summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/55522-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/55522-8.txt')
-rw-r--r--old/55522-8.txt8481
1 files changed, 0 insertions, 8481 deletions
diff --git a/old/55522-8.txt b/old/55522-8.txt
deleted file mode 100644
index fcd44bd..0000000
--- a/old/55522-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,8481 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen, by
-Charles Boissevain
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen
-
-Author: Charles Boissevain
-
-Release Date: September 10, 2017 [EBook #55522]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK L. R. KOOLEMANS BEYNEN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- WERELD BIBLIOTHEEK
-
- ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
-
- CHARLES BOISSEVAIN
-
-
-
- LEVEN EN STREVEN VAN L. R. KOOLEMANS BEYNEN
-
-
-
- TWEEDE HERZIENE UITGAVE
-
-
- UITGEGEVEN VOOR DE
- MIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR DOOR
- G. SCHREUDERS AMSTERDAM
-
-
-
-
-
-
-
-
- De eerste uitgaaf van dit boek--thans uitverkocht--verscheen
- in 1880 bij de firma H. D. Tjeenk Willink te Haarlem.
-
- Deze door den schrijver herziene uitgaaf is van Juni 1906.
-
-
-
-
-
-
-
-
-Aan
-Mevrouw de Wed. N. J. KOOLEMANS BEYNEN
-geb. Van der Stok.
-
-
-Met diepen eerbied schrijf ik uw naam op de eerste bladzijde van deze
-beschrijving van het leven en streven van uw zoon Laurens Rijnhart. Aan
-u dacht ik telkens bij het stellen, want het ware onmogelijk om het
-plichtbesef en de ridderlijke loyauteit, welke het karakter van uw
-zoon onderscheidden, juist te begrijpen en te waardeeren indien men
-den invloed over het hoofd zag, welken zijn moeder sints zijn vroegste
-jeugd op hem uitoefende.
-
-Aan de moeder die hem het ideaal wees, die hem voorging en sterkte, en
-die door hem bemind werd met een liefde vol geestdrift en toewijding,
-draagt zijn vriend, in diepe rouw over het verlies, dat het geheele
-vaderland met haar betreurt, dit boek op.
-
-
-Charles Boissevain.
-Amsterdam, April 1880.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORREDE.
-
-
-Tot mijn vreugde zal door een herdruk van het Leven en Streven van
-L. R. Koolemans Beynen weder aandacht gevestigd worden op hem en
-op het doel waaraan hij zijn leven wijdde. Hij heeft ons op de zee
-gewezen als het oefeningsveld bij uitnemendheid van den Nederlander.
-
-Zeer juist heeft mr. W. H. de Beaufort eens aangetoond, welke de
-beteekenis van Beynen's streven was. Hij schreef:
-
-"Mocht gedurende de republiek en zelfs thans nog wel eens, de
-landmacht zich niet altijd in die waardeering verheugen, waarop
-zij billijke aanspraak had, de zeemacht bleef nationaal. Van haar
-spreken de schoonste bladzijden onzer geschiedenis, in haar leven
-onze dierbaarste overleveringen voort. Zij heeft van de toppen harer
-masten de driekleur in alle zeeën zich doen spiegelen.
-
-
- Er zijn op onzen bol geen staten,
- Geen werelddeelen of klimaten,
- Waar hare roem is onbekend.
- Van waar de zon begint te rijzen,
- Of weigert schaduwen te wijzen,
- Of ondergaande schaduw zendt.
-
-
-Geen beter oefenschool, geen vruchtbaarder arbeidsveld voor het
-jonge Holland, dat zich in den kalmen dampkring van rustigen arbeid
-niet te huis voelt, dan de zee. De nooit ophoudende strijd met wind
-en weder eischt tegenwoordigheid van geest, kweekt vastberadenheid,
-leert den roekelooze voorzichtigheid; de voortdurende aanwezigheid
-van gevaar stemt den lichtzinnigste tot ernst. De strijd met den
-medemensch verbittert het gemoed, wekt de dierlijke hartstochten op,
-verwildert den mensch; de strijd met de elementen geeft hem dien
-ernstigen moed, die kalme onverschrokkenheid, die onversaagd gevaren
-trotseert. Het zeemansleven heeft ten allen tijde een grooten invloed,
-een eigenaardig vormende kracht op het karakter uitgeoefend. Wanneer
-wij de beschrijving lezen, die Beynen ons van zijne Pernisser
-visschers naliet, dan zien wij de naneven voor ons der Barentzen en
-Bontekoe's. En waar Boissevain ons den jongen zeeofficier uit zijne
-brieven schetst, daar voelen wij dat er verwantschap bestaat tusschen
-hem en de De Ruiters en Evertsens, de Trompen en de Van Galens. Het
-is merkwaardig hoe een zoo vrijheidlievende, zoo onafhankelijke
-volksaard als de onze, zich op zee aan de strengste tucht, aan
-de meest onvoorwaardelijke gehoorzaamheid weet te gewennen. Wat
-wij, in Beynens beschrijving van het leven op den Castor lezen,
-brengt ons onwillekeurig de woorden in herinnering van een onzer
-zeventiendeeuwsche schrijvers: "'t Is wonder, de hevigste voorstanders
-van een ongebonden vrijheid besluiten zich gewillig binnen een
-gevangenhuis van ettelijke planken."
-
-"Nogmaals, Nederland moge zich gelukkig achten dat het een
-zeemogendheid is. Het heeft naast zijn oorlogsvloot, zijn
-koopvaardijvloot en zijn visschersvloot. Daar is plaats op al
-die honderden kielen voor alle rangen en standen, voor de zonen
-der aanzienlijken en de zonen van het volk. Reeds stelde de
-vaderlandslievende belangstelling van velen, enkelen onzer kloeke
-zeevaarders in de gelegenheid, om in het belang der wetenschap
-leerrijke ontdekkingsvaarten tusschen de ijsschotsen der Poolzee te
-wagen. De herlevende ondernemingsgeest onzer kooplieden, moge ook onzen
-koopvaarders, tot nog toe maar al te veel gedwongen denzelfden koers
-te nemen, nieuwe vaarwaters aanwijzen, hen nieuwe wegen leeren zoeken."
-
-
-
-Dank zij Beynen hadden de acht tochten van de Willem Barents plaats. In
-Duitschland en Engeland werd evenzeer als in Nederland gewaardeerd
-wat jonge geleerden, wat natuurvorschers op onzen kleinen schoener
-een goed werk mochten verrichten.
-
-Dit vernam ik o.a. van den grooten Huxley.
-
-Het was op een gastmaal van de Engelsche Royal Geographical
-Society, dat ik naast hem zat. Door lord Northcote, die later
-gouverneur-generaal van Britsch-Indië werd en toen president was,
-had ik--als bestuurslid en secretaris der vereeniging, welke jaar
-aan jaar de kleine Barents uitzond tot onderzoek der Noordelijke
-Poolzee--den dank ontvangen van de Royal Geographical Society voor
-het "onwaardeerbaar werk" van de Barents en voor de redding van
-Leigh Smith, den Britschen Noordpoolreiziger, dien de Barents bij
-Nova-Zembla had gevonden.
-
-Ik had Huxley alles te vertellen van de Barents... hoe wij jaar na
-jaar het geld er voor kregen na alom gebedeld te hebben... hoe weinig
-de regeering hielp, ofschoon wij voor een reeks zee-officieren een
-voortreffelijke school van zeemanschap openhielden... hoe stelselmatig
-en geduldig het onderzoek was, en welke voortreffelijke, voorbeeldige
-jonge geleerden we telkens konden medekrijgen.
-
-Hem was veel van hun werk bekend, en hij vertelde mij toen, hoe hij,
-evenals Darwin zijn oefening als natuuronderzoeker, de richting aan
-zijn studie gegeven, geheel dankte aan de lange zeereizen bij het
-begin van zijn loopbaan ondernomen. Hij zeide:
-
---"Geloof mij, voor een jongen geleerde is niets beter dan practisch
-werk op zee. Ik zelf ging, toen ik in 1846 mijn studietijd in
-Charing-cross Hospital achter den rug had, voor een jaar of wat als
-"naval surgeon" de zee op."
-
-
-
-En toen begon hij duidelijk te maken, op zijn eigen, kristalheldere
-wijze, aan mij, den leek, waarom het leven aan boord, het bezoek van
-verre zeeën zoo goed is voor een jongen natuurkundige.
-
-Dit was sinds lang in mijn vergeetboekje genoteerd, maar ziet het
-kwam alles in herinnering toen ik vier jaar geleden het verslag las
-van een hoogst belangwekkende redevoering, welke professor Rudolf
-Virchow gehouden had over Medical Science, bij de opening van den
-winter-cursus in Charing-cross Hospital.
-
-Hij hield de tweede van de Huxley lectures, lezingen ter nagedachtenis
-van Huxley door groote geleerden jaarlijks te houden.
-
-En hij zeide o.a.:
-
-"In Charing-cross Hospital ontving Huxley in rijke mate onderricht
-in anatomie en physiologie. Dus geoefend aanvaardde hij den post van
-naval surgeon, en toen hij vier jaar later van zee terugkeerde was
-hij een volmaakt zoöloog en een scherpzinnig etnoloog geworden.
-
-"Hoe dit mogelijk was zal gemakkelijk door ieder begrepen
-worden, die uit eigen ervaring weet hoe groot de waarde van eigen,
-persoonlijke waarneming is voor de ontwikkeling van onafhankelijk en
-onbevooroordeeld denken.
-
-"Nemen wij een jongman, die op deze wijze een rijke schat opdoet van
-positieve kennis.... die bovendien zich geoefend heeft in ontleding
-en in critisch oordeelen. Welnu, aan zulk een jongman geven een
-lange zeereis en een rustig verblijf te midden van een geheel nieuwe
-omgeving een onwaardeerbare gelegenheid tot oorspronkelijk werken en
-diep nadenken.
-
-"Hij wordt dus vrij van het dogmatisme der scholen.... hij is
-afhankelijk van het gebruik dat hij gelieft te maken van zijn eigen
-verstand.... hij is gedwongen van elk afzonderlijk voorwerp de
-eigenschappen en de geschiedenis na te gaan... hij vergeet weldra
-de dogma's van stelsels die in zwang zijn, en wordt dus eerst een
-scepticus en vervolgens een onderzoeker.
-
-"Dus leerden mannen als Darwin--nooit zullen zijn reizen op de Beagle
-vergeten worden--en als Hunter en Huxley op zee hoe te onderzoeken
-en te denken."
-
-Toen ik dit las werd voor de honderdste keer bij mij de oude smart
-weer levendig over het staken van de Barents-tochten.
-
-Jaar aan jaar hielden wij vol, maar ten laatste konden wij geen steun
-meer verkrijgen.... de Barents moest hernieuwd of beter nog vervangen
-worden, maar geld ontbrak... en zoo moesten wij het onwaardeerbaar,
-het eenig aanhoudend, wetenschappelijk onderzoek der zeeën dat
-Holland--die zeemogendheid!--ooit deed, opgeven.
-
-Maar, voorwaar niet vruchteloos, heeft Beynen gevoeld, gedacht,
-gewerkt en het spoor ons gewezen.
-
-Wij hebben onder zijn leiding iets tot stand gebracht. Steeds boden
-nieuwe zeeofficieren, nieuwe geleerden zich aan. Deed o.a. professor
-Weber, die zoo heerlijk volhardend zijn zee-onderzoek voortzet,
-niet zijn eersten oefeningstocht op onzen kleinen Barents! Deed
-prof. Sluiter niet hetzelfde?
-
-Knappe, eenvoudige, geduldige mannen der wetenschap als zij, die ons
-vaderland tot eere zijn, waren steeds gereed op het eerste appèl mede
-te gaan!
-
-Dit alles ligt in het verleden. Maar in het heden klinken nog
-prof. Virchow's woorden.
-
-Nog steeds bestaat de vereeniging welke de Barents uitzond... nog
-steeds zijn leden van het bestuur enkele der mannen, die de tochten
-van weleer leidden en aanvoerden.
-
-Als er jonge mannen, jonge geleerden zijn, begeerig tot herleving
-der onderzoekingstochten, die een plan, een denkbeeld hebben, die op
-Beynen's spoor tot eere der marine en der wetenschap willen werken,
-laat hen dan bij deze veteranen der oude tochten aankloppen.
-
-Het ideaal herleeft in Europa! Komt jonge zeevaarders, jonge geleerden,
-geeft ook een oud en schoon ideaal ons vaderland, een nieuw en
-krachtig leven!
-
-Doet ge dit dan eert ge Beynen. En nu, 27 jaar nadat ik mijn vriend's
-leven schetste, zeg ik nog met dezelfde warme overtuiging van toen,
-dat geen jonge zeeheld hartelijker waardeering door navolging verdient
-dan hij.
-
-
-Drafna. Naarden, Mei 1906.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INLEIDING.
-
- "Mijn hart en hand
- Zijn voor mijn land".
-
- Spreuk van Tromp.
-
-
-Het was in Maart van het jaar 1879 dat ik naast mijn vriend
-L. R. Koolemans Beynen op het dek stond van het mailschip Koning
-der Nederlanden, waarmede hij de reis naar Indië maken zou. Naar
-Southampton deden wij hem uitgeleide. De kabels waren losgeworpen,
-de muziek der koninklijke marine had het volkslied gespeeld en we
-stoomden langzaam de haven van het Nieuwediep uit.
-
-Plotseling grijpt Beynen mijn arm en zegt: "Kijk eens, daar heb
-je Albert en de Pernissers!" en terwijl hij met den hoed wuifde en
-riep: "Dag vrienden, vaartwel! vaartwel!" klonk er tot driemaal een
-krachtig "hoerah!" van een kleinen schoener, die aanhoudend met de
-vlag salueerde en op welks dek een twaalftal visschers met muts en
-roode zakdoek groetten, terwijl zij riepen: "Goede reis! God zij met
-u! Tot weêrziens!"
-
-"Ze hadden beloofd mij de laatste eer te bewijzen, vóór ik het
-vaderland uit het gezicht had verloren," zeide Beynen glimlachend,
-doch met een traan in het oog; hij sprong op de borstwering van het
-schip, en zich aan het want vasthoudende, wuifde hij zijne vrienden
-uit Pernis nog lang en hartelijk toe.
-
-Ik zie hem nog voor mij, gelijk hij daar stond. Het woei hard, doch
-de zon scheen en verlichtte de Hollandsche duinen. Geruimen tijd
-keek hij naar het wegdeinend strand, en zijn edel, open, innemend
-gelaat, uit welks jeugdige trekken levenslust, moed, vastberadenheid
-en diep gevoel spraken, vertolkten als steeds wat er in zijn gemoed
-omging. Toen we de kust uit het oog hadden verloren, zeide hij:
-"dat waren nu die Pernissers, van wie ik je zooveel verteld heb,"
-en hij begon mij op nieuw, maar nu nog uitvoeriger dan te voren,
-alles mede te deelen van den tocht naar de vischgronden, dien hij
-pas met hen had medegemaakt.
-
-De onversaagde, eenvoudige visschers waren in de winterdagen en
-nachten op de Noordzee zijn vrienden geworden, en het deed hem goed
-aan 't hart dat die moedige Hollandsche zeelieden hem op hartelijke
-zeemanswijze het vaarwel toeriepen bij zijn vertrek uit het vaderland.
-
-De reden hiervan zal ieder begrijpen die Beynen gekend heeft,
-of die, uit zijn eigen woorden en geschriften, in de volgende
-bladzijden iets zal vernemen van het leven en streven van dezen
-jongen zeeofficier. Want zijn hart klopte van de onzelfzuchtigste,
-reinste liefde voor zijn vaderland, en met geestdrift en volharding
-toonde hij steeds door daden en woorden, dat volgens zijn overtuiging
-ons Hollandsche zeevolk de matrozen van De Ruyter en Heemskerck kon
-evenaren, indien men het slechts dezelfde oefenschool aanbood.
-
-Geen beter bewijs voor de juistheid zijner overtuiging zou hij voortaan
-kunnen geven, zeide hij mij, dan door te wijzen op het voorbeeld dier
-beugvisschers, die zeemanschap en bedaarden moed geleerd hadden op
-de stormachtige Noordzee in het hart van den winter.
-
-Hij schreef aan mijn vrouw, toen hij van den tocht met de Pernissers
-was teruggekeerd:
-
-"Ik wist niet dat er op onze zeekust zulke edele, oorspronkelijke,
-stoutmoedige en godsdienstige helden leefden, en het heeft mij meer
-genoegen gedaan dan ik zeggen kan om met hen kennis te maken. Ze
-zijn in menig opzicht groote kinderen, doch ze hebben al de machtige
-hoedanigheden geërfd van onze moedige zeevaders [1] in de 17de eeuw,
-en wanneer ik nu nog denk aan de laatste veertien dagen, dan is het
-nog of ik een aangenamen droom heb gedroomd en of ik eenigen tijd
-heb doorgebracht met een troep zeevolk dat onder den ouden Barents
-zelven gediend heeft. Wanneer we van en naar de vischgronden zeilden,
-bracht ik de avonduren door in het vooronder, en vertelde ik hun
-van onze helden der IJszee, en geschiedenissen uit de jaarboeken der
-hollandsche walvischvaarders, toen deze eenvoudige schippers de eerste
-ontdekkers waren in het Noorden.
-
-"Dit waren heerlijke oogenblikken, wanneer ik vol ware
-zeemansgeestdrift was."
-
-En mij schreef hij: "Ik heb nooit een heerlijker uur doorleefd dan
-toen ik 's nachts op dek kwam van de Castor, na in het vooronder een
-voordracht te hebben gehouden over Barents en wat hij deed. Lieve
-vriend, ik heb weer eenige Hollanders van den ouden stempel gevonden,
-die kunnen voelen en handelen, die, in elken zin van het woord,
-hart hebben."
-
-Het had Beynen, gelijk hij schreef, aanvankelijk een droom geschenen,
-toen hij aan boord van de Castor was. Hij had juist zijn verslag van
-de reis der Barents geëindigd en daarin de daden der groote voorvaderen
-in herinnering gebracht, en ziet, daar was hij plotseling overgebracht
-te midden van mannen, die spraken en handelden alsof ze met Barents
-zelven naar het Noorden geweest waren.
-
-Ik heb Beynen zelden zoo vurig, zoo overtuigend over iets hooren
-spreken, als hij deed 's nachts op het dek van de Koning der
-Nederlanden, toen we langs het Hollandsche en Vlaamsche strand naar
-Engeland gingen. Het was bitter koud, de zee lichtte en er woei een
-fiksche bries. Soms waarschuwde de stoomfluit, en week ons schip uit
-voor visschers, die aan het werk waren op zee, en dan zeide Beynen:
-"Zie je, dat zijn nu de helden, die het land moeten verdedigen in
-oorlogstijd. Wat bezit het vaderland toch heerlijke krachten voor zijn
-bescherming, als ze maar met verstand en zaakkennis en na langzame
-voorbereiding worden aangewend. Gij lacht mij een weinig uit en zegt
-dat ik op een van Marryat's adelborsten gelijk, die uit ijver voor
-den dienst zijn eigen vrienden den wervers wilde overleveren, maar
-gij weet immers, dat mijn vrienden met hart en ziel het vaderland
-liefhebben en vrijwillig zouden dienstnemen, gelijk hun vaderen in
-1830 deden. Ja, ik denk natuurlijk het eerst aan onze beugvisschers,
-de keurbende onzer visschersdorpen, die op stormachtige winternachten
-door het ijs van hun haven breken en op kleine zeilscheepjes diep
-in deze zelfde zee steken, welke heden bij de Doggersbank op andere
-wijze spookt als hier. En op dit prachtige schip, dat, hoe hard het
-ook waait, als een muur vastligt op de zee, beseft ge niet, hoe ge
-het thans in een vischsloep zoudt hebben.
-
-"Weet je wat voor mannen die Pernissers zijn?
-
-"Ik herinner mij in 1871 een milicien uit Pernis aan boord te
-hebben gehad, wiens polsen zoo dik waren, dat wij op het schip geen
-handboeien hadden wijd genoeg om ons in staat te stellen hem in de
-boeien te slaan. En ze krijgen zulke spieren, doordien ze van jongs
-af een beuglijn van 15000 meter, die druipt van ijskoud zeewater,
-hebben in te palmen.
-
-"Zulke mannen moeten we in de reserve hebben.
-
-"Wien zoudt ge liever aan boord van een van Zr. Ms. schepen op
-den uitkijk hebben staan: zulk een beugvisscher, of een in enkele
-maanden tot zeeman bevorderden sigarenmaker, die als milicien aan
-boord is gekomen?
-
-"Gij moest als ik gezien hebben hoe ze door aanhoudende oefening
-zulk een scherpziend oog hebben gekregen, dat ze bij donker of mistig
-weer zeer ver op zee een boot ontdekken en er de beweging van kunnen
-volgen. Ze kennen alle geluiden der zee, en zouden het zachtste
-gedruisch van een naderende sloep vernemen, terwijl een ander niets
-zou hooren dan het ruischen der golven of het klagen van den wind.
-
-"Hoe zouden die eigenschappen te pas komen in oorlogstijd, bij scherpen
-uitkijk naar vijandelijke sloepen en torpedo-booten! Wat zou het
-heerlijk zijn om een torpedo-boot of een sloep, met een bemanning
-van dergelijke visschers, aan te voeren, ten einde den vijand te
-verontrusten en af te leiden! Zij zijn in sloepen tehuis, want met
-hun kleine jol gaan zij bij nacht en ontij midden in de zee de jonen
-inhalen en de lijnen inpalmen, als de beuglijn gebroken is. Wie een
-beug kan uitzetten en innemen is bij uitstek geschikt, ja, als het ware
-aangewezen om gebruikt te worden bij het leggen en lichten en verleggen
-van een touwversperring, mits ze vooraf geoefend zijn in de behandeling
-der zware trossen. Onze Noordzeevisschers, die na dagen en nachten
-van hard werken weer geheel versterkt opstaan, als ze in oliepak en
-zeelaarzen eenige uren op een hoop touwwerk hebben liggen slapen, zijn
-de ware vrijwilligers der zee in tijd van gevaar. Ze weten overal den
-weg op de kusten, over de gronden en in onze zeegaten, alsof ze vaste
-zeeloodsen waren, en in de kennis der stroomen zoowel onder den wal
-als in open zee worden ze door niemand geëvenaard. Goed aangevoerd
-door officieren, die hun eigenaardigheden kennen en eerbiedigen,
-die zij liefhebben en waarin ze vertrouwen stellen, zouden ze tot
-alles in staat zijn, evenals de Geuzen, die de Spanjaarden, en de
-jongens van Tromp, die de Engelschen aan boord klampten."
-
-Zijn stem trilde terwijl hij dus sprak; hij gevoelde ieder woord dat
-hij uitte, en hij maakte zulk een diepen indruk op mij, dat ik den
-volgenden ochtend in mijn hut het gesprokene opschreef, om mij den
-vriend weer voor oogen te brengen als ik twee dagen later in Engeland
-van hem afscheid zou genomen hebben. Ik ben nu vooral recht blijde
-dat ik dit gedaan heb, want door dit gesprek mede te deelen doe ik
-hem beter kennen dan door een lange beschrijving.
-
-Hij had pas de vaderlandsche duinen uit het oog verloren, achter
-welke hij zijn dierbare moeder, zijn zusters, broeders en vrienden
-achterliet; hij kon niet weder medegaan naar het Noorden op de kleine
-Barents welke hij liefhad, en hoezeer hem dit aan het hart ging, behoef
-ik niet te beschrijven, maar hij morde en klaagde niet; blijmoedig,
-hoopvol en vol hartelijke geestdrift dacht hij alleen aan de belangen
-van zijn land en van de marine. Hij wilde dat ik--wanneer zich daartoe
-de gelegenheid aanbood--een woord zou kunnen zeggen over die belangen,
-welke hem zoo dierbaar waren, en met bezieling en frissche opgewektheid
-omschreef hij mij zijn denkbeelden, terwijl wij met den stormpas
-in den kouden stormachtigen nacht heen en weer gingen op het dek,
-en hij mij telkens lachend tegenhield, als een onverwacht slingeren
-van het schip mij struikelend tegen de verschansing deed vallen.
-
-Mijn verhaal van Beynen's kort maar roemrijk en gezegend leven
-begin ik met dit gesprek, omdat het den toon aangeeft, waarin hij
-steeds gesproken heeft. Wanneer men weet wat hij in Atjeh deed en
-opmerkte, hoe hij op het oefeningsvaartuig de Zeehond zich gedroeg,
-hoe hij op de Pandora zijn plicht deed en aller harten won, hoe hij
-in Nederland geestdrift wekte voor zijn plannen, hoe hij als ijsloods
-de Barents naar het Noorden bracht, hoe hij zich zonder te klagen
-terugtrok en weder in Indië ging dienen, zal men steeds denzelfden
-Beynen terugvinden, die aan de marine zijn leven had gewijd, en zijn
-vaderland boven alles beminde.
-
-Ik heb drie groote stapels brieven voor mij liggen, door hem geschreven
-aan zijn moeder, aan zijn vaderlijken vriend den Staatsraad Jansen,
-oud kapitein-ter-zee, en aan mij. Aanhalingen uit die brieven zullen
-hem doen kennen en door ieder doen liefkrijgen.
-
-Uit de ongekunstelde woorden, welke de adelborst aan zijn ouders
-schreef, zoowel als uit de eenvoudige taal, waarin de jonge luitenant
-vertrouwelijk met zijn vrienden op het papier praatte, straalt niet
-alleen een innemende persoonlijkheid, maar een groot, open karakter ons
-toe. Men lette op, hoe hij steeds aan anderen denkt, hoe hartelijk hij
-het voorbeeld bewondert, dat de officieren van zijn corps hem geven,
-hoe hij, zoowel in de sloep met cholera-lijders op de reede als bij
-het oprukken tegen den vijand, zoowel onder Engelsche vlag ondervinding
-opdoende als onder de Nederlandsche vlag pioniersdienst verrichtende,
-slechts één wensch koestert: steeds het eerst in de bres te springen
-om het vaderland te dienen.
-
-"O Beynen, je bent een juweel van een jongen!" zeide zijn commandant
-Sir Allen Young, bij het afscheid nemen na den tweeden tocht in
-het Poolijs...
-
-"O, Beynen, je waart een juweel van een man!" zal iedereen herhalen,
-die hem leert kennen uit zijn brieven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-ZIJN JEUGD.
-
-
-Laurens Rijnhart Koolemans Beynen was de derde zoon van den heer
-Gijsbertus Johannes Willem Koolemans Beynen en mevrouw Neeltje Johanna
-Koolemans Beynen, geb. Van der Stok. Te 's Hage zag hij den 11den Maart
-1852 het levenslicht, en na zijn opleiding te hebben ontvangen aan de
-school van het departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
-en op de school van den heer Neuman te 's Hage, legde hij met goed
-gevolg zijn examen als adelborst af, en kwam hij op het instituut te
-Willemsoord. Op school, waar vooral de Vaderlandsche geschiedenis hem
-aantrok, leerde hij veel, doch te huis leerde hij meer. Hij was een der
-oudsten van een zeer talrijk gezin, en men moet hem van zijn vader en
-moeder hebben hooren spreken, om te beseffen hoe hij hen liefhad en
-waardeerde, en hoe hij alles, waarvoor hij geprezen en bemind werd,
-eenvoudig en met de innigste overtuiging toeschreef aan het voorbeeld
-en de lessen zijner ouders. Hij werd groot gebracht in een gezin waar
-liefde heerschte, waar men ernstig, hoopvol en vroom den Allerhoogste
-eerde door daad en woord, en waar hij vaderlandsliefde en plichtbesef
-reeds aan 's moeders knieën leerde. In zulk een atmospheer komen alle
-edele kiemen tot wasdom en ontwikkelt zich een karakter.
-
-Niets heeft machtiger invloed op kinderen dan het voorbeeld en de
-groote liefde van hun ouders, en aan Laurens Beynen was niets meer
-tot steun in moeielijke uren dan de herinnering aan zijn vader, dan
-de wensch om zijn moeder waardig te zijn en te blijven. Hoe innig
-hij van zijn vader hield, kan blijken uit een brief, welken hij den
-1sten Mei 1874 in Indië schreef. Ik neem er enkele regels uit over,
-die vader en zoon beiden leeren kennen.
-
-"Goede tijding vond ik hier helaas niet! Het was de eerste keer dat
-ik in den vreemde een brief van huis kreeg, zonder er vaders hand in
-aan te treffen. Wel heb ik enkele malen brieven van huis gekregen,
-waarin vader of moeder, door drukte verhinderd, slechts enkele regels
-hadden geschreven, maar nooit heb ik geheel en al vaders hand er in
-gemist. Dit maakt mij bezorgd en ik zie met onrustig verlangen uit
-naar volgende berichten. Wat zullen die aanbrengen? Een hartkwaal kan
-lang duren, maar ook een plotselingen afloop hebben, terwijl ik hier
-niets, totaal niets voor vader kan doen. Ik weet ook niet, of deze
-keer nu wel die onherroepelijk laatste keer zal zijn; maar toch, ik
-weet dat iedere herhaling op dien leeftijd, onder die omstandigheden
-een schrede nader is tot het einde van alles, tot den dood. En toch,
-die dood, nog onlangs onder zulke treffende vormen hier door mij
-aanschouwd, moge ons allen een onherstelbaar verlies berokkenen en
-ons in diepe droefheid dompelen, zeker ben ik er van, ja, zeker,
-dat die voor onzen geliefden vader geen verschrikkingen meer heeft.
-
-"Wanneer men zoo'n levensbaan achter zich heeft, wanneer men zoo
-weinig voor zich zelf, zoo veel voor anderen geleefd heeft, wanneer
-men kan wijzen op zoo'n onafgebroken streng rechtvaardig streven naar
-wat goed en edel is; wanneer men armen en weezen jaren lang met zoo'n
-geheele toewijding, met zoo'n groote liefde gediend heeft; wanneer men
-kan terugzien op een leven, in verschillende richtingen zoo nuttig
-werkzaam in uitgebreiden kring; wanneer men ruim dertig jaren met
-zoo'n grenzenlooze liefde 't hoofd is geweest van een gezin, waarvan
-bereids vijf zonen de maatschappij zijn ingetreden, slechts strevend
-de naam van zoo'n vader tot eere te strekken; wanneer men kinderen
-en kleinkinderen zoo zonder zorgen achter kan laten en 't geheele
-godsdienstige leven slechts één voorbereiding was tot dien laatsten
-stap die voert naar heerlijker sfeeren, waarlijk, waarlijk dan kan men
-in volle gerustheid uitroepen: "Dood, waar is uw verschrikking?" Moge
-mijn vader dan ook gerust dat tijdstip zien naderen, toch blijft voor
-ons, vooral voor mij, zwerver te midden van een koud, hardvochtig
-wereldburgerschap, die stonde de bangste van het leven.
-
-"Maar laat ons niet 't ergste vreezen; waar leven is, is hoop en ik
-zoek weer als altijd troost in dat geheime voorgevoel dat mij steeds
-influistert dat ik al de mijnen in gezondheid terug zal zien.
-
-"Indien ik nu slechts tijding, slechts spoedig weer tijding ontvang!"
-
-Opgeleid door dezen vader, en door een moeder, wier geestdrift voor
-het vaderland en wier zachtmoedige vroomheid hem in zijn jeugd op
-een ideaal van nederige plichtsvervulling en zelfverzaking wezen,
-groeide Laurens Beynen op als een echte Hollandsche jongen volgens het
-hart van "Hildebrand." Hij ging op de catechisatie bij Ds. Gunning,
-en als hij mij schertsend soms in zijn brieven zijn "schoolvriend"
-noemde, dan was het omdat ik--doch tien jaar vroeger dan hij--van
-Ds. Gunning [2] mijn godsdienstige opleiding ontvangen had, en wij
-geheel overeenstemden in onze dankbare herinnering aan dien waardigen
-en beminnelijken leeraar, wiens warme overtuiging en bezielend
-woord op ons beiden even diepen indruk had gemaakt. Mijn vroegere
-leermeester schreef mij kort geleden met aandoening over Beynen:
-"Op mijn catechisatie zie ik hem nog voor mij, den lastigen, aardigen
-jongen van wien ik zooveel hield, ook als zijn kleine levendigheden
-mij soms noodzaakten hem een woord van bestraffing toe te spreken,
-dat steeds zoo goedig werd aangenomen. Hij kon zoo goed, zoo schrander
-vragen en twijfelen, en soms opponeeren, maar dan ook eerbiedig en
-aandachtig steeds naar mijn tegenrede luisteren. Ik hoop óók meê zijn
-oog naar boven gericht te hebben. Steeds ben ik hem de hartelijkste
-genegenheid blijven toedragen."
-
-Wanneer ik nu ten laatste nog in herinnering breng dat
-dr. L. R. Beynen--de oud-rector der Latijnsche school te 's Hage--de
-peetoom was van Laurens Koolemans Beynen, en hem van zijn jeugd af aan
-tot vriend en raadsman strekte, dan kent men de liefelijke omgeving
-waarin hij opgroeide. Toen hij met de Barents uitzeilde schreef zijn
-oom dr. Beynen hem: "Houd God steeds voor oogen. Blijf in 't geen gij
-geleerd hebt, wetende van wien gij 't geleerd hebt. Ga voort met voor
-vaderland, koning en wetenschap te ijveren en te werken!"
-
-Hij haalde in een brief aan mij die woorden later aan, zeggende: "God,
-vaderland en koning te eeren is mij sinds mijn eerste jeugd geleerd!"
-
-Op het Instituut te Willemsoord deed hij ijverig zijn best en, gelijk
-prof. Kan in zijn waardeerend schrijven in het tijdschrift van het
-Aardrijkskundig genootschap mededeelt, scheen zijn liefde voor de
-geschiedenis des vaderlands hem daar te zijn bijgebleven. Althans
-zijn eerste pennevrucht, geleverd voor den almanak der adelborsten,
-draagt den titel: "Een groot man. Herinnering aan den vice-admiraal Jan
-Evertsen, gesneuveld in 1666," en voert het motto: "Examinez ma vie
-et jugez qui je suis," woorden, die alleszins bij de beoordeeling
-van Beynen zelven van toepassing zijn. Overste Steffens, die
-tegenwoordig commandant van Zr. Ms. opleidingsschip Wassenaar is,
-schreef mij na Beynen's dood: "Ik heb altijd veel van hem gehouden,
-reeds sints den tijd dat ik hem, met het roode kraagje als adelborst,
-op de schoolbanken van het Instituut voor mij heb zien zitten. Er
-zat leven in hem. Hij behoorde niet tot de blokkers, maar ik gevoelde
-dat er uit hem een flink zeeman zou groeien. Toen het bekend was dat
-hij met de Pandora zou medegaan, heb ik de overtuiging uitgesproken,
-dat hij daar op zijn plaats zou zijn. Beynen was een voorbeeld voor
-velen niet alleen wat liefde voor het gekozen vak betreft, maar ook
-wat bescheidenheid en beminnelijkheid als mensch betreft."
-
-In het Koninklijk Instituut te Willemsoord bleef zijn aandenken geëerd,
-en toen de mare van zijn overlijden bekend werd, ontving de kommandant
-P. ten Bosch reeds den volgenden dag van de adelborsten het verzoek,
-om het portret van Beynen te mogen plaatsen in hun zaal, als een blijk
-hunner vereering. En ik kan de verleiding niet weerstaan nog een ander
-bewijs te geven van de warme toegenegenheid, door Beynen gewekt bij
-onze flinke aanstaande zee-officieren. Namens het corps adelborsten van
-het Koninklijk Instituut werd mij, nadat Beynen's levensbeschrijving
-in de Gids was verschenen, o.a. het volgende geschreven, waaruit
-blijkt met welke nobele plannen voor de toekomst onze adelborsten,
-op Beynen's spoor, hun schoone carrière zullen beginnen:
-
-"Ik kan u de verzekering geven dat de daden en werken van dien
-onvergetelijken "Zeeridder" altijd bij ons in levendige herinnering
-zullen blijven en zijn edele, echt mannelijke persoonlijkheid ons
-steeds als een heerlijk ideaal, schier onbereikbaar, zal voor oogen
-staan, als het ideaal van den Hollandschen zeeman, van den zeeman,
-waardig een eervolle plaats in te nemen in de rijen onzer roemrijke
-"zeevaders"."
-
-Nadat Beynen het Instituut verlaten had, waar zijn naam dus in
-eervolle herinnering wordt gehouden, en waar hij eenige trouwe,
-hartelijk geliefde vrienden won, maakte hij een oefeningstocht
-op de Urania, en werd hij, na tot adelborst 1e klasse benoemd te
-zijn, in September 1871 geplaatst op Zr. Ms. wachtschip de Rijn,
-te Hellevoetsluis. Zijn eerste zeereis maakte hij in het voorjaar
-van 1872 aan boord van Zr. Ms. Wassenaer, waarmede hij naar de kust
-van Guinea ging. Hij werd op de Afrikaansche kust voor het eerst door
-ijlende koortsen aangetast, waaraan hij later nog enkele keeren lijden
-zou bij tropische hitte. Op de terugreis naar het vaderland hersteld,
-ging hij in Augustus van dat zelfde jaar aan boord van de Wassenaer
-in de Noord-zee kruisen, en kreeg hij gelegenheid Edinburgh en de
-Schotsche Hooglanden te bezoeken, vanwaar hij aan zijn ouders even
-aardige als levendige brieven schreef. Maar hij bleef verlangen naar
-meer bedrijvigheid en moeielijker werk, en zijn vurige wensch werd
-dus vervuld toen hij in 1873 naar Atjeh werd gezonden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-IN ATJEH.
-
-
-Het was in den tijd, die verliep tusschen het verlaten van Atjeh
-door de eerste expeditionaire macht en de eerste krijgsbedrijven van
-de tweede expeditie, dat Beynen op Zr. Ms. fregat Zeeland, onder
-bevel van den kapitein ter zee Van Gogh (thans in 1879 kommandant
-der zeemacht in Indië) naar Atjeh gezonden werd.
-
-Aan boord van dit schip schreef hij in Juni 1873:
-
-"Al sedert vier dagen liggen wij op de reede van
-Atjeh. Onbeschrijfelijk vreemd en doodsch is de indruk, dien men
-ondervindt als men op een reede komt, waar men niet verwelkomd wordt
-door allerlei soorten van prauwen van bevriende eilanders met vruchten
-enz. Wij kwamen dicht bij den vijandelijken wal ten anker. De kust
-is zwaar begroeid en daarachter ligt hoog bergland.
-
-"Nu stelt gij u zeker voor, dat de toestand hier is als volgt:
-
-"De geheele kust geblokkeerd door de Nederlandsche zeemacht, terwijl
-Atjeh een nietsbeduidend, in verval geraakt staatje is. Dat denkt
-men in Holland, maar 't is mis, geheel mis! Atjeh is niet in verval,
-en de Atjehers vechten als leeuwen. Het is een groot, sterk slag
-menschen, die, na hun geweer afgevuurd te hebben, tegen het sterkste
-snelvuur der Beaumont-geweren inloopen, met twee klewangs gewapend. De
-kolonialen hebben zich prachtig tegen hen gehouden.
-
-"De Atjehers zijn steeds druk in de weer. 's Nachts ziet men van
-het dek al hun nachtvuren tegen de helling der bergen, wat een zeer
-eigenaardig gezicht is.
-
-"Onze kolonel werkt maar altijd rusteloos voort, met het gevolg dat
-het hier hoe langer hoe beter wordt, wat de blokkade betreft. Daar
-een onzer officieren adjudant van den kolonel is geworden, moest ik
-als oudste adelborst op het admiraalschip officiersdienst doen. Omdat
-er hier verschillende gevallen plotseling op de wacht voorkomen,
-zag ik er eerst tegen op, maar ik vond het toch heerlijk. Het was
-Zondag den 16den Juli 1873 dat ik mijn eerste wacht als officier deed.
-
-"Toen ik op de dagwacht kwam, kreeg ik over--d.i. deelde de naar kooi
-gaande officier mij mede--dat er in de Malakkastraat een schip even
-zichtbaar was, doch dat men er nog niets verders van wist. Ik keek
-mijn oogen uit, maar ik kon niets anders van het schip verkennen
-als dat het dubbele marszeilraas had, een witten gang en sloepen
-aan bakboord. Toen ik echter uit het manoeuvreeren begreep dat het
-schip op de reede wilde komen, liet ik dadelijk den eersten officier
-waarschuwen. De overste kwam onmiddellijk op 't dek. Hij wilde juist
-de officierssloep doen strijken, toen het schip afhield, de Turksche
-vlag vertoonend, die veel op de Atjehsche gelijkt. De overste, ziende
-dat het dek zwart van volk was, vertrouwde de zaak niet, en liet de
-twee groote sloepen bewapenen, die hij door twee gewapende barkassen
-naar het schip liet sleepen.
-
-"Het was een Turksch schip, Nedjah genaamd, dat, ons salueerend,
-ankerde onder den vijandelijken wal. Wij maakten meer stoom, lieten
-de ketting met een boei er op slippen en hielden op de reede op en
-neder, vlak langs het Turksche schip, met de batterij slagvaardig. Dit
-alles geschiedde in enkele oogenblikken. De Turksche kapitein kwam
-aan boord, vergezeld van een Maleischen tolk, en nu bleek het een
-Arabisch schip te zijn van Mekka, kapitein Mahjeddin, met ruim 450
-hadjis aan boord, waaronder veel Atjehers. Daar de kapitein bewees
-dat hij van de blokkade niets wist, lieten wij hem vrij gaan, doch
-gaven hem last, zonder eenig verkeer met den wal, onmiddellijk het
-anker te lichten en de geblokkeerde wateren te verlaten, wat hij deed,
-terwijl de Siak hem volgde om toe te zien dat hij het bevel nakwam,
-en de stoombarkassen jacht maakten op prauwen, die het waagden uit
-den wal te houden om de Nedjah aan boord te komen.
-
-"Wat heb ik het getroffen op mijn eerste wacht als officier!
-
-
-
-"Het is nu November en sinds eergisteren waren er goede voorteekenen
-voor den zoo verlangden N. O. Passaat. Gij kunt u niet voorstellen
-welk een aangename verrassing het was, toen ik, op dek komend,
-hedenmorgen zag dat wij in plaats van Z. W. nu N. O. voorlagen.
-
-"Bijna vijf maanden lang hadden wij onophoudelijk Z. W. voorgelegen,
-en dit gaat hier altijd gepaard met nat, slecht weder, en nu lagen wij,
-voor het eerst sinds ik hier ben, N. O. en woei ons een heerlijke,
-koele, droge, geurige wind tegen, terwijl de zon zoo vroolijk en
-vriendelijk scheen, aan alles kleur en tinten gevende. Zij verdreef
-de donkere wolken van de toppen der bergen en liet de scherpe kruinen
-zich sterk afteekenen tegen het hemelblauw. Wat ook heerlijk genoemd
-mag worden is, dat nu de schaduwen van de zee zijn weggejaagd,
-ik een blik kan werpen in het heldere blauwe water onder ons, waar
-tallooze schitterend gekleurde visschen in onze vreugde over de zon
-en het weder deelen. De hooge steile donkere kust had onmiddellijk een
-vriendelijken tooi aangenomen. De krachtige stralen der tropische zon
-drongen in de diepste kloven van het gebergte door, en we zagen die
-heerlijke groene wouden, welke Insulinde zoo geheimzinnig aantrekkelijk
-maken. Zacht glooiend liepen de lichtgroene berghellingen, hier en
-daar door donkerzwart-groen geschakeerd, tot het strand af, waar
-de zilverwitte branding haar eeuwig lied zong, terwijl haar tot nu
-toe zoo donderende tonen zachtkens en geleidelijk overgingen in die
-stille welluidende alleenspraak der fluisterende golven, welke steeds
-begrepen worden door hen, die smart kennen.
-
-"Hoe heerlijk schoon is God's schepping, en wat doet het treurig aan
-dat wij die vruchtbare vallei moeten gaan doorweeken met bloed van
-inboorlingen en Europeanen.
-
-
-
-"Den 17den November moesten wij den wal naderen en werd er een benting
-door ons beschoten, waaruit batterijen het ons lastig maakten. Wij
-verdreven den vijand, doch wat mij het meeste trof, was het gezicht
-van een eenvoudigen kampongbewoner, die onder ons hevigst vuur met
-echt Indische kalmte en waardigheid op het strand langs de zee liep,
-terwijl hij met deftige, statige bewegingen met de armen de geheele
-kustlijn bezwoer, oogenschijnlijk vast overtuigd, dat hij daardoor
-zijn schoongelegen visschersdorp behoeden zou voor vernieling.
-
-
-
-"Ik ben tijdelijk op Zr. Ms. Schouwen overgeplaatst, welk schip deel
-uitmaakt van het eskader, dat Sumatra's westkust blokkeert. Het
-bevalt mij hier aan boord weder zeer goed, vooral daar ik hier
-officiersdienst doe en 's morgens en 's middags van 4 tot 8 wacht heb,
-wat zeer aangenaam is, daar wij veel zeilen, loerende op drie Turksche
-schepen, die hier gepasseerd zijn met ammunitie voor Sumatra.
-
-"Den 14de heb ik een grap gehad. Luitenant v. d. Heuvell en ik kregen
-last om de Karang-Baba-baai op te nemen en in kaart te brengen. De
-baai ligt bezuiden Atjeh-head, waar onze kommandant de batterijen
-moest vernielen. Nadat wij twee dagen van 's morgens vroeg tot donker
-er mede bezig waren geweest, konden wij de baai in kaart brengen,
-maar de kommandant wist de plaatsen nog niet waar de batterijen
-stonden. Nu kreeg ik last om met mijn sloep vlak langs den wal te
-houden in de hoop dat men op mij zou vuren. Op de vermoedelijke plaats
-der batterij gekomen, roeide ik vlak den wal in tot voor de brekers
-op het rif, en wierp daar de dreg in den grond om niet in de branding
-te geraken. Ik kon nu de Kali prachtig opnemen, doch de vijand was
-te slim om door schieten zijne batterijen, die in het groen verborgen
-waren, te verraden. Zelfs toen ik met mijn geweer eenige schoten loste
-op het strand, hield de vijand zich roerloos. Wind en zee namen toe,
-en ik hield meer op zee naar luitenant Van Broekhuyzen, die met onze
-kleine vlet in de golven lag te hakken, zonder er veel vaart in te
-kunnen krijgen.
-
-"De Atjehers hadden mij echter goed gezien en hielden mij in de gaten,
-en toen ik den volgenden morgen bezig was aan den Noordhoek van de
-baai een kreek op te looden, werd mijn sloep van achter de struiken
-plotseling door een heftig geweervuur beschoten. Ik had last om op
-te nemen en niet om te vechten en ik ging dus met mijn sextant door,
-doch toen de vijanden op het strand kwamen en daar bedaard gingen
-knielen en op hun gemak op mij aanlegden, terwijl een hunner het
-waagde met de Atjehsche vlag te wapperen, kon ik niet nalaten mijn
-Beaumont op te nemen en tien schoten op de heeren te lossen, wat
-genoeg was om het geheele strand schoon te maken, zoodat ik met mijn
-bezigheid kon voortgaan, ofschoon ze bleven schieten uit het bosch,
-zoodat er vele kogels over en naast de sloep vielen, zonder iemand
-te kwetsen. Een paar uur later kwamen we heelhuids weer aan boord.
-
-"Dit was een aardig avontuurtje.
-
-"Alles is nu trouwens genoegelijk, want wij hebben gelukkig onzen
-inslag uit Batavia gekregen, na 4 1/2 maand eigenlijk gebrek te hebben
-geleden, zoodat wij nu weer dik beginnen te worden. Gelukkig dat
-het Roode Kruis ons meermalen bedacht, hoewel er natuurlijk door het
-groote aantal monden niet veel voor ieder was. Dat weinige zal ik toch
-mijn geheele leven door blijven gedenken. Ik kan u niet genoeg mijn
-bewondering te kennen geven over de wijze, waarop de marine tijdens
-de blokkade groote ellende zonder mopperen doorgestaan heeft. Men kan
-er zich van verre geen denkbeeld van maken, maar als men weet wat op
-die kleine scheepjes, vooral op de Westkust maanden en maanden lang
-geleden is, zonder eenige afleiding of verademing en zelfs zonder
-voldoend voedsel, dan krijgt men grooten eerbied voor de mannen, die
-zoo gewillig en blijmoedig hun edelste krachten ten beste geven in
-het belang van ons dierbaar vaderland. Dat ziet niet op mij; o! neen,
-dat weet gij wel beter, maar op die kloeke officieren en manschappen,
-die maanden lang, terwijl ze de kust blokkeerden, met stormweer te
-kampen hebben gehad op scheepjes, die steeds water schepten, zoodat
-men--en dat is geen mopje, ik verzeker het u--meer in het water dan
-op het droge leefde.
-
-"Verschillende equipages zijn dan ook afgewerkt en geheel uitgeput,
-maar steeds vol goeden moed.
-
-"Dit zijn zaken, die met geen goud betaald kunnen worden, en land
-en volk zijn en blijven, ook weer bij deze expeditie, aan de marine
-ontzaglijk veel verplicht."
-
-
-
-De adelborst, die met zulk een geestdrift sprak van de officieren der
-marine, die hem een voorbeeld gaven; de jonge man, die nooit klaagde
-en ontevreden was, maar steeds bewonderde en liefhad, zou spoedig
-zelf de ernstige zijde van het beroep zijner keuze zien.
-
-Op de blokkeerende vloot barstte in December 1873 de cholera uit.
-
-"De gele vlag waait thans ook aan boord van Zr. Ms. Zeeland," schrijft
-hij, "en het is steeds een treurig iets zulk een ziekte als de cholera
-aan boord te hebben van een schip, waar men alles zoo haarfijn hoort
-en ziet. Ik moet over de reede varen met flesschen karbolzuur om te
-desinfecteeren, en om choleralijders met de sloep te vervoeren. O! die
-ziekte! die ziekte! welk een vijand! Soms als ik juist op een schip
-aanlegde, zag ik een lijk over boord gaan, en het gebeurde ook wel
-dat lijken voorbijdreven... 's Morgens deed ieder schip een sein om
-mede te deelen hoeveel lijders er aan boord waren, en dan voer de
-boot rond om alle zieken te gelijk over te voeren naar het tijdelijk
-hospitaal op het eiland Nassy.
-
-"Ik zelf ben met een groot gedeelte van mijn mariniers van den
-wal teruggekeerd met de cholera. Daar ik het in dienst gekregen
-had, voorzichtig was geweest met water drinken en mij niet aan
-noodeloos gevaar had blootgesteld, schikte ik er mij kalm in. Doch
-mijn arme soldaten zijn door de kogels gespaard om te zekerder door
-de cholera te sterven. Het peloton, dat ik aan wal aanvoerde, is
-gedecimeerd. Zoo iederen morgen mis je weer deze of gene van je troep,
-een vriend of een kennis, en vraag je dan: "waar is die en die?" dan
-is het steeds hetzelfde: "vannacht op post in elkaar gezakt!" of:
-"aan de ziekte overleden." Ik ben echter weer in zooverre hersteld,
-dat ik de overgeblevenen kan voorgaan.
-
-"Van een mijner vrienden moet ik u echter eerst wat vertellen. Van het
-begin der expeditie af heeft mijn vriend, de adelborst Schuylenburg,
-dag en nacht met de ziekensloep gevaren, wat ik slechts een enkelen
-keer deed. Doch hij kan bijzonder goed met een sloep omgaan, welke hij
-handig door de branding weet te brengen. Geen moeite is hem te veel;
-hij biedt zichzelven telkens aan voor het verschrikkelijke werk van het
-vervoeren der zieken, terwijl men eens zien moest, met welke teedere
-zorg en oplettendheid hij er voor waakt, dat zoowel choleralijders als
-gewonden zoo min mogelijk last zullen hebben van de reis in de sloep.
-
-"Heden (11 Dec. 1873) kwam hij bij ons aan boord om zieken af te
-halen en over te brengen naar de ziekenschepen. Hij en zijn volk
-hadden in geen drie dagen ander voedsel gehad als nu en dan wat harde
-beschuit, en hij was niet uit zijn barkas geweest. Wij drongen er op
-aan, dat hij zich bij ons eens goed wasschen en ferm wat eten zou,
-doch hij werd te vroeg weer weggezonden. In den afgeloopen nacht was
-zijn vlet in de hevige branding omgeslagen. Deze vlet is een ondiepe
-sloep, waarin hij de gekwetsten van den wal naar zijn barkas of de
-ziekensloep van het Roode Kruis roeit. Toen de vlet vol water was
-en zonk, gaf Schuylenburg het voorbeeld. Hij en zijn matrozen namen
-ieder een gekwetste op de schouders, en ze poogden, nu zinkende dan
-zwemmende, vasten grond onder de voeten te krijgen. Ze liepen het
-grootste gevaar, maar niemand dacht er aan zijn leven te redden door
-den gekwetste aan zijn lot over te laten, en ten laatste gelukte het
-hun den wal te bereiken, zoodat allen gered werden."
-
-Een halve maand later schrijft hij opnieuw over zijn vriend
-Schuylenburg, die met hem den aanval op Pedir medemaakte en daarbij
-gewond werd.
-
-"Mijn vriend, de adelborst Schuylenburg, ging ook mede. Terwijl
-ik tijdelijk als infanterieofficier optrad, was hij weer bij de
-ambulance, waarmede hij tot in de voorhoede oprukte. Druk bezig
-zijnde met de gewonden dadelijk in zijn armen op te nemen, om ze
-in de tandoes te laten vervoeren, stortte hij neer, door een kogel
-getroffen, die hem het been verbrijzelde. Ach, wat veroorzaakte mij
-dit een smart!... Welk geduld toonde hij steeds, als hij op al de
-ziekenschepen bij beurte plaats vroeg voor zijn kranken en, dikwijls
-onheusch bejegend, steeds vriendlijk volhardde totdat hij den armen
-choleralijders een rustplaats bezorgd had. Zulke diensten, als hij
-steeds bewees, zijn niet te beloonen. Maar juist omdat ze zoo weinig
-opgemerkt worden zijn ze zoo schoon!"
-
-Deze edele jonge held, die in enkele regels zoo aanschouwelijk wordt
-beschreven door zijn vriend, overleed aan de bekomen wonde.
-
-Den 31sten Januari 1874 schreef Beynen: "Eergisteren stierf na
-een allersmartelijkst lijden mijn vriend F. W. Schuylenburg aan
-de gevolgen zijner bekomen wonden bij Pedir, waarbij bovendien nog
-dysenterie kwam. De laatste dagen had hij de klem. Zijn overlijden
-heeft mij dieper getroffen dan ik kan zeggen.
-
-"We hebben hem gisteren begraven in den grond, maar al te duur
-verkregen en ook door zijn bloed gekocht, hopende, zooals overste
-Binkes het uitdrukte, dat het voor de ouders eenigen troost zou zijn
-te weten, dat hij ten minste onder de Nederlandsche driekleur en dus
-op Nederlandschen bodem begraven ligt. Hij rust in het zeestrand,
-aan den zoom van het bosch; een eenvoudig kruis met vermelding van
-naam en datum zal voortaan de plek aanduiden, waar onze brave makker
-zijn laatste rustplaats vond."
-
-
-
-Tot de helden, waarop ons vaderland fier kan zijn, behoort de adelborst
-F. W. Schuylenburg. Zijn vriend Beynen heeft in de brieven aan zijn
-moeder de beeldtenis van dien jongen ridder der zee bewaard, en er
-voor gezorgd, dat dit voorbeeld van onzelfzuchtige plichtsbetrachting,
-van hartelijke toewijding aan zijn naasten en zijn vaderland, niet
-verloren is gegaan.
-
-
-
-Beynen was te zamen met zijn vriend Schuylenburg in het vuur geweest,
-en de beide adelborsten der marine hadden getoond niet alleen op zee
-hun Koning te kunnen dienen.
-
-Bij de eerste landing der troepen was Beynen echter niet mede
-gegaan, waaraan we eene aanschouwelijke beschrijving van dat
-belangrijk krijgsbedrijf te danken hebben. Hij was weer aan boord van
-Zr. Ms. Zeeland gekomen en aanvankelijk aangewezen om een peloton
-der landingsdivisie van zijn schip--namelijk het tweede peloton
-mariniers--aan te voeren. Doch eene noodzakelijke wijziging van dit
-bevel hield hem aan boord. Hij schreef den 11den December 1873:
-
-"Aan alles komt een einde, en dus ook aan het vervoeren van
-choleralijders, en zoo brak dan ten laatste de dag van actie aan,
-waarnaar wij ruim een half jaar lang hadden uitgezien. Den 9den
-December zou de landing plaats hebben, en dat nu niet op het vorige
-punt, maar de marine en de transportvloot zouden 's nachts in de
-meeste stilte met ongedekte vuren om Pedropunt gaan, ten einde 's
-morgens vroeg de troepen aan wal te zetten.
-
-"'s Nachts om 3 uur was het alarm aan boord, en de Zeeland verliet
-de reede van Atjeh. Het was een heerlijke, kalme, heldere nacht, en
-verrukkelijk om te zien, hoe al die schepen naast elkander stoomden
-en bij het doorkomen van den dag op de hun aangewezen plaatsen lagen.
-
-"De marine was in twee divisiën gesplitst: de landings- en de
-dekkingsdivisie. De eerste, onder den kapitein-luitenant-ter-zee
-Binkes, zou uitsluitend troepen landen en hen beschermen, terwijl de
-dekkingsdivisie--bestaande uit de grootste schepen--onder kolonel
-Van Gogh, door een goed onderhouden granaatvuur de verbindingslijn
-tusschen Groot-Atjeh en de landingsplaats zou afsnijden.
-
-"Daar twee van onze officieren op de sloepen geplaatst waren, viel
-ik als oudste adelborst het eerst voor den dienst in en bleef dus aan
-boord van de Zeeland. Hoe gaarne ik ook in de sloepen was medegegaan,
-heb ik zulks niet willen vragen.
-
-"Elke dienst toch moet goed vervuld worden en ieder zou natuurlijk
-het belangrijkste willen bijwonen; ik zou met dezelfde toewijding,
-zoo het noodig ware geweest, dag en nacht choleralijders vervoerd
-hebben, als dat ik mijn matrozen had aangevoerd bij de landing,
-indien mij deze eer was te beurt gevallen.
-
-"Ik bleef dus aan boord. Om vier uur ontbeten wij allen flink met
-spekpannekoeken en hard brood, en bleven toen tot het licht was
-geworden in de batterij. Ik had bovendien de wacht als officier;
-het was dus dien dag gezellig dienst presteeren, en ik troostte mij
-er mede dat deze dienst wellicht even nuttig was voor het land als
-menige andere.
-
-"Om negen uur 's morgens zagen wij de landing plaats hebben. Welk
-een aantal sloepen! Langzaam maar zeker, gedekt door het vuur van
-het landingseskader en voorafgegaan door de gewapende marinesloepen,
-naderden zij den wal onder een vrij hevig schieten van den vijand,
-totdat eindelijk de sloepen den wal bereikten, en de eerste
-Nederlanders, door het water wadend, Atjeh's grond betraden. Ik
-vergeet het heerlijk schouwspel nooit van die drie of vier eerste
-mannen, voorafgegaan door een luitenant, die op het land sprongen en
-onmiddellijk de eerste hoogte bestormden, waar ze handgemeen werden
-met den vijand.
-
-"Toen de volgende sloepen, onder een goed onderhouden vuur van de
-marinesloepen en gevolgd door de muziek van de kolonialen, aan den
-wal kwamen, schaarden soldaten en matrozen zich in linie van bataille
-en en colonne rukten ze met versnelden pas langs het strand om de
-West. Zij naderden ons nu meer en meer, en wij zagen de troepen,
-met de bajonet op, als een glinsterende, kronkelende slang door het
-bosch en over de begroeide hellingen zich een weg banen, terwijl de
-voortroep met stormpas vooruit was gerukt en onder onze oogen drie
-vlaggen van de benting haalde, hetgeen met een driewerf hoezee! vol
-geestdrift van al de schepen begroet werd.
