summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/65681-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/65681-0.txt')
-rw-r--r--old/65681-0.txt2185
1 files changed, 0 insertions, 2185 deletions
diff --git a/old/65681-0.txt b/old/65681-0.txt
deleted file mode 100644
index 2548f1a..0000000
--- a/old/65681-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2185 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Nog eens: de millioenen uit Deli, by J. van
-den Brand
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Nog eens: de millioenen uit Deli
-
-Author: J. van den Brand
-
-Release Date: June 23, 2021 [eBook #65681]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT
-DELI ***
-
-
-
- NOG EENS:
- DE MILLIOENEN UIT DELI
-
-
- DOOR
- Mr. J. VAN DEN BRAND.
-
-
- BOEKHANDEL
- AMSTERDAM. VOORHEEN PRETORIA.
- HÖVEKER & WORMSER.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VOORWOORD.
-
-
-Maar zou dat alles wel waar zijn?
-
-Levendig kan ik mij voorstellen, dat na het lezen mijner brochure „De
-Millioenen uit Deli” deze vraag rees op de lippen van ieder, die, nooit
-in Deli geweest zijnde, dit gewest waarschijnlijk alleen kende uit de
-koloniale verslagen of de een of andere beurscourant. Wie jaarlijks den
-oogst van gouden appelen zag binnenhalen, kon weinig vermoeden, dat de
-wonderboom wortelde in zoo drassigen grond; dat de sappen, die de stam
-opzoog en omzette in blinkende vrucht, vermengd waren met bloed en
-tranen. Hij hoorde alleen het vroolijke lied van de maaiers, maar het
-weeklagen der zaaiers bereikte zijn oor niet. En nu eindelijk een
-zwakke nagalm van hun klaaglied doordrong tot zijn gehoor, staat hij
-verbijsterd en twijfelt, of hij goed heeft gehoord.
-
-Zou het waar zijn?
-
-Deze vraag moest men zich stellen en van alle kanten werd zij dan ook
-gesteld. Zij werd onmiddellijk gevolgd door de verzekering, dat indien
-alles waar was, indien de helft, een derde een tiende deel slechts waar
-was, dan....
-
-De verontwaardiging was algemeen, spontaan en te goeder trouw.
-
-Nadat de verontwaardiging wat bekoeld was, bleek men geneigd
-verontschuldigingen aan te hooren, en dit te gretiger naarmate men meer
-inzag, hoe groote finantiëele belangen hier op het spel stonden.
-
-Een tijdlang zocht men naar een woord, een leus, waaronder men de in de
-brochure latente gevolgtrekkingen bestrijden kon; een gepaste houding,
-die men tegenover de beschuldigingen kon aannemen.
-
-Het resultaat was, dat degenen die belang hadden de uitwerking van mijn
-boekje te neutraliseeren, in het algemeen kleinigheden toegaven, het
-bestaan van zekere misstanden erkenden, punten van ondergeschikt belang
-bestreden en de kern der zaak.... lieten voor hetgeen zij was.
-
-Met handige tactiek trachtte men de aandacht van de hoofdzaak af te
-leiden, en haar te vestigen op die gedeelten in het boek, welke alleen
-als bijzaken bedoeld waren.
-
-Zoo kwam b. v. de Sumatra Post aandragen met het nieuws dat er sarongs
-van 80 centen bestonden en dat een inlander desgevorderd zijn leven kan
-rekken met 8 centen per dag. En gaf daarbij nog de onnoozele
-verzekering, dat het juist op zulke kleinigheden aankomt!
-
-Het lijkt mij de moeite niet waard op deze en dergelijke aanmerkingen
-te antwoorden.
-
-Maar de hoofdzaken: de onvrijheid der arbeiders, de misbruiken
-voortgevloeid uit de koelie-ordonnantie of daardoor bestendigd, de
-onvoldoende rechtspraak, het sjoekoeliën, de te lage loonen der
-vrouwen, men ging ze stilzwijgend voorbij of behandelde ze als
-nevenzaken.
-
-Een uitzondering moet ik hier maken voor de Deli-Courant, die—hoewel
-immer vergoelijkend voor den actueelen toestand—mijn brochure vooral in
-haar nummer van 27 November 1902, op eerlijke wijze besprak.
-
-Eindelijk dan was het wapen gevonden, waarmede men meende mij te kunnen
-afmaken en werd de beschuldiging van overdrijving uitgesproken. Ook zei
-men, dat ik alleen de donkere zijde van Deli liet zien. Mijn plicht zou
-het geweest zijn, ook de goede kanten van het gewest te laten kijken.
-
-Komaan! Zal men het den dokter, die de ziekte in het hoofd van een
-patiënt bespreekt, kwalijk nemen, dat hij in zijn verhandeling niet den
-gezonden toestand der beenen releveert?
-
-En ik stond tegenover Deli in dezelfde verhouding. Ik zei toch (blz. 14
-der Mill. uit Deli), dat ik wou wijzen op „de afgrijselijke wonden in
-de samenleving der Oostkust.... opdat ieder de wegneming (zou) eischen
-van de oorzaak der kwaal, die het gezonde lichaam verteert.”
-
-Maar dit zag men niet in, of men wilde het niet inzien.
-
-En zoo zei men, dat volgens mij er niets goeds in Deli was! En toen
-ging men aan het opnoemen, wat er wel goeds in Deli was.
-
-De eerste zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-De tweede zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-De derde zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. De
-vierde, de vijfde, iedereen en ook ik, mee instemmende in dit algemeene
-loflied, zeg: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed.
-
-Hetzelfde zei men—en terecht—van de woningen bij sommige groote
-maatschappijen. Ook zei men—en ook ik stem weer mee in—de verdiensten
-van de Chineezen zijn zoo kwaad niet.
-
-Verder zei men niets. Men was uitgepraat. En ik ben het ook.
-
-Na dit goede te hebben op den voorgrond gesteld, ving men dan aan mij
-te beschuldigen van bijbedoelingen, van onvaderlandslievendheid, van
-ondankbaarheid tegenover het gewest, waar ik mijn brood verdien, e. d.
-Deze dingen raken evenwel mij, niet de zaak en ik veroorloof mij, ze
-langs mijn kleeren te laten afglijden.
-
-Het ligt dan ook niet in mijn plan, mijn bestrijders een voor een te
-woord te staan. Wel schijnt het mij noodig eenige toelichting op mijn
-brochure te geven en in het algemeen de tegen-argumenten voor zoover
-zij de zaak raken, te weerleggen.
-
-Het eerste te doen bedoelt het hoofdstuk: „De Minister en de Brochure”,
-het tweede „Een Oud-Resident en de Brochure.” Den heer Kooreman
-antwoordende, meen ik de zakelijke argumenten van al mijn tegenstanders
-te bespreken. Alleen nog het verwijt van de Sumatra Post dd. 7 Februari
-j.l., dat ik inconsequent zou zijn, meen ik te moeten terugwijzen.
-Reeds in de vergadering van de afdeeling Medan van den Indischen Bond
-dd. 29 Maart 1902 toch erkende ik openlijk, dat mijn meening over de
-koelie-ordonnantie, toen ik nog niet lang in Deli verblijf hield, een
-geheel andere was dan tegenwoordig. De dagelijksche omgang gedurende
-anderhalf jaar met koelies in vrijen arbeid en de nadere bestudeering
-van het koelie-vraagstuk hebben mijn meening geheel gewijzigd. Daarom
-haalde ik ook in „De Millioenen uit Deli” niets aan van wat ik schreef
-gedurende den tijd dat ik redacteur was van de Sumatra Post, al zou ik
-b. v. wat ik schreef over de begrafenis-circulaire van den
-ass.-resident Kühr op het oogenblik nog gaarne onderschrijven. Wat ik
-in dien tijd naar aanleiding b. v. van The British Deli Cy en den heer
-Tripp schreef, berustte op geheel verkeerde inlichtingen, terwijl mijn
-oordeel van dien tijd over koelie-zaken, ik geef het gereedelijk toe,
-als praematuur moet worden beschouwd.
-
-Ik kan dit „Voorwoord” niet eindigen zonder mijn dank te hebben betuigd
-aan den openhartigen Oud Assistent-Resident Rookmaker, die zoo eerlijk
-zijn ondervinding en zijn oordeel in de „Groene Amsterdammer” neerlei,
-aan den mij onbekenden Mr. Justus, die in de Java-Bode een lans brak
-voor mijn streven, aan den Oud-Resident Scherer, die openlijk het goede
-van mijn werk dorst te erkennen en aan allen, die tot nu toe mee
-hielpen strijden in dezen strijd om Recht.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.
-
-
-Er is van verschillende zijden bij de bespreking mijner brochure „De
-Millioenen uit Deli” gewezen op mijn Calvinistische geloofsbelijdenis
-en in verband daarmede op mijn anti-revolutionnaire gevoelens. Mij
-dunkt, dat men de laatste beter achterwege hadde gelaten, daar het
-boekje allerminst de strekking had een of andere politieke partij te
-dienen. Uit een politiek oogpunt was zelfs voor de
-anti-revolutionnairen de verschijning mijner brochure ongewenscht, daar
-zij den Minister van Koloniën op het onverwachtst voor de oplossing van
-een vraagstuk plaatste, waaraan hij naar alle waarschijnlijkheid nog
-niet de noodige aandacht had geschonken, en hem toestanden onthulde,
-waarvan hij zelfs het bestaan niet kon vermoeden. Daar uit den aard der
-zaak het tegenwoordig Ministerie mijn sympathie heeft, heb ik er een
-oogenblik aan gedacht, de uitgave van het „schrikwekkende” boek uit te
-stellen tot latere gelegenheid. Doch ook slechts een oogenblik heeft
-bij mij het opportuniteitsbezwaar gegolden.
-
-Tegenover het schrikkelijk onrecht, tegenover het lijden van duizenden,
-tegenover het nadeel aan de eere Gods kon de overweging, dat de
-Minister van Koloniën, al ware hij ook een politiek partijgenoot, in
-een moeielijke positie zou komen, in de weegschaal gelegd, de naald
-niet naar de andere zijde van het huisje doen overslaan. Hier mocht
-geen partijbelang gelden, hier verloren persoonlijke sympathieën haar
-gewicht, hier gold het zuiver en zonder aanzien des persoons op te
-komen voor de eer van Hem, bij wien alle belang van partij en persoon
-in het niet zinkt.
-
-Op het oogenblik, dat de copy mijner brochure naar Holland verzonden
-werd, was de krachtige Van Asch van Wijck reeds overleden en wachtte
-ieder in Nederlandsch-Indië met spanning, wie zijn opvolger zou zijn.
-Toen het bekend werd, dat Idenburg als Minister van Koloniën was
-opgetreden, spraken de meeste Indische bladen een onwelwillend oordeel
-uit. Ik geloof, dat men daartoe geen voldoende reden had; in ieder
-geval was men voorbarig. Mij was het bericht zijner benoeming niet
-onwelkom. Het weinige, dat ik van particuliere zijde van hem vernomen
-had en vooral zijn optreden het vorig jaar in de Tweede Kamer als
-afgevaardigde voor Gouda, deden mij de hoop koesteren, dat mijn kreet
-om recht niet ledig zijn oor voorbij zou gaan. Ziehier, zoo dacht ik,
-een geloofsman, naar hetgeen men van hem vertelt, een geloofsheld, die
-eigen eere niet achtende, op zal komen voor de Gerechtigheid. Een man,
-die den gruwel ziende, hem weg zal nemen.
-
-En nu?
-
-Nog is de tijd niet gekomen, een oordeel over de daden van dezen
-Minister uit te spreken. Ik wil blijven hopen en vertrouwen. Wel had ik
-verwacht iets anders te hooren, iets krachtigers, iets minder
-dubbelzinnigs, minder vaags, dan wat hij zeide bij de bespreking der
-koelie-ordonnantiën in de Tweede Kamer. Ik geef toe, dat de toestand
-van den Minister verre van benijdenswaardig was. Nauwelijks de
-politieke loopbaan ingetreden, belast met het opperbeleid in het
-koloniaal bestuur, bijna onvoorbereid voor zijn rekening hebbend de
-verdediging van de Indische begrooting, heeft Idenburg aan mede- en
-tegenstander zonder twijfel bewondering moeten afdwingen. Het ligt dan
-ook niet in mijn bedoeling iets te zijnen nadeele te zeggen. Zoo iets,
-dan is het de houding van den Minister in het algemeen bij het
-begrootingsdebat, die mij vertrouwen doet stellen in de toekomst. En
-mij hoop geeft voor der koelieszaak.
-
-Dat neemt niet weg, dat ik, zooals ik reeds zeide, gaarne iets meer
-beslists, meer positiefs van de zijde des Ministers vernomen had. Hoe
-gaarne had ik in plaats van „Ik zal deze brochure speciaal onder de
-aandacht van den Gouverneur-Generaal brengen” de belofte vernomen, dat
-de Minister een algemeen en grondig onderzoek zou bevelen. Van een
-onderzoek van regeeringswege, dat de meesten na de woorden des
-Ministers verwachtten, is tot nog toe niets gekomen en—ben ik goed
-ingelicht—dan zou er hiervan zelfs geen sprake zijn. Wel werden mij
-door den resident der Oostkust van Sumatra inlichtingen gevraagd over
-het toetoepen van zaken te Medan. Ook ontving ik bezoek van den
-assistent-resident, in zijn kwaliteit van hulp-officier van Justitie,
-die den naam vroeg van den bedrijver der schanddaad, bedoeld op blz. 29
-der „Millioenen uit Deli”. Men schijnt de zaak strafrechtelijk te
-willen vervolgen.
