summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67236-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 06:42:49 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 06:42:49 -0800
commitefd1362ee4456cf14e65ddb557913818908df4f1 (patch)
treeeeeb332c4d362901d11b66b652820241763149c6 /old/67236-0.txt
parentccb63ae79d7f795495dcf73900c8dfa6c67a0adc (diff)
NormalizeHEADmain
Diffstat (limited to 'old/67236-0.txt')
-rw-r--r--old/67236-0.txt2965
1 files changed, 0 insertions, 2965 deletions
diff --git a/old/67236-0.txt b/old/67236-0.txt
deleted file mode 100644
index 9762b60..0000000
--- a/old/67236-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2965 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 8: In de Catacomben
-van Parijs, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 8: In de Catacomben van Parijs
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: January 23, 2022 [eBook #67236]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 8: IN DE
-CATACOMBEN VAN PARIJS ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 8 IN DE CATAKOMBEN VAN PARIJS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-IN DE CATACOMBEN VAN PARIJS.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE VLUCHT.
-
-
-Een dikke mist, die als een ondoordringbare sluier steden en dorpen
-omhult, hing boven de straten van Londen.
-
-Hij drong de huizen binnen en de groote overkapping van het Victoria
-station scheen deze zware wolken te willen opzuigen, zoodat zelfs het
-heldere schijnsel der electrische booglampen niet in staat was, het
-perron te verlichten.
-
-Het was acht uur in den morgen.
-
-De trein, die naar Dover rijdt in aansluiting op de booten welke naar
-Frankrijk varen, stond voor het vertrek gereed.
-
-Het voorste gedeelte van den trein verdween in het halfdonker van den
-mist, die op dit oogenblik nog zwaarder scheen te zijn geworden en die
-als een beschermende sluier twee mannen omhulde, welke met vlugge
-schreden over het perron liepen.
-
-De oudste der twee, een slanke elegante persoonlijkheid met een vollen
-blonden baard, wierp zijn citybag in een openstaande coupé eerste
-klasse. Daarop wendde hij zich tot zijn metgezel, tot wien hij op
-zachten, maar beslisten toon sprak:
-
-„Charly, ik waarschuw je! Keten je jong leven niet aan het
-avontuurlijke bestaan, dat mij wacht!”
-
-De andere scheen deze woorden nauwelijks te hooren en met nog meer
-overtuiging vervolgde de spreker:
-
-„Blijf hier, Charly, ik neem het je niet kwalijk....”
-
-Hij wilde nog meer zeggen, maar de jongste, in wiens baardeloos, bleek
-gelaat twee donkere oogen schitterden, viel hem in de rede:
-
-„Wat beteekent dit? Ik ga mee en daarmee uit!”
-
-Hij zette zijn reistaschje op de bank naast dat van zijn reisgezel.
-
-Daarop namen beiden zonder een woord te spreken plaats.
-
-Het was twee minuten voor het tijdstip van vertrek en reeds sloten de
-conducteurs de coupé-deuren, toen plotseling verscheiden
-courantenjongens voor den gereedstaanden trein verschenen en, terwijl
-zij de extra-nummers der morgenbladen in de hoogte hielden, luid
-schreeuwden:
-
-„Raffles is ontdekt!”
-
-„1000 pond belooning!”
-
-„Raffles is dezelfde als Lord Edward Lister!”
-
-„Een Engelsch edelman als misdadiger!”
-
-„Raffles is ontsnapt!”
-
-Ook de beide juist ingestapte reizigers hoorden deze uitroepen, maar
-alleen Charly scheen zich hierover te verontrusten, zijn oudere vriend
-luisterde slechts met een spotachtig lachje naar de nieuwtjes der
-courantenjongens.
-
-Hij stond op en opende het raampje der coupédeur.
-
-Terwijl hij twee geldstukjes uit zijn zak te voorschijn haalde, riep
-hij een der jongens, die juist uit den nevel voor hem opdook, en kocht
-een courant.
-
-Daarop klonk het sein tot vertrek en de trein zette zich in beweging.
-
-En terwijl nog het geroep: „Raffles is ontdekt!” „Duizend pond
-belooning!” over het perron weerklonk, verliet Lord Edward Lister,
-alias Raffles, dezelfde voor wiens inhechtenisneming de Londensche
-politie die hooge som had uitgeloofd, vergezeld door zijn vriend en
-secretaris Charly Brand, de Engelsche hoofdstad om zichzelf aan gene
-zijde van het kanaal in veiligheid te brengen.
-
-
-
-De „Senegambia”, een kleine, onooglijke stoomboot, die niet in staat
-scheen te zijn om de gevaren van het kanaal te trotseeren, verliet de
-reede van Dover.
-
-De dikke mist scheen te zullen optrekken. De krijtrotsen der Engelsche
-kust waren nog zichtbaar, toen het bloote oog reeds de havenwerken van
-Calais kon onderscheiden.
-
-Lord Lister was alleen aan boord gegaan en Charly Brand had den
-overtocht op het schip aanvaard, alsof hij den ander in het geheel niet
-kende.
-
-Men moest op alles zijn voorbereid en hoewel Raffles geen grooten dunk
-had van de speurkunst der hem vervolgende Engelsche politie, liet hij
-toch niet na, zijn spoor zooveel mogelijk uit te wisschen.
-
-Hij kon er wel zeker van zijn, dat de havenautoriteiten der Vereenigde
-Koninkrijken langs telegrafischen weg op de hoogte waren gebracht van
-een zeer volledig signalement van den vluchteling en zijn vriend.
-
-In dit opzicht had Lord Lister echter zijn maatregelen genomen.
-
-Een valsche baard, die op zeer kunstige wijze was vervaardigd en
-bevestigd en een parafine-inspuiting, die het mogelijk maakte, zijn
-neus een anderen vorm te geven, hadden hem zoo verschillend gemaakt van
-het signalement, dat zijn eigen moeder hem niet herkend zou hebben.
-
-Hij was bovendien in het bezit van een Amerikaansche pas, die hem
-legitimeerde als burger der Vereenigde Staten, Harrison en het viel
-Raffles gemakkelijk, de woorden zoo uit te spreken als dat den Yankees
-eigen is.
-
-Toen de trein in Dover was aangekomen, hadden Raffles en Charly de
-coupé verlaten als twee elkaar vreemde menschen, die toevallig een
-eindweegs hebben samengereisd.
-
-Bij den uitgang van het perron had Lord Lister de politiebeambten
-opgemerkt, die alle passagiers met wantrouwende blikken opnamen.
-
-Op gerekten Amerikaansch-Engelschen toon had hij een kruier geroepen en
-hem bevolen, zijn bagage aan boord te brengen.
-
-Hij onderhield zich nog eenigen tijd in Yankee-dialect met den man,
-die; zijn reistasch dragend, naast hem voortliep en kwam zoo
-ongehinderd langs de spiedende beambten.
-
-Even gemakkelijk was Charly hen gepasseerd, want zijn signalement was
-niet opgegeven en niemand lette dus op hem.
-
-De boot doorkliefde met tamelijke snelheid de golven van het kanaal.
-
-Lord Lister bevond zich op het achterdek en, als onverschillig
-ronddrentelend, naderde Charly hem.
-
-Dicht bij zijn vriend bleef hij staan om met groote belangstelling in
-het water te kijken.
-
-Het achterdek was geheel verlaten en niemand was getuige van het
-gesprek, dat beide vrienden, zonder elkaar aan te zien, samen voerden.
-
-De Lord sprak:
-
-„Ik heb er ernstig over nagedacht, wij moeten voorloopig van elkaar
-scheiden.”
-
-„Is dat dringend noodig?” klonk het van Charly’s lippen.
-
-„Ja,” antwoordde Lord Lister. „De couranten vermelden, dat Raffles met
-zijn secretaris is gevlucht, maar van jou is geen signalement
-opgegeven.
-
-„Ik moet voorzichtig zijn en zal mij in Parijs zoolang verbergen,
-totdat mijn valsche baard door een echten vervangen is. Met behulp van
-parafine-inspuitingen zal ik mijn neus dezen vorm laten behouden en met
-mijn sterken baardgroei kan ik stellig over drie weken zonder vrees
-weer opduiken.”
-
-„En wat moet ik in dien tijd doen?” vroeg Charly.
-
-„Ik leg hier op de bank de portefeuille met de 50,000 pond, die ik de
-verzekeringmaatschappij heb afhandig gemaakt. Als ik wegga, neem jij ze
-op, je neemt in Calais een andere coupé dan ik en reist naar Parijs.
-Daar neem je je intrek in het Hotel Regina onder den naam Mc. Allan en
-je geeft je uit als een rijke Schot, die voor zijn pleizier voor een
-paar weken naar Parijs is gekomen. Je leeft daarnaar, betoont je zeer
-vrijgevig en bekommert je verder niet om mij.”
-
-„En wat gebeurt er met jou?” informeerde Charly Brand op angstigen
-toon.
-
-„Ik heb nog 2000 pond bij mij, dat is meer dan voldoende om in die drie
-weken alles in het werk te stellen om alle mogelijke sporen uit te
-wisschen.”
-
-En zonder verder eenig antwoord af te wachten, legde Lord Lister de
-zwarte portefeuille, die de banknoten bevatten, op een der houten
-stoeltjes vlak bij hem en wandelde naar de kajuitstrap, die naar het
-kleine rooksalon leidde.
-
-Charly naderde het vouwstoeltje, nam de portefeuille op en stak deze in
-zijn borstzak.
-
-Als mijmerend bleef hij een paar minuten zitten, starend naar de zich
-steeds meer verwijderende Engelsche kust.
-
-Daarop stond hij op en begaf zich naar het middendek, waar meerdere
-passagiers het zich op breede ruststoelen gemakkelijk hadden gemaakt.
-
-Op een dezer stoelen rustte een jong meisje; haar slanke gestalte was
-in een plaid gehuld, die haar tegen den frisschen zeewind beschutte.
-
-Haar gezichtje, dat ondanks het lichtblonde haar zeer interessant was,
-werd overschaduwd door een breede Engelsche reispet, die door een
-langen, onder de kin vastgeknoopten sluier, werd vastgehouden.
-
-Charly kon niet nalaten zijn oogen eenigen tijd op het aantrekkelijke
-wezentje te laten rusten.
-
-Een groote bekoring ging van deze geheele verschijning uit. Uit de
-plaid, die de japon bedekte, kwamen twee kleine laarsjes te voorschijn,
-welke een paar allersierlijkste voetjes nauw omsloten. Een plotselinge
-windruk liet af en toe de fijne enkels zien en wanneer dan de hand van
-onder de plaid te voorschijn kwam, ontdekte men onder den dunnen zijden
-handschoen de sierlijke, slanke vingers.
-
-De dame, die tot nu toe rustig in haar stoel had gelegen, scheen te
-voelen, dat zij de opmerkzaamheid trok.
-
-Zij keek op en een lange, uitdagende blik van haar donkere oogen, die
-zeldzaam afstaken bij het blond der haren, viel op Charly.
-
-Deze wendde zich nu af, als vreesde hij, door het aanknoopen van
-galante avonturen hier de attentie te trekken.— — —
-
-De „Senegambia” liep de haven van Calais binnen en op zeer korten
-afstand van de aanlegplaats stond reeds de trein naar Parijs gereed.
-
-Raffles stond al voor een eerste klasse coupé in de zijgang van den
-trein en hij kon niet nalaten te glimlachen, toen hij zag, dat zijn
-vriend Charly Brand in de aangrenzende coupé plaats nam, te zamen met
-de pikante schoonheid, die ook hem aan boord reeds was opgevallen.
-
-De trein zette zich in beweging.
-
-Lord Lister trok zich terug in de coupé. Als Mc. Allan misschien van
-plan was om zijn rol als rijke Schot in Parijs te spelen met behulp van
-een galante dame, had hij daar niets tegen. Hij gunde den armen jongen,
-wiens aanhankelijkheid hem trof, gaarne dat pleizier.
-
-In Amiens, het eerste station van beteekenis, kocht Lord Lister het
-Parijsche morgenblad, dat aan het station werd verkocht en tot zijn
-groote voldoening zag hij, dat de Parijsche pers zich niet minder dan
-de Londensche verdiepte in gissingen omtrent het geheimzinnige bestaan
-van Raffles—Lord Lister.
-
-Hij gevoelde zich nog veiliger toen hij bemerkte, dat het signalement
-der Fransche bladen even weinig met zijn vermomd uiterlijk
-overeenstemde als dat der Engelsche.
-
-De trein stoomde het reuzenstation St. Lazare te Parijs binnen, waar
-het licht der electrische lampen schitterde.
-
-Lord Lister had het perron verlaten en was juist van plan, in een
-rijtuig plaats te nemen, toen hij nog eens om zich heen keek om zijn
-vriend in de menschenmassa te zoeken.
-
-Hij zag hem en weer vloog een glimlach over zijn gelaat.
-
-Charly Brand stond op korten afstand van hem, voor een geopend rijtuig
-en hielp de blonde dame instappen. Daarop riep hij den koetsier een
-adres toe, dat de Lord door het lawaai om hem heen niet kon verstaan,
-nam bij de dame plaats en het rijtuig rolde weg.
-
-Lachend steeg Raffles in zijn huurrijtuigje en reed naar het hotel, dat
-hij den koetsier had opgegeven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-GESTOLEN GOED GEDIJT NIET.
-
-
-Reeds vier dagen was Raffles in Parijs. Reeds vier dagen lang genoot
-hij in het steeds groeiende gevoel van veiligheid, dat zich van hem
-meester maakte bij het lezen der courantenberichten over zijn eigen
-aangelegenheden.
-
-Hij had in Montparnasse een kamer gehuurd in een tweederangs hotel.
-
-Lord Lister stond voor den smallen ingang van zijn hotel en dacht er
-over na, hoe hij den avond zou doorbrengen.
-
-Hij verveelde zich en het speet hem, voor zoo langen tijd het
-gezelschap van Charly te moeten missen.
-
-Het was halfvijf en de eerste avondbladen moesten reeds zijn
-verschenen.
-
-Raffles liep naar de naastbijzijnde courantenkiosk en ontvouwde,
-langzaam voortloopende, het daar gekochte blad, terwijl zijn blik langs
-de kolommen vloog.
-
-Plotseling bleef hij staan.
-
-Zijn oog bleef rusten op het met vette letters gedrukte opschrift van
-een klein stadsbericht, waarvan de inhoud hem sterk interesseerde.
-
-Daar stond in dikke letters:
-
-
- POGING TOT ZELFMOORD IN HOTEL „REGINA”.
-
- Een rijke Schot wordt bij een galant avontuur geplunderd
- en tracht, uit wanhoop, zich van het leven te berooven.
-
-
-Raffles had moeite om zichzelf te beheerschen.
-
-Geen twijfel mogelijk, deze rijke Schot, van wien hier sprake was,
-moest Charly Brand zijn.