-
-"Den volgenden morgen werden de marinesloepen naar wal gezonden, met
-de mariniers, van welke ik er 50 aanvoerde, ten einde de kampong in de
-rugzijde van den waterkant aan te vallen. Bij hoogwater gingen 25 van
-onze gewapende sloepen naar land; wij naderden zoo dicht mogelijk en
-sprongen toen gepakt en gezakt over boord, waadden verder en stelden
-ons langs de kust op. In goede orde marcheerden wij op, toen ons
-geseind werd om halt te houden. De vijand had de kampong ontruimd,
-ze was door onze troepen bezet en wij moesten naar boord terug. Ik
-mocht dus dezen dag Koning en vaderland nog niet in het vuur dienen.
-
-
-
-"Ten laatste mocht ook ik iets doen voor het land, en de eer der marine
-helpen ophouden. Een paar dagen later werd er 's morgens geseind,
-dat gewapende sloepen zich in de Kali moesten samentrekken. Toen de
-geheele sloepenbrigade gereed was om onder overste Bunnik de rivier
-op te roeien, vernamen wij dat het gemunt was op Kotta-Djawa, waar
-de vijand zich met kanonnen verschanst had. Terwijl wij de prachtige
-rivier opvoeren, hoorden we voortdurend het snelvuur der kolonialen
-op den oever, en het eigenaardige schrille krijgsgeschreeuw van
-de Atjehers. Op den bepaalden tijd waren wij voor Kotta-Djawa,
-waar wij plotseling beschoten werden uit twee bedekte bentings aan
-weerszijden van de rivier. Verschillende onzer sloepen raakten vast
-op een versperring, door den vijand in de Kali gelegd, zoodat wij
-spoedig gekwetsten hadden. De sloepen beantwoordden kalm en goed
-mikkende het vijandelijk vuur. Onze granaten sprongen onophoudelijk
-in de bentings. Mijn peloton was aangewezen om de voorhoede uit te
-maken, en zoo rukte ik met mijn mariniers in tirailleurslinie de
-kampong binnen, doch de vijand was gevlucht. Elk huis werd doorzocht,
-doch alles bleek in haast verlaten te zijn. De overste bepaalde nu,
-dat de mariniers onder kapitein Sutherland aan wal zouden blijven,
-terwijl de matrozen in de sloepen voor dreg zouden blijven liggen. De
-benting was ontzaglijk sterk, op zijn Europeesch aangelegd met bomvrij
-logies. Acht stukken waren op de wallen geplant, terwijl de zwaarste
-stukken de Kali bestreken. Wij maakten ons bivak zoo goed mogelijk
-in orde; sloegen hutten op en namen alle mogelijke voorzorgen van
-veiligheid. Den eersten nacht in het bivak vergeet ik nooit. Gekleed
-en met de wapens in handen, lagen wij op den grond en deden geen oog
-toe, daar duizenden muskieten op ons aanvielen. Het was een heerlijke
-nacht, waarin wij alleen verontrust werden, doordien de vijand boven
-'s winds van ons zijn eigen huizen in brand stak, zoodat de rook en
-groote vlammende vonken over ons bivak heen vlogen. Wij wisten dat
-wij op een vooruitgeschoven post in het vijandelijk land waren en
-pasten dus dubbel op.
-
-"Om vier uur was het reveil, en de luitenant-ter-zee Van Stein werd
-met mij en tien mariniers op verkenning uitgezonden. We kwamen terug
-met twee schapen, geiten en een slachtos, zoodat we ons van een
-voldoenden voorraad versch vleesch voor ons kleine troepje hadden
-voorzien. Vervolgens moest ik met een corvée een weg naar de Kali
-kappen, de bamboeheggen herstellen en het bivak voltooien. 's Avonds
-had ik van 6-12 uur de wacht, en sliep toen tot 4.30, zonder dat de
-muskieten mij den slaap konden ontrooven.
-
-"Om zeven uur kwam een kapitein van den Staf de rivier op en meldde
-aan onzen kapitein, dat het halve derde bataljon vooruitgezonden was,
-eerst om de zuid en dan op het kompas om de west. Een kompagnie van
-ons moest derhalve om de oost trekken, ten einde deze troepen te
-ontmoeten en hun den weg naar de benting te wijzen.
-
-"De kompagnie, waarvan ik het tweede peloton van 60 man aanvoerde,
-begaf zich dadelijk onder bevel van kapitein Sutherland op weg,
-en ik moest weer de voorhoede uitmaken. In behoorlijke orde met
-spits, voorwacht, hoofdtroep en zijdekkingen marcheerden wij op. Het
-moest langzaam gaan, want het terrein was zeer bezwaarlijk. Ik was
-echter zoo gelukkig een meer open terrein te vinden, dat om de oost
-liep en dat volgden wij nu een eind ver, totdat wij in sawahvelden
-uitkwamen. Hier liet de kapitein mij met mijn peloton, dat het meest
-rust noodig had, als steunpunt achter, waarop hij kon terugtrekken,
-en hij marcheerde verder. Toen de kapitein uit het zicht was, deed
-ik een ronde langs de postenketen en ontdekte een pad in het bosch,
-dat onbezet was gebleven. Ik liet daar een dubbelen post achter en
-maakte een patrouille om het terrein iets meer te verkennen. Plotseling
-hoorden wij iets, en, in het groen verscholen, verkende ik een troep
-van 14 kolonialen, die van het pad langs de Kali waren afgedwaald. Het
-waren allen neger-soldaten, maar ik wist mij toch begrijpelijk te
-maken en hun den weg te wijzen. Om 11 uur kwam de kapitein terug,
-zonder onze troepen ontmoet te hebben, en nu trok ik met mijn peloton
-in oostelijke richting op, terwijl het eerste peloton onder den
-kapitein en luitenant Van Stein zich op mijn plaats opstelde.
-
-"Ik moet bekennen, dat, toen ik mij te midden der sawahvelden op
-onbekend terrein bevond, wetende dat alles wat nu geschiedde op
-mijn verantwoordelijkheid was, dit mij wel eenigszins een vreemde
-gewaarwording gaf. Maar ik bracht mij in herinnering alles wat ik
-mijzelf geleerd had van hetgeen een infanterieofficier in zulk een
-geval moet doen, en dan steunde ik op mijn beetje gezond verstand
-en bleef dus maar kalm, terwijl ik behoedzaam voortsloop, van elke
-bedekking gebruik makende. Toen ik een goed terrein vond om mijn
-hoofdtroep in stelling te laten komen, liet ik halt houden. Ik had
-in de verte een gong gehoord en liet, na posten uitgezet te hebben,
-een patrouille onderzoek instellen. Ze kwamen met het bericht dat we
-in de buurt van een grooten kampong waren, wat ik al gedacht had door
-de menigte klapperboomen, welke ik zag.
-
-"Daar ik zekerheid wilde hebben of die kampong bezet of verlaten was,
-besloot ik er mij zelf van te overtuigen, om zeker te zijn dat ik niet
-door overdreven berichten op een dwaalspoor wierd geleid. Met vier oude
-soldaten kroop ik door de hooge halmen en naderde uiterst behoedzaam
-den boschrand. Eerst zag ik een kat, toen een hond, en ten laatste
-hoorde ik duidelijk stemmen in den kampong. Ik wist nu genoeg en
-trok terug op onzen hoofdtroep om den kapitein te waarschuwen en zijn
-orders te vragen. Een mijner zijposten, die tusschen twee sawahvelden
-op den uitkijk stond, werd toen echter iets gewaar, en nu zag ik
-een paar zwarte kolonialen, gevolgd door een Europeesch sergeant,
-uit het bosch kruipen. Wij verkenden elkander spoedig, en ik liet mij
-bij den Overste Engel, die dicht achter de spits marcheerde, brengen,
-wien ik mededeelde dat ik tot een compagnie mariniers behoorde, die
-last had zijn troepen te ontmoeten. De overste was verblijd dat wij
-elkander ontmoet hadden, daar hij den vorigen dag een vergeefschen
-tocht gemaakt had, en zeide dadelijk tot mij: "Mijnheer, ik wensch
-u hartelijk geluk met ons behaald succes!" waarop ik niet veel wist
-te antwoorden.
-
-"Ik schrijf dit alles zoo uitvoerig om mij later al die kleine
-bijzonderheden te kunnen herinneren, daar ik dit de belangrijkste
-gebeurtenis vond tijdens mijn verblijf in de vallei van Atjeh."
-
-
-
-De 21-jarige adelborst had dan ook wel reden om dit eerste
-onafhankelijk optreden in herinnering te houden. De ontmoeting in
-dit uitgestrekte, onbekende, moeielijke terrein, nadat enkel op
-het kompas gemarcheerd was, had plaats juist zooals gewenscht was,
-en het kalme beleid, waarvan in het eenvoudig verhaal blijken genoeg
-voorkomen, kenschetst vooral den jongen zeeman, die op zijn gezond
-verstand vertrouwt. Twee dagen later werd op hetzelfde terrein een
-transport met begeleidende troepen overrompeld en vernietigd.
-
-Na twee keer in het vuur te zijn geweest, nam Beynen deel aan een
-aanval op de hoofdplaats van het rijk Pedir op de Noordkust, waar zijn
-colonne het acht uur lang hard te verantwoorden had, bij welken aanval
-de adelborst Schuylenburg de wond kreeg, waaraan hij overleed. In
-sloepen waren ze de rivier opgeroeid en, na aan wal gestapt te zijn,
-slaags geworden met den vijand, die zoowel hun linker als rechter
-flank omtrok en van achter boomen en struiken op hen vuurde.
-
-"De vijand kwam nu opzetten," schrijft hij in een brief van 1 Januari
-1874, "en vocht ongelooflijk dapper; als ik het zelf niet gezien had,
-zou ik het bijna niet gelooven hoe zulk een voorvechter tegen ons
-pelotonvuur kwam inloopen, al dansende en springende en met zijn
-twee klewangs zwaaiende, totdat hij dood nederstortte. Sneller
-en met grooter overmacht naderde de vijand. Nu moesten alle
-mariniers gaan liggen en enkel de onderofficieren en scherpschutters
-voortreden. Kalm en juist begonnen zij snelvuur te geven. Dit hielp
-ontzaglijk. Achtereenvolgens zagen wij die dappere kerels, gewond,
-waggelend vooruitsukkelen en eindelijk languit in het zand tuimelen. De
-artillerie konden we niet in positie krijgen door den aard van het
-terrein, dat een moeras was. Intusschen daalde door de eb het water
-meer en meer in het ellendig riviertje, en we moesten dus met de
-booten aftrekken, als we die niet op het droge wilden laten. De vijand
-beschoot ze reeds, en er vielen gewonden. We trokken dus terug naar
-de booten en de mariniers deden dit op de meest uitmuntende wijze. De
-sloepen moesten door de rivier worden getrokken door matrozen, die tot
-het midden in het water liepen. Dit vorderde langzaam, zoodat ik met
-mijn sectie ruim een uur achter de dijkjes stand moest houden. Hierbij
-verloren wij twee dooden en twee gekwetsten. Nu waren de sloepen
-behouden en trokken wij langzamerhand terug, al vurend, door moerassen,
-kreken en bijna ondoordringbaar nipa-nipa, meer dan eens tot over de
-borst door den modder wadende. De geest onder de soldaten bleef steeds
-even voortreffelijk. Ten laatste kwam er een echt tropische regenbui,
-en we liepen te rillen in den modder, maar de regen verdreef den
-vijand, wiens kruit op de pannen van zijn vuursteengeweren nat werd. We
-hebben toch flinke soldaten! Met zoo weinig volk, in zulk terrein,
-terwijl de rivier ons in den steek liet, zoo te retireeren, zegt wat
-ten voordeele onzer manschappen, die ordelijk, bedaard en vroolijk
-bleven. Het was een branitocht, en onze generaal Van Swieten gaf er een
-speciale dagorder voor. Intusschen vind ik het hoogst onaangenaam dat
-mijn eerste ernstige ontmoeting met den vijand een terugtocht moest
-wezen. Maar ik kon er niets aan doen. Het is een treurig gezicht
-zoo zijn manschappen te zien neerstorten, maar het gevecht animeert
-onbegrijpelijk. Van mijn sectie zijn er velen gevallen. Wij voerden
-onze gesneuvelde krijgsmakkers mede naar het schip en zetten hen den
-volgenden dag in zee met militaire eerbewijzen over boord. Wat mijn
-dappere mariniers aangaat, men mag mij met de derde sectie, voor mijn
-part, gerust overal heenzenden; ik vertrouw volkomen op hen en zij
-op mij. Doch terwijl ik eenige dagen gewone dienst op de reede deed,
-zijn mijn mariniers, helaas! zonder mij weer naar den wal gezonden.
-
-"Het dooden van zijn medemenschen is echter een smartelijk, een
-verschrikkelijk werk.
-
-"Ik heb daarbij grooten eerbied voor die wilde natuurmenschen, die
-met zulk een opoffering en moed het schoone land dat zij bewonen,
-verdedigen.
-
-"Het is mijns inziens een hoogst noodzakelijke oorlog, maar uit een
-menschlievend oogpunt meer dan treurig, en ik vind het verschrikkelijk,
-dat dit dooden van dappere kerels noodig is voor ons vaderland. Doch
-wij zijn de dienaars van vorst en regeering en zullen onzen plicht
-betrachten als een braaf zeeofficier betaamt.
-
-"Soms ziet men echter veel, wat zeer pijnlijk is en het hart doet
-krimpen.
-
-"Na de bloedige bestorming van Moesapi vond men te midden der
-gesneuvelde Atjehers het lijk van eene beeldschoone inlandsche
-vrouw. In de eene hand klemde ze nog een lans, in de andere een
-klewang. Een kogel had haar in het hart getroffen.
-
-"Terwijl de troepen zegevierend verder trokken, begroeven onze
-matrozen de gesneuvelden. Al de Atjehers gingen samen in één grooten
-kuil. Doch toen ze die schoone vrouw daar zagen liggen, die voor haar
-land gesneuveld was, bedekten ze haar met een kleed; geen onvertogen
-woord, geen grap werd gehoord, doch zonder dat hun iets geboden was,
-groeven ze uit eigen beweging een afzonderlijk graf voor haar. Mij
-schoten de woorden te binnen van Wolfe:
-
-
- "Slowly and sadly we laid her down,
- On the field of her fame fresh and gory,
- We carved not a line, and we raised not a stone,
- But we left her alone WITH HER GLORY".
-
-
-"Als ware zij eene Hollandsche vrouw, had die heldin haar land lief.
-
-"Moge ons land met nauwgezetheid van geweten dit rijk besturen,
-dat door de natuur zoo rijk begiftigd is. Moge dit geschieden in
-het belang van het vaderland, maar voornamelijk in het belang van
-die moedige, onwetende inboorlingen, die tot nu toe onderdrukt en
-uitgezogen werden door vreemde overweldigers. Moge het bloed van onze
-dapperen niet tevergeefs zijn gestort, en geen toestand worden geboren,
-waarvan een weldenkend mensch gruwt. Eerst als ik daarvan zekerheid
-heb, zal ik van ganscher harte deelnemen in de vreugde, welke op het
-oogenblik geheel Nederland zeker gevoelt over de inneming van den
-Kraton. Die inneming moet een zegen worden voor Atjeh, gelijk ze een
-roemvolle bijdrage is tot de geschiedenis van het dierbare vaderland!"
-
-Wie drukt den adelborst, die dus gevoelde en aan zijn moeder schreef,
-niet in gedachte de hand?
-
-Beynen bleef nog eenigen tijd te Atjeh aan land, doch ten laatste
-waren er van de 200 man niet zoovele meer ongewond en gezond, dat het
-veilig was hen daar te laten. Zij werden weder aan boord gezonden,
-en Beynen kwam juist bijtijds om de laatste eer te helpen bewijzen aan
-zijn vriend Schuylenburg, die den 29sten Januari overleed. Den eersten
-Februari overviel Beynen de geduchte Indische koorts. Tien dagen lang
-herhaalden zich de aanvallen, die hevige congesties veroorzaakten. Het
-schip was vol zieken; er kon weinig notitie van hem genomen worden,
-doch ieder deed recht hartelijk wat hij vermocht.
-
-"Terwijl ik daar ziek en moedeloos nederlag, hoorde ik boven mij op
-'t dek een dagorder van den generaal voorlezen. Ik luisterde, en toen
-ik hoorde dat de generaal ons mededeelde, dat hij na de inneming van
-den Kraton uit Holland tal van telegrammen had ontvangen om hulde te
-brengen aan de opofferingen en dappere daden van zee- en landmacht
-voor Atjeh, kan ik u niet zeggen hoe heerlijk te moede ik was. Ik
-werd eerst ijskoud en de tranen sprongen mij uit de oogen. Zulke
-oogenblikken in het soldatenleven vergoeden veel, zeer veel. Wat zijn
-er dan ook vele opofferingen door onze dapperen gedaan, wat zijn er
-schoone daden verricht!
-
-"Het was dien dag een gelukkige dag. Ik kreeg twee brieven van huis,
-en onze beste, brave kolonel Van Gogh kwam mij opzoeken, met dit
-gevolg dat 's middags de dokter naar mij toekwam en zeide: "Hoor eens,
-Beynen, dat gaat zoo niet! De kolonel heeft mij over je gesproken en
-we hebben gemeend dat verandering van lucht en afwisseling onmisbaar
-voor je zijn. De frissche zeelucht moet je genezen. Overmorgen
-gaat Zr. Ms. Soerabaya naar Batavia en dat reisje moet je niet als
-officier, maar als passagier medemaken. Dan ga je in Batavia in 't
-hospitaal en zoodra je beter wordt, ga je naar boven (d.i. naar het
-gezondheidsetablissement Gadok, op de grens der Preanger), om te zien
-of je geheel herstellen kunt!"
-
-"Gij ziet hoe men voor mij zorgt, maar ik vind het erg onaangenaam
-zoo de expeditie te moeten verlaten, in plaats van op Zr. Ms. Zeeland,
-met vlag en wimpel van top, Atjeh te verlaten als alles afgeloopen is,
-mais qu'y faire!"
-
-
-
-De zeereis en de frissche berglucht der Preanger maakten dat de koorts
-en dysenterie ten laatste overwonnen werden, doch het gestel was zoo
-geschokt, dat hij naar het vaderland werd teruggezonden.
-
-De geneesheeren stonden niet toe dat hij door de Roode Zee ging,
-uit vrees dat de hersenkoorts dan terug zou keeren, zoodat hij de
-reis per zeilschip om de Kaap de Goede Hoop maakte, en den 21sten
-November 1874 in Holland terugkwam.
-
-Te St. Helena van een bezoek aan het graf van Napoleon aan boord
-terugkeerende, ontving hij het bericht dat zijn door hem zoo innig
-geliefde en vereerde vader overleden was. Hij was nog zwak, en de
-smartelijke tijding trof hem zoo diep, dat hij de rest van de reis
-in zijn hut doorbracht.
-
-Een bijna vrouwelijke teederheid onderscheidde dezen moedigen en
-heldhaftigen jongen! Wat hij in de eenzaamheid zijner hut gedurende
-de lange reis overdacht, en waartoe hij besloot, zal blijken uit het
-volgende deel van zijn leven, waarvan ik nu enkele bijzonderheden
-ga mededeelen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-NAAR HET NOORDEN.
-
- Voor niemand is 't verborgen:
- Ons heden draagt ons morgen
- Ontkiemende in den schoot;
- De wilskracht spreekt uit ijver,
- Maar--faalt zij--trots den drijver
- Voert dommelzucht ter dood!
-
- Gedacht,--gewerkt,--gebeden!
- En vroegst en jongst verleden
- Zijn lessen afgevraagd,
- Tot uit het schemerduister
- Voor aller oog de luister
- Eens nieuwen morgens daagt!
-
-
-Het heeft mij vaak leed gedaan dat Potgieter, die in deze en zoo vele
-andere regelen zijn volk opwekte tot mannelijke daden, niet de vreugde
-genoten heeft van Beynen te leeren kennen. Deze was een jongen naar
-zijn hart, die, de traditie eerende, aan heden en verleden lessen
-vroeg, om met al de kracht, die in hem was, te werken voor een
-grootsch ideaal.
-
-Er waren woorden van Potgieter, welke Beynen van buiten kende.
-
-Laat mij er enkele van aanhalen:
-
-
-
-"Er was een tijd, waarin de weegschaal der volkeren van Europa door
-hare vorsten niet ter hand werd genomen, of de hollandsche maagd,
-aan hunne zijde op het rechtsgestoelte gezeten, wierp er mede haar
-oorlogszwaard of haren olijftak in..."
-
-"Er was een tijd, dat de Hollandsche vlag werd begroet als de
-meesteresse der zee, waar ook ochtend- of middag- of avondlicht
-de oceanen van beide wereldhalfronden verguldde; een tijd, waarin
-hare vlootvoogden den bezem op den mast mochten voeren, dewijl zij,
-naar de krachtige uiting dier dagen, de zee hadden schoongeveegd
-van gespuis; en in een der jongste vergaderingen Hunner Edelmogenden
-hebben welsprekende stemmen de roemlooze ruste van Janmaat beklaagd!"
-
-
-
-"Er was een tijd, waarin de Hollandsche handel den moed had, de boeien
-te verbreken, hem door den beheerscher der beide Indiën aangelegd,
-en, stouter nog, de ongenade van 's aardrijks uithoeken braveerde om
-eenen doortocht te vinden, "door natuur ontzegd;" een tijd waarin
-de winzucht een adelbrief verwierf, door hare verzustering met de
-wetenschap;--stel u voor, God verhoede dat het ooit gebeure! stel u
-voor, dat Java ons niet langer zijne schatten in den schoot stortte,
-en zeg mij werwaarts de dienstbare vloot der Handel-Maatschappij dan
-hare zeilen hijschen zou; waar de ondernemingslust harer reeders in
-Noord- of in Zuid-Amerika betrekkingen heeft aangehouden; waar men
-zich onzer in China nog herinnert; wie ons in Australië kent?"
-
-
-
-Deze regels waren Beynen uit het hart geschreven. Hij eerde de
-Oliviers van Noord, de Jacques le Maires, de Barentsen met de warmste
-geestdrift: hij had Prins Maurits er lief voor, dat hij het octrooi
-der Groenlandsvaart aan onze koene zeelieden verleende; hij eerde
-even hartelijk de Oranjes in het harnas voor 's lands veiligheid en
-vrijheid strijdend, als de groote zeekapiteins voor 's lands welvaart
-en grootheid aan het roer.
-
-Hij had innigen eerbied voor de handelaars en reeders van Holland's
-gouden eeuw, die het mogelijk maakten dat zoovele schepen op avontuur
-uitzeilden, "omdat zij er hun breeden rug onder zetten," gelijk hij
-zoo eigenaardig, met een glimlach kon zeggen. Hem wekte ons verleden
-tot krachtsinspanning, en sinds den eersten dag, dat hij zelfstandig
-dacht, werkte hij voor zijn ideaal: de wereldzee arbeidsveld als
-weleer; de poolzee kweekschool van zeemanschap en ondernemingszucht.
-
-
-
-Wat hij als jong adelborst had opgemerkt, versterkte hem in deze
-gevoelens.
-
-Hij had al zeilende en vechtende telkens meer liefde gekregen voor
-de Nederlandsche marine, en zijn wapenbroeders in het schoone corps,
-waartoe hij de eer had te behooren, zullen uit de enkele brieven,
-welke ik van hem aanhaal, zien, welke geestdrift de kennis, moed
-en zeemansdeugden der officieren van de koninklijke marine bij hem
-opwekten.
-
-Doch hij merkte op dat, door het schier uitsluitend varen op
-stoomschepen over bekende wateren, en het ontzenuwend dienen in den
-Indischen archipel het scheepsvolk veel zeemanschap en vooral veel
-zeemansgeest had verloren. Met het oog hierop wilde hij dat toch elke
-richting zou gevolgd worden, welke als tegenwicht kon dienen tegen
-het noodzakelijke, maar minder leerzame dienen en rusten in Indië,
-ten einde dus de eigenschappen en krachten te kweeken, die het zeevolk
-van Tromp en De Ruyter onderscheidden.
-
-In de eerste plaats achtte hij daarom verkenningstochten in de
-Noordelijke IJszee noodig, als bij uitnemendheid geschikt om bij
-koninklijke marine en handelsvloot nieuwen zeemansgeest te wekken.
-
-Hij had niet veel gelezen over dit onderwerp, toen hij in Nederland
-terugkeerde, maar hij had dit denkbeeld als bij ingeving. Hij wist
-nog weinig, maar dacht des te meer. Zijn zucht om naar het Noorden
-te gaan was aanvankelijk slechts een onbestemd verlangen, en op het
-zeilschip, dat hem naar zijn dierbaren huiswaarts bracht, bleef hij
-er steeds aan denken, hoe het hem mogelijk zou wezen zijn ideaal te
-bereiken en iets voor zijn land en de marine te doen.
-
-Te huis gekomen, wendde hij zich in Februari 1875 tot den kapitein
-ter zee, M. H. Jansen, staatsraad voor marinezaken, wiens roemrijke
-loopbaan als zeeofficier en wiens geloof in de Noordpoolvaart, als
-kweekschool voor de marine, Beynen bekend waren. Hij vroeg den kolonel
-of hij hem niet het voorrecht kon verschaffen met een der Engelsche
-expeditiën naar het Noorden te worden gezonden... doch men hoore hoe
-kolonel Jansen mij deze eerste ontmoeting zelf in een brief mededeelt:
-
-
-
-"In het vroege voorjaar van 1875 werd mij een kaartje binnengebracht
-waarop stond: L. R. Koolemans Beynen, luitenant-ter-zee, die mij
-wenschte te spreken. Ik had zijn naam nooit vroeger gehoord. Met
-vriendelijk, modest, innemend gelaat vroeg hij mijn hulp om een reis
-naar de poolgewesten te maken.
-
-Dit nam mij nog meer voor hem in; maar mijn sympathie daalde toen ik
-hem vroeg of hij iets van de groote gevaren en moeielijkheden kende,
-en er wat over gelezen had, en hij ten antwoord gaf: neen, niets!
-
-"Nu zeide ik: neem dan eerst deze boeken naar huis mede, lees ze
-aandachtig en kom daarna nog eens terug.
-
-"Ik gaf hem al mijn boeken over ijsvaart mede van 1595 tot op onzen
-tijd, waarmede hij blijkbaar gelukkig wegging. Veertien dagen later
-kwam hij zijn verzoek herhalen, want, zeide hij, "nadat ik de boeken
-met ongeduld verslonden heb, is de aandrang in mij nog veel grooter
-geworden om naar het Noorden te gaan."
-
-
-
-Zijn wensch werd vervuld. Wel waren al de plaatsen op de Alert en
-Discovery--de schepen door de Engelsche regeering naar het Noorden
-te zenden--reeds bezet, doch kolonel Jansen had in April, van zijn
-vriend den geograaf Clements Markham,--nu Sir Clements Markham en
-oud-president van het Britsche Aardrijkskundig Genootschap--vernomen
-dat de beroemde noordpoolvaarder Sir Allen Young voornemens was in Juni
-een ontdekkingstocht te gaan maken in de Noordwestelijke IJszee. De
-heer Markham vroeg aan Jansen: "Can you suggest the name of a Dutch
-officer with the necessary tastes and qualifications who would,
-with the sanction and approval of his government, like to accompany
-Captain Allen Young on his Arctic Voyage?"
-
-Kapitein Young schreef ook aan kolonel Jansen, zeggende: "Knowing the
-great interest that His Majesty the King of Holland has so graciously
-taken in scientific matters and also that the Dutch nation has always
-taken so prominent a part in the explorations of the Northern Seas,
-I write to you to say that I should feel much honored if his Majesty
-the King and his Excellency the minister of marine should desire
-to appoint an officer to accompany my expedition with the view of
-studying the navigation of the Western arctic Seas." Z. M. de koning
-gaf het gevraagde verlof en de minister van marine Van Erp Taalman
-Kip werkte met hartelijke belangstelling mede, daar hij den jongen
-luitenant in staat stelde om Sir Allen Young's uitnoodiging aan te
-nemen en met hem op de Pandora een ontdekkingsreis te gaan maken.
-
-
-
-Hij had zich hiertoe zooveel mogelijk voorbereid, door onder leiding
-van kolonel Jansen alles wat op de ijsvaart betrekking heeft, te
-bestudeeren, en uit zijn verslagen kan men bespeuren hoe grondig hij
-onmiddellijk de wetenschappelijke studie der pooltochten heeft opgevat,
-eer hij de praktische ervaring ging opdoen, welke zijn land ten goede
-zou komen.
-
-Hij bekommerde zich niet om hetgeen een reis op de Pandora hem zou
-kosten maar rustte zich voor eigen rekening uit, en verkocht daarvoor
-"een papiertje," zooals hij lachend zeide. Terwijl hij op reis was
-droeg kolonel Jansen zorg dat hij bij zijn terugkeer "het papiertje"
-weer zou kunnen inkoopen, waartoe eenige belangstellenden de som
-vergrootten, welke Mr. O. F. baron Groeninx van Zoelen reeds vroeger,
-in een schrijven aan het bestuur van het Aardrijkskundig Genootschap,
-had aangeboden, wanneer een officier der Nederlandsche marine op een
-poolschip mocht medegaan om zich in de ijsvaart te oefenen.
-
-Het heeft moeite genoeg gekost om Beynen, die schier al te weinig om
-geld gaf, over te halen dit bedrag aan te nemen. Zijn ijver om mede te
-gaan kan blijken uit den volgenden brief aan mij van kolonel Jansen:
-"Door een toevallig verzuim was de toestemming van kapitein Young
-mij zeer laat ter hand gesteld, zoodat ik niet dacht, dat er voor
-Beynen nog tijd genoeg zou zijn, om zijn uitrusting in gereedheid
-te brengen. Ik was dan ook op het punt van kapitein Young voor zijn
-vriendelijk aanbod te bedanken, toen Beynen juist bij mij kwam. Acht
-dagen, zeide hij, is meer dan ik noodig heb om mij gereed te maken. Wij
-gingen dadelijk naar den minister van marine, die evenwel 's konings
-toestemming niet wilde vragen, zonder zeker te zijn dat kapitein Young
-met Beynen genoegen nam. Toen zeide Beynen: Mag ik naar Londen gaan,
-om het hem te vragen? De minister vond dat goed. Het was toen 3 uur
-en te 5 uur voer hij reeds naar Harwich en keerde den volgenden dag
-terug, zonder te denken aan de kosten, en na hetgeen hij voor zijn
-uitrusting noodig had, op aanwijzing van kapitein Young, in Londen
-besteld te hebben. Zoo was Beynen."
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-DE TOCHTEN OP DE PANDORA.
-
-
-De opkomende zon bestraalde met een rooden gloed de glinsterende
-gletschers, die van de hooge steile gebergten van Groenland's Westkust
-in de zee nederdalen. Tallooze ijsbergen dreven op het donkere water
-van de zee van Baffin, waardoor de kleine stoomboot de Pandora in den
-zomer van 1875 zich een weg baande. Indrukwekkend was de kalmte en
-rust der natuur; men hoorde slechts een zacht geluid als van een verre
-branding, wanneer de golfjes, welke de schroef van de Pandora in de
-IJszee woelde, onder de uitgeholde randen van de kristallen ijsvelden
-krulden en kabbelden tegen de blinkende kanten der ijsschotsen.
-
-Op het dek van het schip ging Beynen heen en weder. Hij stevende voor
-het eerst naar het Noorden, onder den roemvollen poolvaarder Sir Allen
-Young, die reeds twintig jaar geleden, aan boord van de Fox gepoogd
-had den Noordwestelijken doortocht te vinden en door het ijs langs
-het Noorden van Amerika, van de eene wereldzee in de andere te komen.
-
-De Pandora, die zeil kon voeren en daartoe barkstuig had, was
-den 28sten Juli straat Davis ingezeild en kliefde den volgenden
-ochtend hare met schuim bedekte golven. "Trillend onder den druk
-harer zeilen scheen zij als bezield met diezelfde wilde vervoering,
-welke ons eigen hart zoo hoorbaar deed kloppen," schreef Beynen,
-de verrukking herdenkende van zijn eerste zeilen te midden van het
-Noordsche drijfijs.
-
-"'t Was een heerlijke ochtend. Aan stuurboord van ons hulde
-de opkomende zon de hooge besneeuwde bergtoppen met hun diepe
-donkere schaduwen in een rooden gloed, waartegen 't zilverwitte
-drijfijs grillig afstak, en rondom ons in alle richtingen werd de
-gewone eentonigheid der zee aangenaam afgebroken door die kristallen
-ijsmassa's, waarmede zij als bezaaid scheen, en die, naderbij gekomen,
-de meest fantastische vormen en gedaanten vertoonden.
-
-"De met schuim bedekte zee wierp zich al joelend en juichend in de
-diep uitgeholde gleuven dier lichtblauw gekleurde schotsen, die ze
-reeds als haar gewisse prooi beschouwde, daar zij ze langzaam en als
-het ware spelend naar 't zoele Zuiden dreef. 't Zilverwit van deze
-doorzichtige gevaarten werd aangenaam afgewisseld door 't lichtgroen en
-helderblauw, dat zich diep in hun binnenste verschool, doch nu helder
-uitblonk, beschenen door de vriendelijke stralen der opkomende zon."
-
-Deze woorden van Beynen doen ons iets gevoelen van de frissche
-geestdrift, waarmede hij de IJszee het eerst binnenzeilde.
-
-Het was eenige dagen na dezen schoonen ochtend, dat hij op het
-dek heen en weder ging, terwijl de Pandora bij windstilte langs
-Groenland noordwaarts stoomde. Met bewondering zag hij op naar de
-steile kust van Groenland, welke gedurende den korten zomer van
-het Noorden, door haar weêrgalooze schoonheid en door de machtige
-vormen van haar fiere hoogten de harten treft der moedige zeelieden,
-die naar de IJszee varen. Groenland's kust is een gebroken getande
-lijn van hooge, woeste bergen, die steil oprijzen uit het water,
-en hun zware, met gletschers bedekte zijden schier loodrecht
-meer dan 3000 voet omhoog heffen. Op deze bergen tooveren zon en
-dampkring de meest zonderlinge, ongestadige lichtspiegelingen, de
-zeldzaamste mengelingen van tinten en kleuren, gelijk Mac Gahan,
-Beynen's reisgezel en vriend, in zijn aantrekkelijk boek Under the
-Northern Lights schoon beschreven heeft. Een dunne nevelsluier omhangt
-in breede en doorzichtige plooien de bergwanden, als wilde hij hun
-koude, ruwe naaktheid aan het oog onttrekken; doch tevens vangt dit
-reusachtige toovernet van mist en nevel het zonlicht op; het houdt de
-zonnestralen gevangen in zijn mazen, en dit net der Noordsche feeën
-hecht zich nu, als door liefkoozende streelende handen hun omgeslagen,
-aan de stroeve, stugge, woeste bergen, op welke de ijskoning troont,
-en omringt hun toppen met een lichtend waas, een stralend vlies van
-lichtrood en van purper, dat bijna onmerkbaar zich vermengt met den
-ongestadigen bleekgelen flikkerschijn der gletschers langs der bergen
-zijden. Scherpe, blinkende ijsnaalden ziet men hier en daar uit den
-dunnen nevel opwaarts rijzen, stralende in de middernachtszon. Zij
-zijn bergtoppen, de hoogste golven van die machtige zee van ijs,
-vier duizend voet diep, welke Groenland overweldigd heeft.
-
-Dit groote vasteland is in werkelijkheid niets dan een reusachtige
-diepe gletscher, door een rand van bergen omzoomd, welke de kustlijn
-vormt. De woestenij van ijs, welke door honderd voet breede kloven
-in elke richting doorsneden wordt, is onbegaanbaar en door geen
-menschenvoet betreden; doch zoo men de geheimzinnige hoogvlakte
-eens bestijgen kon, en hier en daar een hoogte, een heuveltje gewaar
-werd, zou men tot zijn verwondering ontdekken, dat die onbeteekenende
-verhevenheden de toppen zijn van hooge bergen, die boven de ontzaglijke
-ijsoverstrooming, welke de dalen gevuld heeft, uitsteken.
-
-Zoo Zwitserland duizende malen grooter ware en ijs tusschen de bergen
-wierd gegoten, totdat slechts de hoogste toppen er uitstaken, zou
-het er uitzien gelijk Groenland.
-
-Toch was dat groote vasteland eens vruchtbaar, groen en overdekt met
-bloesem en struiken en weelderigen plantengroei. Men vindt er groote
-bosschen van verkoolde boomen, en de versteende overblijfselen van
-dieren, die slechts in een warm klimaat kunnen bestaan. In Lancasters
-Sound haalt men uit de diepten van het koude water versteende koraal
-en sponsen op, en de steile bergkust van het door ijs overstroomde
-Groenland ontleent zeker een deel van den machtigen indruk, dien
-ze maakt, aan haar geheimzinnig verleden, aan de wonderen, grooter
-dan die der Duizend-en-ééne Nacht, welke de wetenschap ons weet te
-verhalen van het hooge Noorden.
-
-Maar het was niet aan deze wonderen dat de jonge Hollandsche
-zeeofficier dacht, die heen en weer ging op het dek van het kleine
-schip, dat in de donkere wateren van de zee van Baffin langs
-Groenland's Westkust stevende, om te pogen den noordwestelijken
-doortocht naar Amerika te vinden, en in één zomer om den Noord van
-Southampton naar San Francisco te stoomen.
-
-De omgeving stemt hem wel tot nadenken, doch niet aan Groenland's,
-maar aan Nederland's verleden dacht hij. Met een diep weemoedig gevoel
-herdacht hij die vervlogen tijden, toen Holland's driekleur ook in
-deze wateren nog het sterkst vertegenwoordigd was, toen vloten van
-meer dan honderd zeilen, met stoute ondernemende zeelieden bemand,
-uit deze nu verlaten zeeën jaarlijks schatten wisten op te halen voor
-'t jong gemeenebest.
-
-En er was aanleiding voor die gedachten.
-
-Hij was te Upernavik aan wal geweest, de laatste Deensche nederzetting
-onder de Eskimo's, die op een met mos bedekte, langzaam naar het water
-afhellende heuvelenrij gelegen is, welke van alle zijden door hooge,
-steile, kale bergwanden wordt ingesloten. Het dorp bestaat uit zeven
-houten huisjes, loodsen en voorraadschuren, en uit enkele Eskimo-hutten
-van steen en aardzoden opgetrokken.
-
-Onze Hollandsche zeeofficier was door de Eskimo's op de welwillendste,
-meest gastvrije wijze ontvangen, en tot zijn niet geringe verbazing
-had hij bespeurd dat zij de herinnering aan de vroegere veelvuldige
-bezoeken onzer voorvaderen nog in hun taal bewaren.
-
-Ze hebben toch voor "de blanke mannen" in het algemeen slechts ééne
-uitdrukking, namelijk: Kabloena, doch voor Hollanders hebben zij den
-afzonderlijken naam van Arpanjak, d.i. mensch die den walvisch doodt.
-
-Op beide tochten landde Beynen te Upernavik, en telkens las hij de
-grootste verwondering en belangstelling op de gelaatstrekken der
-Eskimo's, wanneer men hun mededeelde dat hij een Arpanjak was. Hij
-werd bekeken en in oogenschouw genomen door groot en klein, en als
-hij langs de hutten ging, vertelden de ouders aan de kinderen: "Daar
-gaat de Arpanjak!" Men sprak hem toe onder dien vreemdklinkenden naam,
-en trachtte hem door gebaren en teekenen aan 't verstand te brengen,
-dat andere Eskimo's, die nu reeds lang ter ruste waren gelegd in den
-bevroren grond van Groenland, hun hadden verteld, dat zij van hunne
-ouders veel van de Arpanjaks gehoord hadden.
-
-Een stokoud man kwam zelfs uitsluitend aan boord om hem te vertellen,
-hoe de vader van zijn moeder een schip van den Arpanjak gezien had,
-dat om den Noord ging, en dat vóór hun tijd een groot aantal der
-schepen van de Arpanjaks jaarlijks Groenland's haven binnenliep.
-
-Vóór het vertrek der Pandora kwam een jonge Eskimo, die van den
-priester een weinig schrijven had geleerd, den Hollandschen officier
-op het Engelsche schip vragen om enkele Hollandsche woorden op papier
-neêr te schrijven, en met de meest mogelijke belangstelling sloegen
-de andere Eskimo's luitenant Beynen gade, toen hij "Arpanjaks" voor
-hen schreef.
-
-Later kwam een andere Eskimo aan boord en haalde, toen hij in de kajuit
-was toegelaten, uit eenige oude zeehondenvellen zeer geheimzinnig
-eene ouderwetsche matrozentabaksdoos voor den dag, welke hij aan
-luitenant Beynen overhandigde, zeggende: "Arpanjak!"
-
-Tot zijn verwondering las Beynen op de doos: "'t Gezelschap van de
-jonge vrouw is de jongman zelden moê." Boven deze woorden was een
-afbeelding van een schip, dat zeilreê lag, terwijl op het strand
-een zeeman van zijn liefje afscheid nam. Deze doos, welke van de
-17de eeuw dagteekent, was niet lang geleden in een oud Eskimograf
-gevonden. Waarschijnlijk was zij als een groote schat te gelijk met
-den eigenaar begraven. Al deze bijzonderheden en de verhalen, hem op
-den tweeden tocht door den tolk Christie--een Eskimo--gedaan, gaven
-Beynen de vaste overtuiging, dat het verhaal der stoute tochten van
-onze voorvaderen als een traditie van een vroegeren heldentijd onder de
-Eskimo's bewaard is gebleven, en dat de tochten van den "Arpanjak" door
-de vaders aan de kinderen verhaald worden in den langen winternacht,
-welken zij, gelijk wij weten, door vertellingen pogen te verkorten.
-
-Is het wonder, dat die heldenvereering der Eskimo's voor den
-Arpanjak een onuitwischbaren indruk maakte op den jongen Hollandschen
-zeeofficier, die onder Engelsche vlag Eskimo's aan boord ontving?
-
-En die indruk werd zelfs dieper en dieper, naarmate hij meer van het
-Noorden zag, en overal de meest afgelegen baaien, kapen en eilanden
-door Hollandsche namen vond aangeduid.
-
-Vol stemmen is het Noorden toch voor volken, die sinds eeuwen hier
-de zee bevaren. De IJszee, steeds veranderend van vorm, doch steeds
-dezelfde, wekt een ernstig gevoel bij hen, voor wie zij een getuige
-is, die van vorige eeuwen spreekt, daar zij de voetstappen bewaart
-der kloeke mannen van het voorgeslacht. Roerende herinneringen aan
-het machtig verleden zijn niet slechts "het behouden Huis" op Nova
-Zembla; niet slechts de vele plaatsen op Spitsbergen en Mayeneiland,
-waar Hollandsche ontdekkers en walvischvaarders op hunne avontuurlijke
-tochten plachten te verwijlen, maar ook de kusten van Groenland en
-bovenal de zwarte kruisen met verweerde grafschriften, welke zoo in
-het Oosten als Westen der IJszee nog op den huidigen dag getuigen
-dat Hollandsche matrozen daar het leven lieten.
-
-Hoezeer de streken die hij bezocht dezen indruk maakten op Beynen,
-kan blijken uit den volgenden brief, dien hij den 6den Augustus aan
-boord van de Pandora schreef:
-
-"Van nacht ben ik voor het eerst den poolcirkel gepasseerd. Ik vind het
-aangenaam te bespeuren dat ik hier aan boord van nut ben en zoodoende
-mijn tol betaal voor het aan boord zijn. De dokter zegt dat men mij
-clever vindt; maar ik kan niet nalaten op te merken, wat de Engelschen
-dan wel zeggen zouden van zoo vele onzer Hollandsche zeeofficieren,
-die vrij wat meer weten.
-
-"Men heeft mij vereerd met den naam Old Tromp, naar onzen grooten
-admiraal, die in Engeland nog zeer geëerbiedigd is, maar Mac Gahan, de
-correspondent van the Herald, [3] die om de reis te beschrijven mede
-gaat en een alleraangenaamst mensch is, heeft voorgesteld mij Young
-Tromp te noemen, omdat ik de jongste aan boord en dus genoodzaakt ben,
-volgens luitenant Lilingston, om als de gezondheid eener dame wordt
-gedronken, op te staan en in haar naam te danken.
-
-"Mac Gahan geeft mij elken dag een uur les in het Engelsch. Ik leer
-hier honderde dingen, die mij naderhand bijzonder te pas zullen komen.
-
-
-
-"Eer ik eindig, moet mij nog een zaak van het hart. Ik heb uit
-gesprekken aan boord opgemerkt, dat onze oorlog met Atjeh in Engeland
-den eerbied voor ons vaderland niet heeft vergroot. Men is niet
-voldoende bekend met hetgeen gedaan is, en oordeelt dat wij niet
-genoeg geestkracht getoond hebben.
-
-"Het is een sobere belooning voor zoo vele vroolijk verdragen
-ontberingen en den waarachtig betoonden heldenmoed van onze dappere
-soldaten.
-
-"Ik begrijp nu echter tevens beter dan voorheen hoe waar de woorden
-zijn, door Petermann geschreven: "Ik weet niet welke inzichten
-men betreffende deze zaken in Engeland huldigt, maar wel weet ik
-nu zeker, dat voor ons buitenlanders de daden en werkzaamheden van
-noordpoolvaarders en ontdekkers als sir James Ross en Dr. Livingstone
-onze achting voor Groot-Brittannië veel meer hebben doen toenemen,
-dan hun tocht naar Koemassie tegen de negers, welke millioenen thalers
-gekost heeft.
-
-"'t Is geloof ik juist opgemerkt. Naarmate ik meer hoor en lees
-wat men in den vreemde denkt, word ik ook meer doordrongen van de
-overtuiging, dat het van het grootste belang en voordeel voor ons
-vaderland zou zijn, om zijn oude plaats te hernemen te midden van al
-de vreemde zeevaarders, die jaar in jaar uit roem vergaren voor hun
-geboortegrond in het hooge Noorden.
-
-"Al moge Nederland niet meer als voorheen een der invloedrijkste
-landen van Europa zijn, daarom kan het toch in den vreemde evenzeer
-geëerd worden als in die oude tijden, toen de beschaafde wereld met
-klimmende bewondering de Hollandsche schepen stevenen zag langs de
-verste stranden.
-
-"De minister Gladstone zeide eens dat niets voor een maritieme
-mogendheid van meer belang is, vooral in tijd van vrede, dan alles
-wat zeelieden aanmoedigt tot het doen van koene daden en stoute
-waagstukken, die den handelsgeest met nieuw leven bezielen en de
-nationale geestdrift opwekken.
-
-"Is dit in het algemeen waar voor zeevarende mogendheden, hoeveel te
-meer is dit dan niet van toepassing op ons geliefd vaderland!
-
-"Hoe meer men in de vele schoone bladzijden van ons zeewezen den
-zilveren draad volgt, die ten allen tijde daardoor heen is geweven
-door nautische ondernemingszucht, hoe meer men het betreurt, dat in de
-laatste jaren dit voor ons vaderland zoo roemvolle terrein tevergeefs
-gewacht heeft op Nederlandsche arbeiders.
-
-"Zou Nederland zich langer onthouden? Nederland, dat zijn nationale
-grootheid bijna uitsluitend te danken heeft aan zijn zeelui; dat
-gewoon was zijn zonen den weg te zien wijzen over alle zeeën van den
-aardbol; dat reeds eeuwen geleden de wimpels heeft zien wederkeeren,
-die vroolijk gewapperd hadden langs tot nu toe niet weergevonden
-kusten? Zou Nederland, dat alles vergetende, kalm blijven toezien
-hoe die verre stranden één voor één door vreemde zeevaarders wierden
-teruggevonden? kalm blijven verdragen dat de daar achtergelaten
-reliquieën door vreemde schepen in hunne havens wierden binnengebracht;
-zou het mogelijk zijn dat Nederlanders niet bloosden als ze hoorden
-dat de graven hunner groote zeevaarders in het hooge Noorden slechts
-door vreemde kleuren wierden gegroet?
-
-"Zou dit mogelijk zijn? Zou Nederland werkelijk de eenige maritieme
-mogendheid zijn, die achterbleef, waar Engeland, Amerika, Rusland,
-Zweden, Noorwegen, Oostenrijk, ja zelfs Duitschland in een edelen
-wedstrijd voorgaan, om den sluier op te lichten, waarachter nog zoo
-veel voor de wetenschap verborgen bleef?
-
-"Wat heeft Duitschland gedaan?--Niettegenstaande het in de laatste
-jaren drie groote oorlogen te voeren had, en het volgens Petermann noch
-schepen, noch geld bezat en particuliere krachten het moesten doen,
-zijn er toch drie expedities naar het Noorden gezonden. Zou Nederland
-het kalm blijven aanzien, dat die machtige nabuur meer en meer den
-roem verduistert, die ons vaderland zich voorheen op zoo waardige
-wijze en ten koste van zoo vele dure offers verworven heeft? En dat
-nog wel terwijl er zoo weinig noodig is om dit te verhoeden? Ik zeg
-weinig, want nog is de gouden aureool, door onze brave voorvaders voor
-de Nederlandsche driekleur gewonnen, niet verbleekt. Nog sluimert er
-in den vreemde (zooals ik hier dagelijks kan ondervinden) de eerbied
-voor onze groote mannen, en er is slechts weinig noodig om alle natiën
-weer met lof te doen gewagen van onzen alouden ondernemingsgeest.
-
-"Nieuwe tochten zullen zelfvertrouwen geven aan ons volk en eerbied
-wekken bij onze buren. Schatten worden er jaarlijks besteed, om
-onze onafhankelijkheid te waarborgen door forten en kanonnen. Dit is
-onontbeerlijk, doch niettemin is er iets nog sterker dan forten en
-vertrouwenswaardiger dan inundatiën, en dat is het gevoel van achting
-en eerbied, dat wij voor ons volk wekken in Europa, door aan de spits
-te gaan op wetenschappelijk gebied, door kloeke tochten van ontdekking
-en nasporing.
-
-"Om in 't leven te blijven, moeten wij getrouw zijn aan onze traditiën
-en als weleer ons behoud zoeken op de zilte baren, die onze kust
-besproeien. En dit vermogen wij. Wij bezitten tal van hoogst bekwame
-zeeofficieren en flinke degelijke zeelui. Men geve hun slechts de
-gelegenheid, en ik ben er van overtuigd dat onze vaderlandsche zangen
-weer spoedig weerklinken zullen langs de verste stranden."
-
-
-
-Slechts zelden is het zulk liefelijk weder in de poolstreken als op
-dien heerlijken ochtend toen Beynen het eerst de IJszee binnenzeilde.
-
-De Pandora had telkens met zwaren mist en storm te kampen. Na Upernavik
-verlaten te hebben was Sir Allen Young dwars door Melville-baai--dat
-oord der verschrikking voor de walvischvaarders, die er ontelbare
-schepen in het ijs verloren--naar de Carey-eilanden gezeild, waar hij
-vruchteloos naar een steenhoop zocht, welke brieven van de Engelsche
-expeditie onder kapitein Nares kon bevatten. Van deze eilanden, die
-in Smith Sound liggen, werd westwaarts gekoersd door Lancaster Sound
-en Barrow-straat, ten einde langs Prince of Wales-land om de Zuid
-den westelijken doortocht te vinden. Het was een hachelijke tocht,
-want het was reeds laat in het seizoen, en de onafzienbare ijsmassa
-kon, zoodra de wind omliep, het schip tegen den wal plat drukken. Als
-een blindeman kon de Pandora enkel als het ware op den tast doorgaan,
-want ze ging langs onbekende kusten, op welke ze ieder oogenblik kon
-vastgezet worden, en nu en dan zag men, gelijk Beynen dit beschreef,
-"een spookachtige glimp van de benauwende ijsmassa aan stuurboordzijde,
-die de bemanning telkens aan haar gevaarlijken toestand herinnerde."
-
-In Peel-Sound gekomen, doorkliefde de Pandora wateren voorheen
-door geen ander schip bezocht, dan wellicht door de verongelukte
-Erebus en Terror. De kusten waren eens, tijdens een sledetocht,
-door Sir James Ross in kaart gebracht. De compassen waren in die
-streek volkomen onbruikbaar, en men berekende den waren koers, dien
-het schip voorlag, door met den sextant den boog te meten tusschen
-een voorwerp recht vooruit en de zon, wier richting gevonden werd in
-tabellen der Engelsche admiraliteit, welke de ware richting der zon
-voor elk uur van den dag in de poolstreken aangeven.
-
-Indien het mogelijk ware geweest tot Ballot-straat door te dringen,
-zou veel gewonnen zijn, doch de wind bleef tegen, zelfs overdag begon
-zich het jonge ijs te vormen--het was reeds den 3den September,--en
-zoo men de Pandora niet wilde laten vastvriezen en overwinteren in
-Peel-Sound, wat tot niets gediend zou hebben, moest men terugkeeren,
-juist nu de doortocht oogenschijnlijk binnen het bereik van kapitein
-Young gelegen had. "Toen dan ook het schip ieder oogenblik gevaar
-liep in het ijs beklemd te geraken, besloot onze kapitein tot den
-terugtocht," schreef Beynen. "Hij was innig teleurgesteld, en wij
-waren het niet minder. Het waren prachtige avonden geweest, waarop wij
-de ondergaande zon bespied hadden, als zij de toppen der met sneeuw
-bedekte bergen in een schitterend scharlaken rood kleed hulde en haar
-laatste stralen, van achter een bergrug, lange, grillige schaduwen
-liet werpen op het onafzienbare ijsveld der la Roquette-eilanden.
-
-"Geen rimpeltje vertoonde zich dan op de donkere spiegelgladde
-oppervlakte der Sound. Het water door zijn eigen maaksel als het ware
-in boeien geslagen, zwoegende onder den zich zelf opgelegden last,
-lag vermoeid stil in zijn ijzeren kluisters; en waar de zon, in zacht
-purperen luister, de duizend grillig uitstekende oneffenheden van die
-onbewegelijke ijsmassa bescheen, verbeeldde men zich aan den zoom te
-staan van een onmetelijk kerkhof, waarboven de wit marmeren grafzuilen
-zich in grooten getale verdrongen, allen gehuld in dat geheimzinnig
-phantastisch licht van de plechtig stille schemeruren der poolwereld.
-
-"Maar nu waren wij op onzen terugtocht en het bleek spoedig dat
-het daarvoor hoog tijd was. Onder dicht gereefde marszeilen liep de
-Pandora Peel-Sound weer uit, en passeerde op den avond van 4 September
-Limestone-eiland. Nauwelijks waren wij er voorbij, of wij zagen aan
-bakboord een uitgestrekt ijsveld aankomen, dat dreigde het schip den
-terugtocht af te snijden.
-
-"Daar kapitein Young tusschen de sneeuwdriften door echter een smal
-open vaarwater tegen het landijs aan meende te zien, besloot hij
-te trachten daarvan dadelijk gebruik te maken en kaap Rinnell te
-bereiken voor het naderend ijs hem zou insluiten, daar een storm uit
-het N. W. het ijsveld snel naar de kust dreef.
-
-"Het was de eenige kans, die ons overbleef, wilden wij niet den
-geheelen winter in Peel-Sound opgesloten blijven, en daar de duisternis
-snel begon te vallen, werd er zoo hard mogelijk gestoomd.
-
-"Het was een verschrikkelijke nacht; de wind wakkerde aan tot een
-hevigen storm, vergezeld van hagel en sneeuwjachten, en de Pandora
-baande zich slechts met groote moeite een weg, terwijl we den witten
-glans van het ons insluitend ijs aan de eene zijde, en de hooge met
-sneeuw bedekte kust dicht bij ons aan de andere hadden. Slechts een
-enkele maal gedurende dezen stormachtigen nacht vertoonde zich aan
-den hemel een ster, die den man aan het wiel een vast punt verschafte
-om op te sturen. Bij het toenemen van den wind daalde de thermometer
-tot 18° Fahr. en het schuim der zee, als het over het dek spatte,
-bleef er als ijs op liggen. Te middernacht lag de sneeuw een voet
-hoog op het dek, terwijl het uitzicht bijna onmogelijk werd door de
-warrelende sneeuwjacht, welke door den hevigen wind uit de plooien
-der zeilen gedreven werd. Zoo had de Pandora tot drie uur haar weg
-vervolgd, toen wij plotseling een ijsveld recht voor ons zagen, en
-wel zoo dicht, dat wij door het roer te boord te leggen er slechts
-even vrij van liepen. Gelukkig trok de nevel bij tijds een weinig
-op, en nam de kommandant waar, dat de Pandora in de onmiddellijke
-nabijheid was van kaap Rinnell, die, gedeeltelijk met sneeuw bedekt,
-zich in de nachtelijke duisternis spookachtig voordeed. Slechts voor
-een enkel oogenblik deed zich deze verschijning aan ons oog voor;
-het volgende oogenblik heerschte weer de diepste duisternis. Zoo
-bleef de Pandora drie angstige uren aan den wind liggen, toen het
-weer opklaarde en van top eenige beweging in het ijs werd waargenomen,
-waardoor wij de zwakste plaats er van gewaar werden. Oogenblikkelijk
-werd het schip in die richting verder gestuurd, en het slaagde er
-in, meerder zeil voerende en met volle kracht stoomende, door de
-zwakste plaats van het ijs heen te breken, en het open vaarwater van
-Barrow-straat te bereiken.
-
-"Onder dichtgereefde marszeils stoof de Pandora nu, voortgestuwd door
-stormweêr uit het W. N. W. door Barrow-straat en Lancaster Sound,
-zonder eenig ijs meer te zien, ofschoon daarom gedurende de donkere
-nachten niet minder goed moest uitgezien worden. Het is in zulk weêr
-ongeloofelijk moeielijk een slechts weinig boven water uitstekende
-ijsmassa te onderscheiden van de wit gekrulde toppen der golven,
-terwijl een aanzeiling van zulk een vaak diep onder water uitstekende
-ijs-schol de noodlottigste gevolgen voor schip en bemanning kan na
-zich slepen.
-
-"Den 7den September was de Pandora weer in het open North-water,
-en besloot kapitein Young nog eenmaal een poging aan te wenden om
-eenig spoor van de gouvernementsschepen te vinden, door opnieuw de
-Carey-eilanden te onderzoeken.
-
-"Nooit te voren hadden ontdekkingsschepen op deze hooge breedte zoo
-laat in het jaar de zee nog bevaren. Vóór den 5den September hadden
-zij steeds hun winterkwartieren weder betrokken. En de noodzakelijkheid
-hiervan toonde het schip zelf spoedig aan. Onze kommandant had dan ook
-de voorzorg genomen alle zeilen dicht te reven, en dit was ook goed,
-want nu waren zij volkomen onhandelbaar.
-
-"Want en stagen waren geheel met ijs bezet; de romp van het schip was
-één ijsklomp, de zeeën vielen, als zij over de verschansing kwamen,
-als ijs op het dek neêr, zoodat men slechts met veel moeite over het
-beweeglijke, gladde dek kon voortkomen, en de zeilen waren zoo stijf
-als een plank geworden, zoodat b.v. het neerhalen van den kluiver een
-niet op te lossen vraagstuk was. En dan bovendien zwaar weêr uit het
-N. N. W., vergezeld van hevige sneeuwstormen, en een hooge, korte,
-moeielijke zee."