-
-Op beide verzoeken heb ik geantwoord, dat ik alleen aan de Regeering of
-Hare vertegenwoordigers bereid ben inlichtingen te geven in geval van
-een door Haar bevolen algemeen onderzoek en wel onder voorwaarde van
-straffeloosheid voor de betrokken personen.
-
-Mijn eerzucht toch is allerminst als politie-spion op te treden! En
-indien men meenen mocht door posthume strafvervolging het euvel weg te
-nemen, dan moet ik twijfelen aan goede trouw. Ik roep om den
-heelmeester, niet om den rechter. Ik strijd voor een beginsel, niet
-tegen personen. Mijn streven spruit niet uit wraakgevoel, doch vindt
-zijn oorsprong in liefde voor de Gerechtigheid.
-
-Hoe verkeerd mijn streven begrepen wordt, hoezeer mijn bedoelingen
-worden miskend, blijkt wel hieruit, dat de eerste daad van het Bestuur
-ter Oostkust na de verschijning mijner brochure was, den
-procureur-generaal van het Hoog-Gerechtshof te Batavia advies te
-vragen, of er mogelijkheid bestond mij onder de in Indië vigeerende wet
-op de drukpers strafrechtelijk te vervolgen! Het antwoord van den
-procureur-generaal heb ik niet gelezen, doch het moet lang niet malsch
-geluid hebben.
-
-Een onderzoek, ten minste een openlijke enquête, zooals ik gehoopt en,
-om de waarheid te zeggen, verwacht had, komt er dus niet. Toch meen ik
-reden te hebben, te vermoeden dat het geenszins in het plan van den
-Minister ligt, de zaak te laten doodbloeden en in den doofpot te
-stoppen. Welke mijn gronden voor deze meening zijn, acht ik mij niet
-geoorloofd, hier te openbaren.
-
-Moest ik ten dezen opzichte teleurstelling ondervinden, ook op andere
-punten bevredigde mij de rede van den Minister niet.
-
-In de eerste plaats hinderde mij de onjuistheid, waaraan de Minister
-zich schuldig maakte, toen hij verklaarde te meenen, dat ook ik de
-behandeling der koelies bij de Deli-Maatschappij zoo zeer had geroemd.
-In mijn brochure toch is geen woord te vinden, waaruit men die
-conclusie trekken kan. Wanneer ik een voorbeeld van goede behandeling
-der koelies zou hebben willen noemen, dan had ik een mij bekende kleine
-particuliere onderneming gekozen en niet de Deli-Maatschappij.
-
-Om dit duidelijk te maken, behoef ik alleen mede te deelen, dat de
-feiten, verhaald op blz. 29 en blz. 31 der brochure, op ondernemingen
-der Deli-Maatschappij zijn gepleegd. Het doet er wel weinig af of toe,
-daar overal meer of minder groote onregelmatigheden zijn voorgekomen,
-doch tot recht verstand van zake dient deze onjuistheid van den
-Minister te worden hersteld. Evenmin toch als Alter vor Thorheit
-schützt, evenmin behoeden de beste bedoelingen van het bestuur eener
-maatschappij in Holland voor uitspattingen zijner vertegenwoordigers in
-Indië, zoolang deze over de koelies meer rechten uitoefenen dan hun
-volgens Gods ordinantiën mogen worden toegestaan.
-
-Trouwens over de meer of minder goede behandeling der koelies loopt de
-kwestie niet. Laat ons bij de zaak blijven, het gaat over het al of
-niet geoorloofde van de koelie-ordonnantie, zooals zij in Deli bestaat.
-Goede of slechte behandeling doet er au fond niets af of toe. In
-Amerika hadden op de meeste plantages de slaven het ook goed. Toch
-heeft een edelmoedig volk naar de wapens gegrepen, om aan den
-onmenschwaardigen toestand een einde te maken.
-
-Zoo ook hier.
-
-Mijn meening daaromtrent zette ik reeds uiteen op blz. 14 der
-Millioenen uit Deli, doch wil ze ten overvloede hier nog eens herhalen:
-
-„Het deert mij niet, of die toestand al of niet valt onder de
-rechtskundige definitie van slavernij; het laat mij koud, of de
-koelie-ordonnantie al dan niet in strijd is met onze Grondwet of
-Burgerlijke Wet; het is mij onverschillig, of ondernemers of
-maatschappijen min of meer philantropisch zijn en hunne werklieden
-beter of slechter behandelen of verplegen. Het eenige wat mij raakt is,
-dat zij is in strijd met de eere Gods, in strijd met de
-menschelijkheid.
-
-Waarlijk, met een mooi hospitaal en een paar guldens is het gemis der
-vrijheid niet goed te maken.
-
-
-
-Zeer gezocht, om niet te zeggen sophistisch, is de redeneering van den
-Minister, waar hij ongeveer zegt: „Zie, van alle zijden dringt men hier
-in Nederland aan op wettelijke regeling van den arbeid; in Deli is het
-gebeurd en nu moppert gij.”
-
-Zeker, Excellentie, men dringt aan in Nederland op wettelijke regeling
-van het arbeidscontract. Maar niet op een zoodanige, als wij in de
-koelie-ordonnantie belichaamd vinden. En ook ik heb tegen een
-wettelijke regeling dezer zaak niets, ik ben er zelfs voor. Doch, mij
-dunkt, dat zulk een regeling een behoorlijke dient te zijn. Durft Uwe
-Excellentie deze qualificatie aan de vigeerende koelie-ordonnantie
-geven? Welnu, laat dan Uw collega van Binnenlandsche Zaken er eens de
-proef mee nemen en voorstellen de koelie-ordonnantie naar
-omstandigheden gewijzigd, in Nederland in te voeren.
-
-Men zie in de laatste zinsnede allerminst valsche scherts. Geen
-onrechtmatigheid wordt beter gevoeld, dan door het slachtoffer, en door
-dengene die in gelijkvormige omstandigheden verkeert. Nu is er
-ongetwijfeld niemand, die niet inziet, dat het Nederlandsche volk een
-wettelijke regeling van den arbeid, die zelfs maar in de verte op de
-beruchte koelie-ordonnantie geleek, niet zou verdragen.
-
-Waarom zou dan de Javaan haar moeten verduren?
-
-Zooals ik reeds gezegd heb, heb ik vertrouwen in dezen Minister, in
-zijn werkkracht, zijn eerlijkheid en zijn Geloof. Dr. Schaepman in een
-zijner Chronica’s noemde hem „dapper” en vertrouwde dat de zaak in
-Idenburgs handen gesteld, zou terecht komen en tot zijn recht. Bij deze
-woorden wensch ik mij aan te sluiten. Doch ik dring aan op spoed. Hier
-is de uitdrukking periculum in mora geen phrase.
-
-
-
-
-
-
-
-
-EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE. [1]
-
-
-Het was der vereeniging „Moederland en Koloniën” moeielijk gevallen,
-iemand te vinden, die „De Millioenen uit Deli” wilde behandelen. Aldus
-de heer P. H. van der Kemp, toen hij in den avond van 22 December 1902
-in de vergadering dier Vereeniging den heer P. J. Kooreman,
-Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, als verhandelaar introduceerde.
-En ook deze was slechts noode hiertoe overgegaan. Evenwel, de
-overweging, dat het noodig kon zijn verschillende punten te weerleggen,
-had hem zijn toestemming doen geven.
-
-Daar nu eenmaal deze Oud-Resident op zich genomen had, mijn boekje te
-behandelen, mocht men redelijker wijze een behandeling van het door mij
-geschrevene verwachten. In plaats van echter aan dezen eersten en
-eenigen eisch te voldoen—meer werd toch niet van den spreker gevraagd
-en minder niet verwacht—verliet, geheel uit eigen beweging, de heer
-Kooreman den hem vriendelijk aangeboden rechterstoel en plaatste zich
-op de bank der beschuldigden.
-
-Wat dreef hem hiertoe?
-
-Zelfverwijt? Wroeging? Berouw? Schuldbewustzijn?
-
-Ik wil daar niet over oordeelen: ik ken den heer Kooreman daartoe te
-weinig. Nu hij zich evenwel zelf zijn plaats heeft gekozen, moet ik hem
-daar laten en valt mij de onaangename taak ten deel, tegen den
-Oud-Resident het openbaar-ministerie te moeten waarnemen.
-
-Hoe ongaarne ook, ik ben er toe verplicht, doordien de heer Kooreman de
-behandeling mijner algemeene beschuldigingen heeft omgezet, voor een
-groot gedeelte, in een persoonlijke verdediging.
-
-De uitroepen „waarom heeft Mr. van den Brand mij nooit ingelicht?”
-„Waarom heeft Dr. Tschudnowsky niet gesproken?” „Waarom zweeg die
-Hollandsche geleerde van den heer Deen?” kunnen toch alleen uitgelegd
-worden in den zin van: „Ziet gij wel, ik wist er niets van, ik ben
-onschuldig!”
-
-Waarom toch die herhaalde betuiging van onschuld door iemand, wien
-niets ten laste is gelegd?
-
-Behalve zichzelf heeft ook de heer Kooreman zich geroepen geacht de
-koelie-ordonnantie te verdedigen. In plaats van de onpartijdige rol van
-den beschouwer, den criticus, te aanvaarden, voelde hij zich geroepen
-als tegenstander op te treden en mij te bestrijden. Dit, natuurlijk,
-stond hem vrij. En ik ben hem er dankbaar voor.
-
-Ik meen toch te mogen aannemen, dat zoowat al het wapentuig, waarover
-de voorvechters der koelie-ordonnantie kunnen beschikken, door den
-Oud-Resident te voorschijn is gehaald en dat hij dezen keer zijn
-zwaarste harnas heeft aangetrokken. Wel is het een zonderlinge ridder,
-dien ons oog aanschouwt, met het „pro servitute” op zijn wapenschild.
-En ook de geleende advocaten-toga, die de rusting omhult, verbetert
-zijn figuur niet, daar zij den ridder blijkbaar ongewoon is en hij zich
-er onhandig in beweegt.
-
-Het is juist door de rol van verdediger, die de heer Kooreman meende op
-zich te moeten nemen, dat hij vervalt tot handigheden, welke den
-rustigen toeschouwer spoedig ònhandigheden blijken en waardoor hij zijn
-zaak meer kwaad dan goed heeft gedaan.
-
-Ziehier twee voorbeelden.
-
-Waar de heer Kooreman wijzen wil op de groote uitbreiding der
-bestuurstaak, deelt hij ons mede dat er zich in de residentie Oostkust
-van Sumatra in 1881 bevonden 16 ondernemingen, terwijl er tegenwoordig
-139 tabaksondernemingen zijn, ongerekend 29 koffieondernemingen en 3
-petroleumondernemingen. Bij de beschouwing der gemaakte winsten spreekt
-hij niet van ondernemingen, doch van maatschappijen. Van de 38
-maatschappijen, zegt de heer Kooreman, hebben dit jaar slechts 13
-dividend uitgekeerd. De argelooze toehoorder staat verbaasd over deze
-verhouding, en meent, dat het den planters erg treurig gaat. Indien de
-verhandelaar niet vergeten had erbij te zeggen, dat onder die 13
-dividend uitkeerende maatschappijen was de Deli-Maatschappij met 22
-ondernemingen, de Arendsburg met 6, de Amsterdam Deli-Cie met 4, enz.,
-dan zou de indruk heel anders en meer overeenkomstig de waarheid
-geweest zijn. Men zou dan gezien hebben, dat slechts een klein deel en
-niet het verreweg grootste deel, geen winst heeft opgeleverd. Dezen
-indruk echter wenschte de heer Kooreman blijkbaar niet, vandaar zijn
-eigenaardige voorstelling.
-
-Dit voorbeeld—hoewel teekenend voor ’s heeren Kooreman’s beschouwingen
-in het algemeen—is nog zoo erg niet. Wij weten dat de oud-resident niet
-verhandelt, maar verdedigt. En een weinig handigheid willen wij in zijn
-pleidooi over het hoofd zien, al zullen wij niet nalaten den goochelaar
-op de vingers te kijken.
-
-Het tweede voorbeeld—en dit is veel erger—is het overslaan bij de
-mondelinge voordracht van wat wij in de gedrukte lezing vinden over het
-sjoekoeliën. Ware het een bijzaak geweest, die de redenaar uit gebrek
-aan tijd of om eenige andere reden had overgeslagen, ik zou er niets op
-aan te merken hebben. Maar dit hoofdstuk mijner brochure, waarvan de
-heer Kooreman in zijn gedrukte lezing moet erkennen, dat het in
-hoofdzaak waar is, kan niet anders zijn voorbijgegaan dan met
-bedoeling. En het schijnt mij dan ook toe, dat wij het alleen aan de
-openhartige erkenning van deze terugstootende herwerving door den
-Oud-Resident Scherer te danken hebben, dat thans de Oud-Resident
-Kooreman het feit niet langer verheelt. Het is een hard woord, doch men
-zou hier werkelijk aan de goede trouw van den verhandelaar moeten gaan
-twijfelen.
