summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-07 17:47:09 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-02-07 17:47:09 -0800
commit8111e3f33802d48476844eba43f63adcf9144ea7 (patch)
tree36e1a2f894f318cbebe6952a689b121ae98ec9ab
parent393f4767f8ee3ae4c23fcf6e34501d528ccdb1a2 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/55834-8.txt9100
-rw-r--r--old/55834-8.zipbin165838 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h.zipbin241681 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/55834-h.htm9508
-rw-r--r--old/55834-h/images/book.pngbin364 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/images/card.pngbin249 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/images/external.pngbin172 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/images/new-cover-tn.jpgbin8368 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/images/new-cover.jpgbin41042 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/55834-h/images/titlepage.pngbin6978 -> 0 bytes
13 files changed, 17 insertions, 18608 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..f5fd614
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #55834 (https://www.gutenberg.org/ebooks/55834)
diff --git a/old/55834-8.txt b/old/55834-8.txt
deleted file mode 100644
index 1cb17b4..0000000
--- a/old/55834-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,9100 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: Arbeiders
- Roman
-
-Author: Alexander L. Kielland
-
-Translator: Ida Donker
-
-Release Date: October 28, 2017 [EBook #55834]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg from scans made available by the Norwegian
-National Library.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- ARBEIDERS.
-
- ROMAN
-
- VAN
- ALEXANDER L. KIELLAND.
-
- Vertaald uit het Noordsch
- DOOR
- IDA DONKER.
-
-
-
- DEVENTER,
- W. HULSCHER G.J.ZN.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ARBEIDERS.
-
-
-I.
-
-
-In het zuidwesten en over de baai, aan welke Christiania gelegen is,
-was de hemel helder en blauwachtig wit. De zonnestralen glinsterden
-in de door den wind zacht bewogen golfjes, waartusschen men echter
-strepen waters zag zonder eenige beweging. Uit welke streek het waaide,
-viel moeilijk te zeggen. In het oosten hingen iederen namiddag zware
-onweerswolken over de stad; tegen den avond trokken zij weer op.
-
-"Barstte de onweersbui toch maar eens los," dachten de lieden,
-maar het was alle dagen, gedurende de geheele maand Augustus,
-hetzelfde. De zon braadde, de wind voerde de warme lucht, dan hier,
-dan daar, zonder eenige koelte aan te brengen, en de drukkende hitte,
-onder welke men al zoolang had gezwoegd, en van welke men hoopte door
-eene flinke onweersbui verlost te worden, duurde maar steeds voort. De
-breede straten van Christiania werden geblakerd in de zon; in het
-zuiden en zuidwesten der stad was het bijna niet uit te houden. De
-schaduw scheen het zich wel tot taak te hebben gesteld zich zoo smal
-mogelijk te maken, zij sloop als 't ware langs de huizen en maakte
-het den voorbijgangers onmogelijk eenig voordeel van haar te trekken.
-
-In de Karel-Johanstraat was het des morgens het best: men kon het
-Storthing-gebouw bereiken, zonder te veel van den fellen zonneschijn
-te lijden te hebben, maar over het Eidsvoldsplein en naar het slot
-had de zon hare beste krachten verzameld.
-
-De bladeren der boomen van het jonge plantsoen hadden eene grijsachtig
-witte kleur van het stof en hingen slap neer; de populieren stonden
-even stijf als altijd en gluurden naar hunne schaduw. En de menschen
-gleden, alsof zij vogels waren, van den eenen boom naar den anderen,
-terwijl deze zich in het dichtste gebladerte verscholen, of wel zich
-bezig hielden een zandbad in de half verschroeide bloemperken te nemen.
-
-Eenige heeren sleepten zich met moeite voort op de hoogte waarop het
-slot gebouwd is. De warmte had hen duchtig beet, dat kon men duidelijk
-aan hen zien, en zij zagen er recht ongelukkig uit, zooals zij daar
-met opgestoken paraplui, den hoed in de hand en den zakdoek nat van
-al de zweetdroppels, die zij er mee afgewischt hadden, hunnen weg
-vervolgden. Onder de groote klok van het universiteitsgebouw stonden
-eenige jonge studenten (zij hadden pas dien titel verkregen) en zij
-zweetten Latijn. Plotseling werd het stof in de Universiteitsstraat
-door een licht windje in beweging gebracht, naar alle kanten dwarrelde
-het in dikke wolken heen; juist kwam ook de waterkar aan, en de
-droppels bleven als grauwe parelen op het dikke warme stof liggen.
-
-Het deed pijn aan de oogen, naar de zijde van het slot te zien;
-het gebouw werd door de zon van alle kanten fel beschenen; voor de
-ramen had men dan ook alle gordijnen neergelaten. Karel Johan zat
-op zijn bronzen paard voor het slot, hij hield zijnen hoed in de
-hand om het wat minder warm te hebben. De rook uit de schoorsteenen
-viel, of liever hing, als eene bruine wolklaag over de stad neer,
-in het oosten pakten de geelachtige onweerswolken zich weer samen en
-zij zagen er uit, als de rook van zwaar geschut. De groote steen en
-huizen, zoo gebouwd, dat zij eenen Siberischen winter weerstand kunnen
-bieden, waren thans werkelijk aan ovens gelijk. De warme lucht rustte
-echter nog zwaarder op de kleine, nauw ingesloten binnenplaatsen,
-waar men op zijnen rug moet gaan liggen, zoo men een stukje van den
-blauwen hemel wil zien. Door achterdeuren en keukenramen drong zij
-de trappen op; hier ontmoette zij de warme zonnestralen, die van
-de straatzijde in de woningen door de vele vensters en den geheel
-verwarmden voorgevel vielen. Van den zolder tot aan den kelder was er
-geen enkel koel plaatsje te vinden, uitgenomen daar, waar de voorraad
-ijs zich bevond; de langdurige hitte had de muren zoodanig verwarmd,
-dat zelfs de nachten geene verademing aanbrachten. Het was snik heet,
-alles wat de eigenschap bezat eene vieze lucht te kunnen verspreiden,
-greep die gelegenheid gretig aan; in de geheele stad was geen mond
-vol frissche lucht te bekomen.
-
-"Hoe noordelijker men komt, des te erger wordt de hitte," zeide de
-commies Mortensen, en hij deed zijne das af. Hij zat reeds in zijne
-hemdsmouwen en zijn vest hing open.
-
-De jonge klerk Hiorth welke nog geene vaste aanstelling bij het
-Departement had bekomen, en die bezig was met het plakken van
-kleine papieren zakken, die men voor het een of ander doel in het
-Departement noodig had, draaide zich boos om, want Mortensen zag er
-dan ook alles behalve smaakvol uit, zooals hij daar van de warmte in
-zijne geelachtige hemdsmouwen zat te puffen. Hiorth waagde het echter
-niet iets te zeggen, hij was, zooals gezegd is, nog een nieuweling,
-en Mortensen voerde hier het hooge woord.
-
-Alle ramen in het groote gebouw stonden wijd open, evenzoo de deuren
-tusschen de verschillende vertrekken en de gangen. De beambten brachten
-elkander visites en klaagden over de warmte; eenige stukken hadden zij
-echter altijd in de hand, voor het geval, dat zij iemand op hunnen weg
-ontmoetten. De nieuwelingen, die nog niet aan het werk gewoon waren,
-hadden veel moeite wakker te blijven; als verwelkte zonnebloemen hingen
-zij met 't hoofd over de tafel gebogen, soms sprongen zij verschrikt
-uit hunne zoete sluimering ontwaakt, op, en dan hadden zij het bijster
-druk met hunne papieren in orde te brengen. Papier was er overal. De
-klerken waren er geheel van omringd; al de planken tegen de muren
-waren propvol. Er was grauw papier, wit papier, geel papier, pakpapier,
-postpapier, bordpapier, vloeipapier, gestempeld papier, nieuw papier
-en ook heel oud papier met gele kanten. Papier lag in enkele vellen,
-in een omslag, of wel in groote pakken gebonden op den vloer, op de
-stoelen en tafels; het was werkelijk eene overstrooming van papier,
-en de ongelukkigen, die daar hunne bezigheid hadden, moesten, naar
-het scheen, zich er op voorbereiden, eenmaal den dood in 't papier
-te vinden, zoo zij zich ten minste door zwemmen niet konden redden.
-
-In het vertrek naast dat van Mortensen zat de commies Örseth. Hij was
-klein van gestalte, droeg een' zwarten baard en was zeer levendig. Hij
-stoof de kamer, waar Mortensen zich bevond, binnen; een courant hield
-hij in de hand.
-
-"Hebt gij dit artikel gelezen, Mortensen, het gaat nu werkelijk al
-te ver.... anders, lees dit stuk eens over het stemrecht van de
-werklieden. Dat zoo iets openlijk geschreven, gedrukt, verspreid
-wordt.... de schrijvers van zoodanige artikelen verdienden dat zij
-opgehangen werden."
-
-Mortensen wierp vluchtig eenen blik op het blad.
-
-"Dat las ik van morgen.... onzin!"
-
-"Onzin! Mortensen, neen veel erger is het.... leugenachtige ophitsende
-woorden, die hoogst gevaarlijk voor de rust van de maatschappij
-zijn. O, wanneer ik het bedenk," barstte Örseth uit, en een bittere
-glimlach speelde om zijnen mond, "hoe men hier de werklieden naar de
-oogen ziet, op familiaren voet met hen wenscht te staan, hoe men bij
-alle gelegenheden, te pas of te onpas, redevoeringen houdt, waarin men
-hunnen lof uitbazuint, juist alsof zij alleen werk in de maatschappij
-verrichten, en alsof wij niet anders waren dan.... dan...."
-
-"Dagdieven," vulde Mortensen aan.
-
-"Het rechte woord," riep Örseth uit, "en ik zou toch wel eens willen
-weten, wie het meest werkt, zulk een stratenmaker bijv. of één
-van ons!"
-
-Op dit oogenblik gleed een klein man, met wit haar, het vertrek
-binnen. Nooit wist men goed, van welken kant hij binnenkwam; de deuren
-gingen altijd, wanneer zij niet openstonden, zooals nu, onhoorbaar
-onder zijne hand open, en op vilten zolen liep hij door het gebouw.
-
-"Nu, Mo," zeide Mortensen, en hij knipoogde hem vertrouwelijk toe,
-"is hij weg?"
-
-"De minister is een oogenblik geleden met den koopman Falck-Olsen
-uitgereden," antwoordde Mo, en hij gleed weer uit het vertrek.
-
-Zoolang de kleine man in het vertrek was, zaten al de klerken over
-hun werk gebogen, en Örseth was ook naar zijn vertrek teruggekeerd.
-
-Mo was de bode van het Departement. Hij was altijd in bruinen rok
-met lange panden en opstaanden kraag gekleed, en eene witte stijve
-das reikte hem tot aan de kin. In dit costuum had hij veel van eenen
-kwaker, en het bleeke gelaat met den vriendelijken blik boezemde
-vertrouwen in. Zijn haar was sneeuwwit, en, wijl het tamelijk lang
-in den nek was, viel het in kleine krulletjes over den kraag van
-zijnen rok.
-
-Toen de bode, even onhoorbaar als hij gekomen was, het vertrek
-had verlaten, riep Mortensen half luid uit: "Hoor, Örseth, ging de
-hoofdcommies nu ook maar weg, dan zou een glas schuimend bier in het
-koffiehuis hier naast, best smaken.... hé?"
-
-"Hé ja!" riep de jonge Hiorth uit, en de schaar viel hem uit de hand.
-
-Mortensen zag den jongen man koel aan; plotseling kwam hij op andere
-gedachten. Hiorth was de zoon van een voornaam ambtenaar in het
-westelijke gedeelte van Noorwegen, hij had zeer goede relatiën en was
-waarschijnlijk goed bij kas. Hij antwoordde daarom vrij vriendelijk:
-"Jonge vriend, je groeit schielijk!" Hiorth begreep in het minste
-niet, wat met deze woorden werd gemeend, maar daar hij had bemerkt,
-dat het tot de bon ton in het Departement behoorde, Mortensen
-geestig te vinden, lachte hij natuurlijk, en zeide in allen eenvoud:
-"Wat ik het meest mis, sedert ik aan het Departement werkzaam ben,
-is mijn ontbijt in het Grand-Hôtel; men heeft er nu zulke heerlijke
-lamscoteletten, nergens maakt men ze beter klaar, en dan versche
-komkommersalade...." In het vertrek waar Örseth werkte, werd eenig
-gebrom gehoord.
-
-"Nooit eet ik in den voormiddag komkommersalade," antwoordde Mortensen,
-"daar behoudt men den smaak te lang van in den mond, maar eene
-beefsteak à la Hollandaise met aardappelen, een borrel en een glas
-bier, dat is een ontbijt naar mijnen smaak."
-
-"Dat is ook altijd heel goed in het Grand-Hôtel."
-
-"Ik voor mij, vind, dat men daar in 't geheel niet goed eet," zei
-Mortensen op onverschilligen toon.
-
-"Ik kan er voor instaan, dat het u daar bevallen zal, en wanneer gij
-mij de eer wilt aandoen, er met mij heen te gaan....."
-
-Opnieuw werd het gebrom in het andere vertrek gehoord.
-
-"Dank voor je aanbod, maar Örseth en ik waren eigenlijk van plan....."
-
-"Zoo gij meent," zeide Hiorth op wat angstvalligen toon "dat meneer
-Örseth mij ook de eer zou willen aandoen van....."
-
-"Ja, dat is niet heel gemakkelijk te zeggen," antwoordde Mortensen, "op
-dit punt is hij nog al teergevoelig, maar ik wil hem wel eens polsen,"
-en hij ging naar het andere vertrek. Hier zat ook in eenen hoek over
-eenen lessenaar heengebogen een man met oudachtig uiterlijk. Nadat
-Örseth een oogenblik met Mortensen op fluisterenden toon had gesproken,
-riep hij: "Hansen, ik moet van morgen even uit. Zoo Mo vraagt, waar
-ik ben, kunt gij zeggen dat ik naar het registratie-kantoor ben,
-om er eene conferentie te houden.... hebt gij het begrepen, Hansen?"
-
-Deze boog even toestemmend met het hoofd.
-
-"Wat is hij dof geworden," zeide Mortensen half luid, "het was hoog
-tijd, dat hij de redactie van de courant neerlegde."
-
-Mortensen bedoelde: "de Vriend des Volks," welke de oude Hansen
-vroeger had geredigeerd, maar hij was gedwongen zijn ontslag aan
-te vragen, wijl de courant in den laatsten tijd eene richting was
-toegedaan, welke zij, die over hem gesteld waren, gevaarlijk voor de
-maatschappij vonden.
-
-Nu was Mortensen redacteur.
-
-Örseth begon zich al gereed te maken, heen te gaan, waarop Mortensen
-aanmerkte, dat het niet gaan zou, zoolang de chef van het bureau nog
-niet zijne dagelijksche wandeling had gedaan. Juist toen Mortensen die
-woorden zeide, hoorden zij de deur van de kamer, in welke deze zat,
-openen, en zagen zij hem de trappen afkomen.
-
-Mortensen ging naar zijne plaats terug en zeide tot Hiorth op
-fluisterenden toon: "ik heb hem overgehaald meê te gaan," en onder
-het neuriën van een volksliedje begon ook hij zijn toilet wat in orde
-te brengen.
-
-Niet velen zouden het gewaagd hebben in de bureau's van het Departement
-zich zoo vrij te gedragen als Mortensen gewoon was. Eerstens was het
-eene bekende zaak, dat hij Anders, den "Almachtige," zooals Mo in de
-wandeling genoemd werd, tot vriend had, ten andere werd er gemompeld,
-dat de minister Bennecken, wanneer hij zijn gevoelen aangaande het
-een of ander kenbaar wilde maken, zich soms van "de Vriend des Volks"
-bediende.
-
-Dit was de reden, waarom de commies Mortensen in het Departement voor
-wat meer aangezien werd dan zijne collega's. Zoo langzamerhand begon
-het in het vergeetboek te geraken, dat zijn verleden niet onberispelijk
-was geweest. Veel was er indertijd gepraat over een bedrog in eene
-fabriek voor lucifers op groote schaal gepleegd, en Mortensen, die toen
-zaakwaarnemer in de kleine stad was, had zich zeer gecompromitteerd.
-
-Eindelijk was Mortensen er in geslaagd, zijn jas over zijn gele hemd
-dicht te knoopen en de heeren stonden reeds met den hoed in de hand,
-gereed om weg te gaan. Bij de deur gekomen, keerde Mortensen zich om,
-en riep uit: "Bij alle goden, hij heeft geene stukken meegenomen,
-de jonge snaak is van plan zonder stukken de straat op te gaan."
-
-Hiorth lachte; hij wist, dat zoodra Mortensen iets geestigs zeide,
-dit van de hoorders verwacht werd.
-
-"Hebt gij dan geen oogen," zeide Örseth, en nu eerst bemerkte Hiorth
-dat de anderen eenige papieren onder den arm hadden.
-
-"Maar.... maar.... welke stukken kan ik meênemen," vroeg hij op
-radeloozen toon, en hij zag naar den hoop papieren, die voor hem lagen.
-
-"Nu nog mooier," riep Mortensen uit, en meewarig sloeg hij zijnen
-blik naar het plafond, "hij vraagt welke stukken hij zal meênemen;
-alsof het er wat op aankomt, met welk papier men op straat gaat."
-
-Eindelijk ging er een licht voor den nieuweling in het vak op, hij
-maakte dus een pak klaar, dat aan dat der anderen gelijk was, en zoo
-waren zij ten laatste gereed de trap af te gaan. Toen zij echter bij
-de straatdeur waren gekomen, werden zij door eenen langen, mageren man,
-in een werkpak gekleed, opgehouden.
-
-"Meneer de Redacteur," zeide hij tot Mortensen, en hij wischte zich
-het zweet met zijn schootsvel van het gelaat, "waar kunnen wij een
-portret van generaal Roberts in de stad krijgen?" Zonder een oogenblik
-te aarzelen antwoordde de Redacteur: "neem dat van Gladstone en geef
-hem eenen vollen baard."
-
-"Maar Gladstone is zoo kaal," merkte de graveur aan.
-
-"Zet hem een Stanley-hoed op," antwoordde Mortensen kalm. De man
-groette en ging verder, en Hiorth zag Mortensen met de grootste
-bewondering aan. "Ferm bedacht, meneer de Redacteur," zeide hij,
-en hij waagde het zelfs, Mortensen vertrouwelijk op den schouder te
-kloppen,--de gedachte dat hij de anderen vrij zou houden, gaf hem moed.
-
-"Maar weet gij precies, hoe generaal Roberts er uit ziet?"
-
-"In het geheel niet," antwoordde Mortensen.
-
-"Maar gesteld, dat de generaal in 't geheel geenen baard heeft,
-of alleen eenen knevel, zooals ik bijvoorbeeld?"
-
-"Dan heeft de generaal zich den baard laten afscheren, sedert hij
-het laatst voor zijn portret heeft gezeten, dat is klaar als de dag."
-
-"Nu," zeide Örseth, "moeten wij ieder afzonderlijk gaan; steek naar
-de andere zijde der straat over, Mortensen."
-
-Een vloek ontsnapte aan Mortensen, de anderen draaiden zich om, en
-hij, dien zij het minst van allen wilden ontmoeten, kwam recht op hen
-aan. Het was de hoofdcommies, de heer Delphin, deftig en elegant als
-altijd, een boosaardige glimlach speelde, zooals veelal het geval was,
-ook nu om zijne lippen.
-
-"Daar zullen wij van lusten, dat onweer kunnen wij niet meer ontkomen,"
-zeide Örseth bij zich zelf. Hiorth beefde van schrik. De drie heeren
-groetten George Delphin vrij verward, deze groette even terug, en het
-had er veel van, alsof hij hen zonder iets te zeggen, voorbij wilde
-gaan; onverwachts echter bleef hij voor Mortensen staan en vroeg hem
-buitengewoon beleefd: "Meneer Mortensen, u heeft zeker wel een paar
-lucifers over?"
-
-Mortensen kromp ineen van schrik, terwijl hij naar de verlangde
-lucifers zocht; de hoofdcommies stak zeer langzaam en voorzichtig
-zijne sigaar aan, bedankte voor de moeite, en ging verder.
-
-"Nu, daar zijn wij al heel genadig afgekomen," zeide Hiorth in zijne
-onschuld.
-
-"O, dat wil ik juist niet beweren," antwoordde Örseth, en zijdelings
-wierp hij eenen boosaardigen blik op Mortensen.
-
-"Vervloekte rekel!" fluisterde de Redacteur bij zich zelf.
-
-"Verleden Zondag hoorde ik bij de familie Falck-Olsen vertellen,
-dat meneer Delphin veel kans had, spoedig tot kamerheer te worden
-benoemd," zeide Hiorth, altijd recht in zijnen schik, als hij zijne
-kennis aan voorname familiën kon luchten. De heeren hadden tijd noch
-lust, iets op deze woorden te antwoorden; zooals Örseth geraden had,
-ging ieder nu langs eenen anderen weg naar het Grand-Hôtel, waar men
-elkaar zou ontmoeten.
-
-De zon scheen nog even fel. Aan de zijde der straat, waar eenigszins
-schaduw te vinden was, liep zooveel volk, dat het onmogelijk was,
-spoedig vooruit te komen; de drie heeren vonden het dus maar beter,
-de hitte te trotseeren en zich in de zon te laten braden. Vluchtig
-groetten zij in het voorbijgaan hunne bekenden, doch bleven geen
-oogenblik staan om een praatje te houden, ieder zag dan toch ook,
-dat zij veel te doen hadden, de groote pakken papier waren van dienst.
-
-In het Departementsgebouw steeg de hitte meer en meer. De oude Hansen
-zat eenzaam in die groote vertrekken, en zijn hoofd boog zich ook al
-meer en meer over den hoop papieren die voor hem lag.
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-
-Er was zitting van het Thing (gerecht) in het huis van den Lensmand
-[1]. Langs beide zijden van den straatweg zag men uitgespannen wagens
-van allerlei vorm, meest boerenkarren; voor de deur van het huis,
-waar de zitting was, stond de calèche waarmede de heeren van het
-gerecht uit de stad waren gekomen.
-
-De dorpsjeugd kon zich aan het mooie rijtuig niet moede kijken;
-met open mond gaapten de kleine jongens het aan. De een achter den
-ander, de kleinste echter voorop, en allen hielden zij de handen
-in de broekzakken. De volwassenen stonden hier en daar op den weg
-verspreid, de meesten hielden zich echter in de buurt van het huis
-van den Lensmand, zij bekeken het mooie rijtuig ook van alle kanten,
-doch zij gaapten er een weinig minder naar dan de jongens; dit echter
-hadden zij met dezen gemeen, dat hunne handen ook in de broekzakken
-waren verdwenen. Vrouwen zag men in het geheel niet op den weg.
-
-Eenigen der boeren stonden in groepjes met elkaar te praten, anderen
-gingen twee aan twee op de plaats achter het huis heen en weer, om meer
-ongestoord te kunnen spreken, weder anderen zag men in onverschillige
-houding tegen het hek leunen en naar de zee turen. Soms kon men echter
-een gelaat ontdekken, waarop angst en spanning duidelijk te lezen
-stonden; het was bij die lieden, die een' langen weg hadden afgelegd,
-om te hooren, hoe het met hunne zaak stond.
-
-Een kleine man, met zeer roode randen om zijne oogen stond op tamelijk
-grooten afstand van de anderen. Den geheelen nacht had hij flink
-moeten doorrijden, om vroeg genoeg voor de zitting te komen. Aan eenen
-paardenopkooper had hij een Isabella-paard verkocht, maar toen het op
-betalen aankwam, had deze hem leelijk gefopt. Ongeveer een jaar geleden
-had hij zijne zaak den advokaat Bogesen in handen gegeven, en menigen
-blanken rijksdaalder had hij reeds moeten betalen om de onkosten,
-die de advokaat natuurlijk maken moest, goed te maken, maar kooper
-en paard reden intusschen de wereld rond, de hemel mocht weten waar.
-
-Vandaag, zoo had de advokaat hem ten minste beloofd, zou er een eind
-aan de zaak gemaakt worden, en in zijne verbeelding hoorde hij reeds,
-hoe het gerecht den paardenopkooper tot eene zware geldboete of eenige
-andere straf zou veroordeelen, terwijl aan hem zijn geld zou worden
-terugbetaald en, wie weet? ook de merrie hem weer zou toebehooren.
-
-Zoo het hem maar mocht gelukken den advokaat Bogesen te ontdekken! Den
-geheelen morgen had hij vóór het huis van den Lensmand op wacht
-gestaan, maar zijn advokaat kon hij maar niet in het oog krijgen.
-
-De menschen stroomden het huis in en uit, eenigen hadden aan den
-ontvanger hunne belasting te betalen, anderen wilden den ambtman [2]
-spreken, of wel het een of ander aan de klerken vragen. Het liep al
-naar twaalf uur, en de boeren begonnen hongerig te worden; de van
-huis meegebrachte teerkost werd voor den dag gehaald, en een zoo goed
-mogelijk plaatsje werd opgezocht, dat echter niet zoo gemakkelijk was
-te vinden. Sommigen zaten in eene rij langs de sloot aan den landweg,
-terwijl eenigen met het gelaat naar de zee staande hun maal gebruikten.
-
-Van tijd tot tijd verscheen er een klerk in de deur en hoorde men
-een' naam luid roepen. Allen draaiden dan het hoofd om, de geroepene
-daagde gewoonlijk uit den een of anderen hoek op en ging met afgepaste
-schreden naar de deur, tot groote ergernis natuurlijk van den klerk,
-wiens fraai gekamd haar door den wind groot gevaar liep geheel in
-wanorde te komen, daar het hem vóór de oogen waaide.
-
-Een weinig verder dan de anderen zat een man op eenen grooten steen
-tegen den muur van een huis geleund. Hij scheen geheel in gedachten
-verzonken, en onafgebroken tuurde hij naar de zee. Hij was zwaar
-gebouwd en buitengewoon lang; het graven in den grond, en ook het wonen
-in lage vertrekken, hadden zijnen rug gekromd. Zijne gelaatstrekken
-waren grof, en dit gevoegd bij den zwaren vuurrooden baard en het dikke
-lokkige hoofdhaar van dezelfde kleur, zou hem geheel het uiterlijk van
-eenen wilde hebben gegeven, zoo niet de trouwhartige blauwe oogen met
-den kinderlijken blik aan zijn gelaat eene gansch andere uitdrukking
-hadden verleend. Den hoed had hij afgenomen en naast zich gelegd.
-
-Uit een der groepjes in zijne nabijheid kwam een man naar den zoo
-in gepeins verzonkene toe. "Goeden dag Njaedel!" Njaedel draaide het
-hoofd even om, en groette terug.
-
-"Dat treft al heel goed, dat ik je vandaag hier zie," zeide de
-eerstgenoemde, "wij hebben nu een oogenblik tijd om over het wier
-aan het strand te spreken, en kunnen misschien ook te weten komen,
-wat de anderen er van denken."
-
-"Het kan mij geen zier schelen, wat de anderen er van denken,"
-antwoordde Njaedel, "en hadt gij andere lui ook met vreê gelaten,
-zoo was ik nu niet hier op het Thing tot spot van allen."
-
-"Wij moeten er ons in schikken, dat onze slechte daden aan 't licht
-worden gebracht, wanneer zij ergernis in de gemeente wekken."
-
-"Och wat... ergernis; wanneer een ieder maar voor zijne eigene deur
-veegde, kwam er geene ergernis in de wereld."
-
-"Het is noodzakelijk dat er ergernis kome, maar wee dengene..."
-
-Njaedel stond op, en in zijne volle lengte stond hij nu voor den
-andere, en vroeg kortaf: "wat hebt gij mij over het wier te zeggen?"
-
-Sören Börevigs' uiterlijk was geheel verschillend van dat van
-Njaedel. Wel was hij lang, maar hij ging zeer voorover, terwijl het
-gele stroeve haar en de witte oogharen iets onaangenaams aan zijn
-gelaat gaven. Wanneer hij sprak, keek hij den persoon, tot wien
-hij het woord richtte, altijd van ter zijde aan, en had daarbij de
-gewoonte zich in de handen te wrijven.
-
-"Je graaft eene diepe sloot naar den kant van het zeestrand, Njaedel."
-
-"Ja, daar ben ik aan bezig."
-
-"Het zal dan niet meer zoo gemakkelijk zijn, aan het strand te komen,
-om er wier te halen."
-
-"Ik rijd maar langs mijnen akker over mijn eigen grond."
-
-"Ja, dat kan ik zoo denken," zeide Sören, en hij zag den weg op, "maar
-ge zoudt er zeker op tegen hebben, dat anderen over je land reden?"
-
-"Ja, ik raad ze maar, dat niet te doen."
-
-"Ja, maar.... zie je.... Njaedel, hoe kan ik, wanneer gij die sloot
-graaft, naar het strand komen, om er wier te halen.... hebt ge
-daaraan gedacht?"
-
-"Gij.... maar wat zoudt gij aan het strand doen.... Sören.... gij
-hebt daar niets te maken."
-
-"Hum.... hum," antwoordde Sören half glimlachend, "ge neemt een'
-hoogen toon aan Njaedel, maar...."
-
-"Niet hooger, dan mij past."
-
-"Heb ik misschien niet zoolang ik de Börevigshoeve gepacht heb,
-daar mijn wier gehaald?"
-
-"Ja, Sören, dat hebt gij gedaan," antwoordde Njaedel bedaard, "en ik
-geloof zelfs, dat gij vele dingen hebt gedaan, die gij liever niet
-hadt moeten doen."
-
-"Denkt gij misschien, dat het maar zoo gaat, oude steeds gebruikte
-wegen af te sluiten," vroeg Sören hem op zachtmoedigen toon, "dat
-kunt gij niet meenen Njaedel?"
-
-"Ik heb mijn eigendomsbewijs.... en een dat echt is, ik heb het land
-van de kerk gekocht en ik betaal er belasting voor aan den Bisschop te
-Kristiansand. Geen woord staat er in te lezen, hoor, dat de eigenaars
-van Börevig verlof hebben, over mijn land te rijden, en zoo vind ik,
-dat het mij vrij staat, slooten te graven waar ik wil."
-
-Na deze woorden gezegd te hebben, sloeg hij den weg naar den
-huizenkant in.
-
-"Ja, maar het wier.... het wier!" riep Sören uit, en hij wreef zich
-harder dan gewoonlijk in de handen.
-
-"Het erts is in de bergen, en het wier in de zee, hebt ge geene bergen,
-zoo hebt ge geen erts, hebt ge geen strand, zoo hebt ge geen wier. Ik
-vind, dat ge dit moest begrijpen Sören, gij, die zoo buitengewoon
-schrander zijt."
-
-"Ja maar, ja maar," begon Sören opnieuw, "maar alle Godsgaven moeten
-wij toch met elkander deelen, zijn wij niet allen broeders?
-
-"Ik wil je broêr niet zijn, Sören Börevig.... voor geen tweehonderd
-groote lasten zeewier," antwoordde Njaedel, en er lag iets sombers
-in den blik, waarmede hij hem aanzag.
-
-"Nu ja.... Njaedel, dan schiet er wel niet anders over, dan de zaak
-voor het gerecht te brengen," zeide Sören bedaard, "de advocaat
-Tofte is nu juist hier, dat komt al heel goed uit, ik zal hem er
-over raadplegen."
-
-"Ga je gang, Sören, ik heb mijn koopcontract," antwoordde Njaedel,
-en hij ging verder.
-
-Midden op den weg, tusschen de huizen in, stond eene menigte mannen
-om een voertuig, dat zoo even was aangekomen. Een klein gezet man,
-met een zeer rood gelaat een' grijzen baard en eene pelsmuts op het
-hoofd, stapte uit den wagen.
-
-"Is hier iemand," sprak hij, de omstanders aanziende, "die mij kan
-vertellen wien het stuk van den weg toebehoort, dat van het hek van
-Börevig tot aan het Zwarte Moeras loopt, dien kerel zou ik gaarne
-een hartig woordje willen zeggen."
-
-Niemand kon hem er bescheid op geven, doch eindelijk antwoordde een
-oud man: "ja, daar heeft de opperloods gelijk in, de geheele kust
-langs is de weg niet zoo slecht als juist daar."
-
-"Een weg!" riep de opperloods uit, "noem je dat een weg? neen, ik
-noem het een moeras, waarin hier en daar eenige steenen zijn gegooid,
-kijk maar eens, hoe mooi wij eruitzien," en hij wees met de hand naar
-het paard en den wagen, die er vreeselijk beslijkt uitzagen.
-
-"Het best zou maar zijn, bij den Lensmand eene klacht in te dienen,"
-riep één uit de menigte.
-
-"Ja, zoo het wat hielp," luidde het antwoord van den opperloods,
-en hij krabde zich het hoofd.
-
-Njaedel Vatuemo stond niet ver van den opperloods af, en toen deze
-hem bemerkte, knipoogde hij hem vertrouwelijk toe.
-
-Eén der loodsen begon het paard nu uit te spannen, en de opperloods
-ging tot Njaedel en zeide tot hem op fluisterenden toon: "zij is
-welbehouden aan boord geraakt."
-
-"Kreeg zij eene goede plaats aan boord?" vroeg Njaedel.
-
-"Eene beste hoor.... men zou bijna zeggen, dat het eene van de
-groote booten op Amerika was, en toch was het maar eene plaats op
-het voordek. Morgen avond komt zij te Christiania aan."
-
-"Morgen avond; dat treft ze niet goed, dat de boot 's avonds aankomt,
-zoo zij Anders nu maar in de duisternis vinden kan."
-
-"Daar heb ik voor gezorgd, Njaedel, ik heb voor jou aan je broer
-laten telegrafeeren, dat hij Christina aan de aanlegplaats moet
-gaan afhalen."
-
-"Wel heb ik van mijn leven, dat ge er op kwaamt dat te doen," zeide
-Njaedel, "dat kostte heel wat geld, hé?"
-
-"Precies eene kroon."
-
-"Kon-je het niet wat goedkooper gedaan krijgen?"
-
-"Neen.... buurman, daar staat een vaste prijs voor."
-
-"Ja, ja, dat kan ik wel denken; ik ben maar in mijn schik, dat je
-er voor hebt gezorgd," zeide Njaedel, en hij grabbelde in zijnen zak
-naar eene kroon.... "wel bedankt, hoor!"
-
-"Kom, niet te danken.... Ben je al vóór geweest, Njaedel?"
-
-"Neen, en men zegt, dat ik eerst laat aan de beurt zal komen."
-
-"Heb je wat teerkost meegenomen?"
-
-"Neen!" en het antwoord werd eenigszins kortaf gegeven.... "er was
-nu niemand t'huis om wat voor mij klaar te maken."
-
-"Hm.... dat is waar ook," mompelde de opperloods, "weet je wat,
-wij zullen nu maar zien, wat eten bij den loods Tobias op te loopen."
-
-De boeren gingen een weinig op zij om plaats voor den opperloods
-te maken en allen groetten hem; den langen Njaedel, die achter hem
-aanging, scheen niemand te willen bemerken.
-
-De lucht betrok meer en meer. De zee zag er onstuimig uit en dreigende
-regenwolken vertoonden zich in de verte. Eene ferme bries uit het
-zuidwesten zweepte de schuimende golven over en tusschen de groote
-ronde steenen aan het strand, en lange slijmachtige zeeplanten voerden
-zij in hun vaart met zich.
-
-Verder op het strand, waar dit iets hooger gelegen was, hadden de
-bewoners hunne huizen gebouwd.
-
-Nauwe wegen vol mest en vuilnishoopen bevonden zich tusschen de huizen,
-overal lagen hier en daar gebroken mestgaffels, roestige ploegijzers,
-halve wielen en wrakken van vaartuigen van allerlei soort, die in
-den loop des tijds door de zee aangespoeld waren.
-
-Vóór elke woning bevond zich meestal echter een plekje, dat netjes
-in orde werd gehouden, waar de bewoners gaarne vertoefden, wanneer
-het 's avonds mooi weer was, gezeten op den steenen drempel van de
-buitendeur of op de bank tegen den muur.
-
-Hoewel het zomerdag was, lag er nu toch iets sombers over
-alles. Donkere regenwolken hingen laag neer en de zee zag grauw. De
-met donkerroode teer bestreken huizen hadden niets aantrekkelijks voor
-het oog. Dit was niet altijd het geval: wanneer de zon helder scheen,
-konden zij er met hunne heldere, van witte gordijnen voorziene
-vensters, waarvoor meestal eenige bloempotten stonden, recht
-vriendelijk uitzien; zelfs het witgeverfde huis van den Lensmand zag
-er vandaag ook niet op zijn voordeeligst uit.
-
-De dichte drommen van boeren, die hier vandaag verzameld waren,
-pasten volkomen bij het geheel; allen droegen dikke wambuizen van
-donkerblauwe stof, en dit costuum scheen ook iets gedrukts aan het
-landschap te geven. Levendig ging het volstrekt niet toe, het gesprek
-scheen nergens te willen vlotten ; men groette elkander even in het
-voorbijgaan, maar men zag elkaar nauwelijks aan; soms gebeurde het, dat
-eenige boeren hunne groote, klamme handen tot eenen groet uitstaken,
-maar geen hartelijke handdruk werd er gewisseld, wat trouwens ook niet
-bij de boeren gebruikelijk is: stijf als stokken strekken ze de vingers
-uit. Luid gepraat of geschreeuw werd niet gehoord, veel minder nog
-een hartelijk gelach, ook was hier die eigenaardige lucht te bemerken,
-welke aan duffel eigen is, wanneer het in iets wordt geverfd, dat men
-"potteblaat" noemt,--een woord waarvan men maar niet al te nauwkeurig
-de beteekenis moet uitvorschen.
-
-Klokke één uur werd de morgenzitting opgeheven.
-
-In het vertrek, waar de zitting plaats had, werd nu de tafel voor de
-heeren gedekt, en dezen gingen zoolang wat op en neer vóór het huis.
-
-Eenige boeren, die wat meer moed dan de overige bezaten, beproefden
-een gesprek met hunnen advocaat aan te knoopen, om hem toch vooral
-hunne zaak op het hart te drukken; de man met de leepoogen kon den
-zijne maar niet in het oog krijgen. De ambtman Hiorth, die altijd
-gaarne voor zeer humaan werd aangezien, mengde zich meer dan de
-anderen onder het volk en gaf er nauwlettend acht op, welke boeren
-hem groetten. Wanneer hij een bekend gezicht meende te zien, bleef
-hij een oogenblik staan, en sprak eenige vriendelijke woorden. Zijne
-handen hield hij op den rug onder zijne rokspanden: op handdrukken
-was hij niet bijzonder gesteld. Juist nu werd een gevangene door een
-paar veldwachters over de plaats gevoerd. Voor alle zekerheid had men
-hem in boeien geklonken, want uit het hok, waarheen hij gevoerd werd,
-was het gemakkelijk te ontvluchten, en buitendien was het voor hem,
-die er op wacht moest staan, het gemakkelijkst.
-
-"Kent iemand hier dezen man?" vroeg de ambtman.
-
-"Ja.... meneer de ambtman, hij hoort te Krydsvig t'huis," antwoordde
-de opperloods, die juist uit een der huizen naar buiten kwam.
-
-"Goeden dag, opperloods Sechus," zeide de ambtman, en als een
-bewijs van de hooge gunst, waarin deze bij hem stond, reikte hij
-hem de twee vingers zijner rechterhand... "gij kent den arrestant
-dus...? Diefstal.... is het niet zoo?"
-
-"Ja... arme kerel.... hij heeft bij den kruidenier aldaar ingebroken
-en er eenen zak meel en eene kan stroop gestolen."
-
-"Het is inderdaad treurig," zeide de ambtman, en hij zag de omstanders
-met gestrengen blik aan, "dat de diefstallen zoo toenemen. Het komt
-natuurlijk hierdoor, dat ons volk tegenwoordig ongelukkigerwijze
-maar al te geneigd is een gewillig oor te leenen aan de woorden
-van hen, die schijnbaar hun welzijn bedoelen.... Verkeert hij in
-behoeftige omstandigheden.... heeft hij eene talrijke familie te
-verzorgen.... zijn er veel kinderen?"
-
-"Vele en kleine als Komlene [3] te Njàa," antwoordde de opperloods.
-
-"Komlene, Kumle?" vroeg de ambtman en zag om zich heen. De advocaat
-Tofte, die altijd zoo dicht mogelijk bij den ambtman bleef, om dadelijk
-van dienst te kunnen zijn, zeide op zijnen innemenden toon en half
-glimlachend: "O, het is eene soort pannekoeken van aardappelenmeel."
-
-"Ah zoo.... pannekoeken...." mompelde deze, en hij ging verder.
-
-De lieden zagen elkaar even van ter zijde aan, en toen de ambtman
-hun den rug had toegekeerd, konden eenigen zich niet weerhouden,
-even te lachen. Altijd bewonderde men den opperloods zeer, dat hij
-op zoo familiaren toon met de groote lui durfde spreken; hij stond
-zoo tusschen de beide klassen in, daar hij noch tot den eenen, noch
-tot den anderen stand behoorde.
-
-Lauritz Boldemann Sechus was de zoon van eenen tolbeambte, een'
-dronkaard van de eerste soort. In zijne jeugd had hij ter zee
-gevaren; toen hij echter wat ouder werd, kocht hij een stukje van den
-gemeente-grond te Krydsvig, bouwde er een huisje, waaruit hij van alle
-kanten de zee kon zien, en kreeg toen het postje van opperloods. Sechus
-was nu zoo wat om en bij de zestig, was ongetrouwd, en zag er half als
-een schipper, half als een boer uit. Bij hen, die over hem gesteld
-waren, stond hij niet al te goed aangeschreven. De ambtman Hiorth
-beschouwde hem dan ook min of meer als iemand, die gevaarlijk voor
-de maatschappij was.
-
-Hij bekleedde eene rijksbetrekking en ontzag zich niet, gemeenzaam met
-de boeren om te gaan, en dit kon de ambtman volstrekt niet goedkeuren;
-zoo licht kon zulks toch oorzaak worden, dat dit soort van menschen
-minder ontzag voor den ambtenaarsstand begon te koesteren..... eene
-zaak welke zeer te betreuren zou zijn, wijl dit ontzag toch eene van
-de vaderen geërfde deugd was!
-
-Daar Sechus ondertusschen zijn dienstwerk nauwgezet verrichtte,
-bestond er weinig vooruitzicht van hem af te komen, vooral ook
-wijl de boeren zeer met hem ingenomen waren. Zelf had hij er in
-het minst geen vermoeden van, dat zijne superieuren niet hoog met
-hem wegliepen. Zijne openhartige wijze van spreken was hem van het
-zeemansleven bijgebleven, en wanneer de ambtman hem nu en dan de groote
-eer aandeed, twee vingers tot begroeting toe te steken, vond Sechus,
-dat de ambtman een kerel was, die wist wat een mensch toekomt.
-
-Zijn naaste buurman was Njaedel Vatuemo. Eigenlijk behoorde deze niet
-aan de kust thuis.
-
-In de bergen was hij geboren. Vele jaren reeds had de hofstede, die
-hij daar bewoonde, gevaar geloopen door eene bergverzakking bedolven
-te worden, doch steeds was het nog bij kleine schade gebleven.
-
-Op zekeren nacht echter, het was in de lente, gebeurde wat Njaedel
-reeds lang had gevreesd. Eene vreeselijke verzakking had plaats; de
-hoeve werd geheel verwoest, en Njaedel, die zich half gekleed, nog
-met moeite op een vooruitstekend rotsblok had kunnen redden, stond
-eenzaam en verlaten. Des morgens haalde men van onder het puin de
-lijken zijner vrouw en twee kinderen voor den dag; de oudste dochter
-was in het leven gespaard gebleven.
-
-Het was hem niet langer mogelijk op zijne geboorteplaats te
-blijven. Hij verkocht, wat hem was overgebleven en zette zich aan de
-kust neder.
-
-Njaedel volgde niet het gewone gebruik der boeren, zich te noemen naar
-de plaats, die hij nu bezat. Hij had een stuk land gekocht, waarvan
-de opperloods ook een gedeelte had. Het goed Krydsvig, met al de
-landerijen er om heen, had vroeger het bisdom Kristiansand toebehoord.
-
-Dáár in de bergen had Njaedel de eenzaamheid lief gekregen, een groot
-deel van zijn leven had hij er ook gesleten. Bij den aankoop had hij
-dan ook dat gedeelte gekozen, hetwelk onmiddellijk aan het strand
-grensde; eene groote onontgonnen zandvlakte behoorde bij den koop.
-
-Vele jaren had hij nu reeds hier met zijne dochter Christina en een
-dienstmeisje gewoond.
-
-Hij bebouwde zijn land en het gelukte hem zelfs iets te sparen. Met
-niemand had hij omgang dan met den opperloods; deze had groote
-genegenheid opgevat voor dien reusachtigen kerel, die er tevens
-zoo goedmoedig uitzag, en wiens knappe dochter het een lust was aan
-te kijken vooral daar opgeruimdheid van gemoed haar in de oogen te
-lezen stond.
-
-De bewoners van de streek waren niet zeer met Njaedel ingenomen,
-wijl hij een vreemdeling was. Buitendien vonden zij, dat hij iets
-stroefs in zijn wezen had, zoodat zij liefst zoo weinig mogelijk met
-hem te doen wilden hebben. Wanneer hij daar zoo diep in den grond met
-graven bezig was, had hij werkelijk iets, dat schrik kon inboezemen;
-daar hij altijd blootshoofds liep, uitgezonderd op feestdagen, maakte
-de dikke rosachtige haarbos een vreemd effect, wanneer men die van
-uit den grond zag opkomen, en alle reizigers, die den landweg kwamen
-langs rijden, konden niet nalaten, wanneer zij Njaedel zagen, aan den
-koetsier te vragen, wat dat voor een man was. Njaedel, die altijd zeer
-in zijn werk verdiept was, bemerkte nooit, dat hij zoo de aandacht
-trok. Met op elkaar geklemde tanden en gefronste wenkbrauwen groef
-en wroette hij met. spade en houweel in den grond, zoodat de klompen
-aarde wijd en zijd heenvlogen, en kwam er een steen in zijnen weg,
-die onbeweeglijk scheen, zoo scheen zijn ijver te verdubbelen: hij
-rustte niet, vóórdat het hem gelukt was dezen te verwijderen en hij
-bromde intusschen bij zich zelf als een beer.
-
-Tegen het schaftuur, of wanneer het te donker werd om verder te
-arbeiden, kwam hij uit den grond te voorschijn, en stiet het slijk
-van zijne klompen. De spade werd in den grond gestoken en het werk
-met aandacht bekeken. Wanneer het gedane werk hem beviel, streek hij
-gewoonlijk met de knuisten door zijn haar, zoodat dit naar alle kanten
-uitstond en een tevreden glimlach lag er om zijnen mond.
-
-Binnenshuis, vooral in gezelschap van vrouwen, was hij zoo zacht
-als een lam; hij liep altijd zoo voorzichtig door de kamers, alsof
-hij vreesde, in geval hij zich in zijne geheele lengte uitrekte,
-het dak van het huis te zullen aanraken.
-
-Terwijl de heeren in het huis van den Lensmand aan het middagmaal
-waren, begon het te regenen, en de droppels vielen zoo gelijkmatig
-neer, dat men er zeker van kon zijn, dat de regen lang zou aanhouden.
-
-Eenige boeren zochten eene schuilplaats in de omliggende huizen of
-schuren, het meerendeel bleef echter in den regen staan. Soms bogen
-zij zich een weinig voorover om het water van hunnen hoed te laten
-afdruipen, maar eigenlijk waren zij er zoo aan gewoon nat te worden,
-dat het hun niet veel kon schelen.
-
-De regen sijpelde door het baai heen, en droop in licht blauw gekleurde
-droppels van hunne wambuizen. Sporen van ongeduld vertoonden zich
-over het lange wachten niet onder de menigte; allen wisten, dat een
-maaltijd op den dag dat er zitting was, iets was, waar de noodige
-tijd voor genomen moest worden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-
-De ambtman zat aan het boveneinde van de tafel, rechts van hem de
-officier van justitie, links de drost, vervolgens naar den ouderdom
-de substituut-officieren, de advocaten, griffiers en klerken, ten
-laatste eenige boeren, namelijk de president van den gemeenteraad en
-een paar andere leden.
-
-De Lensmand zat aan het benedeneinde der tafel.
-
-"Voor vandaag heeft de Lensmand eene keukenmeid uit de stad laten
-komen," zeide de oude advocaat Kahrs, en hij smakte dat het een aard
-had; "het is heel wat anders dan vroeger, toen wij eene pruimensoep
-van welke stroop en kaneel de voornaamste bestanddeelen uitmaakten,
-naar binnen moesten werken."
-
-Deze woorden zeide hij op half fluisterenden toon tot zijnen buurman,
-want men was nog aan het eerste gerecht--eene soort vischpudding
-met kreeftensaus--en de ambtman had tot dusver alleen het woord. De
-roode wijn was heel zuur, maar, daar hij veel alcohol bevatte, was de
-smaak zeer sterk. Brandewijn en bier waren in ruime mate voorhanden,
-en daar de heeren zich dit goed lieten smaken, werd de stemming aan
-tafel spoedig vroolijker.
-
-De tegenwoordigheid van den ambtman veroorzaakte echter, dat alles
-in den aanvang zeer deftig toeging.
-
-Men fluisterde alleen met zijnen buurman; overigens zat men doodstil
-en antwoordde alleen op de vragen, die het den ambtman behaagde aan
-den een of ander te doen. Het was zijne gewoonte een paar woorden tot
-een ieder te richten; bijzonder minzaam was hij jegens de aan tafel
-zittende boeren, daar hij zeer gaarne voor een populair man wilde
-doorgaan. Wanneer het gebraad opgediend werd, bracht hij altijd eenen
-toast op den koning uit, en gewoonlijk volgde, wanneer de gelegenheid
-er zich voor aanbood, een paar andere toasten. Vandaag zou die eer
-ten deel vallen aan een zeer jong jurist, den heer Alfred Bennecken,
-die als kandidaat in de rechtsgeleerdheid in den laatsten tijd was
-werkzaam geweest [4], en binnenkort zou vertrekken.
-
-"Het is mij eene behoefte, meneer Bennecken," zoo ving de ambtman aan,
-"u een hartelijk vaarwel toe te roepen, nu gij op het punt zijt, deze
-streek te verlaten, alwaar gij een paar jaar zoo nuttig werkzaam zijt
-geweest. Onnoodig is het zeker u te zeggen, dat de tijd gedurende
-welken gij met ons samen gewerkt hebt, bij ons steeds in aangename
-herinnering zal blijven, doch daar gij nu eene baan gaat betreden,
-waarop niet alleen meer van uwe krachten zal gevorderd worden, maar
-waar tevens de verantwoordelijkheid ook zwaarder op uwe schouders zal
-rusten, zoo kan ons dit niet anders dan vreugde geven. Al scheidt gij
-van ons, toch blijft dezelfde werkzaamheid ons vereenigen. Ik maak mij
-zeker niet aan indiscretie schuldig, zoo ik aan de heeren meedeel,
-dat gij van plan zijt naar eene plaats bij een der Departementen te
-solliciteeren... waarschijnlijk wel bij dat van uwen geachten vader,
-nietwaar?"
-
-Alfred Bennecken boog beleefd.
-
-"Ik herhaal," dus ging de ambtman voort, "dat dezelfde band ons blijft
-vereenen. Want mijne heeren, hebben wij bij onzen gemeenschappelijken
-arbeid niet hetzelfde doel voor oogen? Is de ambtenaarsstand niet
-gelijk aan een' ring die als een kracht aanbrengende gordel ons volk
-omsluit? Terwijl gij nu, om zoo te zeggen, in dezen ring of ketting
-van plaats gaat verwisselen, zoo nemen wij deze gelegenheid waar,
-u te verzoeken, aan uwen geachten vader onze eerbiedige groeten over
-te brengen, en hem uit onzen naam te vragen aan zijne Majesteit onzen
-geëerbiedigden Koning mede te deelen, dat wij arbeiden,--want dit is
-het eigenlijk, mijne heeren--dat wij arbeiden als zijne trouwe dienaars
-voor het welzijn des volks. En u, meneer Bennecken, wenschen wij toe,
-dat gij, met het voorbeeld van uwen vader voor oogen, evenals hij in
-uwe loopbaan van trap tot trap in rang moogt stijgen, om ten laatste,
-evenals hij zulks nu is, een sieraad van het land te worden, aan
-welks voorspoed hij nu zijne beste krachten wijdt. God zij met u,
-meneer Bennecken!"
-
-"Nu, die toast heeft hem heel wat zweetdroppels gekost," fluisterde
-de advocaat Kahrs zijnen buurman in, want het was eene bekende zaak,
-dat de toasten van den ambtman niet altijd even vlot van stapel liepen.
-
-De rechter, bij wien Alfred Bennecken werkzaam was geweest, bracht
-nu ook een' toast op hem uit, die door humoristische zetten zeer in
-den smaak viel.
-
-Alfred Bennecken beantwoordde beide, zoodat er aan toasten dien dag
-geen gebrek was.
-
-De stemming werd meer en meer levendig aan tafel, totdat eene geweldige
-hoestbui van een der klerken, het was die van den drost, aller aandacht
-trok. De man was het stikken nabij, toen zijn buurman hem zulk een
-geduchten stomp in den rug gaf, dat het brokje vleesch, hetwelk hem
-in de keel zat, losraakte, maar helaas op de tafel terecht kwam.
-
-De ambtman hield zijn servet voor den mond, en de drost bracht
-verontschuldigingen voor zijnen klerk uit, de advocaat Kahrs bekeek
-echter het stuk nauwkeurig, en beweerde, dat het wel een half pond
-zwaar was.
-
-Deze gebeurtenis veroorzaakte, dat de tongen meer en meer los raakten,
-en men de tegenwoordigheid van den ambtman wat begon te vergeten. De
-jonge advocaten begonnen luid met elkaar over tafel te spreken, anders
-iets ongehoords wanneer de ambtman aanwezig was. Deze was zelf een
-weinig uit zijn humeur geraakt; wanneer de een of ander begon te
-hoesten, zag hij verschrikt op, schoof zijnen bril heen en weer,
-en gaf door allerlei bewegingen zijne ontevredenheid te kennen;
-hij verzocht dan ook een paar maal aan den klerk, wien het ongeluk
-overkomen was, vooral zijn vleesch toch aan kleine stukjes te snijden
-en niet te gulzig te eten.
-
-"Blijft ons nog veel werk te doen?" vroeg de ambtman eindelijk aan
-den officier van justitie, wijl het hem ergerde, dat niemand zich
-meer aan zijne tegenwoordigheid scheen te storen.
-
-"Ja, eigenlijk weet ik het niet," antwoordde deze, en hij zette zijn
-glas neer, "staan er nog vele zaken ter behandeling op de lijst,
-Bennecken?"
-
-"O, ja.... heel wat, en eene heel interessante zaak is er onder." Hij
-boog zich voorover en fluisterde den rechter iets in.
-
-"Welke zaak," vroeg de ambtman.
-
-"Eene concubinaire zaak, ambtman, niets minder," antwoordde de rechter
-en hij kneep even zijne kleine grijze oogen toe. Hij was klein en
-gezet, droeg eene pruik en was zeer roodwangig.
-
-"Zou u wellicht de zaak vandaag zelf niet willen in handen
-nemen?" vroeg de kandidaat Bennecken aan den officier van justitie, bij
-wien hij werkzaam was, "de zaak krijgt dan spoediger haar beslag, en
-buitendien kan niemand beter dan gij zulk soort van zaken behandelen."
-
-"Och ja.... doe het vriend, dan krijgen wij nog eens gelegenheid te
-lachen," zeide de drost onvoorzichtig genoeg.
-
-De ambtman kuchte, schraapte zich de keel, streek met de hand
-over den grijsachtigen baard, zette den gouden bril te recht, maar
-niemand sloeg er acht op. Het ging volstrekt niet aan, zulke dingen in
-tegenwoordigheid der boeren te zeggen; hij begon dus met den president
-van den Gemeenteraad een gesprek aan te knoopen en vroeg verlof met
-hem te klinken.
-
-Terwijl eenige advocaten aan het benedeneinde der tafel over eene
-zaak in heet dispuut waren, werd het gesprek aan het boveneinde op
-gedempten toon gevoerd.
-
-"Zijn de aangeklaagden jonge menschen?" vroeg de rechter.
-
-"Neen, de man is niet jong meer, hij is weduwnaar, het was zijne
-dienstmeid, maar de dochter, ziet gij...."
-
-"Ah zoo.... gij meent als getuige...."
-
-"Wat de dienstmeid betreft," viel de advocaat Tofte in, "zij is,
-naar ik hoor, met haar kind naar Amerika getrokken."
-
-"Och dat is hetzelfde, het verhoor met de getuige is juist het
-interessante van de zaak," zeide de advocaat Kahrs lachend, "ik ken
-Christine Vatuemo, zij is een van de knapste meisjes uit de streek."
-
-"Zoo de zaak spoediger van de hand gaat, zoo u die zelf leidt, verzoek
-ik zulks te doen," zeide de ambtman, en hij deed, of hij het laatste
-gedeelte van het gesprek niet had gehoord.
-
-"Gaarne ben ik hiertoe bereid, wanneer de ambtman mij zulks
-beveelt...." antwoordde de officier van justitie.
-
-"Neen, neen.... van bevelen kan geen sprake zijn.... ik meende alleen,
-dat het zeer aangenaam zou zijn, wanneer wij, het is zoo'n hondeweer,
-wat vroeg naar de stad konden terugkeeren."
-
-De rechter kneep weer even zijne oogen toe, en er werd besloten,
-dat hij de zitting van den namiddag zou presideeren.
-
-Onder het dessert, dat uit een echt nationaal gerecht bestond, eene
-soort vla van vruchtensap, werd er sherry geschonken: de gezichten
-der meeste heeren begonnen er uit te zien, alsof zij in het schijnsel
-van de ondergaande zon zaten.
-
-De advocaat Kahrs beweerde, dat de klerk van den drost werkelijk een
-onbeschaamde kerel was, wijl hij het waagde, na zulk een ernstig
-"memento mori" als het brokje vleesch, drie groote porties van
-het dessert te verorberen. Er werd tot het laatst toe luid gepraat,
-gelachen en gedronken, de boeren alleen volhardden in hun stilzwijgen,
-en eenigszins wantrouwend zetten zij nu en dan het glas aan den mond.
-
-Juist toen het leven aan tafel het grootst was, tikte de ambtman met
-zijn mes tegen zijn glas, tot teeken dat de maaltijd als geëindigd
-was te beschouwen. De boeren op straat bemerkten, dat het maal was
-afgeloopen, aan de vele roode gezichten, die zich voor de ramen en
-in de deur vertoonden: in dat vervl..... regenweer, kon men geen
-voet buiten zetten. De eetzaal werd, nadat de heeren koffie hadden
-gedronken, weer tot gerechtszaal ingericht, en met alle plechtigheid
-hervatte men den arbeid. De officier van justitie, die zou presideeren,
-zag er in de rechtszaal op zijn best uit. Het welgevormde hoofd,
-voorzien van eene witte pruik, gaf hem iets, dat eerbied inboezemde,
-en zijne scherpe licht-grijze oogen wierpen die doorborende blikken
-op aangeklaagden en getuigen, waardoor niemand beter dan hij het
-verstond tot bekentenissen uit te lokken, welke, zoo een ander
-rechter had ondervraagd, misschien aan den mond niet ontglipt zouden
-zijn. Hij stond dan ook als een knap rechter bekend. Hij toch wist
-zoo de beteekenis van een woord te draaien of wel te verklaren, dat
-het hem, volgens zijne eigene bewering, altijd gelukte, de waarheid
-uit de lui te halen.
-
-Vandaag ging alles bijzonder vlug toe, toch zorgde hij er voor,
-dat de waardigheid der rechters er niet onder leed. Eene menigte
-civiele zaken werden spoedig afgedaan, want alle advocaten wisten,
-dat het er om te doen was, zoo spoedig mogelijk aan de "cause célèbre"
-te komen. In stilte verheugde men er zich reeds over, men stootte
-elkander aan, en wierp elkander geheimzinnige blikken toe. Van
-lange pleitredenen kon er dus ook geen sprake zijn, de eene zaak na
-de andere werd tot latere beslissing verschoven. Alleen de advocaat
-Kruse, die niet zeer hoog timmerde, scheen maar geen haast te hebben:
-hij dicteerde het eene protocol na het andere. De advocaat Kahrs trok
-hem bij zijn jas, en Alfred Bennecken, die de protocollen schreef,
-gaf hem door allerlei teekenen te kennen, dat hij korter moest zijn,
-niets hielp; zelfs liet hij zich in zijn werk niet storen, toen de
-president-rechter door luid den neus te snuiten, en ongeduldig op
-zijnen stoel heen en weer te schuiven, hem wilde te kennen geven,
-dat het tijd was met het dicteeren op te houden. Eindelijk was
-Kruse klaar, en kwam de concubinaire zaak aan de beurt. De voor-
-en achterdeur van het huis stonden beide wijd open, in de gang was
-het even vol als in de gerechtszaal, waar het publiek zeer dicht op
-elkaar gepakt stond. Eenigen moesten er zich dus mee vergenoegen op
-straat een heenkomen te zoeken.
-
-De doornatte baaien wambuizen begonnen nu in de warme lucht een
-onaangenamen geur te verspreiden; in de zaal was het benauwd warm,
-en de regendruppels kletterden eentonig tegen de ruiten. In de gang
-stond in het dichtste gedrang de man met de leepoogen. Van hetgeen in
-de zaal plaats had, kon hij, daar hij klein van gestalte was, niets
-zien; met gespannen oplettendheid luisterde hij naar elk woord dat
-gezegd werd, en begreep er geen zier van. Toen de president-rechter
-den naam van den aangeklaagde vernam, zeide hij: "Njaedel.... wat is
-dat voor een barbaarsche naam."
-
-"Het is hetzelfde als Nils," verklaarde Tofte, die altijd heel
-dienstvaardig was, "daar verder op in de bergen, zegt het volk Njaedel,
-in plaats van Nils."
-
-"Zoo.... maar wij zijn nu niet daar, maar hier, aldus heet de man
-Nils,--hoe meer?"
-
-"Vatuemo."
-
-"Vatuemo," vroeg de president-rechter ongeduldig.
-
-"Op de kaart van het district staat "Vandmo," viel Tofte weer in.
-
-"Natuurlijk, aldus heet hij, slechtweg Nils Vandmo; provincialismen
-kunnen wij in de protocollen niet neêrschrijven."
-
-Toen hij deze woorden had gezegd, zag hij met gestrengen blik de
-zaal rond, eerst naar de zijde waar het volk stond, dan naar die,
-waar de ambtman zich bevond, en deze knikte hem goedkeurend toe.
-
-Njaedel was intusschen voor de balie gekomen. In voorovergebogen
-houding stond hij daar; nu en dan wreef hij met de mouw van zijn
-wambuis langs het voorhoofd om de dikke zweetdruppels, die er op
-parelden, af te wisschen en krampachtig bewoog hij den mond.
-
-De rechter zag hem doordringend aan, om te zien welke methode van
-ondervraging hij zou gebruiken. Op snijdenden toon, zoodat de woorden
-schielijk op elkander volgden, zeide hij: "O, gij zijt dus de man,
-die door je schandelijken levenswandel met je dienstmeid in de gemeente
-zulk een ergernis wekt... wie is de aanklager?"
-
-"De pachter Sören Börevig."
-
-"Hoort gij dat?... de pachter... schaam jij je niet... En zoo heb
-je de meid en het kind naar Amerika gezonden hé.... je ziet dat we
-met je knepen bekend zijn. Je dacht wel van de heele zaak af te zijn,
-maar neen, zoo gemakkelijk gaat dit niet--of misschien loochen je wel,
-dat het zoo is, hé?"
-
-Njaedel trachtte eenige woorden uit te brengen, maar het was hem
-onmogelijk; eindelijk gelukte het hem, en hij zeide: "ik loochen
-het niet."
-
-Op dit antwoord had de rechter zich niet voorbereid, doch, daar hij
-aan verrassingen gewoon was, herstelde hij zich spoedig en zeide:
-
-"Dat is ook maar het beste, maar het is niet genoeg. De zaak moet
-nauwkeurig onderzocht, en getuigen moeten gehoord worden. Waar is
-je dochter?"
-
-"Zij is vertrokken," antwoordde Njaedel.
-
-"Vertrokken... zij ook... en waar naar toe?" riep de president-rechter
-uit, en hij spalkte zijne oogen zoo wijd mogelijk open; de kandidaat
-was niet minder verwonderd, de pen viel hem zelfs uit de hand, en
-al de advocaten spitsten evenals dashonden hunne ooren; de ambtman
-zelfs, die op de sofa naast den haard zat, zag uit het wetboek op,
-waarin hij schijnbaar had zitten te studeeren.
-
-"Naar Christiania.... gisteren is zij vertrokken' zeide Njaedel.
-
-"Het is alsof de duivel er de hand.... hm...." en vuurrood van toorn
-sprong de rechter van zijnen stoel op en zag hij Njaedel aan. Zelden
-gebeurde het hem, dat hij zich zoo vergat, en bij eene zitting vloekte,
-in het eerste oogenblik was hij zijne drift evenwel niet langer meester
-geweest. In de heftigste bewoordingen, (doch niet geheel vergetende
-waar hij zich bevond), sprak hij Njaedel aan, en gaf hem duidelijk
-te kennen, dat hij op een streng vonnis kon rekenen. De rechters
-legden onverholen hun misnoegen aan den dag, en toen Njaedel zich
-gereed maakte de zaal te verlaten, gingen al de toehoorders zooveel
-mogelijk voor hem uit den weg, alsof hij een pestzieke was.
-
-Het was dus werkelijk eene groote misrekening. De vroolijke stemming,
-waarin de maaltijd de heeren gebracht had, was hun bijgebleven,
-wijl zij het vooruitzicht hadden gehad, dat eene pikante zaak vóór
-zou komen, maar nu was alle opgeruimdheid op eens verdwenen. Het
-was bijna onmogelijk langer in dat bedompte schemerachtig verlichte
-vertrek te blijven, welks vloer van al de vuile laarzen vreeselijk
-glibberig was en waar de regen voortdurend tegen de ruiten kletterde.
-
-De ambtman zag op zijn horloge, stond op, en na aan een der klerken
-een wenk te hebben gegeven, verdween hij met deze in de kamer naast de
-zaal. Men hoorde er een hevig gestommel met koffers, een bewijs dus,
-dat hij aan vertrekken dacht.
-
-De president-rechter was zijnen toorn nog niet meester en ieder,
-vriend en vijand, moest het dus ontgelden. Alle andere zaken werden
-met den stormpas afgehandeld, en wee dengene, die het waagde hem op
-te houden. Zijn horloge legde hij voor zich op de tafel en telkens
-hield hij zich op de hoogte van de klok.
-
-De advocaat Kruse, die voor geene verbetering vatbaar scheen, begon
-weer het protocol te dicteeren.
-
-Ongeduldig schoof de president echter heen en weer op zijnen stoel. "Ik
-ben zoo vrij u opmerkzaam te maken, meneer Kruse, dat er ook voor
-het opmaken van een protocol eene grens bestaat."
-
-Kruse trok heel bedaard zijn horloge uit zijn vestzakje en zeide:
-"ik heb den daartoe bestemden tijd nog niet overschreden."
-
-"Mogelijk, maar het is niet meer dan passend, dat men ook eenigermate
-denkt aan de belangen...."
-
-"Ik heb alleen op de belangen van mijn cliënt acht te geven,"
-antwoordde Kruse, en hij ging voort met dicteeren.
-
-"De volgende zaak," riep de rechter, toen Kruse eindelijk klaar was.
-
-De man met de leepoogen, die nog altijd op dezelfde plaats in den
-gang stond, sprong verschrikt op.
-
-Zijne zaak zou voorkomen, hij had zijnen naam hooren noemen.
-
-"Nu," riep de rechter op boozen toon uit. "Wie heeft de zaak in
-handen?"
-
-"Advocaat Bogesen," luidde het antwoord.
-
-"Maar Bogesen woont het Thing niet bij.... wie is zijn
-plaatsvervanger.... wie?"
-
-De advocaat Kahrs, die volstrekt geen acht had geslagen op hetgeen
-er voorviel en die met een vriend aan het raam had staan praten,
-liep nu ijlings naar de tafel.
-
-"Welke zaak is voor, Kruse?" fluisterde hij dezen toe.
-
-"Ik zal het even op de lijst nazien," antwoordde deze zeer luid.
-
-"Uilskuiken!" mompelde Kahrs bij zich zelf, hij draaide zich echter
-dadelijk eerbiedig naar den president toe, en dicteerde: "voor den
-aanklager treedt de advocaat Bogesen op, die door den advocaat Kahrs
-vervangen wordt, welke verzoekt de zaak tot het volgende Thing te
-mogen uitstellen."
-
-"En waarom?" vroeg de president op eenigszins scherpen toon.
-
-"Wegens een getuigenverhoor," dicteerde Kahrs verder.
-
-"Waar zal dat getuigenverhoor plaats hebben," vroeg hij op boosaardigen
-toon, want hij begreep heel goed, dat Kahrs volstrekt niet wist,
-waarover de zaak handelde
-
-"In het Röedal," antwoordde Kahrs zonder een oogenblik te aarzelen op
-onverstoorbaar ernstigen toon. De welluidende stem en de ernstige,
-waardige houding van den advocaat Kahrs hadden altijd eene goede
-uitwerking.
-
-De president kon niet nalaten even vertrouwelijk tegen hem te knipoogen
-en een paar der klerken hadden groote moeite hunnen lachlust te
-bedwingen, doch Kahrs, die met het gezicht naar de menigte toe stond,
-behield dezelfde ernstige plooi in zijn gelaat, totdat uitstel van de
-zaak toegestaan werd. De advocaat Tofte, die voor de belangen van den
-paardenopkooper zou pleiten, had er toch genoegen mee genomen. Kahrs
-boog zeer eerbiedig voor den rechter en verdween in de menigte.
-
-"De volgende zaak," riep de president.
-
-"Er zijn er geen meer."
-
-"Goddank!" Het horloge werd nu in het vestzakje gestoken en hij zei
-tot een der klerken: "vraag den ambtman of wij kunnen laten inspannen."
-
-De zitting werd opgeheven, de protocollen geteekend, en voor dat de
-toehoorders recht hadden begrepen, dat het gedaan was, stonden alle
-rechtsgeleerden, die het Thing gehouden hadden reeds klaar, om weg
-te gaan.
-
-De advocaten stoven naar buiten, terwijl de klerken voor de dikke
-protocollen zorg droegen om ze zoo spoedig mogelijk ingepakt te
-krijgen.
-
-De man met de leepoogen volgde den stroom van menschen, die door
-de achterdeur naar buiten gingen; hij begreep volstrekt niet, hoe
-het eigenlijk met zijne zaak stond. Eindelijk ontfermde zich een
-der omstanders over hem door hem mede te deelen, dat zijne zaak
-verdaagd was.
-
-"Verdaagd," mompelde hij, en nog begreep hij niet recht, hoe het
-was. Tusschen de karren door baande hij zich een weg, hoe wist hij
-zelf niet; het kwam hem voor alsof alles donker om hem heen was,
-eindelijk bereikte hij zijn karretje, klom er in en werktuigelijk
-sloeg hij den weg naar huis in.
-
-De groote calèche stond vóór de deur van den Lensmand. De meeste
-heeren zaten reeds in de kleine boerenkarren, die in lange rijen er
-achter stonden. Tofte alleen was nog druk bezig met afscheid nemen;
-wanneer hij een paar boeren zag, met wie hij de kennis wenschte aan
-te houden, was hij bijzonder vriendelijk en hartelijk en had een
-schertsend woord ten beste.
-
-Vóór het karretje, waar Kahrs in zat, was een vrij wild paard
-gespannen, en het kostte hem heel wat moeite het dier stil te doen
-staan. Hij vloekte dan ook, dat de ambtman zoo lang op zich liet
-wachten. Weg te rijden, neen, dat waagde hij niet, want hij wist dat
-de ambtman hem dit hoogst kwalijk zou nemen.
-
-Ondertusschen praatte deze dood op zijn gemak met de vrouw van den
-Lensmand, en hij keek nu en dan eens door het raam, om te zien,
-hoe ver men met de toebereidselen voor de reis was gekomen. Hij had
-als regel aangenomen nooit buiten te komen, vóór alles klaar was,
-en hij hield er van, een weinig op zich te laten wachten.
-
-Eindelijk stapte hij in, de wagen rolde weg en de boerenkarren volgden.
-
-"Och ja," zeide de ambtman, en hij dook zoo gemakkelijk mogelijk weg
-in het hoekje van den wagen, "wanneer ik het volk, zooals b.v. vandaag
-ook het geval weer was, zoo eerbiedig voor zijne overheidspersonen
-zie staan, denk ik altijd: och, zij kunnen schreeuwen, zoo luid als
-zij willen die socialisten van den tegenwoordigen tijd, het zal hun
-toch niet gelukken dat oude overgeërfde ontzag, dat het volk voor de
-overheid koestert, weg te nemen; ons volk is hiervoor te loyaal.... te
-godsdienstig."
-
-"En te traag," voegde de officier van justitie er bij.
-
-"Nu ja.... gedeeltelijk kunt gij hierin gelijk hebben," antwoordde de
-ambtman, en hij leunde nog wat meer naar achteren, om een middagslaapje
-te kunnen houden.
-
-De wagens waren reeds lang uit het gezicht verdwenen, toen de menigte
-nog op den weg verzameld stond, en allen hadden veel te vragen. De
-rechters waren zoo hals over kop weggereisd en waren zoo moeielijk
-te genaken geweest, dat velen onverrichter zake naar huis moesten
-terugkeeren. Door geen enkel woord gaf men echter zijn misnoegen te
-kennen; hier en daar ontmoette men een knorrig gezicht, of zag men den
-een of ander ontevreden het hoofd schudden; misschien was het maar
-goed voor den ambtman, dat hij onbekend bleef met de gedachten der
-lieden--hij zou misschien zijn middagslaapje dan niet zoo ongestoord
-hebben kunnen genieten.
-
-De avond was nu gevallen, een koude regenachtige avond. In het westen
-vertoonde zich aan den horizon eene smalle roodachtige streep. Voor
-de stoep van het huis, waar de Lensmand woonde, stond de keukenmeid
-met hare helpsters om de heeren te zien wegrijden. Rood en warm
-zagen zij er uit; na al de drukte van den geheelen dag was het niet
-te verwonderen, dat zij naar het vertrek des rechters hadden gesnakt
-om gelegenheid te hebben wat frissche lucht te scheppen.
-
-Men verstrooide zich nu naar alle richtingen, sommigen alleen, anderen
-in gezelschap van een paar makkers, allen echter met de handen in
-de broekzakken. Nat en moede van zoo den geheelen dag in den regen
-te hebben moeten drentelen en wachten, sleepten zij zich op den weg
-voort naar huis.
-
-De opperloods reed in zuidelijke richting, en daar hij een flink
-paard had, haalde hij de meesten in. Na een poosje zag hij Njaedel
-te voet naar huis gaan.
-
-"Klim achter op, Njaedel!" Het aanbod werd aangenomen, en men reed
-verder.
-
-Een oogenblik later haalden zij een karretje in, dat zeer langzaam
-voortrolde.
-
-"Haal uit!" schreeuwde de opperloods.
-
-Het duurde vrij lang, eer het karretje wat op zij was en de andere
-wagen voorbij kon komen.
-
-De leepoogige man zat in het karretje. Hij had geen haast, een lange
-weg lag vóór hem en hij bracht geen vroolijk bericht naar huis. De oude
-bruine merrie, die vóór de kar was gespannen ging op een sukkeldrafje;
-bruinvaal was zij van ouderdom en ruigharig als eene geit. De man zag
-zijn bruintje aan, en dacht aan zijn Isabella; hoe dichter hij bij
-huis kwam, des te beklemder werd zijn gemoed. Hij wist toch te goed,
-hoe zijne vrouw en kinderen in de zekere verwachting leefden, dat hij
-van avond het beest meê naar huis zou brengen. Zijn oudste jongen had
-reeds bij voorbaat eenen halster in de kar gelegd om er het paard meê
-achteraan te binden. Hij zag ze reeds allen daar op de hoogte vóór
-zijn huisje op den uitkijk staan. Zij zouden dan in allen geval reeds
-op verren afstand zien, dat hij het verloren paard niet terugbracht,
-maar natuurlijk zouden zij dan meenen, dat hij de zakken vol geld had.
-
-Hij keek in de kar.... ja, daar lag de halster. Hoe zou hij ze aan het
-verstand kunnen brengen, dat de zaak "verdaagd" was. Het oude bruine
-paard was zoo nat als een kat, en hij dacht maar voortdurend aan de
-mooie manen van de Isabella en hoe rond en fijn van leden die was.
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-
-Toen de kar vóór de hoeve van Njaedel stilhield, ging de opperloods
-meê naar binnen. Het huis was als uitgestorven; alle deuren stonden
-wijd open en de kat liep mauwende rond.
-
-Zonder een woord te zeggen, ging Njaedel dadelijk naar de etenskast
-en zette, doch het ging zeer langzaam, het eten op de tafel. De
-opperloods was dadelijk gaan zitten en hij volgde hem met de oogen;
-hij zag, hoe onbeholpen dit werk Njaedel afging en zeide dan ook:
-"Hoor Njaedel, ik denk, dat je wel genoodzaakt zult zijn naar eene
-andere dienstmeid uit te zien."
-
-"Neen!" riep Njaedel, en hij stampvoette zóó, dat de vloer dreunde.
-
-"Nu, nu.... eet mij niet op," antwoordde de opperloods.
-
-Toen zij aan 't eten waren, verzocht Njaedel hem eenen brief
-aan Christina te schrijven, maar daar er bij hem aan huis geen
-schrijfgereedschap was, kwam men overeen, dat zijn buurman den brief
-t'huis zou schrijven; hij kon dien dan later aan Njaedel voorlezen.
-
-"Maar wat moet ik in den brief schrijven?"
-
-"Geen woord over van daag," antwoordde Njaedel.
-
-"Neen, neen, waar zou dat ook toe dienen... maar..."
-
-"Schrijf haar, dat zij niet boos op mij moet zijn en dat zij zich ook
-niet bezorgd om mij moet maken.... dat ik het heel goed heb.... heel
-goed zelfs.... dat mij niets ontbreekt."
-
-"Dat je je heel goed alleen kunt redden en je haar volstrekt niet
-mist...."
-
-"Och ongelukkig genoeg mis ik haar zeer.... dat moet je haar schrijven
-hoor," zeide Njaedel en hij schoof op zijnen stoel heen en weer.
-
-"Maar als zij leest, dat je haar zoo mist, dan heeft zij geen rust
-meer, en...."
-
-"Ja.... dan moogt gij er niets van inden brief zetten," zeide Njaedel
-op gejaagden toon.
-
-"Schrijf.... maar dat moet je zelf toch wel het best weten, buurman,
-die schrijven hebt geleerd. Schrijf vooral zoo, dat Christina er
-vroolijk door wordt.... hoe ik het heb, komt er niet op aan."
-
-"Zou je het niet goed vinden, als ik ook eenen brief aan je broer
-schreef?"
-
-"Zeker, buurman, en vraag hem vooral voor Christine vriendelijk
-te willen zijn. Betaling kan hij voor haar krijgen, zoo hij het
-wil hebben."
-
-"Hij zal zeker kostgeld voor haar nemen."
-
-"Anders zit er warmpjes in," antwoordde Njaedel. "Dat is me een kerel,
-die het ver in de wereld heeft gebracht. Ja mijne moeder wist het wel;
-jij Njaedel, zei ze altijd, je bent een groote slungel, zoo stijf
-als een stokvisch, maar Anders is fijn en glad als een aal."
-
-"Waarom nam hij na den dood van je vader de boerderij niet over,
-hij was toch de oudste?"
-
-"Met alle geweld wilde hij, dat ik die overnemen zou."
-
-"Hij wist drommels goed, waarom hij zulks deed--hij liet jou met den
-vervallen boel zitten en trok zelf met zijn geld de wijde wereld in."
-
-"Zoo moogt ge niet over Anders spreken, hoor," antwoordde Njaedel,
-"hij was altijd zulk een flinke jongen. Het komt mij voor, alsof
-het gisteren gebeurd was, dat wij voor moeder heidekruid gingen
-plukken. Anders wist de mand zoo vol te pakken, dat er geen sprietje
-meer in kon."
-
-"Maar jij droegt ze naar huis, hé?"
-
-"Wat?.. ja dat sprak van zelf, ik was van ons beiden de sterkste."
-
-"Maar wat doet hij eigenlijk voor den kost.., die Anders," vroeg
-de opperloods.
-
-"Hij is werkzaam aan iets heel voornaams, maar hoe dat eigenlijk heet,
-schiet mij niet te binnen."
-
-Njaedel ging naar de kast toe, om naar een ouden brief van zijn broer
-te zoeken.
-
-De klink van de achterdeur werd zachtjes opgelicht en men hoorde
-iemand door de keuken gaan. Het was er reeds tamelijk donker door
-het regenachtige weder; in het Noordwesten alleen was er aan den
-horizon eene lichte streep te zien, die een geelrood schijnsel in de
-kamer wierp.
-
-Zoodra Njaedel zag, dat het Sören Börevig was, die binnenkwam, sloeg
-hij de deur van de kast toe, en zeide ruw: "Gij komt zeker eens kijken,
-of ik alleen in huis ben. Ja zie nu de bedden goed na.... misschien
-kunt gij nog wat ontdekken, dat ergernis wekt.... gij...."
-
-"Het recht moet zijn loop hebben," antwoordde Sören op zachtmoedigen
-toon, "en dringend vermaan ik je.... Njaedel...."
-
-"Wat komt gij doen?" viel hem de ander in de rede.
-
-Sören waagde niet te beweren, dat hij, ofschoon hij pachter van den
-predikant was, alleen was gekomen om hem te vermanen; tegen zijne
-gewoonte begon hij dus zonder omwegen, "ik heb met den advocaat
-Tofte gesproken."
-
-"Over het wier aan het strand?"
-
-"Ja, daar praatten wij ook wat over. Hij meende, de advocaat.... dat
-het maar zoo niet aanging, dat ik het wier, dat ik noodig heb, daar
-niet van daan kon halen,.... dat kon.... dat kon...."
-
-"Misschien ergernis verwekken," merkte de opperloods droogjes aan,
-terwijl hij bij den haard zijn pijpje aanstak.
-
-"Neen, dat meende hij nu juist niet, maar hij vond, dat het te
-betwijfelen viel of die sloot...."
-
-"Ik heb mijn bewijs van eigendom," zeide Njaedel.
-
-"Ja, ja, dat hebt gij...." en Sören ging weer naar de deur.... "ik
-kwam hier maar even binnen loopen, om te zeggen, dat wij dan wel
-moeten beginnen."
-
-"Beginnen?" vroeg de opperloods.
-
-"Ja.... met het proces."
-
-"Proces!" riep de opperloods en hij kwam dichter bij "bedenk je
-tweemaal Njaedel, vóór je daarmee aanvangt. Ik ken er, die voor
-geringer zaak dan deze, huis en hof verloren hebben, alleen door dat
-ongelukkige procedeeren. Meer dan één eerlijke kerel ligt eenige voeten
-diep in de aarde.... en de advocaat Tofte was aan dien vroegtijdigen
-dood schuld."
-
-"Gij moet zoo niet over uwen naaste spreken, opperloods, want de
-advocaat meende ook, dat het een lang en kostbaar proces kon worden."
-
-"Ik graaf mijne sloot en daarmee uit," zeide Njaedel.
-
-"Dat zult gij wel laten Njaedel, wanneer de drost hier geweest is en
-hij het verbiedt."
-
-"Het mij verbiedt?"
-
-"Ja, ziet gij," antwoordde Sören, "want gij moet dan met graven
-wachten, totdat er uitspraak in de zaak is gedaan."
-
-Njaedel ging heen en weer in het vertrek, zette eenen stoel wat te
-recht en zag besluiteloos den opperloods aan, doch eindelijk kwam hij
-weer tot de hoofdzaak terug en zeide op vasten toon, terwijl hij de
-eene hand tegen de andere sloeg: "ik heb mijn koopcontract van den
-Bisschop te Kristiansand."
-
-"Gij kondt den bisschop wel eens vragen, hoe het eigenlijk met dat
-wier aan het strand geschapen is," zeide Sören op zoetsappigen toon
-en hij keek hem van ter zijde aan.
-
-"Ja,--daar zegt gij wat Sören," mompelde de opperloods, "het zou dan
-niet op zoo groote onkosten loopen."
-
-"Of misschien zouden wij nog beter doen, het aan den koning te vragen,"
-zei Sören schijnbaar los weg en hij keek door het raam.
-
-"Ja, de koning staat toch boven den bisschop," zeide Njaedel, "maar
-zou hij er ons op antwoorden?"
-
-"Wanneer wij de zaak bij het Departement indienden, en de
-beslissing...."
-
-"Waar zegt gij?"
-
-"Bij het Departement," antwoordde Sören, die goed op de hoogte scheen
-te zijn.
-
-"Buurman," zeide Njaedel tot Sechus.... "daar is Anders werkzaam,
-dat woord wou mij maar niet te binnen schieten.... Maar hoort de
-koning dan van de zaak?"
-
-"Ja," verklaarde Sechus, "dat is de weg naar den koning." Njaedel
-dacht een oogenblik na.
-
-Dit voorstel viel meer in zijnen smaak, dan een proces. Buitendien was
-Anders daar werkzaam en op deze wijze kon de zaak in eens afgedaan
-worden; het was toch zonneklaar, dat hij in het gelijk zou gesteld
-worden.
-
-Sören hield zich in het begin alsof hij liever procedeeren wilde,
-maar meegaande van karakter als hij was, liet hij zich bepraten;
-ten laatste nam hij zelfs op zich te zorgen, dat het stuk naar den
-vorm opgesteld en ingezonden werd.
-
-"Maar den advocaat Tofte moet gij betalen, Njaedel."
-
-"Gij hebt den twist aangevangen, Sören."
-
-"Ja, maar zoo gij de sloot niet waart gaan graven....."
-
-Den opperloods gelukte het de partijen over te halen, de kosten samen
-te betalen, en Sören Börevig vertrok. Het was nu vrij laat geworden,
-en Sechus haastte zich naar huis te gaan. Toen hij weg was, ging
-Njaedel naar den koestal. De koeien--hij had er zes--loeiden en
-waren onrustig, zij hadden den geheelen dag niets te eten gehad en
-waren niet gemolken. Njaedel begon nu aan dit voor hem ongewone werk,
-en bracht het er heel slecht af.
-
-De dieren kenden hem niet, en hij ging zoo links en ruw te werk, dat
-zij niet stil wilden staan, en de emmers telkens omver gooiden. Njaedel
-bromde bij zich zelf, totdat hij eindelijk met het werk gereed
-kwam. Het was twaalf uur, toen hij weer buiten vóór de boerderij
-stond. In zijne volle lengte strekte hij zich uit, hij was doodaf
-van het neerhurken in den stal. De zee lag vóór hem. De lucht was wat
-opgeklaard en hij kon duidelijk de donkere streep, waar de sloot zich
-bevond, onderscheiden.
-
-Hij verheugde er zich reeds op met een goed geweten weer aan den arbeid
-te kunnen gaan. Spoedig zou er toch wel antwoord van den koning komen,
-zoovele stoombooten voeren toch dagelijks de kust voorbij, en dat
-hij gelijk zou krijgen, hieraan twijfelde hij geen oogenblik. Bij
-voorbaat verkneukelde hij zich reeds in de misrekening, welke Sören
-Börevig maakte en reeds begon hij na te rekenen, hoevele dagen zouden
-moeten verloopen eer er antwoord kon komen.
-
-Toen hij weer naar binnen ging, moest hij nog de melk in de vaten
-gieten en uiterst langzaam ging het hem af. Hiermede gereed zijnde,
-ging hij naar boven; opende de deur van Christina's kamertje, en zag
-in het half donker, dat er heerschte, rond. Hij draaide den sleutel
-om en stak dien in den zak. Toen hij weer naar beneden ging, en de
-trap onder zijne zware voetstappen zoo kraakte, dat dit geluid alleen
-de doodsche stilte in het huis verbrak, schoten hem de woorden van
-Sören Börevig te binnen, dat het recht zijnen loop moest hebben.
-
-Lang was hij te bed zonder in slaap te kunnen komen. Zijn hoofd had
-vandaag te veel werk gehad en zijne ledematen te weinig. Hij miste
-dat vermoeide in armen en beenen, hetwelk hij anders altijd voelde,
-wanneer hij zich op zijn bed uitstrekte; hij begon integendeel aan
-allerlei vreemde zaken te denken; hetgeen anders volstrekt niet zijne
-gewoonte was. En Njaedel, die anders onder het zwaarste onweer door
-bleef werken, werd nu telkens in zijnen slaap door de kat gestoord,
-die in de keuken of wel voor Christina's kamer mauwde.
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-
-Wanneer een stroom tegen eene vooruitstekende punt lands stoot,
-stroomt het water deze voorbij, doch keert op zijnen weg terug,
-wanneer hij de bocht achter die kaap met eenen kleinen maalstroom heeft
-gevuld. Komt een stukje hout met den stroom meedrijven, zoo geraakt
-het in dezen maalstroom; het draait in de bocht rond, en komt weer
-bij de kaap, waar het echter door den stroom wordt teruggedrongen,
-zonder er door te worden medegesleept, om weder in dien maalstroom
-tot in het oneindige rond te draaien. Een zoodanigen cirkelgang van
-eenen stroom noemt men in het Noorsch: Evje of Bagevje.
-
-De tallooze Evjer, die door den stroom des levens gevormd worden, zijn
-gedeeltelijk zoo klein, dat er voor een enkelen persoon slechts plaats
-in is, gedeeltelijk zijn zij zoo uitgestrekt, dat geheele familiën,
-ja zelfs geheele partijen, er plaats in kunnen vinden; ja men kent
-zelfs Bagevjer op historisch gebied, in welke een geheel volk om zich
-zelf steeds heeft gedraaid, wel gedrukt, maar niet medegesleept door
-den tijdstroom.
-
-Ook het maatschappelijke leven van een land heeft zijne Bagevjer,
-en in Noorwegen noemt men de groote staats-Evjer, Departementen. Het
-zijn geweldige massa's langzaam ronddraaiend papier, die evenals een
-maalstroom, om eene diepe opening langzaam ronddraaien; niets bevindt
-zich daar, maar alles wordt er in getrokken, draait er een poosje rond,
-verdwijnt en laat geen enkel spoor achter.
-
-
-
-De kamerheer Delphin legde zijne pen neder, schonk zijn glas weer vol,
-ledigde het in eenen teug, en bekeek zich ondertusschen in den vóór
-hem hangenden spiegel. Het was laat in den nacht. Hij zat in zijne
-hemdsmouwen met witte das en laag uitgesneden vest, want hij was
-zeer warm.
-
-George Delphin was juist van een bal teruggekeerd en in zijne voor een
-vrijgezel comfortabel ingerichte woning, op den Wergelandsweg, rookte
-hij nu eene sigaar. Het was zijne gewoonte tot laat in den nacht op te
-zitten--inzonderheid wanneer hij eene partij had bijgewoond--en wanneer
-hij zich dan niet aan zijne piano plaatste, schreef hij soms het een
-of ander artikel. Des morgens voelde hij zich dan altijd alles behalve
-frisch, en gebruikte dan steeds eene groote hoeveelheid water uit- en
-inwendig; maar wanneer hij later in zijn fraai gemeubileerd woonvertrek
-kwam, waar juffrouw Börresen het ontbijt voor hem had klaar gezet,
-zag hij er uit als de type van een elegant jong mensch. Hij was dan
-ook eerst zeven of acht en dertig jaar oud; soms zag hij er evenwel
-ouder uit, en dit kwam, wijl zijn fraai lokkig haar wat begon uit
-te vallen. Na zijn ontbijt gebruikt en de kranten te hebben gelezen,
-maakte hij zich gereed naar zijn Departement te gaan. Eerst echter ging
-hij altijd naar de schrijftafel om te zien, wat hij eigenlijk in den
-nacht had geschreven, en dikwijls was het einde, dat hij het beschreven
-papier in kleine stukjes scheurde, die in den hoek bij de kachel eene
-plaats vonden tot groote ergernis van de nette huishoudster.
-
-Het was een fraaie herfstmorgen. Het slotpark vertoonde zich in al
-zijne pracht, het bont gekleurd gebladerte stak schoon af tegen het
-overige nog groene loof. De rijm, die gedurende den nacht was ontstaan,
-lag als dauwdruppels over het gras. De afgevallen bladeren en de
-zwanevederen, die in de vijvers gevallen waren, geleken op vloten, die
-op een gunstigen wind wachtten, om uit te zeilen, en de temperatuur was
-zoo zoel, dat de wandelaars in het park onwillekeurig even stil bleven
-staan om de heerlijke lucht in te ademen. Een onbepaald verlangen naar
-iets, waaraan zij zelf geenen naam konden geven, maakte zich van hen
-meester. Met de hand voor de oogen, om zich tegen de zonnestralen te
-beschutten, tuurden zij naar de golf en naar de lange rij van heuvels,
-die zich Zuidwaarts uitstrekten. De betooverende aanblik, welke het
-landschap aanbood, werd nog vermeerderd, wijl de zonneschijn als een
-verblindend witte doch ondoordringbare sluier, een geheimzinnig waas
-over het geheel wierp.
-
-Toen de kamerheer door het park in de straat kwam begon het groeten,
-want hij kende de geheele stad. Lange oefening had het hem mogelijk
-gekost geenen groet ongemerkt te laten voorbijgaan. Aan de paarden wist
-hij dadelijk, aan wie de rijtuigen behoorden, en hij kon zijnen groet
-dus gereed houden. Oude of jonggetrouwde dames, die niet konden of
-wilden uitgaan en die door de ramen naar de voorbijgangers zagen,
-konden er op rekenen, dat de kamerheer niet zou vergeten, haar te
-groeten: hij wist al te goed, hoezeer zij hierop waren gesteld;
-terzelfder tijd kon hij echter ook het oog houden op de beide
-trottoirs, of iemand daar ook den hoed voor hem afnam, ja, zelfs den
-heeren, die op het achterbalkon van den tram stonden, werd in het
-voorbijgaan een groet toegeworpen.
-
-Hij was dan ook een van de meest geziene personen in het "high life"
-van de hoofdstad, ofschoon hij misschien meer gevreesd dan bemind
-werd, want hij had eene scherpe tong en was van alles, wat voorviel,
-op de hoogte.
-
-Vóór eenen winkel in de Koningstraat stond het rijtuig van den minister
-Bennecken; George Delphin wilde juist den koetsier aanspreken, toen
-juffrouw Bennecken den winkel reeds uitkwam.
-
-"Och beste kamerheer," begon zij, "dat komt al heel goed uit, dat ik
-u ontmoet. Rijd met mij mee naar huis. Mama heeft mij uitgezonden,
-om garneersel voor eene japon te koopen, en ik ben er bijna zeker
-van, dat ik eene slechte keuze heb gedaan. Zoo gij met mij meegaat,
-heeft zij niet de gelegenheid mij te beknorren."
-
-"Het spijt mij werkelijk, juffrouw Bennecken, maar ik ben op weg
-naar mijn Departement. Wat zou uw vader zeggen, zoo ik niet op mijnen
-tijd paste?"
-
-"O, wil u mij wijs maken, dat u bang voor Papa is? Kom maar;" zij
-maakte een weinig voor hem plaats en hij kwam naast haar in het
-rijtuig zitten.
-
-"Ik kan mij zeer goed begrijpen, dat meneer Delphin aarzelde, juffrouw
-Bennecken te vergezellen," zeide een jong heer, die juist met eene
-dame de equipage voorbij liep.
-
-"Ja ik vind het zeer natuurlijk. Arm kind, wat is zij leelijk,"
-antwoordde de dame, en zij vertrok even haren mond.
-
-"Leelijk haar, leelijke tint, grooten mond, een' kleinen platten neus,
-en eene taille die veel te wenschen overlaat, het eenige wat gezien
-mag worden zijn hare oogen."
-
-"Vindt gij hare oogen mooi," vroeg de dame, en zij zag hem aan.
-
-"O neen, niet zoo als die van eene andere, die ik ken," antwoordde
-hij galant, "maar die oogen zijn nog het beste, wat zij der wereld
-toonen kan."
-
-"O ja, zij heeft ook die vervelende hondenoogen, dom van uitzicht."
-
-"Heel dom moet zij dan ook zijn, is het niet?"
-
-"Ja, als eene gans, dat is algemeen bekend."
-
-Ondertusschen reed de kamerheer Delphin met juffrouw Bennecken
-denzelfden weg terug, dien hij juist was afgekomen. De minister [5]
-woonde in de Kristiaan Auguststraat.
-
-Toen zij de koetspoort inreden, ontmoetten zij een slank jong meisje,
-dat juffrouw Bennecken groette.
-
-"Wie was dat," vroeg hij.
-
-"Eene nicht van Mo, zij heet Christine, vindt gij haar niet heel mooi?"
-
-"Naar mijnen smaak is zij te lang," antwoordde de kamerheer.
-
-Het huis van den staatsraad was in deftigen stijl gemeubileerd, men
-zag dadelijk, dat alles op effect was ingericht. De dubbele deuren
-stonden open en gaven toegang tot eene rij vertrekken, waarvan
-mevrouw's boudoir het laatste was; mollige tapijten bedekten den
-grond en zware gordijnen hingen vóór de vensters.
-
-De vrouw des staatsraads ontving den kamerheer buitengewoon
-vriendelijk; zij stelde zijne visites op prijs, en met een verlicht
-hart zag Hilda, dat zij eene goede ingeving had gehad, toen zij hem
-mede had getroond.
-
-Mevrouw was in eene lichtgrijze morgenjapon gekleed en een kanten
-mutsje bedekte het haar. Ofschoon zij reeds vijf en vijftig jaar
-oud was, kon men haar evenwel nog eene schoone vrouw noemen, met
-een paar schrandere maar koele oogen. In hare jeugd was zij eene
-gevierde schoonheid geweest en voor mooie menschen had zij zelfs
-bepaalde sympathie behouden.
-
-In gezelschap was zij levendig zonder geestig te zijn, en deftig
-zonder stijf te schijnen; haar glimlach was innemend, en zoude zulks
-nog meer geweest zijn, zoo die niet al te zeer aan dien glimlach
-had herinnerd, welke als een familietrek, allen dames eigen is,
-welke hare zes voortanden op eene plaat in den mond hebben.
-
-In het salon bevond zich ook de heer Alfred Bennecken, de jongste
-zoon des huizes. Kort geleden was hij in de hoofdstad gekomen, en zijn
-goede vriend Hiorth was hem juist een bezoek komen brengen. De jonge
-hulpcommies school zoo ver hij kon in eenen hoek van het vertrek weg,
-want hij moest op zijn bureau zijn, en het trof al heel ongelukkig,
-dat juist de bureau-chef nu hier moest komen. Delphin groette hem
-daarom juist bijzonder vriendelijk.
-
-"Nu moet gij.... meneer Delphin," zeide mevrouw, "ons uw oordeel
-over eene zaak zeggen. Alfred is zoo teleurgesteld, de arme jongen,
-dat Papa hem geene aanstelling in zijn Departement wil geven. Alfred
-beweert, dat het niets dan natuurlijk en Europeesch is--zooals hij
-altijd zegt--dat Papa hem wat voorthelpt, maar gij weet, hoe bang
-Daniël altijd is, de minste aanleiding tot aanmerkingen aan de
-oppositie te geven, en daarom...."
-
-"En daarom wil hij mij in die ellendige revisie-afdeeling plaatsen,"
-viel Alfred in, "waar ik geen sterveling ken, terwijl ik er juist
-zoo op had gevlast met Hiorth op hetzelfde bureau werkzaam te kunnen
-zijn.... waar is Hiorth naar toe gestoven?"
-
-Deze kwam nu van achter eene groote palmplant te voorschijn, en
-speelde verlegen met zijn blond kneveltje.
-
-"Ja, het is werkelijk jammer voor Alfred," ging mevrouw voort,
-"Daniël is altijd zoo streng ten zijnen opzichte geweest."
-
-Nu trokken echter de stalen, die Hilda had meegebracht hare aandacht,
-en spoedig lag de geheele tafel vol. George Delphin hielp mevrouw
-uitzoeken, en Hilda werd niet beknord.
-
-De jonge heeren bleven voor het raam staan.
-
-"Noem je dat geen overvloed van geluk, Hiorth, zij woont hier aan huis,
-zij is familie van Mo--Mo, die bode bij Papa is."
-
-"Van Anders den Almachtige," zeide Hiorth.
-
-"Noemt gijlieden hem zoo aan het Departement.... dat is al een zeer
-goede naam voor hem; ja, zie je, Anders de Almachtige is een broer
-van haren vader--een gemeene rakker overigens, die van concubinaat
-is aangeklaagd. Heb je ze gezien.... anders wil ik je met haar
-bekend maken."
-
-"Waart ge in hare vroegere woonplaats goed met haar bekend?"
-
-"O ja.... zoo tamelijk," antwoordde Alfred, en hij kneep even de
-oogen dicht.
-
-"Je zult zien, dat het met haar zal gaan als met haren vader?"
-
-"Wat?" vroeg Alfred.
-
-"Concubinaat," fluisterde Hiorth.
-
-Deze geestige zet wekte zoo de vroolijkheid der heeren op, dat zij
-de kamer moesten uitgaan, om op de trap er hartelijk over te kunnen
-uitlachen.
-
-Het was bijna één uur, toen de hoofdcommies aan het Departement kwam.
-
-Op zijne tafel lag eene menigte stukken, en Mo was juist bezig met
-het lezen van eenige documenten in een geel omslag.
-
-"Wat zijn dat voor stukken, Mo," vroeg Delphin gehaast.
-
-"Dit stuk handelt over eenen twist, die over het recht op zeewier
-aan de westkust ontstaan is, en is, naar mij voorkomt, eene zaak,
-welke voor de rechtbank moet gebracht worden," antwoordde Mo, die
-door zijn lang verblijf aan het Departement natuurlijk veel verstand
-van zulk zaken had gekregen, en volkomen met de termen, bij het soort
-van Departement in gebruik, bekend was.
-
-De bureauchef luisterde niet naar het antwoord, maar las reeds een
-paar brieven, die aan hem persoonlijk waren gericht.
-
-"Och, breng dien hoop papieren naar Mortensen en zeg hem, dat hij
-ze naziet en sorteert," zeide hij op ongeduldigen toon. Toen Mo
-bij Mortensen in de kamer trad, was deze nog drukker dan zijn chef,
-want hij schreef, zoo tusschen het werk door, een artikel voor zijne
-courant.
-
-"Leg dat pak maar voorloopig in den chaos," zeide hij, zonder zelfs
-op te zien.
-
-De "chaos" was een loket, dat het dichtst bij den vloer was, en onder
-het bijzonder opzicht van Mortensen stond. Anders Mo nam het pakket
-weer op, maar hij draaide het zoo, dat de papieren met het gele omslag
-beneden kwamen te liggen; de gele kanten vouwde hij zelfs een weinig
-naar binnen, en toen schoof hij alles zoover mogelijk in den chaos,
-waar reeds vele andere stukken lagen. Anders Mo, die zijnen naam
-Vatuemo tot Mo verkort had, was met den staatsraad bekend geraakt,
-toen deze nog assessor was. In dien tijd was Mo handelaar in het
-klein in etenswaren, en daar hij vlak naast den assessor woonde,
-was hij in de gelegenheid aan de familie kleine diensten te bewijzen;
-weldra was hij zoo in gunst gestegen, dat hij bijna even onontbeerlijk
-voor Mevrouw als voor Mijnheer was.
-
-Toen de assessor in rang steeg en zelfs tot staatsraad werd benoemd,
-klom Mo ook op, en verkreeg het ambt van bode bij het Departement.
-
-Voor deze betrekking was hij als geknipt; als eene kat sloop
-hij van boven naar beneden, en het duurde maar kort, of hij was
-volkomen te huis in elken hoek van het gebouw, en bekend met al de
-geheimen en intriges van het Departement. Allen hadden min of meer
-respect voor hem, en de staatsraad zelf scheen zich geheel door
-hem te laten beheerschen, wat niemand kon begrijpen, maar het feit
-bestond; en ieder was er volkomen van overtuigd, dat Anders Mo de
-machtigste man aan het ministerie was. In het groote huis, hetwelk
-de staatsraad bewoonde--hij had eene vrouw met geld getrouwd--had Mo
-de portierswoning betrokken. Wel is waar was die half in den grond
-gebouwd, en dus gedeeltelijk een kelder, maar wanneer men uit het
-kamertje van den conciërge de drie trapjes af ging naar de andere
-vertrekken, zagen die er vroolijk en gezellig uit, wijl het volle
-daglicht ongehinderd door de hoog in den muur aangebrachte vensters
-viel.
-
-Toen Christine bij hem was komen inwonen, was de middelste kamer tot
-slaapvertrek voor haar ingericht.
-
-Nu moest echter haar Oom, zoo hij naar zijn kamertje wilde gaan,
-altijd door het hare komen. Dit was juist niet zoo pleizierig,
-maar eigenlijk kon het haar niet veel schelen. Oom Anders was zoo
-vriendelijk tegen haar, en de mooie groote stad was zoo rijk aan
-verrassing voor haar geweest, dat het gevoel van heimwee, waaraan
-zij in het begin had geleden, spoedig verdwenen was.
-
-Bovendien troostte het haar op eene plaats te zijn, waar niemand
-wist, aan welke schande haar vader zich zelf en dus ook haar
-had blootgesteld. De familie van den staatsraad was altijd even
-vriendelijk en juffrouw Hilda was zelfs een paar maal blijven staan,
-om een praatje met haar te houden.
-
-Christine vond het meer dan voorkomend, dat zulk eene voorname
-jonge dame met haar, die toch maar een eenvoudig boerenmeisje was,
-wilde staan praten; daarentegen wist zij de vriendelijkheid van den
-candidaat niet op den rechten prijs te stellen. Ten eerste was zij
-er zeker van, dat Alfred wist, waarvan haar vader was beschuldigd,
-en dan was er in den toon zijner stem en in de familiare wijze,
-waarop hij haar groette, iets, dat haar angst aanjoeg. Neen, dan
-mocht zij den doktor, den oudsten zoon in de familie, beter lijden,
-maar met hem had zij slechts tweemaal gepraat.
-
-Toen Christine een paar weken, in de stad was geweest, kreeg zij een'
-brief van huis.
-
-"Lieve Christine! De kat mist je zeer, zij doet niets dan mauwen en
-je vader mist je ook zeer, maar hij toont het op eene andere manier,
-namelijk hierin, dat hij machtig veel graaft en spit en hakt en als een
-mijnwerker steenen op zijnen akker laat springen, dat hooren en zien
-een' mensch vergaat, en het zelfs gevaarlijk is langs zijnen akker te
-gaan van wege de steenen, het zand, het gruis en de klompen aarde, die
-in de lucht rondvliegen; daarbij is de weg op zichzelf slecht, zoodat
-ik medelijden heb met het vee en de lieden die er over moeten gaan.
-
-De reden hiervan is, dat men niet weet, wien dat stuk van den weg
-toebehoort, en de Lensmand heeft mij naar den rotmeester (korporaal)
-gezonden en de rotmeester heeft mij naar den ingenieur van de openbare
-wegen gestuurd, die kapitein is, zoodat je zelf wel begrijpen kunt, wat
-dat helpen zou. Maar je vader houdt zich beter dan ik gedacht had zoo
-alleen, maar vier van de koeien heeft hij verkocht, wat maar goed is,
-want het geleek op de verwoesting van Sodom en Gomorra in den koestal
-en in de melkkamer, daar de koeien onder het melken zoo schopten;
-maar jouw zwarte koe en die, welke hij bij den pachter van den dominé
-heeft gekocht, zijn er nog, en geven goed melk, omdat hij ze naar mijn
-domme verstand te veel voer geeft, wat hij echter niet erkennen wil;
-hij wordt zelfs boos als men er van spreekt. Veranderlijk weer hebben
-wij gehad, regenbuien en storm op zee, zooals ik ook in de couranten
-heb gelezen, dat een hevige cycloon over den Atlantischen oceaan en
-het kanaal is gevaren en een groot vaartuig van Christiania, dat van
-Kubach kwam--of was het misschien Nevrok--zijn voormast verloren heeft;
-maar daarnaar kunt ge vragen en er mij eene nauwkeurige beschrijving
-van geven. Je vader groet je, zoo ook met buitengewone hoogachting:
-de ondergeteekende
-
- Lauritz Boldemann Sechus.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-
-In den herfst, wanneer de familie Falck-Olsen van hare villa naar de
-stad terugkeerde, gaf zij altijd een groot bal.
-
-De groothandelaar--op dien titel was hij zeer gesteld--hechtte zeer
-aan dit bal, waarop hij, behalve de jongelui, die werken, dat is
-dansen moesten voor hun souper, ook eenige der voornaamste familiën
-van de stad uitnoodigde.
-
-Wanneer al de jongelui meê werden geïnviteerd, vond hij, dat hij zijne
-uitnoodigingen tot buiten zijnen gewonen kring kon uitstrekken: hij
-had toch gelukkig ruimte genoeg in zijn huis; wanneer hij kleinere
-partijen gaf, ging het moeielijker.
-
-Maar de groothandelaar Falck-Olsen behoorde tot de parvenus in de
-hoofdstad, zijn naam had nog te weinig goeden klank. Hij was een
-vermogend man geworden door het verkoopen van bouwgrond, en door een'
-houthandel; in het begin van zijne loopbaan was alles echter op zeer
-kleine schaal ingericht geweest. Nu, zooals gezegd is, was hij rijk en
-was het het doel van zijn streven toegang tot de hoogere kringen in de
-maatschappij te verkrijgen. Op den staatsraad Bennecken, met wien hij
-kennis had gemaakt, toen deze nog assessor was, stelde hij zijne hoop,
-en de vriendschappelijke verhouding scheen van jaar tot jaar inniger
-te worden. De dames in de stad verwonderden er zich ten hoogste over,
-want de familie Bennecken behandelde een ieder nog al uit de hoogte;
-de heeren meenden, dat zulks door zaken kwam; Falck-Olsen had den
-minister zeker wel eens aan geld geholpen, en eenigen geloofden zelfs,
-dat hij nu en dan nog wel eens bijsprong. In het algemeen maakte men
-zich een weinig over den ijdelen koopman vroolijk, want, daar hij
-door eigen arbeid zijn geld verworven had, beteekende die rijkdom in
-de oogen van de meesten niet veel. George Delphin placht te zeggen:
-"dit is het onaangename van de geschiedenis, dat juist wanneer men
-denkt met den voornamen groothandelaar Falck te spreken, men op eens
-bemerkt, dat men met den simpelen houthandelaar Olsen staat te praten."
-
-Mevrouw Falck-Olsen deelde volstrekt den smaak van haren man
-niet voor groote partijen: zij hield meer van kleine gezellige
-damestheevisites. Het was niet bekend, waar zij geboren en opgevoed
-was; haar stamboom was, zoo drukte de kamerheer Delphin zich uit,
-één van de eerste boomen geweest, dien haar man had neêrgeveld, toen
-hij in rang begon te stijgen. Intusschen had zij zeer goed haren man
-op zijnen weg kunnen volgen, omdat zij leerzaam van karakter zijnde,
-ook eene groote mate van geduld bezat; haar optreden was tevens zoo,
-dat zij een niet al te scherp contrast met de elegante woning maakte.
-
-Wel had Delphin voor gewoonte, haar in het geheim nog "madam" [6] Olsen
-te noemen, en ook was het één zijner altijd terugkeerende geestigheden,
-de bals in het "danslokaal" bij Olsen te beschrijven. Zij evenwel,
-die mevrouw kenden, waren het er allen over eens, dat, zóó mevrouw
-soms tegen de etiquette zondigde, die fout te vergeven was, omdat
-hare goedhartigheid daar ruim tegen op woog. Zij had eene statige
-houding, en zooals zij nu vóór de komst der gasten in een licht grijze
-moiré japon al de vertrekken nog eens doorging om te zien of alles
-in orde was, zag zij er zelfs heel goed uit. Haar man ging van het
-eene vertrek naar het andere, maar hij was onrustig en zenuwachtig;
-de bedienden werden ieder oogenblik door hem beknord, en telkens keek
-hij op zijn horloge.
-
-"Wat scheelt je vandaag, manlief," vroeg mevrouw, "je stelt je aan,
-alsof je den koning zelf verwacht!"
-
-"Zeur niet en bemoei je maar met je eigen zaken," antwoordde hij.
-
-Een oogenblik later kwam hij naar haar toe, en zei op een toon, die
-onverschillig moest heeten: "van morgen vroeg ik den consul Lind ons
-bal te komen bijwonen."
-
-"Ben je mal?" vroeg mevrouw.
-
-"Wat? Ben ik misschien niet even goed als hij, en het kwam zoo ter
-sprake: wij ontmoetten elkaar op de Actiën-Bank."
-
-"Verzocht je zijne dames ook?"
-
-"Neen," luidde het antwoord eenigszins aarzelend.
-
-"Nu, dan kunt gij er stellig op rekenen, dat hij niet komt; dat was
-vreeselijk dom van je, Ole Johan!"
-
-"Zoo!" bromde haar man tusschen de tanden; het was echter meer dan
-eens gebeurd, dat zijne vrouw de zaak beter had ingezien dan hij.
-
-De oudste dochter kwam nu binnen. Den heer des huizes ontsnapte een
-vloek, en mevrouw riep uit: "maar lief kind, wat beteekent dit nu,"
-en beiden staarden zij stijf van verwondering hunne dochter aan.
-
-Juffrouw Louise was in eene zwart wollen japon gekleed en een smal
-geplooid kraagje stond hoog tegen den hals aan, het haar was in
-een kleine wrong opgestoken, terwijl grove katoenen handschoenen,
-die haar volstrekt niet pasten, het toilet voltooiden.
-
-Eerst trachtte zij hare ouders onbevreesd in de oogen te zien,
-doch op eens barstte zij in schreien uit. "Hans.... Hans.... heeft
-gezegd.... dat ik mij zoo moet kleeden."
-
-"Hans.... maar nu raakt mijn geduld ten eind," riep haar vader uit,
-"en gaat hij voort, je op die manier het leven zuur te maken, zoo is
-het maar het best het engagement te verbreken."
-
-"St.... St, Ole Johan! Maak je niet zoo driftig. Laat mij maar een
-oogenblik met Louise spreken. Ik hoor daar reeds eenige gasten in
-de vestibule."
-
-Haar man verliet dadelijk het vertrek om de eerste gasten te ontvangen,
-en mevrouw ging met Louise naar boven om haar moed in te spreken.
-
-De gasten, eenige langbeenige jongeheeren, waren zeer verlegen, dat zij
-het eerst waren gekomen. Zij gingen achter elkander de vertrekken door,
-eindelijk kwamen zij in eenen hoek van het verst afgelegen kabinet te
-recht, waar zij hunne linkschheid trachtten te verbergen door onder
-elkander te lachen over niets.
-
-Het eene rijtuig na het andere hield nu voor de deur stil en weldra
-waren velen der gasten gekomen. De gastheer ontving de genoodigden in
-het eerste vertrek, mevrouw zat in het kleine salon, voor de groote
-danszaal. De jongste dochter Sophie en de kamenier waren nog bezig,
-Louise een meer presentabel voorkomen te geven; eindelijk kwamen de
-beide zusters binnen.
-
-Juffrouw Sophie was een mooi meisje en haars vaders lieveling. Hij
-ging van het groote plan zwanger, voor haar een' echtgenoot in de
-hoogste kringen te zoeken, en hij was onvermoeid, haar opmerkzaam
-op zoogenaamd goede partijen te maken. Half in ernst half in scherts
-luisterde zij naar hem, maar toen hij op zekeren dag haar den kamerheer
-George Delphin als eene geschikte partij voorsloeg, dacht zij wat
-ernstiger over de zaak na en besloot eene poging te wagen. Zij zag er
-van avond allerliefst uit in hare witte baljapon, waarvan de rok en
-het zijden lijf rijk met strikken waren gegarneerd. Zij fluisterde
-haar moeder even in welke moeite zij had gehad, Louise in een ander
-toilet te doen verschijnen, en mengde zich toen onder de gasten.
-
-Louise zag er uit als een slachtoffer. Zij had nu eene witte japon
-aan, en ook handschoenen, die bij het overige toilet pasten; in het
-laatste oogenblik was het der kamenier zelfs nog gelukt haar een
-takje meibloemen in het haar te steken.
-
-Met angstige blikken zag zij overal naar Hans rond, maar daar zij
-hem niet in het oog kon krijgen, liet zij zich eerst voor éénen dans,
-en toen voor nog eenen engageeren.... wat haar óók verboden was; ten
-laatste stond zij, vóór zij het zelf wist, temidden van een groepje
-jonge dames, met wie zij naar hartelust praatte en lachte; toen een der
-heeren haar het balboekje uit de hand nam, ten einde zijnen naam nog
-bij een der dansen te schrijven, was zij zelf ten uiterste verwonderd,
-dat hij het haar zichtbaar teleurgesteld teruggaf--voor alle dansen
-was zij reeds geëngageerd.
-
-Hare beste vriendin, Caroline Hjelm, zeide haar, dat zij er nooit
-zoo goed had uitgezien als van avond, maar Louise's hart klopte
-zeer onrustig.
-
-Meer en meer gasten kwamen er binnen.
-
-In het midden der groote zaal stonden de jongedames in groepjes
-en deden alsof zij druk met elkaar praatten. Eigenlijk bestond het
-gesprek meest in uitroepen van verwondering en niets beteekenende
-vragen, op welke men ook geen antwoord verwachtte; soms hoorde men
-eenige zenuwachtig lachen, want allen waren te zeer van het gewicht
-van het oogenblik vervuld, om oog of oor voor iets anders te kunnen
-hebben dan.... voor het balboekje met volgeschreven namen.
-
-De heeren stonden bij de deuren; eindelijk vatten zij moed, gingen
-dwars door de zaal naar de plaats, waar de jonge dames stonden,
-maakten eene buiging, vroegen om een' dans, liepen elkaar tegen het
-lijf, struikelden over de lange slepen der dames en verloren hunne
-kleine balpotlooden. De twee vrienden Hiorth en Bennecken, die beiden
-aan juffrouw Sophie Falck-Olsen het hof maakten, kwamen haar tegelijk
-om een dans vragen. Zij had nog maar één dans vrij en dien schonk
-zij Bennecken. Hiorth vertoonde een gelaat, dat vertwijfeling moest
-uitdrukken, en engageerde nu Hilda Bennecken, die daar juist in de
-buurt stond.
-
-Zij had nog vele dansen vrij, want ofschoon zij als dochter des
-ministers er zeker van kon zijn, dat zij niet den geheelen avond
-zou behoeven te zitten, zoo behoorde zij tot degenen, die men het
-laatste ten dans vroeg, en niemand gaf zich zelfs eenige moeite,
-het haar niet te laten merken, dat men haar welstaanshalve vroeg.
-
-De kamerheer Delphin, die door den staatsraad bij de Falck-Olsens
-was geïntroduceerd, danste zeer zelden. "Hij was er te oud voor,"
-zei hij zelf; nu en dan danste hij een paar maal eenige toeren met
-die jongere getrouwde dames, welke in zijn' tijd gevierde schoonheden
-waren geweest. Toen hij echter het gezicht zag, dat Hiorth trok, nadat
-hij juffrouw Bennecken ten dans had gevraagd, ging hij door de zaal,
-maakte eene buiging voor haar en vroeg met haar eens te mogen dansen.
-
-Een gloeiend rood overtoog haar gelaat, en zij zag hem eenigszins
-wantrouwend aan; zij wist toch, hoe hij er van hield, de menschen
-voor den gek te houden.
-
-Ondertusschen had hij reeds haar balboekje in de hand genomen, en
-vroeg haar om de Française na het souper. Zij kon niet goed "neen"
-antwoorden, ofschoon zij daartoe veel lust had.
-
-Delphins wijze van handelen had zeer de opmerkzaamheid in de zaal
-getrokken, de dames staken de hoofden bijeen en fluisterden met
-elkander. Hilda Bennecken voelde zich zeer ongelukkig en verlegen,
-wat haar leelijker dan ooit maakte. Zij nam haar toevlucht tot Louise,
-die juist in eenen aanval van moedeloosheid, haren nood aan Caroline
-Hjelm klaagde.
-
-Eenige heeren, die er acht op hadden gegeven, dat George Delphin
-juffrouw Bennecken voor eenen dans had geëngageerd, geloofden, dat
-zulks een' verstandige zet van hem was geweest, en zij haastten zich
-dus zijn voorbeeld te volgen. Tegen alle gewoonte kreeg Hilda haar
-balboekje vol, en er stonden zelfs de namen van de meest fashionable
-cavaliers in te lezen.
-
-Het bal werd met eene Polonaise geopend; de gastheer en de vrouw des
-ministers waren het eerste paar. De staatsraad was nog niet gekomen.
-
-"Daniël heeft het tegenwoordig zoo ontzaglijk druk," zeide mevrouw
-tot verontschuldiging.
-
-Daar de consul Lind er ook nog niet was, gevoelde de heer Falck-Olsen
-zich niet recht in zijnen schik. Onder de wandeling verbeterde zijn
-humeur zich wat, want de zaal leverde een fraai gezicht op.
-
-De kamerheer mocht zeggen, wat hij wou van "Olsens Danslokaal," eene
-fraaier balzaal was er bijna niet in de stad te vinden en toen de lange
-rijen feestelijk gekleede dames en heeren op de tonen der muziek door
-de zaal wandelden, straalden de oogen van den gastheer van trots.
-
-Er waren dan ook vele voorname lui; de uniformen maakten een
-goed effect, en verscheidene heeren droegen een ordelint in
-het knoopsgat. Bankiers, kooplieden, professoren, kamerheeren,
-buitenlandsche consuls, allen waren er vertegenwoordigd; aan deftige,
-welluidende titels ontbrak het niet; het was dan ook een werkelijk
-genot voor den gastheer, die titels telkens te noemen, terwijl hij
-met de vrouw des ministers de zaal rondwandelde.
-
-"Hoe allerliefst ziet uwe Sophie er van avond uit," zeide mevrouw
-met een innemend lachje.
-
-"Het is mij hoogst aangenaam dit te hooren; ja, ik vind ook, zoo ik de
-waarheid wil zeggen, dat Sophie iets gedistingueerds over zich heeft."
-
-"Juist wat ik wilde zeggen," antwoordde mevrouw, en zij lachte hem
-in stilte uit. Nu wilde de gastheer ongelukkiger wijze mevrouw ook
-een compliment maken, en daar Hilda Bennecken juist met een niet zeer
-jong heer, een leeraar of iets dergelijks, zich bij de Polonaise had
-gevoegd, begon hij haar uiterlijk buitensporig te prijzen.
-
-"Och, geef u die moeite niet," riep mevrouw uit, "onze dochter Hilda
-kan op geene schoonheid bogen."
-
-"Maar mevrouw--ik vind juist het tegendeel," stamelde de gastheer.
-
-"U is waarlijk al te vriendelijk, mijnheer Falck-Olsen," en mevrouw
-lachte eenigszins gedwongen. De gastheer begreep, dat hij zich dom
-had aangesteld.
-
-Hij kreeg echter weldra gelegenheid dien dommen streek goed te
-maken. Haar zoon Alfred stond in hunne nabijheid en hij begon nu
-dezen zeer te prijzen; tot zijne voldoening merkte hij, dat mevrouw
-met belangstelling naar hem luisterde, terwijl haar blik den jongsten
-zoon volgde.
-
-Nu nam het dansen een aanvang; ofschoon de muziek uitstekend was,
-scheen de echte danslust er nog niet te zijn. De drie groote kronen
-en de lustres aan de wanden goten een zee van licht uit in de fraai
-gedecoreerde zaal. Aan de eene zijde bevonden zich kleine kabinetten,
-waar een aangenaam half donker heerschte, en waar--zooals mevrouw
-Bennecken zeide, de beenen konden rusten en de harten spreken. Alfred
-danste met eene uitdrukking op het gelaat, welke voor hoogst comme il
-faut wordt gehouden, als een daglooner, die, om aan den kost te komen,
-hard moet werken.
-
-Op dezelfde wijze danste zijn vriend Hiorth. Over het geheel
-hadden de heeren dat onverschillige voor alles in hun voorkomen,
-dat welopgevoeden jongelui past. Slechts eenige getrouwde heeren van
-middelbaren leeftijd, die met de jongste dames dansten, zagen er uit,
-alsof zij er werkelijk pleizier in vonden, in het zweet huns aanschijns
-rond te draaien.
-
-Na elken dans verdwenen de heeren in de meer afgelegene vertrekken,
-die op de plaats uitkwamen, en daar deden zij zich aan punch en
-toddy te goed. Kwam men hun zeggen, dat een andere dans begon, dan
-werd de sigaar uit den mond genomen, en met een' ontevreden trek
-op het gezicht maakten zij zich gereed weg te gaan. Eerst namen zij
-echter nog gauw een glas punch of cognac, alsof zij eene reis in een'
-kouden winternacht moesten ondernemen; eindelijk sleepten zij zich
-met moeite naar de zaal, waar zij de dames op den geur van tabak en
-wijn onthaalden.
-
-De eene dans volgde op den anderen, maar de rechte vroolijkheid kwam
-maar niet, zooals het gewoonlijk in de eerste uren gaat.
-
-"Ja, ja, het zal wel beter worden," mompelde de gastheer bij zichzelf,
-"wanneer de heeren wat meer "onder stoom" zijn," en hij gaf aan de
-bedienden bevel, wat meer punch en cognac rond te dienen.
-
-Alfred Bennecken zag er onrustig en geheimzinnig uit. Wanneer iemand
-hem vroeg, voor welke dame hij den volgenden dans bestemd had, gaf
-hij een ontwijkend antwoord. Zijn vriend Hiorth merkte zelfs, dat hij
-voor de meesten der eerste dansen niemand geëngageerd had. Bennecken
-scheen op iets te wachten.
-
-De met zulk een' angst verwachte Hans was eindelijk gekomen. Louise
-had hem slechts vluchtig in het voorbij dansen gezien. Zij had haar
-oordeel in zijn bleek gezicht gelezen, en was daardoor bijna half
-dood van schrik. Maar de jonge candidaat Smith, met wien zij danste,
-sprak op zulk eene boeiende wijze over eene voetreis, die hij in
-Jotunheim gemaakt had, dat zij telkens haar verdriet vergat; toen zij
-een oogenblik daarna haren verloofde nergens meer zag, wiegde zij haar
-geweten met iets in slaap, dat zij wist, dat Hans met den naam van
-"verslaafdheid aan de zonde" zoude betitelen.
-
-Toen de dans geëindigd was, zocht zij in de zaal naar Caroline Hjelm om
-haren bijstand te vragen. Deze was eene nicht van Hans, en volstrekt
-niet bang voor hem. Louise smeekte hare vriendin bij de vriendschap,
-die zij elkaar toedroegen, naar Hans te gaan om hem te verklaren,
-dat men haar gedwongen had in een passend baltoilet te verschijnen
-en hem te vragen of hij erg boos op haar was.
-
-Caroline was dadelijk bereid, dit te doen; zij durfde Hans zeer goed
-hare meening zeggen. Zij zocht hem in alle vertrekken, en vond hem
-eindelijk snuffelende in eene boekenkast.
-
-"Goeden avond Hans! Louise laat je door mij vragen, of zij eenen
-dans voor je open zal houden," zeide Caroline en zij knikte hem
-vriendelijk toe.
-
-Hij keek haar eerst met zijne lichtblauwe kleine oogen strak aan; maar
-toen zijn blik op de verstokte Caroline volstrekt geene uitwerking
-scheen te maken, vroeg hij: "Heeft Louise je werkelijk gezegd, dit
-aan mij te vragen?"
-
-"Ja, waarom niet? Denk je misschien, dat het zonde is te dansen. Toen
-ik mijne belijdenis had afgelegd, zeide de dominé, dat het geoorloofd
-is te dansen, mits men zulks met een rein hart doe.... en dat hebt
-gij toch zeker, neef Hans, is het niet?"
-
-"Ik wil niet meer met je spreken Caroline, want gij zijt een kind
-dezer wereld."
-
-"Foei, Hans, hoe kunt je zoo praten," riep Caroline beleedigd uit,
-"ik kan mij niet begrijpen dat Louise, die zoo allerliefst is, jou
-wil nemen.... voor alles in de wereld zou ik je niet voor mijn man
-willen hebben!"
-
-"Ik wil trachten Louise uit dit huis der zonde te redden!"
-
-"Hè.... je bent een akelige vent, adieu," zei de onverbeterlijke
-Caroline, en zij keerde naar het salon terug.
-
-Eindelijk kwam de staatsraad Bennecken binnen.
-
-Hij was een knap rijzig man; zijne bloeiende gelaatskleur trok
-altijd de aandacht, vooral omdat hij geenen baard droeg. Zoodra de
-gastheer hem zag binnen komen, ijlde hij hem tegemoet en boog als
-een knipmes. Had de heer Falck-Olsen, wanneer hij met den staatsraad
-onder vier oogen was, ook de gewoonte op heel familiaren toon met
-hem te spreken, zoo had deze toch, wanneer hij, zooals nu ook het
-geval was, in al zijne deftigheid, met de ordeteekenen op de borst en
-geheel het uiterlijk van den staatsman optrad, iets dat hem ontzag
-inboezemde. Buitendien was de staatsraad zijn voornaamste gast--het
-eigenlijk glanspunt van het feest, en stralend van geluk geleidde de
-kleine levendige koopman den voornamen heer door de salons.
-
-Deze begroette de vrouw des huizes zeer hartelijk, sprak een weinig met
-al de oudere dames en was de vriendelijkheid zelf. Toen er eene pauze
-in de balzaal was, ging hij de dochters des huizes begroeten, en daarna
-trok hij zich terug in de bijzondere vertrekken van den gastheer,
-waar de voornaamste leden van het gezelschap zich hadden verzameld.
-
-De komst van den minister had den stempel op het feest gedrukt. Delphin
-placht altijd te zeggen, dat men bij die Falck-Olsens altijd min of
-meer het gevoel had, alsof het hoofd er ontbrak, want gastheer en
-gastvrouw beiden verloor men zoo spoedig uit het oog, dat men bijna
-hunne tegenwoordigheid vergat.