-
-Het moedige waagstuk van kapitein Allen Young om nauwelijks uit het
-ijs gered, nogmaals om den Noord te gaan en, tegen den storm in,
-Smith-Sound in te stoomen werd beloond. Op het zuidoostelijkste der
-Carey-eilanden werd een cairn, eene steenhoop ontdekt, welke er niet
-was bij het vroeger bezoek. Vrijwilligers werden gevraagd om aan wal te
-gaan, wat zeer gevaarlijk was, want het stormde, de branding was fel,
-en de rotsklippen steil. Luitenant Lilingston en Beynen boden zich
-aan. De top, welke 170 meters hoog was, werd slechts met de grootste
-inspanning door hen bereikt, daar zij telkens tot aan de heupen in
-de broze sneeuw zakten en teruggleden. De koude noordenwind, die over
-en langs dien top huilde, deed hun kleeren tot een vasten sneeuwklomp
-bevriezen, doch zij volhardden, en vonden boven in de cairn een tinnen
-koker, waarin een verzegeld pakket, dat aan de Engelsche admiraliteit
-was geadresseerd.
-
-Nu werd de steven gewend, en liep de Pandora voor den storm weg om
-de Zuid en kwam reeds den 19den September te Disco. Daar moest het
-ontdekkingsjacht vier dagen blijven wegens noodweer, en had Beynen
-gelegenheid het leven der Eskimo's te leeren kennen, waarvan hij in
-zijn verslag een aanschouwelijke beschrijving gaf.
-
-Door N. W. stormen voortgejaagd, liep de Pandora reeds den 16den
-October te Portsmouth binnen.
-
-
-
-In het vaderland teruggekeerd, werd Beynen op non-activiteit gesteld
-en schreef hij voor den minister het verslag van de reis, dat het
-volgende jaar door het Aardrijkskundig Genootschap werd uitgegeven, en
-waaraan ik een en ander ontleende. Het verslag eindigt met de volgende
-kenschetsende woorden: "Wel is het jammer, dat in ons vaderland de
-schoone ondernemingstochten naar het hooge Noorden tot het verledene
-behooren. Onze vroegere poolreizen waren toch van groot belang,
-niet alleen voor de wetenschap, maar ook vooral als een uitstekende
-leerschool voor die stoute zeelieden, die de eer van ons land zoo
-vaak op alle zeeën van den aardbol ophielden. Zouden hedendaagsche
-poolreizen die voordeelen niet meer bezitten?
-
-"En is het dan niet in het belang der zeevarende natiën om zulke
-ondernemingen te steunen en aan te moedigen, der wetenschap tot gewin,
-den handel tot voordeel, en zich zelven tot roem en eer?"
-
-Toen dit verslag gereed was, werd hij geplaatst op het wachtschip te
-Hellevoetsluis, waar hij den 1sten Januari 1876 aan boord kwam. Hij
-bleef hier aan het werk, om zich meer en meer te bekwamen voor tochten
-naar het Noorden. Hij schreef den 12den Januari:
-
-"Ik bestudeer op het oogenblik meteorologie uit het boek van
-prof. Mohn, dat in het Duitsch vertaald, werkelijk prachtig is. Nu
-en dan, als ik iets lees dat mij van belang voorkomt om te weten en
-te onthouden, schrijf ik het over. Ik vertaalde dezer dagen ook eene
-lezing van luitenant Weyprecht, in Gratz gehouden, welke inderdaad
-zeer belangrijk is. Ook heb ik mij op de hoogte gesteld van het
-plan van den voor Parijs gesneuvelden franschen zeeofficier Gustave
-Lambert. Het spijt mij dat ik er de overtuiging door gekregen heb,
-dat hij niet voldoende op de hoogte der Noordpoolzaak was, en ik
-geloof dan ook dat zijn roemvolle dood hem behoed heeft voor tal van
-teleurstellingen. Zijn onbekendheid met de ijsnavigatie brengt hem tot
-geheel verkeerde conclusies. Hij gelooft o.a. aan een open Poolzee,
-ontstaande: "d'après les lois de l'insolation"!
-
-De brieven raadplegende door hem geschreven in de enkele weken, welke
-hij in het vaderland doorbracht eer hij op nieuw naar het Noorden ging,
-werd ik getroffen door al hetgeen hij in dien tijd gelezen en bewerkt
-heeft, om op het gebied der Noordsche aardrijkskunde zich te huis
-te gevoelen. Tevens bestudeerde hij meteorologie, daar hij met het
-doen van weerkundige waarnemingen zou belast worden op de Pandora;
-hij poogde uit professor Tyndall's boek iets van de formatie van
-gletschers te leeren, en hij was verdiept in een Duitsch werk van
-Erman over het aardmagnetisme.
-
-In de maand Mei ging hij weder, met 's konings toestemming, op het
-verzoek door Sir Allen Young aan den minister van marine gericht,
-naar Engeland, en zeilde hij den 31sten dier maand voor den tweeden
-keer met de Pandora naar de IJszee.
-
-Bij het begin der reis schreef hij aan boord van het
-ontdekkingsvaartuig o.a. het volgende aan kolonel Jansen:
-
-"Ik voel zoo vaak hoe oneindig veel ik mis, hoe weinig ik weet, en bij
-herhaling is het verlangen bij mij opgekomen, dat, van den beginne af,
-aan oudere meer ervaren en kundiger handen de plicht om dit alles te
-doen ware toevertrouwd. Ik had dan met mijne geringe krachten kunnen
-helpen en steunen, maar zou dan in het tweede gelid gestaan hebben en
-dus op eene plaats welke mij beter voegde. Zeer vaak is dit gevoel
-zoo sterk geweest dat ik er mij verdrietig door voelde. Dit zal nog
-wel dikwijls het geval zijn, en ik kan dat bewustzijn alleen weren
-door zoo hard te werken als ik maar vermag. Ter wille van het groote
-belang der zaak voor ons geliefd vaderland hoop ik mij vast te houden
-aan uw raad, om ook in deze zelfbeheersching te oefenen.
-
-"Maar welk een heerlijke taak dan ook, te mogen medewerken om den
-ouden sluimerenden heldengeest van ons volk te doen herleven! Dit is
-een leven waard van teleurstellingen en zorg, en zeker, die zullen
-in overvloed op dien weg te vinden zijn. Maar ik hoop den moed te
-hebben om met waarachtige toewijding, met volkomene zelfverloochening
-en vooral zonder denkbeeld van eigenbaat, met mijne geringe krachten
-voor dat doel te werken. En toch dit is niet gemakkelijk, want zulk
-een plicht, ernstig aanvaard, eischt vaak dat men wat ons innig lief
-is prijsgeeft en opoffert!... Alles moet men echter over hebben
-voor een doel dat--eens bereikt--tot roem en eer zal strekken van
-koning en vaderland. Moge dan ook deze nieuwe reis op het vreemde
-ontdekkingsschip een heerlijke leerschool zijn voor mij, die vruchten
-draagt voor mijn geheele volgende loopbaan.
-
-"Eén ding is zeker, dat ik onder alle omstandigheden als een waar
-Nederlandsch zeeman mijn plicht stipt hoop te vervullen, en mij door
-geen gevaren, ontberingen en moeielijkheden zal laten afschrikken in
-zeeën, die voorheen getuigen zijn geweest van zoo menige kloeke daad
-onzer stoute voorvaders!"
-
-
-
-Beynen diende weder onder Sir Allen Young, den eigenaar van het
-schip, doch er was een nieuwe eerste officier aan boord, genaamd
-Arbuthnot. Luitenant Pirie deed de reis op nieuw mede, en luitenant
-Alois von Becker, van de Oostenrijksche marine. Dr. Hörner en de
-heer Grant, die als vrijwilliger en photograaf medeging, waren de
-verdere officieren.
-
-De reis ging voorspoedig totdat de Pandora in straat Davis was
-gekomen. "Reeds verheugden wij ons in 't vooruitzicht van binnen
-enkele dagen Disco te bereiken," schreef hij, "toen de wind naar het
-noorden draaiend ons tegen liep.
-
-"Tien dagen achtereen moest de Pandora nu opwerken. Meestal was het
-helder zonnig weder, doch iederen avond tegen 10 uur, als de zon haar
-kracht verloor, koelde de atmosfeer dermate af, dat de vastgehouden
-waterdamp zich als een dicht floers om de Pandora hulde, hetgeen het
-uitkijken zeer moeielijk maakte.
-
-"Het waren kille onaangename nachtwachten, waarin het hard woei. Door
-de korte, moeielijke zeeën slingerde het scheepje zoo hevig, dat men
-zich voortdurend aan iets moest vasthouden om op het dek staande te
-kunnen blijven, en wanneer men in die positie gedurende vier uren, met
-een kouden noordenwind in 't aangezicht, onafgebroken staat te turen
-in den dichten nevel, waaruit telkens in de onmiddellijke nabijheid
-van het schip reusachtige ijsbergen als spookgestalten opdoemen, dan
-laat het zich begrijpen dat de wacht ons onder zulke omstandigheden
-dubbel lang schijnt.
-
-"Den 29sten Juni bij het aanbreken van den dag verkenden wij het
-eerste land in het oosten en sedert werden de met sneeuw bedekte
-toppen van Groenland bij helder weêr niet meer uit het oog verloren."
-
-Toen zij den 6den Juli Disco-eiland naderden, en de Pandora, voor het
-eerst sinds zij Engeland verliet, stoom opmaakte om onder lij van
-het hooge bergland te kunnen vorderen, schreef Beynen het volgende
-aan kolonel Jansen:
-
-"Op de hondenwacht passeerde luitenant Pirie het eerste drijfijs en
-toen ik te 4 uur 's ochtends de wacht van hem overnam, zag ik dat het
-ijs telkens in hoeveelheid en omvang vermeerderde. Ik nam de gewone
-maatregelen: liet van top uitkijken in welke richting de zee er het
-meest vrij van ijs uitzag, minderde zeil, liet de brassen over en weêr
-achter de hand klaar leggen, en toen ik de overtuiging had gekregen dat
-het meer dan enkele losse (van het land gedreven) ijsschotsen waren,
-liet ik kapitein Young waarschuwen. De zee was spoedig geheel er
-meê bedekt, en de oude, grillig uitgegroeide en verweerde ijsmassa's
-lieten ons weldra niet den minsten twijfel, of we waren in een door
-zwaren wind uit het land gedreven stroom Spitsbergen-ijs geraakt.
-
-"We koersten derhalve om de West, ten einde er zoo spoedig mogelijk
-uit te zijn, waarin we, na drie uur vechtens met het ijs, slaagden. Op
-sommige plaatsen waren de dreigend hooge schotsen zoo dicht op elkander
-gepakt, dat een botsing niet te vermijden was. Dan werd de zwakste
-plaats uitgekozen voor den aanval, en de dichtgereefde marszeilen--de
-eenige die wij voerden--werden bovendien nog opgegord om de vaart te
-verminderen en de aanraking zoo zacht mogelijk te doen plaats hebben,
-opdat de ijsschotsen tijd en gelegenheid mochten vinden aan weêrszijden
-uit te wijken...
-
-"Het is nu de avond van 6 Juli, om negen uur. Ik kom zooeven van
-de wacht en zit in mijn eigen kleine hut om mij een weinig met u
-te onderhouden. We hebben prachtig weder. Een stijve bries uit het
-W. N. W. doet de Pandora met een 6 mijls vaart tegen de witgetopte
-golven oploopen. De lucht is helder blauw, en de zon, welke ons zelfs
-te middernacht niet verlaat, veroorzaakt de heerlijkste tinten, de
-meest phantastische schaduwlijnen op de vele groote ijsbergen, welke
-ons aan alle zijden omringen. Tal van vogels volgen al spelend ons
-kielwater en hier en daar blaast een walvisch vergenoegd een straal
-water in de lucht.
-
-"Ik ging omlaag om mijn gevoel te uiten. Het geheele schouwspel stemde
-mij tot nadenken, want wij zijn thans op voor Nederlanders klassieken
-grond. Aan stuurboord van ons liggen de Visch- en Honden-eilanden,
-en recht vooruit verrijst duidelijk het zwarte land van Disco boven
-den horizon. Wij zijn aan den ingang van Discofjord en al die eilanden,
-baaien en kapen zijn eenmaal getuigen geweest van de koene daden onzer
-oude zeevaarders. In die tijden, toen de Hollandsche vlag ook aan
-deze zijde van den Poolcirkel nog de meest geëerde, meest gevreesde en
-zeker talrijkst vertegenwoordigde was, had men jaren dat meer dan 150
-schepen in deze wateren rondkruisten. Welk een levendigheid en vertier
-in deze nu zoo doodsche en verlaten zeeën! Het is daarom met een bijna
-droevig en zeker weemoedig gevoel, dat ik die roemrijke dagen herdenk,
-nu ik onder Engelsche vlag die klassieke wateren bezeil... Zou het
-voorspoedige Holland van onze dagen niet meer in staat zijn tot wat
-het weleer in ongunstiger omstandigheden vermocht?
-
-"O! mocht er weer nieuwe ondernemingszucht in het dierbare vaderland
-komen: moge het voorbeeld van Venetië het tot waarschuwing strekken."
-
-
-
-Uit de merkwaardige kolenmijnen van Kudliseat vulde de Pandora haar
-voorraad met 50.000 kilo aan. De officieren hieuwen de steenkool uit
-de rots in groote stukken die dan naar beneden rolden op het strand,
-van waar zij door de matrozen aan boord gebracht werden. Tot tweemalen
-toe werden de werkzaamheden een eind verplaatst, schreef Beynen,
-omdat de kool aldaar gemakkelijker te bekomen was; het zware werk
-werd door officieren en manschappen met lust en ijver verricht. En
-een nagenoeg onafgebroken arbeid van 's morgens 5 tot 's avonds 8 uur
-is onder gewone omstandigheden voldoende om een mensch naar rust te
-doen verlangen!
-
-Maar aan boord der Pandora kende men geen vermoeienis! Beynen schreef:
-"Het vreemde van het voortdurend dag zijn, dat zoo lang men er niet
-aan gewend is, zich tegen geregelde slaaptijden verzet, deed zich
-ook nu gevoelen; in plaats dat de vermoeide ledematen rust namen,
-leverde het onafgebroken geweervuur, dat 's nachts de eenden en
-andere vogels uit hun slaap deed opschrikken, op nieuw een bewijs,
-dat het gezonde Noordsche klimaat het menschelijk gestel als het ware
-weet te verstalen.
-
-"Den 14 Juli 's avonds met kapitein Young op Disco-eiland jagende,
-stieten wij onverwachts op een klein Eskimo-kamp.
-
-"Het bestond uit twee zomertenten, die aan den voet van een steilen
-bergwand waren opgeslagen.
-
-"Vijf of zes kayaks waren op 't strand gehaald en een familie van
-12 Eskimo's hield zich met verschillende huiselijke werkzaamheden
-bezig. Terwijl een oude vrouw het zeehondenvleesch voor den maaltijd
-bereidde, arbeidden de mannelijke Eskimo's aan het herstellen van
-eenige kayaks, terwijl de vrouwelijke familieleden zich onledig
-hielden met het verwerken van gedroogde huiden. Stil en kalm werd
-dit alles verricht, en slechts nu en dan, wanneer een der Eskimo's
-met een goeden buit van de jacht terugkeerde, ontstond er eenige
-drukte en beweging. Het was een vreemd, schilderachtig geheel, dat
-kleine rustige Eskimo-kamp, en volop genoten wij het heerlijk schoone
-natuurtooneel met zijne eigenaardige stoffeering. Verderop waren de
-stilte en kalmte, die alom heerschten, indrukwekkend, en slechts
-nu en dan werden deze afgebroken door het klagend geschreeuw van
-de rustelooze zeemeeuw of het zachte geluid als van verre branding,
-dat de golfjes aan onzen voet veroorzaakten, als zij zich stoeiend en
-spelend onder den uitgeholden rand eener kristallen ijsmassa krulden.
-
-"De tusschen de rotsen gesmolten sneeuw, die zich als een zilveren
-draad door een bed van donkergroen mos slingerde, vloot statig en
-langzaam naar het kale strand, waar zij zich een opening lekte door den
-ijsklomp, die haar het bereiken der zee scheen te willen betwisten. De
-zon, die laag aan den hemel zich traag langs den noordelijken horizon
-voortbewoog, vergulde nog maar alleen de wit besneeuwde kruinen der
-hooge bergtoppen, waardoor het zwarte land van Disco een nog donkerder
-en grimmiger tint dan gewoonlijk verkreeg. En wanneer men voor een
-oogenblik heên staarde over het spiegelgladde watervlak, dan werd
-het oog geheimzinnig geboeid door de gletschers en bergtoppen van
-Groenland's westkust, die door luchtspiegeling in duizend grillige
-gedaanten vervormd, ons den indruk gaven alsof moeder natuur met onze
-stille verrukking den spot wilde drijven.
-
-"Die heerlijk schoone natuurtooneelen in straat Waaigat, zoo geheel
-verschillend van wat men in andere hemelstreken ontmoet, zullen dan
-ook voor allen die ze mochten aanschouwen, onvergetelijk blijven,
-en geheel daarvan vervuld keeren wij naar de Pandora terug.
-
-"Nadat de Eskimo's die ons bij het kolen laden behulpzaam geweest
-waren, behoorlijk betaald en bovendien nog met verschillende geschenken
-overladen waren, werd de reis verder voortgezet. Met ruim 170 ton
-steenkolen aan boord, stoomde de Pandora langzaam om de Noord."
-
-
-
-Toen de Pandora den 22sten Juli de gevreesde Melville-baai
-naderde, bleek het een slecht ijsjaar te zijn. Zoover Beynen uit het
-kraaiennest zien kon, strekten zich, ten noorden van het schip, in alle
-richtingen de zoo beruchte ijsschollen en velden van Melville-baai
-uit. Aanschouwelijk heeft hij beschreven hoe de Pandora in het ijs
-bezet geraakte en door het kloek besluit van kapitein Young gered werd.
-
-"De wind woei den 26sten Juli uit het zuidwesten, dus uit den
-ongunstigsten hoek, daar hij dan al het ijs der baai in elkaâr
-schuivende den doortocht zeer bezwaarlijk maakt. Toch scheen in den
-beginne alles zeer voorspoedig te zullen gaan.
-
-"Door een zonnigen zomerdag begunstigd, te midden eener indrukwekkend
-schoone omgeving, liep de Pandora met alle vierkante zeilen bij
-tusschen de fantastische ijsbergen door, waarvan er meer dan honderd
-in zicht waren en die, door de ruwe heuvelachtige ijsvelden vereenigd,
-met deze een verbond schenen te hebben gesloten, om haar het verder
-doordringen te beletten. Maar ongedeerd volgde ons klein schip,
-door de tegenstelling nietiger en kleiner dan ooit, den kalmen,
-donkeren waterweg, die zich als een slang tusschen de glinsterende
-ijsgevaarten kronkelde, terwijl deze in vorm en gedaante de meest
-verschillende zaken voorstelden. Nu eens vertoonde zich aan ons
-oog een hoog oploopend amphitheater, dat terug deed denken aan de
-Grieksche spelen, dan weer een oude ingestorte ruïne met nog enkele
-opstaande Gothische gewelven. Statige zuilen en kunstige pyramiden
-werden afgewisseld door sterke kasteelen en puntige dorpstorens,
-die in wit marmer uitgehouwen meesterstukken van architectuur vormden.
-
-"'s Middags echter wakkerde de wind meer en meer aan, zoodat weldra
-alleen de dichtgereefde marszeilen konden bijgehouden worden. Toch
-liep de Pandora nog vijf of zes mijl, maar ook de ijsvelden zeilden
-zeer snel en begonnen de grenzen van het bevaarbare water, voor ons
-uit, al meer en meer te beperken.
-
-"'s Avonds te 5 uur kwam er bovendien nog een zware mist opzetten en
-te 6 uur was deze zoo dik, dat onze gezichteinder tot den verbazend
-grooten afstand van nauwelijks honderd meter werd beperkt. Het zijn
-vooral deze onophoudelijk voorkomende noordsche nevels die de ijsvaart
-zoo moeielijk en gevaarlijk maken, en wanneer zij plotseling al het
-schoone van de omringende natuur achter een dicht omhulsel verbergen,
-is de indruk telkens weer even onaangenaam. De tegenstelling is dan
-ook zoo groot. Het eene oogenblik een lieve zonneschijn, die leven
-en kleur aan alles bijzet, en 't volgende een grauwe akelige mist,
-die den vroolijksten aan boord tot droefgeestigheid stemt. Enkele
-malen even snel wegtrekkend als hij onverwachts gekomen is, houdt hij
-soms dagen achter elkaar aan. Gewoonlijk hangt hij laag op 't water,
-zoodat de blauwe lucht voortdurend zichtbaar blijft.
-
-"Voor een ieder onaangenaam, is zulk weer voor den gezagvoerder,
-die de verantwoordelijkheid welke op hem rust gevoelt, een ware
-beproeving. Het onbekende vertoont zich dan aan hem in al zijn
-verschrikkingen. Was het te voren reeds moeielijk tusschen de
-uitgestrekte ijsmassa's door te sturen, nu men de bewegingen
-daarvan niet meer nauwkeurig volgen kon, werd het varen steeds
-bezwaarlijker! Ook nu weer ondervonden wij al het moeielijke van zulk
-een toestand.
-
-"De vaart werd zooveel mogelijk verminderd, doch met de laagscheepsche
-zeilen alléén bij, liep het scheepje toch nog 3 mijl. Zooveel mogelijk
-werd om de noordwest gekoerst, doch het spreekt van zelf, dat men
-daar ieder oogenblik van moest afwijken om de ijsbergen en ijsvelden
-te ontwijken, die al dichter en dichter schenen samen te pakken. Tot
-acht uur 's avonds ging dit nog redelijk goed, doch toen blonk door
-den nevel heen de glans van scholijs ons van alle kanten tegen.
-
-"Gelukkig had kapitein Young order gegeven de vuren aan te steken
-en stoom op te houden, zoodat wij met behulp daarvan snel konden
-afhouden. Het schip lag noordoost voor en de wind, die zuidelijk was,
-kwam dus aan stuurboord in.
-
-"De ra's rond te brassen, en de schoten der langscheepsche zeilen
-over te redderen was 't werk van een oogenblik.
-
-"Naarmate de Pandora den zoom van 't ijsveld volgde, doemden
-achtereenvolgens verschillende ijsbergen op, die den rand er van
-omgaven. Spoedig bleek, dat wij te midden van een dichte groep dier
-reusachtige gevaarten waren geraakt, die ons door den nevel heen van
-alle kanten grimmig aanstaarden.
-
-"De bevelen, door kapitein Young met kalmte gegeven, werden echter
-flink en oogenblikkelijk uitgevoerd en zonder te aarzelen stuurde onze
-onverschrokken gezagvoerder de kleine Pandora tusschen enkele dezer
-gevaarlijke massa's door, zoodat zij spoedig in een veiliger omgeving
-weêr langzaam om de noordwest liep. Een oogenblik scheen de toestand
-nu gunstiger te zullen worden. Het water werd meer open. Tal van
-"rotches," [4] die de nabijheid van land verraadden, vlogen overal
-rond en voor meer dan een uur was er, voor zoover de nevel toeliet
-te oordeelen, geen ijs te zien.
-
-"Reeds begonnen wij ons te vleien spoedig kaap York en het open
-"Northwater" te zullen bereiken, toen wij in den vroegen morgen van
-den 23sten op nieuw uitgestrekte ijsvelden ontmoetten. Gelukkig werd
-daarin een breede opening ontwaard en meer dan een uur volgde de
-Pandora in een noordelijke richting dit kronkelend wak. Toen sloten
-zich de ijsmassa's echter dermate, dat een andere weg moest gezocht
-worden en zoo koersten wij eerst west en later meer zuidwaarts, toen
-uit het kraaiennest het bericht klonk, dat verder voortgaan onmogelijk
-was. Zoodra kapitein Young zich hiervan overtuigd had, besloot hij
-zoo spoedig mogelijk uit dit bedriegelijke wak terug te keeren.
-
-"Juist door in een soortgelijk geval te willen afwachten tot het
-ijs zich verder zoude openen, was de Fox in 1858 voor den geheelen
-winter in Melvillebaai vastgeraakt. Dadelijk werd order gegeven om
-over stag te gaan, de zeilen werden geborgen en onder stoom beproefden
-wij denzelfden weg terug te sturen. Dit bleek echter spoedig volkomen
-onmogelijk. De wind, die sterk doorstond, hield de geheele ijsmassa
-in een voortdurende beweging, waardoor de positie van de ijsvelden
-onderling zoodanig gewijzigd werd, dat het ondoenlijk bleek den eens
-afgelegden weg terug te vinden.
-
-"In alle richtingen vertoonden zich nu breede, veelbelovende openingen,
-doch de dichte nevel maakte het volstrekt onmogelijk te beslissen,
-welke weg het best naar meer open water voeren zoude. De Pandora bevond
-zich in een waar labyrinth van ijs. Bij herhaling moest zij, om van
-het eene wak in het andere door te dringen, zich door ijstongen van 40
-tot 50 meter breedte heênbreken. De openingen sloten zich vaak weer
-zoodra zij er doorheên was en niet voor den middag drie uur slaagden
-wij er in, haar in betrekkelijk open water aan een ijsschol te ankeren.
-
-"Kapitein Young besloot nu het optrekken van den nevel af te wachten,
-van welke gelegenheid een ieder aan boord gebruik maakte, om eenige
-uren rust te gaan nemen. Gedurende den nacht sneeuwde het hard, en
-toen den volgenden morgen de lucht opklaarde, bleek het dat de Pandora
-in een grooten, geheel door ijs ingesloten waterpoel lag. Daar uit
-'t kraaiennest over het ijs heen echter meer water gezien werd,
-besloot de gezagvoerder onverwijld te beproeven zich daarheen een
-doortocht te banen. Hij koos daartoe een opening, die tusschen twee
-ijsvelden door de kortste en beste gelegenheid scheen aan te bieden.
-
-"Onder zeil en stoom werd de Pandora tusschen de ijsvelden
-ingedreven. Deze bleken echter grooter weerstandsvermogen te bezitten
-dan wij hen (te oordeelen naar de vele wakken en poelen, die hen in
-alle richtingen doorkruisten) op het oog hadden toegekend, en weldra
-was het ten eenenmale onmogelijk er verder in door te dringen.
-
-"Daar het echter scheen, alsof de schotsen zich langzaam van elkaar
-schoven, hoopte kapitein Young, dat deze beweging ons spoedig in
-staat zou stellen het open water te bereiken.
-
-"De Pandora bleef dus liggen waar zij was, doch dit werd haar ongeluk,
-want in weinige minuten had het altijd bewegelijke ijs haar van
-alle zijden dermate ingesloten, dat het onmogelijk was (zelfs met de
-machines volle kracht slaande) haar in 't minst te bewegen.
-
-"Het ijs omringde het schip nu al meer en meer en voerde het in een
-noordelijke richting gevankelijk met zich mede. De Pandora was in
-het ijs bezet.
-
-"IJsbergen en ijsvelden worden door wind en stroom altijd voortbewogen
-en daar gene veel meer diepgang hebben dan deze, verplaatsen zij
-zich langzamer. Wanneer nu de zware massieve ijsberg door het veel
-lichtere ijsveld wordt ingehaald, scheurt dit in alle richtingen.
-
-"Is een schip in een omgeving van ijsbergen tusschen de ijsschollen
-bezet, dan verkeert het bijgevolg voortdurend in gevaar tegen zoo'n
-berg aangedreven en te pletter gedrukt te worden.
-
-"Tegenover deze verbazende natuurkrachten vermag de zeeman niets;
-geen menschelijke middelen zijn dan in staat het schip te redden.
-
-"In zulk een toestand was de Pandora nu geraakt. Juist waren wij te één
-uur met ons eten begonnen, toen het scheepje een geweldige ijsdrukking
-onderging, die alle deelen er van deed steunen en kraken. Dadelijk
-snelden wij naar dek en zagen daar dat de ijsschotsen door drie
-groote ijsbergen in hun vaart gestuit tegen het schip begonnen op te
-kruien. Naarmate het schip de ijsbergen naderde, werden de drukkingen
-heviger en veelvuldiger.
-
-"Groote zware ijsmassa's stapelden zich tegen den achtersteven op,
-vulden den schroefkoker en kruiden aan bakboord bij het groot spant
-tot over de verschansing.
-
-"Het schip uit het water geperst en over stuurboord geworpen, werd in
-dezen hulpeloozen toestand rechtstreeks in de richting der ijsbergen
-gedreven.
-
-"Het ijs door een stijve bries uit 't zuiden opgestuwd, sloot zich
-meer en meer. De weinige waterpoelen, die uit 't kraaiennest 's morgens
-hier en daar zichtbaar waren, verdwenen de een na den ander, en weldra
-was de oppervlakte der zee herschapen in een uitgestrekt onafzienbaar
-ijsveld; Melville-baai was in den waren zin des woords "een ijszee."
-
-"Intusschen werd de afstand tusschen het schip en de vreeselijke
-gevaarten steeds kleiner en kleiner. De grootste was nog slechts
-200 meters verwijderd en ieder hield zich overtuigd, dat zoo er geen
-wonder geschiedde, de Pandora tusschen de ijsbergen en de tegen haar
-opkruiende ijsschollen te pletter zou gedrukt worden. Toch werden alle
-pogingen aangewend, om het schip weer vlot te krijgen, doch hoewel wij
-met bijl en moker de door middel van buskruit opgescheurde ijsmassa's
-trachtten weg te werken en alle krachten inspanden om met behulp van
-rondas en spil het schip in eene dus ontstane opening te krijgen,
-moesten wij toch eindigen met alle verdere pogingen om de Pandora in
-beweging te brengen op te geven.
-
-"Al het mogelijke was beproefd, doch ons schip was en bleef onwrikbaar
-in het ijs bezet. Intusschen naderden wij de ijsbergen steeds meer
-en meer en werd het gevaar dreigender.
-
-"Te drie uur gaf kapitein Young bevel alle maatregelen te nemen om
-op het laatste oogenblik behoorlijk gereed te zijn, het schip met
-booten en ijssleden te verlaten.
-
-"Nadat een ieder zich den zeildoeken ransel (waarin het hoogst
-noodige naar een bepaald model zoo doelmatig mogelijk gepakt was)
-op den rug had gebonden, werden de ijssleden voor de hand gezet en
-de booten met instrumenten, wapens en provisiën gevuld.
-
-"Tot 6 uur 's avonds bleef deze angstige onzekerheid omtrent het behoud
-van het schip voortduren, maar toen dreef de Pandora met de schotsen
-ongedeerd tusschen de ijsbergen door, ofschoon zij een daarvan, die
-hoog boven haar tuig uit stak, zóó nabij passeerde, dat men van het
-kluifhout zonder moeite er op had kunnen overspringen.
-
-"'s Nachts te 12 uur brak het ijs van zelf rondom het schip op. De
-Pandora rechtte zich en lag weldra weêr vlot in een klein wak in
-'t ijs, dat aan lij van de ijsbergen ontstaan was en in de taal der
-Engelsche walvischvaarders "an open hole" wordt genoemd.
-
-"De Eskimo-tolk Christie, met zijn kajak hierin rondroeiende, had het
-geluk onzen eersten zeehond te schieten. Daar wij reeds lang gewenscht
-hadden versch vleesch te bezitten, was dit voor ons een belangrijke
-gebeurtenis, en groot was dus aller teleurstelling, toen wij den
-volgenden morgen ontwaarden dat onze onverzadelijke Eskimo-honden
-zich gedurende den nacht van den buit hadden meester gemaakt.
-
-"Enkele malen kon men onder 't ijs duidelijk een westelijke deining
-bespeuren, wat als een zeker teeken beschouwd werd, dat veel open
-water in die richting aanwezig was. Het was merkwaardig om de wijze
-gade te slaan, waarop het groote donkere ijsveld aan stuurboord van
-ons een langzaam golvende beweging aannam.
-
-"De ongeduldige spanning aan boord was nu zoo groot, dat, hoewel de
-mist ons belette open water te zien, wij toch beproefden ons door
-stoom een doortocht te banen, hetwelk echter spoedig bleek ondoenlijk
-te zijn, en daar de kommandant vreesde, dat de schroef door onze half
-wanhopige pogingen zou breken, werden ze weldra gestaakt.
-
-"'s Nachts van den 27sten Juli de wacht hebbende, had ik het geluk een
-ijsbeer te schieten, die ons op eenmaal een goede hoeveelheid versch
-vleesch verschafte. Van achter een ijsberg te voorschijn tredend,
-beschreef hij ronde kringen om het schip.
-
-"Nu eens dichter bijkomende en dan weêr verder afgaande, stond
-hij ieder oogenblik stil om de lucht in te snuiven, en werd dan
-telkens verleid meer te naderen, door den scherpen reuk van bedorven
-zeehondenvleesch, dat in 't want hing en bestemd was tot voedsel voor
-de honden.
-
-"Het was doodstil op dek; het wachtvolk was omlaag; de honden sliepen
-en er geschiedde niets dat hem kon doen verschrikken. Niet vóór hij tot
-op 50 passen afstand van het schip gekomen was, ontving hij een schot
-in den kop, waardoor hij eerst recht opsprong en daarna achterover
-op zijn rug rolde.
-
-"Ziende dat hij nog trachtte zich op te richten, liep ik over het
-ijs naar hem toe, doch had het ongeluk, terwijl ik mijn geweer onder
-het voortgaan weder laadde, tusschen twee der ijsvelden in het water
-te vallen. Gelukkig kwam ik er met een koud nat pak af en miste den
-welkomen buit niet, daar de onderofficier der wacht toesnelde en den
-beer doodschoot.
-
-"In den laten avond vlogen steeds duizenden en duizenden rotges in
-een noordwestelijke richting over het schip heen, om den volgenden
-morgen in tegenovergestelde richting terug te komen.
-
-"Hun vlucht was echter, zooals kapitein Young opmerkte, veel te hoog
-om hoop te geven dat er open water dicht bij was, en hoofdschuddend
-herhaalde hij: "When birds fly so high as that, they surely have to
-make a long way." ("Als vogels zoo hoog vliegen hebben ze een langen
-afstand voor zich.")
-
-"Sinds den 22sten Juli was het steeds mistig geweest, zoodat geen
-observaties hadden kunnen genomen worden, doch in den voormiddag
-klaarde het weer gelukkig op en bleek uit de gedane waarnemingen
-dat de Pandora een goed eind om de noord tot midden in Melville-baai
-gedreven was. In alle richtingen lag het ijs dicht aaneengesloten,
-zoodat uit het kraaiennest nergens water gezien werd.
-
-"Toen de nevel optrok, ontrolden zich voor onze oogen de zoo beroemde
-schoone natuurtafereelen, die Melville-baai meer dan eenige andere
-plaats in het hooge noorden den zeevaarder aanbiedt.
-
-"De hooge besneeuwde kust van Groenland met haar talrijke gletschers
-werd nu op nieuw zichtbaar en de onafzienbare heuvelachtige ijsvlakten,
-overal afgebroken door prachtige ijsbergen, vormden door de zon
-beschenen een heerlijk grootsch schouwspel. Het was bladstil en de
-Pandora lag als 't ware ingesluimerd in haar kleinen waterpoel.
-
-"Bood het natuurtooneel ons in hooge mate veel te genieten aan, de
-gedachte aan den toestand waarin ons schip verkeerde was alles behalve
-opwekkend. Kalm en rustig en onbewegelijk als nu die onafzienbare
-ijsvlakte zich aan ons oog voordeed, sluimerden daarin de ontzettende
-natuurkrachten, die als zij door een storm werden wakker geschud, ons
-scheepje van alle kanten zouden aangrijpen. Misschien zouden wij er
-in slagen aan al deze gevaren te ontsnappen en het open North-water
-te bereiken, maar even goed bestond de kans, dat wij in het ijs
-gevangen bleven en daarmede machteloos om de zuid werden gevoerd,
-of dat de Pandora, evenals de Hansa en zoo menig ander schip, in
-den strijd met den onverbiddelijken vijand naar de diepte ging. Dan
-zouden wij ons in de booten moeten trachten te redden, doch ook dit
-bleef in hooge mate een gevaarlijke en onzekere onderneming.
-
-"Evenwel het zou ons laatste redmiddel zijn, en dien ten gevolge werden
-dan ook alle maatregelen genomen en de provisie en benoodigdheden
-van de booten voor de hand gezet. Er werd bepaald dat de booten een
-maand proviand zouden innemen en dat men voor het verder voedsel op
-de geweren zou moeten vertrouwen.
-
-"Wij hadden het voorbeeld van Barents en van de Oostenrijksche en
-Amerikaansche expeditiën voor ons om de mogelijkheid van zulk een
-tocht in booten buiten allen twijfel te stellen.
-
-"Op den 28sten Juli liep de wind, die tot nu toe in 't zuiden als
-vastgenageld had gezeten, naar het O.N.O. en het was alleropmerkelijkst
-om de verandering gade te slaan, die daardoor onmiddellijk in de
-ijsmassa werd te weeg gebracht. Er was een algemeene drift in een
-westelijke richting te bespeuren en op tallooze plaatsen werden open
-wakken zichtbaar.
-
-"Kapitein Young liet nu stoom opmaken, ten einde van de eerste
-gelegenheid, die zich aanbood om te ontsnappen, gebruik te kunnen
-maken. Ons geduld werd echter op een lange proef gesteld, want
-niet voor 's avonds 6 uur bood zich die gelegenheid aan. In dien
-tusschentijd evenwel dreven wij snel in een westelijke richting naar
-open water, dat zeer duidelijk van top zichtbaar was, en ook toen
-bestond er gevaar, dat de Pandora, door het scholijs machteloos
-weggevoerd, tegen een der tallooze ijsbergen gezet werd, in welk
-geval zij onherroepelijk verloren zou zijn.
-
-"Er waren verschillende bergen rondom ons, die alle aan den grond
-geraakt, onwrikbaar op hun plaatsen blijvend, het scholijs, dat tegen
-hen aandreef, opspleten en in stukken scheurden. Daar de opgebroken
-ijsvelden zich op eenigen afstand verder eerst weer te zamen voegden,
-vormde zich beneden 's winds van zoo'n ijsberg steeds een soort open
-wak. Door buitengewoon geluk begunstigd, ontkwamen wij echter ook nu
-weder aan deze gevaren en slaagden er te 6 uur in, onder zeil en stoom,
-de schol, die ons zoo lang gevangen had gehouden, te verbreken en in
-een uitgestrekt open wak meer westwaarts van ons door te dringen. Dit
-was echter niet gemakkelijk geschied en ieder aan boord had de handen
-vol gehad.
-
-"Kapitein Young bestuurde het schip uit het kraaiennest, en de zwakste
-plaatsen uitkiezende, ramde hij bij herhaling de ijsmassa's, die hem
-het verder doordringen beletten. Wanneer het schip achteruit stoomde
-om meer vaart te kunnen schieten, werden de losse stukken, die door
-den vorigen stoot van de ijsschol waren afgebroken, door de manschap
-op de schotsen met haak en puntstokken telkens uit den weg geruimd.
-
-"Op deze wijze slaagden wij er in, ons langzaam een weg door de
-ijsmassa te banen, doch ver konden wij het niet brengen. Te half acht
-'s avonds waren wij genoodzaakt onze pogingen te staken en ons op
-nieuw aan een ijsschol te ankeren.
-
-"Wij waren nu evenwel uit de gevaarlijke omgeving, waarin wij zoo
-lang vertoefd hadden en dreven met de geheele ijsmassa mee om de west
-en dus gelukkig uit de baai. De wind begon nu echter op te steken en
-het werd een barre nacht. Er woei een zware storm, die vergezeld ging
-van hevige sneeuwvlagen. Het schip, dat snel in een noordwestelijke
-richting dreef, verkeerde 's morgens te half vier uur op nieuw in
-gevaar van tegen een ijsberg aangedreven te worden. Als gewoonlijk was
-het zeer mistig, en toen wij dezen reus van ijs machteloos te gemoet
-gevoerd werden, was ieder in gespannen verwachting wat ons lot zoude
-zijn. Wij naderden snel en zeker, maar het ijsveld bleek bijzonder
-sterk te zijn. Het brak slechts gedeeltelijk op en diende de Pandora
-dus als stootkussen, zoodat zij ongedeerd langs den berg heenschuurde.
-
-"In den morgen van den 29sten Juli liep de wind naar het
-oost-zuid-oosten en wij dreven met een twee mijls vaart om de
-W. N. W. Van top was het open water nu zeer duidelijk te zien en toen
-te 12 uur het zoo welkome geluid der branding op den zoom van den
-ijsdam werd gehoord, besloot kapitein Young nogmaals te beproeven
-het te bereiken.
-
-"Op nieuw liep de Pandora onder stoom en zeil tegen de zwakste plaatsen
-van het ijs in, maar na twee uur worstelens waren wij slechts één
-scheepslengte verder gekomen. Mistroostig werd toen de verdere poging
-opgegeven en op nieuw de oude lijdelijke houding aangenomen. Langzaam
-bleven wij nu naar het open water toedrijven en te 6 uur konden wij
-van het dek den rand van den ijsdam duidelijk zien. Deze vertoonde
-zich als een rechte lijn, die zich noordwest en zuidoost uitstrekte
-en volkomen een kustlijn geleek.
-
-"Vreezende dat de wind weêr naar 't zuiden terug zou loopen, liet
-kapitein Young 's avonds te acht uur nogmaals een ernstige poging
-aanwenden om de banden, die ons gevangen hielden, te verbreken. Alle
-zeilen werden bijgezet en met volle kracht werd gestoomd; even als
-de vorige keeren vorderden wij eerst ongelooflijk langzaam, maar toen
-de Pandora eenmaal vaart schoot ging het veel beter.
-
-"Na ruim een uur het ijs letterlijk geramd te hebben en ijsmassa's van
-vier voet dikte, die haar den weg versperden, zonder dat zij merkbaar
-haar vaart vertraagde, te hebben doorgebroken, naderde zij den rand
-van het ijs. Het ging nu hoe langer hoe beter, daar de sterke deining
-de geheele massa hier in een golvende beweging bracht, waardoor het
-ijs zich merkbaar opende en groote schollen, die met kracht tegen
-elkaar geworpen werden, in kleinere stukken braken.
-
-"Kapitein Young, die de bewegingen van het schip uit het
-kraaiennest bestuurde, wist snel en beraden de juiste openingen te
-kiezen. Eindelijk lag nog slechts een groot zwaar ijsveld als laatste
-hinderpaal voor ons.
-
-"Met een viermijls vaart schoot de Pandora er recht op aan, en met haar
-volle gewicht er op neerdalend, scheurde zij de schots in tweeën en
-doorkliefde weldra onder een driewerf "hurrah for Captain Young!" het
-donkergroene water van de Baffinsbaai. Dit driewerf hoerah voor den
-bekwamen gezagvoerder, waarmede de bemanning dit feit begroette,
-was het hartelijkste dat ik mij herinner ooit gehoord te hebben,
-en geen wonder, want terwijl wij machteloos in het ijs ronddreven,
-stond het lot der Fox ons steeds voor oogen, en voor niemand onzer
-was het nutteloos doorbrengen van een poolwinter in den gevaarlijken
-ijsdam een aanlokkelijk denkbeeld.
-
-"Het einde van den ijsdam bestond uit losse, bijna afgeronde
-ijsbrokken, die door de deining in een hooge golvende beweging werd
-gebracht. Met ontelbare zwermen vlogen de rotges hier langs den rand
-van het ijs, blijkbaar omdat zij er gemakkelijk hun voedsel konden
-vinden. Het werd ons nu duidelijk, dat wij hen hierheen iederen
-avond hadden zien vliegen; later in den nacht keerden zij dan weêr
-met voedsel voor hun jongen naar het land terug.
-
-"Na gedurende zulk een geruimen tijd onbewegelijk te hebben gelegen,
-was het een vreemde gewaarwording, nu op eenmaal door een hooge
-noordwestelijke deining zoo hevig geslingerd te worden, dat de booten
-op de davids gesjord en de deuren op de haken gezet moesten worden.
-
-"In den morgen van den 31sten Juli liepen wij zoo dicht als het ijs
-toeliet, bij mistig weêr, langs kaap York en kaap Dudley Digges, en
-reeds was de Pandora Wolstenholme eiland genaderd, toen een opkomende
-storm uit het zuidoosten haar noodzaakte onverwijld aan den wind te
-gaan liggen. De wind bleef de eerste uren steeds toenemend in kracht,
-zoodat er weldra een werkelijke orkaan woei.
-
-"Daar de ijsbergen en het vele scholijs ons beletten onder de hooge
-kust bescherming te zoeken, lag de Pandora de volgende 24 uren onder
-haar dichtgereefde stormzeilen bij, terwijl het opgezweepte schuim der
-zee en de onafgebroken sneeuwjacht het uitzien naar land en ijsbergen
-allermoeielijkst maakten. Ten einde een botsing met deze gevaarten te
-voorkomen, moesten wij ieder oogenblik afhouden. De hooge moeielijke
-zee, die dan dwars inkwam, waschte voortdurend over het dek en sloeg
-een der beste booten geheel in stukken.
-
-"'t Waren allermoeielijkste nachtwachten. Ofschoon de temperatuur
-slechts enkele graden beneden het vriespunt stond, waren want en stagen
-met een dikke ijskorst bedekt en woei de fijne sneeuw ons met zulk
-een kracht in 't gezicht, dat 't was alsof men met naalden over het
-gelaat werd geschrapt. Het was bijna onmogelijk recht voor zich uit
-te kijken en onze oogleden waren opgezwollen van de doorgestane pijn.
-
-"Toch moest er scherp uitgekeken en bij herhaling gemanoeuvreerd
-worden, in welk geval men op dek tot over de knieën door 't water
-moest waden. Eerst den volgenden morgen begon de wind in kracht te
-verminderen, de lucht helderde op, en toen nu de Carey-eilanden recht
-vooruit gezien werden, bleek het dat de Pandora gedurende den storm
-ongeveer zes Duitsche mijlen om de noord was gedreven."
-
-
-
-Toen de Pandora dus uit het ijs gered was, werd naar kaap Isabella
-gestevend, waar in een cairn tijding van de Engelsche expeditie
-onder kapitein Nares gevonden werd. De geheele maand Augustus werd
-vervolgens tegen de ijsmassa in Smith Sound gekampt, gelijk Beynen
-geschreven heeft in zijn verslag en aangeteekend heeft op de kaart,
-welke het verslag verrijkt, dat weder werd uitgegeven door het
-Aardrijkskundig Genootschap.
-
-Opmerkelijk is in dit verslag vooral nog de beschrijving van de
-Eskimo's, die de Pandora in Bardenbaai aantrof. Zij behoorden tot
-een nog geheel onbeschaafden stam, welks jachtvelden zich langs den
-oostelijken oever van Smith-Sound uitstrekken. Zij hadden nooit te
-voren een schip gezien en de eenvoudigste zaken verbaasden hen. Ten
-einde beter in hun onderhoud te kunnen voorzien, leven zij verspreid op
-verschillende plaatsen langs de kust. 's Winters bewonen zij gewoonlijk
-acht verschillende kustplaatsen, doch 's zomers slaan zij hunne tenten
-daar op, waar zij vertrouwen de beste jachtvelden te zullen vinden. Hun
-winter verblijven (iglu's) worden met veel zorg handig uit rotsstukken
-opgetrokken en van boven met lange vlakke steenen overdekt. Van buiten
-worden zij geheel met mos bekleed, terwijl de dikke laag sneeuw, die
-'s winters er over heen komt, de koude verder helpt buitensluiten. De
-ingang bestaat uit een langen overdekten doorgang, die zoo nauw is
-dat één man er slechts met moeite door kan kruipen. Een klein raam,
-dat juist daarboven geplaatst is, wordt met een uitgespannen darm van
-een zeehond gesloten. De binnenwanden dier steenen hutten zijn veelal
-behangen met vellen, vogelnesten, hondenzweepen en harpoenlijnen,
-terwijl hun huisraad voornamelijk bestaat uit cylindervormige potten
-van zeehondenhuiden genaaid, die gewoonlijk vol spek en traan staan. De
-uit een zachte steensoort uitgeholde lamp dient tevens om het eten
-er boven te koken, en onafgebroken houden zij daarin een van mos
-vervaardigde oliepit brandende. Het water, dat van een smeltend stuk
-ijs afdruipt, wordt opgevangen op het schouderblad van een walrus,
-dat tusschen twee steenen rust. Gewoonlijk eten zij hun voedsel rauw,
-en slechts bij enkele feestelijke gelegenheden bereiden zij een
-warme soep uit traan, bloed en ingewanden. Van de Engelsche schepen
-hadden zij niets gezien, maar een oude man, die met zijn gezin op
-Northumberland-eiland leefde, had den vorigen zomer twee schepen om de
-Noord zien gaan. Ook van het wrak van de Polaris, dat gezonken was,
-hadden zij hooren spreken, maar zij zelven waren niet zoo noordelijk
-geweest en Beynen zag onder hun huisraad niets, dat deze getuigenis
-logenstrafte. Hij merkte echter een door ijs zeer beschadigde roeispaan
-uit Zuid Groenland afkomstig op en een stuk hout dat gemerkt was
-"Lime Juice Leith." Volgens hun bewering waren deze voorwerpen van
-om de zuid gekomen en door de zee op hun kusten gespoeld.
-
-Deze Eskimo's werden door Beynen beschreven als een goed, eenvoudig,
-sterk en gezond volk, zeer klein van gestalte, met lang, donker,
-loshangend haar. De vrouwen zien er in hun jeugd vrij gunstig uit,
-maar zij schijnen kleiner dan zij werkelijk zijn, waarschijnlijk
-ten gevolge van de gewoonte om voorovergebogen te gaan, 't welk een
-gevolg is van het dragen der kinderen op hun rug. Hoe arm zij ook
-waren, boden deze lieden den zeevaarders alles aan wat zij hadden,
-en toen kapitein Young het hoofd van het gezin vroeg wat hij in ruil
-wilde ontvangen en hem naar boord medenam, koos hij uit al de nooit
-geziene schatten een puntig stuk ijzer om een speer van te maken en
-een essenhouten roeiriem om er de schacht van te vervaardigen.
-
-De Eskimo's werden bij het vertrek van de Pandora met geschenken
-overladen. Beynen gaf alles weg wat hij slechts even missen kon,
-tot zijn zakmes en scheerspiegel incluis. Hij kon alleraardigste
-bijzonderheden vertellen van het leven en de gewoonten dezer
-natuurmenschen, wier eerlijkheid en braafheid hem zeer getroffen
-hadden, doch ik hield, tot mijn leedwezen, geen aanteekening van zijn
-mededeelingen. Hij heeft ons vaak laten lachen als hij nabootste
-hoe blijde de Eskimo's waren met al de geschenken, en hoe zij hun
-vreugde uitten. "Hun opgetogenheid kende geen palen," schreef hij
-in zijn verslag. "Zij dansten, lachten en schreeuwden van verbazing
-bij het ontvangen van zulke schatten, doch toen kapitein Young hun
-voorstelde allen aan boord te nemen, wanneer hij hen naar een beter
-land zou brengen, weigerden ze, terwijl ze den tolk te verstaan gaven
-dat zij wel wisten hoe zij het in hun land hadden, doch niet hoe zij
-het ergens anders zouden vinden."
-
-Tegelijk met de Alert en Discovery kwam de Pandora den 3den November
-in Engeland terug, waar officieren en bemanning met geestdrift werden
-ontvangen.
-
-Beynen had beloofd stipt zijn plicht te zullen doen aan boord van de
-Pandora en hij hield woord.
-
-Sir Allen Young, zijn kapitein op de Pandora, een zeeman die Beynen
-steeds denken deed aan de mannen van Devonshire, die de Armada
-bestookten en de wereld omzeilden, schreef op den eersten tocht, uit
-straat Waaigat, aan kolonel Jansen een brief om hem te danken, dat hij
-hem een Hollandschen zeeofficier als Beynen op reis had medegegeven.
-
-"I want to tell you how fortunate we are, in having with us so good
-and zealous an officer as lieutenant Beynen. I cannot indeed say
-enough in his favour, for I find him most active and attentive and
-an extremely agreeable messmate. We are all delighted with him and
-he is of the greatest assistance to us." [5]
-
-En toen de reis was afgeloopen, schreef de kapitein van de Pandora
-nog eens aan zijn vriend Jansen: "Lieutenant Beynen leaves us with
-the regret of all his messmates and the Pandora's ship's-company. He
-has thoroughly distinguished himself. For my part if I again sail in
-those seas, which is quite possible, there is nothing that would give
-me more pleasure than to have him again with us. I hope however for
-his own sake that ere that time arrives, the Netherlands Government
-will decide to equip an expedition and that Beynen will be appointed
-to a high place in it, for if success depends upon talent, energy
-and good seamanship, I am sure that he could carry any undertaking
-through to a successful issue". [6]
-
-Sir Allen Young, die een man van weinig woorden is, schreef niet
-alleen op deze wijze over Beynen, maar hij sprak--als hij bij den
-prins van Wales logeerde of aan de admiraliteit verslag uitbracht,
-of aan zijn vrienden zijn reis verhaalde--met zulk een eerbied en
-toegenegenheid van den jongen Hollandschen luitenant, dat velen in
-Engeland hem wilden leeren kennen. Miss Cracroft, eene oude dame, die
-altijd met Lady Franklin had samengewoond, noodigde hem zoo dringend
-uit haar te komen opzoeken, dat hij niet kon weigeren. Zij wees hem
-al hetgeen Lady Franklin, ter herdenking van haar beroemden man, uit
-en betreffende de Noordpoolstreken verzameld had: prachtige schetsen
-en teekeningen, de portretten in olieverf van de voornaamste Engelsche
-Noordpoolreizigers, enz.
-
-Van dit bezoek teruggekomen, schreef Beynen: "Wat ben ik beloond
-voor de moeite om van Portsmouth naar Londen te gaan! Het was zeer
-belangwekkend alles te zien, en treffend, ja aandoenlijk, om die
-oude, eerwaardige vriendin van Franklin te hooren spreken over het
-hooge Noorden en de landgenooten, die er het leven gelaten hebben,
-terwijl ze daar Engeland's naam ophielden. Zij wilde mij volstrekt
-alle mogelijke goed doen en mij boeken, instrumenten, enz. enz. geven,
-doch ik beweerde, dat ik alles had, wat ik maar wenschen kon, en
-zeide alleen zeer gesteld te zijn op een photographie van Sir John
-Franklin. Het portret van dezen grooten Engelschen Noordpoolvaarder
-zal altijd tot sieraad strekken in elk schip, waarop ik later de eer
-zal hebben te dienen.
-
-"Toch was dit nog niet het eenige. Admiraal Sir Francis Hall had
-verklaard er zeer op gesteld te zijn mijn kennis te maken. Miss
-Cracroft bracht mij naar hem, en de oude admiraal ontving mij op
-de aangenaamste, hartelijkste wijze. Hij zeide: "ik heb altijd zeer
-veel genegenheid gehad voor de voortreffelijke Nederlandsche marine
-en voor uw volk. Ik was adelborst op het schip, dat koning Willem I
-naar Holland bracht en waaruit hij te Scheveningen landde. Ik ken uw
-Koningin zeer goed en heb grooten eerbied voor haar. Mijn dochter is
-haar petekind."
-
-Even vriendelijk was iedereen voor den jongen Hollandschen
-zeeofficier, die als vrijwilliger zulke goede diensten had gedaan op
-het ontdekkingsjacht. Eens toen de Pandora te Portsmouth voor anker
-lag, zat Beynen 's avonds in de kleine mess-room zijn journaal bij
-te schrijven, toen een stoombarkas van het admiraalschip langszijde
-kwam om hem mede te deelen dat HH. KK. HH. de Prins van Wales en de
-hertog van Edinburgh, vernomen hebbende dat hij op de Pandora was,
-verlangden dat hij aan boord van Her Majesty's Sultan zou komen,
-opdat Sir Allen Young, die met hen op dit pantserschip dineerde,
-hem aan hen zou voorstellen.
-
-"Zooals ik was moest ik komen," schreef Beynen. "Sir Allen Young
-stelde mij voor aan Z. K. H. den hertog van Edinburgh, die mij aan
-den Prins van Wales voorstelde. Beide waren allervriendelijkst,
-en na een kort gesprek wenschten zij mij met een handdruk voorspoed
-op mijn nieuwe reis en bracht ik den avond verder met hen door. De
-prinsen kwamen den volgenden morgen bij ons aan boord. De hertog
-van Edinburgh monsterde onze flinke equipage; hij en zijn broeder
-namen op de innemendste wijze afscheid van de officieren en gingen
-van boord onder een driewerf hoerah! van de bemanning."
-
-Bij zijn terugkomst van den tweeden tocht kreeg Beynen, door middel
-van Sir Allan Young, het bericht dat Z. K. H. de prins van Wales er
-op gesteld was dat hij op de Levée zou komen, en dat hij zich daartoe
-maar tot den Nederlandschen gezant moest wenden.
-
-"Nadat ik deze boodschap ontvangen had," schreef Beynen, "oordeelde ik
-het moeielijk te kunnen laten, en, ofschoon ik er tegen opzag als tegen
-een berg, besloot ik de zeilen maar naar den wind te zetten. Graaf
-van Bylandt ontving mij allerwelwillendst, moedigde mij aan en
-zeide dat ik hem maar moest komen afhalen, dan zou hij met mij naar
-het paleis gaan. Nu het achter den rug is, ben ik blijde dat ik er
-geweest ben. De ontvangst was zoo ontzagwekkend plechtig en statig;
-die onbewegelijke gardes, al die uniformen,--het was een grootsch
-schouwspel. Daarbij kwam dat de raad van legatie, de heer De Stuers,
-allerhartelijkst was, en de moeite nam mij al de beroemde mannen te
-wijzen. Later ging ik met kapitein Young naar de admiraals Sir Henry
-Keppel en MacClintock, die mij wenschten te zien."
-
-Wat Beynen deed werd dus in Engeland bijzonder gewaardeerd, en indien
-men een nog meer rechtstreeksche getuigenis vernemen wil, hoore men
-wat een zijner scheepsmakkers op de eerste reis reeds van hem zeide.
-
-
-
-De beroemde Amerikaansche journalist MacGahan, die als verslaggever van
-de Daily News op de oorlogsvelden van Turkije later zich onderscheidde
-en daar ook den dood vond, was Beynen's kameraad aan boord van de
-Pandora, en in zijn boek: Under the Northern Lights beschrijft hij
-welk een held de jonge Beynen zich steeds toonde.
-
-"Wanneer er een felle storm woei," schrijft hij, "en de bevroren
-zeilen bijna onbeweeglijk waren, dan kon men Young Tromp altijd
-vinden op het uiterste punt van de marszeil râ; en als er ander
-gevaarlijk werk te verrichten was, kon men er zeker van zijn dat
-Beynen de eerste vrijwilliger was. Hij is de eerste Hollander, dien
-ik ooit ontmoet heb, maar mijn kennismaking met dezen onvermoeiden,
-enthusiasten zeeman heeft mij overtuigd dat de oude heldenmoed,
-welke de Hollanders tachtig jaar deed strijden voor de vrijheid, even
-krachtig is als ooit, en dat voor den Hollander, en vooral voor den
-Hollandschen officier, vaderlandsliefde een soort van godsdienst is."
-
-Deze lof verdiende de 24-jarige zeeofficier voor zijn land en zijn
-corps door een geestdrift en toewijding, die zich in daden uitten.
-
-Ieder die met hem in aanraking kwam, wist hij warm te maken voor de
-zaak die hem zoo dierbaar was.
-
-Zoo kwam hij in Engeland, toen de Pandora zeilree lag voor de tweede
-reis, in kennis met den heer Charles Gardiner, die met zijn stoomjacht
-de Glow-worm gereed was om naar de Noordoostelijke IJszee te gaan,
-ten einde daar pelsdieren en vogelen te schieten. Doch men hoore
-hoe Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, de adjunct-rijksarchivaris, die
-penningmeester was der Nederlandsche Noordpoolcommissie, en Beynen
-slechts zoo kort overleefde, in zijn toelichting tot de voorwerpen
-door Barents op Nova-Zembla achtergelaten, deze kennismaking en hare
-gevolgen beschrijft.
