diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65681-0.txt | 2185 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65681-0.zip | bin | 42979 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65681-h.zip | bin | 101893 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65681-h/65681-h.htm | 2776 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65681-h/images/front-cover.jpg | bin | 44518 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65681-h/images/titlepage.png | bin | 6630 -> 0 bytes |
9 files changed, 17 insertions, 4961 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..f2f0daa --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #65681 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65681) diff --git a/old/65681-0.txt b/old/65681-0.txt deleted file mode 100644 index 2548f1a..0000000 --- a/old/65681-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2185 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Nog eens: de millioenen uit Deli, by J. van -den Brand - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Nog eens: de millioenen uit Deli - -Author: J. van den Brand - -Release Date: June 23, 2021 [eBook #65681] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT -DELI *** - - - - NOG EENS: - DE MILLIOENEN UIT DELI - - - DOOR - Mr. J. VAN DEN BRAND. - - - BOEKHANDEL - AMSTERDAM. VOORHEEN PRETORIA. - HÖVEKER & WORMSER. - - - - - - - - -VOORWOORD. - - -Maar zou dat alles wel waar zijn? - -Levendig kan ik mij voorstellen, dat na het lezen mijner brochure „De -Millioenen uit Deli” deze vraag rees op de lippen van ieder, die, nooit -in Deli geweest zijnde, dit gewest waarschijnlijk alleen kende uit de -koloniale verslagen of de een of andere beurscourant. Wie jaarlijks den -oogst van gouden appelen zag binnenhalen, kon weinig vermoeden, dat de -wonderboom wortelde in zoo drassigen grond; dat de sappen, die de stam -opzoog en omzette in blinkende vrucht, vermengd waren met bloed en -tranen. Hij hoorde alleen het vroolijke lied van de maaiers, maar het -weeklagen der zaaiers bereikte zijn oor niet. En nu eindelijk een -zwakke nagalm van hun klaaglied doordrong tot zijn gehoor, staat hij -verbijsterd en twijfelt, of hij goed heeft gehoord. - -Zou het waar zijn? - -Deze vraag moest men zich stellen en van alle kanten werd zij dan ook -gesteld. Zij werd onmiddellijk gevolgd door de verzekering, dat indien -alles waar was, indien de helft, een derde een tiende deel slechts waar -was, dan.... - -De verontwaardiging was algemeen, spontaan en te goeder trouw. - -Nadat de verontwaardiging wat bekoeld was, bleek men geneigd -verontschuldigingen aan te hooren, en dit te gretiger naarmate men meer -inzag, hoe groote finantiëele belangen hier op het spel stonden. - -Een tijdlang zocht men naar een woord, een leus, waaronder men de in de -brochure latente gevolgtrekkingen bestrijden kon; een gepaste houding, -die men tegenover de beschuldigingen kon aannemen. - -Het resultaat was, dat degenen die belang hadden de uitwerking van mijn -boekje te neutraliseeren, in het algemeen kleinigheden toegaven, het -bestaan van zekere misstanden erkenden, punten van ondergeschikt belang -bestreden en de kern der zaak.... lieten voor hetgeen zij was. - -Met handige tactiek trachtte men de aandacht van de hoofdzaak af te -leiden, en haar te vestigen op die gedeelten in het boek, welke alleen -als bijzaken bedoeld waren. - -Zoo kwam b. v. de Sumatra Post aandragen met het nieuws dat er sarongs -van 80 centen bestonden en dat een inlander desgevorderd zijn leven kan -rekken met 8 centen per dag. En gaf daarbij nog de onnoozele -verzekering, dat het juist op zulke kleinigheden aankomt! - -Het lijkt mij de moeite niet waard op deze en dergelijke aanmerkingen -te antwoorden. - -Maar de hoofdzaken: de onvrijheid der arbeiders, de misbruiken -voortgevloeid uit de koelie-ordonnantie of daardoor bestendigd, de -onvoldoende rechtspraak, het sjoekoeliën, de te lage loonen der -vrouwen, men ging ze stilzwijgend voorbij of behandelde ze als -nevenzaken. - -Een uitzondering moet ik hier maken voor de Deli-Courant, die—hoewel -immer vergoelijkend voor den actueelen toestand—mijn brochure vooral in -haar nummer van 27 November 1902, op eerlijke wijze besprak. - -Eindelijk dan was het wapen gevonden, waarmede men meende mij te kunnen -afmaken en werd de beschuldiging van overdrijving uitgesproken. Ook zei -men, dat ik alleen de donkere zijde van Deli liet zien. Mijn plicht zou -het geweest zijn, ook de goede kanten van het gewest te laten kijken. - -Komaan! Zal men het den dokter, die de ziekte in het hoofd van een -patiënt bespreekt, kwalijk nemen, dat hij in zijn verhandeling niet den -gezonden toestand der beenen releveert? - -En ik stond tegenover Deli in dezelfde verhouding. Ik zei toch (blz. 14 -der Mill. uit Deli), dat ik wou wijzen op „de afgrijselijke wonden in -de samenleving der Oostkust.... opdat ieder de wegneming (zou) eischen -van de oorzaak der kwaal, die het gezonde lichaam verteert.” - -Maar dit zag men niet in, of men wilde het niet inzien. - -En zoo zei men, dat volgens mij er niets goeds in Deli was! En toen -ging men aan het opnoemen, wat er wel goeds in Deli was. - -De eerste zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. - -De tweede zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. - -De derde zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. De -vierde, de vijfde, iedereen en ook ik, mee instemmende in dit algemeene -loflied, zeg: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. - -Hetzelfde zei men—en terecht—van de woningen bij sommige groote -maatschappijen. Ook zei men—en ook ik stem weer mee in—de verdiensten -van de Chineezen zijn zoo kwaad niet. - -Verder zei men niets. Men was uitgepraat. En ik ben het ook. - -Na dit goede te hebben op den voorgrond gesteld, ving men dan aan mij -te beschuldigen van bijbedoelingen, van onvaderlandslievendheid, van -ondankbaarheid tegenover het gewest, waar ik mijn brood verdien, e. d. -Deze dingen raken evenwel mij, niet de zaak en ik veroorloof mij, ze -langs mijn kleeren te laten afglijden. - -Het ligt dan ook niet in mijn plan, mijn bestrijders een voor een te -woord te staan. Wel schijnt het mij noodig eenige toelichting op mijn -brochure te geven en in het algemeen de tegen-argumenten voor zoover -zij de zaak raken, te weerleggen. - -Het eerste te doen bedoelt het hoofdstuk: „De Minister en de Brochure”, -het tweede „Een Oud-Resident en de Brochure.” Den heer Kooreman -antwoordende, meen ik de zakelijke argumenten van al mijn tegenstanders -te bespreken. Alleen nog het verwijt van de Sumatra Post dd. 7 Februari -j.l., dat ik inconsequent zou zijn, meen ik te moeten terugwijzen. -Reeds in de vergadering van de afdeeling Medan van den Indischen Bond -dd. 29 Maart 1902 toch erkende ik openlijk, dat mijn meening over de -koelie-ordonnantie, toen ik nog niet lang in Deli verblijf hield, een -geheel andere was dan tegenwoordig. De dagelijksche omgang gedurende -anderhalf jaar met koelies in vrijen arbeid en de nadere bestudeering -van het koelie-vraagstuk hebben mijn meening geheel gewijzigd. Daarom -haalde ik ook in „De Millioenen uit Deli” niets aan van wat ik schreef -gedurende den tijd dat ik redacteur was van de Sumatra Post, al zou ik -b. v. wat ik schreef over de begrafenis-circulaire van den -ass.-resident Kühr op het oogenblik nog gaarne onderschrijven. Wat ik -in dien tijd naar aanleiding b. v. van The British Deli Cy en den heer -Tripp schreef, berustte op geheel verkeerde inlichtingen, terwijl mijn -oordeel van dien tijd over koelie-zaken, ik geef het gereedelijk toe, -als praematuur moet worden beschouwd. - -Ik kan dit „Voorwoord” niet eindigen zonder mijn dank te hebben betuigd -aan den openhartigen Oud Assistent-Resident Rookmaker, die zoo eerlijk -zijn ondervinding en zijn oordeel in de „Groene Amsterdammer” neerlei, -aan den mij onbekenden Mr. Justus, die in de Java-Bode een lans brak -voor mijn streven, aan den Oud-Resident Scherer, die openlijk het goede -van mijn werk dorst te erkennen en aan allen, die tot nu toe mee -hielpen strijden in dezen strijd om Recht. - - - - - - - - -DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE. - - -Er is van verschillende zijden bij de bespreking mijner brochure „De -Millioenen uit Deli” gewezen op mijn Calvinistische geloofsbelijdenis -en in verband daarmede op mijn anti-revolutionnaire gevoelens. Mij -dunkt, dat men de laatste beter achterwege hadde gelaten, daar het -boekje allerminst de strekking had een of andere politieke partij te -dienen. Uit een politiek oogpunt was zelfs voor de -anti-revolutionnairen de verschijning mijner brochure ongewenscht, daar -zij den Minister van Koloniën op het onverwachtst voor de oplossing van -een vraagstuk plaatste, waaraan hij naar alle waarschijnlijkheid nog -niet de noodige aandacht had geschonken, en hem toestanden onthulde, -waarvan hij zelfs het bestaan niet kon vermoeden. Daar uit den aard der -zaak het tegenwoordig Ministerie mijn sympathie heeft, heb ik er een -oogenblik aan gedacht, de uitgave van het „schrikwekkende” boek uit te -stellen tot latere gelegenheid. Doch ook slechts een oogenblik heeft -bij mij het opportuniteitsbezwaar gegolden. - -Tegenover het schrikkelijk onrecht, tegenover het lijden van duizenden, -tegenover het nadeel aan de eere Gods kon de overweging, dat de -Minister van Koloniën, al ware hij ook een politiek partijgenoot, in -een moeielijke positie zou komen, in de weegschaal gelegd, de naald -niet naar de andere zijde van het huisje doen overslaan. Hier mocht -geen partijbelang gelden, hier verloren persoonlijke sympathieën haar -gewicht, hier gold het zuiver en zonder aanzien des persoons op te -komen voor de eer van Hem, bij wien alle belang van partij en persoon -in het niet zinkt. - -Op het oogenblik, dat de copy mijner brochure naar Holland verzonden -werd, was de krachtige Van Asch van Wijck reeds overleden en wachtte -ieder in Nederlandsch-Indië met spanning, wie zijn opvolger zou zijn. -Toen het bekend werd, dat Idenburg als Minister van Koloniën was -opgetreden, spraken de meeste Indische bladen een onwelwillend oordeel -uit. Ik geloof, dat men daartoe geen voldoende reden had; in ieder -geval was men voorbarig. Mij was het bericht zijner benoeming niet -onwelkom. Het weinige, dat ik van particuliere zijde van hem vernomen -had en vooral zijn optreden het vorig jaar in de Tweede Kamer als -afgevaardigde voor Gouda, deden mij de hoop koesteren, dat mijn kreet -om recht niet ledig zijn oor voorbij zou gaan. Ziehier, zoo dacht ik, -een geloofsman, naar hetgeen men van hem vertelt, een geloofsheld, die -eigen eere niet achtende, op zal komen voor de Gerechtigheid. Een man, -die den gruwel ziende, hem weg zal nemen. - -En nu? - -Nog is de tijd niet gekomen, een oordeel over de daden van dezen -Minister uit te spreken. Ik wil blijven hopen en vertrouwen. Wel had ik -verwacht iets anders te hooren, iets krachtigers, iets minder -dubbelzinnigs, minder vaags, dan wat hij zeide bij de bespreking der -koelie-ordonnantiën in de Tweede Kamer. Ik geef toe, dat de toestand -van den Minister verre van benijdenswaardig was. Nauwelijks de -politieke loopbaan ingetreden, belast met het opperbeleid in het -koloniaal bestuur, bijna onvoorbereid voor zijn rekening hebbend de -verdediging van de Indische begrooting, heeft Idenburg aan mede- en -tegenstander zonder twijfel bewondering moeten afdwingen. Het ligt dan -ook niet in mijn bedoeling iets te zijnen nadeele te zeggen. Zoo iets, -dan is het de houding van den Minister in het algemeen bij het -begrootingsdebat, die mij vertrouwen doet stellen in de toekomst. En -mij hoop geeft voor der koelieszaak. - -Dat neemt niet weg, dat ik, zooals ik reeds zeide, gaarne iets meer -beslists, meer positiefs van de zijde des Ministers vernomen had. Hoe -gaarne had ik in plaats van „Ik zal deze brochure speciaal onder de -aandacht van den Gouverneur-Generaal brengen” de belofte vernomen, dat -de Minister een algemeen en grondig onderzoek zou bevelen. Van een -onderzoek van regeeringswege, dat de meesten na de woorden des -Ministers verwachtten, is tot nog toe niets gekomen en—ben ik goed -ingelicht—dan zou er hiervan zelfs geen sprake zijn. Wel werden mij -door den resident der Oostkust van Sumatra inlichtingen gevraagd over -het toetoepen van zaken te Medan. Ook ontving ik bezoek van den -assistent-resident, in zijn kwaliteit van hulp-officier van Justitie, -die den naam vroeg van den bedrijver der schanddaad, bedoeld op blz. 29 -der „Millioenen uit Deli”. Men schijnt de zaak strafrechtelijk te -willen vervolgen. - -Op beide verzoeken heb ik geantwoord, dat ik alleen aan de Regeering of -Hare vertegenwoordigers bereid ben inlichtingen te geven in geval van -een door Haar bevolen algemeen onderzoek en wel onder voorwaarde van -straffeloosheid voor de betrokken personen. - -Mijn eerzucht toch is allerminst als politie-spion op te treden! En -indien men meenen mocht door posthume strafvervolging het euvel weg te -nemen, dan moet ik twijfelen aan goede trouw. Ik roep om den -heelmeester, niet om den rechter. Ik strijd voor een beginsel, niet -tegen personen. Mijn streven spruit niet uit wraakgevoel, doch vindt -zijn oorsprong in liefde voor de Gerechtigheid. - -Hoe verkeerd mijn streven begrepen wordt, hoezeer mijn bedoelingen -worden miskend, blijkt wel hieruit, dat de eerste daad van het Bestuur -ter Oostkust na de verschijning mijner brochure was, den -procureur-generaal van het Hoog-Gerechtshof te Batavia advies te -vragen, of er mogelijkheid bestond mij onder de in Indië vigeerende wet -op de drukpers strafrechtelijk te vervolgen! Het antwoord van den -procureur-generaal heb ik niet gelezen, doch het moet lang niet malsch -geluid hebben. - -Een onderzoek, ten minste een openlijke enquête, zooals ik gehoopt en, -om de waarheid te zeggen, verwacht had, komt er dus niet. Toch meen ik -reden te hebben, te vermoeden dat het geenszins in het plan van den -Minister ligt, de zaak te laten doodbloeden en in den doofpot te -stoppen. Welke mijn gronden voor deze meening zijn, acht ik mij niet -geoorloofd, hier te openbaren. - -Moest ik ten dezen opzichte teleurstelling ondervinden, ook op andere -punten bevredigde mij de rede van den Minister niet. - -In de eerste plaats hinderde mij de onjuistheid, waaraan de Minister -zich schuldig maakte, toen hij verklaarde te meenen, dat ook ik de -behandeling der koelies bij de Deli-Maatschappij zoo zeer had geroemd. -In mijn brochure toch is geen woord te vinden, waaruit men die -conclusie trekken kan. Wanneer ik een voorbeeld van goede behandeling -der koelies zou hebben willen noemen, dan had ik een mij bekende kleine -particuliere onderneming gekozen en niet de Deli-Maatschappij. - -Om dit duidelijk te maken, behoef ik alleen mede te deelen, dat de -feiten, verhaald op blz. 29 en blz. 31 der brochure, op ondernemingen -der Deli-Maatschappij zijn gepleegd. Het doet er wel weinig af of toe, -daar overal meer of minder groote onregelmatigheden zijn voorgekomen, -doch tot recht verstand van zake dient deze onjuistheid van den -Minister te worden hersteld. Evenmin toch als Alter vor Thorheit -schützt, evenmin behoeden de beste bedoelingen van het bestuur eener -maatschappij in Holland voor uitspattingen zijner vertegenwoordigers in -Indië, zoolang deze over de koelies meer rechten uitoefenen dan hun -volgens Gods ordinantiën mogen worden toegestaan. - -Trouwens over de meer of minder goede behandeling der koelies loopt de -kwestie niet. Laat ons bij de zaak blijven, het gaat over het al of -niet geoorloofde van de koelie-ordonnantie, zooals zij in Deli bestaat. -Goede of slechte behandeling doet er au fond niets af of toe. In -Amerika hadden op de meeste plantages de slaven het ook goed. Toch -heeft een edelmoedig volk naar de wapens gegrepen, om aan den -onmenschwaardigen toestand een einde te maken. - -Zoo ook hier. - -Mijn meening daaromtrent zette ik reeds uiteen op blz. 14 der -Millioenen uit Deli, doch wil ze ten overvloede hier nog eens herhalen: - -„Het deert mij niet, of die toestand al of niet valt onder de -rechtskundige definitie van slavernij; het laat mij koud, of de -koelie-ordonnantie al dan niet in strijd is met onze Grondwet of -Burgerlijke Wet; het is mij onverschillig, of ondernemers of -maatschappijen min of meer philantropisch zijn en hunne werklieden -beter of slechter behandelen of verplegen. Het eenige wat mij raakt is, -dat zij is in strijd met de eere Gods, in strijd met de -menschelijkheid. - -Waarlijk, met een mooi hospitaal en een paar guldens is het gemis der -vrijheid niet goed te maken. - - - -Zeer gezocht, om niet te zeggen sophistisch, is de redeneering van den -Minister, waar hij ongeveer zegt: „Zie, van alle zijden dringt men hier -in Nederland aan op wettelijke regeling van den arbeid; in Deli is het -gebeurd en nu moppert gij.” - -Zeker, Excellentie, men dringt aan in Nederland op wettelijke regeling -van het arbeidscontract. Maar niet op een zoodanige, als wij in de -koelie-ordonnantie belichaamd vinden. En ook ik heb tegen een -wettelijke regeling dezer zaak niets, ik ben er zelfs voor. Doch, mij -dunkt, dat zulk een regeling een behoorlijke dient te zijn. Durft Uwe -Excellentie deze qualificatie aan de vigeerende koelie-ordonnantie -geven? Welnu, laat dan Uw collega van Binnenlandsche Zaken er eens de -proef mee nemen en voorstellen de koelie-ordonnantie naar -omstandigheden gewijzigd, in Nederland in te voeren. - -Men zie in de laatste zinsnede allerminst valsche scherts. Geen -onrechtmatigheid wordt beter gevoeld, dan door het slachtoffer, en door -dengene die in gelijkvormige omstandigheden verkeert. Nu is er -ongetwijfeld niemand, die niet inziet, dat het Nederlandsche volk een -wettelijke regeling van den arbeid, die zelfs maar in de verte op de -beruchte koelie-ordonnantie geleek, niet zou verdragen. - -Waarom zou dan de Javaan haar moeten verduren? - -Zooals ik reeds gezegd heb, heb ik vertrouwen in dezen Minister, in -zijn werkkracht, zijn eerlijkheid en zijn Geloof. Dr. Schaepman in een -zijner Chronica’s noemde hem „dapper” en vertrouwde dat de zaak in -Idenburgs handen gesteld, zou terecht komen en tot zijn recht. Bij deze -woorden wensch ik mij aan te sluiten. Doch ik dring aan op spoed. Hier -is de uitdrukking periculum in mora geen phrase. - - - - - - - - -EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE. [1] - - -Het was der vereeniging „Moederland en Koloniën” moeielijk gevallen, -iemand te vinden, die „De Millioenen uit Deli” wilde behandelen. Aldus -de heer P. H. van der Kemp, toen hij in den avond van 22 December 1902 -in de vergadering dier Vereeniging den heer P. J. Kooreman, -Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, als verhandelaar introduceerde. -En ook deze was slechts noode hiertoe overgegaan. Evenwel, de -overweging, dat het noodig kon zijn verschillende punten te weerleggen, -had hem zijn toestemming doen geven. - -Daar nu eenmaal deze Oud-Resident op zich genomen had, mijn boekje te -behandelen, mocht men redelijker wijze een behandeling van het door mij -geschrevene verwachten. In plaats van echter aan dezen eersten en -eenigen eisch te voldoen—meer werd toch niet van den spreker gevraagd -en minder niet verwacht—verliet, geheel uit eigen beweging, de heer -Kooreman den hem vriendelijk aangeboden rechterstoel en plaatste zich -op de bank der beschuldigden. - -Wat dreef hem hiertoe? - -Zelfverwijt? Wroeging? Berouw? Schuldbewustzijn? - -Ik wil daar niet over oordeelen: ik ken den heer Kooreman daartoe te -weinig. Nu hij zich evenwel zelf zijn plaats heeft gekozen, moet ik hem -daar laten en valt mij de onaangename taak ten deel, tegen den -Oud-Resident het openbaar-ministerie te moeten waarnemen. - -Hoe ongaarne ook, ik ben er toe verplicht, doordien de heer Kooreman de -behandeling mijner algemeene beschuldigingen heeft omgezet, voor een -groot gedeelte, in een persoonlijke verdediging. - -De uitroepen „waarom heeft Mr. van den Brand mij nooit ingelicht?” -„Waarom heeft Dr. Tschudnowsky niet gesproken?” „Waarom zweeg die -Hollandsche geleerde van den heer Deen?” kunnen toch alleen uitgelegd -worden in den zin van: „Ziet gij wel, ik wist er niets van, ik ben -onschuldig!” - -Waarom toch die herhaalde betuiging van onschuld door iemand, wien -niets ten laste is gelegd? - -Behalve zichzelf heeft ook de heer Kooreman zich geroepen geacht de -koelie-ordonnantie te verdedigen. In plaats van de onpartijdige rol van -den beschouwer, den criticus, te aanvaarden, voelde hij zich geroepen -als tegenstander op te treden en mij te bestrijden. Dit, natuurlijk, -stond hem vrij. En ik ben hem er dankbaar voor. - -Ik meen toch te mogen aannemen, dat zoowat al het wapentuig, waarover -de voorvechters der koelie-ordonnantie kunnen beschikken, door den -Oud-Resident te voorschijn is gehaald en dat hij dezen keer zijn -zwaarste harnas heeft aangetrokken. Wel is het een zonderlinge ridder, -dien ons oog aanschouwt, met het „pro servitute” op zijn wapenschild. -En ook de geleende advocaten-toga, die de rusting omhult, verbetert -zijn figuur niet, daar zij den ridder blijkbaar ongewoon is en hij zich -er onhandig in beweegt. - -Het is juist door de rol van verdediger, die de heer Kooreman meende op -zich te moeten nemen, dat hij vervalt tot handigheden, welke den -rustigen toeschouwer spoedig ònhandigheden blijken en waardoor hij zijn -zaak meer kwaad dan goed heeft gedaan. - -Ziehier twee voorbeelden. - -Waar de heer Kooreman wijzen wil op de groote uitbreiding der -bestuurstaak, deelt hij ons mede dat er zich in de residentie Oostkust -van Sumatra in 1881 bevonden 16 ondernemingen, terwijl er tegenwoordig -139 tabaksondernemingen zijn, ongerekend 29 koffieondernemingen en 3 -petroleumondernemingen. Bij de beschouwing der gemaakte winsten spreekt -hij niet van ondernemingen, doch van maatschappijen. Van de 38 -maatschappijen, zegt de heer Kooreman, hebben dit jaar slechts 13 -dividend uitgekeerd. De argelooze toehoorder staat verbaasd over deze -verhouding, en meent, dat het den planters erg treurig gaat. Indien de -verhandelaar niet vergeten had erbij te zeggen, dat onder die 13 -dividend uitkeerende maatschappijen was de Deli-Maatschappij met 22 -ondernemingen, de Arendsburg met 6, de Amsterdam Deli-Cie met 4, enz., -dan zou de indruk heel anders en meer overeenkomstig de waarheid -geweest zijn. Men zou dan gezien hebben, dat slechts een klein deel en -niet het verreweg grootste deel, geen winst heeft opgeleverd. Dezen -indruk echter wenschte de heer Kooreman blijkbaar niet, vandaar zijn -eigenaardige voorstelling. - -Dit voorbeeld—hoewel teekenend voor ’s heeren Kooreman’s beschouwingen -in het algemeen—is nog zoo erg niet. Wij weten dat de oud-resident niet -verhandelt, maar verdedigt. En een weinig handigheid willen wij in zijn -pleidooi over het hoofd zien, al zullen wij niet nalaten den goochelaar -op de vingers te kijken. - -Het tweede voorbeeld—en dit is veel erger—is het overslaan bij de -mondelinge voordracht van wat wij in de gedrukte lezing vinden over het -sjoekoeliën. Ware het een bijzaak geweest, die de redenaar uit gebrek -aan tijd of om eenige andere reden had overgeslagen, ik zou er niets op -aan te merken hebben. Maar dit hoofdstuk mijner brochure, waarvan de -heer Kooreman in zijn gedrukte lezing moet erkennen, dat het in -hoofdzaak waar is, kan niet anders zijn voorbijgegaan dan met -bedoeling. En het schijnt mij dan ook toe, dat wij het alleen aan de -openhartige erkenning van deze terugstootende herwerving door den -Oud-Resident Scherer te danken hebben, dat thans de Oud-Resident -Kooreman het feit niet langer verheelt. Het is een hard woord, doch men -zou hier werkelijk aan de goede trouw van den verhandelaar moeten gaan -twijfelen. - -Ook schijnt het mij toe, dat waar de heer Kooreman er voortdurend op -terug komt, dat wat ik mededeelde, steeds zou zijn voorgevallen buiten -het eigenlijk Deli, waarop mijn brochure volgens den titel alleen -betrekking zou kunnen hebben, daar volgens het zeggen van den -Oud-Resident alleen de millioenen uit die streek komen—een bewering -wier onjuistheid terstond in het oog valt, wanneer men slechts aan de -petroleum-ondernemingen denkt—het schijnt mij toe, zeg ik, dat hier de -heer Kooreman den onnoozele speelt. Het kan hem toch niet onbekend -zijn, dat in de spreektaal gewoonlijk Deli voor de geheele Oostkust van -Sumatra genomen wordt. Ik ken hem ook voldoende begripsvermogen toe, om -te hebben opgemerkt, dat mijn brochure niet enkel over het landschap -Deli, doch over de geheele residentie handelt. Het lijkt mij, om de -waarheid te zeggen, kinderachtig toe uit den titel „De Millioenen uit -Deli” de gevolgtrekking te willen maken, dat ik alleen het landschap -van dien naam en niets anders bedoelde. Ieder zegt gemakshalve Deli, -waar hij het heele gewest wil aanduiden. - -Zoo doet o. a. ook de Oud-Resident Kooreman in zijn lezing van 22 -December 1902. - -Maar de kinderachtigheid der opmerking daargelaten, zij is nog onjuist -bovendien. - -Het geval, verhaald op blz. 31 mijner brochure, van de vrouw, die -vastgebonden werd en door den administrateur mishandeld, is wis en -degelijk gebeurd in het landschap Deli, en wel op de onderneming -Sempali van de Deli-Maatschappij, nog geen half uur rijdens van Medan, -dus bijna in het gezicht van het Residentiekantoor. - -Dit wist de heer Kooreman heel goed, en ik noem het oneerlijk, het -tegengestelde te beweren. - -Of bedoelt hij misschien een ander geval dan ik? Het zou zeker niet -onmogelijk zijn, hoewel ik het niet gelooven mag, waar de Oud-Resident -zoo pertinent beweert het geval te kennen. Het is