlaten is. - -"Inderdaad, met de gedachten aan het gejoel en het bedrijvig leven -dat te midden van die nu stille, doode ijsmassa heerschte, toen hier -jaarlijks honderden schepen onder de geliefde driekleur heenvoeren en -tienduizend zeelieden er hun mannelijk bedrijf uitoefenden, moest de -Willem Barents het voorkomen van eene achtergeblevene hebben; maar -de bemanning a/b der Willem Barents, die in de toekomst blikte en -dacht hoe ook de oude Barents hier eenmaal eenzaam langs het West-ijs -gevaren had en later jaarlijks gevolgd werd door vloten van schepen -onder Nederlandsche vlag, zij beschouwde het schoenertje als den vogel, -die in de lente het eerst terugkeert, als de pionier die den weg baant -voor de geheele vlucht welke volgen zal, en de oude broedplaatsen voor -ons volkswelvaren weder zal komen innemen, om er andermaal stoutheid en -onverschrokkenheid, wijs beleid en koene voorzichtigheid te vergaderen. - -"Dit gevoel, dat de geheele bemanning bezielde, spreidde een -bekoorlijken gloed over het stemmige wintergezicht en deed -met vernieuwden lust en ijver de taak vervolgen, die haar was -opgelegd. Wind en zee waren gaan liggen en boden eene prachtige -gelegenheid aan om in de onmiddellijke nabijheid van het ijs eene -eerste looding op diep water te verrichten. Deze gaf eene diepte -van 1210 vaâm aan, terwijl het lood, eene grijze, witachtige klei -bovenbracht, die door Dr. Sluyter microscopisch onderzocht, geen -sporen van dierlijk leven bleek te bevatten. - -"Nauwelijks was de waarneming verricht of een zacht zuchtje uit het -Z. W. deed denken aan het vele dat er nog gedaan moest worden, zoodat -het niet lang duurde of de zeilen werden weder ontrold en van den -snel toenemenden wind gebruik gemaakt om den tocht snel te vervolgen." - -Verbood de instructie den kommandant van de Barents om in het Westijs -door te dringen, zoo had hij daarentegen de opdracht om de bewegingen -van het ijs in het Noorden van de Barentszee gade te slaan. Tien dagen -lang (van 1 tot 10 Augustus) bewoog de Barents zich in het pakijs -van die voor Nederland zoo gedenkwaardige zee, en ik geloof te mogen -verzekeren dat deze tien dagen de gelukkigste van Beynen's leven zijn -geweest. Hij kon er met zulk een geestdrift van spreken dat ik hem -eens, toen hij bij mij logeerde, geen rust liet of hij moest van zijn -zeewachten in het ijs iets vertellen, dat ik dan uit zijn mond zou -opschrijven. Hij vertelde toen het volgende van een zijner wachten -boven in den mast, dat in de Gids van April 1879 werd opgenomen. - - - - - - - - -X. - -IN 'T KRAAIENNEST. - - -"Mijnheer! 't is kwart voor twaalven!" - -Die woorden, enkele keeren herhaald, doen den officier, die de -hondenwacht krijgt, ontwaken. Hij opent de oogen, en, zich plotseling -omkeerend, kijkt hij den matroos die hem wekte aan en zegt: - -"Veel ijs?" - -"Ja mijnheer, heel veel." - -"Mistig of helder?" - -"Op 't oogenblik helder, mijnheer." - -"Zwaarder ijs dan om acht uur?" - -"De schollen worden grooter, mijnheer." - -"Dank je," en met een door langdurige ervaring geleerd wipje staat de -officier, die de wacht zal krijgen, naast zijn kooi, en zoekt op een -vrij rommelig dek zijn zeelaarzen op, die met zijn muts en pijjakker -het tenue in weinige oogenblikken voltooien. [10] - -Terwijl hij nu den barometer, die dicht bij zijn kooi hangt, -gaat aflezen, luistert hij onderwijl met aandacht naar hetgeen er -op dek voorvalt, nieuwsgierig te weten hoe hij, aan dek gekomen, -den toestand vinden zal. Als doffe, van zeer ver komende klanken, -bereiken hem de kommando's waarmede de officier der wacht het schip -uit het kraaiennest bestuurt, en hij tracht uit de elkaar snel volgende -bevelen op te maken wat er op 't dek plaats grijpt. - -"Loeven, loeven! Bakboord aan boord het roer! Voorschoten afvieren," -klinkt het van boven, en aan het wilde rukken en slaan van den -stagzeilschoot begrijpt de officier omlaag dat het schip hoog aan den -wind schiet, waarschijnlijk om nog juist even vrij te loopen van een -ijstong, die gerond moet worden. - -"Schoten weêr aankorten. Op je roer!" en een oogenblik later klinkt -luider en scherper: "Achterschoot afvieren, piek neêr." - -Haastige, driftige stappen op het achterdek volgen, men hoort halen -en trekken, en dan volgt op eens eene algemeene stilte. - -In afwachting van den stoot tegen het ijs, welke hij denkt dat volgen -zal, grijpt de officier, die juist de kajuitstrap op wilde gaan, -nog haastig eenige glazen van tafel, doch zijn kameraad daar boven -hanteerde het schip daartoe te goed; er volgt niet de minste stoot -en alleen een kraken en krassen van het ijs aan bakboord tegen het -dubbelhuid verkondigt den officier omlaag dat het kritieke punt -voorbij en de ijstong, zonder er tegen op te loopen, gerond is. - -"Bij den wind weêr," klinkt het nu vroolijk uit het kraaiennest, -en een oogenblik daarna: "Klaar om te wenden," enz., enz. - -De aflosser is op het dek gekomen, en vóór hij boven in de ton de -wacht gaat overnemen, kijkt hij met aandacht en belangstelling rond. - -De vlag waait, want de Willem Barents is in het ijs! en dan moet de -oude driekleur altijd wapperen. De vlag brengt geluk aan, zeide men -aan boord. De wind is bewesten het noorden. - -Alle bijdewindzeilen staan bij, behalve de gaf-topzeilen. In alle -richtingen (zoover men tenminste van het lage scheepsdek kan oordeelen) -is de zee met stroomen zwaar drijfijs bedekt. - -De bovenlucht is klaar en helder, maar boven de kim verheft zich een -dikke wolkenlaag, die de zoo welkome middernachtszon vernedert tot -een fletse, vlokkige lichtschijf, wier randen doezelig en schier niet -te onderkennen zijn. - -Het schip koerst om de West, en men behoeft niet naar de zon of het -kompas te kijken om zich omtrent het noorden en zuiden te oriënteeren, -want de helle ijsglans aan stuurboord en de waterlucht aan bakboord -duiden in voldoende mate die windstreken aan. - -Met den langen kijker achter op den rug gehangen, gaat het nu vlug -het loefwant in en weldra geven de twee officieren in de vrij beperkte -ruimte boven in het kraaiennest elkaar de wacht over. - -De één, die naar de kooi gaat, is bijzonder opgewekt en vroolijk--de -ander heeft nog niet wat hij noemt "stoom op". - -De één, die telkens nog een kommando naar omlaag praait, is zeer -bespraakt--de ander vergenoegt zich met een zwijgende rol. - -"Veel ijs, als je ziet. Een mooie wacht gehad. 't Scheepje is erg -handig onder dit tuig. Toch scheelde het bitter weinig of ik had het -op het ijs gezet. Heb je het omlaag gehoord? Zeker wel; nu 't ging -met een aanloopje, ik had er bepaald schik in." - -"Wat is je koers?" - -"Noordwest, maar west ten noorden is het hoogste wat ik leggen kon. 't -Waait een flinke bries, doch de lucht blijft goed staan." Daarna -volgen eenige opgewekte verhalen van eene wending die bijna mislukte -juist op den rand van een zwaren ijsstroom en van "het doorslippen" -tusschen twee verbazend groote schollen, welke verhalen door den -wachtkrijger stilzwijgend worden aangehoord, waarop de officier, -die naar kooi gaat, op eens zijn hoofd buiten het kraaiennest steekt -en naar omlaag praait: "acht glazen", om daarna tot den zwijgenden -kameraad te zeggen: "Nou, je hebt hem. Aangename wacht!" - -"Dank je! wel te rusten!" en de ton bevat nog slechts één persoon. - -Blijkbaar heeft de officier der wacht eenigen tijd noodig om het -boven in het kraaiennest, waar het flink vriest, naar den zin te -krijgen; de eerste oogenblikken worden de kommando's dan ook schier -instinctmatig gegeven, maar de noodzakelijkheid om met alle aandacht -de bewegingen van schip en ijs te volgen, brengt hem spoedig volkomen -tot de werkelijkheid terug; ze drijft hem den slaap uit de oogen, -en na weinige oogenblikken heeft hij zich met geheel zijn hart weer -aan het manoeuvreeren met het scheepje gewijd. - -De lange kijker wordt uitgehaald en met aandacht het te betreden -kampveld in oogenschouw genomen, waarvan hij door niets gestoord of -afgetrokken wordt. Het wachtvolk omlaag rookt, nieuwsgierig over de -verschansing kijkend, het eerste pijpje, en de doodsche stilte alom -wordt slechts afgebroken door het schelle geschreeuw van een "lestris -parasitica", die, op buit belust, nu en dan boven de ton heenzweeft. - -Nadat het terrein goed is opgenomen, begint eerst recht de eigenlijke -ijsvaart. - -In de eerste plaats komt het er nu op aan om met den langen kijker -de ligging der ijsmassa's en de bewegingen daarvan aandachtig op te -nemen, om dadelijk daarna het punt aan den verren horizon te kunnen -vaststellen, dat men na twee of drie uren varens bereiken wil. - -Is dit punt eenmaal gekozen, dan begint men reeds dadelijk te beproeven -het schip zoodanig door de steeds van plaats en vorm veranderende -ijsmassa's te werken, dat men, zonder in een der wakken of lanen -vast te loopen, op het einde der wacht het schip gebracht heeft op -de vastgestelde plaats. - -Men moet nu snel beoordeelen welke openingen men al dan niet met het -schip durft ingaan, en in welke ijslanen men de minste kans heeft -opgesloten te worden. - -Het geheel vrijsturen van de ijsstroomen en schotsen op de plaats -zelve waar men zeilt, wordt bijzaak, want de officier die er zich -op toelegt om keurig netjes tusschen de omliggende schotsen heen te -sturen, verliest licht de bewegingen van het ijs in de verte uit het -oog en loopt steeds gevaar zich in het ijs vast te werken. - -Voor een zeilscheepje is het van het grootste belang zooveel mogelijk -loef te houden, en hoewel het natuurlijk weinig kunst is om nimmer -tegen het ijs aan te loopen, zoolang men maar voortdurend af wil -houden, moet de officier der wacht er steeds naar streven, om zoo -weinig mogelijk van het behaalde voordeel weder prijs te geven, en in -de richting te blijven. Steeds tracht hij dien doortocht te bereiken, -al is hij nog zoo klein, waardoor hij het minste in loef verliest. - -Het is met de ijsvaart als met de menschen; begint men eenmaal eene te -overkomen moeielijkheid den rug in plaats van de borst toe te keer en, -dan is de strijd tusschen gaan of blijven, tusschen wijken of kampen -reeds half beslist. - -In de ijsvaart heeft de moedige veel vóór, omdat hij geduld weet te -oefenen en met kalmte het dreigendste gevaar in de oogen weet te zien, -om daarna onmiddellijk te beproeven er zoo veel mogelijk zijn voordeel -mede te doen. - -Toch hebben juist die aanhoudende gevaren een eigenaardigen prikkel -voor den zeeman; hij is met hart en ziel bij het werk, en zoo is -dan ook te verklaren dat de officier in 't kraaiennest der Willem -Barents niet eens bemerkt heeft, dat er iemand bezig is in het want -naar boven te klimmen. - -Op eens komt het hem echter vóór, alsof de streng schudde, en even -uit de ton omlaag blikkend, wordt hij zijn wachtgenoot Grant gewaar, -die, met een koffieketeltje om den hals gebonden, zijn best doet naar -boven te enteren. - -Grant is geen zeeman en blijkbaar heeft hij dan ook al zijne krachten -noodig om zich in het vrij slappe want vast te houden, en als hij -slechts langzaam vordert, springt een der matrozen hem achterna, -bereikt hem in enkele seconden en biedt hem aan, het voor den officier -der wacht bestemde keteltje warme koffie naar boven te brengen. - -"No! no! Certainly not," geeft Grant hem ten antwoord en ofschoon hij -zich nog hechter vastklemt, omdat zijn gedienstige vriend het want nog -meer doet schudden, dan toen hij er maar alléén in stond, wil hij van -geen hulp weten, en stijgt langzaam maar zeker al hooger en hooger, -tot hij eindelijk de ton heeft bereikt en den wachthebbenden officier -de koffie overreikt, welke met zooveel moeite omhoog is gebracht. - -"'t Is heel vriendelijk van je, Grant! dank je wel zeer! wacht, -laat ik je eens helpen," en gedeeltelijk uit de ton klimmend, -maakt de officier der wacht tijdelijk ruimte voor zijn vriend, die -een oogenblik later, nog naar zijn adem hijgend van het klauteren, -veilig en wel naast hem staat. - -Het vaarwater is nu vrij ruim, waarvan onmiddellijk gebruik moet -gemaakt worden om de koffie te drinken terwijl ze nog heet is, en -zonder dat er een woord bij wordt gesproken, ontdooit de officier de -beide handen aan het warme keteltje en haalt Grant uit zijne zakken -een kopje en een lepeltje voor den dag, waarbij hij nog spoedig een -met suiker gevuld blikken busje voegt. Om beurten wordt het kopje -geledigd, en terwijl beiden zich dus warmen, hebben wij gelegenheid -met Mr. Grant nader kennis te maken. - -W. J. A. Grant is een jong vermogend Engelsch grondbezitter, wiens -familie sedert jaren in Devonshire nabij Exeter woont. - -Hij is acht-en-twintig jaar oud, heeft te Oxford gestudeerd en had -reeds het grootste gedeelte van Europa bereisd toen hij in 1876 als -amateur-photograaf de pool-expeditie met de Pandora onder Sir Allen -Young naar Smith Sound mede maakte. - -In Engeland teruggekeerd maakten zijne uitstekend geslaagde -photographieën van een tot dien tijd nagenoeg geheel onbekend deel van -onzen aardbol alom grooten opgang, en the Society of the Photographic -Exposition te Londen vereerde den veelbelovenden artist haren bronzen -eerepenning. Van alle kanten aangemoedigd op den roemvol ingeslagen -weg te volharden, zag Mr. Grant naar eene gelegenheid uit, nogmaals een -pool-expeditie mede te maken, en toen nu de Willem Barents in Holland -werd uitgerust, bood hij geheel belangeloos het Nederlandsche Comité -aan op eigen kosten de reis mede te maken, welk welwillend aanbod -natuurlijk met groote ingenomenheid werd aangenomen, waarop hij in -Mei 1878 naar Amsterdam kwam, tegelijk met al zijne photographische -toestellen en benoodigdheden, die eene gezamenlijke waarde van ± -700 gulden vertegenwoordigden. Zonder het een oogenblik te betreuren -afstand gedaan te hebben van het gemakkelijk en aangenaam leven op -zijne goederen in Devonshire, maakte Mr. Grant zich aan boord der -Willem Barents spoedig geheel thuis en was weldra aan boord, zoowel -vóór als achter den mast, gezien en geëerd. - -Hij had de slechtste slaapplaats, vlak bij de altijd rookende kombuis, -moest iederen nacht van 12 tot 4 aan dek de wacht meê maken, verstond -zelden een woord van wat er rondom hem gesproken werd en was nochtans -een der vroolijkste, gezelligste shipmates. - -Trouwens al deze onaangenaamheden hadden niets te beduiden, als men -ze vergeleek bij de dagen dat hij als photograaf moest optreden, en -als snel opkomende buien of dichte sneeuwjachten hem teleurstelling -op teleurstelling berokkenden. - -Photographeeren in de IJszee is dan ook inderdaad het wanhopendste -werk, dat men zich kan voorstellen. - -Zelden is er zon en bijna voortdurend mist, en is men eindelijk met -veel moeite met den toestel op een ijsschots afgezet, dan blijkt het -eerst recht, hoe bewegelijk de geheele ijsmassa in werkelijkheid is. - -Vaak valt een sneeuwbui juist in als de "plate" gereed is, of blijken -de lenzen nat en vochtig te zijn precies op 't oogenblik, dat na lang -wachten de zon voor slechts enkele minuten doorkomt. Daarbij scherpe, -koude winden, onzekere gemeenschap met het schip, gevaar voor ijsberen -of plotseling opkomenden mist, enz., enz.; maar Grant liet zich door -niets afschrikken en was dag en nacht in de weer, zoodra er maar de -minste kans bestond, eenige photographieën te kunnen nemen. - -Lag de Willem Barents ergens onder den wal ten anker, dan was hij -dadelijk aan land en ieder aan boord bewonderde hem oprecht, als hij, -steeds ongewapend, overladen met pakjes en toestellen (die te zamen -18 kilo wogen), dag in dag uit, geheel alléén, de steilste punten -beklom of tegen de gevaarlijkste hellingen opklauterde, "to choose -his picture," zooals hij dat uitdrukte. - -Meermalen na vier uren onafgebroken klimmen, bleek al die moeite voor -niets geweest te zijn, namelijk als tot zijn diepe teleurstelling -een dikke mist kwam opzetten voor hij geheel klaar was om de schoone -photographie te nemen. - -"'s Nachts was hij dan doorgaans werkzaam in zijn "donkere kamer," -en als men bedenkt dat iedere "dry-plate-exposure" hem vijf kwartier -aan één stuk bezighield, zal men kunnen begrijpen, dat hij gewoonlijk -met het aanbreken van den dag ternauwernood klaar was gekomen met zijn -werk van den vorigen dag; maar nauwelijks was er weder een zonnetje -zichtbaar, of men zag hem belast en beladen met stille trom van boord -slippen, om, niettegenstaande koude, mist, regen en wind, met hetzelfde -feu sacré en met onverklaarbare taaiheid, nieuwe teleurstelling te -gemoet te gaan. - -Grant is in elk opzicht een artist; hij leeft voor zijn kunst, waarin -hij om zoo te zeggen geheel opgaat, en volop geniet hij, wanneer hij -de schoonheden van moeder natuur mag bewonderen. - -Zoo blikt hij ook nu in stilzwijgende opgetogenheid uit het kraaiennest -voor zich uit naar de onafzienbare ijsmassa's, die in alle richtingen -het scheepje omringen, en zijn ziel met een gevoel van ernst en -eerbied vervullen. - -Men voelt zich zoo klein in die schier grenzenlooze woestenij van -glinsterende ijsmassa's, waartusschen zich het ranke schoenertje -schijnbaar zoo rustig voortbeweegt, terwijl de officier der wacht -met ingespannen aandacht de kronkelende wakken en lanen uitkiest -waarlangs hij zijn koers het beste kan vervolgen. - -Den in de ijsvaart oningewijden zou de geheele omgeving een -ondoorgrondelijk doolhof toeschijnen, waar hij zich noode in waagde, -maar voor hem, die zich langzamerhand aan die toestanden gewend -heeft, ziet alles er geheel anders uit, en hij beaamt het volkomen -wat Mr. Grant zich half fluisterend ontvallen laat, dat de ijsvaart -toch een goede leerschool voor zeevolk is. - -"Ja zeker, Grant!" klinkt het antwoord van zijn vriend, "ja zeker -is de ijsvaart nuttig tot vorming van flink en doortastend zeevolk; -daar kunnen ten minste onze Hollandsche geschiedboeken ruimschoots -van gewagen." - -De zee hier, als zij spreken kon, zoude dit met menig schitterend -verhaal kunnen staven, en wij hebben de oude reisverhalen onzer -Groenlandvaarders maar open te slaan, om er op iedere bladzijde uit te -leeren, hoe die voortdurende worsteling op leven en dood met de natuur -de edelste eigenschappen van ons zeevolk ontwikkelde en het louterde -tot brave, rechtschapen, godvreezende harten, die goed en bloed veil -hadden voor de rechten en belangen van het geliefde vaderland. - -Het zoogenaamde West-ijs is dan ook het kampveld geweest, waar onze -voorvaderen te midden van sneeuw, storm en nevels, van ijspersing en -ijsgang, die uitstekende eigenschappen aankweekten, die hen tot den -huidigen dag zoo wereldberoemd hebben gemaakt. - -Wanneer men bedenkt dat er jaarlijks meer dan 200 Groenlandvaarders -onze havens verlieten met een bemanning van 40-60 koppen, dan blijkt -daaruit hoe er jaarlijks gemiddeld een 10.000 matrozen alléén aan die -vaart deelnamen, waardoor het begrijpelijk wordt dat men de talrijke -vloten van De Ruyter en Tromp steeds met flink zeevolk bemand in zee -kon sturen, hoe groot de verliezen van de vorige jaren ook geweest -waren. - -Het is wáár, jaarlijks ontvielen der vloot enkele schepen, -die door het ijs vernield werden, maar de overige wisten door -de voordeelige visscherij schatten van onder het ijs te halen en -oefenden onverschrokken een bedrijf uit, dat naar omstandigheden meer -of minder inspanning en ervaring, maar in alle gevallen de grootste -koelbloedigheid en kalmte eischte. - -Door de ijsvaart werd het zeevolk gehard, kordaat, geoefend. Men -repareerde schip en tuig te midden van hagel en sneeuwjacht en leerde -een schip thuis brengen, al was het in zinkenden toestand. En dat dit -met de grootste moeite gepaard ging, wanneer het schip, laat in het -jaar geheel lek uit het