-
-Ook schijnt het mij toe, dat waar de heer Kooreman er voortdurend op
-terug komt, dat wat ik mededeelde, steeds zou zijn voorgevallen buiten
-het eigenlijk Deli, waarop mijn brochure volgens den titel alleen
-betrekking zou kunnen hebben, daar volgens het zeggen van den
-Oud-Resident alleen de millioenen uit die streek komen—een bewering
-wier onjuistheid terstond in het oog valt, wanneer men slechts aan de
-petroleum-ondernemingen denkt—het schijnt mij toe, zeg ik, dat hier de
-heer Kooreman den onnoozele speelt. Het kan hem toch niet onbekend
-zijn, dat in de spreektaal gewoonlijk Deli voor de geheele Oostkust van
-Sumatra genomen wordt. Ik ken hem ook voldoende begripsvermogen toe, om
-te hebben opgemerkt, dat mijn brochure niet enkel over het landschap
-Deli, doch over de geheele residentie handelt. Het lijkt mij, om de
-waarheid te zeggen, kinderachtig toe uit den titel „De Millioenen uit
-Deli” de gevolgtrekking te willen maken, dat ik alleen het landschap
-van dien naam en niets anders bedoelde. Ieder zegt gemakshalve Deli,
-waar hij het heele gewest wil aanduiden.
-
-Zoo doet o. a. ook de Oud-Resident Kooreman in zijn lezing van 22
-December 1902.
-
-Maar de kinderachtigheid der opmerking daargelaten, zij is nog onjuist
-bovendien.
-
-Het geval, verhaald op blz. 31 mijner brochure, van de vrouw, die
-vastgebonden werd en door den administrateur mishandeld, is wis en
-degelijk gebeurd in het landschap Deli, en wel op de onderneming
-Sempali van de Deli-Maatschappij, nog geen half uur rijdens van Medan,
-dus bijna in het gezicht van het Residentiekantoor.
-
-Dit wist de heer Kooreman heel goed, en ik noem het oneerlijk, het
-tegengestelde te beweren.
-
-Of bedoelt hij misschien een ander geval dan ik? Het zou zeker niet
-onmogelijk zijn, hoewel ik het niet gelooven mag, waar de Oud-Resident
-zoo pertinent beweert het geval te kennen. Het is trouwens onder zijn
-bestuur voorgevallen.
-
-En dan het onderzoek bij de British-Deli? Zeker, ik geef toe, dat een
-gedeelte der ondernemingen dezer maatschappij in Langkat ligt. Doch
-doet dit wel iets ter zake?
-
-Trouwens al wat door den Oud-Resident Kooreman over het onderzoek bij
-de British-Deli and Langkat Tobacco Cy. gezegd is, mangelt aan goede
-trouw. De inlichtingen omtrent deze zaak had de correspondent van de
-Java-Bode (C. de Coningh) van den man, die met het onderzoek belast is
-geweest, den toenmaligen Assistent-Resident H. van der Steenstraten. En
-de heer Kooreman zelf was toen Resident.
-
-Ik verwijs verder naar de verklaring hieromtrent door den heer C. de
-Coningh op blz. 50. Hieruit zal men zien, dat de heer Kooreman geen
-recht had, de voorstelling der feiten noch de getrokken conclusie
-onjuist te noemen.
-
-Zou deze Oud-Resident in gemoede meenen, dat niet, zooals ik schreef,
-indien het Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen
-en grondig onderzoek er ergerlijker dingen voor den dag zouden komen?
-
-Ten slotte nog dit. Aan het einde zijner verhandeling schrijft de heer
-Kooreman: „Integendeel geloof ik, dat uit zijn (Mr. van den Brands)
-onjuiste, overdreven verhalen, uit zijn beschrijvingen van stelsels en
-verhoudingen, welke niet bestaan, volgt, dat de toestanden in Deli
-zeker bevredigend kunnen worden genoemd, al maken zich daar nu en dan
-enkele personen schuldig aan daden, die door u evenals door mij ten
-zeerste worden gelaakt.”
-
-Hoe kan ik deze uitspraak rijmen met wat de heer Kooreman betoogt op
-blz. 4, 2de kolom zijner lezing: „De brochure (De Millioenen uit Deli)
-bevat van af omslag tot slot een doorloopend betoog, dat er niets goeds
-is in Deli [2], en daar toestanden bestaan zoo verdorven mogelijk.
-Zulke toestanden laten zich uit den aard der zaak gemakkelijk
-beschrijven, omdat de bewijzen als het ware voor het grijpen liggen.”
-
-Zeker, de bewijzen liggen voor het grijpen. En niemand, die dit beter
-weet dan de heer Kooreman. Hij weet dan ook, dat ik werkelijk een greep
-deed „in de veelheid der feiten”, dat ik mij niet bezig hield met het
-binnenhalen van den oogst, doch slechts een ruikertje gaarde van
-grafbloemen uit Deli.
-
-
-
-Toen de oude Kranenburg den jongeheer Hendrik Wildschut verweet, dat
-zijn vader land van de armen gestolen had en zijn bewering zoodanig met
-bewijzen staafde, dat Heintje de beschuldiging niet langer kon
-ontkennen, sprak deze de gedenkwaardige woorden: „Al is het waar, dan
-lieg je ’t nog.”
-
-Door de boudheid dezer bewering begonnen sommigen aan de
-waarheidsliefde van den goeden Kranenburg te twijfelen.
-
-De heer Kooreman, de koelie-ordonnantie door dik en dun willende
-verdedigen, meent per se mijn beweringen en feiten te moeten
-tegenspreken of vergoelijken en volgt het voorbeeld van den jongen
-Hendrik.
-
-Zal hij door de boudheid zijner tegenspraak denzelfden indruk teweeg
-brengen?
-
-Niet met mijn toestemming. De stoutheid zijner bewering, de heftigheid
-zijner apodictische tegenspraak zal mij niet overbluffen. Ik blijf er
-bij, dat als iets waar is, het niet gelogen kan zijn.
-
-Ook in een der Indische bladen las ik de uitspraak „het is zoo en toch
-is het niet zoo.”
-
-Laat ons echter bij den heer Kooreman voorloopig blijven en zien,
-waarom mijn voorstellingen en gevolgtrekkingen onjuist zijn en in
-hoeverre.
-
-Zooveel mogelijk volg ik zijn lezing op den voet.
-
-De heer Kooreman begon met te memoreeren, dat hij op 8 Januari 1901 in
-het Indisch Genootschap een lezing hield over Delische toestanden,
-waarbij hij in het bijzonder behandelde de rol, die het Bestuur en die
-welke de ondernemers in de Delische maatschappij innemen.
-
-Ik herinner mij die lezing zeer goed. Niet dat ik er bij tegenwoordig
-was—dan zou zij niet het eigenaardig verloop hebben gehad, dat zij
-gehad heeft, n.l. dat niemand met den spreker in debat wenschte te
-treden—doch ik las haar in extenso, naar ik meen, in beide plaatselijke
-bladen van Medan. Het was bij die gelegenheid, dat de Oud-Resident, die
-op de hoogte van de toestanden in zijn gewest behoorde te zijn, het
-beruchte voorstel deed, den beheerders van ondernemingen politiemacht
-te geven.
-
-Zou de heer Kooreman dat voorstel nog durven doen?
-
-Ik moet het veronderstellen, waar hij zegt thans een vervolg te geven
-op die voordracht van 1901.
-
-Politiemacht aan de beheerders! Dat wil zeggen, aan menschen, wien
-reeds over hun medemensch meer macht is gegeven, dan geoorloofd is, nog
-die macht toe te staan, welke alleen aan de Overheid toekomt. Hoe het
-mogelijk is, dat een gewezen Magistraat, die resident in Deli was, zulk
-een gruwelijk voorstel deed, verklaar ik niet te kunnen begrijpen.
-
-Na zich op dit menschlievend antecedent te hebben beroepen, verwijt de
-heer Kooreman mij, dat ik Deli schilderde met schrille kleuren, en
-verzekert dat, indien mijne schilderingen de werkelijkheid weergaven,
-ieder weldenkend mensch zou huiveren van verontwaardiging.
-
-Ik erken, dat ik niet in staat was de werkelijkheid weer te geven; dat
-de kleuren, welke ik aanwendde, hoe schril ook, bleven beneden de
-realiteit; dat ik niet in staat was, den weedom, de ellende uit te
-drukken, die er spreekt uit het rondschrijven van den waarnemend
-Assistent-Resident van Medan, dd. 5 Juni 1899, hetwelk ik opnam in mijn
-brochure en dat ik hier laat overdrukken.
-
-
- Aan
- de Hoofdadministrateurs en Beheerders der
- Landbouwondernemingen in de afdeeling Deli.
-
-
- Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen.
- Mohammedaansche en Hindoesche Klingen en Bengaleezen, als die der
- Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de lijken der
- contract-koelies niet overeenkomstig den adat worden begraven.
-
- Op de meeste ondernemingen zijn er zelfs geen stukken grond
- gereserveerd tot begraafplaatsen voor de verschillende
- volksstammen.
-
- Bovendien worden de meeste Chineezen ongekist ter aarde besteld en
- hunne graven niet voorzien van een pitsjok of pisak (steenen
- tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het
- dorp of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene
- afkomstig is).
-
- Aangezien nu:
-
- 1o. een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen
- tablet plm. 25 cent kost.
- 2o. er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen
- sterven; en
- 3o. de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie
- stukken grond:
-
- a. voor het begraven van Mohammedanen (Javanen,
- Soedaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen,
- Bengaleezen).
- b. voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe’s, Keh’s
- of Hakka’s, Hailohong’s, Hokien’s, Makau’s, Kangsi’s,
- etc.), en
- c. voor het begraven of verbranden van Hindoe’s (Klingen
- en Bengaleezen),
-
- van geen grooten omvang behoeven te wezen, zoo heb ik de eer,
- UEdele beleefd in overweging te geven de bovenaangegeven drie
- afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en) te willen
- bepalen, zoo zulks nog niet is geschied—en elken overledene
- overeenkomstig zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven, ten
- einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet
- te kwetsen en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde
- der bovenbedoelde hoofden te geven.
-
- De wd. assistent-resident van Medan,
- E. L. M. Kühr.
-
- Medan, 5 Juni 1899.
-
-
-
-Daarom heb ik van deze circulaire niets anders gezegd, dan dat ze
-humaan was. Ik meende, dat dit rondschrijven, zonder meer, in staat zou
-zijn het hart van den Lezer te treffen. Dit officieele stuk, in al zijn
-soberheid, niet jagend naar eenig effect, behoefde geen commentaar.
-
-Zoo meende ik.
-
-Maar de Oud-Resident Kooreman, wiens plicht het zoovele jaren geweest
-is, de inlandsche bevolking te beschermen tegen willekeur van de zijde
-der Europeesche ingezetenen (art. 29 Instr.) hoorde dezen schreeuw der
-ellende niet. De strijdkreet „Pro Servitute” klonk luider dan de gil
-der menschelijkheid, die ’s ridders paard met de hoeven vertrad.
-
-Deze circulaire, evenmin als het terugstootende sjoekoeliën achtte de
-verhandelaar een woord waardig. Wel achtte hij het de moeite waard,
-zich te verdiepen in het vraagstuk, of het wel zoo erg is, een vrouw
-ten bloede toe te geeselen, als zij toch nog loopen kan.
-
-Laat ik niet afdwalen. Wij zijn nog niet aan ’s Residenten
-martel-casuistiek.
-
-De heer Kooreman verzekert ons, dat het niet in zijn plan ligt, het
-gewest geheel te zuiveren van alle vlekken. Hij erkent, dat er
-misstanden zijn, maar daarom zijn de wangedragingen van enkelen niet de
-ondeugden van allen en wel nergens ter wereld is er een land zonder
-misbruiken, waar misdrijven noch overtredingen voorkomen.
-
-Hier herinnert de spreker mij aan mijn huisbaas, die, nadat ik mij had
-beklaagd, dat het overal doorregende, mij antwoordde: „kom, kom, het
-lekt wel eens in ieder huis.” Zeker, dat doet het ook. Maar ik vind,
-dat men in ieder geval een behoorlijk dak moet hebben.
-
-
-
-Alvorens verder te gaan, verzoek ik den vriendelijken Lezer verlof uit
-te mogen gaan van de volgende stellingen:
-
-
- a. De heer Kooreman kan behoorlijk lezen;
- b. De brochure „De Millioenen uit Deli” kan door een middelmatig
- Resident-in-ruste begrepen worden.
-
-
-Mijn brochure begint met een inleiding, waarin in hoofdzaak een verslag
-wordt gegeven van de vergadering der afdeeling Medan van den Indischen
-Bond op Zaterdag 29 Maart 1902. Eerst krijgt men de rede van den heer
-De Coningh. Deze beweerde, dat het koelie-systeem ter Oostkust van
-Sumatra is „een vermomde en niet eens zwaar vermomde, zij het ook
-tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap.” Wat geeft nu den heer
-Kooreman het recht te beweren, dat ik dat gezegd heb? Ik, die juist op
-den voorgrond heb gesteld, dat het mij niet deert, of die toestand al
-of niet valt onder de rechtskundige definitie van slavernij (blz. 14
-Millioenen uit Deli). Wel doet het minder ter zake, daar ik gaarne de
-beweringen van den heer De Coningh voor mijn rekening zou willen nemen.
-Maar het teekent weer de wijze van optreden van den heer Kooreman, die
-mij misschien straks nog de humoristische denkbeelden van den heer
-Lefèbre in de schoenen schuift.
-
-De heer Kooreman zegt, dat deze bewering van den heer De Coningh (ik
-verbeter) op geen enkel bewijs steunt, omdat door deze geen speciale
-gevallen worden behandeld.
-
-Komaan. De heer De Coningh zegt:
-
-„Het is eenvoudig eene vermomde en niet eens een zwaar vermomde, zij
-het ook tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap en vermoedelijk
-zal wel niemand slavernij willen verdedigen, anders dan op
-utiliteitsgronden ten behoeve van cultuur- of nijverheidsondernemers,
-die, terecht of ten onrechte, meenen, hun bedrijf zonder slavernij niet
-winstgevend te kunnen uitoefenen.