-
-"De eerste kennismaking van Beynen met den heer Chs. Gardiner groeide
-tot meer vriendschappelijke betrekkingen tusschen de beide heeren
-aan en in hunne gesprekken over den tocht, die beiden weldra, in
-tegenovergestelde richting, naar het Noorden zouden ondernemen,
-liep het onderhoud meer dan eens over Nowaja-Semlya, naar welks
-omliggende zeeën de heer Gardiner zich wenschte te begeven, om
-vooral in de Kara-zee, bij White-Island, jachtveld en jachtwater te
-vinden. De heer Koolemans Beynen hield niet op met den heer Gardiner
-telkens aan te sporen om van deze gelegenheid gebruik te maken tot
-een bezoek aan de IJshaven, de plaats waar Barents en Heemskerck
-in 1596-1597 hadden overwinterd, en werkelijk heeft de edelmoedige
-Brit, hoewel hij daardoor grootendeels het oorspronkelijk doel van
-zijn tocht, door hem als jachtliefhebber ondernomen, moest missen,
-aan de opwekking en aansporing van den heer Koolemans Beynen gehoor
-gegeven. Op den 29sten Mei ll. verliet de heer Chs. Gardiner met
-zijn stoomjacht de Glow-worm de reede van Cowes. Te Tromsoë nam
-hij als ijsloods aan boord den bekenden kapitein Elling Carlsen,
-dezelfde die den tocht van Payer en Weyprecht heeft mede gemaakt
-en in 1871 de eerste ontdekker was der voorwerpen, door Barents en
-Heemskerck op Nowaja-Semlya achtergelaten. Door Matthews-straat of
-Matotshkinshar, de zeearm die het eigenlijke Nowaja-Semlya van Lütkes-
-en Barentsland scheidt, geraakte de Glow-worm in de Kara-zee ten Oosten
-van Nowaja-Semlya. Op den 29sten Julij 1876, des morgens te 8 ure,
-bereikte de Glow-worm de IJshaven, de overwinteringsplaats van Barents
-en Heemskerck. Door welwillende tusschenkomst van den heer Koolemans
-Beynen was ik in staat inzage te nemen van eenige korte uittreksels
-uit het journaal, aan boord van de Glow-worm gehouden. Eenigen dier
-extracten laat ik hier nu volgen:
-
-"29 Julij. Heden is het een betere dag; 's morgens te 8 ure bereiken
-wij de IJshaven. Wij kunnen niet in de baai komen, omdat zij geheel
-vol is met zwaar ijs, dat aan het land vast zit. Nauwelijks is het
-anker gevallen, of de kreet klinkt overal aan boord: "een beer! een
-beer!" Groote opgewektheid overal. Inderdaad, de beer komt over het
-ijs naar het schip kruipen, waarschijnlijk uit nieuwsgierigheid. Die
-nieuwsgierigheid betaalt hij duur. Wij zijn spoedig uit de booten
-naar en op het ijsveld. "Exciting sport!", door de geheele bemanning
-aan boord gadegeslagen. Het einde is des beers dood.
-
-"Na het ontbijt gaan wij aan wal en bezoeken de bouwvallen van Barents'
-winterkwartieren. Geheel het huis ligt ingestort. Wij hebben een hard
-dagwerk, dáár tusschen de ruïnen, maar graven eene groote hoeveelheid
-reliquien op. Wij vinden einden touw, nog even sterk als op den dag
-waarop zij geslagen werden, stukjes zeildoek, kaarsen, oude messen,
-timmermansgereedschap, spijkers, eenige oude munten, een handlood,
-een geweerslot, een kruithoorn, enz. Al deze zaken zijn hoogst
-belangwekkend, daar zij hier 280 jaar hebben gelegen."
-
-Terwijl hier de bemanning van de Glow-worm, voorover gebogen, met
-pikhouweel, schop en bijl bezig was met de ontgraving, had niemand
-opgemerkt dat een groote ijsbeer was genaderd, die op zijn achtertrein
-gezeten in de onmiddellijke nabijheid van de ontgraving dat werk zat
-aan te kijken als maître ès céans. Alsof hij, opvolger van zijne
-voorouders, sedert 279 jaren bewaarders van het Barents-museum op
-Nowaja-Semlya, met ongenoegen gadesloeg dat men hem zijn erfgoed kwam
-ontstelen, zat hij daar grimmig en "snuffing the air." Toen men,
-om een oogenblik te rusten, zich uit de gebogen houding oprichtte,
-werd de hongerige huisbaas eerst gezien. De geweren stonden op eenigen
-afstand, zoodat de bemanning een oogenblik ongewapend was. Men vloog
-te wapen. De beer, dit ziende, "thought discretion the better part of
-valour," (zooals de heer Gardiner in zijn journaal zegt), en meester
-ysegrim wist zich nog tijdig uit de voeten te maken.
-
-Op dien dag nam men een observatie, doch geen vertrouwbare, want de
-dampkring was te mistig voor eene nauwkeurige waarneming. Onder die
-ongunstige omstandigheden verkreeg men voor de ligging van de plaats
-76° 18 noorderbreedte.
-
-Het journaal meldt vervolgens op 30 Juli:
-
-"Dikke mist... Wij liggen met opgebankte vuren, om gereed te zijn
-tot vertrek, als het ijs ons mocht willen insluiten of storm ons
-overvallen. Wij liggen achter een uitgestrekt ijsveld beschut tegen
-het noorden en noordwesten. Ik hoop dat morgen de mist zal zijn
-opgetrokken, opdat wij de juiste ligging van Barendsz. winterkwartier
-zullen kunnen bepalen. Gisteren hebben wij een bericht neergelegd
-in denzelfden tinnen koker aan een stok, te midden van de bouwvallen
-van de hut van Barendsz. door Carlsen in 1871 opgericht. Ons bericht
-behelst niets dan het feit, dat wij hier zijn geweest en dat wij de
-plaats hebben doorzocht."
-
-Augustus. 1. "Alweder mist, bijna geen wind; de weinige wind die er
-is, waait uit het zuidwesten. Wij brengen op nieuw een bezoek aan
-de bouwvallen van het oude huis van Barendsz. en graven nagenoeg
-den geheelen bodem van het ijs op. Ditmaal wordt onze moeite echter
-niet rijkelijk beloond. Wij vinden slechts een passer, een harpoen,
-twee pieken, een paar gebroken messen, schoenen enz. Ik geloof niet
-dat er nu nog veel te vinden zal zijn; wij hebben alles doorsnuffeld
-en in elke hoek en gleuf gezocht."
-
-De heer Chs. Gardiner kwam met zijn stoomjacht de Glow-worm den
-9den October te Southampton aan. Ruim drie weken later, op den 3den
-November, stoomde ook de Pandora, terugkomende uit Smith-sound, laatst
-van Uppernavik, onder het driewerf hoezee! der bemanning van de aldaar
-liggende oorlogschepen, de haven van Porthsmouth binnen. Weldra vernam
-de heer Koolemans Beynen uit den mond van den heer Chs. Gardiner
-wat door hem op Nowaja-Semlya gevonden was, en op den 13den November
-schreef de heer Gardiner hem een brief, waar zooveel vereering voor
-den grooten zeevaarder Barents en zóó edele welwillendheid jegens
-Nederland in doorstraalt, dat de brief verdient bewaard te blijven.
-
-"I cannot tell you," zoo schreef de heer Chs. Gardiner, "how much
-obliged I am to you for taking such an interest in the Barents's
-relies and for so kindly offering to take charge of them. If your
-countrymen will accept them, I shall greatly be honoured and shall
-be only too proud that it happened to have been in my power to have
-made them this offer."
-
-De Nederlandsche natie zal ongetwijfeld den heer Gardiner steeds
-dankbaar zijn, dat hij deze reliquien zoo edelmoedig aan haar heeft
-afgestaan.
-
-Aan de sympathie en geestdrift door Beynen gewekt, hebben we het dus
-te danken, dat we de belangrijke voorwerpen--door den heer De Jonge
-uitvoerig beschreven--ontvingen.
-
-In het journaal van de overwintering van Barents. en Heemskerk, in 1598
-door Gerrit de Veer uitgegeven, staat vermeld, hoe, vóórdat het huis
-waarin men zoo lang had overwinterd werd verlaten, "Barents. te voren
-een cleyn cedelken heeft geschreven en in eene musketmate gedaen ende
-'t selfde in den schoorsteen opgehangen, daerinne verhaelt stont, hoe
-wy uyt Hollant daer gecomen waeren om te zeylen nae 't coninckrijcke
-van Chijna, ende wat ons aldaer op 't lant bejegent was ende alle
-ons wedervaren, op avontuer offer er yemant nae ons quame, dat die
-weten mocht wat ons bejegent was en hoe 't ons gegaen hadde."
-
-De "Yemant," die na Barents. aldaar kwam, was de heer Gardiner. Hij
-vond in den ouden kruithoorn een ineengefrommeld stuk papier,
-waarvan de deelen op elkander kleefden, dat groen en geel was, en niet
-grooter dan de palm van de hand. Dit handschrift, gedurende 279 jaren
-beurtelings bevroren en ontdooid en beklemd tusschen het ijs en de
-bouwvallen van "het Behouden Huis," werd door den heer De Jonge, met
-behulp van den heer J. H. Hingman, ontcijferd, en de daarin vermelde
-bijzonderheden bevestigden geheel het journaal van Gerrit de Veer.
-
-Voor Beynen waren die honderd belangrijke, schoone herinneringen
-aan Barents. en aan Hollands heldentijd, opgedolven uit het ijs en
-de sneeuw van Nova Zembla, een prikkel te meer, om toch te maken
-dat de Hollandsche vlag weer in die klassieke stroomen wapperen
-mocht. Wat de heer De Jonge in zijn toelichting zeide was hem uit
-het hart geschreven.
-
-"Wij mogen erkentelijk zijn, dat al de voorwerpen in 1871 en 1876
-gevonden, in Nederland zijn teruggekomen. Doch mengt zich met
-dat gevoel van dankbaarheid ook niet eenig gevoel van spijt? Deze
-overblijfselen, deze reliquien zijn niet ontdekt en herwaarts gebracht
-door Nederlandsche zeevaarders. Wij hebben het bezit dier voorwerpen
-te danken aan den ondernemingsgeest en de edelmoedigheid van vreemden.
-
-"De bouwvallen van het huis, waarin de Nederlandsche zeevaarders, onder
-bevel van Barendsz en Heemskerck, na hun roemrijken tocht, waarop
-zij Spitsbergen hadden ontdekt en tot ongeveer 80° Noorderbreedte
-waren doorgedrongen, hebben overwinterd, zijn nu geheel onder den
-voet gehaald.
-
-"Als het koude kleed van ijs en sneeuw gedurende eenige jaren die
-verstoorde en uitééngeworpen overblijfselen zal hebben bedekt,
-stormwind en ijspersing den houten staak, door Carlsen opgericht,
-zullen hebben vernietigd, zal eindelijk ook die plek op Nowaja-Semlya
-niet meer met juistheid zijn te bepalen. Mij worde het vergeven,
-indien ik, aan het einde van den mij opgedragen last gekomen, voor één
-oogenblik mij buiten de grenzen van dien last begeef en het voorstel
-waag, dat, éér die plek op Nowaja Semlya, waaraan voor Nederland
-zoovele herinneringen zijn verbonden, geheel uit de herinnering
-verloren ga, een Nederlandsch schip met kloeke bemanning worde
-uitgezonden, om dáár in de ijshaven een eenvoudigen gedenksteen
-van duurzaam graniet op te richten, opdat in de volgende eeuwen
-moge blijken dat wij, ook bij eigen ongenoegzaamheid, ten minste
-de dankbaarheid bewaard hebben jegens hen, wier roem ook nu nog op
-ons afstraalt."
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-MET WOORD EN DAAD.
-
-
-Zoodra Beynen van den tweeden tocht was weêrgekeerd, gebruikte hij
-elk vrij uur in den winter van 1876-77 om zijn landgenooten op te
-wekken tot belangstelling in de ijsvaart.
-
-In Dec. '76 sprak hij voor het eerst van zijn leven in het openbaar ten
-huize van baron van Wassenaer van Catwijck. "Mevrouw van Wassenaer,"
-schreef Beynen, "wetende dat ik de Noordpoolzaak meer populair wilde
-maken, bood mij haar salon aan om een en ander aan hare gasten mede te
-deelen omtrent het hooge Noorden. Er is mij dus gelegenheid geboden
-om voor een gezelschap van grooten invloed in den lande, een zaak te
-bepleiten, die den krachtigen bijstand der aanzienlijken niet ontberen
-kan. Ik heb zeer geaarzeld, daar ik nog nimmer in het publiek gesproken
-heb. Doch van oordeel zijnde dat, wanneer ik het er goed afbracht,
-dit de zaak helpen zou, heb ik maar aangenomen. Een luitenant ter
-zee moet het gevaar onder de oogen durven zien."
-
-Enkele gasten van mevrouw van Wassenaer, die Beynen dien avond hoorden,
-hebben mij geschreven welk een diepen indruk hij op hen maakte, en
-hoe hij hen bezielde met de begeerte om er toe mede te werken dat
-een Nederlandsch schip voor het Noorden zou worden uitgerust.
-
-En zij, die hem in de volgende maanden, overal in den lande,
-voor de vuist hebben hooren spreken, tot aanbeveling van de zaak
-welke hem dierbaarder was dan het leven, zullen hem evenmin ooit
-vergeten. Gelijk in een hoofdartikel van de Middelburgsche Courant
-treffend werd opgemerkt, is het een wonder geweest "dat hij,
-de jonge man, de luitenant-ter-zee van luttel dienstjaren, zijn
-eigen geestdrift en ondernemingszucht deed ontvlammen bij grijze
-vlagofficieren, ernstige staatslieden, bedachtzame geleerden en hen
-voor zijne plannen wist te winnen. Hij trok als een andere Peter
-van Amiens geheel Nederland door, optredende in zalen en zaaltjes
-in alle deelen des lands, voor een onbekend en onvoorbereid publiek,
-zoekende zielen te winnen voor den kruistocht, dien hij wenschte: de
-tocht van Nederlanders naar de Poolzee." Professor Nicolaas Beets,
-die hem te Utrecht hoorde, schreef mij over hem: "Het was mij een
-geluk de brieven, welke gij van uw vriend ontvingt, te lezen, waarin
-wij dien voortreffelijken jongen man hooren, zien, en honderdmaal met
-geestdrift de hand drukken. Menig traan kwam er mij bij in de oogen,
-van weemoed niet, maar van dat zekere gevoel, dat ons zoo overstelpend
-kan aandoen waar wij in aanraking komen met vonken en stralen van waren
-zielenadel. Ik twijfel niet of de jonge held zal nog lang na zijn dood
-kracht wekken. Ik heb hem gehoord met bewondering, met een klimmend
-gevoel van liefde. Alles ontwikkelde zich natuurlijk en bevredigend
-en wij hoorden (zeldzaam genot) uit zijn mond eens "cette éloquence,
-qui se moque de l'éloquence" in haar onvergetelijke kracht. Opzoomer
-zat naast mij, en wij waren beide opgetogen."
-
-Deze lof van Nicolaas Beets verdiende Beynen. Want wat hij in die
-redevoeringen gaf; was zijn hart en zijn ziel; zijn redenaarsgave was
-geen door oefening verkregen vaardigheid of kunst, maar de innige, hem
-verterende geestdrift zocht zichzelve een uiting en maakte woorden, als
-het juiste woord zich niet spoedig genoeg voordeed; zijn buitengewone,
-bewonderenswaardige gave als redenaar was meer een natuurkracht dan
-een kunst. Daardoor gelukte hem wat de meest welsprekende redenaar
-vaak vergeefs beproeft: hij wist zijn vuur en zijne bezieling over
-te storten in het gemoed der aanvankelijk onverschillige menigte die
-hem aanhoorde.
-
-Wie Beynen hoorde, kende hem dan ook onmiddellijk. Hij gaf
-zichzelf. Wat de Musset van la Malibran zeide, die ware tranen weende
-op het tooneel, diep gevoelde wat ze zong en dan ook jong stierf,
-kan men ook van Beynen zeggen:
-
-
- Ce qu'il nous faut pleurer sur ta tombe hâtive,
- Ce n'est pas l'art divin, ni ses savants secrets,
- Quelque autre étudiera cet art que tu créais,
- C'est ton âme indomptable et ta grandeur naïve,
- C'est cette voix du coeur qui seule au coeur arrive,
- Que nul autre, après toi, ne nous rendra jamais.
-
-
-Het was die stem van innige overtuiging, van warm gevoel, van heilige
-geestdrift, welke tranen bracht in de oogen der vrouwen, en de mannen
-dwong om zich als vrijwilligers bij hem aan te sluiten.
-
-Doch omdat het geen kunst maar natuur was en hij zich zelf gaf,
-vermoeiden die tallooze redevoeringen hem onbeschrijfelijk. Ze putten
-hem uit; het vuur dat hij anderen mededeelde verteerde hem zelf.
-
-Hij schreef mij: "Sta mij toe even wat te pruttelen en te klagen,
-want ik ben op. Het doet goed soms hardop te mopperen, want het
-verlicht ons. Het is nu en dan verschrikkelijk steeds hetzelfde te
-moeten herhalen, en dat vooral als het publiek lauw en onverschillig
-is. Men vindt niet overal een gehoor als te Amsterdam, te Utrecht,
-te Middelburg en te 's Hage."
-
-En aan kolonel Jansen schreef hij: "Ik houd nu dag aan dag voordrachten
-en slijt dus ongewoon vermoeiende dagen. Ik wind mij te veel op, en dat
-gevoegd bij weinig slaap en overdag reizen maakt dat ik ongeloofelijk
-dankbaar zal zijn, wanneer deze tocht door het land geëindigd zal zijn.
-
-"Gelukkig word ik nu en dan gesterkt door aangename medewerking. Het
-Gids-artikel van een vriend die begrijpt wat ik wil, deed mij goed en
-in enkele steden, zooals b.v. in Middelburg, vond ik veel sympathie
-voor de nationale onderneming. Burgemeester jhr. J. W. Schorer [7]
-is ongemeen warm voor de zaak, en wat vooral veel waard is, hij heeft
-er een studie van gemaakt, en is geheel van alles op de hoogte."
-
-Ik ben tot mijn leedwezen niet in staat een verslag te geven van een
-dier boeiende bezielende improvisaties van Beynen, en moet mij dus
-beperken tot een paar aanhalingen uit het Gids-artikel waarvan hij
-gewaagt, en dat hij mij in de pen had gegeven door zijn overtuigend
-woord, door zijn heerlijke geestdrift.
-
-Beynen had op verzoek van the Hackluyt Society een nieuwe uitgave
-bewerkt van de Engelsche vertaling van het werk, waarin Gerrit
-de Veer de drie reizen van Willem Barents in 1594, 1595 en 1596
-verhaalt. In deze uitgave deelde hij de nieuwe bijzonderheden mede
-door de heeren De Jonge, S. Muller Fzn. en P. A. Tiele ontdekt
-betreffende de geschiedenis der Noordoostelijke doorvaart. Hij
-had dit werk voltooid in het einde van 1876, en hij was er nog vol
-van, toen hij overal in het land het volk opwekte om weder aan de
-pooltochten te gaan deelnemen. Mij leende hij de werken van De Veer
-en Van Linschoten, en in die oude boeken, welke blijken toonden van
-ontelbare keeren gelezen en herlezen te zijn, vond ik de treffendste
-plaatsen steeds aangeduid door gedroogde bloemen en bladeren. Een
-rozenblad, een viooltje vestigden de aandacht op de roerendste bewijzen
-van heldenmoed, van zelfverloochening en volharding door de Arpanjaks
-der 16de eeuw gegeven, toen zij die kloeke zeetochten deden, "waar
-onzes Vaderlants Stadthouder, ende ghekoren Bescherm-Heer de Prince
-van Orangien een soo sonderlinghe welbehaghen in hadde."
-
-Ik wist wie het was, die tusschen de bladeren van dat boek die nu
-verwelkte bloemen legde, en hoe zijn hart vol geestdrift klopte voor
-"de zeeploegers" en "zeeridders" van Holland's heldentijd. Het was
-alsof hij, door met rozen- en violenbladeren aan te duiden wat schoon
-en edel was, een voorbeeld wilde geven hoe men in 't groote boek van
-'t Noorden, dat voor een ieder openligt, de plaatsen aan kon wijzen,
-die gewagen van 't kloeke bestaan der Hollandsche zeevaarders,
-die om de Noord den weg naar Indiën zochten, en met grooten moed en
-volharding gevaarlijke tochten ondernamen, als zij de walvisschen
-tot ver in 't ijs najaagden.
-
-Gelijk de verwelkte, verkleurde rozenbladeren in het oude foliant
-symbolen waren van onuitsprekelijke bewondering van kloeke daden
-en dankbare herinnering aan opwekkende woorden, kunnen eenvoudige
-gedenksteenen van duurzaam graniet, in Nova-Zembla, Spitsbergen,
-en op Groenlands West- en Oostkust opgericht, symbolen zijn van
-Holland's dankbaarheid voor de Arpanjaks, en van de geestdrift,
-waarmede het opkomend geslacht de belofte aflegt om te pogen die
-vaderen te evenaren. Zulke symbolen verheffen het hart, gelijk alle
-ware poëzie dat doet, en ze zouden, meende Beynen, dubbel indrukwekkend
-zijn, omdat men ze niet zag, maar enkel wist, dat zij daar hoog in
-'t Noord in langen winternacht en wilden zeestorm staan. Doch het
-plaatsen van die steenen was hem slechts een bijzaak. Wat hem hoofdzaak
-was, wordt uitgedrukt in het octrooi dat de Staten van Holland in
-Barents' tijd gaven aan hen "die nieuwen Passagiën, Havenen, Landen
-oft Plaetsen souden ontdecken." In zulk octrooi wordt steeds gezegd
-dat die ontdekkingen moeten gedaan worden: "wij verstaen eerlyck,
-dienstelyck ende profytelyck voor dese Landen, ende tot vorderinge
-van den welstant van dien, oock tot onderhoudt van het Zeevarende
-Volk te wesen."
-
-Beynen haalde uit die oude boeken de gedeelten aan, waarin de
-schrijvers, die zelve herhaaldelijk naar het Noorden geweest waren,
-mededeelden dat "deze navigatiën" naar onbekende streken zeer in trek
-kwamen, "voornamelyck onder deghene die 't haer professie is, nacht
-ende dagh te practizeren haer goet ende have door koopmanschappen te
-vermeerderen." Deze kenschetsende beschrijving van den oud-Hollandschen
-koopman, hield niet in dat zij alleen aan gewin dachten, want Van
-Linschoten die haar bezigt, verhaalt, dat toen hij opnieuw een schip
-voor het Noorden gereed maakte, "deze toerusting terstont van de
-kooplieden t' Amsterdam voorwaer seer mildelycken, ende met grooter
-gheneghentheit ende affectie te weghe gebracht worde, alles om 's
-Lants eere ende advancement (gheene onkosten ontsiende) te betrachten."
-
-Voor 's "Lants eere ende advancement" en vooral om een leerrijke school
-van zeemanschap open te houden voor de marine, sprak Beynen overal
-tot aanbeveling van die tochten. Terwijl ik mij poog te herinneren
-wat hij dienaangaande soms zeide, woedt sinds twee dagen een geduchte
-storm uit het westen, welke den winter uit ons land verdrijft. De
-machtige muziek van dezen zeestorm maakt het mij voor het oogenblik
-weêr zoo duidelijk wat Beynen wilde en wenschte, want die muziek,
-welke wij slechts nu en dan verstaan, liet hem nooit rust of duur!
-
-Treffender dan militaire muziek, opwekkender zelfs dan het Wilhelmus
-der vaderen, was voor Beynen de muziek van den zeestorm, als de
-Noordwester wild en woest over den oceaan komt aangestormd, en
-klagend door den schoorsteen giert, en met een lang gerekte zucht en
-onverwachte vlagen uitschiet, en bulderend onze vensters schudt, en
-'t gansche huis doet dreunen.
-
-Wie weten wil wat heldengeest den jongen zeeridder bezielde, en wat
-zijn streven was om 't vaderland te dienen, luistere naar de muziek
-van den zeestorm.
-
-Wie denkt niet wel eens aan de mannen, die op zee de golven koen
-trotseeren, wanneer de wilde orkaan, die daar zijn oorsprong nam,
-met donderende stooten en gebons de muren beven doet van 't huis,
-en jammert door de wilgen van ons land?
-
-"'k Zou nu niet graag op zee zijn!" denkt men, en men schuift den stoel
-wat dichter aan den haard; "wat hebben die arme zeelui het nu hard!"
-
-Doch als Beynen dan over u zat en 't loeien van den evenachtsstorm
-hoorde, dan vernam men andere taal. Ook hij dacht dan aan de zee en hen
-die over de diepte varen, doch zijn oog straalde, hij hief het hoofd
-op, gelijk het strijdros dat de krijgstrompet hoort steken, en, eer
-hij 't geloof ik zelf recht wist, zei hij dan: "O, stond ik nu slechts
-op een schoener aan het roer!" Wellicht was hij nog geen week op den
-vasten wal als hij dit zeide. Maar hij had de zee lief, hij geloofde
-in haar. Terwijl in de winteravonden de stormwind gierde, heb ik van
-hem geleerd wat de zee voor Nederland is en vermag. De zee vult aan wat
-ons ontbreekt, ze completeert den Hollander en schenkt hem kracht; ze
-ontwikkelt de edelste hoedanigheden van ons volk en dringt de fouten
-en de zwakheid van het nationaal karakter terug. Zij maakt gebruik
-van ons geduld, onze voorzichtigheid en onze kalme onversaagdheid,
-doch van waaghalzen maakt ze De Ruyters, en van avonturiers koningen
-van Insulinde. Zij dwingt tot waakzaamheid, moed, tegenwoordigheid van
-geest en rustelooze voortvarendheid, en zij maakt droomen, aarzelen,
-treuzelen tot halsmisdaden; want op straffe van onmiddellijken dood
-gebiedt ze in 't oogenblik, wanneer gevaar dreigt, onmiddellijk een
-besluit te nemen en steeds bijtijds het roer te wenden.
-
-De zee was steeds onze bondgenoot, ze is de bakermat onzer
-vrijheid, en, meer dan boeken vol vermogen, getuigt, ter eer van 't
-Hollandsche zeevolk, wat de heer De Jonge in zijn geschiedenis van
-het Nederlandsche zeewezen van hen zegt: "En velen boden in den strijd
-met Spanje uit eigen beweging hunne schepen aan, want geestdrift voor
-de vrijheid woonde vooral bij diegenen, die de zee bevoeren."
-
-Met welk een geestdrift kon de jonge zeeman spreken van dat roemrijk
-arbeidsveld onzer groote mannen, van de wilde donkerblauwe golven van
-den oceaan, en welk accompagnement van zijn woorden gaf de bulderende
-storm uit zee!
-
-Er was voor hem een wondere rythmus, een heerlijke bezieling,
-een moedwekkende kracht in de stem der zee, in de muziek van den
-storm. Het was hem als hoorde hij in de verte het gedonder van de
-kanonnen van Tromp en De Ruyter en den galop van de chargeerende
-eskadrons onder ritmeester Bax; hij hoorde het roffelen der trommen
-en het juichen der overwinnaars; hij zag doorschoten, tot flarden
-gescheurde Oranje-vanen wapperen; hij hoorde 't breken van de golven
-tegen 't ijs, waarover Heemskerck de oude sloep deed sleepen, waarin
-de stervende Willem Barents lag.
-
-De woeste vlagen van den storm waren hem, wat de hooge muziek der
-symphonieën voor velen onzer is: ze wekten hem op, ze maakten hem
-vroom en geloovig, ze bezielden hem met den vurigen wensch om zijn
-plicht steeds te doen, en door groote, edele, zelfopofferende daden
-zijn vaderland te dienen.
-
-Eens dat hij op een avond toen het stormde en hij naar zee verlangde,
-bij mij zat, had ik hem een aandoenlijk Engelsch gedicht voorgelezen.
-
-Een moeder, die in de wilde winternacht ontwaakt, doordien de woeste
-orkaan de vensters doet rinkinken, meent, met een hart dat bonst van
-schrik en angst, onder al de vreemde geluiden van den geweldigen
-stormwind de belboei te hooren luiden in de branding van de klip,
-waarheen het schip, waarop haar zonen dienen, in het duister wordt
-gejaagd door den orkaan. Ze strekt de handen uit, die ze niet op het
-aangezicht harer slapende jongens kan gaan leggen, gelijk ze weleer
-deed wanneer angstige droomen haar martelden. Ze strekt ze omhoog,
-en smeekt haar God om hulp en troost, terwijl de stormwind loeit en
-het huis doet schudden.
-
-"Ik geloof in het instinct der moeder, die de handen omhoog
-strekt!" riep Beynen uit, "maar God helpt hen slechts die zich zelven
-helpen. Als wij naar het Noorden trekken, dan denken wij aan al die
-treurende moeders en vrouwen, en aan de duizende slachtoffers der
-zee, en we pogen te ontdekken van waar die onzichtbare wind komt,
-en hoe men voortaan zijn loop van te voren zou kunnen berekenen. We
-weten, dat hij onze luchten zuivert, en dat zijn grootst gevaar in het
-onbekende van zijn loop en 't onverwachte van zijn nadering ligt; maar
-wat we weten is zoo weinig, en wat we gissen is zoo vol belang. Van
-waar die sterke luchtstroomen, die ons laven, die tusschen Pool en
-Equator het evenwicht bewaart in de atmosfeer, die koude drooge lucht
-aan de warme streken brengt, welke warme, met vocht en damp beladen
-stroomen daarvoor terug geven? We weten 't niet, maar als van zelf
-richt naar de ijszee zich het oog. Wij, voor wie zooveel is gelegen aan
-de kennis van het weêr, worden steeds aangetrokken door het Noorden,
-waar het geheim van den oorsprong dezer winden wordt bewaard.
-
-"Alle beschaafde volken zenden tegenwoordig schepen naar het Noorden,
-omdat het voor de wetenschap zoo bijzonder veel waarde heeft. Wij
-willen, om de kennis der natuurvorschers te dienen, een deel van het
-gevaar, een deel der moeite op ons nemen, om stelselmatig en geduldig
-al de noodige gegevens te verzamelen in het Noorden. Wij willen mede
-een van die vele waarnemingsstations oprichten, wier onwaardeerbaar nut
-professor Buys Ballot het eerst en dat sints lang heeft aangetoond,
-en waar in 't Noorden en in 't Zuiden gelijktijdig de verschijnselen
-zullen waargenomen worden, die ons de theorie der winden en de wetten
-van de orkanen eens verklaren."
-
-Deze woorden, onder den invloed van Beynen destijds door mij
-geschreven, duiden slechts een deel aan van de gronden waarom hij in
-de ijsvaart geloofde. Onder den indruk van hetgeen hij sprak, schreef
-ik in den tijd dat hij het land doortrok het volgende, dat slechts
-een echo was van zijne woorden. Want ofschoon hij van harte geloofde
-in het wetenschappelijk nut der tochten en hetgeen zij vermochten
-voor den handel, was bij hem hun nut voor de marine, en hun invloed
-tot verlevendiging van het nationaal bewustzijn steeds het voornaamste.
-
-Hij had steeds het oog gevestigd op de toekomst, op de jeugd, welke
-hij dezen weg hoopte te wijzen tot nieuwe krachtsontwikkeling voor ons
-volk. Hij wilde de zeemacht herinneren aan het veld waar ze weleer
-kracht vergaarde, en tevens helpen tot verheffing van ons nationaal
-bewustzijn, tot het verkrijgen van zelfvertrouwen.
-
-Hij had opgemerkt dat dit zelfvertrouwen onmiskenbaar in de laatste
-jaren zeer geschokt was door het ontzaglijk machtsvertoon van
-een naburig volk, dat zijn verspreide leden tot een groot, al is
-'t ook nog wat topzwaar lichaam heeft vereenigd. Groot is steeds de
-indruk dien de meester van zoovele legioenen maakt; maar toch moet
-dezen indruk steeds krachtig bestreden worden, wanneer hij aan het
-zelfvertrouwen van ons volk afbreuk doet.
-
-Geen beter middel is er om te strijden tegen het benauwd gevoel, dat
-hooge sombere bergen op den dalbewoner maken, dan moedig klimmen. Geen
-beter middel is er om ontzenuwend, verlammend opzien naar een reus te
-overwinnen, dan door te toonen dat het moedig hart in menig opzicht ook
-den kleinste tot den evenknie der reuzen maakt. Naar het Noorden dus,
-o zeelui, die den roem en trots en kracht zijt van uw volk! Toont
-u weer ridders van de zee, gij zijt t'huis op wilde wateren, waar
-niets door ruwe kracht gedaan wordt, maar hij de zege wint, die met
-volharding, zelfverloochening, kunde en moed, zich wijdt aan eene taak,
-die hij bemint, en met beleid de roerpen weet te houden.
-
-De tijd van zelfverwijt, van schimpen, mokken en doof makend klagen
-is voorbij. We hebben nu een nieuwe hoop; 't verjongde Holland wil
-vooruit. Naar zee dus, naar het Noorden!
-
-Al gaven deze tochten niets voor de wetenschap, dan blijft ons altijd
-nog de goede ouderwetsche drijfkracht over van heidensche Germanen
-en Romeinen, om het land te eeren dat ze beminden om den wille van
-'t verleden, en om hetgeen zij hoopten dat het worden zou.
-
-Wanneer ik naga wat ons dierbaar vaderland bezit en welke kracht het
-eenigszins ontbreekt, dan maakt zich de overtuiging van mij meester,
-dat deze laatste drijfveer ons in dit geval het onweerstaanbaarst nopen
-moet om de tochten naar het Noorden te hervatten, en de Barentsen en
-Beynens te eeren door hen na te volgen.
-
-Wij Hollands kinderen, saamgebracht en nauw vereend door een band,
-dien ieder liefheeft, die zijn kracht begrijpt, wij hebben het woord
-verstaan des dichters die ons toeriep:
-
-
- "Mijn volk gedenk
- Den heiligen wenk
- Van al wat u omringt, blijf trouw aan uw verleden."
-
-
-En slechts een enkele blik in dat verleden toont ons steeds dat de
-IJszee den "zee-ridders" en "zee-ploegers" onzer gouden eeuw een school
-was, waarin ze zeemanschap, kalme doodsverachting, onzelfzuchtigen
-ijver voor 's lands eer, en mannelijke ondernemingszucht verkregen,
-de deugden en de krachten, in één woord, die Nederland maakten wat
-het was.
-
-"Doordien de tochten naar het Noorden nieuwe liefde geven om ter zee
-te gaan en tevens ondernemingszucht bevorderen, zou de commissie
-van enquête die den toestand onzer handelsvloot heeft onderzocht,
-zeer zeker deze tochten aanbevelen. Wat zegt ze toch aangaande de
-behoefte aan nieuwe krachtsinspanning?
-
-"De noodzakelijkheid eener krachtsinspanning, die geen moeite ontziet,
-om het verlorene in te halen, treedt sterker dan eenige andere zaak
-op den voorgrond. Alles hangt hierin nu af van den ernstigen wil,
-den helderen blik, den schat van kennis, de kracht van handelen,
-waarmede het Nederlandsche volk zijne belangen weet voor te staan!"
-
-Zonder dat verlangen "om het verlorene in te halen," zonder
-die bereidwilligheid om de rust en het gemakkelijk bezit van 't
-oogenblik op te offeren voor toekomstige voordeelen en toenemende
-ontwikkeling,--en dit toch is wat men onder ondernemingsgeest
-verstaat--blijft een volk in vadsige werkeloosheid achtergelaten in den
-kamploop der volken. We moeten vooruit zoo we niet achteruit willen.
-
-
- "Vivez et regardez, et marchez aux montagnes!
- Car tout peuple, amolli dans ses grasses campagnes,
- Oisif près de l'engin chargé de le nourrir,
- Tout peuple satisfait est bien près de mourir!"
-
-
-Wij willen daarom niet voldaan zijn met wat we hebben en een heilige
-ontevredenheid steeds voeden, die ieder prikkelt om vooruit te gaan.
-
-De belooning blijft niet uit voor het volk van edelen stam, dat trouw
-is aan zijn devies, en dat niet versaagt. Het wint daardoor een nieuw
-of het behoudt een oud prestige, dat niet alleen van anderen achting
-vergt, maar dat vooral de natie zelve steunt. Zoolang de menschen
-niet tot automaten zijn vernederd, tot kunstige werktuigen enkel door
-verstand gedreven, zal wat het hart en de verbeelding treft steeds
-wonderkracht ontwikkelen. Het prestige van een volk is een gevolg van
-het vertrouwen der natie in zich zelf, en van het geloof der andere
-volken in haar kracht, en waar de vlag, 't symbool der eer, prestige
-heeft verloren, daar is de kracht van hen, die onder hare schaduw
-strijden, verlamd, en is de kracht des vijands als verdubbeld. Niets
-is zoo doodelijk voor een volk als wantrouwen in zichzelf en in
-zijn leiders. Dat wantrouwen kan door tucht, door geestdrift, door
-de geboorte van een nieuwe hoop, door geloof in een groot beginsel
-verdreven worden, en dan ontstaat weer die eerbied voor zichzelven,
-welke de onontbeerlijke voorwaarde is van den eerbied dien anderen
-voor ons gevoelen.
-
-In ons volk leven overal machtige elementen van kracht en ontwikkeling,
-die zullen ontluiken en bloesemen, als na iedere welgeslaagde daad
-van mannelijke ondernemingszucht en van geloof in de toekomst het
-veerkrachtig zelfvertrouwen en het fier gevoel van eigenwaarde
-herleven.
-
-Wij willen ons dus weer voeden met het vast vertrouwen in de
-wonderkracht van zelfbestaan, met de geestdrift voor de vrijheid,
-en dien vaderlandschen trots, die ongetwijfeld innerlijke kracht
-moet hebben, want zonder hem zouden des werelds wetten en gebruiken,
-en der volken kunst en letterkunde eentonig zijn en zonder smaak.
-
-Die vaderlandsche trots, die ijdelheid, dat zelfbedrog of hoe men
-'t noemen wil, heft steeds de hoofden op van hen, die treurig en
-mismoedig de wereld vlak, vervelend en onduldbaar achten.
-
-Nebucadnezar's vloek treft nog in onzen tijd, na lange jaren van
-ontzenuwenden voorspoed en slappe rust, de menschen; ze maakt hen
-onverschillig, dooft hun ziel en drijft hen, om zich als het vee van
-'t veld, met de oogen vast en onbewegelijk naar de aarde gericht,
-alleen met gras te voeden.
-
-Die vloek, die zware, doffe last is van ons afgenomen; gebogen hoofden
-richten zich omhoog, het oog zoekt weer 't verschiet, en 't harte klopt
-voor hooger doel dan voor de vrucht der aarde. We voelen ons verlicht,
-eene nieuwe hoop is ons geboren, en van IJmuiden's havenhoofd richt
-ieder 't oog naar verre kusten, naar 't Noord en 't West. Wanneer
-de zoute zeewind over wilde golven aangespoed, het dundoek wapperen
-doet van Neêrland's oude vlag in Holland's nieuwe haven, dan juichen
-wij met geestdrift weêr:
-
-
- "Naar zee, naar zee het oog gekeerd!
- Al wat er grootsch was in 't Verleden,
- Al wat gij grootsch hoopt van het Heden,
- Zij daar geleerd, vereerd, verweerd!--
- Weer blink' dat blad in 's lands Historie
- Van vrijheid, geestkracht, welvaart, glorie!"
-
-
-En als ons volk dat doet, dan kan 't niet missen of 't herwint zijn
-mannelijk zelfvertrouwen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-DES ZOMERS OP DE NOORDZEE,
-
-
-Beynen schreef mij in den tijd dat hij het volk warm poogde te maken
-voor zijn ideaal: "Telkens ontmoet ik jonge officieren en minderen,
-waar feu sacré in zit voor alles wat in ons vak kloek en grootsch is
-te vinden, doch ik denk er meermalen met zekeren weemoed aan, hoe die
-jeugdige frissche krachten door teleurstellingen en niets doen wellicht
-zullen verwelken. Hoe anders zou het zijn als zij, in plaats van te
-passagieren in Indië, avontuurlijke tochten gingen ondernemen; als zij
-met fier gevoel van eigenwaarde in onbekende zeeën gingen doordringen,
-om later met geestdrift en edelen naijver door hun kameraden en
-vrienden in het vaderland ontvangen te worden." Wat Beynen wilde en
-door woord en daad predikte, zal verder nog duidelijker aan het licht
-komen, want ik moet nu het verhaal van zijn wedervaren voortzetten.
-
-Toen hij overal zijn lezingen gehouden had, werd hij geplaatst op
-Zr. Ms. Zeehond, waarop hij met de tot bootsmansleerlingen bevorderde
-jongens van de Wassenaar, een oefeningstocht zou maken op de Noordzee,
-onder bevel van den overste Guyot.
-
-Den 23sten April 1877 schreef hij aan boord van dit vaartuig:
-
-"Prins Hendrik stond mij gisteren een audiëntie toe. Ruim vijf kwartier
-heb ik de eer gehad met Z. K. H. te zitten praten, na alvorens het
-boek van Hackluyt Society eerbiedig te hebben overhandigd. Ik heb
-den prins vooral gewezen op de commercieele voordeelen, welke uit
-tochten naar het Noorden na verloop van tijd kunnen spruiten; welk
-een oefeningsschool voor zeelieden de ijsvaart is, en hoe goed voor
-den nationalen roem. Z. K. H. sprak van het laten bouwen van een
-houten scheepje, en was van meening dat zulks voor geringer kosten
-in Zweden kon geschieden."
-
-Den 18den Mei 1877 schreef hij aan boord van Zr. Ms. Zeehond, geankerd
-in 't Haringvliet:
-
-"Wij zijn hier van morgen op de reede vertuit, om de jongens te leeren
-ketting klaren. De brik manoeuvreert uitstekend, en luistert bijzonder
-nauwgezet naar het roer. De loods drukt dit uit door te zeggen: "de
-brik is kittelig." Dagelijks zien wij tallooze naamgenooten van onze
-kittelige, schoon bejaarde brik op de Zeehonden- en Garnalen-plaat. Zij
-laten ons evenwel niet genoeg naderen om een schot op hen te doen,
-wat zeer natuurlijk is als men bedenkt dat gelijknamige polen elkander
-afstooten.
-
-"We gaan naar Edinburgh, dan terug naar Hellevoet, vervolgens doen wij
-een Duitsche haven aan, en dan via Nieuwediep terug naar Hellevoet
-en dat voor goed." En later schreef hij: "Slecht weder hebben wij
-nog weinig gehad. Alleen een weinig uit het Z. W. en toen ging de
-Zeehond opmerkelijk wild te keer. Hij stopte zijn neus tot boven het
-vinkennet in het water en rees dan op, en dat zoo snel en krachtig,
-dat de bezaansboom uit de mik gelicht werd.
-
-"De schipper verklaarde dat dit niet te verwonderen was, als men
-bedacht: dat hij nu weer eens los raakte na 17 jaren aan de ketting
-gelegen te hebben."
-
-Kruisende op de Doggersbank, schreef hij den 10den Juni:
-
-"Van daag voor acht dagen verlieten wij de reede van Hellevoet. Toen
-wij onder zeil gingen kwam de stuurman, met de laatste brieven van den
-wal bij zich, aan boord, en verbeeld u mijn verbazing, toen hij mij een
-aangeteekend pakje overhandigde, dat een mooie gouden ketting bevatte,
-met de inscriptie: Utrecht, 14 April 1877. Er was een schrijven bij
-van prof. Quack, waarin hij mij, namens het Utrechtsche subcomité, de
-ketting aanbood, als een herinnering aan mijn lezing te Utrecht. Wat
-mij vooral trof was de datum van 14 April, de jaardag van mijn goeden
-vader, en meer dan ooit riep dit mij toe, hoe ik toch al deze zaken
-aan zijn verstandige en zorgvuldige opvoeding in de eerste plaats te
-danken heb."
-
-Toen hij op dezen oefeningstocht was, ontving hij de officieele
-mededeeling van de Nederl. regeering dat H. M. koningin Victoria hem
-the arctic medal had toegekend. Ik ben in de gelegenheid gesteld om te
-lezen wat graaf van Bijland, onze gezant te Londen, aan den minister
-van Buitenlandsche Zaken dienaangaande schreef:
-
-"Ik meen hier niet onvermeld te mogen laten, dat Sir Allen Young bij
-het overreiken van nevensgaand eereteeken met den meesten lof heeft
-gesproken van de vastberadenheid, de kunde en het beleid door luitenant
-L. R. Koolemans Beynen voortdurend aan den dag gelegd tijdens zijn
-diensttijd aan boord der Pandora."
-
-Op dit eereteeken was Beynen te recht zeer fier. Het was hem een
-schoone herinnering aan een leerzamen, belangrijken tijd, toen hij
-meer dan zijn plicht deed.
-
-Het is een kleine zilveren medaille met wit satijn lint en zilveren
-gesp. Op den eenen kant het borstbeeld van koningin Victoria, en op
-den andere een schip in 't ijs.
-
-In Juli kruisende op de Noordzee, schreef hij: "Op de Doggersbank
-hebben wij gevischt, zonder evenwel veel te vangen. Op 60° N. Breedte
-herinnerde mij de frissche koude noordenwind en het voortdurend
-dag zijn, de vaak opkomende nevels en de vele looms weder aan de
-"Arctic Regions" en al het lief en leed, dan denk ik met zekeren
-heiligen eerbied aan onze lieve, brave, nu ontslapen koningin,
-de tijding van wier overlijden ons diep trof. Zeker heeft zij
-veel lief en leed gekend, maar ze heeft ook veel liefde betoond en
-veel leed verzacht. Moge zij bij ons volk in eerbiedige herinnering
-blijven. Onder den indruk der tijding schreef ik uit Edinburg een kort
-briefje aan Prins Alexander, die ik begreep dat deze slag ontzettend
-zal gevoelen, en in de hoogste mate bedroefd zal zijn, en wellicht
-eenigen troost kan vinden in het medegevoel van ieder die hem kent
-en weet hoe hartelijk hij zijn moeder lief had.
-
-
-
-"Ik vernam te Edinburgh dat er geld blijft inkomen voor de
-Noordpoolreis. Met hart en ziel blijf ik hopen dat ons volk op
-den reeds ingeslagen weg zal willen voortgaan, tot eer van koning
-en vaderland, en tot zijn eigen bestwil. Wat Zweden jaar in jaar
-uit vermag, kan Nederland toch zeker ook doen, en in het vaderland
-van Barents kan de geest niet uitgedoofd zijn, die eeuwen lang de
-Nederlandsche driekleur den weg deed wijzen op alle zeeën der aarde."
-
-Van zijn tocht op de Zeehond gaf Beynen bij mij aan huis eens aan
-mijn jongens, na den eten, een belangwekkende beschrijving, welke ik
-'s avonds uit mijn herinnering opschreef en gelukkig bewaard heb. Ik
-had dien dag met hen een bezoek gebracht aan Zr. Ms. opleidingsschip
-Admiraal van Wassenaer te Amsterdam. De commandant, kapitein-luitenant
-ter zee Steffens, ging het geheele schip met ons rond; we zagen de
-flinke jongens exerceeren, we woonden het onderwijs bij, en verlieten
-het schip met groote bewondering voor een opleiding en behandeling,
-waardoor kloeke zeelieden gekweekt worden, die tucht, gehoorzaamheid
-en handigheid in hun jeugd geleerd hebben.
-
-"Weet je wat voor flinke zeelui jongens worden die durven en goed
-leeren?" vroeg hij aan mijn zoons, die met hem dweepten. "Dan zal ik
-je er eens vertellen hoe de jongens van de Wassenaer het van den zomer
-op zee maakten, toen ik met hen naar de haringvloot zeilde. Luister.
-
-"Het is een kalme, schoone Juni-morgen en onze oefeningsbrik drijft
-zachtkens, nauwelijks acht slaande op de bewegingen van het roer,
-over het spiegelgladde water van de Noordzee. De Zeehond bevindt
-zich te midden van honderden Nederlansche visschersschepen,
-waarvan de bemanning in de grootst mogelijke drukte bezig is met
-het sorteeren en kaken der gedurende den nacht gevangen haring. De
-krachtige, frissche zonen onzer kustdorpen werken hard door, want ze
-verlangen na het uitputtend werk eenige rust te genieten; evenwel
-houden ze toch even op, om over de verschansing naar het schoone
-hooggetuigde Nederlandsche schip te kijken, van welks bewegingen ze
-zich aanvankelijk geen rekenschap konden geven.
-
-"Voor de eenvoudige visschers was het schouwspel trouwens heerlijk
-schoon.
-
-"De breede, zware, sneeuwwitte zeilen--kant bijgezet--spreidden zich
-deftig en indrukwekkend over het sierlijk vaartuig uit, dat in de
-meeste stilte tusschen de vaartuigen van de visschersvloot voortglijdt.
-
-"De wimpel aan den grooten top, het geheele tuig, de netheid en orde
-welke overal heerschen, hebben reeds lang het oorlogschip doen kennen,
-waar aan boord, gedurende de morgen-inspectie welke juist gehouden
-wordt, de grootste stilte heerscht. Op eenmaal klinken de korte
-krachtige commando's van den eersten officier en het geheele schip
-schijnt leven en bezieling te krijgen.
-
-"Als door onzichtbare draden bewogen, kruipen de halzen en schoten der
-vierkante zeilen vlug en rap naar het midden der ra's, die dadelijk
-daarop--als bezwijkend voor dien onverwachten aanval--met luid geraas
-langs de stengen omlaag glijden.
-
-"De driehoekige stagzeilen vooruit op de boegspriet verdwijnen als
-door een tooverslag, op hetzelfde oogenblik dat het groote brikzeil
-met kluchtige deftigheid zich in lange breede plooien samenvouwt.
-
-"Een tweede commando klinkt... en meer dan 80 jonge frissche knapen,
-in de nette zeemansdracht der marine gekleed, enteren vlug als katten
-van weerszijden tegen het want op; verspreiden zich snel en stil
-door het geheele tuig, vatten met flinke, krachtige grepen de zware
-onhandelbare zeilen aan, en in minder dan twee minuten zijn allen weêr
-omlaag, en is geen stukje zeil meer zichtbaar. Het schip ziet er met
-zijn vastgemaakte zeilen nu uit alsof het te Nieuwediep aan de kaai
-lag. Nu volgt de eene verrassing op de andere. De zeilen-exercitie
-is begonnen; het is zeilen bijzetten en opnieuw bergen; marszeilen
-afslaan en verwisselen, zeilen reven of beslaan.
-
-"Onder deze opwekkende, belangrijke exercitie beginnen de jonge
-matrozenharten al driftiger en driftiger te kloppen, de altijd
-bestaande naijver tusschen de jongens van den grooten top en van den
-vóórtop wakkert aan tot een opgewonden poging, om ook nu weêr het
-eerste met alles klaar te zijn. De jongens vereenzelvigen zich--zonder
-er zelve bewust van te zijn--geheel met de verschillende exercitiën,
-en indien men het bezielend commando niet matigde, dan zou de gloed,
-waarmede ze werken, aanstonds in wilde drift overslaan, en ze zouden
-hun leven er aan wagen om uit wedijver de roekelooste waagstukken te
-doen in het tuig.
-
-"De jonge visschers op de sloepen zien met bewondering de exercities
-op het oorlogschip aan, en indien nu reeds menige bejaarde visscher
-uitroept: "die jongens zijn flinke borsten, hoor!" als zij hen daar
-hoog in de lucht, als 't ware aan hun adem zien hangen, hoeveel
-dieper zouden ze dan getroffen zijn, indien ze diezelfde kinderen
-eenige dagen geleden hadden zien werken. Het was in het begin van den
-oefeningstocht. De hoog opgezette zee deed de brik verschrikkelijk
-heen en weder slingeren, toen de jongens voor het eerst van hun leven
-den wind, wild en woest, met gierende vlagen door het tuig hoorden
-huilen. De nacht was stikdonker en het schip steunde en kraakte,
-alsof het bezwijken zou onder den druk van de hevig invallende
-buien. Toen de marszeilen één voor één dichtgereefd moesten worden,
-werden de oudste en sterkste jongens op dek gemonsterd, en gingen
-ze op het commando van den kapitein het tuig in, om, denkelijk met
-kloppend hart, maar met de lippen op elkander vol waren mannenmoed,
-hun verschillende plaatsen op de ra's te gaan innemen.
-
-"Toen ze boven op de marsra waren gekomen en elkander nauwelijks
-onderscheiden konden... toen de aanmoedigende stem van den commandant
-al sinds lang niet meer te hooren was in dien baaierd van wilde,
-ongekende geluiden... toen elke windvlaag werkelijk dreigde hen naar
-omlaag te zullen slingeren... toen een hunner sterkste makkers met een
-gil zijn houvast verloor en in den donkeren nacht omlaag viel--zonder
-zich echter ernstig te bezeeren--... toen was het meer dan mannenmoed,
-het was de ware bezieling, het heerlijk instinct van een oud, beroemd
-zeemansgeslacht, dat die kinderen over de slingerende rondhouten naar
-buiten deed enteren, alsof ze oude bevaren matrozen waren.
-
-"Zulke oogenblikken vormen mannen en hoe meer men er van hoort en ziet,
-des te meer wint de overtuiging veld bij ons, dat zulke zeemanschap
-gekweekt moet worden, indien wij op onze vloot die zelfdenkende,
-stoute, wakkere karakters willen houden, die zoo vaak den roem zijn
-geweest van ons volk.
-
-"Zeemanschap leert denken, handelen en opletten: geeft zelfvertrouwen
-en moed.
-
-"Evenals een soldaat dubbele waarde heeft, als hij deze eigenschappen
-heeft verkregen in tal van veldtochten, zoo krijgen de koppen op
-Zr. Ms. schepen hun volle waarde eerst, wanneer ze op vele moeielijke
-reizen, van hun jeugd af zeemanschap hebben geleerd.
-
-"Van den aanvang af moeten de jongens beseffen, dat een zeeman geen
-werktuig maar een denkend wezen is, op wie groote verantwoordelijkheid
-rust, en die zichzelven en anderen redt door tegenwoordigheid van
-geest en vlugheid.
-
-"Een jongen, die bij harde bries een boven-bramzeil gaat vastmaken,
-ondervindt al dadelijk, dat hij met gezond verstand en kalm overleg
-vrij wat gemakkelijker slaagt, dan indien hij volgens ingeprente
-lessen, mannetje voor mannetje, precies naar het voorschrift handelt.
-
-"Een matroos die marsgast is en, bij het onderzeil gaan, als er wat
-aan hapert, onder het oploopen der marszeilen, door onmiddellijk te
-handelen, verdere stoornis voorkomt, begrijpt hoe hij daardoor vaak
-het schip vrijwaart voor een gevaarlijke botsing met een ter reede
-liggend vaartuig.
-
-"Een roerganger, die op een moeielijk oogenblik het roer verkeerd aan
-boord draait, weet dat zulk een misslag den ondergang van het schip
-en de bemanning ten gevolge kan hebben.
-
-"Dus komen er op zee aanhoudend en ongemerkt duizenden gevallen voor,
-waarin matrozen die eigenschappen ontwikkelen, welke in de marine
-zoo onontbeerlijk zijn, en die de flinke jongens van de Wassenaer op
-zeilschepen moeten oefenen. Ze zijn goed onderlegd en als ze maar
-niet te vroeg naar Indië gaan, doch op onze zeeën geoefend worden,
-groeien ze op tot voortreffelijke zeelieden.
-
-"Naarmate de stoomvaart de overhand krijgt, komen er meer en meer
-zeesoldaten, artilleristen en machinisten in plaats van matrozen aan
-boord. Het gevaar hiervan is groot. Geen onjuister denkbeeld is er,
-dan dat op stoomschepen geoefende matrozen overbodig worden.
-
-"En in de koninklijke marine vooral zijn ze broodnoodig. Op onze
-kruisers, op onze launches, onze torpedo-booten, onze sloepen, kunnen
-wij zelfs minder dan ooit, zelfdenkende, vlug handelende, bedaarde,
-ervaren zeelieden missen.
-
-"Alles wat zeemanschap kweekt, verdient dus aanmoediging en
-steun. De opleiding op een schip als de Wassenaer, tochten
-op oefenings-brikken, kruistochten van het eskader--met weinig
-stoomen en veel zeilen--stoute, kloeke ontdekkingstochten in verre,
-gedeeltelijk onbekende zeeën, dit alles verdient den steun van
-regeering en publiek. Dus blijft de avontuurlijke, ondernemende
-matrozengeest inheemsch, en de officiers, die met de jongens op de
-oefeningsbrik geweest zijn, erkennen, dat enkel iets aangemoedigd
-moet worden wat reeds bestaat. De oude geest van Janmaat is er nog,
-en flink en degelijk zeevolk zullen we behouden, als we in het Noorden
-de groote oefenschool openhouden, waar ook Michiel Adriaanszoon de
-Ruiter, op zijn reizen naar Groenland's kust, dien kalmen moed en
-die zeemanschap ontwikkelde, welke zijn naam onsterfelijk maakten."
-
-Dit was Beynen's verhaal, en het had op mij zoo'n indruk gemaakt,
-dat ik hem een paar dagen later om nadere inlichting vroeg over die
-noodzakelijkheid van zeemansgeest bij jonge matrozen aan te kweeken,
-waarover hij steeds sprak. Reeds den volgenden dag schreef hij mij
-het volgende antwoord op mijn brief.
-
-
-A/B Z. M. Wachtschip, Amsterdam 11 Jan. 1878.
-
-Beste Vriend!
-
-
-Nog een paar woordjes om te zien in hoeverre ik aan je verzoek kan
-voldoen, door mijne meening uit te spreken en te argumenteeren, hoe
-noodig het is bij den tegenwoordigen toestand onzer marine zeemanschap
-en zeemansgeest aan te kweeken.
-
-De met zorg behandelde opleiding der Wassenaer en Anna Paulowna gewent
-van kindsbeen onze toekomstige matrozen aan het scheepsleven. 's
-Zomers varen zij op kleine zeilscheepjes in de Zuiderzee en na
-twee jaar komen zij op ± 16-jarigen leeftijd a/b van eskaders of
-oefeningsschepen als de brik de Zeehond.
-
-Wanneer zij nu 't geluk hebben in dien tijd veel te varen en veel
-te exerceeren, dan draagt hunne eerste opleiding al dadelijk goede
-vruchten en op 19-jarigen leeftijd is een goed fond gelegd, waarop
-met succes verder kan gebouwd worden.
-
-Zij zijn gezond, sterk, vol ijver, vatbaar voor hoogere geestdrift en
-dikwijls bezield met een feu sacré voor hunne betrekking, dat ons de
-overtuiging geeft hoe met verstand en tact alles van die jongens te
-maken is. Nevensgaand eenvoudig fatsoenlijk briefje, tot mij gericht
-door een 19-jarig bootmansleerling die de brik verliet, billijkt dan
-ook mijns inziens bovenstaande zienswijze.
-
-Nu komt echter de tijd, dat zij voor ruim drie jaar naar Indië moeten,
-en hoewel zij daar hun beste, hunne heiligste krachten opofferen in
-'t wezenlijk belang van 't geliefde vaderland, toch blijft het niet te
-ontkennen, dat door het voortdurend varen op kleine stoomschepen die,
-zoo ze niet op rivieren varen, verspreid door den archipel kruisen,
-veel zeemanschap maar vooral en bovenal veel zeemansgeest verloren
-gaat.