ijs geraakt, slechts door aanhoudend pompen -kon boven water worden gehouden, lezen wij in menig reisverhaal. - -De bemanning was dan vermoeid, de victualie nagenoeg verbruikt en het -eenige middel om schip en lijf te redden bestond in het stout voor -wind en zee blijven weglenzen tot aan de Hollandsche kust toe. Tegen -harde noorden- en noord-oosten-winden naar Noorwegen op te werken, -kon en wilde de gezagvoerder nooit doen. - -Het journaal van commandeur Freeke Pieters, die in 1769 met het -schip de Vrouw Maria naar Groenland stevende, en eerst na aan tal -van gevaren te zijn ontkomen, den 16den November op de breedte van -Jan Mayen-eiland uit het ijs kwam, verhaalt zulk een ernstig ongeval -met een ongekunstelden eenvoud, die ons inderdaad treft. - -"18 Nov. Kregen veel water in het schip, ik moest aan het volk veel -goede woorden geven, om haar aan 't pompen te krijgen, dewijl zij -zeer zwak en hongerig waren en sommigen hun vingers bevroren. - -"28 Nov. Vliegende storm uit 't N. N. W., donker weêr. Des morgens en -wederom des avonds kwam het volk bij mij en zeide dat ik land moest -zoeken of haar meer te eten geven. - -"Tot het eerste kon ik niet resolveeren en het laatste had ik niet -en zeide daarom: - -"Wij zijn God zij dank uit bezetting in ruime zee; wij hebben nog -voor 5 dagen victualie, gij hebt u zoo lang beholpen, hebt toch -geduld"; maar zij antwoordden: "Wij kunnen alles in twee dagen wel -opeten. Wilt gij noch tot het een, noch tot het ander resolveeren, -zoo gaan wij met alle man ter kooi." - -"Geeft gij niet om uw leven?" zeide ik, "zoo maakt mij dan alle zeilen -maar vast, en wij zullen 't dan op Gods genade laten drijven." - -"Woensdag 29 Nov. Het volk kwam bij den kok en dwong hem hun 4 lokjes -gort en 4 lokjes erwten meer te koken. - -"Zaterdag 25 December werd het weêr wat beter, wij namen één rif -uit ieder marszeil; het volk kwam met alle man bij mij en zeide: -"Nu is al het eten op, zullen wij nu van honger sterven?" - -"Ik zeide: "Gij hebt dezen morgen al gegeten; wij hebben nog erwten -voor vandaag en morgen, wie zorgt voor den derden dag? Wij zullen -binnenkort wel een of ander schip ontmoeten. Houdt moed en geduld." - -"Zij vertrokken van mij zeer ontevreden, het weêr werd wat beter. Wij -zagen voormiddags een hoeker, hijschten onzen vlag tot een sjouw, -klaagden onzen nood en verzochten hem om wat victualie! Het water -stond zeer hol, onze sloep ging toch van boord en wij kregen 4 vaten -hard brood, 1 zak gort, 1 ton zoutevisch, 1/2 vat bier. - -"Ik liet terstond het volk een glas bier en een stuk hard brood -ronddeelen. Het was aandoenlijk te zien met welken smaak en -vergenoeging zij dat gebruikten. Zetten alle zeilen bij en zagen den -volgenden morgen de Vaderlandsche kust." - -Wat leerde het zeevolk hunne eigen krachten kennen en er op vertrouwen! - -Wat oefende men zich onophoudelijk in het overwinnen van schier -onoverkomelijke gevaren! - -Wat verwierf men zich een schat van het voor den zeeman zoo onmisbaar -zelfvertrouwen! - -Was het wonder, dat de ijszeetochten in die dagen populair waren, zoo -zelfs dat de traditiën daarvan nog heden ten dage in onze kustplaatsen -voortleven. - -Het binnenvallen der Groenlandsche vloot was een nationale feestdag; -men had die vaart lief; met belangstelling volgde men hen die er aan -deel namen; en in tal van zeemansliederen werd die moeielijke maar -opwekkende vischvangst bezongen. - -Al pratende en vertellende is de wacht aangenaam opgeschoten en -Grant zoude zeker nog meer vernomen hebben, als de officier der wacht -niet eensklaps stil had gehouden en onaangenaam verrast om zich heen -had getuurd. - -De geheele omgeving schijnt onduidelijker en doffer te worden; de zon -verdwijnt geheel en al, en met teleurstelling ziet de officier van de -wacht dat de reden daarvan te zoeken is in een mistbank, die, als een -lichtgrijze massa komende opzetten, hem weldra alle uitzicht beneemt. - -Eerst verdwijnt het ijs langs den horizon, daarna de verst verwijderde -stroomen en lanen in het ijs, dan zelfs de schotsen in de onmiddellijke -omgeving en eindelijk ziet men nog slechts een grauwe dampige kom -water, vlak rond het scheepje, Mr. Grant heeft zich al reeds omlaag -begeven. - -Er moet snel zeil en vaart geminderd, dubbel scherp uitgekeken en met -alle aandacht naar branding geluisterd worden, in welke omstandigheid -de officier van de wacht zich wel eens betrapt dat hij boven in de -ton van de kille natte kou staat te klappertanden. - -Gelukkig is het drie uur geworden, wanneer hij bijdraaien en looden -moet, en met genoegen maakt hij van die gelegenheid gebruik om de -ton te verlaten en op het dek die werkzaamheden te gaan leiden. - -De 150 vaam moeten met de hand ingehaald worden en het kille nat, -dat met de lijn boven komt, loopt langs de verkleumde vingers in de -hemdsmouwen tot op het lichaam, zoodat een ieder blij is als het lood -met den daaraan bevestigden thermometer weder binnen boord is en men -(op zijn schippers) de armen tegen het lijf heeft warm geslagen. - -Gelukkig trok de mist weder even snel op, als hij onverwachts -verscheen. De zeilen worden geheschen, de weg vervolgd, en als -'s morgens te vier uur de wachtdoener in het kraaiennest door zijn -opvolger wordt afgelost, is de officier die naar kooi gaat weder even -bespraakt en vroolijk, als de wachtkrijger dof en stilzwijgend is." - - - - - - - - -XI. - -IN 'T OOSTIJS. - - -"Het hierbovenstaande schetst eene wacht in het ijs aan boord van de -Willem Barents, van de aangenaamste soort," zeide Beynen. - -"Lastiger zoude het zijn, de gewaarwordingen terug te geven die ons -bezielden, gedurende de oogenblikken dat de Willem Barents zich niet -dan met groote moeite door de bij harden wind opgestuwde ijsmassa's -voortbewoog en het wit besneeuwde schoenertje te vergeefs naar -een uitweg scheen te zullen zoeken." Uit zijn verslag kent men den -gevaarlijken toestand waarin het schip toen verkeerde. - -"Alles was goed gegaan," schreef hij, "tot 6 uur, toen de nevel zeer -onverwacht optrok en het uit het kraaiennest bleek, dat de Willem -Barents rondom in zwaar ijs zat. In het Oosten hing een scherp -oranjekleurige ijsgloed en van Oost tot Zuid tot Z. Z. W. zag men -duidelijk een zwaar "pack" zonder een enkele opening. Alleen in -'t N. O., Z. W. en Westen hingen donkere waterluchten, maar in het -Noorden was ook veel en zwaar ijs. Het is duidelijk dat het gezicht -hiervan ieder zeer onaangenaam verraste, maar daar er gehandeld moest -worden, werd bijgedraaid en met alle aandacht met den langen kijker -het ijs in alle richtingen nauwkeurig opgenomen, waarop de kommandant -besloot te trachten in eene oostelijke richting loef te houden, hopende -dat de wind zou noordelijken en het schip zoodoende de gelegenheid -geven om den zoom van dit ijs om de Z. O. door te breken. Dit in -eene Z. W. richting te beproeven, scheen minder raadzaam, daar men -ondervonden had dat het ijs om de West dichter lag en zwaarder was -dan het ijs om de Oost, terwijl de oostenwind bovendien steeds meer -ijs om de West dreef, zoodat het dáár moest opstoppen en het schip, -in die richting koersend, dus als 't ware met groote vaart in een val -liep, waar het later misschien moeielijk uit zou kunnen komen. Daarom -besloot de kommandant te beproeven in eene oostelijke richting loef -te houden en dus om de Oost te blijven opwerken. De omstandigheid dat -in dit gedeelte der Barents-Zee de generale strooming van het ijs -om de Z. W. loopt, wijst dan ook op een Z. oostelijken koers om er -uit te komen. Dit was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het -wak, waarin de Willem Barents zich nu bevond, lag vol verspreide -schotsen, waarvoor men telkens moest afhouden en dus loef prijs -geven. Daarenboven nam het wak snel in omvang af, zoodat weldra om -de drie minuten moest gewend worden, wilde het schip nog de eenige -opening bereiken, die uitgang naar meer water beloofde, en zelfs dit -bleek weldra onmogelijk te zijn. Telkens door schotsen belemmerd, -kon het scheepje geen oogenblik vaart schieten. Niettegenstaande het -neêrhalen der stagzeilen voor iedere wending en het afduwen tegen -ijs met alle krachtsinspanning van het vier man tellende wachtvolk, -weigerde toch nagenoeg iedere wending. Blijkbaar ging dit werk de -krachten van het moedig scheepsvolk te boven en steeds meer en meer -raakte het scheepje in het net van schollen en ijshoogten verward. 't -Mocht al een kwartier langer of korter duren, men moest eindigen met -door het ijs ingesloten te worden. Het kon niet missen dat dit zou -gebeuren, als ten minste de wind zoo staan bleef. - -"Ook werd de ijsblink in het O. en Z. O. steeds meer helder, terwijl -daarentegen de lucht in het Z. W. er steeds gunstiger uit ging -zien. Inderdaad, zoo op het oog te oordeelen, zou men niet zeggen dat -het ijs zich aldaar meer en meer ophoopte, zooals men aanvankelijk -vreesde. Er hingen veelbelovende waterluchten, ja over het meest -verwijderde ijs was met den kijker zelfs onmiskenbaar water te zien -en toen de mogelijkheid zich eenmaal aan den kommandant opdrong, -dat de sterk doorstaande wind wellicht aan lij eene opening zou -breken, waardoor het schip voor den wind er waarschijnlijk met groote -snelheid uit kon loopen, werd met vernieuwden moed aan dit denkbeeld -vastgehouden en besloot de kommandant dadelijk dien weg te beproeven. - -"Den geheelen voormiddag drong de Willem Barents, met den breefok bij, -nagenoeg vóór den wind om de Z. W. Van top beloofde die richting -'t meeste water en in het kraaiennest werd scherp uitgekeken -om, die richting volgend, van 't eene wak in 't andere door te -dringen. Lt. Speelman, die de wacht had, stond in de ton het schip te -besturen. Ook nu had men vele voor- en tegenspoeden. Nu eens scheen er -meer en meer water te komen, dan weder bleef men stilzwijgend overal -op ijs staren. Te 11 uur begon het te sneeuwen en toen te 12 uur de -zon weder eens doorkwam, bleek het dat aan verder doordringen niet -meer te denken viel. De Willem Barents bevond zich in het midden van -een door zeer zwaar ijs gevormde baai, waarvan de naar het Oosten -gekeerde opening meer en meer door het ijs, dat om de West dreef, -werd opgestopt. Alleen in het Zuiden liepen wakken en lanen in het -"pack" een heel eind om de Zuid, maar daar zij, van top te zien, -niet naar open water voerden, was het dus volgens een der eerste -stelregels der ijsvaart (never enter promising leads or lanes in the -pack without seeing open water beyond) niet raadzaam in die richting -zich met het schip in den onafzienbaren ijsdam te wagen. - -"Gelukkig noordelijkte de wind meer en meer, waarop de kommandant -besloot af te wachten tot hij bewesten het Noorden was geloopen, om -dan langs denzelfden weg, dien hij gekomen was, te beproeven door het -ijs terug te keeren en weder Oost te maken. In afwachting daarvan zou -met het schip op en neer worden gehouden, wat wel is waar vermoeiend -voor de bemanning was, doch het ongerust worden bij het scheepsvolk -zou beletten (keep your ship moving as long as possible). - -"Zoo hield men op den achtermiddag het schip vlot in een groot door ijs -gevormd wak, waarin het aan de loefzijde op en neer hield, telkens voor -losdrijvende schotsen afhoudende. Bij toenemenden wind werd een rif in -de beide schoenerzeilen gestoken. Te 4 uur kreeg de kommandant de wacht -en nam zijn plaats boven in de ton weder in. De wind, die N. t. W. was, -wakkerde sterk aan, en zoodra die in eene oostelijke richting in het -ijs eene opening brak, drong de kapitein er met het schip dadelijk -in door en had, toen hij de wacht aan luitenant Speelman overgaf, -reeds twee mijlen Oost gemaakt. Reeds te half tien 's avonds was het -duidelijk dat het schip uit het zware westelijk ijs in het lichtere -oostelijke ijs was gekomen en begon Speelman dan ook weder te gelijk -O. en Z. te maken, en bij het doorkomen van enkele zware buien uit -'t N. N. W. vloog de Willem Barents weldra den zuidelijken ijsrand te -gemoet. Voortgezweept door een zwaren storm uit 't N. N. W. laveerde -ons schip bij dikke sneeuwjacht door zeer verspreid drijfijs heen, -en te 8 uur 's morgens had de kommandant het laatste ijs achter -zich gelaten. - -"We hadden het moeielijk genoeg gehad. - -"De krachtig doorkomende windstooten schoven het ijs steeds dichter en -dichter inéén, totdat het ten laatste zoo goed als onmogelijk scheen -ooit weder het open water te zullen bereiken. - -"Onze flinke kommandant de Bruyne kwam in die dagen maar zelden omlaag; -eene aanhoudende dikke mist maakte de onzekerheid nog grooter, en -naarmate de bemanning meer uitgeput geraakte, moest de vertrouwen -inboezemende bedaardheid van den gezagvoerder toenemen, hoe afgemat, -uitgeput en hopeloos hij zich zelf ook gevoelde. - -"Rustige kalmte en bedaarde doortasting waren alléén bij machte een -zoo gemakkelijk te beganen misslag te voorkomen en schip en bemanning -weder veilig in de open zee terug te brengen. - -"Dagen van spanning, vol zorgen en toewijding, vol moed en geloof, -welk een heerlijken indruk hebt gij in ons gemoed achtergelaten! - -"Nimmer zal de herinnering aan die dagen bij ons worden uitgewischt, -en innig hopen wij dat Neerlands driekleur nog meermalen fier -zal ontplooid worden ook langs die kusten en stranden door onze -voorvaderen ontdekt. - -"De reis der Willem Barents was een eerste welgeslaagde schrede op -een van ouds door Nederlandsche zeelieden roemvol betreden pad. - -"Moge zij door velen gevolgd worden! - -"Reeds nu heeft deze bescheiden poging om den roemvollen naam van ons -zeevolk niet te doen tanen, overal in den vreemde gunstig gewerkt; -met belangstelling werden de verrichtingen gevolgd en met ingenomenheid -werd de uitslag vernomen. - -"Op nieuw bieden zich officieren en matrozen aan om hunne beste -krachten te wijden aan de eer en de belangen van het Nederlandsche -zeewezen. Moge het vaderlandsche publiek door een ruime geldelijke -bijdrage toonen, dat het dit waardeert en op prijs stelt. - -"Geen groote ontdekkingen, geen groote poolexpeditiën, maar een met -volharding voortgezet wetenschappelijk onderzoek van de zee, die den -naam draagt van een onzer grootste zeevaarders." - - - - - - - - -XII. - -LAATSTE WINTER IN HET VADERLAND. - - -Na boos weder gehad te hebben op de Oostkust van Nova Zembla, waar deze -van kaap Nassau tot aan IJskaap toe op één grooten gletscher gelijkt, -waardoor slechts hier en daar een brok land dringt, en na negen dagen -met mist en hooge zee en storm gekampt te hebben in die gevaarlijke -nabijheid, besloot de kommandant van de Barents den 5den September -naar het vaderland te stevenen. Kaap Nassau was in een dichte sneeuwbui -boven winds uit het oog geraakt; de wintervorst naderde, dr. Sluiter, -de bekwame, ijverige zoöloog, lag zwaar ziek in zijn vochtige, -duistere slaapplaats, en alles dwong tot de huisreis. Toch werd -besloten nog eerst te onderzoeken hoever de noordelijke ijsrand zich -uitstrekte, en voortgestuwd door een stijve bries uit het W. N. W., -ging de Barents nog eens noordwaarts, en ontmoette het ijs op 78° -7' N. Br. Een hevige storm uit het Z. W. noodzaakte kommandant de -Bruyne weder uit het ijs te sturen, en na geworsteld te hebben met -aanhoudenden tegenwind en stormweêr viel het kleine schoenertje, dat -zich zoo prachtig gehouden had, den 12den Oktober te IJmuiden binnen. - -Officieren en bemanning werden met veel warmte welkom geheeten in het -vaderland. Hun kloeke tocht naar het Noorden werd algemeen gewaardeerd -en Beynen was recht gelukkig dat de proeftocht zoo wel geslaagd -was. Toch was hij de vroolijke, levenslustige jonge man van vroeger -niet meer. Men kon bespeuren, dat de groote verantwoordelijkheid, -welke hij, bij ijsdrang en noodweer, gevoeld had dat op hem rustte, -hem had aangegrepen. Onbeschrijfelijke moeite kostte hem het stellen -van zijn verslag. Hij vertoonde zich nergens, doch sloot zich op in -zijn kamer om er aan te werken, en met compressen koud water om het -gloeiende hoofd gebonden, poogde hij zijn verslag zoo te schrijven, -dat het hem voldeed. - -"Vindt ge mijn beschrijving van ons vechten tegen het ijs niet lauw -water?" schreef hij mij; "zeg mij toch wat ik doen moet. Er deugt -niets van en ik was dwaas het je zoo te zenden, maar men kan van -een vriend houden om zijn dwaasheden en zwakheden, en beschouw het -werk, dat ik u toezend, dan ook als een sprekend voorbeeld van het -schrijfwerk van een onnadenkenden zeeman, een onpractischen vriend." - -Hetgeen hij mij zond was degelijk en goed, doch er ontbrak de -levendigheid aan, welke zijn meesleepende verhaaltrant, wanneer -hij sprak, onderscheidde. Hij kwam een paar dagen bij mij logeeren, -en als hij dan over zijn reis sprak en in vuur geraakte, schreef ik -de woorden uit zijn mond op, en wat hij zocht vond hij zelf. Geen -woord kwam er dus in 't verslag, of in zijn aardig verhaal "In -'t Kraaiennest", dat niet uitsluitend van hem zelven was. Ik heb -ze voor mij liggen, de potloodkrabbels, waarmede ik haastig zoo -menig kenschetsend woord van hem opschreef, en het is me alsof ik -het bezielde woord van den nobelen jongen opnieuw hoor. De reactie, -welke kwam na al zijn inspanning gedurende vijf jaren, was groot, en -het werken was hem zeer moeielijk geworden, gelijk ik mededeelde. Aan -het einde van zijn verslag schreef hij dan ook met volle waarheid: -"en hiermede eindig ik mijn taak als verslaggever, die mij zwaarder -is gevallen dan de reis." - -Toch besloot hij dat verslag met woorden vol van de oude geestdrift, en -'t is me of ik hem met vonkelend oog en 't fiere hoofd omhoog gebeurd, -nog spreken hoor, als ik herlees: - -"Al de waarnemingen en handelingen op de Barents verricht gaven aan -ieder aan boord het bewustzijn, dat hij eene belangrijke taak te -vervullen had, wekte op tot bovenmatige inspanning en schonk bij -welslagen der pogingen de voldoening van ook als Nederlander iets -tot het natuurkundig onderzoek der zeeën te hebben bijgedragen, -waarin andere zeevarende natiën zich in de laatste jaren zoo -verdienstelijk hebben gemaakt. Daarin toch vindt een klein volk eene -schoone gelegenheid om in tijd van vrede zich lauweren te verwerven, -door veroveringen in het belang der wetenschap te maken. - -"Moge deze eerste tocht door meerdere tochten ook op grooter schaal -gevolgd worden; en mochten de middelen niet toelaten om daartoe een -stoomschip te gebruiken, laat ons dan voortgaan te doen wat door de -Willem Barents gedaan is en ook zeggen, als de Spartaan tot zijn zoon, -die zich beklaagde dat zijn zwaard te kort was: "Zoon, doe een stap -nader tot den vijand." - -Doch den volgenden "stap nader tot den vijand" zou Beynen niet -medemaken. Zoodra hij in het land was teruggekeerd, had de minister van -marine Jhr. Wichers, die den heer van Erp Taalman Kip was opgevolgd, -hem gezegd dat het varen naar het Noorden nu uit moest zijn en hij -in 't voorjaar weder naar Indië had te gaan. Voor zijn loopbaan als -zee-officier was dit trouwens beter, en hij gevoelde zelf dat het in -het belang van de ijsvaart was dat meer en meer zee-officieren zich -zouden bekwamen in die vaart. Zij die een paar reizen gemaakt hadden, -deden dus beter plaats voor kameraden te maken, opdat ook anderen -die leer- en oefenschool mochten doorloopen. Wij, zijn vrienden, -raadden hem met grooten aandrang aan, geen poging te doen om den -minister te bewegen hem nog eens verlof te geven naar het Noorden -te gaan. Wij zagen hoe zijn gestel geleden had door die "bovenmatige -inspanning", waarvan hij sprak en die nu jaren lang geduurd had. In -enkele opzichten was het Noorden beter dan het Oosten voor zijn -gezondheid, maar zijn zenuwgestel had dringend rust noodig, en