diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 17:47:09 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-07 17:47:09 -0800 |
| commit | 8111e3f33802d48476844eba43f63adcf9144ea7 (patch) | |
| tree | 36e1a2f894f318cbebe6952a689b121ae98ec9ab | |
| parent | 393f4767f8ee3ae4c23fcf6e34501d528ccdb1a2 (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/55834-8.txt | 9100 | ||||
| -rw-r--r-- | old/55834-8.zip | bin | 165838 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h.zip | bin | 241681 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/55834-h.htm | 9508 | ||||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/book.png | bin | 364 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/card.png | bin | 249 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/external.png | bin | 172 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg | bin | 8368 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/new-cover.jpg | bin | 41042 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/55834-h/images/titlepage.png | bin | 6978 -> 0 bytes |
13 files changed, 17 insertions, 18608 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..f5fd614 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #55834 (https://www.gutenberg.org/ebooks/55834) diff --git a/old/55834-8.txt b/old/55834-8.txt deleted file mode 100644 index 1cb17b4..0000000 --- a/old/55834-8.txt +++ /dev/null @@ -1,9100 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Arbeiders - Roman - -Author: Alexander L. Kielland - -Translator: Ida Donker - -Release Date: October 28, 2017 [EBook #55834] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg from scans made available by the Norwegian -National Library. - - - - - - - - - - ARBEIDERS. - - ROMAN - - VAN - ALEXANDER L. KIELLAND. - - Vertaald uit het Noordsch - DOOR - IDA DONKER. - - - - DEVENTER, - W. HULSCHER G.J.ZN. - - - - - - - - -ARBEIDERS. - - -I. - - -In het zuidwesten en over de baai, aan welke Christiania gelegen is, -was de hemel helder en blauwachtig wit. De zonnestralen glinsterden -in de door den wind zacht bewogen golfjes, waartusschen men echter -strepen waters zag zonder eenige beweging. Uit welke streek het waaide, -viel moeilijk te zeggen. In het oosten hingen iederen namiddag zware -onweerswolken over de stad; tegen den avond trokken zij weer op. - -"Barstte de onweersbui toch maar eens los," dachten de lieden, -maar het was alle dagen, gedurende de geheele maand Augustus, -hetzelfde. De zon braadde, de wind voerde de warme lucht, dan hier, -dan daar, zonder eenige koelte aan te brengen, en de drukkende hitte, -onder welke men al zoolang had gezwoegd, en van welke men hoopte door -eene flinke onweersbui verlost te worden, duurde maar steeds voort. De -breede straten van Christiania werden geblakerd in de zon; in het -zuiden en zuidwesten der stad was het bijna niet uit te houden. De -schaduw scheen het zich wel tot taak te hebben gesteld zich zoo smal -mogelijk te maken, zij sloop als 't ware langs de huizen en maakte -het den voorbijgangers onmogelijk eenig voordeel van haar te trekken. - -In de Karel-Johanstraat was het des morgens het best: men kon het -Storthing-gebouw bereiken, zonder te veel van den fellen zonneschijn -te lijden te hebben, maar over het Eidsvoldsplein en naar het slot -had de zon hare beste krachten verzameld. - -De bladeren der boomen van het jonge plantsoen hadden eene grijsachtig -witte kleur van het stof en hingen slap neer; de populieren stonden -even stijf als altijd en gluurden naar hunne schaduw. En de menschen -gleden, alsof zij vogels waren, van den eenen boom naar den anderen, -terwijl deze zich in het dichtste gebladerte verscholen, of wel zich -bezig hielden een zandbad in de half verschroeide bloemperken te nemen. - -Eenige heeren sleepten zich met moeite voort op de hoogte waarop het -slot gebouwd is. De warmte had hen duchtig beet, dat kon men duidelijk -aan hen zien, en zij zagen er recht ongelukkig uit, zooals zij daar -met opgestoken paraplui, den hoed in de hand en den zakdoek nat van -al de zweetdroppels, die zij er mee afgewischt hadden, hunnen weg -vervolgden. Onder de groote klok van het universiteitsgebouw stonden -eenige jonge studenten (zij hadden pas dien titel verkregen) en zij -zweetten Latijn. Plotseling werd het stof in de Universiteitsstraat -door een licht windje in beweging gebracht, naar alle kanten dwarrelde -het in dikke wolken heen; juist kwam ook de waterkar aan, en de -droppels bleven als grauwe parelen op het dikke warme stof liggen. - -Het deed pijn aan de oogen, naar de zijde van het slot te zien; -het gebouw werd door de zon van alle kanten fel beschenen; voor de -ramen had men dan ook alle gordijnen neergelaten. Karel Johan zat -op zijn bronzen paard voor het slot, hij hield zijnen hoed in de -hand om het wat minder warm te hebben. De rook uit de schoorsteenen -viel, of liever hing, als eene bruine wolklaag over de stad neer, -in het oosten pakten de geelachtige onweerswolken zich weer samen en -zij zagen er uit, als de rook van zwaar geschut. De groote steen en -huizen, zoo gebouwd, dat zij eenen Siberischen winter weerstand kunnen -bieden, waren thans werkelijk aan ovens gelijk. De warme lucht rustte -echter nog zwaarder op de kleine, nauw ingesloten binnenplaatsen, -waar men op zijnen rug moet gaan liggen, zoo men een stukje van den -blauwen hemel wil zien. Door achterdeuren en keukenramen drong zij -de trappen op; hier ontmoette zij de warme zonnestralen, die van -de straatzijde in de woningen door de vele vensters en den geheel -verwarmden voorgevel vielen. Van den zolder tot aan den kelder was er -geen enkel koel plaatsje te vinden, uitgenomen daar, waar de voorraad -ijs zich bevond; de langdurige hitte had de muren zoodanig verwarmd, -dat zelfs de nachten geene verademing aanbrachten. Het was snik heet, -alles wat de eigenschap bezat eene vieze lucht te kunnen verspreiden, -greep die gelegenheid gretig aan; in de geheele stad was geen mond -vol frissche lucht te bekomen. - -"Hoe noordelijker men komt, des te erger wordt de hitte," zeide de -commies Mortensen, en hij deed zijne das af. Hij zat reeds in zijne -hemdsmouwen en zijn vest hing open. - -De jonge klerk Hiorth welke nog geene vaste aanstelling bij het -Departement had bekomen, en die bezig was met het plakken van -kleine papieren zakken, die men voor het een of ander doel in het -Departement noodig had, draaide zich boos om, want Mortensen zag er -dan ook alles behalve smaakvol uit, zooals hij daar van de warmte in -zijne geelachtige hemdsmouwen zat te puffen. Hiorth waagde het echter -niet iets te zeggen, hij was, zooals gezegd is, nog een nieuweling, -en Mortensen voerde hier het hooge woord. - -Alle ramen in het groote gebouw stonden wijd open, evenzoo de deuren -tusschen de verschillende vertrekken en de gangen. De beambten brachten -elkander visites en klaagden over de warmte; eenige stukken hadden zij -echter altijd in de hand, voor het geval, dat zij iemand op hunnen weg -ontmoetten. De nieuwelingen, die nog niet aan het werk gewoon waren, -hadden veel moeite wakker te blijven; als verwelkte zonnebloemen hingen -zij met 't hoofd over de tafel gebogen, soms sprongen zij verschrikt -uit hunne zoete sluimering ontwaakt, op, en dan hadden zij het bijster -druk met hunne papieren in orde te brengen. Papier was er overal. De -klerken waren er geheel van omringd; al de planken tegen de muren -waren propvol. Er was grauw papier, wit papier, geel papier, pakpapier, -postpapier, bordpapier, vloeipapier, gestempeld papier, nieuw papier -en ook heel oud papier met gele kanten. Papier lag in enkele vellen, -in een omslag, of wel in groote pakken gebonden op den vloer, op de -stoelen en tafels; het was werkelijk eene overstrooming van papier, -en de ongelukkigen, die daar hunne bezigheid hadden, moesten, naar -het scheen, zich er op voorbereiden, eenmaal den dood in 't papier -te vinden, zoo zij zich ten minste door zwemmen niet konden redden. - -In het vertrek naast dat van Mortensen zat de commies Örseth. Hij was -klein van gestalte, droeg een' zwarten baard en was zeer levendig. Hij -stoof de kamer, waar Mortensen zich bevond, binnen; een courant hield -hij in de hand. - -"Hebt gij dit artikel gelezen, Mortensen, het gaat nu werkelijk al -te ver.... anders, lees dit stuk eens over het stemrecht van de -werklieden. Dat zoo iets openlijk geschreven, gedrukt, verspreid -wordt.... de schrijvers van zoodanige artikelen verdienden dat zij -opgehangen werden." - -Mortensen wierp vluchtig eenen blik op het blad. - -"Dat las ik van morgen.... onzin!" - -"Onzin! Mortensen, neen veel erger is het.... leugenachtige ophitsende -woorden, die hoogst gevaarlijk voor de rust van de maatschappij -zijn. O, wanneer ik het bedenk," barstte Örseth uit, en een bittere -glimlach speelde om zijnen mond, "hoe men hier de werklieden naar de -oogen ziet, op familiaren voet met hen wenscht te staan, hoe men bij -alle gelegenheden, te pas of te onpas, redevoeringen houdt, waarin men -hunnen lof uitbazuint, juist alsof zij alleen werk in de maatschappij -verrichten, en alsof wij niet anders waren dan.... dan...." - -"Dagdieven," vulde Mortensen aan. - -"Het rechte woord," riep Örseth uit, "en ik zou toch wel eens willen -weten, wie het meest werkt, zulk een stratenmaker bijv. of één -van ons!" - -Op dit oogenblik gleed een klein man, met wit haar, het vertrek -binnen. Nooit wist men goed, van welken kant hij binnenkwam; de deuren -gingen altijd, wanneer zij niet openstonden, zooals nu, onhoorbaar -onder zijne hand open, en op vilten zolen liep hij door het gebouw. - -"Nu, Mo," zeide Mortensen, en hij knipoogde hem vertrouwelijk toe, -"is hij weg?" - -"De minister is een oogenblik geleden met den koopman Falck-Olsen -uitgereden," antwoordde Mo, en hij gleed weer uit het vertrek. - -Zoolang de kleine man in het vertrek was, zaten al de klerken over -hun werk gebogen, en Örseth was ook naar zijn vertrek teruggekeerd. - -Mo was de bode van het Departement. Hij was altijd in bruinen rok -met lange panden en opstaanden kraag gekleed, en eene witte stijve -das reikte hem tot aan de kin. In dit costuum had hij veel van eenen -kwaker, en het bleeke gelaat met den vriendelijken blik boezemde -vertrouwen in. Zijn haar was sneeuwwit, en, wijl het tamelijk lang -in den nek was, viel het in kleine krulletjes over den kraag van -zijnen rok. - -Toen de bode, even onhoorbaar als hij gekomen was, het vertrek -had verlaten, riep Mortensen half luid uit: "Hoor, Örseth, ging de -hoofdcommies nu ook maar weg, dan zou een glas schuimend bier in het -koffiehuis hier naast, best smaken.... hé?" - -"Hé ja!" riep de jonge Hiorth uit, en de schaar viel hem uit de hand. - -Mortensen zag den jongen man koel aan; plotseling kwam hij op andere -gedachten. Hiorth was de zoon van een voornaam ambtenaar in het -westelijke gedeelte van Noorwegen, hij had zeer goede relatiën en was -waarschijnlijk goed bij kas. Hij antwoordde daarom vrij vriendelijk: -"Jonge vriend, je groeit schielijk!" Hiorth begreep in het minste -niet, wat met deze woorden werd gemeend, maar daar hij had bemerkt, -dat het tot de bon ton in het Departement behoorde, Mortensen -geestig te vinden, lachte hij natuurlijk, en zeide in allen eenvoud: -"Wat ik het meest mis, sedert ik aan het Departement werkzaam ben, -is mijn ontbijt in het Grand-Hôtel; men heeft er nu zulke heerlijke -lamscoteletten, nergens maakt men ze beter klaar, en dan versche -komkommersalade...." In het vertrek waar Örseth werkte, werd eenig -gebrom gehoord. - -"Nooit eet ik in den voormiddag komkommersalade," antwoordde Mortensen, -"daar behoudt men den smaak te lang van in den mond, maar eene -beefsteak à la Hollandaise met aardappelen, een borrel en een glas -bier, dat is een ontbijt naar mijnen smaak." - -"Dat is ook altijd heel goed in het Grand-Hôtel." - -"Ik voor mij, vind, dat men daar in 't geheel niet goed eet," zei -Mortensen op onverschilligen toon. - -"Ik kan er voor instaan, dat het u daar bevallen zal, en wanneer gij -mij de eer wilt aandoen, er met mij heen te gaan....." - -Opnieuw werd het gebrom in het andere vertrek gehoord. - -"Dank voor je aanbod, maar Örseth en ik waren eigenlijk van plan....." - -"Zoo gij meent," zeide Hiorth op wat angstvalligen toon "dat meneer -Örseth mij ook de eer zou willen aandoen van....." - -"Ja, dat is niet heel gemakkelijk te zeggen," antwoordde Mortensen, "op -dit punt is hij nog al teergevoelig, maar ik wil hem wel eens polsen," -en hij ging naar het andere vertrek. Hier zat ook in eenen hoek over -eenen lessenaar heengebogen een man met oudachtig uiterlijk. Nadat -Örseth een oogenblik met Mortensen op fluisterenden toon had gesproken, -riep hij: "Hansen, ik moet van morgen even uit. Zoo Mo vraagt, waar -ik ben, kunt gij zeggen dat ik naar het registratie-kantoor ben, -om er eene conferentie te houden.... hebt gij het begrepen, Hansen?" - -Deze boog even toestemmend met het hoofd. - -"Wat is hij dof geworden," zeide Mortensen half luid, "het was hoog -tijd, dat hij de redactie van de courant neerlegde." - -Mortensen bedoelde: "de Vriend des Volks," welke de oude Hansen -vroeger had geredigeerd, maar hij was gedwongen zijn ontslag aan -te vragen, wijl de courant in den laatsten tijd eene richting was -toegedaan, welke zij, die over hem gesteld waren, gevaarlijk voor de -maatschappij vonden. - -Nu was Mortensen redacteur. - -Örseth begon zich al gereed te maken, heen te gaan, waarop Mortensen -aanmerkte, dat het niet gaan zou, zoolang de chef van het bureau nog -niet zijne dagelijksche wandeling had gedaan. Juist toen Mortensen die -woorden zeide, hoorden zij de deur van de kamer, in welke deze zat, -openen, en zagen zij hem de trappen afkomen. - -Mortensen ging naar zijne plaats terug en zeide tot Hiorth op -fluisterenden toon: "ik heb hem overgehaald meê te gaan," en onder -het neuriën van een volksliedje begon ook hij zijn toilet wat in orde -te brengen. - -Niet velen zouden het gewaagd hebben in de bureau's van het Departement -zich zoo vrij te gedragen als Mortensen gewoon was. Eerstens was het -eene bekende zaak, dat hij Anders, den "Almachtige," zooals Mo in de -wandeling genoemd werd, tot vriend had, ten andere werd er gemompeld, -dat de minister Bennecken, wanneer hij zijn gevoelen aangaande het -een of ander kenbaar wilde maken, zich soms van "de Vriend des Volks" -bediende. - -Dit was de reden, waarom de commies Mortensen in het Departement voor -wat meer aangezien werd dan zijne collega's. Zoo langzamerhand begon -het in het vergeetboek te geraken, dat zijn verleden niet onberispelijk -was geweest. Veel was er indertijd gepraat over een bedrog in eene -fabriek voor lucifers op groote schaal gepleegd, en Mortensen, die toen -zaakwaarnemer in de kleine stad was, had zich zeer gecompromitteerd. - -Eindelijk was Mortensen er in geslaagd, zijn jas over zijn gele hemd -dicht te knoopen en de heeren stonden reeds met den hoed in de hand, -gereed om weg te gaan. Bij de deur gekomen, keerde Mortensen zich om, -en riep uit: "Bij alle goden, hij heeft geene stukken meegenomen, -de jonge snaak is van plan zonder stukken de straat op te gaan." - -Hiorth lachte; hij wist, dat zoodra Mortensen iets geestigs zeide, -dit van de hoorders verwacht werd. - -"Hebt gij dan geen oogen," zeide Örseth, en nu eerst bemerkte Hiorth -dat de anderen eenige papieren onder den arm hadden. - -"Maar.... maar.... welke stukken kan ik meênemen," vroeg hij op -radeloozen toon, en hij zag naar den hoop papieren, die voor hem lagen. - -"Nu nog mooier," riep Mortensen uit, en meewarig sloeg hij zijnen -blik naar het plafond, "hij vraagt welke stukken hij zal meênemen; -alsof het er wat op aankomt, met welk papier men op straat gaat." - -Eindelijk ging er een licht voor den nieuweling in het vak op, hij -maakte dus een pak klaar, dat aan dat der anderen gelijk was, en zoo -waren zij ten laatste gereed de trap af te gaan. Toen zij echter bij -de straatdeur waren gekomen, werden zij door eenen langen, mageren man, -in een werkpak gekleed, opgehouden. - -"Meneer de Redacteur," zeide hij tot Mortensen, en hij wischte zich -het zweet met zijn schootsvel van het gelaat, "waar kunnen wij een -portret van generaal Roberts in de stad krijgen?" Zonder een oogenblik -te aarzelen antwoordde de Redacteur: "neem dat van Gladstone en geef -hem eenen vollen baard." - -"Maar Gladstone is zoo kaal," merkte de graveur aan. - -"Zet hem een Stanley-hoed op," antwoordde Mortensen kalm. De man -groette en ging verder, en Hiorth zag Mortensen met de grootste -bewondering aan. "Ferm bedacht, meneer de Redacteur," zeide hij, -en hij waagde het zelfs, Mortensen vertrouwelijk op den schouder te -kloppen,--de gedachte dat hij de anderen vrij zou houden, gaf hem moed. - -"Maar weet gij precies, hoe generaal Roberts er uit ziet?" - -"In het geheel niet," antwoordde Mortensen. - -"Maar gesteld, dat de generaal in 't geheel geenen baard heeft, -of alleen eenen knevel, zooals ik bijvoorbeeld?" - -"Dan heeft de generaal zich den baard laten afscheren, sedert hij -het laatst voor zijn portret heeft gezeten, dat is klaar als de dag." - -"Nu," zeide Örseth, "moeten wij ieder afzonderlijk gaan; steek naar -de andere zijde der straat over, Mortensen." - -Een vloek ontsnapte aan Mortensen, de anderen draaiden zich om, en -hij, dien zij het minst van allen wilden ontmoeten, kwam recht op hen -aan. Het was de hoofdcommies, de heer Delphin, deftig en elegant als -altijd, een boosaardige glimlach speelde, zooals veelal het geval was, -ook nu om zijne lippen. - -"Daar zullen wij van lusten, dat onweer kunnen wij niet meer ontkomen," -zeide Örseth bij zich zelf. Hiorth beefde van schrik. De drie heeren -groetten George Delphin vrij verward, deze groette even terug, en het -had er veel van, alsof hij hen zonder iets te zeggen, voorbij wilde -gaan; onverwachts echter bleef hij voor Mortensen staan en vroeg hem -buitengewoon beleefd: "Meneer Mortensen, u heeft zeker wel een paar -lucifers over?" - -Mortensen kromp ineen van schrik, terwijl hij naar de verlangde -lucifers zocht; de hoofdcommies stak zeer langzaam en voorzichtig -zijne sigaar aan, bedankte voor de moeite, en ging verder. - -"Nu, daar zijn wij al heel genadig afgekomen," zeide Hiorth in zijne -onschuld. - -"O, dat wil ik juist niet beweren," antwoordde Örseth, en zijdelings -wierp hij eenen boosaardigen blik op Mortensen. - -"Vervloekte rekel!" fluisterde de Redacteur bij zich zelf. - -"Verleden Zondag hoorde ik bij de familie Falck-Olsen vertellen, -dat meneer Delphin veel kans had, spoedig tot kamerheer te worden -benoemd," zeide Hiorth, altijd recht in zijnen schik, als hij zijne -kennis aan voorname familiën kon luchten. De heeren hadden tijd noch -lust, iets op deze woorden te antwoorden; zooals Örseth geraden had, -ging ieder nu langs eenen anderen weg naar het Grand-Hôtel, waar men -elkaar zou ontmoeten. - -De zon scheen nog even fel. Aan de zijde der straat, waar eenigszins -schaduw te vinden was, liep zooveel volk, dat het onmogelijk was, -spoedig vooruit te komen; de drie heeren vonden het dus maar beter, -de hitte te trotseeren en zich in de zon te laten braden. Vluchtig -groetten zij in het voorbijgaan hunne bekenden, doch bleven geen -oogenblik staan om een praatje te houden, ieder zag dan toch ook, -dat zij veel te doen hadden, de groote pakken papier waren van dienst. - -In het Departementsgebouw steeg de hitte meer en meer. De oude Hansen -zat eenzaam in die groote vertrekken, en zijn hoofd boog zich ook al -meer en meer over den hoop papieren die voor hem lag. - - - - - - - - -II. - - -Er was zitting van het Thing (gerecht) in het huis van den Lensmand -[1]. Langs beide zijden van den straatweg zag men uitgespannen wagens -van allerlei vorm, meest boerenkarren; voor de deur van het huis, -waar de zitting was, stond de calèche waarmede de heeren van het -gerecht uit de stad waren gekomen. - -De dorpsjeugd kon zich aan het mooie rijtuig niet moede kijken; -met open mond gaapten de kleine jongens het aan. De een achter den -ander, de kleinste echter voorop, en allen hielden zij de handen -in de broekzakken. De volwassenen stonden hier en daar op den weg -verspreid, de meesten hielden zich echter in de buurt van het huis -van den Lensmand, zij bekeken het mooie rijtuig ook van alle kanten, -doch zij gaapten er een weinig minder naar dan de jongens; dit echter -hadden zij met dezen gemeen, dat hunne handen ook in de broekzakken -waren verdwenen. Vrouwen zag men in het geheel niet op den weg. - -Eenigen der boeren stonden in groepjes met elkaar te praten, anderen -gingen twee aan twee op de plaats achter het huis heen en weer, om meer -ongestoord te kunnen spreken, weder anderen zag men in onverschillige -houding tegen het hek leunen en naar de zee turen. Soms kon men echter -een gelaat ontdekken, waarop angst en spanning duidelijk te lezen -stonden; het was bij die lieden, die een' langen weg hadden afgelegd, -om te hooren, hoe het met hunne zaak stond. - -Een kleine man, met zeer roode randen om zijne oogen stond op tamelijk -grooten afstand van de anderen. Den geheelen nacht had hij flink -moeten doorrijden, om vroeg genoeg voor de zitting te komen. Aan eenen -paardenopkooper had hij een Isabella-paard verkocht, maar toen het op -betalen aankwam, had deze hem leelijk gefopt. Ongeveer een jaar geleden -had hij zijne zaak den advokaat Bogesen in handen gegeven, en menigen -blanken rijksdaalder had hij reeds moeten betalen om de onkosten, -die de advokaat natuurlijk maken moest, goed te maken, maar kooper -en paard reden intusschen de wereld rond, de hemel mocht weten waar. - -Vandaag, zoo had de advokaat hem ten minste beloofd, zou er een eind -aan de zaak gemaakt worden, en in zijne verbeelding hoorde hij reeds, -hoe het gerecht den paardenopkooper tot eene zware geldboete of eenige -andere straf zou veroordeelen, terwijl aan hem zijn geld zou worden -terugbetaald en, wie weet? ook de merrie hem weer zou toebehooren. - -Zoo het hem maar mocht gelukken den advokaat Bogesen te ontdekken! Den -geheelen morgen had hij vóór het huis van den Lensmand op wacht -gestaan, maar zijn advokaat kon hij maar niet in het oog krijgen. - -De menschen stroomden het huis in en uit, eenigen hadden aan den -ontvanger hunne belasting te betalen, anderen wilden den ambtman [2] -spreken, of wel het een of ander aan de klerken vragen. Het liep al -naar twaalf uur, en de boeren begonnen hongerig te worden; de van -huis meegebrachte teerkost werd voor den dag gehaald, en een zoo goed -mogelijk plaatsje werd opgezocht, dat echter niet zoo gemakkelijk was -te vinden. Sommigen zaten in eene rij langs de sloot aan den landweg, -terwijl eenigen met het gelaat naar de zee staande hun maal gebruikten. - -Van tijd tot tijd verscheen er een klerk in de deur en hoorde men -een' naam luid roepen. Allen draaiden dan het hoofd om, de geroepene -daagde gewoonlijk uit den een of anderen hoek op en ging met afgepaste -schreden naar de deur, tot groote ergernis natuurlijk van den klerk, -wiens fraai gekamd haar door den wind groot gevaar liep geheel in -wanorde te komen, daar het hem vóór de oogen waaide. - -Een weinig verder dan de anderen zat een man op eenen grooten steen -tegen den muur van een huis geleund. Hij scheen geheel in gedachten -verzonken, en onafgebroken tuurde hij naar de zee. Hij was zwaar -gebouwd en buitengewoon lang; het graven in den grond, en ook het wonen -in lage vertrekken, hadden zijnen rug gekromd. Zijne gelaatstrekken -waren grof, en dit gevoegd bij den zwaren vuurrooden baard en het dikke -lokkige hoofdhaar van dezelfde kleur, zou hem geheel het uiterlijk van -eenen wilde hebben gegeven, zoo niet de trouwhartige blauwe oogen met -den kinderlijken blik aan zijn gelaat eene gansch andere uitdrukking -hadden verleend. Den hoed had hij afgenomen en naast zich gelegd. - -Uit een der groepjes in zijne nabijheid kwam een man naar den zoo -in gepeins verzonkene toe. "Goeden dag Njaedel!" Njaedel draaide het -hoofd even om, en groette terug. - -"Dat treft al heel goed, dat ik je vandaag hier zie," zeide de -eerstgenoemde, "wij hebben nu een oogenblik tijd om over het wier -aan het strand te spreken, en kunnen misschien ook te weten komen, -wat de anderen er van denken." - -"Het kan mij geen zier schelen, wat de anderen er van denken," -antwoordde Njaedel, "en hadt gij andere lui ook met vreê gelaten, -zoo was ik nu niet hier op het Thing tot spot van allen." - -"Wij moeten er ons in schikken, dat onze slechte daden aan 't licht -worden gebracht, wanneer zij ergernis in de gemeente wekken." - -"Och wat... ergernis; wanneer een ieder maar voor zijne eigene deur -veegde, kwam er geene ergernis in de wereld." - -"Het is noodzakelijk dat er ergernis kome, maar wee dengene..." - -Njaedel stond op, en in zijne volle lengte stond hij nu voor den -andere, en vroeg kortaf: "wat hebt gij mij over het wier te zeggen?" - -Sören Börevigs' uiterlijk was geheel verschillend van dat van -Njaedel. Wel was hij lang, maar hij ging zeer voorover, terwijl het -gele stroeve haar en de witte oogharen iets onaangenaams aan zijn -gelaat gaven. Wanneer hij sprak, keek hij den persoon, tot wien -hij het woord richtte, altijd van ter zijde aan, en had daarbij de -gewoonte zich in de handen te wrijven. - -"Je graaft eene diepe sloot naar den kant van het zeestrand, Njaedel." - -"Ja, daar ben ik aan bezig." - -"Het zal dan niet meer zoo gemakkelijk zijn, aan het strand te komen, -om er wier te halen." - -"Ik rijd maar langs mijnen akker over mijn eigen grond." - -"Ja, dat kan ik zoo denken," zeide Sören, en hij zag den weg op, "maar -ge zoudt er zeker op tegen hebben, dat anderen over je land reden?" - -"Ja, ik raad ze maar, dat niet te doen." - -"Ja, maar.... zie je.... Njaedel, hoe kan ik, wanneer gij die sloot -graaft, naar het strand komen, om er wier te halen.... hebt ge -daaraan gedacht?" - -"Gij.... maar wat zoudt gij aan het strand doen.... Sören.... gij -hebt daar niets te maken." - -"Hum.... hum," antwoordde Sören half glimlachend, "ge neemt een' -hoogen toon aan Njaedel, maar...." - -"Niet hooger, dan mij past." - -"Heb ik misschien niet zoolang ik de Börevigshoeve gepacht heb, -daar mijn wier gehaald?" - -"Ja, Sören, dat hebt gij gedaan," antwoordde Njaedel bedaard, "en ik -geloof zelfs, dat gij vele dingen hebt gedaan, die gij liever niet -hadt moeten doen." - -"Denkt gij misschien, dat het maar zoo gaat, oude steeds gebruikte -wegen af te sluiten," vroeg Sören hem op zachtmoedigen toon, "dat -kunt gij niet meenen Njaedel?" - -"Ik heb mijn eigendomsbewijs.... en een dat echt is, ik heb het land -van de kerk gekocht en ik betaal er belasting voor aan den Bisschop te -Kristiansand. Geen woord staat er in te lezen, hoor, dat de eigenaars -van Börevig verlof hebben, over mijn land te rijden, en zoo vind ik, -dat het mij vrij staat, slooten te graven waar ik wil." - -Na deze woorden gezegd te hebben, sloeg hij den weg naar den -huizenkant in. - -"Ja, maar het wier.... het wier!" riep Sören uit, en hij wreef zich -harder dan gewoonlijk in de handen. - -"Het erts is in de bergen, en het wier in de zee, hebt ge geene bergen, -zoo hebt ge geen erts, hebt ge geen strand, zoo hebt ge geen wier. Ik -vind, dat ge dit moest begrijpen Sören, gij, die zoo buitengewoon -schrander zijt." - -"Ja maar, ja maar," begon Sören opnieuw, "maar alle Godsgaven moeten -wij toch met elkander deelen, zijn wij niet allen broeders? - -"Ik wil je broêr niet zijn, Sören Börevig.... voor geen tweehonderd -groote lasten zeewier," antwoordde Njaedel, en er lag iets sombers -in den blik, waarmede hij hem aanzag. - -"Nu ja.... Njaedel, dan schiet er wel niet anders over, dan de zaak -voor het gerecht te brengen," zeide Sören bedaard, "de advocaat -Tofte is nu juist hier, dat komt al heel goed uit, ik zal hem er -over raadplegen." - -"Ga je gang, Sören, ik heb mijn koopcontract," antwoordde Njaedel, -en hij ging verder. - -Midden op den weg, tusschen de huizen in, stond eene menigte mannen -om een voertuig, dat zoo even was aangekomen. Een klein gezet man, -met een zeer rood gelaat een' grijzen baard en eene pelsmuts op het -hoofd, stapte uit den wagen. - -"Is hier iemand," sprak hij, de omstanders aanziende, "die mij kan -vertellen wien het stuk van den weg toebehoort, dat van het hek van -Börevig tot aan het Zwarte Moeras loopt, dien kerel zou ik gaarne -een hartig woordje willen zeggen." - -Niemand kon hem er bescheid op geven, doch eindelijk antwoordde een -oud man: "ja, daar heeft de opperloods gelijk in, de geheele kust -langs is de weg niet zoo slecht als juist daar." - -"Een weg!" riep de opperloods uit, "noem je dat een weg? neen, ik -noem het een moeras, waarin hier en daar eenige steenen zijn gegooid, -kijk maar eens, hoe mooi wij eruitzien," en hij wees met de hand naar -het paard en den wagen, die er vreeselijk beslijkt uitzagen. - -"Het best zou maar zijn, bij den Lensmand eene klacht in te dienen," -riep één uit de menigte. - -"Ja, zoo het wat hielp," luidde het antwoord van den opperloods, -en hij krabde zich het hoofd. - -Njaedel Vatuemo stond niet ver van den opperloods af, en toen deze -hem bemerkte, knipoogde hij hem vertrouwelijk toe. - -Eén der loodsen begon het paard nu uit te spannen, en de opperloods -ging tot Njaedel en zeide tot hem op fluisterenden toon: "zij is -welbehouden aan boord geraakt." - -"Kreeg zij eene goede plaats aan boord?" vroeg Njaedel. - -"Eene beste hoor.... men zou bijna zeggen, dat het eene van de -groote booten op Amerika was, en toch was het maar eene plaats op -het voordek. Morgen avond komt zij te Christiania aan." - -"Morgen avond; dat treft ze niet goed, dat de boot 's avonds aankomt, -zoo zij Anders nu maar in de duisternis vinden kan." - -"Daar heb ik voor gezorgd, Njaedel, ik heb voor jou aan je broer -laten telegrafeeren, dat hij Christina aan de aanlegplaats moet -gaan afhalen." - -"Wel heb ik van mijn leven, dat ge er op kwaamt dat te doen," zeide -Njaedel, "dat kostte heel wat geld, hé?" - -"Precies eene kroon." - -"Kon-je het niet wat goedkooper gedaan krijgen?" - -"Neen.... buurman, daar staat een vaste prijs voor." - -"Ja, ja, dat kan ik wel denken; ik ben maar in mijn schik, dat je -er voor hebt gezorgd," zeide Njaedel, en hij grabbelde in zijnen zak -naar eene kroon.... "wel bedankt, hoor!" - -"Kom, niet te danken.... Ben je al vóór geweest, Njaedel?" - -"Neen, en men zegt, dat ik eerst laat aan de beurt zal komen." - -"Heb je wat teerkost meegenomen?" - -"Neen!" en het antwoord werd eenigszins kortaf gegeven.... "er was -nu niemand t'huis om wat voor mij klaar te maken." - -"Hm.... dat is waar ook," mompelde de opperloods, "weet je wat, -wij zullen nu maar zien, wat eten bij den loods Tobias op te loopen." - -De boeren gingen een weinig op zij om plaats voor den opperloods -te maken en allen groetten hem; den langen Njaedel, die achter hem -aanging, scheen niemand te willen bemerken. - -De lucht betrok meer en meer. De zee zag er onstuimig uit en dreigende -regenwolken vertoonden zich in de verte. Eene ferme bries uit het -zuidwesten zweepte de schuimende golven over en tusschen de groote -ronde steenen aan het strand, en lange slijmachtige zeeplanten voerden -zij in hun vaart met zich. - -Verder op het strand, waar dit iets hooger gelegen was, hadden de -bewoners hunne huizen gebouwd. - -Nauwe wegen vol mest en vuilnishoopen bevonden zich tusschen de huizen, -overal lagen hier en daar gebroken mestgaffels, roestige ploegijzers, -halve wielen en wrakken van vaartuigen van allerlei soort, die in -den loop des tijds door de zee aangespoeld waren. - -Vóór elke woning bevond zich meestal echter een plekje, dat netjes -in orde werd gehouden, waar de bewoners gaarne vertoefden, wanneer -het 's avonds mooi weer was, gezeten op den steenen drempel van de -buitendeur of op de bank tegen den muur. - -Hoewel het zomerdag was, lag er nu toch iets sombers over -alles. Donkere regenwolken hingen laag neer en de zee zag grauw. De -met donkerroode teer bestreken huizen hadden niets aantrekkelijks voor -het oog. Dit was niet altijd het geval: wanneer de zon helder scheen, -konden zij er met hunne heldere, van witte gordijnen voorziene -vensters, waarvoor meestal eenige bloempotten stonden, recht -vriendelijk uitzien; zelfs het witgeverfde huis van den Lensmand zag -er vandaag ook niet op zijn voordeeligst uit. - -De dichte drommen van boeren, die hier vandaag verzameld waren, -pasten volkomen bij het geheel; allen droegen dikke wambuizen van -donkerblauwe stof, en dit costuum scheen ook iets gedrukts aan het -landschap te geven. Levendig ging het volstrekt niet toe, het gesprek -scheen nergens te willen vlotten ; men groette elkander even in het -voorbijgaan, maar men zag elkaar nauwelijks aan; soms gebeurde het, dat -eenige boeren hunne groote, klamme handen tot eenen groet uitstaken, -maar geen hartelijke handdruk werd er gewisseld, wat trouwens ook niet -bij de boeren gebruikelijk is: stijf als stokken strekken ze de vingers -uit. Luid gepraat of geschreeuw werd niet gehoord, veel minder nog -een hartelijk gelach, ook was hier die eigenaardige lucht te bemerken, -welke aan duffel eigen is, wanneer het in iets wordt geverfd, dat men -"potteblaat" noemt,--een woord waarvan men maar niet al te nauwkeurig -de beteekenis moet uitvorschen. - -Klokke één uur werd de morgenzitting opgeheven. - -In het vertrek, waar de zitting plaats had, werd nu de tafel voor de -heeren gedekt, en dezen gingen zoolang wat op en neer vóór het huis. - -Eenige boeren, die wat meer moed dan de overige bezaten, beproefden -een gesprek met hunnen advocaat aan te knoopen, om hem toch vooral -hunne zaak op het hart te drukken; de man met de leepoogen kon den -zijne maar niet in het oog krijgen. De ambtman Hiorth, die altijd -gaarne voor zeer humaan werd aangezien, mengde zich meer dan de -anderen onder het volk en gaf er nauwlettend acht op, welke boeren -hem groetten. Wanneer hij een bekend gezicht meende te zien, bleef -hij een oogenblik staan, en sprak eenige vriendelijke woorden. Zijne -handen hield hij op den rug onder zijne rokspanden: op handdrukken -was hij niet bijzonder gesteld. Juist nu werd een gevangene door een -paar veldwachters over de plaats gevoerd. Voor alle zekerheid had men -hem in boeien geklonken, want uit het hok, waarheen hij gevoerd werd, -was het gemakkelijk te ontvluchten, en buitendien was het voor hem, -die er op wacht moest staan, het gemakkelijkst. - -"Kent iemand hier dezen man?" vroeg de ambtman. - -"Ja.... meneer de ambtman, hij hoort te Krydsvig t'huis," antwoordde -de opperloods, die juist uit een der huizen naar buiten kwam. - -"Goeden dag, opperloods Sechus," zeide de ambtman, en als een -bewijs van de hooge gunst, waarin deze bij hem stond, reikte hij -hem de twee vingers zijner rechterhand... "gij kent den arrestant -dus...? Diefstal.... is het niet zoo?" - -"Ja... arme kerel.... hij heeft bij den kruidenier aldaar ingebroken -en er eenen zak meel en eene kan stroop gestolen." - -"Het is inderdaad treurig," zeide de ambtman, en hij zag de omstanders -met gestrengen blik aan, "dat de diefstallen zoo toenemen. Het komt -natuurlijk hierdoor, dat ons volk tegenwoordig ongelukkigerwijze -maar al te geneigd is een gewillig oor te leenen aan de woorden -van hen, die schijnbaar hun welzijn bedoelen.... Verkeert hij in -behoeftige omstandigheden.... heeft hij eene talrijke familie te -verzorgen.... zijn er veel kinderen?" - -"Vele en kleine als Komlene [3] te Njàa," antwoordde de opperloods. - -"Komlene, Kumle?" vroeg de ambtman en zag om zich heen. De advocaat -Tofte, die altijd zoo dicht mogelijk bij den ambtman bleef, om dadelijk -van dienst te kunnen zijn, zeide op zijnen innemenden toon en half -glimlachend: "O, het is eene soort pannekoeken van aardappelenmeel." - -"Ah zoo.... pannekoeken...." mompelde deze, en hij ging verder. - -De lieden zagen elkaar even van ter zijde aan, en toen de ambtman -hun den rug had toegekeerd, konden eenigen zich niet weerhouden, -even te lachen. Altijd bewonderde men den opperloods zeer, dat hij -op zoo familiaren toon met de groote lui durfde spreken; hij stond -zoo tusschen de beide klassen in, daar hij noch tot den eenen, noch -tot den anderen stand behoorde. - -Lauritz Boldemann Sechus was de zoon van eenen tolbeambte, een' -dronkaard van de eerste soort. In zijne jeugd had hij ter zee -gevaren; toen hij echter wat ouder werd, kocht hij een stukje van den -gemeente-grond te Krydsvig, bouwde er een huisje, waaruit hij van alle -kanten de zee kon zien, en kreeg toen het postje van opperloods. Sechus -was nu zoo wat om en bij de zestig, was ongetrouwd, en zag er half als -een schipper, half als een boer uit. Bij hen, die over hem gesteld -waren, stond hij niet al te goed aangeschreven. De ambtman Hiorth -beschouwde hem dan ook min of meer als iemand, die gevaarlijk voor -de maatschappij was. - -Hij bekleedde eene rijksbetrekking en ontzag zich niet, gemeenzaam met -de boeren om te gaan, en dit kon de ambtman volstrekt niet goedkeuren; -zoo licht kon zulks toch oorzaak worden, dat dit soort van menschen -minder ontzag voor den ambtenaarsstand begon te koesteren..... eene -zaak welke zeer te betreuren zou zijn, wijl dit ontzag toch eene van -de vaderen geërfde deugd was! - -Daar Sechus ondertusschen zijn dienstwerk nauwgezet verrichtte, -bestond er weinig vooruitzicht van hem af te komen, vooral ook -wijl de boeren zeer met hem ingenomen waren. Zelf had hij er in -het minst geen vermoeden van, dat zijne superieuren niet hoog met -hem wegliepen. Zijne openhartige wijze van spreken was hem van het -zeemansleven bijgebleven, en wanneer de ambtman hem nu en dan de groote -eer aandeed, twee vingers tot begroeting toe te steken, vond Sechus, -dat de ambtman een kerel was, die wist wat een mensch toekomt. - -Zijn naaste buurman was Njaedel Vatuemo. Eigenlijk behoorde deze niet -aan de kust thuis. - -In de bergen was hij geboren. Vele jaren reeds had de hofstede, die -hij daar bewoonde, gevaar geloopen door eene bergverzakking bedolven -te worden, doch steeds was het nog bij kleine schade gebleven. - -Op zekeren nacht echter, het was in de lente, gebeurde wat Njaedel -reeds lang had gevreesd. Eene vreeselijke verzakking had plaats; de -hoeve werd geheel verwoest, en Njaedel, die zich half gekleed, nog -met moeite op een vooruitstekend rotsblok had kunnen redden, stond -eenzaam en verlaten. Des morgens haalde men van onder het puin de -lijken zijner vrouw en twee kinderen voor den dag; de oudste dochter -was in het leven gespaard gebleven. - -Het was hem niet langer mogelijk op zijne geboorteplaats te -blijven. Hij verkocht, wat hem was overgebleven en zette zich aan de -kust neder. - -Njaedel volgde niet het gewone gebruik der boeren, zich te noemen naar -de plaats, die hij nu bezat. Hij had een stuk land gekocht, waarvan -de opperloods ook een gedeelte had. Het goed Krydsvig, met al de -landerijen er om heen, had vroeger het bisdom Kristiansand toebehoord. - -Dáár in de bergen had Njaedel de eenzaamheid lief gekregen, een groot -deel van zijn leven had hij er ook gesleten. Bij den aankoop had hij -dan ook dat gedeelte gekozen, hetwelk onmiddellijk aan het strand -grensde; eene groote onontgonnen zandvlakte behoorde bij den koop. - -Vele jaren had hij nu reeds hier met zijne dochter Christina en een -dienstmeisje gewoond. - -Hij bebouwde zijn land en het gelukte hem zelfs iets te sparen. Met -niemand had hij omgang dan met den opperloods; deze had groote -genegenheid opgevat voor dien reusachtigen kerel, die er tevens -zoo goedmoedig uitzag, en wiens knappe dochter het een lust was aan -te kijken vooral daar opgeruimdheid van gemoed haar in de oogen te -lezen stond. - -De bewoners van de streek waren niet zeer met Njaedel ingenomen, -wijl hij een vreemdeling was. Buitendien vonden zij, dat hij iets -stroefs in zijn wezen had, zoodat zij liefst zoo weinig mogelijk met -hem te doen wilden hebben. Wanneer hij daar zoo diep in den grond met -graven bezig was, had hij werkelijk iets, dat schrik kon inboezemen; -daar hij altijd blootshoofds liep, uitgezonderd op feestdagen, maakte -de dikke rosachtige haarbos een vreemd effect, wanneer men die van -uit den grond zag opkomen, en alle reizigers, die den landweg kwamen -langs rijden, konden niet nalaten, wanneer zij Njaedel zagen, aan den -koetsier te vragen, wat dat voor een man was. Njaedel, die altijd zeer -in zijn werk verdiept was, bemerkte nooit, dat hij zoo de aandacht -trok. Met op elkaar geklemde tanden en gefronste wenkbrauwen groef -en wroette hij met. spade en houweel in den grond, zoodat de klompen -aarde wijd en zijd heenvlogen, en kwam er een steen in zijnen weg, -die onbeweeglijk scheen, zoo scheen zijn ijver te verdubbelen: hij -rustte niet, vóórdat het hem gelukt was dezen te verwijderen en hij -bromde intusschen bij zich zelf als een beer. - -Tegen het schaftuur, of wanneer het te donker werd om verder te -arbeiden, kwam hij uit den grond te voorschijn, en stiet het slijk -van zijne klompen. De spade werd in den grond gestoken en het werk -met aandacht bekeken. Wanneer het gedane werk hem beviel, streek hij -gewoonlijk met de knuisten door zijn haar, zoodat dit naar alle kanten -uitstond en een tevreden glimlach lag er om zijnen mond. - -Binnenshuis, vooral in gezelschap van vrouwen, was hij zoo zacht -als een lam; hij liep altijd zoo voorzichtig door de kamers, alsof -hij vreesde, in geval hij zich in zijne geheele lengte uitrekte, -het dak van het huis te zullen aanraken. - -Terwijl de heeren in het huis van den Lensmand aan het middagmaal -waren, begon het te regenen, en de droppels vielen zoo gelijkmatig -neer, dat men er zeker van kon zijn, dat de regen lang zou aanhouden. - -Eenige boeren zochten eene schuilplaats in de omliggende huizen of -schuren, het meerendeel bleef echter in den regen staan. Soms bogen -zij zich een weinig voorover om het water van hunnen hoed te laten -afdruipen, maar eigenlijk waren zij er zoo aan gewoon nat te worden, -dat het hun niet veel kon schelen. - -De regen sijpelde door het baai heen, en droop in licht blauw gekleurde -droppels van hunne wambuizen. Sporen van ongeduld vertoonden zich -over het lange wachten niet onder de menigte; allen wisten, dat een -maaltijd op den dag dat er zitting was, iets was, waar de noodige -tijd voor genomen moest worden. - - - - - - - - -III. - - -De ambtman zat aan het boveneinde van de tafel, rechts van hem de -officier van justitie, links de drost, vervolgens naar den ouderdom -de substituut-officieren, de advocaten, griffiers en klerken, ten -laatste eenige boeren, namelijk de president van den gemeenteraad en -een paar andere leden. - -De Lensmand zat aan het benedeneinde der tafel. - -"Voor vandaag heeft de Lensmand eene keukenmeid uit de stad laten -komen," zeide de oude advocaat Kahrs, en hij smakte dat het een aard -had; "het is heel wat anders dan vroeger, toen wij eene pruimensoep -van welke stroop en kaneel de voornaamste bestanddeelen uitmaakten, -naar binnen moesten werken." - -Deze woorden zeide hij op half fluisterenden toon tot zijnen buurman, -want men was nog aan het eerste gerecht--eene soort vischpudding -met kreeftensaus--en de ambtman had tot dusver alleen het woord. De -roode wijn was heel zuur, maar, daar hij veel alcohol bevatte, was de -smaak zeer sterk. Brandewijn en bier waren in ruime mate voorhanden, -en daar de heeren zich dit goed lieten smaken, werd de stemming aan -tafel spoedig vroolijker. - -De tegenwoordigheid van den ambtman veroorzaakte echter, dat alles -in den aanvang zeer deftig toeging. - -Men fluisterde alleen met zijnen buurman; overigens zat men doodstil -en antwoordde alleen op de vragen, die het den ambtman behaagde aan -den een of ander te doen. Het was zijne gewoonte een paar woorden tot -een ieder te richten; bijzonder minzaam was hij jegens de aan tafel -zittende boeren, daar hij zeer gaarne voor een populair man wilde -doorgaan. Wanneer het gebraad opgediend werd, bracht hij altijd eenen -toast op den koning uit, en gewoonlijk volgde, wanneer de gelegenheid -er zich voor aanbood, een paar andere toasten. Vandaag zou die eer -ten deel vallen aan een zeer jong jurist, den heer Alfred Bennecken, -die als kandidaat in de rechtsgeleerdheid in den laatsten tijd was -werkzaam geweest [4], en binnenkort zou vertrekken. - -"Het is mij eene behoefte, meneer Bennecken," zoo ving de ambtman aan, -"u een hartelijk vaarwel toe te roepen, nu gij op het punt zijt, deze -streek te verlaten, alwaar gij een paar jaar zoo nuttig werkzaam zijt -geweest. Onnoodig is het zeker u te zeggen, dat de tijd gedurende -welken gij met ons samen gewerkt hebt, bij ons steeds in aangename -herinnering zal blijven, doch daar gij nu eene baan gaat betreden, -waarop niet alleen meer van uwe krachten zal gevorderd worden, maar -waar tevens de verantwoordelijkheid ook zwaarder op uwe schouders zal -rusten, zoo kan ons dit niet anders dan vreugde geven. Al scheidt gij -van ons, toch blijft dezelfde werkzaamheid ons vereenigen. Ik maak mij -zeker niet aan indiscretie schuldig, zoo ik aan de heeren meedeel, -dat gij van plan zijt naar eene plaats bij een der Departementen te -solliciteeren... waarschijnlijk wel bij dat van uwen geachten vader, -nietwaar?" - -Alfred Bennecken boog beleefd. - -"Ik herhaal," dus ging de ambtman voort, "dat dezelfde band ons blijft -vereenen. Want mijne heeren, hebben wij bij onzen gemeenschappelijken -arbeid niet hetzelfde doel voor oogen? Is de ambtenaarsstand niet -gelijk aan een' ring die als een kracht aanbrengende gordel ons volk -omsluit? Terwijl gij nu, om zoo te zeggen, in dezen ring of ketting -van plaats gaat verwisselen, zoo nemen wij deze gelegenheid waar, -u te verzoeken, aan uwen geachten vader onze eerbiedige groeten over -te brengen, en hem uit onzen naam te vragen aan zijne Majesteit onzen -geëerbiedigden Koning mede te deelen, dat wij arbeiden,--want dit is -het eigenlijk, mijne heeren--dat wij arbeiden als zijne trouwe dienaars -voor het welzijn des volks. En u, meneer Bennecken, wenschen wij toe, -dat gij, met het voorbeeld van uwen vader voor oogen, evenals hij in -uwe loopbaan van trap tot trap in rang moogt stijgen, om ten laatste, -evenals hij zulks nu is, een sieraad van het land te worden, aan -welks voorspoed hij nu zijne beste krachten wijdt. God zij met u, -meneer Bennecken!" - -"Nu, die toast heeft hem heel wat zweetdroppels gekost," fluisterde -de advocaat Kahrs zijnen buurman in, want het was eene bekende zaak, -dat de toasten van den ambtman niet altijd even vlot van stapel liepen. - -De rechter, bij wien Alfred Bennecken werkzaam was geweest, bracht -nu ook een' toast op hem uit, die door humoristische zetten zeer in -den smaak viel. - -Alfred Bennecken beantwoordde beide, zoodat er aan toasten dien dag -geen gebrek was. - -De stemming werd meer en meer levendig aan tafel, totdat eene geweldige -hoestbui van een der klerken, het was die van den drost, aller aandacht -trok. De man was het stikken nabij, toen zijn buurman hem zulk een -geduchten stomp in den rug gaf, dat het brokje vleesch, hetwelk hem -in de keel zat, losraakte, maar helaas op de tafel terecht kwam. - -De ambtman hield zijn servet voor den mond, en de drost bracht -verontschuldigingen voor zijnen klerk uit, de advocaat Kahrs bekeek -echter het stuk nauwkeurig, en beweerde, dat het wel een half pond -zwaar was. - -Deze gebeurtenis veroorzaakte, dat de tongen meer en meer los raakten, -en men de tegenwoordigheid van den ambtman wat begon te vergeten. De -jonge advocaten begonnen luid met elkaar over tafel te spreken, anders -iets ongehoords wanneer de ambtman aanwezig was. Deze was zelf een -weinig uit zijn humeur geraakt; wanneer de een of ander begon te -hoesten, zag hij verschrikt op, schoof zijnen bril heen en weer, -en gaf door allerlei bewegingen zijne ontevredenheid te kennen; -hij verzocht dan ook een paar maal aan den klerk, wien het ongeluk -overkomen was, vooral zijn vleesch toch aan kleine stukjes te snijden -en niet te gulzig te eten. - -"Blijft ons nog veel werk te doen?" vroeg de ambtman eindelijk aan -den officier van justitie, wijl het hem ergerde, dat niemand zich -meer aan zijne tegenwoordigheid scheen te storen. - -"Ja, eigenlijk weet ik het niet," antwoordde deze, en hij zette zijn -glas neer, "staan er nog vele zaken ter behandeling op de lijst, -Bennecken?" - -"O, ja.... heel wat, en eene heel interessante zaak is er onder." Hij -boog zich voorover en fluisterde den rechter iets in. - -"Welke zaak," vroeg de ambtman. - -"Eene concubinaire zaak, ambtman, niets minder," antwoordde de rechter -en hij kneep even zijne kleine grijze oogen toe. Hij was klein en -gezet, droeg eene pruik en was zeer roodwangig. - -"Zou u wellicht de zaak vandaag zelf niet willen in handen -nemen?" vroeg de kandidaat Bennecken aan den officier van justitie, bij -wien hij werkzaam was, "de zaak krijgt dan spoediger haar beslag, en -buitendien kan niemand beter dan gij zulk soort van zaken behandelen." - -"Och ja.... doe het vriend, dan krijgen wij nog eens gelegenheid te -lachen," zeide de drost onvoorzichtig genoeg. - -De ambtman kuchte, schraapte zich de keel, streek met de hand -over den grijsachtigen baard, zette den gouden bril te recht, maar -niemand sloeg er acht op. Het ging volstrekt niet aan, zulke dingen in -tegenwoordigheid der boeren te zeggen; hij begon dus met den president -van den Gemeenteraad een gesprek aan te knoopen en vroeg verlof met -hem te klinken. - -Terwijl eenige advocaten aan het benedeneinde der tafel over eene -zaak in heet dispuut waren, werd het gesprek aan het boveneinde op -gedempten toon gevoerd. - -"Zijn de aangeklaagden jonge menschen?" vroeg de rechter. - -"Neen, de man is niet jong meer, hij is weduwnaar, het was zijne -dienstmeid, maar de dochter, ziet gij...." - -"Ah zoo.... gij meent als getuige...." - -"Wat de dienstmeid betreft," viel de advocaat Tofte in, "zij is, -naar ik hoor, met haar kind naar Amerika getrokken." - -"Och dat is hetzelfde, het verhoor met de getuige is juist het -interessante van de zaak," zeide de advocaat Kahrs lachend, "ik ken -Christine Vatuemo, zij is een van de knapste meisjes uit de streek." - -"Zoo de zaak spoediger van de hand gaat, zoo u die zelf leidt, verzoek -ik zulks te doen," zeide de ambtman, en hij deed, of hij het laatste -gedeelte van het gesprek niet had gehoord. - -"Gaarne ben ik hiertoe bereid, wanneer de ambtman mij zulks -beveelt...." antwoordde de officier van justitie. - -"Neen, neen.... van bevelen kan geen sprake zijn.... ik meende alleen, -dat het zeer aangenaam zou zijn, wanneer wij, het is zoo'n hondeweer, -wat vroeg naar de stad konden terugkeeren." - -De rechter kneep weer even zijne oogen toe, en er werd besloten, -dat hij de zitting van den namiddag zou presideeren. - -Onder het dessert, dat uit een echt nationaal gerecht bestond, eene -soort vla van vruchtensap, werd er sherry geschonken: de gezichten -der meeste heeren begonnen er uit te zien, alsof zij in het schijnsel -van de ondergaande zon zaten. - -De advocaat Kahrs beweerde, dat de klerk van den drost werkelijk een -onbeschaamde kerel was, wijl hij het waagde, na zulk een ernstig -"memento mori" als het brokje vleesch, drie groote porties van -het dessert te verorberen. Er werd tot het laatst toe luid gepraat, -gelachen en gedronken, de boeren alleen volhardden in hun stilzwijgen, -en eenigszins wantrouwend zetten zij nu en dan het glas aan den mond. - -Juist toen het leven aan tafel het grootst was, tikte de ambtman met -zijn mes tegen zijn glas, tot teeken dat de maaltijd als geëindigd -was te beschouwen. De boeren op straat bemerkten, dat het maal was -afgeloopen, aan de vele roode gezichten, die zich voor de ramen en -in de deur vertoonden: in dat vervl..... regenweer, kon men geen -voet buiten zetten. De eetzaal werd, nadat de heeren koffie hadden -gedronken, weer tot gerechtszaal ingericht, en met alle plechtigheid -hervatte men den arbeid. De officier van justitie, die zou presideeren, -zag er in de rechtszaal op zijn best uit. Het welgevormde hoofd, -voorzien van eene witte pruik, gaf hem iets, dat eerbied inboezemde, -en zijne scherpe licht-grijze oogen wierpen die doorborende blikken -op aangeklaagden en getuigen, waardoor niemand beter dan hij het -verstond tot bekentenissen uit te lokken, welke, zoo een ander -rechter had ondervraagd, misschien aan den mond niet ontglipt zouden -zijn. Hij stond dan ook als een knap rechter bekend. Hij toch wist -zoo de beteekenis van een woord te draaien of wel te verklaren, dat -het hem, volgens zijne eigene bewering, altijd gelukte, de waarheid -uit de lui te halen. - -Vandaag ging alles bijzonder vlug toe, toch zorgde hij er voor, -dat de waardigheid der rechters er niet onder leed. Eene menigte -civiele zaken werden spoedig afgedaan, want alle advocaten wisten, -dat het er om te doen was, zoo spoedig mogelijk aan de "cause célèbre" -te komen. In stilte verheugde men er zich reeds over, men stootte -elkander aan, en wierp elkander geheimzinnige blikken toe. Van -lange pleitredenen kon er dus ook geen sprake zijn, de eene zaak na -de andere werd tot latere beslissing verschoven. Alleen de advocaat -Kruse, die niet zeer hoog timmerde, scheen maar geen haast te hebben: -hij dicteerde het eene protocol na het andere. De advocaat Kahrs trok -hem bij zijn jas, en Alfred Bennecken, die de protocollen schreef, -gaf hem door allerlei teekenen te kennen, dat hij korter moest zijn, -niets hielp; zelfs liet hij zich in zijn werk niet storen, toen de -president-rechter door luid den neus te snuiten, en ongeduldig op -zijnen stoel heen en weer te schuiven, hem wilde te kennen geven, -dat het tijd was met het dicteeren op te houden. Eindelijk was -Kruse klaar, en kwam de concubinaire zaak aan de beurt. De voor- -en achterdeur van het huis stonden beide wijd open, in de gang was -het even vol als in de gerechtszaal, waar het publiek zeer dicht op -elkaar gepakt stond. Eenigen moesten er zich dus mee vergenoegen op -straat een heenkomen te zoeken. - -De doornatte baaien wambuizen begonnen nu in de warme lucht een -onaangenamen geur te verspreiden; in de zaal was het benauwd warm, -en de regendruppels kletterden eentonig tegen de ruiten. In de gang -stond in het dichtste gedrang de man met de leepoogen. Van hetgeen in -de zaal plaats had, kon hij, daar hij klein van gestalte was, niets -zien; met gespannen oplettendheid luisterde hij naar elk woord dat -gezegd werd, en begreep er geen zier van. Toen de president-rechter -den naam van den aangeklaagde vernam, zeide hij: "Njaedel.... wat is -dat voor een barbaarsche naam." - -"Het is hetzelfde als Nils," verklaarde Tofte, die altijd heel -dienstvaardig was, "daar verder op in de bergen, zegt het volk Njaedel, -in plaats van Nils." - -"Zoo.... maar wij zijn nu niet daar, maar hier, aldus heet de man -Nils,--hoe meer?" - -"Vatuemo." - -"Vatuemo," vroeg de president-rechter ongeduldig. - -"Op de kaart van het district staat "Vandmo," viel Tofte weer in. - -"Natuurlijk, aldus heet hij, slechtweg Nils Vandmo; provincialismen -kunnen wij in de protocollen niet neêrschrijven." - -Toen hij deze woorden had gezegd, zag hij met gestrengen blik de -zaal rond, eerst naar de zijde waar het volk stond, dan naar die, -waar de ambtman zich bevond, en deze knikte hem goedkeurend toe. - -Njaedel was intusschen voor de balie gekomen. In voorovergebogen -houding stond hij daar; nu en dan wreef hij met de mouw van zijn -wambuis langs het voorhoofd om de dikke zweetdruppels, die er op -parelden, af te wisschen en krampachtig bewoog hij den mond. - -De rechter zag hem doordringend aan, om te zien welke methode van -ondervraging hij zou gebruiken. Op snijdenden toon, zoodat de woorden -schielijk op elkander volgden, zeide hij: "O, gij zijt dus de man, -die door je schandelijken levenswandel met je dienstmeid in de gemeente -zulk een ergernis wekt... wie is de aanklager?" - -"De pachter Sören Börevig." - -"Hoort gij dat?... de pachter... schaam jij je niet... En zoo heb -je de meid en het kind naar Amerika gezonden hé.... je ziet dat we -met je knepen bekend zijn. Je dacht wel van de heele zaak af te zijn, -maar neen, zoo gemakkelijk gaat dit niet--of misschien loochen je wel, -dat het zoo is, hé?" - -Njaedel trachtte eenige woorden uit te brengen, maar het was hem -onmogelijk; eindelijk gelukte het hem, en hij zeide: "ik loochen -het niet." - -Op dit antwoord had de rechter zich niet voorbereid, doch, daar hij -aan verrassingen gewoon was, herstelde hij zich spoedig en zeide: - -"Dat is ook maar het beste, maar het is niet genoeg. De zaak moet -nauwkeurig onderzocht, en getuigen moeten gehoord worden. Waar is -je dochter?" - -"Zij is vertrokken," antwoordde Njaedel. - -"Vertrokken... zij ook... en waar naar toe?" riep de president-rechter -uit, en hij spalkte zijne oogen zoo wijd mogelijk open; de kandidaat -was niet minder verwonderd, de pen viel hem zelfs uit de hand, en -al de advocaten spitsten evenals dashonden hunne ooren; de ambtman -zelfs, die op de sofa naast den haard zat, zag uit het wetboek op, -waarin hij schijnbaar had zitten te studeeren. - -"Naar Christiania.... gisteren is zij vertrokken' zeide Njaedel. - -"Het is alsof de duivel er de hand.... hm...." en vuurrood van toorn -sprong de rechter van zijnen stoel op en zag hij Njaedel aan. Zelden -gebeurde het hem, dat hij zich zoo vergat, en bij eene zitting vloekte, -in het eerste oogenblik was hij zijne drift evenwel niet langer meester -geweest. In de heftigste bewoordingen, (doch niet geheel vergetende -waar hij zich bevond), sprak hij Njaedel aan, en gaf hem duidelijk -te kennen, dat hij op een streng vonnis kon rekenen. De rechters -legden onverholen hun misnoegen aan den dag, en toen Njaedel zich -gereed maakte de zaal te verlaten, gingen al de toehoorders zooveel -mogelijk voor hem uit den weg, alsof hij een pestzieke was. - -Het was dus werkelijk eene groote misrekening. De vroolijke stemming, -waarin de maaltijd de heeren gebracht had, was hun bijgebleven, -wijl zij het vooruitzicht hadden gehad, dat eene pikante zaak vóór -zou komen, maar nu was alle opgeruimdheid op eens verdwenen. Het -was bijna onmogelijk langer in dat bedompte schemerachtig verlichte -vertrek te blijven, welks vloer van al de vuile laarzen vreeselijk -glibberig was en waar de regen voortdurend tegen de ruiten kletterde. - -De ambtman zag op zijn horloge, stond op, en na aan een der klerken -een wenk te hebben gegeven, verdween hij met deze in de kamer naast de -zaal. Men hoorde er een hevig gestommel met koffers, een bewijs dus, -dat hij aan vertrekken dacht. - -De president-rechter was zijnen toorn nog niet meester en ieder, -vriend en vijand, moest het dus ontgelden. Alle andere zaken werden -met den stormpas afgehandeld, en wee dengene, die het waagde hem op -te houden. Zijn horloge legde hij voor zich op de tafel en telkens -hield hij zich op de hoogte van de klok. - -De advocaat Kruse, die voor geene verbetering vatbaar scheen, begon -weer het protocol te dicteeren. - -Ongeduldig schoof de president echter heen en weer op zijnen stoel. "Ik -ben zoo vrij u opmerkzaam te maken, meneer Kruse, dat er ook voor -het opmaken van een protocol eene grens bestaat." - -Kruse trok heel bedaard zijn horloge uit zijn vestzakje en zeide: -"ik heb den daartoe bestemden tijd nog niet overschreden." - -"Mogelijk, maar het is niet meer dan passend, dat men ook eenigermate -denkt aan de belangen...." - -"Ik heb alleen op de belangen van mijn cliënt acht te geven," -antwoordde Kruse, en hij ging voort met dicteeren. - -"De volgende zaak," riep de rechter, toen Kruse eindelijk klaar was. - -De man met de leepoogen, die nog altijd op dezelfde plaats in den -gang stond, sprong verschrikt op. - -Zijne zaak zou voorkomen, hij had zijnen naam hooren noemen. - -"Nu," riep de rechter op boozen toon uit. "Wie heeft de zaak in -handen?" - -"Advocaat Bogesen," luidde het antwoord. - -"Maar Bogesen woont het Thing niet bij.... wie is zijn -plaatsvervanger.... wie?" - -De advocaat Kahrs, die volstrekt geen acht had geslagen op hetgeen -er voorviel en die met een vriend aan het raam had staan praten, -liep nu ijlings naar de tafel. - -"Welke zaak is voor, Kruse?" fluisterde hij dezen toe. - -"Ik zal het even op de lijst nazien," antwoordde deze zeer luid. - -"Uilskuiken!" mompelde Kahrs bij zich zelf, hij draaide zich echter -dadelijk eerbiedig naar den president toe, en dicteerde: "voor den -aanklager treedt de advocaat Bogesen op, die door den advocaat Kahrs -vervangen wordt, welke verzoekt de zaak tot het volgende Thing te -mogen uitstellen." - -"En waarom?" vroeg de president op eenigszins scherpen toon. - -"Wegens een getuigenverhoor," dicteerde Kahrs verder. - -"Waar zal dat getuigenverhoor plaats hebben," vroeg hij op boosaardigen -toon, want hij begreep heel goed, dat Kahrs volstrekt niet wist, -waarover de zaak handelde - -"In het Röedal," antwoordde Kahrs zonder een oogenblik te aarzelen op -onverstoorbaar ernstigen toon. De welluidende stem en de ernstige, -waardige houding van den advocaat Kahrs hadden altijd eene goede -uitwerking. - -De president kon niet nalaten even vertrouwelijk tegen hem te knipoogen -en een paar der klerken hadden groote moeite hunnen lachlust te -bedwingen, doch Kahrs, die met het gezicht naar de menigte toe stond, -behield dezelfde ernstige plooi in zijn gelaat, totdat uitstel van de -zaak toegestaan werd. De advocaat Tofte, die voor de belangen van den -paardenopkooper zou pleiten, had er toch genoegen mee genomen. Kahrs -boog zeer eerbiedig voor den rechter en verdween in de menigte. - -"De volgende zaak," riep de president. - -"Er zijn er geen meer." - -"Goddank!" Het horloge werd nu in het vestzakje gestoken en hij zei -tot een der klerken: "vraag den ambtman of wij kunnen laten inspannen." - -De zitting werd opgeheven, de protocollen geteekend, en voor dat de -toehoorders recht hadden begrepen, dat het gedaan was, stonden alle -rechtsgeleerden, die het Thing gehouden hadden reeds klaar, om weg -te gaan. - -De advocaten stoven naar buiten, terwijl de klerken voor de dikke -protocollen zorg droegen om ze zoo spoedig mogelijk ingepakt te -krijgen. - -De man met de leepoogen volgde den stroom van menschen, die door -de achterdeur naar buiten gingen; hij begreep volstrekt niet, hoe -het eigenlijk met zijne zaak stond. Eindelijk ontfermde zich een -der omstanders over hem door hem mede te deelen, dat zijne zaak -verdaagd was. - -"Verdaagd," mompelde hij, en nog begreep hij niet recht, hoe het -was. Tusschen de karren door baande hij zich een weg, hoe wist hij -zelf niet; het kwam hem voor alsof alles donker om hem heen was, -eindelijk bereikte hij zijn karretje, klom er in en werktuigelijk -sloeg hij den weg naar huis in. - -De groote calèche stond vóór de deur van den Lensmand. De meeste -heeren zaten reeds in de kleine boerenkarren, die in lange rijen er -achter stonden. Tofte alleen was nog druk bezig met afscheid nemen; -wanneer hij een paar boeren zag, met wie hij de kennis wenschte aan -te houden, was hij bijzonder vriendelijk en hartelijk en had een -schertsend woord ten beste. - -Vóór het karretje, waar Kahrs in zat, was een vrij wild paard -gespannen, en het kostte hem heel wat moeite het dier stil te doen -staan. Hij vloekte dan ook, dat de ambtman zoo lang op zich liet -wachten. Weg te rijden, neen, dat waagde hij niet, want hij wist dat -de ambtman hem dit hoogst kwalijk zou nemen. - -Ondertusschen praatte deze dood op zijn gemak met de vrouw van den -Lensmand, en hij keek nu en dan eens door het raam, om te zien, -hoe ver men met de toebereidselen voor de reis was gekomen. Hij had -als regel aangenomen nooit buiten te komen, vóór alles klaar was, -en hij hield er van, een weinig op zich te laten wachten. - -Eindelijk stapte hij in, de wagen rolde weg en de boerenkarren volgden. - -"Och ja," zeide de ambtman, en hij dook zoo gemakkelijk mogelijk weg -in het hoekje van den wagen, "wanneer ik het volk, zooals b.v. vandaag -ook het geval weer was, zoo eerbiedig voor zijne overheidspersonen -zie staan, denk ik altijd: och, zij kunnen schreeuwen, zoo luid als -zij willen die socialisten van den tegenwoordigen tijd, het zal hun -toch niet gelukken dat oude overgeërfde ontzag, dat het volk voor de -overheid koestert, weg te nemen; ons volk is hiervoor te loyaal.... te -godsdienstig." - -"En te traag," voegde de officier van justitie er bij. - -"Nu ja.... gedeeltelijk kunt gij hierin gelijk hebben," antwoordde de -ambtman, en hij leunde nog wat meer naar achteren, om een middagslaapje -te kunnen houden. - -De wagens waren reeds lang uit het gezicht verdwenen, toen de menigte -nog op den weg verzameld stond, en allen hadden veel te vragen. De -rechters waren zoo hals over kop weggereisd en waren zoo moeielijk -te genaken geweest, dat velen onverrichter zake naar huis moesten -terugkeeren. Door geen enkel woord gaf men echter zijn misnoegen te -kennen; hier en daar ontmoette men een knorrig gezicht, of zag men den -een of ander ontevreden het hoofd schudden; misschien was het maar -goed voor den ambtman, dat hij onbekend bleef met de gedachten der -lieden--hij zou misschien zijn middagslaapje dan niet zoo ongestoord -hebben kunnen genieten. - -De avond was nu gevallen, een koude regenachtige avond. In het westen -vertoonde zich aan den horizon eene smalle roodachtige streep. Voor -de stoep van het huis, waar de Lensmand woonde, stond de keukenmeid -met hare helpsters om de heeren te zien wegrijden. Rood en warm -zagen zij er uit; na al de drukte van den geheelen dag was het niet -te verwonderen, dat zij naar het vertrek des rechters hadden gesnakt -om gelegenheid te hebben wat frissche lucht te scheppen. - -Men verstrooide zich nu naar alle richtingen, sommigen alleen, anderen -in gezelschap van een paar makkers, allen echter met de handen in -de broekzakken. Nat en moede van zoo den geheelen dag in den regen -te hebben moeten drentelen en wachten, sleepten zij zich op den weg -voort naar huis. - -De opperloods reed in zuidelijke richting, en daar hij een flink -paard had, haalde hij de meesten in. Na een poosje zag hij Njaedel -te voet naar huis gaan. - -"Klim achter op, Njaedel!" Het aanbod werd aangenomen, en men reed -verder. - -Een oogenblik later haalden zij een karretje in, dat zeer langzaam -voortrolde. - -"Haal uit!" schreeuwde de opperloods. - -Het duurde vrij lang, eer het karretje wat op zij was en de andere -wagen voorbij kon komen. - -De leepoogige man zat in het karretje. Hij had geen haast, een lange -weg lag vóór hem en hij bracht geen vroolijk bericht naar huis. De oude -bruine merrie, die vóór de kar was gespannen ging op een sukkeldrafje; -bruinvaal was zij van ouderdom en ruigharig als eene geit. De man zag -zijn bruintje aan, en dacht aan zijn Isabella; hoe dichter hij bij -huis kwam, des te beklemder werd zijn gemoed. Hij wist toch te goed, -hoe zijne vrouw en kinderen in de zekere verwachting leefden, dat hij -van avond het beest meê naar huis zou brengen. Zijn oudste jongen had -reeds bij voorbaat eenen halster in de kar gelegd om er het paard meê -achteraan te binden. Hij zag ze reeds allen daar op de hoogte vóór -zijn huisje op den uitkijk staan. Zij zouden dan in allen geval reeds -op verren afstand zien, dat hij het verloren paard niet terugbracht, -maar natuurlijk zouden zij dan meenen, dat hij de zakken vol geld had. - -Hij keek in de kar.... ja, daar lag de halster. Hoe zou hij ze aan het -verstand kunnen brengen, dat de zaak "verdaagd" was. Het oude bruine -paard was zoo nat als een kat, en hij dacht maar voortdurend aan de -mooie manen van de Isabella en hoe rond en fijn van leden die was. - - - - - - - - -IV. - - -Toen de kar vóór de hoeve van Njaedel stilhield, ging de opperloods -meê naar binnen. Het huis was als uitgestorven; alle deuren stonden -wijd open en de kat liep mauwende rond. - -Zonder een woord te zeggen, ging Njaedel dadelijk naar de etenskast -en zette, doch het ging zeer langzaam, het eten op de tafel. De -opperloods was dadelijk gaan zitten en hij volgde hem met de oogen; -hij zag, hoe onbeholpen dit werk Njaedel afging en zeide dan ook: -"Hoor Njaedel, ik denk, dat je wel genoodzaakt zult zijn naar eene -andere dienstmeid uit te zien." - -"Neen!" riep Njaedel, en hij stampvoette zóó, dat de vloer dreunde. - -"Nu, nu.... eet mij niet op," antwoordde de opperloods. - -Toen zij aan 't eten waren, verzocht Njaedel hem eenen brief -aan Christina te schrijven, maar daar er bij hem aan huis geen -schrijfgereedschap was, kwam men overeen, dat zijn buurman den brief -t'huis zou schrijven; hij kon dien dan later aan Njaedel voorlezen. - -"Maar wat moet ik in den brief schrijven?" - -"Geen woord over van daag," antwoordde Njaedel. - -"Neen, neen, waar zou dat ook toe dienen... maar..." - -"Schrijf haar, dat zij niet boos op mij moet zijn en dat zij zich ook -niet bezorgd om mij moet maken.... dat ik het heel goed heb.... heel -goed zelfs.... dat mij niets ontbreekt." - -"Dat je je heel goed alleen kunt redden en je haar volstrekt niet -mist...." - -"Och ongelukkig genoeg mis ik haar zeer.... dat moet je haar schrijven -hoor," zeide Njaedel en hij schoof op zijnen stoel heen en weer. - -"Maar als zij leest, dat je haar zoo mist, dan heeft zij geen rust -meer, en...." - -"Ja.... dan moogt gij er niets van inden brief zetten," zeide Njaedel -op gejaagden toon. - -"Schrijf.... maar dat moet je zelf toch wel het best weten, buurman, -die schrijven hebt geleerd. Schrijf vooral zoo, dat Christina er -vroolijk door wordt.... hoe ik het heb, komt er niet op aan." - -"Zou je het niet goed vinden, als ik ook eenen brief aan je broer -schreef?" - -"Zeker, buurman, en vraag hem vooral voor Christine vriendelijk -te willen zijn. Betaling kan hij voor haar krijgen, zoo hij het -wil hebben." - -"Hij zal zeker kostgeld voor haar nemen." - -"Anders zit er warmpjes in," antwoordde Njaedel. "Dat is me een kerel, -die het ver in de wereld heeft gebracht. Ja mijne moeder wist het wel; -jij Njaedel, zei ze altijd, je bent een groote slungel, zoo stijf -als een stokvisch, maar Anders is fijn en glad als een aal." - -"Waarom nam hij na den dood van je vader de boerderij niet over, -hij was toch de oudste?" - -"Met alle geweld wilde hij, dat ik die overnemen zou." - -"Hij wist drommels goed, waarom hij zulks deed--hij liet jou met den -vervallen boel zitten en trok zelf met zijn geld de wijde wereld in." - -"Zoo moogt ge niet over Anders spreken, hoor," antwoordde Njaedel, -"hij was altijd zulk een flinke jongen. Het komt mij voor, alsof -het gisteren gebeurd was, dat wij voor moeder heidekruid gingen -plukken. Anders wist de mand zoo vol te pakken, dat er geen sprietje -meer in kon." - -"Maar jij droegt ze naar huis, hé?" - -"Wat?.. ja dat sprak van zelf, ik was van ons beiden de sterkste." - -"Maar wat doet hij eigenlijk voor den kost.., die Anders," vroeg -de opperloods. - -"Hij is werkzaam aan iets heel voornaams, maar hoe dat eigenlijk heet, -schiet mij niet te binnen." - -Njaedel ging naar de kast toe, om naar een ouden brief van zijn broer -te zoeken. - -De klink van de achterdeur werd zachtjes opgelicht en men hoorde -iemand door de keuken gaan. Het was er reeds tamelijk donker door -het regenachtige weder; in het Noordwesten alleen was er aan den -horizon eene lichte streep te zien, die een geelrood schijnsel in de -kamer wierp. - -Zoodra Njaedel zag, dat het Sören Börevig was, die binnenkwam, sloeg -hij de deur van de kast toe, en zeide ruw: "Gij komt zeker eens kijken, -of ik alleen in huis ben. Ja zie nu de bedden goed na.... misschien -kunt gij nog wat ontdekken, dat ergernis wekt.... gij...." - -"Het recht moet zijn loop hebben," antwoordde Sören op zachtmoedigen -toon, "en dringend vermaan ik je.... Njaedel...." - -"Wat komt gij doen?" viel hem de ander in de rede. - -Sören waagde niet te beweren, dat hij, ofschoon hij pachter van den -predikant was, alleen was gekomen om hem te vermanen; tegen zijne -gewoonte begon hij dus zonder omwegen, "ik heb met den advocaat -Tofte gesproken." - -"Over het wier aan het strand?" - -"Ja, daar praatten wij ook wat over. Hij meende, de advocaat.... dat -het maar zoo niet aanging, dat ik het wier, dat ik noodig heb, daar -niet van daan kon halen,.... dat kon.... dat kon...." - -"Misschien ergernis verwekken," merkte de opperloods droogjes aan, -terwijl hij bij den haard zijn pijpje aanstak. - -"Neen, dat meende hij nu juist niet, maar hij vond, dat het te -betwijfelen viel of die sloot...." - -"Ik heb mijn bewijs van eigendom," zeide Njaedel. - -"Ja, ja, dat hebt gij...." en Sören ging weer naar de deur.... "ik -kwam hier maar even binnen loopen, om te zeggen, dat wij dan wel -moeten beginnen." - -"Beginnen?" vroeg de opperloods. - -"Ja.... met het proces." - -"Proces!" riep de opperloods en hij kwam dichter bij "bedenk je -tweemaal Njaedel, vóór je daarmee aanvangt. Ik ken er, die voor -geringer zaak dan deze, huis en hof verloren hebben, alleen door dat -ongelukkige procedeeren. Meer dan één eerlijke kerel ligt eenige voeten -diep in de aarde.... en de advocaat Tofte was aan dien vroegtijdigen -dood schuld." - -"Gij moet zoo niet over uwen naaste spreken, opperloods, want de -advocaat meende ook, dat het een lang en kostbaar proces kon worden." - -"Ik graaf mijne sloot en daarmee uit," zeide Njaedel. - -"Dat zult gij wel laten Njaedel, wanneer de drost hier geweest is en -hij het verbiedt." - -"Het mij verbiedt?" - -"Ja, ziet gij," antwoordde Sören, "want gij moet dan met graven -wachten, totdat er uitspraak in de zaak is gedaan." - -Njaedel ging heen en weer in het vertrek, zette eenen stoel wat te -recht en zag besluiteloos den opperloods aan, doch eindelijk kwam hij -weer tot de hoofdzaak terug en zeide op vasten toon, terwijl hij de -eene hand tegen de andere sloeg: "ik heb mijn koopcontract van den -Bisschop te Kristiansand." - -"Gij kondt den bisschop wel eens vragen, hoe het eigenlijk met dat -wier aan het strand geschapen is," zeide Sören op zoetsappigen toon -en hij keek hem van ter zijde aan. - -"Ja,--daar zegt gij wat Sören," mompelde de opperloods, "het zou dan -niet op zoo groote onkosten loopen." - -"Of misschien zouden wij nog beter doen, het aan den koning te vragen," -zei Sören schijnbaar los weg en hij keek door het raam. - -"Ja, de koning staat toch boven den bisschop," zeide Njaedel, "maar -zou hij er ons op antwoorden?" - -"Wanneer wij de zaak bij het Departement indienden, en de -beslissing...." - -"Waar zegt gij?" - -"Bij het Departement," antwoordde Sören, die goed op de hoogte scheen -te zijn. - -"Buurman," zeide Njaedel tot Sechus.... "daar is Anders werkzaam, -dat woord wou mij maar niet te binnen schieten.... Maar hoort de -koning dan van de zaak?" - -"Ja," verklaarde Sechus, "dat is de weg naar den koning." Njaedel -dacht een oogenblik na. - -Dit voorstel viel meer in zijnen smaak, dan een proces. Buitendien was -Anders daar werkzaam en op deze wijze kon de zaak in eens afgedaan -worden; het was toch zonneklaar, dat hij in het gelijk zou gesteld -worden. - -Sören hield zich in het begin alsof hij liever procedeeren wilde, -maar meegaande van karakter als hij was, liet hij zich bepraten; -ten laatste nam hij zelfs op zich te zorgen, dat het stuk naar den -vorm opgesteld en ingezonden werd. - -"Maar den advocaat Tofte moet gij betalen, Njaedel." - -"Gij hebt den twist aangevangen, Sören." - -"Ja, maar zoo gij de sloot niet waart gaan graven....." - -Den opperloods gelukte het de partijen over te halen, de kosten samen -te betalen, en Sören Börevig vertrok. Het was nu vrij laat geworden, -en Sechus haastte zich naar huis te gaan. Toen hij weg was, ging -Njaedel naar den koestal. De koeien--hij had er zes--loeiden en -waren onrustig, zij hadden den geheelen dag niets te eten gehad en -waren niet gemolken. Njaedel begon nu aan dit voor hem ongewone werk, -en bracht het er heel slecht af. - -De dieren kenden hem niet, en hij ging zoo links en ruw te werk, dat -zij niet stil wilden staan, en de emmers telkens omver gooiden. Njaedel -bromde bij zich zelf, totdat hij eindelijk met het werk gereed -kwam. Het was twaalf uur, toen hij weer buiten vóór de boerderij -stond. In zijne volle lengte strekte hij zich uit, hij was doodaf -van het neerhurken in den stal. De zee lag vóór hem. De lucht was wat -opgeklaard en hij kon duidelijk de donkere streep, waar de sloot zich -bevond, onderscheiden. - -Hij verheugde er zich reeds op met een goed geweten weer aan den arbeid -te kunnen gaan. Spoedig zou er toch wel antwoord van den koning komen, -zoovele stoombooten voeren toch dagelijks de kust voorbij, en dat -hij gelijk zou krijgen, hieraan twijfelde hij geen oogenblik. Bij -voorbaat verkneukelde hij zich reeds in de misrekening, welke Sören -Börevig maakte en reeds begon hij na te rekenen, hoevele dagen zouden -moeten verloopen eer er antwoord kon komen. - -Toen hij weer naar binnen ging, moest hij nog de melk in de vaten -gieten en uiterst langzaam ging het hem af. Hiermede gereed zijnde, -ging hij naar boven; opende de deur van Christina's kamertje, en zag -in het half donker, dat er heerschte, rond. Hij draaide den sleutel -om en stak dien in den zak. Toen hij weer naar beneden ging, en de -trap onder zijne zware voetstappen zoo kraakte, dat dit geluid alleen -de doodsche stilte in het huis verbrak, schoten hem de woorden van -Sören Börevig te binnen, dat het recht zijnen loop moest hebben. - -Lang was hij te bed zonder in slaap te kunnen komen. Zijn hoofd had -vandaag te veel werk gehad en zijne ledematen te weinig. Hij miste -dat vermoeide in armen en beenen, hetwelk hij anders altijd voelde, -wanneer hij zich op zijn bed uitstrekte; hij begon integendeel aan -allerlei vreemde zaken te denken; hetgeen anders volstrekt niet zijne -gewoonte was. En Njaedel, die anders onder het zwaarste onweer door -bleef werken, werd nu telkens in zijnen slaap door de kat gestoord, -die in de keuken of wel voor Christina's kamer mauwde. - - - - - - - - -V. - - -Wanneer een stroom tegen eene vooruitstekende punt lands stoot, -stroomt het water deze voorbij, doch keert op zijnen weg terug, -wanneer hij de bocht achter die kaap met eenen kleinen maalstroom heeft -gevuld. Komt een stukje hout met den stroom meedrijven, zoo geraakt -het in dezen maalstroom; het draait in de bocht rond, en komt weer -bij de kaap, waar het echter door den stroom wordt teruggedrongen, -zonder er door te worden medegesleept, om weder in dien maalstroom -tot in het oneindige rond te draaien. Een zoodanigen cirkelgang van -eenen stroom noemt men in het Noorsch: Evje of Bagevje. - -De tallooze Evjer, die door den stroom des levens gevormd worden, zijn -gedeeltelijk zoo klein, dat er voor een enkelen persoon slechts plaats -in is, gedeeltelijk zijn zij zoo uitgestrekt, dat geheele familiën, -ja zelfs geheele partijen, er plaats in kunnen vinden; ja men kent -zelfs Bagevjer op historisch gebied, in welke een geheel volk om zich -zelf steeds heeft gedraaid, wel gedrukt, maar niet medegesleept door -den tijdstroom. - -Ook het maatschappelijke leven van een land heeft zijne Bagevjer, -en in Noorwegen noemt men de groote staats-Evjer, Departementen. Het -zijn geweldige massa's langzaam ronddraaiend papier, die evenals een -maalstroom, om eene diepe opening langzaam ronddraaien; niets bevindt -zich daar, maar alles wordt er in getrokken, draait er een poosje rond, -verdwijnt en laat geen enkel spoor achter. - - - -De kamerheer Delphin legde zijne pen neder, schonk zijn glas weer vol, -ledigde het in eenen teug, en bekeek zich ondertusschen in den vóór -hem hangenden spiegel. Het was laat in den nacht. Hij zat in zijne -hemdsmouwen met witte das en laag uitgesneden vest, want hij was -zeer warm. - -George Delphin was juist van een bal teruggekeerd en in zijne voor een -vrijgezel comfortabel ingerichte woning, op den Wergelandsweg, rookte -hij nu eene sigaar. Het was zijne gewoonte tot laat in den nacht op te -zitten--inzonderheid wanneer hij eene partij had bijgewoond--en wanneer -hij zich dan niet aan zijne piano plaatste, schreef hij soms het een -of ander artikel. Des morgens voelde hij zich dan altijd alles behalve -frisch, en gebruikte dan steeds eene groote hoeveelheid water uit- en -inwendig; maar wanneer hij later in zijn fraai gemeubileerd woonvertrek -kwam, waar juffrouw Börresen het ontbijt voor hem had klaar gezet, -zag hij er uit als de type van een elegant jong mensch. Hij was dan -ook eerst zeven of acht en dertig jaar oud; soms zag hij er evenwel -ouder uit, en dit kwam, wijl zijn fraai lokkig haar wat begon uit -te vallen. Na zijn ontbijt gebruikt en de kranten te hebben gelezen, -maakte hij zich gereed naar zijn Departement te gaan. Eerst echter ging -hij altijd naar de schrijftafel om te zien, wat hij eigenlijk in den -nacht had geschreven, en dikwijls was het einde, dat hij het beschreven -papier in kleine stukjes scheurde, die in den hoek bij de kachel eene -plaats vonden tot groote ergernis van de nette huishoudster. - -Het was een fraaie herfstmorgen. Het slotpark vertoonde zich in al -zijne pracht, het bont gekleurd gebladerte stak schoon af tegen het -overige nog groene loof. De rijm, die gedurende den nacht was ontstaan, -lag als dauwdruppels over het gras. De afgevallen bladeren en de -zwanevederen, die in de vijvers gevallen waren, geleken op vloten, die -op een gunstigen wind wachtten, om uit te zeilen, en de temperatuur was -zoo zoel, dat de wandelaars in het park onwillekeurig even stil bleven -staan om de heerlijke lucht in te ademen. Een onbepaald verlangen naar -iets, waaraan zij zelf geenen naam konden geven, maakte zich van hen -meester. Met de hand voor de oogen, om zich tegen de zonnestralen te -beschutten, tuurden zij naar de golf en naar de lange rij van heuvels, -die zich Zuidwaarts uitstrekten. De betooverende aanblik, welke het -landschap aanbood, werd nog vermeerderd, wijl de zonneschijn als een -verblindend witte doch ondoordringbare sluier, een geheimzinnig waas -over het geheel wierp. - -Toen de kamerheer door het park in de straat kwam begon het groeten, -want hij kende de geheele stad. Lange oefening had het hem mogelijk -gekost geenen groet ongemerkt te laten voorbijgaan. Aan de paarden wist -hij dadelijk, aan wie de rijtuigen behoorden, en hij kon zijnen groet -dus gereed houden. Oude of jonggetrouwde dames, die niet konden of -wilden uitgaan en die door de ramen naar de voorbijgangers zagen, -konden er op rekenen, dat de kamerheer niet zou vergeten, haar te -groeten: hij wist al te goed, hoezeer zij hierop waren gesteld; -terzelfder tijd kon hij echter ook het oog houden op de beide -trottoirs, of iemand daar ook den hoed voor hem afnam, ja, zelfs den -heeren, die op het achterbalkon van den tram stonden, werd in het -voorbijgaan een groet toegeworpen. - -Hij was dan ook een van de meest geziene personen in het "high life" -van de hoofdstad, ofschoon hij misschien meer gevreesd dan bemind -werd, want hij had eene scherpe tong en was van alles, wat voorviel, -op de hoogte. - -Vóór eenen winkel in de Koningstraat stond het rijtuig van den minister -Bennecken; George Delphin wilde juist den koetsier aanspreken, toen -juffrouw Bennecken den winkel reeds uitkwam. - -"Och beste kamerheer," begon zij, "dat komt al heel goed uit, dat ik -u ontmoet. Rijd met mij mee naar huis. Mama heeft mij uitgezonden, -om garneersel voor eene japon te koopen, en ik ben er bijna zeker -van, dat ik eene slechte keuze heb gedaan. Zoo gij met mij meegaat, -heeft zij niet de gelegenheid mij te beknorren." - -"Het spijt mij werkelijk, juffrouw Bennecken, maar ik ben op weg -naar mijn Departement. Wat zou uw vader zeggen, zoo ik niet op mijnen -tijd paste?" - -"O, wil u mij wijs maken, dat u bang voor Papa is? Kom maar;" zij -maakte een weinig voor hem plaats en hij kwam naast haar in het -rijtuig zitten. - -"Ik kan mij zeer goed begrijpen, dat meneer Delphin aarzelde, juffrouw -Bennecken te vergezellen," zeide een jong heer, die juist met eene -dame de equipage voorbij liep. - -"Ja ik vind het zeer natuurlijk. Arm kind, wat is zij leelijk," -antwoordde de dame, en zij vertrok even haren mond. - -"Leelijk haar, leelijke tint, grooten mond, een' kleinen platten neus, -en eene taille die veel te wenschen overlaat, het eenige wat gezien -mag worden zijn hare oogen." - -"Vindt gij hare oogen mooi," vroeg de dame, en zij zag hem aan. - -"O neen, niet zoo als die van eene andere, die ik ken," antwoordde -hij galant, "maar die oogen zijn nog het beste, wat zij der wereld -toonen kan." - -"O ja, zij heeft ook die vervelende hondenoogen, dom van uitzicht." - -"Heel dom moet zij dan ook zijn, is het niet?" - -"Ja, als eene gans, dat is algemeen bekend." - -Ondertusschen reed de kamerheer Delphin met juffrouw Bennecken -denzelfden weg terug, dien hij juist was afgekomen. De minister [5] -woonde in de Kristiaan Auguststraat. - -Toen zij de koetspoort inreden, ontmoetten zij een slank jong meisje, -dat juffrouw Bennecken groette. - -"Wie was dat," vroeg hij. - -"Eene nicht van Mo, zij heet Christine, vindt gij haar niet heel mooi?" - -"Naar mijnen smaak is zij te lang," antwoordde de kamerheer. - -Het huis van den staatsraad was in deftigen stijl gemeubileerd, men -zag dadelijk, dat alles op effect was ingericht. De dubbele deuren -stonden open en gaven toegang tot eene rij vertrekken, waarvan -mevrouw's boudoir het laatste was; mollige tapijten bedekten den -grond en zware gordijnen hingen vóór de vensters. - -De vrouw des staatsraads ontving den kamerheer buitengewoon -vriendelijk; zij stelde zijne visites op prijs, en met een verlicht -hart zag Hilda, dat zij eene goede ingeving had gehad, toen zij hem -mede had getroond. - -Mevrouw was in eene lichtgrijze morgenjapon gekleed en een kanten -mutsje bedekte het haar. Ofschoon zij reeds vijf en vijftig jaar -oud was, kon men haar evenwel nog eene schoone vrouw noemen, met -een paar schrandere maar koele oogen. In hare jeugd was zij eene -gevierde schoonheid geweest en voor mooie menschen had zij zelfs -bepaalde sympathie behouden. - -In gezelschap was zij levendig zonder geestig te zijn, en deftig -zonder stijf te schijnen; haar glimlach was innemend, en zoude zulks -nog meer geweest zijn, zoo die niet al te zeer aan dien glimlach -had herinnerd, welke als een familietrek, allen dames eigen is, -welke hare zes voortanden op eene plaat in den mond hebben. - -In het salon bevond zich ook de heer Alfred Bennecken, de jongste -zoon des huizes. Kort geleden was hij in de hoofdstad gekomen, en zijn -goede vriend Hiorth was hem juist een bezoek komen brengen. De jonge -hulpcommies school zoo ver hij kon in eenen hoek van het vertrek weg, -want hij moest op zijn bureau zijn, en het trof al heel ongelukkig, -dat juist de bureau-chef nu hier moest komen. Delphin groette hem -daarom juist bijzonder vriendelijk. - -"Nu moet gij.... meneer Delphin," zeide mevrouw, "ons uw oordeel -over eene zaak zeggen. Alfred is zoo teleurgesteld, de arme jongen, -dat Papa hem geene aanstelling in zijn Departement wil geven. Alfred -beweert, dat het niets dan natuurlijk en Europeesch is--zooals hij -altijd zegt--dat Papa hem wat voorthelpt, maar gij weet, hoe bang -Daniël altijd is, de minste aanleiding tot aanmerkingen aan de -oppositie te geven, en daarom...." - -"En daarom wil hij mij in die ellendige revisie-afdeeling plaatsen," -viel Alfred in, "waar ik geen sterveling ken, terwijl ik er juist -zoo op had gevlast met Hiorth op hetzelfde bureau werkzaam te kunnen -zijn.... waar is Hiorth naar toe gestoven?" - -Deze kwam nu van achter eene groote palmplant te voorschijn, en -speelde verlegen met zijn blond kneveltje. - -"Ja, het is werkelijk jammer voor Alfred," ging mevrouw voort, -"Daniël is altijd zoo streng ten zijnen opzichte geweest." - -Nu trokken echter de stalen, die Hilda had meegebracht hare aandacht, -en spoedig lag de geheele tafel vol. George Delphin hielp mevrouw -uitzoeken, en Hilda werd niet beknord. - -De jonge heeren bleven voor het raam staan. - -"Noem je dat geen overvloed van geluk, Hiorth, zij woont hier aan huis, -zij is familie van Mo--Mo, die bode bij Papa is." - -"Van Anders den Almachtige," zeide Hiorth. - -"Noemt gijlieden hem zoo aan het Departement.... dat is al een zeer -goede naam voor hem; ja, zie je, Anders de Almachtige is een broer -van haren vader--een gemeene rakker overigens, die van concubinaat -is aangeklaagd. Heb je ze gezien.... anders wil ik je met haar -bekend maken." - -"Waart ge in hare vroegere woonplaats goed met haar bekend?" - -"O ja.... zoo tamelijk," antwoordde Alfred, en hij kneep even de -oogen dicht. - -"Je zult zien, dat het met haar zal gaan als met haren vader?" - -"Wat?" vroeg Alfred. - -"Concubinaat," fluisterde Hiorth. - -Deze geestige zet wekte zoo de vroolijkheid der heeren op, dat zij -de kamer moesten uitgaan, om op de trap er hartelijk over te kunnen -uitlachen. - -Het was bijna één uur, toen de hoofdcommies aan het Departement kwam. - -Op zijne tafel lag eene menigte stukken, en Mo was juist bezig met -het lezen van eenige documenten in een geel omslag. - -"Wat zijn dat voor stukken, Mo," vroeg Delphin gehaast. - -"Dit stuk handelt over eenen twist, die over het recht op zeewier -aan de westkust ontstaan is, en is, naar mij voorkomt, eene zaak, -welke voor de rechtbank moet gebracht worden," antwoordde Mo, die -door zijn lang verblijf aan het Departement natuurlijk veel verstand -van zulk zaken had gekregen, en volkomen met de termen, bij het soort -van Departement in gebruik, bekend was. - -De bureauchef luisterde niet naar het antwoord, maar las reeds een -paar brieven, die aan hem persoonlijk waren gericht. - -"Och, breng dien hoop papieren naar Mortensen en zeg hem, dat hij -ze naziet en sorteert," zeide hij op ongeduldigen toon. Toen Mo -bij Mortensen in de kamer trad, was deze nog drukker dan zijn chef, -want hij schreef, zoo tusschen het werk door, een artikel voor zijne -courant. - -"Leg dat pak maar voorloopig in den chaos," zeide hij, zonder zelfs -op te zien. - -De "chaos" was een loket, dat het dichtst bij den vloer was, en onder -het bijzonder opzicht van Mortensen stond. Anders Mo nam het pakket -weer op, maar hij draaide het zoo, dat de papieren met het gele omslag -beneden kwamen te liggen; de gele kanten vouwde hij zelfs een weinig -naar binnen, en toen schoof hij alles zoover mogelijk in den chaos, -waar reeds vele andere stukken lagen. Anders Mo, die zijnen naam -Vatuemo tot Mo verkort had, was met den staatsraad bekend geraakt, -toen deze nog assessor was. In dien tijd was Mo handelaar in het -klein in etenswaren, en daar hij vlak naast den assessor woonde, -was hij in de gelegenheid aan de familie kleine diensten te bewijzen; -weldra was hij zoo in gunst gestegen, dat hij bijna even onontbeerlijk -voor Mevrouw als voor Mijnheer was. - -Toen de assessor in rang steeg en zelfs tot staatsraad werd benoemd, -klom Mo ook op, en verkreeg het ambt van bode bij het Departement. - -Voor deze betrekking was hij als geknipt; als eene kat sloop -hij van boven naar beneden, en het duurde maar kort, of hij was -volkomen te huis in elken hoek van het gebouw, en bekend met al de -geheimen en intriges van het Departement. Allen hadden min of meer -respect voor hem, en de staatsraad zelf scheen zich geheel door -hem te laten beheerschen, wat niemand kon begrijpen, maar het feit -bestond; en ieder was er volkomen van overtuigd, dat Anders Mo de -machtigste man aan het ministerie was. In het groote huis, hetwelk -de staatsraad bewoonde--hij had eene vrouw met geld getrouwd--had Mo -de portierswoning betrokken. Wel is waar was die half in den grond -gebouwd, en dus gedeeltelijk een kelder, maar wanneer men uit het -kamertje van den conciërge de drie trapjes af ging naar de andere -vertrekken, zagen die er vroolijk en gezellig uit, wijl het volle -daglicht ongehinderd door de hoog in den muur aangebrachte vensters -viel. - -Toen Christine bij hem was komen inwonen, was de middelste kamer tot -slaapvertrek voor haar ingericht. - -Nu moest echter haar Oom, zoo hij naar zijn kamertje wilde gaan, -altijd door het hare komen. Dit was juist niet zoo pleizierig, -maar eigenlijk kon het haar niet veel schelen. Oom Anders was zoo -vriendelijk tegen haar, en de mooie groote stad was zoo rijk aan -verrassing voor haar geweest, dat het gevoel van heimwee, waaraan -zij in het begin had geleden, spoedig verdwenen was. - -Bovendien troostte het haar op eene plaats te zijn, waar niemand -wist, aan welke schande haar vader zich zelf en dus ook haar -had blootgesteld. De familie van den staatsraad was altijd even -vriendelijk en juffrouw Hilda was zelfs een paar maal blijven staan, -om een praatje met haar te houden. - -Christine vond het meer dan voorkomend, dat zulk eene voorname -jonge dame met haar, die toch maar een eenvoudig boerenmeisje was, -wilde staan praten; daarentegen wist zij de vriendelijkheid van den -candidaat niet op den rechten prijs te stellen. Ten eerste was zij -er zeker van, dat Alfred wist, waarvan haar vader was beschuldigd, -en dan was er in den toon zijner stem en in de familiare wijze, -waarop hij haar groette, iets, dat haar angst aanjoeg. Neen, dan -mocht zij den doktor, den oudsten zoon in de familie, beter lijden, -maar met hem had zij slechts tweemaal gepraat. - -Toen Christine een paar weken, in de stad was geweest, kreeg zij een' -brief van huis. - -"Lieve Christine! De kat mist je zeer, zij doet niets dan mauwen en -je vader mist je ook zeer, maar hij toont het op eene andere manier, -namelijk hierin, dat hij machtig veel graaft en spit en hakt en als een -mijnwerker steenen op zijnen akker laat springen, dat hooren en zien -een' mensch vergaat, en het zelfs gevaarlijk is langs zijnen akker te -gaan van wege de steenen, het zand, het gruis en de klompen aarde, die -in de lucht rondvliegen; daarbij is de weg op zichzelf slecht, zoodat -ik medelijden heb met het vee en de lieden die er over moeten gaan. - -De reden hiervan is, dat men niet weet, wien dat stuk van den weg -toebehoort, en de Lensmand heeft mij naar den rotmeester (korporaal) -gezonden en de rotmeester heeft mij naar den ingenieur van de openbare -wegen gestuurd, die kapitein is, zoodat je zelf wel begrijpen kunt, wat -dat helpen zou. Maar je vader houdt zich beter dan ik gedacht had zoo -alleen, maar vier van de koeien heeft hij verkocht, wat maar goed is, -want het geleek op de verwoesting van Sodom en Gomorra in den koestal -en in de melkkamer, daar de koeien onder het melken zoo schopten; -maar jouw zwarte koe en die, welke hij bij den pachter van den dominé -heeft gekocht, zijn er nog, en geven goed melk, omdat hij ze naar mijn -domme verstand te veel voer geeft, wat hij echter niet erkennen wil; -hij wordt zelfs boos als men er van spreekt. Veranderlijk weer hebben -wij gehad, regenbuien en storm op zee, zooals ik ook in de couranten -heb gelezen, dat een hevige cycloon over den Atlantischen oceaan en -het kanaal is gevaren en een groot vaartuig van Christiania, dat van -Kubach kwam--of was het misschien Nevrok--zijn voormast verloren heeft; -maar daarnaar kunt ge vragen en er mij eene nauwkeurige beschrijving -van geven. Je vader groet je, zoo ook met buitengewone hoogachting: -de ondergeteekende - - Lauritz Boldemann Sechus. - - - - - - - - -VI. - - -In den herfst, wanneer de familie Falck-Olsen van hare villa naar de -stad terugkeerde, gaf zij altijd een groot bal. - -De groothandelaar--op dien titel was hij zeer gesteld--hechtte zeer -aan dit bal, waarop hij, behalve de jongelui, die werken, dat is -dansen moesten voor hun souper, ook eenige der voornaamste familiën -van de stad uitnoodigde. - -Wanneer al de jongelui meê werden geïnviteerd, vond hij, dat hij zijne -uitnoodigingen tot buiten zijnen gewonen kring kon uitstrekken: hij -had toch gelukkig ruimte genoeg in zijn huis; wanneer hij kleinere -partijen gaf, ging het moeielijker. - -Maar de groothandelaar Falck-Olsen behoorde tot de parvenus in de -hoofdstad, zijn naam had nog te weinig goeden klank. Hij was een -vermogend man geworden door het verkoopen van bouwgrond, en door een' -houthandel; in het begin van zijne loopbaan was alles echter op zeer -kleine schaal ingericht geweest. Nu, zooals gezegd is, was hij rijk en -was het het doel van zijn streven toegang tot de hoogere kringen in de -maatschappij te verkrijgen. Op den staatsraad Bennecken, met wien hij -kennis had gemaakt, toen deze nog assessor was, stelde hij zijne hoop, -en de vriendschappelijke verhouding scheen van jaar tot jaar inniger -te worden. De dames in de stad verwonderden er zich ten hoogste over, -want de familie Bennecken behandelde een ieder nog al uit de hoogte; -de heeren meenden, dat zulks door zaken kwam; Falck-Olsen had den -minister zeker wel eens aan geld geholpen, en eenigen geloofden zelfs, -dat hij nu en dan nog wel eens bijsprong. In het algemeen maakte men -zich een weinig over den ijdelen koopman vroolijk, want, daar hij -door eigen arbeid zijn geld verworven had, beteekende die rijkdom in -de oogen van de meesten niet veel. George Delphin placht te zeggen: -"dit is het onaangename van de geschiedenis, dat juist wanneer men -denkt met den voornamen groothandelaar Falck te spreken, men op eens -bemerkt, dat men met den simpelen houthandelaar Olsen staat te praten." - -Mevrouw Falck-Olsen deelde volstrekt den smaak van haren man -niet voor groote partijen: zij hield meer van kleine gezellige -damestheevisites. Het was niet bekend, waar zij geboren en opgevoed -was; haar stamboom was, zoo drukte de kamerheer Delphin zich uit, -één van de eerste boomen geweest, dien haar man had neêrgeveld, toen -hij in rang begon te stijgen. Intusschen had zij zeer goed haren man -op zijnen weg kunnen volgen, omdat zij leerzaam van karakter zijnde, -ook eene groote mate van geduld bezat; haar optreden was tevens zoo, -dat zij een niet al te scherp contrast met de elegante woning maakte. - -Wel had Delphin voor gewoonte, haar in het geheim nog "madam" [6] Olsen -te noemen, en ook was het één zijner altijd terugkeerende geestigheden, -de bals in het "danslokaal" bij Olsen te beschrijven. Zij evenwel, -die mevrouw kenden, waren het er allen over eens, dat, zóó mevrouw -soms tegen de etiquette zondigde, die fout te vergeven was, omdat -hare goedhartigheid daar ruim tegen op woog. Zij had eene statige -houding, en zooals zij nu vóór de komst der gasten in een licht grijze -moiré japon al de vertrekken nog eens doorging om te zien of alles -in orde was, zag zij er zelfs heel goed uit. Haar man ging van het -eene vertrek naar het andere, maar hij was onrustig en zenuwachtig; -de bedienden werden ieder oogenblik door hem beknord, en telkens keek -hij op zijn horloge. - -"Wat scheelt je vandaag, manlief," vroeg mevrouw, "je stelt je aan, -alsof je den koning zelf verwacht!" - -"Zeur niet en bemoei je maar met je eigen zaken," antwoordde hij. - -Een oogenblik later kwam hij naar haar toe, en zei op een toon, die -onverschillig moest heeten: "van morgen vroeg ik den consul Lind ons -bal te komen bijwonen." - -"Ben je mal?" vroeg mevrouw. - -"Wat? Ben ik misschien niet even goed als hij, en het kwam zoo ter -sprake: wij ontmoetten elkaar op de Actiën-Bank." - -"Verzocht je zijne dames ook?" - -"Neen," luidde het antwoord eenigszins aarzelend. - -"Nu, dan kunt gij er stellig op rekenen, dat hij niet komt; dat was -vreeselijk dom van je, Ole Johan!" - -"Zoo!" bromde haar man tusschen de tanden; het was echter meer dan -eens gebeurd, dat zijne vrouw de zaak beter had ingezien dan hij. - -De oudste dochter kwam nu binnen. Den heer des huizes ontsnapte een -vloek, en mevrouw riep uit: "maar lief kind, wat beteekent dit nu," -en beiden staarden zij stijf van verwondering hunne dochter aan. - -Juffrouw Louise was in eene zwart wollen japon gekleed en een smal -geplooid kraagje stond hoog tegen den hals aan, het haar was in -een kleine wrong opgestoken, terwijl grove katoenen handschoenen, -die haar volstrekt niet pasten, het toilet voltooiden. - -Eerst trachtte zij hare ouders onbevreesd in de oogen te zien, -doch op eens barstte zij in schreien uit. "Hans.... Hans.... heeft -gezegd.... dat ik mij zoo moet kleeden." - -"Hans.... maar nu raakt mijn geduld ten eind," riep haar vader uit, -"en gaat hij voort, je op die manier het leven zuur te maken, zoo is -het maar het best het engagement te verbreken." - -"St.... St, Ole Johan! Maak je niet zoo driftig. Laat mij maar een -oogenblik met Louise spreken. Ik hoor daar reeds eenige gasten in -de vestibule." - -Haar man verliet dadelijk het vertrek om de eerste gasten te ontvangen, -en mevrouw ging met Louise naar boven om haar moed in te spreken. - -De gasten, eenige langbeenige jongeheeren, waren zeer verlegen, dat zij -het eerst waren gekomen. Zij gingen achter elkander de vertrekken door, -eindelijk kwamen zij in eenen hoek van het verst afgelegen kabinet te -recht, waar zij hunne linkschheid trachtten te verbergen door onder -elkander te lachen over niets. - -Het eene rijtuig na het andere hield nu voor de deur stil en weldra -waren velen der gasten gekomen. De gastheer ontving de genoodigden in -het eerste vertrek, mevrouw zat in het kleine salon, voor de groote -danszaal. De jongste dochter Sophie en de kamenier waren nog bezig, -Louise een meer presentabel voorkomen te geven; eindelijk kwamen de -beide zusters binnen. - -Juffrouw Sophie was een mooi meisje en haars vaders lieveling. Hij -ging van het groote plan zwanger, voor haar een' echtgenoot in de -hoogste kringen te zoeken, en hij was onvermoeid, haar opmerkzaam -op zoogenaamd goede partijen te maken. Half in ernst half in scherts -luisterde zij naar hem, maar toen hij op zekeren dag haar den kamerheer -George Delphin als eene geschikte partij voorsloeg, dacht zij wat -ernstiger over de zaak na en besloot eene poging te wagen. Zij zag er -van avond allerliefst uit in hare witte baljapon, waarvan de rok en -het zijden lijf rijk met strikken waren gegarneerd. Zij fluisterde -haar moeder even in welke moeite zij had gehad, Louise in een ander -toilet te doen verschijnen, en mengde zich toen onder de gasten. - -Louise zag er uit als een slachtoffer. Zij had nu eene witte japon -aan, en ook handschoenen, die bij het overige toilet pasten; in het -laatste oogenblik was het der kamenier zelfs nog gelukt haar een -takje meibloemen in het haar te steken. - -Met angstige blikken zag zij overal naar Hans rond, maar daar zij -hem niet in het oog kon krijgen, liet zij zich eerst voor éénen dans, -en toen voor nog eenen engageeren.... wat haar óók verboden was; ten -laatste stond zij, vóór zij het zelf wist, temidden van een groepje -jonge dames, met wie zij naar hartelust praatte en lachte; toen een der -heeren haar het balboekje uit de hand nam, ten einde zijnen naam nog -bij een der dansen te schrijven, was zij zelf ten uiterste verwonderd, -dat hij het haar zichtbaar teleurgesteld teruggaf--voor alle dansen -was zij reeds geëngageerd. - -Hare beste vriendin, Caroline Hjelm, zeide haar, dat zij er nooit -zoo goed had uitgezien als van avond, maar Louise's hart klopte -zeer onrustig. - -Meer en meer gasten kwamen er binnen. - -In het midden der groote zaal stonden de jongedames in groepjes -en deden alsof zij druk met elkaar praatten. Eigenlijk bestond het -gesprek meest in uitroepen van verwondering en niets beteekenende -vragen, op welke men ook geen antwoord verwachtte; soms hoorde men -eenige zenuwachtig lachen, want allen waren te zeer van het gewicht -van het oogenblik vervuld, om oog of oor voor iets anders te kunnen -hebben dan.... voor het balboekje met volgeschreven namen. - -De heeren stonden bij de deuren; eindelijk vatten zij moed, gingen -dwars door de zaal naar de plaats, waar de jonge dames stonden, -maakten eene buiging, vroegen om een' dans, liepen elkaar tegen het -lijf, struikelden over de lange slepen der dames en verloren hunne -kleine balpotlooden. De twee vrienden Hiorth en Bennecken, die beiden -aan juffrouw Sophie Falck-Olsen het hof maakten, kwamen haar tegelijk -om een dans vragen. Zij had nog maar één dans vrij en dien schonk -zij Bennecken. Hiorth vertoonde een gelaat, dat vertwijfeling moest -uitdrukken, en engageerde nu Hilda Bennecken, die daar juist in de -buurt stond. - -Zij had nog vele dansen vrij, want ofschoon zij als dochter des -ministers er zeker van kon zijn, dat zij niet den geheelen avond -zou behoeven te zitten, zoo behoorde zij tot degenen, die men het -laatste ten dans vroeg, en niemand gaf zich zelfs eenige moeite, -het haar niet te laten merken, dat men haar welstaanshalve vroeg. - -De kamerheer Delphin, die door den staatsraad bij de Falck-Olsens -was geïntroduceerd, danste zeer zelden. "Hij was er te oud voor," -zei hij zelf; nu en dan danste hij een paar maal eenige toeren met -die jongere getrouwde dames, welke in zijn' tijd gevierde schoonheden -waren geweest. Toen hij echter het gezicht zag, dat Hiorth trok, nadat -hij juffrouw Bennecken ten dans had gevraagd, ging hij door de zaal, -maakte eene buiging voor haar en vroeg met haar eens te mogen dansen. - -Een gloeiend rood overtoog haar gelaat, en zij zag hem eenigszins -wantrouwend aan; zij wist toch, hoe hij er van hield, de menschen -voor den gek te houden. - -Ondertusschen had hij reeds haar balboekje in de hand genomen, en -vroeg haar om de Française na het souper. Zij kon niet goed "neen" -antwoorden, ofschoon zij daartoe veel lust had. - -Delphins wijze van handelen had zeer de opmerkzaamheid in de zaal -getrokken, de dames staken de hoofden bijeen en fluisterden met -elkander. Hilda Bennecken voelde zich zeer ongelukkig en verlegen, -wat haar leelijker dan ooit maakte. Zij nam haar toevlucht tot Louise, -die juist in eenen aanval van moedeloosheid, haren nood aan Caroline -Hjelm klaagde. - -Eenige heeren, die er acht op hadden gegeven, dat George Delphin -juffrouw Bennecken voor eenen dans had geëngageerd, geloofden, dat -zulks een' verstandige zet van hem was geweest, en zij haastten zich -dus zijn voorbeeld te volgen. Tegen alle gewoonte kreeg Hilda haar -balboekje vol, en er stonden zelfs de namen van de meest fashionable -cavaliers in te lezen. - -Het bal werd met eene Polonaise geopend; de gastheer en de vrouw des -ministers waren het eerste paar. De staatsraad was nog niet gekomen. - -"Daniël heeft het tegenwoordig zoo ontzaglijk druk," zeide mevrouw -tot verontschuldiging. - -Daar de consul Lind er ook nog niet was, gevoelde de heer Falck-Olsen -zich niet recht in zijnen schik. Onder de wandeling verbeterde zijn -humeur zich wat, want de zaal leverde een fraai gezicht op. - -De kamerheer mocht zeggen, wat hij wou van "Olsens Danslokaal," eene -fraaier balzaal was er bijna niet in de stad te vinden en toen de lange -rijen feestelijk gekleede dames en heeren op de tonen der muziek door -de zaal wandelden, straalden de oogen van den gastheer van trots. - -Er waren dan ook vele voorname lui; de uniformen maakten een -goed effect, en verscheidene heeren droegen een ordelint in -het knoopsgat. Bankiers, kooplieden, professoren, kamerheeren, -buitenlandsche consuls, allen waren er vertegenwoordigd; aan deftige, -welluidende titels ontbrak het niet; het was dan ook een werkelijk -genot voor den gastheer, die titels telkens te noemen, terwijl hij -met de vrouw des ministers de zaal rondwandelde. - -"Hoe allerliefst ziet uwe Sophie er van avond uit," zeide mevrouw -met een innemend lachje. - -"Het is mij hoogst aangenaam dit te hooren; ja, ik vind ook, zoo ik de -waarheid wil zeggen, dat Sophie iets gedistingueerds over zich heeft." - -"Juist wat ik wilde zeggen," antwoordde mevrouw, en zij lachte hem -in stilte uit. Nu wilde de gastheer ongelukkiger wijze mevrouw ook -een compliment maken, en daar Hilda Bennecken juist met een niet zeer -jong heer, een leeraar of iets dergelijks, zich bij de Polonaise had -gevoegd, begon hij haar uiterlijk buitensporig te prijzen. - -"Och, geef u die moeite niet," riep mevrouw uit, "onze dochter Hilda -kan op geene schoonheid bogen." - -"Maar mevrouw--ik vind juist het tegendeel," stamelde de gastheer. - -"U is waarlijk al te vriendelijk, mijnheer Falck-Olsen," en mevrouw -lachte eenigszins gedwongen. De gastheer begreep, dat hij zich dom -had aangesteld. - -Hij kreeg echter weldra gelegenheid dien dommen streek goed te -maken. Haar zoon Alfred stond in hunne nabijheid en hij begon nu -dezen zeer te prijzen; tot zijne voldoening merkte hij, dat mevrouw -met belangstelling naar hem luisterde, terwijl haar blik den jongsten -zoon volgde. - -Nu nam het dansen een aanvang; ofschoon de muziek uitstekend was, -scheen de echte danslust er nog niet te zijn. De drie groote kronen -en de lustres aan de wanden goten een zee van licht uit in de fraai -gedecoreerde zaal. Aan de eene zijde bevonden zich kleine kabinetten, -waar een aangenaam half donker heerschte, en waar--zooals mevrouw -Bennecken zeide, de beenen konden rusten en de harten spreken. Alfred -danste met eene uitdrukking op het gelaat, welke voor hoogst comme il -faut wordt gehouden, als een daglooner, die, om aan den kost te komen, -hard moet werken. - -Op dezelfde wijze danste zijn vriend Hiorth. Over het geheel -hadden de heeren dat onverschillige voor alles in hun voorkomen, -dat welopgevoeden jongelui past. Slechts eenige getrouwde heeren van -middelbaren leeftijd, die met de jongste dames dansten, zagen er uit, -alsof zij er werkelijk pleizier in vonden, in het zweet huns aanschijns -rond te draaien. - -Na elken dans verdwenen de heeren in de meer afgelegene vertrekken, -die op de plaats uitkwamen, en daar deden zij zich aan punch en -toddy te goed. Kwam men hun zeggen, dat een andere dans begon, dan -werd de sigaar uit den mond genomen, en met een' ontevreden trek -op het gezicht maakten zij zich gereed weg te gaan. Eerst namen zij -echter nog gauw een glas punch of cognac, alsof zij eene reis in een' -kouden winternacht moesten ondernemen; eindelijk sleepten zij zich -met moeite naar de zaal, waar zij de dames op den geur van tabak en -wijn onthaalden. - -De eene dans volgde op den anderen, maar de rechte vroolijkheid kwam -maar niet, zooals het gewoonlijk in de eerste uren gaat. - -"Ja, ja, het zal wel beter worden," mompelde de gastheer bij zichzelf, -"wanneer de heeren wat meer "onder stoom" zijn," en hij gaf aan de -bedienden bevel, wat meer punch en cognac rond te dienen. - -Alfred Bennecken zag er onrustig en geheimzinnig uit. Wanneer iemand -hem vroeg, voor welke dame hij den volgenden dans bestemd had, gaf -hij een ontwijkend antwoord. Zijn vriend Hiorth merkte zelfs, dat hij -voor de meesten der eerste dansen niemand geëngageerd had. Bennecken -scheen op iets te wachten. - -De met zulk een' angst verwachte Hans was eindelijk gekomen. Louise -had hem slechts vluchtig in het voorbij dansen gezien. Zij had haar -oordeel in zijn bleek gezicht gelezen, en was daardoor bijna half -dood van schrik. Maar de jonge candidaat Smith, met wien zij danste, -sprak op zulk eene boeiende wijze over eene voetreis, die hij in -Jotunheim gemaakt had, dat zij telkens haar verdriet vergat; toen zij -een oogenblik daarna haren verloofde nergens meer zag, wiegde zij haar -geweten met iets in slaap, dat zij wist, dat Hans met den naam van -"verslaafdheid aan de zonde" zoude betitelen. - -Toen de dans geëindigd was, zocht zij in de zaal naar Caroline Hjelm om -haren bijstand te vragen. Deze was eene nicht van Hans, en volstrekt -niet bang voor hem. Louise smeekte hare vriendin bij de vriendschap, -die zij elkaar toedroegen, naar Hans te gaan om hem te verklaren, -dat men haar gedwongen had in een passend baltoilet te verschijnen -en hem te vragen of hij erg boos op haar was. - -Caroline was dadelijk bereid, dit te doen; zij durfde Hans zeer goed -hare meening zeggen. Zij zocht hem in alle vertrekken, en vond hem -eindelijk snuffelende in eene boekenkast. - -"Goeden avond Hans! Louise laat je door mij vragen, of zij eenen -dans voor je open zal houden," zeide Caroline en zij knikte hem -vriendelijk toe. - -Hij keek haar eerst met zijne lichtblauwe kleine oogen strak aan; maar -toen zijn blik op de verstokte Caroline volstrekt geene uitwerking -scheen te maken, vroeg hij: "Heeft Louise je werkelijk gezegd, dit -aan mij te vragen?" - -"Ja, waarom niet? Denk je misschien, dat het zonde is te dansen. Toen -ik mijne belijdenis had afgelegd, zeide de dominé, dat het geoorloofd -is te dansen, mits men zulks met een rein hart doe.... en dat hebt -gij toch zeker, neef Hans, is het niet?" - -"Ik wil niet meer met je spreken Caroline, want gij zijt een kind -dezer wereld." - -"Foei, Hans, hoe kunt je zoo praten," riep Caroline beleedigd uit, -"ik kan mij niet begrijpen dat Louise, die zoo allerliefst is, jou -wil nemen.... voor alles in de wereld zou ik je niet voor mijn man -willen hebben!" - -"Ik wil trachten Louise uit dit huis der zonde te redden!" - -"Hè.... je bent een akelige vent, adieu," zei de onverbeterlijke -Caroline, en zij keerde naar het salon terug. - -Eindelijk kwam de staatsraad Bennecken binnen. - -Hij was een knap rijzig man; zijne bloeiende gelaatskleur trok -altijd de aandacht, vooral omdat hij geenen baard droeg. Zoodra de -gastheer hem zag binnen komen, ijlde hij hem tegemoet en boog als -een knipmes. Had de heer