-
-Drie kwart van onze marine nu brengt het grootste gedeelte van hun
-diensttijd in Indië door, verder op stoomschepen en pantserschepen
-in Nederland, maar slechts een klein gedeelte blijft herhaaldelijk
-op zeeschepen varen.
-
-Juist met 't oog daarop is 't wenschelijk dat iedere richting gevolgd
-wordt, die als tegenwicht tegen het noodzakelijke doch minder leerzame
-dienen in Indië dienstig kan zijn om zeemanschap en zeevaartsgeest
-aan te kweeken en te verhoogen.
-
-Een verkenningstocht in de N. IJszee is bij uitstek geschikt om juist
-deze beide eigenschappen bij zeevolk aan te kweeken. Het moeielijke,
-het avontuurlijke, het eigenaardige van de ijsvaart vormt mannen, die
-lust krijgen om moeielijkheden op te zoeken en te overwinnen, en geeft
-hun als belooning een gepast gevoel van eigen kracht en eigenwaarde,
-die zeker heerlijke vruchten zal dragen, als zij op hunne posten
-geroepen worden om in tijd van nood, het vaderland te verdedigen.
-
-Reeds in mijn verslag van 1875 schreef ik:
-
-"Ieder zal erkennen, dat het voortdurend in gevaar verkeeren, dat
-deze vaart met zich brengt, voor den zeeman meer leerrijk is, dan
-het varen op een schip, dat, als het eens den goeden koers heeft,
-dagen lang kan doorleggen zonder eenig gevaar te duchten te hebben.
-
-"Niet alleen dat de zeevaarder in de ijszeeën, door het aanhoudende
-manoeuvreeren, gemakkelijk en vlug met zijn schip leert omgaan,
-maar hij zal ook snel een gevaar, waarin hij zich onverwacht bevindt,
-leeren overzien en daardoor dadelijk en beraden zijn maatregelen weten
-te kiezen, om het te ontwijken of het kalm en bedaard te doorstaan.
-
-"Mannen als Ross, Parry, M'Clure en Nelson, hebben dan ook
-herhaaldelijk betuigd, dat zij eerst in de met ijs bedekte zeeën hun
-opleiding als praktisch zeeman ontvangen hebben.
-
-"Doch wij Nederlanders hebben deze bevestiging niet in den vreemde te
-zoeken. Tal van onze meest stoute en onverschrokken zeevaarders zijn
-toch in de ijszeeën gevormd; de ijszee was het oefenveld, de leerschool
-voor die stoute zeelieden die de eer van ons land zoo vaak op alle
-zeeën van den aardbol ophielden en het voorbeeld van den onsterfelijken
-Heemskerk, die in de armen der overwinning voor Gibraltar 't leven
-laat, is voor het nageslacht nog niet verloren gegaan.
-
-"Toch zoude het verkeerd gezien zijn, om van een enkelen tocht van de
-Willem Barents groote gevolgen te verwachten om de aloude zeemansgeest
-en de aloude zeemanschap bij onze marine terug te krijgen.
-
-"Daartoe is het aantal menschen die er aan deel kunnen nemen veel
-te gering, maar wanneer onze natie het ernstig wil dat wij nog eene
-zeevarende natie blijven, dat wij nog werkelijk goed zeevolk blijven
-vormen, dan moet de reis van de "W. B." de eerste stap zijn in eene
-richting, waarin onze marine zich later op grootere schaal kan gaan
-voortbewegen. Dan moeten daaruit voortvloeien reizen, zooals de
-Zweden die tegenwoordig zooveel door hunne marine doen ondernemen,
-n. l. wetenschappelijke reizen met oorlogschepen.
-
-"Sinds 1858 hebben de Zweden vijf expedities naar de N. IJszee
-ondernomen met kleine, sterk gebouwde zeilscheepjes, waarmede zij
-voor de wetenschap meer resultaten verkregen dan de Engelschen
-met hunne tochten op schepen die millioenen kostten, groote
-expedities met stoomschepen, die meer dan 1 1/2 millioen pond
-sterling gekost hebben. Daaraan voegden zich reizen, om de zeeën,
-die Noorwegen en Zweden omringen, wetenschappelijk te onderzoeken,
-en op 't oogenblik heeft de Zweedsche marine zich zoo krachtig
-in die richting voortbewogen, dat zij in dezen zomer behalve één
-groote wetenschappelijke poolexpeditie met een stoomschip de Vega,
-bemand met marine-officieren en manschappen, tegelijkertijd in de
-Noord-Atlantische Oceaan met het oorlogstoomschip de Vöringen, een
-soort Challengerreis verrichten, terwijl de oorlogschepen Alfhild en
-Gustav of Klint onder leiding van prof. Ekman eene hydrographische
-expeditie in de Oostzee zullen ondernemen.
-
-"In die richting kweekt de kleine Zweedsche marine lust, ambitie,
-ijver, zeemanschap, zeemansgeest bij haar volk en officieren aan;
-en dien weg moeten wij zooveel te meer trachten na te volgen, omdat
-onze marine, juist door onze koloniën, in ongunstige omstandigheden
-verkeert.
-
-"Het dienen in Indië maakt als hoog noodig tegenwicht een bewandelen
-van de Zweedsche richting voor ons dubbel noodzakelijk.
-
-"En nu nog een woord voor hen die beweren, dat wij in de toekomst geen
-matrozen meer noodig hebben, dat, waar de stoom meer en meer toepassing
-vindt, wij ons zeevolk door zeesoldaten kunnen doen vervangen.
-
-"In tijd van oorlog hebben wij bij onze marine noodig sterke, gezonde
-gestellen, die vele vermoeienissen kunnen doorstaan, vóórdat hunne
-geestkracht er door gebroken wordt, mannen die durven en die dadelijk
-en snel weten te handelen, mannen met een vasten wil en "iron nerves",
-en juist deze eigenschappen worden uit duizend kleinigheden, reeds
-in tijd van vrede, bij menschen ontwikkeld, die veel op zee varen.
-
-"Zij leeren durven, attent zijn, kalm blijven en handelen, zien
-dat zij de bakens moeten verzetten naarmate het getij verloopt,
-en verwerven die eigenschappen, die vroeger deden zeggen, dat een
-zeeman voor alle baantjes geschikt was.
-
-"Voor alle die hoedanigheden is geen beter oefenveld dan de zee, en
-willen we stout ondernemend zeevolk krijgen en behouden, dan moeten wij
-beginnen met er geene zeesoldaten, maar wel zeematrozen van te maken.
-
-"En nu, waarde vriend, ga ik eindigen, het in 't midden latend of dit
-supplement op mijn verhaal aan je jongens je duidelijk maakt wat ge
-begrijpen wilt.
-
-"Ge ziet er uit hoe het mijne meening is, niet alléén poolreizen te
-ondernemen, maar ook reizen zooals de Zweden die doen, met de bedoeling
-om wetenschappelijke reizen op zeilschepen te doen ondernemen.
-
-"Maar vooral en bovenal, veel blijven varen."
-
-
-Uit gesprekken met hem gevoerd, kan ik aanvullen wat hij in dezen
-brief schreef, opdat men wel beseffe wat zijn streven was. Indien
-ik vergissingen bega, door onwetendheid of doordien mijn geheugen
-mij in den steek laat, dan wijte men ze niet aan hem, die altijd
-even hartelijk en waardeerend van de Nederlandsche marine sprak,
-maar mij. Gedurende zijn verblijf in Indië had hij genoeg gehoord
-en opgemerkt om in te zien dat in enkele opzichten de ziel, het
-esprit de corps aan de marine ontbrak, dat er geen leerschool was
-om zich te bekwamen, geen prikkel om zich op zee te onderscheiden,
-geen oefenschool om met koene voorzichtigheid te leeren durven,
-en zich voor te bereiden tot een worsteling tegen overmacht.
-
-Instinktmatig gevoelde hij dat we noodig hadden om ons op dezelfde
-wijze te oefenen en te ontwikkelen als de voorvaders deden, en dat we
-daartoe weer moesten doen wat de marine vóór den Franschen tijd deed.
-
-Het korps zeeofficieren vóór de revolutie in 1795 was hoogst
-gedistingueerd, zeer beschaafd, ervaren en bekwaam. Het werd echter
-tijdens de revolutie door Peter Paulus ontbonden en vervangen
-door mannen van minder gehalte, die er zich op beroemden door de
-kluisgaten aan boord te zijn gekomen. Grof schelden en slaan kreeg
-toen den boventoon en behield dien eenige jaren. Na 1815 ontstonden
-er twee stroomingen in het officierskorps der marine. De uit
-krijgsgevangenschap van de Engelsche pontons teruggekeerde officieren
-brachten Engelsche uitdrukkingen en indrukken mee. De officieren
-daarentegen die op de Fransche vloot gediend hadden, waren in de
-eerste plaats militairen geworden. Zij hadden soldatesquen geest en
-manoeuvres de force op steeds ten anker liggende schepen geleerd. De
-Engelsche napraters hadden de meeste zeemanschap en zeemanskennis,
-doch de stuurman bracht het schip in zee, en de officieren waren
-niet meer met hart en ziel zeelui gelijk de Trompen en de Ruiters
-waren. Het eskader, dat we van 1818 tot '30 in de Middellandsche zee
-hadden, moest dus den grond leggen voor een wedergeboren marine, maar
-indien we ons niet vergissen, geschiedde dit te veel in den Franschen
-geest, en leerde men in de eerste plaats exerceeren en manoeuvreeren,
-terwijl men geen zeelieden, geen "navigateurs" vormde. Toch was het
-een goede oefenschool. In 1830 werd het eskader teruggeroepen en
-tijdens den langgerekten oorlog met België kwamen de officieren op
-de Schelde en bleven tot 1836 binnengaats op de kanonneerbooten;
-wat door het eskaderleven gewonnen was, ging aldus verloren. Men
-trachtte dit te herwinnen door eenige schepen jaarlijks een week
-of wat te laten zeilen, maar men vond het te kostbaar en achtte de
-resultaten te gering voor het geld.
-
-De vaart op Indië rond de Kaap vormde echter zeelieden, en hun aantal
-nam toe nadat de adelborsten van Medemblik kwamen. Nu werd meer
-en meer zeemanschap verkregen, maar ging daarentegen het militair
-karakter weer verloren, dat de marine toch hebben moet, en dat alleen
-verkregen kan worden door het zeilen en manoeuvreeren van eskaders.
-
-In dien toestand was de vloot, toen de stoom nog meer verwarring
-kwam aanbrengen. Wat geschiedde? Het kruisen werd kostbaarder, daar
-de steenkolen geld kosten, en van den wind--die geen geld kost en
-zeelieden vormt--werd te weinig gebruik gemaakt. Ook het ontbreken
-eener doorloopende batterij deed kwaad. Hierbij kwam de afscheiding
-van koloniaal en Nederlandsch materieel, waardoor men verplicht werd
-het personeel der marine op passagierschepen door het Suezkanaal
-naar Indië te zenden, wat zelfs geen oefentocht was. Ten slotte kwam
-het pantseren van schepen in zwang. Nederland moest mede doen,--al
-blijft de zeemanschap der levende krachten allen pantsers ten slotte
-toch de baas--en de landverdediging door deze logge ijzeren gevaarten
-vorderde een bijzondere opleiding binnenslands, zoodat de militaire
-eischen die van den zeeman overstemden.
-
-Het varen op stoomschepen in Indië en het varen op monitors in de
-binnenwateren van Nederland zijn onvoldoende om De Ruiters te kweeken,
-meende Beynen. Hij zag dit eerst langzamerhand in, daar hij het geluk
-had dadelijk de expeditie naar Atjeh mede te maken, toen de marine
-geduldig en moedig haar lijden verdroeg voor Atjeh en op land haar
-eer schitterend handhaafde, wat Bogaarts aan de Oostkust in zee deed.
-
-Het was omdat hij dit alles inzag, dat hij een beweging wilde beginnen
-om de oude traditie der roemrijke Nederlandsche marine te doen
-herleven, en de oude oefenschool van zeemanschap weer op te zoeken.
-
-Hij zelf kon dit alles niet zoo zeggen, als hij naar het Noorden
-wees. Het zou aanmatigend geschenen hebben in zijn mond, en
-hoe nederig en eenvoudig hij was, weten wij, zijn vrienden, het
-best. Geen onverdiender, onrechtvaardiger beschuldiging werd ooit
-tegen iemand uitgebracht, dan die van enkelen welken hem betichtten van
-onnoodige drukte te maken..., wat men in de Marine gelukkig niet kan
-verdragen. Ik heb nooit iemand ontmoet zoo bescheiden en onzelfzuchtig
-als de jonge held, wiens leven ik niet kan beschrijven zonder dat
-telkens in mijn hart de bede opkomt, welke een hoofdofficier der
-marine uitte toen hij mij schreef: "Geve God, dat wij nimmer gebrek
-aan Beynen's mogen hebben, als onze vloot ooit moet toonen wat zij
-tegen een Europeeschen vijand vermag."
-
-Doch juist daarom wensch ik dat de les van zijn leven en streven
-niet verloren ga. Volgens zijn overtuiging was Indië in vele
-opzichten nadeelig voor die groote en heerlijke eigenschappen,
-welke den Hollandschen zeeman steeds kenmerkten, wiens houten bodem
-in tijd van gevaar het ondoordringbaar schild van zijn land placht
-te zijn. Verleden jaar schreef hij nog uit Indië: "Langs een kust
-stoomen of op een reede liggen, schijnt de meest normale positie van
-Nederland's vloot in onze overzeesche koloniën te zijn, en ofschoon
-het goed moge wezen, dat onze oorlogschepen niet meer als in de dagen
-van admiraal Collingwood 21 maanden aan één stuk onder zeil blijven,
-zonder dat al dien tijd het anker slechts ééns in den grond mocht gaan,
-zoo geloof ik toch dat de tegenwoordige toestand niet gezond is."
-
-Doch zijn aanmerkingen betroffen de reglementen en instellingen, niet
-de officieren. In denzelfden brief waarin hij de weinige activiteit
-der marine betreurt, schreef hij:
-
-"Ik moet zeggen dat ik verbaasd ben over de stipte wijze waarop
-de wachtluitenants van de hier op de ree van Batavia liggende
-oorlogschepen hun dienstplicht à coeur nemen.
-
-"Wanneer men bedenkt hoe eentonig vervelend de dagelijksche
-reê-dienst is--terwijl het weldra veel te duur wordt soms aan land
-te gaan--dan noem ik de stipte nauwgezetheid en conscientieuse ernst
-verbazingwekkend en schoon, waarmede de officieren maanden lang aan
-één stuk hun eenvoudige scheepsdiensten verrichten.
-
-"Enkele blijven maanden lang op de ten anker liggende, drijvende
-kazernes aan boord, zonder ooit voet aan wal te zetten, en de eerste
-officiers zoowel als de tweede klasses vervullen dan dagelijks
-nauwkeurig en oplettend de onbeduidendste scheepsdiensten, en geven
-het voorbeeld, waardoor het inwendige der schepen er goed blijft
-uitzien. Geen wonder echter dat al de officieren van het ramtorenschip
-Koning der Nederlanden blij waren toen zij, na zes maanden voor anker
-gelegen te hebben, veertien dagen in Straat Sunda gingen kruisen."
-
-Indië trekt voortdurend heerlijke krachten uit Nederland, doch het
-Oosten gaat verkwistend om met de kracht uit het Noorden. Dit toont
-Beynen in de volgende woorden aan:
-
-"Het verdient opmerking dat de meeste hier zijnde officieren eerst kort
-in Indië zijn, en dit is mij een nieuw bewijs dat het tegenwoordig
-in zwang zijnde dienstsysteem ten minste dit voordeel heeft, dat er
-in Indië telkens jonge frissche krachten worden aangevoerd, die in
-den eersten tijd met toewijding al hun beste krachten aan den dienst
-offeren, vol geestdrift voor hun vak en hun land. Hoe jammer echter
-dat al die nobele krachten uitsluitend ten bate komen van Indië,
-dat zoodoende op de meest goedkoope wijze de beste vermogens, den
-geest en het lichaam gebruikt van een personeel, welks opleiding aan
-Indië niets gekost heeft, en voor welks oefening het ook heden nog
-niets over heeft."
-
-Ik maak gebruik van deze opmerkingen die Beynen, al pratende met
-een vriend, dus uit den mond vielen, omdat hij met hart en ziel
-de marine liefhad, en het hem smartte, ter wille van het dierbaar
-vaderland, op te merken hoevele jonge levens en frissche krachten
-Indië jaarlijks verslindt, zonder dat Nederland of Kolonie er door
-gebaat wordt. Iemand die zoo waardeert en bewondert en liefheeft
-als hij, die aanmerkingen maakt op "measures" maar niet op "men",
-is geen vitter, en zijne opmerkingen op zoo bescheiden wijze geuit,
-durf ik publiek te maken, overtuigd dat ze zijne nagedachtenis niet
-schaden zullen, en wellicht zijn geest zullen doen voortleven.
-
-Veel van den sleur, welken hij opmerkte en betreurde, weet hij aan
-het feit, dat zoo weinig personen in Indië werkelijk de noodige macht
-bezitten om te doen en te bevelen wat ze zien dat noodig is. Niemand
-durft iets op eigen gezag te doen, en er zijn zulke tallooze
-voorschriften, dat ze als een keten alle vrijheid van handelen aan
-de tegenspartelende hoofden van departementen en aan de officieren
-benemen, zoodat zelfs de gouverneur-generaal geen verouderde kartetsen
-durft opruimen, zonder dat daarover met den minister te 's Hage is
-gecorrespondeerd, en niet deskundige ambtenaren daarover gedurende
-maanden kilometers papier vullen.
-
-Dit voorbeeld, dat mij ter oore kwam, geef ik slechts om Beynen's
-opmerking duidelijk te maken. Hij betreurde het voor de marine en
-voor de flinke officieren vol geestdrift en ijver, dat alles over
-zooveel schijven moet loopen, en zelfs in détails geen hervorming
-kan worden ingevoerd, omdat niemand de noodige macht schijnt te hebben.
-
-Om Beynen's streven en zijn geestdrift voor het Noorden wel te
-begrijpen, moet men beseffen hoe hij voornamelijk een tegenwicht zocht
-voor het ontzenuwend dienen in Indië, ten gunste van dat personeel
-der marine, hetwelk hij zoo innig waardeerde. Het kon hem zoo aan
-het hart gaan, dat de flinke, uitstekend opgeleide jongens van de
-Wassenaer en de Anna Paulowna al zoo spoedig voor Indië moesten
-geofferd worden. Eens schreef hij: "De opleidingsschepen zijn zoo
-uitstekend goed, maar waarom moeten die jeugdige, stelselmatig goed
-gevormde jongens, die dappere zeemanshartjes al dadelijk in Indië in
-een niet varende marine aan de vuurproef der zon onderworpen worden? In
-plaats van het gezonde, sterkende leven van een lange oefeningsreis
-in het Noordelijk halfrond, waarop dag en nacht geëxerceerd wordt,
-en aanhoudend de handen uit de mouw moeten gestoken worden, gaan zij
-nu op een stoomschip der Maatschappij Nederland als passagiers naar
-Indië, en dienen jaren lang in een ontzenuwend klimaat op ten anker
-liggende schepen of op kleine, huiselijk ingerichte stoomscheepjes. Om
-den tijd stuk te krijgen en de mannen tenminste bezig te houden,
-worden dan tableaux van werkzaamheden ontworpen, en moeten de jongens,
-jaren lang, dag aan dag verveeld worden met zeer elementaire theoriën
-over geschut, inrichting, geweer, tuig, richten enz., welke zij op
-het opleidingsschip veel beter gekend hebben."
-
-Kan het misschien nut hebben hierop te wijzen, en is het mogelijk
-dat de opmerkingen van een jongen, bescheiden zee-officier, die
-zijn vaderland meer dan zich zelf beminde, aan onze Tweede Kamer
-aanleiding geven tot onderzoek en degelijke bespreking der belangen
-van onze marine?
-
-O vertegenwoordigers van Nederland, denkt aan de landsverdediging;
-helpt de kloeke zee-officieren zoovele heerlijke krachten voor het
-vaderland te bewaren; geeft desnoods een gepantserd schip minder, maar
-zendt Zr. Ms. schepen over de oceanen; werpt de schoolmeesters-theorie
-over boord en geeft meer praktijk daarvoor in plaats. Dat er een
-einde kome voor al die jonge mannen aan het herkauwen van minder
-goed gekruide spijzen, en geeft hun in plaats daarvan frisschen kost
-en de levenwekkende zeelucht van het Noorden. Laat zeelui niet op
-meest ten anker liggende schepen en hier op straat of ginds door den
-Archipel slenteren. Laat een wetenschappelijk korps, als dat onzer
-zee-officieren, gelijken tred houden met hun evenknieën. Laat de
-hydrographen de kusten van alle eilanden van den "gordel van smaragd"
-in kaart brengen; staat den officieren toe zich te onderscheiden in
-tijd van vrede; laat jaarlijks het eskader in de wateren van Azië
-en Europa kruisen en ontplooit de roemrijke driekleur in Oost en
-West ook buiten onze bezittingen. Zendt de Hollandsche zeelui naar
-Noordelijke en Zuidelijke IJszee; maakt hen vertrouwd op onstuimige
-wateren; leert de jongens in winternachten onze kust te bezeilen; maakt
-jonge luitenants ter zee zoo bekend met onze gronden alsof ze jonge
-loodsen waren; hijscht de zeilen op zeilschepen met stoomvermogen,
-niet op stoomschepen met zeilvermogen, en kweekt daar jonge mannen,
-die in plaats van in doffe onverschilligheid en gedwongen vadsigheid
-hofjesdienst op een Indisch wachtschip te verrichten, sterk en frisch
-en gezond zouden blijven, om met een schild van nobele harten Holland
-aan de zeezijde te beschermen in het uur van nood.
-
-Naar het Noorden dus, zeelui van Nederland; laat de stormwind die
-over de ijsvelden buldert uw krachten stalen, uw bezieling levendig en
-frisch houden. Daar vindt ge de oude beweegkracht, de stalen veerkracht
-die onze marine eens beroemd maakte. Het Noorden verdient nog steeds
-wat Nicolaas Beets het in 1834 toezong:
-
-
- Blondlokkige, die op den ijsberg troont,
- Aan de opperste as der wentelende aard verheven;
- Die 't edel hoofd met sneeuw en kegels kroont;
- Een scepter voert, waarvoor de volken beven;
- Het blauwend oog vrijmoedig om u slaat,
- Op de onschuld trotsch, die in uw boezem zetelt,
- En met den blos des levens op 't gelaat,
- Het Zuid beschaamt, dat zich in wellust baadt,
- 't Ontzenuwd lijf met zingenieting ketelt,
- En de ondergang in weelde en dartlend tegengaat!
-
- Van u gaan kracht en leven uit en moed
- En heldendeugd, die edel en vertrouwd is
- Als 't blauw metaal, dat aan uw blanken voet
- Den bodem spiert, waarop uw troon gebouwd is;
- Gezondheid vlot uw zuivre lippen af,
- En stroomt van u het zachtelijk Zuiden tegen,
- Dat, half verteerd en bukkend over 't graf,
- Geen kracht meer kent dan die uw adem 't gaf,
- En 't waagt door list uw grootheid op te wegen,
- U, die 't doen zwijmlen kunt door 't draaien van uw staf!
-
- Zij strekt de handen naar uw zonen uit,
- Die zwijgend 't hoofd voor haar bedwelming bukken,
- Vertrapt hun recht, maakt hun bezit ten buit,
- En juicht zich toe met keetlend hartverrukken;
- O, wek hen, doe hen opstaan in hun macht;
- Zend ze uit, gelijk een eenig man verbonden;
- Hard, hard hun 't lijf, en stevig met uw kracht
- De vuisten, die de greep van 't zwaard hervonden?
-
- Gesp Noorden! gesp het stalen harnas aan!
- Ten strijd, ten wraak voor 't half ontwricht Europe!
- Gesp, strijdbaar Noorden! gesp het stalen harnas aan!
-
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-OP DE WILLEM BARENTS.
-
-
-Men weet thans aan welk vaderlandslievend streven de beweging
-om naar het Noorden te gaan te danken is. Beynen was reeds een
-jaar lang met dat plan behebt geweest en had naar eene gelegenheid
-gezocht om er mede voor den dag te komen, toen de slotwoorden van de
-brochure van Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge (op bladz. 99 medegedeeld)
-hem onder de oogen kwamen en deden besluiten eene poging te wagen om
-het Aardrijkskundig Genootschap te bewegen, een tocht naar het Noorden
-onder Nederlandsche vlag op het getouw te zetten. Hij hield daartoe,
-den 17den Febr. 1877, op een vergadering van het Aardrijkskundig
-Genootschap te 's Hage een wetenschappelijke voordracht, doch
-het bestuur oordeelde dat--voor het genootschap althans--de
-tijd daartoe nog niet was aangebroken. Daarom besloten de heeren
-Jhr. Mr. J. K. J. de Jonge, O. baron van Wassenaer van Catwijck,
-J. D. Fransen van de Putte en de staatsraad M. H. Jansen hiertoe een
-poging aan te wenden. Reeds den volgenden dag, 18 Februari, deden
-ze een beroep op ons volk tot medewerking, en door Beynen opgewekt,
-brachten tal van sub-commissiën f 45.000 bijeen om een schoener te
-bouwen en naar de IJszee te zenden. "Algemeen werd belangstelling
-getoond voor kloeke vaderlandsche zeetochten," gelijk Beynen het
-uitdrukte. Jhr. Mr. M. J. Beelaerts van Blokland werd secretaris van
-het comité; de hoogleeraren Buys Ballot en P. J. Veth traden toe als
-lid en het plan werd gevormd om in den zomer van 1878 een eersten
-verkenningstocht naar de Noordelijke IJszee te ondernemen met een
-sterk zeilscheepje.
-
-"De grootste moeielijkheid, die men te overwinnen had om de IJszeevaart
-weder populair te maken," schreef Beynen in een zijner verslagen,
-"bestond in de bijna algemeene onbekendheid met het ware doel en
-nut dier Noordsche tochten en 't was dan ook duidelijk, dat, zoolang
-onbekendheid of verkeerde denkbeelden dienaangaande bestonden, men
-moeielijk instemming of sympathie kon verwachten of hoop behoefde te
-voeden dat de jarenlange onverschilligheid voor soortgelijke reizen op
-eenmaal vervangen zoude worden door eene warme ingenomenheid, die van
-alle kanten groote geldelijke bijdragen zou doen toevloeien, noodig
-om een geheel voor de IJsvaart geschikt stoomschip te doen uitrusten.
-
-"Dat er evenwel hier en daar warme sympathie bestond, was gelukkig te
-duidelijk om niet met gerustheid de toekomst te gemoet te doen zien,
-en juist om deze sympathie algemeener en van meer blijvenden aard te
-doen worden, toonden eenige leden der Vergadering de wenschelijkheid
-aan, de voorkeur te geven aan een korten zomertocht tot proef en,
-zoo men hoopte, tot voorbereiding van volgende ondernemingen naar
-het hooge Noorden, die, werden zij onvoorbereid ondernomen, bij
-minder gunstigen afloop, den bij ons volk herboren lust tot stoute
-reizen wellicht weder voor goed vernietigen zou. Zij beweerden dat,
-wilden onderzoekingen van het Noordpoolbekken voor ons vaderland ooit
-weder van groot belang worden, wilde men daardoor werkelijk weder
-evenals vroeger de edelste eigenschappen van ons zeevolk ontwikkelen
-en zuiverend en versterkend op onzen nationalen volksgeest werken, de
-stappen in die richting geen uitvloeisel moesten zijn van het drijven
-van enkele personen, maar moesten voortkomen uit den wil des volks, dat
-er prijs op moest stellen de Nederlandsche zeelieden te zien deelnemen
-aan de wetenschappelijke onderzoekingen van schier alle zeevarende
-natiën op het gebied van den Oceaan en aan ontdekkingsreizen, waarvan
-zij zich te lang reeds onthouden hadden."
-
-Nadat in het begin van November, op een vergadering door Sir
-Allen Young bijgewoond, een beslissing omtrent het uitzenden van
-de Willem Barents genomen was, werden de luitenant ter zee 1ste
-klasse A. de Bruyne--die tot kommandant verkozen was--en luitenant
-L. R. Koolemans Beynen overgeplaatst van de instructie-brik de Zeehond
-naar Zr. Ms. Wachtschip te Amsterdam, om toezicht te houden op den
-aanbouw en de uitrusting van het schoenertje dat op de werf der heeren
-Meursing en Huygens gebouwd werd, en waaraan de mannen 's avonds bij
-lamplicht werkten om het toch maar bij tijds gereed te krijgen.
-
-"Dank zij der bekwame leiding van den heer Huygens," schreef Beynen,
-"werd zelfs aan de kleinste onderdeelen de meest mogelijke zorg
-gewijd, en toen dan ook op den 6den April, ten aanschouwe van een
-groot aantal belangstellenden, de Willem Barents van stapel liep
-en onder een driewerf hoerah voor het eerst het water kliefde,
-werd algemeen door deskundigen erkend, dat het een voor zijn taak
-uitmuntend berekend scheepje beloofde te zijn. Een ander gunstig teeken
-was de toenemende belangstelling, die zich niet alleen uitte door het
-snel stijgen der vrijwillige bijdragen, door het inkomen van talrijke
-kostbare geschenken in natura, maar vooral door de vele personen, die
-van heinde en verre naar Amsterdam kwamen om het in aanbouw zijnde
-scheepje te bezichtigen. Bevaren zeevolk bood zich dagelijks aan om
-de reis mede te maken, waardoor een goede keuze kon gedaan worden,
-en zooveel mogelijk werden matrozen aangenomen, die veel op kleine
-scheepjes hadden gediend." Met luitenant de Bruyne en luitenant
-Jhr. H. M. Speelman [8]--die o.a. de magnetische waarnemingen zou
-verrichten--werkte Beynen den geheelen winter, om zich zooveel mogelijk
-te bekwamen voor de ijsvaart, o.a. door de dagboeken en kaarten der
-oude Nederl. zeevaarders te raadplegen.
-
-Bij het begin van het nieuwe jaar schreef hij mij: "Ik hoop dat alles
-goed zal gaan en ik de verwachtingen, welke kolonel Jansen van mij
-koestert, niet zal beschamen. Hij heeft zoo veel voor ons vaderland
-gedaan, en met jeugdige ijver en lust wijst hij ons nog den weg,
-dien wij te gaan hebben in het welbegrepen belang van koning en
-vaderland. Moge ik er iets toe bijdragen om het zeewezen terug te
-brengen op een pad, helaas! te lang verlaten, waarop het alleen die
-zelfde innerlijke kracht, denzelfden edelen geest, dezelfde heilige
-toewijding kan terug vinden, die ons vaderland eens zoo groot hebben
-gemaakt."
-
-Kolonel Jansen stelde voor het comité de instructie, welke aan den
-commandant van de Barents werd medegegeven voor dezen proeftocht. Hij
-zeide in de toelichting tot deze duidelijke, zaakkundige instructie
-o. a.:
-
-"Wil men het doel bereiken om de Barents-zee tot eene oefenschool
-voor onze zeelieden te maken, dan behoort men met kalme bedaardheid,
-gematigdheid en beleid de eerste schreden op het veld van onderzoek te
-zetten, op den eersten tocht zich binnen de grenzen van het gemakkelijk
-bereikbare te beperken en daarna, bij toenemende kennis en ervaring,
-jaar op jaar bij gunstige omstandigheden zich in een lastiger en
-moeielijker te bereiken gebied te begeven.
-
-"Wanneer een vaartuig jaarlijks in Mei uitzeilt en regelmatig in
-October binnenkomt, zal de overtuiging algemeen ingang vinden, dat
-met beleid, voorzichtigheid en zeemanschap de Barents-zee ook thans
-even als vroeger bevaren kan worden, zonder dat het met groote rampen
-gepaard gaat en dan eerst mag de hoop gevoed worden, dat die zee eene
-blijvende oefenschool voor onze zeelieden zal worden, waarvoor men
-steeds bereid zal zijn geld te geven."
-
-Den 2den Mei 1878 schreef Beynen:
-
-"Onze dagen beginnen op te korten en de Willem Barents zal spoedig
-zee kiezen.
-
-"Ik beschouw dit als een hoogst ernstige, hoogst heilige zaak, en ik
-dank God voor den zegen dat ik tot de opvarenden mag behooren. De
-Willem Barents gaat naar het Noorden; naar de zeeën door onze
-voorvaderen vaak zoo stout en roemvol bevaren; naar het oefenveld van
-zoo vele uitstekende zeelieden. 't Is een groot geluk voor ons allen,
-en met ernst, moed, berusting zie ik de toekomst te gemoet."
-
-Zondagmiddag, 5 Mei, wierp de Barents de trossen los van de rijkswerf
-te Amsterdam, en werd ze naar IJmuiden gesleept, en de roemrijke oude
-hoofdstad bracht haar zeelieden een indrukwekkenden afscheidsgroet.
-
-Nooit heb ik belangwekkender schouwspel gezien, dan het met schepen
-en booten bedekte IJ op dezen verrukkelijken Meidag aanbood.
-
-Men werd in een dankbare feestelijke stemming gebracht, als men
-die heerlijke geestdrift en belangstelling zag, en gevoelde, dat
-in honderden jonge harten nu wellicht het verlangen geboren werd,
-om later ook op zee te gaan varen en eveneens den roem van Neêrland's
-vlag fier te handhaven. Toen we midden in het IJ waren en terugblikten
-naar den halven cirkelboog der hoofdstad, konden wij eerst goed zien,
-dat half Amsterdam was uitgeloopen, om de Willem Barents uitgeleide
-te doen en te begroeten.
-
-Op de hooge torens der stad daalden de vlaggen driemaal, om het
-Poolschip te salueeren; Amsterdam groette zijn zeevaarders en wenschte
-hun behouden reis, en driemalen daalde de standaard van de Willem
-Barents om voor dien hoffelijken afscheidsgroet te danken.
-
-Op de duinen stonden honderden om het goede schip een vaarwel toe te
-wuiven. En met hen staarden duizende vaderlanders dien dag naar zee,
-en wenschten behouden reis aan het schip op die zeeën,
-
-
- Waar 't vlottend schuim van vroeger kielen,
- (Het spoor van Neêrlands waterwielen)
- Het pad wijst naar het tooveroord.
-
-
-'t Woei een flinke bries uit het Oosten en met één rif in koersde
-het scheepje met een vijf mijls vaart om de Noord-west.
-
-
-
-In zijn uitvoerig verslag van deze reis heeft Beynen haar trouw en
-duidelijk beschreven.
-
-Mij schreef hij den 11den Juli uit de Noordelijke IJszee:
-
-"Er bestaat kans met een Zweedsch stoomschip eenige regelen naar het
-vaderland te verzenden, en ik gevoel behoefte daarvan in de eerste
-plaats gebruik te maken, om een oogenblik met je te gaan praten, opdat
-gij in het vaderland een der eersten zoudt zijn, die mocht vernemen
-dat tot op dezen dag de Willem Barents gelukkig en voorspoedig de
-Noordelijke IJszee bevaren heeft en dat de geliefde driekleur 14 dagen
-lang stout en fier gewapperd heeft in de voor ieder Nederlander zoo
-historierijke kustwateren van het gure barre Spitsbergen. De goede
-gelukster, welke de oude vlag zoo vaak op alle zeeën beschenen heeft,
-is ook zeer blijkbaar met ons geweest. Ge zult van kolonel Jansen
-een uitvoerige beschrijving ontvangen van ons wedervaren, maar een
-ding wil en moet ik u zeggen, en dat is hoe gelukkig wij allen aan
-boord van de Willem Barents zijn, en hoe voorspoedig tot dusverre
-zoowel het wetenschappelijk als het nautisch werk hier aan boord
-steeds is uitgevallen. Wij hebben moeielijke dagen gehad, maar met
-ware voldoening mag ieder er op terug zien.
-
-"Gehard en sterk als een pooltocht een mensch maakt, zijn wij
-vol veêrkrachtig verlangen om de moeielijkheden, welke ons in de
-Nova-Zembla-wateren wachten, te gaan opzoeken.
-
-"Wat stel ik er mij vaak een genoegen van voor om je al onze avonturen
-en wederwaardigheden, bij den huiselijken haard, rustig na den eten
-te zitten vertellen.
-
-"Het is werkelijk waar, op mijn ruwe nachtwachten verbeeld ik mij
-meermalen weer de walsmuziek te hooren en je kinderen te zien dansen
-en springen, en die muziek van 't huishouden van den vriend klinkt
-den zeeman in hoogst aangename harmonie met de hard doorslaande
-windvlagen. Telkens als ik de portretjes van uw kinderen ophaal en
-bekijk, denk ik aan dien gezelligen avond van den 3den Mei, toen ik
-te midden van al die verbazende drukte der laatste dagen voor het
-uitzeilen, nog eens zoo rustig en aangenaam met u ben geweest.
-
-"Wat was het verschil in het begin groot! Dat leven in Amsterdam
-met al zijn gemakken en genoegens, en toen op eens, tijdens donkere
-nachten, met vier man wachtvolk bij harden wind en stortregens de
-nieuwe en nog zoo stijve zeilen reven. Toch zou ik beide levens niet
-willen ruilen! Als ik kiezen moest tusschen het altijd in Amsterdam
-zijn en het altijd blijven varen, dan koos ik zonder mij te bedenken
-het laatste. Het eenvoudige gezonde zeemansleven heeft zoo verbazend
-veel voor, vooral als men, zooals wij, aangenaam en gezellig onder
-elkander is. Ook onder de bemanning zijn goede stevige kerels, in de
-eerste plaats onze beide Marker visschers.
-
-"Mij komt het vaak voor of in hen nog dezelfde groote eigenschappen
-schuilen, welke ons zeevolk bezielden in de 17de eeuw. Bedaard,
-schrander, ijverig, eenvoudig, en daarbij geestig en gevat. Beiden
-zijn verbazend sterk, iets wat, zooals gij begrijpen kunt, nog al
-vaak te pas komt, en de jongste, die het nooit moede is te halen en
-te trekken, heeft dan ook om zijn gewilligheid en kracht den bijnaam
-gekregen van het "hand-stoomliertje."
-
-"Wat staan zij verbaasd over alles wat zij hier zien. Verbeeld je
-bij voorbeeld hun verwondering, toen ik hen midden in het ijs op
-een eilandje bracht waar duizende ganzen, die daar hun broedplaats
-hadden, voor hunne voeten opvlogen, en wij in enkele minuten zoovele
-versche eieren verzamelden, als wij maar met eenige mogelijkheid bergen
-konden. Zakken, tasschen, zeelaarzen, alles werd met eieren volgepakt,
-en als iemand struikelde en viel, dan had men een "omelette au marin."
-
-"Vooral ook met het plaatsen van den grafsteen op het oude verlaten
-kerkhof van Amsterdam-eiland waren de beide Markers zeer ingenomen, en
-ik moet trouwens zelf ook erkennen dat ik zelden zulk een ernstigen,
-aangenamen plicht vervuld heb. Het was slecht weer geweest en
-bij Zeeuwschen-uitkijk hadden we onder den hoogen wal voor anker
-gelegen. Wat lag het scheepje dien nacht rustig in dat hoekje,
-achter al die hooge trotsche bergmassa's! Buiten op zee hoorde men
-het loeien van den storm en het bekende geluid der harde windstooten
-en aan boord heerschte de grootste stilte, slechts afgebroken door
-den eentonigen zachten voetstap van den wachthebbenden matroos op
-het dik besneeuwde dek.
-
-"Honderden stormmeeuwen, den strijd op zee moede, hadden zich
-in eene dichte massa aan lij van het scheepje neêrgevleid, om in
-'t vlakke water aldaar uit te rusten van de al te zware rukwinden
-daar buiten. Het sneeuwde onafgebroken, waardoor zelfs de steilste
-bergwanden met sneeuw werden bekleed en de geheele omgeving een
-heerlijk grootsch wintergezicht aanbood.
-
-"Toen het weer na een paar dagen beter werd, koersten wij naar
-Amsterdam-eiland. [9]
-
-"'t Was een heerlijke avond, en nog eenmaal deed de barre gure
-noordkust zich op haar vriendelijkst voor. Maar het leven en de
-bedrijvigheid van vroeger waren nu vervangen door het vroolijk
-geklapwiek der tallooze ijsduifjes, papegaaibekken en lommen, die aan
-'t anders zoo gure natuurtooneel iets opgewekts en levendigs gaven.
-
-"Recht vooruit lagen het eiland Vogelenzang en "het eiland met de
-kloof," waar Barents tijdens zijn derde reis het eerste land maakte en
-Spitsbergen Nieuwland doopte. Daar bezuiden lag "de Zeeuwsche Uitkijk,"
-waar die uit Middelburg en Veere reeds in 1617 hunne traankokerij
-oprichtten, toen de machtige Kamer van Amsterdam hun het verblijf op
-Amsterdam-eiland nog niet ontzegde.
-
-"Lang duurde dit heerlijk schouwspel niet, want kort daarop wikkelde
-de geheele kust zich in haren grauwen avondnevel, die, zich tot ver op
-zee uitbreidend, het de Willem Barents moeielijk maakte haar weg naar
-Amsterdam-eiland te vervolgen. Als 't ware geblinddoekt, koerste men,
-scherp uitkijk houdend en goed naar branding uitluisterend, benoorden
-het eiland Vogelzang om, passeerde den noordelijksten hoek er van
-op ongeveer 7 kabellengten en zeilde met een gereefde marszeilkoelte
-langs de Oostkust van Amsterdam-eiland de Hollandsche baai binnen.
-
-"Het woei zelfs zoo hard, dat vóór men ten anker kon komen, nog
-het voorschoenerzeil moest gestreken en 2 reven in 't achterzeil
-gestoken worden, waarna de Willem Barents, in een zware bui, dicht
-bij de overblijfselen der oude traankokerijen van Smeerenburg weldra
-het anker liet vallen. Onbekend met het vaarwater, was de Willem
-Barents ten gevolge den harden wind bijna te ver de straat, die
-Amsterdam-eiland van het Deensche eiland scheidt, binnen geloopen,
-want nauwelijks waren de zeilen gestreken en lag het schip op den
-wind gezwaaid, of van alle kanten werden rondom ons klippen ontdekt,
-waarvan de grootste (waarop, volgens een oud Hollandsch kaartje,
-het schip de Oliphant eens gezeten had) slechts enkele meters aan
-bakboord achteruit boven water uitstak.
-
-"Zoodra het schip veilig en wel ten anker lag, gingen de officieren
-en manschappen naar den wal om het oude Smeerenburg te bezoeken.
-
-"Wat waren er van die eenmaal zoo druk bezochte levendige plaats,
-weinig sporen meer overgebleven! Wat was die vlakte doodsch en
-verlaten, waar eens jaren lang zulk een vroolijk gewoel had geheerscht!
-
-"Had men zich voorgesteld, nog veel van het oude Smeerenburg terug
-te vinden, dan zou de teleurstelling groot geweest zijn.
-
-"Voor 't kale en verlaten strand lag alléén het Nederlandsch
-schoenertje ten anker en door sneeuwjacht en mist slechts gedeeltelijk
-zichtbaar, maakte de lage, vlakke kust, "omtrent een kleine
-musquetschoot breed," een zeer doodschen indruk.
-
-"De achtergrond bestond uit hooge, donkere bergmassa's waardoor
-het eentonig strand er nog vlakker en onbeduidender uitzag dan het
-inderdaad was.
-
-"De voormalige plaatsen der 7 Kamers (die van Amsterdam, Rotterdam,
-Middelburg, Vlissingen, Enkhuizen, Delft en Hoorn) waren evenwel nog
-goed te herkennen aan de overblijfselen der cirkelvormige muurtjes,
-waar de traanketels blijkbaar op gerust hadden.
-
-"Men stelle zich verder voor: een wit besneeuwde vlakte, waarvan
-alléén dicht aan den waterkant de sneeuw is ontdooid, en die smalle
-strook gronds bezaaid met gebroken roode dakpannen, Hollandsch puin,
-verbazend groote stukken walvischbeen, sloepriemen, half vergaan touw,
-en hier en daar enkele graven, dan heeft men een weinig aanlokkelijk,
-doch vrij juist begrip van wat er van die weleer zoo druk bezochte
-plaats is overgebleven.
-
-"Het kerkhof aan 't noordelijk uiteinde van het strand was zoo mogelijk
-nog treuriger; de meeste kisten waren opengebroken, de grafkruisen
-omgewaaid en doodshoofden en beenderen lagen alom verspreid.
-
-
-"Niet zonder moeite vermocht men eenige grafkruisen te ontcijferen,
-waarop stond:
-
-
- Hier ligt begraven Jan Fred. Meyrot van
- Pruysen, is in den Heer gerust, den 19den
- Juli op het schip Evenwicht, commandeur
- Cornelis Dek, 1778.
-
-
-of: Hier leijt begraven Uurjaen Klaesz Kromon
- van Son...
-
-
-of: Hier leijt begraven Hendrijk Selden van
- Gestack, is gestorven schip Frouw Anna
- Kommand. Derk Driewes, 1742.
- enz., enz.
-
-
-"De kisten werden met de halfvergane deksels weder dichtgetimmerd, de
-kruisen op nieuw opgericht en den volgenden dag, op het hoogste punt
-van den grafheuvel te midden der graven, een groote steenhoop gebouwd,
-waartegen met eenige helling de uit het vaderland meêgebrachte steen
-werd geplaatst, waarop te lezen stond:
-
-
- †
-
- In Memoriam.
- Spitsbergen of Nieu-land
- ontdekt
- tot 79° 30' n. Breedte
- door de Hollanders.
- Hier overwinterden 1633-34
- Jacob Seegersz en zes anderen.
- Hier overwinterden en stierven 1634-1635
- Andries Jansz. van Middelburg
- en
- zes anderen.
-
-
-"Laat in den avond even vóór middernacht, werd door de geheele
-bemanning een laatst bezoek aan deze plaats gebracht, bij welke
-gelegenheid de kommandant in korte woorden het navolgende zeide:
-
-"Mannen! door het oprichten van dezen steen vervullen wij een wensch
-van de Nederlandsche natie, die hier op deze oude begraafplaats van
-reeds lang gestorven "Vaderlandsche zeelui," een kennelijk huldeblijk
-wil plaatsen, ter herinnering aan de koene daden en den kloeken
-ondernemingsgeest onzer onverschrokken zeevaarders. Eeuwen heeft hun
-asch hier reeds gerust en als wij rond ons kijken, blijkt dat van vele
-dier graven nog slechts weinig is overgebleven, maar wat niet vergaan
-is en wat niet zal vergaan zoolang Hollands vlag nog fier op alle
-zeeën waait, dat is de achting en eerbied waarmede hun nakomelingen de
-herinnering in eere houden aan die mannen, die eeuwen geleden zooveel
-gedaan hebben voor de eer en welvaart van 't geliefde Vaderland."
-
-"Het was een vreemd schouwspel, die 14 gezonde, levenslustige zeelieden
-op die doodsche grafheuvel van lang gestorven, vaderlandsche zeelieden,
-daar op dat verre, vreemde strand, druk aan het werk te zien om een
-taak der liefde te vervullen, en ik kan je verzekeren, dat--zoo er
-ook al in Nederland personen bestaan die er mede spotten--er geen
-onder die 14 mannen was, die niet ernstig onder den indruk was van
-het werk dat verricht werd.
-
-"Onwillekeurig dacht ik aan je warm betoog, hoe uit die door ons
-geplaatste steenen een kracht kan uitgaan, welke het volk opwekt,
-en hartelijk en innig hopende dat wij het samen zullen mogen beleven,
-dat die kracht het geliefde vaderland eenmaal tot zegen worden zal,
-blijf ik, vertrouwend op de toekomst, uw liefhebbende vriend, die u
-thans uit de Noordelijke IJszee den beloofden langen brief toezendt."
-
-Indien wij nu de Barents nog even vergezellen "in den mist" en "in
-het ijs," dan krijgen we een duidelijk denkbeeld van den eersten
-tocht van dit roemrijk scheepje.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-IN DEN MIST.
-
-
-Het is moeielijk aan hen, die nimmer in de IJszeeën geweest zijn,
-een flauw denkbeeld te geven van al het onaangename van een
-poolmist,--schreef Beynen in zijn verslag. "Uren, dagen, weken
-lang bleef de Willem Barents in zulk een nevel varen, wat zelfs
-den vroolijkste aan boord stil, somber en in zichzelf getrokken
-maakte. Buiten het schip zag men niets als een grauwe dampmassa,
-die lucht en zee ineen deed smelten en er alle kleur aan ontnam.
-
-"Hoewel de temperatuur der lucht om en bij het vriespunt bleef,
-waren tuig en zeilen aanhoudend kil, nat en doordrong die aanhoudende
-dampmassa zelfs de warmste kleeren. Beneden in het schip was het niet
-droog te krijgen. De met mist bezwangerde atmospheer condenseerde tegen
-het koude bovendek en veroorzaakte in het logies een voortdurenden
-drupregen. Op de bedden konden geene lakens meer gebruikt worden,
-op de matrassen zat de schimmel vingerdik, zoodat men dag en nacht
-in eene geheel natte omgeving leefde.
-
-"De eerste dagen verleenden de goedsluitende oliepakken nog een
-weinig bescherming, doch ook zij bleken weldra niet bestand te zijn
-tegen den alles doordringenden vijand. In dit reservoir van killen
-waterdamp moest de bemanning der Barents nu onafgebroken de meest
-verschillende waarnemingen verrichten, die voornamelijk bestonden
-in het peilen van de diepte der zee, het nagaan van de temperatuur
-er van op verschillende diepten, en het dreggen met het sleepnet. Om
-dit werk behoorlijk te kunnen doen begon het wachtvolk dan ook reeds
-'s morgens om 4 uren het schip er voor in gereedheid te brengen. Er
-werden twee reven in het achterzeil gestoken, ten einde het zeil hoog
-genoeg te kunnen hijschen om den schoorsteen op den stoomketel te
-kunnen plaatsen; de groote rol, waar het zware dregtouw om heen was
-gewonden, werd opgetuigd om bij het over boord gaan van het sleepnet
-geleidelijk te kunnen afloopen; de stoomketel werd vol water gepompt en
-het vuur er onder ontstoken. Dan ging het sleepnet te water en werd het
-sleepgetouw tot ongeveer drie- viermaal de diepte der zee uitgezeild,
-waarna men een zwaar gewicht langs de lijn naar beneden liet zinken tot
-het tegen een daarvoor op het dreggetouw bevestigden stok bleef zitten
-en het sleepnet naar den bodem der zee hielp zinken, wat bespoedigd
-werd door de vaart van het schip te verminderen, door stagzeil en
-voorschoenerzeil te bergen en hoog aan den wind te sturen. Had het
-sleepnet den bodem bereikt, dan deed men het langzaam over den grond
-schrapen en begon men 's morgens ongeveer om 9 uur met de stoomlier
-de lijn weder in te winden, zoodat na ruim een half uur het sleepnet
-binnen boord werd gehaald dat te midden van veel slijk en modder de
-meest vreemdsoortige diersoorten bevatte. Terwijl Dr. Sluyter uren
-lang die koude slijkmassa doorzocht, ging luitenant Speelman, daarin
-bijgestaan door Dr. Hijmans voort met het waarnemen der temperatuur
-van de zee op verschillende diepten, waartoe hij de "Negretti en
-Zambra's reversible deepsea thermometer" of "Eckmann's apparatus"
-gebruikte, met welk laatste instrument men tevens tegelijkertijd het
-soortelijk gewicht van het zeewater kan bepalen.
-
-"Tegen dat luitenant Speelman hiermede gereed was, sloeg het twaalf
-uur, kwam het ander kwartier, bestaande uit drie man, aan dek en
-werd met de geheele bemanning zeil gemaakt, ten einde den gedurende
-het dreggen verloren tijd weder in te halen. De reven werden uit het
-achterzeil gestoken, het water uit den ketel gespoten, de schoorsteen
-omlaag genomen en te één uur geschaft. 's Middags werd alles weder
-afgetuigd en het dek gespoeld, wat hoog noodig was, daar het slijk
-van het sleepnet en het roet van den stoomketel het geheele schip
-met een dikke laag vuil hadden bedekt. Hiermede was men tegen 4 uur
-klaar gekomen waarna verder, ook gedurende den nacht, na iedere 5 mijl
-grond werd gelood, en de temperatuur van het water op den bodem der zee
-werd waargenomen. Daar de stoomketel dan niet was ontstoken, moest de
-lijn met de hand of door middel der handlier worden ingewonden, wat
-gewoonlijk een klein driekwartieruurs vorderde. Daarbij moesten nog
-ieder uur waarnemingen worden gedaan omtrent de kracht en richting
-van den wind, omtrent den toestand van zee en lucht, omtrent de
-temperatuur van het zeewater aan het oppervlak, enz. enz., terwijl nog
-herhaaldelijk met een door professor Stamkart uitgevonden instrument
-de locale intensiteit van het aardmagnetisme bepaald werd. Zoo ging
-het dagen en weken onafgebroken voort, zonder dat ooit een enkel
-helder zonnestraaltje de doodsche sombere omgeving kleurde.
-
-"Toch werd het werk zelfs door de matrozen met ijver en lust verricht;
-het was alsof ieder door aanhoudend werken de sombere stemming wilde
-verdrijven, waarin het aanhoudend natte kille weer de gemoederen
-bracht. Men dacht aan niets dan aan het nemen van waarnemingen,
-men stond, om zoo te zeggen, er meê op en ging er meê naar bed, en
-er zijn voorbeelden dat officieren 's nachts droomend opsprongen met
-den uitroep, dat het soortelijk gewicht van het water 1029 was.
-
-"Er ontstond een edele naijver omtrent de beste en nauwkeurigste
-wijze van observeeren; men ging er bijna toe over elkander onderling
-te controleeren, men getroostte zich gaarne voor iedere waarneming het
-grootste ongemak, ja werkelijk soms was het alsof eene observatiekoorts
-de geheele bemanning der Willem Barents had aangetast."
-
-Dus volgden achtereen vele etmalen, waarin steeds nacht en dag moest
-gewerkt worden in somberen mist en killen waterdamp, maar jeugd
-en geestdrift heerschten aan boord. Kommandant de Bruyne ging kalm,
-hartelijk en met een onverstoorbaar goed humeur allen voor in vroolijk
-werk en rustelooze waakzaamheid, en onder de zonnige dagen van hun
-leven zullen Beynen's vrienden op de Barents steeds de vele dagen en
-nachten rekenen toen ze kruisten in de Barentszee, terwijl het mistte
-op het dek en drupregende in het logies.
-
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-IN 'T WESTIJS.
-
-
-"Er is niets dat meer opwekkend is dan eene zeewacht aan boord van
-een handig zeilscheepje te midden van veel ijs,"--zeide Beynen in
-zijn verslag, en als wij ons den fieren jongen zeeman weer voor oogen
-willen stellen, dan hebben wij die woorden slechts te herhalen. Zij
-kenschetsten hem.
-
-De Barents had bewesten Spitsbergen het ijs den 11den Juni het eerst
-gezien. "'s Nachts op de hondenwacht ontdekte men eindelijk werkelijk
-het eerste zilverwit gekleurde drijfijs," schreef hij, "en spoedig
-was de Willem Barents er aan alle kanten door omgeven. De officieren
-waren, om een ruimer blik te hebben, boven in 't tuig geklommen en
-beschouwden stilzwijgend het vreemde en grootsche natuurtooneel.
-
-"Daar lag dan nu die groote, breede, machtige ijsstroom vóór hen, die
-jaar in jaar uit onafgebroken langs de oostkust van Groenland het ijs
-uit het Poolbekken wegvoert in onafzienbare velden van éénjarig ijs,
-die over eene uitgestrektheid van mijlen zóó effen en vlak zijn dat
-de Nederlandsche walvischvaarders daaraan den naam van veldijs gaven,
-waaraan zij deden denken.
-
-"Die groote velden worden echter niet eerder aangetroffen dan nadat
-men een eind weegs door schollen en vlaarden is heengedrongen, die
-ontstaan door den hevigen strijd welken de onstuimige zee met den
-ijsrand voert, wat de officieren in 't kraaiennest dan ook spoedig
-met eigen oogen aanschouwden.
-
-"De lucht staat buiig en de telkens invallende sterke windstooten
-zweepen de met spoed toesnellende golven met ongekende kracht tegen
-het weerstandbiedende ijs, dat zich al meer en meer tot een dichte
-massa samenpakt.
-
-"De strijd tusschen den machtigen oceaan en het zware ijs is
-ontzagwekkend grootsch. De wind jaagt de zeeën het ijs te gemoet en
-met eentonig gelijkmatige snelheid volgt de eene golfslag op den ander
-en breekt met donderend geweld op de weerstand biedende ijsmassa's,
-die hij met schuim overdekt.
-
-"Meestal slaagt hij er in die ijsmassa's neêr te drukken en er zich
-zegevierend over heen te werpen, maar somtijds spotten de saamgepakte
-ijsrotsen met zijne vruchtelooze woede en doen hem in een wolk van
-spattend schuim in zichzelf terug zinken.
-
-"De zee schijnt in oproer en strijd verwoed tegen de uit het noorden
-komende ijsvelden, die zich mijlen en mijlen ver uitstrekken. Het
-kampveld wordt steeds grooter en grooter, en naarmate de oceaan met
-machtige hamerslagen het ijs naar het westen terugdrijft laat hij een
-breeden band van schuim en ijs achter, die weldra over eene groote
-oppervlakte de zee bedekt. In den aanvang is het voordeel aan de
-zijde van de met kracht aanrollende zeeën. Zij beuken de schollen
-en schotsen op en over en tegen elkander, splijten ze in tallooze
-ijsblokken, die zich tegen elkander afronden, en bestoken onvermoeid
-den machtigen vijand, in wiens gelederen zij steeds dieper en
-dieper binnendringen. Maar het ijs trekt zich alleen terug om dichter
-ineengeschoven de aanvallen van den oceaan te beter te kunnen weerstaan
-en dekt zich aan de zeezijde door een breeden band van kleine harde
-ijsbrokken, die de woede der aanschietende zeeën geleidelijk breken en
-de kracht van den golfslag aanmerkelijk verminderen. Hoe wild de zee
-ook kookt en klotst, de trage onoverzienbare ijsdam blijft ten laatste
-overwinnaar en zou zich dan ook zeker verder uitbreiden, ware het niet
-dat het ijs, onderling krijgvoerend, zijne eigene reusachtige krachten
-verspilde. Want is de strijd, dien het ijs met de golven voert zwaar,
-hij heeft niets te beduiden vergeleken met de worsteling van het ijs
-onderling, als de velden door stormwinden tegen elkaar ingedreven,
-opgestuwd en verbrijzeld worden...
-
-"Zoo ver het oog uit het kraaiennest reikte, zag men nu niets dan
-met sneeuw bedekt ijs, en verder water en lucht.
-
-"Overal heerschte de grootste rust en het kleine schoenertje geleek,
-in dit koude wintertafereel, op een laatst achtergebleven vogel,
-die door zijn gezellen verlaten is.
-
-"Inderdaad, met de gedachten aan het gejoel en het bedrijvig leven
-dat te midden van die nu stille, doode ijsmassa heerschte, toen hier
-jaarlijks honderden schepen onder de geliefde driekleur heenvoeren en
-tienduizend zeelieden er hun mannelijk bedrijf uitoefenden, moest de
-Willem Barents het voorkomen van eene achtergeblevene hebben; maar
-de bemanning a/b der Willem Barents, die in de toekomst blikte en
-dacht hoe ook de oude Barents hier eenmaal eenzaam langs het West-ijs
-gevaren had en later jaarlijks gevolgd werd door vloten van schepen
-onder Nederlandsche vlag, zij beschouwde het schoenertje als den vogel,
-die in de lente het eerst terugkeert, als de pionier die den weg baant
-voor de geheele vlucht welke volgen zal, en de oude broedplaatsen voor
-ons volkswelvaren weder zal komen innemen, om er andermaal stoutheid en
-onverschrokkenheid, wijs beleid en koene voorzichtigheid te vergaderen.