geen -groote verantwoordelijkheid moest daarom vooreerst weer op die jonge, -gewillige schouders gelegd worden. - -Ik zag hoe aanhoudende hoofdpijn en slechte spijsvertering hem -hinderden, en eens dat hij op een avond bij mij zat, stelde ik hem -een plan voor dat mij niet verwerpelijk scheen. "Kunt ge niet wegens -uw gezondheidstoestand een paar jaar non-actief blijven?" vroeg ik, -"dan komt ge tot rust en kalmte. Er is een betrekking waarin gij -gedurende dien tijd met genoegen zult werken, voor je open, en er is -bovendien zooveel dat je nu meer dan ooit aan het vaderland boeit." - -De verleiding was groot, want het leed geen twijfel dat hij rust in -een gematigd klimaat noodig had, maar rust is voor edele enthousiasten -juist het eenige wat ze niet voor hun ideaal over hebben. "Repos -ailleurs" is hun motto. Mijn voorstel weigerde hij in een brief, -waaruit ik enkele woorden wil aanhalen, omdat ze hem doen kennen als -geen andere zouden vermogen. Ze zullen zelfs den onverschilligste -doen beseffen waarom men Beynen niet ten halve liefhad. - -"Mijn plicht is het te werken zoolang het dag is, en naar Indië -te gaan. Als ik in de tegenwoordige droevige tijden (waarin de -menschen nimmer aan anderen en nauwelijks aan zich zelf gelooven) -rust ging nemen, terwijl het de schijn had alsof ik meer luisterde -naar mijn belang dan naar mijn plichtbesef, dan zou ik door die daad -verbazend veel kwaad doen aan het plantje, dat wij pas na zooveel -moeite en met zooveel opofferingen gepoot hebben, opdat het later -vruchten geve aan ons land. Duizenden zouden zeggen: "daar hebt ge nu -die vaderlandlievende geestdrift! Zoodra men er munt uit kan slaan, -verlaat men schaamteloos en zonder te blozen, den standaard, dien men -zelf heeft opgeheven en dien men eerst zoo heilig beweerd had nimmer -in den steek te zullen laten. - -"Waarlijk! mijn vriend, ik zou aan de zaak welke wij beide zoo -liefhebben, veel, zeer veel kwaad doen, en ik geloof dat het grootste -offer dat ik aan de Nederlandsche poolzaak brengen moet, dit is, dat -ik het publiek de gelegenheid beneem te beweren, dat geen waarachtige -vaderlandsliefde, maar enkel vuig eigenbelang pour parvenir de prikkel -was, dien Nederlandsche zeelieden een beroep deed doen op den steun -en de medewerking van het geheele volk. Neen, wij officieren, deden -het enkel uit liefde voor ons land en ons corps. - -"Vooral voor jong Nederland zal een duidelijk blijkbaar geheel -belangloos streven oneindig beter (ook in de toekomst) werken en tot -navolging en medewerking aansporen." - -Ik heb lang geaarzeld eer ik deze regels uit een zeer vertrouwelijken -brief overschreef, doch ik heb er toe besloten omdat, zonder dat ik er -iets aan toevoeg, door ieder zal begrepen worden, dat Beynen, eer hij -zoo kon schrijven, een groote overwinning had behaald op zich zelven, -uit heilige toewijding aan 't geen hij zijn plicht achtte. - -Hij was een ridder zonder vrees of blaam. Hij overtuigde anderen -dat het plicht was zich geheel aan het land en zijn belangen toe te -wijden, omdat hij zelf zoo volkomen overtuigd was. Indien hij een -profeet was van ideëel plichtsbesef, dan was hij ter zelfden tijd -zijn eigen discipel. Hij zag in wat ons land boven alles noodig -heeft. Als hij in dien brief spreekt van "deze droevige tijden -waarin de menschen nimmer aan anderen en nauwelijks aan zich zelf -gelooven," dan legde hij den vinger op de wonde, dan duidde hij de -ziekte der natie aan, waartegen hij wilde reageeren, terwijl ze hem -deed lijden. Onverschilligheid en kwaaddenkendheid moeten overwonnen, -en het volk weer innig doordrongen worden van hetgeen het den staat -verschuldigd is; het moet zijn vrijheid, zijn onafhankelijkheid -waardeeren, gelijk men het zijn gezondheid doet, en niet de dagen -van ziekte en zwakte afwachten om er voor te zorgen. De vrijheid -heeft twee stemmen, die der bergen en die der zee, en aan die der -zee moeten wij de verlevendiging van ons nationaal bewustzijn vragen. - -Professor Helmholtz schreef eens dat een microscopist, als hij -dieper en dieper in de geheimen der natuur doordrong, ten laatste -op een standpunt kwam, waar hij meer aandacht moest vestigen op -het instrument dat hij gebruikte, dan op de voorwerpen welke hij -waarnam. Dan behoorde hij al zijn geestesgaven aan te wenden om het -instrument te verbeteren, om de lensen duidelijker en helderder te -maken, en hun vermogen te vergrooten. - -Wij hebben in ons vaderland, dat reeds veel gedaan heeft, geloof ik, -dat standpunt bereikt. Het komt er op het oogenblik meer op aan om -het volk, dat het instrument is waarmede gewerkt wordt, nieuw leven, -frissche kracht, verjongd geloof in zich zelf bij te zetten, dan om -meerdere kennis te veroveren. Laat men geen volk ongelukkig noemen -voor den dag van zijn dood, want er zijn altijd nog duizende kansen -op geluk, op herstel, en het voorbeeld door Beynen gegeven zal ons -wellicht een van die kansen doen aangrijpen. - -Wanneer de breede stroomen, die ons vaderland het aanzijn gaven, -roerloos en zwijgend in de winterboeien liggen, zou iemand die de -kracht der lentezon niet kende, geneigd zijn te gelooven dat ze voor -goed versteend zijn. Doch plotseling hoort men een donderenden klank -als van kanonvuur; het ijsveld kraakt en breekt, en 't water met -zijn boeien spelend, stroomt vroolijk, tintelende in het zonnelicht, -weer naar de zee. - -Geweld noch toorn baat iets tegen het ijs dat rivieren stremt, maar -vast geloof in 't rijzen van de voorjaarszon, en in den vloed der zee -die vrij maakt, dwingt tot geduldige volharding, en noopt ons alles -in gereedheid te brengen tegen dat de dooi begint. - -Wil men diezelfde heerlijke uitkomst voorbereiden in 't vaderland, -en zijne burgers, die door langen voorspoed zijn geboeid, de lendenen -weer doen omgorden tot nieuwe krachtsinspanning, dan moet men evenmin -met toorn, schimpen en geweld aan 't werk gaan. Dan moet men niet te -veel critiseeren en afkeuren, niet te veel klagen en gispen, maar -met woord en daad hen helpen, die op frissche bezielende wijze het -goede voorbeeld geven. - -Er is zeker wel niemand die zijn land lief heeft en aan de toekomst -zijner kinderen denkt, die zich niet soms diep ontmoedigd gevoelt, -en klaagt over veel dat in onze maatschappij, en de toestanden van -ons vaderland verontrustend schijnt. Er is een zekere matheid en -vermoeienis, een sleur, een onverschilligheid en gemakzucht welke -vele edele kiemen verstikken. Hier en daar ziet men bewijzen van een -geest die niet goed is, van een zelfzuchtige begeerte om de toekomst -voor zich zelve te laten zorgen, en niet bij tijds te waken voor de -krachtsontwikkeling van het volk en de verdediging van het land, voor -alles wat het zelfvertrouwen, het geloof en de hoop onzer kinderen -kan versterken. - -Wanneer wij, die gelooven dat kleine, onafhankelijke staten het -zout der Europeesche volkerenfamilie zijn, en bolwerken vormen van -gewetensvrijheid en geloof in hooge beginselen, zien en ondervinden -dat in alle standen menigeen niet beseft dat krachtsinspanning en -eindelooze strijd noodig zijn, om de oude vlag fier te handhaven, dan -zouden wij bijna ontmoedigd worden. Doch dit willen we niet, dit zullen -we niet. We moeten niet gispen en klagen en veroordeelen en aan anderen -de schuld geven; neen, we willen opbouwende kritiek. In plaats van -enkel af te keuren wat verkeerd is willen we hen aanmoedigen, steunen -en bewonderen die hun plicht doen, die den staat met hunne schouders -steunen, die het ideaal eeren, die hun volk tot beweegkracht strekken. - -Wanneer men het volk Jan Salie scheldt, dan denkt ieder aan zijn -buurman en niet aan zichzelf, en de berisping gaat als een galmend -gerucht over onze hoofden. Doch als men Jan Cordaat eert en prijst, -dan steekt men de hand in eigen boezem en erkent men: "hij is mijn -meerdere, hij zij mij tot voorbeeld." - -Moge Beynen's toewijding aan zijn plichtgevoel, aan zijn vaderland dan -ook velen opwekken om hem na te volgen, en moge het aantal jonge mannen -groot worden die eens met eerbied voor zijn streven zullen zingen: - - - "Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint - "En wij minnen eens 't land zooals hij 't heeft bemind." [11] - - -De brief, welks bewoording tot deze opmerkingen aanleiding gaf, deed -mij inzien dat elke verdere poging om te verhinderen dat Beynen naar -Indië ging, vruchteloos zou zijn. Ik vroeg hem of hij een geneesheer -wilde raadplegen, en hierop antwoordde hij: "Ik heb een geneesheer -over mijne oogen geraadpleegd, het eenige wat mij zorg baart; ik -zal overigens voor mijn gezondheid zorgen, dat beloof ik je. Ik wil -niet als een wrak uit Indië terugkeeren, en gevoel mij werkelijk -nog als een hecht en sterk scheepje dat voor vele diensten gebruikt -kan worden. Doch die hoofdpijnen moeten overwonnen. Ik ga daarom -mijn trouwe vriendin, de zee, om hulp vragen. Het geheele verhaal -van den tocht van de Barents ging heden middag in zee, en daarmeê -viel mij een zware steen van 't hart. Om geheel frisch naar Indië -te vertrekken, en koning en vaderland daar goed te kunnen dienen, -ga ik van 27 Januari tot 14 Februari met een Nieuwedieper sloep beug -visschen. Het is een heerlijk vooruitzicht onze visschers te leeren -kennen en in hun midden op zee nieuwe kracht op te doen." - -Toen hij van dien tocht met de Pernisser visschers terug was gekomen -en voor het laatst bij ons dineeren kwam, vertelde hij na den eten -bij mij aan huis, op zijn eigen levendige aanschouwelijke wijze, -met geestdrift aan mijn jongens zijn wedervaren. Ik had toen met -potlood haastig het meest kenschetsende van zijn verhaal genoteerd; -dit vulde ik aan met wat hij mij, terwijl we op het dek van de Koning -der Nederlanden 's avonds heen en wederliepen, nog mededeelde. Hij -had zelf een en ander van zijn tocht opgeteekend, en uit Napels en -Indië zond hij mij in een paar brieven nog bijzonderheden omtrent de -wijze van visschen en de inrichting van het schip. - -Dus kwam het volgende verhaal in de wereld, dat ik slechts geredigeerd -heb, doch dat trouw Beynen's eigen woorden wedergeeft. - - - - - - - - -XIII. - -'S WINTERS OP DE NOORDZEE. - -(VERHAAL VAN BEYNEN) - - -Het is een gure Februarinacht in 1879. Dezelfde grauwe lucht, welke -zich weken lang over Nederland welfde, hing kil en somber boven de -Noordzee. Dezelfde Oostenwind, die onze vaarten en kanalen met ijs -bedekte, floot snerpend en fel door het want van de schoenersloep -Castor, schipper Albert Koster Hzn., die midden in de Noordzee bij -de Doggersbank de golven kliefde, en uit was op de beugvisscherij. - -Het was fel koud. Het dek was eenzaam en verlaten. Er was een man op -den uitkijk en de roerganger stond op zijn post. Ik had op en neer -loopend mij pogen te verwarmen, toen ik gewaarschuwd werd dat het -avondeten gereed was. - -Langs een steil laddertje daal ik in een oogenschijnlijk donkeren -afgrond, en, als ik weêr vlakken bodem onder de voeten voel, bespeur -ik dat ik in een klein, rookerig, onbeschrijfelijk warm vertrek ben, -waarin een aan koperen kettingen slingerend lampje te vergeefs beproeft -een zwak lichtschijnsel te werpen. - -Een oogenblik aarzel ik een stap verder te doen en blijf aan den -voet van 't laddertje staan, daar het mij een onbegonnen werk scheen, -om plaats te zoeken in dit lage, berookte, met visschers volgepropte -verblijf, waar ik geen voet dacht te kunnen verzetten zonder iemand of -iets ongerief te veroorzaken, doch toen mijn oogen een weinig aan den -rook en de duisternis begonnen te wennen, en ik aller blikken op mij -gericht zag, nam ik het besluit, een wanhopende poging te wagen. Ik -greep stevig de onder het bovendek gespannen touwen vast, en, juist -toen het scheepje een valschen kaaier maakte, liet ik mij neervallen -op de knieën van een der rustig hun pijpje rookende visschers. - -Verontschuldigingen werden gemaakt noch verwacht. Men knikte mij toe -en schoof een weinig op, en werkelijk er bleek nog plaats voor mij -te zijn op een leege scheepskist. - -Gaandeweg begin ik mij rekenschap te geven van hetgeen ik zie. - -In het midden staat een lage platte kachel, die tot kombuis dient -en waarover een plank wordt gelegd, wanneer ze als tafel gebruikt -wordt. Boven de kachel hangt het heen en weer slingerend olielampje en -rechts een ronde Amerikaansche scheepsklok.--Uit rook en schemering -komen enkele fiksche geuzenkoppen aan het licht, naarmate het lampje -recht of links slingert. Een twaalftal flinke, breedgeschouderde -visschers zitten op lage scheepskisten rakelings om en tegen de -kachel, terwijl ze met den rug leunen tegen hun slaapplaatsen, die -voor allerlei benoodigdheden tevens tot bergplaats dienen. Dit werd -ik gewaar, toen ik den ouden kok met de grootste voorzichtigheid, -geheel gekleed, uit zijn kooi zag kruipen, wat hem bijzonder moeielijk -gemaakt werd door de acht zakken met victuali, welke het grootste -deel der ruimte in beslag namen. Doch een zeeman weet zich te behelpen. - -Bij elke slingering van het scheepje schommelden en zwaaiden links -en rechts tallooze oliepakken, zuidwesters en zeelaarzen, die tegen -de zwart berookte wanden waren gehangen. - -Schijnt een en ander ook minder frisch in dit volgepropte hokje, -waar we het avondeten gingen gebruiken, dan is dit zeker in geen -enkel opzicht het geval met de gezonde, trouwhartige gezichten, -die mij van alle zijden vriendelijk toeblikken. Wanneer die kloeke, -krachtige mannenkoppen met hun zuidwesters, stoppelbaarden en -neuswarmertjes--gelijk ze hun korte pijpen noemen--achtereenvolgens -in den rookdamp zichtbaar worden, verbeeldt men zich onwillekeurig -verplaatst te zijn te midden van een groep zeevolk uit de 16de eeuw. - -Die jonge flinke figuur, met het breede litteeken boven het -linkeroog--herinnering aan een gevecht met een naijverigen Engelschen -visscher--is de schipper van het vaartuig, het hoofd van ons allen, -mijn vriend Albert Koster. - -Hij is 26 jaar oud en zwalkte al 15 zomers en winters onafgebroken -rond over de zilte wateren, waarop hij zich steeds deed kennen als -een ervaren visscher, deed eeren als een kloek zeeman. - -Toen Albert Koster vijf jaar geleden trouwde, was hij reeds als een -knap visscher bekend, en schitterde bij feestelijke gelegenheden op -zijn borst de groote zilveren medaille, welke hem voor het redden -van schipbreukelingen geschonken was. - -Wilt ge weten door welke heldhaftige daad Albert die medaille verkreeg? - -'t Was op een stormachtigen najaarsdag dat de vischsloep, waarop Albert -als matroos voer, onder dichtgereefde zeilen langs een masteloos -wrak dreef, welks gezagvoerder--een vreemdeling--te vergeefs om -hulp smeekte. De woeste stortzeeën sloegen reeds van alle kanten met -donderende slagen en stooten over het wrak heen, en Albert's schipper -durfde zijn vaartuig niet aan bijna gewissen ondergang ten prooi geven, -door het zinkende schip nabij te komen. - -Het was een wanhopig gevoel voor iemand als Albert, geen hulp te -kunnen verleenen en machteloos toe te zien dat zeelieden overwonnen -wierden door den oceaan, en voor zijn oogen zouden verdrinken. Hij en -een kameraad boden zich dan ook aan, om in de kleine jol de hooge zeeën -te gaan trotseeren en naar het wrak te roeien, om de schipbreukelingen -te redden. De zee stond echter zoo hol dat de schipper nadrukkelijk -dit waagstuk verbood. - -Tranen van smart en spijt stonden den koenen zeelieden in de oogen, -toen eindelijk de vreemde kapitein, om een laatste beroep te doen op de -Hollandsche visschers, zijn tweejarig dochtertje in de armen nam en, -tegen de verschansing opklouterend, haar omhoog hield. Nauwelijks was -het kleine kind gezien of Albert en zijn vriend sneden de sjorringen -los, lieten de jol te water, en roeiden over de razende golven naar -het wrak, van waar zij in twee tochten de geheele bemanning redden. De -zeeman, die dit deed, is Albert. - -Naast hem zit de oude, ervaren stuurman Leen Ketting, met zijn eerlijk, -verweerd gelaat, die reeds een halve eeuw de stormen der Noordzee -heeft getrotseerd, en daarop dan ook thuis is, als in de straten van -zijn dorp. - -"Die ouwe man is altijd bezorgd," pleegt Albert schertsend te zeggen, -en naar mijn inzien was het recht verstandig gehandeld toen de -doortastende jonge schipper zoo'n bekwamen, zorgvollen stuurman tot -rechterhand koos. - -Leen Ketting en de 65-jarige kok Jan Noordzij, die al in '30 als -vrijwilliger meê uittrok en twee jaar op 't fort Bath diende, zijn de -eenige oude visschers aan boord, en het overige jonge volk is het nooit -moede om naar de tallooze verhalen en zeemanslegenden te luisteren, -waarvan zij beiden een schier onuitputtelijken voorraad bezitten. - -Een der visschers, Berthie genaamd, is een Vlaardinger, de overigen -zijn allen van Pernis op IJselmonde, een sierlijk dorpje, welks -bewoners reeds eeuwen geleden als stoute, ondernemende visschers -vermaard waren. - -Van oudsher stonden de Pernissers bij het zeevolk als bijzonder -godsdienstig bekend, en het tegenwoordig geslacht eert ook in dit -opzicht de nagedachtenis der vaderen door hun voorbeeld te volgen. - -De dagen, dat er niet gevischt wordt, houden zij elken avond eene -korte godsdienstoefening, en des Zondags (op welken dag zij nimmer -visschen) heeft dit bovendien ook 's morgens plaats. - -Daar wij niet vischten, maar naar de vischgronden zeilden, had heden -de gewone godsdienstoefening eenvoudig en ernstig plaats. - -Twaalf in linnen zakjes geborgen bijbels worden rondgedeeld, en als -de hoofden ontbloot zijn, leest Albert een psalm voor, die weldra -door allen wordt aangeheven. - -Berthie leest daarop een kapittel uit het Evangelie van Johannes; -er wordt opnieuw een psalmvers gezongen en de schipper besluit de -plechtigheid met een toepasselijk gebed uit de Godvreezende Zeeman -of de Nieuwe Christelijke Zeevaart, waarvan in 1725 de vijfde druk -te Amsterdam het licht zag. - -Nadat de bijbels opgehaald en weggeborgen zijn, gebiedt Albert: -"Bidden, kleine Jan," en hoewel ik te vergeefs moeite doe, den -aangesprokene op den donkeren achtergrond te ontdekken, hoor ik een -zwakke slaperige kinderstem halfluid het "Onze Vader" bidden, waarna -het avondeten wordt opgedischt. - -Heden bestaat het maal uit gebakken visch, welke gevolgd wordt door een -mengsel van gort en stroop, dat met bier tot eene soort soep is bereid. - -Aan het eerste gerecht geef ik de voorkeur, en volg het algemeene -voorbeeld om uit een grooten, op de kombuis staanden, vertinden koperen -schotel een moot visch te pakken, wanneer ik spoedig de verrassende -ervaring opdoe, dat men gebakken visch, wil men er goed van smullen, -uit de hand moet eten. - -Borden, vorken of messen zijn dan ook aan boord eene ongekende weelde. - -De gekookte visch met aardappelen eet men uit van teen gevlochten -langwerpige mandjes en de cement (snert), boonen of biergort uit -groote ronde houten nappen. - -Niet de reeders, maar de visschers zelven zorgen op de Pernisser -sloepen voor hun proviand, die uit geen karige beurs gekocht wordt. - -De voeding is krachtig en de verschillende artikelen zijn van de beste -hoedanigheid, waardoor het verklaarbaar wordt, dat de visschers dagen -en nachten achtereen hun moeielijk bedrijf bijna onafgebroken kunnen -blijven voortzetten, zonder er bij te bezwijken. - -In den zomer bestaat het eten voornamelijk uit aardappelen, rijst, -gort en spek, en in den winter uit meelpudding, bruine boonen, groene -erwten en visch, terwijl in November elke sloep een vet varken van -plus minus 600 pond slacht, waarvan elke reis een gedeelte wordt aan -boord genomen. - -Na het avondeten wordt de wacht aan dek (die overdag meestal uit één, -'s nachts uit twee man