trouwens onder zijn -bestuur voorgevallen. - -En dan het onderzoek bij de British-Deli? Zeker, ik geef toe, dat een -gedeelte der ondernemingen dezer maatschappij in Langkat ligt. Doch -doet dit wel iets ter zake? - -Trouwens al wat door den Oud-Resident Kooreman over het onderzoek bij -de British-Deli and Langkat Tobacco Cy. gezegd is, mangelt aan goede -trouw. De inlichtingen omtrent deze zaak had de correspondent van de -Java-Bode (C. de Coningh) van den man, die met het onderzoek belast is -geweest, den toenmaligen Assistent-Resident H. van der Steenstraten. En -de heer Kooreman zelf was toen Resident. - -Ik verwijs verder naar de verklaring hieromtrent door den heer C. de -Coningh op blz. 50. Hieruit zal men zien, dat de heer Kooreman geen -recht had, de voorstelling der feiten noch de getrokken conclusie -onjuist te noemen. - -Zou deze Oud-Resident in gemoede meenen, dat niet, zooals ik schreef, -indien het Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen -en grondig onderzoek er ergerlijker dingen voor den dag zouden komen? - -Ten slotte nog dit. Aan het einde zijner verhandeling schrijft de heer -Kooreman: „Integendeel geloof ik, dat uit zijn (Mr. van den Brands) -onjuiste, overdreven verhalen, uit zijn beschrijvingen van stelsels en -verhoudingen, welke niet bestaan, volgt, dat de toestanden in Deli -zeker bevredigend kunnen worden genoemd, al maken zich daar nu en dan -enkele personen schuldig aan daden, die door u evenals door mij ten -zeerste worden gelaakt.” - -Hoe kan ik deze uitspraak rijmen met wat de heer Kooreman betoogt op -blz. 4, 2de kolom zijner lezing: „De brochure (De Millioenen uit Deli) -bevat van af omslag tot slot een doorloopend betoog, dat er niets goeds -is in Deli [2], en daar toestanden bestaan zoo verdorven mogelijk. -Zulke toestanden laten zich uit den aard der zaak gemakkelijk -beschrijven, omdat de bewijzen als het ware voor het grijpen liggen.” - -Zeker, de bewijzen liggen voor het grijpen. En niemand, die dit beter -weet dan de heer Kooreman. Hij weet dan ook, dat ik werkelijk een greep -deed „in de veelheid der feiten”, dat ik mij niet bezig hield met het -binnenhalen van den oogst, doch slechts een ruikertje gaarde van -grafbloemen uit Deli. - - - -Toen de oude Kranenburg den jongeheer Hendrik Wildschut verweet, dat -zijn vader land van de armen gestolen had en zijn bewering zoodanig met -bewijzen staafde, dat Heintje de beschuldiging niet langer kon -ontkennen, sprak deze de gedenkwaardige woorden: „Al is het waar, dan -lieg je ’t nog.” - -Door de boudheid dezer bewering begonnen sommigen aan de -waarheidsliefde van den goeden Kranenburg te twijfelen. - -De heer Kooreman, de koelie-ordonnantie door dik en dun willende -verdedigen, meent per se mijn beweringen en feiten te moeten -tegenspreken of vergoelijken en volgt het voorbeeld van den jongen -Hendrik. - -Zal hij door de boudheid zijner tegenspraak denzelfden indruk teweeg -brengen? - -Niet met mijn toestemming. De stoutheid zijner bewering, de heftigheid -zijner apodictische tegenspraak zal mij niet overbluffen. Ik blijf er -bij, dat als iets waar is, het niet gelogen kan zijn. - -Ook in een der Indische bladen las ik de uitspraak „het is zoo en toch -is het niet zoo.” - -Laat ons echter bij den heer Kooreman voorloopig blijven en zien, -waarom mijn voorstellingen en gevolgtrekkingen onjuist zijn en in -hoeverre. - -Zooveel mogelijk volg ik zijn lezing op den voet. - -De heer Kooreman begon met te memoreeren, dat hij op 8 Januari 1901 in -het Indisch Genootschap een lezing hield over Delische toestanden, -waarbij hij in het bijzonder behandelde de rol, die het Bestuur en die -welke de ondernemers in de Delische maatschappij innemen. - -Ik herinner mij die lezing zeer goed. Niet dat ik er bij tegenwoordig -was—dan zou zij niet het eigenaardig verloop hebben gehad, dat zij -gehad heeft, n.l. dat niemand met den spreker in debat wenschte te -treden—doch ik las haar in extenso, naar ik meen, in beide plaatselijke -bladen van Medan. Het was bij die gelegenheid, dat de Oud-Resident, die -op de hoogte van de toestanden in zijn gewest behoorde te zijn, het -beruchte voorstel deed, den beheerders van ondernemingen politiemacht -te geven. - -Zou de heer Kooreman dat voorstel nog durven doen? - -Ik moet het veronderstellen, waar hij zegt thans een vervolg te geven -op die voordracht van 1901. - -Politiemacht aan de beheerders! Dat wil zeggen, aan menschen, wien -reeds over hun medemensch meer macht is gegeven, dan geoorloofd is, nog -die macht toe te staan, welke alleen aan de Overheid toekomt. Hoe het -mogelijk is, dat een gewezen Magistraat, die resident in Deli was, zulk -een gruwelijk voorstel deed, verklaar ik niet te kunnen begrijpen. - -Na zich op dit menschlievend antecedent te hebben beroepen, verwijt de -heer Kooreman mij, dat ik Deli schilderde met schrille kleuren, en -verzekert dat, indien mijne schilderingen de werkelijkheid weergaven, -ieder weldenkend mensch zou huiveren van verontwaardiging. - -Ik erken, dat ik niet in staat was de werkelijkheid weer te geven; dat -de kleuren, welke ik aanwendde, hoe schril ook, bleven beneden de -realiteit; dat ik niet in staat was, den weedom, de ellende uit te -drukken, die er spreekt uit het rondschrijven van den waarnemend -Assistent-Resident van Medan, dd. 5 Juni 1899, hetwelk ik opnam in mijn -brochure en dat ik hier laat overdrukken. - - - Aan - de Hoofdadministrateurs en Beheerders der - Landbouwondernemingen in de afdeeling Deli. - - - Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen. - Mohammedaansche en Hindoesche Klingen en Bengaleezen, als die der - Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de lijken der - contract-koelies niet overeenkomstig den adat worden begraven. - - Op de meeste ondernemingen zijn er zelfs geen stukken grond - gereserveerd tot begraafplaatsen voor de verschillende - volksstammen. - - Bovendien worden de meeste Chineezen ongekist ter aarde besteld en - hunne graven niet voorzien van een pitsjok of pisak (steenen - tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het - dorp of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene - afkomstig is). - - Aangezien nu: - - 1o. een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen - tablet plm. 25 cent kost. - 2o. er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen - sterven; en - 3o. de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie - stukken grond: - - a. voor het begraven van Mohammedanen (Javanen, - Soedaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen, - Bengaleezen). - b. voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe’s, Keh’s - of Hakka’s, Hailohong’s, Hokien’s, Makau’s, Kangsi’s, - etc.), en - c. voor het begraven of verbranden van Hindoe’s (Klingen - en Bengaleezen), - - van geen grooten omvang behoeven te wezen, zoo heb ik de eer, - UEdele beleefd in overweging te geven de bovenaangegeven drie - afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en) te willen - bepalen, zoo zulks nog niet is geschied—en elken overledene - overeenkomstig zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven, ten - einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet - te kwetsen en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde - der bovenbedoelde hoofden te geven. - - De wd. assistent-resident van Medan, - E. L. M. Kühr. - - Medan, 5 Juni 1899. - - - -Daarom heb ik van deze circulaire niets anders gezegd, dan dat ze -humaan was. Ik meende, dat dit rondschrijven, zonder meer, in staat zou -zijn het hart van den Lezer te treffen. Dit officieele stuk, in al zijn -soberheid, niet jagend naar eenig effect, behoefde geen commentaar. - -Zoo meende ik. - -Maar de Oud-Resident Kooreman, wiens plicht het zoovele jaren geweest -is, de inlandsche bevolking te beschermen tegen willekeur van de zijde -der Europeesche ingezetenen (art. 29 Instr.) hoorde dezen schreeuw der -ellende niet. De strijdkreet „Pro Servitute” klonk luider dan de gil -der menschelijkheid, die ’s ridders paard met de hoeven vertrad. - -Deze circulaire, evenmin als het terugstootende sjoekoeliën achtte de -verhandelaar een woord waardig. Wel achtte hij het de moeite waard, -zich te verdiepen in het vraagstuk, of het wel zoo erg is, een vrouw -ten bloede toe te geeselen, als zij toch nog loopen kan. - -Laat ik niet afdwalen. Wij zijn nog niet aan ’s Residenten -martel-casuistiek. - -De heer Kooreman verzekert ons, dat het niet in zijn plan ligt, het -gewest geheel te zuiveren van alle vlekken. Hij erkent, dat er -misstanden zijn, maar daarom zijn de wangedragingen van enkelen niet de -ondeugden van allen en wel nergens ter wereld is er een land zonder -misbruiken, waar misdrijven noch overtredingen voorkomen. - -Hier herinnert de spreker mij aan mijn huisbaas, die, nadat ik mij had -beklaagd, dat het overal doorregende, mij antwoordde: „kom, kom, het -lekt wel eens in ieder huis.” Zeker, dat doet het ook. Maar ik vind, -dat men in ieder geval een behoorlijk dak moet hebben. - - - -Alvorens verder te gaan, verzoek ik den vriendelijken Lezer verlof uit -te mogen gaan van de volgende stellingen: - - - a. De heer Kooreman kan behoorlijk lezen; - b. De brochure „De Millioenen uit Deli” kan door een middelmatig - Resident-in-ruste begrepen worden. - - -Mijn brochure begint met een inleiding, waarin in hoofdzaak een verslag -wordt gegeven van de vergadering der afdeeling Medan van den Indischen -Bond op Zaterdag 29 Maart 1902. Eerst krijgt men de rede van den heer -De Coningh. Deze beweerde, dat het koelie-systeem ter Oostkust van -Sumatra is „een vermomde en niet eens zwaar vermomde, zij het ook -tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap.” Wat geeft nu den heer -Kooreman het recht te beweren, dat ik dat gezegd heb? Ik, die juist op -den voorgrond heb gesteld, dat het mij niet deert, of die toestand al -of niet valt onder de rechtskundige definitie van slavernij (blz. 14 -Millioenen uit Deli). Wel doet het minder ter zake, daar ik gaarne de -beweringen van den heer De Coningh voor mijn rekening zou willen nemen. -Maar het teekent weer de wijze van optreden van den heer Kooreman, die -mij misschien straks nog de humoristische denkbeelden van den heer -Lefèbre in de schoenen schuift. - -De heer Kooreman zegt, dat deze bewering van den heer De Coningh (ik -verbeter) op geen enkel bewijs steunt, omdat door deze geen speciale -gevallen worden behandeld. - -Komaan. De heer De Coningh zegt: - -„Het is eenvoudig eene vermomde en niet eens een zwaar vermomde, zij -het ook tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap en vermoedelijk -zal wel niemand slavernij willen verdedigen, anders dan op -utiliteitsgronden ten behoeve van cultuur- of nijverheidsondernemers, -die, terecht of ten onrechte, meenen, hun bedrijf zonder slavernij niet -winstgevend te kunnen uitoefenen. - -Dat de koelies in onze Delische samenleving in de praktijk als slaven -beschouwd worden, daarvan zijn voorbeelden te over. - -Dat zij het ook in werkelijkheid zijn en ook van regeeringswege als -zoodanig beschouwd worden, blijkt uit de koelie-ordonnantie en uit de -model-werkcontracten, beide vastgesteld door den Gouverneur-Generaal. - -Wij vinden, bijvoorbeeld, in de koelie-ordonnantie in artikelen 9 en 10 -straffen van boete of tenarbeidstelling voor den kost zonder loon -bedreigd tegen desertie, tegen voortgezette weigering om te werken, -verregaande luiheid, dienstweigering en dergelijke. Allemaal zaken, die -een vrij werkman hoogstens zijne betrekking zouden kunnen kosten en -misschien eene civiele actie tot vergoeding van kosten, schaden en -interessen. - -Immers wij vinden in het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië -artikel 1239, luidende: - -„Alle verbindtenissen om iets te doen of niet te doen, worden opgelost -in vergoeding van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar -niet aan zijne verplichting voldoet.” - -Dit is dus het wetsartikel, dat toepasselijk zou zijn op een vrij -werkman, die inbreuk zou maken op een werkcontract. In de -koelie-ordonnantie wordt dit artikel eenvoudig op zij gezet en, zonder -nu te willen beoordeelen of de tegen de contract-koelies deswegen -bedreigde straffen zwaar of licht zijn, komt het mij voor, dat -rechtspreken buiten de wet om, die voor vrije menschen geldt, alleen -ten opzichte van slaven kan geschieden. - -Ook kan alleen een slaaf zich tegenover een particulieren werkgever aan -„desertie” schuldig maken. - -In artikel 11 der koelie-ordonnantie komt ’s koelies positie van slaaf -bijzonder duidelijk uit. Daar namelijk wordt onder meer straf bedreigd -tegen dengene, die een weggeloopen koelie huisvesting verleent. - -Dit huisvesting verleenen aan iemand, die van een particulieren -werkgever is weggeloopen kan, dunkt mij, alleen ten opzichte van een -slaaf een van overheidswege strafbaar feit opleveren. Het herinnert -levendig aan de dagen der Amerikaansche „underground railway.” - -Wie zal na de lezing dezer woorden durven beweren, dat de heer De -Coningh zijn stelling niet argumenteert en behoorlijk bewijst? - -De bewering van den heer Kooreman, dat art. 1239 van het Burg. Wetboek -van Ned.-Indië niet op inlanders toepasselijk is, verraadt ons -onmiddellijk den dilettant-jurist. - -Want zie, hoe wonderlijk het misschien den heer Kooreman in de ooren -klinke, wel is het Burgerlijk Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders -van toepassing in zijn geheel, doch speciaal dit artikel 1239 wel. - -Art. 75 al. 3 van het Regeerings-Reglement toch bepaalt: Behoudens de -gevallen.... waarin zich inlanders vrijwillig hebben onderworpen aan -het voor de Europeanen vastgestelde burgerlijke en handelsrecht, worden -door den inlandschen rechter toegepast de godsdienstige wetten, -instellingen en gebruiken der inlanders, voor zoover die niet in strijd -zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid en -rechtvaardigheid. - -Nu staat het vast, dat indien de godsdienstige wetten, instellingen en -gebruiken der inlanders gevangenisstraf medebrachten, wanneer de -schuldenaar bij een verbintenis om iets te doen of niet te doen niet -aan zijn verplichting voldeed, dit door den Rechter in strijd zou -worden geacht met de algemeen erkende beginselen van billijkheid en -rechtvaardigheid, en art. 1239 zou worden toegepast. - -Het zal dan ook in geheel Nederlandsch-Indië—behalve dan natuurlijk in -Deli—niemand in het hoofd komen, bij contractbreuk door een inlander, -iets anders van den Rechter te eischen dan vergoeding van kosten, -schaden en interessen. - -In Deli echter, en ziedaar weer een ontegensprekelijk bewijs, hoe de -ongeoorloofde verhouding van meester en dienaar den mensch -onbevattelijk maakt voor de meest elementaire rechtsbegrippen, kan men -zoo iets—en erger—verwachten. Een vermakelijk staaltje geeft ons Mr. R. -Z. Dannenbergh, de eerste gegradueerde Landraadspresident te Medan [3], -waar hij schrijft: - -„Kreeg ik dan ook aan het begin mijner werkzaamheid ter Sumatra’s -Oostkust van Europeanen wel eens brieven met het verzoek om Inlanders -of Vreemde Oosterlingen, die zoo brutaal waren geweest om tegen hen een -civiele actie in te stellen, eens flink te straffen, ik meen mij te -mogen vleien met de hoop, dat mijn vierjarige werkzaamheid aan -dergelijke wanbegrippen voor goed een einde zal hebben gemaakt.” - -Ik noemde dit staaltje vermakelijk, is het niet eigenlijk in-treurig en -staat het niet daar als een teeken ter waarschuwing, waarheen de -practijk der koelie-ordonnantie leidt? - -Verder verklaart de heer Kooreman zich te scharen aan de zijde van -Prof. Mr. G. A. van Hamel, die reeds in 1892—te onzaliger ure!—zijn -conclusies maakte. Die conclusies, zegt hij, zijn nog altijd juist en -verzekert, dat het stelsel der ordonnantie uit theoretisch en practisch -oogpunt beide uitnemend geslaagd is, ook omdat het—volgens prof. Van -Hamel—de zorg der Overheid zoo uitstekend verdeelt. - -Kijk, over dat laatste zou ik behalve den Amsterdamschen hoogleeraar -gaarne den koelie zelf eens willen hooren. Ik denk, dat die hartelijk -naar wisseling verlangt. - -Overigens ben ik het met den heer Kooreman en zijn geleerden voorganger -eens, dat het stelsel der koelie-ordonnantie uitnemend geslaagd is, en -op werkgever en werknemer beiden niet heeft nagelaten, dien -verderfelijken invloed uit te oefenen, welke te verwachten was. - -Het goede toch, dat in Deli wordt aangetroffen en waarop onze -Oud-Resident zoo trotsch gaat, is er gekomen niet door maar -niettegenstaande de koelie-ordonnantie. Niemand, om maar één voorbeeld -te noemen, behoeft te vreezen, dat de groote maatschappijen, wanneer de -koelie-ordonnantie werd opgeheven, over zouden gaan tot het afbreken -harer hospitalen en het ontslaan der doktoren. Het eigenbelang zou haar -voor het nemen van dergelijke onverstandige besluiten behoeden. -Hetzelfde argument geldt voor de huisvesting. En het beding, dat de -werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal gescheiden worden, -vervalt dat niet bij afschaffing der koelie-ordonnantie vanzelf? De -loonen kunnen niet geringer, de kortingen daarop voor het genoten -voorschot niet grooter. - -Trouwens de hoegrootheid van het loon wordt niet bij de -koelie-ordonnantie geregeld. Zelfs ging het Gouvernement niet in op een -voorstel, door den Resident Van der Steenstraten gedaan, om een -minimum-loon vast te stellen. Het sprak als zijn meening uit, dat het -loon niet aan de economische wet van vraag en aanbod mocht onttrokken -worden door ingrijping van de zijde van het Bestuur. Het schijnt mij -evenwel toe, dat juist de vaststelling van het minimum-loon een der -hoofdpunten behoort te zijn bij elke wettelijke regeling van den -arbeid. - -Hierop kom ik later terug bij de toelichting op het -concept-werkcontract, hetwelk ik binnen korten tijd hoop het licht te -doen zien. - - - -De heer Kooreman, zijn pleidooi voortzettende, wil niet beweren, dat de -Delische werkgevers het werkcontract nooit hebben misbruikt, b.v. om -hun werklieden te dwingen na het verstrijken van het contract in dienst -te blijven. - -Doch wat beteekenen zulke misbruiken? Zij bewijzen niets tegen de -ordonnantie zelve! - -Waartegen bewijzen deze misbruiken dan wel wat? Volgens den heer -Kooreman alleen iets tegen de menschelijke natuur, die onder welke -codificatie ook, tot het kwade geneigd is. Zonder de koelie-ordonnantie -zou echter dit schandelijk misbruik niet mogelijk zijn. Pleit dit niet -voor de wegneming van het euvel en tegen de voortduring van het bestaan -dier ordonnantie? - -Kom, kom, vergoelijkt de Oud-Resident, in Nederland komt wel de -zoogenaamde handel in blanke slavinnen voor, een vermomd -pandelingschap, zoo men wil. - -Meent de heer Kooreman werkelijk met zulke drogredenen zijn zaak te -kunnen goed praten? - - - -Na nog even den lof der koelie-ordonnantie te hebben gezongen, na te -hebben verklaard, dat zij goed is, omdat zij de zorg erkent van de -overheid voor de belangen van werkgever en werknemer beiden; na te -hebben gestaafd, dat geen van beide partijen zich heeft te beklagen -over gemis aan belangstelling van bestuurswege...... - -Volkomen met u eens, Resident, doch de aard der belangstelling lijkt -mij niet dezelfde. - -.... komt de Oud-Resident met een klacht. - -Een klacht, die, ik geef het grif toe, werkelijk gegrond is. Toch was -het wel het laatst uit den mond van een gewezen Indischen magistraat, -dat ik verwacht zou hebben haar te hooren. En ieder, die de -geheimzinnigheid kent, waarmede het Binnenlandsch Bestuur zijn daden -weet te omhullen, en de minachting waarmede opmerkingen in de pers door -de ambtenaarswereld plegen te worden begroet en behandeld—en zeker niet -het allerminst ter Oostkust van Sumatra—, zal met stomme verbazing -vernemen, dat de heer Kooreman zich beklaagt over het ontbreken eener -geprononceerde openbare meening in zijn oud gewest. - -Deze klacht zal vreugde en hoop storten in de harten van al wie -journalist is in Nederlandsch-Indië en zij zal zijn als de profetie van -een nieuwen dageraad voor de pers. - -Zoo ziet men, dat uit de koelie-ordonnantie zelfs iets goeds kan -geboren worden. - -Maar weet de heer Kooreman niet, waarom er in Deli van een openbare -meening, steeds wakker om de Overheid te waarschuwen, weinig of niets -valt te bespeuren? - -Welnu, dan wil ik hem, opdat hij zich niet wederom over mijn -stilzwijgen beklage, deze maal eens inlichten. - -Het is de vrees uit zijn betrekking ontslagen en nergens elders meer -aangenomen te worden, die iedereen doet zwijgen. - -En hiervan levert het bewijs de geschiedenis van den heer v. D., die op -reis zijnde van Asahan naar Deli onderweg aan den Resident Van der -Steenstraten het een en ander mededeelde van de toestanden op de -onderneming, waar hij het laatst gewerkt had. Deze mededeelingen hadden -een onderzoek en een strafzaak ten gevolge. Maar tevens was voor altijd -iedere betrekking voor den heer v. D. ter Oostkust gesloten. Lieden, -als de heer v. D. worden in den regel door het gewone publiek als -„verraders” beschouwd, en al verklaarde dan ook ter terechtzitting de -heer v. D., dat het niet in zijn bedoeling had gelegen, zijn vroegeren -chef in ongelegenheid te brengen, niemand was van hem gediend—men kan -nooit weten. - -Het ligt trouwens niet op den weg van den burger, de rol van aanbrenger -te spelen. Het opsporen van misdrijven is het werk van de politie en -het bestuur. Maar, zooals ik reeds in mijn brochure (blz. 24) zeide, de -opsporingsdienst in Deli is volstrekt onvoldoende. - -Na het voorgaande zal het niemand—en naar ik hoop ook den heer Kooreman -niet—verwonderen, dat het Bestuur in Deli, wat de opsporing van -misdrijven betreft, op eigen kracht moet steunen. Trouwens, het beroep -van aanbrenger is nergens in eere. - -Maar is de Oud-Resident wel geheel verantwoord, waar hij zich door de -afwezigheid eener publieke meening in Deli tracht te dekken? Ik geef -toe, dat er gedurende zijn bestuur in de plaatselijke bladen -betrekkelijk weinig over koelie-schandalen voorkwam. Doch mij dunkt, -dat de Resident ook wel andere couranten las dan juist de plaatselijke. -Heeft hij dan nooit gelezen, wat er zooal over Deli in de Javasche -bladen verscheen? Het is haast niet te veronderstellen. Want behalve in -de Java-Bode, waaruit ik bij het samenstellen mijner brochure -verschillende berichten overnam, bevatten van tijd tot tijd ook de -andere nieuwsbladen artikelen, die den Oud-Resident tot nadenken hadden -kunnen brengen en hem de oogen hadden moeten openen, indien hij had -willen zien. Het zou mij gemakkelijk vallen, de voorbeelden in „De -Millioenen uit Deli” te vertienvoudigen, doch ik wil met één uitknipsel -volstaan, daar ik meen, dat het voor mijn doel, de onbegrijpelijke -blindheid en onwetendheid van den heer Kooreman aan te toonen, -voldoende is. - -„Van Deli zijn hier ruim 40 mannelijke en vrouwelijke koelies -aangebracht, die zich in een deerniswaardigen toestand bevonden. Ze -waren doodarm, hadden een vieze plunje aan en waren door en door ziek. -Hoewel ze tot afschrik dienden voor anderen om zich niet als koelie -voor Deli te verbinden, vertrokken twee dagen later 41 mannen en 18 -vrouwen daarheen, die voor twee jaren een koelie-contract in het -Timbanglangkatsche hadden geteekend.” - -Aldus het Nieuw Bataviaasch Handelsblad van 19 Maart 1898. [4] - -Hoeveel is uit dit korte berichtje niet te leeren, vooral voor een -Resident, die hart heeft voor de inlandsche bevolking! - -Veertig Javanen, mannen en vrouwen, gaan terug. Terug uit Deli, uit het -land, waar de koelie-ordonnantie de beschermende hand uitstrekt over -den arbeider, uit het land overvloeiend van belangstelling in zijn lot -van bestuurswege, uit het land der zoo goed verdeelde -Gouvernements-zorg! - -En nu van zelf rijzen de vragen: Waarom gaan die menschen terug? Hoe is -het mogelijk, dat zij zich in een deerniswaardigen toestand bevinden? -Hoe kan kan het zijn, dat zij doodarm zijn en door en door ziek? Waarom -hebben zij zelfs geen voldoende kleeren aan het lijf? Zou het mogelijk -zijn, dat die koelie-ordonnantie toch theoretisch en practisch niet zoo -geheel voldoet? - -Aan den anderen kant, zoo overpeinst de ernstige bestuursman, hoe komt -het, dat niettegenstaande dit afschrikwekkend voorbeeld weer anderen -gereed staan, zich voor Deli te verkoopen? De Pembrita Betawi van 7 -April d. a. v. levert hem het antwoord, dat ik hier (vertaald) laat -volgen: - -„In het afgeloopen jaar zijn uit de residentie Bagelen alleen 1420 -menschen naar Deli gegaan, en er zijn nog veel Javanen uit die -residentie in den vreemde. Dit is wel een bewijs, dat er in die -residentie veel armoede heerscht. - -Och ja, ieder weet het, alleen de man die er voor betaald werd om het -te weten, wist het niet: armoede, nijpende armoede alleen en het -verlokkende voorschot, waardoor hij tijdelijk gered is, doen den Javaan -besluiten zijn ziel te verkoopen (zooals hij het noemt) en naar Deli te -gaan. En ieder—behalve weer de Oud-Resident—weet, dat onder de -inlandsche bevolking van Nederlandsch-Indië Deli als een hel bekend -staat. - -Mocht de heer Kooreman, die dit moeilijk zal kunnen aannemen, mij niet -gelooven op mijn woord, welnu ik verzoek hem het volgend berichtje te -willen lezen, dat ik knipte uit de Deli-Courant van 12 Januari 1903. - -Het voorbeeld is dus zeer recent. Hier is het: - -Men schrijft uit Batavia aan Het Centrum te Djokdjakarta: - -Niettegenstaande de Assistent-Resident van Soerakarta strenge -maatregelen heeft genomen, tot tegengang van den, destijds daar zoo -welig tierenden sluikhandel in Deli-koelies, blijft die plaats tot -heden toch nog een gemakkelijk en voordeelig