-
-Met koortsachtige haast vloog hij het artikel door, dat zijn vermoeden
-bevestigde.
-
-De Schot heette Mc. Allan, hij had getracht, zich een kogel door het
-hoofd te jagen en was zwaar gewond naar het St. Louis hospitaal
-gebracht.
-
-Raffles aarzelde geen oogenblik. Hij sprong in een rijtuig en 20
-minuten later bevond hij zich aan den ingang van het ziekenhuis.
-
-Zonder veel moeite gelukte het hem, aan het bed van Charly te worden
-toegelaten.
-
-De ongelukkige was bij zijn volle bewustzijn. De kogel, die in het
-achterhoofd was gedrongen, was door de doktoren reeds verwijderd en het
-levensgevaar geweken.
-
-Toen Raffles binnentrad, kwamen Charly Brand de tranen in de oogen.
-
-De jonge dokter, die Raffles had binnengebracht, verwijderde zich
-bescheiden en nauwelijks waren de beide vrienden alleen, toen Charly
-snikkend vertelde, wat er met hem was gebeurd.
-
-Hij had zich aangesloten bij de vrouw, die hem was opgevallen aan boord
-der „Senegambia”.
-
-Nadat zij eerst herhaaldelijk had geweigerd, had zij den tweeden dag er
-in toegestemd, met hem naar het theater te gaan.
-
-Charly had minder het plan gehad om galante avonturen te zoeken dan wel
-om de hem door Lord Lister opgedragen rol van overmoedigen rijkaard
-goed te spelen.
-
-Na het einde der voorstelling had de auto der dame op hem gewacht.
-Charly was ingestapt en glimlachend had de blonde dame hem uit een
-gevulde bonbonnière gepresenteerd. Met haar welgevormd blank handje had
-zij hem een der bonbons in den mond geduwd.
-
-Verder wist Charly niet wat er met hem gebeurd was.
-
-Hij moest in het rijtuig zijn ingeslapen en om vijf uur in den morgen
-vond een agent van politie hem op den hoek van de Rue Rivoli, in de
-buurt van zijn hotel.
-
-Hij lag daar op de straatsteenen, tegen een muur geleund.
-
-De portefeuille met 49,000 pond erin, was verdwenen, andere voorwerpen
-van waarde en eenige biljetten van honderd francs, die hij in zijn
-vestzak droeg, had men in zijn bezit gelaten.
-
-Nadat men hem in het hotel had gebracht, was hij eerst tot het volle
-besef gekomen van hetgeen met hem was voorgevallen.
-
-Het ontzettende feit stond hem helder voor oogen: hij had den hem
-toevertrouwden schat verloren.
-
-Wanhoop greep hem aan, hij wilde zichzelf een kogel door het hoofd
-jagen, maar het schot faalde en bracht hem slechts een verwonding toe,
-zonder hem te dooden.
-
-Raffles had naar het verhaal van Charly geluisterd, zonder hem in de
-rede te vallen.
-
-„Goddank!” riep hij uit, „dat je hand beefde en je je plan dus niet
-hebt kunnen volvoeren! Hoe kan men zoo dom zijn, mijn jongen, zich om
-een beetje geld van het leven te willen berooven!”
-
-Met vochtige oogen keek Charly hem aan.
-
-„Je vergeeft mij dus, Edward?”
-
-„Och kom, er valt niets te vergeven,” antwoordde Raffles. „Ik voel
-verbazend veel lust om in dit speciale geval de rol van Sherlock Holmes
-te spelen om die nobele dame en haar medeplichtigen, want die moet zij
-hebben, op te sporen en hun, als het kan, weer een deel van het
-geroofde af te nemen.
-
-„Je weet zeker niet, welken weg de auto nam?”
-
-„Neen, ik heb er geen flauw vermoeden van, want ik ben blijkbaar
-onmiddellijk na het gebruik van den bonbon ingeslapen,” sprak Charly.
-
-„Nu, ik heb de schoone dame aan boord gezien en zou haar onder elke
-vermomming terugkennen. Mocht het toeval mij op haar weg brengen, dan
-kan je er zeker van zijn, dat ik het broeinest van ongerechtigheden
-opspoor.”
-
-„Wat wil je gaan doen?” vroeg Charly angstig.
-
-„Voorloopig niets!” antwoordde Lord Lister.
-
-„Ik zal alleen zorgen, dat ik op een dergelijk toeval ben voorbereid en
-niet het slachtoffer word van haar slaapmiddeltjes. Daarbij zou ik niet
-gaarne willen dat de politie zich met mij bemoeide. Voorloopig zou ik
-liever niets met die heeren te maken hebben.”
-
-Charly glimlachte.
-
-„Heeft men je reeds ondervraagd?” vroeg Raffles plotseling.
-
-„Neen, nog niet,” sprak de patiënt, „maar dat zal vanavond geschieden.
-Men heeft mij het bezoek van den commissaris al aangekondigd.”
-
-Raffles scheen een oogenblik ernstig na te denken.
-
-„Vertel hem wat je wilt,” zei hij eindelijk, „maar in geen geval de
-waarheid; breng hem zoover mogelijk van het spoor, want ik wil zelf
-deze zaak ongestoord en op mijn gemak uitpluizen. Begrepen?”
-
-Charly knikte.
-
-Een zucht van verlichting ontsnapte den jongen man, nu zijn vriend hem
-geen enkel verwijt had gemaakt.
-
-„Ik ga nu heen en kom je morgen weer bezoeken,” sprak Raffles,
-opstaande.
-
-Daarop drukte hij Charly met eenige vriendelijke woorden de hand en
-vertrok.
-
-
-
-De Acacia-allée in het Bois de Boulogne is des morgens tusschen 11 en
-12 de verzamelplaats van de elegante leegloopers van beiderlei kunne,
-welke in Parijs talrijker zijn dan ergens ter wereld.
-
-Dames uit den goeden stand begeven zich hierheen slechts in gezelschap
-van heeren, terwijl de vertegenwoordigsters der demi-monde en van de
-tooneelwereld hier alleen of vergezeld door haar luxehondjes flaneeren.
-
-Het gewirwar van menschen was heden bijzonder druk in de Acacia-allée.
-Ruiters en wandelaars passeerden elkaar in bonte rijen, terwijl
-elegante voertuigen heen en weer ratelden over den met herfstbladeren
-bedekten rijweg.
-
-Op een der gehuurde stoelen, die aan weerskanten van den weg gereed
-stonden, zat een eenzaam toeschouwer.
-
-De naar Yankee-mode verzorgde baard, de zware wenkbrauwen en de groote
-neus met te breede punt verrieden duidelijk den Amerikaan, terwijl de
-degelijke en tevens elegante kleeding het type voltooide.
-
-De man maakte den indruk, zeer geblaseerd en rijk te zijn en wie hem
-daar zoo vol aandacht met zijn heldere, grijsblauwe oogen de voorbij
-wandelende dames zag opnemen, moest wel denken, dat hij hierheen
-gekomen was om aangenaam, vrouwelijk gezelschap te zoeken.
-
-Daar naderde aan het einde van de laan een elegante equipage.
-
-De dame, die de paarden mende, een typische blondine, wier opvallend
-eenvoudig toilet haar fijnen smaak verried, scheen in deze omgeving nog
-onbekend te zijn, want, in tegenstelling met de andere vrouwen, groette
-niemand haar.
-
-Toch scheen zij de algemeene attentie te trekken en toen de Amerikaan
-vanuit zijn stoel de schoone wagenbestuurster opmerkte, stond hij op,
-om haar beter te kunnen zien.
-
-De blondine sprong, toen zij tot in het midden der allee was gereden,
-met een sierlijke beweging uit het rijtuig. Zij wierp den groom, die op
-de achterbank zat de teugels toe en begaf zich naar het wandelpad.
-
-De eenzame toeschouwer hield zijn blikken onafgewend op haar gevestigd.
-Met gespannen aandacht volgde hij al haar bewegingen en zag hij, hoe
-zij onderzoekend naar de heeren keek, die haar glimlachend
-voorbijgingen.
-
-Geen hunner scheen haar echter te kunnen bekoren en zoo was zij den
-Amerikaan genaderd, die haar met een langen blik en bijna onmerkbaar
-glimlachje in de oogen keek, terwijl hij beleefd zijn hoed voor haar
-afnam.
-
-Een knikje en een aanmoedigende blik uit de donkere oogen was zijn
-belooning.
-
-Hij naderde haar en in onberispelijk Fransch, met een licht
-Amerikaansch accent, sprak hij:
-
-„Madame, ik ben u dankbaar, voor de wijze waarop gij mijn onbeleefden
-groet beantwoordt.”
-
-„Ah! Gij zijt een Amerikaan,” antwoordde de dame glimlachend en nog
-voordat hij haar had kunnen antwoorden, vervolgde zij:
-
-„Als gij wilt, gaan wij samen in „Café de Madrid” dejeuneeren.”
-
-„Ik voeg mij natuurlijk naar al uw wenschen,” antwoordde de galante
-Amerikaan.
-
-De dame keerde zich om, de equipage werd door den groom tot aan den
-rand van het voetpad gestuurd, zij nam plaats en greep de teugels.
-
-Met een welsprekende handbeweging noodigde zij den Amerikaan uit, de
-plaats aan haar zijde in te nemen.
-
-Raffles, want hij was het, reed met de avonturierster, die hij dadelijk
-had herkend als de schoone van de „Senegambia”, naar het „Café de
-Madrid”.
-
-De maaltijd was afgeloopen.
-
-De kellners, die op geruischlooze wijze de gasten van het dure Café de
-Madrid bedienden, plaatsten de Mokkakopjes op het tafeltje, waaraan
-Raffles en zijn elegante dame hun maaltijd hadden gebruikt.
-
-Het onderhoud vlotte uitstekend, maar Raffles had alle reden om zich te
-verbazen. Elke poging die hij aanwendde om het gesprek een min of meer
-pikant tintje te geven, leed schipbreuk.
-
-Raffles stond voor een raadsel.
-
-Deze vrouw, die zich door hem had laten aanspreken als een geslepen
-demi-mondaine, gedroeg zich nu als een dame uit de beste kringen. En
-toch was hij er zeker van dezelfde persoon tegenover zich te hebben,
-die Charly tot haar slachtoffer had gemaakt.
-
-Haar uitnoodiging echter, om des avonds de opera met haar te gaan
-bezoeken, verdreef zijn twijfel weer. Hij beloofde het haar en beiden
-stonden op om heen te gaan.
-
-Zijn aanbod om haar naar huis te mogen geleiden, wees zij af, evenals
-zijn voorstel om haar des avonds af te halen. Zij verzocht hem, tegen
-acht uur bij de trap der groote opera op haar te willen wachten.
-
-Daarop nam zij in de sierlijke equipage, die buiten wachtte, plaats,
-nam de teugels uit de handen van den groom en na een gracieus
-hoofdknikje der dame verwijderde het rijtuig zich en was weldra uit de
-oogen van den verbaasden Raffles verdwenen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-IN HET HOL VAN DEN LEEUW.
-
-
-De voorstelling in de Groote Opera was afgeloopen.
-
-In het heldere licht der electrische lampen bewoog zich een
-onafzienbare menschenmenigte langs den boulevard, zoodat de groote
-stroom operabezoekers, die het gebouw verliet, zich onmerkbaar hierin
-oploste.
-
-Lord Lister schreed door de middelste vestibule aan de zijde van zijn
-laatste verovering.
-
-Een wijde zwarte avondjas hing over zijn schouders en bedekte slechts
-weinig van het keurige avondtoilet, dat zijn rijzige gestalte zeer
-voordeelig deed uitkomen.
-
-Zijn gezellin, wier prachtige japon zichtbaar was onder den losjes
-omgeslagen witten theatermantel, wendde zich nu tot haar nieuwen
-vriend.
-
-„Ik heb mijn automobiel besteld en als gij er lust in hebt, soupeeren
-wij in mijn huis, ik heb alles in gereedheid laten brengen.”
-
-Met een vriendelijken glimlach nam Raffles de uitnoodiging aan.
-
-Hij voelde, dat het beslissende oogenblik gekomen was en dat men hem
-een dergelijk lot had toegedacht als zijn vriend Charly ten deel was
-gevallen, die nu reeds 14 dagen geleden, volkomen hersteld, het
-hospitaal had verlaten.
-
-Lord Lister had zijn vriend niet medegedeeld, dat hij de rooveres op
-het spoor was.
-
-„Hier staat mijn auto,” sprak de dame, op een der vele gereedstaande
-motorwagens wijzende.
-
-„Naar huis!” riep zij tot den kleinen, mageren chauffeur; galant opende
-Lord Lister de coupédeur en hielp haar instijgen.
-
-Hij overtuigde zich ervan, met een greep in zijn jaszak, dat zijn
-pistool daar tot zijn beschikking was, daarop nam hij naast de dame
-plaats en de auto sloeg den weg naar de Champs Elysées in.
-
-Raffles haalde een gouden cigaretten-étui uit zijn vestzak en sprak tot
-de schoone blondine:
-
-„U permitteert zeker wel, dat ik een cigarette rook?”
-
-„O, ik wilde u mijn bonbons juist aanbieden,” antwoordde zij en een
-kleine bonbonnière werd te voorschijn gehaald.
-
-Lord Listers hart bonsde, want nu was het kritieke moment gekomen.
-
-„Laat ons ruilen, Madame. Ik neem uw bonbon, als gij met uw klein
-mondje een paar trekjes aan mijn cigarette doet”
-
-„Als gij het graag wilt,” klonk het lachend en twee rijen paarlen
-schitterden tusschen haar lippen. Hij stak een cigarette tusschen haar
-lippen en gaf haar vuur. Terwijl zij den tabaksrook met lange trekken
-opzoog, namen haar met ringen getooide, blanke vingers een bonbon uit
-het sierlijke doosje en hielden deze aan den mond van haar cavalier.
-
-Raffles kende de uitwerking van deze snoeperij. Voorzichtig hield hij
-de bonbon tusschen zijn tanden en terwijl hij zich boog om de hand van
-zijn dame te kussen, liet hij het gevaarlijke verdoovingsmiddel in zijn
-rechterhand vallen.
-
-Met leegen mond zette hij nog eenige oogenblikken de kauwbeweging
-voort.
-
-Met groote voldoening zag hij, dat de dame zijn cigarette alle eer
-bewees.
-
-Daarop leunde hij in de kussens terug en sloot schijnbaar de oogen, den
-blik echter tusschen de nauwelijks geopende oogleden onafgewend op zijn
-gezellin gevestigd houdende.
-
-Hij zag duidelijk, hoe zij met een duivelsch lachje naar hem keek.
-
-Een oogenblik wachtte zij nog, toen stond zij op, draaide het
-electrische licht, dat in de auto brandde, uit en gaf door een telkens
-herhaald kloppen tegen een der vensters, den chauffeur een teeken.