bestaat) afgelost, en velen gaan naar kooi, -anderen rooken hun pijpje of spelen domino--het eenige spel dat -veroorloofd is, daar kaarten door den schipper niet aan boord geduld -worden. - -Toen de Castor de Doggersbank begon te naderen, werd om het half uur -het lood over boord geworpen. De roerganger laat daartoe het scheepje -even aan den wind loopen; de flappende zeilen schudden dien wind van -zich af; de korte zeeën stoppen in enkele minuten de vaart--en het -25ponds lood heeft spoedig de diepte doen kennen. - -Op ongeveer 56° N. Br. ligt de Doggersbank, door de visschers "'t -Zand" genaamd. Zij heeft eene peervormige gedaante en strekt zich in -Z. Z. W-lijke en O. N. O-lijke richting uit. De westelijke helft is -het breedste gedeelte. - -De diepte neemt van het Westen naar het Oosten vrij geleidelijk toe -van 9 tot 28 vaâm, wat den visschers het middel aan de hand geeft om -te bepalen waar zij op de bank zijn. - -In hoe korter tijd men "'t Zand" over is en hoe grooter diepte men -loodt, des te oostelijker bevindt men zich, en een verschil van één -vaâm in diepte wordt gerekend een verschil in lengte van 4 mijl aan -te geven. - -De Castor liep op 16 vaâm de bank over en had heden, op den avond -van den 2den Februari, de groote Visschersbank, die benoorden "'t -Zand" op 56° 30' N. Br. ligt, bereikt, waar zij onder klein zeil om -de Oost bleef drijven, daar de visscherij eerst na middernacht een -aanvang neemt. - -De overige mannen begaven zich nu ook ter rust, want het zijn -vermoeiende dagen, die in aantocht zijn, wanneer men hard werken moet -en slechts weinig slaap bekomt. - -Er worden geen andere visschers in den omtrek gezien, en het doet -goed de reden hiervan te hooren. Alléén onze Hollandsche beugers -durven in het hartje van den winter hun beug in zulk diep water neer -te laten of "te schieten", gelijk onze visschers zeggen. Overal op -de Visschersbank vindt men ongeveer 40 vaâm water en er is slechts -één plekje, waar niet meer dan 26 vaâm staat, waarom het dan ook bij -ruw weer door de zeelui zooveel mogelijk wordt vermeden, want het is -genoeg bekend hoeveel arme visschers juist daar schip en leven lieten. - -Meer dan ergens anders kan de zee hier spoken en razen, en de -visschersverhalen spreken van verbazende grond- en stortzeeën, die het -ongelukkig daartusschen verzeilde vaartuig van alle kanten bestoken -en onderdompelen, en de kleine vischsloepen door water overstelpt -doen zinken. - -Het is nu één uur 's nachts geworden, en Albert heeft zich naar dek -begeven, en laat Berthie, die aan het roer staat, dit even aan lij -draaien om de diepte te looden. Ik was met hem op dek gegaan om het -lood uit te werpen. - -De nacht is bijzonder donker; grauwe zware luchten verbergen achter -een loodkleurigen sluier het licht van maan en sterren, en ontnemen -aan de geheele omgeving zelfs de geringste kleurschakeering. - -Het vriest sterk, en de droge Oostenwind, door niets in zijn vaart -gestuit, waait doordringend koud over het lage open scheepje, dat -stampt en slingert op de hooge golven. - -"Zeven-en-twintig vaâm!" zegt Albert met een huivering tot Berthie; -"dit heb ik hier nog nooit geworpen, acht-en-twintig is steeds het -minste geweest!" - -Berthie zwijgt, want hij weet dat de Castor zich op dit oogenblik op -de gevreesde plek der Visschersbank bevindt, waar, nog pas vier jaren -geleden, ook Albert's vader is gebleven te gelijk met den vader en -de beide broers van Harmens, die nu rustig omlaag ligt te slapen. - -'s Avonds was de sloep nog gezien, maar 's nachts had het al heel boos -gewaaid en 's morgens had men te vergeefs naar de Pernisser uitgekeken, -waarvan men nimmer meer taal of teeken vernam. - -Albert heeft ook geen woord meer gezegd, maar is stilzwijgender dan -ooit omlaag gegaan, waar hij tot twee uur in het vóóronder bezig is -om met behulp van "kleine Jan" het aas voor de hoeken klaar te maken. - -Het aas bestaat uit zoogenaamde prikken of negenoogen (petromyzon -fluvialis), kleine alen 0.3 meter lang, die op onze bovenrivieren -zich in stroomend water onder groote steenen vastzuigen, en van daar -naar Vlaardingen of Pernis worden afgevoerd. - -Zij zijn zeer duur, tegenwoordig een schelling het stuk, maar de -kieskeurige kabeljauw is er bijzonder fel op, en onze visschers -kunnen er in dezen tijd van het jaar niet buiten, al is er ook veel -zorg noodig om ze in het leven te houden. - -Zij moeten daartoe in zoetwater worden meêgevoerd in een grooten -warbak, waarin het water aanhoudend in beweging moet gehouden worden, -want anders zuigen zij zich in zeer korten tijd tegen de wanden -aan dood. - -Op zee is de beweging van het schip hiertoe voldoende, maar zoodra het -vaartuig stil ligt, moet "kleine Jan" polsen, dat is, midden op den -warbak staande, uren achtereen met twee stokjes in het water roeren. - -"Kleine Jan," 12 jaar oud, klein voor zijn leeftijd, met een zuidwester -op en een oliepak aan, is een gewichtig en onmisbaar persoon aan boord. - -Het is verbazend wat zoo'n dreumes dagelijks verricht. - -Hij staat om één uur te gelijk met den schipper op, en doodt de -prikken, voordat Albert ze in gelijke stukjes snijdt. - -De Vlaardinger jongens doen dit, door het dier in den kop te bijten, -maar "kleine Jan" vindt dat te bitter en slaat ze liever, eerst met -den kop en dan met den staart, tegen den ijzeren kombuisrand dood. - -Daarna zet "kleine Jan" koffie, port het volk, veegt het logies aan, -vult den kolenbak, onderhoudt het vuur, helpt het vischwant klaren, -zorgt voor de prikken, kookt het eten, zet de thee en bidt hardop, -"want anders zou de jongen het Onze Vader heelemaal vergeten," zeggen -de visschers. - -Het aas, dat "kleine Jan" gereed maakt voor de haken, is verschillend -in winter, voorjaar en zomer. Men moet den smaak van koning kabeljauw -raadplegen. - -Van half October tot Februari bezigt men hiertoe prikken en -gezouten sardijnen, en daarna tot Paschen versche haring, bij Tessel -gevangen. 's Zomers bezigt men aan den Helder gevangen en in tonnen -gezouten geep. - -Zoodra Albert het versneden aas in negen bennetjes gelijkelijk heeft -verdeeld, staat het volk op, kruipt door een schuif uit het logies naar -"het deken," waar ieder visscher voor zijn eigen bak het ontvangen -aas aan de hoeken gaat slaan. - -Vóór zich steekt hij in het scheepsboord een ouderwetschen -"kaarssteker," waarin een vetkaars brandt, en naast zich heeft hij -een mand, waarin 20 lijnen liggen, waaraan hij het aas moet slaan, -welk werk het azen van de beug heet. - -Doch wat is "het deken," wat is "de bak" en wat "de beug?" zal -menigeen vragen. - -Om te weten wat "het deken" is, volge men de visschers slechts uit -het volkslogies voor in het schip naar het dek. Het is een vreemd -schouwspel. Vlak bij de donkere zwarte zee is het dek van de schoener, -welke een zeer lage verschansing heeft. Die geen zeemansbeenen heeft -en zich niet weet vast te houden, loopt allerlei slechte kansen aan -boord van zulk een visscherssloep. Dit zeg ik niet om kwaad te spreken -van de Castor, want het is een sieraad onzer visschersvloot, en een -handig, goed zeehoudend, snelzeilend vaartuig, doch zijn inrichting -is niet voor vervoer van passagiers geschikt! - -Hoofdzakelijk bestemd om de gevangen visch (kabeljauw, ijlbot, -lengvisch en schelvisch) versch aan te brengen, is het geheele -middengedeelte van het vaartuig in beslag genomen door de bun,--een -grooten, gedeeltelijk door de zijden van het scheepje zelf gevormden -bak, waarin het zeewater door tallooze gaten naar binnenstroomt, -zoodat het water even hoog den bak vult als het vaartuig diep ligt. - -Aan weêrszijden van deze bun is eenige ruimte overgebleven, welke "het -deken" genoemd wordt, waar men het vischtuig bergt en de visschers -de beug in gereedheid brengen, voordat zij in zee wordt gezet. - -Daarachter heeft men de ijskamer, die bestemd is om de in de bun -gestorven visch in het ijs voor bederf te bewaren, welk ijs in -groote brokken aan boord gebracht, eerst in den ijsmolen moet worden -fijngemalen. - -De beug, welke de visschers nu bezig zijn gereed te maken, is een van -vischhaakjes of hoekjes voorziene dunne lijn, die met tien dreggen -op den bodem der zee wordt vastgelegd. - -Zij wordt verdeeld in 9 of 10 "bakken"; een bak bestaat uit 20 lijnen -elk 75 meter lang en voorzien van 23 fijne dwarslijntjes (0.5 meter -lang), sirennen genaamd, elk met een vischhaakje aan 't uiteinde. - -De beug, die stijf wordt uitgezeild, is dus 15.000 meter lang, ongeveer -den afstand tusschen Leiden en den Haag, en er zijn 4500 hoeken aan. - -Om de ligging der beug aan te geven, heeft men boven iedere dreg op -zee een houten boei drijven, "joon" genaamd, die door de "baaklijn" -met de dreg is verbonden. - -Op de jonen prijken vlaggetjes, die door vorm en kleur onderling -verschillen, en waarvan enkele, bij mistig weer, door lantaarns -worden vervangen. - -Hierdoor is de schipper ten allen tijde in staat te zien, op welke -hoogte der beug hij zich bevindt. - -Het azen duurt ongeveer twee uur; ieder heeft de handen vol en er -wordt weinig bij gepraat. De beugvisscher is rustig en bedaard, en, -onder het werk, zelden of nooit luidruchtig vroolijk, maar hij is -met geheel zijn hart bij wat hij verricht, wetend dat een verkeerd -aangeslagen aas den visch verjaagt. - -De visscher, die met zijn lijnen klaar is, gaat een kommetje koffie -drinken en tegen vier uur roept de schipper "alle handen" aan dek, -om de beug over boord te zetten. - -Nu begint "het schieten van de beug," dat is het uitzeilen van de lijn, -welke 15.000 meter lang is en op den bodem geankerd moet worden. - -De schipper beslist of weer en wind kans geven dat de beug zal worden -ingehaald. Het is altijd mogelijk de beug te schieten, doch het inhalen -is oneindig bezwaarlijker en de geheele beug kan dan verloren gaan, -een verlies dat de visschers zelve te betalen hebben. - -Wat tot het uitzetten en inhalen der beug noodig is kan wellicht -slechts een zeeman naar waarde schatten, en toch is het goed een -poging te doen, om onze broeders op het land eens te doen beseffen, -wat voor flinke kerels onze zeelieden zijn, over welke krachten ons -vaderland nog kan beschikken. - -Hoe mijn vrienden van de Castor dag aan dag, week aan week, werken -en durven, blijkt als men nagaat wat ze doen. - -In anderhalven dag zeilen ze bij redelijk weder naar de vischgronden. - -Daar aangekomen, azen ze de beug, die om vier uur 's nachts wordt -uitgezet. - -De schipper zelf grijpt het roer en dwingt met de zeilen de sloep met -een 2 of 3 mijls vaart te loopen. Een gedeelte der bemanning is dus -steeds bezig aan de zeilen, met het bijzetten of wegnemen van stagzeil, -met halen en trekken. Anderen, en dat wel de voornaamste visschers, -werken aan het overboord zetten van de lijn met al zijn haken. Een -hunner brengt zijn bak aan, waarin de twintig van aas voorziene lijnen -zoodanig liggen opgerold of opgeschoten, dat zij zonder stoornis of -in de war te geraken, kunnen uitloopen. - -De eerste bak wordt aan stuurboord achteruit op het boord gesteld, -zoodat hij gedeeltelijk over de lage verschansing heen steekt. - -Het is een schilderachtige groep, die de visschers vormen op het -achterdek, wanneer zij aan hun ijskoud, verkleumend werk bezig zijn, -staande in het water, over de zee gebogen, terwijl de oostenwind hen -om de ooren snijdt, en het kille zeewater, vele uren lang, hun langs -de handen en armen druipt. - -Ze zijn gekleed in rood baai, waarover ze een donker "kiesjak," een -boezeroen en een wambuis dragen. Verder hebben ze een bij de knie -opgebonden broek van donkerblauw baai, twee paar sajetten kousen en -klompen aan. Wanneer het sneeuwt of regent of boos weêr is, gelijk nu, -vervangen de zeelaarzen de klompen, en wordt de "oliekas" aangeschoten, -zooals ze hun gele geoliede kiel noemen. - -Ze zijn echter zoo hard en aanhoudend aan het werk, dat ze vaak niet -voelen hoe koud het is. De eene bak met lijnen na den anderen wordt -achteruitgebracht, en de daarin opgeschoten lijn uitgezeild. Elke -visscher heeft zijn werk. De een zorgt voor de dreggen of ankers, -die moeten gezonken worden; een tweede voor de jonen, met de daarbij -behoorende vlaggetjes of lantaarns; een derde voor het tijdig wegnemen -der afgeloopen bakken, en het aanbrengen van nieuwe; een vierde -waakt er voor dat de lijn steeds in orde is en klaar uitloopt, een -vijfde houdt de lijn van tijd tot tijd even aan, gelijk een jongen -die een vlieger oplaat, om te zorgen dat zij stijf en strak wordt -uitgezeild. Wanneer de eerste bak geregeld is uitgeloopen, wordt -geroepen: "andere bak!" en het uiteinde van de beuglijn wordt aan de -tweede dreg gebonden, te zamen met de baaklijn en joon, welke toonen -hoe de lijn over den bodem van de zee ligt, en met de beuglijn van -den tweeden bak, die snel in de plaats van den eersten bak geschoven -wordt. De lijnen van dezen bak liggen dus met haar tal van zwevende -hoeklijnen op den bodem der zee geankerd, en zoo worden alle lijnen -gezonken, totdat de geheele beug geschoten is. - -Terwijl de visschers dus werken, en anderen telkens zeil meerderen -of minderen, volgens bevel van Albert, wordt de groep der over de -verschansing gebogen visschers verlicht door de lantaarn, welke kleine -Jan ophoudt, om te waken dat de lijn klaar uitloopt. Het geel-roode -licht valt op de van den bak afschuivende bochten der beuglijn, -en Harmens ziet toe dat dit behoorlijk geschiede. - -Er is geen ander licht als dit kleine lantaarntje, dat een eigenaardig -schijnsel werpt op de groep breedgeschouderde visschers. Er is nog -geen vin te zien. Het blijft donker grauw weêr, guur en koud, doch -de zee is niet langer kleurloos, want de lange golven lichten, met -een blauwen phosphorischen glans en een soort van paarsch blauw vuur, -met gele vonken en tinten van gloeiend paarlemoer. - -Te vier uur begonnen, is het leggen der lijn, na drie uur zeilens, -om zeven uur afgeloopen, en men kan naar het begin der lijn -terugkeeren. Albert laat nu alle zeilen bijzetten, om tegen de beug -op te werken en weer op de plek te komen, waar de eerste dreg in zee -is gelaten. - -Terwijl in iets meer dan een uur het schip dus terugzeilt, schaften -de visschers. Het morgeneten bestaat uit bruine boonen of cement, -waarbij koffie wordt gedronken. We eten volop, want de eerstvolgende -maaltijd heeft eerst plaats als de beug gelicht is, wat van avond -op zijn vroegst om 8 uur plaats zal hebben. "De eerste joon is in 't -zicht!" we vliegen op dek, en met van haken voorziene stokken wordt -de joon aan boord gehaald met de baaklijn, en de daaraan bevestigde -dreg, waardoor wij het begin van de grondlijn in handen krijgen. Nu -beginnen wij allen met frisschen moed aan het lichten van de beug, -aan het inpalmen van de zware 15.000 meter lange lijn. - -Het is dag geworden, en als het zeer helder is, kan men met het bloote -oog de drie of vier volgende jonen (of beter gezegd, haar vlaggetjes) -in de verte op de golven zien dansen. - -Doch heden is het mistig, de lucht is betrokken, de koude fel, en we -zien slechts één vlag. - -In het midden van het schip staan tegen boord drie visschers, die, -elkander aflossend, de grondlijn inpalmen en de visschen omhooghalen, -want de vangst is goed. Terwijl we de beug uitzetten en er tegenop -zeilden, heeft het aas aan de haken de zeebewoners gelokt. - -De Castor is op den rand van de Visschersbank, en wat zou men een -geweldigen strijd om het bestaan aanschouwen, indien men door het -donkere water in de diepte kon zien. Doch men kan zich toch een -denkbeeld vormen van hetgeen daar, in den zwarten afgrond van water -onder ons, plaats grijpt. Welk een strijd op leven of dood wordt er -gevoerd! De visschen zwemmen op den rand van de bank de diepte in en -uit, en het krioelt er van allerlei soorten. - -Als de lijn omhoog wordt gehaald, galmt een der visschers: - - - "Daar komt er een!" - - -en een schelvisch komt het eerst naar boven. Toen de schelvisch de -oppervlakte naderde, zag men op den blinkenden rug doffe plekken -zonder schubben. - -"Hier zit kabeljauw!" roept de visscher. "Ze hebben de schelvisch -beet gehad en hij is maar krap aan hun bek ontkomen." - -Even later klinkt het weêr: "daar komt er een!" en aan het wilde rukken -en trekken aan de lijn voelt de visscher dat er een groote visch aan -spartelt. Weldra schemert een zilverwitte vlek in het water. De witte -schim vlucht links en rechts, doch neemt meer en meer den vorm van -een kabeljauw aan, en een met een schepnet gewapende visscher vangt -hem op in het water. - -Als de kabeljauw op het dek wordt geworpen, ziet men dat hem geheele -stukken uit het lijf zijn gebeten. Deze gaten zijn gemaakt door nog -grooter visschen of door de zeewolven. - -Wij hebben eens zulk een zeewolf aan boord gehad. Hij was zoo groot -als een kleine zeehond en had scherpe, fijne tanden, en een gladde, -glanzende huid. - -Alleen de ijlbotten hebben zelden of nooit beten. Ze schijnen door -snelheid aan de visschen, en door plat langs den bodem te fladderen, -aan de zeewolven te ontkomen. - -Soms wordt een kabeljauw opgetrokken met een schelvisch in den bek, -die er slechts met den staart uitkomt. "Hij heeft zich door een -schelvisch laten bedotten!" zegt de visscher. Toen hij het dier -ophapte, heeft het haakje, dat de schelvisch vasthield, hem in den -kop of onder de vinnen gepakt. - -Van den schelvisch, welke in den bek van den kabeljauw geweest is, -"zijn we vies," verklaart de visscher die den kabeljauw van de -beug afneemt, en den schelvisch, met een gebaar van afschuw, over -boord werpt. Nauwelijks slaat de visch op het water of de zeemeeuwen -schieten toe, en betwisten elkander den buit. Fladderend en met de -vleugels slaande, cirkelen ze boven den visch, en de gelukkige, die -het eerste beet krijgt, wordt door de anderen vervolgd en nagejaagd. - -Intusschen wordt de eene kabeljauw na den ander opgehaald en op dek -geworpen aan de voeten van Leen Ketting, waar ze, spartelend en met -den staart slaande, op en neer springen en, na bevrijd te zijn van -den in het verhemelte vastzittenden hoek, en een kleine operatie -te hebben ondergaan, levend in de bun worden geworpen, waarin ze -rusteloos rondzwemmen. - -De kleine operatie wordt snel en vlug door Leen gedaan, ten einde -den visch in het leven te houden. - -Door het snel inpalmen der grond- of beuglijn is de luchtblaas van -den kabeljauw dermate met lucht gevuld, dat het hem onmogelijk zou -zijn opnieuw naar de diepte te schieten, en hij, in de bun geworpen, -zoo lang boven op het water zou blijven ronddrijven, tot hij stierf. - -De operatie van Leen Ketting heeft dus ten doel, de luchtblaas te -ontlasten van te overvloedige lucht, hetgeen hij doet door den visch -vlak voor zich op dek te leggen en met een scherp puntige naald achter -de voorvin een gaatje te prikken, dat in de luchtblaas uitkomt. - -Met de hand langs den visch strijkende, drukt hij zoodoende de lucht -uit het lichaam, die door het geprikte gaatje hoorbaar ontsnapt, -waarna de visch in de bun wordt geworpen. - -Naarmate de lijnen binnen boord worden gepalmd, worden zij weder klaar -opgeschoten, om 's nachts gereed te zijn wanneer de hoeken van nieuw -aas worden voorzien. - -Behalve kabeljauw, lengvisch en bot, komen schelvisschen in grooten -getale naar boven. De eerste drie soorten worden in de bun gedaan, -doch de schelvisschen worden in gereedstaande manden geworpen, en -later in de ijskamer weggeborgen. - -Dit ijs is in groote massieve brokken aan boord, die eerst in den -ijsmolen tot fijne brokjes moeten gemalen worden, in welke (op grof -zand gelijkende) massa de visch geborgen en daardoor voor bederf -behoed wordt. - -De bun, midscheeps, waarin