-
-Dat de koelies in onze Delische samenleving in de praktijk als slaven
-beschouwd worden, daarvan zijn voorbeelden te over.
-
-Dat zij het ook in werkelijkheid zijn en ook van regeeringswege als
-zoodanig beschouwd worden, blijkt uit de koelie-ordonnantie en uit de
-model-werkcontracten, beide vastgesteld door den Gouverneur-Generaal.
-
-Wij vinden, bijvoorbeeld, in de koelie-ordonnantie in artikelen 9 en 10
-straffen van boete of tenarbeidstelling voor den kost zonder loon
-bedreigd tegen desertie, tegen voortgezette weigering om te werken,
-verregaande luiheid, dienstweigering en dergelijke. Allemaal zaken, die
-een vrij werkman hoogstens zijne betrekking zouden kunnen kosten en
-misschien eene civiele actie tot vergoeding van kosten, schaden en
-interessen.
-
-Immers wij vinden in het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië
-artikel 1239, luidende:
-
-„Alle verbindtenissen om iets te doen of niet te doen, worden opgelost
-in vergoeding van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar
-niet aan zijne verplichting voldoet.”
-
-Dit is dus het wetsartikel, dat toepasselijk zou zijn op een vrij
-werkman, die inbreuk zou maken op een werkcontract. In de
-koelie-ordonnantie wordt dit artikel eenvoudig op zij gezet en, zonder
-nu te willen beoordeelen of de tegen de contract-koelies deswegen
-bedreigde straffen zwaar of licht zijn, komt het mij voor, dat
-rechtspreken buiten de wet om, die voor vrije menschen geldt, alleen
-ten opzichte van slaven kan geschieden.
-
-Ook kan alleen een slaaf zich tegenover een particulieren werkgever aan
-„desertie” schuldig maken.
-
-In artikel 11 der koelie-ordonnantie komt ’s koelies positie van slaaf
-bijzonder duidelijk uit. Daar namelijk wordt onder meer straf bedreigd
-tegen dengene, die een weggeloopen koelie huisvesting verleent.
-
-Dit huisvesting verleenen aan iemand, die van een particulieren
-werkgever is weggeloopen kan, dunkt mij, alleen ten opzichte van een
-slaaf een van overheidswege strafbaar feit opleveren. Het herinnert
-levendig aan de dagen der Amerikaansche „underground railway.”
-
-Wie zal na de lezing dezer woorden durven beweren, dat de heer De
-Coningh zijn stelling niet argumenteert en behoorlijk bewijst?
-
-De bewering van den heer Kooreman, dat art. 1239 van het Burg. Wetboek
-van Ned.-Indië niet op inlanders toepasselijk is, verraadt ons
-onmiddellijk den dilettant-jurist.
-
-Want zie, hoe wonderlijk het misschien den heer Kooreman in de ooren
-klinke, wel is het Burgerlijk Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders
-van toepassing in zijn geheel, doch speciaal dit artikel 1239 wel.
-
-Art. 75 al. 3 van het Regeerings-Reglement toch bepaalt: Behoudens de
-gevallen.... waarin zich inlanders vrijwillig hebben onderworpen aan
-het voor de Europeanen vastgestelde burgerlijke en handelsrecht, worden
-door den inlandschen rechter toegepast de godsdienstige wetten,
-instellingen en gebruiken der inlanders, voor zoover die niet in strijd
-zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid en
-rechtvaardigheid.
-
-Nu staat het vast, dat indien de godsdienstige wetten, instellingen en
-gebruiken der inlanders gevangenisstraf medebrachten, wanneer de
-schuldenaar bij een verbintenis om iets te doen of niet te doen niet
-aan zijn verplichting voldeed, dit door den Rechter in strijd zou
-worden geacht met de algemeen erkende beginselen van billijkheid en
-rechtvaardigheid, en art. 1239 zou worden toegepast.
-
-Het zal dan ook in geheel Nederlandsch-Indië—behalve dan natuurlijk in
-Deli—niemand in het hoofd komen, bij contractbreuk door een inlander,
-iets anders van den Rechter te eischen dan vergoeding van kosten,
-schaden en interessen.
-
-In Deli echter, en ziedaar weer een ontegensprekelijk bewijs, hoe de
-ongeoorloofde verhouding van meester en dienaar den mensch
-onbevattelijk maakt voor de meest elementaire rechtsbegrippen, kan men
-zoo iets—en erger—verwachten. Een vermakelijk staaltje geeft ons Mr. R.
-Z. Dannenbergh, de eerste gegradueerde Landraadspresident te Medan [3],
-waar hij schrijft:
-
-„Kreeg ik dan ook aan het begin mijner werkzaamheid ter Sumatra’s
-Oostkust van Europeanen wel eens brieven met het verzoek om Inlanders
-of Vreemde Oosterlingen, die zoo brutaal waren geweest om tegen hen een
-civiele actie in te stellen, eens flink te straffen, ik meen mij te
-mogen vleien met de hoop, dat mijn vierjarige werkzaamheid aan
-dergelijke wanbegrippen voor goed een einde zal hebben gemaakt.”
-
-Ik noemde dit staaltje vermakelijk, is het niet eigenlijk in-treurig en
-staat het niet daar als een teeken ter waarschuwing, waarheen de
-practijk der koelie-ordonnantie leidt?
-
-Verder verklaart de heer Kooreman zich te scharen aan de zijde van
-Prof. Mr. G. A. van Hamel, die reeds in 1892—te onzaliger ure!—zijn
-conclusies maakte. Die conclusies, zegt hij, zijn nog altijd juist en
-verzekert, dat het stelsel der ordonnantie uit theoretisch en practisch
-oogpunt beide uitnemend geslaagd is, ook omdat het—volgens prof. Van
-Hamel—de zorg der Overheid zoo uitstekend verdeelt.
-
-Kijk, over dat laatste zou ik behalve den Amsterdamschen hoogleeraar
-gaarne den koelie zelf eens willen hooren. Ik denk, dat die hartelijk
-naar wisseling verlangt.
-
-Overigens ben ik het met den heer Kooreman en zijn geleerden voorganger
-eens, dat het stelsel der koelie-ordonnantie uitnemend geslaagd is, en
-op werkgever en werknemer beiden niet heeft nagelaten, dien
-verderfelijken invloed uit te oefenen, welke te verwachten was.
-
-Het goede toch, dat in Deli wordt aangetroffen en waarop onze
-Oud-Resident zoo trotsch gaat, is er gekomen niet door maar
-niettegenstaande de koelie-ordonnantie. Niemand, om maar één voorbeeld
-te noemen, behoeft te vreezen, dat de groote maatschappijen, wanneer de
-koelie-ordonnantie werd opgeheven, over zouden gaan tot het afbreken
-harer hospitalen en het ontslaan der doktoren. Het eigenbelang zou haar
-voor het nemen van dergelijke onverstandige besluiten behoeden.
-Hetzelfde argument geldt voor de huisvesting. En het beding, dat de
-werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal gescheiden worden,
-vervalt dat niet bij afschaffing der koelie-ordonnantie vanzelf? De
-loonen kunnen niet geringer, de kortingen daarop voor het genoten
-voorschot niet grooter.
-
-Trouwens de hoegrootheid van het loon wordt niet bij de
-koelie-ordonnantie geregeld. Zelfs ging het Gouvernement niet in op een
-voorstel, door den Resident Van der Steenstraten gedaan, om een
-minimum-loon vast te stellen. Het sprak als zijn meening uit, dat het
-loon niet aan de economische wet van vraag en aanbod mocht onttrokken
-worden door ingrijping van de zijde van het Bestuur. Het schijnt mij
-evenwel toe, dat juist de vaststelling van het minimum-loon een der
-hoofdpunten behoort te zijn bij elke wettelijke regeling van den
-arbeid.
-
-Hierop kom ik later terug bij de toelichting op het
-concept-werkcontract, hetwelk ik binnen korten tijd hoop het licht te
-doen zien.
-
-
-
-De heer Kooreman, zijn pleidooi voortzettende, wil niet beweren, dat de
-Delische werkgevers het werkcontract nooit hebben misbruikt, b.v. om
-hun werklieden te dwingen na het verstrijken van het contract in dienst
-te blijven.
-
-Doch wat beteekenen zulke misbruiken? Zij bewijzen niets tegen de
-ordonnantie zelve!
-
-Waartegen bewijzen deze misbruiken dan wel wat? Volgens den heer
-Kooreman alleen iets tegen de menschelijke natuur, die onder welke
-codificatie ook, tot het kwade geneigd is. Zonder de koelie-ordonnantie
-zou echter dit schandelijk misbruik niet mogelijk zijn. Pleit dit niet
-voor de wegneming van het euvel en tegen de voortduring van het bestaan
-dier ordonnantie?
-
-Kom, kom, vergoelijkt de Oud-Resident, in Nederland komt wel de
-zoogenaamde handel in blanke slavinnen voor, een vermomd
-pandelingschap, zoo men wil.
-
-Meent de heer Kooreman werkelijk met zulke drogredenen zijn zaak te
-kunnen goed praten?
-
-
-
-Na nog even den lof der koelie-ordonnantie te hebben gezongen, na te
-hebben verklaard, dat zij goed is, omdat zij de zorg erkent van de
-overheid voor de belangen van werkgever en werknemer beiden; na te
-hebben gestaafd, dat geen van beide partijen zich heeft te beklagen
-over gemis aan belangstelling van bestuurswege......
-
-Volkomen met u eens, Resident, doch de aard der belangstelling lijkt
-mij niet dezelfde.
-
-.... komt de Oud-Resident met een klacht.
-
-Een klacht, die, ik geef het grif toe, werkelijk gegrond is. Toch was
-het wel het laatst uit den mond van een gewezen Indischen magistraat,
-dat ik verwacht zou hebben haar te hooren. En ieder, die de
-geheimzinnigheid kent, waarmede het Binnenlandsch Bestuur zijn daden
-weet te omhullen, en de minachting waarmede opmerkingen in de pers door
-de ambtenaarswereld plegen te worden begroet en behandeld—en zeker niet
-het allerminst ter Oostkust van Sumatra—, zal met stomme verbazing
-vernemen, dat de heer Kooreman zich beklaagt over het ontbreken eener
-geprononceerde openbare meening in zijn oud gewest.
-
-Deze klacht zal vreugde en hoop storten in de harten van al wie
-journalist is in Nederlandsch-Indië en zij zal zijn als de profetie van
-een nieuwen dageraad voor de pers.
-
-Zoo ziet men, dat uit de koelie-ordonnantie zelfs iets goeds kan
-geboren worden.
-
-Maar weet de heer Kooreman niet, waarom er in Deli van een openbare
-meening, steeds wakker om de Overheid te waarschuwen, weinig of niets
-valt te bespeuren?
-
-Welnu, dan wil ik hem, opdat hij zich niet wederom over mijn
-stilzwijgen beklage, deze maal eens inlichten.
-
-Het is de vrees uit zijn betrekking ontslagen en nergens elders meer
-aangenomen te worden, die iedereen doet zwijgen.
-
-En hiervan levert het bewijs de geschiedenis van den heer v. D., die op
-reis zijnde van Asahan naar Deli onderweg aan den Resident Van der
-Steenstraten het een en ander mededeelde van de toestanden op de
-onderneming, waar hij het laatst gewerkt had. Deze mededeelingen hadden
-een onderzoek en een strafzaak ten gevolge. Maar tevens was voor altijd
-iedere betrekking voor den heer v. D. ter Oostkust gesloten. Lieden,
-als de heer v. D. worden in den regel door het gewone publiek als
-„verraders” beschouwd, en al verklaarde dan ook ter terechtzitting de
-heer v. D., dat het niet in zijn bedoeling had gelegen, zijn vroegeren
-chef in ongelegenheid te brengen, niemand was van hem gediend—men kan
-nooit weten.
-
-Het ligt trouwens niet op den weg van den burger, de rol van aanbrenger
-te spelen. Het opsporen van misdrijven is het werk van de politie en
-het bestuur. Maar, zooals ik reeds in mijn brochure (blz. 24) zeide, de
-opsporingsdienst in Deli is volstrekt onvoldoende.
-
-Na het voorgaande zal het niemand—en naar ik hoop ook den heer Kooreman
-niet—verwonderen, dat het Bestuur in Deli, wat de opsporing van
-misdrijven betreft, op eigen kracht moet steunen. Trouwens, het beroep
-van aanbrenger is nergens in eere.
-
-Maar is de Oud-Resident wel geheel verantwoord, waar hij zich door de
-afwezigheid eener publieke meening in Deli tracht te dekken? Ik geef
-toe, dat er gedurende zijn bestuur in de plaatselijke bladen
-betrekkelijk weinig over koelie-schandalen voorkwam. Doch mij dunkt,
-dat de Resident ook wel andere couranten las dan juist de plaatselijke.
-Heeft hij dan nooit gelezen, wat er zooal over Deli in de Javasche
-bladen verscheen? Het is haast niet te veronderstellen. Want behalve in
-de Java-Bode, waaruit ik bij het samenstellen mijner brochure
-verschillende berichten overnam, bevatten van tijd tot tijd ook de
-andere nieuwsbladen artikelen, die den Oud-Resident tot nadenken hadden
-kunnen brengen en hem de oogen hadden moeten openen, indien hij had
-willen zien. Het zou mij gemakkelijk vallen, de voorbeelden in „De
-Millioenen uit Deli” te vertienvoudigen, doch ik wil met één uitknipsel
-volstaan, daar ik meen, dat het voor mijn doel, de onbegrijpelijke
-blindheid en onwetendheid van den heer Kooreman aan te toonen,
-voldoende is.