-
-Het rijtuig had intusschen de Place de la Concorde bereikt en sloeg nu
-den weg in naar de Champs Elysées.
-
-De cigarette, die een sterk werkend slaapmiddel bevatte, moest nu
-spoedig gaan werken om het plan van Raffles te doen gelukken, want hij
-had geen flauw vermoeden, hoelang de rit nog kon duren.
-
-Nu bemerkte hij opeens, dat de dame achteroverleunde en in die houding
-onbeweeglijk bleef liggen.
-
-Om zekerheid te hebben, trapte hij, schijnbaar in diepen slaap
-verzonken, op haar voet, maar zij bewoog zich niet.
-
-Nu stond hij op en boog zich over haar heen; zij was vast ingeslapen en
-Raffles wist, dat zij in de eerste tien uur niet zou ontwaken.
-
-Vastberaden trok hij zijn wijde avondjas uit; de revolver bracht hij in
-veilige bewaring in een zijner broekzakken.
-
-Hierop nam hij haar den lichten theatermantel van de schouders en sloeg
-zijn jas om haar heen, waarin hij haar zoodanig hulde, dat haar japon
-geheel bedekt was. Haar mantel sloeg hij losjes om, zoodat hij het
-kleedingstuk elk oogenblik zonder eenige moeite van zich af zou kunnen
-werpen.
-
-Nu keek hij door het raampje naar buiten.
-
-De auto was juist een der breede lanen van het Bois de Boulogne
-ingereden en Raffles begreep uit de verminderde snelheid, dat zij het
-doel van den tocht naderden.
-
-Aandachtig keek hij naar buiten en kon, ondanks de onvoldoende
-verlichting, de huisnummers onderscheiden.
-
-De auto bleef staan; een enkele blik vertelde Raffles, dat het huis,
-voor welks tuinhek zij zich bevonden, het nummer 117 droeg.
-
-De chauffeur gaf met zijn hoorn een teeken, het hek scheen zich
-automatisch te openen en de auto reed langzaam naar binnen tot vlak
-voor de hooge, ruime poort van het gebouw.
-
-Raffles zag, hoe de gedaante van een ouden man uit de geopende deur te
-voorschijn kwam en hij kon duidelijk hooren, dat de chauffeur den ouden
-man toefluisterde:
-
-„Hij is verdoofd, Tatiana heeft mij het teeken gegeven.”
-
-De auto was nu door de poort naar binnengereden, de breede deuren waren
-weer dichtgevallen en Raffles kon bij het licht der beide autolantaarns
-zien, hoe de chauffeur van den bok sprong en met den oude het portier
-naderden.
-
-Het beslissende oogenblik was gekomen.
-
-Raffles rechterhand omklemde krampachtig zijn revolver en terwijl hij
-met de linker van binnen de deur opende, fluisterde hij met gedempte
-stem:
-
-„Pst, zachtjes aan!”
-
-Bij deze woorden tilde hij de in zijn jas gehulde vrouwengestalte in de
-armen der beide mannen.
-
-Doordat het licht in de auto niet meer brandde, was het hun beiden
-onmogelijk, iets van het bedrog te ontdekken. Zij waren onmiddellijk
-gereed om hun prooi mee naar binnen te nemen en juist hadden zij met
-hun vermeend slachtoffer den lichtcirkel der beide rijtuiglampen
-bereikt, toen een donderende stem hun toeriep:
-
-„Halt!”
-
-Vol ontzetting keken zij om.
-
-Verlamd van schrik lieten zij hun last vallen.
-
-Voor hen, geleund tegen de auto, stond een man, in rok gekleed, die hun
-met dreigend gebaar zijn revolver voorhield.
-
-Een enkele blik op de gestalte die aan hun voeten lag, verklaarde hun
-wat er was gebeurd!
-
-Voordat nog een enkel woord over hun lippen was gekomen, klonken op
-gebiedenden toon Raffles’ bevelen:
-
-„Neemt die vrouw op en draagt haar in huis, ik volg u en bij den
-minsten tegenstand schiet ik u beiden neer. Dit wapen is voldoende om
-er zeven schurken het levenslicht mee uit te blazen.”
-
-De oude man trachtte op stamelenden toon iets te antwoorden, maar reeds
-klonk het:
-
-„Geen woord, of ik schiet. Vooruit, doet, wat ik u beveel!”
-
-Bevend van angst namen de mannen het roerlooze lichaam op en, door
-Raffles gevolgd, die het pistool in de eene en zijn electrische
-zaklantaarn in de andere hand hield, zette de groep zich zwijgend in
-beweging.
-
-Zij gingen een trapje op, dat naar een glazen deur leidde. Hierdoor
-kwamen zij in een vestibule, welke flauw verlicht was door een enkel
-electrisch lichtje.
-
-Op deze vestibule, die met dikke tapijten was belegd en waaraan
-gemakkelijke Engelsche clubstoelen een zekerde behaaglijke gezelligheid
-gaven, kwamen drie deuren uit, welke blijkbaar toegang gaven tot de
-voornaamste vertrekken van de villa.
-
-De beide dragers keken om naar Raffles, alsof zij diens verdere bevelen
-wachtten.
-
-Raffles gebood hun, Tatiana neer te leggen.
-
-Terwijl hij zijn wapen op hen gericht hield, begon hij nu met zachte,
-maar niet minder bevelende stem:
-
-„Gij hebt drie weken geleden den Schot Mc Allan van alles beroofd en
-hem 49,000 pond, in Engelsche banknoten van duizend pond, afgenomen.
-Gij moet mij dat geld teruggeven.”
-
-„Wij hebben het niet meer,” stamelde de oude bevend.
-
-„Je liegt,” antwoordde Raffles bedaard en toen de oude hierop niets kon
-antwoorden, vervolgde hij:
-
-„Jullie hebt de keus, òf je geeft het geld terug, dan zal ik jullie met
-rust laten en mij niet meer om je bekommeren, òf ge weigert, dan roep
-ik onmiddellijk de politie op, nadat ik het je eerst, door middel van
-dit wapen, onmogelijk heb gemaakt om te vluchten.”
-
-„Behoort gijzelf niet tot de politie?” waagde de oude het nu, zeer
-verbaasd, te vragen.
-
-„Neen,” antwoordde Raffles, glimlachend bij de gedachte dat men hem
-voor een detective had gehouden.
-
-De oude man scheen een oogenblik na te denken, maar Raffles gunde hem
-niet veel tijd.
-
-„Nu, vlug een beetje, ik wacht op antwoord,” beet hij hem toe.
-
-Aarzelend begon de oude:
-
-„Ik heb u de waarheid gezegd, wij hebben nog slechts een deel van het
-geld, als gij ons wilt volgen, kunt gij er u van overtuigen.”
-
-„Goed,” antwoordde Raffles. „Jullie gaat vooruit, maar als je mij een
-poets denkt te spelen, rekent er dan op, dat uw laatste oogenblik is
-aangebroken.”
-
-De oude man opende een der deuren, die op de vestibule uitkwamen en
-trad, door den chauffeur gevolgd, binnen.
-
-„Maakt licht!” beval Raffles en in hetzelfde oogenblik brandde een
-groote kroon, die in het midden van de kamer aan het plafond hing.
-
-Raffles trad binnen en overzag met een enkelen blik het vertrek.
-
-De oude ging naar een schrijftafel en wilde een der laden openen.
-
-„Halt!” riep Raffles. „Wat is daarin?”
-
-„De rest van het geld,” antwoordde de oude man.
-
-„Geen wapens?”
-
-„Neen,” klonk het terug.
-
-„Kerel, ik geloof je niet,” sprak Raffles.
-
-Hij beval den chauffeur in den meest verwijderden hoek van het vertrek
-te gaan staan met opgeheven armen.
-
-De man gehoorzaamde.
-
-Nu naderde Raffles den oude en, terwijl hij hem den mond van het
-pistool tegen een der slapen drukte, beval hij hem, de schrijftafel te
-openen.
-
-„Als zich in het schrijfbureau iets bevindt, wat je woorden
-logenstraft, schiet ik.”
-
-„De schrijftafel bevat niets dan boeken en de rest van het geld,”
-antwoordde de bedreigde sidderend van angst.
-
-„Open ze dan!”
-
-Raffles zag, dat de oude man de waarheid had gesproken.
-
-Voor zijn oogen lag zijn eigen portefeuille, dezelfde, die hij aan
-boord van de „Senegambia” aan Charly Brand had gegeven.
-
-Raffles nam ze op en opende haar, zonder de beide mannen uit het oog te
-verliezen.
-
-Er waren nog 19 banknoten in van duizend pond.
-
-„Waar is de rest van het geld?” vroeg Raffles, „maar spreek de
-waarheid!”
-
-De oude aarzelde geen oogenblik.
-
-„Ik heb het gebruikt om dit huis te koopen, dat wij vroeger in huur
-hadden.”
-
-„Onder welken naam zijt gij eigenaar ervan geworden?”
-
-„Ik heet Gregor Komartscheff.”
-
-„Zijt gij Rus?”
-
-„Van Russische afkomst, maar Turksch onderdaan.”
-
-„En Tatiana?”
-
-„Is mijn dochter.”
-
-„En hij?” Raffles wees met zijn revolver naar den chauffeur.
-
-„Dat is mijn neef Andrej”.
-
-„Drijft gij uw schurkachtig bestaan reeds lang?” informeerde Raffles
-
-„Neen, mijnheer,” antwoordde Komartscheff, „en geloof mij, het doel van
-onze rooverijen is minder schurkachtig dan de daad. Het geld, dat wij
-bemachtigen, dient om onze ongelukkige broeders in Turkije te
-bevrijden.”
-
-Lord Lister was te wantrouwend van aard om zonder slag of stoot een
-dergelijk sentimenteel verhaal te gelooven.
-
-Anderzijds echter was, na alles wat hij hier had gezien, de schijn vóór
-den ouden man.
-
-Hij nam de portefeuille met de rest van het geld en stak dit alles bij
-zich.
-
-Daarop sprak hij op minder dreigenden toon tot het tweetal:
-
-„Uw streven, om rijken leegloopers de zakken te lichten, ten einde hun
-geld voor nuttiger doeleinden te besteden, is mij niet geheel
-onsympathiek en het zou best mogelijk kunnen zijn, dat wij tot een
-overeenkomst kwamen.
-
-„Als gij openhartig tegenover mij zijt, hebt gij niets van mij te
-vreezen, zelfs al zou het ontbrekende geld niet weer voor den dag
-komen.
-
-„Ik zal morgenmiddag met mijn vriend Mc Allan, denzelfden, dien gij
-drie weken geleden geplunderd hebt, bij u komen en als gij mij kunt
-bewijzen, dat uwe verhalen op waarheid gebaseerd zijn, wil ik u in meer
-dan een opzicht van dienst zijn.
-
-„Voorloopig vertrouw ik u nog niet. Gaat mij dus beiden voor en brengt
-mij weer naar buiten. Als ik weg ben, moet gij Tatiana naar bed
-brengen. Zij zal in den loop van den morgen vanzelf uit haar verdooving
-ontwaken.
-
-„Ziezoo, wijst mij nu den weg.”
-
-Beide mannen liepen voor hem uit en na eenige minuten had Raffles het
-huis in de avenue van het Bois de Boulogne verlaten.
-
-Hij liep de donkere straten door en de gebeurtenissen van dien dag,
-vanaf de ontmoeting in het Bois de Boulogne tot aan het dramatische
-einde passeerden in zijn gedachten nog eens de revue.
-
-Het raadselachtige gedrag van het jonge meisje was hem nu begrijpelijk.
-Het verhaal van den ouden man voldoende om de wonderlijke houding van
-Tatiana te verklaren. Maar zouden de woorden van Komartscheff waarheid
-bevatten?
-
-Het viel Raffles niet moeilijk, er geloof aan te schenken. Maar hij
-hield er niet van, alleen zijn gevoel te laten werken waar het zaken
-betrof, die slechts konden worden opgehelderd door een logisch denkend
-verstand.
-
-Toch doemde telkens weer de liefelijke verschijning van Tatiana voor
-hem op, naast het beeld van ongekunsteld leed, dat de gedachte aan den
-ouden Komartscheff in hem wakker riep en toen Raffles tegen drie uur in
-den morgen zijn bed opzocht, hoopte hij van ganscher harte, dat het
-resultaat van zijn onderzoek naar de bewoners der villa niet in
-tegenspraak zou zijn met hun eigen mededeelingen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE CATACOMBEN.
-
-
-Tatiana Komartscheff ontwaakte uit haar verdooving.
-
-De zon stond hoog aan den hemel en haar stralen schenen op het bed,
-waarop het jonge meisje met groote zorg door haar vader was neergelegd.
-
-Nu sloeg zij de oogen op en langzamerhand keerde haar bewustzijn terug.
-
-Zij hief het hoofd op en keek in de kamer rond.
-
-In een hoek van het vertrek zat haar vader.
-
-„Papa, wat is er gebeurd?” klonk het nu op angstigen toon van haar
-lippen.
-
-De oude man stond op, sidderend en bleek naderde hij het bed zijner
-dochter.
-
-„Mijn lieve kind, wij zijn verraden, alles is ontdekt.”
-
-Verschrikt sprong Tatiana op.
-
-„Papa, laat ons vluchten, wij zullen elders de middelen vinden om ons
-onderdrukt volk in zijn strijd tegen het tyrannieke juk te helpen en te
-steunen.”
-
-De oude schudde zijn hoofd.
-
-In korte woorden vertelde hij haar de gebeurtenissen van den laatsten
-nacht.
-
-In dien tusschentijd kwam Andrej de kamer binnen.
-
-Hij bleef zwijgend bij de deur staan en zijn blik hing met slaafsche
-bewondering aan de trekken van de schoone Tatiana.
-
-Komartscheff had zijn verhaal gedaan en Tatiana, die zich in de kussens
-had opgericht, vroeg:
-
-„Denkt u, dat die heer werkelijk terug zal komen?”
-
-„Ja,” antwoordde haar vader. „Hij zei, dat hij zijn vriend Mc. Allan,
-den Schot, zou meebrengen.”
-
-„De arme man, die drie weken geleden in onze handen viel!” riep het
-jonge meisje uit, terwijl een straal van vreugde haar gelaat
-verhelderde.
-
-Een uitdrukking van haat en minachting vertoonde zich in Andrejs oogen
-en woedend mompelde hij eenige onverstaanbare woorden.
-
-Komartscheff keek hem vragend aan en op ontstemden toon sprak Andrej:
-
-„De groote belangstelling van Tatiana voor dien knappen Schot leek mij
-dadelijk een slecht voorteeken en het is zoo uitgekomen. Het lijkt er
-nu zelfs op, alsof zij er zich op verheugt, hem weer te zullen zien.
-Als zij zulke gedachten in zich omdraagt, zal de zaak van ons volk
-daaronder lijden.”