het zeewater in- en uitstroomt, ziet er -vreemd uit, als men een paar uur lang aan het ophalen geweest is. - -In het midden hangt een bos lengvisch met den kop in het water, anders -"schavielt" hij zich dood tegen de wanden der bun. Langs de zijden is -de bun gegarneerd met ijlbot, die aan den staart hangt. Liet men de -dieren vrij, dan wrongen ze zich dood tegen de wanden, of ze gingen op -de gaten liggen, waardoor lucht en water binnendringen. De staarten van -de blanke, zilverwitte botten worden vuurrood, doch het dier blijft -zes dagen lang in het leven. In de bun zwemmen de kabeljauwen op en -neer, allen gewond, met gescheurde bekken, en velen sterven dan ook -en worden in zout gepakt. - -Om het inhalen van de lijn met al die zware visschen uit het fel -bewogen water, waarop het scheepje danst en huppelt, mogelijk te -maken, moet de schipper het dwingen langzaam over de beug te drijven, -wat veel oplettendheid, kennis en zeemanschap vordert. - -Naarmate wind, stroom of weêr verandert, moeten ook de zeilen -gewijzigd worden. - -Bij handzaam weêr gaat zulks vrij gemakkelijk, doch bij windstilte -of storm wordt het al spoedig zeer moeielijk. - -Ieder oogenblik moet met het scheepje en met de zeilen gemanoeuvreerd -worden; er zijn geen handen genoeg aan boord, en als wind en zee -opsteken, en de schipper alle aandacht noodig heeft om het inhalen -der beug onafgebroken te kunnen doen voortgaan, zegt hij zegevierend: -"Ja! ja! je moet zoo'n draad naloopen als een ondeugend kind." - -Soms, bij stormweêr, kunnen de twee man, die de beuglijn inpalmen, -het niet alléén af en zijn drie, vier, ja soms vijf man noodig om -de lijn binnen boord te halen; met zooveel vaart drijft het scheepje -dan nog over de lijn heen, hoewel alle zeilen reeds geborgen zijn. - -Wind, zee en stroom doen het vaartuigje snel voortdrijven en maken -het koude werk lastig en verbazend vermoeiend. Men stelle zich deze -bezigheid slechts voor. - -Naarmate de zee toeneemt, slingert het scheepje meer en meer, zoodat -men op het bevroren glibberige dek zich slechts met groote moeite op -de been kan houden. - -Sneeuw of hageljacht wisselen elkander met pijnlijke hinderlijkheid af, -en de strenge vorst verandert de wanten der visschers in klompen ijs. - -"Kleine Jan" zorgt dat een groote ketel warm water steeds op dek -gereed staat, waarin van tijd tot tijd de visschers de wanten doopen, -om ze te bevrijden van al het ijs dat er zich aan vastzet. - -Het binnen boord nemen der jonen vooral is te moeielijker, naarmate -meer zee staat, en als zij aanhoudend "onderklauwen," is het bij -nevel of sneeuwjacht moeielijk te zien in welke richting zij liggen. - -Waarlijk, men moet er niet licht over denken, om bij hooge zee en -stormweêr een beug van 15.000 meter lengte, verbazend zwaar gemaakt -door de visch die er aan hangt, uit eene diepte van 30 tot 50 vaâm -op te halen. - -Loopt alles meê, dan heeft men 's avonds om 7 uur, na ruim 11 uren -onafgebroken inpalmen, de beug weder binnen boord, doch als de -grondlijn breekt (wat meermalen voorkomt), of een of ander ongeval -eenig oponthoud veroorzaakt, loopt het al spoedig heel wat in den -nacht. - -Men moet dan "eten op stootgaren," dat is, nu en dan inderhaast een -beetje eten naar binnen slaan, zonder dat het werk behoeft afgebroken -te worden. Onverschillig of men al dan niet tijd heeft gevonden om te -slapen, begint men 's nachts om half twee weêr de lijnen te azen, want -den volgenden morgen om half drie moet de beug weêr geschoten worden. - -Het is verbazend hoe zeer iedere visscher dit verlangt, en hoe moeite -noch ontbering hen afschrikt, om iederen dag (zooals zij zeggen) -"een schot te doen." - -Toch is dit niet altijd mogelijk, en er zijn voorbeelden dat men na -5 dagen en nachten slaven en zwoegen, zonder ooit nachtrust te hebben -genoten, slechts twee schoten gedaan heeft. - -Bij mist of ontijd durft de onverschrokken Albert zijn beug in 40 -vaâm te schieten, rekenende op de waarachtige visschers-geestdrift -van zijne stilzwijgende scheepsmakkers, en welke inspanningen ook -gevorderd mogen worden, zij blijven juist zoo lang doorwerken, totdat -de beug weder binnen boord is. - -Meermalen, als de beuglijn gebroken is en de duisternis dreigt in -te vallen, moet de kleine jol over boord en het tweede gedeelte der -beug door 4 mannen, die in de jol op zee gaan dobberen, gelicht en -in de boot genomen worden. - -Koud werk, waarbij de geheele bemanning vol spanning is, uit vrees -dat de sloep met de bemanning bij de invallende duisternis zoek zal -raken of omslaan. - -Gelijk ik in den beginne opmerkte, bestaat de verdienste onzer -hollandsche beugers voornamelijk hierin, dat zij zoo véél lijnen in -één etmaal durven schieten, en dat wel in zulk een diep water. - -De Engelschen bijvoorbeeld schieten hunne beug, die nauwelijks 10.000 -meter lang is, in 23 à 24, hoogstens in 30 vaâm diepte. - -Hun vischwant, hunne jonen, alles is lichter en zwakker. - -Albert van de Castor is waarlijk geen grootspreker, en hij erkent, -zoo vaak als men 't maar hooren wil, dat de Engelschen de Hollanders in -vele zaken te slim af zijn; maar in het beugen, neen, dan staan zij ver -bij de Hollanders ten achter. "'t Zijn me beugers, die Engelschen," -kan hij met eigenaardigen spot uitroepen: "Je kunt hun beug met de -hand uit zee lichten, en één sloep der onzen brengt gewoonlijk in -denzelfden tijd evenveel visch aan, als drie of vier der hunnen." - -Misschien is dit wel de oorzaak dat zij zoo dikwerf van de veel -talrijker Engelschen te lijden hebben. - -Het is natuurlijk onmogelijk om zelfs bij helder weêr het uiteinde der -beug te zien, en nu gebeurt het meermalen dat naijverige Engelschen -de jonen stelen, en de lijnen met de daaraan zittende visch binnen -boord halen of vernielen en weg doen drijven. - -Schelden en met steenen gooien is een vaste aardigheid der ruwe -Engelschen, en wanneer onze visschers door aanhoudende oostenwinden -gedwongen worden te Grimsby binnen te loopen en aldaar hun visch te -verkoopen, worden zij niet alléén aan den wal, maar zelfs bij hunne -schepen "gemollesteerd," gelijk onze visschers zeggen, die een even -vinnigen haat tegen "de gemeene Engelschen" voelen alsof wij nog in -de dagen van Tromp en De Ruyter leefden. - -Zeker is het, dat zelfs de stilzwijgendste Pernisser visscher -welsprekend wordt, zoodra hij uit gaat weiden over de mishandelingen, -die hij van de Engelschen te lijden heeft. - -Onder de vele verhalen trof mij 't volgende: - -Een Pernisser visscher moest het te Grimsby aanzien, hoe een nieuwe -tros van zijn schipper moedwillig zou doorgekapt worden. - -Een dertigtal Engelschen poogden dit te doen, en hij alléén, met -den rechter arm gekwetst in een draagband, stond er bij om den tros -te bewaken. - -Al sarrend gingen de Engelschen te werk, tot opeens Hojel (zoo heette -de dappere Pernisser), bleek van woede, met de linkerhand drie of -vier Engelschen op zijde stoot, den arm op den tros legt en den met -een bijl toeschietenden Engelschman toeroept: "Kap dan maar eerst -mijn arm af, jou engelsche smeerlap!" - -Onbeschaafd en ruw zijn vele engelsche visschers, wier zelfzucht -weergaloos is, maar ze weten, als alle echte Engelschen, moed te -huldigen, pluck te waardeeren. Hartelijk begonnen ze allen den -Hollander toe te juichen; ze gaven drie cheers voor den gehaten -mededinger, die hun de visch voor den neus wegving, en ze lieten den -nieuwen tros van zijn schipper verder al dien tijd ongemoeid. - -Het zijn ferme kerels, die hollandsche visschers! Er klopt een -mannenhart onder die boezeroenen. Van hun jeugd af is de Noordzee hun -woning, en bij mist of ontij zijn zij overal in de zee thuis, dank zij -hun scherp geoefend zeemansoog, dat werkelijk buitengewoon is. Zelfs -bij mistig weêr zien zij de jonen op een verbazenden afstand, en bij -het langs de kust varen, toen ik nauwelijks de torens van Egmond kon -ontdekken, wist Albert al dadelijk op te merken, dat er 30 bomscheepjes -op 't strand stonden, zoodat er blijkbaar 7 in zee waren. - -Opmerkelijk is het, hoe weinig nachtrust zij behoeven. Wordt er niet -gevischt, dan kunnen zij de wijzers rondslapen, maar nauwelijks is -'t visschen mogelijk, of met onverstoorbare toewijding kunnen zij -dag en nacht doorvisschen. Zij zijn gehard tegen weêr en wind, sterk, -kloek, arbeidzaam en eenvoudig. - -Groote kinderen, die hun eigen krachten niet kennen, zijn ze aan wal, -waar de maatschappij hun vreemd is. - -Vooral zijn ze gul, hartelijk en vroom, en zonder er zelfs bewust van -te wezen, zijn zij de bewaarders der deugden onzer "zeevaders." In -gedachten, kleeding, wijze van voeding, opvatting van godsdienstige -en maatschappelijke toestanden, in alles komen zij volkomen overeen -met ons zeevolk van 200 jaren geleden, en dit is niet stelselmatig -aangekweekt, maar ze hebben van vader op zoon die begrippen en -opvattingen geërfd, waardoor de oude zeden en gewoonten voortleven. - -Van de vaderlandsche geschiedenis weten zij bijna niets. - -Zelfs De Ruyter en Tromp zijn bij hen onbekende grootheden; ze -weten van hun daden, maar niets van hun namen, en ik herdenk nog -met verbazing het gezegde van een hunner, toen wij over die groote -zeevaarders spraken: - -"Ja! ja! 't waren vrome zeehelden in die dagen. Daar heb je die -Erasmus, die te Rotterdam staat." - -Maar al kennen ze de geschiedenis niet, de traditie leeft in hen. - -Het zijn Geuzen, fijn gereformeerd en bijzonder godsdienstig. Uit tal -van legenden en zeemansverhalen blijkt echter hunne bijgeloovigheid. - -Vooral Leen Ketting had er een onuitputtelijken voorraad van. - -"Ik herinner mij onder anderen een verhaal van mijn vader," zeide hij -eens, "die een reepschieter aan boord had, die zijn ziel aan den Böze -had verkocht. - -"Op zekeren avond, 't was een koude winteravond toen het vroor dat het -kraakte en want en scheepje een ijsklomp geleken, stond mijn vader -aan het roer, toen onverwachts de reepschieter aan dek kwam snellen -en mijn vader toeriep: "Neen, schipper! nu kan ik het beneden niet -langer uithouden, want de Böze zelf zit bij de kombuis en die wil -me meênemen." - -"Mijn vader deed een kort gebed, en daardoor aangemoedigd, ging hij -zelf naar omlaag en zag in 't rookerige logies, waarin de geheele -bemanning lag te slapen, den duivel zelf de handen boven de kombuis -warmen. - -"Toen mijn vader dit zag, werd hij dan toch wel zoo kittig boos, dat -hij den Böze toeriep, wat hij bij hem aan boord kwam doen, en toen de -duivel zeide: "ik kom den reepschieter halen, die zijn ziel aan mij -verkocht heeft en die dus in mijn dienst is," antwoordde mijn vader hem -onbedeesd, "dat hij zelf hem betaalde en hij dus in zijn dienst en van -niemand anders was." Ja, hij sprak hem zoo flink aan, dat de duivel, -toen hij van boord ging, den reepschieter twee jaar uitstel schonk. - -"En de Böze hield woord ook. Gedurende twee jaar werd de reepschieter -niets meer van hem gewaar en hij en mijn vader waren 't geval schoon -vergeten: doch dit was bij Satan helaas niet het geval, want juist -dien zelfden dag, twee jaar later, lag mijn vader met zijn hoeker voor -Maassluis, waar de reepschieter hem in de jol naar den wal bracht, -aan niets denkend. - -"Eerst 's avonds keerde mijn vader aan boord terug, waar hij tot zijn -groote droefheid vernam dat de reepschieter verdronken was en de jol -zonder iemand er in langszijde aan boord was gedreven. - -"'t Was bijster duidelijk. De Böze had woord gehouden en had den -reepschieter, na twee jaar uitstel, weggehaald." - -Zoo leven er nog in Pernis wonderlijke verhalen van zekeren Mees -Kroon, die met een helm geboren was, en zich dan ook door bijzondere -slimheid onderscheidde. - -Als scheepsjongen voer hij met zijn vader op een klein bezaantje -(klein vaartuig) en kwam hij eens met zulk een dikken mist voor 't -Bokkengat te Hellevoet, dat zijn vader zelf er niet binnen dorst en -juist gereed was weêr in zee te steken, toen een groote koopvaarder, -met rijke lading uit Indië gekeerd, plotseling in den dikken nevel -langs zijde schoot, en de kapitein, die stormweêr verwachtte, riep: -"Schipper, kunt ge mij ook binnenloodsen?" De oude ervaren schipper -durfde daaraan niet denken, maar zijn zoon Mees Kroon praaide:--"jawel -kapteintje, gooi me maar een lijntje toe." - -In een oogwenk was Kroon aan boord; hij nam onmiddellijk het roer -zelf in handen en stuurde onverschrokken den wal in, tot eindelijk -de kaptein zeide: "Maar loods, waar zijn wij toch omtrent?" - -"Laat hier gerust je anker maar vallen," gaf onze jeugdige visscher -ten antwoord. "We zullen hier niet ver verwijderd zijn van 't -Hellevoetsche havenhoofd." En werkelijk, toen den volgenden morgen de -mist voor 't eerst optrok, lag de koopvaarder veilig en wel vlak bij -'t Noorderhoofd, en hadden zij de haven van Hellevoet open voor zich. - -Een anderen keer wilde men beproeven Mees Kroon om den tuin te leiden -en zijne knapheid op de proef te stellen. - -Toen men in de Noordzee voer, had men op Doggersbank grond gelood en -dien in stilte bewaard en weggeborgen. - -Toen men nu dagen daarna in 't Engelsche Kanaal voer, en lang door -tegenwind werd opgehouden, kwam men op zekeren dag met den grond van -Doggersbank naar Kroon toe, zeggend: - -"Mees Kroon, we hebben zoo even deez' grond gelood, kunt ge ook zeggen -waar we met het schip staan." - -"'t Is te donker om 't goed te zien," zei Kroon, die te kooi lag, -"doch laat het mij maar eens even proeven." - -Eerst rook hij er aan, proefde het zeer zorgvuldig, en zeî toen -bedaard: - - - "O! fijne grond van 't Doggerszand, - Hoe kom jij in 't Kanaal te land?" - - -Deze verhalen werden na het avondeten gedaan, doch onder het werk -wordt niet gesproken. - -Onze beugers zingen aan boord nooit (behalve psalmen bij het -kerkhouden), doch twisten op 't zelfde vaartuig ook nimmer onderling. - -Ieder weet precies zijn taak, en wat hij op zich genomen heeft te doen, -verricht hij met voorbeeldige stiptheid. - -'t Is eene kleine republiek aan boord, waarin de bevelen van Albert met -meer dan militaire vlugheid worden uitgevoerd, wat evenwel niet belet -dat Harmens soms ongevraagd uit het pijpje van Albert zit te rooken, -en kleine Jan zonder eenig vertoon van ontzag naar omhoog praait, -waar de schipper slaapt: "Albert! Albert! thee is klaar!!!" - -Straffen komen niet voor; Albert is baas aan boord; er is wel een -stuurman, maar hij heeft niets boven de overige matrozen vóór, dan -dat hij bij den schipper achter slaapt, en zoo noodig hem vervangt. - -Wanneer de equipage voor eene nieuwe "teelt" of seizoen voltallig -is, wordt om de verschillende betrekkingen, als stuurmansmaat, kok, -klimmer enz., met dobbelsteenen gegooid, welke betrekkingen dan ook -min of meer voordeelen afwerpen. - -De beugers zijn weinig bespraakt, zeide ik reeds, maar zij denken veel: -"Aan hun vader, die nooit weer thuis kwam, aan zijn oudsten jongen, -die met een stuk water overboord spoelde, of aan de broers, die nimmer -van de reis terugkeerden." - -Arme, dappere, eenvoudige visschers, vroeg of laat wordt de Noordzee -(dat onmetelijke kerkhof) ook hun graf. - -Zij weten het wel, die kloeke harten, maar van hun jeugd af zijn ze -met dit denkbeeld vertrouwd geraakt. - -"Zoo lang ik vaar," zegt Albert, "werden er maar drie visschers te -Pernis aan den wal begraven. De rest bleef op zee." - -Weten wij wel, dat de visch, die wij eten, zoo duur betaald is? - -'s Winters blijft men gewoonlijk 10-14 dagen in zee, om na één dag -toevens opnieuw in zee te steken; maar 's zomers blijft men 5 weken -lang uit; dan wordt de kabeljauw in tonnen zout opgeborgen en als -laberdaan naar Duitschland en de Middellandsche zee vervoerd. - -Doch tegen Paschen keeren alle schepen naar Pernis terug en blijft -de geheele visschersbemanning zes weken aan den wal. Dan heerscht er -blijdschap en vreugde alom. - -Als de witstengen in de Pernisser haven liggen, weet de heele omstreek -het onmiddellijk, en dan tooien de meisjes der omliggende dorpen zich, -en stroomen naar Pernis. - -Met Paschen is het daar feest! Wie dan een visscher krijgt is wel af, -want hij heeft veel geld en weet koninklijk te onthalen en edelmoedig -feest te vieren. - -In de tien dagen dat wij uit waren, was de geheele opbrengst ruwweg f -1500.-- [12] Ieder matroos of gewoon visscher kreeg ruim f 71.--"Jelui -zult rijk worden!" zeide ik tot een mijner nieuwe vrienden, toen hij -mij bij het huiswaarts zeilen 's nachts op dek vertelde wat hij met -deze reis dacht te verdienen. - -"Ja mijnheer, dat is wel zoo! maar ziet u, het geld is eigenlijk voor -vader en moeder! Wij krijgen van hen van elken gulden een dubbeltje, -maar als we trouwen willen, dan waarschuwen we met Paschen een jaar te -voren, en als we dan met den volgenden Paschen trouwen, dan krijgen we -van elken gulden een kwartje. En dan helpen onze kinderen ons later -ook weer. En soms brengen we heel wat geld mee. Albert heeft zijne -moeder eens f 1000.