-
-„Van Deli zijn hier ruim 40 mannelijke en vrouwelijke koelies
-aangebracht, die zich in een deerniswaardigen toestand bevonden. Ze
-waren doodarm, hadden een vieze plunje aan en waren door en door ziek.
-Hoewel ze tot afschrik dienden voor anderen om zich niet als koelie
-voor Deli te verbinden, vertrokken twee dagen later 41 mannen en 18
-vrouwen daarheen, die voor twee jaren een koelie-contract in het
-Timbanglangkatsche hadden geteekend.”
-
-Aldus het Nieuw Bataviaasch Handelsblad van 19 Maart 1898. [4]
-
-Hoeveel is uit dit korte berichtje niet te leeren, vooral voor een
-Resident, die hart heeft voor de inlandsche bevolking!
-
-Veertig Javanen, mannen en vrouwen, gaan terug. Terug uit Deli, uit het
-land, waar de koelie-ordonnantie de beschermende hand uitstrekt over
-den arbeider, uit het land overvloeiend van belangstelling in zijn lot
-van bestuurswege, uit het land der zoo goed verdeelde
-Gouvernements-zorg!
-
-En nu van zelf rijzen de vragen: Waarom gaan die menschen terug? Hoe is
-het mogelijk, dat zij zich in een deerniswaardigen toestand bevinden?
-Hoe kan kan het zijn, dat zij doodarm zijn en door en door ziek? Waarom
-hebben zij zelfs geen voldoende kleeren aan het lijf? Zou het mogelijk
-zijn, dat die koelie-ordonnantie toch theoretisch en practisch niet zoo
-geheel voldoet?
-
-Aan den anderen kant, zoo overpeinst de ernstige bestuursman, hoe komt
-het, dat niettegenstaande dit afschrikwekkend voorbeeld weer anderen
-gereed staan, zich voor Deli te verkoopen? De Pembrita Betawi van 7
-April d. a. v. levert hem het antwoord, dat ik hier (vertaald) laat
-volgen:
-
-„In het afgeloopen jaar zijn uit de residentie Bagelen alleen 1420
-menschen naar Deli gegaan, en er zijn nog veel Javanen uit die
-residentie in den vreemde. Dit is wel een bewijs, dat er in die
-residentie veel armoede heerscht.
-
-Och ja, ieder weet het, alleen de man die er voor betaald werd om het
-te weten, wist het niet: armoede, nijpende armoede alleen en het
-verlokkende voorschot, waardoor hij tijdelijk gered is, doen den Javaan
-besluiten zijn ziel te verkoopen (zooals hij het noemt) en naar Deli te
-gaan. En ieder—behalve weer de Oud-Resident—weet, dat onder de
-inlandsche bevolking van Nederlandsch-Indië Deli als een hel bekend
-staat.
-
-Mocht de heer Kooreman, die dit moeilijk zal kunnen aannemen, mij niet
-gelooven op mijn woord, welnu ik verzoek hem het volgend berichtje te
-willen lezen, dat ik knipte uit de Deli-Courant van 12 Januari 1903.
-
-Het voorbeeld is dus zeer recent. Hier is het:
-
-Men schrijft uit Batavia aan Het Centrum te Djokdjakarta:
-
-Niettegenstaande de Assistent-Resident van Soerakarta strenge
-maatregelen heeft genomen, tot tegengang van den, destijds daar zoo
-welig tierenden sluikhandel in Deli-koelies, blijft die plaats tot
-heden toch nog een gemakkelijk en voordeelig exploitatie-terrein, voor
-de wervers.
-
-Onder de contractanten, die hier dezer dagen aankwamen, waren twee
-vrouwen, Bok Jati uit Paras (Solo) en Bok Saminah uit Moentilan, Kedoe,
-die geweigerd hadden voor de bevoegde autoriteit te worden gebracht,
-tot het sluiten van een zoogenaamd koelie-contract, omdat zij geenszins
-van plan waren naar de buitenbezittingen te gaan.
-
-Bok Marto van Balapen (Solo), die haar heeft afgeleverd, verzekerde
-haar onder schoone beloften, dat zij niet naar Deli gezonden zouden
-worden, maar als kokki in dienst moesten komen bij een toewan aan de
-kalibesar, door welke mededeeling zij gerust gesteld werden, en om haar
-in dezen waan te bevestigen, moesten zij niet, evenals de andere
-contractanten, met wie zij hierheen samen reisden, zich voorzien van
-vergunning der respectievelijke regenten, maar konden zij zich behelpen
-met soortgelijke stukken van twee contractvrouwen, die een maand te
-voren aan de firma Soesman & Co. te Semarang waren gezonden, doch
-afgekeurd werden wegens lichaamsgebreken.
-
-Deze twee vrouwen scharrelen hier nog dagelijks rond, in de hoop door
-prostitutie wat geld bij elkaar te krijgen voor de kosten van de
-terugreis naar hare kampongs.
-
-Op mijn aandringen om over deze schandelijke misleiding zich bij het
-bestuur te beklagen, verklaren zij eenparig zulks niet te durven, en
-wilden ze, zoo haar bedrijf niet zoo voordeelig is om daarmede
-voldoende contanten te krijgen, desnoods te voet de terugreis
-aanvaarden. Intusschen bewonder ik den moed van deze vrouwen, omdat
-zoovelen vóór haar aldus verschalkt, door den bitteren nood gedwongen,
-ten slotte buigen voor den onversaagden dwang van den rusteloozen
-werver.
-
-Hierna geeft de heer Kooreman een geschiedkundig overzicht van de
-ontwikkeling der residentie Oostkust van Sumatra. Het eenige, wat ons
-hierdoor duidelijk wordt, is, dat de verhandelaar wenscht te
-concludeeren, dat het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bij lange
-niet tegenover Deli zijn plicht heeft gedaan, een conclusie, waarmede
-ik mij geheel kan vereenigen. De heer Kooreman beklaagt zich terecht
-over het feit, dat de Indische Regeering aan het Bestuur ter Oostkust
-geen voldoende middelen gaf, om de ordonnantie te handhaven. Het gevolg
-hiervan ligt voor de hand: misbruik van de zijde der machthebbers, i.
-c. de planters. Dezen, geen voldoende hulp en steun kunnende vinden bij
-het Gouvernement, waren verplicht het recht in eigen hand te nemen. Tot
-welke uitspattingen dit—oogluikend toegestaan—privilegie moest leiden,
-weet ieder, die eenigszins met Deli’s verleden op de hoogte is.
-
-Vandaar de ergernis bij velen over de houding van den heer Cremer, toen
-hij minister was. Ieder moest verwachten, dat de man, die in de tijden
-der grootste bandeloosheid zijn fortuin heeft gemaakt, in het gewest,
-waarvan hij de ongeoorloofde verhoudingen zoo goed kende, voor goed
-orde en regel zou hebben gevestigd. Een verwachting, waarin men
-deerlijk is teleurgesteld.
-
-De bewering van den heer Kooreman, dat het Bestuur thans op elk gebied
-den toestand meester is, kan ik evenwel niet onderschrijven, al voegt
-hij er ook bij, dat het Bestuur „de middelen mist, om overeenkomstig de
-eischen van elke geordende maatschappij in voldoende mate te voorkomen
-misdrijven, overtredingen, ontduikingen, ook van de
-koelie-ordonnantie.” Het hoofdstuk „Rechtspraak” mijner brochure zal
-trouwens den onpartijdigen Lezer wel anders geleerd hebben.
-
-Een voorbeeld: Op het oogenblik, dat ik dit schrijf—11 Februari 1903—is
-het nog geen week geleden, dat ik van een planter, met wien ik over
-zaken correspondeerde, uit Britsch-Borneo bericht kreeg, dat hij in der
-haast Deli had moeten verlaten, wegens een koelie-perkara. Wat de man
-misdreven heeft, weet ik niet. Zijn overhaaste vlucht wijst echter niet
-op een kleinigheid. In geen der beide plaatselijke bladen is hierover
-iets te vinden.
-
-Dit bewijst: primo, dat het Bestuur niet alleen preventief machteloos
-is; secundo, dat het beweren van den heer Kooreman, als zou in Deli
-alles terstond ruchtbaar worden, niet op de werkelijkheid is gegrond.
-In tegendeel, er is geen land ter wereld, waar beter gezwegen wordt dan
-juist in Deli. Et pour cause!
-
-Van rechtsveiligheid, wat de Oud-Resident ook moge beweren, is in Deli
-geen sprake. In dat opzicht hebben de Europeanen zich bijna even sterk
-te beklagen als de inlanders. Ik zeg bijna, omdat den Europeaan, die
-gerechtelijk vervolgd wordt, de middelen van getuigen-verduistering en
-vlucht nog steeds ten dienste staan, den inlander bijna zonder
-uitzondering niet. Pleegt dus een inlander een misdrijf, dan is er
-kans—hoewel niet veel, met het oog op de geheel onvoldoende politie—dat
-de schuldige gestraft wordt. Is de bedrijver een Europeaan, dan is het
-zoo goed als zeker, dat de Gerechtigheid te kort schiet. De Europeaan
-is dus eenigszins tegenover den inlander gedekt, omgekeerd niet.
-
-
-
-Wij zijn nu gekomen aan wat ik eenige bladz. vroeger de
-martelcasuistiek van den heer Kooreman noemde. Deze dan, geheel in zijn
-rol van verdediger opgaande, pleit voor de plegers der door mij
-verhaalde gruwelen verzachtende omstandigheden.
-
-Naar de meening van den verdediger zou de politierol, die immers
-bewaard wordt, ons inlichting kunnen geven over het geval van den
-koetsier, die wegens liegen gestraft werd. Deze onnoozelheid zal wel
-niemand willen slikken, daar ieder begrijpt, dat de betrokken
-Magistraat de domheid niet zal hebben begaan, in de rol te boeken, dat
-den man wegens liegen de straf werd opgelegd. Daar zal natuurlijk iets
-anders genoemd zijn.
-
-Een hooggeplaatst ambtenaar te Medan deelde mij indertijd mede, hoe het
-hem bekend was, dat een geheele rol valsch was opgemaakt: gefingeerde
-getuigen, etc. De rol zou ten deze niet het minste bewijzen. Op het
-verzoek van den heer Kooreman, er mee voor den dag te komen, moet ik
-antwoorden als aan den Resident op blz. 11: „Alleen aan de Regeering
-bij een door haar bevolen algemeen onderzoek en onder beding van
-straffeloosheid van den betrokkene, wil ik mededeeling doen.”
-
-De lezing, die de heer Kooreman geeft van het geval der mishandelde
-vrouw (blz. 29 der brochure) en welke hij zegt te hebben van den pas
-teruggekeerden resident Van der Steenstraaten verschilt aanmerkelijk
-van hetgeen ik gehoord heb. Toch meen ik de lezing van mijn
-berichtgever voorloopig te moeten vertrouwen. Het schijnt mij n. l.
-toe, dat de heer Van der Steenstraaten zijn voorstelling van zaken pas
-opgedaan heeft na zijn terugkeer in Holland. Immers zou hij, indien het
-geval hem was gerapporteerd, toen hij nog in functie was, zeker de zaak
-hebben vervolgd en zou dan minstens de huishoudster, als hoofddaderes,
-zijn gestraft. Een feit is echter, zooals ik reeds mededeelde, dat het
-Bestuur in Deli niets van de zaak wist op het oogenblik, dat mijn
-brochure het licht zag. Waarom kwam de Assistent-Resident anders bij
-mij om inlichting? Een andere vraag is, of het gemakkelijk zal zijn, de
-geheele waarheid aan het licht te brengen.
-
-Waarom ik het geval der vijf afgeranselde Chineesche wegloopers, die ik
-zelf gezien heb in al hun ellende, niet aan de overheid mededeelde?
-Eenvoudig omdat ik de gast was van den bedrijver dezer wreedheid, toen
-ik toevallig de ongelukkigen ontdekte. Ik ging nl. de droogschuur in,
-waar zij lagen, omdat ik de stem van mijn gastheer hoorde, dien ik
-zocht. Ik achtte mij niet geroepen, den man te verraden, en ik geloof,
-dat wel niemand in mijn geval anders zou hebben gehandeld.
-
-Bij het volgende geval—de mishandeling eener vrouw door den beheerder
-eener onderneming—vindt de heer Kooreman mijn uitdrukking „het was
-afgrijselijk” niet gewettigd, daar die vrouw nog in staat was naar den
-controleur te loopen, nadat zij de mishandeling had ondergaan. Ik voor
-mij vind het slaan eener vrouw op zich zelf reeds afgrijselijk, en
-zeker in dit geval, waarbij de billen een vuile, vieze, etterige en
-bloederige massa vertoonden, al zij het ook waar, dat de mishandelde
-nog in staat is geweest, zich naar den controleur te slepen. De heer
-Kooreman moge zoo iets de allergewoonste zaak ter wereld vinden, mij en
-anderen lijkt zij afschuwelijk.
-
-Het volgende, de beschrijving van den toestand in een hospitaal in
-Serdang, is niet van mij. Ik nam het over uit de Java-Bode. Ik geloof
-echter niet, dat al ware deze beschrijving, gelijk de heer Kooreman
-beweert, op effect berekend, dit gebrek in den stijl de schandelijkheid
-der toestanden wegneemt. Want, op effect berekend of niet, de
-beschrijving is, wat de feiten betreft, der waarheid getrouw.