Falck-Olsen, wanneer hij met den staatsraad -onder vier oogen was, ook de gewoonte op heel familiaren toon met -hem te spreken, zoo had deze toch, wanneer hij, zooals nu ook het -geval was, in al zijne deftigheid, met de ordeteekenen op de borst en -geheel het uiterlijk van den staatsman optrad, iets dat hem ontzag -inboezemde. Buitendien was de staatsraad zijn voornaamste gast--het -eigenlijk glanspunt van het feest, en stralend van geluk geleidde de -kleine levendige koopman den voornamen heer door de salons. - -Deze begroette de vrouw des huizes zeer hartelijk, sprak een weinig met -al de oudere dames en was de vriendelijkheid zelf. Toen er eene pauze -in de balzaal was, ging hij de dochters des huizes begroeten, en daarna -trok hij zich terug in de bijzondere vertrekken van den gastheer, -waar de voornaamste leden van het gezelschap zich hadden verzameld. - -De komst van den minister had den stempel op het feest gedrukt. Delphin -placht altijd te zeggen, dat men bij die Falck-Olsens altijd min of -meer het gevoel had, alsof het hoofd er ontbrak, want gastheer en -gastvrouw beiden verloor men zoo spoedig uit het oog, dat men bijna -hunne tegenwoordigheid vergat. - -Van avond had men echter in den persoon des ministers een punt gekregen -waarom men zich kon verzamelen, wijl deze, als een intiem vriend van -de familie, er borg voor was, dat men zich in goed gezelschap bevond, -en als 't ware verlof gaf, zich zoo goed mogelijk te amuseeren. De -nieuwbakken glans, die nog over alles in het huis lag, werd daardoor -minder gezien, ja zelfs min of meer gewettigd. Nu eerst begon het -bal met recht; de "daglooners" glimlachten min of meer onder hunnen -zwaren arbeid, en de gastheer dacht er niet langer aan, dat consul -Lind weggebleven was. Hij wreef zich de handen van pleizier, want -men begon "onder stoom" te komen; thans nog het souper, en alles ging -naar wensch. - -Zoodra Alfred zijn vader had zien binnenkomen, sloop hij naar de -vestibule, nam zijne overjas en verliet het huis. - - - - - - - - -VII. - - -Christine zat in de gezellige voorkamer en schreef een' brief aan -haren vader,--dat wil zeggen aan den opperloods, want Njaedel kon -geen geschreven schrift lezen. - -Oom Anders had het portier van het rijtuig, waarmede de staatsraad -naar het bal zou rijden dichtgeslagen en was toen, zooals 's avonds -zijne gewoonte was, uitgegaan: hij had altijd zoo veel te doen. - -Terwijl zij zat en in de lamp tuurde om te bedenken wat zij eigenlijk -zou schrijven, werd er aan de deur geklopt en Dokter Bennecken trad -de kamer binnen. - -"Neem mij niet kwalijk.... is Papa al naar het bal gereden," vroeg hij. - -"Ja, juist," antwoordde Christine. - -"O, dat treft al heel slecht, ik wou met hem meegereden zijn." - -Eigenlijk maakte de dokter zich hier aan eene groote onwaarheid -schuldig, want hij had op den hoek der straat op het wegrijden van -zijn' vader staan wachten. Nu hij echter het doel van zijn streven -bereikt had: een oogenblik ongestoord met haar te kunnen spreken, -scheen hem de moed daartoe te ontzinken, en hij zou zeker de deur -weer zijn uitgegaan, zonder een woord meer te zeggen, zoo Christine -niet had gezegd: "misschien komt het rijtuig wel terug." - -"Ja dat is best mogelijk.... ja, dat zal het zeker," zeide hij. - -Beiden lieten het voorkomen, alsof zij zulks geloofden, ofschoon zij -heel goed wisten, dat de minister met een huurrijtuig was uitgereden; -'s avonds gebruikte hij nooit zijne eigene équipage. - -"Wil u niet zoo lang gaan zitten," zeide Christine; Oom had haar -gezegd, dat zij de menschen met u moest aanspreken [7]. - -De dokter bedankte haar vriendelijk en deed de deur dicht. Johan -Bennecken had eenige trekken met zijnen vader gemeen; dat imponeerende, -evenwel, wat dezen eigen was, ontbrak hem geheel; integendeel zag hij -er uit als een eerlijke vent met een goedhartig gezicht, die niet al -te hoog timmerde; daarenboven was hij kreupel. - -De dokter begon nu met het jonge meisje te praten, hij ging echter niet -zitten maar bleef tusschen de deur en de tafel staan. Hij was gewend -met menschen uit allerlei stand om te gaan, zoodat Christine hem zeer -goed begreep; het gesprek werd ook meer en meer levendig en liep over -het verschil, dat er bestond in de manier van leven in de stad en op -de plaats, waar zij van daan kwam, en over dergelijke onderwerpen. - -Wanneer hij iets zeide, dat hare vroolijkheid wekte, en dit gebeurde -meer dan eens, lachte zij hartelijk en boog het hoofd wat op zijde, -zoodat het schijnsel van de lamp juist op haar fraai lokkig rood haar -viel, dat zij van haren vader had. Ook zijn gezond bloed scheen zij -geërfd te hebben, want zij was sterk gebouwd, en wanneer zij zich in -hare volle lengte oprichtte, had zij eene manslengte. - -Buiten loeide de wind; het was een echt gure herfstavond, maar -hierbinnen zag het er werkelijk gezellig uit; de lamp brandde zoo -helder, het vloerkleed was juist gelegd, en aan een vroolijk vuurtje -ontbrak het niet. - -De dokter was gekleed in zwarten rok; zijne overjas had hij -aangehouden; nu werd die hem echter te warm, en hij knoopte haar een -weinig los; eindelijk zette hij zich half op den kant van de tafel -met zijnen rug tegen den muur. - -Telkens wanneer zij een rijtuig hoorden aanrollen, zeiden zij: -"daar is het nu" en wanneer het voorbij reed, zeiden zij: "neen, -het was het niet!" - -Er werd aan de deur geklopt; deze ging open, Alfred kwam de kamer -binnen en riep op vroolijken toon: "Goeden avond!" Eerst stond hij -geheel uit het veld geslagen, toen hij zijnen broeder zag; spoedig -herstelde hij zich echter en zei op boosaardigen toon: - -"Ei.... ei.... een tête-à-tête!.... of is juffrouw Christine misschien -ziek?" - -Christine, die dit als scherts opnam, wilde antwoorden, maar toen -zij zag, hoe ernstig de dokter eensklaps was geworden, kon zij van -verwondering geen woord uitbrengen. - -"Ik wou hier op het rijtuig wachten,.... ik meende dat het terug zou -komen," zeide Johan op eenen toon, die onverschillig moest heeten, -doch verlegen klonk. - -"Welk een goed bedacht voorwendsel! Wat Amor toch vindingrijk maakt," -riep Alfred, en hij zette zijn lorgnet op, "ah zoo.... ge stondt hier -op het rijtuig te wachten? Aardig van je bedacht, hoor!" - -"Ik verzoek van uwe verdere opmerkingen verschoond te -blijven,--Alfred!" - -"Wel, wel.... gij verzoekt er van verschoond te blijven.... misschien -mag ik verzoeken, om in denzelfden verheven stijl ons gesprek voort -te zetten.... mij eene meer geldige verklaring te geven van uwe -tegenwoordigheid hier op dit uur." - -"Wat raakt je dat?" - -"Ah zoo, de stijl wordt wat minder hoogdravend. Van mijnen kant vraag -ik er ook niet naar, want verdere inlichtingen heb ik niet noodig; -de verhouding is mij duidelijk.... volkomen duidelijk," en hij zag -hen beurtelings aan, "maar mama zal er zeker veel belang in stellen -te hooren hoe haar oudste zoon hier aan huis, wanneer allen uit zijn, -op den loer ligt." - -"Neem je in acht Alfred, en zeg geen woord meer," riep Johan en hij -trad eene schrede naar hem toe. - -"Laat ons deze wanden niet met broederbloed bezoedelen," antwoordde -Alfred en een valsche glimlach speelde om zijnen mond, terwijl hij -zich achter eenen stoel verschanste. Christine ging wat dichter naar -den dokter om te trachten, hem tot kalmte te brengen, doch juist -wendde hij zich naar haar en zij zag, dat hij doodsbleek was. - -"Wees niet bang" zeide hij, "en neem het mij niet kwalijk, dat zulk -een tooneel hier voorgevallen is.... het is geheel buiten mijne -schuld. Goeden nacht. Kom Alfred.... het wordt nu tijd voor ons." - -"Voor ons," vroeg Alfred op hoogen toon, en hij maakte zich gereed, -zijnen hoed op den stoel, die naast hem stond, te leggen. Doch vóór -hij nog recht tot bezinning kon komen over hetgeen eigenlijk met -hem gebeurde, stond hij op de straat. Met een forschen ruk had zijn -broeder hem uit de portierswoning geworpen en zoo kort en goed een -einde aan de zaak gemaakt. - -Christine stond als versteend; zij hoorde de broeders de ramen -voorbijgaan, een paar woorden ving zij nog op, maar eindelijk hoorde -zij niets meer. Zij zelf zag er ook bleek uit, en aan haren linker -slaap vertoonde zich eene roode vlek; het was het litteeken van de -wonde, die zij aan het hoofd op dien vreeselijken nacht had gekregen, -toen het huis was ingestort en hare moeder met de twee andere kinderen -onder het puin bedolven waren geraakt. Eene heftige woordenwisseling -had er tusschen de broeders plaats; toen zij aan den hoek der straat -waren gekomen, sloegen zij ieder eenen anderen kant in, natuurlijk -zonder elkaar goeden nacht te zeggen. Johan had geen lust meer het -bal te gaan bijwonen. Hij ging dadelijk naar zijne woning. Eenigen -tijd geleden had hij een paar kamers gehuurd, wijl de vrouw van den -staatsraad het zeer onaangenaam vond, telkens op de trap met zijne -arme patiënten in aanraking te komen. Juist zou het souper beginnen, -toen Alfred weer in de balzaal verscheen. - -"Waar ben jij al dien tijd geweest," vroeg Hiorth. - -Alfred maakte een zeer geheimzinnig gebaar, hetwelk zijnen vriend -aanleiding gaf hem vriendschappelijk een paar stompen in de zijde te -geven en te beknorren. Zij gingen samen naar het buffet, want Hiorth -beweerde, dat zijn vriend eene hartversterking noodig had. In de kleine -zaal en in de daar naast gelegen kamers stonden de tafels gedekt -[8]. Eerst bedienden zich de oudere dames, en heeren, daarna lieten -de jongere dames zich van hare cavaliers bedienen, maar vóór dat deze -nog half klaar waren, begonnen de heeren voor eigene rekening om de -tafel heen te dringen. Als een dikke zwarte vliegenzwerm plaatsten zij -zich om de eerste tafel, dan vloog een troepje weêr naar eene andere -tafel en zoo ging het steeds door, geen wonder dat men onwillekeurig -aan de plaag der sprinkhanen in Egypte begon te denken. Zij vielen op -alle schotels en borden neer, en geheel vervuld van het gewicht van -het oogenblik, stonden zij zwijgend, alles nauwkeurig onderzoekende; -dan begon het opscheppen, kauwen, en doorslikken met vollen ijver; -het leven, dat men met de vorken en messen maakte, verbrak alleen -de stilte, en het had er veel van of er eene groote eetmachine aan -het werk was. De jonge verlegen student Hansen had--de hemel weet -waar--eene flesch Sherry te pakken gekregen. Zoodra de sprinkhanen -hier lucht van kregen, reikten zij hem hunne glazen toe. - -Goedhartig, als hij van natuur was, schonk hij de glazen telkens weer -vol, totdat hij eindelijk met een leeg glas in de eene en eene leege -flesch in de andere hand stond. - -Dit wekte natuurlijk algemeen den lachlust op, doch lang duurde dit -niet--er viel geen tijd te verliezen. - -Vleeschpasteien, coteletten, ragoûts, wildbraad, kippen, heerlijk -gestoofde groenten, pikante sausen, kleine gebakken aardappelen, -alles verdween in een oogwenk; men zou hebben kunnen gelooven, dat er -valluiken in den vloer waren verborgen. Neef Hans stond vlak voor een -vleeschpastei met aspersies, en hij verroerde zich niet van de plaats, -ofschoon zijne buren hem vrij gevoelig in den rug stompten. Naast -hem stond de candidaat Smith, die goeden eetlust op zijne voetreis -naar de Jotunheim scheen opgedaan te hebben; hij at filet de boeuf -met eenen lepel, graag zou hij eene vork hebben gaan halen, doch -zoolang als er nog champignons op den schotel voorhanden waren, -had hij niet veel zin, zijn goed plaatsje er aan te geven. - -Hiorth en Bennecken hadden het slimmer aangelegd; zij hadden zich -bij de deur van de keuken geplaatst, en wanneer de bedienden met de -gerechten aankwamen, maakten zij zich veelal van eenige meester. Eene -tafel met sigaren en andere rookbenoodigdheden werd leeg gemaakt en -in eenen hoek getrokken; daar aten zij nu op hun gemak; ook was het -hun gelukt eenige flesschen achter eene portière te verbergen. - -De voornaamsten onder de heeren zaten in het particulier vertrek van -den gastheer, waar eene tafel voor hen gedekt was. Delphin had aan -het gezelschap der dames de voorkeur gegeven en soupeerde met haar; -in de balzaal wandelden eenige jonge dames heen en weer, die de -grootste verachting voor eten en eters koesterden. Het meerendeel -der dames had nu een zeer verzadigd gevoel, doch de sprinkhanen -strekten hunnen tocht tot aan de kleine zaal zelfs uit, waar de dames -gesoupeerd hadden. Uitgenomen een paar oudere dames, die nog naar -eenige aspersiekopjes of malsche kippeboutjes snuffelden, was daar -niemand meer. - -De gastvrouw was er zeker van, dat zij genoeg had laten gereed -maken; toen zij evenwel zag hoe de heeren de eene portie na de -andere verorberden, begon zij min of meer ongerust te worden, en -een der gasten die in hare nabijheid stond, hoorde haar mompelen: -"goede hemel, het is alsof hunne maag een zak zonder bodem is." - -Mevrouw Falck-Olsen verviel soms in de vulgaire uitdrukkingen -van vroegere dagen, vooral wanneer zij in zenuwachtigen toestand -verkeerde. Wanneer de bediende even de deur der kamer, waar de -staatsraad en eenige andere heeren zaten, open liet staan, konden -Hiorth en Bennecken, die in de nabijheid zaten, nu en dan een of -ander woord opvangen, waaruit zij begrepen, dat er eene politieke -discussie gevoerd werd. - -"Die Falck-Olsen is eigenlijk toch een groote ezel, en goede manieren -zal men hem zeker nooit kunnen leeren," zeide Bennecken, en hij hield -even met eten op, "hij begrijpt nooit, welke menschen hij eigenlijk -moet inviteeren." - -"Wat?" antwoordde Hiorth, "de heele stad is hier bijna." - -"Wat ben je onnoozel, Jonas. Nu, je gezondheid!" en hij leegde -zijn glas. "Daar zit hem de knoop, zie je, dat hij Jan en alleman -uitnoodigt. Je kunt wel begrijpen hoe onaangenaam het voor mijn vader -is, hier met allerlei politieke tinnegieters samen te zijn." - -"Daar heb ik waarachtig nog nooit aan gedacht," zeide Hiorth, en hij -zag heel diepzinnig. - -"Eenige dagen geleden hoorde ik mijnen vader tot Falck-Olsen zeggen: -"wanneer gij niet partij kunt kiezen...." - -"Zoo.... zoo.... nu verder," zeide Hiorth heel nieuwsgierig, en hij -boog zich dichter naar zijnen vriend. - -"Wat ben je een uilskuiken, Jonas, hij zei niets meer, maar je kunt -begrijpen, wat het zeggen wil." - -"Ja natuurlijk.... hm.... bl.... zei je vader dat werkelijk." Hiorth -lachte en knipoogde zijnen vriend geheimzinnig toe. - -Vóór de Française na het souper speelde het orkest, melodieën uit -"le petit Duc." Het ging nu zeer geanimeerd toe; alle dansers, die -in het begin van den avond hun werk zoo ernstig hadden opgenomen, -zagen er werkelijk uit alsof zij zich amuseerden. De vroolijke muziek -jaagde het bloed, dat door het lekkere souper en de fijne wijnen wat -verhit was geraakt, sneller door de aderen. - -De candidaat Smith neuriede onophoudelijk eene Fransche melodie, -uit eene operette, hem door een' oud vriend, die in Parijs geweest -was, geleerd. - -Caroline Hjelm, met wie hij danste, wilde o zoo gaarne weten, welke -woorden hij eigenlijk zong; maar hoe zij hem ook verzocht ja zelfs -plaagde, ze mede te deelen, haar cavalier weigerde hardnekkig. Hij -beweerde dat men ze niet goed in 't Noorsch kon vertalen. - -Caroline, die zich nooit zoo gauw uit het veld liet slaan, verzekerde -hem, dat hij het gerust kon wagen ze te zeggen; zij was niet voor -zoo'n beetje vervaard; en kon heel wat verdragen; hij neuriede maar -steeds dezelfde melodie tot antwoord, totdat zij zeide, dat zij den -inhoud er bijna van begreep. - -Dit nu was de dans, voor welken Delphin Hilda Bennecken had -geëngageerd; waarom hij zulks had gedaan, was hij bijna vergeten. In -de eerste toeren nam hij ook bijna geene notitie van zijne dame maar -voerde een levendig gesprek met mevrouw Hjelm, die bij de deur vlak -achter de dansende paren zat. - -Hilda Bennecken merkte dit natuurlijk dadelijk, en vond het -allesbehalve aangenaam. Den geheelen avond had zij er zich deels over -verheugd, deels over beangstigd den kamerheer Delphin tot cavalier -te krijgen. - -Wel was hij altijd, wanneer hij bij hare ouders aan huis kwam, heel -vriendelijk tegen haar, maar meer op een wijze, alsof hij haar nog -voor een kind aanzag; hij had haar trouwens ook gekend, lang vóór -zij hare belijdenis had afgelegd. - -Dikwijls had zij bij zich zelf gedacht, hoe prettig zij het zou -vinden, zoo hij haar eens voor een' dans engageerde, en nu het er -eindelijk toegekomen was, voelde zij zich zeer teleurgesteld in hare -verwachtingen; al de pikante woorden, welke zij den geheelen avond -van hare vriendinnen over de onderscheiding, die haar ten deel was -gevallen, had moeten aanhooren, schoten haar nu te binnen, en zij -wenschte maar, dat hij haar de eer van met haar te willen dansen, -niet had aangedaan. - -Toen de derde toer zou beginnen, vroeg hij haar het een en ander, -om toch ten minste wat aan zijne dame gezegd te hebben. Zij keek -hem aan, en Delphin zei bij zich zelf: "zij heeft werkelijk een paar -mooie oogen!" - -Na deze ontdekking, zette hij zijn gesprek met wat meer belangstelling -voort, om haar te dwingen, hem aan te zien. De goedhartige bruine oogen -bezaten eenen glans, waarom velen haar zouden hebben kunnen benijden, -en toen zij langzamerhand door den vroolijken toon, dien hij aansloeg, -den moed kreeg hem op dezelfde wijze te antwoorden, had het leelijke -gezichtje eene uitdrukking, die men er al te zelden op lezen kon. - -Toen de dans geëindigd was, zei hij: "neen, maar is de dans werkelijk -uit, lieve juffrouw Bennecken!... daar begrijp ik niets van. Wij -hebben niet meer dan vier toeren gedanst.... op zijn hoogst nog wel!" - -Zij zag hem eerst een weinig wantrouwend aan, maar antwoordde toen -glimlachend: "het komt omdat u de twee eerste toeren met mevrouw -Hjelm hebt gedanst." George Delphin wist een goed antwoord altijd -zeer op prijs te stellen. Hij was er door verrast en juist wilde hij -haar antwoorden, toen zij door een paar werden aangesproken, dat weer -door andere gevolgd werd. Eer de kamerheer zijne dame echter verliet, -vroeg hij haar, hem de eer aan te doen, op al de bals gedurende dezen -winter de eerste Française na het souper met hem te willen dansen. - -De stemming in de balzaal werd meer en meer vroolijk: "men was onder -stoom." Onmogelijk was het bijna in de paren, die daar op de tonen -der muziek zoo luchtig heen zweefden, de "daglooners" van het begin -van den avond te herkennen, en toen na middernacht het dessert en de -champagne rondgediend werden, had de vroolijkheid haar toppunt bereikt. - -De staatsraad was altijd gewoon, wanneer het feest zoo ver gekomen was, -eenen toast uit te brengen op den gastheer en zijne familie--eene korte -speech, zooals het eenen staatsman betaamt; bloemrijke uitdrukkingen -gebruikte hij nimmer. Op zulke kleine redevoeringen, waarin hij echter -met de grootste omzichtigheid zijne woorden woog, was hij zeer gesteld; -in gewone gesprekken beperkten zijne antwoorden zich veelal tot eenige -wel aangebrachte handbewegingen, soms vergezeld van een bescheiden -glimlachje, doch van het laatste maakte hij zeer matig gebruik. - -De toast op de dames werd door een jong dichter uitgebracht. Niet lang -geleden had hij een bundel gedichten uitgegeven onder den titel "Losse -pennetrekken." Natuurlijk sprak hij nu ook in poëzie en grooten bijval -viel hem ten deel; de dames vonden echter den inhoud zeer droefgeestig. - -Daarna begeerde tot grooten schrik zijner vrienden, de candidaat Smith -het woord. Hij vergastte het gezelschap met eene gloeiende schildering -van den Jotunheim. Nooit is het volkomen opgehelderd geworden of het de -wijn dan wel de liefde was, die hem zoo opwond. Als de gasten hem op -zijnen verren tocht volgden, den hoogsten berg met hem bestegen--hij -vertelde hun zelfs hoeveel honderd voet--tusschen afgronden en over -gletschers met hem doolden, kwam daar op eens in zijne rede eene -beschrijving van een paar oogen en eene feeëngestalte, die, zooals -later eenigen beweerden, Caroline Hjelm had moeten voorstellen. Wat -hiervan moge zijn, zeker zou het met zijnen toast gegaan zijn, zooals -in zeker sprookje staat: "is het niet uit, dan duurt het nog voort," -indien de jonge, bloode student Hansen niet plotseling als een raket -de rede afgebroken had, met den uitroep: "Leve Jotunheim!" - -Onder het gelach, dat hierdoor ontstond, werden op den toast tot -groote ergernis van den spreker de glazen geledigd. - -Voor den student Hansen hadden de zaken eene zeer treurige wending -genomen. Toen het hem na het souper was gelukt, eene flesch portwijn -machtig te worden, besloot hij zich er nu alleen aan te goed te -doen, en zich niet weer zoo door de anderen voor den gek te laten -houden. Hij school dus achter eene étagère weg; om zich te wreken, -ledigde hij het eene glas na het andere; maar ongelukkigerwijze bleek -de wijn machtiger dan de student Hansen, en toen hij met opgerichten -hoofde en strak voor zich uitstarende oogen door de balzaal schreed -om midden in eene Française iemand voor een dans te engageeren, -sleepte een zijner vrienden hem bij den arm mede, terwijl hij zeide: -"Maar Hansen, wat is het nu met je, je bent zoo stomdronken, dat je -bijna niet op je beenen kunt staan, kerel!" - -Deze onvriendelijke woorden maakten zulk een pijnlijken indruk op -den student Hansen, dat zijn trots er voor goed door gebroken was en -hij in bange vertwijfeling verviel. Uit dezen toestand ontwaakte hij -juist vroeg genoeg om door eenen uitroep een eind aan den toast van den -candidaat Smith te maken. De cotillon ging wild toe. Verscheidene paren -belastten zich te gelijk met het arrangeeren der verschillende toeren -om dan later in een woesten galop door de ruime zaal te dansen. De -saaie Hans had den geheelen nacht met zijnen donkeren blik overal -zijn meisje gevolgd en toen Louise eindelijk, door Caroline half -voortgeduwd, naar hem toekwam om wat met hem te praten, draaide hij -haar den rug toe en ging naar huis. - -"Och stoor je niet aan hem," zeide Caroline om haar te troosten, -"hij is zoo in vervelend, zoo...." - -Louise stond een oogenblik geheel vernietigd, maar toen zij haren -cavalier, met wien zij juist zou dansen, zag aankomen, fluisterde zij -hare vriendin in: "Ik heb van avond zoo'n pleizier, dat ik er morgen -wel wat knorren voor wil verdragen." - -Na deze lichtzinnige woorden, zweefde zij weer de zaal door. Het was -vier uur in den morgen. Dicht in hare mantels gewikkeld stonden de -moeders doodmoede in de vestibule en de aangrenzende kamers op hare -dochters te wachten, die nog eventjes een enkelen toer wilden dansen; -de vaders stonden ook reeds met de overjas aan en de sigaar in den mond -gereed om heen te gaan en ledigden nog staande een glas. Maar in de -zaal danste men nog steeds alsof het om het leven te doen was. De paren -vlogen als waanzinnigen van het eene einde der zaal naar het andere, -de lichten in de kronen flikkerden en walmden in de van stof opgevulde -zaal. Onder en naast de stoelen en sofa's lagen verwelkte bouquetten, -afgescheurde garneersels van baljaponnen, dansprogramma's en zakdoeken, -die veel van vodden hadden, terwijl de reukzenuwen zeer onaangenaam -werden aangedaan door de vieze geuren van pommade en andere odeurs -waarmede de lucht bezwangerd was. Toch stormden de heeren er maar -moedig op los; hun fraai gefriseerd kapsel was in wanorde geraakt, -en viel hun telkens in de oogen, terwijl de das scheef zat; met de -dames was het niet beter gesteld; de baljaponnen waren niet veel -meer dan flarden van tulle en tarlatan, die zich om de beenen van -hare cavaliers heenslingerden. - -Wie zich nog het best van allen gehouden had, was Sophie -Falck-Olsen. Haar kapsel, hare handschoenen, haar japon zagen er uit, -alsof zij zich juist voor het bal had gekleed, en geen oogenblik -was de vriendelijke glimlach van haar gelaat verdwenen. Toch was -zij niet over den avond tevreden. Delphin had zich zeer weinig aan -haar gelegen laten liggen, Alfred Bennecken was onuitstaanbaar, -Jonas Hiorth afschuwelijk geweest. Eindelijk waren de gasten gereed -afscheid te nemen, en het laatste rijtuig rolde over de straat. - -Meneer Falck-Olsen stak eene versche sigaar aan en vlijde zich toen -zoo gemakkelijk mogelijk in eenen leuningstoel. Mevrouw Falck-Olsen, -die vreeselijk warm was, maakte hare japon los en deed zich te goed -aan de overblijfsels van het dessert, want, zeide zij tot haren man, -zij had honger als een wolf. - -Sophie beknorde, terwijl zij zich ontkleedde Louise een weinig en -deze snikte zich eindelijk in slaap. - -Bennecken had nog geen lust naar huis te gaan en zat nu bij Hiorth -op de kamer nog een glas punch te drinken. Beide vrienden waren in -eene bewogen stemming en onder het storten van heete tranen zwoeren -zij elkander eeuwige vriendschap--neen niet eens zou de liefde, -die zij beiden voor Sophie koesterden, dien band kunnen verbreken; -daarna kwam het gesprek op den kinderdoop, en hierover geraakten zij -hevig in eenen twist, die niet eindigde, vóór dat eindelijk Alfred -zijne eigene kamer opzocht. - - - - - - - - -VIII. - - -Den zuidwester vast onder de kin gebonden--het was stormweêr--kwam -op een der laatste Novemberdagen de opperloods onder het neuriën van -zijn lievelingswijsje "mijn liefste Katrijn, je ziet mijn hartepijn" -de hoogte af. - -Er was een brief van Anders gekomen, en de opperloods wist, hoe -ongeduldig Njaedel naar bericht, de zaak betreffende, uitzag. - -Daar in de vlakte lag Njaedels lage huis, tusschen de akkers, -die hij zelf had ontgonnen; verderop zag hij in het zand de sloot, -die half klaar was. Juist reden een paar karren vol wier, naar de -hoogte. "Sören wist wel, wat hij deed, toen hij Njaedel overhaalde, -zijne zaak voor den koning te brengen;" mompelde hij bij zich zelf. - -Uit het Zuidwesten blies de felle wind over het lage strand. Het was -een zware herfststorm en ofschoon het nog niet laat op den middag -was, begon de duisternis reeds te vallen. De opperloods bleef een -oogenblik staan; met den blik van een' zeeman zag hij naar alle -zijden over de zee, vóór hij van de hoogte naar beneden ging. Naar -het Zuiden eindigde de zandvlakte in naakte klippen, van welke eenige -ver in zee uitstaken; de golven stieten er met geweld tegen aan, soms -stonden zij zoo hoog in de lucht, dat zij voor een oogenblik als eene -witte kolom zich tegen de loodkleurige lucht afteekenden, om daarna -in woest schuimende vaart over de steenen zich eenen weg te banen. - -Naar het Noorden kon zijn oog in eene lange kromming de schuimende -streep van de branding volgen; zij was zoo breed, dat volgens de -berekening van den opperloods de branding reeds op tien vadem water -begon. Recht voor hem uit naar het Noorden, kon hij soms tusschen de -schuimende golven door het zoo even aangestoken licht van Bratvolds' -vuurtoren te zien krijgen. - -Geen enkel zeil was in het gezicht; de zwartachtige wolken scheurden -wel vaneen, doch zonder echter van plaats te verwisselen--zwaar, -lang aanhoudend stormweer was te verwachten. Een onafgebroken -golfgeklots!--Het geraas der zee was vreeselijk, nu en dan hoorde men -een geknal, als van kanongebulder op grooten afstand. De wind joeg -over de heide en piepte langs de telegraafdraden langs den straatweg; -de meeuwen, die over de zee naar land kwamen, vlogen met uitgespannen -vleugels in schuine richting tegen den storm in. - -Toen de opperloods aan het gedeelte van den weg was gekomen, dat van -het hek van Brevig tot het Zwarte Moeras liep, was het gedaan met -neuriën; integendeel mompelde hij iets dat op een vloek geleek. - -Groote ronde steenen lagen midden op den weg, het regenwater, dat -van de hoogte naar beneden dwars over den weg was gestroomd, had daar -eene diepe gleuf achtergelaten vol kleine steenen. - -"Het zou toch maar het best zijn, dien Anders, die zoo bl.... knap -moet zijn, er over te schrijven," bromde hij bij zich zelf; de -ergernis welke dit gedeelte van den weg hem altijd veroorzaakte, -was een nagel aan zijne doodkist. - -Njaedel zat midden op zijnen akker dwars over eenen grooten steen, -waarin hij bezig was een groot gat te houwen. Met forsche slagen kwam -zijn werktuig telkens neer. Van tijd tot tijd hield hij even op, en -droppelde in het gat wat water uit eenen natten lap, die in eene oude -blikken doos lag, welke door lieden uit de stad, die een dag buiten -hadden doorgebracht, vergeten was. Door zijn rood kroes haar blies -de wind zóó, dat het naar alle kanten uitstond, en hij was met zulk -een' ijver voor zijn werk bezield, dat de opperloods reeds naast hem -stond, vóór hij zijne komst had bemerkt. "Goeden dag buurman!" zeide -Njaedel. Hij hield met kloppen op en haalde zijnen maatstok voor den -dag om te zien, hoe diep het gat al was; toen hij hoorde, dat er een -brief van Anders was gekomen, gooide hij alles weg, en sprong van den -steen op. Zij gingen naar binnen en staken eene kaars aan. Het vertrek -zag er zeer wanordelijk uit, de vloer was ondenkbaar morsig en het bed -lag nog onafgehaald. Njaedel ging vlak voor den opperloods zitten en -volgde nauwkeurig al zijne bewegingen. Hij was zeer mager geworden; -zijne handen bewogen zich zenuwachtig heen en weer. - -Zijn buurman had ook wel wat vlugger te werk kunnen gaan, maar brieven -lezen is geene kleinigheid en eischt tijd. De brillenglazen moeten -naar behooren gepoetst worden, de enveloppe moet bekeken en eindelijk -voorzichtig aan den bovensten kant worden geopend. Het was een breed -grijs omslag van het Departement en met lak verzegeld. "Den Hoog edelen -Heer, den Opperloods Lauritz Boldemann Sechus" zoo luidde het adres. - -"Bl......, wat een omhaal!" mompelde de opperloods. - -"Door dezen wordt u de ontvangst meegedeeld van twee brieven gedateerd -den eersten September en den twintigsten October laatstleden. Daar -Gij de volmacht mijns broeders in zekere zaken schijnt te bezitten, -zoo wend ik mij tot u met mijn schrijven, om u te verzoeken, -mijnen evengenoemden broeder den inhoud er van mede te deelen. Uit -het hierboven reeds geciteerde schrijven van den twintigsten -October schijnt te blijken, dat mijn broeder de niet zeer gegronde -meening schijnt te koesteren, dat de twist, die tusschen hem en den -pachter Sören Börevig aangaande het recht op zeewier ontstaan is, -reeds onmiddellijk ter behandeling zou zijn voorgekomen. Zulks is -intusschen niet het geval. Ten gevolge van andere rechtszaken, die -eerst afgehandeld moeten worden, hebben wij ons met de genoemde zaak -nog niet bezig kunnen houden." - -Sechus hield even met voorlezen op. - -"Lees dat nog eens," zeide Njaedel. - -De opperloods las het begin van den brief nog eenmaal langzaam voor. - -Njaedel schudde het hoofd; op eens sprong hij heftig van zijnen stoel -en sloeg met de vuist zoo hard op de tafel, dat het brillenhuis van -zijnen vriend hoog in de lucht sprong. - -"Nu, nu Njaedel, maak je niet zoo driftig.... de brief is nog niet uit, -misschien komt het beste op het eind." - -Vooral wordt de opperloods verzocht het mijnen broeder duidelijk te -maken, dat eene zaak van zulk eenen grooten omvang als de bovengenoemde -niet zonder veel extra werk, waarop groote kosten zullen komen, -zoo spoedig ten einde kan worden gebracht. Intusschen valt hier aan -te merken, dat de som van twee honderd kronen, indien dit geld per -ommegaande werd gezonden, van eenige uitwerking zou kunnen zijn om -de genoemde zaak wat schielijker afgemaakt te krijgen en verklaar ik -mij bereid voor de uitbetaling van dit geld zorg te dragen, zonder -daarvoor de partijen op grootere onkosten te willen jagen.-- - -"Begrijpt gij, wat hij meent buurman?" - -"Neen," antwoordde Sechus, en hij las het nog eens over; op eens riep -hij uit: "nu ben ik er achter--hij meent, dat wij moeten smeren!" - -"Wat moeten wij doen?" - -"Ja, zie je, dat kan ik beter begrijpen dan jij; ik ben op de hoogte -van zulke zaken," zeide Sechus op loozen toon, "want toen ik in der -tijd met "De Hoop der Familie," voor den consul Garman te Sandsgaard -voer, zei de consul altijd, wanneer ik in de lente met haring naar de -Oost-zee reisde: "hoor Sechus, wanneer je nu in Riga ankert, moet je, -zooveel als je maar kunt, de tolbeambten, de sjouwers en allen met -wie je te doen mocht krijgen, smeren. Het is niet goed spaarzaam te -zijn, waar het noodig is geld uit te geven," zei de consul. En heel -wat roebels, en heel wat sterken drank kostte dat, dat kunt ge wel -denken. Het is zeker wel zoo iets, dat je broeder meent." - -"Geloof je dan, dat de koning er betaling voor wil nemen?" - -"De koning," antwoordde Sechus, en hij zag Njaedel met eenen -meêlijdenden glimlach aan; "neen zeker niet, buurman. De blanke -daaldertjes zijn wel versmolten, eer zij zoover gekomen zijn. Het is -zeker een van die voorname heeren met goudgalon op de jas, aan wien -hij het geld moet geven; die gaat dan naar den koning en vraagt hoe -het met je zaak gelegen is. In Petersburg heb ik eenmaal zulk een -snuiter gezien; hij reed in eigen rijtuig met twee paarden er voor en -het tuig was van echt zilver; toch was hij geen enkelen roebel van -zich zelf rijk; hij leefde enkel van fooien, vertelde mij de klerk -van den makelaar." - -"Ja, dan geloof ik, dat zóó de vork in den steel zit," zei Njaedel. - -"In allen geval verlangt hij, dat ge hem dadelijk twee honderd kronen -zendt.... misschien wil hij voor zijne moeite betaald worden." - -"O, zou Anders geld van mij willen hebben," antwoordde Njaedel, -eenigszins beleedigd door deze woorden. - -Sechus las verder: - -"Wat nu de tegemoetkoming betreft voor het verblijf van de dochter -van mijnen eigenen broeder in mijn huis, waarover in bovengemelden -brief ook gesproken werd, zoo zal hier van mijne zijde nooit aan -gedacht worden." - -"Nu, zei ik het niet," riep Njaedel trotsch uit. - -"Mocht het verblijf onder mijn nederig dak slechts tot een waren -zegen voor haar worden. Het jonge gemoed wordt helaas al te licht -medegesleept door de ijdelheden dezer wereld, en is zoo geneigd -de vermaningen en waarschuwingen van oudere menschen in den wind -te slaan. En aan veel gevaar is een jong meisje in eene groote -stad blootgesteld, zoodat wij wel voor haar mogen bidden en haar -toewenschen, dat zij geen gewillig oor aan de stem der verleiding -en der vleierij moge leenen, maar integendeel, dat zij luisteren -moge naar hen, die haar met hunne ervaring willen voorlichten. Ja, -mogen wij allen een geopend oor hebben voor de stem der waarheid zoo -lang het nog dag voor ons is. - -Met bijzondere hoogachting, - -Andreas Mo." - - -"Ja, die Anders--die Anders," zeide Njaedel op den toon van de grootste -bewondering, "het is juist als moeder altijd zei: jij Njaedel," -zei zij, "jij bent een groote slungel, maar...." - -"Ik zou wel willen weten, wat hij eigenlijk meent," viel Sechus hem -in de rede, en hij trok een heel bedenkelijk gezicht, "het ziet er -bijna uit, alsof iemand op Christine loert." - -"Ben je gek, opperloods? Maar wat zullen wij nu doen?" - -"Ja, wij moeten haar schrijven, dat zij op moet passen en...." - -"En met Anders moet spreken, schrijf dat vooral, en ook, dat zij Oom -Anders in alles moet gehoorzamen." - -De opperloods haalde dadelijk papier, pen en inkt voor den dag, -die nu altijd bij Njaedel voorhanden waren, en schreef: "Lieve -Christine!" toen kwam er een lange pauze. - -"Nu opperloods, zit je aan den grond?" - -"O, in het geheel niet;" antwoordde Sechus ietwat gebelgd over deze -vraag, en hij schreef: Het gaat met de jonge lieden, evenals met -den grooten Deenschen os, die te Sandsgaard was, maar nu ik mij -wel bedenk, kan ik die historie van den os niet vertellen daar het -einde heel leelijk is; maar nu laat je vader je zeggen, dat je in -alle dingen Oom Anders om raad moet vragen, want aan verzoekingen -is de jeugd overal blootgesteld, b. v. mijne zuster Amelia--ja, -het is nu een twintig jaar geleden, dat zij stierf, en zij zei, dat -haar doodsdag de gelukkigste dag van haar leven was;--het was juist -op den eersten Februari van het jaar, toen de bliksem in den koestal -van den Lensmand sloeg--alles door de betoovering der liefde en hij -was op den koop toe een schurk; zijn gezicht leek op borstplaat, -en hij woont nog in de stad, ik noem geenen naam, maar wanneer hij -mij ontmoet, kijkt hij altijd recht voor zich uit, en doet of hij -mij niet kent. Zoo is het menig braaf meisje gegaan. Daarom vraagt -je vader je, dat je in alles je zult richten naar Oom Anders en dat -ge volkomen vertrouwen in hem zult stellen. - -Nu hebben wij hier alle dagen stormweer op zee, en geen schip is er te -zien, wat heel goed is, want het is donkere maan, en dikke mist hebben -wij ook, maar de stoombooten storen zich er in het geheel niet aan, -wat een parabel voor mij is, vooral daarom, wijl zij geheel uit ijzer -zijn gebouwd; maar ik las in eene krant dat nu alles aan boord van -ijzer is, tot de masten en de tonnen zelfs, wat ik vind, dat vervloekt -veel van eene leugen weg heeft. Je vader is wel, laat hij je zeggen. - - Je toegenegene - - Lauritz Sechus. - -Postscriptum. Je moet aan je Oom zeggen, dat het geld, waarover hij -heeft geschreven, hem gezonden zal worden zoodra je vader het bij -elkaar heeft kunnen krabben, maar je moet ook vragen of het, daar de -tijden zoo slecht zijn, niet voor wat minder kan afgemaakt worden, -en dan vraag voor mij aan Oom Anders ook, of hij niet een woordje -kan zeggen aan den persoon, die over alle Lensmands, rotmeesters en -kapiteins gesteld is, want dat het nu een echte zwijnenboel aan het -Zwarte Moeras is, wat ge zelf ook getuigen kunt, maar nu is het erger -dan vroeger. - -Toen de brievenbesteller dezen brief bracht, stond Christine juist,--en -zij had er hare rokken wat voor in de hoogte gebonden--de keukendeur -af te nemen; want, ofschoon haar oom er een dienstmeisje op na hield, -hielp zij aan al het huiswerk. - -Er waren ook brieven en couranten voor de familie bij, die gewoonlijk -aan den conciërge ter hand werden gesteld. Alfred kwam juist het -huis uit om naar het Departement te gaan, toen hij de brieven op de -tafel in de woning van den conciërge zag liggen. De deur stond open, -wijl het schuurdag was en de goede gelegenheid om een praatje met -haar te gaan houden, wilde hij niet ongebruikt laten voorbijgaan. - -Christine liet zich door zijne komst zelfs niet voor een oogenblik in -haar werk storen. Zij spoelde de mat, die voor de deur lag in den emmer -af, en doopte hare gezonde blanke armen geheel in het water. Daarna -wrong zij de mat uit, strooide er wat zand op en begon toen de deur -zoo te schuren, alsof zij de verf er af wilde boenen. - -"Goeden morgen.... juffrouw Christine," riep Alfred, en hij liep -vroolijk het vertrek binnen; toen hij echter zag, hoe weinig zij op -zijne onverwachte komst acht sloeg, was hij een oogenblik met zijne -houding verlegen en zeide: - -"Kan ik hier even de post nazien, misschien is er wel een brief voor -mij bij van mijn liefje." - -Deze woorden zelfs scheen zij niet te hooren. Het onaangename geluid, -dat het schuren veroorzaakte, deed zijne ooren pijnlijk aan; het -ergerde hem, dat zij zoo met hart en ziel aan dit ruwe werk bezig was, -en dat het haar volstrekt niet kon schelen, dat hij haar, en nog wel -in zulk een costuum, zag. - -Twee mannen gingen nu juist het raam, dat op de straat uitzag, -voorbij. Alfred zag op. "Kijk daar komt je Oom en.... Johan natuurlijk -ook." - -Deze was juist van plan, scheen het, de poort in te gaan. - -"Mijn broer komt, dat kan ik mij zoo denken, meer in het onderhuis van -den conciërge, dan in de eigenlijke woning; daar is hij een zeldzame -gast; nu is het niet zoo?" - -Toen hij zich omdraaide, zag hij, dat Christine met emmer en al in -de keuken was verdwenen en dat zij de deur had dicht gedaan. - -Zeer boos gooide hij de courant, die hij in de hand hield, op de -tafel en liep het vertrek weer uit. In de poort ontmoette hij Mo, -die hem eerbiedig maar tevens half familiaar groette. - -Oom keek nu na, wat de brievenbesteller bezorgd had en zocht er -de brieven uit, die hij den minister aan het Departement moest -brengen. Toen hij den brief van den opperloods aan Christine zag, -riep hij haar toe, even binnen te komen. - -"Christine," zei hij zeer ernstig, nadat hij haar den brief had -gegeven.... "er is iets, waarover ik met je wil spreken. De zonen -van den minister komen dikwijls hier een praatje met je houden, hé?" - -"De deur stond open, de candidaat kwam binnen, en...." - -"Ja, Alfred meen ik niet, maar de dokter.... zie je." - -"Hij is hier niet geweest," haastte Christine zich te antwoorden. - -"Neen, maar het kwam mij zoo voor, dat hij op weg hier naar toe -was. Ja, zie je, lieve Christine," ging hij voort, en hij legde zijne -hand op haren schouder,--zij was wat langer, dan hij--"het leven voor -een jong meisje in eene groote stad is vol verzoekingen. Buitendien -moet je vooral ook bedenken, hoeveel ik aan den minister, ja aan -de geheele familie verschuldigd ben en hoe onplezierig het voor -mij zoude zijn, zoo hun door mij of door hen, die bij mij wonen, -eenige onaangenaamheid werd veroorzaakt. Gij begrijpt wellicht nog -niet volkomen, wat ik met deze woorden meen, maar ik wil je vooral -waarschuwen voorzichtig te zijn en je te wenden tot hen, die je -welzijn bedoelen." - -Hij klopte haar even op de wang, en ging met de brieven het huis uit. - -Neen--zij begreep het niet, ten minste niet volkomen. Zij dacht wel, -dat oom haar had willen zeggen, dat hij geloofde, dat de jonge heeren -om haar zoo dikwijls binnenkwamen, maar welke onaangenaamheden dit aan -de familie van den minister zou kunnen veroorzaken, kon zij volstrekt -niet vatten. Christine, een eenvoudig boerenkind, bezat echter te -veel gezond verstand, om niet volkomen te kunnen begrijpen, welke -groote afstand er bestond tusschen den zoon van een' minister en een -meisje zooals zij. Toen zij den brief van den opperloods had gelezen, -waarin dezelfde waarschuwingen werden gegeven, werd zij een weinig -ongerust. Maar wat zou zij doen? Wanneer de candidaat binnen kwam, was -zij zoo weinig voorkomend als maar mogelijk was; zij kon toch niet aan -den ernstigen dokter,--en hij kwam maar zoo zelden--rechtuit zeggen, -dat hij liever niet moest komen. Zij rekende uit, hoe lang het was -geleden, sedert zij het laatst met hem had gesproken, en daar waren -meer dan veertien dagen over verloopen. - -Oom Anders was al heel vreemd; zij kon niet recht wijs uit hem worden; -ja, vriendelijk was hij altijd tegen haar, het zou schande zijn het -tegendeel te zeggen, maar toch had zij, zij wist niet hoe het kwam, -een zekeren angst voor hem. - -'s Avonds--hij kwam altijd nog al laat naar huis--kon hij, wanneer -hij door hare kamer ging, naast haar bed wat met haar staan te praten -maar zij begreep niet altijd, wat hij eigenlijk vertelde. Misschien -kwam het, wijl zij slaperig was, of omdat oom 's avonds zeer moe was; -hij sprak ten minste zoo vreeselijk onduidelijk. Hij tikte haar evenwel -altijd vriendelijk op de wang, wanneer hij haar goeden nacht zei. - -Het viel dokter Bennecken, die steeds veel lust had met Christine een -praatje te houden, niet altijd meê. Hij wilde er Alfred niet gaarne -ontmoeten en Mo wilde hij ook liever niet t'huis treffen; wanneer -hij op weg naar haar was, zijn geweten scheen hem niet heel zuiver; -'t kwam hem voor, dat hij iets kwaads in den zin had. - -Het eindigde dan ook gewoonlijk met in het voorbijgaan even door -het raam te kijken; soms liep hij naar boven om zijne moeder te -begroeten in de zoete verwachting Christine in de poort of wel op de -trap te ontmoeten. - -Hij was op haar verliefd geraakt, hij wist het maar al te goed. En -toch was hij er niet vroolijk door gestemd, zooals zulks gewoonlijk -het geval is, wanneer de liefde het bloed sneller door de aderen doet -stroomen. Vooreerst wist hij volstrekt niet met welke oogen Christine -hem aanzag. Hij meende, dat zij, die zoo gezond van lijf en leden was, -en er zoo knap uitzag, afkeer moest gevoelen van een kreupele als hij; -de dokter meende namelijk, dat hij veel meer mank ging dan eigenlijk -het geval was. - -Dan was hij zeer ijverzuchtig op Alfred; wel verborg hij dit gevoel -zoo veel mogelijk, maar uitermate jaloersch was hij op dien broeder, -die hem steeds in den weg had gestaan, die overal steeds voorgetrokken, -door allen vertroeteld werd, en ter wiens wille hij jaren lang zoo -veel had moeten lijden. - -Ten laatste bezat Johan Bennecken volstrekt geen zelfvertrouwen en -geloofde hij, dat het geluk voor hem niet was weggelegd. Het was hem -nooit meegeloopen,--altijd moest hij dat van een ieder hooren. - -Daarom koesterde en vertroetelde hij den hartstocht, dien hij in -zijnen boezem voelde ontkiemen, zooals men zulks een ziek kind -doet. Aan dit sterke gevoel gaf hij zich geheel over zonder aan -weerstand te denken; met stille weemoedige vreugde verborg hij die -liefde in het binnenste van zijn hart, wijl hij niet durfde hopen, -dat zij hem ooit geluk zou aanbrengen. - -Gesteld zelfs, hij was zoo gelukkig, dat Christine hem werkelijk -lief had, welke zwarigheden, en bijna onoverkomelijke, dit kon hij -niet wegredeneeren, zouden er zich opdoen. Wat zou zijne moeder, -de vrouw van den minister er van zeggen? - -En zoo hij het zich al als mogelijk voorstelde, dat hij zich om den -tegenstand zijner moeder niet zou bekommeren, hoe zou hij ooit den -moed krijgen vóór zijnen vader te verschijnen, om hem mede te deelen, -dat hij van plan was met een boerenmeisje in het huwelijk te treden. - -Die vader, die er zoo deftig en voornaam uitzag, was voor Johan -Bennecken de type van al wat achtenswaardig, braaf en edel was. - -Wanneer de oppositie-bladen op heftigen toon de regeering aanvielen, -las de dokter die artikelen altijd in dien geest, dat de aanvallen -niet op zijnen vader gemunt waren. Het was best mogelijk, dat in de -regeering mannen zaten, die eene scherpe kritiek verdienden maar dat -er iets op den minister Bennecken zou zijn aan te merken, viel hem -nooit in de gedachte. - -Terwijl de moeder slechts oogen had voor haren zoon Alfred, die er -zoo knap uitzag, en met groote koelheid "de twee mislukten" zooals -zij Johan en Hilda altijd noemde, behandelde, was zulks bij den vader -gansch anders het geval; hij trok het eene kind, zeer zelden ten -minste, boven het andere voor; ja soms gebeurde het zelfs, dat hij, -wanneer zijne vrouw Alfred te zeer vertroetelde, het waagde zich -daartegen een weinig te verzetten. Dit stelde Johan, die te dien -opzichte volstrekt niet verwend was, zeer op prijs en hoe ouder hij -werd, des te meer steeg zijne achting voor zijnen vader; zelfs zoo, -dat dit gevoel bijna eene soort van vereering voor hem werd. - -Maar nu zou Johan juist zijnen vader in zijn gevoeligste punt, in -dat, wat bij hem de grondstelling van zijn leven was, namelijk het -respectabele, het fijne, het passende krenken, met den stormpas er -zelfs tegen inloopen door een abnormaal huwelijk te willen aangaan met -een lang roodharig boerenmeisje. Johan begon er reeds over te denken, -wat zijn vader wel zeggen en doen zoude wanneer hij het dwaze plan -van zijnen zoon vernam. Was het hem toch niet eerst, na bezwaren in -het oneindige, gelukt, verlof te krijgen om te solliciteeren naar de -betrekking van armendokter in een der voorsteden--en wat was dit in -vergelijking van hetgeen hij nu van plan was? - -Telkens echter, wanneer de dokter zoo ver in den loop zijner gedachten -was gekomen, zeide hij, om zich schijnbaar wat tot kalmte te stemmen: -"Ja.... ja, waartoe mij hierover te verontrusten? Zij bekommert zich -toch niet om mij." - - - - - - - - -IX. - - -Toen Mortensen de redactie van "de Vriend des Volks" op zich nam, -veranderde hij den naam van het blad in "de ware Vriend des Volks", -ook werd de courant op fijner papier en met helderder letter, dan -zulks in den tijd van Hansen plaats had, uitgegeven. De illustratiën -bleven echter nog een' tijd lang, zoo als zij tot nu toe altijd waren -geweest, zwarte vlekken met een weinig wit hier en daar. Op zekeren dag -maakte de redacteur aan zijne geabonneerden bekend, dat met het volgend -kwartaal te beginnen de illustratiën voor goed zouden verdwijnen. - -Hierdoor verloor het blad natuurlijk eenige abonnés onder de kleine -burgerij, maar Mortensen had daar geen spijt van. "De ware Vriend des -Volks" verkreeg weldra zijne lezers, en wat het geldelijke betrof, -dit ging boven alle verwachting. - -Wanneer Mortensen de courant 's morgens met zich naar het Departement -nam, las één der jongere commiezen van het bureau gewoonlijk den inhoud -voor "wanneer men tijd er voor had." De adjunct-klerk Hiorth had juist -de voorlezing van een artikel geëindigd, waarin de onmogelijkheid -was aangewezen, om te bepalen wat heden ten dage met de uitdrukking -"het Volk" werd bedoeld; het naast lag wel voor de hand, dat men -hier den Ambtenaarsstand mede moest bedoelen, omdat deze stand den -kern van het volk uitmaakt.... toen de groothandelaar Falck-Olsen de -lezing kwam storen en naar den minister vroeg. - -Terwijl een der commiezen hem den weg naar het kabinet van den minister -wees, verspreidde zich de kring der hoorders die zich om "den waren -Vriend des Volks" geschaard hadden, naar alle richtingen. Ieder ging -naar zijne plaats om zich daar geheel in zijn werk te verdiepen. - -De oude Hansen was vóór zijnen lessenaar blijven zitten. Hij hield -zich altijd, alsof hij geen woord van de voorlezing hoorde. Dit hielp -hem echter niet veel; want wanneer er een gedeelte kwam, waarvan -men wist, dat zulks hem zoude ergeren, werd het hem in de ooren -geschreeuwd. De oude Hansen was een waarschuwend voorbeeld voor de -jonge lieden aan het Departement geworden: aan hem konden zij zien, -waartoe het koesteren van afwijkende meeningen leidt. Allen wisten, -dat hij het niet verder in de ambtenaarsloopbaan kon brengen. Waar -hij nu zat, met het gezicht naar den muur, bezig het werk in orde te -brengen, dat anderen verzuimd hadden te doen, zou hij blijven zitten, -tot dat hij in zijne doodkist zou liggen,--zoo men er zich ten minste -niet toe genoodzaakt zag, hem zijn ontslag te geven; want de oude -Hansen dronk, werd er algemeen in den laatsten tijd gefluisterd. - -Toen de minister zijn vriend Falck-Olsen zag binnen komen, begreep hij -dadelijk, dat deze hem over zaken kwam spreken, en die gesprekken waren -gewoonlijk niet opwekkend. Hij vroeg daarom dadelijk op vroolijken -toon of zijn vriend hem voor eene jachtpartij kwam uitnoodigen; het -was een mooie winterdag, een weinig had het maar gevroren, het woei -volstrekt niet en de zon scheen zoo helder. - -Maar Falck-Olsen begon droogjes over zaken te spreken, over de slechte -tijden en over verlies van alle kanten. - -"Ja, ja," viel de minister hem in de rede, terwijl hij in het vertrek -heen en weer ging, en de handen zoo hield, dat de uitgespreide vingers -aan de toppen elkaar raakten, "de industrie en de handel verkeeren -hier tegenwoordig in slechten staat.... dit kan niet ontkend worden -maar wij hopen echter...." - -"Och het zal heel wat duren, eer hier verbetering in komt! Ik weet -niet, waaraan het in dit land ligt. Voor een poosje gaat alles goed, -ja brillant zelfs, maar plotseling komt er een stilstand en de heele -boel valt uit elkander; niets kan bij ons tot bloei komen, alles -wat wij ondernemen komt zoo vervl.... langzaam tot stand. Laten wij -b.v. de Actienbank maar tot voorbeeld nemen, die verleden jaar met -zooveel champagne opgericht werd, en van 't jaar?--nu gij weet zelf, -hoe de boel staat." - -Bij deze woorden slaakte de minister eenen zucht van verlichting. - -Hij had gevreesd, dat de groothandelaar was gekomen om hem mede te -deelen, dat het zeer moeielijk was, geld te verschaffen, dat hij groote -contante betalingen had moeten doen en meer dergelijke onaangename -zaken, over welke Olsen gewoon was, hem te komen onderhouden, wanneer -hij slecht geluimd was. Maar de Actienbank was een heel onschuldig -onderwerp van gesprek, en hij antwoordde dus op schertsenden toon: -"Als lid van het bestuur in de bank moet ik protesteeren tegen dien -aanval. Integendeel hebben wij, zooals de boeken zulks bewijzen...." - -"Och de boeken," antwoordde Falck-Olsen toornig, "de boeken mooi -te laten sluiten is zoo'n kunststuk niet; iedere domkop kan dit -tegenwoordig. Maar de fout zit daarin, dat het bestuur geen zweem -begrip heeft van zaken te doen. Wat kan men verwachten van al die -geleerde juristen, die nooit van hun leven zaken gedaan hebben, van -die raadsheeren, advocaten en rechters--zij hebben geen jota verstand -van zaken, neen waarachtig, zij begrijpen er niets van." - -De minister was nu door deze woorden op de hoogte gekomen, wat "de -zaak" was, die den heer Falck-Olsen zoo bezig hield; hij legde de -vingertoppen voorzichtig tegen elkander aan, en zeide: "Hierin hebt gij -voor een groot gedeelte gelijk, beste vriend, voor een groot gedeelte, -maar,"--hij bleef voor hem staan en hield den groothandelaar bij de jas -vast, terwijl hij vervolgde: "het is toch vreemd, heel vreemd zelfs, en -jammer tevens, dat een man zoo als gij volstrekt niet eerzuchtig zijt." - -"Wat meent gij hiermede?" vroeg de heer Falck-Olsen, en hij zag den -minister eenigszins weifelend aan. - -"Is het u nooit ingevallen, dat gij u al te weinig van den invloed -bedient, dien gij bezit.... of ten minste bezitten kunt? Daar hebt -gij de Actiënbank bijvoorbeeld, waarover gij zoo even hebt gesproken; -waarschijnlijk zal op de volgende vergadering, de oude Raadsheer -Falbe zijn ontslag als Directeur der bank wel aanvragen, en zou die -post nu niet juist iets voor u zijn?" - -"Ja, dat is juist de post, dien ik wil, dat men mij zal aanbieden," -riep de heer Falck-Olsen uit. - -"Onmogelijk.... ongelukkigerwijze, onmogelijk: mijn vriend," antwoordde -de minister, en hij ging weer in de kamer op en neer. - -"Zoo, en mag ik vragen, waarom?" - -"Wijl de Consul Lind waarschijnlijk voor dien post gekozen zal worden -en hij gaarne Directeur wil zijn...." - -"Wil?... wil? Heeft men ooit zoo iets gehoord," riep de groothandelaar -met een gedwongen lach uit; "het zou wel eens aardig zijn te hooren, -waarom allen naar de pijpen van dien heer moeten dansen! hij is niet -rijker, dan ik." - -"Neen.... zeker is hij dat niet, maar men kan zich op hem verlaten." - -"Wat meent gij met deze woorden, Excellentie? Ben ik misschien iemand, -op wien men zich niet verlaten kan?" - -"Niet zoo driftig!... niet zoo driftig.... beste vriend," zeide de -minister glimlachend, en dwong hem te gaan zitten. "Sta mij toe, -u mijne bedoeling met een eenvoudig voorbeeld op te helderen. Gij -gaaft,--zooals gij u wel herinnert--een paar maanden geleden een -bal, een prachtig feest, moet ik zeggen: niets ontbrak, alles was -volkomen zoo als het zijn moest, in het kort "comme il faut." En -toch.... veroorloof mij u aan eene kleine scène, die er toen -plaats had, te herinneren." Nu was de minister in zijn eigenlijke -element. Kleine, geheime conferentiën, zoo onder vier oogen en -met gesloten deuren vielen in zijnen smaak. Hij kon dan zoo echt -vertrouwelijk zitten praten, het was of hij geheel in het belang van -hem, met wien hij sprak, zijn hart uitstortte en meedeelde, wat hij -anders aan niemand toevertrouwde, en wat hij eigenlijk beter zou gedaan -hebben te zwijgen; alles ging op zulk eene wijze toe, dat hij, met wien -hij gesproken had, bij het heengaan de volle overtuiging koesterde het -volkomen vertrouwen van den minister te bezitten en geheel op de hoogte -was van alle geheimen der regeering. En toch werd van den minister -gezegd, dat de voornaamste eigenschap, die hij als staatsman bezat, -juist bestond in eene buigzame en toch onwrikbare bescheidenheid. - -Hij schoof zijnen stoel wat dichter bij dien van den groothandelaar, -zag hem vertrouwelijk aan, en zeide: - -"Het kan eenigszins vreemd schijnen, dat een gast zijnen gastheer gaat -critiseeren maar wij kennen elkaar zoo goed, niet waar?.... en daar -wij nu juist op dit onderwerp gekomen zijn, is het mij wel vergund -eenigermate mijne verwondering uit te spreken over uwe uitnoodigingen." - -"Zoo? Dit kan ik mij niet begrijpen." - -"Ziet, beste vriend, de scène, waaraan ik u wil herinneren, had plaats -onder het souper dat--tusschen twee haakjes--charmant was.... en -wel in uwe kamer; zoo als gij u zeker nog wel herinnert, had er een -politiek dispuut plaats." - -"Ja, maar gij weet wel Excellentie, dat zulks tegenwoordig overal -geschiedt. Noem mij eene enkele familie, waar op de eene of andere -partij niet over politiek wordt gesproken." - -"Ja, ziet gij, daarin ligt het juist," riep de staatsman uit, "overal -wordt over politiek gesproken, in zoover hebt gij gelijk--volkomen -gelijk, maar geef nauwkeurig acht op de omstandigheden"--hier sloeg -de minister hem zachtjes op de knie; "wanneer er over politiek wordt -gedisputeerd, zoo geeft dit te kennen, dat het gezelschap niet bij -elkaar hoort,--hierin ligt het onderscheid." - -"Maar enkel mannen van naam waren op deze soirée aanwezig. Ik had -mij juist bijzondere moeite gegeven personen van maatschappelijken -invloed uit te noodigen, lieden, die ik vroeger nooit het genoegen -had gehad bij mij aan huis te zien." - -"Zeer juist gezegd,--en dat was juist het ongeluk. Mannen van allerlei -kleur waren daar,"--de minister sprak op meer gedempten toon, "zelfs -rooden waren er onder! en onaangename zaken.... hoogst onaangename -zaken zelfs werden er gezegd, moet ik zeggen. Niet dat het mij -persoonlijk hinderde, dit begrijpt gij wel; ik gaf er niet in het -minst om, het waren de gewone frasen, en meestal kwamen jonge lieden -er mee voor den dag, maar voor u zelf, beste vriend, vind ik dat....!" - -"Bah!" viel de heer Falck-Olsen hem in de rede, en hij stond op, -"dat kan mij geen bl..... schelen, ik hang van niemand af, ik ben -een self-made man, ik vraag naar niemand." - -"Ja.... ja.... juist, zooals ik al heb gezegd. Gij bezit geen greintje -eerzucht en dat vind ik jammer, zeer jammer;" de minister liep weer -heen en weer en herhaalde: "zeer jammer!" - -"Nu ja... hm," zeide Falck-Olsen en lachte op wat geërgerden toon, -"wis en zeker ben ik eerzuchtig, in zooverre ik gaarne.... dien invloed -zou verkrijgen, die mij eigenlijk rechtens toekomt. Met de politiek -wil ik mij echter niet inlaten, dat heb ik u honderden malen gezegd; -ik kies geene partij voor wien dan ook;--ik sta tusschen, of liever -gezegd boven de partijen!" - -Hij was werkelijk trotsch op dezen fraai klinkenden zin, maar de -minister draaide zich naar hem toe en haalde de schouders op: "De -uitdrukking, waarvan ge u hebt bediend, komt bij zekere gelegenheden -zeer goed te pas en ik wil zelfs erkennen, dat zij dan van zeer goede -uitwerking is. Maar beste vriend, hier zoo onder vier oogen, zullen wij -het wel met elkaar eens zijn, dat het slechts eene frase, of ronduit -gezegd, dat het louter onzin is. Neen, dan houd ik het met het oude -spreekwoord: waar men meê verkeert, daar wordt men mee geëerd." - -"Maar..... maar wien moest ik eigenlijk niet hebben uitgenoodigd," -vroeg Falck-Olsen op wat minder zekeren toon. - -"O, beste vriend, hoe kunt gij er een oogenblik aan denken, dat ik -in bijzonderheden zal treden. In het algemeen bedoelde ik, dat het -gezelschap niet al te goed bij elkander paste. Velen waren er, wier -gezelschap wij heel goed hadden kunnen missen, en omgekeerd miste -ik dezen en genen, die naar mijne meening, aanwezig hadden moeten -zijn. Onder de laatsten ben ik zoo vrij den Redacteur Mortensen te -noemen, een' man, die ongetwijfeld...." - -"Die met de lucifers! Neen.... weet gij...." - -"Ik wil u iets in vertrouwen meedeelen," fluisterde de minister hem -in 't oor, "die man heeft, wat zijn verleden ook geweest is, eene -schitterende toekomst vóór zich. Hebt gij notitie van zijne courant -genomen? Ik durf u zeggen, dat zijn blad grooten invloed.... ja, -zeer grooten invloed zal verkrijgen." - -Juist kwam Mo met eenige papieren binnen. - -De groothandelaar was volstrekt niet met de audiëntie, die hem gegeven -was, tevreden. In plaats van den anderen het mes op de keel te hebben -gezet, was hij met dezen in eenen woordentwist geraakt, waarin hij, -volgens gewoonte, aan het kortste eind had getrokken. Toch wilde hij -niet weggaan zonder zijne kaart te hebben uitgespeeld en daarom zeide -hij, zóó dat de minister het alleen kon hooren: "ik wil alleen maar -zeggen, dat ik op uwe stem zeker reken." - -Het was den minister of zijn hart een oogenblik ophield te -kloppen. Falck-Olsen's geelachtige oogen zagen hem aan, zooals zij -zulks gewoonlijk deden, wanneer er van "contante voorschotten" of -dergelijke onaangename zaken sprake was. Hij stak hem echter heel -vriendschappelijk de hand toe, toen hij in de deur afscheid van -hem nam. "Nu ja.... beste vriend, komen die tijden, dan komen die -plagen.... en ik ben er zeker van, dat wij vóór dien tijd het op alle -punten eens zullen worden." - -De heer Falck-Olsen bromde iets tusschen de tanden, wat niet -gemakkelijk viel te begrijpen, en de minister was overtuigd, toen -de groothandelaar de deur der kamer achter zich toe trok, dat het de -volgende maal niet zoo malsch zou toegaan. - -Hij wendde zich nu tot Mo, nam de papieren en legde ze met -onverschilligen blik op de tafel. - -"Hebt gij de rekeningen meegebracht?" Mo haalde zeven of acht -rekeningen voor den dag. - -"Al te veel, al te veel.... meer dan de afspraak is," riep de minister -boos uit. "Zeg aan Madam Gluncke dat zij niet aan al hare nukken moet -toegeven, dat gaat volstrekt niet aan." - -"Ja, Excellentie," zeide Mo op klagenden toon, "ik preek voortdurend -hetzelfde, maar Malle Bimbam beweert...." - -"Wie?" vroeg de minister op strengen toon. - -"O, neem mij niet kwalijk, Excellentie, ik wil zeggen, madam Gluncke -beweert, dat zij het tegenwoordig allen zoo hebben." - -"Hm!" viel hem de minister in de rede, en hij opende eene kleine lade -van zijne schrijftafel. - -Terwijl hij bezig was het geld te tellen, zeide Mo: "weet uwe -Excellentie met wien de hoofdcommies Delphin veel omgaat?" - -"Nu, met wien?" - -"Met den ouden Hansen." - -"Den ouden Hansen, daarbinnen?" - -"Ja, onlangs was de hoofdcommies den geheelen avond bij Hansen en -toen hij weg ging, stopte hij de vrouw van Hansen veertig kronen in -de hand. Ik weet het positief," voegde hij er bij. - -"Nergens vertrouwbare lui, waar men ook om zich heen ziet," mompelde -de minister, terwijl hij de bankbilletten aan Mo ter hand stelde. "Ja, -dat is waar ook, daar valt mij iets in, waarnaar ik je wou vragen. Je -hebt eene zustersdochter bij je aan huis, is niet, Mo?" - -"Een broersdochter, Excellentie." - -"Nu dat is hetzelfde.... het is mijn wensch, dat gij ze wegzendt, hebt -gij 't verstaan? Gij kunt in de andere kamer wachten, tot ik schel." - -De minister ging voor zijne schrijftafel zitten, maar de bode Mo -bleef wachten. - -"Wilt gij nog iets?" - -"Ik wil mijne nicht niet gaarne wegzenden," zeide Mo op eerbiedigen -toon. - -"Zij heeft natuurlijk reisgeld noodig," zeide de minister, en hij -nam den sleutelbos, die nog in de lade stak, weer in de hand. - -"Ik wensch haar bij mij te houden," zeide Mo droogjes. - -De minister keek hem aan. "Waarom?" - -"Omdat.... omdat ik zulks wensch," luidde het antwoord op onderdanigen -toon. - -"Nu, kort en goed, Mo; mijne vrouw heeft mij verteld, dat zij de -hoofden van onze jongens op hol maakt.... en ik heb haar beloofd te -zullen zorgen, dat zij weg kwam." - -"Ik hoop dat uwe Excellentie mij het niet kwalijk zal nemen, maar uwe -Excellentie moet toestaan, dat ik haar bij mij houd," antwoordde Mo, -en verdween in het kleine vertrek, dat aan de kamer van den minister -grensde. - -De minister zat een oogenblik in gepeins. Het gebeurde soms wel, -dat Mo zwarigheden maakte, maar gewoonlijk werden die uit den weg -geruimd, wanneer de minister de kleine lade van zijne schrijftafel -opende. Het ergste van de zaak was, dat hij er nu zeker van kon zijn -eene scène met zijne vrouw te zullen krijgen. - -De kleine bange secretaris voor de verzendingen had het eerst van -het slechte humeur des ministers te lijden; de hoofdcommies Delphin -zelfs liep niet geheel vrij, en weldra was het in al de kamers van -het Departement bekend, dat de minister slecht geluimd was. Er was een -geloop en een gefluister in de vertrekken, de hoofden werden over de -lessenaars heengestoken om te vragen, wat er eigenlijk aan de hand -was; de vreeselijkste voorspellingen over ontslag of mogelijk wel -degradatie gingen van inktkoker tot inktkoker, en ieder maakte voor -zichzelf in stilte zijn zondenregister op. - -Mo alleen sloop op zijne vilten schoenen en glimlachend als altijd -door de verschillende kamers, en wanneer hij voorbijging, zagen allen -even van het "werk" op: hij zag er zoo geheimzinnig uit. - -Wat de minister verwacht had, gebeurde, zoodra mevrouw hem ontmoette -vroeg zij: "nu, heb je de zaak in orde gemaakt?" - -De minister wachtte even, voor hij haar antwoordde. Zijne vrouw was de -eenige persoon in de wereld, tegen wie hij den deftigen diplomatieken -toon niet kon aanstaan. Hij antwoordde dus: "neen ronduit wil ik je -bekennen, dat ik de zaak nog niet in orde heb kunnen brengen, maar...." - -"Nu, waarom niet?" - -"Mo wil niet; hij wil haar bij zich houden." - -"Mo.... altijd Mo," riep mevrouw op boozen toon uit; "wanneer Mo niet -wil, is het precies of gij er niets meer aan doen kunt. Men zou bijna -gaan gelooven, dat hij je op de eene of andere manier in zijne macht -heeft, waardoor gij het niet waagt hem den voet dwars te zetten." - -"Ha, ha, ha! de arme Mo," riep de minister lachend uit maar zijn -lachen klonk eenigszins gedwongen, en hij zag voortdurend uit het raam, -toen hij antwoordde: "gij kunt toch wel begrijpen, dat het meisje het -huis uit gaat, wanneer gij er zoo op gesteld zijt; ik kan Mo zeggen, -dat ik het bepaald wil hebben en...." - -"Ja, vindt gij zelf niet, dat het tijd wordt, hem te toonen, dat -gij de macht hebt hem te bevelen.... zoo gij die ten minste bezit," -zeide mevrouw. "Gij weet niet half, hoe Johan zich aanstelt. Alfred -vertelt honderden zaken...." - -"Neem mij niet kwalijk, maar naar ik bemerk, legt Alfred meer bezoeken -in de kelderwoning af dan Johan." - -"Nu ja, wat beteekent dat? Alfred is verstandig.... een man van de -wereld! Zoo hij aan zulk een eenvoudig boerenmeisje wat het hof maakt, -weten wij wat dat beteekent. Maar met Johan, ziet gij, dat is wat -anders. Gij hebt zijn karakter nooit goed kunnen vatten; gij weet, -hier onder ons gezegd, niet, hoe bekrompen hij in zijne denkbeelden -is. Heeft hij zich eenmaal iets in het hoofd gehaald, dan is hij -in staat de grootste domheden te begaan; het zou mij volstrekt niet -verbazen, wanneer hij ons op een mooien dag kwam vertellen, dat hij -van plan is met het meisje in het huwelijk te treden." - -"Maar beste Adelaïde, hoe kunt gij op zulke gedachten komen! Zoo iets -mag natuurlijk volstrekt niet plaats hebben, hoegenaamd niet!" - -"Ja, ja, ik heb er in mijn leven genoeg voorbeelden van gezien," -antwoordde Mevrouw Bennecken. "Men zegt zoolang: "het is -onmogelijk," tot eindelijk het geval er toe ligt, en men tot over -de ooren in een schandaal zit. Neen, zoo iets moet men bij tijds -zien te voorkomen.... dat is mijne meening; en weg wil ik haar -hebben.... die afschuwelijke roodharige meid! Bedenk eens, Daniel, -wat een afschuwelijken smaak hij heeft!" - -"Ja, maar gij weet wel, dat Alfred ook...." - -"Komt gij nu weer met Alfred aan! Gij hebt altijd iets tegen hem -gehad. Alfred bezit een kunstenaars-natuur zooals zoo velen in onze -familie. Het roode haar dat zoo fraai tegen de blanke gelaatskleur -afsteekt, of zoo iets trekt hem aan. En buitendien, toen gij van -zijnen leeftijd waart, waart gij ook niet zoo moeielijk tevreden te -stellen.... is het wel?" - -Dit argument was altijd mevrouw's grof geschut, dat nooit miste -een eind aan den twist te maken; juist kwam men zeggen, dat de tafel -gedekt was. "Waar is Alfred," vroeg de minister, toen hij in de eetzaal -komende, alleen het kamermeisje zag. "Alfred.... ja de goede jongen -komt niet t'huis eten," antwoordde mevrouw, "hij kwam van morgen -even inwippen om te zeggen, dat hij dadelijk van het Departement naar -Eriksen wilde gaan.... je weet wel, zijnen vriend.... den candidaat -Eriksen.... die zoo ziek ligt." - -De minister maakte bij zich zelf de opmerking, dat de ziekte van den -candidaat Eriksen zeer lang duurde. - -"Maar waarom is juffrouw Hilda hier niet," vroeg Mevrouw aan het -kamermeisje. - -"Juffrouw Hilda komt dadelijk," antwoordde deze. "Zij heeft gevraagd -om haar, zoodra het eten opgebracht was, te laten roepen. Zij is in -de woning van den conciërge." - -"Nu hoort gij het Daniel," fluisterde Mevrouw hem in 't oor, "dat -listige schepsel legt het er ook al op aan met de zuster op goeden -voet te komen." - -Toen Hilda aan tafel plaats nam, wilde zij over Christine beginnen te -spreken maar hare moeder gaf met een bits woord eene andere wending -aan het gesprek, en daar zij bij haren vader ook geen instemming vond, -zweeg zij maar. - -En zwijgend bleven allen gedurende den maaltijd.... een vervelende, -ongezellige maaltijd, dat moet gezegd worden. - - - - - - - - -X. - - -De opperloods had in den loop van den winter heel wat brieven voor -Njaedel te schrijven, nu aan Christine, en dan weer aan broer Anders -over die zaak, die nooit tot een eind scheen te komen. Een weinig -mistrouwen begon de opperloods te koesteren jegens dien broer Anders; -het kwam hem voor, alsof het met al die geldzendingen, en telkens -werd er meer gevraagd, niet recht in den haak was, en het minst van -allen stond hem aan, wat Anders in zijn laatsten brief over Christine -had geschreven. - -Ook hielp het geen greintje of hij Njaedel zijne gedachten over -diens broeder al meedeelde; geen kwaad wou hij van hem hooren, en -waagde hij het ook al eens, dan werd Njaedel vreeselijk boos. Alles -wat Njaedel had opgespaard, moest Sechus naar Anders zenden, en toen -de spaarpenningen verdwenen waren, moest de opperloods hem op eene -andere manier geld zien te verschaffen. - -Njaedel leefde slechts voor de zaak; hij stond er 's morgens mee op, -en ging er 's avonds mee naar bed. Elk oogenblik was hij overtuigd, dat -er bericht van den koning zou komen, en dat hij--Njaedel--gelijk had. - -Vervolgens moest de opperloods, wanneer hij aan Christine schreef -haar raden en vermanen. Daar Anders altijd schreef, dat zij daaraan -behoefte had, stond Njaedel er op, dat het gebeurde. Anders had er -verstand van en wist voor alles raad. Daarom was het voor Christine -niet gemakkelijk de brieven van den opperloods recht te begrijpen; -zij kreeg er echter een voorgevoel van, dat de zaken thuis niet in -orde waren, ofschoon er altijd in de brieven stond, dat het Njaedel -in alles goed ging. Nog minder begreep zij, wat hij met al die wenken -en vermaningen aan haar adres meende. Op een dag in Februari, toen zij -juist weer een' brief van huis had gekregen, gaf een gedeelte haar veel -te denken. "Ik heb een lang leven achter den rug en veel verdriet en -veel honger heb ik zien lijden door de liefde en het bedrog van zulke -fijne jonge heeren, op wie geen meisje vertrouwen kan. Je moet God -bidden, dat je hart van het kortstondig genot der liefde afgetrokken -moge worden, en tot een verstandig man, al is die wat oud, dat maakt -niets uit, wanneer men er maar eenmaal over heen is, maar daarentegen -is het naar mijne gedachten niet te verwerpen, goed zijn brood te -hebben, en de grootste winst en het grootste voordeel op den duur." - -Christine zat nog met den brief in de hand, toen zij juffrouw Hilda -voorbij zag komen en de poort ingaan. Wanneer Hilda uit was geweest, -liep zij altijd even de kelderwoning in, zoodat Christine, nog half -in gedachten verzonken, opstond, om de deur te openen. - -Hilda wilde, naar het scheen, eerst voorbijgaan, maar na voorzichtig -naar alle kanten te hebben rondgezien, sloop zij naar binnen en trok -de deur schielijk achter zich dicht. - -Christine zag haar zeer verwonderd aan. - -"Zeg aan niemand, dat ik hier ben geweest, Christine. Mama heeft mij -verboden, je te bezoeken." - -"Waarom?" vroeg Christine ernstig. - -"Dat kan ik je niet zeggen," antwoordde Hilda, en zij draaide het -hoofd om, "maar ik ben zeker dat, wat mama mij heeft gezegd, niet -waar kan zijn." - -"Wat heeft uwe moeder dan gezegd," vroeg Christine op denzelfden -ernstigen toon. - -"Och... beste Christine... vraag mij daar niet naar," zeide Hilda, -en zij wilde weggaan. - -"Ik wil het weten," zeide Christine en zij hield haar bij den arm vast. - -"Mama zegt, dat wij te dikwijls komen?" - -"Wie?" - -"Ja, ik.... en.... en...." - -"En?.... wie meer?" - -"Mijn broers... Johan vooral, zegt mama, maar ik geloof er geen -woord van, hoor.... Ik ben maar zoo bang dat mama te weten zal komen, -dat ik hier toch ben." - -Christine liet haren arm los, en daar oom Anders juist het vertrek -binnenkwam, sloop Hilda weg, verward en onrustig over hetgeen zij -had gedaan. - -Christine stond doodsbleek en met vastgeknepen handen; ja nu begon -zij te begrijpen, dat men haar beschuldigde de zonen van den minister -tot zich te lokken. Manspersonen aan te halen was het schandelijkste, -wat zij zich denken kon, en dan... vooral Johan, had juffrouw Hilda -gezegd: de dokter... de oudste zoon van den minister.... en dat zou -zij hebben gedaan! - -"Ik wil naar huis, oom Anders." - -"Het zou er slecht uitzien, als zij gelijk hadden," antwoordde hij -bedaard. - -"Weet u er ook van," riep Christine uit, "maar wat heb ik dan toch -gedaan?" - -"Goddank, gij hebt nog niets gedaan lieve Christine.... en wees maar -niet bang. Ik zal wel voor je waken, dit heb ik ook aan den minister -gezegd." - -"De minister.... weet hij het ook? Ik wil naar huis, och lieve, -lieve oom laat mij dadelijk naar huis gaan," smeekte Christine. - -"Ik vrees maar, dat je vader het treurig zal vinden, wanneer je om -die reden terugkomt," zeide haar oom. - -"Om die reden," herhaalde Christine, en al de wenken en vermaningen -van den opperloods schoten haar in de gedachten! Zij kon niet meer -geregeld denken, zij voelde zich zoo ontzettend eenzaam. - -"Maar wat moet ik dan toch doen," riep zij eindelijk uit, en zij -wrong de handen. - -"Je behoeft je volstrekt niet ongerust te maken, Christine! Ik ben -mans genoeg je tegen den minister en tegen mevrouw, ja, tegen wien ook -te verdedigen, en zoo iemand je wil beleedigen, of je te na komen, -vertel het mij dan maar;" terwijl hij deze woorden zeide, kwam hij -wat nader bij, en drukte hare hand recht hartelijk. - -Dit bracht haar wat tot kalmte. Het was toch maar goed, dat zij oom -Anders had, op wien zij zoo volkomen kon vertrouwen; zij begon voor -iedereen bang te worden en besloot zich op een' afstand te houden. - -Christine haalde den brief van den opperloods weer voor den dag en ging -zitten, om hem te antwoorden; zij wilde volstrekt niet hebben, dat men -t'huis zou kunnen meenen, dat er met haar iets niet in den haak was. - - -"Beste Vader en beste Opperloods! met mijne gedachten ben ik meest -altijd bij u, maar al verlang ik soms zeer naar huis, en ben ik wat -neerslachtig, zoo ben ik evenwel God er recht dankbaar voor, dat ik -het zoo goed naar lichaam en ziel heb. Eerst wil ik nu maar schrijven, -dat oom gezegd heeft, dat de zaak nu mooi op weg is; hij zal zelf -eerstdaags schrijven, maar hij heeft ontzaglijk veel te doen, en geeft -zich veel moeite voor vaders zaak, en zoo er meer geld voorhanden was, -zou alles zeker spoedig zijn beslag krijgen. Maar ieder zegt hier, -dat Oom Anders de voornaamste van allen aan het Departement is, en hij -is heel vriendelijk tegen mij, en het gaat met mij in alles heel goed. - -Hier is in 't geheel geene zee te zien, veel geel water, dat leelijk -riekt, en niet zoo als de zee bij ons, maar ontelbaar veel schepen -en groote huizen van steen, en boomen, die zoo hoog zijn, als ik ze -nooit heb gezien. Maar nu moet ik eindigen, met de hartelijke groeten -aan mijnen goeden vader en den opperloods. - - Uwe gehoorzame dochter, - - Christine. - - -Bij Hilda Bennecken waren op denzelfden namiddag eenige jonge dames op -theevisite; ofschoon zij nooit veel zulke visites gaf, was zij er van -daag in 't geheel niet toe gestemd. Het speet haar zoo, dat het haar -verboden was bij Christine in te loopen; haar angst voor hare moeder -was echter zoo groot, dat zij, ofschoon zij reeds lang volwassen was, -als een klein meisje voor haar beefde. - -Van hare vroegste jeugd af, had zij steeds moeten hooren, dat zij -een ongelukskind was. - -Zij had zich gewend, het verdriet harer moeder over de leelijkheid -harer eenige dochter, meer te beschouwen als een verwijt, dat deze -er haar van maakte, dan als eene zaak, die voor haar zelf treurig was. - -En hieraan was mevrouw Bennecken grootendeels zelf schuld. Want daar -zij er nog goed uitzag, en een goed voorkomen zeer op prijs stelde, -kon zij er zich soms bitter over beklagen, dat zij aan zulk eene -dochter het leven had moeten schenken; en vele malen had Hilda in -hare kinderjaren het moeten ondervinden, dat hare moeder, wanneer -deze haar zoo fraai mogelijk aangekleed had, ten laatste alles weer -uittrok en wegwierp, half schreiend zeggende: "waarvoor dient het? Je -bent eenmaal leelijk, en dat zal wel nooit anders worden." - -Die tranen harer moeder brandden Hilda diep in de ziel, en al wat -in den loop der jaren bij haar tot beter ontwikkeling had kunnen -komen, kwam niet tot vollen wasdom, wijl zelfvertrouwen haar geheel -ontbrak. Voor hare moeder koesterde zij zulk eene vrees, dat zij, -wanneer deze tegenwoordig was, zich bijna niet durfde verroeren. - -Juffrouw Hilda was nu drie en twintig jaar oud; om in het huishouden -wat te verrichten, had zij de gelegenheid niet; daar had men bepaald -iemand aangesteld, die over alles het oog hield, en in gezelschap -werd zij, wijl zij zoo leelijk was, slechts geduld; zij was daar -blootgesteld aan al die kleine bittere krenkingen, die zoo in ruime -mate aan leelijke en onbeduidende personen, die zich op zijde laten -schuiven, ten deel vallen. - -In Johan stelde zij het meeste belang: de twee verschovelingen -steunden elkander. Toen zij ongeveer zestien jaar was, verkreeg -zij vergunning aan eene cursus voor onderwijzeressen deel te nemen; -de minister vond, dat men tot zekere hoogte het streven der vrouwen, -om meer kennis te verkrijgen, moest aanmoedigen. Toen zij echter, na -met ingespannen ijver gewerkt te hebben, want bijzonder begaafd was zij -niet, eindelijk klaar was om haar examen te kunnen afleggen, werd haar -dit niet toegestaan: dit paste niet voor de dochter van een' minister. - -Hiermede was de zaak uit. - -Hilda Bennecken was gelukkig, noch ongelukkig. Haar leven ging -kleurloos en eentonig daarheen, veel eentoniger nog, dan zulks -gewoonlijk het geval is met de dames uit haren stand. Wat haar -uiterlijk betrof, hierover konden de meeningen niet uiteenloopen, -zoodat zelfs die kleine triomfen en nederlagen, welke anders de jonge -jaren meêbrengen, voor haar ook niet waren weggelegd. Zij had eens -voor altijd eene groote nederlaag geleden, namelijk geboren te zijn, -zooals zij was. De kring, waartoe zij behoorde, kon haar verder -geenerlei vergoeding bieden. Daarom had Delphins houding gedurende -den winter zulk een sterken indruk op haar gemaakt. Nooit vergat hij, -wanneer zij elkaar op een bal ontmoetten, na het souper de Française -met haar te dansen, en zoo langzamerhand kwamen zij met elkander op -vertrouwelijken voet. Natuurlijk begonnen hare vriendinnen haar zeer -met den kamerheer te plagen, en Sophie Falck-Olsen begon, toen de dames -eindelijk rustig om de tafel zaten, het gesprek op Delphin te brengen. - -"Hoe was het toch eigenlijk met dat engagement van Delphin? Jij Hilda, -weet er zeker wel alles van, hé?" - -"Ik.... waarom zou ik dit zoo goed moeten weten," vroeg Hilda, en -zij werd bloedrood. - -"Och, jij bent toch de eenige, onder ons jongere dames ten minste, -wie de eer ten deel valt met den kamerheer te mogen dansen!" - -"Och geloof toch niet, dat ik er iets voor doe; ik zeg hem integendeel -telkens, dat hij zich niet behoeft op te offeren, met mij de Française -te dansen, wanneer hij er geen lust in heeft," verzekerde Hilda. - -"Och ik begrijp heel goed, dat hij gelooft er mee te moeten voortgaan, -nu hij het eenmaal is begonnen." - -"Overigens," voegde Sophie er op eenigszins boosaardigen toon bij, -"deed hij het voor de eerste maal een beetje uit gekheid, het was op -ons bal, als ik mij wel herinner." - -"Ik weet, wat er eigenlijk van dat engagement van Delphin was," zeide -nu Caroline Hjelm, die in het begin het gesprek niet had gevolgd, -daar zij eene biecht van Louise, met welke zij op de sofa zat, -had aangehoord. "Hij raakte geëngageerd met eene nicht van mama, -maar acht dagen nadat het engagement publiek was geworden, dwong -hare familie haar, hem zijn woord terug te geven; zij is nu met een' -grondbezitter in Zweden getrouwd." - -"Och, dat is eene oude geschiedenis," zeide Sophie op stekelachtigen -toon, "maar waarom wilde de familie volstrekt, dat zij haar jawoord -terugvorderde?" - -Sophie stelde belang in het minste, wat Delphin betrof. - -"Meent gij, dat ik dat ook niet weet," antwoordde Caroline, "het was -omdat het gerucht ging, dat Delphin in het Westland, waar hij een -tijd lang bij de rechtbank was aangesteld, met eene getrouwde dame -eene schandelijke betrekking had aangeknoopt. Zelfs kan ik vertellen, -zoo gij zulks wilt weten, met wie het was; het was met de eenige zuster -van den candidaat Hiorth.... daar hebt gij nu de gansche geschiedenis!" - -"Van Hiorth! nu dat is een buitenkansje," riep Sophie uit, en zij -behandelde Caroline een weinig minder uit de hoogte, "dan kan ik -er alles van te weten komen, want hem kan ik geheel om mijn vinger -winden." - -"Was het werkelijk zulk eene schandelijke geschiedenis," vroeg Hilda -aarzelende. - -"Een van de allerverschrikkelijkste," antwoordde Caroline op beslisten -toon. - -"Och, onzin," zeide Sophie, "zeker niet erger, dan andere dergelijke -histories. De heeren zijn elkander allen hierin gelijk, geloof mij -maar op mijn woord, en volstrekt niet zulke modellen van deugd... en -zoo zij dat waren, zou het ook al niet goed zijn." - -"Wat zeg je daar Sophie," vroeg Louise op verschrikten toon in het -hoekje van de sofa. - -"Och jij, met je deugdzamen Hans, dien reken ik niet! Ik meen, wat ik -heb gezegd, dat zulke onervarene, zulke model-brave heeren ontzettend -vervelend zijn en in gezelschappen alleronverdraaglijkst." - -Deze woorden veroorzaakten eene heftige woordenwisseling, doch juist, -toen het gesprek het levendigst werd, stak mevrouw het hoofd door -de half weggetrokken porte-brisée, en zeide: "goeden avond jonge -dames! Nu, nu! gebrek aan discours is er, naar ik merk, niet, wees -voorzichtig Hilda.... dat kopje staat te ver op den kant, het zal -dadelijk vallen. Wanneer de dames het veroorloven, zouden twee jonge -heeren gaarne een kopje thee mede drinken." - -De assistent-commiezen Hiorth en Bennecken kwamen achter mevrouw -aan. Zij hadden elkander plechtig beloofd, dat zij zouden trachten het -geliefde voorwerp te winnen onder volkomen gelijke omstandigheden, -en Alfred verzocht daarom Hiorth altijd mee naar zijn huis te gaan, -wanneer hij wist, dat Sophie bij zijne zuster was. - -De avond was intusschen gevallen en mevrouw liet in het groote salon -de lampen aansteken, zoodat het licht door de half opengetrokkene deur -in het vertrek viel, waar de jongelui praatten en lachten. Alfred kon -zeer goed een gesprek voeren, en juffrouw Sophie speelde uitmuntend -de coquette. - -Jonas Hiorth had daarentegen eene andere methode gekozen. Hij zat -zwijgend en in melancholieke houding in het meest schemerachtig -gedeelte van het vertrek; wanneer haar blik op hem viel, zag hij haar -aan op eene wijze, die zeggen moest: "valsche slang, ik heb u ondanks -alles innig lief." - -Het gesprek was levendig, zonder dat er echter over een bepaald -onderwerp werd gesproken; men lachte, maakte toespelingen, was hatelijk -of wel lieftallig al naar het viel. - -Dokter Bennecken kwam het verlichte vertrek binnen doch wilde, -toen hij het gepraat en gelach in de andere kamer hoorde, dadelijk -weer heengaan. - -"Ben jij het Johan.... wil je geen kopje thee hebben?" riep Hilda hem -toe. De dokter zag zich wel genoodzaakt binnen te komen; hij groette de -jonge dames, maar verdween met zijn kopje thee weer in het salon. Hij -was niet best geluimd; in de poort had hij Christine ontmoet en zij was -hem voorbijgegaan, zonder de minste notitie van hem te hebben genomen. - -"Mijn geleerde broer heeft vandaag veel trappen moeten klimmen," -riep Alfred vrij luid. - -"Wat meent gij hier mee" vroeg Sophie, die aan den toon, waarop -die woorden gezegd werden, merken kon, dat er iets bijzonders mede -bedoeld werd. - -"Ja.... mijn broer is geen vriend van trappen klimmen; hij gaat het -liefst daar, waar de kamers gelijkvloers zijn; soms heeft hij er -echter niet op tegen een paar trapjes naar beneden te gaan." - -"Het past al heel slecht voor eenen dokter bang voor trappen klimmen -te zijn," merkte een der dames aan, die den zin van Alfreds woorden -in het minst niet begrepen had. - -"O, het is maar best de sympathieën en antipathieën van mijn broer -niet al te nauwkeurig te onderzoeken; in alle zaken heeft hij nog al -een' zonderlingen smaak. Kunt gij bijvoorbeeld raden, dames, hoe zijn -ideaal van eene vrouw er uit moet zien?" - -"Neen, neen, volstrekt niet, vertel ons dat," riepen eenige der dames -hem toe. - -"Alfred!" riep de dokter uit. - -"Eerstens moet zij ten minste drie en een half el lang zijn.... op -hare kousen nog wel." - -De dames lachten en amuseerden zich zeer, maar Hilda begreep, waar -hij heen wilde. - -"Alfred!" zeide zij op half fluisterenden toon, "ga niet verder." - -Hij stoorde zich echter niet aan hare woorden en vervolgde: "dan moet -zij ten tweede vuurrood haar hebben, dat vóór alles zoo stroef moet -zijn als de manen van een paard; ten derde moet zij in den boerenstand -zijn geboren en naar den koestal ruiken...." - -"Alfred.... Alfred!" riep mevrouw hem half lachende, half knorrende -toe. - -"O.... o, nu weet ik het!" riep Sophie uit, "je bedoelt Christine, -die lange Christine, die bij den conciërge woont, niet waar?" - -De dokter zette zijn kopje zoo hard neer, dat het rinkelde. - -"De hartsgeheimen van mijnen broeder verraad ik maar zóó niet," -zeide Alfred. - -"Nu, bedoelt gij niet Hilda's nieuwe kennis, die Christine," vroeg -Sophie, en zij boog haar hoofdje wat meer naar hem toe. - -Zeer gevleid, dat hij de dames met zijn verhaal had kunnen boeien, -ging hij verder: "O, het is volkomen een roman, gij kunt mij op mijn -woord gelooven. De voorname minnaar en het eenvoudige maar buitengewoon -deugdzame boerenmeisje, dan de zuster als de vertrouwde...." - -"Alfred!" riep Johan nu uit op eenen toon, dat allen er van schrikten. - -"Maar Johan," zeide nu mevrouw, "wat beteekent zulk een gedrag, -ik verzoek je vriendelijk...." - -"Ik heb het hem vroeger al gezegd mama, dat ik het niet langer dulden -wil," riep de dokter uit, en stampvoette van drift. - -"Mama," vroeg Alfred op sarrenden toon aan zijne moeder, die met -Johan in het salon zat, "was het met het lange, of met het korte been?" - -Nu kon Johan zich niet langer bedwingen; hij ging naar de deur -der kamer, waarin de dames zaten, doch mevrouw hield hem tegen: -"Maar Johan, ik geloof werkelijk, dat je vandaag niet recht bij je -verstand bent. Een beetje scherts moest je toch wel kunnen verdragen, -dunkt mij; je hadt beter gedaan, niet gekomen te zijn, dan hier zulk -eene kibbelpartij te maken; vóór je komst zaten wij zoo gezellig bij -elkaar!" Johan ging weg, maar het was zooals mevrouw had gezegd: hij -had den avond voor hen bedorven. De dames spraken op fluisterenden -toon tot hen die naast haar zaten, maar een gesprek wilde niet meer -vlotten; zelfs gelukte het Alfred niet de vroolijkheid weer aan den -gang te maken. - -Toen mevrouw zich 's avonds gereed maakte naar bed te gaan, -vertelde zij haren man den twist, die tusschen de broeders had -plaats gegrepen. Heel slim wist zij de zaak zoo voor te stellen, dat -het scheen, alsof Johan alleen de schuld droeg, van het onaangename -voorval; zij schilderde overigens het tooneel in nog scherper kleuren -af, dan het in werkelijkheid was geweest. - -"Komt het je nu ook niet voor, dat het tijd wordt dat zij het huis -uitkomt," vroeg zij. - -"Ik geef toe, dat de zaak er bedenkelijker uitziet dan ik gemeend had," -antwoordde de minister, "en zoo het werkelijk zoo ver gekomen is, ben -ik bang, dat haar heengaan, niet veel zal helpen; met een karakter, -als dat van Johan, vrees ik, dat de hindernissen, die men hem in den -weg wil leggen, hem des te meer zullen prikkelen om bij zijn besluit -te volharden; hij zal hare verblijfplaats trachten op te sporen, -en zoo hij haar vindt, zullen er misschien nog erger dingen gebeuren." - -"O, dat heb ik al lang gezegd," riep mevrouw jammerend uit, "maar -nooit wilt ge naar mijnen raad hooren, altijd wilt ge...." - -"Bedaard.... bedaard, lieve Adelaïde! Ziet gij... kunnen wij haar -niet van den hals schuiven, zoo.... zoo...." hier maakte hij eene -kleine diplomatieke pauze. - -"Nu?" vroeg zij. - -"Nu ja! zoo wij hem wegzenden." - -Zulke kleine verrassingen verstond de minister meesterlijk. Mevrouw -zag hem aan. "Ja, Daniël.... dat zou misschien niet zoo heel gek zijn." - -"Zooals ik altijd zeg, lieve Adelaïde... wees bedaard... overijling -deugt niet.... en bij kalm nadenken vindt men altijd eenen uitweg. Je -weet, dat Johan al zoo lang naar Weenen wenscht te reizen; ik wil -hem er nu verlof toe geven." - -"En mag hij lang wegblijven?" - -"Op zijn minst een jaar, zoo de reis hem, wat het wetenschappelijke -betreft, van eenig nut zal zijn." - -"Wat het wetenschappelijke betreft! Schalk!" zeide mevrouw -schertsend. Een steen was haar van 't hart gevallen. Vóór te gaan -slapen moest de minister aan zijne vrouw de belofte afleggen, dat -hij, zoodra Johan was vertrokken, Mo er toe dwingen zou Christine -weg te zenden; zij was dan ver weg en vergeten, als Johan van zijne -buitenlandsche reis terugkwam. - - - - - - - - -XI. - - -In April zou dokter Bennecken op reis gaan. Toen zijn vader hem -meedeelde, dat hij hem toestond naar Weenen te reizen, was hij er -zoo blijde over, dat hij in het eerst er niet aan dacht, hoe zwaar -het hem zou vallen Christine in langen tijd niet te zien. Nog minder -viel het den goedhartigen dokter in er over na te denken, waarom dat -hem de groote gunst eene reis te mogen maken, was toegestaan. - -Toen hij zijn examen als candidaat in de medicijnen had afgelegd, -was het zijn vurigste wensch geweest voor een jaar buitenslands -te gaan. Zijn vader had het te kostbaar gevonden en zijne moeder -had hem ronduit gezegd, dat het vrij belachelijk zou zijn, hem -voor zijne studiën naar het buitenland te zenden; daar waren zijne -examens niet schitterend genoeg voor geweest; hij kon best thuis voort -studeeren. Johan had dus al die reisplannen op zijde gezet. Toen hij -nu zoo onverwachts verlof kreeg naar het buitenland te reizen, was hij -zoo vervuld van dankbaarheid, dat hij er volstrekt niet aan dacht, hoe -hij eigenlijk zijn eigen meester was en zelf zijne reis kon bekostigen. - -Hoe meer de dag van het vertrek naderde, des te onrustiger werd hij. Er -was zooveel, dat hij vóór zijn heengaan volstrekt aan Christine moest -zeggen. Vóór alles wilde hij haar op de eene of andere wijze te kennen -geven, hoeveel hij van haar hield, en dan wilde hij haar vragen, ja, -dat was het eigenlijk, hij wilde haar vragen aan hem te denken in zijne -afwezigheid. Met dit denkbeeld was hij zeer ingenomen, want hij vond, -dat aldus veel met weinig woorden kon gezegd worden, en de dokter -oefende zich voortdurend op welke wijze den zin samen te stellen, als -bijv.: "zoo gij wildet...." of "zoo gij zoo goed wildet zijn...." of -"zoo ik kon gelooven, dat gij zoo vriendelijk zoudt willen zijn een -weinig aan mij te denken." Zou hij "een weinig", of zou hij het wagen -"veel" te zeggen, of misschien "dikwijls?" En ééne zaak bovenal woog -hem zwaar op het hart: hij wilde haar voor Alfred waarschuwen. Dat -hij haar alleen met Alfred moest laten, gaf hem de meeste onrust. Hij -kende al te goed, ja hij bewonderde zelfs de behendigheid van zijnen -broeder in het maken van intriges, en hij kon zich best voorstellen, -hoe licht een onervaren meisje als Christine zich door Alfreds aardige -manieren zou laten medesleepen. - -Maar men kon Alfred niet vertrouwen, en het was zijn plicht, zijn dure -plicht Christine voor hem te waarschuwen. Heel gemakkelijk ging het -echter niet, eene geschikte gelegenheid te vinden haar te spreken. Zoo -dikwijls mogelijk ging hij in de laatste dagen vóór zijn vertrek -langs hare vensters of bleef even in de poort staan; de twee of drie -treden durfde hij echter niet af te gaan. Tweemaal ontmoette hij haar, -maar hij voelde zich zoo beklemd en de stem stokte hem zoo in de keel, -dat hij blijde was toen zij voorbij was. Zij zag er ook zóó niet uit, -dat het hem aanmoedigde, haar aan te spreken. - -Eindelijk was de dag, die voor zijn vertrek bestemd was, -aangebroken. Nu moest hij dus trachten haar te spreken te krijgen; -toen hij in de poort was, verschoof hij het oogenblik nog wat: hij -kon eerst toch wel boven gaan afscheid nemen. Hij was zoo verstrooid, -dat allen er een weinig om lachten, uitgenomen Hilda, die hem schreiend -beloofde, te zullen schrijven. - -Toen hij uit het kamertje van den conciërge de weinige treden, die naar -Christine's kamer voerden, afging, draaide alles voor zijn oogen, en -hij viel bijna in de kamer. Gelukkig was er niemand, maar Christine, -die iemand met zoo'n leven had hooren binnen komen, kwam dadelijk -uit de keuken. - -"Ik ben het maar," stamelde de dokter, "ik struikelde over de -mat.... ik ga op reis." - -Ja, Christine had het reeds gehoord. - -"Ik kom nu afscheid nemen." - -Christine droogde de rechterhand wat aan haren boezelaar af. - -"Ik.... ik wou u vragen," maar verder kwam het niet. Al de mooie -wendingen van den zin, dien hij had willen uitspreken, waren als -weggevaagd. - -Onwillekeurig moest Christine even glimlachen. Dit gaf hem moed. "Ik -wou zoo graag, dat gij veel.... een weinig meen ik.... aan mij dacht, -wanneer ik zoover weg ben." Al het bloed steeg hem naar het hoofd; -hij wilde zoo gaarne den zin nog eens gezegd hebben, maar vond zulks -wat heel gek. Christine was ook rood geworden, zij zag voor zich neer, -maar glimlachte tevens. - -Toen werd de dokter zelfs vermetel; "en zoo wilde ik u zeggen, dat -gij voor Alfred op uwe hoede moet zijn." - -Deze woorden moest Johan Bennecken niet hebben gezegd; ternauwernood -was de zin aan zijne lippen ontgleden of Christine richtte zich -trotsch in hare volle lengte op, kwam eene schrede nader en vroeg: -"Wat meent gij hiermede?" - -Zij sprak in het dialect, dat zij anders in de stad afgelegd had, -toen hij haar aanzag, ging hij een paar schreden achteruit en vroeg: - -"Ja, neem mij niet kwalijk, ik meende maar...." - -"Ik ben oud genoeg, om op mij zelf te kunnen passen," beet Christine -hem kortaf toe. - -"Ja.... ja.... zoo meende ik het niet. Vaarwel!" en Johan strompelde -de twee, drie treden weer op. Toen hij weg was, wierp Christine zich -op haar bed en weende bittere tranen; dat hij ook zulke slechte dingen -van haar kon gelooven! - -De arme dokter werd door duizenden verwarde gedachten geplaagd; -eindelijk geloofde hij vast en zeker, dat zij Alfred beminde. - -De kruier die op het bestemde uur kwam om voor zijne bagage te zorgen, -kon uit mijnheer niet recht wijs worden: hij sprak zoo verward. Een -paar vrienden kwamen even bij hem aanloopen om hem eene goede reis te -wenschen; hij dronk een glas wijn met hen, gaf hen allerlei verkeerde -antwoorden, zag hen beurtelings aan alsof hij hun wat wilde vragen, -en zei, als het er op aankwam, geene syllabe. - -Zij lachten hem hartelijk uit, en vertelden hem, dat hij aan een -harden aanval van reiskoorts leed. - -In die gemoedstemming verliet hij Christiania. - -Een paar dagen later, vond de minister het maar het best nog eens -met Mo over de zaak te spreken. Alle dagen had hij den verwijtenden -blik, waarmee zijne vrouw hem aanzag, te doorstaan, waardoor hij -zich niet op zijn gemak gevoelde. Toen hij dan ook op zekeren morgen -met Mo alleen in zijn kamer aan het Departement was, zeide hij: -"Ja Mo.... je nicht moet je toch wegzenden." - -"Het spijt mij zeer, Excellentie, maar...." - -"Zeg mij toch eens, waarom je haar volstrekt bij je wilt houden?" - -"Ja,.... Excellentie, ik heb het mijn heele leven lang zoo eenzaam -gehad, en...." - -Nu ging den minister eensklaps een licht op; hij zag den kleinen -glimlachenden man, die voor hem stond aan en zeide eenigszins toornig: - -"Neen, maar Mo, hoe kunt gij aan zoo iets denken?.... op jouw -leeftijd.... en buitendien...." - -"Buitendien, Excellentie!" vroeg Mo, en hij zag hem zijdelings aan. - -"Ja, dat is een zeer onaangenaam onderwerp om over te spreken, maar -daar gij er mij naar vraagt zoo, zoo.... een paar malen zijt gij -zwaar ziek geweest.... Mo!" - -"Maar één maal, den anderen keer leed ik aan roos in het gezicht." - -"Ja, ja, ik ben niet van plan mij in uwe zaken te mengen, maar ik vind, -dat gij, wanneer ik je er om verzoek, het meisje weg kondt zenden." - -"Uwe Excellentie zal, hoop ik, volstrekt niet aan mijne onderdanigheid -en aan mijne volstrekte gehoorzaamheid twijfelen," gaf Andreas Mo ten -antwoord, en hij boog heel diep, "maar ik meen dat uwe Excellentie -zelf weet, hoe sterk dit gevoel bij den mensch is, en hoe...." - -De minister gaf hem door een ongeduldig gebaar met de hand te -kennen, dat hij het gesprek niet wenschte voort te zetten. Hij liep -de kamer op en neer maar de vingertoppen werden niet tegen elkaar -aangelegd. Wanneer hij uit zijn humeur was, en dus niet als diplomaat -optrad, stak hij de handen in den zak en rammelde met zijne sleutels. - -Hij dacht aan al de onaangenaamheden, die hem t'huis te wachten -stonden wanneer Christine niet weg ging en hij was niet zoo bang voor -de geheele pers der oppositie, als voor zijne vrouw, wanneer zij -eenen veldtocht, geheel naar den regel, aanving. Zij snuffelde dan -overal naar alles, wat haar licht over de zaak zou kunnen geven, en -bespiedde alle zijne gangen; veel kon er aan den dag komen, dat nu voor -haar bewaard en verborgen was en zou blijven, zoo lang de verhouding -vriendschappelijk bleef en hij zijne vrouw in goeden luim hield. - -Terwijl de minister heen en weer liep, pookte Mo heel voorzichtig in -de kachel het vuur wat op, en hij was er, om den minister wat tijd -te geven, heel lang mede bezig. - -Van tijd tot tijd keek deze Mo eens aan; na over alle punten van deze -onaangename zaak goed te hebben nagedacht, kwam hij tot het besluit, -dat een huwelijk tusschen Mo en die nicht in den grond eigenlijk de -beste uitweg zou zijn. - -Zonder twijfel zoude die Adelaïde tevreden stellen en tot kalmte -brengen, en dat was de hoofdzaak. Verder zou Mo, wanneer de minister -zich tegen het huwelijk niet verder aankantte, nog meer verplichting -aan hem hebben, en het was toch zijn plicht niet er acht op te geven, -dat de lieden, die wilden trouwen, gezond waren. - -En eindelijk--zoo Mo wilde gaan trouwen, wat had hij daarmede te -maken? Kon hij,--de minister--het hem misschien verbieden? Hoe kon -hij zoo dom zijn zich er boos over te maken? - -De minister legde nu de vingertoppen weer tegen elkaar, en vroeg -op den toon, dien hij gewoonlijk tegen Mo aansloeg: "Hebt ge met je -nicht over eene zoodanige verbintenis gesproken?" - -"Rechtstreeks heb ik de zaak nog niet aangeroerd; ik wilde mij van -de toestemming van uwe Excellentie verzekeren alvorens er met haar -over te praten." - -"Wat? mijne toestemming! het is eene zaak, die jou alleen aangaat, -en waarin ik niets heb te zeggen." - -"Ik zou mij toch nooit zulk eenen stap hebben willen veroorloven, -zonder eerst...." - -"Goed.... goed!" viel de minister hem boos in de rede, "zoo gij -gelooft, dat het meisje je nemen wil, zoo...." - -"Duizendmaal dank, Excellentie!" riep Mo uit en hij wilde de hand des -ministers grijpen, "ik twijfel er niet aan, dat nu ik de toestemming -van uwe Exc...." - -"Geen woord wil ik meer over die zaak hooren Mo, hebt gij mij -begrepen?" - -De minister zag er zoo verschrikkelijk boos uit, dat Mo het maar het -best vond hem alleen te laten; met een dankbaren glimlach om den mond -verliet hij het vertrek. - -De minister kon zich niet dadelijk aan den arbeid zetten--dit tooneel -had hem zeer ontstemd; nog lang liep hij hoofdschuddend in zijn kamer -heen en weer, en slaakte vele malen eenen diepen zucht. - -Des avonds zeide hij tot zijne vrouw: "Beste Adelaïde, het spijt mij -zeer voor je, maar Mo is maar niet van zijn besluit af te brengen om -het meisje bij zich te houden." - -"Zoo, werkelijk Daniël," antwoordde zij vrij heftig, "ja, ik begin -inderdaad te gelooven, dat gij op de eene of andere wijze in de macht -van dien man zijt." - -"Wees toch bedaard, Adelaïde, wees toch bedaard!" zeide haar man, -en hij gesticuleerde even met zijne mooie hand, "zij--ja, ik meen -dat meisje, kan geheel onschadelijk worden gemaakt, zonder dat het -noodig is, dat wij haar wegzenden." - -"Zoo, en hoe? als ik mag vragen?" - -"Zij kon bij voorbeeld gaan trouwen?" - -"Hier aan huis?" - -"Ja zeker, beste, met haren oom." - -"Met Mo! dat jonge meisje met dien ouden vent?" - -"Ja, zie je," antwoordde haar man, en hij deed zijne das voor den -spiegel wat los, "dat is nu eene zaak, die ons eigenlijk niet aangaat." - -"Neen, daar kunt ge gelijk aan hebben," antwoordde mevrouw eenigermate -aarzelend, "maar ik vind toch...." - -"Door dit huwelijk zou zij voor ons onschadelijk worden," ging -hij voort. - -"Ja, dat zou zeker het geval zijn; maar met dien akeligen Mo! en hebt -ge mij buitendien niet eens verteld, dat hij...." - -"Officieel is daar niets van bekend, en buitendien! zoo men bij ieder -huwelijk nauwkeurig wilde gaan onderzoeken of...." - -"Ja, je hebt gelijk, Daniël, ja, gij mannen....! en zoo als gij ook -zegt, het gaat ons eigenlijk niet aan!" - -"Ja, lieve Adelaïde, zoo denk ik over de zaak, het gaat geheel buiten -ons om." - -Toen mevrouw een poosje had nagedacht, kwam zij ook tot het besluit, -dat een huwelijk de beste uitkomst was. - -"Zijt gij op dat denkbeeld gekomen, Daniël," vroeg zij hem op -schalkschen toon. - -"Nu.... dat wil ik juist niet beweren.... hm!" - -"Je bent toch een slimmerd, Daniël," zeide mevrouw, en zij trok hem -naar zich toe. - -Christine begon te begrijpen, waarvan eigenlijk sprake was. Oom Anders -had, na haar zeer voorzichtig te hebben voorbereid, haar ronduit -gezegd, dat de minister wenschte, dat de geruchten, die zooals zij zelf -wist in omloop waren, op eene duidelijke wijze werden gelogenstraft. - -Een huwelijk met Oom Anders was naar hare begrippen eene goede -partij. In den stand, waartoe zij behoorde, waren zoogenaamde "mariages -de raison" eene gewone zaak; wanneer er nu nog bijkwam, dat haar -vader het ook zoo gaarne zag, kon zij er niets op tegen hebben. - -Nooit had zij eenig man aangemoedigd; zij was volkomen vrij, en -daarom maakte zij er zich dubbel boos over, dat men haar daarvan had -kunnen beschuldigen. Inzonderheid ontvlamde haar toorn, wanneer zij -aan dokter Bennecken dacht, en--die toorn deed meer pijn, dan zij -vroeger ooit had gevoeld. - -Ofschoon zij dus geene liefde behoefde te offeren, schreide zij echter -den ganschen nacht, die op den avond volgde waarop Oom haar gevraagd -had of zij zijne vrouw wilde worden. Na goed uitgeweend te hebben, werd -zij kalm en verstandig; de gedachte dat zij, trouwende met haren oom, -allen zou kunnen bewijzen--en den dokter in de eerste plaats,--welk -onrecht men haar had aangedaan, scheen haar kracht te verleenen. - -Den volgenden morgen kreeg haar oom het jawoord. - - - - - - - - -XII. - - -In dichte scharen zaten aan den Nijl de vogels en blakerden zich in -de heete zon. Zij poetsten en plukten hunne veêren, vlogen een paar -slagen om de vleugels te beproeven, en hapten lui naar de vette wormen -waarvan het in het slijk wemelde. Maar er was àl te veel voedsel, -àl te veel warmte en àl te veel windstilte; zij reikhalsden naar -frisschen regen, grauwe lucht en stormweer. - -Ontelbare troepen wilde ganzen en zwanen zwommen rond in de tamelijk -groote waterplassen, tusschen de biezen die het uitgestrekte -moeras vulden. Reigers en ooievaars staken hier en daar met den -kop boven de andere vogels uit; dicht in één gedrongen stonden -zij op één been en lieten den kop op zij hangen:--zij verveelden -zich allerverschrikkelijkst. Alle mogelijke soorten van snippen, -watervogels, kieviten, waterhoenders, wilde ganzen, kwartels, -zwaluwen--ja, zelfs tot gemeene spreeuwen toe--allen verveelden zich -zoo, dat hun de veeren bijna uitvielen. - -De ibis maakte zich zeer kwaad op al dat grauw gevederde vreemde -gespuis en vergat zijne waardigheid zoo zeer, dat hij zich bij den -dommen flamingo, dien hij anders zoo diep verachtte, beklaagde. - -De krokodillen knipoogden met hunne slijmachtige, lichtgroene oogen en -snapten nu en dan naar eene vette gans; dan ontstond er een geschreeuw -en gekrijsch, dat overal langs den stroom beantwoord werd, om eindelijk -heel, heel in de verte weg te sterven, en--de doodsche stilte van de -woestenij lag weer over het gloeiende landschap, terwijl de scharen -van vogels met slaperig uitzicht, weder ter neder zaten en wachtten--ja -zij wisten niet recht waarop. - -Daar vloog een kleine grauwe vogel loodrecht de lucht in; een oogenblik -bleef hij zweven, en klapwiekte met de vleugels, terwijl hij eenige -tonen kweelde--dan vloog hij weer naar beneden en verschool zich -tusschen het riet. - -Alle vogels hadden de koppen in de hoogte gestoken en geluisterd; nu -ontstond er een gesnater en een getjilp en een gedrang in elken hoek. - -Jonge, verwaande kieviten vlogen hoog in de lucht en draaiden in alle -mogelijke bochten rond om aan de anderen te toonen, hoe goed zij -vliegen konden. Maar de oudste witte zwanen, die heel naar IJsland -zouden reizen, belegden eene groote vergadering om het voorgeslagen -reisplan van den leeuwerik te bespreken. Allen hadden toch den -leeuwerik dadelijk aan het geluid herkend, ofschoon hij, want het -gezang scheen nog niet goed uit de keel te willen, maar een paar -tonen had laten hooren. Terwijl de zwanen nog aan het beraadslagen -waren, werden zij door een hevig geplas in hunne debatten gestoord -en de lucht werd geheel donker. Het waren de wilde ganzen, die dit -leven maakten. In groote zwermen verdeelden zij zich, draaiden in de -lucht heen en weer, schaarden zich dan in lange rijen en verdwenen -in noordelijke richting, terwijl hun geschreeuw nog lang in de verte -werd gehoord. - -In zwarte massa's vlogen de spreeuwen weg, de kieviten volgden hun -voorbeeld, de ooievaars stegen paarsgewijze loodrecht omhoog, tot zij -bijna geheel uit het gezicht waren, en trokken dan Noordwaarts. In de -algemeene verwarring en het leven dat er heerschte, konden de zwanen -niet rustig meer zitten te overleggen en daarom werd de vergadering -ontbonden; ieder wilde weg, tijd tot nadenken, gunde men zich niet -meer. Alle bezinning was verloren, telkens vlogen nieuwe scharen -over Noord-Afrika heen, en ieder begroette, naar dat hij gebekt was, -de blauwe Middellandsche zee, die onder hem lag. - -De mannetjes-nachtegalen vlogen in stille kleine gezelschappen des -nachts weg; zij voelden zich getrokken tot de bekende plaatsjes in -de rozenstruiken van Provence of wel tot de beukenwouden van Seeland; -zij wilden hunne fraaiste melodieën instudeeren en ze kennen vóór de -aankomst der wijfjes. - -De Noorsche leeuweriken wachtten het langst; toen de Deensche -wegtrokken, sloten zij uit oude vriendschap zich bij hen aan. De -reiskoorts maakte zich tot zulk eene hoogte van allen meester, dat -zelfs de zwaluwen en de koekoeken langer rust noch duur hadden; zij -wilden in allen gevalle toch over de Middellandsche zee,--daar kon -men zien hoe verder te handelen. - -De ibis herkreeg zijne kalmte van gemoed, en als een bisschop zoo -deftig wandelde hij langs den oever; de roze-roode flamingo's maakten -voor Zijn Hoog Eerwaarde eerbiedig plaats, terwijl zij met vroom -vertoon den dommen kop met den krommen bek bogen. - -Stiller en warmer werd het langs de oevers van den Nijl. De krokodillen -moesten zich nu met negervleesch tevreden stellen of een enkele -maal met dat van een taaien Engelschen toerist. Dag en nacht vlogen -de trekvogels naar het Noorden en naarmate zij de bekende plaatsen -naderden, verminderde het reisgezelschap; zij, die aan hun bekend te -huis waren gekomen, groetten hen, die nog verder moesten trekken, -en leven en vroolijkheid over het oude bevrorene Europa zouden -verspreiden, in bosch en veld, dicht bij de woningen der menschen en -ver weg in het riet van de groote stilstaande meren. - -In Italië stonden de rozenstruiken in vollen knop; in 't Zuiden van -Frankrijk deden de bloeiende appelboomen denken, dat het zooeven -gesneeuwd had, en op de Boulevards in Parijs begonnen de bladeren der -kastanjeboomen hunne glanzende taaie knoppen te verbreken. De eerzame -burgers van Dresden stonden op het Brühlsche terras en warmden zich -in de zon, terwijl zij naar de ijsschotsen keken, die met den stroom -kwamen afdrijven, om zich tegen de bogen der brug bij torenhoog op -te stapelen. - -Maar verder op in het Noorden bleef het nog koud; een scherpe, -snijdende wind woei over de Noordzee en hier en daar zag men sneeuw op -den grond. Hoe noordelijker men kwam, des te kleiner werd de schare -der leeuweriken. Een groot gedeelte nestelde zich op de vlakten om -Leipzig, en een ander op de Lüneburger heide; toen de overige in -Sleeswijk waren aangekomen, vroegen de Deensche leeuweriken aan hen, -die in het Noorden thuis behoorden, of zij geenen lust hadden een -weinig te wachten om het weer wat aan te zien. - -De sneeuw lag nog op de velden en hekken in Jutland, en de -Noordwestenwind schudde de oude Deensche berken, welker bruine knoppen -nog voorzichtig de saamgehulde teere blaadjes omsloten. De vogels -verscholen zich achter groote steenen en in het heidekruid; sommige -waagden het zelfs heel dicht in de buurt der boerderijen te komen, -waar de musschen een leven maakten alsof alles hun behoorde. - -Allen waren het er over eens, dat men al te vroeg op reis was gegaan, -en hadden zij hem, die hen van Egypte's vleeschpotten gelokt had, -hier beet kunnen krijgen, zij zouden hem zeker de veeren hebben -uitgeplukt. Eindelijk woei er een Zuidenwind; de reizigers naar het -Noorden namen afscheid, bedankten voor het aangename gezelschap en -vlogen de zee over. - -Daar in Noorwegen zag het er bij hunne tehuiskomst treurig uit. De -sneeuw lag nog vele voeten diep in de dichte bosschen en zelfs in de -dalen. Daar bracht de Zuidenwind den zoo gewenschten regen en,--nu -niet trapsgewijze--neen, plotseling greep er eene omkeering plaats met -geraas en gebulder en sneeuwstortingen en schuimend neervallend water -en bruisende stroomen, zoodat het land veel op eenen reus geleek, die -zich wascht en die er van houdt het ijskoude water over de krachtige -leden te laten spatten. En een groen floers breidde zich over alles -uit; over de jonge berken op de hoogten, over de stranden, waar de -zee een inham maakt, over de vlakten in westelijke richting naar -zee en over heide en moeras, over klippen en bergkloven en over de -nauwe dalen tusschen de bergen. Op de toppen bleven de sneeuw en de -gletschers liggen, alsof de bergen geenen lust hadden den hoed voor -zulk een vluchtigen bezoeker als de zomer, af te nemen. De zon scheen -zoo heerlijk en warm, ook het koeltje voerde nog warmte van het Zuiden -aan, en eindelijk kwam de koekoek,--als opperceremoniemeester, om te -zien, of alles in orde was; hij vloog nu hier, dan daar, verschool zich -eindelijk in het dichtste loof van eenen jongen berkeboom, en riep: -"de Lente is daar!" - -Het oude Noorwegen was eindelijk ontwaakt! - -Daar lag het nu--zoo hoog en zoo verblindend schoon aan de blauwe -zee;--zoo arm en zoo mager en toch ook zoo frisch, gezond en lachend -als een flink gewasschen kind. - -In de havens langs de kust heerschte nu groote bedrijvigheid; witte -zeilen vertoonden zich tusschen de klippen en verdwenen in zee. De -schaatsen werden aan den balk gehangen, de sledevellen, goed met -kamfer bestrooid, werden weggeborgen, en even als de beer, wanneer -hij uit zijn hol komt, zijne pels eens goed schudt, evenzoo schudden -nu de menschen, de loome leden, grepen de spade aan en begonnen met -vollen ijver den voorjaarsarbeid. - -Groote houtvlotten dreven de stroomen af en plasten in het ijskoude -sneeuwwater; op de breede vruchtbare akkers sneed de ploegschaar lange -zwarte voren; hoog in het Noorden waren de lieden druk bezig kabeljauw -op de naakte klippen te drogen te leggen; op de vlakten in westelijke -richting naar het strand toe, zag men karren met wier beladen langs -de akkers rijden, en op de heide stond een kleine man met leepoogen, -peinzende over eene Isabella-merrie. - -Hier was de lucht