-- medegebracht, en hij kreeg prompt zijn f 100!" - -Zijn dit geen mannen om te waardeeren en lief te krijgen! - -En als men dan zelf zeeman is en met hen vaart en werkt, bidt en -zingt, dan leert men hen door en door kennen, en ik wensch ieder -zulke makkers aan boord, van wie hij zoo veel kan leeren. - -Wij, van de marine, verwonderen ons wel eens hoe visschers zoo, -zonder sterrekundige waarnemingen te doen, den weg op zee kunnen -vinden en de kust kunnen aanloopen, waar ze maar willen. Maar ze -kennen den grond van de zee en voelen met het lood hun weg. - -Bij het naar huis zeilen verkennen ze zich eerst aan de Doggersbank; -het hangt af van de diepte, welke zij looden, of zij Z. ten W., of -Z. ten O. naar wal sturen. Vooral bij Z. wind maken ze dat ze goed -boven 's winds van het gat blijven, en loopen dan stoutweg juist zoo -lang naar wal totdat ze land zien. - -Vooral bij mistig weder is het moeielijk om onze lage vlakke kust -aan te loopen, maar onze Pernissers doen het met alle zeilen bij, -en ze hebben geen vrees voor land voordat ze de koeten zien. Deze -vogels--die men niet met meeuwen verwarren moet--vliegen in alle -seizoenen enkel in het gezicht van de kust en laag bij het water; -ze zijn onwaardeerbare bakens voor de visschers, en behoorden door -de wet beschermd te worden, want ze zijn de vrienden, die den zeeman -waarschuwen dat hij dicht bij den wal is. - -Albert roept omlaag: "de koeten zijn gezien!" en onmiddellijk worden -de topzeilen ingenomen en loodt men den grond. Terwijl een visscher -dit doet, klinkt het "land!" en we zien het Wijkerduin, met het ronde -koepeltje op de noordzijde, flauw door den nevel heen schemeren. We -stonden vlak onder den wal in vijf vaâm water. - -Iets later zagen we de twee torens van IJmuiden, en toen de twee -torens van Egmond. - -Het bleef dik weer, doch onverschrokken liep Albert het Schulpengat -bij Den Helder binnen, het lood gaande houdend, en zich precies in -vijf vaâm water aan den wal vastklampend. - -'s Avonds om half tien waren we binnen, en reeds om tien uur was de -visch opgeslagen, om per spoor naar Duitschland te worden vervoerd. - -Straks, toen we in den kouden winternacht voor een killen wind -naar huis zeilden, hadden ze na het avondeten afscheid van mij -genomen. Terwijl ik weer in hun midden zat in het enge berookte -scheepsruim, hadden zij allen eerbiedig den ouden zuidwester van -het hoofd genomen, want de oude grijze visscher had hun voorgesteld, -om met het oog op mijn aanstaand vertrek naar Indië, een paar verzen -uit Psalm 33 mij toe te zingen. Zonder eenig vertoon deden ze dit, -en de zware mannenstemmen hieven een "de profundis" aan, dat mij -'t oog omhoog deed slaan. - - - 't Is God, aan tijd noch plaats verbonden, - Wiens toezicht over alles gaat; - Die 't harte vormt en kan doorgronden, - Die aller werken gadeslaat. - Schilden, bogen, dolken, - Dappere oorlogswolken, - Wijsheid, moed noch kracht, - Kunnen ooit in 't strijden - Eenig vorst bevrijden, - Zonder 's Heeren macht. - - Laat ons alom zijn lof ontvouwen: - In Hem verblijdt zich ons gemoed, - Omdat wij op zijn naam vertrouwen, - Dien naam zoo heilig, groot en goed. - Want de Heer der heeren - Doet ons triomfeeren, - Hij, geducht in macht, - Slaat elk gunstig gade, - Die op zijn genade - In benauwdheid wacht. - - -Mij had die psalm, door de trouwe kinderen der zee een nieuwen vriend -toegezongen, meer goed gedaan dan ik zeggen kan. Het moedgevend -lofgezang van hen die werken zal zegevieren op het doffe gebrom der -klagers die niets doen, dacht ik. - -Toen de Castor lag vastgemeerd, kwamen ze allen, van Albert tot en met -kleinen Jan, mij uitgeleide doen, en ik nam afscheid van deze vrienden, -die ik nooit vergeten zal. Albert beloofde, na zijn terugkeer van -den volgenden tocht, een dag te Voorburg bij mijn moeder aan huis te -komen doorbrengen--wat hij ook deed--en ik schudde hen allen de hand, -terwijl ik de hoop uitdrukte hen weder te zien, en nog eens zulk een -heerlijken wintertocht met hen te maken, als ik over enkele jaren -uit Indië terugkwam. - -"Dan kom ik er een paar van jelui pressen om meê te gaan naar -de Noordpool!" zeide ik lachend, doch ernstig klonk het antwoord: -"Hoor eens, luitenant, als er oorlog komt, en je hebt ons noodig, en -jij wil ons aanvoeren, dan gaan we met je meê op een kanonneerboot, -net als vader in 1830 deed onder Overste de Raad!" - -En ze gaven me nog eens de hand, en ik erken dat ik aangedaan was -en mij trotsch voelde op onze Hollandsche visschers, dat zeelui -zijn naar het hart van De Ruyter. God zegen' u, moedige, eenvoudige -mannen! Zoolang het vaderland jongens heeft als gij, moet alles -goed gaan! - - - - - - - - -XIV. - -LAATSTE MAANDEN. - - -Kort na zijn terugkeer van de vischgronden vertrok Beynen naar -Indië. Ik deed hem uitgeleide tot Southampton. Te Nieuwediep, -waar hij afscheid nam van zijn vriend De Bruyne en de officieren -van het Wachtschip, ontving hij bij het uitstoomen van de haven -dien hartelijken afscheidsgroet van schipper Albert Koster en zijn -Pernissers, waarvan ik in de inleiding gewag maakte. Te Southampton -bleef de Koning der Nederlanden twee dagen liggen, en Beynen ging -met mij mede naar het liefelijke Bournemouth, waar wij bij vrienden -logeerden. Door de dennenbosschen, die zich op de cliffs langs de -zee uitstrekken, maakten we heerlijke wandelingen. Met het uitzicht -op de zee, welke hij lief had, stortte hij zijn hart uit, en mijn -geheele leven zal ik mij die laatste gesprekken met hem herinneren, -waarin hij zulke frissche, echt Nederlandsche idealen voorhield aan -hen wien zijn vertrek zeer ter harte ging, daar ze door de aanraking -met dien jeugdigen heldengeest steeds werden opgebeurd en versterkt. - -In 't zicht van Kaap St. Vincent schreef hij aan boord van de Koning -der Nederlanden: - -"'t Is de eerste rustige dag aan boord. De harde tegenwinden schijnen -er nu eindelijk in te willen berusten dat zoovele jonge menschen -voor geruimen tijd het geliefde vaderland vaarwel zeggen, en de wind -doet thans zijn best om hun leed zooveel mogelijk te verzachten, -door zijn heerlijk versterkend koeltje, dat hun toefluistert hoe -de van licht tintelende Spaansche zee slechts een flauw denkbeeld -vermag te geven van de tinten in het land der zon en der kleuren, -dat gedurende eenige jaren hun het levensgeluk verschaffen moet dat -het vaderland hun ontzegde. - -"Aan stuurboord hebben we een meeliggende bark, aan bakboord de eeuwig -gedenkwaardige kaap St. Vincent. - -"'t Is nu tien uur 's morgens en van zes uur af heb ik het reeds -heerlijk gehad. Toen ik op het dek kwam, kleurde de opkomende zon nog -het oostelijk luchtgewelf en bescheen de witgebleekte zeilen van een -tegenliggend schoenertje, dat als twee druppels water, op de Willem -Barents geleek. Nimmer zag ik zulk een sprekende gelijkenis. Ik waande -te droomen. Hetzelfde kleine sierlijke zwartgeverwde scheepje met -het bekende roode lijstje. Hetzelfde tuig, dezelfde korte stengen, -gaffel, topzeilen en looze breêfok; inderdaad alleen de Hollandsche -driekleur ontbrak om de begoocheling volkomen te doen zijn. - -"Het was een vriendelijke morgengroet, en ik besloot dadelijk dat -deze dag de eerste zou zijn, dat ik mij het genoegen ging verschaffen -aan u te schrijven. ... Heden eindigde ik het mij door den heer -Heemskerk geschonken Life of Nelson door Southey. De lezing heeft -mij buitengewoon veel genoegen gedaan en ik hoop er veel uit geleerd -te hebben. Ik kan mij nu Nelson voorstellen zoowel van zijn goede als -van zijn slechte zijde, en daarvan is het gevolg dat ik hem thans diep -beklaag. Die lauweren en eerbewijzen moeten hem zwaarder zijn gevallen, -naarmate hij zich zelf minder eerbiedwaardig gevoelde. Zijn gedrag -met Lady Hamilton moet al zijn levensvreugde vergald hebben. Voor -geen geld ter wereld wilde ik zulk een loopbaan beleven. Hoe vreemd -dat Nelson met één arm en één oog zoo hartstochtelijk bemind werd -door zulk een schoone vrouw. Wat mij het meeste trof, was te lezen hoe -zwak zijn gestel altijd geweest was, en hoe hij te kampen had met zijn -"rotten carcass" (gelijk hij zich uitdrukte) in dagen van rustelooze -spanning en onovertroffen moeielijkheden en teleurstellingen. Welk -een grooten geest en heldere ziel moet hij gehad hebben om Aboukir, -Kopenhagen en Trafalgar te kunnen beleven, met zulk een teedere, -door tal van wonden geschokte gezondheid. Het beminnelijkste in hem -vind ik zijn zuivere vaderlandsliefde, welke hij zoo herhaaldelijk -bewees door in hachelijke omstandigheden alleen zoodanig te handelen -als hij geloofde dat in het waarachtig belang van Engeland was, ook -al waren zijn orders met zijn inzichten in strijd. Meermalen--ik zou -bijna zeggen meestal--heeft Nelson gehandeld tegen de bevelen der -admiraliteit! Bewonderenswaardig zijn ook zijn doodsverachting en -zijn vasthoudendheid aan een eenmaal genomen besluit. - -"Gedurende de blokkade van Toulon in 1803 tot 1805, ging hij in -twee jaar nimmer van boord, en in twee en een half jaar zette hij -den voet niet aan wal. Ik weet nu wel wie niet mopperen zal, ook al -moest hij acht maanden voor Atjeh kruisen zonder ooit te Singapore -aan wal te gaan! - -"Ik ga nu Servitude et grandeur militaire van De Vigny lezen." - - - -Te Batavia werd Beynen op het wachtschip Zr. Ms. fregat Zeeland -geplaatst, met welk schip hij reeds zoo veel doorstaan had. Den 31sten -Mei schreef hij ons van boord: "Sedert mijn laatsten brief aan u heb -ik trouw hier aan boord gezeten, daar de overplaatsing van drie der -luitenants mij noodzaakte dubbelen dienst te doen, waarvoor men niet -één zeemanseigenschap behoeft te hebben, behalve oplettendheid, doch -die mij druk bezig hield. Ik wordt echter gesteund door de gedachte -dat het verblijf hier aan boord slechts een tijdelijke overgang is. - -"Mijne pogingen om het mindere zeevolk te leeren kennen, door in -hun dagelijksche zijn en denken door te dringen, zijn niet gelukkig -geslaagd. Integendeel, meer en meer zie ik de moeielijkheden in om -den stand--waarmede ik geheel mijn leven hoop te arbeiden in 't belang -van het vaderland--van nabij te leeren kennen. Bedenkelijk groot is de -kloof, welke officieren van minderen scheidt. Er wordt zoo weinig acht -geslagen op de denkwijze, de behoeften en opvattingen van hen die vóór -den mast zijn. Met wantrouwen worden de bevelen ontvangen en humane -behandeling wordt vaak aan zwakheid of eigenbelang toegeschreven. - -"Nu is het echter waar dat men op een wachtschip, waar het personeel -steeds verandert, den toestand van de ongunstige zijde leert kennen, -en ik vertrouw betere gegevens te verzamelen, als ik maar eenmaal weer -het dek betreedt van een tenminste niet altijd ten anker liggend schip. - -"Inderdaad, sedert mijn vischtocht op de Noordzee met de Pernisser -beugvisschers van de Castor heb ik niet meer gezeild, en ik begin -een onbestemd heimweê te gevoelen naar sierlijk zwellende zeilen, -naar het huilen van den wind door het tuig en het klotsen van het -schuimend boegwater tegen boord. - -"Eén troost voor mij is het besef, dat ik een lotgenoot heb in -het schip waarop ik de eer heb te dienen, want telkens als ik dit -edele fregat, bij het doorkomen der zeebries, onrustig en gejaagd -aan het anker voel rukken, dat het voor de rest zijner dagen aan -deze reede zal kluisteren, is het mij of wij beiden bezield worden -door hetzelfde smachtende verlangen, om weder even als voorheen, -den storm en den rukwind ten prijs, te zwalken over de groote zee, -langs kusten en stranden. - -"Wij beiden--het heerlijke oude fregat en ik--zijn oude kennissen en -bleven trouwe vrienden. Bijna twee jaar lang doorleefden wij lief en -leed in belangrijke dagen. Ieder hoekje in het schip is mij bekend, -ieder plekje herinnert mij aan een of andere gebeurtenis tijdens ons -varen in de Middellandsche Zee of uit de maanden dat ik hier aan boord -diende bij de blokkade van Atjeh. Welk een vreugde heb ik hier aan -boord doorleefd in de onbezorgde dagen van ons verblijf te Gibraltar, -Malta en Suez, welk een ontberingen maanden lang lachend verdragen -in den tijd van den kwaden mousson op de kust van Atjeh! Wat heb ik -er een verdriet gekend, toen ik, door de moerasdampen van den vasten -wal vergiftigd, langzaam aan boord wegkwijnde, en hersenkoorts had -terwijl er aan wal nog te vechten viel. - -"Hier aan boord deed ik mijn eerste wacht als officier; hier aan boord -bleef ik dagen lang van de buitenwereld afgezonderd, toen de akelige -cholera haar zwarte banier ook aan onze masttoppen had geheschen! Het -was hier aan boord dat ik den 9den December 1873 de eer had om, -op last van den vlootvoogd, eigenhandig de roode vlag te hijschen, -die door tal van scherpe schoten begroet, het bloedig sein gaf tot -den aanvang der 2de Atjehsche expeditie. - -"Wij hebben dus veel samen doorleefd en ik ben hartelijk aan dit -schip gehecht, en wanneer ik bedenk hoe het nimmer weer onder den druk -zijner zeilen, trillend van genot, de golven zal klieven als voorheen, -dan bedroeft het mij dat ik het niet hoopvol toe mag fluisteren: - - - Hoezee! de frissche landwind ruischt - Van Java's bergen neêr; - Het zeildoek zwelt, de golfslag bruischt - En lachend wenkt het meer. - Het koeltje strijkt uw wimpel glad, - Die heenwijst naar het Noord, - En zweept, van 't blanke schuim omspat - Uw vluggen bodem voort. - Ja welkom! welkom! Oceaan - Die 't wereldrond omspant! - Gij voert mij langs uw vrije baan, - Naar 't dierbaar Vaderland! - - -"O, werkelijk! ik zit hier door de groote zijpoorten van 's morgens -vroeg tot aan zonsondergang te turen naar de blanke zeiltjes der -inlandsche visschers, die ik tot in het diepst van mijn hart benijd, -en ik zou hier op de reede, evenals mijn vriend het statige fregat, -ver van huis langzaam wegkwijnen, had ik geen krachtig, opwekkend -palliatief gevonden in het bestudeeren van de geschiedenis onzer -zeehelden. Heerlijk en veredelend is het genoegen in gedachten -te verkeeren met die groote zielen uit ons volk. Met welke reine -vreugde heb ik van A tot Z het dikke foliant bestudeerd, waarin -Brandt ons het leven van De Ruiter schetst. Voor het eerst heb ik -mij nu dien indrukwekkend edelen grijsaard geheel naar waarheid voor -den geest kunnen halen, en voor altijd zal dat beeld in mijn hart -onuitwischbaar blijven. Welk een man, die in meer dan 40 gevechten -en 15 groote zeeslagen (bij zeven van welke hij het opperbevel -voerde) toonde dat hij rustigen moed kon paren aan beleidvolle -voorzichtigheid. Voortvarendheid, zorgvol beleid en vaderlijke -gestrengheid maakten dat ieder op hem vertrouwde, terwijl zijn oprechte -zedigheid, warme vaderlandsliefde en innige godsvrucht aller eerbied -en achting afdwong. - -"Hij wenschte eer en vrijheid van rechten voor zijn land, maar was tot -in het diepst zijns harten afkeerig van persoonlijke roem en glorie, -die hem slechts benijders en dientengevolge leed en verdrietelijkheid -kon bezorgen. - -"Na 58 jaren ter zee te hebben gevaren, sneuvelde hij op 70-jarigen -leeftijd. Hij was zooals zijn tijdgenooten hem noemden: "de hand die -de maat sloeg in de grove muziek van duizende kartouwen." - -"Ook leert mij het voorbeeld van dezen edelen held opnieuw, hoe op -zee levende strijdkrachten in een groot gevecht meer gewicht in de -schaal leggen dan het aantal schepen en het kaliber der kanonnen, -want hoe is het anders mogelijk dat 's lands vloot, dat het zoo -eigenaardig genoemde "kleine hoopje", in één jaar tot drie keer toe de -zooveel talrijker vloten en zwaarder uitgeruste schepen van Frankrijk -en Engeland versloeg, als wij de reden daarvan niet zoeken in het -gehalte der kundige aanvoerders en der bevaren, in de ijsvaart geharde -bemanningen. Ook De Ruiter leerde varen en dulden in de IJszee. Tot -vijf keer trok hij naar het Noorden in een Groenlandvaarder! - -"Welk een school tot vorming van flink en ervaren zeevolk bezat men -in die dagen! - - - Doch voorbij zijn die dagen van glorie en glans, - Onze leeuw is geen koningsleeuw meer, - Onze vlag beurt nog fier hare kleuren ten trans, - Maar ze beurt haar in engere sfeer! - Onze stem klinkt niet langer langs vlakten en zee, - Door de Ruiters en Trompen gevoerd; - Onze vloot ligt meest rustig op veilige reê, - Door de kabels der onmacht gesnoerd. - - -"O! lieve vrienden, wat verlang ik soms schrikkelijk naar de dagen toen -ik met een schoener benoorden Spitsbergen en Nova Zembla voer! Daar -moet de zeemacht de geestkracht herwinnen, welke ze soms verliest in -het Capua van Indië. - -"We moeten op zee! We moeten varen! dan alleen komen wij aan het -Behouden Huis." - -Dus kwamen er met elke mail hartelijke brieven van hem, die zijn -vrienden des te meer verheugden, omdat wij allen door den invloed -van het indische klimaat op hem bevreesd waren. Kenschetsend is een -zijner laatste brieven uit Batavia, eer hij met de Macasser Borneo -ging omzeilen. - -"Ik ontving een menigte brieven van Holland en Engeland. Zij -bevatten een potpourri van verschillende wijzen van levensopvatting -en levensinzichten. Het meeste vereenigde ik mij met den raad van -mijne lieve moeder, die mij schreef om in Indië toch met ernst alles -te doen wat mijn hand vond om te doen. Ik moest het werk zelf niet -te veel opzoeken, want dit bracht vanzelf mede, dat ik mij op den -voorgrond plaatste en opnieuw in het oog viel. - -"Moeder heeft gelijk. Ik voel daartoe minder dan ooit neiging. Het -worden van een klein "publiek persoonlijkheidje" is vooral op mijn -leeftijd een uiterst vermoeiend en onrustig bestaan, dat zijne -voldoening medebrengt, welke zeker groot is, maar ten koste van een -rustig, vroolijk en gelukkig leven. - -"Men draagt altijd het gevoel met zich van groote verantwoordelijkheid, -van een moeielijken plicht te moeten vervullen, welk bewustzijn -ons zenuwachtig voortstuwt. Men denkt steeds aan wat men zijn -land verschuldigd is, en vreest tevens anderen in den weg te -treden. Napoleon I zeide eens over dat gevoel van verantwoordelijkheid: -"Cela dépend du caractère des gens. Quand ils ont le courage comme -moi de mettre la main à tout, ma foi! ils font le diable. Que -voulez-vous? Il faut trouver sa place et faire son trou. Moi! j'ai -fait le mien comme un boulet de canon. Tant pis pour ceux qui étaient -devant moi!" - -"Bah!" zulk eene handelwijze laat ik gaarne aan anderen over, en als -ik blijf denken zooals ik nu doe, dan zal ik mij alleen getroosten -op den voorgrond te treden, wanneer ik innig overtuigd ben, dat zulks -in het waarachtig belang is van Koning en Vaderland. - -"Moge ik mij bij deze zienswijze steeds gelukkig blijven gevoelen! - -"Moeder hoopt dat zoo voor mij, en raadde mij aan in haar brief: - - - Beveel gerust uw wegen, - Al wat u 't harte deert, - Der trouwe hoede en zegen - Van Hem, die 't al regeert; - Laat Hem besturen, waken; - 't Is wijsheid wat Hij doet, - Zóó zal Hij alles maken - Dat ge u verwondren moet, - Als Hij, die alle macht heeft, - Met wonder groot beleid - Geheel het werk volbracht heeft, - Waarom gij thans nog schreit. - - -"Schrijf mij toch vooral hoe of het verder met de Nederlandsche -poolvaart gaat. Er is niets ter wereld wat mij meer belang -inboezemt. Ik heb aan een mijner vrienden nog eens geschreven, -en hem uit het diepst van mijn hart verzocht, toch nimmer aan de -levensvatbaarheid te twijfelen der beweging, maar altijd ernstig -zich te blijven wijden aan de voortzetting der zaak, welke ons land -ten goede zal komen. Wanneer men slechts moedig blijft volhouden, -moeten de Nederlandsche poolreizen meer populair worden." - - - -Kort nadat hij dezen brief geschreven had ging hij op Zr. Ms. Macasser -naar Borneo. Met zijn kommandant baron van Verschuer had hij vroeger -in Arnhem reeds kennis gemaakt aan huis van diens broeder, in wiens -geestdrift voor de Poolzeetochten en sympathie voor Beynen's streven -deze wakkere zeeofficier hartelijk deelde. - -Met veel waardeering schreef Beynen ons over zijn medeofficieren en -alles beloofde hem een belangrijken tocht om Borneo, doch voortdurende -aandrang van bloed naar het hoofd, en "het snel verminderen van zijn -oogen" waarover hij klaagde, maakten dat wij zeer bevreesd waren dat -zijn kwaal, aandoening der hersenvliezen, zou terugkeeren. - -Hij--die niet licht klaagde--sprak de vrees uit ongeschikt te worden -voor 't werk op zee. Hij riep geen geneeskundige hulp in, omdat hij -niet kon omschrijven wat hij gevoelde, en "geen drukte wilde maken," -doch mij schreef hij dat hij een paar brillen had medegenomen op de -Macasser, omdat zijn oogen hem soms geheel in den steek lieten. Den -25sten September schreef hij mij nog een brief van Laboean-eiland, -op Borneo's Noordkust. - -"Te Soerabaya beletten mij de verschillende drukten, welke het met -spoed gereed maken van een oorlogschip steeds vergezellen, om u -beiden eerder eenig bericht te zenden, doch op het eerste rustpunt -onzer reis haast ik mij u te doen weten, welk een belangrijke reis ik -ondernam. Van kolonel Jansen--wien ik trouw schrijf--zult ge zeker -vernomen hebben, hoe ik aan boord van het stoomschip Macasser met -een aangenaam stelletje officieren een hoogst interessante reis rond -Borneo maak. - -"Ieder aan boord doet zijn best er een waar modeloorlogscheepje van -te maken, en ik geloof dan ook dat het overal een goed figuur zal -slaan. Het meest bevalt mij het moeielijke der navigatie in deze -streken, waaronder vooral begrepen moet worden de riviervaart, welke -bij herhaling voorkwam. - -"Tot nu toe bezochten wij Kuching, dat een 8 mijl Serawak op ligt, -Laboean, en de kampong Broenei, het verblijf van den 90-jarigen sultan -van Broenei, dat ook een heel eind binnen 's lands is gelegen. Beide -rivieren, maar vooral de Broenei, zijn indrukwekkend schoon, en daar -ik behalve Atjeh nog weinig van Indië gezien had, geniet ik volop -van al het schoone dat moeder natuur ons te genieten geeft. Te -Serawak of Kuching bleven wij vier dagen, maakten kennis met het -Engelsche personeel in dienst van Rajah Brooke, en ontvingen en gaven -genoegelijk feesten. - -"Te Broenei was het echter veel belangwekkender. Dáár waar de schoone -rivier zich had verbreed tot een door hooge bergen omringd binnenmeer -was de groote kampong Broenei, dat eeuwenlang zoo beruchte rooversnest, -midden in het water op palen gebouwd. Het is een tropisch Venetië, -dat prachtige, schilderachtige gezichtspunten aanbood. De Macassar -lag midden tusschen de huizen, en als het ware op de groote markt -of passar van den kampong, en bij honderden tellen wij de sampans -met nieuwsgierigen gevuld, die het schip steeds omgaven. De sultan, -die veel op de portretten van wijlen Paus Pius IX gelijkt, beweerde -dat er nog nimmer een Hollandsch oorlogschip in zijn rijk gekomen was. - -Wij lagen vlak voor zijn paleis of Astana en maakten hem behoorlijk -onze opwachting. 