-
-Tatiana wierp een blik vol minachting op den jongen man, en zonder
-aarzelen sprak zij:
-
-„Jij zoudt er natuurlijk niets tegen hebben, als ik de belangen van ons
-volk aan jouw persoon opofferde, maar ik verzeker je, dat dit nooit zal
-gebeuren.”
-
-„Er is nu geen tijd om te twisten, laat ons liever overleggen, wat ons
-te doen staat,” onderbrak Komartscheff het gesprek.
-
-„Er valt niet veel te overleggen,” mompelde Andrej. „Als die twee zich
-werkelijk hier wagen, zou het het beste zijn, hun voor eeuwig den mond
-te snoeren.”
-
-Met een blik vol ontzetting staarde Tatiana hem aan.
-
-Komartscheff stond op, zijn gelaat was ernstig en een uitdrukking van
-kalme waardigheid lag op zijn gelaat, toen hij tot zijn neef sprak:
-
-„Wij hebben geroofd en de bezittingen van anderen gebruikt voor ons
-doel, maar ik weet, dat ik al mijn daden voor mijn Hoogsten Rechter kan
-verantwoorden. Nimmer echter zullen deze handen, die zich uitstrekten
-naar het geld van anderen, om het onzen onderdrukten broeders aan te
-bieden, bevlekt worden met het bloed van onschuldige menschen!”
-
-Andrej wilde antwoorden, toen in hetzelfde oogenblik de bel weerklonk.
-
-Beide mannen gingen de kamer uit.
-
-De oude huishoudster, die elken dag haar bezigheden in de villa kwam
-verrichten, opende de deur en liet Raffles en Charly binnen.
-
-Toen de oude vrouw zich had verwijderd, vroeg Raffles:
-
-„Is uw dochter ontwaakt?”
-
-„Ja, een uur geleden,” antwoordde Komartscheff.
-
-„En mogen wij haar zien?” informeerde Raffles verder.
-
-„Zij ligt nog in bed,” sprak Komartscheff, „maar als de heeren met ons
-willen binnengaan,” en hij opende de deur van de slaapkamer van
-Tatiana.
-
-De oogen van het jonge meisje vulden zich met tranen toen zij de beide
-heeren zag, die bestemd waren geweest om haar slachtoffers te worden.
-Heftig snikkend viel zij in de kussens terug.
-
-Raffles was verbaasd bij het zien van haar ontroering, die zoo
-ongekunsteld was, dat hij niet meer kon twijfelen aan de waarheid van
-Komartscheffs verhaal.
-
-Charly Brand was diep getroffen. Een gevoel van oneindig medelijden
-maakte zich van hem meester en bedeesd trad hij naar het jonge meisje
-toe.
-
-„Ik bid u, wees kalm en droog uw tranen. Mijn vriend heeft mij de
-opheldering, die uw vader hem gaf, medegedeeld, en ik geloof zonder
-eenig voorbehoud aan de waarheid er van.”
-
-Een blik vol innige dankbaarheid trof Charly.
-
-Zij stak hem haar smalle, blanke hand toe, die hij eenigen tijd in de
-zijne hield en met trillende lippen smeekte zij:
-
-„Vergeef mij, wat ik u deed!”
-
-Het kostte Charly moeite om zijn tranen te bedwingen.
-
-„Ik heb u reeds lang vergeven en mijn vriend en ik zijn hierheen
-gekomen, niet om ons te wreken, maar om u te helpen.”
-
-Raffles had met een glimlach de twee gadegeslagen.
-
-Nu kwam hij een stap nader en sprak:
-
-„Dus, heeren, wij moeten nu niet sentimenteel worden, maar, practisch
-en kalm overleggen, wat ons te doen staat.”
-
-Hij wendde zich tot Komartscheff.
-
-„Mijn naam is Donald Harrison en ik ben Amerikaan. Ik geloof, dat gij
-hedennacht de waarheid hebt gesproken en daarom wil ik niet alleen geen
-rekenschap hebben van hetgeen gij hebt gedaan, maar ik ben zelfs
-bereid, u in het belang van het door u beoogde doel, verder te helpen.
-
-„Als eerste voorwaarde stel ik echter den eisch, dat uw dochter niet
-meer gebruikt wordt voor zulke schandelijke dingen, die haar onwaardig
-zijn.”
-
-Met een woedenden blik wendde Andrej zich tot den Amerikaan:
-
-„Om welke reden maakt gij u bezorgd over het lot van deze dame?”
-
-Raffles keek den jongen man verbaasd aan.
-
-„Niet voor mijzelf, lieve vriend, maar in het belang van mijn vriend Mc
-Allan.”
-
-Een diepe blos kleurde bij die woorden de wangen van Tatiana en Charly
-boog zich, als om de woorden van zijn vriend te bekrachtigen, over het
-fijngevormde handje om er een langen kus op te drukken.
-
-Slechts Andrejs misnoegen scheen grooter te worden, maar niemand lette
-hierop.
-
-Raffles vervolgde, terwijl hij zich tot Komartscheff richtte:
-
-„Het huis, dat gij met het geld van mijn vriend hebt gekocht, wordt
-mijn eigendom.
-
-„Gij zult met uw dochter en uw neef de nog onbewoonde eerste étage van
-de villa betrekken. Deze vertrekken gelijkvloers blijven ter
-beschikking van mijn vriend en mij.”
-
-Komartscheff scheen een oogenblik na te denken, daarop sprak hij met
-zachte stem:
-
-„Ik moet natuurlijk elk uwer voorwaarden aannemen, maar zullen wij onze
-zaken daarboven verder drijven?”
-
-„Neen, dat verbied ik u,” antwoordde Raffles.
-
-„Maar wij hebben geld noodig voor onze heilige zaak,” klaagde
-Komartscheff.
-
-„Dat zal ik u verschaffen,” verzekerde de voorgewende Amerikaan. „Ik
-drijf hier in Frankrijk groote zaken en de opbrengst van mijn
-ondernemingen zal grootendeels uwe zaak ten goede komen.
-
-„Ik denk, dat dit u aangenaam zal zijn, want gij loopt dan geen gevaar
-meer, een menschenleven te verwoesten en de ziel van uw kind te
-vergiftigen.”
-
-Komartscheff keek vol innige dankbaarheid op naar den man, die hem als
-een redder was verschenen.
-
-Toen scheen hij een oogenblik na te denken. Eindelijk sprak hij:
-
-„Al zouden de omstandigheden mij ook niet dwingen, uwe voorwaarden aan
-te nemen, ik zou dit onder alle omstandigheden toch doen, want gij zijt
-grootmoedig en edel. Eén verzoek wilde ik nog tot u richten.”
-
-„Spreek,” antwoordde Harrison.
-
-Na eenige aarzeling begon Komartscheff weer:
-
-„Laat ons deze vertrekken behouden, want alleen Tatiana en ik wonen
-hier. Andrejs woning bevindt zich in een eenzaam gelegen huis in de Rue
-Bayen, het is door een geheime onderaardsche gang met deze villa
-verbonden.”
-
-„Dat is interessant,” liet Raffles zich ontvallen, „daar moet ik meer
-van weten.”
-
-„Ik heb geen enkele reden, u iets te verbergen,” sprak Komartscheff,
-„ik verzoek u, mij te volgen.”
-
-Hij opende een deur, die van de slaapkamer toegang gaf tot een
-zijvertrek.
-
-Raffles trad binnen en zag vol verbazing een groote ruime kamer, die
-geen enkel meubel bevatte.
-
-Alleen een kleine steendrukpers, een smeltoven, een zetkast en een zeer
-primitieve, ruw houten plank aan den muur, waarop fleschjes en kleine
-doosjes onordelijk door elkaar stonden, bevonden zich in deze ruimte,
-die haar licht kreeg van een groot, nu echter door gordijnen gesloten
-raam.
-
-In een hoek tegenover het venster bevond zich in schuine richting een
-met rijk beeldhouwwerk versierde schoorsteen.
-
-Verrast over de vreemde meubelen, die deze kamer bevatte, bleef Raffles
-een oogenblik op den drempel staan.
-
-Komartscheff wachtte zijn vragen niet af, maar begon dadelijk uit te
-leggen:
-
-„Hier is mijn laboratorium, ik ben scheikundige van beroep en hier in
-dit vertrek vervaardig ik de bonbons, die Tatiana noodig heeft voor het
-verdooven van onze slachtoffers.
-
-„Op deze kleine steendrukpers drukken wij vlugschriften, die van hier
-uit met veel moeite in het Osmaansche Rijk worden binnengesmokkeld.”
-
-„En waar bevindt zich de geheime gang?” vroeg de Amerikaan.
-
-„Hier, kijk!”
-
-Komartscheff was naar den schoorsteen gegaan; door een druk op een
-veer, die handig in het snijwerk was verborgen, schoof hij den
-schoorsteenmantel als een deur op zijde. Hij wees Raffles een smallen
-ingang, die nu zichtbaar was geworden.
-
-Raffles kwam naderbij.
-
-Hij keek in de donkere opening en zag een trap, die naar beneden
-voerde, maar waarvan het onderste gedeelte in de duisternis verloren
-ging.
-
-„Breng licht,” beval hij Komartscheff, „wij zullen naar beneden gaan.”
-
-In dit oogenblik verscheen Andrej op den drempel der deur, die naar de
-slaapkamer leidde.
-
-Met van woede verwrongen gelaat keek hij naar Raffles en met moeite
-siste hij:
-
-„Mijn woning zult gij met rust laten, de oude—” hij wees naar
-Komartscheff—„mag zich door u laten overbluffen, ik niet.”
-
-Met onverstoorbare kalmte keek Raffles den jongen man in de oogen.
-
-„Als woorden niet voldoende zijn, heb ik andere middelen voor u.”
-
-Daarop draaide hij hem vol minachting zijn rug toe.
-
-Achter Andrej zag Raffles Charly staan, die de twistwoorden had
-gehoord. Andrej scheen echter gekalmeerd te zijn en door Charly
-gevolgd, kwam hij nu het vertrek binnen.
-
-Komartscheff had intusschen een lantaarn, die op de plank stond,
-aangestoken en ging nu met het licht langs de smalle trappen naar
-beneden.
-
-De Amerikaan volgde hem, achter hem liep Andrej en eindelijk de
-voorgewende Schot Mc Allan.
-
-Op verzoek van Komartscheff trok Charly den schoorsteenmantel, die als
-deur dienst deed, achter zich dicht en bij het flakkerende licht van de
-lantaarn daalden zij een steile wenteltrap van ongeveer 40 treden af.
-
-De gang, die zij nu bereikten, kon 12 à 15 meter lager liggen dan de
-straat. De gang zelf was zoo breed, dat twee mannen elkaar konden
-passeeren.
-
-Lord Lister begreep, dat hij zich hier in een der diepe schachten
-bevond, welke nog heden ten dage als de overblijfselen der oude
-catacomben het onderaardsche Parijs doorkruisen.
-
-Vermolmde doodshoofden en half verteerde beenderen, die op den bodem
-lagen, bewezen, dat het vermoeden van Lord Lister juist was.
-
-Langzaam bewogen de vier mannen zich voorwaarts bij het licht der
-lantaarn.
-
-Plotseling voelde Raffles, dat Andrej hem voorbijdrong.
-
-Voordat hij begreep, wat deze van plan was, had Andrej zich tusschen
-hem en Komartscheff geplaatst en terzelfder tijd weerklonk een slag. De
-jonge man had de lantaarn op den grond geworpen, het licht doofde uit
-en een ondoordringbare duisternis omgaf hen allen.
-
-Dadelijk begreep Raffles den ernst van het oogenblik. Hij wilde snel
-zijn revolver en electrische zaklantaarn te voorschijn halen, maar
-reeds voelde hij zich door twee armen vastgegrepen en op den grond
-geslingerd.
-
-Een sterke hand omklemde zijn hals en met dreigende stem klonk het hem
-in de ooren:
-
-„Schurk, maak licht of ik wurg je!”
-
-Raffles herkende de stem van Charly Brand, die in de meening was,
-Andrej te pakken te hebben.
-
-Hij wilde Charly waarschuwen, maar tevergeefs trachtte hij een woord te
-spreken; als in een schroef was zijn hals vastgeklemd.
-
-Maar daar drong een zwakke lichtstraal door de duisternis en met groote
-snelheid naderde Tatiana de groep. Zij hield een lantaarn in haar
-linkerhand, die een schitterend licht verspreidde.
-
-In hetzelfde oogenblik sloop Andrej naar Charly toe, die over Lord
-Lister gebogen stond. Hij hield een blinkenden dolk in zijn opgeheven
-hand. (Zie het titelblad.)
-
-Een heesche lach kwam van de lippen van den schurk en nog voordat
-Charly op kon kijken, was de dolk in zijn zijde gedrongen.
-
-Met een kreet wilde Charly opstaan, maar bewusteloos viel hij op
-Raffles neer, die zich nu met inspanning van al zijn krachten van den
-grond oprichtte.
-
-Lord Lister overzag met een enkelen blik den toestand en begreep
-onmiddellijk, wat hier gebeurd was.
-
-Door een vuistslag neergeveld lag de oude man naast de lantaarn op den
-grond. Vlak bij Raffles was Charly neergezonken en doodsbleek stond
-Andrej tegen den muur, het bebloede wapen in de hand houdend.
-
-Met een vloek wilde de schurk zich nu op Tatiana werpen, maar Raffles
-was hem vóór. In zijn rechterhand het pistool geklemd houdend, riep hij
-den jongen man toe:
-
-„Terug, of ik schiet.”
-
-Andrej wilde zich op zijn nieuwen vijand storten, maar terwijl hij zich
-omdraaide, gleed zijn voet uit, hij viel en zijn eigen moordend wapen
-drong hem in het hart.
-
-Een bloedstroom kwam te voorschijn, een korte doodstrijd volgde en
-Andrej was een lijk.
-
-Eerst nu zag Tatiana, dat Mc Allan gewond was. Met een kreet van schrik
-trok zij de kleeren van de wond, waarna zij haar zakdoek gebruikte om
-het bloed te stelpen.
-
-Raffles, die wel zag, dat Komartscheff uit zijn bewusteloosheid
-ontwaakte, schoof de bevende Tatiana op zijde.
-
-„Laat dat, kindlief, ik zal onzen vriend naar de villa terugdragen. Ik
-hoop, dat zijn wond ongevaarlijk is, help gij uw vader, die uw steun
-noodig heeft.”
-
-Daarop nam hij Charly op en droeg hem naar de trap terug.
-
-Geleund op den arm zijner dochter volgde de oude Komartscheff.
-
-Met moeite beklom men de trap en terwijl de oude man uitgeput in een
-stoel neerviel, legde Raffles met hulp van Tatiana den gewonden vriend
-op het bed van het jonge meisje.
-
-Een vluchtig onderzoek had hem ervan overtuigd, dat de wond inderdaad
-van onschuldigen aard was. Vóór alles moest door een stevig verband
-verder bloedverlies voorkomen worden.