-
-Van avond had men echter in den persoon des ministers een punt gekregen
-waarom men zich kon verzamelen, wijl deze, als een intiem vriend van
-de familie, er borg voor was, dat men zich in goed gezelschap bevond,
-en als 't ware verlof gaf, zich zoo goed mogelijk te amuseeren. De
-nieuwbakken glans, die nog over alles in het huis lag, werd daardoor
-minder gezien, ja zelfs min of meer gewettigd. Nu eerst begon het
-bal met recht; de "daglooners" glimlachten min of meer onder hunnen
-zwaren arbeid, en de gastheer dacht er niet langer aan, dat consul
-Lind weggebleven was. Hij wreef zich de handen van pleizier, want
-men begon "onder stoom" te komen; thans nog het souper, en alles ging
-naar wensch.
-
-Zoodra Alfred zijn vader had zien binnenkomen, sloop hij naar de
-vestibule, nam zijne overjas en verliet het huis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-
-Christine zat in de gezellige voorkamer en schreef een' brief aan
-haren vader,--dat wil zeggen aan den opperloods, want Njaedel kon
-geen geschreven schrift lezen.
-
-Oom Anders had het portier van het rijtuig, waarmede de staatsraad
-naar het bal zou rijden dichtgeslagen en was toen, zooals 's avonds
-zijne gewoonte was, uitgegaan: hij had altijd zoo veel te doen.
-
-Terwijl zij zat en in de lamp tuurde om te bedenken wat zij eigenlijk
-zou schrijven, werd er aan de deur geklopt en Dokter Bennecken trad
-de kamer binnen.
-
-"Neem mij niet kwalijk.... is Papa al naar het bal gereden," vroeg hij.
-
-"Ja, juist," antwoordde Christine.
-
-"O, dat treft al heel slecht, ik wou met hem meegereden zijn."
-
-Eigenlijk maakte de dokter zich hier aan eene groote onwaarheid
-schuldig, want hij had op den hoek der straat op het wegrijden van
-zijn' vader staan wachten. Nu hij echter het doel van zijn streven
-bereikt had: een oogenblik ongestoord met haar te kunnen spreken,
-scheen hem de moed daartoe te ontzinken, en hij zou zeker de deur
-weer zijn uitgegaan, zonder een woord meer te zeggen, zoo Christine
-niet had gezegd: "misschien komt het rijtuig wel terug."
-
-"Ja dat is best mogelijk.... ja, dat zal het zeker," zeide hij.
-
-Beiden lieten het voorkomen, alsof zij zulks geloofden, ofschoon zij
-heel goed wisten, dat de minister met een huurrijtuig was uitgereden;
-'s avonds gebruikte hij nooit zijne eigene équipage.
-
-"Wil u niet zoo lang gaan zitten," zeide Christine; Oom had haar
-gezegd, dat zij de menschen met u moest aanspreken [7].
-
-De dokter bedankte haar vriendelijk en deed de deur dicht. Johan
-Bennecken had eenige trekken met zijnen vader gemeen; dat imponeerende,
-evenwel, wat dezen eigen was, ontbrak hem geheel; integendeel zag hij
-er uit als een eerlijke vent met een goedhartig gezicht, die niet al
-te hoog timmerde; daarenboven was hij kreupel.
-
-De dokter begon nu met het jonge meisje te praten, hij ging echter niet
-zitten maar bleef tusschen de deur en de tafel staan. Hij was gewend
-met menschen uit allerlei stand om te gaan, zoodat Christine hem zeer
-goed begreep; het gesprek werd ook meer en meer levendig en liep over
-het verschil, dat er bestond in de manier van leven in de stad en op
-de plaats, waar zij van daan kwam, en over dergelijke onderwerpen.
-
-Wanneer hij iets zeide, dat hare vroolijkheid wekte, en dit gebeurde
-meer dan eens, lachte zij hartelijk en boog het hoofd wat op zijde,
-zoodat het schijnsel van de lamp juist op haar fraai lokkig rood haar
-viel, dat zij van haren vader had. Ook zijn gezond bloed scheen zij
-geërfd te hebben, want zij was sterk gebouwd, en wanneer zij zich in
-hare volle lengte oprichtte, had zij eene manslengte.
-
-Buiten loeide de wind; het was een echt gure herfstavond, maar
-hierbinnen zag het er werkelijk gezellig uit; de lamp brandde zoo
-helder, het vloerkleed was juist gelegd, en aan een vroolijk vuurtje
-ontbrak het niet.
-
-De dokter was gekleed in zwarten rok; zijne overjas had hij
-aangehouden; nu werd die hem echter te warm, en hij knoopte haar een
-weinig los; eindelijk zette hij zich half op den kant van de tafel
-met zijnen rug tegen den muur.
-
-Telkens wanneer zij een rijtuig hoorden aanrollen, zeiden zij:
-"daar is het nu" en wanneer het voorbij reed, zeiden zij: "neen,
-het was het niet!"
-
-Er werd aan de deur geklopt; deze ging open, Alfred kwam de kamer
-binnen en riep op vroolijken toon: "Goeden avond!" Eerst stond hij
-geheel uit het veld geslagen, toen hij zijnen broeder zag; spoedig
-herstelde hij zich echter en zei op boosaardigen toon:
-
-"Ei.... ei.... een tête-à-tête!.... of is juffrouw Christine misschien
-ziek?"
-
-Christine, die dit als scherts opnam, wilde antwoorden, maar toen
-zij zag, hoe ernstig de dokter eensklaps was geworden, kon zij van
-verwondering geen woord uitbrengen.
-
-"Ik wou hier op het rijtuig wachten,.... ik meende dat het terug zou
-komen," zeide Johan op eenen toon, die onverschillig moest heeten,
-doch verlegen klonk.
-
-"Welk een goed bedacht voorwendsel! Wat Amor toch vindingrijk maakt,"
-riep Alfred, en hij zette zijn lorgnet op, "ah zoo.... ge stondt hier
-op het rijtuig te wachten? Aardig van je bedacht, hoor!"
-
-"Ik verzoek van uwe verdere opmerkingen verschoond te
-blijven,--Alfred!"
-
-"Wel, wel.... gij verzoekt er van verschoond te blijven.... misschien
-mag ik verzoeken, om in denzelfden verheven stijl ons gesprek voort
-te zetten.... mij eene meer geldige verklaring te geven van uwe
-tegenwoordigheid hier op dit uur."
-
-"Wat raakt je dat?"
-
-"Ah zoo, de stijl wordt wat minder hoogdravend. Van mijnen kant vraag
-ik er ook niet naar, want verdere inlichtingen heb ik niet noodig;
-de verhouding is mij duidelijk.... volkomen duidelijk," en hij zag
-hen beurtelings aan, "maar mama zal er zeker veel belang in stellen
-te hooren hoe haar oudste zoon hier aan huis, wanneer allen uit zijn,
-op den loer ligt."
-
-"Neem je in acht Alfred, en zeg geen woord meer," riep Johan en hij
-trad eene schrede naar hem toe.
-
-"Laat ons deze wanden niet met broederbloed bezoedelen," antwoordde
-Alfred en een valsche glimlach speelde om zijnen mond, terwijl hij
-zich achter eenen stoel verschanste. Christine ging wat dichter naar
-den dokter om te trachten, hem tot kalmte te brengen, doch juist
-wendde hij zich naar haar en zij zag, dat hij doodsbleek was.
-
-"Wees niet bang" zeide hij, "en neem het mij niet kwalijk, dat zulk
-een tooneel hier voorgevallen is.... het is geheel buiten mijne
-schuld. Goeden nacht. Kom Alfred.... het wordt nu tijd voor ons."
-
-"Voor ons," vroeg Alfred op hoogen toon, en hij maakte zich gereed,
-zijnen hoed op den stoel, die naast hem stond, te leggen. Doch vóór
-hij nog recht tot bezinning kon komen over hetgeen eigenlijk met
-hem gebeurde, stond hij op de straat. Met een forschen ruk had zijn
-broeder hem uit de portierswoning geworpen en zoo kort en goed een
-einde aan de zaak gemaakt.
-
-Christine stond als versteend; zij hoorde de broeders de ramen
-voorbijgaan, een paar woorden ving zij nog op, maar eindelijk hoorde
-zij niets meer. Zij zelf zag er ook bleek uit, en aan haren linker
-slaap vertoonde zich eene roode vlek; het was het litteeken van de
-wonde, die zij aan het hoofd op dien vreeselijken nacht had gekregen,
-toen het huis was ingestort en hare moeder met de twee andere kinderen
-onder het puin bedolven waren geraakt. Eene heftige woordenwisseling
-had er tusschen de broeders plaats; toen zij aan den hoek der straat
-waren gekomen, sloegen zij ieder eenen anderen kant in, natuurlijk
-zonder elkaar goeden nacht te zeggen. Johan had geen lust meer het
-bal te gaan bijwonen. Hij ging dadelijk naar zijne woning. Eenigen
-tijd geleden had hij een paar kamers gehuurd, wijl de vrouw van den
-staatsraad het zeer onaangenaam vond, telkens op de trap met zijne
-arme patiënten in aanraking te komen. Juist zou het souper beginnen,
-toen Alfred weer in de balzaal verscheen.
-
-"Waar ben jij al dien tijd geweest," vroeg Hiorth.
-
-Alfred maakte een zeer geheimzinnig gebaar, hetwelk zijnen vriend
-aanleiding gaf hem vriendschappelijk een paar stompen in de zijde te
-geven en te beknorren. Zij gingen samen naar het buffet, want Hiorth
-beweerde, dat zijn vriend eene hartversterking noodig had. In de kleine
-zaal en in de daar naast gelegen kamers stonden de tafels gedekt
-[8]. Eerst bedienden zich de oudere dames, en heeren, daarna lieten
-de jongere dames zich van hare cavaliers bedienen, maar vóór dat deze
-nog half klaar waren, begonnen de heeren voor eigene rekening om de
-tafel heen te dringen. Als een dikke zwarte vliegenzwerm plaatsten zij
-zich om de eerste tafel, dan vloog een troepje weêr naar eene andere
-tafel en zoo ging het steeds door, geen wonder dat men onwillekeurig
-aan de plaag der sprinkhanen in Egypte begon te denken. Zij vielen op
-alle schotels en borden neer, en geheel vervuld van het gewicht van
-het oogenblik, stonden zij zwijgend, alles nauwkeurig onderzoekende;
-dan begon het opscheppen, kauwen, en doorslikken met vollen ijver;
-het leven, dat men met de vorken en messen maakte, verbrak alleen
-de stilte, en het had er veel van of er eene groote eetmachine aan
-het werk was. De jonge verlegen student Hansen had--de hemel weet
-waar--eene flesch Sherry te pakken gekregen. Zoodra de sprinkhanen
-hier lucht van kregen, reikten zij hem hunne glazen toe.
-
-Goedhartig, als hij van natuur was, schonk hij de glazen telkens weer
-vol, totdat hij eindelijk met een leeg glas in de eene en eene leege
-flesch in de andere hand stond.
-
-Dit wekte natuurlijk algemeen den lachlust op, doch lang duurde dit
-niet--er viel geen tijd te verliezen.
-
-Vleeschpasteien, coteletten, ragoûts, wildbraad, kippen, heerlijk
-gestoofde groenten, pikante sausen, kleine gebakken aardappelen,
-alles verdween in een oogwenk; men zou hebben kunnen gelooven, dat er
-valluiken in den vloer waren verborgen. Neef Hans stond vlak voor een
-vleeschpastei met aspersies, en hij verroerde zich niet van de plaats,
-ofschoon zijne buren hem vrij gevoelig in den rug stompten. Naast
-hem stond de candidaat Smith, die goeden eetlust op zijne voetreis
-naar de Jotunheim scheen opgedaan te hebben; hij at filet de boeuf
-met eenen lepel, graag zou hij eene vork hebben gaan halen, doch
-zoolang als er nog champignons op den schotel voorhanden waren,
-had hij niet veel zin, zijn goed plaatsje er aan te geven.
-
-Hiorth en Bennecken hadden het slimmer aangelegd; zij hadden zich
-bij de deur van de keuken geplaatst, en wanneer de bedienden met de
-gerechten aankwamen, maakten zij zich veelal van eenige meester. Eene
-tafel met sigaren en andere rookbenoodigdheden werd leeg gemaakt en
-in eenen hoek getrokken; daar aten zij nu op hun gemak; ook was het
-hun gelukt eenige flesschen achter eene portière te verbergen.
-
-De voornaamsten onder de heeren zaten in het particulier vertrek van
-den gastheer, waar eene tafel voor hen gedekt was. Delphin had aan
-het gezelschap der dames de voorkeur gegeven en soupeerde met haar;
-in de balzaal wandelden eenige jonge dames heen en weer, die de
-grootste verachting voor eten en eters koesterden. Het meerendeel
-der dames had nu een zeer verzadigd gevoel, doch de sprinkhanen
-strekten hunnen tocht tot aan de kleine zaal zelfs uit, waar de dames
-gesoupeerd hadden. Uitgenomen een paar oudere dames, die nog naar
-eenige aspersiekopjes of malsche kippeboutjes snuffelden, was daar
-niemand meer.
-
-De gastvrouw was er zeker van, dat zij genoeg had laten gereed
-maken; toen zij evenwel zag hoe de heeren de eene portie na de
-andere verorberden, begon zij min of meer ongerust te worden, en
-een der gasten die in hare nabijheid stond, hoorde haar mompelen:
-"goede hemel, het is alsof hunne maag een zak zonder bodem is."
-
-Mevrouw Falck-Olsen verviel soms in de vulgaire uitdrukkingen
-van vroegere dagen, vooral wanneer zij in zenuwachtigen toestand
-verkeerde. Wanneer de bediende even de deur der kamer, waar de
-staatsraad en eenige andere heeren zaten, open liet staan, konden
-Hiorth en Bennecken, die in de nabijheid zaten, nu en dan een of
-ander woord opvangen, waaruit zij begrepen, dat er eene politieke
-discussie gevoerd werd.
-
-"Die Falck-Olsen is eigenlijk toch een groote ezel, en goede manieren
-zal men hem zeker nooit kunnen leeren," zeide Bennecken, en hij hield
-even met eten op, "hij begrijpt nooit, welke menschen hij eigenlijk
-moet inviteeren."
-
-"Wat?" antwoordde Hiorth, "de heele stad is hier bijna."
-
-"Wat ben je onnoozel, Jonas. Nu, je gezondheid!" en hij leegde
-zijn glas. "Daar zit hem de knoop, zie je, dat hij Jan en alleman
-uitnoodigt. Je kunt wel begrijpen hoe onaangenaam het voor mijn vader
-is, hier met allerlei politieke tinnegieters samen te zijn."
-
-"Daar heb ik waarachtig nog nooit aan gedacht," zeide Hiorth, en hij
-zag heel diepzinnig.
-
-"Eenige dagen geleden hoorde ik mijnen vader tot Falck-Olsen zeggen:
-"wanneer gij niet partij kunt kiezen...."
-
-"Zoo.... zoo.... nu verder," zeide Hiorth heel nieuwsgierig, en hij
-boog zich dichter naar zijnen vriend.
-
-"Wat ben je een uilskuiken, Jonas, hij zei niets meer, maar je kunt
-begrijpen, wat het zeggen wil."
-
-"Ja natuurlijk.... hm.... bl.... zei je vader dat werkelijk." Hiorth
-lachte en knipoogde zijnen vriend geheimzinnig toe.
-
-Vóór de Française na het souper speelde het orkest, melodieën uit
-"le petit Duc." Het ging nu zeer geanimeerd toe; alle dansers, die
-in het begin van den avond hun werk zoo ernstig hadden opgenomen,
-zagen er werkelijk uit alsof zij zich amuseerden. De vroolijke muziek
-jaagde het bloed, dat door het lekkere souper en de fijne wijnen wat
-verhit was geraakt, sneller door de aderen.
-
-De candidaat Smith neuriede onophoudelijk eene Fransche melodie,
-uit eene operette, hem door een' oud vriend, die in Parijs geweest
-was, geleerd.
-
-Caroline Hjelm, met wie hij danste, wilde o zoo gaarne weten, welke
-woorden hij eigenlijk zong; maar hoe zij hem ook verzocht ja zelfs
-plaagde, ze mede te deelen, haar cavalier weigerde hardnekkig. Hij
-beweerde dat men ze niet goed in 't Noorsch kon vertalen.
-
-Caroline, die zich nooit zoo gauw uit het veld liet slaan, verzekerde
-hem, dat hij het gerust kon wagen ze te zeggen; zij was niet voor
-zoo'n beetje vervaard; en kon heel wat verdragen; hij neuriede maar
-steeds dezelfde melodie tot antwoord, totdat zij zeide, dat zij den
-inhoud er bijna van begreep.
-
-Dit nu was de dans, voor welken Delphin Hilda Bennecken had
-geëngageerd; waarom hij zulks had gedaan, was hij bijna vergeten. In
-de eerste toeren nam hij ook bijna geene notitie van zijne dame maar
-voerde een levendig gesprek met mevrouw Hjelm, die bij de deur vlak
-achter de dansende paren zat.
-
-Hilda Bennecken merkte dit natuurlijk dadelijk, en vond het
-allesbehalve aangenaam. Den geheelen avond had zij er zich deels over
-verheugd, deels over beangstigd den kamerheer Delphin tot cavalier
-te krijgen.
-
-Wel was hij altijd, wanneer hij bij hare ouders aan huis kwam, heel
-vriendelijk tegen haar, maar meer op een wijze, alsof hij haar nog
-voor een kind aanzag; hij had haar trouwens ook gekend, lang vóór
-zij hare belijdenis had afgelegd.
-
-Dikwijls had zij bij zich zelf gedacht, hoe prettig zij het zou
-vinden, zoo hij haar eens voor een' dans engageerde, en nu het er
-eindelijk toegekomen was, voelde zij zich zeer teleurgesteld in hare
-verwachtingen; al de pikante woorden, welke zij den geheelen avond
-van hare vriendinnen over de onderscheiding, die haar ten deel was
-gevallen, had moeten aanhooren, schoten haar nu te binnen, en zij
-wenschte maar, dat hij haar de eer van met haar te willen dansen,
-niet had aangedaan.
-
-Toen de derde toer zou beginnen, vroeg hij haar het een en ander,
-om toch ten minste wat aan zijne dame gezegd te hebben. Zij keek
-hem aan, en Delphin zei bij zich zelf: "zij heeft werkelijk een paar
-mooie oogen!"
-
-Na deze ontdekking, zette hij zijn gesprek met wat meer belangstelling
-voort, om haar te dwingen, hem aan te zien. De goedhartige bruine oogen
-bezaten eenen glans, waarom velen haar zouden hebben kunnen benijden,
-en toen zij langzamerhand door den vroolijken toon, dien hij aansloeg,
-den moed kreeg hem op dezelfde wijze te antwoorden, had het leelijke
-gezichtje eene uitdrukking, die men er al te zelden op lezen kon.
-
-Toen de dans geëindigd was, zei hij: "neen, maar is de dans werkelijk
-uit, lieve juffrouw Bennecken!... daar begrijp ik niets van. Wij
-hebben niet meer dan vier toeren gedanst.... op zijn hoogst nog wel!"
-
-Zij zag hem eerst een weinig wantrouwend aan, maar antwoordde toen
-glimlachend: "het komt omdat u de twee eerste toeren met mevrouw
-Hjelm hebt gedanst." George Delphin wist een goed antwoord altijd
-zeer op prijs te stellen. Hij was er door verrast en juist wilde hij
-haar antwoorden, toen zij door een paar werden aangesproken, dat weer
-door andere gevolgd werd. Eer de kamerheer zijne dame echter verliet,
-vroeg hij haar, hem de eer aan te doen, op al de bals gedurende dezen
-winter de eerste Française na het souper met hem te willen dansen.
-
-De stemming in de balzaal werd meer en meer vroolijk: "men was onder
-stoom." Onmogelijk was het bijna in de paren, die daar op de tonen
-der muziek zoo luchtig heen zweefden, de "daglooners" van het begin
-van den avond te herkennen, en toen na middernacht het dessert en de
-champagne rondgediend werden, had de vroolijkheid haar toppunt bereikt.
-
-De staatsraad was altijd gewoon, wanneer het feest zoo ver gekomen was,
-eenen toast uit te brengen op den gastheer en zijne familie--eene korte
-speech, zooals het eenen staatsman betaamt; bloemrijke uitdrukkingen
-gebruikte hij nimmer. Op zulke kleine redevoeringen, waarin hij echter
-met de grootste omzichtigheid zijne woorden woog, was hij zeer gesteld;
-in gewone gesprekken beperkten zijne antwoorden zich veelal tot eenige
-wel aangebrachte handbewegingen, soms vergezeld van een bescheiden
-glimlachje, doch van het laatste maakte hij zeer matig gebruik.
-
-De toast op de dames werd door een jong dichter uitgebracht. Niet lang
-geleden had hij een bundel gedichten uitgegeven onder den titel "Losse
-pennetrekken." Natuurlijk sprak hij nu ook in poëzie en grooten bijval
-viel hem ten deel; de dames vonden echter den inhoud zeer droefgeestig.
-
-Daarna begeerde tot grooten schrik zijner vrienden, de candidaat Smith
-het woord. Hij vergastte het gezelschap met eene gloeiende schildering
-van den Jotunheim. Nooit is het volkomen opgehelderd geworden of het de
-wijn dan wel de liefde was, die hem zoo opwond. Als de gasten hem op
-zijnen verren tocht volgden, den hoogsten berg met hem bestegen--hij
-vertelde hun zelfs hoeveel honderd voet--tusschen afgronden en over
-gletschers met hem doolden, kwam daar op eens in zijne rede eene
-beschrijving van een paar oogen en eene feeëngestalte, die, zooals
-later eenigen beweerden, Caroline Hjelm had moeten voorstellen. Wat
-hiervan moge zijn, zeker zou het met zijnen toast gegaan zijn, zooals
-in zeker sprookje staat: "is het niet uit, dan duurt het nog voort,"
-indien de jonge, bloode student Hansen niet plotseling als een raket
-de rede afgebroken had, met den uitroep: "Leve Jotunheim!"
-
-Onder het gelach, dat hierdoor ontstond, werden op den toast tot
-groote ergernis van den spreker de glazen geledigd.
-
-Voor den student Hansen hadden de zaken eene zeer treurige wending
-genomen. Toen het hem na het souper was gelukt, eene flesch portwijn
-machtig te worden, besloot hij zich er nu alleen aan te goed te
-doen, en zich niet weer zoo door de anderen voor den gek te laten
-houden. Hij school dus achter eene étagère weg; om zich te wreken,
-ledigde hij het eene glas na het andere; maar ongelukkigerwijze bleek
-de wijn machtiger dan de student Hansen, en toen hij met opgerichten
-hoofde en strak voor zich uitstarende oogen door de balzaal schreed
-om midden in eene Française iemand voor een dans te engageeren,
-sleepte een zijner vrienden hem bij den arm mede, terwijl hij zeide:
-"Maar Hansen, wat is het nu met je, je bent zoo stomdronken, dat je
-bijna niet op je beenen kunt staan, kerel!"
-
-Deze onvriendelijke woorden maakten zulk een pijnlijken indruk op
-den student Hansen, dat zijn trots er voor goed door gebroken was en
-hij in bange vertwijfeling verviel. Uit dezen toestand ontwaakte hij
-juist vroeg genoeg om door eenen uitroep een eind aan den toast van den
-candidaat Smith te maken. De cotillon ging wild toe. Verscheidene paren
-belastten zich te gelijk met het arrangeeren der verschillende toeren
-om dan later in een woesten galop door de ruime zaal te dansen. De
-saaie Hans had den geheelen nacht met zijnen donkeren blik overal
-zijn meisje gevolgd en toen Louise eindelijk, door Caroline half
-voortgeduwd, naar hem toekwam om wat met hem te praten, draaide hij
-haar den rug toe en ging naar huis.
-
-"Och stoor je niet aan hem," zeide Caroline om haar te troosten,
-"hij is zoo in vervelend, zoo...."
-
-Louise stond een oogenblik geheel vernietigd, maar toen zij haren
-cavalier, met wien zij juist zou dansen, zag aankomen, fluisterde zij
-hare vriendin in: "Ik heb van avond zoo'n pleizier, dat ik er morgen
-wel wat knorren voor wil verdragen."
-
-Na deze lichtzinnige woorden, zweefde zij weer de zaal door. Het was
-vier uur in den morgen. Dicht in hare mantels gewikkeld stonden de
-moeders doodmoede in de vestibule en de aangrenzende kamers op hare
-dochters te wachten, die nog eventjes een enkelen toer wilden dansen;
-de vaders stonden ook reeds met de overjas aan en de sigaar in den mond
-gereed om heen te gaan en ledigden nog staande een glas. Maar in de
-zaal danste men nog steeds alsof het om het leven te doen was. De paren
-vlogen als waanzinnigen van het eene einde der zaal naar het andere,
-de lichten in de kronen flikkerden en walmden in de van stof opgevulde
-zaal. Onder en naast de stoelen en sofa's lagen verwelkte bouquetten,
-afgescheurde garneersels van baljaponnen, dansprogramma's en zakdoeken,
-die veel van vodden hadden, terwijl de reukzenuwen zeer onaangenaam
-werden aangedaan door de vieze geuren van pommade en andere odeurs
-waarmede de lucht bezwangerd was. Toch stormden de heeren er maar
-moedig op los; hun fraai gefriseerd kapsel was in wanorde geraakt,
-en viel hun telkens in de oogen, terwijl de das scheef zat; met de
-dames was het niet beter gesteld; de baljaponnen waren niet veel
-meer dan flarden van tulle en tarlatan, die zich om de beenen van
-hare cavaliers heenslingerden.
-
-Wie zich nog het best van allen gehouden had, was Sophie
-Falck-Olsen. Haar kapsel, hare handschoenen, haar japon zagen er uit,
-alsof zij zich juist voor het bal had gekleed, en geen oogenblik
-was de vriendelijke glimlach van haar gelaat verdwenen. Toch was
-zij niet over den avond tevreden. Delphin had zich zeer weinig aan
-haar gelegen laten liggen, Alfred Bennecken was onuitstaanbaar,
-Jonas Hiorth afschuwelijk geweest. Eindelijk waren de gasten gereed
-afscheid te nemen, en het laatste rijtuig rolde over de straat.
-
-Meneer Falck-Olsen stak eene versche sigaar aan en vlijde zich toen
-zoo gemakkelijk mogelijk in eenen leuningstoel. Mevrouw Falck-Olsen,
-die vreeselijk warm was, maakte hare japon los en deed zich te goed
-aan de overblijfsels van het dessert, want, zeide zij tot haren man,
-zij had honger als een wolf.
-
-Sophie beknorde, terwijl zij zich ontkleedde Louise een weinig en
-deze snikte zich eindelijk in slaap.
-
-Bennecken had nog geen lust naar huis te gaan en zat nu bij Hiorth
-op de kamer nog een glas punch te drinken. Beide vrienden waren in
-eene bewogen stemming en onder het storten van heete tranen zwoeren
-zij elkander eeuwige vriendschap--neen niet eens zou de liefde,
-die zij beiden voor Sophie koesterden, dien band kunnen verbreken;
-daarna kwam het gesprek op den kinderdoop, en hierover geraakten zij
-hevig in eenen twist, die niet eindigde, vóór dat eindelijk Alfred
-zijne eigene kamer opzocht.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-
-Den zuidwester vast onder de kin gebonden--het was stormweêr--kwam
-op een der laatste Novemberdagen de opperloods onder het neuriën van
-zijn lievelingswijsje "mijn liefste Katrijn, je ziet mijn hartepijn"
-de hoogte af.
-
-Er was een brief van Anders gekomen, en de opperloods wist, hoe
-ongeduldig Njaedel naar bericht, de zaak betreffende, uitzag.
-
-Daar in de vlakte lag Njaedels lage huis, tusschen de akkers,
-die hij zelf had ontgonnen; verderop zag hij in het zand de sloot,
-die half klaar was. Juist reden een paar karren vol wier, naar de
-hoogte. "Sören wist wel, wat hij deed, toen hij Njaedel overhaalde,
-zijne zaak voor den koning te brengen;" mompelde hij bij zich zelf.
-
-Uit het Zuidwesten blies de felle wind over het lage strand. Het was
-een zware herfststorm en ofschoon het nog niet laat op den middag
-was, begon de duisternis reeds te vallen. De opperloods bleef een
-oogenblik staan; met den blik van een' zeeman zag hij naar alle
-zijden over de zee, vóór hij van de hoogte naar beneden ging. Naar
-het Zuiden eindigde de zandvlakte in naakte klippen, van welke eenige
-ver in zee uitstaken; de golven stieten er met geweld tegen aan, soms
-stonden zij zoo hoog in de lucht, dat zij voor een oogenblik als eene
-witte kolom zich tegen de loodkleurige lucht afteekenden, om daarna
-in woest schuimende vaart over de steenen zich eenen weg te banen.
-
-Naar het Noorden kon zijn oog in eene lange kromming de schuimende
-streep van de branding volgen; zij was zoo breed, dat volgens de
-berekening van den opperloods de branding reeds op tien vadem water
-begon. Recht voor hem uit naar het Noorden, kon hij soms tusschen de
-schuimende golven door het zoo even aangestoken licht van Bratvolds'
-vuurtoren te zien krijgen.
-
-Geen enkel zeil was in het gezicht; de zwartachtige wolken scheurden
-wel vaneen, doch zonder echter van plaats te verwisselen--zwaar,
-lang aanhoudend stormweer was te verwachten. Een onafgebroken
-golfgeklots!--Het geraas der zee was vreeselijk, nu en dan hoorde men
-een geknal, als van kanongebulder op grooten afstand. De wind joeg
-over de heide en piepte langs de telegraafdraden langs den straatweg;
-de meeuwen, die over de zee naar land kwamen, vlogen met uitgespannen
-vleugels in schuine richting tegen den storm in.
-
-Toen de opperloods aan het gedeelte van den weg was gekomen, dat van
-het hek van Brevig tot het Zwarte Moeras liep, was het gedaan met
-neuriën; integendeel mompelde hij iets dat op een vloek geleek.
-
-Groote ronde steenen lagen midden op den weg, het regenwater, dat
-van de hoogte naar beneden dwars over den weg was gestroomd, had daar
-eene diepe gleuf achtergelaten vol kleine steenen.
-
-"Het zou toch maar het best zijn, dien Anders, die zoo bl.... knap
-moet zijn, er over te schrijven," bromde hij bij zich zelf; de
-ergernis welke dit gedeelte van den weg hem altijd veroorzaakte,
-was een nagel aan zijne doodkist.
-
-Njaedel zat midden op zijnen akker dwars over eenen grooten steen,
-waarin hij bezig was een groot gat te houwen. Met forsche slagen kwam
-zijn werktuig telkens neer. Van tijd tot tijd hield hij even op, en
-droppelde in het gat wat water uit eenen natten lap, die in eene oude
-blikken doos lag, welke door lieden uit de stad, die een dag buiten
-hadden doorgebracht, vergeten was. Door zijn rood kroes haar blies
-de wind zóó, dat het naar alle kanten uitstond, en hij was met zulk
-een' ijver voor zijn werk bezield, dat de opperloods reeds naast hem
-stond, vóór hij zijne komst had bemerkt. "Goeden dag buurman!" zeide
-Njaedel. Hij hield met kloppen op en haalde zijnen maatstok voor den
-dag om te zien, hoe diep het gat al was; toen hij hoorde, dat er een
-brief van Anders was gekomen, gooide hij alles weg, en sprong van den
-steen op. Zij gingen naar binnen en staken eene kaars aan. Het vertrek
-zag er zeer wanordelijk uit, de vloer was ondenkbaar morsig en het bed
-lag nog onafgehaald. Njaedel ging vlak voor den opperloods zitten en
-volgde nauwkeurig al zijne bewegingen. Hij was zeer mager geworden;
-zijne handen bewogen zich zenuwachtig heen en weer.
-
-Zijn buurman had ook wel wat vlugger te werk kunnen gaan, maar brieven
-lezen is geene kleinigheid en eischt tijd. De brillenglazen moeten
-naar behooren gepoetst worden, de enveloppe moet bekeken en eindelijk
-voorzichtig aan den bovensten kant worden geopend. Het was een breed
-grijs omslag van het Departement en met lak verzegeld. "Den Hoog edelen
-Heer, den Opperloods Lauritz Boldemann Sechus" zoo luidde het adres.
-
-"Bl......, wat een omhaal!" mompelde de opperloods.
-
-"Door dezen wordt u de ontvangst meegedeeld van twee brieven gedateerd
-den eersten September en den twintigsten October laatstleden. Daar
-Gij de volmacht mijns broeders in zekere zaken schijnt te bezitten,
-zoo wend ik mij tot u met mijn schrijven, om u te verzoeken,
-mijnen evengenoemden broeder den inhoud er van mede te deelen. Uit
-het hierboven reeds geciteerde schrijven van den twintigsten
-October schijnt te blijken, dat mijn broeder de niet zeer gegronde
-meening schijnt te koesteren, dat de twist, die tusschen hem en den
-pachter Sören Börevig aangaande het recht op zeewier ontstaan is,
-reeds onmiddellijk ter behandeling zou zijn voorgekomen. Zulks is
-intusschen niet het geval. Ten gevolge van andere rechtszaken, die
-eerst afgehandeld moeten worden, hebben wij ons met de genoemde zaak
-nog niet bezig kunnen houden."
-
-Sechus hield even met voorlezen op.
-
-"Lees dat nog eens," zeide Njaedel.
-
-De opperloods las het begin van den brief nog eenmaal langzaam voor.
-
-Njaedel schudde het hoofd; op eens sprong hij heftig van zijnen stoel
-en sloeg met de vuist zoo hard op de tafel, dat het brillenhuis van
-zijnen vriend hoog in de lucht sprong.
-
-"Nu, nu Njaedel, maak je niet zoo driftig.... de brief is nog niet uit,
-misschien komt het beste op het eind."
-
-Vooral wordt de opperloods verzocht het mijnen broeder duidelijk te
-maken, dat eene zaak van zulk eenen grooten omvang als de bovengenoemde
-niet zonder veel extra werk, waarop groote kosten zullen komen,
-zoo spoedig ten einde kan worden gebracht. Intusschen valt hier aan
-te merken, dat de som van twee honderd kronen, indien dit geld per
-ommegaande werd gezonden, van eenige uitwerking zou kunnen zijn om
-de genoemde zaak wat schielijker afgemaakt te krijgen en verklaar ik
-mij bereid voor de uitbetaling van dit geld zorg te dragen, zonder
-daarvoor de partijen op grootere onkosten te willen jagen.--
-
-"Begrijpt gij, wat hij meent buurman?"
-
-"Neen," antwoordde Sechus, en hij las het nog eens over; op eens riep
-hij uit: "nu ben ik er achter--hij meent, dat wij moeten smeren!"
-
-"Wat moeten wij doen?"
-
-"Ja, zie je, dat kan ik beter begrijpen dan jij; ik ben op de hoogte
-van zulke zaken," zeide Sechus op loozen toon, "want toen ik in der
-tijd met "De Hoop der Familie," voor den consul Garman te Sandsgaard
-voer, zei de consul altijd, wanneer ik in de lente met haring naar de
-Oost-zee reisde: "hoor Sechus, wanneer je nu in Riga ankert, moet je,
-zooveel als je maar kunt, de tolbeambten, de sjouwers en allen met
-wie je te doen mocht krijgen, smeren. Het is niet goed spaarzaam te
-zijn, waar het noodig is geld uit te geven," zei de consul. En heel
-wat roebels, en heel wat sterken drank kostte dat, dat kunt ge wel
-denken. Het is zeker wel zoo iets, dat je broeder meent."
-
-"Geloof je dan, dat de koning er betaling voor wil nemen?"
-
-"De koning," antwoordde Sechus, en hij zag Njaedel met eenen
-meêlijdenden glimlach aan; "neen zeker niet, buurman. De blanke
-daaldertjes zijn wel versmolten, eer zij zoover gekomen zijn. Het is
-zeker een van die voorname heeren met goudgalon op de jas, aan wien
-hij het geld moet geven; die gaat dan naar den koning en vraagt hoe
-het met je zaak gelegen is. In Petersburg heb ik eenmaal zulk een
-snuiter gezien; hij reed in eigen rijtuig met twee paarden er voor en
-het tuig was van echt zilver; toch was hij geen enkelen roebel van
-zich zelf rijk; hij leefde enkel van fooien, vertelde mij de klerk
-van den makelaar."
-
-"Ja, dan geloof ik, dat zóó de vork in den steel zit," zei Njaedel.
-
-"In allen geval verlangt hij, dat ge hem dadelijk twee honderd kronen
-zendt.... misschien wil hij voor zijne moeite betaald worden."
-
-"O, zou Anders geld van mij willen hebben," antwoordde Njaedel,
-eenigszins beleedigd door deze woorden.
-
-Sechus las verder:
-
-"Wat nu de tegemoetkoming betreft voor het verblijf van de dochter
-van mijnen eigenen broeder in mijn huis, waarover in bovengemelden
-brief ook gesproken werd, zoo zal hier van mijne zijde nooit aan
-gedacht worden."
-
-"Nu, zei ik het niet," riep Njaedel trotsch uit.
-
-"Mocht het verblijf onder mijn nederig dak slechts tot een waren
-zegen voor haar worden. Het jonge gemoed wordt helaas al te licht
-medegesleept door de ijdelheden dezer wereld, en is zoo geneigd
-de vermaningen en waarschuwingen van oudere menschen in den wind
-te slaan. En aan veel gevaar is een jong meisje in eene groote
-stad blootgesteld, zoodat wij wel voor haar mogen bidden en haar
-toewenschen, dat zij geen gewillig oor aan de stem der verleiding
-en der vleierij moge leenen, maar integendeel, dat zij luisteren
-moge naar hen, die haar met hunne ervaring willen voorlichten. Ja,
-mogen wij allen een geopend oor hebben voor de stem der waarheid zoo
-lang het nog dag voor ons is.
-
-Met bijzondere hoogachting,
-
-Andreas Mo."
-
-
-"Ja, die Anders--die Anders," zeide Njaedel op den toon van de grootste
-bewondering, "het is juist als moeder altijd zei: jij Njaedel,"
-zei zij, "jij bent een groote slungel, maar...."
-
-"Ik zou wel willen weten, wat hij eigenlijk meent," viel Sechus hem
-in de rede, en hij trok een heel bedenkelijk gezicht, "het ziet er
-bijna uit, alsof iemand op Christine loert."
-
-"Ben je gek, opperloods? Maar wat zullen wij nu doen?"
-
-"Ja, wij moeten haar schrijven, dat zij op moet passen en...."
-
-"En met Anders moet spreken, schrijf dat vooral, en ook, dat zij Oom
-Anders in alles moet gehoorzamen."
-
-De opperloods haalde dadelijk papier, pen en inkt voor den dag,
-die nu altijd bij Njaedel voorhanden waren, en schreef: "Lieve
-Christine!" toen kwam er een lange pauze.
-
-"Nu opperloods, zit je aan den grond?"
-
-"O, in het geheel niet;" antwoordde Sechus ietwat gebelgd over deze
-vraag, en hij schreef: Het gaat met de jonge lieden, evenals met
-den grooten Deenschen os, die te Sandsgaard was, maar nu ik mij
-wel bedenk, kan ik die historie van den os niet vertellen daar het
-einde heel leelijk is; maar nu laat je vader je zeggen, dat je in
-alle dingen Oom Anders om raad moet vragen, want aan verzoekingen
-is de jeugd overal blootgesteld, b. v. mijne zuster Amelia--ja,
-het is nu een twintig jaar geleden, dat zij stierf, en zij zei, dat
-haar doodsdag de gelukkigste dag van haar leven was;--het was juist
-op den eersten Februari van het jaar, toen de bliksem in den koestal
-van den Lensmand sloeg--alles door de betoovering der liefde en hij
-was op den koop toe een schurk; zijn gezicht leek op borstplaat,
-en hij woont nog in de stad, ik noem geenen naam, maar wanneer hij
-mij ontmoet, kijkt hij altijd recht voor zich uit, en doet of hij
-mij niet kent. Zoo is het menig braaf meisje gegaan. Daarom vraagt
-je vader je, dat je in alles je zult richten naar Oom Anders en dat
-ge volkomen vertrouwen in hem zult stellen.
-
-Nu hebben wij hier alle dagen stormweer op zee, en geen schip is er te
-zien, wat heel goed is, want het is donkere maan, en dikke mist hebben
-wij ook, maar de stoombooten storen zich er in het geheel niet aan,
-wat een parabel voor mij is, vooral daarom, wijl zij geheel uit ijzer
-zijn gebouwd; maar ik las in eene krant dat nu alles aan boord van
-ijzer is, tot de masten en de tonnen zelfs, wat ik vind, dat vervloekt
-veel van eene leugen weg heeft. Je vader is wel, laat hij je zeggen.
-
- Je toegenegene
-
- Lauritz Sechus.
-
-Postscriptum. Je moet aan je Oom zeggen, dat het geld, waarover hij
-heeft geschreven, hem gezonden zal worden zoodra je vader het bij
-elkaar heeft kunnen krabben, maar je moet ook vragen of het, daar de
-tijden zoo slecht zijn, niet voor wat minder kan afgemaakt worden,
-en dan vraag voor mij aan Oom Anders ook, of hij niet een woordje
-kan zeggen aan den persoon, die over alle Lensmands, rotmeesters en
-kapiteins gesteld is, want dat het nu een echte zwijnenboel aan het
-Zwarte Moeras is, wat ge zelf ook getuigen kunt, maar nu is het erger
-dan vroeger.
-
-Toen de brievenbesteller dezen brief bracht, stond Christine juist,--en
-zij had er hare rokken wat voor in de hoogte gebonden--de keukendeur
-af te nemen; want, ofschoon haar oom er een dienstmeisje op na hield,
-hielp zij aan al het huiswerk.
-
-Er waren ook brieven en couranten voor de familie bij, die gewoonlijk
-aan den conciërge ter hand werden gesteld. Alfred kwam juist het
-huis uit om naar het Departement te gaan, toen hij de brieven op de
-tafel in de woning van den conciërge zag liggen. De deur stond open,
-wijl het schuurdag was en de goede gelegenheid om een praatje met
-haar te gaan houden, wilde hij niet ongebruikt laten voorbijgaan.
-
-Christine liet zich door zijne komst zelfs niet voor een oogenblik in
-haar werk storen. Zij spoelde de mat, die voor de deur lag in den emmer
-af, en doopte hare gezonde blanke armen geheel in het water. Daarna
-wrong zij de mat uit, strooide er wat zand op en begon toen de deur
-zoo te schuren, alsof zij de verf er af wilde boenen.
-
-"Goeden morgen.... juffrouw Christine," riep Alfred, en hij liep
-vroolijk het vertrek binnen; toen hij echter zag, hoe weinig zij op
-zijne onverwachte komst acht sloeg, was hij een oogenblik met zijne
-houding verlegen en zeide:
-
-"Kan ik hier even de post nazien, misschien is er wel een brief voor
-mij bij van mijn liefje."
-
-Deze woorden zelfs scheen zij niet te hooren. Het onaangename geluid,
-dat het schuren veroorzaakte, deed zijne ooren pijnlijk aan; het
-ergerde hem, dat zij zoo met hart en ziel aan dit ruwe werk bezig was,
-en dat het haar volstrekt niet kon schelen, dat hij haar, en nog wel
-in zulk een costuum, zag.
-
-Twee mannen gingen nu juist het raam, dat op de straat uitzag,
-voorbij. Alfred zag op. "Kijk daar komt je Oom en.... Johan natuurlijk
-ook."
-
-Deze was juist van plan, scheen het, de poort in te gaan.
-
-"Mijn broer komt, dat kan ik mij zoo denken, meer in het onderhuis van
-den conciërge, dan in de eigenlijke woning; daar is hij een zeldzame
-gast; nu is het niet zoo?"
-
-Toen hij zich omdraaide, zag hij, dat Christine met emmer en al in
-de keuken was verdwenen en dat zij de deur had dicht gedaan.
-
-Zeer boos gooide hij de courant, die hij in de hand hield, op de
-tafel en liep het vertrek weer uit. In de poort ontmoette hij Mo,
-die hem eerbiedig maar tevens half familiaar groette.
-
-Oom keek nu na, wat de brievenbesteller bezorgd had en zocht er
-de brieven uit, die hij den minister aan het Departement moest
-brengen. Toen hij den brief van den opperloods aan Christine zag,
-riep hij haar toe, even binnen te komen.
-
-"Christine," zei hij zeer ernstig, nadat hij haar den brief had
-gegeven.... "er is iets, waarover ik met je wil spreken. De zonen
-van den minister komen dikwijls hier een praatje met je houden, hé?"
-
-"De deur stond open, de candidaat kwam binnen, en...."
-
-"Ja, Alfred meen ik niet, maar de dokter.... zie je."
-
-"Hij is hier niet geweest," haastte Christine zich te antwoorden.
-
-"Neen, maar het kwam mij zoo voor, dat hij op weg hier naar toe
-was. Ja, zie je, lieve Christine," ging hij voort, en hij legde zijne
-hand op haren schouder,--zij was wat langer, dan hij--"het leven voor
-een jong meisje in eene groote stad is vol verzoekingen. Buitendien
-moet je vooral ook bedenken, hoeveel ik aan den minister, ja aan
-de geheele familie verschuldigd ben en hoe onplezierig het voor
-mij zoude zijn, zoo hun door mij of door hen, die bij mij wonen,
-eenige onaangenaamheid werd veroorzaakt. Gij begrijpt wellicht nog
-niet volkomen, wat ik met deze woorden meen, maar ik wil je vooral
-waarschuwen voorzichtig te zijn en je te wenden tot hen, die je
-welzijn bedoelen."
-
-Hij klopte haar even op de wang, en ging met de brieven het huis uit.
-
-Neen--zij begreep het niet, ten minste niet volkomen. Zij dacht wel,
-dat oom haar had willen zeggen, dat hij geloofde, dat de jonge heeren
-om haar zoo dikwijls binnenkwamen, maar welke onaangenaamheden dit aan
-de familie van den minister zou kunnen veroorzaken, kon zij volstrekt
-niet vatten. Christine, een eenvoudig boerenkind, bezat echter te
-veel gezond verstand, om niet volkomen te kunnen begrijpen, welke
-groote afstand er bestond tusschen den zoon van een' minister en een
-meisje zooals zij. Toen zij den brief van den opperloods had gelezen,
-waarin dezelfde waarschuwingen werden gegeven, werd zij een weinig
-ongerust. Maar wat zou zij doen? Wanneer de candidaat binnen kwam, was
-zij zoo weinig voorkomend als maar mogelijk was; zij kon toch niet aan
-den ernstigen dokter,--en hij kwam maar zoo zelden--rechtuit zeggen,
-dat hij liever niet moest komen. Zij rekende uit, hoe lang het was
-geleden, sedert zij het laatst met hem had gesproken, en daar waren
-meer dan veertien dagen over verloopen.
-
-Oom Anders was al heel vreemd; zij kon niet recht wijs uit hem worden;
-ja, vriendelijk was hij altijd tegen haar, het zou schande zijn het
-tegendeel te zeggen, maar toch had zij, zij wist niet hoe het kwam,
-een zekeren angst voor hem.
-
-'s Avonds--hij kwam altijd nog al laat naar huis--kon hij, wanneer
-hij door hare kamer ging, naast haar bed wat met haar staan te praten
-maar zij begreep niet altijd, wat hij eigenlijk vertelde. Misschien
-kwam het, wijl zij slaperig was, of omdat oom 's avonds zeer moe was;
-hij sprak ten minste zoo vreeselijk onduidelijk. Hij tikte haar evenwel
-altijd vriendelijk op de wang, wanneer hij haar goeden nacht zei.
-
-Het viel dokter Bennecken, die steeds veel lust had met Christine een
-praatje te houden, niet altijd meê. Hij wilde er Alfred niet gaarne
-ontmoeten en Mo wilde hij ook liever niet t'huis treffen; wanneer
-hij op weg naar haar was, zijn geweten scheen hem niet heel zuiver;
-'t kwam hem voor, dat hij iets kwaads in den zin had.
-
-Het eindigde dan ook gewoonlijk met in het voorbijgaan even door
-het raam te kijken; soms liep hij naar boven om zijne moeder te
-begroeten in de zoete verwachting Christine in de poort of wel op de
-trap te ontmoeten.
-
-Hij was op haar verliefd geraakt, hij wist het maar al te goed. En
-toch was hij er niet vroolijk door gestemd, zooals zulks gewoonlijk
-het geval is, wanneer de liefde het bloed sneller door de aderen doet
-stroomen. Vooreerst wist hij volstrekt niet met welke oogen Christine
-hem aanzag. Hij meende, dat zij, die zoo gezond van lijf en leden was,
-en er zoo knap uitzag, afkeer moest gevoelen van een kreupele als hij;
-de dokter meende namelijk, dat hij veel meer mank ging dan eigenlijk
-het geval was.
-
-Dan was hij zeer ijverzuchtig op Alfred; wel verborg hij dit gevoel
-zoo veel mogelijk, maar uitermate jaloersch was hij op dien broeder,
-die hem steeds in den weg had gestaan, die overal steeds voorgetrokken,
-door allen vertroeteld werd, en ter wiens wille hij jaren lang zoo
-veel had moeten lijden.
-
-Ten laatste bezat Johan Bennecken volstrekt geen zelfvertrouwen en
-geloofde hij, dat het geluk voor hem niet was weggelegd. Het was hem
-nooit meegeloopen,--altijd moest hij dat van een ieder hooren.
-
-Daarom koesterde en vertroetelde hij den hartstocht, dien hij in
-zijnen boezem voelde ontkiemen, zooals men zulks een ziek kind
-doet. Aan dit sterke gevoel gaf hij zich geheel over zonder aan
-weerstand te denken; met stille weemoedige vreugde verborg hij die
-liefde in het binnenste van zijn hart, wijl hij niet durfde hopen,
-dat zij hem ooit geluk zou aanbrengen.
-
-Gesteld zelfs, hij was zoo gelukkig, dat Christine hem werkelijk
-lief had, welke zwarigheden, en bijna onoverkomelijke, dit kon hij
-niet wegredeneeren, zouden er zich opdoen. Wat zou zijne moeder,
-de vrouw van den minister er van zeggen?
-
-En zoo hij het zich al als mogelijk voorstelde, dat hij zich om den
-tegenstand zijner moeder niet zou bekommeren, hoe zou hij ooit den
-moed krijgen vóór zijnen vader te verschijnen, om hem mede te deelen,
-dat hij van plan was met een boerenmeisje in het huwelijk te treden.
-
-Die vader, die er zoo deftig en voornaam uitzag, was voor Johan
-Bennecken de type van al wat achtenswaardig, braaf en edel was.
-
-Wanneer de oppositie-bladen op heftigen toon de regeering aanvielen,
-las de dokter die artikelen altijd in dien geest, dat de aanvallen
-niet op zijnen vader gemunt waren. Het was best mogelijk, dat in de
-regeering mannen zaten, die eene scherpe kritiek verdienden maar dat
-er iets op den minister Bennecken zou zijn aan te merken, viel hem
-nooit in de gedachte.
-
-Terwijl de moeder slechts oogen had voor haren zoon Alfred, die er
-zoo knap uitzag, en met groote koelheid "de twee mislukten" zooals
-zij Johan en Hilda altijd noemde, behandelde, was zulks bij den vader
-gansch anders het geval; hij trok het eene kind, zeer zelden ten
-minste, boven het andere voor; ja soms gebeurde het zelfs, dat hij,
-wanneer zijne vrouw Alfred te zeer vertroetelde, het waagde zich
-daartegen een weinig te verzetten. Dit stelde Johan, die te dien
-opzichte volstrekt niet verwend was, zeer op prijs en hoe ouder hij
-werd, des te meer steeg zijne achting voor zijnen vader; zelfs zoo,
-dat dit gevoel bijna eene soort van vereering voor hem werd.
-
-Maar nu zou Johan juist zijnen vader in zijn gevoeligste punt, in
-dat, wat bij hem de grondstelling van zijn leven was, namelijk het
-respectabele, het fijne, het passende krenken, met den stormpas er
-zelfs tegen inloopen door een abnormaal huwelijk te willen aangaan met
-een lang roodharig boerenmeisje. Johan begon er reeds over te denken,
-wat zijn vader wel zeggen en doen zoude wanneer hij het dwaze plan
-van zijnen zoon vernam. Was het hem toch niet eerst, na bezwaren in
-het oneindige, gelukt, verlof te krijgen om te solliciteeren naar de
-betrekking van armendokter in een der voorsteden--en wat was dit in
-vergelijking van hetgeen hij nu van plan was?
-
-Telkens echter, wanneer de dokter zoo ver in den loop zijner gedachten
-was gekomen, zeide hij, om zich schijnbaar wat tot kalmte te stemmen:
-"Ja.... ja, waartoe mij hierover te verontrusten? Zij bekommert zich
-toch niet om mij."
-
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-
-Toen Mortensen de redactie van "de Vriend des Volks" op zich nam,
-veranderde hij den naam van het blad in "de ware Vriend des Volks",
-ook werd de courant op fijner papier en met helderder letter, dan
-zulks in den tijd van Hansen plaats had, uitgegeven. De illustratiën
-bleven echter nog een' tijd lang, zoo als zij tot nu toe altijd waren
-geweest, zwarte vlekken met een weinig wit hier en daar. Op zekeren dag
-maakte de redacteur aan zijne geabonneerden bekend, dat met het volgend
-kwartaal te beginnen de illustratiën voor goed zouden verdwijnen.
-
-Hierdoor verloor het blad natuurlijk eenige abonnés onder de kleine
-burgerij, maar Mortensen had daar geen spijt van. "De ware Vriend des
-Volks" verkreeg weldra zijne lezers, en wat het geldelijke betrof,
-dit ging boven alle verwachting.
-
-Wanneer Mortensen de courant 's morgens met zich naar het Departement
-nam, las één der jongere commiezen van het bureau gewoonlijk den inhoud
-voor "wanneer men tijd er voor had." De adjunct-klerk Hiorth had juist
-de voorlezing van een artikel geëindigd, waarin de onmogelijkheid
-was aangewezen, om te bepalen wat heden ten dage met de uitdrukking
-"het Volk" werd bedoeld; het naast lag wel voor de hand, dat men
-hier den Ambtenaarsstand mede moest bedoelen, omdat deze stand den
-kern van het volk uitmaakt.... toen de groothandelaar Falck-Olsen de
-lezing kwam storen en naar den minister vroeg.
-
-Terwijl een der commiezen hem den weg naar het kabinet van den minister
-wees, verspreidde zich de kring der hoorders die zich om "den waren
-Vriend des Volks" geschaard hadden, naar alle richtingen. Ieder ging
-naar zijne plaats om zich daar geheel in zijn werk te verdiepen.
-
-De oude Hansen was vóór zijnen lessenaar blijven zitten. Hij hield
-zich altijd, alsof hij geen woord van de voorlezing hoorde. Dit hielp
-hem echter niet veel; want wanneer er een gedeelte kwam, waarvan
-men wist, dat zulks hem zoude ergeren, werd het hem in de ooren
-geschreeuwd. De oude Hansen was een waarschuwend voorbeeld voor de
-jonge lieden aan het Departement geworden: aan hem konden zij zien,
-waartoe het koesteren van afwijkende meeningen leidt. Allen wisten,
-dat hij het niet verder in de ambtenaarsloopbaan kon brengen. Waar
-hij nu zat, met het gezicht naar den muur, bezig het werk in orde te
-brengen, dat anderen verzuimd hadden te doen, zou hij blijven zitten,
-tot dat hij in zijne doodkist zou liggen,--zoo men er zich ten minste
-niet toe genoodzaakt zag, hem zijn ontslag te geven; want de oude
-Hansen dronk, werd er algemeen in den laatsten tijd gefluisterd.
-
-Toen de minister zijn vriend Falck-Olsen zag binnen komen, begreep hij
-dadelijk, dat deze hem over zaken kwam spreken, en die gesprekken waren
-gewoonlijk niet opwekkend. Hij vroeg daarom dadelijk op vroolijken
-toon of zijn vriend hem voor eene jachtpartij kwam uitnoodigen; het
-was een mooie winterdag, een weinig had het maar gevroren, het woei
-volstrekt niet en de zon scheen zoo helder.
-
-Maar Falck-Olsen begon droogjes over zaken te spreken, over de slechte
-tijden en over verlies van alle kanten.
-
-"Ja, ja," viel de minister hem in de rede, terwijl hij in het vertrek
-heen en weer ging, en de handen zoo hield, dat de uitgespreide vingers
-aan de toppen elkaar raakten, "de industrie en de handel verkeeren
-hier tegenwoordig in slechten staat.... dit kan niet ontkend worden
-maar wij hopen echter...."
-
-"Och het zal heel wat duren, eer hier verbetering in komt! Ik weet
-niet, waaraan het in dit land ligt. Voor een poosje gaat alles goed,
-ja brillant zelfs, maar plotseling komt er een stilstand en de heele
-boel valt uit elkander; niets kan bij ons tot bloei komen, alles
-wat wij ondernemen komt zoo vervl.... langzaam tot stand. Laten wij
-b.v. de Actienbank maar tot voorbeeld nemen, die verleden jaar met
-zooveel champagne opgericht werd, en van 't jaar?--nu gij weet zelf,
-hoe de boel staat."
-
-Bij deze woorden slaakte de minister eenen zucht van verlichting.
-
-Hij had gevreesd, dat de groothandelaar was gekomen om hem mede te
-deelen, dat het zeer moeielijk was, geld te verschaffen, dat hij groote
-contante betalingen had moeten doen en meer dergelijke onaangename
-zaken, over welke Olsen gewoon was, hem te komen onderhouden, wanneer
-hij slecht geluimd was. Maar de Actienbank was een heel onschuldig
-onderwerp van gesprek, en hij antwoordde dus op schertsenden toon:
-"Als lid van het bestuur in de bank moet ik protesteeren tegen dien
-aanval. Integendeel hebben wij, zooals de boeken zulks bewijzen...."
-
-"Och de boeken," antwoordde Falck-Olsen toornig, "de boeken mooi
-te laten sluiten is zoo'n kunststuk niet; iedere domkop kan dit
-tegenwoordig. Maar de fout zit daarin, dat het bestuur geen zweem
-begrip heeft van zaken te doen. Wat kan men verwachten van al die
-geleerde juristen, die nooit van hun leven zaken gedaan hebben, van
-die raadsheeren, advocaten en rechters--zij hebben geen jota verstand
-van zaken, neen waarachtig, zij begrijpen er niets van."
-
-De minister was nu door deze woorden op de hoogte gekomen, wat "de
-zaak" was, die den heer Falck-Olsen zoo bezig hield; hij legde de
-vingertoppen voorzichtig tegen elkander aan, en zeide: "Hierin hebt gij
-voor een groot gedeelte gelijk, beste vriend, voor een groot gedeelte,
-maar,"--hij bleef voor hem staan en hield den groothandelaar bij de jas
-vast, terwijl hij vervolgde: "het is toch vreemd, heel vreemd zelfs, en
-jammer tevens, dat een man zoo als gij volstrekt niet eerzuchtig zijt."
-
-"Wat meent gij hiermede?" vroeg de heer Falck-Olsen, en hij zag den
-minister eenigszins weifelend aan.
-
-"Is het u nooit ingevallen, dat gij u al te weinig van den invloed
-bedient, dien gij bezit.... of ten minste bezitten kunt? Daar hebt
-gij de Actiënbank bijvoorbeeld, waarover gij zoo even hebt gesproken;
-waarschijnlijk zal op de volgende vergadering, de oude Raadsheer
-Falbe zijn ontslag als Directeur der bank wel aanvragen, en zou die
-post nu niet juist iets voor u zijn?"
-
-"Ja, dat is juist de post, dien ik wil, dat men mij zal aanbieden,"
-riep de heer Falck-Olsen uit.
-
-"Onmogelijk.... ongelukkigerwijze, onmogelijk: mijn vriend," antwoordde
-de minister, en hij ging weer in de kamer op en neer.
-
-"Zoo, en mag ik vragen, waarom?"
-
-"Wijl de Consul Lind waarschijnlijk voor dien post gekozen zal worden
-en hij gaarne Directeur wil zijn...."
-
-"Wil?... wil? Heeft men ooit zoo iets gehoord," riep de groothandelaar
-met een gedwongen lach uit; "het zou wel eens aardig zijn te hooren,
-waarom allen naar de pijpen van dien heer moeten dansen! hij is niet
-rijker, dan ik."
-
-"Neen.... zeker is hij dat niet, maar men kan zich op hem verlaten."
-
-"Wat meent gij met deze woorden, Excellentie? Ben ik misschien iemand,
-op wien men zich niet verlaten kan?"
-
-"Niet zoo driftig!... niet zoo driftig.... beste vriend," zeide de
-minister glimlachend, en dwong hem te gaan zitten. "Sta mij toe,
-u mijne bedoeling met een eenvoudig voorbeeld op te helderen. Gij
-gaaft,--zooals gij u wel herinnert--een paar maanden geleden een
-bal, een prachtig feest, moet ik zeggen: niets ontbrak, alles was
-volkomen zoo als het zijn moest, in het kort "comme il faut." En
-toch.... veroorloof mij u aan eene kleine scène, die er toen
-plaats had, te herinneren." Nu was de minister in zijn eigenlijke
-element. Kleine, geheime conferentiën, zoo onder vier oogen en
-met gesloten deuren vielen in zijnen smaak. Hij kon dan zoo echt
-vertrouwelijk zitten praten, het was of hij geheel in het belang van
-hem, met wien hij sprak, zijn hart uitstortte en meedeelde, wat hij
-anders aan niemand toevertrouwde, en wat hij eigenlijk beter zou gedaan
-hebben te zwijgen; alles ging op zulk eene wijze toe, dat hij, met wien
-hij gesproken had, bij het heengaan de volle overtuiging koesterde het
-volkomen vertrouwen van den minister te bezitten en geheel op de hoogte
-was van alle geheimen der regeering. En toch werd van den minister
-gezegd, dat de voornaamste eigenschap, die hij als staatsman bezat,
-juist bestond in eene buigzame en toch onwrikbare bescheidenheid.
-
-Hij schoof zijnen stoel wat dichter bij dien van den groothandelaar,
-zag hem vertrouwelijk aan, en zeide:
-
-"Het kan eenigszins vreemd schijnen, dat een gast zijnen gastheer gaat
-critiseeren maar wij kennen elkaar zoo goed, niet waar?.... en daar
-wij nu juist op dit onderwerp gekomen zijn, is het mij wel vergund
-eenigermate mijne verwondering uit te spreken over uwe uitnoodigingen."
-
-"Zoo? Dit kan ik mij niet begrijpen."
-
-"Ziet, beste vriend, de scène, waaraan ik u wil herinneren, had plaats
-onder het souper dat--tusschen twee haakjes--charmant was.... en
-wel in uwe kamer; zoo als gij u zeker nog wel herinnert, had er een
-politiek dispuut plaats."
-
-"Ja, maar gij weet wel Excellentie, dat zulks tegenwoordig overal
-geschiedt. Noem mij eene enkele familie, waar op de eene of andere
-partij niet over politiek wordt gesproken."
-
-"Ja, ziet gij, daarin ligt het juist," riep de staatsman uit, "overal
-wordt over politiek gesproken, in zoover hebt gij gelijk--volkomen
-gelijk, maar geef nauwkeurig acht op de omstandigheden"--hier sloeg
-de minister hem zachtjes op de knie; "wanneer er over politiek wordt
-gedisputeerd, zoo geeft dit te kennen, dat het gezelschap niet bij
-elkaar hoort,--hierin ligt het onderscheid."
-
-"Maar enkel mannen van naam waren op deze soirée aanwezig. Ik had
-mij juist bijzondere moeite gegeven personen van maatschappelijken
-invloed uit te noodigen, lieden, die ik vroeger nooit het genoegen
-had gehad bij mij aan huis te zien."
-
-"Zeer juist gezegd,--en dat was juist het ongeluk. Mannen van allerlei
-kleur waren daar,"--de minister sprak op meer gedempten toon, "zelfs
-rooden waren er onder! en onaangename zaken.... hoogst onaangename
-zaken zelfs werden er gezegd, moet ik zeggen. Niet dat het mij
-persoonlijk hinderde, dit begrijpt gij wel; ik gaf er niet in het
-minst om, het waren de gewone frasen, en meestal kwamen jonge lieden
-er mee voor den dag, maar voor u zelf, beste vriend, vind ik dat....!"
-
-"Bah!" viel de heer Falck-Olsen hem in de rede, en hij stond op,
-"dat kan mij geen bl..... schelen, ik hang van niemand af, ik ben
-een self-made man, ik vraag naar niemand."
-
-"Ja.... ja.... juist, zooals ik al heb gezegd. Gij bezit geen greintje
-eerzucht en dat vind ik jammer, zeer jammer;" de minister liep weer
-heen en weer en herhaalde: "zeer jammer!"
-
-"Nu ja... hm," zeide Falck-Olsen en lachte op wat geërgerden toon,
-"wis en zeker ben ik eerzuchtig, in zooverre ik gaarne.... dien invloed
-zou verkrijgen, die mij eigenlijk rechtens toekomt. Met de politiek
-wil ik mij echter niet inlaten, dat heb ik u honderden malen gezegd;
-ik kies geene partij voor wien dan ook;--ik sta tusschen, of liever
-gezegd boven de partijen!"
-
-Hij was werkelijk trotsch op dezen fraai klinkenden zin, maar de
-minister draaide zich naar hem toe en haalde de schouders op: "De
-uitdrukking, waarvan ge u hebt bediend, komt bij zekere gelegenheden
-zeer goed te pas en ik wil zelfs erkennen, dat zij dan van zeer goede
-uitwerking is. Maar beste vriend, hier zoo onder vier oogen, zullen wij
-het wel met elkaar eens zijn, dat het slechts eene frase, of ronduit
-gezegd, dat het louter onzin is. Neen, dan houd ik het met het oude
-spreekwoord: waar men meê verkeert, daar wordt men mee geëerd."
-
-"Maar..... maar wien moest ik eigenlijk niet hebben uitgenoodigd,"
-vroeg Falck-Olsen op wat minder zekeren toon.
-
-"O, beste vriend, hoe kunt gij er een oogenblik aan denken, dat ik
-in bijzonderheden zal treden. In het algemeen bedoelde ik, dat het
-gezelschap niet al te goed bij elkander paste. Velen waren er, wier
-gezelschap wij heel goed hadden kunnen missen, en omgekeerd miste
-ik dezen en genen, die naar mijne meening, aanwezig hadden moeten
-zijn. Onder de laatsten ben ik zoo vrij den Redacteur Mortensen te
-noemen, een' man, die ongetwijfeld...."
-
-"Die met de lucifers! Neen.... weet gij...."
-
-"Ik wil u iets in vertrouwen meedeelen," fluisterde de minister hem
-in 't oor, "die man heeft, wat zijn verleden ook geweest is, eene
-schitterende toekomst vóór zich. Hebt gij notitie van zijne courant
-genomen? Ik durf u zeggen, dat zijn blad grooten invloed.... ja,
-zeer grooten invloed zal verkrijgen."
-
-Juist kwam Mo met eenige papieren binnen.
-
-De groothandelaar was volstrekt niet met de audiëntie, die hem gegeven
-was, tevreden. In plaats van den anderen het mes op de keel te hebben
-gezet, was hij met dezen in eenen woordentwist geraakt, waarin hij,
-volgens gewoonte, aan het kortste eind had getrokken. Toch wilde hij
-niet weggaan zonder zijne kaart te hebben uitgespeeld en daarom zeide
-hij, zóó dat de minister het alleen kon hooren: "ik wil alleen maar
-zeggen, dat ik op uwe stem zeker reken."
-
-Het was den minister of zijn hart een oogenblik ophield te
-kloppen. Falck-Olsen's geelachtige oogen zagen hem aan, zooals zij
-zulks gewoonlijk deden, wanneer er van "contante voorschotten" of
-dergelijke onaangename zaken sprake was. Hij stak hem echter heel
-vriendschappelijk de hand toe, toen hij in de deur afscheid van
-hem nam. "Nu ja.... beste vriend, komen die tijden, dan komen die
-plagen.... en ik ben er zeker van, dat wij vóór dien tijd het op alle
-punten eens zullen worden."
-
-De heer Falck-Olsen bromde iets tusschen de tanden, wat niet
-gemakkelijk viel te begrijpen, en de minister was overtuigd, toen
-de groothandelaar de deur der kamer achter zich toe trok, dat het de
-volgende maal niet zoo malsch zou toegaan.
-
-Hij wendde zich nu tot Mo, nam de papieren en legde ze met
-onverschilligen blik op de tafel.
-
-"Hebt gij de rekeningen meegebracht?" Mo haalde zeven of acht
-rekeningen voor den dag.
-
-"Al te veel, al te veel.... meer dan de afspraak is," riep de minister
-boos uit. "Zeg aan Madam Gluncke dat zij niet aan al hare nukken moet
-toegeven, dat gaat volstrekt niet aan."
-
-"Ja, Excellentie," zeide Mo op klagenden toon, "ik preek voortdurend
-hetzelfde, maar Malle Bimbam beweert...."
-
-"Wie?" vroeg de minister op strengen toon.
-
-"O, neem mij niet kwalijk, Excellentie, ik wil zeggen, madam Gluncke
-beweert, dat zij het tegenwoordig allen zoo hebben."
-
-"Hm!" viel hem de minister in de rede, en hij opende eene kleine lade
-van zijne schrijftafel.
-
-Terwijl hij bezig was het geld te tellen, zeide Mo: "weet uwe
-Excellentie met wien de hoofdcommies Delphin veel omgaat?"
-
-"Nu, met wien?"
-
-"Met den ouden Hansen."
-
-"Den ouden Hansen, daarbinnen?"
-
-"Ja, onlangs was de hoofdcommies den geheelen avond bij Hansen en
-toen hij weg ging, stopte hij de vrouw van Hansen veertig kronen in
-de hand. Ik weet het positief," voegde hij er bij.
-
-"Nergens vertrouwbare lui, waar men ook om zich heen ziet," mompelde
-de minister, terwijl hij de bankbilletten aan Mo ter hand stelde. "Ja,
-dat is waar ook, daar valt mij iets in, waarnaar ik je wou vragen. Je
-hebt eene zustersdochter bij je aan huis, is niet, Mo?"
-
-"Een broersdochter, Excellentie."
-
-"Nu dat is hetzelfde.... het is mijn wensch, dat gij ze wegzendt, hebt
-gij 't verstaan? Gij kunt in de andere kamer wachten, tot ik schel."
-
-De minister ging voor zijne schrijftafel zitten, maar de bode Mo
-bleef wachten.
-
-"Wilt gij nog iets?"
-
-"Ik wil mijne nicht niet gaarne wegzenden," zeide Mo op eerbiedigen
-toon.
-
-"Zij heeft natuurlijk reisgeld noodig," zeide de minister, en hij
-nam den sleutelbos, die nog in de lade stak, weer in de hand.
-
-"Ik wensch haar bij mij te houden," zeide Mo droogjes.
-
-De minister keek hem aan. "Waarom?"
-
-"Omdat.... omdat ik zulks wensch," luidde het antwoord op onderdanigen
-toon.
-
-"Nu, kort en goed, Mo; mijne vrouw heeft mij verteld, dat zij de
-hoofden van onze jongens op hol maakt.... en ik heb haar beloofd te
-zullen zorgen, dat zij weg kwam."
-
-"Ik hoop dat uwe Excellentie mij het niet kwalijk zal nemen, maar uwe
-Excellentie moet toestaan, dat ik haar bij mij houd," antwoordde Mo,
-en verdween in het kleine vertrek, dat aan de kamer van den minister
-grensde.
-
-De minister zat een oogenblik in gepeins. Het gebeurde soms wel,
-dat Mo zwarigheden maakte, maar gewoonlijk werden die uit den weg
-geruimd, wanneer de minister de kleine lade van zijne schrijftafel
-opende. Het ergste van de zaak was, dat hij er nu zeker van kon zijn
-eene scène met zijne vrouw te zullen krijgen.
-
-De kleine bange secretaris voor de verzendingen had het eerst van
-het slechte humeur des ministers te lijden; de hoofdcommies Delphin
-zelfs liep niet geheel vrij, en weldra was het in al de kamers van
-het Departement bekend, dat de minister slecht geluimd was. Er was een
-geloop en een gefluister in de vertrekken, de hoofden werden over de
-lessenaars heengestoken om te vragen, wat er eigenlijk aan de hand
-was; de vreeselijkste voorspellingen over ontslag of mogelijk wel
-degradatie gingen van inktkoker tot inktkoker, en ieder maakte voor
-zichzelf in stilte zijn zondenregister op.
-
-Mo alleen sloop op zijne vilten schoenen en glimlachend als altijd
-door de verschillende kamers, en wanneer hij voorbijging, zagen allen
-even van het "werk" op: hij zag er zoo geheimzinnig uit.
-
-Wat de minister verwacht had, gebeurde, zoodra mevrouw hem ontmoette
-vroeg zij: "nu, heb je de zaak in orde gemaakt?"
-
-De minister wachtte even, voor hij haar antwoordde. Zijne vrouw was de
-eenige persoon in de wereld, tegen wie hij den deftigen diplomatieken
-toon niet kon aanstaan. Hij antwoordde dus: "neen ronduit wil ik je
-bekennen, dat ik de zaak nog niet in orde heb kunnen brengen, maar...."
-
-"Nu, waarom niet?"
-
-"Mo wil niet; hij wil haar bij zich houden."
-
-"Mo.... altijd Mo," riep mevrouw op boozen toon uit; "wanneer Mo niet
-wil, is het precies of gij er niets meer aan doen kunt. Men zou bijna
-gaan gelooven, dat hij je op de eene of andere manier in zijne macht
-heeft, waardoor gij het niet waagt hem den voet dwars te zetten."
-
-"Ha, ha, ha! de arme Mo," riep de minister lachend uit maar zijn
-lachen klonk eenigszins gedwongen, en hij zag voortdurend uit het raam,
-toen hij antwoordde: "gij kunt toch wel begrijpen, dat het meisje het
-huis uit gaat, wanneer gij er zoo op gesteld zijt; ik kan Mo zeggen,
-dat ik het bepaald wil hebben en...."
-
-"Ja, vindt gij zelf niet, dat het tijd wordt, hem te toonen, dat
-gij de macht hebt hem te bevelen.... zoo gij die ten minste bezit,"
-zeide mevrouw. "Gij weet niet half, hoe Johan zich aanstelt. Alfred
-vertelt honderden zaken...."
-
-"Neem mij niet kwalijk, maar naar ik bemerk, legt Alfred meer bezoeken
-in de kelderwoning af dan Johan."
-
-"Nu ja, wat beteekent dat? Alfred is verstandig.... een man van de
-wereld! Zoo hij aan zulk een eenvoudig boerenmeisje wat het hof maakt,
-weten wij wat dat beteekent. Maar met Johan, ziet gij, dat is wat
-anders. Gij hebt zijn karakter nooit goed kunnen vatten; gij weet,
-hier onder ons gezegd, niet, hoe bekrompen hij in zijne denkbeelden
-is. Heeft hij zich eenmaal iets in het hoofd gehaald, dan is hij
-in staat de grootste domheden te begaan; het zou mij volstrekt niet
-verbazen, wanneer hij ons op een mooien dag kwam vertellen, dat hij
-van plan is met het meisje in het huwelijk te treden."
-
-"Maar beste Adelaïde, hoe kunt gij op zulke gedachten komen! Zoo iets
-mag natuurlijk volstrekt niet plaats hebben, hoegenaamd niet!"
-
-"Ja, ja, ik heb er in mijn leven genoeg voorbeelden van gezien,"
-antwoordde Mevrouw Bennecken. "Men zegt zoolang: "het is
-onmogelijk," tot eindelijk het geval er toe ligt, en men tot over
-de ooren in een schandaal zit. Neen, zoo iets moet men bij tijds
-zien te voorkomen.... dat is mijne meening; en weg wil ik haar
-hebben.... die afschuwelijke roodharige meid! Bedenk eens, Daniel,
-wat een afschuwelijken smaak hij heeft!"
-
-"Ja, maar gij weet wel, dat Alfred ook...."
-
-"Komt gij nu weer met Alfred aan! Gij hebt altijd iets tegen hem
-gehad. Alfred bezit een kunstenaars-natuur zooals zoo velen in onze
-familie. Het roode haar dat zoo fraai tegen de blanke gelaatskleur
-afsteekt, of zoo iets trekt hem aan. En buitendien, toen gij van
-zijnen leeftijd waart, waart gij ook niet zoo moeielijk tevreden te
-stellen.... is het wel?"
-
-Dit argument was altijd mevrouw's grof geschut, dat nooit miste
-een eind aan den twist te maken; juist kwam men zeggen, dat de tafel
-gedekt was. "Waar is Alfred," vroeg de minister, toen hij in de eetzaal
-komende, alleen het kamermeisje zag. "Alfred.... ja de goede jongen
-komt niet t'huis eten," antwoordde mevrouw, "hij kwam van morgen
-even inwippen om te zeggen, dat hij dadelijk van het Departement naar
-Eriksen wilde gaan.... je weet wel, zijnen vriend.... den candidaat
-Eriksen.... die zoo ziek ligt."
-
-De minister maakte bij zich zelf de opmerking, dat de ziekte van den
-candidaat Eriksen zeer lang duurde.
-
-"Maar waarom is juffrouw Hilda hier niet," vroeg Mevrouw aan het
-kamermeisje.
-
-"Juffrouw Hilda komt dadelijk," antwoordde deze. "Zij heeft gevraagd
-om haar, zoodra het eten opgebracht was, te laten roepen. Zij is in
-de woning van den conciërge."
-
-"Nu hoort gij het Daniel," fluisterde Mevrouw hem in 't oor, "dat
-listige schepsel legt het er ook al op aan met de zuster op goeden
-voet te komen."
-
-Toen Hilda aan tafel plaats nam, wilde zij over Christine beginnen te
-spreken maar hare moeder gaf met een bits woord eene andere wending
-aan het gesprek, en daar zij bij haren vader ook geen instemming vond,
-zweeg zij maar.
-
-En zwijgend bleven allen gedurende den maaltijd.... een vervelende,
-ongezellige maaltijd, dat moet gezegd worden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-
-De opperloods had in den loop van den winter heel wat brieven voor
-Njaedel te schrijven, nu aan Christine, en dan weer aan broer Anders
-over die zaak, die nooit tot een eind scheen te komen. Een weinig
-mistrouwen begon de opperloods te koesteren jegens dien broer Anders;
-het kwam hem voor, alsof het met al die geldzendingen, en telkens
-werd er meer gevraagd, niet recht in den haak was, en het minst van
-allen stond hem aan, wat Anders in zijn laatsten brief over Christine
-had geschreven.
-
-Ook hielp het geen greintje of hij Njaedel zijne gedachten over
-diens broeder al meedeelde; geen kwaad wou hij van hem hooren, en
-waagde hij het ook al eens, dan werd Njaedel vreeselijk boos. Alles
-wat Njaedel had opgespaard, moest Sechus naar Anders zenden, en toen
-de spaarpenningen verdwenen waren, moest de opperloods hem op eene
-andere manier geld zien te verschaffen.
-
-Njaedel leefde slechts voor de zaak; hij stond er 's morgens mee op,
-en ging er 's avonds mee naar bed. Elk oogenblik was hij overtuigd, dat
-er bericht van den koning zou komen, en dat hij--Njaedel--gelijk had.
-
-Vervolgens moest de opperloods, wanneer hij aan Christine schreef
-haar raden en vermanen. Daar Anders altijd schreef, dat zij daaraan
-behoefte had, stond Njaedel er op, dat het gebeurde. Anders had er
-verstand van en wist voor alles raad. Daarom was het voor Christine
-niet gemakkelijk de brieven van den opperloods recht te begrijpen;
-zij kreeg er echter een voorgevoel van, dat de zaken thuis niet in
-orde waren, ofschoon er altijd in de brieven stond, dat het Njaedel
-in alles goed ging. Nog minder begreep zij, wat hij met al die wenken
-en vermaningen aan haar adres meende. Op een dag in Februari, toen zij
-juist weer een' brief van huis had gekregen, gaf een gedeelte haar veel
-te denken. "Ik heb een lang leven achter den rug en veel verdriet en
-veel honger heb ik zien lijden door de liefde en het bedrog van zulke
-fijne jonge heeren, op wie geen meisje vertrouwen kan. Je moet God
-bidden, dat je hart van het kortstondig genot der liefde afgetrokken
-moge worden, en tot een verstandig man, al is die wat oud, dat maakt
-niets uit, wanneer men er maar eenmaal over heen is, maar daarentegen
-is het naar mijne gedachten niet te verwerpen, goed zijn brood te
-hebben, en de grootste winst en het grootste voordeel op den duur."
-
-Christine zat nog met den brief in de hand, toen zij juffrouw Hilda
-voorbij zag komen en de poort ingaan. Wanneer Hilda uit was geweest,
-liep zij altijd even de kelderwoning in, zoodat Christine, nog half
-in gedachten verzonken, opstond, om de deur te openen.
-
-Hilda wilde, naar het scheen, eerst voorbijgaan, maar na voorzichtig
-naar alle kanten te hebben rondgezien, sloop zij naar binnen en trok
-de deur schielijk achter zich dicht.
-
-Christine zag haar zeer verwonderd aan.
-
-"Zeg aan niemand, dat ik hier ben geweest, Christine. Mama heeft mij
-verboden, je te bezoeken."
-
-"Waarom?" vroeg Christine ernstig.
-
-"Dat kan ik je niet zeggen," antwoordde Hilda, en zij draaide het
-hoofd om, "maar ik ben zeker dat, wat mama mij heeft gezegd, niet
-waar kan zijn."
-
-"Wat heeft uwe moeder dan gezegd," vroeg Christine op denzelfden
-ernstigen toon.
-
-"Och... beste Christine... vraag mij daar niet naar," zeide Hilda,
-en zij wilde weggaan.
-
-"Ik wil het weten," zeide Christine en zij hield haar bij den arm vast.
-
-"Mama zegt, dat wij te dikwijls komen?"
-
-"Wie?"
-
-"Ja, ik.... en.... en...."
-
-"En?.... wie meer?"
-
-"Mijn broers... Johan vooral, zegt mama, maar ik geloof er geen
-woord van, hoor.... Ik ben maar zoo bang dat mama te weten zal komen,
-dat ik hier toch ben."
-
-Christine liet haren arm los, en daar oom Anders juist het vertrek
-binnenkwam, sloop Hilda weg, verward en onrustig over hetgeen zij
-had gedaan.
-
-Christine stond doodsbleek en met vastgeknepen handen; ja nu begon
-zij te begrijpen, dat men haar beschuldigde de zonen van den minister
-tot zich te lokken. Manspersonen aan te halen was het schandelijkste,
-wat zij zich denken kon, en dan... vooral Johan, had juffrouw Hilda
-gezegd: de dokter... de oudste zoon van den minister.... en dat zou
-zij hebben gedaan!
-
-"Ik wil naar huis, oom Anders."
-
-"Het zou er slecht uitzien, als zij gelijk hadden," antwoordde hij
-bedaard.
-
-"Weet u er ook van," riep Christine uit, "maar wat heb ik dan toch
-gedaan?"
-
-"Goddank, gij hebt nog niets gedaan lieve Christine.... en wees maar
-niet bang. Ik zal wel voor je waken, dit heb ik ook aan den minister
-gezegd."
-
-"De minister.... weet hij het ook? Ik wil naar huis, och lieve,
-lieve oom laat mij dadelijk naar huis gaan," smeekte Christine.
-
-"Ik vrees maar, dat je vader het treurig zal vinden, wanneer je om
-die reden terugkomt," zeide haar oom.
-
-"Om die reden," herhaalde Christine, en al de wenken en vermaningen
-van den opperloods schoten haar in de gedachten! Zij kon niet meer
-geregeld denken, zij voelde zich zoo ontzettend eenzaam.
-
-"Maar wat moet ik dan toch doen," riep zij eindelijk uit, en zij
-wrong de handen.
-
-"Je behoeft je volstrekt niet ongerust te maken, Christine! Ik ben
-mans genoeg je tegen den minister en tegen mevrouw, ja, tegen wien ook
-te verdedigen, en zoo iemand je wil beleedigen, of je te na komen,
-vertel het mij dan maar;" terwijl hij deze woorden zeide, kwam hij
-wat nader bij, en drukte hare hand recht hartelijk.
-
-Dit bracht haar wat tot kalmte. Het was toch maar goed, dat zij oom
-Anders had, op wien zij zoo volkomen kon vertrouwen; zij begon voor
-iedereen bang te worden en besloot zich op een' afstand te houden.
-
-Christine haalde den brief van den opperloods weer voor den dag en ging
-zitten, om hem te antwoorden; zij wilde volstrekt niet hebben, dat men
-t'huis zou kunnen meenen, dat er met haar iets niet in den haak was.
-
-
-"Beste Vader en beste Opperloods! met mijne gedachten ben ik meest
-altijd bij u, maar al verlang ik soms zeer naar huis, en ben ik wat
-neerslachtig, zoo ben ik evenwel God er recht dankbaar voor, dat ik
-het zoo goed naar lichaam en ziel heb. Eerst wil ik nu maar schrijven,
-dat oom gezegd heeft, dat de zaak nu mooi op weg is; hij zal zelf
-eerstdaags schrijven, maar hij heeft ontzaglijk veel te doen, en geeft
-zich veel moeite voor vaders zaak, en zoo er meer geld voorhanden was,
-zou alles zeker spoedig zijn beslag krijgen. Maar ieder zegt hier,
-dat Oom Anders de voornaamste van allen aan het Departement is, en hij
-is heel vriendelijk tegen mij, en het gaat met mij in alles heel goed.
-
-Hier is in 't geheel geene zee te zien, veel geel water, dat leelijk
-riekt, en niet zoo als de zee bij ons, maar ontelbaar veel schepen
-en groote huizen van steen, en boomen, die zoo hoog zijn, als ik ze
-nooit heb gezien. Maar nu moet ik eindigen, met de hartelijke groeten
-aan mijnen goeden vader en den opperloods.
-
- Uwe gehoorzame dochter,
-
- Christine.
-
-
-Bij Hilda Bennecken waren op denzelfden namiddag eenige jonge dames op
-theevisite; ofschoon zij nooit veel zulke visites gaf, was zij er van
-daag in 't geheel niet toe gestemd. Het speet haar zoo, dat het haar
-verboden was bij Christine in te loopen; haar angst voor hare moeder
-was echter zoo groot, dat zij, ofschoon zij reeds lang volwassen was,
-als een klein meisje voor haar beefde.
-
-Van hare vroegste jeugd af, had zij steeds moeten hooren, dat zij
-een ongelukskind was.
-
-Zij had zich gewend, het verdriet harer moeder over de leelijkheid
-harer eenige dochter, meer te beschouwen als een verwijt, dat deze
-er haar van maakte, dan als eene zaak, die voor haar zelf treurig was.
-
-En hieraan was mevrouw Bennecken grootendeels zelf schuld. Want daar
-zij er nog goed uitzag, en een goed voorkomen zeer op prijs stelde,
-kon zij er zich soms bitter over beklagen, dat zij aan zulk eene
-dochter het leven had moeten schenken; en vele malen had Hilda in
-hare kinderjaren het moeten ondervinden, dat hare moeder, wanneer
-deze haar zoo fraai mogelijk aangekleed had, ten laatste alles weer
-uittrok en wegwierp, half schreiend zeggende: "waarvoor dient het? Je
-bent eenmaal leelijk, en dat zal wel nooit anders worden."
-
-Die tranen harer moeder brandden Hilda diep in de ziel, en al wat
-in den loop der jaren bij haar tot beter ontwikkeling had kunnen
-komen, kwam niet tot vollen wasdom, wijl zelfvertrouwen haar geheel
-ontbrak. Voor hare moeder koesterde zij zulk eene vrees, dat zij,
-wanneer deze tegenwoordig was, zich bijna niet durfde verroeren.
-
-Juffrouw Hilda was nu drie en twintig jaar oud; om in het huishouden
-wat te verrichten, had zij de gelegenheid niet; daar had men bepaald
-iemand aangesteld, die over alles het oog hield, en in gezelschap
-werd zij, wijl zij zoo leelijk was, slechts geduld; zij was daar
-blootgesteld aan al die kleine bittere krenkingen, die zoo in ruime
-mate aan leelijke en onbeduidende personen, die zich op zijde laten
-schuiven, ten deel vallen.
-
-In Johan stelde zij het meeste belang: de twee verschovelingen
-steunden elkander. Toen zij ongeveer zestien jaar was, verkreeg
-zij vergunning aan eene cursus voor onderwijzeressen deel te nemen;
-de minister vond, dat men tot zekere hoogte het streven der vrouwen,
-om meer kennis te verkrijgen, moest aanmoedigen. Toen zij echter, na
-met ingespannen ijver gewerkt te hebben, want bijzonder begaafd was zij
-niet, eindelijk klaar was om haar examen te kunnen afleggen, werd haar
-dit niet toegestaan: dit paste niet voor de dochter van een' minister.
-
-Hiermede was de zaak uit.
-
-Hilda Bennecken was gelukkig, noch ongelukkig. Haar leven ging
-kleurloos en eentonig daarheen, veel eentoniger nog, dan zulks
-gewoonlijk het geval is met de dames uit haren stand. Wat haar
-uiterlijk betrof, hierover konden de meeningen niet uiteenloopen,
-zoodat zelfs die kleine triomfen en nederlagen, welke anders de jonge
-jaren meêbrengen, voor haar ook niet waren weggelegd. Zij had eens
-voor altijd eene groote nederlaag geleden, namelijk geboren te zijn,
-zooals zij was. De kring, waartoe zij behoorde, kon haar verder
-geenerlei vergoeding bieden. Daarom had Delphins houding gedurende
-den winter zulk een sterken indruk op haar gemaakt. Nooit vergat hij,
-wanneer zij elkaar op een bal ontmoetten, na het souper de Française
-met haar te dansen, en zoo langzamerhand kwamen zij met elkander op
-vertrouwelijken voet. Natuurlijk begonnen hare vriendinnen haar zeer
-met den kamerheer te plagen, en Sophie Falck-Olsen begon, toen de dames
-eindelijk rustig om de tafel zaten, het gesprek op Delphin te brengen.
-
-"Hoe was het toch eigenlijk met dat engagement van Delphin? Jij Hilda,
-weet er zeker wel alles van, hé?"
-
-"Ik.... waarom zou ik dit zoo goed moeten weten," vroeg Hilda, en
-zij werd bloedrood.
-
-"Och, jij bent toch de eenige, onder ons jongere dames ten minste,
-wie de eer ten deel valt met den kamerheer te mogen dansen!"
-
-"Och geloof toch niet, dat ik er iets voor doe; ik zeg hem integendeel
-telkens, dat hij zich niet behoeft op te offeren, met mij de Française
-te dansen, wanneer hij er geen lust in heeft," verzekerde Hilda.
-
-"Och ik begrijp heel goed, dat hij gelooft er mee te moeten voortgaan,
-nu hij het eenmaal is begonnen."
-
-"Overigens," voegde Sophie er op eenigszins boosaardigen toon bij,
-"deed hij het voor de eerste maal een beetje uit gekheid, het was op
-ons bal, als ik mij wel herinner."
-
-"Ik weet, wat er eigenlijk van dat engagement van Delphin was," zeide
-nu Caroline Hjelm, die in het begin het gesprek niet had gevolgd,
-daar zij eene biecht van Louise, met welke zij op de sofa zat,
-had aangehoord. "Hij raakte geëngageerd met eene nicht van mama,
-maar acht dagen nadat het engagement publiek was geworden, dwong
-hare familie haar, hem zijn woord terug te geven; zij is nu met een'
-grondbezitter in Zweden getrouwd."
-
-"Och, dat is eene oude geschiedenis," zeide Sophie op stekelachtigen
-toon, "maar waarom wilde de familie volstrekt, dat zij haar jawoord
-terugvorderde?"
-
-Sophie stelde belang in het minste, wat Delphin betrof.
-
-"Meent gij, dat ik dat ook niet weet," antwoordde Caroline, "het was
-omdat het gerucht ging, dat Delphin in het Westland, waar hij een
-tijd lang bij de rechtbank was aangesteld, met eene getrouwde dame
-eene schandelijke betrekking had aangeknoopt. Zelfs kan ik vertellen,
-zoo gij zulks wilt weten, met wie het was; het was met de eenige zuster
-van den candidaat Hiorth.... daar hebt gij nu de gansche geschiedenis!"
-
-"Van Hiorth! nu dat is een buitenkansje," riep Sophie uit, en zij
-behandelde Caroline een weinig minder uit de hoogte, "dan kan ik
-er alles van te weten komen, want hem kan ik geheel om mijn vinger
-winden."
-
-"Was het werkelijk zulk eene schandelijke geschiedenis," vroeg Hilda
-aarzelende.
-
-"Een van de allerverschrikkelijkste," antwoordde Caroline op beslisten
-toon.
-
-"Och, onzin," zeide Sophie, "zeker niet erger, dan andere dergelijke
-histories. De heeren zijn elkander allen hierin gelijk, geloof mij
-maar op mijn woord, en volstrekt niet zulke modellen van deugd... en
-zoo zij dat waren, zou het ook al niet goed zijn."
-
-"Wat zeg je daar Sophie," vroeg Louise op verschrikten toon in het
-hoekje van de sofa.
-
-"Och jij, met je deugdzamen Hans, dien reken ik niet! Ik meen, wat ik
-heb gezegd, dat zulke onervarene, zulke model-brave heeren ontzettend
-vervelend zijn en in gezelschappen alleronverdraaglijkst."
-
-Deze woorden veroorzaakten eene heftige woordenwisseling, doch juist,
-toen het gesprek het levendigst werd, stak mevrouw het hoofd door
-de half weggetrokken porte-brisée, en zeide: "goeden avond jonge
-dames! Nu, nu! gebrek aan discours is er, naar ik merk, niet, wees
-voorzichtig Hilda.... dat kopje staat te ver op den kant, het zal
-dadelijk vallen. Wanneer de dames het veroorloven, zouden twee jonge
-heeren gaarne een kopje thee mede drinken."
-
-De assistent-commiezen Hiorth en Bennecken kwamen achter mevrouw
-aan. Zij hadden elkander plechtig beloofd, dat zij zouden trachten het
-geliefde voorwerp te winnen onder volkomen gelijke omstandigheden,
-en Alfred verzocht daarom Hiorth altijd mee naar zijn huis te gaan,
-wanneer hij wist, dat Sophie bij zijne zuster was.
-
-De avond was intusschen gevallen en mevrouw liet in het groote salon
-de lampen aansteken, zoodat het licht door de half opengetrokkene deur
-in het vertrek viel, waar de jongelui praatten en lachten. Alfred kon
-zeer goed een gesprek voeren, en juffrouw Sophie speelde uitmuntend
-de coquette.
-
-Jonas Hiorth had daarentegen eene andere methode gekozen. Hij zat
-zwijgend en in melancholieke houding in het meest schemerachtig
-gedeelte van het vertrek; wanneer haar blik op hem viel, zag hij haar
-aan op eene wijze, die zeggen moest: "valsche slang, ik heb u ondanks
-alles innig lief."
-
-Het gesprek was levendig, zonder dat er echter over een bepaald
-onderwerp werd gesproken; men lachte, maakte toespelingen, was hatelijk
-of wel lieftallig al naar het viel.
-
-Dokter Bennecken kwam het verlichte vertrek binnen doch wilde,
-toen hij het gepraat en gelach in de andere kamer hoorde, dadelijk
-weer heengaan.
-
-"Ben jij het Johan.... wil je geen kopje thee hebben?" riep Hilda hem
-toe. De dokter zag zich wel genoodzaakt binnen te komen; hij groette de
-jonge dames, maar verdween met zijn kopje thee weer in het salon. Hij
-was niet best geluimd; in de poort had hij Christine ontmoet en zij was
-hem voorbijgegaan, zonder de minste notitie van hem te hebben genomen.
-
-"Mijn geleerde broer heeft vandaag veel trappen moeten klimmen,"
-riep Alfred vrij luid.
-
-"Wat meent gij hier mee" vroeg Sophie, die aan den toon, waarop
-die woorden gezegd werden, merken kon, dat er iets bijzonders mede
-bedoeld werd.
-
-"Ja.... mijn broer is geen vriend van trappen klimmen; hij gaat het
-liefst daar, waar de kamers gelijkvloers zijn; soms heeft hij er
-echter niet op tegen een paar trapjes naar beneden te gaan."
-
-"Het past al heel slecht voor eenen dokter bang voor trappen klimmen
-te zijn," merkte een der dames aan, die den zin van Alfreds woorden
-in het minst niet begrepen had.
-
-"O, het is maar best de sympathieën en antipathieën van mijn broer
-niet al te nauwkeurig te onderzoeken; in alle zaken heeft hij nog al
-een' zonderlingen smaak. Kunt gij bijvoorbeeld raden, dames, hoe zijn
-ideaal van eene vrouw er uit moet zien?"
-
-"Neen, neen, volstrekt niet, vertel ons dat," riepen eenige der dames
-hem toe.
-
-"Alfred!" riep de dokter uit.
-
-"Eerstens moet zij ten minste drie en een half el lang zijn.... op
-hare kousen nog wel."
-
-De dames lachten en amuseerden zich zeer, maar Hilda begreep, waar
-hij heen wilde.
-
-"Alfred!" zeide zij op half fluisterenden toon, "ga niet verder."
-
-Hij stoorde zich echter niet aan hare woorden en vervolgde: "dan moet
-zij ten tweede vuurrood haar hebben, dat vóór alles zoo stroef moet
-zijn als de manen van een paard; ten derde moet zij in den boerenstand
-zijn geboren en naar den koestal ruiken...."
-
-"Alfred.... Alfred!" riep mevrouw hem half lachende, half knorrende
-toe.
-
-"O.... o, nu weet ik het!" riep Sophie uit, "je bedoelt Christine,
-die lange Christine, die bij den conciërge woont, niet waar?"
-
-De dokter zette zijn kopje zoo hard neer, dat het rinkelde.
-
-"De hartsgeheimen van mijnen broeder verraad ik maar zóó niet,"
-zeide Alfred.
-
-"Nu, bedoelt gij niet Hilda's nieuwe kennis, die Christine," vroeg
-Sophie, en zij boog haar hoofdje wat meer naar hem toe.
-
-Zeer gevleid, dat hij de dames met zijn verhaal had kunnen boeien,
-ging hij verder: "O, het is volkomen een roman, gij kunt mij op mijn
-woord gelooven. De voorname minnaar en het eenvoudige maar buitengewoon
-deugdzame boerenmeisje, dan de zuster als de vertrouwde...."
-
-"Alfred!" riep Johan nu uit op eenen toon, dat allen er van schrikten.
-
-"Maar Johan," zeide nu mevrouw, "wat beteekent zulk een gedrag,
-ik verzoek je vriendelijk...."
-
-"Ik heb het hem vroeger al gezegd mama, dat ik het niet langer dulden
-wil," riep de dokter uit, en stampvoette van drift.
-
-"Mama," vroeg Alfred op sarrenden toon aan zijne moeder, die met
-Johan in het salon zat, "was het met het lange, of met het korte been?"
-
-Nu kon Johan zich niet langer bedwingen; hij ging naar de deur
-der kamer, waarin de dames zaten, doch mevrouw hield hem tegen:
-"Maar Johan, ik geloof werkelijk, dat je vandaag niet recht bij je
-verstand bent. Een beetje scherts moest je toch wel kunnen verdragen,
-dunkt mij; je hadt beter gedaan, niet gekomen te zijn, dan hier zulk
-eene kibbelpartij te maken; vóór je komst zaten wij zoo gezellig bij
-elkaar!" Johan ging weg, maar het was zooals mevrouw had gezegd: hij
-had den avond voor hen bedorven. De dames spraken op fluisterenden
-toon tot hen die naast haar zaten, maar een gesprek wilde niet meer
-vlotten; zelfs gelukte het Alfred niet de vroolijkheid weer aan den
-gang te maken.
-
-Toen mevrouw zich 's avonds gereed maakte naar bed te gaan,
-vertelde zij haren man den twist, die tusschen de broeders had
-plaats gegrepen. Heel slim wist zij de zaak zoo voor te stellen, dat
-het scheen, alsof Johan alleen de schuld droeg, van het onaangename
-voorval; zij schilderde overigens het tooneel in nog scherper kleuren
-af, dan het in werkelijkheid was geweest.
-
-"Komt het je nu ook niet voor, dat het tijd wordt dat zij het huis
-uitkomt," vroeg zij.
-
-"Ik geef toe, dat de zaak er bedenkelijker uitziet dan ik gemeend had,"
-antwoordde de minister, "en zoo het werkelijk zoo ver gekomen is, ben
-ik bang, dat haar heengaan, niet veel zal helpen; met een karakter,
-als dat van Johan, vrees ik, dat de hindernissen, die men hem in den
-weg wil leggen, hem des te meer zullen prikkelen om bij zijn besluit
-te volharden; hij zal hare verblijfplaats trachten op te sporen,
-en zoo hij haar vindt, zullen er misschien nog erger dingen gebeuren."
-
-"O, dat heb ik al lang gezegd," riep mevrouw jammerend uit, "maar
-nooit wilt ge naar mijnen raad hooren, altijd wilt ge...."
-
-"Bedaard.... bedaard, lieve Adelaïde! Ziet gij... kunnen wij haar
-niet van den hals schuiven, zoo.... zoo...." hier maakte hij eene
-kleine diplomatieke pauze.
-
-"Nu?" vroeg zij.
-
-"Nu ja! zoo wij hem wegzenden."
-
-Zulke kleine verrassingen verstond de minister meesterlijk. Mevrouw
-zag hem aan. "Ja, Daniël.... dat zou misschien niet zoo heel gek zijn."
-
-"Zooals ik altijd zeg, lieve Adelaïde... wees bedaard... overijling
-deugt niet.... en bij kalm nadenken vindt men altijd eenen uitweg. Je
-weet, dat Johan al zoo lang naar Weenen wenscht te reizen; ik wil
-hem er nu verlof toe geven."
-
-"En mag hij lang wegblijven?"
-
-"Op zijn minst een jaar, zoo de reis hem, wat het wetenschappelijke
-betreft, van eenig nut zal zijn."
-
-"Wat het wetenschappelijke betreft! Schalk!" zeide mevrouw
-schertsend. Een steen was haar van 't hart gevallen. Vóór te gaan
-slapen moest de minister aan zijne vrouw de belofte afleggen, dat
-hij, zoodra Johan was vertrokken, Mo er toe dwingen zou Christine
-weg te zenden; zij was dan ver weg en vergeten, als Johan van zijne
-buitenlandsche reis terugkwam.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-
-In April zou dokter Bennecken op reis gaan. Toen zijn vader hem
-meedeelde, dat hij hem toestond naar Weenen te reizen, was hij er
-zoo blijde over, dat hij in het eerst er niet aan dacht, hoe zwaar
-het hem zou vallen Christine in langen tijd niet te zien. Nog minder
-viel het den goedhartigen dokter in er over na te denken, waarom dat
-hem de groote gunst eene reis te mogen maken, was toegestaan.
-
-Toen hij zijn examen als candidaat in de medicijnen had afgelegd,
-was het zijn vurigste wensch geweest voor een jaar buitenslands
-te gaan. Zijn vader had het te kostbaar gevonden en zijne moeder
-had hem ronduit gezegd, dat het vrij belachelijk zou zijn, hem
-voor zijne studiën naar het buitenland te zenden; daar waren zijne
-examens niet schitterend genoeg voor geweest; hij kon best thuis voort
-studeeren. Johan had dus al die reisplannen op zijde gezet. Toen hij
-nu zoo onverwachts verlof kreeg naar het buitenland te reizen, was hij
-zoo vervuld van dankbaarheid, dat hij er volstrekt niet aan dacht, hoe
-hij eigenlijk zijn eigen meester was en zelf zijne reis kon bekostigen.
-
-Hoe meer de dag van het vertrek naderde, des te onrustiger werd hij. Er
-was zooveel, dat hij vóór zijn heengaan volstrekt aan Christine moest
-zeggen. Vóór alles wilde hij haar op de eene of andere wijze te kennen
-geven, hoeveel hij van haar hield, en dan wilde hij haar vragen, ja,
-dat was het eigenlijk, hij wilde haar vragen aan hem te denken in zijne
-afwezigheid. Met dit denkbeeld was hij zeer ingenomen, want hij vond,
-dat aldus veel met weinig woorden kon gezegd worden, en de dokter
-oefende zich voortdurend op welke wijze den zin samen te stellen, als
-bijv.: "zoo gij wildet...." of "zoo gij zoo goed wildet zijn...." of
-"zoo ik kon gelooven, dat gij zoo vriendelijk zoudt willen zijn een
-weinig aan mij te denken." Zou hij "een weinig", of zou hij het wagen
-"veel" te zeggen, of misschien "dikwijls?" En ééne zaak bovenal woog
-hem zwaar op het hart: hij wilde haar voor Alfred waarschuwen. Dat
-hij haar alleen met Alfred moest laten, gaf hem de meeste onrust. Hij
-kende al te goed, ja hij bewonderde zelfs de behendigheid van zijnen
-broeder in het maken van intriges, en hij kon zich best voorstellen,
-hoe licht een onervaren meisje als Christine zich door Alfreds aardige
-manieren zou laten medesleepen.
-
-Maar men kon Alfred niet vertrouwen, en het was zijn plicht, zijn dure
-plicht Christine voor hem te waarschuwen. Heel gemakkelijk ging het
-echter niet, eene geschikte gelegenheid te vinden haar te spreken. Zoo
-dikwijls mogelijk ging hij in de laatste dagen vóór zijn vertrek
-langs hare vensters of bleef even in de poort staan; de twee of drie
-treden durfde hij echter niet af te gaan. Tweemaal ontmoette hij haar,
-maar hij voelde zich zoo beklemd en de stem stokte hem zoo in de keel,
-dat hij blijde was toen zij voorbij was. Zij zag er ook zóó niet uit,
-dat het hem aanmoedigde, haar aan te spreken.
-
-Eindelijk was de dag, die voor zijn vertrek bestemd was,
-aangebroken. Nu moest hij dus trachten haar te spreken te krijgen;
-toen hij in de poort was, verschoof hij het oogenblik nog wat: hij
-kon eerst toch wel boven gaan afscheid nemen. Hij was zoo verstrooid,
-dat allen er een weinig om lachten, uitgenomen Hilda, die hem schreiend
-beloofde, te zullen schrijven.
-
-Toen hij uit het kamertje van den conciërge de weinige treden, die naar
-Christine's kamer voerden, afging, draaide alles voor zijn oogen, en
-hij viel bijna in de kamer. Gelukkig was er niemand, maar Christine,
-die iemand met zoo'n leven had hooren binnen komen, kwam dadelijk
-uit de keuken.
-
-"Ik ben het maar," stamelde de dokter, "ik struikelde over de
-mat.... ik ga op reis."
-
-Ja, Christine had het reeds gehoord.
-
-"Ik kom nu afscheid nemen."
-
-Christine droogde de rechterhand wat aan haren boezelaar af.
-
-"Ik.... ik wou u vragen," maar verder kwam het niet. Al de mooie
-wendingen van den zin, dien hij had willen uitspreken, waren als
-weggevaagd.
-
-Onwillekeurig moest Christine even glimlachen. Dit gaf hem moed. "Ik
-wou zoo graag, dat gij veel.... een weinig meen ik.... aan mij dacht,
-wanneer ik zoover weg ben." Al het bloed steeg hem naar het hoofd;
-hij wilde zoo gaarne den zin nog eens gezegd hebben, maar vond zulks
-wat heel gek. Christine was ook rood geworden, zij zag voor zich neer,
-maar glimlachte tevens.
-
-Toen werd de dokter zelfs vermetel; "en zoo wilde ik u zeggen, dat
-gij voor Alfred op uwe hoede moet zijn."
-
-Deze woorden moest Johan Bennecken niet hebben gezegd; ternauwernood
-was de zin aan zijne lippen ontgleden of Christine richtte zich
-trotsch in hare volle lengte op, kwam eene schrede nader en vroeg:
-"Wat meent gij hiermede?"
-
-Zij sprak in het dialect, dat zij anders in de stad afgelegd had,
-toen hij haar aanzag, ging hij een paar schreden achteruit en vroeg:
-
-"Ja, neem mij niet kwalijk, ik meende maar...."
-
-"Ik ben oud genoeg, om op mij zelf te kunnen passen," beet Christine
-hem kortaf toe.
-
-"Ja.... ja.... zoo meende ik het niet. Vaarwel!" en Johan strompelde
-de twee, drie treden weer op. Toen hij weg was, wierp Christine zich
-op haar bed en weende bittere tranen; dat hij ook zulke slechte dingen
-van haar kon gelooven!
-
-De arme dokter werd door duizenden verwarde gedachten geplaagd;
-eindelijk geloofde hij vast en zeker, dat zij Alfred beminde.
-
-De kruier die op het bestemde uur kwam om voor zijne bagage te zorgen,
-kon uit mijnheer niet recht wijs worden: hij sprak zoo verward. Een
-paar vrienden kwamen even bij hem aanloopen om hem eene goede reis te
-wenschen; hij dronk een glas wijn met hen, gaf hen allerlei verkeerde
-antwoorden, zag hen beurtelings aan alsof hij hun wat wilde vragen,
-en zei, als het er op aankwam, geene syllabe.
-
-Zij lachten hem hartelijk uit, en vertelden hem, dat hij aan een
-harden aanval van reiskoorts leed.
-
-In die gemoedstemming verliet hij Christiania.
-
-Een paar dagen later, vond de minister het maar het best nog eens
-met Mo over de zaak te spreken. Alle dagen had hij den verwijtenden
-blik, waarmee zijne vrouw hem aanzag, te doorstaan, waardoor hij
-zich niet op zijn gemak gevoelde. Toen hij dan ook op zekeren morgen
-met Mo alleen in zijn kamer aan het Departement was, zeide hij:
-"Ja Mo.... je nicht moet je toch wegzenden."
-
-"Het spijt mij zeer, Excellentie, maar...."
-
-"Zeg mij toch eens, waarom je haar volstrekt bij je wilt houden?"
-
-"Ja,.... Excellentie, ik heb het mijn heele leven lang zoo eenzaam
-gehad, en...."
-
-Nu ging den minister eensklaps een licht op; hij zag den kleinen
-glimlachenden man, die voor hem stond aan en zeide eenigszins toornig:
-
-"Neen, maar Mo, hoe kunt gij aan zoo iets denken?.... op jouw
-leeftijd.... en buitendien...."
-
-"Buitendien, Excellentie!" vroeg Mo, en hij zag hem zijdelings aan.
-
-"Ja, dat is een zeer onaangenaam onderwerp om over te spreken, maar
-daar gij er mij naar vraagt zoo, zoo.... een paar malen zijt gij
-zwaar ziek geweest.... Mo!"
-
-"Maar één maal, den anderen keer leed ik aan roos in het gezicht."
-
-"Ja, ja, ik ben niet van plan mij in uwe zaken te mengen, maar ik vind,
-dat gij, wanneer ik je er om verzoek, het meisje weg kondt zenden."
-
-"Uwe Excellentie zal, hoop ik, volstrekt niet aan mijne onderdanigheid
-en aan mijne volstrekte gehoorzaamheid twijfelen," gaf Andreas Mo ten
-antwoord, en hij boog heel diep, "maar ik meen dat uwe Excellentie
-zelf weet, hoe sterk dit gevoel bij den mensch is, en hoe...."
-
-De minister gaf hem door een ongeduldig gebaar met de hand te
-kennen, dat hij het gesprek niet wenschte voort te zetten. Hij liep
-de kamer op en neer maar de vingertoppen werden niet tegen elkaar
-aangelegd. Wanneer hij uit zijn humeur was, en dus niet als diplomaat
-optrad, stak hij de handen in den zak en rammelde met zijne sleutels.
-
-Hij dacht aan al de onaangenaamheden, die hem t'huis te wachten
-stonden wanneer Christine niet weg ging en hij was niet zoo bang voor
-de geheele pers der oppositie, als voor zijne vrouw, wanneer zij
-eenen veldtocht, geheel naar den regel, aanving. Zij snuffelde dan
-overal naar alles, wat haar licht over de zaak zou kunnen geven, en
-bespiedde alle zijne gangen; veel kon er aan den dag komen, dat nu voor
-haar bewaard en verborgen was en zou blijven, zoo lang de verhouding
-vriendschappelijk bleef en hij zijne vrouw in goeden luim hield.
-
-Terwijl de minister heen en weer liep, pookte Mo heel voorzichtig in
-de kachel het vuur wat op, en hij was er, om den minister wat tijd
-te geven, heel lang mede bezig.
-
-Van tijd tot tijd keek deze Mo eens aan; na over alle punten van deze
-onaangename zaak goed te hebben nagedacht, kwam hij tot het besluit,
-dat een huwelijk tusschen Mo en die nicht in den grond eigenlijk de
-beste uitweg zou zijn.
-
-Zonder twijfel zoude die Adelaïde tevreden stellen en tot kalmte
-brengen, en dat was de hoofdzaak. Verder zou Mo, wanneer de minister
-zich tegen het huwelijk niet verder aankantte, nog meer verplichting
-aan hem hebben, en het was toch zijn plicht niet er acht op te geven,
-dat de lieden, die wilden trouwen, gezond waren.
-
-En eindelijk--zoo Mo wilde gaan trouwen, wat had hij daarmede te
-maken? Kon hij,--de minister--het hem misschien verbieden? Hoe kon
-hij zoo dom zijn zich er boos over te maken?
-
-De minister legde nu de vingertoppen weer tegen elkaar, en vroeg
-op den toon, dien hij gewoonlijk tegen Mo aansloeg: "Hebt ge met je
-nicht over eene zoodanige verbintenis gesproken?"
-
-"Rechtstreeks heb ik de zaak nog niet aangeroerd; ik wilde mij van
-de toestemming van uwe Excellentie verzekeren alvorens er met haar
-over te praten."
-
-"Wat? mijne toestemming! het is eene zaak, die jou alleen aangaat,
-en waarin ik niets heb te zeggen."
-
-"Ik zou mij toch nooit zulk eenen stap hebben willen veroorloven,
-zonder eerst...."
-
-"Goed.... goed!" viel de minister hem boos in de rede, "zoo gij
-gelooft, dat het meisje je nemen wil, zoo...."
-
-"Duizendmaal dank, Excellentie!" riep Mo uit en hij wilde de hand des
-ministers grijpen, "ik twijfel er niet aan, dat nu ik de toestemming
-van uwe Exc...."
-
-"Geen woord wil ik meer over die zaak hooren Mo, hebt gij mij
-begrepen?"
-
-De minister zag er zoo verschrikkelijk boos uit, dat Mo het maar het
-best vond hem alleen te laten; met een dankbaren glimlach om den mond
-verliet hij het vertrek.
-
-De minister kon zich niet dadelijk aan den arbeid zetten--dit tooneel
-had hem zeer ontstemd; nog lang liep hij hoofdschuddend in zijn kamer
-heen en weer, en slaakte vele malen eenen diepen zucht.
-
-Des avonds zeide hij tot zijne vrouw: "Beste Adelaïde, het spijt mij
-zeer voor je, maar Mo is maar niet van zijn besluit af te brengen om
-het meisje bij zich te houden."
-
-"Zoo, werkelijk Daniël," antwoordde zij vrij heftig, "ja, ik begin
-inderdaad te gelooven, dat gij op de eene of andere wijze in de macht
-van dien man zijt."
-
-"Wees toch bedaard, Adelaïde, wees toch bedaard!" zeide haar man,
-en hij gesticuleerde even met zijne mooie hand, "zij--ja, ik meen
-dat meisje, kan geheel onschadelijk worden gemaakt, zonder dat het
-noodig is, dat wij haar wegzenden."
-
-"Zoo, en hoe? als ik mag vragen?"
-
-"Zij kon bij voorbeeld gaan trouwen?"
-
-"Hier aan huis?"
-
-"Ja zeker, beste, met haren oom."
-
-"Met Mo! dat jonge meisje met dien ouden vent?"
-
-"Ja, zie je," antwoordde haar man, en hij deed zijne das voor den
-spiegel wat los, "dat is nu eene zaak, die ons eigenlijk niet aangaat."
-
-"Neen, daar kunt ge gelijk aan hebben," antwoordde mevrouw eenigermate
-aarzelend, "maar ik vind toch...."
-
-"Door dit huwelijk zou zij voor ons onschadelijk worden," ging
-hij voort.
-
-"Ja, dat zou zeker het geval zijn; maar met dien akeligen Mo! en hebt
-ge mij buitendien niet eens verteld, dat hij...."
-
-"Officieel is daar niets van bekend, en buitendien! zoo men bij ieder
-huwelijk nauwkeurig wilde gaan onderzoeken of...."
-
-"Ja, je hebt gelijk, Daniël, ja, gij mannen....! en zoo als gij ook
-zegt, het gaat ons eigenlijk niet aan!"
-
-"Ja, lieve Adelaïde, zoo denk ik over de zaak, het gaat geheel buiten
-ons om."
-
-Toen mevrouw een poosje had nagedacht, kwam zij ook tot het besluit,
-dat een huwelijk de beste uitkomst was.
-
-"Zijt gij op dat denkbeeld gekomen, Daniël," vroeg zij hem op
-schalkschen toon.
-
-"Nu.... dat wil ik juist niet beweren.... hm!"
-
-"Je bent toch een slimmerd, Daniël," zeide mevrouw, en zij trok hem
-naar zich toe.
-
-Christine begon te begrijpen, waarvan eigenlijk sprake was. Oom Anders
-had, na haar zeer voorzichtig te hebben voorbereid, haar ronduit
-gezegd, dat de minister wenschte, dat de geruchten, die zooals zij zelf
-wist in omloop waren, op eene duidelijke wijze werden gelogenstraft.
-
-Een huwelijk met Oom Anders was naar hare begrippen eene goede
-partij. In den stand, waartoe zij behoorde, waren zoogenaamde "mariages
-de raison" eene gewone zaak; wanneer er nu nog bijkwam, dat haar
-vader het ook zoo gaarne zag, kon zij er niets op tegen hebben.
-
-Nooit had zij eenig man aangemoedigd; zij was volkomen vrij, en
-daarom maakte zij er zich dubbel boos over, dat men haar daarvan had
-kunnen beschuldigen. Inzonderheid ontvlamde haar toorn, wanneer zij
-aan dokter Bennecken dacht, en--die toorn deed meer pijn, dan zij
-vroeger ooit had gevoeld.
-
-Ofschoon zij dus geene liefde behoefde te offeren, schreide zij echter
-den ganschen nacht, die op den avond volgde waarop Oom haar gevraagd
-had of zij zijne vrouw wilde worden. Na goed uitgeweend te hebben, werd
-zij kalm en verstandig; de gedachte dat zij, trouwende met haren oom,
-allen zou kunnen bewijzen--en den dokter in de eerste plaats,--welk
-onrecht men haar had aangedaan, scheen haar kracht te verleenen.
-
-Den volgenden morgen kreeg haar oom het jawoord.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-
-In dichte scharen zaten aan den Nijl de vogels en blakerden zich in
-de heete zon. Zij poetsten en plukten hunne veêren, vlogen een paar
-slagen om de vleugels te beproeven, en hapten lui naar de vette wormen
-waarvan het in het slijk wemelde. Maar er was àl te veel voedsel,
-àl te veel warmte en àl te veel windstilte; zij reikhalsden naar
-frisschen regen, grauwe lucht en stormweer.
-
-Ontelbare troepen wilde ganzen en zwanen zwommen rond in de tamelijk
-groote waterplassen, tusschen de biezen die het uitgestrekte
-moeras vulden. Reigers en ooievaars staken hier en daar met den
-kop boven de andere vogels uit; dicht in één gedrongen stonden
-zij op één been en lieten den kop op zij hangen:--zij verveelden
-zich allerverschrikkelijkst. Alle mogelijke soorten van snippen,
-watervogels, kieviten, waterhoenders, wilde ganzen, kwartels,
-zwaluwen--ja, zelfs tot gemeene spreeuwen toe--allen verveelden zich
-zoo, dat hun de veeren bijna uitvielen.
-
-De ibis maakte zich zeer kwaad op al dat grauw gevederde vreemde
-gespuis en vergat zijne waardigheid zoo zeer, dat hij zich bij den
-dommen flamingo, dien hij anders zoo diep verachtte, beklaagde.
-
-De krokodillen knipoogden met hunne slijmachtige, lichtgroene oogen en
-snapten nu en dan naar eene vette gans; dan ontstond er een geschreeuw
-en gekrijsch, dat overal langs den stroom beantwoord werd, om eindelijk
-heel, heel in de verte weg te sterven, en--de doodsche stilte van de
-woestenij lag weer over het gloeiende landschap, terwijl de scharen
-van vogels met slaperig uitzicht, weder ter neder zaten en wachtten--ja
-zij wisten niet recht waarop.
-
-Daar vloog een kleine grauwe vogel loodrecht de lucht in; een oogenblik
-bleef hij zweven, en klapwiekte met de vleugels, terwijl hij eenige
-tonen kweelde--dan vloog hij weer naar beneden en verschool zich
-tusschen het riet.
-
-Alle vogels hadden de koppen in de hoogte gestoken en geluisterd; nu
-ontstond er een gesnater en een getjilp en een gedrang in elken hoek.
-
-Jonge, verwaande kieviten vlogen hoog in de lucht en draaiden in alle
-mogelijke bochten rond om aan de anderen te toonen, hoe goed zij
-vliegen konden. Maar de oudste witte zwanen, die heel naar IJsland
-zouden reizen, belegden eene groote vergadering om het voorgeslagen
-reisplan van den leeuwerik te bespreken. Allen hadden toch den
-leeuwerik dadelijk aan het geluid herkend, ofschoon hij, want het
-gezang scheen nog niet goed uit de keel te willen, maar een paar
-tonen had laten hooren. Terwijl de zwanen nog aan het beraadslagen
-waren, werden zij door een hevig geplas in hunne debatten gestoord
-en de lucht werd geheel donker. Het waren de wilde ganzen, die dit
-leven maakten. In groote zwermen verdeelden zij zich, draaiden in de
-lucht heen en weer, schaarden zich dan in lange rijen en verdwenen
-in noordelijke richting, terwijl hun geschreeuw nog lang in de verte
-werd gehoord.
-
-In zwarte massa's vlogen de spreeuwen weg, de kieviten volgden hun
-voorbeeld, de ooievaars stegen paarsgewijze loodrecht omhoog, tot zij
-bijna geheel uit het gezicht waren, en trokken dan Noordwaarts. In de
-algemeene verwarring en het leven dat er heerschte, konden de zwanen
-niet rustig meer zitten te overleggen en daarom werd de vergadering
-ontbonden; ieder wilde weg, tijd tot nadenken, gunde men zich niet
-meer. Alle bezinning was verloren, telkens vlogen nieuwe scharen
-over Noord-Afrika heen, en ieder begroette, naar dat hij gebekt was,
-de blauwe Middellandsche zee, die onder hem lag.
-
-De mannetjes-nachtegalen vlogen in stille kleine gezelschappen des
-nachts weg; zij voelden zich getrokken tot de bekende plaatsjes in
-de rozenstruiken van Provence of wel tot de beukenwouden van Seeland;
-zij wilden hunne fraaiste melodieën instudeeren en ze kennen vóór de
-aankomst der wijfjes.
-
-De Noorsche leeuweriken wachtten het langst; toen de Deensche
-wegtrokken, sloten zij uit oude vriendschap zich bij hen aan. De
-reiskoorts maakte zich tot zulk eene hoogte van allen meester, dat
-zelfs de zwaluwen en de koekoeken langer rust noch duur hadden; zij
-wilden in allen gevalle toch over de Middellandsche zee,--daar kon
-men zien hoe verder te handelen.
-
-De ibis herkreeg zijne kalmte van gemoed, en als een bisschop zoo
-deftig wandelde hij langs den oever; de roze-roode flamingo's maakten
-voor Zijn Hoog Eerwaarde eerbiedig plaats, terwijl zij met vroom
-vertoon den dommen kop met den krommen bek bogen.
-
-Stiller en warmer werd het langs de oevers van den Nijl. De krokodillen
-moesten zich nu met negervleesch tevreden stellen of een enkele
-maal met dat van een taaien Engelschen toerist. Dag en nacht vlogen
-de trekvogels naar het Noorden en naarmate zij de bekende plaatsen
-naderden, verminderde het reisgezelschap; zij, die aan hun bekend te
-huis waren gekomen, groetten hen, die nog verder moesten trekken,
-en leven en vroolijkheid over het oude bevrorene Europa zouden
-verspreiden, in bosch en veld, dicht bij de woningen der menschen en
-ver weg in het riet van de groote stilstaande meren.
-
-In Italië stonden de rozenstruiken in vollen knop; in 't Zuiden van
-Frankrijk deden de bloeiende appelboomen denken, dat het zooeven
-gesneeuwd had, en op de Boulevards in Parijs begonnen de bladeren der
-kastanjeboomen hunne glanzende taaie knoppen te verbreken. De eerzame
-burgers van Dresden stonden op het Brühlsche terras en warmden zich
-in de zon, terwijl zij naar de ijsschotsen keken, die met den stroom
-kwamen afdrijven, om zich tegen de bogen der brug bij torenhoog op
-te stapelen.
-
-Maar verder op in het Noorden bleef het nog koud; een scherpe,
-snijdende wind woei over de Noordzee en hier en daar zag men sneeuw op
-den grond. Hoe noordelijker men kwam, des te kleiner werd de schare
-der leeuweriken. Een groot gedeelte nestelde zich op de vlakten om
-Leipzig, en een ander op de Lüneburger heide; toen de overige in
-Sleeswijk waren aangekomen, vroegen de Deensche leeuweriken aan hen,
-die in het Noorden thuis behoorden, of zij geenen lust hadden een
-weinig te wachten om het weer wat aan te zien.
-
-De sneeuw lag nog op de velden en hekken in Jutland, en de
-Noordwestenwind schudde de oude Deensche berken, welker bruine knoppen
-nog voorzichtig de saamgehulde teere blaadjes omsloten. De vogels
-verscholen zich achter groote steenen en in het heidekruid; sommige
-waagden het zelfs heel dicht in de buurt der boerderijen te komen,
-waar de musschen een leven maakten alsof alles hun behoorde.
-
-Allen waren het er over eens, dat men al te vroeg op reis was gegaan,
-en hadden zij hem, die hen van Egypte's vleeschpotten gelokt had,
-hier beet kunnen krijgen, zij zouden hem zeker de veeren hebben
-uitgeplukt. Eindelijk woei er een Zuidenwind; de reizigers naar het
-Noorden namen afscheid, bedankten voor het aangename gezelschap en
-vlogen de zee over.
-
-Daar in Noorwegen zag het er bij hunne tehuiskomst treurig uit. De
-sneeuw lag nog vele voeten diep in de dichte bosschen en zelfs in de
-dalen. Daar bracht de Zuidenwind den zoo gewenschten regen en,--nu
-niet trapsgewijze--neen, plotseling greep er eene omkeering plaats met
-geraas en gebulder en sneeuwstortingen en schuimend neervallend water
-en bruisende stroomen, zoodat het land veel op eenen reus geleek, die
-zich wascht en die er van houdt het ijskoude water over de krachtige
-leden te laten spatten. En een groen floers breidde zich over alles
-uit; over de jonge berken op de hoogten, over de stranden, waar de
-zee een inham maakt, over de vlakten in westelijke richting naar
-zee en over heide en moeras, over klippen en bergkloven en over de
-nauwe dalen tusschen de bergen. Op de toppen bleven de sneeuw en de
-gletschers liggen, alsof de bergen geenen lust hadden den hoed voor
-zulk een vluchtigen bezoeker als de zomer, af te nemen. De zon scheen
-zoo heerlijk en warm, ook het koeltje voerde nog warmte van het Zuiden
-aan, en eindelijk kwam de koekoek,--als opperceremoniemeester, om te
-zien, of alles in orde was; hij vloog nu hier, dan daar, verschool zich
-eindelijk in het dichtste loof van eenen jongen berkeboom, en riep:
-"de Lente is daar!"
-
-Het oude Noorwegen was eindelijk ontwaakt!
-
-Daar lag het nu--zoo hoog en zoo verblindend schoon aan de blauwe
-zee;--zoo arm en zoo mager en toch ook zoo frisch, gezond en lachend
-als een flink gewasschen kind.
-
-In de havens langs de kust heerschte nu groote bedrijvigheid; witte
-zeilen vertoonden zich tusschen de klippen en verdwenen in zee. De
-schaatsen werden aan den balk gehangen, de sledevellen, goed met
-kamfer bestrooid, werden weggeborgen, en even als de beer, wanneer
-hij uit zijn hol komt, zijne pels eens goed schudt, evenzoo schudden
-nu de menschen, de loome leden, grepen de spade aan en begonnen met
-vollen ijver den voorjaarsarbeid.
-
-Groote houtvlotten dreven de stroomen af en plasten in het ijskoude
-sneeuwwater; op de breede vruchtbare akkers sneed de ploegschaar lange
-zwarte voren; hoog in het Noorden waren de lieden druk bezig kabeljauw
-op de naakte klippen te drogen te leggen; op de vlakten in westelijke
-richting naar het strand toe, zag men karren met wier beladen langs
-de akkers rijden, en op de heide stond een kleine man met leepoogen,
-peinzende over eene Isabella-merrie.
-
-Hier was de lucht nog frisch en aangenaam, terwijl de lieden te Parijs
-op straat door een zonnesteek getroffen werden en de bladeren der
-boomen op de boulevards vol stof en half verschroeid waren.
-
-Op het Brühlsche terras zaten de eerzame burgers van Dresden het
-koeltje, dat de avond hun aanbracht, te genieten; zij dronken Meiwijn
-en disputeerden zoo over Wagner's muziek, dat zij elkaar bijna in
-het haar vlogen. Over iets anders mochten zij in het publiek niet
-disputeeren en--disputeeren moesten zij.
-
-Zij, die eene goed gevulde beurs bezaten, begonnen in Baedeker te
-bladeren, en spoedig kwam er ook eene schare van krombeenige Duitschers
-en Engelsche dames met lange tanden opzetten, die frissche lucht wilden
-inademen, tusschen de bergen van Noorwegen, en later een weinig van
-die frissche lucht naar het vaderland wenschten mede te nemen, te
-gelijk met de goelijk gemeende karikaturen over het "Oude Noorwegen."