nog frisch en aangenaam, terwijl de lieden te Parijs -op straat door een zonnesteek getroffen werden en de bladeren der -boomen op de boulevards vol stof en half verschroeid waren. - -Op het Brühlsche terras zaten de eerzame burgers van Dresden het -koeltje, dat de avond hun aanbracht, te genieten; zij dronken Meiwijn -en disputeerden zoo over Wagner's muziek, dat zij elkaar bijna in -het haar vlogen. Over iets anders mochten zij in het publiek niet -disputeeren en--disputeeren moesten zij. - -Zij, die eene goed gevulde beurs bezaten, begonnen in Baedeker te -bladeren, en spoedig kwam er ook eene schare van krombeenige Duitschers -en Engelsche dames met lange tanden opzetten, die frissche lucht wilden -inademen, tusschen de bergen van Noorwegen, en later een weinig van -die frissche lucht naar het vaderland wenschten mede te nemen, te -gelijk met de goelijk gemeende karikaturen over het "Oude Noorwegen." - -Terwijl die bonte menigte van reizigers zich in alle richtingen over -Noorwegen verspreidde, ontmoette zij op hunnen weg eenen anderen -stroom, die de kust trachtte te bereiken. - -"Was sind das für Leute?" vroeg Raadsheer Schultze uit Berlijn. - -Een beschaafde Noor antwoordde hem in het Duitsch "Emigranten." - -Mannen en vrouwen met ernstig uiterlijk, gekleed in nieuw friesch -baai, togen voorbij. Kinderen hielden zij bij de hand, op den arm, -op den rug of wel aan de borst; eene schare van gezonde roodwangige -kleinen, die met heldere oogen verwonderd naar alles staarden, wat -op weg te zien was. - -Aan al de spoorwegstations en op al de stoombooten, die de groote -binnenmeren bevaren, stonden kisten opgestapeld, voorzien van duidelijk -geschilderde adressen en namen in het Noorsch en in het Engelsch. - -Op alles lag den stempel van een wel overwogen, langzaam gerijpt -besluit: knappe stevige bagage, nieuwe sterke kleederen, geene -nuttelooze kleinigheid in handen,--alleen kinderen, maar die werden -dan ook stevig vastgehouden; men kon zien, dat ze niet eerder zouden -losgelaten worden, vóór men goed en wel in de Nieuwe Wereld was -aangekomen. - -Maar geene vreugde, zelfs niet dat wat men hoop kon noemen, stond op -die aangezichten te lezen; alleen lag om den mond een vast besloten, -zwaarmoedige trek en een zwaar verdriet sprak uit die oogen, die -tranen stortten of niet schreien konden. - -Raadsheer Schultze uit Berlijn was een en al verwondering. Dat men -lust had uit Duitschland te emigreeren, kon hij zich begrijpen; daar -had men dienstplicht en eene militaire regeering, het socialisme, -Bismarck en alle mogelijke ellende meer. Maar hier--! in dit schoone -vreedzame land, met zijne welbekende vrijzinnige constitutie,--wat -kon hier den menschen ontbreken? - -En het land zelf scheen te vragen: waarom gaat gij heen? De zon gaf -zulk een vriendelijk lachend uiterlijk aan de lichtgroene heuvels; de -stroom kabbelde zoo vreedzaam en uit het woud kwam van de pijnboomen -met de nieuw ontsproten naalden zulk een heerlijke geur! - -Op het perron stonden familie en bekenden en zij weenden, wijl zoovelen -wegtrokken--allen weenden tot de arme daglooner toe, die schreide, -omdat hij geen geld had om mede op reis te gaan. - -Toen de trein door het dal stoomde, zagen zij allen uit de nauwe -raampjes van den waggon en zij wisten, dat er geen schooner land op -de aarde te vinden is; dat nergens de zon zóo schijnt, dat nergens -de lucht met zulk een' geur, met zulk een gejubel vervuld is, dat -nergens de koekoek zoo vroolijk roept als in hun vaderland. - -En heete tranen welden in de oogen op, en luid werd in die waggons -gesnikt; men vergat, waarom men zich hier bevond, en ieders oog scheen -dat des anderen de treurige vraag te doen: "waarom gaan we toch weg, -waarom?" - -Intusschen nam de lente weldra afscheid met haar welluidend gezang, -met hare vechtpartijen en liefdesavonturen van de kleine kevers, die -in het gras aan hunne schoonen het hof maakten, van de groote beren, -die in de wouden vochten, tot er bloed stroomde. Natuurlijk waren -zooals altijd de kleinen door de grooten verslonden, dat valt niet -te ontkennen; doch het had nu meer als eene bijzaak plaats gehad: -'t geschiedde min of meer gemoedelijk. Niemand behoefde veel voedsel; -wanneer men verliefd is, heeft men aan andere dingen te denken. De -strijd om het dagelijksch bestaan gaat, wanneer men verder in den zomer -en in den herfst is gekomen, op eene geheel andere wijze toe: men moet -dan voedsel zoeken voor het wijfje en eenen troep hongerige jongen. - -Het voorjaar werpt een waas van ridderlijkheid over de materialistische -jacht naar het stoffelijke; de mannetjes doen hun best, zoo lieftallig -mogelijk te zijn, terwijl de wijfjes haren korten triomf genieten -door zooveel zij maar kunnen en naar hartelust te coquetteeren. - -In het woud en op het veld weerklinkt de lucht van smachtend verlangen, -hopelooze klaagtonen en jubelend geluk, en vele kleine harten breken -van stil verdriet; vele kleine ongeregeldheden hebben onder het dikke -loof of op het eenzame veld plaats, en menig klein gevecht wordt er -op leven en dood gevoerd, terwijl de schoone onverschillig ter neder -zit en het spel aanziet. - -Twee kwikstaartjes vochten zoo heftig met elkaar in de lucht tot -zij van vermoeienis in de sloot bij den molen vielen; doornat en -gehavend kwamen zij op het droge. Ondertusschen vloog zij, om welke -het gevecht plaats had, met eenen derde, die daar toevallig voorbij -kwam vliegen, weg. Het water bij den molen lag zoo blank en stil, -dat de twee mededingers er zich in konden spiegelen, toen zij bezig -waren, hun toilet in orde te brengen. De jonge kikvorschen hadden -zich van hunne toga puerilis met den hinderlijken staart ontdaan. Zij -vertoonden zich nu in al den glans van jonge kikvorschen, terwijl zij -met de achterpooten als geëxamineerde zwemmeesters krachtige slagen -in het water maakten. - -Langs de geheele kust liep de zee; voorzichtig als eene kat, sloop zij -tusschen de talrijke klippen door. Daar, waar gedurende den winter bij -stormweer het schuimende water kon koken, bruisen en razen, gleden -nu de lichtgroene golfjes in en uit; de groote, blauwe, door de zon -zoo vroolijk beschenen zee vlijde zich zoo warm en koesterend tegen -het oude zoo barsch schijnende land aan, alsof zij nooit vijandig -tegen elkander gestemd waren geweest. Langs de naakte klippen en -steenen en in de kleine fjorden groeide het wier in roode, gele en -lichtgroene schakeeringen; het glansde gelijk een zijden dek. Op den -bodem der zee krioelde het van allerlei schaaldieren met lange armen -en voelhorens en stevige huisjes op den rug--eene wonderlijke wereld -van listige wapenen en sterke harnassen. Op de naakte, gladde klippen, -die dicht bij den blauwachtig witten zandigen grond gelegen waren, -zaten tusschen weelderig zeegras en andere zeegewassen, slijmdieren, -stekelige zeeëgels en prachtige roode zeesterren. Twee of drie zeealen -staken hunnen kop tusschen het in elkaar gegroeide wier in en beten aan -het een of ander; daar kwam onverwachts een dikke kabeljauw aanzwemmen, -door wiens komst zij zoo schrikten, dat zij ijlings trachtten weg te -komen. Deze stak nu den neus in het wier om te zien, wat er te koop -was. Vermoedelijk vond hij er niets, wat zijnen eetlust opwekte, -want met eenen verachtelijken zwaai keerde hij om, en zwom dood op -zijn gemak verder langs de klip. - -De zonnestralen vielen met een blauwachtig en geheimzinnig schijnsel -op dat vreemdsoortige leven op den bodem der zee, zoowel als op de -licht grijs gekleurde zandplaten, die hier en daar onder het water -te zien waren, totdat zij eindelijk geheel verdwenen en slechts de -groote, diepe, oneindige, blauwe zee zich vertoonde. - - - - - - - - -XIII. - - -Op den eersten Juli werd het huwelijk van den bode aan het Departement -Anders Mo en Mejuffrouw Christine Vatuemo in de Drieëenigheidskerk -gesloten. - -Buiten degenen die uitgenoodigd waren de huwelijksplechtigheid in -de kerk bij te wonen, waren nog een groot aantal menschen aanwezig, -want de minister Bennecken bevond zich onder de bruiloftsgasten, en -buitendien was het een interessant paar om naar te kijken: de oude -man en het jonge meisje. - -Eigenlijk geleek het niet zoo dwaas, als men gedacht had. Wanneer men -het witte haar niet meerekende, was Oom Anders in zwarten rok, stijve -witte das en gouden horlogeketting.... een huwelijksgeschenk van den -minister, werkelijk nog een deftig bruidegom. Christine was zoo lang en -forsch en zag er zoo boersch uit, dat het niet veel in het oog liep, -dat zij nog zoo jong was; ook was zij van daag zeer bleek en zag er -ernstig uit. De familie Bennecken woonde reeds buiten en mevrouw was -zoo vriendelijk geweest de eetzaal en het daaraan grenzende vertrek -aan de jonggetrouwden voor de bruiloft af te staan. - -Toen de bruiloftsstoet uit de kerk kwam, dronk men eerst een glas -wijn in de woning van den conciërge en de minister hield eene korte -toespraak, waarnaar met groote belangstelling werd geluisterd; -daarna verliet hij het gezelschap, dat nu naar boven ging waar de -bruiloftstafel gedekt stond. - -Het bruidspaar nam eerst plaats in het vertrek naast de eetzaal om -de gelukwenschen der gasten, naar de volgorde waarin zij kwamen, -te ontvangen, want buiten hen, die de plechtigheid in de kerk hadden -bijgewoond, waren er nog vele anderen genoodigd. - -De Redacteur Mortensen, die na het vertrek van den minister de -voornaamste gast in het gezelschap was, voelde zich zeer op zijn -gemak in het salon, praatte luid en maakte geestige aanmerkingen; -de overigen zaten zwijgend en statig langs de wanden met de voeten -zoo ver mogelijk onder hunnen stoel. - -Christine was verbaasd, dat haar man zooveel bekenden had, en -vooral dat zooveel deftige lui uit de stad de bruiloft met hunne -tegenwoordigheid vereerden. Eindelijk waren al de zitplaatsen door -de fraaie uitgedoste dames bezet, een paar jonge meisjes zaten zelfs -op elkanders schoot. De heeren keerden dadelijk, wanneer zij in de -kamer aan het bruidspaar hun compliment hadden gemaakt, naar de gang -terug. Er heerschte eene stilte als bij eene begrafenis en geen ander -geluid werd gehoord dan nu en dan een paar woorden van den Redacteur -of eenig gerammel met borden in de keuken. - -Onder de bruiloftsgasten bevonden zich een paar boden van een ander -Departement, met hunne vrouwen en dochters, de politie-agenten Andersen -en Knudsen,--de laatste was nog niet voor vast aangesteld, en stond -onder Andersens toezicht; vervolgens was er de sergeant-majoor Knoff -in uniform en handschoenen, de schoorsteenveger Lunde met zijne vrouw -(eene zuster van den agent Andersen), de bode van het Gerechtshof, -Paalsen genaamd, bekend door zijn talent om het gezelschap aangenaam -bezig te houden, en madame Grüner, die voor den koning, wanneer deze in -de stad kwam, kookte. Voorts maakten nog deel van het gezelschap uit, -eenige sergeanten, een havenmeester en spoorwegbeambten in uniform -met hunne dames. De keukenmeid kwam telkens in de gang, en gaf den -bruidegom een teeken, dat alles klaar was; hij schudde dan echter -met het hoofd en keek op zijn horloge. - -Eindelijk ontstond er eenige beweging onder de heeren, die bij de deur -stonden, en twee dames kwamen binnen. De eerste was een mooi slank -meisje met blond haar en groote glanzende oogen. Zij was in eene licht -zijden japon gekleed; bellen van filigran en eene zilveren ketting, -waaraan een groot medaillon was gehaakt, voltooiden haar toilet. De -dame, die haar vergezelde, was tamelijk gezet en kon zoo ongeveer -een veertig jaar oud zijn; zij had koolzwart en glanzig haar; aan -den eenen kant van haar kapsel stak eene donker roode roos en aan -den anderen eene kleine kolibrie half verscholen in een strikje van -Schotsch band. Zij was stijf geregen, zoodat hare weelderige vormen -zeer goed in het roodfluweelen lijf, dat van voren uitgesneden was, -uitkwamen; op haar boezem droeg zij eene gouden broche in den vorm van -een hoefijzer. De rok van de japon was van zwarte zijde, hier en daar -door kleine bouquetten van rozen opgenomen. De Redacteur Mortensen -slaakte een' kreet van bewondering, toen zij naar het bruidspaar -gingen waardoor de oudste der twee dames hem schertsend met haren -waaier sloeg. - -"Lieve Christine," zeide nu de bruidegom op de hem eigenen deftigen -toon, "veroorloof mij u mejuffrouw Eveline Nielsen voor te stellen, -die ons wel de eer wil aandoen...." - -"O, beste mijnheer Mo! de eer en het genoegen zijn geheel aan mij," -antwoordde de jonge dame en zij glimlachte vriendelijk, waardoor hare -mooie witte tanden zich lieten zien. - -Christine voelde zich dadelijk tot haar aangetrokken, ofschoon zij -wenschte, dat haar nieuwe kennis wat minder fraai gekleed was geweest. - -Daarna presenteerde de bruidegom de andere dame: mijne veeljarige -vriendin, "madam Gluncke." - -De kleine gezette dame omhelsde Christine hartelijk en drukte haar -een vochtigen kus op den mond, terwijl zij in een vloed van woorden -vertelde, dat zij de liefste bruid was, die zij ooit had gezien, -ja werkelijk zonder overdrijving, de allerliefste. - -Nu zou men aan tafel gaan. - -De Redacteur Mortensen maakte met den hoed in de hand eerbiedig eene -diepe buiging, voor juffrouw Nielsen. - -"Onze gastheer heeft mij de eervolle opdracht gegeven u naar tafel -te geleiden, juffrouw Nielsen;" hij bood haar sierlijk den arm en -ging achter het bruidspaar de eetzaal binnen. - -Daarna kwamen de sergeant-majoor Knoff en madam Gluncke, dan de -schoorsteenveger Lunde en madam Grüner benevens de bode van het -gerechtshof Paalsen met madam Lunde; de overigen van het gezelschap -gingen met hem of haar, van wie de naam op het kaartje geschreven -stond, dat zij van den koetsier van den minister een poosje geleden -in de gang hadden ontvangen. - -De bruiloftstafel had den vorm van een hoefijzer. Aan de kortste -zijde zaten in het midden de jong getrouwden, links van hen Knoff -en madam Gluncke, rechts de redacteur en juffrouw Evelina. Midden in -het hoefijzer zaten Lunde en Paalsen met hunne dames, en de overigen -namen de andere plaatsen in. - -De politieagent Andersen had het bijster druk, eer allen naar zijnen -zin geplaatst waren; en telkens maakte hij verschikkingen,--eindelijk -gelukte het hem Knudsen vlak over zich geplaatst te krijgen. "U moet -weten, madam Grüner," fluisterde hij haar in het oor; "dat hij nog maar -op proef genomen is, ziet u, en dat het mijn plicht is een oogje in -'t zeil te houden." - -Zijne dame liet zich niets aan zijne woorden gelegen liggen: zij was -ontevreden over hare plaats en over den cavalier, die men haar had -gegeven. Zij had er zoo zeker op gerekend naast de jonggetrouwden -geplaatst te zullen worden en door den sergeant-majoor naar tafel te -worden geleid. Toen zij een paar schepjes soep gegeten had, legde zij -den lepel neer en zeide half voor zich zelf op verachtelijken toon: -"Liebigs extract!" - -In het begin van den maaltijd ging het doodstil toe; het gerammel -der lepels, die echter met groote voorzichtigheid werden gebruikt, -alsmede het half luide gefluister en gelach van den redacteur en -zijne dame, verbrak slechts de stilte. - -"Mag ik de heeren verzoeken de glazen te vullen," zeide de bruidegom -op eenen toon, die zeer aan den minister Bennecken deed denken. "Mijne -vrouw en ik nemen de vrijheid de dames en heeren welkom aan tafel -te heeten!" - -Het eerste glas rooden wijn werd met groote plechtigheid geledigd, -terwijl allen met eene lichte buiging van het hoofd naar den kant, -waar de jonggetrouwden zaten, groetten. - -Christine liet haren blik langs de tafel en door de geheele zaal -gaan--'t was een oogverblindende pracht. - -Buiten weten van hare moeder had Hilda het vertrek met groen en -bloemen versierd, en al het glas en zilver, dat niet mee naar buiten -was genomen, ten gebruike gegeven. Naar Christine's begrippen zag -de bruiloftstafel er bijzonder prachtig uit. Zoo haar vader haar nu -maar te midden van al die heerlijkheid had kunnen zien, dan bleef er -niets te wenschen over. - -Intusschen hield de politieagent Andersen Knudsen scherp in het oog en -telkens wanneer deze eene beweging maakte om eene flesch of wel een -glas in de hand te nemen, riep hij op gedempten toon waarschuwend: -"Knudsen!" - -"Present!" antwoordde Knudsen en nam dadelijk eene militaire houding -aan. - -Madam Knoff, die een van de spoorwegbeambten tot buurman had, -zat zoo, dat zij volstrekt het oog niet kon houden op haren man, -den sergeant-majoor--ja, zij kon het toch, maar dan zat zij niet -behoorlijk. Deze houding was intusschen heel ongemakkelijk, zoowel -voor haar zelf, als voor haren buurman, want zij was eene corpulente -dame; hare gele gelaatskleur, gevoegd bij haar ongezond uiterlijk -gaf den Redacteur aanleiding te beweren dat Knoff's vrouw zeker aan -eene miltziekte leed. Daar bij het ronddienen van het eerste gerecht -de doodelijke stilte bleef voortduren, fluisterde Mortensen achter -Christine's rug om, den bruigom in: "Gij moet nu met de toasten -aanvangen Mo!" - -"Ik meende, dat zulks niet gebruikelijk was vóór het vleesch...." - -"Juist het tegendeel; het is nu smaak met de toasten bij de soep -te beginnen." - -De Redacteur gaf een paar harde tikken tegen zijn glas en Mo stond -van zijnen stoel op. - -"Dames en heeren! In dit gewichtige oogenblik gevoel ik diepe behoefte -uit te spreken, hoezeer ik het betreur aan deze tafel, waar zoovelen -aanzitten, die mij dierbaar zijn--hem te moeten missen, wien ik -inzonderheid van daag gewenscht had hier te zien. Ik meen den vader -mijner vrouw, den heer Niels Vandmo." - -Christine haalde haren zakdoek voor den dag. - -"Gij weet genoeg Christine hoe innig ik aan mijnen eenigen broeder -ben gehecht en welken prijs ik op het kleinood stel, dat hij aan -mijne hoede vertrouwt." - -Hier kreeg madam Gluncke eene heftige hoestbui, wat hoogst ongepast -was. De spreker wierp haar snel eenen blik toe, en vervolgde: -"Daarom dames en heeren willen wij een glas ledigen op de gezondheid -van den vader mijner vrouw, ofschoon hij afwezig is; wij willen hem -toewenschen, dat God hem met Zijne vertroostingen nabij zij en hem niet -al te zwaar het gemis zijner lieve dochter doe gevoelen. Christine, -je vaders gezondheid!" - -Toen de bruidegom weer ging zitten, fluisterde hij haastig madam -Gluncke eenige woorden in 't oor. - -"Ik kon het waarachtig niet helpen," lispelde zij terug, "je waart -onbetaalbaar!" - -Daarna verlangde de schoorsteenveger Lunde het woord. Hij was een -lang, mager man met grijs haar en spitsen neus. Met zijn beroep -hield hij zich, wat zijn eigen persoon betrof, niet veel meer -bezig: hij gebruikte daar "zijn volk" voor; in de voornaamste -deelen der stad bekleedde hij alleen nog officieel zijnen post -als schoorsteenveger. Hij had geld en zijne dochter was met eenen -telegrafist getrouwd. - -"Als de oudste in dezen kring," zoo begon hij, "is het mij zeker -wel veroorloofd het gezelschap voor te slaan op de gezondheid van -het bruidspaar te drinken. Wij weten allen, dat wij in onze jeugd -geleerd hebben, dat de Heer heeft gezegd: "het is niet goed dat de -mensch alleen zij!" - -De stilte, die nu aan tafel heerschte, was bijna benauwend. De -dienstmeisjes, die juist de borden wilden verwisselen voor het -rundvleesch, moesten staan wachten, terwijl de spreker de geschiedenis -van het huwelijk aan zijne hoorders verklaarde. Hij ging van Adam en -Eva, tot Abraham en Sara, en eindelijk tot Izaäk en Rebekka; behendig -sprong hij Jakob met zijne twee vrouwen over, evenmin sprak hij over -David en Salomo; geleidelijk kwam hij nu in zijne rede op het huwelijk -van den tegenwoordigen tijd en eindigde met 's Hemels zegen over het -bruidspaar af te smeeken. - -De meesten der dames schreiden, Christine vooral. Juffrouw Evelina boog -wat naar voren en knikte haar vriendelijk toe. Die plechtige woorden -met aanhalingen uit den bijbel, het prachtige feest, alles maakte -zulk eenen indruk op Christine, dat zij een oogenblik bijna begon te -gelooven, dat dit huwelijk wellicht nog tot haar geluk kon dienen. - -Juffrouw Evelina fluisterde Mortensen in: "het gaat mij toch werkelijk -aan mijn hart, dat arme kind!" - -Eene lange pauze ontstond er na den toast van den schoorsteenveger, -waarin de dienstmeisjes eindelijk van de gelegenheid gebruik maakten -de borden te verwisselen. - -Madam Knoff, die den geheelen tijd beweerde, dat haar man, die -afschuwelijke "Malle Bimbam" het hof maakte, had het ongeluk haar -bord van de tafel te stooten, juist toen zij door een onverwachten -zwenk den sergeant-majoor wilde verschalken. Het geraas, dat het bord -bij het vallen maakte, verschrikte Knudsen zoo, dat hij van zijnen -stoel opsprong, waardoor Andersen dadelijk op vermanenden toon riep: -"Knudsen!" - -Madam Gluncke had veel pleizier; zij lachte zeer luid en -stootte haren buurman aan. Haar lachen maakte een begin aan de -vroolijkheid. Mortensen liet de karaffen met Sherry rondgaan en de -gasten lieten zich dien wijn goed smaken. - -Toen stond de Redacteur op. "Dames en heeren! terwijl ik mijnen blik -over deze vergadering laat gaan, rijst onwillekeurig de gedachte -bij mij op, wat--zoo ik mij zoo mag uitdrukken,--wat eigenlijk de -vereenigingsband tusschen ons uitmaakt?" - -Hij sprak op een pedanten toon en zijne zinnen waren volkomen in -courantenstijl geordend; daar hij voelde, dat hij de voornaamste man -was en allen met de grootste opmerkzaamheid naar de woorden luisterden, -die van zijne lippen vloeiden, gebruikte hij eene menigte latijnsche -volzinnen en vreemde bewoordingen; hij ontwikkelde de stelling, dat -allen, die hier vergaderd waren, deel van de groote staatsmachine -uitmaakten, schalmen in de keten der mannen, "tot wie de natie met -vertrouwen en eerbied opziet." - -Zijne rede nam eene nog hoogere vlucht, toen hij in 't kort de -groote beteekenis van den ambtenaarsstand voor het land ontwikkelde; -altijd meer en meer stijgende, kwam hij eindelijk aan de spits van -het systeem en eindigde hij met een plechtig: - -"Dames en heeren, ledig uwe glazen op de gezondheid van onzen -geëerbiedigden koning!" - -De toast werd met geestdrift gedronken. Juffrouw Evelina keek den -redacteur van ter zijde even aan, maar zij kon er niet recht wijs -uit worden, of hij zelf werkelijk plechtig gestemd was dan dat hij -het gezelschap voor den gek hield. - -Nu bracht de bode van het Hooge Gerechtshof een' toast uit op den -minister Bennecken, dien de bruigom beantwoordde met eenen toast op -het vaderland; een der spoorwegbeambten sloeg voor op 't welzijn van -het broederrijk (Zweden) te drinken en eindelijk stelde de havenmeester -voor op de gezondheid der dames een glas te ledigen. - -Plotseling riep echter de sergeant-majoor met zijne commandostem: "Geef -acht! Geen gepraat in de gelederen vóór dat het rundvleesch van tafel -is! Men kan door al die toasten waarachtig niet aan 't eten komen!" - -Deze woorden brachten de vroolijkheid geheel aan den gang en hartelijk -lachten allen over dezen uitval; Christine lachte ook. Toch keek -zij half angstig achter den rug van haren man om naar madam Gluncke, -die achterover in haren stoel lag en zóó van lachen schaterde, dat -de tranen langs den kleinen vetten neus rolden. Madam Grüner, die -tot nu toe van alles weinig had gegeten, deed zich aan het gebraden -vleesch duchtig te goed, wijl zij zag, dat niemand in het minst op -haar gedrag acht gaf. Toch bleef zij even slecht geluimd, waardoor -haar cavalier zich met onverdeelden ijver aan zijn toezicht op Knudsen -kon wijden. Wanneer hij dronk, fluisterde hij haar echter altijd op -geheimzinnigen toon in, wijl hij aan zijne dame zag, dat zij vond, -dat hij nog al dikwijls zijn glas vulde: - -"Met mij ziet gij, loopt het geen gevaar! maar Knudsen, daar over -mij, hij is nog maar op proef, begrijpt gij.... en ik ben de persoon, -die op hem passen moet; "Knudsen!" riep hij dan, en hoe langer men -aan tafel zat, klonk het luider "Knudsen." - -Bij het dessert heerschte algemeene vroolijkheid en het leven nam, -hoe meer de wijn het bloed verhitte, iedere minuut in luidruchtigheid -toe. Paalsen, die als humorist bekend stond, vergastte op verlangen -het gezelschap op eenige zijner komieke toeren; hij kon bijvoorbeeld -kraaien als een haan, zich op de wangen slaan, waardoor het scheen, -dat men eene flesch leeg schonk, de ooren naar alle zijden bewegen, -en meer van die zaken. - -Het kwam Christine voor, alsof dit alles niet heel gepast was. Naar -haren smaak, moest het op eene bruiloft meer ernstig toegaan. - -Toen de gastheer Paalsen bedankte, betitelde hij hem uit scherts: -Mijnheer de President van den Hoogen Raad. Van die aardigheid maakte -de Redacteur dadelijk gebruik en hij riep luid: "Generaal Knoff! gun -mij de eer met u te klinken." - -Eerst waren de gasten er wat over verwonderd, maar spoedig vond dit -voorbeeld navolging. De schoorsteenveger Lunde werd als inspecteur -aangesproken en de bruigom kreeg den titel van minister. Christine -verheugde zich, dat het gezelschap zich zoo weinig met haar bemoeide; -zij kon echter volstrekt niet begrijpen, waarom bijna alle gasten -het van lachen uitproestten, toen Paalsen zich tot juffrouw Eveline -Nielsen wendende, zeide: "Mag mij de eer ten deel vallen, met de gade -van den President te klinken?" - -"Gaarne! mijnheer de President;" antwoordde Evelina, en bloosde even; -kort daarna lachte zij echter weer en fluisterde met Mortensen. - -De inspecteur Lunde wilde volstrekt, dat madam Gluncke met eenen -titel zou aangesproken worden, maar zij hield de handen voor de ooren -en riep, dat zij daar niets van wilde hooren. Generaal Knoff, wilde -met den politieagent Andersen klinken, die steeds met glazige oogen -naar Knudsen staarde. Toen de generaal er hem niet toe kon krijgen -naar zijne zijde te zien, nam hij op militaire wijze zijn toevlucht -tot een afdoend middel: hij wierp hem een stukje van een sinaasappel -over de tafel toe. - -Ongelukkigerwijze trof het madam Grüner juist in het aangezicht: -"zuur bij zuur!" riep Paalsen uit. Madam Grüner wilde dadelijk--hetgeen -niemand natuurlijk bevreemden kon--de zaal verlaten en hare buren, de -politieagent en de spoorwegbeambte hadden heel wat werk haar op hare -plaats te houden. Dit kleine onaangename tooneel vergat men echter -spoedig, wijl juffrouw Evelina op den goeden inval was gekomen het -roode papiertje, dat om eene pistache gewikkeld was geweest, in het -knoopsgat van den Redacteur te hechten. - -Alles wat er aan gekleurde papiertjes en lintjes op de tafel te -vinden was, werd nu gebruikt om de heeren te decoreeren waardoor -het gezelschap er bij het einde van den maaltijd zeer schitterend -uitzag. Met algemeenen bijval nam men den voorslag van Mortensen aan -om de koffie rond te dienen, terwijl men aan tafel zat, en dan tevens -eene sigaar aan te steken, "juist zoo als zulks te Parijs mode is!" - -Het ging nu zoo levendig aan tafel toe, dat hooren en zien verging -en men bijna zijne eigene woorden niet kon verstaan. Wild schreeuwden -allen over de tafel heen. De woorden "Generaal" "Minister" "Inspecteur" -enz. werden slechts afgewisseld door het op brullenden toon uitgeroepen -"Knudsen" van Andersen, die zijnen vriend, die den proeftijd nog niet -door gemaakt had, tot orde wilde vermanen. - -Christine gevoelde zich hoe langer hoe minder op haar gemak. Zij -zag de beide zijden van de tafel langs en schaamde zich dat het -er zoo slordig uitzag. Groote roode wijn- en bruine sausvlekken, -verwelkte bloemen en komkommersalade, rozijnentakjes, tabaksasch, -sinaasappelschillen, verkreukte servetten en kruimels van gebak en -bitterkoekjes, alles lag door elkaar tusschen de glazen en flesschen -in. Alle gezichten waren rood als pioenen, de dames lachten luidkeels -en de heeren schreeuwden elkander bijna doof, terwijl zij over de -tafel heenlagen; de dikke rook der sigaren vermengde zich met de -etenslucht en den geur van den wijn en de koffie. - -Meer dan eens zag zij haren man vragend aan, maar hij lachte -haar geruststellend toe, en fluisterde haar iets in wat zij niet -begreep--hij sprak weer zoo erg onduidelijk. - -Toen de gasten eindelijk van tafel opstonden, bleek het spoedig te -benauwd in het vertrek, voor de eetzaal. Madam Gluncke ging daarop -heel familiaar door de keuken en het voorhuis en opende de deuren, -die naar het andere gedeelte der woning geleidden. - -Deze kamers waren, wijl de familie nu buiten woonde, maar half -gemeubileerd. De spiegels en lichtkronen waren met wit linnen bedekt, -en de ruiten had men met krijt besmeerd, maar dit half donker en de -aangename koelte, die er heerschte, vonden de gasten juist aangenaam -en weldra hadden zij zich overal verspreid. De piano werd opengesloten -en de jongste juffrouw Lunde speelde: "Zij ging naar het strand," enz. - -Men kon duidelijk hooren, dat zij het zingen naar de nieuwste methode -had geleerd, zooals hare moeder dan ook het gezelschap mededeelde, -want zij zong: - -Zij gi... ng na... a... r h... 't stra... nd" enz. - -Maar nu ontstond er bij de piano een klein geschil, doordien -madam Gluncke er eigenzinnig op aandrong, dat men zou zingen: -"Daar stonden twee meisjes en zij plantten kool," terwijl de -jongejuffrouw Lunde op beslisten toon weigerde zulk soort van liedjes -te accompagneeren. Gelukkig dreef het onweer voorbij, doordien de -President van den Hoogen Raad, de heer Paalsen, den arm om Malle Bimbam -heensloeg en de polka met haar begon te dansen. Het bal nam nu een' -aanvang, een buitengewoon vroolijk bal, dat tot laat in den nacht in -de naakte halfdonkere vertrekken werd voortgezet. - -Achter eene deur zat madam Grüner te luisteren naar de klaagliederen -van madam Knoff, die heete tranen schreide over het gedrag van haren -man. Beiden waren het eens, dat het volstrekt geen fatsoenlijke -bruiloft was en dat "Malle Bimbam" nooit in 't gezelschap van -fatsoenlijke lui moest toegelaten worden. - -Christine liep van het eene vertrek naar het andere; zij voelde zich -geheel verlaten en ongelukkig; maar toen zij laat in den nacht haren -man in eenen donkeren hoek op zeer vertrouwelijke wijze met madam -Gluncke zag zitten, werd het haar benauwd om het hart--zij verliet -de groote woning, ging naar beneden en draaide den sleutel van hare -kamerdeur om. - -Toen de laatste gasten afscheid hadden genomen, scheen het -schemerachtige daglicht door de ondoorzichtig gemaakte vensters. De -redacteur had reeds een paar uur geleden juffrouw Eveline Nielsen naar -huis gebracht; de politie-agent Andersen stond in eene zeer onbeholpen -houding tegen de leuning der trap en fluisterde: "Knudsen!" hij -kon niet meer spreken en evenmin kon hij alleen naar huis komen. De -bruigom tuimelde de paar trapjes naar zijne woning af en toen hij -Christines deur op slot vond, begon hij met geweld te kloppen en te -roepen. Christine blies het licht uit en opende de deur. - - - - - - - - -XIV. - - -Des zomers woonde de familie Bennecken in een klein in Zwitserschen -stijl opgetrokken huis op het Ladegaardseiland dicht aan het -strand. Het was gebouwd op den grond die aan Falck-Olsen behoorde; -de villa van deze familie was eenige honderden schreden verder op -eene hoogte gelegen. - -Wijl de afstand tusschen de twee villa's dus gering was, kwamen -de familiën veel bij elkaar; inzonderheid ging de familie van den -minister dikwijls naar de fraaie, ruime villa van de Falck-Olsens, -omdat hunne woning vrij klein was. - -Mevrouw Bennecken had de economie bestudeerd en dus een open oog -voor de voordeelen, welke deze manier van huishouden aanbood; van -haren kant was mevrouw Falck-Olsen er zeer mee ingenomen, dat hare -buren zoo dikwijls kwamen, daar zij wat afwisseling, waarop zij zeer -gesteld was, aanbrachten. - -Zoo hadden de beide familiën jaren lang den zomer doorgebracht tot -wederzijdsch genoegen en voordeel, maar van 't jaar scheen er iets -aan te haperen: de ellendige Actiën-Bank was er schuld van. - -De algemeene vergadering was op den twintigsten Augustus -vastgesteld. Zooals men reeds vermoedde, had de oude raadsheer Falbe -zich niet weer verkiesbaar gesteld, en nu wilde de heer Falck-Olsen -bepaald, dat de minister bij de keuze voor eenen Directeur zijne stem -op hem zou uitbrengen. Bennecken daarentegen beweerde hardnekkig, -dat Falck-Olsen slechts onder zekere voorwaarden op zijne stem zou -mogen rekenen. - -Den geheelen zomer zat deze quaestie in de lucht en bedierf aller -genoegen. De dames bespraken de zaak ook dikwijls en werden er soms -zenuwachtig van. - -Mevrouw Falck-Olsen vond, dat de minister heel goed haren Ole -Johan zijnen zin kon geven en mevrouw Bennecken beweerde, dat de -groothandelaar het best zou doen naar den raad van eenen man als -haren Daniël te luisteren. - -In den namiddag van dien zoo gewichtigen verkiezingsdag zaten de -beide dames, ieder in haar eigen huis op het stoombootje te wachten, -waarmede de heeren gewoonlijk uit de stad kwamen. - -Mevrouw Bennecken was slecht geluimd. Al hare overredingskracht had -zij aangewend om haren man tot andere gedachten te brengen, maar -te vergeefs. De minister had zoo gewichtig mogelijk gezegd: "ik kan -het niet Adelaïde!.... ik durf het niet!" en wanneer hij dien toon -aansloeg, wist mevrouw bij ervaring, dat er niets aan te doen was. Nu -zat zij in de huiskamer, die, wijl het huis alleen voor zomerverblijf -was ingericht, volstrekt op geen comfort aanspraak kon maken; den -ganschen dag zich hier te moeten ophouden, was allertreurigst; het -regende dat het goot en de etenslucht drong door de dunne wanden uit -de keuken tot in de zitkamer door. - -De regen werd minder en mevrouw Falck-Olsen besloot haren man van de -aanlegplaats af te halen, toen zij de boot den hoek zag omkomen. - -De twee heeren kwamen van de boot, liepen samen een eindje op en -toen barstte de toorn van den groothandelaar over het hoofd van den -minister los. Hij had niet eerder gelegenheid gehad zijn hart te -luchten, want de boot was stampvol geweest. - -"Ja, dat had ik volstrekt niet kunnen denken," riep hij op bitsen -toon uit, "ik ben verwonderd, ja waarachtig verbaasd ben ik.... dat -gij het hebt durven wagen, Bennecken....." - -"Het doet mij leed, Olsen, maar ik heb het u vooruit gezegd; ik heb -niet anders kunnen handelen; consideraties van hooger belang...." - -"Consideraties!--mij dunkt, dat gij mij vrij wat meer consideratie -verschuldigd zijt,.... ja vrij wat meer...." - -"Nu, nu, Ole Johan!.... maak je niet zoo driftig," zeide mevrouw, -die hen ontmoette. - -"Ik weet niet, waarom jij je in de zaak mengt, moeder! hij daar," -en met het stompje van zijne sigaar wees hij naar den minister, -"hij bracht zijne stem op Consul Lind uit, en dat niettegenstaande -hij weet, dat, zoo ik wil, zoo.... maar wat hij van daag heeft gedaan, -zal hem berouwen, daar kan hij op rekenen." - -"Luister een oogenblik naar mij.... Falck-Olsen," sprak de -minister. Hij was buitengewoon bleek en de hoeken van zijnen mond zag -men zenuwachtig heen en weer gaan, toen hij beproefde te glimlachen, -"hebt gij er nooit aan gedacht, dat het volstrekt noodig is.... dat u -hier iets ontbreekt," en de minister legde met waardigheid den vinger -op den linker omslag van de jas des heeren Falck-Olsen. - -"Loop naar den d..... met die mooie praatjes, denkt gij mij aan -het lijntje te houden. Goddank scheelt het mij nog niet in het -hoofd.... dat zult gij spoedig genoeg ondervinden." - -Na deze woorden geuit te hebben sloeg hij haastig den weg naar huis -in. Mevrouw Falck-Olsen had de woordenwisseling van de heeren met -belangstelling gevolgd. Zij wisselde eenen beteekenisvollen blik met -den minister en hij knikte bevestigend. - -"Kunnen wij er zeker van zijn?" vroeg zij. - -"Geheel zeker, als hij zich verstandig gedraagt; dat is te -zeggen.... na verloop van eenigen tijd." - -"Nu dan zal ik de zaak wel opknappen," antwoordde zij. - -"Ja, zoo gij dat kondt beste mevrouw," riep de minister met warmte -uit. Hij wilde hare hand grijpen maar die zat onder den regenmantel -zoodat zij met een hoofdknik afscheid moesten nemen. - -Toen Mevrouw Falck-Olsen t'huis was gekomen, vond zij haren man met -den hoed op in zijne kamer schrijven, zij hoorde de pen krassen. - -"Je schrijft.... Ole Johan!" vroeg zij op schijnbaar onverschilligen -toon. - -"Ja.... ik schrijf naar het kantoor, dat de rekening van Bennecken -van middag opgemaakt moet worden, dadelijk.... geen oogenblik mag -het verschoven worden." - -"Ja, dat kan ik mij voorstellen, want je bekommert je natuurlijk -niets om zijn aanbod." - -"Aanbod! welk aanbod?" - -"Och, je hebt toch altijd den gek geschoren met al die -kinderachtigheden," ging mevrouw voort, terwijl zij haren regenmantel -afdeed. - -"Maar wat bazel je dan toch? wat meen je?" - -"Begreep je het werkelijk niet?" vroeg mevrouw, en zij deed of zij -een en al verbazing was. - -"Wat begreep ik niet? wat praat je toch voor domme dingen?" riep hij -uit, en draaide naar haar toe. - -"Wel heb ik van mijn leven, begreep je werkelijk niet, Ole Johan -wat de minister meende. Sloeg je er geen acht op, dat hij hier zijne -hand legde?" - -"Begin jij mij nu ook met die praatjes? neen, neen.... ik -zal...." Verder kwam hij niet, want vol verbazing staarde hij zijne -vrouw aan die het uitproestte van 't lachen. - -"Och, jij verstandige Ole Johan! Hoe zou het met je gaan, zoo gij -mij niet hadt. Wat is dat?" en zij hield hem bij den linker omslag -van de jas vast. "Wat hebben voorname groote mannen hier gewoonlijk -zitten, wat ontbreekt daar? Nu?" Mijnheer de groothandelaar, Ole Johan -Falck-Olsen, tuimelde drie schreden achteruit en bleef eindelijk voor -den spiegel staan; hij keek beurtelings in den spiegel en naar zijn -linker jasomslag, terwijl hij wat aan het knoopsgat friemelde. - -"Denk je werkelijk, dat hij dit meende?" - -"Natuurlijk! maar dan moet gij je aan eene bepaalde partij aansluiten, -zoo als hij zegt en dat wil je toch niet." - -"Dan kon je de bal wel eens leelijk misslaan," riep hij uit en -draaide op zijne hakken rond, "de eene dienst is de andere waard, -verlangt hij niets anders van mij, zoo..." - -"Maar beste man, wanneer je dat vroeger had willen doen, zoudt gij -Directeur hebben kunnen worden." - -"Och wat, wat maal ik om dien ellendigen post van Directeur! denk je -dat ik daar een zier om geef? Maar dit.... zie je, is heel wat anders; -dat is werkelijk iets. Zoo het maar vlug in zijn werk kon gaan!" - -"Niet lang geleden stak je den draak met de Gele Vereeniging, en ik -zag dadelijk, dat de minister daar over uit zijn humeur was." - -"Bravo, Malene! Ik zal den minister vragen mij in de Gele Vereeniging -op te nemen. Ja, ja Malene, Salomo heeft het bij het rechte eind, -wanneer hij zegt: hij die eene goede huisvrouw.... of zoo iets." - -"Ik vind niet, dat jij je, wat huwelijkszaken betreft, juist aan Salomo -zoudt houden," antwoordde mevrouw, terwijl zij zich door haren goed -geluimden man liet omhelzen. - -Toen Hilda Bennecken, die met dezelfde boot uit de stad was gekomen, de -kamer binnenkwam, was het dienstmeisje bezig de tafel te dekken in de -woonkamer. Eene afzonderlijke eetzaal hield men er buiten niet op na. - -"Nu ben je daar eindelijk.... doornat natuurlijk. De Hemel mag weten -waarvoor je eigenlijk in zulk weer naar de stad moest gaan, maar zoo -doe je altijd." - -"Ja maar mama, van morgen was het zulk helder mooi weer, en...." - -"Och het mocht wat.... je bent nooit gelukkig in je plannen, dat -is nu eenmaal zoo en daarom verwek je slechts ergernis. Is Alfred -niet meegekomen?" - -"Neen, hij heeft mij gevraagd t'huis te zeggen, dat hij in een -restaurant met den zwager van Hiorth, geloof ik, zou eten." - -"Die gemeene Hiorth!" zeide mevrouw zuchtend en zag naar de stoomboot, -die weer van wal ging. - -Hilda was aan zulke uitvallen gewoon. Zij deed haren hoed en mantel -af en hing die in den gang te drogen. Toen zij weer binnen was, -waagde zij te zeggen: "Die arme Christine! zij is volstrekt niet -gezond. Zou het niet goed zijn, zoo wij dokter Rohde eens vroegen, -naar haar te gaan kijken?" - -"Hoor, Hilda!" zeide mevrouw, en rood van kwaadheid stond zij vóór hare -dochter, "het verveelt mij geducht, dat je mij altijd plaagt door over -dat mensch te spreken. Eens vooral, zeg ik je nu, dat ik haren naam -niet meer wil hooren noemen.... geen enkele maal, begrijp je me? Wij -hebben meer voor haar gedaan, dan de meesten in onze positie zouden -doen, en je weet zelf, hoe onze woning in de stad er na die bruiloft -uitzag. Nu is het, dunkt mij, genoeg en ik verbied je een' voet over -haren drempel te zetten, hoor je? Altijd, bij alles wat jij uitvoert, -verwek je ergernis en onaangenaamheid." - -De minister kwam nu binnen, doch ziende dat er onweer aan de lucht -was, vluchtte hij naar de slaapkamer en maakte er toilet, tot dat -hij aan tafel werd geroepen. Toen zij goed en wel aanzaten, zei hij -vriendelijk tot Hilda, want hij zag, dat zij zich de woorden harer -moeder erg aantrok: "Hadt gij al lang met den kamerheer gewandeld, -toen ik je met hem ontmoette?" - -"Met den kamerheer," viel mevrouw boos in, "heb je hem nu weer je -gezelschap opgedrongen! je stelt je zoo belachelijk mogelijk aan, -Hilda, door hem na te loopen ja, wat erger is, je maakt hem min of -meer belachelijk...." - -"Neen, maar Adelaïde," waagde mijnheer voorzichtig in het midden -te brengen. - -"Je kunt toch zelf wel begrijpen, Daniel, dat het voor iemand, zoo -gefêteerd als Delphin, vreeselijk gênant is voortdurend in gezelschap -gezien te worden met eene dame, die.... om eene zachte uitdrukking -te gebruiken.... zoo weinig gedistingueerd uitziet, als Hilda. Dat -is klaar als de dag, naar het mij voortkomt." - -Hilda kon het niet langer aan tafel uithouden; zij stond op en vloog -de trap op. Toen zij haar laag dakkamertje had bereikt, [9] deed zij -de deur op slot en verborg snikkend het gezicht in het kussen. Dat -was toch het vreeselijkst van alles! Zoo leelijk te zijn, dat een -man zich belachelijk maakte als hij met haar wandelde. Hield Delphin -haar misschien voor den gek? En zij, die dacht, dat hij gaarne met -haar praatte....! Mevrouw Bennecken schreide ook. - -"Het is alles jouw schuld Daniel; waren wij niet door jou met de -familie Falck-Olsen gebrouilleerd geraakt, zoo zou alles goed gaan, -maar nu...." - -"Bedaar toch.... beste Adelaïde.... wees toch bedaard. De verzoening -zal niet lang op zich laten wachten en...." - -"Och, zeur me toch niet met dat: bedaar toch Adelaïde! ik vind die -woorden onuitstaanbaar," zeide mevrouw en nam het deksel van de schaal -af, waarin kalfsvleesch met eene pikante saus was. - -Juist toen mevrouw er zich van bediende, hoorde men voetstappen op -de kleine veranda; zij had bijna niet meer den tijd het deksel weer -op de schaal te doen, of de groothandelaar Falck-Olsen stond reeds -in de kamer. - -"Aha! dat tref ik gelukkig," riep hij uit en zijn gelaat straalde van -tevredenheid, "de familie is nog niet aan het eten? Ik kom speciaal om -u mevrouw met eene boodschap van mijne vrouw. Het zou haar genoegen -doen, indien gij dadelijk mee wildet gaan om bij ons het middagmaal -te gebruiken. Zij heeft een paar kuikens laten braden, die bijzonder -goed uitgevallen zijn en zij wil absoluut, dat u ze komt proeven. En -niet waar, Excellentie, gij wilt mij bij een glas witten portwijn wel -gezelschap komen houden," voegde hij er bij, en stak hem de hand toe, -"wij beiden hebben van daag wel eene extra hartsterking noodig." De -minister drukte hem hartelijk de hand. - -Mevrouw was een en al verbazing en haar man kon niet nalaten -fluisterend te vragen: "heb ik het je niet gezegd, dat de verzoening -spoedig zou plaats hebben?" Zij zag bijna met eerbied naar hem op en -gewillig ging zij met den heer Falck-Olsen mee. Haar man riep aan de -trap Hilda toe dat zij zich zoo spoedig mogelijk gereed moest maken, -om naar de familie Falck-Olsen te gaan. - -Het herstel der vriendschappelijke betrekking tusschen de beide -familiën werd door eene rij van feesten gevierd. Het waren nu echter -niet meer "de groote spijzigingen," zooals Delphin altijd zeide, -maar meer kleine heerendiners, waarbij men lang aan tafel zat en waar -veel gesproken werd. Delphin kwam spoedig op de hoogte, hoe de vork -eigenlijk aan den steel zat en amuseerde er zich in stilte mede. Tegen -den Redacteur Mortensen, die nu een zeer geziene gast bij den Heer -Falck-Olsen was, was hij zoo beleefd, dat deze er geheel confuus -door werd. Ook vond hij er groot genoegen in, "madam Olsen" zooals -hij haar in intieme kringen noemde, doodelijk te verschrikken, door -haar voor vast en zeker te vertellen, dat de een of ander der nieuwe -gasten een Nihilist was, die altijd met een revolver in den zak liep. - -De groothandelaar zelf vertoonde zich thans in een geheel nieuw licht; -stijf en terughoudend was hij nu in zijn optreden. Niets ondernam hij -vóór den minister geraadpleegd te hebben en op zijne soirées noodigde -hij slechts die personen, die hij met hoog verlof mocht inviteeren. - -Het groote bal in "Olsens danslokaal" dat ieder jaar in den herfst -werd gegeven, werd vervangen door een uitgezocht "thé dansant," en -de heer Falck-Olsen gaf zijne dochter een wenk om den jongen Hiorth -wat vriendelijk te behandelen. - -Sophie had daar volstrekt geen lust in, vooral daar haar vader niet -duidelijk kon zeggen waarom zij zulks eigenlijk moest doen. Over het -geheel was zij misnoegd: met den kamerheer Delphin was zij geen stap -verder gekomen, en te moeten kiezen tusschen Hiorth en Bennecken, was -waarlijk niet iets om zich in te verheugen, of mede te pralen. Deze -beide vrienden hadden gedurende den zomer veel van hunne krachten -moeten vergen. Buiten hunnen diensttijd was hun de taak opgelegd eenen -zwager van Hiorth, den groothandelaar Garman, te amuseeren. Deze heer -woonde wel niet te Christiania zelf, maar dicht bij de stad, in de -badplaats Grefsen; zij hadden zich met zulk eenen ijver van de hun -opgedragen taak gekweten, dat zij niet den tijd hadden gehad zich aan -hunne hartsaangelegenheden te wijden. Toen nu het winterseizoen begon, -waren zij van plan de zaak met ernst aan te vatten. Inzonderheid was -Alfred voornemens alle pogingen in het werk te stellen in de gunst te -geraken van de jonge vrouw van den conciërge. Mevrouw Bennecken had -echter op zekeren dag in hare slaapkamer een gesprek onder vier oogen -met hem, en het gevolg van die conferentie was, dat hij Christine -met rust liet. Het bevreemdde overigens bijna iedereen, dat deze in -haar uiterlijk zoo veranderd was. Het glanzende roode haar was nu -stroef, en begon uit te vallen; gedurende den geheelen winter was zij -ziekelijk geweest, zij had dikwijls keelpijn en klaagde over loomheid -in de leden. - -Haar man ging even glimlachend en even onhoorbaar als vroeger zijnen -gang. Van de bruiloft af had zij een' inwendigen afkeer van hem -gekregen; hun leven vloot echter kalm en eentonig daarheen en hij -behandelde haar goed. Met den opperloods wisselde Mo voortdurend -brieven, en nu en dan ontving hij een bankbillet. Maar tegen Kerstmis -ontving hij den volgenden brief. - -"Mijnheer Mo, nu kan het niet langer meer zoo gaan, want hij heeft -niets anders dan schulden, daarom schrijf ik nu in mijnen eigenen -naam, en Njaedel weet er niets van, want ik begin te gelooven dat -het niet recht in den haak zit met al dat geld dat nu 950 kronen -beloopt. Wanneer voor het dienstpersoneel bij den koning al dat geld -gebruikt is, dan zijn wij niet beter dan de Russen in Rusland en in -Petersburg en ik zal er over in de kranten schrijven, want de man -is arm en behoeftig geworden, en zijn bloed is ziek, omdat hij zich -over dat wier zoo heeft moeten boos maken, en de sloot ligt bijna -weer dicht en het is treurig, hem aan te zien, waarom ik het je, -daar gij zijn broer zijt, schrijf, opdat je om Gods barmhartigheid -een eind aan die zaak maakt, die nu al voor twee jaar opgezonden is -aan den koning zonder dat er antwoord komt, maar alleen onkosten. Ook -verlangt hij zeer naar eenen brief van zijne dochter Christine, die -nu je huisvrouw is, en hij is er verwonderd over dat zij nu niets te -schrijven heeft, daar gij dikwijls aan ons hebt geschreven, dat zij -gaarne je vrouw zou willen worden, maar dat zij om het verschil van -leeftijd er zich over schaamde waarom wij haar ook schreven zooals -gij ons vroegt te doen, om haar te overreden en meer zulke zaken, -maar ik geloof er nu niets meer van. - - Met achting: - - Lauritz Boldemann Sechus. - - -Oom Anders las dit epistel in de wachtkamer van den minister aan het -Departement. Hij vouwde den brief dicht en wierp hem in de kachel, -terwijl hij het hoofd schudde en glimlachte. - -De minister opende de deur. "Ben je doof?..., Mo! ik heb je tweemaal -gescheld." - -Anders Mo stond op en zag den minister met denzelfden niets zeggenden -suffen glimlach aan. - -"Maar Mo! wat scheelt je!" riep de minister, "ik begin waarachtig te -gelooven, dat je oud en suf begint te worden." - - - - - - - - -XV. - - -Dokter Johan Bennecken bleef een jaar lang te Weenen. Van Hilda alleen -ontving hij berichten van huis en van haar hoorde hij dat Christine -met haren oom was getrouwd. Na dit bericht schreef hij geen enkelen -brief meer naar huis en lang dacht hij er over, voor goed te Weenen -te blijven of wel naar Amerika te gaan. - -Na den geheelen winter zijn leed gedragen te hebben, kreeg hij in -het voorjaar zulk een verlangen haar nog eenmaal te zien en tevens -om te hooren, hoe alles in 't werk was gegaan, dat hij in het midden -van Maart naar het vaderland terugkeerde. - -Allerlei gedachten doorkruisten zijn brein en hoe nader hij kwam, -des te verwarder werden zijne denkbeelden. Zij had Alfred dus niet -bemind, maar waarom dan het aanzoek van dien ouden man niet van de -hand geslagen? - -Hilda had hem, ofschoon zij nooit meer antwoord ontving, getrouw -gedurende den geheelen winter geschreven en hij had dus ook van haar -gehoord, dat Christine den geheelen winter ziekelijk was geweest. Toen -hij het ouderlijk huis binnentrad, vermeed hij, eenen blik door de -ramen van Mo te werpen, maar liep dadelijk naar boven. - -Mevrouw Bennecken slaakte een' uitroep van de grootste verwondering -toen zij hem zag; in zoo verre was zijne komst eene verrassing, wijl -er slechts vluchtig sprake van was geweest, dat hij misschien tegen -de lente t'huis zou komen. - -"Het spijt mij, dat ik u doe schrikken, ik had eigenlijk een telegram -moeten zenden," zeide Johan. - -Mevrouw zag hem met een gespannen onderzoekenden blik aan; er lag -iets zoo droefgeestigs in zijne trekken, dat zij, toen zij hem een -welkomstkus gaf, onwillekeurig mompelde: "je bent in je voorkomen -zoo veranderd, Johan, dat ik je niet dadelijk herkende." - -Hilda kwam ook binnen en vloog hem om den hals. - -"Welkom.... welkom, beste Johan, maar wat ben je veranderd!" - -"Vindt gij dat ook?" - -"Ja, je ziet er wel tien jaar ouder uit; grijze haren zie ik in je -baard en.... werkelijk Johan.... je haar is ook uitgevallen, je hebt -daar van achteren eene kale plek." Haar broeder glimlachte op de hem -eigene zwaarmoedige wijze; Hilda vond, toen zij hem nauwkeurig opnam, -dat hij geheel veranderd was, en het kwam haar voor, dat hij ook meer -mank ging. - -Toen de minister t'huis kwam, had hij een vertrouwelijk gesprek met -zijne vrouw, en gedurende den maaltijd waren beiden zoo vriendelijk -jegens den teruggekeerden zoon, dat Johans hart er van begon te -kloppen; zelfs Alfred was geheel anders tegen hem dan vroeger. Johan -had het plan gemaakt met Hilda een weinig na het eten te praten, -maar mevrouw voorkwam dit; zij zond hare dochter dadelijk na het -middagmaal uit om eenige inkoopen te doen. - -Toen het begon te schemeren, sloop hij de trap af naar de woning -van den conciërge. Bij de paar trappen gekomen, die naar Christines -kamer voerden, bekroop hem hetzelfde beklemde gevoel van vroeger, -maar nu smartelijker dan toen. Eindelijk verzamelde hij al zijnen -moed en klopte aan. Een niet meer jong dienstmeisje, dat hij vroeger -nooit had gezien, opende de deur. Nu was hij in het vertrek, dat hij -zoovele malen in zijne droomen had gezien, waar hij in gedachten -gedurende zijne afwezigheid zooveel met haar had doorleefd; eerst -waren die droomen zoo vol hoop en verwachting geweest, toen, nadat -hij gehoord had, dat zij getrouwd was, zoo weemoedig, maar nimmer -had hij het denkbeeld van zich kunnen afzetten, dat zij hem eene -verklaring schuldig was. Alles in de kamer herinnerde hem zoo levendig -aan haar, en met moeite kon hij de woorden uit de keel krijgen: -"is zij te huis?" Het dienstmeisje zag hem vreemd aan en antwoordde: -"madam is binnen." - -Een schok ging hem door het lichaam, toen hij haar zoo hoorde -betitelen. De deur van de kamer, die Christine vroeger altijd had -bewoond, stond open. Geen licht was er opgestoken, maar het gaslicht -van de lantaarn, die vlak bij het huis stond, wierp groote gele -vierkante vlekken op den vloer, en de dokter zag dat er iemand in -het bed lag. - -Hij naderde en zeide: "Goeden avond, Christine!" - -De zieke ging half overeind zitten en staarde hem aan. Johan moest -eenen steun tegen de deur zoeken. - -Was dat Christine? - -De zieke slaakte een' kreet en met hare armen maakte zij eene beweging -om hem op een' afstand te houden. Het dienstmeisje was zeer boos op hem -en zei: "ik dacht, dat gij heel goed met madam Mo bekend waart." Buiten -de kamer vroeg hij: "welke ziekte heeft zij, wat scheelt haar?" - -"Ja, dat weet ik niet," luidde het antwoord en zij opende de voordeur. - -Werktuiglijk verliet hij de woning en liep de straat op. Hij had -haar gezien, hij had hare gelaatstrekken zoo duidelijk aanschouwd, -dat hij, al werd hij honderd jaar oud, die nooit zou vergeten. Een -onbepaald angstig gevoel maakte zich van hem meester en met rassche -schreden sloeg hij den weg naar de woning van dokter Rohde in. - -De oude dokter zat rustig in zijnen leuningstoel en las de courant. - -"Ei, ei! Is mijnheer de professor in het vaderland teruggekeerd, -welkom t'huis beste jongen, hoe heb je het?" Dokter Rohde, die de -huisarts van de familie Bennecken was, had de gewoonte behouden de -kinderen, die hij van jongs af had gekend, familiaar te behandelen. - -Johan beantwoordde zijne vriendelijke vraag volstrekt niet, maar met -gejaagde stem zei, hij: "wat scheelt Christine?" - -"He?.... Christine?" vroeg de dokter en hij nam zijnen bril af, -"o! je bedoelt de vrouw van den conciërge. Heb je haar bezocht?" - -"Ja." - -"Nu, zoo weet gij, wat haar scheelt," zeide de oude geneesheer -op ernstigen toon, "het is een van de ernstigste gevallen, die mij -gedurende mijne praktijk zijn voorgekomen. Het schijnt dat haar gezond -lichaam voor de besmetting bijzonder vatbaar was...." - -"Maar van wien.... van wien heeft zij de ziekte geërfd?" - -Hij was doodsbleek en zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd. - -"Maar mijn goede jongen, hoe kunt ge je die zaak zoo aantrekken," vroeg -de oude dokter, die echter het verband der zaken begon te begrijpen, -"natuurlijk heeft zij die van haren man geërfd. Tweemaal is hij in 't -hospitaal in de afdeeling voor huidziekten geweest, wist gij dat niet, -ik heb hem hier in 't boek staan, dien ouden schurk!" en de dokter -begon in een dik boek, dat op zijne schrijftafel lag, te bladeren. - -"En gij wist het en hebt haar niet gewaarschuwd, dokter Rohde, dat -was meer dan gemeen van u," en Johan stond met gebalde vuist voor hem. - -"Mijn beste jongen, ik heb waarachtig met je te doen," antwoordde -hij, "waart gij niet van huis geweest, zoo had ik het jou als collega -medegedeeld, maar je weet zelf, dat, zoo wij doktoren alles vertelden, -wat wij weten, menig voorgenomen huwelijk zou afspringen, om er nu -nog niet eens van te spreken, dat wij ons zelf veel schade zouden -berokkenen. Overigens kwam het mij voor, dat het ditmaal eene zaak -betrof, die je vader meer aanging dan mij." - -"Wilt gij nu nog bovendien beweren, dat mijn vader er van wist! O, -gij zijt en blijft een oude cynicus!" Zijne oogen fonkelden van toorn -en zonder vaarwel te zeggen ging hij weg. - -"Arme jongen!" zeide de oude geneesheer en nam de courant weer ter -hand, "het is hem nooit meegeloopen!" - -Al de bekenden van Johan Bennecken waren het eens, dat het verblijf -in het buitenland een' vreemden invloed op hem had uitgeoefend. Hij -bezocht niemand, was nooit te huis en liet zich niets aan zijne -praktijk gelegen liggen. Des nachts, of des avonds laat kon men hem -op straat ontmoeten, meest echter in de nabijheid van het huis des -ministers. Naar het scheen, wilde hij niet herkend worden, daar hij -de kraag van zijne jas steeds over de ooren had getrokken. Men meende, -dat hij gewoonlijk in het ouderlijke huis vertoefde. - -Dit was niet het geval. Den geheelen dag zwierf hij buiten de stad -rond, maar wanneer het duister werd, ging hij altijd naar de plaats, -waar hij voortdurend met zijne gedachten was. - -Op zekeren avond ontmoette hij dokter Rohde, die juist naar Christine -op weg was. - -"Ga mee, je kunt mij van dienst zijn," zeide de oude dokter, die -hunne laatste ontmoeting vergeten scheen te zijn. Johan volgde hem; -hij kon onmogelijk weerstand bieden aan het verlangen haar te zien. - -Christine kromp ineen, toen zij hem zag binnen komen, maar dokter -Rohde bracht haar tot bedaren en zeide op bijna roerenden toon: -"Zie zoo, beste kind! tracht nu kalm te blijven en stel je niet -kinderachtig aan. Het leven is voor je somber genoeg geweest en je -moet dankbaar zijn, dat ten laatste nog een zonnestraaltje door de -duisternis breekt. Voor zoover ik zien kan, is geen ander geluk voor -u beiden weggelegd, dan dat gij gedurende den tijd, dien gij Christine -nog te leven hebt, je door hem laat verplegen. Vertelt nu aan elkander -alles, wat u op het hart ligt!" - -Na deze woorden gezegd te hebben ging de oude cynicus heen; Johan -Bennecken lag langen tijd geknield voor het bed en vertelde alles, -wat in zijn hart was omgegaan. - -In het begin begreep zij hem niet, slechts langzamerhand vatte zij, -wat hij bedoelde; toen de volle waarheid haar eindelijk duidelijk -werd, rolde de eene traan na den anderen op haar hoofdkussen en -de liefde, die zij onbewust voor hem had gekoesterd, verwarmde met -haren gloed het arme hart dat zoo veel geleden had; die liefde deed -haar voor een oogenblik vergeten, in welk een ellendigen toestand -haar lichaam zich bevond en schonk haar eene zaligheid, waarvan zij -nooit had gedroomd. Zij vergat al de fraaie woorden en uitdrukkingen, -welke men haar in de stad had geleerd; in 't boeren-dialect vertelde -zij hem hoe alles was toegegaan en smeekte hem haar te vergeven, -dat zij hem zoo slecht had begrepen. En beiden schonken zij elkaar -vergiffenis, en beiden trachtten het verledene te vergeten, om in de -oogenblikken, die haar nog waren vergund, alleen voor hunne liefde -te leven. Van dien dag af belastte dokter Bennecken zich met hare -verpleging. Zijne moeder keek hem met een' uitvorschenden blik aan, -toen hij zulks mededeelde, en hij kon niet nalaten, haar op zijne -beurt scherp in de oogen te zien. Het was eene groote verlichting -voor hem, toen zij op deelnemenden toon zeide: "Die arme Christine, -soms maak ik mij angstig, dat zij de zware rheumatiek, waaraan zij -lijdt, opgedaan heeft in de kelderwoning; niet lang geleden vernam ik, -dat die zoo ongezond moet zijn." - -Nooit werd de naam van Oom Anders door Christine en Johan genoemd, -en oom paste, zooveel hij kon, op, niet t'huis te zijn wanneer hij -vermoedde, dat de jonge dokter er was. - -Over het geheel spraken zij weinig met elkander. - -Wanneer hij echter de windsels had verwisseld, en alles, wat hij kon, -gedaan had om haren toestand te verzachten, wilde zij, dat hij een -poosje bij haar aan het bed kwam zitten. Doodstil lag zij dan en zag -hem aan, maar had niet gaarne, dat hij haar aankeek, ofschoon hij haar -telkens verzekerde, dat zij in zijne oogen dezelfde van vroeger was. - -Christine had den angst voor het hospitaal, die zoo diep bij den -eenvoudigen burgerman wortel heeft geschoten, en dikwijls maar al -te gegrond is; eindelijk liet zij zich door hem overhalen zich er te -laten heenbrengen. - -Op den dag, die hiertoe bepaald was, was het heerlijk zonnig weêr; -in den morgen kreeg zij eenen brief van huis, dien zij slechts met -groote inspanning kon lezen. - - -"Lieve Christine! - -"De Lensmand zeide, dat ik eene schriftelijke klacht moest indienen, -en dat heb ik gedaan, en nu is dat papier weer naar mij teruggezonden, -en ge kunt niet half gelooven, hoe het er uitzag, door naamteekeningen -en aanteekeningen als: "Aan den korporaal ter inzage, terug aan den -ambtman en den ingenieur der openbare wegen en eene menigte proosten -hebben er ook wat opgeschreven en ten laatste was er op de laatste -zijde nog maar een klein onbeschreven plaatsje over, en daar schreef -ik: "Juist zoo als ik verwacht heb,--Sechus," maar de ambtman moet -daarom heel boos op mij zijn. - -"Maar dat is nu niet het ergste, maar het is goed, dat gij het goed -hebt, zooals ge laatst schreeft, want wij hebben het niet goed, -wat ik je eerst niet heb willen vertellen, daar ik je niet treurig -wilde maken, maar nu moet het uit mijne pen, want nu staan de zaken -geheel verkeerd. Je vader is zoo arm als een bedelaar geworden, ja, -hij is doodarm, hij bezit niets meer, alles is weggegaan aan die zaak, -waarmede je man te doen heeft, en buitendien is het nog zoo gesteld, -dat hij niet meer werkt, dus nu kunt ge wel denken hoe het gaat; -hij zit maar op zijnen stoel, en tuurt naar den muur. Dat moest ik u -nu vertellen, want gij moet t'huis komen en de zaken hier wat aan den -gang helpen, het gaat mijn verstand te boven, en ik begin te gelooven, -dat hij er krankzinnig van kan worden, maar zoo je niet kunt komen, -schrijf hem dan ten minste iets goeds, liefst van de zaak. - - Uw oude vriend, - - Lauritz B. Sechus. - - -Christina legde het hoofd in 't kussen en schreide. Gedurende den -geheelen winter had zij haar best gedaan zoo vroolijk mogelijk -naar huis te schrijven en de opperloods had haar op denzelfden toon -geantwoord: nu begreep zij, dat zij de waarheid voor elkaar verborgen -hadden en een vreeselijk heimwee kreeg zij naar het ouderlijk huis -en de kust in het westen. Een brief met goede tijding wilde zij, -zooals de opperloods had verzocht, dadelijk aan haren vader schrijven; -zij ging dus rechtop in bed zitten en begon. - - -"Lieve Vader! - -"Nu ik hoor, dat het u zoo slecht gaat, ben ik er in mijn hart innig -bedroefd over en schaam ik mij ook, want nu begrijp ik, dat het leelijk -van mij was van u weg te gaan. Maar nu moet gij het mij maar vergeven, -en er van overtuigd zijn, dat ik u in mijn hart zoo innig lief heb. Ik -kan niet naar huis komen, want ik ben niet recht gezond, maar anders -heb ik het heel goed." Christine hield even op om wat uit te rusten: -het schrijven vermoeide haar zeer, en het kostte haar veel inspanning -op dien toon te vervolgen. Zij dacht, dat God haar wel zou vergeven, -dat zij, om haren vader niet te bedroeven, de volle waarheid niet -schreef--hij had reeds genoeg te dragen. - -Een rijtuig reed door de poort. Het dienstmeisje kwam binnen en zeide -fluisterend: "de dokter." - -De wagen van het hospitaal kwam haar halen. - -Eene huivering voer haar door de leden en toen zij de pen weer ter -hand nam, was het haar niet langer mogelijk de waarheid te verzwijgen! - -"Neen, lieve vader, het is niet waar, dat het mij goed gaat; het is met -mij naar gesteld, zoo naar als het maar kan; nu komen zij mij halen, -want ik ga sterven; ik zal u nooit weer zien en ook niet meer de zee -en ons huisje; groet den opperloods. - - Vaarwel! Uw - Christine." - - -Zij was zoo uitgeput, dat de dokter, toen hij aan het bed trad, met -naphta de levensgeesten moest opwekken. Hij schreef het adres op den -brief en hielp haar in den wagen tillen. Ofschoon het vervoer met -de meest mogelijke voorzichtigheid had plaats gehad, was de zieke, -toen zij in het oude hospitaal weer te bed lag, geheel uitgeput. - -Zeer lang lag zij met gesloten oogen; toen zij ze eindelijk opende, -gleed er een glimlach over haar gelaat. Door het raam zag zij de -heldere, blauwe voorjaarslucht; de zonnestralen vielen in het nette, -vriendelijke vertrek, dat haar door zijne zorg was afgestaan. - -Christine wendde het gelaat naar hem toe: "Hartelijk dank voor alles, -Johan. Hier zal het sterven mij niet moeielijk vallen." En zij strekte -zich uit tusschen de helder witte lakens en sloot de oogen. - -Maar de glimlach bleef liggen op het uitgeteerde gelaat, dat door -de ziekte zoo geheel veranderd was, en die glimlach maakte haar in -zijne oogen weer even schoon als in vroegere dagen. - - - - - - - - -XVI. - - -In eenen donkeren, regenachtigen, woesten nacht voer de groote -stoomboot, die op weg van Christiania naar Tromsö was, door de -Flekkefjord. - -De postbeambte van het vaartuig had juist even aan de brug het -postpakket afgegeven; slechts twee of drie brieven en eenige couranten -bevonden zich in het taschje van zeildoek, waarnaar toch met verlangen -werd uitgezien. - -"Krijgen wij slecht weder, stuurman," riep de postbeambte den -stuurman toe. - -"Wis en zeker," luidde het antwoord, "wanneer wij bij Egersund -inloopen, zal ik je waarschuwen." - -"Best," zeide de postbeambte en hij verdween in de kleine hut, waarin -eene lamp met kap een gezellig licht verspreidde. - -In Kristiansand was een dikke zak met brieven voor het buitenland -aan boord gekomen, waardoor de nauwe hut vol lag met zakken en -zeildoektasschen, die alle met eenen posthoorn gemerkt waren. Op -de kleine sofa lagen pakketten bij hoopen, en de tafel, die vóór de -plank met de vele loketten stond, lag vol brieven. De postbeambte, -een jong tamelijk gezet man met blonden baard nam op zijne tabouret -plaats, na zijne pet met gouden band eerst te hebben opgehangen, blies -in de verkleumde handen, en begon daarna, om wat orde in dien chaos -te brengen, aan het sorteeren der brieven. Hij werkte ijverig door, -want zoo lang de boot in betrekkelijk kalm water was, moest hij den -tijd ten nutte maken. - -In het salon brandden slechts twee lampen, die half waren neêrgedraaid; -eenige heeren lagen er in hunne plaids gewikkeld op de sofa's. - -In de dames-kajuit was het heel stil; zoo goed als het ging, trachtte -men er in slaap te komen en met huivering dacht men aan het oogenblik, -waarop de boot weer in volle zee zou zijn. - -De machine werkte met zware regelmatige slagen, die aan het -achtergedeelte van het vaartuig eene gelijkmatige beweging gaven. Met -tergende regelmatigheid sloeg een lampeglas tegen een koperen voorwerp -en een onvermoeid voetganger liep op het halfdek heen en weer, altijd -maar heen en weer over de hoofden van hen die zoo gaarne wilden slapen. - -Een hevige wind woei over de klippen en huilde in het touwwerk, -maar in het fjord was het water volkomen kalm. De stuurman beval -het volk tusschendeks zich te reppen en alles goed vast te binden, -want men zou dadelijk in volle zee zijn. - -In de hut van den postbeambte lagen nog eene massa brieven door -elkander. De brieven die voor 't Noorden bestemd waren, werden -op zijde gelegd: eerst was het zaak voor de meer nabijgelegene -stations te zorgen. Brieven van allerlei soort en met allerlei -adressen waren er--leelijke, dikke, scheeve letters, die de geheele -enveloppe bedekten; kleine fijne damesletters, die als vliegepootjes -over het gladde velijn liepen; groote onbeduidende brieven van het -een of ander bestuur in dikke grove enveloppen met lak verzegeld en -portvrij; verder waren er nog loterijbrieven, minnebrieven, brieven -met geldswaarde, of wel brieven waarin om betaling werd gemaand,--een -geheimzinnig hoekje vol verrassingen, teleurstellingen, verdriet, -verlies en onverwachte uitkomst was die kleine hut op de groote boot, -waarin de postbeambte de brieven zoo vlijtig en kalm door zijne dikke -vingers liet glijden. Het vaartuig begon meer en meer te schudden, -zoodat hij begreep, dat men de fjord uit was. Hij verzorgde alles zoo -goed mogelijk; de meeste pakketten legde hij op den grond, daar waren -zij ten minste voor vallen bewaard. Daarna nam hij alles van de sofa, -en met het kleine brievenpakket voor Egersund in de hand, kroop hij -in een hoekje om ten minste nog een beetje te slapen. De lamp zwaaide -ondertusschen voortdurend heen en weer in het toestel, waarin zij -hing. Nu begon de ellende in het dames-salon eerst recht; telkens -wanneer de stewardess de deur opende om zich even te verwijderen, -hoorde men een jammerlijk gesteun. De onvermoeide voetganger had -ook zijnen meerdere gevonden; als een beeld der ellende zat hij, -terwijl de sporen van de ziekte, waaraan hij leed, op zijne jas te -zien waren, op het dek; bitter voelde hij zich teleurgesteld: een -zijner vrienden had hem wijs gemaakt, dat het onmogelijk was zeeziek -te worden, zoo men maar zorg droeg voortdurend in beweging te zijn -en op het dek te blijven. - -De heeren, die in het salon lagen, moesten zich aan den rand der tafel -vasthouden om niet van de sofa's op den vloer te recht te komen, het -tikkend geluid, dat het lampeglas den geheelen tijd had gemaakt, was -door honderden andere tergende geluiden vervangen, die zich telkens, -naarmate de boot op en neer ging, lieten hooren. Wanneer het vaartuig -op de eene zijde viel, kraakten de lambrizeeringen in de salons en de -koppen, die in rijen aan de zoldering van het buffet hingen, rinkelden -dat het een aard had. Dan stond de boot op eens recht overeind, doch -viel dadelijk naar de andere zijde over en al de koppen rinkelden -weer mee. Eene tabouret en eene paar bij zeeziekte onmisbare zaken, -rolden met volle vaart in het heeren-salon, eerst naar den eenen, -toen naar den anderen kant; eene deur vloog uit het slot, en sloeg -regelmatig open en toe; de machine werkte met alle krachtsinspanning, -nu eens met een brommend geluid, dan weer met een vreeselijk geraas -en schuddende beweging, wanneer de schroef voor een oogenblik uit het -water kwam. In het hoekje van den postbeambte sliepen de brieven kalm -in de pakketten, en de postbeambte sliep, met de brieven voor Egersund -bestemd in de hand, ook rustig te midden van al dat gebalder door; -en al degenen, die langs het strand of meer in het land woonden, en -aan wie de brieven waren geadresseerd, lagen ook ter neer en sliepen, -uitgenomen de een of ander, die gedurende den nacht onrustig heen en -weer liep, wachtende op het reeds zoo lang gevreesde bericht en zich -in slaap wiegde, met de zoete hoop, wanneer hij het loeien van den -storm hoorde, dat de post misschien wel veel later zou aankomen. - -"Postmeester!" riep de stuurman door een kiertje van de deur, -"nu zijn wij dicht bij Egersund." - -"Hier is de post," en verschrikt sprong de aangesprokene van de sofa, -terwijl hij het pakket in de hoogte hield. - -"Ha, ha, ha, je schijnt hem duchtig geraakt te hebben," zei de stuurman -lachend, "houdt gij mij vrij voor een borrel, zoo trakteer ik op bier." - -"Ja, ja," antwoordde de postbeambte nog op slaperigen toon. - -De stuurman kwam fluks met eene flesch en een glas terug; zooveel -plaats was er nog, dat hij de deur achter zich toe kon trekken. - -"Hondeweer!" zeide hij, en terwijl hij dronk, droop het zeewater van -zijne oliejas, en kon men de heldere droppels water in zijnen lokkigen -baard zien glinsteren. - -Plotseling hoorde men uit de machinekamer een schel klokje luiden. - -"Hei ho!" riep de stuurman en zette oogenblikkelijk de flesch neer, -en weg was hij. "Zijn wij er reeds! Ja, waarachtig!" - -De postbeambte rekte zich zoo goed als de kleine ruimte zulks gedoogde -uit, greep in haast de pet met gouden band, en ging met het postpakket -naar het dek. - -De dag brak aan; koud en nat was het, alles vertoonde zich in een -droevig, grijsachtig licht. De naakte klippen zagen in de zware -stormlucht geheel zwart; er viel een fijne regen. Te Egersund hield -de boot maar een oogenblik stil, zij vervolgde spoedig haren weg en -de beambte begon weer zijne pakketten in orde te brengen. - -Toen het eindelijk dag was geworden, werden de pakketten, die langs -de geheele kust bezorgd waren, geopend en de brieven werden heinde en -ver verspreid. Hij, die eenen brief had verwacht, ontving er geen; -hij, die des morgens bij het opstaan noch aan de post noch aan een' -brief had gedacht, lachte of schreide 's middags of 's avonds over -een stuk papier. - -Hetzij de brieven verwacht werden of niet, zij kwamen toch aan -hun adres te recht, en uit de kalme kleine hut van den postmeester -werden langs het strand en over het land eene menigte verrassingen, -teleurstellingen, niets beteekenende berichten, zorgen, onverwacht -geluk en ook onverwachte ondergang verspreid, terwijl de stoomboot -al noordelijker en noordelijker stevende en de slaperige postmeester -bij elke landingsplaats met een ander pakket op het dek kwam. - - - - - - - - -XVII. - - -Het was reeds tien uur in den morgen, en nog was Njaedel niet aan -zijn werk begonnen. - -In het vertrek, waar hij zat, was de vloer koolzwart, half verrot -stroo en een paar gescheurde dekens zag men in het bed; de klink van -de deur, die toegang tot de keuken gaf, was gebroken waardoor zij half -open stond en onder den schoorsteen stond een zwarte koffieketel op -een klein turfvuurtje. - -Met starren blik keek Njaedel door de kleine ruiten. Hij was nog niet -half klaar met het voorjaarswerk, en het was al half April. Zijne -krachtige armen hingen slap langs zijn lijf, de zware baard was om -de hoeken van den mond geheel grijs, en de rug was meer gekromd dan -vroeger. Zoo als hij in dat lage vertrek zat, terwijl de regen in -dikke droppels neerviel en de wind in den schoorsteen gierde, lag -over deze reuzengestalte eene doffe hulpeloosheid. - -Zijne gedachten liepen altijd denzelfden cirkel rond, waarin zij zich -nu bijna twee jaren lang hadden bewogen. Zij bepaalden zich slechts -tot "die zaak" waaraan nooit een eind scheen te komen. - -Al het geld, dat uitgegeven was, al de goede woorden en beloften van -zijnen broeder, al zijne verwachting en al zijne teleurstellingen, -alles, wat hem al dien tijd in spanning had gehouden, scheen zijne -krachten ontzenuwd en verlamd te hebben; het was, alsof hij streed -met eene donkere, geheimzinnige macht, zonder iets van den strijd -te begrijpen. - -Diep in het gebergte had hij tegen bergverzakkingen te strijden gehad, -maar dat was een eerlijke kamp geweest en toen hij het onderspit had -moeten delven, was er een eind aan gekomen. Maar hier werd hij door -iets anders vervolgd. Waar hij zich ook heen wendde, overal stiet -hij tegen iets kouds, iets weeks, dat hij niet verbrijzelen kon en -dat hardnekkig weerstand bleef bieden. Hij ontmoette het op weg, -wanneer hij naar de kerk ging en de lieden voor hem op zij gingen; -hij ontmoette het op het Thing, waar hij bij alle gelegenheden moest -hooren, dat hij voor de rechters was geweest; wanneer hij zijn werk aan -de sloot weder wilde opnemen, zag hij het opnieuw; hij gevoelde zich -als in boeien geslagen; overal ontmoette hij hindernissen, die hij niet -scheen weg te kunnen ruimen en zoo verrichtte hij voortdurend in stal -en huis eigenlijk vrouwenarbeid; want hulp wilde hij niet aanschaffen. - -Op de plaats waar hij zat en door de morsige ruitjes tuurde, kon hij -bijna niets van de halfvoltooide sloot zien. Het graven van die sloot -was zijn grootsche plan geweest, toen hij te Krydsvig een poosje was -geweest. Zij zou de grens van het zand uitmaken, zijne hoeve tegen -het drijfzand beschutten. Tevens was hij van plan geweest wilgen, -teenen en helm aan het strand te planten, op de wijze die in de -courant was aangegeven. - -Al die plannen waren in duigen gevallen; Börevig zond zijn arbeiders in -grooten getale om wier te halen en hunne diepe wagensporen vertoonden -zich langs zijnen akker, die vlak aan het strand lag, waardoor het -drijfzand, nu nog gemakkelijker dan vroeger, zich eenen weg kon banen. - -De opperloods Sechus kwam door de keuken binnen. - -"Goeden dag, Njaedel! hier kom ik met een brief van -Christiania." Njaedel zag even op en een glimlach verhelderde zijn -gezicht. De brieven van Christine waren zijne eenige vreugde. - -"Wil je koffie hebben, Sechus?" - -"Neen, dank je," antwoordde deze; hij had geene groote gedachte van -Njaedels koffie. - -Hij opende den brief en schrikte, toen hij de zonderlinge, scheeve -lijnen en het onzeker schrift zag, bovendien had de inkt, overal waar -hare tranen waren gevallen, het papier bevlekt. - -Hij las den inhoud voor, die hoewel kort, zooveel bevatte; een -oogenblik later las hij hem opnieuw. Njaedel uitte geen woord, maar -zijn gelaat was doodsbleek geworden. Toen de opperloods den brief op -de tafel legde, nam hij dien in de hand en staarde er op, ofschoon hij -geen schrift kon lezen. Lang had de opperloods zijnen toorn opgekropt, -nu brak die los en hij riep op driftigen toon, terwijl hij van zijnen -stoel sprong: "Hier zit schurkerij achter, Njaedel! zoo waarachtig -als ik Lauritz Boldemann Sechus heet, ben ik er zeker van, dat de -duivel de hand in 't spel heeft. Ik vertrouw je broer niet.... neen, -geen zier, hoor! Eerst heeft hij ons verteld, dat Christine volstrekt -met hem trouwen wilde, maar dat zij bang was, dat haar vader er tegen -zou zijn. Zoo kreeg hij ons er toe haar te bepraten en haar raad te -geven en bracht hij ons in den waan, dat de vreugde en vroolijkheid -er opgeschept waren. Maar ik heb al lang aan Christine's brieven -gemerkt".... verder kwam hij niet want de stem stokte hem in de -keel. Hij ging naar de keuken en snoot daar met veel geweld den neus. - -"Neen, neen, neen," antwoordde Njaedel en hij schudde het hoofd, -"je moogt geen kwaad van Anders zeggen, als je met hem bekend waart, -zoo...." - -Daar werd de buitendeur voorzichtig geopend en Sören Börevig sloop -door de keuken binnen. - -"Wat komt gij hier doen?" schreeuwde Njaedel en sprong op hem -toe. Sören kwam voorzichtig nader maar ging naast den opperloods staan. - -"Ik kom de groeten en goede berichten brengen van bekenden in -Amerika. Ik heb vandaag ook eenen brief ontvangen." - -Njaedel stopte gauw Christines brief in de lade van de tafel. - -"Eerst kan ik den opperloods de groeten van zijne zuster doen; zij -is weduwe geworden, zooals je weet," zeide Sören op zalvenden toon. - -Neen, de opperloods had nog geen brief met dat bericht ontvangen. Sören -Börevig haalde nu den brief, dien hij van zijnen broeder had ontvangen, -voor den dag en las luid: "Mrs. Johnson, de zuster van den opperloods -te Krydsvig heeft mij gevraagd hem voor haar te groeten, en te vragen -of hij niet naar Amerika wil komen en bij haar in huis zou willen -wonen, of in de buurt land koopen." - -"Daaraan heb ik waarachtig al dikwijls gedacht," bromde de opperloods -in zijnen baard. - -"In den brief staat ook nog wat, dat voor jou bestemd is, Njaedel," -zeide Sören en zag na op welke pagina het stond. - -"Ik heb geene bekenden in Amerika," antwoordde Njaedel kort af. - -Sören glimlachte een weinig. "Is je geheugen zwak geworden? Kijk hier -staat het: Bij Mrs. Johnson woont ook een meisje van Krydsvig, zij -heet Anna, en zij heeft mij gevraagd hare groeten te doen aan Njaedel -Vatuemo, en hem te zeggen, dat zij het goed heeft, en dat haar jongen -frisch en gezond is en precies zulk rood haar heeft als zijn vader." - -Njaedel zag op, dacht een weinig na, en zei daarna op zachten toon: -"wel--heeft hij ook rood haar!" - -Sören keek beurtelings Njaedel en Sechus aan en vond dat het oogenblik -gunstig was om te zeggen, waarom hij eigenlijk was gekomen. - -"Je bent zeker nog niet klaar met het voorjaarswerk, -Njaedel?" vervolgde hij het gesprek. - -"Wat raakt dat jou?" zeide Njaedel dadelijk weer op heftigen toon. - -"Och, niet veel, maar zoo gaat het nu eenmaal in de wereld; de buren -willen altijd graag op de hoogte van elkanders zaken zijn. Betaalde -je geen tweeduizend zeven honderd rijksdaalders voor de boerderij--hm?" - -Njaedel bromde een onverstaanbaar antwoord. - -"Ik praatte wat met den advocaat Tofte, toen hij hier kort geleden -was," ging Sören voort, en schijnbaar onverschillig keek hij uit -het raam, "hij beweerde dat uwe boerderij met eene zware hypotheek -belast is." - -"Laat mij met vreê, Sören!" riep Njaedel dreigend uit. - -"Nu, nu!" viel de opperloods in, "laat Sören toch voor den dag komen -met wat hem op het hart ligt, want je kunt hem aanzien dat hij iets -te vertellen heeft. Nu, Sören, zeg ronduit wat ge wilt." - -Sören Börevig hield er volstrekt niet van op zulk eene wijze zaken -te behandelen, deze twee gingen te recht op den man af; maar in dit -geval was er niets aan te doen, hij moest zich daarnaar voegen. - -"Ja.... ik dacht nu zoo bij mij zelf, dat, daar Njaedel nu op eene -met hypotheek bezwaarde hoeve zit, hij mogelijk lust zou hebben haar -te verkoopen?" - -"Wat biedt je er voor?" vroeg Njaedel. - -"Ho, ho! ik heb niet gezegd, dat ik juist zou willen...." - -"Wat biedt je?" herhaalde Njaedel. - -"Twee duizend vijf honderd rijksdaalders." - -"Voor dien prijs gaat het niet!" riep de opperloods boos uit, "dat -zou precies genoeg zijn om zijne schuld af te lossen. Buitendien -heeft hij zooveel grond ontgonnen, dat er nu dubbel zooveel land bij -de boerderij behoort, als toen hij ze kocht. Neen Sören, je moet een -hooger bod doen!" - -"Ik neem het bod aan," zeide Njaedel en hij strekte de hand uit, -"de koop is gesloten." - -De opperloods wilde bedenkingen maken, maar Njaedel gaf er hem den -tijd niet toe. Sören Börevig was geheel in de war geraakt; op die -wijze deed hij volstrekt geen zaken, neen dat scheelde wat. Intusschen -haalde hij een gezegeld stuk papier, dat in een stuk van een courant -was gewikkeld, voor den dag. Het was.... ja, het was misschien wel -goed den koop op schrift te hebben. "Ik heb hier een papier.... dat -een koopcontract wordt genoemd en zoo...." - -"Je bent een slimme kerel," zeide Njaedel op honenden toon, "geef -mij pen en inkt, Sechus!" - -Hoe de opperloods ook tegenstribbelde, het hielp niets. Njaedel nam -de pen en trok eenige dikke strepen, die den naam Njaedel moesten -voorstellen. Voor meer was er geen plaats, maar die naamteekening werd -als voldoende beschouwd. Toen dit geschied was, trok hij zijn buis aan, -zette de pet diep in de oogen en verliet met zware stappen het vertrek. - -"Wanneer hij het verlangt, want hij weet vandaag niet recht, wat -hij doet, moet de koop als niet gesloten worden beschouwd, hoor," -zeide de opperloods, eer hij ging zien, waar Njaedel was heen gegaan. - -Sören Börevig vouwde het contract samen, en stak het papier in den -zak met eene grijns, welke de opperloods gelukkig niet zag. - -Njaedel liep een weinig voor hem uit de hoogte op, de opperloods -volgde hem op den voet. - -Toen zij boven waren gekomen, zeide Sechus: "Je moet met mij mee naar -Amerika trekken." - -"Met leege handen," antwoordde Njaedel op mismoedigen toon. - -"Met zulke knuisten als gij hebt, kunt ge overal vooruitkomen," -antwoordde de opperloods, "ik voor mij heb grooten lust er heen te -gaan. Van mijn huisje kan ik dadelijk afkomen, daar is mij dikwijls -geld voor geboden, en het beetje geld dat ik bespaard heb, kan ik -ook dadelijk in handen krijgen. Hier hebben wij niets meer te doen, -Njaedel. Ik betaal het geld voor je overtocht, wanneer je weer iets -begint te verdienen, kun je het mij terug betalen. En bovendien heb -je aan de andere kant van de zee een jongen en ook eene vrouw.... dat -hangt van je zelf af.... ga met mij mee!" - -Njaedel was blijven staan en staarde voor zich uit. Hier van de hoogte -gezien scheen al, wat hij gedurende de jaren, die hij er woonde, -verricht had, zoo gering. Hij liet zijne blikken langs de muren om -zijne akkers gaan, waarvan hij elken steen kende en hij dacht aan al -het werk en al de moeite, die hij er aan ten koste had gelegd. - -Daarna viel zijn blik op den akker en de half voltooide sloot, -en meer en meer verbitterd werd hij, wanneer hij dacht aan al de -plannen, die hij gemaakt had, toen hij hier kwam wonen. Hij dacht -ook aan den tijd terug, toen de lange Anna nog te Krydsvig woonde, -toen Christine nog thuis was en alles zoo goed ging. Op het zand, -waar de branding tegen de rotsen sloeg, viel zijn oog; de zee lag -grauw en hopeloos vóór hem, zij scheen door den dikken mist, die er -over hing, alle gedachten, die zich naar het Westen wilden richten, -tegen te houden. En hoe donkerder de regenwolken er uitzagen, nadat -de hevige wind was gaan liggen, des te somberder en mismoediger werd -hij gestemd; het was de reactie na de heftige opwelling, waarin hij -zijne boerderij had verkocht, en waarin hij alles had prijs gegeven. - -Maar in al zijne zorg over Christine, over zich zelf, over zijn -verspild leven, in al de bekommering die hem nu zoo ter neer drukte, -schenen de laatste woorden van den opperloods eene kleine lichtstraal -aangebracht te hebben. Te midden van dat sombere, droefgeestige grauwe -waarin hij tuurde, ontdekte zijn oog een klein lichtpunt, en meer en -meer nam het in helderheid toe, en kreeg den vorm van een kinderhoofd: -een' klein blank kinderkopje zag hij met roodlokkig haar. - -Hij haalde diep adem, en zag met verbaasden blik om zich heen. Daaraan -had hij nooit gedacht! er was nog iets, waarvoor het waard was te -leven, dat hem hoop in de toekomst gaf. - -"Wil je met mij gaan?" vroeg zijn vriend weder. - -"Ja!" luidde zijn antwoord, en in zijne volle lengte rekte hij zich -uit, "maar eerst wil ik naar Christiania om te zien hoe Christine -het maakt en of ik de zaak in orde kan krijgen!" - -"Och neen..... nu is het toch hetzelfde, hoe het met de zaak afloopt -en......" - -"Ik wil graag, vóór ik naar Amerika trek, met mijne eigene ooren -hooren zeggen, dat ik gelijk heb," viel Njaedel hem in de rede en -zijne oogen fonkelden. - -"Goed, goed!" antwoordde de opperloods, die begreep dat het maar het -best was, hem niet tegen te spreken; "in de lente doen er wel schepen -met landverhuizers Christiania aan, denk ik." - -Bij zich zelf vond Sechus het volstrekt zulk een gek plan niet naar -Christiania te gaan. Eerstens was het noodig alvorens te vertrekken, -eens naar Christine te kijken en dan koesterde hij de zoete, stille -hoop, dat het hem in de hoofdstad toch wel gelukken zou, vat te krijgen -op den persoon, die over alle Lensmands, opzichters en ingenieurs -van de openbare wegen geplaatst was. Het zou toch vermakelijk zijn te -ondervinden, dat men in het goede Noorwegen eenen weg in zulk eenen -toestand kon laten. - - - - - - - - -XVIII. - - -Christine was nog niet lang in het hospitaal opgenomen geweest, of -alle bewijzen waren voorhanden, dat de dood spoedig volgen zou. De -ziekte, die in zoo korten tijd haar sterk lichaam had gesloopt, greep -eindelijk de hersens aan, en na een' dag in bewusteloozen toestand -te hebben verkeerd, ontsliep zij op eenen Zondagavond. - -Johan was tot het laatste oogenblik bij haar gebleven; toen alles -was afgeloopen, liep hij doelloos zonder op iets of iemand acht te -geven de eene straat na de andere door; den kraag van de jas had hij -volgens gewoonte hoog opgetrokken. - -"Goeden avond... dokter Bennecken," zeide de kamerheer Delphin, -die juist zijne huisdeur opende, "ga met mij mee naar mijne kamers, -wij kunnen onder een glas wijn en eene goede sigaar den tijd wat -trachten te dooden." - -"Een saaie kerel, die dokter Bennecken," mompelde Delphin bij zich -zelf, toen de andere zonder een stom woord te zeggen, verder ging. - -Delphin stak zijne lamp aan, verwisselde zijnen rok--hij kwam van eene -soirée,--tegen zijn chambre-cloak, stak eene sigaar aan, dronk een glas -wijn, en begon toen, al wandelende door zijne twee fraai gemeubileerde -kamers, de gebeurtenissen van den dag één voor één te herdenken. - -Sedert dat groote bal in den herfst bij de Falck-Olsens, was hij -meer en meer op vertrouwelijken voet met Hilda Bennecken gekomen; -in den laatsten tijd echter, ja eigenlijk den geheelen winter had -zij zich meer van hem teruggetrokken. Wel kon het nu en dan gebeuren, -dat hij er haar toe kreeg den gezelligen vroolijken toon van vroeger -aan te slaan, maar dat duurde slechts voor een oogenblik; dadelijk -verviel zij weer in die zonderlinge verlegene houding, die hij niet -kon begrijpen, maar welke oorzaak was, dat een vertrouwelijk gesprek -tot de onmogelijkheden behoorde. - -Delphin klopte de asch van zijne sigaar tegen de kachel af en begon -aan andere zaken te denken. - -Van avond had zij hem ronduit gezegd, dat zij voortaan niet met hem -wilde opwandelen, wanneer zij elkaar op straat ontmoetten en dat zij -liefst niet meer met hem wilde dansen. - -Opnieuw wilde hij zijne gedachten met iets anders bezig houden, -maar altijd draaiden zij weer om Hilda's beeld; hij bleef voor den -spiegel staan, zag zich strak aan, en zeide: "Hoor nu eens, George, -hoe het eigenlijk met je gesteld is!" - -Hij ging voor zijne schrijftafel zitten en schreef vlug: - -Beste George! Het doet mij onuitsprekelijk leed te hooren, dat ook gij, -in wien ik zoo veel vertrouwen stelde, het beet hebt gekregen, want: - - - "Wer zum ersten Male liebet, - --Sei's auch glücklos, ist ein Gott, - Aber--wer zum zweiten Male - Glücklos liebt,--der ist ein Narr." - - -En Madame Börresen heeft mij er alles van verteld: je bent verliefd, -kerel! - -Nu ja--dat zou ik nu zoo erg niet vinden, maar dat gij verliefd zijt op -eene kleine apin met hondenoogen en eenen platten neus, dit geeft eene -ontaarding van de edele organen te kennen, en dat doet mij innig leed. - -Waart gij ten minste maar een man met karakter maar dat ben-je niet, -dat weet-je zelf al te goed, want je mist mij, maar waart gij beiden -in eenen persoon vereenigd, zoo zou ik je willen zeggen: - -Opperbest, mijn jongen, dat is het beste geneesmiddel voor je, -de eenige manier waarop gij het wrak van je in stukken geslagen -levensschip kunt redden. Neem ze--hoe leelijker zij is, des te beter; -presenteer haar dadelijk in de salons en zeg luid: "Dames en heeren, -ik ben er trotsch op, dat zij mij heeft gekozen!" dan was er misschien -eenige hoop op je redding, dan waart gij niet langer die akelige -stakker, die je nu bent en wel altijd blijven zult. Amen! - -Hij wierp de pen weg, en ledigde het glas, dat voor hem stond. - -Uit het gasthuis was Johan Bennecken, op den Wergelands weg, waar -Delphin woonde, terecht gekomen; hij had eenen grooten omweg door de -buitenwijken der stad gemaakt, tot aan Homannsby zelfs. - -Half uit gewoonte sloeg hij den weg naar het ouderlijk huis in, -om--nu alles voorbij was--nog een blik te werpen door die laag gelegen -vensters, in dat vertrek waarin hij zoo innig had liefgehad, maar -ook zooveel had geleden. - -Daar gekomen, zag hij een' man voor de poort, die moeite scheen te -hebben het sleutelgat te vinden. De dokter herkende dadelijk Mo en -wilde voorbij gaan, want aan zijne waggelende houding bemerkte hij, -dat de conciërge dronken was. Niettegenstaande hij een' diepen afschuw -jegens hem koesterde, keerde hij een paar stappen terug en hielp hem -in huis. - -Anders Mo was niet zoo dronken of hij herkende den dokter. - -"Ja .... de dokter is een goedhartig man," zeide hij op zijnen -deemoedigen toon, "werkelijk een heel goedhartig man, en dat zegt -Christine ook." - -Toen hij haren naam noemde en aan zijn gezicht eene vrome plooi wilde -geven, was Johan zijne woede niet langer meester: hij greep hem bij -de schouders en schudde hem heftig heen en weer. - -"Zij is dood!" riep hij knarsetandend uit, "en gij hebt haar vermoord!" - -Mo haastte zich den sleutel aan de binnenzijde in het slot te steken -om ze te sluiten, hij schudde het hoofd en mompelde: "och ... och, -arme Christine! is zij werkelijk gestorven? wie zou dit hebben kunnen -gelooven.... noch de minister, noch mevrouw...." - -"Meng mijn vaders naam niet in de afschuwelijke daad, die gij gepleegd -hebt," riep Johan en hij zette zijnen voet tegen de poort om Mo -het sluiten te beletten. Een oogenblik kreeg deze het bewustzijn -terug. De oude man stiet de poort zoo ver dicht, dat zij op eenen kier -stond. Het gaslicht viel door de smalle opening op het bleeke gezicht -met den valschen glimlach om den mond, met dat zilverwitte naar achter -gestreken haar, en op duidelijken doch wat gedempten toon zeide hij: -"De minister zoowel als mevrouw wisten het heel goed, maar zij wilden -dat ik haar zou nemen, opdat gij haar niet krijgen zoudt," en met een -onbeschrijfelijk kwaadaardigen grijns stak hij zijne tong tegen den -dokter uit, terwijl hij de poort dicht sloeg en den sleutel tweemaal -omdraaide. Johan Bennecken tuimelde tegen den lantaarnpaal en als -verlamd bleef hij daar geruimen tijd staan. - -Een jongen met eene ladder kwam op het trottoir: "man, ga wat verderop -tegen eenen muur leunen, ik moet hier bij de lantaarn om het gas uit -te draaien." - -De dokter ijlde weg, alsof de grond onder hem brandde. In het Oosten -begon de dag zich te vertoonen, eerst grauwachtig, dan rooder en -rooder, totdat de zon opging; een vriendelijk stralende lentezon--het -was de eerste Mei--bescheen de daken der huizen en verguldde de -kerktorens. - -Hij liep maar altijd voort, kwam in het oude gedeelte der stad, -en keerde terug, altijd maar vóór zich starende en altijd geplaagd -door dezelfde gedachten en denzelfden twijfel. Dat zijne moeder er -niet onkundig van was geweest, hij kon zich die mogelijkheid hoe -vreeselijk ook, haar te moeten gelooven, voorstellen. Zij was altijd -zoo overdreven bang voor alles, wat een schandaal kon veroorzaken. Maar -zijn vader--de brave edeldenkende man, zou die medeplichtig zijn? Die -gedachte wierp hij ver van zich. - -Mo was toch dronken, wist niet wat hij zeide, en was er altijd op -uit met duivelsche boosaardigheid anderen te belasteren. - -Maar wat hielpen al deze redeneeringen? - -De twijfel brandde als eene gloeiende plek meer en meer in zijne ziel: -hij moest zekerheid hebben. - -Zoodra het besluit, naar zijne ouders te gaan, en hun ronduit -de waarheid te vragen, bij hem vast stond, kwam hij tot meer -kalmte. Intusschen kon er geen sprake van zijn op dit vroege uur te -komen; een paar uren moest hij minstens nog wachten, en hij ging dus -naar de kade, waar reeds volle bedrijvigheid heerschte. Werkvolk -en sjouwerlui gingen naar de haven, leerjongens liepen naar hunne -werkplaatsen met hunnen kleinen koffieketel en hunne boterhammen in een -papier gewikkeld in de hand; fabriekmeisjes riepen elkander en gingen -dan samen verder, lachende en elkander hare nachtelijke avonturen -vertellende, terwijl politieagenten, die er slaperig uitzagen, zich -voortsleepten en met verlangen hunne aflossing verbeidden. - -Eene bevolking van een eigenaardig karakter bewoog zich op dit uur van -den dag op straat: alle individuen geleken op elkaar, allen hadden een -armoedig uiterlijk. Een welgekleed heer, die den nacht buitenshuis -in vroolijk gezelschap had doorgebracht, sloop, druipstaartend als -een hond en min of meer met zijne houding verlegen, in dien helderen -zonneschijn naar zijne woning. - -En intusschen waren de lieden, die in de fraaie gedeelten der stad -woonden nog in diepen slaap gedompeld, achter neergelaten valgordijnen -en gegrendelde deuren. Een verheven majestueuse slaap verkwikte -hen, die over de stad, over den staat, over het volk en al zijne -kleinoodiën zorgden; en hoe helder de morgenzon ook scheen, kon zij -toch het mysterie niet opklaren, hoe het kwam, dat zij die sliepen, -juist diegene waren, die waakten en dat over diegene, die wakker waren, -gewaakt werd door hen, die sliepen. Steeds levendiger ging het echter -langs de kade en in de haven zoowel als in de nauwe straten toe. - -De kleine stoombooten lieten hun schel gefluit hooren en staken van -wal; een weinig verder lag in de haven eene groote stoomboot, die juist -van de Westkust was gekomen, en wachtte, totdat de havenmeester plaats -voor haar aan de kade zou maken; visschersbooten kwamen binnenloopen; -eenige visschers waren reeds aan het loven en bieden met de opkoopers -en de dikke vischwijven, die groote, platte manden voor zich hadden -staan. - -Johan liep altijd maar voort; eindelijk kwam hij aan de Vestingkade, -waar eene groote, groengeschilderde Engelsche stoomboot ankerde. De -door stoom bewogen hijschmachine was druk aan den gang, volk liep af -en aan op het vaartuig; tonnen en biervaten stonden in rijen langs de -kade en in den vorm van eene pyramide was een groot aantal kisten op -elkander gestapeld, waarop Noorsche namen en Amerikaansche adressen -geschilderd waren. - -Uit een der groepen van mannen en vrouwen met kinderen, allen in nieuwe -baaien pakjes gestoken, trad een rijzig jonkman in bont katoenen hemd -en zomerjas gekleed. - -"Goeden morgen Johan! al zoo vroeg in de kleeren? Herkent gij mij -niet?" - -Johan herkende hem, het was een oud schoolkameraad, dien hij in jaren -niet had ontmoet. - -"Waar zijt gij al dien tijd geweest?" vroeg hij. - -"In Amerika, kerel," antwoordde hij vroolijk. "Emigrantenagent--eene -prachtige winstgevende zaak! maar, bliksems veel gezeur en ergernis -ook. - -"Thans zit ik er leelijk in moet je weten, want op de plaatsbiljetten, -welke die lieden gekocht hebben, staat gedrukt: een Noorsch dokter -bevindt zich aan boord, en de kerel, dien ik had geëngageerd, maakt -nu allerlei zwarigheden en laat mij per slot van rekening nog in -den steek. Maar.... waarachtig, daar denk ik juist aan, jij bent ook -dokter--Johan, come along! goede voorwaarden, hoor maar eens!" - -En nu begon de agent met zulk een rappe tong al de voordeelen, aan die -betrekking verbonden, op te sommen, dat zijn eigen plan, hem zelf zoo -begon toe te lachen, dat hij eindigde met te zeggen: "Zie zoo, dat is -afgemaakt, die zaak is in orde. Hier is de nieuwe dokter," vervolgde -hij, zich tot de om hem heen geschaarde landverhuizers wendende. - -Johan moest onwillekeurig om hem lachen, maar zeide ja noch -neen. Wanneer hij alles wel overwoog, was het eigenlijk het -verstandigste, dat hij maar toesloeg. - -Het was nu ongeveer zeven uur. Hij beloofde later op den dag nader -bescheid te geven en begaf zich naar het ouderlijk huis. - -In de voornamere stadswijken begon het thans wat levendiger te -worden. De winkels werden geveegd en de spiegelruiten gezeemd. Eenige -eerzame burgers in de Karel-Johanstraat waren bezig de vlaggestokken -uit de dakvensters te steken, want men verwachtte den koning in den -loop van den dag. - -"Wie is daar?" riep mevrouw Bennecken, toen Johan aan de deur der -slaapkamer klopte. - -"Ik ben het.... Johan, ik moet vader spreken." - -"Neen.... neen.... Johan.... je kunt nog niet binnen komen!" maar -hij hoorde niet en deed de deur open. - -"Maar Johan, wat beteekent dat," riep zijne moeder vertoornd uit, -terwijl zij zich achter het bedgordijn verschool: zij was "en profond -négligé"; de minister lag nog in bed. - -"Ja.... neemt het mij niet kwalijk, maar ik moet met u beiden -spreken." Zijn hart klopte zoo heftig, dat hij eerst bijna geen -woord kon uitbrengen. "Ik ben hier.... om u te vragen.... vader..., -of u, of moeder iets aangaande de ziekte van Mo wist, toen hij met -Christine trouwde?" - -Er ontstond eene kleine pauze; eindelijk begon de minister: "Ik vind -je binnenkomen hier heel ongepast en...." - -"Antwoord mij! antwoord mij," riep Johan. - -De heer Bennecken ging overeind in bed zitten en beproefde met eene -uitdrukking op het gelaat, die eerbied moest inboezemen, zijnen zoon -aan te zien, maar dit wilde in zijn nachttoilet waarin het dunne -grijze haar naar alle kanten uitstond, volstrekt niet gelukken. Had -hij zich in al zijne heerlijkheid kunnen vertoonen, misschien zou het -hem gelukt zijn, meester van de positie te worden: zoo als hij daar nu -echter in zijn bed zat, een heel gewoon ongeschoren oudachtig heer, -viel eensklaps de buitengewone eerbied, dien zijn zoon voor hem had -gekoesterd, als een kaartenhuisje ineen, en op een ijskouden toon, -die hem zelf bijna verschrikte, zei hij: "Vader--vader! ik heb mij -in u vergist!" - -Maar nu kreeg mevrouw hare tegenwoordigheid van geest terug, "ik -verzoek je Johan met meer respect tot je vader te spreken.... en -hoor bedaard wat ik je zeggen wil. Gij weet zelf.... als dokter heel -best, dat de ziekte, waarop gij doelt, nooit door fatsoenlijke lieden -wordt genoemd." - -"Ja, dat is het juist," riep haar zoon uit. "Vele malen heb ik er mijne -gedachten over laten gaan, wat de reden is, dat die vreeselijkste aller -ziekten verlof heeft, incognito overal binnen te sluipen, terwijl het -niet fatsoenlijk is, haar bij haren waren naam te noemen. O.... gij -weet niet, wat gij gedaan hebt, moeder!" - -"Wat heb ik dan gedaan! je bent van je zinnen beroofd, jongen!" riep -mevrouw toornig uit. Zij kon het zich niet voorstellen, dat die sul -van een Johan hier met het uiterlijk van een rechter voor haar stond. - -"Adelaïde!" klonk het voorzichtig uit het bed. - -Maar Johan ging kalm voort. Nu hij zekerheid had was het, of de -vulkaan, die in hem brandde, op eens uitgedoofd was. "Dat gij trachttet -mij te verhinderen haar tot vrouw te nemen, kan ik begrijpen, en zou -ik misschien hebben kunnen vergeven, maar dat gij haar zoo moedwillig -in het verderf liet loopen. O.... gij weet niet hoe edel en goed -zij was, en hoeveel zij heeft moeten lijden.... Nu is zij gestorven, -en ik vertrek van avond. Vaartwel!" - -"Waar naar toe?" vroeg mevrouw. - -"Naar Amerika," antwoordde Johan, die reeds in de deur stond. - -"Naar Amerika! dat gaat volstrekt niet! Daniel!" riep zij haren -man toe. - -"Het is eene ernstige zaak, en vóór alles is het noodig dat wij -bedaard zijn," zeide de minister. - -In de eetzaal kwam Hilda, nog maar half gekleed haren broeder te -gemoet; op hare slaapkamer had zij een groot gedeelte van het gesprek -gehoord. - -"Johan--Johan!" riep zij half snikkend uit, "wat is het toch?.... wilt -gij weer weggaan?" - -"Ja, Hilda, nu ga ik voor goed naar Amerika. Het doet mij leed voor -jou, arme zus, want je staat dan weer zoo eenzaam," en hij drukte -haar tegen zich aan. - -"Ach.... ach....!" snikte Hilda.... "kan ik niet met je meegaan, -Johan?" - -Zij zeide die woorden zonder die nu juist ernstig te meenen, maar -haar broeder vatte het anders op, en toen Hilda hem op zijn aanbod -om hem te volgen antwoordde, dat mama het nooit zou toestaan, zeide -hij op harden toon: "Och! het zijn de twee verschovelingen maar, -die heen gaan, buitendien vragen wij geen verlof. Reis met mij mee -en help mij, totdat gij iets beters voor je zelf vindt." - -"Neen--maar Johan! is het je werkelijk ernst?" - -"Waarom niet? Wat lot staat je hier t'huis te wachten? Trouwen zult -ge wel niet.... neem het mij niet kwalijk, dat ik het zoo maar ronduit -zeg.... en gij behoort tot een te voornamen stand om hier een nuttigen -werkkring te vinden. Gij past volkomen voor Amerika." - -Juist kwam mevrouw uit hare slaapkamer. "Ah zoo.... gij zijt nog niet -weg, Johan.... dat tref ik, want ik wilde nog wat met je praten." - -"Hilda gaat met mij mee," zeide Johan tot antwoord. - -Mevrouw deed eene zwakke poging om te lachen. - -"Nu ik ben blij, dat ik dit hoor; het heele plan was dus maar eene -scherts, ja, ja, dat dacht ik wel." - -"Neen, moeder, het is ernst," antwoordde Johan droogjes. "Hilda, -pak nu je boeltje bij elkaar, wij gaan van avond aan boord." - -Hilda was geheel verward, maar de gebiedende toon, waarop haar anders -zoo vreesachtige broeder tot haar sprak, maakte zulk eenen indruk, -dat zij hem gehoorzaamde en de eetzaal verliet. - -"Luister nu, Johan," zeide mevrouw, en zij plaatste zich recht voor -hem, "ben je gek, of ben je alleen dronken? Geloof je werkelijk, -dat je vader en ik zulk een schandaal zullen gedoogen?" - -"Ik kom van avond Hilda halen en verhindert gij haar de noodige -toebereidselen te maken, dan kunt gij u op een nog grooter schandaal -voorbereiden," klonk het uit zijnen mond en hij ging naar de deur. - -Mevrouw Bennecken stiet eenen gil uit en viel achterover op eenen -stoel. "Maar, Johan!" riep de minister in de deur der slaapkamer, -hij had zijne pantalon nog in de hand, "help Mama toch, je ziet dat -zij in onmacht is gevallen!" - -"Dat is zij niet," antwoordde hij en verliet het huis. - - - - - - - - -XIX. - - -De agent voor de landverhuizers wreef zich vergenoegd in de handen, -omdat hij zoo gemakkelijk aan eenen dokter gekomen was, en keek naar -een stoomboot, die uit het Westen was gekomen, waarvoor nu plaats -aan de kade was gemaakt vlak tegen het Engelsche vaartuig aan. - -Zijn scherpe blik zag, overal zoekend naar landverhuizers rond en -weldra ontdekte hij Njaedel en den opperloods, die juist aan wal -gekomen waren. Door de menigte drong hij heen en voegde zich bij hen. - -"Landverhuizers, naar ik zie," zeide hij, terwijl hij hen groette. - -De opperloods beantwoordde zijnen groet maar toen de agent hem -den reiszak, dien hij in de hand droeg, wilde afnemen, wilde -hij volstrekt niet hebben, dat die netgekleede heer zich daarmede -belastte. Intusschen praatte de agent onophoudelijk door en hielp hen -uit het gedrang, want velen spoedden zich naar het pas aangekomen -vaartuig. Njaedel volgde hen op den voet, hij zag alles met groot -mistrouwen aan. - -"Zie zoo..... daar ligt de boot op welke gij de reis zult maken, een -prachtig vaartuig.... first class altogether, hebt gij al biljetten?" - -"Neen!" antwoordde de opperloods. - -"Very well! De biljetten krijgt gij aan boord, wees zoo goed aan -boord te gaan!" - -"Hoe laat vaart de boot af?" vroeg Njaedel. - -"Morgen ochtend heel vroeg," antwoordde hij en met eenen woordenvloed, -die Njaedel bijna deed duizelen, begon hij al de voordeelen van -de onderneming, waarvoor hij passagiers werfde, op te sommen; hoe -gelukkig het voor hen was, dat zij dadelijk, toen zij aan land kwamen, -hem ontmoetten, en hoe gemakkelijk het was, dat zij van avond reeds aan -boord konden komen, dat zij op deze manier de kosten voor huisvesting -spaarden, enz. - -Dit laatste betoog had de gewenschte kracht; zij volgden den agent -naar boord en in minder dan een kwartier hielp hij hun aan kooien op -de tweede klasse voordeks. Hij droeg zorg voor de biljetten, ontving -de vooruitbetaling, schreef de quitantie, en beëindigde de zaak, -door de handen vrij hard tegen elkaâr aan te slaan, herhalende: -"all right, first class altogether!" - -Toen dit alles in orde was, gingen zij weer aan land. Njaedel -fluisterde den opperloods in 't oor: "Wanneer... die mooi gekleede -mijnheer maar geen schelm is, hij praatte zoo in eenen adem door." - -De opperloods lachte medelijdend en zei, dat dit Amerikaansche manier -was. Hun bleef nog over zich omtrent "de zaak" op de hoogte te stellen -en Christine in het hospitaal te bezoeken. - -Njaedel was van meening, dat zij regelrecht naar den koning moesten -gaan, maar de opperloods lachte weer medelijdend en begon aan allen, -die hij ontmoette, den weg naar het ministerie te vragen. - -Hij had geen geluk; de meesten lachten of antwoordden met eene -geestigheid, anderen bleven staan om hen na te kijken. Zij zagen -er ook in het oog vallend uit: de kleine, roodwangige opperloods in -zijn geel zeemansbuis en pelsmuts en de reusachtige gestalte, naast -hem, met den gekromden rug, den dikken verwarden langen baard en de -buitengewoon heldere onschuldige kinderoogen. - -Zij gevoelden, dat zij de opmerkzaamheid trokken, vooral toen zij -in de voorname stadswijken kwamen. De opperloods vroeg niet meer zoo -direct aan ieder den weg; aan den hoek van het postkantoor gekomen, -zeide hij moedeloos: "Het is waarachtig al tien uur." - -Juist keken zij op den kerktoren, toen een net gekleed heer met -papieren onder den arm den hoek omkwam. - -De opperloods vatte moed en zei: "Neem mij niet kwalijk.... maar kan -u ons ook zeggen, waar het ministerie is." - -"Welk ministerie?" - -"Is er meer dan één," vroeg de opperloods op moedeloozen toon. - -"Och mijn beste man," antwoordde de heer, "hoe zou het oude Noorwegen -het met één Departement kunnen stellen! maar wat komt gij eigenlijk -in het Departement doen?" - -"Naar "de zaak" vragen," antwoordde Njaedel. - -"Dat is te zeggen," verklaarde de opperloods nader, "het is over het -wier aan het strand en een groot afvoerkanaal of sloot." - -"Ja, groote afvoerkanalen vindt men in alle departementen meer dan -genoeg," zeide de zoo goedig uitziende heer, "maar met het wier is -het eene andere zaak." - -"Het is aan dat departement, waar een minister is," verklaarde de -opperloods verder. - -"Och mijn beste buitenman, waar is geen minister! Wij hebben er elf -van dat soort." - -Nu zonk den opperloods de moed geheel in de schoenen, en hij zag -zijnen vriend radeloos aan. - -"Daar heb ik een broer," zeide Njaedel. - -"Ah zoo! en hoe heet hij?" - -"Hij heet Anders--Anders Mo." - -"Ah, Mo! o dien ken ik heel goed; zoo zoo, is hij uw broer, gaat dan -beiden maar met mij mee, ik ga denzelfden kant uit." Hij ging vooruit -en de beide anderen volgden hem. - -"Hij hoort tot de echt voorname lui," fluisterde Njaedel, "want hij -schaamt zich naast ons te loopen." - -"Ik vertrouw hem nog niet recht," antwoordde de opperloods voorzichtig. - -"Hier breng ik u twee echte exemplaren van het uitstervend dierenras -"Volk" zeide George Delphin tot Mortensen, toen hij met den opperloods -en Njaedel de kamer, waarin deze zat, binnen kwam; "en hier mijne -heeren," en hij wendde zich tot de twee reizigers, "ben ik zoo vrij -u den waren "vriend des Volks," den heer Mortensen voor te stellen." - -De redacteur stond op en boog deftig, ofschoon hij nooit recht op zijn -gemak was, wanneer de hoofdcommies schertste. In eenige hoogdravende -bewoordingen zeide hij, welk een genoegen het hem deed, zoo van -aangezicht tot aangezicht te staan tegenover hen, die de eigenlijke -kern van het volk uitmaakten. Noorwegens eerlijke, vrije mannen, enz. - -Deze kleine comedie lokte Oerseth en drie of vier andere heeren uit de -aangrenzende kamers; de opperloods had echter het bolle bleeke gelaat -van Mortensen nauwkeurig beschouwd en voelde, dat hij op het punt -stond in drift uit te barsten; toch gelukte het hem zich te bedwingen. - -"Deze heeren," zeide de bureau-chef, terwijl hij zich gereed -maakte heen te gaan, "beveel ik uwe bijzondere zorg aan, mijnheer -Mortensen! en ik betwijfel volstrekt niet of gij zult met vreugde van -de gelegenheid gebruik maken, u den waren Vriend des Volks te toonen." - -"Pardon, mijnheer Delphin," antwoordde Mortensen een weinig knorrig, -"maar van daag hebben wij wezenlijk geen tijd gekheid te maken." - -"Gekheid," zeide Delphin, "gekheid? Hoorde wellicht een der heeren -of de commies Mortensen van "gekheid" sprak?