-
-Met vochtige oogen hoorde Tatiana’s vader naar Raffles’ verhaal over
-het gebeurde in de onderaardsche gang.
-
-Toen de oude geheel weer op zijn verhaal was gekomen, verzocht Raffles
-hem, nu nogmaals den tocht te ondernemen naar de woning aan het andere
-einde der gang.
-
-Hij durfde met alle gerustheid zijn vriend aan de zorgen van het jonge
-meisje toevertrouwen en zonder uitstel begaven de twee mannen zich weer
-op weg.
-
-De gang had overal dezelfde afmetingen.
-
-Eindelijk, nadat het tweetal een weg van twee kilometer had afgelegd,
-bleef de grijze gids plotseling staan.
-
-Raffles zag bij het schijnsel der lantaarn de afgesleten treden van een
-steenen trap, die niet zoo hoog was, als die, welke naar de villa
-leidde.
-
-De zes smalle treden voerden naar een deur, welke op bijna onzichtbare
-wijze in den muur was aangebracht en die nu door Komartscheff werd
-geopend.
-
-Het heldere daglicht scheen beiden mannen in het gelaat.
-
-Raffles stak zijn electrische lantaarn in den zak en volgde
-Komartscheff in een klein kamertje, welks schoorsteen, evenals in de
-villa der Avenue du Bois de Boulogne, den toegang naar de catacomben
-bedekte.
-
-Het scheen een slaapvertrek te zijn, want in een der hoeken stond een
-bed.
-
-De smalle, ouderwetsche ramen zagen uit op een tuin. Dikke gordijnen,
-die tot op den grond neerhingen, verhinderen om een blik naar binnen te
-slaan.
-
-Raffles trad naar een der vensters en opende het gordijn. Hij zag, dat
-het vertrek zich gelijkvloers bevond en aan de andere zijde van den
-tuin bemerkte hij een woonhuis van één verdieping, welks front
-waarschijnlijk aan de straatzijde lag. De kamer, waarin hij zich
-bevond, behoorde tot een afzonderlijk gelegen tuinhuis.
-
-Komartscheff vertelde hem, dat zijn vermoedens juist waren. Het
-tuinhuis, dat slechts uit twee vertrekken bestond, die op een klein
-portaal uitkwamen, behoorde tot het huis in de Rue Bayen, dat door den
-eigenaar, een ouden vrijgezel Menuisier, geheel alleen bewoond werd.
-
-Deze heer Menuisier was het onderwerp der gesprekken van alle
-babbelzieke vrouwen uit Ternes, zoo heette het stadsgedeelte, waarin
-deze woning lag.
-
-Zijn gierigheid was spreekwoordelijk en men verdiepte zich in allerlei
-gissingen omtrent den oorsprong van zijn onmetelijk vermogen.
-Twijfelachtige ondernemingen en woeker schenen de hoofdbronnen van zijn
-kapitaal te zijn.
-
-Hij oefende zijn woekerhandel reeds lang niet meer uit en leefde stil,
-maar zijn onverzadiglijke gierigheid verhinderde hem, van zijn schatten
-te genieten.
-
-Hij leefde met zijn oude huishoudster, van wie men vertelde, dat zij
-vroeger zijn beminde was geweest en was blij, dat hij een goed
-betalenden huurder had gevonden voor zijn tuinhuis, van welks
-onderaardschen uitgang hij geen vermoeden had.
-
-Raffles had met groote belangstelling naar de verhalen van Komartscheff
-geluisterd.
-
-Deze heer Menuisier scheen hem bijzonder te interesseeren en het plan
-kwam onmiddellijk bij hem op om dezen vroegeren woekeraar tot den
-eerstvolgenden zijner slachtoffers te maken.
-
-Zonder Komartscheff hiervan iets te laten merken, begon hij met dezen
-den terugtocht.
-
-Eerst moest Charly weer op de been gebracht en het lijk van Andrej
-verwijderd worden. Dit laatste kon het gemakkelijkst geschieden door
-hem een graf te graven in den bodem van de onderaardsche gang.
-
-Dit onaangename werk moest Raffles alleen op zich nemen, want Charly
-lag hulpeloos op het ziekbed en op Komartscheff’s steun viel bij dit
-werk niet te rekenen.
-
-Toen de avond aanbrak, begon de groote onbekende zijn werk. Voorzien
-van een houweel en spade ging hij naar beneden, naar de plek, waar het
-gevecht had plaats gehad.
-
-Het lijk van Andrej lag in een bloedplas, waarin zacht en spookachtig
-de waterdroppels van het vochtige dak der gang neervielen! Zonder zijn
-houweel noodig te hebben, had hij binnen een kwartier een gat van een
-meter diep in den leemachtigen bodem gegraven. Hierin legde hij het
-lijk.
-
-Daarop wierp hij de natte, kleverige stukken aarde weer in de opening
-en nadat nog eens een kwartier was verloopen, waren alle sporen van het
-bloedige gevecht verdwenen.
-
-Vermoeid leunde Raffles tegen den muur. De ongewone arbeid in gebukte
-houding had hem veel meer vermoeid dan hij had gedacht.
-
-Maar hij had tijd noch lust om lang uit te rusten.
-
-Hij legde zijn werktuigen op den grond, nam zijn lantaarn op en ging de
-gang verder in, want hij wilde het wonderlijke tuinhuis nog eens aan
-zijn onderzoekende blikken onderwerpen.
-
-Spoedig had hij het eind der gang, waar het tuinhuis lag, bereikt.
-Voorzichtig doofde hij het licht der lantaarn uit en opende de
-geheimzinnige deur. Het zwakke licht, dat door de vensters binnendrong,
-was hem voldoende.
-
-Met een uitdrukking van voldoening liet hij zijn blikken door het
-vertrek gaan. Het resultaat van dit nachtelijk onderzoek scheen zijn
-wenschen te bevredigen; het plan, dat in hem was opgekomen, nam vastere
-vormen aan.
-
-Voorzichtig verdween hij weer achter den schoorsteen en sloot de deur
-aan de buitenzijde.
-
-Hij stak het licht in de lantaarn weer aan en terwijl zijn werkzaam
-brein zich bezighield met het uitwerken zijner nieuwe plannen, begaf
-Raffles zich weer naar de villa in de Avenue du Bois de Boulogne.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-TATIANA.
-
-
-De kamer, die tot dusverre als slaapvertrek van Tatiana had dienst
-gedaan, had een groote verandering ondergaan.
-
-Mc Allan had hier nu zijn intrek genomen om te herstellen van zijn
-wonde, die gelukkig van ongevaarlijken aard bleek te zijn. De dolk was
-in zijn vleesch gedrongen, zonder edele deelen te hebben geraakt, maar
-Charly had veel bloedverlies geleden.
-
-Toen Raffles uit de Catacomben was teruggekeerd, had hij alles in
-gereedheid gevonden voor de verpleging van den patiënt.
-
-Tatiana had met behulp der huishoudster in haar eigen kamer alles in
-orde gemaakt.
-
-Het bed, waarop zij kort geleden zelf uit haar verdooving was ontwaakt,
-had men vervangen door een divan. Hierop droeg zij, met inspanning van
-al haar krachten, den gewonde, en toen Raffles met Komartscheff
-terugkeerde, vond hij het meisje vol angst over zijn vriend gebogen,
-die, in dekens gehuld en op zachte kussens neergevleid, nog steeds
-bewusteloos was.
-
-Het gelukte den kalmen Amerikaan spoedig, zichzelf en de anderen gerust
-te stellen. Eerst bracht hij met behulp van zacht prikkelende middelen,
-die hij in het laboratorium van Komartscheff vond, zijn vriend, al was
-het ook slechts tijdelijk, weer tot bewustzijn.
-
-Daarop onderzocht hij de wond, waarop hij een zorgvuldig aangebracht
-verband legde en nu besloot hij, geen dokter te halen, om het gevaar
-niet te loopen, hun gemeenschappelijk geheim te moeten verraden.
-
-Zoo moest Mc Allan dus zonder geneeskundige hulp herstellen.
-
-Charly was weer in zijn toestand van bewusteloosheid teruggekeerd, die
-eenige dagen aanhield en toen plaats maakte voor een gevoel van
-wezenloosheid, zoodat hij niets om zich heen herkende.
-
-Hij zag niets van het geheimzinnige werk, dat Raffles verrichtte,
-evenmin als de opofferende zorg van het blonde jonge meisje, dat dag en
-nacht niet van zijn bed week. Hij merkte niet op, hoe een uitdrukking
-van vreugde zich over haar lief gelaat verspreidde, als in zijn
-koortsvlagen de naam „Tatiana” van zijn bleeke lippen vernomen werd.
-
-Dit waren voor Tatiana Komartscheff oogenblikken van het hoogste geluk.
-Zij begreep dan, dat de jonge man haar niet haatte of verachtte, dat
-hij haar had vergeven, en zij verdubbelde nog haar zorgen voor den
-zieke.
-
-Ook de verhouding tusschen Raffles en haar was vriendschappelijker
-geworden. De zonderlinge Amerikaan bracht uren door in de kamer met den
-geheimen uitgang, en Tatiana was zoozeer in beslag genomen door haar
-zorg voor den patiënt, dat zij niet lette op de geluiden, die
-herhaaldelijk uit dat vertrek tot haar doordrongen.
-
-Toen op zekeren dag Charly plotseling onrustiger dan anders was, klopte
-het angstige meisje op de deur van de kamer, waarin de Amerikaan zich
-bevond.
-
-„Binnen!” klonk het en zij opende snel de deur.
-
-Een oogenblik bleef zij verbaasd staan, want er was zooveel in de kamer
-veranderd, dat het haar opviel.
-
-Vóór alles zag zij, dat de steendrukpers en de plank met de chemicaliën
-van haar vader verdwenen waren, maar haar gedachten waren te zeer
-vervuld met den patiënt, dan dat zij hierover langer dan een oogenblik
-nadacht.
-
-Zij deelde den Amerikaan den toestand van Mc Allan mede, en Raffles
-haastte zich naar de legerstede van zijn vriend. Hij kwam al spoedig
-tot de overtuiging, dat een zware droom den armen jongen onrustig
-maakte, en schertsend sprak hij tot Tatiana, dat de zieke van zijn
-verpleegster droomde.
-
-Een diepe blos bedekte het gelaat van het meisje en zonder eenige
-bedoeling, alleen om het gesprek een andere wending te geven, vroeg
-zij, waarom de veranderingen in het aangrenzende vertrek waren
-aangebracht.
-
-Raffles werd plotseling ernstig.
-
-„Mijn kind,” sprak hij, „vraag niet alles. Het is dikwijls gevaarlijk,
-te weten!”
-
-Met een vriendelijken glimlach streelde hij haar wang en keerde daarna
-in zijn kamer terug.
-
-Ook Tatiana begaf zich weer naar haar plaats aan het ziekbed. De
-patiënt scheen rustiger te zijn geworden.
-
-Tatiana zat in den leunstoel, die naast den divan stond, waarop Mc
-Allan lag. Haar blond hoofdje zonk achterover, vermoeid van het lange
-waken, en de slaap sloot haar oogen.
-
-In de kamer heerschte een diepe rust, de regelmatige tik van de pendule
-scheen de stilte nog volkomener te maken.
-
-Raffles, die even op den drempel was verschenen, had hoed en stok
-opgenomen en was uitgegaan.
-
-Patiënt en verpleegster sliepen. Het hoofd van den zieke schoof
-onrustig op zijn kussen heen en weer en eindelijk opende Charly de
-oogen.
-
-Verbaasd keek hij door het vertrek. Hij moest lang nadenken, voordat
-hij zich kon herinneren, wat er was gebeurd. Weer doorleefde hij het
-voorgevallene in de catacomben en nogmaals voelde hij het moordende
-staal in zijn zijde dringen.
-
-Daarna liet hem zijn geheugen in den steek, hij wist niet, wat er
-verder met hem gebeurd was.
-
-Plotseling viel zijn blik op het sluimerende meisje, dat naast den
-divan in een stoel rustte.
-
-Een vreugdestraal verhelderde zijn gelaat.
-
-Zij, die hem in zijn droomen had bijgestaan als een reddende engel, zij
-was dus werkelijk in zijn nabijheid.
-
-Hoe lang hij hier had gelegen wist hij niet, maar zij had bij hem
-gewaakt, volhardend en trouw totdat de slaap haar had overvallen.
-
-Een gevoel van innige dankbaarheid maakte zich van hem meester en vol
-ontroering keek hij naar het sluimerende meisje.
-
-Maar wat was dat?
-
-Tatiana sliep niet rustig; zij droomde en twee dikke tranen rolden over
-haar wangen.
-
-De herstellende kon zijn medelijden niet langer bedwingen. Met zachte
-stem riep hij:
-
-„Tatiana!”
-
-Het meisje opende de oogen.
-
-Zij ontwaakte als uit een bangen droom en haar verlegen blik viel op
-Charly, die zich half had opgericht.
-
-„Om Godswil, wat doet gij, gij moogt u nog niet bewegen!”
-
-Tatiana was verschrikt opgesprongen en dwong met zachte hand den
-patiënt weer te gaan liggen.
-
-Glimlachend gehoorzaamde Charly, maar hij hield haar hand in de zijne
-toen hij geruststellend sprak:
-
-„Ik voel mij volkomen gezond. Mijn wond is zeker reeds genezen, maar
-gij zijt bedroefd, gij hebt in den slaap geweend!”
-
-Met een weemoedigen klank in haar stem antwoordde Tatiana:
-
-„Ik heb in mijn droom de ontzettende gebeurtenissen uit mijn jeugd
-doorleefd. Het ongeluk van mijn familie riep mijn tranen te voorschijn.
-Als gij al mijn verdriet kendet, zoudt gij mij niet meer verachten!”
-
-„Ik u verachten!” Charly richtte zich weer op. „Ik aanbid u, Tatiana,
-ik ben het toeval dankbaar, dat mij in uw nabijheid voerde, ik dank
-Andrej voor de verwonding, die hij mij toebracht, want gij hebt mij
-genezen. Tatiana, hoe zou ik u kunnen verachten, ik, die u liefheb!”
-
-Het meisje trok haar hand uit de zijne en stond op.
-
-„Neen, ga niet verder. Ik kan u niet antwoorden, voordat gij mijn
-geschiedenis kent. Gij moet weten, wat mijn armen vader en mij er toe
-heeft geleid om het beroep te kiezen, waardoor gij mij hebt leeren
-kennen en waarvan gij en uw vriend bijna de slachtoffers waart
-geworden. Als gij mij liefhebt, zult gij eerst weten, dat ik ook uwe
-achting verdien.”
-
-Met gloeiende wangen en schitterende oogen stond zij tegenover den
-verbaasden Mc Allan.
-
-„Maar Tatiana, blijf toch kalm,” sprak hij op bezorgden toon.
-
-„Ik ben kalm,” antwoordde zij met een glimlach. „Wilt gij naar mij
-luisteren?”