-
-Terwijl die bonte menigte van reizigers zich in alle richtingen over
-Noorwegen verspreidde, ontmoette zij op hunnen weg eenen anderen
-stroom, die de kust trachtte te bereiken.
-
-"Was sind das für Leute?" vroeg Raadsheer Schultze uit Berlijn.
-
-Een beschaafde Noor antwoordde hem in het Duitsch "Emigranten."
-
-Mannen en vrouwen met ernstig uiterlijk, gekleed in nieuw friesch
-baai, togen voorbij. Kinderen hielden zij bij de hand, op den arm,
-op den rug of wel aan de borst; eene schare van gezonde roodwangige
-kleinen, die met heldere oogen verwonderd naar alles staarden, wat
-op weg te zien was.
-
-Aan al de spoorwegstations en op al de stoombooten, die de groote
-binnenmeren bevaren, stonden kisten opgestapeld, voorzien van duidelijk
-geschilderde adressen en namen in het Noorsch en in het Engelsch.
-
-Op alles lag den stempel van een wel overwogen, langzaam gerijpt
-besluit: knappe stevige bagage, nieuwe sterke kleederen, geene
-nuttelooze kleinigheid in handen,--alleen kinderen, maar die werden
-dan ook stevig vastgehouden; men kon zien, dat ze niet eerder zouden
-losgelaten worden, vóór men goed en wel in de Nieuwe Wereld was
-aangekomen.
-
-Maar geene vreugde, zelfs niet dat wat men hoop kon noemen, stond op
-die aangezichten te lezen; alleen lag om den mond een vast besloten,
-zwaarmoedige trek en een zwaar verdriet sprak uit die oogen, die
-tranen stortten of niet schreien konden.
-
-Raadsheer Schultze uit Berlijn was een en al verwondering. Dat men
-lust had uit Duitschland te emigreeren, kon hij zich begrijpen; daar
-had men dienstplicht en eene militaire regeering, het socialisme,
-Bismarck en alle mogelijke ellende meer. Maar hier--! in dit schoone
-vreedzame land, met zijne welbekende vrijzinnige constitutie,--wat
-kon hier den menschen ontbreken?
-
-En het land zelf scheen te vragen: waarom gaat gij heen? De zon gaf
-zulk een vriendelijk lachend uiterlijk aan de lichtgroene heuvels; de
-stroom kabbelde zoo vreedzaam en uit het woud kwam van de pijnboomen
-met de nieuw ontsproten naalden zulk een heerlijke geur!
-
-Op het perron stonden familie en bekenden en zij weenden, wijl zoovelen
-wegtrokken--allen weenden tot de arme daglooner toe, die schreide,
-omdat hij geen geld had om mede op reis te gaan.
-
-Toen de trein door het dal stoomde, zagen zij allen uit de nauwe
-raampjes van den waggon en zij wisten, dat er geen schooner land op
-de aarde te vinden is; dat nergens de zon zóo schijnt, dat nergens
-de lucht met zulk een' geur, met zulk een gejubel vervuld is, dat
-nergens de koekoek zoo vroolijk roept als in hun vaderland.
-
-En heete tranen welden in de oogen op, en luid werd in die waggons
-gesnikt; men vergat, waarom men zich hier bevond, en ieders oog scheen
-dat des anderen de treurige vraag te doen: "waarom gaan we toch weg,
-waarom?"
-
-Intusschen nam de lente weldra afscheid met haar welluidend gezang,
-met hare vechtpartijen en liefdesavonturen van de kleine kevers, die
-in het gras aan hunne schoonen het hof maakten, van de groote beren,
-die in de wouden vochten, tot er bloed stroomde. Natuurlijk waren
-zooals altijd de kleinen door de grooten verslonden, dat valt niet
-te ontkennen; doch het had nu meer als eene bijzaak plaats gehad:
-'t geschiedde min of meer gemoedelijk. Niemand behoefde veel voedsel;
-wanneer men verliefd is, heeft men aan andere dingen te denken. De
-strijd om het dagelijksch bestaan gaat, wanneer men verder in den zomer
-en in den herfst is gekomen, op eene geheel andere wijze toe: men moet
-dan voedsel zoeken voor het wijfje en eenen troep hongerige jongen.
-
-Het voorjaar werpt een waas van ridderlijkheid over de materialistische
-jacht naar het stoffelijke; de mannetjes doen hun best, zoo lieftallig
-mogelijk te zijn, terwijl de wijfjes haren korten triomf genieten
-door zooveel zij maar kunnen en naar hartelust te coquetteeren.
-
-In het woud en op het veld weerklinkt de lucht van smachtend verlangen,
-hopelooze klaagtonen en jubelend geluk, en vele kleine harten breken
-van stil verdriet; vele kleine ongeregeldheden hebben onder het dikke
-loof of op het eenzame veld plaats, en menig klein gevecht wordt er
-op leven en dood gevoerd, terwijl de schoone onverschillig ter neder
-zit en het spel aanziet.
-
-Twee kwikstaartjes vochten zoo heftig met elkaar in de lucht tot
-zij van vermoeienis in de sloot bij den molen vielen; doornat en
-gehavend kwamen zij op het droge. Ondertusschen vloog zij, om welke
-het gevecht plaats had, met eenen derde, die daar toevallig voorbij
-kwam vliegen, weg. Het water bij den molen lag zoo blank en stil,
-dat de twee mededingers er zich in konden spiegelen, toen zij bezig
-waren, hun toilet in orde te brengen. De jonge kikvorschen hadden
-zich van hunne toga puerilis met den hinderlijken staart ontdaan. Zij
-vertoonden zich nu in al den glans van jonge kikvorschen, terwijl zij
-met de achterpooten als geëxamineerde zwemmeesters krachtige slagen
-in het water maakten.
-
-Langs de geheele kust liep de zee; voorzichtig als eene kat, sloop zij
-tusschen de talrijke klippen door. Daar, waar gedurende den winter bij
-stormweer het schuimende water kon koken, bruisen en razen, gleden
-nu de lichtgroene golfjes in en uit; de groote, blauwe, door de zon
-zoo vroolijk beschenen zee vlijde zich zoo warm en koesterend tegen
-het oude zoo barsch schijnende land aan, alsof zij nooit vijandig
-tegen elkander gestemd waren geweest. Langs de naakte klippen en
-steenen en in de kleine fjorden groeide het wier in roode, gele en
-lichtgroene schakeeringen; het glansde gelijk een zijden dek. Op den
-bodem der zee krioelde het van allerlei schaaldieren met lange armen
-en voelhorens en stevige huisjes op den rug--eene wonderlijke wereld
-van listige wapenen en sterke harnassen. Op de naakte, gladde klippen,
-die dicht bij den blauwachtig witten zandigen grond gelegen waren,
-zaten tusschen weelderig zeegras en andere zeegewassen, slijmdieren,
-stekelige zeeëgels en prachtige roode zeesterren. Twee of drie zeealen
-staken hunnen kop tusschen het in elkaar gegroeide wier in en beten aan
-het een of ander; daar kwam onverwachts een dikke kabeljauw aanzwemmen,
-door wiens komst zij zoo schrikten, dat zij ijlings trachtten weg te
-komen. Deze stak nu den neus in het wier om te zien, wat er te koop
-was. Vermoedelijk vond hij er niets, wat zijnen eetlust opwekte,
-want met eenen verachtelijken zwaai keerde hij om, en zwom dood op
-zijn gemak verder langs de klip.
-
-De zonnestralen vielen met een blauwachtig en geheimzinnig schijnsel
-op dat vreemdsoortige leven op den bodem der zee, zoowel als op de
-licht grijs gekleurde zandplaten, die hier en daar onder het water
-te zien waren, totdat zij eindelijk geheel verdwenen en slechts de
-groote, diepe, oneindige, blauwe zee zich vertoonde.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-
-Op den eersten Juli werd het huwelijk van den bode aan het Departement
-Anders Mo en Mejuffrouw Christine Vatuemo in de Drieëenigheidskerk
-gesloten.
-
-Buiten degenen die uitgenoodigd waren de huwelijksplechtigheid in
-de kerk bij te wonen, waren nog een groot aantal menschen aanwezig,
-want de minister Bennecken bevond zich onder de bruiloftsgasten, en
-buitendien was het een interessant paar om naar te kijken: de oude
-man en het jonge meisje.
-
-Eigenlijk geleek het niet zoo dwaas, als men gedacht had. Wanneer men
-het witte haar niet meerekende, was Oom Anders in zwarten rok, stijve
-witte das en gouden horlogeketting.... een huwelijksgeschenk van den
-minister, werkelijk nog een deftig bruidegom. Christine was zoo lang en
-forsch en zag er zoo boersch uit, dat het niet veel in het oog liep,
-dat zij nog zoo jong was; ook was zij van daag zeer bleek en zag er
-ernstig uit. De familie Bennecken woonde reeds buiten en mevrouw was
-zoo vriendelijk geweest de eetzaal en het daaraan grenzende vertrek
-aan de jonggetrouwden voor de bruiloft af te staan.
-
-Toen de bruiloftsstoet uit de kerk kwam, dronk men eerst een glas
-wijn in de woning van den conciërge en de minister hield eene korte
-toespraak, waarnaar met groote belangstelling werd geluisterd;
-daarna verliet hij het gezelschap, dat nu naar boven ging waar de
-bruiloftstafel gedekt stond.
-
-Het bruidspaar nam eerst plaats in het vertrek naast de eetzaal om
-de gelukwenschen der gasten, naar de volgorde waarin zij kwamen,
-te ontvangen, want buiten hen, die de plechtigheid in de kerk hadden
-bijgewoond, waren er nog vele anderen genoodigd.
-
-De Redacteur Mortensen, die na het vertrek van den minister de
-voornaamste gast in het gezelschap was, voelde zich zeer op zijn
-gemak in het salon, praatte luid en maakte geestige aanmerkingen;
-de overigen zaten zwijgend en statig langs de wanden met de voeten
-zoo ver mogelijk onder hunnen stoel.
-
-Christine was verbaasd, dat haar man zooveel bekenden had, en
-vooral dat zooveel deftige lui uit de stad de bruiloft met hunne
-tegenwoordigheid vereerden. Eindelijk waren al de zitplaatsen door
-de fraaie uitgedoste dames bezet, een paar jonge meisjes zaten zelfs
-op elkanders schoot. De heeren keerden dadelijk, wanneer zij in de
-kamer aan het bruidspaar hun compliment hadden gemaakt, naar de gang
-terug. Er heerschte eene stilte als bij eene begrafenis en geen ander
-geluid werd gehoord dan nu en dan een paar woorden van den Redacteur
-of eenig gerammel met borden in de keuken.
-
-Onder de bruiloftsgasten bevonden zich een paar boden van een ander
-Departement, met hunne vrouwen en dochters, de politie-agenten Andersen
-en Knudsen,--de laatste was nog niet voor vast aangesteld, en stond
-onder Andersens toezicht; vervolgens was er de sergeant-majoor Knoff
-in uniform en handschoenen, de schoorsteenveger Lunde met zijne vrouw
-(eene zuster van den agent Andersen), de bode van het Gerechtshof,
-Paalsen genaamd, bekend door zijn talent om het gezelschap aangenaam
-bezig te houden, en madame Grüner, die voor den koning, wanneer deze in
-de stad kwam, kookte. Voorts maakten nog deel van het gezelschap uit,
-eenige sergeanten, een havenmeester en spoorwegbeambten in uniform
-met hunne dames. De keukenmeid kwam telkens in de gang, en gaf den
-bruidegom een teeken, dat alles klaar was; hij schudde dan echter
-met het hoofd en keek op zijn horloge.
-
-Eindelijk ontstond er eenige beweging onder de heeren, die bij de deur
-stonden, en twee dames kwamen binnen. De eerste was een mooi slank
-meisje met blond haar en groote glanzende oogen. Zij was in eene licht
-zijden japon gekleed; bellen van filigran en eene zilveren ketting,
-waaraan een groot medaillon was gehaakt, voltooiden haar toilet. De
-dame, die haar vergezelde, was tamelijk gezet en kon zoo ongeveer
-een veertig jaar oud zijn; zij had koolzwart en glanzig haar; aan
-den eenen kant van haar kapsel stak eene donker roode roos en aan
-den anderen eene kleine kolibrie half verscholen in een strikje van
-Schotsch band. Zij was stijf geregen, zoodat hare weelderige vormen
-zeer goed in het roodfluweelen lijf, dat van voren uitgesneden was,
-uitkwamen; op haar boezem droeg zij eene gouden broche in den vorm van
-een hoefijzer. De rok van de japon was van zwarte zijde, hier en daar
-door kleine bouquetten van rozen opgenomen. De Redacteur Mortensen
-slaakte een' kreet van bewondering, toen zij naar het bruidspaar
-gingen waardoor de oudste der twee dames hem schertsend met haren
-waaier sloeg.
-
-"Lieve Christine," zeide nu de bruidegom op de hem eigenen deftigen
-toon, "veroorloof mij u mejuffrouw Eveline Nielsen voor te stellen,
-die ons wel de eer wil aandoen...."
-
-"O, beste mijnheer Mo! de eer en het genoegen zijn geheel aan mij,"
-antwoordde de jonge dame en zij glimlachte vriendelijk, waardoor hare
-mooie witte tanden zich lieten zien.
-
-Christine voelde zich dadelijk tot haar aangetrokken, ofschoon zij
-wenschte, dat haar nieuwe kennis wat minder fraai gekleed was geweest.
-
-Daarna presenteerde de bruidegom de andere dame: mijne veeljarige
-vriendin, "madam Gluncke."
-
-De kleine gezette dame omhelsde Christine hartelijk en drukte haar
-een vochtigen kus op den mond, terwijl zij in een vloed van woorden
-vertelde, dat zij de liefste bruid was, die zij ooit had gezien,
-ja werkelijk zonder overdrijving, de allerliefste.
-
-Nu zou men aan tafel gaan.
-
-De Redacteur Mortensen maakte met den hoed in de hand eerbiedig eene
-diepe buiging, voor juffrouw Nielsen.
-
-"Onze gastheer heeft mij de eervolle opdracht gegeven u naar tafel
-te geleiden, juffrouw Nielsen;" hij bood haar sierlijk den arm en
-ging achter het bruidspaar de eetzaal binnen.
-
-Daarna kwamen de sergeant-majoor Knoff en madam Gluncke, dan de
-schoorsteenveger Lunde en madam Grüner benevens de bode van het
-gerechtshof Paalsen met madam Lunde; de overigen van het gezelschap
-gingen met hem of haar, van wie de naam op het kaartje geschreven
-stond, dat zij van den koetsier van den minister een poosje geleden
-in de gang hadden ontvangen.
-
-De bruiloftstafel had den vorm van een hoefijzer. Aan de kortste
-zijde zaten in het midden de jong getrouwden, links van hen Knoff
-en madam Gluncke, rechts de redacteur en juffrouw Evelina. Midden in
-het hoefijzer zaten Lunde en Paalsen met hunne dames, en de overigen
-namen de andere plaatsen in.
-
-De politieagent Andersen had het bijster druk, eer allen naar zijnen
-zin geplaatst waren; en telkens maakte hij verschikkingen,--eindelijk
-gelukte het hem Knudsen vlak over zich geplaatst te krijgen. "U moet
-weten, madam Grüner," fluisterde hij haar in het oor; "dat hij nog maar
-op proef genomen is, ziet u, en dat het mijn plicht is een oogje in
-'t zeil te houden."
-
-Zijne dame liet zich niets aan zijne woorden gelegen liggen: zij was
-ontevreden over hare plaats en over den cavalier, die men haar had
-gegeven. Zij had er zoo zeker op gerekend naast de jonggetrouwden
-geplaatst te zullen worden en door den sergeant-majoor naar tafel te
-worden geleid. Toen zij een paar schepjes soep gegeten had, legde zij
-den lepel neer en zeide half voor zich zelf op verachtelijken toon:
-"Liebigs extract!"
-
-In het begin van den maaltijd ging het doodstil toe; het gerammel
-der lepels, die echter met groote voorzichtigheid werden gebruikt,
-alsmede het half luide gefluister en gelach van den redacteur en
-zijne dame, verbrak slechts de stilte.
-
-"Mag ik de heeren verzoeken de glazen te vullen," zeide de bruidegom
-op eenen toon, die zeer aan den minister Bennecken deed denken. "Mijne
-vrouw en ik nemen de vrijheid de dames en heeren welkom aan tafel
-te heeten!"
-
-Het eerste glas rooden wijn werd met groote plechtigheid geledigd,
-terwijl allen met eene lichte buiging van het hoofd naar den kant,
-waar de jonggetrouwden zaten, groetten.
-
-Christine liet haren blik langs de tafel en door de geheele zaal
-gaan--'t was een oogverblindende pracht.
-
-Buiten weten van hare moeder had Hilda het vertrek met groen en
-bloemen versierd, en al het glas en zilver, dat niet mee naar buiten
-was genomen, ten gebruike gegeven. Naar Christine's begrippen zag
-de bruiloftstafel er bijzonder prachtig uit. Zoo haar vader haar nu
-maar te midden van al die heerlijkheid had kunnen zien, dan bleef er
-niets te wenschen over.
-
-Intusschen hield de politieagent Andersen Knudsen scherp in het oog en
-telkens wanneer deze eene beweging maakte om eene flesch of wel een
-glas in de hand te nemen, riep hij op gedempten toon waarschuwend:
-"Knudsen!"
-
-"Present!" antwoordde Knudsen en nam dadelijk eene militaire houding
-aan.
-
-Madam Knoff, die een van de spoorwegbeambten tot buurman had,
-zat zoo, dat zij volstrekt het oog niet kon houden op haren man,
-den sergeant-majoor--ja, zij kon het toch, maar dan zat zij niet
-behoorlijk. Deze houding was intusschen heel ongemakkelijk, zoowel
-voor haar zelf, als voor haren buurman, want zij was eene corpulente
-dame; hare gele gelaatskleur, gevoegd bij haar ongezond uiterlijk
-gaf den Redacteur aanleiding te beweren dat Knoff's vrouw zeker aan
-eene miltziekte leed. Daar bij het ronddienen van het eerste gerecht
-de doodelijke stilte bleef voortduren, fluisterde Mortensen achter
-Christine's rug om, den bruigom in: "Gij moet nu met de toasten
-aanvangen Mo!"
-
-"Ik meende, dat zulks niet gebruikelijk was vóór het vleesch...."
-
-"Juist het tegendeel; het is nu smaak met de toasten bij de soep
-te beginnen."
-
-De Redacteur gaf een paar harde tikken tegen zijn glas en Mo stond
-van zijnen stoel op.
-
-"Dames en heeren! In dit gewichtige oogenblik gevoel ik diepe behoefte
-uit te spreken, hoezeer ik het betreur aan deze tafel, waar zoovelen
-aanzitten, die mij dierbaar zijn--hem te moeten missen, wien ik
-inzonderheid van daag gewenscht had hier te zien. Ik meen den vader
-mijner vrouw, den heer Niels Vandmo."
-
-Christine haalde haren zakdoek voor den dag.
-
-"Gij weet genoeg Christine hoe innig ik aan mijnen eenigen broeder
-ben gehecht en welken prijs ik op het kleinood stel, dat hij aan
-mijne hoede vertrouwt."
-
-Hier kreeg madam Gluncke eene heftige hoestbui, wat hoogst ongepast
-was. De spreker wierp haar snel eenen blik toe, en vervolgde:
-"Daarom dames en heeren willen wij een glas ledigen op de gezondheid
-van den vader mijner vrouw, ofschoon hij afwezig is; wij willen hem
-toewenschen, dat God hem met Zijne vertroostingen nabij zij en hem niet
-al te zwaar het gemis zijner lieve dochter doe gevoelen. Christine,
-je vaders gezondheid!"
-
-Toen de bruidegom weer ging zitten, fluisterde hij haastig madam
-Gluncke eenige woorden in 't oor.
-
-"Ik kon het waarachtig niet helpen," lispelde zij terug, "je waart
-onbetaalbaar!"
-
-Daarna verlangde de schoorsteenveger Lunde het woord. Hij was een
-lang, mager man met grijs haar en spitsen neus. Met zijn beroep
-hield hij zich, wat zijn eigen persoon betrof, niet veel meer
-bezig: hij gebruikte daar "zijn volk" voor; in de voornaamste
-deelen der stad bekleedde hij alleen nog officieel zijnen post
-als schoorsteenveger. Hij had geld en zijne dochter was met eenen
-telegrafist getrouwd.
-
-"Als de oudste in dezen kring," zoo begon hij, "is het mij zeker
-wel veroorloofd het gezelschap voor te slaan op de gezondheid van
-het bruidspaar te drinken. Wij weten allen, dat wij in onze jeugd
-geleerd hebben, dat de Heer heeft gezegd: "het is niet goed dat de
-mensch alleen zij!"
-
-De stilte, die nu aan tafel heerschte, was bijna benauwend. De
-dienstmeisjes, die juist de borden wilden verwisselen voor het
-rundvleesch, moesten staan wachten, terwijl de spreker de geschiedenis
-van het huwelijk aan zijne hoorders verklaarde. Hij ging van Adam en
-Eva, tot Abraham en Sara, en eindelijk tot Izaäk en Rebekka; behendig
-sprong hij Jakob met zijne twee vrouwen over, evenmin sprak hij over
-David en Salomo; geleidelijk kwam hij nu in zijne rede op het huwelijk
-van den tegenwoordigen tijd en eindigde met 's Hemels zegen over het
-bruidspaar af te smeeken.
-
-De meesten der dames schreiden, Christine vooral. Juffrouw Evelina boog
-wat naar voren en knikte haar vriendelijk toe. Die plechtige woorden
-met aanhalingen uit den bijbel, het prachtige feest, alles maakte
-zulk eenen indruk op Christine, dat zij een oogenblik bijna begon te
-gelooven, dat dit huwelijk wellicht nog tot haar geluk kon dienen.
-
-Juffrouw Evelina fluisterde Mortensen in: "het gaat mij toch werkelijk
-aan mijn hart, dat arme kind!"
-
-Eene lange pauze ontstond er na den toast van den schoorsteenveger,
-waarin de dienstmeisjes eindelijk van de gelegenheid gebruik maakten
-de borden te verwisselen.
-
-Madam Knoff, die den geheelen tijd beweerde, dat haar man, die
-afschuwelijke "Malle Bimbam" het hof maakte, had het ongeluk haar
-bord van de tafel te stooten, juist toen zij door een onverwachten
-zwenk den sergeant-majoor wilde verschalken. Het geraas, dat het bord
-bij het vallen maakte, verschrikte Knudsen zoo, dat hij van zijnen
-stoel opsprong, waardoor Andersen dadelijk op vermanenden toon riep:
-"Knudsen!"
-
-Madam Gluncke had veel pleizier; zij lachte zeer luid en
-stootte haren buurman aan. Haar lachen maakte een begin aan de
-vroolijkheid. Mortensen liet de karaffen met Sherry rondgaan en de
-gasten lieten zich dien wijn goed smaken.
-
-Toen stond de Redacteur op. "Dames en heeren! terwijl ik mijnen blik
-over deze vergadering laat gaan, rijst onwillekeurig de gedachte
-bij mij op, wat--zoo ik mij zoo mag uitdrukken,--wat eigenlijk de
-vereenigingsband tusschen ons uitmaakt?"
-
-Hij sprak op een pedanten toon en zijne zinnen waren volkomen in
-courantenstijl geordend; daar hij voelde, dat hij de voornaamste man
-was en allen met de grootste opmerkzaamheid naar de woorden luisterden,
-die van zijne lippen vloeiden, gebruikte hij eene menigte latijnsche
-volzinnen en vreemde bewoordingen; hij ontwikkelde de stelling, dat
-allen, die hier vergaderd waren, deel van de groote staatsmachine
-uitmaakten, schalmen in de keten der mannen, "tot wie de natie met
-vertrouwen en eerbied opziet."
-
-Zijne rede nam eene nog hoogere vlucht, toen hij in 't kort de
-groote beteekenis van den ambtenaarsstand voor het land ontwikkelde;
-altijd meer en meer stijgende, kwam hij eindelijk aan de spits van
-het systeem en eindigde hij met een plechtig:
-
-"Dames en heeren, ledig uwe glazen op de gezondheid van onzen
-geëerbiedigden koning!"
-
-De toast werd met geestdrift gedronken. Juffrouw Evelina keek den
-redacteur van ter zijde even aan, maar zij kon er niet recht wijs
-uit worden, of hij zelf werkelijk plechtig gestemd was dan dat hij
-het gezelschap voor den gek hield.
-
-Nu bracht de bode van het Hooge Gerechtshof een' toast uit op den
-minister Bennecken, dien de bruigom beantwoordde met eenen toast op
-het vaderland; een der spoorwegbeambten sloeg voor op 't welzijn van
-het broederrijk (Zweden) te drinken en eindelijk stelde de havenmeester
-voor op de gezondheid der dames een glas te ledigen.
-
-Plotseling riep echter de sergeant-majoor met zijne commandostem: "Geef
-acht! Geen gepraat in de gelederen vóór dat het rundvleesch van tafel
-is! Men kan door al die toasten waarachtig niet aan 't eten komen!"
-
-Deze woorden brachten de vroolijkheid geheel aan den gang en hartelijk
-lachten allen over dezen uitval; Christine lachte ook. Toch keek
-zij half angstig achter den rug van haren man om naar madam Gluncke,
-die achterover in haren stoel lag en zóó van lachen schaterde, dat
-de tranen langs den kleinen vetten neus rolden. Madam Grüner, die
-tot nu toe van alles weinig had gegeten, deed zich aan het gebraden
-vleesch duchtig te goed, wijl zij zag, dat niemand in het minst op
-haar gedrag acht gaf. Toch bleef zij even slecht geluimd, waardoor
-haar cavalier zich met onverdeelden ijver aan zijn toezicht op Knudsen
-kon wijden. Wanneer hij dronk, fluisterde hij haar echter altijd op
-geheimzinnigen toon in, wijl hij aan zijne dame zag, dat zij vond,
-dat hij nog al dikwijls zijn glas vulde:
-
-"Met mij ziet gij, loopt het geen gevaar! maar Knudsen, daar over
-mij, hij is nog maar op proef, begrijpt gij.... en ik ben de persoon,
-die op hem passen moet; "Knudsen!" riep hij dan, en hoe langer men
-aan tafel zat, klonk het luider "Knudsen."
-
-Bij het dessert heerschte algemeene vroolijkheid en het leven nam,
-hoe meer de wijn het bloed verhitte, iedere minuut in luidruchtigheid
-toe. Paalsen, die als humorist bekend stond, vergastte op verlangen
-het gezelschap op eenige zijner komieke toeren; hij kon bijvoorbeeld
-kraaien als een haan, zich op de wangen slaan, waardoor het scheen,
-dat men eene flesch leeg schonk, de ooren naar alle zijden bewegen,
-en meer van die zaken.
-
-Het kwam Christine voor, alsof dit alles niet heel gepast was. Naar
-haren smaak, moest het op eene bruiloft meer ernstig toegaan.
-
-Toen de gastheer Paalsen bedankte, betitelde hij hem uit scherts:
-Mijnheer de President van den Hoogen Raad. Van die aardigheid maakte
-de Redacteur dadelijk gebruik en hij riep luid: "Generaal Knoff! gun
-mij de eer met u te klinken."
-
-Eerst waren de gasten er wat over verwonderd, maar spoedig vond dit
-voorbeeld navolging. De schoorsteenveger Lunde werd als inspecteur
-aangesproken en de bruigom kreeg den titel van minister. Christine
-verheugde zich, dat het gezelschap zich zoo weinig met haar bemoeide;
-zij kon echter volstrekt niet begrijpen, waarom bijna alle gasten
-het van lachen uitproestten, toen Paalsen zich tot juffrouw Eveline
-Nielsen wendende, zeide: "Mag mij de eer ten deel vallen, met de gade
-van den President te klinken?"
-
-"Gaarne! mijnheer de President;" antwoordde Evelina, en bloosde even;
-kort daarna lachte zij echter weer en fluisterde met Mortensen.
-
-De inspecteur Lunde wilde volstrekt, dat madam Gluncke met eenen
-titel zou aangesproken worden, maar zij hield de handen voor de ooren
-en riep, dat zij daar niets van wilde hooren. Generaal Knoff, wilde
-met den politieagent Andersen klinken, die steeds met glazige oogen
-naar Knudsen staarde. Toen de generaal er hem niet toe kon krijgen
-naar zijne zijde te zien, nam hij op militaire wijze zijn toevlucht
-tot een afdoend middel: hij wierp hem een stukje van een sinaasappel
-over de tafel toe.
-
-Ongelukkigerwijze trof het madam Grüner juist in het aangezicht:
-"zuur bij zuur!" riep Paalsen uit. Madam Grüner wilde dadelijk--hetgeen
-niemand natuurlijk bevreemden kon--de zaal verlaten en hare buren, de
-politieagent en de spoorwegbeambte hadden heel wat werk haar op hare
-plaats te houden. Dit kleine onaangename tooneel vergat men echter
-spoedig, wijl juffrouw Evelina op den goeden inval was gekomen het
-roode papiertje, dat om eene pistache gewikkeld was geweest, in het
-knoopsgat van den Redacteur te hechten.
-
-Alles wat er aan gekleurde papiertjes en lintjes op de tafel te
-vinden was, werd nu gebruikt om de heeren te decoreeren waardoor
-het gezelschap er bij het einde van den maaltijd zeer schitterend
-uitzag. Met algemeenen bijval nam men den voorslag van Mortensen aan
-om de koffie rond te dienen, terwijl men aan tafel zat, en dan tevens
-eene sigaar aan te steken, "juist zoo als zulks te Parijs mode is!"
-
-Het ging nu zoo levendig aan tafel toe, dat hooren en zien verging
-en men bijna zijne eigene woorden niet kon verstaan. Wild schreeuwden
-allen over de tafel heen. De woorden "Generaal" "Minister" "Inspecteur"
-enz. werden slechts afgewisseld door het op brullenden toon uitgeroepen
-"Knudsen" van Andersen, die zijnen vriend, die den proeftijd nog niet
-door gemaakt had, tot orde wilde vermanen.
-
-Christine gevoelde zich hoe langer hoe minder op haar gemak. Zij
-zag de beide zijden van de tafel langs en schaamde zich dat het
-er zoo slordig uitzag. Groote roode wijn- en bruine sausvlekken,
-verwelkte bloemen en komkommersalade, rozijnentakjes, tabaksasch,
-sinaasappelschillen, verkreukte servetten en kruimels van gebak en
-bitterkoekjes, alles lag door elkaar tusschen de glazen en flesschen
-in. Alle gezichten waren rood als pioenen, de dames lachten luidkeels
-en de heeren schreeuwden elkander bijna doof, terwijl zij over de
-tafel heenlagen; de dikke rook der sigaren vermengde zich met de
-etenslucht en den geur van den wijn en de koffie.
-
-Meer dan eens zag zij haren man vragend aan, maar hij lachte
-haar geruststellend toe, en fluisterde haar iets in wat zij niet
-begreep--hij sprak weer zoo erg onduidelijk.
-
-Toen de gasten eindelijk van tafel opstonden, bleek het spoedig te
-benauwd in het vertrek, voor de eetzaal. Madam Gluncke ging daarop
-heel familiaar door de keuken en het voorhuis en opende de deuren,
-die naar het andere gedeelte der woning geleidden.
-
-Deze kamers waren, wijl de familie nu buiten woonde, maar half
-gemeubileerd. De spiegels en lichtkronen waren met wit linnen bedekt,
-en de ruiten had men met krijt besmeerd, maar dit half donker en de
-aangename koelte, die er heerschte, vonden de gasten juist aangenaam
-en weldra hadden zij zich overal verspreid. De piano werd opengesloten
-en de jongste juffrouw Lunde speelde: "Zij ging naar het strand," enz.
-
-Men kon duidelijk hooren, dat zij het zingen naar de nieuwste methode
-had geleerd, zooals hare moeder dan ook het gezelschap mededeelde,
-want zij zong:
-
-Zij gi... ng na... a... r h... 't stra... nd" enz.
-
-Maar nu ontstond er bij de piano een klein geschil, doordien
-madam Gluncke er eigenzinnig op aandrong, dat men zou zingen:
-"Daar stonden twee meisjes en zij plantten kool," terwijl de
-jongejuffrouw Lunde op beslisten toon weigerde zulk soort van liedjes
-te accompagneeren. Gelukkig dreef het onweer voorbij, doordien de
-President van den Hoogen Raad, de heer Paalsen, den arm om Malle Bimbam
-heensloeg en de polka met haar begon te dansen. Het bal nam nu een'
-aanvang, een buitengewoon vroolijk bal, dat tot laat in den nacht in
-de naakte halfdonkere vertrekken werd voortgezet.
-
-Achter eene deur zat madam Grüner te luisteren naar de klaagliederen
-van madam Knoff, die heete tranen schreide over het gedrag van haren
-man. Beiden waren het eens, dat het volstrekt geen fatsoenlijke
-bruiloft was en dat "Malle Bimbam" nooit in 't gezelschap van
-fatsoenlijke lui moest toegelaten worden.
-
-Christine liep van het eene vertrek naar het andere; zij voelde zich
-geheel verlaten en ongelukkig; maar toen zij laat in den nacht haren
-man in eenen donkeren hoek op zeer vertrouwelijke wijze met madam
-Gluncke zag zitten, werd het haar benauwd om het hart--zij verliet
-de groote woning, ging naar beneden en draaide den sleutel van hare
-kamerdeur om.
-
-Toen de laatste gasten afscheid hadden genomen, scheen het
-schemerachtige daglicht door de ondoorzichtig gemaakte vensters. De
-redacteur had reeds een paar uur geleden juffrouw Eveline Nielsen naar
-huis gebracht; de politie-agent Andersen stond in eene zeer onbeholpen
-houding tegen de leuning der trap en fluisterde: "Knudsen!" hij
-kon niet meer spreken en evenmin kon hij alleen naar huis komen. De
-bruigom tuimelde de paar trapjes naar zijne woning af en toen hij
-Christines deur op slot vond, begon hij met geweld te kloppen en te
-roepen. Christine blies het licht uit en opende de deur.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIV.
-
-
-Des zomers woonde de familie Bennecken in een klein in Zwitserschen
-stijl opgetrokken huis op het Ladegaardseiland dicht aan het
-strand. Het was gebouwd op den grond die aan Falck-Olsen behoorde;
-de villa van deze familie was eenige honderden schreden verder op
-eene hoogte gelegen.
-
-Wijl de afstand tusschen de twee villa's dus gering was, kwamen
-de familiën veel bij elkaar; inzonderheid ging de familie van den
-minister dikwijls naar de fraaie, ruime villa van de Falck-Olsens,
-omdat hunne woning vrij klein was.
-
-Mevrouw Bennecken had de economie bestudeerd en dus een open oog
-voor de voordeelen, welke deze manier van huishouden aanbood; van
-haren kant was mevrouw Falck-Olsen er zeer mee ingenomen, dat hare
-buren zoo dikwijls kwamen, daar zij wat afwisseling, waarop zij zeer
-gesteld was, aanbrachten.
-
-Zoo hadden de beide familiën jaren lang den zomer doorgebracht tot
-wederzijdsch genoegen en voordeel, maar van 't jaar scheen er iets
-aan te haperen: de ellendige Actiën-Bank was er schuld van.
-
-De algemeene vergadering was op den twintigsten Augustus
-vastgesteld. Zooals men reeds vermoedde, had de oude raadsheer Falbe
-zich niet weer verkiesbaar gesteld, en nu wilde de heer Falck-Olsen
-bepaald, dat de minister bij de keuze voor eenen Directeur zijne stem
-op hem zou uitbrengen. Bennecken daarentegen beweerde hardnekkig,
-dat Falck-Olsen slechts onder zekere voorwaarden op zijne stem zou
-mogen rekenen.
-
-Den geheelen zomer zat deze quaestie in de lucht en bedierf aller
-genoegen. De dames bespraken de zaak ook dikwijls en werden er soms
-zenuwachtig van.
-
-Mevrouw Falck-Olsen vond, dat de minister heel goed haren Ole
-Johan zijnen zin kon geven en mevrouw Bennecken beweerde, dat de
-groothandelaar het best zou doen naar den raad van eenen man als
-haren Daniël te luisteren.
-
-In den namiddag van dien zoo gewichtigen verkiezingsdag zaten de
-beide dames, ieder in haar eigen huis op het stoombootje te wachten,
-waarmede de heeren gewoonlijk uit de stad kwamen.
-
-Mevrouw Bennecken was slecht geluimd. Al hare overredingskracht had
-zij aangewend om haren man tot andere gedachten te brengen, maar
-te vergeefs. De minister had zoo gewichtig mogelijk gezegd: "ik kan
-het niet Adelaïde!.... ik durf het niet!" en wanneer hij dien toon
-aansloeg, wist mevrouw bij ervaring, dat er niets aan te doen was. Nu
-zat zij in de huiskamer, die, wijl het huis alleen voor zomerverblijf
-was ingericht, volstrekt op geen comfort aanspraak kon maken; den
-ganschen dag zich hier te moeten ophouden, was allertreurigst; het
-regende dat het goot en de etenslucht drong door de dunne wanden uit
-de keuken tot in de zitkamer door.
-
-De regen werd minder en mevrouw Falck-Olsen besloot haren man van de
-aanlegplaats af te halen, toen zij de boot den hoek zag omkomen.
-
-De twee heeren kwamen van de boot, liepen samen een eindje op en
-toen barstte de toorn van den groothandelaar over het hoofd van den
-minister los. Hij had niet eerder gelegenheid gehad zijn hart te
-luchten, want de boot was stampvol geweest.
-
-"Ja, dat had ik volstrekt niet kunnen denken," riep hij op bitsen
-toon uit, "ik ben verwonderd, ja waarachtig verbaasd ben ik.... dat
-gij het hebt durven wagen, Bennecken....."
-
-"Het doet mij leed, Olsen, maar ik heb het u vooruit gezegd; ik heb
-niet anders kunnen handelen; consideraties van hooger belang...."
-
-"Consideraties!--mij dunkt, dat gij mij vrij wat meer consideratie
-verschuldigd zijt,.... ja vrij wat meer...."
-
-"Nu, nu, Ole Johan!.... maak je niet zoo driftig," zeide mevrouw,
-die hen ontmoette.
-
-"Ik weet niet, waarom jij je in de zaak mengt, moeder! hij daar,"
-en met het stompje van zijne sigaar wees hij naar den minister,
-"hij bracht zijne stem op Consul Lind uit, en dat niettegenstaande
-hij weet, dat, zoo ik wil, zoo.... maar wat hij van daag heeft gedaan,
-zal hem berouwen, daar kan hij op rekenen."
-
-"Luister een oogenblik naar mij.... Falck-Olsen," sprak de
-minister. Hij was buitengewoon bleek en de hoeken van zijnen mond zag
-men zenuwachtig heen en weer gaan, toen hij beproefde te glimlachen,
-"hebt gij er nooit aan gedacht, dat het volstrekt noodig is.... dat u
-hier iets ontbreekt," en de minister legde met waardigheid den vinger
-op den linker omslag van de jas des heeren Falck-Olsen.
-
-"Loop naar den d..... met die mooie praatjes, denkt gij mij aan
-het lijntje te houden. Goddank scheelt het mij nog niet in het
-hoofd.... dat zult gij spoedig genoeg ondervinden."
-
-Na deze woorden geuit te hebben sloeg hij haastig den weg naar huis
-in. Mevrouw Falck-Olsen had de woordenwisseling van de heeren met
-belangstelling gevolgd. Zij wisselde eenen beteekenisvollen blik met
-den minister en hij knikte bevestigend.
-
-"Kunnen wij er zeker van zijn?" vroeg zij.
-
-"Geheel zeker, als hij zich verstandig gedraagt; dat is te
-zeggen.... na verloop van eenigen tijd."
-
-"Nu dan zal ik de zaak wel opknappen," antwoordde zij.
-
-"Ja, zoo gij dat kondt beste mevrouw," riep de minister met warmte
-uit. Hij wilde hare hand grijpen maar die zat onder den regenmantel
-zoodat zij met een hoofdknik afscheid moesten nemen.
-
-Toen Mevrouw Falck-Olsen t'huis was gekomen, vond zij haren man met
-den hoed op in zijne kamer schrijven, zij hoorde de pen krassen.
-
-"Je schrijft.... Ole Johan!" vroeg zij op schijnbaar onverschilligen
-toon.
-
-"Ja.... ik schrijf naar het kantoor, dat de rekening van Bennecken
-van middag opgemaakt moet worden, dadelijk.... geen oogenblik mag
-het verschoven worden."
-
-"Ja, dat kan ik mij voorstellen, want je bekommert je natuurlijk
-niets om zijn aanbod."
-
-"Aanbod! welk aanbod?"
-
-"Och, je hebt toch altijd den gek geschoren met al die
-kinderachtigheden," ging mevrouw voort, terwijl zij haren regenmantel
-afdeed.
-
-"Maar wat bazel je dan toch? wat meen je?"
-
-"Begreep je het werkelijk niet?" vroeg mevrouw, en zij deed of zij
-een en al verbazing was.
-
-"Wat begreep ik niet? wat praat je toch voor domme dingen?" riep hij
-uit, en draaide naar haar toe.
-
-"Wel heb ik van mijn leven, begreep je werkelijk niet, Ole Johan
-wat de minister meende. Sloeg je er geen acht op, dat hij hier zijne
-hand legde?"
-
-"Begin jij mij nu ook met die praatjes? neen, neen.... ik
-zal...." Verder kwam hij niet, want vol verbazing staarde hij zijne
-vrouw aan die het uitproestte van 't lachen.
-
-"Och, jij verstandige Ole Johan! Hoe zou het met je gaan, zoo gij
-mij niet hadt. Wat is dat?" en zij hield hem bij den linker omslag
-van de jas vast. "Wat hebben voorname groote mannen hier gewoonlijk
-zitten, wat ontbreekt daar? Nu?" Mijnheer de groothandelaar, Ole Johan
-Falck-Olsen, tuimelde drie schreden achteruit en bleef eindelijk voor
-den spiegel staan; hij keek beurtelings in den spiegel en naar zijn
-linker jasomslag, terwijl hij wat aan het knoopsgat friemelde.
-
-"Denk je werkelijk, dat hij dit meende?"
-
-"Natuurlijk! maar dan moet gij je aan eene bepaalde partij aansluiten,
-zoo als hij zegt en dat wil je toch niet."
-
-"Dan kon je de bal wel eens leelijk misslaan," riep hij uit en
-draaide op zijne hakken rond, "de eene dienst is de andere waard,
-verlangt hij niets anders van mij, zoo..."
-
-"Maar beste man, wanneer je dat vroeger had willen doen, zoudt gij
-Directeur hebben kunnen worden."
-
-"Och wat, wat maal ik om dien ellendigen post van Directeur! denk je
-dat ik daar een zier om geef? Maar dit.... zie je, is heel wat anders;
-dat is werkelijk iets. Zoo het maar vlug in zijn werk kon gaan!"
-
-"Niet lang geleden stak je den draak met de Gele Vereeniging, en ik
-zag dadelijk, dat de minister daar over uit zijn humeur was."
-
-"Bravo, Malene! Ik zal den minister vragen mij in de Gele Vereeniging
-op te nemen. Ja, ja Malene, Salomo heeft het bij het rechte eind,
-wanneer hij zegt: hij die eene goede huisvrouw.... of zoo iets."
-
-"Ik vind niet, dat jij je, wat huwelijkszaken betreft, juist aan Salomo
-zoudt houden," antwoordde mevrouw, terwijl zij zich door haren goed
-geluimden man liet omhelzen.
-
-Toen Hilda Bennecken, die met dezelfde boot uit de stad was gekomen, de
-kamer binnenkwam, was het dienstmeisje bezig de tafel te dekken in de
-woonkamer. Eene afzonderlijke eetzaal hield men er buiten niet op na.
-
-"Nu ben je daar eindelijk.... doornat natuurlijk. De Hemel mag weten
-waarvoor je eigenlijk in zulk weer naar de stad moest gaan, maar zoo
-doe je altijd."
-
-"Ja maar mama, van morgen was het zulk helder mooi weer, en...."
-
-"Och het mocht wat.... je bent nooit gelukkig in je plannen, dat
-is nu eenmaal zoo en daarom verwek je slechts ergernis. Is Alfred
-niet meegekomen?"
-
-"Neen, hij heeft mij gevraagd t'huis te zeggen, dat hij in een
-restaurant met den zwager van Hiorth, geloof ik, zou eten."
-
-"Die gemeene Hiorth!" zeide mevrouw zuchtend en zag naar de stoomboot,
-die weer van wal ging.
-
-Hilda was aan zulke uitvallen gewoon. Zij deed haren hoed en mantel
-af en hing die in den gang te drogen. Toen zij weer binnen was,
-waagde zij te zeggen: "Die arme Christine! zij is volstrekt niet
-gezond. Zou het niet goed zijn, zoo wij dokter Rohde eens vroegen,
-naar haar te gaan kijken?"
-
-"Hoor, Hilda!" zeide mevrouw, en rood van kwaadheid stond zij vóór hare
-dochter, "het verveelt mij geducht, dat je mij altijd plaagt door over
-dat mensch te spreken. Eens vooral, zeg ik je nu, dat ik haren naam
-niet meer wil hooren noemen.... geen enkele maal, begrijp je me? Wij
-hebben meer voor haar gedaan, dan de meesten in onze positie zouden
-doen, en je weet zelf, hoe onze woning in de stad er na die bruiloft
-uitzag. Nu is het, dunkt mij, genoeg en ik verbied je een' voet over
-haren drempel te zetten, hoor je? Altijd, bij alles wat jij uitvoert,
-verwek je ergernis en onaangenaamheid."
-
-De minister kwam nu binnen, doch ziende dat er onweer aan de lucht
-was, vluchtte hij naar de slaapkamer en maakte er toilet, tot dat
-hij aan tafel werd geroepen. Toen zij goed en wel aanzaten, zei hij
-vriendelijk tot Hilda, want hij zag, dat zij zich de woorden harer
-moeder erg aantrok: "Hadt gij al lang met den kamerheer gewandeld,
-toen ik je met hem ontmoette?"
-
-"Met den kamerheer," viel mevrouw boos in, "heb je hem nu weer je
-gezelschap opgedrongen! je stelt je zoo belachelijk mogelijk aan,
-Hilda, door hem na te loopen ja, wat erger is, je maakt hem min of
-meer belachelijk...."
-
-"Neen, maar Adelaïde," waagde mijnheer voorzichtig in het midden
-te brengen.
-
-"Je kunt toch zelf wel begrijpen, Daniel, dat het voor iemand, zoo
-gefêteerd als Delphin, vreeselijk gênant is voortdurend in gezelschap
-gezien te worden met eene dame, die.... om eene zachte uitdrukking
-te gebruiken.... zoo weinig gedistingueerd uitziet, als Hilda. Dat
-is klaar als de dag, naar het mij voortkomt."
-
-Hilda kon het niet langer aan tafel uithouden; zij stond op en vloog
-de trap op. Toen zij haar laag dakkamertje had bereikt, [9] deed zij
-de deur op slot en verborg snikkend het gezicht in het kussen. Dat
-was toch het vreeselijkst van alles! Zoo leelijk te zijn, dat een
-man zich belachelijk maakte als hij met haar wandelde. Hield Delphin
-haar misschien voor den gek? En zij, die dacht, dat hij gaarne met
-haar praatte....! Mevrouw Bennecken schreide ook.
-
-"Het is alles jouw schuld Daniel; waren wij niet door jou met de
-familie Falck-Olsen gebrouilleerd geraakt, zoo zou alles goed gaan,
-maar nu...."
-
-"Bedaar toch.... beste Adelaïde.... wees toch bedaard. De verzoening
-zal niet lang op zich laten wachten en...."
-
-"Och, zeur me toch niet met dat: bedaar toch Adelaïde! ik vind die
-woorden onuitstaanbaar," zeide mevrouw en nam het deksel van de schaal
-af, waarin kalfsvleesch met eene pikante saus was.
-
-Juist toen mevrouw er zich van bediende, hoorde men voetstappen op
-de kleine veranda; zij had bijna niet meer den tijd het deksel weer
-op de schaal te doen, of de groothandelaar Falck-Olsen stond reeds
-in de kamer.
-
-"Aha! dat tref ik gelukkig," riep hij uit en zijn gelaat straalde van
-tevredenheid, "de familie is nog niet aan het eten? Ik kom speciaal om
-u mevrouw met eene boodschap van mijne vrouw. Het zou haar genoegen
-doen, indien gij dadelijk mee wildet gaan om bij ons het middagmaal
-te gebruiken. Zij heeft een paar kuikens laten braden, die bijzonder
-goed uitgevallen zijn en zij wil absoluut, dat u ze komt proeven. En
-niet waar, Excellentie, gij wilt mij bij een glas witten portwijn wel
-gezelschap komen houden," voegde hij er bij, en stak hem de hand toe,
-"wij beiden hebben van daag wel eene extra hartsterking noodig." De
-minister drukte hem hartelijk de hand.
-
-Mevrouw was een en al verbazing en haar man kon niet nalaten
-fluisterend te vragen: "heb ik het je niet gezegd, dat de verzoening
-spoedig zou plaats hebben?" Zij zag bijna met eerbied naar hem op en
-gewillig ging zij met den heer Falck-Olsen mee. Haar man riep aan de
-trap Hilda toe dat zij zich zoo spoedig mogelijk gereed moest maken,
-om naar de familie Falck-Olsen te gaan.
-
-Het herstel der vriendschappelijke betrekking tusschen de beide
-familiën werd door eene rij van feesten gevierd. Het waren nu echter
-niet meer "de groote spijzigingen," zooals Delphin altijd zeide,
-maar meer kleine heerendiners, waarbij men lang aan tafel zat en waar
-veel gesproken werd. Delphin kwam spoedig op de hoogte, hoe de vork
-eigenlijk aan den steel zat en amuseerde er zich in stilte mede. Tegen
-den Redacteur Mortensen, die nu een zeer geziene gast bij den Heer
-Falck-Olsen was, was hij zoo beleefd, dat deze er geheel confuus
-door werd. Ook vond hij er groot genoegen in, "madam Olsen" zooals
-hij haar in intieme kringen noemde, doodelijk te verschrikken, door
-haar voor vast en zeker te vertellen, dat de een of ander der nieuwe
-gasten een Nihilist was, die altijd met een revolver in den zak liep.
-
-De groothandelaar zelf vertoonde zich thans in een geheel nieuw licht;
-stijf en terughoudend was hij nu in zijn optreden. Niets ondernam hij
-vóór den minister geraadpleegd te hebben en op zijne soirées noodigde
-hij slechts die personen, die hij met hoog verlof mocht inviteeren.
-
-Het groote bal in "Olsens danslokaal" dat ieder jaar in den herfst
-werd gegeven, werd vervangen door een uitgezocht "thé dansant," en
-de heer Falck-Olsen gaf zijne dochter een wenk om den jongen Hiorth
-wat vriendelijk te behandelen.
-
-Sophie had daar volstrekt geen lust in, vooral daar haar vader niet
-duidelijk kon zeggen waarom zij zulks eigenlijk moest doen. Over het
-geheel was zij misnoegd: met den kamerheer Delphin was zij geen stap
-verder gekomen, en te moeten kiezen tusschen Hiorth en Bennecken, was
-waarlijk niet iets om zich in te verheugen, of mede te pralen. Deze
-beide vrienden hadden gedurende den zomer veel van hunne krachten
-moeten vergen. Buiten hunnen diensttijd was hun de taak opgelegd eenen
-zwager van Hiorth, den groothandelaar Garman, te amuseeren. Deze heer
-woonde wel niet te Christiania zelf, maar dicht bij de stad, in de
-badplaats Grefsen; zij hadden zich met zulk eenen ijver van de hun
-opgedragen taak gekweten, dat zij niet den tijd hadden gehad zich aan
-hunne hartsaangelegenheden te wijden. Toen nu het winterseizoen begon,
-waren zij van plan de zaak met ernst aan te vatten. Inzonderheid was
-Alfred voornemens alle pogingen in het werk te stellen in de gunst te
-geraken van de jonge vrouw van den conciërge. Mevrouw Bennecken had
-echter op zekeren dag in hare slaapkamer een gesprek onder vier oogen
-met hem, en het gevolg van die conferentie was, dat hij Christine
-met rust liet. Het bevreemdde overigens bijna iedereen, dat deze in
-haar uiterlijk zoo veranderd was. Het glanzende roode haar was nu
-stroef, en begon uit te vallen; gedurende den geheelen winter was zij
-ziekelijk geweest, zij had dikwijls keelpijn en klaagde over loomheid
-in de leden.
-
-Haar man ging even glimlachend en even onhoorbaar als vroeger zijnen
-gang. Van de bruiloft af had zij een' inwendigen afkeer van hem
-gekregen; hun leven vloot echter kalm en eentonig daarheen en hij
-behandelde haar goed. Met den opperloods wisselde Mo voortdurend
-brieven, en nu en dan ontving hij een bankbillet. Maar tegen Kerstmis
-ontving hij den volgenden brief.
-
-"Mijnheer Mo, nu kan het niet langer meer zoo gaan, want hij heeft
-niets anders dan schulden, daarom schrijf ik nu in mijnen eigenen
-naam, en Njaedel weet er niets van, want ik begin te gelooven dat
-het niet recht in den haak zit met al dat geld dat nu 950 kronen
-beloopt. Wanneer voor het dienstpersoneel bij den koning al dat geld
-gebruikt is, dan zijn wij niet beter dan de Russen in Rusland en in
-Petersburg en ik zal er over in de kranten schrijven, want de man
-is arm en behoeftig geworden, en zijn bloed is ziek, omdat hij zich
-over dat wier zoo heeft moeten boos maken, en de sloot ligt bijna
-weer dicht en het is treurig, hem aan te zien, waarom ik het je,
-daar gij zijn broer zijt, schrijf, opdat je om Gods barmhartigheid
-een eind aan die zaak maakt, die nu al voor twee jaar opgezonden is
-aan den koning zonder dat er antwoord komt, maar alleen onkosten. Ook
-verlangt hij zeer naar eenen brief van zijne dochter Christine, die
-nu je huisvrouw is, en hij is er verwonderd over dat zij nu niets te
-schrijven heeft, daar gij dikwijls aan ons hebt geschreven, dat zij
-gaarne je vrouw zou willen worden, maar dat zij om het verschil van
-leeftijd er zich over schaamde waarom wij haar ook schreven zooals
-gij ons vroegt te doen, om haar te overreden en meer zulke zaken,
-maar ik geloof er nu niets meer van.
-
- Met achting:
-
- Lauritz Boldemann Sechus.
-
-
-Oom Anders las dit epistel in de wachtkamer van den minister aan het
-Departement. Hij vouwde den brief dicht en wierp hem in de kachel,
-terwijl hij het hoofd schudde en glimlachte.
-
-De minister opende de deur. "Ben je doof?..., Mo! ik heb je tweemaal
-gescheld."
-
-Anders Mo stond op en zag den minister met denzelfden niets zeggenden
-suffen glimlach aan.
-
-"Maar Mo! wat scheelt je!" riep de minister, "ik begin waarachtig te
-gelooven, dat je oud en suf begint te worden."
-
-
-
-
-
-
-
-
-XV.
-
-
-Dokter Johan Bennecken bleef een jaar lang te Weenen. Van Hilda alleen
-ontving hij berichten van huis en van haar hoorde hij dat Christine
-met haren oom was getrouwd. Na dit bericht schreef hij geen enkelen
-brief meer naar huis en lang dacht hij er over, voor goed te Weenen
-te blijven of wel naar Amerika te gaan.
-
-Na den geheelen winter zijn leed gedragen te hebben, kreeg hij in
-het voorjaar zulk een verlangen haar nog eenmaal te zien en tevens
-om te hooren, hoe alles in 't werk was gegaan, dat hij in het midden
-van Maart naar het vaderland terugkeerde.
-
-Allerlei gedachten doorkruisten zijn brein en hoe nader hij kwam,
-des te verwarder werden zijne denkbeelden. Zij had Alfred dus niet
-bemind, maar waarom dan het aanzoek van dien ouden man niet van de
-hand geslagen?
-
-Hilda had hem, ofschoon zij nooit meer antwoord ontving, getrouw
-gedurende den geheelen winter geschreven en hij had dus ook van haar
-gehoord, dat Christine den geheelen winter ziekelijk was geweest. Toen
-hij het ouderlijk huis binnentrad, vermeed hij, eenen blik door de
-ramen van Mo te werpen, maar liep dadelijk naar boven.
-
-Mevrouw Bennecken slaakte een' uitroep van de grootste verwondering
-toen zij hem zag; in zoo verre was zijne komst eene verrassing, wijl
-er slechts vluchtig sprake van was geweest, dat hij misschien tegen
-de lente t'huis zou komen.
-
-"Het spijt mij, dat ik u doe schrikken, ik had eigenlijk een telegram
-moeten zenden," zeide Johan.
-
-Mevrouw zag hem met een gespannen onderzoekenden blik aan; er lag
-iets zoo droefgeestigs in zijne trekken, dat zij, toen zij hem een
-welkomstkus gaf, onwillekeurig mompelde: "je bent in je voorkomen
-zoo veranderd, Johan, dat ik je niet dadelijk herkende."
-
-Hilda kwam ook binnen en vloog hem om den hals.
-
-"Welkom.... welkom, beste Johan, maar wat ben je veranderd!"
-
-"Vindt gij dat ook?"
-
-"Ja, je ziet er wel tien jaar ouder uit; grijze haren zie ik in je
-baard en.... werkelijk Johan.... je haar is ook uitgevallen, je hebt
-daar van achteren eene kale plek." Haar broeder glimlachte op de hem
-eigene zwaarmoedige wijze; Hilda vond, toen zij hem nauwkeurig opnam,
-dat hij geheel veranderd was, en het kwam haar voor, dat hij ook meer
-mank ging.
-
-Toen de minister t'huis kwam, had hij een vertrouwelijk gesprek met
-zijne vrouw, en gedurende den maaltijd waren beiden zoo vriendelijk
-jegens den teruggekeerden zoon, dat Johans hart er van begon te
-kloppen; zelfs Alfred was geheel anders tegen hem dan vroeger. Johan
-had het plan gemaakt met Hilda een weinig na het eten te praten,
-maar mevrouw voorkwam dit; zij zond hare dochter dadelijk na het
-middagmaal uit om eenige inkoopen te doen.
-
-Toen het begon te schemeren, sloop hij de trap af naar de woning
-van den conciërge. Bij de paar trappen gekomen, die naar Christines
-kamer voerden, bekroop hem hetzelfde beklemde gevoel van vroeger,
-maar nu smartelijker dan toen. Eindelijk verzamelde hij al zijnen
-moed en klopte aan. Een niet meer jong dienstmeisje, dat hij vroeger
-nooit had gezien, opende de deur. Nu was hij in het vertrek, dat hij
-zoovele malen in zijne droomen had gezien, waar hij in gedachten
-gedurende zijne afwezigheid zooveel met haar had doorleefd; eerst
-waren die droomen zoo vol hoop en verwachting geweest, toen, nadat
-hij gehoord had, dat zij getrouwd was, zoo weemoedig, maar nimmer
-had hij het denkbeeld van zich kunnen afzetten, dat zij hem eene
-verklaring schuldig was. Alles in de kamer herinnerde hem zoo levendig
-aan haar, en met moeite kon hij de woorden uit de keel krijgen:
-"is zij te huis?" Het dienstmeisje zag hem vreemd aan en antwoordde:
-"madam is binnen."
-
-Een schok ging hem door het lichaam, toen hij haar zoo hoorde
-betitelen. De deur van de kamer, die Christine vroeger altijd had
-bewoond, stond open. Geen licht was er opgestoken, maar het gaslicht
-van de lantaarn, die vlak bij het huis stond, wierp groote gele
-vierkante vlekken op den vloer, en de dokter zag dat er iemand in
-het bed lag.
-
-Hij naderde en zeide: "Goeden avond, Christine!"
-
-De zieke ging half overeind zitten en staarde hem aan. Johan moest
-eenen steun tegen de deur zoeken.
-
-Was dat Christine?
-
-De zieke slaakte een' kreet en met hare armen maakte zij eene beweging
-om hem op een' afstand te houden. Het dienstmeisje was zeer boos op hem
-en zei: "ik dacht, dat gij heel goed met madam Mo bekend waart." Buiten
-de kamer vroeg hij: "welke ziekte heeft zij, wat scheelt haar?"
-
-"Ja, dat weet ik niet," luidde het antwoord en zij opende de voordeur.
-
-Werktuiglijk verliet hij de woning en liep de straat op. Hij had
-haar gezien, hij had hare gelaatstrekken zoo duidelijk aanschouwd,
-dat hij, al werd hij honderd jaar oud, die nooit zou vergeten. Een
-onbepaald angstig gevoel maakte zich van hem meester en met rassche
-schreden sloeg hij den weg naar de woning van dokter Rohde in.
-
-De oude dokter zat rustig in zijnen leuningstoel en las de courant.
-
-"Ei, ei! Is mijnheer de professor in het vaderland teruggekeerd,
-welkom t'huis beste jongen, hoe heb je het?" Dokter Rohde, die de
-huisarts van de familie Bennecken was, had de gewoonte behouden de
-kinderen, die hij van jongs af had gekend, familiaar te behandelen.
-
-Johan beantwoordde zijne vriendelijke vraag volstrekt niet, maar met
-gejaagde stem zei, hij: "wat scheelt Christine?"
-
-"He?.... Christine?" vroeg de dokter en hij nam zijnen bril af,
-"o! je bedoelt de vrouw van den conciërge. Heb je haar bezocht?"
-
-"Ja."
-
-"Nu, zoo weet gij, wat haar scheelt," zeide de oude geneesheer
-op ernstigen toon, "het is een van de ernstigste gevallen, die mij
-gedurende mijne praktijk zijn voorgekomen. Het schijnt dat haar gezond
-lichaam voor de besmetting bijzonder vatbaar was...."
-
-"Maar van wien.... van wien heeft zij de ziekte geërfd?"
-
-Hij was doodsbleek en zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd.
-
-"Maar mijn goede jongen, hoe kunt ge je die zaak zoo aantrekken," vroeg
-de oude dokter, die echter het verband der zaken begon te begrijpen,
-"natuurlijk heeft zij die van haren man geërfd. Tweemaal is hij in 't
-hospitaal in de afdeeling voor huidziekten geweest, wist gij dat niet,
-ik heb hem hier in 't boek staan, dien ouden schurk!" en de dokter
-begon in een dik boek, dat op zijne schrijftafel lag, te bladeren.
-
-"En gij wist het en hebt haar niet gewaarschuwd, dokter Rohde, dat
-was meer dan gemeen van u," en Johan stond met gebalde vuist voor hem.
-
-"Mijn beste jongen, ik heb waarachtig met je te doen," antwoordde
-hij, "waart gij niet van huis geweest, zoo had ik het jou als collega
-medegedeeld, maar je weet zelf, dat, zoo wij doktoren alles vertelden,
-wat wij weten, menig voorgenomen huwelijk zou afspringen, om er nu
-nog niet eens van te spreken, dat wij ons zelf veel schade zouden
-berokkenen. Overigens kwam het mij voor, dat het ditmaal eene zaak
-betrof, die je vader meer aanging dan mij."
-
-"Wilt gij nu nog bovendien beweren, dat mijn vader er van wist! O,
-gij zijt en blijft een oude cynicus!" Zijne oogen fonkelden van toorn
-en zonder vaarwel te zeggen ging hij weg.
-
-"Arme jongen!" zeide de oude geneesheer en nam de courant weer ter
-hand, "het is hem nooit meegeloopen!"
-
-Al de bekenden van Johan Bennecken waren het eens, dat het verblijf
-in het buitenland een' vreemden invloed op hem had uitgeoefend. Hij
-bezocht niemand, was nooit te huis en liet zich niets aan zijne
-praktijk gelegen liggen. Des nachts, of des avonds laat kon men hem
-op straat ontmoeten, meest echter in de nabijheid van het huis des
-ministers. Naar het scheen, wilde hij niet herkend worden, daar hij
-de kraag van zijne jas steeds over de ooren had getrokken. Men meende,
-dat hij gewoonlijk in het ouderlijke huis vertoefde.
-
-Dit was niet het geval. Den geheelen dag zwierf hij buiten de stad
-rond, maar wanneer het duister werd, ging hij altijd naar de plaats,
-waar hij voortdurend met zijne gedachten was.
-
-Op zekeren avond ontmoette hij dokter Rohde, die juist naar Christine
-op weg was.
-
-"Ga mee, je kunt mij van dienst zijn," zeide de oude dokter, die
-hunne laatste ontmoeting vergeten scheen te zijn. Johan volgde hem;
-hij kon onmogelijk weerstand bieden aan het verlangen haar te zien.
-
-Christine kromp ineen, toen zij hem zag binnen komen, maar dokter
-Rohde bracht haar tot bedaren en zeide op bijna roerenden toon:
-"Zie zoo, beste kind! tracht nu kalm te blijven en stel je niet
-kinderachtig aan. Het leven is voor je somber genoeg geweest en je
-moet dankbaar zijn, dat ten laatste nog een zonnestraaltje door de
-duisternis breekt. Voor zoover ik zien kan, is geen ander geluk voor
-u beiden weggelegd, dan dat gij gedurende den tijd, dien gij Christine
-nog te leven hebt, je door hem laat verplegen. Vertelt nu aan elkander
-alles, wat u op het hart ligt!"
-
-Na deze woorden gezegd te hebben ging de oude cynicus heen; Johan
-Bennecken lag langen tijd geknield voor het bed en vertelde alles,
-wat in zijn hart was omgegaan.
-
-In het begin begreep zij hem niet, slechts langzamerhand vatte zij,
-wat hij bedoelde; toen de volle waarheid haar eindelijk duidelijk
-werd, rolde de eene traan na den anderen op haar hoofdkussen en
-de liefde, die zij onbewust voor hem had gekoesterd, verwarmde met
-haren gloed het arme hart dat zoo veel geleden had; die liefde deed
-haar voor een oogenblik vergeten, in welk een ellendigen toestand
-haar lichaam zich bevond en schonk haar eene zaligheid, waarvan zij
-nooit had gedroomd. Zij vergat al de fraaie woorden en uitdrukkingen,
-welke men haar in de stad had geleerd; in 't boeren-dialect vertelde
-zij hem hoe alles was toegegaan en smeekte hem haar te vergeven,
-dat zij hem zoo slecht had begrepen. En beiden schonken zij elkaar
-vergiffenis, en beiden trachtten het verledene te vergeten, om in de
-oogenblikken, die haar nog waren vergund, alleen voor hunne liefde
-te leven. Van dien dag af belastte dokter Bennecken zich met hare
-verpleging. Zijne moeder keek hem met een' uitvorschenden blik aan,
-toen hij zulks mededeelde, en hij kon niet nalaten, haar op zijne
-beurt scherp in de oogen te zien. Het was eene groote verlichting
-voor hem, toen zij op deelnemenden toon zeide: "Die arme Christine,
-soms maak ik mij angstig, dat zij de zware rheumatiek, waaraan zij
-lijdt, opgedaan heeft in de kelderwoning; niet lang geleden vernam ik,
-dat die zoo ongezond moet zijn."
-
-Nooit werd de naam van Oom Anders door Christine en Johan genoemd,
-en oom paste, zooveel hij kon, op, niet t'huis te zijn wanneer hij
-vermoedde, dat de jonge dokter er was.
-
-Over het geheel spraken zij weinig met elkander.
-
-Wanneer hij echter de windsels had verwisseld, en alles, wat hij kon,
-gedaan had om haren toestand te verzachten, wilde zij, dat hij een
-poosje bij haar aan het bed kwam zitten. Doodstil lag zij dan en zag
-hem aan, maar had niet gaarne, dat hij haar aankeek, ofschoon hij haar
-telkens verzekerde, dat zij in zijne oogen dezelfde van vroeger was.
-
-Christine had den angst voor het hospitaal, die zoo diep bij den
-eenvoudigen burgerman wortel heeft geschoten, en dikwijls maar al
-te gegrond is; eindelijk liet zij zich door hem overhalen zich er te
-laten heenbrengen.
-
-Op den dag, die hiertoe bepaald was, was het heerlijk zonnig weêr;
-in den morgen kreeg zij eenen brief van huis, dien zij slechts met
-groote inspanning kon lezen.
-
-
-"Lieve Christine!
-
-"De Lensmand zeide, dat ik eene schriftelijke klacht moest indienen,
-en dat heb ik gedaan, en nu is dat papier weer naar mij teruggezonden,
-en ge kunt niet half gelooven, hoe het er uitzag, door naamteekeningen
-en aanteekeningen als: "Aan den korporaal ter inzage, terug aan den
-ambtman en den ingenieur der openbare wegen en eene menigte proosten
-hebben er ook wat opgeschreven en ten laatste was er op de laatste
-zijde nog maar een klein onbeschreven plaatsje over, en daar schreef
-ik: "Juist zoo als ik verwacht heb,--Sechus," maar de ambtman moet
-daarom heel boos op mij zijn.
-
-"Maar dat is nu niet het ergste, maar het is goed, dat gij het goed
-hebt, zooals ge laatst schreeft, want wij hebben het niet goed,
-wat ik je eerst niet heb willen vertellen, daar ik je niet treurig
-wilde maken, maar nu moet het uit mijne pen, want nu staan de zaken
-geheel verkeerd. Je vader is zoo arm als een bedelaar geworden, ja,
-hij is doodarm, hij bezit niets meer, alles is weggegaan aan die zaak,
-waarmede je man te doen heeft, en buitendien is het nog zoo gesteld,
-dat hij niet meer werkt, dus nu kunt ge wel denken hoe het gaat;
-hij zit maar op zijnen stoel, en tuurt naar den muur. Dat moest ik u
-nu vertellen, want gij moet t'huis komen en de zaken hier wat aan den
-gang helpen, het gaat mijn verstand te boven, en ik begin te gelooven,
-dat hij er krankzinnig van kan worden, maar zoo je niet kunt komen,
-schrijf hem dan ten minste iets goeds, liefst van de zaak.
-
- Uw oude vriend,
-
- Lauritz B. Sechus.
-
-
-Christina legde het hoofd in 't kussen en schreide. Gedurende den
-geheelen winter had zij haar best gedaan zoo vroolijk mogelijk
-naar huis te schrijven en de opperloods had haar op denzelfden toon
-geantwoord: nu begreep zij, dat zij de waarheid voor elkaar verborgen
-hadden en een vreeselijk heimwee kreeg zij naar het ouderlijk huis
-en de kust in het westen. Een brief met goede tijding wilde zij,
-zooals de opperloods had verzocht, dadelijk aan haren vader schrijven;
-zij ging dus rechtop in bed zitten en begon.
-
-
-"Lieve Vader!
-
-"Nu ik hoor, dat het u zoo slecht gaat, ben ik er in mijn hart innig
-bedroefd over en schaam ik mij ook, want nu begrijp ik, dat het leelijk
-van mij was van u weg te gaan. Maar nu moet gij het mij maar vergeven,
-en er van overtuigd zijn, dat ik u in mijn hart zoo innig lief heb. Ik
-kan niet naar huis komen, want ik ben niet recht gezond, maar anders
-heb ik het heel goed." Christine hield even op om wat uit te rusten:
-het schrijven vermoeide haar zeer, en het kostte haar veel inspanning
-op dien toon te vervolgen. Zij dacht, dat God haar wel zou vergeven,
-dat zij, om haren vader niet te bedroeven, de volle waarheid niet
-schreef--hij had reeds genoeg te dragen.
-
-Een rijtuig reed door de poort. Het dienstmeisje kwam binnen en zeide
-fluisterend: "de dokter."
-
-De wagen van het hospitaal kwam haar halen.
-
-Eene huivering voer haar door de leden en toen zij de pen weer ter
-hand nam, was het haar niet langer mogelijk de waarheid te verzwijgen!
-
-"Neen, lieve vader, het is niet waar, dat het mij goed gaat; het is met
-mij naar gesteld, zoo naar als het maar kan; nu komen zij mij halen,
-want ik ga sterven; ik zal u nooit weer zien en ook niet meer de zee
-en ons huisje; groet den opperloods.
-
- Vaarwel! Uw
- Christine."
-
-
-Zij was zoo uitgeput, dat de dokter, toen hij aan het bed trad, met
-naphta de levensgeesten moest opwekken. Hij schreef het adres op den
-brief en hielp haar in den wagen tillen. Ofschoon het vervoer met
-de meest mogelijke voorzichtigheid had plaats gehad, was de zieke,
-toen zij in het oude hospitaal weer te bed lag, geheel uitgeput.
-
-Zeer lang lag zij met gesloten oogen; toen zij ze eindelijk opende,
-gleed er een glimlach over haar gelaat. Door het raam zag zij de
-heldere, blauwe voorjaarslucht; de zonnestralen vielen in het nette,
-vriendelijke vertrek, dat haar door zijne zorg was afgestaan.
-
-Christine wendde het gelaat naar hem toe: "Hartelijk dank voor alles,
-Johan. Hier zal het sterven mij niet moeielijk vallen." En zij strekte
-zich uit tusschen de helder witte lakens en sloot de oogen.
-
-Maar de glimlach bleef liggen op het uitgeteerde gelaat, dat door
-de ziekte zoo geheel veranderd was, en die glimlach maakte haar in
-zijne oogen weer even schoon als in vroegere dagen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XVI.
-
-
-In eenen donkeren, regenachtigen, woesten nacht voer de groote
-stoomboot, die op weg van Christiania naar Tromsö was, door de
-Flekkefjord.
-
-De postbeambte van het vaartuig had juist even aan de brug het
-postpakket afgegeven; slechts twee of drie brieven en eenige couranten
-bevonden zich in het taschje van zeildoek, waarnaar toch met verlangen
-werd uitgezien.
-
-"Krijgen wij slecht weder, stuurman," riep de postbeambte den
-stuurman toe.
-
-"Wis en zeker," luidde het antwoord, "wanneer wij bij Egersund
-inloopen, zal ik je waarschuwen."
-
-"Best," zeide de postbeambte en hij verdween in de kleine hut, waarin
-eene lamp met kap een gezellig licht verspreidde.
-
-In Kristiansand was een dikke zak met brieven voor het buitenland
-aan boord gekomen, waardoor de nauwe hut vol lag met zakken en
-zeildoektasschen, die alle met eenen posthoorn gemerkt waren. Op
-de kleine sofa lagen pakketten bij hoopen, en de tafel, die vóór de
-plank met de vele loketten stond, lag vol brieven. De postbeambte,
-een jong tamelijk gezet man met blonden baard nam op zijne tabouret
-plaats, na zijne pet met gouden band eerst te hebben opgehangen, blies
-in de verkleumde handen, en begon daarna, om wat orde in dien chaos
-te brengen, aan het sorteeren der brieven. Hij werkte ijverig door,
-want zoo lang de boot in betrekkelijk kalm water was, moest hij den
-tijd ten nutte maken.
-
-In het salon brandden slechts twee lampen, die half waren neêrgedraaid;
-eenige heeren lagen er in hunne plaids gewikkeld op de sofa's.
-
-In de dames-kajuit was het heel stil; zoo goed als het ging, trachtte
-men er in slaap te komen en met huivering dacht men aan het oogenblik,
-waarop de boot weer in volle zee zou zijn.
-
-De machine werkte met zware regelmatige slagen, die aan het
-achtergedeelte van het vaartuig eene gelijkmatige beweging gaven. Met
-tergende regelmatigheid sloeg een lampeglas tegen een koperen voorwerp
-en een onvermoeid voetganger liep op het halfdek heen en weer, altijd
-maar heen en weer over de hoofden van hen die zoo gaarne wilden slapen.
-
-Een hevige wind woei over de klippen en huilde in het touwwerk,
-maar in het fjord was het water volkomen kalm. De stuurman beval
-het volk tusschendeks zich te reppen en alles goed vast te binden,
-want men zou dadelijk in volle zee zijn.
-
-In de hut van den postbeambte lagen nog eene massa brieven door
-elkander. De brieven die voor 't Noorden bestemd waren, werden
-op zijde gelegd: eerst was het zaak voor de meer nabijgelegene
-stations te zorgen. Brieven van allerlei soort en met allerlei
-adressen waren er--leelijke, dikke, scheeve letters, die de geheele
-enveloppe bedekten; kleine fijne damesletters, die als vliegepootjes
-over het gladde velijn liepen; groote onbeduidende brieven van het
-een of ander bestuur in dikke grove enveloppen met lak verzegeld en
-portvrij; verder waren er nog loterijbrieven, minnebrieven, brieven
-met geldswaarde, of wel brieven waarin om betaling werd gemaand,--een
-geheimzinnig hoekje vol verrassingen, teleurstellingen, verdriet,
-verlies en onverwachte uitkomst was die kleine hut op de groote boot,
-waarin de postbeambte de brieven zoo vlijtig en kalm door zijne dikke
-vingers liet glijden. Het vaartuig begon meer en meer te schudden,
-zoodat hij begreep, dat men de fjord uit was. Hij verzorgde alles zoo
-goed mogelijk; de meeste pakketten legde hij op den grond, daar waren
-zij ten minste voor vallen bewaard. Daarna nam hij alles van de sofa,
-en met het kleine brievenpakket voor Egersund in de hand, kroop hij
-in een hoekje om ten minste nog een beetje te slapen. De lamp zwaaide
-ondertusschen voortdurend heen en weer in het toestel, waarin zij
-hing. Nu begon de ellende in het dames-salon eerst recht; telkens
-wanneer de stewardess de deur opende om zich even te verwijderen,
-hoorde men een jammerlijk gesteun. De onvermoeide voetganger had
-ook zijnen meerdere gevonden; als een beeld der ellende zat hij,
-terwijl de sporen van de ziekte, waaraan hij leed, op zijne jas te
-zien waren, op het dek; bitter voelde hij zich teleurgesteld: een
-zijner vrienden had hem wijs gemaakt, dat het onmogelijk was zeeziek
-te worden, zoo men maar zorg droeg voortdurend in beweging te zijn
-en op het dek te blijven.
-
-De heeren, die in het salon lagen, moesten zich aan den rand der tafel
-vasthouden om niet van de sofa's op den vloer te recht te komen, het
-tikkend geluid, dat het lampeglas den geheelen tijd had gemaakt, was
-door honderden andere tergende geluiden vervangen, die zich telkens,
-naarmate de boot op en neer ging, lieten hooren. Wanneer het vaartuig
-op de eene zijde viel, kraakten de lambrizeeringen in de salons en de
-koppen, die in rijen aan de zoldering van het buffet hingen, rinkelden
-dat het een aard had. Dan stond de boot op eens recht overeind, doch
-viel dadelijk naar de andere zijde over en al de koppen rinkelden
-weer mee. Eene tabouret en eene paar bij zeeziekte onmisbare zaken,
-rolden met volle vaart in het heeren-salon, eerst naar den eenen,
-toen naar den anderen kant; eene deur vloog uit het slot, en sloeg
-regelmatig open en toe; de machine werkte met alle krachtsinspanning,
-nu eens met een brommend geluid, dan weer met een vreeselijk geraas
-en schuddende beweging, wanneer de schroef voor een oogenblik uit het
-water kwam. In het hoekje van den postbeambte sliepen de brieven kalm
-in de pakketten, en de postbeambte sliep, met de brieven voor Egersund
-bestemd in de hand, ook rustig te midden van al dat gebalder door;
-en al degenen, die langs het strand of meer in het land woonden, en
-aan wie de brieven waren geadresseerd, lagen ook ter neer en sliepen,
-uitgenomen de een of ander, die gedurende den nacht onrustig heen en
-weer liep, wachtende op het reeds zoo lang gevreesde bericht en zich
-in slaap wiegde, met de zoete hoop, wanneer hij het loeien van den
-storm hoorde, dat de post misschien wel veel later zou aankomen.
-
-"Postmeester!" riep de stuurman door een kiertje van de deur,
-"nu zijn wij dicht bij Egersund."
-
-"Hier is de post," en verschrikt sprong de aangesprokene van de sofa,
-terwijl hij het pakket in de hoogte hield.
-
-"Ha, ha, ha, je schijnt hem duchtig geraakt te hebben," zei de stuurman
-lachend, "houdt gij mij vrij voor een borrel, zoo trakteer ik op bier."
-
-"Ja, ja," antwoordde de postbeambte nog op slaperigen toon.
-
-De stuurman kwam fluks met eene flesch en een glas terug; zooveel
-plaats was er nog, dat hij de deur achter zich toe kon trekken.
-
-"Hondeweer!" zeide hij, en terwijl hij dronk, droop het zeewater van
-zijne oliejas, en kon men de heldere droppels water in zijnen lokkigen
-baard zien glinsteren.
-
-Plotseling hoorde men uit de machinekamer een schel klokje luiden.
-
-"Hei ho!" riep de stuurman en zette oogenblikkelijk de flesch neer,
-en weg was hij. "Zijn wij er reeds! Ja, waarachtig!"
-
-De postbeambte rekte zich zoo goed als de kleine ruimte zulks gedoogde
-uit, greep in haast de pet met gouden band, en ging met het postpakket
-naar het dek.
-
-De dag brak aan; koud en nat was het, alles vertoonde zich in een
-droevig, grijsachtig licht. De naakte klippen zagen in de zware
-stormlucht geheel zwart; er viel een fijne regen. Te Egersund hield
-de boot maar een oogenblik stil, zij vervolgde spoedig haren weg en
-de beambte begon weer zijne pakketten in orde te brengen.
-
-Toen het eindelijk dag was geworden, werden de pakketten, die langs
-de geheele kust bezorgd waren, geopend en de brieven werden heinde en
-ver verspreid. Hij, die eenen brief had verwacht, ontving er geen;
-hij, die des morgens bij het opstaan noch aan de post noch aan een'
-brief had gedacht, lachte of schreide 's middags of 's avonds over
-een stuk papier.
-
-Hetzij de brieven verwacht werden of niet, zij kwamen toch aan
-hun adres te recht, en uit de kalme kleine hut van den postmeester
-werden langs het strand en over het land eene menigte verrassingen,
-teleurstellingen, niets beteekenende berichten, zorgen, onverwacht
-geluk en ook onverwachte ondergang verspreid, terwijl de stoomboot
-al noordelijker en noordelijker stevende en de slaperige postmeester
-bij elke landingsplaats met een ander pakket op het dek kwam.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XVII.
-
-
-Het was reeds tien uur in den morgen, en nog was Njaedel niet aan
-zijn werk begonnen.
-
-In het vertrek, waar hij zat, was de vloer koolzwart, half verrot
-stroo en een paar gescheurde dekens zag men in het bed; de klink van
-de deur, die toegang tot de keuken gaf, was gebroken waardoor zij half
-open stond en onder den schoorsteen stond een zwarte koffieketel op
-een klein turfvuurtje.
-
-Met starren blik keek Njaedel door de kleine ruiten. Hij was nog niet
-half klaar met het voorjaarswerk, en het was al half April. Zijne
-krachtige armen hingen slap langs zijn lijf, de zware baard was om
-de hoeken van den mond geheel grijs, en de rug was meer gekromd dan
-vroeger. Zoo als hij in dat lage vertrek zat, terwijl de regen in
-dikke droppels neerviel en de wind in den schoorsteen gierde, lag
-over deze reuzengestalte eene doffe hulpeloosheid.
-
-Zijne gedachten liepen altijd denzelfden cirkel rond, waarin zij zich
-nu bijna twee jaren lang hadden bewogen. Zij bepaalden zich slechts
-tot "die zaak" waaraan nooit een eind scheen te komen.
-
-Al het geld, dat uitgegeven was, al de goede woorden en beloften van
-zijnen broeder, al zijne verwachting en al zijne teleurstellingen,
-alles, wat hem al dien tijd in spanning had gehouden, scheen zijne
-krachten ontzenuwd en verlamd te hebben; het was, alsof hij streed
-met eene donkere, geheimzinnige macht, zonder iets van den strijd
-te begrijpen.
-
-Diep in het gebergte had hij tegen bergverzakkingen te strijden gehad,
-maar dat was een eerlijke kamp geweest en toen hij het onderspit had
-moeten delven, was er een eind aan gekomen. Maar hier werd hij door
-iets anders vervolgd. Waar hij zich ook heen wendde, overal stiet
-hij tegen iets kouds, iets weeks, dat hij niet verbrijzelen kon en
-dat hardnekkig weerstand bleef bieden. Hij ontmoette het op weg,
-wanneer hij naar de kerk ging en de lieden voor hem op zij gingen;
-hij ontmoette het op het Thing, waar hij bij alle gelegenheden moest
-hooren, dat hij voor de rechters was geweest; wanneer hij zijn werk aan
-de sloot weder wilde opnemen, zag hij het opnieuw; hij gevoelde zich
-als in boeien geslagen; overal ontmoette hij hindernissen, die hij niet
-scheen weg te kunnen ruimen en zoo verrichtte hij voortdurend in stal
-en huis eigenlijk vrouwenarbeid; want hulp wilde hij niet aanschaffen.
-
-Op de plaats waar hij zat en door de morsige ruitjes tuurde, kon hij
-bijna niets van de halfvoltooide sloot zien. Het graven van die sloot
-was zijn grootsche plan geweest, toen hij te Krydsvig een poosje was
-geweest. Zij zou de grens van het zand uitmaken, zijne hoeve tegen
-het drijfzand beschutten. Tevens was hij van plan geweest wilgen,
-teenen en helm aan het strand te planten, op de wijze die in de
-courant was aangegeven.
-
-Al die plannen waren in duigen gevallen; Börevig zond zijn arbeiders in
-grooten getale om wier te halen en hunne diepe wagensporen vertoonden
-zich langs zijnen akker, die vlak aan het strand lag, waardoor het
-drijfzand, nu nog gemakkelijker dan vroeger, zich eenen weg kon banen.
-
-De opperloods Sechus kwam door de keuken binnen.
-
-"Goeden dag, Njaedel! hier kom ik met een brief van
-Christiania." Njaedel zag even op en een glimlach verhelderde zijn
-gezicht. De brieven van Christine waren zijne eenige vreugde.
-
-"Wil je koffie hebben, Sechus?"
-
-"Neen, dank je," antwoordde deze; hij had geene groote gedachte van
-Njaedels koffie.
-
-Hij opende den brief en schrikte, toen hij de zonderlinge, scheeve
-lijnen en het onzeker schrift zag, bovendien had de inkt, overal waar
-hare tranen waren gevallen, het papier bevlekt.
-
-Hij las den inhoud voor, die hoewel kort, zooveel bevatte; een
-oogenblik later las hij hem opnieuw. Njaedel uitte geen woord, maar
-zijn gelaat was doodsbleek geworden. Toen de opperloods den brief op
-de tafel legde, nam hij dien in de hand en staarde er op, ofschoon hij
-geen schrift kon lezen. Lang had de opperloods zijnen toorn opgekropt,
-nu brak die los en hij riep op driftigen toon, terwijl hij van zijnen
-stoel sprong: "Hier zit schurkerij achter, Njaedel! zoo waarachtig
-als ik Lauritz Boldemann Sechus heet, ben ik er zeker van, dat de
-duivel de hand in 't spel heeft. Ik vertrouw je broer niet.... neen,
-geen zier, hoor! Eerst heeft hij ons verteld, dat Christine volstrekt
-met hem trouwen wilde, maar dat zij bang was, dat haar vader er tegen
-zou zijn. Zoo kreeg hij ons er toe haar te bepraten en haar raad te
-geven en bracht hij ons in den waan, dat de vreugde en vroolijkheid
-er opgeschept waren. Maar ik heb al lang aan Christine's brieven
-gemerkt".... verder kwam hij niet want de stem stokte hem in de
-keel. Hij ging naar de keuken en snoot daar met veel geweld den neus.
-
-"Neen, neen, neen," antwoordde Njaedel en hij schudde het hoofd,
-"je moogt geen kwaad van Anders zeggen, als je met hem bekend waart,
-zoo...."
-
-Daar werd de buitendeur voorzichtig geopend en Sören Börevig sloop
-door de keuken binnen.
-
-"Wat komt gij hier doen?" schreeuwde Njaedel en sprong op hem
-toe. Sören kwam voorzichtig nader maar ging naast den opperloods staan.
-
-"Ik kom de groeten en goede berichten brengen van bekenden in
-Amerika. Ik heb vandaag ook eenen brief ontvangen."
-
-Njaedel stopte gauw Christines brief in de lade van de tafel.
-
-"Eerst kan ik den opperloods de groeten van zijne zuster doen; zij
-is weduwe geworden, zooals je weet," zeide Sören op zalvenden toon.
-
-Neen, de opperloods had nog geen brief met dat bericht ontvangen. Sören
-Börevig haalde nu den brief, dien hij van zijnen broeder had ontvangen,
-voor den dag en las luid: "Mrs. Johnson, de zuster van den opperloods
-te Krydsvig heeft mij gevraagd hem voor haar te groeten, en te vragen
-of hij niet naar Amerika wil komen en bij haar in huis zou willen
-wonen, of in de buurt land koopen."
-
-"Daaraan heb ik waarachtig al dikwijls gedacht," bromde de opperloods
-in zijnen baard.
-
-"In den brief staat ook nog wat, dat voor jou bestemd is, Njaedel,"
-zeide Sören en zag na op welke pagina het stond.
-
-"Ik heb geene bekenden in Amerika," antwoordde Njaedel kort af.
-
-Sören glimlachte een weinig. "Is je geheugen zwak geworden? Kijk hier
-staat het: Bij Mrs. Johnson woont ook een meisje van Krydsvig, zij
-heet Anna, en zij heeft mij gevraagd hare groeten te doen aan Njaedel
-Vatuemo, en hem te zeggen, dat zij het goed heeft, en dat haar jongen
-frisch en gezond is en precies zulk rood haar heeft als zijn vader."
-
-Njaedel zag op, dacht een weinig na, en zei daarna op zachten toon:
-"wel--heeft hij ook rood haar!"
-
-Sören keek beurtelings Njaedel en Sechus aan en vond dat het oogenblik
-gunstig was om te zeggen, waarom hij eigenlijk was gekomen.
-
-"Je bent zeker nog niet klaar met het voorjaarswerk,
-Njaedel?" vervolgde hij het gesprek.
-
-"Wat raakt dat jou?" zeide Njaedel dadelijk weer op heftigen toon.
-
-"Och, niet veel, maar zoo gaat het nu eenmaal in de wereld; de buren
-willen altijd graag op de hoogte van elkanders zaken zijn. Betaalde
-je geen tweeduizend zeven honderd rijksdaalders voor de boerderij--hm?"
-
-Njaedel bromde een onverstaanbaar antwoord.
-
-"Ik praatte wat met den advocaat Tofte, toen hij hier kort geleden
-was," ging Sören voort, en schijnbaar onverschillig keek hij uit
-het raam, "hij beweerde dat uwe boerderij met eene zware hypotheek
-belast is."
-
-"Laat mij met vreê, Sören!" riep Njaedel dreigend uit.
-
-"Nu, nu!" viel de opperloods in, "laat Sören toch voor den dag komen
-met wat hem op het hart ligt, want je kunt hem aanzien dat hij iets
-te vertellen heeft. Nu, Sören, zeg ronduit wat ge wilt."
-
-Sören Börevig hield er volstrekt niet van op zulk eene wijze zaken
-te behandelen, deze twee gingen te recht op den man af; maar in dit
-geval was er niets aan te doen, hij moest zich daarnaar voegen.
-
-"Ja.... ik dacht nu zoo bij mij zelf, dat, daar Njaedel nu op eene
-met hypotheek bezwaarde hoeve zit, hij mogelijk lust zou hebben haar
-te verkoopen?"
-
-"Wat biedt je er voor?" vroeg Njaedel.
-
-"Ho, ho! ik heb niet gezegd, dat ik juist zou willen...."
-
-"Wat biedt je?" herhaalde Njaedel.
-
-"Twee duizend vijf honderd rijksdaalders."
-
-"Voor dien prijs gaat het niet!" riep de opperloods boos uit, "dat
-zou precies genoeg zijn om zijne schuld af te lossen. Buitendien
-heeft hij zooveel grond ontgonnen, dat er nu dubbel zooveel land bij
-de boerderij behoort, als toen hij ze kocht. Neen Sören, je moet een
-hooger bod doen!"
-
-"Ik neem het bod aan," zeide Njaedel en hij strekte de hand uit,
-"de koop is gesloten."
-
-De opperloods wilde bedenkingen maken, maar Njaedel gaf er hem den
-tijd niet toe. Sören Börevig was geheel in de war geraakt; op die
-wijze deed hij volstrekt geen zaken, neen dat scheelde wat. Intusschen
-haalde hij een gezegeld stuk papier, dat in een stuk van een courant
-was gewikkeld, voor den dag. Het was.... ja, het was misschien wel
-goed den koop op schrift te hebben. "Ik heb hier een papier.... dat
-een koopcontract wordt genoemd en zoo...."
-
-"Je bent een slimme kerel," zeide Njaedel op honenden toon, "geef
-mij pen en inkt, Sechus!"
-
-Hoe de opperloods ook tegenstribbelde, het hielp niets. Njaedel nam
-de pen en trok eenige dikke strepen, die den naam Njaedel moesten
-voorstellen. Voor meer was er geen plaats, maar die naamteekening werd
-als voldoende beschouwd. Toen dit geschied was, trok hij zijn buis aan,
-zette de pet diep in de oogen en verliet met zware stappen het vertrek.
-
-"Wanneer hij het verlangt, want hij weet vandaag niet recht, wat
-hij doet, moet de koop als niet gesloten worden beschouwd, hoor,"
-zeide de opperloods, eer hij ging zien, waar Njaedel was heen gegaan.
-
-Sören Börevig vouwde het contract samen, en stak het papier in den
-zak met eene grijns, welke de opperloods gelukkig niet zag.
-
-Njaedel liep een weinig voor hem uit de hoogte op, de opperloods
-volgde hem op den voet.
-
-Toen zij boven waren gekomen, zeide Sechus: "Je moet met mij mee naar
-Amerika trekken."
-
-"Met leege handen," antwoordde Njaedel op mismoedigen toon.
-
-"Met zulke knuisten als gij hebt, kunt ge overal vooruitkomen,"
-antwoordde de opperloods, "ik voor mij heb grooten lust er heen te
-gaan. Van mijn huisje kan ik dadelijk afkomen, daar is mij dikwijls
-geld voor geboden, en het beetje geld dat ik bespaard heb, kan ik
-ook dadelijk in handen krijgen. Hier hebben wij niets meer te doen,
-Njaedel. Ik betaal het geld voor je overtocht, wanneer je weer iets
-begint te verdienen, kun je het mij terug betalen. En bovendien heb
-je aan de andere kant van de zee een jongen en ook eene vrouw.... dat
-hangt van je zelf af.... ga met mij mee!"
-
-Njaedel was blijven staan en staarde voor zich uit. Hier van de hoogte
-gezien scheen al, wat hij gedurende de jaren, die hij er woonde,
-verricht had, zoo gering. Hij liet zijne blikken langs de muren om
-zijne akkers gaan, waarvan hij elken steen kende en hij dacht aan al
-het werk en al de moeite, die hij er aan ten koste had gelegd.
-
-Daarna viel zijn blik op den akker en de half voltooide sloot,
-en meer en meer verbitterd werd hij, wanneer hij dacht aan al de
-plannen, die hij gemaakt had, toen hij hier kwam wonen. Hij dacht
-ook aan den tijd terug, toen de lange Anna nog te Krydsvig woonde,
-toen Christine nog thuis was en alles zoo goed ging. Op het zand,
-waar de branding tegen de rotsen sloeg, viel zijn oog; de zee lag
-grauw en hopeloos vóór hem, zij scheen door den dikken mist, die er
-over hing, alle gedachten, die zich naar het Westen wilden richten,
-tegen te houden. En hoe donkerder de regenwolken er uitzagen, nadat
-de hevige wind was gaan liggen, des te somberder en mismoediger werd
-hij gestemd; het was de reactie na de heftige opwelling, waarin hij
-zijne boerderij had verkocht, en waarin hij alles had prijs gegeven.
-
-Maar in al zijne zorg over Christine, over zich zelf, over zijn
-verspild leven, in al de bekommering die hem nu zoo ter neer drukte,
-schenen de laatste woorden van den opperloods eene kleine lichtstraal
-aangebracht te hebben. Te midden van dat sombere, droefgeestige grauwe
-waarin hij tuurde, ontdekte zijn oog een klein lichtpunt, en meer en
-meer nam het in helderheid toe, en kreeg den vorm van een kinderhoofd:
-een' klein blank kinderkopje zag hij met roodlokkig haar.
-
-Hij haalde diep adem, en zag met verbaasden blik om zich heen. Daaraan
-had hij nooit gedacht! er was nog iets, waarvoor het waard was te
-leven, dat hem hoop in de toekomst gaf.
-
-"Wil je met mij gaan?" vroeg zijn vriend weder.
-
-"Ja!" luidde zijn antwoord, en in zijne volle lengte rekte hij zich
-uit, "maar eerst wil ik naar Christiania om te zien hoe Christine
-het maakt en of ik de zaak in orde kan krijgen!"
-
-"Och neen..... nu is het toch hetzelfde, hoe het met de zaak afloopt
-en......"
-
-"Ik wil graag, vóór ik naar Amerika trek, met mijne eigene ooren
-hooren zeggen, dat ik gelijk heb," viel Njaedel hem in de rede en
-zijne oogen fonkelden.
-
-"Goed, goed!" antwoordde de opperloods, die begreep dat het maar het
-best was, hem niet tegen te spreken; "in de lente doen er wel schepen
-met landverhuizers Christiania aan, denk ik."
-
-Bij zich zelf vond Sechus het volstrekt zulk een gek plan niet naar
-Christiania te gaan. Eerstens was het noodig alvorens te vertrekken,
-eens naar Christine te kijken en dan koesterde hij de zoete, stille
-hoop, dat het hem in de hoofdstad toch wel gelukken zou, vat te krijgen
-op den persoon, die over alle Lensmands, opzichters en ingenieurs
-van de openbare wegen geplaatst was. Het zou toch vermakelijk zijn te
-ondervinden, dat men in het goede Noorwegen eenen weg in zulk eenen
-toestand kon laten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XVIII.
-
-
-Christine was nog niet lang in het hospitaal opgenomen geweest, of
-alle bewijzen waren voorhanden, dat de dood spoedig volgen zou. De
-ziekte, die in zoo korten tijd haar sterk lichaam had gesloopt, greep
-eindelijk de hersens aan, en na een' dag in bewusteloozen toestand
-te hebben verkeerd, ontsliep zij op eenen Zondagavond.
-
-Johan was tot het laatste oogenblik bij haar gebleven; toen alles
-was afgeloopen, liep hij doelloos zonder op iets of iemand acht te
-geven de eene straat na de andere door; den kraag van de jas had hij
-volgens gewoonte hoog opgetrokken.
-
-"Goeden avond... dokter Bennecken," zeide de kamerheer Delphin,
-die juist zijne huisdeur opende, "ga met mij mee naar mijne kamers,
-wij kunnen onder een glas wijn en eene goede sigaar den tijd wat
-trachten te dooden."
-
-"Een saaie kerel, die dokter Bennecken," mompelde Delphin bij zich
-zelf, toen de andere zonder een stom woord te zeggen, verder ging.
-
-Delphin stak zijne lamp aan, verwisselde zijnen rok--hij kwam van eene
-soirée,--tegen zijn chambre-cloak, stak eene sigaar aan, dronk een glas
-wijn, en begon toen, al wandelende door zijne twee fraai gemeubileerde
-kamers, de gebeurtenissen van den dag één voor één te herdenken.
-
-Sedert dat groote bal in den herfst bij de Falck-Olsens, was hij
-meer en meer op vertrouwelijken voet met Hilda Bennecken gekomen;
-in den laatsten tijd echter, ja eigenlijk den geheelen winter had
-zij zich meer van hem teruggetrokken. Wel kon het nu en dan gebeuren,
-dat hij er haar toe kreeg den gezelligen vroolijken toon van vroeger
-aan te slaan, maar dat duurde slechts voor een oogenblik; dadelijk
-verviel zij weer in die zonderlinge verlegene houding, die hij niet
-kon begrijpen, maar welke oorzaak was, dat een vertrouwelijk gesprek
-tot de onmogelijkheden behoorde.
-
-Delphin klopte de asch van zijne sigaar tegen de kachel af en begon
-aan andere zaken te denken.
-
-Van avond had zij hem ronduit gezegd, dat zij voortaan niet met hem
-wilde opwandelen, wanneer zij elkaar op straat ontmoetten en dat zij
-liefst niet meer met hem wilde dansen.
-
-Opnieuw wilde hij zijne gedachten met iets anders bezig houden,
-maar altijd draaiden zij weer om Hilda's beeld; hij bleef voor den
-spiegel staan, zag zich strak aan, en zeide: "Hoor nu eens, George,
-hoe het eigenlijk met je gesteld is!"
-
-Hij ging voor zijne schrijftafel zitten en schreef vlug:
-
-Beste George! Het doet mij onuitsprekelijk leed te hooren, dat ook gij,
-in wien ik zoo veel vertrouwen stelde, het beet hebt gekregen, want:
-
-
- "Wer zum ersten Male liebet,
- --Sei's auch glücklos, ist ein Gott,
- Aber--wer zum zweiten Male
- Glücklos liebt,--der ist ein Narr."
-
-
-En Madame Börresen heeft mij er alles van verteld: je bent verliefd,
-kerel!
-
-Nu ja--dat zou ik nu zoo erg niet vinden, maar dat gij verliefd zijt op
-eene kleine apin met hondenoogen en eenen platten neus, dit geeft eene
-ontaarding van de edele organen te kennen, en dat doet mij innig leed.
-
-Waart gij ten minste maar een man met karakter maar dat ben-je niet,
-dat weet-je zelf al te goed, want je mist mij, maar waart gij beiden
-in eenen persoon vereenigd, zoo zou ik je willen zeggen:
-
-Opperbest, mijn jongen, dat is het beste geneesmiddel voor je,
-de eenige manier waarop gij het wrak van je in stukken geslagen
-levensschip kunt redden. Neem ze--hoe leelijker zij is, des te beter;
-presenteer haar dadelijk in de salons en zeg luid: "Dames en heeren,
-ik ben er trotsch op, dat zij mij heeft gekozen!" dan was er misschien
-eenige hoop op je redding, dan waart gij niet langer die akelige
-stakker, die je nu bent en wel altijd blijven zult. Amen!
-
-Hij wierp de pen weg, en ledigde het glas, dat voor hem stond.
-
-Uit het gasthuis was Johan Bennecken, op den Wergelands weg, waar
-Delphin woonde, terecht gekomen; hij had eenen grooten omweg door de
-buitenwijken der stad gemaakt, tot aan Homannsby zelfs.
-
-Half uit gewoonte sloeg hij den weg naar het ouderlijk huis in,
-om--nu alles voorbij was--nog een blik te werpen door die laag gelegen
-vensters, in dat vertrek waarin hij zoo innig had liefgehad, maar
-ook zooveel had geleden.
-
-Daar gekomen, zag hij een' man voor de poort, die moeite scheen te
-hebben het sleutelgat te vinden. De dokter herkende dadelijk Mo en
-wilde voorbij gaan, want aan zijne waggelende houding bemerkte hij,
-dat de conciërge dronken was. Niettegenstaande hij een' diepen afschuw
-jegens hem koesterde, keerde hij een paar stappen terug en hielp hem
-in huis.
-
-Anders Mo was niet zoo dronken of hij herkende den dokter.
-
-"Ja .... de dokter is een goedhartig man," zeide hij op zijnen
-deemoedigen toon, "werkelijk een heel goedhartig man, en dat zegt
-Christine ook."
-
-Toen hij haren naam noemde en aan zijn gezicht eene vrome plooi wilde
-geven, was Johan zijne woede niet langer meester: hij greep hem bij
-de schouders en schudde hem heftig heen en weer.
-
-"Zij is dood!" riep hij knarsetandend uit, "en gij hebt haar vermoord!"
-
-Mo haastte zich den sleutel aan de binnenzijde in het slot te steken
-om ze te sluiten, hij schudde het hoofd en mompelde: "och ... och,
-arme Christine! is zij werkelijk gestorven? wie zou dit hebben kunnen
-gelooven.... noch de minister, noch mevrouw...."
-
-"Meng mijn vaders naam niet in de afschuwelijke daad, die gij gepleegd
-hebt," riep Johan en hij zette zijnen voet tegen de poort om Mo
-het sluiten te beletten. Een oogenblik kreeg deze het bewustzijn
-terug. De oude man stiet de poort zoo ver dicht, dat zij op eenen kier
-stond. Het gaslicht viel door de smalle opening op het bleeke gezicht
-met den valschen glimlach om den mond, met dat zilverwitte naar achter
-gestreken haar, en op duidelijken doch wat gedempten toon zeide hij:
-"De minister zoowel als mevrouw wisten het heel goed, maar zij wilden
-dat ik haar zou nemen, opdat gij haar niet krijgen zoudt," en met een
-onbeschrijfelijk kwaadaardigen grijns stak hij zijne tong tegen den
-dokter uit, terwijl hij de poort dicht sloeg en den sleutel tweemaal
-omdraaide. Johan Bennecken tuimelde tegen den lantaarnpaal en als
-verlamd bleef hij daar geruimen tijd staan.
-
-Een jongen met eene ladder kwam op het trottoir: "man, ga wat verderop
-tegen eenen muur leunen, ik moet hier bij de lantaarn om het gas uit
-te draaien."
-
-De dokter ijlde weg, alsof de grond onder hem brandde. In het Oosten
-begon de dag zich te vertoonen, eerst grauwachtig, dan rooder en
-rooder, totdat de zon opging; een vriendelijk stralende lentezon--het
-was de eerste Mei--bescheen de daken der huizen en verguldde de
-kerktorens.
-
-Hij liep maar altijd voort, kwam in het oude gedeelte der stad,
-en keerde terug, altijd maar vóór zich starende en altijd geplaagd
-door dezelfde gedachten en denzelfden twijfel. Dat zijne moeder er
-niet onkundig van was geweest, hij kon zich die mogelijkheid hoe
-vreeselijk ook, haar te moeten gelooven, voorstellen. Zij was altijd
-zoo overdreven bang voor alles, wat een schandaal kon veroorzaken. Maar
-zijn vader--de brave edeldenkende man, zou die medeplichtig zijn? Die
-gedachte wierp hij ver van zich.
-
-Mo was toch dronken, wist niet wat hij zeide, en was er altijd op
-uit met duivelsche boosaardigheid anderen te belasteren.
-
-Maar wat hielpen al deze redeneeringen?
-
-De twijfel brandde als eene gloeiende plek meer en meer in zijne ziel:
-hij moest zekerheid hebben.
-
-Zoodra het besluit, naar zijne ouders te gaan, en hun ronduit
-de waarheid te vragen, bij hem vast stond, kwam hij tot meer
-kalmte. Intusschen kon er geen sprake van zijn op dit vroege uur te
-komen; een paar uren moest hij minstens nog wachten, en hij ging dus
-naar de kade, waar reeds volle bedrijvigheid heerschte. Werkvolk
-en sjouwerlui gingen naar de haven, leerjongens liepen naar hunne
-werkplaatsen met hunnen kleinen koffieketel en hunne boterhammen in een
-papier gewikkeld in de hand; fabriekmeisjes riepen elkander en gingen
-dan samen verder, lachende en elkander hare nachtelijke avonturen
-vertellende, terwijl politieagenten, die er slaperig uitzagen, zich
-voortsleepten en met verlangen hunne aflossing verbeidden.
-
-Eene bevolking van een eigenaardig karakter bewoog zich op dit uur van
-den dag op straat: alle individuen geleken op elkaar, allen hadden een
-armoedig uiterlijk. Een welgekleed heer, die den nacht buitenshuis
-in vroolijk gezelschap had doorgebracht, sloop, druipstaartend als
-een hond en min of meer met zijne houding verlegen, in dien helderen
-zonneschijn naar zijne woning.
-
-En intusschen waren de lieden, die in de fraaie gedeelten der stad
-woonden nog in diepen slaap gedompeld, achter neergelaten valgordijnen
-en gegrendelde deuren. Een verheven majestueuse slaap verkwikte
-hen, die over de stad, over den staat, over het volk en al zijne
-kleinoodiën zorgden; en hoe helder de morgenzon ook scheen, kon zij
-toch het mysterie niet opklaren, hoe het kwam, dat zij die sliepen,
-juist diegene waren, die waakten en dat over diegene, die wakker waren,
-gewaakt werd door hen, die sliepen. Steeds levendiger ging het echter
-langs de kade en in de haven zoowel als in de nauwe straten toe.
-
-De kleine stoombooten lieten hun schel gefluit hooren en staken van
-wal; een weinig verder lag in de haven eene groote stoomboot, die juist
-van de Westkust was gekomen, en wachtte, totdat de havenmeester plaats
-voor haar aan de kade zou maken; visschersbooten kwamen binnenloopen;
-eenige visschers waren reeds aan het loven en bieden met de opkoopers
-en de dikke vischwijven, die groote, platte manden voor zich hadden
-staan.
-
-Johan liep altijd maar voort; eindelijk kwam hij aan de Vestingkade,
-waar eene groote, groengeschilderde Engelsche stoomboot ankerde. De
-door stoom bewogen hijschmachine was druk aan den gang, volk liep af
-en aan op het vaartuig; tonnen en biervaten stonden in rijen langs de
-kade en in den vorm van eene pyramide was een groot aantal kisten op
-elkander gestapeld, waarop Noorsche namen en Amerikaansche adressen
-geschilderd waren.
-
-Uit een der groepen van mannen en vrouwen met kinderen, allen in nieuwe
-baaien pakjes gestoken, trad een rijzig jonkman in bont katoenen hemd
-en zomerjas gekleed.
-
-"Goeden morgen Johan! al zoo vroeg in de kleeren? Herkent gij mij
-niet?"
-
-Johan herkende hem, het was een oud schoolkameraad, dien hij in jaren
-niet had ontmoet.
-
-"Waar zijt gij al dien tijd geweest?" vroeg hij.
-
-"In Amerika, kerel," antwoordde hij vroolijk. "Emigrantenagent--eene
-prachtige winstgevende zaak! maar, bliksems veel gezeur en ergernis
-ook.
-
-"Thans zit ik er leelijk in moet je weten, want op de plaatsbiljetten,
-welke die lieden gekocht hebben, staat gedrukt: een Noorsch dokter
-bevindt zich aan boord, en de kerel, dien ik had geëngageerd, maakt
-nu allerlei zwarigheden en laat mij per slot van rekening nog in
-den steek. Maar.... waarachtig, daar denk ik juist aan, jij bent ook
-dokter--Johan, come along! goede voorwaarden, hoor maar eens!"
-
-En nu begon de agent met zulk een rappe tong al de voordeelen, aan die
-betrekking verbonden, op te sommen, dat zijn eigen plan, hem zelf zoo
-begon toe te lachen, dat hij eindigde met te zeggen: "Zie zoo, dat is
-afgemaakt, die zaak is in orde. Hier is de nieuwe dokter," vervolgde
-hij, zich tot de om hem heen geschaarde landverhuizers wendende.
-
-Johan moest onwillekeurig om hem lachen, maar zeide ja noch
-neen. Wanneer hij alles wel overwoog, was het eigenlijk het
-verstandigste, dat hij maar toesloeg.
-
-Het was nu ongeveer zeven uur. Hij beloofde later op den dag nader
-bescheid te geven en begaf zich naar het ouderlijk huis.
-
-In de voornamere stadswijken begon het thans wat levendiger te
-worden. De winkels werden geveegd en de spiegelruiten gezeemd. Eenige
-eerzame burgers in de Karel-Johanstraat waren bezig de vlaggestokken
-uit de dakvensters te steken, want men verwachtte den koning in den
-loop van den dag.
-
-"Wie is daar?" riep mevrouw Bennecken, toen Johan aan de deur der
-slaapkamer klopte.
-
-"Ik ben het.... Johan, ik moet vader spreken."
-
-"Neen.... neen.... Johan.... je kunt nog niet binnen komen!" maar
-hij hoorde niet en deed de deur open.
-
-"Maar Johan, wat beteekent dat," riep zijne moeder vertoornd uit,
-terwijl zij zich achter het bedgordijn verschool: zij was "en profond
-négligé"; de minister lag nog in bed.
-
-"Ja.... neemt het mij niet kwalijk, maar ik moet met u beiden
-spreken." Zijn hart klopte zoo heftig, dat hij eerst bijna geen
-woord kon uitbrengen. "Ik ben hier.... om u te vragen.... vader...,
-of u, of moeder iets aangaande de ziekte van Mo wist, toen hij met
-Christine trouwde?"
-
-Er ontstond eene kleine pauze; eindelijk begon de minister: "Ik vind
-je binnenkomen hier heel ongepast en...."
-
-"Antwoord mij! antwoord mij," riep Johan.
-
-De heer Bennecken ging overeind in bed zitten en beproefde met eene
-uitdrukking op het gelaat, die eerbied moest inboezemen, zijnen zoon
-aan te zien, maar dit wilde in zijn nachttoilet waarin het dunne
-grijze haar naar alle kanten uitstond, volstrekt niet gelukken. Had
-hij zich in al zijne heerlijkheid kunnen vertoonen, misschien zou het
-hem gelukt zijn, meester van de positie te worden: zoo als hij daar nu
-echter in zijn bed zat, een heel gewoon ongeschoren oudachtig heer,
-viel eensklaps de buitengewone eerbied, dien zijn zoon voor hem had
-gekoesterd, als een kaartenhuisje ineen, en op een ijskouden toon,
-die hem zelf bijna verschrikte, zei hij: "Vader--vader! ik heb mij
-in u vergist!"
-
-Maar nu kreeg mevrouw hare tegenwoordigheid van geest terug, "ik
-verzoek je Johan met meer respect tot je vader te spreken.... en
-hoor bedaard wat ik je zeggen wil. Gij weet zelf.... als dokter heel
-best, dat de ziekte, waarop gij doelt, nooit door fatsoenlijke lieden
-wordt genoemd."
-
-"Ja, dat is het juist," riep haar zoon uit. "Vele malen heb ik er mijne
-gedachten over laten gaan, wat de reden is, dat die vreeselijkste aller
-ziekten verlof heeft, incognito overal binnen te sluipen, terwijl het
-niet fatsoenlijk is, haar bij haren waren naam te noemen. O.... gij
-weet niet, wat gij gedaan hebt, moeder!"
-
-"Wat heb ik dan gedaan! je bent van je zinnen beroofd, jongen!" riep
-mevrouw toornig uit. Zij kon het zich niet voorstellen, dat die sul
-van een Johan hier met het uiterlijk van een rechter voor haar stond.
-
-"Adelaïde!" klonk het voorzichtig uit het bed.
-
-Maar Johan ging kalm voort. Nu hij zekerheid had was het, of de
-vulkaan, die in hem brandde, op eens uitgedoofd was. "Dat gij trachttet
-mij te verhinderen haar tot vrouw te nemen, kan ik begrijpen, en zou
-ik misschien hebben kunnen vergeven, maar dat gij haar zoo moedwillig
-in het verderf liet loopen. O.... gij weet niet hoe edel en goed
-zij was, en hoeveel zij heeft moeten lijden.... Nu is zij gestorven,
-en ik vertrek van avond. Vaartwel!"
-
-"Waar naar toe?" vroeg mevrouw.
-
-"Naar Amerika," antwoordde Johan, die reeds in de deur stond.
-
-"Naar Amerika! dat gaat volstrekt niet! Daniel!" riep zij haren
-man toe.
-
-"Het is eene ernstige zaak, en vóór alles is het noodig dat wij
-bedaard zijn," zeide de minister.
-
-In de eetzaal kwam Hilda, nog maar half gekleed haren broeder te
-gemoet; op hare slaapkamer had zij een groot gedeelte van het gesprek
-gehoord.
-
-"Johan--Johan!" riep zij half snikkend uit, "wat is het toch?.... wilt
-gij weer weggaan?"
-
-"Ja, Hilda, nu ga ik voor goed naar Amerika. Het doet mij leed voor
-jou, arme zus, want je staat dan weer zoo eenzaam," en hij drukte
-haar tegen zich aan.
-
-"Ach.... ach....!" snikte Hilda.... "kan ik niet met je meegaan,
-Johan?"
-
-Zij zeide die woorden zonder die nu juist ernstig te meenen, maar
-haar broeder vatte het anders op, en toen Hilda hem op zijn aanbod
-om hem te volgen antwoordde, dat mama het nooit zou toestaan, zeide
-hij op harden toon: "Och! het zijn de twee verschovelingen maar,
-die heen gaan, buitendien vragen wij geen verlof. Reis met mij mee
-en help mij, totdat gij iets beters voor je zelf vindt."
-
-"Neen--maar Johan! is het je werkelijk ernst?"
-
-"Waarom niet? Wat lot staat je hier t'huis te wachten? Trouwen zult
-ge wel niet.... neem het mij niet kwalijk, dat ik het zoo maar ronduit
-zeg.... en gij behoort tot een te voornamen stand om hier een nuttigen
-werkkring te vinden. Gij past volkomen voor Amerika."
-
-Juist kwam mevrouw uit hare slaapkamer. "Ah zoo.... gij zijt nog niet
-weg, Johan.... dat tref ik, want ik wilde nog wat met je praten."
-
-"Hilda gaat met mij mee," zeide Johan tot antwoord.
-
-Mevrouw deed eene zwakke poging om te lachen.
-
-"Nu ik ben blij, dat ik dit hoor; het heele plan was dus maar eene
-scherts, ja, ja, dat dacht ik wel."
-
-"Neen, moeder, het is ernst," antwoordde Johan droogjes. "Hilda,
-pak nu je boeltje bij elkaar, wij gaan van avond aan boord."
-
-Hilda was geheel verward, maar de gebiedende toon, waarop haar anders
-zoo vreesachtige broeder tot haar sprak, maakte zulk eenen indruk,
-dat zij hem gehoorzaamde en de eetzaal verliet.
-
-"Luister nu, Johan," zeide mevrouw, en zij plaatste zich recht voor
-hem, "ben je gek, of ben je alleen dronken? Geloof je werkelijk,
-dat je vader en ik zulk een schandaal zullen gedoogen?"
-
-"Ik kom van avond Hilda halen en verhindert gij haar de noodige
-toebereidselen te maken, dan kunt gij u op een nog grooter schandaal
-voorbereiden," klonk het uit zijnen mond en hij ging naar de deur.
-
-Mevrouw Bennecken stiet eenen gil uit en viel achterover op eenen
-stoel. "Maar, Johan!" riep de minister in de deur der slaapkamer,
-hij had zijne pantalon nog in de hand, "help Mama toch, je ziet dat
-zij in onmacht is gevallen!"
-
-"Dat is zij niet," antwoordde hij en verliet het huis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XIX.
-
-
-De agent voor de landverhuizers wreef zich vergenoegd in de handen,
-omdat hij zoo gemakkelijk aan eenen dokter gekomen was, en keek naar
-een stoomboot, die uit het Westen was gekomen, waarvoor nu plaats
-aan de kade was gemaakt vlak tegen het Engelsche vaartuig aan.
-
-Zijn scherpe blik zag, overal zoekend naar landverhuizers rond en
-weldra ontdekte hij Njaedel en den opperloods, die juist aan wal
-gekomen waren. Door de menigte drong hij heen en voegde zich bij hen.
-
-"Landverhuizers, naar ik zie," zeide hij, terwijl hij hen groette.
-
-De opperloods beantwoordde zijnen groet maar toen de agent hem
-den reiszak, dien hij in de hand droeg, wilde afnemen, wilde
-hij volstrekt niet hebben, dat die netgekleede heer zich daarmede
-belastte. Intusschen praatte de agent onophoudelijk door en hielp hen
-uit het gedrang, want velen spoedden zich naar het pas aangekomen
-vaartuig. Njaedel volgde hen op den voet, hij zag alles met groot
-mistrouwen aan.
-
-"Zie zoo..... daar ligt de boot op welke gij de reis zult maken, een
-prachtig vaartuig.... first class altogether, hebt gij al biljetten?"
-
-"Neen!" antwoordde de opperloods.
-
-"Very well! De biljetten krijgt gij aan boord, wees zoo goed aan
-boord te gaan!"
-
-"Hoe laat vaart de boot af?" vroeg Njaedel.
-
-"Morgen ochtend heel vroeg," antwoordde hij en met eenen woordenvloed,
-die Njaedel bijna deed duizelen, begon hij al de voordeelen van
-de onderneming, waarvoor hij passagiers werfde, op te sommen; hoe
-gelukkig het voor hen was, dat zij dadelijk, toen zij aan land kwamen,
-hem ontmoetten, en hoe gemakkelijk het was, dat zij van avond reeds aan
-boord konden komen, dat zij op deze manier de kosten voor huisvesting
-spaarden, enz.
-
-Dit laatste betoog had de gewenschte kracht; zij volgden den agent
-naar boord en in minder dan een kwartier hielp hij hun aan kooien op
-de tweede klasse voordeks. Hij droeg zorg voor de biljetten, ontving
-de vooruitbetaling, schreef de quitantie, en beëindigde de zaak,
-door de handen vrij hard tegen elkaâr aan te slaan, herhalende:
-"all right, first class altogether!"
-
-Toen dit alles in orde was, gingen zij weer aan land. Njaedel
-fluisterde den opperloods in 't oor: "Wanneer... die mooi gekleede
-mijnheer maar geen schelm is, hij praatte zoo in eenen adem door."
-
-De opperloods lachte medelijdend en zei, dat dit Amerikaansche manier
-was. Hun bleef nog over zich omtrent "de zaak" op de hoogte te stellen
-en Christine in het hospitaal te bezoeken.
-
-Njaedel was van meening, dat zij regelrecht naar den koning moesten
-gaan, maar de opperloods lachte weer medelijdend en begon aan allen,
-die hij ontmoette, den weg naar het ministerie te vragen.
-
-Hij had geen geluk; de meesten lachten of antwoordden met eene
-geestigheid, anderen bleven staan om hen na te kijken. Zij zagen
-er ook in het oog vallend uit: de kleine, roodwangige opperloods in
-zijn geel zeemansbuis en pelsmuts en de reusachtige gestalte, naast
-hem, met den gekromden rug, den dikken verwarden langen baard en de
-buitengewoon heldere onschuldige kinderoogen.
-
-Zij gevoelden, dat zij de opmerkzaamheid trokken, vooral toen zij
-in de voorname stadswijken kwamen. De opperloods vroeg niet meer zoo
-direct aan ieder den weg; aan den hoek van het postkantoor gekomen,
-zeide hij moedeloos: "Het is waarachtig al tien uur."
-
-Juist keken zij op den kerktoren, toen een net gekleed heer met
-papieren onder den arm den hoek omkwam.
-
-De opperloods vatte moed en zei: "Neem mij niet kwalijk.... maar kan
-u ons ook zeggen, waar het ministerie is."
-
-"Welk ministerie?"
-
-"Is er meer dan één," vroeg de opperloods op moedeloozen toon.
-
-"Och mijn beste man," antwoordde de heer, "hoe zou het oude Noorwegen
-het met één Departement kunnen stellen! maar wat komt gij eigenlijk
-in het Departement doen?"
-
-"Naar "de zaak" vragen," antwoordde Njaedel.
-
-"Dat is te zeggen," verklaarde de opperloods nader, "het is over het
-wier aan het strand en een groot afvoerkanaal of sloot."
-
-"Ja, groote afvoerkanalen vindt men in alle departementen meer dan
-genoeg," zeide de zoo goedig uitziende heer, "maar met het wier is
-het eene andere zaak."
-
-"Het is aan dat departement, waar een minister is," verklaarde de
-opperloods verder.
-
-"Och mijn beste buitenman, waar is geen minister! Wij hebben er elf
-van dat soort."
-
-Nu zonk den opperloods de moed geheel in de schoenen, en hij zag
-zijnen vriend radeloos aan.
-
-"Daar heb ik een broer," zeide Njaedel.
-
-"Ah zoo! en hoe heet hij?"
-
-"Hij heet Anders--Anders Mo."
-
-"Ah, Mo! o dien ken ik heel goed; zoo zoo, is hij uw broer, gaat dan
-beiden maar met mij mee, ik ga denzelfden kant uit." Hij ging vooruit
-en de beide anderen volgden hem.
-
-"Hij hoort tot de echt voorname lui," fluisterde Njaedel, "want hij
-schaamt zich naast ons te loopen."
-
-"Ik vertrouw hem nog niet recht," antwoordde de opperloods voorzichtig.
-
-"Hier breng ik u twee echte exemplaren van het uitstervend dierenras
-"Volk" zeide George Delphin tot Mortensen, toen hij met den opperloods
-en Njaedel de kamer, waarin deze zat, binnen kwam; "en hier mijne
-heeren," en hij wendde zich tot de twee reizigers, "ben ik zoo vrij
-u den waren "vriend des Volks," den heer Mortensen voor te stellen."
-
-De redacteur stond op en boog deftig, ofschoon hij nooit recht op zijn
-gemak was, wanneer de hoofdcommies schertste. In eenige hoogdravende
-bewoordingen zeide hij, welk een genoegen het hem deed, zoo van
-aangezicht tot aangezicht te staan tegenover hen, die de eigenlijke
-kern van het volk uitmaakten. Noorwegens eerlijke, vrije mannen, enz.
-
-Deze kleine comedie lokte Oerseth en drie of vier andere heeren uit de
-aangrenzende kamers; de opperloods had echter het bolle bleeke gelaat
-van Mortensen nauwkeurig beschouwd en voelde, dat hij op het punt
-stond in drift uit te barsten; toch gelukte het hem zich te bedwingen.
-
-"Deze heeren," zeide de bureau-chef, terwijl hij zich gereed
-maakte heen te gaan, "beveel ik uwe bijzondere zorg aan, mijnheer
-Mortensen! en ik betwijfel volstrekt niet of gij zult met vreugde van
-de gelegenheid gebruik maken, u den waren Vriend des Volks te toonen."
-
-"Pardon, mijnheer Delphin," antwoordde Mortensen een weinig knorrig,
-"maar van daag hebben wij wezenlijk geen tijd gekheid te maken."
-
-"Gekheid," zeide Delphin, "gekheid? Hoorde wellicht een der heeren
-of de commies Mortensen van "gekheid" sprak?--Ik kan mij zulks niet
-voorstellen"--vervolgde hij, terwijl de schampere glimlach, die de
-schrik zijner vijanden was, zich om zijne lippen plooide, "ik kan mij
-de mogelijkheid niet voorstellen, dat de commies Mortensen een bevel,
-dat ik hem geef, als "gekheid" zou opvatten. Deze twee heeren komen
-hooren naar eene zaak over strandwier en over een groot afvoerkanaal,
-die bij ons Departement is ingediend. Wees zoo goed mijnheer Mortensen
-oogenblikkelijk naar alle papieren, die zaak betreffende, te zoeken
-en de heeren de noodige inlichting te geven."
-
-De Redacteur zag vuurrood van kwaadheid en de anderen, bemerkende
-welke wending de comedie nam, slopen naar hunne plaatsen en bogen
-zich over hun werk.
-
-Nu nam de opperloods Sechus het woord:
-
-"Neem mij niet kwalijk mijnheer, maar--maar wij willen liever den
-minister zelven spreken--ik wil niets met dien mijnheer te doen
-hebben."
-
-"Ja, daarin heb je gelijk," antwoordde de bureau-chef, en bracht
-de twee boeren door al de vertrekken tot in de wachtkamer van den
-minister. Hier verzocht hij hen te wachten, omdat deze nog niet op
-het bureau was.
-
-Het duurde bijna een uur vóór hij verscheen--en bitter slecht geluimd.
-
-Gedurende zijn ministerieele loopbaan had de heer Bennecken geleerd,
-om, hoe slechter hij gehumeurd was, een des te opgeruimder gezicht te
-zetten. Vandaag had hem zulks echter ontzettend veel moeite gekost,
-want de verdrietelijkheden waren al vroeg begonnen, en hadden hem
-geen oogenblik met rust gelaten.
-
-Na de ongelukkige scène met Johan had hij een langdurig onaangenaam
-tête-à-tête met zijne vrouw gehad: Het had hem veel moeite gekost
-de energieke dame aan het verstand te brengen, dat dwangmiddelen en
-opsluiting geene afdoende middelen waren om een schandaal te voorkomen
-en waren dus tot de conclusie gekomen, dat het het beste zou zijn de
-zaak te laten zooals zij was en haar op hunne eigenaardige manier
-aan de wereld mee te deelen: Johan had lust een tocht naar Amerika
-te maken en Hilda zou hem voor pleizier vergezellen.
-
-"Ach God! geen mensch zal het gelooven," jammerde Mevrouw!
-
-"Dat hangt geheel af van de wijze, waarop wij het vertellen,"
-antwoordde haar man.
-
-Ter nauwernood was deze zaak beklonken, of onze candidaat Alfred kwam,
-heel zuinig kijkende, binnen. Hij was gedwongen geweest eenen wissel
-te accepteeren en die verviel vandaag en.... en.... De minister
-werd woedend en Alfred kreeg eenen duchtigen uitbrander; mevrouw
-schoof hem zachtjes de kamer uit en beloofde hem bij te springen
-met het huishoudgeld. En al deze verdrietelijkheden moesten juist
-plaats hebben op den gewichtigen dag, waarop men zijne majesteit den
-koning na eene lange afwezigheid verwachtte, op eenen tijd, waarin
-het van het grootste gewicht was voor het bezoek des Konings alles
-zoo feestelijk mogelijk in orde te hebben.
-
-Toen de minister dan ook door de deur, waarvan hij alleen den sleutel
-bezat, op zijn bureau kwam, kostte het hem op het gezicht van de
-twee zonderlinge gestalten, die er zaten, groote moeite eenen vloek
-te weerhouden.
-
-De opperloods stond dadelijk op en begon de zaak zóó voor te dragen,
-alsof hij een van buiten geleerd lesje opzegde. Tot Njaedels
-ongeveinsde bewondering sprak hij den minister telkens met "Uwe
-Hoogheid" aan.
-
-De minister staarde hem een oogenblik aan, opende daarna de deur van
-het vertrek van den secretaris, die voor de verzending van de ingekomen
-stukken naar de verschillende afdeelingen zorg moest dragen, en vroeg:
-"Wat zijn dat voor lieden, die daar binnen zitten?"
-
-"Ik weet het niet.... neen werkelijk ik weet het niet, Excellentie,"
-antwoordde de secretaris, een klein mager man met grijs haar;
-"de bureau-chef Delphin heeft hen hier gebracht, ik weet er niets
-van.... volstrekt niets."
-
-"Dat is juist iets voor u," mompelde de minister, "ga den bureau-chef
-zeggen, dat ik hem verzoek dadelijk hier te komen."
-
-"Oogenblikkelijk.... oogenblikkelijk... Excellentie!" en met eenen
-sprong was hij van den kantoorstoel, liep een paar maal geheel ontdaan
-rond om zijnen hoed te zoeken, doch zich bij tijds herinnerende, dat
-hij de straat niet op behoefde, liep hij eindelijk naar Delphin's
-kamer, om deze de boodschap van den minister over te brengen. De
-minister liep terwijl hij op Delphin wachtte, de kamer op en neer;
-de opperloods was stom van verbazing en begon de geheele affaire vrij
-dwaas te vinden. De minister had er gedeeltelijk zelf toe bijgedragen,
-dat Delphin zoo snel eene schitterende carrière had gemaakt. In
-den laatsten tijd echter was hij niet al te zeer over hem voldaan;
-hij begon hem een weinig te wantrouwen, en had zich voorgenomen,
-om hem, zoodra zich een gepaste gelegenheid voordeed, aan te raden,
-naar eenen post in eene der kleine steden te solliciteeren.
-
-Ondertusschen was George Delphin met zijne scherpe tong en zijne
-goede relatiën altijd een man, met wien het maar best was op goeden
-voet te staan, vooral wanneer er een schandaal te duchten was.
-
-"Beste kamerheer," begon hij, toen deze binnenkwam, "gij kunt mij
-een groot pleizier doen. Zijne majesteit de koning komt, zooals gij
-weet, tegen vier uur. Dientengevolge zal een groot gedeelte van de
-notabelen der stad bij mij een déjeuner à la fourchette gebruiken,
-vóór den feestelijken intocht.... ik hoop, dat gij, Delphin, mij de
-eer zult bewijzen, ons met...."
-
-Delphin boog.
-
-"Nu was er nog iets, wat ik u vragen wilde, beste Delphin. Mijne
-vrouw zou het zeer aangenaam vinden, wanneer gij haar een weinig
-bij het arrangeeren behulpzaam wildet zijn,--dat behoort eenmaal
-tot eene van uwe vele talenten,--want Adelaïde is vandaag een weinig
-geëchauffeerd... verschillende omstandigheden... hm..." de minister
-beproefde even te glimlachen.... "zooals gij ongetwijfeld hebt
-gehoord, heeft Johan er lang over gedacht een tocht naar Amerika te
-maken..." Delphin was beleefd genoeg een bevestigend antwoord te geven.
-
-"Dit is weer zoo'n inval van hem," zeide de minister schertsend,
-"en nu presenteert zich juist eene goede gelegenheid: een plaats
-als dokter op een landverhuizersvaartuig is hem aangeboden, maar
-'t mooiste van de grap is dat Hilda voor pleizier met hem meegaat."
-
-"Hilda!" riep Delphin en viel geheel uit zijne rol.
-
-"Ja, ja," zeide de minister lachend, "een zonderling denkbeeld, niet
-waar? Adelaïde wilde eerst volstrekt hare toestemming niet geven, maar
-ik zeide: laat haar meereizen; eene reis naar Amerika is tegenwoordig
-eene kleinigheid, een tochtje dat men voor zijn pleizier doet, en
-daar dokter Rhode van meening was, dat de zeelucht.... hm!...."
-
-Delphin mompelde eenige beleefde volzinnen, en de minister was zeer
-over zich zelf te vreden; toen Delphin op het punt stond het vertrek te
-verlaten, vroeg hij fluisterende: "Wat zijn dat voor vreemde Chinezen,
-die gij mij op den hals hebt geschoven?"
-
-"Boeren van de Westkust, die naar eene zaak komen informeeren, welke
-aan ons Departement ingediend is. Ik trok mij hun lot een weinig aan,
-daar Mortensen hen wat onaangenaam behandelde. Ik meende dat het
-beter was geene aanleiding te geven dat...."
-
-"Volkomen juist geoordeeld, waarde kamerheer, ik zal hen eens
-aanspreken. Ja Mortensen is, onder ons gezegd, soms wel wat ruw."
-
-De bureau-chef ging weg en de minister zei vriendelijk tot de twee, die
-te wachten zaten: "Nu, luidjes, nu ben ik geheel tot uwen dienst. Het
-was dus eene zaak aangaande...."
-
-"Aangaande het recht op een deel van het strandwier," zeide de
-opperloods.
-
-"Het recht op een deel van het strandwier," de minister schelde--"gaat
-zoo lang zitten, die zaak zullen wij eens spoedig in orde maken,"--hij
-schelde weer,--"is de zaak kort geleden bij ons ingediend?"
-
-"Aanstaanden herfst wordt het twee jaar," zeide Njaedel.
-
-De minister sprong verschrikt van zijnen stoel op, toen hij die
-grove stem hoorde, daarna opende hij de deur van het vertrek met den
-afzonderlijken ingang en riep: "Mo!" Mo was er niet; de minister liep
-naar de andere deur en joeg den secretaris een' doodelijken schrik
-aan, toen hij, duchtig met zijne sleutels rammelende--dit was altijd
-een teeken van slecht humeur--hem naar eene zaak over "wier" vroeg.
-
-De secretaris begon ijverig in de protocollen te zoeken; hij bladerde
-van voren naar achteren en van achteren naar voren, maar niets, wat
-op deze verd.... zaak de minste betrekking had, kon hij vinden, en zij
-was toch, zooals de minister zeide, reeds twee jaar geleden ingediend.
-
-Daar al dit zoeken vruchteloos was ging de minister door de andere
-vertrekken en kwam eindelijk in Mortensen's kamer, waarin hij nooit
-van zijn leven den voet had gezet, overal schrik en angst met zijne
-rammelende sleutels en zijne vraag naar eene zaak over "wier" te
-weeg brengende, want niemand kon zich herinneren van die zaak te
-hebben gehoord.
-
-Mortensen waagde eenigszins boosaardig aan te merken: "de bureau-chef
-is reeds vertrokken, misschien wist hij er iets van."
-
-"De hoofdcommies moest voor zaken uitgaan, en buitendien moet die
-zaak reeds lang geleden door hem overgedragen zijn," antwoordde
-de minister op strengen toon, "ik begeer, dat deze geschiedenis
-dadelijk in orde wordt gebracht. De stukken moeten gevonden worden,
-hebt gij mij begrepen mijneheeren, zij moeten voor den dag komen
-en oogenblikkelijk!"
-
-De minister keerde naar zijn bureau terug en het gansche
-Departementsgebouw kreeg op eens het uiterlijk--een buitengewoon
-iets--van een mierennest. Deuren werden opengeworpen en toegeslagen;
-angstige gezichten vertoonden zich en verdwenen; planken en loketten
-werden nagezien, pakketten nauwkeurig onderzocht; de schrijvers
-draafden door de lange gangen heen en weer, gingen trappen op en
-trappen af, kwamen zelfs tot op den zolder en zochten in blinde
-vertwijfeling tusschen stof en papier. De angst steeg elke minuut;
-van tijd tot tijd opende de minister de deur van zijn bureau en
-vroeg tot grooten schrik van den secretaris, die als een drijftol
-ronddraaide wanneer hij het gelaat van den minister maar zag: "Nu,
-zijn de stukken nog niet gevonden?"
-
-Doch in de verwarring werd eene vraag gedaan, die van mond tot mond
-ging, totdat zij eindelijk als een diepe zucht door het geheele
-gebouw werd geslaakt: "Waar blijft Mo toch? Waarom komt Mo.... Mo de
-almachtige niet?" Eindelijk kwam hij. Behoedzaam, bleek, glimlachend
-sloop hij in de kamer van den minister, juist toen daar een groot
-aantal verschrikte ambtenaars bijeen waren, die allen hun best deden
-te bewijzen, dat die zaak onmogelijk door hunne handen had kunnen gaan.
-
-Allen ademden ruimer, toen de kleine man binnentrad, en de minister
-hem gejaagd vroeg of hij iets aangaande die zaak in quaestie wist.
-
-"Ja," antwoordde Mo, "die ligt in den chaos."
-
-"In wat?" vroeg de minister.
-
-"In den chaos van Mortensen," antwoordde Mo glimlachende.
-
-"Daar gij weet, waar de stukken zich bevinden, zoo breng ze hier,"
-beval de minister.
-
-Anders Mo verliet het vertrek; achter hem ging Mortensen, die buiten
-zich zelf van woede was, en Mortensen volgden de anderen.
-
-"Was dat je broeder?" vroeg de minister.
-
-"Ik meende hem aan zijne stem te herkennen," antwoordde Njaedel
-eenigszins op weifelenden toon, "maar hij was niet zoo groot als mijn
-broer, vond ik, en hij zag er zoo oud uit."
-
-De minister bedacht, dat deze scène mogelijk een minder goeden indruk
-op de twee boeren kon maken en dat wilde hij liefst niet. Daarom zei
-hij vriendelijk tot den opperloods: "Hoe heet ge vriendschap?"
-
-"Lauritz Boldemann Sechus."
-
-De minister was een en al verwondering op het hooren van dien
-welluidenden naam, en toen Sechus hem vertelde, dat hij den post van
-opperloods had bekleed, nam hij eenen stoel en ging naast hem zitten,
-begon een gesprek en klopte hem nu en dan vertrouwelijk op de knie.
-
-"Vertel mij eens, opperloods, is het leven aan de kust niet dikwijls
-moeielijk en gevaarlijk?"
-
-"Och ja, Uwe Hoogheid; wanneer de zeelui zich bij stormweer ver in
-zee wagen, bekomt het hun soms slecht."
-
-"Ja, ja," antwoordde de minister, en hij maakte eene beweging met de
-hand. "Ik denk zoo dikwijls met trotschheid aan deze wereldberoemde,
-onverschrokken loodsen, die langs onze gevaarlijke kusten wonen,
-en het verheugt mij zeer in de gelegenheid te zijn met één van hen
-persoonlijk kennis te maken."
-
-"Hé?" vroeg Sechus, "ja, ziet u, eigenlijk ben ik nu juist niet zoo'n
-loods en Njaedel ook niet."
-
-"Hm!" zeide de minister en brak dit gesprek af; "de groote
-haringvisscherij op de Westkust is wel een bron van groote verdienste
-in de streek waar gij woont."
-
-"O ja, voor hen die er wat van meekrijgen," antwoordde Sechus, die
-vond, dat de minister een echte spotvogel was.
-
-"Een bont, afwisselend leven moet het zijn in den tijd waarop de
-visscherij het levendigst is," ging de minister voort; "zulk een
-toeloop van bewoners uit de verschillende deelen van het land moet
-gewis voordeelig op de ontwikkeling van het volk werken."
-
-"Ja, Uwe Hoogheid, groote vechtpartijen hebben er dan plaats."
-
-"Hm.... zeker, zeker! kleine schermutselingen, maar zeg mij nu
-eens,"--de minister veranderde weer van onderwerp,--"wanneer zoo vele
-lieden samenstroomen, waar krijgen dan allen nachtverblijf?"
-
-"Och!.... Uwe Hoogheid," antwoordde Sechus, "met slapen nemen zij het
-niet zoo nauw. De meesten leggen zich op den buik en dekken zich zoo
-goed als zij kunnen met den rug toe."
-
-Bum.... Bum.... Bum, neuriede de minister, terwijl hij al rammelende
-met zijne sleutels het vertrek op en neer liep.
-
-De opperloods, die zich volstrekt niet bewust was, iets gezegd te
-hebben dat niet te pas kwam, maar integendeel vond, zooals reeds gezegd
-is, dat de minister heel familiaar met hen omging, trok Njaedel even
-bij het buis en fluisterde: "ik geloof, dat ik met hem eens over den
-weg spreek."
-
-Njaedel knikte toestemmend en Sechus stond weer van den stoel op.
-
-"Neem mij niet kwalijk.... Uwe Hoogheid.... maar er is nog iets,
-waar ik heel gaarne alles van wist."
-
-"Tot uwen dienst, opperloods."
-
-"Staat Uwe Hoogheid niet boven alle lensmands, rotmeesters en
-ingenieurs van de openbare wegen?"
-
-"Ja, ja, vriend."
-
-Het oog van den opperloods glansde van vreugde. Eindelijk had hij
-dan den rechte te pakken; nu zou hij alles, wat hem aangaande dien
-weg zoo lang op het hart had gelegen, den minister zeggen, en zijne
-lang verkropte woede gaf zich dan ook lucht in eenen woordenvloed,
-waarvan zijn toehoorder de helft niet begreep.
-
-"Van welk stuk van den weg is er sprake," vroeg deze, terwijl hij op
-eene groote landkaart wees.
-
-Sechus, die daar hij op zee gevaren had, gewoon was met kaarten om
-te gaan, had dit spoedig gevonden.
-
-De minister zette zijn gouden lorgnet op, nam eenen passer uit
-eene étui, die op de tafel lag, en mat het stukje met de grootste
-nauwkeurigheid.
-
-Daarna zeide hij op zijne kalme, vloeiende manier "zie, opperloods,
-dit is alleen eene kaart van onze wegen. Zoo gij u al deze roode,
-gele en blauwe lijnen, als eene lijn kondt voorstellen, zou die zeer,
-zeer lang zijn, nietwaar?"
-
-Ja, dit stemde de opperloods gaaf toe, ofschoon hij niet begreep,
-waar de minister heen wilde.
-
-"En wees nu zoo goed, de ruimte te beschouwen, die zich bevindt
-tusschen de beenen van den passer,... gij ziet, dat die niet veel
-grooter is dan de dikte van een stuk karton."
-
-De opperloods staarde beurtelings den minister en den passer aan.
-
-"Zie nu, opperloods Sechus, zoo klein is het stukje van den weg,
-waarover gij u beklaagt, in verhouding tot het overige deel van
-onze wegen, en zijt gij nu niet overtuigd, dat het misschien ja,
-wat zal ik zeggen--een weinig te veel is verlangd, dat hij, die dit
-zoo samengestelde net van dijken en wegen in zijn hoofd moet hebben,
-dat hij, herhaal ik, zijne bijzondere zorg.... zijne bijzondere zorg
-zeg ik, over zulk een onbeduidend stuk van het geheel zou moeten
-uitstrekken"--en de minister hield den opperloods den geopenden passer
-voor den neus. Deze stond met den mond vol tanden. Heel duidelijk was
-hem de zaak niet geworden, maar hij voelde, instinktmatig, dat men hem
-om den tuin leidde en hetzelfde gevoel dat hem eenige oogenblikken te
-voren bezielde, alsof er iets in hem kookte,--overviel hem. Gelukkig
-werd de deur geopend, en trad Anders Mo binnen, gevolgd door Mortensen,
-den secretaris en eenige anderen, die in het zijvertrek bleven staan
-om te hooren hoe die merkwaardige zaak zou afloopen.
-
-Mo had, niettegenstaande alle tegenstribbelingen van Mortensen,
-den geheelen chaos doorwoeld, en achter in het loket vond hij een
-verkreukeld pakket in een geel omslag, dat hij heel bedaard voor den
-dag haalde.
-
-Allen waren het eens, dat Anders die documenten met het een of ander
-boosaardig plan daar had verstopt.
-
-Mortensen mompelde: "Nu is hij rijp."
-
-De minister zette zijn gouden lorgnet op, verbrak het omslag, en een
-klein stofwolkje vloog in de hoogte.
-
-"Hier staat het volgnummer.... uw eigen schrift," zeide de minister
-tot den secretaris en hij voegde er bij, "collationeer het volgnummer."
-
-De kleine man liep zoo haastig weg alsof het volgnummer hem in de
-beenen was geslagen, maar vóór hij nog tijd had gehad de protocollen
-voor den dag te halen, werd hij door den minister op een toon, die
-weinig goeds voorspelde, teruggeroepen. Deze had ter nauwernood een
-paar regels van het verzoekschrift gelezen, of riep uit: "maar hoe
-zijn die stukken in ons Departement gekomen?"
-
-Toen de secretaris terugkwam, zette de minister den langen, blanken
-wijsvinger zoo stijf onder een woord van den inhoud, dat zijn nagel
-een diep spoor achterliet: "Wat staat hier? Hier staat: Eigendommen
-tot de kerk behoorende."
-
-"Bisdom Kristiansand," zeide Njaedel, die met gespannen aandacht
-toehoorde.
-
-"Aldus behoort deze zaak in het Departement van Eeredienst te huis
-en niet hier," hervatte de minister op hoogen toon.
-
-"Ja maar, ja maar," begon de secretaris: "ik herinner mij nu niet meer,
-neen werkelijk ik herinner het mij niet meer, maar misschien heb ik
-destijds gevonden, dat het onderwerp van den twist van zoodanigen
-aard was, dat....."
-
-"Het onderwerp van den twist," viel de minister met strengen toon in,
-"hier is geen sprake van het onderwerp van den twist, maar wel van eene
-goede Departementale orde, en volgens deze, behooren alle zaken, die
-betrekking op vroegere geestelijke goederen hebben in het Departement
-van Eeredienst te huis. Dit is een oude bekende regel, met welken,
-naar het mij voorkomt, de secretaris bekend moest zijn. Mo.... ga
-dadelijk met deze stukken naar het Departement van Eeredienst."
-
-De minister overhandigde in zijne meest eerbiedwekkende houding aan Mo
-de stukken. Alle ambtenaars, die getuige van de zaak waren geweest,
-verdwenen weder in hunne afdeelingen, en de secretaris zette zich
-geheel en al vernietigd op zijne plaats en tuurde op de volgnummers.
-
-Njaedel had geen oogenblik de stukken uit het oog verloren, en toen
-zijn broeder er mede verdween, riep hij uit: "Wie had gelijk?"
-
-"Ja, mijn goede man," antwoordde de minister, "dat kan ik u niet
-zeggen, doch men zal u, zoo gij na eenigen tijd bij dat Departement
-er naar vraagt, zeker de noodige inlichtingen dienaangaande
-geven. Vaartwel heeren--vaartwel, het was mij een groot genoegen u
-van dienst te zijn."
-
-Hierop schoof hij hen beleefd de deur uit en draaide den sleutel om.
-
-Alles schemerde Njaedel voor de oogen; nu begreep hij er niets meer
-van; de opperloods kookte meer en meer van woede. Nu maakte Mortensen,
-toen de twee vrienden zijn kamer passeerden een deftige buiging,
-waarop de opperloods die anders zoo goedhartig van karakter was,
-zijne drift, die bijna tot razernij was gestegen, niet langer meester
-bleef. Hij greep een flesch met inkt, die in een vensterbank stond,
-en wierp haar met alle kracht naar het hoofd van Mortensen.
-
-De Redacteur boog schielijk op zijde, waardoor de flesch tegen den
-muur achter zijnen lessenaar te recht kwam en in duizend stukjes
-brak. Weer ontstond er groote verwarring in de aangrenzende kamers,
-waarin de opperloods en Njaedel zich haastten de trappen af te komen.
-
-De schrik over deze ongehoorde handelwijze was zoo groot, dat niemand
-er aan dacht de misdadigers te vervolgen. Terwijl zich al meer en
-meer heeren van het departement om de groote inktvlek verzamelden,
-waaruit zwarte stralen naar alle richtingen schoten, voerde Hiorth met
-zich zelf een inwendigen strijd: zou hij, hetgeen hij op de tong had,
-zeggen of niet? Hij was er niet geheel zeker van of de opmerking,
-die hij wilde maken, als eene geestigheid, of wel als eene groote
-flauwiteit zou beschouwd worden, want in zake geestigheid had hij
-bittere teleurstellingen ondervonden. Eindelijk verzamelde hij al
-zijnen moed en zeide half luid: "Wartburg!" Het was werkelijk eene
-geestigheid, en het gemoed van den jongen commies Hiorth zwol van
-trots. Toen het bekend werd, dat hij die uitdrukking had gebezigd,
-waren zijn vrienden zoo verbaasd, dat velen hunner het van dien dag
-af in twijfel trokken of hij werkelijk wel zoo dom was, als algemeen
-aangenomen werd.
-
-Eenstemmig werd besloten, dat de plaats van Mortensen "den Wartburg"
-zou worden genoemd, en dat de inktvlek, waaraan zoovele herinneringen
-verbonden waren, nooit uitgewischt of oververfd mocht worden. Lang
-nadat Mortensen zijn plaats tegen eene betere had verwisseld,
-werd zijn vorige zitplaats nog bij dien naam genoemd en 't is niet
-onmogelijk, dat deze inktvlek en Hiorth's geestigheid zullen blijven
-voortleven, zoolang het Departement zal blijven; dat wil naar alle
-waarschijnlijkheid zeggen: tot zeer kort vóór den dag van het laatste
-oordeel.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XX.
-
-
-Het was twee uur.
-
-Delphin had de kamers in het huis van den minister gearrangeerd naar
-den smaak, die, zooals hij beweerde, op de Tuilerieën gedurende het
-tweede keizerrijk mode was geweest.
-
-In het midden van het vertrek stonden geene meubelen, zoodat men zich
-daar ongedwongen kon bewegen; doch in alle hoeken half verscholen
-onder de zware gordijnen, waren fauteuils en tabouretten geplaatst,
-waarom zich hoogstens drie of vier personen konden groepeeren.
-
-Het was hem door zijne vroolijke invallen en door zijn talent, om
-alles met smaak en naar den zin van mevrouw in te richten, gelukt
-hare booze luim, ten minste gedeeltelijk, te verdrijven, en tevens
-was de kamerheer al de door hem gewenschte berichten, aangaande het
-plotselinge vertrek der door de natuur zoo stiefmoederlijk bedeelde
-kinderen, te weten gekomen. In de eetzaal stond eene zoogenaamde
-"koude tafel," gedekt,--een uitgezocht déjeuner met fijne wijnen en
-champagne. Het plan was, dat de gasten niet op elkaar met het eten
-zouden wachten, ongedwongen moest het toegaan, zoodat ieder die kwam
-zich dadelijk bedienen kon. Het moest op deze wijze toegaan, want
-allen hadden geen tijd lang te blijven:--de meesten hadden nog vóór
-de komst van den koning het een en ander in orde te brengen. Men kon
-niet met zekerheid zeggen, wanneer de gastheer zou verschijnen, want
-hij had nog veel werk voor de borst en daarbij was Daniel, vertelde
-mevrouw op vertrouwelijken toon aan Delphin, zeer slecht gehumeurd.
-
-In de salons zag men langzamerhand verschijnen: militairen in groot
-tenue, heeren ambtenaren in uniform, de voornaamsten der geestelijkheid
-met stijve, gepijpte kragen en ordeteekenen, verder twee of drie
-ministers en eenige eerzuchtige advocaten, die zich op de eerste
-trede van de ladder bevonden.
-
-De groothandelaar Falck-Olsen trad in zijn nieuwe uniform van de
-"gele vereeniging," de salon binnen. "Ik heb de Champagne aan de
-achterdeur laten bezorgen," fluisterde hij mevrouw toe, terwijl hij
-haar de hand drukte.
-
-Daarna zag hij links en rechts om zich heen, en aan ieder, dien hij
-ontmoette, vroeg hij wanneer minister Bennecken zou komen. Eindelijk
-stond hij vlak bij den kamerheer Delphin, die zijne fraaie uniform
-zeer bewonderde.
-
-"Gij ziet er uit als een zweedsch officier," zeide de kamerheer
-tot hem.
-
-De groothandelaar rammelde onder het gesprek telkens met zijnen sabel
-en wierp ter sluiks eenen blik in den spiegel.
-
-"Gij kunt niet half gelooven, beste kamerheer, in welke pijnlijke
-verlegenheid ik geweest ben bij de keuze van een paard, want mijne
-prachtige zwarte merrie is eigenlijk een koetspaard. Nu heb ik wel
-een Isabella, een mooi dier met prachtige manen en zoo glad van huid
-en rond van vormen, dat het een lust is het dier te zien--ik heb het
-van een paardenopkooper van de Westkust gekocht--maar het ongeluk wil,
-dat het dier een weinig klein is en--"
-
-"Napoleon bereed altijd kleine paarden," zeide Delphin.
-
-"Werkelijk!" riep de heer Falck-Olsen verheugd uit, "en denk eens,
-de kolonel zwoer bij hoog en bij laag, dat mijn Isabella te goed was
-voor het gele corps."
-
-"Maar gij zult toch het mooie dier berijden," vroeg Delphin op eenen
-toon, alsof hij 't een zaak van 't grootste gewicht beschouwde.
-
-"Ja, ik neem mijn Isabella," antwoordde de groothandelaar op beslisten
-toon.
-
-Onder de laatst aangekomenen bevond zich de ambtman Hiorth van de
-Westkust. Hij was kort geleden in de stad gekomen en het gerucht
-wilde, dat hij den ouden Falbe zou vervangen, die afgetreden was,
-na den--zelfs voor een noorsch minister--eerwaardigen ouderdom van
-82 jaren te hebben bereikt.
-
-Hiorth gaf zijn genoegen te kennen den kamerheer Delphin te ontmoeten,
-die in vroegere jaren bij hem als jong advocaat werkzaam was geweest,
-en hij verzocht de kamerheer hem aan dezen en genen der meest
-invloedrijke lieden voor te stellen. In vele jaren was hij niet in
-de hoofdstad geweest; velen waren hem dus onbekend.
-
-Intusschen was hij spoedig weer op hoogte, want voor het meerendeel
-droegen de gasten nog die half Duitsche uit den Deenschen tijd
-ingevoerde namen, die volgens een geheimzinnig erfelijk recht eenige
-vette landsposten aan zich verbinden. Niet alleen schijnen deze
-heeren de namen en betrekkingen hunner vaderen te hebben geërfd,
-maar zelfs in hun voorkomen hebben zij iets behouden, dat aan den
-tijd van Frederik den Zesde herinnert: hetzelfde regelmatige, wel
-gevormde profiel, hetzelfde kleine ronde hoofd, denzelfden stijven
-hals en hetzelfde gelaat, door eenen korten, stoppeligen baard omgeven,
-dat van voortdurende bescheidenheid getuigt.
-
-Naar Delphins plan had het gezelschap zich in de hoeken en bij de
-ramen in kleine groepjes verdeeld, terwijl men midden in de vertrekken
-meest twee aan twee ging, anderen waren nog om de tafel geschaard of
-met hunne borden in de andere kamers verdwenen. Om een rijzig mager
-heer met een langen grijzen baard, een Noorsch beeldhouwer, die zijn
-atelier in Stockholm had, hadden zich ook vele gasten verzameld.
-
-Naar men zeide, was hij te Christiania gekomen om gedurende de
-aanwezigheid van den koning, de belangstelling voor een nationaal
-monument, waarvan hij eene schets ontworpen had, op te wekken.
-
-Het was eene groep, die de vereeniging tusschen Noorwegen en
-Zweden moest voorstellen; het plan bestond, het monument op de
-Eidsvoldsmarkt vlak voor het Storthinggebouw te plaatsen. Hij had
-de schets, verkleind en in potlood bij zich, en liet die aan hen,
-die om hem heen stonden, zien.
-
-De omstanders legden veel belangstelling aan den dag en prezen de
-schets zeer, want allen waren genoeg met den loop der zaken bekend
-om te begrijpen, dat, als men tot lid van het Comité werd benoemd,
-men zeker op een ordeteeken kon rekenen.
-
-De schets stelde Svea [10] voor als eene zittende vrouwelijke gestalte;
-de eene hand rustte op een zwaard, terwijl de andere arm om den hals
-van eenen kleinen knaap, die naast haar stond, geslagen was.
-
-De kunstenaar vertelde, dat volgens het oorspronkelijke plan de knaap
-op de knieën van de vrouwelijke figuur had moeten zitten, maar, daar
-hij in aanmerking had genomen, hoe licht geraakt de Noren van natuur
-zijn, had hij den knaap naast haar geplaatst, zoodat iedereen dadelijk
-zien kon, dat de figuren denzelfden rang innamen. Om dezelfde reden had
-hij den knaap een' grooten helm opgezet, die hem over de ooren zat,
-en een groot slagzwaard rustte tegen zijnen schouder, hetgeen--half
-humoristisch--moest uitdrukken, dat, zoo het noodig zijn mocht,
-de kleine knaap zich de vijanden van het lijf zou kunnen houden.
-
-Als een volleerd hoveling antwoordde de kunstenaar op al de indirecte
-vragen, die hem aangaande de samenstelling van een comité werden
-gedaan, dat de minister Bennecken aangeboden had, daarvoor te zorgen.
-
-De kamerheer Delphin had den ambtman Hiorth aan een der voornaamste
-predikanten uit de hoofdstad voorgesteld. Zij stonden bij een venster
-te praten, maar, daar zij volstrekt niet met elkander bekend waren,
-liep het gesprek over het verschil, dat er bestaat tusschen het leven
-in eene stad en buiten, en over dergelijke algemeene onderwerpen.
-
-Na een paar onbeduidende opmerkingen kreeg de ambtman gelegenheid
-te zeggen: "Het verwondert mij dikwijls, dat er tegenwoordig zulke
-valsche, scheeve voorstellingen over ons volk in de wereld in omloop
-zijn. Ik moet er mij steeds over verbazen; want iemand in mijne
-betrekking, die altijd te midden van het volk leeft, is meer dan iemand
-anders in staat over de toestanden te oordeelen. Mijne dagelijksche
-bezigheden brengen mij onophoudelijk met het zoogenaamde "Volk"
-in aanraking; ik spreek den boer in zijne slechte en voorspoedige
-dagen, ik ben bekend met zijne goede, zoowel als met zijne slechte
-eigenschappen."
-
-Hier viel zijn toehoorder hem haastig in de rede: "Gij denkt er juist
-over als ik. Ik ben langer dan vijf jaar predikant in eene kleine
-gemeente op het land geweest, en durf zeggen, ofschoon ik er mij in
-het minst niet op wil beroemen, dat niet vele predikanten zooals ik
-in en met het volk hebben geleefd, maar juist daarom schijnen mij die
-moderne, hoogdravende phrasen, waarin men de boeren zoo ophemelt...."
-
-"Ja, niet waar," zeide de ambtman tevreden: "deze beklagenswaardige
-overschatting van het volk, is in den grond niets anders dan een
-dekmantel voor verborgen eergierigheid...."
-
-"En ongeloof," vulde de predikant aan. De beide heeren begrepen
-elkander nu volkomen en zett'en het gesprek op een vertrouwelijken
-fluisterenden toon voort.
-
-De Redacteur Mortensen verscheen zeer laat. Hij behoorde tot de
-weinigen, die nog geen ordelintje in het knoopsgat hadden. Aan de
-familiare wijze, waarop hij dezen en genen groette, kon men evenwel
-zien, dat hij een man was, die vasten grond onder de voeten had.
-
-Hij was in werkelijkheid gedurende de laatste jaren, sedert hij
-de Redactie van den "Waren Vriend des Volks," op zich had genomen,
-een geheel ander mensch geworden. Zijn linnen was nu altijd hagelwit
-en er lag in de wijze waarop hij zich presenteerde die voorzichtige
-deftigheid, welke den vertegenwoordiger der pers zoo goed staat.
-
-Delphin nam hem scherp op en kwam tot de conclusie, dat mijnheer de
-Redacteur eene geheime conferentie met den minister moest hebben gehad.
-
-Dit was ook het geval geweest.
-
-In het begin was de toon van den minister vrij scherp geweest; hij
-begreep niet dat zulk een verzuim, de stukken in den chaos betreffende,
-had kunnen plaats hebben; Mortensen nam de vrijheid den minister in
-de rede te vallen met aan te merken:
-
-"Ja die Mo, Excellentie, schijnt niet recht meer te weten, wat hij
-zeggen of zwijgen moet; hij begint onbruikbaar, zoo niet lastig
-te worden. Hij gaat in de bureau's rond en vertelt allerlei rare
-geheimzinnige histories aangaande eene zekere madam Gluncke, die...."
-
-"Hm...." antwoordde de minister. "Ja gij hebt gelijk; reeds lang ben
-ik ontevreden over hem, hij schijnt kindsch te worden."
-
-De minister sloeg nu een geheel anderen toon aan en toen Mortensen
-het vertrek verliet, straalde zijn bolbleek gezicht van innige
-tevredenheid.
-
-Er lag nog iets triomfeerends in zijne trekken, toen hij Delphin
-naderende, vroeg: "Wilt gij zoo goed zijn mijnheer Delphin, mij aan
-den ambtman Hiorth voor te stellen."
-
-"Neen," antwoordde de kamerheer kortaf, terwijl hij voor den spiegel
-staande, zijne Wasa-orde wat terecht schoof.
-
-Mortensen beet zich van woede in de lip, doch zeide kalm: "De minister
-heeft uitdrukkelijk zijnen wensch te kennen gegeven, dat ik u zulks
-zou vragen."
-
-Delphin haalde de schouders op, en bracht Mortensen naar de plaats,
-waar de ambtman Hiorth stond te praten.
-
-"Mijnheer de ambtman! Ik heb het bevel ontvangen u den commies
-Mortensen voor te stellen"; na deze woorden gezegd te hebben, verdween
-hij dadelijk.--Den geheelen tijd had hij getracht Hilda te ontmoeten,
-in al de kamers had hij haar gezocht, maar nergens was zij te vinden.
-
-Mortensen zwoer in stilte zich bij gelegenheid op den kamerheer over
-deze behandeling te zullen wreken. Hij verklaarde in een paar woorden
-aan den ambtman Hiorth, wie hij eigenlijk was, waarop zich terstond
-een vriendelijke plooi op diens gezicht vertoonde.
-
-Geruimen tijd spraken zij met elkander, en Mortensen haalde een klein
-notitieboek voor den dag, waarin hij eenige biografische détails, die
-den ambtman hem meedeelde, opteekende. Het gesprek liep daarna over
-de vragen van den dag, en de ambtman drukte zijne verontwaardiging
-zoowel als zijne bekommering uit over de zware, moeielijke tijden,
-die men beleefde.
-
-De Redacteur antwoordde geruststellend:
-
-"Och, zoo lang ons land zich mag verheugen een' ambtenaarsstand te
-bezitten als de onze...."
-
-"Ja, ja, op de predikanten en rechters kunnen wij ons geheel verlaten,"
-zeide de ambtman, terwijl hij beproefde de deftige handbeweging,
-welke hij Bennecken had afgezien, te maken.
-
-"En met mannen aan het roer van den staat, als de minister
-Bennecken! o, daar komt hij!.... welk een man! iets eerbiedwekkends
-omstraalt hem."
-
-"Vindt gij niet, ambtman, dat hij in het oog vallend op Goethe
-gelijkt."
-
-"Ja, werkelijk, werkelijk!" mompelde deze.
-
-De minister was door eene deur, waarvoor eene portière hing,
-binnengekomen, zoo dat het gezelschap niet dadelijk bemerkte, dat de
-gastheer zich onder de gasten bewoog.
-
-Hij was in zijne ministerieële uniform gekleed; een menigte sterren en
-kruisen versierden de borst, den driekanten steek hield hij onder den
-arm en de handschoenen had hij in de hand. Met de rechterhand groette
-hij naar weerskanten zijne gasten en ging glimlachend en het hoofd
-een weinig naar achteren geworpen, met deftigen tred door de salons.
-
-Hij gaf de hand aan een' zijner collega's en fluisterde hem eenige
-woorden in, welke de andere met een vertrouwelijk glimlachje
-beantwoordde. In de onmiddellijke nabijheid van den minister werd
-het gesprek op gedempten toon gevoerd, allen hadden, terwijl zij
-schijnbaar het gesprek voortzett'en, slechts oog voor den minister.
-
-De groothandelaar Falck-Olsen, die eigenlijk een kwartier geleden
-al in den zadel had moeten zitten, naderde nu ook zijne Excellentie,
-niet als in vroegere dagen, toen hij gaarne aan een ieder wilde toonen
-op welken vertrouwelijken voet hij met Bennecken stond, neen, nu was
-op zijn gezicht de grootste dienstvaardigheid en eerbied te lezen.
-
-De minister boog zich tot hem en de heer Falck-Olsen fluisterde hem in
-'t oor: "Ik neem de Isabella."
-
-De voorname heer knikte toestemmend; als een koerier, die het hof met
-gewichtige dépêches in den zak verlaat, ijlde de groothandelaar door
-de salons; zijne sabel rinkelde en de spik-splinternieuwe uniform
-glinsterde in de fraaie vertrekken, vriendelijk beschenen door de
-vroolijke Meizon.
-
-Onderwijl zette de minister zijne wandeling voort, hier een vriendelijk
-woord zeggende, elders de een of andere instructie gevende.
-
-"Ik heb eenen president voor uw Comité gevonden," zeide hij tot den
-beeldhouwer, "den ambtman Hiorth."
-
-"Hm!.... de heer, die daar ginds bij het raam staat," vroeg de
-kunstenaar, die eenigszins door de keuze teleurgesteld was, maar als
-welopgevoed man natuurlijk er niets van blijken liet, "maar wanneer
-ik vragen mag, Excellentie, is deze heer niet een vreemdeling in
-de hoofdstad?"
-
-"Hij zal dit niet lang meer blijven," fluisterde de minister hem in.
-
-"O, zoo.... ik begrijp!" antwoordde de andere en trok de wenkbrauwen
-samen.
-
-Nog bemerkte men, dat de minister ook de hand aan den ambtman Hiorth
-reikte, welke eer hij, uitgenomen aan zijne collega's, niemand der
-andere gasten had bewezen; nu scheen het aan geenen twijfel meer
-onderhevig--Hiorth zou tot minister benoemd worden, te eerder omdat
-de oude Falbe zijn ontslag had aangevraagd.
-
-"Wij staan er juist over te praten, Redacteur Mortensen en ik, hoe
-goed het toch is, dat wij in deze moeielijke tijden ons onbepaald
-kunnen verlaten op de predikanten en de rechterlijke macht." De
-ambtman zeide dit met eenige trotschheid.
-
-"Of met andere woorden," antwoordde de minister, "dat de godsdienst
-en de gerechtigheid op onze zijde zijn."
-
-"Welk een man!" zeide op gedempten toon ambtman Hiorth, toen de
-minister verder ging; onwillekeurig moest hij zijne uitdrukking met
-die van den grooten staatsman vergelijken, en terwijl hij het raam
-uitzag, voegde hij er bij: "och ja, veel wordt er toe vereischt zulk
-eene betrekking goed te kunnen vervullen."
-
-"Sta mij toe, min..... ambtman," viel Mortensen hem op zeer eerbiedigen
-toon in de rede, "sta mij toe u op eene goede oude uitdrukking
-opmerkzaam te maken, namelijk, dat God met het ambt ook het talent
-en de kracht verleent, om het goed te vervullen."
-
-"Dank, dank voor die woorden, waarde Redacteur," riep de ambtman uit,
-en hij drukte hem met warmte de hand; "ja, gij hebt gelijk, alle
-kracht komt van boven," en hij sloeg zijne oogen naar den helderen
-blauwen lentehemel, die zich boven de daken welfde.
-
-Nu begonnen de jonge ambtenaars, Hiorth en Bennecken, de
-champagnekurken te laten knallen: hun was op dezen gewichtigen dag
-opgedragen voor den wijn te zorgen.
-
-De gasten gingen terug naar de eetzaal, waar de minister langzamerhand
-de voornaamste van hen aan het boveneinde van de tafel verzamelde. Eene
-plechtige stilte ontstond toen hij zijn glas ophief en aldus begon:
-
-"Mijne heeren! wanneer ik mijnen blik over deze vergadering laat gaan,
-zoo rijst bij mij onwillekeurig de vraag op: wat is het eigenlijk,
-dat ons allen zoo vast samenbindt? Het is de gemeenschappelijke arbeid,
-de gemeenschappelijke gehechtheid voor onzen verheven monarch!"
-
-Mortensen, die achter een venstergordijn aanteekeningen maakte, moest
-even lachen. Hij dacht aan de rede, die hij in deze zelfde zaal en
-over hetzelfde onderwerp had gehouden, doch voor een ander publiek.
-
-Vandaag nam de rede van den minister eene hoogere vlucht dan
-gewoonlijk, inzonderheid schreef Mortensen zeer nauwkeurig het slot op.
-
-"Ja, mijne heeren! Zooveel wordt er in onze dagen gesproken, dat de
-tijd, dien wij beleven, een tijd van werken is; maar slechts weinigen
-zijn er--en ik betreur zeer dat het zoo is--slechts weinigen zijn er,
-zeg ik, die recht begrijpen, wat de ware arbeid is en wie eigenlijk
-de ware arbeiders in het land zijn;.... Het zijn.... (de spreker
-zag rond) die kring van mannen, die de orde hooger schatten, dan
-hun eigen voordeel; die trouw en gehoorzaam verkleefd blijven aan
-de onomstootelijke waarheden, die ons door onze vaderen in hunne
-staatsinstellingen en in hun vroom geloof zijn nagelaten,.... die
-de diep gewortelde overtuiging hebben, dat hetgeen in een tijd
-van oplossing en verdeeldheid een' staat te zamen houdt, en eenen
-sterken band bindt om het beste wat de natie bezit, uitgaat van
-en zich concentreert in den heiligen persoon van den vorst. Mijne
-heeren! God beware Zijne Majesteit, onzen geëerbiedigden Koning!"
-
-"Leve de Koning!" gilde de overste kolonel-luitenant Grobs, en hierop
-volgde een drievoudig hoera, dat de ruiten er van rinkelden; zelfs de
-meest stijve bureaulisten schreeuwden, dat zij er blauw van zagen,
-terwijl zij elkander zijdelings aankeken om te zien of ieder zijnen
-plicht deed.
-
-Toen de stilte wat hersteld was, kwam de bediende van den minister
-haastig binnenloopen, en met eene diepe buiging overhandigde hij een
-telegram op een zilveren presenteerblaadje.
-
-De minister opende en las de dépêche; de grootste stilte heerschte
-in de zaal. Niemand van het gezelschap durfde bijna ademhalen.
-
-"Mijne heeren! binnen een half uur kunnen wij den Koninklijken
-extratrein met den Koning verwachten."
-
-Eene algemeene beweging ontstond: de minister hief even de hand
-op--weder werd het doodstil.
-
-"Mijne heeren!" zeide hij op plechtigen toon, "ieder op zijnen
-post. Het oogenblik is ernstig; Zijne Majesteit verwacht, dat ieder
-zijnen plicht doe!"
-
-Na deze woorden geuit te hebben, groette hij het gezelschap vluchtig,
-gaf den ambtman Hiorth een teeken hem te volgen, en verdween met
-dezen door de kleine deur, waarvan de portière onhoorbaar toeviel.
-
-In geestdriftvolle stemming namen de gasten afscheid, en Mortensen
-schreef in zijn notitieboekje: Het was een van deze merkwaardige nooit
-te vergeten oogenblikken, in welke men als het ware den polsslag der
-wereldgeschiedenis voelt.
-
-Mevrouw Bennecken had reeds vroeger de gasten verlaten. Al de
-gemoedsbewegingen, gedurende den ganschen dag ondervonden, hadden
-haar zoo geschokt, dat zij zich gekleed op haar bed had geworpen,
-waarop zij in hevig snikken was uitgebarsten.
-
-In de salons wandelde Delphin eenzaam heen en weer. Hij behoefde
-eerst tegen het souper op het slot te verschijnen, en het was hem
-onmogelijk het huis te verlaten zonder Hilda te hebben ontmoet. De
-bedienden namen de tafel af, dronken den nog in de glazen en flesschen
-aanwezige champagne en waren zeer vroolijk. Delphin kon dus onmogelijk
-langer in de eetzaal en het aangrenzend vertrek blijven, en trok zich
-in de verst afgelegen kamer terug ontevreden op zich zelf, weifelende
-wat hem te doen stond, maar voelende dat het hem niet mogelijk was
-heen te gaan, zonder haar gesproken te hebben. Eindelijk riep hij
-een der dienstmeisjes en vroeg, waar juffrouw Hilda was.
-
-"Juffrouw Hilda is op hare kamer bezig met pakken. Weet u niet, dat
-de juffrouw van avond naar Amerika vertrekt," vroeg zij en hare mooie
-oogen hadden van de Champagne een nog helderder glans gekregen.
-
-Delphin, die door deze woorden onaangenaam getroffen werd, zeide
-kortaf:
-
-"Vraag juffrouw Bennecken uit mijnen naam, of zij de goedheid wil
-hebben een oogenblik hier te komen; ik zou haar gaarne even willen
-spreken."
-
-Toen het dienstmeisje was weggegaan, bleef hij verschrikt voor den
-spiegel staan. Wat had hij gedaan?
-
-Wat wilde hij eigenlijk van haar? Was hij niet te ver gegaan? hoe
-zou hij er zich weer uithelpen? En wenschte hij dit niet het meest?
-
-Na verloop van eenige minuten kwam Hilda binnen. Aan hare oogen kon
-men zien, dat zij geschreid had, maar toch lag er over haar gelaat
-eene bijzondere kalmte. Delphin bemerkte dit dadelijk.
-
-"Arme mama!" zeide zij, terwijl zij hem beide handen reikte; "het
-is haar zoo zwaar gevallen zich met de gedachte vertrouwd te maken,
-dat Johan en ik zulk eene verre reis gaan ondernemen. Ja, ik zelf
-heb moeite te gelooven, dat zij door zal gaan."
-
-Delphin vergat haar te antwoorden, zoo veranderd kwam zij hem
-voor. Hare verlegenheid, bijna zou men het hebben kunnen noemen,
-schuwheid was geheel verdwenen. In haar eenvoudig toilet zag zij er
-zoo vastberaden en reisvaardig uit, en er was zoo iets zekers in hare
-stem en in geheel haar voorkomen, dat het hem niet gelukken wilde
-den half schertsenden, half beschermenden toon, waarop hij gewoonlijk
-met haar sprak, aan te slaan.
-
-Meer door de toon zijner stem, dan door de woorden, die hij sprak,
-keek Hilda op. Hunne oogen ontmoetten elkander voor eene seconde en
-er ontstond eene pauze.
-
-"Er is niets, dat u terughoudt niet waar?" vroeg hij op bitteren toon.
-
-"O ja, dat weet gij heel goed," luidde haar antwoord en hare oogen
-vulden zich met tranen.
-
-Hij zag haar van ter zijde aan; zoo als zij daar stond het hoofd wat
-voorover gebogen, terwijl zij zenuwachtig met haren zakdoek speelde,
-vroeg hij zich af, of zij dan werkelijk zoo leelijk was?
-
-"En er is niets, dat u terughoudt?" Hij wist niet, dat hij dit reeds
-had gevraagd.
-
-"Waarom wilt gij mij het afscheid zwaarder maken, dan het reeds is,"
-vroeg zij bijna onhoorbaar en begon te schreien. George Delphin ging
-het vertrek een paar maal op en neer. Hij gevoelde, dat het leven
-hem eene goede kans bood en dat het nu voor het laatst zou zijn. Al
-het goede dat in hem was, trachtte hij te verzamelen, maar toen hij
-voor haar stond, hief zij even het hoofd op, en zeide:
-
-"Neen, ik wil niet meer schreien. Ik voel, dat een gelukkiger leven
-mij daar wacht, dan mij ooit hier ten deel zou kunnen vallen. Vaarwel
-kamerheer--hartelijk zeg ik u dank voor uwe vriendschap."
-
-Zij reikte hem de hand en keek hem met de trouwe gazellen-oogen,
-die vol tranen stonden, moedig aan. Op dit laatste oogenblik zag
-hij dat zij schoon was--maar toen was het te laat. Zij verliet het
-vertrek en liet de deur half open. Het leven, dat de bedienden in de
-zaal maakten, drong weer tot hem door. Hij stond voor een oogenblik
-roerloos, nam toen zijnen hoed en verliet het huis. Op de trap werd
-hij ingehaald door den jongen Hiorth en door Bennecken, die juist
-van den zolder kwamen. Met levensgevaar hadden zij eene vlag uit het
-dakvenster gestoken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XXI.
-
-
-Het kostte heel wat tijd, eer Njaedel en Sechus het hospitaal,
-waar Christine zich bevond, vonden en hadden zij niet bij toeval
-den politie-agent Knudsen naar den weg gevraagd, dan had het kunnen
-gebeuren, dat zij onverrichter zake aan boord hadden moeten gaan,
-of wel tot laat in den avond de stad in alle richtingen hadden moeten
-doorkruisen. Het was reeds bijna drie uur en iedereen stroomde naar
-de Karel-Johanstraat om den optocht te zien, zoodat niemand tijd had
-te blijven staan om inlichtingen te geven; de politie-agent Knudsen
-evenwel, die gelukkig zijnen proeftijd had doorstaan, wees hun,
-toen hij hoorde, wie zij zochten, den weg en zoo kwamen zij aan
-het hospitaal.
-
-In de poort ontmoetten zij eene der verpleegsters, die naar de stad
-wilde gaan. De opperloods nam zijne pelsmuts af en zeide: "Wij komen
-hier zekere madam Christine Mo bezoeken."
-
-"Zij is van nacht gestorven," antwoordde zij gejaagd: zij had haast.
-
-"Gaat die gang in de tweede deur links, zij zijn juist met haar
-bezig." Schielijk liep zij verder en deed de poort achter zich dicht.
-
-"Nu, nu, Njaedel, dat is misschien maar het best voor haar," zeide
-de opperloods om hem wat te troosten, "kom meê, wij hebben hier niets
-meer te doen."
-
-"Ik wil haar lijk zien," antwoordde Njaedel, en liep de gang in.
-
-Vóór de deur, die de ziekeverpleegster had aangewezen, bleven
-zij staan; de deur stond aan, en zij hoorden in het vertrek luid
-spreken. De opperloods stiet de deur open, Njaedel en hij traden
-binnen.
-
-Dicht bij het raam stonden eenige jonge studenten over iets wits, dat
-op de tafel lag, heengebogen. Een klein man, met grijs haar en in zijne
-hemdsmouwen stond het dichtst van allen bij dit witte voorwerp, terwijl
-men eenen blanken voet tusschen twee der omstanders zag uitsteken.
-
-"Nooit heb ik het zoo spoedig zien afloopen," zeide dokter Rohde,
-tot een der professoren, die hij had uitgenoodigd bij de ontleding
-tegenwoordig te zijn. Johan Bennecken had uitdrukkelijk verboden het
-lijk naar de ontleedkamer in de universiteit te brengen.
-
-"En zij was met dien schurk van een Mo getrouwd?" vroeg de professor,
-"hoe gaat het met hem?"
-
-"De ziekte is naar binnen geslagen en de hersens zijn aangedaan. Wat
-wilt gij?" vroeg de dokter plotseling, toen hij de twee mannen in de
-deur zag staan.
-
-"Hier is haar vader," zeide de opperloods op Njaedel wijzende,
-"die gaarne haar lijk wilde zien."
-
-"Neen, neen, beste vriend, 't is beter dat gij zulks niet doet."
-
-Maar Njaedel kwam dichter bij de tafel; de jonge studenten maakten
-voor hem plaats, en de professor gaf aan een der studenten een teeken
-een laken over haar te werpen. Door de haast waarmede dit geschiedde
-werd het lijk slechts ten halve bedekt; het was zoo uitgeteerd, dat
-het slechts vel en been leek. Het dikke roode haar hing verward over
-het voorhoofd, de wangen waren geheel ingevallen; zij zag er uit als
-eene oude vrouw.
-
-"Dat is zij niet!" fluisterde de opperloods Njaedel in.
-
-Maar toen streek Njaedel het haar van zijne gestorven dochter een
-weinig op zijde en legde zijnen vinger op het litteeken, dat zij aan
-een der slapen had.
-
-"Kom, Njaedel, nu moesten wij maar gaan."
-
-De opperloods was doodsbleek. Njaedel zag rond en toen hij den indruk
-kreeg, dat al deze welgekleede heeren belangstelling in zijne dochter
-hadden getoond, reikte hij hun één voor één zijne hand. Toen hij echter
-bij den professor kwam, week deze eene schrede achteruit:.. "Neen,
-neen, beste man.... ik kan.... het is mij onmogelijk u de hand
-te reiken."
-
-Nu eerst zag Njaedel het blanke mes in zijne hand. Op dit gezicht
-rilde hij en hij verliet met den opperloods dadelijk het vertrek.
-
-Toen zij weer op straat stonden, zag Sechus Njaedel uitvorschend aan;
-hij bemerkte dat deze de vuisten balde, en dat zijne tanden knarsend
-tegen elkaar sloegen.
-
-"Hij zal mij daar rekenschap van moeten geven, Anders," mompelde
-Njaedel.
-
-"Och," zeide de opperloods ietwat bang, "laat je aan Anders niet
-meer gelegen liggen. Wij reizen nu ver weg, laten wij eerst zien,
-wat eten te krijgen, want ik heb honger als een wolf."
-
-Maar Njaedel was niet van zijn plan af te brengen; de opperloods
-wilde echter niet naar den weg vragen en zoo moest Njaedel zulks
-zelf doen; de politie-agent, tot wien hij zich wendde, zeide hem,
-waar de minister Bennecken woonde.
-
-Eindelijk stonden zij vóór het huis.
-
-Een vreeselijke strijd had er in Njaedel's binnenste plaats. Hij kon
-niet gelooven, dat zijn broeder de schuld van al die ellende was, en
-toch ook de gedachte niet van zich zetten, dat zulks wel het geval
-was. Maar in toorn ontstak hij niet, neen, eene diepe smart drukte
-hem ter neer, hij gevoelde er behoefte aan zijnen broeder te zien:
-in zijn hart hoopte hij nog altijd, dat deze misschien zich van die
-schuld zou kunnen vrijspreken.
-
-Toen zij een paar treden waren afgegaan, zeide de opperloods: "Eéne
-zaak moet gij mij beloven Njaedel, dat gij de hand niet aan hem zult
-slaan, denk er aan dat hij je broeder is."
-
-"Daar kunt gij u op verlaten," antwoordde Njaedel.
-
-Anders was juist bezig zich te scheren.
-
-Hij had het spiegeltje aan het vensterkozijn gehangen, zoodat het
-volle daglicht, dat van de straat door het raam viel, hem bescheen. Met
-eenen kant was hij klaar, maar de andere kant van zijn gezicht was nog
-ingezeept. Toen hij zag, wie binnen kwamen, legde hij het scheermes
-uit de hand, en een krampachtige trek verwrong zijn gezicht; spoedig
-echter herstelde hij zich en de half idiote glimlach, die hem den
-laatsten tijd eigen was geworden, vertoonde zich.
-
-Hij stak zijnen broeder de hand toe. "Zoo ben je eindelijk gekomen
-Njaedel.... daar hebt ge goed aan gedaan."
-
-"Anders.... Anders!" riep Njaedel uit en met gebalde vuisten stond
-hij dreigend voor hem.
-
-"Wat heb je Christine aangedaan?"
-
-Toen hij deze krachtvolle stem hoorde, scheen Anders als uit eene
-verdooving te ontwaken. Van schrik kromp hij ineen en vluchtte in
-den versten hoek van het vertrek. Zijn gezicht was bijna aschgrauw,
-toen hij die dreigende vuisten aanstaarde.
-
-Langzamerhand gelukte het hem met de grootste inspanning zijne zwakke
-hersens tot denken te dwingen. De diepe vouwen, ontstaan door den
-valschen glimlach, die hem zoo lang eigen was geweest, legden zich
-opnieuw om den mond, en hij zeide op klagenden toon:
-
-"Dat je het over je hart hebt kunnen krijgen Njaedel, zóó tegen je
-broer te zijn, die altijd zoo zwak en ziekelijk is geweest. Weet
-gij niet meer, hoe wij voor moeder heideplantjes gingen plukken,
-daar op de hoogte?"
-
-Njaedels armen vielen slap langs zijn lichaam.
-
-Welke herinneringen bracht die zachte, klagende stem hem voor den
-geest, dat geluid uit zijne kinderjaren, die stem van den broeder,
-dien hij zoo had liefgehad!
-
-"En weet je nog, wat moeder altijd zei," ging Anders voort, terwijl hij
-zijn broeder geen oogenblik uit het oog verloor; "moeder zei altijd:
-jij Njaedel bent een groote slungel, zei zij, maar Anders is fijn en
-glad als een aal."
-
-Njaedel knikte toestemmend. Anders had gelijk.
-
-En zijne moeder, en de hut daar ginds in de bergen, en de hoogte met
-de heideplantjes, die in den zonneschijn zulk een' heerlijken geur
-verspreidden, alles stond op eens zoo klaar vóór hem; en te midden
-van dit alles zag hij zijn broertje, bleek, zwak, hulpbehoevend,
-die door hem over gevaarlijke plaatsen gedragen moest worden.
-
-En al, wat tusschen dat verleden en dit tegenwoordige lag, smolt weg
-als sneeuw voor de warme lentezon,--hij werd weer een kind, een groote,
-linksche, goedhartige jongen, zooals hij altijd was geweest, en alle
-toorn was in hem gebluscht, en toen hij wegging zeide hij slechts:
-"Anders..... Anders..... dat had je niet moeten doen!"
-
-Toen zij in de poort waren, zeide Sechus:
-
-"'t Is maar goed, dat gij de hand niet aan hem geslagen hebt, gij
-hadt hem als een suikerkrakeling aan stukken kunnen breken."
-
-Njaedel's krachten waren gebroken, hij leunde tegen eenen muur en
-snikte luid.
-
-De opperloods liet hem zoo lang weenen als hij dacht, dat noodig was;
-daarna trok hij hem zacht bij den arm mee, en Njaedel volgde gedwee
-als een lam. Eindelijk traden zij bij een restaurant binnen. De
-opperloods, die te Petersburg en te Kopenhagen was geweest, vond
-zich hier spoedig te huis. Hij bestelde twee portiën beefsteak en
-eene flesch bier. Juist toen zij aan de gedekte tafel wilden gaan
-plaats nemen, dreunde het huis van de kanonschoten.
-
-"De koning is aangekomen!" riep het meisje, dat bediende [11]. Zij
-was in zeer slechten luim, omdat zij die twee boeren moest bedienen
-in plaats van eventjes den optocht te zien.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XXII.
-
-
-Het was buitengewoon heerlijk weer voor zóó vroeg in het voorjaar. De
-namiddagzon schitterde in de ruiten, en wierp over het slotpark een
-lichten sluier, waardoor het slot in al zijne schoonheid tegen den
-prachtig gekleurden voorjaarshemel uitkwam. De dikke kruitdamp van
-de saluutschoten, die te Akershus waren gelost, verspreidde zich,
-de vlaggen wapperden overal feestelijk, en van alle kanten stroomde
-het volk naar de Karel-Johanstraat, die langs de trottoirs reeds vol
-menschen stond.
-
-In de geopende ramen zaten of lagen de dames in de nieuwe
-voorjaarstoiletten, de jonge heeren stonden achter hare stoelen en
-waren geestig, of deden hun best het te zijn. Vóór het perron van
-het station waren de politie-agenten ijverig bezig eene groote plaats
-open te houden; "het gele Corps" stond reeds in al zijne pracht voor
-het stationsgebouw; de groothandelaar Falck-Olsen zat stijf en deftig
-op zijne Isabella, en keek naar het volk.
-
-De trein, waarmee de Koning verwacht werd, kwam eindelijk aan en
-men wachtte op het einde van de ceremoniën, die bij de ontvangst op
-het perron gewoonlijk plaats vinden. Van de kade en uit alle kleine
-straten waren de menschen bij het stationsgebouw saamgestroomd: zeelui,
-sjouwers, vrouwen en werklieden.... een weinig voornaam publiek dus
-om mee te beginnen.
-
-Toen eene stem uit die menigte luidkeels riep: "Leve de
-Koning! Hoera!" werden deze woorden slechts flauw door eenigen
-herhaald. Eene doodsche, onaangename stilte heerschte, terwijl de
-voorname heeren in de gereed staande rijtuigen stapten.
-
-Voorop marcheerde het "gele corps," dan volgden de koninklijke
-equipages; over de markt ging de stoet en door de nauwe passage bij
-Dybwadgaarden. Hier en daar riep een getrouw burger uit al zijne macht
-"Hoera!" maar de al te groote geestdrift van een' enkele scheen de
-menigte te weerhouden de kreten te herhalen; zoo ging het den geheelen
-tijd tot dat de optocht de kazerne van de brandweer voorbij was.
-
-Toen ging het wat beter, en de Zweedsche heeren en het gevolg des
-konings knikten elkander verheugd toe; bij de Akerstraat en bij de
-Egermarkt werd het geroep meer algemeen.
-
-De prachtige oprijlaan, die van het Storthing-gebouw naar het slot
-voert, werd in al hare schoonheid beschenen door de vroolijke
-voorjaarszon. De fraai uitgedoste gele ruiters in vollen draf,
-het groote aantal rijtuigen, de prachtige uniformen, de talrijke
-groepen van netgekleede personen, die een hoerageroep aanhieven--alles
-verhoogde de feestelijke stemming, zoo dat nu werkelijk met geestdrift
-het "leve de Koning!" werd geroepen. Toen de stoet voorbij was,
-zagen allen, die op de Karel-Johanstraat stonden, naar het slot,
-waar zij ruiters èn rijtuigen als een glinsterende slang de hoogte
-zagen beklimmen, terwijl het stof, door de koninklijke equipages in
-beweging gebracht, als eene goudgekleurde wolk omhoog steeg en zich
-over het volk uitbreidde, alsof het dit wilde zegenen.
-
-Het plein voor het Stations-gebouw was spoedig geheel verlaten,
-want de meesten keerden naar hun werk terug. Niet allen evenwel:
-eene menigte vrouwen en jongelieden volgden den stroom naar de stad,
-zij waren eenmaal in eene feestelijke stemming en vonden, dat het
-tot niets diende den arbeid weder te beginnen.
-
-Het was zoo zacht in de lucht, en het weer was zoo mooi, en dan had men
-gehoord, dat er eene illuminatie zou plaats hebben en meer dergelijks!
-
-De koning had in den loop van den winter aan eene keelziekte geleden
-en om zijn herstel te vieren hadden de studenten een' fakkeltocht
-naar het slot geregeld, waar zij zouden zingen:
-
-
- "Hoor ons Svea! moeder van allen!"
-
-
-Om dezelfde reden was er in "Tivoli" ook een "Groot Dankzeggings-Feest"
-met declamatie en vuurwerk. Eene verbazende menschenmassa was des
-avonds op de been inzonderheid in de buurt van "Tivoli;" en het
-"Studenten-boschje." Het rook er naar slechte sigaren, versche aarde
-en het pas ontsproten gras; nu en dan verspreidde zich de geur der
-populieren, welker kleverige knoppen op het punt stonden open te
-breken. Ministers en oud-ministers, militaire en civiele uniformen
-reden naar het slot, waarvan de vensters hel verlicht waren, terwijl
-de vlag op het dak, ten teeken dat de koning in de hoofdstad was,
-scherp tegen den lichtgekleurden hemel afstak.
-
-Maar daar, waar het vaartuig voor de landverhuizers geankerd lag,
-werd hard gewerkt en geschreeuwd; er heerschte zulk eene verwarring,
-dat eenige der emigranten op hunne kisten, die langs den waterkant
-stonden, gingen zitten en hartstochtelijk begonnen te schreien.
-
-Toen Njaedel en de opperloods aan de haven kwamen ontmoetten zij
-hunnen vriend "den agent" maar hij riep, terwijl hij hen voorbij
-stoof slechts: "all right!" hij baadde letterlijk in zijn zweet en
-was zoo heesch, dat hij nauwelijks geluid kon geven.
-
-Een paar sjouwers stonden vlak bij de loopplank van het vaartuig,
-en toen Njaedel, achter den opperloods over de plank liep, zei de
-een tot den ander: "Het is schande, dat die Amerikanen hier zulke
-reusachtige kerels vandaan mogen halen."
-
-Njaedel hoorde deze woorden en reikte den spreker de hand toe.
-
-Maar de sjouwer, die wat wantrouwend van karakter was, vreesde dat
-Njaedel niet veel goeds met hem in den zin had, en stak de hand naar
-de krachtige vuist, die hem gereikt werd, niet uit; toen echter zijn
-blik dien van Njaedel ontmoette, kreeg hij dadelijk vertrouwen in
-hem, schudde hem de hand en zei op half beschaamden toon: "Ja, ja,
-je weet zelf wel het best, waarom je zoo ver weggaat. Vaarwel en eene
-voorspoedige reis!"
-
-Aan boord was het leven en de verwarring nog grooter. De opperloods
-zette zich met de kalmte van eenen philosoof op zijne kist voor zijne
-kooi en liet de anderen schreeuwen, zooveel zij maar wilden. Njaedel
-daarentegen kon niet rustig blijven zitten, toen hij al die zware
-tonnen en balen aan boord zag brengen. Af en toe trad hij dichter
-bij en hielp met de kracht van een "beer" een handje mee; toen de
-matrozen hem verwonderd aanzagen, knikte hij hen toe en een glimlach
-verhelderde zijn gelaat.
-
-Ten laatste nam hij voor vast plaats bij het luik van het ruim en
-daar de sjouwers juist met een heel zwaar stuk kwamen aanslepen,
-riep de bemanning: "Laat de "beer" een handje helpen!"
-
-Die woorden deden Njaedel goed: zij gaven hem het verloren
-zelfvertrouwen terug en verdreven zijne sombere gedachten. Hij
-voelde weer grooten lust met een recht zwaar werk te beginnen. Maar
-laat op den avond, toen het werk gestaakt was, en de lieden afscheid
-van elkander begonnen te nemen, werd hij "week als boter," zooals de
-opperloods zeide. Hij had niemand vaarwel te zeggen, en daarom voelde
-hij zich gedrongen allen de hand te drukken, die hem voorbij en naar
-wal gingen.
-
-De opperloods bemerkte spoedig, dat hij en Njaedel tot de armste
-passagiers behoorden. De meeste andere landverhuizers waren welgezeten
-boeren, die jaren lang gewerkt hadden met het doel naar Amerika te
-gaan, wanneer zij geld genoeg hadden overgespaard. Anderen hadden
-reisgeld gekregen van hunne familie aan gene zijde des oceaans, die
-hun tevens het noodige geld voor de uitrusting had verschaft. Bij
-alles wat zij deden, zag men, dat zij alles met bedaardheid hadden
-overlegd. Groepsgewijze zaten zij op het tusschendek en haalden hunne
-provisie, die zij voor den overtocht hadden meêgenomen, voor den dag,
-terwijl zij de medepassagiers er van meedeelden. Zij hadden een open
-oog voor alles, wat rondom hen voorviel; spraken op half luiden toon
-tot elkaar, maakten gewillig plaats, wanneer zij in den weg zaten en
-schenen aan niets anders te denken, dan goed en wel over te komen,
-en de kinderen het best te beschermen.
-
-Op het achterdek, (eerste kajuit), ging het levendiger toe. De
-passagiers waren meest jonge menschen, die aan boord kwamen, gevolgd
-van eene schaar vrienden, die ter eere van de vertrekkenden zongen
-en leven maakten. Een welgekleed jong man werd zelfs stom dronken
-aan boord gedragen en dadelijk naar de kooi gebracht.
-
-Er waren onder hen eenige handelsreizigers, een bankroetier en een
-misnoegd ingenieur, "die het ondankbare vaderland den rug toekeerde,"
-zooals een zijner vrienden, met het afscheidsglas in de hand, in het
-salon zeide--dadelijk nadat men aan boord was gekomen, had men een
-afscheidsfeestje gearrangeerd.
-
-Verder was er nog een verloopen student, die door de familie
-weggezonden werd, en nog twee of drie andere half verloopen individuen
-in nieuwe pakken, "die het dankbare vaderland wegzond," zooals de
-student zich uitdrukte.
-
-Tegen elf uur kwam dokter Bennecken met zijne zuster aan
-boord. Zij waren alleen. De minister was op het slot, Alfred had
-zich verontschuldigd en mevrouw lag ziek te bed. Toen zij begreep,
-dat het met de reis ernst was, voelde zij toch iets, dat naar berouw
-zweemde, want zij omhelsde Hilda heel lang en prevelde binnensmonds,
-dat zij--Hilda--hare moeder moest vergeven, wanneer deze soms wat
-onrechtvaardig tegen haar was geweest.
-
-De twee "mislukten" verlieten het ouderlijke huis treurig gestemd
-en Hilda leed aan zulk een hevige hoofdpijn, dat zij dadelijk naar
-de dameskajuit ging, die haar geheel alleen gedurende den overtocht
-ten dienste stond. Het rumoer in het salon werd minder naarmate het
-gezelschap in meer sentimenteelen toestand kwam. De dokter ging op
-het dek, en wandelde heen en weer.
-
-Het was stil, helder weder, maar in het Zuidwesten vertoonden zich
-donkere wolken, en spoedig zou het beginnen te regenen. Geen geluid
-hoorde hij dan het geraas, dat in de machinekamer door het kolen
-inscheppen veroorzaakt werd, en het geluid van zijne voetstappen.
-
-Van tijd tot tijd voerde de wind het geknal van het vuurwerk naar het
-vaartuig, dat op het "Dankzeggingsfeest" werd afgestoken, of drongen
-eenige tonen van eene fanfare tot zijn oor door.
-
-Raketten en het licht van bengaalsch vuur zag men over de daken der
-huizen, en vóór dit geheel was uitgedoofd, wierp het nog een oogenblik
-een lichtglans langs den hemel.
-
-Johan Bennecken ging geruimen tijd op het halfdek heen en weer en
-tuurde naar de stad, die hij zoo goed kende; naar de stad waarin
-hij zijn leven had gesleten. De kleine ruimte, die zich tusschen het
-vaartuig en de kade bevond, scheen hem een gapende afgrond te zijn,
-waarin hij al zijne zorgen, al zijne teleurstellingen achterliet. En
-toch was hij moedeloos. Duizenden herinneringen hadden hare kleine
-scherpe klauwen in zijn gemoed gedrukt, en het deed pijn ze weg te
-rukken.--Hij verwachtte niet veel van het leven aan de andere zijde
-des Oceaans.
-
-De trouwe vrienden beneden in het salon moesten eindelijk van boord
-gaan, en zij plaatsten zich op de kade om een afscheidslied te
-zingen. Doch dit plan kon niet tot uitvoering komen: zij waren al
-te geroerd, en wandelden rustig naar stad. En stil werd het op het
-vaartuig, en stil werd het in de stad, terwijl de machine als een
-uit zijnen slaap gewekten reus zware zuchten slaakte.
-
-Johan Bennecken zag op zijn horloge: het was half één. De regenwolken
-zagen er dreigender en dreigender uit. Hij keek nog eenmaal om
-zich heen als wilde hij, vóór hij naar beneden ging, het leven,
-dat achter hem lag, beschouwen in het schoone vreedzame beeld van
-den voorjaarsnacht.
-
-Daar hoorde hij een rijtuig langs de kade rollen; het reed de
-gaslantaarns voorbij en hield stil bij de Engelsche stoomboot. Een
-heer met eenen steek op en in eenen mantel gehuld kwam er uit en
-sprak een paar woorden met den koetsier.
-
-Een oogenblik later hoorde Johan eene stem, die hij meende te kennen,
-den Steward vragen waar Dokter Bennecken was.
-
-"Hier.... wil iemand mij spreken," riep Johan van het halfdek.
-
-De onbekende liep de trap op en de dokter herkende de kamerheer
-George Delphin.
-
-"Goeden avond, dokter. Gij denkt zeker, dat ik te veel gedronken
-heb, wat ook eigenlijk het geval is. Ik ben in ongenade gevallen,
-en heb door een goed glas wijn mijne smart verdoofd. Is uwe zuster
-ook aan boord?"
-
-"Ja, zij slaapt al, hoop ik."
-
-"Kom, laat ons liever binnengaan," zeide Delphin en hij opende de
-deur van de rookkamer. "Hier kunnen wij een afscheidsglas met elkaar
-drinken. Gij hebt toch geenen slaap Dokter?"
-
-"Neen, in het geheel niet," antwoordde Johan en hij draaide de lamp
-wat op, "wilt gij eene sigaar rooken?"
-
-"Ja, maar gaarne had ik wat te drinken."
-
-De kamerheer deed zijn mantel af, en wierp zich in zijne met goud
-geborduurde en met allerlei ordeteekenen bezaaide uniform op de
-sofa. Johan Bennecken ging naar beneden om een flesch wijn te halen,
-maar het eenige, wat de Steward zoo laat in den nacht kon vinden,
-was whiskey en water.
-
-De kamerheer verzekerde hem, dat dit zijne lievelingsdrank was, wat
-werkelijk het geval scheen te zijn. Nadat hij een glas geledigd had,
-zeide hij: "uwe zuster is dus aan boord?"
-
-"Ja, ik hoop dat zij sedert lang slaapt," antwoordde Johan eenigszins
-verbaasd.
-
-"Dat gij de stad kunt verlaten... dokter, in zulk een interessanten
-tijd als wij beleven! Hoor wat er is voorgevallen. Ten eerste:
-de kamerheer George Delphin in ongenade gevallen, ten tweede: de
-groothandelaar Falck-Olsen, wegens een Isabella-paard met een orde
-gedecoreerd; ten derde: de assistent-commiezen Hiorth en Bennecken
-tot kamerjonkers bevorderd--en de eerste daarbij verloofd...."
-
-"Een beetje minder snel, s.v.p. Wie is verloofd, zegt gij?"
-
-"Hiorth.... want toen zijn vader tot minister werd benoemd, nam zij
-hem; ja, gij begrijpt wel, wie ik bedoel, zij..... de Isabella van
-Falck-Olsen, Sophie heet zij, geloof ik. De andere..... die met dat
-bolbleeke gezicht heeft haar engagement verbroken."
-
-"Maar kamerheer, is het mogelijk," riep de dokter "alles draait mij
-voor de oogen."
-
-"Ja mij ook. Al het nieuws, dat ik opgedaan heb, komt uit den koker
-van Mortensen, die niettegenstaande zijne lucifers, aan het hof
-is voorgesteld geworden. O, wat benijd ik u, dokter, dat gij dien
-geheelen rommel verlaat."
-
-Op zijn gelaat lag plotseling zulk een slappe, oudachtige trek,
-dat Johan oprecht medelijden met hem voelde. "Gij moest maar met ons
-meegaan kamerheer."
-
-"Ik ben immers in uniform."
-
-Toen Johan op dit gezegde glimlachte, zeide hij.
-
-"O, gij vondt dit zeker eene flauwe geestigheid. Neen beste vriend,
-'t was bittere ernst. Ziet gij, de met uniform bekleeden blijven
-in dit land achter en nemen in aantal toe.... de in uniform
-gedosten en de in lompen gehulden. De laatste rat, die het schip
-zal verlaten, is zeker een directeur van een armenkamer. Dit is een
-post der toekomst: "Koninklijk Noorsch opperstaatsarmendirecteur,"
-met den rang en de uniform van een krijgscommissaris. Ik zou zelf
-naar dien post gesolliciteerd hebben, zoo ik niet in ongenade was
-gevallen. Buitendien," ging hij voort, en maakte een nieuw glas
-gereed, "zoo ik het al zonder de stad kan redden, zoo kan de stad
-het waarachtig niet zonder mij doen. Hoe zou het met de stakkers van
-menschen gaan, die nu in die caricatuur van eene hoofdstad slapen,
-als zij morgen wakker werden en de kamerheer misten. Want--ziet
-gij, beste emigrant, wat ons eigenlijk pijnigt, dat is de twijfel,
-de vrees, die wij koesteren, dat alles hier niet geheel, comme
-il faut is.... niet volkomen zoo als alles op het vaste land,
-en--dat kan men ook werkelijk niet van Mortensen met zijne lucifers
-beweren. Maar dan heeft men gelukkig nog den kamerheer Delphin en
-een paar anderen..... die de wereld hebben gezien, of ten minste
-doen of zulks het geval is, en over alles kunnen praten; die alle
-namen en bijnamen weten; die de kunst verstaan iedere ernstige zaak
-door eene wending van de hand tot eene grappige te maken; die de
-ingewikkelste zaken in zakformaat weten te brengen; die de questions
-brûlantes van den dag samen vatten in vijf of zes bons mots, die ze
-zich elk oogenblik herinneren en dadelijk bij de hand hebben; en die
-ten laatste te midden van de meest onzinnige bureau-praatjes volkomen
-op de hoogte zijn der dames-toiletten en met den grootsten ernst daar
-over redeneeren. Ziet gij, dit zijn de onontbeerlijke personen voor de
-hoofdstad! Ach!" riep hij plotseling uit en zijn hoofd viel op tafel:
-"ik ben dit leven zoo moe, ik ben zoo moe van alles!"
-
-Eensklaps lag er zoo iets ernstigs over den eleganten cavalier,
-die met het hoofd tegen den arm geleund vóór hem zat, dat Johan
-Bennecken begreep, dat deze woorden niet alleen aan den roes,
-waarin hij verkeerde, toe te schrijven waren. Hij legde de hand op
-zijnen schouder, en zei met oprechte deelneming: "luister naar mij
-Delphin! Gij zijt niet gelukkig, evenmin als ik.... hier zijn gewis
-niet vele gelukkige menschen aan boord. Maar kom,.... ga met ons mee,
-hier moogt ge niet blijven."
-
-De kamerheer beurde het hoofd op, zijn gelaat zag er weêr uit als in
-vroegere dagen, de ironische glimlach zetelde er weêr:
-
-"Gij doet mij levendig aan uwen vader denken.... diezelfde
-woorden zeide hij een paar uren geleden, tot mij: "Het is werkelijk
-noodzakelijk voor u, hier van daan te gaan," zei hij, en ik wil ook
-zijnen raad volgen, ik wil solliciteeren naar de betrekking van chef
-van de politie te Aalsund."
-
-Johan Bennecken ging teleurgesteld een paar schreden achteruit:
-deze woorden krenkten hem.
-
-De kamerheer trok zijne overjas aan om weg te gaan, maar talmde
-voortdurend; het scheen alsof hij nog iets zeggen wilde, maar niet
-wist, hoe zich uit te drukken; de dokter vond zijn gedrag al vreemder
-en vreemder. Eindelijk draaide hij zich op de loopplank even om,
-en drukte innig de hand van den dokter, terwijl hij mompelde: "Groet
-uwe zuster van mij, en zeg haar van mij.... zeg haar van mij...." de
-laatste woorden waren onverstaanbaar, zij losten zich op in een geluid,
-dat veel van snikken had. Toen ging hij spoedig naar wal en stapte
-in het rijtuig, dat op hem wachtte.
-
-De koetsier, die op den bok had zitten dutten, nam schielijk het dek
-van de paarden af. De hemel was geheel bewolkt; een uur lang had het
-reeds geregend.
-
-De dokter tuurde naar het rijtuig en naar de lange schaduw, die
-de pooten der paarden in de plassen op de straat maakten, wanneer
-zij voorbij eene gaslantaarn kwamen. Dit was het laatste, wat hij
-van de stad zag, toen hij zich naar kooi begaf. Vroeg in den morgen
-lichtte het Engelsche vaartuig het anker. Het was reeds zes uur, vóór
-alles gereed was en de machine begon te werken. Juist toen het schip
-in de nabijheid van het grootste eiland van de Fjord was gekomen,
-steeg er van den kant der vesting eene rookwolk op, en hoorde men
-kanonschoten dreunen. Op het achtergedeelte van het schip vroeg
-iedereen nieuwsgierig waar die saluutschoten toch voor dienden.
-
-Johan Bennecken was zoo moede, dat hij er bijna niets van hoorde;
-ook op het voordek bekommerde men er zich weinig over; men had daar
-het gevoel, alsof men met het vaderland en zijne saluutschoten had
-afgerekend.
-
-En terwijl de een en twintig schoten plechtig over de stad dreunden,
-dreef het vaartuig met de landverhuizers uit de Fjord, en de dikke
-gele rook verborg de vesting aan aller oog, en verbreidde zich over
-de daken der huizen in het grauwe regenachtige morgenuur.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XXIII.
-
-
-De een en twintig kanonschoten verkondigden de bevolking dat de koning
-naar Stockholm was teruggekeerd. Dit was genoeg voor de oppositie en
-gretig maakte zij van de gelegenheid gebruik om in hare bladen met de
-gewone onbeschaamdheid de regeering aan te vallen. De geheele pers kwam
-in gisting; al de oude strijdvragen werden opgedolven, iedere partij
-rukte met hare scheldwoorden aan, die, tot groot genot der abonnés,
-als pluimballen heen en weer gekaatst door de lucht vlogen.
-
-Niet bewogen door politieke stormen ging de ridder Falck-Olsen den
-volgenden Zondag voor zijnen grooten spiegel op en neer. Mevrouw
-zette het een en ander te recht, en met trotsch keek zij naar het
-kleine ordelint.
-
-"Hoor vrouwlief.... wij moeten op reis."
-
-"Op reis? Waarom? Ben je nog niet tevreden? Nu is uwen lang
-gekoesterden wensch vervuld."
-
-"Och wat!--Één ordeteeken is maar eene eerste schrede."
-
-"Wel, goede hemel," riep mevrouw min of meer uit haar humeur, "gij
-meent nu wel op eens eene gewichtige persoonlijkheid te zijn geworden,
-Ole Johan? Wanneer een ordeteeken slechts de eerste schrede is,
-zoo wilde ik wel eens weten waaruit de tweede bestaat."
-
-"Nog een ordeteeken," antwoordde haar man en hij verliet het salon. Men
-had hem namelijk wijs gemaakt, dat de Duitsche vorsten, wanneer zij
-aan eene badplaats vertoeven, altijd ordeteekenen mede nemen, en dat
-het zeer gemakkelijk gaat, er een te krijgen.... inzonderheid wanneer
-reeds een lintje op de borst prijkt.
-
-De familie Falck-Olsen reisde dus naar Ems en een paar weken later
-ontving Caroline Hjelm een' brief van Louise, waarin o. a. stond:
-"Je kunt niet half gelooven, hoe heerlijk het voor mij is, des morgens
-wakker te worden en niet meer aan Hans te moeten denken.
-
-"Dat ik zoo dom kon zijn! Wij pasten volstrekt niet bij
-elkander. Gisteren reden wij op ezels en een Engelschman, die ook van
-de partij was (Papa zegt dat hij een Lord is), is er zoo stijf van,
-dat hij nauwelijks kan zitten als andere menschen, maar een gedeelte
-van zijne ruggegraat moet gebruiken."
-
-Caroline was onvoorzichtig genoeg deze regels aan hare moeder voor
-te lezen, en den volgenden dag zeide Mevrouw Hjelm tot neef Hans:
-"Je hebt Louise Falck-Olsen juist beoordeeld. Het buitenland heeft
-haar reeds in den grond bedorven."
-
-Neef Hans zuchtte.
-
-Anders de almachtige was werkelijk zwak van geest geworden.
-
-Een paar dagen later veroorzaakte hij in het Departement een groot
-schandaal, door dingen te vertellen, die niet verteld mochten
-worden. De minister zag zich genoodzaakt krachtige maatregelen te
-nemen en door bemiddeling van den Redacteur Mortensen gelukte het den
-ouden trouwen dienaar bij zekere Madam Gluncke, die naaimeisjes hield,
-onder dak te brengen.
-
-Hier gevoelde hij zich zeer gelukkig. Toen men onderzocht, hoe het
-met zijne geldzaken stond, kwam men tot de ontdekking, dat hij,
-inzonderheid in de laatste jaren, groote sommen ja, onbegrijpelijke
-groote sommen in de spaarbank had geplaatst. Nadat hij eenigen tijd
-met de levenslustige meisjes in de naaischool van "Malle Bimbam" had
-verkeerd, scheen hij weldra het Departement en wat daartoe behoorde,
-vergeten te hebben.
-
-Daarentegen werd hij een trouw bezoeker van de kerk... en plaatste
-zich altijd aan den kant, waar de vrouwen zaten. Voor menige jonge
-dame was het een stichtend genot den eerwaardigen grijsaard in haar
-psalmboek den text van het gezang te laten volgen; men werd er bijna
-van geroerd naar het bleeke gezicht en het sneeuw witte haar, dat in
-lokjes op den jaskraag viel, te kijken.
-
-Intusschen werd de pluimbal door de pers met eene woede, die bijna
-aan razernij grensde, heen en weer geworpen en inzonderheid was de
-oppositie zeer ijverig.
-
-Eerst begreep men niet, wat de ambtman Hiorth eigenlijk in het
-Ministerie moest doen, een man, dien niemand kende. Zoo ook werden
-er toespelingen gemaakt op een vreeselijk schandaal, dat in het
-Departement van den minister Bennecken moest hebben plaats gehad;
-documenten moesten verdwenen zijn, geheime verbergplaatsen aan het
-licht zijn gekomen, waarin de gewichtigste staatsstukken gestopt
-werden, en eene menigte ontdekkingen van de bedenkelijkste soort
-zijn gedaan.
-
-De mondelinge geruchten, die in omloop kwamen, waren van erger soort;
-er werd gefluisterd, dat de minister in zeer nauwe betrekking had
-gestaan tot een zeer slecht ter naam en faam staande vrouw, eene
-zekere madam Gluncke; buitendien wist de geheele stad, dat twee der
-kinderen van de familie, na eene hevige familie-scène, hals over kop
-naar Amerika waren vertrokken.
-
-Maar waar toch Anders, de almachtige gebleven was, met dit vraagstuk
-hield men zich het meest bezig.
-
-De minister droeg zijn hoofd nog een weinig hooger dan gewoonlijk, en
-dezelfde genadige glimlach plooide zich om zijnen mond, wanneer hij
-op straat de voorbijgangers groette. Niettegenstaande het volkomen
-kalme uitzicht van den minister allen in het Departement zou hebben
-moeten tevreden stellen, steeg de ongerustheid meer en meer.
-
-Iederen morgen zag men met verlangen uit naar den "Waren Vriend des
-Volks," maar deze bewaarde het stilzwijgen; geen heftig hoofdartikel,
-dat den mond der schreeuwers kon stoppen en de gemoederen tot bedaren
-kon brengen, verscheen.
-
-"Maar nu wordt het toch waarachtig tijd, dat Mortensen de zaak
-aangrijpt;" riep de commies Orseth uit en zijne vuist viel hard op
-de tafel.
-
-"Ja voor den d..... dat moet hij;" herhaalde de kamerjonker Hiorth,
-die, nu hij zoo hoog was gestegen, zich verbeeldde ook wat te zeggen
-te hebben. En het geheele Departement was het eens, dat Mortensen
-nu wat doen moest. Allen verkeerden in eene gespannen en heftige
-stemming, toen de Redacteur binnenkwam en het nog vochtige nieuwsblad
-op tafel wierp.
-
-Hiorth greep de courant en las: "Geruchten-uitstrooiers en
-Intriganten."
-
-"Eindelijk!" eene doodsche stilte ontstond, toen hij begon te lezen.
-
-Eerst werd de aandacht van de lezers gevestigd, op het gebrek aan
-wapenen der oppositie, nu zij zich liet verleiden, in politieke
-quaestiën, geruchten en oudewijvenpraat te mengen. Daarna werd onder
-de aandacht gebracht, dat de voor het oogenblik bestaande politieke
-toestand ieder welgezind en verlicht burger tot tevredenheid moest
-stemmen.
-
-"Dat intusschen," las Hiorth verder, maar de Redacteur trok hem de
-courant uit de hand: "laat mij lezen!".... "dat intusschen eene zoo
-alledaagsche zaak, als het ontslag van eenen bejaarden conciërge aan
-het Departement tot zulke artikelen vol schandalen aanleiding kan
-geven, is, op zich zelf genomen, een teeken des tijds, dat waard
-is ad notam te nemen. Want achter dit.... achter deze gehuichelde
-belangstelling voor de minste bijzonderheden van het Staatsbestuur
-ligt heel iets anders, iets dat iederen dag meer en meer veld bij
-ons wint, iets dat wij van den aanvang, van den wortel af, ernstig
-moeten trachten uit te roeien, indien wij willen verhinderen, dat er
-schadelijke vruchten aan rijpen voor onze maatschappij. Het is de
-ingewortelde haat, die alle lage karakters, alle slechts ten halve
-ontwikkelden tegen alle autoriteiten, tegen allen, die geestelijk boven
-hen staan, voeden; een haat die zich openbaart tegen de van God over
-ons gestelde Overheid, en die, terwijl hij aan het schandelijkste
-ongeloof de hand reikt, tot in de heiligste schuilhoeken van het
-familieleven doordringt, met het verhevenste den spot drijft, en
-dreigt onze maatschappij geheel ten onder te brengen, ons tot de
-wildste anarchie te voeren. Zekerlijk zijn er velen onder ons, die
-zich geruststellen met de gedachte, dat de Noorsche ambtenaarsstand
-zich aan dergelijke uitvallen niet zal storen--en met recht. Maar toch
-beschouwen wij het als onzen plicht den vinger op deze wondeplek te
-leggen, want hier begint een gevaar, waardoor de geheele maatschappij
-wordt bedreigd. Eene grens moet er gesteld worden aan de al meer en
-meer toenemende onbeschaamdheid, die in woorden en geschrift zich het
-recht aanmatigt te oordeelen over hetgeen, naar de verordeningen Gods
-en der menschen, boven hun oordeel verheven is; en zoo dit niet door
-gemeenschappelijke krachtsinspanning van alle burgers geschiedt, zoo
-zullen wij spoedig van het ergerniswekkende schouwspel getuige zijn,
-dat eene oproerig gestemde menigte openlijk de wetten trotseert en
-met de handhavers der wet den spot drijft. Laat ons daarom waakzaam
-zijn en acht geven op de teekenen des tijds.
-
-Niet dat wij eenige vrees koesteren, neen Goddank! Zoowel in onzen
-verhevenen monarch, als in de vereeniging met ons broedervolk
-en werkelijk niet het minst van allen in den sterken kring van
-intelligente, begaafde staatslieden en ambtenaars, die zoolang onze
-maatschappij met hunne krachten bijgestaan hebben en die aan de dagen
-van voorheen getrouw zullen blijven--in alle dezen hebben wij te
-goede waarborgen, dan dat er reden zou kunnen bestaan eenige vrees
-te koesteren. Maar--wij herhalen het--laat ons waakzaam zijn en op
-de teekenen des tijds acht geven. Booze, het licht schuwende machten
-staan in onze maatschappij op den loer; laat het volle daglicht maar
-eens op hen vallen en als booze geesten zullen zij terugvliegen naar
-de duisternis, die hen geboren deed worden."
-
-Een groot gejubel ontstond er onder de hoorders, toen Mortensen had
-geëindigd. Orseth wreef zich vergenoegd de handen en riep: "Kijk,
-dat is ferm--heel ferm gezegd. Hebt gij er naar geluisterd Hansen,
-dat was ook wat voor u!"
-
-De oude Hansen boog zich wat verder over den hoop papieren, die voor
-hem lag.
-
-Al de anderen voelden zich als van eenen zwaren last ontheven. Het
-schandaal was tot eene kleinigheid teruggebracht en den schreeuwers
-was een goed pak toegediend.
-
-Mortensen zag den kring, die zich om hem heen had gevormd, rond
-en zeide: "Ja.... nu ziet gij eens, kereltjes, wat gij zonder mij
-waart! Bestaat er iets zoo zegenrijk voor een land als eene verlichte,
-waarheidlievende en rechtvaardig gezinde pers?"
-
-Toen Mortensen deze woorden zeide, had de dubbelzinnige glimlach,
-die hem meestal eigen was, om zijne lippen gespeeld; men was er
-nooit van verzekerd, of hij oprecht meende, wat hij zeide, dan of
-het satirisch bedoeld was.
-
-Maar thans lachte niemand, want op dit oogenblik gevoelden allen,
-dat Mortensen gelijk had.
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Een overheidspersoon in eene kleine gemeente. (Vert.)
-
-[2] De ambtman van het district woont altijd de zittingen bij, welke
-de rechtbank van tijd tot tijd op het land houdt. (Vert.)
-
-[3] Komlene beteekent in het Noorsch een hoop steenen, die de plaats
-aanduiden waar de asch van een Noorsch zeekoning of held in eene urn
-begraven is. Deze urnen werden altijd zeer dicht naast elkaar in de
-aarde begraven, vooral geschiedde dit, wanneer de overledenen tot ééne
-familie behoorden, of ook wanneer de begraafplaats in den smaak viel.
-
-Njàa is zulk eene oude begraafplaats, waar de asch van eene talrijke
-familie is begraven. De steenhoopen zien er zeer klein en onaanzienlijk
-uit, wijl de leden dezer familie maar tot het volk behoorden,
-die er zich niet aan gelegen lieten liggen groote steenhoopen op
-te richten voor hunne dooden. Iets ironisch ligt er in de woorden:
-"Vele en kleine als de Komlene te Njàa."
-
-Het is hier Kiellands bedoeling de onwetendheid van de geleerden een
-weinig te geeselen, en daarom laat hij den rechter vragen, wat het
-beteekent en den advocaat antwoorden, dat het een soort pannekoeken
-van aardappelenmeel is. (Vert.)
-
-[4] In het Noorden oefenen zich de gepromoveerden in de praktijk,
-als assistenten bij rechters of advocaten.
-
-[5] In Noorwegen heeft een minister den titel van staatsraad. (Vert.)
-
-[6] Dezen naam geeft men in het Noorden aan getrouwde dames, die niet
-op den titel van Mevrouw aanspraak kunnen maken. (Vert.)
-
-[7] In Scandinavië is het nog zeer de gewoonte in den derden persoon,
-in plaats van den tweeden iemand aan te spreken, en wordt het laatste
-als te familiaar aangezien. In de laatste jaren is men echter begonnen
-ni (gij) te zeggen, doch de ouderen van dagen, in de steden minder,
-zijn er echter nog op tegen.
-
-[8] Op groote partijen is het in Scandinavië, de gewoonte dat men
-niet aan de tafel gaat zitten; ieder gaat naar de tafel toe, bedient
-zich van wat hij verkiest en maakt dan plaats voor anderen. (Vert.)
-
-[9] Het komt mogelijk vreemd voor, dat een minister in den zomer zoo
-weinig overeenkomstig zijnen stand zou wonen, doch in het Noorden
-behelpen ook voorname familiën zich gedurende dit jaargetijde, want
-men is zelden binnen's huis. (Vert.)
-
-[10] Zweden.
-
-[11] In Scandinavië heeft men in vele restaurants geene kellners,
-maar jonge meisjes bedienen de gasten: vooral is zulks het geval in
-kleinere hotels. (Vert.)
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS ***
-
-***** This file should be named 55834-8.txt or 55834-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/5/8/3/55834/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg from scans made available by the Norwegian
-National Library.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/55834-8.zip b/old/55834-8.zip
deleted file mode 100644
index de19c84..0000000
--- a/old/55834-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h.zip b/old/55834-h.zip
deleted file mode 100644
index e1b4e97..0000000
--- a/old/55834-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/55834-h.htm b/old/55834-h/55834-h.htm
deleted file mode 100644
index f11bfed..0000000
--- a/old/55834-h/55834-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,9508 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
-"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2017-10-28T11:53:30Z. -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta name="generator" content=
-"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
-<title>Arbeiders</title>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
-<meta name="generator" content=
-"tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content=
-"Alexander Lange Kielland (1849&ndash;1906)">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href=
-"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content=
-"Alexander Lange Kielland (1849&ndash;1906)">
-<meta name="DC.Title" content="Arbeiders">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Scandinavian literature">
-<style type="text/css">
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument
-{
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-sup {
-line-height: 6pt;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.advertisment {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0% 7em 0%;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 3.5em;
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em 0% 2em 0%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0% 0em 0%;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.72em;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0% .5em 0%;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0% 0 0%;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.verseNum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-repeat: no-repeat;
-background-position: right center;
-}
-.pglink {
-background-image: url(images/book.png);
-padding-right: 18px;
-}
-.catlink {
-background-image: url(images/card.png);
-padding-right: 17px;
-}
-.exlink, .wplink, .biblink, .seclink {
-background-image: url(images/external.png);
-padding-right: 13px;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, .h1 {
-padding-bottom: 5em;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}
-</style>
-
-<style type="text/css">
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.xd26e120 {
-text-align:center;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:448px;
-}
-.xd26e159 {
-text-align:center; font-size:smaller;
-}
-.xd26e4522 {
-text-align:center;
-}
-@media handheld {
-}
-/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: Arbeiders
- Roman
-
-Author: Alexander L. Kielland
-
-Translator: Ida Donker
-
-Release Date: October 28, 2017 [EBook #55834]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ASCII
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg from scans made available by the Norwegian
-National Library.
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg"
-alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first xd26e120">ARBEIDERS.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src=
-"images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="448"
-height="720"></div>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">ARBEIDERS.</div>
-<div class="subTitle">ROMAN</div>
-</div>
-<div class="byline">VAN<br>
-<span class="docAuthor">ALEXANDER L. KIELLAND.</span><br>
-Vertaald uit het Noordsch<br>
-DOOR<br>
-<span class="docAuthor">IDA DONKER.</span></div>
-<div class="docImprint">DEVENTER,<br>
-W. HULSCHER G.J.<span class="sc">ZN.</span></div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="first xd26e159">Snelpersdruk van <span class="sc">H. C. A.
-Thieme</span> te Nijmegen. <span class="pagenum">[<a id="pb1" href=
-"#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="super">ARBEIDERS.</h2>
-<h2 class="main">I.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In het zuidwesten en over de baai, aan welke
-Christiania gelegen is, was de hemel helder en blauwachtig wit. De
-zonnestralen glinsterden in de door den wind zacht bewogen golfjes,
-waartusschen men echter strepen waters zag zonder eenige beweging. Uit
-welke streek het waaide, viel moeilijk te zeggen. In het oosten hingen
-iederen namiddag zware onweerswolken over de stad; tegen den avond
-trokken zij weer op.</p>
-<p>&bdquo;Barstte de onweersbui toch maar eens los,&rdquo; dachten de
-lieden, maar het was alle dagen, gedurende de geheele maand Augustus,
-hetzelfde. De zon braadde, de wind voerde de warme lucht, dan hier, dan
-daar, zonder eenige koelte aan te brengen, en de drukkende hitte, onder
-welke men al zoolang had gezwoegd, en van welke men hoopte door eene
-flinke onweersbui verlost te worden, duurde maar steeds voort. De
-breede straten van Christiania werden geblakerd in de zon; in het
-zuiden en zuidwesten der stad was het bijna niet uit te houden. De
-schaduw scheen het zich wel tot taak te hebben gesteld zich zoo smal
-mogelijk te maken, zij sloop als &rsquo;t ware langs de huizen en
-maakte het den voorbijgangers onmogelijk eenig voordeel van haar te
-trekken. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name=
-"pb2">2</a>]</span></p>
-<p>In de Karel-Johanstraat was het des morgens het best: men kon het
-Storthing-gebouw bereiken, zonder te veel van den fellen zonneschijn te
-lijden te hebben, maar over het Eidsvoldsplein en naar het slot had de
-zon hare beste krachten verzameld.</p>
-<p>De bladeren der boomen van het jonge plantsoen hadden eene
-grijsachtig witte kleur van het stof en hingen slap neer; de populieren
-stonden even stijf als altijd en gluurden naar hunne schaduw. En de
-menschen gleden, alsof zij vogels waren, van den eenen boom naar den
-anderen, terwijl deze zich in het dichtste gebladerte verscholen, of
-wel zich bezig hielden een zandbad in de half verschroeide bloemperken
-te nemen.</p>
-<p>Eenige heeren sleepten zich met moeite voort op de hoogte waarop het
-slot gebouwd is. De warmte had hen duchtig beet, dat kon men duidelijk
-aan hen zien, en zij zagen er recht ongelukkig uit, zooals zij daar met
-opgestoken paraplui, den hoed in de hand en den zakdoek nat van al de
-zweetdroppels, die zij er mee afgewischt hadden, hunnen weg vervolgden.
-Onder de groote klok van het universiteitsgebouw stonden eenige jonge
-studenten (zij hadden pas dien titel verkregen) en zij zweetten Latijn.
-Plotseling werd het stof in de Universiteitsstraat door een licht
-windje in beweging gebracht, naar alle kanten dwarrelde het in dikke
-wolken heen; juist kwam ook de waterkar aan, en de droppels bleven als
-grauwe parelen op het dikke warme stof liggen.</p>
-<p>Het deed pijn aan de oogen, naar de zijde van het slot te zien; het
-gebouw werd door de zon van alle kanten fel beschenen; voor de ramen
-had men dan ook alle gordijnen neergelaten. Karel Johan zat op zijn
-bronzen paard voor het slot, hij hield zijnen hoed in de hand om het
-wat minder warm te hebben. De rook uit de schoorsteenen viel, of liever
-hing, als eene bruine wolklaag over de stad neer, in het oosten pakten
-de geelachtige onweerswolken <span class="pagenum">[<a id="pb3" href=
-"#pb3" name="pb3">3</a>]</span>zich weer samen en zij zagen er uit, als
-de rook van zwaar geschut. De groote steen en huizen, zoo gebouwd, dat
-zij eenen Siberischen winter weerstand kunnen bieden, waren thans
-werkelijk aan ovens gelijk. De warme lucht rustte echter nog zwaarder
-op de kleine, nauw ingesloten binnenplaatsen, waar men op zijnen rug
-moet gaan liggen, zoo men een stukje van den blauwen hemel wil zien.
-Door achterdeuren en keukenramen drong zij de trappen op; hier
-ontmoette zij de warme zonnestralen, die van de straatzijde in de
-woningen door de vele vensters en den geheel verwarmden voorgevel
-vielen. Van den zolder tot aan den kelder was er geen enkel koel
-plaatsje te vinden, uitgenomen daar, waar de voorraad ijs zich bevond;
-de langdurige hitte had de muren zoodanig verwarmd, dat zelfs de
-nachten geene verademing aanbrachten. Het was snik heet, alles wat de
-eigenschap bezat eene vieze lucht te kunnen verspreiden, greep die
-gelegenheid gretig aan; in de geheele stad was geen mond vol frissche
-lucht te bekomen.</p>
-<p>&bdquo;Hoe noordelijker men komt, des te erger wordt de
-hitte,&rdquo; zeide de commies Mortensen, en hij deed zijne das af. Hij
-zat reeds in zijne hemdsmouwen en zijn vest hing open.</p>
-<p>De jonge klerk Hiorth welke nog geene vaste aanstelling bij het
-Departement had bekomen, en die bezig was met het plakken van kleine
-papieren zakken, die men voor het een of ander doel in het Departement
-noodig had, draaide zich boos om, want Mortensen zag er dan ook alles
-behalve smaakvol uit, zooals hij daar van de warmte in zijne
-geelachtige hemdsmouwen zat te puffen. Hiorth waagde het echter niet
-iets te zeggen, hij was, zooals gezegd is, nog een nieuweling, en
-Mortensen voerde hier het hooge woord.</p>
-<p>Alle ramen in het groote gebouw stonden wijd open, evenzoo de deuren
-tusschen de verschillende vertrekken en de gangen. De beambten brachten
-elkander visites en <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4"
-name="pb4">4</a>]</span>klaagden over de warmte; eenige stukken hadden
-zij echter altijd in de hand, voor het geval, dat zij iemand op hunnen
-weg ontmoetten. De nieuwelingen, die nog niet aan het werk gewoon
-waren, hadden veel moeite wakker te blijven; als verwelkte zonnebloemen
-hingen zij met &rsquo;t hoofd over de tafel gebogen, soms sprongen zij
-verschrikt uit hunne zoete sluimering ontwaakt, op, en dan hadden zij
-het bijster druk met hunne papieren in orde te brengen. Papier was er
-overal. De klerken waren er geheel van omringd; al de planken tegen de
-muren waren propvol. Er was grauw papier, wit papier, geel papier,
-pakpapier, postpapier, bordpapier, vloeipapier, gestempeld papier,
-nieuw papier en ook heel oud papier met gele kanten. Papier lag in
-enkele vellen, in een omslag, of wel in groote pakken gebonden op den
-vloer, op de stoelen en tafels; het was werkelijk eene overstrooming
-van papier, en de ongelukkigen, die daar hunne bezigheid hadden,
-moesten, naar het scheen, zich er op voorbereiden, eenmaal den dood in
-&rsquo;t papier te vinden, zoo zij zich ten minste door zwemmen niet
-konden redden.</p>
-<p>In het vertrek naast dat van Mortensen zat de commies &Ouml;rseth.
-Hij was klein van gestalte, droeg een&rsquo; zwarten baard en was zeer
-levendig. Hij stoof de kamer, waar Mortensen zich bevond, binnen; een
-courant hield hij in de hand.</p>
-<p>&bdquo;Hebt gij dit artikel gelezen, Mortensen, het gaat nu
-werkelijk al te ver&#8202;&hellip;. anders, lees dit stuk eens over het
-stemrecht van de werklieden. Dat zoo iets openlijk geschreven, gedrukt,
-verspreid wordt&#8202;&hellip;. de schrijvers van zoodanige artikelen
-verdienden dat zij opgehangen werden.&rdquo;</p>
-<p>Mortensen wierp vluchtig eenen blik op het blad.</p>
-<p>&bdquo;Dat las ik van morgen&#8202;&hellip;. onzin!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Onzin! Mortensen, neen veel erger is het&#8202;&hellip;.
-leugenachtige ophitsende woorden, die hoogst gevaarlijk voor de rust
-van de maatschappij zijn. O, wanneer ik het bedenk,&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>barstte
-&Ouml;rseth uit, en een bittere glimlach speelde om zijnen mond,
-&bdquo;hoe men hier de werklieden naar de oogen ziet, op familiaren
-voet met hen wenscht te staan, hoe men bij alle gelegenheden, te pas of
-te onpas, redevoeringen houdt, waarin men hunnen lof uitbazuint, juist
-alsof zij alleen werk in de maatschappij verrichten, en alsof wij niet
-anders waren dan&#8202;&hellip;. dan&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dagdieven,&rdquo; vulde Mortensen aan.</p>
-<p>&bdquo;Het rechte woord,&rdquo; riep &Ouml;rseth uit, &bdquo;en ik
-zou toch wel eens willen weten, wie het meest werkt, zulk een
-stratenmaker bijv. of &eacute;&eacute;n van ons!&rdquo;</p>
-<p>Op dit oogenblik gleed een klein man, met wit haar, het vertrek
-binnen. Nooit wist men goed, van welken kant hij binnenkwam; de deuren
-gingen altijd, wanneer zij niet openstonden, zooals nu, onhoorbaar
-onder zijne hand open, en op vilten zolen liep hij door het gebouw.</p>
-<p>&bdquo;Nu, Mo,&rdquo; zeide Mortensen, <a id="xd26e215" name=
-"xd26e215"></a>en hij knipoogde hem vertrouwelijk toe, &bdquo;is hij
-weg?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De minister is een oogenblik geleden met den koopman
-Falck-Olsen uitgereden,&rdquo; antwoordde Mo, en hij gleed weer uit het
-vertrek.</p>
-<p>Zoolang de kleine man in het vertrek was, zaten al de klerken over
-hun werk gebogen, en &Ouml;rseth was ook naar zijn vertrek
-teruggekeerd.</p>
-<p>Mo was de bode van het Departement. Hij was altijd in bruinen rok
-met lange panden en opstaanden kraag gekleed, en eene witte stijve das
-reikte hem tot aan de kin. In dit costuum had hij veel van eenen
-kwaker, en het bleeke gelaat met den vriendelijken blik boezemde
-vertrouwen in. Zijn haar was sneeuwwit, en, wijl het tamelijk lang in
-den nek was, viel het in kleine krulletjes over den kraag van zijnen
-rok.</p>
-<p>Toen de bode, even onhoorbaar als hij gekomen was, het vertrek had
-verlaten, riep Mortensen half luid uit: &bdquo;Hoor, &Ouml;rseth, ging
-de hoofdcommies nu ook maar weg, <span class="pagenum">[<a id="pb6"
-href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>dan zou een glas schuimend bier in
-het koffiehuis hier naast, best smaken&#8202;&hellip;.
-h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;H&eacute; ja!&rdquo; riep de jonge Hiorth uit, en de schaar
-viel hem uit de hand.</p>
-<p>Mortensen zag den jongen man koel aan; plotseling kwam hij op andere
-gedachten. Hiorth was de zoon van een voornaam ambtenaar in het
-westelijke gedeelte van Noorwegen, hij had zeer goede relati&euml;n en
-was waarschijnlijk goed bij kas. Hij antwoordde daarom vrij
-vriendelijk: &bdquo;Jonge vriend, je groeit schielijk!&rdquo; Hiorth
-begreep in het minste niet, wat met deze woorden werd gemeend, maar
-daar hij had bemerkt, dat het tot de bon ton in het Departement
-behoorde, Mortensen geestig te vinden, lachte hij natuurlijk, en zeide
-in allen eenvoud: &bdquo;Wat ik het meest mis, sedert ik aan het
-Departement werkzaam ben, is mijn ontbijt in het Grand-H&ocirc;tel; men
-heeft er nu zulke heerlijke lamscoteletten, nergens maakt men ze beter
-klaar, en dan versche komkommersalade&#8202;&hellip;.&rdquo; In het
-vertrek waar &Ouml;rseth werkte, werd eenig gebrom gehoord.</p>
-<p>&bdquo;Nooit eet ik in den voormiddag komkommersalade,&rdquo;
-antwoordde Mortensen, &bdquo;daar behoudt men den smaak te lang van in
-den mond, maar eene beefsteak &agrave; la Hollandaise met aardappelen,
-een borrel en een glas bier, dat is een ontbijt naar mijnen
-smaak.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dat is ook altijd heel goed in het
-Grand-H&ocirc;tel.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik voor mij, vind, dat men daar in &rsquo;t geheel niet goed
-eet,&rdquo; zei Mortensen op onverschilligen toon.</p>
-<p>&bdquo;Ik kan er voor instaan, dat het u daar bevallen zal, en
-wanneer gij mij de eer wilt aandoen, er met mij heen te
-gaan&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>Opnieuw werd het gebrom in het andere vertrek gehoord.</p>
-<p>&bdquo;Dank voor je aanbod, maar &Ouml;rseth en ik waren eigenlijk
-van plan&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo gij meent,&rdquo; zeide Hiorth op wat angstvalligen toon
-<span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name=
-"pb7">7</a>]</span>&bdquo;dat meneer &Ouml;rseth mij ook de eer zou
-willen aandoen van&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat is niet heel gemakkelijk te zeggen,&rdquo; antwoordde
-Mortensen, &bdquo;op dit punt is hij nog al teergevoelig, maar ik wil
-hem wel eens polsen,&rdquo; en hij ging naar het andere vertrek. Hier
-zat ook in eenen hoek over eenen lessenaar heengebogen een man met
-oudachtig uiterlijk. Nadat &Ouml;rseth een oogenblik met Mortensen op
-fluisterenden toon had gesproken, riep hij: &bdquo;Hansen, ik moet van
-morgen even uit. Zoo Mo vraagt, waar ik ben, kunt gij zeggen dat ik
-naar het registratie-kantoor ben, om er eene conferentie te
-houden&#8202;&hellip;. hebt gij het begrepen, Hansen?&rdquo;</p>
-<p>Deze boog even toestemmend met het hoofd.</p>
-<p>&bdquo;Wat is hij dof geworden,&rdquo; zeide Mortensen half luid,
-&bdquo;het was hoog tijd, dat hij de redactie van de courant
-neerlegde.&rdquo;</p>
-<p>Mortensen bedoelde: &bdquo;de Vriend des Volks,&rdquo; welke de oude
-Hansen vroeger had geredigeerd, maar hij was gedwongen zijn ontslag aan
-te vragen, wijl de courant in den laatsten tijd eene richting was
-toegedaan, welke zij, die over hem gesteld waren, gevaarlijk voor de
-maatschappij vonden.</p>
-<p>Nu was Mortensen redacteur.</p>
-<p>&Ouml;rseth begon zich al gereed te maken, heen te gaan, waarop
-Mortensen aanmerkte, dat het niet gaan zou, zoolang de chef van het
-bureau nog niet zijne dagelijksche wandeling had gedaan. Juist toen
-Mortensen die woorden zeide, hoorden zij de deur van de kamer, in welke
-deze zat, openen, en zagen zij hem de trappen afkomen.</p>
-<p>Mortensen ging naar zijne plaats terug en zeide tot Hiorth op
-fluisterenden toon: &bdquo;ik heb hem overgehaald me&ecirc; te
-gaan,&rdquo; en onder het neuri&euml;n van een volksliedje begon ook
-hij zijn toilet wat in orde te brengen.</p>
-<p>Niet velen zouden het gewaagd hebben in de bureau&rsquo;s van het
-Departement zich zoo vrij te gedragen als Mortensen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>gewoon was.
-Eerstens was het eene bekende zaak, dat hij Anders, den
-&bdquo;Almachtige,&rdquo; zooals Mo in de wandeling genoemd werd, tot
-vriend had, ten andere werd er gemompeld, dat de minister Bennecken,
-wanneer hij zijn gevoelen aangaande het een of ander kenbaar wilde
-maken, zich soms van &bdquo;de Vriend des Volks&rdquo; bediende.</p>
-<p>Dit was de reden, waarom de commies Mortensen in het Departement
-voor wat meer aangezien werd dan zijne collega&rsquo;s. Zoo
-langzamerhand begon het in het vergeetboek te geraken, dat zijn
-verleden niet onberispelijk was geweest. Veel was er indertijd gepraat
-over een bedrog in eene fabriek voor lucifers op groote schaal
-gepleegd, en Mortensen, die toen zaakwaarnemer in de kleine stad was,
-had zich zeer gecompromitteerd.</p>
-<p>Eindelijk was Mortensen er in geslaagd, zijn jas over zijn gele hemd
-dicht te knoopen en de heeren stonden reeds met den hoed in de hand,
-gereed om weg te gaan. Bij de deur gekomen, keerde Mortensen zich om,
-en riep uit: &bdquo;Bij alle goden, hij heeft geene stukken meegenomen,
-de jonge snaak is van plan zonder stukken de straat op te
-gaan.&rdquo;</p>
-<p>Hiorth lachte; hij wist, dat zoodra Mortensen iets geestigs zeide,
-dit van de hoorders verwacht werd.</p>
-<p>&bdquo;Hebt gij dan geen oogen,&rdquo; zeide &Ouml;rseth, en nu
-eerst bemerkte Hiorth dat de anderen eenige papieren onder den arm
-hadden.</p>
-<p>&bdquo;Maar&#8202;&hellip;. maar&#8202;&hellip;. welke stukken kan
-ik me&ecirc;nemen,&rdquo; vroeg hij op radeloozen toon, en hij zag naar
-den hoop papieren, die voor hem lagen.</p>
-<p>&bdquo;Nu nog mooier,&rdquo; riep Mortensen uit, en meewarig sloeg
-hij zijnen blik naar het plafond, &bdquo;hij vraagt welke stukken hij
-zal me&ecirc;nemen; alsof het er wat op aankomt, met welk papier men op
-straat gaat.&rdquo;</p>
-<p>Eindelijk ging er een licht voor den nieuweling in het vak op, hij
-maakte dus een pak klaar, dat aan dat der <span class="pagenum">[<a id=
-"pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>anderen gelijk was, en zoo
-waren zij ten laatste gereed de trap af te gaan. Toen zij echter bij de
-straatdeur waren gekomen, werden zij door eenen langen, mageren man, in
-een werkpak gekleed, opgehouden.</p>
-<p>&bdquo;Meneer de Redacteur,&rdquo; zeide hij tot Mortensen, <a id=
-"xd26e286" name="xd26e286"></a>en hij wischte zich het zweet met zijn
-schootsvel van het gelaat, &bdquo;waar kunnen wij een portret van
-generaal Roberts in de stad krijgen?&rdquo; Zonder een oogenblik te
-aarzelen antwoordde de Redacteur: &bdquo;neem dat van Gladstone en geef
-hem eenen vollen baard.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar Gladstone is zoo kaal,&rdquo; merkte de graveur aan.</p>
-<p>&bdquo;Zet hem een Stanley-hoed op,&rdquo; antwoordde Mortensen
-kalm. De man groette en ging verder, en Hiorth zag Mortensen met de
-grootste bewondering aan. &bdquo;Ferm bedacht, meneer de
-Redacteur,&rdquo; zeide hij, en hij waagde het zelfs, Mortensen
-vertrouwelijk op den schouder te kloppen,&mdash;de gedachte dat hij de
-anderen vrij zou houden, gaf hem moed.</p>
-<p>&bdquo;Maar weet gij precies, hoe generaal Roberts er uit
-ziet?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;In het geheel niet,&rdquo; antwoordde Mortensen.</p>
-<p>&bdquo;Maar gesteld, dat de generaal in &rsquo;t geheel geenen baard
-heeft, of alleen eenen knevel, zooals ik bijvoorbeeld?&rdquo;</p>
-<p><span class="corr" id="xd26e299" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>Dan heeft de generaal zich den baard laten
-afscheren, sedert hij het laatst voor zijn portret heeft gezeten, dat
-is klaar als de dag.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu,&rdquo; zeide &Ouml;rseth, <span class="corr" id=
-"xd26e305" title="Niet in bron">&bdquo;</span>moeten wij ieder
-afzonderlijk gaan; steek naar de andere zijde der straat over,
-Mortensen.&rdquo;</p>
-<p>Een vloek ontsnapte aan Mortensen, de anderen draaiden zich om, en
-hij, dien zij het minst van allen wilden ontmoeten, kwam recht op hen
-aan. Het was de hoofdcommies, de heer Delphin, deftig en elegant als
-altijd, een boosaardige glimlach speelde, zooals veelal het geval was,
-ook nu om zijne lippen.</p>
-<p>&bdquo;Daar zullen wij van lusten, dat onweer kunnen wij niet meer
-ontkomen,<span class="corr" id="xd26e312" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span> zeide &Ouml;rseth bij zich zelf.<a id=
-"xd26e315" name="xd26e315"></a> Hiorth <span class="pagenum">[<a id=
-"pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>beefde van schrik. De
-drie heeren groetten George Delphin vrij verward, deze groette even
-terug, en het had er veel van, alsof hij hen zonder iets te zeggen,
-voorbij wilde gaan; onverwachts echter bleef hij voor Mortensen staan
-en vroeg hem buitengewoon beleefd: <span class="corr" id="xd26e319"
-title="Niet in bron">&bdquo;</span>Meneer Mortensen, u heeft zeker wel
-een paar lucifers over?&rdquo;</p>
-<p>Mortensen kromp ineen van schrik, terwijl hij naar de verlangde
-lucifers zocht; de hoofdcommies stak zeer langzaam en voorzichtig zijne
-sigaar aan, bedankte voor de moeite, en ging verder.</p>
-<p>&bdquo;Nu, daar zijn wij al heel genadig afgekomen,&rdquo; zeide
-Hiorth in zijne onschuld.</p>
-<p>&bdquo;O, dat wil ik juist niet beweren,&rdquo; antwoordde
-&Ouml;rseth, en zijdelings wierp hij eenen boosaardigen blik op
-Mortensen.</p>
-<p>&bdquo;Vervloekte rekel!&rdquo; fluisterde de Redacteur bij zich
-zelf.</p>
-<p>&bdquo;Verleden Zondag hoorde ik bij de familie Falck-Olsen
-vertellen, dat meneer Delphin veel kans had, spoedig tot kamerheer te
-worden benoemd,&rdquo; zeide Hiorth, altijd recht in zijnen schik, als
-hij zijne kennis aan voorname famili&euml;n kon luchten. De heeren
-hadden tijd noch lust, iets op deze woorden te antwoorden; zooals
-&Ouml;rseth geraden had, ging ieder nu langs eenen anderen weg naar het
-Grand-H&ocirc;tel, waar men elkaar zou ontmoeten.</p>
-<p>De zon scheen nog even fel. Aan de zijde der straat, waar eenigszins
-schaduw te vinden was, liep zooveel volk, dat het onmogelijk was,
-spoedig vooruit te komen; de drie heeren vonden het dus maar beter, de
-hitte te trotseeren en zich in de zon te laten braden. Vluchtig
-groetten zij in het voorbijgaan hunne bekenden, doch bleven geen
-oogenblik staan om een praatje te houden, ieder zag dan toch ook, dat
-zij veel te doen hadden, de groote pakken papier waren van dienst.</p>
-<p>In het Departementsgebouw steeg de hitte meer en meer. De oude
-Hansen zat eenzaam in die groote vertrekken, en zijn hoofd boog zich
-ook al meer en meer over den hoop papieren die voor hem lag.
-<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name=
-"pb11">11</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">II.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er was zitting van het Thing (gerecht) in het huis van
-den Lensmand<a class="noteref" id="xd26e342src" href="#xd26e342" name=
-"xd26e342src">1</a>. Langs beide zijden van den straatweg zag men
-uitgespannen wagens van allerlei vorm, meest boerenkarren; voor de deur
-van het huis, waar de zitting was, stond de cal&egrave;che waarmede de
-heeren van het gerecht uit de stad waren gekomen.</p>
-<p>De dorpsjeugd kon zich aan het mooie rijtuig niet moede kijken; met
-open mond gaapten de kleine jongens het aan. De een achter den ander,
-de kleinste echter voorop, en allen hielden zij de handen in de
-broekzakken. De volwassenen stonden hier en daar op den weg verspreid,
-de meesten hielden zich echter in de buurt van het huis van den
-Lensmand, zij bekeken het mooie rijtuig ook van alle kanten, doch zij
-gaapten er een weinig minder naar dan de jongens; dit echter hadden zij
-met dezen gemeen, dat hunne handen ook in de broekzakken waren
-verdwenen. Vrouwen zag men in het geheel niet op den weg.</p>
-<p>Eenigen der boeren stonden in groepjes met elkaar te praten, anderen
-gingen twee aan twee op de plaats achter het huis heen en weer, om meer
-ongestoord te kunnen spreken, weder anderen zag men in onverschillige
-houding tegen het hek leunen en naar de zee turen. Soms kon men echter
-een gelaat ontdekken, waarop angst en spanning duidelijk te lezen
-stonden; het was bij die lieden, die een&rsquo; langen weg hadden
-afgelegd, om te hooren, hoe het met hunne zaak stond.</p>
-<p>Een kleine man, met zeer roode randen om zijne oogen stond op
-tamelijk grooten afstand van de anderen. Den geheelen nacht had hij
-flink moeten doorrijden, om vroeg genoeg voor de zitting te komen. Aan
-eenen paardenopkooper <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12"
-name="pb12">12</a>]</span>had hij een Isabella-paard verkocht, maar
-toen het op betalen aankwam, had deze hem leelijk gefopt. Ongeveer een
-jaar geleden had hij zijne zaak den advokaat Bogesen in handen gegeven,
-en menigen blanken rijksdaalder had hij reeds moeten betalen om de
-onkosten, die de advokaat natuurlijk maken moest, goed te maken, maar
-kooper en paard reden intusschen de wereld rond, de hemel mocht weten
-waar.</p>
-<p>Vandaag, zoo had de advokaat hem ten minste beloofd, zou er een eind
-aan de zaak gemaakt worden, en in zijne verbeelding hoorde hij reeds,
-hoe het gerecht den paardenopkooper tot eene zware geldboete of eenige
-andere straf zou veroordeelen, terwijl aan hem zijn geld zou worden
-terugbetaald en, wie weet? ook de merrie hem weer zou toebehooren.</p>
-<p>Zoo het hem maar mocht gelukken den advokaat Bogesen te ontdekken!
-Den geheelen morgen had hij v&oacute;&oacute;r het huis van den
-Lensmand op wacht gestaan, maar zijn advokaat kon hij maar niet in het
-oog krijgen.</p>
-<p>De menschen stroomden het huis in en uit, eenigen hadden aan den
-ontvanger hunne belasting te betalen, anderen wilden den
-ambtman<a class="noteref" id="xd26e362src" href="#xd26e362" name=
-"xd26e362src">2</a> spreken, of wel het een of ander aan de klerken
-vragen. Het liep al naar twaalf uur, en de boeren begonnen hongerig te
-worden; de van huis meegebrachte teerkost werd voor den dag gehaald, en
-een zoo goed mogelijk plaatsje werd opgezocht, dat echter niet zoo
-gemakkelijk was te vinden. Sommigen zaten in eene rij langs de sloot
-aan den landweg, terwijl eenigen met het gelaat naar de zee staande hun
-maal gebruikten.</p>
-<p>Van tijd tot tijd verscheen er een klerk in de deur en hoorde men
-een&rsquo; naam luid roepen. Allen draaiden dan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>het
-hoofd om, de geroepene daagde gewoonlijk uit den een of anderen hoek op
-en ging met afgepaste schreden naar de deur, tot groote ergernis
-natuurlijk van den klerk, wiens fraai gekamd haar door den wind groot
-gevaar liep geheel in wanorde te komen, daar het hem v&oacute;&oacute;r
-de oogen waaide.</p>
-<p>Een weinig verder dan de anderen zat een man op eenen grooten steen
-tegen den muur van een huis geleund. Hij scheen geheel in gedachten
-verzonken, en onafgebroken tuurde hij naar de zee. Hij was zwaar
-gebouwd en buitengewoon lang; het graven in den grond, en ook het wonen
-in lage vertrekken, hadden zijnen rug gekromd. Zijne gelaatstrekken
-waren grof, en dit gevoegd bij den zwaren vuurrooden baard en het dikke
-lokkige hoofdhaar van dezelfde kleur, zou hem geheel het uiterlijk van
-eenen wilde hebben gegeven, zoo niet de trouwhartige blauwe oogen met
-den kinderlijken blik aan zijn gelaat eene gansch andere uitdrukking
-hadden verleend. Den hoed had hij afgenomen en naast zich gelegd.</p>
-<p>Uit een der groepjes in zijne nabijheid kwam een man naar den zoo in
-gepeins verzonkene toe. &bdquo;Goeden dag Njaedel!&rdquo; Njaedel
-draaide het hoofd even om, en groette terug.</p>
-<p><span class="corr" id="xd26e378" title=
-"Bron: &raquo;">&bdquo;</span>Dat treft al heel goed, dat ik je vandaag
-hier zie,&rdquo; zeide de eerstgenoemde, &bdquo;wij hebben nu een
-oogenblik tijd om over het wier aan het strand te spreken, en kunnen
-misschien ook te weten komen, wat de anderen er van denken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het kan mij geen zier schelen, wat de anderen er van
-denken,&rdquo; antwoordde Njaedel, &bdquo;en hadt gij andere lui ook
-met vre&ecirc; gelaten, zoo was ik nu niet hier op het Thing tot spot
-van allen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wij moeten er ons in schikken, dat onze slechte daden aan
-&rsquo;t licht worden gebracht, wanneer zij ergernis in de gemeente
-wekken.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name=
-"pb14">14</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Och wat&#8202;&hellip; ergernis; wanneer een ieder maar voor
-zijne eigene deur veegde, kwam er geene ergernis in de
-wereld.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het is noodzakelijk dat er ergernis kome, maar wee
-dengene&#8202;&hellip;&rdquo;</p>
-<p>Njaedel stond op, en in zijne volle lengte stond hij nu voor den
-andere, en vroeg kortaf: &bdquo;wat hebt gij mij over het wier te
-zeggen?&rdquo;</p>
-<p>S&ouml;ren B&ouml;revigs&rsquo; uiterlijk was geheel verschillend
-van dat van Njaedel. Wel was hij lang, maar hij ging zeer voorover,
-terwijl het gele stroeve haar en de witte oogharen iets onaangenaams
-aan zijn gelaat gaven. Wanneer hij sprak, keek hij den persoon, tot
-wien hij het woord richtte, altijd van ter zijde aan, en had daarbij de
-gewoonte zich in de handen te wrijven.</p>
-<p>&bdquo;Je graaft eene diepe sloot naar den kant van het zeestrand,
-Njaedel.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, daar ben ik aan bezig.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het zal dan niet meer zoo gemakkelijk zijn, aan het strand te
-komen, om er wier te halen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik rijd maar langs mijnen akker over mijn eigen
-grond.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat kan ik zoo denken,&rdquo; zeide S&ouml;ren, en hij
-zag den weg op, &bdquo;maar ge zoudt er zeker op tegen hebben, dat
-anderen over je land reden?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ik raad ze maar, dat niet te doen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar&#8202;&hellip;. zie je&#8202;&hellip;. Njaedel, hoe
-kan ik, wanneer gij die sloot graaft, naar het strand komen, om er wier
-te halen&#8202;&hellip;. hebt ge daaraan gedacht?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Gij&#8202;&hellip;. maar wat zoudt gij aan het strand
-doen&#8202;&hellip;. S&ouml;ren&#8202;&hellip;. gij hebt daar niets te
-maken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hum&#8202;&hellip;. hum,&rdquo; antwoordde S&ouml;ren half
-glimlachend, &bdquo;ge neemt een&rsquo; hoogen toon aan Njaedel,
-maar&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Niet hooger, dan mij past.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Heb ik misschien niet zoolang ik de B&ouml;revigshoeve
-gepacht heb, daar mijn wier gehaald?&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Ja, S&ouml;ren, dat hebt gij gedaan,&rdquo; antwoordde
-Njaedel bedaard, <span class="corr" id="xd26e420" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>en ik geloof zelfs, dat gij vele dingen
-hebt gedaan, die gij liever niet hadt moeten doen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Denkt gij misschien, dat het maar zoo gaat, oude steeds
-gebruikte wegen af te sluiten,&rdquo; vroeg S&ouml;ren hem op
-zachtmoedigen toon, &bdquo;dat kunt gij niet meenen Njaedel?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik heb mijn eigendomsbewijs&#8202;&hellip;. en een dat echt
-is, ik heb het land van de kerk gekocht en ik betaal er belasting voor
-aan den Bisschop te <span class="corr" id="xd26e427" title=
-"Bron: Christiansand">Kristiansand</span>. Geen woord staat er in te
-lezen, hoor, dat de eigenaars van B&ouml;revig verlof hebben, over mijn
-land te rijden, en zoo vind ik, dat het mij vrij staat, slooten te
-graven waar ik wil.&rdquo;</p>
-<p>Na deze woorden gezegd te hebben, sloeg hij den weg naar den
-huizenkant in.</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar het wier&#8202;&hellip;. het wier!&rdquo; riep
-S&ouml;ren uit, en hij wreef zich harder dan gewoonlijk in de
-handen.</p>
-<p>&bdquo;Het erts is in de bergen, en het wier in de zee, hebt ge
-geene bergen, zoo hebt ge geen erts, hebt ge geen strand, zoo hebt ge
-geen wier. Ik vind, dat ge dit moest begrijpen S&ouml;ren, gij, die zoo
-buitengewoon schrander zijt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja maar, ja maar,&rdquo; begon S&ouml;ren opnieuw,
-&bdquo;maar alle Godsgaven moeten wij toch met elkander deelen, zijn
-wij niet allen broeders?</p>
-<p>&bdquo;Ik wil je bro&ecirc;r niet zijn, S&ouml;ren
-B&ouml;revig&#8202;&hellip;. voor geen tweehonderd groote lasten
-zeewier,&rdquo; antwoordde Njaedel, en er lag iets sombers in den blik,
-waarmede hij hem aanzag.</p>
-<p>&bdquo;Nu ja&#8202;&hellip;. Njaedel, dan schiet er wel niet anders
-over, dan de zaak voor het gerecht te brengen,&rdquo; zeide S&ouml;ren
-bedaard, &bdquo;de advocaat Tofte is nu juist hier, dat komt al heel
-goed uit, ik zal hem er over raadplegen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ga je gang, S&ouml;ren, ik heb mijn koopcontract,&rdquo;
-antwoordde Njaedel, en hij ging verder.</p>
-<p>Midden op den weg, tusschen de huizen in, stond eene menigte mannen
-om een voertuig, dat zoo even was aangekomen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span>Een
-klein gezet man, met een zeer rood gelaat een&rsquo; grijzen baard en
-eene pelsmuts op het hoofd, stapte uit den wagen.</p>
-<p>&bdquo;Is hier iemand,&rdquo; sprak hij, de omstanders aanziende,
-&bdquo;die mij kan vertellen wien het stuk van den weg toebehoort, dat
-van het hek van B&ouml;revig tot aan het Zwarte Moeras loopt, dien
-kerel zou ik gaarne een hartig woordje willen zeggen.&rdquo;</p>
-<p>Niemand kon hem er bescheid op geven, doch eindelijk antwoordde een
-oud man: &bdquo;ja, daar heeft de opperloods gelijk in, de geheele kust
-langs is de weg niet zoo slecht als juist daar.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Een weg!&rdquo; riep de opperloods uit, &bdquo;noem je dat
-een weg? neen, ik noem het een moeras, waarin hier en daar eenige
-steenen zijn gegooid, kijk maar eens, hoe mooi wij eruitzien,&rdquo; en
-hij wees met de hand naar het paard en den wagen, die er vreeselijk
-beslijkt uitzagen.</p>
-<p>&bdquo;Het best zou maar zijn, bij den Lensmand eene klacht in te
-dienen,&rdquo; riep &eacute;&eacute;n uit de menigte.</p>
-<p>&bdquo;Ja, zoo het wat hielp,&rdquo; luidde het antwoord van den
-opperloods, en hij krabde zich het hoofd.</p>
-<p>Njaedel Vatuemo stond niet ver van den opperloods af, en toen deze
-hem bemerkte, knipoogde hij hem vertrouwelijk toe.</p>
-<p>E&eacute;n der loodsen begon het paard nu uit te spannen, en de
-opperloods ging tot Njaedel en zeide tot hem op fluisterenden toon:
-&bdquo;zij is welbehouden aan boord geraakt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Kreeg zij eene goede plaats aan boord?&rdquo; vroeg
-Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Eene beste hoor&#8202;&hellip;. men zou bijna zeggen, dat het
-eene van de groote booten op Amerika was, en toch was het maar eene
-plaats op het voordek. Morgen avond komt zij te Christiania
-aan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Morgen avond; dat treft ze niet goed, dat de boot &rsquo;s
-avonds aankomt, zoo zij Anders nu maar in de duisternis vinden
-kan.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name=
-"pb17">17</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Daar heb ik voor gezorgd, Njaedel, ik heb voor jou aan je
-broer laten telegrafeeren, dat hij Christina aan de aanlegplaats moet
-gaan afhalen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wel heb ik van mijn leven, dat ge er op kwaamt dat te
-doen,&rdquo; zeide Njaedel, &bdquo;dat kostte heel wat geld,
-h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Precies eene kroon.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Kon-je het niet wat goedkooper gedaan krijgen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen&#8202;&hellip;. buurman, daar staat een vaste prijs
-voor.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, dat kan ik wel denken; ik ben maar in mijn schik, dat
-je er voor hebt gezorgd,&rdquo; zeide Njaedel, en hij grabbelde in
-zijnen zak naar eene kroon&#8202;&hellip;. &bdquo;wel bedankt,
-hoor!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Kom, niet te danken&#8202;&hellip;. Ben je al
-v&oacute;&oacute;r geweest, Njaedel?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, en men zegt, dat ik eerst laat aan de beurt zal
-komen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Heb je wat teerkost meegenomen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen!&rdquo; en het antwoord werd eenigszins kortaf
-gegeven&#8202;&hellip;. &bdquo;er was nu niemand t&rsquo;huis om wat
-voor mij klaar te maken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm&#8202;&hellip;. dat is waar ook,&rdquo; mompelde de
-opperloods, &bdquo;weet je wat, wij zullen nu maar zien, wat eten bij
-den loods Tobias op te loopen.&rdquo;</p>
-<p>De boeren gingen een weinig op zij om plaats voor den opperloods te
-maken en allen groetten hem; den langen Njaedel, die achter hem
-aanging, scheen niemand te willen bemerken.</p>
-<p>De lucht betrok meer en meer. De zee zag er onstuimig uit en
-dreigende regenwolken vertoonden zich in de verte. Eene ferme bries uit
-het zuidwesten zweepte de schuimende golven over en tusschen de groote
-ronde steenen aan het strand, en lange slijmachtige zeeplanten voerden
-zij in hun vaart met zich.</p>
-<p>Verder op het strand, waar dit iets hooger gelegen was, hadden de
-bewoners hunne huizen gebouwd. <span class="pagenum">[<a id="pb18"
-href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span></p>
-<p>Nauwe wegen vol mest en vuilnishoopen bevonden zich tusschen de
-huizen, overal lagen hier en daar gebroken mestgaffels, roestige
-ploegijzers, halve wielen en wrakken van vaartuigen van <span class=
-"corr" id="xd26e503" title="Bron: alleriei">allerlei</span> soort, die
-in den loop des tijds door de zee aangespoeld waren.</p>
-<p>V&oacute;&oacute;r elke woning bevond zich meestal echter een
-plekje, dat netjes in orde werd gehouden, waar de bewoners gaarne
-vertoefden, wanneer het &rsquo;s avonds mooi weer was, gezeten op den
-steenen drempel van de buitendeur of op de bank tegen den muur.</p>
-<p>Hoewel het zomerdag was, lag er nu toch iets sombers over alles.
-Donkere regenwolken hingen laag neer en de zee zag grauw. De met
-donkerroode teer bestreken huizen hadden niets aantrekkelijks voor het
-oog. Dit was niet altijd het geval: wanneer de zon helder scheen,
-konden zij er met hunne heldere, van witte gordijnen voorziene
-vensters, waarvoor meestal eenige bloempotten stonden, recht
-vriendelijk uitzien; zelfs het witgeverfde huis van den Lensmand zag er
-vandaag ook niet op zijn voordeeligst uit.</p>
-<p>De dichte drommen van boeren, die hier vandaag verzameld waren,
-pasten volkomen bij het geheel; allen droegen dikke wambuizen van
-donkerblauwe stof, en dit costuum scheen ook iets gedrukts aan het
-landschap te geven. Levendig ging het volstrekt niet toe, het gesprek
-scheen nergens te willen vlotten ; men groette elkander even in het
-voorbijgaan, maar men zag elkaar nauwelijks aan; soms gebeurde het, dat
-eenige boeren hunne groote, klamme handen tot eenen groet uitstaken,
-maar geen hartelijke handdruk werd er gewisseld, wat trouwens ook niet
-bij de boeren gebruikelijk is: stijf als stokken strekken ze de vingers
-uit. Luid gepraat of geschreeuw werd niet gehoord, veel minder nog een
-hartelijk gelach, ook was hier die eigenaardige lucht te bemerken,
-welke aan duffel eigen is, wanneer het in iets wordt geverfd, dat men
-<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name=
-"pb19">19</a>]</span>&bdquo;potteblaat&rdquo; noemt,&mdash;een woord
-waarvan men maar niet al te nauwkeurig de beteekenis moet
-uitvorschen.</p>
-<p>Klokke &eacute;&eacute;n uur werd de morgenzitting opgeheven.</p>
-<p>In het vertrek, waar de zitting plaats had, werd nu de tafel voor de
-heeren gedekt, en dezen gingen zoolang wat op en neer
-v&oacute;&oacute;r het huis.</p>
-<p>Eenige boeren, die wat meer moed dan de overige bezaten, beproefden
-een gesprek met hunnen advocaat aan te knoopen, om hem toch vooral
-hunne zaak op het hart te drukken; de man met de leepoogen kon den
-zijne maar niet in het oog krijgen. De ambtman Hiorth, die altijd
-gaarne voor zeer humaan werd aangezien, mengde zich meer dan de anderen
-onder het volk en gaf er nauwlettend acht op, welke boeren hem
-groetten. Wanneer hij een bekend gezicht meende te zien, bleef hij een
-oogenblik staan, en sprak eenige vriendelijke woorden. Zijne handen
-hield hij op den rug onder zijne rokspanden: op handdrukken was hij
-niet bijzonder gesteld. Juist nu werd een gevangene door een paar
-veldwachters over de plaats gevoerd. Voor alle zekerheid had men hem in
-boeien geklonken, want uit het hok, waarheen hij gevoerd werd, was het
-gemakkelijk te ontvluchten, en buitendien was het voor hem, die er op
-wacht moest staan, het gemakkelijkst.</p>
-<p>&bdquo;Kent iemand hier dezen man?&rdquo; vroeg de ambtman.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. meneer de ambtman, hij hoort te
-<span class="corr" id="xd26e525" title=
-"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> t&rsquo;huis,&rdquo; antwoordde de
-opperloods, die juist uit een der huizen naar buiten kwam.</p>
-<p>&bdquo;Goeden dag, opperloods Sechus,&rdquo; zeide de ambtman, en
-als een bewijs van de hooge gunst, waarin deze bij hem stond, reikte
-hij hem de twee vingers zijner rechterhand&#8202;&hellip; &bdquo;gij
-kent den arrestant dus&#8202;&hellip;? Diefstal&#8202;&hellip;. is het
-niet zoo?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip; arme kerel&#8202;&hellip;. hij heeft bij
-den kruidenier aldaar ingebroken en er eenen zak meel en eene kan
-stroop gestolen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
-"#pb20" name="pb20">20</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Het is inderdaad treurig,&rdquo; zeide de ambtman, en hij zag
-de omstanders met gestrengen blik aan, &bdquo;dat de diefstallen zoo
-toenemen. Het komt natuurlijk hierdoor, dat ons volk tegenwoordig
-ongelukkigerwijze maar al te geneigd is een gewillig oor te leenen aan
-de woorden van hen, die schijnbaar hun welzijn bedoelen&#8202;&hellip;.
-Verkeert hij in behoeftige omstandigheden&#8202;&hellip;. heeft hij
-eene talrijke familie te verzorgen&#8202;&hellip;. zijn er veel
-kinderen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vele en kleine als Komlene<a class="noteref" id="xd26e537src"
-href="#xd26e537" name="xd26e537src">3</a> te Nj&agrave;a,&rdquo;
-antwoordde de opperloods.</p>
-<p>&bdquo;Komlene, Kumle?&rdquo; vroeg de ambtman en zag om zich heen.
-De advocaat <span class="corr" id="xd26e551" title=
-"Bron: Tofle">Tofte</span>, die altijd zoo dicht mogelijk bij den
-ambtman bleef, om dadelijk van dienst te kunnen zijn, zeide op zijnen
-innemenden toon en half glimlachend: &bdquo;O, het is eene soort
-pannekoeken van aardappelenmeel.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ah zoo&#8202;&hellip;. pannekoeken&#8202;&hellip;.&rdquo;
-mompelde deze, en hij ging verder.</p>
-<p>De lieden zagen elkaar even van ter zijde aan, en toen de ambtman
-hun den rug had toegekeerd, konden eenigen zich niet weerhouden, even
-te lachen. Altijd bewonderde men den opperloods zeer, dat hij op zoo
-familiaren toon met de groote lui durfde spreken; hij stond zoo
-tusschen de beide klassen in, daar hij noch tot den eenen, noch tot den
-anderen stand behoorde. <span class="pagenum">[<a id="pb21" href=
-"#pb21" name="pb21">21</a>]</span></p>
-<p>Lauritz Boldemann Sechus was de zoon van eenen tolbeambte,
-een&rsquo; dronkaard van de eerste soort. In zijne jeugd had hij ter
-zee gevaren; toen hij echter wat ouder werd, kocht hij een stukje van
-den gemeente-grond te <span class="corr" id="xd26e561" title=
-"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, bouwde er een huisje, waaruit hij
-van alle kanten de zee kon zien, en kreeg toen het postje van
-opperloods. Sechus was nu zoo wat om en bij de zestig, was ongetrouwd,
-en zag er half als een schipper, half als een boer uit. Bij hen, die
-over hem gesteld waren, stond hij niet al te goed aangeschreven. De
-ambtman Hiorth beschouwde hem dan ook min of meer als iemand, die
-gevaarlijk voor de maatschappij was.</p>
-<p>Hij bekleedde eene rijksbetrekking en ontzag zich niet, gemeenzaam
-met de boeren om te gaan, en dit kon de ambtman volstrekt niet
-goedkeuren; zoo licht kon zulks toch oorzaak worden, dat dit soort van
-menschen minder ontzag voor den ambtenaarsstand begon te
-koesteren&#8202;&hellip;.. eene zaak welke zeer te betreuren zou zijn,
-wijl dit ontzag toch eene van de vaderen ge&euml;rfde deugd was!</p>
-<p>Daar Sechus ondertusschen zijn dienstwerk nauwgezet verrichtte,
-bestond er weinig vooruitzicht van hem af te komen, vooral ook wijl de
-boeren zeer met hem ingenomen waren. Zelf had hij er in het minst geen
-vermoeden van, dat zijne superieuren niet hoog met hem wegliepen. Zijne
-openhartige wijze van spreken was hem van het zeemansleven bijgebleven,
-en wanneer de ambtman hem nu en dan de groote eer aandeed, twee vingers
-tot begroeting toe te steken, vond Sechus, dat de ambtman een kerel
-was, die wist wat een mensch toekomt.</p>
-<p>Zijn naaste buurman was Njaedel Vatuemo. Eigenlijk behoorde deze
-niet aan de kust thuis.</p>
-<p>In de bergen was hij geboren. Vele jaren reeds had de hofstede, die
-hij daar bewoonde, gevaar geloopen door eene bergverzakking bedolven te
-worden, doch steeds was het nog bij kleine schade gebleven.
-<span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name=
-"pb22">22</a>]</span></p>
-<p>Op zekeren nacht echter, het was in de lente, gebeurde wat Njaedel
-reeds lang had gevreesd. Eene vreeselijke verzakking had plaats; de
-hoeve werd geheel verwoest, en Njaedel, die zich half gekleed, nog met
-moeite op een vooruitstekend rotsblok had kunnen redden, stond eenzaam
-en verlaten. Des morgens haalde men van onder het puin de lijken zijner
-vrouw en twee kinderen voor den dag; de oudste dochter was in het leven
-gespaard gebleven.</p>
-<p>Het was hem niet langer mogelijk op zijne geboorteplaats te blijven.
-Hij verkocht, wat hem was overgebleven en zette zich aan de kust
-neder.</p>
-<p>Njaedel volgde niet het gewone gebruik der boeren, zich te noemen
-naar de plaats, die hij nu bezat. Hij had een stuk land gekocht,
-waarvan de opperloods ook een gedeelte had. Het goed <span class="corr"
-id="xd26e579" title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, met al de
-landerijen er om heen, had vroeger het bisdom Kristiansand
-toebehoord.</p>
-<p>D&aacute;&aacute;r in de bergen had Njaedel de eenzaamheid lief
-gekregen, een groot deel van zijn leven had hij er ook gesleten. Bij
-den aankoop had hij dan ook dat gedeelte gekozen, hetwelk onmiddellijk
-aan het strand grensde; eene groote onontgonnen zandvlakte behoorde bij
-den koop.</p>
-<p>Vele jaren had hij nu reeds hier met zijne dochter Christina en een
-dienstmeisje gewoond.</p>
-<p>Hij bebouwde zijn land en het gelukte hem zelfs iets te sparen. Met
-niemand had hij omgang dan met den opperloods; deze had groote
-genegenheid opgevat voor dien reusachtigen kerel, die er tevens zoo
-goedmoedig uitzag, en wiens knappe dochter het een lust was aan te
-kijken vooral daar opgeruimdheid van gemoed haar in de oogen te lezen
-stond.</p>
-<p>De bewoners van de streek waren niet zeer met Njaedel ingenomen,
-wijl hij een vreemdeling was. Buitendien vonden zij, dat hij iets
-stroefs in zijn wezen had, zoodat zij liefst zoo weinig mogelijk met
-hem te doen wilden <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23"
-name="pb23">23</a>]</span>hebben. Wanneer hij daar zoo diep in den
-grond met graven bezig was, had hij werkelijk iets, dat schrik kon
-inboezemen; daar hij altijd blootshoofds liep, uitgezonderd op
-feestdagen, maakte de dikke rosachtige haarbos een vreemd effect,
-wanneer men die van uit den grond zag opkomen, en alle reizigers, die
-den landweg kwamen langs rijden, konden niet nalaten, wanneer zij
-Njaedel zagen, aan den koetsier te vragen, wat dat voor een man was.
-Njaedel, die altijd zeer in zijn werk verdiept was, bemerkte nooit, dat
-hij zoo de aandacht trok. Met op elkaar geklemde tanden en gefronste
-wenkbrauwen groef en wroette hij met. spade en houweel in den grond,
-zoodat de klompen aarde wijd en zijd heenvlogen, en kwam er een steen
-in zijnen weg, die onbeweeglijk scheen, zoo scheen zijn ijver te
-verdubbelen: hij rustte niet, v&oacute;&oacute;rdat het hem gelukt was
-dezen te verwijderen en hij bromde intusschen bij zich zelf als een
-beer.</p>
-<p>Tegen het schaftuur, of wanneer het te donker werd om verder te
-arbeiden, kwam hij uit den grond te voorschijn, en stiet het slijk van
-zijne klompen. De spade werd in den grond gestoken en het werk met
-aandacht bekeken. Wanneer het gedane werk hem beviel, streek hij
-gewoonlijk met de knuisten door zijn haar, zoodat dit naar alle kanten
-uitstond en een tevreden glimlach lag er om zijnen mond.</p>
-<p>Binnenshuis, vooral in gezelschap van vrouwen, was hij zoo zacht als
-een lam; hij liep altijd zoo voorzichtig door de kamers, alsof hij
-vreesde, in geval hij zich in zijne geheele lengte uitrekte, het dak
-van het huis te zullen aanraken.</p>
-<p>Terwijl de heeren in het huis van den Lensmand aan het middagmaal
-waren, begon het te regenen, en de droppels vielen zoo gelijkmatig
-neer, dat men er zeker van kon zijn, dat de regen lang zou
-aanhouden.</p>
-<p>Eenige boeren zochten eene schuilplaats in de omliggende
-<span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name=
-"pb24">24</a>]</span>huizen of schuren, het meerendeel bleef echter in
-den regen staan. Soms bogen zij zich een weinig voorover om het water
-van hunnen hoed te laten afdruipen, maar eigenlijk waren zij er zoo aan
-gewoon nat te worden, dat het hun niet veel kon schelen.</p>
-<p>De regen sijpelde door het baai heen, en droop in licht blauw
-gekleurde droppels van hunne wambuizen. Sporen van ongeduld vertoonden
-zich over het lange wachten niet onder de menigte; allen wisten, dat
-een maaltijd op den dag dat er zitting was, iets was, waar de noodige
-tijd voor genomen moest worden.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e342" href="#xd26e342src" name="xd26e342">1</a></span> Een
-overheidspersoon in eene kleine gemeente. (<span class=
-"sc">Vert.</span>)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e342src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e362" href="#xd26e362src" name="xd26e362">2</a></span> De ambtman
-van het district woont altijd de zittingen bij, welke de rechtbank van
-tijd tot tijd op het land houdt. (<span class=
-"sc">Vert.</span>)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e362src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e537" href="#xd26e537src" name="xd26e537">3</a></span> Komlene
-beteekent in het Noorsch een hoop steenen, die de plaats aanduiden waar
-de asch van een Noorsch zeekoning of held in eene urn begraven is. Deze
-urnen werden altijd zeer dicht naast elkaar in de aarde begraven,
-vooral geschiedde dit, wanneer de overledenen tot &eacute;&eacute;ne
-familie behoorden, of ook wanneer de begraafplaats in den smaak
-viel.</p>
-<p class="footnote cont">Nj&agrave;a is zulk eene oude begraafplaats,
-waar de asch van eene talrijke familie is begraven. De steenhoopen zien
-er zeer klein en onaanzienlijk uit, wijl de leden dezer familie maar
-tot het volk behoorden, die er zich niet aan gelegen lieten liggen
-groote steenhoopen op te richten voor hunne dooden. Iets ironisch ligt
-er in de woorden: &bdquo;Vele en kleine als de Komlene te
-Nj&agrave;a.&rdquo;</p>
-<p class="footnote cont">Het is hier Kiellands bedoeling de
-onwetendheid van de geleerden een weinig te geeselen, en daarom laat
-hij den rechter vragen, wat het beteekent en den advocaat antwoorden,
-dat het een soort pannekoeken van aardappelenmeel is. (<span class=
-"sc">Vert.</span>)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e537src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">III.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De ambtman zat aan het boveneinde van de tafel, rechts
-van hem de officier van justitie, links de drost, vervolgens naar den
-ouderdom de substituut-officieren, de advocaten, griffiers en klerken,
-ten laatste eenige boeren, namelijk de president van den gemeenteraad
-en een paar andere leden.</p>
-<p>De Lensmand zat aan het benedeneinde der tafel.</p>
-<p>&bdquo;Voor vandaag heeft de Lensmand eene keukenmeid uit de stad
-laten komen,&rdquo; zeide de oude advocaat Kahrs, en hij smakte dat het
-een aard had; &bdquo;het is heel wat anders dan vroeger, toen wij eene
-pruimensoep van welke stroop en kaneel de voornaamste bestanddeelen
-uitmaakten, naar binnen moesten werken.&rdquo;</p>
-<p>Deze woorden zeide hij op half fluisterenden toon tot zijnen
-buurman, want men was nog aan het eerste gerecht&mdash;eene soort
-vischpudding met kreeftensaus&mdash;en de ambtman had tot dusver alleen
-het woord. De roode wijn was heel zuur, maar, daar hij veel alcohol
-bevatte, was de smaak zeer sterk. Brandewijn en bier <span class=
-"pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>waren in
-ruime mate voorhanden, en daar de heeren zich dit goed lieten smaken,
-werd de stemming aan tafel spoedig vroolijker.</p>
-<p>De tegenwoordigheid van den ambtman veroorzaakte echter, dat alles
-in den aanvang zeer deftig toeging.</p>
-<p>Men fluisterde alleen met zijnen buurman; overigens zat men doodstil
-en antwoordde alleen op de vragen, die het den ambtman behaagde aan den
-een of ander te doen. Het was zijne gewoonte een paar woorden tot een
-ieder te richten; bijzonder minzaam was hij jegens de aan tafel
-zittende boeren, daar hij zeer gaarne voor een populair man wilde
-doorgaan. Wanneer het gebraad opgediend werd, bracht hij altijd eenen
-toast op den koning uit, en gewoonlijk volgde, wanneer de gelegenheid
-er zich voor aanbood, een paar andere toasten. Vandaag zou die eer ten
-deel vallen aan een zeer jong jurist, den heer Alfred Bennecken, die
-als kandidaat in de rechtsgeleerdheid in den laatsten tijd was werkzaam
-geweest<a class="noteref" id="xd26e622src" href="#xd26e622" name=
-"xd26e622src">1</a>, en binnenkort zou vertrekken.</p>
-<p>&bdquo;Het is mij eene behoefte, meneer Bennecken,&rdquo; zoo ving
-de ambtman aan, &bdquo;u een hartelijk vaarwel toe te roepen, nu gij op
-het punt zijt, deze streek te verlaten, alwaar gij een paar jaar zoo
-nuttig werkzaam zijt geweest. Onnoodig is het zeker u te zeggen, dat de
-tijd gedurende welken gij met ons samen gewerkt hebt, bij ons steeds in
-aangename herinnering zal blijven, doch daar gij nu eene baan gaat
-betreden, waarop niet alleen meer van uwe krachten zal gevorderd
-worden, maar waar tevens de verantwoordelijkheid ook zwaarder op uwe
-schouders zal rusten, zoo kan ons dit niet anders dan vreugde geven. Al
-scheidt gij van ons, toch blijft dezelfde werkzaamheid ons vereenigen.
-Ik maak mij zeker niet aan indiscretie <span class="pagenum">[<a id=
-"pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>schuldig, zoo ik aan de
-heeren meedeel, dat gij van plan zijt naar eene plaats bij een der
-Departementen te solliciteeren&#8202;&hellip; waarschijnlijk wel bij
-dat van uwen geachten vader, nietwaar?&rdquo;</p>
-<p>Alfred Bennecken boog beleefd.</p>
-<p>&bdquo;Ik herhaal,&rdquo; dus ging de ambtman voort, &bdquo;dat
-dezelfde band ons blijft vereenen. Want mijne heeren, hebben wij bij
-onzen gemeenschappelijken arbeid niet hetzelfde doel voor oogen? Is de
-ambtenaarsstand niet gelijk aan een&rsquo; ring die als een kracht
-aanbrengende gordel ons volk omsluit? Terwijl gij nu, om zoo te zeggen,
-in dezen ring of ketting van plaats gaat verwisselen, zoo nemen wij
-deze gelegenheid waar, u te verzoeken, aan uwen geachten vader onze
-eerbiedige groeten over te brengen, en hem uit onzen naam te vragen aan
-zijne Majesteit onzen ge&euml;erbiedigden Koning mede te deelen, dat
-wij <i>arbeiden</i>,&mdash;want dit is het eigenlijk, mijne
-heeren&mdash;dat wij <i>arbeiden</i> als zijne trouwe dienaars voor het
-welzijn des volks. En u, meneer Bennecken, wenschen wij toe, dat gij,
-met het voorbeeld van uwen vader voor oogen, evenals hij in uwe
-loopbaan van trap tot trap in rang moogt stijgen, om ten laatste,
-evenals hij zulks nu is, een sieraad van het land te worden, aan welks
-voorspoed hij nu zijne beste krachten wijdt. God zij met u, meneer
-Bennecken!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, die toast heeft hem heel wat zweetdroppels gekost,&rdquo;
-fluisterde de advocaat Kahrs zijnen buurman in, want het was eene
-bekende zaak, dat de toasten van den ambtman niet altijd even vlot van
-stapel liepen.</p>
-<p>De rechter, bij wien Alfred Bennecken werkzaam was geweest, bracht
-nu ook een&rsquo; toast op hem uit, die door humoristische zetten zeer
-in den smaak viel.</p>
-<p>Alfred Bennecken beantwoordde beide, zoodat er aan toasten dien dag
-geen gebrek was.</p>
-<p>De stemming werd meer en meer levendig aan tafel, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>totdat
-eene geweldige hoestbui van een der klerken, het was die van den drost,
-aller aandacht trok. De man was het stikken nabij, toen zijn buurman
-hem zulk een geduchten stomp in den rug gaf, dat het brokje vleesch,
-hetwelk hem in de keel zat, losraakte, maar helaas op de tafel terecht
-kwam.</p>
-<p>De ambtman hield zijn servet voor den mond, en de drost bracht
-verontschuldigingen voor zijnen klerk uit, de advocaat Kahrs bekeek
-echter het stuk nauwkeurig, en beweerde, dat het wel een half pond
-zwaar was.</p>
-<p>Deze gebeurtenis veroorzaakte, dat de tongen meer en meer los
-raakten, en men de tegenwoordigheid van den ambtman wat begon te
-vergeten. De jonge advocaten begonnen luid met elkaar over tafel te
-spreken, anders iets ongehoords wanneer de ambtman aanwezig was. Deze
-was zelf een weinig uit zijn humeur geraakt; wanneer de een of ander
-begon te hoesten, zag hij verschrikt op, schoof zijnen bril heen en
-weer, en gaf door allerlei bewegingen zijne ontevredenheid te kennen;
-hij verzocht dan ook een paar maal aan den klerk, wien het ongeluk
-overkomen was, vooral zijn vleesch toch aan kleine stukjes te snijden
-en niet te gulzig te eten.</p>
-<p>&bdquo;Blijft ons nog veel werk te doen?&rdquo; vroeg de ambtman
-eindelijk aan den officier van justitie, wijl het hem ergerde, dat
-niemand zich meer aan zijne tegenwoordigheid scheen te storen.</p>
-<p>&bdquo;Ja, eigenlijk weet ik het niet,&rdquo; antwoordde deze, en
-hij zette zijn glas neer, &bdquo;staan er nog vele zaken ter
-behandeling op de lijst, Bennecken?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, ja&#8202;&hellip;. heel wat, en eene heel interessante
-zaak is er onder.&rdquo; Hij boog zich voorover en fluisterde den
-rechter iets in.</p>
-<p>&bdquo;Welke zaak,&rdquo; vroeg de ambtman.</p>
-<p>&bdquo;Eene concubinaire zaak, ambtman, niets minder,&rdquo;
-antwoordde de rechter en hij kneep even zijne kleine grijze
-<span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name=
-"pb28">28</a>]</span>oogen toe. Hij was klein en gezet, droeg eene
-pruik en was zeer roodwangig.</p>
-<p>&bdquo;Zou u wellicht de zaak vandaag zelf niet willen in handen
-nemen?&rdquo; vroeg de kandidaat Bennecken aan den officier van
-justitie, bij wien hij werkzaam was, &bdquo;de zaak krijgt dan
-spoediger haar beslag, en buitendien kan niemand beter dan gij zulk
-soort van zaken behandelen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och ja&#8202;&hellip;. doe het vriend, dan krijgen wij nog
-eens gelegenheid te lachen,&rdquo; zeide de drost onvoorzichtig
-genoeg.</p>
-<p>De ambtman kuchte, schraapte zich de keel, streek met de hand over
-den grijsachtigen baard, zette den gouden bril te recht, maar niemand
-sloeg er acht op. Het ging volstrekt niet aan, zulke dingen in
-tegenwoordigheid der boeren te zeggen; hij begon dus met den president
-van den Gemeenteraad een gesprek aan te knoopen en vroeg verlof met hem
-te klinken.</p>
-<p>Terwijl eenige advocaten aan het benedeneinde der tafel over eene
-zaak in heet dispuut waren, werd het gesprek aan het boveneinde op
-gedempten toon gevoerd.</p>
-<p>&bdquo;Zijn de aangeklaagden jonge menschen?&rdquo; vroeg de
-rechter.</p>
-<p>&bdquo;Neen, de man is niet jong meer, hij is weduwnaar, het was
-zijne dienstmeid, maar de dochter, ziet gij&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ah zoo&#8202;&hellip;. gij meent als
-getuige&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat de dienstmeid betreft,&rdquo; viel de advocaat Tofte in,
-&bdquo;zij is, naar ik hoor, met haar kind naar Amerika
-getrokken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och dat is hetzelfde, het verhoor met de getuige is juist het
-interessante van de zaak,&rdquo; zeide de advocaat Kahrs lachend,
-&bdquo;ik ken Christine Vatuemo, zij is een van de knapste meisjes uit
-de streek.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo de zaak spoediger van de hand gaat, zoo u die zelf leidt,
-verzoek ik zulks te doen,&rdquo; zeide de ambtman, en hij deed, of hij
-het laatste gedeelte van het gesprek niet had gehoord. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Gaarne ben ik hiertoe bereid, wanneer de ambtman mij zulks
-beveelt&#8202;&hellip;.&rdquo; antwoordde de officier van justitie.</p>
-<p>&bdquo;Neen, neen&#8202;&hellip;. van bevelen kan geen sprake
-zijn&#8202;&hellip;. ik meende alleen, dat het zeer aangenaam zou zijn,
-wanneer wij, het is zoo&rsquo;n hondeweer, wat vroeg naar de stad
-konden terugkeeren.&rdquo;</p>
-<p>De rechter kneep weer even zijne oogen toe, en er werd besloten, dat
-hij de zitting van den namiddag zou presideeren.</p>
-<p>Onder het dessert, dat uit een echt nationaal gerecht bestond, eene
-soort vla van vruchtensap, werd er sherry geschonken: de gezichten der
-meeste heeren begonnen er uit te zien, alsof zij in het schijnsel van
-de ondergaande zon zaten.</p>
-<p>De advocaat Kahrs beweerde, dat de klerk van den drost werkelijk een
-onbeschaamde kerel was, wijl hij het waagde, na zulk een ernstig
-&bdquo;<span lang="la">memento mori</span>&rdquo; als het brokje
-vleesch, drie groote porties van het dessert te verorberen. Er werd tot
-het laatst toe luid gepraat, gelachen en gedronken, de boeren alleen
-volhardden in hun stilzwijgen, en eenigszins wantrouwend zetten zij nu
-en dan het glas aan den mond.</p>
-<p>Juist toen het leven aan tafel het grootst was, tikte de ambtman met
-zijn mes tegen zijn glas, tot teeken dat de maaltijd als ge&euml;indigd
-was te beschouwen. De boeren op straat bemerkten, dat het maal was
-afgeloopen, aan de vele roode gezichten, die zich voor de ramen en in
-de deur vertoonden: in dat vervl&#8202;&hellip;.. regenweer, kon men
-geen voet buiten zetten. De eetzaal werd, nadat de heeren koffie hadden
-gedronken, weer tot gerechtszaal ingericht, en met alle plechtigheid
-hervatte men den arbeid. De officier van justitie, die zou presideeren,
-zag er in de rechtszaal op zijn best uit. Het welgevormde hoofd,
-voorzien van eene witte pruik, gaf hem iets, dat <span class=
-"pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>eerbied
-inboezemde, en zijne scherpe licht-grijze oogen wierpen die doorborende
-blikken op aangeklaagden en getuigen, waardoor niemand beter dan hij
-het verstond tot bekentenissen uit te lokken, welke, zoo een ander
-rechter had ondervraagd, misschien aan den mond niet ontglipt zouden
-zijn. Hij stond dan ook als een knap rechter bekend. Hij toch wist zoo
-de beteekenis van een woord te draaien of wel te verklaren, dat het
-hem, volgens zijne eigene bewering, altijd gelukte, de waarheid uit de
-lui te halen.</p>
-<p>Vandaag ging alles bijzonder vlug toe, toch zorgde hij er voor, dat
-de waardigheid der rechters er niet onder leed. Eene menigte civiele
-zaken werden spoedig afgedaan, want alle advocaten wisten, dat het er
-om te doen was, zoo spoedig mogelijk aan de &bdquo;<span lang=
-"fr">cause c&eacute;l&egrave;bre</span>&rdquo; te komen. In stilte
-verheugde men er zich reeds over, men stootte elkander aan, en wierp
-elkander geheimzinnige blikken toe. Van lange pleitredenen kon er dus
-ook geen sprake zijn, de eene zaak na de andere werd tot latere
-beslissing verschoven. Alleen de advocaat Kruse, die niet zeer hoog
-timmerde, scheen maar geen haast te hebben: hij dicteerde het eene
-protocol na het andere. De advocaat Kahrs trok hem bij zijn jas, en
-Alfred Bennecken, die de protocollen schreef, gaf hem door allerlei
-teekenen te kennen, dat hij korter moest zijn, niets hielp; zelfs liet
-hij zich in zijn werk niet storen, toen de president-rechter door luid
-den neus te snuiten, en ongeduldig op zijnen stoel heen en weer te
-schuiven, hem wilde te kennen geven, dat het tijd was met het dicteeren
-op te houden. Eindelijk was Kruse klaar, en kwam de concubinaire zaak
-aan de beurt. De voor- en achterdeur van het huis stonden beide wijd
-open, in de gang was het even vol als in de gerechtszaal, waar het
-publiek zeer dicht op elkaar gepakt stond. Eenigen moesten er zich dus
-mee vergenoegen op straat een heenkomen te zoeken. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p>
-<p>De doornatte baaien wambuizen begonnen nu in de warme lucht een
-onaangenamen geur te verspreiden; in de zaal was het benauwd warm, en
-de regendruppels kletterden eentonig tegen de ruiten. In de gang stond
-in het dichtste gedrang de man met de leepoogen. Van hetgeen in de zaal
-plaats had, kon hij, daar hij klein van gestalte was, niets zien; met
-gespannen oplettendheid luisterde hij naar elk woord dat gezegd werd,
-en begreep er geen zier van. Toen de president-rechter den naam van den
-aangeklaagde vernam, zeide hij: &bdquo;Njaedel&#8202;&hellip;. wat is
-dat voor een barbaarsche naam.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het is hetzelfde als Nils,&rdquo; verklaarde Tofte, die
-altijd heel dienstvaardig was, &bdquo;daar verder op in de bergen, zegt
-het volk Njaedel, in plaats van Nils.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo&#8202;&hellip;. maar wij zijn nu niet daar, maar hier,
-aldus heet de man Nils,&mdash;hoe meer?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vatuemo.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vatuemo,&rdquo; vroeg de president-rechter ongeduldig.</p>
-<p>&bdquo;Op de kaart van het district staat &bdquo;Vandmo,&rdquo; viel
-Tofte weer in.</p>
-<p>&bdquo;Natuurlijk, aldus heet hij, slechtweg Nils Vandmo;
-provincialismen kunnen wij in de protocollen niet
-ne&ecirc;rschrijven.&rdquo;</p>
-<p>Toen hij deze woorden had gezegd, zag hij met gestrengen blik de
-zaal rond, eerst naar de zijde waar het volk stond, dan naar die, waar
-de ambtman zich bevond, en deze knikte hem goedkeurend toe.</p>
-<p>Njaedel was intusschen voor de balie gekomen. In voorovergebogen
-houding stond hij daar; nu en dan wreef hij met de mouw van zijn
-wambuis langs het voorhoofd om de dikke zweetdruppels, die er op
-parelden, af te wisschen en krampachtig bewoog hij den mond.</p>
-<p>De rechter zag hem doordringend aan, om te zien welke methode van
-ondervraging hij zou gebruiken. Op snijdenden toon, zoodat de woorden
-schielijk op elkander volgden, <span class="pagenum">[<a id="pb32"
-href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>zeide hij: &bdquo;O, gij zijt
-dus de man, die door je schandelijken levenswandel met je dienstmeid in
-de gemeente zulk een ergernis wekt&#8202;&hellip; wie is de
-aanklager?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De pachter S&ouml;ren B&ouml;revig.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hoort gij dat?&hellip; de pachter&#8202;&hellip; schaam jij
-je niet&#8202;&hellip; En zoo heb je de meid en het kind naar Amerika
-gezonden h&eacute;&#8202;&hellip;. je ziet dat we met je knepen bekend
-zijn. Je dacht wel van de heele zaak af te zijn, maar neen, zoo
-gemakkelijk gaat dit niet&mdash;of misschien loochen je wel, dat het
-zoo is, h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>Njaedel trachtte eenige woorden uit te brengen, maar het was hem
-onmogelijk; eindelijk gelukte het hem, en hij zeide: &bdquo;ik loochen
-het niet.&rdquo;</p>
-<p>Op dit antwoord had de rechter zich niet voorbereid, doch, daar hij
-aan verrassingen gewoon was, herstelde hij zich spoedig en zeide:</p>
-<p>&bdquo;Dat is ook maar het beste, maar het is niet genoeg. De zaak
-moet nauwkeurig onderzocht, en getuigen moeten gehoord worden. Waar is
-je dochter?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zij is vertrokken,&rdquo; antwoordde Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Vertrokken&#8202;&hellip; zij ook&#8202;&hellip; en waar naar
-toe?&rdquo; riep de president-rechter uit, en hij spalkte zijne oogen
-zoo wijd mogelijk open; de kandidaat was niet minder verwonderd, de pen
-viel hem zelfs uit de hand, en al de advocaten spitsten evenals
-dashonden hunne ooren; de ambtman zelfs, die op de sofa naast den haard
-zat, zag uit het wetboek op, waarin hij schijnbaar had zitten te
-studeeren.</p>
-<p>&bdquo;Naar Christiania&#8202;&hellip;. gisteren is zij
-vertrokken&rsquo; zeide Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Het is alsof de duivel er de hand&#8202;&hellip;.
-hm&#8202;&hellip;.&rdquo; en vuurrood van toorn sprong de rechter van
-zijnen stoel op en zag hij Njaedel aan. Zelden gebeurde het hem, dat
-hij zich zoo vergat, en bij eene zitting vloekte, in het eerste
-oogenblik was hij zijne drift evenwel niet langer <span class=
-"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>meester
-geweest. In de heftigste bewoordingen, (doch niet geheel vergetende
-waar hij zich bevond), sprak hij Njaedel aan, en gaf hem duidelijk te
-kennen, dat hij op een streng vonnis kon rekenen. De rechters legden
-onverholen hun misnoegen aan den dag, en toen Njaedel zich gereed
-maakte de zaal te verlaten, gingen al de toehoorders zooveel mogelijk
-voor hem uit den weg, alsof hij een pestzieke was.</p>
-<p>Het was dus werkelijk eene groote misrekening. De vroolijke
-stemming, waarin de maaltijd de heeren gebracht had, was hun
-bijgebleven, wijl zij het vooruitzicht hadden gehad, dat eene pikante
-zaak v&oacute;&oacute;r zou komen, maar nu was alle opgeruimdheid op
-eens verdwenen. Het was bijna onmogelijk langer in dat bedompte
-schemerachtig verlichte vertrek te blijven, welks vloer van al de vuile
-laarzen vreeselijk glibberig was en waar de regen voortdurend tegen de
-ruiten kletterde.</p>
-<p>De ambtman zag op zijn horloge, stond op, en na aan een der klerken
-een wenk te hebben gegeven, verdween hij met deze in de kamer naast de
-zaal. Men hoorde er een hevig gestommel met koffers, een bewijs dus,
-dat hij aan vertrekken dacht.</p>
-<p>De president-rechter was zijnen toorn nog niet meester en ieder,
-vriend en vijand, moest het dus ontgelden. Alle andere zaken werden met
-den stormpas afgehandeld, en wee dengene, die het waagde hem op te
-houden. Zijn horloge legde hij voor zich op de tafel en telkens hield
-hij zich op de hoogte van de klok.</p>
-<p>De advocaat Kruse, die voor geene verbetering vatbaar scheen, begon
-weer het protocol te dicteeren.</p>
-<p>Ongeduldig schoof de president echter heen en weer op zijnen stoel.
-&bdquo;Ik ben zoo vrij u opmerkzaam te maken, meneer Kruse, dat er ook
-voor het opmaken van een protocol eene grens bestaat.&rdquo;</p>
-<p>Kruse trok heel bedaard zijn horloge uit zijn vestzakje <span class=
-"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>en
-zeide: &bdquo;ik heb den daartoe bestemden tijd nog niet
-overschreden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Mogelijk, maar het is niet meer dan passend, dat men ook
-eenigermate denkt aan de belangen&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik heb alleen op de belangen van mijn cli&euml;nt acht te
-geven,&rdquo; antwoordde Kruse, en hij ging voort met dicteeren.</p>
-<p>&bdquo;De volgende zaak,&rdquo; riep de rechter, toen Kruse
-eindelijk klaar was.</p>
-<p>De man met de leepoogen, die nog altijd op dezelfde plaats in den
-gang stond, sprong verschrikt op.</p>
-<p>Zijne zaak zou voorkomen, hij had zijnen naam hooren noemen.</p>
-<p>&bdquo;Nu,&rdquo; riep de rechter op boozen toon uit. &bdquo;Wie
-heeft de zaak in handen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Advocaat Bogesen,&rdquo; luidde het antwoord.</p>
-<p>&bdquo;Maar Bogesen woont het Thing niet bij&#8202;&hellip;. wie is
-zijn plaatsvervanger&#8202;&hellip;. wie?&rdquo;</p>
-<p>De advocaat Kahrs, die volstrekt geen acht had geslagen op hetgeen
-er voorviel en die met een vriend aan het raam had staan praten, liep
-nu ijlings naar de tafel.</p>
-<p>&bdquo;Welke zaak is voor, Kruse?&rdquo; fluisterde hij dezen
-toe.</p>
-<p>&bdquo;Ik zal het even op de lijst nazien,&rdquo; antwoordde deze
-zeer luid.</p>
-<p>&bdquo;Uilskuiken!&rdquo; mompelde Kahrs bij zich zelf, hij draaide
-zich echter dadelijk eerbiedig naar den president toe, en dicteerde:
-&bdquo;voor den aanklager treedt de advocaat Bogesen op, die door den
-advocaat Kahrs vervangen wordt, welke verzoekt de zaak tot het volgende
-Thing te mogen uitstellen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En waarom?&rdquo; vroeg de president op eenigszins scherpen
-toon.</p>
-<p>&bdquo;Wegens een getuigenverhoor,&rdquo; dicteerde Kahrs
-verder.</p>
-<p>&bdquo;Waar zal dat getuigenverhoor plaats hebben,&rdquo; vroeg hij
-op boosaardigen toon, want hij begreep heel goed, dat <span class=
-"pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>Kahrs
-volstrekt niet wist, waarover de zaak handelde</p>
-<p>&bdquo;In het R&ouml;edal,&rdquo; antwoordde Kahrs zonder een
-oogenblik te aarzelen op onverstoorbaar ernstigen toon. De welluidende
-stem en de ernstige, waardige houding van den advocaat Kahrs hadden
-altijd eene goede uitwerking.</p>
-<p>De president kon niet nalaten even vertrouwelijk tegen hem te
-knipoogen en een paar der klerken hadden groote moeite hunnen lachlust
-te bedwingen, doch Kahrs, die met het gezicht naar de menigte toe
-stond, behield dezelfde ernstige plooi in zijn gelaat, totdat uitstel
-van de zaak toegestaan werd. De advocaat Tofte, die voor de belangen
-van den paardenopkooper zou pleiten, had er toch genoegen mee genomen.
-Kahrs boog zeer eerbiedig voor den rechter en verdween in de
-menigte.</p>
-<p>&bdquo;De volgende zaak,&rdquo; riep de president.</p>
-<p>&bdquo;Er zijn er geen meer.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Goddank!&rdquo; Het horloge werd nu in het vestzakje gestoken
-en hij zei tot een der klerken: &bdquo;vraag den ambtman of wij kunnen
-laten inspannen.&rdquo;</p>
-<p>De zitting werd opgeheven, de protocollen geteekend, en voor dat de
-toehoorders recht hadden begrepen, dat het gedaan was, stonden alle
-rechtsgeleerden, die het Thing gehouden hadden reeds klaar, om weg te
-gaan.</p>
-<p>De advocaten stoven naar buiten, terwijl de klerken voor de dikke
-protocollen zorg droegen om ze zoo spoedig mogelijk ingepakt te
-krijgen.</p>
-<p>De man met de leepoogen volgde den stroom van menschen, die door de
-achterdeur naar buiten gingen; hij begreep volstrekt niet, hoe het
-eigenlijk met zijne zaak stond. Eindelijk ontfermde zich een der
-omstanders over hem door hem mede te deelen, dat zijne zaak verdaagd
-was<span class="corr" id="xd26e820" title="Niet in bron">.</span></p>
-<p>&bdquo;Verdaagd,&rdquo; mompelde hij, en nog begreep hij niet recht,
-hoe het was. Tusschen de karren door baande hij zich een weg, hoe wist
-hij zelf niet; het kwam hem voor alsof alles donker om hem heen was,
-eindelijk bereikte hij zijn <span class="pagenum">[<a id="pb36" href=
-"#pb36" name="pb36">36</a>]</span>karretje, klom er in en werktuigelijk
-sloeg hij den weg naar huis in.</p>
-<p>De groote cal&egrave;che stond v&oacute;&oacute;r de deur van den
-Lensmand. De meeste heeren zaten reeds in de kleine boerenkarren, die
-in lange rijen er achter stonden. Tofte alleen was nog druk bezig met
-afscheid nemen; wanneer hij een paar boeren zag, met wie hij de kennis
-wenschte aan te houden, was hij bijzonder vriendelijk en hartelijk en
-had een schertsend woord ten beste.</p>
-<p>V&oacute;&oacute;r het karretje, waar Kahrs in zat, was een vrij
-wild paard gespannen, en het kostte hem heel wat moeite het dier stil
-te doen staan. Hij vloekte dan ook, dat de ambtman zoo lang op zich
-liet wachten. Weg te rijden, neen, dat waagde hij niet, want hij wist
-dat de ambtman hem dit hoogst kwalijk zou nemen.</p>
-<p>Ondertusschen praatte deze dood op zijn gemak met de vrouw van den
-Lensmand, en hij keek nu en dan eens door het raam, om te zien, hoe ver
-men met de toebereidselen voor de reis was gekomen. Hij had als regel
-aangenomen nooit buiten te komen, v&oacute;&oacute;r alles klaar was,
-en hij hield er van, een weinig op zich te laten wachten.</p>
-<p>Eindelijk stapte hij in, de wagen rolde weg en de boerenkarren
-volgden.</p>
-<p>&bdquo;Och ja,&rdquo; zeide de ambtman, en hij dook zoo gemakkelijk
-mogelijk weg in het hoekje van den wagen, &bdquo;wanneer ik het volk,
-zooals b.v. vandaag ook het geval weer was, zoo eerbiedig voor zijne
-overheidspersonen zie staan, denk ik altijd: och, zij kunnen
-schreeuwen, zoo luid als zij willen die socialisten van den
-tegenwoordigen tijd, het zal hun toch niet gelukken dat oude
-overge&euml;rfde ontzag, dat het volk voor de overheid koestert, weg te
-nemen; ons volk is hiervoor te loyaal&#8202;&hellip;. te
-godsdienstig.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En te traag,&rdquo; voegde de officier van justitie er
-bij.</p>
-<p>&bdquo;Nu ja&#8202;&hellip;. gedeeltelijk kunt gij hierin gelijk
-hebben,&rdquo; antwoordde de ambtman, en hij leunde nog wat meer
-<span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name=
-"pb37">37</a>]</span>naar achteren, om een middagslaapje te kunnen
-houden.</p>
-<p>De wagens waren reeds lang uit het gezicht verdwenen, toen de
-menigte nog op den weg verzameld stond, en allen hadden veel te vragen.
-De rechters waren zoo hals over kop weggereisd en waren zoo moeielijk
-te genaken geweest, dat velen onverrichter zake naar huis moesten
-terugkeeren. Door geen enkel woord gaf men echter zijn misnoegen te
-kennen; hier en daar ontmoette men een knorrig gezicht, of zag men den
-een of ander ontevreden het hoofd schudden; misschien was het maar goed
-voor den ambtman, dat hij onbekend bleef met de gedachten der
-lieden&mdash;hij zou misschien zijn middagslaapje dan niet zoo
-ongestoord hebben kunnen genieten.</p>
-<p>De avond was nu gevallen, een koude regenachtige avond. In het
-westen vertoonde zich aan den horizon eene smalle roodachtige streep.
-Voor de stoep van het huis, waar de Lensmand woonde, stond de
-keukenmeid met hare helpsters om de heeren te zien wegrijden. Rood en
-warm zagen zij er uit; na al de drukte van den geheelen dag was het
-niet te verwonderen, dat zij naar het vertrek des rechters hadden
-gesnakt om gelegenheid te hebben wat frissche lucht te scheppen.</p>
-<p>Men verstrooide zich nu naar alle richtingen, sommigen alleen,
-anderen in gezelschap van een paar makkers, allen echter met de handen
-in de broekzakken. Nat en moede van zoo den geheelen dag in den regen
-te hebben moeten drentelen en wachten, sleepten zij zich op den weg
-voort naar huis.</p>
-<p>De opperloods reed in zuidelijke richting, en daar hij een flink
-paard had, haalde hij de meesten in. Na een poosje zag hij Njaedel te
-voet naar huis gaan.</p>
-<p>&bdquo;Klim achter op, Njaedel!&rdquo; Het aanbod werd aangenomen,
-en men reed verder.</p>
-<p>Een oogenblik later haalden zij een karretje in, dat zeer langzaam
-voortrolde. <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name=
-"pb38">38</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Haal uit!&rdquo; schreeuwde de opperloods.</p>
-<p>Het duurde vrij lang, eer het karretje wat op zij was en de andere
-wagen voorbij kon komen.</p>
-<p>De leepoogige man zat in het karretje. Hij had geen haast, een lange
-weg lag v&oacute;&oacute;r hem en hij bracht geen vroolijk bericht naar
-huis. De oude bruine merrie, die v&oacute;&oacute;r de kar was
-gespannen ging op een sukkeldrafje; bruinvaal was zij van ouderdom en
-ruigharig als eene geit. De man zag zijn bruintje aan, en dacht aan
-zijn Isabella; hoe dichter hij bij huis kwam, des te beklemder werd
-zijn gemoed. Hij wist toch te goed, hoe zijne vrouw en kinderen in de
-zekere verwachting leefden, dat hij van avond het beest me&ecirc; naar
-huis zou brengen. Zijn oudste jongen had reeds bij voorbaat eenen
-halster in de kar gelegd om er het paard me&ecirc; achteraan te binden.
-Hij zag ze reeds allen daar op de hoogte v&oacute;&oacute;r zijn huisje
-op den uitkijk staan. Zij zouden dan in allen geval reeds op verren
-afstand zien, dat hij het verloren paard niet terugbracht, maar
-natuurlijk zouden zij dan meenen, dat hij de zakken vol geld had.</p>
-<p>Hij keek in de kar&#8202;&hellip;. ja, daar lag de halster. Hoe zou
-hij ze aan het verstand kunnen brengen, dat de zaak
-&bdquo;verdaagd&rdquo; was. Het oude bruine paard was zoo nat als een
-kat, en hij dacht maar voortdurend aan de mooie manen van de Isabella
-en hoe rond en fijn van leden die was.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e622" href="#xd26e622src" name="xd26e622">1</a></span> In het
-Noorden oefenen zich de gepromoveerden in de praktijk, als assistenten
-bij rechters of advocaten.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e622src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">IV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen de kar v&oacute;&oacute;r de hoeve van Njaedel
-stilhield, ging de opperloods me&ecirc; naar binnen. Het huis was als
-uitgestorven; alle deuren stonden wijd open en de kat liep mauwende
-rond.</p>
-<p>Zonder een woord te zeggen, ging Njaedel dadelijk naar de etenskast
-en zette, doch het ging zeer langzaam, het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>eten op
-de tafel. De opperloods was dadelijk gaan zitten en hij volgde hem met
-de oogen; hij zag, hoe onbeholpen dit werk Njaedel afging en zeide dan
-ook: &bdquo;Hoor Njaedel, ik denk, dat je wel genoodzaakt zult zijn
-naar eene andere dienstmeid uit te zien.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen!&rdquo; riep Njaedel, en hij stampvoette
-z&oacute;&oacute;, dat de vloer dreunde.</p>
-<p>&bdquo;Nu, nu&#8202;&hellip;. eet mij niet op,&rdquo; antwoordde de
-opperloods.</p>
-<p>Toen zij aan &rsquo;t eten waren, verzocht Njaedel hem eenen brief
-aan Christina te schrijven, maar daar er bij hem aan huis geen
-schrijfgereedschap was, kwam men overeen, dat zijn buurman den brief
-t&rsquo;huis zou schrijven; hij kon dien dan later aan Njaedel
-voorlezen.</p>
-<p>&bdquo;Maar wat moet ik in den brief schrijven?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Geen woord over van daag,&rdquo; antwoordde Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Neen, neen, waar zou dat ook toe dienen&#8202;&hellip;
-maar&#8202;&hellip;&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Schrijf haar, dat zij niet boos op mij moet zijn en dat zij
-zich ook niet bezorgd om mij moet maken&#8202;&hellip;. dat ik het heel
-goed heb&#8202;&hellip;. heel goed zelfs&#8202;&hellip;. dat mij niets
-ontbreekt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dat je je heel goed alleen kunt redden en je haar volstrekt
-niet mist&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och ongelukkig genoeg mis ik haar zeer&#8202;&hellip;. dat
-moet je haar schrijven hoor,&rdquo; zeide Njaedel en hij schoof op
-zijnen stoel heen en weer.</p>
-<p>&bdquo;Maar als zij leest, dat je haar zoo mist, dan heeft zij geen
-rust meer, en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. dan moogt gij er niets van inden brief
-zetten,&rdquo; zeide Njaedel op gejaagden toon.</p>
-<p>&bdquo;Schrijf&#8202;&hellip;. maar dat moet je zelf toch wel het
-best weten, buurman, die schrijven hebt geleerd. Schrijf vooral zoo,
-dat Christina er vroolijk door wordt&#8202;&hellip;. hoe ik het heb,
-komt er niet op aan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zou je het niet goed vinden, als ik ook eenen brief aan je
-broer schreef?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40"
-name="pb40">40</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Zeker, buurman, en vraag hem vooral voor Christine
-vriendelijk te willen zijn. Betaling kan hij voor haar krijgen, zoo hij
-het wil hebben.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hij zal zeker kostgeld voor haar nemen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Anders zit er warmpjes in,&rdquo; antwoordde Njaedel.
-&bdquo;Dat is me een kerel, die het ver in de wereld heeft gebracht. Ja
-mijne moeder wist het wel; jij Njaedel, zei ze altijd, je bent een
-groote slungel, zoo stijf als een stokvisch, maar Anders is fijn en
-glad als een aal.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waarom nam hij na den dood van je vader de boerderij niet
-over, hij was toch de oudste?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Met alle geweld wilde hij, dat ik die overnemen
-zou.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hij wist drommels goed, waarom hij zulks deed&mdash;hij liet
-jou met den vervallen boel zitten en trok zelf met zijn geld de wijde
-wereld in.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo moogt ge niet over Anders spreken, hoor,&rdquo;
-antwoordde Njaedel, &bdquo;hij was altijd zulk een flinke jongen. Het
-komt mij voor, alsof het gisteren gebeurd was, dat wij voor moeder
-heidekruid gingen plukken. Anders wist de mand zoo vol te pakken, dat
-er geen sprietje meer in kon.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar jij droegt ze naar huis, h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat?.. ja dat sprak van zelf, ik was van ons beiden de
-sterkste.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar wat doet hij eigenlijk voor den kost.., die
-Anders,&rdquo; vroeg de opperloods.</p>
-<p>&bdquo;Hij is werkzaam aan iets heel voornaams, maar hoe dat
-eigenlijk heet, schiet mij niet te binnen.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel ging naar de kast toe, om naar een ouden brief van zijn
-broer te zoeken.</p>
-<p>De klink van de achterdeur werd zachtjes opgelicht en men hoorde
-iemand door de keuken gaan. Het was er reeds tamelijk donker door het
-regenachtige weder; in het Noordwesten alleen was er aan den horizon
-eene lichte streep te zien, die een geelrood schijnsel in de kamer
-wierp. <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name=
-"pb41">41</a>]</span></p>
-<p>Zoodra Njaedel zag, dat het S&ouml;ren B&ouml;revig was, die
-binnenkwam, sloeg hij de deur van de kast toe, en zeide ruw: &bdquo;Gij
-komt zeker eens kijken, of ik alleen in huis ben. Ja zie nu de bedden
-goed na&#8202;&hellip;. misschien kunt gij nog wat ontdekken, dat
-ergernis wekt&#8202;&hellip;. gij&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het recht moet zijn loop hebben,&rdquo; antwoordde S&ouml;ren
-op zachtmoedigen toon, &bdquo;en dringend vermaan ik je&#8202;&hellip;.
-Njaedel&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat komt gij doen?&rdquo; viel hem de ander in de rede.</p>
-<p>S&ouml;ren waagde niet te beweren, dat hij, ofschoon hij pachter van
-den predikant was, alleen was gekomen om hem te vermanen; tegen zijne
-gewoonte begon hij dus zonder omwegen, &bdquo;ik heb met den advocaat
-Tofte gesproken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Over het wier aan het strand?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, daar praatten wij ook wat over. Hij meende, de
-advocaat&#8202;&hellip;. dat het maar zoo niet aanging, dat ik het
-wier, dat ik noodig heb, daar niet van daan kon halen,&hellip;. dat
-kon&#8202;&hellip;. dat kon&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Misschien ergernis verwekken,&rdquo; merkte de opperloods
-droogjes aan, terwijl hij bij den haard zijn pijpje aanstak.</p>
-<p>&bdquo;Neen, dat meende hij nu juist niet, maar hij vond, dat het te
-betwijfelen viel of die sloot&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik heb mijn bewijs van eigendom,&rdquo; zeide Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, dat hebt gij&#8202;&hellip;.&rdquo; en S&ouml;ren
-ging weer naar de deur&#8202;&hellip;. &bdquo;ik kwam hier maar even
-binnen loopen, om te zeggen, dat wij dan wel moeten
-beginnen.<span class="corr" id="xd26e952" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p>&bdquo;Beginnen?&rdquo; vroeg de opperloods.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. met het proces.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Proces!&rdquo; riep de opperloods en hij kwam dichter bij
-&bdquo;bedenk je tweemaal Njaedel, v&oacute;&oacute;r je daarmee
-aanvangt. Ik ken er, die voor geringer zaak dan deze, huis en hof
-verloren hebben, alleen door dat ongelukkige procedeeren. Meer dan
-&eacute;&eacute;n eerlijke kerel ligt eenige voeten diep in de
-aarde&#8202;&hellip;. en de advocaat Tofte was aan dien vroegtijdigen
-dood schuld.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42"
-name="pb42">42</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Gij moet zoo niet over uwen naaste spreken, opperloods, want
-de advocaat meende ook, dat het een lang en kostbaar proces kon
-worden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik graaf mijne sloot en daarmee uit,&rdquo; zeide
-Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Dat zult gij wel laten Njaedel, wanneer de drost hier geweest
-is en hij het verbiedt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het mij verbiedt?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ziet gij,&rdquo; antwoordde S&ouml;ren, &bdquo;want gij
-moet dan met graven wachten, totdat er uitspraak in de zaak is
-gedaan.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel ging heen en weer in het vertrek, zette eenen stoel wat te
-recht en zag besluiteloos den opperloods aan, doch eindelijk kwam hij
-weer tot de hoofdzaak terug en zeide op vasten toon, terwijl hij de
-eene hand tegen de andere sloeg: &bdquo;ik heb mijn koopcontract van
-den Bisschop te Kristiansand.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Gij kondt den bisschop wel eens vragen, hoe het eigenlijk met
-dat wier aan het strand geschapen is,&rdquo; zeide S&ouml;ren op
-zoetsappigen toon en hij keek hem van ter zijde aan.</p>
-<p>&bdquo;Ja,&mdash;daar zegt gij wat S&ouml;ren,&rdquo; mompelde de
-opperloods, &bdquo;het zou dan niet op zoo groote onkosten
-loopen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Of misschien zouden wij nog beter doen, het aan den koning te
-vragen,&rdquo; zei S&ouml;ren schijnbaar los weg en hij keek door het
-raam.</p>
-<p>&bdquo;Ja, de koning staat toch boven den bisschop,&rdquo; zeide
-Njaedel, &bdquo;maar zou hij er ons op antwoorden?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wanneer wij de zaak bij het Departement indienden, en de
-beslissing&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waar zegt gij?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Bij het Departement,&rdquo; antwoordde S&ouml;ren, die goed
-op de hoogte scheen te zijn.</p>
-<p>&bdquo;Buurman,&rdquo; zeide Njaedel tot Sechus&#8202;&hellip;.
-&bdquo;daar is Anders werkzaam, dat woord wou mij maar niet te binnen
-schieten&#8202;&hellip;. Maar hoort de koning dan van de
-zaak?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja,&rdquo; verklaarde Sechus, &bdquo;dat is de weg naar den
-koning.&rdquo; Njaedel dacht een oogenblik na. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span></p>
-<p>Dit voorstel viel meer in zijnen smaak, dan een proces. Buitendien
-was Anders daar werkzaam en op deze wijze kon de zaak in eens afgedaan
-worden; het was toch zonneklaar, dat hij in het gelijk zou gesteld
-worden.</p>
-<p>S&ouml;ren hield zich in het begin alsof hij liever procedeeren
-wilde, maar meegaande van karakter als hij was, liet hij zich bepraten;
-ten laatste nam hij zelfs op zich te zorgen, dat het stuk naar den vorm
-opgesteld en ingezonden werd.</p>
-<p>&bdquo;Maar den advocaat Tofte moet gij betalen, Njaedel<span class=
-"corr" id="xd26e1001" title="Niet in bron">.</span>&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Gij hebt den twist aangevangen, S&ouml;ren.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar zoo gij de sloot niet waart gaan
-graven&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>Den opperloods gelukte het de partijen over te halen, de kosten
-samen te betalen, en S&ouml;ren B&ouml;revig vertrok. Het was nu vrij
-laat geworden, en Sechus haastte zich naar huis te gaan. Toen hij weg
-was, ging Njaedel naar den koestal. De koeien&mdash;hij had er
-zes&mdash;loeiden en waren onrustig, zij hadden den geheelen dag niets
-te eten gehad en waren niet gemolken. Njaedel begon nu aan dit voor hem
-ongewone werk, en bracht het er heel slecht af.</p>
-<p>De dieren kenden hem niet, en hij ging zoo links en ruw te werk, dat
-zij niet stil wilden staan, en de emmers telkens omver gooiden. Njaedel
-bromde bij zich zelf, totdat hij eindelijk met het werk gereed kwam.
-Het was twaalf uur, toen hij weer buiten v&oacute;&oacute;r de
-boerderij stond. In zijne volle lengte strekte hij zich uit, hij was
-doodaf van het neerhurken in den stal. De zee lag v&oacute;&oacute;r
-hem. De lucht was wat opgeklaard en hij kon duidelijk de donkere
-streep, waar de sloot zich bevond, onderscheiden.</p>
-<p>Hij verheugde er zich reeds op met een goed geweten weer aan den
-arbeid te kunnen gaan. Spoedig zou er toch wel antwoord van den koning
-komen, zoovele stoombooten voeren toch dagelijks de kust voorbij, en
-dat hij gelijk zou krijgen, hieraan twijfelde hij geen oogenblik. Bij
-voorbaat verkneukelde hij zich reeds in de misrekening, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>welke
-S&ouml;ren B&ouml;revig maakte en reeds begon hij na te rekenen,
-hoevele dagen zouden moeten verloopen eer er antwoord kon komen.</p>
-<p>Toen hij weer naar binnen ging, moest hij nog de melk in de vaten
-gieten en uiterst langzaam ging het hem af. Hiermede gereed zijnde,
-ging hij naar boven; opende de deur van Christina&rsquo;s kamertje, en
-zag in het half donker, dat er heerschte, rond. Hij draaide den sleutel
-om en stak dien in den zak. Toen hij weer naar beneden ging, en de trap
-onder zijne zware voetstappen zoo kraakte, dat dit geluid alleen de
-doodsche stilte in het huis verbrak, schoten hem de woorden van
-S&ouml;ren B&ouml;revig te binnen, dat het recht zijnen loop moest
-hebben.</p>
-<p>Lang was hij te bed zonder in slaap te kunnen komen. Zijn hoofd had
-vandaag te veel werk gehad en zijne ledematen te weinig. Hij miste dat
-vermoeide in armen en beenen, hetwelk hij anders altijd voelde, wanneer
-hij zich op zijn bed uitstrekte; hij begon integendeel aan allerlei
-vreemde zaken te denken; hetgeen anders volstrekt niet zijne gewoonte
-was. En Njaedel, die anders onder het zwaarste onweer door bleef
-werken, werd nu telkens in zijnen slaap door de kat gestoord, die in de
-keuken of wel voor Christina&rsquo;s kamer mauwde.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">V.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wanneer een stroom tegen eene vooruitstekende punt
-lands stoot, stroomt het water deze voorbij, doch keert op zijnen weg
-terug, wanneer hij de bocht achter die kaap met eenen kleinen
-maalstroom heeft gevuld. Komt een stukje hout met den stroom
-meedrijven, zoo geraakt het in dezen maalstroom; het draait in de bocht
-rond, en komt weer bij de kaap, waar het echter door den stroom
-<span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name=
-"pb45">45</a>]</span>wordt teruggedrongen, zonder er door te worden
-medegesleept, om weder in dien maalstroom tot in het oneindige rond te
-draaien. Een zoodanigen cirkelgang van eenen stroom noemt men in het
-Noorsch: Evje of Bagevje.</p>
-<p>De tallooze Evjer, die door den stroom des levens gevormd worden,
-zijn gedeeltelijk zoo klein, dat er voor een enkelen persoon slechts
-plaats in is, gedeeltelijk zijn zij zoo uitgestrekt, dat geheele
-famili&euml;n, ja zelfs geheele partijen, er plaats in kunnen vinden;
-ja men kent zelfs Bagevjer op historisch gebied, in welke een geheel
-volk om zich zelf steeds heeft gedraaid, wel gedrukt, maar niet
-medegesleept door den tijdstroom.</p>
-<p>Ook het maatschappelijke leven van een land heeft zijne Bagevjer, en
-in Noorwegen noemt men de groote staats-Evjer, Departementen. Het zijn
-geweldige massa&rsquo;s langzaam ronddraaiend papier, die evenals een
-maalstroom, om eene diepe opening langzaam ronddraaien; niets bevindt
-zich daar, maar alles wordt er in getrokken, draait er een poosje rond,
-verdwijnt en laat geen enkel spoor achter.</p>
-<hr class="tb">
-<p>De kamerheer Delphin legde zijne pen neder, schonk zijn glas weer
-vol, ledigde het in eenen teug, en bekeek zich ondertusschen in den
-v&oacute;&oacute;r hem hangenden spiegel. Het was laat in den nacht.
-Hij zat in zijne hemdsmouwen met witte das en laag uitgesneden vest,
-want hij was zeer warm.</p>
-<p>George Delphin was juist van een bal teruggekeerd en in zijne voor
-een vrijgezel comfortabel ingerichte woning, op den Wergelandsweg,
-rookte hij nu eene sigaar. Het was zijne gewoonte tot laat in den nacht
-op te zitten&mdash;inzonderheid wanneer hij eene partij had
-bijgewoond&mdash;en wanneer hij zich dan niet aan zijne piano plaatste,
-schreef hij soms het een of ander artikel. Des morgens voelde hij zich
-dan altijd alles behalve frisch, en gebruikte <span class=
-"pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>dan
-steeds eene groote hoeveelheid water uit- en inwendig; maar wanneer hij
-later in zijn fraai gemeubileerd woonvertrek kwam, waar juffrouw
-B&ouml;rresen het ontbijt voor hem had klaar gezet, zag hij er uit als
-de type van een elegant jong mensch. Hij was dan ook eerst zeven of
-acht en dertig jaar oud; soms zag hij er evenwel ouder uit, en dit
-kwam, wijl zijn fraai lokkig haar wat begon uit te vallen. Na zijn
-ontbijt gebruikt en de kranten te hebben gelezen, maakte hij zich
-gereed naar zijn Departement te gaan. Eerst echter ging hij altijd naar
-de schrijftafel om te zien, wat hij eigenlijk in den nacht had
-geschreven, en dikwijls was het einde, dat hij het beschreven papier in
-kleine stukjes scheurde, die in den hoek bij de kachel eene plaats
-vonden tot groote ergernis van de nette huishoudster.</p>
-<p>Het was een fraaie herfstmorgen. Het slotpark vertoonde zich in al
-zijne pracht, het bont gekleurd gebladerte stak schoon af tegen het
-overige nog groene loof. De rijm, die gedurende den nacht was ontstaan,
-lag als dauwdruppels over het gras. De afgevallen bladeren en de
-zwanevederen, die in de vijvers gevallen waren, geleken op vloten, die
-op een gunstigen wind wachtten, om uit te zeilen, en de temperatuur was
-zoo zoel, dat de wandelaars in het park onwillekeurig even stil bleven
-staan om de heerlijke lucht in te ademen. Een onbepaald verlangen naar
-iets, waaraan zij zelf geenen naam konden geven, maakte zich van hen
-meester. Met de hand voor de oogen, om zich tegen de zonnestralen te
-beschutten, tuurden zij naar de golf en naar de lange rij van heuvels,
-die zich Zuidwaarts uitstrekten. De betooverende aanblik, welke het
-landschap aanbood, werd nog vermeerderd, wijl de zonneschijn als een
-verblindend witte doch ondoordringbare sluier, een geheimzinnig waas
-over het geheel wierp.</p>
-<p>Toen de kamerheer door het park in de straat kwam <span class=
-"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>begon
-het groeten, want hij kende de geheele stad. Lange oefening had het hem
-mogelijk gekost geenen groet ongemerkt te laten voorbijgaan. Aan de
-paarden wist hij dadelijk, aan wie de rijtuigen behoorden, en hij kon
-zijnen groet dus gereed houden. Oude of jonggetrouwde dames, die niet
-konden of wilden uitgaan en die door de ramen naar de voorbijgangers
-zagen, konden er op rekenen, dat de kamerheer niet zou vergeten, haar
-te groeten: hij wist al te goed, hoezeer zij hierop waren gesteld;
-terzelfder tijd kon hij echter ook het oog houden op de beide
-trottoirs, of iemand daar ook den hoed voor hem afnam, ja, zelfs den
-heeren, die op het achterbalkon van den tram stonden, werd in het
-voorbijgaan een groet toegeworpen.</p>
-<p>Hij was dan ook een van de meest geziene personen in het
-&bdquo;<span lang="en">high life</span>&rdquo; van de hoofdstad,
-ofschoon hij misschien meer gevreesd dan bemind werd, want hij had eene
-scherpe tong en was van alles, wat voorviel, op de hoogte.</p>
-<p>V&oacute;&oacute;r eenen winkel in de Koningstraat stond het rijtuig
-van den minister Bennecken; George Delphin wilde juist den koetsier
-aanspreken, toen juffrouw Bennecken den winkel reeds uitkwam.</p>
-<p>&bdquo;Och beste kamerheer,&rdquo; begon zij, &bdquo;dat komt al
-heel goed uit, dat ik u ontmoet. Rijd met mij mee naar huis. Mama heeft
-mij uitgezonden, om garneersel voor eene japon te koopen, en ik ben er
-bijna zeker van, dat ik eene slechte keuze heb gedaan. Zoo gij met mij
-meegaat, heeft zij niet de gelegenheid mij te beknorren.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het spijt mij werkelijk, juffrouw Bennecken, maar ik ben op
-weg naar mijn Departement. Wat zou uw vader zeggen, zoo ik niet op
-mijnen tijd paste?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, wil u mij wijs maken, dat u bang voor Papa is? Kom
-maar;&rdquo; zij maakte een weinig voor hem plaats en hij kwam naast
-haar in het rijtuig zitten.</p>
-<p>&bdquo;Ik kan mij zeer goed begrijpen, dat meneer Delphin
-<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name=
-"pb48">48</a>]</span>aarzelde, juffrouw Bennecken te
-vergezellen,&rdquo; zeide een jong heer, die juist met eene dame de
-equipage voorbij liep.</p>
-<p>&bdquo;Ja ik vind het zeer natuurlijk. Arm kind, wat is zij
-leelijk,&rdquo; antwoordde de dame, en zij vertrok even haren mond.</p>
-<p>&bdquo;Leelijk haar, leelijke tint, grooten mond, een&rsquo; kleinen
-platten neus, en eene taille die veel te wenschen overlaat, het eenige
-wat gezien mag worden zijn hare oogen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vindt gij hare oogen mooi,&rdquo; vroeg de dame, en zij zag
-hem aan.</p>
-<p>&bdquo;O neen, niet zoo als die van eene andere, die ik ken,&rdquo;
-antwoordde hij galant, &bdquo;maar die oogen zijn nog het beste, wat
-zij der wereld toonen kan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O ja, zij heeft ook die vervelende hondenoogen, dom van
-uitzicht.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Heel dom moet zij dan ook zijn, is het niet?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, als eene gans, dat is algemeen bekend.&rdquo;</p>
-<p>Ondertusschen reed de kamerheer Delphin met juffrouw Bennecken
-denzelfden weg terug, dien hij juist was afgekomen. De
-minister<a class="noteref" id="xd26e1080src" href="#xd26e1080" name=
-"xd26e1080src">1</a> woonde in de Kristiaan Auguststraat.</p>
-<p>Toen zij de koetspoort inreden, ontmoetten zij een slank jong
-meisje, dat juffrouw Bennecken groette.</p>
-<p>&bdquo;Wie was dat,&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p>&bdquo;Eene nicht van Mo, zij heet Christine, vindt gij haar niet
-heel mooi?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Naar mijnen smaak is zij te lang,&rdquo; antwoordde de
-kamerheer.</p>
-<p>Het huis van den staatsraad was in deftigen stijl gemeubileerd, men
-zag dadelijk, dat alles op effect was ingericht. De dubbele deuren
-stonden open en gaven toegang tot eene rij vertrekken, waarvan
-mevrouw&rsquo;s boudoir het <span class="pagenum">[<a id="pb49" href=
-"#pb49" name="pb49">49</a>]</span>laatste was; mollige tapijten
-bedekten den grond en zware gordijnen hingen v&oacute;&oacute;r de
-vensters.</p>
-<p>De vrouw des staatsraads ontving den kamerheer buitengewoon
-vriendelijk; zij stelde zijne visites op prijs, en met een verlicht
-hart zag Hilda, dat zij eene goede ingeving had gehad, toen zij hem
-mede had getroond.</p>
-<p>Mevrouw was in eene lichtgrijze morgenjapon gekleed en een kanten
-mutsje bedekte het haar. Ofschoon zij reeds vijf en vijftig jaar oud
-was, kon men haar evenwel nog eene schoone vrouw noemen, met een paar
-schrandere maar koele oogen. In hare jeugd was zij eene gevierde
-schoonheid geweest en voor mooie menschen had zij zelfs bepaalde
-sympathie behouden.</p>
-<p>In gezelschap was zij levendig zonder geestig te zijn, en deftig
-zonder stijf te schijnen; haar glimlach was innemend, en zoude zulks
-nog meer geweest zijn, zoo die niet al te zeer aan dien glimlach had
-herinnerd, welke als een familietrek, allen dames eigen is, welke hare
-zes voortanden op eene plaat in den mond hebben.</p>
-<p>In het salon bevond zich ook de heer Alfred Bennecken, de jongste
-zoon des huizes. Kort geleden was hij in de hoofdstad gekomen, en zijn
-goede vriend Hiorth was hem juist een bezoek komen brengen. De jonge
-hulpcommies school zoo ver hij kon in eenen hoek van het vertrek weg,
-want hij moest op zijn bureau zijn, en het trof al heel ongelukkig, dat
-juist de bureau-chef nu hier moest komen. Delphin groette hem daarom
-juist bijzonder vriendelijk.</p>
-<p>&bdquo;Nu moet gij&#8202;&hellip;. meneer Delphin,&rdquo; zeide
-mevrouw, &bdquo;ons uw oordeel over eene zaak zeggen. Alfred is zoo
-teleurgesteld, de arme jongen, dat Papa hem geene aanstelling in zijn
-Departement wil geven. Alfred beweert, dat het niets dan natuurlijk en
-<i>Europeesch</i> is&mdash;zooals hij altijd zegt&mdash;dat Papa hem
-wat voorthelpt, maar gij weet, hoe bang Dani&euml;l altijd is, de
-minste aanleiding tot aanmerkingen aan de oppositie te geven, en
-daarom&#8202;&hellip;.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb50" href=
-"#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;En daarom wil hij mij in die ellendige revisie-afdeeling
-plaatsen,&rdquo; viel Alfred in, &bdquo;waar ik geen sterveling ken,
-terwijl ik er juist zoo op had gevlast met Hiorth op hetzelfde bureau
-werkzaam te kunnen zijn&#8202;&hellip;. waar is Hiorth naar toe
-gestoven?&rdquo;</p>
-<p>Deze kwam nu van achter eene groote palmplant te voorschijn, en
-speelde verlegen met zijn blond kneveltje.</p>
-<p>&bdquo;Ja, het is werkelijk jammer voor Alfred,&rdquo; ging mevrouw
-voort, &bdquo;Dani&euml;l is altijd zoo streng ten zijnen opzichte
-geweest.&rdquo;</p>
-<p>Nu trokken echter de stalen, die Hilda had meegebracht hare
-aandacht, en spoedig lag de geheele tafel vol. George Delphin hielp
-mevrouw uitzoeken, en Hilda werd niet beknord.</p>
-<p>De jonge heeren bleven voor het raam staan.</p>
-<p>&bdquo;Noem je dat geen overvloed van geluk, Hiorth, zij woont hier
-aan huis, zij is familie van Mo&mdash;Mo, die bode bij Papa
-is.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Van Anders den Almachtige,&rdquo; zeide Hiorth.</p>
-<p>&bdquo;Noemt gijlieden hem zoo aan het Departement&#8202;&hellip;.
-dat is al een zeer goede naam voor hem; ja, zie je, Anders de
-Almachtige is een broer van haren vader&mdash;een gemeene rakker
-overigens, die van concubinaat is aangeklaagd. Heb je ze
-gezien&#8202;&hellip;. anders wil ik je met haar bekend
-maken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waart ge in hare vroegere woonplaats goed met haar
-bekend?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O ja&#8202;&hellip;. zoo tamelijk,&rdquo; antwoordde Alfred,
-en hij kneep even de oogen dicht.</p>
-<p>&bdquo;Je zult zien, dat het met haar zal gaan als met haren
-vader?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat?&rdquo; vroeg Alfred.</p>
-<p>&bdquo;Concubinaat,&rdquo; fluisterde Hiorth.</p>
-<p>Deze geestige zet wekte zoo de vroolijkheid der heeren op, dat zij
-de kamer moesten uitgaan, om op de trap er hartelijk over te kunnen
-uitlachen. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name=
-"pb51">51</a>]</span></p>
-<p>Het was bijna &eacute;&eacute;n uur, toen de hoofdcommies aan het
-Departement kwam.</p>
-<p>Op zijne tafel lag eene menigte stukken, en Mo was juist bezig met
-het lezen van eenige documenten in een geel omslag.</p>
-<p>&bdquo;Wat zijn dat voor stukken, Mo,&rdquo; vroeg Delphin
-gehaast.</p>
-<p>&bdquo;Dit stuk handelt over eenen twist, die over het recht op
-zeewier aan de westkust ontstaan is, en is, naar mij voorkomt, eene
-zaak, welke voor de rechtbank moet gebracht worden,&rdquo; antwoordde
-Mo, die door zijn lang verblijf aan het Departement natuurlijk veel
-verstand van zulk zaken had gekregen, en volkomen met de termen, bij
-het soort van Departement in gebruik, bekend was.</p>
-<p>De bureauchef luisterde niet naar het antwoord, maar las reeds een
-paar brieven, die aan hem persoonlijk waren gericht.</p>
-<p>&bdquo;Och, breng dien hoop papieren naar Mortensen en zeg hem, dat
-hij ze naziet en sorteert,&rdquo; zeide hij op ongeduldigen toon. Toen
-Mo bij Mortensen in de kamer trad, was deze nog drukker dan zijn chef,
-want hij schreef, zoo tusschen het werk door, een artikel voor zijne
-courant.</p>
-<p>&bdquo;Leg dat pak maar voorloopig in den chaos,&rdquo; zeide hij,
-zonder zelfs op te zien.</p>
-<p>De &bdquo;chaos&rdquo; was een loket, dat het dichtst bij den vloer
-was, en onder het bijzonder opzicht van Mortensen stond. Anders Mo nam
-het <span class="corr" id="xd26e1157" title="Bron: paket">pakket</span>
-weer op, maar hij draaide het zoo, dat de papieren met het gele omslag
-beneden kwamen te liggen; de gele kanten vouwde hij zelfs een weinig
-naar binnen, en toen schoof hij alles zoover mogelijk in den chaos,
-waar reeds vele andere stukken lagen. Anders Mo, die zijnen naam
-Vatuemo tot Mo verkort had, was met den staatsraad bekend geraakt, toen
-deze nog assessor was. In dien tijd was Mo handelaar in het klein in
-etenswaren, en daar hij vlak naast den assessor woonde, was hij in de
-gelegenheid aan de familie kleine diensten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span>te
-bewijzen; weldra was hij zoo in gunst gestegen, dat hij bijna even
-onontbeerlijk voor Mevrouw als voor Mijnheer was.</p>
-<p>Toen de assessor in rang steeg en zelfs tot staatsraad werd benoemd,
-klom Mo ook op, en verkreeg het ambt van bode bij het Departement.</p>
-<p>Voor deze betrekking was hij als geknipt; als eene kat sloop hij van
-boven naar beneden, en het duurde maar kort, of hij was volkomen te
-huis in elken hoek van het gebouw, en bekend met al de geheimen en
-intriges van het Departement. Allen hadden min of meer respect voor
-hem, en de staatsraad zelf scheen zich geheel door hem te laten
-beheerschen, wat niemand kon begrijpen, maar het feit bestond; en ieder
-was er volkomen van overtuigd, dat Anders Mo de machtigste man aan het
-ministerie was. In het groote huis, hetwelk de staatsraad
-bewoonde&mdash;hij had eene vrouw met geld getrouwd&mdash;had Mo de
-portierswoning betrokken. Wel is waar was die half in den grond
-gebouwd, en dus gedeeltelijk een kelder, maar wanneer men uit het
-kamertje van den conci&euml;rge de drie trapjes af ging naar de andere
-vertrekken, zagen die er vroolijk en gezellig uit, wijl het volle
-daglicht ongehinderd door de hoog in den muur aangebrachte vensters
-viel.</p>
-<p>Toen Christine bij hem was komen inwonen, was de middelste kamer tot
-slaapvertrek voor haar ingericht.</p>
-<p>Nu moest echter haar Oom, zoo hij naar zijn kamertje wilde gaan,
-altijd door het hare komen. Dit was juist niet zoo pleizierig, maar
-eigenlijk kon het haar niet veel schelen. Oom Anders was zoo
-vriendelijk tegen haar, en de mooie groote stad was zoo rijk aan
-verrassing voor haar geweest, dat het gevoel van heimwee, waaraan zij
-in het begin had geleden, spoedig verdwenen was.</p>
-<p>Bovendien troostte het haar op eene plaats te zijn, waar niemand
-wist, aan welke schande haar vader zich <span class="pagenum">[<a id=
-"pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>zelf en dus ook haar had
-blootgesteld. De familie van den staatsraad was altijd even vriendelijk
-en juffrouw Hilda was zelfs een paar maal blijven staan, om een praatje
-met haar te houden.</p>
-<p>Christine vond het meer dan voorkomend, dat zulk eene voorname jonge
-dame met haar, die toch maar een eenvoudig boerenmeisje was, wilde
-staan praten; daarentegen wist zij de vriendelijkheid van den candidaat
-niet op den rechten prijs te stellen. Ten eerste was zij er zeker van,
-dat Alfred wist, waarvan haar vader was beschuldigd, en dan was er in
-den toon zijner stem en in de familiare wijze, waarop hij haar groette,
-iets, dat haar angst aanjoeg. Neen, dan mocht zij den doktor, den
-oudsten zoon in de familie, beter lijden, maar met hem had zij slechts
-tweemaal gepraat.</p>
-<p>Toen Christine een paar weken, in de stad was geweest, kreeg zij
-een&rsquo; brief van huis.</p>
-<p>&bdquo;Lieve Christine! De kat mist je zeer, zij doet niets dan
-mauwen en je vader mist je ook zeer, maar hij toont het op eene andere
-manier, namelijk hierin, dat hij machtig veel graaft en spit en hakt en
-als een mijnwerker steenen op zijnen akker laat springen, dat hooren en
-zien een&rsquo; mensch vergaat, en het zelfs gevaarlijk is langs zijnen
-akker te gaan van wege de steenen, het zand, het gruis en de klompen
-aarde, die in de lucht rondvliegen; daarbij is de weg op zichzelf
-slecht, zoodat ik medelijden heb met het vee en de lieden die er over
-moeten gaan.</p>
-<p>De reden hiervan is, dat men niet weet, wien dat stuk van den weg
-toebehoort, en de Lensmand heeft mij naar den rotmeester (korporaal)
-gezonden en de rotmeester heeft mij naar den ingenieur van de openbare
-wegen gestuurd, die kapitein is, zoodat je zelf wel begrijpen kunt, wat
-dat helpen zou. Maar je vader houdt zich beter dan ik gedacht had zoo
-alleen, maar vier van de koeien heeft hij verkocht, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>wat maar
-goed is, want het geleek op de verwoesting van Sodom en Gomorra in den
-koestal en in de melkkamer, daar de koeien onder het melken zoo
-schopten; maar jouw zwarte koe en die, welke hij bij den pachter van
-den domin&eacute; heeft gekocht, zijn er nog, en geven goed melk, omdat
-hij ze naar mijn domme verstand te veel voer geeft, wat hij echter niet
-erkennen wil; hij wordt zelfs boos als men er van spreekt. Veranderlijk
-weer hebben wij gehad, regenbuien en storm op zee, zooals ik ook in de
-couranten heb gelezen, dat een hevige cycloon over den Atlantischen
-oceaan en het kanaal is gevaren en een groot vaartuig van <span class=
-"corr" id="xd26e1185" title="Bron: Cristiania">Christiania</span>, dat
-van Kubach kwam&mdash;of was het misschien Nevrok&mdash;zijn voormast
-verloren heeft; maar daarnaar kunt ge vragen en er mij eene nauwkeurige
-beschrijving van geven. Je vader groet je, zoo ook met buitengewone
-hoogachting: de ondergeteekende</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Lauritz Boldemann Sechus</span>.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1080" href="#xd26e1080src" name="xd26e1080">1</a></span> In
-Noorwegen heeft een minister den titel van staatsraad.
-(Vert.)&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd26e1080src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In den herfst, wanneer de familie Falck-Olsen van hare
-villa naar de stad terugkeerde, gaf zij altijd een groot bal.</p>
-<p>De groothandelaar&mdash;op dien titel was hij zeer
-gesteld&mdash;hechtte zeer aan dit bal, waarop hij, behalve de
-jongelui, die werken, dat is dansen moesten voor hun souper, ook eenige
-der voornaamste famili&euml;n van de stad uitnoodigde.</p>
-<p>Wanneer al de jongelui me&ecirc; werden ge&iuml;nviteerd, vond hij,
-dat hij zijne uitnoodigingen tot buiten zijnen gewonen kring kon
-uitstrekken: hij had toch gelukkig ruimte genoeg in zijn huis; wanneer
-hij kleinere partijen gaf, ging het moeielijker.</p>
-<p>Maar de groothandelaar Falck-Olsen behoorde tot de parvenus
-<span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
-"pb55">55</a>]</span>in de hoofdstad, zijn naam had nog te weinig
-goeden klank. Hij was een vermogend man geworden door het verkoopen van
-bouwgrond, en door een&rsquo; houthandel; in het begin van zijne
-loopbaan was alles echter op zeer kleine schaal ingericht geweest. Nu,
-zooals gezegd is, was hij rijk en was het het doel van zijn streven
-toegang tot de hoogere kringen in de maatschappij te verkrijgen. Op den
-staatsraad Bennecken, met wien hij kennis had gemaakt, toen deze nog
-assessor was, stelde hij zijne hoop, en de vriendschappelijke
-verhouding scheen van jaar tot jaar inniger te worden. De dames in de
-stad verwonderden er zich ten hoogste over, want de familie Bennecken
-behandelde een ieder nog al uit de hoogte; de heeren meenden, dat zulks
-door zaken kwam; Falck-Olsen had den minister zeker wel eens aan geld
-geholpen, en eenigen geloofden zelfs, dat hij nu en dan nog wel eens
-bijsprong. In het algemeen maakte men zich een weinig over den ijdelen
-koopman vroolijk, want, daar hij door eigen arbeid zijn geld verworven
-had, beteekende die rijkdom in de oogen van de meesten niet veel.
-George Delphin placht te zeggen: &bdquo;dit is het onaangename van de
-geschiedenis, dat juist wanneer men denkt met den voornamen
-groothandelaar Falck te spreken, men op eens bemerkt, dat men met den
-simpelen houthandelaar Olsen staat te praten.&rdquo;</p>
-<p>Mevrouw Falck-Olsen deelde volstrekt den smaak van haren man niet
-voor groote partijen: zij hield meer van kleine gezellige
-damestheevisites. Het was niet bekend, waar zij geboren en opgevoed
-was; haar stamboom was, zoo drukte de kamerheer Delphin zich uit,
-&eacute;&eacute;n van de eerste boomen geweest, dien haar man had
-ne&ecirc;rgeveld, toen hij in rang begon te stijgen. Intusschen had zij
-zeer goed haren man op zijnen weg kunnen volgen, omdat zij leerzaam van
-karakter zijnde, ook eene groote mate van geduld bezat; haar optreden
-was tevens zoo, dat zij een <span class="pagenum">[<a id="pb56" href=
-"#pb56" name="pb56">56</a>]</span>niet al te scherp contrast met de
-elegante woning maakte.</p>
-<p>Wel had Delphin voor gewoonte, haar in het geheim nog
-&bdquo;madam&rdquo;<a class="noteref" id="xd26e1211src" href=
-"#xd26e1211" name="xd26e1211src">1</a> Olsen te noemen, en ook was het
-&eacute;&eacute;n zijner altijd terugkeerende geestigheden, de bals in
-het &bdquo;danslokaal&rdquo; bij Olsen te beschrijven. Zij evenwel, die
-mevrouw kenden, waren het er allen over eens, dat, z&oacute;&oacute;
-mevrouw soms tegen de etiquette zondigde, die fout te vergeven was,
-omdat hare goedhartigheid daar ruim tegen op woog. Zij had eene statige
-houding, en zooals zij nu v&oacute;&oacute;r de komst der gasten in een
-licht grijze moir&eacute; japon al de vertrekken nog eens doorging om
-te zien of alles in orde was, zag zij er zelfs heel goed uit. Haar man
-ging van het eene vertrek naar het andere, maar hij was onrustig en
-zenuwachtig; de bedienden werden ieder oogenblik door hem beknord, en
-telkens keek hij op zijn horloge.</p>
-<p>&bdquo;Wat scheelt je vandaag, manlief,&rdquo; vroeg mevrouw,
-&bdquo;je stelt je aan, alsof je den koning zelf verwacht!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zeur niet en bemoei je maar met je eigen zaken,&rdquo;
-antwoordde hij.</p>
-<p>Een oogenblik later kwam hij naar haar toe, en zei op een toon, die
-onverschillig moest heeten: &bdquo;van morgen vroeg ik den consul Lind
-ons bal te komen bijwonen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ben je mal?&rdquo; vroeg mevrouw.</p>
-<p>&bdquo;Wat? Ben ik misschien niet even goed als hij, en het kwam zoo
-ter sprake: wij ontmoetten elkaar op de Acti&euml;n-Bank.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Verzocht je zijne dames ook?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen,&rdquo; luidde het antwoord eenigszins aarzelend.</p>
-<p>&bdquo;Nu, dan kunt gij er stellig op rekenen, dat hij niet komt;
-dat was vreeselijk dom van je, Ole Johan!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo!&rdquo; bromde haar man tusschen de tanden; het was
-<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name=
-"pb57">57</a>]</span>echter meer dan eens gebeurd, dat zijne vrouw de
-zaak beter had ingezien dan hij.</p>
-<p>De oudste dochter kwam nu binnen. Den heer des huizes ontsnapte een
-vloek, en mevrouw riep uit: &bdquo;maar lief kind, wat beteekent dit
-nu,&rdquo; en beiden staarden zij stijf van verwondering hunne dochter
-aan.</p>
-<p>Juffrouw Louise was in eene zwart wollen japon gekleed en een smal
-geplooid kraagje stond hoog tegen den hals aan, het haar was in een
-kleine wrong opgestoken, terwijl grove katoenen handschoenen, die haar
-volstrekt niet pasten, het toilet voltooiden.</p>
-<p>Eerst trachtte zij hare ouders onbevreesd in de oogen te zien, doch
-op eens barstte zij in schreien uit. &bdquo;Hans&#8202;&hellip;.
-Hans&#8202;&hellip;. heeft gezegd&#8202;&hellip;. dat ik mij zoo moet
-kleeden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hans&#8202;&hellip;. maar nu raakt mijn geduld ten
-eind,&rdquo; riep haar vader uit, &bdquo;en gaat hij voort, je op die
-manier het leven zuur te maken, zoo is het maar het best het engagement
-te verbreken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;St&#8202;&hellip;. St, Ole Johan! Maak je niet zoo driftig.
-Laat mij maar een oogenblik met Louise spreken. Ik hoor daar reeds
-eenige gasten in de vestibule.&rdquo;</p>
-<p>Haar man verliet dadelijk het vertrek om de eerste gasten te
-ontvangen, en mevrouw ging met Louise naar boven om haar moed in te
-spreken.</p>
-<p>De gasten, eenige langbeenige jongeheeren, waren zeer verlegen, dat
-zij het eerst waren gekomen. Zij gingen achter elkander de vertrekken
-door, eindelijk kwamen zij in eenen hoek van het verst afgelegen
-kabinet te recht, waar zij hunne linkschheid trachtten te verbergen
-door onder elkander te lachen over niets.</p>
-<p>Het eene rijtuig na het andere hield nu voor de deur stil en weldra
-waren velen der gasten gekomen. De gastheer ontving de genoodigden in
-het eerste vertrek, mevrouw zat in het kleine salon, voor de groote
-danszaal. De jongste dochter Sophie en de kamenier waren nog bezig,
-<span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name=
-"pb58">58</a>]</span>Louise een meer presentabel voorkomen te geven;
-eindelijk kwamen de beide zusters binnen.</p>
-<p>Juffrouw Sophie was een mooi meisje en haars vaders lieveling. Hij
-ging van het groote plan zwanger, voor haar een&rsquo; echtgenoot in de
-hoogste kringen te zoeken, en hij was onvermoeid, haar opmerkzaam op
-zoogenaamd goede partijen te maken. Half in ernst half in scherts
-luisterde zij naar hem, maar toen hij op zekeren dag haar den kamerheer
-George Delphin als eene geschikte partij voorsloeg, dacht zij wat
-ernstiger over de zaak na en besloot eene poging te wagen. Zij zag er
-van avond allerliefst uit in hare witte baljapon, waarvan de rok en het
-zijden lijf rijk met strikken waren gegarneerd. Zij fluisterde haar
-moeder even in welke moeite zij had gehad, Louise in een ander toilet
-te doen verschijnen, en mengde zich toen onder de gasten.</p>
-<p>Louise zag er uit als een slachtoffer. Zij had nu eene witte japon
-aan, en ook handschoenen, die bij het overige toilet pasten; in het
-laatste oogenblik was het der kamenier zelfs nog gelukt haar een takje
-meibloemen in het haar te steken.</p>
-<p>Met angstige blikken zag zij overal naar Hans rond, maar daar zij
-hem niet in het oog kon krijgen, liet zij zich eerst voor
-&eacute;&eacute;nen dans, en toen voor nog eenen
-engageeren&#8202;&hellip;. wat haar &oacute;&oacute;k verboden was; ten
-laatste stond zij, v&oacute;&oacute;r zij het zelf wist, temidden van
-een groepje jonge dames, met wie zij naar hartelust praatte en lachte;
-toen een der heeren haar het balboekje uit de hand nam, ten einde
-zijnen naam nog bij een der dansen te schrijven, was zij zelf ten
-uiterste verwonderd, dat hij het haar zichtbaar teleurgesteld
-teruggaf&mdash;voor alle dansen was zij reeds ge&euml;ngageerd.</p>
-<p>Hare beste vriendin, Caroline Hjelm, zeide haar, dat zij er nooit
-zoo goed had uitgezien als van avond, maar Louise&rsquo;s hart klopte
-zeer onrustig. <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name=
-"pb59">59</a>]</span></p>
-<p>Meer en meer gasten kwamen er binnen.</p>
-<p>In het midden der groote zaal stonden de jongedames in groepjes en
-deden alsof zij druk met elkaar praatten. Eigenlijk bestond het gesprek
-meest in uitroepen van verwondering en niets beteekenende vragen, op
-welke men ook geen antwoord verwachtte; soms hoorde men eenige
-zenuwachtig lachen, want allen waren te zeer van het gewicht van het
-oogenblik vervuld, om oog of oor voor iets anders te kunnen hebben
-dan&#8202;&hellip;. voor het balboekje met volgeschreven namen.</p>
-<p>De heeren stonden bij de deuren; eindelijk vatten zij moed, gingen
-dwars door de zaal naar de plaats, waar de jonge dames stonden, maakten
-eene buiging, vroegen om een&rsquo; dans, liepen elkaar tegen het lijf,
-struikelden over de lange slepen der dames en verloren hunne kleine
-balpotlooden. De twee vrienden Hiorth en Bennecken, die beiden aan
-juffrouw Sophie Falck-Olsen het hof maakten, kwamen haar tegelijk om
-een dans vragen. Zij had nog maar &eacute;&eacute;n dans vrij en dien
-schonk zij Bennecken. Hiorth vertoonde een gelaat, dat vertwijfeling
-moest uitdrukken, en engageerde nu Hilda Bennecken, die daar juist in
-de buurt stond.</p>
-<p>Zij had nog vele dansen vrij, want ofschoon zij als dochter des
-ministers er zeker van kon zijn, dat zij niet den geheelen avond zou
-behoeven te zitten, zoo behoorde zij tot degenen, die men het laatste
-ten dans vroeg, en niemand gaf zich zelfs eenige moeite, het haar niet
-te laten merken, dat men haar welstaanshalve vroeg.</p>
-<p>De kamerheer Delphin, die door den staatsraad bij de Falck-Olsens
-was ge&iuml;ntroduceerd, danste zeer zelden. &bdquo;Hij was er te oud
-voor,&rdquo; zei hij zelf; nu en dan danste hij een paar maal eenige
-toeren met die jongere getrouwde dames, welke in zijn&rsquo; tijd
-gevierde schoonheden waren geweest. Toen hij echter het gezicht zag,
-dat Hiorth trok, nadat hij juffrouw Bennecken ten dans had gevraagd,
-<span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name=
-"pb60">60</a>]</span>ging hij door de zaal, maakte eene buiging voor
-haar en vroeg met haar eens te mogen dansen.</p>
-<p>Een gloeiend rood overtoog haar gelaat, en zij zag hem eenigszins
-wantrouwend aan; zij wist toch, hoe hij er van hield, de menschen voor
-den gek te houden.</p>
-<p>Ondertusschen had hij reeds haar balboekje in de hand genomen, en
-vroeg haar om de Fran&ccedil;aise na het souper. Zij kon niet goed
-&bdquo;neen&rdquo; antwoorden, ofschoon zij daartoe veel lust had.</p>
-<p>Delphins wijze van handelen had zeer de opmerkzaamheid in de zaal
-getrokken, de dames staken de hoofden bijeen en fluisterden met
-elkander. Hilda Bennecken voelde zich zeer ongelukkig en verlegen, wat
-haar leelijker dan ooit maakte. Zij nam haar toevlucht tot Louise, die
-juist in eenen aanval van moedeloosheid, haren nood aan Caroline Hjelm
-klaagde.</p>
-<p>Eenige heeren, die er acht op hadden gegeven, dat George Delphin
-juffrouw Bennecken voor eenen dans had ge&euml;ngageerd, geloofden, dat
-zulks een&rsquo; verstandige zet van hem was geweest, en zij haastten
-zich dus zijn voorbeeld te volgen. Tegen alle gewoonte kreeg Hilda haar
-balboekje vol, en er stonden zelfs de namen van de meest fashionable
-cavaliers in te lezen.</p>
-<p>Het bal werd met eene Polonaise geopend; de gastheer en de vrouw des
-ministers waren het eerste paar. De staatsraad was nog niet
-gekomen.</p>
-<p>&bdquo;Dani&euml;l heeft het tegenwoordig zoo ontzaglijk
-druk,&rdquo; zeide mevrouw tot verontschuldiging.</p>
-<p>Daar de consul Lind er ook nog niet was, gevoelde de heer
-Falck-Olsen zich niet recht in zijnen schik. Onder de wandeling
-verbeterde zijn humeur zich wat, want de zaal leverde een fraai gezicht
-op.</p>
-<p>De kamerheer mocht zeggen, wat hij wou van &bdquo;Olsens
-Danslokaal,&rdquo; eene fraaier balzaal was er bijna niet in de stad te
-vinden en toen de lange rijen feestelijk gekleede <span class=
-"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>dames en
-heeren op de tonen der muziek door de zaal wandelden, straalden de
-oogen van den gastheer van trots.</p>
-<p>Er waren dan ook vele voorname lui; de uniformen maakten een goed
-effect, en verscheidene heeren droegen een ordelint in het knoopsgat.
-Bankiers, kooplieden, professoren, kamerheeren, buitenlandsche consuls,
-allen waren er vertegenwoordigd; aan deftige, welluidende titels
-ontbrak het niet; het was dan ook een werkelijk genot voor den
-gastheer, die titels telkens te noemen, terwijl hij met de vrouw des
-ministers de zaal rondwandelde.</p>
-<p>&bdquo;Hoe allerliefst ziet uwe Sophie er van avond uit,&rdquo;
-zeide mevrouw met een innemend lachje.</p>
-<p>&bdquo;Het is mij hoogst aangenaam dit te hooren; ja, ik vind ook,
-zoo ik de waarheid wil zeggen, dat Sophie iets gedistingueerds over
-zich heeft.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Juist wat ik wilde zeggen,&rdquo; antwoordde mevrouw, en zij
-lachte hem in stilte uit. Nu wilde de gastheer ongelukkiger wijze
-mevrouw ook een compliment maken, en daar Hilda Bennecken juist met een
-niet zeer jong heer, een leeraar of iets dergelijks, zich bij de
-Polonaise had gevoegd, begon hij haar uiterlijk buitensporig te
-prijzen.</p>
-<p>&bdquo;Och, geef u die moeite niet,&rdquo; riep mevrouw uit,
-&bdquo;onze dochter Hilda kan op geene schoonheid bogen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar mevrouw&mdash;ik vind juist het tegendeel,&rdquo;
-stamelde de gastheer.</p>
-<p>&bdquo;U is waarlijk al te vriendelijk, mijnheer Falck-Olsen,&rdquo;
-en mevrouw lachte eenigszins gedwongen. De gastheer begreep, dat hij
-zich dom had aangesteld.</p>
-<p>Hij kreeg echter weldra gelegenheid dien dommen streek goed te
-maken. Haar zoon Alfred stond in hunne nabijheid en hij begon nu dezen
-zeer te prijzen; tot zijne voldoening merkte hij, dat mevrouw met
-belangstelling naar hem luisterde, terwijl haar blik den jongsten zoon
-volgde.</p>
-<p>Nu nam het dansen een aanvang; ofschoon de muziek uitstekend was,
-scheen de echte danslust er nog niet <span class="pagenum">[<a id=
-"pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>te zijn. De drie groote
-kronen en de lustres aan de wanden goten een zee van licht uit in de
-fraai gedecoreerde zaal. Aan de eene zijde bevonden zich kleine
-kabinetten, waar een aangenaam half donker heerschte, en
-waar&mdash;zooals mevrouw Bennecken zeide, de beenen konden rusten en
-de harten spreken. Alfred danste met eene uitdrukking op het gelaat,
-welke voor hoogst <i lang="fr">comme il faut</i> wordt gehouden, als
-een daglooner, die, om aan den kost te komen, hard moet werken.</p>
-<p>Op dezelfde wijze danste zijn vriend Hiorth. Over het geheel hadden
-de heeren dat onverschillige voor alles in hun voorkomen, dat
-welopgevoeden jongelui past. Slechts eenige getrouwde heeren van
-middelbaren leeftijd, die met de jongste dames dansten, zagen er uit,
-alsof zij er werkelijk pleizier in vonden, in het zweet huns aanschijns
-rond te draaien.</p>
-<p>Na elken dans verdwenen de heeren in de meer afgelegene vertrekken,
-die op de plaats uitkwamen, en daar deden zij zich aan punch en toddy
-te goed. Kwam men hun zeggen, dat een andere dans begon, dan werd de
-sigaar uit den mond genomen, en met een&rsquo; ontevreden trek op het
-gezicht maakten zij zich gereed weg te gaan. Eerst namen zij echter nog
-gauw een glas punch of cognac, alsof zij eene reis in een&rsquo; kouden
-winternacht moesten ondernemen; eindelijk sleepten zij zich met moeite
-naar de zaal, waar zij de dames op den geur van tabak en wijn
-onthaalden.</p>
-<p>De eene dans volgde op den anderen, maar de rechte vroolijkheid kwam
-maar niet, zooals het gewoonlijk in de eerste uren gaat.</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, het zal wel beter worden,&rdquo; mompelde de gastheer
-bij zichzelf, &bdquo;wanneer de heeren wat meer &bdquo;onder
-stoom&rdquo; zijn,&rdquo; en hij gaf aan de bedienden bevel, wat meer
-punch en cognac rond te dienen.</p>
-<p>Alfred Bennecken zag er onrustig en geheimzinnig uit. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>Wanneer
-iemand hem vroeg, voor welke dame hij den volgenden dans bestemd had,
-gaf hij een ontwijkend antwoord. Zijn vriend Hiorth merkte zelfs, dat
-hij voor de meesten der eerste dansen niemand ge&euml;ngageerd had.
-Bennecken scheen op iets te wachten.</p>
-<p>De met zulk een&rsquo; angst verwachte Hans was eindelijk gekomen.
-Louise had hem slechts vluchtig in het voorbij dansen gezien. Zij had
-haar oordeel in zijn bleek gezicht gelezen, en was daardoor bijna half
-dood van schrik. Maar de jonge candidaat Smith, met wien zij danste,
-sprak op zulk eene boeiende wijze over eene voetreis, die hij in
-Jotunheim gemaakt had, dat zij telkens haar verdriet vergat; toen zij
-een oogenblik daarna haren verloofde nergens meer zag, wiegde zij haar
-geweten met iets in slaap, dat zij wist, dat Hans met den naam van
-&bdquo;verslaafdheid aan de zonde&rdquo; zoude betitelen.</p>
-<p>Toen de dans ge&euml;indigd was, zocht zij in de zaal naar Caroline
-Hjelm om haren bijstand te vragen. Deze was eene nicht van Hans, en
-volstrekt niet bang voor hem. Louise smeekte hare vriendin bij de
-vriendschap, die zij elkaar toedroegen, naar Hans te gaan om hem te
-verklaren, dat men haar gedwongen had in een passend baltoilet te
-verschijnen en hem te vragen of hij erg boos op haar was.</p>
-<p>Caroline was dadelijk bereid, dit te doen; zij durfde Hans zeer goed
-hare meening zeggen. Zij zocht hem in alle vertrekken, en vond hem
-eindelijk snuffelende in eene boekenkast.</p>
-<p>&bdquo;Goeden avond Hans! Louise laat je door mij vragen, of zij
-eenen dans voor je open zal houden,&rdquo; zeide Caroline en zij knikte
-hem vriendelijk toe.</p>
-<p>Hij keek haar eerst met zijne lichtblauwe kleine oogen strak aan;
-maar toen zijn blik op de verstokte Caroline volstrekt geene uitwerking
-scheen te maken, vroeg hij: &bdquo;Heeft Louise je werkelijk gezegd,
-dit aan mij te vragen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb64" href=
-"#pb64" name="pb64">64</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Ja, waarom niet? Denk je misschien, dat het zonde is te
-dansen. Toen ik mijne belijdenis had afgelegd, zeide de domin&eacute;,
-dat het geoorloofd is te dansen, mits men zulks met een rein hart
-doe&#8202;&hellip;. en dat hebt gij toch zeker, neef Hans, is het
-niet?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil niet meer met je spreken Caroline, want gij zijt een
-kind dezer wereld.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Foei, Hans, hoe kunt je zoo praten,&rdquo; riep Caroline
-beleedigd uit, &bdquo;ik kan mij niet begrijpen dat Louise, die zoo
-allerliefst is, jou wil nemen&#8202;&hellip;. voor alles in de wereld
-zou ik je niet voor mijn man willen hebben!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil trachten Louise uit dit huis der zonde te
-redden!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;H&egrave;&#8202;&hellip;. je bent een akelige vent,
-adieu,&rdquo; zei de onverbeterlijke Caroline, en zij keerde naar het
-salon terug.</p>
-<p>Eindelijk kwam de staatsraad Bennecken binnen.</p>
-<p>Hij was een knap rijzig man; zijne bloeiende gelaatskleur trok
-altijd de aandacht, vooral omdat hij geenen baard droeg. Zoodra de
-gastheer hem zag binnen komen, ijlde hij hem tegemoet en boog als een
-knipmes. Had de heer Falck-Olsen, wanneer hij met den staatsraad onder
-vier oogen was, ook de gewoonte op heel familiaren toon met hem te
-spreken, zoo had deze toch, wanneer hij, zooals nu ook het geval was,
-in al zijne deftigheid, met de ordeteekenen op de borst en geheel het
-uiterlijk van den staatsman optrad, iets dat hem ontzag inboezemde.
-Buitendien was de staatsraad zijn voornaamste gast&mdash;het eigenlijk
-glanspunt van het feest, en stralend van geluk geleidde de kleine
-levendige koopman den voornamen heer door de salons.</p>
-<p>Deze begroette de vrouw des huizes zeer hartelijk, sprak een weinig
-met al de oudere dames en was de vriendelijkheid zelf. Toen er eene
-pauze in de balzaal was, ging hij de dochters des huizes begroeten, en
-daarna trok hij zich terug in de bijzondere vertrekken van den
-gastheer, <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name=
-"pb65">65</a>]</span>waar de voornaamste leden van het gezelschap zich
-hadden verzameld.</p>
-<p>De komst van den minister had den stempel op het feest gedrukt.
-Delphin placht altijd te zeggen, dat men bij die Falck-Olsens altijd
-min of meer het gevoel had, alsof het hoofd er ontbrak, want gastheer
-en gastvrouw beiden verloor men zoo spoedig uit het oog, dat men bijna
-hunne tegenwoordigheid vergat.</p>
-<p>Van avond had men echter in den persoon des ministers een punt
-gekregen waarom men zich kon verzamelen, wijl deze, als een intiem
-vriend van de familie, er borg voor was, dat men zich in goed
-gezelschap bevond, en als &rsquo;t ware verlof gaf, zich zoo goed
-mogelijk te amuseeren. De nieuwbakken glans, die nog over alles in het
-huis lag, werd daardoor minder gezien, ja zelfs min of meer gewettigd.
-Nu eerst begon het bal met recht; de &bdquo;daglooners&rdquo;
-glimlachten min of meer onder hunnen zwaren arbeid, en de gastheer
-dacht er niet langer aan, dat consul Lind weggebleven was. Hij wreef
-zich de handen van pleizier, want men begon &bdquo;onder stoom&rdquo;
-te komen; thans nog het souper, en alles ging naar wensch.</p>
-<p>Zoodra Alfred zijn vader had zien binnenkomen, sloop hij naar de
-vestibule, nam zijne overjas en verliet het huis.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1211" href="#xd26e1211src" name="xd26e1211">1</a></span> Dezen
-naam geeft men in het Noorden aan getrouwde dames, die niet op den
-titel van Mevrouw aanspraak kunnen maken. (Vert.)&nbsp;<a class=
-"fnarrow" href="#xd26e1211src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Christine zat in de gezellige voorkamer en schreef
-een&rsquo; brief aan haren vader,&mdash;dat wil zeggen aan den
-opperloods, want Njaedel kon geen geschreven schrift lezen.</p>
-<p>Oom Anders had het portier van het rijtuig, waarmede de staatsraad
-naar het bal zou rijden dichtgeslagen en was toen, zooals &rsquo;s
-avonds zijne gewoonte was, uitgegaan: hij had altijd zoo veel te
-doen.</p>
-<p>Terwijl zij zat en in de lamp tuurde om te bedenken <span class=
-"pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>wat zij
-eigenlijk zou schrijven, werd er aan de deur geklopt en Dokter
-Bennecken trad de kamer binnen.</p>
-<p>&bdquo;Neem mij niet kwalijk&#8202;&hellip;. is Papa al naar het bal
-gereden,&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p>&bdquo;Ja, juist,&rdquo; antwoordde Christine.</p>
-<p>&bdquo;O, dat treft al heel slecht, ik wou met hem meegereden
-zijn.&rdquo;</p>
-<p>Eigenlijk maakte de dokter zich hier aan eene groote onwaarheid
-schuldig, want hij had op den hoek der straat op het wegrijden van
-zijn&rsquo; vader staan wachten. Nu hij echter het doel van zijn
-streven bereikt had: een oogenblik ongestoord met haar te kunnen
-spreken, scheen hem de moed daartoe te ontzinken, en hij zou zeker de
-deur weer zijn uitgegaan, zonder een woord meer te zeggen, zoo
-Christine niet had gezegd: &bdquo;misschien komt het rijtuig wel
-terug.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja dat is best mogelijk&#8202;&hellip;. ja, dat zal het
-zeker,&rdquo; zeide hij.</p>
-<p>Beiden lieten het voorkomen, alsof zij zulks geloofden, ofschoon zij
-heel goed wisten, dat de minister met een huurrijtuig was uitgereden;
-&rsquo;s avonds gebruikte hij nooit zijne eigene &eacute;quipage.</p>
-<p>&bdquo;Wil u niet zoo lang gaan zitten,&rdquo; zeide Christine; Oom
-had haar gezegd, dat zij de menschen met u moest aanspreken<a class=
-"noteref" id="xd26e1392src" href="#xd26e1392" name=
-"xd26e1392src">1</a>.</p>
-<p>De dokter bedankte haar vriendelijk en deed de deur dicht. Johan
-Bennecken had eenige trekken met zijnen vader gemeen; dat imponeerende,
-evenwel, wat dezen eigen was, ontbrak hem geheel; integendeel zag hij
-er uit als een eerlijke vent met een goedhartig gezicht, die niet al te
-hoog timmerde; daarenboven was hij kreupel. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p>
-<p>De dokter begon nu met het jonge meisje te praten, hij ging echter
-niet zitten maar bleef tusschen de deur en de tafel staan. Hij was
-gewend met menschen uit allerlei stand om te gaan, zoodat Christine hem
-zeer goed begreep; het gesprek werd ook meer en meer levendig en liep
-over het verschil, dat er bestond in de manier van leven in de stad en
-op de plaats, waar zij van daan kwam, en over dergelijke
-onderwerpen.</p>
-<p>Wanneer hij iets zeide, dat hare vroolijkheid wekte, en dit gebeurde
-meer dan eens, lachte zij hartelijk en boog het hoofd wat op zijde,
-zoodat het schijnsel van de lamp juist op haar fraai lokkig rood haar
-viel, dat zij van haren vader had. Ook zijn gezond bloed scheen zij
-ge&euml;rfd te hebben, want zij was sterk gebouwd, en wanneer zij zich
-in hare volle lengte oprichtte, had zij eene manslengte.</p>
-<p>Buiten loeide de wind; het was een echt gure herfstavond, maar
-hierbinnen zag het er werkelijk gezellig uit; de lamp brandde zoo
-helder, het vloerkleed was juist gelegd, en aan een vroolijk vuurtje
-ontbrak het niet.</p>
-<p>De dokter was gekleed in zwarten rok; zijne overjas had hij
-aangehouden; nu werd die hem echter te warm, en hij knoopte haar een
-weinig los; eindelijk zette hij zich half op den kant van de tafel met
-zijnen rug tegen den muur.</p>
-<p>Telkens wanneer zij een rijtuig hoorden aanrollen, zeiden zij:
-&bdquo;daar is het nu&rdquo; en wanneer het voorbij reed, zeiden zij:
-&bdquo;neen, het was het niet!&rdquo;</p>
-<p>Er werd aan de deur geklopt; deze ging open, Alfred kwam de kamer
-binnen en riep op vroolijken toon: &bdquo;Goeden avond!&rdquo; Eerst
-stond hij geheel uit het veld geslagen, toen hij zijnen broeder zag;
-spoedig herstelde hij zich echter en zei op boosaardigen toon:</p>
-<p>&bdquo;Ei&#8202;&hellip;. ei&#8202;&hellip;. een
-t&ecirc;te-&agrave;-t&ecirc;te!&hellip;. of is juffrouw Christine
-misschien ziek?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68"
-name="pb68">68</a>]</span></p>
-<p>Christine, die dit als scherts opnam, wilde antwoorden, maar toen
-zij zag, hoe ernstig de dokter eensklaps was geworden, kon zij van
-verwondering geen woord uitbrengen.</p>
-<p>&bdquo;Ik wou hier op het rijtuig wachten,&hellip;. ik meende dat
-het terug zou komen,&rdquo; zeide Johan op eenen toon, die
-onverschillig moest heeten, doch verlegen klonk.</p>
-<p>&bdquo;Welk een goed bedacht voorwendsel! Wat Amor toch vindingrijk
-maakt,&rdquo; riep Alfred, en hij zette zijn lorgnet op, &bdquo;ah
-zoo&#8202;&hellip;. ge stondt hier op het rijtuig te wachten? Aardig
-van je bedacht, hoor!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik verzoek van uwe verdere opmerkingen verschoond te
-blijven,&mdash;Alfred!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wel, wel&#8202;&hellip;. gij verzoekt er van verschoond te
-blijven&#8202;&hellip;. misschien mag ik verzoeken, om in denzelfden
-verheven stijl ons gesprek voort te zetten&#8202;&hellip;. mij eene
-meer geldige verklaring te geven van uwe tegenwoordigheid hier op dit
-uur.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat raakt je dat?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ah zoo, de stijl wordt wat minder hoogdravend. Van mijnen
-kant vraag ik er ook niet naar, want verdere inlichtingen heb ik niet
-noodig; de verhouding is mij duidelijk&#8202;&hellip;. volkomen
-duidelijk,&rdquo; en hij zag hen beurtelings aan, &bdquo;maar mama zal
-er zeker veel belang in stellen te hooren hoe haar oudste zoon hier aan
-huis, wanneer allen uit zijn, op den loer ligt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neem je in acht Alfred, en zeg geen woord meer,&rdquo; riep
-Johan en hij trad eene schrede naar hem toe.</p>
-<p>&bdquo;Laat ons deze wanden niet met broederbloed bezoedelen,&rdquo;
-antwoordde Alfred en een valsche glimlach speelde om zijnen mond,
-terwijl hij zich achter eenen stoel verschanste. Christine ging wat
-dichter naar den dokter om te trachten, hem tot kalmte te brengen, doch
-juist wendde hij zich naar haar en zij zag, dat hij doodsbleek was.</p>
-<p>&bdquo;Wees niet bang&rdquo; zeide hij, &bdquo;en neem het mij niet
-kwalijk, dat zulk een tooneel hier voorgevallen is&#8202;&hellip;.
-<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name=
-"pb69">69</a>]</span>het is geheel buiten mijne schuld. Goeden nacht.
-Kom Alfred&#8202;&hellip;. het wordt nu tijd voor ons.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Voor ons,&rdquo; vroeg Alfred op hoogen toon, en hij maakte
-zich gereed, zijnen hoed op den stoel, die naast hem stond, te leggen.
-Doch v&oacute;&oacute;r hij nog recht tot bezinning kon komen over
-hetgeen eigenlijk met hem gebeurde, stond hij op de straat. Met een
-forschen ruk had zijn broeder hem uit de portierswoning geworpen en zoo
-kort en goed een einde aan de zaak gemaakt.</p>
-<p>Christine stond als versteend; zij hoorde de broeders de ramen
-voorbijgaan, een paar woorden ving zij nog op, maar eindelijk hoorde
-zij niets meer. Zij zelf zag er ook bleek uit, en aan haren linker
-slaap vertoonde zich eene roode vlek; het was het litteeken van de
-wonde, die zij aan het hoofd op dien vreeselijken nacht had gekregen,
-toen het huis was ingestort en hare moeder met de twee andere kinderen
-onder het puin bedolven waren geraakt. Eene heftige woordenwisseling
-had er tusschen de broeders plaats; toen zij aan den hoek der straat
-waren gekomen, sloegen zij ieder eenen anderen kant in, natuurlijk
-zonder elkaar goeden nacht te zeggen. Johan had geen lust meer het bal
-te gaan bijwonen. Hij ging dadelijk naar zijne woning. Eenigen tijd
-geleden had hij een paar kamers gehuurd, wijl de vrouw van den
-staatsraad het zeer onaangenaam vond, telkens op de trap met zijne arme
-<span class="corr" id="xd26e1441" title=
-"Bron: patienten">pati&euml;nten</span> in aanraking te komen. Juist
-zou het souper beginnen, toen Alfred weer in de balzaal verscheen.</p>
-<p>&bdquo;Waar ben jij al dien tijd geweest,&rdquo; vroeg Hiorth.</p>
-<p>Alfred maakte een zeer geheimzinnig gebaar, hetwelk zijnen vriend
-aanleiding gaf hem vriendschappelijk een paar stompen in de zijde te
-geven en te beknorren. Zij gingen samen naar het buffet, want Hiorth
-beweerde, dat zijn vriend eene hartversterking noodig had. In de kleine
-zaal en in de daar naast gelegen kamers stonden <span class=
-"pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>de
-tafels gedekt<a class="noteref" id="xd26e1450src" href="#xd26e1450"
-name="xd26e1450src">2</a>. Eerst bedienden zich de oudere dames, en
-heeren, daarna lieten de jongere dames zich van hare cavaliers
-bedienen, maar v&oacute;&oacute;r dat deze nog half klaar waren,
-begonnen de heeren voor eigene rekening om de tafel heen te dringen.
-Als een dikke zwarte vliegenzwerm plaatsten zij zich om de eerste
-tafel, dan vloog een troepje we&ecirc;r naar eene andere tafel en zoo
-ging het steeds door, geen wonder dat men onwillekeurig aan de plaag
-der sprinkhanen in Egypte begon te denken. Zij vielen op alle schotels
-en borden neer, en geheel vervuld van het gewicht van het oogenblik,
-stonden zij zwijgend, alles nauwkeurig onderzoekende; dan begon het
-opscheppen, kauwen, en doorslikken met vollen ijver; het leven, dat men
-met de vorken en messen maakte, verbrak alleen de stilte, en het had er
-veel van of er eene groote eetmachine aan het werk was. De jonge
-verlegen student Hansen had&mdash;de hemel weet waar&mdash;eene flesch
-Sherry te pakken gekregen. Zoodra de sprinkhanen hier lucht van kregen,
-reikten zij hem hunne glazen toe.</p>
-<p>Goedhartig, als hij van natuur was, schonk hij de glazen telkens
-weer vol, totdat hij eindelijk met een leeg glas in de eene en eene
-leege flesch in de andere hand stond.</p>
-<p>Dit wekte natuurlijk algemeen den lachlust op, doch lang duurde dit
-niet&mdash;er viel geen tijd te verliezen.</p>
-<p>Vleeschpasteien, coteletten, rago&ucirc;ts, wildbraad, kippen,
-heerlijk gestoofde groenten, pikante sausen, kleine gebakken
-aardappelen, alles verdween in een oogwenk; men zou hebben kunnen
-gelooven, dat er valluiken in den vloer waren verborgen. Neef Hans
-stond vlak voor een vleeschpastei met aspersies, en hij verroerde zich
-niet van de plaats, ofschoon zijne buren hem vrij gevoelig in
-<span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name=
-"pb71">71</a>]</span>den rug stompten. Naast hem stond de candidaat
-Smith, die goeden eetlust op zijne voetreis naar de Jotunheim scheen
-opgedaan te hebben; hij at filet de boeuf met eenen lepel, graag zou
-hij eene vork hebben gaan halen, doch zoolang als er nog champignons op
-den schotel voorhanden waren, had hij niet veel zin, zijn goed plaatsje
-er aan te geven.</p>
-<p>Hiorth en Bennecken hadden het slimmer aangelegd; zij hadden zich
-bij de deur van de keuken geplaatst, en wanneer de bedienden met de
-gerechten aankwamen, maakten zij zich veelal van eenige meester. Eene
-tafel met sigaren en andere rookbenoodigdheden werd leeg gemaakt en in
-eenen hoek getrokken; daar aten zij nu op hun gemak; ook was het hun
-gelukt eenige flesschen achter eene porti&egrave;re te verbergen.</p>
-<p>De voornaamsten onder de heeren zaten in het particulier vertrek van
-den gastheer, waar eene tafel voor hen gedekt was. Delphin had aan het
-gezelschap der dames de voorkeur gegeven en soupeerde met haar; in de
-balzaal wandelden eenige jonge dames heen en weer, die de grootste
-verachting voor eten en eters koesterden. Het meerendeel der dames had
-nu een zeer verzadigd gevoel, doch de sprinkhanen strekten hunnen tocht
-tot aan de kleine zaal zelfs uit, waar de dames gesoupeerd hadden.
-Uitgenomen een paar oudere dames, die nog naar eenige aspersiekopjes of
-malsche kippeboutjes snuffelden, was daar niemand meer.</p>
-<p>De gastvrouw was er zeker van, dat zij genoeg had laten gereed
-maken; toen zij evenwel zag hoe de heeren de eene portie na de andere
-verorberden, begon zij min of meer ongerust te worden, en een der
-gasten die in hare nabijheid stond, hoorde haar mompelen: &bdquo;goede
-hemel, het is alsof hunne maag een zak zonder bodem is.&rdquo;</p>
-<p>Mevrouw Falck-Olsen verviel soms in de vulgaire uitdrukkingen van
-vroegere dagen, vooral wanneer zij in <span class="pagenum">[<a id=
-"pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>zenuwachtigen toestand
-verkeerde. Wanneer de bediende even de deur der kamer, waar de
-staatsraad en eenige andere heeren zaten, open liet staan, konden
-Hiorth en Bennecken, die in de nabijheid zaten, nu en dan een of ander
-woord opvangen, waaruit zij begrepen, dat er eene politieke discussie
-gevoerd werd.</p>
-<p>&bdquo;Die Falck-Olsen is eigenlijk toch een groote ezel, en goede
-manieren zal men hem zeker nooit kunnen leeren,&rdquo; zeide Bennecken,
-en hij hield even met eten op, &bdquo;hij begrijpt nooit, welke
-menschen hij eigenlijk moet inviteeren.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat?&rdquo; antwoordde Hiorth, &bdquo;de heele stad is hier
-bijna.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat ben je onnoozel, Jonas. Nu, je gezondheid!&rdquo; en hij
-leegde zijn glas. &bdquo;Daar zit hem de knoop, zie je, dat hij Jan en
-alleman uitnoodigt. Je kunt wel begrijpen hoe onaangenaam het voor mijn
-vader is, hier met allerlei politieke tinnegieters samen te
-zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Daar heb ik waarachtig nog nooit aan gedacht,&rdquo; zeide
-Hiorth, en hij zag heel diepzinnig.</p>
-<p>&bdquo;Eenige dagen geleden hoorde ik mijnen vader tot Falck-Olsen
-zeggen: &bdquo;wanneer gij niet partij kunt
-kiezen&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo&#8202;&hellip;. zoo&#8202;&hellip;. nu verder,&rdquo;
-zeide Hiorth heel nieuwsgierig, en hij boog zich dichter naar zijnen
-vriend.</p>
-<p>&bdquo;Wat ben je een uilskuiken, Jonas, hij zei niets meer, maar je
-kunt begrijpen, wat het zeggen wil.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja natuurlijk&#8202;&hellip;. hm&#8202;&hellip;.
-bl&#8202;&hellip;. zei je vader dat werkelijk.&rdquo; Hiorth lachte en
-knipoogde zijnen vriend geheimzinnig toe.</p>
-<p>V&oacute;&oacute;r de Fran&ccedil;aise na het souper speelde het
-orkest, melodie&euml;n uit &bdquo;<span lang="fr">le petit
-Duc</span>.&rdquo; Het ging nu zeer geanimeerd toe; alle dansers, die
-in het begin van den avond hun werk zoo ernstig hadden opgenomen, zagen
-er werkelijk uit alsof zij zich amuseerden. De vroolijke muziek jaagde
-het bloed, dat door het lekkere souper en de fijne wijnen wat verhit
-was geraakt, sneller door de aderen.</p>
-<p>De candidaat Smith neuriede onophoudelijk eene Fransche <span class=
-"pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>melodie,
-uit eene operette, hem door een&rsquo; oud vriend, die in Parijs
-geweest was, geleerd.</p>
-<p>Caroline Hjelm, met wie hij danste, wilde o zoo gaarne weten, welke
-woorden hij eigenlijk zong; maar hoe zij hem ook verzocht ja zelfs
-plaagde, ze mede te deelen, haar cavalier weigerde hardnekkig. Hij
-beweerde dat men ze niet goed in &rsquo;t Noorsch kon vertalen.</p>
-<p>Caroline, die zich nooit zoo gauw uit het veld liet slaan,
-verzekerde hem, dat hij het gerust kon wagen ze te zeggen; zij was niet
-voor zoo&rsquo;n beetje vervaard; en kon heel wat verdragen; hij
-neuriede maar steeds dezelfde melodie tot antwoord, totdat zij zeide,
-dat zij den inhoud er bijna van begreep.</p>
-<p>Dit nu was de dans, voor welken Delphin Hilda Bennecken had
-ge&euml;ngageerd; waarom hij zulks had gedaan, was hij bijna vergeten.
-In de eerste toeren nam hij ook bijna geene notitie van zijne dame maar
-voerde een levendig gesprek met mevrouw Hjelm, die bij de deur vlak
-achter de dansende paren zat.</p>
-<p>Hilda Bennecken merkte dit natuurlijk dadelijk, en vond het
-allesbehalve aangenaam. Den geheelen avond had zij er zich deels over
-verheugd, deels over beangstigd den kamerheer Delphin tot cavalier te
-krijgen.</p>
-<p>Wel was hij altijd, wanneer hij bij hare ouders aan huis kwam, heel
-vriendelijk tegen haar, maar meer op een wijze, alsof hij haar nog voor
-een kind aanzag; hij had haar trouwens ook gekend, lang
-v&oacute;&oacute;r zij hare belijdenis had afgelegd.</p>
-<p>Dikwijls had zij bij zich zelf gedacht, hoe prettig zij het zou
-vinden, zoo hij haar eens voor een&rsquo; dans engageerde, en nu het er
-eindelijk toegekomen was, voelde zij zich zeer teleurgesteld in hare
-verwachtingen; al de pikante woorden, welke zij den geheelen avond van
-hare vriendinnen over de onderscheiding, die haar ten deel was
-gevallen, had moeten aanhooren, schoten haar nu te binnen, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span>en zij
-wenschte maar, dat hij haar de eer van met haar te willen dansen, niet
-had aangedaan.</p>
-<p>Toen de derde toer zou beginnen, vroeg hij haar het een en ander, om
-toch ten minste wat aan zijne dame gezegd te hebben. Zij keek hem aan,
-en Delphin zei bij zich zelf: &bdquo;zij heeft werkelijk een paar mooie
-oogen!&rdquo;</p>
-<p>Na deze ontdekking, zette hij zijn gesprek met wat meer
-belangstelling voort, om haar te dwingen, hem aan te zien. De
-goedhartige bruine oogen bezaten eenen glans, waarom velen haar zouden
-hebben kunnen benijden, en toen zij langzamerhand door den vroolijken
-toon, dien hij aansloeg, den moed kreeg hem op dezelfde wijze te
-antwoorden, had het leelijke gezichtje eene uitdrukking, die men er al
-te zelden op lezen kon.</p>
-<p>Toen de dans ge&euml;indigd was, zei hij: &bdquo;neen, maar is de
-dans werkelijk uit, lieve juffrouw Bennecken!&hellip; daar begrijp ik
-niets van. Wij hebben niet meer dan vier toeren gedanst&#8202;&hellip;.
-op zijn hoogst nog wel!&rdquo;</p>
-<p>Zij zag hem eerst een weinig wantrouwend aan, maar antwoordde toen
-glimlachend: &bdquo;het komt omdat u de twee eerste toeren met mevrouw
-Hjelm hebt gedanst.&rdquo; George Delphin wist een goed antwoord altijd
-zeer op prijs te stellen. Hij was er door verrast en juist wilde hij
-haar antwoorden, toen zij door een paar werden aangesproken, dat weer
-door andere gevolgd werd. Eer de kamerheer zijne dame echter verliet,
-vroeg hij haar, hem de eer aan te doen, op al de bals gedurende dezen
-winter de eerste Fran&ccedil;aise na het souper met hem te willen
-dansen.</p>
-<p>De stemming in de balzaal werd meer en meer vroolijk: &bdquo;men was
-onder stoom.&rdquo; Onmogelijk was het bijna in de paren, die daar op
-de tonen der muziek zoo luchtig heen zweefden, de
-&bdquo;daglooners&rdquo; van het begin van den avond te herkennen, en
-toen na middernacht het dessert en de champagne rondgediend werden, had
-de vroolijkheid haar toppunt bereikt. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span></p>
-<p>De staatsraad was altijd gewoon, wanneer het feest zoo ver gekomen
-was, eenen toast uit te brengen op den gastheer en zijne
-familie&mdash;eene korte speech, zooals het eenen staatsman betaamt;
-bloemrijke uitdrukkingen gebruikte hij nimmer. Op zulke kleine
-redevoeringen, waarin hij echter met de grootste omzichtigheid zijne
-woorden woog, was hij zeer gesteld; in gewone gesprekken beperkten
-zijne antwoorden zich veelal tot eenige wel aangebrachte
-handbewegingen, soms vergezeld van een bescheiden glimlachje, doch van
-het laatste maakte hij zeer matig gebruik.</p>
-<p>De toast op de dames werd door een jong dichter uitgebracht. Niet
-lang geleden had hij een bundel gedichten uitgegeven onder den titel
-&bdquo;Losse pennetrekken.&rdquo; Natuurlijk sprak hij nu ook in
-po&euml;zie en grooten bijval viel hem ten deel; de dames vonden echter
-den inhoud zeer droefgeestig.</p>
-<p>Daarna begeerde tot grooten schrik zijner vrienden, de candidaat
-Smith het woord. Hij vergastte het gezelschap met eene gloeiende
-schildering van den Jotunheim. Nooit is het volkomen opgehelderd
-geworden of het de wijn dan wel de liefde was, die hem zoo opwond. Als
-de gasten hem op zijnen verren tocht volgden, den hoogsten berg met hem
-bestegen&mdash;hij vertelde hun zelfs hoeveel honderd
-voet&mdash;tusschen afgronden en over gletschers met hem doolden, kwam
-daar op eens in zijne rede eene beschrijving van een paar oogen en eene
-fee&euml;ngestalte, die, zooals later eenigen beweerden, Caroline Hjelm
-had moeten voorstellen. Wat hiervan moge zijn, zeker zou het met zijnen
-toast gegaan zijn, zooals in zeker sprookje staat: &bdquo;is het niet
-uit, dan duurt het nog voort,&rdquo; indien de jonge, bloode student
-Hansen niet plotseling als een raket de rede afgebroken had, met den
-uitroep: &bdquo;Leve Jotunheim!&rdquo;</p>
-<p>Onder het gelach, dat hierdoor ontstond, werden op <span class=
-"pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>den
-toast tot groote ergernis van den spreker de glazen geledigd.</p>
-<p>Voor den student Hansen hadden de zaken eene zeer treurige wending
-genomen. Toen het hem na het souper was gelukt, eene flesch portwijn
-machtig te worden, besloot hij zich er nu alleen aan te goed te doen,
-en zich niet weer zoo door de anderen voor den gek te laten houden. Hij
-school dus achter eene &eacute;tag&egrave;re weg; om zich te wreken,
-ledigde hij het eene glas na het andere; maar ongelukkigerwijze bleek
-de wijn machtiger dan de student Hansen, en toen hij met opgerichten
-hoofde en strak voor zich uitstarende oogen door de balzaal schreed om
-midden in eene Fran&ccedil;aise iemand voor een dans te engageeren,
-sleepte een zijner vrienden hem bij den arm mede, terwijl hij zeide:
-&bdquo;Maar Hansen, wat is het nu met je, je bent zoo stomdronken, dat
-je bijna niet op je beenen kunt staan, kerel!&rdquo;</p>
-<p>Deze onvriendelijke woorden maakten zulk een pijnlijken indruk op
-den student Hansen, dat zijn trots er voor goed door gebroken was en
-hij in bange vertwijfeling verviel. Uit dezen toestand ontwaakte hij
-juist vroeg genoeg om door eenen uitroep een eind aan den toast van den
-candidaat Smith te maken. De cotillon ging wild toe. Verscheidene paren
-belastten zich te gelijk met het arrangeeren der verschillende toeren
-om dan later in een woesten galop door de ruime zaal te dansen. De
-saaie Hans had den geheelen nacht met zijnen donkeren blik overal zijn
-meisje gevolgd en toen Louise eindelijk, door Caroline half
-voortgeduwd, naar hem toekwam om wat met hem te praten, draaide hij
-haar den rug toe en ging naar huis.</p>
-<p>&bdquo;Och stoor je niet aan hem,&rdquo; zeide Caroline om haar te
-troosten, &bdquo;hij is zoo in vervelend,
-zoo&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>Louise stond een oogenblik geheel vernietigd, maar toen zij haren
-cavalier, met wien zij juist zou dansen, zag <span class=
-"pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name=
-"pb77">77</a>]</span>aankomen, fluisterde zij hare vriendin in:
-&bdquo;Ik heb van avond zoo&rsquo;n pleizier, dat ik er morgen wel wat
-knorren voor wil verdragen.&rdquo;</p>
-<p>Na deze lichtzinnige woorden, zweefde zij weer de zaal door. Het was
-vier uur in den morgen. Dicht in hare mantels gewikkeld stonden de
-moeders doodmoede in de vestibule en de aangrenzende kamers op hare
-dochters te wachten, die nog eventjes een enkelen toer wilden dansen;
-de vaders stonden ook reeds met de overjas aan en de sigaar in den mond
-gereed om heen te gaan en ledigden nog staande een glas. Maar in de
-zaal danste men nog steeds alsof het om het leven te doen was. De paren
-vlogen als waanzinnigen van het eene einde der zaal naar het andere, de
-lichten in de kronen flikkerden en walmden in de van stof opgevulde
-zaal. Onder en naast de stoelen en sofa&rsquo;s lagen verwelkte
-bouquetten, afgescheurde garneersels van baljaponnen,
-dansprogramma&rsquo;s en zakdoeken, die veel van vodden hadden, terwijl
-de reukzenuwen zeer onaangenaam werden aangedaan door de vieze geuren
-van pommade en andere odeurs waarmede de lucht bezwangerd was. Toch
-stormden de heeren er maar moedig op los; hun fraai gefriseerd kapsel
-was in wanorde geraakt, en viel hun telkens in de oogen, terwijl de das
-scheef zat; met de dames was het niet beter gesteld; de baljaponnen
-waren niet veel meer dan flarden van tulle en tarlatan, die zich om de
-beenen van hare cavaliers heenslingerden.</p>
-<p>Wie zich nog het best van allen gehouden had, was Sophie
-Falck-Olsen. Haar kapsel, hare handschoenen, haar japon zagen er uit,
-alsof zij zich juist voor het bal had gekleed, en geen oogenblik was de
-vriendelijke glimlach van haar gelaat verdwenen. Toch was zij niet over
-den avond tevreden. Delphin had zich zeer weinig aan haar gelegen laten
-liggen, Alfred Bennecken was onuitstaanbaar, Jonas Hiorth afschuwelijk
-geweest. Eindelijk waren <span class="pagenum">[<a id="pb78" href=
-"#pb78" name="pb78">78</a>]</span>de gasten gereed afscheid te nemen,
-en het laatste rijtuig rolde over de straat.</p>
-<p>Meneer Falck-Olsen stak eene versche sigaar aan en vlijde zich toen
-zoo gemakkelijk mogelijk in eenen leuningstoel. Mevrouw Falck-Olsen,
-die vreeselijk warm was, maakte hare japon los en deed zich te goed aan
-de overblijfsels van het dessert, want, zeide zij tot haren man, zij
-had honger als een wolf.</p>
-<p>Sophie beknorde, terwijl zij zich ontkleedde Louise een weinig en
-deze snikte zich eindelijk in slaap.</p>
-<p>Bennecken had nog geen lust naar huis te gaan en zat nu bij Hiorth
-op de kamer nog een glas punch te drinken. Beide vrienden waren in eene
-bewogen stemming en onder het storten van heete tranen zwoeren zij
-elkander eeuwige vriendschap&mdash;neen niet eens zou de liefde, die
-zij beiden voor Sophie koesterden, dien band kunnen verbreken; daarna
-kwam het gesprek op den kinderdoop, en hierover geraakten zij hevig in
-eenen twist, die niet eindigde, v&oacute;&oacute;r dat eindelijk Alfred
-zijne eigene kamer opzocht.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1392" href="#xd26e1392src" name="xd26e1392">1</a></span> In
-Scandinavi&euml; is het nog zeer de gewoonte in den derden persoon, in
-plaats van den tweeden iemand aan te spreken, en wordt het laatste als
-te familiaar aangezien. In de laatste jaren is men echter begonnen ni
-(gij) te zeggen, doch de ouderen van dagen, in de steden minder, zijn
-er echter nog op tegen.&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1392src">&uarr;</a></p>
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e1450" href="#xd26e1450src" name="xd26e1450">2</a></span> Op
-groote partijen is het in Scandinavi&euml;, de gewoonte dat men niet
-aan de tafel gaat zitten; ieder gaat naar de tafel toe, bedient zich
-van wat hij verkiest en maakt dan plaats voor anderen. (<span class=
-"sc">Vert.</span>)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e1450src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">VIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Den zuidwester vast onder de kin gebonden&mdash;het
-was stormwe&ecirc;r&mdash;kwam op een der laatste Novemberdagen de
-opperloods onder het neuri&euml;n van zijn lievelingswijsje &bdquo;mijn
-liefste Katrijn, je ziet mijn hartepijn&rdquo; de hoogte af.</p>
-<p>Er was een brief van Anders gekomen, en de opperloods wist, hoe
-ongeduldig Njaedel naar bericht, de zaak betreffende, uitzag.</p>
-<p>Daar in de vlakte lag Njaedels lage huis, tusschen de akkers, die
-hij zelf had ontgonnen; verderop zag hij in het zand de sloot, die half
-klaar was. Juist reden <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79"
-name="pb79">79</a>]</span>een paar karren vol wier, naar de hoogte.
-&bdquo;S&ouml;ren wist wel, wat hij deed, toen hij Njaedel overhaalde,
-zijne zaak voor den koning te brengen;&rdquo; mompelde hij bij zich
-zelf.</p>
-<p>Uit het Zuidwesten blies de felle wind over het lage strand. Het was
-een zware herfststorm en ofschoon het nog niet laat op den middag was,
-begon de duisternis reeds te vallen. De opperloods bleef een oogenblik
-staan; met den blik van een&rsquo; zeeman zag hij naar alle zijden over
-de zee, v&oacute;&oacute;r hij van de hoogte naar beneden ging. Naar
-het Zuiden eindigde de zandvlakte in naakte klippen, van welke eenige
-ver in zee uitstaken; de golven stieten er met geweld tegen aan, soms
-stonden zij zoo hoog in de lucht, dat zij voor een oogenblik als eene
-witte kolom zich tegen de loodkleurige lucht afteekenden, om daarna in
-woest schuimende vaart over de steenen zich eenen weg te banen.</p>
-<p>Naar het Noorden kon zijn oog in eene lange kromming de schuimende
-streep van de branding volgen; zij was zoo breed, dat volgens de
-berekening van den opperloods de branding reeds op tien vadem water
-begon. Recht voor hem uit naar het Noorden, kon hij soms tusschen de
-schuimende golven door het zoo even aangestoken licht van
-Bratvolds&rsquo; vuurtoren te zien krijgen.</p>
-<p>Geen enkel zeil was in het gezicht; de zwartachtige wolken scheurden
-wel vaneen, doch zonder echter van plaats te verwisselen&mdash;zwaar,
-lang aanhoudend stormweer was te verwachten. Een onafgebroken
-golfgeklots!&mdash;Het geraas der zee was vreeselijk, nu en dan hoorde
-men een geknal, als van kanongebulder op grooten afstand. De wind joeg
-over de heide en piepte langs de telegraafdraden langs den straatweg;
-de meeuwen, die over de zee naar land kwamen, vlogen met uitgespannen
-vleugels in schuine richting tegen den storm in.</p>
-<p>Toen de opperloods aan het gedeelte van den weg was gekomen, dat van
-het hek van Brevig tot het Zwarte <span class="pagenum">[<a id="pb80"
-href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>Moeras liep, was het gedaan met
-neuri&euml;n; integendeel mompelde hij iets dat op een vloek
-geleek.</p>
-<p>Groote ronde steenen lagen midden op den weg, het regenwater, dat
-van de hoogte naar beneden dwars over den weg was gestroomd, had daar
-eene diepe gleuf achtergelaten vol kleine steenen.</p>
-<p>&bdquo;Het zou toch maar het best zijn, dien Anders, die zoo
-bl&#8202;&hellip;. knap moet zijn, er over te schrijven,&rdquo; bromde
-hij bij zich zelf; de ergernis welke dit gedeelte van den weg hem
-altijd veroorzaakte, was een nagel aan zijne doodkist.</p>
-<p>Njaedel zat midden op zijnen akker dwars over eenen grooten steen,
-waarin hij bezig was een groot gat te houwen. Met forsche slagen kwam
-zijn werktuig telkens neer. Van tijd tot tijd hield hij even op, en
-droppelde in het gat wat water uit eenen natten lap, die in eene oude
-blikken doos lag, welke door lieden uit de stad, die een dag buiten
-hadden doorgebracht, vergeten was. Door zijn rood kroes haar blies de
-wind z&oacute;&oacute;, dat het naar alle kanten uitstond, en hij was
-met zulk een&rsquo; ijver voor zijn werk bezield, dat de opperloods
-reeds naast hem stond, v&oacute;&oacute;r hij zijne komst had bemerkt.
-&bdquo;Goeden dag buurman!&rdquo; zeide Njaedel. Hij hield met kloppen
-op en haalde zijnen maatstok voor den dag om te zien, hoe diep het gat
-al was; toen hij hoorde, dat er een brief van Anders was gekomen,
-gooide hij alles weg, en sprong van den steen op. Zij gingen naar
-binnen en staken eene kaars aan. Het vertrek zag er zeer wanordelijk
-uit, de vloer was ondenkbaar morsig en het bed lag nog onafgehaald.
-Njaedel ging vlak voor den opperloods zitten en volgde nauwkeurig al
-zijne bewegingen. Hij was zeer mager geworden; zijne handen bewogen
-zich zenuwachtig heen en weer.</p>
-<p>Zijn buurman had ook wel wat vlugger te werk kunnen gaan, maar
-brieven lezen is geene kleinigheid en eischt tijd. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>De
-brillenglazen moeten naar behooren gepoetst worden, de enveloppe moet
-bekeken en eindelijk voorzichtig aan den bovensten kant worden geopend.
-Het was een breed grijs omslag van het Departement en met lak
-verzegeld. &bdquo;Den Hoog edelen Heer, den Opperloods Lauritz
-Boldemann Sechus&rdquo; zoo luidde het adres.</p>
-<p>&bdquo;Bl&#8202;&hellip;&hellip;, wat een omhaal!&rdquo; mompelde de
-opperloods.</p>
-<p>&bdquo;Door dezen wordt u de ontvangst meegedeeld van twee brieven
-gedateerd den eersten September en den twintigsten October laatstleden.
-Daar Gij de volmacht mijns broeders in zekere zaken schijnt te
-bezitten, zoo wend ik mij tot u met mijn schrijven, om u te verzoeken,
-mijnen evengenoemden broeder den inhoud er van mede te deelen. Uit het
-hierboven reeds geciteerde schrijven van den twintigsten October
-schijnt te blijken, dat mijn broeder de niet zeer gegronde meening
-schijnt te koesteren, dat de twist, die tusschen hem en den pachter
-S&ouml;ren B&ouml;revig aangaande het recht op zeewier ontstaan is,
-reeds onmiddellijk ter behandeling zou zijn voorgekomen. Zulks is
-intusschen niet het geval. Ten gevolge van andere rechtszaken, die
-eerst afgehandeld moeten worden, hebben wij ons met de genoemde zaak
-nog niet bezig kunnen houden.&rdquo;</p>
-<p>Sechus hield even met voorlezen op.</p>
-<p>&bdquo;Lees dat nog eens,&rdquo; zeide Njaedel.</p>
-<p>De opperloods las het begin van den brief nog eenmaal langzaam
-voor.</p>
-<p>Njaedel schudde het hoofd; op eens sprong hij heftig van zijnen
-stoel en sloeg met de vuist zoo hard op de tafel, dat het brillenhuis
-van zijnen vriend hoog in de lucht sprong.</p>
-<p>&bdquo;Nu, nu Njaedel, maak je niet zoo driftig&#8202;&hellip;. de
-brief is nog niet uit, misschien komt het beste op het eind.&rdquo;</p>
-<p>Vooral wordt de opperloods verzocht het mijnen broeder duidelijk te
-maken, dat eene zaak van zulk eenen grooten omvang als de bovengenoemde
-niet zonder veel extra <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82"
-name="pb82">82</a>]</span>werk, waarop groote kosten zullen komen, zoo
-spoedig ten einde kan worden gebracht. Intusschen valt hier aan te
-merken, dat de som van twee honderd kronen, indien dit geld per
-ommegaande werd gezonden, van eenige uitwerking zou kunnen zijn om de
-genoemde zaak wat schielijker afgemaakt te krijgen en verklaar ik mij
-bereid voor de uitbetaling van dit geld zorg te dragen, zonder daarvoor
-de partijen op grootere onkosten te willen jagen.&mdash;</p>
-<p>&bdquo;Begrijpt gij, wat hij meent buurman?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde Sechus, en hij las het nog eens over;
-op eens riep hij uit: &bdquo;nu ben ik er achter&mdash;hij meent, dat
-wij moeten smeren!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat moeten wij doen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, zie je, dat kan ik beter begrijpen dan jij; ik ben op de
-hoogte van zulke zaken,&rdquo; zeide Sechus op loozen toon, &bdquo;want
-toen ik in der tijd met &bdquo;De Hoop der Familie,&rdquo; voor den
-consul Garman te Sandsgaard voer, zei de consul altijd, wanneer ik in
-de lente met haring naar de Oost-zee reisde: &bdquo;hoor Sechus,
-wanneer je nu in Riga ankert, moet je, zooveel als je maar kunt, de
-tolbeambten, de sjouwers en allen met wie je te doen mocht krijgen,
-smeren. Het is niet goed spaarzaam te zijn, waar het noodig is geld uit
-te geven,<span class="corr" id="xd26e1619" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span> zei de consul. En heel wat roebels, en
-heel wat sterken drank kostte dat, dat kunt ge wel denken. Het is zeker
-wel zoo iets, dat je broeder meent.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Geloof je dan, dat de koning er betaling voor wil
-nemen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De koning,&rdquo; antwoordde Sechus, en hij zag Njaedel met
-eenen me&ecirc;lijdenden glimlach aan; &bdquo;neen zeker niet, buurman.
-De blanke daaldertjes zijn wel versmolten, eer zij zoover gekomen zijn.
-Het is zeker een van die voorname heeren met goudgalon op de jas, aan
-wien hij het geld moet geven; die gaat dan naar den koning en vraagt
-hoe het met je zaak gelegen is. In Petersburg heb <span class=
-"pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>ik
-eenmaal zulk een snuiter gezien; hij reed in eigen rijtuig met twee
-paarden er voor en het tuig was van echt zilver; toch was hij geen
-enkelen roebel van zich zelf rijk; hij leefde enkel van fooien,
-vertelde mij de klerk van den makelaar.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dan geloof ik, dat z&oacute;&oacute; de vork in den steel
-zit,&rdquo; zei Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;In allen geval verlangt hij, dat ge hem dadelijk twee honderd
-kronen zendt&#8202;&hellip;. misschien wil hij voor zijne moeite
-betaald worden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, zou Anders geld van mij willen hebben,&rdquo; antwoordde
-Njaedel, eenigszins beleedigd door deze woorden.</p>
-<p>Sechus las verder:</p>
-<p>&bdquo;Wat nu de tegemoetkoming betreft voor het verblijf van de
-dochter van mijnen eigenen broeder in mijn huis, waarover in
-bovengemelden brief ook gesproken werd, zoo zal hier van mijne zijde
-nooit aan gedacht worden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, zei ik het niet,&rdquo; riep Njaedel trotsch uit.</p>
-<p>&bdquo;Mocht het verblijf onder mijn nederig dak slechts tot een
-waren zegen voor haar worden. Het jonge gemoed wordt helaas al te licht
-medegesleept door de ijdelheden dezer wereld, en is zoo geneigd de
-vermaningen en waarschuwingen van oudere menschen in den wind te slaan.
-En aan veel gevaar is een jong meisje in eene groote stad blootgesteld,
-zoodat wij wel voor haar mogen bidden en haar toewenschen, dat zij geen
-gewillig oor aan de stem der verleiding en der vleierij moge leenen,
-maar integendeel, dat zij luisteren moge naar hen, die haar met hunne
-ervaring willen voorlichten. Ja, mogen wij allen een geopend oor hebben
-voor de stem der waarheid zoo lang het nog dag voor ons is.</p>
-<p class="signed">Met bijzondere hoogachting,</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Andreas Mo</span>.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, die Anders&mdash;die Anders,&rdquo; zeide Njaedel op den
-<span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name=
-"pb84">84</a>]</span>toon van de grootste bewondering, &bdquo;het is
-juist als moeder altijd zei: jij Njaedel,&rdquo; zei zij, &bdquo;jij
-bent een groote slungel, maar&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik zou wel willen weten, wat hij eigenlijk meent,&rdquo; viel
-Sechus hem in de rede, en hij trok een heel bedenkelijk gezicht,
-&bdquo;het ziet er bijna uit, alsof iemand op Christine
-loert.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ben je gek, opperloods? Maar wat zullen wij nu
-doen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, wij moeten haar schrijven, dat zij op moet passen
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En met Anders moet spreken, schrijf dat vooral, en ook, dat
-zij Oom Anders in alles moet gehoorzamen.&rdquo;</p>
-<p>De opperloods haalde dadelijk papier, pen en inkt voor den dag, die
-nu altijd bij Njaedel voorhanden waren, en schreef: &bdquo;Lieve
-Christine!&rdquo; toen kwam er een lange pauze.</p>
-<p>&bdquo;Nu opperloods, zit je aan den grond?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, in het geheel niet;&rdquo; antwoordde Sechus ietwat
-gebelgd over deze vraag, en hij schreef: Het gaat met de jonge lieden,
-evenals met den grooten Deenschen os, die te Sandsgaard was, maar nu ik
-mij wel bedenk, kan ik die historie van den os niet vertellen daar het
-einde heel leelijk is; maar nu laat je vader je zeggen, dat je in alle
-dingen Oom Anders om raad moet vragen, want aan verzoekingen is de
-jeugd overal blootgesteld, b. v. mijne zuster Amelia&mdash;ja, het is
-nu een twintig jaar geleden, dat zij stierf, en zij zei, dat haar
-doodsdag de gelukkigste dag van haar leven was;&mdash;het was juist op
-den eersten Februari van het jaar, toen de bliksem in den koestal van
-den Lensmand sloeg&mdash;alles door de betoovering der liefde en hij
-was op den koop toe een schurk; zijn gezicht leek op borstplaat, en hij
-woont nog in de stad, ik noem geenen naam, maar wanneer hij mij
-ontmoet, kijkt hij altijd recht voor zich uit, en doet of hij mij niet
-kent. Zoo is het menig braaf meisje gegaan. Daarom vraagt <span class=
-"pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>je vader
-je, dat je in alles je zult richten naar Oom Anders en dat ge volkomen
-vertrouwen in hem zult stellen.</p>
-<p>Nu hebben wij hier alle dagen stormweer op zee, en geen schip is er
-te zien, wat heel goed is, want het is donkere maan, en dikke mist
-hebben wij ook, maar de stoombooten storen zich er in het geheel niet
-aan, wat een parabel voor mij is, vooral daarom, wijl zij geheel uit
-ijzer zijn gebouwd; maar ik las in eene krant dat nu alles aan boord
-van ijzer is, tot de masten en de tonnen zelfs, wat ik vind, dat
-vervloekt veel van eene leugen weg heeft. Je vader is wel, laat hij je
-zeggen.</p>
-<p class="signed">Je toegenegene</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Lauritz Sechus</span>.</p>
-<p>Postscriptum. Je moet aan je Oom zeggen, dat het geld, waarover hij
-heeft geschreven, hem gezonden zal worden zoodra je vader het bij
-elkaar heeft kunnen krabben, maar je moet ook vragen of het, daar de
-tijden zoo slecht zijn, niet voor wat minder kan afgemaakt worden, en
-dan vraag voor mij aan Oom Anders ook, of hij niet een woordje kan
-zeggen aan den persoon, die over alle Lensmands, rotmeesters en
-kapiteins gesteld is, want dat het nu een echte zwijnenboel aan het
-Zwarte Moeras is, wat ge zelf ook getuigen kunt, maar nu is het erger
-dan vroeger.</p>
-<hr class="tb">
-<p>Toen de brievenbesteller dezen brief bracht, stond Christine
-juist,&mdash;en zij had er hare rokken wat voor in de hoogte
-gebonden&mdash;de keukendeur af te nemen; want, ofschoon haar oom er
-een dienstmeisje op na hield, hielp zij aan al het huiswerk.</p>
-<p>Er waren ook brieven en couranten voor de familie bij, die
-gewoonlijk aan den <span class="corr" id="xd26e1686" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span> ter hand werden gesteld. Alfred
-kwam juist het huis uit om naar het Departement te gaan, toen hij de
-brieven op de tafel in de woning van den <span class="corr" id=
-"xd26e1689" title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span> zag liggen.
-De deur stond open, wijl het <span class="pagenum">[<a id="pb86" href=
-"#pb86" name="pb86">86</a>]</span>schuurdag was en de goede gelegenheid
-om een praatje met haar te gaan houden, wilde hij niet ongebruikt laten
-voorbijgaan.</p>
-<p>Christine liet zich door zijne komst zelfs niet voor een oogenblik
-in haar werk storen. Zij spoelde de mat, die voor de deur lag in den
-emmer af, en doopte hare gezonde blanke armen geheel in het water.
-Daarna wrong zij de mat uit, strooide er wat zand op en begon toen de
-deur zoo te schuren, alsof zij de verf er af wilde boenen.</p>
-<p>&bdquo;Goeden morgen&#8202;&hellip;. juffrouw Christine,&rdquo; riep
-Alfred, en hij liep vroolijk het vertrek binnen; toen hij echter zag,
-hoe weinig zij op zijne onverwachte komst acht sloeg, was hij een
-oogenblik met zijne houding verlegen en zeide:</p>
-<p>&bdquo;Kan ik hier even de post nazien, misschien is er wel een
-brief voor mij bij van mijn liefje.&rdquo;</p>
-<p>Deze woorden zelfs scheen zij niet te hooren. Het onaangename
-geluid, dat het schuren veroorzaakte, deed zijne ooren pijnlijk aan;
-het ergerde hem, dat zij zoo met hart en ziel aan dit ruwe werk bezig
-was, en dat het haar volstrekt niet kon schelen, dat hij haar, en nog
-wel in zulk een costuum, zag.</p>
-<p>Twee mannen gingen nu juist het raam, dat op de straat uitzag,
-voorbij. Alfred zag op. &bdquo;Kijk daar komt je Oom en&#8202;&hellip;.
-Johan natuurlijk ook.&rdquo;</p>
-<p>Deze was juist van plan, scheen het, de poort in te gaan.</p>
-<p>&bdquo;Mijn broer komt, dat kan ik mij zoo denken, meer in het
-onderhuis van den <span class="corr" id="xd26e1709" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span>, dan in de eigenlijke woning;
-daar is hij een zeldzame gast; nu is het niet zoo?&rdquo;</p>
-<p>Toen hij zich omdraaide, zag hij, dat Christine met emmer en al in
-de keuken was verdwenen en dat zij de deur had dicht gedaan.</p>
-<p>Zeer boos gooide hij de courant, die hij in de hand hield, op de
-tafel en liep het vertrek weer uit. In de poort ontmoette <span class=
-"pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>hij Mo,
-die hem eerbiedig maar tevens half familiaar groette.</p>
-<p>Oom keek nu na, wat de brievenbesteller bezorgd had en zocht er de
-brieven uit, die hij den minister aan het Departement moest brengen.
-Toen hij den brief van den opperloods aan Christine zag, riep hij haar
-toe, even binnen te komen.</p>
-<p>&bdquo;Christine,&rdquo; zei hij zeer ernstig, nadat hij haar den
-brief had gegeven&#8202;&hellip;. &bdquo;er is iets, waarover ik met je
-wil spreken. De zonen van den minister komen dikwijls hier een praatje
-met je houden, h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De deur stond open, de candidaat kwam binnen,
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, Alfred meen ik niet, maar de dokter&#8202;&hellip;. zie
-je.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hij is hier niet geweest,&rdquo; haastte Christine zich te
-antwoorden.</p>
-<p>&bdquo;Neen, maar het kwam mij zoo voor, dat hij op weg hier naar
-toe was. Ja, zie je, lieve Christine,&rdquo; ging hij voort, en hij
-legde zijne hand op haren schouder,&mdash;zij was wat langer, dan
-hij&mdash;&bdquo;het leven voor een jong meisje in eene groote stad is
-vol verzoekingen. Buitendien moet je vooral ook bedenken, hoeveel ik
-aan den minister, ja aan de geheele familie verschuldigd ben en hoe
-onplezierig het voor mij zoude zijn, zoo hun door mij of door hen, die
-bij mij wonen, eenige onaangenaamheid werd veroorzaakt. Gij begrijpt
-wellicht nog niet volkomen, wat ik met deze woorden meen, maar ik wil
-je vooral waarschuwen voorzichtig te zijn en je te wenden tot hen, die
-je welzijn bedoelen.&rdquo;</p>
-<p>Hij klopte haar even op de wang, en ging met de brieven het huis
-uit.</p>
-<p>Neen&mdash;zij begreep het niet, ten minste niet volkomen. Zij dacht
-wel, dat oom haar had willen zeggen, dat hij geloofde, dat de jonge
-heeren om haar zoo dikwijls binnenkwamen, maar welke onaangenaamheden
-dit aan de familie van den minister zou kunnen veroorzaken, kon
-<span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name=
-"pb88">88</a>]</span>zij volstrekt niet vatten. Christine, een
-eenvoudig boerenkind, bezat echter te veel gezond verstand, om niet
-volkomen te kunnen begrijpen, welke groote afstand er bestond tusschen
-den zoon van een&rsquo; minister en een meisje zooals zij. Toen zij den
-brief van den opperloods had gelezen, waarin dezelfde waarschuwingen
-werden gegeven, werd zij een weinig ongerust. Maar wat zou zij doen?
-Wanneer de candidaat binnen kwam, was zij zoo weinig voorkomend als
-maar mogelijk was; zij kon toch niet aan den ernstigen dokter,&mdash;en
-hij kwam maar zoo zelden&mdash;rechtuit zeggen, dat hij liever niet
-moest komen. Zij rekende uit, hoe lang het was geleden, sedert zij het
-laatst met hem had gesproken, en daar waren meer dan veertien dagen
-over verloopen.</p>
-<p>Oom Anders was al heel vreemd; zij kon niet recht wijs uit hem
-worden; ja, vriendelijk was hij altijd tegen haar, het zou schande zijn
-het tegendeel te zeggen, maar toch had zij, zij wist niet hoe het kwam,
-een zekeren angst voor hem.</p>
-<p>&rsquo;s Avonds&mdash;hij kwam altijd nog al laat naar
-huis&mdash;kon hij, wanneer hij door hare kamer ging, naast haar bed
-wat met haar staan te praten maar zij begreep niet altijd, wat hij
-eigenlijk vertelde. Misschien kwam het, wijl zij slaperig was, of omdat
-oom &rsquo;s avonds zeer moe was; hij sprak ten minste zoo vreeselijk
-onduidelijk. Hij tikte haar evenwel altijd vriendelijk op de wang,
-wanneer hij haar goeden nacht zei.</p>
-<p>Het viel dokter Bennecken, die steeds veel lust had met Christine
-een praatje te houden, niet altijd me&ecirc;. Hij wilde er Alfred niet
-gaarne ontmoeten en Mo wilde hij ook liever niet t&rsquo;huis treffen;
-wanneer hij op weg naar haar was, zijn geweten scheen hem niet heel
-zuiver; &rsquo;t kwam hem voor, dat hij iets kwaads in den zin had.</p>
-<p>Het eindigde dan ook gewoonlijk met in het voorbijgaan <span class=
-"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>even
-door het raam te kijken; soms liep hij naar boven om zijne moeder te
-begroeten in de zoete verwachting Christine in de poort of wel op de
-trap te ontmoeten.</p>
-<p>Hij was op haar verliefd geraakt, hij wist het maar al te goed. En
-toch was hij er niet vroolijk door gestemd, zooals zulks gewoonlijk het
-geval is, wanneer de liefde het bloed sneller door de aderen doet
-stroomen. Vooreerst wist hij volstrekt niet met welke oogen Christine
-hem aanzag. Hij meende, dat zij, die zoo gezond van lijf en leden was,
-en er zoo knap uitzag, afkeer moest gevoelen van een kreupele als hij;
-de dokter meende namelijk, dat hij veel meer mank ging dan eigenlijk
-het geval was.</p>
-<p>Dan was hij zeer ijverzuchtig op Alfred; wel verborg hij dit gevoel
-zoo veel mogelijk, maar uitermate jaloersch was hij op dien broeder,
-die hem steeds in den weg had gestaan, die overal steeds voorgetrokken,
-door allen vertroeteld werd, en ter wiens wille hij jaren lang zoo veel
-had moeten lijden.</p>
-<p>Ten laatste bezat Johan Bennecken volstrekt geen zelfvertrouwen en
-geloofde hij, dat het geluk voor hem niet was weggelegd. Het was hem
-nooit meegeloopen,&mdash;altijd moest hij dat van een ieder hooren.</p>
-<p>Daarom koesterde en vertroetelde hij den hartstocht, dien hij in
-zijnen boezem voelde ontkiemen, zooals men zulks een ziek kind doet.
-Aan dit sterke gevoel gaf hij zich geheel over zonder aan weerstand te
-denken; met stille weemoedige vreugde verborg hij die liefde in het
-binnenste van zijn hart, wijl hij niet durfde hopen, dat zij hem ooit
-geluk zou aanbrengen.</p>
-<p>Gesteld zelfs, hij was zoo gelukkig, dat Christine hem werkelijk
-lief had, welke zwarigheden, en bijna onoverkomelijke, dit kon hij niet
-wegredeneeren, zouden er zich opdoen. Wat zou zijne moeder, de vrouw
-van den minister er van zeggen? <span class="pagenum">[<a id="pb90"
-href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span></p>
-<p>En zoo hij het zich al als mogelijk voorstelde, dat hij zich om den
-tegenstand zijner moeder niet zou bekommeren, hoe zou hij ooit den moed
-krijgen v&oacute;&oacute;r zijnen vader te verschijnen, om hem mede te
-deelen, dat hij van plan was met een boerenmeisje in het huwelijk te
-treden.</p>
-<p>Die vader, die er zoo deftig en voornaam uitzag, was voor Johan
-Bennecken de type van al wat achtenswaardig, braaf en edel was.</p>
-<p>Wanneer de oppositie-bladen op heftigen toon de regeering aanvielen,
-las de dokter die artikelen altijd in dien geest, dat de aanvallen niet
-op zijnen vader gemunt waren. Het was best mogelijk, dat in de
-regeering mannen zaten, die eene scherpe kritiek verdienden maar dat er
-iets op den minister Bennecken zou zijn aan te merken, viel hem nooit
-in de gedachte.</p>
-<p>Terwijl de moeder slechts oogen had voor haren zoon Alfred, die er
-zoo knap uitzag, en met groote koelheid &bdquo;de twee mislukten&rdquo;
-zooals zij Johan en Hilda altijd noemde, behandelde, was zulks bij den
-vader gansch anders het geval; hij trok het eene kind, zeer zelden ten
-minste, boven het andere voor; ja soms gebeurde het zelfs, dat hij,
-wanneer zijne vrouw Alfred te zeer vertroetelde, het waagde zich
-daartegen een weinig te verzetten. Dit stelde Johan, die te dien
-opzichte volstrekt niet verwend was, zeer op prijs en hoe ouder hij
-werd, des te meer steeg zijne achting voor zijnen vader; zelfs zoo, dat
-dit gevoel bijna eene soort van vereering voor hem werd.</p>
-<p>Maar nu zou Johan juist zijnen vader in zijn gevoeligste punt, in
-dat, wat bij hem de grondstelling van zijn leven was, namelijk het
-<span class="corr" id="xd26e1769" title=
-"Bron: respectable">respectabele</span>, het fijne, het passende
-krenken, met den stormpas er zelfs tegen inloopen door een abnormaal
-huwelijk te willen aangaan met een lang roodharig boerenmeisje. Johan
-begon er reeds over te denken, wat zijn vader wel zeggen en doen zoude
-wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name=
-"pb91">91</a>]</span>hij het dwaze plan van zijnen zoon vernam. Was het
-hem toch niet eerst, na bezwaren in het oneindige, gelukt, verlof te
-krijgen om te solliciteeren naar de betrekking van armendokter in een
-der voorsteden&mdash;en wat was dit in vergelijking van hetgeen hij nu
-van plan was?</p>
-<p>Telkens echter, wanneer de dokter zoo ver in den loop zijner
-gedachten was gekomen, zeide hij, om zich schijnbaar wat tot kalmte te
-stemmen: &bdquo;Ja&#8202;&hellip;. ja, waartoe mij hierover te
-verontrusten? Zij bekommert zich toch niet om mij.&rdquo;</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">IX.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen Mortensen de redactie van &bdquo;de Vriend des
-Volks&rdquo; op zich nam, veranderde hij den naam van het blad in
-&bdquo;de ware Vriend des Volks&rdquo;, ook werd de courant op fijner
-papier en met helderder letter, dan zulks in den tijd van Hansen plaats
-had, uitgegeven. De illustrati&euml;n bleven echter nog een&rsquo; tijd
-lang, zoo als zij tot nu toe altijd waren geweest, zwarte vlekken met
-een weinig wit hier en daar. Op zekeren dag maakte de redacteur aan
-zijne geabonneerden bekend, dat met het volgend kwartaal te beginnen de
-illustrati&euml;n voor goed zouden verdwijnen.</p>
-<p>Hierdoor verloor het blad natuurlijk eenige abonn&eacute;s onder de
-kleine burgerij, maar Mortensen had daar geen spijt van. &bdquo;De ware
-Vriend des Volks&rdquo; verkreeg weldra zijne lezers, en wat het
-geldelijke betrof, dit ging boven alle verwachting.</p>
-<p>Wanneer Mortensen de courant &rsquo;s morgens met zich naar het
-Departement nam, las &eacute;&eacute;n der jongere commiezen van het
-bureau gewoonlijk den inhoud voor &bdquo;wanneer men tijd er voor
-had.&rdquo; De adjunct-klerk Hiorth had juist <span class=
-"pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>de
-voorlezing van een artikel ge&euml;indigd, waarin de onmogelijkheid was
-aangewezen, om te bepalen wat heden ten dage met de uitdrukking
-&bdquo;het Volk&rdquo; werd bedoeld; het naast lag wel voor de hand,
-dat men hier den Ambtenaarsstand mede moest bedoelen, omdat deze stand
-den kern van het volk uitmaakt&#8202;&hellip;. toen de groothandelaar
-Falck-Olsen de lezing kwam storen en naar den minister vroeg.</p>
-<p>Terwijl een der commiezen hem den weg naar het kabinet van den
-minister wees, verspreidde zich de kring der hoorders die zich om
-&bdquo;den waren Vriend des Volks&rdquo; geschaard hadden, naar alle
-richtingen. Ieder ging naar zijne plaats om zich daar geheel in zijn
-werk te verdiepen.</p>
-<p>De oude Hansen was v&oacute;&oacute;r zijnen lessenaar blijven
-zitten. Hij hield zich altijd, alsof hij geen woord van de voorlezing
-hoorde. Dit hielp hem echter niet veel; want wanneer er een gedeelte
-kwam, waarvan men wist, dat zulks hem zoude ergeren, werd het hem in de
-ooren geschreeuwd. De oude Hansen was een waarschuwend voorbeeld voor
-de jonge lieden aan het Departement geworden: aan hem konden zij zien,
-waartoe het koesteren van afwijkende meeningen leidt. Allen wisten, dat
-hij het niet verder in de ambtenaarsloopbaan kon brengen. Waar hij nu
-zat, met het gezicht naar den muur, bezig het werk in orde te brengen,
-dat anderen verzuimd hadden te doen, zou hij blijven zitten, tot dat
-hij in zijne doodkist zou liggen,&mdash;zoo men er zich ten minste niet
-toe genoodzaakt zag, hem zijn ontslag te geven; want de oude Hansen
-dronk, werd er algemeen in den laatsten tijd gefluisterd.</p>
-<p>Toen de minister zijn vriend Falck-Olsen zag binnen komen, begreep
-hij dadelijk, dat deze hem over zaken kwam spreken, en die gesprekken
-waren gewoonlijk niet opwekkend. Hij vroeg daarom dadelijk op
-vroolijken toon of zijn vriend hem voor eene jachtpartij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span>kwam
-uitnoodigen; het was een mooie winterdag, een weinig had het maar
-gevroren, het woei volstrekt niet en de zon scheen zoo helder.</p>
-<p>Maar Falck-Olsen begon droogjes over zaken te spreken, over de
-slechte tijden en over verlies van alle kanten.</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; viel de minister hem in de rede, terwijl hij
-in het vertrek heen en weer ging, en de handen zoo hield, dat de
-uitgespreide vingers aan de toppen elkaar raakten, &bdquo;de industrie
-en de handel verkeeren hier tegenwoordig in slechten
-staat&#8202;&hellip;. dit kan niet ontkend worden maar wij hopen
-echter&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och het zal heel wat duren, eer hier verbetering in komt! Ik
-weet niet, waaraan het in dit land ligt. Voor een poosje gaat alles
-goed, ja brillant zelfs, maar plotseling komt er een stilstand en de
-heele boel valt uit elkander; niets kan bij ons tot bloei komen, alles
-wat wij ondernemen komt zoo vervl&#8202;&hellip;. langzaam tot stand.
-Laten wij b.v. de Actienbank maar tot voorbeeld nemen, die verleden
-jaar met zooveel champagne opgericht werd, en van &rsquo;t
-jaar?&mdash;nu gij weet zelf, hoe de boel staat.&rdquo;</p>
-<p>Bij deze woorden slaakte de minister eenen zucht van
-verlichting.</p>
-<p>Hij had gevreesd, dat de groothandelaar was gekomen om hem mede te
-deelen, dat het zeer moeielijk was, geld te verschaffen, dat hij groote
-contante betalingen had moeten doen en meer dergelijke onaangename
-zaken, over welke Olsen gewoon was, hem te komen onderhouden, wanneer
-hij slecht geluimd was. Maar de Actienbank was een heel onschuldig
-onderwerp van gesprek, en hij antwoordde dus op schertsenden toon:
-&bdquo;Als lid van het bestuur in de bank moet ik protesteeren tegen
-dien aanval. Integendeel hebben wij, zooals de boeken zulks
-bewijzen&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och de boeken,&rdquo; antwoordde Falck-Olsen toornig,
-&bdquo;de boeken mooi te laten sluiten is zoo&rsquo;n kunststuk niet;
-<span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name=
-"pb94">94</a>]</span>iedere domkop kan dit tegenwoordig. Maar de fout
-zit daarin, dat het bestuur geen zweem begrip heeft van zaken te doen.
-Wat kan men verwachten van al die geleerde juristen, die nooit van hun
-leven zaken gedaan hebben, van die raadsheeren, advocaten en
-rechters&mdash;zij hebben geen jota verstand van zaken, neen
-waarachtig, zij begrijpen er niets van.&rdquo;</p>
-<p>De minister was nu door deze woorden op de hoogte gekomen, wat
-&bdquo;de zaak&rdquo; was, die den heer Falck-Olsen zoo bezig hield;
-hij legde de vingertoppen voorzichtig tegen elkander aan, en zeide:
-&bdquo;Hierin hebt gij voor een groot gedeelte gelijk, beste vriend,
-voor een groot gedeelte, maar,&rdquo;&mdash;hij bleef voor hem staan en
-hield den groothandelaar bij de jas vast, terwijl hij vervolgde:
-&bdquo;het is toch vreemd, heel vreemd zelfs, en jammer tevens, dat een
-man zoo als gij volstrekt niet eerzuchtig zijt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat meent gij hiermede?&rdquo; vroeg de heer Falck-Olsen, en
-hij zag den minister eenigszins weifelend aan.</p>
-<p>&bdquo;Is het u nooit ingevallen, dat gij u al te weinig van den
-invloed bedient, dien gij bezit&#8202;&hellip;. of ten minste bezitten
-kunt? Daar hebt gij de Acti&euml;nbank bijvoorbeeld, waarover gij zoo
-even hebt gesproken; waarschijnlijk zal op de volgende vergadering, de
-oude Raadsheer Falbe zijn ontslag als Directeur der bank wel aanvragen,
-en zou die post nu niet juist iets voor u zijn?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat is juist de post, dien ik wil, dat men mij zal
-aanbieden,&rdquo; riep de heer Falck-Olsen uit.</p>
-<p>&bdquo;Onmogelijk&#8202;&hellip;. ongelukkigerwijze, onmogelijk:
-mijn vriend,&rdquo; antwoordde de minister, en hij ging weer in de
-kamer op en neer.</p>
-<p>&bdquo;Zoo, en mag ik vragen, waarom?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wijl de Consul Lind waarschijnlijk voor dien post gekozen zal
-worden en hij gaarne Directeur wil zijn&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wil?&hellip; wil? Heeft men ooit zoo iets gehoord,&rdquo;
-riep de groothandelaar met een gedwongen lach uit; &bdquo;het zou
-<span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name=
-"pb95">95</a>]</span>wel eens aardig zijn te hooren, waarom allen naar
-de pijpen van dien heer moeten dansen! hij is niet rijker, dan
-ik.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen&#8202;&hellip;. zeker is hij dat niet, maar men kan zich
-op hem verlaten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat meent gij met deze woorden, Excellentie? Ben ik misschien
-iemand, op wien men zich niet verlaten kan?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Niet zoo driftig!&hellip; niet zoo driftig&#8202;&hellip;.
-beste vriend,&rdquo; zeide de minister glimlachend, en dwong hem te
-gaan zitten. &bdquo;Sta mij toe, u mijne bedoeling met een eenvoudig
-voorbeeld op te helderen. Gij gaaft,&mdash;zooals gij u wel
-herinnert&mdash;een paar maanden geleden een bal, een prachtig feest,
-moet ik zeggen: niets ontbrak, alles was volkomen zoo als het zijn
-moest, in het kort &bdquo;<span lang="fr">comme il faut</span>.&rdquo;
-En toch&#8202;&hellip;. veroorloof mij u aan eene kleine sc&egrave;ne,
-die er toen plaats had, te herinneren.&rdquo; Nu was de minister in
-zijn eigenlijke element. Kleine, geheime conferenti&euml;n, zoo onder
-vier oogen en met gesloten deuren vielen in zijnen smaak. Hij kon dan
-zoo echt vertrouwelijk zitten praten, het was of hij geheel in het
-belang van hem, met wien hij sprak, zijn hart uitstortte en meedeelde,
-wat hij anders aan niemand toevertrouwde, en wat hij eigenlijk beter
-zou gedaan hebben te zwijgen; alles ging op zulk eene wijze toe, dat
-hij, met wien hij gesproken had, bij het heengaan de volle overtuiging
-koesterde het volkomen vertrouwen van den minister te bezitten en
-geheel op de hoogte was van alle geheimen der regeering. En toch werd
-van den minister gezegd, dat de voornaamste eigenschap, die hij als
-staatsman bezat, juist bestond in eene buigzame en toch onwrikbare
-bescheidenheid.</p>
-<p>Hij schoof zijnen stoel wat dichter bij dien van den groothandelaar,
-zag hem vertrouwelijk aan, en zeide:</p>
-<p>&bdquo;Het kan eenigszins vreemd schijnen, dat een gast zijnen
-gastheer gaat critiseeren maar wij kennen elkaar zoo <span class=
-"pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>goed,
-niet waar?&hellip;. en daar wij nu juist op dit onderwerp gekomen zijn,
-is het mij wel vergund eenigermate mijne verwondering uit te spreken
-over uwe uitnoodigingen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo? Dit kan ik mij niet begrijpen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ziet, beste vriend, de sc&egrave;ne, waaraan ik u wil
-herinneren, had plaats onder het souper dat&mdash;tusschen twee
-haakjes&mdash;charmant was&#8202;&hellip;. en wel in uwe kamer; zoo als
-gij u zeker nog wel herinnert, had er een politiek dispuut
-plaats.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar gij weet wel Excellentie, dat zulks tegenwoordig
-overal geschiedt. Noem mij eene enkele familie, waar op de eene of
-andere partij niet over politiek wordt gesproken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ziet gij, daarin ligt het juist,&rdquo; riep de staatsman
-uit, &bdquo;overal wordt over politiek gesproken, in zoover hebt gij
-gelijk&mdash;volkomen gelijk, maar geef nauwkeurig acht op de
-omstandigheden&rdquo;&mdash;hier sloeg de minister hem zachtjes op de
-knie; &bdquo;wanneer er over politiek wordt gedisputeerd, zoo geeft dit
-te kennen, dat het gezelschap niet bij elkaar hoort,&mdash;hierin ligt
-het onderscheid.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar enkel mannen van naam waren op deze soir&eacute;e
-aanwezig. Ik had mij juist bijzondere moeite gegeven personen van
-maatschappelijken invloed uit te noodigen, lieden, die ik vroeger nooit
-het genoegen had gehad bij mij aan huis te zien.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zeer juist gezegd,&mdash;en dat was juist het ongeluk. Mannen
-van allerlei kleur waren daar,&rdquo;&mdash;de minister sprak op meer
-gedempten toon, &bdquo;zelfs rooden waren er onder! en onaangename
-zaken&#8202;&hellip;. hoogst onaangename zaken zelfs werden er gezegd,
-moet ik zeggen. Niet dat het mij persoonlijk hinderde, dit begrijpt gij
-wel; ik gaf er niet in het minst om, het waren de gewone frasen, en
-meestal kwamen jonge lieden er mee voor den dag, maar voor u zelf,
-beste vriend, vind ik dat&#8202;&hellip;.!&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Bah!&rdquo; viel de heer Falck-Olsen hem in de rede, en hij
-stond op, &bdquo;dat kan mij geen bl&#8202;&hellip;.. schelen, ik hang
-van niemand af, ik ben een <i lang="en">self-made man</i>, ik vraag
-naar niemand.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. ja&#8202;&hellip;. juist, zooals ik al heb
-gezegd. Gij bezit geen greintje eerzucht en dat vind ik jammer, zeer
-jammer;&rdquo; de minister liep weer heen en weer en herhaalde:
-&bdquo;zeer jammer!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu ja&#8202;&hellip; hm,&rdquo; zeide Falck-Olsen en lachte
-op wat ge&euml;rgerden toon, &bdquo;wis en zeker ben ik eerzuchtig, in
-zooverre ik gaarne&#8202;&hellip;. dien invloed zou verkrijgen, die mij
-eigenlijk rechtens toekomt. Met de politiek wil ik mij echter niet
-inlaten, dat heb ik u honderden malen gezegd; ik kies geene partij voor
-wien dan ook;&mdash;ik sta tusschen, of liever gezegd boven de
-partijen!&rdquo;</p>
-<p>Hij was werkelijk trotsch op dezen fraai klinkenden zin, maar de
-minister draaide zich naar hem toe en haalde de schouders op: &bdquo;De
-uitdrukking, waarvan ge u hebt bediend, komt bij zekere gelegenheden
-zeer goed te pas en ik wil zelfs erkennen, dat zij dan van zeer goede
-uitwerking is. Maar beste vriend, hier zoo onder vier oogen, zullen wij
-het wel met elkaar eens zijn, dat het slechts eene frase, of ronduit
-gezegd, dat het louter onzin is. Neen, dan houd ik het met het oude
-spreekwoord: waar men me&ecirc; verkeert, daar wordt men mee
-ge&euml;erd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar&#8202;&hellip;.. maar wien moest ik eigenlijk niet
-hebben uitgenoodigd,&rdquo; vroeg Falck-Olsen op wat minder zekeren
-toon.</p>
-<p>&bdquo;O, beste vriend, hoe kunt gij er een oogenblik aan denken,
-dat ik in bijzonderheden zal treden. In het algemeen bedoelde ik, dat
-het gezelschap niet al te goed bij elkander paste. Velen waren er, wier
-gezelschap wij heel goed hadden kunnen missen, en omgekeerd miste ik
-dezen en genen, die naar mijne meening, aanwezig hadden <span class=
-"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>moeten
-zijn. Onder de laatsten ben ik zoo vrij den Redacteur Mortensen te
-noemen, een&rsquo; man, die ongetwijfeld&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Die met de lucifers! Neen&#8202;&hellip;. weet
-gij&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil u iets in vertrouwen meedeelen,&rdquo; fluisterde de
-minister hem in &rsquo;t oor, &bdquo;die man heeft, wat zijn verleden
-ook geweest is, eene schitterende toekomst v&oacute;&oacute;r zich.
-Hebt gij notitie van zijne courant genomen? Ik durf u zeggen, dat zijn
-blad grooten invloed&#8202;&hellip;. ja, zeer grooten invloed zal
-verkrijgen.&rdquo;</p>
-<p>Juist kwam Mo met eenige papieren binnen.</p>
-<p>De groothandelaar was volstrekt niet met de audi&euml;ntie, die hem
-gegeven was, tevreden. In plaats van den anderen het mes op de keel te
-hebben gezet, was hij met dezen in eenen woordentwist geraakt, waarin
-hij, volgens gewoonte, aan het kortste eind had getrokken. Toch wilde
-hij niet weggaan zonder zijne kaart te hebben uitgespeeld en daarom
-zeide hij, z&oacute;&oacute; dat de minister het alleen kon hooren:
-&bdquo;ik wil alleen maar zeggen, dat ik op uwe stem zeker
-reken.&rdquo;</p>
-<p>Het was den minister of zijn hart een oogenblik ophield te kloppen.
-Falck-Olsen&rsquo;s geelachtige oogen zagen hem aan, zooals zij zulks
-gewoonlijk deden, wanneer er van &bdquo;contante voorschotten&rdquo; of
-dergelijke onaangename zaken sprake was. Hij stak hem echter heel
-vriendschappelijk de hand toe, toen hij in de deur afscheid van hem
-nam. &bdquo;Nu ja&#8202;&hellip;. beste vriend, komen die tijden, dan
-komen die plagen&#8202;&hellip;. en ik ben er zeker van, dat wij
-v&oacute;&oacute;r dien tijd het op alle punten eens zullen
-worden.&rdquo;</p>
-<p>De heer Falck-Olsen bromde iets tusschen de tanden, wat niet
-gemakkelijk viel te begrijpen, en de minister was overtuigd, toen de
-groothandelaar de deur der kamer achter zich toe trok, dat het de
-volgende maal niet zoo malsch zou toegaan.</p>
-<p>Hij wendde zich nu tot Mo, nam de papieren en legde ze met
-onverschilligen blik op de tafel. <span class="pagenum">[<a id="pb99"
-href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Hebt gij de rekeningen meegebracht?&rdquo; Mo haalde zeven of
-acht rekeningen voor den dag.</p>
-<p>&bdquo;Al te veel, al te veel&#8202;&hellip;. meer dan de afspraak
-is,&rdquo; riep de minister boos uit. &bdquo;Zeg aan Madam Gluncke dat
-zij niet aan al hare nukken moet toegeven, dat gaat volstrekt niet
-aan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, Excellentie,&rdquo; zeide Mo op klagenden toon, &bdquo;ik
-preek voortdurend hetzelfde, maar Malle Bimbam
-beweert&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wie?&rdquo; vroeg de minister op strengen toon.</p>
-<p>&bdquo;O, neem mij niet kwalijk, Excellentie, ik wil zeggen, madam
-Gluncke beweert, dat zij het tegenwoordig allen zoo hebben.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm!&rdquo; viel hem de minister in de rede, en hij opende
-eene kleine lade van zijne schrijftafel.</p>
-<p>Terwijl hij bezig was het geld te tellen, zeide Mo: &bdquo;weet uwe
-Excellentie met wien de hoofdcommies Delphin veel omgaat?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, met wien?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Met den ouden Hansen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Den ouden Hansen, daarbinnen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, onlangs was de hoofdcommies den geheelen avond bij Hansen
-en toen hij weg ging, stopte hij de vrouw van Hansen veertig kronen in
-de hand. Ik weet het positief,&rdquo; voegde hij er bij.</p>
-<p>&bdquo;Nergens vertrouwbare lui, waar men ook om zich heen
-ziet,&rdquo; mompelde de minister, terwijl hij de bankbilletten aan Mo
-ter hand stelde. &bdquo;Ja, dat is waar ook, daar valt mij iets in,
-waarnaar ik je wou vragen. Je hebt eene zustersdochter bij je aan huis,
-is niet, Mo?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Een broersdochter, Excellentie.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu dat is hetzelfde&#8202;&hellip;. het is mijn wensch, dat
-gij ze wegzendt, hebt gij &rsquo;t verstaan? Gij kunt in de andere
-kamer wachten, tot ik schel.&rdquo;</p>
-<p>De minister ging voor zijne schrijftafel zitten, maar de bode Mo
-bleef wachten. <span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
-"pb100">100</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Wilt gij nog iets?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil mijne nicht niet gaarne wegzenden,&rdquo; zeide Mo op
-eerbiedigen toon.</p>
-<p>&bdquo;Zij heeft natuurlijk reisgeld noodig,&rdquo; zeide de
-minister, en hij nam den sleutelbos, die nog in de lade stak, weer in
-de hand.</p>
-<p>&bdquo;Ik wensch haar bij mij te houden,&rdquo; zeide Mo
-droogjes.</p>
-<p>De minister keek hem aan. &bdquo;Waarom?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Omdat&#8202;&hellip;. omdat ik zulks wensch,&rdquo; luidde
-het antwoord op onderdanigen toon.</p>
-<p>&bdquo;Nu, kort en goed, Mo; mijne vrouw heeft mij verteld, dat zij
-de hoofden van onze jongens op hol maakt&#8202;&hellip;. en ik heb haar
-beloofd te zullen zorgen, dat zij weg kwam.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik hoop dat uwe Excellentie mij het niet kwalijk zal nemen,
-maar uwe Excellentie moet toestaan, dat ik haar bij mij houd,&rdquo;
-antwoordde Mo, en verdween in het kleine vertrek, dat aan de kamer van
-den minister grensde.</p>
-<p>De minister zat een oogenblik in gepeins. Het gebeurde soms wel, dat
-Mo zwarigheden maakte, maar gewoonlijk werden die uit den weg geruimd,
-wanneer de minister de kleine lade van zijne schrijftafel opende. Het
-ergste van de zaak was, dat hij er nu zeker van kon zijn eene
-sc&egrave;ne met zijne vrouw te zullen krijgen.</p>
-<p>De kleine bange secretaris voor de verzendingen had het eerst van
-het slechte humeur des ministers te lijden; de hoofdcommies Delphin
-zelfs liep niet geheel vrij, en weldra was het in al de kamers van het
-Departement bekend, dat de minister slecht geluimd was. Er was een
-geloop en een gefluister in de vertrekken, de hoofden werden over de
-lessenaars heengestoken om te vragen, wat er eigenlijk aan de hand was;
-de vreeselijkste voorspellingen over ontslag of mogelijk wel degradatie
-gingen van inktkoker tot inktkoker, en ieder maakte voor zichzelf in
-stilte zijn zondenregister op. <span class="pagenum">[<a id="pb101"
-href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span></p>
-<p>Mo alleen sloop op zijne vilten schoenen en glimlachend als altijd
-door de verschillende kamers, en wanneer hij voorbijging, zagen allen
-even van het &bdquo;werk&rdquo; op: hij zag er zoo geheimzinnig
-uit.</p>
-<p>Wat de minister verwacht had, gebeurde, zoodra mevrouw hem ontmoette
-vroeg zij: &bdquo;nu, heb je de zaak in orde gemaakt?&rdquo;</p>
-<p>De minister wachtte even, voor hij haar antwoordde. Zijne vrouw was
-de eenige persoon in de wereld, tegen wie hij den deftigen
-diplomatieken toon niet kon aanstaan. Hij antwoordde dus: &bdquo;neen
-ronduit wil ik je bekennen, dat ik de zaak nog niet in orde heb kunnen
-brengen, maar&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, waarom niet?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Mo wil niet; hij wil haar bij zich houden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Mo&#8202;&hellip;. altijd Mo,&rdquo; riep mevrouw op boozen
-toon uit; &bdquo;wanneer Mo niet wil, is het precies of gij er niets
-meer aan doen kunt. Men zou bijna gaan gelooven, dat hij je op de eene
-of andere manier in zijne macht heeft, waardoor gij het niet waagt hem
-den voet dwars te zetten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ha, ha, ha! de arme Mo,&rdquo; riep de minister lachend uit
-maar zijn lachen klonk eenigszins gedwongen, en hij zag voortdurend uit
-het raam, toen hij antwoordde: &bdquo;gij kunt toch wel begrijpen, dat
-het meisje het huis uit gaat, wanneer gij er zoo op gesteld zijt; ik
-kan Mo zeggen, dat ik het bepaald wil hebben
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, vindt gij zelf niet, dat het tijd wordt, hem te toonen,
-dat gij de macht hebt hem te bevelen&#8202;&hellip;. zoo gij die ten
-minste bezit,&rdquo; zeide mevrouw. &bdquo;Gij weet niet half, hoe
-Johan zich aanstelt. Alfred vertelt honderden
-zaken&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neem mij niet kwalijk, maar naar ik bemerk, legt Alfred meer
-bezoeken in de kelderwoning af dan Johan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu ja, wat beteekent dat? Alfred is
-verstandig&#8202;&hellip;. een man van de wereld! Zoo hij aan zulk een
-eenvoudig <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name=
-"pb102">102</a>]</span>boerenmeisje wat het hof maakt, weten wij wat
-dat beteekent. Maar met Johan, ziet gij, dat is wat anders. Gij hebt
-zijn karakter nooit goed kunnen vatten; gij weet, hier onder ons
-gezegd, niet, hoe bekrompen hij in zijne denkbeelden is. Heeft hij zich
-eenmaal iets in het hoofd gehaald, dan is hij in staat de grootste
-domheden te begaan; het zou mij volstrekt niet verbazen, wanneer hij
-ons op een mooien dag kwam vertellen, dat hij van plan is met het
-meisje in het huwelijk te treden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar beste Adela&iuml;de, hoe kunt gij op zulke gedachten
-komen! Zoo iets mag natuurlijk volstrekt niet plaats hebben, hoegenaamd
-niet!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, ik heb er in mijn leven genoeg voorbeelden van
-gezien,&rdquo; antwoordde Mevrouw Bennecken. &bdquo;Men zegt zoolang:
-&bdquo;het is onmogelijk,&rdquo; tot eindelijk het geval er toe ligt,
-en men tot over de ooren in een schandaal zit. Neen, zoo iets moet men
-bij tijds zien te voorkomen&#8202;&hellip;. dat is mijne meening; en
-weg wil ik haar hebben&#8202;&hellip;. die afschuwelijke roodharige
-meid! Bedenk eens, Daniel, wat een afschuwelijken smaak hij
-heeft!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar gij weet wel, dat Alfred
-ook&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Komt gij nu weer met Alfred aan! Gij hebt altijd iets tegen
-hem gehad. Alfred bezit een kunstenaars-natuur zooals zoo velen in onze
-familie. Het roode haar dat zoo fraai tegen de blanke gelaatskleur
-afsteekt, of zoo iets trekt hem aan. En buitendien, toen gij van zijnen
-leeftijd waart, waart gij ook niet zoo moeielijk tevreden te
-stellen&#8202;&hellip;. is het wel?&rdquo;</p>
-<p>Dit argument was altijd mevrouw&rsquo;s grof geschut, dat nooit
-miste een eind aan den twist te maken; juist kwam men zeggen, dat de
-tafel gedekt was. &bdquo;Waar is Alfred,&rdquo; vroeg de minister, toen
-hij in de eetzaal komende, alleen het kamermeisje zag.
-&bdquo;Alfred&#8202;&hellip;. ja de goede jongen komt niet <span class=
-"corr" id="xd26e1978" title="Bron: t&rsquo; huis">t&rsquo;huis</span>
-eten,&rdquo; antwoordde mevrouw, &bdquo;hij kwam van morgen even
-inwippen om te zeggen, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb103"
-href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span>dadelijk van het Departement
-naar Eriksen wilde gaan&#8202;&hellip;. je weet wel, zijnen
-vriend&#8202;&hellip;. den candidaat Eriksen&#8202;&hellip;. die zoo
-ziek ligt.&rdquo;</p>
-<p>De minister maakte bij zich zelf de opmerking, dat de ziekte van den
-candidaat Eriksen zeer lang duurde.</p>
-<p>&bdquo;Maar waarom is juffrouw Hilda hier niet,&rdquo; vroeg Mevrouw
-aan het kamermeisje.</p>
-<p>&bdquo;Juffrouw Hilda komt dadelijk,&rdquo; antwoordde deze.
-&bdquo;Zij heeft gevraagd om haar, zoodra het eten opgebracht was, te
-laten roepen. Zij is in de woning van den <span class="corr" id=
-"xd26e1989" title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span>.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu hoort gij het Daniel,&rdquo; fluisterde Mevrouw<a id=
-"xd26e1995" name="xd26e1995"></a> hem in &rsquo;t oor, &bdquo;dat
-listige schepsel legt het er ook al op aan met de zuster op goeden voet
-te komen.&rdquo;</p>
-<p>Toen Hilda aan tafel plaats nam, wilde zij over Christine beginnen
-te spreken maar hare moeder gaf met een bits woord eene andere wending
-aan het gesprek, en daar zij bij haren vader ook geen instemming vond,
-zweeg zij maar.</p>
-<p>En zwijgend bleven allen gedurende den maaltijd&#8202;&hellip;. een
-vervelende, ongezellige maaltijd, dat moet gezegd worden.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">X.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De opperloods had in den loop van den winter heel wat
-brieven voor Njaedel te schrijven, nu aan Christine, en dan weer aan
-broer Anders over die zaak, die nooit tot een eind scheen te komen. Een
-weinig mistrouwen begon de opperloods te koesteren jegens dien broer
-Anders; het kwam hem voor, alsof het met al die geldzendingen, en
-telkens werd er meer gevraagd, niet recht in den haak was, en het minst
-van allen stond hem aan, wat Anders in zijn laatsten brief over
-Christine had geschreven. <span class="pagenum">[<a id="pb104" href=
-"#pb104" name="pb104">104</a>]</span></p>
-<p>Ook hielp het geen greintje of hij Njaedel zijne gedachten over
-diens broeder al meedeelde; geen kwaad wou hij van hem hooren, en
-waagde hij het ook al eens, dan werd Njaedel vreeselijk boos. Alles wat
-Njaedel had opgespaard, moest Sechus naar Anders zenden, en toen de
-spaarpenningen verdwenen waren, moest de opperloods hem op eene andere
-manier geld zien te verschaffen.</p>
-<p>Njaedel leefde slechts voor de zaak; hij stond er &rsquo;s morgens
-mee op, en ging er &rsquo;s avonds mee naar bed. Elk oogenblik was hij
-overtuigd, dat er bericht van den koning zou komen, en dat
-hij&mdash;Njaedel&mdash;gelijk had.</p>
-<p>Vervolgens moest de opperloods, wanneer hij aan Christine schreef
-haar raden en vermanen. Daar Anders altijd schreef, dat zij daaraan
-behoefte had, stond Njaedel er op, dat het gebeurde. Anders had er
-verstand van en wist voor alles raad. Daarom was het voor Christine
-niet gemakkelijk de brieven van den opperloods recht te begrijpen; zij
-kreeg er echter een voorgevoel van, dat de zaken thuis niet in orde
-waren, ofschoon er altijd in de brieven stond, dat het Njaedel in alles
-goed ging. Nog minder begreep zij, wat hij met al die wenken en
-vermaningen aan haar adres meende. Op een dag in Februari, toen zij
-juist weer een&rsquo; brief van huis had gekregen, gaf een gedeelte
-haar veel te denken. &bdquo;Ik heb een lang leven achter den rug en
-veel verdriet en veel honger heb ik zien lijden door de liefde en het
-bedrog van zulke fijne jonge heeren, op wie geen meisje vertrouwen kan.
-Je moet God bidden, dat je hart van het kortstondig genot der liefde
-afgetrokken moge worden, en tot een verstandig man, al is die wat oud,
-dat maakt niets uit, wanneer men er maar eenmaal over heen is, maar
-daarentegen is het naar mijne gedachten niet te verwerpen, goed zijn
-brood te hebben, en de grootste winst en het grootste voordeel op den
-duur.&rdquo;</p>
-<p>Christine zat nog met den brief in de hand, toen zij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name=
-"pb105">105</a>]</span>juffrouw Hilda voorbij zag komen en de poort
-ingaan. Wanneer Hilda uit was geweest, liep zij altijd even de
-kelderwoning in, zoodat Christine, nog half in gedachten verzonken,
-opstond, om de deur te openen.</p>
-<p>Hilda wilde, naar het scheen, eerst voorbijgaan, maar na voorzichtig
-naar alle kanten te hebben rondgezien, sloop zij naar binnen en trok de
-deur schielijk achter zich dicht.</p>
-<p>Christine zag haar zeer verwonderd aan.</p>
-<p>&bdquo;Zeg aan niemand, dat ik hier ben geweest, Christine. Mama
-heeft mij verboden, je te bezoeken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vroeg Christine ernstig.</p>
-<p>&bdquo;Dat kan ik je niet zeggen,&rdquo; antwoordde Hilda, en zij
-draaide het hoofd om, &bdquo;maar ik ben zeker dat, wat mama mij heeft
-gezegd, niet waar kan zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat heeft uwe moeder dan gezegd,&rdquo; vroeg Christine op
-denzelfden ernstigen toon.</p>
-<p>&bdquo;Och&#8202;&hellip; beste Christine&#8202;&hellip; vraag mij
-daar niet naar,&rdquo; zeide Hilda, en zij wilde weggaan.</p>
-<p>&bdquo;Ik wil het weten,&rdquo; zeide Christine en zij hield haar
-bij den arm vast.</p>
-<p>&bdquo;Mama zegt, dat wij te dikwijls komen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wie?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ik&#8202;&hellip;. en&#8202;&hellip;.
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En?&hellip;. wie meer?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Mijn broers&#8202;&hellip; Johan vooral, zegt mama, maar ik
-geloof er geen woord van, hoor&#8202;&hellip;. Ik ben maar zoo bang dat
-mama te weten zal komen, dat ik hier toch ben.&rdquo;</p>
-<p>Christine liet haren arm los, en daar oom Anders juist het vertrek
-binnenkwam, sloop Hilda weg, verward en onrustig over hetgeen zij had
-gedaan.</p>
-<p>Christine stond doodsbleek en met vastgeknepen handen; ja nu begon
-zij te begrijpen, dat men haar beschuldigde de zonen van den minister
-tot zich te lokken. Manspersonen aan te halen was het schandelijkste,
-wat <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name=
-"pb106">106</a>]</span>zij zich denken kon, en dan&#8202;&hellip;
-vooral Johan, had juffrouw Hilda gezegd: de dokter&#8202;&hellip; de
-oudste zoon van den minister&#8202;&hellip;. en dat zou zij hebben
-gedaan!</p>
-<p>&bdquo;Ik wil naar huis, oom Anders.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het zou er slecht uitzien, als zij gelijk hadden,&rdquo;
-antwoordde hij bedaard.</p>
-<p>&bdquo;Weet u er ook van,&rdquo; riep Christine uit, &bdquo;maar wat
-heb ik dan toch gedaan?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Goddank, gij hebt nog niets gedaan lieve
-Christine&#8202;&hellip;. en wees maar niet bang. Ik zal wel voor je
-waken, dit heb ik ook aan den minister gezegd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De minister&#8202;&hellip;. weet hij het ook? Ik wil naar
-huis, och lieve, lieve oom laat mij dadelijk naar huis gaan,&rdquo;
-smeekte Christine.</p>
-<p>&bdquo;Ik vrees maar, dat je vader het treurig zal vinden, wanneer
-je om die reden terugkomt,&rdquo; zeide haar oom.</p>
-<p>&bdquo;Om die reden,&rdquo; herhaalde Christine, en al de wenken en
-vermaningen van den opperloods schoten haar in de gedachten! Zij kon
-niet meer geregeld denken, zij voelde zich zoo ontzettend eenzaam.</p>
-<p>&bdquo;Maar wat moet ik dan toch doen,&rdquo; riep zij eindelijk
-uit, en zij wrong de handen.</p>
-<p>&bdquo;Je behoeft je volstrekt niet ongerust te maken, Christine! Ik
-ben mans genoeg je tegen den minister en tegen mevrouw, ja, tegen wien
-ook te verdedigen, en zoo iemand je wil beleedigen, of je te na komen,
-vertel het mij dan maar;&rdquo; terwijl hij deze woorden zeide, kwam
-hij wat nader bij, en drukte hare hand recht hartelijk.</p>
-<p>Dit bracht haar wat tot kalmte. Het was toch maar goed, dat zij oom
-Anders had, op wien zij zoo volkomen kon vertrouwen; zij begon voor
-iedereen bang te worden en besloot zich op een&rsquo; afstand te
-houden.</p>
-<p>Christine haalde den brief van den opperloods weer voor den dag en
-ging zitten, om hem te antwoorden; zij wilde volstrekt niet hebben, dat
-men t&rsquo;huis zou kunnen <span class="pagenum">[<a id="pb107" href=
-"#pb107" name="pb107">107</a>]</span>meenen, dat er met haar iets niet
-in den haak was.</p>
-<blockquote>
-<p class="first">&bdquo;Beste Vader en beste Opperloods! met mijne
-gedachten ben ik meest altijd bij u, maar al verlang ik soms zeer naar
-huis, en ben ik wat neerslachtig, zoo ben ik evenwel God er recht
-dankbaar voor, dat ik het zoo goed naar lichaam en ziel heb. Eerst wil
-ik nu maar schrijven, dat oom gezegd heeft, dat de zaak nu mooi op weg
-is; hij zal zelf eerstdaags schrijven, maar hij heeft ontzaglijk veel
-te doen, en geeft zich veel moeite voor vaders zaak, en zoo er meer
-geld voorhanden was, zou alles zeker spoedig zijn beslag krijgen. Maar
-ieder zegt hier, dat Oom Anders de voornaamste van allen aan het
-Departement is, en hij is heel vriendelijk tegen mij, en het gaat met
-mij in alles heel goed.</p>
-<p>Hier is in &rsquo;t geheel geene zee te zien, veel geel water, dat
-leelijk riekt, en niet zoo als de zee bij ons, maar ontelbaar veel
-schepen en groote huizen van steen, en boomen, die zoo hoog zijn, als
-ik ze nooit heb gezien. Maar nu moet ik eindigen, met de hartelijke
-groeten aan mijnen goeden vader en den opperloods.</p>
-<p class="signed">Uwe gehoorzame dochter,</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Christine</span>.</p>
-</blockquote>
-<p>Bij Hilda Bennecken waren op denzelfden namiddag eenige jonge dames
-op theevisite; ofschoon zij nooit veel zulke visites gaf, was zij er
-van daag in &rsquo;t geheel niet toe gestemd. Het speet haar zoo, dat
-het haar verboden was bij Christine in te loopen; haar angst voor hare
-moeder was echter zoo groot, dat zij, ofschoon zij reeds lang volwassen
-was, als een klein meisje voor haar beefde.</p>
-<p>Van hare vroegste jeugd af, had zij steeds moeten hooren, dat zij
-een ongelukskind was.</p>
-<p>Zij had zich gewend, het verdriet harer moeder over de leelijkheid
-harer eenige dochter, meer te beschouwen als <span class=
-"pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>een
-verwijt, dat deze er haar van maakte, dan als eene zaak, die voor haar
-zelf treurig was.</p>
-<p>En hieraan was mevrouw Bennecken grootendeels zelf schuld. Want daar
-zij er nog goed uitzag, en een goed voorkomen zeer op prijs stelde, kon
-zij er zich soms bitter over beklagen, dat zij aan zulk eene dochter
-het leven had moeten schenken; en vele malen had Hilda in hare
-kinderjaren het moeten ondervinden, dat hare moeder, wanneer deze haar
-zoo fraai mogelijk aangekleed had, ten laatste alles weer uittrok en
-wegwierp, half schreiend zeggende: &bdquo;waarvoor dient het? Je bent
-eenmaal leelijk, en dat zal wel nooit anders worden.&rdquo;</p>
-<p>Die tranen harer moeder brandden Hilda diep in de ziel, en al wat in
-den loop der jaren bij haar tot beter ontwikkeling had kunnen komen,
-kwam niet tot vollen wasdom, wijl zelfvertrouwen haar geheel ontbrak.
-Voor hare moeder koesterde zij zulk eene vrees, dat zij, wanneer deze
-tegenwoordig was, zich bijna niet durfde verroeren.</p>
-<p>Juffrouw Hilda was nu drie en twintig jaar oud; om in het huishouden
-wat te verrichten, had zij de gelegenheid niet; daar had men bepaald
-iemand aangesteld, die over alles het oog hield, en in gezelschap werd
-zij, wijl zij zoo leelijk was, slechts geduld; zij was daar
-blootgesteld aan al die kleine bittere krenkingen, die zoo in ruime
-mate aan leelijke en onbeduidende personen, die zich op zijde laten
-schuiven, ten deel vallen.</p>
-<p>In Johan stelde zij het meeste belang: de twee verschovelingen
-steunden elkander. Toen zij ongeveer zestien jaar was, verkreeg zij
-vergunning aan eene cursus voor onderwijzeressen deel te nemen; de
-minister vond, dat men tot zekere hoogte het streven der vrouwen, om
-meer kennis te verkrijgen, moest aanmoedigen. Toen zij echter, na met
-ingespannen ijver gewerkt te hebben, want bijzonder begaafd was zij
-niet, eindelijk klaar <span class="pagenum">[<a id="pb109" href=
-"#pb109" name="pb109">109</a>]</span>was om haar examen te kunnen
-afleggen, werd haar dit niet toegestaan: dit paste niet voor de dochter
-van een&rsquo; minister.</p>
-<p>Hiermede was de zaak uit.</p>
-<p>Hilda Bennecken was gelukkig, noch ongelukkig. Haar leven ging
-kleurloos en eentonig daarheen, veel eentoniger nog, dan zulks
-gewoonlijk het geval is met de dames uit haren stand. Wat haar
-uiterlijk betrof, hierover konden de meeningen niet uiteenloopen,
-zoodat zelfs die kleine triomfen en nederlagen, welke anders de jonge
-jaren me&ecirc;brengen, voor haar ook niet waren weggelegd. Zij had
-eens voor altijd eene groote nederlaag geleden, namelijk geboren te
-zijn, zooals zij was. De kring, waartoe zij behoorde, kon haar verder
-geenerlei vergoeding bieden. Daarom had Delphins houding gedurende den
-winter zulk een sterken indruk op haar gemaakt. Nooit vergat hij,
-wanneer zij elkaar op een bal ontmoetten, na het souper de
-Fran&ccedil;aise met haar te dansen, en zoo langzamerhand kwamen zij
-met elkander op vertrouwelijken voet. Natuurlijk begonnen hare
-vriendinnen haar zeer met den kamerheer te plagen, en Sophie
-Falck-Olsen begon, toen de dames eindelijk rustig om de tafel zaten,
-het gesprek op Delphin te brengen.</p>
-<p>&bdquo;Hoe was het toch eigenlijk met dat engagement van Delphin?
-Jij Hilda, weet er zeker wel alles van, h&eacute;?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik&#8202;&hellip;. waarom zou ik dit zoo goed moeten
-weten,&rdquo; vroeg Hilda, en zij werd bloedrood.</p>
-<p>&bdquo;Och, jij bent toch de eenige, onder ons jongere dames ten
-minste, wie de eer ten deel valt met den kamerheer te mogen
-dansen!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och geloof toch niet, dat ik er iets voor doe; ik zeg hem
-integendeel telkens, dat hij zich niet behoeft op te offeren, met mij
-de Fran&ccedil;aise te dansen, wanneer hij er geen lust in
-heeft,&rdquo; verzekerde Hilda.</p>
-<p>&bdquo;Och ik begrijp heel goed, dat hij <span class="corr" id=
-"xd26e2121" title="Bron: geloofd">gelooft</span> er mee te <span class=
-"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name=
-"pb110">110</a>]</span>moeten voortgaan, nu hij het eenmaal is
-begonnen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Overigens,&rdquo; voegde Sophie er op eenigszins boosaardigen
-toon bij, &bdquo;deed hij het voor de eerste maal een beetje uit
-gekheid, het was op ons bal, als ik mij wel herinner.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik weet, wat er eigenlijk van dat engagement van Delphin
-was,&rdquo; zeide nu Caroline Hjelm, die in het begin het gesprek niet
-had gevolgd, daar zij eene biecht van Louise, met welke zij op de sofa
-zat, had aangehoord. &bdquo;Hij raakte ge&euml;ngageerd met eene nicht
-van mama, maar acht dagen nadat het engagement publiek was geworden,
-dwong hare familie haar, hem zijn woord terug te geven; zij is nu met
-een&rsquo; grondbezitter in Zweden getrouwd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och, dat is eene oude geschiedenis,&rdquo; zeide Sophie op
-stekelachtigen toon, &bdquo;maar waarom wilde de familie volstrekt, dat
-zij haar jawoord terugvorderde?&rdquo;</p>
-<p>Sophie stelde belang in het minste, wat Delphin betrof.</p>
-<p>&bdquo;Meent gij, dat ik dat ook niet weet,&rdquo; antwoordde
-Caroline, &bdquo;het was omdat het gerucht ging, dat Delphin in het
-Westland, waar hij een tijd lang bij de rechtbank was aangesteld, met
-eene getrouwde dame eene schandelijke betrekking had aangeknoopt. Zelfs
-kan ik vertellen, zoo gij zulks wilt weten, met wie het was; het was
-met de eenige zuster van den candidaat Hiorth&#8202;&hellip;. daar hebt
-gij nu de gansche geschiedenis!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Van Hiorth! nu dat is een buitenkansje,&rdquo; riep Sophie
-uit, en zij behandelde Caroline een weinig minder uit de hoogte,
-&bdquo;dan kan ik er alles van te weten komen, want hem kan ik geheel
-om mijn vinger winden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Was het werkelijk zulk eene schandelijke geschiedenis,&rdquo;
-vroeg Hilda aarzelende.</p>
-<p>&bdquo;Een van de allerverschrikkelijkste,&rdquo; antwoordde
-Caroline op beslisten toon.</p>
-<p>&bdquo;Och, onzin,&rdquo; zeide Sophie, &bdquo;zeker niet erger, dan
-andere dergelijke histories. De heeren zijn elkander allen hierin
-<span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name=
-"pb111">111</a>]</span>gelijk, geloof mij maar op mijn woord, en
-volstrekt niet zulke modellen van deugd&#8202;&hellip; en zoo zij dat
-waren, zou het ook al niet goed zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat zeg je daar Sophie,&rdquo; vroeg Louise op verschrikten
-toon in het hoekje van de sofa.</p>
-<p>&bdquo;Och jij, met je deugdzamen Hans, dien reken ik niet! Ik meen,
-wat ik heb gezegd, dat zulke onervarene, zulke model-brave heeren
-ontzettend vervelend zijn en in gezelschappen
-alleronverdraaglijkst.&rdquo;</p>
-<p>Deze woorden veroorzaakten eene heftige woordenwisseling, doch
-juist, toen het gesprek het levendigst werd, stak mevrouw het hoofd
-door de half weggetrokken porte-bris&eacute;e, en zeide: &bdquo;goeden
-avond jonge dames! Nu, nu! gebrek aan discours is er, naar ik merk,
-niet, wees voorzichtig Hilda&#8202;&hellip;. dat kopje staat te ver op
-den kant, het zal dadelijk vallen. Wanneer de dames het veroorloven,
-zouden twee jonge heeren gaarne een kopje thee mede drinken.&rdquo;</p>
-<p>De assistent-commiezen Hiorth en Bennecken kwamen achter mevrouw
-aan. Zij hadden elkander plechtig beloofd, dat zij zouden trachten het
-geliefde voorwerp te winnen onder volkomen gelijke omstandigheden, en
-Alfred verzocht daarom Hiorth altijd mee naar zijn huis te gaan,
-wanneer hij wist, dat Sophie bij zijne zuster was.</p>
-<p>De avond was intusschen gevallen en mevrouw liet in het groote salon
-de lampen aansteken, zoodat het licht door de half opengetrokkene deur
-in het vertrek viel, waar de jongelui praatten en lachten. Alfred kon
-zeer goed een gesprek voeren, en juffrouw Sophie speelde uitmuntend de
-coquette.</p>
-<p>Jonas Hiorth had daarentegen eene andere methode gekozen. Hij zat
-zwijgend en in melancholieke houding in het meest schemerachtig
-gedeelte van het vertrek; wanneer haar blik op hem viel, zag hij haar
-aan op eene <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name=
-"pb112">112</a>]</span>wijze, die zeggen moest: &bdquo;valsche slang,
-ik heb u ondanks alles innig lief.&rdquo;</p>
-<p>Het gesprek was levendig, zonder dat er echter over een bepaald
-onderwerp werd gesproken; men lachte, maakte toespelingen, was hatelijk
-of wel lieftallig al naar het viel.</p>
-<p>Dokter Bennecken kwam het verlichte vertrek binnen doch wilde, toen
-hij het gepraat en gelach in de andere kamer hoorde, dadelijk weer
-heengaan.</p>
-<p>&bdquo;Ben jij het Johan&#8202;&hellip;. wil je geen kopje thee
-hebben?&rdquo; riep Hilda hem toe. De dokter zag zich wel genoodzaakt
-binnen te komen; hij groette de jonge dames, maar verdween met zijn
-kopje thee weer in het salon. Hij was niet best geluimd; in de poort
-had hij Christine ontmoet en zij was hem voorbijgegaan, zonder de
-minste notitie van hem te hebben genomen.</p>
-<p>&bdquo;Mijn geleerde broer heeft vandaag veel trappen moeten
-klimmen,&rdquo; riep Alfred vrij luid.</p>
-<p>&bdquo;Wat meent gij hier mee&rdquo; vroeg Sophie, die aan den toon,
-waarop die woorden gezegd werden, merken kon, dat er iets bijzonders
-mede bedoeld werd.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. mijn broer is geen vriend van trappen
-klimmen; hij gaat het liefst daar, waar de kamers gelijkvloers zijn;
-soms heeft hij er echter niet op tegen een paar trapjes naar beneden te
-gaan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het past al heel slecht voor eenen dokter bang voor trappen
-klimmen te zijn,&rdquo; merkte een der dames aan, die den zin van
-Alfreds woorden in het minst niet begrepen had.</p>
-<p>&bdquo;O, het is maar best de sympathie&euml;n en antipathie&euml;n
-van mijn broer niet al te nauwkeurig te onderzoeken; in alle zaken
-heeft hij nog al een&rsquo; zonderlingen smaak. Kunt gij bijvoorbeeld
-raden, dames, hoe zijn ideaal van eene vrouw er uit moet
-zien?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, neen, volstrekt niet, vertel ons dat,&rdquo; riepen
-eenige der dames hem toe. <span class="pagenum">[<a id="pb113" href=
-"#pb113" name="pb113">113</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Alfred!&rdquo; riep de dokter uit.</p>
-<p>&bdquo;Eerstens moet zij ten minste drie en een half el lang
-zijn&#8202;&hellip;. op hare kousen nog wel.&rdquo;</p>
-<p>De dames lachten en amuseerden zich zeer, maar Hilda begreep, waar
-hij heen wilde.</p>
-<p>&bdquo;Alfred!&rdquo; zeide zij op half fluisterenden toon,
-&bdquo;ga niet verder.&rdquo;</p>
-<p>Hij stoorde zich echter niet aan hare woorden en vervolgde:
-&bdquo;dan moet zij ten tweede vuurrood haar hebben, dat
-v&oacute;&oacute;r alles zoo stroef moet zijn als de manen van een
-paard; ten derde moet zij in den boerenstand zijn geboren en naar den
-koestal ruiken&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Alfred&#8202;&hellip;. Alfred!&rdquo; riep mevrouw hem half
-lachende, half knorrende toe.</p>
-<p>&bdquo;O&#8202;&hellip;. o, nu weet ik het!&rdquo; riep Sophie uit,
-&bdquo;je bedoelt Christine, die lange Christine, die bij den
-<span class="corr" id="xd26e2195" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span> woont, niet waar?&rdquo;</p>
-<p>De dokter zette zijn kopje zoo hard neer, dat het rinkelde.</p>
-<p>&bdquo;De hartsgeheimen van mijnen broeder verraad ik maar
-z&oacute;&oacute; niet,&rdquo; zeide Alfred.</p>
-<p>&bdquo;Nu, bedoelt gij niet Hilda&rsquo;s nieuwe kennis, die
-Christine,&rdquo; vroeg Sophie, en zij boog haar hoofdje wat meer naar
-hem toe.</p>
-<p>Zeer gevleid, dat hij de dames met zijn verhaal had kunnen boeien,
-ging hij verder: &bdquo;O, het is volkomen een roman, gij kunt mij op
-mijn woord gelooven. De voorname minnaar en het eenvoudige maar
-buitengewoon deugdzame boerenmeisje, dan de zuster als de
-vertrouwde&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Alfred!&rdquo; riep Johan nu uit op eenen toon, dat allen er
-van schrikten.</p>
-<p>&bdquo;Maar Johan,&rdquo; zeide nu mevrouw, &bdquo;wat beteekent
-zulk een gedrag, ik verzoek je vriendelijk&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik heb het hem vroeger al gezegd mama, dat ik het
-<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name=
-"pb114">114</a>]</span>niet langer dulden wil,&rdquo; riep de dokter
-uit, en stampvoette van drift.</p>
-<p>&bdquo;Mama,&rdquo; vroeg Alfred op sarrenden toon aan zijne moeder,
-die met Johan in het salon zat, &bdquo;was het met het lange, of met
-het korte been?&rdquo;</p>
-<p>Nu kon Johan zich niet langer bedwingen; hij ging naar de deur der
-kamer, waarin de dames zaten, doch mevrouw hield hem tegen: &bdquo;Maar
-Johan, ik geloof werkelijk, dat je vandaag niet recht bij je verstand
-bent. Een beetje scherts moest je toch wel kunnen verdragen, dunkt mij;
-je hadt beter gedaan, niet gekomen te zijn, dan hier zulk eene
-kibbelpartij te maken; v&oacute;&oacute;r je komst zaten wij zoo
-gezellig bij elkaar!&rdquo; Johan ging weg, maar het was zooals mevrouw
-had gezegd: hij had den avond voor hen bedorven. De dames spraken op
-fluisterenden toon tot hen die naast haar zaten, maar een gesprek wilde
-niet meer vlotten; zelfs gelukte het Alfred niet de vroolijkheid weer
-aan den gang te maken.</p>
-<p>Toen mevrouw zich &rsquo;s avonds gereed maakte naar bed te gaan,
-vertelde zij haren man den twist, die tusschen de broeders had plaats
-gegrepen. Heel slim wist zij de zaak zoo voor te stellen, dat het
-scheen, alsof Johan alleen de schuld droeg, van het onaangename
-voorval; zij schilderde overigens het tooneel in nog scherper kleuren
-af, dan het in werkelijkheid was geweest.</p>
-<p>&bdquo;Komt het je nu ook niet voor, dat het tijd wordt dat zij het
-huis uitkomt,&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p>&bdquo;Ik geef toe, dat de zaak er bedenkelijker uitziet dan ik
-gemeend had,&rdquo; antwoordde de minister, &bdquo;en zoo het werkelijk
-zoo ver gekomen is, ben ik bang, dat haar heengaan, niet veel zal
-helpen; met een karakter, als dat van Johan, vrees ik, dat de
-hindernissen, die men hem in den weg wil leggen, hem des te meer zullen
-prikkelen om bij zijn besluit te volharden; hij zal hare <span class=
-"pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name=
-"pb115">115</a>]</span>verblijfplaats trachten op te sporen, en zoo hij
-haar vindt, zullen er misschien nog erger dingen gebeuren.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, dat heb ik al lang gezegd,&rdquo; riep mevrouw jammerend
-uit, &bdquo;maar nooit wilt ge naar mijnen raad hooren, altijd wilt
-ge&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Bedaard&#8202;&hellip;. bedaard, lieve Adela&iuml;de! Ziet
-gij&#8202;&hellip; kunnen wij haar niet van den hals schuiven,
-zoo&#8202;&hellip;. zoo&#8202;&hellip;.&rdquo; hier maakte hij eene
-kleine diplomatieke pauze.</p>
-<p>&bdquo;Nu?&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p>&bdquo;Nu ja! zoo wij hem wegzenden.&rdquo;</p>
-<p>Zulke kleine verrassingen verstond de minister meesterlijk. Mevrouw
-zag hem aan. &bdquo;Ja, Dani&euml;l&#8202;&hellip;. dat zou misschien
-niet zoo heel gek zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zooals ik altijd zeg, lieve Adela&iuml;de&#8202;&hellip; wees
-bedaard&#8202;&hellip; overijling deugt niet&#8202;&hellip;. en bij
-kalm nadenken vindt men altijd eenen uitweg. Je weet, dat Johan al zoo
-lang naar Weenen wenscht te reizen; ik wil hem er nu verlof toe
-geven.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En mag hij lang wegblijven?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Op zijn minst een jaar, zoo de reis hem, wat het
-wetenschappelijke betreft, van eenig nut zal zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat het wetenschappelijke betreft! Schalk!&rdquo; zeide
-mevrouw schertsend. Een steen was haar van &rsquo;t hart gevallen.
-V&oacute;&oacute;r te gaan slapen moest de minister aan zijne vrouw de
-belofte afleggen, dat hij, zoodra Johan was vertrokken, Mo er toe
-dwingen zou Christine weg te zenden; zij was dan ver weg en vergeten,
-als Johan van zijne buitenlandsche reis terugkwam.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch11" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">XI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In April zou dokter Bennecken op reis gaan. Toen zijn
-vader hem meedeelde, dat hij hem toestond naar Weenen te reizen, was
-hij er zoo blijde over, dat hij in het eerst <span class=
-"pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>er
-niet aan dacht, hoe zwaar het hem zou vallen Christine in langen tijd
-niet te zien. Nog minder viel het den goedhartigen dokter in er over na
-te denken, waarom dat hem de groote gunst eene reis te mogen maken, was
-toegestaan.</p>
-<p>Toen hij zijn examen als candidaat in de medicijnen had afgelegd,
-was het zijn vurigste wensch geweest voor een jaar buitenslands te
-gaan. Zijn vader had het te kostbaar gevonden en zijne moeder had hem
-ronduit gezegd, dat het vrij belachelijk zou zijn, hem voor zijne
-studi&euml;n naar het buitenland te zenden; daar waren zijne examens
-niet schitterend genoeg voor geweest; hij kon best thuis voort
-studeeren. Johan had dus al die reisplannen op zijde gezet. Toen hij nu
-zoo onverwachts verlof kreeg naar het buitenland te reizen, was hij zoo
-vervuld van dankbaarheid, dat hij er volstrekt niet aan dacht, hoe hij
-eigenlijk zijn eigen meester was en zelf zijne reis kon bekostigen.</p>
-<p>Hoe meer de dag van het vertrek naderde, des te onrustiger werd hij.
-Er was zooveel, dat hij v&oacute;&oacute;r zijn heengaan volstrekt aan
-Christine moest zeggen. V&oacute;&oacute;r alles wilde hij haar op de
-eene of andere wijze te kennen geven, hoeveel hij van haar hield, en
-dan wilde hij haar vragen, ja, dat was het eigenlijk, hij wilde haar
-vragen aan hem te denken in zijne afwezigheid. Met dit denkbeeld was
-hij zeer ingenomen, want hij vond, dat aldus veel met weinig woorden
-kon gezegd worden, en de dokter oefende zich voortdurend op welke wijze
-den zin samen te stellen, als bijv.: &bdquo;zoo gij
-wildet&#8202;&hellip;.&rdquo; of &bdquo;zoo gij zoo goed wildet
-zijn&#8202;&hellip;.&rdquo; of &bdquo;zoo ik kon gelooven, dat gij zoo
-vriendelijk zoudt willen zijn een weinig aan mij te denken.&rdquo; Zou
-hij &bdquo;een weinig&rdquo;, of zou hij het wagen &bdquo;veel&rdquo;
-te zeggen, of misschien &bdquo;dikwijls?&rdquo; En &eacute;&eacute;ne
-zaak bovenal woog hem zwaar op het hart: hij wilde haar voor Alfred
-waarschuwen. Dat hij haar alleen met Alfred moest laten, gaf
-<span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
-"pb117">117</a>]</span>hem de meeste onrust. Hij kende al te goed, ja
-hij bewonderde zelfs de behendigheid van zijnen broeder in het maken
-van intriges, en hij kon zich best voorstellen, hoe licht een onervaren
-meisje als Christine zich door Alfreds aardige manieren zou laten
-medesleepen.</p>
-<p>Maar men kon Alfred niet vertrouwen, en het was zijn plicht, zijn
-dure plicht Christine voor hem te waarschuwen. Heel gemakkelijk ging
-het echter niet, eene geschikte gelegenheid te vinden haar te spreken.
-Zoo dikwijls mogelijk ging hij in de laatste dagen v&oacute;&oacute;r
-zijn vertrek langs hare vensters of bleef even in de poort staan; de
-twee of drie treden durfde hij echter niet af te gaan. Tweemaal
-ontmoette hij haar, maar hij voelde zich zoo beklemd en de stem stokte
-hem zoo in de keel, dat hij blijde was toen zij voorbij was. Zij zag er
-ook z&oacute;&oacute; niet uit, dat het hem aanmoedigde, haar aan te
-spreken.</p>
-<p>Eindelijk was de dag, die voor zijn vertrek bestemd was,
-aangebroken. Nu moest hij dus trachten haar te spreken te krijgen; toen
-hij in de poort was, verschoof hij het oogenblik nog wat: hij kon eerst
-toch wel boven gaan afscheid nemen. Hij was zoo verstrooid, dat allen
-er een weinig om lachten, uitgenomen Hilda, die hem schreiend beloofde,
-te zullen schrijven.</p>
-<p>Toen hij uit het kamertje van den <span class="corr" id="xd26e2265"
-title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span> de weinige treden, die
-naar Christine&rsquo;s kamer voerden, afging, draaide alles voor zijn
-oogen, en hij viel bijna in de kamer. Gelukkig was er niemand, maar
-Christine, die iemand met zoo&rsquo;n leven had hooren binnen komen,
-kwam dadelijk uit de keuken.</p>
-<p>&bdquo;Ik ben het maar,&rdquo; stamelde de dokter, &bdquo;ik
-struikelde over de mat&#8202;&hellip;. ik ga op reis.&rdquo;</p>
-<p>Ja, Christine had het reeds gehoord.</p>
-<p>&bdquo;Ik kom nu afscheid nemen.&rdquo;</p>
-<p>Christine droogde de rechterhand wat aan haren boezelaar af.
-<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name=
-"pb118">118</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Ik&#8202;&hellip;. ik wou u vragen,&rdquo; maar verder kwam
-het niet. Al de mooie wendingen van den zin, dien hij had willen
-uitspreken, waren als weggevaagd.</p>
-<p>Onwillekeurig moest Christine even glimlachen. Dit gaf hem moed.
-&bdquo;Ik wou zoo graag, dat gij veel&#8202;&hellip;. een weinig meen
-ik&#8202;&hellip;. aan mij dacht, wanneer ik zoover weg ben.&rdquo; Al
-het bloed steeg hem naar het hoofd; hij wilde zoo gaarne den zin nog
-eens gezegd hebben, maar vond zulks wat heel gek. Christine was ook
-rood geworden, zij zag voor zich neer, maar glimlachte tevens.</p>
-<p>Toen werd de dokter zelfs vermetel; &bdquo;en zoo wilde ik u zeggen,
-dat gij voor Alfred op uwe hoede moet zijn.&rdquo;</p>
-<p>Deze woorden moest Johan Bennecken niet hebben gezegd; ternauwernood
-was de zin aan zijne lippen ontgleden of Christine richtte zich trotsch
-in hare volle lengte op, kwam eene schrede nader en vroeg: &bdquo;Wat
-meent gij hiermede?&rdquo;</p>
-<p>Zij sprak in het dialect, dat zij anders in de stad afgelegd had,
-toen hij haar aanzag, ging hij een paar schreden achteruit en
-vroeg:</p>
-<p>&bdquo;Ja, neem mij niet kwalijk, ik meende
-maar&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik ben oud genoeg, om op mij zelf te kunnen passen,&rdquo;
-beet Christine hem kortaf toe.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. ja&#8202;&hellip;. zoo meende ik het niet.
-Vaarwel!&rdquo; en Johan strompelde de twee, drie treden weer op. Toen
-hij weg was, wierp Christine zich op haar bed en weende bittere tranen;
-dat hij ook zulke slechte dingen van haar kon gelooven!</p>
-<p>De arme dokter werd door duizenden verwarde gedachten geplaagd;
-eindelijk geloofde hij vast en zeker, dat zij Alfred beminde.</p>
-<p>De kruier die op het bestemde uur kwam om voor zijne bagage te
-zorgen, kon uit mijnheer niet recht wijs worden: hij sprak zoo verward.
-Een paar vrienden kwamen even bij hem aanloopen om hem eene goede reis
-te wenschen; <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name=
-"pb119">119</a>]</span>hij dronk een glas wijn met hen, gaf hen
-allerlei verkeerde antwoorden, zag hen beurtelings aan alsof hij hun
-wat wilde vragen, en zei, als het er op aankwam, geene syllabe.</p>
-<p>Zij lachten hem hartelijk uit, en vertelden hem, dat hij aan een
-harden aanval van reiskoorts leed.</p>
-<p>In die gemoedstemming verliet hij Christiania.</p>
-<p>Een paar dagen later, vond de minister het maar het best nog eens
-met Mo over de zaak te spreken. Alle dagen had hij den verwijtenden
-blik, waarmee zijne vrouw hem aanzag, te doorstaan, waardoor hij zich
-niet op zijn gemak gevoelde. Toen hij dan ook op zekeren morgen met Mo
-alleen in zijn kamer aan het Departement was, zeide hij: &bdquo;Ja
-Mo&#8202;&hellip;. je nicht moet je toch wegzenden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het spijt mij zeer, Excellentie,
-maar&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zeg mij toch eens, waarom je haar volstrekt bij je wilt
-houden?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja,&hellip;. Excellentie, ik heb het mijn heele leven lang
-zoo eenzaam gehad, en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>Nu ging den minister eensklaps een licht op; hij zag den kleinen
-glimlachenden man, die voor hem stond aan en zeide eenigszins
-toornig:</p>
-<p>&bdquo;Neen, maar Mo, hoe kunt gij aan zoo iets denken?&hellip;. op
-jouw leeftijd&#8202;&hellip;. en buitendien&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Buitendien, Excellentie!&rdquo; vroeg Mo, en hij zag hem
-zijdelings aan.</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat is een zeer onaangenaam onderwerp om over te spreken,
-maar daar gij er mij naar vraagt zoo, zoo&#8202;&hellip;. een paar
-malen zijt gij zwaar ziek geweest&#8202;&hellip;. Mo!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar &eacute;&eacute;n maal, den anderen keer leed ik aan
-roos in het gezicht.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, ik ben niet van plan mij in uwe zaken te mengen, maar
-ik vind, dat gij, wanneer ik je er om verzoek, het meisje weg kondt
-zenden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Uwe Excellentie zal, hoop ik, volstrekt niet aan mijne
-<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name=
-"pb120">120</a>]</span>onderdanigheid en aan mijne volstrekte
-gehoorzaamheid twijfelen,&rdquo; gaf Andreas Mo ten antwoord, en hij
-boog heel diep, &bdquo;maar ik meen dat uwe Excellentie zelf weet, hoe
-sterk dit gevoel bij den mensch is, en hoe&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>De minister gaf hem door een ongeduldig gebaar met de hand te
-kennen, dat hij het gesprek niet wenschte voort te zetten. Hij liep de
-kamer op en neer maar de vingertoppen werden niet tegen elkaar
-aangelegd. Wanneer hij uit zijn humeur was, en dus niet als diplomaat
-optrad, stak hij de handen in den zak en rammelde met zijne
-sleutels.</p>
-<p>Hij dacht aan al de onaangenaamheden, die hem t&rsquo;huis te
-wachten stonden wanneer Christine niet weg ging en hij was niet zoo
-bang voor de geheele pers der oppositie, als voor zijne vrouw, wanneer
-zij eenen veldtocht, geheel naar den regel, aanving. Zij snuffelde dan
-overal naar alles, wat haar licht over de zaak zou kunnen geven, en
-bespiedde alle zijne gangen; veel kon er aan den dag komen, dat nu voor
-haar bewaard en verborgen was en zou blijven, zoo lang de verhouding
-vriendschappelijk bleef en hij zijne vrouw in goeden luim hield.</p>
-<p>Terwijl de minister heen en weer liep, pookte Mo heel voorzichtig in
-de kachel het vuur wat op, en hij was er, om den minister wat tijd te
-geven, heel lang mede bezig.</p>
-<p>Van tijd tot tijd keek deze Mo eens aan; na over alle punten van
-deze onaangename zaak goed te hebben nagedacht, kwam hij tot het
-besluit, dat een huwelijk tusschen Mo en die nicht in den grond
-eigenlijk de beste uitweg zou zijn.</p>
-<p>Zonder twijfel zoude die Adela&iuml;de tevreden stellen en tot
-kalmte brengen, en dat was de hoofdzaak. Verder zou Mo, wanneer de
-minister zich tegen het huwelijk niet verder aankantte, nog meer
-verplichting aan hem hebben, <span class="pagenum">[<a id="pb121" href=
-"#pb121" name="pb121">121</a>]</span>en het was toch zijn plicht niet
-er acht op te geven, dat de lieden, die wilden trouwen, gezond
-waren.</p>
-<p>En eindelijk&mdash;zoo Mo wilde gaan trouwen, wat had hij daarmede
-te maken? Kon hij,&mdash;de minister&mdash;het hem misschien verbieden?
-Hoe kon hij zoo dom zijn zich er boos over te maken?</p>
-<p>De minister legde nu de vingertoppen weer tegen elkaar, en vroeg op
-den toon, dien hij gewoonlijk tegen Mo aansloeg: &bdquo;Hebt ge met je
-nicht over eene zoodanige verbintenis gesproken?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Rechtstreeks heb ik de zaak nog niet aangeroerd; ik wilde mij
-van de toestemming van uwe Excellentie verzekeren alvorens er met haar
-over te praten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat? mijne toestemming! het is eene zaak, die jou alleen
-aangaat, en waarin ik niets heb te zeggen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik zou mij toch nooit zulk eenen stap hebben willen
-veroorloven, zonder eerst&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Goed&#8202;&hellip;. goed!&rdquo; viel de minister hem boos
-in de rede, &bdquo;zoo gij gelooft, dat het meisje je nemen wil,
-zoo&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Duizendmaal dank, Excellentie!&rdquo; riep Mo uit en hij
-wilde de hand des ministers grijpen, &bdquo;ik twijfel er niet aan, dat
-nu ik de toestemming van uwe Exc&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Geen woord wil ik meer over die zaak hooren Mo, hebt gij mij
-begrepen?&rdquo;</p>
-<p>De minister zag er zoo verschrikkelijk boos uit, dat Mo het maar het
-best vond hem alleen te laten; met een dankbaren glimlach om den mond
-verliet hij het vertrek.</p>
-<p>De minister kon zich niet dadelijk aan den arbeid zetten&mdash;dit
-tooneel had hem zeer ontstemd; nog lang liep hij hoofdschuddend in zijn
-kamer heen en weer, en slaakte vele malen eenen diepen zucht.</p>
-<p>Des avonds zeide hij tot zijne vrouw: &bdquo;Beste Adela&iuml;de,
-het spijt mij zeer voor je, maar Mo is maar niet van zijn besluit af te
-brengen om het meisje bij zich te houden.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Zoo, werkelijk Dani&euml;l,&rdquo; antwoordde zij vrij
-heftig, &bdquo;ja, ik begin inderdaad te gelooven, dat gij op de eene
-of andere wijze in de macht van dien man zijt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wees toch bedaard, Adela&iuml;de, wees toch bedaard!&rdquo;
-zeide haar man, en hij gesticuleerde even met zijne mooie hand,
-&bdquo;zij&mdash;ja, ik meen dat meisje, kan geheel onschadelijk worden
-gemaakt, zonder dat het noodig is, dat wij haar wegzenden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zoo, en hoe? als ik mag vragen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zij kon bij voorbeeld gaan trouwen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hier aan huis?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja zeker, beste, met haren oom.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Met Mo! dat jonge meisje met dien ouden vent?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, zie je,&rdquo; antwoordde haar man, en hij deed zijne das
-voor den spiegel wat los, &bdquo;dat is nu eene zaak, die ons eigenlijk
-niet aangaat.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, daar kunt ge gelijk aan hebben,&rdquo; antwoordde
-mevrouw eenigermate aarzelend, &bdquo;maar ik vind
-toch&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Door dit huwelijk zou zij voor ons onschadelijk
-worden,&rdquo; ging hij voort.</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat zou zeker het geval zijn; maar met dien akeligen Mo!
-en hebt ge mij buitendien niet eens verteld, dat
-hij&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Officieel is daar niets van bekend, en buitendien! zoo men
-bij ieder huwelijk nauwkeurig wilde gaan onderzoeken
-of&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, je hebt gelijk, Dani&euml;l, ja, gij
-mannen&#8202;&hellip;.! en zoo als gij ook zegt, het gaat ons eigenlijk
-niet aan!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, lieve Adela&iuml;de, zoo denk ik over de zaak, het gaat
-geheel buiten ons om.&rdquo;</p>
-<p>Toen mevrouw een poosje had nagedacht, kwam zij ook tot het besluit,
-dat een huwelijk de beste uitkomst was.</p>
-<p>&bdquo;Zijt gij op dat denkbeeld gekomen, Dani&euml;l,&rdquo; vroeg
-zij hem op schalkschen toon.</p>
-<p>&bdquo;Nu&#8202;&hellip;. dat wil ik juist niet
-beweren&#8202;&hellip;. hm!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb123"
-href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Je bent toch een <span class="corr" id="xd26e2405" title=
-"Bron: slimmert">slimmerd</span>, Dani&euml;l,&rdquo; zeide mevrouw, en
-zij trok hem naar zich toe.</p>
-<p>Christine begon te begrijpen, waarvan eigenlijk sprake was. Oom
-Anders had, na haar zeer voorzichtig te hebben voorbereid, haar ronduit
-gezegd, dat de minister wenschte, dat de geruchten, die zooals zij zelf
-wist in omloop waren, op eene duidelijke wijze werden
-gelogenstraft.</p>
-<p>Een huwelijk met Oom Anders was naar hare begrippen eene goede
-partij. In den stand, waartoe zij behoorde, waren zoogenaamde
-&bdquo;<span lang="fr">mariages de raison</span>&rdquo; eene gewone
-zaak; wanneer er nu nog bijkwam, dat haar vader het ook zoo gaarne zag,
-kon zij er niets op tegen hebben.</p>
-<p>Nooit had zij eenig man aangemoedigd; zij was volkomen vrij, en
-daarom maakte zij er zich dubbel boos over, dat men haar daarvan had
-kunnen beschuldigen. Inzonderheid ontvlamde haar toorn, wanneer zij aan
-dokter Bennecken dacht, en&mdash;die toorn deed meer pijn, dan zij
-vroeger ooit had gevoeld.</p>
-<p>Ofschoon zij dus geene liefde behoefde te offeren, schreide zij
-echter den ganschen nacht, die op den avond volgde waarop Oom haar
-gevraagd had of zij zijne vrouw wilde worden. Na goed uitgeweend te
-hebben, werd zij kalm en verstandig; de gedachte dat zij, trouwende met
-haren oom, allen zou kunnen bewijzen&mdash;en den dokter in de eerste
-plaats,&mdash;welk onrecht men haar had aangedaan, scheen haar kracht
-te verleenen.</p>
-<p>Den volgenden morgen kreeg haar oom het jawoord.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch12" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">XII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In dichte scharen zaten aan den Nijl de vogels en
-blakerden zich in de heete zon. Zij poetsten en plukten hunne
-ve&ecirc;ren, vlogen een paar slagen om de vleugels te beproeven,
-<span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name=
-"pb124">124</a>]</span>en hapten lui naar de vette wormen waarvan het
-in het slijk wemelde. Maar er was &agrave;l te veel voedsel, &agrave;l
-te veel warmte en &agrave;l te veel windstilte; zij reikhalsden naar
-frisschen regen, grauwe lucht en stormweer.</p>
-<p>Ontelbare troepen wilde ganzen en zwanen zwommen rond in de tamelijk
-groote waterplassen, tusschen de biezen die het uitgestrekte moeras
-vulden. Reigers en ooievaars staken hier en daar met den kop boven de
-andere vogels uit; dicht in &eacute;&eacute;n gedrongen stonden zij op
-&eacute;&eacute;n been en lieten den kop op zij hangen:&mdash;zij
-verveelden zich allerverschrikkelijkst. Alle mogelijke soorten van
-snippen, watervogels, kieviten, waterhoenders, wilde ganzen, kwartels,
-zwaluwen&mdash;ja, zelfs tot gemeene spreeuwen toe&mdash;allen
-verveelden zich zoo, dat hun de veeren bijna uitvielen.</p>
-<p>De ibis maakte zich zeer kwaad op al dat grauw gevederde vreemde
-gespuis en vergat zijne waardigheid zoo zeer, dat hij zich bij den
-dommen flamingo, dien hij anders zoo diep verachtte, beklaagde.</p>
-<p>De krokodillen knipoogden met hunne slijmachtige, lichtgroene oogen
-en snapten nu en dan naar eene vette gans; dan ontstond er een
-geschreeuw en gekrijsch, dat overal langs den stroom beantwoord werd,
-om eindelijk heel, heel in de verte weg te sterven, en&mdash;de
-doodsche stilte van de woestenij lag weer over het gloeiende landschap,
-terwijl de scharen van vogels met slaperig uitzicht, weder ter neder
-zaten en wachtten&mdash;ja zij wisten niet recht waarop.</p>
-<p>Daar vloog een kleine grauwe vogel loodrecht de lucht in; een
-oogenblik bleef hij zweven, en klapwiekte met de vleugels, terwijl hij
-eenige tonen kweelde&mdash;dan vloog hij weer naar beneden en verschool
-zich tusschen het riet.</p>
-<p>Alle vogels hadden de koppen in de hoogte gestoken <span class=
-"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>en
-geluisterd; nu ontstond er een gesnater en een getjilp en een gedrang
-in elken hoek.</p>
-<p>Jonge, verwaande kieviten vlogen hoog in de lucht en draaiden in
-alle mogelijke bochten rond om aan de anderen te toonen, hoe goed zij
-vliegen konden. Maar de oudste witte zwanen, die heel naar IJsland
-zouden reizen, belegden eene groote vergadering om het voorgeslagen
-reisplan van den leeuwerik te bespreken. Allen hadden toch den
-leeuwerik dadelijk aan het geluid herkend, ofschoon hij, want het
-gezang scheen nog niet goed uit de keel te willen, maar een paar tonen
-had laten hooren. Terwijl de zwanen nog aan het beraadslagen waren,
-werden zij door een hevig geplas in hunne debatten gestoord en de lucht
-werd geheel donker. Het waren de wilde ganzen, die dit leven maakten.
-In groote zwermen verdeelden zij zich, draaiden in de lucht heen en
-weer, schaarden zich dan in lange rijen en verdwenen in noordelijke
-richting, terwijl hun geschreeuw nog lang in de verte werd gehoord.</p>
-<p>In zwarte massa&rsquo;s vlogen de spreeuwen weg, de kieviten volgden
-hun voorbeeld, de ooievaars stegen paarsgewijze loodrecht omhoog, tot
-zij bijna geheel uit het gezicht waren, en trokken dan Noordwaarts. In
-de algemeene verwarring en het leven dat er heerschte, konden de zwanen
-niet rustig meer zitten te overleggen en daarom werd de vergadering
-ontbonden; ieder wilde weg, tijd tot nadenken, gunde men zich niet
-meer. Alle bezinning was verloren, telkens vlogen nieuwe scharen over
-Noord-Afrika heen, en ieder begroette, naar dat hij gebekt was, de
-blauwe Middellandsche zee, die onder hem lag.</p>
-<p>De mannetjes-nachtegalen vlogen in stille kleine gezelschappen des
-nachts weg; zij voelden zich getrokken tot de bekende plaatsjes in de
-rozenstruiken van Provence of wel tot de beukenwouden van Seeland; zij
-wilden hunne fraaiste melodie&euml;n instudeeren en ze kennen
-v&oacute;&oacute;r de aankomst der wijfjes. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p>
-<p>De Noorsche leeuweriken wachtten het langst; toen de Deensche
-wegtrokken, sloten zij uit oude vriendschap zich bij hen aan. De
-reiskoorts maakte zich tot zulk eene hoogte van allen meester, dat
-zelfs de zwaluwen en de koekoeken langer rust noch duur hadden; zij
-wilden in allen gevalle toch over de Middellandsche zee,&mdash;daar kon
-men zien hoe verder te handelen.</p>
-<p>De ibis herkreeg zijne kalmte van gemoed, en als een bisschop zoo
-deftig wandelde hij langs den oever; de roze-roode flamingo&rsquo;s
-maakten voor Zijn Hoog Eerwaarde eerbiedig plaats, terwijl zij met
-vroom vertoon den dommen kop met den krommen bek bogen.</p>
-<p>Stiller en warmer werd het langs de oevers van den Nijl. De
-krokodillen moesten zich nu met negervleesch tevreden stellen of een
-enkele maal met dat van een taaien Engelschen toerist. Dag en nacht
-vlogen de trekvogels naar het Noorden en naarmate zij de bekende
-plaatsen naderden, verminderde het reisgezelschap; zij, die aan hun
-bekend te huis waren gekomen, groetten hen, die nog verder moesten
-trekken, en leven en vroolijkheid over het oude bevrorene Europa zouden
-verspreiden, in bosch en veld, dicht bij de woningen der menschen en
-ver weg in het riet van de groote stilstaande meren.</p>
-<p>In Itali&euml; stonden de rozenstruiken in vollen knop; in &rsquo;t
-Zuiden van Frankrijk deden de bloeiende appelboomen denken, dat het
-zooeven gesneeuwd had, en op de Boulevards in Parijs begonnen de
-bladeren der kastanjeboomen hunne glanzende taaie knoppen te verbreken.
-De eerzame burgers van Dresden stonden op het Br&uuml;hlsche terras en
-warmden zich in de zon, terwijl zij naar de ijsschotsen keken, die met
-den stroom kwamen afdrijven, om zich tegen de bogen der brug bij
-torenhoog op te stapelen.</p>
-<p>Maar verder op in het Noorden bleef het nog koud; een scherpe,
-snijdende wind woei over de Noordzee en hier en daar zag men sneeuw op
-den grond. Hoe <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name=
-"pb127">127</a>]</span>noordelijker men kwam, des te kleiner werd de
-schare der leeuweriken. Een groot gedeelte nestelde zich op de vlakten
-om Leipzig, en een ander op de L&uuml;neburger heide; toen de overige
-in Sleeswijk waren aangekomen, vroegen de Deensche leeuweriken aan hen,
-die in het Noorden thuis behoorden, of zij geenen lust hadden een
-weinig te wachten om het weer wat aan te zien.</p>
-<p>De sneeuw lag nog op de velden en hekken in Jutland, en de
-Noordwestenwind schudde de oude Deensche berken, welker bruine knoppen
-nog voorzichtig de saamgehulde teere blaadjes omsloten. De vogels
-verscholen zich achter groote steenen en in het heidekruid; sommige
-waagden het zelfs heel dicht in de buurt der boerderijen te komen, waar
-de musschen een leven maakten alsof alles hun behoorde.</p>
-<p>Allen waren het er over eens, dat men al te vroeg op reis was
-gegaan, en hadden zij hem, die hen van Egypte&rsquo;s vleeschpotten
-gelokt had, hier beet kunnen krijgen, zij zouden hem zeker de veeren
-hebben uitgeplukt. Eindelijk woei er een Zuidenwind; de reizigers naar
-het Noorden namen afscheid, bedankten voor het aangename gezelschap en
-vlogen de zee over.</p>
-<p>Daar in Noorwegen zag het er bij hunne tehuiskomst treurig uit. De
-sneeuw lag nog vele voeten diep in de dichte bosschen en zelfs in de
-dalen. Daar bracht de Zuidenwind den zoo gewenschten regen en,&mdash;nu
-niet trapsgewijze&mdash;neen, plotseling greep er eene omkeering plaats
-met geraas en gebulder en sneeuwstortingen en schuimend neervallend
-water en bruisende stroomen, zoodat het land veel op eenen reus geleek,
-die zich wascht en die er van houdt het ijskoude water over de
-krachtige leden te laten spatten. En een groen floers breidde zich over
-alles uit; over de jonge berken op de hoogten, over de stranden, waar
-de zee een inham maakt, over de vlakten in westelijke richting naar zee
-en over heide en moeras, over klippen <span class="pagenum">[<a id=
-"pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>en bergkloven en over
-de nauwe dalen tusschen de bergen. Op de toppen bleven de sneeuw en de
-gletschers liggen, alsof de bergen geenen lust hadden den hoed voor
-zulk een vluchtigen bezoeker als de zomer, af te nemen. De zon scheen
-zoo heerlijk en warm, ook het koeltje voerde nog warmte van het Zuiden
-aan, en eindelijk kwam de koekoek,&mdash;als opperceremoniemeester, om
-te zien, of alles in orde was; hij vloog nu hier, dan daar, verschool
-zich eindelijk in het dichtste loof van eenen jongen berkeboom, en
-riep: &bdquo;de Lente is daar!&rdquo;</p>
-<p>Het oude Noorwegen was eindelijk ontwaakt!</p>
-<p>Daar lag het nu&mdash;zoo hoog en zoo verblindend schoon aan de
-blauwe zee;&mdash;zoo arm en zoo mager en toch ook zoo frisch, gezond
-en lachend als een flink gewasschen kind.</p>
-<p>In de havens langs de kust heerschte nu groote bedrijvigheid; witte
-zeilen vertoonden zich tusschen de klippen en verdwenen in zee. De
-schaatsen werden aan den balk gehangen, de sledevellen, goed met kamfer
-bestrooid, werden weggeborgen, en even als de beer, wanneer hij uit
-zijn hol komt, zijne pels eens goed schudt, evenzoo schudden nu de
-menschen, de loome leden, grepen de spade aan en begonnen met vollen
-ijver den voorjaarsarbeid.</p>
-<p>Groote houtvlotten dreven de stroomen af en plasten in het ijskoude
-sneeuwwater; op de breede vruchtbare akkers sneed de ploegschaar lange
-zwarte voren; hoog in het Noorden waren de lieden druk bezig kabeljauw
-op de naakte klippen te drogen te leggen; op de vlakten in westelijke
-richting naar het strand toe, zag men karren met wier beladen langs de
-akkers rijden, en op de heide stond een kleine man met leepoogen,
-peinzende over eene Isabella-merrie.</p>
-<p>Hier was de lucht nog frisch en aangenaam, terwijl de lieden te
-Parijs op straat door een zonnesteek getroffen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name=
-"pb129">129</a>]</span>werden en de bladeren der boomen op de
-boulevards vol stof en half verschroeid waren.</p>
-<p>Op het Br&uuml;hlsche terras zaten de eerzame burgers van Dresden
-het koeltje, dat de avond hun aanbracht, te genieten; zij dronken
-Meiwijn en disputeerden zoo over Wagner&rsquo;s muziek, dat zij elkaar
-bijna in het haar vlogen. Over iets anders mochten zij in het publiek
-niet disputeeren en&mdash;disputeeren moesten zij.</p>
-<p>Zij, die eene goed gevulde beurs bezaten, begonnen in Baedeker te
-bladeren, en spoedig kwam er ook eene schare van krombeenige Duitschers
-en Engelsche dames met lange tanden opzetten, die frissche lucht wilden
-inademen, tusschen de bergen van Noorwegen, en later een weinig van die
-frissche lucht naar het vaderland wenschten mede te nemen, te gelijk
-met de goelijk gemeende karikaturen over het &bdquo;Oude
-Noorwegen.&rdquo;</p>
-<p>Terwijl die bonte menigte van reizigers zich in alle richtingen over
-Noorwegen verspreidde, ontmoette zij op hunnen weg eenen anderen
-stroom, die de kust trachtte te bereiken.</p>
-<p>&bdquo;<span lang="de">Was sind das f&uuml;r Leute?</span>&rdquo;
-vroeg Raadsheer Schultze uit Berlijn.</p>
-<p>Een beschaafde Noor antwoordde hem in het Duitsch
-&bdquo;Emigranten.&rdquo;</p>
-<p>Mannen en vrouwen met ernstig uiterlijk, gekleed in nieuw friesch
-baai, togen voorbij. Kinderen hielden zij bij de hand, op den arm, op
-den rug of wel aan de borst; eene schare van gezonde roodwangige
-kleinen, die met heldere oogen verwonderd naar alles staarden, wat op
-weg te zien was.</p>
-<p>Aan al de spoorwegstations en op al de stoombooten, die de groote
-binnenmeren bevaren, stonden kisten opgestapeld, voorzien van duidelijk
-geschilderde adressen en namen in het Noorsch en in het Engelsch.</p>
-<p>Op alles lag den stempel van een wel overwogen, langzaam
-<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name=
-"pb130">130</a>]</span>gerijpt besluit: knappe stevige bagage, nieuwe
-sterke kleederen, geene nuttelooze kleinigheid in handen,&mdash;alleen
-kinderen, maar die werden dan ook stevig vastgehouden; men kon zien,
-dat ze niet eerder zouden losgelaten worden, v&oacute;&oacute;r men
-goed en wel in de Nieuwe Wereld was aangekomen.</p>
-<p>Maar geene vreugde, zelfs niet dat wat men hoop kon noemen, stond op
-die aangezichten te lezen; alleen lag om den mond een vast besloten,
-zwaarmoedige trek en een zwaar verdriet sprak uit die oogen, die tranen
-stortten of niet schreien konden.</p>
-<p>Raadsheer Schultze uit Berlijn was een en al verwondering. Dat men
-lust had uit Duitschland te emigreeren, kon hij zich begrijpen; daar
-had men dienstplicht en eene militaire regeering, het socialisme,
-Bismarck en alle mogelijke ellende meer. Maar hier&mdash;! in dit
-schoone vreedzame land, met zijne welbekende vrijzinnige
-constitutie,&mdash;wat kon hier den menschen ontbreken?</p>
-<p>En het land zelf scheen te vragen: waarom gaat gij heen? De zon gaf
-zulk een vriendelijk lachend uiterlijk aan de lichtgroene heuvels; de
-stroom kabbelde zoo vreedzaam en uit het woud kwam van de pijnboomen
-met de nieuw ontsproten naalden zulk een heerlijke geur!</p>
-<p>Op het perron stonden familie en bekenden en zij weenden, wijl
-zoovelen wegtrokken&mdash;allen weenden tot de arme daglooner toe, die
-schreide, omdat hij geen geld had om mede op reis te gaan.</p>
-<p>Toen de trein door het dal stoomde, zagen zij allen uit de nauwe
-raampjes van den waggon en zij wisten, dat er geen schooner land op de
-aarde te vinden is; dat nergens de zon z&oacute;o schijnt, dat nergens
-de lucht met zulk een&rsquo; geur, met zulk een gejubel vervuld is, dat
-nergens de koekoek zoo vroolijk roept als in hun vaderland.</p>
-<p>En heete tranen welden in de oogen op, en luid werd in die waggons
-gesnikt; men vergat, waarom men zich <span class="pagenum">[<a id=
-"pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span>hier bevond, en
-ieders oog scheen dat des anderen de treurige vraag te doen:
-&bdquo;waarom gaan we toch weg, waarom?&rdquo;</p>
-<p>Intusschen nam de lente weldra afscheid met haar welluidend gezang,
-met hare vechtpartijen en liefdesavonturen van de kleine kevers, die in
-het gras aan hunne schoonen het hof maakten, van de groote beren, die
-in de wouden vochten, tot er bloed stroomde. Natuurlijk waren zooals
-altijd de kleinen door de grooten verslonden, dat valt niet te
-ontkennen; doch het had nu meer als eene bijzaak plaats gehad: &rsquo;t
-geschiedde min of meer gemoedelijk. Niemand behoefde veel voedsel;
-wanneer men verliefd is, heeft men aan andere dingen te denken. De
-strijd om het dagelijksch bestaan gaat, wanneer men verder in den zomer
-en in den herfst is gekomen, op eene geheel andere wijze toe: men moet
-dan voedsel zoeken voor het wijfje en eenen troep hongerige jongen.</p>
-<p>Het voorjaar werpt een waas van ridderlijkheid over de
-materialistische jacht naar het stoffelijke; de mannetjes doen hun
-best, zoo lieftallig mogelijk te zijn, terwijl de wijfjes haren korten
-triomf genieten door zooveel zij maar kunnen en naar hartelust te
-coquetteeren.</p>
-<p>In het woud en op het veld weerklinkt de lucht van smachtend
-verlangen, hopelooze klaagtonen en jubelend geluk, en vele kleine
-harten breken van stil verdriet; vele kleine ongeregeldheden hebben
-onder het dikke loof of op het eenzame veld plaats, en menig klein
-gevecht wordt er op leven en dood gevoerd, terwijl de schoone
-onverschillig ter neder zit en het spel aanziet.</p>
-<p>Twee kwikstaartjes vochten zoo heftig met elkaar in de lucht tot zij
-van vermoeienis in de sloot bij den molen vielen; doornat en gehavend
-kwamen zij op het droge. Ondertusschen vloog zij, om welke het gevecht
-plaats had, met eenen derde, die daar toevallig voorbij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>kwam
-vliegen, weg. Het water bij den molen lag zoo blank en stil, dat de
-twee mededingers er zich in konden spiegelen, toen zij bezig waren, hun
-toilet in orde te brengen. De jonge kikvorschen hadden zich van hunne
-toga puerilis met den hinderlijken staart ontdaan. Zij vertoonden zich
-nu in al den glans van jonge kikvorschen, terwijl zij met de
-achterpooten als ge&euml;xamineerde zwemmeesters krachtige slagen in
-het water maakten.</p>
-<p>Langs de geheele kust liep de zee; voorzichtig als eene kat, sloop
-zij tusschen de talrijke klippen door. Daar, waar gedurende den winter
-bij stormweer het schuimende water kon koken, bruisen en razen, gleden
-nu de <span class="corr" id="xd26e2530" title=
-"Bron: licht groene">lichtgroene</span> golfjes in en uit; de groote,
-blauwe, door de zon zoo vroolijk beschenen zee vlijde zich zoo warm en
-koesterend tegen het oude zoo barsch schijnende land aan, alsof zij
-nooit vijandig tegen elkander gestemd waren geweest. Langs de naakte
-klippen en steenen en in de kleine fjorden groeide het wier in roode,
-gele en lichtgroene schakeeringen; het glansde gelijk een zijden dek.
-Op den bodem der zee krioelde het van allerlei schaaldieren met lange
-armen en voelhorens en stevige huisjes op den rug&mdash;eene
-wonderlijke wereld van listige wapenen en sterke harnassen. Op de
-naakte, gladde klippen, die dicht bij den blauwachtig witten zandigen
-grond gelegen waren, zaten tusschen weelderig zeegras en andere
-zeegewassen, slijmdieren, stekelige zee&euml;gels en prachtige roode
-zeesterren. Twee of drie zeealen staken hunnen kop tusschen het in
-elkaar gegroeide wier in en beten aan het een of ander; daar kwam
-onverwachts een dikke kabeljauw aanzwemmen, door wiens komst zij zoo
-schrikten, dat zij ijlings trachtten weg te komen. Deze stak nu den
-neus in het wier om te zien, wat er te koop was. Vermoedelijk vond hij
-er niets, wat zijnen eetlust opwekte, want met eenen verachtelijken
-zwaai keerde hij <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133"
-name="pb133">133</a>]</span>om, en zwom dood op zijn gemak verder langs
-de klip.</p>
-<p>De zonnestralen vielen met een blauwachtig en geheimzinnig schijnsel
-op dat vreemdsoortige leven op den bodem der zee, zoowel als op de
-licht grijs gekleurde zandplaten, die hier en daar onder het water te
-zien waren, totdat zij eindelijk geheel verdwenen en slechts de groote,
-diepe, oneindige, blauwe zee zich vertoonde.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch13" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">XIII.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op den eersten Juli werd het huwelijk van den bode aan
-het Departement Anders Mo en Mejuffrouw Christine Vatuemo in de
-Drie&euml;enigheidskerk gesloten.</p>
-<p>Buiten degenen die uitgenoodigd waren de huwelijksplechtigheid in de
-kerk bij te wonen, waren nog een groot aantal menschen aanwezig, want
-de minister Bennecken bevond zich onder de bruiloftsgasten, en
-buitendien was het een interessant paar om naar te kijken: de oude man
-en het jonge meisje.</p>
-<p>Eigenlijk geleek het niet zoo dwaas, als men gedacht had. Wanneer
-men het witte haar niet meerekende, was Oom Anders in zwarten rok,
-stijve witte das en gouden horlogeketting&#8202;&hellip;. een
-huwelijksgeschenk van den minister, werkelijk nog een deftig bruidegom.
-Christine was zoo lang en forsch en zag er zoo boersch uit, dat het
-niet veel in het oog liep, dat zij nog zoo jong was; ook was zij van
-daag zeer bleek en zag er ernstig uit. De familie Bennecken woonde
-reeds buiten en mevrouw was zoo vriendelijk geweest de eetzaal en het
-daaraan grenzende vertrek aan de jonggetrouwden voor de bruiloft af te
-staan.</p>
-<p>Toen de bruiloftsstoet uit de kerk kwam, dronk men eerst een glas
-wijn in de woning van den <span class="corr" id="xd26e2548" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span> en <span class=
-"pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>de
-minister hield eene korte toespraak, waarnaar met groote belangstelling
-werd geluisterd; daarna verliet hij het gezelschap, dat nu naar boven
-ging waar de bruiloftstafel gedekt stond.</p>
-<p>Het bruidspaar nam eerst plaats in het vertrek naast de eetzaal om
-de gelukwenschen der gasten, naar de volgorde waarin zij kwamen, te
-ontvangen, want buiten hen, die de plechtigheid in de kerk hadden
-bijgewoond, waren er nog vele anderen genoodigd.</p>
-<p>De Redacteur Mortensen, die na het vertrek van den minister de
-voornaamste gast in het gezelschap was, voelde zich zeer op zijn gemak
-in het salon, praatte luid en maakte geestige aanmerkingen; de overigen
-zaten zwijgend en statig langs de wanden met de voeten zoo ver mogelijk
-onder hunnen stoel.</p>
-<p>Christine was verbaasd, dat haar man zooveel bekenden had, en vooral
-dat zooveel deftige lui uit de stad de bruiloft met hunne
-tegenwoordigheid vereerden. Eindelijk waren al de zitplaatsen door de
-fraaie uitgedoste dames bezet, een paar jonge meisjes zaten zelfs op
-elkanders schoot. De heeren keerden dadelijk, wanneer zij in de kamer
-aan het bruidspaar hun compliment hadden gemaakt, naar de gang terug.
-Er heerschte eene stilte als bij eene begrafenis en geen ander geluid
-werd gehoord dan nu en dan een paar woorden van den Redacteur of eenig
-gerammel met borden in de keuken.</p>
-<p>Onder de bruiloftsgasten bevonden zich een paar boden van een ander
-Departement, met hunne vrouwen en dochters, de politie-agenten Andersen
-en Knudsen,&mdash;de laatste was nog niet voor vast aangesteld, en
-stond onder Andersens toezicht; vervolgens was er de sergeant-majoor
-Knoff in uniform en handschoenen, de schoorsteenveger Lunde met zijne
-vrouw (eene zuster van den agent Andersen), de bode van het
-Gerechtshof, Paalsen genaamd, bekend door zijn talent om het gezelschap
-aangenaam <span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name=
-"pb135">135</a>]</span>bezig te houden, en madame Gr&uuml;ner, die voor
-den koning, wanneer deze in de stad kwam, kookte. Voorts maakten nog
-deel van het gezelschap uit, eenige sergeanten, een havenmeester en
-spoorwegbeambten in uniform met hunne dames. De keukenmeid kwam telkens
-in de gang, en gaf den bruidegom een teeken, dat alles klaar was; hij
-schudde dan echter met het hoofd en keek op zijn horloge.</p>
-<p>Eindelijk ontstond er eenige beweging onder de heeren, die bij de
-deur stonden, en twee dames kwamen binnen. De eerste was een mooi slank
-meisje met blond haar en groote glanzende oogen. Zij was in eene licht
-zijden japon gekleed; bellen van filigran en eene zilveren ketting,
-waaraan een groot medaillon was gehaakt, voltooiden haar toilet. De
-dame, die haar vergezelde, was tamelijk gezet en kon zoo ongeveer een
-veertig jaar oud zijn; zij had koolzwart en glanzig haar; aan den eenen
-kant van haar kapsel stak eene donker roode roos en aan den anderen
-eene kleine kolibrie half verscholen in een strikje van Schotsch band.
-Zij was stijf geregen, zoodat hare weelderige vormen zeer goed in het
-roodfluweelen lijf, dat van voren uitgesneden was, uitkwamen; op haar
-boezem droeg zij eene gouden broche in den vorm van een hoefijzer. De
-rok van de japon was van zwarte zijde, hier en daar door kleine
-bouquetten van rozen opgenomen. De Redacteur Mortensen slaakte
-een&rsquo; kreet van bewondering, toen zij naar het bruidspaar gingen
-waardoor de oudste der twee dames hem schertsend met haren waaier
-sloeg.</p>
-<p>&bdquo;Lieve Christine,&rdquo; zeide nu de bruidegom op de hem
-eigenen deftigen toon, &bdquo;veroorloof mij u mejuffrouw Eveline
-Nielsen voor te stellen, die ons wel de eer wil
-aandoen&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O, beste mijnheer Mo! de eer en het genoegen zijn geheel aan
-mij,&rdquo; antwoordde de jonge dame en zij glimlachte <span class=
-"pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name=
-"pb136">136</a>]</span>vriendelijk, waardoor hare mooie witte tanden
-zich lieten zien.</p>
-<p>Christine voelde zich dadelijk tot haar aangetrokken, ofschoon zij
-wenschte, dat haar nieuwe kennis wat minder fraai gekleed was
-geweest.</p>
-<p>Daarna presenteerde de bruidegom de andere dame: mijne veeljarige
-vriendin, &bdquo;madam Gluncke.&rdquo;</p>
-<p>De kleine gezette dame omhelsde Christine hartelijk en drukte haar
-een vochtigen kus op den mond, terwijl zij in een vloed van woorden
-vertelde, dat zij de liefste bruid was, die zij ooit had gezien, ja
-werkelijk zonder overdrijving, de allerliefste.</p>
-<p>Nu zou men aan tafel gaan.</p>
-<p>De Redacteur Mortensen maakte met den hoed in de hand eerbiedig eene
-diepe buiging, voor juffrouw Nielsen.</p>
-<p>&bdquo;Onze gastheer heeft mij de eervolle opdracht gegeven u naar
-tafel te geleiden, juffrouw Nielsen;&rdquo; hij bood haar sierlijk den
-arm en ging achter het bruidspaar de eetzaal binnen.</p>
-<p>Daarna kwamen de sergeant-majoor Knoff en madam Gluncke, dan de
-schoorsteenveger Lunde en madam Gr&uuml;ner benevens de bode van het
-gerechtshof Paalsen met madam Lunde; de overigen van het gezelschap
-gingen met hem of haar, van wie de naam op het kaartje geschreven
-stond, dat zij van den koetsier van den minister een poosje geleden in
-de gang hadden ontvangen.</p>
-<p>De bruiloftstafel had den vorm van een hoefijzer. Aan de kortste
-zijde zaten in het midden de jong getrouwden, links van hen Knoff en
-madam Gluncke, rechts de redacteur en juffrouw Evelina. Midden in het
-hoefijzer zaten Lunde en Paalsen met hunne dames, en de overigen namen
-de andere plaatsen in.</p>
-<p>De politieagent Andersen had het bijster druk, eer allen naar zijnen
-zin geplaatst waren; en telkens maakte hij
-verschikkingen,&mdash;eindelijk gelukte het hem Knudsen vlak
-<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name=
-"pb137">137</a>]</span>over zich geplaatst te krijgen. &bdquo;U moet
-weten, madam Gr&uuml;ner,&rdquo; fluisterde hij haar in het oor;
-&bdquo;dat hij nog maar op proef genomen is, ziet u, en dat het mijn
-plicht is een oogje in &rsquo;t zeil te houden.&rdquo;</p>
-<p>Zijne dame liet zich niets aan zijne woorden gelegen liggen: zij was
-ontevreden over hare plaats en over den cavalier, die men haar had
-gegeven. Zij had er zoo zeker op gerekend naast de jonggetrouwden
-geplaatst te zullen worden en door den sergeant-majoor naar tafel te
-worden geleid. Toen zij een paar schepjes soep gegeten had, legde zij
-den lepel neer en zeide half voor zich zelf op verachtelijken
-toon<span class="corr" id="xd26e2594" title="Bron: .">:</span>
-&bdquo;Liebigs extract!&rdquo;</p>
-<p>In het begin van den maaltijd ging het doodstil toe; het gerammel
-der lepels, die echter met groote voorzichtigheid werden gebruikt,
-alsmede het half luide gefluister en gelach van den redacteur en zijne
-dame, verbrak slechts de stilte.</p>
-<p>&bdquo;Mag ik de heeren verzoeken de glazen te vullen,&rdquo; zeide
-de bruidegom op eenen toon, die zeer aan den minister Bennecken deed
-denken. &bdquo;Mijne vrouw en ik nemen de vrijheid de dames en heeren
-welkom aan tafel te heeten!&rdquo;</p>
-<p>Het eerste glas rooden wijn werd met groote plechtigheid geledigd,
-terwijl allen met eene lichte buiging van het hoofd naar den kant, waar
-de jonggetrouwden zaten, groetten.</p>
-<p>Christine liet haren blik langs de tafel en door de geheele zaal
-gaan&mdash;&lsquo;t was een oogverblindende pracht.</p>
-<p>Buiten weten van hare moeder had Hilda het vertrek met groen en
-bloemen versierd, en al het glas en zilver, dat niet mee naar buiten
-was genomen, ten gebruike gegeven. Naar Christine&rsquo;s begrippen zag
-de bruiloftstafel er bijzonder prachtig uit. Zoo haar vader haar nu
-maar te midden van al die heerlijkheid had kunnen zien, dan bleef er
-niets te wenschen over. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href=
-"#pb138" name="pb138">138</a>]</span></p>
-<p>Intusschen hield de politieagent Andersen Knudsen scherp in het oog
-en telkens wanneer deze eene beweging maakte om eene flesch of wel een
-glas in de hand te nemen, riep hij op gedempten toon waarschuwend:
-&bdquo;Knudsen!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Present!&rdquo; antwoordde Knudsen en nam dadelijk eene
-militaire houding aan.</p>
-<p>Madam Knoff, die een van de spoorwegbeambten tot buurman had, zat
-zoo, dat zij volstrekt het oog niet kon houden op haren man, den
-sergeant-majoor&mdash;ja, zij kon het toch, maar dan zat zij niet
-behoorlijk. Deze houding was intusschen heel ongemakkelijk, zoowel voor
-haar zelf, als voor haren buurman, want zij was eene corpulente dame;
-hare gele gelaatskleur, gevoegd bij haar ongezond uiterlijk gaf den
-Redacteur aanleiding te beweren dat Knoff&rsquo;s vrouw zeker aan eene
-miltziekte leed. Daar bij het ronddienen van het eerste gerecht de
-doodelijke stilte bleef voortduren, fluisterde Mortensen achter
-Christine&rsquo;s rug om, den bruigom in: &bdquo;Gij moet nu met de
-toasten aanvangen Mo!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik meende, dat zulks niet gebruikelijk was v&oacute;&oacute;r
-het vleesch&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Juist het tegendeel; het is nu smaak met de toasten bij de
-soep te beginnen.&rdquo;</p>
-<p>De Redacteur gaf een paar harde tikken tegen zijn glas en Mo stond
-van zijnen stoel op.</p>
-<p>&bdquo;Dames en heeren! In dit gewichtige oogenblik gevoel ik diepe
-behoefte uit te spreken, hoezeer ik het betreur aan deze tafel, waar
-zoovelen aanzitten, die mij dierbaar zijn&mdash;hem te moeten missen,
-wien ik inzonderheid van daag gewenscht had hier te zien. Ik meen den
-vader mijner vrouw, den heer Niels Vandmo.&rdquo;</p>
-<p>Christine haalde haren zakdoek voor den dag.</p>
-<p>&bdquo;Gij weet genoeg Christine hoe innig ik aan mijnen eenigen
-broeder ben gehecht en welken prijs ik op <span class="pagenum">[<a id=
-"pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>het kleinood stel,
-dat hij aan mijne hoede vertrouwt.&rdquo;</p>
-<p>Hier kreeg madam Gluncke eene heftige hoestbui, wat hoogst ongepast
-was. De spreker wierp haar snel eenen blik toe, en vervolgde:
-&bdquo;Daarom dames en heeren willen wij een glas ledigen op de
-gezondheid van den vader mijner vrouw, ofschoon hij afwezig is; wij
-willen hem toewenschen, dat God hem met Zijne vertroostingen nabij zij
-en hem niet al te zwaar het gemis zijner lieve dochter doe gevoelen.
-Christine, je vaders gezondheid!&rdquo;</p>
-<p>Toen de bruidegom weer ging zitten, fluisterde hij haastig madam
-Gluncke eenige woorden in &rsquo;t oor.</p>
-<p>&bdquo;Ik kon het waarachtig niet helpen,&rdquo; lispelde zij terug,
-&bdquo;je waart onbetaalbaar!&rdquo;</p>
-<p>Daarna verlangde de schoorsteenveger Lunde het woord. Hij was een
-lang, mager man met grijs haar en spitsen neus. Met zijn beroep hield
-hij zich, wat zijn eigen persoon betrof, niet veel meer bezig: hij
-gebruikte daar &bdquo;zijn volk&rdquo; voor; in de voornaamste deelen
-der stad bekleedde hij alleen nog officieel zijnen post als
-schoorsteenveger. Hij had geld en zijne dochter was met eenen
-telegrafist getrouwd.</p>
-<p>&bdquo;Als de oudste in dezen kring,&rdquo; zoo begon hij, &bdquo;is
-het mij zeker wel veroorloofd het gezelschap voor te slaan op de
-gezondheid van het bruidspaar te drinken. Wij weten allen, dat wij in
-onze jeugd geleerd hebben, dat de Heer heeft gezegd: &bdquo;het is niet
-goed dat de mensch alleen zij!&rdquo;</p>
-<p>De stilte, die nu aan tafel heerschte, was bijna benauwend. De
-dienstmeisjes, die juist de borden wilden verwisselen voor het
-rundvleesch, moesten staan wachten, terwijl de spreker de geschiedenis
-van het huwelijk aan zijne hoorders verklaarde. Hij ging van Adam en
-Eva, tot Abraham en Sara, en eindelijk tot Iza&auml;k en Rebekka;
-behendig sprong hij Jakob met zijne twee vrouwen over, evenmin sprak
-hij over David en Salomo; geleidelijk <span class="pagenum">[<a id=
-"pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span>kwam hij nu in zijne
-rede op het huwelijk van den tegenwoordigen tijd en eindigde met
-&rsquo;s Hemels zegen over het bruidspaar af te smeeken.</p>
-<p>De meesten der dames schreiden, Christine vooral. Juffrouw Evelina
-boog wat naar voren en knikte haar vriendelijk toe. Die plechtige
-woorden met aanhalingen uit den bijbel, het prachtige feest, alles
-maakte zulk eenen indruk op Christine, dat zij een oogenblik bijna
-begon te gelooven, dat dit huwelijk wellicht nog tot haar geluk kon
-dienen.</p>
-<p>Juffrouw Evelina fluisterde Mortensen in: &bdquo;het gaat mij toch
-werkelijk aan mijn hart, dat arme kind!&rdquo;</p>
-<p>Eene lange pauze ontstond er na den toast van den schoorsteenveger,
-waarin de dienstmeisjes eindelijk van de gelegenheid gebruik maakten de
-borden te verwisselen.</p>
-<p>Madam Knoff, die den geheelen tijd beweerde, dat haar man, die
-afschuwelijke &bdquo;Malle Bimbam&rdquo; het hof maakte, had het
-ongeluk haar bord van de tafel te stooten, juist toen zij door een
-onverwachten zwenk den sergeant-majoor wilde verschalken. Het geraas,
-dat het bord bij het vallen maakte, verschrikte Knudsen zoo, dat hij
-van zijnen stoel opsprong, waardoor Andersen dadelijk op vermanenden
-toon riep: &bdquo;Knudsen!&rdquo;</p>
-<p>Madam Gluncke had veel pleizier; zij lachte zeer luid en stootte
-haren buurman aan. Haar lachen maakte een begin aan de vroolijkheid.
-Mortensen liet de karaffen met Sherry rondgaan en de gasten lieten zich
-dien wijn goed smaken.</p>
-<p>Toen stond de Redacteur op. &bdquo;Dames en heeren! terwijl ik
-mijnen blik over deze vergadering laat gaan, rijst onwillekeurig de
-gedachte bij mij op, wat&mdash;zoo ik mij zoo mag uitdrukken,&mdash;wat
-eigenlijk de vereenigingsband tusschen ons uitmaakt?&rdquo;</p>
-<p>Hij sprak op een pedanten toon en zijne zinnen waren <span class=
-"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name=
-"pb141">141</a>]</span>volkomen in courantenstijl geordend; daar hij
-voelde, dat hij de voornaamste man was en allen met de grootste
-opmerkzaamheid naar de woorden luisterden, die van zijne lippen
-vloeiden, gebruikte hij eene menigte latijnsche volzinnen en vreemde
-bewoordingen; hij ontwikkelde de stelling, dat allen, die hier
-vergaderd waren, deel van de groote staatsmachine uitmaakten, schalmen
-in de keten der mannen, &bdquo;tot wie de natie met vertrouwen en
-eerbied opziet.&rdquo;</p>
-<p>Zijne rede nam eene nog hoogere vlucht, toen hij in &rsquo;t kort de
-groote beteekenis van den ambtenaarsstand voor het land ontwikkelde;
-altijd meer en meer stijgende, kwam hij eindelijk aan de spits van het
-systeem en eindigde hij met een plechtig:</p>
-<p>&bdquo;Dames en heeren, ledig uwe glazen op de gezondheid van onzen
-ge&euml;erbiedigden koning!&rdquo;</p>
-<p>De toast werd met geestdrift gedronken. Juffrouw Evelina keek den
-redacteur van ter zijde even aan, maar zij kon er niet recht wijs uit
-worden, of hij zelf werkelijk plechtig gestemd was dan dat hij het
-gezelschap voor den gek hield.</p>
-<p>Nu bracht de bode van het Hooge Gerechtshof een&rsquo; toast uit op
-den minister Bennecken, dien de bruigom beantwoordde met eenen toast op
-het vaderland; een der spoorwegbeambten sloeg voor op &rsquo;t welzijn
-van het broederrijk (Zweden) te drinken en eindelijk stelde de
-havenmeester voor op de gezondheid der dames een glas te ledigen.</p>
-<p>Plotseling riep echter de sergeant-majoor met zijne commandostem:
-&bdquo;Geef acht! Geen gepraat in de gelederen v&oacute;&oacute;r dat
-het rundvleesch van tafel is! Men kan door al die toasten waarachtig
-niet aan &rsquo;t eten komen!&rdquo;</p>
-<p>Deze woorden brachten de vroolijkheid geheel aan den gang en
-hartelijk lachten allen over dezen uitval; Christine lachte ook. Toch
-keek zij half angstig achter den rug <span class="pagenum">[<a id=
-"pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>van haren man om naar
-madam Gluncke, die achterover in haren stoel lag en z&oacute;&oacute;
-van lachen schaterde, dat de tranen langs den kleinen vetten neus
-rolden. Madam Gr&uuml;ner, die tot nu toe van alles weinig had gegeten,
-deed zich aan het gebraden vleesch duchtig te goed, wijl zij zag, dat
-niemand in het minst op haar gedrag acht gaf. Toch bleef zij even
-slecht geluimd, waardoor haar cavalier zich met onverdeelden ijver aan
-zijn toezicht op Knudsen kon wijden. Wanneer hij dronk, fluisterde hij
-haar echter altijd op geheimzinnigen toon in, wijl hij aan zijne dame
-zag, dat zij vond, dat hij nog al dikwijls zijn glas vulde:</p>
-<p>&bdquo;Met mij ziet gij, loopt het geen gevaar! maar Knudsen, daar
-over mij, hij is nog maar op proef, begrijpt gij&#8202;&hellip;. en ik
-ben de persoon, die op hem passen moet; &bdquo;Knudsen!&rdquo; riep hij
-dan, en hoe langer men aan tafel zat, klonk het luider
-&bdquo;Knudsen.&rdquo;</p>
-<p>Bij het dessert heerschte algemeene vroolijkheid en het leven nam,
-hoe meer de wijn het bloed verhitte, iedere minuut in luidruchtigheid
-toe. Paalsen, die als humorist bekend stond, vergastte op verlangen het
-gezelschap op eenige zijner komieke toeren; hij kon bijvoorbeeld
-kraaien als een haan, zich op de wangen slaan, waardoor het scheen, dat
-men eene flesch leeg schonk, de ooren naar alle zijden bewegen, en meer
-van die zaken.</p>
-<p>Het kwam Christine voor, alsof dit alles niet heel gepast was. Naar
-haren smaak, moest het op eene bruiloft meer ernstig toegaan.</p>
-<p>Toen de gastheer Paalsen bedankte, betitelde hij hem uit scherts:
-Mijnheer de President van den Hoogen Raad. Van die aardigheid maakte de
-Redacteur dadelijk gebruik en hij riep luid: &bdquo;Generaal Knoff! gun
-mij de eer met u te klinken.&rdquo;</p>
-<p>Eerst waren de gasten er wat over verwonderd, maar spoedig vond dit
-voorbeeld navolging. De schoorsteenveger <span class="pagenum">[<a id=
-"pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>Lunde werd als
-inspecteur aangesproken en de bruigom kreeg den titel van minister.
-Christine verheugde zich, dat het gezelschap zich zoo weinig met haar
-bemoeide; zij kon echter volstrekt niet begrijpen, waarom bijna alle
-gasten het van lachen uitproestten, toen Paalsen zich tot juffrouw
-Eveline Nielsen wendende, zeide: &bdquo;Mag mij de eer ten deel vallen,
-met de gade van den President te klinken?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Gaarne! mijnheer de President;&rdquo; antwoordde Evelina, en
-bloosde even; kort daarna lachte zij echter weer en fluisterde met
-Mortensen.</p>
-<p>De inspecteur Lunde wilde volstrekt, dat madam Gluncke met eenen
-titel zou aangesproken worden, maar zij hield de handen voor de ooren
-en riep, dat zij daar niets van wilde hooren. Generaal Knoff, wilde met
-den politieagent Andersen klinken, die steeds met glazige oogen naar
-Knudsen staarde. Toen de generaal er hem niet toe kon krijgen naar
-zijne zijde te zien, nam hij op militaire wijze zijn toevlucht tot een
-afdoend middel: hij wierp hem een stukje van een sinaasappel over de
-tafel toe.</p>
-<p>Ongelukkigerwijze trof het madam Gr&uuml;ner juist in het
-aangezicht: &bdquo;zuur bij zuur!&rdquo; riep Paalsen uit. Madam
-Gr&uuml;ner wilde dadelijk&mdash;hetgeen niemand natuurlijk bevreemden
-kon&mdash;de zaal verlaten en hare buren, de politieagent en de
-spoorwegbeambte hadden heel wat werk haar op hare plaats te houden. Dit
-kleine onaangename tooneel vergat men echter spoedig, wijl juffrouw
-Evelina op den goeden inval was gekomen het roode papiertje, dat om
-eene pistache gewikkeld was geweest, in het knoopsgat van den Redacteur
-te hechten.</p>
-<p>Alles wat er aan gekleurde papiertjes en lintjes op de tafel te
-vinden was, werd nu gebruikt om de heeren te decoreeren waardoor het
-gezelschap er bij het einde van den maaltijd zeer schitterend uitzag.
-Met algemeenen bijval nam men den voorslag van Mortensen aan om de
-koffie <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name=
-"pb144">144</a>]</span>rond te dienen, terwijl men aan tafel zat, en
-dan tevens eene sigaar aan te steken, &bdquo;juist zoo als zulks te
-Parijs mode is!&rdquo;</p>
-<p>Het ging nu zoo levendig aan tafel toe, dat hooren en zien verging
-en men bijna zijne eigene woorden niet kon verstaan. Wild schreeuwden
-allen over de tafel heen. De woorden &bdquo;Generaal&rdquo;
-&bdquo;Minister&rdquo; &bdquo;Inspecteur&rdquo; enz. werden slechts
-afgewisseld door het op brullenden toon uitgeroepen
-&bdquo;Knudsen&rdquo; van Andersen, die zijnen vriend, die den
-proeftijd nog niet door gemaakt had, tot orde wilde vermanen.</p>
-<p>Christine gevoelde zich hoe langer hoe minder op haar gemak. Zij zag
-de beide zijden van de tafel langs en schaamde zich dat het er zoo
-slordig uitzag. Groote roode wijn- en bruine sausvlekken, verwelkte
-bloemen en komkommersalade, rozijnentakjes, tabaksasch,
-sinaasappelschillen, verkreukte servetten en kruimels van gebak en
-bitterkoekjes, alles lag door elkaar tusschen de glazen en flesschen
-in. Alle gezichten waren rood als pioenen, de dames lachten luidkeels
-en de heeren schreeuwden elkander bijna doof, terwijl zij over de tafel
-heenlagen; de dikke rook der sigaren vermengde zich met de etenslucht
-en den geur van den wijn en de koffie.</p>
-<p>Meer dan eens zag zij haren man vragend aan, maar hij lachte haar
-geruststellend toe, en fluisterde haar iets in wat zij niet
-begreep&mdash;hij sprak weer zoo erg onduidelijk.</p>
-<p>Toen de gasten eindelijk van tafel opstonden, bleek het spoedig te
-benauwd in het vertrek, voor de eetzaal. Madam Gluncke ging daarop heel
-familiaar door de keuken en het voorhuis en opende de deuren, die naar
-het andere gedeelte der woning geleidden.</p>
-<p>Deze kamers waren, wijl de familie nu buiten woonde, maar half
-gemeubileerd. De spiegels en lichtkronen waren met wit linnen bedekt,
-en de ruiten had men <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145"
-name="pb145">145</a>]</span>met krijt besmeerd, maar dit half donker en
-de aangename koelte, die er heerschte, vonden de gasten juist aangenaam
-en weldra hadden zij zich overal verspreid. De piano werd opengesloten
-en de jongste juffrouw Lunde speelde: &bdquo;Zij ging naar het
-strand,&rdquo; enz.</p>
-<p>Men kon duidelijk hooren, dat zij het zingen naar de nieuwste
-methode had geleerd, zooals hare moeder dan ook het gezelschap
-mededeelde, want zij zong:</p>
-<p>Zij gi&#8202;&hellip; ng na&#8202;&hellip; a&#8202;&hellip; r
-h&#8202;&hellip; &rsquo;t stra&#8202;&hellip; nd&rdquo; enz.</p>
-<p>Maar nu ontstond er bij de piano een klein geschil, doordien madam
-Gluncke er eigenzinnig op aandrong, dat men zou zingen: &bdquo;Daar
-stonden twee meisjes en zij plantten kool,&rdquo; terwijl de
-jongejuffrouw Lunde op beslisten toon weigerde zulk soort van liedjes
-te accompagneeren. Gelukkig dreef het onweer voorbij, doordien de
-President van den Hoogen Raad, de heer Paalsen, den arm om Malle Bimbam
-heensloeg en de polka met haar begon te dansen. Het bal nam nu
-een&rsquo; aanvang, een buitengewoon vroolijk bal, dat tot laat in den
-nacht in de naakte halfdonkere vertrekken werd voortgezet.</p>
-<p>Achter eene deur zat madam Gr&uuml;ner te luisteren naar de
-klaagliederen van madam Knoff, die heete tranen schreide over het
-gedrag van haren man. Beiden waren het eens, dat het volstrekt geen
-fatsoenlijke bruiloft was en dat &bdquo;Malle Bimbam&rdquo; nooit in
-&rsquo;t gezelschap van fatsoenlijke lui moest toegelaten worden.</p>
-<p>Christine liep van het eene vertrek naar het andere; zij voelde zich
-geheel verlaten en ongelukkig; maar toen zij laat in den nacht haren
-man in eenen donkeren hoek op zeer vertrouwelijke wijze met madam
-Gluncke zag zitten, werd het haar benauwd om het hart&mdash;zij verliet
-de groote woning, ging naar beneden en draaide den sleutel van hare
-kamerdeur om.</p>
-<p>Toen de laatste gasten afscheid hadden genomen, scheen het
-schemerachtige daglicht door de ondoorzichtig gemaakte <span class=
-"pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name=
-"pb146">146</a>]</span>vensters. De redacteur had reeds een paar uur
-geleden juffrouw Eveline Nielsen naar huis gebracht; de politie-agent
-Andersen stond in eene zeer onbeholpen houding tegen de leuning der
-trap en fluisterde: &bdquo;Knudsen!&rdquo; hij kon niet meer spreken en
-evenmin kon hij alleen naar huis komen. De bruigom tuimelde de paar
-trapjes naar zijne woning af en toen hij Christines deur op slot vond,
-begon hij met geweld te kloppen en te roepen. Christine blies het licht
-uit en opende de deur.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch14" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">XIV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Des zomers woonde de familie Bennecken in een klein in
-Zwitserschen stijl opgetrokken huis op het Ladegaardseiland dicht aan
-het strand. Het was gebouwd op den grond die aan Falck-Olsen behoorde;
-de villa van deze familie was eenige honderden schreden verder op eene
-hoogte gelegen.</p>
-<p>Wijl de afstand tusschen de twee villa&rsquo;s dus gering was,
-kwamen de famili&euml;n veel bij elkaar; inzonderheid ging de familie
-van den minister dikwijls naar de fraaie, ruime villa van de
-Falck-Olsens, omdat hunne woning vrij klein was.</p>
-<p>Mevrouw Bennecken had de economie bestudeerd en dus een open oog
-voor de voordeelen, welke deze manier van huishouden aanbood; van haren
-kant was mevrouw Falck-Olsen er zeer mee ingenomen, dat hare buren zoo
-dikwijls kwamen, daar zij wat afwisseling, waarop zij zeer gesteld was,
-aanbrachten.</p>
-<p>Zoo hadden de beide famili&euml;n jaren lang den zomer doorgebracht
-tot wederzijdsch genoegen en voordeel, maar van &rsquo;t jaar scheen er
-iets aan te haperen: de ellendige Acti&euml;n-Bank was er schuld
-van.</p>
-<p>De algemeene vergadering was op den twintigsten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name=
-"pb147">147</a>]</span>Augustus vastgesteld. Zooals men reeds
-vermoedde, had de oude raadsheer Falbe zich niet weer verkiesbaar
-gesteld, en nu wilde de heer Falck-Olsen bepaald, dat de minister bij
-de keuze voor eenen Directeur zijne stem op hem zou uitbrengen.
-Bennecken daarentegen beweerde hardnekkig, dat Falck-Olsen slechts
-onder zekere voorwaarden op zijne stem zou mogen rekenen.</p>
-<p>Den geheelen zomer zat deze quaestie in de lucht en bedierf aller
-genoegen. De dames bespraken de zaak ook dikwijls en werden er soms
-zenuwachtig van.</p>
-<p>Mevrouw Falck-Olsen vond, dat de minister heel goed haren Ole Johan
-zijnen zin kon geven en mevrouw Bennecken beweerde, dat de
-groothandelaar het best zou doen naar den raad van eenen man als haren
-Dani&euml;l te luisteren.</p>
-<p>In den namiddag van dien zoo gewichtigen verkiezingsdag zaten de
-beide dames, ieder in haar eigen huis op het stoombootje te wachten,
-waarmede de heeren gewoonlijk uit de stad kwamen.</p>
-<p>Mevrouw Bennecken was slecht geluimd. Al hare overredingskracht had
-zij aangewend om haren man tot andere gedachten te brengen, maar te
-vergeefs. De minister had zoo gewichtig mogelijk gezegd: &bdquo;ik kan
-het niet Adela&iuml;de!&hellip;. ik durf het niet!&rdquo; en wanneer
-hij dien toon aansloeg, wist mevrouw bij ervaring, dat er niets aan te
-doen was. Nu zat zij in de huiskamer, die, wijl het huis alleen voor
-zomerverblijf was ingericht, volstrekt op geen comfort aanspraak kon
-maken; den ganschen dag zich hier te moeten ophouden, was
-allertreurigst; het regende dat het goot en de etenslucht drong door de
-dunne wanden uit de keuken tot in de zitkamer door<span class="corr"
-id="xd26e2748" title="Niet in bron">.</span></p>
-<p>De regen werd minder en mevrouw Falck-Olsen besloot haren man van de
-aanlegplaats af te halen, toen zij de boot den hoek zag omkomen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name=
-"pb148">148</a>]</span></p>
-<p>De twee heeren kwamen van de boot, liepen samen een eindje op en
-toen barstte de toorn van den groothandelaar over het hoofd van den
-minister los. Hij had niet eerder gelegenheid gehad zijn hart te
-luchten, want de boot was stampvol geweest.</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat had ik volstrekt niet kunnen denken,&rdquo; riep hij
-op bitsen toon uit, &bdquo;ik ben verwonderd, ja waarachtig verbaasd
-ben ik&#8202;&hellip;. dat gij het hebt durven wagen,
-Bennecken&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het doet mij leed, Olsen, maar ik heb het u vooruit gezegd;
-ik heb niet anders kunnen handelen; consideraties van hooger
-belang&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Consideraties!&mdash;mij dunkt, dat gij mij vrij wat meer
-consideratie verschuldigd zijt,&hellip;. ja vrij wat
-meer&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, nu, Ole Johan!&hellip;. maak je niet zoo driftig,&rdquo;
-zeide mevrouw, die hen ontmoette.</p>
-<p>&bdquo;Ik weet niet, waarom jij je in de zaak mengt, moeder! hij
-daar,&rdquo; en met het stompje van zijne sigaar wees hij naar den
-minister, &bdquo;hij bracht zijne stem op Consul Lind uit, en dat
-niettegenstaande hij weet, dat, zoo ik wil, zoo&#8202;&hellip;. maar
-wat hij van daag heeft gedaan, zal hem berouwen, daar kan hij op
-rekenen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Luister een oogenblik naar mij&#8202;&hellip;.
-Falck-Olsen,&rdquo; sprak de minister. Hij was buitengewoon bleek en de
-hoeken van zijnen mond zag men zenuwachtig heen en weer gaan, toen hij
-beproefde te glimlachen, &bdquo;hebt gij er nooit aan gedacht, dat het
-volstrekt noodig is&#8202;&hellip;. dat u hier iets ontbreekt,&rdquo;
-en de minister legde met waardigheid den vinger op den linker omslag
-van de jas des heeren Falck-Olsen.</p>
-<p><span class="corr" id="xd26e2770" title=
-"Bron: &raquo;">&bdquo;</span>Loop naar den d&#8202;&hellip;.. met die
-mooie praatjes, denkt gij mij aan het lijntje te houden. Goddank
-scheelt het mij nog niet in het hoofd&#8202;&hellip;. dat zult gij
-spoedig genoeg ondervinden.&rdquo;</p>
-<p>Na deze woorden geuit te hebben sloeg hij haastig den <span class=
-"pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>weg
-naar huis in. Mevrouw Falck-Olsen had de woordenwisseling van de heeren
-met belangstelling gevolgd. Zij wisselde eenen beteekenisvollen blik
-met den minister en hij knikte bevestigend.</p>
-<p>&bdquo;Kunnen wij er zeker van zijn?&rdquo; vroeg zij.</p>
-<p>&bdquo;Geheel zeker, als hij zich verstandig gedraagt; dat is te
-zeggen&#8202;&hellip;. na verloop van eenigen tijd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu dan zal ik de zaak wel opknappen,&rdquo; antwoordde
-zij.</p>
-<p>&bdquo;Ja, zoo gij dat kondt beste mevrouw,&rdquo; riep de minister
-met warmte uit. Hij wilde hare hand grijpen maar die zat onder den
-regenmantel zoodat zij met een hoofdknik afscheid moesten nemen.</p>
-<p>Toen Mevrouw Falck-Olsen t&rsquo;huis was gekomen, vond zij haren
-man met den hoed op in zijne kamer schrijven, zij hoorde de pen
-krassen.</p>
-<p>&bdquo;Je schrijft&#8202;&hellip;. Ole Johan!&rdquo; vroeg zij op
-schijnbaar onverschilligen toon.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. ik schrijf naar het kantoor, dat de
-rekening van Bennecken van middag opgemaakt moet worden,
-dadelijk&#8202;&hellip;. geen oogenblik mag het verschoven
-worden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat kan ik mij voorstellen, want je bekommert je
-natuurlijk niets om zijn aanbod.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Aanbod! welk aanbod?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och, je hebt toch altijd den gek geschoren met al die
-kinderachtigheden,&rdquo; ging mevrouw voort, terwijl zij haren
-regenmantel afdeed.</p>
-<p>&bdquo;Maar wat bazel je dan toch? wat meen je?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Begreep je het werkelijk niet?&rdquo; vroeg mevrouw, en zij
-deed of zij een en al verbazing was.</p>
-<p>&bdquo;Wat begreep ik niet? wat praat je toch voor domme
-dingen?&rdquo; riep hij uit, en draaide naar haar toe.</p>
-<p>&bdquo;Wel heb ik van mijn leven, begreep je werkelijk niet, Ole
-Johan wat de minister meende. Sloeg je er geen acht op, dat hij hier
-zijne hand legde?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Begin jij mij nu ook met die praatjes? neen,
-neen&#8202;&hellip;. <span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150"
-name="pb150">150</a>]</span>ik zal&#8202;&hellip;.&rdquo; Verder kwam
-hij niet, want vol verbazing staarde hij zijne vrouw aan die het
-uitproestte van &rsquo;t lachen.</p>
-<p>&bdquo;Och, jij verstandige Ole Johan! Hoe zou het met je gaan, zoo
-gij mij niet hadt. Wat is dat?&rdquo; en zij hield hem bij den linker
-omslag van de jas vast. &bdquo;Wat hebben voorname groote mannen hier
-gewoonlijk zitten, wat ontbreekt <i>daar</i>? Nu?&rdquo; Mijnheer de
-groothandelaar, Ole Johan Falck-Olsen, tuimelde drie schreden achteruit
-en bleef eindelijk voor den spiegel staan; hij keek beurtelings in den
-spiegel en naar zijn linker jasomslag, terwijl hij wat aan het
-knoopsgat friemelde.</p>
-<p>&bdquo;Denk je werkelijk, dat hij dit meende?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Natuurlijk! maar dan moet gij je aan eene bepaalde partij
-aansluiten, zoo als hij zegt en dat wil je toch niet.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dan kon je de bal wel eens leelijk misslaan,&rdquo; riep hij
-uit en draaide op zijne hakken rond, &bdquo;de eene dienst is de andere
-waard, verlangt hij niets anders van mij, zoo&#8202;&hellip;&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar beste man, wanneer je dat vroeger had willen doen, zoudt
-gij Directeur hebben kunnen worden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och wat, wat maal ik om dien ellendigen post van Directeur!
-denk je dat ik daar een zier om geef? Maar dit&#8202;&hellip;. zie je,
-is heel wat anders; dat is werkelijk iets. Zoo het maar vlug in zijn
-werk kon gaan!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Niet lang geleden stak je den draak met de Gele Vereeniging,
-en ik zag dadelijk, dat de minister daar over uit zijn humeur
-was.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Bravo, Malene! Ik zal den minister vragen mij in de Gele
-Vereeniging op te nemen. Ja, ja Malene, Salomo heeft het bij het rechte
-eind, wanneer hij zegt: hij die eene goede huisvrouw&#8202;&hellip;. of
-zoo iets.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik vind niet, dat jij je, wat huwelijkszaken betreft, juist
-aan Salomo zoudt houden,&rdquo; antwoordde mevrouw, terwijl zij zich
-door haren goed geluimden man liet omhelzen. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span></p>
-<p>Toen Hilda Bennecken, die met dezelfde boot uit de stad was gekomen,
-de kamer binnenkwam, was het dienstmeisje bezig de tafel te dekken in
-de woonkamer. Eene afzonderlijke eetzaal hield men er buiten niet op
-na.</p>
-<p>&bdquo;Nu ben je daar eindelijk&#8202;&hellip;. doornat natuurlijk.
-De Hemel mag weten waarvoor je eigenlijk in zulk weer naar de stad
-moest gaan, maar zoo doe je altijd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja maar mama, van morgen was het zulk helder mooi weer,
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och het mocht wat&#8202;&hellip;. je bent nooit gelukkig in
-je plannen, dat is nu eenmaal zoo en daarom verwek je slechts ergernis.
-Is Alfred niet meegekomen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, hij heeft mij gevraagd t&rsquo;huis te zeggen, dat hij
-in een restaurant met den zwager van Hiorth, geloof ik, zou
-eten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Die gemeene Hiorth!&rdquo; zeide mevrouw zuchtend en zag naar
-de stoomboot, die weer van wal ging.</p>
-<p>Hilda was aan zulke uitvallen gewoon. Zij deed haren hoed en mantel
-af en hing die in den gang te drogen. Toen zij weer binnen was, waagde
-zij te zeggen: &bdquo;Die arme Christine! zij is volstrekt niet gezond.
-Zou het niet goed zijn, zoo wij dokter Rohde eens vroegen, naar haar te
-gaan kijken?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hoor, Hilda!&rdquo; zeide mevrouw, en rood van kwaadheid
-stond zij v&oacute;&oacute;r hare dochter, &bdquo;het verveelt mij
-geducht, dat je mij altijd plaagt door over dat mensch te spreken. Eens
-vooral, zeg ik je nu, dat ik haren naam niet meer wil hooren
-noemen&#8202;&hellip;. geen enkele maal, begrijp je me? Wij hebben meer
-voor haar gedaan, dan de meesten in onze positie zouden doen, en je
-weet zelf, hoe onze woning in de stad er na die bruiloft uitzag. Nu is
-het, dunkt mij, genoeg en ik verbied je een&rsquo; voet over haren
-drempel te zetten, hoor je? Altijd, bij alles wat jij uitvoert, verwek
-je ergernis en onaangenaamheid.&rdquo;</p>
-<p>De minister kwam nu binnen, doch ziende dat er onweer <span class=
-"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>aan
-de lucht was, vluchtte hij naar de slaapkamer en maakte er toilet, tot
-dat hij aan tafel werd geroepen. Toen zij goed en wel aanzaten, zei hij
-vriendelijk tot Hilda, want hij zag, dat zij zich de woorden harer
-moeder erg aantrok: &bdquo;Hadt gij al lang met den kamerheer
-gewandeld, toen ik je met hem ontmoette?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Met den kamerheer,&rdquo; viel mevrouw boos in, &bdquo;heb je
-hem nu weer je gezelschap opgedrongen! je stelt je zoo belachelijk
-mogelijk aan, Hilda, door hem na te loopen ja, wat erger is, je maakt
-hem min of meer belachelijk&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, maar Adela&iuml;de,&rdquo; waagde mijnheer voorzichtig
-in het midden te brengen.</p>
-<p>&bdquo;Je kunt toch zelf wel begrijpen, Daniel, dat het voor iemand,
-zoo gef&ecirc;teerd als Delphin, vreeselijk g&ecirc;nant is voortdurend
-in gezelschap gezien te worden met eene dame, die&#8202;&hellip;. om
-eene zachte uitdrukking te gebruiken&#8202;&hellip;. zoo weinig
-gedistingueerd uitziet, als Hilda. Dat is klaar als de dag, naar het
-mij voortkomt.&rdquo;</p>
-<p>Hilda kon het niet langer aan tafel uithouden; zij stond op en vloog
-de trap op. Toen zij haar laag dakkamertje had bereikt,<a class=
-"noteref" id="xd26e2863src" href="#xd26e2863" name="xd26e2863src">1</a>
-deed zij de deur op slot en verborg snikkend het gezicht in het kussen.
-Dat was toch het vreeselijkst van alles! Zoo leelijk te zijn, dat een
-man zich belachelijk maakte als hij met haar wandelde. Hield Delphin
-haar misschien voor den gek? En zij, die dacht, dat hij gaarne met haar
-praatte&#8202;&hellip;.! Mevrouw Bennecken schreide ook.</p>
-<p>&bdquo;Het is alles jouw schuld Daniel; waren wij niet door jou met
-de familie Falck-Olsen gebrouilleerd geraakt, zoo zou alles goed gaan,
-maar nu&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Bedaar toch&#8202;&hellip;. beste <span class="corr" id=
-"xd26e2870" title="Bron: Adela&iuml;da">Adela&iuml;de</span>&hellip;.
-wees toch bedaard. De verzoening zal niet lang op zich laten wachten
-en&#8202;&hellip;.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb153" href=
-"#pb153" name="pb153">153</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Och, zeur me toch niet met dat: bedaar toch <span class=
-"corr" id="xd26e2876" title="Bron: Adelaide">Adela&iuml;de</span>! ik
-vind die woorden onuitstaanbaar,&rdquo; zeide mevrouw en nam het deksel
-van de schaal af, waarin kalfsvleesch met eene pikante saus was.</p>
-<p>Juist toen mevrouw er zich van bediende, hoorde men voetstappen op
-de kleine veranda; zij had bijna niet meer den tijd het deksel weer op
-de schaal te doen, of de groothandelaar Falck-Olsen stond reeds in de
-kamer.</p>
-<p>&bdquo;Aha! dat tref ik gelukkig,&rdquo; riep hij uit en zijn gelaat
-straalde van tevredenheid, &bdquo;de familie is nog niet aan het eten?
-Ik kom speciaal om u mevrouw met eene boodschap van mijne vrouw. Het
-zou haar genoegen doen, indien gij dadelijk mee wildet gaan om bij ons
-het middagmaal te gebruiken. Zij heeft een paar kuikens laten braden,
-die bijzonder goed uitgevallen zijn en zij wil absoluut, dat u ze komt
-proeven. En niet waar, Excellentie, gij wilt mij bij een glas witten
-portwijn wel gezelschap komen houden,&rdquo; voegde hij er bij, en stak
-hem de hand toe, &bdquo;wij beiden hebben van daag wel eene extra
-hartsterking noodig.&rdquo; De minister drukte hem hartelijk de
-hand.</p>
-<p>Mevrouw was een en al verbazing en haar man kon niet nalaten
-fluisterend te vragen: &bdquo;heb ik het je niet gezegd, dat de
-verzoening spoedig zou plaats hebben?&rdquo; Zij zag bijna met eerbied
-naar hem op en gewillig ging zij met den heer Falck-Olsen mee. Haar man
-riep aan de trap Hilda toe dat zij zich zoo spoedig mogelijk gereed
-moest maken, om naar de familie Falck-Olsen te gaan.</p>
-<p>Het herstel der vriendschappelijke betrekking tusschen de beide
-famili&euml;n werd door eene rij van feesten gevierd. Het waren nu
-echter niet meer &bdquo;de groote spijzigingen,&rdquo; zooals Delphin
-altijd zeide, maar meer kleine heerendiners, waarbij men lang aan tafel
-zat en waar veel gesproken werd. Delphin kwam spoedig op de hoogte, hoe
-de vork eigenlijk aan den steel zat en amuseerde er zich in stilte
-mede. <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name=
-"pb154">154</a>]</span>Tegen den Redacteur Mortensen, die nu een zeer
-geziene gast bij den Heer Falck-Olsen was, was hij zoo beleefd, dat
-deze er geheel confuus door werd. Ook vond hij er groot genoegen in,
-&bdquo;madam Olsen&rdquo; zooals hij haar in intieme kringen noemde,
-doodelijk te verschrikken, door haar voor vast en zeker te vertellen,
-dat de een of ander der nieuwe gasten een Nihilist was, die altijd met
-een revolver in den zak liep.</p>
-<p>De groothandelaar zelf vertoonde zich thans in een geheel nieuw
-licht; stijf en terughoudend was hij nu in zijn optreden. Niets
-ondernam hij v&oacute;&oacute;r den minister geraadpleegd te hebben en
-op zijne soir&eacute;es noodigde hij slechts die personen, die hij met
-hoog verlof mocht inviteeren.</p>
-<p>Het groote bal in &bdquo;Olsens danslokaal&rdquo; dat ieder jaar in
-den herfst werd gegeven, werd vervangen door een uitgezocht
-&bdquo;<span lang="fr">th&eacute; dansant</span>,&rdquo; en de heer
-Falck-Olsen gaf zijne dochter een wenk om den jongen Hiorth wat
-vriendelijk te behandelen.</p>
-<p>Sophie had daar volstrekt geen lust in, vooral daar haar vader niet
-duidelijk kon zeggen waarom zij zulks eigenlijk moest doen. Over het
-geheel was zij misnoegd: met den kamerheer Delphin was zij geen stap
-verder gekomen, en te moeten kiezen tusschen Hiorth en Bennecken, was
-waarlijk niet iets om zich in te verheugen, of mede te pralen. Deze
-beide vrienden hadden gedurende den zomer veel van hunne krachten
-moeten vergen. Buiten hunnen diensttijd was hun de taak opgelegd eenen
-zwager van Hiorth, den groothandelaar Garman, te amuseeren. Deze heer
-woonde wel niet te Christiania zelf, maar dicht bij de stad, in de
-badplaats Grefsen; zij hadden zich met zulk eenen ijver van de hun
-opgedragen taak gekweten, dat zij niet den tijd hadden gehad zich aan
-hunne hartsaangelegenheden te wijden. Toen nu het winterseizoen begon,
-waren zij van plan de zaak met ernst aan te vatten. Inzonderheid was
-<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name=
-"pb155">155</a>]</span>Alfred voornemens alle pogingen in het werk te
-stellen in de gunst te geraken van de jonge vrouw van den <span class=
-"corr" id="xd26e2901" title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span>.
-Mevrouw Bennecken had echter op zekeren dag in hare slaapkamer een
-gesprek onder vier oogen met hem, en het gevolg van die conferentie
-was, dat hij Christine met rust liet. Het bevreemdde overigens bijna
-iedereen, dat deze in haar uiterlijk zoo veranderd was. Het glanzende
-roode haar was nu stroef, en begon uit te vallen; gedurende den
-geheelen winter was zij ziekelijk geweest, zij had dikwijls keelpijn en
-klaagde over loomheid in de leden.</p>
-<p>Haar man ging even glimlachend en even onhoorbaar als vroeger zijnen
-gang. Van de bruiloft af had zij een&rsquo; inwendigen afkeer van hem
-gekregen; hun leven vloot echter kalm en eentonig daarheen en hij
-behandelde haar goed. Met den opperloods wisselde Mo voortdurend
-brieven, en nu en dan ontving hij een bankbillet. Maar tegen Kerstmis
-ontving hij den volgenden brief.</p>
-<p>&bdquo;Mijnheer Mo, nu kan het niet langer meer zoo gaan, want hij
-heeft niets anders dan schulden, daarom schrijf ik nu in mijnen eigenen
-naam, en Njaedel weet er niets van, want ik begin te gelooven dat het
-niet recht in den haak zit met al dat geld dat nu 950 kronen beloopt.
-Wanneer voor het dienstpersoneel bij den koning al dat geld gebruikt
-is, dan zijn wij niet beter dan de Russen in Rusland en in Petersburg
-en ik zal er over in de kranten schrijven, want de man is arm en
-behoeftig geworden, en zijn bloed is ziek, omdat hij zich over dat wier
-zoo heeft moeten boos maken, en de sloot ligt bijna weer dicht en het
-is treurig, hem aan te zien, waarom ik het je, daar gij zijn broer
-zijt, schrijf, opdat je om Gods barmhartigheid een eind aan die zaak
-maakt, die nu al voor twee jaar opgezonden is aan den koning zonder dat
-er antwoord komt, maar alleen onkosten. Ook verlangt hij zeer naar
-eenen brief van zijne dochter Christine, die nu je huisvrouw
-<span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name=
-"pb156">156</a>]</span>is, en hij is er verwonderd over dat zij nu
-niets te schrijven heeft, daar gij dikwijls aan ons hebt geschreven,
-dat zij gaarne je vrouw zou willen worden, maar dat zij om het verschil
-van leeftijd er zich over schaamde waarom wij haar ook schreven zooals
-gij ons vroegt te doen, om haar te overreden en meer zulke zaken, maar
-ik geloof er nu niets meer van.</p>
-<p class="signed">Met achting:</p>
-<p class="signed"><span class="sc"><span class="corr" id="xd26e2914"
-title="Bron: Laurits">Lauritz</span> Boldemann Sechus</span>.</p>
-<p>Oom Anders las dit epistel in de wachtkamer van den minister aan het
-Departement. Hij vouwde den brief dicht en wierp hem in de kachel,
-terwijl hij het hoofd schudde en glimlachte.</p>
-<p>De minister opende de deur. &bdquo;Ben je doof?&hellip;, Mo! ik heb
-je tweemaal gescheld.&rdquo;</p>
-<p>Anders Mo stond op en zag den minister met denzelfden niets
-zeggenden suffen glimlach aan.</p>
-<p>&bdquo;Maar Mo! wat scheelt je!&rdquo; riep de minister, &bdquo;ik
-begin waarachtig te gelooven, dat je oud en suf begint te
-worden.&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e2863" href="#xd26e2863src" name="xd26e2863">1</a></span> Het komt
-mogelijk vreemd voor, dat een minister in den zomer zoo weinig
-overeenkomstig zijnen stand zou wonen, doch in het Noorden behelpen ook
-voorname famili&euml;n zich gedurende dit jaargetijde, want men is
-zelden binnen&rsquo;s huis. (Vert.)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e2863src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch15" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">XV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dokter Johan Bennecken bleef een jaar lang te Weenen.
-Van Hilda alleen ontving hij berichten van huis en van haar hoorde hij
-dat Christine met haren oom was getrouwd. Na dit bericht schreef hij
-geen enkelen brief meer naar huis en lang dacht hij er over, voor goed
-te Weenen te blijven of wel naar Amerika te gaan.</p>
-<p>Na den geheelen winter zijn leed gedragen te hebben, kreeg hij in
-het voorjaar zulk een verlangen haar nog eenmaal te zien en tevens om
-te hooren, hoe alles in &rsquo;t werk <span class="pagenum">[<a id=
-"pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>was gegaan, dat hij
-in het midden van Maart naar het vaderland terugkeerde.</p>
-<p>Allerlei gedachten doorkruisten zijn brein en hoe nader hij kwam,
-des te verwarder werden zijne denkbeelden. Zij had Alfred dus niet
-bemind, maar waarom dan het aanzoek van dien ouden man niet van de hand
-geslagen?</p>
-<p>Hilda had hem, ofschoon zij nooit meer antwoord ontving, getrouw
-gedurende den geheelen winter geschreven en hij had dus ook van haar
-gehoord, dat Christine den geheelen winter ziekelijk was geweest. Toen
-hij het ouderlijk huis binnentrad, vermeed hij, eenen blik door de
-ramen van Mo te werpen, maar liep dadelijk naar boven.</p>
-<p>Mevrouw Bennecken slaakte een&rsquo; uitroep van de grootste
-verwondering toen zij hem zag; in zoo verre was zijne komst eene
-verrassing, wijl er slechts vluchtig sprake van was geweest, dat hij
-misschien tegen de lente t&rsquo;huis zou komen.</p>
-<p>&bdquo;Het spijt mij, dat ik u doe schrikken, ik had eigenlijk een
-telegram moeten zenden,&rdquo; zeide Johan.</p>
-<p>Mevrouw zag hem met een gespannen onderzoekenden blik aan; er lag
-iets zoo droefgeestigs in zijne trekken, dat zij, toen zij hem een
-welkomstkus gaf, onwillekeurig mompelde: &bdquo;je bent in je voorkomen
-zoo veranderd, Johan, dat ik je niet dadelijk herkende.&rdquo;</p>
-<p>Hilda kwam ook binnen en vloog hem om den hals.</p>
-<p>&bdquo;Welkom&#8202;&hellip;. welkom, beste Johan, maar wat ben je
-veranderd!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vindt gij dat ook?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, je ziet er wel tien jaar ouder uit; grijze haren zie ik
-in je baard en&#8202;&hellip;. werkelijk Johan&#8202;&hellip;. je haar
-is ook uitgevallen, je hebt daar van achteren eene kale plek.&rdquo;
-Haar broeder glimlachte op de hem eigene zwaarmoedige wijze; Hilda
-vond, toen zij hem nauwkeurig opnam, dat hij geheel veranderd was, en
-het kwam haar voor, dat hij ook meer mank ging. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span></p>
-<p>Toen de minister t&rsquo;huis kwam, had hij een vertrouwelijk
-gesprek met zijne vrouw, en gedurende den maaltijd waren beiden zoo
-vriendelijk jegens den teruggekeerden zoon, dat Johans hart er van
-begon te kloppen; zelfs Alfred was geheel anders tegen hem dan vroeger.
-Johan had het plan gemaakt met Hilda een weinig na het eten te praten,
-maar mevrouw voorkwam dit; zij zond hare dochter dadelijk na het
-middagmaal uit om eenige inkoopen te doen.</p>
-<p>Toen het begon te schemeren, sloop hij de trap af naar de woning van
-den <span class="corr" id="xd26e2959" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span>. Bij de paar trappen gekomen,
-die naar Christines kamer voerden, bekroop hem hetzelfde beklemde
-gevoel van vroeger, maar nu smartelijker dan toen. Eindelijk verzamelde
-hij al zijnen moed en klopte aan. Een niet meer jong dienstmeisje, dat
-hij vroeger nooit had gezien, opende de deur. Nu was hij in het
-vertrek, dat hij zoovele malen in zijne droomen had gezien, waar hij in
-gedachten gedurende zijne afwezigheid zooveel met haar had doorleefd;
-eerst waren die droomen zoo vol hoop en verwachting geweest, toen,
-nadat hij gehoord had, dat zij getrouwd was, zoo weemoedig, maar nimmer
-had hij het denkbeeld van zich kunnen afzetten, dat zij hem eene
-verklaring schuldig was. Alles in de kamer herinnerde hem zoo levendig
-aan haar, en met moeite kon hij de woorden uit de keel krijgen:
-&bdquo;is zij te huis?&rdquo; Het dienstmeisje zag hem vreemd aan en
-antwoordde: &bdquo;madam is binnen.&rdquo;</p>
-<p>Een schok ging hem door het lichaam, toen hij haar zoo hoorde
-betitelen. De deur van de kamer, die Christine vroeger altijd had
-bewoond, stond open. Geen licht was er opgestoken, maar het gaslicht
-van de lantaarn, die vlak bij het huis stond, wierp groote gele
-vierkante vlekken op den vloer, en de dokter zag dat er iemand in het
-bed lag.</p>
-<p>Hij naderde en zeide: &bdquo;Goeden avond, Christine!&rdquo;
-<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name=
-"pb159">159</a>]</span></p>
-<p>De zieke ging half overeind zitten en staarde hem aan. Johan moest
-eenen steun tegen de deur zoeken.</p>
-<p>Was dat Christine?</p>
-<p>De zieke slaakte een&rsquo; kreet en met hare armen maakte zij eene
-beweging om hem op een&rsquo; afstand te houden. Het dienstmeisje was
-zeer boos op hem en zei: &bdquo;ik dacht, dat gij heel goed met madam
-Mo bekend waart.&rdquo; Buiten de kamer vroeg hij: &bdquo;welke ziekte
-heeft zij, wat scheelt haar?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat weet ik niet,&rdquo; luidde het antwoord en zij
-opende de voordeur.</p>
-<p>Werktuiglijk verliet hij de woning en liep de straat op. Hij had
-haar gezien, hij had hare gelaatstrekken zoo duidelijk aanschouwd, dat
-hij, al werd hij honderd jaar oud, die nooit zou vergeten. Een
-onbepaald angstig gevoel maakte zich van hem meester en met rassche
-schreden sloeg hij den weg naar de woning van dokter Rohde in.</p>
-<p>De oude dokter zat rustig in zijnen leuningstoel en las de
-courant.</p>
-<p>&bdquo;Ei, ei! Is mijnheer de professor in het vaderland
-teruggekeerd, welkom t&rsquo;huis beste jongen, hoe heb je het?&rdquo;
-Dokter Rohde, die de huisarts van de familie Bennecken was, had de
-gewoonte behouden de kinderen, die hij van jongs af had gekend,
-familiaar te behandelen.</p>
-<p>Johan beantwoordde zijne vriendelijke vraag volstrekt niet, maar met
-gejaagde stem zei, hij: &bdquo;wat scheelt Christine?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;He?&hellip;. Christine?&rdquo; vroeg de dokter en hij nam
-zijnen bril af, &bdquo;o! je bedoelt de vrouw van den <span class=
-"corr" id="xd26e2986" title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span>.
-Heb je haar bezocht?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Nu, zoo weet gij, wat haar scheelt,&rdquo; zeide de oude
-geneesheer op ernstigen toon, &bdquo;het is een van de ernstigste
-gevallen, die mij gedurende mijne praktijk zijn voorgekomen. Het
-schijnt dat haar gezond lichaam voor de besmetting bijzonder vatbaar
-was&#8202;&hellip;.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb160" href=
-"#pb160" name="pb160">160</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Maar van wien&#8202;&hellip;. van wien heeft zij de ziekte
-ge&euml;rfd?&rdquo;</p>
-<p>Hij was doodsbleek en zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd.</p>
-<p>&bdquo;Maar mijn goede jongen, hoe kunt ge je die zaak zoo
-aantrekken,&rdquo; vroeg de oude dokter, die echter het verband der
-zaken begon te begrijpen, &bdquo;natuurlijk heeft zij die van haren man
-ge&euml;rfd. Tweemaal is hij in &rsquo;t hospitaal in de afdeeling voor
-huidziekten geweest, wist gij dat niet, ik heb hem hier in &rsquo;t
-boek staan, dien ouden schurk!&rdquo; en de dokter begon in een dik
-boek, dat op zijne schrijftafel lag, te bladeren.</p>
-<p>&bdquo;En gij wist het en hebt haar niet gewaarschuwd, dokter Rohde,
-dat was meer dan gemeen van u,&rdquo; en Johan stond met gebalde vuist
-voor hem.</p>
-<p>&bdquo;Mijn beste jongen, ik heb waarachtig met je te doen,&rdquo;
-antwoordde hij, &bdquo;waart gij niet van huis geweest, zoo had ik het
-jou als collega medegedeeld, maar je weet zelf, dat, zoo wij doktoren
-alles vertelden, wat wij weten, menig voorgenomen huwelijk zou
-afspringen, om er nu nog niet eens van te spreken, dat wij ons zelf
-veel schade zouden berokkenen. Overigens kwam het mij voor, dat het
-ditmaal eene zaak betrof, die je vader meer aanging dan mij.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wilt gij nu nog bovendien beweren, dat mijn vader er van
-wist! O, gij zijt en blijft een oude cynicus!&rdquo; Zijne oogen
-fonkelden van toorn en zonder vaarwel te zeggen ging hij weg.</p>
-<p>&bdquo;Arme jongen!&rdquo; zeide de oude geneesheer en nam de
-courant weer ter hand, &bdquo;het is hem nooit meegeloopen!&rdquo;</p>
-<p>Al de bekenden van Johan Bennecken waren het eens, dat het verblijf
-in het buitenland een&rsquo; vreemden invloed op hem had uitgeoefend.
-Hij bezocht niemand, was nooit te huis en liet zich niets aan zijne
-praktijk gelegen liggen. Des nachts, of des avonds laat kon men hem op
-straat ontmoeten, meest echter in de nabijheid van <span class=
-"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name="pb161">161</a>]</span>het
-huis des ministers. Naar het scheen, wilde hij niet herkend worden,
-daar hij de kraag van zijne jas steeds over de ooren had getrokken. Men
-meende, dat hij gewoonlijk in het ouderlijke huis vertoefde.</p>
-<p>Dit was niet het geval. Den geheelen dag zwierf hij buiten de stad
-rond, maar wanneer het duister werd, ging hij altijd naar de plaats,
-waar hij voortdurend met zijne gedachten was.</p>
-<p>Op zekeren avond ontmoette hij dokter Rohde, die juist naar
-Christine op weg was.</p>
-<p>&bdquo;Ga mee, je kunt mij van dienst zijn,&rdquo; zeide de oude
-dokter, die hunne laatste ontmoeting vergeten scheen te zijn. Johan
-volgde hem; hij kon onmogelijk weerstand bieden aan het verlangen haar
-te zien.</p>
-<p>Christine kromp ineen, toen zij hem zag binnen komen, maar dokter
-Rohde bracht haar tot bedaren en zeide op bijna roerenden toon:
-&bdquo;Zie zoo, beste kind! tracht nu kalm te blijven en stel je niet
-kinderachtig aan. Het leven is voor je somber genoeg geweest en je moet
-dankbaar zijn, dat ten laatste nog een zonnestraaltje door de
-duisternis breekt. Voor zoover ik zien kan, is geen ander geluk voor u
-beiden weggelegd, dan dat gij gedurende den tijd, dien gij Christine
-nog te leven hebt, je door hem laat verplegen. Vertelt nu aan elkander
-alles, wat u op het hart ligt!&rdquo;</p>
-<p>Na deze woorden gezegd te hebben ging de oude cynicus heen; Johan
-Bennecken lag langen tijd geknield voor het bed en vertelde alles, wat
-in zijn hart was omgegaan.</p>
-<p>In het begin begreep zij hem niet, slechts langzamerhand vatte zij,
-wat hij bedoelde; toen de volle waarheid haar eindelijk duidelijk werd,
-rolde de eene traan na den anderen op haar hoofdkussen en de liefde,
-die zij onbewust voor hem had gekoesterd, verwarmde met haren gloed het
-arme hart dat zoo veel geleden had; <span class="pagenum">[<a id=
-"pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>die liefde deed haar
-voor een oogenblik vergeten, in welk een ellendigen toestand haar
-lichaam zich bevond en schonk haar eene zaligheid, waarvan zij nooit
-had gedroomd. Zij vergat al de fraaie woorden en uitdrukkingen, welke
-men haar in de stad had geleerd; in &rsquo;t boeren-dialect vertelde
-zij hem hoe alles was toegegaan en smeekte hem haar te vergeven, dat
-zij hem zoo slecht had begrepen. En beiden schonken zij elkaar
-vergiffenis, en beiden trachtten het verledene te vergeten, om in de
-oogenblikken, die haar nog waren vergund, alleen voor hunne liefde te
-leven. Van dien dag af belastte dokter Bennecken zich met hare
-verpleging. Zijne moeder keek hem met een&rsquo; uitvorschenden blik
-aan, toen hij zulks mededeelde, en hij kon niet nalaten, haar op zijne
-beurt scherp in de oogen te zien. Het was eene groote verlichting voor
-hem, toen zij op deelnemenden toon zeide: &bdquo;Die arme Christine,
-soms maak ik mij angstig, dat zij de zware rheumatiek, waaraan zij
-lijdt, opgedaan heeft in de kelderwoning; niet lang geleden vernam ik,
-dat die zoo ongezond moet zijn.&rdquo;</p>
-<p>Nooit werd de naam van Oom Anders door Christine en Johan genoemd,
-en oom paste, zooveel hij kon, op, niet t&rsquo;huis te zijn wanneer
-hij vermoedde, dat de jonge dokter er was.</p>
-<p>Over het geheel spraken zij weinig met elkander.</p>
-<p>Wanneer hij echter de windsels had verwisseld, en alles, wat hij
-kon, gedaan had om haren toestand te verzachten, wilde zij, dat hij een
-poosje bij haar aan het bed kwam zitten. Doodstil lag zij dan en zag
-hem aan, maar had niet gaarne, dat hij haar aankeek, ofschoon hij haar
-telkens verzekerde, dat zij in zijne oogen dezelfde van vroeger
-was.</p>
-<p>Christine had den angst voor het hospitaal, die zoo diep bij den
-eenvoudigen burgerman wortel heeft geschoten, en dikwijls maar al te
-gegrond is; eindelijk liet zij zich door hem overhalen zich er te laten
-heenbrengen. <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name=
-"pb163">163</a>]</span></p>
-<p>Op den dag, die hiertoe bepaald was, was het heerlijk zonnig
-we&ecirc;r; in den morgen kreeg zij eenen brief van huis, dien zij
-slechts met groote inspanning kon lezen.</p>
-<blockquote>
-<p class="first salute">&bdquo;Lieve Christine!</p>
-<p>&bdquo;De Lensmand zeide, dat ik eene schriftelijke klacht moest
-indienen, en dat heb ik gedaan, en nu is dat papier weer naar mij
-teruggezonden, en ge kunt niet half gelooven, hoe het er uitzag, door
-naamteekeningen en aanteekeningen als: &bdquo;Aan den korporaal ter
-inzage, terug aan den ambtman en den ingenieur der openbare wegen en
-eene menigte proosten hebben er ook wat opgeschreven en ten laatste was
-er op de laatste zijde nog maar een klein onbeschreven plaatsje over,
-en daar schreef ik: &bdquo;Juist zoo als ik verwacht
-heb,&mdash;Sechus,&rdquo; maar de ambtman moet daarom heel boos op mij
-zijn.</p>
-<p>&bdquo;Maar dat is nu niet het ergste, maar het is goed, dat gij het
-goed hebt, zooals ge laatst schreeft, want wij hebben het niet goed,
-wat ik je eerst niet heb willen vertellen, daar ik je niet treurig
-wilde maken, maar nu moet het uit mijne pen, want nu staan de zaken
-geheel verkeerd. Je vader is zoo arm als een bedelaar geworden, ja, hij
-is doodarm, hij bezit niets meer, alles is weggegaan aan die zaak,
-waarmede je man te doen heeft, en buitendien is het nog zoo gesteld,
-dat hij niet meer werkt, dus nu kunt ge wel denken hoe het gaat; hij
-zit maar op zijnen stoel, en tuurt naar den muur. Dat moest ik u nu
-vertellen, want gij moet t&rsquo;huis komen en de zaken hier wat aan
-den gang helpen, het gaat mijn verstand te boven, en ik begin te
-gelooven, dat hij er krankzinnig van kan worden, maar zoo je niet kunt
-komen, schrijf hem dan ten minste iets goeds, liefst van de zaak.</p>
-<p class="signed">Uw oude vriend,</p>
-<p class="signed"><span class="sc">Lauritz B. Sechus</span>.</p>
-</blockquote>
-<p><span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name=
-"pb164">164</a>]</span></p>
-<p>Christina legde het hoofd in &rsquo;t kussen en schreide. Gedurende
-den geheelen winter had zij haar best gedaan zoo vroolijk mogelijk naar
-huis te schrijven en de opperloods had haar op denzelfden toon
-geantwoord: nu begreep zij, dat zij de waarheid voor elkaar verborgen
-hadden en een vreeselijk heimwee kreeg zij naar het ouderlijk huis en
-de kust in het westen<span class="corr" id="xd26e3056" title=
-"Niet in bron">.</span> Een brief met goede tijding wilde zij, zooals
-de opperloods had verzocht, dadelijk aan haren vader schrijven; zij
-ging dus rechtop in bed zitten en begon.</p>
-<blockquote>
-<p class="first salute">&bdquo;Lieve Vader!</p>
-<p>&bdquo;Nu ik hoor, dat het u zoo slecht gaat, ben ik er in mijn hart
-innig bedroefd over en schaam ik mij ook, want nu begrijp ik, dat het
-leelijk van mij was van u weg te gaan. Maar nu moet gij het mij maar
-vergeven, en er van overtuigd zijn, dat ik u in mijn hart zoo innig
-lief heb. Ik kan niet naar huis komen, want ik ben niet recht gezond,
-maar anders heb ik het heel goed.&rdquo; Christine hield even op om wat
-uit te rusten: het schrijven vermoeide haar zeer, en het kostte haar
-veel inspanning op dien toon te vervolgen. Zij dacht, dat God haar wel
-zou vergeven, dat zij, om haren vader niet te bedroeven, de volle
-waarheid niet schreef&mdash;hij had reeds genoeg te dragen.</p>
-<p>Een rijtuig reed door de poort. Het dienstmeisje kwam binnen en
-zeide fluisterend: &bdquo;de dokter.&rdquo;</p>
-<p>De wagen van het hospitaal kwam haar halen.</p>
-<p>Eene huivering voer haar door de leden en toen zij de pen weer ter
-hand nam, was het haar niet langer mogelijk de waarheid te
-verzwijgen!</p>
-<p>&bdquo;Neen, lieve vader, het is niet waar, dat het mij goed gaat;
-het is met mij naar gesteld, zoo naar als het maar kan; nu komen zij
-mij halen, want ik ga sterven; ik <span class="pagenum">[<a id="pb165"
-href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span>zal u nooit weer zien en ook
-niet meer de zee en ons huisje; groet den opperloods.</p>
-<p class="signed">Vaarwel! <span class="sc">Uw</span><br>
-<span class="sc">Christine</span>.&rdquo;</p>
-</blockquote>
-<p>Zij was zoo uitgeput, dat de dokter, toen hij aan het bed trad, met
-naphta de levensgeesten moest opwekken. Hij schreef het adres op den
-brief en hielp haar in den wagen tillen. Ofschoon het vervoer met de
-meest mogelijke voorzichtigheid had plaats gehad, was de zieke, toen
-zij in het oude hospitaal weer te bed lag, geheel uitgeput.</p>
-<p>Zeer lang lag zij met gesloten oogen; toen zij ze eindelijk opende,
-gleed er een glimlach over haar gelaat. Door het raam zag zij de
-heldere, blauwe voorjaarslucht; de zonnestralen vielen in het nette,
-vriendelijke vertrek, dat haar door zijne zorg was afgestaan.</p>
-<p>Christine wendde het gelaat naar hem toe: &bdquo;Hartelijk dank voor
-alles, Johan. Hier zal het sterven mij niet moeielijk vallen.&rdquo; En
-zij strekte zich uit tusschen de helder witte lakens en sloot de
-oogen.</p>
-<p>Maar de glimlach bleef liggen op het uitgeteerde gelaat, dat door de
-ziekte zoo geheel veranderd was, en die glimlach maakte haar in zijne
-oogen weer even schoon als in vroegere dagen.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch16" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3094" title=
-"Bron: XVII">XVI</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In eenen donkeren, regenachtigen, woesten nacht voer
-de groote stoomboot, die op weg van Christiania naar Troms&ouml; was,
-door de Flekkefjord.</p>
-<p>De postbeambte van het vaartuig had juist even aan de brug het
-postpakket afgegeven; slechts twee of drie brieven en eenige couranten
-bevonden zich in het taschje <span class="pagenum">[<a id="pb166" href=
-"#pb166" name="pb166">166</a>]</span>van zeildoek, waarnaar toch met
-verlangen werd uitgezien.</p>
-<p>&bdquo;Krijgen wij slecht weder, stuurman,&rdquo; riep de
-postbeambte den stuurman toe.</p>
-<p>&bdquo;Wis en zeker,&rdquo; luidde het antwoord, &bdquo;wanneer wij
-bij Egersund inloopen, zal ik je waarschuwen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Best,&rdquo; zeide de postbeambte en hij verdween in de
-kleine hut, waarin eene lamp met kap een gezellig licht
-verspreidde.</p>
-<p>In <span class="corr" id="xd26e3111" title=
-"Bron: Christiaansand">Kristiansand</span> was een dikke zak met
-brieven voor het buitenland aan boord gekomen, waardoor de nauwe hut
-vol lag met zakken en zeildoektasschen, die alle met eenen posthoorn
-gemerkt waren. Op de kleine sofa lagen pakketten bij hoopen, en de
-tafel, die v&oacute;&oacute;r de plank met de vele loketten stond, lag
-vol brieven. De postbeambte, een jong tamelijk gezet man met blonden
-baard nam op zijne tabouret plaats, na zijne pet met gouden band eerst
-te hebben opgehangen, blies in de verkleumde handen, en begon daarna,
-om wat orde in dien chaos te brengen, aan het sorteeren der brieven.
-Hij werkte ijverig door, want zoo lang de boot in betrekkelijk kalm
-water was, moest hij den tijd ten nutte maken.</p>
-<p>In het salon brandden slechts twee lampen, die half waren
-ne&ecirc;rgedraaid; eenige heeren lagen er in hunne plaids gewikkeld op
-de sofa&rsquo;s.</p>
-<p>In de dames-kajuit was het heel stil; zoo goed als het ging,
-trachtte men er in slaap te komen en met huivering dacht men aan het
-oogenblik, waarop de boot weer in volle zee zou zijn.</p>
-<p>De machine werkte met zware regelmatige slagen, die aan het
-achtergedeelte van het vaartuig eene gelijkmatige beweging gaven. Met
-tergende regelmatigheid sloeg een lampeglas tegen een koperen voorwerp
-en een onvermoeid voetganger liep op het halfdek heen en weer, altijd
-maar heen en weer over de hoofden van hen die zoo gaarne wilden slapen.
-<span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name=
-"pb167">167</a>]</span></p>
-<p>Een hevige wind woei over de klippen en huilde in het touwwerk, maar
-in het fjord was het water volkomen kalm. De stuurman beval het volk
-tusschendeks zich te reppen en alles goed vast te binden, want men zou
-dadelijk in volle zee zijn.</p>
-<p>In de hut van den postbeambte lagen nog eene massa brieven door
-elkander. De brieven die voor &rsquo;t Noorden bestemd waren, werden op
-zijde gelegd: eerst was het zaak voor de meer nabijgelegene stations te
-zorgen. Brieven van allerlei soort en met allerlei adressen waren
-er&mdash;leelijke, dikke, scheeve letters, die de geheele enveloppe
-bedekten; kleine fijne damesletters, die als vliegepootjes over het
-gladde velijn liepen; groote onbeduidende brieven van het een of ander
-bestuur in dikke grove enveloppen met lak verzegeld en portvrij; verder
-waren er nog loterijbrieven, minnebrieven, brieven met geldswaarde, of
-wel brieven waarin om betaling werd gemaand,&mdash;een geheimzinnig
-hoekje vol verrassingen, teleurstellingen, verdriet, verlies en
-onverwachte uitkomst was die kleine hut op de groote boot, waarin de
-postbeambte de brieven zoo vlijtig en kalm door zijne dikke vingers
-liet glijden. Het vaartuig begon meer en meer te schudden, zoodat hij
-begreep, dat men de fjord uit was. Hij verzorgde alles zoo goed
-mogelijk; de meeste pakketten legde hij op den grond, daar waren zij
-ten minste voor vallen bewaard. Daarna nam hij alles van de sofa, en
-met het kleine brievenpakket voor Egersund in de hand, kroop hij in een
-hoekje om ten minste nog een beetje te slapen. De lamp zwaaide
-ondertusschen voortdurend heen en weer in het toestel, waarin zij hing.
-Nu begon de ellende in het dames-salon eerst recht; telkens wanneer de
-stewardess de deur opende om zich even te verwijderen, hoorde men een
-jammerlijk gesteun. De onvermoeide voetganger had ook zijnen meerdere
-gevonden; als een beeld der ellende zat hij, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name=
-"pb168">168</a>]</span>terwijl de sporen van de ziekte, waaraan hij
-leed, op zijne jas te zien waren, op het dek; bitter voelde hij zich
-teleurgesteld: een zijner vrienden had hem wijs gemaakt, dat het
-onmogelijk was zeeziek te worden, zoo men maar zorg droeg voortdurend
-in beweging te zijn en op het dek te blijven.</p>
-<p>De heeren, die in het salon lagen, moesten zich aan den rand der
-tafel vasthouden om niet van de sofa&rsquo;s op den vloer te recht te
-komen, het tikkend geluid, dat het lampeglas den geheelen tijd had
-gemaakt, was door honderden andere tergende geluiden vervangen, die
-zich telkens, naarmate de boot op en neer ging, lieten hooren. Wanneer
-het vaartuig op de eene zijde viel, kraakten de lambrizeeringen in de
-salons en de koppen, die in rijen aan de zoldering van het buffet
-hingen, rinkelden dat het een aard had. Dan stond de boot op eens recht
-overeind, doch viel dadelijk naar de andere zijde over en al de koppen
-rinkelden weer mee. Eene tabouret en eene paar bij zeeziekte onmisbare
-zaken, rolden met volle vaart in het heeren-salon, eerst naar den
-eenen, toen naar den anderen kant; eene deur vloog uit het slot, en
-sloeg regelmatig open en toe; de machine werkte met alle
-krachtsinspanning, nu eens met een brommend geluid, dan weer met een
-vreeselijk geraas en schuddende beweging, wanneer de schroef voor een
-oogenblik uit het water kwam. In het hoekje van den postbeambte sliepen
-de brieven kalm in de pakketten, en de postbeambte sliep, met de
-brieven voor Egersund bestemd in de hand, ook rustig te midden van al
-dat gebalder door; en al degenen, die langs het strand of meer in het
-land woonden, en aan wie de brieven waren geadresseerd, lagen ook ter
-neer en sliepen, uitgenomen de een of ander, die gedurende den nacht
-onrustig heen en weer liep, wachtende op het reeds zoo lang gevreesde
-bericht en zich in slaap wiegde, met de zoete hoop, wanneer hij het
-loeien van den storm <span class="pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169"
-name="pb169">169</a>]</span>hoorde, dat de post misschien wel veel
-later zou aankomen.</p>
-<p>&bdquo;Postmeester!&rdquo; riep de stuurman door een kiertje van de
-deur, &bdquo;nu zijn wij dicht bij Egersund.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hier is de post,&rdquo; en verschrikt sprong de aangesprokene
-van de sofa, terwijl hij het pakket in de hoogte hield.</p>
-<p>&bdquo;Ha, ha, ha, je schijnt hem duchtig geraakt te hebben,&rdquo;
-zei de stuurman lachend, &bdquo;houdt gij mij vrij voor een borrel, zoo
-trakteer ik op bier.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; antwoordde de postbeambte nog op slaperigen
-toon.</p>
-<p>De stuurman kwam fluks met eene flesch en een glas terug; zooveel
-plaats was er nog, dat hij de deur achter zich toe kon trekken.</p>
-<p>&bdquo;Hondeweer!&rdquo; zeide hij, en terwijl hij dronk, droop het
-zeewater van zijne oliejas, en kon men de heldere droppels water in
-zijnen lokkigen baard zien glinsteren.</p>
-<p>Plotseling hoorde men uit de machinekamer een schel klokje
-luiden.</p>
-<p>&bdquo;Hei ho!&rdquo; riep de stuurman en zette oogenblikkelijk de
-flesch neer, en weg was hij. &bdquo;Zijn wij er reeds! Ja,
-waarachtig!&rdquo;</p>
-<p>De postbeambte rekte zich zoo goed als de kleine ruimte zulks
-gedoogde uit, greep in haast de pet met gouden band, en ging met het
-postpakket naar het dek.</p>
-<p>De dag brak aan; koud en nat was het, alles vertoonde zich in een
-droevig, grijsachtig licht. De naakte klippen zagen in de zware
-stormlucht geheel zwart; er viel een fijne regen. Te Egersund hield de
-boot maar een oogenblik stil, zij vervolgde spoedig haren weg en de
-beambte begon weer zijne pakketten in orde te brengen.</p>
-<p>Toen het eindelijk dag was geworden, werden de pakketten, die langs
-de geheele kust bezorgd waren, geopend en de brieven werden heinde en
-ver verspreid. Hij, die eenen brief had verwacht, ontving er geen; hij,
-<span class="pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name=
-"pb170">170</a>]</span>die des morgens bij het opstaan noch aan de post
-noch aan een&rsquo; brief had gedacht, lachte of schreide &rsquo;s
-middags of &rsquo;s avonds over een stuk papier.</p>
-<p>Hetzij de brieven verwacht werden of niet, zij kwamen toch aan hun
-adres te recht, en uit de kalme kleine hut van den postmeester werden
-langs het strand en over het land eene menigte verrassingen,
-teleurstellingen, niets beteekenende berichten, zorgen, onverwacht
-geluk en ook onverwachte ondergang verspreid, terwijl de stoomboot al
-noordelijker en noordelijker stevende en de slaperige postmeester bij
-elke landingsplaats met een ander pakket op het dek kwam.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch17" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3161" title=
-"Bron: XVIII">XVII</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was reeds tien uur in den morgen, en nog was
-Njaedel niet aan zijn werk begonnen.</p>
-<p>In het vertrek, waar hij zat, was de vloer koolzwart, half verrot
-stroo en een paar gescheurde dekens zag men in het bed; de klink van de
-deur, die toegang tot de keuken gaf, was gebroken waardoor zij half
-open stond en onder den schoorsteen stond een zwarte koffieketel op een
-klein turfvuurtje.</p>
-<p>Met starren blik keek Njaedel door de kleine ruiten. Hij was nog
-niet half klaar met het voorjaarswerk, en het was al half April. Zijne
-krachtige armen hingen slap langs zijn lijf, de zware baard was om de
-hoeken van den mond geheel grijs, en de rug was meer gekromd dan
-vroeger. Zoo als hij in dat lage vertrek zat, terwijl de regen in dikke
-droppels neerviel en de wind in den schoorsteen gierde, lag over deze
-reuzengestalte eene doffe hulpeloosheid.</p>
-<p>Zijne gedachten liepen altijd denzelfden cirkel rond, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name=
-"pb171">171</a>]</span>waarin zij zich nu bijna twee jaren lang hadden
-bewogen. Zij bepaalden zich slechts tot &bdquo;die zaak&rdquo; waaraan
-nooit een eind scheen te komen.</p>
-<p>Al het geld, dat uitgegeven was, al de goede woorden en beloften van
-zijnen broeder, al zijne verwachting en al zijne teleurstellingen,
-alles, wat hem al dien tijd in spanning had gehouden, scheen zijne
-krachten ontzenuwd en verlamd te hebben; het was, alsof hij streed met
-eene donkere, geheimzinnige macht, zonder iets van den strijd te
-begrijpen.</p>
-<p>Diep in het gebergte had hij tegen bergverzakkingen te strijden
-gehad, maar dat was een eerlijke kamp geweest en toen hij het onderspit
-had moeten delven, was er een eind aan gekomen. Maar hier werd hij door
-iets anders vervolgd. Waar hij zich ook heen wendde, overal stiet hij
-tegen iets kouds, iets weeks, dat hij niet verbrijzelen kon en dat
-hardnekkig weerstand bleef bieden. Hij ontmoette het op weg, wanneer
-hij naar de kerk ging en de lieden voor hem op zij gingen; hij
-ontmoette het op het Thing, waar hij bij alle gelegenheden moest
-hooren, dat hij voor de rechters was geweest; wanneer hij zijn werk aan
-de sloot weder wilde opnemen, zag hij het opnieuw; hij gevoelde zich
-als in boeien geslagen; overal ontmoette hij hindernissen, die hij niet
-scheen weg te kunnen ruimen en zoo verrichtte hij voortdurend in stal
-en huis eigenlijk vrouwenarbeid; want hulp wilde hij niet
-aanschaffen.</p>
-<p>Op de plaats waar hij zat en door de morsige ruitjes tuurde, kon hij
-bijna niets van de halfvoltooide sloot zien. Het graven van die sloot
-was zijn grootsche plan geweest, toen hij te <span class="corr" id=
-"xd26e3180" title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> een poosje was
-geweest. Zij zou de grens van het zand uitmaken, zijne hoeve tegen het
-drijfzand beschutten. Tevens was hij van plan geweest wilgen, teenen en
-helm aan het strand te planten, op de wijze die in de courant was
-aangegeven. <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name=
-"pb172">172</a>]</span></p>
-<p>Al die plannen waren in duigen gevallen; B&ouml;revig zond zijn
-arbeiders in grooten getale om wier te halen en hunne diepe wagensporen
-vertoonden zich langs zijnen akker, die vlak aan het strand lag,
-waardoor het drijfzand, nu nog gemakkelijker dan vroeger, zich eenen
-weg kon banen.</p>
-<p>De opperloods Sechus kwam door de keuken binnen.</p>
-<p>&bdquo;Goeden dag, Njaedel! hier kom ik met een brief van
-Christiania.&rdquo; Njaedel zag even op en een glimlach verhelderde
-zijn gezicht. De brieven van Christine waren zijne eenige vreugde.</p>
-<p>&bdquo;Wil je koffie hebben, Sechus?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, dank je,&rdquo; antwoordde deze; hij had geene groote
-gedachte van Njaedels koffie.</p>
-<p>Hij opende den brief en schrikte, toen hij de zonderlinge, scheeve
-lijnen en het onzeker schrift zag, bovendien had de inkt, overal waar
-hare tranen waren gevallen, het papier bevlekt.</p>
-<p>Hij las den inhoud voor, die hoewel kort, zooveel bevatte; een
-oogenblik later las hij hem opnieuw. Njaedel uitte geen woord, maar
-zijn gelaat was doodsbleek geworden. Toen de opperloods den brief op de
-tafel legde, nam hij dien in de hand en staarde er op, ofschoon hij
-geen schrift kon lezen. Lang had de opperloods zijnen toorn opgekropt,
-nu brak die los en hij riep op driftigen toon, terwijl hij van zijnen
-stoel sprong: &bdquo;Hier zit schurkerij achter, Njaedel! zoo
-waarachtig als ik Lauritz <span class="corr" id="xd26e3199" title=
-"Bron: Boldeman">Boldemann</span> Sechus heet, ben ik er zeker van, dat
-de duivel de hand in &rsquo;t spel heeft. Ik vertrouw je broer
-niet&#8202;&hellip;. neen, geen zier, hoor! Eerst heeft hij ons
-verteld, dat Christine volstrekt met hem trouwen wilde, maar dat zij
-bang was, dat haar vader er tegen zou zijn. Zoo kreeg hij ons er toe
-haar te bepraten en haar raad te geven en bracht hij ons in den waan,
-dat de vreugde en vroolijkheid er opgeschept waren. Maar ik
-<span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name=
-"pb173">173</a>]</span>heb al lang aan Christine&rsquo;s brieven
-gemerkt&rdquo;&hellip;. verder kwam hij niet want de stem stokte hem in
-de keel. Hij ging naar de keuken en snoot daar met veel geweld den
-neus.</p>
-<p>&bdquo;Neen, neen, neen,&rdquo; antwoordde Njaedel en hij schudde
-het hoofd, &bdquo;je moogt geen kwaad van Anders zeggen, als je met hem
-bekend waart, zoo&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>Daar werd de buitendeur voorzichtig geopend en S&ouml;ren
-B&ouml;revig sloop door de keuken binnen.</p>
-<p>&bdquo;Wat komt gij hier doen?&rdquo; schreeuwde Njaedel en sprong
-op hem toe. S&ouml;ren kwam voorzichtig nader maar ging naast den
-opperloods staan.</p>
-<p>&bdquo;Ik kom de groeten en goede berichten brengen van bekenden in
-Amerika. Ik heb vandaag ook eenen brief ontvangen.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel stopte gauw Christines brief in de lade van de tafel.</p>
-<p>&bdquo;Eerst kan ik den opperloods de groeten van zijne zuster doen;
-zij is weduwe geworden, zooals je weet,&rdquo; zeide S&ouml;ren op
-zalvenden toon.</p>
-<p>Neen, de opperloods had nog geen brief met dat bericht ontvangen.
-S&ouml;ren B&ouml;revig haalde nu den brief, dien hij van zijnen
-broeder had ontvangen, voor den dag en las luid: &bdquo;Mrs. Johnson,
-de zuster van den opperloods te <span class="corr" id="xd26e3218"
-title="Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span> heeft mij gevraagd hem voor
-haar te groeten, en te vragen of hij niet naar Amerika wil komen en bij
-haar in huis zou willen wonen, of in de buurt land koopen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Daaraan heb ik waarachtig al dikwijls gedacht,&rdquo; bromde
-de opperloods in zijnen baard.</p>
-<p>&bdquo;In den brief staat ook nog wat, dat voor jou bestemd is,
-Njaedel,&rdquo; zeide S&ouml;ren en zag na op welke pagina het
-stond.</p>
-<p>&bdquo;Ik heb geene bekenden in Amerika,&rdquo; antwoordde Njaedel
-kort af. <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name=
-"pb174">174</a>]</span></p>
-<p>S&ouml;ren glimlachte een weinig. &bdquo;Is je geheugen zwak
-geworden? Kijk hier staat het: Bij Mrs. Johnson woont ook een meisje
-van <span class="corr" id="xd26e3231" title=
-"Bron: Krijdsvig">Krydsvig</span>, zij heet Anna, en zij heeft mij
-gevraagd hare groeten te doen aan Njaedel Vatuemo, en hem te zeggen,
-dat zij het goed heeft, en dat haar jongen frisch en gezond is en
-precies zulk rood haar heeft als zijn vader.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel zag op, dacht een weinig na, en zei daarna op zachten toon:
-&bdquo;wel&mdash;heeft hij ook rood haar!&rdquo;</p>
-<p>S&ouml;ren keek beurtelings Njaedel en Sechus aan en vond dat het
-oogenblik gunstig was om te zeggen, waarom hij eigenlijk was
-gekomen.</p>
-<p>&bdquo;Je bent zeker nog niet klaar met het voorjaarswerk,
-Njaedel?&rdquo; vervolgde hij het gesprek.</p>
-<p>&bdquo;Wat raakt dat jou?&rdquo; zeide Njaedel dadelijk weer op
-heftigen toon.</p>
-<p>&bdquo;Och, niet veel, maar zoo gaat het nu eenmaal in de wereld; de
-buren willen altijd graag op de hoogte van elkanders zaken zijn.
-Betaalde je geen tweeduizend zeven honderd rijksdaalders voor de
-boerderij&mdash;hm?&rdquo;</p>
-<p>Njaedel bromde een onverstaanbaar antwoord.</p>
-<p>&bdquo;Ik praatte wat met den advocaat Tofte, toen hij hier kort
-geleden was,&rdquo; ging S&ouml;ren voort, en schijnbaar onverschillig
-keek hij uit het raam, &bdquo;hij beweerde dat uwe boerderij met eene
-zware hypotheek belast is.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Laat mij met vre&ecirc;, S&ouml;ren!&rdquo; riep Njaedel
-dreigend uit.</p>
-<p>&bdquo;Nu, nu!&rdquo; viel de opperloods in, &bdquo;laat S&ouml;ren
-toch voor den dag komen met wat hem op het hart ligt, want je kunt hem
-aanzien dat hij iets te vertellen heeft. Nu, S&ouml;ren, zeg ronduit
-wat ge wilt.&rdquo;</p>
-<p>S&ouml;ren B&ouml;revig hield er volstrekt niet van op zulk eene
-wijze zaken te behandelen, deze twee gingen te recht op den man af;
-maar in dit geval was er niets aan te doen, hij moest zich daarnaar
-voegen.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. ik dacht nu zoo bij mij zelf, dat, daar
-Njaedel nu <span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name=
-"pb175">175</a>]</span>op eene met hypotheek bezwaarde hoeve zit, hij
-mogelijk lust zou hebben haar te verkoopen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat biedt je er voor?&rdquo; vroeg Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Ho, ho! ik heb niet gezegd, dat <i>ik</i> juist zou
-willen&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat biedt je?&rdquo; herhaalde Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Twee duizend vijf honderd rijksdaalders.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Voor dien prijs gaat het niet!&rdquo; riep de opperloods boos
-uit, &bdquo;dat zou precies genoeg zijn om zijne schuld af te lossen.
-Buitendien heeft hij zooveel grond ontgonnen, dat er nu dubbel zooveel
-land bij de boerderij behoort, als toen hij ze kocht. Neen S&ouml;ren,
-je moet een hooger bod doen!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik neem het bod aan,&rdquo; zeide Njaedel en hij strekte de
-hand uit, &bdquo;de koop is gesloten.&rdquo;</p>
-<p>De opperloods wilde bedenkingen maken, maar Njaedel gaf er hem den
-tijd niet toe. S&ouml;ren B&ouml;revig was geheel in de war geraakt; op
-die wijze deed hij volstrekt geen zaken, neen dat scheelde wat.
-Intusschen haalde hij een gezegeld stuk papier, dat in een stuk van een
-courant was gewikkeld, voor den dag. Het was&#8202;&hellip;. ja, het
-was misschien wel goed den koop op schrift te hebben. &bdquo;Ik heb
-hier een papier&#8202;&hellip;. dat een koopcontract wordt genoemd en
-zoo&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Je bent een slimme kerel,&rdquo; zeide Njaedel op honenden
-toon, &bdquo;geef mij pen en inkt, Sechus!&rdquo;</p>
-<p>Hoe de opperloods ook tegenstribbelde, het hielp niets. Njaedel nam
-de pen en trok eenige dikke strepen, die den naam Njaedel moesten
-voorstellen. Voor meer was er geen plaats, maar die naamteekening werd
-als voldoende beschouwd. Toen dit geschied was, trok hij zijn buis aan,
-zette de pet diep in de oogen en verliet met zware stappen het
-vertrek.</p>
-<p>&bdquo;Wanneer hij het verlangt, want hij weet vandaag niet recht,
-wat hij doet, moet de koop als niet gesloten worden beschouwd,
-hoor,&rdquo; zeide de opperloods, eer hij ging zien, waar Njaedel was
-heen gegaan. <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
-"pb176">176</a>]</span></p>
-<p>S&ouml;ren B&ouml;revig vouwde het contract samen, en stak het
-papier in den zak met eene grijns, welke de opperloods gelukkig niet
-zag.</p>
-<p>Njaedel liep een weinig voor hem uit de hoogte op, de opperloods
-volgde hem op den voet.</p>
-<p>Toen zij boven waren gekomen, zeide Sechus: &bdquo;Je moet met mij
-mee naar Amerika trekken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Met leege handen,&rdquo; antwoordde Njaedel op mismoedigen
-toon.</p>
-<p>&bdquo;Met zulke knuisten als gij hebt, kunt ge overal
-vooruitkomen,&rdquo; antwoordde de opperloods, &bdquo;ik voor mij heb
-grooten lust er heen te gaan. Van mijn huisje kan ik dadelijk afkomen,
-daar is mij dikwijls geld voor geboden, en het beetje geld dat ik
-bespaard heb, kan ik ook dadelijk in handen krijgen. Hier hebben wij
-niets meer te doen, Njaedel. Ik betaal het geld voor je overtocht,
-wanneer je weer iets begint te verdienen, kun je het mij terug betalen.
-En bovendien heb je aan de andere kant van de zee een jongen en ook
-eene vrouw&#8202;&hellip;. dat hangt van je zelf af&#8202;&hellip;. ga
-met mij mee!&rdquo;</p>
-<p>Njaedel was blijven staan en staarde voor zich uit<span class="corr"
-id="xd26e3296" title="Niet in bron">.</span> Hier van de hoogte gezien
-scheen al, wat hij gedurende de jaren, die hij er woonde, verricht had,
-zoo gering. Hij liet zijne blikken langs de muren om zijne akkers gaan,
-waarvan hij elken steen kende en hij dacht aan al het werk en al de
-moeite, die hij er aan ten koste had gelegd.</p>
-<p>Daarna viel zijn blik op den akker en de half voltooide sloot, en
-meer en meer verbitterd werd hij, wanneer hij dacht aan al de plannen,
-die hij gemaakt had, toen hij hier kwam wonen. Hij dacht ook aan den
-tijd terug, toen de lange Anna nog te Krydsvig woonde, toen Christine
-nog thuis was en alles zoo goed ging. Op het zand, waar de branding
-tegen de rotsen sloeg, viel zijn oog; de zee lag grauw en hopeloos
-v&oacute;&oacute;r hem, zij scheen door den dikken mist, die er over
-hing, alle gedachten, <span class="pagenum">[<a id="pb177" href=
-"#pb177" name="pb177">177</a>]</span>die zich naar het Westen wilden
-richten, tegen te houden. En hoe donkerder de regenwolken er uitzagen,
-nadat de hevige wind was gaan liggen, des te somberder en mismoediger
-werd hij gestemd; het was de reactie na de heftige opwelling, waarin
-hij zijne boerderij had verkocht, en waarin hij alles had prijs
-gegeven.</p>
-<p>Maar in al zijne zorg over Christine, over zich zelf, over zijn
-verspild leven, in al de bekommering die hem nu zoo ter neer drukte,
-schenen de laatste woorden van den opperloods eene kleine lichtstraal
-aangebracht te hebben. Te midden van dat sombere, droefgeestige grauwe
-waarin hij tuurde, ontdekte zijn oog een klein lichtpunt, en meer en
-meer nam het in helderheid toe, en kreeg den vorm van een kinderhoofd:
-een&rsquo; klein blank kinderkopje zag hij met roodlokkig haar.</p>
-<p>Hij haalde diep adem, en zag met verbaasden blik om zich heen.
-Daaraan had hij nooit gedacht! er was nog iets, waarvoor het waard was
-te leven, dat hem hoop in de toekomst gaf.</p>
-<p>&bdquo;Wil je met mij gaan?&rdquo; vroeg zijn vriend weder.</p>
-<p>&bdquo;Ja!&rdquo; luidde zijn antwoord, en in zijne volle lengte
-rekte hij zich uit, &bdquo;maar eerst wil ik naar Christiania om te
-zien hoe Christine het maakt en of ik de zaak in orde kan
-krijgen!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och neen&#8202;&hellip;.. nu is het toch hetzelfde, hoe het
-met de zaak afloopt en&#8202;&hellip;&hellip;&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil graag, v&oacute;&oacute;r ik naar Amerika trek, met
-mijne eigene ooren hooren zeggen, dat ik gelijk heb,&rdquo; viel
-Njaedel hem in de rede en zijne oogen fonkelden.</p>
-<p>&bdquo;Goed, goed!&rdquo; antwoordde de opperloods, die begreep dat
-het maar het best was, hem niet tegen te spreken; &bdquo;in de lente
-doen er wel schepen met landverhuizers Christiania aan, denk
-ik.&rdquo;</p>
-<p>Bij zich zelf vond Sechus het volstrekt zulk een gek plan niet naar
-Christiania te gaan. Eerstens was het noodig <span class=
-"pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name=
-"pb178">178</a>]</span>alvorens te vertrekken, eens naar Christine te
-kijken en dan koesterde hij de zoete, stille hoop, dat het hem in de
-hoofdstad toch wel gelukken zou, vat te krijgen op den persoon, die
-over alle Lensmands, opzichters en ingenieurs van de openbare wegen
-geplaatst was. Het zou toch vermakelijk zijn te ondervinden, dat men in
-het goede Noorwegen eenen weg in zulk eenen toestand kon laten.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch18" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3324" title=
-"Bron: XIX">XVIII</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Christine was nog niet lang in het hospitaal opgenomen
-geweest, of alle bewijzen waren voorhanden, dat de dood spoedig volgen
-zou. De ziekte, die in zoo korten tijd haar sterk lichaam had gesloopt,
-greep eindelijk de hersens aan, en na een&rsquo; dag in bewusteloozen
-toestand te hebben verkeerd, ontsliep zij op eenen Zondagavond.</p>
-<p>Johan was tot het laatste oogenblik bij haar gebleven; toen alles
-was afgeloopen, liep hij doelloos zonder op iets of iemand acht te
-geven de eene straat na de andere door; den kraag van de jas had hij
-volgens gewoonte hoog opgetrokken.</p>
-<p>&bdquo;Goeden avond&#8202;&hellip; dokter Bennecken,&rdquo; zeide de
-kamerheer Delphin, die juist zijne huisdeur opende, &bdquo;ga met mij
-mee naar mijne kamers, wij kunnen onder een glas wijn en eene goede
-sigaar den tijd wat trachten te dooden.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Een saaie kerel, die dokter Bennecken,&rdquo; mompelde
-Delphin bij zich zelf, toen de andere zonder een stom woord te zeggen,
-verder ging.</p>
-<p>Delphin stak zijne lamp aan, verwisselde zijnen rok&mdash;hij kwam
-van eene soir&eacute;e,&mdash;tegen zijn chambre-cloak, stak eene
-sigaar aan, dronk een glas wijn, en begon toen, al wandelende door
-zijne twee fraai gemeubileerde kamers, <span class="pagenum">[<a id=
-"pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span>de gebeurtenissen van
-den dag &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n te herdenken.</p>
-<p>Sedert dat groote bal in den herfst bij de Falck-Olsens, was hij
-meer en meer op vertrouwelijken voet met Hilda Bennecken gekomen; in
-den laatsten tijd echter, ja eigenlijk den geheelen winter had zij zich
-meer van hem teruggetrokken. Wel kon het nu en dan gebeuren, dat hij er
-haar toe kreeg den gezelligen vroolijken toon van vroeger aan te slaan,
-maar dat duurde slechts voor een oogenblik; dadelijk verviel zij weer
-in die zonderlinge verlegene houding, die hij niet kon begrijpen, maar
-welke oorzaak was, dat een vertrouwelijk gesprek tot de onmogelijkheden
-behoorde.</p>
-<p>Delphin klopte de asch van zijne sigaar tegen de kachel af en begon
-aan andere zaken te denken.</p>
-<p>Van avond had zij hem ronduit gezegd, dat zij voortaan niet met hem
-wilde opwandelen, wanneer zij elkaar op straat ontmoetten en dat zij
-liefst niet meer met hem wilde dansen.</p>
-<p>Opnieuw wilde hij zijne gedachten met iets anders bezig houden, maar
-altijd draaiden zij weer om Hilda&rsquo;s beeld; hij bleef voor den
-spiegel staan, zag zich strak aan, en zeide: &bdquo;Hoor nu eens,
-George, hoe het eigenlijk met je gesteld is!&rdquo;</p>
-<p>Hij ging voor zijne schrijftafel zitten en schreef vlug:</p>
-<p>Beste George! Het doet mij onuitsprekelijk leed te hooren, dat ook
-gij, in wien ik zoo veel vertrouwen stelde, het beet hebt gekregen,
-want:</p>
-<div lang="de" class="lgouter">
-<p class="line">&bdquo;Wer zum ersten Male liebet,</p>
-<p class="line">&mdash;Sei&rsquo;s auch gl&uuml;cklos, ist ein
-Gott,</p>
-<p class="line">Aber&mdash;wer zum zweiten Male</p>
-<p class="line">Gl&uuml;cklos liebt,&mdash;der ist ein Narr.&rdquo;</p>
-</div>
-<p class="first">En Madame B&ouml;rresen heeft mij er alles van
-verteld: je bent verliefd, kerel! <span class="pagenum">[<a id="pb180"
-href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span></p>
-<p>Nu ja&mdash;dat zou ik nu zoo erg niet vinden, maar dat gij verliefd
-zijt op eene kleine apin met hondenoogen en eenen platten neus, dit
-geeft eene ontaarding van de edele organen te kennen, en dat doet mij
-innig leed.</p>
-<p>Waart gij ten minste maar een man met karakter maar dat ben-je niet,
-dat weet-je zelf al te goed, want je mist mij, maar waart gij beiden in
-eenen persoon vereenigd, zoo zou ik je willen zeggen:</p>
-<p>Opperbest, mijn jongen, dat is het beste geneesmiddel voor je, de
-eenige manier waarop gij het wrak van je in stukken geslagen
-levensschip kunt redden. Neem ze&mdash;hoe leelijker zij is, des te
-beter; presenteer haar dadelijk in de salons en zeg luid: &bdquo;Dames
-en heeren, ik ben er trotsch op, dat zij mij heeft gekozen!&rdquo; dan
-was er misschien eenige hoop op je redding, dan waart gij niet langer
-die akelige stakker, die je nu bent en wel altijd blijven zult.
-Amen!</p>
-<p>Hij wierp de pen weg, en ledigde het glas, dat voor hem stond.</p>
-<p>Uit het gasthuis was Johan Bennecken, op den Wergelands weg, waar
-Delphin woonde, terecht gekomen; hij had eenen grooten omweg door de
-buitenwijken der stad gemaakt, tot aan Homannsby zelfs.</p>
-<p>Half uit gewoonte sloeg hij den weg naar het ouderlijk huis in,
-om&mdash;nu alles voorbij was&mdash;nog een blik te werpen door die
-laag gelegen vensters, in dat vertrek waarin hij zoo innig had
-liefgehad, maar ook zooveel had geleden.</p>
-<p>Daar gekomen, zag hij een&rsquo; man voor de poort, die moeite
-scheen te hebben het sleutelgat te vinden. De dokter herkende dadelijk
-Mo en wilde voorbij gaan, want aan zijne waggelende houding bemerkte
-hij, dat de <span class="corr" id="xd26e3378" title=
-"Bron: concierge">conci&euml;rge</span> dronken was. Niettegenstaande
-hij een&rsquo; diepen afschuw jegens hem koesterde, keerde hij een paar
-stappen terug en hielp hem in huis. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span></p>
-<p>Anders Mo was niet zoo dronken of hij herkende den dokter.</p>
-<p>&bdquo;Ja &hellip;. de dokter is een goedhartig man,&rdquo; zeide
-hij op zijnen deemoedigen toon, &bdquo;werkelijk een heel goedhartig
-man, en dat zegt Christine ook.&rdquo;</p>
-<p>Toen hij haren naam noemde en aan zijn gezicht eene vrome plooi
-wilde geven, was Johan zijne woede niet langer meester: hij greep hem
-bij de schouders en schudde hem heftig heen en weer.</p>
-<p>&bdquo;Zij is dood!&rdquo; riep hij knarsetandend uit, &bdquo;en gij
-hebt haar vermoord!&rdquo;</p>
-<p>Mo haastte zich den sleutel aan de binnenzijde in het slot te steken
-om ze te sluiten, hij schudde het hoofd en mompelde: &bdquo;och
-&hellip; och, arme Christine! is zij werkelijk gestorven? wie zou dit
-hebben kunnen gelooven&#8202;&hellip;. noch de minister, noch
-mevrouw&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Meng mijn vaders naam niet in de afschuwelijke daad, die gij
-gepleegd hebt,&rdquo; riep Johan en hij zette zijnen voet tegen de
-poort om Mo het sluiten te beletten. Een oogenblik kreeg deze het
-bewustzijn terug. De oude man stiet de poort zoo ver dicht, dat zij op
-eenen kier stond. Het gaslicht viel door de smalle opening op het
-bleeke gezicht met den valschen glimlach om den mond, met dat
-zilverwitte naar achter gestreken haar, en op duidelijken doch wat
-gedempten toon zeide hij: &bdquo;De minister zoowel als mevrouw wisten
-het heel goed, maar zij wilden dat ik haar zou nemen, opdat gij haar
-niet krijgen zoudt,&rdquo; en met een onbeschrijfelijk kwaadaardigen
-grijns stak hij zijne tong tegen den dokter uit, terwijl hij de poort
-dicht sloeg en den sleutel tweemaal omdraaide. Johan Bennecken tuimelde
-tegen den lantaarnpaal en als verlamd bleef hij daar geruimen tijd
-staan.</p>
-<p>Een jongen met eene ladder kwam op het trottoir: &bdquo;man, ga wat
-verderop tegen eenen muur leunen, ik moet hier bij de lantaarn om het
-gas uit te draaien.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb182" href=
-"#pb182" name="pb182">182</a>]</span></p>
-<p>De dokter ijlde weg, alsof de grond onder hem brandde. In het Oosten
-begon de dag zich te vertoonen, eerst grauwachtig, dan rooder en
-rooder, totdat de zon opging; een vriendelijk stralende
-lentezon&mdash;het was de eerste Mei&mdash;bescheen de daken der huizen
-en verguldde de kerktorens.</p>
-<p>Hij liep maar altijd voort, kwam in het oude gedeelte der stad, en
-keerde terug, altijd maar v&oacute;&oacute;r zich starende en altijd
-geplaagd door dezelfde gedachten en denzelfden twijfel. Dat zijne
-moeder er niet onkundig van was geweest, hij kon zich die mogelijkheid
-hoe vreeselijk ook, haar te moeten gelooven, voorstellen. Zij was
-altijd zoo overdreven bang voor alles, wat een schandaal kon
-veroorzaken. Maar zijn vader&mdash;de brave edeldenkende man, zou die
-medeplichtig zijn? Die gedachte wierp hij ver van zich.</p>
-<p>Mo was toch dronken, wist niet wat hij zeide, en was er altijd op
-uit met duivelsche boosaardigheid anderen te belasteren.</p>
-<p>Maar wat hielpen al deze redeneeringen?</p>
-<p>De twijfel brandde als eene gloeiende plek meer en meer in zijne
-ziel: hij moest zekerheid hebben.</p>
-<p>Zoodra het besluit, naar zijne ouders te gaan, en hun ronduit de
-waarheid te vragen, bij hem vast stond, kwam hij tot meer kalmte.
-Intusschen kon er geen sprake van zijn op dit vroege uur te komen; een
-paar uren moest hij minstens nog wachten, en hij ging dus naar de kade,
-waar reeds volle bedrijvigheid heerschte. Werkvolk en sjouwerlui gingen
-naar de haven, leerjongens liepen naar hunne werkplaatsen met hunnen
-kleinen koffieketel en hunne boterhammen in een papier gewikkeld in de
-hand; fabriekmeisjes riepen elkander en gingen dan samen verder,
-lachende en elkander hare nachtelijke avonturen vertellende, terwijl
-politieagenten, die er slaperig uitzagen, zich voortsleepten en met
-verlangen hunne aflossing verbeidden. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span></p>
-<p>Eene bevolking van een eigenaardig karakter bewoog zich op dit uur
-van den dag op straat: alle individuen geleken op elkaar, allen hadden
-een armoedig uiterlijk. Een welgekleed heer, die den nacht buitenshuis
-in vroolijk gezelschap had doorgebracht, sloop, druipstaartend als een
-hond en min of meer met zijne houding verlegen, in dien helderen
-zonneschijn naar zijne woning.</p>
-<p>En intusschen waren de lieden, die in de fraaie gedeelten der stad
-woonden nog in diepen slaap gedompeld, achter neergelaten valgordijnen
-en gegrendelde deuren. Een verheven majestueuse slaap verkwikte hen,
-die over de stad, over den staat, over het volk en al zijne
-kleinoodi&euml;n zorgden; en hoe helder de morgenzon ook scheen, kon
-zij toch het mysterie niet opklaren, hoe het kwam, dat zij die sliepen,
-juist diegene waren, die waakten en dat over diegene, die wakker waren,
-gewaakt werd door hen, die sliepen. Steeds levendiger ging het echter
-langs de kade en in de haven zoowel als in de nauwe straten toe.</p>
-<p>De kleine stoombooten lieten hun schel gefluit hooren en staken van
-wal; een weinig verder lag in de haven eene groote stoomboot, die juist
-van de Westkust was gekomen, en wachtte, totdat de havenmeester plaats
-voor haar aan de kade zou maken; visschersbooten kwamen binnenloopen;
-eenige visschers waren reeds aan het loven en bieden met de opkoopers
-en de dikke vischwijven, die groote, platte manden voor zich hadden
-staan.</p>
-<p>Johan liep altijd maar voort; eindelijk kwam hij aan de Vestingkade,
-waar eene groote, groengeschilderde Engelsche stoomboot ankerde. De
-door stoom bewogen hijschmachine was druk aan den gang, volk liep af en
-aan op het vaartuig; tonnen en biervaten stonden in rijen langs de kade
-en in den vorm van eene pyramide was een groot aantal kisten op
-elkander gestapeld, waarop Noorsche namen en Amerikaansche adressen
-geschilderd waren. <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184"
-name="pb184">184</a>]</span></p>
-<p>Uit een der groepen van mannen en vrouwen met kinderen, allen in
-nieuwe baaien pakjes gestoken, trad een rijzig jonkman in bont katoenen
-hemd en zomerjas gekleed.</p>
-<p>&bdquo;Goeden morgen Johan! al zoo vroeg in de kleeren? Herkent gij
-mij niet?&rdquo;</p>
-<p>Johan herkende hem, het was een oud schoolkameraad, dien hij in
-jaren niet had ontmoet.</p>
-<p>&bdquo;Waar zijt gij al dien tijd geweest?&rdquo; vroeg hij.</p>
-<p>&bdquo;In Amerika, kerel,&rdquo; antwoordde hij vroolijk.
-&bdquo;Emigrantenagent&mdash;eene prachtige winstgevende zaak! maar,
-bliksems veel gezeur en ergernis ook.</p>
-<p>&bdquo;Thans zit ik er leelijk in moet je weten, want op de
-plaatsbiljetten, welke die lieden gekocht hebben, staat gedrukt: een
-Noorsch dokter bevindt zich aan boord, en de kerel, dien ik had
-ge&euml;ngageerd, maakt nu allerlei zwarigheden en laat mij per slot
-van rekening nog in den steek. Maar&#8202;&hellip;. waarachtig, daar
-denk ik juist aan, jij bent ook dokter&mdash;Johan, <i lang="en">come
-along</i>! goede voorwaarden, hoor maar eens!&rdquo;</p>
-<p>En nu begon de agent met zulk een rappe tong al de voordeelen, aan
-die betrekking verbonden, op te sommen, dat zijn eigen plan, hem zelf
-zoo begon toe te lachen, dat hij eindigde met te zeggen: &bdquo;Zie
-zoo, dat is afgemaakt, die zaak is in orde. Hier is de nieuwe
-dokter,&rdquo; vervolgde hij, zich tot de om hem heen geschaarde
-landverhuizers wendende.</p>
-<p>Johan moest onwillekeurig om hem lachen, maar zeide ja noch neen.
-Wanneer hij alles wel overwoog, was het eigenlijk het verstandigste,
-dat hij maar toesloeg.</p>
-<p>Het was nu ongeveer zeven uur. Hij beloofde later op den dag nader
-bescheid te geven en begaf zich naar het ouderlijk huis.</p>
-<p>In de voornamere stadswijken begon het thans wat levendiger te
-worden. De winkels werden geveegd en de <span class="pagenum">[<a id=
-"pb185" href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span>spiegelruiten
-gezeemd. Eenige eerzame burgers in de Karel-Johanstraat waren bezig de
-vlaggestokken uit de dakvensters te steken, want men verwachtte den
-koning in den loop van den dag.</p>
-<p>&bdquo;Wie is daar?&rdquo; riep mevrouw Bennecken, toen Johan aan de
-deur der slaapkamer klopte.</p>
-<p>&bdquo;Ik ben het&#8202;&hellip;. Johan, ik moet vader
-spreken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen&#8202;&hellip;. neen&#8202;&hellip;.
-Johan&#8202;&hellip;. je kunt nog niet binnen komen!&rdquo; maar hij
-hoorde niet en deed de deur open.</p>
-<p>&bdquo;Maar Johan, wat beteekent dat,&rdquo; riep zijne moeder
-vertoornd uit, terwijl zij zich achter het bedgordijn verschool: zij
-was &bdquo;<span lang="fr">en profond
-n&eacute;glig&eacute;</span>&rdquo;; de minister lag nog in bed.</p>
-<p>&bdquo;Ja&#8202;&hellip;. neemt het mij niet kwalijk, maar ik moet
-met u beiden spreken.&rdquo; Zijn hart klopte zoo heftig, dat hij eerst
-bijna geen woord kon uitbrengen. &bdquo;Ik ben hier&#8202;&hellip;. om
-u te vragen&#8202;&hellip;. vader&#8202;&hellip;, of u, of moeder iets
-aangaande de ziekte van Mo wist, toen hij met Christine
-trouwde?&rdquo;</p>
-<p>Er ontstond eene kleine pauze; eindelijk begon de minister:
-&bdquo;Ik vind je binnenkomen hier heel ongepast
-en&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Antwoord mij! antwoord mij,&rdquo; riep Johan.</p>
-<p>De heer Bennecken ging overeind in bed zitten en beproefde met eene
-uitdrukking op het gelaat, die eerbied moest inboezemen, zijnen zoon
-aan te zien, maar dit wilde in zijn nachttoilet waarin het dunne grijze
-haar naar alle kanten uitstond, volstrekt niet gelukken. Had hij zich
-in al zijne heerlijkheid kunnen vertoonen, misschien zou het hem gelukt
-zijn, meester van de positie te worden: zoo als hij daar nu echter in
-zijn bed zat, een heel gewoon ongeschoren oudachtig heer, viel
-eensklaps de buitengewone eerbied, dien zijn zoon voor hem had
-gekoesterd, als een kaartenhuisje ineen, en op een ijskouden toon, die
-hem zelf bijna verschrikte, <span class="pagenum">[<a id="pb186" href=
-"#pb186" name="pb186">186</a>]</span>zei hij: &bdquo;Vader&mdash;vader!
-ik heb mij in u vergist!&rdquo;</p>
-<p>Maar nu kreeg mevrouw hare tegenwoordigheid van geest terug,
-&bdquo;ik verzoek je Johan met meer respect tot je vader te
-spreken&#8202;&hellip;. en hoor bedaard wat ik je zeggen wil. Gij weet
-zelf&#8202;&hellip;. als dokter heel best, dat de ziekte, waarop gij
-doelt, nooit door fatsoenlijke lieden wordt genoemd.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, dat is het juist,&rdquo; riep haar zoon uit. &bdquo;Vele
-malen heb ik er mijne gedachten over laten gaan, wat de reden is, dat
-die vreeselijkste aller ziekten verlof heeft, incognito overal binnen
-te sluipen, terwijl het niet fatsoenlijk is, haar bij haren waren naam
-te noemen. O&#8202;&hellip;. gij weet niet, wat gij gedaan hebt,
-moeder!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wat heb ik dan gedaan! je bent van je zinnen beroofd,
-jongen!&rdquo; riep mevrouw toornig uit. Zij kon het zich niet
-voorstellen, dat die sul van een Johan hier met het uiterlijk van een
-rechter voor haar stond.</p>
-<p>&bdquo;Adela&iuml;de!&rdquo; klonk het voorzichtig uit het bed.</p>
-<p>Maar Johan ging kalm voort. Nu hij zekerheid had was het, of de
-vulkaan, die in hem brandde, op eens uitgedoofd was. &bdquo;Dat gij
-trachttet mij te verhinderen haar tot vrouw te nemen, kan ik begrijpen,
-en zou ik misschien hebben kunnen vergeven, maar dat gij haar zoo
-moedwillig in het verderf liet loopen. O&#8202;&hellip;. gij weet niet
-hoe edel en goed zij was, en hoeveel zij heeft moeten
-lijden&#8202;&hellip;. Nu is zij gestorven, en ik vertrek van avond.
-Vaartwel!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waar naar toe?&rdquo; vroeg mevrouw.</p>
-<p>&bdquo;Naar Amerika,&rdquo; antwoordde Johan, die reeds in de deur
-stond.</p>
-<p>&bdquo;Naar Amerika! dat gaat volstrekt niet! Daniel!&rdquo; riep
-zij haren man toe.</p>
-<p>&bdquo;Het is eene ernstige zaak, en v&oacute;&oacute;r alles is het
-noodig dat wij bedaard zijn,&rdquo; zeide de minister.</p>
-<p>In de eetzaal kwam Hilda, nog maar half gekleed haren <span class=
-"pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name=
-"pb187">187</a>]</span>broeder te gemoet; op hare slaapkamer had zij
-een groot gedeelte van het gesprek gehoord.</p>
-<p>&bdquo;Johan&mdash;Johan!&rdquo; riep zij half snikkend uit,
-&bdquo;wat is het toch?&hellip;. wilt gij weer weggaan?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, Hilda, nu ga ik voor goed naar Amerika. Het doet mij leed
-voor jou, arme zus, want je staat dan weer zoo eenzaam,&rdquo; en hij
-drukte haar tegen zich aan.</p>
-<p>&bdquo;Ach&#8202;&hellip;. ach&#8202;&hellip;.!&rdquo; snikte
-Hilda&#8202;&hellip;. &bdquo;kan ik niet met je meegaan,
-Johan?&rdquo;</p>
-<p>Zij zeide die woorden zonder die nu juist ernstig te meenen, maar
-haar broeder vatte het anders op, en toen Hilda hem op zijn aanbod om
-hem te volgen antwoordde, dat mama het nooit zou toestaan, zeide hij op
-harden toon: &bdquo;Och! het zijn de twee verschovelingen maar, die
-heen gaan, buitendien vragen wij geen verlof. Reis met mij mee en help
-mij, totdat gij iets beters voor je zelf vindt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen&mdash;maar Johan! is het je werkelijk ernst?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Waarom niet? Wat lot staat je hier t&rsquo;huis te wachten?
-Trouwen zult ge wel niet&#8202;&hellip;. neem het mij niet kwalijk, dat
-ik het zoo maar ronduit zeg&#8202;&hellip;. en gij behoort tot een te
-voornamen stand om hier een nuttigen werkkring te vinden. Gij past
-volkomen voor Amerika.&rdquo;</p>
-<p>Juist kwam mevrouw uit hare slaapkamer. &bdquo;Ah
-zoo&#8202;&hellip;. gij zijt nog niet weg, Johan&#8202;&hellip;. dat
-tref ik, want ik wilde nog wat met je praten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hilda gaat met mij mee,&rdquo; zeide Johan tot antwoord.</p>
-<p>Mevrouw deed eene zwakke poging om te lachen.</p>
-<p>&bdquo;Nu ik ben blij, dat ik dit hoor; het heele plan was dus maar
-eene scherts, ja, ja, dat dacht ik wel.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, moeder, het is ernst,&rdquo; antwoordde Johan droogjes.
-&bdquo;Hilda, pak nu je boeltje bij elkaar, wij gaan van avond aan
-boord.&rdquo;</p>
-<p>Hilda was geheel verward, maar de gebiedende toon, waarop haar
-anders zoo vreesachtige broeder tot haar <span class="pagenum">[<a id=
-"pb188" href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span>sprak, maakte zulk
-eenen indruk, dat zij hem gehoorzaamde en de eetzaal verliet.</p>
-<p>&bdquo;Luister nu, Johan,&rdquo; zeide mevrouw, en zij plaatste zich
-recht voor hem, &bdquo;ben je gek, of ben je alleen dronken? Geloof je
-werkelijk, dat je vader en ik zulk een schandaal zullen
-gedoogen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik kom van avond Hilda halen en verhindert gij haar de
-noodige toebereidselen te maken, dan kunt gij u op een nog grooter
-schandaal voorbereiden,&rdquo; klonk het uit zijnen mond en hij ging
-naar de deur.</p>
-<p>Mevrouw Bennecken stiet eenen gil uit en viel achterover op eenen
-stoel. &bdquo;Maar, Johan!&rdquo; riep de minister in de deur der
-slaapkamer, hij had zijne pantalon nog in de hand, &bdquo;help Mama
-toch, je ziet dat zij in onmacht is gevallen!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dat is zij niet,&rdquo; antwoordde hij en verliet het
-huis.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch19" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3529" title=
-"Bron: XX">XIX</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De agent voor de landverhuizers wreef zich vergenoegd
-in de handen, omdat hij zoo gemakkelijk aan eenen dokter gekomen was,
-en keek naar een stoomboot, die uit het Westen was gekomen, waarvoor nu
-plaats aan de kade was gemaakt vlak tegen het Engelsche vaartuig
-aan.</p>
-<p>Zijn scherpe blik zag, overal zoekend naar landverhuizers rond en
-weldra ontdekte hij Njaedel en den opperloods, die juist aan wal
-gekomen waren. Door de menigte drong hij heen en voegde zich bij
-hen.</p>
-<p>&bdquo;Landverhuizers, naar ik zie,&rdquo; zeide hij, terwijl hij
-hen groette.</p>
-<p>De opperloods beantwoordde zijnen groet maar toen de agent hem den
-reiszak, dien hij in de hand droeg, wilde afnemen, wilde hij volstrekt
-niet hebben, dat die netgekleede heer zich daarmede belastte.
-Intusschen praatte de <span class="pagenum">[<a id="pb189" href=
-"#pb189" name="pb189">189</a>]</span>agent onophoudelijk door en hielp
-hen uit het gedrang, want velen spoedden zich naar het pas aangekomen
-vaartuig. Njaedel volgde hen op den voet, hij zag alles met groot
-mistrouwen aan.</p>
-<p>&bdquo;Zie zoo&#8202;&hellip;.. daar ligt de boot op welke gij de
-reis zult maken, een prachtig vaartuig&#8202;&hellip;. <i lang=
-"en">first class altogether</i>, hebt gij al biljetten?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen!&rdquo; antwoordde de opperloods.</p>
-<p>&bdquo;<i lang="en">Very well!</i> De biljetten krijgt gij aan
-boord, wees zoo goed aan boord te gaan!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hoe laat vaart de boot af?&rdquo; vroeg Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Morgen ochtend heel vroeg,&rdquo; antwoordde hij en met eenen
-woordenvloed, die Njaedel bijna deed duizelen, begon hij al de
-voordeelen van de onderneming, waarvoor hij passagiers werfde, op te
-sommen; hoe gelukkig het voor hen was, dat zij dadelijk, toen zij aan
-land kwamen, hem ontmoetten, en hoe gemakkelijk het was, dat zij van
-avond reeds aan boord konden komen, dat zij op deze manier de kosten
-voor huisvesting spaarden, enz.</p>
-<p>Dit laatste betoog had de gewenschte kracht; zij volgden den agent
-naar boord en in minder dan een kwartier hielp hij hun aan kooien op de
-tweede klasse voordeks. Hij droeg zorg voor de biljetten, ontving de
-vooruitbetaling, schreef de quitantie, en be&euml;indigde de zaak, door
-de handen vrij hard tegen elka&acirc;r aan te slaan, herhalende:
-&bdquo;<i lang="en">all right, first class altogether!</i>&rdquo;</p>
-<p>Toen dit alles in orde was, gingen zij weer aan land. Njaedel
-fluisterde den opperloods in &rsquo;t oor:
-&bdquo;Wanneer&#8202;&hellip; die mooi gekleede mijnheer maar geen
-schelm is, hij praatte zoo in eenen adem door.&rdquo;</p>
-<p>De opperloods lachte medelijdend en zei, dat dit Amerikaansche
-manier was. Hun bleef nog over zich omtrent &bdquo;de zaak&rdquo; op de
-hoogte te stellen en Christine in het hospitaal te bezoeken.</p>
-<p>Njaedel was van meening, dat zij regelrecht naar den <span class=
-"pagenum">[<a id="pb190" href="#pb190" name=
-"pb190">190</a>]</span>koning moesten gaan, maar de opperloods lachte
-weer medelijdend en begon aan allen, die hij ontmoette, den weg naar
-het ministerie te vragen.</p>
-<p>Hij had geen geluk; de meesten lachten of antwoordden met eene
-geestigheid, anderen bleven staan om hen na te kijken. Zij zagen er ook
-in het <span class="corr" id="xd26e3574" title="Bron: oogvallend">oog
-vallend</span> uit: de kleine, roodwangige opperloods in zijn geel
-zeemansbuis en pelsmuts en de reusachtige gestalte, naast hem, met den
-gekromden rug, den dikken verwarden langen baard en de buitengewoon
-heldere onschuldige kinderoogen.</p>
-<p>Zij gevoelden, dat zij de opmerkzaamheid trokken, vooral toen zij in
-de voorname stadswijken kwamen. De opperloods vroeg niet meer zoo
-direct aan ieder den weg; aan den hoek van het postkantoor gekomen,
-zeide hij moedeloos: &bdquo;Het is waarachtig al tien uur.&rdquo;</p>
-<p>Juist keken zij op den kerktoren, toen een net gekleed heer met
-papieren onder den arm den hoek omkwam.</p>
-<p>De opperloods vatte moed en zei: &bdquo;Neem mij niet
-kwalijk&#8202;&hellip;. maar kan u ons ook zeggen, waar het ministerie
-is.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Welk ministerie?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Is er meer dan &eacute;&eacute;n,&rdquo; vroeg de opperloods
-op moedeloozen toon.</p>
-<p>&bdquo;Och mijn beste man,&rdquo; antwoordde de heer, &bdquo;hoe zou
-het oude Noorwegen het met <i>&eacute;&eacute;n</i> Departement kunnen
-stellen! maar wat komt gij eigenlijk in het Departement
-doen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Naar &bdquo;de zaak&rdquo; vragen,&rdquo; antwoordde
-Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Dat is te zeggen,&rdquo; verklaarde de opperloods nader,
-&bdquo;het is over het wier aan het strand en een groot afvoerkanaal of
-sloot.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, groote afvoerkanalen vindt men in alle departementen meer
-dan genoeg,&rdquo; zeide de zoo goedig uitziende heer, &bdquo;maar met
-het wier is het eene andere zaak.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
-"pb191" href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Het is aan dat departement, waar een minister is,&rdquo;
-verklaarde de opperloods verder.</p>
-<p>&bdquo;Och mijn beste buitenman, waar is geen minister! Wij hebben
-er elf van dat soort.&rdquo;</p>
-<p>Nu zonk den opperloods de moed geheel in de schoenen, en hij zag
-zijnen vriend radeloos aan.</p>
-<p>&bdquo;Daar heb ik een broer,&rdquo; zeide Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Ah zoo! en hoe heet hij?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hij heet Anders&mdash;Anders Mo.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ah, Mo! o dien ken ik heel goed; zoo zoo, is hij uw broer,
-gaat dan beiden maar met mij mee, ik ga denzelfden kant uit.&rdquo; Hij
-ging vooruit en de beide anderen volgden hem.</p>
-<p>&bdquo;Hij hoort tot de echt voorname lui,&rdquo; fluisterde
-Njaedel, &bdquo;want hij schaamt zich naast ons te loopen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik vertrouw hem nog niet recht,&rdquo; antwoordde de
-opperloods voorzichtig.</p>
-<p>&bdquo;Hier breng ik u twee echte exemplaren van het uitstervend
-dierenras &bdquo;Volk&rdquo; zeide George Delphin tot Mortensen, toen
-hij met den opperloods en Njaedel de kamer, waarin deze zat, binnen
-kwam; &bdquo;en hier mijne heeren,&rdquo; en hij wendde zich tot de
-twee reizigers, &bdquo;ben ik zoo vrij u den waren &bdquo;vriend des
-Volks,&rdquo; den heer Mortensen voor te stellen.&rdquo;</p>
-<p>De redacteur stond op en boog deftig, ofschoon hij nooit recht op
-zijn gemak was, wanneer de hoofdcommies schertste. In eenige
-hoogdravende bewoordingen zeide hij, welk een genoegen het hem deed,
-zoo van aangezicht tot aangezicht te staan tegenover hen, die de
-eigenlijke kern van het volk uitmaakten. Noorwegens eerlijke, vrije
-mannen, enz.</p>
-<p>Deze kleine comedie lokte Oerseth en drie of vier andere heeren uit
-de aangrenzende kamers; de opperloods had echter het bolle bleeke
-gelaat van Mortensen nauwkeurig beschouwd en voelde, dat hij op het
-punt stond in drift <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192"
-name="pb192">192</a>]</span>uit te barsten; toch gelukte het hem zich
-te bedwingen.</p>
-<p>&bdquo;Deze heeren,&rdquo; zeide de bureau-chef, terwijl hij zich
-gereed maakte heen te gaan, &bdquo;beveel ik uwe bijzondere zorg aan,
-mijnheer Mortensen! en ik betwijfel volstrekt niet of gij zult met
-vreugde van de gelegenheid gebruik maken, u den waren Vriend des Volks
-te toonen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Pardon, mijnheer Delphin,&rdquo; antwoordde Mortensen een
-weinig knorrig, &bdquo;maar van daag hebben wij wezenlijk geen tijd
-gekheid te maken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Gekheid,&rdquo; zeide Delphin, &bdquo;gekheid? Hoorde
-wellicht een der heeren of de commies Mortensen van
-&bdquo;gekheid&rdquo; sprak?&mdash;Ik kan mij zulks niet
-voorstellen&rdquo;&mdash;vervolgde hij, terwijl de schampere glimlach,
-die de schrik zijner vijanden was, zich om zijne lippen plooide,
-&bdquo;ik kan mij de mogelijkheid niet voorstellen, dat de commies
-Mortensen een bevel, dat ik hem geef, als &bdquo;gekheid&rdquo; zou
-opvatten. Deze twee heeren komen hooren naar eene zaak over strandwier
-en over een groot afvoerkanaal, die bij ons Departement is ingediend.
-Wees zoo goed mijnheer Mortensen oogenblikkelijk naar alle papieren,
-die zaak betreffende, te zoeken en de heeren de noodige inlichting te
-geven.&rdquo;</p>
-<p>De Redacteur zag vuurrood van kwaadheid en de anderen, bemerkende
-welke wending de comedie nam, slopen naar hunne plaatsen en bogen zich
-over hun werk.</p>
-<p>Nu nam de opperloods Sechus het woord:</p>
-<p>&bdquo;Neem mij niet kwalijk mijnheer, maar&mdash;maar wij willen
-liever den minister zelven spreken&mdash;ik wil niets met dien mijnheer
-te doen hebben.<span class="corr" id="xd26e3639" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p>&bdquo;Ja, daarin heb je gelijk,&rdquo; antwoordde de bureau-chef,
-en bracht de twee boeren door al de vertrekken tot in de wachtkamer van
-den minister. Hier verzocht hij hen te wachten, omdat deze nog niet op
-het bureau was.</p>
-<p>Het duurde bijna een uur v&oacute;&oacute;r hij verscheen&mdash;en
-bitter slecht geluimd. <span class="pagenum">[<a id="pb193" href=
-"#pb193" name="pb193">193</a>]</span></p>
-<p>Gedurende zijn ministerieele loopbaan had de heer Bennecken geleerd,
-om, hoe slechter hij gehumeurd was, een des te opgeruimder gezicht te
-zetten. Vandaag had hem zulks echter ontzettend veel moeite gekost,
-want de verdrietelijkheden waren al vroeg begonnen, en hadden hem geen
-oogenblik met rust gelaten.</p>
-<p>Na de ongelukkige sc&egrave;ne met Johan had hij een langdurig
-onaangenaam t&ecirc;te-&agrave;-t&ecirc;te met zijne vrouw gehad: Het
-had hem veel moeite gekost de energieke dame aan het verstand te
-brengen, dat dwangmiddelen en opsluiting geene afdoende middelen waren
-om een schandaal te voorkomen en waren dus tot de conclusie gekomen,
-dat het het beste zou zijn de zaak te laten zooals zij was en haar op
-hunne eigenaardige manier aan de wereld mee te deelen: Johan had lust
-een tocht naar Amerika te maken en Hilda zou hem voor pleizier
-vergezellen.</p>
-<p>&bdquo;Ach God! geen mensch zal het gelooven,&rdquo; jammerde
-Mevrouw!</p>
-<p>&bdquo;Dat hangt geheel af van de wijze, waarop wij het
-vertellen,&rdquo; antwoordde haar man.</p>
-<p>Ter nauwernood was deze zaak beklonken, of onze candidaat Alfred
-kwam, heel zuinig kijkende, binnen. Hij was gedwongen geweest eenen
-wissel te accepteeren en die verviel vandaag en&#8202;&hellip;.
-en&#8202;&hellip;. De minister werd woedend en Alfred kreeg eenen
-duchtigen uitbrander; mevrouw schoof hem zachtjes de kamer uit en
-beloofde hem bij te springen met het huishoudgeld. En al deze
-verdrietelijkheden moesten juist plaats hebben op den gewichtigen dag,
-waarop men zijne majesteit den koning na eene lange afwezigheid
-verwachtte, op eenen tijd, waarin het van het grootste gewicht was voor
-het bezoek des Konings alles zoo feestelijk mogelijk in orde te
-hebben.</p>
-<p>Toen de minister dan ook door de deur, waarvan hij <span class=
-"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name=
-"pb194">194</a>]</span>alleen den sleutel bezat, op zijn bureau kwam,
-kostte het hem op het gezicht van de twee zonderlinge gestalten, die er
-zaten, groote moeite eenen vloek te weerhouden.</p>
-<p>De opperloods stond dadelijk op en begon de zaak z&oacute;&oacute;
-voor te dragen, alsof hij een van buiten geleerd lesje opzegde. Tot
-Njaedels ongeveinsde bewondering sprak hij den minister telkens met
-&bdquo;Uwe Hoogheid&rdquo; aan.</p>
-<p>De minister staarde hem een oogenblik aan, opende daarna de deur van
-het vertrek van den secretaris, die voor de verzending van de ingekomen
-stukken naar de verschillende afdeelingen zorg moest dragen, en vroeg:
-&bdquo;Wat zijn dat voor lieden, die daar binnen zitten?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik weet het niet&#8202;&hellip;. neen werkelijk ik weet het
-niet, Excellentie,&rdquo; antwoordde de secretaris, een klein mager man
-met grijs haar; &bdquo;de bureau-chef Delphin heeft hen hier gebracht,
-ik weet er niets van&#8202;&hellip;. volstrekt niets.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dat is juist iets voor u,&rdquo; mompelde de minister,
-&bdquo;ga den bureau-chef zeggen, dat ik hem verzoek dadelijk hier te
-komen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Oogenblikkelijk&#8202;&hellip;.
-oogenblikkelijk&#8202;&hellip; Excellentie!&rdquo; en met eenen sprong
-was hij van den kantoorstoel, liep een paar maal geheel ontdaan rond om
-zijnen hoed te zoeken, doch zich bij tijds herinnerende, dat hij de
-straat niet op behoefde, liep hij eindelijk naar Delphin&rsquo;s kamer,
-om deze de boodschap van den minister over te brengen. De minister liep
-terwijl hij op Delphin wachtte, de kamer op en neer; de opperloods was
-stom van verbazing en begon de geheele affaire vrij dwaas te vinden. De
-minister had er gedeeltelijk zelf toe bijgedragen, dat Delphin zoo snel
-eene schitterende carri&egrave;re had gemaakt. In den laatsten tijd
-echter was hij niet al te zeer over hem voldaan; hij begon hem een
-weinig te wantrouwen, en had zich voorgenomen, om hem, zoodra zich een
-gepaste gelegenheid voordeed, aan te raden, naar eenen post in eene der
-kleine steden te solliciteeren. <span class="pagenum">[<a id="pb195"
-href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span></p>
-<p>Ondertusschen was George Delphin met zijne scherpe tong en zijne
-goede relati&euml;n altijd een man, met wien het maar best was op
-goeden voet te staan, vooral wanneer er een schandaal te duchten
-was.</p>
-<p>&bdquo;Beste kamerheer,&rdquo; begon hij, toen deze binnenkwam,
-&bdquo;gij kunt mij een groot pleizier doen. Zijne majesteit de koning
-komt, zooals gij weet, tegen vier uur. Dientengevolge zal een groot
-gedeelte van de notabelen der stad bij mij een <i>d&eacute;jeuner
-&agrave; la fourchette</i> gebruiken, v&oacute;&oacute;r den
-feestelijken intocht&#8202;&hellip;. ik hoop, dat gij, Delphin, mij de
-eer zult bewijzen, ons met&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>Delphin boog.</p>
-<p>&bdquo;Nu was er nog iets, wat ik u vragen wilde, beste Delphin.
-Mijne vrouw zou het zeer aangenaam vinden, wanneer gij haar een weinig
-bij het arrangeeren behulpzaam wildet zijn,&mdash;dat behoort eenmaal
-tot eene van uwe vele talenten,&mdash;want Adela&iuml;de is vandaag een
-weinig ge&euml;chauffeerd&#8202;&hellip; verschillende
-omstandigheden&#8202;&hellip; hm&#8202;&hellip;&rdquo; de minister
-beproefde even te glimlachen&#8202;&hellip;. &bdquo;zooals gij
-ongetwijfeld hebt gehoord, heeft Johan er lang over gedacht een tocht
-naar Amerika te maken&#8202;&hellip;&rdquo; Delphin was beleefd genoeg
-een bevestigend antwoord te geven.</p>
-<p>&bdquo;Dit is weer zoo&rsquo;n inval van hem,&rdquo; zeide de
-minister schertsend, &bdquo;en nu presenteert zich juist eene goede
-gelegenheid: een plaats als dokter op een landverhuizersvaartuig is hem
-aangeboden, maar &rsquo;t mooiste van de grap is dat Hilda voor
-pleizier met hem meegaat.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hilda!&rdquo; riep Delphin en viel geheel uit zijne rol.</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; zeide de minister lachend, &bdquo;een
-zonderling denkbeeld, niet waar? Adela&iuml;de wilde eerst volstrekt
-hare toestemming niet geven, maar ik zeide: laat haar meereizen; eene
-reis naar Amerika is tegenwoordig eene kleinigheid, een tochtje dat men
-voor zijn pleizier doet, en daar dokter Rhode van meening was, dat de
-zeelucht&#8202;&hellip;. hm!&hellip;.&rdquo; <span class=
-"pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span></p>
-<p>Delphin mompelde eenige beleefde volzinnen, en de minister was zeer
-over zich zelf te vreden; toen Delphin op het punt stond het vertrek te
-verlaten, vroeg hij fluisterende: &bdquo;Wat zijn dat voor vreemde
-Chinezen, die gij mij op den hals hebt geschoven?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Boeren van de Westkust, die naar eene zaak komen informeeren,
-welke aan ons Departement ingediend is. Ik trok mij hun lot een weinig
-aan, daar Mortensen hen wat onaangenaam behandelde. Ik meende dat het
-beter was geene aanleiding te geven dat&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Volkomen juist geoordeeld, waarde kamerheer, ik zal hen eens
-aanspreken. Ja Mortensen is, onder ons gezegd, soms wel wat
-ruw.&rdquo;</p>
-<p>De bureau-chef ging weg en de minister zei vriendelijk tot de twee,
-die te wachten zaten: &bdquo;Nu, luidjes, nu ben ik geheel tot uwen
-dienst. Het was dus eene zaak aangaande&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Aangaande het recht op een deel van het strandwier,&rdquo;
-zeide de opperloods.</p>
-<p>&bdquo;Het recht op een deel van het strandwier,&rdquo; de minister
-schelde&mdash;&bdquo;gaat zoo lang zitten, die zaak zullen wij eens
-spoedig in orde maken,&rdquo;&mdash;hij schelde weer,&mdash;&bdquo;is
-de zaak kort geleden bij ons ingediend?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Aanstaanden herfst wordt het twee jaar,&rdquo; zeide
-Njaedel.</p>
-<p>De minister sprong verschrikt van zijnen stoel op, toen hij die
-grove stem hoorde, daarna opende hij de deur van het vertrek met den
-afzonderlijken ingang en riep: &bdquo;Mo!&rdquo; Mo was er niet; de
-minister liep naar de andere deur en joeg den secretaris een&rsquo;
-doodelijken schrik aan, toen hij, duchtig met zijne sleutels
-rammelende&mdash;dit was altijd een teeken van slecht humeur&mdash;hem
-naar eene zaak over &bdquo;wier&rdquo; vroeg.</p>
-<p>De secretaris begon ijverig in de protocollen te zoeken; hij
-bladerde van voren naar achteren en van achteren naar voren, maar
-niets, wat op deze verd&#8202;&hellip;. zaak <span class=
-"pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>de
-minste betrekking had, kon hij vinden, en zij was toch, zooals de
-minister zeide, reeds twee jaar geleden ingediend.</p>
-<p>Daar al dit zoeken vruchteloos was ging de minister door de andere
-vertrekken en kwam eindelijk in Mortensen&rsquo;s kamer, waarin hij
-nooit van zijn leven den voet had gezet, overal schrik en angst met
-zijne rammelende sleutels en zijne vraag naar eene zaak over
-&bdquo;wier&rdquo; te weeg brengende, want niemand kon zich herinneren
-van die zaak te hebben gehoord.</p>
-<p>Mortensen waagde eenigszins boosaardig aan te merken: &bdquo;de
-bureau-chef is reeds vertrokken, misschien wist hij er iets
-van.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De hoofdcommies moest voor zaken uitgaan, en buitendien moet
-die zaak reeds lang geleden door hem overgedragen zijn,&rdquo;
-antwoordde de minister op strengen toon, &bdquo;ik begeer, dat deze
-geschiedenis dadelijk in orde wordt gebracht. De stukken moeten
-gevonden worden, hebt gij mij begrepen mijneheeren, zij moeten voor den
-dag komen en <i>oogenblikkelijk</i>!&rdquo;</p>
-<p>De minister keerde naar zijn bureau terug en het gansche
-Departementsgebouw kreeg op eens het uiterlijk&mdash;een buitengewoon
-iets&mdash;van een mierennest. Deuren werden opengeworpen en
-toegeslagen; angstige gezichten vertoonden zich en verdwenen; planken
-en loketten werden nagezien, pakketten nauwkeurig onderzocht; de
-schrijvers draafden door de lange gangen heen en weer, gingen trappen
-op en trappen af, kwamen zelfs tot op den zolder en zochten in blinde
-vertwijfeling tusschen stof en papier. De angst steeg elke minuut; van
-tijd tot tijd opende de minister de deur van zijn bureau en vroeg tot
-grooten schrik van den secretaris, die als een drijftol ronddraaide
-wanneer hij het gelaat van den minister maar zag: &bdquo;Nu, zijn de
-stukken nog niet gevonden?&rdquo;</p>
-<p>Doch in de verwarring werd eene vraag gedaan, die <span class=
-"pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>van
-mond tot mond ging, totdat zij eindelijk als een diepe zucht door het
-geheele gebouw werd geslaakt: &bdquo;Waar blijft Mo toch? Waarom komt
-Mo&#8202;&hellip;. Mo de almachtige niet?&rdquo; Eindelijk kwam hij.
-Behoedzaam, bleek, glimlachend sloop hij in de kamer van den minister,
-juist toen daar een groot aantal verschrikte ambtenaars bijeen waren,
-die allen hun best deden te bewijzen, dat die zaak onmogelijk door
-<i>hunne</i> handen had kunnen gaan.</p>
-<p>Allen ademden ruimer, toen de kleine man binnentrad, en de minister
-hem gejaagd vroeg of hij iets aangaande die zaak in quaestie wist.</p>
-<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde Mo, &bdquo;die ligt in den
-chaos.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;In wat?&rdquo; vroeg de minister.</p>
-<p>&bdquo;In den chaos van Mortensen,&rdquo; antwoordde Mo
-glimlachende.</p>
-<p>&bdquo;Daar gij weet, waar de stukken zich bevinden, zoo breng ze
-hier,&rdquo; beval de minister.</p>
-<p>Anders Mo verliet het vertrek; achter hem ging Mortensen, die buiten
-zich zelf van woede was, en Mortensen volgden de anderen.</p>
-<p>&bdquo;Was dat je broeder?&rdquo; vroeg de minister.</p>
-<p>&bdquo;Ik meende hem aan zijne stem te herkennen,&rdquo; antwoordde
-Njaedel eenigszins op weifelenden toon, &bdquo;maar hij was niet zoo
-groot als mijn broer, vond ik, en hij zag er zoo oud uit.&rdquo;</p>
-<p>De minister bedacht, dat deze sc&egrave;ne mogelijk een minder
-goeden indruk op de twee boeren kon maken en dat wilde hij liefst niet.
-Daarom zei hij vriendelijk tot den opperloods: &bdquo;Hoe heet ge
-vriendschap?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Lauritz <span class="corr" id="xd26e3752" title=
-"Bron: Boldermann">Boldemann</span> Sechus.&rdquo;</p>
-<p>De minister was een en al verwondering op het hooren van dien
-welluidenden naam, en toen Sechus hem vertelde, dat hij den post van
-opperloods had bekleed, nam hij eenen stoel en ging naast hem zitten,
-begon een gesprek en klopte hem nu en dan vertrouwelijk op de knie.
-<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name=
-"pb199">199</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Vertel mij eens, opperloods, is het leven aan de kust niet
-dikwijls moeielijk en gevaarlijk?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och ja, Uwe Hoogheid; wanneer de zeelui zich bij stormweer
-ver in zee wagen, bekomt het hun soms slecht.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; antwoordde de minister, en hij maakte eene
-beweging met de hand. &bdquo;Ik denk zoo dikwijls met trotschheid aan
-deze wereldberoemde, onverschrokken loodsen, die langs onze gevaarlijke
-kusten wonen, en het verheugt mij zeer in de gelegenheid te zijn met
-&eacute;&eacute;n van hen persoonlijk kennis te maken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;H&eacute;?&rdquo; vroeg Sechus, &bdquo;ja, ziet u, eigenlijk
-ben ik nu juist niet zoo&rsquo;n loods en Njaedel ook niet.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm!&rdquo; zeide de minister en brak dit gesprek af;
-&bdquo;de groote haringvisscherij op de Westkust is wel een bron van
-groote verdienste in de streek waar gij woont.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;O ja, voor hen die er wat van meekrijgen,&rdquo; antwoordde
-Sechus, die vond, dat de minister een echte spotvogel was.</p>
-<p>&bdquo;Een bont, afwisselend leven moet het zijn in den tijd waarop
-de visscherij het levendigst is,&rdquo; ging de minister voort;
-&bdquo;zulk een toeloop van bewoners uit de verschillende deelen van
-het land moet gewis voordeelig op de ontwikkeling van het volk
-werken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, Uwe Hoogheid, groote vechtpartijen hebben er dan
-plaats.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm&#8202;&hellip;. zeker, zeker! kleine schermutselingen,
-maar zeg mij nu eens,&rdquo;&mdash;de minister veranderde weer van
-onderwerp,&mdash;&bdquo;wanneer zoo vele lieden samenstroomen, waar
-krijgen dan allen nachtverblijf?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och!&hellip;. Uwe Hoogheid,&rdquo; antwoordde Sechus,
-&bdquo;met slapen nemen zij het niet zoo nauw. De meesten leggen zich
-op den buik en dekken zich zoo goed als zij kunnen met den rug
-toe.&rdquo;</p>
-<p>Bum&#8202;&hellip;. Bum&#8202;&hellip;. Bum, neuriede de minister,
-terwijl hij al rammelende met zijne sleutels het vertrek op en neer
-liep. <span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name=
-"pb200">200</a>]</span></p>
-<p>De opperloods, die zich volstrekt niet bewust was, iets gezegd te
-hebben dat niet te pas kwam, maar integendeel vond, zooals reeds gezegd
-is, dat de minister heel familiaar met hen omging, trok Njaedel even
-bij het buis en fluisterde: &bdquo;ik geloof, dat ik met hem eens over
-den weg spreek.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel knikte toestemmend en Sechus stond weer van den stoel
-op.</p>
-<p>&bdquo;Neem mij niet kwalijk&#8202;&hellip;. Uwe
-Hoogheid&#8202;&hellip;. maar er is nog iets, waar ik heel gaarne alles
-van wist.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Tot uwen dienst, opperloods.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Staat Uwe Hoogheid niet boven alle lensmands, rotmeesters en
-ingenieurs van de openbare wegen?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, vriend.&rdquo;</p>
-<p>Het oog van den opperloods glansde van vreugde. Eindelijk had hij
-dan den rechte te pakken; nu zou hij alles, wat hem aangaande dien weg
-zoo lang op het hart had gelegen, den minister zeggen, en zijne lang
-verkropte woede gaf zich dan ook lucht in eenen woordenvloed, waarvan
-zijn toehoorder de helft niet begreep.</p>
-<p>&bdquo;Van welk stuk van den weg is er sprake,&rdquo; vroeg deze,
-terwijl hij op eene groote landkaart wees.</p>
-<p>Sechus, die daar hij op zee gevaren had, gewoon was met kaarten om
-te gaan, had dit spoedig gevonden.</p>
-<p>De minister zette zijn gouden lorgnet op, nam eenen passer uit eene
-&eacute;tui, die op de tafel lag, en mat het stukje met de grootste
-nauwkeurigheid.</p>
-<p>Daarna zeide hij op zijne kalme, vloeiende manier &bdquo;zie,
-opperloods, dit is alleen eene kaart van onze wegen. Zoo gij u al deze
-roode, gele en blauwe lijnen, als eene lijn kondt voorstellen, zou die
-zeer, zeer lang zijn, nietwaar?&rdquo;</p>
-<p>Ja, dit stemde de opperloods gaaf toe, ofschoon hij niet begreep,
-waar de minister heen wilde.</p>
-<p>&bdquo;En wees nu zoo goed, de ruimte te beschouwen, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>die
-zich bevindt tusschen de beenen van den passer,&hellip; gij ziet, dat
-die niet veel grooter is dan de dikte van een stuk karton.&rdquo;</p>
-<p>De opperloods staarde beurtelings den minister en den passer
-aan.</p>
-<p>&bdquo;Zie nu, opperloods Sechus, zoo klein is het stukje van den
-weg, waarover gij u beklaagt, in verhouding tot het overige deel van
-onze wegen, en zijt gij nu niet overtuigd, dat het misschien ja, wat
-zal ik zeggen&mdash;een weinig te veel is verlangd, dat hij, die dit
-zoo samengestelde net van dijken en wegen in zijn hoofd moet hebben,
-dat hij, herhaal ik, zijne bijzondere zorg&#8202;&hellip;. <i>zijne
-bijzondere zorg</i> zeg ik, over zulk een onbeduidend stuk van het
-geheel zou moeten uitstrekken&rdquo;&mdash;en de minister hield den
-opperloods den geopenden passer voor den neus. Deze stond met den mond
-vol tanden. Heel duidelijk was hem de zaak niet geworden, maar hij
-voelde, instinktmatig, dat men hem om den tuin leidde en hetzelfde
-gevoel dat hem eenige oogenblikken te voren bezielde, alsof er iets in
-hem kookte,&mdash;overviel hem. Gelukkig werd de deur geopend, en trad
-Anders Mo binnen, gevolgd door Mortensen, den secretaris en eenige
-anderen, die in het zijvertrek bleven staan om te hooren hoe die
-merkwaardige zaak zou afloopen.</p>
-<p>Mo had, niettegenstaande alle tegenstribbelingen van Mortensen, den
-geheelen chaos doorwoeld, en achter in het loket vond hij een
-verkreukeld pakket in een geel omslag, dat hij heel bedaard voor den
-dag haalde.</p>
-<p>Allen waren het eens, dat Anders die documenten met het een of ander
-boosaardig plan daar had verstopt.</p>
-<p>Mortensen mompelde: &bdquo;Nu is hij rijp.&rdquo;</p>
-<p>De minister zette zijn gouden lorgnet op, verbrak het omslag, en een
-klein stofwolkje vloog in de hoogte.</p>
-<p>&bdquo;Hier staat het volgnummer&#8202;&hellip;. uw eigen
-schrift,&rdquo; zeide <span class="pagenum">[<a id="pb202" href=
-"#pb202" name="pb202">202</a>]</span>de minister tot den secretaris en
-hij voegde er bij, &bdquo;collationeer het volgnummer.&rdquo;</p>
-<p>De kleine man liep zoo haastig weg alsof het volgnummer hem in de
-beenen was geslagen, maar v&oacute;&oacute;r hij nog tijd had gehad de
-protocollen voor den dag te halen, werd hij door den minister op een
-toon, die weinig goeds voorspelde, teruggeroepen. Deze had ter
-nauwernood een paar regels van het verzoekschrift gelezen, of riep uit:
-&bdquo;maar hoe zijn die stukken in ons Departement gekomen?&rdquo;</p>
-<p>Toen de secretaris terugkwam, zette de minister den langen, blanken
-wijsvinger zoo stijf onder een woord van den inhoud, dat zijn nagel een
-diep spoor achterliet: &bdquo;Wat staat hier? Hier staat: Eigendommen
-tot de kerk behoorende.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Bisdom <span class="corr" id="xd26e3837" title=
-"Bron: Christiansand">Kristiansand</span>,&rdquo; zeide Njaedel, die
-met gespannen aandacht toehoorde.</p>
-<p>&bdquo;Aldus behoort deze zaak in het Departement van Eeredienst te
-huis en niet hier,&rdquo; hervatte de minister op hoogen toon.</p>
-<p>&bdquo;Ja maar, ja maar,&rdquo; begon de secretaris: &bdquo;ik
-herinner mij nu niet meer, neen werkelijk ik herinner het mij niet
-meer, maar misschien heb ik destijds gevonden, dat het onderwerp van
-den twist van zoodanigen aard was, dat&#8202;&hellip;..&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Het onderwerp van den twist,&rdquo; viel de minister met
-strengen toon in, &bdquo;hier is geen sprake van het onderwerp van den
-twist, maar wel van eene goede Departementale orde, en volgens deze,
-behooren alle zaken, die betrekking op vroegere geestelijke goederen
-hebben in het Departement van Eeredienst te huis. Dit is een oude
-bekende regel, met welken, naar het mij voorkomt, de secretaris bekend
-moest zijn. Mo&#8202;&hellip;. ga dadelijk met deze stukken naar het
-Departement van Eeredienst.&rdquo;</p>
-<p>De minister overhandigde in zijne meest eerbiedwekkende houding aan
-Mo de stukken. Alle ambtenaars, die <span class="pagenum">[<a id=
-"pb203" href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span>getuige van de zaak
-waren geweest, verdwenen weder in hunne afdeelingen, en de secretaris
-zette zich geheel en al vernietigd op zijne plaats en tuurde op de
-volgnummers.</p>
-<p>Njaedel had geen oogenblik de stukken uit het oog verloren, en toen
-zijn broeder er mede verdween, riep hij uit: &bdquo;Wie had
-gelijk?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, mijn goede man,&rdquo; antwoordde de minister, &bdquo;dat
-kan ik u niet zeggen, doch men zal u, zoo gij na eenigen tijd bij dat
-Departement er naar vraagt, zeker de noodige inlichtingen dienaangaande
-geven. Vaartwel heeren&mdash;vaartwel, het was mij een groot genoegen u
-van dienst te zijn.&rdquo;</p>
-<p>Hierop schoof hij hen beleefd de deur uit en draaide den sleutel
-om.</p>
-<p>Alles schemerde Njaedel voor de oogen; nu begreep hij er niets meer
-van; de opperloods kookte meer en meer van woede. Nu maakte Mortensen,
-toen de twee vrienden zijn kamer passeerden een deftige buiging, waarop
-de opperloods die anders zoo goedhartig van karakter was, zijne drift,
-die bijna tot razernij was gestegen, niet langer meester bleef. Hij
-greep een flesch met inkt, die in een vensterbank stond, en wierp haar
-met alle kracht naar het hoofd van Mortensen.</p>
-<p>De Redacteur boog schielijk op zijde, waardoor de flesch tegen den
-muur achter zijnen lessenaar te recht kwam en in duizend stukjes brak.
-Weer ontstond er groote verwarring in de aangrenzende kamers, waarin de
-opperloods en Njaedel zich haastten de trappen af te komen.</p>
-<p>De schrik over deze ongehoorde handelwijze was zoo groot, dat
-niemand er aan dacht de misdadigers te vervolgen. Terwijl zich al meer
-en meer heeren van het departement om de groote inktvlek verzamelden,
-waaruit zwarte stralen naar alle richtingen schoten, voerde Hiorth met
-zich zelf een inwendigen strijd: zou hij, hetgeen hij op de tong had,
-zeggen of niet? Hij was <span class="pagenum">[<a id="pb204" href=
-"#pb204" name="pb204">204</a>]</span>er niet geheel zeker van of de
-opmerking, die hij wilde maken, als eene geestigheid, of wel als eene
-groote flauwiteit zou beschouwd worden, want in zake geestigheid had
-hij bittere teleurstellingen ondervonden. Eindelijk verzamelde hij al
-zijnen moed en zeide half luid: &bdquo;Wartburg!&rdquo; Het was
-werkelijk eene geestigheid, en het gemoed van den jongen commies Hiorth
-zwol van trots. Toen het bekend werd, dat hij die uitdrukking had
-gebezigd, waren zijn vrienden zoo verbaasd, dat velen hunner het van
-dien dag af in twijfel trokken of hij werkelijk wel zoo dom was, als
-algemeen aangenomen werd.</p>
-<p>Eenstemmig werd besloten, dat de plaats van Mortensen &bdquo;den
-Wartburg&rdquo; zou worden genoemd, en dat de inktvlek, waaraan zoovele
-herinneringen verbonden waren, nooit uitgewischt of oververfd mocht
-worden. Lang nadat Mortensen zijn plaats tegen eene betere had
-verwisseld, werd zijn vorige zitplaats nog bij dien naam genoemd en
-&rsquo;t is niet onmogelijk, dat deze inktvlek en Hiorth&rsquo;s
-geestigheid zullen blijven voortleven, zoolang het Departement zal
-blijven; dat wil naar alle waarschijnlijkheid zeggen: tot zeer kort
-v&oacute;&oacute;r den dag van het laatste oordeel.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch20" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e3869" title=
-"Bron: XXI">XX</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was twee uur.</p>
-<p>Delphin had de kamers in het huis van den minister gearrangeerd naar
-den smaak, die, zooals hij beweerde, op de Tuilerie&euml;n gedurende
-het tweede keizerrijk mode was geweest.</p>
-<p>In het midden van het vertrek stonden geene meubelen, zoodat men
-zich daar ongedwongen kon bewegen; doch in alle hoeken half verscholen
-onder de <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name=
-"pb205">205</a>]</span>zware gordijnen, waren fauteuils en tabouretten
-geplaatst, waarom zich hoogstens drie of vier personen konden
-groepeeren.</p>
-<p>Het was hem door zijne vroolijke invallen en door zijn talent, om
-alles met smaak en naar den zin van mevrouw in te richten, gelukt hare
-booze luim, ten minste gedeeltelijk, te verdrijven, en tevens was de
-kamerheer al de door hem gewenschte berichten, aangaande het
-plotselinge vertrek der door de natuur zoo stiefmoederlijk bedeelde
-kinderen, te weten gekomen. In de eetzaal stond eene zoogenaamde
-&bdquo;koude tafel,&rdquo; gedekt,&mdash;een uitgezocht d&eacute;jeuner
-met fijne wijnen en champagne. Het plan was, dat de gasten niet op
-elkaar met het eten zouden wachten, ongedwongen moest het toegaan,
-zoodat ieder die kwam zich dadelijk bedienen kon. Het moest op deze
-wijze toegaan, want allen hadden geen tijd lang te blijven:&mdash;de
-meesten hadden nog v&oacute;&oacute;r de komst van den koning het een
-en ander in orde te brengen. Men kon niet met zekerheid zeggen, wanneer
-de gastheer zou verschijnen, want hij had nog veel werk voor de borst
-en daarbij was Daniel, vertelde mevrouw op vertrouwelijken toon aan
-Delphin, zeer slecht gehumeurd.</p>
-<p>In de salons zag men langzamerhand verschijnen: militairen in groot
-tenue, heeren ambtenaren in uniform, de voornaamsten der geestelijkheid
-met stijve, gepijpte kragen en ordeteekenen, verder twee of drie
-ministers en eenige eerzuchtige advocaten, die zich op de eerste trede
-van de ladder bevonden.</p>
-<p>De groothandelaar Falck-Olsen trad in zijn nieuwe uniform van de
-&bdquo;gele vereeniging,&rdquo; de salon binnen. &bdquo;Ik heb de
-Champagne aan de achterdeur laten bezorgen,&rdquo; fluisterde hij
-mevrouw toe, terwijl hij haar de hand drukte.</p>
-<p>Daarna zag hij links en rechts om zich heen, en aan ieder, dien hij
-ontmoette, vroeg hij wanneer minister Bennecken zou komen. Eindelijk
-stond hij vlak bij den <span class="pagenum">[<a id="pb206" href=
-"#pb206" name="pb206">206</a>]</span>kamerheer Delphin, die zijne
-fraaie uniform zeer bewonderde.</p>
-<p>&bdquo;Gij ziet er uit als een zweedsch officier,&rdquo; zeide de
-kamerheer tot hem.</p>
-<p>De groothandelaar rammelde onder het gesprek telkens met zijnen
-sabel en wierp ter sluiks eenen blik in den spiegel.</p>
-<p>&bdquo;Gij kunt niet half gelooven, beste kamerheer, in welke
-pijnlijke verlegenheid ik geweest ben bij de keuze van een paard, want
-mijne prachtige zwarte merrie is eigenlijk een koetspaard. Nu heb ik
-wel een Isabella, een mooi dier met prachtige manen en zoo glad van
-huid en rond van vormen, dat het een lust is het dier te zien&mdash;ik
-heb het van een paardenopkooper van de Westkust gekocht&mdash;maar het
-ongeluk wil, dat het dier een weinig klein is en&mdash;&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Napoleon bereed altijd kleine paarden,&rdquo; zeide
-Delphin.</p>
-<p>&bdquo;Werkelijk!&rdquo; riep de heer Falck-Olsen verheugd uit,
-&bdquo;en denk eens, de kolonel zwoer bij hoog en bij laag, dat mijn
-Isabella te goed was voor het gele corps.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar gij zult toch het mooie dier berijden,&rdquo; vroeg
-Delphin op eenen toon, alsof hij &rsquo;t een zaak van &rsquo;t
-grootste gewicht beschouwde.</p>
-<p>&bdquo;Ja, ik neem mijn Isabella,&rdquo; antwoordde de
-groothandelaar op beslisten toon.</p>
-<p>Onder de laatst aangekomenen bevond zich de ambtman Hiorth van de
-Westkust. Hij was kort geleden in de stad gekomen en het gerucht wilde,
-dat hij den ouden Falbe zou vervangen, die afgetreden was, na
-den&mdash;zelfs voor een noorsch minister&mdash;eerwaardigen ouderdom
-van 82 jaren te hebben bereikt.</p>
-<p>Hiorth gaf zijn genoegen te kennen den kamerheer Delphin te
-ontmoeten, die in vroegere jaren bij hem als jong advocaat werkzaam was
-geweest, en hij verzocht de kamerheer hem aan dezen en genen der meest
-invloedrijke <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name=
-"pb207">207</a>]</span>lieden voor te stellen. In vele jaren was hij
-niet in de hoofdstad geweest; velen waren hem dus onbekend.</p>
-<p>Intusschen was hij spoedig weer op hoogte, want voor het meerendeel
-droegen de gasten nog die half Duitsche uit den Deenschen tijd
-ingevoerde namen, die volgens een geheimzinnig erfelijk recht eenige
-vette landsposten aan zich verbinden. Niet alleen schijnen deze heeren
-de namen en betrekkingen hunner vaderen te hebben ge&euml;rfd, maar
-zelfs in hun voorkomen hebben zij iets behouden, dat aan den tijd van
-Frederik den Zesde herinnert: hetzelfde regelmatige, wel gevormde
-profiel, hetzelfde kleine ronde hoofd, denzelfden stijven hals en
-hetzelfde gelaat, door eenen korten, stoppeligen baard omgeven, dat van
-voortdurende bescheidenheid getuigt.</p>
-<p>Naar Delphins plan had het gezelschap zich in de hoeken en bij de
-ramen in kleine groepjes verdeeld, terwijl men midden in de vertrekken
-meest twee aan twee ging, anderen waren nog om de tafel geschaard of
-met hunne borden in de andere kamers verdwenen. Om een rijzig mager
-heer met een langen grijzen baard, een Noorsch beeldhouwer, die zijn
-atelier in Stockholm had, hadden zich ook vele gasten verzameld.</p>
-<p>Naar men zeide, was hij te Christiania gekomen om gedurende de
-aanwezigheid van den koning, de belangstelling voor een nationaal
-monument, waarvan hij eene schets ontworpen had, op te wekken.</p>
-<p>Het was eene groep, die de vereeniging tusschen Noorwegen en Zweden
-moest voorstellen; het plan bestond, het monument op de Eidsvoldsmarkt
-vlak voor het Storthinggebouw te plaatsen. Hij had de schets, verkleind
-en in potlood bij zich, en liet die aan hen, die om hem heen stonden,
-zien.</p>
-<p>De omstanders legden veel belangstelling aan den dag en prezen de
-schets zeer, want allen waren genoeg met <span class="pagenum">[<a id=
-"pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>den loop der zaken
-bekend om te begrijpen, dat, als men tot lid van het Comit&eacute; werd
-benoemd, men zeker op een ordeteeken kon rekenen.</p>
-<p>De schets stelde Svea<a class="noteref" id="xd26e3926src" href=
-"#xd26e3926" name="xd26e3926src">1</a> voor als eene zittende
-vrouwelijke gestalte; de eene hand rustte op een zwaard, terwijl de
-andere arm om den hals van eenen kleinen knaap, die naast haar stond,
-geslagen was.</p>
-<p>De kunstenaar vertelde, dat volgens het oorspronkelijke plan de
-knaap op de knie&euml;n van de vrouwelijke figuur had moeten zitten,
-maar, daar hij in aanmerking had genomen, hoe licht geraakt de Noren
-van natuur zijn, had hij den knaap naast haar geplaatst, zoodat
-iedereen dadelijk zien kon, dat de figuren denzelfden rang innamen. Om
-dezelfde reden had hij den knaap een&rsquo; grooten helm opgezet, die
-hem over de ooren zat, en een groot slagzwaard rustte tegen zijnen
-schouder, hetgeen&mdash;half humoristisch&mdash;moest uitdrukken, dat,
-zoo het noodig zijn mocht, de kleine knaap zich de vijanden van het
-lijf zou kunnen houden.</p>
-<p>Als een volleerd hoveling antwoordde de kunstenaar op al de
-indirecte vragen, die hem aangaande de samenstelling van een
-comit&eacute; werden gedaan, dat de minister Bennecken aangeboden had,
-daarvoor te zorgen.</p>
-<p>De kamerheer Delphin had den ambtman Hiorth aan een der voornaamste
-predikanten uit de hoofdstad voorgesteld. Zij stonden bij een venster
-te praten, maar, daar zij volstrekt niet met elkander bekend waren,
-liep het gesprek over het verschil, dat er bestaat tusschen het leven
-in eene stad en buiten, en over dergelijke algemeene onderwerpen.</p>
-<p>Na een paar onbeduidende opmerkingen kreeg de ambtman gelegenheid te
-zeggen: &bdquo;Het verwondert mij dikwijls, dat er tegenwoordig zulke
-valsche, scheeve voorstellingen <span class="pagenum">[<a id="pb209"
-href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>over ons volk in de wereld in
-omloop zijn. Ik moet er mij steeds over verbazen; want iemand in mijne
-betrekking, die altijd te midden van het volk leeft, is meer dan iemand
-anders in staat over de toestanden te oordeelen. Mijne dagelijksche
-bezigheden brengen mij onophoudelijk met het zoogenaamde
-&bdquo;Volk&rdquo; in aanraking; ik spreek den boer in zijne slechte en
-voorspoedige dagen, ik ben bekend met zijne goede, zoowel als met zijne
-slechte eigenschappen.&rdquo;</p>
-<p>Hier viel zijn toehoorder hem haastig in de rede: &bdquo;Gij denkt
-er juist over als ik. Ik ben langer dan vijf jaar predikant in eene
-kleine gemeente op het land geweest, en durf zeggen, ofschoon ik er mij
-in het minst niet op wil beroemen, dat niet vele predikanten zooals ik
-in en met het volk hebben geleefd, maar juist daarom schijnen mij die
-moderne, hoogdravende phrasen, waarin men de boeren zoo
-ophemelt&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, niet waar,&rdquo; zeide de ambtman tevreden: &bdquo;deze
-beklagenswaardige overschatting van het volk, is in den grond niets
-anders dan een dekmantel voor verborgen
-eergierigheid&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;En ongeloof,&rdquo; vulde de predikant aan. De beide heeren
-begrepen elkander nu volkomen en zett&rsquo;en het gesprek op een
-vertrouwelijken fluisterenden toon voort.</p>
-<p>De Redacteur Mortensen verscheen zeer laat. Hij behoorde tot de
-weinigen, die nog geen ordelintje in het knoopsgat hadden. Aan de
-familiare wijze, waarop hij dezen en genen groette, kon men evenwel
-zien, dat hij een man was, die vasten grond onder de voeten had.</p>
-<p>Hij was in werkelijkheid gedurende de laatste jaren, sedert hij de
-Redactie van den &bdquo;Waren Vriend des Volks,&rdquo; op zich had
-genomen, een geheel ander mensch geworden. Zijn linnen was nu altijd
-hagelwit en er lag in de wijze waarop hij zich presenteerde die
-voorzichtige deftigheid, welke den vertegenwoordiger der pers zoo goed
-staat. <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name=
-"pb210">210</a>]</span></p>
-<p>Delphin nam hem scherp op en kwam tot de conclusie, dat mijnheer de
-Redacteur eene geheime conferentie met den minister moest hebben
-gehad.</p>
-<p>Dit was ook het geval geweest.</p>
-<p>In het begin was de toon van den minister vrij scherp geweest; hij
-begreep niet dat zulk een verzuim, de stukken in den chaos betreffende,
-had kunnen plaats hebben; Mortensen nam de vrijheid den minister in de
-rede te vallen met aan te merken:</p>
-<p>&bdquo;Ja die Mo, Excellentie, schijnt niet recht meer te weten, wat
-hij zeggen of zwijgen moet; hij begint onbruikbaar, zoo niet lastig te
-worden. Hij gaat in de bureau&rsquo;s rond en vertelt allerlei rare
-geheimzinnige histories aangaande eene zekere madam Gluncke,
-die&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm&#8202;&hellip;.&rdquo; antwoordde de minister. &bdquo;Ja
-gij hebt gelijk; reeds lang ben ik ontevreden over hem, hij schijnt
-kindsch te worden.&rdquo;</p>
-<p>De minister sloeg nu een geheel anderen toon aan en toen Mortensen
-het vertrek verliet, straalde zijn bolbleek gezicht van innige
-tevredenheid.</p>
-<p>Er lag nog iets triomfeerends in zijne trekken, toen hij Delphin
-naderende, vroeg: &bdquo;Wilt gij zoo goed zijn mijnheer Delphin, mij
-aan den ambtman Hiorth voor te stellen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde de kamerheer kortaf, terwijl hij voor
-den spiegel staande, zijne Wasa-orde wat terecht schoof.</p>
-<p>Mortensen beet zich van woede in de lip, doch zeide kalm: &bdquo;De
-minister heeft uitdrukkelijk zijnen wensch te kennen gegeven, dat ik u
-zulks zou vragen.&rdquo;</p>
-<p>Delphin haalde de schouders op, en bracht Mortensen naar de plaats,
-waar de ambtman Hiorth stond te praten.</p>
-<p>&bdquo;Mijnheer de ambtman! Ik heb het bevel ontvangen u den commies
-Mortensen voor te stellen&rdquo;; na deze woorden gezegd te hebben,
-verdween hij dadelijk.&mdash;Den geheelen tijd had hij getracht Hilda
-te ontmoeten, in al de kamers had hij haar gezocht, maar nergens was
-zij te vinden. <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name=
-"pb211">211</a>]</span></p>
-<p>Mortensen zwoer in stilte zich bij gelegenheid op den kamerheer over
-deze behandeling te zullen wreken. Hij verklaarde in een paar woorden
-aan den ambtman Hiorth, wie hij eigenlijk was, waarop zich terstond een
-vriendelijke plooi op diens gezicht vertoonde.</p>
-<p>Geruimen tijd spraken zij met elkander, en Mortensen haalde een
-klein notitieboek voor den dag, waarin hij eenige biografische
-d&eacute;tails, die den ambtman hem meedeelde, opteekende. Het gesprek
-liep daarna over de vragen van den dag, en de ambtman drukte zijne
-verontwaardiging zoowel als zijne bekommering uit over de zware,
-moeielijke tijden, die men beleefde.</p>
-<p>De Redacteur antwoordde geruststellend:</p>
-<p>&bdquo;Och, zoo lang ons land zich mag verheugen een&rsquo;
-ambtenaarsstand te bezitten als de onze&#8202;&hellip;.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ja, op de predikanten en rechters kunnen wij ons geheel
-verlaten,&rdquo; zeide de ambtman, terwijl hij beproefde de deftige
-handbeweging, welke hij Bennecken had afgezien, te maken.</p>
-<p>&bdquo;En met mannen aan het roer van den staat, als de minister
-Bennecken! o, daar komt hij!&hellip;. welk een man! iets
-eerbiedwekkends omstraalt hem.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Vindt gij niet, ambtman, dat hij in het oog vallend op
-<span class="corr" id="xd26e3989" title=
-"Bron: Go&euml;the">Goethe</span> gelijkt.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, werkelijk, werkelijk!&rdquo; mompelde deze.</p>
-<p>De minister was door eene deur, waarvoor eene porti&egrave;re hing,
-binnengekomen, zoo dat het gezelschap niet dadelijk bemerkte, dat de
-gastheer zich onder de gasten bewoog.</p>
-<p>Hij was in zijne ministerie&euml;le uniform gekleed; een menigte
-sterren en kruisen versierden de borst, den driekanten steek hield hij
-onder den arm en de handschoenen had hij in de hand. Met de rechterhand
-groette hij naar weerskanten zijne gasten en ging glimlachend en het
-hoofd een weinig naar achteren geworpen, met deftigen tred door de
-salons. <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name=
-"pb212">212</a>]</span></p>
-<p>Hij gaf de hand aan een&rsquo; zijner collega&rsquo;s en fluisterde
-hem eenige woorden in, welke de andere met een vertrouwelijk glimlachje
-beantwoordde. In de onmiddellijke nabijheid van den minister werd het
-gesprek op gedempten toon gevoerd, allen hadden, terwijl zij schijnbaar
-het gesprek voortzett&rsquo;en, slechts oog voor den minister.</p>
-<p>De groothandelaar Falck-Olsen, die eigenlijk een kwartier geleden al
-in den zadel had moeten zitten, naderde nu ook zijne Excellentie, niet
-als in vroegere dagen, toen hij gaarne aan een ieder wilde toonen op
-welken vertrouwelijken voet hij met Bennecken stond, neen, nu was op
-zijn gezicht de grootste dienstvaardigheid en eerbied te lezen.</p>
-<p>De minister boog zich tot hem en de heer Falck-Olsen fluisterde hem
-in &rsquo;t oor: &bdquo;Ik neem de Isabella.&rdquo;</p>
-<p>De voorname heer knikte toestemmend; als een koerier, die het hof
-met gewichtige d&eacute;p&ecirc;ches in den zak verlaat, ijlde de
-groothandelaar door de salons; zijne sabel rinkelde en de
-spik-splinternieuwe uniform glinsterde in de fraaie vertrekken,
-vriendelijk beschenen door de vroolijke Meizon.</p>
-<p>Onderwijl zette de minister zijne wandeling voort, hier een
-vriendelijk woord zeggende, elders de een of andere instructie
-gevende.</p>
-<p>&bdquo;Ik heb eenen president voor uw Comit&eacute; gevonden,&rdquo;
-zeide hij tot den beeldhouwer, &bdquo;den ambtman Hiorth.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hm!&hellip;. de heer, die daar ginds bij het raam
-staat,&rdquo; vroeg de kunstenaar, die eenigszins door de keuze
-teleurgesteld was, maar als welopgevoed man natuurlijk er niets van
-blijken liet, &bdquo;maar wanneer ik vragen mag, Excellentie, is deze
-heer niet een vreemdeling in de hoofdstad?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hij zal dit niet lang meer blijven,&rdquo; fluisterde de
-minister hem in.</p>
-<p>&bdquo;O, zoo&#8202;&hellip;. ik begrijp!&rdquo; antwoordde de
-andere en trok de wenkbrauwen samen. <span class="pagenum">[<a id=
-"pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span></p>
-<p>Nog bemerkte men, dat de minister ook de hand aan den ambtman Hiorth
-reikte, welke eer hij, uitgenomen aan zijne collega&rsquo;s, niemand
-der andere gasten had bewezen; nu scheen het aan geenen twijfel meer
-onderhevig&mdash;Hiorth zou tot minister benoemd worden, te eerder
-omdat de oude Falbe zijn ontslag had aangevraagd.</p>
-<p>&bdquo;Wij staan er juist over te praten, Redacteur Mortensen en ik,
-hoe goed het toch is, dat wij in deze moeielijke tijden ons onbepaald
-kunnen verlaten op de predikanten en de rechterlijke macht.&rdquo; De
-ambtman zeide dit met eenige trotschheid.</p>
-<p>&bdquo;Of met andere woorden,&rdquo; antwoordde de minister,
-&bdquo;dat de godsdienst en de gerechtigheid op onze zijde
-zijn.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Welk een man!&rdquo; zeide op gedempten toon ambtman Hiorth,
-toen de minister verder ging; onwillekeurig moest hij zijne uitdrukking
-met die van den grooten staatsman vergelijken, en terwijl hij het raam
-uitzag, voegde hij er bij: &bdquo;och ja, veel wordt er toe vereischt
-zulk eene betrekking goed te kunnen vervullen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Sta mij toe, min&#8202;&hellip;.. ambtman,&rdquo; viel
-Mortensen hem op zeer eerbiedigen toon in de rede, <span class="corr"
-id="xd26e4030" title="Bron: &rdquo; ">&bdquo;</span>sta mij toe u op
-eene goede oude uitdrukking opmerkzaam te maken, namelijk, dat God met
-het ambt ook het talent en de kracht verleent, om het goed te
-vervullen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Dank, dank voor die woorden,<a id="xd26e4035" name=
-"xd26e4035"></a> waarde Redacteur<span class="corr" id="xd26e4037"
-title="Niet in bron">,&rdquo;</span> riep de ambtman uit, en hij drukte
-hem met warmte de hand; &bdquo;ja, gij hebt gelijk, alle kracht komt
-van boven,&rdquo; en hij sloeg zijne oogen naar den helderen blauwen
-lentehemel, die zich boven de daken welfde.</p>
-<p>Nu begonnen de jonge ambtenaars, Hiorth en Bennecken, de
-champagnekurken te laten knallen: hun was op dezen gewichtigen dag
-opgedragen voor den wijn te zorgen.</p>
-<p>De gasten gingen terug naar de eetzaal, waar de minister
-langzamerhand de voornaamste van hen aan het boveneinde van de tafel
-verzamelde. Eene plechtige stilte <span class="pagenum">[<a id="pb214"
-href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span>ontstond toen hij zijn glas
-ophief en aldus begon:</p>
-<p>&bdquo;Mijne heeren! wanneer ik mijnen blik over deze vergadering
-laat gaan, zoo rijst bij mij onwillekeurig de vraag op: wat is het
-eigenlijk, dat ons allen zoo vast samenbindt? Het is de
-gemeenschappelijke arbeid, de gemeenschappelijke gehechtheid voor onzen
-verheven monarch!&rdquo;</p>
-<p>Mortensen, die achter een venstergordijn aanteekeningen maakte,
-moest even lachen. Hij dacht aan de rede, die hij in deze zelfde zaal
-en over hetzelfde onderwerp had gehouden, doch voor een ander
-publiek.</p>
-<p>Vandaag nam de rede van den minister eene hoogere vlucht dan
-gewoonlijk, inzonderheid schreef Mortensen zeer nauwkeurig het slot
-op.</p>
-<p>&bdquo;Ja, mijne heeren! Zooveel wordt er in onze dagen gesproken,
-dat de tijd, dien wij beleven, een tijd van werken is; maar slechts
-weinigen zijn er&mdash;en ik betreur zeer dat het zoo is&mdash;slechts
-weinigen zijn er, zeg ik, die recht begrijpen, wat de ware arbeid is en
-wie eigenlijk de ware arbeiders in het land zijn;&hellip;. Het
-zijn&#8202;&hellip;. (de spreker zag rond) die kring van mannen, die de
-orde hooger schatten, dan hun eigen voordeel; die trouw en gehoorzaam
-verkleefd blijven aan de onomstootelijke waarheden, die ons door onze
-vaderen in hunne staatsinstellingen en in hun vroom geloof zijn
-nagelaten,&hellip;. die de diep gewortelde overtuiging hebben, dat
-hetgeen in een tijd van oplossing en verdeeldheid een&rsquo; staat te
-zamen houdt, en eenen sterken band bindt om het beste wat de natie
-bezit, uitgaat van en zich concentreert in den heiligen persoon van den
-vorst. Mijne heeren! God beware Zijne Majesteit, onzen
-ge&euml;erbiedigden Koning!&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Leve de Koning!&rdquo; gilde de overste kolonel-luitenant
-Grobs, en hierop volgde een drievoudig hoera, dat de ruiten er van
-rinkelden; zelfs de meest stijve bureaulisten <span class=
-"pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name=
-"pb215">215</a>]</span>schreeuwden, dat zij er blauw van zagen, terwijl
-zij elkander zijdelings aankeken om te zien of ieder zijnen plicht
-deed.</p>
-<p>Toen de stilte wat hersteld was, kwam de bediende van den minister
-haastig binnenloopen, en met eene diepe buiging overhandigde hij een
-telegram op een zilveren presenteerblaadje.</p>
-<p>De minister opende en las de d&eacute;p&ecirc;che; de grootste
-stilte heerschte in de zaal. Niemand van het gezelschap durfde bijna
-ademhalen.</p>
-<p>&bdquo;Mijne heeren! binnen een half uur kunnen wij den Koninklijken
-extratrein met den Koning verwachten.&rdquo;</p>
-<p>Eene algemeene beweging ontstond: de minister hief even de hand
-op&mdash;weder werd het doodstil.</p>
-<p>&bdquo;Mijne heeren!&rdquo; zeide hij op plechtigen toon,
-&bdquo;ieder op zijnen post. Het oogenblik is ernstig; Zijne Majesteit
-verwacht, dat ieder zijnen plicht doe!&rdquo;</p>
-<p>Na deze woorden geuit te hebben, groette hij het gezelschap
-vluchtig, gaf den ambtman Hiorth een teeken hem te volgen, en verdween
-met dezen door de kleine deur, waarvan de porti&egrave;re onhoorbaar
-toeviel.</p>
-<p>In geestdriftvolle stemming namen de gasten afscheid, en Mortensen
-schreef in zijn notitieboekje: Het was een van deze merkwaardige nooit
-te vergeten oogenblikken, in welke men als het ware den polsslag der
-wereldgeschiedenis voelt.</p>
-<p>Mevrouw Bennecken had reeds vroeger de gasten verlaten. Al de
-gemoedsbewegingen, gedurende den ganschen dag ondervonden, hadden haar
-zoo geschokt, dat zij zich gekleed op haar bed had geworpen, waarop zij
-in hevig snikken was uitgebarsten.</p>
-<p>In de salons wandelde Delphin eenzaam heen en weer. Hij behoefde
-eerst tegen het souper op het slot te verschijnen, en het was hem
-onmogelijk het huis te verlaten zonder Hilda te hebben ontmoet. De
-bedienden <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name=
-"pb216">216</a>]</span>namen de tafel af, dronken den nog in de glazen
-en flesschen aanwezige champagne en waren zeer vroolijk. Delphin kon
-dus onmogelijk langer in de eetzaal en het aangrenzend vertrek blijven,
-en trok zich in de verst afgelegen kamer terug ontevreden op zich zelf,
-weifelende wat hem te doen stond, maar voelende dat het hem niet
-mogelijk was heen te gaan, zonder haar gesproken te hebben. Eindelijk
-riep hij een der dienstmeisjes en vroeg, waar juffrouw Hilda was.</p>
-<p>&bdquo;Juffrouw Hilda is op hare kamer bezig met pakken. Weet u
-niet, dat de juffrouw van avond naar Amerika vertrekt,&rdquo; vroeg zij
-en hare mooie oogen hadden van de Champagne een nog helderder glans
-gekregen.</p>
-<p>Delphin, die door deze woorden onaangenaam getroffen werd, zeide
-kortaf:</p>
-<p>&bdquo;Vraag juffrouw Bennecken uit mijnen naam, of zij de goedheid
-wil hebben een oogenblik hier te komen; ik zou haar gaarne even willen
-spreken.&rdquo;</p>
-<p>Toen het dienstmeisje was weggegaan, bleef hij verschrikt voor den
-spiegel staan. Wat had hij gedaan?</p>
-<p>Wat wilde hij eigenlijk van haar? Was hij niet te ver gegaan? hoe
-zou hij er zich weer uithelpen? En wenschte hij dit niet het meest?</p>
-<p>Na verloop van eenige minuten kwam Hilda binnen. Aan hare oogen kon
-men zien, dat zij geschreid had, maar toch lag er over haar gelaat eene
-bijzondere kalmte. Delphin bemerkte dit dadelijk.</p>
-<p>&bdquo;Arme mama!&rdquo; zeide zij, terwijl zij hem beide handen
-reikte; &bdquo;het is haar zoo zwaar gevallen zich met de gedachte
-vertrouwd te maken, dat Johan en ik zulk eene verre reis gaan
-ondernemen. Ja, ik zelf heb moeite te gelooven, dat zij door zal
-gaan.&rdquo;</p>
-<p>Delphin vergat haar te antwoorden, zoo veranderd kwam zij hem voor.
-Hare verlegenheid, bijna zou men het hebben kunnen noemen, schuwheid
-was geheel verdwenen. <span class="pagenum">[<a id="pb217" href=
-"#pb217" name="pb217">217</a>]</span>In haar eenvoudig toilet zag zij
-er zoo vastberaden en reisvaardig uit, en er was zoo iets zekers in
-hare stem en in geheel haar voorkomen, dat het hem niet gelukken wilde
-den half schertsenden, half beschermenden toon, waarop hij gewoonlijk
-met haar sprak, aan te slaan.</p>
-<p>Meer door de toon zijner stem, dan door de woorden, die hij sprak,
-keek Hilda op. Hunne oogen ontmoetten elkander voor eene seconde en er
-ontstond eene pauze.</p>
-<p>&bdquo;Er is niets, dat u terughoudt niet waar?&rdquo; vroeg hij op
-bitteren toon.</p>
-<p>&bdquo;O ja, dat weet gij heel goed,&rdquo; luidde haar antwoord en
-hare oogen vulden zich met tranen.</p>
-<p>Hij zag haar van ter zijde aan; zoo als zij daar stond het hoofd wat
-voorover gebogen, terwijl zij zenuwachtig met haren zakdoek speelde,
-vroeg hij zich af, of zij dan werkelijk zoo leelijk was?</p>
-<p>&bdquo;En er is niets, dat u terughoudt?&rdquo; Hij wist niet, dat
-hij dit reeds had gevraagd.</p>
-<p>&bdquo;Waarom wilt gij mij het afscheid zwaarder maken, dan het
-reeds is,&rdquo; vroeg zij bijna onhoorbaar en begon te schreien.
-George Delphin ging het vertrek een paar maal op en neer. Hij gevoelde,
-dat het leven hem eene goede kans bood en dat het nu voor het laatst
-zou zijn. Al het goede dat in hem was, trachtte hij te verzamelen, maar
-toen hij voor haar stond, hief zij even het hoofd op, en zeide:</p>
-<p>&bdquo;Neen, ik wil niet meer schreien. Ik voel, dat een gelukkiger
-leven mij daar wacht, dan mij ooit hier ten deel zou kunnen vallen.
-Vaarwel kamerheer&mdash;hartelijk zeg ik u dank voor uwe
-vriendschap.&rdquo;</p>
-<p>Zij reikte hem de hand en keek hem met de trouwe gazellen-oogen, die
-vol tranen stonden, moedig aan. Op dit laatste oogenblik zag hij dat
-zij schoon was&mdash;maar toen was het te laat. Zij verliet het vertrek
-en liet de deur <span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218"
-name="pb218">218</a>]</span>half open. Het leven, dat de bedienden in
-de zaal maakten, drong weer tot hem door. Hij stond voor een oogenblik
-roerloos, nam toen zijnen hoed en verliet het huis. Op de trap werd hij
-ingehaald door den jongen Hiorth en door Bennecken, die juist van den
-zolder kwamen. Met levensgevaar hadden zij eene vlag uit het dakvenster
-gestoken.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e3926" href="#xd26e3926src" name="xd26e3926">1</a></span>
-Zweden.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd26e3926src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch21" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4119" title=
-"Bron: XXII">XXI</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het kostte heel wat tijd, eer Njaedel en Sechus het
-hospitaal, waar Christine zich bevond, vonden en hadden zij niet bij
-toeval den politie-agent Knudsen naar den weg gevraagd, dan had het
-kunnen gebeuren, dat zij onverrichter zake aan boord hadden moeten
-gaan, of wel tot laat in den avond de stad in alle richtingen hadden
-moeten doorkruisen. Het was reeds bijna drie uur en iedereen stroomde
-naar de Karel-Johanstraat om den optocht te zien, zoodat niemand tijd
-had te blijven staan om inlichtingen te geven; de politie-agent Knudsen
-evenwel, die gelukkig zijnen proeftijd had doorstaan, wees hun, toen
-hij hoorde, wie zij zochten, den weg en zoo kwamen zij aan het
-hospitaal.</p>
-<p>In de poort ontmoetten zij eene der verpleegsters, die naar de stad
-wilde gaan. De opperloods nam zijne pelsmuts af en zeide: &bdquo;Wij
-komen hier zekere madam Christine Mo bezoeken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Zij is van nacht gestorven,&rdquo; antwoordde zij gejaagd:
-zij had haast.</p>
-<p>&bdquo;Gaat die gang in de tweede deur links, zij zijn juist met
-haar bezig.&rdquo; Schielijk liep zij verder en deed de poort achter
-zich dicht.</p>
-<p>&bdquo;Nu, nu, Njaedel, dat is misschien maar het best voor
-<span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name=
-"pb219">219</a>]</span>haar,&rdquo; zeide de opperloods om hem wat te
-troosten, &bdquo;kom me&ecirc;, wij hebben hier niets meer te
-doen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik wil haar lijk zien,&rdquo; antwoordde Njaedel, en liep de
-gang in.</p>
-<p>V&oacute;&oacute;r de deur, die de ziekeverpleegster had aangewezen,
-bleven zij staan; de deur stond aan, en zij hoorden in het vertrek luid
-spreken. De opperloods stiet de deur open, Njaedel en hij traden
-binnen.</p>
-<p>Dicht bij het raam stonden eenige jonge studenten over iets wits,
-dat op de tafel lag, heengebogen. Een klein man, met grijs haar en in
-zijne hemdsmouwen stond het dichtst van allen bij dit witte voorwerp,
-terwijl men eenen blanken voet tusschen twee der omstanders zag
-uitsteken.</p>
-<p>&bdquo;Nooit heb ik het zoo spoedig zien afloopen,&rdquo; zeide
-dokter Rohde, tot een der professoren, die hij had uitgenoodigd bij de
-ontleding tegenwoordig te zijn. Johan Bennecken had uitdrukkelijk
-verboden het lijk naar de ontleedkamer in de universiteit te
-brengen.</p>
-<p>&bdquo;En zij was met dien schurk van een Mo getrouwd?&rdquo; vroeg
-de professor, &bdquo;hoe gaat het met hem?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;De ziekte is naar binnen geslagen en de hersens zijn
-aangedaan. Wat wilt gij?&rdquo; vroeg de dokter plotseling, toen hij de
-twee mannen in de deur zag staan.</p>
-<p>&bdquo;Hier is haar vader,&rdquo; zeide de opperloods op Njaedel
-wijzende, &bdquo;die gaarne haar lijk wilde zien.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, neen, beste vriend, &rsquo;t is beter dat gij zulks
-niet doet.&rdquo;</p>
-<p>Maar Njaedel kwam dichter bij de tafel; de jonge studenten maakten
-voor hem plaats, en de professor gaf aan een der studenten een teeken
-een laken over haar te werpen. Door de haast waarmede dit geschiedde
-werd het lijk slechts ten halve bedekt; het was zoo uitgeteerd, dat het
-slechts vel en been leek. Het dikke roode haar hing verward over het
-voorhoofd, de wangen waren geheel ingevallen; zij zag er uit als eene
-oude vrouw. <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name=
-"pb220">220</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Dat is zij niet!&rdquo; fluisterde de opperloods Njaedel
-in.</p>
-<p>Maar toen streek Njaedel het haar van zijne gestorven dochter een
-weinig op zijde en legde zijnen vinger op het litteeken, dat zij aan
-een der slapen had.</p>
-<p>&bdquo;Kom, Njaedel, nu moesten wij maar gaan.&rdquo;</p>
-<p><a id="xd26e4161" name="xd26e4161"></a>De opperloods was doodsbleek.
-Njaedel zag rond en toen hij den indruk kreeg, dat al deze welgekleede
-heeren belangstelling in zijne dochter hadden getoond, reikte hij hun
-&eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n zijne hand. Toen hij echter
-bij den professor kwam, week deze eene schrede achteruit:..
-<span class="corr" id="xd26e4163" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>Neen, neen, beste man&#8202;&hellip;. ik
-kan&#8202;&hellip;. het is mij onmogelijk u de hand te
-reiken.<span class="corr" id="xd26e4166" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
-<p>Nu eerst zag Njaedel het blanke mes in zijne hand. Op dit gezicht
-rilde hij en hij verliet met den opperloods dadelijk het vertrek.</p>
-<p>Toen zij weer op straat stonden, zag Sechus Njaedel uitvorschend
-aan; hij bemerkte dat deze de vuisten balde, en dat zijne tanden
-knarsend tegen elkaar sloegen.</p>
-<p>&bdquo;Hij zal mij daar rekenschap van moeten geven, Anders,&rdquo;
-mompelde Njaedel.</p>
-<p>&bdquo;Och,&rdquo; zeide de opperloods ietwat bang, &bdquo;laat je
-aan Anders niet meer gelegen liggen. Wij reizen nu ver weg, laten wij
-eerst zien, wat eten te krijgen, want ik heb honger als een
-wolf.&rdquo;</p>
-<p>Maar Njaedel was niet van zijn plan af te brengen; de opperloods
-wilde echter niet naar den weg vragen en zoo moest Njaedel zulks zelf
-doen; de politie-agent, tot wien hij zich wendde, zeide hem, waar de
-minister Bennecken woonde.</p>
-<p>Eindelijk stonden zij v&oacute;&oacute;r het huis.</p>
-<p>Een vreeselijke strijd had er in Njaedel&rsquo;s binnenste plaats.
-Hij kon niet gelooven, dat zijn broeder de schuld van al die ellende
-was, en toch ook de gedachte niet van zich zetten, dat zulks wel het
-geval was. Maar in toorn ontstak hij niet, neen, eene diepe smart
-drukte hem ter neer, <span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221"
-name="pb221">221</a>]</span>hij gevoelde er behoefte aan zijnen broeder
-te zien: in zijn hart hoopte hij nog altijd, dat deze misschien zich
-van die schuld zou kunnen vrijspreken.</p>
-<p>Toen zij een paar treden waren afgegaan, zeide de opperloods:
-&bdquo;E&eacute;ne zaak moet gij mij beloven Njaedel, dat gij de hand
-niet aan hem zult slaan, denk er aan dat hij je broeder is.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Daar kunt gij u op verlaten,&rdquo; antwoordde Njaedel.</p>
-<p>Anders was juist bezig zich te scheren.</p>
-<p>Hij had het spiegeltje aan het vensterkozijn gehangen, zoodat het
-volle daglicht, dat van de straat door het raam viel, hem bescheen. Met
-eenen kant was hij klaar, maar de andere kant van zijn gezicht was nog
-ingezeept. Toen hij zag, wie binnen kwamen, legde hij het scheermes uit
-de hand, en een krampachtige trek verwrong zijn gezicht; spoedig echter
-herstelde hij zich en de half idiote glimlach, die hem den laatsten
-tijd eigen was geworden, vertoonde zich.</p>
-<p>Hij stak zijnen broeder de hand toe. &bdquo;Zoo ben je eindelijk
-gekomen Njaedel&#8202;&hellip;. daar hebt ge goed aan
-gedaan.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Anders&#8202;&hellip;. Anders!&rdquo; riep Njaedel uit en met
-gebalde vuisten stond hij dreigend voor hem.</p>
-<p>&bdquo;Wat heb je Christine aangedaan?&rdquo;</p>
-<p>Toen hij deze krachtvolle stem hoorde, scheen Anders als uit eene
-verdooving te ontwaken. Van schrik kromp hij ineen en vluchtte in den
-versten hoek van het vertrek. Zijn gezicht was bijna aschgrauw, toen
-hij die dreigende vuisten aanstaarde.</p>
-<p>Langzamerhand gelukte het hem met de grootste inspanning zijne
-zwakke hersens tot denken te dwingen. De diepe vouwen, ontstaan door
-den valschen glimlach, die hem zoo lang eigen was geweest, legden zich
-opnieuw om den mond, en hij zeide op klagenden toon:</p>
-<p>&bdquo;Dat je het over je hart hebt kunnen krijgen Njaedel,
-<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name=
-"pb222">222</a>]</span>z&oacute;&oacute; tegen je broer te zijn, die
-altijd zoo zwak en ziekelijk is geweest. Weet gij niet meer, hoe wij
-voor moeder heideplantjes gingen plukken, daar op de hoogte?&rdquo;</p>
-<p>Njaedels armen vielen slap langs zijn lichaam.</p>
-<p>Welke herinneringen bracht die zachte, klagende stem hem voor den
-geest, dat geluid uit zijne kinderjaren, die stem van den broeder, dien
-hij zoo had liefgehad!</p>
-<p>&bdquo;En weet je nog, wat moeder altijd zei,&rdquo; ging Anders
-voort, terwijl hij zijn broeder geen oogenblik uit het oog verloor;
-&bdquo;moeder zei altijd: jij Njaedel bent een groote slungel, zei zij,
-maar Anders is fijn en glad als een aal.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel knikte toestemmend. Anders had gelijk.</p>
-<p>En zijne moeder, en de hut daar ginds in de bergen, en de hoogte met
-de heideplantjes, die in den zonneschijn zulk een&rsquo; heerlijken
-geur verspreidden, alles stond op eens zoo klaar v&oacute;&oacute;r
-hem; en te midden van dit alles zag hij zijn broertje, bleek, zwak,
-hulpbehoevend, die door hem over gevaarlijke plaatsen gedragen moest
-worden.</p>
-<p>En al, wat tusschen dat verleden en dit tegenwoordige lag, smolt weg
-als sneeuw voor de warme lentezon,&mdash;hij werd weer een kind, een
-groote, linksche, goedhartige jongen, zooals hij altijd was geweest, en
-alle toorn was in hem gebluscht, en toen hij wegging zeide hij slechts:
-<span class="corr" id="xd26e4221" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>Anders&#8202;&hellip;..
-Anders&#8202;&hellip;.. dat had je niet moeten doen!&rdquo;</p>
-<p>Toen zij in de poort waren, zeide Sechus:</p>
-<p>&bdquo;&rsquo;t Is maar goed, dat gij de hand niet aan hem geslagen
-hebt, gij hadt hem als een suikerkrakeling aan stukken kunnen
-breken.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel&rsquo;s krachten waren gebroken, hij leunde tegen eenen muur
-en snikte luid.</p>
-<p>De opperloods liet hem zoo lang weenen als hij dacht, dat noodig
-was; daarna trok hij hem zacht bij den arm mee, en Njaedel volgde
-gedwee als een lam. Eindelijk traden zij bij een restaurant binnen. De
-opperloods, die te Petersburg en te Kopenhagen was geweest, vond zich
-<span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name=
-"pb223">223</a>]</span>hier spoedig te huis. Hij bestelde twee
-porti&euml;n beefsteak en eene flesch bier. Juist toen zij aan de
-gedekte tafel wilden gaan plaats nemen, dreunde het huis van de
-kanonschoten.</p>
-<p>&bdquo;De koning is aangekomen!&rdquo; riep het meisje, dat
-bediende<a class="noteref" id="xd26e4237src" href="#xd26e4237" name=
-"xd26e4237src">1</a>. Zij was in zeer slechten luim, omdat zij die twee
-boeren moest bedienen in plaats van eventjes den optocht te zien.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
-"xd26e4237" href="#xd26e4237src" name="xd26e4237">1</a></span> In
-Scandinavi&euml; heeft men in vele restaurants geene kellners, maar
-jonge meisjes bedienen de gasten: vooral is zulks het geval in kleinere
-hotels. (<span class="sc">Vert.</span>)&nbsp;<a class="fnarrow" href=
-"#xd26e4237src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch22" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4245" title=
-"Bron: XXIII">XXII</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was buitengewoon heerlijk weer voor
-z&oacute;&oacute; vroeg in het voorjaar. De namiddagzon schitterde in
-de ruiten, en wierp over het slotpark een lichten sluier, waardoor het
-slot in al zijne schoonheid tegen den prachtig gekleurden
-voorjaarshemel uitkwam. De dikke kruitdamp van de saluutschoten, die te
-Akershus waren gelost, verspreidde zich, de vlaggen wapperden overal
-feestelijk, en van alle kanten stroomde het volk naar de
-Karel-Johanstraat, die langs de trottoirs reeds vol menschen stond.</p>
-<p>In de geopende ramen zaten of lagen de dames in de nieuwe
-voorjaarstoiletten, de jonge heeren stonden achter hare stoelen en
-waren geestig, of deden hun best het te zijn. V&oacute;&oacute;r het
-perron van het station waren de politie-agenten ijverig bezig eene
-groote plaats open te houden; &bdquo;het gele Corps&rdquo; stond reeds
-in al zijne pracht voor het stationsgebouw; de groothandelaar
-Falck-Olsen zat stijf en deftig op zijne Isabella, en keek naar het
-volk. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name=
-"pb224">224</a>]</span></p>
-<p>De trein, waarmee de Koning verwacht werd, kwam eindelijk aan en men
-wachtte op het einde van de ceremoni&euml;n, die bij de ontvangst op
-het perron gewoonlijk plaats vinden. Van de kade en uit alle kleine
-straten waren de menschen bij het stationsgebouw saamgestroomd: zeelui,
-sjouwers, vrouwen en werklieden&#8202;&hellip;. een weinig voornaam
-publiek dus om mee te beginnen.</p>
-<p>Toen eene stem uit die menigte luidkeels riep: &bdquo;Leve de
-Koning! Hoera!&rdquo; werden deze woorden slechts flauw door eenigen
-herhaald. Eene doodsche, onaangename stilte heerschte, terwijl de
-voorname heeren in de gereed staande rijtuigen stapten.</p>
-<p>Voorop marcheerde het &bdquo;gele corps,&rdquo; dan volgden de
-koninklijke equipages; over de markt ging de stoet en door de nauwe
-passage bij <span class="corr" id="xd26e4259" title=
-"Bron: Dijbwadgaarden">Dybwadgaarden</span>. Hier en daar riep een
-getrouw burger uit al zijne macht &bdquo;Hoera!&rdquo; maar de al te
-groote geestdrift van een&rsquo; enkele scheen de menigte te weerhouden
-de kreten te herhalen; zoo ging het den geheelen tijd tot dat de
-optocht de kazerne van de brandweer voorbij was.</p>
-<p>Toen ging het wat beter, en de Zweedsche heeren en het gevolg des
-konings knikten elkander verheugd toe; bij de Akerstraat en bij de
-Egermarkt werd het geroep meer algemeen.</p>
-<p>De prachtige oprijlaan, die van het Storthing-gebouw naar het slot
-voert, werd in al hare schoonheid beschenen door de vroolijke
-voorjaarszon. De fraai uitgedoste gele ruiters in vollen draf, het
-groote aantal rijtuigen, de prachtige uniformen, de talrijke groepen
-van netgekleede personen, die een hoerageroep aanhieven&mdash;alles
-verhoogde de feestelijke stemming, zoo dat nu werkelijk met geestdrift
-het &bdquo;leve de Koning!&rdquo; werd geroepen. Toen de stoet voorbij
-was, zagen allen, die op de Karel-Johanstraat stonden, naar het slot,
-waar zij ruiters &egrave;n rijtuigen als een glinsterende slang de
-hoogte zagen beklimmen, <span class="pagenum">[<a id="pb225" href=
-"#pb225" name="pb225">225</a>]</span>terwijl het stof, door de
-koninklijke equipages in beweging gebracht, als eene goudgekleurde wolk
-omhoog steeg en zich over het volk uitbreidde, alsof het dit wilde
-zegenen.</p>
-<p>Het plein voor het Stations-gebouw was spoedig geheel verlaten, want
-de meesten keerden naar hun werk terug. Niet allen evenwel: eene
-menigte vrouwen en jongelieden volgden den stroom naar de stad, zij
-waren eenmaal in eene feestelijke stemming en vonden, dat het tot niets
-diende den arbeid weder te beginnen.</p>
-<p>Het was zoo zacht in de lucht, en het weer was zoo mooi, en dan had
-men gehoord, dat er eene illuminatie zou plaats hebben en meer
-dergelijks!</p>
-<p>De koning had in den loop van den winter aan eene keelziekte geleden
-en om zijn herstel te vieren hadden de studenten een&rsquo; fakkeltocht
-naar het slot geregeld, waar zij zouden zingen:</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line"><span class="corr" id="xd26e4277" title=
-"Niet in bron">&bdquo;</span>Hoor ons Svea! moeder van
-allen!&rdquo;</p>
-</div>
-<p class="first">Om dezelfde reden was er in &bdquo;Tivoli&rdquo; ook
-een &bdquo;Groot Dankzeggings-Feest&rdquo; met declamatie en vuurwerk.
-Eene verbazende menschenmassa was des avonds op de been inzonderheid in
-de buurt van &bdquo;Tivoli;&rdquo; en het
-&bdquo;Studenten-boschje.&rdquo; Het rook er naar slechte sigaren,
-versche aarde en het pas ontsproten gras; nu en dan verspreidde zich de
-geur der populieren, welker kleverige knoppen op het punt stonden open
-te breken. Ministers en oud-ministers, militaire en civiele uniformen
-reden naar het slot, waarvan de vensters hel verlicht waren, terwijl de
-vlag op het dak, ten teeken dat de koning in de hoofdstad was, scherp
-tegen den lichtgekleurden hemel afstak.</p>
-<p>Maar daar, waar het vaartuig voor de landverhuizers geankerd lag,
-werd hard gewerkt en geschreeuwd; er heerschte zulk eene verwarring,
-dat eenige der emigranten <span class="pagenum">[<a id="pb226" href=
-"#pb226" name="pb226">226</a>]</span>op hunne kisten, die langs den
-waterkant stonden, gingen zitten en hartstochtelijk begonnen te
-schreien.</p>
-<p>Toen Njaedel en de opperloods aan de haven kwamen ontmoetten zij
-hunnen vriend &bdquo;den agent&rdquo; maar hij riep, terwijl hij hen
-voorbij stoof slechts: &bdquo;<i>all right!</i>&rdquo; hij baadde
-letterlijk in zijn zweet en was zoo heesch, dat hij nauwelijks geluid
-kon geven.</p>
-<p>Een paar sjouwers stonden vlak bij de loopplank van het vaartuig, en
-toen Njaedel, achter den opperloods over de plank liep, zei de een tot
-den ander: &bdquo;Het is schande, dat die Amerikanen hier zulke
-reusachtige kerels vandaan mogen halen.&rdquo;</p>
-<p>Njaedel hoorde deze woorden en reikte den spreker de hand toe.</p>
-<p>Maar de sjouwer, die wat wantrouwend van karakter was, vreesde dat
-Njaedel niet veel goeds met hem in den zin had, en stak de hand naar de
-krachtige vuist, die hem gereikt werd, niet uit; toen echter zijn blik
-dien van Njaedel ontmoette, kreeg hij dadelijk vertrouwen in hem,
-schudde hem de hand en zei op half beschaamden toon: &bdquo;Ja, ja, je
-weet zelf wel het best, waarom je zoo ver weggaat. Vaarwel en eene
-voorspoedige reis!&rdquo;</p>
-<p>Aan boord was het leven en de verwarring nog grooter. De opperloods
-zette zich met de kalmte van eenen philosoof op zijne kist voor zijne
-kooi en liet de anderen schreeuwen, zooveel zij maar wilden. Njaedel
-daarentegen kon niet rustig blijven zitten, toen hij al die zware
-tonnen en balen aan boord zag brengen. Af en toe trad hij dichter bij
-en hielp met de kracht van een &bdquo;beer&rdquo; een handje mee; toen
-de matrozen hem verwonderd aanzagen, knikte hij hen toe en een glimlach
-verhelderde zijn gelaat.</p>
-<p>Ten laatste nam hij voor vast plaats bij het luik van het ruim en
-daar de sjouwers juist met een heel zwaar stuk kwamen aanslepen, riep
-de bemanning: &bdquo;Laat de &bdquo;beer&rdquo; een handje
-helpen!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name=
-"pb227">227</a>]</span></p>
-<p>Die woorden deden Njaedel goed: zij gaven hem het verloren
-zelfvertrouwen terug en verdreven zijne sombere gedachten. Hij voelde
-weer grooten lust met een recht zwaar werk te beginnen. Maar laat op
-den avond, toen het werk gestaakt was, en de lieden afscheid van
-elkander begonnen te nemen, werd hij &bdquo;week als boter,&rdquo;
-zooals de opperloods zeide. Hij had niemand vaarwel te zeggen, en
-daarom voelde hij zich gedrongen allen de hand te drukken, die hem
-voorbij en naar wal gingen.</p>
-<p>De opperloods bemerkte spoedig, dat hij en Njaedel tot de armste
-passagiers behoorden. De meeste andere landverhuizers waren welgezeten
-boeren, die jaren lang gewerkt hadden met het doel naar Amerika te
-gaan, wanneer zij geld genoeg hadden overgespaard. Anderen hadden
-reisgeld gekregen van hunne familie aan gene zijde des oceaans, die hun
-tevens het noodige geld voor de uitrusting had verschaft. Bij alles wat
-zij deden, zag men, dat zij alles met bedaardheid hadden overlegd.
-Groepsgewijze zaten zij op het tusschendek en haalden hunne provisie,
-die zij voor den overtocht hadden me&ecirc;genomen, voor den dag,
-terwijl zij de medepassagiers er van meedeelden. Zij hadden een open
-oog voor alles, wat rondom hen voorviel; spraken op half luiden toon
-tot elkaar, maakten gewillig plaats, wanneer zij in den weg zaten en
-schenen aan niets anders te denken, dan goed en wel over te komen, en
-de kinderen het best te beschermen.</p>
-<p>Op het achterdek, (eerste kajuit), ging het levendiger toe. De
-passagiers waren meest jonge menschen, die aan boord kwamen, gevolgd
-van eene schaar vrienden, die ter eere van de vertrekkenden zongen en
-leven maakten. Een welgekleed jong man werd zelfs stom dronken aan
-boord gedragen en dadelijk naar de kooi gebracht.</p>
-<p>Er waren onder hen eenige handelsreizigers, een bankroetier en een
-misnoegd ingenieur, &bdquo;die het ondankbare vaderland den rug
-toekeerde,&rdquo; zooals een zijner vrienden, <span class=
-"pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>met
-het afscheidsglas in de hand, in het salon zeide&mdash;dadelijk nadat
-men aan boord was gekomen, had men een afscheidsfeestje
-gearrangeerd.</p>
-<p>Verder was er nog een verloopen student, die door de familie
-weggezonden werd, en nog twee of drie andere half verloopen
-<span class="corr" id="xd26e4315" title=
-"Bron: individu&euml;n">individuen</span> in nieuwe pakken, &bdquo;die
-het dankbare vaderland wegzond,&rdquo; zooals de student zich
-uitdrukte.</p>
-<p>Tegen elf uur kwam dokter Bennecken met zijne zuster aan boord. Zij
-waren alleen. De minister was op het slot, Alfred had zich
-verontschuldigd en mevrouw lag ziek te bed. Toen zij begreep, dat het
-met de reis ernst was, voelde zij toch iets, dat naar berouw zweemde,
-want zij omhelsde Hilda heel lang en prevelde binnensmonds, dat
-zij&mdash;Hilda&mdash;hare moeder moest vergeven, wanneer deze soms wat
-onrechtvaardig tegen haar was geweest.</p>
-<p>De twee &bdquo;mislukten&rdquo; verlieten het ouderlijke huis
-treurig gestemd en Hilda leed aan zulk een hevige hoofdpijn, dat zij
-dadelijk naar de dameskajuit ging, die haar geheel alleen gedurende den
-overtocht ten dienste stond. Het rumoer in het salon werd minder
-naarmate het gezelschap in meer sentimenteelen toestand kwam. De dokter
-ging op het dek, en wandelde heen en weer.</p>
-<p>Het was stil, helder weder, maar in het Zuidwesten vertoonden zich
-donkere wolken, en spoedig zou het beginnen te regenen. Geen geluid
-hoorde hij dan het geraas, dat in de machinekamer door het kolen
-inscheppen veroorzaakt werd, en het geluid van zijne voetstappen.</p>
-<p>Van tijd tot tijd voerde de wind het geknal van het vuurwerk naar
-het vaartuig, dat op het &bdquo;Dankzeggingsfeest&rdquo; werd
-afgestoken, of drongen eenige tonen van eene fanfare tot zijn oor
-door.</p>
-<p>Raketten en het licht van bengaalsch vuur zag men <span class=
-"pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span>over
-de daken der huizen, en v&oacute;&oacute;r dit geheel was uitgedoofd,
-wierp het nog een oogenblik een lichtglans langs den hemel.</p>
-<p>Johan Bennecken ging geruimen tijd op het halfdek heen en weer en
-tuurde naar de stad, die hij zoo goed kende; naar de stad waarin hij
-zijn leven had gesleten. De kleine ruimte, die zich tusschen het
-vaartuig en de kade bevond, scheen hem een gapende afgrond te zijn,
-waarin hij al zijne zorgen, al zijne teleurstellingen achterliet. En
-toch was hij moedeloos. Duizenden herinneringen hadden hare kleine
-scherpe klauwen in zijn gemoed gedrukt, en het deed pijn ze weg te
-rukken.&mdash;Hij verwachtte niet veel van het leven aan de andere
-zijde des Oceaans.</p>
-<p>De trouwe vrienden beneden in het salon moesten eindelijk van boord
-gaan, en zij plaatsten zich op de kade om een afscheidslied te zingen.
-Doch dit plan kon niet tot uitvoering komen: zij waren al te geroerd,
-en wandelden rustig naar stad. En stil werd het op het vaartuig, en
-stil werd het in de stad, terwijl de machine als een uit zijnen slaap
-gewekten reus zware zuchten slaakte.</p>
-<p>Johan Bennecken zag op zijn horloge: het was half &eacute;&eacute;n.
-De regenwolken zagen er dreigender en dreigender uit. Hij keek nog
-eenmaal om zich heen als wilde hij, v&oacute;&oacute;r hij naar beneden
-ging, het leven, dat achter hem lag, beschouwen in het schoone
-vreedzame beeld van den voorjaarsnacht.</p>
-<p>Daar hoorde hij een rijtuig langs de kade rollen; het reed de
-gaslantaarns voorbij en hield stil bij de Engelsche stoomboot. Een heer
-met eenen steek op en in eenen mantel gehuld kwam er uit en sprak een
-paar woorden met den koetsier.</p>
-<p>Een oogenblik later hoorde Johan eene stem, die hij meende te
-kennen, den Steward vragen waar Dokter Bennecken was. <span class=
-"pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Hier&#8202;&hellip;. wil iemand mij spreken,&rdquo; riep
-Johan van het halfdek.</p>
-<p>De onbekende liep de trap op en de dokter herkende de kamerheer
-George Delphin.</p>
-<p>&bdquo;Goeden avond, dokter. Gij denkt zeker, dat ik te veel
-gedronken heb, wat ook eigenlijk het geval is. Ik ben in ongenade
-gevallen, en heb door een goed glas wijn mijne smart verdoofd. Is uwe
-zuster ook aan boord?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, zij slaapt al, hoop ik.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Kom, laat ons liever binnengaan,&rdquo; zeide Delphin en hij
-opende de deur van de rookkamer. &bdquo;Hier kunnen wij een
-afscheidsglas met elkaar drinken. Gij hebt toch geenen slaap
-Dokter?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Neen, in het geheel niet,&rdquo; antwoordde Johan en hij
-draaide de lamp wat op, &bdquo;wilt gij eene sigaar rooken?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, maar gaarne had ik wat te drinken.&rdquo;</p>
-<p>De kamerheer deed zijn mantel af, en wierp zich in zijne met goud
-geborduurde en met allerlei ordeteekenen bezaaide uniform op de sofa.
-Johan Bennecken ging naar beneden om een flesch wijn te halen, maar het
-eenige, wat de Steward zoo laat in den nacht kon vinden, was whiskey en
-water.</p>
-<p>De kamerheer verzekerde hem, dat dit zijne lievelingsdrank was, wat
-werkelijk het geval scheen te zijn. Nadat hij een glas geledigd had,
-zeide hij: &bdquo;uwe zuster is dus aan boord?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja, ik hoop dat zij sedert lang slaapt,&rdquo; antwoordde
-Johan eenigszins verbaasd.</p>
-<p>&bdquo;Dat gij de stad kunt verlaten&#8202;&hellip; dokter, in zulk
-een interessanten tijd als wij beleven! Hoor wat er is voorgevallen.
-Ten eerste: de kamerheer George Delphin in ongenade gevallen, ten
-tweede: de groothandelaar Falck-Olsen, wegens een Isabella-paard met
-een orde gedecoreerd; ten derde: de assistent-commiezen Hiorth en
-Bennecken tot kamerjonkers bevorderd&mdash;en de eerste daarbij
-verloofd&#8202;&hellip;.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb231"
-href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Een beetje minder snel, s.v.p. Wie is verloofd, zegt
-gij?&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Hiorth&#8202;&hellip;. want toen zijn vader tot minister werd
-benoemd, nam zij hem; ja, gij begrijpt wel, wie ik bedoel,
-zij&#8202;&hellip;.. de Isabella van Falck-Olsen, Sophie heet zij,
-geloof ik. De andere&#8202;&hellip;.. die met dat bolbleeke gezicht
-heeft haar engagement verbroken.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Maar kamerheer, is het mogelijk,&rdquo; riep de dokter
-&bdquo;alles draait mij voor de oogen.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ja mij ook. Al het nieuws, dat ik opgedaan heb, komt uit den
-koker van Mortensen, die niettegenstaande zijne lucifers, aan het hof
-is voorgesteld geworden. O, wat benijd ik u, dokter, dat gij dien
-geheelen rommel verlaat.&rdquo;</p>
-<p>Op zijn gelaat lag plotseling zulk een slappe, oudachtige trek, dat
-Johan oprecht medelijden met hem voelde. &bdquo;Gij moest maar met ons
-meegaan kamerheer.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Ik ben immers in uniform.&rdquo;</p>
-<p>Toen Johan op dit gezegde glimlachte, zeide hij.</p>
-<p>&bdquo;O, gij vondt dit zeker eene flauwe geestigheid. Neen beste
-vriend, &rsquo;t was bittere ernst. Ziet gij, de met uniform bekleeden
-blijven in dit land achter en nemen in aantal toe&#8202;&hellip;. de in
-uniform gedosten en de in lompen gehulden. De laatste rat, die het
-schip zal verlaten, is zeker een directeur van een armenkamer. Dit is
-een post der toekomst: &bdquo;Koninklijk Noorsch
-opperstaatsarmendirecteur,<span class="corr" id="xd26e4382" title=
-"Niet in bron">&rdquo;</span> met den rang en de uniform van een
-krijgscommissaris. Ik zou zelf naar dien post gesolliciteerd hebben,
-zoo ik niet in ongenade was gevallen. <a id="xd26e4385" name=
-"xd26e4385"></a>Buitendien,&rdquo; ging hij voort, en maakte een nieuw
-glas gereed, &bdquo;zoo <i>ik</i> het al zonder de stad kan redden, zoo
-kan de <i>stad</i> het waarachtig niet zonder mij doen. Hoe zou het met
-de stakkers van menschen gaan, die nu in die caricatuur van eene
-hoofdstad slapen, als zij morgen wakker werden en de kamerheer misten.
-Want&mdash;<span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name=
-"pb232">232</a>]</span>ziet gij, beste emigrant, wat ons eigenlijk
-pijnigt, dat is de twijfel, de vrees, die wij koesteren, dat alles hier
-niet geheel, <i lang="fr">comme il faut</i> is&#8202;&hellip;. niet
-volkomen zoo als alles op het vaste land, en&mdash;dat kan men ook
-werkelijk niet van Mortensen met zijne lucifers beweren. Maar dan heeft
-men gelukkig nog den kamerheer Delphin en een paar
-anderen&#8202;&hellip;.. die de wereld hebben gezien, of ten minste
-doen of zulks het geval is, en over alles kunnen praten; die alle namen
-en bijnamen weten; die de kunst verstaan iedere ernstige zaak door eene
-wending van de hand tot eene grappige te maken; die de ingewikkelste
-zaken in zakformaat weten te brengen; die de <i lang="fr">questions
-br&ucirc;lantes</i> van den dag samen vatten in vijf of zes <i>bons
-mots</i>, die ze zich elk oogenblik herinneren en dadelijk bij de hand
-hebben; en die ten laatste te midden van de meest onzinnige
-bureau-praatjes volkomen op de hoogte zijn der dames-toiletten en met
-den grootsten ernst daar over redeneeren. Ziet gij, dit zijn de
-onontbeerlijke personen voor de hoofdstad! Ach!&rdquo; riep hij
-plotseling uit en zijn hoofd viel op tafel: &bdquo;ik ben dit leven zoo
-moe, ik ben zoo moe van alles!&rdquo;</p>
-<p>Eensklaps lag er zoo iets ernstigs over den eleganten cavalier, die
-met het hoofd tegen den arm geleund v&oacute;&oacute;r hem zat, dat
-Johan Bennecken begreep, dat deze woorden niet alleen aan den roes,
-waarin hij verkeerde, toe te schrijven waren. Hij legde de hand op
-zijnen schouder, en zei met oprechte deelneming: &bdquo;luister naar
-mij Delphin! Gij zijt niet gelukkig, evenmin als ik&#8202;&hellip;.
-hier zijn gewis niet vele gelukkige menschen aan boord. Maar
-kom,&hellip;. ga met ons mee, hier moogt ge niet blijven.&rdquo;</p>
-<p>De kamerheer beurde het hoofd op, zijn gelaat zag er we&ecirc;r uit
-als in vroegere dagen, de ironische glimlach zetelde er we&ecirc;r:</p>
-<p>&bdquo;Gij doet mij levendig aan uwen vader denken&#8202;&hellip;.
-<span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name=
-"pb233">233</a>]</span>diezelfde woorden zeide hij een paar uren
-geleden, tot mij: &bdquo;Het is werkelijk noodzakelijk voor u, hier van
-daan te gaan,&rdquo; zei hij, en ik wil ook zijnen raad volgen, ik wil
-solliciteeren naar de betrekking van chef van de politie te
-Aalsund.&rdquo;</p>
-<p>Johan Bennecken ging teleurgesteld een paar schreden achteruit: deze
-woorden krenkten hem.</p>
-<p>De kamerheer trok zijne overjas aan om weg te gaan, maar talmde
-voortdurend; het scheen alsof hij nog iets zeggen wilde, maar niet
-wist, hoe zich uit te drukken; de dokter vond zijn gedrag al vreemder
-en vreemder. Eindelijk draaide hij zich op de loopplank even om, en
-drukte innig de hand van den dokter, terwijl hij mompelde: &bdquo;Groet
-uwe zuster van mij, en zeg haar van mij&#8202;&hellip;. zeg haar van
-mij&#8202;&hellip;.&rdquo; de laatste woorden waren onverstaanbaar, zij
-losten zich op in een geluid, dat veel van snikken had. Toen ging hij
-spoedig naar wal en stapte in het rijtuig, dat op hem wachtte.</p>
-<p>De koetsier, die op den bok had zitten dutten, nam schielijk het dek
-van de paarden af. De hemel was geheel bewolkt; een uur lang had het
-reeds geregend.</p>
-<p>De dokter tuurde naar het rijtuig en naar de lange schaduw, die de
-pooten der paarden in de plassen op de straat maakten, wanneer zij
-voorbij eene gaslantaarn kwamen. Dit was het laatste, wat hij van de
-stad zag, toen hij zich naar kooi begaf. Vroeg in den morgen lichtte
-het Engelsche vaartuig het anker. Het was reeds zes uur,
-v&oacute;&oacute;r alles gereed was en de machine begon te werken.
-Juist toen het schip in de nabijheid van het grootste eiland van de
-Fjord was gekomen, steeg er van den kant der vesting eene rookwolk op,
-en hoorde men kanonschoten dreunen. Op het achtergedeelte van het schip
-vroeg iedereen nieuwsgierig waar die saluutschoten toch voor
-dienden.</p>
-<p>Johan Bennecken was zoo moede, dat hij er bijna niets <span class=
-"pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span>van
-hoorde; ook op het voordek bekommerde men er zich weinig over; men had
-daar het gevoel, alsof men met het vaderland en zijne saluutschoten had
-afgerekend.</p>
-<p>En terwijl de een en twintig schoten plechtig over de stad dreunden,
-dreef het vaartuig met de landverhuizers uit de Fjord, en de dikke gele
-rook verborg de vesting aan aller oog, en verbreidde zich over de daken
-der huizen in het grauwe regenachtige morgenuur.</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch23" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href=
-"#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="corr" id="xd26e4431" title=
-"Bron: XXIV">XXIII</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De een en twintig kanonschoten verkondigden de
-bevolking dat de koning naar Stockholm was teruggekeerd. Dit was genoeg
-voor de oppositie en gretig maakte zij van de gelegenheid gebruik om in
-hare bladen met de gewone onbeschaamdheid de regeering aan te vallen.
-De geheele pers kwam in gisting; al de oude strijdvragen werden
-opgedolven, iedere partij rukte met hare scheldwoorden aan, die, tot
-groot genot der abonn&eacute;s, als pluimballen heen en weer gekaatst
-door de lucht vlogen.</p>
-<p>Niet bewogen door politieke stormen ging de ridder Falck-Olsen den
-volgenden Zondag voor zijnen grooten spiegel op en neer. Mevrouw zette
-het een en ander te recht, en met trotsch keek zij naar het kleine
-ordelint.</p>
-<p>&bdquo;Hoor vrouwlief&#8202;&hellip;. wij moeten op reis.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Op reis? Waarom? Ben je nog niet tevreden? Nu is uwen lang
-gekoesterden wensch vervuld.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Och wat!&mdash;&Eacute;&eacute;n ordeteeken is maar eene
-eerste schrede.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Wel, goede hemel,&rdquo; riep mevrouw min of meer uit haar
-humeur, &bdquo;gij meent nu wel op eens eene gewichtige persoonlijkheid
-te zijn geworden, Ole Johan? Wanneer een ordeteeken slechts de eerste
-schrede is, zoo wilde ik wel eens weten waaruit de tweede
-bestaat.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235"
-name="pb235">235</a>]</span></p>
-<p>&bdquo;Nog een ordeteeken,&rdquo; antwoordde haar man en hij verliet
-het salon. Men had hem namelijk wijs gemaakt, dat de Duitsche vorsten,
-wanneer zij aan eene badplaats vertoeven, altijd ordeteekenen mede
-nemen, en dat het zeer gemakkelijk gaat, er een te
-krijgen&#8202;&hellip;. inzonderheid wanneer reeds een lintje op de
-borst prijkt.</p>
-<p>De familie Falck-Olsen reisde dus naar Ems en een paar weken later
-ontving Caroline Hjelm een&rsquo; brief van Louise, waarin o. a. stond:
-&bdquo;Je kunt niet half gelooven, hoe heerlijk het voor mij is, des
-morgens wakker te worden en niet meer aan Hans te moeten denken.</p>
-<p>&bdquo;Dat ik zoo dom kon zijn! Wij pasten volstrekt niet bij
-elkander. Gisteren reden wij op ezels en een Engelschman, die ook van
-de partij was (Papa zegt dat hij een Lord is), is er zoo stijf van, dat
-hij nauwelijks kan zitten als andere menschen, maar een gedeelte van
-zijne ruggegraat moet gebruiken.&rdquo;</p>
-<p>Caroline was onvoorzichtig genoeg deze regels aan hare moeder voor
-te lezen, en den volgenden dag zeide Mevrouw Hjelm tot neef Hans:
-&bdquo;Je hebt Louise Falck-Olsen juist beoordeeld. Het buitenland
-heeft haar reeds in den grond bedorven.&rdquo;</p>
-<p>Neef Hans zuchtte.</p>
-<p>Anders de almachtige was werkelijk zwak van geest geworden.</p>
-<p>Een paar dagen later veroorzaakte hij in het Departement een groot
-schandaal, door dingen te vertellen, die niet verteld mochten worden.
-De minister zag zich genoodzaakt krachtige maatregelen te nemen en door
-bemiddeling van den Redacteur Mortensen gelukte het den ouden trouwen
-dienaar bij zekere Madam Gluncke, die naaimeisjes hield, onder dak te
-brengen.</p>
-<p>Hier gevoelde hij zich zeer gelukkig. Toen men onderzocht, hoe het
-met zijne geldzaken stond, kwam men tot de ontdekking, dat hij,
-inzonderheid in de laatste <span class="pagenum">[<a id="pb236" href=
-"#pb236" name="pb236">236</a>]</span>jaren, groote sommen ja,
-onbegrijpelijke groote sommen in de spaarbank had geplaatst. Nadat hij
-eenigen tijd met de levenslustige meisjes in de naaischool van
-&bdquo;Malle Bimbam&rdquo; had verkeerd, scheen hij weldra het
-Departement en wat daartoe behoorde, vergeten te hebben.</p>
-<p>Daarentegen werd hij een trouw bezoeker van de kerk&#8202;&hellip;
-en plaatste zich altijd aan den kant, waar de vrouwen zaten. Voor
-menige jonge dame was het een stichtend genot den eerwaardigen
-grijsaard in haar psalmboek den text van het gezang te laten volgen;
-men werd er bijna van geroerd naar het bleeke gezicht en het sneeuw
-witte haar, dat in lokjes op den jaskraag viel, te kijken.</p>
-<p>Intusschen werd de pluimbal door de pers met eene woede, die bijna
-aan razernij grensde, heen en weer geworpen en inzonderheid was de
-oppositie zeer ijverig.</p>
-<p>Eerst begreep men niet, wat de ambtman Hiorth eigenlijk in het
-Ministerie moest doen, een man, dien niemand kende. Zoo ook werden er
-toespelingen gemaakt op een vreeselijk schandaal, dat in het
-Departement van den minister Bennecken moest hebben plaats gehad;
-documenten moesten verdwenen zijn, geheime verbergplaatsen aan het
-licht zijn gekomen, waarin de gewichtigste staatsstukken gestopt
-werden, en eene menigte ontdekkingen van de bedenkelijkste soort zijn
-gedaan.</p>
-<p>De mondelinge geruchten, die in omloop kwamen, waren van erger
-soort; er werd gefluisterd, dat de minister in zeer nauwe betrekking
-had gestaan tot een zeer slecht ter naam en faam staande vrouw, eene
-zekere madam Gluncke; buitendien wist de geheele stad, dat twee der
-kinderen van de familie, na eene hevige familie-sc&egrave;ne, hals over
-kop naar Amerika waren vertrokken.</p>
-<p>Maar waar toch Anders, de almachtige gebleven was, met dit vraagstuk
-hield men zich het meest bezig.</p>
-<p>De minister droeg zijn hoofd nog een weinig hooger <span class=
-"pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>dan
-gewoonlijk, en dezelfde genadige glimlach plooide zich om zijnen mond,
-wanneer hij op straat de voorbijgangers groette. Niettegenstaande het
-volkomen kalme uitzicht van den minister allen in het Departement zou
-hebben moeten tevreden stellen, steeg de ongerustheid meer en meer.</p>
-<p>Iederen morgen zag men met verlangen uit naar den &bdquo;Waren
-Vriend des Volks,&rdquo; maar deze bewaarde het stilzwijgen; geen
-heftig hoofdartikel, dat den mond der schreeuwers kon stoppen en de
-gemoederen tot bedaren kon brengen, verscheen.</p>
-<p>&bdquo;Maar nu wordt het toch waarachtig tijd, dat Mortensen de zaak
-aangrijpt;&rdquo; riep de commies Orseth uit en zijne vuist viel hard
-op de tafel.</p>
-<p>&bdquo;Ja voor den d&#8202;&hellip;.. dat moet hij;&rdquo; herhaalde
-de kamerjonker Hiorth, die, nu hij zoo hoog was gestegen, zich
-verbeeldde ook wat te zeggen te hebben. En het geheele Departement was
-het eens, dat Mortensen nu wat doen moest. Allen verkeerden in eene
-gespannen en heftige stemming, toen de Redacteur binnenkwam en het nog
-vochtige nieuwsblad op tafel wierp.</p>
-<p>Hiorth greep de courant en las: &bdquo;Geruchten-uitstrooiers en
-Intriganten.&rdquo;</p>
-<p>&bdquo;Eindelijk!&rdquo; eene doodsche stilte ontstond, toen hij
-begon te lezen.</p>
-<p>Eerst werd de aandacht van de lezers gevestigd, op het gebrek aan
-wapenen der oppositie, nu zij zich liet verleiden, in politieke
-quaesti&euml;n, geruchten en oudewijvenpraat te mengen. Daarna werd
-onder de aandacht gebracht, dat de voor het oogenblik bestaande
-politieke toestand ieder welgezind en verlicht burger tot tevredenheid
-moest stemmen.</p>
-<p>&bdquo;Dat intusschen,&rdquo; las Hiorth verder, maar de Redacteur
-trok hem de courant uit de hand: &bdquo;laat mij lezen!&rdquo;&hellip;.
-&bdquo;dat intusschen eene zoo alledaagsche zaak, als het <span class=
-"pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name=
-"pb238">238</a>]</span>ontslag van eenen bejaarden <span class="corr"
-id="xd26e4497" title="Bron: concierge">conci&euml;rge</span> aan het
-Departement tot zulke artikelen vol schandalen aanleiding kan geven,
-is, op zich zelf genomen, een teeken des tijds, dat waard is
-<span lang="la">ad notam</span> te nemen. Want achter
-dit&#8202;&hellip;. achter deze gehuichelde belangstelling voor de
-minste bijzonderheden van het Staatsbestuur ligt heel iets anders, iets
-dat iederen dag meer en meer veld bij ons wint, iets dat wij van den
-aanvang, van den wortel af, ernstig moeten trachten uit te roeien,
-indien wij willen verhinderen, dat er schadelijke vruchten aan rijpen
-voor onze maatschappij. Het is de ingewortelde haat, die alle lage
-karakters, alle slechts ten halve ontwikkelden tegen alle autoriteiten,
-tegen allen, die geestelijk boven hen staan, voeden; een haat die zich
-openbaart tegen de van God over ons gestelde Overheid, en die, terwijl
-hij aan het schandelijkste ongeloof de hand reikt, tot in de heiligste
-schuilhoeken van het familieleven doordringt, met het verhevenste den
-spot drijft, en dreigt onze maatschappij geheel ten onder te brengen,
-ons tot de wildste anarchie te voeren. Zekerlijk zijn er velen onder
-ons, die zich geruststellen met de gedachte, dat de Noorsche
-ambtenaarsstand zich aan dergelijke uitvallen niet zal storen&mdash;en
-met recht. Maar toch beschouwen wij het als onzen plicht den vinger op
-deze wondeplek te leggen, want hier begint een gevaar, waardoor de
-geheele maatschappij wordt bedreigd. Eene grens moet er gesteld worden
-aan de al meer en meer toenemende onbeschaamdheid, die in woorden en
-geschrift zich het recht aanmatigt te oordeelen over hetgeen, naar de
-verordeningen Gods en der menschen, boven hun oordeel verheven is; en
-zoo dit niet door gemeenschappelijke krachtsinspanning van alle burgers
-geschiedt, zoo zullen wij spoedig van het ergerniswekkende schouwspel
-getuige zijn, dat eene oproerig gestemde menigte openlijk de wetten
-trotseert en met de handhavers der <span class="pagenum">[<a id="pb239"
-href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>wet den spot drijft. Laat ons
-daarom waakzaam zijn en acht geven op de teekenen des tijds.</p>
-<p>Niet dat wij eenige vrees koesteren, neen Goddank! Zoowel in onzen
-verhevenen monarch, als in de vereeniging met ons broedervolk en
-werkelijk niet het minst van allen in den sterken kring van
-intelligente, begaafde staatslieden en ambtenaars, die zoolang onze
-maatschappij met hunne krachten bijgestaan hebben en die aan de dagen
-van voorheen getrouw zullen blijven&mdash;in alle dezen hebben wij te
-goede waarborgen, dan dat er reden zou kunnen bestaan eenige vrees te
-koesteren. Maar&mdash;wij herhalen het&mdash;laat ons waakzaam zijn en
-op de teekenen des tijds acht geven. Booze, het licht schuwende machten
-staan in onze maatschappij op den loer; laat het volle daglicht maar
-eens op hen vallen en als booze geesten zullen zij terugvliegen naar de
-duisternis, die hen geboren deed worden.&rdquo;</p>
-<p>Een groot gejubel ontstond er onder de hoorders, toen Mortensen had
-ge&euml;indigd. Orseth wreef zich vergenoegd de handen en riep:
-&bdquo;Kijk, dat is ferm&mdash;heel ferm gezegd. Hebt gij er naar
-geluisterd Hansen, dat was ook wat voor u!&rdquo;</p>
-<p>De oude Hansen boog zich wat verder over den hoop papieren, die voor
-hem lag.</p>
-<p>Al de anderen voelden zich als van eenen zwaren last ontheven. Het
-schandaal was tot eene kleinigheid teruggebracht en den schreeuwers was
-een goed pak toegediend.</p>
-<p>Mortensen zag den kring, die zich om hem heen had gevormd, rond en
-zeide: &bdquo;Ja&#8202;&hellip;. nu ziet gij eens, kereltjes, wat gij
-zonder mij waart! Bestaat er iets zoo zegenrijk voor een land als eene
-verlichte, waarheidlievende en rechtvaardig gezinde pers?&rdquo;</p>
-<p>Toen Mortensen deze woorden zeide, had de dubbelzinnige glimlach,
-die hem meestal eigen was, om zijne lippen <span class=
-"pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name=
-"pb240">240</a>]</span>gespeeld; men was er nooit van verzekerd, of hij
-oprecht meende, wat hij zeide, dan of het satirisch bedoeld was.</p>
-<p>Maar thans lachte niemand, want op dit oogenblik gevoelden allen,
-dat Mortensen gelijk had.</p>
-<p class="trailer xd26e4522">EINDE.</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">I.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">II.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">11</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">III.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">24</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">IV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">38</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">V.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">44</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">VI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">54</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">VII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">65</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">VIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">VIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">78</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">IX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">IX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">91</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">X.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">X.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">103</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch11">XI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch11">115</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch12">XII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch12">123</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch13">XIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch13">133</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch14">XIV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch14">146</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch15">XV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch15">156</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch16">XVI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch16">165</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch17">XVII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch17">170</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XVIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch18">XVIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch18">178</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XIX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch19">XIX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch19">188</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XX.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch20">XX.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch20">204</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXI.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch21">XXI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch21">218</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch22">XXII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch22">223</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum">XXIII.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch23">XXIII.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch23">234</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
-overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
-kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
-<a class="seclink xd26e48" title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
-Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd26e48"
-title="Externe link" href=
-"https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd
-correctieteam op <a class="exlink xd26e48" title="Externe link" href=
-"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
-<p>Oorspronkelijke titel: <i lang="no">Arbeidsfolk</i>, verschenen in
-1881.</p>
-<p>Scans van dit boek zijn beschikbaar bij de Noorse Nationale
-Bibliotheek (<a class="seclink xd26e48" title="Externe link" href=
-"https://urn.nb.no/URN:NBN:no-nb_digibok_2009100612001">link</a>).</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Arbeiders</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Alexander Lange Kielland (1849&ndash;1906)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/54187212/" class=
-"seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Vertaler:</b></td>
-<td>Ida Donker</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/281360752/" class=
-"seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Oude Spelling)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1883]</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Scandinavian literature</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3>Catalogusvermeldingen</h3>
-<table class="catalogEntries">
-<tr>
-<td>Gerelateerde WorldCat cataloguspagina:</td>
-<td><a href="https://www.worldcat.org/oclc/67802018" class=
-"seclink">67802018</a></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
-schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
-stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
-verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
-einde van dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2017-10-26 Begonnen.</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
-dat deze links voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary=
-"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e215">5</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e286">9</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e4161">220</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4385">231</a></td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e299">9</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e305">9</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e319">10</a>, <a class="pageref" href="#xd26e420">15</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e4163">220</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e4221">222</a>, <a class="pageref" href="#xd26e4277">225</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e312">9</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e952">41</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e1619">82</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3639">192</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e4166">220</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e4382">231</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e315">9</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e4035">213</a></td>
-<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e378">13</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2770">148</a></td>
-<td class="width40 bottom">&raquo;</td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e427">15</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3837">202</a></td>
-<td class="width40 bottom">Christiansand</td>
-<td class="width40 bottom">Kristiansand</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e503">18</a></td>
-<td class="width40 bottom">alleriei</td>
-<td class="width40 bottom">allerlei</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e525">19</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e561">21</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e579">22</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3180">171</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3218">173</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e3231">174</a></td>
-<td class="width40 bottom">Krijdsvig</td>
-<td class="width40 bottom">Krydsvig</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e551">20</a></td>
-<td class="width40 bottom">Tofle</td>
-<td class="width40 bottom">Tofte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e820">35</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e1001">43</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e2748">147</a>, <a class="pageref" href="#xd26e3056">164</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3296">176</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1157">51</a></td>
-<td class="width40 bottom">paket</td>
-<td class="width40 bottom">pakket</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1185">54</a></td>
-<td class="width40 bottom">Cristiania</td>
-<td class="width40 bottom">Christiania</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1441">69</a></td>
-<td class="width40 bottom">patienten</td>
-<td class="width40 bottom">pati&euml;nten</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1686">85</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e1689">85</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e1709">86</a>, <a class="pageref" href="#xd26e1989">103</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2195">113</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e2265">117</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2548">133</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e2901">155</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e2959">158</a>, <a class="pageref" href="#xd26e2986">159</a>,
-<a class="pageref" href="#xd26e3378">180</a>, <a class="pageref" href=
-"#xd26e4497">238</a></td>
-<td class="width40 bottom">concierge</td>
-<td class="width40 bottom">conci&euml;rge</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1769">90</a></td>
-<td class="width40 bottom">respectable</td>
-<td class="width40 bottom">respectabele</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1978">102</a></td>
-<td class="width40 bottom">t&rsquo; huis</td>
-<td class="width40 bottom">t&rsquo;huis</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e1995">103</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2121">109</a></td>
-<td class="width40 bottom">geloofd</td>
-<td class="width40 bottom">gelooft</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2405">123</a></td>
-<td class="width40 bottom">slimmert</td>
-<td class="width40 bottom">slimmerd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2530">132</a></td>
-<td class="width40 bottom">licht groene</td>
-<td class="width40 bottom">lichtgroene</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2594">137</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2870">152</a></td>
-<td class="width40 bottom">Adela&iuml;da</td>
-<td class="width40 bottom">Adela&iuml;de</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2876">153</a></td>
-<td class="width40 bottom">Adelaide</td>
-<td class="width40 bottom">Adela&iuml;de</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e2914">156</a></td>
-<td class="width40 bottom">Laurits</td>
-<td class="width40 bottom">Lauritz</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3094">165</a></td>
-<td class="width40 bottom">XVII</td>
-<td class="width40 bottom">XVI</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3111">166</a></td>
-<td class="width40 bottom">Christiaansand</td>
-<td class="width40 bottom">Kristiansand</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3161">170</a></td>
-<td class="width40 bottom">XVIII</td>
-<td class="width40 bottom">XVII</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3199">172</a></td>
-<td class="width40 bottom">Boldeman</td>
-<td class="width40 bottom">Boldemann</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3324">178</a></td>
-<td class="width40 bottom">XIX</td>
-<td class="width40 bottom">XVIII</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3529">188</a></td>
-<td class="width40 bottom">XX</td>
-<td class="width40 bottom">XIX</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3574">190</a></td>
-<td class="width40 bottom">oogvallend</td>
-<td class="width40 bottom">oog vallend</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3752">198</a></td>
-<td class="width40 bottom">Boldermann</td>
-<td class="width40 bottom">Boldemann</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3869">204</a></td>
-<td class="width40 bottom">XXI</td>
-<td class="width40 bottom">XX</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e3989">211</a></td>
-<td class="width40 bottom">Go&euml;the</td>
-<td class="width40 bottom">Goethe</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4030">213</a></td>
-<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4037">213</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">,&rdquo;</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4119">218</a></td>
-<td class="width40 bottom">XXII</td>
-<td class="width40 bottom">XXI</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4245">223</a></td>
-<td class="width40 bottom">XXIII</td>
-<td class="width40 bottom">XXII</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4259">224</a></td>
-<td class="width40 bottom">Dijbwadgaarden</td>
-<td class="width40 bottom">Dybwadgaarden</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4315">228</a></td>
-<td class="width40 bottom">individu&euml;n</td>
-<td class="width40 bottom">individuen</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd26e4431">234</a></td>
-<td class="width40 bottom">XXIV</td>
-<td class="width40 bottom">XXIII</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Arbeiders, by Alexander L. Kielland
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK ARBEIDERS ***
-
-***** This file should be named 55834-h.htm or 55834-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/5/8/3/55834/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg from scans made available by the Norwegian
-National Library.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/55834-h/images/book.png b/old/55834-h/images/book.png
deleted file mode 100644
index 963d165..0000000
--- a/old/55834-h/images/book.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/images/card.png b/old/55834-h/images/card.png
deleted file mode 100644
index 1ffbe1a..0000000
--- a/old/55834-h/images/card.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/images/external.png b/old/55834-h/images/external.png
deleted file mode 100644
index ba4f205..0000000
--- a/old/55834-h/images/external.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg
deleted file mode 100644
index 21b815e..0000000
--- a/old/55834-h/images/new-cover-tn.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/images/new-cover.jpg b/old/55834-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 5754020..0000000
--- a/old/55834-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/55834-h/images/titlepage.png b/old/55834-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 4d33ef1..0000000
--- a/old/55834-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