--Ik kan mij zulks niet -voorstellen"--vervolgde hij, terwijl de schampere glimlach, die de -schrik zijner vijanden was, zich om zijne lippen plooide, "ik kan mij -de mogelijkheid niet voorstellen, dat de commies Mortensen een bevel, -dat ik hem geef, als "gekheid" zou opvatten. Deze twee heeren komen -hooren naar eene zaak over strandwier en over een groot afvoerkanaal, -die bij ons Departement is ingediend. Wees zoo goed mijnheer Mortensen -oogenblikkelijk naar alle papieren, die zaak betreffende, te zoeken -en de heeren de noodige inlichting te geven." - -De Redacteur zag vuurrood van kwaadheid en de anderen, bemerkende -welke wending de comedie nam, slopen naar hunne plaatsen en bogen -zich over hun werk. - -Nu nam de opperloods Sechus het woord: - -"Neem mij niet kwalijk mijnheer, maar--maar wij willen liever den -minister zelven spreken--ik wil niets met dien mijnheer te doen -hebben." - -"Ja, daarin heb je gelijk," antwoordde de bureau-chef, en bracht -de twee boeren door al de vertrekken tot in de wachtkamer van den -minister. Hier verzocht hij hen te wachten, omdat deze nog niet op -het bureau was. - -Het duurde bijna een uur vóór hij verscheen--en bitter slecht geluimd. - -Gedurende zijn ministerieele loopbaan had de heer Bennecken geleerd, -om, hoe slechter hij gehumeurd was, een des te opgeruimder gezicht te -zetten. Vandaag had hem zulks echter ontzettend veel moeite gekost, -want de verdrietelijkheden waren al vroeg begonnen, en hadden hem -geen oogenblik met rust gelaten. - -Na de ongelukkige scène met Johan had hij een langdurig onaangenaam -tête-à-tête met zijne vrouw gehad: Het had hem veel moeite gekost -de energieke dame aan het verstand te brengen, dat dwangmiddelen en -opsluiting geene afdoende middelen waren om een schandaal te voorkomen -en waren dus tot de conclusie gekomen, dat het het beste zou zijn de -zaak te laten zooals zij was en haar op hunne eigenaardige manier -aan de wereld mee te deelen: Johan had lust een tocht naar Amerika -te maken en Hilda zou hem voor pleizier vergezellen. - -"Ach God! geen mensch zal het gelooven," jammerde Mevrouw! - -"Dat hangt geheel af van de wijze, waarop wij het vertellen," -antwoordde haar man. - -Ter nauwernood was deze zaak beklonken, of onze candidaat Alfred kwam, -heel zuinig kijkende, binnen. Hij was gedwongen geweest eenen wissel -te accepteeren en die verviel vandaag en.... en.... De minister -werd woedend en Alfred kreeg eenen duchtigen uitbrander; mevrouw -schoof hem zachtjes de kamer uit en beloofde hem bij te springen -met het huishoudgeld. En al deze verdrietelijkheden moesten juist -plaats hebben op den gewichtigen dag, waarop men zijne majesteit den -koning na eene lange afwezigheid verwachtte, op eenen tijd, waarin -het van het grootste gewicht was voor het bezoek des Konings alles -zoo feestelijk mogelijk in orde te hebben. - -Toen de minister dan ook door de deur, waarvan hij alleen den sleutel -bezat, op zijn bureau kwam, kostte het hem op het gezicht van de -twee zonderlinge gestalten, die er zaten, groote moeite eenen vloek -te weerhouden. - -De opperloods stond dadelijk op en begon de zaak zóó voor te dragen, -alsof hij een van buiten geleerd lesje opzegde. Tot Njaedels -ongeveinsde bewondering sprak hij den minister telkens met "Uwe -Hoogheid" aan. - -De minister staarde hem een oogenblik aan, opende daarna de deur van -het vertrek van den secretaris, die voor de verzending van de ingekomen -stukken naar de verschillende afdeelingen zorg moest dragen, en vroeg: -"Wat zijn dat voor lieden, die daar binnen zitten?" - -"Ik weet het niet.... neen werkelijk ik weet het niet, Excellentie," -antwoordde de secretaris, een klein mager man met grijs haar; -"de bureau-chef Delphin heeft hen hier gebracht, ik weet er niets -van.... volstrekt niets." - -"Dat is juist iets voor u," mompelde de minister, "ga den bureau-chef -zeggen, dat ik hem verzoek dadelijk hier te komen." - -"Oogenblikkelijk.... oogenblikkelijk... Excellentie!" en met eenen -sprong was hij van den kantoorstoel, liep een paar maal geheel ontdaan -rond om zijnen hoed te zoeken, doch zich bij tijds herinnerende, dat -hij de straat niet op behoefde, liep hij eindelijk naar Delphin's -kamer, om deze de boodschap van den minister over te brengen. De -minister liep terwijl hij op Delphin wachtte, de kamer op en neer; -de opperloods was stom van verbazing en begon de geheele affaire vrij -dwaas te vinden. De minister had er gedeeltelijk zelf toe bijgedragen, -dat Delphin zoo snel eene schitterende carrière had gemaakt. In -den laatsten tijd echter was hij niet al te zeer over hem voldaan; -hij begon hem een weinig te wantrouwen, en had zich voorgenomen, -om hem, zoodra zich een gepaste gelegenheid voordeed, aan te raden, -naar eenen post in eene der kleine steden te solliciteeren. - -Ondertusschen was George Delphin met zijne scherpe tong en zijne -goede relatiën altijd een man, met wien het maar best was op goeden -voet te staan, vooral wanneer er een schandaal te duchten was. - -"Beste kamerheer," begon hij, toen deze binnenkwam, "gij kunt mij -een groot pleizier doen. Zijne majesteit de koning komt, zooals gij -weet, tegen vier uur. Dientengevolge zal een groot gedeelte van de -notabelen der stad bij mij een déjeuner à la fourchette gebruiken, -vóór den feestelijken intocht.... ik hoop, dat gij, Delphin, mij de -eer zult bewijzen, ons met...." - -Delphin boog. - -"Nu was er nog iets, wat ik u vragen wilde, beste Delphin. Mijne -vrouw zou het zeer aangenaam vinden, wanneer gij haar een weinig -bij het arrangeeren behulpzaam wildet zijn,--dat behoort eenmaal -tot eene van uwe vele talenten,--want Adelaïde is vandaag een weinig -geëchauffeerd... verschillende omstandigheden... hm..." de minister -beproefde even te glimlachen.... "zooals gij ongetwijfeld hebt -gehoord, heeft Johan er lang over gedacht een tocht naar Amerika te -maken..." Delphin was beleefd genoeg een bevestigend antwoord te geven. - -"Dit is weer zoo'n inval van hem," zeide de minister schertsend, -"en nu presenteert zich juist eene goede gelegenheid: een plaats -als dokter op een landverhuizersvaartuig is hem aangeboden, maar -'t mooiste van de grap is dat Hilda voor pleizier met hem meegaat." - -"Hilda!" riep Delphin en viel geheel uit zijne rol. - -"Ja, ja," zeide de minister lachend, "een zonderling denkbeeld, niet -waar? Adelaïde wilde eerst volstrekt hare toestemming niet geven, maar -ik zeide: laat haar meereizen; eene reis naar Amerika is tegenwoordig -eene kleinigheid, een tochtje dat men voor zijn pleizier doet, en -daar dokter Rhode van meening was, dat de zeelucht.... hm!...." - -Delphin mompelde eenige beleefde volzinnen, en de minister was zeer -over zich zelf te vreden; toen Delphin op het punt stond het vertrek te -verlaten, vroeg hij fluisterende: "Wat zijn dat voor vreemde Chinezen, -die gij mij op den hals hebt geschoven?" - -"Boeren van de Westkust, die naar eene zaak komen informeeren, welke -aan ons Departement ingediend is. Ik trok mij hun lot een weinig aan, -daar Mortensen hen wat onaangenaam behandelde. Ik meende dat het -beter was geene aanleiding te geven dat...." - -"Volkomen juist geoordeeld, waarde kamerheer, ik zal hen eens -aanspreken. Ja Mortensen is, onder ons gezegd, soms wel wat ruw." - -De bureau-chef ging weg en de minister zei vriendelijk tot de twee, die -te wachten zaten: "Nu, luidjes, nu ben ik geheel tot uwen dienst. Het -was dus eene zaak aangaande...." - -"Aangaande het recht op een deel van het strandwier," zeide de -opperloods. - -"Het recht op een deel van het strandwier," de minister schelde--"gaat -zoo lang zitten, die zaak zullen wij eens spoedig in orde maken,"--hij -schelde weer,--"is de zaak kort geleden bij ons ingediend?" - -"Aanstaanden herfst wordt het twee jaar," zeide Njaedel. - -De minister sprong verschrikt van zijnen stoel op, toen hij die -grove stem hoorde, daarna opende hij de deur van het vertrek met den -afzonderlijken ingang en riep: "Mo!" Mo was er niet; de minister liep -naar de andere deur en joeg den secretaris een' doodelijken schrik -aan, toen hij, duchtig met zijne sleutels rammelende--dit was altijd -een teeken van slecht humeur--hem naar eene zaak over "wier" vroeg. - -De secretaris begon ijverig in de protocollen te zoeken; hij bladerde -van voren naar achteren en van achteren naar voren, maar niets, wat -op deze verd.... zaak de minste betrekking had, kon hij vinden, en zij -was toch, zooals de minister zeide, reeds twee jaar geleden ingediend. - -Daar al dit zoeken vruchteloos was ging de minister door de andere -vertrekken en kwam eindelijk in Mortensen's kamer, waarin hij nooit -van zijn leven den voet had gezet, overal schrik en angst met zijne -rammelende sleutels en zijne vraag naar eene zaak over "wier" te -weeg brengende, want niemand kon zich herinneren van die zaak te -hebben gehoord. - -Mortensen waagde eenigszins boosaardig aan te merken: "de bureau-chef -is reeds vertrokken, misschien wist hij er iets van." - -"De hoofdcommies moest voor zaken uitgaan, en buitendien moet die -zaak reeds lang geleden door hem overgedragen zijn," antwoordde -de minister op strengen toon, "ik begeer, dat deze geschiedenis -dadelijk in orde wordt gebracht. De stukken moeten gevonden worden, -hebt gij mij begrepen mijneheeren, zij moeten voor den dag komen -en oogenblikkelijk!" - -De minister keerde naar zijn bureau terug en het gansche -Departementsgebouw kreeg op eens het uiterlijk--een buitengewoon -iets--van een mierennest. Deuren werden opengeworpen en toegeslagen; -angstige gezichten vertoonden zich en verdwenen; planken en loketten -werden nagezien, pakketten nauwkeurig onderzocht; de schrijvers -draafden door de lange gangen heen en weer, gingen trappen op en -trappen af, kwamen zelfs tot op den zolder en zochten in blinde -vertwijfeling tusschen stof en papier. De angst steeg elke minuut; -van tijd tot tijd opende de minister de deur van zijn bureau en -vroeg tot grooten schrik van den secretaris, die als een drijftol -ronddraaide wanneer hij het gelaat van den minister maar zag: "Nu, -zijn de stukken nog niet gevonden?" - -Doch in de verwarring werd eene vraag gedaan, die van mond tot mond -ging, totdat zij eindelijk als een diepe zucht door het geheele -gebouw werd geslaakt: "Waar blijft Mo toch? Waarom komt Mo.... Mo de -almachtige niet?" Eindelijk kwam hij. Behoedzaam, bleek, glimlachend -sloop hij in de kamer van den minister, juist toen daar een groot -aantal verschrikte ambtenaars bijeen waren, die allen hun best deden -te bewijzen, dat die zaak onmogelijk door hunne handen had kunnen gaan. - -Allen ademden ruimer, toen de kleine man binnentrad, en de minister -hem gejaagd vroeg of hij iets aangaande die zaak in quaestie wist. - -"Ja," antwoordde Mo, "die ligt in den chaos." - -"In wat?" vroeg de minister. - -"In den chaos van Mortensen," antwoordde Mo glimlachende. - -"Daar gij weet, waar de stukken zich bevinden, zoo breng ze hier," -beval de minister. - -Anders Mo verliet het vertrek; achter hem ging Mortensen, die buiten -zich zelf van woede was, en Mortensen volgden de anderen. - -"Was dat je broeder?" vroeg de minister. - -"Ik meende hem aan zijne stem te herkennen," antwoordde Njaedel -eenigszins op weifelenden toon, "maar hij was niet zoo groot als mijn -broer, vond ik, en hij zag er zoo oud uit." - -De minister bedacht, dat deze scène mogelijk een minder goeden indruk -op de twee boeren kon maken en dat wilde hij liefst niet. Daarom zei -hij vriendelijk tot den opperloods: "Hoe heet ge vriendschap?" - -"Lauritz Boldemann Sechus." - -De minister was een en al verwondering op het hooren van dien -welluidenden naam, en toen Sechus hem vertelde, dat hij den post van -opperloods had bekleed, nam hij eenen stoel en ging naast hem zitten, -begon een gesprek en klopte hem nu en dan vertrouwelijk op de knie. - -"Vertel mij eens, opperloods, is het leven aan de kust niet dikwijls -moeielijk en gevaarlijk?" - -"Och ja, Uwe Hoogheid; wanneer de zeelui zich bij stormweer ver in -zee wagen, bekomt het hun soms slecht." - -"Ja, ja," antwoordde de minister, en hij maakte eene beweging met de -hand. "Ik denk zoo dikwijls met trotschheid aan deze wereldberoemde, -onverschrokken loodsen, die langs onze gevaarlijke kusten wonen, -en het verheugt mij zeer in de gelegenheid te zijn met één van hen -persoonlijk kennis te maken." - -"Hé?" vroeg Sechus, "ja, ziet u, eigenlijk ben ik nu juist niet zoo'n -loods en Njaedel ook niet." - -"Hm!" zeide de minister en brak dit gesprek af; "de groote -haringvisscherij op de Westkust is wel een bron van groote verdienste -in de streek waar gij woont." - -"O ja, voor hen die er wat van meekrijgen," antwoordde Sechus, die -vond, dat de minister een echte spotvogel was. - -"Een bont, afwisselend leven moet het zijn in den tijd waarop de -visscherij het levendigst is," ging de minister voort; "zulk een -toeloop van bewoners uit de verschillende deelen van het land moet -gewis voordeelig op de ontwikkeling van het volk werken." - -"Ja, Uwe Hoogheid, groote vechtpartijen hebben er dan plaats." - -"Hm.... zeker, zeker! kleine schermutselingen, maar zeg mij nu -eens,"--de minister veranderde weer van onderwerp,--"wanneer zoo vele -lieden samenstroomen, waar krijgen dan allen nachtverblijf?" - -"Och!.... Uwe Hoogheid," antwoordde Sechus, "met slapen nemen zij het -niet zoo nauw. De meesten leggen zich op den buik en dekken zich zoo -goed als zij kunnen met den rug toe." - -Bum.... Bum.... Bum, neuriede de minister, terwijl hij al rammelende -met zijne sleutels het vertrek op en neer liep. - -De opperloods, die zich volstrekt niet bewust was, iets gezegd te -hebben dat niet te pas kwam, maar integendeel vond, zooals reeds gezegd -is, dat de minister heel familiaar met hen omging, trok Njaedel even -bij het buis en fluisterde: "ik geloof, dat ik met hem eens over den -weg spreek." - -Njaedel knikte toestemmend en Sechus stond weer van den stoel op. - -"Neem mij niet kwalijk.... Uwe Hoogheid.... maar er is nog iets, -waar ik heel gaarne alles van wist." - -"Tot uwen dienst, opperloods." - -"Staat Uwe Hoogheid niet boven alle lensmands, rotmeesters en -ingenieurs van de openbare wegen?" - -"Ja, ja, vriend." - -Het oog van den opperloods glansde van vreugde. Eindelijk had hij -dan den rechte te pakken; nu zou hij alles, wat hem aangaande dien -weg zoo lang op het hart had gelegen, den minister zeggen, en zijne -lang verkropte woede gaf zich dan ook lucht in eenen woordenvloed, -waarvan zijn toehoorder de helft niet begreep. - -"Van welk stuk van den weg is er sprake," vroeg deze, terwijl hij op -eene groote landkaart wees. - -Sechus, die daar hij op zee gevaren had, gewoon was met kaarten om -te gaan, had dit spoedig gevonden. - -De minister zette zijn gouden lorgnet op, nam eenen passer uit -eene étui, die op de tafel lag, en mat het stukje met de grootste -nauwkeurigheid. - -Daarna zeide hij op zijne kalme, vloeiende manier "zie, opperloods, -dit is alleen eene kaart van onze wegen. Zoo gij u al deze roode, -gele en blauwe lijnen, als eene lijn kondt voorstellen, zou die zeer, -zeer lang zijn, nietwaar?" - -Ja, dit stemde de opperloods gaaf toe, ofschoon hij niet begreep, -waar de minister heen wilde. - -"En wees nu zoo goed, de ruimte te beschouwen, die zich bevindt -tusschen de beenen van den passer,... gij ziet, dat die niet veel -grooter is dan de dikte van een stuk karton." - -De opperloods staarde beurtelings den minister en den passer aan. - -"Zie nu, opperloods Sechus, zoo klein is het stukje van den weg, -waarover gij u beklaagt, in verhouding tot het overige deel van -onze wegen, en zijt gij nu niet overtuigd, dat het misschien ja, -wat zal ik zeggen--een weinig te veel is verlangd, dat hij, die dit -zoo samengestelde net van dijken en wegen in zijn hoofd moet hebben, -dat hij, herhaal ik, zijne bijzondere zorg.... zijne bijzondere zorg -zeg ik, over zulk een onbeduidend stuk van het geheel zou moeten -uitstrekken"--en de minister hield den opperloods den geopenden passer -voor den neus. Deze stond met den mond vol tanden. Heel duidelijk was -hem de zaak niet geworden, maar hij voelde, instinktmatig, dat men hem -om den tuin leidde en hetzelfde gevoel dat hem eenige oogenblikken te -voren bezielde, alsof er iets in hem kookte,--overviel hem. Gelukkig -werd de deur geopend, en trad Anders Mo binnen, gevolgd door Mortensen, -den secretaris en eenige anderen, die in het zijvertrek bleven staan -om te hooren hoe die merkwaardige zaak zou afloopen. - -Mo had, niettegenstaande alle tegenstribbelingen van Mortensen, -den geheelen chaos doorwoeld, en achter in het loket vond hij een -verkreukeld pakket in een geel omslag, dat hij heel bedaard voor den -dag haalde. - -Allen waren het eens, dat Anders die documenten met het een of ander -boosaardig plan daar had verstopt. - -Mortensen mompelde: "Nu is hij rijp." - -De minister zette zijn gouden lorgnet op, verbrak het omslag, en een -klein stofwolkje vloog in de hoogte. - -"Hier staat het volgnummer.... uw eigen schrift," zeide de minister -tot den secretaris en hij voegde er bij, "collationeer het volgnummer." - -De kleine man liep zoo haastig weg alsof het volgnummer hem in de -beenen was geslagen, maar vóór hij nog tijd had gehad de protocollen -voor den dag te halen, werd hij door den minister op een toon, die -weinig goeds voorspelde, teruggeroepen. Deze had ter nauwernood een -paar regels van het verzoekschrift gelezen, of riep uit: "maar hoe -zijn die stukken in ons Departement gekomen?" - -Toen de secretaris terugkwam, zette de minister den langen, blanken -wijsvinger zoo stijf onder een woord van den inhoud, dat zijn nagel -een diep spoor achterliet: "Wat staat hier? Hier staat: Eigendommen -tot de kerk behoorende." - -"Bisdom Kristiansand," zeide Njaedel, die met gespannen aandacht -toehoorde. - -"Aldus behoort deze zaak in het Departement van Eeredienst te huis -en niet hier," hervatte de minister op hoogen toon. - -"Ja maar, ja maar," begon de secretaris: "ik herinner mij nu niet meer, -neen werkelijk ik herinner het mij niet meer, maar misschien heb ik -destijds gevonden, dat het onderwerp van den twist van zoodanigen -aard was, dat....." - -"Het onderwerp van den twist," viel de minister met strengen toon in, -"hier is geen sprake van het onderwerp van den twist, maar wel van eene -goede Departementale orde, en volgens deze, behooren alle zaken, die -betrekking op vroegere geestelijke goederen hebben in het Departement -van Eeredienst te huis. Dit is een oude bekende regel, met welken, -naar het mij voorkomt, de secretaris bekend moest zijn. Mo.... ga -dadelijk met deze stukken naar het Departement van Eeredienst." - -De minister overhandigde in zijne meest eerbiedwekkende houding aan Mo -de stukken. Alle ambtenaars, die getuige van de zaak waren geweest, -verdwenen weder in hunne afdeelingen, en de secretaris zette zich -geheel en al vernietigd op zijne plaats en tuurde op de volgnummers. - -Njaedel had geen oogenblik de stukken uit het oog verloren, en toen -zijn broeder er mede verdween, riep hij uit: "Wie had gelijk?" - -"Ja, mijn goede man," antwoordde de minister, "dat kan ik u niet -zeggen, doch men zal u, zoo gij na eenigen tijd bij dat Departement -er naar vraagt, zeker de noodige inlichtingen dienaangaande -geven. Vaartwel heeren--vaartwel, het was mij een groot genoegen u -van dienst te zijn." - -Hierop schoof hij hen beleefd de deur uit en draaide den sleutel om. - -Alles schemerde Njaedel voor de oogen; nu begreep hij er niets meer -van; de opperloods kookte meer en meer van woede. Nu maakte Mortensen, -toen de twee vrienden zijn kamer passeerden een deftige buiging, -waarop de opperloods die anders zoo goedhartig van karakter was, -zijne drift, die bijna tot razernij was gestegen, niet langer meester -bleef. Hij greep een flesch met inkt, die in een vensterbank stond, -en wierp haar met alle kracht naar het hoofd van Mortensen. - -De Redacteur boog schielijk op zijde, waardoor de flesch tegen den -muur achter zijnen lessenaar te recht kwam en in duizend stukjes -brak. Weer ontstond er groote verwarring in de aangrenzende kamers, -waarin de opperloods en Njaedel zich haastten de trappen af te komen. - -De schrik over deze ongehoorde handelwijze was zoo groot, dat niemand -er aan dacht de misdadigers te vervolgen. Terwijl zich al meer en -meer heeren van het departement om de groote inktvlek verzamelden, -waaruit zwarte stralen naar alle richtingen schoten, voerde Hiorth met -zich zelf een inwendigen strijd: zou hij, hetgeen hij op de tong had, -zeggen of niet? Hij was er niet geheel zeker van of de opmerking, -die hij wilde maken, als eene geestigheid, of wel als eene groote -flauwiteit zou beschouwd worden, want in zake geestigheid had hij -bittere teleurstellingen ondervonden. Eindelijk verzamelde hij al -zijnen moed en zeide half luid: "Wartburg!" Het was werkelijk eene -geestigheid, en het gemoed van den jongen commies Hiorth zwol van -trots. Toen het bekend werd, dat hij die uitdrukking had gebezigd, -waren zijn vrienden zoo verbaasd, dat velen hunner het van dien dag -af in twijfel trokken of hij werkelijk wel zoo dom was, als algemeen -aangenomen werd. - -Eenstemmig werd besloten, dat de plaats van Mortensen "den Wartburg" -zou worden genoemd, en dat de inktvlek, waaraan zoovele herinneringen -verbonden waren, nooit uitgewischt of oververfd mocht worden. Lang -nadat Mortensen zijn plaats tegen eene betere had verwisseld, -werd zijn vorige zitplaats nog bij dien naam genoemd en 't is niet -onmogelijk, dat deze inktvlek en Hiorth's geestigheid zullen blijven -voortleven, zoolang het Departement zal blijven; dat wil naar alle -waarschijnlijkheid zeggen: tot zeer kort vóór den dag van het laatste -oordeel. - - - - - - - - -XX. - - -Het was twee uur. - -Delphin had de kamers in het huis van den minister gearrangeerd naar -den smaak, die, zooals hij beweerde, op de Tuilerieën gedurende het -tweede keizerrijk mode was geweest. - -In het midden van het vertrek stonden geene meubelen, zoodat men zich -daar ongedwongen kon bewegen; doch in alle hoeken half verscholen -onder de zware gordijnen, waren fauteuils en tabouretten geplaatst, -waarom zich hoogstens drie of vier personen konden groepeeren. - -Het was hem door zijne vroolijke invallen en door zijn talent, om -alles met smaak en naar den zin van mevrouw in te richten, gelukt -hare booze luim, ten minste gedeeltelijk, te verdrijven, en tevens -was de kamerheer al de door hem gewenschte berichten, aangaande het -plotselinge vertrek der door de natuur zoo stiefmoederlijk bedeelde -kinderen, te weten gekomen. In de eetzaal stond eene zoogenaamde -"koude tafel," gedekt,--een uitgezocht déjeuner met fijne wijnen en -champagne. Het plan was, dat de gasten niet op elkaar met het eten -zouden wachten, ongedwongen moest het toegaan, zoodat ieder die kwam -zich dadelijk bedienen kon. Het moest op deze wijze toegaan, want -allen hadden geen tijd lang te blijven:--de meesten hadden nog vóór -de komst van den koning het een en ander in orde te brengen. Men kon -niet met zekerheid zeggen, wanneer de gastheer zou verschijnen, want -hij had nog veel werk voor de borst en daarbij was Daniel, vertelde -mevrouw op vertrouwelijken toon aan Delphin, zeer slecht gehumeurd. - -In de salons zag men langzamerhand verschijnen: militairen in groot -tenue, heeren ambtenaren in uniform, de voornaamsten der geestelijkheid -met stijve, gepijpte kragen en ordeteekenen, verder twee of drie -ministers en eenige eerzuchtige advocaten, die zich op de eerste -trede van de ladder bevonden. - -De groothandelaar Falck-Olsen trad in zijn nieuwe uniform van de -"gele vereeniging," de salon binnen. "Ik heb de Champagne aan de -achterdeur laten bezorgen," fluisterde hij mevrouw toe, terwijl hij -haar de hand drukte. - -Daarna zag hij links en rechts om zich heen, en aan ieder, dien hij -ontmoette, vroeg hij wanneer minister Bennecken zou komen. Eindelijk -stond hij vlak bij den kamerheer Delphin, die zijne fraaie uniform -zeer bewonderde. - -"Gij ziet er uit als een zweedsch officier," zeide de kamerheer -tot hem. - -De groothandelaar rammelde onder het gesprek telkens met zijnen sabel -en wierp ter sluiks eenen blik in den spiegel. - -"Gij kunt niet half gelooven, beste kamerheer, in welke pijnlijke -verlegenheid ik geweest ben bij de keuze van een paard, want mijne -prachtige zwarte merrie is eigenlijk een koetspaard. Nu heb ik wel -een Isabella, een mooi dier met prachtige manen en zoo glad van huid -en rond van vormen, dat het een lust is het dier te zien--ik heb het -van een paardenopkooper van de Westkust gekocht--maar het ongeluk wil, -dat het dier een weinig klein is en--" - -"Napoleon bereed altijd kleine paarden," zeide Delphin. - -"Werkelijk!" riep de heer Falck-Olsen verheugd uit, "en denk eens, -de kolonel zwoer bij hoog en bij laag, dat mijn Isabella te goed was -voor het gele corps." - -"Maar gij zult toch het mooie dier berijden," vroeg Delphin op eenen -toon, alsof hij 't een zaak van 't grootste gewicht beschouwde. - -"Ja, ik neem mijn Isabella," antwoordde de groothandelaar op beslisten -toon. - -Onder de laatst aangekomenen bevond zich de ambtman Hiorth van de -Westkust. Hij was kort geleden in de stad gekomen en het gerucht -wilde, dat hij den ouden Falbe zou vervangen, die afgetreden was, -na den--zelfs voor een noorsch minister--eerwaardigen ouderdom van -82 jaren te hebben bereikt. - -Hiorth gaf zijn genoegen te kennen den kamerheer Delphin te ontmoeten, -die in vroegere jaren bij hem als jong advocaat werkzaam was geweest, -en hij verzocht de kamerheer hem aan dezen en genen der meest -invloedrijke lieden voor te stellen. In vele jaren was hij niet in -de hoofdstad geweest; velen waren hem dus onbekend. - -Intusschen was hij spoedig weer op hoogte, want voor het meerendeel -droegen de gasten nog die half Duitsche uit den Deenschen tijd -ingevoerde namen, die volgens een geheimzinnig erfelijk recht eenige -vette landsposten aan zich verbinden. Niet alleen schijnen deze -heeren de namen en betrekkingen hunner vaderen te hebben geërfd, -maar zelfs in hun voorkomen hebben zij iets behouden, dat aan den -tijd van Frederik den Zesde herinnert: hetzelfde regelmatige, wel -gevormde profiel, hetzelfde kleine ronde hoofd, denzelfden stijven -hals en hetzelfde gelaat, door eenen korten, stoppeligen baard omgeven, -dat van voortdurende bescheidenheid getuigt. - -Naar Delphins plan had het gezelschap zich in de hoeken en bij de -ramen in kleine groepjes verdeeld, terwijl men midden in de vertrekken -meest twee aan twee ging, anderen waren nog om de tafel geschaard of -met hunne borden in de andere kamers verdwenen. Om een rijzig mager -heer met een langen grijzen baard, een Noorsch beeldhouwer, die zijn -atelier in Stockholm had, hadden zich ook vele gasten verzameld. - -Naar men zeide, was hij te Christiania gekomen om gedurende de -aanwezigheid van den koning, de belangstelling voor een nationaal -monument, waarvan hij eene schets ontworpen had, op te wekken. - -Het was eene groep, die de vereeniging tusschen Noorwegen en -Zweden moest voorstellen; het plan bestond, het monument op de -Eidsvoldsmarkt vlak voor het Storthinggebouw te plaatsen. Hij had -de schets, verkleind en in potlood bij zich, en liet die aan hen, -die om hem heen stonden, zien. - -De omstanders legden veel belangstelling aan den dag en prezen de -schets zeer, want allen waren genoeg met den loop der zaken bekend -om te begrijpen, dat, als men tot lid van het Comité werd benoemd, -men zeker op een ordeteeken kon rekenen. - -De schets stelde Svea [10] voor als eene zittende vrouwelijke gestalte; -de eene hand rustte op een zwaard, terwijl de andere arm om den hals -van eenen kleinen knaap, die naast haar stond, geslagen was. - -De kunstenaar vertelde, dat volgens het oorspronkelijke plan de knaap -op de knieën van de vrouwelijke figuur had moeten zitten, maar, daar -hij in aanmerking had genomen, hoe licht geraakt de Noren van natuur -zijn, had hij den knaap naast haar geplaatst, zoodat iedereen dadelijk -zien kon, dat de figuren denzelfden rang innamen. Om dezelfde reden had -hij den knaap een' grooten helm opgezet, die hem over de ooren zat, -en een groot slagzwaard rustte tegen zijnen schouder, hetgeen--half -humoristisch--moest uitdrukken, dat, zoo het noodig zijn mocht, -de kleine knaap zich de vijanden van het lijf zou kunnen houden. - -Als een volleerd hoveling antwoordde de kunstenaar op al de indirecte -vragen, die hem aangaande de samenstelling van een comité werden -gedaan, dat de minister Bennecken aangeboden had, daarvoor te zorgen. - -De kamerheer Delphin had den ambtman Hiorth aan een der voornaamste -predikanten uit de hoofdstad voorgesteld. Zij stonden bij een venster -te praten, maar, daar zij volstrekt niet met elkander bekend waren, -liep het gesprek over het verschil, dat er bestaat tusschen het leven -in eene stad en buiten, en over dergelijke algemeene onderwerpen. - -Na een paar onbeduidende opmerkingen kreeg de ambtman gelegenheid -te zeggen: "Het verwondert mij dikwijls, dat er tegenwoordig zulke -valsche, scheeve voorstellingen over ons volk in de wereld in omloop -zijn. Ik moet er mij steeds over verbazen; want iemand in mijne -betrekking, die altijd te midden van het volk leeft, is meer dan iemand -anders in staat over de toestanden te oordeelen. Mijne dagelijksche -bezigheden brengen mij onophoudelijk met het zoogenaamde "Volk" -in aanraking; ik spreek den boer in zijne slechte en voorspoedige -dagen, ik ben bekend met zijne goede, zoowel als met zijne slechte -eigenschappen." - -Hier viel zijn toehoorder hem haastig in de rede: "Gij denkt er juist -over als ik. Ik ben langer dan vijf jaar predikant in eene kleine -gemeente op het land geweest, en durf zeggen, ofschoon ik er mij in -het minst niet op wil beroemen, dat niet vele predikanten zooals ik -in en met het volk hebben geleefd, maar juist daarom schijnen mij die -moderne, hoogdravende phrasen, waarin men de boeren zoo ophemelt...." - -"Ja, niet waar," zeide de ambtman tevreden: "deze beklagenswaardige -overschatting van het volk, is in den grond niets anders dan een -dekmantel voor verborgen eergierigheid...." - -"En ongeloof," vulde de predikant aan. De beide heeren begrepen -elkander nu volkomen en zett'en het gesprek op een vertrouwelijken -fluisterenden toon voort. - -De Redacteur Mortensen verscheen zeer laat. Hij behoorde tot de -weinigen, die nog geen ordelintje in het knoopsgat hadden. Aan de -familiare wijze, waarop hij dezen en genen groette, kon men evenwel -zien, dat hij een man was, die vasten grond onder de voeten had. - -Hij was in werkelijkheid gedurende de laatste jaren, sedert hij -de Redactie van den "Waren Vriend des Volks," op zich had genomen, -een geheel ander mensch geworden. Zijn linnen was nu altijd hagelwit -en er lag in de wijze waarop hij zich presenteerde die voorzichtige -deftigheid, welke den vertegenwoordiger der pers zoo goed staat. - -Delphin nam hem scherp op en kwam tot de conclusie, dat mijnheer de -Redacteur eene geheime conferentie met den minister moest hebben gehad. - -Dit was ook het geval geweest. - -In het begin was de toon van den minister vrij scherp geweest; hij -begreep niet dat zulk een verzuim, de stukken in den chaos betreffende, -had kunnen plaats hebben; Mortensen nam de vrijheid den minister in -de rede te vallen met aan te merken: - -"Ja die Mo, Excellentie, schijnt niet recht meer te weten, wat hij -zeggen of zwijgen moet; hij begint onbruikbaar, zoo niet lastig -te worden. Hij gaat in de bureau's rond en vertelt allerlei rare -geheimzinnige histories aangaande eene zekere madam Gluncke, die...." - -"Hm...." antwoordde de minister. "Ja gij hebt gelijk; reeds lang ben -ik ontevreden over hem, hij schijnt kindsch te worden." - -De minister sloeg nu een geheel anderen toon aan en toen Mortensen -het vertrek verliet, straalde zijn bolbleek gezicht van innige -tevredenheid. - -Er lag nog iets triomfeerends in zijne trekken, toen hij Delphin -naderende, vroeg: "Wilt gij zoo goed zijn mijnheer Delphin, mij aan -den ambtman Hiorth voor te stellen." - -"Neen," antwoordde de kamerheer kortaf, terwijl hij voor den spiegel -staande, zijne Wasa-orde wat terecht schoof. - -Mortensen beet zich van woede in de lip, doch zeide kalm: "De minister -heeft uitdrukkelijk zijnen wensch te kennen gegeven, dat ik u zulks -zou vragen." - -Delphin haalde de schouders op, en bracht Mortensen naar de plaats, -waar de ambtman Hiorth stond te praten. - -"Mijnheer de ambtman! Ik heb het bevel ontvangen u den commies -Mortensen voor te stellen"; na deze woorden gezegd te hebben, verdween -hij dadelijk.--Den geheelen tijd had hij getracht Hilda te ontmoeten, -in al de kamers had hij haar gezocht, maar nergens was zij te vinden. - -Mortensen zwoer in stilte zich bij gelegenheid op den kamerheer over -deze behandeling te zullen wreken. Hij verklaarde in een paar woorden -aan den ambtman Hiorth, wie hij eigenlijk was, waarop zich terstond -een vriendelijke plooi op diens gezicht vertoonde. - -Geruimen tijd spraken zij met elkander, en Mortensen haalde een klein -notitieboek voor den dag, waarin hij eenige biografische détails, die -den ambtman hem meedeelde, opteekende. Het gesprek liep daarna over -de vragen van den dag, en de ambtman drukte zijne verontwaardiging -zoowel als zijne bekommering uit over de zware, moeielijke tijden, -die men beleefde. - -De Redacteur antwoordde geruststellend: - -"Och, zoo lang ons land zich mag verheugen een' ambtenaarsstand te -bezitten als de onze...." - -"Ja, ja, op de predikanten en rechters kunnen wij ons geheel verlaten," -zeide de ambtman, terwijl hij beproefde de deftige handbeweging, -welke hij Bennecken had afgezien, te maken. - -"En met mannen aan het roer van den staat, als de minister -Bennecken! o, daar komt hij!.... welk een man! iets eerbiedwekkends -omstraalt hem." - -"Vindt gij niet, ambtman, dat hij in het oog vallend op Goethe -gelijkt." - -"Ja, werkelijk, werkelijk!" mompelde deze. - -De minister was door eene deur, waarvoor eene portière hing, -binnengekomen, zoo dat het gezelschap niet dadelijk bemerkte, dat de -gastheer zich onder de gasten bewoog. - -Hij was in zijne ministerieële uniform gekleed; een menigte sterren en -kruisen versierden de borst, den driekanten steek hield hij onder den -arm en de handschoenen had hij in de hand. Met de rechterhand groette -hij naar weerskanten zijne gasten en ging glimlachend en het hoofd -een weinig naar achteren geworpen, met deftigen tred door de salons. - -Hij gaf de hand aan een' zijner collega's en fluisterde hem eenige -woorden in, welke de andere met een vertrouwelijk glimlachje -beantwoordde. In de onmiddellijke nabijheid van den minister werd -het gesprek op gedempten toon gevoerd, allen hadden, terwijl zij -schijnbaar het gesprek voortzett'en, slechts oog voor den minister. - -De groothandelaar Falck-Olsen, die eigenlijk een kwartier geleden -al in den zadel had moeten zitten, naderde nu ook zijne Excellentie, -niet als in vroegere dagen, toen hij gaarne aan een ieder wilde toonen -op welken vertrouwelijken voet hij met Bennecken stond, neen, nu was -op zijn gezicht de grootste dienstvaardigheid en eerbied te lezen. - -De minister boog zich tot hem en de heer Falck-Olsen fluisterde hem in -'t oor: "Ik neem de Isabella." - -De voorname heer knikte toestemmend; als een koerier, die het hof met -gewichtige dépêches in den zak verlaat, ijlde de groothandelaar door -de salons; zijne sabel rinkelde en de spik-splinternieuwe uniform -glinsterde in de fraaie vertrekken, vriendelijk beschenen door de -vroolijke Meizon. - -Onderwijl zette de minister zijne wandeling voort, hier een vriendelijk -woord zeggende, elders de een of andere instructie gevende. - -"Ik heb eenen president voor uw Comité gevonden," zeide hij tot den -beeldhouwer, "den ambtman Hiorth." - -"Hm!.... de heer, die daar ginds bij het raam staat," vroeg de -kunstenaar, die eenigszins door de keuze teleurgesteld was, maar als -welopgevoed man natuurlijk er niets van blijken liet, "maar wanneer -ik vragen mag, Excellentie, is deze heer niet een vreemdeling in -de hoofdstad?" - -"Hij zal dit niet lang meer blijven," fluisterde de minister hem in. - -"O, zoo.... ik begrijp!" antwoordde de andere en trok de wenkbrauwen -samen. - -Nog bemerkte men, dat de minister ook de hand aan den ambtman Hiorth -reikte, welke eer hij, uitgenomen aan zijne collega's, niemand der -andere gasten had bewezen; nu scheen het aan geenen twijfel meer -onderhevig--Hiorth zou tot minister benoemd worden, te eerder omdat -de oude Falbe zijn ontslag had aangevraagd. - -"Wij staan er juist over te praten, Redacteur Mortensen en ik, hoe -goed het toch is, dat wij in deze moeielijke tijden ons onbepaald -kunnen verlaten op de predikanten en de rechterlijke macht." De -ambtman zeide dit met eenige trotschheid. - -"Of met andere woorden," antwoordde de minister, "dat de godsdienst -en de gerechtigheid op onze zijde zijn." - -"Welk een man!" zeide op gedempten toon ambtman Hiorth, toen de -minister verder ging; onwillekeurig moest hij zijne uitdrukking met -die van den grooten staatsman vergelijken, en terwijl hij het raam -uitzag, voegde hij er bij: "och ja, veel wordt er toe vereischt zulk -eene betrekking goed te kunnen vervullen." - -"Sta mij toe, min..... ambtman," viel Mortensen hem op zeer eerbiedigen -toon in de rede, "sta mij toe u op eene goede oude uitdrukking -opmerkzaam te maken, namelijk, dat God met het ambt ook het talent -en de kracht verleent, om het goed te vervullen." - -"Dank, dank voor die woorden, waarde Redacteur," riep de ambtman uit, -en hij drukte hem met warmte de hand; "ja, gij hebt gelijk, alle -kracht komt van boven," en hij sloeg zijne oogen naar den helderen -blauwen lentehemel, die zich boven de daken welfde. - -Nu begonnen de jonge ambtenaars, Hiorth en Bennecken, de -champagnekurken te laten knallen: hun was op dezen gewichtigen dag -opgedragen voor den wijn te zorgen. - -De gasten gingen terug naar de eetzaal, waar de minister langzamerhand -de voornaamste van hen aan het boveneinde van de tafel verzamelde. Eene -plechtige stilte ontstond toen hij zijn glas ophief en aldus begon: - -"Mijne heeren! wanneer ik mijnen blik over deze vergadering laat gaan, -zoo rijst bij mij onwillekeurig de vraag op: wat is het eigenlijk, -dat ons allen zoo vast samenbindt? Het is de gemeenschappelijke arbeid, -de gemeenschappelijke gehechtheid voor onzen verheven monarch!" - -Mortensen, die achter een venstergordijn aanteekeningen maakte, moest -even lachen. Hij dacht aan de rede, die hij in deze zelfde zaal en -over hetzelfde onderwerp had gehouden, doch voor een ander publiek. - -Vandaag nam de rede van den minister eene hoogere vlucht dan -gewoonlijk, inzonderheid schreef Mortensen zeer nauwkeurig het slot op. - -"Ja, mijne heeren! Zooveel wordt er in onze dagen gesproken, dat de -tijd, dien wij beleven, een tijd van werken is; maar slechts weinigen -zijn er--en ik betreur zeer dat het zoo is--slechts weinigen zijn er, -zeg ik, die recht begrijpen, wat de ware arbeid is en wie eigenlijk -de ware arbeiders in het land zijn;.... Het zijn.... (de spreker -zag rond) die kring van mannen, die de orde hooger schatten, dan -hun eigen voordeel; die trouw en gehoorzaam verkleefd blijven aan -de onomstootelijke waarheden, die ons door onze vaderen in hunne -staatsinstellingen en in hun vroom geloof zijn nagelaten,.... die -de diep gewortelde overtuiging hebben, dat hetgeen in een tijd -van oplossing en verdeeldheid een' staat te zamen houdt, en eenen -sterken band bindt om het beste wat de natie bezit, uitgaat van -en zich concentreert in den heiligen persoon van den vorst. Mijne -heeren! God beware Zijne Majesteit, onzen geëerbiedigden Koning!" - -"Leve de Koning!" gilde de overste kolonel-luitenant Grobs, en hierop -volgde een drievoudig hoera, dat de ruiten er van rinkelden; zelfs de -meest stijve bureaulisten schreeuwden, dat zij er blauw van zagen, -terwijl zij elkander zijdelings aankeken om te zien of ieder zijnen -plicht deed. - -Toen de stilte wat hersteld was, kwam de bediende van den minister -haastig binnenloopen, en met eene diepe buiging overhandigde hij een -telegram op een zilveren presenteerblaadje. - -De minister opende en las de dépêche; de grootste stilte heerschte -in de zaal. Niemand van het gezelschap durfde bijna ademhalen. - -"Mijne heeren! binnen een half uur kunnen wij den Koninklijken -extratrein met den Koning verwachten." - -Eene algemeene beweging ontstond: de minister hief even de hand -op--weder werd het doodstil. - -"Mijne heeren!" zeide hij op plechtigen toon, "ieder op zijnen -post. Het oogenblik is ernstig; Zijne Majesteit verwacht, dat ieder -zijnen plicht doe!" - -Na deze woorden geuit te hebben, groette hij het gezelschap vluchtig, -gaf den ambtman Hiorth een teeken hem te volgen, en verdween met -dezen door de kleine deur, waarvan de portière onhoorbaar toeviel. - -In geestdriftvolle stemming namen de gasten afscheid, en Mortensen -schreef in zijn notitieboekje: Het was een van deze merkwaardige nooit -te vergeten oogenblikken, in welke men als het ware den polsslag der -wereldgeschiedenis voelt. - -Mevrouw Bennecken had reeds vroeger de gasten verlaten. Al de -gemoedsbewegingen, gedurende den ganschen dag ondervonden, hadden -haar zoo geschokt, dat zij zich gekleed op haar bed had geworpen, -waarop zij in hevig snikken was uitgebarsten. - -In de salons wandelde Delphin eenzaam heen en weer. Hij behoefde -eerst tegen het souper op het slot te verschijnen, en het was hem -onmogelijk het huis te verlaten zonder Hilda te hebben ontmoet. De -bedienden namen de tafel af, dronken den nog in de glazen en flesschen -aanwezige champagne en waren zeer vroolijk. Delphin kon dus onmogelijk -langer in de eetzaal en het aangrenzend vertrek blijven, en trok zich -in de verst afgelegen kamer terug ontevreden op zich zelf, weifelende -wat hem te doen stond, maar voelende dat het hem niet mogelijk was -heen te gaan, zonder haar gesproken te hebben. Eindelijk riep hij -een der dienstmeisjes en vroeg, waar juffrouw Hilda was. - -"Juffrouw Hilda is op hare kamer bezig met pakken. Weet u niet, dat -de juffrouw van avond naar Amerika vertrekt," vroeg zij en hare mooie -oogen hadden van de Champagne een nog helderder glans gekregen. - -Delphin, die door deze woorden onaangenaam getroffen werd, zeide -kortaf: - -"Vraag juffrouw Bennecken uit mijnen naam, of zij de goedheid wil -hebben een oogenblik hier te komen; ik zou haar gaarne even willen -spreken." - -Toen het dienstmeisje was weggegaan, bleef hij verschrikt voor den -spiegel staan. Wat had hij gedaan? - -Wat wilde hij eigenlijk van haar? Was hij niet te ver gegaan? hoe -zou hij er zich weer uithelpen? En wenschte hij dit niet het meest? - -Na verloop van eenige minuten kwam Hilda binnen. Aan hare oogen kon -men zien, dat zij geschreid had, maar toch lag er over haar gelaat -eene bijzondere kalmte. Delphin bemerkte dit dadelijk. - -"Arme mama!" zeide zij, terwijl zij hem beide handen reikte; "het -is haar zoo zwaar gevallen zich met de gedachte vertrouwd te maken, -dat Johan en ik zulk eene verre reis gaan ondernemen. Ja, ik zelf -heb moeite te gelooven, dat zij door zal gaan." - -Delphin vergat haar te antwoorden, zoo veranderd kwam zij hem -voor. Hare verlegenheid, bijna zou men het hebben kunnen noemen, -schuwheid was geheel verdwenen. In haar eenvoudig toilet zag zij er -zoo vastberaden en reisvaardig uit, en er was zoo iets zekers in hare -stem en in geheel haar voorkomen, dat het hem niet gelukken wilde -den half schertsenden, half beschermenden toon, waarop hij gewoonlijk -met haar sprak, aan te slaan. - -Meer door de toon zijner stem, dan door de woorden, die hij sprak, -keek Hilda op. Hunne oogen ontmoetten elkander voor eene seconde en -er ontstond eene pauze. - -"Er is niets, dat u terughoudt niet waar?" vroeg hij op bitteren toon. - -"O ja, dat weet gij heel goed," luidde haar antwoord en hare oogen -vulden zich met tranen. - -Hij zag haar van ter zijde aan; zoo als zij daar stond het hoofd wat -voorover gebogen, terwijl zij zenuwachtig met haren zakdoek speelde, -vroeg hij zich af, of zij dan werkelijk zoo leelijk was? - -"En er is niets, dat u terughoudt?" Hij wist niet, dat hij dit reeds -had gevraagd. - -"Waarom wilt gij mij het afscheid zwaarder maken, dan het reeds is," -vroeg zij bijna onhoorbaar en begon te schreien. George Delphin ging -het vertrek een paar maal op en neer. Hij gevoelde, dat het leven -hem eene goede kans bood en dat het nu voor het laatst zou zijn. Al -het goede dat in hem was, trachtte hij te verzamelen, maar toen hij -voor haar stond, hief zij even het hoofd op, en zeide: - -"Neen, ik wil niet meer schreien. Ik voel, dat een gelukkiger leven -mij daar wacht, dan mij ooit hier ten deel zou kunnen vallen. Vaarwel -kamerheer--hartelijk zeg ik u dank voor uwe vriendschap." - -Zij reikte hem de hand en keek hem met de trouwe gazellen-oogen, -die vol tranen stonden, moedig aan. Op dit laatste oogenblik zag -hij dat zij schoon was--maar toen was het te laat. Zij verliet het -vertrek en liet de deur half open. Het leven, dat de bedienden in de -zaal maakten, drong weer tot hem door. Hij stond voor een oogenblik -roerloos, nam toen zijnen hoed en verliet het huis. Op de trap werd -hij ingehaald door den jongen Hiorth en door Bennecken, die juist -van den zolder kwamen. Met levensgevaar hadden zij eene vlag uit het -dakvenster gestoken. - - - - - - - - -XXI. - - -Het kostte heel wat tijd, eer Njaedel en Sechus het hospitaal, -waar Christine zich bevond, vonden en hadden zij niet bij toeval -den politie-agent Knudsen naar den weg gevraagd, dan had het kunnen -gebeuren, dat zij onverrichter zake aan boord hadden moeten gaan, -of wel tot laat in den avond de stad in alle richtingen hadden moeten -doorkruisen. Het was reeds bijna drie uur en iedereen stroomde naar -de Karel-Johanstraat om den optocht te zien, zoodat niemand tijd had -te blijven staan om inlichtingen te geven; de politie-agent Knudsen -evenwel, die gelukkig zijnen proeftijd had doorstaan, wees hun, -toen hij hoorde, wie zij zochten, den weg en zoo kwamen zij aan -het hospitaal. - -In de poort ontmoetten zij eene der verpleegsters, die naar de stad -wilde gaan. De opperloods nam zijne pelsmuts af en zeide: "Wij komen -hier zekere madam Christine Mo bezoeken." - -"Zij is van nacht gestorven," antwoordde zij gejaagd: zij had haast. - -"Gaat die gang in de tweede deur links, zij zijn juist met haar -bezig." Schielijk liep zij verder en deed de poort achter zich dicht. - -"Nu, nu, Njaedel, dat is misschien maar het best voor haar," zeide -de opperloods om hem wat te troosten, "kom meê, wij hebben hier niets -meer te doen." - -"Ik wil haar lijk zien," antwoordde Njaedel, en liep de gang in. - -Vóór de deur, die de ziekeverpleegster had aangewezen, bleven -zij staan; de deur stond aan, en zij hoorden in het vertrek luid -spreken. De opperloods stiet de deur open, Njaedel en hij traden -binnen. - -Dicht bij het raam stonden eenige jonge studenten over iets wits, dat -op de tafel lag, heengebogen. Een klein man, met grijs haar en in zijne -hemdsmouwen stond het dichtst van allen bij dit witte voorwerp, terwijl -men eenen blanken voet tusschen twee der omstanders zag uitsteken. - -"Nooit heb ik het zoo spoedig zien afloopen," zeide dokter Rohde, -tot een der professoren, die hij had uitgenoodigd bij de ontleding -tegenwoordig te zijn. Johan Bennecken had uitdrukkelijk verboden het -lijk naar de ontleedkamer in de universiteit te brengen. - -"En zij was met dien schurk van een Mo getrouwd?" vroeg de professor, -"hoe gaat het met hem?" - -"De ziekte is naar binnen geslagen en de hersens zijn aangedaan. Wat -wilt gij?" vroeg de dokter plotseling, toen hij de twee mannen in de -deur zag staan. - -"Hier is haar vader," zeide de opperloods op Njaedel wijzende, -"die gaarne haar lijk wilde zien." - -"Neen, neen, beste vriend, 't is beter dat gij zulks niet doet." - -Maar Njaedel kwam dichter bij de tafel; de jonge studenten maakten -voor hem plaats, en de professor gaf aan een der studenten een teeken -een laken over haar te werpen. Door de haast waarmede dit geschiedde -werd het lijk slechts ten halve bedekt; het was zoo uitgeteerd, dat -het slechts vel en been leek. Het dikke roode haar hing verward over -het voorhoofd, de wangen waren geheel ingevallen; zij zag er uit als -eene oude vrouw. - -"Dat is zij niet!" fluisterde de opperloods Njaedel in. - -Maar toen streek Njaedel het haar van zijne gestorven dochter een -weinig op zijde en legde zijnen vinger op het litteeken, dat zij aan -een der slapen had. - -"Kom, Njaedel, nu moesten wij maar gaan." - -De opperloods was doodsbleek. Njaedel zag rond en toen hij den indruk -kreeg, dat al deze welgekleede heeren belangstelling in zijne dochter -hadden getoond, reikte hij hun één voor één zijne hand. Toen hij echter -bij den professor kwam, week deze eene schrede achteruit:.. "Neen, -neen, beste man.... ik kan.... het is mij onmogelijk u de hand -te reiken." - -Nu eerst zag Njaedel het blanke mes in zijne hand. Op dit gezicht -rilde hij en hij verliet met den opperloods dadelijk het vertrek. - -Toen zij weer op straat stonden, zag Sechus Njaedel uitvorschend aan; -hij bemerkte dat deze de vuisten balde, en dat zijne tanden knarsend -tegen elkaar sloegen. - -"Hij zal mij daar rekenschap van moeten geven, Anders," mompelde -Njaedel. - -"Och," zeide de opperloods ietwat bang, "laat je aan Anders niet -meer gelegen liggen. Wij reizen nu ver weg, laten wij eerst zien, -wat eten te krijgen, want ik heb honger als een wolf." - -Maar Njaedel was niet van zijn plan af te brengen; de opperloods -wilde echter niet naar den weg vragen en zoo moest Njaedel zulks -zelf doen; de politie-agent, tot wien hij zich wendde, zeide hem, -waar de minister Bennecken woonde. - -Eindelijk stonden zij vóór het huis. - -Een vreeselijke strijd had er in Njaedel's binnenste plaats. Hij kon -niet gelooven, dat zijn broeder de schuld van al die ellende was, en -toch ook de gedachte niet van zich zetten, dat zulks wel het geval -was. Maar in toorn ontstak hij niet, neen, eene diepe smart drukte -hem ter neer, hij gevoelde er behoefte aan zijnen broeder te zien: -in zijn hart hoopte hij nog altijd, dat deze misschien zich van die -schuld zou kunnen vrijspreken. - -Toen zij een paar treden waren afgegaan, zeide de opperloods: "Eéne -zaak moet gij mij beloven Njaedel, dat gij de hand niet aan hem zult -slaan, denk er aan dat hij je broeder is." - -"Daar kunt gij u op verlaten," antwoordde Njaedel. - -Anders was juist bezig zich te scheren. - -Hij had het spiegeltje aan het vensterkozijn gehangen, zoodat het -volle daglicht, dat van de straat door het raam viel, hem bescheen. Met -eenen kant was hij klaar, maar de andere kant van zijn gezicht was nog -ingezeept. Toen hij zag, wie binnen kwamen, legde hij het scheermes -uit de hand, en een krampachtige trek verwrong zijn gezicht; spoedig -echter herstelde hij zich en de half idiote glimlach, die hem den -laatsten tijd eigen was geworden, vertoonde zich. - -Hij stak zijnen broeder de hand toe. "Zoo ben je eindelijk gekomen -Njaedel.... daar hebt ge goed aan gedaan." - -"Anders.... Anders!" riep Njaedel uit en met gebalde vuisten stond -hij dreigend voor hem. - -"Wat heb je Christine aangedaan?" - -Toen hij deze krachtvolle stem hoorde, scheen Anders als uit eene -verdooving te ontwaken. Van schrik kromp hij ineen en vluchtte in -den versten hoek van het vertrek. Zijn gezicht was bijna aschgrauw, -toen hij die dreigende vuisten aanstaarde. - -Langzamerhand gelukte het hem met de grootste inspanning zijne zwakke -hersens tot denken te dwingen. De diepe vouwen, ontstaan door den -valschen glimlach, die hem zoo lang eigen was geweest, legden zich -opnieuw om den mond, en hij zeide op klagenden toon: - -"Dat je het over je hart hebt kunnen krijgen Njaedel, zóó tegen je -broer te zijn, die altijd zoo zwak en ziekelijk is geweest. Weet -gij niet meer, hoe wij voor moeder heideplantjes gingen plukken, -daar op de hoogte?" - -Njaedels armen vielen slap langs zijn lichaam. - -Welke herinneringen bracht die zachte, klagende stem hem voor den -geest, dat geluid uit zijne kinderjaren, die stem van den broeder, -dien hij zoo had liefgehad! - -"En weet je nog, wat moeder altijd zei," ging Anders voort, terwijl hij -zijn broeder geen oogenblik uit het oog verloor; "moeder zei altijd: -jij Njaedel bent een groote slungel, zei zij, maar Anders is fijn en -glad als een aal." - -Njaedel knikte toestemmend. Anders had gelijk. - -En zijne moeder, en de hut daar ginds in de bergen, en de hoogte met -de heideplantjes, die in den zonneschijn zulk een' heerlijken geur -verspreidden, alles stond op eens zoo klaar vóór hem; en te midden -van dit alles zag hij zijn broertje, bleek, zwak, hulpbehoevend, -die door hem over gevaarlijke plaatsen gedragen moest worden. - -En al, wat tusschen dat verleden en dit tegenwoordige lag, smolt weg -als sneeuw voor de warme lentezon,--hij werd weer een kind, een groote, -linksche, goedhartige jongen, zooals hij altijd was geweest, en alle -toorn was in hem gebluscht, en toen hij wegging zeide hij slechts: -"Anders..... Anders..... dat had je niet moeten doen!" - -Toen zij in de poort waren, zeide Sechus: - -"'t Is maar goed, dat gij de hand niet aan hem geslagen hebt, gij -hadt hem als een suikerkrakeling aan stukken kunnen breken." - -Njaedel's krachten waren gebroken, hij leunde tegen eenen muur en -snikte luid. - -De opperloods liet hem zoo lang weenen als hij dacht, dat noodig was; -daarna trok hij hem zacht bij den arm mee, en Njaedel volgde gedwee -als een lam. Eindelijk traden zij bij een restaurant binnen. De -opperloods, die te Petersburg en te Kopenhagen was geweest, vond -zich hier spoedig te huis. Hij bestelde twee portiën beefsteak en -eene flesch bier. Juist toen zij aan de gedekte tafel wilden gaan -plaats nemen, dreunde het huis van de kanonschoten. - -"De koning is aangekomen!" riep het meisje, dat bediende [11]. Zij -was in zeer slechten luim, omdat zij die twee boeren moest bedienen -in plaats van eventjes den optocht te zien. - - - - - - - - -XXII. - - -Het was buitengewoon heerlijk weer voor zóó vroeg in het voorjaar. De -namiddagzon schitterde in de ruiten, en wierp over het slotpark een -lichten sluier, waardoor het slot in al zijne schoonheid tegen den -prachtig gekleurden voorjaarshemel uitkwam. De dikke kruitdamp van -de saluutschoten, die te Akershus waren gelost, verspreidde zich, -de vlaggen wapperden overal feestelijk, en van alle kanten stroomde -het volk naar de Karel-Johanstraat, die langs de trottoirs reeds vol -menschen stond. - -In de geopende ramen zaten of lagen de dames in de nieuwe -voorjaarstoiletten, de jonge heeren stonden achter hare stoelen en -waren geestig, of deden hun best het te zijn. Vóór het perron van -het station waren de politie-agenten ijverig bezig eene groote plaats -open te houden; "het gele Corps" stond reeds in al zijne pracht voor -het stationsgebouw; de groothandelaar Falck-Olsen zat stijf en deftig -op zijne Isabella, en keek naar het volk. - -De trein, waarmee de Koning verwacht werd, kwam eindelijk aan en -men wachtte op het einde van de ceremoniën, die bij de ontvangst op -het perron gewoonlijk plaats vinden. Van de kade en uit alle kleine -straten waren de menschen bij het stationsgebouw saamgestroomd: zeelui, -sjouwers, vrouwen en werklieden.... een weinig voornaam publiek dus -om mee te beginnen. - -Toen eene stem uit die menigte luidkeels riep: "Leve de -Koning! Hoera!" werden deze woorden slechts flauw door eenigen -herhaald. Eene doodsche, onaangename stilte heerschte, terwijl de -voorname heeren in de gereed staande rijtuigen stapten. - -Voorop marcheerde het "gele corps," dan volgden de koninklijke -equipages; over de markt ging de stoet en door de nauwe passage bij -Dybwadgaarden. Hier en daar riep een getrouw burger uit al zijne macht -"Hoera!" maar de al te groote geestdrift van een' enkele scheen de -menigte te weerhouden de kreten te herhalen; zoo ging het den geheelen -tijd tot dat de optocht de kazerne van de brandweer voorbij was. - -Toen ging het wat beter, en de Zweedsche heeren en het gevolg des -konings knikten elkander verheugd toe; bij de Akerstraat en bij de -Egermarkt werd het geroep meer algemeen. - -De prachtige oprijlaan, die van het Storthing-gebouw naar het slot -voert, werd in al hare schoonheid beschenen door de vroolijke -voorjaarszon. De fraai uitgedoste gele ruiters in vollen draf, -het groote aantal rijtuigen, de prachtige uniformen, de talrijke -groepen van netgekleede personen, die een hoerageroep aanhieven--alles -verhoogde de feestelijke stemming, zoo dat nu werkelijk met geestdrift -het "leve de Koning!" werd geroepen. Toen de stoet voorbij was, -zagen allen, die op de Karel-Johanstraat stonden, naar het slot, -waar zij ruiters èn rijtuigen als een glinsterende slang de hoogte -zagen beklimmen, terwijl het stof, door de koninklijke equipages in -beweging gebracht, als eene goudgekleurde wolk omhoog steeg en zich -over het volk uitbreidde, alsof het dit wilde zegenen. - -Het plein voor het Stations-gebouw was spoedig geheel verlaten, -want de meesten keerden naar hun werk terug. Niet allen evenwel: -eene menigte vrouwen en jongelieden volgden den stroom naar de stad, -zij waren eenmaal in eene feestelijke stemming en vonden, dat het -tot niets diende den arbeid weder te beginnen. - -Het was zoo zacht in de lucht, en het weer was zoo mooi, en dan had men -gehoord, dat er eene illuminatie zou plaats hebben en meer dergelijks! - -De koning had in den loop van den winter aan eene keelziekte geleden -en om zijn herstel te vieren hadden de studenten een' fakkeltocht -naar het slot geregeld, waar zij zouden zingen: - - - "Hoor ons Svea! moeder van allen!" - - -Om dezelfde reden was er in "Tivoli" ook een "Groot Dankzeggings-Feest" -met declamatie en vuurwerk. Eene verbazende menschenmassa was des -avonds op de been inzonderheid in de buurt van "Tivoli;" en het -"Studenten-boschje." Het rook er naar slechte sigaren, versche aarde -en het pas ontsproten gras; nu en dan verspreidde zich de geur der -populieren, welker kleverige knoppen op het punt stonden open te -breken. Ministers en oud-ministers, militaire en civiele uniformen -reden naar het slot, waarvan de vensters hel verlicht waren, terwijl -de vlag op het dak, ten teeken dat de koning in de hoofdstad was, -scherp tegen den lichtgekleurden hemel afstak. - -Maar daar, waar het vaartuig voor de landverhuizers geankerd lag, -werd hard gewerkt en geschreeuwd; er heerschte zulk eene verwarring, -dat eenige der emigranten op hunne kisten, die langs den waterkant -stonden, gingen zitten en hartstochtelijk begonnen te schreien. - -Toen Njaedel en de opperloods aan de haven kwamen ontmoetten zij -hunnen vriend "den agent" maar hij riep, terwijl hij hen voorbij -stoof slechts: "all right!" hij baadde letterlijk in zijn zweet en -was zoo heesch, dat hij nauwelijks geluid kon geven. - -Een paar sjouwers stonden vlak bij de loopplank van het vaartuig, -en toen Njaedel, achter den opperloods over de plank liep, zei de -een tot den ander: "Het is schande, dat die Amerikanen hier zulke -reusachtige kerels vandaan mogen halen." - -Njaedel hoorde deze woorden en reikte den spreker de hand toe. - -Maar de sjouwer, die wat wantrouwend van karakter was, vreesde dat -Njaedel niet veel goeds met hem in den zin had, en stak de hand naar -de krachtige vuist, die hem gereikt werd, niet uit; toen echter zijn -blik dien van Njaedel ontmoette, kreeg hij dadelijk vertrouwen in -hem, schudde hem de hand en zei op half beschaamden toon: "Ja, ja, -je weet zelf wel het best, waarom je zoo ver weggaat. Vaarwel en eene -voorspoedige reis!" - -Aan boord was het leven en de verwarring nog grooter. De opperloods -zette zich met de kalmte van eenen philosoof op zijne kist voor zijne -kooi en liet de anderen schreeuwen, zooveel zij maar wilden. Njaedel -daarentegen kon niet rustig blijven zitten, toen hij al die zware -tonnen en balen aan boord zag brengen. Af en toe trad hij dichter -bij en hielp met de kracht van een "beer" een handje mee; toen de -matrozen hem verwonderd aanzagen, knikte hij hen toe en een glimlach -verhelderde zijn gelaat. - -Ten laatste nam hij voor vast plaats bij het luik van het ruim en -daar de sjouwers juist met een heel zwaar stuk kwamen aanslepen, -riep de bemanning: "Laat de "beer" een handje helpen!" - -Die woorden deden Njaedel goed: zij gaven hem het verloren -zelfvertrouwen terug en verdreven zijne sombere gedachten. Hij -voelde weer grooten lust met een recht zwaar werk te beginnen. Maar -laat op den avond, toen het werk gestaakt was, en de lieden afscheid -van elkander begonnen te nemen, werd hij "week als boter," zooals de -opperloods zeide. Hij had niemand vaarwel te zeggen, en daarom voelde -hij zich gedrongen allen de hand te drukken, die hem voorbij en naar -wal gingen. - -De opperloods bemerkte spoedig, dat hij en Njaedel tot de armste -passagiers behoorden. De meeste andere landverhuizers waren welgezeten -boeren, die jaren lang gewerkt hadden met het doel naar Amerika te -gaan, wanneer zij geld genoeg hadden overgespaard. Anderen hadden -reisgeld gekregen van hunne familie aan gene zijde des oceaans, die -hun tevens het noodige geld voor de uitrusting had verschaft. Bij -alles wat zij deden, zag men, dat zij alles met bedaardheid hadden -overlegd. Groepsgewijze zaten zij op het tusschendek en haalden hunne -provisie, die zij voor den overtocht hadden meêgenomen, voor den dag, -terwijl zij de medepassagiers er van meedeelden. Zij hadden een open -oog voor alles, wat rondom hen voorviel; spraken op half luiden toon -tot elkaar, maakten gewillig plaats, wanneer zij in den weg zaten en -schenen aan niets anders te denken, dan goed en wel over te komen, -en de kinderen het best te beschermen. - -Op het achterdek, (eerste kajuit), ging het levendiger toe. De -passagiers waren meest jonge menschen, die aan boord kwamen, gevolgd -van eene schaar vrienden, die ter eere van de vertrekkenden zongen -en leven maakten. Een welgekleed jong man werd zelfs stom dronken -aan boord gedragen en dadelijk naar de kooi gebracht. - -Er waren onder hen eenige handelsreizigers, een bankroetier en een -misnoegd ingenieur, "die het ondankbare vaderland den rug toekeerde," -zooals een zijner vrienden, met het afscheidsglas in de hand, in het -salon zeide--dadelijk nadat men aan boord was gekomen, had men een -afscheidsfeestje gearrangeerd. - -Verder was er nog een verloopen student, die door de familie -weggezonden werd, en nog twee of drie andere half verloopen individuen -in nieuwe pakken, "die het dankbare vaderland wegzond," zooals de -student zich uitdrukte. - -Tegen elf uur kwam dokter Bennecken met zijne zuster aan -boord. Zij waren alleen. De minister was op het slot, Alfred had -zich verontschuldigd en mevrouw lag ziek te bed. Toen zij begreep, -dat het met de reis ernst was, voelde zij toch iets, dat naar berouw -zweemde, want zij omhelsde Hilda heel lang en prevelde binnensmonds, -dat zij--Hilda--hare moeder moest vergeven, wanneer deze soms wat -onrechtvaardig tegen haar was geweest. - -De twee "mislukten" verlieten het ouderlijke huis treurig gestemd -en Hilda leed aan zulk een hevige hoofdpijn, dat zij dadelijk naar -de dameskajuit ging, die haar geheel alleen gedurende den overtocht -ten dienste stond. Het rumoer in het salon werd minder naarmate het -gezelschap in meer sentimenteelen toestand kwam. De dokter ging op -het dek, en wandelde heen en weer. - -Het was stil, helder weder, maar in het Zuidwesten vertoonden zich -donkere wolken, en spoedig zou het beginnen te regenen. Geen geluid -hoorde hij dan het geraas, dat in de machinekamer door het kolen -inscheppen veroorzaakt werd, en het geluid van zijne voetstappen. - -Van tijd tot tijd voerde de wind het geknal van het vuurwerk naar het -vaartuig, dat op het "Dankzeggingsfeest" werd afgestoken, of drongen -eenige tonen van eene fanfare tot zijn oor door. - -Raketten en het licht van bengaalsch vuur zag men over de daken der -huizen, en vóór dit geheel was uitgedoofd, wierp het nog een oogenblik -een lichtglans langs den hemel. - -Johan Bennecken ging geruimen tijd op het halfdek heen en weer en -tuurde naar de stad, die hij zoo goed kende; naar de stad waarin -hij zijn leven had gesleten. De kleine ruimte, die zich tusschen het -vaartuig en de kade bevond, scheen hem een gapende afgrond te zijn, -waarin hij al zijne zorgen, al zijne teleurstellingen achterliet. En -toch was hij moedeloos. Duizenden herinneringen hadden hare kleine -scherpe klauwen in zijn gemoed gedrukt, en het deed pijn ze weg te -rukken.--Hij verwachtte niet veel van het leven aan de andere zijde -des Oceaans. - -De trouwe vrienden beneden in het salon moesten eindelijk van boord -gaan, en zij plaatsten zich op de kade om een afscheidslied te -zingen. Doch dit plan kon niet tot uitvoering komen: zij waren al -te geroerd, en wandelden rustig naar stad. En stil werd het op het -vaartuig, en stil werd het in de stad, terwijl de machine als een -uit zijnen slaap gewekten reus zware zuchten slaakte. - -Johan Bennecken zag op zijn horloge: het was half één. De regenwolken -zagen er dreigender en dreigender uit. Hij keek nog eenmaal om -zich heen als wilde hij, vóór hij naar beneden ging, het leven, -dat achter hem lag, beschouwen in het schoone vreedzame beeld van -den voorjaarsnacht. - -Daar hoorde hij een rijtuig langs de kade rollen; het reed de -gaslantaarns voorbij en hield stil bij de Engelsche stoomboot. Een -heer met eenen steek op en in eenen mantel gehuld kwam er uit en -sprak een paar woorden met den koetsier. - -Een oogenblik later hoorde Johan eene stem, die hij meende te kennen, -den Steward vragen waar Dokter Bennecken was. - -"Hier.... wil iemand mij spreken," riep Johan van het halfdek. - -De onbekende liep de trap op en de dokter herkende de kamerheer -George Delphin. - -"Goeden avond, dokter. Gij denkt zeker, dat ik te veel gedronken -heb, wat ook eigenlijk het geval is. Ik ben in ongenade gevallen, -en heb door een goed glas wijn mijne smart verdoofd. Is uwe zuster -ook aan boord?" - -"Ja, zij slaapt al, hoop ik." - -"Kom, laat ons liever binnengaan," zeide Delphin en hij opende de -deur van de rookkamer. "Hier kunnen wij een afscheidsglas met elkaar -drinken. Gij hebt toch geenen slaap Dokter?" - -"Neen, in het geheel niet," antwoordde Johan en hij draaide de lamp -wat op, "wilt gij eene sigaar rooken?" - -"Ja, maar gaarne had ik wat te drinken." - -De kamerheer deed zijn mantel af, en wierp zich in zijne met goud -geborduurde en met allerlei ordeteekenen bezaaide uniform op de -sofa. Johan Bennecken ging naar beneden om een flesch wijn te halen, -maar het eenige, wat de Steward zoo laat in den nacht kon vinden, -was whiskey en water. - -De kamerheer verzekerde hem, dat dit zijne lievelingsdrank was, wat -werkelijk het geval scheen te zijn. Nadat hij een glas geledigd had, -zeide hij: "uwe zuster is dus aan boord?" - -"Ja, ik hoop dat zij sedert lang slaapt," antwoordde Johan eenigszins -verbaasd. - -"Dat gij de stad kunt verlaten... dokter, in zulk een interessanten -tijd als wij beleven! Hoor wat er is voorgevallen. Ten eerste: -de kamerheer George Delphin in ongenade gevallen, ten tweede: de -groothandelaar Falck-Olsen, wegens een Isabella-paard met een orde -gedecoreerd; ten derde: de assistent-commiezen Hiorth en Bennecken -tot kamerjonkers bevorderd--en de eerste daarbij verloofd...." - -"Een beetje minder snel, s.v.p. Wie is verloofd, zegt gij?" - -"Hiorth.... want toen zijn vader tot minister werd benoemd, nam zij -hem; ja, gij begrijpt wel, wie ik bedoel, zij..... de Isabella van -Falck-Olsen, Sophie heet zij, geloof ik. De andere..... die met dat -bolbleeke gezicht heeft haar engagement verbroken." - -"Maar kamerheer, is het mogelijk," riep de dokter "alles draait mij -voor de oogen." - -"Ja mij ook. Al het nieuws, dat ik opgedaan heb, komt uit den koker -van Mortensen, die niettegenstaande zijne lucifers, aan het hof -is voorgesteld geworden. O, wat benijd ik u, dokter, dat gij dien -geheelen rommel verlaat." - -Op zijn gelaat lag plotseling zulk een slappe, oudachtige trek, -dat Johan oprecht medelijden met hem voelde. "Gij moest maar met ons -meegaan kamerheer." - -"Ik ben immers in uniform." - -Toen Johan op dit gezegde glimlachte, zeide hij. - -"O, gij vondt dit zeker eene flauwe geestigheid. Neen beste vriend, -'t was bittere ernst. Ziet gij, de met uniform bekleeden blijven -in dit land achter en nemen in aantal toe.... de in uniform -gedosten en de in lompen gehulden. De laatste rat, die het schip -zal verlaten, is zeker een directeur van een armenkamer. Dit is een -post der toekomst: "Koninklijk Noorsch opperstaatsarmendirecteur," -met den rang en de uniform van een krijgscommissaris. Ik zou zelf -naar dien post gesolliciteerd hebben, zoo ik niet in ongenade was -gevallen. Buitendien," ging hij voort, en maakte een nieuw glas -gereed, "zoo ik het al zonder de stad kan redden, zoo kan de stad -het waarachtig niet zonder mij doen. Hoe zou het met de stakkers van -menschen gaan, die nu in die caricatuur van eene hoofdstad slapen, -als zij morgen wakker werden en de kamerheer misten. Want--ziet -gij, beste emigrant, wat ons eigenlijk pijnigt, dat is de twijfel, -de vrees, die wij koesteren, dat alles hier niet geheel, comme -il faut is.... niet volkomen zoo als alles op het vaste land, -en--dat kan men ook werkelijk niet van Mortensen met zijne lucifers -beweren. Maar dan heeft men gelukkig nog den kamerheer Delphin en -een paar anderen..... die de wereld hebben gezien, of ten minste -doen of zulks het geval is, en over alles kunnen praten; die alle -namen en bijnamen weten; die de kunst verstaan iedere ernstige zaak -door eene wending van de hand tot eene grappige te maken; die de -ingewikkelste zaken in zakformaat weten te brengen; die de questions -brûlantes van den dag samen vatten in vijf of zes bons mots, die ze -zich elk oogenblik herinneren en dadelijk bij de hand hebben; en die -ten laatste te midden van de meest onzinnige bureau-praatjes volkomen -op de hoogte zijn der dames-toiletten en met den grootsten ernst daar -over redeneeren. Ziet gij, dit zijn de onontbeerlijke personen voor de -hoofdstad! Ach!" riep hij plotseling uit en zijn hoofd viel op tafel: -"ik ben dit leven zoo moe, ik ben zoo moe van alles!" - -Eensklaps lag er zoo iets ernstigs over den eleganten cavalier, -die met het hoofd tegen den arm geleund vóór hem zat, dat Johan -Bennecken begreep, dat deze woorden niet alleen aan den roes, -waarin hij verkeerde, toe te schrijven waren. Hij legde de hand op -zijnen schouder, en zei met oprechte deelneming: "luister naar mij -Delphin! Gij zijt niet gelukkig, evenmin als ik.... hier zijn gewis -niet vele gelukkige menschen aan boord. Maar kom,.... ga met ons mee, -hier moogt ge niet blijven." - -De kamerheer beurde het hoofd op, zijn gelaat zag er weêr uit als in -vroegere dagen, de ironische glimlach zetelde er weêr: - -"Gij doet mij levendig aan uwen vader denken.... diezelfde -woorden zeide hij een paar uren geleden, tot mij: "Het is werkelijk -noodzakelijk voor u, hier van daan te gaan," zei hij, en ik wil ook -zijnen raad volgen, ik wil solliciteeren naar de betrekking van chef -van de politie te Aalsund." - -Johan Bennecken ging teleurgesteld een paar schreden achteruit: -deze woorden krenkten hem. - -De kamerheer trok zijne overjas aan om weg te gaan, maar talmde -voortdurend; het scheen alsof hij nog iets zeggen wilde, maar niet -wist, hoe zich uit te drukken; de dokter vond zijn gedrag al vreemder -en vreemder. Eindelijk draaide hij zich op de loopplank even om, -en drukte innig de hand van den dokter, terwijl hij mompelde: "Groet -uwe zuster van mij, en zeg haar van mij.... zeg haar van mij...." de -laatste woorden waren onverstaanbaar, zij losten zich op in een geluid, -dat veel van snikken had. Toen ging hij spoedig naar wal en stapte -in het rijtuig, dat op hem wachtte. - -De koetsier, die op den bok had zitten dutten, nam schielijk het dek -van de paarden af. De hemel was geheel bewolkt; een uur lang had het -reeds geregend. - -De dokter tuurde naar het rijtuig en naar de lange schaduw, die -de pooten der paarden in de plassen op de straat maakten, wanneer -zij voorbij eene gaslantaarn kwamen. Dit was het laatste, wat hij -van de stad zag, toen hij zich naar kooi begaf. Vroeg in den morgen -lichtte het Engelsche vaartuig het anker. Het was reeds zes uur, vóór -alles gereed was en de machine begon te werken. Juist toen het schip -in de nabijheid van het grootste eiland van de Fjord was gekomen, -steeg er van den kant der vesting eene rookwolk op, en hoorde men -kanonschoten dreunen. Op het achtergedeelte van het schip vroeg -iedereen nieuwsgierig waar die saluutschoten toch voor dienden. - -Johan Bennecken was zoo moede, dat hij er bijna niets van hoorde; -ook op het voordek bekommerde men er zich weinig over; men had daar -het gevoel, alsof men met het vaderland en zijne saluutschoten had -afgerekend. - -En terwijl de een en twintig schoten plechtig over de stad dreunden, -dreef het vaartuig met de landverhuizers uit de Fjord, en de dikke -gele rook verborg de vesting aan aller oog, en verbreidde zich over -de daken der huizen in het grauwe regenachtige morgenuur. - - - - - - - - -XXIII. - - -De een en twintig kanonschoten verkondigden de bevolking dat de koning -naar Stockholm was teruggekeerd. Dit was genoeg voor de oppositie en -gretig maakte zij van de gelegenheid gebruik om in hare bladen met de -gewone onbeschaamdheid de regeering aan te vallen. De geheele pers kwam -in gisting; al de oude strijdvragen werden opgedolven, iedere partij -rukte met hare scheldwoorden aan, die, tot groot genot der abonnés, -als pluimballen heen en weer gekaatst door de lucht vlogen. - -Niet bewogen door politieke stormen ging de ridder Falck-Olsen den -volgenden Zondag voor zijnen grooten spiegel op en neer. Mevrouw -zette het een en ander te recht, en met trotsch keek zij naar het -kleine ordelint. - -"Hoor vrouwlief.... wij moeten op reis." - -"Op reis? Waarom? Ben je nog niet tevreden? Nu is uwen lang -gekoesterden wensch vervuld." - -"Och wat!--Één ordeteeken is maar eene eerste schrede." - -"Wel, goede hemel," riep mevrouw min of meer uit haar humeur, "gij -meent nu wel op eens eene gewichtige persoonlijkheid te zijn geworden, -Ole Johan? Wanneer een ordeteeken slechts de eerste schrede is, -zoo wilde ik wel eens weten waaruit de tweede bestaat." - -"Nog een ordeteeken," antwoordde haar man en hij verliet het salon. Men -had hem namelijk wijs gemaakt, dat de Duitsche vorsten, wanneer zij -aan eene badplaats vertoeven, altijd ordeteekenen mede nemen, en dat -het zeer gemakkelijk gaat, er een te krijgen.... inzonderheid wanneer -reeds een lintje op de borst prijkt. - -De familie Falck-Olsen reisde dus naar Ems en een paar weken later -ontving Caroline Hjelm een' brief van Louise, waarin o. a. stond: -"Je kunt niet half gelooven, hoe heerlijk het voor mij is, des morgens -wakker te worden en niet meer aan Hans te moeten denken. - -"Dat ik zoo dom kon zijn! Wij pasten volstrekt niet bij -elkander. Gisteren reden wij op ezels en een Engelschman, die ook van -de partij was (Papa zegt dat hij een Lord is), is er zoo stijf van, -dat hij nauwelijks kan zitten als andere menschen, maar een gedeelte -van zijne ruggegraat moet gebruiken." - -Caroline was onvoorzichtig genoeg deze regels aan hare moeder voor -te lezen, en den volgenden dag zeide Mevrouw Hjelm tot neef Hans: -"Je hebt Louise Falck-Olsen juist beoordeeld. Het buitenland heeft -haar reeds in den grond bedorven." - -Neef Hans zuchtte. - -Anders de almachtige was werkelijk zwak van geest geworden. - -Een paar dagen later veroorzaakte hij in het Departement een groot -schandaal, door dingen te vertellen, die niet verteld mochten -worden. De minister zag zich genoodzaakt krachtige maatregelen te -nemen en door bemiddeling van den Redacteur Mortensen gelukte het den -ouden trouwen dienaar bij zekere Madam Gluncke, die naaimeisjes hield, -onder dak te brengen. - -Hier gevoelde hij zich zeer gelukkig. Toen men onderzocht, hoe het -met zijne geldzaken stond, kwam men tot de ontdekking, dat hij, -inzonderheid in de laatste jaren, groote sommen ja, onbegrijpelijke -groote sommen in de spaarbank had geplaatst. Nadat hij eenigen tijd -met de levenslustige meisjes in de naaischool van "Malle Bimbam" had -verkeerd, scheen hij weldra het Departement en wat daartoe behoorde, -vergeten te hebben. - -Daarentegen werd hij een trouw bezoeker van de kerk... en plaatste -zich altijd aan den kant, waar de vrouwen zaten. Voor menige jonge -dame was het een stichtend genot den eerwaardigen grijsaard in haar -psalmboek den text van het gezang te laten volgen; men werd er bijna -van geroerd naar het bleeke gezicht en het sneeuw witte haar, dat in -lokjes op den jaskraag viel, te kijken. - -Intusschen werd de pluimbal door de pers met eene woede, die bijna -aan razernij grensde, heen en weer geworpen en inzonderheid was de -oppositie zeer ijverig. - -Eerst begreep men niet, wat de ambtman Hiorth eigenlijk in het -Ministerie moest doen, een man, dien niemand kende. Zoo ook werden -er toespelingen gemaakt op een vreeselijk schandaal, dat in het -Departement van den minister Bennecken moest hebben plaats gehad; -documenten moesten verdwenen zijn, geheime verbergplaatsen aan het -licht zijn gekomen, waarin de gewichtigste staatsstukken gestopt -werden, en eene menigte ontdekkingen van de bedenkelijkste soort -zijn gedaan. - -De mondelinge geruchten, die in omloop kwamen, waren van erger soort; -er werd gefluisterd, dat de minister in zeer nauwe betrekking had -gestaan tot een zeer slecht ter naam en faam staande vrouw, eene -zekere madam Gluncke; buitendien wist de geheele stad, dat twee der -kinderen van de familie, na eene hevige familie-scène, hals over kop -naar Amerika waren vertrokken. - -Maar waar toch Anders, de almachtige gebleven was, met dit vraagstuk -hield men zich het meest bezig. - -De minister droeg zijn hoofd nog een weinig hooger dan gewoonlijk, en -dezelfde genadige glimlach plooide zich om zijnen mond, wanneer hij -op straat de voorbijgangers groette. Niettegenstaande het volkomen -kalme uitzicht van den minister allen in het Departement zou hebben -moeten tevreden stellen, steeg de ongerustheid meer en meer. - -Iederen morgen zag men met verlangen uit naar den "Waren Vriend des -Volks," maar deze bewaarde het stilzwijgen; geen heftig hoofdartikel, -dat den mond der schreeuwers kon stoppen en de gemoederen tot bedaren -kon brengen, verscheen. - -"Maar nu wordt het toch waarachtig tijd, dat Mortensen de zaak -aangrijpt;" riep de commies Orseth uit en zijne vuist viel hard op -de tafel. - -"Ja voor den d..... dat moet hij;" herhaalde de kamerjonker Hiorth, -die, nu hij zoo hoog was gestegen, zich verbeeldde ook wat te zeggen -te hebben. En het geheele Departement was het eens, dat Mortensen -nu wat doen moest. Allen verkeerden in eene gespannen en heftige -stemming, toen de Redacteur binnenkwam en het nog vochtige nieuwsblad -op tafel wierp. - -Hiorth greep de courant en las: "Geruchten-uitstrooiers en -Intriganten." - -"Eindelijk!" eene doodsche stilte ontstond, toen hij begon te lezen. - -Eerst werd de aandacht van de lezers gevestigd, op het gebrek aan -wapenen der oppositie, nu zij zich liet verleiden, in politieke -quaestiën, geruchten en oudewijvenpraat te mengen. Daarna werd onder -de aandacht gebracht, dat de voor het oogenblik bestaande politieke -toestand ieder welgezind en verlicht burger tot tevredenheid moest -stemmen. - -"Dat intusschen," las Hiorth verder, maar de Redacteur trok hem de -courant uit de hand: "laat mij lezen!".... "dat intusschen eene zoo -alledaagsche zaak, als het ontslag van eenen bejaarden conciërge aan -het Departement tot zulke artikelen vol schandalen aanleiding kan -geven, is, op zich zelf genomen, een teeken des tijds, dat waard -is ad notam te nemen. Want achter dit.... achter deze gehuichelde -belangstelling voor de minste bijzonderheden van het Staatsbestuur -ligt heel iets anders, iets dat iederen dag meer en meer veld bij -ons wint, iets dat wij van den aanvang, van den wortel af, ernstig -moeten trachten uit te roeien, indien wij willen verhinderen, dat er -schadelijke vruchten aan rijpen voor onze maatschappij. Het is de -ingewortelde haat, die alle lage karakters, alle slechts ten halve -ontwikkelden tegen alle autoriteiten, tegen allen, die geestelijk boven -hen staan, voeden; een haat die zich openbaart tegen de van God over -ons gestelde Overheid, en die, terwijl hij aan het schandelijkste -ongeloof de hand reikt, tot in de heiligste schuilhoeken van het -familieleven doordringt, met het verhevenste den spot drijft, en -dreigt onze maatschappij geheel ten onder te brengen, ons tot de -wildste anarchie te voeren. Zekerlijk zijn er velen onder ons, die -zich geruststellen met de gedachte, dat de Noorsche ambtenaarsstand -zich aan dergelijke uitvallen niet zal storen--en met recht. Maar toch -beschouwen wij het als onzen plicht den vinger op deze wondeplek te -leggen, want hier begint een gevaar, waardoor de geheele maatschappij -wordt bedreigd. Eene grens moet er gesteld worden aan de al meer en -meer toenemende onbeschaamdheid, die in woorden en geschrift zich het -recht aanmatigt te oordeelen over hetgeen, naar de verordeningen Gods -en der menschen, boven hun oordeel verheven is; en zoo dit niet door -gemeenschappelijke krachtsinspanning van alle burgers geschiedt, zoo -zullen wij spoedig van het ergerniswekkende schouwspel getuige zijn, -dat eene oproerig gestemde menigte openlijk de wetten trotseert en -met de handhavers der wet den spot drijft. Laat ons daarom waakzaam -zijn en acht geven op de teekenen des tijds. - -Niet dat wij eenige vrees koesteren, neen Goddank! Zoowel in onzen -verhevenen monarch, als in de vereeniging met ons broedervolk -en werkelijk niet het minst van allen in den sterken kring van -intelligente, begaafde staatslieden en ambtenaars, die zoolang onze -maatschappij met hunne krachten bijgestaan hebben en die aan de dagen -van voorheen getrouw zullen blijven--in alle dezen hebben wij te -goede waarborgen, dan dat er reden zou kunnen bestaan eenige vrees -te koesteren. Maar--wij herhalen het--laat ons waakzaam zijn en op -de teekenen des tijds acht geven. Booze, het licht schuwende machten -staan in onze maatschappij op den loer; laat het volle daglicht maar -eens op hen vallen en als booze geesten zullen zij terugvliegen naar -de duisternis, die hen geboren deed worden." - -Een groot gejubel ontstond er onder de hoorders, toen Mortensen had -geëindigd. Orseth wreef zich vergenoegd de handen en riep: "Kijk, -dat is ferm--heel ferm gezegd. Hebt gij er naar geluisterd Hansen, -dat was ook wat voor u!" - -De oude Hansen boog zich wat verder over den hoop papieren, die voor -hem lag. - -Al de anderen voelden zich als van eenen zwaren last ontheven. Het -schandaal was tot eene kleinigheid teruggebracht en den schreeuwers -was een goed pak toegediend. - -Mortensen zag den kring, die zich om hem heen had gevormd, rond -en zeide: "Ja.... nu ziet gij eens, kereltjes, wat gij zonder mij -waart! Bestaat er iets zoo zegenrijk voor een land als eene verlichte, -waarheidlievende en rechtvaardig gezinde pers?" - -Toen Mortensen deze woorden zeide, had de dubbelzinnige glimlach, -die hem meestal eigen was, om zijne lippen gespeeld; men was er -nooit van verzekerd, of hij oprecht meende, wat hij zeide, dan of -het satirisch bedoeld was. - -Maar thans lachte niemand, want op dit oogenblik gevoelden allen, -dat Mortensen gelijk had. - - - EINDE. - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Een overheidspersoon in eene kleine gemeente. (Vert.) - -[2] De ambtman van het district woont altijd de zittingen bij, welke -de rechtbank van tijd tot tijd op het land houdt. (Vert.) - -[3] Komlene beteekent in het Noorsch een hoop steenen, die de plaats -aanduiden waar de asch van een Noorsch zeekoning of held in eene urn -begraven is. Deze urnen werden altijd zeer dicht naast elkaar in de -aarde begraven, vooral geschiedde dit, wanneer de overledenen tot ééne -familie behoorden, of ook wanneer de begraafplaats in den smaak viel. - -Njàa is zulk eene oude begraafplaats, waar de asch van eene talrijke -familie is begraven. De steenhoopen zien er zeer klein en onaanzienlijk -uit, wijl de leden dezer familie maar tot het volk behoorden, -die er zich niet aan gelegen lieten liggen groote steenhoopen op -te richten voor hunne dooden. Iets ironisch ligt er in de woorden: -"Vele en kleine als de Komlene te Njàa." - -Het is hier Kiellands bedoeling de onwetendheid van de geleerden een -weinig te geeselen, en daarom laat hij den rechter vragen, wat het -beteekent en den advocaat antwoorden, dat het een soort pannekoeken -van aardappelenmeel is. (Vert.) - -[4] In het Noorden oefenen zich de gepromoveerden in de praktijk, -als assistenten bij rechters of advocaten. - -[5] In Noorwegen heeft een minister den titel van staatsraad. (Vert.) - -[6] Dezen naam geeft men in het Noorden aan getrouwde dames, die niet -op den titel van Mevrouw aanspraak kunnen maken. (Vert.) - -[7] In Scandinavië is het nog zeer de gewoonte in den derden persoon, -in plaats van den tweeden iemand aan te spreken, en wordt het laatste -als te familiaar aangezien. In de laatste jaren is men echter begonnen -ni (gij) te zeggen, doch de ouderen van dagen, in de steden minder, -zijn er echter nog op tegen. - -[8] Op groote partijen is het in Scandinavië, de gewoonte dat men -niet aan de tafel gaat zitten; ieder gaat naar de tafel toe, bedient -zich van wat hij verkiest en maakt dan plaats voor anderen. (Vert.) - -[9] Het komt mogelijk vreemd voor, dat een minister in den zomer zoo -weinig overeenkomstig zijnen stand zou wonen, doch in het Noorden -behelpen ook voorname familiën zich gedurende dit jaargetijde, want -men is zelden binnen's huis. (Vert.) - -[10] Zweden. - -[11] In Scandinavië heeft men in vele restaurants geene kellners, -maar jonge meisjes bedienen de gasten: vooral is zulks het geval in -kleinere hotels. (Vert.) - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS *** - -***** This file should be named 55834-8.txt or 55834-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/5/8/3/55834/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg from scans made available by the Norwegian -National Library. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/55834-8.zip b/old/55834-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index de19c84..0000000 --- a/old/55834-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h.zip b/old/55834-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index e1b4e97..0000000 --- a/old/55834-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/55834-h.htm b/old/55834-h/55834-h.htm deleted file mode 100644 index f11bfed..0000000 --- a/old/55834-h/55834-h.htm +++ /dev/null @@ -1,9508 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" -"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2017-10-28T11:53:30Z. --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta name="generator" content= -"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> -<title>Arbeiders</title> -<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii"> -<meta name="generator" content= -"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content= -"Alexander Lange Kielland (1849–1906)"> -<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href= -"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content= -"Alexander Lange Kielland (1849–1906)"> -<meta name="DC.Title" content="Arbeiders"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Scandinavian literature"> -<style type="text/css"> -body { -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -font-size: 100%; -line-height: 1.2em; -text-align: left; -} -.div0 { -padding-top: 5.6em; -} -.div1 { -padding-top: 4.8em; -} -.div2 { -padding-top: 3.6em; -} -.div3, .div4, .div5 { -padding-top: 2.4em; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument -{ -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -padding-top: 2.4em; -padding-bottom: 1.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -sup { -line-height: 6pt; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -height: 1px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -width: 45%; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5em; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -line-height: 1em; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.40em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.71em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0em 0.05em 0 0; -padding: 0px; -line-height: 0.8em; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.advertisment { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -a.noteref, a.pseudonoteref { -font-size: 80%; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .label, .par.footnote .label { -float: left; -width: 2em; -height: 12pt; -display: block; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0%; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0%; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.indextoc { -text-align: center; -} -.transcribernote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.correctiontable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0% 7em 0%; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 3.5em; -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0% 2em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em 0% 2em 0%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0% 0em 0%; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.72em; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTop, .figBottom { -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0% .5em 0%; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0 0% 0 0%; -} -span.hemistich { -visibility: hidden; -} -.verseNum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pagenum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -} -.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink { -background-repeat: no-repeat; -background-position: right center; -} -.pglink { -background-image: url(images/book.png); -padding-right: 18px; -} -.catlink { -background-image: url(images/card.png); -padding-right: 17px; -} -.exlink, .wplink, .biblink, .seclink { -background-image: url(images/external.png); -padding-right: 13px; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover { -background-color: #FFDCDC; -}body { -background: #FFFFFF; -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, .h1 { -padding-bottom: 5em; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteref:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -}.pagenum, .linenum { -speak: none; -} -</style> - -<style type="text/css"> -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:480px; -} -.xd26e120 { -text-align:center; -} -.titlepage-imagewidth { -width:448px; -} -.xd26e159 { -text-align:center; font-size:smaller; -} -.xd26e4522 { -text-align:center; -} -@media handheld { -} -/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */ -</style> -</head> -<body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Arbeiders - Roman - -Author: Alexander L. Kielland - -Translator: Ida Donker - -Release Date: October 28, 2017 [EBook #55834] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ASCII - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg from scans made available by the Norwegian -National Library. - - - - - - -</pre> - -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" -alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div> -</div> -</div> -<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first xd26e120">ARBEIDERS.</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src= -"images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="448" -height="720"></div> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">ARBEIDERS.</div> -<div class="subTitle">ROMAN</div> -</div> -<div class="byline">VAN<br> -<span class="docAuthor">ALEXANDER L. KIELLAND.</span><br> -Vertaald uit het Noordsch<br> -DOOR<br> -<span class="docAuthor">IDA DONKER.</span></div> -<div class="docImprint">DEVENTER,<br> -W. HULSCHER G.J.<span class="sc">ZN.</span></div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="first xd26e159">Snelpersdruk van <span class="sc">H. C. A. -Thieme</span> te Nijmegen. <span class="pagenum">[<a id="pb1" href= -"#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="super">ARBEIDERS.</h2> -<h2 class="main">I.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In het zuidwesten en over de baai, aan welke -Christiania gelegen is, was de hemel helder en blauwachtig wit. De -zonnestralen glinsterden in de door den wind zacht bewogen golfjes, -waartusschen men echter strepen waters zag zonder eenige beweging. Uit -welke streek het waaide, viel moeilijk te zeggen. In het oosten hingen -iederen namiddag zware onweerswolken over de stad; tegen den avond -trokken zij weer op.</p> -<p>„Barstte de onweersbui toch maar eens los,” dachten de -lieden, maar het was alle dagen, gedurende de geheele maand Augustus, -hetzelfde. De zon braadde, de wind voerde de warme lucht, dan hier, dan -daar, zonder eenige koelte aan te brengen, en de drukkende hitte, onder -welke men al zoolang had gezwoegd, en van welke men hoopte door eene -flinke onweersbui verlost te worden, duurde maar steeds voort. De -breede straten van Christiania werden geblakerd in de zon; in het -zuiden en zuidwesten der stad was het bijna niet uit te houden. De -schaduw scheen het zich wel tot taak te hebben gesteld zich zoo smal -mogelijk te maken, zij sloop als ’t ware langs de huizen en -maakte het den voorbijgangers onmogelijk eenig voordeel van haar te -trekken. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name= -"pb2">2</a>]</span></p> -<p>In de Karel-Johanstraat was het des morgens het best: men kon het -Storthing-gebouw bereiken, zonder te veel van den fellen zonneschijn te -lijden te hebben, maar over het Eidsvoldsplein en naar het slot had de -zon hare beste krachten verzameld.</p> -<p>De bladeren der boomen van het jonge plantsoen hadden eene -grijsachtig witte kleur van het stof en hingen slap neer; de populieren -stonden even stijf als altijd en gluurden naar hunne schaduw. En de -menschen gleden, alsof zij vogels waren, van den eenen boom naar den -anderen, terwijl deze zich in het dichtste gebladerte verscholen, of -wel zich bezig hielden een zandbad in de half verschroeide bloemperken -te nemen.</p> -<p>Eenige heeren sleepten zich met moeite voort op de hoogte waarop het -slot gebouwd is. De warmte had hen duchtig beet, dat kon men duidelijk -aan hen zien, en zij zagen er recht ongelukkig uit, zooals zij daar met -opgestoken paraplui, den hoed in de hand en den zakdoek nat van al de -zweetdroppels, die zij er mee afgewischt hadden, hunnen weg vervolgden. -Onder de groote klok van het universiteitsgebouw stonden eenige jonge -studenten (zij hadden pas dien titel verkregen) en zij zweetten Latijn. -Plotseling werd het stof in de Universiteitsstraat door een licht -windje in beweging gebracht, naar alle kanten dwarrelde het in dikke -wolken heen; juist kwam ook de waterkar aan, en de droppels bleven als -grauwe parelen op het dikke warme stof liggen.</p> -<p>Het deed pijn aan de oogen, naar de zijde van het slot te zien; het -gebouw werd door de zon van alle kanten fel beschenen; voor de ramen -had men dan ook alle gordijnen neergelaten. Karel Johan zat op zijn -bronzen paard voor het slot, hij hield zijnen hoed in de hand om het -wat minder warm te hebben. De rook uit de schoorsteenen viel, of liever -hing, als eene bruine wolklaag over de stad neer, in het oosten pakten -de geelachtige onweerswolken <span class="pagenum">[<a id="pb3" href= -"#pb3" name="pb3">3</a>]</span>zich weer samen en zij zagen er uit, als -de rook van zwaar geschut. De groote steen en huizen, zoo gebouwd, dat -zij eenen Siberischen winter weerstand kunnen bieden, waren thans -werkelijk aan ovens gelijk. De warme lucht rustte echter nog zwaarder -op de kleine, nauw ingesloten binnenplaatsen, waar men op zijnen rug -moet gaan liggen, zoo men een stukje van den blauwen hemel wil zien. -Door achterdeuren en keukenramen drong zij de trappen op; hier -ontmoette zij de warme zonnestralen, die van de straatzijde in de -woningen door de vele vensters en den geheel verwarmden voorgevel -vielen. Van den zolder tot aan den kelder was er geen enkel koel -plaatsje te vinden, uitgenomen daar, waar de voorraad ijs zich bevond; -de langdurige hitte had de muren zoodanig verwarmd, dat zelfs de -nachten geene verademing aanbrachten. Het was snik heet, alles wat de -eigenschap bezat eene vieze lucht te kunnen verspreiden, greep die -gelegenheid gretig aan; in de geheele stad was geen mond vol frissche -lucht te bekomen.</p> -<p>„Hoe noordelijker men komt, des te erger wordt de -hitte,” zeide de commies Mortensen, en hij deed zijne das af. Hij -zat reeds in zijne hemdsmouwen en zijn vest hing open.</p> -<p>De jonge klerk Hiorth welke nog geene vaste aanstelling bij het -Departement had bekomen, en die bezig was met het plakken van kleine -papieren zakken, die men voor het een of ander doel in het Departement -noodig had, draaide zich boos om, want Mortensen zag er dan ook alles -behalve smaakvol uit, zooals hij daar van de warmte in zijne -geelachtige hemdsmouwen zat te puffen. Hiorth waagde het echter niet -iets te zeggen, hij was, zooals gezegd is, nog een nieuweling, en -Mortensen voerde hier het hooge woord.</p> -<p>Alle ramen in het groote gebouw stonden wijd open, evenzoo de deuren -tusschen de verschillende vertrekken en de gangen. De beambten brachten -elkander visites en <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" -name="pb4">4</a>]</span>klaagden over de warmte; eenige stukken hadden -zij echter altijd in de hand, voor het geval, dat zij iemand op hunnen -weg ontmoetten. De nieuwelingen, die nog niet aan het werk gewoon -waren, hadden veel moeite wakker te blijven; als verwelkte zonnebloemen -hingen zij met ’t hoofd over de tafel gebogen, soms sprongen zij -verschrikt uit hunne zoete sluimering ontwaakt, op, en dan hadden zij -het bijster druk met hunne papieren in orde te brengen. Papier was er -overal. De klerken waren er geheel van omringd; al de planken tegen de -muren waren propvol. Er was grauw papier, wit papier, geel papier, -pakpapier, postpapier, bordpapier, vloeipapier, gestempeld papier, -nieuw papier en ook heel oud papier met gele kanten. Papier lag in -enkele vellen, in een omslag, of wel in groote pakken gebonden op den -vloer, op de stoelen en tafels; het was werkelijk eene overstrooming -van papier, en de ongelukkigen, die daar hunne bezigheid hadden, -moesten, naar het scheen, zich er op voorbereiden, eenmaal den dood in -’t papier te vinden, zoo zij zich ten minste door zwemmen niet -konden redden.</p> -<p>In het vertrek naast dat van Mortensen zat de commies Örseth. -Hij was klein van gestalte, droeg een’ zwarten baard en was zeer -levendig. Hij stoof de kamer, waar Mortensen zich bevond, binnen; een -courant hield hij in de hand.</p> -<p>„Hebt gij dit artikel gelezen, Mortensen, het gaat nu -werkelijk al te ver …. anders, lees dit stuk eens over het -stemrecht van de werklieden. Dat zoo iets openlijk geschreven, gedrukt, -verspreid wordt …. de schrijvers van zoodanige artikelen -verdienden dat zij opgehangen werden.”</p> -<p>Mortensen wierp vluchtig eenen blik op het blad.</p> -<p>„Dat las ik van morgen …. onzin!”</p> -<p>„Onzin! Mortensen, neen veel erger is het …. -leugenachtige ophitsende woorden, die hoogst gevaarlijk voor de rust -van de maatschappij zijn. O, wanneer ik het bedenk,” <span class= -"pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>barstte -Örseth uit, en een bittere glimlach speelde om zijnen mond, -„hoe men hier de werklieden naar de oogen ziet, op familiaren -voet met hen wenscht te staan, hoe men bij alle gelegenheden, te pas of -te onpas, redevoeringen houdt, waarin men hunnen lof uitbazuint, juist -alsof zij alleen werk in de maatschappij verrichten, en alsof wij niet -anders waren dan …. dan ….”</p> -<p>„Dagdieven,” vulde Mortensen aan.</p> -<p>„Het rechte woord,” riep Örseth uit, „en ik -zou toch wel eens willen weten, wie het meest werkt, zulk een -stratenmaker bijv. of één van ons!”</p> -<p>Op dit oogenblik gleed een klein man, met wit haar, het vertrek -binnen. Nooit wist men goed, van welken kant hij binnenkwam; de deuren -gingen altijd, wanneer zij niet openstonden, zooals nu, onhoorbaar -onder zijne hand open, en op vilten zolen liep hij door het gebouw.</p> -<p>„Nu, Mo,” zeide Mortensen, <a id="xd26e215" name= -"xd26e215"></a>en hij knipoogde hem vertrouwelijk toe, „is hij -weg?”</p> -<p>„De minister is een oogenblik geleden met den koopman -Falck-Olsen uitgereden,” antwoordde Mo, en hij gleed weer uit het -vertrek.</p> -<p>Zoolang de kleine man in het vertrek was, zaten al de klerken over -hun werk gebogen, en Örseth was ook naar zijn vertrek -teruggekeerd.</p> -<p>Mo was de bode van het Departement. Hij was altijd in bruinen rok -met lange panden en opstaanden kraag gekleed, en eene witte stijve das -reikte hem tot aan de kin. In dit costuum had hij veel van eenen -kwaker, en het bleeke gelaat met den vriendelijken blik boezemde -vertrouwen in. Zijn haar was sneeuwwit, en, wijl het tamelijk lang in -den nek was, viel het in kleine krulletjes over den kraag van zijnen -rok.</p> -<p>Toen de bode, even onhoorbaar als hij gekomen was, het vertrek had -verlaten, riep Mortensen half luid uit: „Hoor, Örseth, ging -de hoofdcommies nu ook maar weg, <span class="pagenum">[<a id="pb6" -href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>dan zou een glas schuimend bier in -het koffiehuis hier naast, best smaken …. -hé?”</p> -<p>„Hé ja!” riep de jonge Hiorth uit, en de schaar -viel hem uit de hand.</p> -<p>Mortensen zag den jongen man koel aan; plotseling kwam hij op andere -gedachten. Hiorth was de zoon van een voornaam ambtenaar in het -westelijke gedeelte van Noorwegen, hij had zeer goede relatiën en -was waarschijnlijk goed bij kas. Hij antwoordde daarom vrij -vriendelijk: „Jonge vriend, je groeit schielijk!” Hiorth -begreep in het minste niet, wat met deze woorden werd gemeend, maar -daar hij had bemerkt, dat het tot de bon ton in het Departement -behoorde, Mortensen geestig te vinden, lachte hij natuurlijk, en zeide -in allen eenvoud: „Wat ik het meest mis, sedert ik aan het -Departement werkzaam ben, is mijn ontbijt in het Grand-Hôtel; men -heeft er nu zulke heerlijke lamscoteletten, nergens maakt men ze beter -klaar, en dan versche komkommersalade ….” In het -vertrek waar Örseth werkte, werd eenig gebrom gehoord.</p> -<p>„Nooit eet ik in den voormiddag komkommersalade,” -antwoordde Mortensen, „daar behoudt men den smaak te lang van in -den mond, maar eene beefsteak à la Hollandaise met aardappelen, -een borrel en een glas bier, dat is een ontbijt naar mijnen -smaak.”</p> -<p>„Dat is ook altijd heel goed in het -Grand-Hôtel.”</p> -<p>„Ik voor mij, vind, dat men daar in ’t geheel niet goed -eet,” zei Mortensen op onverschilligen toon.</p> -<p>„Ik kan er voor instaan, dat het u daar bevallen zal, en -wanneer gij mij de eer wilt aandoen, er met mij heen te -gaan …..”</p> -<p>Opnieuw werd het gebrom in het andere vertrek gehoord.</p> -<p>„Dank voor je aanbod, maar Örseth en ik waren eigenlijk -van plan …..”</p> -<p>„Zoo gij meent,” zeide Hiorth op wat angstvalligen toon -<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name= -"pb7">7</a>]</span>„dat meneer Örseth mij ook de eer zou -willen aandoen van …..”</p> -<p>„Ja, dat is niet heel gemakkelijk te zeggen,” antwoordde -Mortensen, „op dit punt is hij nog al teergevoelig, maar ik wil -hem wel eens polsen,” en hij ging naar het andere vertrek. Hier -zat ook in eenen hoek over eenen lessenaar heengebogen een man met -oudachtig uiterlijk. Nadat Örseth een oogenblik met Mortensen op -fluisterenden toon had gesproken, riep hij: „Hansen, ik moet van -morgen even uit. Zoo Mo vraagt, waar ik ben, kunt gij zeggen dat ik -naar het registratie-kantoor ben, om er eene conferentie te -houden …. hebt gij het begrepen, Hansen?”</p> -<p>Deze boog even toestemmend met het hoofd.</p> -<p>„Wat is hij dof geworden,” zeide Mortensen half luid, -„het was hoog tijd, dat hij de redactie van de courant -neerlegde.”</p> -<p>Mortensen bedoelde: „de Vriend des Volks,” welke de oude -Hansen vroeger had geredigeerd, maar hij was gedwongen zijn ontslag aan -te vragen, wijl de courant in den laatsten tijd eene richting was -toegedaan, welke zij, die over hem gesteld waren, gevaarlijk voor de -maatschappij vonden.</p> -<p>Nu was Mortensen redacteur.</p> -<p>Örseth begon zich al gereed te maken, heen te gaan, waarop -Mortensen aanmerkte, dat het niet gaan zou, zoolang de chef van het -bureau nog niet zijne dagelijksche wandeling had gedaan. Juist toen -Mortensen die woorden zeide, hoorden zij de deur van de kamer, in welke -deze zat, openen, en zagen zij hem de trappen afkomen.</p> -<p>Mortensen ging naar zijne plaats terug en zeide tot Hiorth op -fluisterenden toon: „ik heb hem overgehaald meê te -gaan,” en onder het neuriën van een volksliedje begon ook -hij zijn toilet wat in orde te brengen.</p> -<p>Niet velen zouden het gewaagd hebben in de bureau’s van het -Departement zich zoo vrij te gedragen als Mortensen <span class= -"pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>gewoon was. -Eerstens was het eene bekende zaak, dat hij Anders, den -„Almachtige,” zooals Mo in de wandeling genoemd werd, tot -vriend had, ten andere werd er gemompeld, dat de minister Bennecken, -wanneer hij zijn gevoelen aangaande het een of ander kenbaar wilde -maken, zich soms van „de Vriend des Volks” bediende.</p> -<p>Dit was de reden, waarom de commies Mortensen in het Departement -voor wat meer aangezien werd dan zijne collega’s. Zoo -langzamerhand begon het in het vergeetboek te geraken, dat zijn -verleden niet onberispelijk was geweest. Veel was er indertijd gepraat -over een bedrog in eene fabriek voor lucifers op groote schaal -gepleegd, en Mortensen, die toen zaakwaarnemer in de kleine stad was, -had zich zeer gecompromitteerd.</p> -<p>Eindelijk was Mortensen er in geslaagd, zijn jas over zijn gele hemd -dicht te knoopen en de heeren stonden reeds met den hoed in de hand, -gereed om weg te gaan. Bij de deur gekomen, keerde Mortensen zich om, -en riep uit: „Bij alle goden, hij heeft geene stukken meegenomen, -de jonge snaak is van plan zonder stukken de straat op te -gaan.”</p> -<p>Hiorth lachte; hij wist, dat zoodra Mortensen iets geestigs zeide, -dit van de hoorders verwacht werd.</p> -<p>„Hebt gij dan geen oogen,” zeide Örseth, en nu -eerst bemerkte Hiorth dat de anderen eenige papieren onder den arm -hadden.</p> -<p>„Maar …. maar …. welke stukken kan -ik meênemen,” vroeg hij op radeloozen toon, en hij zag naar -den hoop papieren, die voor hem lagen.</p> -<p>„Nu nog mooier,” riep Mortensen uit, en meewarig sloeg -hij zijnen blik naar het plafond, „hij vraagt welke stukken hij -zal meênemen; alsof het er wat op aankomt, met welk papier men op -straat gaat.”</p> -<p>Eindelijk ging er een licht voor den nieuweling in het vak op, hij -maakte dus een pak klaar, dat aan dat der <span class="pagenum">[<a id= -"pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>anderen gelijk was, en zoo -waren zij ten laatste gereed de trap af te gaan. Toen zij echter bij de -straatdeur waren gekomen, werden zij door eenen langen, mageren man, in -een werkpak gekleed, opgehouden.</p> -<p>„Meneer de Redacteur,” zeide hij tot Mortensen, <a id= -"xd26e286" name="xd26e286"></a>en hij wischte zich het zweet met zijn -schootsvel van het gelaat, „waar kunnen wij een portret van -generaal Roberts in de stad krijgen?” Zonder een oogenblik te -aarzelen antwoordde de Redacteur: „neem dat van Gladstone en geef -hem eenen vollen baard.”</p> -<p>„Maar Gladstone is zoo kaal,” merkte de graveur aan.</p> -<p>„Zet hem een Stanley-hoed op,” antwoordde Mortensen -kalm. De man groette en ging verder, en Hiorth zag Mortensen met de -grootste bewondering aan. „Ferm bedacht, meneer de -Redacteur,” zeide hij, en hij waagde het zelfs, Mortensen -vertrouwelijk op den schouder te kloppen,—de gedachte dat hij de -anderen vrij zou houden, gaf hem moed.</p> -<p>„Maar weet gij precies, hoe generaal Roberts er uit -ziet?”</p> -<p>„In het geheel niet,” antwoordde Mortensen.</p> -<p>„Maar gesteld, dat de generaal in ’t geheel geenen baard -heeft, of alleen eenen knevel, zooals ik bijvoorbeeld?”</p> -<p><span class="corr" id="xd26e299" title= -"Niet in bron">„</span>Dan heeft de generaal zich den baard laten -afscheren, sedert hij het laatst voor zijn portret heeft gezeten, dat -is klaar als de dag.”</p> -<p>„Nu,” zeide Örseth, <span class="corr" id= -"xd26e305" title="Niet in bron">„</span>moeten wij ieder -afzonderlijk gaan; steek naar de andere zijde der straat over, -Mortensen.”</p> -<p>Een vloek ontsnapte aan Mortensen, de anderen draaiden zich om, en -hij, dien zij het minst van allen wilden ontmoeten, kwam recht op hen -aan. Het was de hoofdcommies, de heer Delphin, deftig en elegant als -altijd, een boosaardige glimlach speelde, zooals veelal het geval was, -ook nu om zijne lippen.</p> -<p>„Daar zullen wij van lusten, dat onweer kunnen wij niet meer -ontkomen,<span class="corr" id="xd26e312" title= -"Niet in bron">”</span> zeide Örseth bij zich zelf.<a id= -"xd26e315" name="xd26e315"></a> Hiorth <span class="pagenum">[<a id= -"pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>beefde van schrik. De -drie heeren groetten George Delphin vrij verward, deze groette even -terug, en het had er veel van, alsof hij hen zonder iets te zeggen, -voorbij wilde gaan; onverwachts echter bleef hij voor Mortensen staan -en vroeg hem buitengewoon beleefd: <span class="corr" id="xd26e319" -title="Niet in bron">„</span>Meneer Mortensen, u heeft zeker wel -een paar lucifers over?”</p> -<p>Mortensen kromp ineen van schrik, terwijl hij naar de verlangde -lucifers zocht; de hoofdcommies stak zeer langzaam en voorzichtig zijne -sigaar aan, bedankte voor de moeite, en ging verder.</p> -<p>„Nu, daar zijn wij al heel genadig afgekomen,” zeide -Hiorth in zijne onschuld.</p> -<p>„O, dat wil ik juist niet beweren,” antwoordde -Örseth, en zijdelings wierp hij eenen boosaardigen blik op -Mortensen.</p> -<p>„Vervloekte rekel!” fluisterde de Redacteur bij zich -zelf.</p> -<p>„Verleden Zondag hoorde ik bij de familie Falck-Olsen -vertellen, dat meneer Delphin veel kans had, spoedig tot kamerheer te -worden benoemd,” zeide Hiorth, altijd recht in zijnen schik, als -hij zijne kennis aan voorname familiën kon luchten. De heeren -hadden tijd noch lust, iets op deze woorden te antwoorden; zooals -Örseth geraden had, ging ieder nu langs eenen anderen weg naar het -Grand-Hôtel, waar men elkaar zou ontmoeten.</p> -<p>De zon scheen nog even fel. Aan de zijde der straat, waar eenigszins -schaduw te vinden was, liep zooveel volk, dat het onmogelijk was, -spoedig vooruit te komen; de drie heeren vonden het dus maar beter, de -hitte te trotseeren en zich in de zon te laten braden. Vluchtig -groetten zij in het voorbijgaan hunne bekenden, doch bleven geen -oogenblik staan om een praatje te houden, ieder zag dan toch ook, dat -zij veel te doen hadden, de groote pakken papier waren van dienst.</p> -<p>In het Departementsgebouw steeg de hitte meer en meer. De oude -Hansen zat eenzaam in die groote vertrekken, en zijn hoofd boog zich -ook al meer en meer over den hoop papieren die voor hem lag. -<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name= -"pb11">11</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">II.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er was zitting van het Thing (gerecht) in het huis van -den Lensmand<a class="noteref" id="xd26e342src" href="#xd26e342" name= -"xd26e342src">1</a>. Langs beide zijden van den straatweg zag men -uitgespannen wagens van allerlei vorm, meest boerenkarren; voor de deur -van het huis, waar de zitting was, stond de calèche waarmede de -heeren van het gerecht uit de stad waren gekomen.</p> -<p>De dorpsjeugd kon zich aan het mooie rijtuig niet moede kijken; met -open mond gaapten de kleine jongens het aan. De een achter den ander, -de kleinste echter voorop, en allen hielden zij de handen in de -broekzakken. De volwassenen stonden hier en daar op den weg verspreid, -de meesten hielden zich echter in de buurt van het huis van den -Lensmand, zij bekeken het mooie rijtuig ook van alle kanten, doch zij -gaapten er een weinig minder naar dan de jongens; dit echter hadden zij -met dezen gemeen, dat hunne handen ook in de broekzakken waren -verdwenen. Vrouwen zag men in het geheel niet op den weg.</p> -<p>Eenigen der boeren stonden in groepjes met elkaar te praten, anderen -gingen twee aan twee op de plaats achter het huis heen en weer, om meer -ongestoord te kunnen spreken, weder anderen zag men in onverschillige -houding tegen het hek leunen en naar de zee turen. Soms kon men echter -een gelaat ontdekken, waarop angst en spanning duidelijk te lezen -stonden; het was bij die lieden, die een’ langen weg hadden -afgelegd, om te hooren, hoe het met hunne zaak stond.</p> -<p>Een kleine man, met zeer roode randen om zijne oogen stond op -tamelijk grooten afstand van de anderen. Den geheelen nacht had hij -flink moeten doorrijden, om vroeg genoeg voor de zitting te komen. Aan -eenen paardenopkooper <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" -name="pb12">12</a>]</span>had hij een Isabella-paard verkocht, maar -toen het op betalen aankwam, had deze hem leelijk gefopt. Ongeveer een -jaar geleden had hij zijne zaak den advokaat Bogesen in handen gegeven, -en menigen blanken rijksdaalder had hij reeds moeten betalen om de -onkosten, die de advokaat natuurlijk maken moest, goed te maken, maar -kooper en paard reden intusschen de wereld rond, de hemel mocht weten -waar.</p> -<p>Vandaag, zoo had de advokaat hem ten minste beloofd, zou er een eind -aan de zaak gemaakt worden, en in zijne verbeelding hoorde hij reeds, -hoe het gerecht den paardenopkooper tot eene zware geldboete of eenige -andere straf zou veroordeelen, terwijl aan hem zijn geld zou worden -terugbetaald en, wie weet? ook de merrie hem weer zou toebehooren.</p> -<p>Zoo het hem maar mocht gelukken den advokaat Bogesen te ontdekken! -Den geheelen morgen had hij vóór het huis van den -Lensmand op wacht gestaan, maar zijn advokaat kon hij maar niet in het -oog krijgen.</p> -<p>De menschen stroomden het huis in en uit, eenigen hadden aan den -ontvanger hunne belasting te betalen, anderen wilden den -ambtman<a class="noteref" id="xd26e362src" href="#xd26e362" name= -"xd26e362src">2</a> spreken, of wel het een of ander aan de klerken -vragen. Het liep al naar twaalf uur, en de boeren begonnen hongerig te -worden; de van huis meegebrachte teerkost werd voor den dag gehaald, en -een zoo goed mogelijk plaatsje werd opgezocht, dat echter niet zoo -gemakkelijk was te vinden. Sommigen zaten in eene rij langs de sloot -aan den landweg, terwijl eenigen met het gelaat naar de zee staande hun -maal gebruikten.</p> -<p>Van tijd tot tijd verscheen er een klerk in de deur en hoorde men -een’ naam luid roepen. Allen draaiden dan <span class= -"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>het -hoofd om, de geroepene daagde gewoonlijk uit den een of anderen hoek op -en ging met afgepaste schreden naar de deur, tot groote ergernis -natuurlijk van den klerk, wiens fraai gekamd haar door den wind groot -gevaar liep geheel in wanorde te komen, daar het hem vóór -de oogen waaide.