exploitatie-terrein, voor -de wervers. - -Onder de contractanten, die hier dezer dagen aankwamen, waren twee -vrouwen, Bok Jati uit Paras (Solo) en Bok Saminah uit Moentilan, Kedoe, -die geweigerd hadden voor de bevoegde autoriteit te worden gebracht, -tot het sluiten van een zoogenaamd koelie-contract, omdat zij geenszins -van plan waren naar de buitenbezittingen te gaan. - -Bok Marto van Balapen (Solo), die haar heeft afgeleverd, verzekerde -haar onder schoone beloften, dat zij niet naar Deli gezonden zouden -worden, maar als kokki in dienst moesten komen bij een toewan aan de -kalibesar, door welke mededeeling zij gerust gesteld werden, en om haar -in dezen waan te bevestigen, moesten zij niet, evenals de andere -contractanten, met wie zij hierheen samen reisden, zich voorzien van -vergunning der respectievelijke regenten, maar konden zij zich behelpen -met soortgelijke stukken van twee contractvrouwen, die een maand te -voren aan de firma Soesman & Co. te Semarang waren gezonden, doch -afgekeurd werden wegens lichaamsgebreken. - -Deze twee vrouwen scharrelen hier nog dagelijks rond, in de hoop door -prostitutie wat geld bij elkaar te krijgen voor de kosten van de -terugreis naar hare kampongs. - -Op mijn aandringen om over deze schandelijke misleiding zich bij het -bestuur te beklagen, verklaren zij eenparig zulks niet te durven, en -wilden ze, zoo haar bedrijf niet zoo voordeelig is om daarmede -voldoende contanten te krijgen, desnoods te voet de terugreis -aanvaarden. Intusschen bewonder ik den moed van deze vrouwen, omdat -zoovelen vóór haar aldus verschalkt, door den bitteren nood gedwongen, -ten slotte buigen voor den onversaagden dwang van den rusteloozen -werver. - -Hierna geeft de heer Kooreman een geschiedkundig overzicht van de -ontwikkeling der residentie Oostkust van Sumatra. Het eenige, wat ons -hierdoor duidelijk wordt, is, dat de verhandelaar wenscht te -concludeeren, dat het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bij lange -niet tegenover Deli zijn plicht heeft gedaan, een conclusie, waarmede -ik mij geheel kan vereenigen. De heer Kooreman beklaagt zich terecht -over het feit, dat de Indische Regeering aan het Bestuur ter Oostkust -geen voldoende middelen gaf, om de ordonnantie te handhaven. Het gevolg -hiervan ligt voor de hand: misbruik van de zijde der machthebbers, i. -c. de planters. Dezen, geen voldoende hulp en steun kunnende vinden bij -het Gouvernement, waren verplicht het recht in eigen hand te nemen. Tot -welke uitspattingen dit—oogluikend toegestaan—privilegie moest leiden, -weet ieder, die eenigszins met Deli’s verleden op de hoogte is. - -Vandaar de ergernis bij velen over de houding van den heer Cremer, toen -hij minister was. Ieder moest verwachten, dat de man, die in de tijden -der grootste bandeloosheid zijn fortuin heeft gemaakt, in het gewest, -waarvan hij de ongeoorloofde verhoudingen zoo goed kende, voor goed -orde en regel zou hebben gevestigd. Een verwachting, waarin men -deerlijk is teleurgesteld. - -De bewering van den heer Kooreman, dat het Bestuur thans op elk gebied -den toestand meester is, kan ik evenwel niet onderschrijven, al voegt -hij er ook bij, dat het Bestuur „de middelen mist, om overeenkomstig de -eischen van elke geordende maatschappij in voldoende mate te voorkomen -misdrijven, overtredingen, ontduikingen, ook van de -koelie-ordonnantie.” Het hoofdstuk „Rechtspraak” mijner brochure zal -trouwens den onpartijdigen Lezer wel anders geleerd hebben. - -Een voorbeeld: Op het oogenblik, dat ik dit schrijf—11 Februari 1903—is -het nog geen week geleden, dat ik van een planter, met wien ik over -zaken correspondeerde, uit Britsch-Borneo bericht kreeg, dat hij in der -haast Deli had moeten verlaten, wegens een koelie-perkara. Wat de man -misdreven heeft, weet ik niet. Zijn overhaaste vlucht wijst echter niet -op een kleinigheid. In geen der beide plaatselijke bladen is hierover -iets te vinden. - -Dit bewijst: primo, dat het Bestuur niet alleen preventief machteloos -is; secundo, dat het beweren van den heer Kooreman, als zou in Deli -alles terstond ruchtbaar worden, niet op de werkelijkheid is gegrond. -In tegendeel, er is geen land ter wereld, waar beter gezwegen wordt dan -juist in Deli. Et pour cause! - -Van rechtsveiligheid, wat de Oud-Resident ook moge beweren, is in Deli -geen sprake. In dat opzicht hebben de Europeanen zich bijna even sterk -te beklagen als de inlanders. Ik zeg bijna, omdat den Europeaan, die -gerechtelijk vervolgd wordt, de middelen van getuigen-verduistering en -vlucht nog steeds ten dienste staan, den inlander bijna zonder -uitzondering niet. Pleegt dus een inlander een misdrijf, dan is er -kans—hoewel niet veel, met het oog op de geheel onvoldoende politie—dat -de schuldige gestraft wordt. Is de bedrijver een Europeaan, dan is het -zoo goed als zeker, dat de Gerechtigheid te kort schiet. De Europeaan -is dus eenigszins tegenover den inlander gedekt, omgekeerd niet. - - - -Wij zijn nu gekomen aan wat ik eenige bladz. vroeger de -martelcasuistiek van den heer Kooreman noemde. Deze dan, geheel in zijn -rol van verdediger opgaande, pleit voor de plegers der door mij -verhaalde gruwelen verzachtende omstandigheden. - -Naar de meening van den verdediger zou de politierol, die immers -bewaard wordt, ons inlichting kunnen geven over het geval van den -koetsier, die wegens liegen gestraft werd. Deze onnoozelheid zal wel -niemand willen slikken, daar ieder begrijpt, dat de betrokken -Magistraat de domheid niet zal hebben begaan, in de rol te boeken, dat -den man wegens liegen de straf werd opgelegd. Daar zal natuurlijk iets -anders genoemd zijn. - -Een hooggeplaatst ambtenaar te Medan deelde mij indertijd mede, hoe het -hem bekend was, dat een geheele rol valsch was opgemaakt: gefingeerde -getuigen, etc. De rol zou ten deze niet het minste bewijzen. Op het -verzoek van den heer Kooreman, er mee voor den dag te komen, moet ik -antwoorden als aan den Resident op blz. 11: „Alleen aan de Regeering -bij een door haar bevolen algemeen onderzoek en onder beding van -straffeloosheid van den betrokkene, wil ik mededeeling doen.” - -De lezing, die de heer Kooreman geeft van het geval der mishandelde -vrouw (blz. 29 der brochure) en welke hij zegt te hebben van den pas -teruggekeerden resident Van der Steenstraaten verschilt aanmerkelijk -van hetgeen ik gehoord heb. Toch meen ik de lezing van mijn -berichtgever voorloopig te moeten vertrouwen. Het schijnt mij n. l. -toe, dat de heer Van der Steenstraaten zijn voorstelling van zaken pas -opgedaan heeft na zijn terugkeer in Holland. Immers zou hij, indien het -geval hem was gerapporteerd, toen hij nog in functie was, zeker de zaak -hebben vervolgd en zou dan minstens de huishoudster, als hoofddaderes, -zijn gestraft. Een feit is echter, zooals ik reeds mededeelde, dat het -Bestuur in Deli niets van de zaak wist op het oogenblik, dat mijn -brochure het licht zag. Waarom kwam de Assistent-Resident anders bij -mij om inlichting? Een andere vraag is, of het gemakkelijk zal zijn, de -geheele waarheid aan het licht te brengen. - -Waarom ik het geval der vijf afgeranselde Chineesche wegloopers, die ik -zelf gezien heb in al hun ellende, niet aan de overheid mededeelde? -Eenvoudig omdat ik de gast was van den bedrijver dezer wreedheid, toen -ik toevallig de ongelukkigen ontdekte. Ik ging nl. de droogschuur in, -waar zij lagen, omdat ik de stem van mijn gastheer hoorde, dien ik -zocht. Ik achtte mij niet geroepen, den man te verraden, en ik geloof, -dat wel niemand in mijn geval anders zou hebben gehandeld. - -Bij het volgende geval—de mishandeling eener vrouw door den beheerder -eener onderneming—vindt de heer Kooreman mijn uitdrukking „het was -afgrijselijk” niet gewettigd, daar die vrouw nog in staat was naar den -controleur te loopen, nadat zij de mishandeling had ondergaan. Ik voor -mij vind het slaan eener vrouw op zich zelf reeds afgrijselijk, en -zeker in dit geval, waarbij de billen een vuile, vieze, etterige en -bloederige massa vertoonden, al zij het ook waar, dat de mishandelde -nog in staat is geweest, zich naar den controleur te slepen. De heer -Kooreman moge zoo iets de allergewoonste zaak ter wereld vinden, mij en -anderen lijkt zij afschuwelijk. - -Het volgende, de beschrijving van den toestand in een hospitaal in -Serdang, is niet van mij. Ik nam het over uit de Java-Bode. Ik geloof -echter niet, dat al ware deze beschrijving, gelijk de heer Kooreman -beweert, op effect berekend, dit gebrek in den stijl de schandelijkheid -der toestanden wegneemt. Want, op effect berekend of niet, de -beschrijving is, wat de feiten betreft, der waarheid getrouw. - -De overige gevallen worden door den heer Kooreman zonder meer erkend -als te zijn geschied of zijn reeds door mij besproken, behalve het -geval op blz. 52 mijner brochure vermeld, waarvan de heer Kooreman -zegt, dat het niet geheel waar kan zijn, omdat volgens het werkcontract -de vrouwen ook recht hebben op loon voor de dagen, dat zij niet werken, -het geval van ziekte gedurende meer dan dertig dagen uitgezonderd. Hoe -komt de heer Kooreman hierbij? Hij leze het model-contract voor de -Javaansche vrouwen op blz. 66 mijner brochure eens na! Doch al ware het -zoo als hij meent, zou het een onmogelijkheid zijn, dat de -administrateur zich niet aan de bepaling van het contract gehouden had? -Trouwens, ik heb het verhaal van den assistent, die er den beheerder -een opmerking over maakte. - - - -Doet het echter veel af of toe, of er misschien kleine fouten schuilden -in de verhalen, die door mij werden gedaan? Het blijkt toch ten -duidelijkste, dat de kern van alles wat ik mededeelde waar was, en -waarom zouden nu, waar de voorstelling der zaken door den Oud-Resident -en die door mij slechts in de details verschillen, de inlichtingen -omtrent die bijzaken door den Resident ontvangen steeds juist moeten -zijn en die, welke ik ontving, onjuist? - -Zie, als ik op blz. 6, 2de kolom van de lezing, zooals die in het -bijvoegsel van de Deli-Courant te vinden is, lees, dat „men op Java de -ringgit boeroeng of Mexicaansche dollar even goed kent als de ringgit -kompenie of rijksdaalder”, dan moet ik gelooven, dat er onder de -hoofden in de Preanger, aan wie de heer Kooreman zegt deze enormiteit -te ontleenen, veel grappenmakers gevonden worden, die het zelfs wagen, -een loopje met een Resident te nemen. - -Daarom, zoolang ik nog geen betere tegenbewijzen heb dan loutere -verzekeringen van een bestrijder, wiens goede trouw niet geheel buiten -verdenking is, blijf ik bij de door mij gegeven détails. Intusschen -dank ik den heer Kooreman voor zijn erkenning der feiten. - - - -Aan deze gruwel-casuistiek des heeren Kooreman sluit zich heel -geleidelijk aan, wat hij over de Javaansche vrouwen en haar loonen -meent te moeten verkondigen. Zoo beweert de Oud-Resident, dat het werk -der vrouwen, in onkruid wieden, wormen zoeken, vegen, het aanleggen der -kweekbedden en dergelijk licht werk bestaat. Indien hij gezegd had, dat -het in deze bezigheden behoorde te bestaan, zou ik hem om zijn -menschlievendheid hebben geprezen, evenzeer als ik den heer Kooreman nu -laken moet over zijn gebrek aan waarheidsliefde, of—indien hij -werkelijk niet beter weet—over zijn gebrek aan wetenschap. Een feit -toch is het, dat men herhaaldelijk vrouwen ziet gebezigd voor werk, -waar in Nederland polderjongens voor worden gebezigd. Grint uit de -rivier baggeren, steenen kloppen, beertonnen van Chineezen wegdragen en -leegen, e. d. zijn werkzaamheden, welke, behalve de door den heer -Kooreman genoemde, aan de vrouwen worden opgedragen. Ook stemt het niet -met de waarheid overeen, waar de Oud-Resident beweert, dat van de -ongehuwde vrouwen niets tot aanzuivering van het voorschot wordt -gekort. - -Dat de heer Kooreman het met de waarheid zoo nauw niet neemt, blijkt o. -m. hieruit, dat hij zijn hoorders tracht wijs te maken, dat de sedert -een paar jaar bestaande loonsverhooging van 6 op 7 dollars voor een man -en van 3 op 4½ dollar voor een vrouw, het nadeelig verschil van den -dollarkoers vergoedt. Deze loonsverhooging dateert van ongeveer Juli -1902, dus ruim een half jaar, en is waarschijnlijk een gevolg van de -vergadering van den Indischen Bond van 29 Maart 1902, waar op het lage -peil der loonen gewezen was. De loonsverhooging der vrouwen in Serdang, -wier loonen met 1 dollar per maand op verzoek van den tegenwoordigen -Resident door de planters verhoogd zijn, dateert van 1 Januari 1903, en -ik meen te mogen gelooven, dat zij te danken is aan den invloed mijner -brochure. - -Van deze dingen vindt men in de plaatselijke bladen niets vermeld. -Zelfs zulke zaken, waarover men zich betrekkelijker wijze gesproken -niet behoeft te schamen, worden verzwegen. De planters haten—en met -reden—alles wat naar publiciteit zweemt. In geheimzinnigheid doen de -administraties der ondernemingen niet onder voor de ambtenaren van het -Binnenlandsch Bestuur. - -De conclusie van den heer Kooreman is, dat de ongehuwde vrouw, als zij -dat wil, best kan rondkomen en zich voldoende kleeden, zonder dat zij -zich behoeft te prostitueeren. - -In deze meening staat de Oud-Resident te midden van al zijn -bondgenooten alleen: al de anderen erkennen ten minste eerlijk, dat de -loonen dezer vrouwen te laag zijn. Zelfs doet dat de Sumatra Post in -haar door den heer Kooreman aangehaald hoofdartikel van 27 November -j.l. Maar de Oud-Resident, zich, zooals ik reeds opmerkte, beschuldigd -wanende, tracht zich schoon te wasschen, en zijn systeem van -verdediging brengt mede, zoo weinig mogelijk te erkennen en zooveel -mogelijk te ontkennen of te vergoelijken. - - - -Evenals de serviliteit der planters voor de ambtenaren B. B., bestaat -volgens den heer Kooreman het toetoepstelsel geheel in mijn verbeelding -(blz. 7, 2de kolom). Twee alinea’s verder erkent hij het echter -volmondig voor zoover de zoogenaamde klapzaken betreft, hoewel onder -het voorbehoud, dat in de laatste jaren van het toetoepen van zaken -geen sprake meer was. Daarover heb ik een geheel andere meening en -blijf er bij, dat in de laatste jaren herhaaldelijk zaken getoetoept -zijn. Deze zaken betroffen niet alleen klapzaken, doch ook -verduistering, oplichting, misbruik van vertrouwen, zware mishandeling -e. d. Het ligt, ik herhaal het nogmaals, niet op mijn weg de namen der -betrokkenen bekend te maken en ik ben alleen op de bekende voorwaarden -geneigd, mijn beschuldigingen te staven. Trouwens, wie, die slechts een -kennis heeft, die in Deli geweest is, heeft wel nooit van dat toetoepen -vernomen? Het feit is in Nederland bijna even goed bekend als hier. - -De heer Kooreman echter weet er niets van. Welnu, er zijn zooveel -dingen in Deli, die de heer Kooreman zegt niet te weten, dat ook dit er -gerust bij kan. Zijn blindheid bewijst niets tegen anderen, die hun -oogen open hadden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik, uitdrukkelijk -te verzekeren, dat het in „De Millioenen uit Deli” aangehaalde -voorbeeld van de laatste residents-vendutie in de verte niet de -bedoeling had, een smet te werpen op het karakter van den Oud-Resident -Van der Steenstraten. Mijn bedoeling was, zooals ik op blz. 19 dier -brochure reeds zeide, uit te doen komen de drie groepen, welke belang -hebben bij slapheid van bestuur en het slapen der Justitie: de -inlandsche Vorsten, de Chineesche hoofden, de planters. De hooge -prijzen op zoo’n vendutie besteed, dienen dan ook vaak om te laten -zien, wat de opvolger verwachten mag, indien zijn opvatting van zijn -taak in overeenstemming zal blijken te zijn met die der -belanghebbenden. - - - -Nu blijven er nog enkele zaken, waarover weinig te argumenteeren valt, -en waarbij men door heen en weer geschrijf niet veel verder komt dan -kijvende jongens met hun „’t is wellis” en „’t is nietis.” Zoo zeg ik -b. v. dat de planters tegenover de ambtenaren B. B. serviel zijn, de -heer Kooreman spreekt ervan, dat de ambtenaren ter Oostkust „hoog -staan” bij de planters en door hen „geacht worden”, wat hieraan is te -wijten (sic), dat zij hen dagelijks onvermoeid bezig zien in het zoo -nauwgezet mogelijk vervullen hunner plichten. - -Zoo is de Oud-Resident (blz. 6, 2de kolom) hoogelijk er mede ingenomen, -dat de Chineesche hoofden de bezitters zijn van de publieke huizen, en -deelt hij dus blijkbaar mijn verontwaardiging niet, dat in den Landraad -als Rechters deze menschen zitting hebben [5]. Ook zal het hem dus niet -ergeren, dat de hoogste ambtenaren met hunne dames bij dergelijke -bordeelbezitters visites maken en op receptie gaan, iets, laat ik dit -er ter verontschuldiging bijvoegen, waartoe zij wel officieel zijn -gedwongen, daar immers deze lieden Chineesche Hoofden zijn en dus -ambtenaren van het Gouvernement. - -Zoo is het mij onbegrijpelijk, hoe de heer Kooreman in zijn conclusie -de toestanden in Deli „zeker bevredigend” kan noemen, waar hij op blz. -7 spreekt van de „werkliedenkoloniën, zonder wettig dagelijksch bestuur -en in den regel zonder politie.” - -Ook zouden er nog grootere en kleinere vergissingen en -tegenstrijdigheden, die echter het hart der zaak niet raken, zijn aan -te toonen in de verdediging van den heer Kooreman. Ik wil mij daar -evenwel niet mee bezig houden. Mijn doel was—en ik meen het bereikt te -hebben—aan te toonen, dat de in „De Millioenen uit Deli” sluimerende -gevolgtrekking onaangetast is gebleven: - -DE EERE GODS EN DIE VAN NEDERLAND EISCHT EEN ONMIDDELLIJK EN KRACHTIG -INGRIJPEN DOOR DE REGEERING TOT VESTIGING IN DELI VAN DIE ORDE EN -REGEL, ALS ALLEEN VEREENIGBAAR ZIJN MET DE GRONDSLAGEN VAN EEN -CHRISTELIJKEN STAAT. - - - - -Hiermede zou ik kunnen sluiten, ware het niet, dat ik de aandacht van -den Lezer nog wenschte in te roepen ter opheldering van een persoonlijk -feit. Ik ben die opheldering den heer Kooreman en mijzelf verplicht en -geef ze, hoewel ongaarne, openhartig. - -Behalve de algemeene klacht over gebrek aan publieke opinie in Deli, -meent de heer Kooreman speciaal drie personen ter verantwoording te -moeten roepen, die nagelaten hebben de overheid, die immers zoo gaarne -zou hebben geluisterd, hun ondervinding mede te deelen. - -Deze drie nalatigen zijn: Dr. Tschudnowsky, geneesheer van de -Arendsburg-Maatschappij, die zijn beweerde ervaringen als Delisch -dokter geheim heeft gehouden, om er later in Europa een -sensatiewekkende verhandeling over te schrijven; de Nederlandsche -geleerde, vermeld op blz. 26 van „De Millioenen uit Deli” en de -schrijver dier brochure. De heer Kooreman vraagt, waarom geen van die -drie hem, toen hij resident was, met zijn bevindingen in kennis heeft -gesteld. De redenen, welke Dr. Tschudnowsky, wiens persoon noch -verhandeling mij bekend zijn, en den Nederlandschen geleerde, wiens -naam mij zelfs onbekend is, hebben bewogen tegenover den Resident -Kooreman te zwijgen, kan ik niet beoordeelen. Maar nu hij mij zoo -uitdrukkelijk vraagt, waarom ik niet tot hem gesproken heb, wil ik hem -de reden onomwonden zeggen. - -Het was op een avond in de maand October 1897—ik was pas te Medan -gevestigd en woonde nog in het Medan-hôtel—, dat ik na den eten, dus -ongeveer negen uur half tien, zat te lezen op de voorgalerij van mijn -kamer. De krees (rieten valgordijnen) waren neergelaten en alles was -doodstil. Daar werd er tegen een der houten pilaren bij de trap, die -toegang tot de galerij gaf, geklopt. „Binnen!” riep ik, meenende dat -een der gasten van het hôtel mij kwam opzoeken, om den bekenden -Indischen „boom” te komen opzetten. Ik kreeg geen antwoord, doch het -kloppen werd herhaald. „Sapa?” riep ik nu, een inlander met een -boodschap vermoedend. Daar werd de kree een weinig opgelicht, en een -Maleier schoof naar binnen, gevolgd door een tweeden, een derden, een -vierden, een vijfden, een zesden, een zevenden! Om de waarheid te -zeggen, voelde ik mij niet geheel op mijn gemak, doch toen ik ze allen -op een rijtje langs de lambrizeering zag neerhurken, werd ik omtrent -hun bedoelingen gerust gesteld. Na een paar inleidende vragen, deelde -mij de woordvoerder in keurig zoogenaamd Hoog-Maleisch—ik herinner mij -dat, omdat dit de eerste maal was, dat ik die taal hoorde spreken—mede, -wat hen tot mij bracht. Hij dischte mij een verhaal op, zóó echt iets -uit een boek en voor mij, die pas van Java kwam, zóó onwaarschijnlijk, -dat ik het niet kon gelooven. Ik beloofde echter, de zaak te zullen -onderzoeken en vroeg hen over twee dagen, doch ’s ochtends, terug te -komen. Overdag dorsten zij niet, zeiden zij, en daar ik de geschiedenis -romantisch begon te vinden—ik herhaal, dat ik er niets van -geloofde—bepaalde ik het uur van samenkomst op den volgenden avond om -denzelfden tijd. - -Den volgenden dag onderzocht ik de zaak en bevond, dat mijn nachtelijke -bezoekers de waarheid hadden gesproken. Ziehier het verhaal, dat zij -mij gedaan hadden, aangevuld met wat mij later bij de behandeling der -zaak is gebleken, en het verloop dat zij had. - -Dicht bij Medan is een renbaan, gewoonlijk racebaan genoemd, waar twee -maal per jaar paarden-wedstrijden worden gehouden, ook weer betiteld -met den Engelschen naam races. Dicht bij deze baan waren door eenige -Maleiers—mijn bezoekers—huizen gebouwd. Zij hadden daartoe het -erfpachtsrecht op een stuk grond, aan het terrein van de renbaan -grenzende, behoorlijk van den eenigen grondeigenaar in Deli, den -Sulthan, gekocht en betaald. Vervolgens hadden zij, gelijk ik reeds -zeide, op de hun in erfpacht afgestane terreinen huizen gebouwd en die -betrokken, terwijl zij op het overschietende terrein aanplanting van -vrucht- en sierboomen hadden gemaakt. Op een goeden dag—datums weet ik -natuurlijk niet—werd hun door den aspirant-controleur van Medan -aangezegd, dat zij daar niet wonen mochten, hun huizen en stallen -moesten afbreken en verhuizen. De reden waarom werd hun niet -medegedeeld; het was eenvoudig een prentah-companie (bevel van het -Bestuur) De eigenaars maakten—zeer natuurlijk—geen haast om aan dat -bevel te voldoen. Zij bepraatten de zaak wat onder elkander en besloten -te blijven, waar zij waren, en den loop der dingen af te wachten. -Nogmaals kregen zij bezoek van denzelfden aspirant-controleur, die -hetzelfde bevel, doch nu nog nadrukkelijker, overbracht. De eigenaars -bepraatten wederom de zaak en besloten weer te blijven zitten. Zulke -brutale rakkers! - -Na verloop van eenigen tijd kregen zij bevel voor den karapatan te -verschijnen. De karapatan is de inheemsche rechtbank, voorgezeten door -den Sulthan, waarbij de Magistraat van Medan zitting heeft als -adviseerend lid. Hier werd hun medegedeeld, dat zij hun terrein hadden -te ontruimen en de daarop gebouwde woningen en stallingen moesten -afbreken. Of zij geen schadevergoeding zouden krijgen, vroegen de -eigenaars. Neen, daarvan was geen sprake, zij hadden te verhuizen -zonder meer, zij mochten daar niet wonen. Zij moesten al wat zij -gebouwd hadden afbreken, mochten de afbraak houden, maar -schadevergoeding—daarvan kon geen sprake zijn. - -De eigenaars gingen diep mistroostig weg, hielden weer een koempoelan -(vergadering), overlegden de zaak nog eens rijpelijk en—bleven weer -zitten. ’t Was ongehoord, zoo’n lijdelijk verzet, als je ook steeds van -die inlanders hebt! Weer kwam een oproeping vanwege den karapatan en -weer trokken de eigenaars er heen. Waarom zij nog niet verhuisd waren? -Ja, zij wisten nog niet recht, hoeveel karoegian (schadevergoeding) zij -kregen. Karoegian, geen cent! Dat wisten zij heel goed. En als zij het -nog niet wisten, dan werd het hun nu eens en voor altijd gezegd. Zij -moesten verhuizen, pur et simple, want zij mochten daar niet wonen en -daarmee uit. Van schadevergoeding was geen sprake, maar de karapatan -wou dezen keer mild en zachtmoedig zijn, de afbraak mochten zij houden. -En om nu voor goed aan hun praatjes en lijdelijk verzet een einde te -maken, werd hun medegedeeld, dat indien zij niet vrijwillig aan het -bevel voldeden, de Sulthan oppassers (politie-agenten) en -dwangarbeiders zou zenden, om den heelen boel tegen den grond te halen. - -De eigenaars zagen in, dat de zaak ernstig begon te worden. Een van -hen, de vendu-afslager Mangaradja Tagor, op wiens naam de erfpachtsacte -stond, sprak er met den vendumeester, den heer Van den Berg, over. Hij -had hem er al meer over gesproken en toen weinig baat er bij gevonden, -maar men kan nooit weten, misschien wist hij nu wel raad. En werkelijk, -de vendumeester wist raad, of eigenlijk hij zelf niet; maar, zei hij, -er is hier een advocaat—een echte, een Meester—gekomen. Die woonde in -het Medan-hôtel. Ze moesten dien maar eens raadplegen. Maar mondje-toe, -dat hij dien raad gegeven had [6]. - -Vandaar het nachtelijk bezoek. - -Toen uit de inlichtingen, die ik den volgenden morgen inwon bij den -heer Van den Berg—want Tagor had mij verteld, dat zijn chef van de zaak -alles afwist—mij bleek, dat er grond bestond om aan het verhaal der -eigenaars geloof te slaan, begaf ik mij, gewapend met de erfpachtsacte, -in Deli gewoonlijk grand genaamd, naar den Resident en lei hem het -geval voor. - -Het geheele gesprek, dat volgde, weer te geven, kan ik natuurlijk niet. -Het zakelijke, dat verhandeld werd, komt hierop neer: De Resident kende -de zaak, doch liet het mij voorkomen, of het de wensch van den Sulthan -was, dat de eigenaars daar niet wonen bleven. Als ik mij niet vergis, -beweerde hij, dat deze grond niet met woningen bebouwd mocht worden, -daar de Sulthan die voor rijstvelden beschikbaar wilde houden voor de -inheemsche bevolking. [Later zullen wij vernemen, wat de werkelijke -reden voor de geëischte ontruiming was]. Ik wees den Resident erop, dat -het erfpachtsrecht toch behoorlijk gekocht en betaald was, en dat die -ontruiming zonder meer maar niet zoo maar kon plaats grijpen. De -Resident meende, dat dit zaken waren het inlandsch zelfbestuur rakend. -Ik bracht hem onder het oog, dat onder de verschillende eigenaren -zoogenaamde Gouvernementsonderdanen [7] waren en dat de erfpachtsacte -stond ten name van Mangaradja Tagor, venduafslager, in dienst van het -Ned.