-
-En toen hij bevestigend knikte, begon Tatiana Komartscheff haar
-verhaal.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-DE GESCHIEDENIS VAN GRAAF KOMARTSCHEFF.
-
-
-„Onze familie, dat wil zeggen die van mijn vader, is van Russische
-afkomst en er bestonden reeds graven Komartscheff onder de regeering
-van Iwan den Verschrikkelijke. Zij waren rijke schapenfokkers in de
-vlakten van Ukraine.
-
-„Onder Czaar Alexander I moest mijn overgrootvader om politieke redenen
-vluchten. Hij was oud en weduwnaar en slechts een zoon leefde met hem
-samen op zijn bezittingen.
-
-„In den nacht verlieten zij hun woonplaats. Wat zij aan geldswaarde
-bezaten, namen zij mee en na lang ronddolen vestigden zij zich op
-Turksch gebied, in het tegenwoordige Bulgarije, waar zij veilig waren
-voor de Russische wetten.
-
-„In de provincie Oost-Roumelië, bij de kleine stad Aitos, op eenige
-mijlen afstands van de Zwarte Zee, gingen de beide vluchtelingen in een
-der dalen van het Balkangebergte wonen.
-
-„Voor een paar duizend roebel kregen zij land van den Pascha, die als
-gouverneur het district bestuurde.
-
-„Deze gouverneur, Elemer Pascha heette hij, was een welwillend,
-rechtvaardig mensch, die zich erover verheugde, dat de wilskracht en
-lust tot werken van mijn overgrootvader en zijn zoon de bevolking, die
-deels uit Osmaansche Mohamedanen, deels uit Bulgaarsche Christenen
-bestond, aanspoorde om hun gewone onverschilligheid en werkeloosheid te
-laten varen.
-
-„Elemer Pascha was tevreden over het goede voorbeeld, dat de
-Komartscheffs, die hun graventitel hadden afgelegd, gaven, want zijn
-district werd een toonbeeld van welvaart voor het geheele Osmaansche
-Rijk.
-
-„Geen enkele andere gouverneur uit het onmetelijke Rijk van den Sultan
-zond zoo geregeld de inkomsten zijner belastingen op naar
-Konstantinopel.
-
-„Mijn overgrootvader stierf en zijn zoon, die was getrouwd met de
-dochter van een Bulgaarschen Wojwode, wiens bezitting aan de onze
-grensde, nam het beheer der goederen over.
-
-„Een jaar na den dood van mijn overgrootvader werd mijn vader geboren.
-
-„De volksontwikkeling begon in dien tijd in de Balkanstaten reeds beter
-te worden en mijn vader werd als knaap voor zijn studies naar Weenen
-gezonden.
-
-„Hij keerde volwassen terug, om zijn ouders te begraven, die in zekeren
-nacht beide door een bende roovers, die de bezitting hadden geplunderd,
-werden vermoord.
-
-„De Pascha, die in Aitos resideerde—Elemer Pascha was reeds lang dood
-en geen zijner opvolgers had zijn populariteit geërfd—haalde de
-schouders op toen mijn vader hem het gebeurde verhaalde.
-
-„Het volk mompelde, dat hij gemeene zaak maakte met de roovers en dat
-in Stamboel de gunstelingen van den Sultan, die zelf van deze dingen
-niets wist, benden samenstelden, om in de provincies te gaan plunderen.
-
-„In onmachtige woede moest mijn vader zich in zijn lot schikken. Hij
-nam het landgoed onder zijn beheer en zette het bedrijf verder voort.
-
-„Daarop koos hij een nieuwen vertegenwoordiger, een Armeniër, en keerde
-naar Weenen terug.
-
-„Hier woonde zijn beminde, de eenige dochter van een niet zeer
-vermogend Oostenrijksch overste.
-
-„In Weenen, ten huize van de ouders der bruid, werd het huwelijk
-gesloten en mijn vader nam zijn jonge vrouw mee naar de kust van de
-Zwarte Zee.
-
-„Hij was van plan, zich met haar te vestigen op zijn daar weer opnieuw
-bloeiende bezitting, maar hij werd danig teleurgesteld.
-
-„Toen zij hun eigendommen hadden bereikt, vonden zij slechts rookende
-puinhoopen.
-
-„De schurkachtige beheerder zelf had de rooverbenden laten roepen, die
-alles hadden verwoest en den verrader op hun vlucht hadden meegenomen.
-
-„Andrej, het tweejarig zoontje van den misdadigen Armeniër, was
-onverzorgd op het landgoed achtergebleven.
-
-„Mijn ouders ontfermden zich over het kind en toen ik een jaar later
-geboren werd, werden wij zamen opgevoed en Andrej heette algemeen mijn
-neef.
-
-„Het was een droevig leven, dat mijn ouders leidden. Mijn vader wapende
-zijn arbeiders en vormde van hen een goed geschoolden, strijdlustigen
-troep en de aanwezigheid van deze kleine, maar goed gewapende brigade,
-gaf ons eenige veiligheid.
-
-„Weliswaar werd nog dikwijls gestolen en zelfs een herder vermoord,
-maar het eigenlijke landgoed, dat alle bezittingen van mijn vader
-bevatte, bleef gespaard.
-
-„Des te erger hielden de benden huis in de andere deelen van het Rijk.
-In Westelijk Europa meende men dat deze bloedbaden een gevolg waren van
-kleine godsdiensttwisten.
-
-„Maar deze opvatting was onjuist.
-
-„Christenen en Mohamedanen leefden overal rustig en tevreden naast
-elkaar en beide leden in gelijke mate van de plundertochten der
-Turksche troepen.
-
-„Ik was twaalf jaar oud geworden en Andrej was juist luitenant geworden
-in de brigade van mijn vader, toen op zekeren dag—wij zaten aan den
-maaltijd—de zoon van den Pascha uit Aitos met 20 soldaten ons erf
-betrad.
-
-„Mijn vader, die een onheil vermoedde, wilde naar buiten snellen, maar
-reeds kwam de jonge Achmed—zoo heette de zoon van den Pascha—binnen.
-
-„Achmed stond bekend als een misdadige woesteling.
-
-„Met brutale hoffelijkheid begroette hij mijn moeder, wier schoonheid
-hem verraste. Maar mijn vader, die door de houding van den jongen man
-woedend was geworden, vroeg hem kortaf wat hij verlangde.
-
-„Met goed gespeelde vriendelijkheid sprak Achmed:
-
-„„Komartscheff Effendi, ik kom met een onaangename boodschap, maar ik
-denk, dat wij het wel eens zullen worden. Men heeft in Stamboel
-vernomen, dat gij uwe ondergeschikten een militaire opvoeding geeft en
-hen van wapens voorziet.
-
-„„Dat mag niet en de Sultan heeft mijn vader het bevel gezonden, de
-wapens van u op te eischen. Ik ben gekomen om u te verzoeken, mij de
-munitie en geweren uit te leveren. Men heeft mij in Aitos 20 man van
-het garnizoen meegegeven, hoewel ik beweerde, dat dit niet noodig was.
-Ik meende, dat gij aan het bevel van den Sultan zoudt gehoorzamen.”
-
-„Mijn vader was doodsbleek geworden. Maar aan tegenstand viel niet te
-denken. Hij gaf de wapens aan de soldaten over, behalve eenige
-pistolen, die hij verborgen hield en alles werd op een wagen geladen en
-naar Aitos overgebracht.
-
-„Achmed nam afscheid, vader gaf hem geen gelegenheid, mijn moeder nog
-verder met zijn laffe vleitaal lastig te vallen.
-
-„Wij waren alleen. Maar de dag zou een vreeselijk einde hebben.
-
-„Het werd nacht en wij hadden ons ter rust begeven.
-
-„Plotseling klonken geweerschoten over het erf en een helle lichtschijn
-drong door de ramen van de slaapkamer mijner ouders. Mijn vader snelde
-naar de deur, een revolver in de rechterhand.
-
-„Een enkele blik naar buiten verklaarde hem alles. De schuren en
-stallen stonden in lichterlaaie, de roovers dreven de kudden weg en
-daar buiten lagen de lijken der in hun slaap vermoorde bedienden.
-
-„Daar klonk een kreet van ontzetting mijn vader in de ooren. Met een
-sprong was hij teruggekeerd in het slaapvertrek, waarin mijn moeder
-zich bevond.
-
-„Hier vertoonde zich een ontzettend schouwspel aan zijn blik.
-
-„Achmed, de zoon van den Pascha, was met twee der roovers door het raam
-naar binnen geklommen en nu was de schurk bezig, de wanhopige vrouw,
-die zich met bovenmenschelijke kracht verdedigde, mee te voeren.
-
-„Een schot uit de revolver van mijn vader velde hem neer, een tweede
-doodde een der helpers. De andere sprong vluchtend op de vensterbank,
-maar voordat hij naar buiten sprong, schoot hij zijn geweer af op mijn
-moeder, die in de armen van haar door smart half waanzinnigen
-echtgenoot, den laatsten adem uitblies.
-
-„„Vlucht, vlucht met Tatiana!” waren haar laatste woorden.
-
-„Er bleef mijn vader geen andere keus, want de moord op Achmed
-beteekende voor hem een zekere dood.
-
-„Mijn vader haalde mij uit mijn slaapkamer, waarin ik bevend, zonder te
-weten wat er gebeurde, het vreeselijke had gehoord. In een kast
-verborgen vonden wij Andrej, die daarin was gevlucht.
-
-„Nog dienzelfden nacht vertrokken wij. Te voet bereikten wij tegen den
-morgen Misivria, de naastbijgelegen kleine havenplaats aan de Zwarte
-Zee. Een medelijdende schipper bracht ons naar Konstanta op Rumeensch
-gebied, vanwaar wij ons naar Weenen begaven.
-
-„Ik werd naar Genève gebracht, op een kostschool.
-
-„Wat mijn vader deed, bleef langen tijd een geheim voor mij.
-
-„Maar op mijn achttienden verjaardag verscheen hij in mijn pensionaat,
-om mij mede te nemen naar Parijs. Hij vertelde mij alles.
-
-„Ik vernam, dat zich een bevrijdingscomité had gevormd, welks
-hoofdzetel Saloniki was, maar dit comité had geld noodig, om zijn doel
-te bereiken.
-
-„En zoo stelde ik mij in dienst van een beweging, waarvan ik
-verwachtte, dat zij den dood mijner moeder zou wreken.”
-
-Tatiana zweeg een oogenblik, daarop vervolgde zij met een blik op
-Charly:
-
-„Gij weet wat ik deed en waarom ik het heb gedaan. Kunt gij mij toch
-nog liefhebben?”
-
-Charly had zich geheel in de kussens opgericht. Heldere tranen
-glinsterden in zijn oogen. Hij trok het jonge meisje naar zich toe en
-sprak op vastberaden toon:
-
-„Ik heb je lief, mijn kind, en jouw wraak zal ook de mijne zijn!”
-
-Hartstochtelijk drukte hij zijn lippen op Tatiana’s mond en vol zalige
-ontroering beantwoordde zij diens kus, welke hun verloving bezegelde.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-VALSCHE MUNTER.
-
-
-De heer Emile Menuisier was min of meer zenuwachtig.
-
-De huurder van zijn tuinhuis, die reeds eergisteren bij hem had moeten
-komen om de verschuldigde huur te betalen, scheen verdwenen te zijn.
-Reeds sinds veertien dagen had hij hem niet gezien.
-
-Er bestond in de oogen van den edelmoedigen heer Menuisier geen enkele
-verontschuldiging voor lieden, die hun huurpenningen niet prompt
-betaalden en hij sprak er dus met diepe minachting over tegen zijn
-huishoudster, de oude Coralie.
-
-Maar bij het oude, tandelooze vrouwtje vond hij weinig troost voor het
-geldverlies, dat hij leed door het verdwijnen van zijn huurder en
-daarom besloot de heer Menuisier op den derden van de nieuwe maand een
-bordje te bevestigen aan zijn huisdeur in de Rue Bayen, waarop te lezen
-stond, dat hij zijn tuinhuis te huur aanbood.
-
-Mijnheer Menuisier behoefde niet lang te wachten.
-
-Nauwelijks een half uur nadat het bordje buiten hing, kwam reeds de
-eerste liefhebber.
-
-Maar de oude woekeraar zag dezen woningzoekende met wantrouwen aan. Het
-was een lange man met blonden, tamelijk slecht verzorgden puntbaard en
-rijken haardos.
-
-De wijde pantalon, de zwarte zijden strik en de fluweelen baret, die
-hij schuin op het hoofd droeg, kenmerkten hem als artist en wel als
-schilder.
-
-Voor dergelijke lui had de heer Menuisier niet veel sympathie en het
-nonchalante uiterlijk van den binnentredende deden den rijkaard
-vermoeden, dat deze jonge man ook dezelfde onverschilligheid aan den
-dag zou leggen waar het op geldzaken aankwam.
-
-„Wat wenscht gij?” zoo begon hij het gesprek.
-
-„Ik wilde het tuinhuis, dat gij te huur aanbiedt, wel eens zien,”
-antwoordde de ander zeer bescheiden.
-
-„Ik verhuur alleen aan solide personen,” bromde op onbeschaafden toon
-de heer Menuisier en reeds wilde hij den bezoeker den rug toedraaien.
-
-Maar de kunstenaar scheen er nog niet van af te zien.
-
-Vol eerbied voor den rijken huiseigenaar verklaarde hij:
-
-„Ik heb geld en als ik uw tuinhuis huur, betaal ik u een jaar vooruit.”
-
-Menuisier keerde zich om. Dat scheen dus een witte raaf te zijn!
-Maar—men moest voorzichtig wezen.
-
-„Gij moet mij de huur vooruit betalen en nog voordat gij in de woning
-trekt,” sprak de eigenaar tot den bezoeker.
-
-„Nog voordat ik in de woning trek!” herhaalde deze met onverminderde
-bescheidenheid.
-
-Gerustgesteld zette Menuisier zijn kalotje op, nam een sleutelbos en
-ging den bezoeker voor om hem het tuinhuis te laten zien.
-
-De bescheidenheid van dezen huurder was werkelijk voorbeeldig, alles
-beviel hem, geen enkele opmerking waagde hij het te maken, en toen
-Menuisier hem den huurprijs had genoemd, deed de vreemdeling, die zich
-nu voorstelde als de portretschilder Rapin, niets anders dan zijn
-portefeuille voor den dag te halen en het verschuldigde van een
-halfjaar vooruit te betalen.
-
-„Wanneer denkt u het te betrekken?” vroeg de verbaasde Menuisier, nu
-veel vriendelijker.
-
-„Nog hedenavond,” antwoordde Rapin en toen zij samen den tuin weer
-doorliepen, riep de huiseigenaar de langzaam voorbijsloffende
-huishoudster toe:
-
-„Neem het bordje weg, Coralie, deze heer, de kunstschilder Rapin,
-betrekt het tuinhuis nog heden.”