</p> -<p>Een weinig verder dan de anderen zat een man op eenen grooten steen -tegen den muur van een huis geleund. Hij scheen geheel in gedachten -verzonken, en onafgebroken tuurde hij naar de zee. Hij was zwaar -gebouwd en buitengewoon lang; het graven in den grond, en ook het wonen -in lage vertrekken, hadden zijnen rug gekromd. Zijne gelaatstrekken -waren grof, en dit gevoegd bij den zwaren vuurrooden baard en het dikke -lokkige hoofdhaar van dezelfde kleur, zou hem geheel het uiterlijk van -eenen wilde hebben gegeven, zoo niet de trouwhartige blauwe oogen met -den kinderlijken blik aan zijn gelaat eene gansch andere uitdrukking -hadden verleend. Den hoed had hij afgenomen en naast zich gelegd.</p> -<p>Uit een der groepjes in zijne nabijheid kwam een man naar den zoo in -gepeins verzonkene toe. „Goeden dag Njaedel!” Njaedel -draaide het hoofd even om, en groette terug.</p> -<p><span class="corr" id="xd26e378" title= -"Bron: »">„</span>Dat treft al heel goed, dat ik je vandaag -hier zie,” zeide de eerstgenoemde, „wij hebben nu een -oogenblik tijd om over het wier aan het strand te spreken, en kunnen -misschien ook te weten komen, wat de anderen er van denken.”</p> -<p>„Het kan mij geen zier schelen, wat de anderen er van -denken,” antwoordde Njaedel, „en hadt gij andere lui ook -met vreê gelaten, zoo was ik nu niet hier op het Thing tot spot -van allen.”</p> -<p>„Wij moeten er ons in schikken, dat onze slechte daden aan -’t licht worden gebracht, wanneer zij ergernis in de gemeente -wekken.” <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name= -"pb14">14</a>]</span></p> -<p>„Och wat … ergernis; wanneer een ieder maar voor -zijne eigene deur veegde, kwam er geene ergernis in de -wereld.”</p> -<p>„Het is noodzakelijk dat er ergernis kome, maar wee -dengene …”</p> -<p>Njaedel stond op, en in zijne volle lengte stond hij nu voor den -andere, en vroeg kortaf: „wat hebt gij mij over het wier te -zeggen?”</p> -<p>Sören Börevigs’ uiterlijk was geheel verschillend -van dat van Njaedel. Wel was hij lang, maar hij ging zeer voorover, -terwijl het gele stroeve haar en de witte oogharen iets onaangenaams -aan zijn gelaat gaven. Wanneer hij sprak, keek hij den persoon, tot -wien hij het woord richtte, altijd van ter zijde aan, en had daarbij de -gewoonte zich in de handen te wrijven.</p> -<p>„Je graaft eene diepe sloot naar den kant van het zeestrand, -Njaedel.”</p> -<p>„Ja, daar ben ik aan bezig.”</p> -<p>„Het zal dan niet meer zoo gemakkelijk zijn, aan het strand te -komen, om er wier te halen.”</p> -<p>„Ik rijd maar langs mijnen akker over mijn eigen -grond.”</p> -<p>„Ja, dat kan ik zoo denken,” zeide Sören, en hij -zag den weg op, „maar ge zoudt er zeker op tegen hebben, dat -anderen over je land reden?”</p> -<p>„Ja, ik raad ze maar, dat niet te doen.”</p> -<p>„Ja, maar …. zie je …. Njaedel, hoe -kan ik, wanneer gij die sloot graaft, naar het strand komen, om er wier -te halen …. hebt ge daaraan gedacht?”</p> -<p>„Gij …. maar wat zoudt gij aan het strand -doen …. Sören …. gij hebt daar niets te -maken.”</p> -<p>„Hum …. hum,” antwoordde Sören half -glimlachend, „ge neemt een’ hoogen toon aan Njaedel, -maar ….”</p> -<p>„Niet hooger, dan mij past.”</p> -<p>„Heb ik misschien niet zoolang ik de Börevigshoeve -gepacht heb, daar mijn wier gehaald?” <span class= -"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span></p> -<p>„Ja, Sören, dat hebt gij gedaan,” antwoordde -Njaedel bedaard, <span class="corr" id="xd26e420" title= -"Niet in bron">„</span>en ik geloof zelfs, dat gij vele dingen -hebt gedaan, die gij liever niet hadt moeten doen.”</p> -<p>„Denkt gij misschien, dat het maar zoo gaat, oude steeds -gebruikte wegen af te sluiten,” vroeg Sören hem op -zachtmoedigen toon, „dat kunt gij niet meenen Njaedel?”</p> -<p>„Ik heb mijn eigendomsbewijs …. en een dat echt -is, ik heb het land van de kerk gekocht en ik betaal er belasting voor -aan den Bisschop te <span class="corr" id="xd26e427" title= -"Bron: Christiansand">Kristiansand</span>. Geen woord staat er in te -lezen, hoor, dat de eigenaars van Börevig verlof hebben, over mijn -land te rijden, en zoo vind ik, dat het mij vrij staat, slooten te -graven waar ik wil.”</p> -<p>Na deze woorden gezegd te hebben, sloeg hij den weg naar den -huizenkant in.</p> -<p>„Ja, maar het wier …. het wier!” riep -Sören uit, en hij wreef zich harder dan gewoonlijk in de -handen.</p> -<p>„Het erts is in de bergen, en het wier in de zee, hebt ge -geene bergen, zoo hebt ge geen erts, hebt ge geen strand, zoo hebt ge -geen wier. Ik vind, dat ge dit moest begrijpen Sören, gij, die zoo -buitengewoon schrander zijt.”</p> -<p>„Ja maar, ja maar,” begon Sören opnieuw, -„maar alle Godsgaven moeten wij toch met elkander deelen, zijn -wij niet allen broeders?</p> -<p>„Ik wil je broêr niet zijn, Sören -Börevig …. voor geen tweehonderd groote lasten -zeewier,” antwoordde Njaedel, en er lag iets sombers in den blik, -waarmede hij hem aanzag.</p> -<p>„Nu ja …. Njaedel, dan schiet er wel niet anders -over, dan de zaak voor het gerecht te brengen,” zeide Sören -bedaard, „de advocaat Tofte is nu juist hier, dat komt al heel -goed uit, ik zal hem er over raadplegen.”</p> -<p>„Ga je gang, Sören, ik heb mijn koopcontract,” -antwoordde Njaedel, en hij ging verder.</p> -<p>Midden op den weg, tusschen de huizen in, stond eene menigte mannen -om een voertuig, dat zoo even was aangekomen. <span class= -"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>Een -klein gezet man, met een zeer rood gelaat een’ grijzen baard en -eene pelsmuts op het hoofd, stapte uit den wagen.</p> -<p>„Is hier iemand,” sprak hij, de omstanders aanziende, -„die mij kan vertellen wien het stuk van den weg toebehoort, dat -van het hek van Börevig tot aan het Zwarte Moeras loopt, dien -kerel zou ik gaarne een hartig woordje willen zeggen.”</p> -<p>Niemand kon hem er bescheid op geven, doch eindelijk antwoordde een -oud man: „ja, daar heeft de opperloods gelijk in, de geheele kust -langs is de weg niet zoo slecht als juist daar.”</p> -<p>„Een weg!” riep de opperloods uit, „noem je dat -een weg? neen, ik noem het een moeras, waarin hier en daar eenige -steenen zijn gegooid, kijk maar eens, hoe mooi wij eruitzien,” en -hij wees met de hand naar het paard en den wagen, die er vreeselijk -beslijkt uitzagen.</p> -<p>„Het best zou maar zijn, bij den Lensmand eene klacht in te -dienen,” riep één uit de menigte.</p> -<p>„Ja, zoo het wat hielp,” luidde het antwoord van den -opperloods, en hij krabde zich het hoofd.</p> -<p>Njaedel Vatuemo stond niet ver van den opperloods af, en toen deze -hem bemerkte, knipoogde hij hem vertrouwelijk toe.</p> -<p>Eén der loodsen begon het paard nu uit te spannen, en de -opperloods ging tot Njaedel en zeide tot hem op fluisterenden toon: -„zij is welbehouden aan boord geraakt.”</p> -<p>„Kreeg zij eene goede plaats aan boord?” vroeg -Njaedel.</p> -<p>„Eene beste hoor …. men zou bijna zeggen, dat het -eene van de groote booten op Amerika was, en toch was het maar eene -plaats op het voordek. Morgen avond komt zij te Christiania -aan.”</p> -<p>„Morgen avond; dat treft ze niet goed, dat de boot ’s -avonds aankomt, zoo zij Anders nu maar in de duisternis vinden -kan.” <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name= -"pb17">17</a>]</span></p> -<p>„Daar heb ik voor gezorgd, Njaedel, ik heb voor jou aan je -broer laten telegrafeeren, dat hij Christina aan de aanlegplaats moet -gaan afhalen.”</p> -<p>„Wel heb ik van mijn leven, dat ge er op kwaamt dat te -doen,” zeide Njaedel, „dat kostte heel wat geld, -hé?”</p> -<p>„Precies eene kroon.”</p> -<p>„Kon-je het niet wat goedkooper gedaan krijgen?”</p> -<p>„Neen …. buurman, daar staat een vaste prijs -voor.”</p> -<p>„Ja, ja, dat kan ik wel denken; ik ben maar in mijn schik, dat -je er voor hebt gezorgd,” zeide Njaedel, en hij grabbelde in -zijnen zak naar eene kroon …. „wel bedankt, -hoor!”</p> -<p>„Kom, niet te danken …. Ben je al -vóór geweest, Njaedel?”</p> -<p>„Neen, en men zegt, dat ik eerst laat aan de beurt zal -komen.”</p> -<p>„Heb je wat teerkost meegenomen?”</p> -<p>„Neen!” en het antwoord werd eenigszins kortaf -gegeven …. „er was nu niemand t’huis om wat -voor mij klaar te maken.”</p> -<p>„Hm …. dat is waar ook,” mompelde de -opperloods, „weet je wat, wij zullen nu maar zien, wat eten bij -den loods Tobias op te loopen.”</p> -<p>De boeren gingen een weinig op zij om plaats voor den opperloods te -maken en allen groetten hem; den langen Njaedel, die achter hem -aanging, scheen niemand te willen bemerken.</p> -<p>De lucht betrok meer en meer. De zee zag er onstuimig uit en -dreigende regenwolken vertoonden zich in de verte. Eene ferme bries uit -het zuidwesten zweepte de schuimende golven over en tusschen de groote -ronde steenen aan het strand, en lange slijmachtige zeeplanten voerden -zij in hun vaart met zich.</p> -<p>Verder op het strand, waar dit iets hooger gelegen was, hadden de -bewoners hunne huizen gebouwd. <span class="pagenum">[<a id="pb18" -href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p> -<p>Nauwe wegen vol mest en vuilnishoopen bevonden zich tusschen de -huizen, overal lagen hier en daar gebroken mestgaffels, roestige -ploegijzers, halve wielen en wrakken van vaartuigen van <span class= -"corr" id="xd26e503" title="Bron: alleriei">allerlei</span> soort, die -in den loop des tijds door de zee aangespoeld waren.</p> -<p>Vóór elke woning bevond zich meestal echter een -plekje, dat netjes in orde werd gehouden, waar de bewoners gaarne -vertoefden, wanneer het ’s avonds mooi weer was, gezeten op den -steenen drempel van de buitendeur of op de bank tegen den muur.</p> -<p>Hoewel het zomerdag was, lag er nu toch iets sombers over alles. -Donkere regenwolken hingen laag neer en de zee zag grauw. De met -donkerroode teer bestreken huizen hadden niets aantrekkelijks voor het -oog. Dit was niet altijd het geval: wanneer de zon helder scheen, -konden zij er met hunne heldere, van witte gordijnen voorziene -vensters, waarvoor meestal eenige bloempotten stonden, recht -vriendelijk uitzien; zelfs het witgeverfde huis van den Lensmand zag er -vandaag ook niet op zijn voordeeligst uit.</p> -<p>De dichte drommen van boeren, die hier vandaag verzameld waren, -pasten volkomen bij het geheel; allen droegen dikke wambuizen van -donkerblauwe stof, en dit costuum scheen ook iets gedrukts aan het -landschap te geven. Levendig ging het volstrekt niet toe, het gesprek -scheen nergens te willen vlotten ; men groette elkander even in het -voorbijgaan, maar men zag elkaar nauwelijks aan; soms gebeurde het, dat -eenige boeren hunne groote, klamme handen tot eenen groet uitstaken, -maar geen hartelijke handdruk werd er gewisseld, wat trouwens ook niet -bij de boeren gebruikelijk is: stijf als stokken strekken ze de vingers -uit. Luid gepraat of geschreeuw werd niet gehoord, veel minder nog een -hartelijk gelach, ook was hier die eigenaardige lucht te bemerken, -welke aan duffel eigen is, wanneer het in iets wordt geverfd, dat men -<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name= -"pb19">19</a>]</span>„potteblaat” noemt,—een woord -waarvan men maar niet al te nauwkeurig de beteekenis moet -uitvorschen.</p> -<p>Klokke één uur werd de morgenzitting opgeheven.</p> -<p>In het vertrek, waar de zitting plaats had, werd nu de tafel voor de -heeren gedekt, en dezen gingen zoolang wat op en neer -vóór het huis.</p> -<p>Eenige boeren, die wat meer moed dan de overige bezaten, beproefden -een gesprek met hunnen advocaat aan te knoopen, om hem toch vooral -hunne zaak op het hart te drukken; de man met de leepoogen kon den -zijne maar niet in het oog krijgen. De ambtman Hiorth, die altijd -gaarne voor zeer humaan werd aangezien, mengde zich meer dan de anderen -onder het volk en gaf er nauwlettend acht op, welke boeren hem -groetten. Wanneer hij een bekend gezicht meende te zien, bleef hij een -oogenblik staan, en sprak eenige vriendelijke woorden. Zijne handen -hield hij op den rug onder zijne rokspanden: op handdrukken was hij -niet bijzonder gesteld. Juist nu werd een gevangene door een paar -veldwachters over de plaats gevoerd. Voor alle zekerheid had men hem in -boeien geklonken, want uit het hok, waarheen hij gevoerd werd, was het -gemakkelijk te ontvluchten, en buitendien was het voor hem, die er op -wacht moest staan, het gemakkelijkst.</p> -<p>„Kent iemand hier dezen man?” vroeg de ambtman.</p> -<p>„Ja …. meneer de ambtman, hij hoort te -<span class="corr" id="xd26e525" title= -"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> t’huis,” antwoordde de -opperloods, die juist uit een der huizen naar buiten kwam.</p> -<p>„Goeden dag, opperloods Sechus,” zeide de ambtman, en -als een bewijs van de hooge gunst, waarin deze bij hem stond, reikte -hij hem de twee vingers zijner rechterhand … „gij -kent den arrestant dus …? Diefstal …. is het -niet zoo?”</p> -<p>„Ja … arme kerel …. hij heeft bij -den kruidenier aldaar ingebroken en er eenen zak meel en eene kan -stroop gestolen.” <span class="pagenum">[<a id="pb20" href= -"#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p> -<p>„Het is inderdaad treurig,” zeide de ambtman, en hij zag -de omstanders met gestrengen blik aan, „dat de diefstallen zoo -toenemen. Het komt natuurlijk hierdoor, dat ons volk tegenwoordig -ongelukkigerwijze maar al te geneigd is een gewillig oor te leenen aan -de woorden van hen, die schijnbaar hun welzijn bedoelen …. -Verkeert hij in behoeftige omstandigheden …. heeft hij -eene talrijke familie te verzorgen …. zijn er veel -kinderen?”</p> -<p>„Vele en kleine als Komlene<a class="noteref" id="xd26e537src" -href="#xd26e537" name="xd26e537src">3</a> te Njàa,” -antwoordde de opperloods.</p> -<p>„Komlene, Kumle?” vroeg de ambtman en zag om zich heen. -De advocaat <span class="corr" id="xd26e551" title= -"Bron: Tofle">Tofte</span>, die altijd zoo dicht mogelijk bij den -ambtman bleef, om dadelijk van dienst te kunnen zijn, zeide op zijnen -innemenden toon en half glimlachend: „O, het is eene soort -pannekoeken van aardappelenmeel.”</p> -<p>„Ah zoo …. pannekoeken ….” -mompelde deze, en hij ging verder.</p> -<p>De lieden zagen elkaar even van ter zijde aan, en toen de ambtman -hun den rug had toegekeerd, konden eenigen zich niet weerhouden, even -te lachen. Altijd bewonderde men den opperloods zeer, dat hij op zoo -familiaren toon met de groote lui durfde spreken; hij stond zoo -tusschen de beide klassen in, daar hij noch tot den eenen, noch tot den -anderen stand behoorde. <span class="pagenum">[<a id="pb21" href= -"#pb21" name="pb21">21</a>]</span></p> -<p>Lauritz Boldemann Sechus was de zoon van eenen tolbeambte, -een’ dronkaard van de eerste soort. In zijne jeugd had hij ter -zee gevaren; toen hij echter wat ouder werd, kocht hij een stukje van -den gemeente-grond te <span class="corr" id="xd26e561" title= -"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, bouwde er een huisje, waaruit hij -van alle kanten de zee kon zien, en kreeg toen het postje van -opperloods. Sechus was nu zoo wat om en bij de zestig, was ongetrouwd, -en zag er half als een schipper, half als een boer uit. Bij hen, die -over hem gesteld waren, stond hij niet al te goed aangeschreven. De -ambtman Hiorth beschouwde hem dan ook min of meer als iemand, die -gevaarlijk voor de maatschappij was.</p> -<p>Hij bekleedde eene rijksbetrekking en ontzag zich niet, gemeenzaam -met de boeren om te gaan, en dit kon de ambtman volstrekt niet -goedkeuren; zoo licht kon zulks toch oorzaak worden, dat dit soort van -menschen minder ontzag voor den ambtenaarsstand begon te -koesteren ….. eene zaak welke zeer te betreuren zou zijn, -wijl dit ontzag toch eene van de vaderen geërfde deugd was!</p> -<p>Daar Sechus ondertusschen zijn dienstwerk nauwgezet verrichtte, -bestond er weinig vooruitzicht van hem af te komen, vooral ook wijl de -boeren zeer met hem ingenomen waren. Zelf had hij er in het minst geen -vermoeden van, dat zijne superieuren niet hoog met hem wegliepen. Zijne -openhartige wijze van spreken was hem van het zeemansleven bijgebleven, -en wanneer de ambtman hem nu en dan de groote eer aandeed, twee vingers -tot begroeting toe te steken, vond Sechus, dat de ambtman een kerel -was, die wist wat een mensch toekomt.</p> -<p>Zijn naaste buurman was Njaedel Vatuemo. Eigenlijk behoorde deze -niet aan de kust thuis.</p> -<p>In de bergen was hij geboren. Vele jaren reeds had de hofstede, die -hij daar bewoonde, gevaar geloopen door eene bergverzakking bedolven te -worden, doch steeds was het nog bij kleine schade gebleven. -<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name= -"pb22">22</a>]</span></p> -<p>Op zekeren nacht echter, het was in de lente, gebeurde wat Njaedel -reeds lang had gevreesd. Eene vreeselijke verzakking had plaats; de -hoeve werd geheel verwoest, en Njaedel, die zich half gekleed, nog met -moeite op een vooruitstekend rotsblok had kunnen redden, stond eenzaam -en verlaten. Des morgens haalde men van onder het puin de lijken zijner -vrouw en twee kinderen voor den dag; de oudste dochter was in het leven -gespaard gebleven.</p> -<p>Het was hem niet langer mogelijk op zijne geboorteplaats te blijven. -Hij verkocht, wat hem was overgebleven en zette zich aan de kust -neder.</p> -<p>Njaedel volgde niet het gewone gebruik der boeren, zich te noemen -naar de plaats, die hij nu bezat. Hij had een stuk land gekocht, -waarvan de opperloods ook een gedeelte had. Het goed <span class="corr" -id="xd26e579" title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, met al de -landerijen er om heen, had vroeger het bisdom Kristiansand -toebehoord.</p> -<p>Dáár in de bergen had Njaedel de eenzaamheid lief -gekregen, een groot deel van zijn leven had hij er ook gesleten. Bij -den aankoop had hij dan ook dat gedeelte gekozen, hetwelk onmiddellijk -aan het strand grensde; eene groote onontgonnen zandvlakte behoorde bij -den koop.</p> -<p>Vele jaren had hij nu reeds hier met zijne dochter Christina en een -dienstmeisje gewoond.</p> -<p>Hij bebouwde zijn land en het gelukte hem zelfs iets te sparen. Met -niemand had hij omgang dan met den opperloods; deze had groote -genegenheid opgevat voor dien reusachtigen kerel, die er tevens zoo -goedmoedig uitzag, en wiens knappe dochter het een lust was aan te -kijken vooral daar opgeruimdheid van gemoed haar in de oogen te lezen -stond.</p> -<p>De bewoners van de streek waren niet zeer met Njaedel ingenomen, -wijl hij een vreemdeling was. Buitendien vonden zij, dat hij iets -stroefs in zijn wezen had, zoodat zij liefst zoo weinig mogelijk met -hem te doen wilden <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" -name="pb23">23</a>]</span>hebben. Wanneer hij daar zoo diep in den -grond met graven bezig was, had hij werkelijk iets, dat schrik kon -inboezemen; daar hij altijd blootshoofds liep, uitgezonderd op -feestdagen, maakte de dikke rosachtige haarbos een vreemd effect, -wanneer men die van uit den grond zag opkomen, en alle reizigers, die -den landweg kwamen langs rijden, konden niet nalaten, wanneer zij -Njaedel zagen, aan den koetsier te vragen, wat dat voor een man was. -Njaedel, die altijd zeer in zijn werk verdiept was, bemerkte nooit, dat -hij zoo de aandacht trok. Met op elkaar geklemde tanden en gefronste -wenkbrauwen groef en wroette hij met. spade en houweel in den grond, -zoodat de klompen aarde wijd en zijd heenvlogen, en kwam er een steen -in zijnen weg, die onbeweeglijk scheen, zoo scheen zijn ijver te -verdubbelen: hij rustte niet, vóórdat het hem gelukt was -dezen te verwijderen en hij bromde intusschen bij zich zelf als een -beer.</p> -<p>Tegen het schaftuur, of wanneer het te donker werd om verder te -arbeiden, kwam hij uit den grond te voorschijn, en stiet het slijk van -zijne klompen. De spade werd in den grond gestoken en het werk met -aandacht bekeken. Wanneer het gedane werk hem beviel, streek hij -gewoonlijk met de knuisten door zijn haar, zoodat dit naar alle kanten -uitstond en een tevreden glimlach lag er om zijnen mond.</p> -<p>Binnenshuis, vooral in gezelschap van vrouwen, was hij zoo zacht als -een lam; hij liep altijd zoo voorzichtig door de kamers, alsof hij -vreesde, in geval hij zich in zijne geheele lengte uitrekte, het dak -van het huis te zullen aanraken.</p> -<p>Terwijl de heeren in het huis van den Lensmand aan het middagmaal -waren, begon het te regenen, en de droppels vielen zoo gelijkmatig -neer, dat men er zeker van kon zijn, dat de regen lang zou -aanhouden.</p> -<p>Eenige boeren zochten eene schuilplaats in de omliggende -<span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name= -"pb24">24</a>]</span>huizen of schuren, het meerendeel bleef echter in -den regen staan. Soms bogen zij zich een weinig voorover om het water -van hunnen hoed te laten afdruipen, maar eigenlijk waren zij er zoo aan -gewoon nat te worden, dat het hun niet veel kon schelen.</p> -<p>De regen sijpelde door het baai heen, en droop in licht blauw -gekleurde droppels van hunne wambuizen. Sporen van ongeduld vertoonden -zich over het lange wachten niet onder de menigte; allen wisten, dat -een maaltijd op den dag dat er zitting was, iets was, waar de noodige -tijd voor genomen moest worden.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e342" href="#xd26e342src" name="xd26e342">1</a></span> Een -overheidspersoon in eene kleine gemeente. (<span class= -"sc">Vert.</span>) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e342src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e362" href="#xd26e362src" name="xd26e362">2</a></span> De ambtman -van het district woont altijd de zittingen bij, welke de rechtbank van -tijd tot tijd op het land houdt. (<span class= -"sc">Vert.</span>) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e362src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e537" href="#xd26e537src" name="xd26e537">3</a></span> Komlene -beteekent in het Noorsch een hoop steenen, die de plaats aanduiden waar -de asch van een Noorsch zeekoning of held in eene urn begraven is. Deze -urnen werden altijd zeer dicht naast elkaar in de aarde begraven, -vooral geschiedde dit, wanneer de overledenen tot ééne -familie behoorden, of ook wanneer de begraafplaats in den smaak -viel.</p> -<p class="footnote cont">Njàa is zulk eene oude begraafplaats, -waar de asch van eene talrijke familie is begraven. De steenhoopen zien -er zeer klein en onaanzienlijk uit, wijl de leden dezer familie maar -tot het volk behoorden, die er zich niet aan gelegen lieten liggen -groote steenhoopen op te richten voor hunne dooden. Iets ironisch ligt -er in de woorden: „Vele en kleine als de Komlene te -Njàa.”</p> -<p class="footnote cont">Het is hier Kiellands bedoeling de -onwetendheid van de geleerden een weinig te geeselen, en daarom laat -hij den rechter vragen, wat het beteekent en den advocaat antwoorden, -dat het een soort pannekoeken van aardappelenmeel is. (<span class= -"sc">Vert.</span>) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e537src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">III.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De ambtman zat aan het boveneinde van de tafel, rechts -van hem de officier van justitie, links de drost, vervolgens naar den -ouderdom de substituut-officieren, de advocaten, griffiers en klerken, -ten laatste eenige boeren, namelijk de president van den gemeenteraad -en een paar andere leden.</p> -<p>De Lensmand zat aan het benedeneinde der tafel.</p> -<p>„Voor vandaag heeft de Lensmand eene keukenmeid uit de stad -laten komen,” zeide de oude advocaat Kahrs, en hij smakte dat het -een aard had; „het is heel wat anders dan vroeger, toen wij eene -pruimensoep van welke stroop en kaneel de voornaamste bestanddeelen -uitmaakten, naar binnen moesten werken.”</p> -<p>Deze woorden zeide hij op half fluisterenden toon tot zijnen -buurman, want men was nog aan het eerste gerecht—eene soort -vischpudding met kreeftensaus—en de ambtman had tot dusver alleen -het woord. De roode wijn was heel zuur, maar, daar hij veel alcohol -bevatte, was de smaak zeer sterk. Brandewijn en bier <span class= -"pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>waren in -ruime mate voorhanden, en daar de heeren zich dit goed lieten smaken, -werd de stemming aan tafel spoedig vroolijker.</p> -<p>De tegenwoordigheid van den ambtman veroorzaakte echter, dat alles -in den aanvang zeer deftig toeging.</p> -<p>Men fluisterde alleen met zijnen buurman; overigens zat men doodstil -en antwoordde alleen op de vragen, die het den ambtman behaagde aan den -een of ander te doen. Het was zijne gewoonte een paar woorden tot een -ieder te richten; bijzonder minzaam was hij jegens de aan tafel -zittende boeren, daar hij zeer gaarne voor een populair man wilde -doorgaan. Wanneer het gebraad opgediend werd, bracht hij altijd eenen -toast op den koning uit, en gewoonlijk volgde, wanneer de gelegenheid -er zich voor aanbood, een paar andere toasten. Vandaag zou die eer ten -deel vallen aan een zeer jong jurist, den heer Alfred Bennecken, die -als kandidaat in de rechtsgeleerdheid in den laatsten tijd was werkzaam -geweest<a class="noteref" id="xd26e622src" href="#xd26e622" name= -"xd26e622src">1</a>, en binnenkort zou vertrekken.</p> -<p>„Het is mij eene behoefte, meneer Bennecken,” zoo ving -de ambtman aan, „u een hartelijk vaarwel toe te roepen, nu gij op -het punt zijt, deze streek te verlaten, alwaar gij een paar jaar zoo -nuttig werkzaam zijt geweest. Onnoodig is het zeker u te zeggen, dat de -tijd gedurende welken gij met ons samen gewerkt hebt, bij ons steeds in -aangename herinnering zal blijven, doch daar gij nu eene baan gaat -betreden, waarop niet alleen meer van uwe krachten zal gevorderd -worden, maar waar tevens de verantwoordelijkheid ook zwaarder op uwe -schouders zal rusten, zoo kan ons dit niet anders dan vreugde geven. Al -scheidt gij van ons, toch blijft dezelfde werkzaamheid ons vereenigen. -Ik maak mij zeker niet aan indiscretie <span class="pagenum">[<a id= -"pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>schuldig, zoo ik aan de -heeren meedeel, dat gij van plan zijt naar eene plaats bij een der -Departementen te solliciteeren … waarschijnlijk wel bij -dat van uwen geachten vader, nietwaar?”</p> -<p>Alfred Bennecken boog beleefd.</p> -<p>„Ik herhaal,” dus ging de ambtman voort, „dat -dezelfde band ons blijft vereenen. Want mijne heeren, hebben wij bij -onzen gemeenschappelijken arbeid niet hetzelfde doel voor oogen? Is de -ambtenaarsstand niet gelijk aan een’ ring die als een kracht -aanbrengende gordel ons volk omsluit? Terwijl gij nu, om zoo te zeggen, -in dezen ring of ketting van plaats gaat verwisselen, zoo nemen wij -deze gelegenheid waar, u te verzoeken, aan uwen geachten vader onze -eerbiedige groeten over te brengen, en hem uit onzen naam te vragen aan -zijne Majesteit onzen geëerbiedigden Koning mede te deelen, dat -wij <i>arbeiden</i>,—want dit is het eigenlijk, mijne -heeren—dat wij <i>arbeiden</i> als zijne trouwe dienaars voor het -welzijn des volks. En u, meneer Bennecken, wenschen wij toe, dat gij, -met het voorbeeld van uwen vader voor oogen, evenals hij in uwe -loopbaan van trap tot trap in rang moogt stijgen, om ten laatste, -evenals hij zulks nu is, een sieraad van het land te worden, aan welks -voorspoed hij nu zijne beste krachten wijdt. God zij met u, meneer -Bennecken!”</p> -<p>„Nu, die toast heeft hem heel wat zweetdroppels gekost,” -fluisterde de advocaat Kahrs zijnen buurman in, want het was eene -bekende zaak, dat de toasten van den ambtman niet altijd even vlot van -stapel liepen.</p> -<p>De rechter, bij wien Alfred Bennecken werkzaam was geweest, bracht -nu ook een’ toast op hem uit, die door humoristische zetten zeer -in den smaak viel.</p> -<p>Alfred Bennecken beantwoordde beide, zoodat er aan toasten dien dag -geen gebrek was.</p> -<p>De stemming werd meer en meer levendig aan tafel, <span class= -"pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>totdat -eene geweldige hoestbui van een der klerken, het was die van den drost, -aller aandacht trok. De man was het stikken nabij, toen zijn buurman -hem zulk een geduchten stomp in den rug gaf, dat het brokje vleesch, -hetwelk hem in de keel zat, losraakte, maar helaas op de tafel terecht -kwam.</p> -<p>De ambtman hield zijn servet voor den mond, en de drost bracht -verontschuldigingen voor zijnen klerk uit, de advocaat Kahrs bekeek -echter het stuk nauwkeurig, en beweerde, dat het wel een half pond -zwaar was.</p> -<p>Deze gebeurtenis veroorzaakte, dat de tongen meer en meer los -raakten, en men de tegenwoordigheid van den ambtman wat begon te -vergeten. De jonge advocaten begonnen luid met elkaar over tafel te -spreken, anders iets ongehoords wanneer de ambtman aanwezig was. Deze -was zelf een weinig uit zijn humeur geraakt; wanneer de een of ander -begon te hoesten, zag hij verschrikt op, schoof zijnen bril heen en -weer, en gaf door allerlei bewegingen zijne ontevredenheid te kennen; -hij verzocht dan ook een paar maal aan den klerk, wien het ongeluk -overkomen was, vooral zijn vleesch toch aan kleine stukjes te snijden -en niet te gulzig te eten.</p> -<p>„Blijft ons nog veel werk te doen?” vroeg de ambtman -eindelijk aan den officier van justitie, wijl het hem ergerde, dat -niemand zich meer aan zijne tegenwoordigheid scheen te storen.</p> -<p>„Ja, eigenlijk weet ik het niet,” antwoordde deze, en -hij zette zijn glas neer, „staan er nog vele zaken ter -behandeling op de lijst, Bennecken?”</p> -<p>„O, ja …. heel wat, en eene heel interessante -zaak is er onder.” Hij boog zich voorover en fluisterde den -rechter iets in.</p> -<p>„Welke zaak,” vroeg de ambtman.</p> -<p>„Eene concubinaire zaak, ambtman, niets minder,” -antwoordde de rechter en hij kneep even zijne kleine grijze -<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name= -"pb28">28</a>]</span>oogen toe. Hij was klein en gezet, droeg eene -pruik en was zeer roodwangig.</p> -<p>„Zou u wellicht de zaak vandaag zelf niet willen in handen -nemen?” vroeg de kandidaat Bennecken aan den officier van -justitie, bij wien hij werkzaam was, „de zaak krijgt dan -spoediger haar beslag, en buitendien kan niemand beter dan gij zulk -soort van zaken behandelen.”</p> -<p>„Och ja …. doe het vriend, dan krijgen wij nog -eens gelegenheid te lachen,” zeide de drost onvoorzichtig -genoeg.</p> -<p>De ambtman kuchte, schraapte zich de keel, streek met de hand over -den grijsachtigen baard, zette den gouden bril te recht, maar niemand -sloeg er acht op. Het ging volstrekt niet aan, zulke dingen in -tegenwoordigheid der boeren te zeggen; hij begon dus met den president -van den Gemeenteraad een gesprek aan te knoopen en vroeg verlof met hem -te klinken.</p> -<p>Terwijl eenige advocaten aan het benedeneinde der tafel over eene -zaak in heet dispuut waren, werd het gesprek aan het boveneinde op -gedempten toon gevoerd.</p> -<p>„Zijn de aangeklaagden jonge menschen?” vroeg de -rechter.</p> -<p>„Neen, de man is niet jong meer, hij is weduwnaar, het was -zijne dienstmeid, maar de dochter, ziet gij ….”</p> -<p>„Ah zoo …. gij meent als -getuige ….”</p> -<p>„Wat de dienstmeid betreft,” viel de advocaat Tofte in, -„zij is, naar ik hoor, met haar kind naar Amerika -getrokken.”</p> -<p>„Och dat is hetzelfde, het verhoor met de getuige is juist het -interessante van de zaak,” zeide de advocaat Kahrs lachend, -„ik ken Christine Vatuemo, zij is een van de knapste meisjes uit -de streek.”</p> -<p>„Zoo de zaak spoediger van de hand gaat, zoo u die zelf leidt, -verzoek ik zulks te doen,” zeide de ambtman, en hij deed, of hij -het laatste gedeelte van het gesprek niet had gehoord. <span class= -"pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span></p> -<p>„Gaarne ben ik hiertoe bereid, wanneer de ambtman mij zulks -beveelt ….” antwoordde de officier van justitie.</p> -<p>„Neen, neen …. van bevelen kan geen sprake -zijn …. ik meende alleen, dat het zeer aangenaam zou zijn, -wanneer wij, het is zoo’n hondeweer, wat vroeg naar de stad -konden terugkeeren.”</p> -<p>De rechter kneep weer even zijne oogen toe, en er werd besloten, dat -hij de zitting van den namiddag zou presideeren.</p> -<p>Onder het dessert, dat uit een echt nationaal gerecht bestond, eene -soort vla van vruchtensap, werd er sherry geschonken: de gezichten der -meeste heeren begonnen er uit te zien, alsof zij in het schijnsel van -de ondergaande zon zaten.</p> -<p>De advocaat Kahrs beweerde, dat de klerk van den drost werkelijk een -onbeschaamde kerel was, wijl hij het waagde, na zulk een ernstig -„<span lang="la">memento mori</span>” als het brokje -vleesch, drie groote porties van het dessert te verorberen. Er werd tot -het laatst toe luid gepraat, gelachen en gedronken, de boeren alleen -volhardden in hun stilzwijgen, en eenigszins wantrouwend zetten zij nu -en dan het glas aan den mond.</p> -<p>Juist toen het leven aan tafel het grootst was, tikte de ambtman met -zijn mes tegen zijn glas, tot teeken dat de maaltijd als geëindigd -was te beschouwen. De boeren op straat bemerkten, dat het maal was -afgeloopen, aan de vele roode gezichten, die zich voor de ramen en in -de deur vertoonden: in dat vervl ….. regenweer, kon men -geen voet buiten zetten. De eetzaal werd, nadat de heeren koffie hadden -gedronken, weer tot gerechtszaal ingericht, en met alle plechtigheid -hervatte men den arbeid. De officier van justitie, die zou presideeren, -zag er in de rechtszaal op zijn best uit. Het welgevormde hoofd, -voorzien van eene witte pruik, gaf hem iets, dat <span class= -"pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>eerbied -inboezemde, en zijne scherpe licht-grijze oogen wierpen die doorborende -blikken op aangeklaagden en getuigen, waardoor niemand beter dan hij -het verstond tot bekentenissen uit te lokken, welke, zoo een ander -rechter had ondervraagd, misschien aan den mond niet ontglipt zouden -zijn. Hij stond dan ook als een knap rechter bekend. Hij toch wist zoo -de beteekenis van een woord te draaien of wel te verklaren, dat het -hem, volgens zijne eigene bewering, altijd gelukte, de waarheid uit de -lui te halen.</p> -<p>Vandaag ging alles bijzonder vlug toe, toch zorgde hij er voor, dat -de waardigheid der rechters er niet onder leed. Eene menigte civiele -zaken werden spoedig afgedaan, want alle advocaten wisten, dat het er -om te doen was, zoo spoedig mogelijk aan de „<span lang= -"fr">cause célèbre</span>” te komen. In stilte -verheugde men er zich reeds over, men stootte elkander aan, en wierp -elkander geheimzinnige blikken toe. Van lange pleitredenen kon er dus -ook geen sprake zijn, de eene zaak na de andere werd tot latere -beslissing verschoven. Alleen de advocaat Kruse, die niet zeer hoog -timmerde, scheen maar geen haast te hebben: hij dicteerde het eene -protocol na het andere. De advocaat Kahrs trok hem bij zijn jas, en -Alfred Bennecken, die de protocollen schreef, gaf hem door allerlei -teekenen te kennen, dat hij korter moest zijn, niets hielp; zelfs liet -hij zich in zijn werk niet storen, toen de president-rechter door luid -den neus te snuiten, en ongeduldig op zijnen stoel heen en weer te -schuiven, hem wilde te kennen geven, dat het tijd was met het dicteeren -op te houden. Eindelijk was Kruse klaar, en kwam de concubinaire zaak -aan de beurt. De voor- en achterdeur van het huis stonden beide wijd -open, in de gang was het even vol als in de gerechtszaal, waar het -publiek zeer dicht op elkaar gepakt stond. Eenigen moesten er zich dus -mee vergenoegen op straat een heenkomen te zoeken. <span class= -"pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p> -<p>De doornatte baaien wambuizen begonnen nu in de warme lucht een -onaangenamen geur te verspreiden; in de zaal was het benauwd warm, en -de regendruppels kletterden eentonig tegen de ruiten. In de gang stond -in het dichtste gedrang de man met de leepoogen. Van hetgeen in de zaal -plaats had, kon hij, daar hij klein van gestalte was, niets zien; met -gespannen oplettendheid luisterde hij naar elk woord dat gezegd werd, -en begreep er geen zier van. Toen de president-rechter den naam van den -aangeklaagde vernam, zeide hij: „Njaedel …. wat is -dat voor een barbaarsche naam.”</p> -<p>„Het is hetzelfde als Nils,” verklaarde Tofte, die -altijd heel dienstvaardig was, „daar verder op in de bergen, zegt -het volk Njaedel, in plaats van Nils.”</p> -<p>„Zoo …. maar wij zijn nu niet daar, maar hier, -aldus heet de man Nils,—hoe meer?”</p> -<p>„Vatuemo.”</p> -<p>„Vatuemo,” vroeg de president-rechter ongeduldig.</p> -<p>„Op de kaart van het district staat „Vandmo,” viel -Tofte weer in.</p> -<p>„Natuurlijk, aldus heet hij, slechtweg Nils Vandmo; -provincialismen kunnen wij in de protocollen niet -neêrschrijven.”</p> -<p>Toen hij deze woorden had gezegd, zag hij met gestrengen blik de -zaal rond, eerst naar de zijde waar het volk stond, dan naar die, waar -de ambtman zich bevond, en deze knikte hem goedkeurend toe.</p> -<p>Njaedel was intusschen voor de balie gekomen. In voorovergebogen -houding stond hij daar; nu en dan wreef hij met de mouw van zijn -wambuis langs het voorhoofd om de dikke zweetdruppels, die er op -parelden, af te wisschen en krampachtig bewoog hij den mond.</p> -<p>De rechter zag hem doordringend aan, om te zien welke methode van -ondervraging hij zou gebruiken. Op snijdenden toon, zoodat de woorden -schielijk op elkander volgden, <span class="pagenum">[<a id="pb32" -href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>zeide hij: „O, gij zijt -dus de man, die door je schandelijken levenswandel met je dienstmeid in -de gemeente zulk een ergernis wekt … wie is de -aanklager?”</p> -<p>„De pachter Sören Börevig.”</p> -<p>„Hoort gij dat?… de pachter … schaam jij -je niet … En zoo heb je de meid en het kind naar Amerika -gezonden hé …. je ziet dat we met je knepen bekend -zijn. Je dacht wel van de heele zaak af te zijn, maar neen, zoo -gemakkelijk gaat dit niet—of misschien loochen je wel, dat het -zoo is, hé?”</p> -<p>Njaedel trachtte eenige woorden uit te brengen, maar het was hem -onmogelijk; eindelijk gelukte het hem, en hij zeide: „ik loochen -het niet.”</p> -<p>Op dit antwoord had de rechter zich niet voorbereid, doch, daar hij -aan verrassingen gewoon was, herstelde hij zich spoedig en zeide:</p> -<p>„Dat is ook maar het beste, maar het is niet genoeg. De zaak -moet nauwkeurig onderzocht, en getuigen moeten gehoord worden. Waar is -je dochter?”</p> -<p>„Zij is vertrokken,” antwoordde Njaedel.</p> -<p>„Vertrokken … zij ook … en waar naar -toe?” riep de president-rechter uit, en hij spalkte zijne oogen -zoo wijd mogelijk open; de kandidaat was niet minder verwonderd, de pen -viel hem zelfs uit de hand, en al de advocaten spitsten evenals -dashonden hunne ooren; de ambtman zelfs, die op de sofa naast den haard -zat, zag uit het wetboek op, waarin hij schijnbaar had zitten te -studeeren.</p> -<p>„Naar Christiania …. gisteren is zij -vertrokken’ zeide Njaedel.</p> -<p>„Het is alsof de duivel er de hand …. -hm ….” en vuurrood van toorn sprong de rechter van -zijnen stoel op en zag hij Njaedel aan. Zelden gebeurde het hem, dat -hij zich zoo vergat, en bij eene zitting vloekte, in het eerste -oogenblik was hij zijne drift evenwel niet langer <span class= -"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>meester -geweest. In de heftigste bewoordingen, (doch niet geheel vergetende -waar hij zich bevond), sprak hij Njaedel aan, en gaf hem duidelijk te -kennen, dat hij op een streng vonnis kon rekenen. De rechters legden -onverholen hun misnoegen aan den dag, en toen Njaedel zich gereed -maakte de zaal te verlaten, gingen al de toehoorders zooveel mogelijk -voor hem uit den weg, alsof hij een pestzieke was.</p> -<p>Het was dus werkelijk eene groote misrekening. De vroolijke -stemming, waarin de maaltijd de heeren gebracht had, was hun -bijgebleven, wijl zij het vooruitzicht hadden gehad, dat eene pikante -zaak vóór zou komen, maar nu was alle opgeruimdheid op -eens verdwenen. Het was bijna onmogelijk langer in dat bedompte -schemerachtig verlichte vertrek te blijven, welks vloer van al de vuile -laarzen vreeselijk glibberig was en waar de regen voortdurend tegen de -ruiten kletterde.</p> -<p>De ambtman zag op zijn horloge, stond op, en na aan een der klerken -een wenk te hebben gegeven, verdween hij met deze in de kamer naast de -zaal. Men hoorde er een hevig gestommel met koffers, een bewijs dus, -dat hij aan vertrekken dacht.</p> -<p>De president-rechter was zijnen toorn nog niet meester en ieder, -vriend en vijand, moest het dus ontgelden. Alle andere zaken werden met -den stormpas afgehandeld, en wee dengene, die het waagde hem op te -houden. Zijn horloge legde hij voor zich op de tafel en telkens hield -hij zich op de hoogte van de klok.</p> -<p>De advocaat Kruse, die voor geene verbetering vatbaar scheen, begon -weer het protocol te dicteeren.</p> -<p>Ongeduldig schoof de president echter heen en weer op zijnen stoel. -„Ik ben zoo vrij u opmerkzaam te maken, meneer Kruse, dat er ook -voor het opmaken van een protocol eene grens bestaat.”</p> -<p>Kruse trok heel bedaard zijn horloge uit zijn vestzakje <span class= -"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>en -zeide: „ik heb den daartoe bestemden tijd nog niet -overschreden.”</p> -<p>„Mogelijk, maar het is niet meer dan passend, dat men ook -eenigermate denkt aan de belangen ….”</p> -<p>„Ik heb alleen op de belangen van mijn cliënt acht te -geven,” antwoordde Kruse, en hij ging voort met dicteeren.</p> -<p>„De volgende zaak,” riep de rechter, toen Kruse -eindelijk klaar was.</p> -<p>De man met de leepoogen, die nog altijd op dezelfde plaats in den -gang stond, sprong verschrikt op.</p> -<p>Zijne zaak zou voorkomen, hij had zijnen naam hooren noemen.</p> -<p>„Nu,” riep de rechter op boozen toon uit. „Wie -heeft de zaak in handen?”</p> -<p>„Advocaat Bogesen,” luidde het antwoord.</p> -<p>„Maar Bogesen woont het Thing niet bij …. wie is -zijn plaatsvervanger …. wie?”</p> -<p>De advocaat Kahrs, die volstrekt geen acht had geslagen op hetgeen -er voorviel en die met een vriend aan het raam had staan praten, liep -nu ijlings naar de tafel.</p> -<p>„Welke zaak is voor, Kruse?” fluisterde hij dezen -toe.</p> -<p>„Ik zal het even op de lijst nazien,” antwoordde deze -zeer luid.</p> -<p>„Uilskuiken!” mompelde Kahrs bij zich zelf, hij draaide -zich echter dadelijk eerbiedig naar den president toe, en dicteerde: -„voor den aanklager treedt de advocaat Bogesen op, die door den -advocaat Kahrs vervangen wordt, welke verzoekt de zaak tot het volgende -Thing te mogen uitstellen.”</p> -<p>„En waarom?” vroeg de president op eenigszins scherpen -toon.</p> -<p>„Wegens een getuigenverhoor,” dicteerde Kahrs -verder.</p> -<p>„Waar zal dat getuigenverhoor plaats hebben,” vroeg hij -op boosaardigen toon, want hij begreep heel goed, dat <span class= -"pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>Kahrs -volstrekt niet wist, waarover de zaak handelde</p> -<p>„In het Röedal,” antwoordde Kahrs zonder een -oogenblik te aarzelen op onverstoorbaar ernstigen toon. De welluidende -stem en de ernstige, waardige houding van den advocaat Kahrs hadden -altijd eene goede uitwerking.</p> -<p>De president kon niet nalaten even vertrouwelijk tegen hem te -knipoogen en een paar der klerken hadden groote moeite hunnen lachlust -te bedwingen, doch Kahrs, die met het gezicht naar de menigte toe -stond, behield dezelfde ernstige plooi in zijn gelaat, totdat uitstel -van de zaak toegestaan werd. De advocaat Tofte, die voor de belangen -van den paardenopkooper zou pleiten, had er toch genoegen mee genomen. -Kahrs boog zeer eerbiedig voor den rechter en verdween in de -menigte.</p> -<p>„De volgende zaak,” riep de president.</p> -<p>„Er zijn er geen meer.”</p> -<p>„Goddank!” Het horloge werd nu in het vestzakje gestoken -en hij zei tot een der klerken: „vraag den ambtman of wij kunnen -laten inspannen.”</p> -<p>De zitting werd opgeheven, de protocollen geteekend, en voor dat de -toehoorders recht hadden begrepen, dat het gedaan was, stonden alle -rechtsgeleerden, die het Thing gehouden hadden reeds klaar, om weg te -gaan.</p> -<p>De advocaten stoven naar buiten, terwijl de klerken voor de dikke -protocollen zorg droegen om ze zoo spoedig mogelijk ingepakt te -krijgen.</p> -<p>De man met de leepoogen volgde den stroom van menschen, die door de -achterdeur naar buiten gingen; hij begreep volstrekt niet, hoe het -eigenlijk met zijne zaak stond. Eindelijk ontfermde zich een der -omstanders over hem door hem mede te deelen, dat zijne zaak verdaagd -was<span class="corr" id="xd26e820" title="Niet in bron">.</span></p> -<p>„Verdaagd,” mompelde hij, en nog begreep hij niet recht, -hoe het was. Tusschen de karren door baande hij zich een weg, hoe wist -hij zelf niet; het kwam hem voor alsof alles donker om hem heen was, -eindelijk bereikte hij zijn <span class="pagenum">[<a id="pb36" href= -"#pb36" name="pb36">36</a>]</span>karretje, klom er in en werktuigelijk -sloeg hij den weg naar huis in.</p> -<p>De groote calèche stond vóór de deur van den -Lensmand. De meeste heeren zaten reeds in de kleine boerenkarren, die -in lange rijen er achter stonden. Tofte alleen was nog druk bezig met -afscheid nemen; wanneer hij een paar boeren zag, met wie hij de kennis -wenschte aan te houden, was hij bijzonder vriendelijk en hartelijk en -had een schertsend woord ten beste.</p> -<p>Vóór het karretje, waar Kahrs in zat, was een vrij -wild paard gespannen, en het kostte hem heel wat moeite het dier stil -te doen staan. Hij vloekte dan ook, dat de ambtman zoo lang op zich -liet wachten. Weg te rijden, neen, dat waagde hij niet, want hij wist -dat de ambtman hem dit hoogst kwalijk zou nemen.</p> -<p>Ondertusschen praatte deze dood op zijn gemak met de vrouw van den -Lensmand, en hij keek nu en dan eens door het raam, om te zien, hoe ver -men met de toebereidselen voor de reis was gekomen. Hij had als regel -aangenomen nooit buiten te komen, vóór alles klaar was, -en hij hield er van, een weinig op zich te laten wachten.</p> -<p>Eindelijk stapte hij in, de wagen rolde weg en de boerenkarren -volgden.</p> -<p>„Och ja,” zeide de ambtman, en hij dook zoo gemakkelijk -mogelijk weg in het hoekje van den wagen, „wanneer ik het volk, -zooals b.v. vandaag ook het geval weer was, zoo eerbiedig voor zijne -overheidspersonen zie staan, denk ik altijd: och, zij kunnen -schreeuwen, zoo luid als zij willen die socialisten van den -tegenwoordigen tijd, het zal hun toch niet gelukken dat oude -overgeërfde ontzag, dat het volk voor de overheid koestert, weg te -nemen; ons volk is hiervoor te loyaal …. te -godsdienstig.”</p> -<p>„En te traag,” voegde de officier van justitie er -bij.</p> -<p>„Nu ja …. gedeeltelijk kunt gij hierin gelijk -hebben,” antwoordde de ambtman, en hij leunde nog wat meer -<span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name= -"pb37">37</a>]</span>naar achteren, om een middagslaapje te kunnen -houden.</p> -<p>De wagens waren reeds lang uit het gezicht verdwenen, toen de -menigte nog op den weg verzameld stond, en allen hadden veel te vragen. -De rechters waren zoo hals over kop weggereisd en waren zoo moeielijk -te genaken geweest, dat velen onverrichter zake naar huis moesten -terugkeeren. Door geen enkel woord gaf men echter zijn misnoegen te -kennen; hier en daar ontmoette men een knorrig gezicht, of zag men den -een of ander ontevreden het hoofd schudden; misschien was het maar goed -voor den ambtman, dat hij onbekend bleef met de gedachten der -lieden—hij zou misschien zijn middagslaapje dan niet zoo -ongestoord hebben kunnen genieten.</p> -<p>De avond was nu gevallen, een koude regenachtige avond. In het -westen vertoonde zich aan den horizon eene smalle roodachtige streep. -Voor de stoep van het huis, waar de Lensmand woonde, stond de -keukenmeid met hare helpsters om de heeren te zien wegrijden. Rood en -warm zagen zij er uit; na al de drukte van den geheelen dag was het -niet te verwonderen, dat zij naar het vertrek des rechters hadden -gesnakt om gelegenheid te hebben wat frissche lucht te scheppen.</p> -<p>Men verstrooide zich nu naar alle richtingen, sommigen alleen, -anderen in gezelschap van een paar makkers, allen echter met de handen -in de broekzakken. Nat en moede van zoo den geheelen dag in den regen -te hebben moeten drentelen en wachten, sleepten zij zich op den weg -voort naar huis.</p> -<p>De opperloods reed in zuidelijke richting, en daar hij een flink -paard had, haalde hij de meesten in. Na een poosje zag hij Njaedel te -voet naar huis gaan.</p> -<p>„Klim achter op, Njaedel!” Het aanbod werd aangenomen, -en men reed verder.</p> -<p>Een oogenblik later haalden zij een karretje in, dat zeer langzaam -voortrolde. <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name= -"pb38">38</a>]</span></p> -<p>„Haal uit!” schreeuwde de opperloods.</p> -<p>Het duurde vrij lang, eer het karretje wat op zij was en de andere -wagen voorbij kon komen.</p> -<p>De leepoogige man zat in het karretje. Hij had geen haast, een lange -weg lag vóór hem en hij bracht geen vroolijk bericht naar -huis. De oude bruine merrie, die vóór de kar was -gespannen ging op een sukkeldrafje; bruinvaal was zij van ouderdom en -ruigharig als eene geit. De man zag zijn bruintje aan, en dacht aan -zijn Isabella; hoe dichter hij bij huis kwam, des te beklemder werd -zijn gemoed. Hij wist toch te goed, hoe zijne vrouw en kinderen in de -zekere verwachting leefden, dat hij van avond het beest meê naar -huis zou brengen. Zijn oudste jongen had reeds bij voorbaat eenen -halster in de kar gelegd om er het paard meê achteraan te binden. -Hij zag ze reeds allen daar op de hoogte vóór zijn huisje -op den uitkijk staan. Zij zouden dan in allen geval reeds op verren -afstand zien, dat hij het verloren paard niet terugbracht, maar -natuurlijk zouden zij dan meenen, dat hij de zakken vol geld had.</p> -<p>Hij keek in de kar …. ja, daar lag de halster. Hoe zou -hij ze aan het verstand kunnen brengen, dat de zaak -„verdaagd” was. Het oude bruine paard was zoo nat als een -kat, en hij dacht maar voortdurend aan de mooie manen van de Isabella -en hoe rond en fijn van leden die was.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e622" href="#xd26e622src" name="xd26e622">1</a></span> In het -Noorden oefenen zich de gepromoveerden in de praktijk, als assistenten -bij rechters of advocaten. <a class="fnarrow" href= -"#xd26e622src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">IV.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen de kar vóór de hoeve van Njaedel -stilhield, ging de opperloods meê naar binnen. Het huis was als -uitgestorven; alle deuren stonden wijd open en de kat liep mauwende -rond.</p> -<p>Zonder een woord te zeggen, ging Njaedel dadelijk naar de etenskast -en zette, doch het ging zeer langzaam, het <span class= -"pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>eten op -de tafel. De opperloods was dadelijk gaan zitten en hij volgde hem met -de oogen; hij zag, hoe onbeholpen dit werk Njaedel afging en zeide dan -ook: „Hoor Njaedel, ik denk, dat je wel genoodzaakt zult zijn -naar eene andere dienstmeid uit te zien.”</p> -<p>„Neen!” riep Njaedel, en hij stampvoette -zóó, dat de vloer dreunde.</p> -<p>„Nu, nu …. eet mij niet op,” antwoordde de -opperloods.</p> -<p>Toen zij aan ’t eten waren, verzocht Njaedel hem eenen brief -aan Christina te schrijven, maar daar er bij hem aan huis geen -schrijfgereedschap was, kwam men overeen, dat zijn buurman den brief -t’huis zou schrijven; hij kon dien dan later aan Njaedel -voorlezen.</p> -<p>„Maar wat moet ik in den brief schrijven?”</p> -<p>„Geen woord over van daag,” antwoordde Njaedel.</p> -<p>„Neen, neen, waar zou dat ook toe dienen … -maar …”</p> -<p>„Schrijf haar, dat zij niet boos op mij moet zijn en dat zij -zich ook niet bezorgd om mij moet maken …. dat ik het heel -goed heb …. heel goed zelfs …. dat mij niets -ontbreekt.”</p> -<p>„Dat je je heel goed alleen kunt redden en je haar volstrekt -niet mist ….”</p> -<p>„Och ongelukkig genoeg mis ik haar zeer …. dat -moet je haar schrijven hoor,” zeide Njaedel en hij schoof op -zijnen stoel heen en weer.</p> -<p>„Maar als zij leest, dat je haar zoo mist, dan heeft zij geen -rust meer, en ….”</p> -<p>„Ja …. dan moogt gij er niets van inden brief -zetten,” zeide Njaedel op gejaagden toon.</p> -<p>„Schrijf …. maar dat moet je zelf toch wel het -best weten, buurman, die schrijven hebt geleerd. Schrijf vooral zoo, -dat Christina er vroolijk door wordt …. hoe ik het heb, -komt er niet op aan.”</p> -<p>„Zou je het niet goed vinden, als ik ook eenen brief aan je -broer schreef?” <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" -name="pb40">40</a>]</span></p> -<p>„Zeker, buurman, en vraag hem vooral voor Christine -vriendelijk te willen zijn. Betaling kan hij voor haar krijgen, zoo hij -het wil hebben.”</p> -<p>„Hij zal zeker kostgeld voor haar nemen.”</p> -<p>„Anders zit er warmpjes in,” antwoordde Njaedel. -„Dat is me een kerel, die het ver in de wereld heeft gebracht. Ja -mijne moeder wist het wel; jij Njaedel, zei ze altijd, je bent een -groote slungel, zoo stijf als een stokvisch, maar Anders is fijn en -glad als een aal.”</p> -<p>„Waarom nam hij na den dood van je vader de boerderij niet -over, hij was toch de oudste?”</p> -<p>„Met alle geweld wilde hij, dat ik die overnemen -zou.”</p> -<p>„Hij wist drommels goed, waarom hij zulks deed—hij liet -jou met den vervallen boel zitten en trok zelf met zijn geld de wijde -wereld in.”</p> -<p>„Zoo moogt ge niet over Anders spreken, hoor,” -antwoordde Njaedel, „hij was altijd zulk een flinke jongen. Het -komt mij voor, alsof het gisteren gebeurd was, dat wij voor moeder -heidekruid gingen plukken. Anders wist de mand zoo vol te pakken, dat -er geen sprietje meer in kon.”</p> -<p>„Maar jij droegt ze naar huis, hé?”</p> -<p>„Wat?.. ja dat sprak van zelf, ik was van ons beiden de -sterkste.”</p> -<p>„Maar wat doet hij eigenlijk voor den kost.., die -Anders,” vroeg de opperloods.</p> -<p>„Hij is werkzaam aan iets heel voornaams, maar hoe dat -eigenlijk heet, schiet mij niet te binnen.”</p> -<p>Njaedel ging naar de kast toe, om naar een ouden brief van zijn -broer te zoeken.</p> -<p>De klink van de achterdeur werd zachtjes opgelicht en men hoorde -iemand door de keuken gaan. Het was er reeds tamelijk donker door het -regenachtige weder; in het Noordwesten alleen was er aan den horizon -eene lichte streep te zien, die een geelrood schijnsel in de kamer -wierp. <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name= -"pb41">41</a>]</span></p> -<p>Zoodra Njaedel zag, dat het Sören Börevig was, die -binnenkwam, sloeg hij de deur van de kast toe, en zeide ruw: „Gij -komt zeker eens kijken, of ik alleen in huis ben. Ja zie nu de bedden -goed na …. misschien kunt gij nog wat ontdekken, dat -ergernis wekt …. gij ….”</p> -<p>„Het recht moet zijn loop hebben,” antwoordde Sören -op zachtmoedigen toon, „en dringend vermaan ik je …. -Njaedel ….”</p> -<p>„Wat komt gij doen?” viel hem de ander in de rede.</p> -<p>Sören waagde niet te beweren, dat hij, ofschoon hij pachter van -den predikant was, alleen was gekomen om hem te vermanen; tegen zijne -gewoonte begon hij dus zonder omwegen, „ik heb met den advocaat -Tofte gesproken.”</p> -<p>„Over het wier aan het strand?”</p> -<p>„Ja, daar praatten wij ook wat over. Hij meende, de -advocaat …. dat het maar zoo niet aanging, dat ik het -wier, dat ik noodig heb, daar niet van daan kon halen,…. dat -kon …. dat kon ….”</p> -<p>„Misschien ergernis verwekken,” merkte de opperloods -droogjes aan, terwijl hij bij den haard zijn pijpje aanstak.</p> -<p>„Neen, dat meende hij nu juist niet, maar hij vond, dat het te -betwijfelen viel of die sloot ….”</p> -<p>„Ik heb mijn bewijs van eigendom,” zeide Njaedel.</p> -<p>„Ja, ja, dat hebt gij ….” en Sören -ging weer naar de deur …. „ik kwam hier maar even -binnen loopen, om te zeggen, dat wij dan wel moeten -beginnen.<span class="corr" id="xd26e952" title= -"Niet in bron">”</span></p> -<p>„Beginnen?” vroeg de opperloods.</p> -<p>„Ja …. met het proces.”</p> -<p>„Proces!” riep de opperloods en hij kwam dichter bij -„bedenk je tweemaal Njaedel, vóór je daarmee -aanvangt. Ik ken er, die voor geringer zaak dan deze, huis en hof -verloren hebben, alleen door dat ongelukkige procedeeren. Meer dan -één eerlijke kerel ligt eenige voeten diep in de -aarde …. en de advocaat Tofte was aan dien vroegtijdigen -dood schuld.” <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" -name="pb42">42</a>]</span></p> -<p>„Gij moet zoo niet over uwen naaste spreken, opperloods, want -de advocaat meende ook, dat het een lang en kostbaar proces kon -worden.”</p> -<p>„Ik graaf mijne sloot en daarmee uit,” zeide -Njaedel.</p> -<p>„Dat zult gij wel laten Njaedel, wanneer de drost hier geweest -is en hij het verbiedt.”</p> -<p>„Het mij verbiedt?”</p> -<p>„Ja, ziet gij,” antwoordde Sören, „want gij -moet dan met graven wachten, totdat er uitspraak in de zaak is -gedaan.”</p> -<p>Njaedel ging heen en weer in het vertrek, zette eenen stoel wat te -recht en zag besluiteloos den opperloods aan, doch eindelijk kwam hij -weer tot de hoofdzaak terug en zeide op vasten toon, terwijl hij de -eene hand tegen de andere sloeg: „ik heb mijn koopcontract van -den Bisschop te Kristiansand.”</p> -<p>„Gij kondt den bisschop wel eens vragen, hoe het eigenlijk met -dat wier aan het strand geschapen is,” zeide Sören op -zoetsappigen toon en hij keek hem van ter zijde aan.</p> -<p>„Ja,—daar zegt gij wat Sören,” mompelde de -opperloods, „het zou dan niet op zoo groote onkosten -loopen.”</p> -<p>„Of misschien zouden wij nog beter doen, het aan den koning te -vragen,” zei Sören schijnbaar los weg en hij keek door het -raam.</p> -<p>„Ja, de koning staat toch boven den bisschop,” zeide -Njaedel, „maar zou hij er ons op antwoorden?”</p> -<p>„Wanneer wij de zaak bij het Departement indienden, en de -beslissing ….”</p> -<p>„Waar zegt gij?”</p> -<p>„Bij het Departement,” antwoordde Sören, die goed -op de hoogte scheen te zijn.</p> -<p>„Buurman,” zeide Njaedel tot Sechus …. -„daar is Anders werkzaam, dat woord wou mij maar niet te binnen -schieten …. Maar hoort de koning dan van de -zaak?”</p> -<p>„Ja,” verklaarde Sechus, „dat is de weg naar den -koning.” Njaedel dacht een oogenblik na. <span class= -"pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span></p> -<p>Dit voorstel viel meer in zijnen smaak, dan een proces. Buitendien -was Anders daar werkzaam en op deze wijze kon de zaak in eens afgedaan -worden; het was toch zonneklaar, dat hij in het gelijk zou gesteld -worden.</p> -<p>Sören hield zich in het begin alsof hij liever procedeeren -wilde, maar meegaande van karakter als hij was, liet hij zich bepraten; -ten laatste nam hij zelfs op zich te zorgen, dat het stuk naar den vorm -opgesteld en ingezonden werd.</p> -<p>„Maar den advocaat Tofte moet gij betalen, Njaedel<span class= -"corr" id="xd26e1001" title="Niet in bron">.</span>”</p> -<p>„Gij hebt den twist aangevangen, Sören.”</p> -<p>„Ja, maar zoo gij de sloot niet waart gaan -graven …..”</p> -<p>Den opperloods gelukte het de partijen over te halen, de kosten -samen te betalen, en Sören Börevig vertrok. Het was nu vrij -laat geworden, en Sechus haastte zich naar huis te gaan. Toen hij weg -was, ging Njaedel naar den koestal. De koeien—hij had er -zes—loeiden en waren onrustig, zij hadden den geheelen dag niets -te eten gehad en waren niet gemolken. Njaedel begon nu aan dit voor hem -ongewone werk, en bracht het er heel slecht af.</p> -<p>De dieren kenden hem niet, en hij ging zoo links en ruw te werk, dat -zij niet stil wilden staan, en de emmers telkens omver gooiden. Njaedel -bromde bij zich zelf, totdat hij eindelijk met het werk gereed kwam. -Het was twaalf uur, toen hij weer buiten vóór de -boerderij stond. In zijne volle lengte strekte hij zich uit, hij was -doodaf van het neerhurken in den stal. De zee lag vóór -hem. De lucht was wat opgeklaard en hij kon duidelijk de donkere -streep, waar de sloot zich bevond, onderscheiden.</p> -<p>Hij verheugde er zich reeds op met een goed geweten weer aan den -arbeid te kunnen gaan. Spoedig zou er toch wel antwoord van den koning -komen, zoovele stoombooten voeren toch dagelijks de kust voorbij, en -dat hij gelijk zou krijgen, hieraan twijfelde hij geen oogenblik. Bij -voorbaat verkneukelde hij zich reeds in de misrekening, <span class= -"pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>welke -Sören Börevig maakte en reeds begon hij na te rekenen, -hoevele dagen zouden moeten verloopen eer er antwoord kon komen.</p> -<p>Toen hij weer naar binnen ging, moest hij nog de melk in de vaten -gieten en uiterst langzaam ging het hem af. Hiermede gereed zijnde, -ging hij naar boven; opende de deur van Christina’s kamertje, en -zag in het half donker, dat er heerschte, rond. Hij draaide den sleutel -om en stak dien in den zak. Toen hij weer naar beneden ging, en de trap -onder zijne zware voetstappen zoo kraakte, dat dit geluid alleen de -doodsche stilte in het huis verbrak, schoten hem de woorden van -Sören Börevig te binnen, dat het recht zijnen loop moest -hebben.</p> -<p>Lang was hij te bed zonder in slaap te kunnen komen. Zijn hoofd had -vandaag te veel werk gehad en zijne ledematen te weinig. Hij miste dat -vermoeide in armen en beenen, hetwelk hij anders altijd voelde, wanneer -hij zich op zijn bed uitstrekte; hij begon integendeel aan allerlei -vreemde zaken te denken; hetgeen anders volstrekt niet zijne gewoonte -was. En Njaedel, die anders onder het zwaarste onweer door bleef -werken, werd nu telkens in zijnen slaap door de kat gestoord, die in de -keuken of wel voor Christina’s kamer mauwde.</p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">V.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wanneer een stroom tegen eene vooruitstekende punt -lands stoot, stroomt het water deze voorbij, doch keert op zijnen weg -terug, wanneer hij de bocht achter die kaap met eenen kleinen -maalstroom heeft gevuld. Komt een stukje hout met den stroom -meedrijven, zoo geraakt het in dezen maalstroom; het draait in de bocht -rond, en komt weer bij de kaap, waar het echter door den stroom -<span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name= -"pb45">45</a>]</span>wordt teruggedrongen, zonder er door te worden -medegesleept, om weder in dien maalstroom tot in het oneindige rond te -draaien. Een zoodanigen cirkelgang van eenen stroom noemt men in het -Noorsch: Evje of Bagevje.</p> -<p>De tallooze Evjer, die door den stroom des levens gevormd worden, -zijn gedeeltelijk zoo klein, dat er voor een enkelen persoon slechts -plaats in is, gedeeltelijk zijn zij zoo uitgestrekt, dat geheele -familiën, ja zelfs geheele partijen, er plaats in kunnen vinden; -ja men kent zelfs Bagevjer op historisch gebied, in welke een geheel -volk om zich zelf steeds heeft gedraaid, wel gedrukt, maar niet -medegesleept door den tijdstroom.</p> -<p>Ook het maatschappelijke leven van een land heeft zijne Bagevjer, en -in Noorwegen noemt men de groote staats-Evjer, Departementen. Het zijn -geweldige massa’s langzaam ronddraaiend papier, die evenals een -maalstroom, om eene diepe opening langzaam ronddraaien; niets bevindt -zich daar, maar alles wordt er in getrokken, draait er een poosje rond, -verdwijnt en laat geen enkel spoor achter.</p> -<hr class="tb"> -<p>De kamerheer Delphin legde zijne pen neder, schonk zijn glas weer -vol, ledigde het in eenen teug, en bekeek zich ondertusschen in den -vóór hem hangenden spiegel. Het was laat in den nacht. -Hij zat in zijne hemdsmouwen met witte das en laag uitgesneden vest, -want hij was zeer warm.</p> -<p>George Delphin was juist van een bal teruggekeerd en in zijne voor -een vrijgezel comfortabel ingerichte woning, op den Wergelandsweg, -rookte hij nu eene sigaar. Het was zijne gewoonte tot laat in den nacht -op te zitten—inzonderheid wanneer hij eene partij had -bijgewoond—en wanneer hij zich dan niet aan zijne piano plaatste, -schreef hij soms het een of ander artikel. Des morgens voelde hij zich -dan altijd alles behalve frisch, en gebruikte <span class= -"pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>dan -steeds eene groote hoeveelheid water uit- en inwendig; maar wanneer hij -later in zijn fraai gemeubileerd woonvertrek kwam, waar juffrouw -Börresen het ontbijt voor hem had klaar gezet, zag hij er uit als -de type van een elegant jong mensch. Hij was dan ook eerst zeven of -acht en dertig jaar oud; soms zag hij er evenwel ouder uit, en dit -kwam, wijl zijn fraai lokkig haar wat begon uit te vallen. Na zijn -ontbijt gebruikt en de kranten te hebben gelezen, maakte hij zich -gereed naar zijn Departement te gaan. Eerst echter ging hij altijd naar -de schrijftafel om te zien, wat hij eigenlijk in den nacht had -geschreven, en dikwijls was het einde, dat hij het beschreven papier in -kleine stukjes scheurde, die in den hoek bij de kachel eene plaats -vonden tot groote ergernis van de nette huishoudster.</p> -<p>Het was een fraaie herfstmorgen. Het slotpark vertoonde zich in al -zijne pracht, het bont gekleurd gebladerte stak schoon af tegen het -overige nog groene loof. De rijm, die gedurende den nacht was ontstaan, -lag als dauwdruppels over het gras. De afgevallen bladeren en de -zwanevederen, die in de vijvers gevallen waren, geleken op vloten, die -op een gunstigen wind wachtten, om uit te zeilen, en de temperatuur was -zoo zoel, dat de wandelaars in het park onwillekeurig even stil bleven -staan om de heerlijke lucht in te ademen. Een onbepaald verlangen naar -iets, waaraan zij zelf geenen naam konden geven, maakte zich van hen -meester. Met de hand voor de oogen, om zich tegen de zonnestralen te -beschutten, tuurden zij naar de golf en naar de lange rij van heuvels, -die zich Zuidwaarts uitstrekten. De betooverende aanblik, welke het -landschap aanbood, werd nog vermeerderd, wijl de zonneschijn als een -verblindend witte doch ondoordringbare sluier, een geheimzinnig waas -over het geheel wierp.</p> -<p>Toen de kamerheer door het park in de straat kwam <span class= -"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>begon -het groeten, want hij kende de geheele stad. Lange oefening had het hem -mogelijk gekost geenen groet ongemerkt te laten voorbijgaan. Aan de -paarden wist hij dadelijk, aan wie de rijtuigen behoorden, en hij kon -zijnen groet dus gereed houden. Oude of jonggetrouwde dames, die niet -konden of wilden uitgaan en die door de ramen naar de voorbijgangers -zagen, konden er op rekenen, dat de kamerheer niet zou vergeten, haar -te groeten: hij wist al te goed, hoezeer zij hierop waren gesteld; -terzelfder tijd kon hij echter ook het oog houden op de beide -trottoirs, of iemand daar ook den hoed voor hem afnam, ja, zelfs den -heeren, die op het achterbalkon van den tram stonden, werd in het -voorbijgaan een groet toegeworpen.</p> -<p>Hij was dan ook een van de meest geziene personen in het -„<span lang="en">high life</span>” van de hoofdstad, -ofschoon hij misschien meer gevreesd dan bemind werd, want hij had eene -scherpe tong en was van alles, wat voorviel, op de hoogte.</p> -<p>Vóór eenen winkel in de Koningstraat stond het rijtuig -van den minister Bennecken; George Delphin wilde juist den koetsier -aanspreken, toen juffrouw Bennecken den winkel reeds uitkwam.</p> -<p>„Och beste kamerheer,” begon zij, „dat komt al -heel goed uit, dat ik u ontmoet. Rijd met mij mee naar huis. Mama heeft -mij uitgezonden, om garneersel voor eene japon te koopen, en ik ben er -bijna zeker van, dat ik eene slechte keuze heb gedaan. Zoo gij met mij -meegaat, heeft zij niet de gelegenheid mij te beknorren.”</p> -<p>„Het spijt mij werkelijk, juffrouw Bennecken, maar ik ben op -weg naar mijn Departement. Wat zou uw vader zeggen, zoo ik niet op -mijnen tijd paste?”</p> -<p>„O, wil u mij wijs maken, dat u bang voor Papa is? Kom -maar;” zij maakte een weinig voor hem plaats en hij kwam naast -haar in het rijtuig zitten.</p> -<p>„Ik kan mij zeer goed begrijpen, dat meneer Delphin -<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name= -"pb48">48</a>]</span>aarzelde, juffrouw Bennecken te -vergezellen,” zeide een jong heer, die juist met eene dame de -equipage voorbij liep.</p> -<p>„Ja ik vind het zeer natuurlijk. Arm kind, wat is zij -leelijk,” antwoordde de dame, en zij vertrok even haren mond.</p> -<p>„Leelijk haar, leelijke tint, grooten mond, een’ kleinen -platten neus, en eene taille die veel te wenschen overlaat, het eenige -wat gezien mag worden zijn hare oogen.”</p> -<p>„Vindt gij hare oogen mooi,” vroeg de dame, en zij zag -hem aan.</p> -<p>„O neen, niet zoo als die van eene andere, die ik ken,” -antwoordde hij galant, „maar die oogen zijn nog het beste, wat -zij der wereld toonen kan.”</p> -<p>„O ja, zij heeft ook die vervelende hondenoogen, dom van -uitzicht.”</p> -<p>„Heel dom moet zij dan ook zijn, is het niet?”</p> -<p>„Ja, als eene gans, dat is algemeen bekend.”</p> -<p>Ondertusschen reed de kamerheer Delphin met juffrouw Bennecken -denzelfden weg terug, dien hij juist was afgekomen. De -minister<a class="noteref" id="xd26e1080src" href="#xd26e1080" name= -"xd26e1080src">1</a> woonde in de Kristiaan Auguststraat.</p> -<p>Toen zij de koetspoort inreden, ontmoetten zij een slank jong -meisje, dat juffrouw Bennecken groette.</p> -<p>„Wie was dat,” vroeg hij.</p> -<p>„Eene nicht van Mo, zij heet Christine, vindt gij haar niet -heel mooi?”</p> -<p>„Naar mijnen smaak is zij te lang,” antwoordde de -kamerheer.</p> -<p>Het huis van den staatsraad was in deftigen stijl gemeubileerd, men -zag dadelijk, dat alles op effect was ingericht. De dubbele deuren -stonden open en gaven toegang tot eene rij vertrekken, waarvan -mevrouw’s boudoir het <span class="pagenum">[<a id="pb49" href= -"#pb49" name="pb49">49</a>]</span>laatste was; mollige tapijten -bedekten den grond en zware gordijnen hingen vóór de -vensters.</p> -<p>De vrouw des staatsraads ontving den kamerheer buitengewoon -vriendelijk; zij stelde zijne visites op prijs, en met een verlicht -hart zag Hilda, dat zij eene goede ingeving had gehad, toen zij hem -mede had getroond.</p> -<p>Mevrouw was in eene lichtgrijze morgenjapon gekleed en een kanten -mutsje bedekte het haar. Ofschoon zij reeds vijf en vijftig jaar oud -was, kon men haar evenwel nog eene schoone vrouw noemen, met een paar -schrandere maar koele oogen. In hare jeugd was zij eene gevierde -schoonheid geweest en voor mooie menschen had zij zelfs bepaalde -sympathie behouden.</p> -<p>In gezelschap was zij levendig zonder geestig te zijn, en deftig -zonder stijf te schijnen; haar glimlach was innemend, en zoude zulks -nog meer geweest zijn, zoo die niet al te zeer aan dien glimlach had -herinnerd, welke als een familietrek, allen dames eigen is, welke hare -zes voortanden op eene plaat in den mond hebben.</p> -<p>In het salon bevond zich ook de heer Alfred Bennecken, de jongste -zoon des huizes. Kort geleden was hij in de hoofdstad gekomen, en zijn -goede vriend Hiorth was hem juist een bezoek komen brengen. De jonge -hulpcommies school zoo ver hij kon in eenen hoek van het vertrek weg, -want hij moest op zijn bureau zijn, en het trof al heel ongelukkig, dat -juist de bureau-chef nu hier moest komen. Delphin groette hem daarom -juist bijzonder vriendelijk.</p> -<p>„Nu moet gij …. meneer Delphin,” zeide -mevrouw, „ons uw oordeel over eene zaak zeggen. Alfred is zoo -teleurgesteld, de arme jongen, dat Papa hem geene aanstelling in zijn -Departement wil geven. Alfred beweert, dat het niets dan natuurlijk en -<i>Europeesch</i> is—zooals hij altijd zegt—dat Papa hem -wat voorthelpt, maar gij weet, hoe bang Daniël altijd is, de -minste aanleiding tot aanmerkingen aan de oppositie te geven, en -daarom ….” <span class="pagenum">[<a id="pb50" href= -"#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p> -<p>„En daarom wil hij mij in die ellendige revisie-afdeeling -plaatsen,” viel Alfred in, „waar ik geen sterveling ken, -terwijl ik er juist zoo op had gevlast met Hiorth op hetzelfde bureau -werkzaam te kunnen zijn …. waar is Hiorth naar toe -gestoven?”</p> -<p>Deze kwam nu van achter eene groote palmplant te voorschijn, en -speelde verlegen met zijn blond kneveltje.</p> -<p>„Ja, het is werkelijk jammer voor Alfred,” ging mevrouw -voort, „Daniël is altijd zoo streng ten zijnen opzichte -geweest.”</p> -<p>Nu trokken echter de stalen, die Hilda had meegebracht hare -aandacht, en spoedig lag de geheele tafel vol. George Delphin hielp -mevrouw uitzoeken, en Hilda werd niet beknord.</p> -<p>De jonge heeren bleven voor het raam staan.</p> -<p>„Noem je dat geen overvloed van geluk, Hiorth, zij woont hier -aan huis, zij is familie van Mo—Mo, die bode bij Papa -is.”</p> -<p>„Van Anders den Almachtige,” zeide Hiorth.</p> -<p>„Noemt gijlieden hem zoo aan het Departement …. -dat is al een zeer goede naam voor hem; ja, zie je, Anders de -Almachtige is een broer van haren vader—een gemeene rakker -overigens, die van concubinaat is aangeklaagd. Heb je ze -gezien …. anders wil ik je met haar bekend -maken.”</p> -<p>„Waart ge in hare vroegere woonplaats goed met haar -bekend?”</p> -<p>„O ja …. zoo tamelijk,” antwoordde Alfred, -en hij kneep even de oogen dicht.</p> -<p>„Je zult zien, dat het met haar zal gaan als met haren -vader?”</p> -<p>„Wat?” vroeg Alfred.</p> -<p>„Concubinaat,” fluisterde Hiorth.</p> -<p>Deze geestige zet wekte zoo de vroolijkheid der heeren op, dat zij -de kamer moesten uitgaan, om op de trap er hartelijk over te kunnen -uitlachen. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name= -"pb51">51</a>]</span></p> -<p>Het was bijna één uur, toen de hoofdcommies aan het -Departement kwam.</p> -<p>Op zijne tafel lag eene menigte stukken, en Mo was juist bezig met -het lezen van eenige documenten in een geel omslag.</p> -<p>„Wat zijn dat voor stukken, Mo,” vroeg Delphin -gehaast.</p> -<p>„Dit stuk handelt over eenen twist, die over het recht op -zeewier aan de westkust ontstaan is, en is, naar mij voorkomt, eene -zaak, welke voor de rechtbank moet gebracht worden,” antwoordde -Mo, die door zijn lang verblijf aan het Departement natuurlijk veel -verstand van zulk zaken had gekregen, en volkomen met de termen, bij -het soort van Departement in gebruik, bekend was.</p> -<p>De bureauchef luisterde niet naar het antwoord, maar las reeds een -paar brieven, die aan hem persoonlijk waren gericht.</p> -<p>„Och, breng dien hoop papieren naar Mortensen en zeg hem, dat -hij ze naziet en sorteert,” zeide hij op ongeduldigen toon. Toen -Mo bij Mortensen in de kamer trad, was deze nog drukker dan zijn chef, -want hij schreef, zoo tusschen het werk door, een artikel voor zijne -courant.</p> -<p>„Leg dat pak maar voorloopig in den chaos,” zeide hij, -zonder zelfs op te zien.</p> -<p>De „chaos” was een loket, dat het dichtst bij den vloer -was, en onder het bijzonder opzicht van Mortensen stond. Anders Mo nam -het <span class="corr" id="xd26e1157" title="Bron: paket">pakket</span> -weer op, maar hij draaide het zoo, dat de papieren met het gele omslag -beneden kwamen te liggen; de gele kanten vouwde hij zelfs een weinig -naar binnen, en toen schoof hij alles zoover mogelijk in den chaos, -waar reeds vele andere stukken lagen. Anders Mo, die zijnen naam -Vatuemo tot Mo verkort had, was met den staatsraad bekend geraakt, toen -deze nog assessor was. In dien tijd was Mo handelaar in het klein in -etenswaren, en daar hij vlak naast den assessor woonde, was hij in de -gelegenheid aan de familie kleine diensten <span class= -"pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span>te -bewijzen; weldra was hij zoo in gunst gestegen, dat hij bijna even -onontbeerlijk voor Mevrouw als voor Mijnheer was.</p> -<p>Toen de assessor in rang steeg en zelfs tot staatsraad werd benoemd, -klom Mo ook op, en verkreeg het ambt van bode bij het Departement.</p> -<p>Voor deze betrekking was hij als geknipt; als eene kat sloop hij van -boven naar beneden, en het duurde maar kort, of hij was volkomen te -huis in elken hoek van het gebouw, en bekend met al de geheimen en -intriges van het Departement. Allen hadden min of meer respect voor -hem, en de staatsraad zelf scheen zich geheel door hem te laten -beheerschen, wat niemand kon begrijpen, maar het feit bestond; en ieder -was er volkomen van overtuigd, dat Anders Mo de machtigste man aan het -ministerie was. In het groote huis, hetwelk de staatsraad -bewoonde—hij had eene vrouw met geld getrouwd—had Mo de -portierswoning betrokken. Wel is waar was die half in den grond -gebouwd, en dus gedeeltelijk een kelder, maar wanneer men uit het -kamertje van den conciërge de drie trapjes af ging naar de andere -vertrekken, zagen die er vroolijk en gezellig uit, wijl het volle -daglicht ongehinderd door de hoog in den muur aangebrachte vensters -viel.</p> -<p>Toen Christine bij hem was komen inwonen, was de middelste kamer tot -slaapvertrek voor haar ingericht.</p> -<p>Nu moest echter haar Oom, zoo hij naar zijn kamertje wilde gaan, -altijd door het hare komen. Dit was juist niet zoo pleizierig, maar -eigenlijk kon het haar niet veel schelen. Oom Anders was zoo -vriendelijk tegen haar, en de mooie groote stad was zoo rijk aan -verrassing voor haar geweest, dat het gevoel van heimwee, waaraan zij -in het begin had geleden, spoedig verdwenen was.</p> -<p>Bovendien troostte het haar op eene plaats te zijn, waar niemand -wist, aan welke schande haar vader zich <span class="pagenum">[<a id= -"pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>zelf en dus ook haar had -blootgesteld. De familie van den staatsraad was altijd even vriendelijk -en juffrouw Hilda was zelfs een paar maal blijven staan, om een praatje -met haar te houden.</p> -<p>Christine vond het meer dan voorkomend, dat zulk eene voorname jonge -dame met haar, die toch maar een eenvoudig boerenmeisje was, wilde -staan praten; daarentegen wist zij de vriendelijkheid van den candidaat -niet op den rechten prijs te stellen. Ten eerste was zij er zeker van, -dat Alfred wist, waarvan haar vader was beschuldigd, en dan was er in -den toon zijner stem en in de familiare wijze, waarop hij haar groette, -iets, dat haar angst aanjoeg. Neen, dan mocht zij den doktor, den -oudsten zoon in de familie, beter lijden, maar met hem had zij slechts -tweemaal gepraat.</p> -<p>Toen Christine een paar weken, in de stad was geweest, kreeg zij -een’ brief van huis.</p> -<p>„Lieve Christine! De kat mist je zeer, zij doet niets dan -mauwen en je vader mist je ook zeer, maar hij toont het op eene andere -manier, namelijk hierin, dat hij machtig veel graaft en spit en hakt en -als een mijnwerker steenen op zijnen akker laat springen, dat hooren en -zien een’ mensch vergaat, en het zelfs gevaarlijk is langs zijnen -akker te gaan van wege de steenen, het zand, het gruis en de klompen -aarde, die in de lucht rondvliegen; daarbij is de weg op zichzelf -slecht, zoodat ik medelijden heb met het vee en de lieden die er over -moeten gaan.</p> -<p>De reden hiervan is, dat men niet weet, wien dat stuk van den weg -toebehoort, en de Lensmand heeft mij naar den rotmeester (korporaal) -gezonden en de rotmeester heeft mij naar den ingenieur van de openbare -wegen gestuurd, die kapitein is, zoodat je zelf wel begrijpen kunt, wat -dat helpen zou. Maar je vader houdt zich beter dan ik gedacht had zoo -alleen, maar vier van de koeien heeft hij verkocht, <span class= -"pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>wat maar -goed is, want het geleek op de verwoesting van Sodom en Gomorra in den -koestal en in de melkkamer, daar de koeien onder het melken zoo -schopten; maar jouw zwarte koe en die, welke hij bij den pachter van -den dominé heeft gekocht, zijn er nog, en geven goed melk, omdat -hij ze naar mijn domme verstand te veel voer geeft, wat hij echter niet -erkennen wil; hij wordt zelfs boos als men er van spreekt. Veranderlijk -weer hebben wij gehad, regenbuien en storm op zee, zooals ik ook in de -couranten heb gelezen, dat een hevige cycloon over den Atlantischen -oceaan en het kanaal is gevaren en een groot vaartuig van <span class= -"corr" id="xd26e1185" title="Bron: Cristiania">Christiania</span>, dat -van Kubach kwam—of was het misschien Nevrok—zijn voormast -verloren heeft; maar daarnaar kunt ge vragen en er mij eene nauwkeurige -beschrijving van geven. Je vader groet je, zoo ook met buitengewone -hoogachting: de ondergeteekende</p> -<p class="signed"><span class="sc">Lauritz Boldemann Sechus</span>.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e1080" href="#xd26e1080src" name="xd26e1080">1</a></span> In -Noorwegen heeft een minister den titel van staatsraad. -(Vert.) <a class="fnarrow" href="#xd26e1080src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VI.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In den herfst, wanneer de familie Falck-Olsen van hare -villa naar de stad terugkeerde, gaf zij altijd een groot bal.</p> -<p>De groothandelaar—op dien titel was hij zeer -gesteld—hechtte zeer aan dit bal, waarop hij, behalve de -jongelui, die werken, dat is dansen moesten voor hun souper, ook eenige -der voornaamste familiën van de stad uitnoodigde.</p> -<p>Wanneer al de jongelui meê werden geïnviteerd, vond hij, -dat hij zijne uitnoodigingen tot buiten zijnen gewonen kring kon -uitstrekken: hij had toch gelukkig ruimte genoeg in zijn huis; wanneer -hij kleinere partijen gaf, ging het moeielijker.</p> -<p>Maar de groothandelaar Falck-Olsen behoorde tot de parvenus -<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name= -"pb55">55</a>]</span>in de hoofdstad, zijn naam had nog te weinig -goeden klank. Hij was een vermogend man geworden door het verkoopen van -bouwgrond, en door een’ houthandel; in het begin van zijne -loopbaan was alles echter op zeer kleine schaal ingericht geweest. Nu, -zooals gezegd is, was hij rijk en was het het doel van zijn streven -toegang tot de hoogere kringen in de maatschappij te verkrijgen. Op den -staatsraad Bennecken, met wien hij kennis had gemaakt, toen deze nog -assessor was, stelde hij zijne hoop, en de vriendschappelijke -verhouding scheen van jaar tot jaar inniger te worden. De dames in de -stad verwonderden er zich ten hoogste over, want de familie Bennecken -behandelde een ieder nog al uit de hoogte; de heeren meenden, dat zulks -door zaken kwam; Falck-Olsen had den minister zeker wel eens aan geld -geholpen, en eenigen geloofden zelfs, dat hij nu en dan nog wel eens -bijsprong. In het algemeen maakte men zich een weinig over den ijdelen -koopman vroolijk, want, daar hij door eigen arbeid zijn geld verworven -had, beteekende die rijkdom in de oogen van de meesten niet veel. -George Delphin placht te zeggen: „dit is het onaangename van de -geschiedenis, dat juist wanneer men denkt met den voornamen -groothandelaar Falck te spreken, men op eens bemerkt, dat men met den -simpelen houthandelaar Olsen staat te praten.”</p> -<p>Mevrouw Falck-Olsen deelde volstrekt den smaak van haren man niet -voor groote partijen: zij hield meer van kleine gezellige -damestheevisites. Het was niet bekend, waar zij geboren en opgevoed -was; haar stamboom was, zoo drukte de kamerheer Delphin zich uit, -één van de eerste boomen geweest, dien haar man had -neêrgeveld, toen hij in rang begon te stijgen. Intusschen had zij -zeer goed haren man op zijnen weg kunnen volgen, omdat zij leerzaam van -karakter zijnde, ook eene groote mate van geduld bezat; haar optreden -was tevens zoo, dat zij een <span class="pagenum">[<a id="pb56" href= -"#pb56" name="pb56">56</a>]</span>niet al te scherp contrast met de -elegante woning maakte.</p> -<p>Wel had Delphin voor gewoonte, haar in het geheim nog -„madam”<a class="noteref" id="xd26e1211src" href= -"#xd26e1211" name="xd26e1211src">1</a> Olsen te noemen, en ook was het -één zijner altijd terugkeerende geestigheden, de bals in -het „danslokaal” bij Olsen te beschrijven. Zij evenwel, die -mevrouw kenden, waren het er allen over eens, dat, zóó -mevrouw soms tegen de etiquette zondigde, die fout te vergeven was, -omdat hare goedhartigheid daar ruim tegen op woog. Zij had eene statige -houding, en zooals zij nu vóór de komst der gasten in een -licht grijze moiré japon al de vertrekken nog eens doorging om -te zien of alles in orde was, zag zij er zelfs heel goed uit. Haar man -ging van het eene vertrek naar het andere, maar hij was onrustig en -zenuwachtig; de bedienden werden ieder oogenblik door hem beknord, en -telkens keek hij op zijn horloge.</p> -<p>„Wat scheelt je vandaag, manlief,” vroeg mevrouw, -„je stelt je aan, alsof je den koning zelf verwacht!”</p> -<p>„Zeur niet en bemoei je maar met je eigen zaken,” -antwoordde hij.</p> -<p>Een oogenblik later kwam hij naar haar toe, en zei op een toon, die -onverschillig moest heeten: „van morgen vroeg ik den consul Lind -ons bal te komen bijwonen.”</p> -<p>„Ben je mal?” vroeg mevrouw.</p> -<p>„Wat? Ben ik misschien niet even goed als hij, en het kwam zoo -ter sprake: wij ontmoetten elkaar op de Actiën-Bank.”</p> -<p>„Verzocht je zijne dames ook?”</p> -<p>„Neen,” luidde het antwoord eenigszins aarzelend.</p> -<p>„Nu, dan kunt gij er stellig op rekenen, dat hij niet komt; -dat was vreeselijk dom van je, Ole Johan!”</p> -<p>„Zoo!” bromde haar man tusschen de tanden; het was -<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name= -"pb57">57</a>]</span>echter meer dan eens gebeurd, dat zijne vrouw de -zaak beter had ingezien dan hij.</p> -<p>De oudste dochter kwam nu binnen. Den heer des huizes ontsnapte een -vloek, en mevrouw riep uit: „maar lief kind, wat beteekent dit -nu,” en beiden staarden zij stijf van verwondering hunne dochter -aan.</p> -<p>Juffrouw Louise was in eene zwart wollen japon gekleed en een smal -geplooid kraagje stond hoog tegen den hals aan, het haar was in een -kleine wrong opgestoken, terwijl grove katoenen handschoenen, die haar -volstrekt niet pasten, het toilet voltooiden.</p> -<p>Eerst trachtte zij hare ouders onbevreesd in de oogen te zien, doch -op eens barstte zij in schreien uit. „Hans …. -Hans …. heeft gezegd …. dat ik mij zoo moet -kleeden.”</p> -<p>„Hans …. maar nu raakt mijn geduld ten -eind,” riep haar vader uit, „en gaat hij voort, je op die -manier het leven zuur te maken, zoo is het maar het best het engagement -te verbreken.”</p> -<p>„St …. St, Ole Johan! Maak je niet zoo driftig. -Laat mij maar een oogenblik met Louise spreken. Ik hoor daar reeds -eenige gasten in de vestibule.”</p> -<p>Haar man verliet dadelijk het vertrek om de eerste gasten te -ontvangen, en mevrouw ging met Louise naar boven om haar moed in te -spreken.</p> -<p>De gasten, eenige langbeenige jongeheeren, waren zeer verlegen, dat -zij het eerst waren gekomen. Zij gingen achter elkander de vertrekken -door, eindelijk kwamen zij in eenen hoek van het verst afgelegen -kabinet te recht, waar zij hunne linkschheid trachtten te verbergen -door onder elkander te lachen over niets.</p> -<p>Het eene rijtuig na het andere hield nu voor de deur stil en weldra -waren velen der gasten gekomen. De gastheer ontving de genoodigden in -het eerste vertrek, mevrouw zat in het kleine salon, voor de groote -danszaal. De jongste dochter Sophie en de kamenier waren nog bezig, -<span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name= -"pb58">58</a>]</span>Louise een meer presentabel voorkomen te geven; -eindelijk kwamen de beide zusters binnen.</p> -<p>Juffrouw Sophie was een mooi meisje en haars vaders lieveling. Hij -ging van het groote plan zwanger, voor haar een’ echtgenoot in de -hoogste kringen te zoeken, en hij was onvermoeid, haar opmerkzaam op -zoogenaamd goede partijen te maken. Half in ernst half in scherts -luisterde zij naar hem, maar toen hij op zekeren dag haar den kamerheer -George Delphin als eene geschikte partij voorsloeg, dacht zij wat -ernstiger over de zaak na en besloot eene poging te wagen. Zij zag er -van avond allerliefst uit in hare witte baljapon, waarvan de rok en het -zijden lijf rijk met strikken waren gegarneerd. Zij fluisterde haar -moeder even in welke moeite zij had gehad, Louise in een ander toilet -te doen verschijnen, en mengde zich toen onder de gasten.</p> -<p>Louise zag er uit als een slachtoffer. Zij had nu eene witte japon -aan, en ook handschoenen, die bij het overige toilet pasten; in het -laatste oogenblik was het der kamenier zelfs nog gelukt haar een takje -meibloemen in het haar te steken.</p> -<p>Met angstige blikken zag zij overal naar Hans rond, maar daar zij -hem niet in het oog kon krijgen, liet zij zich eerst voor -éénen dans, en toen voor nog eenen -engageeren …. wat haar óók verboden was; ten -laatste stond zij, vóór zij het zelf wist, temidden van -een groepje jonge dames, met wie zij naar hartelust praatte en lachte; -toen een der heeren haar het balboekje uit de hand nam, ten einde -zijnen naam nog bij een der dansen te schrijven, was zij zelf ten -uiterste verwonderd, dat hij het haar zichtbaar teleurgesteld -teruggaf—voor alle dansen was zij reeds geëngageerd.</p> -<p>Hare beste vriendin, Caroline Hjelm, zeide haar, dat zij er nooit -zoo goed had uitgezien als van avond, maar Louise’s hart klopte -zeer onrustig. <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name= -"pb59">59</a>]</span></p> -<p>Meer en meer gasten kwamen er binnen.</p> -<p>In het midden der groote zaal stonden de jongedames in groepjes en -deden alsof zij druk met elkaar praatten. Eigenlijk bestond het gesprek -meest in uitroepen van verwondering en niets beteekenende vragen, op -welke men ook geen antwoord verwachtte; soms hoorde men eenige -zenuwachtig lachen, want allen waren te zeer van het gewicht van het -oogenblik vervuld, om oog of oor voor iets anders te kunnen hebben -dan …. voor het balboekje met volgeschreven namen.</p> -<p>De heeren stonden bij de deuren; eindelijk vatten zij moed, gingen -dwars door de zaal naar de plaats, waar de jonge dames stonden, maakten -eene buiging, vroegen om een’ dans, liepen elkaar tegen het lijf, -struikelden over de lange slepen der dames en verloren hunne kleine -balpotlooden. De twee vrienden Hiorth en Bennecken, die beiden aan -juffrouw Sophie Falck-Olsen het hof maakten, kwamen haar tegelijk om -een dans vragen. Zij had nog maar één dans vrij en dien -schonk zij Bennecken. Hiorth vertoonde een gelaat, dat vertwijfeling -moest uitdrukken, en engageerde nu Hilda Bennecken, die daar juist in -de buurt stond.</p> -<p>Zij had nog vele dansen vrij, want ofschoon zij als dochter des -ministers er zeker van kon zijn, dat zij niet den geheelen avond zou -behoeven te zitten, zoo behoorde zij tot degenen, die men het laatste -ten dans vroeg, en niemand gaf zich zelfs eenige moeite, het haar niet -te laten merken, dat men haar welstaanshalve vroeg.</p> -<p>De kamerheer Delphin, die door den staatsraad bij de Falck-Olsens -was geïntroduceerd, danste zeer zelden. „Hij was er te oud -voor,” zei hij zelf; nu en dan danste hij een paar maal eenige -toeren met die jongere getrouwde dames, welke in zijn’ tijd -gevierde schoonheden waren geweest. Toen hij echter het gezicht zag, -dat Hiorth trok, nadat hij juffrouw Bennecken ten dans had gevraagd, -<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name= -"pb60">60</a>]</span>ging hij door de zaal, maakte eene buiging voor -haar en vroeg met haar eens te mogen dansen.</p> -<p>Een gloeiend rood overtoog haar gelaat, en zij zag hem eenigszins -wantrouwend aan; zij wist toch, hoe hij er van hield, de menschen voor -den gek te houden.</p> -<p>Ondertusschen had hij reeds haar balboekje in de hand genomen, en -vroeg haar om de Française na het souper. Zij kon niet goed -„neen” antwoorden, ofschoon zij daartoe veel lust had.</p> -<p>Delphins wijze van handelen had zeer de opmerkzaamheid in de zaal -getrokken, de dames staken de hoofden bijeen en fluisterden met -elkander. Hilda Bennecken voelde zich zeer ongelukkig en verlegen, wat -haar leelijker dan ooit maakte. Zij nam haar toevlucht tot Louise, die -juist in eenen aanval van moedeloosheid, haren nood aan Caroline Hjelm -klaagde.</p> -<p>Eenige heeren, die er acht op hadden gegeven, dat George Delphin -juffrouw Bennecken voor eenen dans had geëngageerd, geloofden, dat -zulks een’ verstandige zet van hem was geweest, en zij haastten -zich dus zijn voorbeeld te volgen. Tegen alle gewoonte kreeg Hilda haar -balboekje vol, en er stonden zelfs de namen van de meest fashionable -cavaliers in te lezen.</p> -<p>Het bal werd met eene Polonaise geopend; de gastheer en de vrouw des -ministers waren het eerste paar. De staatsraad was nog niet -gekomen.</p> -<p>„Daniël heeft het tegenwoordig zoo ontzaglijk -druk,” zeide mevrouw tot verontschuldiging.</p> -<p>Daar de consul Lind er ook nog niet was, gevoelde de heer -Falck-Olsen zich niet recht in zijnen schik. Onder de wandeling -verbeterde zijn humeur zich wat, want de zaal leverde een fraai gezicht -op.</p> -<p>De kamerheer mocht zeggen, wat hij wou van „Olsens -Danslokaal,” eene fraaier balzaal was er bijna niet in de stad te -vinden en toen de lange rijen feestelijk gekleede <span class= -"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>dames en -heeren op de tonen der muziek door de zaal wandelden, straalden de -oogen van den gastheer van trots.</p> -<p>Er waren dan ook vele voorname lui; de uniformen maakten een goed -effect, en verscheidene heeren droegen een ordelint in het knoopsgat. -Bankiers, kooplieden, professoren, kamerheeren, buitenlandsche consuls, -allen waren er vertegenwoordigd; aan deftige, welluidende titels -ontbrak het niet; het was dan ook een werkelijk genot voor den -gastheer, die titels telkens te noemen, terwijl hij met de vrouw des -ministers de zaal rondwandelde.</p> -<p>„Hoe allerliefst ziet uwe Sophie er van avond uit,” -zeide mevrouw met een innemend lachje.</p> -<p>„Het is mij hoogst aangenaam dit te hooren; ja, ik vind ook, -zoo ik de waarheid wil zeggen, dat Sophie iets gedistingueerds over -zich heeft.”</p> -<p>„Juist wat ik wilde zeggen,” antwoordde mevrouw, en zij -lachte hem in stilte uit. Nu wilde de gastheer ongelukkiger wijze -mevrouw ook een compliment maken, en daar Hilda Bennecken juist met een -niet zeer jong heer, een leeraar of iets dergelijks, zich bij de -Polonaise had gevoegd, begon hij haar uiterlijk buitensporig te -prijzen.</p> -<p>„Och, geef u die moeite niet,” riep mevrouw uit, -„onze dochter Hilda kan op geene schoonheid bogen.”</p> -<p>„Maar mevrouw—ik vind juist het tegendeel,” -stamelde de gastheer.</p> -<p>„U is waarlijk al te vriendelijk, mijnheer Falck-Olsen,” -en mevrouw lachte eenigszins gedwongen. De gastheer begreep, dat hij -zich dom had aangesteld.</p> -<p>Hij kreeg echter weldra gelegenheid dien dommen streek goed te -maken. Haar zoon Alfred stond in hunne nabijheid en hij begon nu dezen -zeer te prijzen; tot zijne voldoening merkte hij, dat mevrouw met -belangstelling naar hem luisterde, terwijl haar blik den jongsten zoon -volgde.</p> -<p>Nu nam het dansen een aanvang; ofschoon de muziek uitstekend was, -scheen de echte danslust er nog niet <span class="pagenum">[<a id= -"pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>te zijn. De drie groote -kronen en de lustres aan de wanden goten een zee van licht uit in de -fraai gedecoreerde zaal. Aan de eene zijde bevonden zich kleine -kabinetten, waar een aangenaam half donker heerschte, en -waar—zooals mevrouw Bennecken zeide, de beenen konden rusten en -de harten spreken. Alfred danste met eene uitdrukking op het gelaat, -welke voor hoogst <i lang="fr">comme il faut</i> wordt gehouden, als -een daglooner, die, om aan den kost te komen, hard moet werken.</p> -<p>Op dezelfde wijze danste zijn vriend Hiorth. Over het geheel hadden -de heeren dat onverschillige voor alles in hun voorkomen, dat -welopgevoeden jongelui past. Slechts eenige getrouwde heeren van -middelbaren leeftijd, die met de jongste dames dansten, zagen er uit, -alsof zij er werkelijk pleizier in vonden, in het zweet huns aanschijns -rond te draaien.</p> -<p>Na elken dans verdwenen de heeren in de meer afgelegene vertrekken, -die op de plaats uitkwamen, en daar deden zij zich aan punch en toddy -te goed. Kwam men hun zeggen, dat een andere dans begon, dan werd de -sigaar uit den mond genomen, en met een’ ontevreden trek op het -gezicht maakten zij zich gereed weg te gaan. Eerst namen zij echter nog -gauw een glas punch of cognac, alsof zij eene reis in een’ kouden -winternacht moesten ondernemen; eindelijk sleepten zij zich met moeite -naar de zaal, waar zij de dames op den geur van tabak en wijn -onthaalden.</p> -<p>De eene dans volgde op den anderen, maar de rechte vroolijkheid kwam -maar niet, zooals het gewoonlijk in de eerste uren gaat.</p> -<p>„Ja, ja, het zal wel beter worden,” mompelde de gastheer -bij zichzelf, „wanneer de heeren wat meer „onder -stoom” zijn,” en hij gaf aan de bedienden bevel, wat meer -punch en cognac rond te dienen.</p> -<p>Alfred Bennecken zag er onrustig en geheimzinnig uit. <span class= -"pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>Wanneer -iemand hem vroeg, voor welke dame hij den volgenden dans bestemd had, -gaf hij een ontwijkend antwoord. Zijn vriend Hiorth merkte zelfs, dat -hij voor de meesten der eerste dansen niemand geëngageerd had. -Bennecken scheen op iets te wachten.</p> -<p>De met zulk een’ angst verwachte Hans was eindelijk gekomen. -Louise had hem slechts vluchtig in het voorbij dansen gezien. Zij had -haar oordeel in zijn bleek gezicht gelezen, en was daardoor bijna half -dood van schrik. Maar de jonge candidaat Smith, met wien zij danste, -sprak op zulk eene boeiende wijze over eene voetreis, die hij in -Jotunheim gemaakt had, dat zij telkens haar verdriet vergat; toen zij -een oogenblik daarna haren verloofde nergens meer zag, wiegde zij haar -geweten met iets in slaap, dat zij wist, dat Hans met den naam van -„verslaafdheid aan de zonde” zoude betitelen.</p> -<p>Toen de dans geëindigd was, zocht zij in de zaal naar Caroline -Hjelm om haren bijstand te vragen. Deze was eene nicht van Hans, en -volstrekt niet bang voor hem. Louise smeekte hare vriendin bij de -vriendschap, die zij elkaar toedroegen, naar Hans te gaan om hem te -verklaren, dat men haar gedwongen had in een passend baltoilet te -verschijnen en hem te vragen of hij erg boos op haar was.</p> -<p>Caroline was dadelijk bereid, dit te doen; zij durfde Hans zeer goed -hare meening zeggen. Zij zocht hem in alle vertrekken, en vond hem -eindelijk snuffelende in eene boekenkast.</p> -<p>„Goeden avond Hans! Louise laat je door mij vragen, of zij -eenen dans voor je open zal houden,” zeide Caroline en zij knikte -hem vriendelijk toe.</p> -<p>Hij keek haar eerst met zijne lichtblauwe kleine oogen strak aan; -maar toen zijn blik op de verstokte Caroline volstrekt geene uitwerking -scheen te maken, vroeg hij: „Heeft Louise je werkelijk gezegd, -dit aan mij te vragen?” <span class="pagenum">[<a id="pb64" href= -"#pb64" name="pb64">64</a>]</span></p> -<p>„Ja, waarom niet? Denk je misschien, dat het zonde is te -dansen. Toen ik mijne belijdenis had afgelegd, zeide de dominé, -dat het geoorloofd is te dansen, mits men zulks met een rein hart -doe …. en dat hebt gij toch zeker, neef Hans, is het -niet?”</p> -<p>„Ik wil niet meer met je spreken Caroline, want gij zijt een -kind dezer wereld.”</p> -<p>„Foei, Hans, hoe kunt je zoo praten,” riep Caroline -beleedigd uit, „ik kan mij niet begrijpen dat Louise, die zoo -allerliefst is, jou wil nemen …. voor alles in de wereld -zou ik je niet voor mijn man willen hebben!”</p> -<p>„Ik wil trachten Louise uit dit huis der zonde te -redden!”</p> -<p>„Hè …. je bent een akelige vent, -adieu,” zei de onverbeterlijke Caroline, en zij keerde naar het -salon terug.</p> -<p>Eindelijk kwam de staatsraad Bennecken binnen.</p> -<p>Hij was een knap rijzig man; zijne bloeiende gelaatskleur trok -altijd de aandacht, vooral omdat hij geenen baard droeg. Zoodra de -gastheer hem zag binnen komen, ijlde hij hem tegemoet en boog als een -knipmes. Had de heer Falck-Olsen, wanneer hij met den staatsraad onder -vier oogen was, ook de gewoonte op heel familiaren toon met hem te -spreken, zoo had deze toch, wanneer hij, zooals nu ook het geval was, -in al zijne deftigheid, met de ordeteekenen op de borst en geheel het -uiterlijk van den staatsman optrad, iets dat hem ontzag inboezemde. -Buitendien was de staatsraad zijn voornaamste gast—het eigenlijk -glanspunt van het feest, en stralend van geluk geleidde de kleine -levendige koopman den voornamen heer door de salons.</p> -<p>Deze begroette de vrouw des huizes zeer hartelijk, sprak een weinig -met al de oudere dames en was de vriendelijkheid zelf. Toen er eene -pauze in de balzaal was, ging hij de dochters des huizes begroeten, en -daarna trok hij zich terug in de bijzondere vertrekken van den -gastheer, <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name= -"pb65">65</a>]</span>waar de voornaamste leden van het gezelschap zich -hadden verzameld.</p> -<p>De komst van den minister had den stempel op het feest gedrukt. -Delphin placht altijd te zeggen, dat men bij die Falck-Olsens altijd -min of meer het gevoel had, alsof het hoofd er ontbrak, want gastheer -en gastvrouw beiden verloor men zoo spoedig uit het oog, dat men bijna -hunne tegenwoordigheid vergat.</p> -<p>Van avond had men echter in den persoon des ministers een punt -gekregen waarom men zich kon verzamelen, wijl deze, als een intiem -vriend van de familie, er borg voor was, dat men zich in goed -gezelschap bevond, en als ’t ware verlof gaf, zich zoo goed -mogelijk te amuseeren. De nieuwbakken glans, die nog over alles in het -huis lag, werd daardoor minder gezien, ja zelfs min of meer gewettigd. -Nu eerst begon het bal met recht; de „daglooners” -glimlachten min of meer onder hunnen zwaren arbeid, en de gastheer -dacht er niet langer aan, dat consul Lind weggebleven was. Hij wreef -zich de handen van pleizier, want men begon „onder stoom” -te komen; thans nog het souper, en alles ging naar wensch.</p> -<p>Zoodra Alfred zijn vader had zien binnenkomen, sloop hij naar de -vestibule, nam zijne overjas en verliet het huis.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e1211" href="#xd26e1211src" name="xd26e1211">1</a></span> Dezen -naam geeft men in het Noorden aan getrouwde dames, die niet op den -titel van Mevrouw aanspraak kunnen maken. (Vert.) <a class= -"fnarrow" href="#xd26e1211src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Christine zat in de gezellige voorkamer en schreef -een’ brief aan haren vader,—dat wil zeggen aan den -opperloods, want Njaedel kon geen geschreven schrift lezen.</p> -<p>Oom Anders had het portier van het rijtuig, waarmede de staatsraad -naar het bal zou rijden dichtgeslagen en was toen, zooals ’s -avonds zijne gewoonte was, uitgegaan: hij had altijd zoo veel te -doen.</p> -<p>Terwijl zij zat en in de lamp tuurde om te bedenken <span class= -"pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>wat zij -eigenlijk zou schrijven, werd er aan de deur geklopt en Dokter -Bennecken trad de kamer binnen.</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk …. is Papa al naar het bal -gereden,” vroeg hij.</p> -<p>„Ja, juist,” antwoordde Christine.</p> -<p>„O, dat treft al heel slecht, ik wou met hem meegereden -zijn.”</p> -<p>Eigenlijk maakte de dokter zich hier aan eene groote onwaarheid -schuldig, want hij had op den hoek der straat op het wegrijden van -zijn’ vader staan wachten. Nu hij echter het doel van zijn -streven bereikt had: een oogenblik ongestoord met haar te kunnen -spreken, scheen hem de moed daartoe te ontzinken, en hij zou zeker de -deur weer zijn uitgegaan, zonder een woord meer te zeggen, zoo -Christine niet had gezegd: „misschien komt het rijtuig wel -terug.”</p> -<p>„Ja dat is best mogelijk …. ja, dat zal het -zeker,” zeide hij.</p> -<p>Beiden lieten het voorkomen, alsof zij zulks geloofden, ofschoon zij -heel goed wisten, dat de minister met een huurrijtuig was uitgereden; -’s avonds gebruikte hij nooit zijne eigene équipage.</p> -<p>„Wil u niet zoo lang gaan zitten,” zeide Christine; Oom -had haar gezegd, dat zij de menschen met u moest aanspreken<a class= -"noteref" id="xd26e1392src" href="#xd26e1392" name= -"xd26e1392src">1</a>.</p> -<p>De dokter bedankte haar vriendelijk en deed de deur dicht. Johan -Bennecken had eenige trekken met zijnen vader gemeen; dat imponeerende, -evenwel, wat dezen eigen was, ontbrak hem geheel; integendeel zag hij -er uit als een eerlijke vent met een goedhartig gezicht, die niet al te -hoog timmerde; daarenboven was hij kreupel. <span class= -"pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p> -<p>De dokter begon nu met het jonge meisje te praten, hij ging echter -niet zitten maar bleef tusschen de deur en de tafel staan. Hij was -gewend met menschen uit allerlei stand om te gaan, zoodat Christine hem -zeer goed begreep; het gesprek werd ook meer en meer levendig en liep -over het verschil, dat er bestond in de manier van leven in de stad en -op de plaats, waar zij van daan kwam, en over dergelijke -onderwerpen.</p> -<p>Wanneer hij iets zeide, dat hare vroolijkheid wekte, en dit gebeurde -meer dan eens, lachte zij hartelijk en boog het hoofd wat op zijde, -zoodat het schijnsel van de lamp juist op haar fraai lokkig rood haar -viel, dat zij van haren vader had. Ook zijn gezond bloed scheen zij -geërfd te hebben, want zij was sterk gebouwd, en wanneer zij zich -in hare volle lengte oprichtte, had zij eene manslengte.</p> -<p>Buiten loeide de wind; het was een echt gure herfstavond, maar -hierbinnen zag het er werkelijk gezellig uit; de lamp brandde zoo -helder, het vloerkleed was juist gelegd, en aan een vroolijk vuurtje -ontbrak het niet.</p> -<p>De dokter was gekleed in zwarten rok; zijne overjas had hij -aangehouden; nu werd die hem echter te warm, en hij knoopte haar een -weinig los; eindelijk zette hij zich half op den kant van de tafel met -zijnen rug tegen den muur.</p> -<p>Telkens wanneer zij een rijtuig hoorden aanrollen, zeiden zij: -„daar is het nu” en wanneer het voorbij reed, zeiden zij: -„neen, het was het niet!”</p> -<p>Er werd aan de deur geklopt; deze ging open, Alfred kwam de kamer -binnen en riep op vroolijken toon: „Goeden avond!” Eerst -stond hij geheel uit het veld geslagen, toen hij zijnen broeder zag; -spoedig herstelde hij zich echter en zei op boosaardigen toon:</p> -<p>„Ei …. ei …. een -tête-à-tête!…. of is juffrouw Christine -misschien ziek?” <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" -name="pb68">68</a>]</span></p> -<p>Christine, die dit als scherts opnam, wilde antwoorden, maar toen -zij zag, hoe ernstig de dokter eensklaps was geworden, kon zij van -verwondering geen woord uitbrengen.</p> -<p>„Ik wou hier op het rijtuig wachten,…. ik meende dat -het terug zou komen,” zeide Johan op eenen toon, die -onverschillig moest heeten, doch verlegen klonk.</p> -<p>„Welk een goed bedacht voorwendsel! Wat Amor toch vindingrijk -maakt,” riep Alfred, en hij zette zijn lorgnet op, „ah -zoo …. ge stondt hier op het rijtuig te wachten? Aardig -van je bedacht, hoor!”</p> -<p>„Ik verzoek van uwe verdere opmerkingen verschoond te -blijven,—Alfred!”</p> -<p>„Wel, wel …. gij verzoekt er van verschoond te -blijven …. misschien mag ik verzoeken, om in denzelfden -verheven stijl ons gesprek voort te zetten …. mij eene -meer geldige verklaring te geven van uwe tegenwoordigheid hier op dit -uur.”</p> -<p>„Wat raakt je dat?”</p> -<p>„Ah zoo, de stijl wordt wat minder hoogdravend. Van mijnen -kant vraag ik er ook niet naar, want verdere inlichtingen heb ik niet -noodig; de verhouding is mij duidelijk …. volkomen -duidelijk,” en hij zag hen beurtelings aan, „maar mama zal -er zeker veel belang in stellen te hooren hoe haar oudste zoon hier aan -huis, wanneer allen uit zijn, op den loer ligt.”</p> -<p>„Neem je in acht Alfred, en zeg geen woord meer,” riep -Johan en hij trad eene schrede naar hem toe.</p> -<p>„Laat ons deze wanden niet met broederbloed bezoedelen,” -antwoordde Alfred en een valsche glimlach speelde om zijnen mond, -terwijl hij zich achter eenen stoel verschanste. Christine ging wat -dichter naar den dokter om te trachten, hem tot kalmte te brengen, doch -juist wendde hij zich naar haar en zij zag, dat hij doodsbleek was.</p> -<p>„Wees niet bang” zeide hij, „en neem het mij niet -kwalijk, dat zulk een tooneel hier voorgevallen is …. -<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name= -"pb69">69</a>]</span>het is geheel buiten mijne schuld. Goeden nacht. -Kom Alfred …. het wordt nu tijd voor ons.”</p> -<p>„Voor ons,” vroeg Alfred op hoogen toon, en hij maakte -zich gereed, zijnen hoed op den stoel, die naast hem stond, te leggen. -Doch vóór hij nog recht tot bezinning kon komen over -hetgeen eigenlijk met hem gebeurde, stond hij op de straat. Met een -forschen ruk had zijn broeder hem uit de portierswoning geworpen en zoo -kort en goed een einde aan de zaak gemaakt.</p> -<p>Christine stond als versteend; zij hoorde de broeders de ramen -voorbijgaan, een paar woorden ving zij nog op, maar eindelijk hoorde -zij niets meer. Zij zelf zag er ook bleek uit, en aan haren linker -slaap vertoonde zich eene roode vlek; het was het litteeken van de -wonde, die zij aan het hoofd op dien vreeselijken nacht had gekregen, -toen het huis was ingestort en hare moeder met de twee andere kinderen -onder het puin bedolven waren geraakt. Eene heftige woordenwisseling -had er tusschen de broeders plaats; toen zij aan den hoek der straat -waren gekomen, sloegen zij ieder eenen anderen kant in, natuurlijk -zonder elkaar goeden nacht te zeggen. Johan had geen lust meer het bal -te gaan bijwonen. Hij ging dadelijk naar zijne woning. Eenigen tijd -geleden had hij een paar kamers gehuurd, wijl de vrouw van den -staatsraad het zeer onaangenaam vond, telkens op de trap met zijne arme -<span class="corr" id="xd26e1441" title= -"Bron: patienten">patiënten</span> in aanraking te komen. Juist -zou het souper beginnen, toen Alfred weer in de balzaal verscheen.</p> -<p>„Waar ben jij al dien tijd geweest,” vroeg Hiorth.</p> -<p>Alfred maakte een zeer geheimzinnig gebaar, hetwelk zijnen vriend -aanleiding gaf hem vriendschappelijk een paar stompen in de zijde te -geven en te beknorren. Zij gingen samen naar het buffet, want Hiorth -beweerde, dat zijn vriend eene hartversterking noodig had. In de kleine -zaal en in de daar naast gelegen kamers stonden <span class= -"pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>de -tafels gedekt<a class="noteref" id="xd26e1450src" href="#xd26e1450" -name="xd26e1450src">2</a>. Eerst bedienden zich de oudere dames, en -heeren, daarna lieten de jongere dames zich van hare cavaliers -bedienen, maar vóór dat deze nog half klaar waren, -begonnen de heeren voor eigene rekening om de tafel heen te dringen. -Als een dikke zwarte vliegenzwerm plaatsten zij zich om de eerste -tafel, dan vloog een troepje weêr naar eene andere tafel en zoo -ging het steeds door, geen wonder dat men onwillekeurig aan de plaag -der sprinkhanen in Egypte begon te denken. Zij vielen op alle schotels -en borden neer, en geheel vervuld van het gewicht van het oogenblik, -stonden zij zwijgend, alles nauwkeurig onderzoekende; dan begon het -opscheppen, kauwen, en doorslikken met vollen ijver; het leven, dat men -met de vorken en messen maakte, verbrak alleen de stilte, en het had er -veel van of er eene groote eetmachine aan het werk was. De jonge -verlegen student Hansen had—de hemel weet waar—eene flesch -Sherry te pakken gekregen. Zoodra de sprinkhanen hier lucht van kregen, -reikten zij hem hunne glazen toe.</p> -<p>Goedhartig, als hij van natuur was, schonk hij de glazen telkens -weer vol, totdat hij eindelijk met een leeg glas in de eene en eene -leege flesch in de andere hand stond.</p> -<p>Dit wekte natuurlijk algemeen den lachlust op, doch lang duurde dit -niet—er viel geen tijd te verliezen.</p> -<p>Vleeschpasteien, coteletten, ragoûts, wildbraad, kippen, -heerlijk gestoofde groenten, pikante sausen, kleine gebakken -aardappelen, alles verdween in een oogwenk; men zou hebben kunnen -gelooven, dat er valluiken in den vloer waren verborgen. Neef Hans -stond vlak voor een vleeschpastei met aspersies, en hij verroerde zich -niet van de plaats, ofschoon zijne buren hem vrij gevoelig in -<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name= -"pb71">71</a>]</span>den rug stompten. Naast hem stond de candidaat -Smith, die goeden eetlust op zijne voetreis naar de Jotunheim scheen -opgedaan te hebben; hij at filet de boeuf met eenen lepel, graag zou -hij eene vork hebben gaan halen, doch zoolang als er nog champignons op -den schotel voorhanden waren, had hij niet veel zin, zijn goed plaatsje -er aan te geven.</p> -<p>Hiorth en Bennecken hadden het slimmer aangelegd; zij hadden zich -bij de deur van de keuken geplaatst, en wanneer de bedienden met de -gerechten aankwamen, maakten zij zich veelal van eenige meester. Eene -tafel met sigaren en andere rookbenoodigdheden werd leeg gemaakt en in -eenen hoek getrokken; daar aten zij nu op hun gemak; ook was het hun -gelukt eenige flesschen achter eene portière te verbergen.