's Avonds hield ik er van, om geheel alleen in -de vlet door den kampong te gaan rondzwerven, wat zeer eigenaardig -was bij helder maanlicht. Hoewel de bevolking ons min of meer met -wantrouwen bejegende, kregen wij toch twee koebeesten en tal van -vruchten van den sultan ten geschenke. Uit de bovenlanden kwamen -tal van onafhankelijke Dajakkers, die nog menscheneters zijn, met -schuitjes de rivier afzakken om het oorlogschip te zien. - -"De rivier was vooral aan de monding zeer moeilijk te bevaren, doch de -kommandant wist zijn schip behouden op de reede van Laboean te brengen, -waar het 's nachts evenwel zoo met rukwinden buit, dat wij reeds tot -twee keer toe van de ankers geslagen zijn. Hoe verder wij komen des -te onbekender en interessanter wordt het. We zeilen veel, en ik hoop -nu maar, dat wij ook wat ontmoetingen zullen hebben met zeeroovers, -want dat is juist een soort van actie die ik gaarne zou beleven." - -De brief eindigde met deze woorden: "Vooral de laatste dagen heb ik -veel aan onze koene Poolvaarders gedacht. Ik schreef van hier aan -ons beider vriend De Bruyne, en zond hem mijn warmsten welkomstgroet, -welken hij ontvangen zal bij zijn terugkeer in het vaderland. - -"God geve dat hun wakker pogen nu maar niet beloond worde doordien -men deze tochten naar het Noorden opgeeft, welke in zoo ruimen kring -vaderland en koning ten goede komen!" - -Dit was zijn laatste woord aan ons. Moge het een echo vinden in -Nederland, opdat zijn wensch vervuld worde, en door de samenwerking -van regeering en burgers die heerlijke oefenschool van het Noorden -geopend blijve, ten voordeele van wetenschap, zeemansgeest en -ondernemingszucht, ter eere van het vaderland. - -En wij gelooven zeker dat dit geschieden zal. De geestdrift van -den onzelfzuchtigen ridder ter zee heeft vuur gewekt in de harten, -en wat hij gepoogd heeft is verwezenlijkt. De beweging door hem -begonnen, droeg schoone vruchten, en de vrienden, die hij liefhad, -"de koene poolvaarders" van wie zijn laatste woorden gewagen, hebben -de oude vlag roemrijk in het Noorden gehandhaafd. De Barents heeft -een tweede reis gemaakt naar het Noorden, en een schitterend succes -behaald [13] met den tocht naar Frans Jozef's-land, dat nog nooit -door een zeilschip bereikt was. - -Juist toen wij uitrekenden dat Beynen in Indië verblijd zou worden -met het bericht van deze overwinning, kwam de ontzettende tijding -van zijn dood. Hij had het bericht van het welslagen van den tocht -niet meer vernomen. - -Nadat het schip Laboean verlaten had, werd hij--die uiterst prikkelbaar -en licht geraakt was geworden--meer en meer opvliegend. Hij was -opgewonden en kon geen rust vinden. Te Macassar schijnt vermoeienis in -de felle zon de aandoening der hersenvliezen, welke door overspanning -en overwerken in Nederland begonnen was, verergerd te hebben en in -ontsteking te hebben doen overgaan, gelijk na zijn dood gebleken -is. Hij kon niet meer geregeld denken, en toen op een avond de kwaal -erger werd, benam hij zich het leven. Een pistoolschot klonk, en -Beynen was niet meer. - -Hij had zijn denkkracht opgeofferd aan zijn land. - -Het schip lag te Macassar op de reede, naast Zr. Ms. Banka, en de -officieren van beide schepen zorgden dat de begrafenis van den jongen -zeeofficier plechtig en met luister plaats had. Alle hooge autoriteiten -waren er bij tegenwoordig, terwijl de militaire kommandant de muziek -van het bataljon aan den stoet had laten voorafgaan. Aan het graf werd -door den luitenant ter zee Jansen, een tijdgenoot en vriend van Beynen, -in hartelijke taal geschetst hoe groote en heerlijke verdiensten -hij had, en een schets gegeven van zijn leven en streven tot eer van -het vaderland, waarna de staf-kommandant kapitein-luitenant Bijl de -Vroe de aanwezigen bedankte voor hun deelneming in het verlies dat -de marine geleden had door den dood van dezen jongen officier. - -Op het graf is door het état-mayor van de Macassar voorloopig een -eenvoudige gedenksteen geplaatst, waarvan het onderhoud door baron -van Verschuer aan het station-schip is opgedragen. - -Toen de mare van zijn dood in Amsterdam bekend werd, voerde men -op het Caecilia-concert de derde symphonie van Beethoven uit, en ik -weet dat de treurtonen van de marche funèbre menigeen aan Beynen deden -denken. En dit te recht, want Beethoven heeft die symphonie gedicht ter -eere van een edel mensch; en zoo iets aan Beynen waardig herinnert, -dan is het die treurmarsch, waarvan de doffe doodsgalm onmerkbaar -overgaat in een lied van liefde en hoop en heerlijke verheffing. - -En wat is het slotaccoord der symphonie, als men den ridderlijken -jongen man herdenkt? Een gedicht van Longfellow, door mijn vriend -C. Honigh voor mij vertaald, moge het aangeven: - - - Op IJsland's eenzaam onherbergzaam strand - Doolde eens de zanger. Stil, als in gebede, - Zon hij er op een slotaccoord, waarmede - Hij 't boek kon eind'gen, rustend in zijn hand. - - De meeuw verliet in cirkelvlucht de reede, - De golven ploegden voren in het zand, - Nog blonk soms 't avondrood op zee en land, - Schoon reeds der wolken schaduw zich verbreedde. - - Daar spoelde een riem aan, waar de dichter stond, - Gebroken wel, maar 't opschrift was gebleven: - "Toen 'k werkte aan u, was ik vaak moede en mat." - - 't Was hem als een, die 't lang verloorne vond; - Hij heeft in 't boek als slotwoord 't opgeschreven, - En wierp de pen weg die geen nut meer had. - - -Ja, de riem waarmede hij roeide, en waaraan hij met stalen volharding -en heerlijke geestdrift werkte op de stormachtige zeeën en in de woeste -branding, is ten laatste gebroken;--ja, de hersens die slechts tot ééne -gedachte zich inspanden: de toekomst der Nederlandsche marine;--ja, -het hart, het reine, zelfopofferende hart, waarmede hij zijn land zoo -innig beminde,--dat ik soms geneigd was met Vondel's woorden hem toe -te roepen: - - - "Hebt ge Holland dan gedragen onder 't hart!"-- - - -ze zijn ten laatste bezweken. Hij had in korten tijd te veel gevergd -van hart en hoofd. - -De riem, waaraan de jonge zeeridder met het leeuwenhart zwoegde, -is gebroken. God nam hem tot zich, en, gelooft ons, zijne vrienden, -die hem beschouwden als een dierbaren broeder, die hem liefhadden -en vereerden, die wisten dat zijn zenuwgestel geschokt was, en hem -daarom belet hebben weder naar het Noorden te gaan, gelooft ons: zoo -ooit een jonge held, rust weigerend, op het slagveld gesneuveld is, -zijn leven verliezend uit toewijding aan zijn land, dan is Beynen -dus bezweken. In de branding is de riem in zijn handen gebroken! - -Maar zijn geest leeft voort, en, landgenooten, gij allen kunt helpen, -om dien voort te laten leven in Nederland. - -Zie, de geestdrift van hen, die tehuis zitten, terwijl de Beynens en -Schuylenburgen voor het land hun hartebloed geven, is goedkoop genoeg, -en kan het gevolg zijn van een oogenblikkelijke opwinding; één woord -van een man, die door daden mocht toonen hoe lief hij zijn land heeft, -vermag honderdmaal meer, maar wij kunnen allen slechts roeien met -de riemen, waarover wij beschikken. Laat hen, die kunnen schrijven, -dan schrijven! die kunnen varen, van wal steken! die offers kunnen -brengen op het altaar van het vaderland, hun zilver of goud geven! - -Ieder werke mede met de kracht, waarover hij beschikt, tot eer van -het land! - -Ik kan niet zeggen hoe dankbaar ik zou wezen, indien er twintig, -indien er tien, indien er vijf van de lezers van dit leven van -Beynen--die tot nog toe niets deden--voortaan wilden medewerken om -voor de marine die groote oefenschool van de IJszee, de oefenschool -van Nelson, Heemskerk en De Ruyter, open te houden. - -Telkens vraagt men nog wat het nut dier tochten is; doch als u de -argumenten niet zoo spoedig in gedachten komen, zeg dan: "Kom, laat -ons op ouderwetsche wijze nog eens gelooven op gezag; ik geloof in -het nut dier tochten voor den zeeman, omdat de Engelsche minister -van marine onlangs zeide: "de Noordpoolreizen zijn een school voor -ons zeevolk, daar ze het opvoeden in het kalme zelfvertrouwen, dat -alleen de bestrijding van gevaar kan geven." - -"Ik geloof in het nut dier tochten voor den zeeofficier, omdat -een man als Sir Henry Rawlingson verklaarde: "de tochten naar het -noorden hebben in vredestijd dien geest van onversaagdheid, van -ondernemingszucht, van zelfverloochening gekweekt en onderhouden, -welke zoo onontbeerlijk is voor een waar zeeofficier." - -"Ik geloof ten laatste in het nut dier tochten voor het vaderland, -omdat kolonel Jansen, die onze marine lief heeft en weet wat haar -ontbreekt, die tochten aanbeveelt; omdat Beynen zoo van hun nut -overtuigd was, dat hij zijn levensgeluk, zijn denkkracht en hart er -voor opofferde; omdat mannen als De Bruyne en Speelman tot twee keer -het roemrijk voorbeeld hebben gegeven; omdat luitenant Calmeyer, vol -frissche zeemansgeestdrift, ten tweeden male zich als vrijwilliger -aanbiedt; omdat luitenant Van Broekhuijzen, die het Willemskruis op -het moedige hart draagt, na in den zomer van '79 gezien te hebben -hoe groot de gevaren zijn, hoe ontzaglijk de verantwoordelijkheid -is, toch den derden wil leiden, als Nederland's volk maar het geld -geeft; omdat kloeke, jonge geleerden als de doctoren Sluyter, Lith -de Jeude, Hymans van Anrooy en Faasen, met bewonderingswaardige -toewijding, als vrijwilligers zeemansdienst deden op de Barents, -ten einde op zee kennis te vergaren; omdat de waardeering van alle -geographische genootschappen zoowel als van zoölogen en weêrkenners -toont hoeveel deze tochten reeds voor de wetenschap deden; omdat -geleerden en eenvoudige zeelieden zich om strijd aanbieden; omdat -tal van zeeofficieren er om bedelen, de eer te mogen hebben voor het -vaderland het leven te gaan wagen in de Poolzee." - -Wilt ge het nut dier tochten beseffen? - -Stelt u voor dat Zweden op het oogenblik met een machtige zeemogendheid -in oorlog was. [14] De kust is geblokkeerd door de vijandelijke vloot, -die den toegang tot de havens geheel verspert. Doch wat beduidt die -rookwolk ginds in het verschiet? Het is de Vega die terugkeert van -haar roemrijken tocht door het Noorden naar het Oosten. Nordenskjöld -ziet de vijandelijke schepen, doch hij zegt tot kapitein Pallander: -"Hijsch de Zweedsche vlag in top," en hij houdt fier en koen op de -blokkeerende vloot aan. En wat geschiedt er? Ziet, gepantserd schip, -torpedoboot en monitor, wijken links en rechts, ze maken ruim baan -voor het pionier-schip, der wetenschap....., en ze salueeren de -vijandelijke vlag! - -Die wetenschap en handel dient, is de weldoener van alle volken. - -En zegt nu niet: "Indien die tochten nuttig zijn, dan moest het land -ze zelf betalen!"--Nu betalen de vrijwilligers uit ons zeevolk ze, -en dit is schooner! Indien het land het deed, moest het op grooter -schaal geschieden, ontzaglijk veel kosten, en voor onmiddellijk -tastbaar nut dient reeds zoo veel uitgegeven te worden. Wij zorgen -er al vast voor, dat er ervaren zeelieden zullen zijn voor een -grooter schip met stoomvermogen, dat later, gelijk Beynen hoopte, -zoowel de zuidelijke als de noordelijke poolzeeën zal onderzoeken; -de regeering zal ten slotte ongetwijfeld medegaan en een jaarlijksche -kruistocht in de IJszee tot oefening der marine onontbeerlijk achten, -doch laat het volk driemaal toonen dat het offers voor het schoone -doel overheeft... driemaal is scheepsrecht! - -En weet ge, landgenooten, waarom ik het bovendien zoo gelukkig vind, -dat tot nu toe ons volk vrijwillig zijn zeelieden naar de Barentszee -zond?--Omdat dit zulk een voortreffelijken indruk maakt in den -vreemde; omdat men in het buitenland, waar men zelden van Nederland -hoort, verneemt wat we nog in het Noorden vermogen, want alle naties -stellen belang in de IJsvaart. En het doet goed om in den vreemde te -hooren zeggen, gelijk mij het geluk te beurt viel in Engeland van een -onbekende te vernemen: "Voorwaar! de Hollanders zijn niet ontaard; -ze zenden nog op kosten der burgerij vrijwilligers naar de poolzeeën; -de oude heldenaard en vaderlandsliefde zijn nog krachtig in uw roemrijk -kleine land!" - -De Nederlandsche vlag, die door vrijwilligers der marine op kosten der -burgers op den ijsschoener geheschen is, getuigt voor ons volk. Wanneer -ze wappert in de zeebries op het donkerblauwe water der Poolzee, -tusschen de blinkende ijsschotsen, dan is ze een symbool: het symbool -van ons frisch en krachtig volksbestaan, van onzen eerbied voor de -traditie, van onze hoop op de toekomst. - -En zegt nu niet: "Wat baten symbolen? Ze helpen ons niet in gevaar! er -gaat geen kracht van uit!" Want er is juist weinig, wat zulk een -reusachtige beweegkracht is, als een symbool waarin men gelooft. - -Aan hen die de tochten geen sympathie waardig achtten, omdat ze nog -geen geld hielpen verdienen en slechts een symbool zijn, zoude ik een -vraag willen herhalen, welke ik vroeger, mij woorden van Robertson -herinnerende, eens stelde: - -Waarom is het dat ginds op die breede vlakte, waar twee legers den -grooten kamp voor het vaderland strijden, ééne enkele plek vooral -onze aandacht trekt. Waarom zijn aldaar de dichte drommen van den -aanstormenden vijand reeds tot vijfmaal toe teruggeslagen? De grond -davert en dreunt van de herhaalde charges der vijandelijke huzaren; -dichtgezaaid liggen om die plek de lijken der dapperen; doch nog -steeds bliksemen de sabels der officieren, flikkeren de bajonetten -der soldaten in de zonnestralen, die, tusschen de jagende wolken van -kruitdamp door, die kleine plek bestralen. Het onophoudelijk ratelen -van het musketvuur, het donderen der zware kanonnen vermag aldaar zelfs -niet het juichen te overstemmen der bezielde helden, die vol heerlijke -geestdrift hun kostelijksten schat met hunne borst beschermen. - -Hoe onberekenbaar groot, mijn practische vriend, die het belang van -alles berekent naar het geld dat het opbrengt, moet wel de waarde zijn -van den schat, die dus door edele mannen met hun hartebloed verdedigd -wordt! Wat mag het wel wezen, dat met onweerstaanbare kracht die -dapperen ginds tot duizend heldendaden drijft? - -Het is omdat daar de vlag, de heilige driekleur van de vaderen, -geplant staat! - -Gaat nu, o practische berekenaars, naar die oude krijgers heen en -vraagt hun: waarom, mijn vrienden, stelt ge u dus in groot gevaar -voor eenige vierkante meters dunne zijde, die veel door weer en wind -geleden hebben? en ik geloof, dat gij een antwoord krijgen zoudt dat -u verbaasde. - -Het edele instinct dier bewogen gemoederen zou bewezen hebben welke -stem de ware is: de stem die zegt: deze lap bedorven zijde komt uit -een winkel en is geen geld meer waard, of de koninklijke stem van -poëzie en vaderlandsliefde, die uitroept: het is het symbool van ons -volksbestaan, het is de vlag, het zijn de kleuren van het regiment, -de roem van het leger en de eer van het land! - -Welnu, Nederlanders, dit symbool, deze vlag, deze heilige driekleur -der vaderen, is door Beynen opgeheven: hij, de onversaagde ijsloods -van de Barents, heeft haar geheschen in het midden van de streken, -door de vaderen ontdekt; hij heeft haar geplant in het midden van -het nog niet geheel heroverde kamp en hij heeft er zich op geworpen -om haar te verdedigen! - -Daar staat de vlag! Wie helpt ons haar daar handhaven, haar daar -verdedigen? - -Indien men het niet reeds doet uit dankbaarheid aan de marine, uit -liefde voor ons land,--laat men het dan doen ter herinnering aan -een jongen held, aan een hart zoo edel, rein en onzelfzuchtig als er -ooit een voor ons volk klopte.... ter herinnering aan een geestdrift, -een toewijding, die honderden heeft bezield.... - - - -Wij hebben Beynen en zijn streven herdacht; wij hebben ons den jongen -zeeridder weder voor oogen gesteld, wiens leuze de leus van Tromp was: - - - "Mijn hart en hand - Zijn voor mijn land!" - - -en dan kunnen wij slechts eindigen met een woord, dat zijn geheele -leven samenvat: - - - Groeie en bloeie de Nederlandsche Marine! - Leve het Vaderland! - - - - - - - - -BIJLAGEN. - -I. - -HET LIED VAN DE BARENTS. - - -Er was een soldatenlied: "Naar Atjeh! naar Atjeh!" dat Beynen -dikwijls zong en aan mijn kinderen leerde. Wie het gedicht heeft, -en wien de zangwijze te danken is, heb ik niet te weten kunnen -komen. Op die melodie, en gebruik makende van enkele uitdrukkingen -in dat soldatenlied, schreef ik ter zijner herinnering "Het lied van -de Barents." - - - Tot twee keer gaat Beynen met Young om de Noord, - En "Tromp" noemt bewond'rend hem ieder aan boord. - "O! makkers, oud Holland's vlag ligt hier ter neêr! bis. - "Wie ontplooit haar met mij op een ijsschoener weer! - - "Naar 't Noorden, naar 't Noorden, heel d' aard zal het zien, - "Wat Holland, oud Holland nog 't hoofd durft te biên, - "Hoe 't volk aan verleden en toekomst gehecht, bis. - "Geen gevaren ontziet voor zijn eer en zijn recht! - - "Ja, Neêrland! uw zeelui beminnen 't gevaar, - "In d' ijszee gehard valt geen taak hun ooit zwaar; - "En kost het ook velen, wij geven als rouw bis. - "Hun het ridderlijk grafschrift: Beleid, Moed en Trouw!" - - Zijn jonge stem trilt wijl naar 't Noorden hij wijst, - Zijn geestdrift wekt vuur, en een heldenschaar rijst; - De Barents zeilt weg, Holland's vlag wappert grootsch, bis. - "Om de Noord!" roept de Bruyne, "met Beynen als loods!" - - De Barents breekt nu door het ijs keer op keer, - Want Beynen wees Neêrland het strijdperk der eer; - Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint, bis. - En wij minnen eens 't land zoo als hij 't heeft bemind! - - - - -II. - -HET WETENSCHAPPELIJK NUT. - -Nu wij voor nieuwe tochten--mocht het zijn op een zeilschip met -stoomvermogen--het geld en de sympathie van onze landgenooten komen -vragen, mogen we met dankbaarheid getuigen dat het kleine poolschip -de aanmoedigende eerbewijzen welke de hoofdstad van het vaderland -het bij zijn eerst vertrek bracht, ruim verdiend heeft. Mag ik in -enkele woorden er aan herinneren wat de Barents voor de wetenschap -gedaan heeft? Ik weet wel dat menige gemoedelijke natuur, die niet -ontstemd zou zijn zoo al die ijver enkel traan en hoopen glimmend -robbenvel betrof, zucht: "Och die wetenschap! wat zijn de tijden toch -veranderd!" 