-
-De overige gevallen worden door den heer Kooreman zonder meer erkend
-als te zijn geschied of zijn reeds door mij besproken, behalve het
-geval op blz. 52 mijner brochure vermeld, waarvan de heer Kooreman
-zegt, dat het niet geheel waar kan zijn, omdat volgens het werkcontract
-de vrouwen ook recht hebben op loon voor de dagen, dat zij niet werken,
-het geval van ziekte gedurende meer dan dertig dagen uitgezonderd. Hoe
-komt de heer Kooreman hierbij? Hij leze het model-contract voor de
-Javaansche vrouwen op blz. 66 mijner brochure eens na! Doch al ware het
-zoo als hij meent, zou het een onmogelijkheid zijn, dat de
-administrateur zich niet aan de bepaling van het contract gehouden had?
-Trouwens, ik heb het verhaal van den assistent, die er den beheerder
-een opmerking over maakte.
-
-
-
-Doet het echter veel af of toe, of er misschien kleine fouten schuilden
-in de verhalen, die door mij werden gedaan? Het blijkt toch ten
-duidelijkste, dat de kern van alles wat ik mededeelde waar was, en
-waarom zouden nu, waar de voorstelling der zaken door den Oud-Resident
-en die door mij slechts in de details verschillen, de inlichtingen
-omtrent die bijzaken door den Resident ontvangen steeds juist moeten
-zijn en die, welke ik ontving, onjuist?
-
-Zie, als ik op blz. 6, 2de kolom van de lezing, zooals die in het
-bijvoegsel van de Deli-Courant te vinden is, lees, dat „men op Java de
-ringgit boeroeng of Mexicaansche dollar even goed kent als de ringgit
-kompenie of rijksdaalder”, dan moet ik gelooven, dat er onder de
-hoofden in de Preanger, aan wie de heer Kooreman zegt deze enormiteit
-te ontleenen, veel grappenmakers gevonden worden, die het zelfs wagen,
-een loopje met een Resident te nemen.
-
-Daarom, zoolang ik nog geen betere tegenbewijzen heb dan loutere
-verzekeringen van een bestrijder, wiens goede trouw niet geheel buiten
-verdenking is, blijf ik bij de door mij gegeven détails. Intusschen
-dank ik den heer Kooreman voor zijn erkenning der feiten.
-
-
-
-Aan deze gruwel-casuistiek des heeren Kooreman sluit zich heel
-geleidelijk aan, wat hij over de Javaansche vrouwen en haar loonen
-meent te moeten verkondigen. Zoo beweert de Oud-Resident, dat het werk
-der vrouwen, in onkruid wieden, wormen zoeken, vegen, het aanleggen der
-kweekbedden en dergelijk licht werk bestaat. Indien hij gezegd had, dat
-het in deze bezigheden behoorde te bestaan, zou ik hem om zijn
-menschlievendheid hebben geprezen, evenzeer als ik den heer Kooreman nu
-laken moet over zijn gebrek aan waarheidsliefde, of—indien hij
-werkelijk niet beter weet—over zijn gebrek aan wetenschap. Een feit
-toch is het, dat men herhaaldelijk vrouwen ziet gebezigd voor werk,
-waar in Nederland polderjongens voor worden gebezigd. Grint uit de
-rivier baggeren, steenen kloppen, beertonnen van Chineezen wegdragen en
-leegen, e. d. zijn werkzaamheden, welke, behalve de door den heer
-Kooreman genoemde, aan de vrouwen worden opgedragen. Ook stemt het niet
-met de waarheid overeen, waar de Oud-Resident beweert, dat van de
-ongehuwde vrouwen niets tot aanzuivering van het voorschot wordt
-gekort.
-
-Dat de heer Kooreman het met de waarheid zoo nauw niet neemt, blijkt o.
-m. hieruit, dat hij zijn hoorders tracht wijs te maken, dat de sedert
-een paar jaar bestaande loonsverhooging van 6 op 7 dollars voor een man
-en van 3 op 4½ dollar voor een vrouw, het nadeelig verschil van den
-dollarkoers vergoedt. Deze loonsverhooging dateert van ongeveer Juli
-1902, dus ruim een half jaar, en is waarschijnlijk een gevolg van de
-vergadering van den Indischen Bond van 29 Maart 1902, waar op het lage
-peil der loonen gewezen was. De loonsverhooging der vrouwen in Serdang,
-wier loonen met 1 dollar per maand op verzoek van den tegenwoordigen
-Resident door de planters verhoogd zijn, dateert van 1 Januari 1903, en
-ik meen te mogen gelooven, dat zij te danken is aan den invloed mijner
-brochure.
-
-Van deze dingen vindt men in de plaatselijke bladen niets vermeld.
-Zelfs zulke zaken, waarover men zich betrekkelijker wijze gesproken
-niet behoeft te schamen, worden verzwegen. De planters haten—en met
-reden—alles wat naar publiciteit zweemt. In geheimzinnigheid doen de
-administraties der ondernemingen niet onder voor de ambtenaren van het
-Binnenlandsch Bestuur.
-
-De conclusie van den heer Kooreman is, dat de ongehuwde vrouw, als zij
-dat wil, best kan rondkomen en zich voldoende kleeden, zonder dat zij
-zich behoeft te prostitueeren.
-
-In deze meening staat de Oud-Resident te midden van al zijn
-bondgenooten alleen: al de anderen erkennen ten minste eerlijk, dat de
-loonen dezer vrouwen te laag zijn. Zelfs doet dat de Sumatra Post in
-haar door den heer Kooreman aangehaald hoofdartikel van 27 November
-j.l. Maar de Oud-Resident, zich, zooals ik reeds opmerkte, beschuldigd
-wanende, tracht zich schoon te wasschen, en zijn systeem van
-verdediging brengt mede, zoo weinig mogelijk te erkennen en zooveel
-mogelijk te ontkennen of te vergoelijken.
-
-
-
-Evenals de serviliteit der planters voor de ambtenaren B. B., bestaat
-volgens den heer Kooreman het toetoepstelsel geheel in mijn verbeelding
-(blz. 7, 2de kolom). Twee alinea’s verder erkent hij het echter
-volmondig voor zoover de zoogenaamde klapzaken betreft, hoewel onder
-het voorbehoud, dat in de laatste jaren van het toetoepen van zaken
-geen sprake meer was. Daarover heb ik een geheel andere meening en
-blijf er bij, dat in de laatste jaren herhaaldelijk zaken getoetoept
-zijn. Deze zaken betroffen niet alleen klapzaken, doch ook
-verduistering, oplichting, misbruik van vertrouwen, zware mishandeling
-e. d. Het ligt, ik herhaal het nogmaals, niet op mijn weg de namen der
-betrokkenen bekend te maken en ik ben alleen op de bekende voorwaarden
-geneigd, mijn beschuldigingen te staven. Trouwens, wie, die slechts een
-kennis heeft, die in Deli geweest is, heeft wel nooit van dat toetoepen
-vernomen? Het feit is in Nederland bijna even goed bekend als hier.
-
-De heer Kooreman echter weet er niets van. Welnu, er zijn zooveel
-dingen in Deli, die de heer Kooreman zegt niet te weten, dat ook dit er
-gerust bij kan. Zijn blindheid bewijst niets tegen anderen, die hun
-oogen open hadden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik, uitdrukkelijk
-te verzekeren, dat het in „De Millioenen uit Deli” aangehaalde
-voorbeeld van de laatste residents-vendutie in de verte niet de
-bedoeling had, een smet te werpen op het karakter van den Oud-Resident
-Van der Steenstraten. Mijn bedoeling was, zooals ik op blz. 19 dier
-brochure reeds zeide, uit te doen komen de drie groepen, welke belang
-hebben bij slapheid van bestuur en het slapen der Justitie: de
-inlandsche Vorsten, de Chineesche hoofden, de planters. De hooge
-prijzen op zoo’n vendutie besteed, dienen dan ook vaak om te laten
-zien, wat de opvolger verwachten mag, indien zijn opvatting van zijn
-taak in overeenstemming zal blijken te zijn met die der
-belanghebbenden.
-
-
-
-Nu blijven er nog enkele zaken, waarover weinig te argumenteeren valt,
-en waarbij men door heen en weer geschrijf niet veel verder komt dan
-kijvende jongens met hun „’t is wellis” en „’t is nietis.” Zoo zeg ik
-b. v. dat de planters tegenover de ambtenaren B. B. serviel zijn, de
-heer Kooreman spreekt ervan, dat de ambtenaren ter Oostkust „hoog
-staan” bij de planters en door hen „geacht worden”, wat hieraan is te
-wijten (sic), dat zij hen dagelijks onvermoeid bezig zien in het zoo
-nauwgezet mogelijk vervullen hunner plichten.
-
-Zoo is de Oud-Resident (blz. 6, 2de kolom) hoogelijk er mede ingenomen,
-dat de Chineesche hoofden de bezitters zijn van de publieke huizen, en
-deelt hij dus blijkbaar mijn verontwaardiging niet, dat in den Landraad
-als Rechters deze menschen zitting hebben [5]. Ook zal het hem dus niet
-ergeren, dat de hoogste ambtenaren met hunne dames bij dergelijke
-bordeelbezitters visites maken en op receptie gaan, iets, laat ik dit
-er ter verontschuldiging bijvoegen, waartoe zij wel officieel zijn
-gedwongen, daar immers deze lieden Chineesche Hoofden zijn en dus
-ambtenaren van het Gouvernement.
-
-Zoo is het mij onbegrijpelijk, hoe de heer Kooreman in zijn conclusie
-de toestanden in Deli „zeker bevredigend” kan noemen, waar hij op blz.
-7 spreekt van de „werkliedenkoloniën, zonder wettig dagelijksch bestuur
-en in den regel zonder politie.”
-
-Ook zouden er nog grootere en kleinere vergissingen en
-tegenstrijdigheden, die echter het hart der zaak niet raken, zijn aan
-te toonen in de verdediging van den heer Kooreman. Ik wil mij daar
-evenwel niet mee bezig houden. Mijn doel was—en ik meen het bereikt te
-hebben—aan te toonen, dat de in „De Millioenen uit Deli” sluimerende
-gevolgtrekking onaangetast is gebleven:
-
-DE EERE GODS EN DIE VAN NEDERLAND EISCHT EEN ONMIDDELLIJK EN KRACHTIG
-INGRIJPEN DOOR DE REGEERING TOT VESTIGING IN DELI VAN DIE ORDE EN
-REGEL, ALS ALLEEN VEREENIGBAAR ZIJN MET DE GRONDSLAGEN VAN EEN
-CHRISTELIJKEN STAAT.
-
-
-
-
-Hiermede zou ik kunnen sluiten, ware het niet, dat ik de aandacht van
-den Lezer nog wenschte in te roepen ter opheldering van een persoonlijk
-feit. Ik ben die opheldering den heer Kooreman en mijzelf verplicht en
-geef ze, hoewel ongaarne, openhartig.
-
-Behalve de algemeene klacht over gebrek aan publieke opinie in Deli,
-meent de heer Kooreman speciaal drie personen ter verantwoording te
-moeten roepen, die nagelaten hebben de overheid, die immers zoo gaarne
-zou hebben geluisterd, hun ondervinding mede te deelen.
-
-Deze drie nalatigen zijn: Dr. Tschudnowsky, geneesheer van de
-Arendsburg-Maatschappij, die zijn beweerde ervaringen als Delisch
-dokter geheim heeft gehouden, om er later in Europa een
-sensatiewekkende verhandeling over te schrijven; de Nederlandsche
-geleerde, vermeld op blz. 26 van „De Millioenen uit Deli” en de
-schrijver dier brochure. De heer Kooreman vraagt, waarom geen van die
-drie hem, toen hij resident was, met zijn bevindingen in kennis heeft
-gesteld. De redenen, welke Dr. Tschudnowsky, wiens persoon noch
-verhandeling mij bekend zijn, en den Nederlandschen geleerde, wiens
-naam mij zelfs onbekend is, hebben bewogen tegenover den Resident
-Kooreman te zwijgen, kan ik niet beoordeelen. Maar nu hij mij zoo
-uitdrukkelijk vraagt, waarom ik niet tot hem gesproken heb, wil ik hem
-de reden onomwonden zeggen.
-
-Het was op een avond in de maand October 1897—ik was pas te Medan
-gevestigd en woonde nog in het Medan-hôtel—, dat ik na den eten, dus
-ongeveer negen uur half tien, zat te lezen op de voorgalerij van mijn
-kamer. De krees (rieten valgordijnen) waren neergelaten en alles was
-doodstil. Daar werd er tegen een der houten pilaren bij de trap, die
-toegang tot de galerij gaf, geklopt. „Binnen!” riep ik, meenende dat
-een der gasten van het hôtel mij kwam opzoeken, om den bekenden
-Indischen „boom” te komen opzetten. Ik kreeg geen antwoord, doch het
-kloppen werd herhaald. „Sapa?” riep ik nu, een inlander met een
-boodschap vermoedend. Daar werd de kree een weinig opgelicht, en een
-Maleier schoof naar binnen, gevolgd door een tweeden, een derden, een
-vierden, een vijfden, een zesden, een zevenden! Om de waarheid te
-zeggen, voelde ik mij niet geheel op mijn gemak, doch toen ik ze allen
-op een rijtje langs de lambrizeering zag neerhurken, werd ik omtrent
-hun bedoelingen gerust gesteld. Na een paar inleidende vragen, deelde
-mij de woordvoerder in keurig zoogenaamd Hoog-Maleisch—ik herinner mij
-dat, omdat dit de eerste maal was, dat ik die taal hoorde spreken—mede,
-wat hen tot mij bracht. Hij dischte mij een verhaal op, zóó echt iets
-uit een boek en voor mij, die pas van Java kwam, zóó onwaarschijnlijk,
-dat ik het niet kon gelooven. Ik beloofde echter, de zaak te zullen
-onderzoeken en vroeg hen over twee dagen, doch ’s ochtends, terug te
-komen. Overdag dorsten zij niet, zeiden zij, en daar ik de geschiedenis
-romantisch begon te vinden—ik herhaal, dat ik er niets van
-geloofde—bepaalde ik het uur van samenkomst op den volgenden avond om
-denzelfden tijd.