-Indisch Gouvernement. Dat deze dus niets met den Sulthan en den -karapatan te maken had en dat wanneer de Sulthan de terreinen wilde -doen ontruimen, Z. H. een vordering deswegen kon instellen bij den -Landraad. De Resident was dit niet met mij eens en wou er zich niet mee -bemoeien, uit vrees voor politieke verwikkelingen!! - -Ten slotte kwamen wij overeen, dat ik de zaak verder zou behandelen met -den Controleur, die ook met den Sulthan zou spreken en den Resident -inlichten. Ik sprak dan ook met den controleur en lei hem de zaak -bloot. Deze was een eerlijk man en min of meer met zijn figuur en de -heele affaire trouwens, die hij kende, verlegen. - -De onderhandelingen schoten niet erg op, daar ik bleef staan op den -billijken eisch: algeheele schadevergoeding. Wie schetst echter mijn -verbazing, toen op zekeren morgen, dat ik naar den Landraad ging, de -controleur mij aansprak, en zei, dat de Sulthan van geen -schadevergoeding wou weten en over twee dagen de huizen door -politieoppassers zou doen ontruimen en laten afbreken. - -Geschiedt dat met toestemming van den resident, vroeg ik. - -Ja, antwoordde de controleur, ik kom juist bij hem vandaan en heb in -last u dit mede te deelen. - -Nu, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik de eigenaars zich laten wapenen -en dat de huizen verdedigd zullen worden. Maar ook, dat zoodra de -oppassers van den Sulthan komen, ik telegrafisch den Resident zal -aanklagen bij den Gouverneur-Generaal. - -En ik deed wat ik gezegd had. Ik riep de eigenaars des avonds te zamen, -vertelde hun hoe de zaak stond en raadde hen zich te wapenen en hun -goed tegen den aanval van wie dan ook te verdedigen. - -Ik zal niet zeggen, dat die raad in alle opzichten goed was. Maar ik -vermoedde, dat de Resident blufte en dat hij zich wel wachten zou, het -zóó ver te laten komen. Ik wist natuurlijk, dat indien het werkelijk -tot een handgemeen kwam, de eigenaars en ik zelf in moeielijkheden -zouden komen. Aan den anderen kant stond, dat indien de zaak onderzocht -werd, de Resident verloren zou zijn. Hier steunde de Resident zóó -blijkbaar het onrecht, ja handelde zoo geheel tegen zijn eersten -plicht, den inlander te beschermen tegen knevelarij en misbruik van -gezag, dat ik niet vreesde, of hij zou voor de gevolgen terug deinzen. - -De Sulthan heeft dan ook nooit zijn oppassers gezonden. Wel kreeg ik -van den controleur bericht, dat den daaropvolgenden Zaterdag de zaak in -den karapatan zou worden behandeld. Hier verklaarde ik namens de -eigenaars, den karapatan niet als rechter in dit geschil te kunnen -erkennen, doch wel geneigd te zijn, op den grond van behoorlijke -schadevergoeding in een minnelijke schikking te treden. - -En de zaak werd in der minne bijgelegd. [8] - -Later ben ik pas te weten gekomen, wat aan de heele zaak ten grondslag -lag. De Nieuwe Deli Race club, die haar paarden op de boven besproken -renbaan bij Medan laat loopen, had den Sulthan die ontruiming verzocht. -Er waren n.l. onder de eigenaars der woningen ook rijtuigverhuurders en -men was bang voor mogelijke besmetting der renpaarden, indien zich een -ziek paard in de stallen der eigenaars mocht bevinden. In de notulen -der raceclub moet hierover nog wel het een en ander te vinden zijn. - -De voorzitter van de raceclub was de secretaris van het Gewest. -Verschillende bestuursambtenaren, waaronder ook de Resident, hadden de -zoogenaamde B. B. Kongsie gevormd en lieten paarden loopen. En nu moge -men mij duizendmaal verwijten, dat ik insinueer, doch ik kan niet -nalaten tusschen deze feiten en de houding van den Resident in deze -zaak verband te zoeken. - -Tot nog toe groeit er op de betwiste gronden geen rijst. - -De huizen zijn trouwens nooit afgebroken. De Sulthan heeft de erfpacht -weer verkocht aan een ander voor drieduizend dollar. - - - -De ondervinding door mij in deze zaak opgedaan, moedigde mij niet aan, -met den Resident over koelietoestanden te gaan praten, evenmin als over -andere zaken, die naar mijn inzien indruischten tegen het Recht. Waar -mogelijk, sloeg ik steeds, zonder voorafgaande pourparlers, de weg van -rechten in en verkoos te vechten, waar minnelijke besprekingen toch -niet zouden baten. Trouwens, hoe kon ik vermoeden, dat het Hoofd van -het Gewest zooveel minder zou weten dan ik? Het kwam mij niet in het -hoofd, mij te verbeelden, dat ik meer van de feitelijke toestanden af -zou weten dan de Resident. En nog sta ik er verbaasd van, dat wat drie -eenvoudige burgers—een dokter, een geleerde en een advocaat—binnen -betrekkelijk korten tijd opmerkten, een voortdurend geheim is gebleven -voor den man, die gecenseerd werd op de hoogte te zijn. Het beroep van -den Oud-Resident Kooreman op zijn niet-weten is een testimonium -paupertatis, zich zelf uitgereikt, en tevens het tegengestelde van een -loftuiting aan zijn vroegere ondergeschikten, die hem—zooals de -Oud-Resident zegt—dergelijke dingen nooit rapporteerden. - -Laat ons hopen, dat het tegenwoordig Bestuur zijn oogen wat beter open -zal hebben. - - - Medan, 29 Januari 1903. - - Den Heer Mr. J. van den Brand, - Medan. - - Geachte Heer! - - Naar ik zie uit het verslag van „Omega” in de Sumatra-post over de - rede van den oud-resident Kooreman, gehouden in de Vereeniging - „Moederland en Koloniën” te ’s-Gravenhage, zoude deze heer daar o. - m. gezegd hebben: „En dan de questie van den heer Tripp en de - British-Deli (blz. 35 en volgende). De voorstelling van de feiten - en de conclusie zijn weer onjuist.” - - Indien dit verslag het door den heer Kooreman gesprokene juist - weêrgeeft, komt het mij voor dat deze heer, met volmaakt gemis aan - goede trouw, om het door U behandelde en bedoelde heeft - heengepraat. - - Immers U begint: „Wat er voor den dag zou komen, indien het - Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen en - grondig onderzoek, leert ons de geschiedenis van den heer Tripp en - de British-Deli and Langkat Tobacco Company.” Het door U uit mijne - correspondentie in de Java-bode van 10 Juli 1899 geciteerde - eindigt: „Dat de directie der British-Deli zou overgaan tot eene - klacht wegens laster tegen den heer Tripp, acht ik niet - waarschijnlijk, daar zij wel zal denken aan het spreekwoord, dat - ons leert dat er sommige stoffen zijn, die hoe meer men er in - roert, een des te onaangenamer geur verspreiden. Al ware ook te - bewijzen, dat elk woord van den heer Tripp een leugen geweest was, - dan zijn hier toch altijd nog de verslagen der terechtzittingen, - die dan voor den dag zouden komen en waaruit minder mooie dingen - zouden blijken. Klachten over geknoei met de uitbetaling van het - loon; vervolging van een administrateur wegens mishandeling, - waarbij de klacht werd ingetrokken tegen betaling van ƒ 50.— aan de - vrouw, die afgeranseld was; vervolging om dezelfde reden van een - ander administrateur, waarbij de zaak niet kon doorgaan wegens - verdwijning van alle getuigen—zooals in Deli wel meer gebruikelijk - is—; vervolging van een assistent, die eindigt met veroordeeling - tot een jaar gevangenisstraf wegens doodslag onder verzachtende - omstandigheden, al zulke dingen maken geen erg mooien indruk, - wanneer zij voor het groote publiek komen.” - - Uwe conclusie is dus: zulke en dergelijke dingen zouden voor den - dag komen, indien het Gouvernement wilde besluiten tot een algemeen - en grondig onderzoek. - - Welnu, deze conclusie is volkomen juist, want deze dingen zijn - inderdaad voor den dag gekomen bij het toen gehouden onderzoek naar - de faits et gestes van de British-Deli, en daaruit te concludeeren - dat vele dergelijke zaken voor den dag zouden komen bij een - algemeen onderzoek, is zeker niet gewaagd. Er is geen enkele reden - om aan te nemen, dat juist de British-Deli eene uitzondering zou - zijn. De heer Kooreman behoeft volstrekt niet te denken, dat ik de - bovengenoemde bijzonderheden zoo maar eens uit mijn duim zoog, daar - zij mij werden medegedeeld door den heer H. van der Steenstraten, - toenmaals assistent-resident te Medan, die met het onderzoek belast - geweest was. - - Ik geloof dus niet te ver te gaan met den heer Kooreman van kwade - trouw te beschuldigen, waar hij het blijkbaar wil doen voorkomen, - alsof het iets er toe afdeed of de heer Tripp praatjes verkocht of - niet. De dingen die voor den dag kwamen naar aanleiding van de - affaire Tripp, dáárop komt het aan. - - - Hoogachtend, - - (w. g.) C. de Coningh. - - - - - - - - -HET VERHAAL VAN TAGOR. - - -Adalah saorang Melajoe nama Tengkoe Galib beranakan Deli, ada -mempoenjai sebidang tanah di dekat tanah loembah koeda Medan sebegimana -jang terseboet di dalam Gran dari Tengkoe Pangeran Bandahara Deli jang -tertoelis pada 24 December 1895 No. 25 hoeroef D. - -Maka pada tanggal 3 Mei 1896 tanah jang terseboet telah di djoealkan -oleh Tengkoe Galib itoe seperlima bahagiannja kapada Hadji Abdul Madjid -dan Hadji Arsad, dengan harga $ 150.— (seratoes lima poeloeh ringgit -boeroeng). - -Dan pada tanggal 12 Juli 1896 tanah jang katinggalan itoe Tengkoe Galib -djoeal lagi kapada kami lima orang nama Mangaradja Tagor, Mohamad -Thahir, si Kantjah, Hadji Oesman dan si Marah dengan harga $ 300.— -(tiga ratoes ringgit boeroeng). Maka dengan moefakat kami semoeanja -atas belian itoe tanah di taroehlah atas nama Mangaradja Tagor. - -Tetkala Tengkoe Galib mendjoealkan tanah jang seperlima bahagian itoe -dan tanah jang katinggalan itoe adalah terang di moeka Padoeka Tengkoe -Besar negri Deli serta telah menoeroenkan tanda tangan dan tjapnja di -dalam Gran² itoe, bahasa itoe tanah soedah djadi milih kapada kami -semoeanja. - -Sesoedahnja itoe baharoelah kami orang semoeanja mendirikan roemah² dan -bertanam-tenaman, di atas tanah haq masing² dengan maksoed pada tempat -itoelah akan mentjahari penghidoepan serta memeliharakan anak bini -masing² dan setengahnja ada jang mendirikan roemah papan atap genteng -dan setengahnja roemah papan atap nipah toeroet sebegimana -kamampoeannja masing², sehingga sampeilah siap masing² ampoenja tempat, -dalam bebrapa boelan kami orang telah mendoedoeki tempat itoe tiadalah -soeatoe apa gendala. - -Dalam hal jang demikian pada boelan April 1897, maka datanglah saorang -toean Ingenieur Burgerlijke Openbare Werken pereksa dan meoekoer itoe -tanah serta mendirikan pantjang² di atas tanah haq kami itoe, kemoedian -tiada selang bebrapa hari lama antaranja maka datanglah padoeka toean -Breuking aspirant controleur di Medan memberi perentah kapada kami -semoeanja bahoea dalam tempo 8 hari kami semoeanja misti pindah dari -itoe tempat serta memboengkar roemah² tempat kadiaman kami itoe serta -mentjaboet sekalian tanam tenaman jang telah kami tanamkan di atas itoe -tanah, apakala kami orang tiada menoeroet perentah itoe, kelak akan di -soeroeh boengkar dan di tjaboet oleh politie dengan orang rantai. Pada -waktoe itoe kamipoen moehoen pereksa kapada toean Breuking, karana apa -perentah jang demikian di djalankan atas kami, sebegimana kata toean -Breuking segala tanah jang telah di djoeal oleh Tengkoe Galib itoe -ijalah termasoek kapada tanah loemba koeda. - -Itoepan karana fikiran kami jang itoe tanah soedah njata djadi haq -kapada kami anganlah kami akan menoeroet perentah jang demikian, -sehingga datanglah panggilan dari padoeka toean controleur Medan, serta -mengasih perentah lagi jang kami semoeanja dengan sigera misti pindah -dari itoe tempat, hatta djawab apapoen jang telah di maäloemkan tiada -djoega loeloes, melainkan roemah² itoe di boengkar dan di pindahkan -djoega serta tanam tenaman itoe di tjaboet. Kemoedian tiada bebrapa -hari lagi datanglah perentah jang kami semoeanja akan mengadap di -medjilis karapatan, itoepoen kami mengadaplah dengan bebrapa kali boeat -di pereksa itoe perkara, achirnja sepandjang titah Tengkoe Pangeran -Bandahara Deli, ta’dapat tiada kami semoeanja misti pindah djoega dari -itoe tempat serta dengan lekas² boengkar itoe roemah² dan tjaboet itoe -tanam tenaman semoeanja dengan tiada mendapat ganti karoegian soewatoe -apa; walakin dengan djalan apa sekalipoen kami sekalian berdatangkan -sembah maaloem sopaja moedah moedahan adalah koernia akan djadi ganti -karoegian kapada kami masing² itoepoen tiada djoega di perkanankan. - -Waktoe itoe telab adzamlah di dalam hati masing² jang kami sekalian -roepa²nja akan djadi teraniajalah di dalam perkara itoe dan saäkan² -poetoeslah pengharapan kami semoeanja dari kaädilan wakil daulat -sripadoeka Gouvernement dan Radja di dalam negri Deli. - -Maka dengan pertolongan toean W. G. van den Berg, vendumeester di Medan -di toendjoekkannjalah kapada kami, bahoea terlebeh baik itoe perkara di -serahkan kapada saorang toean nama Mr. J. van den Brand, Advocaat jang -baharoe datang dari Semarang masa itoe tinggal menoempang di Medan -Hotel, maka dengan bersigeralah kami semoeanja pergi mendapatkan toean -itoe boeat minta pertolongan sopaja boleh di oeroeskannja kami poenja -perkara itoe moedah²han terpeliharalah kami dari pada aniaja itoe. Maka -apabila bertemoelah kami dengan toean Mr. J. van den Brand, kami -tjeritakanlah oesoel atsalnja perkara itoe kapadanja dan waktoe itoe -djoega kami serahkanlah perkara itoe kapadanja dengan koewasa jang -semporna. - -Kemoedian dari pada itoe datanglah perentah dari padoeka toean -controleur dan Tengkoe Pangeran Bandahara memaksa sopaja dengan sigera -djoega kami sekalian pindah dan boengkar itoe roemah² dari tempat jang -terseboet, dan sopaja djanganlah sampei datang politie dengan orang -rantai akan memboengkar roemah² itoe. - -Maka pada waktoe itoe djoega kami semoeanja chabarkanlah kapada toean -Mr. J. van den Brand bahasa ada perentah jang demikian, maka djawab -toean Mr. J. van den Brand kapada kami sekalian bahoea perentah jang -demikian djanganlah di toeroet dan djikalau ada politie atau siapa -djoegapoen jang datang hendak memboengkar itoe roemah² serta mentjaboet -segala tanam tenaman itoe hendaklah kami semoeanja melawan dengan -bersoenggoeh² hati walaupoen hingga sampei besipoekoelan sekalipoen, -serta toean Mr. J. van den Brand soeroeh pada kami sekalian dengan -bersiap sendjata, apabila mendjadi perkara toean Mr. J. van den Brand -lah jang akan mengadap di moeka pengadilan. - -Dalam hal jang demikian toean Mr. J. van den Brand pergilah menghadap -toean Resident dan toean Controleur meraberi tahoekan itoe perkara, -basasa kalau ada politie atau siapa djoegapoen jang hendak memboengkar -roemah² atau mentjaboet segala tanam tenaman di tempat jang terseboet -akan di soeroeh poekoel dan lawan dengan bersoenggoeh² hati, walaupoen -mendjadikan bersiboenoehan² sekalipoen begitoelah kata toean Mr. J. van -den Brand kapada toean Resident dan kapada toean Controleur. - -Kemoedian selang bebrapa hari antaranja kami orangpoen di panggillah di -moeka karapatan Medan waktoe menghadap itoe toean Mr. J. van den Brand -adalah djoega bersama² dengan kami menghadap di moeka karapatan itoe. - -Apabila di pereksa itoe perkara maka toean Mr. J. van den Brand telah -djawab di moeka karapatan itoe, kalau Sripadoeka Toeankoe Sulthan mau -seleseikan itoe perkara dengan djalan damei serta membajar karoegian -semoeanja itoe saja mau terima, kalau tiada begitoe saja mintak lebeh -dahoeloe itoe perkara akan di poetoeskan oleh pengadilan Gouvernement, -sesoedahnja itoe toean Mr. J. van den Brand poen kombalilah. - -Maka antara bebrapa hari lamanja datanglah panggilan kapada kami -semoeanja akau menghadap lagi di moeka karapatan boeat menerima bajaran -ganti dari karoegian kami masing² menoeroet sebegimana djoemalah kami -orang ampoenja kira, lantas kami semoeanja pergilah terima bajaran -itoe. Akan tetapi di dalam kami semoeanja melainkan Hadji Oesman djoega -jang tiada menerima wang bajaran itoe dan di idzinkanlah dianja boeat -tinggal beroemah di atas tanah itoe djoega hingga sampeilah pada masa -ini, itoepoen sangatlah herannja hati kami atas Hadji Oesman itoe -karana apa dianja boleh tinggal djoega di atas itoe tanah. - - - (w. g.) Deman M. Tagor. - - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] In het volgende wordt behandeld de lezing in „Moederland en -Koloniën” door den heer P. J. Kooreman, Oud-Resident der Oostkust van -Sumatra, gehouden, zooals zij in haar geheel is afgedrukt in het -extra-bijvoegsel van de Deli-Courant dd. 9 Februari 1903. - -[2] Verkeerd begrepen. - -[3] Het Recht in Nederlandsch-Indië 1894 deel 62, blz. 22. - -[4] Toen was de heer Kooreman resident van Sumatra’s Oostkust. - -[5] Het heeft mij verwonderd, dat door niemand bij de bespreking der -„Millioenen uit Deli” op dit weerzinwekkende feit gewezen is. - -[6] Het moge ongelooflijk schijnen, maar dezen man, den heer Van den -Berg bedoel ik, die mij de eerste inlichtingen in deze zaak gaf, moest -ik beloven, zijn naam niet noemen bij mijn gesprek met den Resident. De -man was bang, dat het hem zijn pensioen kon kosten. Hij is nu reeds -gepensioneerd, dus kan mijn onbescheidenheid hem waarschijnlijk niet -meer schelen. - -[7] Lieden, staande onder het rechtstreeksch bestuur van het -Ned.-Indisch Gouvernement. - -[8] Het verhaal dezer zaak met kleine afwijkingen hier en daar vindt -men in het Maleisch van de hand van Mangaradja Tagor op blz. 52. - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/65681-0.zip b/old/65681-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 11580ce..0000000 --- a/old/65681-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65681-h.zip b/old/65681-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index ded6e2b..0000000 --- a/old/65681-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65681-h/65681-h.htm b/old/65681-h/65681-h.htm deleted file mode 100644 index 7a92de4..0000000 --- a/old/65681-h/65681-h.htm +++ /dev/null @@ -1,2776 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-06-23T19:52:21Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Nog eens: de millioenen uit Deli</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Johannes van den Brand (–1921)"> -<link rel="coverpage" href="images/front-cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Johannes van den Brand (–1921)"> -<meta name="DC.Title" content="Nog eens: de millioenen uit Deli"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="#####"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -min-width: 1.0em; -margin-left: -0.1em; -padding-top: 0.9em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0 7em 0; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 1.7; -margin: 2em 0 2em 0; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0 2em 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0 0 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:478px; -} -.xd30e91 { -text-align:center; -} -.titlepage-imagewidth { -width:440px; -} -.xd30e129 { -text-align:center; font-size:small; -} -@media handheld { -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Nog eens: de millioenen uit Deli, by J. van den Brand</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Nog eens: de millioenen uit Deli</p> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: J. van den Brand</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: June 23, 2021 [eBook #65681]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/front-cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="478" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 frenchtitle"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd30e91">NOG EENS: -</p> -<p class="xd30e91">DE MILLIOENEN UIT DELI -</p> -<p class="xd30e91">DOOR -</p> -<p class="xd30e91">Mr. J. VAN DEN BRAND. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="440" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">NOG EENS:<br> -DE MILLIOENEN UIT DELI</div> -</div> -<div class="byline">DOOR<br> -<span class="docAuthor"><span class="sc">Mr. J. VAN DEN BRAND.</span></span></div> -<div class="docImprint">BOEKHANDEL<br> -AMSTERDAM. <span class="asc">VOORHEEN</span> PRETORIA.<br> -HÖVEKER & WORMSER.</div> -</div> -<p></p> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd30e129">TYP. ZUID-HOLL. BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ. -<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="voorwoord" class="div1 preface"><span class="pageNum">[<a href="#voorwoord.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VOORWOORD.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Maar zou dat alles wel waar zijn? -</p> -<p>Levendig kan ik mij voorstellen, dat na het lezen mijner brochure „<a class="pglink xd30e39" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/65660">De Millioenen uit Deli</a>” deze vraag rees op de lippen van ieder, die, nooit in Deli geweest zijnde, dit gewest -waarschijnlijk alleen kende uit de koloniale verslagen of de een of andere beurscourant. -Wie jaarlijks den oogst van gouden appelen zag binnenhalen, kon weinig vermoeden, -dat de wonderboom wortelde in zoo drassigen grond; dat de sappen, die de stam opzoog -en omzette in blinkende vrucht, vermengd waren met bloed en tranen. Hij hoorde alleen -het vroolijke lied van de maaiers, maar het weeklagen der zaaiers bereikte zijn oor -niet. En nu eindelijk een zwakke nagalm van hun klaaglied doordrong tot zijn gehoor, -staat hij verbijsterd en twijfelt, of hij goed heeft gehoord. -</p> -<p>Zou het waar zijn? -</p> -<p>Deze vraag moest men zich stellen en van alle kanten werd zij dan ook gesteld. Zij -werd onmiddellijk gevolgd door de verzekering, dat indien alles waar was, indien de -helft, een derde een tiende deel slechts waar was, dan.… -</p> -<p>De verontwaardiging was algemeen, spontaan en te goeder trouw. -</p> -<p>Nadat de verontwaardiging wat bekoeld was, bleek men geneigd verontschuldigingen aan -te hooren, en dit te gretiger naarmate men meer inzag, hoe groote finantiëele belangen -hier op het spel stonden. -</p> -<p>Een tijdlang zocht men naar een woord, een leus, waaronder <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>men de in de brochure latente gevolgtrekkingen bestrijden kon; een gepaste houding, -die men tegenover de beschuldigingen kon aannemen. -</p> -<p>Het resultaat was, dat degenen die belang hadden de uitwerking van mijn boekje te -neutraliseeren, in het algemeen kleinigheden toegaven, het bestaan van zekere misstanden -erkenden, punten van ondergeschikt belang bestreden en de kern der zaak.… lieten voor -hetgeen zij was. -</p> -<p>Met handige tactiek trachtte men de aandacht van de hoofdzaak af te leiden, en haar -te vestigen op die gedeelten in het boek, welke alleen als bijzaken bedoeld waren. -</p> -<p>Zoo kwam b. v. de Sumatra Post aandragen met het nieuws dat er sarongs van 80 centen -bestonden en dat een inlander desgevorderd zijn leven kan rekken met 8 centen per -dag. En gaf daarbij nog de onnoozele verzekering, dat het juist op zulke kleinigheden -aankomt! -</p> -<p>Het lijkt mij de moeite niet waard op deze en dergelijke aanmerkingen te antwoorden. -</p> -<p>Maar de hoofdzaken: de onvrijheid der arbeiders, de misbruiken voortgevloeid uit de -koelie-ordonnantie of daardoor bestendigd, de onvoldoende rechtspraak, het sjoekoeliën, -de te lage loonen der vrouwen, men ging ze stilzwijgend voorbij of behandelde ze als -nevenzaken. -</p> -<p>Een uitzondering moet ik hier maken voor de Deli-Courant, die—hoewel immer vergoelijkend -voor den actueelen toestand—mijn brochure vooral in haar nummer van 27 November 1902, -op eerlijke wijze besprak. -</p> -<p>Eindelijk dan was het wapen gevonden, waarmede men meende mij te kunnen afmaken en -werd de beschuldiging van overdrijving uitgesproken. Ook zei men, dat ik alleen de -donkere zijde van Deli liet zien. Mijn plicht zou het geweest zijn, ook de goede kanten -van het gewest te laten kijken. -</p> -<p>Komaan! Zal men het den dokter, die de ziekte in het hoofd van een patiënt bespreekt, -kwalijk nemen, dat hij in <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>zijn verhandeling niet den gezonden toestand der beenen releveert? -</p> -<p>En ik stond tegenover Deli in dezelfde verhouding. Ik zei toch (blz. 14 der Mill. -uit Deli), dat ik wou wijzen op „de afgrijselijke <b>wonden</b> in de samenleving der Oostkust.