't Is zeker, tijden en omstandigheden veranderen, en wij -met hen, want elke tijd heeft eigen eischen. Eerst toog men naar het -Noorden en zocht nieuwe handelswegen naar de Oost. Toen men op deze -reizen links en rechts de waterstralen op zag spuiten, die aan den -zeeman toonden hoe vischrijk 't Noorden was, togen groote vloten met -Neêrland's vlag in top naar Groenland, Spitsbergen en Jan Mayeneiland -heen en bloeide Smeerenburg. Toen de gejaagde walvisch zich terugtrok -in het ijs, volgde men moedig 't groote dier en maakte tochten op met -ijs bedekte zeeën, en weldra werd het de eer wie 't verste Noordwaarts -trekken kon. In onzen tijd doet voor het eerst de wetenschap zich -gelden, en zijn streven is toch voorwaar niet het minst edele van de -vier. Men wist vóór de reizen van de Willem Barents niet veel meer van -de Barentszee dan dat er ondoordringbaar ijs in het Noorden dier zee -lag, op welker ijsschollen de stoomboot Tegethoff werd rondgevoerd -om op Frans-Joseph-eiland te stranden. [15] Alles wat uit deze zee -werd medegebracht door de Barents is nieuw en heeft wetenschappelijke -waarde. Wij kennen nu door menigvuldige loodingen overal de diepte en -den grond. De meteorologische waarnemingen zijn trouw en aanhoudend -gedaan, doch deze moeten natuurlijk jaren achtereen herhaald worden -eer ze belangrijke uitkomsten kunnen geven. - -De observaties van zoutgehalte en temperatuur der zee van de -oppervlakte tot den bodem, hebben ons de stroomen leeren kennen. Men -weet thans dat de golfstroom zich over een groot gedeelte der -Barentszee uitbreidt, zijn warmte afgevende bij de ijsgrenzen, die -daardoor tijdens den zomer meer en meer naar het Noorden gedrongen -worden. Het warme water bevindt zich alleen aan de oppervlakte -in een ondiepe laag, die dunner wordt naarmate de stroom zich -meer uitstrekt. Het is voor het eerst gebleken dat de golfstroom -in de Barentszee niet ver om de Noord dringt. Men heeft enkele -kapen sterrekundig kunnen bepalen, de kaart van Frans-Joseph-land -gewijzigd, een paar nieuwe kapen namen gegeven en baaien opgenomen -en in kaart gebracht. Men heeft honderde grondsoorten uit de diepten -der zee opgehaald, te Leiden aan de geleerden ter hand gesteld; -de verzamelingen van de zoölogen hebben veel nieuws opgeleverd. Men -heeft kunnen waarnemen dat sedert 1840 op verschillende plaatsen de -horizontale intensiteit van de magneetnaald is toegenomen op andere -verminderd, en de magnetische waarnemingen worden zoo belangrijk -geacht, dat men ze te Hamburg gebruikt bij het samenstellen van eene -magnetische kaart der geheele wereld. Men heeft de belangwekkende -ontdekking gedaan, dat de schepen die verleden zomer te vergeefs -hebben gepoogd de Jenisei en de noordelijke Russische riviermonden -te bereiken, dit benoorden Nova Zembla hadden kunnen doen. Als de -eene weg versperd is door het ijs, is bijna zeker de andere open. - -De tocht naar Frans-Joseph-land heeft nieuw terrein aangewezen voor -de Noorsche visschers. Bij de komst van de Barents in Noorwegen -werd met belangstelling geïnformeerd naar het aantal walrussen en -zeehonden door de officieren gezien, en verschillende walrusjagers -zullen hiervan dezen zomer partij trekken. - -Eindelijk heeft de tocht van de Barents Engeland's eerzucht gewekt -en zullen wij spoedig in de Barentszee een zeer gewenschten en zeer -noodigen mededinger en bondgenoot krijgen. - -De Engelsche admiraal MacClintock, de beroemdste aller nu levende -Noordpoolvaarders, heeft een paar weken geleden in de vergadering van -het Engelsche aardrijkskundig genootschap betuigt: "dat niets zoozeer -de kennis der poolzeeën vermeerdert als het geduldig, systematisch -onderzoek der Nederlandsche zeelieden, wien het genootschap bij deze -betuigt dat het zich verheugt in het succes dat zij met zoo geringe -middelen hebben verkregen, waarvoor ze hun dank zegt, en eert." - -Landgenooten, ge ziet dus dat het wetenschappelijk nut dier tochten -groot is. En op hun eigenaardig belang voor een handeldrijvend -volk heeft prof. Kan, in zijn studie over L. R. Koolemans Beynen, -de aandacht gevestigd toen hij zeide: "Welk een voordeel handel en -scheepvaart van 't onderzoek der arctische gewesten konden plukken, -bleek volgens Beynen uit het vinden van den nieuwen handelsweg, -door prof. Nordenskjöld naar de monding van de Ob en Jenisei geopend, -een weg, waarvan Nederland z. i. zeker niet minder dan eenige andere -natie de voordeelen zou kunnen trekken. Terwijl hij minder hechtte aan -de voordeelen van de exploitatie der kriolieth- en steenkolenmijnen -(die op de kusten van Groenland zijn overigens uitvoerig door hem -in zijn eerste verslag beschreven), verwachtte hij meer van de -winsten, door de visscherij te verkrijgen, vooral wanneer daarvoor -de juiste terreinen werden opgezocht. Daartoe vestigde hij, zooals -wij boven met een enkel woord zagen, uitdrukkelijk de aandacht op de -visscherij in de Zuidpoolzee, waarvan men ook in Engeland zoo groote -verwachtingen koesterde, een zee, waar Ross tusschen 1839 en '43 een -groot, donker soort van walvisschen had gevonden en waar hij tot op -71° Z. B. den geheelen dag blaasstralen aantrof. Twijfelde men nog, -of dit Zuidpoolbekken aan de verwachting zou kunnen beantwoorden en -ook voor Nederland winsten afwerpen, men zou den regel der voorouders -volgen, er heengaan en onderzoeken. - -"Dat de heer Beynen bij 't ondernemen van den eersten Nederlandschen -pooltocht, waarbij de eischen der wetenschap en het plaatsen van -gedenksteenen op den voorgrond traden, deze denkbeelden niet telkens -weder uitsprak, moge niemand verwonderen. Daarom verloor hij ze toch -geenszins uit het oog. Dat hij o.a. zijn studiën over Siberië en -de daar bestaande handelstoestanden intusschen steeds voortzette, -is schrijver dezes meermalen gebleken; dat hij aan de toekomst van -den nieuwen handelsweg geloofde, kan blijken uit het verslag der -eerste reis van de Willem Barents, waarin hij zijn nauwkeurig opnemen -en beschrijven der Matotsjkin Sjar daarmede motiveert, "dewijl deze -straat, met het oog op het toenemend handelsverkeer tusschen Europa en -de Siberische rivieren, een veel gevolgd vaarwater belooft te worden." - - - -De hoofdcommissie voor de IJszeevaart, welke de tochten blijft -leiden, bestaat uit de heeren: J. D. Fransen van de Putte, O. Baron -van Wassenaer van Catwijck, M. H. Jansen, H. de Bruine, E. N. Rahusen -en Charles Boissevain. - - - - -III. - -Het gedicht van Longfellow luidt dus in het Engelsch: - - - Once upon Iceland's solitary strand, - A poet wandered with his book and pen, - Seeking some final word, some sweet Amen, - Wherewith to close the volume in his hand. - The billows rolled and plunged upon the sand, - The circling sea-gulls swept beyond his ken, - And from the parting cloud-rack now and then - Flashed the red sunset over sea and land. - Then by the billows at his feet was tossed - A broken oar; and carved thereon he read, - "Oft was I weary when I toiled at thee;" - And like a man, who findeth what was lost, - He wrote the words, then lifted up his head - And flung his useless pen into the sea. - - - - -IV. - -Toen het Engelsche geogr. genootschap de tijding van Beynen's dood -vernam, schreef de president, lord Northbrook--oud-onderkoning van -Britsch-Indië en thans minister van marine--het volgende aan den -president van het IJszeevaart-comité: - - - 1 Savile Row - Burlington Gardens W. - 25 Nov. 1879 - - - Sir! - - In my own name, and on the part of the council of the Royal - Geographical Society, I hasten to convey to you, and to the - Dutch Arctic Committee, our feelings of regret at the sad - news which has just reached us, of the untimely death of - Lieutenant Koolemans Beynen. - - In conveying to the Committee our expressions of sympathy, - we desire at the same time to record our sense of the great - loss which geographical science and research have sustained, - and to assure you that the distinguished services of Lieut. - Beynen were highly appreciated in England. - - - I have the honour to be - - Sir, your most obedient servant - - Northbrook. - - President Royal Geographical Society. - - Monsieur Fransen van de Putte - Chairman of the Arctic Committee, the Hague. - - -Indien ik al de brieven wilde aanhalen, waarin zoovele mannen en -vrouwen, op wie wij Nederlanders fier zijn, hun innig leedwezen over -Beynen's dood, hun hartelijke waardeering en bewondering van zijn fier -karakter en edel streven deden kennen aan zijn moeder, betrekkingen en -vrienden, dan zou ik aan dit boek een groot aantal bladzijden moeten -toevoegen. Nicolaas Beets en mevrouw Bosboom-Toussaint, om een paar -voorbeelden te noemen, drukten uit hoe zij die poëzie liefhebben en -edele gedachten eeren, den jongen zeeman en zijn streven op prijs -stelden, en officieren, staatslieden en burgers van elken stand -bewezen eveneens hoe ze den vaderlandlievenden enthousiast hadden -lief gekregen. - - - - -C. Honigh zond mij het volgende gedicht ter herdenking van den -dierbaren vriend. - - -L. R. KOOLEMANS BEYNEN. - -"Laat hen, die kunnen schrijven, dan schrijven! die kunnen varen van -wal steken! die offers kunnen brengen op het altaar van het vaderland, -hun zilver of goud geven!" - - Chs. Boissevain. - - - Benijdbaar, wien het mocht gebeuren, - Dat heel een natie bij zijn dood - Een rouwklacht slaakte en in dat treuren - Haar diepstgevoelde hulde bood! - Dat lot wordt slechts door hem verworven, - Die heel een leven kennen deê, - Maar 't uwe ook was 't, schoon vroeg gestorven, - Gij, jonge kampioen ter zee! - - Geen stoet ontelb're, ontroostb're vrinden - Heeft tot aan 't graf uw baar verzeld - U werd, gelijk den kloeken Barents, - Het veld van roem ook 't doodenveld. - Vond deze eenmaal in 't barre Noorden - Een schuilplaats in 't "Behouden Huys" [16] - Gij vondt uw graf in 't gloeiend Oosten, - Maar, vrome held, ook gij zijt thuis! - - Ja, vroom en vroed gelijk de vaadren, - Wier voetspoor gij weer hebt gedrukt! - Zij reikten u den eerelauwer, - Uit hun nog groenen krans geplukt. - Gij deedt voor eeuwenoude glorie - Het hart des volks weer hooger slaan, - Herleeft ter zee onze oude luister, - Met u vangt dan dit tijdperk aan. - - De "Willem Barentz" hijscht--wij willen 't-- - Dra Hollands vlag weer als 't symbool, - Dat de oude geest zijn vleuglen uitslaat - En wakker streeft van pool tot pool. - Gij moogt dat scheepje niet verzellen, - In zege deelen noch in strijd; - Toch werkt ge op scheepsvoogd en gezellen, - Bezielend of ge aanwezig zijt. - - Dus gaat er ook van dezen doode - Een levenwekkende adem uit, - Den killen ijskorst weer ontdooiend, - Die menig hart voor geestdrift sluit. - De driekleur wappert nu in 't Noorden, - In 't Zuiden straks--doch wáár ontplooid, - Die 't eerst na eeuwen ze er ontrolde, - Neen, 't dankbaar volk vergeet hem nooit. - - Rijst eenmaal binnen de Amstelmuren - 't Walhalla, dat te aanschouwen geeft - In wie de roem van vroeger eeuwen, - Het leven onzer natie leeft, - Dan naast de Ruyter en de Trompen - Dees jongen Tromp een plaats geboôn: - "Zeevaders" noemde hij die oudren, - Wèl was hij hun een waardig zoon! - - Maar doen wij meer nog, doen wij beter, - Dat ieder schip van Neêrlands vloot - In officiershut en vooronder - Zijn beeltnis toone, en 't hoofd ontbloot, - Spreke elk in geestdrift bij 't aanschouwen: - "Wij volgen op de ontsloten baan, - "Ons voorbeeld zullen we in u eeren, - "Die, jong, zooveel reeds hebt gedaan." - - - Wageningen. C. Honigh. - - - - - - - - -INHOUD. - - Blz. - - Voorrede 7 - Inleiding 13 - Zijn jeugd 21 - In Atjeh 28 - Naar het Noorden 50 - De tochten op de Pandora 57 - Met woord en daad 111 - Des zomers op de Noordzee 126 - Op de Willem Barents 150 - In den mist 164 - In 't westijs 168 - In 't kraaiennest 173 - In 't oostijs 187 - Laatste winter in het vaderland 193 - 's Winters op de Noordzee 203 - Laatste maanden 237 - Bijlagen 258 - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] "Zeevaders" was een geliefkoosde uitdrukking van Beynen, als hij -van de zeelieden der 17de eeuw sprak. - -[2] Ds. Gunning--die later hoogleeraar te Leiden werd--was ons een -leermeester geweest, wien het zoo geheel ernst was met zijn adspiratie -tot den oneindig liefdevollen Verlosser, van wien hij ons sprak, -dat hij, in welke opvatting we ook later van hem verschilden, ons -onvergetelijk bleef, zoodat ons beider vriendschap voor hem ook ons -tot een bracht. - -[3] Mac Gahan, die een paar jaar later zoo beroemd werd door zijn -schrijven in het oosten als correspondent van de Daily-News, was de -vriend en vertegenwoordiger van den heer Bennet, den eigenaar van -de New York Herald, die 2000 £ gegeven had voor den tocht van de -Pandora. Luitenant Lilingston, die als eerste officier medeging, had -ook 2000 £ bijgedragen, doch het schip was gekocht en in orde gemaakt -op kosten van kapitein Allen Young zelven. Hij hoopte den westelijken -doortocht te vinden, en iets te ontdekken van de overblijfselen van -Sir John Franklin, die dertig jaar geleden naar het hooge Noorden -gestevend en daar met al de zijnen omgekomen was. - -[4] "Rotches" is de Engelsche benaming. Onze Groenlandvaarders noemden -deze vogels "Rotges" of "Rotte Hedges" naar het geluid 't welk zij -maakten: rottet, tet, tet, tet. - -[5] "Ik wensch u mede te deelen hoe gelukkig wij ons rekenen, dat -we zulk een goed en ijverig officier als luitenant Beynen aan boord -hebben. Ik kan werkelijk niet genoeg ten zijnen gunste zeggen, want -hij is ijverig en oplettend, en een bijzonder aangename kameraad aan -boord. We zijn allen hartelijk met hem ingenomen en hij is ons van -het grootste nut." - -[6] "Luitenant Beynen gaat ons verlaten, tot leedwezen van al zijn -kameraden en van de geheele bemanning van de Pandora. Hij heeft zich -in elk opzicht onderscheiden. Wat mij betreft kan ik zeggen dat ik, -indien ik weer naar de IJszee terugkeer--wat zeer mogelijk is--niets -liever zou wenschen dan dat hij weer met ons mede ging. Ik hoop echter -in zijn belang dat vóór dit geschiedt, door de Nederlandsche regeering -een expeditie naar het Noorden zal worden uitgerust en dat Beynen dan -een der hoofden zal zijn, want indien het welslagen eener onderneming -verkregen kan worden door talent, geestkracht en zeemanschap, dan -ben ik overtuigd dat hij elke onderneming zal doen gelukken." - -[7] De heer Schorer, later commissaris des konings in de provincie -Noord-Holland en vervolgens vice-president van den Raad van State, -was vol geestdrift voor de tochten naar het Noorden. Hij is ons -vaderland nu helaas ontvallen, die edele man, die geboren regeerder. - -[8] Het bevel over de expeditie was opgedragen aan den -luitenant t/z. 1e klasse A. de Bruyne, wien als officieren waren -toegevoegd de luitenants t/z. 2e klasse L. R. Koolemans Beynen en -Jhr. H. M. Speelman, welke laatste de magnetische waarnemingen zou -verrichten. Dr. Sluijter, die reeds in 1876 zoölogische onderzoekingen -in de Noordzee hielp doen, maakte de reis als natuurkundige mede, -terwijl Dr. P. J. Hymans van Anrooy, officier van gezondheid -van het Indische leger, zich als geneesheer bij de expeditie -aansloot. Van het belangelooze aanbod van een jeugdige Engelschman, -den heer W. J. A. Grant, met wien Beynen op de Pandora gediend had, -een amateur-photograaf, die aangeboden had de reis vrijwillig mede -te maken en alle photografische toestellen en benoodigdheden voor -de expeditie mede te brengen en bij terugkomst alle clichés aan -'t comité af te staan, werd met ingenomenheid gebruik gemaakt. De -bootsman B. Witteveen, de timmerman E. F. Vogelaar en de kok J. de -Bruyn behoorden tot het personeel der Koninklijke Nederlandsche Marine -en de rest der bemanning bestond uit twee matrozen van het loodswezen -te Vlissingen, B. G. Baljé en J. Kamermans, uit twee visschers van -Marken, J. Roos en A. de Waart, en een tonnenlegger uit 't Nieuwediep, -D. de Wit. - -[9] Hier en daar vul ik zijn brief aan met zijn verslag. - -[10] In het ijs of in het kustwater ontkleeden de wachtdoende -officieren bij het naar kooi gaan zich nimmer. - -[11] Zie in de eerste bijlage achter het boek het Lied van de Barents. - -[12] De Castor, waarop ik de reis naar de vischgronden medemaakte, -is een der voortreffelijke schepen van de Maatschappij Neptunus, wier -directie zoo vriendelijk was mij de vergunning te geven mede te gaan. - -Door het verdienstelijke initiatief van de heeren Ch. Bosch en -P. E. Tegelberg werd op den 1sten October 1876 de Maatschappij tot -Exploitatie van Zeevisscherij "Neptunus" te Nieuwediep opgericht, -onder directie van de heeren Den Dulk en Van Oosterenterp, terwijl -de heeren Bosch Reitz en Tegelberg als commissarissen optraden. - -De directeuren hadden reeds van 1872 den groothandel in visch op -binnen- en buitenland gedreven, en deden dezen aan de Maatschappij -over, zoodat reederij en vischhandel vereenigd werden onder één naam. - -Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 120.000 gulden, zijnde 120 -aandeelen à 1000 gulden, verdeeld in 2 seriën. - -De Pollux en Castor kwamen in 1877 in de vaart, de Rhea en Saturnus -in 1878. - -Ongetwijfeld behooren deze sierlijke schoenertjes tot de schoonste -vaartuigen onzer Noordzee-vischvloot en verdienen de namen der bekwame -schippers, door wie ze bestuurd werden, gemeld te worden. - - - De Pollux wordt gestuurd door schipper A. Verschoor. - ,, Castor ,, ,, ,, ,, A. Koster. - ,, Rhea ,, ,, ,, ,, C. Noordzij. - ,, Saturnus ,, ,, ,, ,, L. v. Veelen. - - -De bemanning bestaat bijna geheel uit Pernissers, moedige forsche -visschers, zooals wij gezien hebben, die zelfs bij stormweêr visschen. - -De equipages varen uitsluitend "op zegen", dat wil zeggen op deel, -volgens eene regeling tusschen kapitaal en arbeid, zooals van oudsher -te Pernis in zwang was. - -Deze belangwekkende regeling, door langdurige praktijk allerdoelmatigst -bevonden, is aldus: - -Het schip krijgt 72 deelen of lijnen. - -De schipper 16, 7 matrozen ieder 12 en de 5 jongens naar grootte van -10 tot 2, namelijk van de netto besomming, dat wil zeggen van hetgeen -overblijft na aftrek van de gemaakte kosten: zijnde het huurgeld -van de beug, de victualie, het ijs, het vischaas, het havengeld, -het sleeploon, fooien, steenkolen, enz. enz. - -Als voorbeeld diene het volgende: - -Van half October tot half December 1878 maakte de Castor 5 reizen -(4 naar Grimsby en 1 naar Vlaardingen). - - - De bruto-besomming bij elkaar was f 3640.00 - De onkosten, die reederij en visschers hiervan eerst - betaalden, bedroegen f 1269.39 - Het deelgeld bleef dus f 2370.61 - Hiervan kreeg de maatschappij 72 deelen f 914.-- - Albert de schipper 16 deelen f 203.-- - 7 matrozen ieder 12 deelen f 1064.28 - Een jongen 7 deelen f 88.09 - Een jongen 5 deelen f 63.05 - Kleine Jan 2 deelen f 25.04 - - -Hoe meer men vangt, hoe minder onkosten men maakt, of hoe geringer -schade men bekomt, des te grooter worden dus de aandeelen niet alleen -van de reederij, maar van ieder visscher. - -De groote verdiensten der schoeners is hare groote bezeildheid, -waardoor zij de visch spoedig levend binnen brengen en in korten tijd -van en naar de verste vischplaatsen kunnen gaan. - -'t Zijn keurige scheepjes, wel bezeild, goed zeehoudend, en onze -bekwame schippers kunnen er mee lezen en schrijven. - -Het Nieuwediep, met zijn schoone, altijd stroomende haven, ligt voor -de visscherij zeer gunstig. Trekt men eene lijn van benoorden de -Doggersbank, waar zij meest visschen, tot naar Midden-Duitschland, -waar 't grootste débouchée is, dan loopt die lijn vlak over -'t Nieuwediep. Moge 't Nieuwediep eens worden wat Grimsby voor -Engeland is!! - -De Maatschappij "Neptunus" drijft een uitgebreiden vischhandel op -binnen- en buitenland. - -De puike hollandsche krimpvisch krijgt overal in Europa ingang. Zoowel -naar het buitenland als naar de steden en dorpen van ons vaderland -zendt de maatschappij visch aan particulieren wanneer men ze per -telegraaf of post bestelt. - -[13] Zie Bijlage II achter in 't boek. - -[14] Dit werd geschreven in Maart 1880 toen de Vega, van haar altijd -gedenkwaardigen tocht teruggekeerd, door de Noordzee naar Zweden -spoedde. - -[15] Deze mededeelingen geven in kort weer wat luitenant van -Broekhuyzen in zijn lezing in Zeemanshoop over de resultaten van de -reis opmerkte. - -[16] "'t Behouden Huys", dus noemden Barents en zijne lotgenooten de -hut, waarin zij op Nova-Zembla in 1596 overwinterden. - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Leven en streven van L. R. Koolemans -Beynen, by Charles Boissevain - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK L. R. KOOLEMANS BEYNEN *** - -***** This file should be named 55522-8.txt or 55522-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/5/5/2/55522/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - |
