summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 22:15:51 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 22:15:51 -0800
commitd1b7ecf0332022a7501c98516b4eadad5283d0fe (patch)
tree69ce16f8e48c50ededaf4d7ddd4525164c9f2a72
parent1272e4cb2bc346b42c0bb29b9c9ca389597a3797 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/65681-0.txt2185
-rw-r--r--old/65681-0.zipbin42979 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65681-h.zipbin101893 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65681-h/65681-h.htm2776
-rw-r--r--old/65681-h/images/front-cover.jpgbin44518 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65681-h/images/titlepage.pngbin6630 -> 0 bytes
9 files changed, 17 insertions, 4961 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..f2f0daa
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #65681 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65681)
diff --git a/old/65681-0.txt b/old/65681-0.txt
deleted file mode 100644
index 2548f1a..0000000
--- a/old/65681-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2185 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Nog eens: de millioenen uit Deli, by J. van
-den Brand
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Nog eens: de millioenen uit Deli
-
-Author: J. van den Brand
-
-Release Date: June 23, 2021 [eBook #65681]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT
-DELI ***
-
-
-
- NOG EENS:
- DE MILLIOENEN UIT DELI
-
-
- DOOR
- Mr. J. VAN DEN BRAND.
-
-
- BOEKHANDEL
- AMSTERDAM. VOORHEEN PRETORIA.
- HÖVEKER & WORMSER.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORWOORD.
-
-
-Maar zou dat alles wel waar zijn?
-
-Levendig kan ik mij voorstellen, dat na het lezen mijner brochure „De
-Millioenen uit Deli” deze vraag rees op de lippen van ieder, die, nooit
-in Deli geweest zijnde, dit gewest waarschijnlijk alleen kende uit de
-koloniale verslagen of de een of andere beurscourant. Wie jaarlijks den
-oogst van gouden appelen zag binnenhalen, kon weinig vermoeden, dat de
-wonderboom wortelde in zoo drassigen grond; dat de sappen, die de stam
-opzoog en omzette in blinkende vrucht, vermengd waren met bloed en
-tranen. Hij hoorde alleen het vroolijke lied van de maaiers, maar het
-weeklagen der zaaiers bereikte zijn oor niet. En nu eindelijk een
-zwakke nagalm van hun klaaglied doordrong tot zijn gehoor, staat hij
-verbijsterd en twijfelt, of hij goed heeft gehoord.
-
-Zou het waar zijn?
-
-Deze vraag moest men zich stellen en van alle kanten werd zij dan ook
-gesteld. Zij werd onmiddellijk gevolgd door de verzekering, dat indien
-alles waar was, indien de helft, een derde een tiende deel slechts waar
-was, dan....
-
-De verontwaardiging was algemeen, spontaan en te goeder trouw.
-
-Nadat de verontwaardiging wat bekoeld was, bleek men geneigd
-verontschuldigingen aan te hooren, en dit te gretiger naarmate men meer
-inzag, hoe groote finantiëele belangen hier op het spel stonden.
-
-Een tijdlang zocht men naar een woord, een leus, waaronder men de in de
-brochure latente gevolgtrekkingen bestrijden kon; een gepaste houding,
-die men tegenover de beschuldigingen kon aannemen.
-
-Het resultaat was, dat degenen die belang hadden de uitwerking van mijn
-boekje te neutraliseeren, in het algemeen kleinigheden toegaven, het
-bestaan van zekere misstanden erkenden, punten van ondergeschikt belang
-bestreden en de kern der zaak.... lieten voor hetgeen zij was.
-
-Met handige tactiek trachtte men de aandacht van de hoofdzaak af te
-leiden, en haar te vestigen op die gedeelten in het boek, welke alleen
-als bijzaken bedoeld waren.
-
-Zoo kwam b. v. de Sumatra Post aandragen met het nieuws dat er sarongs
-van 80 centen bestonden en dat een inlander desgevorderd zijn leven kan
-rekken met 8 centen per dag. En gaf daarbij nog de onnoozele
-verzekering, dat het juist op zulke kleinigheden aankomt!
-
-Het lijkt mij de moeite niet waard op deze en dergelijke aanmerkingen
-te antwoorden.
-
-Maar de hoofdzaken: de onvrijheid der arbeiders, de misbruiken
-voortgevloeid uit de koelie-ordonnantie of daardoor bestendigd, de
-onvoldoende rechtspraak, het sjoekoeliën, de te lage loonen der
-vrouwen, men ging ze stilzwijgend voorbij of behandelde ze als
-nevenzaken.
-
-Een uitzondering moet ik hier maken voor de Deli-Courant, die—hoewel
-immer vergoelijkend voor den actueelen toestand—mijn brochure vooral in
-haar nummer van 27 November 1902, op eerlijke wijze besprak.
-
-Eindelijk dan was het wapen gevonden, waarmede men meende mij te kunnen
-afmaken en werd de beschuldiging van overdrijving uitgesproken. Ook zei
-men, dat ik alleen de donkere zijde van Deli liet zien. Mijn plicht zou
-het geweest zijn, ook de goede kanten van het gewest te laten kijken.
-
-Komaan! Zal men het den dokter, die de ziekte in het hoofd van een
-patiënt bespreekt, kwalijk nemen, dat hij in zijn verhandeling niet den
-gezonden toestand der beenen releveert?
-
-En ik stond tegenover Deli in dezelfde verhouding. Ik zei toch (blz. 14
-der Mill. uit Deli), dat ik wou wijzen op „de afgrijselijke wonden in
-de samenleving der Oostkust.... opdat ieder de wegneming (zou) eischen
-van de oorzaak der kwaal, die het gezonde lichaam verteert.”
-
-Maar dit zag men niet in, of men wilde het niet inzien.
-
-En zoo zei men, dat volgens mij er niets goeds in Deli was! En toen
-ging men aan het opnoemen, wat er wel goeds in Deli was.
-
-De eerste zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-De tweede zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-De derde zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. De
-vierde, de vijfde, iedereen en ook ik, mee instemmende in dit algemeene
-loflied, zeg: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-Hetzelfde zei men—en terecht—van de woningen bij sommige groote
-maatschappijen. Ook zei men—en ook ik stem weer mee in—de verdiensten
-van de Chineezen zijn zoo kwaad niet.
-
-Verder zei men niets. Men was uitgepraat. En ik ben het ook.
-
-Na dit goede te hebben op den voorgrond gesteld, ving men dan aan mij
-te beschuldigen van bijbedoelingen, van onvaderlandslievendheid, van
-ondankbaarheid tegenover het gewest, waar ik mijn brood verdien, e. d.
-Deze dingen raken evenwel mij, niet de zaak en ik veroorloof mij, ze
-langs mijn kleeren te laten afglijden.
-
-Het ligt dan ook niet in mijn plan, mijn bestrijders een voor een te
-woord te staan. Wel schijnt het mij noodig eenige toelichting op mijn
-brochure te geven en in het algemeen de tegen-argumenten voor zoover
-zij de zaak raken, te weerleggen.
-
-Het eerste te doen bedoelt het hoofdstuk: „De Minister en de Brochure”,
-het tweede „Een Oud-Resident en de Brochure.” Den heer Kooreman
-antwoordende, meen ik de zakelijke argumenten van al mijn tegenstanders
-te bespreken. Alleen nog het verwijt van de Sumatra Post dd. 7 Februari
-j.l., dat ik inconsequent zou zijn, meen ik te moeten terugwijzen.
-Reeds in de vergadering van de afdeeling Medan van den Indischen Bond
-dd. 29 Maart 1902 toch erkende ik openlijk, dat mijn meening over de
-koelie-ordonnantie, toen ik nog niet lang in Deli verblijf hield, een
-geheel andere was dan tegenwoordig. De dagelijksche omgang gedurende
-anderhalf jaar met koelies in vrijen arbeid en de nadere bestudeering
-van het koelie-vraagstuk hebben mijn meening geheel gewijzigd. Daarom
-haalde ik ook in „De Millioenen uit Deli” niets aan van wat ik schreef
-gedurende den tijd dat ik redacteur was van de Sumatra Post, al zou ik
-b. v. wat ik schreef over de begrafenis-circulaire van den
-ass.-resident Kühr op het oogenblik nog gaarne onderschrijven. Wat ik
-in dien tijd naar aanleiding b. v. van The British Deli Cy en den heer
-Tripp schreef, berustte op geheel verkeerde inlichtingen, terwijl mijn
-oordeel van dien tijd over koelie-zaken, ik geef het gereedelijk toe,
-als praematuur moet worden beschouwd.
-
-Ik kan dit „Voorwoord” niet eindigen zonder mijn dank te hebben betuigd
-aan den openhartigen Oud Assistent-Resident Rookmaker, die zoo eerlijk
-zijn ondervinding en zijn oordeel in de „Groene Amsterdammer” neerlei,
-aan den mij onbekenden Mr. Justus, die in de Java-Bode een lans brak
-voor mijn streven, aan den Oud-Resident Scherer, die openlijk het goede
-van mijn werk dorst te erkennen en aan allen, die tot nu toe mee
-hielpen strijden in dezen strijd om Recht.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.
-
-
-Er is van verschillende zijden bij de bespreking mijner brochure „De
-Millioenen uit Deli” gewezen op mijn Calvinistische geloofsbelijdenis
-en in verband daarmede op mijn anti-revolutionnaire gevoelens. Mij
-dunkt, dat men de laatste beter achterwege hadde gelaten, daar het
-boekje allerminst de strekking had een of andere politieke partij te
-dienen. Uit een politiek oogpunt was zelfs voor de
-anti-revolutionnairen de verschijning mijner brochure ongewenscht, daar
-zij den Minister van Koloniën op het onverwachtst voor de oplossing van
-een vraagstuk plaatste, waaraan hij naar alle waarschijnlijkheid nog
-niet de noodige aandacht had geschonken, en hem toestanden onthulde,
-waarvan hij zelfs het bestaan niet kon vermoeden. Daar uit den aard der
-zaak het tegenwoordig Ministerie mijn sympathie heeft, heb ik er een
-oogenblik aan gedacht, de uitgave van het „schrikwekkende” boek uit te
-stellen tot latere gelegenheid. Doch ook slechts een oogenblik heeft
-bij mij het opportuniteitsbezwaar gegolden.
-
-Tegenover het schrikkelijk onrecht, tegenover het lijden van duizenden,
-tegenover het nadeel aan de eere Gods kon de overweging, dat de
-Minister van Koloniën, al ware hij ook een politiek partijgenoot, in
-een moeielijke positie zou komen, in de weegschaal gelegd, de naald
-niet naar de andere zijde van het huisje doen overslaan. Hier mocht
-geen partijbelang gelden, hier verloren persoonlijke sympathieën haar
-gewicht, hier gold het zuiver en zonder aanzien des persoons op te
-komen voor de eer van Hem, bij wien alle belang van partij en persoon
-in het niet zinkt.
-
-Op het oogenblik, dat de copy mijner brochure naar Holland verzonden
-werd, was de krachtige Van Asch van Wijck reeds overleden en wachtte
-ieder in Nederlandsch-Indië met spanning, wie zijn opvolger zou zijn.
-Toen het bekend werd, dat Idenburg als Minister van Koloniën was
-opgetreden, spraken de meeste Indische bladen een onwelwillend oordeel
-uit. Ik geloof, dat men daartoe geen voldoende reden had; in ieder
-geval was men voorbarig. Mij was het bericht zijner benoeming niet
-onwelkom. Het weinige, dat ik van particuliere zijde van hem vernomen
-had en vooral zijn optreden het vorig jaar in de Tweede Kamer als
-afgevaardigde voor Gouda, deden mij de hoop koesteren, dat mijn kreet
-om recht niet ledig zijn oor voorbij zou gaan. Ziehier, zoo dacht ik,
-een geloofsman, naar hetgeen men van hem vertelt, een geloofsheld, die
-eigen eere niet achtende, op zal komen voor de Gerechtigheid. Een man,
-die den gruwel ziende, hem weg zal nemen.
-
-En nu?
-
-Nog is de tijd niet gekomen, een oordeel over de daden van dezen
-Minister uit te spreken. Ik wil blijven hopen en vertrouwen. Wel had ik
-verwacht iets anders te hooren, iets krachtigers, iets minder
-dubbelzinnigs, minder vaags, dan wat hij zeide bij de bespreking der
-koelie-ordonnantiën in de Tweede Kamer. Ik geef toe, dat de toestand
-van den Minister verre van benijdenswaardig was. Nauwelijks de
-politieke loopbaan ingetreden, belast met het opperbeleid in het
-koloniaal bestuur, bijna onvoorbereid voor zijn rekening hebbend de
-verdediging van de Indische begrooting, heeft Idenburg aan mede- en
-tegenstander zonder twijfel bewondering moeten afdwingen. Het ligt dan
-ook niet in mijn bedoeling iets te zijnen nadeele te zeggen. Zoo iets,
-dan is het de houding van den Minister in het algemeen bij het
-begrootingsdebat, die mij vertrouwen doet stellen in de toekomst. En
-mij hoop geeft voor der koelieszaak.
-
-Dat neemt niet weg, dat ik, zooals ik reeds zeide, gaarne iets meer
-beslists, meer positiefs van de zijde des Ministers vernomen had. Hoe
-gaarne had ik in plaats van „Ik zal deze brochure speciaal onder de
-aandacht van den Gouverneur-Generaal brengen” de belofte vernomen, dat
-de Minister een algemeen en grondig onderzoek zou bevelen. Van een
-onderzoek van regeeringswege, dat de meesten na de woorden des
-Ministers verwachtten, is tot nog toe niets gekomen en—ben ik goed
-ingelicht—dan zou er hiervan zelfs geen sprake zijn. Wel werden mij
-door den resident der Oostkust van Sumatra inlichtingen gevraagd over
-het toetoepen van zaken te Medan. Ook ontving ik bezoek van den
-assistent-resident, in zijn kwaliteit van hulp-officier van Justitie,
-die den naam vroeg van den bedrijver der schanddaad, bedoeld op blz. 29
-der „Millioenen uit Deli”. Men schijnt de zaak strafrechtelijk te
-willen vervolgen.
-
-Op beide verzoeken heb ik geantwoord, dat ik alleen aan de Regeering of
-Hare vertegenwoordigers bereid ben inlichtingen te geven in geval van
-een door Haar bevolen algemeen onderzoek en wel onder voorwaarde van
-straffeloosheid voor de betrokken personen.
-
-Mijn eerzucht toch is allerminst als politie-spion op te treden! En
-indien men meenen mocht door posthume strafvervolging het euvel weg te
-nemen, dan moet ik twijfelen aan goede trouw. Ik roep om den
-heelmeester, niet om den rechter. Ik strijd voor een beginsel, niet
-tegen personen. Mijn streven spruit niet uit wraakgevoel, doch vindt
-zijn oorsprong in liefde voor de Gerechtigheid.
-
-Hoe verkeerd mijn streven begrepen wordt, hoezeer mijn bedoelingen
-worden miskend, blijkt wel hieruit, dat de eerste daad van het Bestuur
-ter Oostkust na de verschijning mijner brochure was, den
-procureur-generaal van het Hoog-Gerechtshof te Batavia advies te
-vragen, of er mogelijkheid bestond mij onder de in Indië vigeerende wet
-op de drukpers strafrechtelijk te vervolgen! Het antwoord van den
-procureur-generaal heb ik niet gelezen, doch het moet lang niet malsch
-geluid hebben.
-
-Een onderzoek, ten minste een openlijke enquête, zooals ik gehoopt en,
-om de waarheid te zeggen, verwacht had, komt er dus niet. Toch meen ik
-reden te hebben, te vermoeden dat het geenszins in het plan van den
-Minister ligt, de zaak te laten doodbloeden en in den doofpot te
-stoppen. Welke mijn gronden voor deze meening zijn, acht ik mij niet
-geoorloofd, hier te openbaren.
-
-Moest ik ten dezen opzichte teleurstelling ondervinden, ook op andere
-punten bevredigde mij de rede van den Minister niet.
-
-In de eerste plaats hinderde mij de onjuistheid, waaraan de Minister
-zich schuldig maakte, toen hij verklaarde te meenen, dat ook ik de
-behandeling der koelies bij de Deli-Maatschappij zoo zeer had geroemd.
-In mijn brochure toch is geen woord te vinden, waaruit men die
-conclusie trekken kan. Wanneer ik een voorbeeld van goede behandeling
-der koelies zou hebben willen noemen, dan had ik een mij bekende kleine
-particuliere onderneming gekozen en niet de Deli-Maatschappij.
-
-Om dit duidelijk te maken, behoef ik alleen mede te deelen, dat de
-feiten, verhaald op blz. 29 en blz. 31 der brochure, op ondernemingen
-der Deli-Maatschappij zijn gepleegd. Het doet er wel weinig af of toe,
-daar overal meer of minder groote onregelmatigheden zijn voorgekomen,
-doch tot recht verstand van zake dient deze onjuistheid van den
-Minister te worden hersteld. Evenmin toch als Alter vor Thorheit
-schützt, evenmin behoeden de beste bedoelingen van het bestuur eener
-maatschappij in Holland voor uitspattingen zijner vertegenwoordigers in
-Indië, zoolang deze over de koelies meer rechten uitoefenen dan hun
-volgens Gods ordinantiën mogen worden toegestaan.
-
-Trouwens over de meer of minder goede behandeling der koelies loopt de
-kwestie niet. Laat ons bij de zaak blijven, het gaat over het al of
-niet geoorloofde van de koelie-ordonnantie, zooals zij in Deli bestaat.
-Goede of slechte behandeling doet er au fond niets af of toe. In
-Amerika hadden op de meeste plantages de slaven het ook goed. Toch
-heeft een edelmoedig volk naar de wapens gegrepen, om aan den
-onmenschwaardigen toestand een einde te maken.
-
-Zoo ook hier.
-
-Mijn meening daaromtrent zette ik reeds uiteen op blz. 14 der
-Millioenen uit Deli, doch wil ze ten overvloede hier nog eens herhalen:
-
-„Het deert mij niet, of die toestand al of niet valt onder de
-rechtskundige definitie van slavernij; het laat mij koud, of de
-koelie-ordonnantie al dan niet in strijd is met onze Grondwet of
-Burgerlijke Wet; het is mij onverschillig, of ondernemers of
-maatschappijen min of meer philantropisch zijn en hunne werklieden
-beter of slechter behandelen of verplegen. Het eenige wat mij raakt is,
-dat zij is in strijd met de eere Gods, in strijd met de
-menschelijkheid.
-
-Waarlijk, met een mooi hospitaal en een paar guldens is het gemis der
-vrijheid niet goed te maken.
-
-
-
-Zeer gezocht, om niet te zeggen sophistisch, is de redeneering van den
-Minister, waar hij ongeveer zegt: „Zie, van alle zijden dringt men hier
-in Nederland aan op wettelijke regeling van den arbeid; in Deli is het
-gebeurd en nu moppert gij.”
-
-Zeker, Excellentie, men dringt aan in Nederland op wettelijke regeling
-van het arbeidscontract. Maar niet op een zoodanige, als wij in de
-koelie-ordonnantie belichaamd vinden. En ook ik heb tegen een
-wettelijke regeling dezer zaak niets, ik ben er zelfs voor. Doch, mij
-dunkt, dat zulk een regeling een behoorlijke dient te zijn. Durft Uwe
-Excellentie deze qualificatie aan de vigeerende koelie-ordonnantie
-geven? Welnu, laat dan Uw collega van Binnenlandsche Zaken er eens de
-proef mee nemen en voorstellen de koelie-ordonnantie naar
-omstandigheden gewijzigd, in Nederland in te voeren.
-
-Men zie in de laatste zinsnede allerminst valsche scherts. Geen
-onrechtmatigheid wordt beter gevoeld, dan door het slachtoffer, en door
-dengene die in gelijkvormige omstandigheden verkeert. Nu is er
-ongetwijfeld niemand, die niet inziet, dat het Nederlandsche volk een
-wettelijke regeling van den arbeid, die zelfs maar in de verte op de
-beruchte koelie-ordonnantie geleek, niet zou verdragen.
-
-Waarom zou dan de Javaan haar moeten verduren?
-
-Zooals ik reeds gezegd heb, heb ik vertrouwen in dezen Minister, in
-zijn werkkracht, zijn eerlijkheid en zijn Geloof. Dr. Schaepman in een
-zijner Chronica’s noemde hem „dapper” en vertrouwde dat de zaak in
-Idenburgs handen gesteld, zou terecht komen en tot zijn recht. Bij deze
-woorden wensch ik mij aan te sluiten. Doch ik dring aan op spoed. Hier
-is de uitdrukking periculum in mora geen phrase.
-
-
-
-
-
-
-
-
-EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE. [1]
-
-
-Het was der vereeniging „Moederland en Koloniën” moeielijk gevallen,
-iemand te vinden, die „De Millioenen uit Deli” wilde behandelen. Aldus
-de heer P. H. van der Kemp, toen hij in den avond van 22 December 1902
-in de vergadering dier Vereeniging den heer P. J. Kooreman,
-Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, als verhandelaar introduceerde.
-En ook deze was slechts noode hiertoe overgegaan. Evenwel, de
-overweging, dat het noodig kon zijn verschillende punten te weerleggen,
-had hem zijn toestemming doen geven.
-
-Daar nu eenmaal deze Oud-Resident op zich genomen had, mijn boekje te
-behandelen, mocht men redelijker wijze een behandeling van het door mij
-geschrevene verwachten. In plaats van echter aan dezen eersten en
-eenigen eisch te voldoen—meer werd toch niet van den spreker gevraagd
-en minder niet verwacht—verliet, geheel uit eigen beweging, de heer
-Kooreman den hem vriendelijk aangeboden rechterstoel en plaatste zich
-op de bank der beschuldigden.
-
-Wat dreef hem hiertoe?
-
-Zelfverwijt? Wroeging? Berouw? Schuldbewustzijn?
-
-Ik wil daar niet over oordeelen: ik ken den heer Kooreman daartoe te
-weinig. Nu hij zich evenwel zelf zijn plaats heeft gekozen, moet ik hem
-daar laten en valt mij de onaangename taak ten deel, tegen den
-Oud-Resident het openbaar-ministerie te moeten waarnemen.
-
-Hoe ongaarne ook, ik ben er toe verplicht, doordien de heer Kooreman de
-behandeling mijner algemeene beschuldigingen heeft omgezet, voor een
-groot gedeelte, in een persoonlijke verdediging.
-
-De uitroepen „waarom heeft Mr. van den Brand mij nooit ingelicht?”
-„Waarom heeft Dr. Tschudnowsky niet gesproken?” „Waarom zweeg die
-Hollandsche geleerde van den heer Deen?” kunnen toch alleen uitgelegd
-worden in den zin van: „Ziet gij wel, ik wist er niets van, ik ben
-onschuldig!”
-
-Waarom toch die herhaalde betuiging van onschuld door iemand, wien
-niets ten laste is gelegd?
-
-Behalve zichzelf heeft ook de heer Kooreman zich geroepen geacht de
-koelie-ordonnantie te verdedigen. In plaats van de onpartijdige rol van
-den beschouwer, den criticus, te aanvaarden, voelde hij zich geroepen
-als tegenstander op te treden en mij te bestrijden. Dit, natuurlijk,
-stond hem vrij. En ik ben hem er dankbaar voor.
-
-Ik meen toch te mogen aannemen, dat zoowat al het wapentuig, waarover
-de voorvechters der koelie-ordonnantie kunnen beschikken, door den
-Oud-Resident te voorschijn is gehaald en dat hij dezen keer zijn
-zwaarste harnas heeft aangetrokken. Wel is het een zonderlinge ridder,
-dien ons oog aanschouwt, met het „pro servitute” op zijn wapenschild.
-En ook de geleende advocaten-toga, die de rusting omhult, verbetert
-zijn figuur niet, daar zij den ridder blijkbaar ongewoon is en hij zich
-er onhandig in beweegt.
-
-Het is juist door de rol van verdediger, die de heer Kooreman meende op
-zich te moeten nemen, dat hij vervalt tot handigheden, welke den
-rustigen toeschouwer spoedig ònhandigheden blijken en waardoor hij zijn
-zaak meer kwaad dan goed heeft gedaan.
-
-Ziehier twee voorbeelden.
-
-Waar de heer Kooreman wijzen wil op de groote uitbreiding der
-bestuurstaak, deelt hij ons mede dat er zich in de residentie Oostkust
-van Sumatra in 1881 bevonden 16 ondernemingen, terwijl er tegenwoordig
-139 tabaksondernemingen zijn, ongerekend 29 koffieondernemingen en 3
-petroleumondernemingen. Bij de beschouwing der gemaakte winsten spreekt
-hij niet van ondernemingen, doch van maatschappijen. Van de 38
-maatschappijen, zegt de heer Kooreman, hebben dit jaar slechts 13
-dividend uitgekeerd. De argelooze toehoorder staat verbaasd over deze
-verhouding, en meent, dat het den planters erg treurig gaat. Indien de
-verhandelaar niet vergeten had erbij te zeggen, dat onder die 13
-dividend uitkeerende maatschappijen was de Deli-Maatschappij met 22
-ondernemingen, de Arendsburg met 6, de Amsterdam Deli-Cie met 4, enz.,
-dan zou de indruk heel anders en meer overeenkomstig de waarheid
-geweest zijn. Men zou dan gezien hebben, dat slechts een klein deel en
-niet het verreweg grootste deel, geen winst heeft opgeleverd. Dezen
-indruk echter wenschte de heer Kooreman blijkbaar niet, vandaar zijn
-eigenaardige voorstelling.
-
-Dit voorbeeld—hoewel teekenend voor ’s heeren Kooreman’s beschouwingen
-in het algemeen—is nog zoo erg niet. Wij weten dat de oud-resident niet
-verhandelt, maar verdedigt. En een weinig handigheid willen wij in zijn
-pleidooi over het hoofd zien, al zullen wij niet nalaten den goochelaar
-op de vingers te kijken.
-
-Het tweede voorbeeld—en dit is veel erger—is het overslaan bij de
-mondelinge voordracht van wat wij in de gedrukte lezing vinden over het
-sjoekoeliën. Ware het een bijzaak geweest, die de redenaar uit gebrek
-aan tijd of om eenige andere reden had overgeslagen, ik zou er niets op
-aan te merken hebben. Maar dit hoofdstuk mijner brochure, waarvan de
-heer Kooreman in zijn gedrukte lezing moet erkennen, dat het in
-hoofdzaak waar is, kan niet anders zijn voorbijgegaan dan met
-bedoeling. En het schijnt mij dan ook toe, dat wij het alleen aan de
-openhartige erkenning van deze terugstootende herwerving door den
-Oud-Resident Scherer te danken hebben, dat thans de Oud-Resident
-Kooreman het feit niet langer verheelt. Het is een hard woord, doch men
-zou hier werkelijk aan de goede trouw van den verhandelaar moeten gaan
-twijfelen.
-
-Ook schijnt het mij toe, dat waar de heer Kooreman er voortdurend op
-terug komt, dat wat ik mededeelde, steeds zou zijn voorgevallen buiten
-het eigenlijk Deli, waarop mijn brochure volgens den titel alleen
-betrekking zou kunnen hebben, daar volgens het zeggen van den
-Oud-Resident alleen de millioenen uit die streek komen—een bewering
-wier onjuistheid terstond in het oog valt, wanneer men slechts aan de
-petroleum-ondernemingen denkt—het schijnt mij toe, zeg ik, dat hier de
-heer Kooreman den onnoozele speelt. Het kan hem toch niet onbekend
-zijn, dat in de spreektaal gewoonlijk Deli voor de geheele Oostkust van
-Sumatra genomen wordt. Ik ken hem ook voldoende begripsvermogen toe, om
-te hebben opgemerkt, dat mijn brochure niet enkel over het landschap
-Deli, doch over de geheele residentie handelt. Het lijkt mij, om de
-waarheid te zeggen, kinderachtig toe uit den titel „De Millioenen uit
-Deli” de gevolgtrekking te willen maken, dat ik alleen het landschap
-van dien naam en niets anders bedoelde. Ieder zegt gemakshalve Deli,
-waar hij het heele gewest wil aanduiden.
-
-Zoo doet o. a. ook de Oud-Resident Kooreman in zijn lezing van 22
-December 1902.
-
-Maar de kinderachtigheid der opmerking daargelaten, zij is nog onjuist
-bovendien.
-
-Het geval, verhaald op blz. 31 mijner brochure, van de vrouw, die
-vastgebonden werd en door den administrateur mishandeld, is wis en
-degelijk gebeurd in het landschap Deli, en wel op de onderneming
-Sempali van de Deli-Maatschappij, nog geen half uur rijdens van Medan,
-dus bijna in het gezicht van het Residentiekantoor.
-
-Dit wist de heer Kooreman heel goed, en ik noem het oneerlijk, het
-tegengestelde te beweren.
-
-Of bedoelt hij misschien een ander geval dan ik? Het zou zeker niet
-onmogelijk zijn, hoewel ik het niet gelooven mag, waar de Oud-Resident
-zoo pertinent beweert het geval te kennen. Het is trouwens onder zijn
-bestuur voorgevallen.
-
-En dan het onderzoek bij de British-Deli? Zeker, ik geef toe, dat een
-gedeelte der ondernemingen dezer maatschappij in Langkat ligt. Doch
-doet dit wel iets ter zake?
-
-Trouwens al wat door den Oud-Resident Kooreman over het onderzoek bij
-de British-Deli and Langkat Tobacco Cy. gezegd is, mangelt aan goede
-trouw. De inlichtingen omtrent deze zaak had de correspondent van de
-Java-Bode (C. de Coningh) van den man, die met het onderzoek belast is
-geweest, den toenmaligen Assistent-Resident H. van der Steenstraten. En
-de heer Kooreman zelf was toen Resident.
-
-Ik verwijs verder naar de verklaring hieromtrent door den heer C. de
-Coningh op blz. 50. Hieruit zal men zien, dat de heer Kooreman geen
-recht had, de voorstelling der feiten noch de getrokken conclusie
-onjuist te noemen.
-
-Zou deze Oud-Resident in gemoede meenen, dat niet, zooals ik schreef,
-indien het Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen
-en grondig onderzoek er ergerlijker dingen voor den dag zouden komen?
-
-Ten slotte nog dit. Aan het einde zijner verhandeling schrijft de heer
-Kooreman: „Integendeel geloof ik, dat uit zijn (Mr. van den Brands)
-onjuiste, overdreven verhalen, uit zijn beschrijvingen van stelsels en
-verhoudingen, welke niet bestaan, volgt, dat de toestanden in Deli
-zeker bevredigend kunnen worden genoemd, al maken zich daar nu en dan
-enkele personen schuldig aan daden, die door u evenals door mij ten
-zeerste worden gelaakt.”
-
-Hoe kan ik deze uitspraak rijmen met wat de heer Kooreman betoogt op
-blz. 4, 2de kolom zijner lezing: „De brochure (De Millioenen uit Deli)
-bevat van af omslag tot slot een doorloopend betoog, dat er niets goeds
-is in Deli [2], en daar toestanden bestaan zoo verdorven mogelijk.
-Zulke toestanden laten zich uit den aard der zaak gemakkelijk
-beschrijven, omdat de bewijzen als het ware voor het grijpen liggen.”
-
-Zeker, de bewijzen liggen voor het grijpen. En niemand, die dit beter
-weet dan de heer Kooreman. Hij weet dan ook, dat ik werkelijk een greep
-deed „in de veelheid der feiten”, dat ik mij niet bezig hield met het
-binnenhalen van den oogst, doch slechts een ruikertje gaarde van
-grafbloemen uit Deli.
-
-
-
-Toen de oude Kranenburg den jongeheer Hendrik Wildschut verweet, dat
-zijn vader land van de armen gestolen had en zijn bewering zoodanig met
-bewijzen staafde, dat Heintje de beschuldiging niet langer kon
-ontkennen, sprak deze de gedenkwaardige woorden: „Al is het waar, dan
-lieg je ’t nog.”
-
-Door de boudheid dezer bewering begonnen sommigen aan de
-waarheidsliefde van den goeden Kranenburg te twijfelen.
-
-De heer Kooreman, de koelie-ordonnantie door dik en dun willende
-verdedigen, meent per se mijn beweringen en feiten te moeten
-tegenspreken of vergoelijken en volgt het voorbeeld van den jongen
-Hendrik.
-
-Zal hij door de boudheid zijner tegenspraak denzelfden indruk teweeg
-brengen?
-
-Niet met mijn toestemming. De stoutheid zijner bewering, de heftigheid
-zijner apodictische tegenspraak zal mij niet overbluffen. Ik blijf er
-bij, dat als iets waar is, het niet gelogen kan zijn.
-
-Ook in een der Indische bladen las ik de uitspraak „het is zoo en toch
-is het niet zoo.”
-
-Laat ons echter bij den heer Kooreman voorloopig blijven en zien,
-waarom mijn voorstellingen en gevolgtrekkingen onjuist zijn en in
-hoeverre.
-
-Zooveel mogelijk volg ik zijn lezing op den voet.
-
-De heer Kooreman begon met te memoreeren, dat hij op 8 Januari 1901 in
-het Indisch Genootschap een lezing hield over Delische toestanden,
-waarbij hij in het bijzonder behandelde de rol, die het Bestuur en die
-welke de ondernemers in de Delische maatschappij innemen.
-
-Ik herinner mij die lezing zeer goed. Niet dat ik er bij tegenwoordig
-was—dan zou zij niet het eigenaardig verloop hebben gehad, dat zij
-gehad heeft, n.l. dat niemand met den spreker in debat wenschte te
-treden—doch ik las haar in extenso, naar ik meen, in beide plaatselijke
-bladen van Medan. Het was bij die gelegenheid, dat de Oud-Resident, die
-op de hoogte van de toestanden in zijn gewest behoorde te zijn, het
-beruchte voorstel deed, den beheerders van ondernemingen politiemacht
-te geven.
-
-Zou de heer Kooreman dat voorstel nog durven doen?
-
-Ik moet het veronderstellen, waar hij zegt thans een vervolg te geven
-op die voordracht van 1901.
-
-Politiemacht aan de beheerders! Dat wil zeggen, aan menschen, wien
-reeds over hun medemensch meer macht is gegeven, dan geoorloofd is, nog
-die macht toe te staan, welke alleen aan de Overheid toekomt. Hoe het
-mogelijk is, dat een gewezen Magistraat, die resident in Deli was, zulk
-een gruwelijk voorstel deed, verklaar ik niet te kunnen begrijpen.
-
-Na zich op dit menschlievend antecedent te hebben beroepen, verwijt de
-heer Kooreman mij, dat ik Deli schilderde met schrille kleuren, en
-verzekert dat, indien mijne schilderingen de werkelijkheid weergaven,
-ieder weldenkend mensch zou huiveren van verontwaardiging.
-
-Ik erken, dat ik niet in staat was de werkelijkheid weer te geven; dat
-de kleuren, welke ik aanwendde, hoe schril ook, bleven beneden de
-realiteit; dat ik niet in staat was, den weedom, de ellende uit te
-drukken, die er spreekt uit het rondschrijven van den waarnemend
-Assistent-Resident van Medan, dd. 5 Juni 1899, hetwelk ik opnam in mijn
-brochure en dat ik hier laat overdrukken.
-
-
- Aan
- de Hoofdadministrateurs en Beheerders der
- Landbouwondernemingen in de afdeeling Deli.
-
-
- Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen.
- Mohammedaansche en Hindoesche Klingen en Bengaleezen, als die der
- Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de lijken der
- contract-koelies niet overeenkomstig den adat worden begraven.
-
- Op de meeste ondernemingen zijn er zelfs geen stukken grond
- gereserveerd tot begraafplaatsen voor de verschillende
- volksstammen.
-
- Bovendien worden de meeste Chineezen ongekist ter aarde besteld en
- hunne graven niet voorzien van een pitsjok of pisak (steenen
- tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het
- dorp of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene
- afkomstig is).
-
- Aangezien nu:
-
- 1o. een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen
- tablet plm. 25 cent kost.
- 2o. er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen
- sterven; en
- 3o. de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie
- stukken grond:
-
- a. voor het begraven van Mohammedanen (Javanen,
- Soedaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen,
- Bengaleezen).
- b. voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe’s, Keh’s
- of Hakka’s, Hailohong’s, Hokien’s, Makau’s, Kangsi’s,
- etc.), en
- c. voor het begraven of verbranden van Hindoe’s (Klingen
- en Bengaleezen),
-
- van geen grooten omvang behoeven te wezen, zoo heb ik de eer,
- UEdele beleefd in overweging te geven de bovenaangegeven drie
- afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en) te willen
- bepalen, zoo zulks nog niet is geschied—en elken overledene
- overeenkomstig zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven, ten
- einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet
- te kwetsen en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde
- der bovenbedoelde hoofden te geven.
-
- De wd. assistent-resident van Medan,
- E. L. M. Kühr.
-
- Medan, 5 Juni 1899.
-
-
-
-Daarom heb ik van deze circulaire niets anders gezegd, dan dat ze
-humaan was. Ik meende, dat dit rondschrijven, zonder meer, in staat zou
-zijn het hart van den Lezer te treffen. Dit officieele stuk, in al zijn
-soberheid, niet jagend naar eenig effect, behoefde geen commentaar.
-
-Zoo meende ik.
-
-Maar de Oud-Resident Kooreman, wiens plicht het zoovele jaren geweest
-is, de inlandsche bevolking te beschermen tegen willekeur van de zijde
-der Europeesche ingezetenen (art. 29 Instr.) hoorde dezen schreeuw der
-ellende niet. De strijdkreet „Pro Servitute” klonk luider dan de gil
-der menschelijkheid, die ’s ridders paard met de hoeven vertrad.
-
-Deze circulaire, evenmin als het terugstootende sjoekoeliën achtte de
-verhandelaar een woord waardig. Wel achtte hij het de moeite waard,
-zich te verdiepen in het vraagstuk, of het wel zoo erg is, een vrouw
-ten bloede toe te geeselen, als zij toch nog loopen kan.
-
-Laat ik niet afdwalen. Wij zijn nog niet aan ’s Residenten
-martel-casuistiek.
-
-De heer Kooreman verzekert ons, dat het niet in zijn plan ligt, het
-gewest geheel te zuiveren van alle vlekken. Hij erkent, dat er
-misstanden zijn, maar daarom zijn de wangedragingen van enkelen niet de
-ondeugden van allen en wel nergens ter wereld is er een land zonder
-misbruiken, waar misdrijven noch overtredingen voorkomen.
-
-Hier herinnert de spreker mij aan mijn huisbaas, die, nadat ik mij had
-beklaagd, dat het overal doorregende, mij antwoordde: „kom, kom, het
-lekt wel eens in ieder huis.” Zeker, dat doet het ook. Maar ik vind,
-dat men in ieder geval een behoorlijk dak moet hebben.
-
-
-
-Alvorens verder te gaan, verzoek ik den vriendelijken Lezer verlof uit
-te mogen gaan van de volgende stellingen:
-
-
- a. De heer Kooreman kan behoorlijk lezen;
- b. De brochure „De Millioenen uit Deli” kan door een middelmatig
- Resident-in-ruste begrepen worden.
-
-
-Mijn brochure begint met een inleiding, waarin in hoofdzaak een verslag
-wordt gegeven van de vergadering der afdeeling Medan van den Indischen
-Bond op Zaterdag 29 Maart 1902. Eerst krijgt men de rede van den heer
-De Coningh. Deze beweerde, dat het koelie-systeem ter Oostkust van
-Sumatra is „een vermomde en niet eens zwaar vermomde, zij het ook
-tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap.” Wat geeft nu den heer
-Kooreman het recht te beweren, dat ik dat gezegd heb? Ik, die juist op
-den voorgrond heb gesteld, dat het mij niet deert, of die toestand al
-of niet valt onder de rechtskundige definitie van slavernij (blz. 14
-Millioenen uit Deli). Wel doet het minder ter zake, daar ik gaarne de
-beweringen van den heer De Coningh voor mijn rekening zou willen nemen.
-Maar het teekent weer de wijze van optreden van den heer Kooreman, die
-mij misschien straks nog de humoristische denkbeelden van den heer
-Lefèbre in de schoenen schuift.
-
-De heer Kooreman zegt, dat deze bewering van den heer De Coningh (ik
-verbeter) op geen enkel bewijs steunt, omdat door deze geen speciale
-gevallen worden behandeld.
-
-Komaan. De heer De Coningh zegt:
-
-„Het is eenvoudig eene vermomde en niet eens een zwaar vermomde, zij
-het ook tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap en vermoedelijk
-zal wel niemand slavernij willen verdedigen, anders dan op
-utiliteitsgronden ten behoeve van cultuur- of nijverheidsondernemers,
-die, terecht of ten onrechte, meenen, hun bedrijf zonder slavernij niet
-winstgevend te kunnen uitoefenen.
-
-Dat de koelies in onze Delische samenleving in de praktijk als slaven
-beschouwd worden, daarvan zijn voorbeelden te over.
-
-Dat zij het ook in werkelijkheid zijn en ook van regeeringswege als
-zoodanig beschouwd worden, blijkt uit de koelie-ordonnantie en uit de
-model-werkcontracten, beide vastgesteld door den Gouverneur-Generaal.
-
-Wij vinden, bijvoorbeeld, in de koelie-ordonnantie in artikelen 9 en 10
-straffen van boete of tenarbeidstelling voor den kost zonder loon
-bedreigd tegen desertie, tegen voortgezette weigering om te werken,
-verregaande luiheid, dienstweigering en dergelijke. Allemaal zaken, die
-een vrij werkman hoogstens zijne betrekking zouden kunnen kosten en
-misschien eene civiele actie tot vergoeding van kosten, schaden en
-interessen.
-
-Immers wij vinden in het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië
-artikel 1239, luidende:
-
-„Alle verbindtenissen om iets te doen of niet te doen, worden opgelost
-in vergoeding van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar
-niet aan zijne verplichting voldoet.”
-
-Dit is dus het wetsartikel, dat toepasselijk zou zijn op een vrij
-werkman, die inbreuk zou maken op een werkcontract. In de
-koelie-ordonnantie wordt dit artikel eenvoudig op zij gezet en, zonder
-nu te willen beoordeelen of de tegen de contract-koelies deswegen
-bedreigde straffen zwaar of licht zijn, komt het mij voor, dat
-rechtspreken buiten de wet om, die voor vrije menschen geldt, alleen
-ten opzichte van slaven kan geschieden.
-
-Ook kan alleen een slaaf zich tegenover een particulieren werkgever aan
-„desertie” schuldig maken.
-
-In artikel 11 der koelie-ordonnantie komt ’s koelies positie van slaaf
-bijzonder duidelijk uit. Daar namelijk wordt onder meer straf bedreigd
-tegen dengene, die een weggeloopen koelie huisvesting verleent.
-
-Dit huisvesting verleenen aan iemand, die van een particulieren
-werkgever is weggeloopen kan, dunkt mij, alleen ten opzichte van een
-slaaf een van overheidswege strafbaar feit opleveren. Het herinnert
-levendig aan de dagen der Amerikaansche „underground railway.”
-
-Wie zal na de lezing dezer woorden durven beweren, dat de heer De
-Coningh zijn stelling niet argumenteert en behoorlijk bewijst?
-
-De bewering van den heer Kooreman, dat art. 1239 van het Burg. Wetboek
-van Ned.-Indië niet op inlanders toepasselijk is, verraadt ons
-onmiddellijk den dilettant-jurist.
-
-Want zie, hoe wonderlijk het misschien den heer Kooreman in de ooren
-klinke, wel is het Burgerlijk Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders
-van toepassing in zijn geheel, doch speciaal dit artikel 1239 wel.
-
-Art. 75 al. 3 van het Regeerings-Reglement toch bepaalt: Behoudens de
-gevallen.... waarin zich inlanders vrijwillig hebben onderworpen aan
-het voor de Europeanen vastgestelde burgerlijke en handelsrecht, worden
-door den inlandschen rechter toegepast de godsdienstige wetten,
-instellingen en gebruiken der inlanders, voor zoover die niet in strijd
-zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid en
-rechtvaardigheid.
-
-Nu staat het vast, dat indien de godsdienstige wetten, instellingen en
-gebruiken der inlanders gevangenisstraf medebrachten, wanneer de
-schuldenaar bij een verbintenis om iets te doen of niet te doen niet
-aan zijn verplichting voldeed, dit door den Rechter in strijd zou
-worden geacht met de algemeen erkende beginselen van billijkheid en
-rechtvaardigheid, en art. 1239 zou worden toegepast.
-
-Het zal dan ook in geheel Nederlandsch-Indië—behalve dan natuurlijk in
-Deli—niemand in het hoofd komen, bij contractbreuk door een inlander,
-iets anders van den Rechter te eischen dan vergoeding van kosten,
-schaden en interessen.
-
-In Deli echter, en ziedaar weer een ontegensprekelijk bewijs, hoe de
-ongeoorloofde verhouding van meester en dienaar den mensch
-onbevattelijk maakt voor de meest elementaire rechtsbegrippen, kan men
-zoo iets—en erger—verwachten. Een vermakelijk staaltje geeft ons Mr. R.
-Z. Dannenbergh, de eerste gegradueerde Landraadspresident te Medan [3],
-waar hij schrijft:
-
-„Kreeg ik dan ook aan het begin mijner werkzaamheid ter Sumatra’s
-Oostkust van Europeanen wel eens brieven met het verzoek om Inlanders
-of Vreemde Oosterlingen, die zoo brutaal waren geweest om tegen hen een
-civiele actie in te stellen, eens flink te straffen, ik meen mij te
-mogen vleien met de hoop, dat mijn vierjarige werkzaamheid aan
-dergelijke wanbegrippen voor goed een einde zal hebben gemaakt.”
-
-Ik noemde dit staaltje vermakelijk, is het niet eigenlijk in-treurig en
-staat het niet daar als een teeken ter waarschuwing, waarheen de
-practijk der koelie-ordonnantie leidt?
-
-Verder verklaart de heer Kooreman zich te scharen aan de zijde van
-Prof. Mr. G. A. van Hamel, die reeds in 1892—te onzaliger ure!—zijn
-conclusies maakte. Die conclusies, zegt hij, zijn nog altijd juist en
-verzekert, dat het stelsel der ordonnantie uit theoretisch en practisch
-oogpunt beide uitnemend geslaagd is, ook omdat het—volgens prof. Van
-Hamel—de zorg der Overheid zoo uitstekend verdeelt.
-
-Kijk, over dat laatste zou ik behalve den Amsterdamschen hoogleeraar
-gaarne den koelie zelf eens willen hooren. Ik denk, dat die hartelijk
-naar wisseling verlangt.
-
-Overigens ben ik het met den heer Kooreman en zijn geleerden voorganger
-eens, dat het stelsel der koelie-ordonnantie uitnemend geslaagd is, en
-op werkgever en werknemer beiden niet heeft nagelaten, dien
-verderfelijken invloed uit te oefenen, welke te verwachten was.
-
-Het goede toch, dat in Deli wordt aangetroffen en waarop onze
-Oud-Resident zoo trotsch gaat, is er gekomen niet door maar
-niettegenstaande de koelie-ordonnantie. Niemand, om maar één voorbeeld
-te noemen, behoeft te vreezen, dat de groote maatschappijen, wanneer de
-koelie-ordonnantie werd opgeheven, over zouden gaan tot het afbreken
-harer hospitalen en het ontslaan der doktoren. Het eigenbelang zou haar
-voor het nemen van dergelijke onverstandige besluiten behoeden.
-Hetzelfde argument geldt voor de huisvesting. En het beding, dat de
-werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal gescheiden worden,
-vervalt dat niet bij afschaffing der koelie-ordonnantie vanzelf? De
-loonen kunnen niet geringer, de kortingen daarop voor het genoten
-voorschot niet grooter.
-
-Trouwens de hoegrootheid van het loon wordt niet bij de
-koelie-ordonnantie geregeld. Zelfs ging het Gouvernement niet in op een
-voorstel, door den Resident Van der Steenstraten gedaan, om een
-minimum-loon vast te stellen. Het sprak als zijn meening uit, dat het
-loon niet aan de economische wet van vraag en aanbod mocht onttrokken
-worden door ingrijping van de zijde van het Bestuur. Het schijnt mij
-evenwel toe, dat juist de vaststelling van het minimum-loon een der
-hoofdpunten behoort te zijn bij elke wettelijke regeling van den
-arbeid.
-
-Hierop kom ik later terug bij de toelichting op het
-concept-werkcontract, hetwelk ik binnen korten tijd hoop het licht te
-doen zien.
-
-
-
-De heer Kooreman, zijn pleidooi voortzettende, wil niet beweren, dat de
-Delische werkgevers het werkcontract nooit hebben misbruikt, b.v. om
-hun werklieden te dwingen na het verstrijken van het contract in dienst
-te blijven.
-
-Doch wat beteekenen zulke misbruiken? Zij bewijzen niets tegen de
-ordonnantie zelve!
-
-Waartegen bewijzen deze misbruiken dan wel wat? Volgens den heer
-Kooreman alleen iets tegen de menschelijke natuur, die onder welke
-codificatie ook, tot het kwade geneigd is. Zonder de koelie-ordonnantie
-zou echter dit schandelijk misbruik niet mogelijk zijn. Pleit dit niet
-voor de wegneming van het euvel en tegen de voortduring van het bestaan
-dier ordonnantie?
-
-Kom, kom, vergoelijkt de Oud-Resident, in Nederland komt wel de
-zoogenaamde handel in blanke slavinnen voor, een vermomd
-pandelingschap, zoo men wil.
-
-Meent de heer Kooreman werkelijk met zulke drogredenen zijn zaak te
-kunnen goed praten?
-
-
-
-Na nog even den lof der koelie-ordonnantie te hebben gezongen, na te
-hebben verklaard, dat zij goed is, omdat zij de zorg erkent van de
-overheid voor de belangen van werkgever en werknemer beiden; na te
-hebben gestaafd, dat geen van beide partijen zich heeft te beklagen
-over gemis aan belangstelling van bestuurswege......
-
-Volkomen met u eens, Resident, doch de aard der belangstelling lijkt
-mij niet dezelfde.
-
-.... komt de Oud-Resident met een klacht.
-
-Een klacht, die, ik geef het grif toe, werkelijk gegrond is. Toch was
-het wel het laatst uit den mond van een gewezen Indischen magistraat,
-dat ik verwacht zou hebben haar te hooren. En ieder, die de
-geheimzinnigheid kent, waarmede het Binnenlandsch Bestuur zijn daden
-weet te omhullen, en de minachting waarmede opmerkingen in de pers door
-de ambtenaarswereld plegen te worden begroet en behandeld—en zeker niet
-het allerminst ter Oostkust van Sumatra—, zal met stomme verbazing
-vernemen, dat de heer Kooreman zich beklaagt over het ontbreken eener
-geprononceerde openbare meening in zijn oud gewest.
-
-Deze klacht zal vreugde en hoop storten in de harten van al wie
-journalist is in Nederlandsch-Indië en zij zal zijn als de profetie van
-een nieuwen dageraad voor de pers.
-
-Zoo ziet men, dat uit de koelie-ordonnantie zelfs iets goeds kan
-geboren worden.
-
-Maar weet de heer Kooreman niet, waarom er in Deli van een openbare
-meening, steeds wakker om de Overheid te waarschuwen, weinig of niets
-valt te bespeuren?
-
-Welnu, dan wil ik hem, opdat hij zich niet wederom over mijn
-stilzwijgen beklage, deze maal eens inlichten.
-
-Het is de vrees uit zijn betrekking ontslagen en nergens elders meer
-aangenomen te worden, die iedereen doet zwijgen.
-
-En hiervan levert het bewijs de geschiedenis van den heer v. D., die op
-reis zijnde van Asahan naar Deli onderweg aan den Resident Van der
-Steenstraten het een en ander mededeelde van de toestanden op de
-onderneming, waar hij het laatst gewerkt had. Deze mededeelingen hadden
-een onderzoek en een strafzaak ten gevolge. Maar tevens was voor altijd
-iedere betrekking voor den heer v. D. ter Oostkust gesloten. Lieden,
-als de heer v. D. worden in den regel door het gewone publiek als
-„verraders” beschouwd, en al verklaarde dan ook ter terechtzitting de
-heer v. D., dat het niet in zijn bedoeling had gelegen, zijn vroegeren
-chef in ongelegenheid te brengen, niemand was van hem gediend—men kan
-nooit weten.
-
-Het ligt trouwens niet op den weg van den burger, de rol van aanbrenger
-te spelen. Het opsporen van misdrijven is het werk van de politie en
-het bestuur. Maar, zooals ik reeds in mijn brochure (blz. 24) zeide, de
-opsporingsdienst in Deli is volstrekt onvoldoende.
-
-Na het voorgaande zal het niemand—en naar ik hoop ook den heer Kooreman
-niet—verwonderen, dat het Bestuur in Deli, wat de opsporing van
-misdrijven betreft, op eigen kracht moet steunen. Trouwens, het beroep
-van aanbrenger is nergens in eere.
-
-Maar is de Oud-Resident wel geheel verantwoord, waar hij zich door de
-afwezigheid eener publieke meening in Deli tracht te dekken? Ik geef
-toe, dat er gedurende zijn bestuur in de plaatselijke bladen
-betrekkelijk weinig over koelie-schandalen voorkwam. Doch mij dunkt,
-dat de Resident ook wel andere couranten las dan juist de plaatselijke.
-Heeft hij dan nooit gelezen, wat er zooal over Deli in de Javasche
-bladen verscheen? Het is haast niet te veronderstellen. Want behalve in
-de Java-Bode, waaruit ik bij het samenstellen mijner brochure
-verschillende berichten overnam, bevatten van tijd tot tijd ook de
-andere nieuwsbladen artikelen, die den Oud-Resident tot nadenken hadden
-kunnen brengen en hem de oogen hadden moeten openen, indien hij had
-willen zien. Het zou mij gemakkelijk vallen, de voorbeelden in „De
-Millioenen uit Deli” te vertienvoudigen, doch ik wil met één uitknipsel
-volstaan, daar ik meen, dat het voor mijn doel, de onbegrijpelijke
-blindheid en onwetendheid van den heer Kooreman aan te toonen,
-voldoende is.
-
-„Van Deli zijn hier ruim 40 mannelijke en vrouwelijke koelies
-aangebracht, die zich in een deerniswaardigen toestand bevonden. Ze
-waren doodarm, hadden een vieze plunje aan en waren door en door ziek.
-Hoewel ze tot afschrik dienden voor anderen om zich niet als koelie
-voor Deli te verbinden, vertrokken twee dagen later 41 mannen en 18
-vrouwen daarheen, die voor twee jaren een koelie-contract in het
-Timbanglangkatsche hadden geteekend.”
-
-Aldus het Nieuw Bataviaasch Handelsblad van 19 Maart 1898. [4]
-
-Hoeveel is uit dit korte berichtje niet te leeren, vooral voor een
-Resident, die hart heeft voor de inlandsche bevolking!
-
-Veertig Javanen, mannen en vrouwen, gaan terug. Terug uit Deli, uit het
-land, waar de koelie-ordonnantie de beschermende hand uitstrekt over
-den arbeider, uit het land overvloeiend van belangstelling in zijn lot
-van bestuurswege, uit het land der zoo goed verdeelde
-Gouvernements-zorg!
-
-En nu van zelf rijzen de vragen: Waarom gaan die menschen terug? Hoe is
-het mogelijk, dat zij zich in een deerniswaardigen toestand bevinden?
-Hoe kan kan het zijn, dat zij doodarm zijn en door en door ziek? Waarom
-hebben zij zelfs geen voldoende kleeren aan het lijf? Zou het mogelijk
-zijn, dat die koelie-ordonnantie toch theoretisch en practisch niet zoo
-geheel voldoet?
-
-Aan den anderen kant, zoo overpeinst de ernstige bestuursman, hoe komt
-het, dat niettegenstaande dit afschrikwekkend voorbeeld weer anderen
-gereed staan, zich voor Deli te verkoopen? De Pembrita Betawi van 7
-April d. a. v. levert hem het antwoord, dat ik hier (vertaald) laat
-volgen:
-
-„In het afgeloopen jaar zijn uit de residentie Bagelen alleen 1420
-menschen naar Deli gegaan, en er zijn nog veel Javanen uit die
-residentie in den vreemde. Dit is wel een bewijs, dat er in die
-residentie veel armoede heerscht.
-
-Och ja, ieder weet het, alleen de man die er voor betaald werd om het
-te weten, wist het niet: armoede, nijpende armoede alleen en het
-verlokkende voorschot, waardoor hij tijdelijk gered is, doen den Javaan
-besluiten zijn ziel te verkoopen (zooals hij het noemt) en naar Deli te
-gaan. En ieder—behalve weer de Oud-Resident—weet, dat onder de
-inlandsche bevolking van Nederlandsch-Indië Deli als een hel bekend
-staat.
-
-Mocht de heer Kooreman, die dit moeilijk zal kunnen aannemen, mij niet
-gelooven op mijn woord, welnu ik verzoek hem het volgend berichtje te
-willen lezen, dat ik knipte uit de Deli-Courant van 12 Januari 1903.
-
-Het voorbeeld is dus zeer recent. Hier is het:
-
-Men schrijft uit Batavia aan Het Centrum te Djokdjakarta:
-
-Niettegenstaande de Assistent-Resident van Soerakarta strenge
-maatregelen heeft genomen, tot tegengang van den, destijds daar zoo
-welig tierenden sluikhandel in Deli-koelies, blijft die plaats tot
-heden toch nog een gemakkelijk en voordeelig exploitatie-terrein, voor
-de wervers.
-
-Onder de contractanten, die hier dezer dagen aankwamen, waren twee
-vrouwen, Bok Jati uit Paras (Solo) en Bok Saminah uit Moentilan, Kedoe,
-die geweigerd hadden voor de bevoegde autoriteit te worden gebracht,
-tot het sluiten van een zoogenaamd koelie-contract, omdat zij geenszins
-van plan waren naar de buitenbezittingen te gaan.
-
-Bok Marto van Balapen (Solo), die haar heeft afgeleverd, verzekerde
-haar onder schoone beloften, dat zij niet naar Deli gezonden zouden
-worden, maar als kokki in dienst moesten komen bij een toewan aan de
-kalibesar, door welke mededeeling zij gerust gesteld werden, en om haar
-in dezen waan te bevestigen, moesten zij niet, evenals de andere
-contractanten, met wie zij hierheen samen reisden, zich voorzien van
-vergunning der respectievelijke regenten, maar konden zij zich behelpen
-met soortgelijke stukken van twee contractvrouwen, die een maand te
-voren aan de firma Soesman & Co. te Semarang waren gezonden, doch
-afgekeurd werden wegens lichaamsgebreken.
-
-Deze twee vrouwen scharrelen hier nog dagelijks rond, in de hoop door
-prostitutie wat geld bij elkaar te krijgen voor de kosten van de
-terugreis naar hare kampongs.
-
-Op mijn aandringen om over deze schandelijke misleiding zich bij het
-bestuur te beklagen, verklaren zij eenparig zulks niet te durven, en
-wilden ze, zoo haar bedrijf niet zoo voordeelig is om daarmede
-voldoende contanten te krijgen, desnoods te voet de terugreis
-aanvaarden. Intusschen bewonder ik den moed van deze vrouwen, omdat
-zoovelen vóór haar aldus verschalkt, door den bitteren nood gedwongen,
-ten slotte buigen voor den onversaagden dwang van den rusteloozen
-werver.
-
-Hierna geeft de heer Kooreman een geschiedkundig overzicht van de
-ontwikkeling der residentie Oostkust van Sumatra. Het eenige, wat ons
-hierdoor duidelijk wordt, is, dat de verhandelaar wenscht te
-concludeeren, dat het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bij lange
-niet tegenover Deli zijn plicht heeft gedaan, een conclusie, waarmede
-ik mij geheel kan vereenigen. De heer Kooreman beklaagt zich terecht
-over het feit, dat de Indische Regeering aan het Bestuur ter Oostkust
-geen voldoende middelen gaf, om de ordonnantie te handhaven. Het gevolg
-hiervan ligt voor de hand: misbruik van de zijde der machthebbers, i.
-c. de planters. Dezen, geen voldoende hulp en steun kunnende vinden bij
-het Gouvernement, waren verplicht het recht in eigen hand te nemen. Tot
-welke uitspattingen dit—oogluikend toegestaan—privilegie moest leiden,
-weet ieder, die eenigszins met Deli’s verleden op de hoogte is.
-
-Vandaar de ergernis bij velen over de houding van den heer Cremer, toen
-hij minister was. Ieder moest verwachten, dat de man, die in de tijden
-der grootste bandeloosheid zijn fortuin heeft gemaakt, in het gewest,
-waarvan hij de ongeoorloofde verhoudingen zoo goed kende, voor goed
-orde en regel zou hebben gevestigd. Een verwachting, waarin men
-deerlijk is teleurgesteld.
-
-De bewering van den heer Kooreman, dat het Bestuur thans op elk gebied
-den toestand meester is, kan ik evenwel niet onderschrijven, al voegt
-hij er ook bij, dat het Bestuur „de middelen mist, om overeenkomstig de
-eischen van elke geordende maatschappij in voldoende mate te voorkomen
-misdrijven, overtredingen, ontduikingen, ook van de
-koelie-ordonnantie.” Het hoofdstuk „Rechtspraak” mijner brochure zal
-trouwens den onpartijdigen Lezer wel anders geleerd hebben.
-
-Een voorbeeld: Op het oogenblik, dat ik dit schrijf—11 Februari 1903—is
-het nog geen week geleden, dat ik van een planter, met wien ik over
-zaken correspondeerde, uit Britsch-Borneo bericht kreeg, dat hij in der
-haast Deli had moeten verlaten, wegens een koelie-perkara. Wat de man
-misdreven heeft, weet ik niet. Zijn overhaaste vlucht wijst echter niet
-op een kleinigheid. In geen der beide plaatselijke bladen is hierover
-iets te vinden.
-
-Dit bewijst: primo, dat het Bestuur niet alleen preventief machteloos
-is; secundo, dat het beweren van den heer Kooreman, als zou in Deli
-alles terstond ruchtbaar worden, niet op de werkelijkheid is gegrond.
-In tegendeel, er is geen land ter wereld, waar beter gezwegen wordt dan
-juist in Deli. Et pour cause!
-
-Van rechtsveiligheid, wat de Oud-Resident ook moge beweren, is in Deli
-geen sprake. In dat opzicht hebben de Europeanen zich bijna even sterk
-te beklagen als de inlanders. Ik zeg bijna, omdat den Europeaan, die
-gerechtelijk vervolgd wordt, de middelen van getuigen-verduistering en
-vlucht nog steeds ten dienste staan, den inlander bijna zonder
-uitzondering niet. Pleegt dus een inlander een misdrijf, dan is er
-kans—hoewel niet veel, met het oog op de geheel onvoldoende politie—dat
-de schuldige gestraft wordt. Is de bedrijver een Europeaan, dan is het
-zoo goed als zeker, dat de Gerechtigheid te kort schiet. De Europeaan
-is dus eenigszins tegenover den inlander gedekt, omgekeerd niet.
-
-
-
-Wij zijn nu gekomen aan wat ik eenige bladz. vroeger de
-martelcasuistiek van den heer Kooreman noemde. Deze dan, geheel in zijn
-rol van verdediger opgaande, pleit voor de plegers der door mij
-verhaalde gruwelen verzachtende omstandigheden.
-
-Naar de meening van den verdediger zou de politierol, die immers
-bewaard wordt, ons inlichting kunnen geven over het geval van den
-koetsier, die wegens liegen gestraft werd. Deze onnoozelheid zal wel
-niemand willen slikken, daar ieder begrijpt, dat de betrokken
-Magistraat de domheid niet zal hebben begaan, in de rol te boeken, dat
-den man wegens liegen de straf werd opgelegd. Daar zal natuurlijk iets
-anders genoemd zijn.
-
-Een hooggeplaatst ambtenaar te Medan deelde mij indertijd mede, hoe het
-hem bekend was, dat een geheele rol valsch was opgemaakt: gefingeerde
-getuigen, etc. De rol zou ten deze niet het minste bewijzen. Op het
-verzoek van den heer Kooreman, er mee voor den dag te komen, moet ik
-antwoorden als aan den Resident op blz. 11: „Alleen aan de Regeering
-bij een door haar bevolen algemeen onderzoek en onder beding van
-straffeloosheid van den betrokkene, wil ik mededeeling doen.”
-
-De lezing, die de heer Kooreman geeft van het geval der mishandelde
-vrouw (blz. 29 der brochure) en welke hij zegt te hebben van den pas
-teruggekeerden resident Van der Steenstraaten verschilt aanmerkelijk
-van hetgeen ik gehoord heb. Toch meen ik de lezing van mijn
-berichtgever voorloopig te moeten vertrouwen. Het schijnt mij n. l.
-toe, dat de heer Van der Steenstraaten zijn voorstelling van zaken pas
-opgedaan heeft na zijn terugkeer in Holland. Immers zou hij, indien het
-geval hem was gerapporteerd, toen hij nog in functie was, zeker de zaak
-hebben vervolgd en zou dan minstens de huishoudster, als hoofddaderes,
-zijn gestraft. Een feit is echter, zooals ik reeds mededeelde, dat het
-Bestuur in Deli niets van de zaak wist op het oogenblik, dat mijn
-brochure het licht zag. Waarom kwam de Assistent-Resident anders bij
-mij om inlichting? Een andere vraag is, of het gemakkelijk zal zijn, de
-geheele waarheid aan het licht te brengen.
-
-Waarom ik het geval der vijf afgeranselde Chineesche wegloopers, die ik
-zelf gezien heb in al hun ellende, niet aan de overheid mededeelde?
-Eenvoudig omdat ik de gast was van den bedrijver dezer wreedheid, toen
-ik toevallig de ongelukkigen ontdekte. Ik ging nl. de droogschuur in,
-waar zij lagen, omdat ik de stem van mijn gastheer hoorde, dien ik
-zocht. Ik achtte mij niet geroepen, den man te verraden, en ik geloof,
-dat wel niemand in mijn geval anders zou hebben gehandeld.
-
-Bij het volgende geval—de mishandeling eener vrouw door den beheerder
-eener onderneming—vindt de heer Kooreman mijn uitdrukking „het was
-afgrijselijk” niet gewettigd, daar die vrouw nog in staat was naar den
-controleur te loopen, nadat zij de mishandeling had ondergaan. Ik voor
-mij vind het slaan eener vrouw op zich zelf reeds afgrijselijk, en
-zeker in dit geval, waarbij de billen een vuile, vieze, etterige en
-bloederige massa vertoonden, al zij het ook waar, dat de mishandelde
-nog in staat is geweest, zich naar den controleur te slepen. De heer
-Kooreman moge zoo iets de allergewoonste zaak ter wereld vinden, mij en
-anderen lijkt zij afschuwelijk.
-
-Het volgende, de beschrijving van den toestand in een hospitaal in
-Serdang, is niet van mij. Ik nam het over uit de Java-Bode. Ik geloof
-echter niet, dat al ware deze beschrijving, gelijk de heer Kooreman
-beweert, op effect berekend, dit gebrek in den stijl de schandelijkheid
-der toestanden wegneemt. Want, op effect berekend of niet, de
-beschrijving is, wat de feiten betreft, der waarheid getrouw.
-
-De overige gevallen worden door den heer Kooreman zonder meer erkend
-als te zijn geschied of zijn reeds door mij besproken, behalve het
-geval op blz. 52 mijner brochure vermeld, waarvan de heer Kooreman
-zegt, dat het niet geheel waar kan zijn, omdat volgens het werkcontract
-de vrouwen ook recht hebben op loon voor de dagen, dat zij niet werken,
-het geval van ziekte gedurende meer dan dertig dagen uitgezonderd. Hoe
-komt de heer Kooreman hierbij? Hij leze het model-contract voor de
-Javaansche vrouwen op blz. 66 mijner brochure eens na! Doch al ware het
-zoo als hij meent, zou het een onmogelijkheid zijn, dat de
-administrateur zich niet aan de bepaling van het contract gehouden had?
-Trouwens, ik heb het verhaal van den assistent, die er den beheerder
-een opmerking over maakte.
-
-
-
-Doet het echter veel af of toe, of er misschien kleine fouten schuilden
-in de verhalen, die door mij werden gedaan? Het blijkt toch ten
-duidelijkste, dat de kern van alles wat ik mededeelde waar was, en
-waarom zouden nu, waar de voorstelling der zaken door den Oud-Resident
-en die door mij slechts in de details verschillen, de inlichtingen
-omtrent die bijzaken door den Resident ontvangen steeds juist moeten
-zijn en die, welke ik ontving, onjuist?
-
-Zie, als ik op blz. 6, 2de kolom van de lezing, zooals die in het
-bijvoegsel van de Deli-Courant te vinden is, lees, dat „men op Java de
-ringgit boeroeng of Mexicaansche dollar even goed kent als de ringgit
-kompenie of rijksdaalder”, dan moet ik gelooven, dat er onder de
-hoofden in de Preanger, aan wie de heer Kooreman zegt deze enormiteit
-te ontleenen, veel grappenmakers gevonden worden, die het zelfs wagen,
-een loopje met een Resident te nemen.
-
-Daarom, zoolang ik nog geen betere tegenbewijzen heb dan loutere
-verzekeringen van een bestrijder, wiens goede trouw niet geheel buiten
-verdenking is, blijf ik bij de door mij gegeven détails. Intusschen
-dank ik den heer Kooreman voor zijn erkenning der feiten.
-
-
-
-Aan deze gruwel-casuistiek des heeren Kooreman sluit zich heel
-geleidelijk aan, wat hij over de Javaansche vrouwen en haar loonen
-meent te moeten verkondigen. Zoo beweert de Oud-Resident, dat het werk
-der vrouwen, in onkruid wieden, wormen zoeken, vegen, het aanleggen der
-kweekbedden en dergelijk licht werk bestaat. Indien hij gezegd had, dat
-het in deze bezigheden behoorde te bestaan, zou ik hem om zijn
-menschlievendheid hebben geprezen, evenzeer als ik den heer Kooreman nu
-laken moet over zijn gebrek aan waarheidsliefde, of—indien hij
-werkelijk niet beter weet—over zijn gebrek aan wetenschap. Een feit
-toch is het, dat men herhaaldelijk vrouwen ziet gebezigd voor werk,
-waar in Nederland polderjongens voor worden gebezigd. Grint uit de
-rivier baggeren, steenen kloppen, beertonnen van Chineezen wegdragen en
-leegen, e. d. zijn werkzaamheden, welke, behalve de door den heer
-Kooreman genoemde, aan de vrouwen worden opgedragen. Ook stemt het niet
-met de waarheid overeen, waar de Oud-Resident beweert, dat van de
-ongehuwde vrouwen niets tot aanzuivering van het voorschot wordt
-gekort.
-
-Dat de heer Kooreman het met de waarheid zoo nauw niet neemt, blijkt o.
-m. hieruit, dat hij zijn hoorders tracht wijs te maken, dat de sedert
-een paar jaar bestaande loonsverhooging van 6 op 7 dollars voor een man
-en van 3 op 4½ dollar voor een vrouw, het nadeelig verschil van den
-dollarkoers vergoedt. Deze loonsverhooging dateert van ongeveer Juli
-1902, dus ruim een half jaar, en is waarschijnlijk een gevolg van de
-vergadering van den Indischen Bond van 29 Maart 1902, waar op het lage
-peil der loonen gewezen was. De loonsverhooging der vrouwen in Serdang,
-wier loonen met 1 dollar per maand op verzoek van den tegenwoordigen
-Resident door de planters verhoogd zijn, dateert van 1 Januari 1903, en
-ik meen te mogen gelooven, dat zij te danken is aan den invloed mijner
-brochure.
-
-Van deze dingen vindt men in de plaatselijke bladen niets vermeld.
-Zelfs zulke zaken, waarover men zich betrekkelijker wijze gesproken
-niet behoeft te schamen, worden verzwegen. De planters haten—en met
-reden—alles wat naar publiciteit zweemt. In geheimzinnigheid doen de
-administraties der ondernemingen niet onder voor de ambtenaren van het
-Binnenlandsch Bestuur.
-
-De conclusie van den heer Kooreman is, dat de ongehuwde vrouw, als zij
-dat wil, best kan rondkomen en zich voldoende kleeden, zonder dat zij
-zich behoeft te prostitueeren.
-
-In deze meening staat de Oud-Resident te midden van al zijn
-bondgenooten alleen: al de anderen erkennen ten minste eerlijk, dat de
-loonen dezer vrouwen te laag zijn. Zelfs doet dat de Sumatra Post in
-haar door den heer Kooreman aangehaald hoofdartikel van 27 November
-j.l. Maar de Oud-Resident, zich, zooals ik reeds opmerkte, beschuldigd
-wanende, tracht zich schoon te wasschen, en zijn systeem van
-verdediging brengt mede, zoo weinig mogelijk te erkennen en zooveel
-mogelijk te ontkennen of te vergoelijken.
-
-
-
-Evenals de serviliteit der planters voor de ambtenaren B. B., bestaat
-volgens den heer Kooreman het toetoepstelsel geheel in mijn verbeelding
-(blz. 7, 2de kolom). Twee alinea’s verder erkent hij het echter
-volmondig voor zoover de zoogenaamde klapzaken betreft, hoewel onder
-het voorbehoud, dat in de laatste jaren van het toetoepen van zaken
-geen sprake meer was. Daarover heb ik een geheel andere meening en
-blijf er bij, dat in de laatste jaren herhaaldelijk zaken getoetoept
-zijn. Deze zaken betroffen niet alleen klapzaken, doch ook
-verduistering, oplichting, misbruik van vertrouwen, zware mishandeling
-e. d. Het ligt, ik herhaal het nogmaals, niet op mijn weg de namen der
-betrokkenen bekend te maken en ik ben alleen op de bekende voorwaarden
-geneigd, mijn beschuldigingen te staven. Trouwens, wie, die slechts een
-kennis heeft, die in Deli geweest is, heeft wel nooit van dat toetoepen
-vernomen? Het feit is in Nederland bijna even goed bekend als hier.
-
-De heer Kooreman echter weet er niets van. Welnu, er zijn zooveel
-dingen in Deli, die de heer Kooreman zegt niet te weten, dat ook dit er
-gerust bij kan. Zijn blindheid bewijst niets tegen anderen, die hun
-oogen open hadden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik, uitdrukkelijk
-te verzekeren, dat het in „De Millioenen uit Deli” aangehaalde
-voorbeeld van de laatste residents-vendutie in de verte niet de
-bedoeling had, een smet te werpen op het karakter van den Oud-Resident
-Van der Steenstraten. Mijn bedoeling was, zooals ik op blz. 19 dier
-brochure reeds zeide, uit te doen komen de drie groepen, welke belang
-hebben bij slapheid van bestuur en het slapen der Justitie: de
-inlandsche Vorsten, de Chineesche hoofden, de planters. De hooge
-prijzen op zoo’n vendutie besteed, dienen dan ook vaak om te laten
-zien, wat de opvolger verwachten mag, indien zijn opvatting van zijn
-taak in overeenstemming zal blijken te zijn met die der
-belanghebbenden.
-
-
-
-Nu blijven er nog enkele zaken, waarover weinig te argumenteeren valt,
-en waarbij men door heen en weer geschrijf niet veel verder komt dan
-kijvende jongens met hun „’t is wellis” en „’t is nietis.” Zoo zeg ik
-b. v. dat de planters tegenover de ambtenaren B. B. serviel zijn, de
-heer Kooreman spreekt ervan, dat de ambtenaren ter Oostkust „hoog
-staan” bij de planters en door hen „geacht worden”, wat hieraan is te
-wijten (sic), dat zij hen dagelijks onvermoeid bezig zien in het zoo
-nauwgezet mogelijk vervullen hunner plichten.
-
-Zoo is de Oud-Resident (blz. 6, 2de kolom) hoogelijk er mede ingenomen,
-dat de Chineesche hoofden de bezitters zijn van de publieke huizen, en
-deelt hij dus blijkbaar mijn verontwaardiging niet, dat in den Landraad
-als Rechters deze menschen zitting hebben [5]. Ook zal het hem dus niet
-ergeren, dat de hoogste ambtenaren met hunne dames bij dergelijke
-bordeelbezitters visites maken en op receptie gaan, iets, laat ik dit
-er ter verontschuldiging bijvoegen, waartoe zij wel officieel zijn
-gedwongen, daar immers deze lieden Chineesche Hoofden zijn en dus
-ambtenaren van het Gouvernement.
-
-Zoo is het mij onbegrijpelijk, hoe de heer Kooreman in zijn conclusie
-de toestanden in Deli „zeker bevredigend” kan noemen, waar hij op blz.
-7 spreekt van de „werkliedenkoloniën, zonder wettig dagelijksch bestuur
-en in den regel zonder politie.”
-
-Ook zouden er nog grootere en kleinere vergissingen en
-tegenstrijdigheden, die echter het hart der zaak niet raken, zijn aan
-te toonen in de verdediging van den heer Kooreman. Ik wil mij daar
-evenwel niet mee bezig houden. Mijn doel was—en ik meen het bereikt te
-hebben—aan te toonen, dat de in „De Millioenen uit Deli” sluimerende
-gevolgtrekking onaangetast is gebleven:
-
-DE EERE GODS EN DIE VAN NEDERLAND EISCHT EEN ONMIDDELLIJK EN KRACHTIG
-INGRIJPEN DOOR DE REGEERING TOT VESTIGING IN DELI VAN DIE ORDE EN
-REGEL, ALS ALLEEN VEREENIGBAAR ZIJN MET DE GRONDSLAGEN VAN EEN
-CHRISTELIJKEN STAAT.
-
-
-
-
-Hiermede zou ik kunnen sluiten, ware het niet, dat ik de aandacht van
-den Lezer nog wenschte in te roepen ter opheldering van een persoonlijk
-feit. Ik ben die opheldering den heer Kooreman en mijzelf verplicht en
-geef ze, hoewel ongaarne, openhartig.
-
-Behalve de algemeene klacht over gebrek aan publieke opinie in Deli,
-meent de heer Kooreman speciaal drie personen ter verantwoording te
-moeten roepen, die nagelaten hebben de overheid, die immers zoo gaarne
-zou hebben geluisterd, hun ondervinding mede te deelen.
-
-Deze drie nalatigen zijn: Dr. Tschudnowsky, geneesheer van de
-Arendsburg-Maatschappij, die zijn beweerde ervaringen als Delisch
-dokter geheim heeft gehouden, om er later in Europa een
-sensatiewekkende verhandeling over te schrijven; de Nederlandsche
-geleerde, vermeld op blz. 26 van „De Millioenen uit Deli” en de
-schrijver dier brochure. De heer Kooreman vraagt, waarom geen van die
-drie hem, toen hij resident was, met zijn bevindingen in kennis heeft
-gesteld. De redenen, welke Dr. Tschudnowsky, wiens persoon noch
-verhandeling mij bekend zijn, en den Nederlandschen geleerde, wiens
-naam mij zelfs onbekend is, hebben bewogen tegenover den Resident
-Kooreman te zwijgen, kan ik niet beoordeelen. Maar nu hij mij zoo
-uitdrukkelijk vraagt, waarom ik niet tot hem gesproken heb, wil ik hem
-de reden onomwonden zeggen.
-
-Het was op een avond in de maand October 1897—ik was pas te Medan
-gevestigd en woonde nog in het Medan-hôtel—, dat ik na den eten, dus
-ongeveer negen uur half tien, zat te lezen op de voorgalerij van mijn
-kamer. De krees (rieten valgordijnen) waren neergelaten en alles was
-doodstil. Daar werd er tegen een der houten pilaren bij de trap, die
-toegang tot de galerij gaf, geklopt. „Binnen!” riep ik, meenende dat
-een der gasten van het hôtel mij kwam opzoeken, om den bekenden
-Indischen „boom” te komen opzetten. Ik kreeg geen antwoord, doch het
-kloppen werd herhaald. „Sapa?” riep ik nu, een inlander met een
-boodschap vermoedend. Daar werd de kree een weinig opgelicht, en een
-Maleier schoof naar binnen, gevolgd door een tweeden, een derden, een
-vierden, een vijfden, een zesden, een zevenden! Om de waarheid te
-zeggen, voelde ik mij niet geheel op mijn gemak, doch toen ik ze allen
-op een rijtje langs de lambrizeering zag neerhurken, werd ik omtrent
-hun bedoelingen gerust gesteld. Na een paar inleidende vragen, deelde
-mij de woordvoerder in keurig zoogenaamd Hoog-Maleisch—ik herinner mij
-dat, omdat dit de eerste maal was, dat ik die taal hoorde spreken—mede,
-wat hen tot mij bracht. Hij dischte mij een verhaal op, zóó echt iets
-uit een boek en voor mij, die pas van Java kwam, zóó onwaarschijnlijk,
-dat ik het niet kon gelooven. Ik beloofde echter, de zaak te zullen
-onderzoeken en vroeg hen over twee dagen, doch ’s ochtends, terug te
-komen. Overdag dorsten zij niet, zeiden zij, en daar ik de geschiedenis
-romantisch begon te vinden—ik herhaal, dat ik er niets van
-geloofde—bepaalde ik het uur van samenkomst op den volgenden avond om
-denzelfden tijd.
-
-Den volgenden dag onderzocht ik de zaak en bevond, dat mijn nachtelijke
-bezoekers de waarheid hadden gesproken. Ziehier het verhaal, dat zij
-mij gedaan hadden, aangevuld met wat mij later bij de behandeling der
-zaak is gebleken, en het verloop dat zij had.
-
-Dicht bij Medan is een renbaan, gewoonlijk racebaan genoemd, waar twee
-maal per jaar paarden-wedstrijden worden gehouden, ook weer betiteld
-met den Engelschen naam races. Dicht bij deze baan waren door eenige
-Maleiers—mijn bezoekers—huizen gebouwd. Zij hadden daartoe het
-erfpachtsrecht op een stuk grond, aan het terrein van de renbaan
-grenzende, behoorlijk van den eenigen grondeigenaar in Deli, den
-Sulthan, gekocht en betaald. Vervolgens hadden zij, gelijk ik reeds
-zeide, op de hun in erfpacht afgestane terreinen huizen gebouwd en die
-betrokken, terwijl zij op het overschietende terrein aanplanting van
-vrucht- en sierboomen hadden gemaakt. Op een goeden dag—datums weet ik
-natuurlijk niet—werd hun door den aspirant-controleur van Medan
-aangezegd, dat zij daar niet wonen mochten, hun huizen en stallen
-moesten afbreken en verhuizen. De reden waarom werd hun niet
-medegedeeld; het was eenvoudig een prentah-companie (bevel van het
-Bestuur) De eigenaars maakten—zeer natuurlijk—geen haast om aan dat
-bevel te voldoen. Zij bepraatten de zaak wat onder elkander en besloten
-te blijven, waar zij waren, en den loop der dingen af te wachten.
-Nogmaals kregen zij bezoek van denzelfden aspirant-controleur, die
-hetzelfde bevel, doch nu nog nadrukkelijker, overbracht. De eigenaars
-bepraatten wederom de zaak en besloten weer te blijven zitten. Zulke
-brutale rakkers!
-
-Na verloop van eenigen tijd kregen zij bevel voor den karapatan te
-verschijnen. De karapatan is de inheemsche rechtbank, voorgezeten door
-den Sulthan, waarbij de Magistraat van Medan zitting heeft als
-adviseerend lid. Hier werd hun medegedeeld, dat zij hun terrein hadden
-te ontruimen en de daarop gebouwde woningen en stallingen moesten
-afbreken. Of zij geen schadevergoeding zouden krijgen, vroegen de
-eigenaars. Neen, daarvan was geen sprake, zij hadden te verhuizen
-zonder meer, zij mochten daar niet wonen. Zij moesten al wat zij
-gebouwd hadden afbreken, mochten de afbraak houden, maar
-schadevergoeding—daarvan kon geen sprake zijn.
-
-De eigenaars gingen diep mistroostig weg, hielden weer een koempoelan
-(vergadering), overlegden de zaak nog eens rijpelijk en—bleven weer
-zitten. ’t Was ongehoord, zoo’n lijdelijk verzet, als je ook steeds van
-die inlanders hebt! Weer kwam een oproeping vanwege den karapatan en
-weer trokken de eigenaars er heen. Waarom zij nog niet verhuisd waren?
-Ja, zij wisten nog niet recht, hoeveel karoegian (schadevergoeding) zij
-kregen. Karoegian, geen cent! Dat wisten zij heel goed. En als zij het
-nog niet wisten, dan werd het hun nu eens en voor altijd gezegd. Zij
-moesten verhuizen, pur et simple, want zij mochten daar niet wonen en
-daarmee uit. Van schadevergoeding was geen sprake, maar de karapatan
-wou dezen keer mild en zachtmoedig zijn, de afbraak mochten zij houden.
-En om nu voor goed aan hun praatjes en lijdelijk verzet een einde te
-maken, werd hun medegedeeld, dat indien zij niet vrijwillig aan het
-bevel voldeden, de Sulthan oppassers (politie-agenten) en
-dwangarbeiders zou zenden, om den heelen boel tegen den grond te halen.
-
-De eigenaars zagen in, dat de zaak ernstig begon te worden. Een van
-hen, de vendu-afslager Mangaradja Tagor, op wiens naam de erfpachtsacte
-stond, sprak er met den vendumeester, den heer Van den Berg, over. Hij
-had hem er al meer over gesproken en toen weinig baat er bij gevonden,
-maar men kan nooit weten, misschien wist hij nu wel raad. En werkelijk,
-de vendumeester wist raad, of eigenlijk hij zelf niet; maar, zei hij,
-er is hier een advocaat—een echte, een Meester—gekomen. Die woonde in
-het Medan-hôtel. Ze moesten dien maar eens raadplegen. Maar mondje-toe,
-dat hij dien raad gegeven had [6].
-
-Vandaar het nachtelijk bezoek.
-
-Toen uit de inlichtingen, die ik den volgenden morgen inwon bij den
-heer Van den Berg—want Tagor had mij verteld, dat zijn chef van de zaak
-alles afwist—mij bleek, dat er grond bestond om aan het verhaal der
-eigenaars geloof te slaan, begaf ik mij, gewapend met de erfpachtsacte,
-in Deli gewoonlijk grand genaamd, naar den Resident en lei hem het
-geval voor.
-
-Het geheele gesprek, dat volgde, weer te geven, kan ik natuurlijk niet.
-Het zakelijke, dat verhandeld werd, komt hierop neer: De Resident kende
-de zaak, doch liet het mij voorkomen, of het de wensch van den Sulthan
-was, dat de eigenaars daar niet wonen bleven. Als ik mij niet vergis,
-beweerde hij, dat deze grond niet met woningen bebouwd mocht worden,
-daar de Sulthan die voor rijstvelden beschikbaar wilde houden voor de
-inheemsche bevolking. [Later zullen wij vernemen, wat de werkelijke
-reden voor de geëischte ontruiming was]. Ik wees den Resident erop, dat
-het erfpachtsrecht toch behoorlijk gekocht en betaald was, en dat die
-ontruiming zonder meer maar niet zoo maar kon plaats grijpen. De
-Resident meende, dat dit zaken waren het inlandsch zelfbestuur rakend.
-Ik bracht hem onder het oog, dat onder de verschillende eigenaren
-zoogenaamde Gouvernementsonderdanen [7] waren en dat de erfpachtsacte
-stond ten name van Mangaradja Tagor, venduafslager, in dienst van het
-Ned.-Indisch Gouvernement. Dat deze dus niets met den Sulthan en den
-karapatan te maken had en dat wanneer de Sulthan de terreinen wilde
-doen ontruimen, Z. H. een vordering deswegen kon instellen bij den
-Landraad. De Resident was dit niet met mij eens en wou er zich niet mee
-bemoeien, uit vrees voor politieke verwikkelingen!!
-
-Ten slotte kwamen wij overeen, dat ik de zaak verder zou behandelen met
-den Controleur, die ook met den Sulthan zou spreken en den Resident
-inlichten. Ik sprak dan ook met den controleur en lei hem de zaak
-bloot. Deze was een eerlijk man en min of meer met zijn figuur en de
-heele affaire trouwens, die hij kende, verlegen.
-
-De onderhandelingen schoten niet erg op, daar ik bleef staan op den
-billijken eisch: algeheele schadevergoeding. Wie schetst echter mijn
-verbazing, toen op zekeren morgen, dat ik naar den Landraad ging, de
-controleur mij aansprak, en zei, dat de Sulthan van geen
-schadevergoeding wou weten en over twee dagen de huizen door
-politieoppassers zou doen ontruimen en laten afbreken.
-
-Geschiedt dat met toestemming van den resident, vroeg ik.
-
-Ja, antwoordde de controleur, ik kom juist bij hem vandaan en heb in
-last u dit mede te deelen.
-
-Nu, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik de eigenaars zich laten wapenen
-en dat de huizen verdedigd zullen worden. Maar ook, dat zoodra de
-oppassers van den Sulthan komen, ik telegrafisch den Resident zal
-aanklagen bij den Gouverneur-Generaal.
-
-En ik deed wat ik gezegd had. Ik riep de eigenaars des avonds te zamen,
-vertelde hun hoe de zaak stond en raadde hen zich te wapenen en hun
-goed tegen den aanval van wie dan ook te verdedigen.
-
-Ik zal niet zeggen, dat die raad in alle opzichten goed was. Maar ik
-vermoedde, dat de Resident blufte en dat hij zich wel wachten zou, het
-zóó ver te laten komen. Ik wist natuurlijk, dat indien het werkelijk
-tot een handgemeen kwam, de eigenaars en ik zelf in moeielijkheden
-zouden komen. Aan den anderen kant stond, dat indien de zaak onderzocht
-werd, de Resident verloren zou zijn. Hier steunde de Resident zóó
-blijkbaar het onrecht, ja handelde zoo geheel tegen zijn eersten
-plicht, den inlander te beschermen tegen knevelarij en misbruik van
-gezag, dat ik niet vreesde, of hij zou voor de gevolgen terug deinzen.
-
-De Sulthan heeft dan ook nooit zijn oppassers gezonden. Wel kreeg ik
-van den controleur bericht, dat den daaropvolgenden Zaterdag de zaak in
-den karapatan zou worden behandeld. Hier verklaarde ik namens de
-eigenaars, den karapatan niet als rechter in dit geschil te kunnen
-erkennen, doch wel geneigd te zijn, op den grond van behoorlijke
-schadevergoeding in een minnelijke schikking te treden.
-
-En de zaak werd in der minne bijgelegd. [8]
-
-Later ben ik pas te weten gekomen, wat aan de heele zaak ten grondslag
-lag. De Nieuwe Deli Race club, die haar paarden op de boven besproken
-renbaan bij Medan laat loopen, had den Sulthan die ontruiming verzocht.
-Er waren n.l. onder de eigenaars der woningen ook rijtuigverhuurders en
-men was bang voor mogelijke besmetting der renpaarden, indien zich een
-ziek paard in de stallen der eigenaars mocht bevinden. In de notulen
-der raceclub moet hierover nog wel het een en ander te vinden zijn.
-
-De voorzitter van de raceclub was de secretaris van het Gewest.
-Verschillende bestuursambtenaren, waaronder ook de Resident, hadden de
-zoogenaamde B. B. Kongsie gevormd en lieten paarden loopen. En nu moge
-men mij duizendmaal verwijten, dat ik insinueer, doch ik kan niet
-nalaten tusschen deze feiten en de houding van den Resident in deze
-zaak verband te zoeken.
-
-Tot nog toe groeit er op de betwiste gronden geen rijst.
-
-De huizen zijn trouwens nooit afgebroken. De Sulthan heeft de erfpacht
-weer verkocht aan een ander voor drieduizend dollar.
-
-
-
-De ondervinding door mij in deze zaak opgedaan, moedigde mij niet aan,
-met den Resident over koelietoestanden te gaan praten, evenmin als over
-andere zaken, die naar mijn inzien indruischten tegen het Recht. Waar
-mogelijk, sloeg ik steeds, zonder voorafgaande pourparlers, de weg van
-rechten in en verkoos te vechten, waar minnelijke besprekingen toch
-niet zouden baten. Trouwens, hoe kon ik vermoeden, dat het Hoofd van
-het Gewest zooveel minder zou weten dan ik? Het kwam mij niet in het
-hoofd, mij te verbeelden, dat ik meer van de feitelijke toestanden af
-zou weten dan de Resident. En nog sta ik er verbaasd van, dat wat drie
-eenvoudige burgers—een dokter, een geleerde en een advocaat—binnen
-betrekkelijk korten tijd opmerkten, een voortdurend geheim is gebleven
-voor den man, die gecenseerd werd op de hoogte te zijn. Het beroep van
-den Oud-Resident Kooreman op zijn niet-weten is een testimonium
-paupertatis, zich zelf uitgereikt, en tevens het tegengestelde van een
-loftuiting aan zijn vroegere ondergeschikten, die hem—zooals de
-Oud-Resident zegt—dergelijke dingen nooit rapporteerden.
-
-Laat ons hopen, dat het tegenwoordig Bestuur zijn oogen wat beter open
-zal hebben.
-
-
- Medan, 29 Januari 1903.
-
- Den Heer Mr. J. van den Brand,
- Medan.
-
- Geachte Heer!
-
- Naar ik zie uit het verslag van „Omega” in de Sumatra-post over de
- rede van den oud-resident Kooreman, gehouden in de Vereeniging
- „Moederland en Koloniën” te ’s-Gravenhage, zoude deze heer daar o.
- m. gezegd hebben: „En dan de questie van den heer Tripp en de
- British-Deli (blz. 35 en volgende). De voorstelling van de feiten
- en de conclusie zijn weer onjuist.”
-
- Indien dit verslag het door den heer Kooreman gesprokene juist
- weêrgeeft, komt het mij voor dat deze heer, met volmaakt gemis aan
- goede trouw, om het door U behandelde en bedoelde heeft
- heengepraat.
-
- Immers U begint: „Wat er voor den dag zou komen, indien het
- Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen en
- grondig onderzoek, leert ons de geschiedenis van den heer Tripp en
- de British-Deli and Langkat Tobacco Company.” Het door U uit mijne
- correspondentie in de Java-bode van 10 Juli 1899 geciteerde
- eindigt: „Dat de directie der British-Deli zou overgaan tot eene
- klacht wegens laster tegen den heer Tripp, acht ik niet
- waarschijnlijk, daar zij wel zal denken aan het spreekwoord, dat
- ons leert dat er sommige stoffen zijn, die hoe meer men er in
- roert, een des te onaangenamer geur verspreiden. Al ware ook te
- bewijzen, dat elk woord van den heer Tripp een leugen geweest was,
- dan zijn hier toch altijd nog de verslagen der terechtzittingen,
- die dan voor den dag zouden komen en waaruit minder mooie dingen
- zouden blijken. Klachten over geknoei met de uitbetaling van het
- loon; vervolging van een administrateur wegens mishandeling,
- waarbij de klacht werd ingetrokken tegen betaling van ƒ 50.— aan de
- vrouw, die afgeranseld was; vervolging om dezelfde reden van een
- ander administrateur, waarbij de zaak niet kon doorgaan wegens
- verdwijning van alle getuigen—zooals in Deli wel meer gebruikelijk
- is—; vervolging van een assistent, die eindigt met veroordeeling
- tot een jaar gevangenisstraf wegens doodslag onder verzachtende
- omstandigheden, al zulke dingen maken geen erg mooien indruk,
- wanneer zij voor het groote publiek komen.”
-
- Uwe conclusie is dus: zulke en dergelijke dingen zouden voor den
- dag komen, indien het Gouvernement wilde besluiten tot een algemeen
- en grondig onderzoek.
-
- Welnu, deze conclusie is volkomen juist, want deze dingen zijn
- inderdaad voor den dag gekomen bij het toen gehouden onderzoek naar
- de faits et gestes van de British-Deli, en daaruit te concludeeren
- dat vele dergelijke zaken voor den dag zouden komen bij een
- algemeen onderzoek, is zeker niet gewaagd. Er is geen enkele reden
- om aan te nemen, dat juist de British-Deli eene uitzondering zou
- zijn. De heer Kooreman behoeft volstrekt niet te denken, dat ik de
- bovengenoemde bijzonderheden zoo maar eens uit mijn duim zoog, daar
- zij mij werden medegedeeld door den heer H. van der Steenstraten,
- toenmaals assistent-resident te Medan, die met het onderzoek belast
- geweest was.
-
- Ik geloof dus niet te ver te gaan met den heer Kooreman van kwade
- trouw te beschuldigen, waar hij het blijkbaar wil doen voorkomen,
- alsof het iets er toe afdeed of de heer Tripp praatjes verkocht of
- niet. De dingen die voor den dag kwamen naar aanleiding van de
- affaire Tripp, dáárop komt het aan.
-
-
- Hoogachtend,
-
- (w. g.) C. de Coningh.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET VERHAAL VAN TAGOR.
-
-
-Adalah saorang Melajoe nama Tengkoe Galib beranakan Deli, ada
-mempoenjai sebidang tanah di dekat tanah loembah koeda Medan sebegimana
-jang terseboet di dalam Gran dari Tengkoe Pangeran Bandahara Deli jang
-tertoelis pada 24 December 1895 No. 25 hoeroef D.
-
-Maka pada tanggal 3 Mei 1896 tanah jang terseboet telah di djoealkan
-oleh Tengkoe Galib itoe seperlima bahagiannja kapada Hadji Abdul Madjid
-dan Hadji Arsad, dengan harga $ 150.— (seratoes lima poeloeh ringgit
-boeroeng).
-
-Dan pada tanggal 12 Juli 1896 tanah jang katinggalan itoe Tengkoe Galib
-djoeal lagi kapada kami lima orang nama Mangaradja Tagor, Mohamad
-Thahir, si Kantjah, Hadji Oesman dan si Marah dengan harga $ 300.—
-(tiga ratoes ringgit boeroeng). Maka dengan moefakat kami semoeanja
-atas belian itoe tanah di taroehlah atas nama Mangaradja Tagor.
-
-Tetkala Tengkoe Galib mendjoealkan tanah jang seperlima bahagian itoe
-dan tanah jang katinggalan itoe adalah terang di moeka Padoeka Tengkoe
-Besar negri Deli serta telah menoeroenkan tanda tangan dan tjapnja di
-dalam Gran² itoe, bahasa itoe tanah soedah djadi milih kapada kami
-semoeanja.
-
-Sesoedahnja itoe baharoelah kami orang semoeanja mendirikan roemah² dan
-bertanam-tenaman, di atas tanah haq masing² dengan maksoed pada tempat
-itoelah akan mentjahari penghidoepan serta memeliharakan anak bini
-masing² dan setengahnja ada jang mendirikan roemah papan atap genteng
-dan setengahnja roemah papan atap nipah toeroet sebegimana
-kamampoeannja masing², sehingga sampeilah siap masing² ampoenja tempat,
-dalam bebrapa boelan kami orang telah mendoedoeki tempat itoe tiadalah
-soeatoe apa gendala.
-
-Dalam hal jang demikian pada boelan April 1897, maka datanglah saorang
-toean Ingenieur Burgerlijke Openbare Werken pereksa dan meoekoer itoe
-tanah serta mendirikan pantjang² di atas tanah haq kami itoe, kemoedian
-tiada selang bebrapa hari lama antaranja maka datanglah padoeka toean
-Breuking aspirant controleur di Medan memberi perentah kapada kami
-semoeanja bahoea dalam tempo 8 hari kami semoeanja misti pindah dari
-itoe tempat serta memboengkar roemah² tempat kadiaman kami itoe serta
-mentjaboet sekalian tanam tenaman jang telah kami tanamkan di atas itoe
-tanah, apakala kami orang tiada menoeroet perentah itoe, kelak akan di
-soeroeh boengkar dan di tjaboet oleh politie dengan orang rantai. Pada
-waktoe itoe kamipoen moehoen pereksa kapada toean Breuking, karana apa
-perentah jang demikian di djalankan atas kami, sebegimana kata toean
-Breuking segala tanah jang telah di djoeal oleh Tengkoe Galib itoe
-ijalah termasoek kapada tanah loemba koeda.
-
-Itoepan karana fikiran kami jang itoe tanah soedah njata djadi haq
-kapada kami anganlah kami akan menoeroet perentah jang demikian,
-sehingga datanglah panggilan dari padoeka toean controleur Medan, serta
-mengasih perentah lagi jang kami semoeanja dengan sigera misti pindah
-dari itoe tempat, hatta djawab apapoen jang telah di maäloemkan tiada
-djoega loeloes, melainkan roemah² itoe di boengkar dan di pindahkan
-djoega serta tanam tenaman itoe di tjaboet. Kemoedian tiada bebrapa
-hari lagi datanglah perentah jang kami semoeanja akan mengadap di
-medjilis karapatan, itoepoen kami mengadaplah dengan bebrapa kali boeat
-di pereksa itoe perkara, achirnja sepandjang titah Tengkoe Pangeran
-Bandahara Deli, ta’dapat tiada kami semoeanja misti pindah djoega dari
-itoe tempat serta dengan lekas² boengkar itoe roemah² dan tjaboet itoe
-tanam tenaman semoeanja dengan tiada mendapat ganti karoegian soewatoe
-apa; walakin dengan djalan apa sekalipoen kami sekalian berdatangkan
-sembah maaloem sopaja moedah moedahan adalah koernia akan djadi ganti
-karoegian kapada kami masing² itoepoen tiada djoega di perkanankan.
-
-Waktoe itoe telab adzamlah di dalam hati masing² jang kami sekalian
-roepa²nja akan djadi teraniajalah di dalam perkara itoe dan saäkan²
-poetoeslah pengharapan kami semoeanja dari kaädilan wakil daulat
-sripadoeka Gouvernement dan Radja di dalam negri Deli.
-
-Maka dengan pertolongan toean W. G. van den Berg, vendumeester di Medan
-di toendjoekkannjalah kapada kami, bahoea terlebeh baik itoe perkara di
-serahkan kapada saorang toean nama Mr. J. van den Brand, Advocaat jang
-baharoe datang dari Semarang masa itoe tinggal menoempang di Medan
-Hotel, maka dengan bersigeralah kami semoeanja pergi mendapatkan toean
-itoe boeat minta pertolongan sopaja boleh di oeroeskannja kami poenja
-perkara itoe moedah²han terpeliharalah kami dari pada aniaja itoe. Maka
-apabila bertemoelah kami dengan toean Mr. J. van den Brand, kami
-tjeritakanlah oesoel atsalnja perkara itoe kapadanja dan waktoe itoe
-djoega kami serahkanlah perkara itoe kapadanja dengan koewasa jang
-semporna.
-
-Kemoedian dari pada itoe datanglah perentah dari padoeka toean
-controleur dan Tengkoe Pangeran Bandahara memaksa sopaja dengan sigera
-djoega kami sekalian pindah dan boengkar itoe roemah² dari tempat jang
-terseboet, dan sopaja djanganlah sampei datang politie dengan orang
-rantai akan memboengkar roemah² itoe.
-
-Maka pada waktoe itoe djoega kami semoeanja chabarkanlah kapada toean
-Mr. J. van den Brand bahasa ada perentah jang demikian, maka djawab
-toean Mr. J. van den Brand kapada kami sekalian bahoea perentah jang
-demikian djanganlah di toeroet dan djikalau ada politie atau siapa
-djoegapoen jang datang hendak memboengkar itoe roemah² serta mentjaboet
-segala tanam tenaman itoe hendaklah kami semoeanja melawan dengan
-bersoenggoeh² hati walaupoen hingga sampei besipoekoelan sekalipoen,
-serta toean Mr. J. van den Brand soeroeh pada kami sekalian dengan
-bersiap sendjata, apabila mendjadi perkara toean Mr. J. van den Brand
-lah jang akan mengadap di moeka pengadilan.
-
-Dalam hal jang demikian toean Mr. J. van den Brand pergilah menghadap
-toean Resident dan toean Controleur meraberi tahoekan itoe perkara,
-basasa kalau ada politie atau siapa djoegapoen jang hendak memboengkar
-roemah² atau mentjaboet segala tanam tenaman di tempat jang terseboet
-akan di soeroeh poekoel dan lawan dengan bersoenggoeh² hati, walaupoen
-mendjadikan bersiboenoehan² sekalipoen begitoelah kata toean Mr. J. van
-den Brand kapada toean Resident dan kapada toean Controleur.
-
-Kemoedian selang bebrapa hari antaranja kami orangpoen di panggillah di
-moeka karapatan Medan waktoe menghadap itoe toean Mr. J. van den Brand
-adalah djoega bersama² dengan kami menghadap di moeka karapatan itoe.
-
-Apabila di pereksa itoe perkara maka toean Mr. J. van den Brand telah
-djawab di moeka karapatan itoe, kalau Sripadoeka Toeankoe Sulthan mau
-seleseikan itoe perkara dengan djalan damei serta membajar karoegian
-semoeanja itoe saja mau terima, kalau tiada begitoe saja mintak lebeh
-dahoeloe itoe perkara akan di poetoeskan oleh pengadilan Gouvernement,
-sesoedahnja itoe toean Mr. J. van den Brand poen kombalilah.
-
-Maka antara bebrapa hari lamanja datanglah panggilan kapada kami
-semoeanja akau menghadap lagi di moeka karapatan boeat menerima bajaran
-ganti dari karoegian kami masing² menoeroet sebegimana djoemalah kami
-orang ampoenja kira, lantas kami semoeanja pergilah terima bajaran
-itoe. Akan tetapi di dalam kami semoeanja melainkan Hadji Oesman djoega
-jang tiada menerima wang bajaran itoe dan di idzinkanlah dianja boeat
-tinggal beroemah di atas tanah itoe djoega hingga sampeilah pada masa
-ini, itoepoen sangatlah herannja hati kami atas Hadji Oesman itoe
-karana apa dianja boleh tinggal djoega di atas itoe tanah.
-
-
- (w. g.) Deman M. Tagor.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] In het volgende wordt behandeld de lezing in „Moederland en
-Koloniën” door den heer P. J. Kooreman, Oud-Resident der Oostkust van
-Sumatra, gehouden, zooals zij in haar geheel is afgedrukt in het
-extra-bijvoegsel van de Deli-Courant dd. 9 Februari 1903.
-
-[2] Verkeerd begrepen.
-
-[3] Het Recht in Nederlandsch-Indië 1894 deel 62, blz. 22.
-
-[4] Toen was de heer Kooreman resident van Sumatra’s Oostkust.
-
-[5] Het heeft mij verwonderd, dat door niemand bij de bespreking der
-„Millioenen uit Deli” op dit weerzinwekkende feit gewezen is.
-
-[6] Het moge ongelooflijk schijnen, maar dezen man, den heer Van den
-Berg bedoel ik, die mij de eerste inlichtingen in deze zaak gaf, moest
-ik beloven, zijn naam niet noemen bij mijn gesprek met den Resident. De
-man was bang, dat het hem zijn pensioen kon kosten. Hij is nu reeds
-gepensioneerd, dus kan mijn onbescheidenheid hem waarschijnlijk niet
-meer schelen.
-
-[7] Lieden, staande onder het rechtstreeksch bestuur van het
-Ned.-Indisch Gouvernement.
-
-[8] Het verhaal dezer zaak met kleine afwijkingen hier en daar vindt
-men in het Maleisch van de hand van Mangaradja Tagor op blz. 52.
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/65681-0.zip b/old/65681-0.zip
deleted file mode 100644
index 11580ce..0000000
--- a/old/65681-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65681-h.zip b/old/65681-h.zip
deleted file mode 100644
index ded6e2b..0000000
--- a/old/65681-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65681-h/65681-h.htm b/old/65681-h/65681-h.htm
deleted file mode 100644
index 7a92de4..0000000
--- a/old/65681-h/65681-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,2776 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-06-23T19:52:21Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Nog eens: de millioenen uit Deli</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Johannes van den Brand (&#x2013;1921)">
-<link rel="coverpage" href="images/front-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Johannes van den Brand (&#x2013;1921)">
-<meta name="DC.Title" content="Nog eens: de millioenen uit Deli">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="#####">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-min-width: 1.0em;
-margin-left: -0.1em;
-padding-top: 0.9em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0 7em 0;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 1.7;
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0 0 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:478px;
-}
-.xd30e91 {
-text-align:center;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:440px;
-}
-.xd30e129 {
-text-align:center; font-size:small;
-}
-@media handheld {
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-
-<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Nog eens: de millioenen uit Deli, by J. van den Brand</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Nog eens: de millioenen uit Deli</p>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: J. van den Brand</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: June 23, 2021 [eBook #65681]</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div>
-
-<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</div>
-
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/front-cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="478" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e91">NOG EENS:
-</p>
-<p class="xd30e91">DE MILLIOENEN UIT DELI
-</p>
-<p class="xd30e91">DOOR
-</p>
-<p class="xd30e91">Mr. J. VAN DEN BRAND.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="440" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">NOG EENS:<br>
-DE MILLIOENEN UIT DELI</div>
-</div>
-<div class="byline">DOOR<br>
-<span class="docAuthor"><span class="sc">Mr. J. VAN DEN BRAND.</span></span></div>
-<div class="docImprint">BOEKHANDEL<br>
-AMSTERDAM. <span class="asc">VOORHEEN</span> PRETORIA.<br>
-HÖVEKER &amp; WORMSER.</div>
-</div>
-<p></p>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e129">TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ.
-<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="voorwoord" class="div1 preface"><span class="pageNum">[<a href="#voorwoord.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VOORWOORD.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Maar zou dat alles wel waar zijn?
-</p>
-<p>Levendig kan ik mij voorstellen, dat na het lezen mijner brochure &#x201e;<a class="pglink xd30e39" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/65660">De Millioenen uit Deli</a>&#x201d; deze vraag rees op de lippen van ieder, die, nooit in Deli geweest zijnde, dit gewest
-waarschijnlijk alleen kende uit de koloniale verslagen of de een of andere beurscourant.
-Wie jaarlijks den oogst van gouden appelen zag binnenhalen, kon weinig vermoeden,
-dat de wonderboom wortelde in zoo drassigen grond; dat de sappen, die de stam opzoog
-en omzette in blinkende vrucht, vermengd waren met bloed en tranen. Hij hoorde alleen
-het vroolijke lied van de maaiers, maar het weeklagen der zaaiers bereikte zijn oor
-niet. En nu eindelijk een zwakke nagalm van hun klaaglied doordrong tot zijn gehoor,
-staat hij verbijsterd en twijfelt, of hij goed heeft gehoord.
-</p>
-<p>Zou het waar zijn?
-</p>
-<p>Deze vraag moest men zich stellen en van alle kanten werd zij dan ook gesteld. Zij
-werd onmiddellijk gevolgd door de verzekering, dat indien alles waar was, indien de
-helft, een derde een tiende deel slechts waar was, dan.&#x2026;
-</p>
-<p>De verontwaardiging was algemeen, spontaan en te goeder trouw.
-</p>
-<p>Nadat de verontwaardiging wat bekoeld was, bleek men geneigd verontschuldigingen aan
-te hooren, en dit te gretiger naarmate men meer inzag, hoe groote finantiëele belangen
-hier op het spel stonden.
-</p>
-<p>Een tijdlang zocht men naar een woord, een leus, waaronder <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>men de in de brochure latente gevolgtrekkingen bestrijden kon; een gepaste houding,
-die men tegenover de beschuldigingen kon aannemen.
-</p>
-<p>Het resultaat was, dat degenen die belang hadden de uitwerking van mijn boekje te
-neutraliseeren, in het algemeen kleinigheden toegaven, het bestaan van zekere misstanden
-erkenden, punten van ondergeschikt belang bestreden en de kern der zaak.&#x2026; lieten voor
-hetgeen zij was.
-</p>
-<p>Met handige tactiek trachtte men de aandacht van de hoofdzaak af te leiden, en haar
-te vestigen op die gedeelten in het boek, welke alleen als bijzaken bedoeld waren.
-</p>
-<p>Zoo kwam b. v. de Sumatra Post aandragen met het nieuws dat er sarongs van 80 centen
-bestonden en dat een inlander desgevorderd zijn leven kan rekken met 8 centen per
-dag. En gaf daarbij nog de onnoozele verzekering, dat het juist op zulke kleinigheden
-aankomt!
-</p>
-<p>Het lijkt mij de moeite niet waard op deze en dergelijke aanmerkingen te antwoorden.
-</p>
-<p>Maar de hoofdzaken: de onvrijheid der arbeiders, de misbruiken voortgevloeid uit de
-koelie-ordonnantie of daardoor bestendigd, de onvoldoende rechtspraak, het sjoekoeliën,
-de te lage loonen der vrouwen, men ging ze stilzwijgend voorbij of behandelde ze als
-nevenzaken.
-</p>
-<p>Een uitzondering moet ik hier maken voor de Deli-Courant, die&#x2014;hoewel immer vergoelijkend
-voor den actueelen toestand&#x2014;mijn brochure vooral in haar nummer van 27 November 1902,
-op eerlijke wijze besprak.
-</p>
-<p>Eindelijk dan was het wapen gevonden, waarmede men meende mij te kunnen afmaken en
-werd de beschuldiging van overdrijving uitgesproken. Ook zei men, dat ik alleen de
-donkere zijde van Deli liet zien. Mijn plicht zou het geweest zijn, ook de goede kanten
-van het gewest te laten kijken.
-</p>
-<p>Komaan! Zal men het den dokter, die de ziekte in het hoofd van een patiënt bespreekt,
-kwalijk nemen, dat hij in <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>zijn verhandeling niet den gezonden toestand der beenen releveert?
-</p>
-<p>En ik stond tegenover Deli in dezelfde verhouding. Ik zei toch (blz. 14 der Mill.
-uit Deli), dat ik wou wijzen op &#x201e;de afgrijselijke <b>wonden</b> in de samenleving der Oostkust.&#x2026; opdat ieder de wegneming (zou) eischen van de oorzaak
-der kwaal, die het <b>gezonde lichaam</b> verteert.&#x201d;
-</p>
-<p>Maar dit zag men niet in, of men wilde het niet inzien.
-</p>
-<p>En zoo zei men, dat volgens mij er niets goeds in Deli was! En toen ging men aan het
-opnoemen, wat er wel goeds in Deli was.
-</p>
-<p>De eerste zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-</p>
-<p>De tweede zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-</p>
-<p>De derde zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. De vierde, de
-vijfde, iedereen en ook ik, mee instemmende in dit algemeene loflied, zeg: de hospitalen
-bij de groote maatschappijen zijn goed.
-</p>
-<p>Hetzelfde zei men&#x2014;en terecht&#x2014;van de woningen bij sommige groote maatschappijen. Ook
-zei men&#x2014;en ook ik stem weer mee in&#x2014;de verdiensten van de Chineezen zijn zoo kwaad
-niet.
-</p>
-<p>Verder zei men niets. Men was uitgepraat. En ik ben het ook.
-</p>
-<p>Na dit goede te hebben op den voorgrond gesteld, ving men dan aan mij te beschuldigen
-van bijbedoelingen, van onvaderlandslievendheid, van ondankbaarheid tegenover het
-gewest, waar ik mijn brood verdien, e. d. Deze dingen raken evenwel mij, niet de zaak
-en ik veroorloof mij, ze langs mijn kleeren te laten afglijden.
-</p>
-<p>Het ligt dan ook niet in mijn plan, mijn bestrijders een voor een te woord te staan.
-Wel schijnt het mij noodig eenige toelichting op mijn brochure te geven en in het
-algemeen de tegen-argumenten voor zoover zij de zaak raken, te weerleggen.
-<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
-<p>Het eerste te doen bedoelt het hoofdstuk: &#x201e;De Minister en de Brochure&#x201d;, het tweede
-&#x201e;Een Oud-Resident en de Brochure.&#x201d; Den heer <span class="sc">Kooreman</span> antwoordende, meen ik de zakelijke argumenten van al mijn tegenstanders te bespreken.
-Alleen nog het verwijt van de Sumatra Post dd. 7 Februari j.l., dat ik inconsequent
-zou zijn, meen ik te moeten terugwijzen. Reeds in de vergadering van de afdeeling
-Medan van den Indischen Bond dd. 29 Maart 1902 toch erkende ik openlijk, dat mijn
-meening over de koelie-ordonnantie, toen ik nog niet lang in Deli verblijf hield,
-een geheel andere was dan tegenwoordig. De dagelijksche omgang gedurende anderhalf
-jaar met koelies in vrijen arbeid en de nadere bestudeering van het koelie-vraagstuk
-hebben mijn meening geheel gewijzigd. Daarom haalde ik ook in &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d;
-niets aan van wat ik schreef gedurende den tijd dat ik redacteur was van de Sumatra
-Post, al zou ik b. v. wat ik schreef over de begrafenis-circulaire van den ass.-resident
-<span class="sc">Kühr</span> op het oogenblik nog gaarne onderschrijven. Wat ik in dien tijd naar aanleiding b.
-v. van <span lang="en">The British Deli Cy</span> en den heer Tripp schreef, berustte op geheel verkeerde inlichtingen, terwijl mijn
-oordeel van dien tijd over koelie-zaken, ik geef het gereedelijk toe, als praematuur
-moet worden beschouwd.
-</p>
-<p>Ik kan dit &#x201e;Voorwoord&#x201d; niet eindigen zonder mijn dank te hebben betuigd aan den openhartigen
-Oud Assistent-Resident <span class="sc">Rookmaker</span>, die zoo eerlijk zijn ondervinding en zijn oordeel in de &#x201e;Groene Amsterdammer&#x201d; neerlei,
-aan den mij onbekenden Mr. <span class="sc">Justus</span>, die in de Java-Bode een lans brak voor mijn streven, aan den Oud-Resident <span class="sc">Scherer</span>, die openlijk het goede van mijn werk dorst te erkennen en aan allen, die tot nu
-toe mee hielpen strijden in dezen strijd om Recht.
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="minister" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#minister.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er is van verschillende zijden bij de bespreking mijner brochure &#x201e;De Millioenen uit
-Deli&#x201d; gewezen op mijn Calvinistische geloofsbelijdenis en in verband daarmede op mijn
-anti-revolutionnaire gevoelens. Mij dunkt, dat men de laatste beter achterwege hadde
-gelaten, daar het boekje allerminst de strekking had een of andere politieke partij
-te dienen. Uit een politiek oogpunt was zelfs voor de anti-revolutionnairen de verschijning
-mijner brochure ongewenscht, daar zij den Minister van Koloniën op het onverwachtst
-voor de oplossing van een vraagstuk plaatste, waaraan hij naar alle waarschijnlijkheid
-nog niet de noodige aandacht had geschonken, en hem toestanden onthulde, waarvan hij
-zelfs het bestaan niet kon vermoeden. Daar uit den aard der zaak het tegenwoordig
-Ministerie mijn sympathie heeft, heb ik er een oogenblik aan gedacht, de uitgave van
-het &#x201e;schrikwekkende&#x201d; boek uit te stellen tot latere gelegenheid. Doch ook slechts
-een oogenblik heeft bij mij het opportuniteitsbezwaar gegolden.
-</p>
-<p>Tegenover het schrikkelijk onrecht, tegenover het lijden van duizenden, tegenover
-het nadeel aan de eere Gods kon de overweging, dat de Minister van Koloniën, al ware
-hij ook een politiek partijgenoot, in een moeielijke positie zou komen, in de weegschaal
-gelegd, de naald niet naar de andere zijde van het huisje doen overslaan. Hier mocht
-geen partijbelang gelden, hier verloren persoonlijke sympathieën haar gewicht, hier
-gold het zuiver en zonder aanzien des persoons op te komen voor de eer van Hem, bij
-wien alle belang van partij en persoon in het niet zinkt.
-</p>
-<p>Op het oogenblik, dat de copy mijner brochure naar Holland verzonden werd, was de
-krachtige <span class="sc">Van Asch van Wijck</span> reeds overleden en wachtte ieder in Nederlandsch-Indië met spanning, wie zijn opvolger
-zou zijn. Toen het bekend <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>werd, dat Idenburg als Minister van Koloniën was opgetreden, spraken de meeste Indische
-bladen een onwelwillend oordeel uit. Ik geloof, dat men daartoe geen voldoende reden
-had; in ieder geval was men voorbarig. Mij was het bericht zijner benoeming niet onwelkom.
-Het weinige, dat ik van particuliere zijde van hem vernomen had en vooral zijn optreden
-het vorig jaar in de Tweede Kamer als afgevaardigde voor Gouda, deden mij de hoop
-koesteren, dat mijn kreet om recht niet ledig zijn oor voorbij zou gaan. Ziehier,
-zoo dacht ik, een geloofsman, naar hetgeen men van hem vertelt, een geloofs<b>held</b>, die eigen eere niet achtende, op zal komen voor de Gerechtigheid. Een man, die den
-gruwel ziende, hem weg zal nemen.
-</p>
-<p>En nu?
-</p>
-<p>Nog is de tijd niet gekomen, een oordeel over de daden van dezen Minister uit te spreken.
-Ik wil blijven hopen en vertrouwen. Wel had ik verwacht iets anders te hooren, iets
-krachtigers, iets minder dubbelzinnigs, minder vaags, dan wat hij zeide bij de bespreking
-der koelie-ordonnantiën in de Tweede Kamer. Ik geef toe, dat de toestand van den Minister
-verre van benijdenswaardig was. Nauwelijks de politieke loopbaan ingetreden, belast
-met het opperbeleid in het koloniaal bestuur, bijna onvoorbereid voor zijn rekening
-hebbend de verdediging van de Indische begrooting, heeft <span class="sc">Idenburg</span> aan mede- en tegenstander zonder twijfel bewondering moeten afdwingen. Het ligt dan
-ook niet in mijn bedoeling iets te zijnen nadeele te zeggen. Zoo iets, dan is het
-de houding van den Minister in het algemeen bij het begrootingsdebat, die mij vertrouwen
-doet stellen in de toekomst. En mij hoop geeft voor der koelieszaak.
-</p>
-<p>Dat neemt niet weg, dat ik, zooals ik reeds zeide, gaarne iets meer beslists, meer
-positiefs van de zijde des Ministers vernomen had. Hoe gaarne had ik in plaats van
-&#x201e;Ik zal deze brochure speciaal onder de aandacht van den Gouverneur-Generaal brengen&#x201d;
-de belofte vernomen, dat de Minister <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>een algemeen en grondig onderzoek zou bevelen. Van een onderzoek van regeeringswege,
-dat de meesten na de woorden des Ministers verwachtten, is tot nog toe niets gekomen
-en&#x2014;ben ik goed ingelicht&#x2014;dan zou er hiervan zelfs geen sprake zijn. Wel werden mij
-door den resident der Oostkust van Sumatra inlichtingen gevraagd over het toetoepen
-van zaken te Medan. Ook ontving ik bezoek van den assistent-resident, in zijn kwaliteit
-van hulp-officier van Justitie, die den naam vroeg van den bedrijver der schanddaad,
-bedoeld op blz. 29 der &#x201e;Millioenen uit Deli&#x201d;. Men schijnt de zaak strafrechtelijk
-te willen vervolgen.
-</p>
-<p>Op beide verzoeken heb ik geantwoord, dat ik alleen aan de Regeering of Hare vertegenwoordigers
-bereid ben inlichtingen te geven in geval van een door Haar bevolen algemeen onderzoek
-en wel onder voorwaarde van straffeloosheid voor de betrokken personen.
-</p>
-<p>Mijn eerzucht toch is allerminst als politie-spion op te treden! En indien men meenen
-mocht door posthume strafvervolging het euvel weg te nemen, dan moet ik twijfelen
-aan goede trouw. Ik roep om den heelmeester, niet om den rechter. Ik strijd voor een
-beginsel, niet tegen personen. Mijn streven spruit niet uit wraakgevoel, doch vindt
-zijn oorsprong in liefde voor de Gerechtigheid.
-</p>
-<p>Hoe verkeerd mijn streven begrepen wordt, hoezeer mijn bedoelingen worden miskend,
-blijkt wel hieruit, dat de eerste daad van het Bestuur ter Oostkust na de verschijning
-mijner brochure was, den procureur-generaal van het Hoog-Gerechtshof te Batavia advies
-te vragen, of er mogelijkheid bestond mij onder de in Indië vigeerende wet op de drukpers
-strafrechtelijk te vervolgen! Het antwoord van den procureur-generaal heb ik niet
-gelezen, doch het moet lang niet malsch geluid hebben.
-</p>
-<p>Een onderzoek, ten minste een openlijke enquête, zooals ik gehoopt en, om de waarheid
-te zeggen, verwacht had, komt er dus niet. Toch meen ik reden te hebben, te vermoeden
-<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>dat het geenszins in het plan van den Minister ligt, de zaak te laten doodbloeden
-en in den doofpot te stoppen. Welke mijn gronden voor deze meening zijn, acht ik mij
-niet geoorloofd, hier te openbaren.
-</p>
-<p>Moest ik ten dezen opzichte teleurstelling ondervinden, ook op andere punten bevredigde
-mij de rede van den Minister niet.
-</p>
-<p>In de eerste plaats hinderde mij de onjuistheid, waaraan de Minister zich schuldig
-maakte, toen hij verklaarde te meenen, dat ook ik de behandeling der koelies bij de
-Deli-Maatschappij zoo zeer had geroemd. In mijn brochure toch is geen woord te vinden,
-waaruit men die conclusie trekken kan. Wanneer ik een voorbeeld van goede behandeling
-der koelies zou hebben willen noemen, dan had ik een mij bekende kleine particuliere
-onderneming gekozen en niet de Deli-Maatschappij.
-</p>
-<p>Om dit duidelijk te maken, behoef ik alleen mede te deelen, dat de feiten, verhaald
-op blz. 29 en blz. 31 der brochure, op ondernemingen der Deli-Maatschappij zijn gepleegd.
-Het doet er wel weinig af of toe, daar overal meer of minder groote onregelmatigheden
-zijn voorgekomen, doch tot recht verstand van zake dient deze onjuistheid van den
-Minister te worden hersteld. Evenmin toch als <i lang="de">Alter vor Thorheit schützt</i>, evenmin behoeden de beste bedoelingen van het bestuur eener maatschappij in Holland
-voor uitspattingen zijner vertegenwoordigers in Indië, <b>zoolang deze over de koelies meer rechten uitoefenen dan hun volgens Gods ordinantiën
-mogen worden toegestaan</b>.
-</p>
-<p>Trouwens over de meer of minder goede behandeling der koelies loopt de kwestie niet.
-Laat ons bij de zaak blijven, het gaat over het al of niet geoorloofde van de koelie-ordonnantie,
-zooals zij in Deli bestaat. Goede of slechte behandeling doet er <i>au fond</i> niets af of toe. In Amerika hadden op de meeste plantages de slaven het ook goed.
-Toch heeft een edelmoedig volk naar de wapens gegrepen, om aan den onmenschwaardigen
-toestand een einde te maken.
-<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
-<p>Zoo ook hier.
-</p>
-<p>Mijn meening daaromtrent zette ik reeds uiteen op blz. 14 der Millioenen uit Deli,
-doch wil ze ten overvloede hier nog eens herhalen:
-</p>
-<p>&#x201e;Het deert mij niet, of die toestand al of niet valt onder de rechtskundige definitie
-van slavernij; het laat mij koud, of de koelie-ordonnantie al dan niet in strijd is
-met onze Grondwet of Burgerlijke Wet; <b>het is mij onverschillig, of ondernemers of maatschappijen min of meer philantropisch
-zijn en hunne werklieden beter of slechter behandelen of verplegen. Het eenige wat
-mij raakt is, dat zij is in strijd met de eere Gods, in strijd met de menschelijkheid.</b>
-</p>
-<p>Waarlijk, met een mooi hospitaal en een paar guldens is het gemis der vrijheid niet
-goed te maken.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Zeer gezocht, om niet te zeggen sophistisch, is de redeneering van den Minister, waar
-hij ongeveer zegt: &#x201e;Zie, van alle zijden dringt men hier in Nederland aan op wettelijke
-regeling van den arbeid; in Deli is het gebeurd en nu moppert gij.&#x201d;
-</p>
-<p>Zeker, Excellentie, men dringt aan in Nederland op wettelijke regeling van het arbeidscontract.
-Maar niet op een zoodanige, als wij in de koelie-ordonnantie belichaamd vinden. En
-ook ik heb tegen een wettelijke regeling dezer zaak niets, ik ben er zelfs voor. Doch,
-mij dunkt, dat zulk een regeling een <b>behoorlijke</b> dient te zijn. Durft Uwe Excellentie deze qualificatie aan de vigeerende koelie-ordonnantie
-geven? Welnu, laat dan Uw collega van Binnenlandsche Zaken er eens de proef mee nemen
-en voorstellen de koelie-ordonnantie naar omstandigheden gewijzigd, in Nederland in
-te voeren.
-</p>
-<p>Men zie in de laatste zinsnede allerminst valsche scherts. Geen onrechtmatigheid wordt
-beter gevoeld, dan door het slachtoffer, en door dengene die in gelijkvormige omstandigheden
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>verkeert. Nu is er ongetwijfeld niemand, die niet inziet, dat het Nederlandsche volk
-een wettelijke regeling van den arbeid, die zelfs maar in de verte op de beruchte
-koelie-ordonnantie geleek, niet zou verdragen.
-</p>
-<p>Waarom zou dan de Javaan haar moeten verduren?
-</p>
-<p>Zooals ik reeds gezegd heb, heb ik vertrouwen in dezen Minister, in zijn werkkracht,
-zijn eerlijkheid en zijn Geloof. Dr. <span class="sc">Schaepman</span> in een zijner Chronica&#x2019;s noemde hem &#x201e;dapper&#x201d; en vertrouwde dat de zaak in <span class="sc">Idenburgs</span> handen gesteld, zou terecht komen en tot zijn recht. Bij deze woorden wensch ik mij
-aan te sluiten. Doch ik dring aan op spoed. Hier is de uitdrukking <i lang="la">periculum in mora</i> geen phrase.
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="oudresident" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#oudresident.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE.<a class="noteRef" id="xd30e289src" href="#xd30e289">1</a></h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was der vereeniging &#x201e;Moederland en Koloniën&#x201d; moeielijk gevallen, iemand te vinden,
-die &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; wilde behandelen. Aldus de heer <span class="sc">P.&nbsp;H. van der Kemp</span>, toen hij in den avond van 22 December 1902 in de vergadering dier Vereeniging den
-heer <span class="sc">P.&nbsp;J. Kooreman</span>, Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, als verhandelaar introduceerde. En ook deze
-was slechts noode hiertoe overgegaan. Evenwel, de overweging, dat het noodig kon zijn
-verschillende punten te weerleggen, had hem zijn toestemming doen geven.
-</p>
-<p>Daar nu eenmaal deze Oud-Resident op zich genomen had, mijn boekje te behandelen,
-mocht men redelijker wijze een behandeling van het door mij geschrevene verwachten.
-In plaats van echter aan dezen eersten en eenigen eisch te voldoen&#x2014;meer werd toch
-niet van den spreker gevraagd en minder niet verwacht&#x2014;verliet, geheel uit eigen beweging,
-de heer <span class="sc">Kooreman</span> den hem vriendelijk aangeboden rechterstoel en plaatste zich op de bank der beschuldigden.
-</p>
-<p>Wat dreef hem hiertoe?
-</p>
-<p>Zelfverwijt? Wroeging? Berouw? Schuldbewustzijn?
-</p>
-<p>Ik wil daar niet over oordeelen: ik ken den heer <span class="sc">Kooreman</span> daartoe te weinig. Nu hij zich evenwel zelf zijn plaats heeft gekozen, moet ik hem
-daar laten en valt mij de onaangename taak ten deel, tegen den Oud-Resident het openbaar-ministerie
-te moeten waarnemen.
-</p>
-<p>Hoe ongaarne ook, ik ben er toe verplicht, doordien de heer <span class="sc">Kooreman</span> de behandeling mijner algemeene beschuldigingen <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>heeft omgezet, voor een groot gedeelte, in een persoonlijke verdediging.
-</p>
-<p>De uitroepen &#x201e;waarom heeft Mr. <span class="sc">van den Brand</span> mij nooit ingelicht?&#x201d; &#x201e;Waarom heeft Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span> niet gesproken?&#x201d; &#x201e;Waarom zweeg die Hollandsche geleerde van den heer <span class="sc">Deen</span>?&#x201d; kunnen toch alleen uitgelegd worden in den zin van: &#x201e;Ziet gij wel, ik wist er niets
-van, ik ben onschuldig!&#x201d;
-</p>
-<p>Waarom toch die herhaalde betuiging van onschuld door iemand, wien niets ten laste
-is gelegd?
-</p>
-<p>Behalve zichzelf heeft ook de heer <span class="sc">Kooreman</span> zich geroepen geacht de koelie-ordonnantie te verdedigen. In plaats van de onpartijdige
-rol van den beschouwer, den criticus, te aanvaarden, voelde hij zich geroepen als
-tegenstander op te treden en mij te bestrijden. Dit, natuurlijk, stond hem vrij. En
-ik ben hem er dankbaar voor.
-</p>
-<p>Ik meen toch te mogen aannemen, dat zoowat al het wapentuig, waarover de voorvechters
-der koelie-ordonnantie kunnen beschikken, door den Oud-Resident te voorschijn is gehaald
-en dat hij dezen keer zijn zwaarste harnas heeft aangetrokken. Wel is het een zonderlinge
-ridder, dien ons oog aanschouwt, met het &#x201e;pro servitute&#x201d; op zijn wapenschild. En ook
-de geleende advocaten-toga, die de rusting omhult, verbetert zijn figuur niet, daar
-zij den ridder blijkbaar ongewoon is en hij zich er onhandig in beweegt.
-</p>
-<p>Het is juist door de rol van verdediger, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> meende op zich te moeten nemen, dat hij vervalt tot handigheden, welke den rustigen
-toeschouwer spoedig ònhandigheden blijken en waardoor hij zijn zaak meer kwaad dan
-goed heeft gedaan.
-</p>
-<p>Ziehier twee voorbeelden.
-</p>
-<p>Waar de heer <span class="sc">Kooreman</span> wijzen wil op de groote uitbreiding der bestuurstaak, deelt hij ons mede dat er zich
-in de residentie Oostkust van Sumatra in 1881 bevonden 16 ondernemingen, terwijl er
-tegenwoordig 139 tabaksondernemingen <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>zijn, ongerekend 29 koffieondernemingen en 3 petroleumondernemingen. Bij de beschouwing
-der gemaakte winsten spreekt hij niet van ondernemingen, doch van maatschappijen.
-Van de 38 maatschappijen, zegt de heer <span class="sc">Kooreman</span>, hebben dit jaar slechts 13 dividend uitgekeerd. De argelooze toehoorder staat verbaasd
-over deze verhouding, en meent, dat het den planters erg treurig gaat. Indien de verhandelaar
-niet vergeten had erbij te zeggen, dat onder die 13 dividend uitkeerende maatschappijen
-was de Deli-Maatschappij met 22 ondernemingen, de Arendsburg met 6, de Amsterdam Deli-C<sup>ie</sup> met 4, enz., dan zou de indruk heel anders en meer overeenkomstig de waarheid geweest
-zijn. Men zou dan gezien hebben, dat slechts een klein deel en niet het verreweg grootste
-deel, geen winst heeft opgeleverd. Dezen indruk echter wenschte de heer <span class="sc">Kooreman</span> blijkbaar niet, vandaar zijn eigenaardige voorstelling.
-</p>
-<p>Dit voorbeeld&#x2014;hoewel teekenend voor &#x2019;s heeren <span class="sc">Kooreman&#x2019;s</span> beschouwingen in het algemeen&#x2014;is nog zoo erg niet. Wij weten dat de oud-resident
-niet verhandelt, maar verdedigt. En een weinig handigheid willen wij in zijn pleidooi
-over het hoofd zien, al zullen wij niet nalaten den goochelaar op de vingers te kijken.
-</p>
-<p>Het tweede voorbeeld&#x2014;en dit is veel erger&#x2014;is het overslaan bij de mondelinge voordracht
-van wat wij in de gedrukte lezing vinden over het sjoekoeliën. Ware het een bijzaak
-geweest, die de redenaar uit gebrek aan tijd of om eenige andere reden had overgeslagen,
-ik zou er niets op aan te merken hebben. Maar dit hoofdstuk mijner brochure, waarvan
-de heer <span class="sc">Kooreman</span> in zijn gedrukte lezing moet erkennen, <b>dat het in hoofdzaak waar is</b>, kan niet anders zijn voorbijgegaan dan met bedoeling. En het schijnt mij dan ook
-toe, dat wij het alleen aan de openhartige erkenning van deze terugstootende herwerving
-door den Oud-Resident <span class="sc">Scherer</span> te danken hebben, dat thans de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> het feit niet langer verheelt. Het is een hard <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>woord, doch men zou hier werkelijk aan de goede trouw van den verhandelaar moeten
-gaan twijfelen.
-</p>
-<p>Ook schijnt het mij toe, dat waar de heer <span class="sc">Kooreman</span> er voortdurend op terug komt, dat wat ik mededeelde, steeds zou zijn voorgevallen
-buiten het eigenlijk Deli, waarop mijn brochure volgens den titel alleen betrekking
-zou kunnen hebben, daar volgens het zeggen van den Oud-Resident alleen de millioenen
-uit die streek komen&#x2014;een bewering wier onjuistheid terstond in het oog valt, wanneer
-men slechts aan de petroleum-ondernemingen denkt&#x2014;het schijnt mij toe, zeg ik, dat
-hier de heer <span class="sc">Kooreman</span> den onnoozele speelt. Het kan hem toch niet onbekend zijn, dat in de spreektaal gewoonlijk
-Deli voor de geheele Oostkust van Sumatra genomen wordt. Ik ken hem ook voldoende
-begripsvermogen toe, om te hebben opgemerkt, dat mijn brochure niet enkel over het
-landschap Deli, doch over de geheele residentie handelt. Het lijkt mij, om de waarheid
-te zeggen, kinderachtig toe uit den titel &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; de gevolgtrekking
-te willen maken, dat ik alleen het landschap van dien naam en niets anders bedoelde.
-Ieder zegt gemakshalve Deli, waar hij het heele gewest wil aanduiden.
-</p>
-<p>Zoo doet o. a. ook de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> in zijn lezing van 22 December 1902.
-</p>
-<p>Maar de kinderachtigheid der opmerking daargelaten, zij is nog onjuist bovendien.
-</p>
-<p>Het geval, verhaald op blz. 31 mijner brochure, van de vrouw, die vastgebonden werd
-en door den administrateur mishandeld, is wis en degelijk gebeurd in het landschap
-Deli, en wel op de onderneming Sempali van de Deli-Maatschappij, nog geen half uur
-rijdens van Medan, dus bijna in het gezicht van het Residentiekantoor.
-</p>
-<p>Dit wist de heer <span class="sc">Kooreman</span> heel goed, en ik noem het oneerlijk, het tegengestelde te beweren.
-</p>
-<p>Of bedoelt hij misschien een ander geval dan ik? Het zou zeker niet onmogelijk zijn,
-hoewel ik het niet gelooven <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>mag, waar de Oud-Resident zoo pertinent beweert het geval te kennen. Het is trouwens
-onder zijn bestuur voorgevallen.
-</p>
-<p>En dan het onderzoek bij de British-Deli? Zeker, ik geef toe, dat een gedeelte der
-ondernemingen dezer maatschappij in Langkat ligt. Doch doet dit wel iets ter zake?
-</p>
-<p>Trouwens al wat door den Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> over het onderzoek bij de <span lang="en">British-Deli and Langkat Tobacco Cy.</span> gezegd is, mangelt aan goede trouw. De inlichtingen omtrent deze zaak had de correspondent
-van de Java-Bode (C. de Coningh) van den man, die met het onderzoek belast is geweest,
-den toenmaligen Assistent-Resident <span class="sc">H. van der Steenstraten</span>. En de heer <span class="sc">Kooreman</span> zelf was toen Resident.
-</p>
-<p>Ik verwijs verder naar de verklaring hieromtrent door den heer <span class="sc">C. de Coningh</span> op blz. 50<span class="corr" id="xd30e428" title="Niet in bron">.</span> Hieruit zal men zien, dat de heer <span class="sc">Kooreman</span> geen recht had, de voorstelling der feiten noch de getrokken conclusie onjuist te
-noemen.
-</p>
-<p>Zou deze Oud-Resident in gemoede meenen, dat niet, zooals ik schreef, <b>indien het Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen en grondig
-onderzoek</b> er ergerlijker dingen voor den dag zouden komen?
-</p>
-<p>Ten slotte nog dit. Aan het einde zijner verhandeling schrijft de heer <span class="sc">Kooreman</span>: &#x201e;Integendeel geloof ik, dat uit zijn (Mr. <span class="sc">van den Brands</span>) onjuiste, overdreven verhalen, uit zijn beschrijvingen van stelsels en verhoudingen,
-welke niet bestaan, volgt, dat de toestanden in Deli zeker bevredigend kunnen worden
-genoemd, al maken zich daar nu en dan enkele personen schuldig aan daden, die door
-u evenals door mij ten zeerste worden gelaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>Hoe kan ik deze uitspraak rijmen met wat de heer <span class="sc">Kooreman</span> betoogt op blz. 4, 2<sup>de</sup> kolom zijner lezing: &#x201e;De brochure (De Millioenen uit Deli) bevat van af omslag tot
-slot een doorloopend betoog, dat er niets goeds is in Deli<a class="noteRef" id="xd30e454src" href="#xd30e454">2</a>, en daar toestanden bestaan zoo verdorven mogelijk. Zulke toestanden laten zich uit
-den aard der zaak gemakkelijk <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>beschrijven, <b>omdat de bewijzen als het ware voor het grijpen liggen</b>.&#x201d;
-</p>
-<p>Zeker, de bewijzen liggen voor het grijpen. En niemand, die dit beter weet dan de
-heer <span class="sc">Kooreman</span>. Hij weet dan ook, dat ik werkelijk een greep deed &#x201e;in de veelheid der feiten&#x201d;, dat
-ik mij niet bezig hield met het binnenhalen van den oogst, doch slechts een ruikertje
-gaarde van grafbloemen uit Deli.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Toen de oude <span class="sc">Kranenburg</span> den jongeheer <span class="sc">Hendrik Wildschut</span> verweet, dat zijn vader land van de armen gestolen had en zijn bewering zoodanig
-met bewijzen staafde, dat <span class="sc">Heintje</span> de beschuldiging niet langer kon ontkennen, sprak deze de gedenkwaardige woorden:
-&#x201e;Al is het waar, dan lieg je &#x2019;t nog.&#x201d;
-</p>
-<p>Door de boudheid dezer bewering begonnen sommigen aan de waarheidsliefde van den goeden
-<span class="sc">Kranenburg</span> te twijfelen.
-</p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span>, de koelie-ordonnantie door dik en dun willende verdedigen, meent per se mijn beweringen
-en feiten te moeten tegenspreken of vergoelijken en volgt het voorbeeld van den jongen
-<span class="sc">Hendrik</span>.
-</p>
-<p>Zal hij door de boudheid zijner tegenspraak denzelfden indruk teweeg brengen?
-</p>
-<p>Niet met mijn toestemming. De stoutheid zijner bewering, de heftigheid zijner apodictische
-tegenspraak zal mij niet overbluffen. Ik blijf er bij, dat als iets waar is, het niet
-gelogen kan zijn.
-</p>
-<p>Ook in een der Indische bladen las ik de uitspraak &#x201e;het is zoo en toch is het niet
-zoo.&#x201d;
-</p>
-<p>Laat ons echter bij den heer <span class="sc">Kooreman</span> voorloopig blijven en zien, waarom mijn voorstellingen en gevolgtrekkingen onjuist
-zijn en in hoeverre.
-</p>
-<p>Zooveel mogelijk volg ik zijn lezing op den voet.
-</p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> begon met te memoreeren, dat hij op <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>8 Januari 1901 in het Indisch Genootschap een lezing hield over Delische toestanden,
-waarbij hij in het bijzonder behandelde de rol, die het Bestuur en die welke de ondernemers
-in de Delische maatschappij innemen.
-</p>
-<p>Ik herinner mij die lezing zeer goed. Niet dat ik er bij tegenwoordig was&#x2014;dan zou
-zij niet het eigenaardig verloop hebben gehad, dat zij gehad heeft, n.l. dat niemand
-met den spreker in debat wenschte te treden&#x2014;doch ik las haar in extenso, naar ik meen,
-in beide plaatselijke bladen van Medan. Het was bij die gelegenheid, dat de Oud-Resident,
-die op de hoogte van de toestanden in zijn gewest behoorde te zijn, het beruchte voorstel
-deed, den beheerders van ondernemingen politiemacht te geven.
-</p>
-<p>Zou de heer <span class="sc">Kooreman</span> dat voorstel nog durven doen?
-</p>
-<p>Ik moet het veronderstellen, waar hij zegt thans een vervolg te geven op die voordracht
-van 1901.
-</p>
-<p>Politiemacht aan de beheerders! Dat wil zeggen, aan menschen, wien reeds over hun
-medemensch meer macht is gegeven, dan geoorloofd is, nog die macht toe te staan, welke
-alleen aan de Overheid toekomt. Hoe het mogelijk is, dat een gewezen Magistraat, die
-resident in Deli was, zulk een gruwelijk voorstel deed, verklaar ik niet te kunnen
-begrijpen.
-</p>
-<p>Na zich op dit menschlievend antecedent te hebben beroepen, verwijt de heer <span class="sc">Kooreman</span> mij, dat ik Deli schilderde met schrille kleuren, en verzekert dat, indien mijne
-schilderingen de werkelijkheid weergaven, ieder weldenkend mensch zou huiveren van
-verontwaardiging.
-</p>
-<p>Ik erken, dat ik niet in staat was de werkelijkheid weer te geven; dat de kleuren,
-welke ik aanwendde, hoe schril ook, bleven beneden de realiteit; dat ik niet in staat
-was, den weedom, de ellende uit te drukken, die er spreekt uit het rondschrijven van
-den waarnemend Assistent-Resident van Medan, dd. 5 Juni 1899, hetwelk ik opnam in
-mijn brochure en dat ik hier laat overdrukken.
-<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
-<div class="q">
-<p class="first salute"><i>Aan
-<br>de Hoofdadministrateurs en Beheerders der Landbouwondernemingen
-<br>in de afdeeling Deli.</i>
-</p>
-<p>Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen. Mohammedaansche en Hindoesche
-Klingen en Bengaleezen, als die der Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de
-lijken der contract-koelies <b>niet overeenkomstig den adat</b> worden begraven.
-</p>
-<p>Op de <b>meeste</b> ondernemingen <b>zijn er zelfs geen stukken grond gereserveerd tot begraafplaatsen</b> voor de verschillende volksstammen.
-</p>
-<p>Bovendien worden <b>de meeste Chineezen ongekist</b> ter aarde besteld en <b>hunne graven niet voorzien van een pitsjok of pisak</b> (steenen tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het dorp
-of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene afkomstig is).
-</p>
-<p>Aangezien nu:
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1<sup>o</sup>.</span> een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen tablet plm. 25 cent kost.
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2<sup>o</sup>.</span> er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen sterven; en
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3<sup>o</sup>.</span> de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie stukken grond:
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>a.</i></span> voor het begraven van Mohammedanen (Javanen, Soedaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen,
-Bengaleezen).
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>b.</i></span> voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe&#x2019;s, Keh&#x2019;s of Hakka&#x2019;s, Hailohong&#x2019;s, Hokien&#x2019;s,
-Makau&#x2019;s, Kangsi&#x2019;s, etc.), en
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>c.</i></span> voor het begraven of verbranden van Hindoe&#x2019;s (Klingen en Bengaleezen),
-</li>
-</ul>
-</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>van geen grooten omvang behoeven te wezen, <b>zoo heb ik de eer, UEdele beleefd in overweging te <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>geven de bovenaangegeven drie afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en)
-te willen bepalen, zoo zulks nog niet is geschied&#x2014;en elken overledene overeenkomstig
-zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven</b>, ten einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet te kwetsen
-en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde der bovenbedoelde hoofden
-te geven.
-</p>
-<p class="signed"><i>De wd. assistent-resident van Medan</i>,
-<br><span class="sc">E.&nbsp;L.&nbsp;M. Kühr</span>.
-</p>
-<p class="dateline"><span class="sc">Medan</span>, 5 Juni 1899.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Daarom heb ik van deze circulaire niets anders gezegd, dan dat ze humaan was. Ik meende,
-dat dit rondschrijven, zonder meer, in staat zou zijn het hart van den Lezer te treffen.
-Dit officieele stuk, in al zijn soberheid, niet jagend naar eenig effect, behoefde
-geen commentaar.
-</p>
-<p>Zoo meende ik.
-</p>
-<p>Maar de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span>, wiens plicht het zoovele jaren geweest is, de inlandsche bevolking te beschermen
-tegen willekeur van de zijde der Europeesche ingezetenen (art. 29 Instr.) hoorde dezen
-schreeuw der ellende niet. De strijdkreet &#x201e;Pro Servitute&#x201d; klonk luider dan de gil
-der menschelijkheid, die &#x2019;s ridders paard met de hoeven vertrad.
-</p>
-<p>Deze circulaire, evenmin als het terugstootende sjoekoeliën achtte de verhandelaar
-een woord waardig. Wel achtte hij het de moeite waard, zich te verdiepen in het vraagstuk,
-of het wel zoo erg is, een vrouw ten bloede toe te geeselen, als zij toch nog loopen
-kan.
-</p>
-<p>Laat ik niet afdwalen. Wij zijn nog niet aan &#x2019;s Residenten martel-casuistiek.
-</p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> verzekert ons, dat het niet in zijn plan ligt, het gewest geheel te zuiveren van
-alle vlekken. Hij erkent, dat er misstanden zijn, maar daarom zijn de wangedragingen
-van enkelen niet de ondeugden van allen <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>en wel nergens ter wereld is er een land zonder misbruiken, waar misdrijven noch overtredingen
-voorkomen.
-</p>
-<p>Hier herinnert de spreker mij aan mijn huisbaas, die, nadat ik mij had beklaagd, dat
-het overal doorregende, mij antwoordde: &#x201e;kom, kom, het lekt wel eens in ieder huis.&#x201d;
-Zeker, dat doet het ook. Maar ik vind, dat men in ieder geval een behoorlijk dak moet
-hebben.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Alvorens verder te gaan, verzoek ik den vriendelijken Lezer verlof uit te mogen gaan
-van de volgende stellingen:
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>a.</i></span> De heer <span class="sc">Kooreman</span> kan behoorlijk lezen;
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>b.</i></span> De brochure &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; kan door een middelmatig Resident-in-ruste begrepen
-worden.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Mijn brochure begint met een inleiding, waarin in hoofdzaak een verslag wordt gegeven
-van de vergadering der afdeeling Medan van den Indischen Bond op Zaterdag 29 Maart
-1902. Eerst krijgt men de rede van den heer <span class="sc">De Coningh</span>. Deze beweerde, dat het koelie-systeem ter Oostkust van Sumatra is &#x201e;een vermomde
-en niet eens zwaar vermomde, zij het ook tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap.&#x201d;
-Wat geeft nu den heer <span class="sc">Kooreman</span> het recht te beweren, dat ik dat gezegd heb? Ik, die juist op den voorgrond heb gesteld,
-<b>dat het mij niet deert, of die toestand al of niet valt onder de rechtskundige definitie
-van slavernij</b> (blz. 14 Millioenen uit Deli). Wel doet het minder ter zake, daar ik gaarne de beweringen
-van den heer <span class="sc">De Coningh</span> voor mijn rekening zou willen nemen. Maar het teekent weer de wijze van optreden
-van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, die mij misschien straks nog de humoristische denkbeelden van den heer <span class="sc">Lefèbre</span> in de schoenen schuift.
-</p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt, dat deze bewering van den heer <span class="sc">De Coningh</span> (ik verbeter) op geen enkel bewijs steunt, omdat door deze geen speciale gevallen
-worden behandeld.
-<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
-<p>Komaan. De heer <span class="sc">De Coningh</span> zegt:
-</p>
-<p>&#x201e;Het is eenvoudig eene vermomde en niet eens een zwaar vermomde, zij het ook tijdelijke
-slavernij, minstens pandelingschap en vermoedelijk zal wel niemand slavernij willen
-verdedigen, anders dan op utiliteitsgronden ten behoeve van cultuur- of nijverheidsondernemers,
-die, terecht of ten onrechte, meenen, hun bedrijf zonder slavernij niet winstgevend
-te kunnen uitoefenen.
-</p>
-<p>Dat de koelies in onze Delische samenleving in de praktijk als slaven beschouwd worden,
-daarvan zijn voorbeelden te over.
-</p>
-<p>Dat zij het ook in werkelijkheid zijn en ook van regeeringswege als zoodanig beschouwd
-worden, blijkt uit de koelie-ordonnantie en uit de model-werkcontracten, beide vastgesteld
-door den Gouverneur-Generaal.
-</p>
-<p>Wij vinden, bijvoorbeeld, in de koelie-ordonnantie in artikelen 9 en 10 straffen van
-boete of tenarbeidstelling voor den kost zonder loon bedreigd tegen <i>desertie</i>, tegen <i>voortgezette weigering</i> om te werken, verregaande luiheid, dienstweigering en dergelijke. Allemaal zaken,
-die een vrij werkman hoogstens zijne betrekking zouden kunnen kosten en misschien
-eene civiele actie tot vergoeding van kosten, schaden en interessen.
-</p>
-<p>Immers wij vinden in het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië artikel 1239,
-luidende:
-</p>
-<p>&#x201e;Alle verbindtenissen om iets te doen of niet te doen, worden opgelost in vergoeding
-van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar niet aan zijne verplichting
-voldoet.&#x201d;
-</p>
-<p>Dit is dus het wetsartikel, dat toepasselijk zou zijn op een <i>vrij</i> werkman, die inbreuk zou maken op een werkcontract. In de koelie-ordonnantie wordt
-dit artikel eenvoudig op zij gezet en, zonder nu te willen beoordeelen of de tegen
-de contract-koelies deswegen bedreigde straffen zwaar of licht zijn, komt het mij
-voor, dat rechtspreken buiten de <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>wet om, die voor vrije menschen geldt, alleen ten opzichte van slaven kan geschieden.
-</p>
-<p>Ook kan alleen een <i>slaaf</i> zich tegenover een particulieren werkgever aan &#x201e;desertie&#x201d; schuldig maken.
-</p>
-<p>In artikel 11 der koelie-ordonnantie komt &#x2019;s koelies positie van slaaf bijzonder duidelijk
-uit. Daar namelijk wordt onder meer straf bedreigd tegen dengene, <b>die een weggeloopen koelie huisvesting verleent</b>.
-</p>
-<p>Dit huisvesting verleenen aan iemand, die van een particulieren werkgever is weggeloopen
-kan, dunkt mij, alleen ten opzichte van een <i>slaaf</i> een van overheidswege strafbaar feit opleveren. Het herinnert levendig aan de dagen
-der Amerikaansche &#x201e;underground railway.&#x201d;
-</p>
-<p>Wie zal na de lezing dezer woorden durven beweren, dat de heer De Coningh zijn stelling
-niet argumenteert en behoorlijk bewijst?
-</p>
-<p>De bewering van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, dat art. 1239 van het Burg. Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders toepasselijk
-is, verraadt ons onmiddellijk den dilettant-jurist.
-</p>
-<p>Want zie, hoe wonderlijk het misschien den heer <span class="sc">Kooreman</span> in de ooren klinke, wel is het Burgerlijk Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders
-van toepassing in zijn geheel, doch speciaal dit artikel 1239 wel.
-</p>
-<p>Art. 75 al. 3 van het Regeerings-Reglement toch bepaalt: Behoudens de gevallen.&#x2026; waarin
-zich inlanders vrijwillig hebben onderworpen aan het voor de Europeanen vastgestelde
-burgerlijke en handelsrecht, worden door den inlandschen rechter toegepast de godsdienstige
-wetten, instellingen en gebruiken der inlanders, <b>voor zoover die niet in strijd zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid
-en rechtvaardigheid</b>.
-</p>
-<p>Nu staat het vast, dat indien de godsdienstige wetten, instellingen en gebruiken der
-inlanders gevangenisstraf medebrachten, wanneer de schuldenaar bij een verbintenis
-om iets te doen of niet te doen niet aan zijn verplichting voldeed, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>dit door den Rechter in strijd zou worden geacht met de algemeen erkende beginselen
-van billijkheid en rechtvaardigheid, en art. 1239 zou worden toegepast.
-</p>
-<p>Het zal dan ook in geheel Nederlandsch-Indië&#x2014;behalve dan natuurlijk in Deli&#x2014;niemand
-in het hoofd komen, bij contractbreuk door een inlander, iets anders van den Rechter
-te eischen dan vergoeding van kosten, schaden en interessen.
-</p>
-<p>In Deli echter, en ziedaar weer een ontegensprekelijk bewijs, hoe de ongeoorloofde
-verhouding van meester en dienaar den mensch onbevattelijk maakt voor de meest elementaire
-rechtsbegrippen, kan men zoo iets&#x2014;en erger&#x2014;verwachten. Een vermakelijk staaltje geeft
-ons Mr. <span class="sc">R.&nbsp;Z. Dannenbergh</span>, de eerste gegradueerde Landraadspresident te Medan<a class="noteRef" id="xd30e743src" href="#xd30e743">3</a>, waar hij schrijft:
-</p>
-<p>&#x201e;Kreeg ik dan ook aan het begin mijner werkzaamheid ter Sumatra&#x2019;s Oostkust van Europeanen
-wel eens brieven met het verzoek om Inlanders of Vreemde Oosterlingen, die zoo brutaal
-waren geweest om tegen hen een civiele actie in te stellen, eens flink te straffen,
-ik meen mij te mogen vleien met de hoop, dat mijn vierjarige werkzaamheid aan dergelijke
-wanbegrippen voor goed een einde zal hebben gemaakt.&#x201d;
-</p>
-<p>Ik noemde dit staaltje vermakelijk, is het niet eigenlijk in-treurig en staat het
-niet daar als een teeken ter waarschuwing, waarheen de practijk der koelie-ordonnantie
-leidt?
-</p>
-<p>Verder verklaart de heer <span class="sc">Kooreman</span> zich te scharen aan de zijde van Prof. Mr. <span class="sc">G.&nbsp;A. van Hamel</span>, die reeds in 1892&#x2014;te onzaliger ure!&#x2014;zijn conclusies maakte. Die conclusies, zegt
-hij, zijn nog altijd juist en verzekert, dat het stelsel der ordonnantie uit theoretisch
-en practisch oogpunt beide uitnemend geslaagd is, ook omdat het&#x2014;volgens prof. <span class="sc">Van Hamel</span>&#x2014;<b>de zorg der Overheid zoo uitstekend verdeelt</b>.
-</p>
-<p>Kijk, over dat laatste zou ik behalve den Amsterdamschen <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>hoogleeraar gaarne den koelie zelf eens willen hooren. Ik denk, dat die hartelijk
-naar wisseling verlangt.
-</p>
-<p>Overigens ben ik het met den heer <span class="sc">Kooreman</span> en zijn geleerden voorganger eens, dat het stelsel der koelie-ordonnantie uitnemend
-geslaagd is, en op werkgever en werknemer beiden niet heeft nagelaten, dien verderfelijken
-invloed uit te oefenen, welke te verwachten was.
-</p>
-<p>Het goede toch, dat in Deli wordt aangetroffen en waarop onze Oud-Resident zoo trotsch
-gaat, is er gekomen niet door maar niettegenstaande de koelie-ordonnantie. Niemand,
-om maar één voorbeeld te noemen, behoeft te vreezen, dat de groote maatschappijen,
-wanneer de koelie-ordonnantie werd opgeheven, over zouden gaan tot het afbreken harer
-hospitalen en het ontslaan der doktoren. Het eigenbelang zou haar voor het nemen van
-dergelijke onverstandige besluiten behoeden. Hetzelfde argument geldt voor de huisvesting.
-En het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal gescheiden worden,
-vervalt dat niet bij afschaffing der koelie-ordonnantie vanzelf? De loonen kunnen
-niet geringer, de kortingen daarop voor het genoten voorschot niet grooter.
-</p>
-<p>Trouwens de hoegrootheid van het loon wordt niet bij de koelie-ordonnantie geregeld.
-Zelfs ging het Gouvernement niet in op een voorstel, door den Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span> gedaan, om een minimum-loon vast te stellen. Het sprak als zijn meening uit, dat
-het loon niet aan de economische wet van vraag en aanbod mocht onttrokken worden door
-ingrijping van de zijde van het Bestuur. Het schijnt mij evenwel toe, dat juist de
-vaststelling van het minimum-loon een der hoofdpunten behoort te zijn bij elke wettelijke
-regeling van den arbeid.
-</p>
-<p>Hierop kom ik later terug bij de toelichting op het concept-werkcontract, hetwelk
-ik binnen korten tijd hoop het licht te doen zien.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span>, zijn pleidooi voortzettende, wil niet beweren, dat de Delische werkgevers het werkcontract
-nooit hebben misbruikt, b.v. <b>om hun werklieden te dwingen na het verstrijken van het contract in dienst te blijven</b>.
-</p>
-<p>Doch wat beteekenen zulke misbruiken? Zij bewijzen niets tegen de ordonnantie zelve!
-</p>
-<p>Waartegen bewijzen deze misbruiken dan wel wat? Volgens den heer <span class="sc">Kooreman</span> alleen iets tegen de menschelijke natuur, die onder welke codificatie ook, tot het
-kwade geneigd is. Zonder de koelie-ordonnantie zou echter dit schandelijk misbruik
-niet mogelijk zijn. Pleit dit niet voor de wegneming van het euvel en tegen de voortduring
-van het bestaan dier ordonnantie?
-</p>
-<p>Kom, kom, vergoelijkt de Oud-Resident, in Nederland komt wel de zoogenaamde handel
-in blanke slavinnen voor, een vermomd pandelingschap, zoo men wil.
-</p>
-<p>Meent de heer <span class="sc">Kooreman</span> werkelijk met zulke drogredenen zijn zaak te kunnen goed praten?
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Na nog even den lof der koelie-ordonnantie te hebben gezongen, na te hebben verklaard,
-dat zij goed is, omdat zij de zorg erkent van de overheid voor de belangen van werkgever
-en werknemer beiden; na te hebben gestaafd, dat geen van beide partijen zich heeft
-te beklagen over gemis aan belangstelling van bestuurswege.&#x2026;..
-</p>
-<p>Volkomen met u eens, Resident, doch de aard der belangstelling lijkt mij niet dezelfde.
-</p>
-<p>.&#x2026; komt de Oud-Resident met een klacht.
-</p>
-<p>Een klacht, die, ik geef het grif toe, werkelijk gegrond is. Toch was het wel het
-laatst uit den mond van een gewezen Indischen magistraat, dat ik verwacht zou hebben
-haar te hooren. En ieder, die de geheimzinnigheid kent, waarmede het Binnenlandsch
-Bestuur zijn daden weet te omhullen, en de minachting waarmede opmerkingen in de <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>pers door de ambtenaarswereld plegen te worden begroet en behandeld&#x2014;en zeker niet
-het allerminst ter Oostkust van Sumatra&#x2014;, zal met stomme verbazing vernemen, dat de
-heer <span class="sc">Kooreman</span> zich beklaagt over het ontbreken eener geprononceerde openbare meening in zijn oud
-gewest.
-</p>
-<p>Deze klacht zal vreugde en hoop storten in de harten van al wie journalist is in <span class="corr" id="xd30e818" title="Bron: Nederlandsch-Indie">Nederlandsch-Indië</span> en zij zal zijn als de profetie van een nieuwen dageraad voor de pers.
-</p>
-<p>Zoo ziet men, dat uit de koelie-ordonnantie zelfs iets goeds kan geboren worden.
-</p>
-<p>Maar weet de heer <span class="sc">Kooreman</span> niet, waarom er in Deli van een openbare meening, steeds wakker om de Overheid te
-waarschuwen, weinig of niets valt te bespeuren?
-</p>
-<p>Welnu, dan wil ik hem, opdat hij zich niet wederom over mijn stilzwijgen beklage,
-deze maal eens inlichten.
-</p>
-<p>Het is de vrees uit zijn betrekking ontslagen en nergens elders meer aangenomen te
-worden, die iedereen doet zwijgen.
-</p>
-<p>En hiervan levert het bewijs de geschiedenis van den heer v. D., die op reis zijnde
-van Asahan naar Deli onderweg aan den Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span> het een en ander mededeelde van de toestanden op de onderneming, waar hij het laatst
-gewerkt had. Deze mededeelingen hadden een onderzoek en een strafzaak ten gevolge.
-Maar tevens was voor altijd iedere betrekking voor den heer v. D. ter Oostkust gesloten.
-Lieden, als de heer v. D. worden in den regel door het gewone publiek als &#x201e;verraders&#x201d;
-beschouwd, en al verklaarde dan ook ter terechtzitting de heer v. D., dat het niet
-in zijn bedoeling had gelegen, zijn vroegeren chef in ongelegenheid te brengen, niemand
-was van hem gediend&#x2014;men kan nooit weten.
-</p>
-<p>Het ligt trouwens niet op den weg van den burger, de rol van aanbrenger te spelen.
-Het opsporen van misdrijven is het werk van de politie en het bestuur. Maar, zooals
-ik reeds in mijn brochure (blz. 24) zeide, de opsporingsdienst in Deli is volstrekt
-onvoldoende.
-<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p>
-<p>Na het voorgaande zal het niemand&#x2014;en naar ik hoop ook den heer <span class="sc">Kooreman</span> niet&#x2014;verwonderen, dat het Bestuur in Deli, wat de opsporing van misdrijven betreft,
-op eigen kracht moet steunen. Trouwens, het beroep van aanbrenger is nergens in eere.
-</p>
-<p>Maar is de Oud-Resident wel geheel verantwoord, waar hij zich door de afwezigheid
-eener publieke meening in Deli tracht te dekken? Ik geef toe, dat er gedurende zijn
-bestuur in de plaatselijke bladen betrekkelijk weinig over koelie-schandalen voorkwam.
-Doch mij dunkt, dat de Resident ook wel andere couranten las dan juist de plaatselijke.
-Heeft hij dan nooit gelezen, wat er zooal over Deli in de Javasche bladen verscheen?
-Het is haast niet te veronderstellen. Want behalve in de Java-Bode, waaruit ik bij
-het samenstellen mijner brochure verschillende berichten overnam, bevatten van tijd
-tot tijd ook de andere nieuwsbladen artikelen, die den Oud-Resident tot nadenken hadden
-kunnen brengen en hem de oogen hadden moeten openen, indien hij had willen zien. Het
-zou mij gemakkelijk vallen, de voorbeelden in &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; te vertienvoudigen,
-doch ik wil met één uitknipsel volstaan, daar ik meen, dat het voor mijn doel, de
-onbegrijpelijke blindheid en onwetendheid van den heer <span class="sc">Kooreman</span> aan te toonen, voldoende is.
-</p>
-<p>&#x201e;Van Deli zijn hier ruim 40 mannelijke en vrouwelijke koelies aangebracht, die zich
-in een deerniswaardigen toestand bevonden. Ze waren doodarm, hadden een vieze plunje
-aan en waren door en door ziek. Hoewel ze tot afschrik dienden voor anderen om zich
-niet als koelie voor Deli te verbinden, vertrokken twee dagen later 41 mannen en 18
-vrouwen daarheen, die voor twee jaren een koelie-contract in het Timbanglangkatsche
-hadden geteekend.&#x201d;
-</p>
-<p>Aldus het Nieuw Bataviaasch Handelsblad van 19 Maart 1898.<a class="noteRef" id="xd30e851src" href="#xd30e851">4</a>
-<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p>
-<p>Hoeveel is uit dit korte berichtje niet te leeren, vooral voor een Resident, die hart
-heeft voor de inlandsche bevolking!
-</p>
-<p>Veertig Javanen, mannen en vrouwen, gaan terug. Terug uit Deli, uit het land, waar
-de koelie-ordonnantie de beschermende hand uitstrekt over den arbeider, uit het land
-overvloeiend van belangstelling in zijn lot van bestuurswege, uit het land der zoo
-goed verdeelde Gouvernements-zorg!
-</p>
-<p>En nu van zelf rijzen de vragen: Waarom gaan die menschen terug? Hoe is het mogelijk,
-dat zij zich in een deerniswaardigen toestand bevinden? Hoe kan kan het zijn, dat
-zij doodarm zijn en door en door ziek? Waarom hebben zij zelfs geen voldoende kleeren
-aan het lijf? Zou het mogelijk zijn, dat die koelie-ordonnantie toch theoretisch en
-practisch niet zoo geheel voldoet?
-</p>
-<p>Aan den anderen kant, zoo overpeinst de ernstige bestuursman, hoe komt het, dat niettegenstaande
-dit afschrikwekkend voorbeeld weer anderen gereed staan, zich voor Deli te verkoopen?
-De Pembrita Betawi van 7 April d. a. v. levert hem het antwoord, dat ik hier (vertaald)
-laat volgen:
-</p>
-<p>&#x201e;In het afgeloopen jaar zijn uit de residentie Bagelen alleen 1420 menschen naar Deli
-gegaan, en er zijn nog veel Javanen uit die residentie in den vreemde. <b>Dit is wel een bewijs, dat er in die residentie veel armoede heerscht.</b>
-</p>
-<p>Och ja, ieder weet het, alleen de man die er voor betaald werd om het te weten, wist
-het niet: armoede, nijpende armoede alleen en het verlokkende voorschot, waardoor
-hij tijdelijk gered is, doen den Javaan besluiten zijn ziel te verkoopen (zooals hij
-het noemt) en naar Deli te gaan. En ieder&#x2014;behalve weer de Oud-Resident&#x2014;weet, dat onder
-de inlandsche bevolking van Nederlandsch-Indië Deli als een hel bekend staat.
-</p>
-<p>Mocht de heer <span class="sc">Kooreman</span>, die dit moeilijk zal kunnen aannemen, mij niet gelooven op mijn woord, welnu ik
-<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>verzoek hem het volgend berichtje te willen lezen, dat ik knipte uit de Deli-Courant
-van 12 Januari 1903.
-</p>
-<p>Het voorbeeld is dus zeer recent. Hier is het:
-</p>
-<p>Men schrijft uit Batavia aan <i>Het Centrum</i> te Djokdjakarta:
-</p>
-<p>Niettegenstaande de Assistent-Resident van Soerakarta strenge maatregelen heeft genomen,
-tot tegengang van den, destijds daar zoo welig tierenden sluikhandel in Deli-koelies,
-blijft die plaats tot heden toch nog een gemakkelijk en voordeelig exploitatie-terrein,
-voor de wervers.
-</p>
-<p>Onder de contractanten, die hier dezer dagen aankwamen, waren twee vrouwen, Bok Jati
-uit Paras (Solo) en Bok Saminah uit Moentilan, Kedoe, die geweigerd hadden voor de
-bevoegde autoriteit te worden gebracht, tot het sluiten van een zoogenaamd <span class="corr" id="xd30e884" title="Bron: koeliecontract">koelie-contract</span>, omdat zij geenszins van plan waren naar de buitenbezittingen te gaan.
-</p>
-<p>Bok Marto van Balapen (Solo), die haar heeft afgeleverd, verzekerde haar onder schoone
-beloften, dat zij niet naar Deli gezonden zouden worden, maar als kokki in dienst
-moesten komen bij een toewan aan de kalibesar, door welke mededeeling zij gerust gesteld
-werden, en om haar in dezen waan te bevestigen, moesten zij niet, evenals de andere
-contractanten, met wie zij hierheen samen reisden, zich voorzien van vergunning der
-respectievelijke regenten, maar konden zij zich behelpen met soortgelijke stukken
-van twee contractvrouwen, die een maand te voren aan de firma Soesman &amp; Co. te Semarang
-waren gezonden, doch afgekeurd werden wegens lichaamsgebreken.
-</p>
-<p>Deze twee vrouwen scharrelen hier nog dagelijks rond, in de hoop door prostitutie
-wat geld bij elkaar te krijgen voor de kosten van de terugreis naar hare kampongs.
-</p>
-<p>Op mijn aandringen om over deze schandelijke misleiding zich bij het bestuur te beklagen,
-verklaren zij eenparig zulks niet te durven, en wilden ze, zoo haar bedrijf niet zoo
-voordeelig is om daarmede voldoende contanten te krijgen, desnoods te voet de terugreis
-aanvaarden. Intusschen <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>bewonder ik den moed van deze vrouwen, omdat zoovelen vóór haar aldus verschalkt,
-door den bitteren nood gedwongen, ten slotte buigen voor den onversaagden dwang van
-den rusteloozen werver.
-</p>
-<p>Hierna geeft de heer <span class="sc">Kooreman</span> een geschiedkundig overzicht van de ontwikkeling der residentie Oostkust van Sumatra.
-Het eenige, wat ons hierdoor duidelijk wordt, is, dat de verhandelaar wenscht te concludeeren,
-dat het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bij lange niet tegenover Deli zijn plicht
-heeft gedaan, een conclusie, waarmede ik mij geheel kan vereenigen. De heer <span class="sc">Kooreman</span> beklaagt zich terecht over het feit, dat de Indische Regeering aan het Bestuur ter
-Oostkust geen voldoende middelen gaf, om de ordonnantie te handhaven. Het gevolg hiervan
-ligt voor de hand: misbruik van de zijde der machthebbers, i. c. de planters. Dezen,
-geen voldoende hulp en steun kunnende vinden bij het Gouvernement, waren verplicht
-het recht in eigen hand te nemen. Tot welke uitspattingen dit&#x2014;oogluikend toegestaan&#x2014;privilegie
-moest leiden, weet ieder, die eenigszins met Deli&#x2019;s verleden op de hoogte is.
-</p>
-<p>Vandaar de ergernis bij velen over de houding van den heer <span class="sc">Cremer</span>, toen hij minister was. Ieder moest verwachten, dat de man, die in de tijden der
-grootste bandeloosheid zijn fortuin heeft gemaakt, in het gewest, waarvan hij de ongeoorloofde
-verhoudingen zoo goed kende, voor goed orde en regel zou hebben gevestigd. Een verwachting,
-waarin men deerlijk is teleurgesteld.
-</p>
-<p>De bewering van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, dat het Bestuur thans op elk gebied den toestand meester is, kan ik evenwel niet
-onderschrijven, al voegt hij er ook bij, dat het Bestuur &#x201e;de <b>middelen mist, om overeenkomstig de eischen van elke geordende maatschappij in voldoende
-mate te voorkomen</b> misdrijven, overtredingen, ontduikingen, ook van de koelie-ordonnantie.&#x201d; Het hoofdstuk
-&#x201e;Rechtspraak&#x201d; mijner brochure zal trouwens den onpartijdigen Lezer wel anders geleerd
-hebben.
-<span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span></p>
-<p>Een voorbeeld: Op het oogenblik, dat ik dit schrijf&#x2014;11 Februari 1903&#x2014;is het nog geen
-week geleden, dat ik van een planter, met wien ik over zaken correspondeerde, uit
-Britsch-Borneo bericht kreeg, dat hij in der haast Deli had moeten verlaten, wegens
-een koelie-perkara. Wat de man misdreven heeft, weet ik niet. Zijn overhaaste vlucht
-wijst echter niet op een kleinigheid. In geen der beide plaatselijke bladen is hierover
-iets te vinden.
-</p>
-<p>Dit bewijst: primo, dat het Bestuur niet alleen preventief machteloos is; secundo,
-dat het beweren van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, als zou in Deli alles terstond ruchtbaar worden, niet op de werkelijkheid is gegrond.
-In tegendeel, er is geen land ter wereld, waar beter gezwegen wordt dan juist in Deli.
-<span lang="fr">Et pour cause!</span>
-</p>
-<p>Van rechtsveiligheid, wat de Oud-Resident ook moge beweren, is in Deli geen sprake.
-In dat opzicht hebben de Europeanen zich <b>bijna</b> even sterk te beklagen als de inlanders. Ik zeg bijna, omdat den Europeaan, die gerechtelijk
-vervolgd wordt, de middelen van getuigen-verduistering en vlucht nog steeds ten dienste
-staan, den inlander bijna zonder uitzondering niet. Pleegt dus een inlander een misdrijf,
-dan is er kans&#x2014;hoewel niet veel, met het oog op de geheel onvoldoende politie&#x2014;dat
-de schuldige gestraft wordt. Is de bedrijver een Europeaan, dan is het zoo goed als
-zeker, dat de Gerechtigheid te kort schiet. De Europeaan is dus eenigszins tegenover
-den inlander gedekt, omgekeerd niet.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Wij zijn nu gekomen aan wat ik eenige bladz. vroeger de martelcasuistiek van den heer
-<span class="sc">Kooreman</span> noemde. Deze dan, geheel in zijn rol van verdediger opgaande, pleit voor de plegers
-der door mij verhaalde gruwelen verzachtende omstandigheden.
-<span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span></p>
-<p>Naar de meening van den verdediger zou de politierol, die immers bewaard wordt, ons
-inlichting kunnen geven over het geval van den koetsier, die wegens liegen gestraft
-werd. Deze onnoozelheid zal wel niemand willen slikken, daar ieder begrijpt, dat de
-betrokken Magistraat de domheid niet zal hebben begaan, in de rol te boeken, dat den
-man wegens liegen de straf werd opgelegd. Daar zal natuurlijk iets anders genoemd
-zijn.
-</p>
-<p>Een hooggeplaatst ambtenaar te Medan deelde mij indertijd mede, hoe het hem bekend
-was, dat een geheele rol valsch was opgemaakt: gefingeerde getuigen, etc. De rol zou
-ten deze niet het minste bewijzen. Op het verzoek van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, er mee voor den dag te komen, moet ik antwoorden als aan den Resident op blz. 11:
-&#x201e;Alleen aan de Regeering bij een door haar bevolen algemeen onderzoek en onder beding
-van straffeloosheid van den betrokkene, wil ik mededeeling doen.&#x201d;
-</p>
-<p>De lezing, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> geeft van het geval der mishandelde vrouw (blz. 29 der brochure) en welke hij zegt
-te hebben van den pas teruggekeerden resident <span class="sc">Van der Steenstraaten</span> verschilt aanmerkelijk van hetgeen ik gehoord heb. Toch meen ik de lezing van mijn
-berichtgever voorloopig te moeten vertrouwen. Het schijnt mij n. l. toe, dat de heer
-<span class="sc">Van der Steenstraaten</span> zijn voorstelling van zaken pas opgedaan heeft na zijn terugkeer in Holland. Immers
-zou hij, indien het geval hem was gerapporteerd, toen hij nog in functie was, zeker
-de zaak hebben vervolgd en zou dan minstens de huishoudster, als hoofddaderes, zijn
-gestraft. Een feit is echter, zooals ik reeds mededeelde, dat het Bestuur in Deli
-niets van de zaak wist op het oogenblik, dat mijn brochure het licht zag. Waarom kwam
-de Assistent-Resident anders bij mij om inlichting? Een andere vraag is, of het gemakkelijk
-zal zijn, de geheele waarheid aan het licht te brengen.
-</p>
-<p>Waarom ik het geval der vijf afgeranselde Chineesche <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>wegloopers, die ik zelf gezien heb in al hun ellende, niet aan de overheid mededeelde?
-Eenvoudig omdat ik de gast was van den bedrijver dezer wreedheid, toen ik toevallig
-de ongelukkigen ontdekte. Ik ging nl. de droogschuur in, waar zij lagen, omdat ik
-de stem van mijn gastheer hoorde, dien ik zocht. Ik achtte mij niet geroepen, den
-man te verraden, en ik geloof, dat wel niemand in mijn geval anders zou hebben gehandeld.
-</p>
-<p>Bij het volgende geval&#x2014;de mishandeling eener vrouw door den beheerder eener onderneming&#x2014;vindt
-de heer <span class="sc">Kooreman</span> mijn uitdrukking &#x201e;het was afgrijselijk&#x201d; niet gewettigd, daar die vrouw nog in staat
-was naar den controleur te loopen, nadat zij de mishandeling had ondergaan. Ik voor
-mij vind het slaan eener vrouw op zich zelf reeds afgrijselijk, en zeker in dit geval,
-waarbij de billen een vuile, vieze, etterige en bloederige massa vertoonden, al zij
-het ook waar, dat de mishandelde nog in staat is geweest, zich naar den controleur
-te slepen. De heer <span class="sc">Kooreman</span> moge zoo iets de allergewoonste zaak ter wereld vinden, mij en anderen lijkt zij
-afschuwelijk.
-</p>
-<p>Het volgende, de beschrijving van den toestand in een hospitaal in Serdang, is niet
-van mij. Ik nam het over uit de Java-Bode. Ik geloof echter niet, dat al ware deze
-beschrijving, gelijk de heer <span class="sc">Kooreman</span> beweert, op effect berekend, dit gebrek in den stijl de schandelijkheid der toestanden
-wegneemt. Want, op effect berekend of niet, de beschrijving is, wat de feiten betreft,
-der waarheid getrouw.
-</p>
-<p>De overige gevallen worden door den heer <span class="sc">Kooreman</span> zonder meer erkend als te zijn geschied of zijn reeds door mij besproken, behalve
-het geval op blz. 52 mijner brochure vermeld, waarvan de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt, dat het niet geheel waar kan zijn, omdat volgens het werkcontract de vrouwen
-ook recht hebben op loon voor de dagen, dat zij niet werken, het geval van ziekte
-gedurende meer dan dertig dagen uitgezonderd. Hoe komt de heer <span class="sc">Kooreman</span> hierbij? <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>Hij leze het model-contract voor de Javaansche vrouwen op blz. 66 mijner brochure
-eens na! Doch al ware het zoo als hij meent, zou het een onmogelijkheid zijn, dat
-de administrateur zich niet aan de bepaling van het contract gehouden had? Trouwens,
-ik heb het verhaal van den assistent, die er den beheerder een opmerking over maakte.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Doet het echter veel af of toe, of er misschien kleine fouten schuilden in de verhalen,
-die door mij werden gedaan? Het blijkt toch ten duidelijkste, dat de kern van alles
-wat ik mededeelde waar was, en waarom zouden nu, waar de voorstelling der zaken door
-den Oud-Resident en die door mij slechts in de details verschillen, de inlichtingen
-omtrent die bijzaken door den Resident ontvangen steeds juist moeten zijn en die,
-welke ik ontving, onjuist?
-</p>
-<p>Zie, als ik op blz. 6, 2<sup>de</sup> kolom van de lezing, zooals die in het bijvoegsel van de Deli-Courant te vinden is,
-lees, dat &#x201e;men op Java de ringgit boeroeng of Mexicaansche dollar even goed kent als
-de ringgit kompenie of rijksdaalder&#x201d;, dan moet ik gelooven, dat er onder de hoofden
-in de Preanger, aan wie de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt deze enormiteit te ontleenen, veel grappenmakers gevonden worden, die het zelfs
-wagen, een loopje met een Resident te nemen.
-</p>
-<p>Daarom, zoolang ik nog geen betere tegenbewijzen heb dan loutere verzekeringen van
-een bestrijder, wiens goede trouw niet geheel buiten verdenking is, blijf ik bij de
-door mij gegeven détails. Intusschen dank ik den heer <span class="sc">Kooreman</span> voor zijn erkenning der feiten.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Aan deze gruwel-casuistiek des heeren <span class="sc">Kooreman</span> sluit zich heel geleidelijk aan, wat hij over de Javaansche vrouwen en haar loonen
-meent te moeten verkondigen. Zoo beweert de Oud-Resident, dat het werk der vrouwen,
-in onkruid <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>wieden, wormen zoeken, vegen, het aanleggen der kweekbedden en dergelijk licht werk
-bestaat. Indien hij gezegd had, dat het in deze bezigheden <b>behoorde</b> te bestaan, zou ik hem om zijn menschlievendheid hebben geprezen, evenzeer als ik
-den heer <span class="sc">Kooreman</span> nu laken moet over zijn gebrek aan waarheidsliefde, of&#x2014;indien hij werkelijk niet
-beter weet&#x2014;over zijn gebrek aan wetenschap. Een feit toch is het, dat men herhaaldelijk
-vrouwen ziet gebezigd voor werk, waar in Nederland polderjongens voor worden gebezigd.
-Grint uit de rivier baggeren, steenen kloppen, beertonnen van Chineezen wegdragen
-en leegen, e. d. zijn werkzaamheden, welke, behalve de door den heer <span class="sc">Kooreman</span> genoemde, aan de vrouwen worden opgedragen. Ook stemt het niet met de waarheid overeen,
-waar de Oud-Resident beweert, dat van de ongehuwde vrouwen niets tot aanzuivering
-van het voorschot wordt gekort.
-</p>
-<p>Dat de heer <span class="sc">Kooreman</span> het met de waarheid zoo nauw niet neemt, blijkt o. m. hieruit, dat hij zijn hoorders
-tracht wijs te maken, dat de <b>sedert een paar jaar bestaande</b> loonsverhooging van 6 op 7 dollars voor een man en van 3 op 4½ dollar voor een vrouw,
-het nadeelig verschil van den dollarkoers vergoedt. Deze loonsverhooging dateert van
-ongeveer Juli 1902, dus ruim een half jaar, en is waarschijnlijk een gevolg van de
-vergadering van den Indischen Bond van 29 Maart 1902, waar op het lage peil der loonen
-gewezen was. De loonsverhooging der vrouwen in Serdang, wier loonen met 1 dollar per
-maand op verzoek van den tegenwoordigen Resident door de planters verhoogd zijn, dateert
-van 1 Januari 1903, en ik meen te mogen gelooven, dat zij te danken is aan den invloed
-mijner brochure.
-</p>
-<p>Van deze dingen vindt men in de plaatselijke bladen niets vermeld. Zelfs zulke zaken,
-waarover men zich betrekkelijker wijze gesproken niet behoeft te schamen, worden verzwegen.
-De planters haten&#x2014;en met reden&#x2014;alles wat naar publiciteit zweemt. In geheimzinnigheid
-doen de administraties <span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>der ondernemingen niet onder voor de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur.
-</p>
-<p>De conclusie van den heer <span class="sc">Kooreman</span> is, dat de ongehuwde vrouw, als zij dat wil, best kan rondkomen en zich voldoende
-kleeden, zonder dat zij zich behoeft te prostitueeren.
-</p>
-<p>In deze meening staat de Oud-Resident te midden van al zijn bondgenooten alleen: al
-de anderen erkennen ten minste eerlijk, dat de loonen dezer vrouwen te laag zijn.
-Zelfs doet dat de <i>Sumatra Post</i> in haar door den heer <span class="sc">Kooreman</span> aangehaald hoofdartikel van 27 November j.l. Maar de Oud-Resident, zich, zooals ik
-reeds opmerkte, beschuldigd wanende<span class="corr" id="xd30e1044" title="Bron: .">,</span> tracht zich schoon te wasschen, en zijn systeem van verdediging brengt mede, zoo
-weinig mogelijk te erkennen en zooveel mogelijk te ontkennen of te vergoelijken.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Evenals de serviliteit der planters voor de ambtenaren B. B., bestaat volgens den
-heer <span class="sc">Kooreman</span> het toetoepstelsel geheel in mijn verbeelding (blz. 7, 2<sup>de</sup> kolom). Twee alinea&#x2019;s verder erkent hij het echter volmondig voor zoover de zoogenaamde
-klapzaken betreft, hoewel onder het voorbehoud, dat in de laatste jaren van het toetoepen
-van zaken geen sprake meer was. Daarover heb ik een geheel andere meening en blijf
-er bij, dat in de laatste jaren herhaaldelijk zaken getoetoept zijn. Deze zaken betroffen
-niet alleen klapzaken, doch ook verduistering, oplichting, misbruik van vertrouwen,
-zware mishandeling e. d. Het ligt, ik herhaal het nogmaals, niet op mijn weg de namen
-der betrokkenen bekend te maken en ik ben alleen op de bekende voorwaarden geneigd,
-mijn beschuldigingen te staven. Trouwens, wie, die slechts een kennis heeft, die in
-Deli geweest is, heeft wel nooit van dat toetoepen vernomen? Het feit is in Nederland
-bijna even goed bekend als hier.
-</p>
-<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> echter weet er niets van. Welnu, er zijn zooveel dingen in Deli, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt niet <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>te weten, dat ook dit er gerust bij kan. Zijn blindheid bewijst niets tegen anderen,
-die hun oogen open hadden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik, uitdrukkelijk te
-verzekeren, dat het in &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; aangehaalde voorbeeld van de laatste
-residents-vendutie in de verte niet de bedoeling had, een smet te werpen op het karakter
-van den Oud-Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span>. Mijn bedoeling was, zooals ik op blz. 19 dier brochure reeds zeide, uit te doen
-komen de drie groepen, welke belang hebben bij slapheid van bestuur en het slapen
-der Justitie: de inlandsche Vorsten, de Chineesche hoofden, de planters. De hooge
-prijzen op zoo&#x2019;n vendutie besteed, dienen dan ook vaak om te laten zien, wat de opvolger
-verwachten mag, indien zijn opvatting van zijn taak in overeenstemming zal blijken
-te zijn met die der belanghebbenden.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Nu blijven er nog enkele zaken, waarover weinig te argumenteeren valt, en waarbij
-men door heen en weer geschrijf niet veel verder komt dan kijvende jongens met hun
-&#x201e;&#x2019;t is wellis&#x201d; en &#x201e;&#x2019;t is nietis.&#x201d; Zoo zeg ik b. v. dat de planters tegenover de ambtenaren
-B.&nbsp;B. serviel zijn, de heer <span class="sc">Kooreman</span> spreekt ervan, dat de ambtenaren ter Oostkust &#x201e;hoog staan&#x201d; bij de planters en door
-hen &#x201e;geacht worden&#x201d;, wat hieraan is te wijten (sic), dat zij hen dagelijks onvermoeid
-bezig zien in het zoo nauwgezet mogelijk vervullen hunner plichten.
-</p>
-<p>Zoo is de Oud-Resident (blz. 6, 2<sup>de</sup> kolom) hoogelijk er mede ingenomen, dat de Chineesche hoofden de bezitters zijn van
-de publieke huizen, en deelt hij dus blijkbaar mijn verontwaardiging niet, dat in
-den Landraad als Rechters deze menschen zitting hebben<a class="noteRef" id="xd30e1082src" href="#xd30e1082">5</a>. Ook zal het hem dus niet <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>ergeren, dat de hoogste ambtenaren met hunne dames bij dergelijke bordeelbezitters
-visites maken en op receptie gaan, iets, laat ik dit er ter verontschuldiging bijvoegen,
-waartoe zij wel officieel zijn gedwongen, daar immers deze lieden Chineesche Hoofden
-zijn en dus ambtenaren van het Gouvernement.
-</p>
-<p>Zoo is het mij onbegrijpelijk, hoe de heer <span class="sc">Kooreman</span> in zijn conclusie de toestanden in Deli &#x201e;zeker bevredigend&#x201d; kan noemen, waar hij
-op blz. 7 spreekt van de &#x201e;werkliedenkoloniën, zonder wettig dagelijksch bestuur en
-in den regel zonder politie.&#x201d;
-</p>
-<p>Ook zouden er nog grootere en kleinere vergissingen en tegenstrijdigheden, die echter
-het hart der zaak niet raken, zijn aan te toonen in de verdediging van den heer <span class="sc">Kooreman</span>. Ik wil mij daar evenwel niet mee bezig houden. Mijn doel was&#x2014;en ik meen het bereikt
-te hebben&#x2014;aan te toonen, dat de in &#x201e;De Millioenen uit Deli&#x201d; sluimerende gevolgtrekking
-onaangetast is gebleven:
-</p>
-<p>DE EERE GODS EN DIE VAN NEDERLAND EISCHT EEN ONMIDDELLIJK EN KRACHTIG INGRIJPEN DOOR
-DE REGEERING TOT VESTIGING IN DELI VAN DIE ORDE EN REGEL, ALS ALLEEN VEREENIGBAAR
-ZIJN MET DE GRONDSLAGEN VAN EEN CHRISTELIJKEN STAAT.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Hiermede zou ik kunnen sluiten, ware het niet, dat ik de aandacht van den Lezer nog
-wenschte in te roepen ter opheldering van een persoonlijk feit. Ik ben die opheldering
-den heer <span class="sc">Kooreman</span> en mijzelf verplicht en geef ze, hoewel ongaarne, openhartig.
-</p>
-<p>Behalve de algemeene klacht over gebrek aan publieke opinie in Deli, meent de heer
-<span class="sc">Kooreman</span> speciaal drie personen <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>ter verantwoording te moeten roepen, die nagelaten hebben de overheid, die immers
-zoo gaarne zou hebben geluisterd, hun ondervinding mede te deelen.
-</p>
-<p>Deze drie nalatigen zijn: Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span>, geneesheer van de Arendsburg-Maatschappij, die zijn beweerde ervaringen als Delisch
-dokter geheim heeft gehouden, om er later in Europa een sensatiewekkende verhandeling
-over te schrijven; de Nederlandsche geleerde, vermeld op blz. 26 van &#x201e;De Millioenen
-uit Deli&#x201d; en de schrijver dier brochure. De heer <span class="sc">Kooreman</span> vraagt, waarom geen van die drie hem, toen hij resident was, met zijn bevindingen
-in kennis heeft gesteld. De redenen, welke Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span>, wiens persoon noch verhandeling mij bekend zijn, en den Nederlandschen geleerde,
-wiens naam mij zelfs onbekend is, hebben bewogen tegenover den Resident <span class="sc">Kooreman</span> te zwijgen, kan ik niet beoordeelen. Maar nu hij mij zoo uitdrukkelijk vraagt, waarom
-ik niet tot hem gesproken heb, wil ik hem de reden onomwonden zeggen.
-</p>
-<p>Het was op een avond in de maand October 1897&#x2014;ik was pas te Medan gevestigd en woonde
-nog in het Medan-hôtel&#x2014;, dat ik na den eten, dus ongeveer negen uur half tien, zat
-te lezen op de voorgalerij van mijn kamer. De krees (rieten valgordijnen) waren neergelaten
-en alles was doodstil. Daar werd er tegen een der houten pilaren bij de trap, die
-toegang tot de galerij gaf, geklopt. &#x201e;Binnen!&#x201d; riep ik, meenende dat een der gasten
-van het hôtel mij kwam opzoeken, om den bekenden Indischen &#x201e;boom&#x201d; te komen opzetten.
-Ik kreeg geen antwoord, doch het kloppen werd herhaald. &#x201e;Sapa?&#x201d; riep ik nu, een inlander
-met een boodschap vermoedend. Daar werd de kree een weinig opgelicht, en een Maleier
-schoof naar binnen, gevolgd door een tweeden, een derden, een vierden, een vijfden,
-een zesden, een zevenden! Om de waarheid te zeggen, voelde ik mij niet geheel op mijn
-gemak, doch toen ik ze allen op een rijtje langs de lambrizeering zag neerhurken,
-werd <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>ik omtrent hun bedoelingen gerust gesteld. Na een paar inleidende vragen, deelde mij
-de woordvoerder in keurig zoogenaamd Hoog-Maleisch&#x2014;ik herinner mij dat, omdat dit
-de eerste maal was, dat ik die taal hoorde spreken&#x2014;mede, wat hen tot mij bracht. Hij
-dischte mij een verhaal op, zóó echt iets uit een boek en voor mij, die pas van Java
-kwam, zóó onwaarschijnlijk, dat ik het niet kon gelooven. Ik beloofde echter, de zaak
-te zullen onderzoeken en vroeg hen over twee dagen, doch &#x2019;s ochtends, terug te komen.
-Overdag dorsten zij niet, zeiden zij, en daar ik de geschiedenis romantisch begon
-te vinden&#x2014;ik herhaal, dat ik er niets van geloofde&#x2014;bepaalde ik het uur van samenkomst
-op den volgenden avond om denzelfden tijd.
-</p>
-<p>Den volgenden dag onderzocht ik de zaak en bevond, dat mijn nachtelijke bezoekers
-de waarheid hadden gesproken. Ziehier het verhaal, dat zij mij gedaan hadden, aangevuld
-met wat mij later bij de behandeling der zaak is gebleken, en het verloop dat zij
-had.
-</p>
-<p>Dicht bij Medan is een renbaan, gewoonlijk <i>racebaan</i> genoemd, waar twee maal per jaar paarden-wedstrijden worden gehouden, ook weer betiteld
-met den Engelschen naam <i>races</i>. Dicht bij deze baan waren door eenige Maleiers&#x2014;mijn bezoekers&#x2014;huizen gebouwd. Zij
-hadden daartoe het erfpachtsrecht op een stuk grond, aan het terrein van de renbaan
-grenzende, behoorlijk van den eenigen grondeigenaar in Deli, den Sulthan, gekocht
-en betaald. Vervolgens hadden zij, gelijk ik reeds zeide, op de hun in erfpacht afgestane
-terreinen huizen gebouwd en die betrokken, terwijl zij op het overschietende terrein
-aanplanting van vrucht- en sierboomen hadden gemaakt. Op een goeden dag&#x2014;datums weet
-ik natuurlijk niet&#x2014;werd hun door den aspirant-controleur van Medan aangezegd, dat
-zij daar niet wonen mochten, hun huizen en stallen moesten afbreken en verhuizen.
-De reden waarom werd hun niet medegedeeld; het was eenvoudig een prentah-companie
-(bevel van het Bestuur) <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>De eigenaars maakten&#x2014;zeer natuurlijk&#x2014;geen haast om aan dat bevel te voldoen. Zij bepraatten
-de zaak wat onder elkander en besloten te blijven, waar zij waren, en den loop der
-dingen af te wachten. Nogmaals kregen zij bezoek van denzelfden aspirant-controleur,
-die hetzelfde bevel, doch nu nog nadrukkelijker, overbracht. De eigenaars bepraatten
-wederom de zaak en besloten weer te blijven zitten. Zulke brutale rakkers!
-</p>
-<p>Na verloop van eenigen tijd kregen zij bevel voor den karapatan te verschijnen. De
-karapatan is de inheemsche rechtbank, voorgezeten door den Sulthan, waarbij de Magistraat
-van Medan zitting heeft als adviseerend lid. Hier werd hun medegedeeld, dat zij hun
-terrein hadden te ontruimen en de daarop gebouwde woningen en stallingen moesten afbreken.
-Of zij geen schadevergoeding zouden krijgen, vroegen de eigenaars. Neen, daarvan was
-geen sprake, zij hadden te verhuizen zonder meer, zij mochten daar niet wonen. Zij
-moesten al wat zij gebouwd hadden afbreken, mochten de afbraak houden, maar schadevergoeding&#x2014;daarvan
-kon geen sprake zijn.
-</p>
-<p>De eigenaars gingen diep mistroostig weg, hielden weer een koempoelan (vergadering),
-overlegden de zaak nog eens rijpelijk en&#x2014;bleven weer zitten. &#x2019;t Was ongehoord, zoo&#x2019;n
-lijdelijk verzet, als je ook steeds van die inlanders hebt! Weer kwam een oproeping
-vanwege den karapatan en weer trokken de eigenaars er heen. Waarom zij nog niet verhuisd
-waren? Ja, zij wisten nog niet recht, hoeveel karoegian (schadevergoeding) zij kregen.
-Karoegian, geen cent! Dat wisten zij heel goed. En als zij het nog niet wisten, dan
-werd het hun nu eens en voor altijd gezegd. Zij moesten verhuizen, <span lang="fr">pur et simple</span>, want zij mochten daar niet wonen en daarmee uit. Van schadevergoeding was geen sprake,
-maar de karapatan wou dezen keer mild en zachtmoedig zijn, de afbraak mochten zij
-houden. En om nu voor goed aan hun praatjes en lijdelijk verzet een einde te maken,
-<span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>werd hun medegedeeld, dat indien zij niet vrijwillig aan het bevel voldeden, de Sulthan
-oppassers (politie-agenten) en dwangarbeiders zou zenden, om den heelen boel tegen
-den grond te halen.
-</p>
-<p>De eigenaars zagen in, dat de zaak ernstig begon te worden. Een van hen, de vendu-afslager
-Mangaradja Tagor, op wiens naam de erfpachtsacte stond, sprak er met den vendumeester,
-den heer <span class="sc">Van den Berg</span>, over. Hij had hem er al meer over gesproken en toen weinig baat er bij gevonden,
-maar men kan nooit weten, misschien wist hij nu wel raad. En werkelijk, de vendumeester
-wist raad, of eigenlijk hij zelf niet; maar, zei hij, er is hier een advocaat&#x2014;een
-echte, een Meester&#x2014;gekomen. Die woonde in het Medan-hôtel. Ze moesten dien maar eens
-raadplegen. Maar mondje-toe, dat hij dien raad gegeven had<a class="noteRef" id="xd30e1154src" href="#xd30e1154">6</a>.
-</p>
-<p>Vandaar het nachtelijk bezoek.
-</p>
-<p>Toen uit de inlichtingen, die ik den volgenden morgen inwon bij den heer <span class="sc">Van den Berg</span>&#x2014;want Tagor had mij verteld, dat zijn chef van de zaak alles afwist&#x2014;mij bleek, dat
-er grond bestond om aan het verhaal der eigenaars geloof te slaan, begaf ik mij, gewapend
-met de erfpachtsacte, in Deli gewoonlijk <i>grand</i> genaamd, naar den Resident en lei hem het geval voor.
-</p>
-<p>Het geheele gesprek, dat volgde, weer te geven, kan ik natuurlijk niet. Het zakelijke,
-dat verhandeld werd, komt hierop neer: De Resident kende de zaak, doch liet het mij
-voorkomen, of het de wensch van den Sulthan was, dat de eigenaars daar niet wonen
-bleven. Als ik mij niet vergis, beweerde hij, dat deze grond niet met woningen bebouwd
-<span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>mocht worden, daar de Sulthan die voor rijstvelden beschikbaar wilde houden voor de
-inheemsche bevolking. [Later zullen wij vernemen, wat de werkelijke reden voor de
-geëischte ontruiming was]. Ik wees den Resident erop, dat het erfpachtsrecht toch
-behoorlijk gekocht en betaald was, en dat die ontruiming zonder meer maar niet zoo
-maar kon plaats grijpen. De Resident meende, dat dit zaken waren het inlandsch zelfbestuur
-rakend. Ik bracht hem onder het oog, dat onder de verschillende eigenaren zoogenaamde
-Gouvernementsonderdanen<a class="noteRef" id="xd30e1173src" href="#xd30e1173">7</a> waren en dat de erfpachtsacte stond ten name van <b>Mangaradja Tagor</b>, venduafslager, in dienst van het Ned.-Indisch Gouvernement. Dat deze dus niets met
-den Sulthan en den karapatan te maken had en dat wanneer de Sulthan de terreinen wilde
-doen ontruimen, Z.&nbsp;H. een vordering deswegen kon instellen bij den Landraad. De Resident
-was dit niet met mij eens en wou er zich niet mee bemoeien, uit vrees voor politieke
-verwikkelingen!!
-</p>
-<p>Ten slotte kwamen wij overeen, dat ik de zaak verder zou behandelen met den Controleur,
-die ook met den Sulthan zou spreken en den Resident inlichten. Ik sprak dan ook met
-den controleur en lei hem de zaak bloot. Deze was een eerlijk man en min of meer met
-zijn figuur en de heele affaire trouwens, die hij kende, verlegen.
-</p>
-<p>De onderhandelingen schoten niet erg op, daar ik bleef staan op den billijken eisch:
-algeheele schadevergoeding. Wie schetst echter mijn verbazing, toen op zekeren morgen,
-dat ik naar den Landraad ging, de controleur mij aansprak, en zei, dat de Sulthan
-van geen schadevergoeding wou weten en over twee dagen de huizen door politieoppassers
-zou doen ontruimen en laten afbreken.
-</p>
-<p>Geschiedt dat met toestemming van den resident, vroeg ik.
-</p>
-<p>Ja, antwoordde de controleur, ik kom juist bij hem vandaan en heb in last u dit mede
-te deelen.
-<span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span></p>
-<p>Nu, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik de eigenaars zich laten wapenen en dat de huizen
-verdedigd zullen worden. Maar ook, dat zoodra de oppassers van den Sulthan komen,
-ik telegrafisch den Resident zal aanklagen bij den Gouverneur-Generaal.
-</p>
-<p>En ik deed wat ik gezegd had. Ik riep de eigenaars des avonds te zamen, vertelde hun
-hoe de zaak stond en raadde hen zich te wapenen en hun goed tegen den aanval van wie
-dan ook te verdedigen.
-</p>
-<p>Ik zal niet zeggen, dat die raad in alle opzichten goed was. Maar ik vermoedde, dat
-de Resident blufte en dat hij zich wel wachten zou, het zóó ver te laten komen. Ik
-wist natuurlijk, dat indien het werkelijk tot een handgemeen kwam, de eigenaars en
-ik zelf in moeielijkheden zouden komen. Aan den anderen kant stond, dat indien de
-zaak onderzocht werd, de Resident verloren zou zijn. Hier steunde de Resident zóó
-blijkbaar het onrecht, ja handelde zoo geheel tegen zijn eersten plicht, den inlander
-te beschermen tegen knevelarij en misbruik van gezag, dat ik niet vreesde, of hij
-zou voor de gevolgen terug deinzen.
-</p>
-<p>De Sulthan heeft dan ook nooit zijn oppassers gezonden. Wel kreeg ik van den controleur
-bericht, dat den daaropvolgenden Zaterdag de zaak in den karapatan zou worden behandeld.
-Hier verklaarde ik namens de eigenaars, den karapatan niet als rechter in dit geschil
-te kunnen erkennen, doch wel geneigd te zijn, op den grond van behoorlijke schadevergoeding
-in een minnelijke schikking te treden.
-</p>
-<p>En de zaak werd in der minne bijgelegd.<a class="noteRef" id="xd30e1191src" href="#xd30e1191">8</a>
-</p>
-<p>Later ben ik pas te weten gekomen, wat aan de heele zaak ten grondslag lag. De Nieuwe
-Deli Race club, die haar paarden op de boven besproken renbaan bij Medan laat loopen,
-had den Sulthan die ontruiming verzocht. Er <span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span>waren n.l. onder de eigenaars der woningen ook rijtuigverhuurders en men was bang
-voor mogelijke besmetting der renpaarden, indien zich een ziek paard in de stallen
-der eigenaars mocht bevinden. In de notulen der raceclub moet hierover nog wel het
-een en ander te vinden zijn.
-</p>
-<p>De voorzitter van de raceclub was de secretaris van het Gewest. Verschillende bestuursambtenaren,
-waaronder ook de Resident, hadden de zoogenaamde B.&nbsp;B. Kongsie gevormd en lieten paarden
-loopen. En nu moge men mij duizendmaal verwijten, dat ik insinueer, doch ik kan niet
-nalaten tusschen deze feiten en de houding van den Resident in deze zaak verband te
-zoeken.
-</p>
-<p>Tot nog toe groeit er op de betwiste gronden geen rijst.
-</p>
-<p>De huizen zijn trouwens nooit afgebroken. De Sulthan heeft de erfpacht weer verkocht
-aan een ander voor drieduizend dollar.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De ondervinding door mij in deze zaak opgedaan, moedigde mij niet aan, met den Resident
-over koelietoestanden te gaan praten, evenmin als over andere zaken, die naar mijn
-inzien indruischten tegen het Recht. Waar mogelijk, sloeg ik steeds, zonder voorafgaande
-pourparlers, de weg van rechten in en verkoos te vechten, waar minnelijke besprekingen
-toch niet zouden baten. Trouwens, hoe kon ik vermoeden, dat het Hoofd van het Gewest
-zooveel minder zou weten dan ik? Het kwam mij niet in het hoofd, mij te verbeelden,
-dat ik meer van de feitelijke toestanden af zou weten dan de Resident. En nog sta
-ik er verbaasd van, dat wat drie eenvoudige burgers&#x2014;een dokter, een geleerde en een
-advocaat&#x2014;binnen betrekkelijk korten tijd opmerkten, een voortdurend geheim is gebleven
-voor den man, die gecenseerd werd op de hoogte te zijn. Het beroep van den Oud-Resident
-<span class="sc">Kooreman</span> op zijn niet-weten is een <span lang="la">testimonium paupertatis</span>, zich zelf uitgereikt, en tevens het tegengestelde van een loftuiting aan zijn vroegere
-ondergeschikten, die <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>hem&#x2014;zooals de Oud-Resident zegt&#x2014;dergelijke dingen nooit rapporteerden.
-</p>
-<p>Laat ons hopen, dat het tegenwoordig Bestuur zijn oogen wat beter open zal hebben.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first dateline"><span class="sc">Medan</span>, 29 Januari 1903.
-</p>
-<p class="address">Den Heer Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>,
-<br>Medan.
-</p>
-<p class="salute"><i>Geachte Heer!</i>
-</p>
-<p>Naar ik zie uit het verslag van &#x201e;Omega&#x201d; in de Sumatra-post over de rede van den oud-resident
-<span class="sc">Kooreman</span>, gehouden in de Vereeniging &#x201e;Moederland en Koloniën&#x201d; te &#x2019;s-Gravenhage, zoude deze
-heer daar o. m. gezegd hebben: &#x201e;En dan de questie van den heer <span class="sc">Tripp</span> en de British-Deli (blz. 35 en volgende). De voorstelling van de feiten en de conclusie
-zijn weer onjuist.&#x201d;
-</p>
-<p>Indien dit verslag het door den heer <span class="sc">Kooreman</span> gesprokene juist weêrgeeft, komt het mij voor dat deze heer, met volmaakt gemis aan
-goede trouw, om het door U behandelde en bedoelde heeft heengepraat.
-</p>
-<p>Immers U begint: &#x201e;Wat er voor den dag zou komen, indien het Gouvernement wilde besluiten
-tot het houden van een algemeen en grondig onderzoek, leert ons de geschiedenis van
-den heer <span class="sc">Tripp</span> en de <span lang="en">British-Deli and Langkat Tobacco Company</span>.&#x201d; Het door U uit mijne correspondentie in de Java-bode van 10 Juli 1899 geciteerde
-eindigt: &#x201e;Dat de directie der British-Deli zou overgaan tot eene klacht wegens laster
-tegen den heer <span class="sc">Tripp</span>, acht ik niet waarschijnlijk, daar zij wel zal denken aan het spreekwoord, dat ons
-leert dat er sommige stoffen zijn, die hoe meer men er in roert, een des te onaangenamer
-geur verspreiden. Al ware ook te bewijzen, dat elk woord van den heer <span class="sc">Tripp</span> een leugen geweest was, dan zijn hier toch altijd nog de verslagen der terechtzittingen,
-die dan voor den dag zouden komen en <span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>waaruit minder mooie dingen zouden blijken. Klachten over geknoei met de uitbetaling
-van het loon; vervolging van een administrateur wegens mishandeling, waarbij de klacht
-werd ingetrokken tegen betaling van &#x192;&nbsp;50.&#x2014; aan de vrouw, die afgeranseld was; vervolging
-om dezelfde reden van een ander administrateur, waarbij de zaak niet kon doorgaan
-wegens verdwijning van alle getuigen&#x2014;zooals in Deli wel meer gebruikelijk is&#x2014;; vervolging
-van een assistent, die eindigt met veroordeeling tot een jaar gevangenisstraf wegens
-doodslag onder verzachtende omstandigheden, al zulke dingen maken geen erg mooien
-indruk, wanneer zij voor het groote publiek komen.&#x201d;
-</p>
-<p>Uwe conclusie is dus: zulke en dergelijke dingen zouden voor den dag komen, indien
-het Gouvernement wilde besluiten tot een algemeen en grondig onderzoek.
-</p>
-<p>Welnu, deze conclusie is volkomen juist, want deze dingen <b>zijn</b> inderdaad voor den dag gekomen bij het toen gehouden onderzoek naar de <span lang="fr">faits et gestes</span> van de British-Deli, en daaruit te concludeeren dat vele dergelijke zaken voor den
-dag zouden komen bij een <b>algemeen</b> onderzoek, is zeker niet gewaagd. Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat juist
-de British-Deli eene uitzondering zou zijn. De heer <span class="sc">Kooreman</span> behoeft volstrekt niet te denken, dat ik de bovengenoemde bijzonderheden zoo maar
-eens uit mijn duim zoog, daar zij mij werden medegedeeld door den heer <span class="sc">H. van der Steenstraten</span>, toenmaals assistent-resident te Medan, die met het onderzoek belast geweest was.
-</p>
-<p>Ik geloof dus niet te ver te gaan met den heer <span class="sc">Kooreman</span> van kwade trouw te beschuldigen, waar hij het blijkbaar wil doen voorkomen, alsof
-het iets er toe afdeed of de heer <span class="sc">Tripp</span> praatjes verkocht of niet. De dingen die voor den dag kwamen <b>naar aanleiding van</b> de affaire <span class="sc">Tripp</span>, dáárop komt het aan.
-</p>
-<p class="signed">Hoogachtend,
-</p>
-<p class="signed">(<i>w. g.</i>) <span class="sc">C. de Coningh</span>.</p>
-</blockquote><p>
-<span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e289">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e289src">1</a></span> In het volgende wordt behandeld de lezing in &#x201e;Moederland en Koloniën&#x201d; door den heer
-<span class="sc">P.&nbsp;J. Kooreman</span>, Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, gehouden, zooals zij in haar geheel is afgedrukt
-in het extra-bijvoegsel van de Deli-Courant dd. 9 Februari 1903.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e289src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e454">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e454src">2</a></span> Verkeerd begrepen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e454src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e743">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e743src">3</a></span> Het Recht in Nederlandsch-Indië 1894 deel 62, blz. 22.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e743src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e851">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e851src">4</a></span> Toen was de heer <span class="sc">Kooreman</span> resident van Sumatra&#x2019;s Oostkust.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e851src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1082">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1082src">5</a></span> Het heeft mij verwonderd, dat door niemand bij de bespreking der &#x201e;Millioenen uit Deli&#x201d;
-op dit weerzinwekkende feit gewezen is.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1082src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1154">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1154src">6</a></span> Het moge ongelooflijk schijnen, maar dezen man, den heer <span class="sc">Van den Berg</span> bedoel ik, die mij de eerste inlichtingen in deze zaak gaf, moest ik beloven, zijn
-naam niet noemen bij mijn gesprek met den Resident. De man was bang, dat het hem zijn
-pensioen kon kosten. Hij is nu reeds gepensioneerd, dus kan mijn onbescheidenheid
-hem waarschijnlijk niet meer schelen.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1154src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1173">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1173src">7</a></span> Lieden, staande onder het rechtstreeksch bestuur van het Ned.-Indisch Gouvernement.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1173src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-<div id="xd30e1191">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1191src">8</a></span> Het verhaal dezer zaak met kleine afwijkingen hier en daar vindt men in het Maleisch
-van de hand van Mangaradja Tagor op blz. <a href="#pb52">52</a>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e1191src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">&#x2191;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="tagor" lang="ms" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#tagor.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 lang="nl" class="main">HET VERHAAL VAN TAGOR.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Adalah saorang Melajoe nama Tengkoe Galib beranakan Deli, ada mempoenjai sebidang
-tanah di dekat tanah loembah koeda Medan sebegimana jang terseboet di dalam Gran dari
-Tengkoe Pangeran Bandahara Deli jang tertoelis pada 24 December 1895 N<sup>o</sup>. 25 hoeroef D.
-</p>
-<p>Maka pada tanggal 3 Mei 1896 tanah jang terseboet telah di djoealkan oleh Tengkoe
-Galib itoe seperlima bahagiannja kapada Hadji Abdul Madjid dan Hadji Arsad, dengan
-harga $&nbsp;150.&#x2014; (seratoes lima poeloeh ringgit boeroeng).
-</p>
-<p>Dan pada tanggal 12 Juli 1896 tanah jang katinggalan itoe Tengkoe Galib djoeal lagi
-kapada kami lima orang nama Mangaradja Tagor, Mohamad Thahir, si Kantjah, Hadji Oesman
-dan si Marah dengan harga $&nbsp;300.&#x2014; (tiga ratoes ringgit boeroeng). Maka dengan moefakat
-kami semoeanja atas belian itoe tanah di taroehlah atas nama Mangaradja Tagor.
-</p>
-<p>Tetkala Tengkoe Galib mendjoealkan tanah jang seperlima bahagian itoe dan tanah jang
-katinggalan itoe adalah terang di moeka Padoeka Tengkoe Besar negri Deli serta telah
-menoeroenkan tanda tangan dan tjapnja di dalam Gran² itoe, bahasa itoe tanah soedah
-djadi milih kapada kami semoeanja.
-</p>
-<p>Sesoedahnja itoe baharoelah kami orang semoeanja mendirikan roemah² dan bertanam-tenaman,
-di atas tanah haq masing² dengan maksoed pada tempat itoelah akan mentjahari penghidoepan
-serta memeliharakan anak bini masing² dan setengahnja ada jang mendirikan roemah papan
-atap genteng dan setengahnja roemah papan atap nipah toeroet sebegimana kamampoeannja
-masing², sehingga sampeilah siap masing² ampoenja tempat, dalam bebrapa boelan kami
-orang telah mendoedoeki tempat itoe tiadalah soeatoe apa gendala.
-</p>
-<p>Dalam hal jang demikian pada boelan April 1897, maka <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>datanglah saorang toean Ingenieur Burgerlijke Openbare Werken pereksa dan meoekoer
-itoe tanah serta mendirikan pantjang² di atas tanah haq kami itoe, kemoedian tiada
-selang bebrapa hari lama antaranja maka datanglah padoeka toean Breuking <span class="corr" id="xd30e1325" title="Bron: asspirant">aspirant</span> controleur di Medan memberi perentah kapada kami semoeanja bahoea dalam tempo 8 hari
-kami semoeanja misti pindah dari itoe tempat serta memboengkar roemah² tempat kadiaman
-kami itoe serta mentjaboet sekalian tanam tenaman jang telah kami tanamkan di atas
-itoe tanah, apakala kami orang tiada menoeroet perentah itoe, kelak akan di soeroeh
-boengkar dan di tjaboet oleh politie dengan orang rantai. Pada waktoe itoe kamipoen
-moehoen pereksa kapada toean Breuking, karana apa perentah jang demikian di djalankan
-atas kami, sebegimana kata toean Breuking segala tanah jang telah di djoeal oleh Tengkoe
-Galib itoe ijalah termasoek kapada tanah loemba koeda.
-</p>
-<p>Itoepan karana fikiran kami jang itoe tanah soedah njata djadi haq kapada kami anganlah
-kami akan menoeroet perentah jang demikian, sehingga datanglah panggilan dari padoeka
-toean controleur Medan, serta mengasih perentah lagi jang kami semoeanja dengan sigera
-misti pindah dari itoe tempat, hatta djawab apapoen jang telah di maäloemkan tiada
-djoega loeloes, melainkan roemah² itoe di boengkar dan di pindahkan djoega serta tanam
-tenaman itoe di tjaboet. Kemoedian tiada bebrapa hari lagi datanglah perentah jang
-kami semoeanja akan mengadap di medjilis karapatan, itoepoen kami mengadaplah dengan
-bebrapa kali boeat di pereksa itoe perkara, achirnja sepandjang titah Tengkoe Pangeran
-Bandahara Deli, ta&#x2019;dapat tiada kami semoeanja misti pindah djoega dari itoe tempat
-serta dengan lekas² boengkar itoe roemah² dan tjaboet itoe tanam tenaman semoeanja
-dengan tiada mendapat ganti karoegian soewatoe apa; walakin dengan djalan apa sekalipoen
-kami sekalian berdatangkan sembah maaloem sopaja moedah moedahan adalah koernia akan
-djadi <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>ganti karoegian kapada kami masing² itoepoen tiada djoega di perkanankan.
-</p>
-<p>Waktoe itoe telab adzamlah di dalam hati masing² jang kami sekalian roepa²nja akan
-djadi teraniajalah di dalam perkara itoe dan saäkan² poetoeslah pengharapan kami semoeanja
-dari kaädilan wakil daulat sripadoeka Gouvernement dan Radja di dalam negri Deli.
-</p>
-<p>Maka dengan pertolongan toean <span class="sc">W.&nbsp;G. van den Berg</span>, vendumeester di Medan di toendjoekkannjalah kapada kami, bahoea terlebeh baik itoe
-perkara di serahkan kapada saorang toean nama Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>, Advocaat jang baharoe datang dari Semarang masa itoe tinggal menoempang di Medan
-Hotel, maka dengan bersigeralah kami semoeanja pergi mendapatkan toean itoe boeat
-minta pertolongan sopaja boleh di oeroeskannja kami poenja perkara itoe moedah²han
-terpeliharalah kami dari pada aniaja itoe. Maka apabila bertemoelah kami dengan toean
-Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>, kami tjeritakanlah oesoel atsalnja perkara itoe kapadanja dan waktoe itoe djoega
-kami serahkanlah perkara itoe kapadanja dengan koewasa jang semporna.
-</p>
-<p>Kemoedian dari pada itoe datanglah perentah dari padoeka toean controleur dan Tengkoe
-Pangeran Bandahara memaksa sopaja dengan sigera djoega kami sekalian pindah dan boengkar
-itoe roemah² dari tempat jang terseboet, dan sopaja djanganlah sampei datang politie
-dengan orang rantai akan memboengkar roemah² itoe.
-</p>
-<p>Maka pada waktoe itoe djoega kami semoeanja chabarkanlah kapada toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> bahasa ada perentah jang demikian, maka djawab toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> kapada kami sekalian bahoea perentah jang demikian djanganlah di toeroet dan djikalau
-ada politie atau siapa djoegapoen jang datang hendak memboengkar itoe roemah² serta
-mentjaboet segala tanam tenaman itoe hendaklah kami semoeanja melawan dengan bersoenggoeh²
-hati walaupoen hingga sampei besipoekoelan sekalipoen, serta toean Mr. <span class="sc">J. <span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span>van den Brand</span> soeroeh pada kami sekalian dengan bersiap sendjata, apabila mendjadi perkara toean
-Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> lah jang akan mengadap di moeka pengadilan.
-</p>
-<p>Dalam hal jang demikian toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> pergilah menghadap toean Resident dan toean Controleur meraberi tahoekan itoe perkara,
-basasa kalau ada politie atau siapa djoegapoen jang hendak memboengkar roemah² atau
-mentjaboet segala tanam tenaman di tempat jang terseboet akan di soeroeh poekoel dan
-lawan dengan bersoenggoeh² hati, walaupoen mendjadikan bersiboenoehan² sekalipoen
-begitoelah kata toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> kapada toean Resident dan kapada toean Controleur.
-</p>
-<p>Kemoedian selang bebrapa hari antaranja kami orangpoen di panggillah di moeka karapatan
-Medan waktoe menghadap itoe toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> adalah djoega bersama² dengan kami menghadap di moeka karapatan itoe.
-</p>
-<p>Apabila di pereksa itoe perkara maka toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> telah djawab di moeka karapatan itoe, kalau Sripadoeka Toeankoe Sulthan mau seleseikan
-itoe perkara dengan djalan damei serta membajar karoegian semoeanja itoe saja mau
-terima, kalau tiada begitoe saja mintak lebeh dahoeloe itoe perkara akan di poetoeskan
-oleh pengadilan Gouvernement, sesoedahnja itoe toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> poen kombalilah.
-</p>
-<p>Maka antara bebrapa hari lamanja datanglah panggilan kapada kami semoeanja akau menghadap
-lagi di moeka karapatan boeat menerima bajaran ganti dari karoegian kami masing² menoeroet
-sebegimana djoemalah kami orang ampoenja kira, lantas kami semoeanja pergilah terima
-bajaran itoe. Akan tetapi di dalam kami semoeanja melainkan Hadji Oesman djoega jang
-tiada menerima wang bajaran itoe dan di idzinkanlah dianja boeat tinggal beroemah
-di atas tanah itoe djoega hingga sampeilah pada masa ini, itoepoen sangatlah herannja
-hati kami atas Hadji Oesman itoe karana apa dianja boleh tinggal djoega di atas itoe
-tanah.
-</p>
-<p class="signed">(<i>w. g.</i>) <span class="sc">Deman M. Tagor</span>.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr id="voorwoord.toc">
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#voorwoord">VOORWOORD.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#voorwoord">5</a></td>
-</tr>
-<tr id="minister.toc">
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#minister">DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#minister">9</a></td>
-</tr>
-<tr id="oudresident.toc">
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#oudresident">EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#oudresident">15</a></td>
-</tr>
-<tr id="tagor.toc">
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#tagor">HET VERHAAL VAN TAGOR.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#tagor">52</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Nog eens: de millioenen uit Deli</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Johannes van den Brand (&#x2013;1921)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/282629046/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1903</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2021-06-14 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e428">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e818">30</a></td>
-<td class="width40 bottom">Nederlandsch-Indie</td>
-<td class="width40 bottom">Nederlandsch-Indië</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e884">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">koeliecontract</td>
-<td class="width40 bottom">koelie-contract</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1044">40</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1325">53</a></td>
-<td class="width40 bottom">asspirant</td>
-<td class="width40 bottom">aspirant</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br>
-<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br>
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/65681-h/images/front-cover.jpg b/old/65681-h/images/front-cover.jpg
deleted file mode 100644
index e349a19..0000000
--- a/old/65681-h/images/front-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65681-h/images/titlepage.png b/old/65681-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index 0870511..0000000
--- a/old/65681-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