-
-"Dit gevoel, dat de geheele bemanning bezielde, spreidde een
-bekoorlijken gloed over het stemmige wintergezicht en deed
-met vernieuwden lust en ijver de taak vervolgen, die haar was
-opgelegd. Wind en zee waren gaan liggen en boden eene prachtige
-gelegenheid aan om in de onmiddellijke nabijheid van het ijs eene
-eerste looding op diep water te verrichten. Deze gaf eene diepte
-van 1210 vaâm aan, terwijl het lood, eene grijze, witachtige klei
-bovenbracht, die door Dr. Sluyter microscopisch onderzocht, geen
-sporen van dierlijk leven bleek te bevatten.
-
-"Nauwelijks was de waarneming verricht of een zacht zuchtje uit het
-Z. W. deed denken aan het vele dat er nog gedaan moest worden, zoodat
-het niet lang duurde of de zeilen werden weder ontrold en van den
-snel toenemenden wind gebruik gemaakt om den tocht snel te vervolgen."
-
-Verbood de instructie den kommandant van de Barents om in het Westijs
-door te dringen, zoo had hij daarentegen de opdracht om de bewegingen
-van het ijs in het Noorden van de Barentszee gade te slaan. Tien dagen
-lang (van 1 tot 10 Augustus) bewoog de Barents zich in het pakijs
-van die voor Nederland zoo gedenkwaardige zee, en ik geloof te mogen
-verzekeren dat deze tien dagen de gelukkigste van Beynen's leven zijn
-geweest. Hij kon er met zulk een geestdrift van spreken dat ik hem
-eens, toen hij bij mij logeerde, geen rust liet of hij moest van zijn
-zeewachten in het ijs iets vertellen, dat ik dan uit zijn mond zou
-opschrijven. Hij vertelde toen het volgende van een zijner wachten
-boven in den mast, dat in de Gids van April 1879 werd opgenomen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-IN 'T KRAAIENNEST.
-
-
-"Mijnheer! 't is kwart voor twaalven!"
-
-Die woorden, enkele keeren herhaald, doen den officier, die de
-hondenwacht krijgt, ontwaken. Hij opent de oogen, en, zich plotseling
-omkeerend, kijkt hij den matroos die hem wekte aan en zegt:
-
-"Veel ijs?"
-
-"Ja mijnheer, heel veel."
-
-"Mistig of helder?"
-
-"Op 't oogenblik helder, mijnheer."
-
-"Zwaarder ijs dan om acht uur?"
-
-"De schollen worden grooter, mijnheer."
-
-"Dank je," en met een door langdurige ervaring geleerd wipje staat de
-officier, die de wacht zal krijgen, naast zijn kooi, en zoekt op een
-vrij rommelig dek zijn zeelaarzen op, die met zijn muts en pijjakker
-het tenue in weinige oogenblikken voltooien. [10]
-
-Terwijl hij nu den barometer, die dicht bij zijn kooi hangt,
-gaat aflezen, luistert hij onderwijl met aandacht naar hetgeen er
-op dek voorvalt, nieuwsgierig te weten hoe hij, aan dek gekomen,
-den toestand vinden zal. Als doffe, van zeer ver komende klanken,
-bereiken hem de kommando's waarmede de officier der wacht het schip
-uit het kraaiennest bestuurt, en hij tracht uit de elkaar snel volgende
-bevelen op te maken wat er op 't dek plaats grijpt.
-
-"Loeven, loeven! Bakboord aan boord het roer! Voorschoten afvieren,"
-klinkt het van boven, en aan het wilde rukken en slaan van den
-stagzeilschoot begrijpt de officier omlaag dat het schip hoog aan den
-wind schiet, waarschijnlijk om nog juist even vrij te loopen van een
-ijstong, die gerond moet worden.
-
-"Schoten weêr aankorten. Op je roer!" en een oogenblik later klinkt
-luider en scherper: "Achterschoot afvieren, piek neêr."
-
-Haastige, driftige stappen op het achterdek volgen, men hoort halen
-en trekken, en dan volgt op eens eene algemeene stilte.
-
-In afwachting van den stoot tegen het ijs, welke hij denkt dat volgen
-zal, grijpt de officier, die juist de kajuitstrap op wilde gaan,
-nog haastig eenige glazen van tafel, doch zijn kameraad daar boven
-hanteerde het schip daartoe te goed; er volgt niet de minste stoot
-en alleen een kraken en krassen van het ijs aan bakboord tegen het
-dubbelhuid verkondigt den officier omlaag dat het kritieke punt
-voorbij en de ijstong, zonder er tegen op te loopen, gerond is.
-
-"Bij den wind weêr," klinkt het nu vroolijk uit het kraaiennest,
-en een oogenblik daarna: "Klaar om te wenden," enz., enz.
-
-De aflosser is op het dek gekomen, en vóór hij boven in de ton de
-wacht gaat overnemen, kijkt hij met aandacht en belangstelling rond.
-
-De vlag waait, want de Willem Barents is in het ijs! en dan moet de
-oude driekleur altijd wapperen. De vlag brengt geluk aan, zeide men
-aan boord. De wind is bewesten het noorden.
-
-Alle bijdewindzeilen staan bij, behalve de gaf-topzeilen. In alle
-richtingen (zoover men tenminste van het lage scheepsdek kan oordeelen)
-is de zee met stroomen zwaar drijfijs bedekt.
-
-De bovenlucht is klaar en helder, maar boven de kim verheft zich een
-dikke wolkenlaag, die de zoo welkome middernachtszon vernedert tot
-een fletse, vlokkige lichtschijf, wier randen doezelig en schier niet
-te onderkennen zijn.
-
-Het schip koerst om de West, en men behoeft niet naar de zon of het
-kompas te kijken om zich omtrent het noorden en zuiden te oriënteeren,
-want de helle ijsglans aan stuurboord en de waterlucht aan bakboord
-duiden in voldoende mate die windstreken aan.
-
-Met den langen kijker achter op den rug gehangen, gaat het nu vlug
-het loefwant in en weldra geven de twee officieren in de vrij beperkte
-ruimte boven in het kraaiennest elkaar de wacht over.
-
-De één, die naar de kooi gaat, is bijzonder opgewekt en vroolijk--de
-ander heeft nog niet wat hij noemt "stoom op".
-
-De één, die telkens nog een kommando naar omlaag praait, is zeer
-bespraakt--de ander vergenoegt zich met een zwijgende rol.
-
-"Veel ijs, als je ziet. Een mooie wacht gehad. 't Scheepje is erg
-handig onder dit tuig. Toch scheelde het bitter weinig of ik had het
-op het ijs gezet. Heb je het omlaag gehoord? Zeker wel; nu 't ging
-met een aanloopje, ik had er bepaald schik in."
-
-"Wat is je koers?"
-
-"Noordwest, maar west ten noorden is het hoogste wat ik leggen kon. 't
-Waait een flinke bries, doch de lucht blijft goed staan." Daarna
-volgen eenige opgewekte verhalen van eene wending die bijna mislukte
-juist op den rand van een zwaren ijsstroom en van "het doorslippen"
-tusschen twee verbazend groote schollen, welke verhalen door den
-wachtkrijger stilzwijgend worden aangehoord, waarop de officier,
-die naar kooi gaat, op eens zijn hoofd buiten het kraaiennest steekt
-en naar omlaag praait: "acht glazen", om daarna tot den zwijgenden
-kameraad te zeggen: "Nou, je hebt hem. Aangename wacht!"
-
-"Dank je! wel te rusten!" en de ton bevat nog slechts één persoon.
-
-Blijkbaar heeft de officier der wacht eenigen tijd noodig om het
-boven in het kraaiennest, waar het flink vriest, naar den zin te
-krijgen; de eerste oogenblikken worden de kommando's dan ook schier
-instinctmatig gegeven, maar de noodzakelijkheid om met alle aandacht
-de bewegingen van schip en ijs te volgen, brengt hem spoedig volkomen
-tot de werkelijkheid terug; ze drijft hem den slaap uit de oogen,
-en na weinige oogenblikken heeft hij zich met geheel zijn hart weer
-aan het manoeuvreeren met het scheepje gewijd.
-
-De lange kijker wordt uitgehaald en met aandacht het te betreden
-kampveld in oogenschouw genomen, waarvan hij door niets gestoord of
-afgetrokken wordt. Het wachtvolk omlaag rookt, nieuwsgierig over de
-verschansing kijkend, het eerste pijpje, en de doodsche stilte alom
-wordt slechts afgebroken door het schelle geschreeuw van een "lestris
-parasitica", die, op buit belust, nu en dan boven de ton heenzweeft.
-
-Nadat het terrein goed is opgenomen, begint eerst recht de eigenlijke
-ijsvaart.
-
-In de eerste plaats komt het er nu op aan om met den langen kijker
-de ligging der ijsmassa's en de bewegingen daarvan aandachtig op te
-nemen, om dadelijk daarna het punt aan den verren horizon te kunnen
-vaststellen, dat men na twee of drie uren varens bereiken wil.
-
-Is dit punt eenmaal gekozen, dan begint men reeds dadelijk te beproeven
-het schip zoodanig door de steeds van plaats en vorm veranderende
-ijsmassa's te werken, dat men, zonder in een der wakken of lanen
-vast te loopen, op het einde der wacht het schip gebracht heeft op
-de vastgestelde plaats.
-
-Men moet nu snel beoordeelen welke openingen men al dan niet met het
-schip durft ingaan, en in welke ijslanen men de minste kans heeft
-opgesloten te worden.
-
-Het geheel vrijsturen van de ijsstroomen en schotsen op de plaats
-zelve waar men zeilt, wordt bijzaak, want de officier die er zich
-op toelegt om keurig netjes tusschen de omliggende schotsen heen te
-sturen, verliest licht de bewegingen van het ijs in de verte uit het
-oog en loopt steeds gevaar zich in het ijs vast te werken.
-
-Voor een zeilscheepje is het van het grootste belang zooveel mogelijk
-loef te houden, en hoewel het natuurlijk weinig kunst is om nimmer
-tegen het ijs aan te loopen, zoolang men maar voortdurend af wil
-houden, moet de officier der wacht er steeds naar streven, om zoo
-weinig mogelijk van het behaalde voordeel weder prijs te geven, en in
-de richting te blijven. Steeds tracht hij dien doortocht te bereiken,
-al is hij nog zoo klein, waardoor hij het minste in loef verliest.
-
-Het is met de ijsvaart als met de menschen; begint men eenmaal eene te
-overkomen moeielijkheid den rug in plaats van de borst toe te keer en,
-dan is de strijd tusschen gaan of blijven, tusschen wijken of kampen
-reeds half beslist.
-
-In de ijsvaart heeft de moedige veel vóór, omdat hij geduld weet te
-oefenen en met kalmte het dreigendste gevaar in de oogen weet te zien,
-om daarna onmiddellijk te beproeven er zoo veel mogelijk zijn voordeel
-mede te doen.
-
-Toch hebben juist die aanhoudende gevaren een eigenaardigen prikkel
-voor den zeeman; hij is met hart en ziel bij het werk, en zoo is
-dan ook te verklaren dat de officier in 't kraaiennest der Willem
-Barents niet eens bemerkt heeft, dat er iemand bezig is in het want
-naar boven te klimmen.
-
-Op eens komt het hem echter vóór, alsof de streng schudde, en even
-uit de ton omlaag blikkend, wordt hij zijn wachtgenoot Grant gewaar,
-die, met een koffieketeltje om den hals gebonden, zijn best doet naar
-boven te enteren.
-
-Grant is geen zeeman en blijkbaar heeft hij dan ook al zijne krachten
-noodig om zich in het vrij slappe want vast te houden, en als hij
-slechts langzaam vordert, springt een der matrozen hem achterna,
-bereikt hem in enkele seconden en biedt hem aan, het voor den officier
-der wacht bestemde keteltje warme koffie naar boven te brengen.
-
-"No! no! Certainly not," geeft Grant hem ten antwoord en ofschoon hij
-zich nog hechter vastklemt, omdat zijn gedienstige vriend het want nog
-meer doet schudden, dan toen hij er maar alléén in stond, wil hij van
-geen hulp weten, en stijgt langzaam maar zeker al hooger en hooger,
-tot hij eindelijk de ton heeft bereikt en den wachthebbenden officier
-de koffie overreikt, welke met zooveel moeite omhoog is gebracht.
-
-"'t Is heel vriendelijk van je, Grant! dank je wel zeer! wacht,
-laat ik je eens helpen," en gedeeltelijk uit de ton klimmend,
-maakt de officier der wacht tijdelijk ruimte voor zijn vriend, die
-een oogenblik later, nog naar zijn adem hijgend van het klauteren,
-veilig en wel naast hem staat.
-
-Het vaarwater is nu vrij ruim, waarvan onmiddellijk gebruik moet
-gemaakt worden om de koffie te drinken terwijl ze nog heet is, en
-zonder dat er een woord bij wordt gesproken, ontdooit de officier de
-beide handen aan het warme keteltje en haalt Grant uit zijne zakken
-een kopje en een lepeltje voor den dag, waarbij hij nog spoedig een
-met suiker gevuld blikken busje voegt. Om beurten wordt het kopje
-geledigd, en terwijl beiden zich dus warmen, hebben wij gelegenheid
-met Mr. Grant nader kennis te maken.
-
-W. J. A. Grant is een jong vermogend Engelsch grondbezitter, wiens
-familie sedert jaren in Devonshire nabij Exeter woont.
-
-Hij is acht-en-twintig jaar oud, heeft te Oxford gestudeerd en had
-reeds het grootste gedeelte van Europa bereisd toen hij in 1876 als
-amateur-photograaf de pool-expeditie met de Pandora onder Sir Allen
-Young naar Smith Sound mede maakte.
-
-In Engeland teruggekeerd maakten zijne uitstekend geslaagde
-photographieën van een tot dien tijd nagenoeg geheel onbekend deel van
-onzen aardbol alom grooten opgang, en the Society of the Photographic
-Exposition te Londen vereerde den veelbelovenden artist haren bronzen
-eerepenning. Van alle kanten aangemoedigd op den roemvol ingeslagen
-weg te volharden, zag Mr. Grant naar eene gelegenheid uit, nogmaals een
-pool-expeditie mede te maken, en toen nu de Willem Barents in Holland
-werd uitgerust, bood hij geheel belangeloos het Nederlandsche Comité
-aan op eigen kosten de reis mede te maken, welk welwillend aanbod
-natuurlijk met groote ingenomenheid werd aangenomen, waarop hij in
-Mei 1878 naar Amsterdam kwam, tegelijk met al zijne photographische
-toestellen en benoodigdheden, die eene gezamenlijke waarde van ±
-700 gulden vertegenwoordigden. Zonder het een oogenblik te betreuren
-afstand gedaan te hebben van het gemakkelijk en aangenaam leven op
-zijne goederen in Devonshire, maakte Mr. Grant zich aan boord der
-Willem Barents spoedig geheel thuis en was weldra aan boord, zoowel
-vóór als achter den mast, gezien en geëerd.
-
-Hij had de slechtste slaapplaats, vlak bij de altijd rookende kombuis,
-moest iederen nacht van 12 tot 4 aan dek de wacht meê maken, verstond
-zelden een woord van wat er rondom hem gesproken werd en was nochtans
-een der vroolijkste, gezelligste shipmates.
-
-Trouwens al deze onaangenaamheden hadden niets te beduiden, als men
-ze vergeleek bij de dagen dat hij als photograaf moest optreden, en
-als snel opkomende buien of dichte sneeuwjachten hem teleurstelling
-op teleurstelling berokkenden.
-
-Photographeeren in de IJszee is dan ook inderdaad het wanhopendste
-werk, dat men zich kan voorstellen.
-
-Zelden is er zon en bijna voortdurend mist, en is men eindelijk met
-veel moeite met den toestel op een ijsschots afgezet, dan blijkt het
-eerst recht, hoe bewegelijk de geheele ijsmassa in werkelijkheid is.
-
-Vaak valt een sneeuwbui juist in als de "plate" gereed is, of blijken
-de lenzen nat en vochtig te zijn precies op 't oogenblik, dat na lang
-wachten de zon voor slechts enkele minuten doorkomt. Daarbij scherpe,
-koude winden, onzekere gemeenschap met het schip, gevaar voor ijsberen
-of plotseling opkomenden mist, enz., enz.; maar Grant liet zich door
-niets afschrikken en was dag en nacht in de weer, zoodra er maar de
-minste kans bestond, eenige photographieën te kunnen nemen.
-
-Lag de Willem Barents ergens onder den wal ten anker, dan was hij
-dadelijk aan land en ieder aan boord bewonderde hem oprecht, als hij,
-steeds ongewapend, overladen met pakjes en toestellen (die te zamen
-18 kilo wogen), dag in dag uit, geheel alléén, de steilste punten
-beklom of tegen de gevaarlijkste hellingen opklauterde, "to choose
-his picture," zooals hij dat uitdrukte.
-
-Meermalen na vier uren onafgebroken klimmen, bleek al die moeite voor
-niets geweest te zijn, namelijk als tot zijn diepe teleurstelling
-een dikke mist kwam opzetten voor hij geheel klaar was om de schoone
-photographie te nemen.
-
-"'s Nachts was hij dan doorgaans werkzaam in zijn "donkere kamer,"
-en als men bedenkt dat iedere "dry-plate-exposure" hem vijf kwartier
-aan één stuk bezighield, zal men kunnen begrijpen, dat hij gewoonlijk
-met het aanbreken van den dag ternauwernood klaar was gekomen met zijn
-werk van den vorigen dag; maar nauwelijks was er weder een zonnetje
-zichtbaar, of men zag hem belast en beladen met stille trom van boord
-slippen, om, niettegenstaande koude, mist, regen en wind, met hetzelfde
-feu sacré en met onverklaarbare taaiheid, nieuwe teleurstelling te
-gemoet te gaan.
-
-Grant is in elk opzicht een artist; hij leeft voor zijn kunst, waarin
-hij om zoo te zeggen geheel opgaat, en volop geniet hij, wanneer hij
-de schoonheden van moeder natuur mag bewonderen.
-
-Zoo blikt hij ook nu in stilzwijgende opgetogenheid uit het kraaiennest
-voor zich uit naar de onafzienbare ijsmassa's, die in alle richtingen
-het scheepje omringen, en zijn ziel met een gevoel van ernst en
-eerbied vervullen.
-
-Men voelt zich zoo klein in die schier grenzenlooze woestenij van
-glinsterende ijsmassa's, waartusschen zich het ranke schoenertje
-schijnbaar zoo rustig voortbeweegt, terwijl de officier der wacht
-met ingespannen aandacht de kronkelende wakken en lanen uitkiest
-waarlangs hij zijn koers het beste kan vervolgen.
-
-Den in de ijsvaart oningewijden zou de geheele omgeving een
-ondoorgrondelijk doolhof toeschijnen, waar hij zich noode in waagde,
-maar voor hem, die zich langzamerhand aan die toestanden gewend
-heeft, ziet alles er geheel anders uit, en hij beaamt het volkomen
-wat Mr. Grant zich half fluisterend ontvallen laat, dat de ijsvaart
-toch een goede leerschool voor zeevolk is.
-
-"Ja zeker, Grant!" klinkt het antwoord van zijn vriend, "ja zeker
-is de ijsvaart nuttig tot vorming van flink en doortastend zeevolk;
-daar kunnen ten minste onze Hollandsche geschiedboeken ruimschoots
-van gewagen."
-
-De zee hier, als zij spreken kon, zoude dit met menig schitterend
-verhaal kunnen staven, en wij hebben de oude reisverhalen onzer
-Groenlandvaarders maar open te slaan, om er op iedere bladzijde uit te
-leeren, hoe die voortdurende worsteling op leven en dood met de natuur
-de edelste eigenschappen van ons zeevolk ontwikkelde en het louterde
-tot brave, rechtschapen, godvreezende harten, die goed en bloed veil
-hadden voor de rechten en belangen van het geliefde vaderland.
-
-Het zoogenaamde West-ijs is dan ook het kampveld geweest, waar onze
-voorvaderen te midden van sneeuw, storm en nevels, van ijspersing en
-ijsgang, die uitstekende eigenschappen aankweekten, die hen tot den
-huidigen dag zoo wereldberoemd hebben gemaakt.
-
-Wanneer men bedenkt dat er jaarlijks meer dan 200 Groenlandvaarders
-onze havens verlieten met een bemanning van 40-60 koppen, dan blijkt
-daaruit hoe er jaarlijks gemiddeld een 10.000 matrozen alléén aan die
-vaart deelnamen, waardoor het begrijpelijk wordt dat men de talrijke
-vloten van De Ruyter en Tromp steeds met flink zeevolk bemand in zee
-kon sturen, hoe groot de verliezen van de vorige jaren ook geweest
-waren.
-
-Het is wáár, jaarlijks ontvielen der vloot enkele schepen,
-die door het ijs vernield werden, maar de overige wisten door
-de voordeelige visscherij schatten van onder het ijs te halen en
-oefenden onverschrokken een bedrijf uit, dat naar omstandigheden meer
-of minder inspanning en ervaring, maar in alle gevallen de grootste
-koelbloedigheid en kalmte eischte.
-
-Door de ijsvaart werd het zeevolk gehard, kordaat, geoefend. Men
-repareerde schip en tuig te midden van hagel en sneeuwjacht en leerde
-een schip thuis brengen, al was het in zinkenden toestand. En dat dit
-met de grootste moeite gepaard ging, wanneer het schip, laat in het
-jaar geheel lek uit het ijs geraakt, slechts door aanhoudend pompen
-kon boven water worden gehouden, lezen wij in menig reisverhaal.
-
-De bemanning was dan vermoeid, de victualie nagenoeg verbruikt en het
-eenige middel om schip en lijf te redden bestond in het stout voor
-wind en zee blijven weglenzen tot aan de Hollandsche kust toe. Tegen
-harde noorden- en noord-oosten-winden naar Noorwegen op te werken,
-kon en wilde de gezagvoerder nooit doen.
-
-Het journaal van commandeur Freeke Pieters, die in 1769 met het
-schip de Vrouw Maria naar Groenland stevende, en eerst na aan tal
-van gevaren te zijn ontkomen, den 16den November op de breedte van
-Jan Mayen-eiland uit het ijs kwam, verhaalt zulk een ernstig ongeval
-met een ongekunstelden eenvoud, die ons inderdaad treft.
-
-"18 Nov. Kregen veel water in het schip, ik moest aan het volk veel
-goede woorden geven, om haar aan 't pompen te krijgen, dewijl zij
-zeer zwak en hongerig waren en sommigen hun vingers bevroren.
-
-"28 Nov. Vliegende storm uit 't N. N. W., donker weêr. Des morgens en
-wederom des avonds kwam het volk bij mij en zeide dat ik land moest
-zoeken of haar meer te eten geven.
-
-"Tot het eerste kon ik niet resolveeren en het laatste had ik niet
-en zeide daarom:
-
-"Wij zijn God zij dank uit bezetting in ruime zee; wij hebben nog
-voor 5 dagen victualie, gij hebt u zoo lang beholpen, hebt toch
-geduld"; maar zij antwoordden: "Wij kunnen alles in twee dagen wel
-opeten. Wilt gij noch tot het een, noch tot het ander resolveeren,
-zoo gaan wij met alle man ter kooi."
-
-"Geeft gij niet om uw leven?" zeide ik, "zoo maakt mij dan alle zeilen
-maar vast, en wij zullen 't dan op Gods genade laten drijven."
-
-"Woensdag 29 Nov. Het volk kwam bij den kok en dwong hem hun 4 lokjes
-gort en 4 lokjes erwten meer te koken.
-
-"Zaterdag 25 December werd het weêr wat beter, wij namen één rif
-uit ieder marszeil; het volk kwam met alle man bij mij en zeide:
-"Nu is al het eten op, zullen wij nu van honger sterven?"
-
-"Ik zeide: "Gij hebt dezen morgen al gegeten; wij hebben nog erwten
-voor vandaag en morgen, wie zorgt voor den derden dag? Wij zullen
-binnenkort wel een of ander schip ontmoeten. Houdt moed en geduld."
-
-"Zij vertrokken van mij zeer ontevreden, het weêr werd wat beter. Wij
-zagen voormiddags een hoeker, hijschten onzen vlag tot een sjouw,
-klaagden onzen nood en verzochten hem om wat victualie! Het water
-stond zeer hol, onze sloep ging toch van boord en wij kregen 4 vaten
-hard brood, 1 zak gort, 1 ton zoutevisch, 1/2 vat bier.
-
-"Ik liet terstond het volk een glas bier en een stuk hard brood
-ronddeelen. Het was aandoenlijk te zien met welken smaak en
-vergenoeging zij dat gebruikten. Zetten alle zeilen bij en zagen den
-volgenden morgen de Vaderlandsche kust."
-
-Wat leerde het zeevolk hunne eigen krachten kennen en er op vertrouwen!
-
-Wat oefende men zich onophoudelijk in het overwinnen van schier
-onoverkomelijke gevaren!
-
-Wat verwierf men zich een schat van het voor den zeeman zoo onmisbaar
-zelfvertrouwen!
-
-Was het wonder, dat de ijszeetochten in die dagen populair waren, zoo
-zelfs dat de traditiën daarvan nog heden ten dage in onze kustplaatsen
-voortleven.
-
-Het binnenvallen der Groenlandsche vloot was een nationale feestdag;
-men had die vaart lief; met belangstelling volgde men hen die er aan
-deel namen; en in tal van zeemansliederen werd die moeielijke maar
-opwekkende vischvangst bezongen.
-
-Al pratende en vertellende is de wacht aangenaam opgeschoten en
-Grant zoude zeker nog meer vernomen hebben, als de officier der wacht
-niet eensklaps stil had gehouden en onaangenaam verrast om zich heen
-had getuurd.
-
-De geheele omgeving schijnt onduidelijker en doffer te worden; de zon
-verdwijnt geheel en al, en met teleurstelling ziet de officier van de
-wacht dat de reden daarvan te zoeken is in een mistbank, die, als een
-lichtgrijze massa komende opzetten, hem weldra alle uitzicht beneemt.
-
-Eerst verdwijnt het ijs langs den horizon, daarna de verst verwijderde
-stroomen en lanen in het ijs, dan zelfs de schotsen in de onmiddellijke
-omgeving en eindelijk ziet men nog slechts een grauwe dampige kom
-water, vlak rond het scheepje, Mr. Grant heeft zich al reeds omlaag
-begeven.
-
-Er moet snel zeil en vaart geminderd, dubbel scherp uitgekeken en met
-alle aandacht naar branding geluisterd worden, in welke omstandigheid
-de officier van de wacht zich wel eens betrapt dat hij boven in de
-ton van de kille natte kou staat te klappertanden.
-
-Gelukkig is het drie uur geworden, wanneer hij bijdraaien en looden
-moet, en met genoegen maakt hij van die gelegenheid gebruik om de
-ton te verlaten en op het dek die werkzaamheden te gaan leiden.
-
-De 150 vaam moeten met de hand ingehaald worden en het kille nat,
-dat met de lijn boven komt, loopt langs de verkleumde vingers in de
-hemdsmouwen tot op het lichaam, zoodat een ieder blij is als het lood
-met den daaraan bevestigden thermometer weder binnen boord is en men
-(op zijn schippers) de armen tegen het lijf heeft warm geslagen.
-
-Gelukkig trok de mist weder even snel op, als hij onverwachts
-verscheen. De zeilen worden geheschen, de weg vervolgd, en als
-'s morgens te vier uur de wachtdoener in het kraaiennest door zijn
-opvolger wordt afgelost, is de officier die naar kooi gaat weder even
-bespraakt en vroolijk, als de wachtkrijger dof en stilzwijgend is."
-
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-IN 'T OOSTIJS.
-
-
-"Het hierbovenstaande schetst eene wacht in het ijs aan boord van de
-Willem Barents, van de aangenaamste soort," zeide Beynen.
-
-"Lastiger zoude het zijn, de gewaarwordingen terug te geven die ons
-bezielden, gedurende de oogenblikken dat de Willem Barents zich niet
-dan met groote moeite door de bij harden wind opgestuwde ijsmassa's
-voortbewoog en het wit besneeuwde schoenertje te vergeefs naar
-een uitweg scheen te zullen zoeken." Uit zijn verslag kent men den
-gevaarlijken toestand waarin het schip toen verkeerde.
-
-"Alles was goed gegaan," schreef hij, "tot 6 uur, toen de nevel zeer
-onverwacht optrok en het uit het kraaiennest bleek, dat de Willem
-Barents rondom in zwaar ijs zat. In het Oosten hing een scherp
-oranjekleurige ijsgloed en van Oost tot Zuid tot Z. Z. W. zag men
-duidelijk een zwaar "pack" zonder een enkele opening. Alleen in
-'t N. O., Z. W. en Westen hingen donkere waterluchten, maar in het
-Noorden was ook veel en zwaar ijs. Het is duidelijk dat het gezicht
-hiervan ieder zeer onaangenaam verraste, maar daar er gehandeld moest
-worden, werd bijgedraaid en met alle aandacht met den langen kijker
-het ijs in alle richtingen nauwkeurig opgenomen, waarop de kommandant
-besloot te trachten in eene oostelijke richting loef te houden, hopende
-dat de wind zou noordelijken en het schip zoodoende de gelegenheid
-geven om den zoom van dit ijs om de Z. O. door te breken. Dit in
-eene Z. W. richting te beproeven, scheen minder raadzaam, daar men
-ondervonden had dat het ijs om de West dichter lag en zwaarder was
-dan het ijs om de Oost, terwijl de oostenwind bovendien steeds meer
-ijs om de West dreef, zoodat het dáár moest opstoppen en het schip,
-in die richting koersend, dus als 't ware met groote vaart in een val
-liep, waar het later misschien moeielijk uit zou kunnen komen. Daarom
-besloot de kommandant te beproeven in eene oostelijke richting loef
-te houden en dus om de Oost te blijven opwerken. De omstandigheid dat
-in dit gedeelte der Barents-Zee de generale strooming van het ijs
-om de Z. W. loopt, wijst dan ook op een Z. oostelijken koers om er
-uit te komen. Dit was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het
-wak, waarin de Willem Barents zich nu bevond, lag vol verspreide
-schotsen, waarvoor men telkens moest afhouden en dus loef prijs
-geven. Daarenboven nam het wak snel in omvang af, zoodat weldra om
-de drie minuten moest gewend worden, wilde het schip nog de eenige
-opening bereiken, die uitgang naar meer water beloofde, en zelfs dit
-bleek weldra onmogelijk te zijn. Telkens door schotsen belemmerd,
-kon het scheepje geen oogenblik vaart schieten. Niettegenstaande het
-neêrhalen der stagzeilen voor iedere wending en het afduwen tegen
-ijs met alle krachtsinspanning van het vier man tellende wachtvolk,
-weigerde toch nagenoeg iedere wending. Blijkbaar ging dit werk de
-krachten van het moedig scheepsvolk te boven en steeds meer en meer
-raakte het scheepje in het net van schollen en ijshoogten verward. 't
-Mocht al een kwartier langer of korter duren, men moest eindigen met
-door het ijs ingesloten te worden. Het kon niet missen dat dit zou
-gebeuren, als ten minste de wind zoo staan bleef.
-
-"Ook werd de ijsblink in het O. en Z. O. steeds meer helder, terwijl
-daarentegen de lucht in het Z. W. er steeds gunstiger uit ging
-zien. Inderdaad, zoo op het oog te oordeelen, zou men niet zeggen dat
-het ijs zich aldaar meer en meer ophoopte, zooals men aanvankelijk
-vreesde. Er hingen veelbelovende waterluchten, ja over het meest
-verwijderde ijs was met den kijker zelfs onmiskenbaar water te zien
-en toen de mogelijkheid zich eenmaal aan den kommandant opdrong,
-dat de sterk doorstaande wind wellicht aan lij eene opening zou
-breken, waardoor het schip voor den wind er waarschijnlijk met groote
-snelheid uit kon loopen, werd met vernieuwden moed aan dit denkbeeld
-vastgehouden en besloot de kommandant dadelijk dien weg te beproeven.
-
-"Den geheelen voormiddag drong de Willem Barents, met den breefok bij,
-nagenoeg vóór den wind om de Z. W. Van top beloofde die richting
-'t meeste water en in het kraaiennest werd scherp uitgekeken
-om, die richting volgend, van 't eene wak in 't andere door te
-dringen. Lt. Speelman, die de wacht had, stond in de ton het schip te
-besturen. Ook nu had men vele voor- en tegenspoeden. Nu eens scheen er
-meer en meer water te komen, dan weder bleef men stilzwijgend overal
-op ijs staren. Te 11 uur begon het te sneeuwen en toen te 12 uur de
-zon weder eens doorkwam, bleek het dat aan verder doordringen niet
-meer te denken viel. De Willem Barents bevond zich in het midden van
-een door zeer zwaar ijs gevormde baai, waarvan de naar het Oosten
-gekeerde opening meer en meer door het ijs, dat om de West dreef,
-werd opgestopt. Alleen in het Zuiden liepen wakken en lanen in het
-"pack" een heel eind om de Zuid, maar daar zij, van top te zien,
-niet naar open water voerden, was het dus volgens een der eerste
-stelregels der ijsvaart (never enter promising leads or lanes in the
-pack without seeing open water beyond) niet raadzaam in die richting
-zich met het schip in den onafzienbaren ijsdam te wagen.
-
-"Gelukkig noordelijkte de wind meer en meer, waarop de kommandant
-besloot af te wachten tot hij bewesten het Noorden was geloopen, om
-dan langs denzelfden weg, dien hij gekomen was, te beproeven door het
-ijs terug te keeren en weder Oost te maken. In afwachting daarvan zou
-met het schip op en neer worden gehouden, wat wel is waar vermoeiend
-voor de bemanning was, doch het ongerust worden bij het scheepsvolk
-zou beletten (keep your ship moving as long as possible).
-
-"Zoo hield men op den achtermiddag het schip vlot in een groot door ijs
-gevormd wak, waarin het aan de loefzijde op en neer hield, telkens voor
-losdrijvende schotsen afhoudende. Bij toenemenden wind werd een rif in
-de beide schoenerzeilen gestoken. Te 4 uur kreeg de kommandant de wacht
-en nam zijn plaats boven in de ton weder in. De wind, die N. t. W. was,
-wakkerde sterk aan, en zoodra die in eene oostelijke richting in het
-ijs eene opening brak, drong de kapitein er met het schip dadelijk
-in door en had, toen hij de wacht aan luitenant Speelman overgaf,
-reeds twee mijlen Oost gemaakt. Reeds te half tien 's avonds was het
-duidelijk dat het schip uit het zware westelijk ijs in het lichtere
-oostelijke ijs was gekomen en begon Speelman dan ook weder te gelijk
-O. en Z. te maken, en bij het doorkomen van enkele zware buien uit
-'t N. N. W. vloog de Willem Barents weldra den zuidelijken ijsrand te
-gemoet. Voortgezweept door een zwaren storm uit 't N. N. W. laveerde
-ons schip bij dikke sneeuwjacht door zeer verspreid drijfijs heen,
-en te 8 uur 's morgens had de kommandant het laatste ijs achter
-zich gelaten.
-
-"We hadden het moeielijk genoeg gehad.
-
-"De krachtig doorkomende windstooten schoven het ijs steeds dichter en
-dichter inéén, totdat het ten laatste zoo goed als onmogelijk scheen
-ooit weder het open water te zullen bereiken.
-
-"Onze flinke kommandant de Bruyne kwam in die dagen maar zelden omlaag;
-eene aanhoudende dikke mist maakte de onzekerheid nog grooter, en
-naarmate de bemanning meer uitgeput geraakte, moest de vertrouwen
-inboezemende bedaardheid van den gezagvoerder toenemen, hoe afgemat,
-uitgeput en hopeloos hij zich zelf ook gevoelde.
-
-"Rustige kalmte en bedaarde doortasting waren alléén bij machte een
-zoo gemakkelijk te beganen misslag te voorkomen en schip en bemanning
-weder veilig in de open zee terug te brengen.
-
-"Dagen van spanning, vol zorgen en toewijding, vol moed en geloof,
-welk een heerlijken indruk hebt gij in ons gemoed achtergelaten!
-
-"Nimmer zal de herinnering aan die dagen bij ons worden uitgewischt,
-en innig hopen wij dat Neerlands driekleur nog meermalen fier
-zal ontplooid worden ook langs die kusten en stranden door onze
-voorvaderen ontdekt.
-
-"De reis der Willem Barents was een eerste welgeslaagde schrede op
-een van ouds door Nederlandsche zeelieden roemvol betreden pad.
-
-"Moge zij door velen gevolgd worden!
-
-"Reeds nu heeft deze bescheiden poging om den roemvollen naam van ons
-zeevolk niet te doen tanen, overal in den vreemde gunstig gewerkt;
-met belangstelling werden de verrichtingen gevolgd en met ingenomenheid
-werd de uitslag vernomen.
-
-"Op nieuw bieden zich officieren en matrozen aan om hunne beste
-krachten te wijden aan de eer en de belangen van het Nederlandsche
-zeewezen. Moge het vaderlandsche publiek door een ruime geldelijke
-bijdrage toonen, dat het dit waardeert en op prijs stelt.
-
-"Geen groote ontdekkingen, geen groote poolexpeditiën, maar een met
-volharding voortgezet wetenschappelijk onderzoek van de zee, die den
-naam draagt van een onzer grootste zeevaarders."
-
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-LAATSTE WINTER IN HET VADERLAND.
-
-
-Na boos weder gehad te hebben op de Oostkust van Nova Zembla, waar deze
-van kaap Nassau tot aan IJskaap toe op één grooten gletscher gelijkt,
-waardoor slechts hier en daar een brok land dringt, en na negen dagen
-met mist en hooge zee en storm gekampt te hebben in die gevaarlijke
-nabijheid, besloot de kommandant van de Barents den 5den September
-naar het vaderland te stevenen. Kaap Nassau was in een dichte sneeuwbui
-boven winds uit het oog geraakt; de wintervorst naderde, dr. Sluiter,
-de bekwame, ijverige zoöloog, lag zwaar ziek in zijn vochtige,
-duistere slaapplaats, en alles dwong tot de huisreis. Toch werd
-besloten nog eerst te onderzoeken hoever de noordelijke ijsrand zich
-uitstrekte, en voortgestuwd door een stijve bries uit het W. N. W.,
-ging de Barents nog eens noordwaarts, en ontmoette het ijs op 78°
-7' N. Br. Een hevige storm uit het Z. W. noodzaakte kommandant de
-Bruyne weder uit het ijs te sturen, en na geworsteld te hebben met
-aanhoudenden tegenwind en stormweêr viel het kleine schoenertje, dat
-zich zoo prachtig gehouden had, den 12den Oktober te IJmuiden binnen.
-
-Officieren en bemanning werden met veel warmte welkom geheeten in het
-vaderland. Hun kloeke tocht naar het Noorden werd algemeen gewaardeerd
-en Beynen was recht gelukkig dat de proeftocht zoo wel geslaagd
-was. Toch was hij de vroolijke, levenslustige jonge man van vroeger
-niet meer. Men kon bespeuren, dat de groote verantwoordelijkheid,
-welke hij, bij ijsdrang en noodweer, gevoeld had dat op hem rustte,
-hem had aangegrepen. Onbeschrijfelijke moeite kostte hem het stellen
-van zijn verslag. Hij vertoonde zich nergens, doch sloot zich op in
-zijn kamer om er aan te werken, en met compressen koud water om het
-gloeiende hoofd gebonden, poogde hij zijn verslag zoo te schrijven,
-dat het hem voldeed.
-
-"Vindt ge mijn beschrijving van ons vechten tegen het ijs niet lauw
-water?" schreef hij mij; "zeg mij toch wat ik doen moet. Er deugt
-niets van en ik was dwaas het je zoo te zenden, maar men kan van
-een vriend houden om zijn dwaasheden en zwakheden, en beschouw het
-werk, dat ik u toezend, dan ook als een sprekend voorbeeld van het
-schrijfwerk van een onnadenkenden zeeman, een onpractischen vriend."
-
-Hetgeen hij mij zond was degelijk en goed, doch er ontbrak de
-levendigheid aan, welke zijn meesleepende verhaaltrant, wanneer
-hij sprak, onderscheidde. Hij kwam een paar dagen bij mij logeeren,
-en als hij dan over zijn reis sprak en in vuur geraakte, schreef ik
-de woorden uit zijn mond op, en wat hij zocht vond hij zelf. Geen
-woord kwam er dus in 't verslag, of in zijn aardig verhaal "In
-'t Kraaiennest", dat niet uitsluitend van hem zelven was. Ik heb
-ze voor mij liggen, de potloodkrabbels, waarmede ik haastig zoo
-menig kenschetsend woord van hem opschreef, en het is me alsof ik
-het bezielde woord van den nobelen jongen opnieuw hoor. De reactie,
-welke kwam na al zijn inspanning gedurende vijf jaren, was groot, en
-het werken was hem zeer moeielijk geworden, gelijk ik mededeelde. Aan
-het einde van zijn verslag schreef hij dan ook met volle waarheid:
-"en hiermede eindig ik mijn taak als verslaggever, die mij zwaarder
-is gevallen dan de reis."
-
-Toch besloot hij dat verslag met woorden vol van de oude geestdrift, en
-'t is me of ik hem met vonkelend oog en 't fiere hoofd omhoog gebeurd,
-nog spreken hoor, als ik herlees:
-
-"Al de waarnemingen en handelingen op de Barents verricht gaven aan
-ieder aan boord het bewustzijn, dat hij eene belangrijke taak te
-vervullen had, wekte op tot bovenmatige inspanning en schonk bij
-welslagen der pogingen de voldoening van ook als Nederlander iets
-tot het natuurkundig onderzoek der zeeën te hebben bijgedragen,
-waarin andere zeevarende natiën zich in de laatste jaren zoo
-verdienstelijk hebben gemaakt. Daarin toch vindt een klein volk eene
-schoone gelegenheid om in tijd van vrede zich lauweren te verwerven,
-door veroveringen in het belang der wetenschap te maken.
-
-"Moge deze eerste tocht door meerdere tochten ook op grooter schaal
-gevolgd worden; en mochten de middelen niet toelaten om daartoe een
-stoomschip te gebruiken, laat ons dan voortgaan te doen wat door de
-Willem Barents gedaan is en ook zeggen, als de Spartaan tot zijn zoon,
-die zich beklaagde dat zijn zwaard te kort was: "Zoon, doe een stap
-nader tot den vijand."
-
-Doch den volgenden "stap nader tot den vijand" zou Beynen niet
-medemaken. Zoodra hij in het land was teruggekeerd, had de minister van
-marine Jhr. Wichers, die den heer van Erp Taalman Kip was opgevolgd,
-hem gezegd dat het varen naar het Noorden nu uit moest zijn en hij
-in 't voorjaar weder naar Indië had te gaan. Voor zijn loopbaan als
-zee-officier was dit trouwens beter, en hij gevoelde zelf dat het in
-het belang van de ijsvaart was dat meer en meer zee-officieren zich
-zouden bekwamen in die vaart. Zij die een paar reizen gemaakt hadden,
-deden dus beter plaats voor kameraden te maken, opdat ook anderen
-die leer- en oefenschool mochten doorloopen. Wij, zijn vrienden,
-raadden hem met grooten aandrang aan, geen poging te doen om den
-minister te bewegen hem nog eens verlof te geven naar het Noorden
-te gaan. Wij zagen hoe zijn gestel geleden had door die "bovenmatige
-inspanning", waarvan hij sprak en die nu jaren lang geduurd had. In
-enkele opzichten was het Noorden beter dan het Oosten voor zijn
-gezondheid, maar zijn zenuwgestel had dringend rust noodig, en geen
-groote verantwoordelijkheid moest daarom vooreerst weer op die jonge,
-gewillige schouders gelegd worden.
-
-Ik zag hoe aanhoudende hoofdpijn en slechte spijsvertering hem
-hinderden, en eens dat hij op een avond bij mij zat, stelde ik hem
-een plan voor dat mij niet verwerpelijk scheen. "Kunt ge niet wegens
-uw gezondheidstoestand een paar jaar non-actief blijven?" vroeg ik,
-"dan komt ge tot rust en kalmte. Er is een betrekking waarin gij
-gedurende dien tijd met genoegen zult werken, voor je open, en er is
-bovendien zooveel dat je nu meer dan ooit aan het vaderland boeit."
-
-De verleiding was groot, want het leed geen twijfel dat hij rust in
-een gematigd klimaat noodig had, maar rust is voor edele enthousiasten
-juist het eenige wat ze niet voor hun ideaal over hebben. "Repos
-ailleurs" is hun motto. Mijn voorstel weigerde hij in een brief,
-waaruit ik enkele woorden wil aanhalen, omdat ze hem doen kennen als
-geen andere zouden vermogen. Ze zullen zelfs den onverschilligste
-doen beseffen waarom men Beynen niet ten halve liefhad.
-
-"Mijn plicht is het te werken zoolang het dag is, en naar Indië
-te gaan. Als ik in de tegenwoordige droevige tijden (waarin de
-menschen nimmer aan anderen en nauwelijks aan zich zelf gelooven)
-rust ging nemen, terwijl het de schijn had alsof ik meer luisterde
-naar mijn belang dan naar mijn plichtbesef, dan zou ik door die daad
-verbazend veel kwaad doen aan het plantje, dat wij pas na zooveel
-moeite en met zooveel opofferingen gepoot hebben, opdat het later
-vruchten geve aan ons land. Duizenden zouden zeggen: "daar hebt ge nu
-die vaderlandlievende geestdrift! Zoodra men er munt uit kan slaan,
-verlaat men schaamteloos en zonder te blozen, den standaard, dien men
-zelf heeft opgeheven en dien men eerst zoo heilig beweerd had nimmer
-in den steek te zullen laten.
-
-"Waarlijk! mijn vriend, ik zou aan de zaak welke wij beide zoo
-liefhebben, veel, zeer veel kwaad doen, en ik geloof dat het grootste
-offer dat ik aan de Nederlandsche poolzaak brengen moet, dit is, dat
-ik het publiek de gelegenheid beneem te beweren, dat geen waarachtige
-vaderlandsliefde, maar enkel vuig eigenbelang pour parvenir de prikkel
-was, dien Nederlandsche zeelieden een beroep deed doen op den steun
-en de medewerking van het geheele volk. Neen, wij officieren, deden
-het enkel uit liefde voor ons land en ons corps.
-
-"Vooral voor jong Nederland zal een duidelijk blijkbaar geheel
-belangloos streven oneindig beter (ook in de toekomst) werken en tot
-navolging en medewerking aansporen."
-
-Ik heb lang geaarzeld eer ik deze regels uit een zeer vertrouwelijken
-brief overschreef, doch ik heb er toe besloten omdat, zonder dat ik er
-iets aan toevoeg, door ieder zal begrepen worden, dat Beynen, eer hij
-zoo kon schrijven, een groote overwinning had behaald op zich zelven,
-uit heilige toewijding aan 't geen hij zijn plicht achtte.
-
-Hij was een ridder zonder vrees of blaam. Hij overtuigde anderen
-dat het plicht was zich geheel aan het land en zijn belangen toe te
-wijden, omdat hij zelf zoo volkomen overtuigd was. Indien hij een
-profeet was van ideëel plichtsbesef, dan was hij ter zelfden tijd
-zijn eigen discipel. Hij zag in wat ons land boven alles noodig
-heeft. Als hij in dien brief spreekt van "deze droevige tijden
-waarin de menschen nimmer aan anderen en nauwelijks aan zich zelf
-gelooven," dan legde hij den vinger op de wonde, dan duidde hij de
-ziekte der natie aan, waartegen hij wilde reageeren, terwijl ze hem
-deed lijden. Onverschilligheid en kwaaddenkendheid moeten overwonnen,
-en het volk weer innig doordrongen worden van hetgeen het den staat
-verschuldigd is; het moet zijn vrijheid, zijn onafhankelijkheid
-waardeeren, gelijk men het zijn gezondheid doet, en niet de dagen
-van ziekte en zwakte afwachten om er voor te zorgen. De vrijheid
-heeft twee stemmen, die der bergen en die der zee, en aan die der
-zee moeten wij de verlevendiging van ons nationaal bewustzijn vragen.
-
-Professor Helmholtz schreef eens dat een microscopist, als hij
-dieper en dieper in de geheimen der natuur doordrong, ten laatste
-op een standpunt kwam, waar hij meer aandacht moest vestigen op
-het instrument dat hij gebruikte, dan op de voorwerpen welke hij
-waarnam. Dan behoorde hij al zijn geestesgaven aan te wenden om het
-instrument te verbeteren, om de lensen duidelijker en helderder te
-maken, en hun vermogen te vergrooten.
-
-Wij hebben in ons vaderland, dat reeds veel gedaan heeft, geloof ik,
-dat standpunt bereikt. Het komt er op het oogenblik meer op aan om
-het volk, dat het instrument is waarmede gewerkt wordt, nieuw leven,
-frissche kracht, verjongd geloof in zich zelf bij te zetten, dan om
-meerdere kennis te veroveren. Laat men geen volk ongelukkig noemen
-voor den dag van zijn dood, want er zijn altijd nog duizende kansen
-op geluk, op herstel, en het voorbeeld door Beynen gegeven zal ons
-wellicht een van die kansen doen aangrijpen.
-
-Wanneer de breede stroomen, die ons vaderland het aanzijn gaven,
-roerloos en zwijgend in de winterboeien liggen, zou iemand die de
-kracht der lentezon niet kende, geneigd zijn te gelooven dat ze voor
-goed versteend zijn. Doch plotseling hoort men een donderenden klank
-als van kanonvuur; het ijsveld kraakt en breekt, en 't water met
-zijn boeien spelend, stroomt vroolijk, tintelende in het zonnelicht,
-weer naar de zee.
-
-Geweld noch toorn baat iets tegen het ijs dat rivieren stremt, maar
-vast geloof in 't rijzen van de voorjaarszon, en in den vloed der zee
-die vrij maakt, dwingt tot geduldige volharding, en noopt ons alles
-in gereedheid te brengen tegen dat de dooi begint.
-
-Wil men diezelfde heerlijke uitkomst voorbereiden in 't vaderland,
-en zijne burgers, die door langen voorspoed zijn geboeid, de lendenen
-weer doen omgorden tot nieuwe krachtsinspanning, dan moet men evenmin
-met toorn, schimpen en geweld aan 't werk gaan. Dan moet men niet te
-veel critiseeren en afkeuren, niet te veel klagen en gispen, maar
-met woord en daad hen helpen, die op frissche bezielende wijze het
-goede voorbeeld geven.
-
-Er is zeker wel niemand die zijn land lief heeft en aan de toekomst
-zijner kinderen denkt, die zich niet soms diep ontmoedigd gevoelt,
-en klaagt over veel dat in onze maatschappij, en de toestanden van
-ons vaderland verontrustend schijnt. Er is een zekere matheid en
-vermoeienis, een sleur, een onverschilligheid en gemakzucht welke
-vele edele kiemen verstikken. Hier en daar ziet men bewijzen van een
-geest die niet goed is, van een zelfzuchtige begeerte om de toekomst
-voor zich zelve te laten zorgen, en niet bij tijds te waken voor de
-krachtsontwikkeling van het volk en de verdediging van het land, voor
-alles wat het zelfvertrouwen, het geloof en de hoop onzer kinderen
-kan versterken.
-
-Wanneer wij, die gelooven dat kleine, onafhankelijke staten het
-zout der Europeesche volkerenfamilie zijn, en bolwerken vormen van
-gewetensvrijheid en geloof in hooge beginselen, zien en ondervinden
-dat in alle standen menigeen niet beseft dat krachtsinspanning en
-eindelooze strijd noodig zijn, om de oude vlag fier te handhaven, dan
-zouden wij bijna ontmoedigd worden. Doch dit willen we niet, dit zullen
-we niet. We moeten niet gispen en klagen en veroordeelen en aan anderen
-de schuld geven; neen, we willen opbouwende kritiek. In plaats van
-enkel af te keuren wat verkeerd is willen we hen aanmoedigen, steunen
-en bewonderen die hun plicht doen, die den staat met hunne schouders
-steunen, die het ideaal eeren, die hun volk tot beweegkracht strekken.
-
-Wanneer men het volk Jan Salie scheldt, dan denkt ieder aan zijn
-buurman en niet aan zichzelf, en de berisping gaat als een galmend
-gerucht over onze hoofden. Doch als men Jan Cordaat eert en prijst,
-dan steekt men de hand in eigen boezem en erkent men: "hij is mijn
-meerdere, hij zij mij tot voorbeeld."
-
-Moge Beynen's toewijding aan zijn plichtgevoel, aan zijn vaderland dan
-ook velen opwekken om hem na te volgen, en moge het aantal jonge mannen
-groot worden die eens met eerbied voor zijn streven zullen zingen:
-
-
- "Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint
- "En wij minnen eens 't land zooals hij 't heeft bemind." [11]
-
-
-De brief, welks bewoording tot deze opmerkingen aanleiding gaf, deed
-mij inzien dat elke verdere poging om te verhinderen dat Beynen naar
-Indië ging, vruchteloos zou zijn. Ik vroeg hem of hij een geneesheer
-wilde raadplegen, en hierop antwoordde hij: "Ik heb een geneesheer
-over mijne oogen geraadpleegd, het eenige wat mij zorg baart; ik
-zal overigens voor mijn gezondheid zorgen, dat beloof ik je. Ik wil
-niet als een wrak uit Indië terugkeeren, en gevoel mij werkelijk
-nog als een hecht en sterk scheepje dat voor vele diensten gebruikt
-kan worden. Doch die hoofdpijnen moeten overwonnen. Ik ga daarom
-mijn trouwe vriendin, de zee, om hulp vragen. Het geheele verhaal
-van den tocht van de Barents ging heden middag in zee, en daarmeê
-viel mij een zware steen van 't hart. Om geheel frisch naar Indië
-te vertrekken, en koning en vaderland daar goed te kunnen dienen,
-ga ik van 27 Januari tot 14 Februari met een Nieuwedieper sloep beug
-visschen. Het is een heerlijk vooruitzicht onze visschers te leeren
-kennen en in hun midden op zee nieuwe kracht op te doen."
-
-Toen hij van dien tocht met de Pernisser visschers terug was gekomen
-en voor het laatst bij ons dineeren kwam, vertelde hij na den eten
-bij mij aan huis, op zijn eigen levendige aanschouwelijke wijze,
-met geestdrift aan mijn jongens zijn wedervaren. Ik had toen met
-potlood haastig het meest kenschetsende van zijn verhaal genoteerd;
-dit vulde ik aan met wat hij mij, terwijl we op het dek van de Koning
-der Nederlanden 's avonds heen en wederliepen, nog mededeelde. Hij
-had zelf een en ander van zijn tocht opgeteekend, en uit Napels en
-Indië zond hij mij in een paar brieven nog bijzonderheden omtrent de
-wijze van visschen en de inrichting van het schip.
-
-Dus kwam het volgende verhaal in de wereld, dat ik slechts geredigeerd
-heb, doch dat trouw Beynen's eigen woorden wedergeeft.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-'S WINTERS OP DE NOORDZEE.
-
-(VERHAAL VAN BEYNEN)
-
-
-Het is een gure Februarinacht in 1879. Dezelfde grauwe lucht, welke
-zich weken lang over Nederland welfde, hing kil en somber boven de
-Noordzee. Dezelfde Oostenwind, die onze vaarten en kanalen met ijs
-bedekte, floot snerpend en fel door het want van de schoenersloep
-Castor, schipper Albert Koster Hzn., die midden in de Noordzee bij
-de Doggersbank de golven kliefde, en uit was op de beugvisscherij.
-
-Het was fel koud. Het dek was eenzaam en verlaten. Er was een man op
-den uitkijk en de roerganger stond op zijn post. Ik had op en neer
-loopend mij pogen te verwarmen, toen ik gewaarschuwd werd dat het
-avondeten gereed was.
-
-Langs een steil laddertje daal ik in een oogenschijnlijk donkeren
-afgrond, en, als ik weêr vlakken bodem onder de voeten voel, bespeur
-ik dat ik in een klein, rookerig, onbeschrijfelijk warm vertrek ben,
-waarin een aan koperen kettingen slingerend lampje te vergeefs beproeft
-een zwak lichtschijnsel te werpen.
-
-Een oogenblik aarzel ik een stap verder te doen en blijf aan den
-voet van 't laddertje staan, daar het mij een onbegonnen werk scheen,
-om plaats te zoeken in dit lage, berookte, met visschers volgepropte
-verblijf, waar ik geen voet dacht te kunnen verzetten zonder iemand of
-iets ongerief te veroorzaken, doch toen mijn oogen een weinig aan den
-rook en de duisternis begonnen te wennen, en ik aller blikken op mij
-gericht zag, nam ik het besluit, een wanhopende poging te wagen. Ik
-greep stevig de onder het bovendek gespannen touwen vast, en, juist
-toen het scheepje een valschen kaaier maakte, liet ik mij neervallen
-op de knieën van een der rustig hun pijpje rookende visschers.
-
-Verontschuldigingen werden gemaakt noch verwacht. Men knikte mij toe
-en schoof een weinig op, en werkelijk er bleek nog plaats voor mij
-te zijn op een leege scheepskist.
-
-Gaandeweg begin ik mij rekenschap te geven van hetgeen ik zie.
-
-In het midden staat een lage platte kachel, die tot kombuis dient
-en waarover een plank wordt gelegd, wanneer ze als tafel gebruikt
-wordt. Boven de kachel hangt het heen en weer slingerend olielampje en
-rechts een ronde Amerikaansche scheepsklok.--Uit rook en schemering
-komen enkele fiksche geuzenkoppen aan het licht, naarmate het lampje
-recht of links slingert. Een twaalftal flinke, breedgeschouderde
-visschers zitten op lage scheepskisten rakelings om en tegen de
-kachel, terwijl ze met den rug leunen tegen hun slaapplaatsen, die
-voor allerlei benoodigdheden tevens tot bergplaats dienen. Dit werd
-ik gewaar, toen ik den ouden kok met de grootste voorzichtigheid,
-geheel gekleed, uit zijn kooi zag kruipen, wat hem bijzonder moeielijk
-gemaakt werd door de acht zakken met victuali, welke het grootste
-deel der ruimte in beslag namen. Doch een zeeman weet zich te behelpen.
-
-Bij elke slingering van het scheepje schommelden en zwaaiden links
-en rechts tallooze oliepakken, zuidwesters en zeelaarzen, die tegen
-de zwart berookte wanden waren gehangen.
-
-Schijnt een en ander ook minder frisch in dit volgepropte hokje,
-waar we het avondeten gingen gebruiken, dan is dit zeker in geen
-enkel opzicht het geval met de gezonde, trouwhartige gezichten,
-die mij van alle zijden vriendelijk toeblikken. Wanneer die kloeke,
-krachtige mannenkoppen met hun zuidwesters, stoppelbaarden en
-neuswarmertjes--gelijk ze hun korte pijpen noemen--achtereenvolgens
-in den rookdamp zichtbaar worden, verbeeldt men zich onwillekeurig
-verplaatst te zijn te midden van een groep zeevolk uit de 16de eeuw.
-
-Die jonge flinke figuur, met het breede litteeken boven het
-linkeroog--herinnering aan een gevecht met een naijverigen Engelschen
-visscher--is de schipper van het vaartuig, het hoofd van ons allen,
-mijn vriend Albert Koster.
-
-Hij is 26 jaar oud en zwalkte al 15 zomers en winters onafgebroken
-rond over de zilte wateren, waarop hij zich steeds deed kennen als
-een ervaren visscher, deed eeren als een kloek zeeman.