-
-Den volgenden dag onderzocht ik de zaak en bevond, dat mijn nachtelijke
-bezoekers de waarheid hadden gesproken. Ziehier het verhaal, dat zij
-mij gedaan hadden, aangevuld met wat mij later bij de behandeling der
-zaak is gebleken, en het verloop dat zij had.
-
-Dicht bij Medan is een renbaan, gewoonlijk racebaan genoemd, waar twee
-maal per jaar paarden-wedstrijden worden gehouden, ook weer betiteld
-met den Engelschen naam races. Dicht bij deze baan waren door eenige
-Maleiers—mijn bezoekers—huizen gebouwd. Zij hadden daartoe het
-erfpachtsrecht op een stuk grond, aan het terrein van de renbaan
-grenzende, behoorlijk van den eenigen grondeigenaar in Deli, den
-Sulthan, gekocht en betaald. Vervolgens hadden zij, gelijk ik reeds
-zeide, op de hun in erfpacht afgestane terreinen huizen gebouwd en die
-betrokken, terwijl zij op het overschietende terrein aanplanting van
-vrucht- en sierboomen hadden gemaakt. Op een goeden dag—datums weet ik
-natuurlijk niet—werd hun door den aspirant-controleur van Medan
-aangezegd, dat zij daar niet wonen mochten, hun huizen en stallen
-moesten afbreken en verhuizen. De reden waarom werd hun niet
-medegedeeld; het was eenvoudig een prentah-companie (bevel van het
-Bestuur) De eigenaars maakten—zeer natuurlijk—geen haast om aan dat
-bevel te voldoen. Zij bepraatten de zaak wat onder elkander en besloten
-te blijven, waar zij waren, en den loop der dingen af te wachten.
-Nogmaals kregen zij bezoek van denzelfden aspirant-controleur, die
-hetzelfde bevel, doch nu nog nadrukkelijker, overbracht. De eigenaars
-bepraatten wederom de zaak en besloten weer te blijven zitten. Zulke
-brutale rakkers!
-
-Na verloop van eenigen tijd kregen zij bevel voor den karapatan te
-verschijnen. De karapatan is de inheemsche rechtbank, voorgezeten door
-den Sulthan, waarbij de Magistraat van Medan zitting heeft als
-adviseerend lid. Hier werd hun medegedeeld, dat zij hun terrein hadden
-te ontruimen en de daarop gebouwde woningen en stallingen moesten
-afbreken. Of zij geen schadevergoeding zouden krijgen, vroegen de
-eigenaars. Neen, daarvan was geen sprake, zij hadden te verhuizen
-zonder meer, zij mochten daar niet wonen. Zij moesten al wat zij
-gebouwd hadden afbreken, mochten de afbraak houden, maar
-schadevergoeding—daarvan kon geen sprake zijn.
-
-De eigenaars gingen diep mistroostig weg, hielden weer een koempoelan
-(vergadering), overlegden de zaak nog eens rijpelijk en—bleven weer
-zitten. ’t Was ongehoord, zoo’n lijdelijk verzet, als je ook steeds van
-die inlanders hebt! Weer kwam een oproeping vanwege den karapatan en
-weer trokken de eigenaars er heen. Waarom zij nog niet verhuisd waren?
-Ja, zij wisten nog niet recht, hoeveel karoegian (schadevergoeding) zij
-kregen. Karoegian, geen cent! Dat wisten zij heel goed. En als zij het
-nog niet wisten, dan werd het hun nu eens en voor altijd gezegd. Zij
-moesten verhuizen, pur et simple, want zij mochten daar niet wonen en
-daarmee uit. Van schadevergoeding was geen sprake, maar de karapatan
-wou dezen keer mild en zachtmoedig zijn, de afbraak mochten zij houden.
-En om nu voor goed aan hun praatjes en lijdelijk verzet een einde te
-maken, werd hun medegedeeld, dat indien zij niet vrijwillig aan het
-bevel voldeden, de Sulthan oppassers (politie-agenten) en
-dwangarbeiders zou zenden, om den heelen boel tegen den grond te halen.
-
-De eigenaars zagen in, dat de zaak ernstig begon te worden. Een van
-hen, de vendu-afslager Mangaradja Tagor, op wiens naam de erfpachtsacte
-stond, sprak er met den vendumeester, den heer Van den Berg, over. Hij
-had hem er al meer over gesproken en toen weinig baat er bij gevonden,
-maar men kan nooit weten, misschien wist hij nu wel raad. En werkelijk,
-de vendumeester wist raad, of eigenlijk hij zelf niet; maar, zei hij,
-er is hier een advocaat—een echte, een Meester—gekomen. Die woonde in
-het Medan-hôtel. Ze moesten dien maar eens raadplegen. Maar mondje-toe,
-dat hij dien raad gegeven had [6].
-
-Vandaar het nachtelijk bezoek.
-
-Toen uit de inlichtingen, die ik den volgenden morgen inwon bij den
-heer Van den Berg—want Tagor had mij verteld, dat zijn chef van de zaak
-alles afwist—mij bleek, dat er grond bestond om aan het verhaal der
-eigenaars geloof te slaan, begaf ik mij, gewapend met de erfpachtsacte,
-in Deli gewoonlijk grand genaamd, naar den Resident en lei hem het
-geval voor.
-
-Het geheele gesprek, dat volgde, weer te geven, kan ik natuurlijk niet.
-Het zakelijke, dat verhandeld werd, komt hierop neer: De Resident kende
-de zaak, doch liet het mij voorkomen, of het de wensch van den Sulthan
-was, dat de eigenaars daar niet wonen bleven. Als ik mij niet vergis,
-beweerde hij, dat deze grond niet met woningen bebouwd mocht worden,
-daar de Sulthan die voor rijstvelden beschikbaar wilde houden voor de
-inheemsche bevolking. [Later zullen wij vernemen, wat de werkelijke
-reden voor de geëischte ontruiming was]. Ik wees den Resident erop, dat
-het erfpachtsrecht toch behoorlijk gekocht en betaald was, en dat die
-ontruiming zonder meer maar niet zoo maar kon plaats grijpen. De
-Resident meende, dat dit zaken waren het inlandsch zelfbestuur rakend.
-Ik bracht hem onder het oog, dat onder de verschillende eigenaren
-zoogenaamde Gouvernementsonderdanen [7] waren en dat de erfpachtsacte
-stond ten name van Mangaradja Tagor, venduafslager, in dienst van het
-Ned.-Indisch Gouvernement. Dat deze dus niets met den Sulthan en den
-karapatan te maken had en dat wanneer de Sulthan de terreinen wilde
-doen ontruimen, Z. H. een vordering deswegen kon instellen bij den
-Landraad. De Resident was dit niet met mij eens en wou er zich niet mee
-bemoeien, uit vrees voor politieke verwikkelingen!!
-
-Ten slotte kwamen wij overeen, dat ik de zaak verder zou behandelen met
-den Controleur, die ook met den Sulthan zou spreken en den Resident
-inlichten. Ik sprak dan ook met den controleur en lei hem de zaak
-bloot. Deze was een eerlijk man en min of meer met zijn figuur en de
-heele affaire trouwens, die hij kende, verlegen.
-
-De onderhandelingen schoten niet erg op, daar ik bleef staan op den
-billijken eisch: algeheele schadevergoeding. Wie schetst echter mijn
-verbazing, toen op zekeren morgen, dat ik naar den Landraad ging, de
-controleur mij aansprak, en zei, dat de Sulthan van geen
-schadevergoeding wou weten en over twee dagen de huizen door
-politieoppassers zou doen ontruimen en laten afbreken.
-
-Geschiedt dat met toestemming van den resident, vroeg ik.
-
-Ja, antwoordde de controleur, ik kom juist bij hem vandaan en heb in
-last u dit mede te deelen.
-
-Nu, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik de eigenaars zich laten wapenen
-en dat de huizen verdedigd zullen worden. Maar ook, dat zoodra de
-oppassers van den Sulthan komen, ik telegrafisch den Resident zal
-aanklagen bij den Gouverneur-Generaal.
-
-En ik deed wat ik gezegd had. Ik riep de eigenaars des avonds te zamen,
-vertelde hun hoe de zaak stond en raadde hen zich te wapenen en hun
-goed tegen den aanval van wie dan ook te verdedigen.
-
-Ik zal niet zeggen, dat die raad in alle opzichten goed was. Maar ik
-vermoedde, dat de Resident blufte en dat hij zich wel wachten zou, het
-zóó ver te laten komen. Ik wist natuurlijk, dat indien het werkelijk
-tot een handgemeen kwam, de eigenaars en ik zelf in moeielijkheden
-zouden komen. Aan den anderen kant stond, dat indien de zaak onderzocht
-werd, de Resident verloren zou zijn. Hier steunde de Resident zóó
-blijkbaar het onrecht, ja handelde zoo geheel tegen zijn eersten
-plicht, den inlander te beschermen tegen knevelarij en misbruik van
-gezag, dat ik niet vreesde, of hij zou voor de gevolgen terug deinzen.
-
-De Sulthan heeft dan ook nooit zijn oppassers gezonden. Wel kreeg ik
-van den controleur bericht, dat den daaropvolgenden Zaterdag de zaak in
-den karapatan zou worden behandeld. Hier verklaarde ik namens de
-eigenaars, den karapatan niet als rechter in dit geschil te kunnen
-erkennen, doch wel geneigd te zijn, op den grond van behoorlijke
-schadevergoeding in een minnelijke schikking te treden.
-
-En de zaak werd in der minne bijgelegd. [8]
-
-Later ben ik pas te weten gekomen, wat aan de heele zaak ten grondslag
-lag. De Nieuwe Deli Race club, die haar paarden op de boven besproken
-renbaan bij Medan laat loopen, had den Sulthan die ontruiming verzocht.
-Er waren n.l. onder de eigenaars der woningen ook rijtuigverhuurders en
-men was bang voor mogelijke besmetting der renpaarden, indien zich een
-ziek paard in de stallen der eigenaars mocht bevinden. In de notulen
-der raceclub moet hierover nog wel het een en ander te vinden zijn.
-
-De voorzitter van de raceclub was de secretaris van het Gewest.
-Verschillende bestuursambtenaren, waaronder ook de Resident, hadden de
-zoogenaamde B. B. Kongsie gevormd en lieten paarden loopen. En nu moge
-men mij duizendmaal verwijten, dat ik insinueer, doch ik kan niet
-nalaten tusschen deze feiten en de houding van den Resident in deze
-zaak verband te zoeken.
-
-Tot nog toe groeit er op de betwiste gronden geen rijst.
-
-De huizen zijn trouwens nooit afgebroken. De Sulthan heeft de erfpacht
-weer verkocht aan een ander voor drieduizend dollar.
-
-
-
-De ondervinding door mij in deze zaak opgedaan, moedigde mij niet aan,
-met den Resident over koelietoestanden te gaan praten, evenmin als over
-andere zaken, die naar mijn inzien indruischten tegen het Recht. Waar
-mogelijk, sloeg ik steeds, zonder voorafgaande pourparlers, de weg van
-rechten in en verkoos te vechten, waar minnelijke besprekingen toch
-niet zouden baten. Trouwens, hoe kon ik vermoeden, dat het Hoofd van
-het Gewest zooveel minder zou weten dan ik? Het kwam mij niet in het
-hoofd, mij te verbeelden, dat ik meer van de feitelijke toestanden af
-zou weten dan de Resident. En nog sta ik er verbaasd van, dat wat drie
-eenvoudige burgers—een dokter, een geleerde en een advocaat—binnen
-betrekkelijk korten tijd opmerkten, een voortdurend geheim is gebleven
-voor den man, die gecenseerd werd op de hoogte te zijn. Het beroep van
-den Oud-Resident Kooreman op zijn niet-weten is een testimonium
-paupertatis, zich zelf uitgereikt, en tevens het tegengestelde van een
-loftuiting aan zijn vroegere ondergeschikten, die hem—zooals de
-Oud-Resident zegt—dergelijke dingen nooit rapporteerden.
-
-Laat ons hopen, dat het tegenwoordig Bestuur zijn oogen wat beter open
-zal hebben.
-
-
- Medan, 29 Januari 1903.
-
- Den Heer Mr. J. van den Brand,
- Medan.
-
- Geachte Heer!
-
- Naar ik zie uit het verslag van „Omega” in de Sumatra-post over de
- rede van den oud-resident Kooreman, gehouden in de Vereeniging
- „Moederland en Koloniën” te ’s-Gravenhage, zoude deze heer daar o.
- m. gezegd hebben: „En dan de questie van den heer Tripp en de
- British-Deli (blz. 35 en volgende). De voorstelling van de feiten
- en de conclusie zijn weer onjuist.”
-
- Indien dit verslag het door den heer Kooreman gesprokene juist
- weêrgeeft, komt het mij voor dat deze heer, met volmaakt gemis aan
- goede trouw, om het door U behandelde en bedoelde heeft
- heengepraat.