-
-Een paar onverstaanbare woorden mompelend, verdween de matrone in huis.
-
-Menuisier geleidde den heer Rapin tot op straat en toen hij beleefd
-afscheid van hem had genomen, keerde hij hoogst tevreden in huis terug.
-
-
-
-Rapin had zijn intrek genomen in het tuinhuis, maar tot groote
-verbazing van Menuisier was zijn bagage in lijnrechte tegenspraak met
-de manier, waarop hij zijn huur had voldaan.
-
-Acht dagen waren verloopen sinds de schilder zijn nieuwe woning had
-betrokken, en Menuisier had hem nog niet weer gezien. De jonge man had
-het tuinhuis geen enkelen keer verlaten en zijn persoonlijkheid kwam
-den huisheer hoe langer hoe onbegrijpelijker voor.
-
-Want al zag de heer Menuisier zijn huurder niet, hij hoorde hem des te
-meer en wat hij hoorde, maakte alles nog geheimzinniger.
-
-Des nachts en ook dikwijls overdag en juist dan als Menuisier in zijn
-tuin wandelde, klonk uit het tuinhuis, waarvan de gordijnen nooit
-werden opengeschoven, een verdacht geluid, welks rhytmische
-regelmatigheid aan een machine deed denken.
-
-De heer Menuisier begreep er niets van.
-
-Wat voerde de geheimzinnige Rapin uit?
-
-Hoe kon hij er een machine op nahouden, want onmogelijk kon die
-verborgen zijn geweest in de luttele bagage, welke hij had meegebracht.
-
-En hoe was het mogelijk, dat de nieuwe bewoner zich van levensmiddelen
-voorzag, daar hij immers nooit uitging om inkoopen te doen?
-
-De vreeselijkste voorstellingen omtrent het raadselachtige gedrag van
-zijn huurder begonnen den heer Menuisier zijn nachtrust te berooven.
-
-De toestand werd onhoudbaar.
-
-Juist was de rijke gierigaard van tafel opgestaan. Tengevolge der
-slechte nachtrust smaakte hem het eten niet en ontstemd een pijp
-aanstekend, maakte hij zich gereed om zijn gewone middagwandeling in
-den tuin te gaan doen.
-
-Nog steeds waren de vensters van het tuinhuis gesloten, en niets
-verried hier de aanwezigheid van een menschelijk wezen.
-
-Maar nauwelijks had hij eenige schreden afgelegd, of daar drong weer
-datzelfde gestamp, dat hij voor het geluid van een machine hield, in
-zijn oor.
-
-Wie kon weten, tot welk misdadig doel hier gewerkt werd!
-
-De brave ziel van den heer Menuisier kwam in opstand en dit gevoel,
-gevoegd bij de herinnering aan het bescheiden, bijna onderdanige
-optreden van den heer Rapin gaf hem plotseling moed.
-
-Hij moest zekerheid hebben omtrent het doen en laten van zijn huurder
-en vastberaden klopte hij aan de deur van het tuinhuis.
-
-In hetzelfde oogenblik verstomde het geluid.
-
-De heer Menuisier wachtte. In ademlooze spanning luisterde hij, maar
-niemand scheen hem binnen te laten.
-
-Hij klopte nogmaals, nu luider en brutaler.
-
-Na een kleine pauze naderden langzame schreden, de grendel werd
-teruggeschoven en de deur op een kier geopend, waardoor het verschrikte
-gelaat, van den heer Rapin zichtbaar werd.
-
-„Wat wenscht gij, mijnheer Menuisier?” vroeg de huurder, blijkbaar niet
-in staat om zijn vrees en verrassing te onderdrukken.
-
-„Wat is dat voor een lawaai dat gij maakt?” vroeg de huisheer op
-barschen toon. „Wat voert gij uit in mijn huis?”
-
-„Maar ik doe geen kwaad, ik werk,” klonk het bevend terug.
-
-Menuisier kreeg hoe langer hoe meer moed. Hij stiet de deur met zijn
-voet geheel open en, terwijl hij zijn pijpje uit den mond nam, trad hij
-binnen.
-
-De deur, die van de vestibule naar een der kamers leidde, stond open en
-zonder zich te laten weerhouden door den verschrikten uitroep van
-Rapin: „Maar mijnheer Menuisier, wat doet gij?” ging de dappere man in
-de kamer.
-
-Rapin was hem gevolgd en met van angst wijd geopende oogen en mond
-leunde hij als verpletterd tegen de deur, terwijl hij ontsteld naar den
-indringer keek, die zijn geheim had ontdekt.
-
-Menuisier overzag dadelijk den toestand.
-
-In het midden der kamer stond een drukpers en het was duidelijk, voor
-welk doel zij gebruikt werd.
-
-Een hoopje fonkelnieuwe biljetten van vijfhonderd francs, dat op een
-tafeltje naast de machine lag, verklaarde duidelijk het doel van dezen
-geheimzinnigen arbeid.
-
-Angstig keek hij om, maar van dezen man, die bevend en sidderend bij de
-deur stond, hulpeloos en ontsteld naar hem kijkend, had hij geen
-gewelddadig optreden te vreezen.
-
-De groote rechterhand van den heer Menuisier nam het pakje banknoten op
-en met een stem, waaruit de groote kracht van een ordelievend, eerlijk
-burger sprak, bulderde hij den misdadiger toe:
-
-„Dus, gij vervalscht bankpapier, ik zal u aan het gerecht overleveren!”
-
-Rapin viel op de knieën.
-
-„Mijnheer Menuisier, spaar mij, ik bid u, heb medelijden met mij, ik
-zal u levenslang dankbaar zijn!”
-
-Tegen dergelijke beden was de heer Menuisier voldoende bestand. Zijn
-jarenlang beroep als woekeraar had zijn hart ompantserd en het kostte
-hem dus niet de minste moeite om tegenover de hartroerende smeekbeden
-van den ongelukkige de beleedigde eerlijkheid te spelen.
-
-„Ik ontzie geen misdadiger!” klonk het vol waardigheid van zijn lippen.
-
-„Als gij dit vertrek verlaat om mij aan de politie over te leveren,
-beneem ik mij het leven!” riep Rapin wanhopig uit.
-
-Ook deze bedreiging scheen geen indruk op den huiseigenaar te maken.
-Hij was naar het venster gegaan om een der valsche bankbiljetten
-nauwkeurig tegen het licht te bekijken.
-
-Drommels, de namaak was uitstekend geslaagd en de bewondering van den
-heer Menuisier was zoo duidelijk, dat Rapin het zelfs waagde, naderbij
-te komen.
-
-Menuisier onderzocht verder.
-
-Hij bekeek het biljet van alle kanten, kneep het samen en streek het
-daarna weer glad om het nogmaals tegen het licht te houden. Geen
-twijfel mogelijk, het werk was zoo volmaakt, dat zelfs bij een
-nauwkeurig onderzoek de vervalsching niet te merken was.
-
-„Hoeveel van die biljetten hebt gij reeds uitgegeven?” vroeg hij op
-barschen toon aan Rapin, die bevend achter hem stond.
-
-„Nog geen enkel,” jammerde de ander, „dit is mijn eerste poging en ik
-mis het noodige kapitaal om verder te kunnen werken.”
-
-„Gij hadt een hoop kwaad kunnen uitrichten,” sprak Menuisier op zachter
-toon, „niemand zou de vervalsching ontdekken!”
-
-„Ik weet het,” antwoordde Rapin zacht, „en ik wil in uw
-tegenwoordigheid deze bankbiljetten aan het Crédit Lyonnais of een
-ander kantoor zonder moeite wisselen.”
-
-„Zoo denkt gij dat?” vroeg Menuisier en van zijn strengheid en
-verontwaardiging was niets meer te merken.
-
-De blik van Rapin bleef in gespannen verwachting gevestigd op de
-trekken van zijn huisheer en duidelijk bemerkte hij, hoe de uitdrukking
-van de gehuichelde woede van het gelaat van den ouden woekeraar week en
-steeds meer plaats maakte voor onverholen hebzucht.
-
-Rapin scheen een menschenkenner te zijn, want anders had hij het niet
-gewaagd, al was het ook op geheimzinnigen, fluisterenden toon, voor te
-stellen:
-
-„Mijnheer Menuisier, als gij medelijden met mij hebt, en als gij
-verstandig zijt, kunnen wij met ons beiden door middel van mijn kunst
-millioenen verwerven, zonder eenig gevaar te loopen.”
-
-De dappere huisheer viel nu geheel uit zijn rol. Zonder zich de minste
-moeite te geven, zijn hebzucht te verbergen, vroeg hij, heesch van
-aandoening:
-
-„Hoe dan, wat zou ik moeten doen?”
-
-Bij Rapin scheen alle angst geweken te zijn en hij sprak nu op koelen
-zakentoon:
-
-„Mijnheer Menuisier, de zaak is heel eenvoudig. Het toestel, dat ik
-hier met veel moeite in elkaar heb gezet, is niet te vertrouwen. Het
-geld ontbreekt mij om vóór alles het papier, dat ik noodig heb voor het
-fabriceeren der bankbiljetten, zelf te vervaardigen.
-
-„Mijn plan is, een jaar lang wekelijks ongeveer 300 stuks van deze
-biljetten van vijfhonderd francs te maken. Maar ik heb toestellen en
-chemicaliën noodig en mis het daartoe benoodigde kapitaal.”
-
-„Hoeveel zoudt gij moeten hebben?” vroeg de huisheer.
-
-„Dat zal ik u later zeggen,” antwoordde Rapin, „eerst moet gij u
-overtuigen van de deugdelijkheid van mijn werk.
-
-„Houd drie der bankbiljetten, die hier liggen, mijnheer Menuisier, ga
-daarmee in de stad naar een filiaal van het Crédit Lyonnais, daarop
-naar de Fransche Bank en verder naar het een of andere wisselkantoor,
-om op elk dier kantoren een der biljetten tegen goud in te wisselen.
-Ieder der beambten zal het biljet meer of minder nauwkeurig
-onderzoeken. Om het even echter hoe lang dit onderzoek duurt en hoe
-zorgvuldig het wordt uitgevoerd, niemand zal de vervalsching ontdekken
-en men zal u het bedrag in goud uitbetalen.”
-
-Menuisier beefde van ontroering. Als dit alles werkelijk waar was, dan
-waren de schatten, die hij op die manier zou kunnen bemachtigen,
-onmetelijk.
-
-De hebzucht in hem werd zoo groot, dat hij er niet meer aan dacht, den
-schijn te bewaren als ware hij een braaf en eerzaam mensch.
-
-Hij nam drie biljetten, stak ze bij zich en terwijl hij de overige aan
-Rapin teruggaf, sprak zij op zenuwachtigen toon:
-
-„Ik ben over een uur weer terug, wacht op mij!”
-
-„Ik zal wachten,” antwoordde Rapin.
-
-Nauwelijks was de deur van het tuinhuis achter den eigenaar
-dichtgevallen of Rapin schoof de gordijnen een eindje open en keek met
-een glimlach den heer Menuisier na.
-
-Toen hij den ouden heer niet meer kon zien, verwijderde hij zich van
-het venster.
-
-Hij was weer geheel normaal geworden, alle angst was van hem geweken en
-een uitdrukking van groote tevredenheid was op zijn gelaat te lezen. Op
-zijn gemak stak hij een cigarette op, waarna hij op het bed ging
-liggen, dat in een hoek der kamer stond.
-
-Menuisier had de drie biljetten samengevouwen en in zijn vestzak
-gestoken. Hij sloot zich op in zijn slaapkamer, waar de brandkast
-stond, en met bevende vingers haalde hij uit een portefeuille een
-bankbiljet van 500 francs. Hij legde de drie biljetten, die zijn
-huurder hem had gegeven, op tafel naast zijn eigen biljet en sloot de
-gordijnen voor de ramen.
-
-Daarop stak hij licht aan en begon bij den gelen schijn der
-petroleumlamp weer opnieuw te onderzoeken.
-
-Met pijnlijke nauwkeurigheid onderzocht hij de teekening. Hij bekeek de
-watermerken en zag, dat er niet de minste afwijking te bespeuren was.
-Er was niet de minste kleinigheid te bespeuren, die op vervalsching
-wees, en vermoeid door het lange onderzoek staarde de grijsaard in het
-slechte licht van de lamp, dat zijn door schraapzucht verwrongen gelaat
-bescheen.
-
-Zijn blik viel op de biljetten.
-
-Een groot vermogen zou hij zonder eenige moeite of gevaar kunnen
-bemachtigen en hij draalde nog!...... Waarom? Zou het geluk hem ooit
-weer op die manier toelachen?
-
-Hij stond op en maakte zich gereed om uit te gaan.
-
-De valsche bankbiljetten stak hij ieder afzonderlijk in de
-verschillende zakken van zijn vest, daarna blies hij de lamp uit en
-ging heen.
-
-Met wankelende schreden ging hij de straat op naar de Avenue Niel, waar
-zich een filiaal van het Crédit Lyonnais, het voornaamste Fransche
-bankierskantoor, bevond. Maar toen hij voor de deur van het
-wisselkantoor stond, overviel hem een vreeselijke angst.
-
-Als de beambte aan het loket, die een buitengewoon scherpen blik moest
-hebben, de vervalsching ontdekte! Wat dan?
-
-De oude woekeraar aarzelde. Maar hij was een oude bekende op dit
-kantoor. Als men de vervalsching ontdekte, zou men hoogstens beslag
-leggen op het aangeboden biljet, zonder hem van den namaak te
-verdenken.
-
-Men zou hem dan voor een slachtoffer van den een of anderen valschen
-munter aanzien.
-
-Vastberaden trad hij eindelijk binnen. Er was geen publiek en Menuisier
-ging naar het loket, waar achter de beambte aan een lessenaar stond te
-schrijven.
-
-Met eenigszins bevende hand legde de oude heer een der biljetten voor
-den beambte neder, met de woorden:
-
-„Wilt u mij als ’t u belieft vijfhonderd francs wisselen?”
-
-Deze, een bejaarde man, nam het biljet, wreef het tusschen zijn
-vingers, hield het tegen het licht en legde het daarna op een bundel
-andere bankbiljetten in een ijzeren kistje.
-
-„Wenscht u goud of klein papier?”
-
-„Goud,” sprak Menuisier, die zijn oogen onafgewend op den beambte
-gevestigd hield en ieder zijner bewegingen met aandacht volgde.
-
-De kassier legde het bedrag aan goud voor den heer Menuisier neer. Hij
-wachtte totdat de oude heer het geld bij zich had gestoken, waarna hij
-weer naar zijn lessenaar terugkeerde, zonder zich verder om den klant
-te bekommeren.
-
-Menuisier ging naar buiten. Drommels, dat was gemakkelijk gegaan! Geen
-twijfel mogelijk, de vervalsching was niet te ontdekken, want ook deze
-kassier had ondanks het onderzoek niets gemerkt.