-
-Toen Albert Koster vijf jaar geleden trouwde, was hij reeds als een
-knap visscher bekend, en schitterde bij feestelijke gelegenheden op
-zijn borst de groote zilveren medaille, welke hem voor het redden
-van schipbreukelingen geschonken was.
-
-Wilt ge weten door welke heldhaftige daad Albert die medaille verkreeg?
-
-'t Was op een stormachtigen najaarsdag dat de vischsloep, waarop Albert
-als matroos voer, onder dichtgereefde zeilen langs een masteloos
-wrak dreef, welks gezagvoerder--een vreemdeling--te vergeefs om
-hulp smeekte. De woeste stortzeeën sloegen reeds van alle kanten met
-donderende slagen en stooten over het wrak heen, en Albert's schipper
-durfde zijn vaartuig niet aan bijna gewissen ondergang ten prooi geven,
-door het zinkende schip nabij te komen.
-
-Het was een wanhopig gevoel voor iemand als Albert, geen hulp te
-kunnen verleenen en machteloos toe te zien dat zeelieden overwonnen
-wierden door den oceaan, en voor zijn oogen zouden verdrinken. Hij en
-een kameraad boden zich dan ook aan, om in de kleine jol de hooge zeeën
-te gaan trotseeren en naar het wrak te roeien, om de schipbreukelingen
-te redden. De zee stond echter zoo hol dat de schipper nadrukkelijk
-dit waagstuk verbood.
-
-Tranen van smart en spijt stonden den koenen zeelieden in de oogen,
-toen eindelijk de vreemde kapitein, om een laatste beroep te doen op de
-Hollandsche visschers, zijn tweejarig dochtertje in de armen nam en,
-tegen de verschansing opklouterend, haar omhoog hield. Nauwelijks was
-het kleine kind gezien of Albert en zijn vriend sneden de sjorringen
-los, lieten de jol te water, en roeiden over de razende golven naar
-het wrak, van waar zij in twee tochten de geheele bemanning redden. De
-zeeman, die dit deed, is Albert.
-
-Naast hem zit de oude, ervaren stuurman Leen Ketting, met zijn eerlijk,
-verweerd gelaat, die reeds een halve eeuw de stormen der Noordzee
-heeft getrotseerd, en daarop dan ook thuis is, als in de straten van
-zijn dorp.
-
-"Die ouwe man is altijd bezorgd," pleegt Albert schertsend te zeggen,
-en naar mijn inzien was het recht verstandig gehandeld toen de
-doortastende jonge schipper zoo'n bekwamen, zorgvollen stuurman tot
-rechterhand koos.
-
-Leen Ketting en de 65-jarige kok Jan Noordzij, die al in '30 als
-vrijwilliger meê uittrok en twee jaar op 't fort Bath diende, zijn de
-eenige oude visschers aan boord, en het overige jonge volk is het nooit
-moede om naar de tallooze verhalen en zeemanslegenden te luisteren,
-waarvan zij beiden een schier onuitputtelijken voorraad bezitten.
-
-Een der visschers, Berthie genaamd, is een Vlaardinger, de overigen
-zijn allen van Pernis op IJselmonde, een sierlijk dorpje, welks
-bewoners reeds eeuwen geleden als stoute, ondernemende visschers
-vermaard waren.
-
-Van oudsher stonden de Pernissers bij het zeevolk als bijzonder
-godsdienstig bekend, en het tegenwoordig geslacht eert ook in dit
-opzicht de nagedachtenis der vaderen door hun voorbeeld te volgen.
-
-De dagen, dat er niet gevischt wordt, houden zij elken avond eene
-korte godsdienstoefening, en des Zondags (op welken dag zij nimmer
-visschen) heeft dit bovendien ook 's morgens plaats.
-
-Daar wij niet vischten, maar naar de vischgronden zeilden, had heden
-de gewone godsdienstoefening eenvoudig en ernstig plaats.
-
-Twaalf in linnen zakjes geborgen bijbels worden rondgedeeld, en als
-de hoofden ontbloot zijn, leest Albert een psalm voor, die weldra
-door allen wordt aangeheven.
-
-Berthie leest daarop een kapittel uit het Evangelie van Johannes;
-er wordt opnieuw een psalmvers gezongen en de schipper besluit de
-plechtigheid met een toepasselijk gebed uit de Godvreezende Zeeman
-of de Nieuwe Christelijke Zeevaart, waarvan in 1725 de vijfde druk
-te Amsterdam het licht zag.
-
-Nadat de bijbels opgehaald en weggeborgen zijn, gebiedt Albert:
-"Bidden, kleine Jan," en hoewel ik te vergeefs moeite doe, den
-aangesprokene op den donkeren achtergrond te ontdekken, hoor ik een
-zwakke slaperige kinderstem halfluid het "Onze Vader" bidden, waarna
-het avondeten wordt opgedischt.
-
-Heden bestaat het maal uit gebakken visch, welke gevolgd wordt door een
-mengsel van gort en stroop, dat met bier tot eene soort soep is bereid.
-
-Aan het eerste gerecht geef ik de voorkeur, en volg het algemeene
-voorbeeld om uit een grooten, op de kombuis staanden, vertinden koperen
-schotel een moot visch te pakken, wanneer ik spoedig de verrassende
-ervaring opdoe, dat men gebakken visch, wil men er goed van smullen,
-uit de hand moet eten.
-
-Borden, vorken of messen zijn dan ook aan boord eene ongekende weelde.
-
-De gekookte visch met aardappelen eet men uit van teen gevlochten
-langwerpige mandjes en de cement (snert), boonen of biergort uit
-groote ronde houten nappen.
-
-Niet de reeders, maar de visschers zelven zorgen op de Pernisser
-sloepen voor hun proviand, die uit geen karige beurs gekocht wordt.
-
-De voeding is krachtig en de verschillende artikelen zijn van de beste
-hoedanigheid, waardoor het verklaarbaar wordt, dat de visschers dagen
-en nachten achtereen hun moeielijk bedrijf bijna onafgebroken kunnen
-blijven voortzetten, zonder er bij te bezwijken.
-
-In den zomer bestaat het eten voornamelijk uit aardappelen, rijst,
-gort en spek, en in den winter uit meelpudding, bruine boonen, groene
-erwten en visch, terwijl in November elke sloep een vet varken van
-plus minus 600 pond slacht, waarvan elke reis een gedeelte wordt aan
-boord genomen.
-
-Na het avondeten wordt de wacht aan dek (die overdag meestal uit één,
-'s nachts uit twee man bestaat) afgelost, en velen gaan naar kooi,
-anderen rooken hun pijpje of spelen domino--het eenige spel dat
-veroorloofd is, daar kaarten door den schipper niet aan boord geduld
-worden.
-
-Toen de Castor de Doggersbank begon te naderen, werd om het half uur
-het lood over boord geworpen. De roerganger laat daartoe het scheepje
-even aan den wind loopen; de flappende zeilen schudden dien wind van
-zich af; de korte zeeën stoppen in enkele minuten de vaart--en het
-25ponds lood heeft spoedig de diepte doen kennen.
-
-Op ongeveer 56° N. Br. ligt de Doggersbank, door de visschers "'t
-Zand" genaamd. Zij heeft eene peervormige gedaante en strekt zich in
-Z. Z. W-lijke en O. N. O-lijke richting uit. De westelijke helft is
-het breedste gedeelte.
-
-De diepte neemt van het Westen naar het Oosten vrij geleidelijk toe
-van 9 tot 28 vaâm, wat den visschers het middel aan de hand geeft om
-te bepalen waar zij op de bank zijn.
-
-In hoe korter tijd men "'t Zand" over is en hoe grooter diepte men
-loodt, des te oostelijker bevindt men zich, en een verschil van één
-vaâm in diepte wordt gerekend een verschil in lengte van 4 mijl aan
-te geven.
-
-De Castor liep op 16 vaâm de bank over en had heden, op den avond
-van den 2den Februari, de groote Visschersbank, die benoorden "'t
-Zand" op 56° 30' N. Br. ligt, bereikt, waar zij onder klein zeil om
-de Oost bleef drijven, daar de visscherij eerst na middernacht een
-aanvang neemt.
-
-De overige mannen begaven zich nu ook ter rust, want het zijn
-vermoeiende dagen, die in aantocht zijn, wanneer men hard werken moet
-en slechts weinig slaap bekomt.
-
-Er worden geen andere visschers in den omtrek gezien, en het doet
-goed de reden hiervan te hooren. Alléén onze Hollandsche beugers
-durven in het hartje van den winter hun beug in zulk diep water neer
-te laten of "te schieten", gelijk onze visschers zeggen. Overal op
-de Visschersbank vindt men ongeveer 40 vaâm water en er is slechts
-één plekje, waar niet meer dan 26 vaâm staat, waarom het dan ook bij
-ruw weer door de zeelui zooveel mogelijk wordt vermeden, want het is
-genoeg bekend hoeveel arme visschers juist daar schip en leven lieten.
-
-Meer dan ergens anders kan de zee hier spoken en razen, en de
-visschersverhalen spreken van verbazende grond- en stortzeeën, die het
-ongelukkig daartusschen verzeilde vaartuig van alle kanten bestoken
-en onderdompelen, en de kleine vischsloepen door water overstelpt
-doen zinken.
-
-Het is nu één uur 's nachts geworden, en Albert heeft zich naar dek
-begeven, en laat Berthie, die aan het roer staat, dit even aan lij
-draaien om de diepte te looden. Ik was met hem op dek gegaan om het
-lood uit te werpen.
-
-De nacht is bijzonder donker; grauwe zware luchten verbergen achter
-een loodkleurigen sluier het licht van maan en sterren, en ontnemen
-aan de geheele omgeving zelfs de geringste kleurschakeering.
-
-Het vriest sterk, en de droge Oostenwind, door niets in zijn vaart
-gestuit, waait doordringend koud over het lage open scheepje, dat
-stampt en slingert op de hooge golven.
-
-"Zeven-en-twintig vaâm!" zegt Albert met een huivering tot Berthie;
-"dit heb ik hier nog nooit geworpen, acht-en-twintig is steeds het
-minste geweest!"
-
-Berthie zwijgt, want hij weet dat de Castor zich op dit oogenblik op
-de gevreesde plek der Visschersbank bevindt, waar, nog pas vier jaren
-geleden, ook Albert's vader is gebleven te gelijk met den vader en
-de beide broers van Harmens, die nu rustig omlaag ligt te slapen.
-
-'s Avonds was de sloep nog gezien, maar 's nachts had het al heel boos
-gewaaid en 's morgens had men te vergeefs naar de Pernisser uitgekeken,
-waarvan men nimmer meer taal of teeken vernam.
-
-Albert heeft ook geen woord meer gezegd, maar is stilzwijgender dan
-ooit omlaag gegaan, waar hij tot twee uur in het vóóronder bezig is
-om met behulp van "kleine Jan" het aas voor de hoeken klaar te maken.
-
-Het aas bestaat uit zoogenaamde prikken of negenoogen (petromyzon
-fluvialis), kleine alen 0.3 meter lang, die op onze bovenrivieren
-zich in stroomend water onder groote steenen vastzuigen, en van daar
-naar Vlaardingen of Pernis worden afgevoerd.
-
-Zij zijn zeer duur, tegenwoordig een schelling het stuk, maar de
-kieskeurige kabeljauw is er bijzonder fel op, en onze visschers
-kunnen er in dezen tijd van het jaar niet buiten, al is er ook veel
-zorg noodig om ze in het leven te houden.
-
-Zij moeten daartoe in zoetwater worden meêgevoerd in een grooten
-warbak, waarin het water aanhoudend in beweging moet gehouden worden,
-want anders zuigen zij zich in zeer korten tijd tegen de wanden
-aan dood.
-
-Op zee is de beweging van het schip hiertoe voldoende, maar zoodra het
-vaartuig stil ligt, moet "kleine Jan" polsen, dat is, midden op den
-warbak staande, uren achtereen met twee stokjes in het water roeren.
-
-"Kleine Jan," 12 jaar oud, klein voor zijn leeftijd, met een zuidwester
-op en een oliepak aan, is een gewichtig en onmisbaar persoon aan boord.
-
-Het is verbazend wat zoo'n dreumes dagelijks verricht.
-
-Hij staat om één uur te gelijk met den schipper op, en doodt de
-prikken, voordat Albert ze in gelijke stukjes snijdt.
-
-De Vlaardinger jongens doen dit, door het dier in den kop te bijten,
-maar "kleine Jan" vindt dat te bitter en slaat ze liever, eerst met
-den kop en dan met den staart, tegen den ijzeren kombuisrand dood.
-
-Daarna zet "kleine Jan" koffie, port het volk, veegt het logies aan,
-vult den kolenbak, onderhoudt het vuur, helpt het vischwant klaren,
-zorgt voor de prikken, kookt het eten, zet de thee en bidt hardop,
-"want anders zou de jongen het Onze Vader heelemaal vergeten," zeggen
-de visschers.
-
-Het aas, dat "kleine Jan" gereed maakt voor de haken, is verschillend
-in winter, voorjaar en zomer. Men moet den smaak van koning kabeljauw
-raadplegen.
-
-Van half October tot Februari bezigt men hiertoe prikken en
-gezouten sardijnen, en daarna tot Paschen versche haring, bij Tessel
-gevangen. 's Zomers bezigt men aan den Helder gevangen en in tonnen
-gezouten geep.
-
-Zoodra Albert het versneden aas in negen bennetjes gelijkelijk heeft
-verdeeld, staat het volk op, kruipt door een schuif uit het logies naar
-"het deken," waar ieder visscher voor zijn eigen bak het ontvangen
-aas aan de hoeken gaat slaan.
-
-Vóór zich steekt hij in het scheepsboord een ouderwetschen
-"kaarssteker," waarin een vetkaars brandt, en naast zich heeft hij
-een mand, waarin 20 lijnen liggen, waaraan hij het aas moet slaan,
-welk werk het azen van de beug heet.
-
-Doch wat is "het deken," wat is "de bak" en wat "de beug?" zal
-menigeen vragen.
-
-Om te weten wat "het deken" is, volge men de visschers slechts uit
-het volkslogies voor in het schip naar het dek. Het is een vreemd
-schouwspel. Vlak bij de donkere zwarte zee is het dek van de schoener,
-welke een zeer lage verschansing heeft. Die geen zeemansbeenen heeft
-en zich niet weet vast te houden, loopt allerlei slechte kansen aan
-boord van zulk een visscherssloep. Dit zeg ik niet om kwaad te spreken
-van de Castor, want het is een sieraad onzer visschersvloot, en een
-handig, goed zeehoudend, snelzeilend vaartuig, doch zijn inrichting
-is niet voor vervoer van passagiers geschikt!
-
-Hoofdzakelijk bestemd om de gevangen visch (kabeljauw, ijlbot,
-lengvisch en schelvisch) versch aan te brengen, is het geheele
-middengedeelte van het vaartuig in beslag genomen door de bun,--een
-grooten, gedeeltelijk door de zijden van het scheepje zelf gevormden
-bak, waarin het zeewater door tallooze gaten naar binnenstroomt,
-zoodat het water even hoog den bak vult als het vaartuig diep ligt.
-
-Aan weêrszijden van deze bun is eenige ruimte overgebleven, welke "het
-deken" genoemd wordt, waar men het vischtuig bergt en de visschers
-de beug in gereedheid brengen, voordat zij in zee wordt gezet.
-
-Daarachter heeft men de ijskamer, die bestemd is om de in de bun
-gestorven visch in het ijs voor bederf te bewaren, welk ijs in
-groote brokken aan boord gebracht, eerst in den ijsmolen moet worden
-fijngemalen.
-
-De beug, welke de visschers nu bezig zijn gereed te maken, is een van
-vischhaakjes of hoekjes voorziene dunne lijn, die met tien dreggen
-op den bodem der zee wordt vastgelegd.
-
-Zij wordt verdeeld in 9 of 10 "bakken"; een bak bestaat uit 20 lijnen
-elk 75 meter lang en voorzien van 23 fijne dwarslijntjes (0.5 meter
-lang), sirennen genaamd, elk met een vischhaakje aan 't uiteinde.
-
-De beug, die stijf wordt uitgezeild, is dus 15.000 meter lang, ongeveer
-den afstand tusschen Leiden en den Haag, en er zijn 4500 hoeken aan.
-
-Om de ligging der beug aan te geven, heeft men boven iedere dreg op
-zee een houten boei drijven, "joon" genaamd, die door de "baaklijn"
-met de dreg is verbonden.
-
-Op de jonen prijken vlaggetjes, die door vorm en kleur onderling
-verschillen, en waarvan enkele, bij mistig weer, door lantaarns
-worden vervangen.
-
-Hierdoor is de schipper ten allen tijde in staat te zien, op welke
-hoogte der beug hij zich bevindt.
-
-Het azen duurt ongeveer twee uur; ieder heeft de handen vol en er
-wordt weinig bij gepraat. De beugvisscher is rustig en bedaard, en,
-onder het werk, zelden of nooit luidruchtig vroolijk, maar hij is
-met geheel zijn hart bij wat hij verricht, wetend dat een verkeerd
-aangeslagen aas den visch verjaagt.
-
-De visscher, die met zijn lijnen klaar is, gaat een kommetje koffie
-drinken en tegen vier uur roept de schipper "alle handen" aan dek,
-om de beug over boord te zetten.
-
-Nu begint "het schieten van de beug," dat is het uitzeilen van de lijn,
-welke 15.000 meter lang is en op den bodem geankerd moet worden.
-
-De schipper beslist of weer en wind kans geven dat de beug zal worden
-ingehaald. Het is altijd mogelijk de beug te schieten, doch het inhalen
-is oneindig bezwaarlijker en de geheele beug kan dan verloren gaan,
-een verlies dat de visschers zelve te betalen hebben.
-
-Wat tot het uitzetten en inhalen der beug noodig is kan wellicht
-slechts een zeeman naar waarde schatten, en toch is het goed een
-poging te doen, om onze broeders op het land eens te doen beseffen,
-wat voor flinke kerels onze zeelieden zijn, over welke krachten ons
-vaderland nog kan beschikken.
-
-Hoe mijn vrienden van de Castor dag aan dag, week aan week, werken
-en durven, blijkt als men nagaat wat ze doen.
-
-In anderhalven dag zeilen ze bij redelijk weder naar de vischgronden.
-
-Daar aangekomen, azen ze de beug, die om vier uur 's nachts wordt
-uitgezet.
-
-De schipper zelf grijpt het roer en dwingt met de zeilen de sloep met
-een 2 of 3 mijls vaart te loopen. Een gedeelte der bemanning is dus
-steeds bezig aan de zeilen, met het bijzetten of wegnemen van stagzeil,
-met halen en trekken. Anderen, en dat wel de voornaamste visschers,
-werken aan het overboord zetten van de lijn met al zijn haken. Een
-hunner brengt zijn bak aan, waarin de twintig van aas voorziene lijnen
-zoodanig liggen opgerold of opgeschoten, dat zij zonder stoornis of
-in de war te geraken, kunnen uitloopen.
-
-De eerste bak wordt aan stuurboord achteruit op het boord gesteld,
-zoodat hij gedeeltelijk over de lage verschansing heen steekt.
-
-Het is een schilderachtige groep, die de visschers vormen op het
-achterdek, wanneer zij aan hun ijskoud, verkleumend werk bezig zijn,
-staande in het water, over de zee gebogen, terwijl de oostenwind hen
-om de ooren snijdt, en het kille zeewater, vele uren lang, hun langs
-de handen en armen druipt.
-
-Ze zijn gekleed in rood baai, waarover ze een donker "kiesjak," een
-boezeroen en een wambuis dragen. Verder hebben ze een bij de knie
-opgebonden broek van donkerblauw baai, twee paar sajetten kousen en
-klompen aan. Wanneer het sneeuwt of regent of boos weêr is, gelijk nu,
-vervangen de zeelaarzen de klompen, en wordt de "oliekas" aangeschoten,
-zooals ze hun gele geoliede kiel noemen.
-
-Ze zijn echter zoo hard en aanhoudend aan het werk, dat ze vaak niet
-voelen hoe koud het is. De eene bak met lijnen na den anderen wordt
-achteruitgebracht, en de daarin opgeschoten lijn uitgezeild. Elke
-visscher heeft zijn werk. De een zorgt voor de dreggen of ankers,
-die moeten gezonken worden; een tweede voor de jonen, met de daarbij
-behoorende vlaggetjes of lantaarns; een derde voor het tijdig wegnemen
-der afgeloopen bakken, en het aanbrengen van nieuwe; een vierde
-waakt er voor dat de lijn steeds in orde is en klaar uitloopt, een
-vijfde houdt de lijn van tijd tot tijd even aan, gelijk een jongen
-die een vlieger oplaat, om te zorgen dat zij stijf en strak wordt
-uitgezeild. Wanneer de eerste bak geregeld is uitgeloopen, wordt
-geroepen: "andere bak!" en het uiteinde van de beuglijn wordt aan de
-tweede dreg gebonden, te zamen met de baaklijn en joon, welke toonen
-hoe de lijn over den bodem van de zee ligt, en met de beuglijn van
-den tweeden bak, die snel in de plaats van den eersten bak geschoven
-wordt. De lijnen van dezen bak liggen dus met haar tal van zwevende
-hoeklijnen op den bodem der zee geankerd, en zoo worden alle lijnen
-gezonken, totdat de geheele beug geschoten is.
-
-Terwijl de visschers dus werken, en anderen telkens zeil meerderen
-of minderen, volgens bevel van Albert, wordt de groep der over de
-verschansing gebogen visschers verlicht door de lantaarn, welke kleine
-Jan ophoudt, om te waken dat de lijn klaar uitloopt. Het geel-roode
-licht valt op de van den bak afschuivende bochten der beuglijn,
-en Harmens ziet toe dat dit behoorlijk geschiede.
-
-Er is geen ander licht als dit kleine lantaarntje, dat een eigenaardig
-schijnsel werpt op de groep breedgeschouderde visschers. Er is nog
-geen vin te zien. Het blijft donker grauw weêr, guur en koud, doch
-de zee is niet langer kleurloos, want de lange golven lichten, met
-een blauwen phosphorischen glans en een soort van paarsch blauw vuur,
-met gele vonken en tinten van gloeiend paarlemoer.
-
-Te vier uur begonnen, is het leggen der lijn, na drie uur zeilens,
-om zeven uur afgeloopen, en men kan naar het begin der lijn
-terugkeeren. Albert laat nu alle zeilen bijzetten, om tegen de beug
-op te werken en weer op de plek te komen, waar de eerste dreg in zee
-is gelaten.
-
-Terwijl in iets meer dan een uur het schip dus terugzeilt, schaften
-de visschers. Het morgeneten bestaat uit bruine boonen of cement,
-waarbij koffie wordt gedronken. We eten volop, want de eerstvolgende
-maaltijd heeft eerst plaats als de beug gelicht is, wat van avond
-op zijn vroegst om 8 uur plaats zal hebben. "De eerste joon is in 't
-zicht!" we vliegen op dek, en met van haken voorziene stokken wordt
-de joon aan boord gehaald met de baaklijn, en de daaraan bevestigde
-dreg, waardoor wij het begin van de grondlijn in handen krijgen. Nu
-beginnen wij allen met frisschen moed aan het lichten van de beug,
-aan het inpalmen van de zware 15.000 meter lange lijn.
-
-Het is dag geworden, en als het zeer helder is, kan men met het bloote
-oog de drie of vier volgende jonen (of beter gezegd, haar vlaggetjes)
-in de verte op de golven zien dansen.
-
-Doch heden is het mistig, de lucht is betrokken, de koude fel, en we
-zien slechts één vlag.
-
-In het midden van het schip staan tegen boord drie visschers, die,
-elkander aflossend, de grondlijn inpalmen en de visschen omhooghalen,
-want de vangst is goed. Terwijl we de beug uitzetten en er tegenop
-zeilden, heeft het aas aan de haken de zeebewoners gelokt.
-
-De Castor is op den rand van de Visschersbank, en wat zou men een
-geweldigen strijd om het bestaan aanschouwen, indien men door het
-donkere water in de diepte kon zien. Doch men kan zich toch een
-denkbeeld vormen van hetgeen daar, in den zwarten afgrond van water
-onder ons, plaats grijpt. Welk een strijd op leven of dood wordt er
-gevoerd! De visschen zwemmen op den rand van de bank de diepte in en
-uit, en het krioelt er van allerlei soorten.
-
-Als de lijn omhoog wordt gehaald, galmt een der visschers:
-
-
- "Daar komt er een!"
-
-
-en een schelvisch komt het eerst naar boven. Toen de schelvisch de
-oppervlakte naderde, zag men op den blinkenden rug doffe plekken
-zonder schubben.
-
-"Hier zit kabeljauw!" roept de visscher. "Ze hebben de schelvisch
-beet gehad en hij is maar krap aan hun bek ontkomen."
-
-Even later klinkt het weêr: "daar komt er een!" en aan het wilde rukken
-en trekken aan de lijn voelt de visscher dat er een groote visch aan
-spartelt. Weldra schemert een zilverwitte vlek in het water. De witte
-schim vlucht links en rechts, doch neemt meer en meer den vorm van
-een kabeljauw aan, en een met een schepnet gewapende visscher vangt
-hem op in het water.
-
-Als de kabeljauw op het dek wordt geworpen, ziet men dat hem geheele
-stukken uit het lijf zijn gebeten. Deze gaten zijn gemaakt door nog
-grooter visschen of door de zeewolven.
-
-Wij hebben eens zulk een zeewolf aan boord gehad. Hij was zoo groot
-als een kleine zeehond en had scherpe, fijne tanden, en een gladde,
-glanzende huid.
-
-Alleen de ijlbotten hebben zelden of nooit beten. Ze schijnen door
-snelheid aan de visschen, en door plat langs den bodem te fladderen,
-aan de zeewolven te ontkomen.
-
-Soms wordt een kabeljauw opgetrokken met een schelvisch in den bek,
-die er slechts met den staart uitkomt. "Hij heeft zich door een
-schelvisch laten bedotten!" zegt de visscher. Toen hij het dier
-ophapte, heeft het haakje, dat de schelvisch vasthield, hem in den
-kop of onder de vinnen gepakt.
-
-Van den schelvisch, welke in den bek van den kabeljauw geweest is,
-"zijn we vies," verklaart de visscher die den kabeljauw van de
-beug afneemt, en den schelvisch, met een gebaar van afschuw, over
-boord werpt. Nauwelijks slaat de visch op het water of de zeemeeuwen
-schieten toe, en betwisten elkander den buit. Fladderend en met de
-vleugels slaande, cirkelen ze boven den visch, en de gelukkige, die
-het eerste beet krijgt, wordt door de anderen vervolgd en nagejaagd.
-
-Intusschen wordt de eene kabeljauw na den ander opgehaald en op dek
-geworpen aan de voeten van Leen Ketting, waar ze, spartelend en met
-den staart slaande, op en neer springen en, na bevrijd te zijn van
-den in het verhemelte vastzittenden hoek, en een kleine operatie
-te hebben ondergaan, levend in de bun worden geworpen, waarin ze
-rusteloos rondzwemmen.
-
-De kleine operatie wordt snel en vlug door Leen gedaan, ten einde
-den visch in het leven te houden.
-
-Door het snel inpalmen der grond- of beuglijn is de luchtblaas van
-den kabeljauw dermate met lucht gevuld, dat het hem onmogelijk zou
-zijn opnieuw naar de diepte te schieten, en hij, in de bun geworpen,
-zoo lang boven op het water zou blijven ronddrijven, tot hij stierf.
-
-De operatie van Leen Ketting heeft dus ten doel, de luchtblaas te
-ontlasten van te overvloedige lucht, hetgeen hij doet door den visch
-vlak voor zich op dek te leggen en met een scherp puntige naald achter
-de voorvin een gaatje te prikken, dat in de luchtblaas uitkomt.
-
-Met de hand langs den visch strijkende, drukt hij zoodoende de lucht
-uit het lichaam, die door het geprikte gaatje hoorbaar ontsnapt,
-waarna de visch in de bun wordt geworpen.
-
-Naarmate de lijnen binnen boord worden gepalmd, worden zij weder klaar
-opgeschoten, om 's nachts gereed te zijn wanneer de hoeken van nieuw
-aas worden voorzien.
-
-Behalve kabeljauw, lengvisch en bot, komen schelvisschen in grooten
-getale naar boven. De eerste drie soorten worden in de bun gedaan,
-doch de schelvisschen worden in gereedstaande manden geworpen, en
-later in de ijskamer weggeborgen.
-
-Dit ijs is in groote massieve brokken aan boord, die eerst in den
-ijsmolen tot fijne brokjes moeten gemalen worden, in welke (op grof
-zand gelijkende) massa de visch geborgen en daardoor voor bederf
-behoed wordt.
-
-De bun, midscheeps, waarin het zeewater in- en uitstroomt, ziet er
-vreemd uit, als men een paar uur lang aan het ophalen geweest is.
-
-In het midden hangt een bos lengvisch met den kop in het water, anders
-"schavielt" hij zich dood tegen de wanden der bun. Langs de zijden is
-de bun gegarneerd met ijlbot, die aan den staart hangt. Liet men de
-dieren vrij, dan wrongen ze zich dood tegen de wanden, of ze gingen op
-de gaten liggen, waardoor lucht en water binnendringen. De staarten van
-de blanke, zilverwitte botten worden vuurrood, doch het dier blijft
-zes dagen lang in het leven. In de bun zwemmen de kabeljauwen op en
-neer, allen gewond, met gescheurde bekken, en velen sterven dan ook
-en worden in zout gepakt.
-
-Om het inhalen van de lijn met al die zware visschen uit het fel
-bewogen water, waarop het scheepje danst en huppelt, mogelijk te
-maken, moet de schipper het dwingen langzaam over de beug te drijven,
-wat veel oplettendheid, kennis en zeemanschap vordert.
-
-Naarmate wind, stroom of weêr verandert, moeten ook de zeilen
-gewijzigd worden.
-
-Bij handzaam weêr gaat zulks vrij gemakkelijk, doch bij windstilte
-of storm wordt het al spoedig zeer moeielijk.
-
-Ieder oogenblik moet met het scheepje en met de zeilen gemanoeuvreerd
-worden; er zijn geen handen genoeg aan boord, en als wind en zee
-opsteken, en de schipper alle aandacht noodig heeft om het inhalen
-der beug onafgebroken te kunnen doen voortgaan, zegt hij zegevierend:
-"Ja! ja! je moet zoo'n draad naloopen als een ondeugend kind."
-
-Soms, bij stormweêr, kunnen de twee man, die de beuglijn inpalmen,
-het niet alléén af en zijn drie, vier, ja soms vijf man noodig om
-de lijn binnen boord te halen; met zooveel vaart drijft het scheepje
-dan nog over de lijn heen, hoewel alle zeilen reeds geborgen zijn.
-
-Wind, zee en stroom doen het vaartuigje snel voortdrijven en maken
-het koude werk lastig en verbazend vermoeiend. Men stelle zich deze
-bezigheid slechts voor.
-
-Naarmate de zee toeneemt, slingert het scheepje meer en meer, zoodat
-men op het bevroren glibberige dek zich slechts met groote moeite op
-de been kan houden.
-
-Sneeuw of hageljacht wisselen elkander met pijnlijke hinderlijkheid af,
-en de strenge vorst verandert de wanten der visschers in klompen ijs.
-
-"Kleine Jan" zorgt dat een groote ketel warm water steeds op dek
-gereed staat, waarin van tijd tot tijd de visschers de wanten doopen,
-om ze te bevrijden van al het ijs dat er zich aan vastzet.
-
-Het binnen boord nemen der jonen vooral is te moeielijker, naarmate
-meer zee staat, en als zij aanhoudend "onderklauwen," is het bij
-nevel of sneeuwjacht moeielijk te zien in welke richting zij liggen.
-
-Waarlijk, men moet er niet licht over denken, om bij hooge zee en
-stormweêr een beug van 15.000 meter lengte, verbazend zwaar gemaakt
-door de visch die er aan hangt, uit eene diepte van 30 tot 50 vaâm
-op te halen.
-
-Loopt alles meê, dan heeft men 's avonds om 7 uur, na ruim 11 uren
-onafgebroken inpalmen, de beug weder binnen boord, doch als de
-grondlijn breekt (wat meermalen voorkomt), of een of ander ongeval
-eenig oponthoud veroorzaakt, loopt het al spoedig heel wat in den
-nacht.
-
-Men moet dan "eten op stootgaren," dat is, nu en dan inderhaast een
-beetje eten naar binnen slaan, zonder dat het werk behoeft afgebroken
-te worden. Onverschillig of men al dan niet tijd heeft gevonden om te
-slapen, begint men 's nachts om half twee weêr de lijnen te azen, want
-den volgenden morgen om half drie moet de beug weêr geschoten worden.
-
-Het is verbazend hoe zeer iedere visscher dit verlangt, en hoe moeite
-noch ontbering hen afschrikt, om iederen dag (zooals zij zeggen)
-"een schot te doen."
-
-Toch is dit niet altijd mogelijk, en er zijn voorbeelden dat men na
-5 dagen en nachten slaven en zwoegen, zonder ooit nachtrust te hebben
-genoten, slechts twee schoten gedaan heeft.
-
-Bij mist of ontijd durft de onverschrokken Albert zijn beug in 40
-vaâm te schieten, rekenende op de waarachtige visschers-geestdrift
-van zijne stilzwijgende scheepsmakkers, en welke inspanningen ook
-gevorderd mogen worden, zij blijven juist zoo lang doorwerken, totdat
-de beug weder binnen boord is.
-
-Meermalen, als de beuglijn gebroken is en de duisternis dreigt in
-te vallen, moet de kleine jol over boord en het tweede gedeelte der
-beug door 4 mannen, die in de jol op zee gaan dobberen, gelicht en
-in de boot genomen worden.
-
-Koud werk, waarbij de geheele bemanning vol spanning is, uit vrees
-dat de sloep met de bemanning bij de invallende duisternis zoek zal
-raken of omslaan.
-
-Gelijk ik in den beginne opmerkte, bestaat de verdienste onzer
-hollandsche beugers voornamelijk hierin, dat zij zoo véél lijnen in
-één etmaal durven schieten, en dat wel in zulk een diep water.
-
-De Engelschen bijvoorbeeld schieten hunne beug, die nauwelijks 10.000
-meter lang is, in 23 à 24, hoogstens in 30 vaâm diepte.
-
-Hun vischwant, hunne jonen, alles is lichter en zwakker.
-
-Albert van de Castor is waarlijk geen grootspreker, en hij erkent,
-zoo vaak als men 't maar hooren wil, dat de Engelschen de Hollanders in
-vele zaken te slim af zijn; maar in het beugen, neen, dan staan zij ver
-bij de Hollanders ten achter. "'t Zijn me beugers, die Engelschen,"
-kan hij met eigenaardigen spot uitroepen: "Je kunt hun beug met de
-hand uit zee lichten, en één sloep der onzen brengt gewoonlijk in
-denzelfden tijd evenveel visch aan, als drie of vier der hunnen."
-
-Misschien is dit wel de oorzaak dat zij zoo dikwerf van de veel
-talrijker Engelschen te lijden hebben.
-
-Het is natuurlijk onmogelijk om zelfs bij helder weêr het uiteinde der
-beug te zien, en nu gebeurt het meermalen dat naijverige Engelschen
-de jonen stelen, en de lijnen met de daaraan zittende visch binnen
-boord halen of vernielen en weg doen drijven.
-
-Schelden en met steenen gooien is een vaste aardigheid der ruwe
-Engelschen, en wanneer onze visschers door aanhoudende oostenwinden
-gedwongen worden te Grimsby binnen te loopen en aldaar hun visch te
-verkoopen, worden zij niet alléén aan den wal, maar zelfs bij hunne
-schepen "gemollesteerd," gelijk onze visschers zeggen, die een even
-vinnigen haat tegen "de gemeene Engelschen" voelen alsof wij nog in
-de dagen van Tromp en De Ruyter leefden.
-
-Zeker is het, dat zelfs de stilzwijgendste Pernisser visscher
-welsprekend wordt, zoodra hij uit gaat weiden over de mishandelingen,
-die hij van de Engelschen te lijden heeft.
-
-Onder de vele verhalen trof mij 't volgende:
-
-Een Pernisser visscher moest het te Grimsby aanzien, hoe een nieuwe
-tros van zijn schipper moedwillig zou doorgekapt worden.
-
-Een dertigtal Engelschen poogden dit te doen, en hij alléén, met
-den rechter arm gekwetst in een draagband, stond er bij om den tros
-te bewaken.
-
-Al sarrend gingen de Engelschen te werk, tot opeens Hojel (zoo heette
-de dappere Pernisser), bleek van woede, met de linkerhand drie of
-vier Engelschen op zijde stoot, den arm op den tros legt en den met
-een bijl toeschietenden Engelschman toeroept: "Kap dan maar eerst
-mijn arm af, jou engelsche smeerlap!"
-
-Onbeschaafd en ruw zijn vele engelsche visschers, wier zelfzucht
-weergaloos is, maar ze weten, als alle echte Engelschen, moed te
-huldigen, pluck te waardeeren. Hartelijk begonnen ze allen den
-Hollander toe te juichen; ze gaven drie cheers voor den gehaten
-mededinger, die hun de visch voor den neus wegving, en ze lieten den
-nieuwen tros van zijn schipper verder al dien tijd ongemoeid.
-
-Het zijn ferme kerels, die hollandsche visschers! Er klopt een
-mannenhart onder die boezeroenen. Van hun jeugd af is de Noordzee hun
-woning, en bij mist of ontij zijn zij overal in de zee thuis, dank zij
-hun scherp geoefend zeemansoog, dat werkelijk buitengewoon is. Zelfs
-bij mistig weêr zien zij de jonen op een verbazenden afstand, en bij
-het langs de kust varen, toen ik nauwelijks de torens van Egmond kon
-ontdekken, wist Albert al dadelijk op te merken, dat er 30 bomscheepjes
-op 't strand stonden, zoodat er blijkbaar 7 in zee waren.
-
-Opmerkelijk is het, hoe weinig nachtrust zij behoeven. Wordt er niet
-gevischt, dan kunnen zij de wijzers rondslapen, maar nauwelijks is
-'t visschen mogelijk, of met onverstoorbare toewijding kunnen zij
-dag en nacht doorvisschen. Zij zijn gehard tegen weêr en wind, sterk,
-kloek, arbeidzaam en eenvoudig.
-
-Groote kinderen, die hun eigen krachten niet kennen, zijn ze aan wal,
-waar de maatschappij hun vreemd is.
-
-Vooral zijn ze gul, hartelijk en vroom, en zonder er zelfs bewust van
-te wezen, zijn zij de bewaarders der deugden onzer "zeevaders." In
-gedachten, kleeding, wijze van voeding, opvatting van godsdienstige
-en maatschappelijke toestanden, in alles komen zij volkomen overeen
-met ons zeevolk van 200 jaren geleden, en dit is niet stelselmatig
-aangekweekt, maar ze hebben van vader op zoon die begrippen en
-opvattingen geërfd, waardoor de oude zeden en gewoonten voortleven.
-
-Van de vaderlandsche geschiedenis weten zij bijna niets.
-
-Zelfs De Ruyter en Tromp zijn bij hen onbekende grootheden; ze
-weten van hun daden, maar niets van hun namen, en ik herdenk nog
-met verbazing het gezegde van een hunner, toen wij over die groote
-zeevaarders spraken:
-
-"Ja! ja! 't waren vrome zeehelden in die dagen. Daar heb je die
-Erasmus, die te Rotterdam staat."
-
-Maar al kennen ze de geschiedenis niet, de traditie leeft in hen.
-
-Het zijn Geuzen, fijn gereformeerd en bijzonder godsdienstig. Uit tal
-van legenden en zeemansverhalen blijkt echter hunne bijgeloovigheid.
-
-Vooral Leen Ketting had er een onuitputtelijken voorraad van.
-
-"Ik herinner mij onder anderen een verhaal van mijn vader," zeide hij
-eens, "die een reepschieter aan boord had, die zijn ziel aan den Böze
-had verkocht.
-
-"Op zekeren avond, 't was een koude winteravond toen het vroor dat het
-kraakte en want en scheepje een ijsklomp geleken, stond mijn vader
-aan het roer, toen onverwachts de reepschieter aan dek kwam snellen
-en mijn vader toeriep: "Neen, schipper! nu kan ik het beneden niet
-langer uithouden, want de Böze zelf zit bij de kombuis en die wil
-me meênemen."
-
-"Mijn vader deed een kort gebed, en daardoor aangemoedigd, ging hij
-zelf naar omlaag en zag in 't rookerige logies, waarin de geheele
-bemanning lag te slapen, den duivel zelf de handen boven de kombuis
-warmen.
-
-"Toen mijn vader dit zag, werd hij dan toch wel zoo kittig boos, dat
-hij den Böze toeriep, wat hij bij hem aan boord kwam doen, en toen de
-duivel zeide: "ik kom den reepschieter halen, die zijn ziel aan mij
-verkocht heeft en die dus in mijn dienst is," antwoordde mijn vader hem
-onbedeesd, "dat hij zelf hem betaalde en hij dus in zijn dienst en van
-niemand anders was." Ja, hij sprak hem zoo flink aan, dat de duivel,
-toen hij van boord ging, den reepschieter twee jaar uitstel schonk.
-
-"En de Böze hield woord ook. Gedurende twee jaar werd de reepschieter
-niets meer van hem gewaar en hij en mijn vader waren 't geval schoon
-vergeten: doch dit was bij Satan helaas niet het geval, want juist
-dien zelfden dag, twee jaar later, lag mijn vader met zijn hoeker voor
-Maassluis, waar de reepschieter hem in de jol naar den wal bracht,
-aan niets denkend.
-
-"Eerst 's avonds keerde mijn vader aan boord terug, waar hij tot zijn
-groote droefheid vernam dat de reepschieter verdronken was en de jol
-zonder iemand er in langszijde aan boord was gedreven.
-
-"'t Was bijster duidelijk. De Böze had woord gehouden en had den
-reepschieter, na twee jaar uitstel, weggehaald."
-
-Zoo leven er nog in Pernis wonderlijke verhalen van zekeren Mees
-Kroon, die met een helm geboren was, en zich dan ook door bijzondere
-slimheid onderscheidde.
-
-Als scheepsjongen voer hij met zijn vader op een klein bezaantje
-(klein vaartuig) en kwam hij eens met zulk een dikken mist voor 't
-Bokkengat te Hellevoet, dat zijn vader zelf er niet binnen dorst en
-juist gereed was weêr in zee te steken, toen een groote koopvaarder,
-met rijke lading uit Indië gekeerd, plotseling in den dikken nevel
-langs zijde schoot, en de kapitein, die stormweêr verwachtte, riep:
-"Schipper, kunt ge mij ook binnenloodsen?" De oude ervaren schipper
-durfde daaraan niet denken, maar zijn zoon Mees Kroon praaide:--"jawel
-kapteintje, gooi me maar een lijntje toe."
-
-In een oogwenk was Kroon aan boord; hij nam onmiddellijk het roer
-zelf in handen en stuurde onverschrokken den wal in, tot eindelijk
-de kaptein zeide: "Maar loods, waar zijn wij toch omtrent?"
-
-"Laat hier gerust je anker maar vallen," gaf onze jeugdige visscher
-ten antwoord. "We zullen hier niet ver verwijderd zijn van 't
-Hellevoetsche havenhoofd." En werkelijk, toen den volgenden morgen de
-mist voor 't eerst optrok, lag de koopvaarder veilig en wel vlak bij
-'t Noorderhoofd, en hadden zij de haven van Hellevoet open voor zich.
-
-Een anderen keer wilde men beproeven Mees Kroon om den tuin te leiden
-en zijne knapheid op de proef te stellen.
-
-Toen men in de Noordzee voer, had men op Doggersbank grond gelood en
-dien in stilte bewaard en weggeborgen.
-
-Toen men nu dagen daarna in 't Engelsche Kanaal voer, en lang door
-tegenwind werd opgehouden, kwam men op zekeren dag met den grond van
-Doggersbank naar Kroon toe, zeggend:
-
-"Mees Kroon, we hebben zoo even deez' grond gelood, kunt ge ook zeggen
-waar we met het schip staan."
-
-"'t Is te donker om 't goed te zien," zei Kroon, die te kooi lag,
-"doch laat het mij maar eens even proeven."
-
-Eerst rook hij er aan, proefde het zeer zorgvuldig, en zeî toen
-bedaard:
-
-
- "O! fijne grond van 't Doggerszand,
- Hoe kom jij in 't Kanaal te land?"
-
-
-Deze verhalen werden na het avondeten gedaan, doch onder het werk
-wordt niet gesproken.
-
-Onze beugers zingen aan boord nooit (behalve psalmen bij het
-kerkhouden), doch twisten op 't zelfde vaartuig ook nimmer onderling.
-
-Ieder weet precies zijn taak, en wat hij op zich genomen heeft te doen,
-verricht hij met voorbeeldige stiptheid.
-
-'t Is eene kleine republiek aan boord, waarin de bevelen van Albert met
-meer dan militaire vlugheid worden uitgevoerd, wat evenwel niet belet
-dat Harmens soms ongevraagd uit het pijpje van Albert zit te rooken,
-en kleine Jan zonder eenig vertoon van ontzag naar omhoog praait,
-waar de schipper slaapt: "Albert! Albert! thee is klaar!!!"
-
-Straffen komen niet voor; Albert is baas aan boord; er is wel een
-stuurman, maar hij heeft niets boven de overige matrozen vóór, dan
-dat hij bij den schipper achter slaapt, en zoo noodig hem vervangt.
-
-Wanneer de equipage voor eene nieuwe "teelt" of seizoen voltallig
-is, wordt om de verschillende betrekkingen, als stuurmansmaat, kok,
-klimmer enz., met dobbelsteenen gegooid, welke betrekkingen dan ook
-min of meer voordeelen afwerpen.
-
-De beugers zijn weinig bespraakt, zeide ik reeds, maar zij denken veel:
-"Aan hun vader, die nooit weer thuis kwam, aan zijn oudsten jongen,
-die met een stuk water overboord spoelde, of aan de broers, die nimmer
-van de reis terugkeerden."
-
-Arme, dappere, eenvoudige visschers, vroeg of laat wordt de Noordzee
-(dat onmetelijke kerkhof) ook hun graf.
-
-Zij weten het wel, die kloeke harten, maar van hun jeugd af zijn ze
-met dit denkbeeld vertrouwd geraakt.
-
-"Zoo lang ik vaar," zegt Albert, "werden er maar drie visschers te
-Pernis aan den wal begraven. De rest bleef op zee."
-
-Weten wij wel, dat de visch, die wij eten, zoo duur betaald is?
-
-'s Winters blijft men gewoonlijk 10-14 dagen in zee, om na één dag
-toevens opnieuw in zee te steken; maar 's zomers blijft men 5 weken
-lang uit; dan wordt de kabeljauw in tonnen zout opgeborgen en als
-laberdaan naar Duitschland en de Middellandsche zee vervoerd.
-
-Doch tegen Paschen keeren alle schepen naar Pernis terug en blijft
-de geheele visschersbemanning zes weken aan den wal. Dan heerscht er
-blijdschap en vreugde alom.
-
-Als de witstengen in de Pernisser haven liggen, weet de heele omstreek
-het onmiddellijk, en dan tooien de meisjes der omliggende dorpen zich,
-en stroomen naar Pernis.
-
-Met Paschen is het daar feest! Wie dan een visscher krijgt is wel af,
-want hij heeft veel geld en weet koninklijk te onthalen en edelmoedig
-feest te vieren.
-
-In de tien dagen dat wij uit waren, was de geheele opbrengst ruwweg f
-1500.-- [12] Ieder matroos of gewoon visscher kreeg ruim f 71.--"Jelui
-zult rijk worden!" zeide ik tot een mijner nieuwe vrienden, toen hij
-mij bij het huiswaarts zeilen 's nachts op dek vertelde wat hij met
-deze reis dacht te verdienen.
-
-"Ja mijnheer, dat is wel zoo! maar ziet u, het geld is eigenlijk voor
-vader en moeder! Wij krijgen van hen van elken gulden een dubbeltje,
-maar als we trouwen willen, dan waarschuwen we met Paschen een jaar te
-voren, en als we dan met den volgenden Paschen trouwen, dan krijgen we
-van elken gulden een kwartje. En dan helpen onze kinderen ons later
-ook weer. En soms brengen we heel wat geld mee. Albert heeft zijne
-moeder eens f 1000.-- medegebracht, en hij kreeg prompt zijn f 100!"
-
-Zijn dit geen mannen om te waardeeren en lief te krijgen!
-
-En als men dan zelf zeeman is en met hen vaart en werkt, bidt en
-zingt, dan leert men hen door en door kennen, en ik wensch ieder
-zulke makkers aan boord, van wie hij zoo veel kan leeren.
-
-Wij, van de marine, verwonderen ons wel eens hoe visschers zoo,
-zonder sterrekundige waarnemingen te doen, den weg op zee kunnen
-vinden en de kust kunnen aanloopen, waar ze maar willen. Maar ze
-kennen den grond van de zee en voelen met het lood hun weg.
-
-Bij het naar huis zeilen verkennen ze zich eerst aan de Doggersbank;
-het hangt af van de diepte, welke zij looden, of zij Z. ten W., of
-Z. ten O. naar wal sturen. Vooral bij Z. wind maken ze dat ze goed
-boven 's winds van het gat blijven, en loopen dan stoutweg juist zoo
-lang naar wal totdat ze land zien.
-
-Vooral bij mistig weder is het moeielijk om onze lage vlakke kust
-aan te loopen, maar onze Pernissers doen het met alle zeilen bij,
-en ze hebben geen vrees voor land voordat ze de koeten zien. Deze
-vogels--die men niet met meeuwen verwarren moet--vliegen in alle
-seizoenen enkel in het gezicht van de kust en laag bij het water;
-ze zijn onwaardeerbare bakens voor de visschers, en behoorden door
-de wet beschermd te worden, want ze zijn de vrienden, die den zeeman
-waarschuwen dat hij dicht bij den wal is.
-
-Albert roept omlaag: "de koeten zijn gezien!" en onmiddellijk worden
-de topzeilen ingenomen en loodt men den grond. Terwijl een visscher
-dit doet, klinkt het "land!" en we zien het Wijkerduin, met het ronde
-koepeltje op de noordzijde, flauw door den nevel heen schemeren. We
-stonden vlak onder den wal in vijf vaâm water.
-
-Iets later zagen we de twee torens van IJmuiden, en toen de twee
-torens van Egmond.
-
-Het bleef dik weer, doch onverschrokken liep Albert het Schulpengat
-bij Den Helder binnen, het lood gaande houdend, en zich precies in
-vijf vaâm water aan den wal vastklampend.
-
-'s Avonds om half tien waren we binnen, en reeds om tien uur was de
-visch opgeslagen, om per spoor naar Duitschland te worden vervoerd.
-
-Straks, toen we in den kouden winternacht voor een killen wind
-naar huis zeilden, hadden ze na het avondeten afscheid van mij
-genomen. Terwijl ik weer in hun midden zat in het enge berookte
-scheepsruim, hadden zij allen eerbiedig den ouden zuidwester van
-het hoofd genomen, want de oude grijze visscher had hun voorgesteld,
-om met het oog op mijn aanstaand vertrek naar Indië, een paar verzen
-uit Psalm 33 mij toe te zingen. Zonder eenig vertoon deden ze dit,
-en de zware mannenstemmen hieven een "de profundis" aan, dat mij
-'t oog omhoog deed slaan.
-
-
- 't Is God, aan tijd noch plaats verbonden,
- Wiens toezicht over alles gaat;
- Die 't harte vormt en kan doorgronden,
- Die aller werken gadeslaat.
- Schilden, bogen, dolken,
- Dappere oorlogswolken,
- Wijsheid, moed noch kracht,
- Kunnen ooit in 't strijden
- Eenig vorst bevrijden,
- Zonder 's Heeren macht.
-
- Laat ons alom zijn lof ontvouwen:
- In Hem verblijdt zich ons gemoed,
- Omdat wij op zijn naam vertrouwen,
- Dien naam zoo heilig, groot en goed.
- Want de Heer der heeren
- Doet ons triomfeeren,
- Hij, geducht in macht,
- Slaat elk gunstig gade,
- Die op zijn genade
- In benauwdheid wacht.
-
-
-Mij had die psalm, door de trouwe kinderen der zee een nieuwen vriend
-toegezongen, meer goed gedaan dan ik zeggen kan. Het moedgevend
-lofgezang van hen die werken zal zegevieren op het doffe gebrom der
-klagers die niets doen, dacht ik.
-
-Toen de Castor lag vastgemeerd, kwamen ze allen, van Albert tot en met
-kleinen Jan, mij uitgeleide doen, en ik nam afscheid van deze vrienden,
-die ik nooit vergeten zal. Albert beloofde, na zijn terugkeer van
-den volgenden tocht, een dag te Voorburg bij mijn moeder aan huis te
-komen doorbrengen--wat hij ook deed--en ik schudde hen allen de hand,
-terwijl ik de hoop uitdrukte hen weder te zien, en nog eens zulk een
-heerlijken wintertocht met hen te maken, als ik over enkele jaren
-uit Indië terugkwam.
-
-"Dan kom ik er een paar van jelui pressen om meê te gaan naar
-de Noordpool!" zeide ik lachend, doch ernstig klonk het antwoord:
-"Hoor eens, luitenant, als er oorlog komt, en je hebt ons noodig, en
-jij wil ons aanvoeren, dan gaan we met je meê op een kanonneerboot,
-net als vader in 1830 deed onder Overste de Raad!"
-
-En ze gaven me nog eens de hand, en ik erken dat ik aangedaan was
-en mij trotsch voelde op onze Hollandsche visschers, dat zeelui
-zijn naar het hart van De Ruyter. God zegen' u, moedige, eenvoudige
-mannen! Zoolang het vaderland jongens heeft als gij, moet alles
-goed gaan!
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIV.
-
-LAATSTE MAANDEN.
-
-
-Kort na zijn terugkeer van de vischgronden vertrok Beynen naar
-Indië. Ik deed hem uitgeleide tot Southampton. Te Nieuwediep,
-waar hij afscheid nam van zijn vriend De Bruyne en de officieren
-van het Wachtschip, ontving hij bij het uitstoomen van de haven
-dien hartelijken afscheidsgroet van schipper Albert Koster en zijn
-Pernissers, waarvan ik in de inleiding gewag maakte. Te Southampton
-bleef de Koning der Nederlanden twee dagen liggen, en Beynen ging
-met mij mede naar het liefelijke Bournemouth, waar wij bij vrienden
-logeerden. Door de dennenbosschen, die zich op de cliffs langs de
-zee uitstrekken, maakten we heerlijke wandelingen. Met het uitzicht
-op de zee, welke hij lief had, stortte hij zijn hart uit, en mijn
-geheele leven zal ik mij die laatste gesprekken met hem herinneren,
-waarin hij zulke frissche, echt Nederlandsche idealen voorhield aan
-hen wien zijn vertrek zeer ter harte ging, daar ze door de aanraking
-met dien jeugdigen heldengeest steeds werden opgebeurd en versterkt.
-
-In 't zicht van Kaap St. Vincent schreef hij aan boord van de Koning
-der Nederlanden:
-
-"'t Is de eerste rustige dag aan boord. De harde tegenwinden schijnen
-er nu eindelijk in te willen berusten dat zoovele jonge menschen
-voor geruimen tijd het geliefde vaderland vaarwel zeggen, en de wind
-doet thans zijn best om hun leed zooveel mogelijk te verzachten,
-door zijn heerlijk versterkend koeltje, dat hun toefluistert hoe
-de van licht tintelende Spaansche zee slechts een flauw denkbeeld
-vermag te geven van de tinten in het land der zon en der kleuren,
-dat gedurende eenige jaren hun het levensgeluk verschaffen moet dat
-het vaderland hun ontzegde.
-
-"Aan stuurboord hebben we een meeliggende bark, aan bakboord de eeuwig
-gedenkwaardige kaap St. Vincent.
-
-"'t Is nu tien uur 's morgens en van zes uur af heb ik het reeds
-heerlijk gehad. Toen ik op het dek kwam, kleurde de opkomende zon nog
-het oostelijk luchtgewelf en bescheen de witgebleekte zeilen van een
-tegenliggend schoenertje, dat als twee druppels water, op de Willem
-Barents geleek. Nimmer zag ik zulk een sprekende gelijkenis. Ik waande
-te droomen. Hetzelfde kleine sierlijke zwartgeverwde scheepje met
-het bekende roode lijstje. Hetzelfde tuig, dezelfde korte stengen,
-gaffel, topzeilen en looze breêfok; inderdaad alleen de Hollandsche
-driekleur ontbrak om de begoocheling volkomen te doen zijn.
-
-"Het was een vriendelijke morgengroet, en ik besloot dadelijk dat
-deze dag de eerste zou zijn, dat ik mij het genoegen ging verschaffen
-aan u te schrijven. ... Heden eindigde ik het mij door den heer
-Heemskerk geschonken Life of Nelson door Southey. De lezing heeft
-mij buitengewoon veel genoegen gedaan en ik hoop er veel uit geleerd
-te hebben. Ik kan mij nu Nelson voorstellen zoowel van zijn goede als
-van zijn slechte zijde, en daarvan is het gevolg dat ik hem thans diep
-beklaag. Die lauweren en eerbewijzen moeten hem zwaarder zijn gevallen,
-naarmate hij zich zelf minder eerbiedwaardig gevoelde. Zijn gedrag
-met Lady Hamilton moet al zijn levensvreugde vergald hebben. Voor
-geen geld ter wereld wilde ik zulk een loopbaan beleven. Hoe vreemd
-dat Nelson met één arm en één oog zoo hartstochtelijk bemind werd
-door zulk een schoone vrouw. Wat mij het meeste trof, was te lezen hoe
-zwak zijn gestel altijd geweest was, en hoe hij te kampen had met zijn
-"rotten carcass" (gelijk hij zich uitdrukte) in dagen van rustelooze
-spanning en onovertroffen moeielijkheden en teleurstellingen. Welk
-een grooten geest en heldere ziel moet hij gehad hebben om Aboukir,
-Kopenhagen en Trafalgar te kunnen beleven, met zulk een teedere,
-door tal van wonden geschokte gezondheid. Het beminnelijkste in hem
-vind ik zijn zuivere vaderlandsliefde, welke hij zoo herhaaldelijk
-bewees door in hachelijke omstandigheden alleen zoodanig te handelen
-als hij geloofde dat in het waarachtig belang van Engeland was, ook
-al waren zijn orders met zijn inzichten in strijd. Meermalen--ik zou
-bijna zeggen meestal--heeft Nelson gehandeld tegen de bevelen der
-admiraliteit! Bewonderenswaardig zijn ook zijn doodsverachting en
-zijn vasthoudendheid aan een eenmaal genomen besluit.
-
-"Gedurende de blokkade van Toulon in 1803 tot 1805, ging hij in
-twee jaar nimmer van boord, en in twee en een half jaar zette hij
-den voet niet aan wal. Ik weet nu wel wie niet mopperen zal, ook al
-moest hij acht maanden voor Atjeh kruisen zonder ooit te Singapore
-aan wal te gaan!
-
-"Ik ga nu Servitude et grandeur militaire van De Vigny lezen."
-
-
-
-Te Batavia werd Beynen op het wachtschip Zr. Ms. fregat Zeeland
-geplaatst, met welk schip hij reeds zoo veel doorstaan had. Den 31sten
-Mei schreef hij ons van boord: "Sedert mijn laatsten brief aan u heb
-ik trouw hier aan boord gezeten, daar de overplaatsing van drie der
-luitenants mij noodzaakte dubbelen dienst te doen, waarvoor men niet
-één zeemanseigenschap behoeft te hebben, behalve oplettendheid, doch
-die mij druk bezig hield. Ik wordt echter gesteund door de gedachte
-dat het verblijf hier aan boord slechts een tijdelijke overgang is.