… opdat ieder de wegneming (zou) eischen van de oorzaak -der kwaal, die het <b>gezonde lichaam</b> verteert.” -</p> -<p>Maar dit zag men niet in, of men wilde het niet inzien. -</p> -<p>En zoo zei men, dat volgens mij er niets goeds in Deli was! En toen ging men aan het -opnoemen, wat er wel goeds in Deli was. -</p> -<p>De eerste zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. -</p> -<p>De tweede zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. -</p> -<p>De derde zei: de hospitalen bij de groote maatschappijen zijn goed. De vierde, de -vijfde, iedereen en ook ik, mee instemmende in dit algemeene loflied, zeg: de hospitalen -bij de groote maatschappijen zijn goed. -</p> -<p>Hetzelfde zei men—en terecht—van de woningen bij sommige groote maatschappijen. Ook -zei men—en ook ik stem weer mee in—de verdiensten van de Chineezen zijn zoo kwaad -niet. -</p> -<p>Verder zei men niets. Men was uitgepraat. En ik ben het ook. -</p> -<p>Na dit goede te hebben op den voorgrond gesteld, ving men dan aan mij te beschuldigen -van bijbedoelingen, van onvaderlandslievendheid, van ondankbaarheid tegenover het -gewest, waar ik mijn brood verdien, e. d. Deze dingen raken evenwel mij, niet de zaak -en ik veroorloof mij, ze langs mijn kleeren te laten afglijden. -</p> -<p>Het ligt dan ook niet in mijn plan, mijn bestrijders een voor een te woord te staan. -Wel schijnt het mij noodig eenige toelichting op mijn brochure te geven en in het -algemeen de tegen-argumenten voor zoover zij de zaak raken, te weerleggen. -<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> -<p>Het eerste te doen bedoelt het hoofdstuk: „De Minister en de Brochure”, het tweede -„Een Oud-Resident en de Brochure.” Den heer <span class="sc">Kooreman</span> antwoordende, meen ik de zakelijke argumenten van al mijn tegenstanders te bespreken. -Alleen nog het verwijt van de Sumatra Post dd. 7 Februari j.l., dat ik inconsequent -zou zijn, meen ik te moeten terugwijzen. Reeds in de vergadering van de afdeeling -Medan van den Indischen Bond dd. 29 Maart 1902 toch erkende ik openlijk, dat mijn -meening over de koelie-ordonnantie, toen ik nog niet lang in Deli verblijf hield, -een geheel andere was dan tegenwoordig. De dagelijksche omgang gedurende anderhalf -jaar met koelies in vrijen arbeid en de nadere bestudeering van het koelie-vraagstuk -hebben mijn meening geheel gewijzigd. Daarom haalde ik ook in „De Millioenen uit Deli” -niets aan van wat ik schreef gedurende den tijd dat ik redacteur was van de Sumatra -Post, al zou ik b. v. wat ik schreef over de begrafenis-circulaire van den ass.-resident -<span class="sc">Kühr</span> op het oogenblik nog gaarne onderschrijven. Wat ik in dien tijd naar aanleiding b. -v. van <span lang="en">The British Deli Cy</span> en den heer Tripp schreef, berustte op geheel verkeerde inlichtingen, terwijl mijn -oordeel van dien tijd over koelie-zaken, ik geef het gereedelijk toe, als praematuur -moet worden beschouwd. -</p> -<p>Ik kan dit „Voorwoord” niet eindigen zonder mijn dank te hebben betuigd aan den openhartigen -Oud Assistent-Resident <span class="sc">Rookmaker</span>, die zoo eerlijk zijn ondervinding en zijn oordeel in de „Groene Amsterdammer” neerlei, -aan den mij onbekenden Mr. <span class="sc">Justus</span>, die in de Java-Bode een lans brak voor mijn streven, aan den Oud-Resident <span class="sc">Scherer</span>, die openlijk het goede van mijn werk dorst te erkennen en aan allen, die tot nu -toe mee hielpen strijden in dezen strijd om Recht. -<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="minister" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#minister.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Er is van verschillende zijden bij de bespreking mijner brochure „De Millioenen uit -Deli” gewezen op mijn Calvinistische geloofsbelijdenis en in verband daarmede op mijn -anti-revolutionnaire gevoelens. Mij dunkt, dat men de laatste beter achterwege hadde -gelaten, daar het boekje allerminst de strekking had een of andere politieke partij -te dienen. Uit een politiek oogpunt was zelfs voor de anti-revolutionnairen de verschijning -mijner brochure ongewenscht, daar zij den Minister van Koloniën op het onverwachtst -voor de oplossing van een vraagstuk plaatste, waaraan hij naar alle waarschijnlijkheid -nog niet de noodige aandacht had geschonken, en hem toestanden onthulde, waarvan hij -zelfs het bestaan niet kon vermoeden. Daar uit den aard der zaak het tegenwoordig -Ministerie mijn sympathie heeft, heb ik er een oogenblik aan gedacht, de uitgave van -het „schrikwekkende” boek uit te stellen tot latere gelegenheid. Doch ook slechts -een oogenblik heeft bij mij het opportuniteitsbezwaar gegolden. -</p> -<p>Tegenover het schrikkelijk onrecht, tegenover het lijden van duizenden, tegenover -het nadeel aan de eere Gods kon de overweging, dat de Minister van Koloniën, al ware -hij ook een politiek partijgenoot, in een moeielijke positie zou komen, in de weegschaal -gelegd, de naald niet naar de andere zijde van het huisje doen overslaan. Hier mocht -geen partijbelang gelden, hier verloren persoonlijke sympathieën haar gewicht, hier -gold het zuiver en zonder aanzien des persoons op te komen voor de eer van Hem, bij -wien alle belang van partij en persoon in het niet zinkt. -</p> -<p>Op het oogenblik, dat de copy mijner brochure naar Holland verzonden werd, was de -krachtige <span class="sc">Van Asch van Wijck</span> reeds overleden en wachtte ieder in Nederlandsch-Indië met spanning, wie zijn opvolger -zou zijn. Toen het bekend <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>werd, dat Idenburg als Minister van Koloniën was opgetreden, spraken de meeste Indische -bladen een onwelwillend oordeel uit. Ik geloof, dat men daartoe geen voldoende reden -had; in ieder geval was men voorbarig. Mij was het bericht zijner benoeming niet onwelkom. -Het weinige, dat ik van particuliere zijde van hem vernomen had en vooral zijn optreden -het vorig jaar in de Tweede Kamer als afgevaardigde voor Gouda, deden mij de hoop -koesteren, dat mijn kreet om recht niet ledig zijn oor voorbij zou gaan. Ziehier, -zoo dacht ik, een geloofsman, naar hetgeen men van hem vertelt, een geloofs<b>held</b>, die eigen eere niet achtende, op zal komen voor de Gerechtigheid. Een man, die den -gruwel ziende, hem weg zal nemen. -</p> -<p>En nu? -</p> -<p>Nog is de tijd niet gekomen, een oordeel over de daden van dezen Minister uit te spreken. -Ik wil blijven hopen en vertrouwen. Wel had ik verwacht iets anders te hooren, iets -krachtigers, iets minder dubbelzinnigs, minder vaags, dan wat hij zeide bij de bespreking -der koelie-ordonnantiën in de Tweede Kamer. Ik geef toe, dat de toestand van den Minister -verre van benijdenswaardig was. Nauwelijks de politieke loopbaan ingetreden, belast -met het opperbeleid in het koloniaal bestuur, bijna onvoorbereid voor zijn rekening -hebbend de verdediging van de Indische begrooting, heeft <span class="sc">Idenburg</span> aan mede- en tegenstander zonder twijfel bewondering moeten afdwingen. Het ligt dan -ook niet in mijn bedoeling iets te zijnen nadeele te zeggen. Zoo iets, dan is het -de houding van den Minister in het algemeen bij het begrootingsdebat, die mij vertrouwen -doet stellen in de toekomst. En mij hoop geeft voor der koelieszaak. -</p> -<p>Dat neemt niet weg, dat ik, zooals ik reeds zeide, gaarne iets meer beslists, meer -positiefs van de zijde des Ministers vernomen had. Hoe gaarne had ik in plaats van -„Ik zal deze brochure speciaal onder de aandacht van den Gouverneur-Generaal brengen” -de belofte vernomen, dat de Minister <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>een algemeen en grondig onderzoek zou bevelen. Van een onderzoek van regeeringswege, -dat de meesten na de woorden des Ministers verwachtten, is tot nog toe niets gekomen -en—ben ik goed ingelicht—dan zou er hiervan zelfs geen sprake zijn. Wel werden mij -door den resident der Oostkust van Sumatra inlichtingen gevraagd over het toetoepen -van zaken te Medan. Ook ontving ik bezoek van den assistent-resident, in zijn kwaliteit -van hulp-officier van Justitie, die den naam vroeg van den bedrijver der schanddaad, -bedoeld op blz. 29 der „Millioenen uit Deli”. Men schijnt de zaak strafrechtelijk -te willen vervolgen. -</p> -<p>Op beide verzoeken heb ik geantwoord, dat ik alleen aan de Regeering of Hare vertegenwoordigers -bereid ben inlichtingen te geven in geval van een door Haar bevolen algemeen onderzoek -en wel onder voorwaarde van straffeloosheid voor de betrokken personen. -</p> -<p>Mijn eerzucht toch is allerminst als politie-spion op te treden! En indien men meenen -mocht door posthume strafvervolging het euvel weg te nemen, dan moet ik twijfelen -aan goede trouw. Ik roep om den heelmeester, niet om den rechter. Ik strijd voor een -beginsel, niet tegen personen. Mijn streven spruit niet uit wraakgevoel, doch vindt -zijn oorsprong in liefde voor de Gerechtigheid. -</p> -<p>Hoe verkeerd mijn streven begrepen wordt, hoezeer mijn bedoelingen worden miskend, -blijkt wel hieruit, dat de eerste daad van het Bestuur ter Oostkust na de verschijning -mijner brochure was, den procureur-generaal van het Hoog-Gerechtshof te Batavia advies -te vragen, of er mogelijkheid bestond mij onder de in Indië vigeerende wet op de drukpers -strafrechtelijk te vervolgen! Het antwoord van den procureur-generaal heb ik niet -gelezen, doch het moet lang niet malsch geluid hebben. -</p> -<p>Een onderzoek, ten minste een openlijke enquête, zooals ik gehoopt en, om de waarheid -te zeggen, verwacht had, komt er dus niet. Toch meen ik reden te hebben, te vermoeden -<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>dat het geenszins in het plan van den Minister ligt, de zaak te laten doodbloeden -en in den doofpot te stoppen. Welke mijn gronden voor deze meening zijn, acht ik mij -niet geoorloofd, hier te openbaren. -</p> -<p>Moest ik ten dezen opzichte teleurstelling ondervinden, ook op andere punten bevredigde -mij de rede van den Minister niet. -</p> -<p>In de eerste plaats hinderde mij de onjuistheid, waaraan de Minister zich schuldig -maakte, toen hij verklaarde te meenen, dat ook ik de behandeling der koelies bij de -Deli-Maatschappij zoo zeer had geroemd. In mijn brochure toch is geen woord te vinden, -waaruit men die conclusie trekken kan. Wanneer ik een voorbeeld van goede behandeling -der koelies zou hebben willen noemen, dan had ik een mij bekende kleine particuliere -onderneming gekozen en niet de Deli-Maatschappij. -</p> -<p>Om dit duidelijk te maken, behoef ik alleen mede te deelen, dat de feiten, verhaald -op blz. 29 en blz. 31 der brochure, op ondernemingen der Deli-Maatschappij zijn gepleegd. -Het doet er wel weinig af of toe, daar overal meer of minder groote onregelmatigheden -zijn voorgekomen, doch tot recht verstand van zake dient deze onjuistheid van den -Minister te worden hersteld. Evenmin toch als <i lang="de">Alter vor Thorheit schützt</i>, evenmin behoeden de beste bedoelingen van het bestuur eener maatschappij in Holland -voor uitspattingen zijner vertegenwoordigers in Indië, <b>zoolang deze over de koelies meer rechten uitoefenen dan hun volgens Gods ordinantiën -mogen worden toegestaan</b>. -</p> -<p>Trouwens over de meer of minder goede behandeling der koelies loopt de kwestie niet. -Laat ons bij de zaak blijven, het gaat over het al of niet geoorloofde van de koelie-ordonnantie, -zooals zij in Deli bestaat. Goede of slechte behandeling doet er <i>au fond</i> niets af of toe. In Amerika hadden op de meeste plantages de slaven het ook goed. -Toch heeft een edelmoedig volk naar de wapens gegrepen, om aan den onmenschwaardigen -toestand een einde te maken. -<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p> -<p>Zoo ook hier. -</p> -<p>Mijn meening daaromtrent zette ik reeds uiteen op blz. 14 der Millioenen uit Deli, -doch wil ze ten overvloede hier nog eens herhalen: -</p> -<p>„Het deert mij niet, of die toestand al of niet valt onder de rechtskundige definitie -van slavernij; het laat mij koud, of de koelie-ordonnantie al dan niet in strijd is -met onze Grondwet of Burgerlijke Wet; <b>het is mij onverschillig, of ondernemers of maatschappijen min of meer philantropisch -zijn en hunne werklieden beter of slechter behandelen of verplegen. Het eenige wat -mij raakt is, dat zij is in strijd met de eere Gods, in strijd met de menschelijkheid.</b> -</p> -<p>Waarlijk, met een mooi hospitaal en een paar guldens is het gemis der vrijheid niet -goed te maken. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Zeer gezocht, om niet te zeggen sophistisch, is de redeneering van den Minister, waar -hij ongeveer zegt: „Zie, van alle zijden dringt men hier in Nederland aan op wettelijke -regeling van den arbeid; in Deli is het gebeurd en nu moppert gij.” -</p> -<p>Zeker, Excellentie, men dringt aan in Nederland op wettelijke regeling van het arbeidscontract. -Maar niet op een zoodanige, als wij in de koelie-ordonnantie belichaamd vinden. En -ook ik heb tegen een wettelijke regeling dezer zaak niets, ik ben er zelfs voor. Doch, -mij dunkt, dat zulk een regeling een <b>behoorlijke</b> dient te zijn. Durft Uwe Excellentie deze qualificatie aan de vigeerende koelie-ordonnantie -geven? Welnu, laat dan Uw collega van Binnenlandsche Zaken er eens de proef mee nemen -en voorstellen de koelie-ordonnantie naar omstandigheden gewijzigd, in Nederland in -te voeren. -</p> -<p>Men zie in de laatste zinsnede allerminst valsche scherts. Geen onrechtmatigheid wordt -beter gevoeld, dan door het slachtoffer, en door dengene die in gelijkvormige omstandigheden -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>verkeert. Nu is er ongetwijfeld niemand, die niet inziet, dat het Nederlandsche volk -een wettelijke regeling van den arbeid, die zelfs maar in de verte op de beruchte -koelie-ordonnantie geleek, niet zou verdragen. -</p> -<p>Waarom zou dan de Javaan haar moeten verduren? -</p> -<p>Zooals ik reeds gezegd heb, heb ik vertrouwen in dezen Minister, in zijn werkkracht, -zijn eerlijkheid en zijn Geloof. Dr. <span class="sc">Schaepman</span> in een zijner Chronica’s noemde hem „dapper” en vertrouwde dat de zaak in <span class="sc">Idenburgs</span> handen gesteld, zou terecht komen en tot zijn recht. Bij deze woorden wensch ik mij -aan te sluiten. Doch ik dring aan op spoed. Hier is de uitdrukking <i lang="la">periculum in mora</i> geen phrase. -<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="oudresident" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#oudresident.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE.<a class="noteRef" id="xd30e289src" href="#xd30e289">1</a></h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was der vereeniging „Moederland en Koloniën” moeielijk gevallen, iemand te vinden, -die „De Millioenen uit Deli” wilde behandelen. Aldus de heer <span class="sc">P. H. van der Kemp</span>, toen hij in den avond van 22 December 1902 in de vergadering dier Vereeniging den -heer <span class="sc">P. J. Kooreman</span>, Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, als verhandelaar introduceerde. En ook deze -was slechts noode hiertoe overgegaan. Evenwel, de overweging, dat het noodig kon zijn -verschillende punten te weerleggen, had hem zijn toestemming doen geven. -</p> -<p>Daar nu eenmaal deze Oud-Resident op zich genomen had, mijn boekje te behandelen, -mocht men redelijker wijze een behandeling van het door mij geschrevene verwachten. -In plaats van echter aan dezen eersten en eenigen eisch te voldoen—meer werd toch -niet van den spreker gevraagd en minder niet verwacht—verliet, geheel uit eigen beweging, -de heer <span class="sc">Kooreman</span> den hem vriendelijk aangeboden rechterstoel en plaatste zich op de bank der beschuldigden. -</p> -<p>Wat dreef hem hiertoe? -</p> -<p>Zelfverwijt? Wroeging? Berouw? Schuldbewustzijn? -</p> -<p>Ik wil daar niet over oordeelen: ik ken den heer <span class="sc">Kooreman</span> daartoe te weinig. Nu hij zich evenwel zelf zijn plaats heeft gekozen, moet ik hem -daar laten en valt mij de onaangename taak ten deel, tegen den Oud-Resident het openbaar-ministerie -te moeten waarnemen. -</p> -<p>Hoe ongaarne ook, ik ben er toe verplicht, doordien de heer <span class="sc">Kooreman</span> de behandeling mijner algemeene beschuldigingen <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>heeft omgezet, voor een groot gedeelte, in een persoonlijke verdediging. -</p> -<p>De uitroepen „waarom heeft Mr. <span class="sc">van den Brand</span> mij nooit ingelicht?” „Waarom heeft Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span> niet gesproken?” „Waarom zweeg die Hollandsche geleerde van den heer <span class="sc">Deen</span>?” kunnen toch alleen uitgelegd worden in den zin van: „Ziet gij wel, ik wist er niets -van, ik ben onschuldig!” -</p> -<p>Waarom toch die herhaalde betuiging van onschuld door iemand, wien niets ten laste -is gelegd? -</p> -<p>Behalve zichzelf heeft ook de heer <span class="sc">Kooreman</span> zich geroepen geacht de koelie-ordonnantie te verdedigen. In plaats van de onpartijdige -rol van den beschouwer, den criticus, te aanvaarden, voelde hij zich geroepen als -tegenstander op te treden en mij te bestrijden. Dit, natuurlijk, stond hem vrij. En -ik ben hem er dankbaar voor. -</p> -<p>Ik meen toch te mogen aannemen, dat zoowat al het wapentuig, waarover de voorvechters -der koelie-ordonnantie kunnen beschikken, door den Oud-Resident te voorschijn is gehaald -en dat hij dezen keer zijn zwaarste harnas heeft aangetrokken. Wel is het een zonderlinge -ridder, dien ons oog aanschouwt, met het „pro servitute” op zijn wapenschild. En ook -de geleende advocaten-toga, die de rusting omhult, verbetert zijn figuur niet, daar -zij den ridder blijkbaar ongewoon is en hij zich er onhandig in beweegt. -</p> -<p>Het is juist door de rol van verdediger, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> meende op zich te moeten nemen, dat hij vervalt tot handigheden, welke den rustigen -toeschouwer spoedig ònhandigheden blijken en waardoor hij zijn zaak meer kwaad dan -goed heeft gedaan. -</p> -<p>Ziehier twee voorbeelden. -</p> -<p>Waar de heer <span class="sc">Kooreman</span> wijzen wil op de groote uitbreiding der bestuurstaak, deelt hij ons mede dat er zich -in de residentie Oostkust van Sumatra in 1881 bevonden 16 ondernemingen, terwijl er -tegenwoordig 139 tabaksondernemingen <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>zijn, ongerekend 29 koffieondernemingen en 3 petroleumondernemingen. Bij de beschouwing -der gemaakte winsten spreekt hij niet van ondernemingen, doch van maatschappijen. -Van de 38 maatschappijen, zegt de heer <span class="sc">Kooreman</span>, hebben dit jaar slechts 13 dividend uitgekeerd. De argelooze toehoorder staat verbaasd -over deze verhouding, en meent, dat het den planters erg treurig gaat. Indien de verhandelaar -niet vergeten had erbij te zeggen, dat onder die 13 dividend uitkeerende maatschappijen -was de Deli-Maatschappij met 22 ondernemingen, de Arendsburg met 6, de Amsterdam Deli-C<sup>ie</sup> met 4, enz., dan zou de indruk heel anders en meer overeenkomstig de waarheid geweest -zijn. Men zou dan gezien hebben, dat slechts een klein deel en niet het verreweg grootste -deel, geen winst heeft opgeleverd. Dezen indruk echter wenschte de heer <span class="sc">Kooreman</span> blijkbaar niet, vandaar zijn eigenaardige voorstelling. -</p> -<p>Dit voorbeeld—hoewel teekenend voor ’s heeren <span class="sc">Kooreman’s</span> beschouwingen in het algemeen—is nog zoo erg niet. Wij weten dat de oud-resident -niet verhandelt, maar verdedigt. En een weinig handigheid willen wij in zijn pleidooi -over het hoofd zien, al zullen wij niet nalaten den goochelaar op de vingers te kijken. -</p> -<p>Het tweede voorbeeld—en dit is veel erger—is het overslaan bij de mondelinge voordracht -van wat wij in de gedrukte lezing vinden over het sjoekoeliën. Ware het een bijzaak -geweest, die de redenaar uit gebrek aan tijd of om eenige andere reden had overgeslagen, -ik zou er niets op aan te merken hebben. Maar dit hoofdstuk mijner brochure, waarvan -de heer <span class="sc">Kooreman</span> in zijn gedrukte lezing moet erkennen, <b>dat het in hoofdzaak waar is</b>, kan niet anders zijn voorbijgegaan dan met bedoeling. En het schijnt mij dan ook -toe, dat wij het alleen aan de openhartige erkenning van deze terugstootende herwerving -door den Oud-Resident <span class="sc">Scherer</span> te danken hebben, dat thans de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> het feit niet langer verheelt. Het is een hard <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>woord, doch men zou hier werkelijk aan de goede trouw van den verhandelaar moeten -gaan twijfelen. -</p> -<p>Ook schijnt het mij toe, dat waar de heer <span class="sc">Kooreman</span> er voortdurend op terug komt, dat wat ik mededeelde, steeds zou zijn voorgevallen -buiten het eigenlijk Deli, waarop mijn brochure volgens den titel alleen betrekking -zou kunnen hebben, daar volgens het zeggen van den Oud-Resident alleen de millioenen -uit die streek komen—een bewering wier onjuistheid terstond in het oog valt, wanneer -men slechts aan de petroleum-ondernemingen denkt—het schijnt mij toe, zeg ik, dat -hier de heer <span class="sc">Kooreman</span> den onnoozele speelt. Het kan hem toch niet onbekend zijn, dat in de spreektaal gewoonlijk -Deli voor de geheele Oostkust van Sumatra genomen wordt. Ik ken hem ook voldoende -begripsvermogen toe, om te hebben opgemerkt, dat mijn brochure niet enkel over het -landschap Deli, doch over de geheele residentie handelt. Het lijkt mij, om de waarheid -te zeggen, kinderachtig toe uit den titel „De Millioenen uit Deli” de gevolgtrekking -te willen maken, dat ik alleen het landschap van dien naam en niets anders bedoelde. -Ieder zegt gemakshalve Deli, waar hij het heele gewest wil aanduiden. -</p> -<p>Zoo doet o. a. ook de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> in zijn lezing van 22 December 1902. -</p> -<p>Maar de kinderachtigheid der opmerking daargelaten, zij is nog onjuist bovendien. -</p> -<p>Het geval, verhaald op blz. 31 mijner brochure, van de vrouw, die vastgebonden werd -en door den administrateur mishandeld, is wis en degelijk gebeurd in het landschap -Deli, en wel op de onderneming Sempali van de Deli-Maatschappij, nog geen half uur -rijdens van Medan, dus bijna in het gezicht van het Residentiekantoor. -</p> -<p>Dit wist de heer <span class="sc">Kooreman</span> heel goed, en ik noem het oneerlijk, het tegengestelde te beweren. -</p> -<p>Of bedoelt hij misschien een ander geval dan ik? Het zou zeker niet onmogelijk zijn, -hoewel ik het niet gelooven <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>mag, waar de Oud-Resident zoo pertinent beweert het geval te kennen. Het is trouwens -onder zijn bestuur voorgevallen. -</p> -<p>En dan het onderzoek bij de British-Deli? Zeker, ik geef toe, dat een gedeelte der -ondernemingen dezer maatschappij in Langkat ligt. Doch doet dit wel iets ter zake? -</p> -<p>Trouwens al wat door den Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span> over het onderzoek bij de <span lang="en">British-Deli and Langkat Tobacco Cy.</span> gezegd is, mangelt aan goede trouw. De inlichtingen omtrent deze zaak had de correspondent -van de Java-Bode (C. de Coningh) van den man, die met het onderzoek belast is geweest, -den toenmaligen Assistent-Resident <span class="sc">H. van der Steenstraten</span>. En de heer <span class="sc">Kooreman</span> zelf was toen Resident. -</p> -<p>Ik verwijs verder naar de verklaring hieromtrent door den heer <span class="sc">C. de Coningh</span> op blz. 50<span class="corr" id="xd30e428" title="Niet in bron">.</span> Hieruit zal men zien, dat de heer <span class="sc">Kooreman</span> geen recht had, de voorstelling der feiten noch de getrokken conclusie onjuist te -noemen. -</p> -<p>Zou deze Oud-Resident in gemoede meenen, dat niet, zooals ik schreef, <b>indien het Gouvernement wilde besluiten tot het houden van een algemeen en grondig -onderzoek</b> er ergerlijker dingen voor den dag zouden komen? -</p> -<p>Ten slotte nog dit. Aan het einde zijner verhandeling schrijft de heer <span class="sc">Kooreman</span>: „Integendeel geloof ik, dat uit zijn (Mr. <span class="sc">van den Brands</span>) onjuiste, overdreven verhalen, uit zijn beschrijvingen van stelsels en verhoudingen, -welke niet bestaan, volgt, dat de toestanden in Deli zeker bevredigend kunnen worden -genoemd, al maken zich daar nu en dan enkele personen schuldig aan daden, die door -u evenals door mij ten zeerste worden gelaakt.” -</p> -<p>Hoe kan ik deze uitspraak rijmen met wat de heer <span class="sc">Kooreman</span> betoogt op blz. 4, 2<sup>de</sup> kolom zijner lezing: „De brochure (De Millioenen uit Deli) bevat van af omslag tot -slot een doorloopend betoog, dat er niets goeds is in Deli<a class="noteRef" id="xd30e454src" href="#xd30e454">2</a>, en daar toestanden bestaan zoo verdorven mogelijk. Zulke toestanden laten zich uit -den aard der zaak gemakkelijk <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>beschrijven, <b>omdat de bewijzen als het ware voor het grijpen liggen</b>.” -</p> -<p>Zeker, de bewijzen liggen voor het grijpen. En niemand, die dit beter weet dan de -heer <span class="sc">Kooreman</span>. Hij weet dan ook, dat ik werkelijk een greep deed „in de veelheid der feiten”, dat -ik mij niet bezig hield met het binnenhalen van den oogst, doch slechts een ruikertje -gaarde van grafbloemen uit Deli. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Toen de oude <span class="sc">Kranenburg</span> den jongeheer <span class="sc">Hendrik Wildschut</span> verweet, dat zijn vader land van de armen gestolen had en zijn bewering zoodanig -met bewijzen staafde, dat <span class="sc">Heintje</span> de beschuldiging niet langer kon ontkennen, sprak deze de gedenkwaardige woorden: -„Al is het waar, dan lieg je ’t nog.” -</p> -<p>Door de boudheid dezer bewering begonnen sommigen aan de waarheidsliefde van den goeden -<span class="sc">Kranenburg</span> te twijfelen. -</p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span>, de koelie-ordonnantie door dik en dun willende verdedigen, meent per se mijn beweringen -en feiten te moeten tegenspreken of vergoelijken en volgt het voorbeeld van den jongen -<span class="sc">Hendrik</span>. -</p> -<p>Zal hij door de boudheid zijner tegenspraak denzelfden indruk teweeg brengen? -</p> -<p>Niet met mijn toestemming. De stoutheid zijner bewering, de heftigheid zijner apodictische -tegenspraak zal mij niet overbluffen. Ik blijf er bij, dat als iets waar is, het niet -gelogen kan zijn. -</p> -<p>Ook in een der Indische bladen las ik de uitspraak „het is zoo en toch is het niet -zoo.” -</p> -<p>Laat ons echter bij den heer <span class="sc">Kooreman</span> voorloopig blijven en zien, waarom mijn voorstellingen en gevolgtrekkingen onjuist -zijn en in hoeverre. -</p> -<p>Zooveel mogelijk volg ik zijn lezing op den voet. -</p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> begon met te memoreeren, dat hij op <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>8 Januari 1901 in het Indisch Genootschap een lezing hield over Delische toestanden, -waarbij hij in het bijzonder behandelde de rol, die het Bestuur en die welke de ondernemers -in de Delische maatschappij innemen. -</p> -<p>Ik herinner mij die lezing zeer goed. Niet dat ik er bij tegenwoordig was—dan zou -zij niet het eigenaardig verloop hebben gehad, dat zij gehad heeft, n.l. dat niemand -met den spreker in debat wenschte te treden—doch ik las haar in extenso, naar ik meen, -in beide plaatselijke bladen van Medan. Het was bij die gelegenheid, dat de Oud-Resident, -die op de hoogte van de toestanden in zijn gewest behoorde te zijn, het beruchte voorstel -deed, den beheerders van ondernemingen politiemacht te geven. -</p> -<p>Zou de heer <span class="sc">Kooreman</span> dat voorstel nog durven doen? -</p> -<p>Ik moet het veronderstellen, waar hij zegt thans een vervolg te geven op die voordracht -van 1901. -</p> -<p>Politiemacht aan de beheerders! Dat wil zeggen, aan menschen, wien reeds over hun -medemensch meer macht is gegeven, dan geoorloofd is, nog die macht toe te staan, welke -alleen aan de Overheid toekomt. Hoe het mogelijk is, dat een gewezen Magistraat, die -resident in Deli was, zulk een gruwelijk voorstel deed, verklaar ik niet te kunnen -begrijpen. -</p> -<p>Na zich op dit menschlievend antecedent te hebben beroepen, verwijt de heer <span class="sc">Kooreman</span> mij, dat ik Deli schilderde met schrille kleuren, en verzekert dat, indien mijne -schilderingen de werkelijkheid weergaven, ieder weldenkend mensch zou huiveren van -verontwaardiging. -</p> -<p>Ik erken, dat ik niet in staat was de werkelijkheid weer te geven; dat de kleuren, -welke ik aanwendde, hoe schril ook, bleven beneden de realiteit; dat ik niet in staat -was, den weedom, de ellende uit te drukken, die er spreekt uit het rondschrijven van -den waarnemend Assistent-Resident van Medan, dd. 5 Juni 1899, hetwelk ik opnam in -mijn brochure en dat ik hier laat overdrukken. -<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> -<div class="q"> -<p class="first salute"><i>Aan -<br>de Hoofdadministrateurs en Beheerders der Landbouwondernemingen -<br>in de afdeeling Deli.</i> -</p> -<p>Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen. Mohammedaansche en Hindoesche -Klingen en Bengaleezen, als die der Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de -lijken der contract-koelies <b>niet overeenkomstig den adat</b> worden begraven. -</p> -<p>Op de <b>meeste</b> ondernemingen <b>zijn er zelfs geen stukken grond gereserveerd tot begraafplaatsen</b> voor de verschillende volksstammen. -</p> -<p>Bovendien worden <b>de meeste Chineezen ongekist</b> ter aarde besteld en <b>hunne graven niet voorzien van een pitsjok of pisak</b> (steenen tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het dorp -of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene afkomstig is). -</p> -<p>Aangezien nu: -</p> -<ul> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1<sup>o</sup>.</span> een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen tablet plm. 25 cent kost. -</li> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2<sup>o</sup>.</span> er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen sterven; en -</li> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3<sup>o</sup>.</span> de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie stukken grond: -<ul> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>a.</i></span> voor het begraven van Mohammedanen (Javanen, Soedaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen, -Bengaleezen). -</li> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>b.</i></span> voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe’s, Keh’s of Hakka’s, Hailohong’s, Hokien’s, -Makau’s, Kangsi’s, etc.), en -</li> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>c.</i></span> voor het begraven of verbranden van Hindoe’s (Klingen en Bengaleezen), -</li> -</ul> -</li> -</ul><p> -</p> -<p>van geen grooten omvang behoeven te wezen, <b>zoo heb ik de eer, UEdele beleefd in overweging te <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>geven de bovenaangegeven drie afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en) -te willen bepalen, zoo zulks nog niet is geschied—en elken overledene overeenkomstig -zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven</b>, ten einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet te kwetsen -en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde der bovenbedoelde hoofden -te geven. -</p> -<p class="signed"><i>De wd. assistent-resident van Medan</i>, -<br><span class="sc">E. L. M. Kühr</span>. -</p> -<p class="dateline"><span class="sc">Medan</span>, 5 Juni 1899.</p> -</div><p> -</p> -<p>Daarom heb ik van deze circulaire niets anders gezegd, dan dat ze humaan was. Ik meende, -dat dit rondschrijven, zonder meer, in staat zou zijn het hart van den Lezer te treffen. -Dit officieele stuk, in al zijn soberheid, niet jagend naar eenig effect, behoefde -geen commentaar. -</p> -<p>Zoo meende ik. -</p> -<p>Maar de Oud-Resident <span class="sc">Kooreman</span>, wiens plicht het zoovele jaren geweest is, de inlandsche bevolking te beschermen -tegen willekeur van de zijde der Europeesche ingezetenen (art. 29 Instr.) hoorde dezen -schreeuw der ellende niet. De strijdkreet „Pro Servitute” klonk luider dan de gil -der menschelijkheid, die ’s ridders paard met de hoeven vertrad. -</p> -<p>Deze circulaire, evenmin als het terugstootende sjoekoeliën achtte de verhandelaar -een woord waardig. Wel achtte hij het de moeite waard, zich te verdiepen in het vraagstuk, -of het wel zoo erg is, een vrouw ten bloede toe te geeselen, als zij toch nog loopen -kan. -</p> -<p>Laat ik niet afdwalen. Wij zijn nog niet aan ’s Residenten martel-casuistiek. -</p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> verzekert ons, dat het niet in zijn plan ligt, het gewest geheel te zuiveren van -alle vlekken. Hij erkent, dat er misstanden zijn, maar daarom zijn de wangedragingen -van enkelen niet de ondeugden van allen <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>en wel nergens ter wereld is er een land zonder misbruiken, waar misdrijven noch overtredingen -voorkomen. -</p> -<p>Hier herinnert de spreker mij aan mijn huisbaas, die, nadat ik mij had beklaagd, dat -het overal doorregende, mij antwoordde: „kom, kom, het lekt wel eens in ieder huis.” -Zeker, dat doet het ook. Maar ik vind, dat men in ieder geval een behoorlijk dak moet -hebben. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Alvorens verder te gaan, verzoek ik den vriendelijken Lezer verlof uit te mogen gaan -van de volgende stellingen: -</p> -<ul> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>a.</i></span> De heer <span class="sc">Kooreman</span> kan behoorlijk lezen; -</li> -<li class="numberedItem"><span class="itemNumber"><i>b.</i></span> De brochure „De Millioenen uit Deli” kan door een middelmatig Resident-in-ruste begrepen -worden.</li> -</ul><p> -</p> -<p>Mijn brochure begint met een inleiding, waarin in hoofdzaak een verslag wordt gegeven -van de vergadering der afdeeling Medan van den Indischen Bond op Zaterdag 29 Maart -1902. Eerst krijgt men de rede van den heer <span class="sc">De Coningh</span>. Deze beweerde, dat het koelie-systeem ter Oostkust van Sumatra is „een vermomde -en niet eens zwaar vermomde, zij het ook tijdelijke slavernij, minstens pandelingschap.” -Wat geeft nu den heer <span class="sc">Kooreman</span> het recht te beweren, dat ik dat gezegd heb? Ik, die juist op den voorgrond heb gesteld, -<b>dat het mij niet deert, of die toestand al of niet valt onder de rechtskundige definitie -van slavernij</b> (blz. 14 Millioenen uit Deli). Wel doet het minder ter zake, daar ik gaarne de beweringen -van den heer <span class="sc">De Coningh</span> voor mijn rekening zou willen nemen. Maar het teekent weer de wijze van optreden -van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, die mij misschien straks nog de humoristische denkbeelden van den heer <span class="sc">Lefèbre</span> in de schoenen schuift. -</p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt, dat deze bewering van den heer <span class="sc">De Coningh</span> (ik verbeter) op geen enkel bewijs steunt, omdat door deze geen speciale gevallen -worden behandeld. -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -<p>Komaan. De heer <span class="sc">De Coningh</span> zegt: -</p> -<p>„Het is eenvoudig eene vermomde en niet eens een zwaar vermomde, zij het ook tijdelijke -slavernij, minstens pandelingschap en vermoedelijk zal wel niemand slavernij willen -verdedigen, anders dan op utiliteitsgronden ten behoeve van cultuur- of nijverheidsondernemers, -die, terecht of ten onrechte, meenen, hun bedrijf zonder slavernij niet winstgevend -te kunnen uitoefenen. -</p> -<p>Dat de koelies in onze Delische samenleving in de praktijk als slaven beschouwd worden, -daarvan zijn voorbeelden te over. -</p> -<p>Dat zij het ook in werkelijkheid zijn en ook van regeeringswege als zoodanig beschouwd -worden, blijkt uit de koelie-ordonnantie en uit de model-werkcontracten, beide vastgesteld -door den Gouverneur-Generaal. -</p> -<p>Wij vinden, bijvoorbeeld, in de koelie-ordonnantie in artikelen 9 en 10 straffen van -boete of tenarbeidstelling voor den kost zonder loon bedreigd tegen <i>desertie</i>, tegen <i>voortgezette weigering</i> om te werken, verregaande luiheid, dienstweigering en dergelijke. Allemaal zaken, -die een vrij werkman hoogstens zijne betrekking zouden kunnen kosten en misschien -eene civiele actie tot vergoeding van kosten, schaden en interessen. -</p> -<p>Immers wij vinden in het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië artikel 1239, -luidende: -</p> -<p>„Alle verbindtenissen om iets te doen of niet te doen, worden opgelost in vergoeding -van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar niet aan zijne verplichting -voldoet.” -</p> -<p>Dit is dus het wetsartikel, dat toepasselijk zou zijn op een <i>vrij</i> werkman, die inbreuk zou maken op een werkcontract. In de koelie-ordonnantie wordt -dit artikel eenvoudig op zij gezet en, zonder nu te willen beoordeelen of de tegen -de contract-koelies deswegen bedreigde straffen zwaar of licht zijn, komt het mij -voor, dat rechtspreken buiten de <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>wet om, die voor vrije menschen geldt, alleen ten opzichte van slaven kan geschieden. -</p> -<p>Ook kan alleen een <i>slaaf</i> zich tegenover een particulieren werkgever aan „desertie” schuldig maken. -</p> -<p>In artikel 11 der koelie-ordonnantie komt ’s koelies positie van slaaf bijzonder duidelijk -uit. Daar namelijk wordt onder meer straf bedreigd tegen dengene, <b>die een weggeloopen koelie huisvesting verleent</b>. -</p> -<p>Dit huisvesting verleenen aan iemand, die van een particulieren werkgever is weggeloopen -kan, dunkt mij, alleen ten opzichte van een <i>slaaf</i> een van overheidswege strafbaar feit opleveren. Het herinnert levendig aan de dagen -der Amerikaansche „underground railway.” -</p> -<p>Wie zal na de lezing dezer woorden durven beweren, dat de heer De Coningh zijn stelling -niet argumenteert en behoorlijk bewijst? -</p> -<p>De bewering van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, dat art. 1239 van het Burg. Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders toepasselijk -is, verraadt ons onmiddellijk den dilettant-jurist. -</p> -<p>Want zie, hoe wonderlijk het misschien den heer <span class="sc">Kooreman</span> in de ooren klinke, wel is het Burgerlijk Wetboek van Ned.-Indië niet op inlanders -van toepassing in zijn geheel, doch speciaal dit artikel 1239 wel. -</p> -<p>Art. 75 al. 3 van het Regeerings-Reglement toch bepaalt: Behoudens de gevallen.… waarin -zich inlanders vrijwillig hebben onderworpen aan het voor de Europeanen vastgestelde -burgerlijke en handelsrecht, worden door den inlandschen rechter toegepast de godsdienstige -wetten, instellingen en gebruiken der inlanders, <b>voor zoover die niet in strijd zijn met algemeen erkende beginselen van billijkheid -en rechtvaardigheid</b>. -</p> -<p>Nu staat het vast, dat indien de godsdienstige wetten, instellingen en gebruiken der -inlanders gevangenisstraf medebrachten, wanneer de schuldenaar bij een verbintenis -om iets te doen of niet te doen niet aan zijn verplichting voldeed, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>dit door den Rechter in strijd zou worden geacht met de algemeen erkende beginselen -van billijkheid en rechtvaardigheid, en art. 1239 zou worden toegepast. -</p> -<p>Het zal dan ook in geheel Nederlandsch-Indië—behalve dan natuurlijk in Deli—niemand -in het hoofd komen, bij contractbreuk door een inlander, iets anders van den Rechter -te eischen dan vergoeding van kosten, schaden en interessen. -</p> -<p>In Deli echter, en ziedaar weer een ontegensprekelijk bewijs, hoe de ongeoorloofde -verhouding van meester en dienaar den mensch onbevattelijk maakt voor de meest elementaire -rechtsbegrippen, kan men zoo iets—en erger—verwachten. Een vermakelijk staaltje geeft -ons Mr. <span class="sc">R. Z. Dannenbergh</span>, de eerste gegradueerde Landraadspresident te Medan<a class="noteRef" id="xd30e743src" href="#xd30e743">3</a>, waar hij schrijft: -</p> -<p>„Kreeg ik dan ook aan het begin mijner werkzaamheid ter Sumatra’s Oostkust van Europeanen -wel eens brieven met het verzoek om Inlanders of Vreemde Oosterlingen, die zoo brutaal -waren geweest om tegen hen een civiele actie in te stellen, eens flink te straffen, -ik meen mij te mogen vleien met de hoop, dat mijn vierjarige werkzaamheid aan dergelijke -wanbegrippen voor goed een einde zal hebben gemaakt.” -</p> -<p>Ik noemde dit staaltje vermakelijk, is het niet eigenlijk in-treurig en staat het -niet daar als een teeken ter waarschuwing, waarheen de practijk der koelie-ordonnantie -leidt? -</p> -<p>Verder verklaart de heer <span class="sc">Kooreman</span> zich te scharen aan de zijde van Prof. Mr. <span class="sc">G. A. van Hamel</span>, die reeds in 1892—te onzaliger ure!—zijn conclusies maakte. Die conclusies, zegt -hij, zijn nog altijd juist en verzekert, dat het stelsel der ordonnantie uit theoretisch -en practisch oogpunt beide uitnemend geslaagd is, ook omdat het—volgens prof. <span class="sc">Van Hamel</span>—<b>de zorg der Overheid zoo uitstekend verdeelt</b>. -</p> -<p>Kijk, over dat laatste zou ik behalve den Amsterdamschen <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>hoogleeraar gaarne den koelie zelf eens willen hooren. Ik denk, dat die hartelijk -naar wisseling verlangt. -</p> -<p>Overigens ben ik het met den heer <span class="sc">Kooreman</span> en zijn geleerden voorganger eens, dat het stelsel der koelie-ordonnantie uitnemend -geslaagd is, en op werkgever en werknemer beiden niet heeft nagelaten, dien verderfelijken -invloed uit te oefenen, welke te verwachten was. -</p> -<p>Het goede toch, dat in Deli wordt aangetroffen en waarop onze Oud-Resident zoo trotsch -gaat, is er gekomen niet door maar niettegenstaande de koelie-ordonnantie. Niemand, -om maar één voorbeeld te noemen, behoeft te vreezen, dat de groote maatschappijen, -wanneer de koelie-ordonnantie werd opgeheven, over zouden gaan tot het afbreken harer -hospitalen en het ontslaan der doktoren. Het eigenbelang zou haar voor het nemen van -dergelijke onverstandige besluiten behoeden. Hetzelfde argument geldt voor de huisvesting. -En het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal gescheiden worden, -vervalt dat niet bij afschaffing der koelie-ordonnantie vanzelf? De loonen kunnen -niet geringer, de kortingen daarop voor het genoten voorschot niet grooter. -</p> -<p>Trouwens de hoegrootheid van het loon wordt niet bij de koelie-ordonnantie geregeld. -Zelfs ging het Gouvernement niet in op een voorstel, door den Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span> gedaan, om een minimum-loon vast te stellen. Het sprak als zijn meening uit, dat -het loon niet aan de economische wet van vraag en aanbod mocht onttrokken worden door -ingrijping van de zijde van het Bestuur. Het schijnt mij evenwel toe, dat juist de -vaststelling van het minimum-loon een der hoofdpunten behoort te zijn bij elke wettelijke -regeling van den arbeid. -</p> -<p>Hierop kom ik later terug bij de toelichting op het concept-werkcontract, hetwelk -ik binnen korten tijd hoop het licht te doen zien. -</p> -<hr class="tb"><p> -<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span>, zijn pleidooi voortzettende, wil niet beweren, dat de Delische werkgevers het werkcontract -nooit hebben misbruikt, b.v. <b>om hun werklieden te dwingen na het verstrijken van het contract in dienst te blijven</b>. -</p> -<p>Doch wat beteekenen zulke misbruiken? Zij bewijzen niets tegen de ordonnantie zelve! -</p> -<p>Waartegen bewijzen deze misbruiken dan wel wat? Volgens den heer <span class="sc">Kooreman</span> alleen iets tegen de menschelijke natuur, die onder welke codificatie ook, tot het -kwade geneigd is. Zonder de koelie-ordonnantie zou echter dit schandelijk misbruik -niet mogelijk zijn. Pleit dit niet voor de wegneming van het euvel en tegen de voortduring -van het bestaan dier ordonnantie? -</p> -<p>Kom, kom, vergoelijkt de Oud-Resident, in Nederland komt wel de zoogenaamde handel -in blanke slavinnen voor, een vermomd pandelingschap, zoo men wil. -</p> -<p>Meent de heer <span class="sc">Kooreman</span> werkelijk met zulke drogredenen zijn zaak te kunnen goed praten? -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Na nog even den lof der koelie-ordonnantie te hebben gezongen, na te hebben verklaard, -dat zij goed is, omdat zij de zorg erkent van de overheid voor de belangen van werkgever -en werknemer beiden; na te hebben gestaafd, dat geen van beide partijen zich heeft -te beklagen over gemis aan belangstelling van bestuurswege.….. -</p> -<p>Volkomen met u eens, Resident, doch de aard der belangstelling lijkt mij niet dezelfde. -</p> -<p>.… komt de Oud-Resident met een klacht. -</p> -<p>Een klacht, die, ik geef het grif toe, werkelijk gegrond is. Toch was het wel het -laatst uit den mond van een gewezen Indischen magistraat, dat ik verwacht zou hebben -haar te hooren. En ieder, die de geheimzinnigheid kent, waarmede het Binnenlandsch -Bestuur zijn daden weet te omhullen, en de minachting waarmede opmerkingen in de <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>pers door de ambtenaarswereld plegen te worden begroet en behandeld—en zeker niet -het allerminst ter Oostkust van Sumatra—, zal met stomme verbazing vernemen, dat de -heer <span class="sc">Kooreman</span> zich beklaagt over het ontbreken eener geprononceerde openbare meening in zijn oud -gewest. -</p> -<p>Deze klacht zal vreugde en hoop storten in de harten van al wie journalist is in <span class="corr" id="xd30e818" title="Bron: Nederlandsch-Indie">Nederlandsch-Indië</span> en zij zal zijn als de profetie van een nieuwen dageraad voor de pers. -</p> -<p>Zoo ziet men, dat uit de koelie-ordonnantie zelfs iets goeds kan geboren worden. -</p> -<p>Maar weet de heer <span class="sc">Kooreman</span> niet, waarom er in Deli van een openbare meening, steeds wakker om de Overheid te -waarschuwen, weinig of niets valt te bespeuren? -</p> -<p>Welnu, dan wil ik hem, opdat hij zich niet wederom over mijn stilzwijgen beklage, -deze maal eens inlichten. -</p> -<p>Het is de vrees uit zijn betrekking ontslagen en nergens elders meer aangenomen te -worden, die iedereen doet zwijgen. -</p> -<p>En hiervan levert het bewijs de geschiedenis van den heer v. D., die op reis zijnde -van Asahan naar Deli onderweg aan den Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span> het een en ander mededeelde van de toestanden op de onderneming, waar hij het laatst -gewerkt had. Deze mededeelingen hadden een onderzoek en een strafzaak ten gevolge. -Maar tevens was voor altijd iedere betrekking voor den heer v. D. ter Oostkust gesloten. -Lieden, als de heer v. D. worden in den regel door het gewone publiek als „verraders” -beschouwd, en al verklaarde dan ook ter terechtzitting de heer v. D., dat het niet -in zijn bedoeling had gelegen, zijn vroegeren chef in ongelegenheid te brengen, niemand -was van hem gediend—men kan nooit weten. -</p> -<p>Het ligt trouwens niet op den weg van den burger, de rol van aanbrenger te spelen. -Het opsporen van misdrijven is het werk van de politie en het bestuur. Maar, zooals -ik reeds in mijn brochure (blz. 24) zeide, de opsporingsdienst in Deli is volstrekt -onvoldoende. -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -<p>Na het voorgaande zal het niemand—en naar ik hoop ook den heer <span class="sc">Kooreman</span> niet—verwonderen, dat het Bestuur in Deli, wat de opsporing van misdrijven betreft, -op eigen kracht moet steunen. Trouwens, het beroep van aanbrenger is nergens in eere. -</p> -<p>Maar is de Oud-Resident wel geheel verantwoord, waar hij zich door de afwezigheid -eener publieke meening in Deli tracht te dekken? Ik geef toe, dat er gedurende zijn -bestuur in de plaatselijke bladen betrekkelijk weinig over koelie-schandalen voorkwam. -Doch mij dunkt, dat de Resident ook wel andere couranten las dan juist de plaatselijke. -Heeft hij dan nooit gelezen, wat er zooal over Deli in de Javasche bladen verscheen? -Het is haast niet te veronderstellen. Want behalve in de Java-Bode, waaruit ik bij -het samenstellen mijner brochure verschillende berichten overnam, bevatten van tijd -tot tijd ook de andere nieuwsbladen artikelen, die den Oud-Resident tot nadenken hadden -kunnen brengen en hem de oogen hadden moeten openen, indien hij had willen zien. Het -zou mij gemakkelijk vallen, de voorbeelden in „De Millioenen uit Deli” te vertienvoudigen, -doch ik wil met één uitknipsel volstaan, daar ik meen, dat het voor mijn doel, de -onbegrijpelijke blindheid en onwetendheid van den heer <span class="sc">Kooreman</span> aan te toonen, voldoende is. -</p> -<p>„Van Deli zijn hier ruim 40 mannelijke en vrouwelijke koelies aangebracht, die zich -in een deerniswaardigen toestand bevonden. Ze waren doodarm, hadden een vieze plunje -aan en waren door en door ziek. Hoewel ze tot afschrik dienden voor anderen om zich -niet als koelie voor Deli te verbinden, vertrokken twee dagen later 41 mannen en 18 -vrouwen daarheen, die voor twee jaren een koelie-contract in het Timbanglangkatsche -hadden geteekend.” -</p> -<p>Aldus het Nieuw Bataviaasch Handelsblad van 19 Maart 1898.<a class="noteRef" id="xd30e851src" href="#xd30e851">4</a> -<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> -<p>Hoeveel is uit dit korte berichtje niet te leeren, vooral voor een Resident, die hart -heeft voor de inlandsche bevolking! -</p> -<p>Veertig Javanen, mannen en vrouwen, gaan terug. Terug uit Deli, uit het land, waar -de koelie-ordonnantie de beschermende hand uitstrekt over den arbeider, uit het land -overvloeiend van belangstelling in zijn lot van bestuurswege, uit het land der zoo -goed verdeelde Gouvernements-zorg! -</p> -<p>En nu van zelf rijzen de vragen: Waarom gaan die menschen terug? Hoe is het mogelijk, -dat zij zich in een deerniswaardigen toestand bevinden? Hoe kan kan het zijn, dat -zij doodarm zijn en door en door ziek? Waarom hebben zij zelfs geen voldoende kleeren -aan het lijf? Zou het mogelijk zijn, dat die koelie-ordonnantie toch theoretisch en -practisch niet zoo geheel voldoet? -</p> -<p>Aan den anderen kant, zoo overpeinst de ernstige bestuursman, hoe komt het, dat niettegenstaande -dit afschrikwekkend voorbeeld weer anderen gereed staan, zich voor Deli te verkoopen? -De Pembrita Betawi van 7 April d. a. v. levert hem het antwoord, dat ik hier (vertaald) -laat volgen: -</p> -<p>„In het afgeloopen jaar zijn uit de residentie Bagelen alleen 1420 menschen naar Deli -gegaan, en er zijn nog veel Javanen uit die residentie in den vreemde. <b>Dit is wel een bewijs, dat er in die residentie veel armoede heerscht.