-
- Immers U begint: „Wat er voor den dag zou komen, indien het
- Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen en
- grondig onderzoek, leert ons de geschiedenis van den heer Tripp en
- de British-Deli and Langkat Tobacco Company.” Het door U uit mijne
- correspondentie in de Java-bode van 10 Juli 1899 geciteerde
- eindigt: „Dat de directie der British-Deli zou overgaan tot eene
- klacht wegens laster tegen den heer Tripp, acht ik niet
- waarschijnlijk, daar zij wel zal denken aan het spreekwoord, dat
- ons leert dat er sommige stoffen zijn, die hoe meer men er in
- roert, een des te onaangenamer geur verspreiden. Al ware ook te
- bewijzen, dat elk woord van den heer Tripp een leugen geweest was,
- dan zijn hier toch altijd nog de verslagen der terechtzittingen,
- die dan voor den dag zouden komen en waaruit minder mooie dingen
- zouden blijken. Klachten over geknoei met de uitbetaling van het
- loon; vervolging van een administrateur wegens mishandeling,
- waarbij de klacht werd ingetrokken tegen betaling van ƒ 50.— aan de
- vrouw, die afgeranseld was; vervolging om dezelfde reden van een
- ander administrateur, waarbij de zaak niet kon doorgaan wegens
- verdwijning van alle getuigen—zooals in Deli wel meer gebruikelijk
- is—; vervolging van een assistent, die eindigt met veroordeeling
- tot een jaar gevangenisstraf wegens doodslag onder verzachtende
- omstandigheden, al zulke dingen maken geen erg mooien indruk,
- wanneer zij voor het groote publiek komen.”
-
- Uwe conclusie is dus: zulke en dergelijke dingen zouden voor den
- dag komen, indien het Gouvernement wilde besluiten tot een algemeen
- en grondig onderzoek.
-
- Welnu, deze conclusie is volkomen juist, want deze dingen zijn
- inderdaad voor den dag gekomen bij het toen gehouden onderzoek naar
- de faits et gestes van de British-Deli, en daaruit te concludeeren
- dat vele dergelijke zaken voor den dag zouden komen bij een
- algemeen onderzoek, is zeker niet gewaagd. Er is geen enkele reden
- om aan te nemen, dat juist de British-Deli eene uitzondering zou
- zijn. De heer Kooreman behoeft volstrekt niet te denken, dat ik de
- bovengenoemde bijzonderheden zoo maar eens uit mijn duim zoog, daar
- zij mij werden medegedeeld door den heer H. van der Steenstraten,
- toenmaals assistent-resident te Medan, die met het onderzoek belast
- geweest was.
-
- Ik geloof dus niet te ver te gaan met den heer Kooreman van kwade
- trouw te beschuldigen, waar hij het blijkbaar wil doen voorkomen,
- alsof het iets er toe afdeed of de heer Tripp praatjes verkocht of
- niet. De dingen die voor den dag kwamen naar aanleiding van de
- affaire Tripp, dáárop komt het aan.
-
-
- Hoogachtend,
-
- (w. g.) C. de Coningh.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET VERHAAL VAN TAGOR.
-
-
-Adalah saorang Melajoe nama Tengkoe Galib beranakan Deli, ada
-mempoenjai sebidang tanah di dekat tanah loembah koeda Medan sebegimana
-jang terseboet di dalam Gran dari Tengkoe Pangeran Bandahara Deli jang
-tertoelis pada 24 December 1895 No. 25 hoeroef D.
-
-Maka pada tanggal 3 Mei 1896 tanah jang terseboet telah di djoealkan
-oleh Tengkoe Galib itoe seperlima bahagiannja kapada Hadji Abdul Madjid
-dan Hadji Arsad, dengan harga $ 150.— (seratoes lima poeloeh ringgit
-boeroeng).
-
-Dan pada tanggal 12 Juli 1896 tanah jang katinggalan itoe Tengkoe Galib
-djoeal lagi kapada kami lima orang nama Mangaradja Tagor, Mohamad
-Thahir, si Kantjah, Hadji Oesman dan si Marah dengan harga $ 300.—
-(tiga ratoes ringgit boeroeng). Maka dengan moefakat kami semoeanja
-atas belian itoe tanah di taroehlah atas nama Mangaradja Tagor.
-
-Tetkala Tengkoe Galib mendjoealkan tanah jang seperlima bahagian itoe
-dan tanah jang katinggalan itoe adalah terang di moeka Padoeka Tengkoe
-Besar negri Deli serta telah menoeroenkan tanda tangan dan tjapnja di
-dalam Gran² itoe, bahasa itoe tanah soedah djadi milih kapada kami
-semoeanja.
-
-Sesoedahnja itoe baharoelah kami orang semoeanja mendirikan roemah² dan
-bertanam-tenaman, di atas tanah haq masing² dengan maksoed pada tempat
-itoelah akan mentjahari penghidoepan serta memeliharakan anak bini
-masing² dan setengahnja ada jang mendirikan roemah papan atap genteng
-dan setengahnja roemah papan atap nipah toeroet sebegimana
-kamampoeannja masing², sehingga sampeilah siap masing² ampoenja tempat,
-dalam bebrapa boelan kami orang telah mendoedoeki tempat itoe tiadalah
-soeatoe apa gendala.
-
-Dalam hal jang demikian pada boelan April 1897, maka datanglah saorang
-toean Ingenieur Burgerlijke Openbare Werken pereksa dan meoekoer itoe
-tanah serta mendirikan pantjang² di atas tanah haq kami itoe, kemoedian
-tiada selang bebrapa hari lama antaranja maka datanglah padoeka toean
-Breuking aspirant controleur di Medan memberi perentah kapada kami
-semoeanja bahoea dalam tempo 8 hari kami semoeanja misti pindah dari
-itoe tempat serta memboengkar roemah² tempat kadiaman kami itoe serta
-mentjaboet sekalian tanam tenaman jang telah kami tanamkan di atas itoe
-tanah, apakala kami orang tiada menoeroet perentah itoe, kelak akan di
-soeroeh boengkar dan di tjaboet oleh politie dengan orang rantai. Pada
-waktoe itoe kamipoen moehoen pereksa kapada toean Breuking, karana apa
-perentah jang demikian di djalankan atas kami, sebegimana kata toean
-Breuking segala tanah jang telah di djoeal oleh Tengkoe Galib itoe
-ijalah termasoek kapada tanah loemba koeda.
-
-Itoepan karana fikiran kami jang itoe tanah soedah njata djadi haq
-kapada kami anganlah kami akan menoeroet perentah jang demikian,
-sehingga datanglah panggilan dari padoeka toean controleur Medan, serta
-mengasih perentah lagi jang kami semoeanja dengan sigera misti pindah
-dari itoe tempat, hatta djawab apapoen jang telah di maäloemkan tiada
-djoega loeloes, melainkan roemah² itoe di boengkar dan di pindahkan
-djoega serta tanam tenaman itoe di tjaboet. Kemoedian tiada bebrapa
-hari lagi datanglah perentah jang kami semoeanja akan mengadap di
-medjilis karapatan, itoepoen kami mengadaplah dengan bebrapa kali boeat
-di pereksa itoe perkara, achirnja sepandjang titah Tengkoe Pangeran
-Bandahara Deli, ta’dapat tiada kami semoeanja misti pindah djoega dari
-itoe tempat serta dengan lekas² boengkar itoe roemah² dan tjaboet itoe
-tanam tenaman semoeanja dengan tiada mendapat ganti karoegian soewatoe
-apa; walakin dengan djalan apa sekalipoen kami sekalian berdatangkan
-sembah maaloem sopaja moedah moedahan adalah koernia akan djadi ganti
-karoegian kapada kami masing² itoepoen tiada djoega di perkanankan.
-
-Waktoe itoe telab adzamlah di dalam hati masing² jang kami sekalian
-roepa²nja akan djadi teraniajalah di dalam perkara itoe dan saäkan²
-poetoeslah pengharapan kami semoeanja dari kaädilan wakil daulat
-sripadoeka Gouvernement dan Radja di dalam negri Deli.
-
-Maka dengan pertolongan toean W. G. van den Berg, vendumeester di Medan
-di toendjoekkannjalah kapada kami, bahoea terlebeh baik itoe perkara di
-serahkan kapada saorang toean nama Mr. J. van den Brand, Advocaat jang
-baharoe datang dari Semarang masa itoe tinggal menoempang di Medan
-Hotel, maka dengan bersigeralah kami semoeanja pergi mendapatkan toean
-itoe boeat minta pertolongan sopaja boleh di oeroeskannja kami poenja
-perkara itoe moedah²han terpeliharalah kami dari pada aniaja itoe. Maka
-apabila bertemoelah kami dengan toean Mr. J. van den Brand, kami
-tjeritakanlah oesoel atsalnja perkara itoe kapadanja dan waktoe itoe
-djoega kami serahkanlah perkara itoe kapadanja dengan koewasa jang
-semporna.
-
-Kemoedian dari pada itoe datanglah perentah dari padoeka toean
-controleur dan Tengkoe Pangeran Bandahara memaksa sopaja dengan sigera
-djoega kami sekalian pindah dan boengkar itoe roemah² dari tempat jang
-terseboet, dan sopaja djanganlah sampei datang politie dengan orang
-rantai akan memboengkar roemah² itoe.
-
-Maka pada waktoe itoe djoega kami semoeanja chabarkanlah kapada toean
-Mr. J. van den Brand bahasa ada perentah jang demikian, maka djawab
-toean Mr. J. van den Brand kapada kami sekalian bahoea perentah jang
-demikian djanganlah di toeroet dan djikalau ada politie atau siapa
-djoegapoen jang datang hendak memboengkar itoe roemah² serta mentjaboet
-segala tanam tenaman itoe hendaklah kami semoeanja melawan dengan
-bersoenggoeh² hati walaupoen hingga sampei besipoekoelan sekalipoen,
-serta toean Mr. J. van den Brand soeroeh pada kami sekalian dengan
-bersiap sendjata, apabila mendjadi perkara toean Mr. J. van den Brand
-lah jang akan mengadap di moeka pengadilan.
-
-Dalam hal jang demikian toean Mr. J. van den Brand pergilah menghadap
-toean Resident dan toean Controleur meraberi tahoekan itoe perkara,
-basasa kalau ada politie atau siapa djoegapoen jang hendak memboengkar
-roemah² atau mentjaboet segala tanam tenaman di tempat jang terseboet
-akan di soeroeh poekoel dan lawan dengan bersoenggoeh² hati, walaupoen
-mendjadikan bersiboenoehan² sekalipoen begitoelah kata toean Mr. J. van
-den Brand kapada toean Resident dan kapada toean Controleur.
-
-Kemoedian selang bebrapa hari antaranja kami orangpoen di panggillah di
-moeka karapatan Medan waktoe menghadap itoe toean Mr. J. van den Brand
-adalah djoega bersama² dengan kami menghadap di moeka karapatan itoe.
-
-Apabila di pereksa itoe perkara maka toean Mr. J. van den Brand telah
-djawab di moeka karapatan itoe, kalau Sripadoeka Toeankoe Sulthan mau
-seleseikan itoe perkara dengan djalan damei serta membajar karoegian
-semoeanja itoe saja mau terima, kalau tiada begitoe saja mintak lebeh
-dahoeloe itoe perkara akan di poetoeskan oleh pengadilan Gouvernement,
-sesoedahnja itoe toean Mr. J. van den Brand poen kombalilah.
-
-Maka antara bebrapa hari lamanja datanglah panggilan kapada kami
-semoeanja akau menghadap lagi di moeka karapatan boeat menerima bajaran
-ganti dari karoegian kami masing² menoeroet sebegimana djoemalah kami
-orang ampoenja kira, lantas kami semoeanja pergilah terima bajaran
-itoe. Akan tetapi di dalam kami semoeanja melainkan Hadji Oesman djoega
-jang tiada menerima wang bajaran itoe dan di idzinkanlah dianja boeat
-tinggal beroemah di atas tanah itoe djoega hingga sampeilah pada masa
-ini, itoepoen sangatlah herannja hati kami atas Hadji Oesman itoe
-karana apa dianja boleh tinggal djoega di atas itoe tanah.
-
-
- (w. g.) Deman M. Tagor.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] In het volgende wordt behandeld de lezing in „Moederland en
-Koloniën” door den heer P. J. Kooreman, Oud-Resident der Oostkust van
-Sumatra, gehouden, zooals zij in haar geheel is afgedrukt in het
-extra-bijvoegsel van de Deli-Courant dd. 9 Februari 1903.
-
-[2] Verkeerd begrepen.
-
-[3] Het Recht in Nederlandsch-Indië 1894 deel 62, blz. 22.
-
-[4] Toen was de heer Kooreman resident van Sumatra’s Oostkust.
-
-[5] Het heeft mij verwonderd, dat door niemand bij de bespreking der
-„Millioenen uit Deli” op dit weerzinwekkende feit gewezen is.
-
-[6] Het moge ongelooflijk schijnen, maar dezen man, den heer Van den
-Berg bedoel ik, die mij de eerste inlichtingen in deze zaak gaf, moest
-ik beloven, zijn naam niet noemen bij mijn gesprek met den Resident. De
-man was bang, dat het hem zijn pensioen kon kosten. Hij is nu reeds
-gepensioneerd, dus kan mijn onbescheidenheid hem waarschijnlijk niet
-meer schelen.
-
-[7] Lieden, staande onder het rechtstreeksch bestuur van het
-Ned.-Indisch Gouvernement.
-
-[8] Het verhaal dezer zaak met kleine afwijkingen hier en daar vindt
-men in het Maleisch van de hand van Mangaradja Tagor op blz. 52.
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.