</p> -<p>De voornaamsten onder de heeren zaten in het particulier vertrek van -den gastheer, waar eene tafel voor hen gedekt was. Delphin had aan het -gezelschap der dames de voorkeur gegeven en soupeerde met haar; in de -balzaal wandelden eenige jonge dames heen en weer, die de grootste -verachting voor eten en eters koesterden. Het meerendeel der dames had -nu een zeer verzadigd gevoel, doch de sprinkhanen strekten hunnen tocht -tot aan de kleine zaal zelfs uit, waar de dames gesoupeerd hadden. -Uitgenomen een paar oudere dames, die nog naar eenige aspersiekopjes of -malsche kippeboutjes snuffelden, was daar niemand meer.</p> -<p>De gastvrouw was er zeker van, dat zij genoeg had laten gereed -maken; toen zij evenwel zag hoe de heeren de eene portie na de andere -verorberden, begon zij min of meer ongerust te worden, en een der -gasten die in hare nabijheid stond, hoorde haar mompelen: „goede -hemel, het is alsof hunne maag een zak zonder bodem is.”</p> -<p>Mevrouw Falck-Olsen verviel soms in de vulgaire uitdrukkingen van -vroegere dagen, vooral wanneer zij in <span class="pagenum">[<a id= -"pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>zenuwachtigen toestand -verkeerde. Wanneer de bediende even de deur der kamer, waar de -staatsraad en eenige andere heeren zaten, open liet staan, konden -Hiorth en Bennecken, die in de nabijheid zaten, nu en dan een of ander -woord opvangen, waaruit zij begrepen, dat er eene politieke discussie -gevoerd werd.</p> -<p>„Die Falck-Olsen is eigenlijk toch een groote ezel, en goede -manieren zal men hem zeker nooit kunnen leeren,” zeide Bennecken, -en hij hield even met eten op, „hij begrijpt nooit, welke -menschen hij eigenlijk moet inviteeren.”</p> -<p>„Wat?” antwoordde Hiorth, „de heele stad is hier -bijna.”</p> -<p>„Wat ben je onnoozel, Jonas. Nu, je gezondheid!” en hij -leegde zijn glas. „Daar zit hem de knoop, zie je, dat hij Jan en -alleman uitnoodigt. Je kunt wel begrijpen hoe onaangenaam het voor mijn -vader is, hier met allerlei politieke tinnegieters samen te -zijn.”</p> -<p>„Daar heb ik waarachtig nog nooit aan gedacht,” zeide -Hiorth, en hij zag heel diepzinnig.</p> -<p>„Eenige dagen geleden hoorde ik mijnen vader tot Falck-Olsen -zeggen: „wanneer gij niet partij kunt -kiezen ….”</p> -<p>„Zoo …. zoo …. nu verder,” -zeide Hiorth heel nieuwsgierig, en hij boog zich dichter naar zijnen -vriend.</p> -<p>„Wat ben je een uilskuiken, Jonas, hij zei niets meer, maar je -kunt begrijpen, wat het zeggen wil.”</p> -<p>„Ja natuurlijk …. hm …. -bl …. zei je vader dat werkelijk.” Hiorth lachte en -knipoogde zijnen vriend geheimzinnig toe.</p> -<p>Vóór de Française na het souper speelde het -orkest, melodieën uit „<span lang="fr">le petit -Duc</span>.” Het ging nu zeer geanimeerd toe; alle dansers, die -in het begin van den avond hun werk zoo ernstig hadden opgenomen, zagen -er werkelijk uit alsof zij zich amuseerden. De vroolijke muziek jaagde -het bloed, dat door het lekkere souper en de fijne wijnen wat verhit -was geraakt, sneller door de aderen.</p> -<p>De candidaat Smith neuriede onophoudelijk eene Fransche <span class= -"pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>melodie, -uit eene operette, hem door een’ oud vriend, die in Parijs -geweest was, geleerd.</p> -<p>Caroline Hjelm, met wie hij danste, wilde o zoo gaarne weten, welke -woorden hij eigenlijk zong; maar hoe zij hem ook verzocht ja zelfs -plaagde, ze mede te deelen, haar cavalier weigerde hardnekkig. Hij -beweerde dat men ze niet goed in ’t Noorsch kon vertalen.</p> -<p>Caroline, die zich nooit zoo gauw uit het veld liet slaan, -verzekerde hem, dat hij het gerust kon wagen ze te zeggen; zij was niet -voor zoo’n beetje vervaard; en kon heel wat verdragen; hij -neuriede maar steeds dezelfde melodie tot antwoord, totdat zij zeide, -dat zij den inhoud er bijna van begreep.</p> -<p>Dit nu was de dans, voor welken Delphin Hilda Bennecken had -geëngageerd; waarom hij zulks had gedaan, was hij bijna vergeten. -In de eerste toeren nam hij ook bijna geene notitie van zijne dame maar -voerde een levendig gesprek met mevrouw Hjelm, die bij de deur vlak -achter de dansende paren zat.</p> -<p>Hilda Bennecken merkte dit natuurlijk dadelijk, en vond het -allesbehalve aangenaam. Den geheelen avond had zij er zich deels over -verheugd, deels over beangstigd den kamerheer Delphin tot cavalier te -krijgen.</p> -<p>Wel was hij altijd, wanneer hij bij hare ouders aan huis kwam, heel -vriendelijk tegen haar, maar meer op een wijze, alsof hij haar nog voor -een kind aanzag; hij had haar trouwens ook gekend, lang -vóór zij hare belijdenis had afgelegd.</p> -<p>Dikwijls had zij bij zich zelf gedacht, hoe prettig zij het zou -vinden, zoo hij haar eens voor een’ dans engageerde, en nu het er -eindelijk toegekomen was, voelde zij zich zeer teleurgesteld in hare -verwachtingen; al de pikante woorden, welke zij den geheelen avond van -hare vriendinnen over de onderscheiding, die haar ten deel was -gevallen, had moeten aanhooren, schoten haar nu te binnen, <span class= -"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>en zij -wenschte maar, dat hij haar de eer van met haar te willen dansen, niet -had aangedaan.</p> -<p>Toen de derde toer zou beginnen, vroeg hij haar het een en ander, om -toch ten minste wat aan zijne dame gezegd te hebben. Zij keek hem aan, -en Delphin zei bij zich zelf: „zij heeft werkelijk een paar mooie -oogen!”</p> -<p>Na deze ontdekking, zette hij zijn gesprek met wat meer -belangstelling voort, om haar te dwingen, hem aan te zien. De -goedhartige bruine oogen bezaten eenen glans, waarom velen haar zouden -hebben kunnen benijden, en toen zij langzamerhand door den vroolijken -toon, dien hij aansloeg, den moed kreeg hem op dezelfde wijze te -antwoorden, had het leelijke gezichtje eene uitdrukking, die men er al -te zelden op lezen kon.</p> -<p>Toen de dans geëindigd was, zei hij: „neen, maar is de -dans werkelijk uit, lieve juffrouw Bennecken!… daar begrijp ik -niets van. Wij hebben niet meer dan vier toeren gedanst …. -op zijn hoogst nog wel!”</p> -<p>Zij zag hem eerst een weinig wantrouwend aan, maar antwoordde toen -glimlachend: „het komt omdat u de twee eerste toeren met mevrouw -Hjelm hebt gedanst.” George Delphin wist een goed antwoord altijd -zeer op prijs te stellen. Hij was er door verrast en juist wilde hij -haar antwoorden, toen zij door een paar werden aangesproken, dat weer -door andere gevolgd werd. Eer de kamerheer zijne dame echter verliet, -vroeg hij haar, hem de eer aan te doen, op al de bals gedurende dezen -winter de eerste Française na het souper met hem te willen -dansen.</p> -<p>De stemming in de balzaal werd meer en meer vroolijk: „men was -onder stoom.” Onmogelijk was het bijna in de paren, die daar op -de tonen der muziek zoo luchtig heen zweefden, de -„daglooners” van het begin van den avond te herkennen, en -toen na middernacht het dessert en de champagne rondgediend werden, had -de vroolijkheid haar toppunt bereikt. <span class="pagenum">[<a id= -"pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span></p> -<p>De staatsraad was altijd gewoon, wanneer het feest zoo ver gekomen -was, eenen toast uit te brengen op den gastheer en zijne -familie—eene korte speech, zooals het eenen staatsman betaamt; -bloemrijke uitdrukkingen gebruikte hij nimmer. Op zulke kleine -redevoeringen, waarin hij echter met de grootste omzichtigheid zijne -woorden woog, was hij zeer gesteld; in gewone gesprekken beperkten -zijne antwoorden zich veelal tot eenige wel aangebrachte -handbewegingen, soms vergezeld van een bescheiden glimlachje, doch van -het laatste maakte hij zeer matig gebruik.</p> -<p>De toast op de dames werd door een jong dichter uitgebracht. Niet -lang geleden had hij een bundel gedichten uitgegeven onder den titel -„Losse pennetrekken.” Natuurlijk sprak hij nu ook in -poëzie en grooten bijval viel hem ten deel; de dames vonden echter -den inhoud zeer droefgeestig.</p> -<p>Daarna begeerde tot grooten schrik zijner vrienden, de candidaat -Smith het woord. Hij vergastte het gezelschap met eene gloeiende -schildering van den Jotunheim. Nooit is het volkomen opgehelderd -geworden of het de wijn dan wel de liefde was, die hem zoo opwond. Als -de gasten hem op zijnen verren tocht volgden, den hoogsten berg met hem -bestegen—hij vertelde hun zelfs hoeveel honderd -voet—tusschen afgronden en over gletschers met hem doolden, kwam -daar op eens in zijne rede eene beschrijving van een paar oogen en eene -feeëngestalte, die, zooals later eenigen beweerden, Caroline Hjelm -had moeten voorstellen. Wat hiervan moge zijn, zeker zou het met zijnen -toast gegaan zijn, zooals in zeker sprookje staat: „is het niet -uit, dan duurt het nog voort,” indien de jonge, bloode student -Hansen niet plotseling als een raket de rede afgebroken had, met den -uitroep: „Leve Jotunheim!”</p> -<p>Onder het gelach, dat hierdoor ontstond, werden op <span class= -"pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>den -toast tot groote ergernis van den spreker de glazen geledigd.</p> -<p>Voor den student Hansen hadden de zaken eene zeer treurige wending -genomen. Toen het hem na het souper was gelukt, eene flesch portwijn -machtig te worden, besloot hij zich er nu alleen aan te goed te doen, -en zich niet weer zoo door de anderen voor den gek te laten houden. Hij -school dus achter eene étagère weg; om zich te wreken, -ledigde hij het eene glas na het andere; maar ongelukkigerwijze bleek -de wijn machtiger dan de student Hansen, en toen hij met opgerichten -hoofde en strak voor zich uitstarende oogen door de balzaal schreed om -midden in eene Française iemand voor een dans te engageeren, -sleepte een zijner vrienden hem bij den arm mede, terwijl hij zeide: -„Maar Hansen, wat is het nu met je, je bent zoo stomdronken, dat -je bijna niet op je beenen kunt staan, kerel!”</p> -<p>Deze onvriendelijke woorden maakten zulk een pijnlijken indruk op -den student Hansen, dat zijn trots er voor goed door gebroken was en -hij in bange vertwijfeling verviel. Uit dezen toestand ontwaakte hij -juist vroeg genoeg om door eenen uitroep een eind aan den toast van den -candidaat Smith te maken. De cotillon ging wild toe. Verscheidene paren -belastten zich te gelijk met het arrangeeren der verschillende toeren -om dan later in een woesten galop door de ruime zaal te dansen. De -saaie Hans had den geheelen nacht met zijnen donkeren blik overal zijn -meisje gevolgd en toen Louise eindelijk, door Caroline half -voortgeduwd, naar hem toekwam om wat met hem te praten, draaide hij -haar den rug toe en ging naar huis.</p> -<p>„Och stoor je niet aan hem,” zeide Caroline om haar te -troosten, „hij is zoo in vervelend, -zoo ….”</p> -<p>Louise stond een oogenblik geheel vernietigd, maar toen zij haren -cavalier, met wien zij juist zou dansen, zag <span class= -"pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name= -"pb77">77</a>]</span>aankomen, fluisterde zij hare vriendin in: -„Ik heb van avond zoo’n pleizier, dat ik er morgen wel wat -knorren voor wil verdragen.”</p> -<p>Na deze lichtzinnige woorden, zweefde zij weer de zaal door. Het was -vier uur in den morgen. Dicht in hare mantels gewikkeld stonden de -moeders doodmoede in de vestibule en de aangrenzende kamers op hare -dochters te wachten, die nog eventjes een enkelen toer wilden dansen; -de vaders stonden ook reeds met de overjas aan en de sigaar in den mond -gereed om heen te gaan en ledigden nog staande een glas. Maar in de -zaal danste men nog steeds alsof het om het leven te doen was. De paren -vlogen als waanzinnigen van het eene einde der zaal naar het andere, de -lichten in de kronen flikkerden en walmden in de van stof opgevulde -zaal. Onder en naast de stoelen en sofa’s lagen verwelkte -bouquetten, afgescheurde garneersels van baljaponnen, -dansprogramma’s en zakdoeken, die veel van vodden hadden, terwijl -de reukzenuwen zeer onaangenaam werden aangedaan door de vieze geuren -van pommade en andere odeurs waarmede de lucht bezwangerd was. Toch -stormden de heeren er maar moedig op los; hun fraai gefriseerd kapsel -was in wanorde geraakt, en viel hun telkens in de oogen, terwijl de das -scheef zat; met de dames was het niet beter gesteld; de baljaponnen -waren niet veel meer dan flarden van tulle en tarlatan, die zich om de -beenen van hare cavaliers heenslingerden.</p> -<p>Wie zich nog het best van allen gehouden had, was Sophie -Falck-Olsen. Haar kapsel, hare handschoenen, haar japon zagen er uit, -alsof zij zich juist voor het bal had gekleed, en geen oogenblik was de -vriendelijke glimlach van haar gelaat verdwenen. Toch was zij niet over -den avond tevreden. Delphin had zich zeer weinig aan haar gelegen laten -liggen, Alfred Bennecken was onuitstaanbaar, Jonas Hiorth afschuwelijk -geweest. Eindelijk waren <span class="pagenum">[<a id="pb78" href= -"#pb78" name="pb78">78</a>]</span>de gasten gereed afscheid te nemen, -en het laatste rijtuig rolde over de straat.</p> -<p>Meneer Falck-Olsen stak eene versche sigaar aan en vlijde zich toen -zoo gemakkelijk mogelijk in eenen leuningstoel. Mevrouw Falck-Olsen, -die vreeselijk warm was, maakte hare japon los en deed zich te goed aan -de overblijfsels van het dessert, want, zeide zij tot haren man, zij -had honger als een wolf.</p> -<p>Sophie beknorde, terwijl zij zich ontkleedde Louise een weinig en -deze snikte zich eindelijk in slaap.</p> -<p>Bennecken had nog geen lust naar huis te gaan en zat nu bij Hiorth -op de kamer nog een glas punch te drinken. Beide vrienden waren in eene -bewogen stemming en onder het storten van heete tranen zwoeren zij -elkander eeuwige vriendschap—neen niet eens zou de liefde, die -zij beiden voor Sophie koesterden, dien band kunnen verbreken; daarna -kwam het gesprek op den kinderdoop, en hierover geraakten zij hevig in -eenen twist, die niet eindigde, vóór dat eindelijk Alfred -zijne eigene kamer opzocht.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e1392" href="#xd26e1392src" name="xd26e1392">1</a></span> In -Scandinavië is het nog zeer de gewoonte in den derden persoon, in -plaats van den tweeden iemand aan te spreken, en wordt het laatste als -te familiaar aangezien. In de laatste jaren is men echter begonnen ni -(gij) te zeggen, doch de ouderen van dagen, in de steden minder, zijn -er echter nog op tegen. <a class="fnarrow" href= -"#xd26e1392src">↑</a></p> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e1450" href="#xd26e1450src" name="xd26e1450">2</a></span> Op -groote partijen is het in Scandinavië, de gewoonte dat men niet -aan de tafel gaat zitten; ieder gaat naar de tafel toe, bedient zich -van wat hij verkiest en maakt dan plaats voor anderen. (<span class= -"sc">Vert.</span>) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e1450src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">VIII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Den zuidwester vast onder de kin gebonden—het -was stormweêr—kwam op een der laatste Novemberdagen de -opperloods onder het neuriën van zijn lievelingswijsje „mijn -liefste Katrijn, je ziet mijn hartepijn” de hoogte af.</p> -<p>Er was een brief van Anders gekomen, en de opperloods wist, hoe -ongeduldig Njaedel naar bericht, de zaak betreffende, uitzag.</p> -<p>Daar in de vlakte lag Njaedels lage huis, tusschen de akkers, die -hij zelf had ontgonnen; verderop zag hij in het zand de sloot, die half -klaar was. Juist reden <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" -name="pb79">79</a>]</span>een paar karren vol wier, naar de hoogte. -„Sören wist wel, wat hij deed, toen hij Njaedel overhaalde, -zijne zaak voor den koning te brengen;” mompelde hij bij zich -zelf.</p> -<p>Uit het Zuidwesten blies de felle wind over het lage strand. Het was -een zware herfststorm en ofschoon het nog niet laat op den middag was, -begon de duisternis reeds te vallen. De opperloods bleef een oogenblik -staan; met den blik van een’ zeeman zag hij naar alle zijden over -de zee, vóór hij van de hoogte naar beneden ging. Naar -het Zuiden eindigde de zandvlakte in naakte klippen, van welke eenige -ver in zee uitstaken; de golven stieten er met geweld tegen aan, soms -stonden zij zoo hoog in de lucht, dat zij voor een oogenblik als eene -witte kolom zich tegen de loodkleurige lucht afteekenden, om daarna in -woest schuimende vaart over de steenen zich eenen weg te banen.</p> -<p>Naar het Noorden kon zijn oog in eene lange kromming de schuimende -streep van de branding volgen; zij was zoo breed, dat volgens de -berekening van den opperloods de branding reeds op tien vadem water -begon. Recht voor hem uit naar het Noorden, kon hij soms tusschen de -schuimende golven door het zoo even aangestoken licht van -Bratvolds’ vuurtoren te zien krijgen.</p> -<p>Geen enkel zeil was in het gezicht; de zwartachtige wolken scheurden -wel vaneen, doch zonder echter van plaats te verwisselen—zwaar, -lang aanhoudend stormweer was te verwachten. Een onafgebroken -golfgeklots!—Het geraas der zee was vreeselijk, nu en dan hoorde -men een geknal, als van kanongebulder op grooten afstand. De wind joeg -over de heide en piepte langs de telegraafdraden langs den straatweg; -de meeuwen, die over de zee naar land kwamen, vlogen met uitgespannen -vleugels in schuine richting tegen den storm in.</p> -<p>Toen de opperloods aan het gedeelte van den weg was gekomen, dat van -het hek van Brevig tot het Zwarte <span class="pagenum">[<a id="pb80" -href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>Moeras liep, was het gedaan met -neuriën; integendeel mompelde hij iets dat op een vloek -geleek.</p> -<p>Groote ronde steenen lagen midden op den weg, het regenwater, dat -van de hoogte naar beneden dwars over den weg was gestroomd, had daar -eene diepe gleuf achtergelaten vol kleine steenen.</p> -<p>„Het zou toch maar het best zijn, dien Anders, die zoo -bl …. knap moet zijn, er over te schrijven,” bromde -hij bij zich zelf; de ergernis welke dit gedeelte van den weg hem -altijd veroorzaakte, was een nagel aan zijne doodkist.</p> -<p>Njaedel zat midden op zijnen akker dwars over eenen grooten steen, -waarin hij bezig was een groot gat te houwen. Met forsche slagen kwam -zijn werktuig telkens neer. Van tijd tot tijd hield hij even op, en -droppelde in het gat wat water uit eenen natten lap, die in eene oude -blikken doos lag, welke door lieden uit de stad, die een dag buiten -hadden doorgebracht, vergeten was. Door zijn rood kroes haar blies de -wind zóó, dat het naar alle kanten uitstond, en hij was -met zulk een’ ijver voor zijn werk bezield, dat de opperloods -reeds naast hem stond, vóór hij zijne komst had bemerkt. -„Goeden dag buurman!” zeide Njaedel. Hij hield met kloppen -op en haalde zijnen maatstok voor den dag om te zien, hoe diep het gat -al was; toen hij hoorde, dat er een brief van Anders was gekomen, -gooide hij alles weg, en sprong van den steen op. Zij gingen naar -binnen en staken eene kaars aan. Het vertrek zag er zeer wanordelijk -uit, de vloer was ondenkbaar morsig en het bed lag nog onafgehaald. -Njaedel ging vlak voor den opperloods zitten en volgde nauwkeurig al -zijne bewegingen. Hij was zeer mager geworden; zijne handen bewogen -zich zenuwachtig heen en weer.</p> -<p>Zijn buurman had ook wel wat vlugger te werk kunnen gaan, maar -brieven lezen is geene kleinigheid en eischt tijd. <span class= -"pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>De -brillenglazen moeten naar behooren gepoetst worden, de enveloppe moet -bekeken en eindelijk voorzichtig aan den bovensten kant worden geopend. -Het was een breed grijs omslag van het Departement en met lak -verzegeld. „Den Hoog edelen Heer, den Opperloods Lauritz -Boldemann Sechus” zoo luidde het adres.</p> -<p>„Bl ……, wat een omhaal!” mompelde de -opperloods.</p> -<p>„Door dezen wordt u de ontvangst meegedeeld van twee brieven -gedateerd den eersten September en den twintigsten October laatstleden. -Daar Gij de volmacht mijns broeders in zekere zaken schijnt te -bezitten, zoo wend ik mij tot u met mijn schrijven, om u te verzoeken, -mijnen evengenoemden broeder den inhoud er van mede te deelen. Uit het -hierboven reeds geciteerde schrijven van den twintigsten October -schijnt te blijken, dat mijn broeder de niet zeer gegronde meening -schijnt te koesteren, dat de twist, die tusschen hem en den pachter -Sören Börevig aangaande het recht op zeewier ontstaan is, -reeds onmiddellijk ter behandeling zou zijn voorgekomen. Zulks is -intusschen niet het geval. Ten gevolge van andere rechtszaken, die -eerst afgehandeld moeten worden, hebben wij ons met de genoemde zaak -nog niet bezig kunnen houden.”</p> -<p>Sechus hield even met voorlezen op.</p> -<p>„Lees dat nog eens,” zeide Njaedel.</p> -<p>De opperloods las het begin van den brief nog eenmaal langzaam -voor.</p> -<p>Njaedel schudde het hoofd; op eens sprong hij heftig van zijnen -stoel en sloeg met de vuist zoo hard op de tafel, dat het brillenhuis -van zijnen vriend hoog in de lucht sprong.</p> -<p>„Nu, nu Njaedel, maak je niet zoo driftig …. de -brief is nog niet uit, misschien komt het beste op het eind.”</p> -<p>Vooral wordt de opperloods verzocht het mijnen broeder duidelijk te -maken, dat eene zaak van zulk eenen grooten omvang als de bovengenoemde -niet zonder veel extra <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" -name="pb82">82</a>]</span>werk, waarop groote kosten zullen komen, zoo -spoedig ten einde kan worden gebracht. Intusschen valt hier aan te -merken, dat de som van twee honderd kronen, indien dit geld per -ommegaande werd gezonden, van eenige uitwerking zou kunnen zijn om de -genoemde zaak wat schielijker afgemaakt te krijgen en verklaar ik mij -bereid voor de uitbetaling van dit geld zorg te dragen, zonder daarvoor -de partijen op grootere onkosten te willen jagen.—</p> -<p>„Begrijpt gij, wat hij meent buurman?”</p> -<p>„Neen,” antwoordde Sechus, en hij las het nog eens over; -op eens riep hij uit: „nu ben ik er achter—hij meent, dat -wij moeten smeren!”</p> -<p>„Wat moeten wij doen?”</p> -<p>„Ja, zie je, dat kan ik beter begrijpen dan jij; ik ben op de -hoogte van zulke zaken,” zeide Sechus op loozen toon, „want -toen ik in der tijd met „De Hoop der Familie,” voor den -consul Garman te Sandsgaard voer, zei de consul altijd, wanneer ik in -de lente met haring naar de Oost-zee reisde: „hoor Sechus, -wanneer je nu in Riga ankert, moet je, zooveel als je maar kunt, de -tolbeambten, de sjouwers en allen met wie je te doen mocht krijgen, -smeren. Het is niet goed spaarzaam te zijn, waar het noodig is geld uit -te geven,<span class="corr" id="xd26e1619" title= -"Niet in bron">”</span> zei de consul. En heel wat roebels, en -heel wat sterken drank kostte dat, dat kunt ge wel denken. Het is zeker -wel zoo iets, dat je broeder meent.”</p> -<p>„Geloof je dan, dat de koning er betaling voor wil -nemen?”</p> -<p>„De koning,” antwoordde Sechus, en hij zag Njaedel met -eenen meêlijdenden glimlach aan; „neen zeker niet, buurman. -De blanke daaldertjes zijn wel versmolten, eer zij zoover gekomen zijn. -Het is zeker een van die voorname heeren met goudgalon op de jas, aan -wien hij het geld moet geven; die gaat dan naar den koning en vraagt -hoe het met je zaak gelegen is. In Petersburg heb <span class= -"pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>ik -eenmaal zulk een snuiter gezien; hij reed in eigen rijtuig met twee -paarden er voor en het tuig was van echt zilver; toch was hij geen -enkelen roebel van zich zelf rijk; hij leefde enkel van fooien, -vertelde mij de klerk van den makelaar.”</p> -<p>„Ja, dan geloof ik, dat zóó de vork in den steel -zit,” zei Njaedel.</p> -<p>„In allen geval verlangt hij, dat ge hem dadelijk twee honderd -kronen zendt …. misschien wil hij voor zijne moeite -betaald worden.”</p> -<p>„O, zou Anders geld van mij willen hebben,” antwoordde -Njaedel, eenigszins beleedigd door deze woorden.</p> -<p>Sechus las verder:</p> -<p>„Wat nu de tegemoetkoming betreft voor het verblijf van de -dochter van mijnen eigenen broeder in mijn huis, waarover in -bovengemelden brief ook gesproken werd, zoo zal hier van mijne zijde -nooit aan gedacht worden.”</p> -<p>„Nu, zei ik het niet,” riep Njaedel trotsch uit.</p> -<p>„Mocht het verblijf onder mijn nederig dak slechts tot een -waren zegen voor haar worden. Het jonge gemoed wordt helaas al te licht -medegesleept door de ijdelheden dezer wereld, en is zoo geneigd de -vermaningen en waarschuwingen van oudere menschen in den wind te slaan. -En aan veel gevaar is een jong meisje in eene groote stad blootgesteld, -zoodat wij wel voor haar mogen bidden en haar toewenschen, dat zij geen -gewillig oor aan de stem der verleiding en der vleierij moge leenen, -maar integendeel, dat zij luisteren moge naar hen, die haar met hunne -ervaring willen voorlichten. Ja, mogen wij allen een geopend oor hebben -voor de stem der waarheid zoo lang het nog dag voor ons is.</p> -<p class="signed">Met bijzondere hoogachting,</p> -<p class="signed"><span class="sc">Andreas Mo</span>.”</p> -<p>„Ja, die Anders—die Anders,” zeide Njaedel op den -<span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name= -"pb84">84</a>]</span>toon van de grootste bewondering, „het is -juist als moeder altijd zei: jij Njaedel,” zei zij, „jij -bent een groote slungel, maar ….”</p> -<p>„Ik zou wel willen weten, wat hij eigenlijk meent,” viel -Sechus hem in de rede, en hij trok een heel bedenkelijk gezicht, -„het ziet er bijna uit, alsof iemand op Christine -loert.”</p> -<p>„Ben je gek, opperloods? Maar wat zullen wij nu -doen?”</p> -<p>„Ja, wij moeten haar schrijven, dat zij op moet passen -en ….”</p> -<p>„En met Anders moet spreken, schrijf dat vooral, en ook, dat -zij Oom Anders in alles moet gehoorzamen.”</p> -<p>De opperloods haalde dadelijk papier, pen en inkt voor den dag, die -nu altijd bij Njaedel voorhanden waren, en schreef: „Lieve -Christine!” toen kwam er een lange pauze.</p> -<p>„Nu opperloods, zit je aan den grond?”</p> -<p>„O, in het geheel niet;” antwoordde Sechus ietwat -gebelgd over deze vraag, en hij schreef: Het gaat met de jonge lieden, -evenals met den grooten Deenschen os, die te Sandsgaard was, maar nu ik -mij wel bedenk, kan ik die historie van den os niet vertellen daar het -einde heel leelijk is; maar nu laat je vader je zeggen, dat je in alle -dingen Oom Anders om raad moet vragen, want aan verzoekingen is de -jeugd overal blootgesteld, b. v. mijne zuster Amelia—ja, het is -nu een twintig jaar geleden, dat zij stierf, en zij zei, dat haar -doodsdag de gelukkigste dag van haar leven was;—het was juist op -den eersten Februari van het jaar, toen de bliksem in den koestal van -den Lensmand sloeg—alles door de betoovering der liefde en hij -was op den koop toe een schurk; zijn gezicht leek op borstplaat, en hij -woont nog in de stad, ik noem geenen naam, maar wanneer hij mij -ontmoet, kijkt hij altijd recht voor zich uit, en doet of hij mij niet -kent. Zoo is het menig braaf meisje gegaan. Daarom vraagt <span class= -"pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>je vader -je, dat je in alles je zult richten naar Oom Anders en dat ge volkomen -vertrouwen in hem zult stellen.</p> -<p>Nu hebben wij hier alle dagen stormweer op zee, en geen schip is er -te zien, wat heel goed is, want het is donkere maan, en dikke mist -hebben wij ook, maar de stoombooten storen zich er in het geheel niet -aan, wat een parabel voor mij is, vooral daarom, wijl zij geheel uit -ijzer zijn gebouwd; maar ik las in eene krant dat nu alles aan boord -van ijzer is, tot de masten en de tonnen zelfs, wat ik vind, dat -vervloekt veel van eene leugen weg heeft. Je vader is wel, laat hij je -zeggen.</p> -<p class="signed">Je toegenegene</p> -<p class="signed"><span class="sc">Lauritz Sechus</span>.</p> -<p>Postscriptum. Je moet aan je Oom zeggen, dat het geld, waarover hij -heeft geschreven, hem gezonden zal worden zoodra je vader het bij -elkaar heeft kunnen krabben, maar je moet ook vragen of het, daar de -tijden zoo slecht zijn, niet voor wat minder kan afgemaakt worden, en -dan vraag voor mij aan Oom Anders ook, of hij niet een woordje kan -zeggen aan den persoon, die over alle Lensmands, rotmeesters en -kapiteins gesteld is, want dat het nu een echte zwijnenboel aan het -Zwarte Moeras is, wat ge zelf ook getuigen kunt, maar nu is het erger -dan vroeger.</p> -<hr class="tb"> -<p>Toen de brievenbesteller dezen brief bracht, stond Christine -juist,—en zij had er hare rokken wat voor in de hoogte -gebonden—de keukendeur af te nemen; want, ofschoon haar oom er -een dienstmeisje op na hield, hielp zij aan al het huiswerk.</p> -<p>Er waren ook brieven en couranten voor de familie bij, die -gewoonlijk aan den <span class="corr" id="xd26e1686" title= -"Bron: concierge">conciërge</span> ter hand werden gesteld. Alfred -kwam juist het huis uit om naar het Departement te gaan, toen hij de -brieven op de tafel in de woning van den <span class="corr" id= -"xd26e1689" title="Bron: concierge">conciërge</span> zag liggen. -De deur stond open, wijl het <span class="pagenum">[<a id="pb86" href= -"#pb86" name="pb86">86</a>]</span>schuurdag was en de goede gelegenheid -om een praatje met haar te gaan houden, wilde hij niet ongebruikt laten -voorbijgaan.</p> -<p>Christine liet zich door zijne komst zelfs niet voor een oogenblik -in haar werk storen. Zij spoelde de mat, die voor de deur lag in den -emmer af, en doopte hare gezonde blanke armen geheel in het water. -Daarna wrong zij de mat uit, strooide er wat zand op en begon toen de -deur zoo te schuren, alsof zij de verf er af wilde boenen.</p> -<p>„Goeden morgen …. juffrouw Christine,” riep -Alfred, en hij liep vroolijk het vertrek binnen; toen hij echter zag, -hoe weinig zij op zijne onverwachte komst acht sloeg, was hij een -oogenblik met zijne houding verlegen en zeide:</p> -<p>„Kan ik hier even de post nazien, misschien is er wel een -brief voor mij bij van mijn liefje.”</p> -<p>Deze woorden zelfs scheen zij niet te hooren. Het onaangename -geluid, dat het schuren veroorzaakte, deed zijne ooren pijnlijk aan; -het ergerde hem, dat zij zoo met hart en ziel aan dit ruwe werk bezig -was, en dat het haar volstrekt niet kon schelen, dat hij haar, en nog -wel in zulk een costuum, zag.</p> -<p>Twee mannen gingen nu juist het raam, dat op de straat uitzag, -voorbij. Alfred zag op. „Kijk daar komt je Oom en …. -Johan natuurlijk ook.”</p> -<p>Deze was juist van plan, scheen het, de poort in te gaan.</p> -<p>„Mijn broer komt, dat kan ik mij zoo denken, meer in het -onderhuis van den <span class="corr" id="xd26e1709" title= -"Bron: concierge">conciërge</span>, dan in de eigenlijke woning; -daar is hij een zeldzame gast; nu is het niet zoo?”</p> -<p>Toen hij zich omdraaide, zag hij, dat Christine met emmer en al in -de keuken was verdwenen en dat zij de deur had dicht gedaan.</p> -<p>Zeer boos gooide hij de courant, die hij in de hand hield, op de -tafel en liep het vertrek weer uit. In de poort ontmoette <span class= -"pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>hij Mo, -die hem eerbiedig maar tevens half familiaar groette.</p> -<p>Oom keek nu na, wat de brievenbesteller bezorgd had en zocht er de -brieven uit, die hij den minister aan het Departement moest brengen. -Toen hij den brief van den opperloods aan Christine zag, riep hij haar -toe, even binnen te komen.</p> -<p>„Christine,” zei hij zeer ernstig, nadat hij haar den -brief had gegeven …. „er is iets, waarover ik met je -wil spreken. De zonen van den minister komen dikwijls hier een praatje -met je houden, hé?”</p> -<p>„De deur stond open, de candidaat kwam binnen, -en ….”</p> -<p>„Ja, Alfred meen ik niet, maar de dokter …. zie -je.”</p> -<p>„Hij is hier niet geweest,” haastte Christine zich te -antwoorden.</p> -<p>„Neen, maar het kwam mij zoo voor, dat hij op weg hier naar -toe was. Ja, zie je, lieve Christine,” ging hij voort, en hij -legde zijne hand op haren schouder,—zij was wat langer, dan -hij—„het leven voor een jong meisje in eene groote stad is -vol verzoekingen. Buitendien moet je vooral ook bedenken, hoeveel ik -aan den minister, ja aan de geheele familie verschuldigd ben en hoe -onplezierig het voor mij zoude zijn, zoo hun door mij of door hen, die -bij mij wonen, eenige onaangenaamheid werd veroorzaakt. Gij begrijpt -wellicht nog niet volkomen, wat ik met deze woorden meen, maar ik wil -je vooral waarschuwen voorzichtig te zijn en je te wenden tot hen, die -je welzijn bedoelen.”</p> -<p>Hij klopte haar even op de wang, en ging met de brieven het huis -uit.</p> -<p>Neen—zij begreep het niet, ten minste niet volkomen. Zij dacht -wel, dat oom haar had willen zeggen, dat hij geloofde, dat de jonge -heeren om haar zoo dikwijls binnenkwamen, maar welke onaangenaamheden -dit aan de familie van den minister zou kunnen veroorzaken, kon -<span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name= -"pb88">88</a>]</span>zij volstrekt niet vatten. Christine, een -eenvoudig boerenkind, bezat echter te veel gezond verstand, om niet -volkomen te kunnen begrijpen, welke groote afstand er bestond tusschen -den zoon van een’ minister en een meisje zooals zij. Toen zij den -brief van den opperloods had gelezen, waarin dezelfde waarschuwingen -werden gegeven, werd zij een weinig ongerust. Maar wat zou zij doen? -Wanneer de candidaat binnen kwam, was zij zoo weinig voorkomend als -maar mogelijk was; zij kon toch niet aan den ernstigen dokter,—en -hij kwam maar zoo zelden—rechtuit zeggen, dat hij liever niet -moest komen. Zij rekende uit, hoe lang het was geleden, sedert zij het -laatst met hem had gesproken, en daar waren meer dan veertien dagen -over verloopen.</p> -<p>Oom Anders was al heel vreemd; zij kon niet recht wijs uit hem -worden; ja, vriendelijk was hij altijd tegen haar, het zou schande zijn -het tegendeel te zeggen, maar toch had zij, zij wist niet hoe het kwam, -een zekeren angst voor hem.</p> -<p>’s Avonds—hij kwam altijd nog al laat naar -huis—kon hij, wanneer hij door hare kamer ging, naast haar bed -wat met haar staan te praten maar zij begreep niet altijd, wat hij -eigenlijk vertelde. Misschien kwam het, wijl zij slaperig was, of omdat -oom ’s avonds zeer moe was; hij sprak ten minste zoo vreeselijk -onduidelijk. Hij tikte haar evenwel altijd vriendelijk op de wang, -wanneer hij haar goeden nacht zei.</p> -<p>Het viel dokter Bennecken, die steeds veel lust had met Christine -een praatje te houden, niet altijd meê. Hij wilde er Alfred niet -gaarne ontmoeten en Mo wilde hij ook liever niet t’huis treffen; -wanneer hij op weg naar haar was, zijn geweten scheen hem niet heel -zuiver; ’t kwam hem voor, dat hij iets kwaads in den zin had.</p> -<p>Het eindigde dan ook gewoonlijk met in het voorbijgaan <span class= -"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>even -door het raam te kijken; soms liep hij naar boven om zijne moeder te -begroeten in de zoete verwachting Christine in de poort of wel op de -trap te ontmoeten.</p> -<p>Hij was op haar verliefd geraakt, hij wist het maar al te goed. En -toch was hij er niet vroolijk door gestemd, zooals zulks gewoonlijk het -geval is, wanneer de liefde het bloed sneller door de aderen doet -stroomen. Vooreerst wist hij volstrekt niet met welke oogen Christine -hem aanzag. Hij meende, dat zij, die zoo gezond van lijf en leden was, -en er zoo knap uitzag, afkeer moest gevoelen van een kreupele als hij; -de dokter meende namelijk, dat hij veel meer mank ging dan eigenlijk -het geval was.</p> -<p>Dan was hij zeer ijverzuchtig op Alfred; wel verborg hij dit gevoel -zoo veel mogelijk, maar uitermate jaloersch was hij op dien broeder, -die hem steeds in den weg had gestaan, die overal steeds voorgetrokken, -door allen vertroeteld werd, en ter wiens wille hij jaren lang zoo veel -had moeten lijden.</p> -<p>Ten laatste bezat Johan Bennecken volstrekt geen zelfvertrouwen en -geloofde hij, dat het geluk voor hem niet was weggelegd. Het was hem -nooit meegeloopen,—altijd moest hij dat van een ieder hooren.</p> -<p>Daarom koesterde en vertroetelde hij den hartstocht, dien hij in -zijnen boezem voelde ontkiemen, zooals men zulks een ziek kind doet. -Aan dit sterke gevoel gaf hij zich geheel over zonder aan weerstand te -denken; met stille weemoedige vreugde verborg hij die liefde in het -binnenste van zijn hart, wijl hij niet durfde hopen, dat zij hem ooit -geluk zou aanbrengen.</p> -<p>Gesteld zelfs, hij was zoo gelukkig, dat Christine hem werkelijk -lief had, welke zwarigheden, en bijna onoverkomelijke, dit kon hij niet -wegredeneeren, zouden er zich opdoen. Wat zou zijne moeder, de vrouw -van den minister er van zeggen? <span class="pagenum">[<a id="pb90" -href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span></p> -<p>En zoo hij het zich al als mogelijk voorstelde, dat hij zich om den -tegenstand zijner moeder niet zou bekommeren, hoe zou hij ooit den moed -krijgen vóór zijnen vader te verschijnen, om hem mede te -deelen, dat hij van plan was met een boerenmeisje in het huwelijk te -treden.</p> -<p>Die vader, die er zoo deftig en voornaam uitzag, was voor Johan -Bennecken de type van al wat achtenswaardig, braaf en edel was.</p> -<p>Wanneer de oppositie-bladen op heftigen toon de regeering aanvielen, -las de dokter die artikelen altijd in dien geest, dat de aanvallen niet -op zijnen vader gemunt waren. Het was best mogelijk, dat in de -regeering mannen zaten, die eene scherpe kritiek verdienden maar dat er -iets op den minister Bennecken zou zijn aan te merken, viel hem nooit -in de gedachte.</p> -<p>Terwijl de moeder slechts oogen had voor haren zoon Alfred, die er -zoo knap uitzag, en met groote koelheid „de twee mislukten” -zooals zij Johan en Hilda altijd noemde, behandelde, was zulks bij den -vader gansch anders het geval; hij trok het eene kind, zeer zelden ten -minste, boven het andere voor; ja soms gebeurde het zelfs, dat hij, -wanneer zijne vrouw Alfred te zeer vertroetelde, het waagde zich -daartegen een weinig te verzetten. Dit stelde Johan, die te dien -opzichte volstrekt niet verwend was, zeer op prijs en hoe ouder hij -werd, des te meer steeg zijne achting voor zijnen vader; zelfs zoo, dat -dit gevoel bijna eene soort van vereering voor hem werd.</p> -<p>Maar nu zou Johan juist zijnen vader in zijn gevoeligste punt, in -dat, wat bij hem de grondstelling van zijn leven was, namelijk het -<span class="corr" id="xd26e1769" title= -"Bron: respectable">respectabele</span>, het fijne, het passende -krenken, met den stormpas er zelfs tegen inloopen door een abnormaal -huwelijk te willen aangaan met een lang roodharig boerenmeisje. Johan -begon er reeds over te denken, wat zijn vader wel zeggen en doen zoude -wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name= -"pb91">91</a>]</span>hij het dwaze plan van zijnen zoon vernam. Was het -hem toch niet eerst, na bezwaren in het oneindige, gelukt, verlof te -krijgen om te solliciteeren naar de betrekking van armendokter in een -der voorsteden—en wat was dit in vergelijking van hetgeen hij nu -van plan was?</p> -<p>Telkens echter, wanneer de dokter zoo ver in den loop zijner -gedachten was gekomen, zeide hij, om zich schijnbaar wat tot kalmte te -stemmen: „Ja …. ja, waartoe mij hierover te -verontrusten? Zij bekommert zich toch niet om mij.”</p> -</div> -</div> -<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">IX.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Toen Mortensen de redactie van „de Vriend des -Volks” op zich nam, veranderde hij den naam van het blad in -„de ware Vriend des Volks”, ook werd de courant op fijner -papier en met helderder letter, dan zulks in den tijd van Hansen plaats -had, uitgegeven. De illustratiën bleven echter nog een’ tijd -lang, zoo als zij tot nu toe altijd waren geweest, zwarte vlekken met -een weinig wit hier en daar. Op zekeren dag maakte de redacteur aan -zijne geabonneerden bekend, dat met het volgend kwartaal te beginnen de -illustratiën voor goed zouden verdwijnen.</p> -<p>Hierdoor verloor het blad natuurlijk eenige abonnés onder de -kleine burgerij, maar Mortensen had daar geen spijt van. „De ware -Vriend des Volks” verkreeg weldra zijne lezers, en wat het -geldelijke betrof, dit ging boven alle verwachting.</p> -<p>Wanneer Mortensen de courant ’s morgens met zich naar het -Departement nam, las één der jongere commiezen van het -bureau gewoonlijk den inhoud voor „wanneer men tijd er voor -had.” De adjunct-klerk Hiorth had juist <span class= -"pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>de -voorlezing van een artikel geëindigd, waarin de onmogelijkheid was -aangewezen, om te bepalen wat heden ten dage met de uitdrukking -„het Volk” werd bedoeld; het naast lag wel voor de hand, -dat men hier den Ambtenaarsstand mede moest bedoelen, omdat deze stand -den kern van het volk uitmaakt …. toen de groothandelaar -Falck-Olsen de lezing kwam storen en naar den minister vroeg.</p> -<p>Terwijl een der commiezen hem den weg naar het kabinet van den -minister wees, verspreidde zich de kring der hoorders die zich om -„den waren Vriend des Volks” geschaard hadden, naar alle -richtingen. Ieder ging naar zijne plaats om zich daar geheel in zijn -werk te verdiepen.</p> -<p>De oude Hansen was vóór zijnen lessenaar blijven -zitten. Hij hield zich altijd, alsof hij geen woord van de voorlezing -hoorde. Dit hielp hem echter niet veel; want wanneer er een gedeelte -kwam, waarvan men wist, dat zulks hem zoude ergeren, werd het hem in de -ooren geschreeuwd. De oude Hansen was een waarschuwend voorbeeld voor -de jonge lieden aan het Departement geworden: aan hem konden zij zien, -waartoe het koesteren van afwijkende meeningen leidt. Allen wisten, dat -hij het niet verder in de ambtenaarsloopbaan kon brengen. Waar hij nu -zat, met het gezicht naar den muur, bezig het werk in orde te brengen, -dat anderen verzuimd hadden te doen, zou hij blijven zitten, tot dat -hij in zijne doodkist zou liggen,—zoo men er zich ten minste niet -toe genoodzaakt zag, hem zijn ontslag te geven; want de oude Hansen -dronk, werd er algemeen in den laatsten tijd gefluisterd.</p> -<p>Toen de minister zijn vriend Falck-Olsen zag binnen komen, begreep -hij dadelijk, dat deze hem over zaken kwam spreken, en die gesprekken -waren gewoonlijk niet opwekkend. Hij vroeg daarom dadelijk op -vroolijken toon of zijn vriend hem voor eene jachtpartij <span class= -"pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>kwam -uitnoodigen; het was een mooie winterdag, een weinig had het maar -gevroren, het woei volstrekt niet en de zon scheen zoo helder.</p> -<p>Maar Falck-Olsen begon droogjes over zaken te spreken, over de -slechte tijden en over verlies van alle kanten.</p> -<p>„Ja, ja,” viel de minister hem in de rede, terwijl hij -in het vertrek heen en weer ging, en de handen zoo hield, dat de -uitgespreide vingers aan de toppen elkaar raakten, „de industrie -en de handel verkeeren hier tegenwoordig in slechten -staat …. dit kan niet ontkend worden maar wij hopen -echter ….”</p> -<p>„Och het zal heel wat duren, eer hier verbetering in komt! Ik -weet niet, waaraan het in dit land ligt. Voor een poosje gaat alles -goed, ja brillant zelfs, maar plotseling komt er een stilstand en de -heele boel valt uit elkander; niets kan bij ons tot bloei komen, alles -wat wij ondernemen komt zoo vervl …. langzaam tot stand. -Laten wij b.v. de Actienbank maar tot voorbeeld nemen, die verleden -jaar met zooveel champagne opgericht werd, en van ’t -jaar?—nu gij weet zelf, hoe de boel staat.”</p> -<p>Bij deze woorden slaakte de minister eenen zucht van -verlichting.</p> -<p>Hij had gevreesd, dat de groothandelaar was gekomen om hem mede te -deelen, dat het zeer moeielijk was, geld te verschaffen, dat hij groote -contante betalingen had moeten doen en meer dergelijke onaangename -zaken, over welke Olsen gewoon was, hem te komen onderhouden, wanneer -hij slecht geluimd was. Maar de Actienbank was een heel onschuldig -onderwerp van gesprek, en hij antwoordde dus op schertsenden toon: -„Als lid van het bestuur in de bank moet ik protesteeren tegen -dien aanval. Integendeel hebben wij, zooals de boeken zulks -bewijzen ….”</p> -<p>„Och de boeken,” antwoordde Falck-Olsen toornig, -„de boeken mooi te laten sluiten is zoo’n kunststuk niet; -<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name= -"pb94">94</a>]</span>iedere domkop kan dit tegenwoordig. Maar de fout -zit daarin, dat het bestuur geen zweem begrip heeft van zaken te doen. -Wat kan men verwachten van al die geleerde juristen, die nooit van hun -leven zaken gedaan hebben, van die raadsheeren, advocaten en -rechters—zij hebben geen jota verstand van zaken, neen -waarachtig, zij begrijpen er niets van.”</p> -<p>De minister was nu door deze woorden op de hoogte gekomen, wat -„de zaak” was, die den heer Falck-Olsen zoo bezig hield; -hij legde de vingertoppen voorzichtig tegen elkander aan, en zeide: -„Hierin hebt gij voor een groot gedeelte gelijk, beste vriend, -voor een groot gedeelte, maar,”—hij bleef voor hem staan en -hield den groothandelaar bij de jas vast, terwijl hij vervolgde: -„het is toch vreemd, heel vreemd zelfs, en jammer tevens, dat een -man zoo als gij volstrekt niet eerzuchtig zijt.”</p> -<p>„Wat meent gij hiermede?” vroeg de heer Falck-Olsen, en -hij zag den minister eenigszins weifelend aan.</p> -<p>„Is het u nooit ingevallen, dat gij u al te weinig van den -invloed bedient, dien gij bezit …. of ten minste bezitten -kunt? Daar hebt gij de Actiënbank bijvoorbeeld, waarover gij zoo -even hebt gesproken; waarschijnlijk zal op de volgende vergadering, de -oude Raadsheer Falbe zijn ontslag als Directeur der bank wel aanvragen, -en zou die post nu niet juist iets voor u zijn?”</p> -<p>„Ja, dat is juist de post, dien ik wil, dat men mij zal -aanbieden,” riep de heer Falck-Olsen uit.</p> -<p>„Onmogelijk …. ongelukkigerwijze, onmogelijk: -mijn vriend,” antwoordde de minister, en hij ging weer in de -kamer op en neer.</p> -<p>„Zoo, en mag ik vragen, waarom?”</p> -<p>„Wijl de Consul Lind waarschijnlijk voor dien post gekozen zal -worden en hij gaarne Directeur wil zijn ….”</p> -<p>„Wil?… wil? Heeft men ooit zoo iets gehoord,” -riep de groothandelaar met een gedwongen lach uit; „het zou -<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name= -"pb95">95</a>]</span>wel eens aardig zijn te hooren, waarom allen naar -de pijpen van dien heer moeten dansen! hij is niet rijker, dan -ik.”</p> -<p>„Neen …. zeker is hij dat niet, maar men kan zich -op hem verlaten.”</p> -<p>„Wat meent gij met deze woorden, Excellentie? Ben ik misschien -iemand, op wien men zich niet verlaten kan?”</p> -<p>„Niet zoo driftig!… niet zoo driftig …. -beste vriend,” zeide de minister glimlachend, en dwong hem te -gaan zitten. „Sta mij toe, u mijne bedoeling met een eenvoudig -voorbeeld op te helderen. Gij gaaft,—zooals gij u wel -herinnert—een paar maanden geleden een bal, een prachtig feest, -moet ik zeggen: niets ontbrak, alles was volkomen zoo als het zijn -moest, in het kort „<span lang="fr">comme il faut</span>.” -En toch …. veroorloof mij u aan eene kleine scène, -die er toen plaats had, te herinneren.” Nu was de minister in -zijn eigenlijke element. Kleine, geheime conferentiën, zoo onder -vier oogen en met gesloten deuren vielen in zijnen smaak. Hij kon dan -zoo echt vertrouwelijk zitten praten, het was of hij geheel in het -belang van hem, met wien hij sprak, zijn hart uitstortte en meedeelde, -wat hij anders aan niemand toevertrouwde, en wat hij eigenlijk beter -zou gedaan hebben te zwijgen; alles ging op zulk eene wijze toe, dat -hij, met wien hij gesproken had, bij het heengaan de volle overtuiging -koesterde het volkomen vertrouwen van den minister te bezitten en -geheel op de hoogte was van alle geheimen der regeering. En toch werd -van den minister gezegd, dat de voornaamste eigenschap, die hij als -staatsman bezat, juist bestond in eene buigzame en toch onwrikbare -bescheidenheid.</p> -<p>Hij schoof zijnen stoel wat dichter bij dien van den groothandelaar, -zag hem vertrouwelijk aan, en zeide:</p> -<p>„Het kan eenigszins vreemd schijnen, dat een gast zijnen -gastheer gaat critiseeren maar wij kennen elkaar zoo <span class= -"pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>goed, -niet waar?…. en daar wij nu juist op dit onderwerp gekomen zijn, -is het mij wel vergund eenigermate mijne verwondering uit te spreken -over uwe uitnoodigingen.”</p> -<p>„Zoo? Dit kan ik mij niet begrijpen.”</p> -<p>„Ziet, beste vriend, de scène, waaraan ik u wil -herinneren, had plaats onder het souper dat—tusschen twee -haakjes—charmant was …. en wel in uwe kamer; zoo als -gij u zeker nog wel herinnert, had er een politiek dispuut -plaats.”</p> -<p>„Ja, maar gij weet wel Excellentie, dat zulks tegenwoordig -overal geschiedt. Noem mij eene enkele familie, waar op de eene of -andere partij niet over politiek wordt gesproken.”</p> -<p>„Ja, ziet gij, daarin ligt het juist,” riep de staatsman -uit, „overal wordt over politiek gesproken, in zoover hebt gij -gelijk—volkomen gelijk, maar geef nauwkeurig acht op de -omstandigheden”—hier sloeg de minister hem zachtjes op de -knie; „wanneer er over politiek wordt gedisputeerd, zoo geeft dit -te kennen, dat het gezelschap niet bij elkaar hoort,—hierin ligt -het onderscheid.”</p> -<p>„Maar enkel mannen van naam waren op deze soirée -aanwezig. Ik had mij juist bijzondere moeite gegeven personen van -maatschappelijken invloed uit te noodigen, lieden, die ik vroeger nooit -het genoegen had gehad bij mij aan huis te zien.”</p> -<p>„Zeer juist gezegd,—en dat was juist het ongeluk. Mannen -van allerlei kleur waren daar,”—de minister sprak op meer -gedempten toon, „zelfs rooden waren er onder! en onaangename -zaken …. hoogst onaangename zaken zelfs werden er gezegd, -moet ik zeggen. Niet dat het mij persoonlijk hinderde, dit begrijpt gij -wel; ik gaf er niet in het minst om, het waren de gewone frasen, en -meestal kwamen jonge lieden er mee voor den dag, maar voor u zelf, -beste vriend, vind ik dat ….!” <span class= -"pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span></p> -<p>„Bah!” viel de heer Falck-Olsen hem in de rede, en hij -stond op, „dat kan mij geen bl ….. schelen, ik hang -van niemand af, ik ben een <i lang="en">self-made man</i>, ik vraag -naar niemand.”</p> -<p>„Ja …. ja …. juist, zooals ik al heb -gezegd. Gij bezit geen greintje eerzucht en dat vind ik jammer, zeer -jammer;” de minister liep weer heen en weer en herhaalde: -„zeer jammer!”</p> -<p>„Nu ja … hm,” zeide Falck-Olsen en lachte -op wat geërgerden toon, „wis en zeker ben ik eerzuchtig, in -zooverre ik gaarne …. dien invloed zou verkrijgen, die mij -eigenlijk rechtens toekomt. Met de politiek wil ik mij echter niet -inlaten, dat heb ik u honderden malen gezegd; ik kies geene partij voor -wien dan ook;—ik sta tusschen, of liever gezegd boven de -partijen!”</p> -<p>Hij was werkelijk trotsch op dezen fraai klinkenden zin, maar de -minister draaide zich naar hem toe en haalde de schouders op: „De -uitdrukking, waarvan ge u hebt bediend, komt bij zekere gelegenheden -zeer goed te pas en ik wil zelfs erkennen, dat zij dan van zeer goede -uitwerking is. Maar beste vriend, hier zoo onder vier oogen, zullen wij -het wel met elkaar eens zijn, dat het slechts eene frase, of ronduit -gezegd, dat het louter onzin is. Neen, dan houd ik het met het oude -spreekwoord: waar men meê verkeert, daar wordt men mee -geëerd.”</p> -<p>„Maar ….. maar wien moest ik eigenlijk niet -hebben uitgenoodigd,” vroeg Falck-Olsen op wat minder zekeren -toon.</p> -<p>„O, beste vriend, hoe kunt gij er een oogenblik aan denken, -dat ik in bijzonderheden zal treden. In het algemeen bedoelde ik, dat -het gezelschap niet al te goed bij elkander paste. Velen waren er, wier -gezelschap wij heel goed hadden kunnen missen, en omgekeerd miste ik -dezen en genen, die naar mijne meening, aanwezig hadden <span class= -"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>moeten -zijn. Onder de laatsten ben ik zoo vrij den Redacteur Mortensen te -noemen, een’ man, die ongetwijfeld ….”</p> -<p>„Die met de lucifers! Neen …. weet -gij ….”</p> -<p>„Ik wil u iets in vertrouwen meedeelen,” fluisterde de -minister hem in ’t oor, „die man heeft, wat zijn verleden -ook geweest is, eene schitterende toekomst vóór zich. -Hebt gij notitie van zijne courant genomen? Ik durf u zeggen, dat zijn -blad grooten invloed …. ja, zeer grooten invloed zal -verkrijgen.”</p> -<p>Juist kwam Mo met eenige papieren binnen.</p> -<p>De groothandelaar was volstrekt niet met de audiëntie, die hem -gegeven was, tevreden. In plaats van den anderen het mes op de keel te -hebben gezet, was hij met dezen in eenen woordentwist geraakt, waarin -hij, volgens gewoonte, aan het kortste eind had getrokken. Toch wilde -hij niet weggaan zonder zijne kaart te hebben uitgespeeld en daarom -zeide hij, zóó dat de minister het alleen kon hooren: -„ik wil alleen maar zeggen, dat ik op uwe stem zeker -reken.”</p> -<p>Het was den minister of zijn hart een oogenblik ophield te kloppen. -Falck-Olsen’s geelachtige oogen zagen hem aan, zooals zij zulks -gewoonlijk deden, wanneer er van „contante voorschotten” of -dergelijke onaangename zaken sprake was. Hij stak hem echter heel -vriendschappelijk de hand toe, toen hij in de deur afscheid van hem -nam. „Nu ja …. beste vriend, komen die tijden, dan -komen die plagen …. en ik ben er zeker van, dat wij -vóór dien tijd het op alle punten eens zullen -worden.”</p> -<p>De heer Falck-Olsen bromde iets tusschen de tanden, wat niet -gemakkelijk viel te begrijpen, en de minister was overtuigd, toen de -groothandelaar de deur der kamer achter zich toe trok, dat het de -volgende maal niet zoo malsch zou toegaan.</p> -<p>Hij wendde zich nu tot Mo, nam de papieren en legde ze met -onverschilligen blik op de tafel. <span class="pagenum">[<a id="pb99" -href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span></p> -<p>„Hebt gij de rekeningen meegebracht?” Mo haalde zeven of -acht rekeningen voor den dag.</p> -<p>„Al te veel, al te veel …. meer dan de afspraak -is,” riep de minister boos uit. „Zeg aan Madam Gluncke dat -zij niet aan al hare nukken moet toegeven, dat gaat volstrekt niet -aan.”</p> -<p>„Ja, Excellentie,” zeide Mo op klagenden toon, „ik -preek voortdurend hetzelfde, maar Malle Bimbam -beweert ….”</p> -<p>„Wie?” vroeg de minister op strengen toon.</p> -<p>„O, neem mij niet kwalijk, Excellentie, ik wil zeggen, madam -Gluncke beweert, dat zij het tegenwoordig allen zoo hebben.”</p> -<p>„Hm!” viel hem de minister in de rede, en hij opende -eene kleine lade van zijne schrijftafel.</p> -<p>Terwijl hij bezig was het geld te tellen, zeide Mo: „weet uwe -Excellentie met wien de hoofdcommies Delphin veel omgaat?”</p> -<p>„Nu, met wien?”</p> -<p>„Met den ouden Hansen.”</p> -<p>„Den ouden Hansen, daarbinnen?”</p> -<p>„Ja, onlangs was de hoofdcommies den geheelen avond bij Hansen -en toen hij weg ging, stopte hij de vrouw van Hansen veertig kronen in -de hand. Ik weet het positief,” voegde hij er bij.</p> -<p>„Nergens vertrouwbare lui, waar men ook om zich heen -ziet,” mompelde de minister, terwijl hij de bankbilletten aan Mo -ter hand stelde. „Ja, dat is waar ook, daar valt mij iets in, -waarnaar ik je wou vragen. Je hebt eene zustersdochter bij je aan huis, -is niet, Mo?”</p> -<p>„Een broersdochter, Excellentie.”</p> -<p>„Nu dat is hetzelfde …. het is mijn wensch, dat -gij ze wegzendt, hebt gij ’t verstaan? Gij kunt in de andere -kamer wachten, tot ik schel.”</p> -<p>De minister ging voor zijne schrijftafel zitten, maar de bode Mo -bleef wachten. <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name= -"pb100">100</a>]</span></p> -<p>„Wilt gij nog iets?”</p> -<p>„Ik wil mijne nicht niet gaarne wegzenden,” zeide Mo op -eerbiedigen toon.</p> -<p>„Zij heeft natuurlijk reisgeld noodig,” zeide de -minister, en hij nam den sleutelbos, die nog in de lade stak, weer in -de hand.</p> -<p>„Ik wensch haar bij mij te houden,” zeide Mo -droogjes.</p> -<p>De minister keek hem aan. „Waarom?”</p> -<p>„Omdat …. omdat ik zulks wensch,” luidde -het antwoord op onderdanigen toon.</p> -<p>„Nu, kort en goed, Mo; mijne vrouw heeft mij verteld, dat zij -de hoofden van onze jongens op hol maakt …. en ik heb haar -beloofd te zullen zorgen, dat zij weg kwam.”</p> -<p>„Ik hoop dat uwe Excellentie mij het niet kwalijk zal nemen, -maar uwe Excellentie moet toestaan, dat ik haar bij mij houd,” -antwoordde Mo, en verdween in het kleine vertrek, dat aan de kamer van -den minister grensde.</p> -<p>De minister zat een oogenblik in gepeins. Het gebeurde soms wel, dat -Mo zwarigheden maakte, maar gewoonlijk werden die uit den weg geruimd, -wanneer de minister de kleine lade van zijne schrijftafel opende. Het -ergste van de zaak was, dat hij er nu zeker van kon zijn eene -scène met zijne vrouw te zullen krijgen.</p> -<p>De kleine bange secretaris voor de verzendingen had het eerst van -het slechte humeur des ministers te lijden; de hoofdcommies Delphin -zelfs liep niet geheel vrij, en weldra was het in al de kamers van het -Departement bekend, dat de minister slecht geluimd was. Er was een -geloop en een gefluister in de vertrekken, de hoofden werden over de -lessenaars heengestoken om te vragen, wat er eigenlijk aan de hand was; -de vreeselijkste voorspellingen over ontslag of mogelijk wel degradatie -gingen van inktkoker tot inktkoker, en ieder maakte voor zichzelf in -stilte zijn zondenregister op. <span class="pagenum">[<a id="pb101" -href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span></p> -<p>Mo alleen sloop op zijne vilten schoenen en glimlachend als altijd -door de verschillende kamers, en wanneer hij voorbijging, zagen allen -even van het „werk” op: hij zag er zoo geheimzinnig -uit.</p> -<p>Wat de minister verwacht had, gebeurde, zoodra mevrouw hem ontmoette -vroeg zij: „nu, heb je de zaak in orde gemaakt?”</p> -<p>De minister wachtte even, voor hij haar antwoordde. Zijne vrouw was -de eenige persoon in de wereld, tegen wie hij den deftigen -diplomatieken toon niet kon aanstaan. Hij antwoordde dus: „neen -ronduit wil ik je bekennen, dat ik de zaak nog niet in orde heb kunnen -brengen, maar ….”</p> -<p>„Nu, waarom niet?”</p> -<p>„Mo wil niet; hij wil haar bij zich houden.”</p> -<p>„Mo …. altijd Mo,” riep mevrouw op boozen -toon uit; „wanneer Mo niet wil, is het precies of gij er niets -meer aan doen kunt. Men zou bijna gaan gelooven, dat hij je op de eene -of andere manier in zijne macht heeft, waardoor gij het niet waagt hem -den voet dwars te zetten.”</p> -<p>„Ha, ha, ha! de arme Mo,” riep de minister lachend uit -maar zijn lachen klonk eenigszins gedwongen, en hij zag voortdurend uit -het raam, toen hij antwoordde: „gij kunt toch wel begrijpen, dat -het meisje het huis uit gaat, wanneer gij er zoo op gesteld zijt; ik -kan Mo zeggen, dat ik het bepaald wil hebben -en ….”</p> -<p>„Ja, vindt gij zelf niet, dat het tijd wordt, hem te toonen, -dat gij de macht hebt hem te bevelen …. zoo gij die ten -minste bezit,” zeide mevrouw. „Gij weet niet half, hoe -Johan zich aanstelt. Alfred vertelt honderden -zaken ….”</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk, maar naar ik bemerk, legt Alfred meer -bezoeken in de kelderwoning af dan Johan.”</p> -<p>„Nu ja, wat beteekent dat? Alfred is -verstandig …. een man van de wereld! Zoo hij aan zulk een -eenvoudig <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name= -"pb102">102</a>]</span>boerenmeisje wat het hof maakt, weten wij wat -dat beteekent. Maar met Johan, ziet gij, dat is wat anders. Gij hebt -zijn karakter nooit goed kunnen vatten; gij weet, hier onder ons -gezegd, niet, hoe bekrompen hij in zijne denkbeelden is. Heeft hij zich -eenmaal iets in het hoofd gehaald, dan is hij in staat de grootste -domheden te begaan; het zou mij volstrekt niet verbazen, wanneer hij -ons op een mooien dag kwam vertellen, dat hij van plan is met het -meisje in het huwelijk te treden.”</p> -<p>„Maar beste Adelaïde, hoe kunt gij op zulke gedachten -komen! Zoo iets mag natuurlijk volstrekt niet plaats hebben, hoegenaamd -niet!”</p> -<p>„Ja, ja, ik heb er in mijn leven genoeg voorbeelden van -gezien,” antwoordde Mevrouw Bennecken. „Men zegt zoolang: -„het is onmogelijk,” tot eindelijk het geval er toe ligt, -en men tot over de ooren in een schandaal zit. Neen, zoo iets moet men -bij tijds zien te voorkomen …. dat is mijne meening; en -weg wil ik haar hebben …. die afschuwelijke roodharige -meid! Bedenk eens, Daniel, wat een afschuwelijken smaak hij -heeft!”</p> -<p>„Ja, maar gij weet wel, dat Alfred -ook ….”</p> -<p>„Komt gij nu weer met Alfred aan! Gij hebt altijd iets tegen -hem gehad. Alfred bezit een kunstenaars-natuur zooals zoo velen in onze -familie. Het roode haar dat zoo fraai tegen de blanke gelaatskleur -afsteekt, of zoo iets trekt hem aan. En buitendien, toen gij van zijnen -leeftijd waart, waart gij ook niet zoo moeielijk tevreden te -stellen …. is het wel?”</p> -<p>Dit argument was altijd mevrouw’s grof geschut, dat nooit -miste een eind aan den twist te maken; juist kwam men zeggen, dat de -tafel gedekt was. „Waar is Alfred,” vroeg de minister, toen -hij in de eetzaal komende, alleen het kamermeisje zag. -„Alfred …. ja de goede jongen komt niet <span class= -"corr" id="xd26e1978" title="Bron: t’ huis">t’huis</span> -eten,” antwoordde mevrouw, „hij kwam van morgen even -inwippen om te zeggen, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb103" -href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>dadelijk van het Departement -naar Eriksen wilde gaan …. je weet wel, zijnen -vriend …. den candidaat Eriksen …. die zoo -ziek ligt.”</p> -<p>De minister maakte bij zich zelf de opmerking, dat de ziekte van den -candidaat Eriksen zeer lang duurde.</p> -<p>„Maar waarom is juffrouw Hilda hier niet,” vroeg Mevrouw -aan het kamermeisje.</p> -<p>„Juffrouw Hilda komt dadelijk,” antwoordde deze. -„Zij heeft gevraagd om haar, zoodra het eten opgebracht was, te -laten roepen. Zij is in de woning van den <span class="corr" id= -"xd26e1989" title="Bron: concierge">conciërge</span>.”</p> -<p>„Nu hoort gij het Daniel,” fluisterde Mevrouw<a id= -"xd26e1995" name="xd26e1995"></a> hem in ’t oor, „dat -listige schepsel legt het er ook al op aan met de zuster op goeden voet -te komen.”</p> -<p>Toen Hilda aan tafel plaats nam, wilde zij over Christine beginnen -te spreken maar hare moeder gaf met een bits woord eene andere wending -aan het gesprek, en daar zij bij haren vader ook geen instemming vond, -zweeg zij maar.</p> -<p>En zwijgend bleven allen gedurende den maaltijd …. een -vervelende, ongezellige maaltijd, dat moet gezegd worden.</p> -</div> -</div> -<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">X.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De opperloods had in den loop van den winter heel wat -brieven voor Njaedel te schrijven, nu aan Christine, en dan weer aan -broer Anders over die zaak, die nooit tot een eind scheen te komen. Een -weinig mistrouwen begon de opperloods te koesteren jegens dien broer -Anders; het kwam hem voor, alsof het met al die geldzendingen, en -telkens werd er meer gevraagd, niet recht in den haak was, en het minst -van allen stond hem aan, wat Anders in zijn laatsten brief over -Christine had geschreven. <span class="pagenum">[<a id="pb104" href= -"#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p> -<p>Ook hielp het geen greintje of hij Njaedel zijne gedachten over -diens broeder al meedeelde; geen kwaad wou hij van hem hooren, en -waagde hij het ook al eens, dan werd Njaedel vreeselijk boos. Alles wat -Njaedel had opgespaard, moest Sechus naar Anders zenden, en toen de -spaarpenningen verdwenen waren, moest de opperloods hem op eene andere -manier geld zien te verschaffen.</p> -<p>Njaedel leefde slechts voor de zaak; hij stond er ’s morgens -mee op, en ging er ’s avonds mee naar bed. Elk oogenblik was hij -overtuigd, dat er bericht van den koning zou komen, en dat -hij—Njaedel—gelijk had.</p> -<p>Vervolgens moest de opperloods, wanneer hij aan Christine schreef -haar raden en vermanen. Daar Anders altijd schreef, dat zij daaraan -behoefte had, stond Njaedel er op, dat het gebeurde. Anders had er -verstand van en wist voor alles raad. Daarom was het voor Christine -niet gemakkelijk de brieven van den opperloods recht te begrijpen; zij -kreeg er echter een voorgevoel van, dat de zaken thuis niet in orde -waren, ofschoon er altijd in de brieven stond, dat het Njaedel in alles -goed ging. Nog minder begreep zij, wat hij met al die wenken en -vermaningen aan haar adres meende. Op een dag in Februari, toen zij -juist weer een’ brief van huis had gekregen, gaf een gedeelte -haar veel te denken. „Ik heb een lang leven achter den rug en -veel verdriet en veel honger heb ik zien lijden door de liefde en het -bedrog van zulke fijne jonge heeren, op wie geen meisje vertrouwen kan. -Je moet God bidden, dat je hart van het kortstondig genot der liefde -afgetrokken moge worden, en tot een verstandig man, al is die wat oud, -dat maakt niets uit, wanneer men er maar eenmaal over heen is, maar -daarentegen is het naar mijne gedachten niet te verwerpen, goed zijn -brood te hebben, en de grootste winst en het grootste voordeel op den -duur.”</p> -<p>Christine zat nog met den brief in de hand, toen zij <span class= -"pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name= -"pb105">105</a>]</span>juffrouw Hilda voorbij zag komen en de poort -ingaan. Wanneer Hilda uit was geweest, liep zij altijd even de -kelderwoning in, zoodat Christine, nog half in gedachten verzonken, -opstond, om de deur te openen.</p> -<p>Hilda wilde, naar het scheen, eerst voorbijgaan, maar na voorzichtig -naar alle kanten te hebben rondgezien, sloop zij naar binnen en trok de -deur schielijk achter zich dicht.</p> -<p>Christine zag haar zeer verwonderd aan.</p> -<p>„Zeg aan niemand, dat ik hier ben geweest, Christine. Mama -heeft mij verboden, je te bezoeken.”</p> -<p>„Waarom?” vroeg Christine ernstig.</p> -<p>„Dat kan ik je niet zeggen,” antwoordde Hilda, en zij -draaide het hoofd om, „maar ik ben zeker dat, wat mama mij heeft -gezegd, niet waar kan zijn.”</p> -<p>„Wat heeft uwe moeder dan gezegd,” vroeg Christine op -denzelfden ernstigen toon.</p> -<p>„Och … beste Christine … vraag mij -daar niet naar,” zeide Hilda, en zij wilde weggaan.</p> -<p>„Ik wil het weten,” zeide Christine en zij hield haar -bij den arm vast.</p> -<p>„Mama zegt, dat wij te dikwijls komen?”</p> -<p>„Wie?”</p> -<p>„Ja, ik …. en …. -en ….”</p> -<p>„En?…. wie meer?”</p> -<p>„Mijn broers … Johan vooral, zegt mama, maar ik -geloof er geen woord van, hoor …. Ik ben maar zoo bang dat -mama te weten zal komen, dat ik hier toch ben.”</p> -<p>Christine liet haren arm los, en daar oom Anders juist het vertrek -binnenkwam, sloop Hilda weg, verward en onrustig over hetgeen zij had -gedaan.</p> -<p>Christine stond doodsbleek en met vastgeknepen handen; ja nu begon -zij te begrijpen, dat men haar beschuldigde de zonen van den minister -tot zich te lokken. Manspersonen aan te halen was het schandelijkste, -wat <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name= -"pb106">106</a>]</span>zij zich denken kon, en dan … -vooral Johan, had juffrouw Hilda gezegd: de dokter … de -oudste zoon van den minister …. en dat zou zij hebben -gedaan!</p> -<p>„Ik wil naar huis, oom Anders.”</p> -<p>„Het zou er slecht uitzien, als zij gelijk hadden,” -antwoordde hij bedaard.</p> -<p>„Weet u er ook van,” riep Christine uit, „maar wat -heb ik dan toch gedaan?”</p> -<p>„Goddank, gij hebt nog niets gedaan lieve -Christine …. en wees maar niet bang. Ik zal wel voor je -waken, dit heb ik ook aan den minister gezegd.”</p> -<p>„De minister …. weet hij het ook? Ik wil naar -huis, och lieve, lieve oom laat mij dadelijk naar huis gaan,” -smeekte Christine.</p> -<p>„Ik vrees maar, dat je vader het treurig zal vinden, wanneer -je om die reden terugkomt,” zeide haar oom.</p> -<p>„Om die reden,” herhaalde Christine, en al de wenken en -vermaningen van den opperloods schoten haar in de gedachten! Zij kon -niet meer geregeld denken, zij voelde zich zoo ontzettend eenzaam.</p> -<p>„Maar wat moet ik dan toch doen,” riep zij eindelijk -uit, en zij wrong de handen.</p> -<p>„Je behoeft je volstrekt niet ongerust te maken, Christine! Ik -ben mans genoeg je tegen den minister en tegen mevrouw, ja, tegen wien -ook te verdedigen, en zoo iemand je wil beleedigen, of je te na komen, -vertel het mij dan maar;” terwijl hij deze woorden zeide, kwam -hij wat nader bij, en drukte hare hand recht hartelijk.</p> -<p>Dit bracht haar wat tot kalmte. Het was toch maar goed, dat zij oom -Anders had, op wien zij zoo volkomen kon vertrouwen; zij begon voor -iedereen bang te worden en besloot zich op een’ afstand te -houden.</p> -<p>Christine haalde den brief van den opperloods weer voor den dag en -ging zitten, om hem te antwoorden; zij wilde volstrekt niet hebben, dat -men t’huis zou kunnen <span class="pagenum">[<a id="pb107" href= -"#pb107" name="pb107">107</a>]</span>meenen, dat er met haar iets niet -in den haak was.</p> -<blockquote> -<p class="first">„Beste Vader en beste Opperloods! met mijne -gedachten ben ik meest altijd bij u, maar al verlang ik soms zeer naar -huis, en ben ik wat neerslachtig, zoo ben ik evenwel God er recht -dankbaar voor, dat ik het zoo goed naar lichaam en ziel heb. Eerst wil -ik nu maar schrijven, dat oom gezegd heeft, dat de zaak nu mooi op weg -is; hij zal zelf eerstdaags schrijven, maar hij heeft ontzaglijk veel -te doen, en geeft zich veel moeite voor vaders zaak, en zoo er meer -geld voorhanden was, zou alles zeker spoedig zijn beslag krijgen. Maar -ieder zegt hier, dat Oom Anders de voornaamste van allen aan het -Departement is, en hij is heel vriendelijk tegen mij, en het gaat met -mij in alles heel goed.</p> -<p>Hier is in ’t geheel geene zee te zien, veel geel water, dat -leelijk riekt, en niet zoo als de zee bij ons, maar ontelbaar veel -schepen en groote huizen van steen, en boomen, die zoo hoog zijn, als -ik ze nooit heb gezien. Maar nu moet ik eindigen, met de hartelijke -groeten aan mijnen goeden vader en den opperloods.</p> -<p class="signed">Uwe gehoorzame dochter,</p> -<p class="signed"><span class="sc">Christine</span>.</p> -</blockquote> -<p>Bij Hilda Bennecken waren op denzelfden namiddag eenige jonge dames -op theevisite; ofschoon zij nooit veel zulke visites gaf, was zij er -van daag in ’t geheel niet toe gestemd. Het speet haar zoo, dat -het haar verboden was bij Christine in te loopen; haar angst voor hare -moeder was echter zoo groot, dat zij, ofschoon zij reeds lang volwassen -was, als een klein meisje voor haar beefde.</p> -<p>Van hare vroegste jeugd af, had zij steeds moeten hooren, dat zij -een ongelukskind was.</p> -<p>Zij had zich gewend, het verdriet harer moeder over de leelijkheid -harer eenige dochter, meer te beschouwen als <span class= -"pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>een -verwijt, dat deze er haar van maakte, dan als eene zaak, die voor haar -zelf treurig was.</p> -<p>En hieraan was mevrouw Bennecken grootendeels zelf schuld. Want daar -zij er nog goed uitzag, en een goed voorkomen zeer op prijs stelde, kon -zij er zich soms bitter over beklagen, dat zij aan zulk eene dochter -het leven had moeten schenken; en vele malen had Hilda in hare -kinderjaren het moeten ondervinden, dat hare moeder, wanneer deze haar -zoo fraai mogelijk aangekleed had, ten laatste alles weer uittrok en -wegwierp, half schreiend zeggende: „waarvoor dient het? Je bent -eenmaal leelijk, en dat zal wel nooit anders worden.”</p> -<p>Die tranen harer moeder brandden Hilda diep in de ziel, en al wat in -den loop der jaren bij haar tot beter ontwikkeling had kunnen komen, -kwam niet tot vollen wasdom, wijl zelfvertrouwen haar geheel ontbrak. -Voor hare moeder koesterde zij zulk eene vrees, dat zij, wanneer deze -tegenwoordig was, zich bijna niet durfde verroeren.</p> -<p>Juffrouw Hilda was nu drie en twintig jaar oud; om in het huishouden -wat te verrichten, had zij de gelegenheid niet; daar had men bepaald -iemand aangesteld, die over alles het oog hield, en in gezelschap werd -zij, wijl zij zoo leelijk was, slechts geduld; zij was daar -blootgesteld aan al die kleine bittere krenkingen, die zoo in ruime -mate aan leelijke en onbeduidende personen, die zich op zijde laten -schuiven, ten deel vallen.</p> -<p>In Johan stelde zij het meeste belang: de twee verschovelingen -steunden elkander. Toen zij ongeveer zestien jaar was, verkreeg zij -vergunning aan eene cursus voor onderwijzeressen deel te nemen; de -minister vond, dat men tot zekere hoogte het streven der vrouwen, om -meer kennis te verkrijgen, moest aanmoedigen. Toen zij echter, na met -ingespannen ijver gewerkt te hebben, want bijzonder begaafd was zij -niet, eindelijk klaar <span class="pagenum">[<a id="pb109" href= -"#pb109" name="pb109">109</a>]</span>was om haar examen te kunnen -afleggen, werd haar dit niet toegestaan: dit paste niet voor de dochter -van een’ minister.</p> -<p>Hiermede was de zaak uit.</p> -<p>Hilda Bennecken was gelukkig, noch ongelukkig. Haar leven ging -kleurloos en eentonig daarheen, veel eentoniger nog, dan zulks -gewoonlijk het geval is met de dames uit haren stand. Wat haar -uiterlijk betrof, hierover konden de meeningen niet uiteenloopen, -zoodat zelfs die kleine triomfen en nederlagen, welke anders de jonge -jaren meêbrengen, voor haar ook niet waren weggelegd. Zij had -eens voor altijd eene groote nederlaag geleden, namelijk geboren te -zijn, zooals zij was. De kring, waartoe zij behoorde, kon haar verder -geenerlei vergoeding bieden. Daarom had Delphins houding gedurende den -winter zulk een sterken indruk op haar gemaakt. Nooit vergat hij, -wanneer zij elkaar op een bal ontmoetten, na het souper de -Française met haar te dansen, en zoo langzamerhand kwamen zij -met elkander op vertrouwelijken voet. Natuurlijk begonnen hare -vriendinnen haar zeer met den kamerheer te plagen, en Sophie -Falck-Olsen begon, toen de dames eindelijk rustig om de tafel zaten, -het gesprek op Delphin te brengen.</p> -<p>„Hoe was het toch eigenlijk met dat engagement van Delphin? -Jij Hilda, weet er zeker wel alles van, hé?”</p> -<p>„Ik …. waarom zou ik dit zoo goed moeten -weten,” vroeg Hilda, en zij werd bloedrood.</p> -<p>„Och, jij bent toch de eenige, onder ons jongere dames ten -minste, wie de eer ten deel valt met den kamerheer te mogen -dansen!”</p> -<p>„Och geloof toch niet, dat ik er iets voor doe; ik zeg hem -integendeel telkens, dat hij zich niet behoeft op te offeren, met mij -de Française te dansen, wanneer hij er geen lust in -heeft,” verzekerde Hilda.</p> -<p>„Och ik begrijp heel goed, dat hij <span class="corr" id= -"xd26e2121" title="Bron: geloofd">gelooft</span> er mee te <span class= -"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name= -"pb110">110</a>]</span>moeten voortgaan, nu hij het eenmaal is -begonnen.”</p> -<p>„Overigens,” voegde Sophie er op eenigszins boosaardigen -toon bij, „deed hij het voor de eerste maal een beetje uit -gekheid, het was op ons bal, als ik mij wel herinner.”</p> -<p>„Ik weet, wat er eigenlijk van dat engagement van Delphin -was,” zeide nu Caroline Hjelm, die in het begin het gesprek niet -had gevolgd, daar zij eene biecht van Louise, met welke zij op de sofa -zat, had aangehoord. „Hij raakte geëngageerd met eene nicht -van mama, maar acht dagen nadat het engagement publiek was geworden, -dwong hare familie haar, hem zijn woord terug te geven; zij is nu met -een’ grondbezitter in Zweden getrouwd.”</p> -<p>„Och, dat is eene oude geschiedenis,” zeide Sophie op -stekelachtigen toon, „maar waarom wilde de familie volstrekt, dat -zij haar jawoord terugvorderde?”</p> -<p>Sophie stelde belang in het minste, wat Delphin betrof.</p> -<p>„Meent gij, dat ik dat ook niet weet,” antwoordde -Caroline, „het was omdat het gerucht ging, dat Delphin in het -Westland, waar hij een tijd lang bij de rechtbank was aangesteld, met -eene getrouwde dame eene schandelijke betrekking had aangeknoopt. Zelfs -kan ik vertellen, zoo gij zulks wilt weten, met wie het was; het was -met de eenige zuster van den candidaat Hiorth …. daar hebt -gij nu de gansche geschiedenis!”</p> -<p>„Van Hiorth! nu dat is een buitenkansje,” riep Sophie -uit, en zij behandelde Caroline een weinig minder uit de hoogte, -„dan kan ik er alles van te weten komen, want hem kan ik geheel -om mijn vinger winden.”</p> -<p>„Was het werkelijk zulk eene schandelijke geschiedenis,” -vroeg Hilda aarzelende.</p> -<p>„Een van de allerverschrikkelijkste,” antwoordde -Caroline op beslisten toon.</p> -<p>„Och, onzin,” zeide Sophie, „zeker niet erger, dan -andere dergelijke histories. De heeren zijn elkander allen hierin -<span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name= -"pb111">111</a>]</span>gelijk, geloof mij maar op mijn woord, en -volstrekt niet zulke modellen van deugd … en zoo zij dat -waren, zou het ook al niet goed zijn.”</p> -<p>„Wat zeg je daar Sophie,” vroeg Louise op verschrikten -toon in het hoekje van de sofa.</p> -<p>„Och jij, met je deugdzamen Hans, dien reken ik niet! Ik meen, -wat ik heb gezegd, dat zulke onervarene, zulke model-brave heeren -ontzettend vervelend zijn en in gezelschappen -alleronverdraaglijkst.”</p> -<p>Deze woorden veroorzaakten eene heftige woordenwisseling, doch -juist, toen het gesprek het levendigst werd, stak mevrouw het hoofd -door de half weggetrokken porte-brisée, en zeide: „goeden -avond jonge dames! Nu, nu! gebrek aan discours is er, naar ik merk, -niet, wees voorzichtig Hilda …. dat kopje staat te ver op -den kant, het zal dadelijk vallen. Wanneer de dames het veroorloven, -zouden twee jonge heeren gaarne een kopje thee mede drinken.”</p> -<p>De assistent-commiezen Hiorth en Bennecken kwamen achter mevrouw -aan. Zij hadden elkander plechtig beloofd, dat zij zouden trachten het -geliefde voorwerp te winnen onder volkomen gelijke omstandigheden, en -Alfred verzocht daarom Hiorth altijd mee naar zijn huis te gaan, -wanneer hij wist, dat Sophie bij zijne zuster was.</p> -<p>De avond was intusschen gevallen en mevrouw liet in het groote salon -de lampen aansteken, zoodat het licht door de half opengetrokkene deur -in het vertrek viel, waar de jongelui praatten en lachten. Alfred kon -zeer goed een gesprek voeren, en juffrouw Sophie speelde uitmuntend de -coquette.</p> -<p>Jonas Hiorth had daarentegen eene andere methode gekozen. Hij zat -zwijgend en in melancholieke houding in het meest schemerachtig -gedeelte van het vertrek; wanneer haar blik op hem viel, zag hij haar -aan op eene <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name= -"pb112">112</a>]</span>wijze, die zeggen moest: „valsche slang, -ik heb u ondanks alles innig lief.”</p> -<p>Het gesprek was levendig, zonder dat er echter over een bepaald -onderwerp werd gesproken; men lachte, maakte toespelingen, was hatelijk -of wel lieftallig al naar het viel.</p> -<p>Dokter Bennecken kwam het verlichte vertrek binnen doch wilde, toen -hij het gepraat en gelach in de andere kamer hoorde, dadelijk weer -heengaan.</p> -<p>„Ben jij het Johan …. wil je geen kopje thee -hebben?” riep Hilda hem toe. De dokter zag zich wel genoodzaakt -binnen te komen; hij groette de jonge dames, maar verdween met zijn -kopje thee weer in het salon. Hij was niet best geluimd; in de poort -had hij Christine ontmoet en zij was hem voorbijgegaan, zonder de -minste notitie van hem te hebben genomen.</p> -<p>„Mijn geleerde broer heeft vandaag veel trappen moeten -klimmen,” riep Alfred vrij luid.</p> -<p>„Wat meent gij hier mee” vroeg Sophie, die aan den toon, -waarop die woorden gezegd werden, merken kon, dat er iets bijzonders -mede bedoeld werd.</p> -<p>„Ja …. mijn broer is geen vriend van trappen -klimmen; hij gaat het liefst daar, waar de kamers gelijkvloers zijn; -soms heeft hij er echter niet op tegen een paar trapjes naar beneden te -gaan.”</p> -<p>„Het past al heel slecht voor eenen dokter bang voor trappen -klimmen te zijn,” merkte een der dames aan, die den zin van -Alfreds woorden in het minst niet begrepen had.</p> -<p>„O, het is maar best de sympathieën en antipathieën -van mijn broer niet al te nauwkeurig te onderzoeken; in alle zaken -heeft hij nog al een’ zonderlingen smaak. Kunt gij bijvoorbeeld -raden, dames, hoe zijn ideaal van eene vrouw er uit moet -zien?”</p> -<p>„Neen, neen, volstrekt niet, vertel ons dat,” riepen -eenige der dames hem toe. <span class="pagenum">[<a id="pb113" href= -"#pb113" name="pb113">113</a>]</span></p> -<p>„Alfred!” riep de dokter uit.</p> -<p>„Eerstens moet zij ten minste drie en een half el lang -zijn …. op hare kousen nog wel.”</p> -<p>De dames lachten en amuseerden zich zeer, maar Hilda begreep, waar -hij heen wilde.</p> -<p>„Alfred!” zeide zij op half fluisterenden toon, -„ga niet verder.”</p> -<p>Hij stoorde zich echter niet aan hare woorden en vervolgde: -„dan moet zij ten tweede vuurrood haar hebben, dat -vóór alles zoo stroef moet zijn als de manen van een -paard; ten derde moet zij in den boerenstand zijn geboren en naar den -koestal ruiken ….”</p> -<p>„Alfred …. Alfred!” riep mevrouw hem half -lachende, half knorrende toe.</p> -<p>„O …. o, nu weet ik het!” riep Sophie uit, -„je bedoelt Christine, die lange Christine, die bij den -<span class="corr" id="xd26e2195" title= -"Bron: concierge">conciërge</span> woont, niet waar?”</p> -<p>De dokter zette zijn kopje zoo hard neer, dat het rinkelde.</p> -<p>„De hartsgeheimen van mijnen broeder verraad ik maar -zóó niet,” zeide Alfred.</p> -<p>„Nu, bedoelt gij niet Hilda’s nieuwe kennis, die -Christine,” vroeg Sophie, en zij boog haar hoofdje wat meer naar -hem toe.</p> -<p>Zeer gevleid, dat hij de dames met zijn verhaal had kunnen boeien, -ging hij verder: „O, het is volkomen een roman, gij kunt mij op -mijn woord gelooven. De voorname minnaar en het eenvoudige maar -buitengewoon deugdzame boerenmeisje, dan de zuster als de -vertrouwde ….”</p> -<p>„Alfred!” riep Johan nu uit op eenen toon, dat allen er -van schrikten.</p> -<p>„Maar Johan,” zeide nu mevrouw, „wat beteekent -zulk een gedrag, ik verzoek je vriendelijk ….”</p> -<p>„Ik heb het hem vroeger al gezegd mama, dat ik het -<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name= -"pb114">114</a>]</span>niet langer dulden wil,” riep de dokter -uit, en stampvoette van drift.</p> -<p>„Mama,” vroeg Alfred op sarrenden toon aan zijne moeder, -die met Johan in het salon zat, „was het met het lange, of met -het korte been?”</p> -<p>Nu kon Johan zich niet langer bedwingen; hij ging naar de deur der -kamer, waarin de dames zaten, doch mevrouw hield hem tegen: „Maar -Johan, ik geloof werkelijk, dat je vandaag niet recht bij je verstand -bent. Een beetje scherts moest je toch wel kunnen verdragen, dunkt mij; -je hadt beter gedaan, niet gekomen te zijn, dan hier zulk eene -kibbelpartij te maken; vóór je komst zaten wij zoo -gezellig bij elkaar!” Johan ging weg, maar het was zooals mevrouw -had gezegd: hij had den avond voor hen bedorven. De dames spraken op -fluisterenden toon tot hen die naast haar zaten, maar een gesprek wilde -niet meer vlotten; zelfs gelukte het Alfred niet de vroolijkheid weer -aan den gang te maken.</p> -<p>Toen mevrouw zich ’s avonds gereed maakte naar bed te gaan, -vertelde zij haren man den twist, die tusschen de broeders had plaats -gegrepen. Heel slim wist zij de zaak zoo voor te stellen, dat het -scheen, alsof Johan alleen de schuld droeg, van het onaangename -voorval; zij schilderde overigens het tooneel in nog scherper kleuren -af, dan het in werkelijkheid was geweest.</p> -<p>„Komt het je nu ook niet voor, dat het tijd wordt dat zij het -huis uitkomt,” vroeg zij.</p> -<p>„Ik geef toe, dat de zaak er bedenkelijker uitziet dan ik -gemeend had,” antwoordde de minister, „en zoo het werkelijk -zoo ver gekomen is, ben ik bang, dat haar heengaan, niet veel zal -helpen; met een karakter, als dat van Johan, vrees ik, dat de -hindernissen, die men hem in den weg wil leggen, hem des te meer zullen -prikkelen om bij zijn besluit te volharden; hij zal hare <span class= -"pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name= -"pb115">115</a>]</span>verblijfplaats trachten op te sporen, en zoo hij -haar vindt, zullen er misschien nog erger dingen gebeuren.”</p> -<p>„O, dat heb ik al lang gezegd,” riep mevrouw jammerend -uit, „maar nooit wilt ge naar mijnen raad hooren, altijd wilt -ge ….”</p> -<p>„Bedaard …. bedaard, lieve Adelaïde! Ziet -gij … kunnen wij haar niet van den hals schuiven, -zoo …. zoo ….” hier maakte hij eene -kleine diplomatieke pauze.</p> -<p>„Nu?” vroeg zij.</p> -<p>„Nu ja! zoo wij hem wegzenden.”</p> -<p>Zulke kleine verrassingen verstond de minister meesterlijk. Mevrouw -zag hem aan. „Ja, Daniël …. dat zou misschien -niet zoo heel gek zijn.”</p> -<p>„Zooals ik altijd zeg, lieve Adelaïde … wees -bedaard … overijling deugt niet …. en bij -kalm nadenken vindt men altijd eenen uitweg. Je weet, dat Johan al zoo -lang naar Weenen wenscht te reizen; ik wil hem er nu verlof toe -geven.”</p> -<p>„En mag hij lang wegblijven?”</p> -<p>„Op zijn minst een jaar, zoo de reis hem, wat het -wetenschappelijke betreft, van eenig nut zal zijn.”</p> -<p>„Wat het wetenschappelijke betreft! Schalk!” zeide -mevrouw schertsend. Een steen was haar van ’t hart gevallen. -Vóór te gaan slapen moest de minister aan zijne vrouw de -belofte afleggen, dat hij, zoodra Johan was vertrokken, Mo er toe -dwingen zou Christine weg te zenden; zij was dan ver weg en vergeten, -als Johan van zijne buitenlandsche reis terugkwam.</p> -</div> -</div> -<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">XI.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In April zou dokter Bennecken op reis gaan. Toen zijn -vader hem meedeelde, dat hij hem toestond naar Weenen te reizen, was -hij er zoo blijde over, dat hij in het eerst <span class= -"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>er -niet aan dacht, hoe zwaar het hem zou vallen Christine in langen tijd -niet te zien. Nog minder viel het den goedhartigen dokter in er over na -te denken, waarom dat hem de groote gunst eene reis te mogen maken, was -toegestaan.</p> -<p>Toen hij zijn examen als candidaat in de medicijnen had afgelegd, -was het zijn vurigste wensch geweest voor een jaar buitenslands te -gaan. Zijn vader had het te kostbaar gevonden en zijne moeder had hem -ronduit gezegd, dat het vrij belachelijk zou zijn, hem voor zijne -studiën naar het buitenland te zenden; daar waren zijne examens -niet schitterend genoeg voor geweest; hij kon best thuis voort -studeeren. Johan had dus al die reisplannen op zijde gezet. Toen hij nu -zoo onverwachts verlof kreeg naar het buitenland te reizen, was hij zoo -vervuld van dankbaarheid, dat hij er volstrekt niet aan dacht, hoe hij -eigenlijk zijn eigen meester was en zelf zijne reis kon bekostigen.</p> -<p>Hoe meer de dag van het vertrek naderde, des te onrustiger werd hij. -Er was zooveel, dat hij vóór zijn heengaan volstrekt aan -Christine moest zeggen. Vóór alles wilde hij haar op de -eene of andere wijze te kennen geven, hoeveel hij van haar hield, en -dan wilde hij haar vragen, ja, dat was het eigenlijk, hij wilde haar -vragen aan hem te denken in zijne afwezigheid. Met dit denkbeeld was -hij zeer ingenomen, want hij vond, dat aldus veel met weinig woorden -kon gezegd worden, en de dokter oefende zich voortdurend op welke wijze -den zin samen te stellen, als bijv.: „zoo gij -wildet ….” of „zoo gij zoo goed wildet -zijn ….” of „zoo ik kon gelooven, dat gij zoo -vriendelijk zoudt willen zijn een weinig aan mij te denken.” Zou -hij „een weinig”, of zou hij het wagen „veel” -te zeggen, of misschien „dikwijls?” En ééne -zaak bovenal woog hem zwaar op het hart: hij wilde haar voor Alfred -waarschuwen. Dat hij haar alleen met Alfred moest laten, gaf -<span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name= -"pb117">117</a>]</span>hem de meeste onrust. Hij kende al te goed, ja -hij bewonderde zelfs de behendigheid van zijnen broeder in het maken -van intriges, en hij kon zich best voorstellen, hoe licht een onervaren -meisje als Christine zich door Alfreds aardige manieren zou laten -medesleepen.</p> -<p>Maar men kon Alfred niet vertrouwen, en het was zijn plicht, zijn -dure plicht Christine voor hem te waarschuwen. Heel gemakkelijk ging -het echter niet, eene geschikte gelegenheid te vinden haar te spreken. -Zoo dikwijls mogelijk ging hij in de laatste dagen vóór -zijn vertrek langs hare vensters of bleef even in de poort staan; de -twee of drie treden durfde hij echter niet af te gaan. Tweemaal -ontmoette hij haar, maar hij voelde zich zoo beklemd en de stem stokte -hem zoo in de keel, dat hij blijde was toen zij voorbij was. Zij zag er -ook zóó niet uit, dat het hem aanmoedigde, haar aan te -spreken.</p> -<p>Eindelijk was de dag, die voor zijn vertrek bestemd was, -aangebroken. Nu moest hij dus trachten haar te spreken te krijgen; toen -hij in de poort was, verschoof hij het oogenblik nog wat: hij kon eerst -toch wel boven gaan afscheid nemen. Hij was zoo verstrooid, dat allen -er een weinig om lachten, uitgenomen Hilda, die hem schreiend beloofde, -te zullen schrijven.</p> -<p>Toen hij uit het kamertje van den <span class="corr" id="xd26e2265" -title="Bron: concierge">conciërge</span> de weinige treden, die -naar Christine’s kamer voerden, afging, draaide alles voor zijn -oogen, en hij viel bijna in de kamer. Gelukkig was er niemand, maar -Christine, die iemand met zoo’n leven had hooren binnen komen, -kwam dadelijk uit de keuken.</p> -<p>„Ik ben het maar,” stamelde de dokter, „ik -struikelde over de mat …. ik ga op reis.”</p> -<p>Ja, Christine had het reeds gehoord.</p> -<p>„Ik kom nu afscheid nemen.”</p> -<p>Christine droogde de rechterhand wat aan haren boezelaar af. -<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name= -"pb118">118</a>]</span></p> -<p>„Ik …. ik wou u vragen,” maar verder kwam -het niet. Al de mooie wendingen van den zin, dien hij had willen -uitspreken, waren als weggevaagd.</p> -<p>Onwillekeurig moest Christine even glimlachen. Dit gaf hem moed. -„Ik wou zoo graag, dat gij veel …. een weinig meen -ik …. aan mij dacht, wanneer ik zoover weg ben.” Al -het bloed steeg hem naar het hoofd; hij wilde zoo gaarne den zin nog -eens gezegd hebben, maar vond zulks wat heel gek. Christine was ook -rood geworden, zij zag voor zich neer, maar glimlachte tevens.</p> -<p>Toen werd de dokter zelfs vermetel; „en zoo wilde ik u zeggen, -dat gij voor Alfred op uwe hoede moet zijn.”</p> -<p>Deze woorden moest Johan Bennecken niet hebben gezegd; ternauwernood -was de zin aan zijne lippen ontgleden of Christine richtte zich trotsch -in hare volle lengte op, kwam eene schrede nader en vroeg: „Wat -meent gij hiermede?”</p> -<p>Zij sprak in het dialect, dat zij anders in de stad afgelegd had, -toen hij haar aanzag, ging hij een paar schreden achteruit en -vroeg:</p> -<p>„Ja, neem mij niet kwalijk, ik meende -maar ….”</p> -<p>„Ik ben oud genoeg, om op mij zelf te kunnen passen,” -beet Christine hem kortaf toe.</p> -<p>„Ja …. ja …. zoo meende ik het niet. -Vaarwel!” en Johan strompelde de twee, drie treden weer op. Toen -hij weg was, wierp Christine zich op haar bed en weende bittere tranen; -dat hij ook zulke slechte dingen van haar kon gelooven!</p> -<p>De arme dokter werd door duizenden verwarde gedachten geplaagd; -eindelijk geloofde hij vast en zeker, dat zij Alfred beminde.</p> -<p>De kruier die op het bestemde uur kwam om voor zijne bagage te -zorgen, kon uit mijnheer niet recht wijs worden: hij sprak zoo verward. -Een paar vrienden kwamen even bij hem aanloopen om hem eene goede reis -te wenschen; <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name= -"pb119">119</a>]</span>hij dronk een glas wijn met hen, gaf hen -allerlei verkeerde antwoorden, zag hen beurtelings aan alsof hij hun -wat wilde vragen, en zei, als het er op aankwam, geene syllabe.</p> -<p>Zij lachten hem hartelijk uit, en vertelden hem, dat hij aan een -harden aanval van reiskoorts leed.</p> -<p>In die gemoedstemming verliet hij Christiania.</p> -<p>Een paar dagen later, vond de minister het maar het best nog eens -met Mo over de zaak te spreken. Alle dagen had hij den verwijtenden -blik, waarmee zijne vrouw hem aanzag, te doorstaan, waardoor hij zich -niet op zijn gemak gevoelde. Toen hij dan ook op zekeren morgen met Mo -alleen in zijn kamer aan het Departement was, zeide hij: „Ja -Mo …. je nicht moet je toch wegzenden.”</p> -<p>„Het spijt mij zeer, Excellentie, -maar ….”</p> -<p>„Zeg mij toch eens, waarom je haar volstrekt bij je wilt -houden?”</p> -<p>„Ja,…. Excellentie, ik heb het mijn heele leven lang -zoo eenzaam gehad, en ….”</p> -<p>Nu ging den minister eensklaps een licht op; hij zag den kleinen -glimlachenden man, die voor hem stond aan en zeide eenigszins -toornig:</p> -<p>„Neen, maar Mo, hoe kunt gij aan zoo iets denken?…. op -jouw leeftijd …. en buitendien ….”</p> -<p>„Buitendien, Excellentie!” vroeg Mo, en hij zag hem -zijdelings aan.</p> -<p>„Ja, dat is een zeer onaangenaam onderwerp om over te spreken, -maar daar gij er mij naar vraagt zoo, zoo …. een paar -malen zijt gij zwaar ziek geweest …. Mo!”</p> -<p>„Maar één maal, den anderen keer leed ik aan -roos in het gezicht.”</p> -<p>„Ja, ja, ik ben niet van plan mij in uwe zaken te mengen, maar -ik vind, dat gij, wanneer ik je er om verzoek, het meisje weg kondt -zenden.”</p> -<p>„Uwe Excellentie zal, hoop ik, volstrekt niet aan mijne -<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name= -"pb120">120</a>]</span>onderdanigheid en aan mijne volstrekte -gehoorzaamheid twijfelen,” gaf Andreas Mo ten antwoord, en hij -boog heel diep, „maar ik meen dat uwe Excellentie zelf weet, hoe -sterk dit gevoel bij den mensch is, en hoe ….”</p> -<p>De minister gaf hem door een ongeduldig gebaar met de hand te -kennen, dat hij het gesprek niet wenschte voort te zetten. Hij liep de -kamer op en neer maar de vingertoppen werden niet tegen elkaar -aangelegd. Wanneer hij uit zijn humeur was, en dus niet als diplomaat -optrad, stak hij de handen in den zak en rammelde met zijne -sleutels.</p> -<p>Hij dacht aan al de onaangenaamheden, die hem t’huis te -wachten stonden wanneer Christine niet weg ging en hij was niet zoo -bang voor de geheele pers der oppositie, als voor zijne vrouw, wanneer -zij eenen veldtocht, geheel naar den regel, aanving. Zij snuffelde dan -overal naar alles, wat haar licht over de zaak zou kunnen geven, en -bespiedde alle zijne gangen; veel kon er aan den dag komen, dat nu voor -haar bewaard en verborgen was en zou blijven, zoo lang de verhouding -vriendschappelijk bleef en hij zijne vrouw in goeden luim hield.</p> -<p>Terwijl de minister heen en weer liep, pookte Mo heel voorzichtig in -de kachel het vuur wat op, en hij was er, om den minister wat tijd te -geven, heel lang mede bezig.</p> -<p>Van tijd tot tijd keek deze Mo eens aan; na over alle punten van -deze onaangename zaak goed te hebben nagedacht, kwam hij tot het -besluit, dat een huwelijk tusschen Mo en die nicht in den grond -eigenlijk de beste uitweg zou zijn.</p> -<p>Zonder twijfel zoude die Adelaïde tevreden stellen en tot -kalmte brengen, en dat was de hoofdzaak. Verder zou Mo, wanneer de -minister zich tegen het huwelijk niet verder aankantte, nog meer -verplichting aan hem hebben, <span class="pagenum">[<a id="pb121" href= -"#pb121" name="pb121">121</a>]</span>en het was toch zijn plicht niet -er acht op te geven, dat de lieden, die wilden trouwen, gezond -waren.</p> -<p>En eindelijk—zoo Mo wilde gaan trouwen, wat had hij daarmede -te maken? Kon hij,—de minister—het hem misschien verbieden? -Hoe kon hij zoo dom zijn zich er boos over te maken?</p> -<p>De minister legde nu de vingertoppen weer tegen elkaar, en vroeg op -den toon, dien hij gewoonlijk tegen Mo aansloeg: „Hebt ge met je -nicht over eene zoodanige verbintenis gesproken?”</p> -<p>„Rechtstreeks heb ik de zaak nog niet aangeroerd; ik wilde mij -van de toestemming van uwe Excellentie verzekeren alvorens er met haar -over te praten.”</p> -<p>„Wat? mijne toestemming! het is eene zaak, die jou alleen -aangaat, en waarin ik niets heb te zeggen.”</p> -<p>„Ik zou mij toch nooit zulk eenen stap hebben willen -veroorloven, zonder eerst ….”</p> -<p>„Goed …. goed!” viel de minister hem boos -in de rede, „zoo gij gelooft, dat het meisje je nemen wil, -zoo ….”</p> -<p>„Duizendmaal dank, Excellentie!” riep Mo uit en hij -wilde de hand des ministers grijpen, „ik twijfel er niet aan, dat -nu ik de toestemming van uwe Exc ….”</p> -<p>„Geen woord wil ik meer over die zaak hooren Mo, hebt gij mij -begrepen?”</p> -<p>De minister zag er zoo verschrikkelijk boos uit, dat Mo het maar het -best vond hem alleen te laten; met een dankbaren glimlach om den mond -verliet hij het vertrek.</p> -<p>De minister kon zich niet dadelijk aan den arbeid zetten—dit -tooneel had hem zeer ontstemd; nog lang liep hij hoofdschuddend in zijn -kamer heen en weer, en slaakte vele malen eenen diepen zucht.</p> -<p>Des avonds zeide hij tot zijne vrouw: „Beste Adelaïde, -het spijt mij zeer voor je, maar Mo is maar niet van zijn besluit af te -brengen om het meisje bij zich te houden.” <span class= -"pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span></p> -<p>„Zoo, werkelijk Daniël,” antwoordde zij vrij -heftig, „ja, ik begin inderdaad te gelooven, dat gij op de eene -of andere wijze in de macht van dien man zijt.”</p> -<p>„Wees toch bedaard, Adelaïde, wees toch bedaard!” -zeide haar man, en hij gesticuleerde even met zijne mooie hand, -„zij—ja, ik meen dat meisje, kan geheel onschadelijk worden -gemaakt, zonder dat het noodig is, dat wij haar wegzenden.”</p> -<p>„Zoo, en hoe? als ik mag vragen?”</p> -<p>„Zij kon bij voorbeeld gaan trouwen?”</p> -<p>„Hier aan huis?”</p> -<p>„Ja zeker, beste, met haren oom.”</p> -<p>„Met Mo! dat jonge meisje met dien ouden vent?”</p> -<p>„Ja, zie je,” antwoordde haar man, en hij deed zijne das -voor den spiegel wat los, „dat is nu eene zaak, die ons eigenlijk -niet aangaat.”</p> -<p>„Neen, daar kunt ge gelijk aan hebben,” antwoordde -mevrouw eenigermate aarzelend, „maar ik vind -toch ….”</p> -<p>„Door dit huwelijk zou zij voor ons onschadelijk -worden,” ging hij voort.</p> -<p>„Ja, dat zou zeker het geval zijn; maar met dien akeligen Mo! -en hebt ge mij buitendien niet eens verteld, dat -hij ….”</p> -<p>„Officieel is daar niets van bekend, en buitendien! zoo men -bij ieder huwelijk nauwkeurig wilde gaan onderzoeken -of ….”</p> -<p>„Ja, je hebt gelijk, Daniël, ja, gij -mannen ….! en zoo als gij ook zegt, het gaat ons eigenlijk -niet aan!”</p> -<p>„Ja, lieve Adelaïde, zoo denk ik over de zaak, het gaat -geheel buiten ons om.”</p> -<p>Toen mevrouw een poosje had nagedacht, kwam zij ook tot het besluit, -dat een huwelijk de beste uitkomst was.</p> -<p>„Zijt gij op dat denkbeeld gekomen, Daniël,” vroeg -zij hem op schalkschen toon.</p> -<p>„Nu …. dat wil ik juist niet -beweren …. hm!” <span class="pagenum">[<a id="pb123" -href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span></p> -<p>„Je bent toch een <span class="corr" id="xd26e2405" title= -"Bron: slimmert">slimmerd</span>, Daniël,” zeide mevrouw, en -zij trok hem naar zich toe.</p> -<p>Christine begon te begrijpen, waarvan eigenlijk sprake was. Oom -Anders had, na haar zeer voorzichtig te hebben voorbereid, haar ronduit -gezegd, dat de minister wenschte, dat de geruchten, die zooals zij zelf -wist in omloop waren, op eene duidelijke wijze werden -gelogenstraft.</p> -<p>Een huwelijk met Oom Anders was naar hare begrippen eene goede -partij. In den stand, waartoe zij behoorde, waren zoogenaamde -„<span lang="fr">mariages de raison</span>” eene gewone -zaak; wanneer er nu nog bijkwam, dat haar vader het ook zoo gaarne zag, -kon zij er niets op tegen hebben.</p> -<p>Nooit had zij eenig man aangemoedigd; zij was volkomen vrij, en -daarom maakte zij er zich dubbel boos over, dat men haar daarvan had -kunnen beschuldigen. Inzonderheid ontvlamde haar toorn, wanneer zij aan -dokter Bennecken dacht, en—die toorn deed meer pijn, dan zij -vroeger ooit had gevoeld.</p> -<p>Ofschoon zij dus geene liefde behoefde te offeren, schreide zij -echter den ganschen nacht, die op den avond volgde waarop Oom haar -gevraagd had of zij zijne vrouw wilde worden. Na goed uitgeweend te -hebben, werd zij kalm en verstandig; de gedachte dat zij, trouwende met -haren oom, allen zou kunnen bewijzen—en den dokter in de eerste -plaats,—welk onrecht men haar had aangedaan, scheen haar kracht -te verleenen.</p> -<p>Den volgenden morgen kreeg haar oom het jawoord.</p> -</div> -</div> -<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">XII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In dichte scharen zaten aan den Nijl de vogels en -blakerden zich in de heete zon. Zij poetsten en plukten hunne -veêren, vlogen een paar slagen om de vleugels te beproeven, -<span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name= -"pb124">124</a>]</span>en hapten lui naar de vette wormen waarvan het -in het slijk wemelde. Maar er was àl te veel voedsel, àl -te veel warmte en àl te veel windstilte; zij reikhalsden naar -frisschen regen, grauwe lucht en stormweer.</p> -<p>Ontelbare troepen wilde ganzen en zwanen zwommen rond in de tamelijk -groote waterplassen, tusschen de biezen die het uitgestrekte moeras -vulden. Reigers en ooievaars staken hier en daar met den kop boven de -andere vogels uit; dicht in één gedrongen stonden zij op -één been en lieten den kop op zij hangen:—zij -verveelden zich allerverschrikkelijkst. Alle mogelijke soorten van -snippen, watervogels, kieviten, waterhoenders, wilde ganzen, kwartels, -zwaluwen—ja, zelfs tot gemeene spreeuwen toe—allen -verveelden zich zoo, dat hun de veeren bijna uitvielen.</p> -<p>De ibis maakte zich zeer kwaad op al dat grauw gevederde vreemde -gespuis en vergat zijne waardigheid zoo zeer, dat hij zich bij den -dommen flamingo, dien hij anders zoo diep verachtte, beklaagde.</p> -<p>De krokodillen knipoogden met hunne slijmachtige, lichtgroene oogen -en snapten nu en dan naar eene vette gans; dan ontstond er een -geschreeuw en gekrijsch, dat overal langs den stroom beantwoord werd, -om eindelijk heel, heel in de verte weg te sterven, en—de -doodsche stilte van de woestenij lag weer over het gloeiende landschap, -terwijl de scharen van vogels met slaperig uitzicht, weder ter neder -zaten en wachtten—ja zij wisten niet recht waarop.</p> -<p>Daar vloog een kleine grauwe vogel loodrecht de lucht in; een -oogenblik bleef hij zweven, en klapwiekte met de vleugels, terwijl hij -eenige tonen kweelde—dan vloog hij weer naar beneden en verschool -zich tusschen het riet.</p> -<p>Alle vogels hadden de koppen in de hoogte gestoken <span class= -"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>en -geluisterd; nu ontstond er een gesnater en een getjilp en een gedrang -in elken hoek.</p> -<p>Jonge, verwaande kieviten vlogen hoog in de lucht en draaiden in -alle mogelijke bochten rond om aan de anderen te toonen, hoe goed zij -vliegen konden. Maar de oudste witte zwanen, die heel naar IJsland -zouden reizen, belegden eene groote vergadering om het voorgeslagen -reisplan van den leeuwerik te bespreken. Allen hadden toch den -leeuwerik dadelijk aan het geluid herkend, ofschoon hij, want het -gezang scheen nog niet goed uit de keel te willen, maar een paar tonen -had laten hooren. Terwijl de zwanen nog aan het beraadslagen waren, -werden zij door een hevig geplas in hunne debatten gestoord en de lucht -werd geheel donker. Het waren de wilde ganzen, die dit leven maakten. -In groote zwermen verdeelden zij zich, draaiden in de lucht heen en -weer, schaarden zich dan in lange rijen en verdwenen in noordelijke -richting, terwijl hun geschreeuw nog lang in de verte werd gehoord.</p> -<p>In zwarte massa’s vlogen de spreeuwen weg, de kieviten volgden -hun voorbeeld, de ooievaars stegen paarsgewijze loodrecht omhoog, tot -zij bijna geheel uit het gezicht waren, en trokken dan Noordwaarts. In -de algemeene verwarring en het leven dat er heerschte, konden de zwanen -niet rustig meer zitten te overleggen en daarom werd de vergadering -ontbonden; ieder wilde weg, tijd tot nadenken, gunde men zich niet -meer. Alle bezinning was verloren, telkens vlogen nieuwe scharen over -Noord-Afrika heen, en ieder begroette, naar dat hij gebekt was, de -blauwe Middellandsche zee, die onder hem lag.</p> -<p>De mannetjes-nachtegalen vlogen in stille kleine gezelschappen des -nachts weg; zij voelden zich getrokken tot de bekende plaatsjes in de -rozenstruiken van Provence of wel tot de beukenwouden van Seeland; zij -wilden hunne fraaiste melodieën instudeeren en ze kennen -vóór de aankomst der wijfjes. <span class= -"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p> -<p>De Noorsche leeuweriken wachtten het langst; toen de Deensche -wegtrokken, sloten zij uit oude vriendschap zich bij hen aan. De -reiskoorts maakte zich tot zulk eene hoogte van allen meester, dat -zelfs de zwaluwen en de koekoeken langer rust noch duur hadden; zij -wilden in allen gevalle toch over de Middellandsche zee,—daar kon -men zien hoe verder te handelen.</p> -<p>De ibis herkreeg zijne kalmte van gemoed, en als een bisschop zoo -deftig wandelde hij langs den oever; de roze-roode flamingo’s -maakten voor Zijn Hoog Eerwaarde eerbiedig plaats, terwijl zij met -vroom vertoon den dommen kop met den krommen bek bogen.</p> -<p>Stiller en warmer werd het langs de oevers van den Nijl. De -krokodillen moesten zich nu met negervleesch tevreden stellen of een -enkele maal met dat van een taaien Engelschen toerist. Dag en nacht -vlogen de trekvogels naar het Noorden en naarmate zij de bekende -plaatsen naderden, verminderde het reisgezelschap; zij, die aan hun -bekend te huis waren gekomen, groetten hen, die nog verder moesten -trekken, en leven en vroolijkheid over het oude bevrorene Europa zouden -verspreiden, in bosch en veld, dicht bij de woningen der menschen en -ver weg in het riet van de groote stilstaande meren.</p> -<p>In Italië stonden de rozenstruiken in vollen knop; in ’t -Zuiden van Frankrijk deden de bloeiende appelboomen denken, dat het -zooeven gesneeuwd had, en op de Boulevards in Parijs begonnen de -bladeren der kastanjeboomen hunne glanzende taaie knoppen te verbreken. -De eerzame burgers van Dresden stonden op het Brühlsche terras en -warmden zich in de zon, terwijl zij naar de ijsschotsen keken, die met -den stroom kwamen afdrijven, om zich tegen de bogen der brug bij -torenhoog op te stapelen.</p> -<p>Maar verder op in het Noorden bleef het nog koud; een scherpe, -snijdende wind woei over de Noordzee en hier en daar zag men sneeuw op -den grond. Hoe <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name= -"pb127">127</a>]</span>noordelijker men kwam, des te kleiner werd de -schare der leeuweriken. Een groot gedeelte nestelde zich op de vlakten -om Leipzig, en een ander op de Lüneburger heide; toen de overige -in Sleeswijk waren aangekomen, vroegen de Deensche leeuweriken aan hen, -die in het Noorden thuis behoorden, of zij geenen lust hadden een -weinig te wachten om het weer wat aan te zien.</p> -<p>De sneeuw lag nog op de velden en hekken in Jutland, en de -Noordwestenwind schudde de oude Deensche berken, welker bruine knoppen -nog voorzichtig de saamgehulde teere blaadjes omsloten. De vogels -verscholen zich achter groote steenen en in het heidekruid; sommige -waagden het zelfs heel dicht in de buurt der boerderijen te komen, waar -de musschen een leven maakten alsof alles hun behoorde.</p> -<p>Allen waren het er over eens, dat men al te vroeg op reis was -gegaan, en hadden zij hem, die hen van Egypte’s vleeschpotten -gelokt had, hier beet kunnen krijgen, zij zouden hem zeker de veeren -hebben uitgeplukt. Eindelijk woei er een Zuidenwind; de reizigers naar -het Noorden namen afscheid, bedankten voor het aangename gezelschap en -vlogen de zee over.</p> -<p>Daar in Noorwegen zag het er bij hunne tehuiskomst treurig uit. De -sneeuw lag nog vele voeten diep in de dichte bosschen en zelfs in de -dalen. Daar bracht de Zuidenwind den zoo gewenschten regen en,—nu -niet trapsgewijze—neen, plotseling greep er eene omkeering plaats -met geraas en gebulder en sneeuwstortingen en schuimend neervallend -water en bruisende stroomen, zoodat het land veel op eenen reus geleek, -die zich wascht en die er van houdt het ijskoude water over de -krachtige leden te laten spatten. En een groen floers breidde zich over -alles uit; over de jonge berken op de hoogten, over de stranden, waar -de zee een inham maakt, over de vlakten in westelijke richting naar zee -en over heide en moeras, over klippen <span class="pagenum">[<a id= -"pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>en bergkloven en over -de nauwe dalen tusschen de bergen. Op de toppen bleven de sneeuw en de -gletschers liggen, alsof de bergen geenen lust hadden den hoed voor -zulk een vluchtigen bezoeker als de zomer, af te nemen. De zon scheen -zoo heerlijk en warm, ook het koeltje voerde nog warmte van het Zuiden -aan, en eindelijk kwam de koekoek,—als opperceremoniemeester, om -te zien, of alles in orde was; hij vloog nu hier, dan daar, verschool -zich eindelijk in het dichtste loof van eenen jongen berkeboom, en -riep: „de Lente is daar!”</p> -<p>Het oude Noorwegen was eindelijk ontwaakt!</p> -<p>Daar lag het nu—zoo hoog en zoo verblindend schoon aan de -blauwe zee;—zoo arm en zoo mager en toch ook zoo frisch, gezond -en lachend als een flink gewasschen kind.</p> -<p>In de havens langs de kust heerschte nu groote bedrijvigheid; witte -zeilen vertoonden zich tusschen de klippen en verdwenen in zee. De -schaatsen werden aan den balk gehangen, de sledevellen, goed met kamfer -bestrooid, werden weggeborgen, en even als de beer, wanneer hij uit -zijn hol komt, zijne pels eens goed schudt, evenzoo schudden nu de -menschen, de loome leden, grepen de spade aan en begonnen met vollen -ijver den voorjaarsarbeid.</p> -<p>Groote houtvlotten dreven de stroomen af en plasten in het ijskoude -sneeuwwater; op de breede vruchtbare akkers sneed de ploegschaar lange -zwarte voren; hoog in het Noorden waren de lieden druk bezig kabeljauw -op de naakte klippen te drogen te leggen; op de vlakten in westelijke -richting naar het strand toe, zag men karren met wier beladen langs de -akkers rijden, en op de heide stond een kleine man met leepoogen, -peinzende over eene Isabella-merrie.</p> -<p>Hier was de lucht nog frisch en aangenaam, terwijl de lieden te -Parijs op straat door een zonnesteek getroffen <span class= -"pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name= -"pb129">129</a>]</span>werden en de bladeren der boomen op de -boulevards vol stof en half verschroeid waren.</p> -<p>Op het Brühlsche terras zaten de eerzame burgers van Dresden -het koeltje, dat de avond hun aanbracht, te genieten; zij dronken -Meiwijn en disputeerden zoo over Wagner’s muziek, dat zij elkaar -bijna in het haar vlogen. Over iets anders mochten zij in het publiek -niet disputeeren en—disputeeren moesten zij.</p> -<p>Zij, die eene goed gevulde beurs bezaten, begonnen in Baedeker te -bladeren, en spoedig kwam er ook eene schare van krombeenige Duitschers -en Engelsche dames met lange tanden opzetten, die frissche lucht wilden -inademen, tusschen de bergen van Noorwegen, en later een weinig van die -frissche lucht naar het vaderland wenschten mede te nemen, te gelijk -met de goelijk gemeende karikaturen over het „Oude -Noorwegen.”</p> -<p>Terwijl die bonte menigte van reizigers zich in alle richtingen over -Noorwegen verspreidde, ontmoette zij op hunnen weg eenen anderen -stroom, die de kust trachtte te bereiken.</p> -<p>„<span lang="de">Was sind das für Leute?</span>” -vroeg Raadsheer Schultze uit Berlijn.</p> -<p>Een beschaafde Noor antwoordde hem in het Duitsch -„Emigranten.”</p> -<p>Mannen en vrouwen met ernstig uiterlijk, gekleed in nieuw friesch -baai, togen voorbij. Kinderen hielden zij bij de hand, op den arm, op -den rug of wel aan de borst; eene schare van gezonde roodwangige -kleinen, die met heldere oogen verwonderd naar alles staarden, wat op -weg te zien was.</p> -<p>Aan al de spoorwegstations en op al de stoombooten, die de groote -binnenmeren bevaren, stonden kisten opgestapeld, voorzien van duidelijk -geschilderde adressen en namen in het Noorsch en in het Engelsch.</p> -<p>Op alles lag den stempel van een wel overwogen, langzaam -<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name= -"pb130">130</a>]</span>gerijpt besluit: knappe stevige bagage, nieuwe -sterke kleederen, geene nuttelooze kleinigheid in handen,—alleen -kinderen, maar die werden dan ook stevig vastgehouden; men kon zien, -dat ze niet eerder zouden losgelaten worden, vóór men -goed en wel in de Nieuwe Wereld was aangekomen.</p> -<p>Maar geene vreugde, zelfs niet dat wat men hoop kon noemen, stond op -die aangezichten te lezen; alleen lag om den mond een vast besloten, -zwaarmoedige trek en een zwaar verdriet sprak uit die oogen, die tranen -stortten of niet schreien konden.