</b> -</p> -<p>Och ja, ieder weet het, alleen de man die er voor betaald werd om het te weten, wist -het niet: armoede, nijpende armoede alleen en het verlokkende voorschot, waardoor -hij tijdelijk gered is, doen den Javaan besluiten zijn ziel te verkoopen (zooals hij -het noemt) en naar Deli te gaan. En ieder—behalve weer de Oud-Resident—weet, dat onder -de inlandsche bevolking van Nederlandsch-Indië Deli als een hel bekend staat. -</p> -<p>Mocht de heer <span class="sc">Kooreman</span>, die dit moeilijk zal kunnen aannemen, mij niet gelooven op mijn woord, welnu ik -<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>verzoek hem het volgend berichtje te willen lezen, dat ik knipte uit de Deli-Courant -van 12 Januari 1903. -</p> -<p>Het voorbeeld is dus zeer recent. Hier is het: -</p> -<p>Men schrijft uit Batavia aan <i>Het Centrum</i> te Djokdjakarta: -</p> -<p>Niettegenstaande de Assistent-Resident van Soerakarta strenge maatregelen heeft genomen, -tot tegengang van den, destijds daar zoo welig tierenden sluikhandel in Deli-koelies, -blijft die plaats tot heden toch nog een gemakkelijk en voordeelig exploitatie-terrein, -voor de wervers. -</p> -<p>Onder de contractanten, die hier dezer dagen aankwamen, waren twee vrouwen, Bok Jati -uit Paras (Solo) en Bok Saminah uit Moentilan, Kedoe, die geweigerd hadden voor de -bevoegde autoriteit te worden gebracht, tot het sluiten van een zoogenaamd <span class="corr" id="xd30e884" title="Bron: koeliecontract">koelie-contract</span>, omdat zij geenszins van plan waren naar de buitenbezittingen te gaan. -</p> -<p>Bok Marto van Balapen (Solo), die haar heeft afgeleverd, verzekerde haar onder schoone -beloften, dat zij niet naar Deli gezonden zouden worden, maar als kokki in dienst -moesten komen bij een toewan aan de kalibesar, door welke mededeeling zij gerust gesteld -werden, en om haar in dezen waan te bevestigen, moesten zij niet, evenals de andere -contractanten, met wie zij hierheen samen reisden, zich voorzien van vergunning der -respectievelijke regenten, maar konden zij zich behelpen met soortgelijke stukken -van twee contractvrouwen, die een maand te voren aan de firma Soesman & Co. te Semarang -waren gezonden, doch afgekeurd werden wegens lichaamsgebreken. -</p> -<p>Deze twee vrouwen scharrelen hier nog dagelijks rond, in de hoop door prostitutie -wat geld bij elkaar te krijgen voor de kosten van de terugreis naar hare kampongs. -</p> -<p>Op mijn aandringen om over deze schandelijke misleiding zich bij het bestuur te beklagen, -verklaren zij eenparig zulks niet te durven, en wilden ze, zoo haar bedrijf niet zoo -voordeelig is om daarmede voldoende contanten te krijgen, desnoods te voet de terugreis -aanvaarden. Intusschen <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>bewonder ik den moed van deze vrouwen, omdat zoovelen vóór haar aldus verschalkt, -door den bitteren nood gedwongen, ten slotte buigen voor den onversaagden dwang van -den rusteloozen werver. -</p> -<p>Hierna geeft de heer <span class="sc">Kooreman</span> een geschiedkundig overzicht van de ontwikkeling der residentie Oostkust van Sumatra. -Het eenige, wat ons hierdoor duidelijk wordt, is, dat de verhandelaar wenscht te concludeeren, -dat het Gouvernement van Nederlandsch-Indië bij lange niet tegenover Deli zijn plicht -heeft gedaan, een conclusie, waarmede ik mij geheel kan vereenigen. De heer <span class="sc">Kooreman</span> beklaagt zich terecht over het feit, dat de Indische Regeering aan het Bestuur ter -Oostkust geen voldoende middelen gaf, om de ordonnantie te handhaven. Het gevolg hiervan -ligt voor de hand: misbruik van de zijde der machthebbers, i. c. de planters. Dezen, -geen voldoende hulp en steun kunnende vinden bij het Gouvernement, waren verplicht -het recht in eigen hand te nemen. Tot welke uitspattingen dit—oogluikend toegestaan—privilegie -moest leiden, weet ieder, die eenigszins met Deli’s verleden op de hoogte is. -</p> -<p>Vandaar de ergernis bij velen over de houding van den heer <span class="sc">Cremer</span>, toen hij minister was. Ieder moest verwachten, dat de man, die in de tijden der -grootste bandeloosheid zijn fortuin heeft gemaakt, in het gewest, waarvan hij de ongeoorloofde -verhoudingen zoo goed kende, voor goed orde en regel zou hebben gevestigd. Een verwachting, -waarin men deerlijk is teleurgesteld. -</p> -<p>De bewering van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, dat het Bestuur thans op elk gebied den toestand meester is, kan ik evenwel niet -onderschrijven, al voegt hij er ook bij, dat het Bestuur „de <b>middelen mist, om overeenkomstig de eischen van elke geordende maatschappij in voldoende -mate te voorkomen</b> misdrijven, overtredingen, ontduikingen, ook van de koelie-ordonnantie.” Het hoofdstuk -„Rechtspraak” mijner brochure zal trouwens den onpartijdigen Lezer wel anders geleerd -hebben. -<span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span></p> -<p>Een voorbeeld: Op het oogenblik, dat ik dit schrijf—11 Februari 1903—is het nog geen -week geleden, dat ik van een planter, met wien ik over zaken correspondeerde, uit -Britsch-Borneo bericht kreeg, dat hij in der haast Deli had moeten verlaten, wegens -een koelie-perkara. Wat de man misdreven heeft, weet ik niet. Zijn overhaaste vlucht -wijst echter niet op een kleinigheid. In geen der beide plaatselijke bladen is hierover -iets te vinden. -</p> -<p>Dit bewijst: primo, dat het Bestuur niet alleen preventief machteloos is; secundo, -dat het beweren van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, als zou in Deli alles terstond ruchtbaar worden, niet op de werkelijkheid is gegrond. -In tegendeel, er is geen land ter wereld, waar beter gezwegen wordt dan juist in Deli. -<span lang="fr">Et pour cause!</span> -</p> -<p>Van rechtsveiligheid, wat de Oud-Resident ook moge beweren, is in Deli geen sprake. -In dat opzicht hebben de Europeanen zich <b>bijna</b> even sterk te beklagen als de inlanders. Ik zeg bijna, omdat den Europeaan, die gerechtelijk -vervolgd wordt, de middelen van getuigen-verduistering en vlucht nog steeds ten dienste -staan, den inlander bijna zonder uitzondering niet. Pleegt dus een inlander een misdrijf, -dan is er kans—hoewel niet veel, met het oog op de geheel onvoldoende politie—dat -de schuldige gestraft wordt. Is de bedrijver een Europeaan, dan is het zoo goed als -zeker, dat de Gerechtigheid te kort schiet. De Europeaan is dus eenigszins tegenover -den inlander gedekt, omgekeerd niet. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Wij zijn nu gekomen aan wat ik eenige bladz. vroeger de martelcasuistiek van den heer -<span class="sc">Kooreman</span> noemde. Deze dan, geheel in zijn rol van verdediger opgaande, pleit voor de plegers -der door mij verhaalde gruwelen verzachtende omstandigheden. -<span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span></p> -<p>Naar de meening van den verdediger zou de politierol, die immers bewaard wordt, ons -inlichting kunnen geven over het geval van den koetsier, die wegens liegen gestraft -werd. Deze onnoozelheid zal wel niemand willen slikken, daar ieder begrijpt, dat de -betrokken Magistraat de domheid niet zal hebben begaan, in de rol te boeken, dat den -man wegens liegen de straf werd opgelegd. Daar zal natuurlijk iets anders genoemd -zijn. -</p> -<p>Een hooggeplaatst ambtenaar te Medan deelde mij indertijd mede, hoe het hem bekend -was, dat een geheele rol valsch was opgemaakt: gefingeerde getuigen, etc. De rol zou -ten deze niet het minste bewijzen. Op het verzoek van den heer <span class="sc">Kooreman</span>, er mee voor den dag te komen, moet ik antwoorden als aan den Resident op blz. 11: -„Alleen aan de Regeering bij een door haar bevolen algemeen onderzoek en onder beding -van straffeloosheid van den betrokkene, wil ik mededeeling doen.” -</p> -<p>De lezing, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> geeft van het geval der mishandelde vrouw (blz. 29 der brochure) en welke hij zegt -te hebben van den pas teruggekeerden resident <span class="sc">Van der Steenstraaten</span> verschilt aanmerkelijk van hetgeen ik gehoord heb. Toch meen ik de lezing van mijn -berichtgever voorloopig te moeten vertrouwen. Het schijnt mij n. l. toe, dat de heer -<span class="sc">Van der Steenstraaten</span> zijn voorstelling van zaken pas opgedaan heeft na zijn terugkeer in Holland. Immers -zou hij, indien het geval hem was gerapporteerd, toen hij nog in functie was, zeker -de zaak hebben vervolgd en zou dan minstens de huishoudster, als hoofddaderes, zijn -gestraft. Een feit is echter, zooals ik reeds mededeelde, dat het Bestuur in Deli -niets van de zaak wist op het oogenblik, dat mijn brochure het licht zag. Waarom kwam -de Assistent-Resident anders bij mij om inlichting? Een andere vraag is, of het gemakkelijk -zal zijn, de geheele waarheid aan het licht te brengen. -</p> -<p>Waarom ik het geval der vijf afgeranselde Chineesche <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>wegloopers, die ik zelf gezien heb in al hun ellende, niet aan de overheid mededeelde? -Eenvoudig omdat ik de gast was van den bedrijver dezer wreedheid, toen ik toevallig -de ongelukkigen ontdekte. Ik ging nl. de droogschuur in, waar zij lagen, omdat ik -de stem van mijn gastheer hoorde, dien ik zocht. Ik achtte mij niet geroepen, den -man te verraden, en ik geloof, dat wel niemand in mijn geval anders zou hebben gehandeld. -</p> -<p>Bij het volgende geval—de mishandeling eener vrouw door den beheerder eener onderneming—vindt -de heer <span class="sc">Kooreman</span> mijn uitdrukking „het was afgrijselijk” niet gewettigd, daar die vrouw nog in staat -was naar den controleur te loopen, nadat zij de mishandeling had ondergaan. Ik voor -mij vind het slaan eener vrouw op zich zelf reeds afgrijselijk, en zeker in dit geval, -waarbij de billen een vuile, vieze, etterige en bloederige massa vertoonden, al zij -het ook waar, dat de mishandelde nog in staat is geweest, zich naar den controleur -te slepen. De heer <span class="sc">Kooreman</span> moge zoo iets de allergewoonste zaak ter wereld vinden, mij en anderen lijkt zij -afschuwelijk. -</p> -<p>Het volgende, de beschrijving van den toestand in een hospitaal in Serdang, is niet -van mij. Ik nam het over uit de Java-Bode. Ik geloof echter niet, dat al ware deze -beschrijving, gelijk de heer <span class="sc">Kooreman</span> beweert, op effect berekend, dit gebrek in den stijl de schandelijkheid der toestanden -wegneemt. Want, op effect berekend of niet, de beschrijving is, wat de feiten betreft, -der waarheid getrouw. -</p> -<p>De overige gevallen worden door den heer <span class="sc">Kooreman</span> zonder meer erkend als te zijn geschied of zijn reeds door mij besproken, behalve -het geval op blz. 52 mijner brochure vermeld, waarvan de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt, dat het niet geheel waar kan zijn, omdat volgens het werkcontract de vrouwen -ook recht hebben op loon voor de dagen, dat zij niet werken, het geval van ziekte -gedurende meer dan dertig dagen uitgezonderd. Hoe komt de heer <span class="sc">Kooreman</span> hierbij? <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>Hij leze het model-contract voor de Javaansche vrouwen op blz. 66 mijner brochure -eens na! Doch al ware het zoo als hij meent, zou het een onmogelijkheid zijn, dat -de administrateur zich niet aan de bepaling van het contract gehouden had? Trouwens, -ik heb het verhaal van den assistent, die er den beheerder een opmerking over maakte. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Doet het echter veel af of toe, of er misschien kleine fouten schuilden in de verhalen, -die door mij werden gedaan? Het blijkt toch ten duidelijkste, dat de kern van alles -wat ik mededeelde waar was, en waarom zouden nu, waar de voorstelling der zaken door -den Oud-Resident en die door mij slechts in de details verschillen, de inlichtingen -omtrent die bijzaken door den Resident ontvangen steeds juist moeten zijn en die, -welke ik ontving, onjuist? -</p> -<p>Zie, als ik op blz. 6, 2<sup>de</sup> kolom van de lezing, zooals die in het bijvoegsel van de Deli-Courant te vinden is, -lees, dat „men op Java de ringgit boeroeng of Mexicaansche dollar even goed kent als -de ringgit kompenie of rijksdaalder”, dan moet ik gelooven, dat er onder de hoofden -in de Preanger, aan wie de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt deze enormiteit te ontleenen, veel grappenmakers gevonden worden, die het zelfs -wagen, een loopje met een Resident te nemen. -</p> -<p>Daarom, zoolang ik nog geen betere tegenbewijzen heb dan loutere verzekeringen van -een bestrijder, wiens goede trouw niet geheel buiten verdenking is, blijf ik bij de -door mij gegeven détails. Intusschen dank ik den heer <span class="sc">Kooreman</span> voor zijn erkenning der feiten. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Aan deze gruwel-casuistiek des heeren <span class="sc">Kooreman</span> sluit zich heel geleidelijk aan, wat hij over de Javaansche vrouwen en haar loonen -meent te moeten verkondigen. Zoo beweert de Oud-Resident, dat het werk der vrouwen, -in onkruid <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>wieden, wormen zoeken, vegen, het aanleggen der kweekbedden en dergelijk licht werk -bestaat. Indien hij gezegd had, dat het in deze bezigheden <b>behoorde</b> te bestaan, zou ik hem om zijn menschlievendheid hebben geprezen, evenzeer als ik -den heer <span class="sc">Kooreman</span> nu laken moet over zijn gebrek aan waarheidsliefde, of—indien hij werkelijk niet -beter weet—over zijn gebrek aan wetenschap. Een feit toch is het, dat men herhaaldelijk -vrouwen ziet gebezigd voor werk, waar in Nederland polderjongens voor worden gebezigd. -Grint uit de rivier baggeren, steenen kloppen, beertonnen van Chineezen wegdragen -en leegen, e. d. zijn werkzaamheden, welke, behalve de door den heer <span class="sc">Kooreman</span> genoemde, aan de vrouwen worden opgedragen. Ook stemt het niet met de waarheid overeen, -waar de Oud-Resident beweert, dat van de ongehuwde vrouwen niets tot aanzuivering -van het voorschot wordt gekort. -</p> -<p>Dat de heer <span class="sc">Kooreman</span> het met de waarheid zoo nauw niet neemt, blijkt o. m. hieruit, dat hij zijn hoorders -tracht wijs te maken, dat de <b>sedert een paar jaar bestaande</b> loonsverhooging van 6 op 7 dollars voor een man en van 3 op 4½ dollar voor een vrouw, -het nadeelig verschil van den dollarkoers vergoedt. Deze loonsverhooging dateert van -ongeveer Juli 1902, dus ruim een half jaar, en is waarschijnlijk een gevolg van de -vergadering van den Indischen Bond van 29 Maart 1902, waar op het lage peil der loonen -gewezen was. De loonsverhooging der vrouwen in Serdang, wier loonen met 1 dollar per -maand op verzoek van den tegenwoordigen Resident door de planters verhoogd zijn, dateert -van 1 Januari 1903, en ik meen te mogen gelooven, dat zij te danken is aan den invloed -mijner brochure. -</p> -<p>Van deze dingen vindt men in de plaatselijke bladen niets vermeld. Zelfs zulke zaken, -waarover men zich betrekkelijker wijze gesproken niet behoeft te schamen, worden verzwegen. -De planters haten—en met reden—alles wat naar publiciteit zweemt. In geheimzinnigheid -doen de administraties <span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>der ondernemingen niet onder voor de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur. -</p> -<p>De conclusie van den heer <span class="sc">Kooreman</span> is, dat de ongehuwde vrouw, als zij dat wil, best kan rondkomen en zich voldoende -kleeden, zonder dat zij zich behoeft te prostitueeren. -</p> -<p>In deze meening staat de Oud-Resident te midden van al zijn bondgenooten alleen: al -de anderen erkennen ten minste eerlijk, dat de loonen dezer vrouwen te laag zijn. -Zelfs doet dat de <i>Sumatra Post</i> in haar door den heer <span class="sc">Kooreman</span> aangehaald hoofdartikel van 27 November j.l. Maar de Oud-Resident, zich, zooals ik -reeds opmerkte, beschuldigd wanende<span class="corr" id="xd30e1044" title="Bron: .">,</span> tracht zich schoon te wasschen, en zijn systeem van verdediging brengt mede, zoo -weinig mogelijk te erkennen en zooveel mogelijk te ontkennen of te vergoelijken. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Evenals de serviliteit der planters voor de ambtenaren B. B., bestaat volgens den -heer <span class="sc">Kooreman</span> het toetoepstelsel geheel in mijn verbeelding (blz. 7, 2<sup>de</sup> kolom). Twee alinea’s verder erkent hij het echter volmondig voor zoover de zoogenaamde -klapzaken betreft, hoewel onder het voorbehoud, dat in de laatste jaren van het toetoepen -van zaken geen sprake meer was. Daarover heb ik een geheel andere meening en blijf -er bij, dat in de laatste jaren herhaaldelijk zaken getoetoept zijn. Deze zaken betroffen -niet alleen klapzaken, doch ook verduistering, oplichting, misbruik van vertrouwen, -zware mishandeling e. d. Het ligt, ik herhaal het nogmaals, niet op mijn weg de namen -der betrokkenen bekend te maken en ik ben alleen op de bekende voorwaarden geneigd, -mijn beschuldigingen te staven. Trouwens, wie, die slechts een kennis heeft, die in -Deli geweest is, heeft wel nooit van dat toetoepen vernomen? Het feit is in Nederland -bijna even goed bekend als hier. -</p> -<p>De heer <span class="sc">Kooreman</span> echter weet er niets van. Welnu, er zijn zooveel dingen in Deli, die de heer <span class="sc">Kooreman</span> zegt niet <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>te weten, dat ook dit er gerust bij kan. Zijn blindheid bewijst niets tegen anderen, -die hun oogen open hadden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik, uitdrukkelijk te -verzekeren, dat het in „De Millioenen uit Deli” aangehaalde voorbeeld van de laatste -residents-vendutie in de verte niet de bedoeling had, een smet te werpen op het karakter -van den Oud-Resident <span class="sc">Van der Steenstraten</span>. Mijn bedoeling was, zooals ik op blz. 19 dier brochure reeds zeide, uit te doen -komen de drie groepen, welke belang hebben bij slapheid van bestuur en het slapen -der Justitie: de inlandsche Vorsten, de Chineesche hoofden, de planters. De hooge -prijzen op zoo’n vendutie besteed, dienen dan ook vaak om te laten zien, wat de opvolger -verwachten mag, indien zijn opvatting van zijn taak in overeenstemming zal blijken -te zijn met die der belanghebbenden. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Nu blijven er nog enkele zaken, waarover weinig te argumenteeren valt, en waarbij -men door heen en weer geschrijf niet veel verder komt dan kijvende jongens met hun -„’t is wellis” en „’t is nietis.” Zoo zeg ik b. v. dat de planters tegenover de ambtenaren -B. B. serviel zijn, de heer <span class="sc">Kooreman</span> spreekt ervan, dat de ambtenaren ter Oostkust „hoog staan” bij de planters en door -hen „geacht worden”, wat hieraan is te wijten (sic), dat zij hen dagelijks onvermoeid -bezig zien in het zoo nauwgezet mogelijk vervullen hunner plichten. -</p> -<p>Zoo is de Oud-Resident (blz. 6, 2<sup>de</sup> kolom) hoogelijk er mede ingenomen, dat de Chineesche hoofden de bezitters zijn van -de publieke huizen, en deelt hij dus blijkbaar mijn verontwaardiging niet, dat in -den Landraad als Rechters deze menschen zitting hebben<a class="noteRef" id="xd30e1082src" href="#xd30e1082">5</a>. Ook zal het hem dus niet <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>ergeren, dat de hoogste ambtenaren met hunne dames bij dergelijke bordeelbezitters -visites maken en op receptie gaan, iets, laat ik dit er ter verontschuldiging bijvoegen, -waartoe zij wel officieel zijn gedwongen, daar immers deze lieden Chineesche Hoofden -zijn en dus ambtenaren van het Gouvernement. -</p> -<p>Zoo is het mij onbegrijpelijk, hoe de heer <span class="sc">Kooreman</span> in zijn conclusie de toestanden in Deli „zeker bevredigend” kan noemen, waar hij -op blz. 7 spreekt van de „werkliedenkoloniën, zonder wettig dagelijksch bestuur en -in den regel zonder politie.” -</p> -<p>Ook zouden er nog grootere en kleinere vergissingen en tegenstrijdigheden, die echter -het hart der zaak niet raken, zijn aan te toonen in de verdediging van den heer <span class="sc">Kooreman</span>. Ik wil mij daar evenwel niet mee bezig houden. Mijn doel was—en ik meen het bereikt -te hebben—aan te toonen, dat de in „De Millioenen uit Deli” sluimerende gevolgtrekking -onaangetast is gebleven: -</p> -<p>DE EERE GODS EN DIE VAN NEDERLAND EISCHT EEN ONMIDDELLIJK EN KRACHTIG INGRIJPEN DOOR -DE REGEERING TOT VESTIGING IN DELI VAN DIE ORDE EN REGEL, ALS ALLEEN VEREENIGBAAR -ZIJN MET DE GRONDSLAGEN VAN EEN CHRISTELIJKEN STAAT. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Hiermede zou ik kunnen sluiten, ware het niet, dat ik de aandacht van den Lezer nog -wenschte in te roepen ter opheldering van een persoonlijk feit. Ik ben die opheldering -den heer <span class="sc">Kooreman</span> en mijzelf verplicht en geef ze, hoewel ongaarne, openhartig. -</p> -<p>Behalve de algemeene klacht over gebrek aan publieke opinie in Deli, meent de heer -<span class="sc">Kooreman</span> speciaal drie personen <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>ter verantwoording te moeten roepen, die nagelaten hebben de overheid, die immers -zoo gaarne zou hebben geluisterd, hun ondervinding mede te deelen. -</p> -<p>Deze drie nalatigen zijn: Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span>, geneesheer van de Arendsburg-Maatschappij, die zijn beweerde ervaringen als Delisch -dokter geheim heeft gehouden, om er later in Europa een sensatiewekkende verhandeling -over te schrijven; de Nederlandsche geleerde, vermeld op blz. 26 van „De Millioenen -uit Deli” en de schrijver dier brochure. De heer <span class="sc">Kooreman</span> vraagt, waarom geen van die drie hem, toen hij resident was, met zijn bevindingen -in kennis heeft gesteld. De redenen, welke Dr. <span class="sc">Tschudnowsky</span>, wiens persoon noch verhandeling mij bekend zijn, en den Nederlandschen geleerde, -wiens naam mij zelfs onbekend is, hebben bewogen tegenover den Resident <span class="sc">Kooreman</span> te zwijgen, kan ik niet beoordeelen. Maar nu hij mij zoo uitdrukkelijk vraagt, waarom -ik niet tot hem gesproken heb, wil ik hem de reden onomwonden zeggen. -</p> -<p>Het was op een avond in de maand October 1897—ik was pas te Medan gevestigd en woonde -nog in het Medan-hôtel—, dat ik na den eten, dus ongeveer negen uur half tien, zat -te lezen op de voorgalerij van mijn kamer. De krees (rieten valgordijnen) waren neergelaten -en alles was doodstil. Daar werd er tegen een der houten pilaren bij de trap, die -toegang tot de galerij gaf, geklopt. „Binnen!” riep ik, meenende dat een der gasten -van het hôtel mij kwam opzoeken, om den bekenden Indischen „boom” te komen opzetten. -Ik kreeg geen antwoord, doch het kloppen werd herhaald. „Sapa?” riep ik nu, een inlander -met een boodschap vermoedend. Daar werd de kree een weinig opgelicht, en een Maleier -schoof naar binnen, gevolgd door een tweeden, een derden, een vierden, een vijfden, -een zesden, een zevenden! Om de waarheid te zeggen, voelde ik mij niet geheel op mijn -gemak, doch toen ik ze allen op een rijtje langs de lambrizeering zag neerhurken, -werd <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>ik omtrent hun bedoelingen gerust gesteld. Na een paar inleidende vragen, deelde mij -de woordvoerder in keurig zoogenaamd Hoog-Maleisch—ik herinner mij dat, omdat dit -de eerste maal was, dat ik die taal hoorde spreken—mede, wat hen tot mij bracht. Hij -dischte mij een verhaal op, zóó echt iets uit een boek en voor mij, die pas van Java -kwam, zóó onwaarschijnlijk, dat ik het niet kon gelooven. Ik beloofde echter, de zaak -te zullen onderzoeken en vroeg hen over twee dagen, doch ’s ochtends, terug te komen. -Overdag dorsten zij niet, zeiden zij, en daar ik de geschiedenis romantisch begon -te vinden—ik herhaal, dat ik er niets van geloofde—bepaalde ik het uur van samenkomst -op den volgenden avond om denzelfden tijd. -</p> -<p>Den volgenden dag onderzocht ik de zaak en bevond, dat mijn nachtelijke bezoekers -de waarheid hadden gesproken. Ziehier het verhaal, dat zij mij gedaan hadden, aangevuld -met wat mij later bij de behandeling der zaak is gebleken, en het verloop dat zij -had. -</p> -<p>Dicht bij Medan is een renbaan, gewoonlijk <i>racebaan</i> genoemd, waar twee maal per jaar paarden-wedstrijden worden gehouden, ook weer betiteld -met den Engelschen naam <i>races</i>. Dicht bij deze baan waren door eenige Maleiers—mijn bezoekers—huizen gebouwd. Zij -hadden daartoe het erfpachtsrecht op een stuk grond, aan het terrein van de renbaan -grenzende, behoorlijk van den eenigen grondeigenaar in Deli, den Sulthan, gekocht -en betaald. Vervolgens hadden zij, gelijk ik reeds zeide, op de hun in erfpacht afgestane -terreinen huizen gebouwd en die betrokken, terwijl zij op het overschietende terrein -aanplanting van vrucht- en sierboomen hadden gemaakt. Op een goeden dag—datums weet -ik natuurlijk niet—werd hun door den aspirant-controleur van Medan aangezegd, dat -zij daar niet wonen mochten, hun huizen en stallen moesten afbreken en verhuizen. -De reden waarom werd hun niet medegedeeld; het was eenvoudig een prentah-companie -(bevel van het Bestuur) <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>De eigenaars maakten—zeer natuurlijk—geen haast om aan dat bevel te voldoen. Zij bepraatten -de zaak wat onder elkander en besloten te blijven, waar zij waren, en den loop der -dingen af te wachten. Nogmaals kregen zij bezoek van denzelfden aspirant-controleur, -die hetzelfde bevel, doch nu nog nadrukkelijker, overbracht. De eigenaars bepraatten -wederom de zaak en besloten weer te blijven zitten. Zulke brutale rakkers! -</p> -<p>Na verloop van eenigen tijd kregen zij bevel voor den karapatan te verschijnen. De -karapatan is de inheemsche rechtbank, voorgezeten door den Sulthan, waarbij de Magistraat -van Medan zitting heeft als adviseerend lid. Hier werd hun medegedeeld, dat zij hun -terrein hadden te ontruimen en de daarop gebouwde woningen en stallingen moesten afbreken. -Of zij geen schadevergoeding zouden krijgen, vroegen de eigenaars. Neen, daarvan was -geen sprake, zij hadden te verhuizen zonder meer, zij mochten daar niet wonen. Zij -moesten al wat zij gebouwd hadden afbreken, mochten de afbraak houden, maar schadevergoeding—daarvan -kon geen sprake zijn. -</p> -<p>De eigenaars gingen diep mistroostig weg, hielden weer een koempoelan (vergadering), -overlegden de zaak nog eens rijpelijk en—bleven weer zitten. ’t Was ongehoord, zoo’n -lijdelijk verzet, als je ook steeds van die inlanders hebt! Weer kwam een oproeping -vanwege den karapatan en weer trokken de eigenaars er heen. Waarom zij nog niet verhuisd -waren? Ja, zij wisten nog niet recht, hoeveel karoegian (schadevergoeding) zij kregen. -Karoegian, geen cent! Dat wisten zij heel goed. En als zij het nog niet wisten, dan -werd het hun nu eens en voor altijd gezegd. Zij moesten verhuizen, <span lang="fr">pur et simple</span>, want zij mochten daar niet wonen en daarmee uit. Van schadevergoeding was geen sprake, -maar de karapatan wou dezen keer mild en zachtmoedig zijn, de afbraak mochten zij -houden. En om nu voor goed aan hun praatjes en lijdelijk verzet een einde te maken, -<span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>werd hun medegedeeld, dat indien zij niet vrijwillig aan het bevel voldeden, de Sulthan -oppassers (politie-agenten) en dwangarbeiders zou zenden, om den heelen boel tegen -den grond te halen. -</p> -<p>De eigenaars zagen in, dat de zaak ernstig begon te worden. Een van hen, de vendu-afslager -Mangaradja Tagor, op wiens naam de erfpachtsacte stond, sprak er met den vendumeester, -den heer <span class="sc">Van den Berg</span>, over. Hij had hem er al meer over gesproken en toen weinig baat er bij gevonden, -maar men kan nooit weten, misschien wist hij nu wel raad. En werkelijk, de vendumeester -wist raad, of eigenlijk hij zelf niet; maar, zei hij, er is hier een advocaat—een -echte, een Meester—gekomen. Die woonde in het Medan-hôtel. Ze moesten dien maar eens -raadplegen. Maar mondje-toe, dat hij dien raad gegeven had<a class="noteRef" id="xd30e1154src" href="#xd30e1154">6</a>. -</p> -<p>Vandaar het nachtelijk bezoek. -</p> -<p>Toen uit de inlichtingen, die ik den volgenden morgen inwon bij den heer <span class="sc">Van den Berg</span>—want Tagor had mij verteld, dat zijn chef van de zaak alles afwist—mij bleek, dat -er grond bestond om aan het verhaal der eigenaars geloof te slaan, begaf ik mij, gewapend -met de erfpachtsacte, in Deli gewoonlijk <i>grand</i> genaamd, naar den Resident en lei hem het geval voor. -</p> -<p>Het geheele gesprek, dat volgde, weer te geven, kan ik natuurlijk niet. Het zakelijke, -dat verhandeld werd, komt hierop neer: De Resident kende de zaak, doch liet het mij -voorkomen, of het de wensch van den Sulthan was, dat de eigenaars daar niet wonen -bleven. Als ik mij niet vergis, beweerde hij, dat deze grond niet met woningen bebouwd -<span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>mocht worden, daar de Sulthan die voor rijstvelden beschikbaar wilde houden voor de -inheemsche bevolking. [Later zullen wij vernemen, wat de werkelijke reden voor de -geëischte ontruiming was]. Ik wees den Resident erop, dat het erfpachtsrecht toch -behoorlijk gekocht en betaald was, en dat die ontruiming zonder meer maar niet zoo -maar kon plaats grijpen. De Resident meende, dat dit zaken waren het inlandsch zelfbestuur -rakend. Ik bracht hem onder het oog, dat onder de verschillende eigenaren zoogenaamde -Gouvernementsonderdanen<a class="noteRef" id="xd30e1173src" href="#xd30e1173">7</a> waren en dat de erfpachtsacte stond ten name van <b>Mangaradja Tagor</b>, venduafslager, in dienst van het Ned.