-
-"Mijne pogingen om het mindere zeevolk te leeren kennen, door in
-hun dagelijksche zijn en denken door te dringen, zijn niet gelukkig
-geslaagd. Integendeel, meer en meer zie ik de moeielijkheden in om
-den stand--waarmede ik geheel mijn leven hoop te arbeiden in 't belang
-van het vaderland--van nabij te leeren kennen. Bedenkelijk groot is de
-kloof, welke officieren van minderen scheidt. Er wordt zoo weinig acht
-geslagen op de denkwijze, de behoeften en opvattingen van hen die vóór
-den mast zijn. Met wantrouwen worden de bevelen ontvangen en humane
-behandeling wordt vaak aan zwakheid of eigenbelang toegeschreven.
-
-"Nu is het echter waar dat men op een wachtschip, waar het personeel
-steeds verandert, den toestand van de ongunstige zijde leert kennen,
-en ik vertrouw betere gegevens te verzamelen, als ik maar eenmaal weer
-het dek betreedt van een tenminste niet altijd ten anker liggend schip.
-
-"Inderdaad, sedert mijn vischtocht op de Noordzee met de Pernisser
-beugvisschers van de Castor heb ik niet meer gezeild, en ik begin
-een onbestemd heimweê te gevoelen naar sierlijk zwellende zeilen,
-naar het huilen van den wind door het tuig en het klotsen van het
-schuimend boegwater tegen boord.
-
-"Eén troost voor mij is het besef, dat ik een lotgenoot heb in
-het schip waarop ik de eer heb te dienen, want telkens als ik dit
-edele fregat, bij het doorkomen der zeebries, onrustig en gejaagd
-aan het anker voel rukken, dat het voor de rest zijner dagen aan
-deze reede zal kluisteren, is het mij of wij beiden bezield worden
-door hetzelfde smachtende verlangen, om weder even als voorheen,
-den storm en den rukwind ten prijs, te zwalken over de groote zee,
-langs kusten en stranden.
-
-"Wij beiden--het heerlijke oude fregat en ik--zijn oude kennissen en
-bleven trouwe vrienden. Bijna twee jaar lang doorleefden wij lief en
-leed in belangrijke dagen. Ieder hoekje in het schip is mij bekend,
-ieder plekje herinnert mij aan een of andere gebeurtenis tijdens ons
-varen in de Middellandsche Zee of uit de maanden dat ik hier aan boord
-diende bij de blokkade van Atjeh. Welk een vreugde heb ik hier aan
-boord doorleefd in de onbezorgde dagen van ons verblijf te Gibraltar,
-Malta en Suez, welk een ontberingen maanden lang lachend verdragen
-in den tijd van den kwaden mousson op de kust van Atjeh! Wat heb ik
-er een verdriet gekend, toen ik, door de moerasdampen van den vasten
-wal vergiftigd, langzaam aan boord wegkwijnde, en hersenkoorts had
-terwijl er aan wal nog te vechten viel.
-
-"Hier aan boord deed ik mijn eerste wacht als officier; hier aan boord
-bleef ik dagen lang van de buitenwereld afgezonderd, toen de akelige
-cholera haar zwarte banier ook aan onze masttoppen had geheschen! Het
-was hier aan boord dat ik den 9den December 1873 de eer had om,
-op last van den vlootvoogd, eigenhandig de roode vlag te hijschen,
-die door tal van scherpe schoten begroet, het bloedig sein gaf tot
-den aanvang der 2de Atjehsche expeditie.
-
-"Wij hebben dus veel samen doorleefd en ik ben hartelijk aan dit
-schip gehecht, en wanneer ik bedenk hoe het nimmer weer onder den druk
-zijner zeilen, trillend van genot, de golven zal klieven als voorheen,
-dan bedroeft het mij dat ik het niet hoopvol toe mag fluisteren:
-
-
- Hoezee! de frissche landwind ruischt
- Van Java's bergen neêr;
- Het zeildoek zwelt, de golfslag bruischt
- En lachend wenkt het meer.
- Het koeltje strijkt uw wimpel glad,
- Die heenwijst naar het Noord,
- En zweept, van 't blanke schuim omspat
- Uw vluggen bodem voort.
- Ja welkom! welkom! Oceaan
- Die 't wereldrond omspant!
- Gij voert mij langs uw vrije baan,
- Naar 't dierbaar Vaderland!
-
-
-"O, werkelijk! ik zit hier door de groote zijpoorten van 's morgens
-vroeg tot aan zonsondergang te turen naar de blanke zeiltjes der
-inlandsche visschers, die ik tot in het diepst van mijn hart benijd,
-en ik zou hier op de reede, evenals mijn vriend het statige fregat,
-ver van huis langzaam wegkwijnen, had ik geen krachtig, opwekkend
-palliatief gevonden in het bestudeeren van de geschiedenis onzer
-zeehelden. Heerlijk en veredelend is het genoegen in gedachten
-te verkeeren met die groote zielen uit ons volk. Met welke reine
-vreugde heb ik van A tot Z het dikke foliant bestudeerd, waarin
-Brandt ons het leven van De Ruiter schetst. Voor het eerst heb ik
-mij nu dien indrukwekkend edelen grijsaard geheel naar waarheid voor
-den geest kunnen halen, en voor altijd zal dat beeld in mijn hart
-onuitwischbaar blijven. Welk een man, die in meer dan 40 gevechten
-en 15 groote zeeslagen (bij zeven van welke hij het opperbevel
-voerde) toonde dat hij rustigen moed kon paren aan beleidvolle
-voorzichtigheid. Voortvarendheid, zorgvol beleid en vaderlijke
-gestrengheid maakten dat ieder op hem vertrouwde, terwijl zijn oprechte
-zedigheid, warme vaderlandsliefde en innige godsvrucht aller eerbied
-en achting afdwong.
-
-"Hij wenschte eer en vrijheid van rechten voor zijn land, maar was tot
-in het diepst zijns harten afkeerig van persoonlijke roem en glorie,
-die hem slechts benijders en dientengevolge leed en verdrietelijkheid
-kon bezorgen.
-
-"Na 58 jaren ter zee te hebben gevaren, sneuvelde hij op 70-jarigen
-leeftijd. Hij was zooals zijn tijdgenooten hem noemden: "de hand die
-de maat sloeg in de grove muziek van duizende kartouwen."
-
-"Ook leert mij het voorbeeld van dezen edelen held opnieuw, hoe op
-zee levende strijdkrachten in een groot gevecht meer gewicht in de
-schaal leggen dan het aantal schepen en het kaliber der kanonnen,
-want hoe is het anders mogelijk dat 's lands vloot, dat het zoo
-eigenaardig genoemde "kleine hoopje", in één jaar tot drie keer toe de
-zooveel talrijker vloten en zwaarder uitgeruste schepen van Frankrijk
-en Engeland versloeg, als wij de reden daarvan niet zoeken in het
-gehalte der kundige aanvoerders en der bevaren, in de ijsvaart geharde
-bemanningen. Ook De Ruiter leerde varen en dulden in de IJszee. Tot
-vijf keer trok hij naar het Noorden in een Groenlandvaarder!
-
-"Welk een school tot vorming van flink en ervaren zeevolk bezat men
-in die dagen!
-
-
- Doch voorbij zijn die dagen van glorie en glans,
- Onze leeuw is geen koningsleeuw meer,
- Onze vlag beurt nog fier hare kleuren ten trans,
- Maar ze beurt haar in engere sfeer!
- Onze stem klinkt niet langer langs vlakten en zee,
- Door de Ruiters en Trompen gevoerd;
- Onze vloot ligt meest rustig op veilige reê,
- Door de kabels der onmacht gesnoerd.
-
-
-"O! lieve vrienden, wat verlang ik soms schrikkelijk naar de dagen toen
-ik met een schoener benoorden Spitsbergen en Nova Zembla voer! Daar
-moet de zeemacht de geestkracht herwinnen, welke ze soms verliest in
-het Capua van Indië.
-
-"We moeten op zee! We moeten varen! dan alleen komen wij aan het
-Behouden Huis."
-
-Dus kwamen er met elke mail hartelijke brieven van hem, die zijn
-vrienden des te meer verheugden, omdat wij allen door den invloed
-van het indische klimaat op hem bevreesd waren. Kenschetsend is een
-zijner laatste brieven uit Batavia, eer hij met de Macasser Borneo
-ging omzeilen.
-
-"Ik ontving een menigte brieven van Holland en Engeland. Zij
-bevatten een potpourri van verschillende wijzen van levensopvatting
-en levensinzichten. Het meeste vereenigde ik mij met den raad van
-mijne lieve moeder, die mij schreef om in Indië toch met ernst alles
-te doen wat mijn hand vond om te doen. Ik moest het werk zelf niet
-te veel opzoeken, want dit bracht vanzelf mede, dat ik mij op den
-voorgrond plaatste en opnieuw in het oog viel.
-
-"Moeder heeft gelijk. Ik voel daartoe minder dan ooit neiging. Het
-worden van een klein "publiek persoonlijkheidje" is vooral op mijn
-leeftijd een uiterst vermoeiend en onrustig bestaan, dat zijne
-voldoening medebrengt, welke zeker groot is, maar ten koste van een
-rustig, vroolijk en gelukkig leven.
-
-"Men draagt altijd het gevoel met zich van groote verantwoordelijkheid,
-van een moeielijken plicht te moeten vervullen, welk bewustzijn
-ons zenuwachtig voortstuwt. Men denkt steeds aan wat men zijn
-land verschuldigd is, en vreest tevens anderen in den weg te
-treden. Napoleon I zeide eens over dat gevoel van verantwoordelijkheid:
-"Cela dépend du caractère des gens. Quand ils ont le courage comme
-moi de mettre la main à tout, ma foi! ils font le diable. Que
-voulez-vous? Il faut trouver sa place et faire son trou. Moi! j'ai
-fait le mien comme un boulet de canon. Tant pis pour ceux qui étaient
-devant moi!"
-
-"Bah!" zulk eene handelwijze laat ik gaarne aan anderen over, en als
-ik blijf denken zooals ik nu doe, dan zal ik mij alleen getroosten
-op den voorgrond te treden, wanneer ik innig overtuigd ben, dat zulks
-in het waarachtig belang is van Koning en Vaderland.
-
-"Moge ik mij bij deze zienswijze steeds gelukkig blijven gevoelen!
-
-"Moeder hoopt dat zoo voor mij, en raadde mij aan in haar brief:
-
-
- Beveel gerust uw wegen,
- Al wat u 't harte deert,
- Der trouwe hoede en zegen
- Van Hem, die 't al regeert;
- Laat Hem besturen, waken;
- 't Is wijsheid wat Hij doet,
- Zóó zal Hij alles maken
- Dat ge u verwondren moet,
- Als Hij, die alle macht heeft,
- Met wonder groot beleid
- Geheel het werk volbracht heeft,
- Waarom gij thans nog schreit.
-
-
-"Schrijf mij toch vooral hoe of het verder met de Nederlandsche
-poolvaart gaat. Er is niets ter wereld wat mij meer belang
-inboezemt. Ik heb aan een mijner vrienden nog eens geschreven,
-en hem uit het diepst van mijn hart verzocht, toch nimmer aan de
-levensvatbaarheid te twijfelen der beweging, maar altijd ernstig
-zich te blijven wijden aan de voortzetting der zaak, welke ons land
-ten goede zal komen. Wanneer men slechts moedig blijft volhouden,
-moeten de Nederlandsche poolreizen meer populair worden."
-
-
-
-Kort nadat hij dezen brief geschreven had ging hij op Zr. Ms. Macasser
-naar Borneo. Met zijn kommandant baron van Verschuer had hij vroeger
-in Arnhem reeds kennis gemaakt aan huis van diens broeder, in wiens
-geestdrift voor de Poolzeetochten en sympathie voor Beynen's streven
-deze wakkere zeeofficier hartelijk deelde.
-
-Met veel waardeering schreef Beynen ons over zijn medeofficieren en
-alles beloofde hem een belangrijken tocht om Borneo, doch voortdurende
-aandrang van bloed naar het hoofd, en "het snel verminderen van zijn
-oogen" waarover hij klaagde, maakten dat wij zeer bevreesd waren dat
-zijn kwaal, aandoening der hersenvliezen, zou terugkeeren.
-
-Hij--die niet licht klaagde--sprak de vrees uit ongeschikt te worden
-voor 't werk op zee. Hij riep geen geneeskundige hulp in, omdat hij
-niet kon omschrijven wat hij gevoelde, en "geen drukte wilde maken,"
-doch mij schreef hij dat hij een paar brillen had medegenomen op de
-Macasser, omdat zijn oogen hem soms geheel in den steek lieten. Den
-25sten September schreef hij mij nog een brief van Laboean-eiland,
-op Borneo's Noordkust.
-
-"Te Soerabaya beletten mij de verschillende drukten, welke het met
-spoed gereed maken van een oorlogschip steeds vergezellen, om u
-beiden eerder eenig bericht te zenden, doch op het eerste rustpunt
-onzer reis haast ik mij u te doen weten, welk een belangrijke reis ik
-ondernam. Van kolonel Jansen--wien ik trouw schrijf--zult ge zeker
-vernomen hebben, hoe ik aan boord van het stoomschip Macasser met
-een aangenaam stelletje officieren een hoogst interessante reis rond
-Borneo maak.
-
-"Ieder aan boord doet zijn best er een waar modeloorlogscheepje van
-te maken, en ik geloof dan ook dat het overal een goed figuur zal
-slaan. Het meest bevalt mij het moeielijke der navigatie in deze
-streken, waaronder vooral begrepen moet worden de riviervaart, welke
-bij herhaling voorkwam.
-
-"Tot nu toe bezochten wij Kuching, dat een 8 mijl Serawak op ligt,
-Laboean, en de kampong Broenei, het verblijf van den 90-jarigen sultan
-van Broenei, dat ook een heel eind binnen 's lands is gelegen. Beide
-rivieren, maar vooral de Broenei, zijn indrukwekkend schoon, en daar
-ik behalve Atjeh nog weinig van Indië gezien had, geniet ik volop
-van al het schoone dat moeder natuur ons te genieten geeft. Te
-Serawak of Kuching bleven wij vier dagen, maakten kennis met het
-Engelsche personeel in dienst van Rajah Brooke, en ontvingen en gaven
-genoegelijk feesten.
-
-"Te Broenei was het echter veel belangwekkender. Dáár waar de schoone
-rivier zich had verbreed tot een door hooge bergen omringd binnenmeer
-was de groote kampong Broenei, dat eeuwenlang zoo beruchte rooversnest,
-midden in het water op palen gebouwd. Het is een tropisch Venetië,
-dat prachtige, schilderachtige gezichtspunten aanbood. De Macassar
-lag midden tusschen de huizen, en als het ware op de groote markt
-of passar van den kampong, en bij honderden tellen wij de sampans
-met nieuwsgierigen gevuld, die het schip steeds omgaven. De sultan,
-die veel op de portretten van wijlen Paus Pius IX gelijkt, beweerde
-dat er nog nimmer een Hollandsch oorlogschip in zijn rijk gekomen was.
-
-Wij lagen vlak voor zijn paleis of Astana en maakten hem behoorlijk
-onze opwachting. 's Avonds hield ik er van, om geheel alleen in
-de vlet door den kampong te gaan rondzwerven, wat zeer eigenaardig
-was bij helder maanlicht. Hoewel de bevolking ons min of meer met
-wantrouwen bejegende, kregen wij toch twee koebeesten en tal van
-vruchten van den sultan ten geschenke. Uit de bovenlanden kwamen
-tal van onafhankelijke Dajakkers, die nog menscheneters zijn, met
-schuitjes de rivier afzakken om het oorlogschip te zien.
-
-"De rivier was vooral aan de monding zeer moeilijk te bevaren, doch de
-kommandant wist zijn schip behouden op de reede van Laboean te brengen,
-waar het 's nachts evenwel zoo met rukwinden buit, dat wij reeds tot
-twee keer toe van de ankers geslagen zijn. Hoe verder wij komen des
-te onbekender en interessanter wordt het. We zeilen veel, en ik hoop
-nu maar, dat wij ook wat ontmoetingen zullen hebben met zeeroovers,
-want dat is juist een soort van actie die ik gaarne zou beleven."
-
-De brief eindigde met deze woorden: "Vooral de laatste dagen heb ik
-veel aan onze koene Poolvaarders gedacht. Ik schreef van hier aan
-ons beider vriend De Bruyne, en zond hem mijn warmsten welkomstgroet,
-welken hij ontvangen zal bij zijn terugkeer in het vaderland.
-
-"God geve dat hun wakker pogen nu maar niet beloond worde doordien
-men deze tochten naar het Noorden opgeeft, welke in zoo ruimen kring
-vaderland en koning ten goede komen!"
-
-Dit was zijn laatste woord aan ons. Moge het een echo vinden in
-Nederland, opdat zijn wensch vervuld worde, en door de samenwerking
-van regeering en burgers die heerlijke oefenschool van het Noorden
-geopend blijve, ten voordeele van wetenschap, zeemansgeest en
-ondernemingszucht, ter eere van het vaderland.
-
-En wij gelooven zeker dat dit geschieden zal. De geestdrift van
-den onzelfzuchtigen ridder ter zee heeft vuur gewekt in de harten,
-en wat hij gepoogd heeft is verwezenlijkt. De beweging door hem
-begonnen, droeg schoone vruchten, en de vrienden, die hij liefhad,
-"de koene poolvaarders" van wie zijn laatste woorden gewagen, hebben
-de oude vlag roemrijk in het Noorden gehandhaafd. De Barents heeft
-een tweede reis gemaakt naar het Noorden, en een schitterend succes
-behaald [13] met den tocht naar Frans Jozef's-land, dat nog nooit
-door een zeilschip bereikt was.
-
-Juist toen wij uitrekenden dat Beynen in Indië verblijd zou worden
-met het bericht van deze overwinning, kwam de ontzettende tijding
-van zijn dood. Hij had het bericht van het welslagen van den tocht
-niet meer vernomen.
-
-Nadat het schip Laboean verlaten had, werd hij--die uiterst prikkelbaar
-en licht geraakt was geworden--meer en meer opvliegend. Hij was
-opgewonden en kon geen rust vinden. Te Macassar schijnt vermoeienis in
-de felle zon de aandoening der hersenvliezen, welke door overspanning
-en overwerken in Nederland begonnen was, verergerd te hebben en in
-ontsteking te hebben doen overgaan, gelijk na zijn dood gebleken
-is. Hij kon niet meer geregeld denken, en toen op een avond de kwaal
-erger werd, benam hij zich het leven. Een pistoolschot klonk, en
-Beynen was niet meer.
-
-Hij had zijn denkkracht opgeofferd aan zijn land.
-
-Het schip lag te Macassar op de reede, naast Zr. Ms. Banka, en de
-officieren van beide schepen zorgden dat de begrafenis van den jongen
-zeeofficier plechtig en met luister plaats had. Alle hooge autoriteiten
-waren er bij tegenwoordig, terwijl de militaire kommandant de muziek
-van het bataljon aan den stoet had laten voorafgaan. Aan het graf werd
-door den luitenant ter zee Jansen, een tijdgenoot en vriend van Beynen,
-in hartelijke taal geschetst hoe groote en heerlijke verdiensten
-hij had, en een schets gegeven van zijn leven en streven tot eer van
-het vaderland, waarna de staf-kommandant kapitein-luitenant Bijl de
-Vroe de aanwezigen bedankte voor hun deelneming in het verlies dat
-de marine geleden had door den dood van dezen jongen officier.
-
-Op het graf is door het état-mayor van de Macassar voorloopig een
-eenvoudige gedenksteen geplaatst, waarvan het onderhoud door baron
-van Verschuer aan het station-schip is opgedragen.
-
-Toen de mare van zijn dood in Amsterdam bekend werd, voerde men
-op het Caecilia-concert de derde symphonie van Beethoven uit, en ik
-weet dat de treurtonen van de marche funèbre menigeen aan Beynen deden
-denken. En dit te recht, want Beethoven heeft die symphonie gedicht ter
-eere van een edel mensch; en zoo iets aan Beynen waardig herinnert,
-dan is het die treurmarsch, waarvan de doffe doodsgalm onmerkbaar
-overgaat in een lied van liefde en hoop en heerlijke verheffing.
-
-En wat is het slotaccoord der symphonie, als men den ridderlijken
-jongen man herdenkt? Een gedicht van Longfellow, door mijn vriend
-C. Honigh voor mij vertaald, moge het aangeven:
-
-
- Op IJsland's eenzaam onherbergzaam strand
- Doolde eens de zanger. Stil, als in gebede,
- Zon hij er op een slotaccoord, waarmede
- Hij 't boek kon eind'gen, rustend in zijn hand.
-
- De meeuw verliet in cirkelvlucht de reede,
- De golven ploegden voren in het zand,
- Nog blonk soms 't avondrood op zee en land,
- Schoon reeds der wolken schaduw zich verbreedde.
-
- Daar spoelde een riem aan, waar de dichter stond,
- Gebroken wel, maar 't opschrift was gebleven:
- "Toen 'k werkte aan u, was ik vaak moede en mat."
-
- 't Was hem als een, die 't lang verloorne vond;
- Hij heeft in 't boek als slotwoord 't opgeschreven,
- En wierp de pen weg die geen nut meer had.
-
-
-Ja, de riem waarmede hij roeide, en waaraan hij met stalen volharding
-en heerlijke geestdrift werkte op de stormachtige zeeën en in de woeste
-branding, is ten laatste gebroken;--ja, de hersens die slechts tot ééne
-gedachte zich inspanden: de toekomst der Nederlandsche marine;--ja,
-het hart, het reine, zelfopofferende hart, waarmede hij zijn land zoo
-innig beminde,--dat ik soms geneigd was met Vondel's woorden hem toe
-te roepen:
-
-
- "Hebt ge Holland dan gedragen onder 't hart!"--
-
-
-ze zijn ten laatste bezweken. Hij had in korten tijd te veel gevergd
-van hart en hoofd.
-
-De riem, waaraan de jonge zeeridder met het leeuwenhart zwoegde,
-is gebroken. God nam hem tot zich, en, gelooft ons, zijne vrienden,
-die hem beschouwden als een dierbaren broeder, die hem liefhadden
-en vereerden, die wisten dat zijn zenuwgestel geschokt was, en hem
-daarom belet hebben weder naar het Noorden te gaan, gelooft ons: zoo
-ooit een jonge held, rust weigerend, op het slagveld gesneuveld is,
-zijn leven verliezend uit toewijding aan zijn land, dan is Beynen
-dus bezweken. In de branding is de riem in zijn handen gebroken!
-
-Maar zijn geest leeft voort, en, landgenooten, gij allen kunt helpen,
-om dien voort te laten leven in Nederland.
-
-Zie, de geestdrift van hen, die tehuis zitten, terwijl de Beynens en
-Schuylenburgen voor het land hun hartebloed geven, is goedkoop genoeg,
-en kan het gevolg zijn van een oogenblikkelijke opwinding; één woord
-van een man, die door daden mocht toonen hoe lief hij zijn land heeft,
-vermag honderdmaal meer, maar wij kunnen allen slechts roeien met
-de riemen, waarover wij beschikken. Laat hen, die kunnen schrijven,
-dan schrijven! die kunnen varen, van wal steken! die offers kunnen
-brengen op het altaar van het vaderland, hun zilver of goud geven!
-
-Ieder werke mede met de kracht, waarover hij beschikt, tot eer van
-het land!
-
-Ik kan niet zeggen hoe dankbaar ik zou wezen, indien er twintig,
-indien er tien, indien er vijf van de lezers van dit leven van
-Beynen--die tot nog toe niets deden--voortaan wilden medewerken om
-voor de marine die groote oefenschool van de IJszee, de oefenschool
-van Nelson, Heemskerk en De Ruyter, open te houden.
-
-Telkens vraagt men nog wat het nut dier tochten is; doch als u de
-argumenten niet zoo spoedig in gedachten komen, zeg dan: "Kom, laat
-ons op ouderwetsche wijze nog eens gelooven op gezag; ik geloof in
-het nut dier tochten voor den zeeman, omdat de Engelsche minister
-van marine onlangs zeide: "de Noordpoolreizen zijn een school voor
-ons zeevolk, daar ze het opvoeden in het kalme zelfvertrouwen, dat
-alleen de bestrijding van gevaar kan geven."
-
-"Ik geloof in het nut dier tochten voor den zeeofficier, omdat
-een man als Sir Henry Rawlingson verklaarde: "de tochten naar het
-noorden hebben in vredestijd dien geest van onversaagdheid, van
-ondernemingszucht, van zelfverloochening gekweekt en onderhouden,
-welke zoo onontbeerlijk is voor een waar zeeofficier."
-
-"Ik geloof ten laatste in het nut dier tochten voor het vaderland,
-omdat kolonel Jansen, die onze marine lief heeft en weet wat haar
-ontbreekt, die tochten aanbeveelt; omdat Beynen zoo van hun nut
-overtuigd was, dat hij zijn levensgeluk, zijn denkkracht en hart er
-voor opofferde; omdat mannen als De Bruyne en Speelman tot twee keer
-het roemrijk voorbeeld hebben gegeven; omdat luitenant Calmeyer, vol
-frissche zeemansgeestdrift, ten tweeden male zich als vrijwilliger
-aanbiedt; omdat luitenant Van Broekhuijzen, die het Willemskruis op
-het moedige hart draagt, na in den zomer van '79 gezien te hebben
-hoe groot de gevaren zijn, hoe ontzaglijk de verantwoordelijkheid
-is, toch den derden wil leiden, als Nederland's volk maar het geld
-geeft; omdat kloeke, jonge geleerden als de doctoren Sluyter, Lith
-de Jeude, Hymans van Anrooy en Faasen, met bewonderingswaardige
-toewijding, als vrijwilligers zeemansdienst deden op de Barents,
-ten einde op zee kennis te vergaren; omdat de waardeering van alle
-geographische genootschappen zoowel als van zoölogen en weêrkenners
-toont hoeveel deze tochten reeds voor de wetenschap deden; omdat
-geleerden en eenvoudige zeelieden zich om strijd aanbieden; omdat
-tal van zeeofficieren er om bedelen, de eer te mogen hebben voor het
-vaderland het leven te gaan wagen in de Poolzee."
-
-Wilt ge het nut dier tochten beseffen?
-
-Stelt u voor dat Zweden op het oogenblik met een machtige zeemogendheid
-in oorlog was. [14] De kust is geblokkeerd door de vijandelijke vloot,
-die den toegang tot de havens geheel verspert. Doch wat beduidt die
-rookwolk ginds in het verschiet? Het is de Vega die terugkeert van
-haar roemrijken tocht door het Noorden naar het Oosten. Nordenskjöld
-ziet de vijandelijke schepen, doch hij zegt tot kapitein Pallander:
-"Hijsch de Zweedsche vlag in top," en hij houdt fier en koen op de
-blokkeerende vloot aan. En wat geschiedt er? Ziet, gepantserd schip,
-torpedoboot en monitor, wijken links en rechts, ze maken ruim baan
-voor het pionier-schip, der wetenschap....., en ze salueeren de
-vijandelijke vlag!
-
-Die wetenschap en handel dient, is de weldoener van alle volken.
-
-En zegt nu niet: "Indien die tochten nuttig zijn, dan moest het land
-ze zelf betalen!"--Nu betalen de vrijwilligers uit ons zeevolk ze,
-en dit is schooner! Indien het land het deed, moest het op grooter
-schaal geschieden, ontzaglijk veel kosten, en voor onmiddellijk
-tastbaar nut dient reeds zoo veel uitgegeven te worden. Wij zorgen
-er al vast voor, dat er ervaren zeelieden zullen zijn voor een
-grooter schip met stoomvermogen, dat later, gelijk Beynen hoopte,
-zoowel de zuidelijke als de noordelijke poolzeeën zal onderzoeken;
-de regeering zal ten slotte ongetwijfeld medegaan en een jaarlijksche
-kruistocht in de IJszee tot oefening der marine onontbeerlijk achten,
-doch laat het volk driemaal toonen dat het offers voor het schoone
-doel overheeft... driemaal is scheepsrecht!
-
-En weet ge, landgenooten, waarom ik het bovendien zoo gelukkig vind,
-dat tot nu toe ons volk vrijwillig zijn zeelieden naar de Barentszee
-zond?--Omdat dit zulk een voortreffelijken indruk maakt in den
-vreemde; omdat men in het buitenland, waar men zelden van Nederland
-hoort, verneemt wat we nog in het Noorden vermogen, want alle naties
-stellen belang in de IJsvaart. En het doet goed om in den vreemde te
-hooren zeggen, gelijk mij het geluk te beurt viel in Engeland van een
-onbekende te vernemen: "Voorwaar! de Hollanders zijn niet ontaard;
-ze zenden nog op kosten der burgerij vrijwilligers naar de poolzeeën;
-de oude heldenaard en vaderlandsliefde zijn nog krachtig in uw roemrijk
-kleine land!"
-
-De Nederlandsche vlag, die door vrijwilligers der marine op kosten der
-burgers op den ijsschoener geheschen is, getuigt voor ons volk. Wanneer
-ze wappert in de zeebries op het donkerblauwe water der Poolzee,
-tusschen de blinkende ijsschotsen, dan is ze een symbool: het symbool
-van ons frisch en krachtig volksbestaan, van onzen eerbied voor de
-traditie, van onze hoop op de toekomst.
-
-En zegt nu niet: "Wat baten symbolen? Ze helpen ons niet in gevaar! er
-gaat geen kracht van uit!" Want er is juist weinig, wat zulk een
-reusachtige beweegkracht is, als een symbool waarin men gelooft.
-
-Aan hen die de tochten geen sympathie waardig achtten, omdat ze nog
-geen geld hielpen verdienen en slechts een symbool zijn, zoude ik een
-vraag willen herhalen, welke ik vroeger, mij woorden van Robertson
-herinnerende, eens stelde:
-
-Waarom is het dat ginds op die breede vlakte, waar twee legers den
-grooten kamp voor het vaderland strijden, ééne enkele plek vooral
-onze aandacht trekt. Waarom zijn aldaar de dichte drommen van den
-aanstormenden vijand reeds tot vijfmaal toe teruggeslagen? De grond
-davert en dreunt van de herhaalde charges der vijandelijke huzaren;
-dichtgezaaid liggen om die plek de lijken der dapperen; doch nog
-steeds bliksemen de sabels der officieren, flikkeren de bajonetten
-der soldaten in de zonnestralen, die, tusschen de jagende wolken van
-kruitdamp door, die kleine plek bestralen. Het onophoudelijk ratelen
-van het musketvuur, het donderen der zware kanonnen vermag aldaar zelfs
-niet het juichen te overstemmen der bezielde helden, die vol heerlijke
-geestdrift hun kostelijksten schat met hunne borst beschermen.
-
-Hoe onberekenbaar groot, mijn practische vriend, die het belang van
-alles berekent naar het geld dat het opbrengt, moet wel de waarde zijn
-van den schat, die dus door edele mannen met hun hartebloed verdedigd
-wordt! Wat mag het wel wezen, dat met onweerstaanbare kracht die
-dapperen ginds tot duizend heldendaden drijft?
-
-Het is omdat daar de vlag, de heilige driekleur van de vaderen,
-geplant staat!
-
-Gaat nu, o practische berekenaars, naar die oude krijgers heen en
-vraagt hun: waarom, mijn vrienden, stelt ge u dus in groot gevaar
-voor eenige vierkante meters dunne zijde, die veel door weer en wind
-geleden hebben? en ik geloof, dat gij een antwoord krijgen zoudt dat
-u verbaasde.
-
-Het edele instinct dier bewogen gemoederen zou bewezen hebben welke
-stem de ware is: de stem die zegt: deze lap bedorven zijde komt uit
-een winkel en is geen geld meer waard, of de koninklijke stem van
-poëzie en vaderlandsliefde, die uitroept: het is het symbool van ons
-volksbestaan, het is de vlag, het zijn de kleuren van het regiment,
-de roem van het leger en de eer van het land!
-
-Welnu, Nederlanders, dit symbool, deze vlag, deze heilige driekleur
-der vaderen, is door Beynen opgeheven: hij, de onversaagde ijsloods
-van de Barents, heeft haar geheschen in het midden van de streken,
-door de vaderen ontdekt; hij heeft haar geplant in het midden van
-het nog niet geheel heroverde kamp en hij heeft er zich op geworpen
-om haar te verdedigen!
-
-Daar staat de vlag! Wie helpt ons haar daar handhaven, haar daar
-verdedigen?
-
-Indien men het niet reeds doet uit dankbaarheid aan de marine, uit
-liefde voor ons land,--laat men het dan doen ter herinnering aan
-een jongen held, aan een hart zoo edel, rein en onzelfzuchtig als er
-ooit een voor ons volk klopte.... ter herinnering aan een geestdrift,
-een toewijding, die honderden heeft bezield....
-
-
-
-Wij hebben Beynen en zijn streven herdacht; wij hebben ons den jongen
-zeeridder weder voor oogen gesteld, wiens leuze de leus van Tromp was:
-
-
- "Mijn hart en hand
- Zijn voor mijn land!"
-
-
-en dan kunnen wij slechts eindigen met een woord, dat zijn geheele
-leven samenvat:
-
-
- Groeie en bloeie de Nederlandsche Marine!
- Leve het Vaderland!
-
-
-
-
-
-
-
-
-BIJLAGEN.
-
-I.
-
-HET LIED VAN DE BARENTS.
-
-
-Er was een soldatenlied: "Naar Atjeh! naar Atjeh!" dat Beynen
-dikwijls zong en aan mijn kinderen leerde. Wie het gedicht heeft,
-en wien de zangwijze te danken is, heb ik niet te weten kunnen
-komen. Op die melodie, en gebruik makende van enkele uitdrukkingen
-in dat soldatenlied, schreef ik ter zijner herinnering "Het lied van
-de Barents."
-
-
- Tot twee keer gaat Beynen met Young om de Noord,
- En "Tromp" noemt bewond'rend hem ieder aan boord.
- "O! makkers, oud Holland's vlag ligt hier ter neêr! bis.
- "Wie ontplooit haar met mij op een ijsschoener weer!
-
- "Naar 't Noorden, naar 't Noorden, heel d' aard zal het zien,
- "Wat Holland, oud Holland nog 't hoofd durft te biên,
- "Hoe 't volk aan verleden en toekomst gehecht, bis.
- "Geen gevaren ontziet voor zijn eer en zijn recht!
-
- "Ja, Neêrland! uw zeelui beminnen 't gevaar,
- "In d' ijszee gehard valt geen taak hun ooit zwaar;
- "En kost het ook velen, wij geven als rouw bis.
- "Hun het ridderlijk grafschrift: Beleid, Moed en Trouw!"
-
- Zijn jonge stem trilt wijl naar 't Noorden hij wijst,
- Zijn geestdrift wekt vuur, en een heldenschaar rijst;
- De Barents zeilt weg, Holland's vlag wappert grootsch, bis.
- "Om de Noord!" roept de Bruyne, "met Beynen als loods!"
-
- De Barents breekt nu door het ijs keer op keer,
- Want Beynen wees Neêrland het strijdperk der eer;
- Hij toonde ons hoe geestdrift de zelfzucht verwint, bis.
- En wij minnen eens 't land zoo als hij 't heeft bemind!
-
-
-
-
-II.
-
-HET WETENSCHAPPELIJK NUT.
-
-Nu wij voor nieuwe tochten--mocht het zijn op een zeilschip met
-stoomvermogen--het geld en de sympathie van onze landgenooten komen
-vragen, mogen we met dankbaarheid getuigen dat het kleine poolschip
-de aanmoedigende eerbewijzen welke de hoofdstad van het vaderland
-het bij zijn eerst vertrek bracht, ruim verdiend heeft. Mag ik in
-enkele woorden er aan herinneren wat de Barents voor de wetenschap
-gedaan heeft? Ik weet wel dat menige gemoedelijke natuur, die niet
-ontstemd zou zijn zoo al die ijver enkel traan en hoopen glimmend
-robbenvel betrof, zucht: "Och die wetenschap! wat zijn de tijden toch
-veranderd!" 't Is zeker, tijden en omstandigheden veranderen, en wij
-met hen, want elke tijd heeft eigen eischen. Eerst toog men naar het
-Noorden en zocht nieuwe handelswegen naar de Oost. Toen men op deze
-reizen links en rechts de waterstralen op zag spuiten, die aan den
-zeeman toonden hoe vischrijk 't Noorden was, togen groote vloten met
-Neêrland's vlag in top naar Groenland, Spitsbergen en Jan Mayeneiland
-heen en bloeide Smeerenburg. Toen de gejaagde walvisch zich terugtrok
-in het ijs, volgde men moedig 't groote dier en maakte tochten op met
-ijs bedekte zeeën, en weldra werd het de eer wie 't verste Noordwaarts
-trekken kon. In onzen tijd doet voor het eerst de wetenschap zich
-gelden, en zijn streven is toch voorwaar niet het minst edele van de
-vier. Men wist vóór de reizen van de Willem Barents niet veel meer van
-de Barentszee dan dat er ondoordringbaar ijs in het Noorden dier zee
-lag, op welker ijsschollen de stoomboot Tegethoff werd rondgevoerd
-om op Frans-Joseph-eiland te stranden. [15] Alles wat uit deze zee
-werd medegebracht door de Barents is nieuw en heeft wetenschappelijke
-waarde. Wij kennen nu door menigvuldige loodingen overal de diepte en
-den grond. De meteorologische waarnemingen zijn trouw en aanhoudend
-gedaan, doch deze moeten natuurlijk jaren achtereen herhaald worden
-eer ze belangrijke uitkomsten kunnen geven.
-
-De observaties van zoutgehalte en temperatuur der zee van de
-oppervlakte tot den bodem, hebben ons de stroomen leeren kennen. Men
-weet thans dat de golfstroom zich over een groot gedeelte der
-Barentszee uitbreidt, zijn warmte afgevende bij de ijsgrenzen, die
-daardoor tijdens den zomer meer en meer naar het Noorden gedrongen
-worden. Het warme water bevindt zich alleen aan de oppervlakte
-in een ondiepe laag, die dunner wordt naarmate de stroom zich
-meer uitstrekt. Het is voor het eerst gebleken dat de golfstroom
-in de Barentszee niet ver om de Noord dringt. Men heeft enkele
-kapen sterrekundig kunnen bepalen, de kaart van Frans-Joseph-land
-gewijzigd, een paar nieuwe kapen namen gegeven en baaien opgenomen
-en in kaart gebracht. Men heeft honderde grondsoorten uit de diepten
-der zee opgehaald, te Leiden aan de geleerden ter hand gesteld;
-de verzamelingen van de zoölogen hebben veel nieuws opgeleverd. Men
-heeft kunnen waarnemen dat sedert 1840 op verschillende plaatsen de
-horizontale intensiteit van de magneetnaald is toegenomen op andere
-verminderd, en de magnetische waarnemingen worden zoo belangrijk
-geacht, dat men ze te Hamburg gebruikt bij het samenstellen van eene
-magnetische kaart der geheele wereld. Men heeft de belangwekkende
-ontdekking gedaan, dat de schepen die verleden zomer te vergeefs
-hebben gepoogd de Jenisei en de noordelijke Russische riviermonden
-te bereiken, dit benoorden Nova Zembla hadden kunnen doen. Als de
-eene weg versperd is door het ijs, is bijna zeker de andere open.
-
-De tocht naar Frans-Joseph-land heeft nieuw terrein aangewezen voor
-de Noorsche visschers. Bij de komst van de Barents in Noorwegen
-werd met belangstelling geïnformeerd naar het aantal walrussen en
-zeehonden door de officieren gezien, en verschillende walrusjagers
-zullen hiervan dezen zomer partij trekken.
-
-Eindelijk heeft de tocht van de Barents Engeland's eerzucht gewekt
-en zullen wij spoedig in de Barentszee een zeer gewenschten en zeer
-noodigen mededinger en bondgenoot krijgen.
-
-De Engelsche admiraal MacClintock, de beroemdste aller nu levende
-Noordpoolvaarders, heeft een paar weken geleden in de vergadering van
-het Engelsche aardrijkskundig genootschap betuigt: "dat niets zoozeer
-de kennis der poolzeeën vermeerdert als het geduldig, systematisch
-onderzoek der Nederlandsche zeelieden, wien het genootschap bij deze
-betuigt dat het zich verheugt in het succes dat zij met zoo geringe
-middelen hebben verkregen, waarvoor ze hun dank zegt, en eert."
-
-Landgenooten, ge ziet dus dat het wetenschappelijk nut dier tochten
-groot is. En op hun eigenaardig belang voor een handeldrijvend
-volk heeft prof. Kan, in zijn studie over L. R. Koolemans Beynen,
-de aandacht gevestigd toen hij zeide: "Welk een voordeel handel en
-scheepvaart van 't onderzoek der arctische gewesten konden plukken,
-bleek volgens Beynen uit het vinden van den nieuwen handelsweg,
-door prof. Nordenskjöld naar de monding van de Ob en Jenisei geopend,
-een weg, waarvan Nederland z. i. zeker niet minder dan eenige andere
-natie de voordeelen zou kunnen trekken. Terwijl hij minder hechtte aan
-de voordeelen van de exploitatie der kriolieth- en steenkolenmijnen
-(die op de kusten van Groenland zijn overigens uitvoerig door hem
-in zijn eerste verslag beschreven), verwachtte hij meer van de
-winsten, door de visscherij te verkrijgen, vooral wanneer daarvoor
-de juiste terreinen werden opgezocht. Daartoe vestigde hij, zooals
-wij boven met een enkel woord zagen, uitdrukkelijk de aandacht op de
-visscherij in de Zuidpoolzee, waarvan men ook in Engeland zoo groote
-verwachtingen koesterde, een zee, waar Ross tusschen 1839 en '43 een
-groot, donker soort van walvisschen had gevonden en waar hij tot op
-71° Z. B. den geheelen dag blaasstralen aantrof. Twijfelde men nog,
-of dit Zuidpoolbekken aan de verwachting zou kunnen beantwoorden en
-ook voor Nederland winsten afwerpen, men zou den regel der voorouders
-volgen, er heengaan en onderzoeken.
-
-"Dat de heer Beynen bij 't ondernemen van den eersten Nederlandschen
-pooltocht, waarbij de eischen der wetenschap en het plaatsen van
-gedenksteenen op den voorgrond traden, deze denkbeelden niet telkens
-weder uitsprak, moge niemand verwonderen. Daarom verloor hij ze toch
-geenszins uit het oog. Dat hij o.a. zijn studiën over Siberië en
-de daar bestaande handelstoestanden intusschen steeds voortzette,
-is schrijver dezes meermalen gebleken; dat hij aan de toekomst van
-den nieuwen handelsweg geloofde, kan blijken uit het verslag der
-eerste reis van de Willem Barents, waarin hij zijn nauwkeurig opnemen
-en beschrijven der Matotsjkin Sjar daarmede motiveert, "dewijl deze
-straat, met het oog op het toenemend handelsverkeer tusschen Europa en
-de Siberische rivieren, een veel gevolgd vaarwater belooft te worden."
-
-
-
-De hoofdcommissie voor de IJszeevaart, welke de tochten blijft
-leiden, bestaat uit de heeren: J. D. Fransen van de Putte, O. Baron
-van Wassenaer van Catwijck, M. H. Jansen, H. de Bruine, E. N. Rahusen
-en Charles Boissevain.
-
-
-
-
-III.
-
-Het gedicht van Longfellow luidt dus in het Engelsch:
-
-
- Once upon Iceland's solitary strand,
- A poet wandered with his book and pen,
- Seeking some final word, some sweet Amen,
- Wherewith to close the volume in his hand.
- The billows rolled and plunged upon the sand,
- The circling sea-gulls swept beyond his ken,
- And from the parting cloud-rack now and then
- Flashed the red sunset over sea and land.
- Then by the billows at his feet was tossed
- A broken oar; and carved thereon he read,
- "Oft was I weary when I toiled at thee;"
- And like a man, who findeth what was lost,
- He wrote the words, then lifted up his head
- And flung his useless pen into the sea.
-
-
-
-
-IV.
-
-Toen het Engelsche geogr. genootschap de tijding van Beynen's dood
-vernam, schreef de president, lord Northbrook--oud-onderkoning van
-Britsch-Indië en thans minister van marine--het volgende aan den
-president van het IJszeevaart-comité:
-
-
- 1 Savile Row
- Burlington Gardens W.
- 25 Nov. 1879
-
-
- Sir!
-
- In my own name, and on the part of the council of the Royal
- Geographical Society, I hasten to convey to you, and to the
- Dutch Arctic Committee, our feelings of regret at the sad
- news which has just reached us, of the untimely death of
- Lieutenant Koolemans Beynen.
-
- In conveying to the Committee our expressions of sympathy,
- we desire at the same time to record our sense of the great
- loss which geographical science and research have sustained,
- and to assure you that the distinguished services of Lieut.
- Beynen were highly appreciated in England.
-
-
- I have the honour to be
-
- Sir, your most obedient servant
-
- Northbrook.
-
- President Royal Geographical Society.
-
- Monsieur Fransen van de Putte
- Chairman of the Arctic Committee, the Hague.
-
-
-Indien ik al de brieven wilde aanhalen, waarin zoovele mannen en
-vrouwen, op wie wij Nederlanders fier zijn, hun innig leedwezen over
-Beynen's dood, hun hartelijke waardeering en bewondering van zijn fier
-karakter en edel streven deden kennen aan zijn moeder, betrekkingen en
-vrienden, dan zou ik aan dit boek een groot aantal bladzijden moeten
-toevoegen. Nicolaas Beets en mevrouw Bosboom-Toussaint, om een paar
-voorbeelden te noemen, drukten uit hoe zij die poëzie liefhebben en
-edele gedachten eeren, den jongen zeeman en zijn streven op prijs
-stelden, en officieren, staatslieden en burgers van elken stand
-bewezen eveneens hoe ze den vaderlandlievenden enthousiast hadden
-lief gekregen.
-
-
-
-
-C. Honigh zond mij het volgende gedicht ter herdenking van den
-dierbaren vriend.
-
-
-L. R. KOOLEMANS BEYNEN.
-
-"Laat hen, die kunnen schrijven, dan schrijven! die kunnen varen van
-wal steken! die offers kunnen brengen op het altaar van het vaderland,
-hun zilver of goud geven!"
-
- Chs. Boissevain.
-
-
- Benijdbaar, wien het mocht gebeuren,
- Dat heel een natie bij zijn dood
- Een rouwklacht slaakte en in dat treuren
- Haar diepstgevoelde hulde bood!
- Dat lot wordt slechts door hem verworven,
- Die heel een leven kennen deê,
- Maar 't uwe ook was 't, schoon vroeg gestorven,
- Gij, jonge kampioen ter zee!
-
- Geen stoet ontelb're, ontroostb're vrinden
- Heeft tot aan 't graf uw baar verzeld
- U werd, gelijk den kloeken Barents,
- Het veld van roem ook 't doodenveld.
- Vond deze eenmaal in 't barre Noorden
- Een schuilplaats in 't "Behouden Huys" [16]
- Gij vondt uw graf in 't gloeiend Oosten,
- Maar, vrome held, ook gij zijt thuis!
-
- Ja, vroom en vroed gelijk de vaadren,
- Wier voetspoor gij weer hebt gedrukt!
- Zij reikten u den eerelauwer,
- Uit hun nog groenen krans geplukt.
- Gij deedt voor eeuwenoude glorie
- Het hart des volks weer hooger slaan,
- Herleeft ter zee onze oude luister,
- Met u vangt dan dit tijdperk aan.
-
- De "Willem Barentz" hijscht--wij willen 't--
- Dra Hollands vlag weer als 't symbool,
- Dat de oude geest zijn vleuglen uitslaat
- En wakker streeft van pool tot pool.
- Gij moogt dat scheepje niet verzellen,
- In zege deelen noch in strijd;
- Toch werkt ge op scheepsvoogd en gezellen,
- Bezielend of ge aanwezig zijt.
-
- Dus gaat er ook van dezen doode
- Een levenwekkende adem uit,
- Den killen ijskorst weer ontdooiend,
- Die menig hart voor geestdrift sluit.
- De driekleur wappert nu in 't Noorden,
- In 't Zuiden straks--doch wáár ontplooid,
- Die 't eerst na eeuwen ze er ontrolde,
- Neen, 't dankbaar volk vergeet hem nooit.
-
- Rijst eenmaal binnen de Amstelmuren
- 't Walhalla, dat te aanschouwen geeft
- In wie de roem van vroeger eeuwen,
- Het leven onzer natie leeft,
- Dan naast de Ruyter en de Trompen
- Dees jongen Tromp een plaats geboôn:
- "Zeevaders" noemde hij die oudren,
- Wèl was hij hun een waardig zoon!
-
- Maar doen wij meer nog, doen wij beter,
- Dat ieder schip van Neêrlands vloot
- In officiershut en vooronder
- Zijn beeltnis toone, en 't hoofd ontbloot,
- Spreke elk in geestdrift bij 't aanschouwen:
- "Wij volgen op de ontsloten baan,
- "Ons voorbeeld zullen we in u eeren,
- "Die, jong, zooveel reeds hebt gedaan."
-
-
- Wageningen. C. Honigh.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
- Blz.
-
- Voorrede 7
- Inleiding 13
- Zijn jeugd 21
- In Atjeh 28
- Naar het Noorden 50
- De tochten op de Pandora 57
- Met woord en daad 111
- Des zomers op de Noordzee 126
- Op de Willem Barents 150
- In den mist 164
- In 't westijs 168
- In 't kraaiennest 173
- In 't oostijs 187
- Laatste winter in het vaderland 193
- 's Winters op de Noordzee 203
- Laatste maanden 237
- Bijlagen 258
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] "Zeevaders" was een geliefkoosde uitdrukking van Beynen, als hij
-van de zeelieden der 17de eeuw sprak.
-
-[2] Ds. Gunning--die later hoogleeraar te Leiden werd--was ons een
-leermeester geweest, wien het zoo geheel ernst was met zijn adspiratie
-tot den oneindig liefdevollen Verlosser, van wien hij ons sprak,
-dat hij, in welke opvatting we ook later van hem verschilden, ons
-onvergetelijk bleef, zoodat ons beider vriendschap voor hem ook ons
-tot een bracht.
-
-[3] Mac Gahan, die een paar jaar later zoo beroemd werd door zijn
-schrijven in het oosten als correspondent van de Daily-News, was de
-vriend en vertegenwoordiger van den heer Bennet, den eigenaar van
-de New York Herald, die 2000 £ gegeven had voor den tocht van de
-Pandora. Luitenant Lilingston, die als eerste officier medeging, had
-ook 2000 £ bijgedragen, doch het schip was gekocht en in orde gemaakt
-op kosten van kapitein Allen Young zelven. Hij hoopte den westelijken
-doortocht te vinden, en iets te ontdekken van de overblijfselen van
-Sir John Franklin, die dertig jaar geleden naar het hooge Noorden
-gestevend en daar met al de zijnen omgekomen was.
-
-[4] "Rotches" is de Engelsche benaming. Onze Groenlandvaarders noemden
-deze vogels "Rotges" of "Rotte Hedges" naar het geluid 't welk zij
-maakten: rottet, tet, tet, tet.
-
-[5] "Ik wensch u mede te deelen hoe gelukkig wij ons rekenen, dat
-we zulk een goed en ijverig officier als luitenant Beynen aan boord
-hebben. Ik kan werkelijk niet genoeg ten zijnen gunste zeggen, want
-hij is ijverig en oplettend, en een bijzonder aangename kameraad aan
-boord. We zijn allen hartelijk met hem ingenomen en hij is ons van
-het grootste nut."
-
-[6] "Luitenant Beynen gaat ons verlaten, tot leedwezen van al zijn
-kameraden en van de geheele bemanning van de Pandora. Hij heeft zich
-in elk opzicht onderscheiden. Wat mij betreft kan ik zeggen dat ik,
-indien ik weer naar de IJszee terugkeer--wat zeer mogelijk is--niets
-liever zou wenschen dan dat hij weer met ons mede ging. Ik hoop echter
-in zijn belang dat vóór dit geschiedt, door de Nederlandsche regeering
-een expeditie naar het Noorden zal worden uitgerust en dat Beynen dan
-een der hoofden zal zijn, want indien het welslagen eener onderneming
-verkregen kan worden door talent, geestkracht en zeemanschap, dan
-ben ik overtuigd dat hij elke onderneming zal doen gelukken."
-
-[7] De heer Schorer, later commissaris des konings in de provincie
-Noord-Holland en vervolgens vice-president van den Raad van State,
-was vol geestdrift voor de tochten naar het Noorden. Hij is ons
-vaderland nu helaas ontvallen, die edele man, die geboren regeerder.
-
-[8] Het bevel over de expeditie was opgedragen aan den
-luitenant t/z. 1e klasse A. de Bruyne, wien als officieren waren
-toegevoegd de luitenants t/z. 2e klasse L. R. Koolemans Beynen en
-Jhr. H. M. Speelman, welke laatste de magnetische waarnemingen zou
-verrichten. Dr. Sluijter, die reeds in 1876 zoölogische onderzoekingen
-in de Noordzee hielp doen, maakte de reis als natuurkundige mede,
-terwijl Dr. P. J. Hymans van Anrooy, officier van gezondheid
-van het Indische leger, zich als geneesheer bij de expeditie
-aansloot. Van het belangelooze aanbod van een jeugdige Engelschman,
-den heer W. J. A. Grant, met wien Beynen op de Pandora gediend had,
-een amateur-photograaf, die aangeboden had de reis vrijwillig mede
-te maken en alle photografische toestellen en benoodigdheden voor
-de expeditie mede te brengen en bij terugkomst alle clichés aan
-'t comité af te staan, werd met ingenomenheid gebruik gemaakt. De
-bootsman B. Witteveen, de timmerman E. F. Vogelaar en de kok J. de
-Bruyn behoorden tot het personeel der Koninklijke Nederlandsche Marine
-en de rest der bemanning bestond uit twee matrozen van het loodswezen
-te Vlissingen, B. G. Baljé en J. Kamermans, uit twee visschers van
-Marken, J. Roos en A. de Waart, en een tonnenlegger uit 't Nieuwediep,
-D. de Wit.
-
-[9] Hier en daar vul ik zijn brief aan met zijn verslag.
-
-[10] In het ijs of in het kustwater ontkleeden de wachtdoende
-officieren bij het naar kooi gaan zich nimmer.
-
-[11] Zie in de eerste bijlage achter het boek het Lied van de Barents.
-
-[12] De Castor, waarop ik de reis naar de vischgronden medemaakte,
-is een der voortreffelijke schepen van de Maatschappij Neptunus, wier
-directie zoo vriendelijk was mij de vergunning te geven mede te gaan.
-
-Door het verdienstelijke initiatief van de heeren Ch. Bosch en
-P. E. Tegelberg werd op den 1sten October 1876 de Maatschappij tot
-Exploitatie van Zeevisscherij "Neptunus" te Nieuwediep opgericht,
-onder directie van de heeren Den Dulk en Van Oosterenterp, terwijl
-de heeren Bosch Reitz en Tegelberg als commissarissen optraden.
-
-De directeuren hadden reeds van 1872 den groothandel in visch op
-binnen- en buitenland gedreven, en deden dezen aan de Maatschappij
-over, zoodat reederij en vischhandel vereenigd werden onder één naam.
-
-Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 120.000 gulden, zijnde 120
-aandeelen à 1000 gulden, verdeeld in 2 seriën.
-
-De Pollux en Castor kwamen in 1877 in de vaart, de Rhea en Saturnus
-in 1878.
-
-Ongetwijfeld behooren deze sierlijke schoenertjes tot de schoonste
-vaartuigen onzer Noordzee-vischvloot en verdienen de namen der bekwame
-schippers, door wie ze bestuurd werden, gemeld te worden.
-
-
- De Pollux wordt gestuurd door schipper A. Verschoor.
- ,, Castor ,, ,, ,, ,, A. Koster.
- ,, Rhea ,, ,, ,, ,, C. Noordzij.
- ,, Saturnus ,, ,, ,, ,, L. v. Veelen.
-
-
-De bemanning bestaat bijna geheel uit Pernissers, moedige forsche
-visschers, zooals wij gezien hebben, die zelfs bij stormweêr visschen.
-
-De equipages varen uitsluitend "op zegen", dat wil zeggen op deel,
-volgens eene regeling tusschen kapitaal en arbeid, zooals van oudsher
-te Pernis in zwang was.
-
-Deze belangwekkende regeling, door langdurige praktijk allerdoelmatigst
-bevonden, is aldus:
-
-Het schip krijgt 72 deelen of lijnen.
-
-De schipper 16, 7 matrozen ieder 12 en de 5 jongens naar grootte van
-10 tot 2, namelijk van de netto besomming, dat wil zeggen van hetgeen
-overblijft na aftrek van de gemaakte kosten: zijnde het huurgeld
-van de beug, de victualie, het ijs, het vischaas, het havengeld,
-het sleeploon, fooien, steenkolen, enz. enz.
-
-Als voorbeeld diene het volgende:
-
-Van half October tot half December 1878 maakte de Castor 5 reizen
-(4 naar Grimsby en 1 naar Vlaardingen).
-
-
- De bruto-besomming bij elkaar was f 3640.00
- De onkosten, die reederij en visschers hiervan eerst
- betaalden, bedroegen f 1269.39
- Het deelgeld bleef dus f 2370.61
- Hiervan kreeg de maatschappij 72 deelen f 914.--
- Albert de schipper 16 deelen f 203.--
- 7 matrozen ieder 12 deelen f 1064.28
- Een jongen 7 deelen f 88.09
- Een jongen 5 deelen f 63.05
- Kleine Jan 2 deelen f 25.04
-
-
-Hoe meer men vangt, hoe minder onkosten men maakt, of hoe geringer
-schade men bekomt, des te grooter worden dus de aandeelen niet alleen
-van de reederij, maar van ieder visscher.
-
-De groote verdiensten der schoeners is hare groote bezeildheid,
-waardoor zij de visch spoedig levend binnen brengen en in korten tijd
-van en naar de verste vischplaatsen kunnen gaan.
-
-'t Zijn keurige scheepjes, wel bezeild, goed zeehoudend, en onze
-bekwame schippers kunnen er mee lezen en schrijven.
-
-Het Nieuwediep, met zijn schoone, altijd stroomende haven, ligt voor
-de visscherij zeer gunstig. Trekt men eene lijn van benoorden de
-Doggersbank, waar zij meest visschen, tot naar Midden-Duitschland,
-waar 't grootste débouchée is, dan loopt die lijn vlak over
-'t Nieuwediep. Moge 't Nieuwediep eens worden wat Grimsby voor
-Engeland is!!
-
-De Maatschappij "Neptunus" drijft een uitgebreiden vischhandel op
-binnen- en buitenland.
-
-De puike hollandsche krimpvisch krijgt overal in Europa ingang. Zoowel
-naar het buitenland als naar de steden en dorpen van ons vaderland
-zendt de maatschappij visch aan particulieren wanneer men ze per
-telegraaf of post bestelt.
-
-[13] Zie Bijlage II achter in 't boek.
-
-[14] Dit werd geschreven in Maart 1880 toen de Vega, van haar altijd
-gedenkwaardigen tocht teruggekeerd, door de Noordzee naar Zweden
-spoedde.
-
-[15] Deze mededeelingen geven in kort weer wat luitenant van
-Broekhuyzen in zijn lezing in Zeemanshoop over de resultaten van de
-reis opmerkte.
-
-[16] "'t Behouden Huys", dus noemden Barents en zijne lotgenooten de
-hut, waarin zij op Nova-Zembla in 1596 overwinterden.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Leven en streven van L. R. Koolemans
-Beynen, by Charles Boissevain
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK L. R. KOOLEMANS BEYNEN ***
-
-***** This file should be named 55522-8.txt or 55522-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/5/5/2/55522/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-