</p> -<p>Raadsheer Schultze uit Berlijn was een en al verwondering. Dat men -lust had uit Duitschland te emigreeren, kon hij zich begrijpen; daar -had men dienstplicht en eene militaire regeering, het socialisme, -Bismarck en alle mogelijke ellende meer. Maar hier—! in dit -schoone vreedzame land, met zijne welbekende vrijzinnige -constitutie,—wat kon hier den menschen ontbreken?</p> -<p>En het land zelf scheen te vragen: waarom gaat gij heen? De zon gaf -zulk een vriendelijk lachend uiterlijk aan de lichtgroene heuvels; de -stroom kabbelde zoo vreedzaam en uit het woud kwam van de pijnboomen -met de nieuw ontsproten naalden zulk een heerlijke geur!</p> -<p>Op het perron stonden familie en bekenden en zij weenden, wijl -zoovelen wegtrokken—allen weenden tot de arme daglooner toe, die -schreide, omdat hij geen geld had om mede op reis te gaan.</p> -<p>Toen de trein door het dal stoomde, zagen zij allen uit de nauwe -raampjes van den waggon en zij wisten, dat er geen schooner land op de -aarde te vinden is; dat nergens de zon zóo schijnt, dat nergens -de lucht met zulk een’ geur, met zulk een gejubel vervuld is, dat -nergens de koekoek zoo vroolijk roept als in hun vaderland.</p> -<p>En heete tranen welden in de oogen op, en luid werd in die waggons -gesnikt; men vergat, waarom men zich <span class="pagenum">[<a id= -"pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span>hier bevond, en -ieders oog scheen dat des anderen de treurige vraag te doen: -„waarom gaan we toch weg, waarom?”</p> -<p>Intusschen nam de lente weldra afscheid met haar welluidend gezang, -met hare vechtpartijen en liefdesavonturen van de kleine kevers, die in -het gras aan hunne schoonen het hof maakten, van de groote beren, die -in de wouden vochten, tot er bloed stroomde. Natuurlijk waren zooals -altijd de kleinen door de grooten verslonden, dat valt niet te -ontkennen; doch het had nu meer als eene bijzaak plaats gehad: ’t -geschiedde min of meer gemoedelijk. Niemand behoefde veel voedsel; -wanneer men verliefd is, heeft men aan andere dingen te denken. De -strijd om het dagelijksch bestaan gaat, wanneer men verder in den zomer -en in den herfst is gekomen, op eene geheel andere wijze toe: men moet -dan voedsel zoeken voor het wijfje en eenen troep hongerige jongen.</p> -<p>Het voorjaar werpt een waas van ridderlijkheid over de -materialistische jacht naar het stoffelijke; de mannetjes doen hun -best, zoo lieftallig mogelijk te zijn, terwijl de wijfjes haren korten -triomf genieten door zooveel zij maar kunnen en naar hartelust te -coquetteeren.</p> -<p>In het woud en op het veld weerklinkt de lucht van smachtend -verlangen, hopelooze klaagtonen en jubelend geluk, en vele kleine -harten breken van stil verdriet; vele kleine ongeregeldheden hebben -onder het dikke loof of op het eenzame veld plaats, en menig klein -gevecht wordt er op leven en dood gevoerd, terwijl de schoone -onverschillig ter neder zit en het spel aanziet.</p> -<p>Twee kwikstaartjes vochten zoo heftig met elkaar in de lucht tot zij -van vermoeienis in de sloot bij den molen vielen; doornat en gehavend -kwamen zij op het droge. Ondertusschen vloog zij, om welke het gevecht -plaats had, met eenen derde, die daar toevallig voorbij <span class= -"pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>kwam -vliegen, weg. Het water bij den molen lag zoo blank en stil, dat de -twee mededingers er zich in konden spiegelen, toen zij bezig waren, hun -toilet in orde te brengen. De jonge kikvorschen hadden zich van hunne -toga puerilis met den hinderlijken staart ontdaan. Zij vertoonden zich -nu in al den glans van jonge kikvorschen, terwijl zij met de -achterpooten als geëxamineerde zwemmeesters krachtige slagen in -het water maakten.</p> -<p>Langs de geheele kust liep de zee; voorzichtig als eene kat, sloop -zij tusschen de talrijke klippen door. Daar, waar gedurende den winter -bij stormweer het schuimende water kon koken, bruisen en razen, gleden -nu de <span class="corr" id="xd26e2530" title= -"Bron: licht groene">lichtgroene</span> golfjes in en uit; de groote, -blauwe, door de zon zoo vroolijk beschenen zee vlijde zich zoo warm en -koesterend tegen het oude zoo barsch schijnende land aan, alsof zij -nooit vijandig tegen elkander gestemd waren geweest. Langs de naakte -klippen en steenen en in de kleine fjorden groeide het wier in roode, -gele en lichtgroene schakeeringen; het glansde gelijk een zijden dek. -Op den bodem der zee krioelde het van allerlei schaaldieren met lange -armen en voelhorens en stevige huisjes op den rug—eene -wonderlijke wereld van listige wapenen en sterke harnassen. Op de -naakte, gladde klippen, die dicht bij den blauwachtig witten zandigen -grond gelegen waren, zaten tusschen weelderig zeegras en andere -zeegewassen, slijmdieren, stekelige zeeëgels en prachtige roode -zeesterren. Twee of drie zeealen staken hunnen kop tusschen het in -elkaar gegroeide wier in en beten aan het een of ander; daar kwam -onverwachts een dikke kabeljauw aanzwemmen, door wiens komst zij zoo -schrikten, dat zij ijlings trachtten weg te komen. Deze stak nu den -neus in het wier om te zien, wat er te koop was. Vermoedelijk vond hij -er niets, wat zijnen eetlust opwekte, want met eenen verachtelijken -zwaai keerde hij <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" -name="pb133">133</a>]</span>om, en zwom dood op zijn gemak verder langs -de klip.</p> -<p>De zonnestralen vielen met een blauwachtig en geheimzinnig schijnsel -op dat vreemdsoortige leven op den bodem der zee, zoowel als op de -licht grijs gekleurde zandplaten, die hier en daar onder het water te -zien waren, totdat zij eindelijk geheel verdwenen en slechts de groote, -diepe, oneindige, blauwe zee zich vertoonde.</p> -</div> -</div> -<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">XIII.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Op den eersten Juli werd het huwelijk van den bode aan -het Departement Anders Mo en Mejuffrouw Christine Vatuemo in de -Drieëenigheidskerk gesloten.</p> -<p>Buiten degenen die uitgenoodigd waren de huwelijksplechtigheid in de -kerk bij te wonen, waren nog een groot aantal menschen aanwezig, want -de minister Bennecken bevond zich onder de bruiloftsgasten, en -buitendien was het een interessant paar om naar te kijken: de oude man -en het jonge meisje.</p> -<p>Eigenlijk geleek het niet zoo dwaas, als men gedacht had. Wanneer -men het witte haar niet meerekende, was Oom Anders in zwarten rok, -stijve witte das en gouden horlogeketting …. een -huwelijksgeschenk van den minister, werkelijk nog een deftig bruidegom. -Christine was zoo lang en forsch en zag er zoo boersch uit, dat het -niet veel in het oog liep, dat zij nog zoo jong was; ook was zij van -daag zeer bleek en zag er ernstig uit. De familie Bennecken woonde -reeds buiten en mevrouw was zoo vriendelijk geweest de eetzaal en het -daaraan grenzende vertrek aan de jonggetrouwden voor de bruiloft af te -staan.</p> -<p>Toen de bruiloftsstoet uit de kerk kwam, dronk men eerst een glas -wijn in de woning van den <span class="corr" id="xd26e2548" title= -"Bron: concierge">conciërge</span> en <span class= -"pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>de -minister hield eene korte toespraak, waarnaar met groote belangstelling -werd geluisterd; daarna verliet hij het gezelschap, dat nu naar boven -ging waar de bruiloftstafel gedekt stond.</p> -<p>Het bruidspaar nam eerst plaats in het vertrek naast de eetzaal om -de gelukwenschen der gasten, naar de volgorde waarin zij kwamen, te -ontvangen, want buiten hen, die de plechtigheid in de kerk hadden -bijgewoond, waren er nog vele anderen genoodigd.</p> -<p>De Redacteur Mortensen, die na het vertrek van den minister de -voornaamste gast in het gezelschap was, voelde zich zeer op zijn gemak -in het salon, praatte luid en maakte geestige aanmerkingen; de overigen -zaten zwijgend en statig langs de wanden met de voeten zoo ver mogelijk -onder hunnen stoel.</p> -<p>Christine was verbaasd, dat haar man zooveel bekenden had, en vooral -dat zooveel deftige lui uit de stad de bruiloft met hunne -tegenwoordigheid vereerden. Eindelijk waren al de zitplaatsen door de -fraaie uitgedoste dames bezet, een paar jonge meisjes zaten zelfs op -elkanders schoot. De heeren keerden dadelijk, wanneer zij in de kamer -aan het bruidspaar hun compliment hadden gemaakt, naar de gang terug. -Er heerschte eene stilte als bij eene begrafenis en geen ander geluid -werd gehoord dan nu en dan een paar woorden van den Redacteur of eenig -gerammel met borden in de keuken.</p> -<p>Onder de bruiloftsgasten bevonden zich een paar boden van een ander -Departement, met hunne vrouwen en dochters, de politie-agenten Andersen -en Knudsen,—de laatste was nog niet voor vast aangesteld, en -stond onder Andersens toezicht; vervolgens was er de sergeant-majoor -Knoff in uniform en handschoenen, de schoorsteenveger Lunde met zijne -vrouw (eene zuster van den agent Andersen), de bode van het -Gerechtshof, Paalsen genaamd, bekend door zijn talent om het gezelschap -aangenaam <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name= -"pb135">135</a>]</span>bezig te houden, en madame Grüner, die voor -den koning, wanneer deze in de stad kwam, kookte. Voorts maakten nog -deel van het gezelschap uit, eenige sergeanten, een havenmeester en -spoorwegbeambten in uniform met hunne dames. De keukenmeid kwam telkens -in de gang, en gaf den bruidegom een teeken, dat alles klaar was; hij -schudde dan echter met het hoofd en keek op zijn horloge.</p> -<p>Eindelijk ontstond er eenige beweging onder de heeren, die bij de -deur stonden, en twee dames kwamen binnen. De eerste was een mooi slank -meisje met blond haar en groote glanzende oogen. Zij was in eene licht -zijden japon gekleed; bellen van filigran en eene zilveren ketting, -waaraan een groot medaillon was gehaakt, voltooiden haar toilet. De -dame, die haar vergezelde, was tamelijk gezet en kon zoo ongeveer een -veertig jaar oud zijn; zij had koolzwart en glanzig haar; aan den eenen -kant van haar kapsel stak eene donker roode roos en aan den anderen -eene kleine kolibrie half verscholen in een strikje van Schotsch band. -Zij was stijf geregen, zoodat hare weelderige vormen zeer goed in het -roodfluweelen lijf, dat van voren uitgesneden was, uitkwamen; op haar -boezem droeg zij eene gouden broche in den vorm van een hoefijzer. De -rok van de japon was van zwarte zijde, hier en daar door kleine -bouquetten van rozen opgenomen. De Redacteur Mortensen slaakte -een’ kreet van bewondering, toen zij naar het bruidspaar gingen -waardoor de oudste der twee dames hem schertsend met haren waaier -sloeg.</p> -<p>„Lieve Christine,” zeide nu de bruidegom op de hem -eigenen deftigen toon, „veroorloof mij u mejuffrouw Eveline -Nielsen voor te stellen, die ons wel de eer wil -aandoen ….”</p> -<p>„O, beste mijnheer Mo! de eer en het genoegen zijn geheel aan -mij,” antwoordde de jonge dame en zij glimlachte <span class= -"pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name= -"pb136">136</a>]</span>vriendelijk, waardoor hare mooie witte tanden -zich lieten zien.</p> -<p>Christine voelde zich dadelijk tot haar aangetrokken, ofschoon zij -wenschte, dat haar nieuwe kennis wat minder fraai gekleed was -geweest.</p> -<p>Daarna presenteerde de bruidegom de andere dame: mijne veeljarige -vriendin, „madam Gluncke.”</p> -<p>De kleine gezette dame omhelsde Christine hartelijk en drukte haar -een vochtigen kus op den mond, terwijl zij in een vloed van woorden -vertelde, dat zij de liefste bruid was, die zij ooit had gezien, ja -werkelijk zonder overdrijving, de allerliefste.</p> -<p>Nu zou men aan tafel gaan.</p> -<p>De Redacteur Mortensen maakte met den hoed in de hand eerbiedig eene -diepe buiging, voor juffrouw Nielsen.</p> -<p>„Onze gastheer heeft mij de eervolle opdracht gegeven u naar -tafel te geleiden, juffrouw Nielsen;” hij bood haar sierlijk den -arm en ging achter het bruidspaar de eetzaal binnen.</p> -<p>Daarna kwamen de sergeant-majoor Knoff en madam Gluncke, dan de -schoorsteenveger Lunde en madam Grüner benevens de bode van het -gerechtshof Paalsen met madam Lunde; de overigen van het gezelschap -gingen met hem of haar, van wie de naam op het kaartje geschreven -stond, dat zij van den koetsier van den minister een poosje geleden in -de gang hadden ontvangen.</p> -<p>De bruiloftstafel had den vorm van een hoefijzer. Aan de kortste -zijde zaten in het midden de jong getrouwden, links van hen Knoff en -madam Gluncke, rechts de redacteur en juffrouw Evelina. Midden in het -hoefijzer zaten Lunde en Paalsen met hunne dames, en de overigen namen -de andere plaatsen in.</p> -<p>De politieagent Andersen had het bijster druk, eer allen naar zijnen -zin geplaatst waren; en telkens maakte hij -verschikkingen,—eindelijk gelukte het hem Knudsen vlak -<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name= -"pb137">137</a>]</span>over zich geplaatst te krijgen. „U moet -weten, madam Grüner,” fluisterde hij haar in het oor; -„dat hij nog maar op proef genomen is, ziet u, en dat het mijn -plicht is een oogje in ’t zeil te houden.”</p> -<p>Zijne dame liet zich niets aan zijne woorden gelegen liggen: zij was -ontevreden over hare plaats en over den cavalier, die men haar had -gegeven. Zij had er zoo zeker op gerekend naast de jonggetrouwden -geplaatst te zullen worden en door den sergeant-majoor naar tafel te -worden geleid. Toen zij een paar schepjes soep gegeten had, legde zij -den lepel neer en zeide half voor zich zelf op verachtelijken -toon<span class="corr" id="xd26e2594" title="Bron: .">:</span> -„Liebigs extract!”</p> -<p>In het begin van den maaltijd ging het doodstil toe; het gerammel -der lepels, die echter met groote voorzichtigheid werden gebruikt, -alsmede het half luide gefluister en gelach van den redacteur en zijne -dame, verbrak slechts de stilte.</p> -<p>„Mag ik de heeren verzoeken de glazen te vullen,” zeide -de bruidegom op eenen toon, die zeer aan den minister Bennecken deed -denken. „Mijne vrouw en ik nemen de vrijheid de dames en heeren -welkom aan tafel te heeten!”</p> -<p>Het eerste glas rooden wijn werd met groote plechtigheid geledigd, -terwijl allen met eene lichte buiging van het hoofd naar den kant, waar -de jonggetrouwden zaten, groetten.</p> -<p>Christine liet haren blik langs de tafel en door de geheele zaal -gaan—‘t was een oogverblindende pracht.</p> -<p>Buiten weten van hare moeder had Hilda het vertrek met groen en -bloemen versierd, en al het glas en zilver, dat niet mee naar buiten -was genomen, ten gebruike gegeven. Naar Christine’s begrippen zag -de bruiloftstafel er bijzonder prachtig uit. Zoo haar vader haar nu -maar te midden van al die heerlijkheid had kunnen zien, dan bleef er -niets te wenschen over. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href= -"#pb138" name="pb138">138</a>]</span></p> -<p>Intusschen hield de politieagent Andersen Knudsen scherp in het oog -en telkens wanneer deze eene beweging maakte om eene flesch of wel een -glas in de hand te nemen, riep hij op gedempten toon waarschuwend: -„Knudsen!”</p> -<p>„Present!” antwoordde Knudsen en nam dadelijk eene -militaire houding aan.</p> -<p>Madam Knoff, die een van de spoorwegbeambten tot buurman had, zat -zoo, dat zij volstrekt het oog niet kon houden op haren man, den -sergeant-majoor—ja, zij kon het toch, maar dan zat zij niet -behoorlijk. Deze houding was intusschen heel ongemakkelijk, zoowel voor -haar zelf, als voor haren buurman, want zij was eene corpulente dame; -hare gele gelaatskleur, gevoegd bij haar ongezond uiterlijk gaf den -Redacteur aanleiding te beweren dat Knoff’s vrouw zeker aan eene -miltziekte leed. Daar bij het ronddienen van het eerste gerecht de -doodelijke stilte bleef voortduren, fluisterde Mortensen achter -Christine’s rug om, den bruigom in: „Gij moet nu met de -toasten aanvangen Mo!”</p> -<p>„Ik meende, dat zulks niet gebruikelijk was vóór -het vleesch ….”</p> -<p>„Juist het tegendeel; het is nu smaak met de toasten bij de -soep te beginnen.”</p> -<p>De Redacteur gaf een paar harde tikken tegen zijn glas en Mo stond -van zijnen stoel op.</p> -<p>„Dames en heeren! In dit gewichtige oogenblik gevoel ik diepe -behoefte uit te spreken, hoezeer ik het betreur aan deze tafel, waar -zoovelen aanzitten, die mij dierbaar zijn—hem te moeten missen, -wien ik inzonderheid van daag gewenscht had hier te zien. Ik meen den -vader mijner vrouw, den heer Niels Vandmo.”</p> -<p>Christine haalde haren zakdoek voor den dag.</p> -<p>„Gij weet genoeg Christine hoe innig ik aan mijnen eenigen -broeder ben gehecht en welken prijs ik op <span class="pagenum">[<a id= -"pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>het kleinood stel, -dat hij aan mijne hoede vertrouwt.”</p> -<p>Hier kreeg madam Gluncke eene heftige hoestbui, wat hoogst ongepast -was. De spreker wierp haar snel eenen blik toe, en vervolgde: -„Daarom dames en heeren willen wij een glas ledigen op de -gezondheid van den vader mijner vrouw, ofschoon hij afwezig is; wij -willen hem toewenschen, dat God hem met Zijne vertroostingen nabij zij -en hem niet al te zwaar het gemis zijner lieve dochter doe gevoelen. -Christine, je vaders gezondheid!”</p> -<p>Toen de bruidegom weer ging zitten, fluisterde hij haastig madam -Gluncke eenige woorden in ’t oor.</p> -<p>„Ik kon het waarachtig niet helpen,” lispelde zij terug, -„je waart onbetaalbaar!”</p> -<p>Daarna verlangde de schoorsteenveger Lunde het woord. Hij was een -lang, mager man met grijs haar en spitsen neus. Met zijn beroep hield -hij zich, wat zijn eigen persoon betrof, niet veel meer bezig: hij -gebruikte daar „zijn volk” voor; in de voornaamste deelen -der stad bekleedde hij alleen nog officieel zijnen post als -schoorsteenveger. Hij had geld en zijne dochter was met eenen -telegrafist getrouwd.</p> -<p>„Als de oudste in dezen kring,” zoo begon hij, „is -het mij zeker wel veroorloofd het gezelschap voor te slaan op de -gezondheid van het bruidspaar te drinken. Wij weten allen, dat wij in -onze jeugd geleerd hebben, dat de Heer heeft gezegd: „het is niet -goed dat de mensch alleen zij!”</p> -<p>De stilte, die nu aan tafel heerschte, was bijna benauwend. De -dienstmeisjes, die juist de borden wilden verwisselen voor het -rundvleesch, moesten staan wachten, terwijl de spreker de geschiedenis -van het huwelijk aan zijne hoorders verklaarde. Hij ging van Adam en -Eva, tot Abraham en Sara, en eindelijk tot Izaäk en Rebekka; -behendig sprong hij Jakob met zijne twee vrouwen over, evenmin sprak -hij over David en Salomo; geleidelijk <span class="pagenum">[<a id= -"pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span>kwam hij nu in zijne -rede op het huwelijk van den tegenwoordigen tijd en eindigde met -’s Hemels zegen over het bruidspaar af te smeeken.</p> -<p>De meesten der dames schreiden, Christine vooral. Juffrouw Evelina -boog wat naar voren en knikte haar vriendelijk toe. Die plechtige -woorden met aanhalingen uit den bijbel, het prachtige feest, alles -maakte zulk eenen indruk op Christine, dat zij een oogenblik bijna -begon te gelooven, dat dit huwelijk wellicht nog tot haar geluk kon -dienen.</p> -<p>Juffrouw Evelina fluisterde Mortensen in: „het gaat mij toch -werkelijk aan mijn hart, dat arme kind!”</p> -<p>Eene lange pauze ontstond er na den toast van den schoorsteenveger, -waarin de dienstmeisjes eindelijk van de gelegenheid gebruik maakten de -borden te verwisselen.</p> -<p>Madam Knoff, die den geheelen tijd beweerde, dat haar man, die -afschuwelijke „Malle Bimbam” het hof maakte, had het -ongeluk haar bord van de tafel te stooten, juist toen zij door een -onverwachten zwenk den sergeant-majoor wilde verschalken. Het geraas, -dat het bord bij het vallen maakte, verschrikte Knudsen zoo, dat hij -van zijnen stoel opsprong, waardoor Andersen dadelijk op vermanenden -toon riep: „Knudsen!”</p> -<p>Madam Gluncke had veel pleizier; zij lachte zeer luid en stootte -haren buurman aan. Haar lachen maakte een begin aan de vroolijkheid. -Mortensen liet de karaffen met Sherry rondgaan en de gasten lieten zich -dien wijn goed smaken.</p> -<p>Toen stond de Redacteur op. „Dames en heeren! terwijl ik -mijnen blik over deze vergadering laat gaan, rijst onwillekeurig de -gedachte bij mij op, wat—zoo ik mij zoo mag uitdrukken,—wat -eigenlijk de vereenigingsband tusschen ons uitmaakt?”</p> -<p>Hij sprak op een pedanten toon en zijne zinnen waren <span class= -"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name= -"pb141">141</a>]</span>volkomen in courantenstijl geordend; daar hij -voelde, dat hij de voornaamste man was en allen met de grootste -opmerkzaamheid naar de woorden luisterden, die van zijne lippen -vloeiden, gebruikte hij eene menigte latijnsche volzinnen en vreemde -bewoordingen; hij ontwikkelde de stelling, dat allen, die hier -vergaderd waren, deel van de groote staatsmachine uitmaakten, schalmen -in de keten der mannen, „tot wie de natie met vertrouwen en -eerbied opziet.”</p> -<p>Zijne rede nam eene nog hoogere vlucht, toen hij in ’t kort de -groote beteekenis van den ambtenaarsstand voor het land ontwikkelde; -altijd meer en meer stijgende, kwam hij eindelijk aan de spits van het -systeem en eindigde hij met een plechtig:</p> -<p>„Dames en heeren, ledig uwe glazen op de gezondheid van onzen -geëerbiedigden koning!”</p> -<p>De toast werd met geestdrift gedronken. Juffrouw Evelina keek den -redacteur van ter zijde even aan, maar zij kon er niet recht wijs uit -worden, of hij zelf werkelijk plechtig gestemd was dan dat hij het -gezelschap voor den gek hield.</p> -<p>Nu bracht de bode van het Hooge Gerechtshof een’ toast uit op -den minister Bennecken, dien de bruigom beantwoordde met eenen toast op -het vaderland; een der spoorwegbeambten sloeg voor op ’t welzijn -van het broederrijk (Zweden) te drinken en eindelijk stelde de -havenmeester voor op de gezondheid der dames een glas te ledigen.</p> -<p>Plotseling riep echter de sergeant-majoor met zijne commandostem: -„Geef acht! Geen gepraat in de gelederen vóór dat -het rundvleesch van tafel is! Men kan door al die toasten waarachtig -niet aan ’t eten komen!”</p> -<p>Deze woorden brachten de vroolijkheid geheel aan den gang en -hartelijk lachten allen over dezen uitval; Christine lachte ook. Toch -keek zij half angstig achter den rug <span class="pagenum">[<a id= -"pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>van haren man om naar -madam Gluncke, die achterover in haren stoel lag en zóó -van lachen schaterde, dat de tranen langs den kleinen vetten neus -rolden. Madam Grüner, die tot nu toe van alles weinig had gegeten, -deed zich aan het gebraden vleesch duchtig te goed, wijl zij zag, dat -niemand in het minst op haar gedrag acht gaf. Toch bleef zij even -slecht geluimd, waardoor haar cavalier zich met onverdeelden ijver aan -zijn toezicht op Knudsen kon wijden. Wanneer hij dronk, fluisterde hij -haar echter altijd op geheimzinnigen toon in, wijl hij aan zijne dame -zag, dat zij vond, dat hij nog al dikwijls zijn glas vulde:</p> -<p>„Met mij ziet gij, loopt het geen gevaar! maar Knudsen, daar -over mij, hij is nog maar op proef, begrijpt gij …. en ik -ben de persoon, die op hem passen moet; „Knudsen!” riep hij -dan, en hoe langer men aan tafel zat, klonk het luider -„Knudsen.”</p> -<p>Bij het dessert heerschte algemeene vroolijkheid en het leven nam, -hoe meer de wijn het bloed verhitte, iedere minuut in luidruchtigheid -toe. Paalsen, die als humorist bekend stond, vergastte op verlangen het -gezelschap op eenige zijner komieke toeren; hij kon bijvoorbeeld -kraaien als een haan, zich op de wangen slaan, waardoor het scheen, dat -men eene flesch leeg schonk, de ooren naar alle zijden bewegen, en meer -van die zaken.</p> -<p>Het kwam Christine voor, alsof dit alles niet heel gepast was. Naar -haren smaak, moest het op eene bruiloft meer ernstig toegaan.</p> -<p>Toen de gastheer Paalsen bedankte, betitelde hij hem uit scherts: -Mijnheer de President van den Hoogen Raad. Van die aardigheid maakte de -Redacteur dadelijk gebruik en hij riep luid: „Generaal Knoff! gun -mij de eer met u te klinken.”</p> -<p>Eerst waren de gasten er wat over verwonderd, maar spoedig vond dit -voorbeeld navolging. De schoorsteenveger <span class="pagenum">[<a id= -"pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>Lunde werd als -inspecteur aangesproken en de bruigom kreeg den titel van minister. -Christine verheugde zich, dat het gezelschap zich zoo weinig met haar -bemoeide; zij kon echter volstrekt niet begrijpen, waarom bijna alle -gasten het van lachen uitproestten, toen Paalsen zich tot juffrouw -Eveline Nielsen wendende, zeide: „Mag mij de eer ten deel vallen, -met de gade van den President te klinken?”</p> -<p>„Gaarne! mijnheer de President;” antwoordde Evelina, en -bloosde even; kort daarna lachte zij echter weer en fluisterde met -Mortensen.</p> -<p>De inspecteur Lunde wilde volstrekt, dat madam Gluncke met eenen -titel zou aangesproken worden, maar zij hield de handen voor de ooren -en riep, dat zij daar niets van wilde hooren. Generaal Knoff, wilde met -den politieagent Andersen klinken, die steeds met glazige oogen naar -Knudsen staarde. Toen de generaal er hem niet toe kon krijgen naar -zijne zijde te zien, nam hij op militaire wijze zijn toevlucht tot een -afdoend middel: hij wierp hem een stukje van een sinaasappel over de -tafel toe.</p> -<p>Ongelukkigerwijze trof het madam Grüner juist in het -aangezicht: „zuur bij zuur!” riep Paalsen uit. Madam -Grüner wilde dadelijk—hetgeen niemand natuurlijk bevreemden -kon—de zaal verlaten en hare buren, de politieagent en de -spoorwegbeambte hadden heel wat werk haar op hare plaats te houden. Dit -kleine onaangename tooneel vergat men echter spoedig, wijl juffrouw -Evelina op den goeden inval was gekomen het roode papiertje, dat om -eene pistache gewikkeld was geweest, in het knoopsgat van den Redacteur -te hechten.</p> -<p>Alles wat er aan gekleurde papiertjes en lintjes op de tafel te -vinden was, werd nu gebruikt om de heeren te decoreeren waardoor het -gezelschap er bij het einde van den maaltijd zeer schitterend uitzag. -Met algemeenen bijval nam men den voorslag van Mortensen aan om de -koffie <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name= -"pb144">144</a>]</span>rond te dienen, terwijl men aan tafel zat, en -dan tevens eene sigaar aan te steken, „juist zoo als zulks te -Parijs mode is!”</p> -<p>Het ging nu zoo levendig aan tafel toe, dat hooren en zien verging -en men bijna zijne eigene woorden niet kon verstaan. Wild schreeuwden -allen over de tafel heen. De woorden „Generaal” -„Minister” „Inspecteur” enz. werden slechts -afgewisseld door het op brullenden toon uitgeroepen -„Knudsen” van Andersen, die zijnen vriend, die den -proeftijd nog niet door gemaakt had, tot orde wilde vermanen.</p> -<p>Christine gevoelde zich hoe langer hoe minder op haar gemak. Zij zag -de beide zijden van de tafel langs en schaamde zich dat het er zoo -slordig uitzag. Groote roode wijn- en bruine sausvlekken, verwelkte -bloemen en komkommersalade, rozijnentakjes, tabaksasch, -sinaasappelschillen, verkreukte servetten en kruimels van gebak en -bitterkoekjes, alles lag door elkaar tusschen de glazen en flesschen -in. Alle gezichten waren rood als pioenen, de dames lachten luidkeels -en de heeren schreeuwden elkander bijna doof, terwijl zij over de tafel -heenlagen; de dikke rook der sigaren vermengde zich met de etenslucht -en den geur van den wijn en de koffie.</p> -<p>Meer dan eens zag zij haren man vragend aan, maar hij lachte haar -geruststellend toe, en fluisterde haar iets in wat zij niet -begreep—hij sprak weer zoo erg onduidelijk.</p> -<p>Toen de gasten eindelijk van tafel opstonden, bleek het spoedig te -benauwd in het vertrek, voor de eetzaal. Madam Gluncke ging daarop heel -familiaar door de keuken en het voorhuis en opende de deuren, die naar -het andere gedeelte der woning geleidden.</p> -<p>Deze kamers waren, wijl de familie nu buiten woonde, maar half -gemeubileerd. De spiegels en lichtkronen waren met wit linnen bedekt, -en de ruiten had men <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" -name="pb145">145</a>]</span>met krijt besmeerd, maar dit half donker en -de aangename koelte, die er heerschte, vonden de gasten juist aangenaam -en weldra hadden zij zich overal verspreid. De piano werd opengesloten -en de jongste juffrouw Lunde speelde: „Zij ging naar het -strand,” enz.</p> -<p>Men kon duidelijk hooren, dat zij het zingen naar de nieuwste -methode had geleerd, zooals hare moeder dan ook het gezelschap -mededeelde, want zij zong:</p> -<p>Zij gi … ng na … a … r -h … ’t stra … nd” enz.</p> -<p>Maar nu ontstond er bij de piano een klein geschil, doordien madam -Gluncke er eigenzinnig op aandrong, dat men zou zingen: „Daar -stonden twee meisjes en zij plantten kool,” terwijl de -jongejuffrouw Lunde op beslisten toon weigerde zulk soort van liedjes -te accompagneeren. Gelukkig dreef het onweer voorbij, doordien de -President van den Hoogen Raad, de heer Paalsen, den arm om Malle Bimbam -heensloeg en de polka met haar begon te dansen. Het bal nam nu -een’ aanvang, een buitengewoon vroolijk bal, dat tot laat in den -nacht in de naakte halfdonkere vertrekken werd voortgezet.</p> -<p>Achter eene deur zat madam Grüner te luisteren naar de -klaagliederen van madam Knoff, die heete tranen schreide over het -gedrag van haren man. Beiden waren het eens, dat het volstrekt geen -fatsoenlijke bruiloft was en dat „Malle Bimbam” nooit in -’t gezelschap van fatsoenlijke lui moest toegelaten worden.</p> -<p>Christine liep van het eene vertrek naar het andere; zij voelde zich -geheel verlaten en ongelukkig; maar toen zij laat in den nacht haren -man in eenen donkeren hoek op zeer vertrouwelijke wijze met madam -Gluncke zag zitten, werd het haar benauwd om het hart—zij verliet -de groote woning, ging naar beneden en draaide den sleutel van hare -kamerdeur om.</p> -<p>Toen de laatste gasten afscheid hadden genomen, scheen het -schemerachtige daglicht door de ondoorzichtig gemaakte <span class= -"pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name= -"pb146">146</a>]</span>vensters. De redacteur had reeds een paar uur -geleden juffrouw Eveline Nielsen naar huis gebracht; de politie-agent -Andersen stond in eene zeer onbeholpen houding tegen de leuning der -trap en fluisterde: „Knudsen!” hij kon niet meer spreken en -evenmin kon hij alleen naar huis komen. De bruigom tuimelde de paar -trapjes naar zijne woning af en toen hij Christines deur op slot vond, -begon hij met geweld te kloppen en te roepen. Christine blies het licht -uit en opende de deur.</p> -</div> -</div> -<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">XIV.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Des zomers woonde de familie Bennecken in een klein in -Zwitserschen stijl opgetrokken huis op het Ladegaardseiland dicht aan -het strand. Het was gebouwd op den grond die aan Falck-Olsen behoorde; -de villa van deze familie was eenige honderden schreden verder op eene -hoogte gelegen.</p> -<p>Wijl de afstand tusschen de twee villa’s dus gering was, -kwamen de familiën veel bij elkaar; inzonderheid ging de familie -van den minister dikwijls naar de fraaie, ruime villa van de -Falck-Olsens, omdat hunne woning vrij klein was.</p> -<p>Mevrouw Bennecken had de economie bestudeerd en dus een open oog -voor de voordeelen, welke deze manier van huishouden aanbood; van haren -kant was mevrouw Falck-Olsen er zeer mee ingenomen, dat hare buren zoo -dikwijls kwamen, daar zij wat afwisseling, waarop zij zeer gesteld was, -aanbrachten.</p> -<p>Zoo hadden de beide familiën jaren lang den zomer doorgebracht -tot wederzijdsch genoegen en voordeel, maar van ’t jaar scheen er -iets aan te haperen: de ellendige Actiën-Bank was er schuld -van.</p> -<p>De algemeene vergadering was op den twintigsten <span class= -"pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name= -"pb147">147</a>]</span>Augustus vastgesteld. Zooals men reeds -vermoedde, had de oude raadsheer Falbe zich niet weer verkiesbaar -gesteld, en nu wilde de heer Falck-Olsen bepaald, dat de minister bij -de keuze voor eenen Directeur zijne stem op hem zou uitbrengen. -Bennecken daarentegen beweerde hardnekkig, dat Falck-Olsen slechts -onder zekere voorwaarden op zijne stem zou mogen rekenen.</p> -<p>Den geheelen zomer zat deze quaestie in de lucht en bedierf aller -genoegen. De dames bespraken de zaak ook dikwijls en werden er soms -zenuwachtig van.</p> -<p>Mevrouw Falck-Olsen vond, dat de minister heel goed haren Ole Johan -zijnen zin kon geven en mevrouw Bennecken beweerde, dat de -groothandelaar het best zou doen naar den raad van eenen man als haren -Daniël te luisteren.</p> -<p>In den namiddag van dien zoo gewichtigen verkiezingsdag zaten de -beide dames, ieder in haar eigen huis op het stoombootje te wachten, -waarmede de heeren gewoonlijk uit de stad kwamen.</p> -<p>Mevrouw Bennecken was slecht geluimd. Al hare overredingskracht had -zij aangewend om haren man tot andere gedachten te brengen, maar te -vergeefs. De minister had zoo gewichtig mogelijk gezegd: „ik kan -het niet Adelaïde!…. ik durf het niet!” en wanneer -hij dien toon aansloeg, wist mevrouw bij ervaring, dat er niets aan te -doen was. Nu zat zij in de huiskamer, die, wijl het huis alleen voor -zomerverblijf was ingericht, volstrekt op geen comfort aanspraak kon -maken; den ganschen dag zich hier te moeten ophouden, was -allertreurigst; het regende dat het goot en de etenslucht drong door de -dunne wanden uit de keuken tot in de zitkamer door<span class="corr" -id="xd26e2748" title="Niet in bron">.</span></p> -<p>De regen werd minder en mevrouw Falck-Olsen besloot haren man van de -aanlegplaats af te halen, toen zij de boot den hoek zag omkomen. -<span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name= -"pb148">148</a>]</span></p> -<p>De twee heeren kwamen van de boot, liepen samen een eindje op en -toen barstte de toorn van den groothandelaar over het hoofd van den -minister los. Hij had niet eerder gelegenheid gehad zijn hart te -luchten, want de boot was stampvol geweest.</p> -<p>„Ja, dat had ik volstrekt niet kunnen denken,” riep hij -op bitsen toon uit, „ik ben verwonderd, ja waarachtig verbaasd -ben ik …. dat gij het hebt durven wagen, -Bennecken …..”</p> -<p>„Het doet mij leed, Olsen, maar ik heb het u vooruit gezegd; -ik heb niet anders kunnen handelen; consideraties van hooger -belang ….”</p> -<p>„Consideraties!—mij dunkt, dat gij mij vrij wat meer -consideratie verschuldigd zijt,…. ja vrij wat -meer ….”</p> -<p>„Nu, nu, Ole Johan!…. maak je niet zoo driftig,” -zeide mevrouw, die hen ontmoette.</p> -<p>„Ik weet niet, waarom jij je in de zaak mengt, moeder! hij -daar,” en met het stompje van zijne sigaar wees hij naar den -minister, „hij bracht zijne stem op Consul Lind uit, en dat -niettegenstaande hij weet, dat, zoo ik wil, zoo …. maar -wat hij van daag heeft gedaan, zal hem berouwen, daar kan hij op -rekenen.”</p> -<p>„Luister een oogenblik naar mij …. -Falck-Olsen,” sprak de minister. Hij was buitengewoon bleek en de -hoeken van zijnen mond zag men zenuwachtig heen en weer gaan, toen hij -beproefde te glimlachen, „hebt gij er nooit aan gedacht, dat het -volstrekt noodig is …. dat u hier iets ontbreekt,” -en de minister legde met waardigheid den vinger op den linker omslag -van de jas des heeren Falck-Olsen.</p> -<p><span class="corr" id="xd26e2770" title= -"Bron: »">„</span>Loop naar den d ….. met die -mooie praatjes, denkt gij mij aan het lijntje te houden. Goddank -scheelt het mij nog niet in het hoofd …. dat zult gij -spoedig genoeg ondervinden.”</p> -<p>Na deze woorden geuit te hebben sloeg hij haastig den <span class= -"pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>weg -naar huis in. Mevrouw Falck-Olsen had de woordenwisseling van de heeren -met belangstelling gevolgd. Zij wisselde eenen beteekenisvollen blik -met den minister en hij knikte bevestigend.</p> -<p>„Kunnen wij er zeker van zijn?” vroeg zij.</p> -<p>„Geheel zeker, als hij zich verstandig gedraagt; dat is te -zeggen …. na verloop van eenigen tijd.”</p> -<p>„Nu dan zal ik de zaak wel opknappen,” antwoordde -zij.</p> -<p>„Ja, zoo gij dat kondt beste mevrouw,” riep de minister -met warmte uit. Hij wilde hare hand grijpen maar die zat onder den -regenmantel zoodat zij met een hoofdknik afscheid moesten nemen.</p> -<p>Toen Mevrouw Falck-Olsen t’huis was gekomen, vond zij haren -man met den hoed op in zijne kamer schrijven, zij hoorde de pen -krassen.</p> -<p>„Je schrijft …. Ole Johan!” vroeg zij op -schijnbaar onverschilligen toon.</p> -<p>„Ja …. ik schrijf naar het kantoor, dat de -rekening van Bennecken van middag opgemaakt moet worden, -dadelijk …. geen oogenblik mag het verschoven -worden.”</p> -<p>„Ja, dat kan ik mij voorstellen, want je bekommert je -natuurlijk niets om zijn aanbod.”</p> -<p>„Aanbod! welk aanbod?”</p> -<p>„Och, je hebt toch altijd den gek geschoren met al die -kinderachtigheden,” ging mevrouw voort, terwijl zij haren -regenmantel afdeed.</p> -<p>„Maar wat bazel je dan toch? wat meen je?”</p> -<p>„Begreep je het werkelijk niet?” vroeg mevrouw, en zij -deed of zij een en al verbazing was.</p> -<p>„Wat begreep ik niet? wat praat je toch voor domme -dingen?” riep hij uit, en draaide naar haar toe.</p> -<p>„Wel heb ik van mijn leven, begreep je werkelijk niet, Ole -Johan wat de minister meende. Sloeg je er geen acht op, dat hij hier -zijne hand legde?”</p> -<p>„Begin jij mij nu ook met die praatjes? neen, -neen …. <span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" -name="pb150">150</a>]</span>ik zal ….” Verder kwam -hij niet, want vol verbazing staarde hij zijne vrouw aan die het -uitproestte van ’t lachen.</p> -<p>„Och, jij verstandige Ole Johan! Hoe zou het met je gaan, zoo -gij mij niet hadt. Wat is dat?” en zij hield hem bij den linker -omslag van de jas vast. „Wat hebben voorname groote mannen hier -gewoonlijk zitten, wat ontbreekt <i>daar</i>? Nu?” Mijnheer de -groothandelaar, Ole Johan Falck-Olsen, tuimelde drie schreden achteruit -en bleef eindelijk voor den spiegel staan; hij keek beurtelings in den -spiegel en naar zijn linker jasomslag, terwijl hij wat aan het -knoopsgat friemelde.</p> -<p>„Denk je werkelijk, dat hij dit meende?”</p> -<p>„Natuurlijk! maar dan moet gij je aan eene bepaalde partij -aansluiten, zoo als hij zegt en dat wil je toch niet.”</p> -<p>„Dan kon je de bal wel eens leelijk misslaan,” riep hij -uit en draaide op zijne hakken rond, „de eene dienst is de andere -waard, verlangt hij niets anders van mij, zoo …”</p> -<p>„Maar beste man, wanneer je dat vroeger had willen doen, zoudt -gij Directeur hebben kunnen worden.”</p> -<p>„Och wat, wat maal ik om dien ellendigen post van Directeur! -denk je dat ik daar een zier om geef? Maar dit …. zie je, -is heel wat anders; dat is werkelijk iets. Zoo het maar vlug in zijn -werk kon gaan!”</p> -<p>„Niet lang geleden stak je den draak met de Gele Vereeniging, -en ik zag dadelijk, dat de minister daar over uit zijn humeur -was.”</p> -<p>„Bravo, Malene! Ik zal den minister vragen mij in de Gele -Vereeniging op te nemen. Ja, ja Malene, Salomo heeft het bij het rechte -eind, wanneer hij zegt: hij die eene goede huisvrouw …. of -zoo iets.”</p> -<p>„Ik vind niet, dat jij je, wat huwelijkszaken betreft, juist -aan Salomo zoudt houden,” antwoordde mevrouw, terwijl zij zich -door haren goed geluimden man liet omhelzen. <span class= -"pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span></p> -<p>Toen Hilda Bennecken, die met dezelfde boot uit de stad was gekomen, -de kamer binnenkwam, was het dienstmeisje bezig de tafel te dekken in -de woonkamer. Eene afzonderlijke eetzaal hield men er buiten niet op -na.</p> -<p>„Nu ben je daar eindelijk …. doornat natuurlijk. -De Hemel mag weten waarvoor je eigenlijk in zulk weer naar de stad -moest gaan, maar zoo doe je altijd.”</p> -<p>„Ja maar mama, van morgen was het zulk helder mooi weer, -en ….”</p> -<p>„Och het mocht wat …. je bent nooit gelukkig in -je plannen, dat is nu eenmaal zoo en daarom verwek je slechts ergernis. -Is Alfred niet meegekomen?”</p> -<p>„Neen, hij heeft mij gevraagd t’huis te zeggen, dat hij -in een restaurant met den zwager van Hiorth, geloof ik, zou -eten.”</p> -<p>„Die gemeene Hiorth!” zeide mevrouw zuchtend en zag naar -de stoomboot, die weer van wal ging.</p> -<p>Hilda was aan zulke uitvallen gewoon. Zij deed haren hoed en mantel -af en hing die in den gang te drogen. Toen zij weer binnen was, waagde -zij te zeggen: „Die arme Christine! zij is volstrekt niet gezond. -Zou het niet goed zijn, zoo wij dokter Rohde eens vroegen, naar haar te -gaan kijken?”</p> -<p>„Hoor, Hilda!” zeide mevrouw, en rood van kwaadheid -stond zij vóór hare dochter, „het verveelt mij -geducht, dat je mij altijd plaagt door over dat mensch te spreken. Eens -vooral, zeg ik je nu, dat ik haren naam niet meer wil hooren -noemen …. geen enkele maal, begrijp je me? Wij hebben meer -voor haar gedaan, dan de meesten in onze positie zouden doen, en je -weet zelf, hoe onze woning in de stad er na die bruiloft uitzag. Nu is -het, dunkt mij, genoeg en ik verbied je een’ voet over haren -drempel te zetten, hoor je? Altijd, bij alles wat jij uitvoert, verwek -je ergernis en onaangenaamheid.”</p> -<p>De minister kwam nu binnen, doch ziende dat er onweer <span class= -"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>aan -de lucht was, vluchtte hij naar de slaapkamer en maakte er toilet, tot -dat hij aan tafel werd geroepen. Toen zij goed en wel aanzaten, zei hij -vriendelijk tot Hilda, want hij zag, dat zij zich de woorden harer -moeder erg aantrok: „Hadt gij al lang met den kamerheer -gewandeld, toen ik je met hem ontmoette?”</p> -<p>„Met den kamerheer,” viel mevrouw boos in, „heb je -hem nu weer je gezelschap opgedrongen! je stelt je zoo belachelijk -mogelijk aan, Hilda, door hem na te loopen ja, wat erger is, je maakt -hem min of meer belachelijk ….”</p> -<p>„Neen, maar Adelaïde,” waagde mijnheer voorzichtig -in het midden te brengen.</p> -<p>„Je kunt toch zelf wel begrijpen, Daniel, dat het voor iemand, -zoo gefêteerd als Delphin, vreeselijk gênant is voortdurend -in gezelschap gezien te worden met eene dame, die …. om -eene zachte uitdrukking te gebruiken …. zoo weinig -gedistingueerd uitziet, als Hilda. Dat is klaar als de dag, naar het -mij voortkomt.”</p> -<p>Hilda kon het niet langer aan tafel uithouden; zij stond op en vloog -de trap op. Toen zij haar laag dakkamertje had bereikt,<a class= -"noteref" id="xd26e2863src" href="#xd26e2863" name="xd26e2863src">1</a> -deed zij de deur op slot en verborg snikkend het gezicht in het kussen. -Dat was toch het vreeselijkst van alles! Zoo leelijk te zijn, dat een -man zich belachelijk maakte als hij met haar wandelde. Hield Delphin -haar misschien voor den gek? En zij, die dacht, dat hij gaarne met haar -praatte ….! Mevrouw Bennecken schreide ook.</p> -<p>„Het is alles jouw schuld Daniel; waren wij niet door jou met -de familie Falck-Olsen gebrouilleerd geraakt, zoo zou alles goed gaan, -maar nu ….”</p> -<p>„Bedaar toch …. beste <span class="corr" id= -"xd26e2870" title="Bron: Adelaïda">Adelaïde</span>…. -wees toch bedaard. De verzoening zal niet lang op zich laten wachten -en ….” <span class="pagenum">[<a id="pb153" href= -"#pb153" name="pb153">153</a>]</span></p> -<p>„Och, zeur me toch niet met dat: bedaar toch <span class= -"corr" id="xd26e2876" title="Bron: Adelaide">Adelaïde</span>! ik -vind die woorden onuitstaanbaar,” zeide mevrouw en nam het deksel -van de schaal af, waarin kalfsvleesch met eene pikante saus was.</p> -<p>Juist toen mevrouw er zich van bediende, hoorde men voetstappen op -de kleine veranda; zij had bijna niet meer den tijd het deksel weer op -de schaal te doen, of de groothandelaar Falck-Olsen stond reeds in de -kamer.</p> -<p>„Aha! dat tref ik gelukkig,” riep hij uit en zijn gelaat -straalde van tevredenheid, „de familie is nog niet aan het eten? -Ik kom speciaal om u mevrouw met eene boodschap van mijne vrouw. Het -zou haar genoegen doen, indien gij dadelijk mee wildet gaan om bij ons -het middagmaal te gebruiken. Zij heeft een paar kuikens laten braden, -die bijzonder goed uitgevallen zijn en zij wil absoluut, dat u ze komt -proeven. En niet waar, Excellentie, gij wilt mij bij een glas witten -portwijn wel gezelschap komen houden,” voegde hij er bij, en stak -hem de hand toe, „wij beiden hebben van daag wel eene extra -hartsterking noodig.” De minister drukte hem hartelijk de -hand.</p> -<p>Mevrouw was een en al verbazing en haar man kon niet nalaten -fluisterend te vragen: „heb ik het je niet gezegd, dat de -verzoening spoedig zou plaats hebben?” Zij zag bijna met eerbied -naar hem op en gewillig ging zij met den heer Falck-Olsen mee. Haar man -riep aan de trap Hilda toe dat zij zich zoo spoedig mogelijk gereed -moest maken, om naar de familie Falck-Olsen te gaan.</p> -<p>Het herstel der vriendschappelijke betrekking tusschen de beide -familiën werd door eene rij van feesten gevierd. Het waren nu -echter niet meer „de groote spijzigingen,” zooals Delphin -altijd zeide, maar meer kleine heerendiners, waarbij men lang aan tafel -zat en waar veel gesproken werd. Delphin kwam spoedig op de hoogte, hoe -de vork eigenlijk aan den steel zat en amuseerde er zich in stilte -mede. <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name= -"pb154">154</a>]</span>Tegen den Redacteur Mortensen, die nu een zeer -geziene gast bij den Heer Falck-Olsen was, was hij zoo beleefd, dat -deze er geheel confuus door werd. Ook vond hij er groot genoegen in, -„madam Olsen” zooals hij haar in intieme kringen noemde, -doodelijk te verschrikken, door haar voor vast en zeker te vertellen, -dat de een of ander der nieuwe gasten een Nihilist was, die altijd met -een revolver in den zak liep.</p> -<p>De groothandelaar zelf vertoonde zich thans in een geheel nieuw -licht; stijf en terughoudend was hij nu in zijn optreden. Niets -ondernam hij vóór den minister geraadpleegd te hebben en -op zijne soirées noodigde hij slechts die personen, die hij met -hoog verlof mocht inviteeren.</p> -<p>Het groote bal in „Olsens danslokaal” dat ieder jaar in -den herfst werd gegeven, werd vervangen door een uitgezocht -„<span lang="fr">thé dansant</span>,” en de heer -Falck-Olsen gaf zijne dochter een wenk om den jongen Hiorth wat -vriendelijk te behandelen.</p> -<p>Sophie had daar volstrekt geen lust in, vooral daar haar vader niet -duidelijk kon zeggen waarom zij zulks eigenlijk moest doen. Over het -geheel was zij misnoegd: met den kamerheer Delphin was zij geen stap -verder gekomen, en te moeten kiezen tusschen Hiorth en Bennecken, was -waarlijk niet iets om zich in te verheugen, of mede te pralen. Deze -beide vrienden hadden gedurende den zomer veel van hunne krachten -moeten vergen. Buiten hunnen diensttijd was hun de taak opgelegd eenen -zwager van Hiorth, den groothandelaar Garman, te amuseeren. Deze heer -woonde wel niet te Christiania zelf, maar dicht bij de stad, in de -badplaats Grefsen; zij hadden zich met zulk eenen ijver van de hun -opgedragen taak gekweten, dat zij niet den tijd hadden gehad zich aan -hunne hartsaangelegenheden te wijden. Toen nu het winterseizoen begon, -waren zij van plan de zaak met ernst aan te vatten. Inzonderheid was -<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name= -"pb155">155</a>]</span>Alfred voornemens alle pogingen in het werk te -stellen in de gunst te geraken van de jonge vrouw van den <span class= -"corr" id="xd26e2901" title="Bron: concierge">conciërge</span>. -Mevrouw Bennecken had echter op zekeren dag in hare slaapkamer een -gesprek onder vier oogen met hem, en het gevolg van die conferentie -was, dat hij Christine met rust liet. Het bevreemdde overigens bijna -iedereen, dat deze in haar uiterlijk zoo veranderd was. Het glanzende -roode haar was nu stroef, en begon uit te vallen; gedurende den -geheelen winter was zij ziekelijk geweest, zij had dikwijls keelpijn en -klaagde over loomheid in de leden.</p> -<p>Haar man ging even glimlachend en even onhoorbaar als vroeger zijnen -gang. Van de bruiloft af had zij een’ inwendigen afkeer van hem -gekregen; hun leven vloot echter kalm en eentonig daarheen en hij -behandelde haar goed. Met den opperloods wisselde Mo voortdurend -brieven, en nu en dan ontving hij een bankbillet. Maar tegen Kerstmis -ontving hij den volgenden brief.</p> -<p>„Mijnheer Mo, nu kan het niet langer meer zoo gaan, want hij -heeft niets anders dan schulden, daarom schrijf ik nu in mijnen eigenen -naam, en Njaedel weet er niets van, want ik begin te gelooven dat het -niet recht in den haak zit met al dat geld dat nu 950 kronen beloopt. -Wanneer voor het dienstpersoneel bij den koning al dat geld gebruikt -is, dan zijn wij niet beter dan de Russen in Rusland en in Petersburg -en ik zal er over in de kranten schrijven, want de man is arm en -behoeftig geworden, en zijn bloed is ziek, omdat hij zich over dat wier -zoo heeft moeten boos maken, en de sloot ligt bijna weer dicht en het -is treurig, hem aan te zien, waarom ik het je, daar gij zijn broer -zijt, schrijf, opdat je om Gods barmhartigheid een eind aan die zaak -maakt, die nu al voor twee jaar opgezonden is aan den koning zonder dat -er antwoord komt, maar alleen onkosten. Ook verlangt hij zeer naar -eenen brief van zijne dochter Christine, die nu je huisvrouw -<span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name= -"pb156">156</a>]</span>is, en hij is er verwonderd over dat zij nu -niets te schrijven heeft, daar gij dikwijls aan ons hebt geschreven, -dat zij gaarne je vrouw zou willen worden, maar dat zij om het verschil -van leeftijd er zich over schaamde waarom wij haar ook schreven zooals -gij ons vroegt te doen, om haar te overreden en meer zulke zaken, maar -ik geloof er nu niets meer van.</p> -<p class="signed">Met achting:</p> -<p class="signed"><span class="sc"><span class="corr" id="xd26e2914" -title="Bron: Laurits">Lauritz</span> Boldemann Sechus</span>.</p> -<p>Oom Anders las dit epistel in de wachtkamer van den minister aan het -Departement. Hij vouwde den brief dicht en wierp hem in de kachel, -terwijl hij het hoofd schudde en glimlachte.</p> -<p>De minister opende de deur. „Ben je doof?…, Mo! ik heb -je tweemaal gescheld.”</p> -<p>Anders Mo stond op en zag den minister met denzelfden niets -zeggenden suffen glimlach aan.</p> -<p>„Maar Mo! wat scheelt je!” riep de minister, „ik -begin waarachtig te gelooven, dat je oud en suf begint te -worden.”</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e2863" href="#xd26e2863src" name="xd26e2863">1</a></span> Het komt -mogelijk vreemd voor, dat een minister in den zomer zoo weinig -overeenkomstig zijnen stand zou wonen, doch in het Noorden behelpen ook -voorname familiën zich gedurende dit jaargetijde, want men is -zelden binnen’s huis. (Vert.) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e2863src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">XV.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dokter Johan Bennecken bleef een jaar lang te Weenen. -Van Hilda alleen ontving hij berichten van huis en van haar hoorde hij -dat Christine met haren oom was getrouwd. Na dit bericht schreef hij -geen enkelen brief meer naar huis en lang dacht hij er over, voor goed -te Weenen te blijven of wel naar Amerika te gaan.</p> -<p>Na den geheelen winter zijn leed gedragen te hebben, kreeg hij in -het voorjaar zulk een verlangen haar nog eenmaal te zien en tevens om -te hooren, hoe alles in ’t werk <span class="pagenum">[<a id= -"pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>was gegaan, dat hij -in het midden van Maart naar het vaderland terugkeerde.</p> -<p>Allerlei gedachten doorkruisten zijn brein en hoe nader hij kwam, -des te verwarder werden zijne denkbeelden. Zij had Alfred dus niet -bemind, maar waarom dan het aanzoek van dien ouden man niet van de hand -geslagen?</p> -<p>Hilda had hem, ofschoon zij nooit meer antwoord ontving, getrouw -gedurende den geheelen winter geschreven en hij had dus ook van haar -gehoord, dat Christine den geheelen winter ziekelijk was geweest. Toen -hij het ouderlijk huis binnentrad, vermeed hij, eenen blik door de -ramen van Mo te werpen, maar liep dadelijk naar boven.</p> -<p>Mevrouw Bennecken slaakte een’ uitroep van de grootste -verwondering toen zij hem zag; in zoo verre was zijne komst eene -verrassing, wijl er slechts vluchtig sprake van was geweest, dat hij -misschien tegen de lente t’huis zou komen.</p> -<p>„Het spijt mij, dat ik u doe schrikken, ik had eigenlijk een -telegram moeten zenden,” zeide Johan.</p> -<p>Mevrouw zag hem met een gespannen onderzoekenden blik aan; er lag -iets zoo droefgeestigs in zijne trekken, dat zij, toen zij hem een -welkomstkus gaf, onwillekeurig mompelde: „je bent in je voorkomen -zoo veranderd, Johan, dat ik je niet dadelijk herkende.”</p> -<p>Hilda kwam ook binnen en vloog hem om den hals.</p> -<p>„Welkom …. welkom, beste Johan, maar wat ben je -veranderd!”</p> -<p>„Vindt gij dat ook?”</p> -<p>„Ja, je ziet er wel tien jaar ouder uit; grijze haren zie ik -in je baard en …. werkelijk Johan …. je haar -is ook uitgevallen, je hebt daar van achteren eene kale plek.” -Haar broeder glimlachte op de hem eigene zwaarmoedige wijze; Hilda -vond, toen zij hem nauwkeurig opnam, dat hij geheel veranderd was, en -het kwam haar voor, dat hij ook meer mank ging. <span class= -"pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span></p> -<p>Toen de minister t’huis kwam, had hij een vertrouwelijk -gesprek met zijne vrouw, en gedurende den maaltijd waren beiden zoo -vriendelijk jegens den teruggekeerden zoon, dat Johans hart er van -begon te kloppen; zelfs Alfred was geheel anders tegen hem dan vroeger. -Johan had het plan gemaakt met Hilda een weinig na het eten te praten, -maar mevrouw voorkwam dit; zij zond hare dochter dadelijk na het -middagmaal uit om eenige inkoopen te doen.</p> -<p>Toen het begon te schemeren, sloop hij de trap af naar de woning van -den <span class="corr" id="xd26e2959" title= -"Bron: concierge">conciërge</span>. Bij de paar trappen gekomen, -die naar Christines kamer voerden, bekroop hem hetzelfde beklemde -gevoel van vroeger, maar nu smartelijker dan toen. Eindelijk verzamelde -hij al zijnen moed en klopte aan. Een niet meer jong dienstmeisje, dat -hij vroeger nooit had gezien, opende de deur. Nu was hij in het -vertrek, dat hij zoovele malen in zijne droomen had gezien, waar hij in -gedachten gedurende zijne afwezigheid zooveel met haar had doorleefd; -eerst waren die droomen zoo vol hoop en verwachting geweest, toen, -nadat hij gehoord had, dat zij getrouwd was, zoo weemoedig, maar nimmer -had hij het denkbeeld van zich kunnen afzetten, dat zij hem eene -verklaring schuldig was. Alles in de kamer herinnerde hem zoo levendig -aan haar, en met moeite kon hij de woorden uit de keel krijgen: -„is zij te huis?” Het dienstmeisje zag hem vreemd aan en -antwoordde: „madam is binnen.”</p> -<p>Een schok ging hem door het lichaam, toen hij haar zoo hoorde -betitelen. De deur van de kamer, die Christine vroeger altijd had -bewoond, stond open. Geen licht was er opgestoken, maar het gaslicht -van de lantaarn, die vlak bij het huis stond, wierp groote gele -vierkante vlekken op den vloer, en de dokter zag dat er iemand in het -bed lag.</p> -<p>Hij naderde en zeide: „Goeden avond, Christine!” -<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name= -"pb159">159</a>]</span></p> -<p>De zieke ging half overeind zitten en staarde hem aan. Johan moest -eenen steun tegen de deur zoeken.</p> -<p>Was dat Christine?</p> -<p>De zieke slaakte een’ kreet en met hare armen maakte zij eene -beweging om hem op een’ afstand te houden. Het dienstmeisje was -zeer boos op hem en zei: „ik dacht, dat gij heel goed met madam -Mo bekend waart.” Buiten de kamer vroeg hij: „welke ziekte -heeft zij, wat scheelt haar?”</p> -<p>„Ja, dat weet ik niet,” luidde het antwoord en zij -opende de voordeur.</p> -<p>Werktuiglijk verliet hij de woning en liep de straat op. Hij had -haar gezien, hij had hare gelaatstrekken zoo duidelijk aanschouwd, dat -hij, al werd hij honderd jaar oud, die nooit zou vergeten. Een -onbepaald angstig gevoel maakte zich van hem meester en met rassche -schreden sloeg hij den weg naar de woning van dokter Rohde in.</p> -<p>De oude dokter zat rustig in zijnen leuningstoel en las de -courant.</p> -<p>„Ei, ei! Is mijnheer de professor in het vaderland -teruggekeerd, welkom t’huis beste jongen, hoe heb je het?” -Dokter Rohde, die de huisarts van de familie Bennecken was, had de -gewoonte behouden de kinderen, die hij van jongs af had gekend, -familiaar te behandelen.</p> -<p>Johan beantwoordde zijne vriendelijke vraag volstrekt niet, maar met -gejaagde stem zei, hij: „wat scheelt Christine?”</p> -<p>„He?…. Christine?” vroeg de dokter en hij nam -zijnen bril af, „o! je bedoelt de vrouw van den <span class= -"corr" id="xd26e2986" title="Bron: concierge">conciërge</span>. -Heb je haar bezocht?”</p> -<p>„Ja.”</p> -<p>„Nu, zoo weet gij, wat haar scheelt,” zeide de oude -geneesheer op ernstigen toon, „het is een van de ernstigste -gevallen, die mij gedurende mijne praktijk zijn voorgekomen. Het -schijnt dat haar gezond lichaam voor de besmetting bijzonder vatbaar -was ….” <span class="pagenum">[<a id="pb160" href= -"#pb160" name="pb160">160</a>]</span></p> -<p>„Maar van wien …. van wien heeft zij de ziekte -geërfd?”</p> -<p>Hij was doodsbleek en zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd.</p> -<p>„Maar mijn goede jongen, hoe kunt ge je die zaak zoo -aantrekken,” vroeg de oude dokter, die echter het verband der -zaken begon te begrijpen, „natuurlijk heeft zij die van haren man -geërfd. Tweemaal is hij in ’t hospitaal in de afdeeling voor -huidziekten geweest, wist gij dat niet, ik heb hem hier in ’t -boek staan, dien ouden schurk!” en de dokter begon in een dik -boek, dat op zijne schrijftafel lag, te bladeren.</p> -<p>„En gij wist het en hebt haar niet gewaarschuwd, dokter Rohde, -dat was meer dan gemeen van u,” en Johan stond met gebalde vuist -voor hem.</p> -<p>„Mijn beste jongen, ik heb waarachtig met je te doen,” -antwoordde hij, „waart gij niet van huis geweest, zoo had ik het -jou als collega medegedeeld, maar je weet zelf, dat, zoo wij doktoren -alles vertelden, wat wij weten, menig voorgenomen huwelijk zou -afspringen, om er nu nog niet eens van te spreken, dat wij ons zelf -veel schade zouden berokkenen. Overigens kwam het mij voor, dat het -ditmaal eene zaak betrof, die je vader meer aanging dan mij.”</p> -<p>„Wilt gij nu nog bovendien beweren, dat mijn vader er van -wist! O, gij zijt en blijft een oude cynicus!” Zijne oogen -fonkelden van toorn en zonder vaarwel te zeggen ging hij weg.</p> -<p>„Arme jongen!” zeide de oude geneesheer en nam de -courant weer ter hand, „het is hem nooit meegeloopen!”</p> -<p>Al de bekenden van Johan Bennecken waren het eens, dat het verblijf -in het buitenland een’ vreemden invloed op hem had uitgeoefend. -Hij bezocht niemand, was nooit te huis en liet zich niets aan zijne -praktijk gelegen liggen. Des nachts, of des avonds laat kon men hem op -straat ontmoeten, meest echter in de nabijheid van <span class= -"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name="pb161">161</a>]</span>het -huis des ministers. Naar het scheen, wilde hij niet herkend worden, -daar hij de kraag van zijne jas steeds over de ooren had getrokken. Men -meende, dat hij gewoonlijk in het ouderlijke huis vertoefde.</p> -<p>Dit was niet het geval. Den geheelen dag zwierf hij buiten de stad -rond, maar wanneer het duister werd, ging hij altijd naar de plaats, -waar hij voortdurend met zijne gedachten was.</p> -<p>Op zekeren avond ontmoette hij dokter Rohde, die juist naar -Christine op weg was.</p> -<p>„Ga mee, je kunt mij van dienst zijn,” zeide de oude -dokter, die hunne laatste ontmoeting vergeten scheen te zijn. Johan -volgde hem; hij kon onmogelijk weerstand bieden aan het verlangen haar -te zien.</p> -<p>Christine kromp ineen, toen zij hem zag binnen komen, maar dokter -Rohde bracht haar tot bedaren en zeide op bijna roerenden toon: -„Zie zoo, beste kind! tracht nu kalm te blijven en stel je niet -kinderachtig aan. Het leven is voor je somber genoeg geweest en je moet -dankbaar zijn, dat ten laatste nog een zonnestraaltje door de -duisternis breekt. Voor zoover ik zien kan, is geen ander geluk voor u -beiden weggelegd, dan dat gij gedurende den tijd, dien gij Christine -nog te leven hebt, je door hem laat verplegen. Vertelt nu aan elkander -alles, wat u op het hart ligt!”</p> -<p>Na deze woorden gezegd te hebben ging de oude cynicus heen; Johan -Bennecken lag langen tijd geknield voor het bed en vertelde alles, wat -in zijn hart was omgegaan.</p> -<p>In het begin begreep zij hem niet, slechts langzamerhand vatte zij, -wat hij bedoelde; toen de volle waarheid haar eindelijk duidelijk werd, -rolde de eene traan na den anderen op haar hoofdkussen en de liefde, -die zij onbewust voor hem had gekoesterd, verwarmde met haren gloed het -arme hart dat zoo veel geleden had; <span class="pagenum">[<a id= -"pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>die liefde deed haar -voor een oogenblik vergeten, in welk een ellendigen toestand haar -lichaam zich bevond en schonk haar eene zaligheid, waarvan zij nooit -had gedroomd. Zij vergat al de fraaie woorden en uitdrukkingen, welke -men haar in de stad had geleerd; in ’t boeren-dialect vertelde -zij hem hoe alles was toegegaan en smeekte hem haar te vergeven, dat -zij hem zoo slecht had begrepen. En beiden schonken zij elkaar -vergiffenis, en beiden trachtten het verledene te vergeten, om in de -oogenblikken, die haar nog waren vergund, alleen voor hunne liefde te -leven. Van dien dag af belastte dokter Bennecken zich met hare -verpleging. Zijne moeder keek hem met een’ uitvorschenden blik -aan, toen hij zulks mededeelde, en hij kon niet nalaten, haar op zijne -beurt scherp in de oogen te zien. Het was eene groote verlichting voor -hem, toen zij op deelnemenden toon zeide: „Die arme Christine, -soms maak ik mij angstig, dat zij de zware rheumatiek, waaraan zij -lijdt, opgedaan heeft in de kelderwoning; niet lang geleden vernam ik, -dat die zoo ongezond moet zijn.”</p> -<p>Nooit werd de naam van Oom Anders door Christine en Johan genoemd, -en oom paste, zooveel hij kon, op, niet t’huis te zijn wanneer -hij vermoedde, dat de jonge dokter er was.</p> -<p>Over het geheel spraken zij weinig met elkander.</p> -<p>Wanneer hij echter de windsels had verwisseld, en alles, wat hij -kon, gedaan had om haren toestand te verzachten, wilde zij, dat hij een -poosje bij haar aan het bed kwam zitten. Doodstil lag zij dan en zag -hem aan, maar had niet gaarne, dat hij haar aankeek, ofschoon hij haar -telkens verzekerde, dat zij in zijne oogen dezelfde van vroeger -was.</p> -<p>Christine had den angst voor het hospitaal, die zoo diep bij den -eenvoudigen burgerman wortel heeft geschoten, en dikwijls maar al te -gegrond is; eindelijk liet zij zich door hem overhalen zich er te laten -heenbrengen. <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name= -"pb163">163</a>]</span></p> -<p>Op den dag, die hiertoe bepaald was, was het heerlijk zonnig -weêr; in den morgen kreeg zij eenen brief van huis, dien zij -slechts met groote inspanning kon lezen.</p> -<blockquote> -<p class="first salute">„Lieve Christine!</p> -<p>„De Lensmand zeide, dat ik eene schriftelijke klacht moest -indienen, en dat heb ik gedaan, en nu is dat papier weer naar mij -teruggezonden, en ge kunt niet half gelooven, hoe het er uitzag, door -naamteekeningen en aanteekeningen als: „Aan den korporaal ter -inzage, terug aan den ambtman en den ingenieur der openbare wegen en -eene menigte proosten hebben er ook wat opgeschreven en ten laatste was -er op de laatste zijde nog maar een klein onbeschreven plaatsje over, -en daar schreef ik: „Juist zoo als ik verwacht -heb,—Sechus,” maar de ambtman moet daarom heel boos op mij -zijn.</p> -<p>„Maar dat is nu niet het ergste, maar het is goed, dat gij het -goed hebt, zooals ge laatst schreeft, want wij hebben het niet goed, -wat ik je eerst niet heb willen vertellen, daar ik je niet treurig -wilde maken, maar nu moet het uit mijne pen, want nu staan de zaken -geheel verkeerd. Je vader is zoo arm als een bedelaar geworden, ja, hij -is doodarm, hij bezit niets meer, alles is weggegaan aan die zaak, -waarmede je man te doen heeft, en buitendien is het nog zoo gesteld, -dat hij niet meer werkt, dus nu kunt ge wel denken hoe het gaat; hij -zit maar op zijnen stoel, en tuurt naar den muur. Dat moest ik u nu -vertellen, want gij moet t’huis komen en de zaken hier wat aan -den gang helpen, het gaat mijn verstand te boven, en ik begin te -gelooven, dat hij er krankzinnig van kan worden, maar zoo je niet kunt -komen, schrijf hem dan ten minste iets goeds, liefst van de zaak.</p> -<p class="signed">Uw oude vriend,</p> -<p class="signed"><span class="sc">Lauritz B. Sechus</span>.</p> -</blockquote> -<p><span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name= -"pb164">164</a>]</span></p> -<p>Christina legde het hoofd in ’t kussen en schreide. Gedurende -den geheelen winter had zij haar best gedaan zoo vroolijk mogelijk naar -huis te schrijven en de opperloods had haar op denzelfden toon -geantwoord: nu begreep zij, dat zij de waarheid voor elkaar verborgen -hadden en een vreeselijk heimwee kreeg zij naar het ouderlijk huis en -de kust in het westen<span class="corr" id="xd26e3056" title= -"Niet in bron">.</span> Een brief met goede tijding wilde zij, zooals -de opperloods had verzocht, dadelijk aan haren vader schrijven; zij -ging dus rechtop in bed zitten en begon.</p> -<blockquote> -<p class="first salute">„Lieve Vader!</p> -<p>„Nu ik hoor, dat het u zoo slecht gaat, ben ik er in mijn hart -innig bedroefd over en schaam ik mij ook, want nu begrijp ik, dat het -leelijk van mij was van u weg te gaan. Maar nu moet gij het mij maar -vergeven, en er van overtuigd zijn, dat ik u in mijn hart zoo innig -lief heb. Ik kan niet naar huis komen, want ik ben niet recht gezond, -maar anders heb ik het heel goed.” Christine hield even op om wat -uit te rusten: het schrijven vermoeide haar zeer, en het kostte haar -veel inspanning op dien toon te vervolgen. Zij dacht, dat God haar wel -zou vergeven, dat zij, om haren vader niet te bedroeven, de volle -waarheid niet schreef—hij had reeds genoeg te dragen.</p> -<p>Een rijtuig reed door de poort. Het dienstmeisje kwam binnen en -zeide fluisterend: „de dokter.”</p> -<p>De wagen van het hospitaal kwam haar halen.</p> -<p>Eene huivering voer haar door de leden en toen zij de pen weer ter -hand nam, was het haar niet langer mogelijk de waarheid te -verzwijgen!</p> -<p>„Neen, lieve vader, het is niet waar, dat het mij goed gaat; -het is met mij naar gesteld, zoo naar als het maar kan; nu komen zij -mij halen, want ik ga sterven; ik <span class="pagenum">[<a id="pb165" -href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span>zal u nooit weer zien en ook -niet meer de zee en ons huisje; groet den opperloods.</p> -<p class="signed">Vaarwel! <span class="sc">Uw</span><br> -<span class="sc">Christine</span>.”</p> -</blockquote> -<p>Zij was zoo uitgeput, dat de dokter, toen hij aan het bed trad, met -naphta de levensgeesten moest opwekken. Hij schreef het adres op den -brief en hielp haar in den wagen tillen. Ofschoon het vervoer met de -meest mogelijke voorzichtigheid had plaats gehad, was de zieke, toen -zij in het oude hospitaal weer te bed lag, geheel uitgeput.</p> -<p>Zeer lang lag zij met gesloten oogen; toen zij ze eindelijk opende, -gleed er een glimlach over haar gelaat. Door het raam zag zij de -heldere, blauwe voorjaarslucht; de zonnestralen vielen in het nette, -vriendelijke vertrek, dat haar door zijne zorg was afgestaan.</p> -<p>Christine wendde het gelaat naar hem toe: „Hartelijk dank voor -alles, Johan. Hier zal het sterven mij niet moeielijk vallen.” En -zij strekte zich uit tusschen de helder witte lakens en sloot de -oogen.</p> -<p>Maar de glimlach bleef liggen op het uitgeteerde gelaat, dat door de -ziekte zoo geheel veranderd was, en die glimlach maakte haar in zijne -oogen weer even schoon als in vroegere dagen.</p> -</div> -</div> -<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3094" title= -"Bron: XVII">XVI</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In eenen donkeren, regenachtigen, woesten nacht voer -de groote stoomboot, die op weg van Christiania naar Tromsö was, -door de Flekkefjord.</p> -<p>De postbeambte van het vaartuig had juist even aan de brug het -postpakket afgegeven; slechts twee of drie brieven en eenige couranten -bevonden zich in het taschje <span class="pagenum">[<a id="pb166" href= -"#pb166" name="pb166">166</a>]</span>van zeildoek, waarnaar toch met -verlangen werd uitgezien.</p> -<p>„Krijgen wij slecht weder, stuurman,” riep de -postbeambte den stuurman toe.</p> -<p>„Wis en zeker,” luidde het antwoord, „wanneer wij -bij Egersund inloopen, zal ik je waarschuwen.”</p> -<p>„Best,” zeide de postbeambte en hij verdween in de -kleine hut, waarin eene lamp met kap een gezellig licht -verspreidde.</p> -<p>In <span class="corr" id="xd26e3111" title= -"Bron: Christiaansand">Kristiansand</span> was een dikke zak met -brieven voor het buitenland aan boord gekomen, waardoor de nauwe hut -vol lag met zakken en zeildoektasschen, die alle met eenen posthoorn -gemerkt waren. Op de kleine sofa lagen pakketten bij hoopen, en de -tafel, die vóór de plank met de vele loketten stond, lag -vol brieven. De postbeambte, een jong tamelijk gezet man met blonden -baard nam op zijne tabouret plaats, na zijne pet met gouden band eerst -te hebben opgehangen, blies in de verkleumde handen, en begon daarna, -om wat orde in dien chaos te brengen, aan het sorteeren der brieven. -Hij werkte ijverig door, want zoo lang de boot in betrekkelijk kalm -water was, moest hij den tijd ten nutte maken.</p> -<p>In het salon brandden slechts twee lampen, die half waren -neêrgedraaid; eenige heeren lagen er in hunne plaids gewikkeld op -de sofa’s.</p> -<p>In de dames-kajuit was het heel stil; zoo goed als het ging, -trachtte men er in slaap te komen en met huivering dacht men aan het -oogenblik, waarop de boot weer in volle zee zou zijn.</p> -<p>De machine werkte met zware regelmatige slagen, die aan het -achtergedeelte van het vaartuig eene gelijkmatige beweging gaven. Met -tergende regelmatigheid sloeg een lampeglas tegen een koperen voorwerp -en een onvermoeid voetganger liep op het halfdek heen en weer, altijd -maar heen en weer over de hoofden van hen die zoo gaarne wilden slapen. -<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name= -"pb167">167</a>]</span></p> -<p>Een hevige wind woei over de klippen en huilde in het touwwerk, maar -in het fjord was het water volkomen kalm. De stuurman beval het volk -tusschendeks zich te reppen en alles goed vast te binden, want men zou -dadelijk in volle zee zijn.</p> -<p>In de hut van den postbeambte lagen nog eene massa brieven door -elkander. De brieven die voor ’t Noorden bestemd waren, werden op -zijde gelegd: eerst was het zaak voor de meer nabijgelegene stations te -zorgen. Brieven van allerlei soort en met allerlei adressen waren -er—leelijke, dikke, scheeve letters, die de geheele enveloppe -bedekten; kleine fijne damesletters, die als vliegepootjes over het -gladde velijn liepen; groote onbeduidende brieven van het een of ander -bestuur in dikke grove enveloppen met lak verzegeld en portvrij; verder -waren er nog loterijbrieven, minnebrieven, brieven met geldswaarde, of -wel brieven waarin om betaling werd gemaand,—een geheimzinnig -hoekje vol verrassingen, teleurstellingen, verdriet, verlies en -onverwachte uitkomst was die kleine hut op de groote boot, waarin de -postbeambte de brieven zoo vlijtig en kalm door zijne dikke vingers -liet glijden. Het vaartuig begon meer en meer te schudden, zoodat hij -begreep, dat men de fjord uit was. Hij verzorgde alles zoo goed -mogelijk; de meeste pakketten legde hij op den grond, daar waren zij -ten minste voor vallen bewaard. Daarna nam hij alles van de sofa, en -met het kleine brievenpakket voor Egersund in de hand, kroop hij in een -hoekje om ten minste nog een beetje te slapen. De lamp zwaaide -ondertusschen voortdurend heen en weer in het toestel, waarin zij hing. -Nu begon de ellende in het dames-salon eerst recht; telkens wanneer de -stewardess de deur opende om zich even te verwijderen, hoorde men een -jammerlijk gesteun. De onvermoeide voetganger had ook zijnen meerdere -gevonden; als een beeld der ellende zat hij, <span class= -"pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name= -"pb168">168</a>]</span>terwijl de sporen van de ziekte, waaraan hij -leed, op zijne jas te zien waren, op het dek; bitter voelde hij zich -teleurgesteld: een zijner vrienden had hem wijs gemaakt, dat het -onmogelijk was zeeziek te worden, zoo men maar zorg droeg voortdurend -in beweging te zijn en op het dek te blijven.</p> -<p>De heeren, die in het salon lagen, moesten zich aan den rand der -tafel vasthouden om niet van de sofa’s op den vloer te recht te -komen, het tikkend geluid, dat het lampeglas den geheelen tijd had -gemaakt, was door honderden andere tergende geluiden vervangen, die -zich telkens, naarmate de boot op en neer ging, lieten hooren. Wanneer -het vaartuig op de eene zijde viel, kraakten de lambrizeeringen in de -salons en de koppen, die in rijen aan de zoldering van het buffet -hingen, rinkelden dat het een aard had. Dan stond de boot op eens recht -overeind, doch viel dadelijk naar de andere zijde over en al de koppen -rinkelden weer mee. Eene tabouret en eene paar bij zeeziekte onmisbare -zaken, rolden met volle vaart in het heeren-salon, eerst naar den -eenen, toen naar den anderen kant; eene deur vloog uit het slot, en -sloeg regelmatig open en toe; de machine werkte met alle -krachtsinspanning, nu eens met een brommend geluid, dan weer met een -vreeselijk geraas en schuddende beweging, wanneer de schroef voor een -oogenblik uit het water kwam. In het hoekje van den postbeambte sliepen -de brieven kalm in de pakketten, en de postbeambte sliep, met de -brieven voor Egersund bestemd in de hand, ook rustig te midden van al -dat gebalder door; en al degenen, die langs het strand of meer in het -land woonden, en aan wie de brieven waren geadresseerd, lagen ook ter -neer en sliepen, uitgenomen de een of ander, die gedurende den nacht -onrustig heen en weer liep, wachtende op het reeds zoo lang gevreesde -bericht en zich in slaap wiegde, met de zoete hoop, wanneer hij het -loeien van den storm <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" -name="pb169">169</a>]</span>hoorde, dat de post misschien wel veel -later zou aankomen.</p> -<p>„Postmeester!” riep de stuurman door een kiertje van de -deur, „nu zijn wij dicht bij Egersund.”</p> -<p>„Hier is de post,” en verschrikt sprong de aangesprokene -van de sofa, terwijl hij het pakket in de hoogte hield.</p> -<p>„Ha, ha, ha, je schijnt hem duchtig geraakt te hebben,” -zei de stuurman lachend, „houdt gij mij vrij voor een borrel, zoo -trakteer ik op bier.”</p> -<p>„Ja, ja,” antwoordde de postbeambte nog op slaperigen -toon.</p> -<p>De stuurman kwam fluks met eene flesch en een glas terug; zooveel -plaats was er nog, dat hij de deur achter zich toe kon trekken.</p> -<p>„Hondeweer!” zeide hij, en terwijl hij dronk, droop het -zeewater van zijne oliejas, en kon men de heldere droppels water in -zijnen lokkigen baard zien glinsteren.</p> -<p>Plotseling hoorde men uit de machinekamer een schel klokje -luiden.</p> -<p>„Hei ho!” riep de stuurman en zette oogenblikkelijk de -flesch neer, en weg was hij. „Zijn wij er reeds! Ja, -waarachtig!”</p> -<p>De postbeambte rekte zich zoo goed als de kleine ruimte zulks -gedoogde uit, greep in haast de pet met gouden band, en ging met het -postpakket naar het dek.</p> -<p>De dag brak aan; koud en nat was het, alles vertoonde zich in een -droevig, grijsachtig licht. De naakte klippen zagen in de zware -stormlucht geheel zwart; er viel een fijne regen. Te Egersund hield de -boot maar een oogenblik stil, zij vervolgde spoedig haren weg en de -beambte begon weer zijne pakketten in orde te brengen.</p> -<p>Toen het eindelijk dag was geworden, werden de pakketten, die langs -de geheele kust bezorgd waren, geopend en de brieven werden heinde en -ver verspreid. Hij, die eenen brief had verwacht, ontving er geen; hij, -<span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name= -"pb170">170</a>]</span>die des morgens bij het opstaan noch aan de post -noch aan een’ brief had gedacht, lachte of schreide ’s -middags of ’s avonds over een stuk papier.</p> -<p>Hetzij de brieven verwacht werden of niet, zij kwamen toch aan hun -adres te recht, en uit de kalme kleine hut van den postmeester werden -langs het strand en over het land eene menigte verrassingen, -teleurstellingen, niets beteekenende berichten, zorgen, onverwacht -geluk en ook onverwachte ondergang verspreid, terwijl de stoomboot al -noordelijker en noordelijker stevende en de slaperige postmeester bij -elke landingsplaats met een ander pakket op het dek kwam.</p> -</div> -</div> -<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3161" title= -"Bron: XVIII">XVII</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was reeds tien uur in den morgen, en nog was -Njaedel niet aan zijn werk begonnen.</p> -<p>In het vertrek, waar hij zat, was de vloer koolzwart, half verrot -stroo en een paar gescheurde dekens zag men in het bed; de klink van de -deur, die toegang tot de keuken gaf, was gebroken waardoor zij half -open stond en onder den schoorsteen stond een zwarte koffieketel op een -klein turfvuurtje.</p> -<p>Met starren blik keek Njaedel door de kleine ruiten. Hij was nog -niet half klaar met het voorjaarswerk, en het was al half April. Zijne -krachtige armen hingen slap langs zijn lijf, de zware baard was om de -hoeken van den mond geheel grijs, en de rug was meer gekromd dan -vroeger. Zoo als hij in dat lage vertrek zat, terwijl de regen in dikke -droppels neerviel en de wind in den schoorsteen gierde, lag over deze -reuzengestalte eene doffe hulpeloosheid.</p> -<p>Zijne gedachten liepen altijd denzelfden cirkel rond, <span class= -"pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name= -"pb171">171</a>]</span>waarin zij zich nu bijna twee jaren lang hadden -bewogen. Zij bepaalden zich slechts tot „die zaak” waaraan -nooit een eind scheen te komen.</p> -<p>Al het geld, dat uitgegeven was, al de goede woorden en beloften van -zijnen broeder, al zijne verwachting en al zijne teleurstellingen, -alles, wat hem al dien tijd in spanning had gehouden, scheen zijne -krachten ontzenuwd en verlamd te hebben; het was, alsof hij streed met -eene donkere, geheimzinnige macht, zonder iets van den strijd te -begrijpen.</p> -<p>Diep in het gebergte had hij tegen bergverzakkingen te strijden -gehad, maar dat was een eerlijke kamp geweest en toen hij het onderspit -had moeten delven, was er een eind aan gekomen. Maar hier werd hij door -iets anders vervolgd. Waar hij zich ook heen wendde, overal stiet hij -tegen iets kouds, iets weeks, dat hij niet verbrijzelen kon en dat -hardnekkig weerstand bleef bieden. Hij ontmoette het op weg, wanneer -hij naar de kerk ging en de lieden voor hem op zij gingen; hij -ontmoette het op het Thing, waar hij bij alle gelegenheden moest -hooren, dat hij voor de rechters was geweest; wanneer hij zijn werk aan -de sloot weder wilde opnemen, zag hij het opnieuw; hij gevoelde zich -als in boeien geslagen; overal ontmoette hij hindernissen, die hij niet -scheen weg te kunnen ruimen en zoo verrichtte hij voortdurend in stal -en huis eigenlijk vrouwenarbeid; want hulp wilde hij niet -aanschaffen.</p> -<p>Op de plaats waar hij zat en door de morsige ruitjes tuurde, kon hij -bijna niets van de halfvoltooide sloot zien. Het graven van die sloot -was zijn grootsche plan geweest, toen hij te <span class="corr" id= -"xd26e3180" title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> een poosje was -geweest. Zij zou de grens van het zand uitmaken, zijne hoeve tegen het -drijfzand beschutten. Tevens was hij van plan geweest wilgen, teenen en -helm aan het strand te planten, op de wijze die in de courant was -aangegeven. <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name= -"pb172">172</a>]</span></p> -<p>Al die plannen waren in duigen gevallen; Börevig zond zijn -arbeiders in grooten getale om wier te halen en hunne diepe wagensporen -vertoonden zich langs zijnen akker, die vlak aan het strand lag, -waardoor het drijfzand, nu nog gemakkelijker dan vroeger, zich eenen -weg kon banen.</p> -<p>De opperloods Sechus kwam door de keuken binnen.</p> -<p>„Goeden dag, Njaedel! hier kom ik met een brief van -Christiania.” Njaedel zag even op en een glimlach verhelderde -zijn gezicht. De brieven van Christine waren zijne eenige vreugde.</p> -<p>„Wil je koffie hebben, Sechus?”</p> -<p>„Neen, dank je,” antwoordde deze; hij had geene groote -gedachte van Njaedels koffie.</p> -<p>Hij opende den brief en schrikte, toen hij de zonderlinge, scheeve -lijnen en het onzeker schrift zag, bovendien had de inkt, overal waar -hare tranen waren gevallen, het papier bevlekt.</p> -<p>Hij las den inhoud voor, die hoewel kort, zooveel bevatte; een -oogenblik later las hij hem opnieuw. Njaedel uitte geen woord, maar -zijn gelaat was doodsbleek geworden. Toen de opperloods den brief op de -tafel legde, nam hij dien in de hand en staarde er op, ofschoon hij -geen schrift kon lezen. Lang had de opperloods zijnen toorn opgekropt, -nu brak die los en hij riep op driftigen toon, terwijl hij van zijnen -stoel sprong: „Hier zit schurkerij achter, Njaedel! zoo -waarachtig als ik Lauritz <span class="corr" id="xd26e3199" title= -"Bron: Boldeman">Boldemann</span> Sechus heet, ben ik er zeker van, dat -de duivel de hand in ’t spel heeft. Ik vertrouw je broer -niet …. neen, geen zier, hoor! Eerst heeft hij ons -verteld, dat Christine volstrekt met hem trouwen wilde, maar dat zij -bang was, dat haar vader er tegen zou zijn. Zoo kreeg hij ons er toe -haar te bepraten en haar raad te geven en bracht hij ons in den waan, -dat de vreugde en vroolijkheid er opgeschept waren. Maar ik -<span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name= -"pb173">173</a>]</span>heb al lang aan Christine’s brieven -gemerkt”…. verder kwam hij niet want de stem stokte hem in -de keel. Hij ging naar de keuken en snoot daar met veel geweld den -neus.</p> -<p>„Neen, neen, neen,” antwoordde Njaedel en hij schudde -het hoofd, „je moogt geen kwaad van Anders zeggen, als je met hem -bekend waart, zoo ….”</p> -<p>Daar werd de buitendeur voorzichtig geopend en Sören -Börevig sloop door de keuken binnen.</p> -<p>„Wat komt gij hier doen?” schreeuwde Njaedel en sprong -op hem toe. Sören kwam voorzichtig nader maar ging naast den -opperloods staan.</p> -<p>„Ik kom de groeten en goede berichten brengen van bekenden in -Amerika. Ik heb vandaag ook eenen brief ontvangen.”</p> -<p>Njaedel stopte gauw Christines brief in de lade van de tafel.</p> -<p>„Eerst kan ik den opperloods de groeten van zijne zuster doen; -zij is weduwe geworden, zooals je weet,” zeide Sören op -zalvenden toon.</p> -<p>Neen, de opperloods had nog geen brief met dat bericht ontvangen. -Sören Börevig haalde nu den brief, dien hij van zijnen -broeder had ontvangen, voor den dag en las luid: „Mrs. Johnson, -de zuster van den opperloods te <span class="corr" id="xd26e3218" -title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> heeft mij gevraagd hem voor -haar te groeten, en te vragen of hij niet naar Amerika wil komen en bij -haar in huis zou willen wonen, of in de buurt land koopen.”</p> -<p>„Daaraan heb ik waarachtig al dikwijls gedacht,” bromde -de opperloods in zijnen baard.</p> -<p>„In den brief staat ook nog wat, dat voor jou bestemd is, -Njaedel,” zeide Sören en zag na op welke pagina het -stond.</p> -<p>„Ik heb geene bekenden in Amerika,” antwoordde Njaedel -kort af. <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name= -"pb174">174</a>]</span></p> -<p>Sören glimlachte een weinig. „Is je geheugen zwak -geworden? Kijk hier staat het: Bij Mrs. Johnson woont ook een meisje -van <span class="corr" id="xd26e3231" title= -"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, zij heet Anna, en zij heeft mij -gevraagd hare groeten te doen aan Njaedel Vatuemo, en hem te zeggen, -dat zij het goed heeft, en dat haar jongen frisch en gezond is en -precies zulk rood haar heeft als zijn vader.”</p> -<p>Njaedel zag op, dacht een weinig na, en zei daarna op zachten toon: -„wel—heeft hij ook rood haar!”</p> -<p>Sören keek beurtelings Njaedel en Sechus aan en vond dat het -oogenblik gunstig was om te zeggen, waarom hij eigenlijk was -gekomen.</p> -<p>„Je bent zeker nog niet klaar met het voorjaarswerk, -Njaedel?” vervolgde hij het gesprek.</p> -<p>„Wat raakt dat jou?” zeide Njaedel dadelijk weer op -heftigen toon.</p> -<p>„Och, niet veel, maar zoo gaat het nu eenmaal in de wereld; de -buren willen altijd graag op de hoogte van elkanders zaken zijn. -Betaalde je geen tweeduizend zeven honderd rijksdaalders voor de -boerderij—hm?”</p> -<p>Njaedel bromde een onverstaanbaar antwoord.</p> -<p>„Ik praatte wat met den advocaat Tofte, toen hij hier kort -geleden was,” ging Sören voort, en schijnbaar onverschillig -keek hij uit het raam, „hij beweerde dat uwe boerderij met eene -zware hypotheek belast is.”</p> -<p>„Laat mij met vreê, Sören!” riep Njaedel -dreigend uit.</p> -<p>„Nu, nu!” viel de opperloods in, „laat Sören -toch voor den dag komen met wat hem op het hart ligt, want je kunt hem -aanzien dat hij iets te vertellen heeft. Nu, Sören, zeg ronduit -wat ge wilt.”</p> -<p>Sören Börevig hield er volstrekt niet van op zulk eene -wijze zaken te behandelen, deze twee gingen te recht op den man af; -maar in dit geval was er niets aan te doen, hij moest zich daarnaar -voegen.</p> -<p>„Ja …. ik dacht nu zoo bij mij zelf, dat, daar -Njaedel nu <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name= -"pb175">175</a>]</span>op eene met hypotheek bezwaarde hoeve zit, hij -mogelijk lust zou hebben haar te verkoopen?”</p> -<p>„Wat biedt je er voor?” vroeg Njaedel.</p> -<p>„Ho, ho! ik heb niet gezegd, dat <i>ik</i> juist zou -willen ….”</p> -<p>„Wat biedt je?” herhaalde Njaedel.</p> -<p>„Twee duizend vijf honderd rijksdaalders.”</p> -<p>„Voor dien prijs gaat het niet!” riep de opperloods boos -uit, „dat zou precies genoeg zijn om zijne schuld af te lossen. -Buitendien heeft hij zooveel grond ontgonnen, dat er nu dubbel zooveel -land bij de boerderij behoort, als toen hij ze kocht. Neen Sören, -je moet een hooger bod doen!”</p> -<p>„Ik neem het bod aan,” zeide Njaedel en hij strekte de -hand uit, „de koop is gesloten.”</p> -<p>De opperloods wilde bedenkingen maken, maar Njaedel gaf er hem den -tijd niet toe. Sören Börevig was geheel in de war geraakt; op -die wijze deed hij volstrekt geen zaken, neen dat scheelde wat. -Intusschen haalde hij een gezegeld stuk papier, dat in een stuk van een -courant was gewikkeld, voor den dag. Het was …. ja, het -was misschien wel goed den koop op schrift te hebben. „Ik heb -hier een papier …. dat een koopcontract wordt genoemd en -zoo ….”</p> -<p>„Je bent een slimme kerel,” zeide Njaedel op honenden -toon, „geef mij pen en inkt, Sechus!”</p> -<p>Hoe de opperloods ook tegenstribbelde, het hielp niets. Njaedel nam -de pen en trok eenige dikke strepen, die den naam Njaedel moesten -voorstellen. Voor meer was er geen plaats, maar die naamteekening werd -als voldoende beschouwd. Toen dit geschied was, trok hij zijn buis aan, -zette de pet diep in de oogen en verliet met zware stappen het -vertrek.</p> -<p>„Wanneer hij het verlangt, want hij weet vandaag niet recht, -wat hij doet, moet de koop als niet gesloten worden beschouwd, -hoor,” zeide de opperloods, eer hij ging zien, waar Njaedel was -heen gegaan. <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name= -"pb176">176</a>]</span></p> -<p>Sören Börevig vouwde het contract samen, en stak het -papier in den zak met eene grijns, welke de opperloods gelukkig niet -zag.</p> -<p>Njaedel liep een weinig voor hem uit de hoogte op, de opperloods -volgde hem op den voet.</p> -<p>Toen zij boven waren gekomen, zeide Sechus: „Je moet met mij -mee naar Amerika trekken.”</p> -<p>„Met leege handen,” antwoordde Njaedel op mismoedigen -toon.</p> -<p>„Met zulke knuisten als gij hebt, kunt ge overal -vooruitkomen,” antwoordde de opperloods, „ik voor mij heb -grooten lust er heen te gaan. Van mijn huisje kan ik dadelijk afkomen, -daar is mij dikwijls geld voor geboden, en het beetje geld dat ik -bespaard heb, kan ik ook dadelijk in handen krijgen. Hier hebben wij -niets meer te doen, Njaedel. Ik betaal het geld voor je overtocht, -wanneer je weer iets begint te verdienen, kun je het mij terug betalen. -En bovendien heb je aan de andere kant van de zee een jongen en ook -eene vrouw …. dat hangt van je zelf af …. ga -met mij mee!”</p> -<p>Njaedel was blijven staan en staarde voor zich uit<span class="corr" -id="xd26e3296" title="Niet in bron">.</span> Hier van de hoogte gezien -scheen al, wat hij gedurende de jaren, die hij er woonde, verricht had, -zoo gering. Hij liet zijne blikken langs de muren om zijne akkers gaan, -waarvan hij elken steen kende en hij dacht aan al het werk en al de -moeite, die hij er aan ten koste had gelegd.</p> -<p>Daarna viel zijn blik op den akker en de half voltooide sloot, en -meer en meer verbitterd werd hij, wanneer hij dacht aan al de plannen, -die hij gemaakt had, toen hij hier kwam wonen. Hij dacht ook aan den -tijd terug, toen de lange Anna nog te Krydsvig woonde, toen Christine -nog thuis was en alles zoo goed ging. Op het zand, waar de branding -tegen de rotsen sloeg, viel zijn oog; de zee lag grauw en hopeloos -vóór hem, zij scheen door den dikken mist, die er over -hing, alle gedachten, <span class="pagenum">[<a id="pb177" href= -"#pb177" name="pb177">177</a>]</span>die zich naar het Westen wilden -richten, tegen te houden. En hoe donkerder de regenwolken er uitzagen, -nadat de hevige wind was gaan liggen, des te somberder en mismoediger -werd hij gestemd; het was de reactie na de heftige opwelling, waarin -hij zijne boerderij had verkocht, en waarin hij alles had prijs -gegeven.</p> -<p>Maar in al zijne zorg over Christine, over zich zelf, over zijn -verspild leven, in al de bekommering die hem nu zoo ter neer drukte, -schenen de laatste woorden van den opperloods eene kleine lichtstraal -aangebracht te hebben. Te midden van dat sombere, droefgeestige grauwe -waarin hij tuurde, ontdekte zijn oog een klein lichtpunt, en meer en -meer nam het in helderheid toe, en kreeg den vorm van een kinderhoofd: -een’ klein blank kinderkopje zag hij met roodlokkig haar.</p> -<p>Hij haalde diep adem, en zag met verbaasden blik om zich heen. -Daaraan had hij nooit gedacht! er was nog iets, waarvoor het waard was -te leven, dat hem hoop in de toekomst gaf.</p> -<p>„Wil je met mij gaan?” vroeg zijn vriend weder.</p> -<p>„Ja!” luidde zijn antwoord, en in zijne volle lengte -rekte hij zich uit, „maar eerst wil ik naar Christiania om te -zien hoe Christine het maakt en of ik de zaak in orde kan -krijgen!”</p> -<p>„Och neen ….. nu is het toch hetzelfde, hoe het -met de zaak afloopt en ……”</p> -<p>„Ik wil graag, vóór ik naar Amerika trek, met -mijne eigene ooren hooren zeggen, dat ik gelijk heb,” viel -Njaedel hem in de rede en zijne oogen fonkelden.</p> -<p>„Goed, goed!” antwoordde de opperloods, die begreep dat -het maar het best was, hem niet tegen te spreken; „in de lente -doen er wel schepen met landverhuizers Christiania aan, denk -ik.”</p> -<p>Bij zich zelf vond Sechus het volstrekt zulk een gek plan niet naar -Christiania te gaan. Eerstens was het noodig <span class= -"pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name= -"pb178">178</a>]</span>alvorens te vertrekken, eens naar Christine te -kijken en dan koesterde hij de zoete, stille hoop, dat het hem in de -hoofdstad toch wel gelukken zou, vat te krijgen op den persoon, die -over alle Lensmands, opzichters en ingenieurs van de openbare wegen -geplaatst was. Het zou toch vermakelijk zijn te ondervinden, dat men in -het goede Noorwegen eenen weg in zulk eenen toestand kon laten.</p> -</div> -</div> -<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3324" title= -"Bron: XIX">XVIII</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Christine was nog niet lang in het hospitaal opgenomen -geweest, of alle bewijzen waren voorhanden, dat de dood spoedig volgen -zou. De ziekte, die in zoo korten tijd haar sterk lichaam had gesloopt, -greep eindelijk de hersens aan, en na een’ dag in bewusteloozen -toestand te hebben verkeerd, ontsliep zij op eenen Zondagavond.</p> -<p>Johan was tot het laatste oogenblik bij haar gebleven; toen alles -was afgeloopen, liep hij doelloos zonder op iets of iemand acht te -geven de eene straat na de andere door; den kraag van de jas had hij -volgens gewoonte hoog opgetrokken.</p> -<p>„Goeden avond … dokter Bennecken,” zeide de -kamerheer Delphin, die juist zijne huisdeur opende, „ga met mij -mee naar mijne kamers, wij kunnen onder een glas wijn en eene goede -sigaar den tijd wat trachten te dooden.”</p> -<p>„Een saaie kerel, die dokter Bennecken,” mompelde -Delphin bij zich zelf, toen de andere zonder een stom woord te zeggen, -verder ging.</p> -<p>Delphin stak zijne lamp aan, verwisselde zijnen rok—hij kwam -van eene soirée,—tegen zijn chambre-cloak, stak eene -sigaar aan, dronk een glas wijn, en begon toen, al wandelende door -zijne twee fraai gemeubileerde kamers, <span class="pagenum">[<a id= -"pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span>de gebeurtenissen van -den dag één voor één te herdenken.</p> -<p>Sedert dat groote bal in den herfst bij de Falck-Olsens, was hij -meer en meer op vertrouwelijken voet met Hilda Bennecken gekomen; in -den laatsten tijd echter, ja eigenlijk den geheelen winter had zij zich -meer van hem teruggetrokken. Wel kon het nu en dan gebeuren, dat hij er -haar toe kreeg den gezelligen vroolijken toon van vroeger aan te slaan, -maar dat duurde slechts voor een oogenblik; dadelijk verviel zij weer -in die zonderlinge verlegene houding, die hij niet kon begrijpen, maar -welke oorzaak was, dat een vertrouwelijk gesprek tot de onmogelijkheden -behoorde.</p> -<p>Delphin klopte de asch van zijne sigaar tegen de kachel af en begon -aan andere zaken te denken.</p> -<p>Van avond had zij hem ronduit gezegd, dat zij voortaan niet met hem -wilde opwandelen, wanneer zij elkaar op straat ontmoetten en dat zij -liefst niet meer met hem wilde dansen.</p> -<p>Opnieuw wilde hij zijne gedachten met iets anders bezig houden, maar -altijd draaiden zij weer om Hilda’s beeld; hij bleef voor den -spiegel staan, zag zich strak aan, en zeide: „Hoor nu eens, -George, hoe het eigenlijk met je gesteld is!”</p> -<p>Hij ging voor zijne schrijftafel zitten en schreef vlug:</p> -<p>Beste George! Het doet mij onuitsprekelijk leed te hooren, dat ook -gij, in wien ik zoo veel vertrouwen stelde, het beet hebt gekregen, -want:</p> -<div lang="de" class="lgouter"> -<p class="line">„Wer zum ersten Male liebet,</p> -<p class="line">—Sei’s auch glücklos, ist ein -Gott,</p> -<p class="line">Aber—wer zum zweiten Male</p> -<p class="line">Glücklos liebt,—der ist ein Narr.”</p> -</div> -<p class="first">En Madame Börresen heeft mij er alles van -verteld: je bent verliefd, kerel! <span class="pagenum">[<a id="pb180" -href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span></p> -<p>Nu ja—dat zou ik nu zoo erg niet vinden, maar dat gij verliefd -zijt op eene kleine apin met hondenoogen en eenen platten neus, dit -geeft eene ontaarding van de edele organen te kennen, en dat doet mij -innig leed.</p> -<p>Waart gij ten minste maar een man met karakter maar dat ben-je niet, -dat weet-je zelf al te goed, want je mist mij, maar waart gij beiden in -eenen persoon vereenigd, zoo zou ik je willen zeggen:</p> -<p>Opperbest, mijn jongen, dat is het beste geneesmiddel voor je, de -eenige manier waarop gij het wrak van je in stukken geslagen -levensschip kunt redden. Neem ze—hoe leelijker zij is, des te -beter; presenteer haar dadelijk in de salons en zeg luid: „Dames -en heeren, ik ben er trotsch op, dat zij mij heeft gekozen!” dan -was er misschien eenige hoop op je redding, dan waart gij niet langer -die akelige stakker, die je nu bent en wel altijd blijven zult. -Amen!</p> -<p>Hij wierp de pen weg, en ledigde het glas, dat voor hem stond.</p> -<p>Uit het gasthuis was Johan Bennecken, op den Wergelands weg, waar -Delphin woonde, terecht gekomen; hij had eenen grooten omweg door de -buitenwijken der stad gemaakt, tot aan Homannsby zelfs.</p> -<p>Half uit gewoonte sloeg hij den weg naar het ouderlijk huis in, -om—nu alles voorbij was—nog een blik te werpen door die -laag gelegen vensters, in dat vertrek waarin hij zoo innig had -liefgehad, maar ook zooveel had geleden.</p> -<p>Daar gekomen, zag hij een’ man voor de poort, die moeite -scheen te hebben het sleutelgat te vinden. De dokter herkende dadelijk -Mo en wilde voorbij gaan, want aan zijne waggelende houding bemerkte -hij, dat de <span class="corr" id="xd26e3378" title= -"Bron: concierge">conciërge</span> dronken was. Niettegenstaande -hij een’ diepen afschuw jegens hem koesterde, keerde hij een paar -stappen terug en hielp hem in huis. <span class="pagenum">[<a id= -"pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span></p> -<p>Anders Mo was niet zoo dronken of hij herkende den dokter.</p> -<p>„Ja …. de dokter is een goedhartig man,” zeide -hij op zijnen deemoedigen toon, „werkelijk een heel goedhartig -man, en dat zegt Christine ook.”</p> -<p>Toen hij haren naam noemde en aan zijn gezicht eene vrome plooi -wilde geven, was Johan zijne woede niet langer meester: hij greep hem -bij de schouders en schudde hem heftig heen en weer.</p> -<p>„Zij is dood!” riep hij knarsetandend uit, „en gij -hebt haar vermoord!”</p> -<p>Mo haastte zich den sleutel aan de binnenzijde in het slot te steken -om ze te sluiten, hij schudde het hoofd en mompelde: „och -… och, arme Christine! is zij werkelijk gestorven? wie zou dit -hebben kunnen gelooven …. noch de minister, noch -mevrouw ….”</p> -<p>„Meng mijn vaders naam niet in de afschuwelijke daad, die gij -gepleegd hebt,” riep Johan en hij zette zijnen voet tegen de -poort om Mo het sluiten te beletten. Een oogenblik kreeg deze het -bewustzijn terug. De oude man stiet de poort zoo ver dicht, dat zij op -eenen kier stond. Het gaslicht viel door de smalle opening op het -bleeke gezicht met den valschen glimlach om den mond, met dat -zilverwitte naar achter gestreken haar, en op duidelijken doch wat -gedempten toon zeide hij: „De minister zoowel als mevrouw wisten -het heel goed, maar zij wilden dat ik haar zou nemen, opdat gij haar -niet krijgen zoudt,” en met een onbeschrijfelijk kwaadaardigen -grijns stak hij zijne tong tegen den dokter uit, terwijl hij de poort -dicht sloeg en den sleutel tweemaal omdraaide. Johan Bennecken tuimelde -tegen den lantaarnpaal en als verlamd bleef hij daar geruimen tijd -staan.</p> -<p>Een jongen met eene ladder kwam op het trottoir: „man, ga wat -verderop tegen eenen muur leunen, ik moet hier bij de lantaarn om het -gas uit te draaien.” <span class="pagenum">[<a id="pb182" href= -"#pb182" name="pb182">182</a>]</span></p> -<p>De dokter ijlde weg, alsof de grond onder hem brandde. In het Oosten -begon de dag zich te vertoonen, eerst grauwachtig, dan rooder en -rooder, totdat de zon opging; een vriendelijk stralende -lentezon—het was de eerste Mei—bescheen de daken der huizen -en verguldde de kerktorens.</p> -<p>Hij liep maar altijd voort, kwam in het oude gedeelte der stad, en -keerde terug, altijd maar vóór zich starende en altijd -geplaagd door dezelfde gedachten en denzelfden twijfel. Dat zijne -moeder er niet onkundig van was geweest, hij kon zich die mogelijkheid -hoe vreeselijk ook, haar te moeten gelooven, voorstellen. Zij was -altijd zoo overdreven bang voor alles, wat een schandaal kon -veroorzaken. Maar zijn vader—de brave edeldenkende man, zou die -medeplichtig zijn? Die gedachte wierp hij ver van zich.</p> -<p>Mo was toch dronken, wist niet wat hij zeide, en was er altijd op -uit met duivelsche boosaardigheid anderen te belasteren.</p> -<p>Maar wat hielpen al deze redeneeringen?</p> -<p>De twijfel brandde als eene gloeiende plek meer en meer in zijne -ziel: hij moest zekerheid hebben.</p> -<p>Zoodra het besluit, naar zijne ouders te gaan, en hun ronduit de -waarheid te vragen, bij hem vast stond, kwam hij tot meer kalmte. -Intusschen kon er geen sprake van zijn op dit vroege uur te komen; een -paar uren moest hij minstens nog wachten, en hij ging dus naar de kade, -waar reeds volle bedrijvigheid heerschte. Werkvolk en sjouwerlui gingen -naar de haven, leerjongens liepen naar hunne werkplaatsen met hunnen -kleinen koffieketel en hunne boterhammen in een papier gewikkeld in de -hand; fabriekmeisjes riepen elkander en gingen dan samen verder, -lachende en elkander hare nachtelijke avonturen vertellende, terwijl -politieagenten, die er slaperig uitzagen, zich voortsleepten en met -verlangen hunne aflossing verbeidden. <span class="pagenum">[<a id= -"pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span></p> -<p>Eene bevolking van een eigenaardig karakter bewoog zich op dit uur -van den dag op straat: alle individuen geleken op elkaar, allen hadden -een armoedig uiterlijk. Een welgekleed heer, die den nacht buitenshuis -in vroolijk gezelschap had doorgebracht, sloop, druipstaartend als een -hond en min of meer met zijne houding verlegen, in dien helderen -zonneschijn naar zijne woning.</p> -<p>En intusschen waren de lieden, die in de fraaie gedeelten der stad -woonden nog in diepen slaap gedompeld, achter neergelaten valgordijnen -en gegrendelde deuren. Een verheven majestueuse slaap verkwikte hen, -die over de stad, over den staat, over het volk en al zijne -kleinoodiën zorgden; en hoe helder de morgenzon ook scheen, kon -zij toch het mysterie niet opklaren, hoe het kwam, dat zij die sliepen, -juist diegene waren, die waakten en dat over diegene, die wakker waren, -gewaakt werd door hen, die sliepen. Steeds levendiger ging het echter -langs de kade en in de haven zoowel als in de nauwe straten toe.</p> -<p>De kleine stoombooten lieten hun schel gefluit hooren en staken van -wal; een weinig verder lag in de haven eene groote stoomboot, die juist -van de Westkust was gekomen, en wachtte, totdat de havenmeester plaats -voor haar aan de kade zou maken; visschersbooten kwamen binnenloopen; -eenige visschers waren reeds aan het loven en bieden met de opkoopers -en de dikke vischwijven, die groote, platte manden voor zich hadden -staan.</p> -<p>Johan liep altijd maar voort; eindelijk kwam hij aan de Vestingkade, -waar eene groote, groengeschilderde Engelsche stoomboot ankerde. De -door stoom bewogen hijschmachine was druk aan den gang, volk liep af en -aan op het vaartuig; tonnen en biervaten stonden in rijen langs de kade -en in den vorm van eene pyramide was een groot aantal kisten op -elkander gestapeld, waarop Noorsche namen en Amerikaansche adressen -geschilderd waren. <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" -name="pb184">184</a>]</span></p> -<p>Uit een der groepen van mannen en vrouwen met kinderen, allen in -nieuwe baaien pakjes gestoken, trad een rijzig jonkman in bont katoenen -hemd en zomerjas gekleed.</p> -<p>„Goeden morgen Johan! al zoo vroeg in de kleeren? Herkent gij -mij niet?”</p> -<p>Johan herkende hem, het was een oud schoolkameraad, dien hij in -jaren niet had ontmoet.</p> -<p>„Waar zijt gij al dien tijd geweest?” vroeg hij.</p> -<p>„In Amerika, kerel,” antwoordde hij vroolijk. -„Emigrantenagent—eene prachtige winstgevende zaak! maar, -bliksems veel gezeur en ergernis ook.</p> -<p>„Thans zit ik er leelijk in moet je weten, want op de -plaatsbiljetten, welke die lieden gekocht hebben, staat gedrukt: een -Noorsch dokter bevindt zich aan boord, en de kerel, dien ik had -geëngageerd, maakt nu allerlei zwarigheden en laat mij per slot -van rekening nog in den steek. Maar …. waarachtig, daar -denk ik juist aan, jij bent ook dokter—Johan, <i lang="en">come -along</i>! goede voorwaarden, hoor maar eens!”</p> -<p>En nu begon de agent met zulk een rappe tong al de voordeelen, aan -die betrekking verbonden, op te sommen, dat zijn eigen plan, hem zelf -zoo begon toe te lachen, dat hij eindigde met te zeggen: „Zie -zoo, dat is afgemaakt, die zaak is in orde. Hier is de nieuwe -dokter,” vervolgde hij, zich tot de om hem heen geschaarde -landverhuizers wendende.</p> -<p>Johan moest onwillekeurig om hem lachen, maar zeide ja noch neen. -Wanneer hij alles wel overwoog, was het eigenlijk het verstandigste, -dat hij maar toesloeg.</p> -<p>Het was nu ongeveer zeven uur. Hij beloofde later op den dag nader -bescheid te geven en begaf zich naar het ouderlijk huis.</p> -<p>In de voornamere stadswijken begon het thans wat levendiger te -worden. De winkels werden geveegd en de <span class="pagenum">[<a id= -"pb185" href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span>spiegelruiten -gezeemd. Eenige eerzame burgers in de Karel-Johanstraat waren bezig de -vlaggestokken uit de dakvensters te steken, want men verwachtte den -koning in den loop van den dag.</p> -<p>„Wie is daar?” riep mevrouw Bennecken, toen Johan aan de -deur der slaapkamer klopte.</p> -<p>„Ik ben het …. Johan, ik moet vader -spreken.”</p> -<p>„Neen …. neen …. -Johan …. je kunt nog niet binnen komen!” maar hij -hoorde niet en deed de deur open.</p> -<p>„Maar Johan, wat beteekent dat,” riep zijne moeder -vertoornd uit, terwijl zij zich achter het bedgordijn verschool: zij -was „<span lang="fr">en profond -négligé</span>”; de minister lag nog in bed.</p> -<p>„Ja …. neemt het mij niet kwalijk, maar ik moet -met u beiden spreken.” Zijn hart klopte zoo heftig, dat hij eerst -bijna geen woord kon uitbrengen. „Ik ben hier …. om -u te vragen …. vader …, of u, of moeder iets -aangaande de ziekte van Mo wist, toen hij met Christine -trouwde?”</p> -<p>Er ontstond eene kleine pauze; eindelijk begon de minister: -„Ik vind je binnenkomen hier heel ongepast -en ….”</p> -<p>„Antwoord mij! antwoord mij,” riep Johan.</p> -<p>De heer Bennecken ging overeind in bed zitten en beproefde met eene -uitdrukking op het gelaat, die eerbied moest inboezemen, zijnen zoon -aan te zien, maar dit wilde in zijn nachttoilet waarin het dunne grijze -haar naar alle kanten uitstond, volstrekt niet gelukken. Had hij zich -in al zijne heerlijkheid kunnen vertoonen, misschien zou het hem gelukt -zijn, meester van de positie te worden: zoo als hij daar nu echter in -zijn bed zat, een heel gewoon ongeschoren oudachtig heer, viel -eensklaps de buitengewone eerbied, dien zijn zoon voor hem had -gekoesterd, als een kaartenhuisje ineen, en op een ijskouden toon, die -hem zelf bijna verschrikte, <span class="pagenum">[<a id="pb186" href= -"#pb186" name="pb186">186</a>]</span>zei hij: „Vader—vader! -ik heb mij in u vergist!”</p> -<p>Maar nu kreeg mevrouw hare tegenwoordigheid van geest terug, -„ik verzoek je Johan met meer respect tot je vader te -spreken …. en hoor bedaard wat ik je zeggen wil. Gij weet -zelf …. als dokter heel best, dat de ziekte, waarop gij -doelt, nooit door fatsoenlijke lieden wordt genoemd.”</p> -<p>„Ja, dat is het juist,” riep haar zoon uit. „Vele -malen heb ik er mijne gedachten over laten gaan, wat de reden is, dat -die vreeselijkste aller ziekten verlof heeft, incognito overal binnen -te sluipen, terwijl het niet fatsoenlijk is, haar bij haren waren naam -te noemen. O …. gij weet niet, wat gij gedaan hebt, -moeder!”</p> -<p>„Wat heb ik dan gedaan! je bent van je zinnen beroofd, -jongen!” riep mevrouw toornig uit. Zij kon het zich niet -voorstellen, dat die sul van een Johan hier met het uiterlijk van een -rechter voor haar stond.</p> -<p>„Adelaïde!” klonk het voorzichtig uit het bed.</p> -<p>Maar Johan ging kalm voort. Nu hij zekerheid had was het, of de -vulkaan, die in hem brandde, op eens uitgedoofd was. „Dat gij -trachttet mij te verhinderen haar tot vrouw te nemen, kan ik begrijpen, -en zou ik misschien hebben kunnen vergeven, maar dat gij haar zoo -moedwillig in het verderf liet loopen. O …. gij weet niet -hoe edel en goed zij was, en hoeveel zij heeft moeten -lijden …. Nu is zij gestorven, en ik vertrek van avond. -Vaartwel!”</p> -<p>„Waar naar toe?” vroeg mevrouw.</p> -<p>„Naar Amerika,” antwoordde Johan, die reeds in de deur -stond.</p> -<p>„Naar Amerika! dat gaat volstrekt niet! Daniel!” riep -zij haren man toe.</p> -<p>„Het is eene ernstige zaak, en vóór alles is het -noodig dat wij bedaard zijn,” zeide de minister.</p> -<p>In de eetzaal kwam Hilda, nog maar half gekleed haren <span class= -"pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name= -"pb187">187</a>]</span>broeder te gemoet; op hare slaapkamer had zij -een groot gedeelte van het gesprek gehoord.</p> -<p>„Johan—Johan!” riep zij half snikkend uit, -„wat is het toch?…. wilt gij weer weggaan?”</p> -<p>„Ja, Hilda, nu ga ik voor goed naar Amerika. Het doet mij leed -voor jou, arme zus, want je staat dan weer zoo eenzaam,” en hij -drukte haar tegen zich aan.</p> -<p>„Ach …. ach ….!” snikte -Hilda …. „kan ik niet met je meegaan, -Johan?”</p> -<p>Zij zeide die woorden zonder die nu juist ernstig te meenen, maar -haar broeder vatte het anders op, en toen Hilda hem op zijn aanbod om -hem te volgen antwoordde, dat mama het nooit zou toestaan, zeide hij op -harden toon: „Och! het zijn de twee verschovelingen maar, die -heen gaan, buitendien vragen wij geen verlof. Reis met mij mee en help -mij, totdat gij iets beters voor je zelf vindt.”</p> -<p>„Neen—maar Johan! is het je werkelijk ernst?”</p> -<p>„Waarom niet? Wat lot staat je hier t’huis te wachten? -Trouwen zult ge wel niet …. neem het mij niet kwalijk, dat -ik het zoo maar ronduit zeg …. en gij behoort tot een te -voornamen stand om hier een nuttigen werkkring te vinden. Gij past -volkomen voor Amerika.”</p> -<p>Juist kwam mevrouw uit hare slaapkamer. „Ah -zoo …. gij zijt nog niet weg, Johan …. dat -tref ik, want ik wilde nog wat met je praten.”</p> -<p>„Hilda gaat met mij mee,” zeide Johan tot antwoord.</p> -<p>Mevrouw deed eene zwakke poging om te lachen.</p> -<p>„Nu ik ben blij, dat ik dit hoor; het heele plan was dus maar -eene scherts, ja, ja, dat dacht ik wel.”</p> -<p>„Neen, moeder, het is ernst,” antwoordde Johan droogjes. -„Hilda, pak nu je boeltje bij elkaar, wij gaan van avond aan -boord.”</p> -<p>Hilda was geheel verward, maar de gebiedende toon, waarop haar -anders zoo vreesachtige broeder tot haar <span class="pagenum">[<a id= -"pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>sprak, maakte zulk -eenen indruk, dat zij hem gehoorzaamde en de eetzaal verliet.</p> -<p>„Luister nu, Johan,” zeide mevrouw, en zij plaatste zich -recht voor hem, „ben je gek, of ben je alleen dronken? Geloof je -werkelijk, dat je vader en ik zulk een schandaal zullen -gedoogen?”</p> -<p>„Ik kom van avond Hilda halen en verhindert gij haar de -noodige toebereidselen te maken, dan kunt gij u op een nog grooter -schandaal voorbereiden,” klonk het uit zijnen mond en hij ging -naar de deur.</p> -<p>Mevrouw Bennecken stiet eenen gil uit en viel achterover op eenen -stoel. „Maar, Johan!” riep de minister in de deur der -slaapkamer, hij had zijne pantalon nog in de hand, „help Mama -toch, je ziet dat zij in onmacht is gevallen!”</p> -<p>„Dat is zij niet,” antwoordde hij en verliet het -huis.</p> -</div> -</div> -<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3529" title= -"Bron: XX">XIX</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De agent voor de landverhuizers wreef zich vergenoegd -in de handen, omdat hij zoo gemakkelijk aan eenen dokter gekomen was, -en keek naar een stoomboot, die uit het Westen was gekomen, waarvoor nu -plaats aan de kade was gemaakt vlak tegen het Engelsche vaartuig -aan.</p> -<p>Zijn scherpe blik zag, overal zoekend naar landverhuizers rond en -weldra ontdekte hij Njaedel en den opperloods, die juist aan wal -gekomen waren. Door de menigte drong hij heen en voegde zich bij -hen.</p> -<p>„Landverhuizers, naar ik zie,” zeide hij, terwijl hij -hen groette.</p> -<p>De opperloods beantwoordde zijnen groet maar toen de agent hem den -reiszak, dien hij in de hand droeg, wilde afnemen, wilde hij volstrekt -niet hebben, dat die netgekleede heer zich daarmede belastte. -Intusschen praatte de <span class="pagenum">[<a id="pb189" href= -"#pb189" name="pb189">189</a>]</span>agent onophoudelijk door en hielp -hen uit het gedrang, want velen spoedden zich naar het pas aangekomen -vaartuig. Njaedel volgde hen op den voet, hij zag alles met groot -mistrouwen aan.</p> -<p>„Zie zoo ….. daar ligt de boot op welke gij de -reis zult maken, een prachtig vaartuig …. <i lang= -"en">first class altogether</i>, hebt gij al biljetten?”</p> -<p>„Neen!” antwoordde de opperloods.</p> -<p>„<i lang="en">Very well!