-Indisch Gouvernement. Dat deze dus niets met -den Sulthan en den karapatan te maken had en dat wanneer de Sulthan de terreinen wilde -doen ontruimen, Z. H. een vordering deswegen kon instellen bij den Landraad. De Resident -was dit niet met mij eens en wou er zich niet mee bemoeien, uit vrees voor politieke -verwikkelingen!! -</p> -<p>Ten slotte kwamen wij overeen, dat ik de zaak verder zou behandelen met den Controleur, -die ook met den Sulthan zou spreken en den Resident inlichten. Ik sprak dan ook met -den controleur en lei hem de zaak bloot. Deze was een eerlijk man en min of meer met -zijn figuur en de heele affaire trouwens, die hij kende, verlegen. -</p> -<p>De onderhandelingen schoten niet erg op, daar ik bleef staan op den billijken eisch: -algeheele schadevergoeding. Wie schetst echter mijn verbazing, toen op zekeren morgen, -dat ik naar den Landraad ging, de controleur mij aansprak, en zei, dat de Sulthan -van geen schadevergoeding wou weten en over twee dagen de huizen door politieoppassers -zou doen ontruimen en laten afbreken. -</p> -<p>Geschiedt dat met toestemming van den resident, vroeg ik. -</p> -<p>Ja, antwoordde de controleur, ik kom juist bij hem vandaan en heb in last u dit mede -te deelen. -<span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span></p> -<p>Nu, zeg hem dan uit mijn naam, dat ik de eigenaars zich laten wapenen en dat de huizen -verdedigd zullen worden. Maar ook, dat zoodra de oppassers van den Sulthan komen, -ik telegrafisch den Resident zal aanklagen bij den Gouverneur-Generaal. -</p> -<p>En ik deed wat ik gezegd had. Ik riep de eigenaars des avonds te zamen, vertelde hun -hoe de zaak stond en raadde hen zich te wapenen en hun goed tegen den aanval van wie -dan ook te verdedigen. -</p> -<p>Ik zal niet zeggen, dat die raad in alle opzichten goed was. Maar ik vermoedde, dat -de Resident blufte en dat hij zich wel wachten zou, het zóó ver te laten komen. Ik -wist natuurlijk, dat indien het werkelijk tot een handgemeen kwam, de eigenaars en -ik zelf in moeielijkheden zouden komen. Aan den anderen kant stond, dat indien de -zaak onderzocht werd, de Resident verloren zou zijn. Hier steunde de Resident zóó -blijkbaar het onrecht, ja handelde zoo geheel tegen zijn eersten plicht, den inlander -te beschermen tegen knevelarij en misbruik van gezag, dat ik niet vreesde, of hij -zou voor de gevolgen terug deinzen. -</p> -<p>De Sulthan heeft dan ook nooit zijn oppassers gezonden. Wel kreeg ik van den controleur -bericht, dat den daaropvolgenden Zaterdag de zaak in den karapatan zou worden behandeld. -Hier verklaarde ik namens de eigenaars, den karapatan niet als rechter in dit geschil -te kunnen erkennen, doch wel geneigd te zijn, op den grond van behoorlijke schadevergoeding -in een minnelijke schikking te treden. -</p> -<p>En de zaak werd in der minne bijgelegd.<a class="noteRef" id="xd30e1191src" href="#xd30e1191">8</a> -</p> -<p>Later ben ik pas te weten gekomen, wat aan de heele zaak ten grondslag lag. De Nieuwe -Deli Race club, die haar paarden op de boven besproken renbaan bij Medan laat loopen, -had den Sulthan die ontruiming verzocht. Er <span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span>waren n.l. onder de eigenaars der woningen ook rijtuigverhuurders en men was bang -voor mogelijke besmetting der renpaarden, indien zich een ziek paard in de stallen -der eigenaars mocht bevinden. In de notulen der raceclub moet hierover nog wel het -een en ander te vinden zijn. -</p> -<p>De voorzitter van de raceclub was de secretaris van het Gewest. Verschillende bestuursambtenaren, -waaronder ook de Resident, hadden de zoogenaamde B. B. Kongsie gevormd en lieten paarden -loopen. En nu moge men mij duizendmaal verwijten, dat ik insinueer, doch ik kan niet -nalaten tusschen deze feiten en de houding van den Resident in deze zaak verband te -zoeken. -</p> -<p>Tot nog toe groeit er op de betwiste gronden geen rijst. -</p> -<p>De huizen zijn trouwens nooit afgebroken. De Sulthan heeft de erfpacht weer verkocht -aan een ander voor drieduizend dollar. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>De ondervinding door mij in deze zaak opgedaan, moedigde mij niet aan, met den Resident -over koelietoestanden te gaan praten, evenmin als over andere zaken, die naar mijn -inzien indruischten tegen het Recht. Waar mogelijk, sloeg ik steeds, zonder voorafgaande -pourparlers, de weg van rechten in en verkoos te vechten, waar minnelijke besprekingen -toch niet zouden baten. Trouwens, hoe kon ik vermoeden, dat het Hoofd van het Gewest -zooveel minder zou weten dan ik? Het kwam mij niet in het hoofd, mij te verbeelden, -dat ik meer van de feitelijke toestanden af zou weten dan de Resident. En nog sta -ik er verbaasd van, dat wat drie eenvoudige burgers—een dokter, een geleerde en een -advocaat—binnen betrekkelijk korten tijd opmerkten, een voortdurend geheim is gebleven -voor den man, die gecenseerd werd op de hoogte te zijn. Het beroep van den Oud-Resident -<span class="sc">Kooreman</span> op zijn niet-weten is een <span lang="la">testimonium paupertatis</span>, zich zelf uitgereikt, en tevens het tegengestelde van een loftuiting aan zijn vroegere -ondergeschikten, die <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>hem—zooals de Oud-Resident zegt—dergelijke dingen nooit rapporteerden. -</p> -<p>Laat ons hopen, dat het tegenwoordig Bestuur zijn oogen wat beter open zal hebben. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<blockquote> -<p class="first dateline"><span class="sc">Medan</span>, 29 Januari 1903. -</p> -<p class="address">Den Heer Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>, -<br>Medan. -</p> -<p class="salute"><i>Geachte Heer!</i> -</p> -<p>Naar ik zie uit het verslag van „Omega” in de Sumatra-post over de rede van den oud-resident -<span class="sc">Kooreman</span>, gehouden in de Vereeniging „Moederland en Koloniën” te ’s-Gravenhage, zoude deze -heer daar o. m. gezegd hebben: „En dan de questie van den heer <span class="sc">Tripp</span> en de British-Deli (blz. 35 en volgende). De voorstelling van de feiten en de conclusie -zijn weer onjuist.” -</p> -<p>Indien dit verslag het door den heer <span class="sc">Kooreman</span> gesprokene juist weêrgeeft, komt het mij voor dat deze heer, met volmaakt gemis aan -goede trouw, om het door U behandelde en bedoelde heeft heengepraat. -</p> -<p>Immers U begint: „Wat er voor den dag zou komen, indien het Gouvernement wilde besluiten -tot het houden van een algemeen en grondig onderzoek, leert ons de geschiedenis van -den heer <span class="sc">Tripp</span> en de <span lang="en">British-Deli and Langkat Tobacco Company</span>.” Het door U uit mijne correspondentie in de Java-bode van 10 Juli 1899 geciteerde -eindigt: „Dat de directie der British-Deli zou overgaan tot eene klacht wegens laster -tegen den heer <span class="sc">Tripp</span>, acht ik niet waarschijnlijk, daar zij wel zal denken aan het spreekwoord, dat ons -leert dat er sommige stoffen zijn, die hoe meer men er in roert, een des te onaangenamer -geur verspreiden. Al ware ook te bewijzen, dat elk woord van den heer <span class="sc">Tripp</span> een leugen geweest was, dan zijn hier toch altijd nog de verslagen der terechtzittingen, -die dan voor den dag zouden komen en <span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>waaruit minder mooie dingen zouden blijken. Klachten over geknoei met de uitbetaling -van het loon; vervolging van een administrateur wegens mishandeling, waarbij de klacht -werd ingetrokken tegen betaling van ƒ 50.— aan de vrouw, die afgeranseld was; vervolging -om dezelfde reden van een ander administrateur, waarbij de zaak niet kon doorgaan -wegens verdwijning van alle getuigen—zooals in Deli wel meer gebruikelijk is—; vervolging -van een assistent, die eindigt met veroordeeling tot een jaar gevangenisstraf wegens -doodslag onder verzachtende omstandigheden, al zulke dingen maken geen erg mooien -indruk, wanneer zij voor het groote publiek komen.” -</p> -<p>Uwe conclusie is dus: zulke en dergelijke dingen zouden voor den dag komen, indien -het Gouvernement wilde besluiten tot een algemeen en grondig onderzoek. -</p> -<p>Welnu, deze conclusie is volkomen juist, want deze dingen <b>zijn</b> inderdaad voor den dag gekomen bij het toen gehouden onderzoek naar de <span lang="fr">faits et gestes</span> van de British-Deli, en daaruit te concludeeren dat vele dergelijke zaken voor den -dag zouden komen bij een <b>algemeen</b> onderzoek, is zeker niet gewaagd. Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat juist -de British-Deli eene uitzondering zou zijn. De heer <span class="sc">Kooreman</span> behoeft volstrekt niet te denken, dat ik de bovengenoemde bijzonderheden zoo maar -eens uit mijn duim zoog, daar zij mij werden medegedeeld door den heer <span class="sc">H. van der Steenstraten</span>, toenmaals assistent-resident te Medan, die met het onderzoek belast geweest was. -</p> -<p>Ik geloof dus niet te ver te gaan met den heer <span class="sc">Kooreman</span> van kwade trouw te beschuldigen, waar hij het blijkbaar wil doen voorkomen, alsof -het iets er toe afdeed of de heer <span class="sc">Tripp</span> praatjes verkocht of niet. De dingen die voor den dag kwamen <b>naar aanleiding van</b> de affaire <span class="sc">Tripp</span>, dáárop komt het aan. -</p> -<p class="signed">Hoogachtend, -</p> -<p class="signed">(<i>w. g.</i>) <span class="sc">C. de Coningh</span>.</p> -</blockquote><p> -<span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span></p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<div id="xd30e289"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e289src">1</a></span> In het volgende wordt behandeld de lezing in „Moederland en Koloniën” door den heer -<span class="sc">P. J. Kooreman</span>, Oud-Resident der Oostkust van Sumatra, gehouden, zooals zij in haar geheel is afgedrukt -in het extra-bijvoegsel van de Deli-Courant dd. 9 Februari 1903. <a class="fnarrow" href="#xd30e289src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e454"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e454src">2</a></span> Verkeerd begrepen. <a class="fnarrow" href="#xd30e454src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e743"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e743src">3</a></span> Het Recht in Nederlandsch-Indië 1894 deel 62, blz. 22. <a class="fnarrow" href="#xd30e743src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e851"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e851src">4</a></span> Toen was de heer <span class="sc">Kooreman</span> resident van Sumatra’s Oostkust. <a class="fnarrow" href="#xd30e851src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1082"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1082src">5</a></span> Het heeft mij verwonderd, dat door niemand bij de bespreking der „Millioenen uit Deli” -op dit weerzinwekkende feit gewezen is. <a class="fnarrow" href="#xd30e1082src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1154"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1154src">6</a></span> Het moge ongelooflijk schijnen, maar dezen man, den heer <span class="sc">Van den Berg</span> bedoel ik, die mij de eerste inlichtingen in deze zaak gaf, moest ik beloven, zijn -naam niet noemen bij mijn gesprek met den Resident. De man was bang, dat het hem zijn -pensioen kon kosten. Hij is nu reeds gepensioneerd, dus kan mijn onbescheidenheid -hem waarschijnlijk niet meer schelen. <a class="fnarrow" href="#xd30e1154src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1173"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1173src">7</a></span> Lieden, staande onder het rechtstreeksch bestuur van het Ned.-Indisch Gouvernement. <a class="fnarrow" href="#xd30e1173src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1191"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1191src">8</a></span> Het verhaal dezer zaak met kleine afwijkingen hier en daar vindt men in het Maleisch -van de hand van Mangaradja Tagor op blz. <a href="#pb52">52</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1191src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="tagor" lang="ms" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#tagor.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 lang="nl" class="main">HET VERHAAL VAN TAGOR.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Adalah saorang Melajoe nama Tengkoe Galib beranakan Deli, ada mempoenjai sebidang -tanah di dekat tanah loembah koeda Medan sebegimana jang terseboet di dalam Gran dari -Tengkoe Pangeran Bandahara Deli jang tertoelis pada 24 December 1895 N<sup>o</sup>. 25 hoeroef D. -</p> -<p>Maka pada tanggal 3 Mei 1896 tanah jang terseboet telah di djoealkan oleh Tengkoe -Galib itoe seperlima bahagiannja kapada Hadji Abdul Madjid dan Hadji Arsad, dengan -harga $ 150.— (seratoes lima poeloeh ringgit boeroeng). -</p> -<p>Dan pada tanggal 12 Juli 1896 tanah jang katinggalan itoe Tengkoe Galib djoeal lagi -kapada kami lima orang nama Mangaradja Tagor, Mohamad Thahir, si Kantjah, Hadji Oesman -dan si Marah dengan harga $ 300.— (tiga ratoes ringgit boeroeng). Maka dengan moefakat -kami semoeanja atas belian itoe tanah di taroehlah atas nama Mangaradja Tagor. -</p> -<p>Tetkala Tengkoe Galib mendjoealkan tanah jang seperlima bahagian itoe dan tanah jang -katinggalan itoe adalah terang di moeka Padoeka Tengkoe Besar negri Deli serta telah -menoeroenkan tanda tangan dan tjapnja di dalam Gran² itoe, bahasa itoe tanah soedah -djadi milih kapada kami semoeanja. -</p> -<p>Sesoedahnja itoe baharoelah kami orang semoeanja mendirikan roemah² dan bertanam-tenaman, -di atas tanah haq masing² dengan maksoed pada tempat itoelah akan mentjahari penghidoepan -serta memeliharakan anak bini masing² dan setengahnja ada jang mendirikan roemah papan -atap genteng dan setengahnja roemah papan atap nipah toeroet sebegimana kamampoeannja -masing², sehingga sampeilah siap masing² ampoenja tempat, dalam bebrapa boelan kami -orang telah mendoedoeki tempat itoe tiadalah soeatoe apa gendala. -</p> -<p>Dalam hal jang demikian pada boelan April 1897, maka <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>datanglah saorang toean Ingenieur Burgerlijke Openbare Werken pereksa dan meoekoer -itoe tanah serta mendirikan pantjang² di atas tanah haq kami itoe, kemoedian tiada -selang bebrapa hari lama antaranja maka datanglah padoeka toean Breuking <span class="corr" id="xd30e1325" title="Bron: asspirant">aspirant</span> controleur di Medan memberi perentah kapada kami semoeanja bahoea dalam tempo 8 hari -kami semoeanja misti pindah dari itoe tempat serta memboengkar roemah² tempat kadiaman -kami itoe serta mentjaboet sekalian tanam tenaman jang telah kami tanamkan di atas -itoe tanah, apakala kami orang tiada menoeroet perentah itoe, kelak akan di soeroeh -boengkar dan di tjaboet oleh politie dengan orang rantai. Pada waktoe itoe kamipoen -moehoen pereksa kapada toean Breuking, karana apa perentah jang demikian di djalankan -atas kami, sebegimana kata toean Breuking segala tanah jang telah di djoeal oleh Tengkoe -Galib itoe ijalah termasoek kapada tanah loemba koeda. -</p> -<p>Itoepan karana fikiran kami jang itoe tanah soedah njata djadi haq kapada kami anganlah -kami akan menoeroet perentah jang demikian, sehingga datanglah panggilan dari padoeka -toean controleur Medan, serta mengasih perentah lagi jang kami semoeanja dengan sigera -misti pindah dari itoe tempat, hatta djawab apapoen jang telah di maäloemkan tiada -djoega loeloes, melainkan roemah² itoe di boengkar dan di pindahkan djoega serta tanam -tenaman itoe di tjaboet. Kemoedian tiada bebrapa hari lagi datanglah perentah jang -kami semoeanja akan mengadap di medjilis karapatan, itoepoen kami mengadaplah dengan -bebrapa kali boeat di pereksa itoe perkara, achirnja sepandjang titah Tengkoe Pangeran -Bandahara Deli, ta’dapat tiada kami semoeanja misti pindah djoega dari itoe tempat -serta dengan lekas² boengkar itoe roemah² dan tjaboet itoe tanam tenaman semoeanja -dengan tiada mendapat ganti karoegian soewatoe apa; walakin dengan djalan apa sekalipoen -kami sekalian berdatangkan sembah maaloem sopaja moedah moedahan adalah koernia akan -djadi <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>ganti karoegian kapada kami masing² itoepoen tiada djoega di perkanankan. -</p> -<p>Waktoe itoe telab adzamlah di dalam hati masing² jang kami sekalian roepa²nja akan -djadi teraniajalah di dalam perkara itoe dan saäkan² poetoeslah pengharapan kami semoeanja -dari kaädilan wakil daulat sripadoeka Gouvernement dan Radja di dalam negri Deli. -</p> -<p>Maka dengan pertolongan toean <span class="sc">W. G. van den Berg</span>, vendumeester di Medan di toendjoekkannjalah kapada kami, bahoea terlebeh baik itoe -perkara di serahkan kapada saorang toean nama Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>, Advocaat jang baharoe datang dari Semarang masa itoe tinggal menoempang di Medan -Hotel, maka dengan bersigeralah kami semoeanja pergi mendapatkan toean itoe boeat -minta pertolongan sopaja boleh di oeroeskannja kami poenja perkara itoe moedah²han -terpeliharalah kami dari pada aniaja itoe. Maka apabila bertemoelah kami dengan toean -Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span>, kami tjeritakanlah oesoel atsalnja perkara itoe kapadanja dan waktoe itoe djoega -kami serahkanlah perkara itoe kapadanja dengan koewasa jang semporna. -</p> -<p>Kemoedian dari pada itoe datanglah perentah dari padoeka toean controleur dan Tengkoe -Pangeran Bandahara memaksa sopaja dengan sigera djoega kami sekalian pindah dan boengkar -itoe roemah² dari tempat jang terseboet, dan sopaja djanganlah sampei datang politie -dengan orang rantai akan memboengkar roemah² itoe. -</p> -<p>Maka pada waktoe itoe djoega kami semoeanja chabarkanlah kapada toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> bahasa ada perentah jang demikian, maka djawab toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> kapada kami sekalian bahoea perentah jang demikian djanganlah di toeroet dan djikalau -ada politie atau siapa djoegapoen jang datang hendak memboengkar itoe roemah² serta -mentjaboet segala tanam tenaman itoe hendaklah kami semoeanja melawan dengan bersoenggoeh² -hati walaupoen hingga sampei besipoekoelan sekalipoen, serta toean Mr. <span class="sc">J. <span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span>van den Brand</span> soeroeh pada kami sekalian dengan bersiap sendjata, apabila mendjadi perkara toean -Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> lah jang akan mengadap di moeka pengadilan. -</p> -<p>Dalam hal jang demikian toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> pergilah menghadap toean Resident dan toean Controleur meraberi tahoekan itoe perkara, -basasa kalau ada politie atau siapa djoegapoen jang hendak memboengkar roemah² atau -mentjaboet segala tanam tenaman di tempat jang terseboet akan di soeroeh poekoel dan -lawan dengan bersoenggoeh² hati, walaupoen mendjadikan bersiboenoehan² sekalipoen -begitoelah kata toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> kapada toean Resident dan kapada toean Controleur. -</p> -<p>Kemoedian selang bebrapa hari antaranja kami orangpoen di panggillah di moeka karapatan -Medan waktoe menghadap itoe toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> adalah djoega bersama² dengan kami menghadap di moeka karapatan itoe. -</p> -<p>Apabila di pereksa itoe perkara maka toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> telah djawab di moeka karapatan itoe, kalau Sripadoeka Toeankoe Sulthan mau seleseikan -itoe perkara dengan djalan damei serta membajar karoegian semoeanja itoe saja mau -terima, kalau tiada begitoe saja mintak lebeh dahoeloe itoe perkara akan di poetoeskan -oleh pengadilan Gouvernement, sesoedahnja itoe toean Mr. <span class="sc">J. van den Brand</span> poen kombalilah. -</p> -<p>Maka antara bebrapa hari lamanja datanglah panggilan kapada kami semoeanja akau menghadap -lagi di moeka karapatan boeat menerima bajaran ganti dari karoegian kami masing² menoeroet -sebegimana djoemalah kami orang ampoenja kira, lantas kami semoeanja pergilah terima -bajaran itoe. Akan tetapi di dalam kami semoeanja melainkan Hadji Oesman djoega jang -tiada menerima wang bajaran itoe dan di idzinkanlah dianja boeat tinggal beroemah -di atas tanah itoe djoega hingga sampeilah pada masa ini, itoepoen sangatlah herannja -hati kami atas Hadji Oesman itoe karana apa dianja boleh tinggal djoega di atas itoe -tanah. -</p> -<p class="signed">(<i>w. g.</i>) <span class="sc">Deman M. Tagor</span>. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="voorwoord.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#voorwoord">VOORWOORD.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#voorwoord">5</a></td> -</tr> -<tr id="minister.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#minister">DE MINISTER VAN KOLONIËN EN DE BROCHURE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#minister">9</a></td> -</tr> -<tr id="oudresident.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#oudresident">EEN OUD-RESIDENT EN DE BROCHURE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#oudresident">15</a></td> -</tr> -<tr id="tagor.toc"> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#tagor">HET VERHAAL VAN TAGOR.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#tagor">52</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Nog eens: de millioenen uit Deli</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Johannes van den Brand (–1921)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/282629046/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>1903</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2021-06-14 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e428">19</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e818">30</a></td> -<td class="width40 bottom">Nederlandsch-Indie</td> -<td class="width40 bottom">Nederlandsch-Indië</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e884">33</a></td> -<td class="width40 bottom">koeliecontract</td> -<td class="width40 bottom">koelie-contract</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1044">40</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1325">53</a></td> -<td class="width40 bottom">asspirant</td> -<td class="width40 bottom">aspirant</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK NOG EENS: DE MILLIOENEN UIT DELI ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> - -</body> -</html> diff --git a/old/65681-h/images/front-cover.jpg b/old/65681-h/images/front-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e349a19..0000000 --- a/old/65681-h/images/front-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/65681-h/images/titlepage.png b/old/65681-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 0870511..0000000 --- a/old/65681-h/images/titlepage.png +++ /dev/null |