-
-De woekeraar ging nu naar een filiaal van de Fransche Bank, de
-officieele staatsbank der Republiek. Zonder aarzelen overschreed hij
-hier den drempel van de kas, waar hij het tweede exemplaar van Rapins
-biljetten aan het loket neerlegde.
-
-Weder volgde het gewone onderzoek en weder ontving de woekeraar het
-bedrag aan goudstukken uitbetaald.
-
-Plotseling kreeg hij meer moed. Het derde biljet te voorschijn halend,
-sprak hij tot den beambte:
-
-„Wilt u mij nog voor vijfhonderd francs aan goud geven?”
-
-Zwijgend nam deze het hem aangeboden biljet aan, onderzocht ook dit en
-betaalde den ouden heer het gevraagde uit.
-
-Menuisier ging naar buiten.
-
-Er viel niet meer aan te twijfelen, de vervalsching was niet te
-ontdekken en alle angst en vrees waren verdwenen.
-
-Een uur was voorbijgegaan en nog steeds lag Rapin uitgestrekt op zijn
-bed, vergenoegd cigaretten rookend, totdat een bescheiden klop op de
-deur hem deed opspringen.
-
-Een oogenblik later stond Menuisier voor hem met donkerrood gelaat.
-Woeste vreugde verhelderde zijn kleine grijze spitsboevenoogen en een
-paar vlokken grijs haar kleefden aan het met zweet bedekte voorhoofd
-vast.
-
-Nauwelijks had hij de deur achter zich gesloten, of hij riep uit:
-
-„Mijnheer Rapin, het is kolossaal, de beambten hebben de bankbiljetten
-zonder een woord van protest gewisseld.”
-
-Rapin deelde de opgewondenheid van zijn huisheer niet, hij scheen dit
-resultaat te hebben verwacht.
-
-Hij ging kalm op den rand van zijn bed zitten en richtte tot Menuisier,
-die 1500 francs aan goudgeld op een tafeltje naast het bed uittelde, de
-vraag:
-
-„Nu, mijn waarde, wilt gij er verder mee te maken hebben? Maar ik moet
-u eerst op het volgende attent maken; het kapitaal, dat ik noodig heb,
-is zeer groot. Omdat ik niets bezit, moet gij het geld verschaffen,
-waarvoor gij de helft van de totale opbrengst krijgt. Ik verplicht mij
-om, vanaf den tienden dag nadat gij het kapitaal hebt gestort, u
-wekelijks minstens 150 biljetten van 500 francs te bezorgen. Deze
-biljetten zullen steeds verschillende controle-nummers hebben, opdat er
-bij het wisselen geen bezwaren zullen worden gemaakt.
-
-„Het bedrijf zal 52 weken, geen dag langer, worden voortgezet, want wij
-moeten er rekening mee houden, dat na ongeveer 1 jaar de vervalsching
-aan het licht zal komen. Als dan de vervaardiging reeds zoolang heeft
-opgehouden, is ontdekking niet meer te vreezen, en onze oogst zal
-voldoende zijn.”
-
-Wat deze huurder vertelde, klonk zoo verleidelijk en de proefneming van
-zoo even was zoo schitterend geslaagd, dat Menuisier met heesche stem
-vroeg:
-
-„Hoeveel geld hebt gij noodig, mijnheer Rapin?”
-
-De schilder keek Menuisier lang en strak aan. Daarop noemde hij, elke
-lettergreep met nadruk uitsprekend, de som:
-
-„Zes-maal-honderd-duizend-francs.”
-
-„Is dat niet wat veel?” vroeg de ander aarzelend.
-
-„Het is een bagatel, vergeleken bij hetgeen gij er voor zult terug
-ontvangen,” antwoordde Rapin kalm.
-
-„Waarvoor hebt gij zooveel noodig?” vroeg Menuisier.
-
-„Dat zeg ik u niet, dat is mijn geheim,” klonk het uit den mond van den
-schilder.
-
-Na een korte pauze sprak Menuisier:
-
-„Ik zal u hedenavond het geld brengen.”
-
-Rapin stond op.
-
-„Goed,” zei hij, „ik verwacht u, het is vandaag de 12e. Den 22en zal ik
-met alle voorbereidingen gereed zijn en den 29en ontvangt u de eerste
-levering van minstens 150 exemplaren.”
-
-Menuisier ging heen en toen hij om 7 uur des avonds terugkeerde,
-overhandigde hij zijn huurder het geld in zes pakjes, die ieder honderd
-biljetten van 1000 francs bevatten.
-
-Rapin telde het na en stak bedaard het geld in zijn zak.
-
-„Zullen wij een schriftelijke overeenkomst maken?” vroeg Menuisier op
-bescheiden toon.
-
-„Met genoegen,” verklaarde zijn huurder onverschillig en dadelijk
-schreef hij een contract, dat beide onderteekenden.
-
-Op den avond van dienzelfden dag liet de rijke Amerikaan Harrison den
-heer Komartscheff en diens dochter bij zich komen en overhandigde hij
-hun ten behoeve hunner menschlievende bemoeiingen een som van viermaal
-honderdduizend francs.
-
-Sprakeloos van verbazing was de oude Komartscheff nauwelijks in staat,
-zijn dank onder woorden te brengen.
-
-Tatiana boog zich om de hand van den weldoener te kussen.
-
-Harrison echter richtte het jonge meisje weer op.
-
-„Gij behoeft mij niet te bedanken, ik ben gelukkig geweest in mijn
-speculaties, dat is alles!”
-
-En, terwijl hij Tatiana’s blonde lokken streelde, vervolgde hij op
-zachten toon:
-
-„En gij, kindlief, spaar uw kussen voor iemand anders.”
-
-Een blos verfde de wangen van het mooie meisje. Zij had gezien, hoe
-Harrison bij deze woorden naar Mc. Allan had gekeken, die getuige was
-van het gesprek.
-
-Met een goedigen glimlach sprak Harrison:
-
-„Ja, kinderen, voor mij behoef je het niet te verbergen, ik heb het
-allang begrepen.”
-
-Daarop ging hij met Komartscheff heen, de beide jonge menschen met hun
-geluk alleen latend.
-
-Eerst na middernacht kwam Donald Harrison weer thuis. Dadelijk begaf
-hij zich naar het vertrek, dat in verbinding stond met de onderaardsche
-gang.
-
-Hij draaide het electrische licht op en keek rond in de kamer, die er
-nu nog kaler uitzag dan toen Komartscheff hier zijn laboratorium had
-gehad.
-
-„Nu zal ik alles weer naar hier terugbrengen,” klonk het van zijn
-lippen. Hij nam uit een kleerkast, die in een hoek der kamer stond, een
-lang niet nieuw costuum en een langharige pruik.
-
-Nu begon de gedaanteverwisseling en na eenige minuten was de zorgvuldig
-gekleede Donald Harrison veranderd in den slordigen schilder Rapin,
-denzelfden Rapin, die van den heer Menuisier zesmaal honderdduizend
-francs had ontvangen.
-
-Hij nam plaats aan een tafeltje, dat hem als schrijfbureau diende en
-begon een brief. Toen hij hiermee gereed was, sloot hij hem in een
-couvert en schreef daarop met groote duidelijke letters het adres.
-
-Hij stak der brief in een zijzak van zijn jas en opende den
-schoorsteenmantel. Bij het licht van zijn zaklantaarn verdween hij
-langs de steenen trap naar de onderaardsche gang.
-
-Na weinige minuten had hij den anderen uitgang bij het gebouw in de Rue
-Bayen bereikt.
-
-Ook hier opende hij de geheime deur, tegelijkertijd stak hij zijn
-lantaarn in den zak en trad de kamer binnen.
-
-Mijnheer Rapin, de huurder van den heer Emile Menuisier, stond weer in
-het vertrek, waarin de valsche bankbiljetten werden vervaardigd en met
-een zegevierend lachje keek hij om zich heen, naar de vele voorwerpen
-die hem hier zulke uitstekende diensten hadden bewezen. Weer moest
-Raffles lachen bij de gedachte aan de weinige moeite die hij had gehad
-om den ouden woekeraar erin te laten vliegen.
-
-Maar hij had nu geen tijd om zich lang aan dergelijke overpeinzingen
-over te geven. Hij onderzocht nog eens of de gordijnen goed gesloten
-waren, daarop stak hij licht aan!
-
-Het huis en de tuin lagen in diepe rust en niemand hoorde hem.
-
-Raffles haalde een kleinen schroevendraaier te voorschijn en begon zoo
-geruischloos mogelijk te werken. Voorzichtig draaide hij de schroeven
-los, waarmede de gedeelten van de steendrukpers waren verbonden. Hij
-nam alles uit elkaar en zette de verschillende stukken op den grond bij
-den schoorsteen neer.
-
-Hij was op deze wijze ongeveer een uur bezig geweest en keek nu eens
-rond in de kamer, die kaal en leeg was. Van alle meubelen waren alleen
-het bed en het kleine tafeltje, waarop de lamp stond, in hun geheel
-gebleven. De andere voorwerpen lagen, in stukken uit elkaar genomen,
-bij den schoorsteenmantel op den grond.
-
-De nachtelijke arbeider opende nu weer de geheime deur en droeg alle
-stukken naar beneden in de onderaardsche gang.
-
-Daarna keerde hij voor het laatst nog eens in de kamer terug. Uit zijn
-zak nam hij den brief en legde dezen midden op het kleine tafeltje,
-waarna hij de lamp opnam en zachtjes verdween achter den schoorsteen
-die hij zorgvuldig weer sloot.
-
-Terwijl hij de lamp op de steenen trap zette, keek hij eenige
-oogenblikken naar de op den vochtigen bodem der gang staande
-onderdeelen van het vreemdsoortige meubilair, dat hij als Rapin in deze
-woning had gebracht.
-
-Om dit alles weer over te brengen naar de vroegere werkkamer van
-Komartscheff kon wel tot den volgenden dag wachten.
-
-Nu had hij behoefte aan rust, die hij wèl verdiend had.
-
-En snel liep Raffles terug door de onderaardsche gang, glimlachend bij
-de gedachte aan het gezicht, dat Menuisier zou zetten als hij den voor
-hem achtergelaten brief zou lezen.
-
-De nacht, die volgde op het sluiten van het contract met zijn huurder,
-bracht ook den heer Menuisier geen slaap. Maar nu was het niet de
-ongerustheid over een onopgelost geheim, wat hem den slaap roofde, nu
-was het zijn groote hebzucht, die weldra op de schitterendste wijze
-bevredigd zou worden.
-
-Reeds om 5 uur stond hij op om den tuin in te gaan, maar geen enkel
-geluid kwam uit het tuinhuis en hij had den moed niet aan de deur te
-kloppen.
-
-Misschien sliep de heer Rapin en zou hij een dergelijke stoornis
-kwalijk nemen.
-
-Rusteloos liep hij zijn huis door en elk half uur stond hij weer aan de
-deur van Rapin’s woning te luisteren.
-
-Maar alles bleef stil en Menuisier werd steeds onrustiger. Hij raakte
-geen voedsel aan en toen het twee uur in den middag was geworden, kon
-hij het niet langer uithouden.
-
-Hij klopte zacht op de deur van het tuinhuis.
-
-Niemand antwoordde.
-
-Menuisier klopte harder, maar weer zonder resultaat.
-
-Hij beukte nu met beide vuisten op de deur, maar daar binnen bewoog
-zich niets.
-
-Angstig geworden door deze doodelijke stilte, stond de oude gierigaard
-radeloos te wachten.
-
-Opeens bedacht hij, dat de reservesleutels van het tuinhuis in zijn
-bezit waren. Zoo snel als hij kon, snelde hij naar huis terug en eenige
-minuten later stond hij weer aan de deur van zijn huurder met een
-grooten sleutelbos in de hand.
-
-Nogmaals klopte hij zoo hard hij kon en toen weer niemand opende,
-ontsloot hij de deur.
-
-Voorzichtig trad hij binnen.
-
-Toen hij op den drempel stond van het vertrek, waar den vorigen dag de
-overeenkomst was gesloten, verbleekte hij van schrik.
-
-De kamer was leeg, alleen het bed en een klein tafeltje stonden in een
-hoek.
-
-De drukmachine en alle andere voorwerpen, waarover hij zich den vorigen
-dag zoozeer had verbaasd, waren verdwenen en van Rapin, den huurder,
-was geen spoor te ontdekken.
-
-De knieën van den ouden man beefden, toen hij de kamer verder
-binnentrad. Hij trok de gordijnen open en nu zag hij een brief op het
-tafeltje liggen.
-
-De brief was geadresseerd:
-
-
- Aan den Heer Menuisier,
-
- Woekeraar en Gierigaard.
-
-
-Met trillende handen opende hij het couvert.
-
-Hij las:
-
-
- Ik ben ijdel genoeg om aan te nemen, dat mijn naam ook bij u bekend
- is. Ik, die uw tuinhuis huurde onder de vermomming van een arm
- schilder, ik ben Raffles, naar wien de politie van alle landen
- zoekt.
-
- En, nadat ik u heb medegedeeld met wien gij te doen hebt, zal het u
- niet verbazen, dat ik mij geroepen voelde, om ook jegens u recht te
- plegen, door u een deel afhandig te maken van uw geld, waaraan het
- bloed en de tranen van ontelbare ongelukkigen kleven.
-
- Daarbij hebt gij mij, zoo dom mogelijk, de behulpzame hand geboden,
- want de biljetten, die ik u gaf om in te wisselen, waren echt en
- doordat gij u schriftelijk—ik heb het bewijs in handen!—tot
- medeplichtige hebt gemaakt van een voorgenomen misdrijf, namelijk
- het vervalschen van bankpapier, hebt gij uzelf den pas afgesneden,
- om de hulp der politie in te roepen.
-
- Gij ziet dus, dat gij aan alle kanten in de val zijt geloopen.
-
- Ik weet, dat ik u slechts een deel van uw vermogen heb ontnomen,
- dat, wat gij hebt overgehouden, is voldoende om in uwe behoeften te
- voorzien.
-
- Leef wel en denk nog eens aan uw compagnon
-
- JOHN C. RAFFLES.
-
-
-Het schemerde den ouden vrek voor de oogen, een kreet van machtelooze
-woede kwam van zijn lippen en bewusteloos zakte hij ineen.
-
-Zoo vond de oude Coralie hem, die hem naar zijn kamer sleepte, waar
-Menuisier uit zijn onmacht ontwaakte.
-
-Sinds dien dag bleef het tuinhuis in de Rue Bayen onbewoond, de heer
-Menuisier rilde reeds bij de gedachte, ooit weer een vreemdeling in
-zijn huis op te nemen.
-
-De groote onbekende echter vervolgde weer zijn eigen weg.
-
-Wat hij eenigen tijd later in Londen uitvoerde en beleefde, hooren de
-lezers in de volgende aflevering.
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 8: IN DE
-CATACOMBEN VAN PARIJS ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.