</i> De biljetten krijgt gij aan -boord, wees zoo goed aan boord te gaan!”</p> -<p>„Hoe laat vaart de boot af?” vroeg Njaedel.</p> -<p>„Morgen ochtend heel vroeg,” antwoordde hij en met eenen -woordenvloed, die Njaedel bijna deed duizelen, begon hij al de -voordeelen van de onderneming, waarvoor hij passagiers werfde, op te -sommen; hoe gelukkig het voor hen was, dat zij dadelijk, toen zij aan -land kwamen, hem ontmoetten, en hoe gemakkelijk het was, dat zij van -avond reeds aan boord konden komen, dat zij op deze manier de kosten -voor huisvesting spaarden, enz.</p> -<p>Dit laatste betoog had de gewenschte kracht; zij volgden den agent -naar boord en in minder dan een kwartier hielp hij hun aan kooien op de -tweede klasse voordeks. Hij droeg zorg voor de biljetten, ontving de -vooruitbetaling, schreef de quitantie, en beëindigde de zaak, door -de handen vrij hard tegen elkaâr aan te slaan, herhalende: -„<i lang="en">all right, first class altogether!</i>”</p> -<p>Toen dit alles in orde was, gingen zij weer aan land. Njaedel -fluisterde den opperloods in ’t oor: -„Wanneer … die mooi gekleede mijnheer maar geen -schelm is, hij praatte zoo in eenen adem door.”</p> -<p>De opperloods lachte medelijdend en zei, dat dit Amerikaansche -manier was. Hun bleef nog over zich omtrent „de zaak” op de -hoogte te stellen en Christine in het hospitaal te bezoeken.</p> -<p>Njaedel was van meening, dat zij regelrecht naar den <span class= -"pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name= -"pb190">190</a>]</span>koning moesten gaan, maar de opperloods lachte -weer medelijdend en begon aan allen, die hij ontmoette, den weg naar -het ministerie te vragen.</p> -<p>Hij had geen geluk; de meesten lachten of antwoordden met eene -geestigheid, anderen bleven staan om hen na te kijken. Zij zagen er ook -in het <span class="corr" id="xd26e3574" title="Bron: oogvallend">oog -vallend</span> uit: de kleine, roodwangige opperloods in zijn geel -zeemansbuis en pelsmuts en de reusachtige gestalte, naast hem, met den -gekromden rug, den dikken verwarden langen baard en de buitengewoon -heldere onschuldige kinderoogen.</p> -<p>Zij gevoelden, dat zij de opmerkzaamheid trokken, vooral toen zij in -de voorname stadswijken kwamen. De opperloods vroeg niet meer zoo -direct aan ieder den weg; aan den hoek van het postkantoor gekomen, -zeide hij moedeloos: „Het is waarachtig al tien uur.”</p> -<p>Juist keken zij op den kerktoren, toen een net gekleed heer met -papieren onder den arm den hoek omkwam.</p> -<p>De opperloods vatte moed en zei: „Neem mij niet -kwalijk …. maar kan u ons ook zeggen, waar het ministerie -is.”</p> -<p>„Welk ministerie?”</p> -<p>„Is er meer dan één,” vroeg de opperloods -op moedeloozen toon.</p> -<p>„Och mijn beste man,” antwoordde de heer, „hoe zou -het oude Noorwegen het met <i>één</i> Departement kunnen -stellen! maar wat komt gij eigenlijk in het Departement -doen?”</p> -<p>„Naar „de zaak” vragen,” antwoordde -Njaedel.</p> -<p>„Dat is te zeggen,” verklaarde de opperloods nader, -„het is over het wier aan het strand en een groot afvoerkanaal of -sloot.”</p> -<p>„Ja, groote afvoerkanalen vindt men in alle departementen meer -dan genoeg,” zeide de zoo goedig uitziende heer, „maar met -het wier is het eene andere zaak.” <span class="pagenum">[<a id= -"pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span></p> -<p>„Het is aan dat departement, waar een minister is,” -verklaarde de opperloods verder.</p> -<p>„Och mijn beste buitenman, waar is geen minister! Wij hebben -er elf van dat soort.”</p> -<p>Nu zonk den opperloods de moed geheel in de schoenen, en hij zag -zijnen vriend radeloos aan.</p> -<p>„Daar heb ik een broer,” zeide Njaedel.</p> -<p>„Ah zoo! en hoe heet hij?”</p> -<p>„Hij heet Anders—Anders Mo.”</p> -<p>„Ah, Mo! o dien ken ik heel goed; zoo zoo, is hij uw broer, -gaat dan beiden maar met mij mee, ik ga denzelfden kant uit.” Hij -ging vooruit en de beide anderen volgden hem.</p> -<p>„Hij hoort tot de echt voorname lui,” fluisterde -Njaedel, „want hij schaamt zich naast ons te loopen.”</p> -<p>„Ik vertrouw hem nog niet recht,” antwoordde de -opperloods voorzichtig.</p> -<p>„Hier breng ik u twee echte exemplaren van het uitstervend -dierenras „Volk” zeide George Delphin tot Mortensen, toen -hij met den opperloods en Njaedel de kamer, waarin deze zat, binnen -kwam; „en hier mijne heeren,” en hij wendde zich tot de -twee reizigers, „ben ik zoo vrij u den waren „vriend des -Volks,” den heer Mortensen voor te stellen.”</p> -<p>De redacteur stond op en boog deftig, ofschoon hij nooit recht op -zijn gemak was, wanneer de hoofdcommies schertste. In eenige -hoogdravende bewoordingen zeide hij, welk een genoegen het hem deed, -zoo van aangezicht tot aangezicht te staan tegenover hen, die de -eigenlijke kern van het volk uitmaakten. Noorwegens eerlijke, vrije -mannen, enz.</p> -<p>Deze kleine comedie lokte Oerseth en drie of vier andere heeren uit -de aangrenzende kamers; de opperloods had echter het bolle bleeke -gelaat van Mortensen nauwkeurig beschouwd en voelde, dat hij op het -punt stond in drift <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" -name="pb192">192</a>]</span>uit te barsten; toch gelukte het hem zich -te bedwingen.</p> -<p>„Deze heeren,” zeide de bureau-chef, terwijl hij zich -gereed maakte heen te gaan, „beveel ik uwe bijzondere zorg aan, -mijnheer Mortensen! en ik betwijfel volstrekt niet of gij zult met -vreugde van de gelegenheid gebruik maken, u den waren Vriend des Volks -te toonen.”</p> -<p>„Pardon, mijnheer Delphin,” antwoordde Mortensen een -weinig knorrig, „maar van daag hebben wij wezenlijk geen tijd -gekheid te maken.”</p> -<p>„Gekheid,” zeide Delphin, „gekheid? Hoorde -wellicht een der heeren of de commies Mortensen van -„gekheid” sprak?—Ik kan mij zulks niet -voorstellen”—vervolgde hij, terwijl de schampere glimlach, -die de schrik zijner vijanden was, zich om zijne lippen plooide, -„ik kan mij de mogelijkheid niet voorstellen, dat de commies -Mortensen een bevel, dat ik hem geef, als „gekheid” zou -opvatten. Deze twee heeren komen hooren naar eene zaak over strandwier -en over een groot afvoerkanaal, die bij ons Departement is ingediend. -Wees zoo goed mijnheer Mortensen oogenblikkelijk naar alle papieren, -die zaak betreffende, te zoeken en de heeren de noodige inlichting te -geven.”</p> -<p>De Redacteur zag vuurrood van kwaadheid en de anderen, bemerkende -welke wending de comedie nam, slopen naar hunne plaatsen en bogen zich -over hun werk.</p> -<p>Nu nam de opperloods Sechus het woord:</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk mijnheer, maar—maar wij willen -liever den minister zelven spreken—ik wil niets met dien mijnheer -te doen hebben.<span class="corr" id="xd26e3639" title= -"Niet in bron">”</span></p> -<p>„Ja, daarin heb je gelijk,” antwoordde de bureau-chef, -en bracht de twee boeren door al de vertrekken tot in de wachtkamer van -den minister. Hier verzocht hij hen te wachten, omdat deze nog niet op -het bureau was.</p> -<p>Het duurde bijna een uur vóór hij verscheen—en -bitter slecht geluimd. <span class="pagenum">[<a id="pb193" href= -"#pb193" name="pb193">193</a>]</span></p> -<p>Gedurende zijn ministerieele loopbaan had de heer Bennecken geleerd, -om, hoe slechter hij gehumeurd was, een des te opgeruimder gezicht te -zetten. Vandaag had hem zulks echter ontzettend veel moeite gekost, -want de verdrietelijkheden waren al vroeg begonnen, en hadden hem geen -oogenblik met rust gelaten.</p> -<p>Na de ongelukkige scène met Johan had hij een langdurig -onaangenaam tête-à-tête met zijne vrouw gehad: Het -had hem veel moeite gekost de energieke dame aan het verstand te -brengen, dat dwangmiddelen en opsluiting geene afdoende middelen waren -om een schandaal te voorkomen en waren dus tot de conclusie gekomen, -dat het het beste zou zijn de zaak te laten zooals zij was en haar op -hunne eigenaardige manier aan de wereld mee te deelen: Johan had lust -een tocht naar Amerika te maken en Hilda zou hem voor pleizier -vergezellen.</p> -<p>„Ach God! geen mensch zal het gelooven,” jammerde -Mevrouw!</p> -<p>„Dat hangt geheel af van de wijze, waarop wij het -vertellen,” antwoordde haar man.</p> -<p>Ter nauwernood was deze zaak beklonken, of onze candidaat Alfred -kwam, heel zuinig kijkende, binnen. Hij was gedwongen geweest eenen -wissel te accepteeren en die verviel vandaag en …. -en …. De minister werd woedend en Alfred kreeg eenen -duchtigen uitbrander; mevrouw schoof hem zachtjes de kamer uit en -beloofde hem bij te springen met het huishoudgeld. En al deze -verdrietelijkheden moesten juist plaats hebben op den gewichtigen dag, -waarop men zijne majesteit den koning na eene lange afwezigheid -verwachtte, op eenen tijd, waarin het van het grootste gewicht was voor -het bezoek des Konings alles zoo feestelijk mogelijk in orde te -hebben.</p> -<p>Toen de minister dan ook door de deur, waarvan hij <span class= -"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name= -"pb194">194</a>]</span>alleen den sleutel bezat, op zijn bureau kwam, -kostte het hem op het gezicht van de twee zonderlinge gestalten, die er -zaten, groote moeite eenen vloek te weerhouden.</p> -<p>De opperloods stond dadelijk op en begon de zaak zóó -voor te dragen, alsof hij een van buiten geleerd lesje opzegde. Tot -Njaedels ongeveinsde bewondering sprak hij den minister telkens met -„Uwe Hoogheid” aan.</p> -<p>De minister staarde hem een oogenblik aan, opende daarna de deur van -het vertrek van den secretaris, die voor de verzending van de ingekomen -stukken naar de verschillende afdeelingen zorg moest dragen, en vroeg: -„Wat zijn dat voor lieden, die daar binnen zitten?”</p> -<p>„Ik weet het niet …. neen werkelijk ik weet het -niet, Excellentie,” antwoordde de secretaris, een klein mager man -met grijs haar; „de bureau-chef Delphin heeft hen hier gebracht, -ik weet er niets van …. volstrekt niets.”</p> -<p>„Dat is juist iets voor u,” mompelde de minister, -„ga den bureau-chef zeggen, dat ik hem verzoek dadelijk hier te -komen.”</p> -<p>„Oogenblikkelijk …. -oogenblikkelijk … Excellentie!” en met eenen sprong -was hij van den kantoorstoel, liep een paar maal geheel ontdaan rond om -zijnen hoed te zoeken, doch zich bij tijds herinnerende, dat hij de -straat niet op behoefde, liep hij eindelijk naar Delphin’s kamer, -om deze de boodschap van den minister over te brengen. De minister liep -terwijl hij op Delphin wachtte, de kamer op en neer; de opperloods was -stom van verbazing en begon de geheele affaire vrij dwaas te vinden. De -minister had er gedeeltelijk zelf toe bijgedragen, dat Delphin zoo snel -eene schitterende carrière had gemaakt. In den laatsten tijd -echter was hij niet al te zeer over hem voldaan; hij begon hem een -weinig te wantrouwen, en had zich voorgenomen, om hem, zoodra zich een -gepaste gelegenheid voordeed, aan te raden, naar eenen post in eene der -kleine steden te solliciteeren. <span class="pagenum">[<a id="pb195" -href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span></p> -<p>Ondertusschen was George Delphin met zijne scherpe tong en zijne -goede relatiën altijd een man, met wien het maar best was op -goeden voet te staan, vooral wanneer er een schandaal te duchten -was.</p> -<p>„Beste kamerheer,” begon hij, toen deze binnenkwam, -„gij kunt mij een groot pleizier doen. Zijne majesteit de koning -komt, zooals gij weet, tegen vier uur. Dientengevolge zal een groot -gedeelte van de notabelen der stad bij mij een <i>déjeuner -à la fourchette</i> gebruiken, vóór den -feestelijken intocht …. ik hoop, dat gij, Delphin, mij de -eer zult bewijzen, ons met ….”</p> -<p>Delphin boog.</p> -<p>„Nu was er nog iets, wat ik u vragen wilde, beste Delphin. -Mijne vrouw zou het zeer aangenaam vinden, wanneer gij haar een weinig -bij het arrangeeren behulpzaam wildet zijn,—dat behoort eenmaal -tot eene van uwe vele talenten,—want Adelaïde is vandaag een -weinig geëchauffeerd … verschillende -omstandigheden … hm …” de minister -beproefde even te glimlachen …. „zooals gij -ongetwijfeld hebt gehoord, heeft Johan er lang over gedacht een tocht -naar Amerika te maken …” Delphin was beleefd genoeg -een bevestigend antwoord te geven.</p> -<p>„Dit is weer zoo’n inval van hem,” zeide de -minister schertsend, „en nu presenteert zich juist eene goede -gelegenheid: een plaats als dokter op een landverhuizersvaartuig is hem -aangeboden, maar ’t mooiste van de grap is dat Hilda voor -pleizier met hem meegaat.”</p> -<p>„Hilda!” riep Delphin en viel geheel uit zijne rol.</p> -<p>„Ja, ja,” zeide de minister lachend, „een -zonderling denkbeeld, niet waar? Adelaïde wilde eerst volstrekt -hare toestemming niet geven, maar ik zeide: laat haar meereizen; eene -reis naar Amerika is tegenwoordig eene kleinigheid, een tochtje dat men -voor zijn pleizier doet, en daar dokter Rhode van meening was, dat de -zeelucht …. hm!….” <span class= -"pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span></p> -<p>Delphin mompelde eenige beleefde volzinnen, en de minister was zeer -over zich zelf te vreden; toen Delphin op het punt stond het vertrek te -verlaten, vroeg hij fluisterende: „Wat zijn dat voor vreemde -Chinezen, die gij mij op den hals hebt geschoven?”</p> -<p>„Boeren van de Westkust, die naar eene zaak komen informeeren, -welke aan ons Departement ingediend is. Ik trok mij hun lot een weinig -aan, daar Mortensen hen wat onaangenaam behandelde. Ik meende dat het -beter was geene aanleiding te geven dat ….”</p> -<p>„Volkomen juist geoordeeld, waarde kamerheer, ik zal hen eens -aanspreken. Ja Mortensen is, onder ons gezegd, soms wel wat -ruw.”</p> -<p>De bureau-chef ging weg en de minister zei vriendelijk tot de twee, -die te wachten zaten: „Nu, luidjes, nu ben ik geheel tot uwen -dienst. Het was dus eene zaak aangaande ….”</p> -<p>„Aangaande het recht op een deel van het strandwier,” -zeide de opperloods.</p> -<p>„Het recht op een deel van het strandwier,” de minister -schelde—„gaat zoo lang zitten, die zaak zullen wij eens -spoedig in orde maken,”—hij schelde weer,—„is -de zaak kort geleden bij ons ingediend?”</p> -<p>„Aanstaanden herfst wordt het twee jaar,” zeide -Njaedel.</p> -<p>De minister sprong verschrikt van zijnen stoel op, toen hij die -grove stem hoorde, daarna opende hij de deur van het vertrek met den -afzonderlijken ingang en riep: „Mo!” Mo was er niet; de -minister liep naar de andere deur en joeg den secretaris een’ -doodelijken schrik aan, toen hij, duchtig met zijne sleutels -rammelende—dit was altijd een teeken van slecht humeur—hem -naar eene zaak over „wier” vroeg.</p> -<p>De secretaris begon ijverig in de protocollen te zoeken; hij -bladerde van voren naar achteren en van achteren naar voren, maar -niets, wat op deze verd …. zaak <span class= -"pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>de -minste betrekking had, kon hij vinden, en zij was toch, zooals de -minister zeide, reeds twee jaar geleden ingediend.</p> -<p>Daar al dit zoeken vruchteloos was ging de minister door de andere -vertrekken en kwam eindelijk in Mortensen’s kamer, waarin hij -nooit van zijn leven den voet had gezet, overal schrik en angst met -zijne rammelende sleutels en zijne vraag naar eene zaak over -„wier” te weeg brengende, want niemand kon zich herinneren -van die zaak te hebben gehoord.</p> -<p>Mortensen waagde eenigszins boosaardig aan te merken: „de -bureau-chef is reeds vertrokken, misschien wist hij er iets -van.”</p> -<p>„De hoofdcommies moest voor zaken uitgaan, en buitendien moet -die zaak reeds lang geleden door hem overgedragen zijn,” -antwoordde de minister op strengen toon, „ik begeer, dat deze -geschiedenis dadelijk in orde wordt gebracht. De stukken moeten -gevonden worden, hebt gij mij begrepen mijneheeren, zij moeten voor den -dag komen en <i>oogenblikkelijk</i>!”</p> -<p>De minister keerde naar zijn bureau terug en het gansche -Departementsgebouw kreeg op eens het uiterlijk—een buitengewoon -iets—van een mierennest. Deuren werden opengeworpen en -toegeslagen; angstige gezichten vertoonden zich en verdwenen; planken -en loketten werden nagezien, pakketten nauwkeurig onderzocht; de -schrijvers draafden door de lange gangen heen en weer, gingen trappen -op en trappen af, kwamen zelfs tot op den zolder en zochten in blinde -vertwijfeling tusschen stof en papier. De angst steeg elke minuut; van -tijd tot tijd opende de minister de deur van zijn bureau en vroeg tot -grooten schrik van den secretaris, die als een drijftol ronddraaide -wanneer hij het gelaat van den minister maar zag: „Nu, zijn de -stukken nog niet gevonden?”</p> -<p>Doch in de verwarring werd eene vraag gedaan, die <span class= -"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>van -mond tot mond ging, totdat zij eindelijk als een diepe zucht door het -geheele gebouw werd geslaakt: „Waar blijft Mo toch? Waarom komt -Mo …. Mo de almachtige niet?” Eindelijk kwam hij. -Behoedzaam, bleek, glimlachend sloop hij in de kamer van den minister, -juist toen daar een groot aantal verschrikte ambtenaars bijeen waren, -die allen hun best deden te bewijzen, dat die zaak onmogelijk door -<i>hunne</i> handen had kunnen gaan.</p> -<p>Allen ademden ruimer, toen de kleine man binnentrad, en de minister -hem gejaagd vroeg of hij iets aangaande die zaak in quaestie wist.</p> -<p>„Ja,” antwoordde Mo, „die ligt in den -chaos.”</p> -<p>„In wat?” vroeg de minister.</p> -<p>„In den chaos van Mortensen,” antwoordde Mo -glimlachende.</p> -<p>„Daar gij weet, waar de stukken zich bevinden, zoo breng ze -hier,” beval de minister.</p> -<p>Anders Mo verliet het vertrek; achter hem ging Mortensen, die buiten -zich zelf van woede was, en Mortensen volgden de anderen.</p> -<p>„Was dat je broeder?” vroeg de minister.</p> -<p>„Ik meende hem aan zijne stem te herkennen,” antwoordde -Njaedel eenigszins op weifelenden toon, „maar hij was niet zoo -groot als mijn broer, vond ik, en hij zag er zoo oud uit.”</p> -<p>De minister bedacht, dat deze scène mogelijk een minder -goeden indruk op de twee boeren kon maken en dat wilde hij liefst niet. -Daarom zei hij vriendelijk tot den opperloods: „Hoe heet ge -vriendschap?”</p> -<p>„Lauritz <span class="corr" id="xd26e3752" title= -"Bron: Boldermann">Boldemann</span> Sechus.”</p> -<p>De minister was een en al verwondering op het hooren van dien -welluidenden naam, en toen Sechus hem vertelde, dat hij den post van -opperloods had bekleed, nam hij eenen stoel en ging naast hem zitten, -begon een gesprek en klopte hem nu en dan vertrouwelijk op de knie. -<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name= -"pb199">199</a>]</span></p> -<p>„Vertel mij eens, opperloods, is het leven aan de kust niet -dikwijls moeielijk en gevaarlijk?”</p> -<p>„Och ja, Uwe Hoogheid; wanneer de zeelui zich bij stormweer -ver in zee wagen, bekomt het hun soms slecht.”</p> -<p>„Ja, ja,” antwoordde de minister, en hij maakte eene -beweging met de hand. „Ik denk zoo dikwijls met trotschheid aan -deze wereldberoemde, onverschrokken loodsen, die langs onze gevaarlijke -kusten wonen, en het verheugt mij zeer in de gelegenheid te zijn met -één van hen persoonlijk kennis te maken.”</p> -<p>„Hé?” vroeg Sechus, „ja, ziet u, eigenlijk -ben ik nu juist niet zoo’n loods en Njaedel ook niet.”</p> -<p>„Hm!” zeide de minister en brak dit gesprek af; -„de groote haringvisscherij op de Westkust is wel een bron van -groote verdienste in de streek waar gij woont.”</p> -<p>„O ja, voor hen die er wat van meekrijgen,” antwoordde -Sechus, die vond, dat de minister een echte spotvogel was.</p> -<p>„Een bont, afwisselend leven moet het zijn in den tijd waarop -de visscherij het levendigst is,” ging de minister voort; -„zulk een toeloop van bewoners uit de verschillende deelen van -het land moet gewis voordeelig op de ontwikkeling van het volk -werken.”</p> -<p>„Ja, Uwe Hoogheid, groote vechtpartijen hebben er dan -plaats.”</p> -<p>„Hm …. zeker, zeker! kleine schermutselingen, -maar zeg mij nu eens,”—de minister veranderde weer van -onderwerp,—„wanneer zoo vele lieden samenstroomen, waar -krijgen dan allen nachtverblijf?”</p> -<p>„Och!…. Uwe Hoogheid,” antwoordde Sechus, -„met slapen nemen zij het niet zoo nauw. De meesten leggen zich -op den buik en dekken zich zoo goed als zij kunnen met den rug -toe.”</p> -<p>Bum …. Bum …. Bum, neuriede de minister, -terwijl hij al rammelende met zijne sleutels het vertrek op en neer -liep. <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name= -"pb200">200</a>]</span></p> -<p>De opperloods, die zich volstrekt niet bewust was, iets gezegd te -hebben dat niet te pas kwam, maar integendeel vond, zooals reeds gezegd -is, dat de minister heel familiaar met hen omging, trok Njaedel even -bij het buis en fluisterde: „ik geloof, dat ik met hem eens over -den weg spreek.”</p> -<p>Njaedel knikte toestemmend en Sechus stond weer van den stoel -op.</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk …. Uwe -Hoogheid …. maar er is nog iets, waar ik heel gaarne alles -van wist.”</p> -<p>„Tot uwen dienst, opperloods.”</p> -<p>„Staat Uwe Hoogheid niet boven alle lensmands, rotmeesters en -ingenieurs van de openbare wegen?”</p> -<p>„Ja, ja, vriend.”</p> -<p>Het oog van den opperloods glansde van vreugde. Eindelijk had hij -dan den rechte te pakken; nu zou hij alles, wat hem aangaande dien weg -zoo lang op het hart had gelegen, den minister zeggen, en zijne lang -verkropte woede gaf zich dan ook lucht in eenen woordenvloed, waarvan -zijn toehoorder de helft niet begreep.</p> -<p>„Van welk stuk van den weg is er sprake,” vroeg deze, -terwijl hij op eene groote landkaart wees.</p> -<p>Sechus, die daar hij op zee gevaren had, gewoon was met kaarten om -te gaan, had dit spoedig gevonden.</p> -<p>De minister zette zijn gouden lorgnet op, nam eenen passer uit eene -étui, die op de tafel lag, en mat het stukje met de grootste -nauwkeurigheid.</p> -<p>Daarna zeide hij op zijne kalme, vloeiende manier „zie, -opperloods, dit is alleen eene kaart van onze wegen. Zoo gij u al deze -roode, gele en blauwe lijnen, als eene lijn kondt voorstellen, zou die -zeer, zeer lang zijn, nietwaar?”</p> -<p>Ja, dit stemde de opperloods gaaf toe, ofschoon hij niet begreep, -waar de minister heen wilde.</p> -<p>„En wees nu zoo goed, de ruimte te beschouwen, <span class= -"pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>die -zich bevindt tusschen de beenen van den passer,… gij ziet, dat -die niet veel grooter is dan de dikte van een stuk karton.”</p> -<p>De opperloods staarde beurtelings den minister en den passer -aan.</p> -<p>„Zie nu, opperloods Sechus, zoo klein is het stukje van den -weg, waarover gij u beklaagt, in verhouding tot het overige deel van -onze wegen, en zijt gij nu niet overtuigd, dat het misschien ja, wat -zal ik zeggen—een weinig te veel is verlangd, dat hij, die dit -zoo samengestelde net van dijken en wegen in zijn hoofd moet hebben, -dat hij, herhaal ik, zijne bijzondere zorg …. <i>zijne -bijzondere zorg</i> zeg ik, over zulk een onbeduidend stuk van het -geheel zou moeten uitstrekken”—en de minister hield den -opperloods den geopenden passer voor den neus. Deze stond met den mond -vol tanden. Heel duidelijk was hem de zaak niet geworden, maar hij -voelde, instinktmatig, dat men hem om den tuin leidde en hetzelfde -gevoel dat hem eenige oogenblikken te voren bezielde, alsof er iets in -hem kookte,—overviel hem. Gelukkig werd de deur geopend, en trad -Anders Mo binnen, gevolgd door Mortensen, den secretaris en eenige -anderen, die in het zijvertrek bleven staan om te hooren hoe die -merkwaardige zaak zou afloopen.</p> -<p>Mo had, niettegenstaande alle tegenstribbelingen van Mortensen, den -geheelen chaos doorwoeld, en achter in het loket vond hij een -verkreukeld pakket in een geel omslag, dat hij heel bedaard voor den -dag haalde.</p> -<p>Allen waren het eens, dat Anders die documenten met het een of ander -boosaardig plan daar had verstopt.</p> -<p>Mortensen mompelde: „Nu is hij rijp.”</p> -<p>De minister zette zijn gouden lorgnet op, verbrak het omslag, en een -klein stofwolkje vloog in de hoogte.</p> -<p>„Hier staat het volgnummer …. uw eigen -schrift,” zeide <span class="pagenum">[<a id="pb202" href= -"#pb202" name="pb202">202</a>]</span>de minister tot den secretaris en -hij voegde er bij, „collationeer het volgnummer.”</p> -<p>De kleine man liep zoo haastig weg alsof het volgnummer hem in de -beenen was geslagen, maar vóór hij nog tijd had gehad de -protocollen voor den dag te halen, werd hij door den minister op een -toon, die weinig goeds voorspelde, teruggeroepen. Deze had ter -nauwernood een paar regels van het verzoekschrift gelezen, of riep uit: -„maar hoe zijn die stukken in ons Departement gekomen?”</p> -<p>Toen de secretaris terugkwam, zette de minister den langen, blanken -wijsvinger zoo stijf onder een woord van den inhoud, dat zijn nagel een -diep spoor achterliet: „Wat staat hier? Hier staat: Eigendommen -tot de kerk behoorende.”</p> -<p>„Bisdom <span class="corr" id="xd26e3837" title= -"Bron: Christiansand">Kristiansand</span>,” zeide Njaedel, die -met gespannen aandacht toehoorde.</p> -<p>„Aldus behoort deze zaak in het Departement van Eeredienst te -huis en niet hier,” hervatte de minister op hoogen toon.</p> -<p>„Ja maar, ja maar,” begon de secretaris: „ik -herinner mij nu niet meer, neen werkelijk ik herinner het mij niet -meer, maar misschien heb ik destijds gevonden, dat het onderwerp van -den twist van zoodanigen aard was, dat …..”</p> -<p>„Het onderwerp van den twist,” viel de minister met -strengen toon in, „hier is geen sprake van het onderwerp van den -twist, maar wel van eene goede Departementale orde, en volgens deze, -behooren alle zaken, die betrekking op vroegere geestelijke goederen -hebben in het Departement van Eeredienst te huis. Dit is een oude -bekende regel, met welken, naar het mij voorkomt, de secretaris bekend -moest zijn. Mo …. ga dadelijk met deze stukken naar het -Departement van Eeredienst.”</p> -<p>De minister overhandigde in zijne meest eerbiedwekkende houding aan -Mo de stukken. Alle ambtenaars, die <span class="pagenum">[<a id= -"pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>getuige van de zaak -waren geweest, verdwenen weder in hunne afdeelingen, en de secretaris -zette zich geheel en al vernietigd op zijne plaats en tuurde op de -volgnummers.</p> -<p>Njaedel had geen oogenblik de stukken uit het oog verloren, en toen -zijn broeder er mede verdween, riep hij uit: „Wie had -gelijk?”</p> -<p>„Ja, mijn goede man,” antwoordde de minister, „dat -kan ik u niet zeggen, doch men zal u, zoo gij na eenigen tijd bij dat -Departement er naar vraagt, zeker de noodige inlichtingen dienaangaande -geven. Vaartwel heeren—vaartwel, het was mij een groot genoegen u -van dienst te zijn.”</p> -<p>Hierop schoof hij hen beleefd de deur uit en draaide den sleutel -om.</p> -<p>Alles schemerde Njaedel voor de oogen; nu begreep hij er niets meer -van; de opperloods kookte meer en meer van woede. Nu maakte Mortensen, -toen de twee vrienden zijn kamer passeerden een deftige buiging, waarop -de opperloods die anders zoo goedhartig van karakter was, zijne drift, -die bijna tot razernij was gestegen, niet langer meester bleef. Hij -greep een flesch met inkt, die in een vensterbank stond, en wierp haar -met alle kracht naar het hoofd van Mortensen.</p> -<p>De Redacteur boog schielijk op zijde, waardoor de flesch tegen den -muur achter zijnen lessenaar te recht kwam en in duizend stukjes brak. -Weer ontstond er groote verwarring in de aangrenzende kamers, waarin de -opperloods en Njaedel zich haastten de trappen af te komen.</p> -<p>De schrik over deze ongehoorde handelwijze was zoo groot, dat -niemand er aan dacht de misdadigers te vervolgen. Terwijl zich al meer -en meer heeren van het departement om de groote inktvlek verzamelden, -waaruit zwarte stralen naar alle richtingen schoten, voerde Hiorth met -zich zelf een inwendigen strijd: zou hij, hetgeen hij op de tong had, -zeggen of niet? Hij was <span class="pagenum">[<a id="pb204" href= -"#pb204" name="pb204">204</a>]</span>er niet geheel zeker van of de -opmerking, die hij wilde maken, als eene geestigheid, of wel als eene -groote flauwiteit zou beschouwd worden, want in zake geestigheid had -hij bittere teleurstellingen ondervonden. Eindelijk verzamelde hij al -zijnen moed en zeide half luid: „Wartburg!” Het was -werkelijk eene geestigheid, en het gemoed van den jongen commies Hiorth -zwol van trots. Toen het bekend werd, dat hij die uitdrukking had -gebezigd, waren zijn vrienden zoo verbaasd, dat velen hunner het van -dien dag af in twijfel trokken of hij werkelijk wel zoo dom was, als -algemeen aangenomen werd.</p> -<p>Eenstemmig werd besloten, dat de plaats van Mortensen „den -Wartburg” zou worden genoemd, en dat de inktvlek, waaraan zoovele -herinneringen verbonden waren, nooit uitgewischt of oververfd mocht -worden. Lang nadat Mortensen zijn plaats tegen eene betere had -verwisseld, werd zijn vorige zitplaats nog bij dien naam genoemd en -’t is niet onmogelijk, dat deze inktvlek en Hiorth’s -geestigheid zullen blijven voortleven, zoolang het Departement zal -blijven; dat wil naar alle waarschijnlijkheid zeggen: tot zeer kort -vóór den dag van het laatste oordeel.</p> -</div> -</div> -<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3869" title= -"Bron: XXI">XX</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was twee uur.</p> -<p>Delphin had de kamers in het huis van den minister gearrangeerd naar -den smaak, die, zooals hij beweerde, op de Tuilerieën gedurende -het tweede keizerrijk mode was geweest.</p> -<p>In het midden van het vertrek stonden geene meubelen, zoodat men -zich daar ongedwongen kon bewegen; doch in alle hoeken half verscholen -onder de <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name= -"pb205">205</a>]</span>zware gordijnen, waren fauteuils en tabouretten -geplaatst, waarom zich hoogstens drie of vier personen konden -groepeeren.</p> -<p>Het was hem door zijne vroolijke invallen en door zijn talent, om -alles met smaak en naar den zin van mevrouw in te richten, gelukt hare -booze luim, ten minste gedeeltelijk, te verdrijven, en tevens was de -kamerheer al de door hem gewenschte berichten, aangaande het -plotselinge vertrek der door de natuur zoo stiefmoederlijk bedeelde -kinderen, te weten gekomen. In de eetzaal stond eene zoogenaamde -„koude tafel,” gedekt,—een uitgezocht déjeuner -met fijne wijnen en champagne. Het plan was, dat de gasten niet op -elkaar met het eten zouden wachten, ongedwongen moest het toegaan, -zoodat ieder die kwam zich dadelijk bedienen kon. Het moest op deze -wijze toegaan, want allen hadden geen tijd lang te blijven:—de -meesten hadden nog vóór de komst van den koning het een -en ander in orde te brengen. Men kon niet met zekerheid zeggen, wanneer -de gastheer zou verschijnen, want hij had nog veel werk voor de borst -en daarbij was Daniel, vertelde mevrouw op vertrouwelijken toon aan -Delphin, zeer slecht gehumeurd.</p> -<p>In de salons zag men langzamerhand verschijnen: militairen in groot -tenue, heeren ambtenaren in uniform, de voornaamsten der geestelijkheid -met stijve, gepijpte kragen en ordeteekenen, verder twee of drie -ministers en eenige eerzuchtige advocaten, die zich op de eerste trede -van de ladder bevonden.</p> -<p>De groothandelaar Falck-Olsen trad in zijn nieuwe uniform van de -„gele vereeniging,” de salon binnen. „Ik heb de -Champagne aan de achterdeur laten bezorgen,” fluisterde hij -mevrouw toe, terwijl hij haar de hand drukte.</p> -<p>Daarna zag hij links en rechts om zich heen, en aan ieder, dien hij -ontmoette, vroeg hij wanneer minister Bennecken zou komen. Eindelijk -stond hij vlak bij den <span class="pagenum">[<a id="pb206" href= -"#pb206" name="pb206">206</a>]</span>kamerheer Delphin, die zijne -fraaie uniform zeer bewonderde.</p> -<p>„Gij ziet er uit als een zweedsch officier,” zeide de -kamerheer tot hem.</p> -<p>De groothandelaar rammelde onder het gesprek telkens met zijnen -sabel en wierp ter sluiks eenen blik in den spiegel.</p> -<p>„Gij kunt niet half gelooven, beste kamerheer, in welke -pijnlijke verlegenheid ik geweest ben bij de keuze van een paard, want -mijne prachtige zwarte merrie is eigenlijk een koetspaard. Nu heb ik -wel een Isabella, een mooi dier met prachtige manen en zoo glad van -huid en rond van vormen, dat het een lust is het dier te zien—ik -heb het van een paardenopkooper van de Westkust gekocht—maar het -ongeluk wil, dat het dier een weinig klein is en—”</p> -<p>„Napoleon bereed altijd kleine paarden,” zeide -Delphin.</p> -<p>„Werkelijk!” riep de heer Falck-Olsen verheugd uit, -„en denk eens, de kolonel zwoer bij hoog en bij laag, dat mijn -Isabella te goed was voor het gele corps.”</p> -<p>„Maar gij zult toch het mooie dier berijden,” vroeg -Delphin op eenen toon, alsof hij ’t een zaak van ’t -grootste gewicht beschouwde.</p> -<p>„Ja, ik neem mijn Isabella,” antwoordde de -groothandelaar op beslisten toon.</p> -<p>Onder de laatst aangekomenen bevond zich de ambtman Hiorth van de -Westkust. Hij was kort geleden in de stad gekomen en het gerucht wilde, -dat hij den ouden Falbe zou vervangen, die afgetreden was, na -den—zelfs voor een noorsch minister—eerwaardigen ouderdom -van 82 jaren te hebben bereikt.</p> -<p>Hiorth gaf zijn genoegen te kennen den kamerheer Delphin te -ontmoeten, die in vroegere jaren bij hem als jong advocaat werkzaam was -geweest, en hij verzocht de kamerheer hem aan dezen en genen der meest -invloedrijke <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name= -"pb207">207</a>]</span>lieden voor te stellen. In vele jaren was hij -niet in de hoofdstad geweest; velen waren hem dus onbekend.</p> -<p>Intusschen was hij spoedig weer op hoogte, want voor het meerendeel -droegen de gasten nog die half Duitsche uit den Deenschen tijd -ingevoerde namen, die volgens een geheimzinnig erfelijk recht eenige -vette landsposten aan zich verbinden. Niet alleen schijnen deze heeren -de namen en betrekkingen hunner vaderen te hebben geërfd, maar -zelfs in hun voorkomen hebben zij iets behouden, dat aan den tijd van -Frederik den Zesde herinnert: hetzelfde regelmatige, wel gevormde -profiel, hetzelfde kleine ronde hoofd, denzelfden stijven hals en -hetzelfde gelaat, door eenen korten, stoppeligen baard omgeven, dat van -voortdurende bescheidenheid getuigt.</p> -<p>Naar Delphins plan had het gezelschap zich in de hoeken en bij de -ramen in kleine groepjes verdeeld, terwijl men midden in de vertrekken -meest twee aan twee ging, anderen waren nog om de tafel geschaard of -met hunne borden in de andere kamers verdwenen. Om een rijzig mager -heer met een langen grijzen baard, een Noorsch beeldhouwer, die zijn -atelier in Stockholm had, hadden zich ook vele gasten verzameld.</p> -<p>Naar men zeide, was hij te Christiania gekomen om gedurende de -aanwezigheid van den koning, de belangstelling voor een nationaal -monument, waarvan hij eene schets ontworpen had, op te wekken.</p> -<p>Het was eene groep, die de vereeniging tusschen Noorwegen en Zweden -moest voorstellen; het plan bestond, het monument op de Eidsvoldsmarkt -vlak voor het Storthinggebouw te plaatsen. Hij had de schets, verkleind -en in potlood bij zich, en liet die aan hen, die om hem heen stonden, -zien.</p> -<p>De omstanders legden veel belangstelling aan den dag en prezen de -schets zeer, want allen waren genoeg met <span class="pagenum">[<a id= -"pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>den loop der zaken -bekend om te begrijpen, dat, als men tot lid van het Comité werd -benoemd, men zeker op een ordeteeken kon rekenen.</p> -<p>De schets stelde Svea<a class="noteref" id="xd26e3926src" href= -"#xd26e3926" name="xd26e3926src">1</a> voor als eene zittende -vrouwelijke gestalte; de eene hand rustte op een zwaard, terwijl de -andere arm om den hals van eenen kleinen knaap, die naast haar stond, -geslagen was.</p> -<p>De kunstenaar vertelde, dat volgens het oorspronkelijke plan de -knaap op de knieën van de vrouwelijke figuur had moeten zitten, -maar, daar hij in aanmerking had genomen, hoe licht geraakt de Noren -van natuur zijn, had hij den knaap naast haar geplaatst, zoodat -iedereen dadelijk zien kon, dat de figuren denzelfden rang innamen. Om -dezelfde reden had hij den knaap een’ grooten helm opgezet, die -hem over de ooren zat, en een groot slagzwaard rustte tegen zijnen -schouder, hetgeen—half humoristisch—moest uitdrukken, dat, -zoo het noodig zijn mocht, de kleine knaap zich de vijanden van het -lijf zou kunnen houden.</p> -<p>Als een volleerd hoveling antwoordde de kunstenaar op al de -indirecte vragen, die hem aangaande de samenstelling van een -comité werden gedaan, dat de minister Bennecken aangeboden had, -daarvoor te zorgen.</p> -<p>De kamerheer Delphin had den ambtman Hiorth aan een der voornaamste -predikanten uit de hoofdstad voorgesteld. Zij stonden bij een venster -te praten, maar, daar zij volstrekt niet met elkander bekend waren, -liep het gesprek over het verschil, dat er bestaat tusschen het leven -in eene stad en buiten, en over dergelijke algemeene onderwerpen.</p> -<p>Na een paar onbeduidende opmerkingen kreeg de ambtman gelegenheid te -zeggen: „Het verwondert mij dikwijls, dat er tegenwoordig zulke -valsche, scheeve voorstellingen <span class="pagenum">[<a id="pb209" -href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>over ons volk in de wereld in -omloop zijn. Ik moet er mij steeds over verbazen; want iemand in mijne -betrekking, die altijd te midden van het volk leeft, is meer dan iemand -anders in staat over de toestanden te oordeelen. Mijne dagelijksche -bezigheden brengen mij onophoudelijk met het zoogenaamde -„Volk” in aanraking; ik spreek den boer in zijne slechte en -voorspoedige dagen, ik ben bekend met zijne goede, zoowel als met zijne -slechte eigenschappen.”</p> -<p>Hier viel zijn toehoorder hem haastig in de rede: „Gij denkt -er juist over als ik. Ik ben langer dan vijf jaar predikant in eene -kleine gemeente op het land geweest, en durf zeggen, ofschoon ik er mij -in het minst niet op wil beroemen, dat niet vele predikanten zooals ik -in en met het volk hebben geleefd, maar juist daarom schijnen mij die -moderne, hoogdravende phrasen, waarin men de boeren zoo -ophemelt ….”</p> -<p>„Ja, niet waar,” zeide de ambtman tevreden: „deze -beklagenswaardige overschatting van het volk, is in den grond niets -anders dan een dekmantel voor verborgen -eergierigheid ….”</p> -<p>„En ongeloof,” vulde de predikant aan. De beide heeren -begrepen elkander nu volkomen en zett’en het gesprek op een -vertrouwelijken fluisterenden toon voort.</p> -<p>De Redacteur Mortensen verscheen zeer laat. Hij behoorde tot de -weinigen, die nog geen ordelintje in het knoopsgat hadden. Aan de -familiare wijze, waarop hij dezen en genen groette, kon men evenwel -zien, dat hij een man was, die vasten grond onder de voeten had.</p> -<p>Hij was in werkelijkheid gedurende de laatste jaren, sedert hij de -Redactie van den „Waren Vriend des Volks,” op zich had -genomen, een geheel ander mensch geworden. Zijn linnen was nu altijd -hagelwit en er lag in de wijze waarop hij zich presenteerde die -voorzichtige deftigheid, welke den vertegenwoordiger der pers zoo goed -staat. <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name= -"pb210">210</a>]</span></p> -<p>Delphin nam hem scherp op en kwam tot de conclusie, dat mijnheer de -Redacteur eene geheime conferentie met den minister moest hebben -gehad.</p> -<p>Dit was ook het geval geweest.</p> -<p>In het begin was de toon van den minister vrij scherp geweest; hij -begreep niet dat zulk een verzuim, de stukken in den chaos betreffende, -had kunnen plaats hebben; Mortensen nam de vrijheid den minister in de -rede te vallen met aan te merken:</p> -<p>„Ja die Mo, Excellentie, schijnt niet recht meer te weten, wat -hij zeggen of zwijgen moet; hij begint onbruikbaar, zoo niet lastig te -worden. Hij gaat in de bureau’s rond en vertelt allerlei rare -geheimzinnige histories aangaande eene zekere madam Gluncke, -die ….”</p> -<p>„Hm ….” antwoordde de minister. „Ja -gij hebt gelijk; reeds lang ben ik ontevreden over hem, hij schijnt -kindsch te worden.”</p> -<p>De minister sloeg nu een geheel anderen toon aan en toen Mortensen -het vertrek verliet, straalde zijn bolbleek gezicht van innige -tevredenheid.</p> -<p>Er lag nog iets triomfeerends in zijne trekken, toen hij Delphin -naderende, vroeg: „Wilt gij zoo goed zijn mijnheer Delphin, mij -aan den ambtman Hiorth voor te stellen.”</p> -<p>„Neen,” antwoordde de kamerheer kortaf, terwijl hij voor -den spiegel staande, zijne Wasa-orde wat terecht schoof.</p> -<p>Mortensen beet zich van woede in de lip, doch zeide kalm: „De -minister heeft uitdrukkelijk zijnen wensch te kennen gegeven, dat ik u -zulks zou vragen.”</p> -<p>Delphin haalde de schouders op, en bracht Mortensen naar de plaats, -waar de ambtman Hiorth stond te praten.</p> -<p>„Mijnheer de ambtman! Ik heb het bevel ontvangen u den commies -Mortensen voor te stellen”; na deze woorden gezegd te hebben, -verdween hij dadelijk.—Den geheelen tijd had hij getracht Hilda -te ontmoeten, in al de kamers had hij haar gezocht, maar nergens was -zij te vinden. <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name= -"pb211">211</a>]</span></p> -<p>Mortensen zwoer in stilte zich bij gelegenheid op den kamerheer over -deze behandeling te zullen wreken. Hij verklaarde in een paar woorden -aan den ambtman Hiorth, wie hij eigenlijk was, waarop zich terstond een -vriendelijke plooi op diens gezicht vertoonde.</p> -<p>Geruimen tijd spraken zij met elkander, en Mortensen haalde een -klein notitieboek voor den dag, waarin hij eenige biografische -détails, die den ambtman hem meedeelde, opteekende. Het gesprek -liep daarna over de vragen van den dag, en de ambtman drukte zijne -verontwaardiging zoowel als zijne bekommering uit over de zware, -moeielijke tijden, die men beleefde.</p> -<p>De Redacteur antwoordde geruststellend:</p> -<p>„Och, zoo lang ons land zich mag verheugen een’ -ambtenaarsstand te bezitten als de onze ….”</p> -<p>„Ja, ja, op de predikanten en rechters kunnen wij ons geheel -verlaten,” zeide de ambtman, terwijl hij beproefde de deftige -handbeweging, welke hij Bennecken had afgezien, te maken.</p> -<p>„En met mannen aan het roer van den staat, als de minister -Bennecken! o, daar komt hij!…. welk een man! iets -eerbiedwekkends omstraalt hem.”</p> -<p>„Vindt gij niet, ambtman, dat hij in het oog vallend op -<span class="corr" id="xd26e3989" title= -"Bron: Goëthe">Goethe</span> gelijkt.”</p> -<p>„Ja, werkelijk, werkelijk!” mompelde deze.</p> -<p>De minister was door eene deur, waarvoor eene portière hing, -binnengekomen, zoo dat het gezelschap niet dadelijk bemerkte, dat de -gastheer zich onder de gasten bewoog.</p> -<p>Hij was in zijne ministerieële uniform gekleed; een menigte -sterren en kruisen versierden de borst, den driekanten steek hield hij -onder den arm en de handschoenen had hij in de hand. Met de rechterhand -groette hij naar weerskanten zijne gasten en ging glimlachend en het -hoofd een weinig naar achteren geworpen, met deftigen tred door de -salons. <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name= -"pb212">212</a>]</span></p> -<p>Hij gaf de hand aan een’ zijner collega’s en fluisterde -hem eenige woorden in, welke de andere met een vertrouwelijk glimlachje -beantwoordde. In de onmiddellijke nabijheid van den minister werd het -gesprek op gedempten toon gevoerd, allen hadden, terwijl zij schijnbaar -het gesprek voortzett’en, slechts oog voor den minister.</p> -<p>De groothandelaar Falck-Olsen, die eigenlijk een kwartier geleden al -in den zadel had moeten zitten, naderde nu ook zijne Excellentie, niet -als in vroegere dagen, toen hij gaarne aan een ieder wilde toonen op -welken vertrouwelijken voet hij met Bennecken stond, neen, nu was op -zijn gezicht de grootste dienstvaardigheid en eerbied te lezen.</p> -<p>De minister boog zich tot hem en de heer Falck-Olsen fluisterde hem -in ’t oor: „Ik neem de Isabella.”</p> -<p>De voorname heer knikte toestemmend; als een koerier, die het hof -met gewichtige dépêches in den zak verlaat, ijlde de -groothandelaar door de salons; zijne sabel rinkelde en de -spik-splinternieuwe uniform glinsterde in de fraaie vertrekken, -vriendelijk beschenen door de vroolijke Meizon.</p> -<p>Onderwijl zette de minister zijne wandeling voort, hier een -vriendelijk woord zeggende, elders de een of andere instructie -gevende.</p> -<p>„Ik heb eenen president voor uw Comité gevonden,” -zeide hij tot den beeldhouwer, „den ambtman Hiorth.”</p> -<p>„Hm!…. de heer, die daar ginds bij het raam -staat,” vroeg de kunstenaar, die eenigszins door de keuze -teleurgesteld was, maar als welopgevoed man natuurlijk er niets van -blijken liet, „maar wanneer ik vragen mag, Excellentie, is deze -heer niet een vreemdeling in de hoofdstad?”</p> -<p>„Hij zal dit niet lang meer blijven,” fluisterde de -minister hem in.</p> -<p>„O, zoo …. ik begrijp!” antwoordde de -andere en trok de wenkbrauwen samen. <span class="pagenum">[<a id= -"pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span></p> -<p>Nog bemerkte men, dat de minister ook de hand aan den ambtman Hiorth -reikte, welke eer hij, uitgenomen aan zijne collega’s, niemand -der andere gasten had bewezen; nu scheen het aan geenen twijfel meer -onderhevig—Hiorth zou tot minister benoemd worden, te eerder -omdat de oude Falbe zijn ontslag had aangevraagd.</p> -<p>„Wij staan er juist over te praten, Redacteur Mortensen en ik, -hoe goed het toch is, dat wij in deze moeielijke tijden ons onbepaald -kunnen verlaten op de predikanten en de rechterlijke macht.” De -ambtman zeide dit met eenige trotschheid.</p> -<p>„Of met andere woorden,” antwoordde de minister, -„dat de godsdienst en de gerechtigheid op onze zijde -zijn.”</p> -<p>„Welk een man!” zeide op gedempten toon ambtman Hiorth, -toen de minister verder ging; onwillekeurig moest hij zijne uitdrukking -met die van den grooten staatsman vergelijken, en terwijl hij het raam -uitzag, voegde hij er bij: „och ja, veel wordt er toe vereischt -zulk eene betrekking goed te kunnen vervullen.”</p> -<p>„Sta mij toe, min ….. ambtman,” viel -Mortensen hem op zeer eerbiedigen toon in de rede, <span class="corr" -id="xd26e4030" title="Bron: ” ">„</span>sta mij toe u op -eene goede oude uitdrukking opmerkzaam te maken, namelijk, dat God met -het ambt ook het talent en de kracht verleent, om het goed te -vervullen.”</p> -<p>„Dank, dank voor die woorden,<a id="xd26e4035" name= -"xd26e4035"></a> waarde Redacteur<span class="corr" id="xd26e4037" -title="Niet in bron">,”</span> riep de ambtman uit, en hij drukte -hem met warmte de hand; „ja, gij hebt gelijk, alle kracht komt -van boven,” en hij sloeg zijne oogen naar den helderen blauwen -lentehemel, die zich boven de daken welfde.</p> -<p>Nu begonnen de jonge ambtenaars, Hiorth en Bennecken, de -champagnekurken te laten knallen: hun was op dezen gewichtigen dag -opgedragen voor den wijn te zorgen.</p> -<p>De gasten gingen terug naar de eetzaal, waar de minister -langzamerhand de voornaamste van hen aan het boveneinde van de tafel -verzamelde. Eene plechtige stilte <span class="pagenum">[<a id="pb214" -href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span>ontstond toen hij zijn glas -ophief en aldus begon:</p> -<p>„Mijne heeren! wanneer ik mijnen blik over deze vergadering -laat gaan, zoo rijst bij mij onwillekeurig de vraag op: wat is het -eigenlijk, dat ons allen zoo vast samenbindt? Het is de -gemeenschappelijke arbeid, de gemeenschappelijke gehechtheid voor onzen -verheven monarch!”</p> -<p>Mortensen, die achter een venstergordijn aanteekeningen maakte, -moest even lachen. Hij dacht aan de rede, die hij in deze zelfde zaal -en over hetzelfde onderwerp had gehouden, doch voor een ander -publiek.</p> -<p>Vandaag nam de rede van den minister eene hoogere vlucht dan -gewoonlijk, inzonderheid schreef Mortensen zeer nauwkeurig het slot -op.</p> -<p>„Ja, mijne heeren! Zooveel wordt er in onze dagen gesproken, -dat de tijd, dien wij beleven, een tijd van werken is; maar slechts -weinigen zijn er—en ik betreur zeer dat het zoo is—slechts -weinigen zijn er, zeg ik, die recht begrijpen, wat de ware arbeid is en -wie eigenlijk de ware arbeiders in het land zijn;…. Het -zijn …. (de spreker zag rond) die kring van mannen, die de -orde hooger schatten, dan hun eigen voordeel; die trouw en gehoorzaam -verkleefd blijven aan de onomstootelijke waarheden, die ons door onze -vaderen in hunne staatsinstellingen en in hun vroom geloof zijn -nagelaten,…. die de diep gewortelde overtuiging hebben, dat -hetgeen in een tijd van oplossing en verdeeldheid een’ staat te -zamen houdt, en eenen sterken band bindt om het beste wat de natie -bezit, uitgaat van en zich concentreert in den heiligen persoon van den -vorst. Mijne heeren! God beware Zijne Majesteit, onzen -geëerbiedigden Koning!”</p> -<p>„Leve de Koning!” gilde de overste kolonel-luitenant -Grobs, en hierop volgde een drievoudig hoera, dat de ruiten er van -rinkelden; zelfs de meest stijve bureaulisten <span class= -"pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name= -"pb215">215</a>]</span>schreeuwden, dat zij er blauw van zagen, terwijl -zij elkander zijdelings aankeken om te zien of ieder zijnen plicht -deed.</p> -<p>Toen de stilte wat hersteld was, kwam de bediende van den minister -haastig binnenloopen, en met eene diepe buiging overhandigde hij een -telegram op een zilveren presenteerblaadje.</p> -<p>De minister opende en las de dépêche; de grootste -stilte heerschte in de zaal. Niemand van het gezelschap durfde bijna -ademhalen.</p> -<p>„Mijne heeren! binnen een half uur kunnen wij den Koninklijken -extratrein met den Koning verwachten.”</p> -<p>Eene algemeene beweging ontstond: de minister hief even de hand -op—weder werd het doodstil.</p> -<p>„Mijne heeren!” zeide hij op plechtigen toon, -„ieder op zijnen post. Het oogenblik is ernstig; Zijne Majesteit -verwacht, dat ieder zijnen plicht doe!”</p> -<p>Na deze woorden geuit te hebben, groette hij het gezelschap -vluchtig, gaf den ambtman Hiorth een teeken hem te volgen, en verdween -met dezen door de kleine deur, waarvan de portière onhoorbaar -toeviel.</p> -<p>In geestdriftvolle stemming namen de gasten afscheid, en Mortensen -schreef in zijn notitieboekje: Het was een van deze merkwaardige nooit -te vergeten oogenblikken, in welke men als het ware den polsslag der -wereldgeschiedenis voelt.</p> -<p>Mevrouw Bennecken had reeds vroeger de gasten verlaten. Al de -gemoedsbewegingen, gedurende den ganschen dag ondervonden, hadden haar -zoo geschokt, dat zij zich gekleed op haar bed had geworpen, waarop zij -in hevig snikken was uitgebarsten.</p> -<p>In de salons wandelde Delphin eenzaam heen en weer. Hij behoefde -eerst tegen het souper op het slot te verschijnen, en het was hem -onmogelijk het huis te verlaten zonder Hilda te hebben ontmoet. De -bedienden <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name= -"pb216">216</a>]</span>namen de tafel af, dronken den nog in de glazen -en flesschen aanwezige champagne en waren zeer vroolijk. Delphin kon -dus onmogelijk langer in de eetzaal en het aangrenzend vertrek blijven, -en trok zich in de verst afgelegen kamer terug ontevreden op zich zelf, -weifelende wat hem te doen stond, maar voelende dat het hem niet -mogelijk was heen te gaan, zonder haar gesproken te hebben. Eindelijk -riep hij een der dienstmeisjes en vroeg, waar juffrouw Hilda was.</p> -<p>„Juffrouw Hilda is op hare kamer bezig met pakken. Weet u -niet, dat de juffrouw van avond naar Amerika vertrekt,” vroeg zij -en hare mooie oogen hadden van de Champagne een nog helderder glans -gekregen.</p> -<p>Delphin, die door deze woorden onaangenaam getroffen werd, zeide -kortaf:</p> -<p>„Vraag juffrouw Bennecken uit mijnen naam, of zij de goedheid -wil hebben een oogenblik hier te komen; ik zou haar gaarne even willen -spreken.”</p> -<p>Toen het dienstmeisje was weggegaan, bleef hij verschrikt voor den -spiegel staan. Wat had hij gedaan?</p> -<p>Wat wilde hij eigenlijk van haar? Was hij niet te ver gegaan? hoe -zou hij er zich weer uithelpen? En wenschte hij dit niet het meest?</p> -<p>Na verloop van eenige minuten kwam Hilda binnen. Aan hare oogen kon -men zien, dat zij geschreid had, maar toch lag er over haar gelaat eene -bijzondere kalmte. Delphin bemerkte dit dadelijk.</p> -<p>„Arme mama!” zeide zij, terwijl zij hem beide handen -reikte; „het is haar zoo zwaar gevallen zich met de gedachte -vertrouwd te maken, dat Johan en ik zulk eene verre reis gaan -ondernemen. Ja, ik zelf heb moeite te gelooven, dat zij door zal -gaan.”</p> -<p>Delphin vergat haar te antwoorden, zoo veranderd kwam zij hem voor. -Hare verlegenheid, bijna zou men het hebben kunnen noemen, schuwheid -was geheel verdwenen. <span class="pagenum">[<a id="pb217" href= -"#pb217" name="pb217">217</a>]</span>In haar eenvoudig toilet zag zij -er zoo vastberaden en reisvaardig uit, en er was zoo iets zekers in -hare stem en in geheel haar voorkomen, dat het hem niet gelukken wilde -den half schertsenden, half beschermenden toon, waarop hij gewoonlijk -met haar sprak, aan te slaan.</p> -<p>Meer door de toon zijner stem, dan door de woorden, die hij sprak, -keek Hilda op. Hunne oogen ontmoetten elkander voor eene seconde en er -ontstond eene pauze.</p> -<p>„Er is niets, dat u terughoudt niet waar?” vroeg hij op -bitteren toon.</p> -<p>„O ja, dat weet gij heel goed,” luidde haar antwoord en -hare oogen vulden zich met tranen.</p> -<p>Hij zag haar van ter zijde aan; zoo als zij daar stond het hoofd wat -voorover gebogen, terwijl zij zenuwachtig met haren zakdoek speelde, -vroeg hij zich af, of zij dan werkelijk zoo leelijk was?</p> -<p>„En er is niets, dat u terughoudt?” Hij wist niet, dat -hij dit reeds had gevraagd.</p> -<p>„Waarom wilt gij mij het afscheid zwaarder maken, dan het -reeds is,” vroeg zij bijna onhoorbaar en begon te schreien. -George Delphin ging het vertrek een paar maal op en neer. Hij gevoelde, -dat het leven hem eene goede kans bood en dat het nu voor het laatst -zou zijn. Al het goede dat in hem was, trachtte hij te verzamelen, maar -toen hij voor haar stond, hief zij even het hoofd op, en zeide:</p> -<p>„Neen, ik wil niet meer schreien. Ik voel, dat een gelukkiger -leven mij daar wacht, dan mij ooit hier ten deel zou kunnen vallen. -Vaarwel kamerheer—hartelijk zeg ik u dank voor uwe -vriendschap.”</p> -<p>Zij reikte hem de hand en keek hem met de trouwe gazellen-oogen, die -vol tranen stonden, moedig aan. Op dit laatste oogenblik zag hij dat -zij schoon was—maar toen was het te laat. Zij verliet het vertrek -en liet de deur <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" -name="pb218">218</a>]</span>half open. Het leven, dat de bedienden in -de zaal maakten, drong weer tot hem door. Hij stond voor een oogenblik -roerloos, nam toen zijnen hoed en verliet het huis. Op de trap werd hij -ingehaald door den jongen Hiorth en door Bennecken, die juist van den -zolder kwamen. Met levensgevaar hadden zij eene vlag uit het dakvenster -gestoken.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e3926" href="#xd26e3926src" name="xd26e3926">1</a></span> -Zweden. <a class="fnarrow" href="#xd26e3926src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4119" title= -"Bron: XXII">XXI</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het kostte heel wat tijd, eer Njaedel en Sechus het -hospitaal, waar Christine zich bevond, vonden en hadden zij niet bij -toeval den politie-agent Knudsen naar den weg gevraagd, dan had het -kunnen gebeuren, dat zij onverrichter zake aan boord hadden moeten -gaan, of wel tot laat in den avond de stad in alle richtingen hadden -moeten doorkruisen. Het was reeds bijna drie uur en iedereen stroomde -naar de Karel-Johanstraat om den optocht te zien, zoodat niemand tijd -had te blijven staan om inlichtingen te geven; de politie-agent Knudsen -evenwel, die gelukkig zijnen proeftijd had doorstaan, wees hun, toen -hij hoorde, wie zij zochten, den weg en zoo kwamen zij aan het -hospitaal.</p> -<p>In de poort ontmoetten zij eene der verpleegsters, die naar de stad -wilde gaan. De opperloods nam zijne pelsmuts af en zeide: „Wij -komen hier zekere madam Christine Mo bezoeken.”</p> -<p>„Zij is van nacht gestorven,” antwoordde zij gejaagd: -zij had haast.</p> -<p>„Gaat die gang in de tweede deur links, zij zijn juist met -haar bezig.” Schielijk liep zij verder en deed de poort achter -zich dicht.</p> -<p>„Nu, nu, Njaedel, dat is misschien maar het best voor -<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name= -"pb219">219</a>]</span>haar,” zeide de opperloods om hem wat te -troosten, „kom meê, wij hebben hier niets meer te -doen.”</p> -<p>„Ik wil haar lijk zien,” antwoordde Njaedel, en liep de -gang in.</p> -<p>Vóór de deur, die de ziekeverpleegster had aangewezen, -bleven zij staan; de deur stond aan, en zij hoorden in het vertrek luid -spreken. De opperloods stiet de deur open, Njaedel en hij traden -binnen.</p> -<p>Dicht bij het raam stonden eenige jonge studenten over iets wits, -dat op de tafel lag, heengebogen. Een klein man, met grijs haar en in -zijne hemdsmouwen stond het dichtst van allen bij dit witte voorwerp, -terwijl men eenen blanken voet tusschen twee der omstanders zag -uitsteken.</p> -<p>„Nooit heb ik het zoo spoedig zien afloopen,” zeide -dokter Rohde, tot een der professoren, die hij had uitgenoodigd bij de -ontleding tegenwoordig te zijn. Johan Bennecken had uitdrukkelijk -verboden het lijk naar de ontleedkamer in de universiteit te -brengen.</p> -<p>„En zij was met dien schurk van een Mo getrouwd?” vroeg -de professor, „hoe gaat het met hem?”</p> -<p>„De ziekte is naar binnen geslagen en de hersens zijn -aangedaan. Wat wilt gij?” vroeg de dokter plotseling, toen hij de -twee mannen in de deur zag staan.</p> -<p>„Hier is haar vader,” zeide de opperloods op Njaedel -wijzende, „die gaarne haar lijk wilde zien.”</p> -<p>„Neen, neen, beste vriend, ’t is beter dat gij zulks -niet doet.”</p> -<p>Maar Njaedel kwam dichter bij de tafel; de jonge studenten maakten -voor hem plaats, en de professor gaf aan een der studenten een teeken -een laken over haar te werpen. Door de haast waarmede dit geschiedde -werd het lijk slechts ten halve bedekt; het was zoo uitgeteerd, dat het -slechts vel en been leek. Het dikke roode haar hing verward over het -voorhoofd, de wangen waren geheel ingevallen; zij zag er uit als eene -oude vrouw. <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name= -"pb220">220</a>]</span></p> -<p>„Dat is zij niet!” fluisterde de opperloods Njaedel -in.</p> -<p>Maar toen streek Njaedel het haar van zijne gestorven dochter een -weinig op zijde en legde zijnen vinger op het litteeken, dat zij aan -een der slapen had.</p> -<p>„Kom, Njaedel, nu moesten wij maar gaan.”</p> -<p><a id="xd26e4161" name="xd26e4161"></a>De opperloods was doodsbleek. -Njaedel zag rond en toen hij den indruk kreeg, dat al deze welgekleede -heeren belangstelling in zijne dochter hadden getoond, reikte hij hun -één voor één zijne hand. Toen hij echter -bij den professor kwam, week deze eene schrede achteruit:.. -<span class="corr" id="xd26e4163" title= -"Niet in bron">„</span>Neen, neen, beste man …. ik -kan …. het is mij onmogelijk u de hand te -reiken.<span class="corr" id="xd26e4166" title= -"Niet in bron">”</span></p> -<p>Nu eerst zag Njaedel het blanke mes in zijne hand. Op dit gezicht -rilde hij en hij verliet met den opperloods dadelijk het vertrek.</p> -<p>Toen zij weer op straat stonden, zag Sechus Njaedel uitvorschend -aan; hij bemerkte dat deze de vuisten balde, en dat zijne tanden -knarsend tegen elkaar sloegen.</p> -<p>„Hij zal mij daar rekenschap van moeten geven, Anders,” -mompelde Njaedel.</p> -<p>„Och,” zeide de opperloods ietwat bang, „laat je -aan Anders niet meer gelegen liggen. Wij reizen nu ver weg, laten wij -eerst zien, wat eten te krijgen, want ik heb honger als een -wolf.”</p> -<p>Maar Njaedel was niet van zijn plan af te brengen; de opperloods -wilde echter niet naar den weg vragen en zoo moest Njaedel zulks zelf -doen; de politie-agent, tot wien hij zich wendde, zeide hem, waar de -minister Bennecken woonde.</p> -<p>Eindelijk stonden zij vóór het huis.</p> -<p>Een vreeselijke strijd had er in Njaedel’s binnenste plaats. -Hij kon niet gelooven, dat zijn broeder de schuld van al die ellende -was, en toch ook de gedachte niet van zich zetten, dat zulks wel het -geval was. Maar in toorn ontstak hij niet, neen, eene diepe smart -drukte hem ter neer, <span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" -name="pb221">221</a>]</span>hij gevoelde er behoefte aan zijnen broeder -te zien: in zijn hart hoopte hij nog altijd, dat deze misschien zich -van die schuld zou kunnen vrijspreken.</p> -<p>Toen zij een paar treden waren afgegaan, zeide de opperloods: -„Eéne zaak moet gij mij beloven Njaedel, dat gij de hand -niet aan hem zult slaan, denk er aan dat hij je broeder is.”</p> -<p>„Daar kunt gij u op verlaten,” antwoordde Njaedel.</p> -<p>Anders was juist bezig zich te scheren.</p> -<p>Hij had het spiegeltje aan het vensterkozijn gehangen, zoodat het -volle daglicht, dat van de straat door het raam viel, hem bescheen. Met -eenen kant was hij klaar, maar de andere kant van zijn gezicht was nog -ingezeept. Toen hij zag, wie binnen kwamen, legde hij het scheermes uit -de hand, en een krampachtige trek verwrong zijn gezicht; spoedig echter -herstelde hij zich en de half idiote glimlach, die hem den laatsten -tijd eigen was geworden, vertoonde zich.</p> -<p>Hij stak zijnen broeder de hand toe. „Zoo ben je eindelijk -gekomen Njaedel …. daar hebt ge goed aan -gedaan.”</p> -<p>„Anders …. Anders!” riep Njaedel uit en met -gebalde vuisten stond hij dreigend voor hem.</p> -<p>„Wat heb je Christine aangedaan?”</p> -<p>Toen hij deze krachtvolle stem hoorde, scheen Anders als uit eene -verdooving te ontwaken. Van schrik kromp hij ineen en vluchtte in den -versten hoek van het vertrek. Zijn gezicht was bijna aschgrauw, toen -hij die dreigende vuisten aanstaarde.</p> -<p>Langzamerhand gelukte het hem met de grootste inspanning zijne -zwakke hersens tot denken te dwingen. De diepe vouwen, ontstaan door -den valschen glimlach, die hem zoo lang eigen was geweest, legden zich -opnieuw om den mond, en hij zeide op klagenden toon:</p> -<p>„Dat je het over je hart hebt kunnen krijgen Njaedel, -<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name= -"pb222">222</a>]</span>zóó tegen je broer te zijn, die -altijd zoo zwak en ziekelijk is geweest. Weet gij niet meer, hoe wij -voor moeder heideplantjes gingen plukken, daar op de hoogte?”</p> -<p>Njaedels armen vielen slap langs zijn lichaam.</p> -<p>Welke herinneringen bracht die zachte, klagende stem hem voor den -geest, dat geluid uit zijne kinderjaren, die stem van den broeder, dien -hij zoo had liefgehad!</p> -<p>„En weet je nog, wat moeder altijd zei,” ging Anders -voort, terwijl hij zijn broeder geen oogenblik uit het oog verloor; -„moeder zei altijd: jij Njaedel bent een groote slungel, zei zij, -maar Anders is fijn en glad als een aal.”</p> -<p>Njaedel knikte toestemmend. Anders had gelijk.</p> -<p>En zijne moeder, en de hut daar ginds in de bergen, en de hoogte met -de heideplantjes, die in den zonneschijn zulk een’ heerlijken -geur verspreidden, alles stond op eens zoo klaar vóór -hem; en te midden van dit alles zag hij zijn broertje, bleek, zwak, -hulpbehoevend, die door hem over gevaarlijke plaatsen gedragen moest -worden.</p> -<p>En al, wat tusschen dat verleden en dit tegenwoordige lag, smolt weg -als sneeuw voor de warme lentezon,—hij werd weer een kind, een -groote, linksche, goedhartige jongen, zooals hij altijd was geweest, en -alle toorn was in hem gebluscht, en toen hij wegging zeide hij slechts: -<span class="corr" id="xd26e4221" title= -"Niet in bron">„</span>Anders ….. -Anders ….. dat had je niet moeten doen!”</p> -<p>Toen zij in de poort waren, zeide Sechus:</p> -<p>„’t Is maar goed, dat gij de hand niet aan hem geslagen -hebt, gij hadt hem als een suikerkrakeling aan stukken kunnen -breken.”</p> -<p>Njaedel’s krachten waren gebroken, hij leunde tegen eenen muur -en snikte luid.</p> -<p>De opperloods liet hem zoo lang weenen als hij dacht, dat noodig -was; daarna trok hij hem zacht bij den arm mee, en Njaedel volgde -gedwee als een lam. Eindelijk traden zij bij een restaurant binnen. De -opperloods, die te Petersburg en te Kopenhagen was geweest, vond zich -<span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name= -"pb223">223</a>]</span>hier spoedig te huis. Hij bestelde twee -portiën beefsteak en eene flesch bier. Juist toen zij aan de -gedekte tafel wilden gaan plaats nemen, dreunde het huis van de -kanonschoten.</p> -<p>„De koning is aangekomen!” riep het meisje, dat -bediende<a class="noteref" id="xd26e4237src" href="#xd26e4237" name= -"xd26e4237src">1</a>. Zij was in zeer slechten luim, omdat zij die twee -boeren moest bedienen in plaats van eventjes den optocht te zien.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id= -"xd26e4237" href="#xd26e4237src" name="xd26e4237">1</a></span> In -Scandinavië heeft men in vele restaurants geene kellners, maar -jonge meisjes bedienen de gasten: vooral is zulks het geval in kleinere -hotels. (<span class="sc">Vert.</span>) <a class="fnarrow" href= -"#xd26e4237src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4245" title= -"Bron: XXIII">XXII</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was buitengewoon heerlijk weer voor -zóó vroeg in het voorjaar. De namiddagzon schitterde in -de ruiten, en wierp over het slotpark een lichten sluier, waardoor het -slot in al zijne schoonheid tegen den prachtig gekleurden -voorjaarshemel uitkwam. De dikke kruitdamp van de saluutschoten, die te -Akershus waren gelost, verspreidde zich, de vlaggen wapperden overal -feestelijk, en van alle kanten stroomde het volk naar de -Karel-Johanstraat, die langs de trottoirs reeds vol menschen stond.</p> -<p>In de geopende ramen zaten of lagen de dames in de nieuwe -voorjaarstoiletten, de jonge heeren stonden achter hare stoelen en -waren geestig, of deden hun best het te zijn. Vóór het -perron van het station waren de politie-agenten ijverig bezig eene -groote plaats open te houden; „het gele Corps” stond reeds -in al zijne pracht voor het stationsgebouw; de groothandelaar -Falck-Olsen zat stijf en deftig op zijne Isabella, en keek naar het -volk. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name= -"pb224">224</a>]</span></p> -<p>De trein, waarmee de Koning verwacht werd, kwam eindelijk aan en men -wachtte op het einde van de ceremoniën, die bij de ontvangst op -het perron gewoonlijk plaats vinden. Van de kade en uit alle kleine -straten waren de menschen bij het stationsgebouw saamgestroomd: zeelui, -sjouwers, vrouwen en werklieden …. een weinig voornaam -publiek dus om mee te beginnen.</p> -<p>Toen eene stem uit die menigte luidkeels riep: „Leve de -Koning! Hoera!” werden deze woorden slechts flauw door eenigen -herhaald. Eene doodsche, onaangename stilte heerschte, terwijl de -voorname heeren in de gereed staande rijtuigen stapten.</p> -<p>Voorop marcheerde het „gele corps,” dan volgden de -koninklijke equipages; over de markt ging de stoet en door de nauwe -passage bij <span class="corr" id="xd26e4259" title= -"Bron: Dijbwadgaarden">Dybwadgaarden</span>. Hier en daar riep een -getrouw burger uit al zijne macht „Hoera!” maar de al te -groote geestdrift van een’ enkele scheen de menigte te weerhouden -de kreten te herhalen; zoo ging het den geheelen tijd tot dat de -optocht de kazerne van de brandweer voorbij was.</p> -<p>Toen ging het wat beter, en de Zweedsche heeren en het gevolg des -konings knikten elkander verheugd toe; bij de Akerstraat en bij de -Egermarkt werd het geroep meer algemeen.</p> -<p>De prachtige oprijlaan, die van het Storthing-gebouw naar het slot -voert, werd in al hare schoonheid beschenen door de vroolijke -voorjaarszon. De fraai uitgedoste gele ruiters in vollen draf, het -groote aantal rijtuigen, de prachtige uniformen, de talrijke groepen -van netgekleede personen, die een hoerageroep aanhieven—alles -verhoogde de feestelijke stemming, zoo dat nu werkelijk met geestdrift -het „leve de Koning!” werd geroepen. Toen de stoet voorbij -was, zagen allen, die op de Karel-Johanstraat stonden, naar het slot, -waar zij ruiters èn rijtuigen als een glinsterende slang de -hoogte zagen beklimmen, <span class="pagenum">[<a id="pb225" href= -"#pb225" name="pb225">225</a>]</span>terwijl het stof, door de -koninklijke equipages in beweging gebracht, als eene goudgekleurde wolk -omhoog steeg en zich over het volk uitbreidde, alsof het dit wilde -zegenen.</p> -<p>Het plein voor het Stations-gebouw was spoedig geheel verlaten, want -de meesten keerden naar hun werk terug. Niet allen evenwel: eene -menigte vrouwen en jongelieden volgden den stroom naar de stad, zij -waren eenmaal in eene feestelijke stemming en vonden, dat het tot niets -diende den arbeid weder te beginnen.</p> -<p>Het was zoo zacht in de lucht, en het weer was zoo mooi, en dan had -men gehoord, dat er eene illuminatie zou plaats hebben en meer -dergelijks!</p> -<p>De koning had in den loop van den winter aan eene keelziekte geleden -en om zijn herstel te vieren hadden de studenten een’ fakkeltocht -naar het slot geregeld, waar zij zouden zingen:</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line"><span class="corr" id="xd26e4277" title= -"Niet in bron">„</span>Hoor ons Svea! moeder van -allen!”</p> -</div> -<p class="first">Om dezelfde reden was er in „Tivoli” ook -een „Groot Dankzeggings-Feest” met declamatie en vuurwerk. -Eene verbazende menschenmassa was des avonds op de been inzonderheid in -de buurt van „Tivoli;” en het -„Studenten-boschje.” Het rook er naar slechte sigaren, -versche aarde en het pas ontsproten gras; nu en dan verspreidde zich de -geur der populieren, welker kleverige knoppen op het punt stonden open -te breken. Ministers en oud-ministers, militaire en civiele uniformen -reden naar het slot, waarvan de vensters hel verlicht waren, terwijl de -vlag op het dak, ten teeken dat de koning in de hoofdstad was, scherp -tegen den lichtgekleurden hemel afstak.</p> -<p>Maar daar, waar het vaartuig voor de landverhuizers geankerd lag, -werd hard gewerkt en geschreeuwd; er heerschte zulk eene verwarring, -dat eenige der emigranten <span class="pagenum">[<a id="pb226" href= -"#pb226" name="pb226">226</a>]</span>op hunne kisten, die langs den -waterkant stonden, gingen zitten en hartstochtelijk begonnen te -schreien.</p> -<p>Toen Njaedel en de opperloods aan de haven kwamen ontmoetten zij -hunnen vriend „den agent” maar hij riep, terwijl hij hen -voorbij stoof slechts: „<i>all right!</i>” hij baadde -letterlijk in zijn zweet en was zoo heesch, dat hij nauwelijks geluid -kon geven.</p> -<p>Een paar sjouwers stonden vlak bij de loopplank van het vaartuig, en -toen Njaedel, achter den opperloods over de plank liep, zei de een tot -den ander: „Het is schande, dat die Amerikanen hier zulke -reusachtige kerels vandaan mogen halen.”</p> -<p>Njaedel hoorde deze woorden en reikte den spreker de hand toe.</p> -<p>Maar de sjouwer, die wat wantrouwend van karakter was, vreesde dat -Njaedel niet veel goeds met hem in den zin had, en stak de hand naar de -krachtige vuist, die hem gereikt werd, niet uit; toen echter zijn blik -dien van Njaedel ontmoette, kreeg hij dadelijk vertrouwen in hem, -schudde hem de hand en zei op half beschaamden toon: „Ja, ja, je -weet zelf wel het best, waarom je zoo ver weggaat. Vaarwel en eene -voorspoedige reis!”</p> -<p>Aan boord was het leven en de verwarring nog grooter. De opperloods -zette zich met de kalmte van eenen philosoof op zijne kist voor zijne -kooi en liet de anderen schreeuwen, zooveel zij maar wilden. Njaedel -daarentegen kon niet rustig blijven zitten, toen hij al die zware -tonnen en balen aan boord zag brengen. Af en toe trad hij dichter bij -en hielp met de kracht van een „beer” een handje mee; toen -de matrozen hem verwonderd aanzagen, knikte hij hen toe en een glimlach -verhelderde zijn gelaat.</p> -<p>Ten laatste nam hij voor vast plaats bij het luik van het ruim en -daar de sjouwers juist met een heel zwaar stuk kwamen aanslepen, riep -de bemanning: „Laat de „beer” een handje -helpen!” <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name= -"pb227">227</a>]</span></p> -<p>Die woorden deden Njaedel goed: zij gaven hem het verloren -zelfvertrouwen terug en verdreven zijne sombere gedachten. Hij voelde -weer grooten lust met een recht zwaar werk te beginnen. Maar laat op -den avond, toen het werk gestaakt was, en de lieden afscheid van -elkander begonnen te nemen, werd hij „week als boter,” -zooals de opperloods zeide. Hij had niemand vaarwel te zeggen, en -daarom voelde hij zich gedrongen allen de hand te drukken, die hem -voorbij en naar wal gingen.</p> -<p>De opperloods bemerkte spoedig, dat hij en Njaedel tot de armste -passagiers behoorden. De meeste andere landverhuizers waren welgezeten -boeren, die jaren lang gewerkt hadden met het doel naar Amerika te -gaan, wanneer zij geld genoeg hadden overgespaard. Anderen hadden -reisgeld gekregen van hunne familie aan gene zijde des oceaans, die hun -tevens het noodige geld voor de uitrusting had verschaft. Bij alles wat -zij deden, zag men, dat zij alles met bedaardheid hadden overlegd. -Groepsgewijze zaten zij op het tusschendek en haalden hunne provisie, -die zij voor den overtocht hadden meêgenomen, voor den dag, -terwijl zij de medepassagiers er van meedeelden. Zij hadden een open -oog voor alles, wat rondom hen voorviel; spraken op half luiden toon -tot elkaar, maakten gewillig plaats, wanneer zij in den weg zaten en -schenen aan niets anders te denken, dan goed en wel over te komen, en -de kinderen het best te beschermen.</p> -<p>Op het achterdek, (eerste kajuit), ging het levendiger toe. De -passagiers waren meest jonge menschen, die aan boord kwamen, gevolgd -van eene schaar vrienden, die ter eere van de vertrekkenden zongen en -leven maakten. Een welgekleed jong man werd zelfs stom dronken aan -boord gedragen en dadelijk naar de kooi gebracht.</p> -<p>Er waren onder hen eenige handelsreizigers, een bankroetier en een -misnoegd ingenieur, „die het ondankbare vaderland den rug -toekeerde,” zooals een zijner vrienden, <span class= -"pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>met -het afscheidsglas in de hand, in het salon zeide—dadelijk nadat -men aan boord was gekomen, had men een afscheidsfeestje -gearrangeerd.</p> -<p>Verder was er nog een verloopen student, die door de familie -weggezonden werd, en nog twee of drie andere half verloopen -<span class="corr" id="xd26e4315" title= -"Bron: individuën">individuen</span> in nieuwe pakken, „die -het dankbare vaderland wegzond,” zooals de student zich -uitdrukte.</p> -<p>Tegen elf uur kwam dokter Bennecken met zijne zuster aan boord. Zij -waren alleen. De minister was op het slot, Alfred had zich -verontschuldigd en mevrouw lag ziek te bed. Toen zij begreep, dat het -met de reis ernst was, voelde zij toch iets, dat naar berouw zweemde, -want zij omhelsde Hilda heel lang en prevelde binnensmonds, dat -zij—Hilda—hare moeder moest vergeven, wanneer deze soms wat -onrechtvaardig tegen haar was geweest.</p> -<p>De twee „mislukten” verlieten het ouderlijke huis -treurig gestemd en Hilda leed aan zulk een hevige hoofdpijn, dat zij -dadelijk naar de dameskajuit ging, die haar geheel alleen gedurende den -overtocht ten dienste stond. Het rumoer in het salon werd minder -naarmate het gezelschap in meer sentimenteelen toestand kwam. De dokter -ging op het dek, en wandelde heen en weer.</p> -<p>Het was stil, helder weder, maar in het Zuidwesten vertoonden zich -donkere wolken, en spoedig zou het beginnen te regenen. Geen geluid -hoorde hij dan het geraas, dat in de machinekamer door het kolen -inscheppen veroorzaakt werd, en het geluid van zijne voetstappen.</p> -<p>Van tijd tot tijd voerde de wind het geknal van het vuurwerk naar -het vaartuig, dat op het „Dankzeggingsfeest” werd -afgestoken, of drongen eenige tonen van eene fanfare tot zijn oor -door.</p> -<p>Raketten en het licht van bengaalsch vuur zag men <span class= -"pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span>over -de daken der huizen, en vóór dit geheel was uitgedoofd, -wierp het nog een oogenblik een lichtglans langs den hemel.</p> -<p>Johan Bennecken ging geruimen tijd op het halfdek heen en weer en -tuurde naar de stad, die hij zoo goed kende; naar de stad waarin hij -zijn leven had gesleten. De kleine ruimte, die zich tusschen het -vaartuig en de kade bevond, scheen hem een gapende afgrond te zijn, -waarin hij al zijne zorgen, al zijne teleurstellingen achterliet. En -toch was hij moedeloos. Duizenden herinneringen hadden hare kleine -scherpe klauwen in zijn gemoed gedrukt, en het deed pijn ze weg te -rukken.—Hij verwachtte niet veel van het leven aan de andere -zijde des Oceaans.</p> -<p>De trouwe vrienden beneden in het salon moesten eindelijk van boord -gaan, en zij plaatsten zich op de kade om een afscheidslied te zingen. -Doch dit plan kon niet tot uitvoering komen: zij waren al te geroerd, -en wandelden rustig naar stad. En stil werd het op het vaartuig, en -stil werd het in de stad, terwijl de machine als een uit zijnen slaap -gewekten reus zware zuchten slaakte.</p> -<p>Johan Bennecken zag op zijn horloge: het was half één. -De regenwolken zagen er dreigender en dreigender uit. Hij keek nog -eenmaal om zich heen als wilde hij, vóór hij naar beneden -ging, het leven, dat achter hem lag, beschouwen in het schoone -vreedzame beeld van den voorjaarsnacht.</p> -<p>Daar hoorde hij een rijtuig langs de kade rollen; het reed de -gaslantaarns voorbij en hield stil bij de Engelsche stoomboot. Een heer -met eenen steek op en in eenen mantel gehuld kwam er uit en sprak een -paar woorden met den koetsier.</p> -<p>Een oogenblik later hoorde Johan eene stem, die hij meende te -kennen, den Steward vragen waar Dokter Bennecken was. <span class= -"pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span></p> -<p>„Hier …. wil iemand mij spreken,” riep -Johan van het halfdek.</p> -<p>De onbekende liep de trap op en de dokter herkende de kamerheer -George Delphin.</p> -<p>„Goeden avond, dokter. Gij denkt zeker, dat ik te veel -gedronken heb, wat ook eigenlijk het geval is. Ik ben in ongenade -gevallen, en heb door een goed glas wijn mijne smart verdoofd. Is uwe -zuster ook aan boord?”</p> -<p>„Ja, zij slaapt al, hoop ik.”</p> -<p>„Kom, laat ons liever binnengaan,” zeide Delphin en hij -opende de deur van de rookkamer. „Hier kunnen wij een -afscheidsglas met elkaar drinken. Gij hebt toch geenen slaap -Dokter?”</p> -<p>„Neen, in het geheel niet,” antwoordde Johan en hij -draaide de lamp wat op, „wilt gij eene sigaar rooken?”</p> -<p>„Ja, maar gaarne had ik wat te drinken.”</p> -<p>De kamerheer deed zijn mantel af, en wierp zich in zijne met goud -geborduurde en met allerlei ordeteekenen bezaaide uniform op de sofa. -Johan Bennecken ging naar beneden om een flesch wijn te halen, maar het -eenige, wat de Steward zoo laat in den nacht kon vinden, was whiskey en -water.</p> -<p>De kamerheer verzekerde hem, dat dit zijne lievelingsdrank was, wat -werkelijk het geval scheen te zijn. Nadat hij een glas geledigd had, -zeide hij: „uwe zuster is dus aan boord?”</p> -<p>„Ja, ik hoop dat zij sedert lang slaapt,” antwoordde -Johan eenigszins verbaasd.</p> -<p>„Dat gij de stad kunt verlaten … dokter, in zulk -een interessanten tijd als wij beleven! Hoor wat er is voorgevallen. -Ten eerste: de kamerheer George Delphin in ongenade gevallen, ten -tweede: de groothandelaar Falck-Olsen, wegens een Isabella-paard met -een orde gedecoreerd; ten derde: de assistent-commiezen Hiorth en -Bennecken tot kamerjonkers bevorderd—en de eerste daarbij -verloofd ….” <span class="pagenum">[<a id="pb231" -href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span></p> -<p>„Een beetje minder snel, s.v.p. Wie is verloofd, zegt -gij?”</p> -<p>„Hiorth …. want toen zijn vader tot minister werd -benoemd, nam zij hem; ja, gij begrijpt wel, wie ik bedoel, -zij ….. de Isabella van Falck-Olsen, Sophie heet zij, -geloof ik. De andere ….. die met dat bolbleeke gezicht -heeft haar engagement verbroken.”</p> -<p>„Maar kamerheer, is het mogelijk,” riep de dokter -„alles draait mij voor de oogen.”</p> -<p>„Ja mij ook. Al het nieuws, dat ik opgedaan heb, komt uit den -koker van Mortensen, die niettegenstaande zijne lucifers, aan het hof -is voorgesteld geworden. O, wat benijd ik u, dokter, dat gij dien -geheelen rommel verlaat.”</p> -<p>Op zijn gelaat lag plotseling zulk een slappe, oudachtige trek, dat -Johan oprecht medelijden met hem voelde. „Gij moest maar met ons -meegaan kamerheer.”</p> -<p>„Ik ben immers in uniform.”</p> -<p>Toen Johan op dit gezegde glimlachte, zeide hij.</p> -<p>„O, gij vondt dit zeker eene flauwe geestigheid. Neen beste -vriend, ’t was bittere ernst. Ziet gij, de met uniform bekleeden -blijven in dit land achter en nemen in aantal toe …. de in -uniform gedosten en de in lompen gehulden. De laatste rat, die het -schip zal verlaten, is zeker een directeur van een armenkamer. Dit is -een post der toekomst: „Koninklijk Noorsch -opperstaatsarmendirecteur,<span class="corr" id="xd26e4382" title= -"Niet in bron">”</span> met den rang en de uniform van een -krijgscommissaris. Ik zou zelf naar dien post gesolliciteerd hebben, -zoo ik niet in ongenade was gevallen. <a id="xd26e4385" name= -"xd26e4385"></a>Buitendien,” ging hij voort, en maakte een nieuw -glas gereed, „zoo <i>ik</i> het al zonder de stad kan redden, zoo -kan de <i>stad</i> het waarachtig niet zonder mij doen. Hoe zou het met -de stakkers van menschen gaan, die nu in die caricatuur van eene -hoofdstad slapen, als zij morgen wakker werden en de kamerheer misten. -Want—<span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name= -"pb232">232</a>]</span>ziet gij, beste emigrant, wat ons eigenlijk -pijnigt, dat is de twijfel, de vrees, die wij koesteren, dat alles hier -niet geheel, <i lang="fr">comme il faut</i> is …. niet -volkomen zoo als alles op het vaste land, en—dat kan men ook -werkelijk niet van Mortensen met zijne lucifers beweren. Maar dan heeft -men gelukkig nog den kamerheer Delphin en een paar -anderen ….. die de wereld hebben gezien, of ten minste -doen of zulks het geval is, en over alles kunnen praten; die alle namen -en bijnamen weten; die de kunst verstaan iedere ernstige zaak door eene -wending van de hand tot eene grappige te maken; die de ingewikkelste -zaken in zakformaat weten te brengen; die de <i lang="fr">questions -brûlantes</i> van den dag samen vatten in vijf of zes <i>bons -mots</i>, die ze zich elk oogenblik herinneren en dadelijk bij de hand -hebben; en die ten laatste te midden van de meest onzinnige -bureau-praatjes volkomen op de hoogte zijn der dames-toiletten en met -den grootsten ernst daar over redeneeren. Ziet gij, dit zijn de -onontbeerlijke personen voor de hoofdstad! Ach!” riep hij -plotseling uit en zijn hoofd viel op tafel: „ik ben dit leven zoo -moe, ik ben zoo moe van alles!”</p> -<p>Eensklaps lag er zoo iets ernstigs over den eleganten cavalier, die -met het hoofd tegen den arm geleund vóór hem zat, dat -Johan Bennecken begreep, dat deze woorden niet alleen aan den roes, -waarin hij verkeerde, toe te schrijven waren. Hij legde de hand op -zijnen schouder, en zei met oprechte deelneming: „luister naar -mij Delphin! Gij zijt niet gelukkig, evenmin als ik …. -hier zijn gewis niet vele gelukkige menschen aan boord. Maar -kom,…. ga met ons mee, hier moogt ge niet blijven.”</p> -<p>De kamerheer beurde het hoofd op, zijn gelaat zag er weêr uit -als in vroegere dagen, de ironische glimlach zetelde er weêr:</p> -<p>„Gij doet mij levendig aan uwen vader denken …. -<span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name= -"pb233">233</a>]</span>diezelfde woorden zeide hij een paar uren -geleden, tot mij: „Het is werkelijk noodzakelijk voor u, hier van -daan te gaan,” zei hij, en ik wil ook zijnen raad volgen, ik wil -solliciteeren naar de betrekking van chef van de politie te -Aalsund.”</p> -<p>Johan Bennecken ging teleurgesteld een paar schreden achteruit: deze -woorden krenkten hem.</p> -<p>De kamerheer trok zijne overjas aan om weg te gaan, maar talmde -voortdurend; het scheen alsof hij nog iets zeggen wilde, maar niet -wist, hoe zich uit te drukken; de dokter vond zijn gedrag al vreemder -en vreemder. Eindelijk draaide hij zich op de loopplank even om, en -drukte innig de hand van den dokter, terwijl hij mompelde: „Groet -uwe zuster van mij, en zeg haar van mij …. zeg haar van -mij ….” de laatste woorden waren onverstaanbaar, zij -losten zich op in een geluid, dat veel van snikken had. Toen ging hij -spoedig naar wal en stapte in het rijtuig, dat op hem wachtte.</p> -<p>De koetsier, die op den bok had zitten dutten, nam schielijk het dek -van de paarden af. De hemel was geheel bewolkt; een uur lang had het -reeds geregend.</p> -<p>De dokter tuurde naar het rijtuig en naar de lange schaduw, die de -pooten der paarden in de plassen op de straat maakten, wanneer zij -voorbij eene gaslantaarn kwamen. Dit was het laatste, wat hij van de -stad zag, toen hij zich naar kooi begaf. Vroeg in den morgen lichtte -het Engelsche vaartuig het anker. Het was reeds zes uur, -vóór alles gereed was en de machine begon te werken. -Juist toen het schip in de nabijheid van het grootste eiland van de -Fjord was gekomen, steeg er van den kant der vesting eene rookwolk op, -en hoorde men kanonschoten dreunen. Op het achtergedeelte van het schip -vroeg iedereen nieuwsgierig waar die saluutschoten toch voor -dienden.</p> -<p>Johan Bennecken was zoo moede, dat hij er bijna niets <span class= -"pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span>van -hoorde; ook op het voordek bekommerde men er zich weinig over; men had -daar het gevoel, alsof men met het vaderland en zijne saluutschoten had -afgerekend.</p> -<p>En terwijl de een en twintig schoten plechtig over de stad dreunden, -dreef het vaartuig met de landverhuizers uit de Fjord, en de dikke gele -rook verborg de vesting aan aller oog, en verbreidde zich over de daken -der huizen in het grauwe regenachtige morgenuur.</p> -</div> -</div> -<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href= -"#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4431" title= -"Bron: XXIV">XXIII</span>.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De een en twintig kanonschoten verkondigden de -bevolking dat de koning naar Stockholm was teruggekeerd. Dit was genoeg -voor de oppositie en gretig maakte zij van de gelegenheid gebruik om in -hare bladen met de gewone onbeschaamdheid de regeering aan te vallen. -De geheele pers kwam in gisting; al de oude strijdvragen werden -opgedolven, iedere partij rukte met hare scheldwoorden aan, die, tot -groot genot der abonnés, als pluimballen heen en weer gekaatst -door de lucht vlogen.</p> -<p>Niet bewogen door politieke stormen ging de ridder Falck-Olsen den -volgenden Zondag voor zijnen grooten spiegel op en neer. Mevrouw zette -het een en ander te recht, en met trotsch keek zij naar het kleine -ordelint.</p> -<p>„Hoor vrouwlief …. wij moeten op reis.”</p> -<p>„Op reis? Waarom? Ben je nog niet tevreden? Nu is uwen lang -gekoesterden wensch vervuld.”</p> -<p>„Och wat!—Één ordeteeken is maar eene -eerste schrede.”</p> -<p>„Wel, goede hemel,” riep mevrouw min of meer uit haar -humeur, „gij meent nu wel op eens eene gewichtige persoonlijkheid -te zijn geworden, Ole Johan? Wanneer een ordeteeken slechts de eerste -schrede is, zoo wilde ik wel eens weten waaruit de tweede -bestaat.” <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" -name="pb235">235</a>]</span></p> -<p>„Nog een ordeteeken,” antwoordde haar man en hij verliet -het salon. Men had hem namelijk wijs gemaakt, dat de Duitsche vorsten, -wanneer zij aan eene badplaats vertoeven, altijd ordeteekenen mede -nemen, en dat het zeer gemakkelijk gaat, er een te -krijgen …. inzonderheid wanneer reeds een lintje op de -borst prijkt.</p> -<p>De familie Falck-Olsen reisde dus naar Ems en een paar weken later -ontving Caroline Hjelm een’ brief van Louise, waarin o. a. stond: -„Je kunt niet half gelooven, hoe heerlijk het voor mij is, des -morgens wakker te worden en niet meer aan Hans te moeten denken.</p> -<p>„Dat ik zoo dom kon zijn! Wij pasten volstrekt niet bij -elkander. Gisteren reden wij op ezels en een Engelschman, die ook van -de partij was (Papa zegt dat hij een Lord is), is er zoo stijf van, dat -hij nauwelijks kan zitten als andere menschen, maar een gedeelte van -zijne ruggegraat moet gebruiken.”</p> -<p>Caroline was onvoorzichtig genoeg deze regels aan hare moeder voor -te lezen, en den volgenden dag zeide Mevrouw Hjelm tot neef Hans: -„Je hebt Louise Falck-Olsen juist beoordeeld. Het buitenland -heeft haar reeds in den grond bedorven.”</p> -<p>Neef Hans zuchtte.</p> -<p>Anders de almachtige was werkelijk zwak van geest geworden.</p> -<p>Een paar dagen later veroorzaakte hij in het Departement een groot -schandaal, door dingen te vertellen, die niet verteld mochten worden. -De minister zag zich genoodzaakt krachtige maatregelen te nemen en door -bemiddeling van den Redacteur Mortensen gelukte het den ouden trouwen -dienaar bij zekere Madam Gluncke, die naaimeisjes hield, onder dak te -brengen.</p> -<p>Hier gevoelde hij zich zeer gelukkig. Toen men onderzocht, hoe het -met zijne geldzaken stond, kwam men tot de ontdekking, dat hij, -inzonderheid in de laatste <span class="pagenum">[<a id="pb236" href= -"#pb236" name="pb236">236</a>]</span>jaren, groote sommen ja, -onbegrijpelijke groote sommen in de spaarbank had geplaatst. Nadat hij -eenigen tijd met de levenslustige meisjes in de naaischool van -„Malle Bimbam” had verkeerd, scheen hij weldra het -Departement en wat daartoe behoorde, vergeten te hebben.</p> -<p>Daarentegen werd hij een trouw bezoeker van de kerk … -en plaatste zich altijd aan den kant, waar de vrouwen zaten. Voor -menige jonge dame was het een stichtend genot den eerwaardigen -grijsaard in haar psalmboek den text van het gezang te laten volgen; -men werd er bijna van geroerd naar het bleeke gezicht en het sneeuw -witte haar, dat in lokjes op den jaskraag viel, te kijken.</p> -<p>Intusschen werd de pluimbal door de pers met eene woede, die bijna -aan razernij grensde, heen en weer geworpen en inzonderheid was de -oppositie zeer ijverig.</p> -<p>Eerst begreep men niet, wat de ambtman Hiorth eigenlijk in het -Ministerie moest doen, een man, dien niemand kende. Zoo ook werden er -toespelingen gemaakt op een vreeselijk schandaal, dat in het -Departement van den minister Bennecken moest hebben plaats gehad; -documenten moesten verdwenen zijn, geheime verbergplaatsen aan het -licht zijn gekomen, waarin de gewichtigste staatsstukken gestopt -werden, en eene menigte ontdekkingen van de bedenkelijkste soort zijn -gedaan.</p> -<p>De mondelinge geruchten, die in omloop kwamen, waren van erger -soort; er werd gefluisterd, dat de minister in zeer nauwe betrekking -had gestaan tot een zeer slecht ter naam en faam staande vrouw, eene -zekere madam Gluncke; buitendien wist de geheele stad, dat twee der -kinderen van de familie, na eene hevige familie-scène, hals over -kop naar Amerika waren vertrokken.</p> -<p>Maar waar toch Anders, de almachtige gebleven was, met dit vraagstuk -hield men zich het meest bezig.</p> -<p>De minister droeg zijn hoofd nog een weinig hooger <span class= -"pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>dan -gewoonlijk, en dezelfde genadige glimlach plooide zich om zijnen mond, -wanneer hij op straat de voorbijgangers groette. Niettegenstaande het -volkomen kalme uitzicht van den minister allen in het Departement zou -hebben moeten tevreden stellen, steeg de ongerustheid meer en meer.</p> -<p>Iederen morgen zag men met verlangen uit naar den „Waren -Vriend des Volks,” maar deze bewaarde het stilzwijgen; geen -heftig hoofdartikel, dat den mond der schreeuwers kon stoppen en de -gemoederen tot bedaren kon brengen, verscheen.</p> -<p>„Maar nu wordt het toch waarachtig tijd, dat Mortensen de zaak -aangrijpt;” riep de commies Orseth uit en zijne vuist viel hard -op de tafel.</p> -<p>„Ja voor den d ….. dat moet hij;” herhaalde -de kamerjonker Hiorth, die, nu hij zoo hoog was gestegen, zich -verbeeldde ook wat te zeggen te hebben. En het geheele Departement was -het eens, dat Mortensen nu wat doen moest. Allen verkeerden in eene -gespannen en heftige stemming, toen de Redacteur binnenkwam en het nog -vochtige nieuwsblad op tafel wierp.</p> -<p>Hiorth greep de courant en las: „Geruchten-uitstrooiers en -Intriganten.”</p> -<p>„Eindelijk!” eene doodsche stilte ontstond, toen hij -begon te lezen.</p> -<p>Eerst werd de aandacht van de lezers gevestigd, op het gebrek aan -wapenen der oppositie, nu zij zich liet verleiden, in politieke -quaestiën, geruchten en oudewijvenpraat te mengen. Daarna werd -onder de aandacht gebracht, dat de voor het oogenblik bestaande -politieke toestand ieder welgezind en verlicht burger tot tevredenheid -moest stemmen.</p> -<p>„Dat intusschen,” las Hiorth verder, maar de Redacteur -trok hem de courant uit de hand: „laat mij lezen!”…. -„dat intusschen eene zoo alledaagsche zaak, als het <span class= -"pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name= -"pb238">238</a>]</span>ontslag van eenen bejaarden <span class="corr" -id="xd26e4497" title="Bron: concierge">conciërge</span> aan het -Departement tot zulke artikelen vol schandalen aanleiding kan geven, -is, op zich zelf genomen, een teeken des tijds, dat waard is -<span lang="la">ad notam</span> te nemen. Want achter -dit …. achter deze gehuichelde belangstelling voor de -minste bijzonderheden van het Staatsbestuur ligt heel iets anders, iets -dat iederen dag meer en meer veld bij ons wint, iets dat wij van den -aanvang, van den wortel af, ernstig moeten trachten uit te roeien, -indien wij willen verhinderen, dat er schadelijke vruchten aan rijpen -voor onze maatschappij. Het is de ingewortelde haat, die alle lage -karakters, alle slechts ten halve ontwikkelden tegen alle autoriteiten, -tegen allen, die geestelijk boven hen staan, voeden; een haat die zich -openbaart tegen de van God over ons gestelde Overheid, en die, terwijl -hij aan het schandelijkste ongeloof de hand reikt, tot in de heiligste -schuilhoeken van het familieleven doordringt, met het verhevenste den -spot drijft, en dreigt onze maatschappij geheel ten onder te brengen, -ons tot de wildste anarchie te voeren. Zekerlijk zijn er velen onder -ons, die zich geruststellen met de gedachte, dat de Noorsche -ambtenaarsstand zich aan dergelijke uitvallen niet zal storen—en -met recht. Maar toch beschouwen wij het als onzen plicht den vinger op -deze wondeplek te leggen, want hier begint een gevaar, waardoor de -geheele maatschappij wordt bedreigd. Eene grens moet er gesteld worden -aan de al meer en meer toenemende onbeschaamdheid, die in woorden en -geschrift zich het recht aanmatigt te oordeelen over hetgeen, naar de -verordeningen Gods en der menschen, boven hun oordeel verheven is; en -zoo dit niet door gemeenschappelijke krachtsinspanning van alle burgers -geschiedt, zoo zullen wij spoedig van het ergerniswekkende schouwspel -getuige zijn, dat eene oproerig gestemde menigte openlijk de wetten -trotseert en met de handhavers der <span class="pagenum">[<a id="pb239" -href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>wet den spot drijft. Laat ons -daarom waakzaam zijn en acht geven op de teekenen des tijds.</p> -<p>Niet dat wij eenige vrees koesteren, neen Goddank! Zoowel in onzen -verhevenen monarch, als in de vereeniging met ons broedervolk en -werkelijk niet het minst van allen in den sterken kring van -intelligente, begaafde staatslieden en ambtenaars, die zoolang onze -maatschappij met hunne krachten bijgestaan hebben en die aan de dagen -van voorheen getrouw zullen blijven—in alle dezen hebben wij te -goede waarborgen, dan dat er reden zou kunnen bestaan eenige vrees te -koesteren. Maar—wij herhalen het—laat ons waakzaam zijn en -op de teekenen des tijds acht geven. Booze, het licht schuwende machten -staan in onze maatschappij op den loer; laat het volle daglicht maar -eens op hen vallen en als booze geesten zullen zij terugvliegen naar de -duisternis, die hen geboren deed worden.”</p> -<p>Een groot gejubel ontstond er onder de hoorders, toen Mortensen had -geëindigd. Orseth wreef zich vergenoegd de handen en riep: -„Kijk, dat is ferm—heel ferm gezegd. Hebt gij er naar -geluisterd Hansen, dat was ook wat voor u!”</p> -<p>De oude Hansen boog zich wat verder over den hoop papieren, die voor -hem lag.</p> -<p>Al de anderen voelden zich als van eenen zwaren last ontheven. Het -schandaal was tot eene kleinigheid teruggebracht en den schreeuwers was -een goed pak toegediend.</p> -<p>Mortensen zag den kring, die zich om hem heen had gevormd, rond en -zeide: „Ja …. nu ziet gij eens, kereltjes, wat gij -zonder mij waart! Bestaat er iets zoo zegenrijk voor een land als eene -verlichte, waarheidlievende en rechtvaardig gezinde pers?”</p> -<p>Toen Mortensen deze woorden zeide, had de dubbelzinnige glimlach, -die hem meestal eigen was, om zijne lippen <span class= -"pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name= -"pb240">240</a>]</span>gespeeld; men was er nooit van verzekerd, of hij -oprecht meende, wat hij zeide, dan of het satirisch bedoeld was.</p> -<p>Maar thans lachte niemand, want op dit oogenblik gevoelden allen, -dat Mortensen gelijk had.</p> -<p class="trailer xd26e4522">EINDE.</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table> -<tr> -<td class="tocDivNum">I.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">I.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">II.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">II.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">11</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">III.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">III.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">24</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">IV.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">IV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">38</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">V.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">V.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">44</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">VI.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">VI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">54</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">VII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">VII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">65</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">VIII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">VIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">IX.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">IX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">91</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">X.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">X.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">103</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XI.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch11">XI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch11">115</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch12">XII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch12">123</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XIII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch13">XIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch13">133</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XIV.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch14">XIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch14">146</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XV.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch15">XV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch15">156</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XVI.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch16">XVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch16">165</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XVII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch17">XVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch17">170</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XVIII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch18">XVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch18">178</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XIX.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch19">XIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch19">188</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XX.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch20">XX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch20">204</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XXI.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch21">XXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch21">218</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XXII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch22">XXII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch22">223</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum">XXIII.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch23">XXIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch23">234</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcribernote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen -overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het -kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de -<a class="seclink xd26e48" title="Externe link" href= -"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg -Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd26e48" -title="Externe link" href= -"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd -correctieteam op <a class="exlink xd26e48" title="Externe link" href= -"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> -<p>Oorspronkelijke titel: <i lang="no">Arbeidsfolk</i>, verschenen in -1881.</p> -<p>Scans van dit boek zijn beschikbaar bij de Noorse Nationale -Bibliotheek (<a class="seclink xd26e48" title="Externe link" href= -"https://urn.nb.no/URN:NBN:no-nb_digibok_2009100612001">link</a>).</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Arbeiders</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Alexander Lange Kielland (1849–1906)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/54187212/" class= -"seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Vertaler:</b></td> -<td>Ida Donker</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/281360752/" class= -"seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Oude Spelling)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1883]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Scandinavian literature</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3>Catalogusvermeldingen</h3> -<table class="catalogEntries"> -<tr> -<td>Gerelateerde WorldCat cataloguspagina:</td> -<td><a href="https://www.worldcat.org/oclc/67802018" class= -"seclink">67802018</a></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke -schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn -stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn -verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het -einde van dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2017-10-26 Begonnen.</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn -dat deze links voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctiontable" summary= -"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e215">5</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e286">9</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e4161">220</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4385">231</a></td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e299">9</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e305">9</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e319">10</a>, <a class="pageref" href="#xd26e420">15</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e4163">220</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e4221">222</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4277">225</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e312">9</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e952">41</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e1619">82</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3639">192</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e4166">220</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e4382">231</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e315">9</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e4035">213</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e378">13</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e2770">148</a></td> -<td class="width40 bottom">»</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e427">15</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e3837">202</a></td> -<td class="width40 bottom">Christiansand</td> -<td class="width40 bottom">Kristiansand</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e503">18</a></td> -<td class="width40 bottom">alleriei</td> -<td class="width40 bottom">allerlei</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e525">19</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e561">21</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e579">22</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3180">171</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e3218">173</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e3231">174</a></td> -<td class="width40 bottom">Krijdsvig</td> -<td class="width40 bottom">Krydsvig</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e551">20</a></td> -<td class="width40 bottom">Tofle</td> -<td class="width40 bottom">Tofte</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e820">35</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e1001">43</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e2748">147</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3056">164</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e3296">176</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1157">51</a></td> -<td class="width40 bottom">paket</td> -<td class="width40 bottom">pakket</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1185">54</a></td> -<td class="width40 bottom">Cristiania</td> -<td class="width40 bottom">Christiania</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1441">69</a></td> -<td class="width40 bottom">patienten</td> -<td class="width40 bottom">patiënten</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1686">85</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e1689">85</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e1709">86</a>, <a class="pageref" href="#xd26e1989">103</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e2195">113</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e2265">117</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2548">133</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e2901">155</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e2959">158</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2986">159</a>, -<a class="pageref" href="#xd26e3378">180</a>, <a class="pageref" href= -"#xd26e4497">238</a></td> -<td class="width40 bottom">concierge</td> -<td class="width40 bottom">conciërge</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1769">90</a></td> -<td class="width40 bottom">respectable</td> -<td class="width40 bottom">respectabele</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1978">102</a></td> -<td class="width40 bottom">t’ huis</td> -<td class="width40 bottom">t’huis</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1995">103</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2121">109</a></td> -<td class="width40 bottom">geloofd</td> -<td class="width40 bottom">gelooft</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2405">123</a></td> -<td class="width40 bottom">slimmert</td> -<td class="width40 bottom">slimmerd</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2530">132</a></td> -<td class="width40 bottom">licht groene</td> -<td class="width40 bottom">lichtgroene</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2594">137</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">:</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2870">152</a></td> -<td class="width40 bottom">Adelaïda</td> -<td class="width40 bottom">Adelaïde</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2876">153</a></td> -<td class="width40 bottom">Adelaide</td> -<td class="width40 bottom">Adelaïde</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2914">156</a></td> -<td class="width40 bottom">Laurits</td> -<td class="width40 bottom">Lauritz</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3094">165</a></td> -<td class="width40 bottom">XVII</td> -<td class="width40 bottom">XVI</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3111">166</a></td> -<td class="width40 bottom">Christiaansand</td> -<td class="width40 bottom">Kristiansand</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3161">170</a></td> -<td class="width40 bottom">XVIII</td> -<td class="width40 bottom">XVII</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3199">172</a></td> -<td class="width40 bottom">Boldeman</td> -<td class="width40 bottom">Boldemann</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3324">178</a></td> -<td class="width40 bottom">XIX</td> -<td class="width40 bottom">XVIII</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3529">188</a></td> -<td class="width40 bottom">XX</td> -<td class="width40 bottom">XIX</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3574">190</a></td> -<td class="width40 bottom">oogvallend</td> -<td class="width40 bottom">oog vallend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3752">198</a></td> -<td class="width40 bottom">Boldermann</td> -<td class="width40 bottom">Boldemann</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3869">204</a></td> -<td class="width40 bottom">XXI</td> -<td class="width40 bottom">XX</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3989">211</a></td> -<td class="width40 bottom">Goëthe</td> -<td class="width40 bottom">Goethe</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4030">213</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4037">213</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">,”</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4119">218</a></td> -<td class="width40 bottom">XXII</td> -<td class="width40 bottom">XXI</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4245">223</a></td> -<td class="width40 bottom">XXIII</td> -<td class="width40 bottom">XXII</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4259">224</a></td> -<td class="width40 bottom">Dijbwadgaarden</td> -<td class="width40 bottom">Dybwadgaarden</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4315">228</a></td> -<td class="width40 bottom">individuën</td> -<td class="width40 bottom">individuen</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4431">234</a></td> -<td class="width40 bottom">XXIV</td> -<td class="width40 bottom">XXIII</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS *** - -***** This file should be named 55834-h.htm or 55834-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/5/8/3/55834/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg from scans made available by the Norwegian -National Library. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/55834-h/images/book.png b/old/55834-h/images/book.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 963d165..0000000 --- a/old/55834-h/images/book.png +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/images/card.png b/old/55834-h/images/card.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 1ffbe1a..0000000 --- a/old/55834-h/images/card.png +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/images/external.png b/old/55834-h/images/external.png Binary files differdeleted file mode 100644 index ba4f205..0000000 --- a/old/55834-h/images/external.png +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 21b815e..0000000 --- a/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/images/new-cover.jpg b/old/55834-h/images/new-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5754020..0000000 --- a/old/55834-h/images/new-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/55834-h/images/titlepage.png b/old/55834-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 4d33ef1..0000000 --- a/old/55834-h/images/titlepage.png +++ /dev/null |
