diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 06:42:49 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 06:42:49 -0800 |
| commit | efd1362ee4456cf14e65ddb557913818908df4f1 (patch) | |
| tree | eeeb332c4d362901d11b66b652820241763149c6 /old/67236-0.txt | |
| parent | ccb63ae79d7f795495dcf73900c8dfa6c67a0adc (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/67236-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67236-0.txt | 2965 |
1 files changed, 0 insertions, 2965 deletions
diff --git a/old/67236-0.txt b/old/67236-0.txt deleted file mode 100644 index 9762b60..0000000 --- a/old/67236-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2965 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 8: In de Catacomben -van Parijs, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 8: In de Catacomben van Parijs - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: January 23, 2022 [eBook #67236] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 8: IN DE -CATACOMBEN VAN PARIJS *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 8 IN DE CATAKOMBEN VAN PARIJS. - - - - - - - - -IN DE CATACOMBEN VAN PARIJS. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -DE VLUCHT. - - -Een dikke mist, die als een ondoordringbare sluier steden en dorpen -omhult, hing boven de straten van Londen. - -Hij drong de huizen binnen en de groote overkapping van het Victoria -station scheen deze zware wolken te willen opzuigen, zoodat zelfs het -heldere schijnsel der electrische booglampen niet in staat was, het -perron te verlichten. - -Het was acht uur in den morgen. - -De trein, die naar Dover rijdt in aansluiting op de booten welke naar -Frankrijk varen, stond voor het vertrek gereed. - -Het voorste gedeelte van den trein verdween in het halfdonker van den -mist, die op dit oogenblik nog zwaarder scheen te zijn geworden en die -als een beschermende sluier twee mannen omhulde, welke met vlugge -schreden over het perron liepen. - -De oudste der twee, een slanke elegante persoonlijkheid met een vollen -blonden baard, wierp zijn citybag in een openstaande coupé eerste -klasse. Daarop wendde hij zich tot zijn metgezel, tot wien hij op -zachten, maar beslisten toon sprak: - -„Charly, ik waarschuw je! Keten je jong leven niet aan het -avontuurlijke bestaan, dat mij wacht!” - -De andere scheen deze woorden nauwelijks te hooren en met nog meer -overtuiging vervolgde de spreker: - -„Blijf hier, Charly, ik neem het je niet kwalijk....” - -Hij wilde nog meer zeggen, maar de jongste, in wiens baardeloos, bleek -gelaat twee donkere oogen schitterden, viel hem in de rede: - -„Wat beteekent dit? Ik ga mee en daarmee uit!” - -Hij zette zijn reistaschje op de bank naast dat van zijn reisgezel. - -Daarop namen beiden zonder een woord te spreken plaats. - -Het was twee minuten voor het tijdstip van vertrek en reeds sloten de -conducteurs de coupé-deuren, toen plotseling verscheiden -courantenjongens voor den gereedstaanden trein verschenen en, terwijl -zij de extra-nummers der morgenbladen in de hoogte hielden, luid -schreeuwden: - -„Raffles is ontdekt!” - -„1000 pond belooning!” - -„Raffles is dezelfde als Lord Edward Lister!” - -„Een Engelsch edelman als misdadiger!” - -„Raffles is ontsnapt!” - -Ook de beide juist ingestapte reizigers hoorden deze uitroepen, maar -alleen Charly scheen zich hierover te verontrusten, zijn oudere vriend -luisterde slechts met een spotachtig lachje naar de nieuwtjes der -courantenjongens. - -Hij stond op en opende het raampje der coupédeur. - -Terwijl hij twee geldstukjes uit zijn zak te voorschijn haalde, riep -hij een der jongens, die juist uit den nevel voor hem opdook, en kocht -een courant. - -Daarop klonk het sein tot vertrek en de trein zette zich in beweging. - -En terwijl nog het geroep: „Raffles is ontdekt!” „Duizend pond -belooning!” over het perron weerklonk, verliet Lord Edward Lister, -alias Raffles, dezelfde voor wiens inhechtenisneming de Londensche -politie die hooge som had uitgeloofd, vergezeld door zijn vriend en -secretaris Charly Brand, de Engelsche hoofdstad om zichzelf aan gene -zijde van het kanaal in veiligheid te brengen. - - - -De „Senegambia”, een kleine, onooglijke stoomboot, die niet in staat -scheen te zijn om de gevaren van het kanaal te trotseeren, verliet de -reede van Dover. - -De dikke mist scheen te zullen optrekken. De krijtrotsen der Engelsche -kust waren nog zichtbaar, toen het bloote oog reeds de havenwerken van -Calais kon onderscheiden. - -Lord Lister was alleen aan boord gegaan en Charly Brand had den -overtocht op het schip aanvaard, alsof hij den ander in het geheel niet -kende. - -Men moest op alles zijn voorbereid en hoewel Raffles geen grooten dunk -had van de speurkunst der hem vervolgende Engelsche politie, liet hij -toch niet na, zijn spoor zooveel mogelijk uit te wisschen. - -Hij kon er wel zeker van zijn, dat de havenautoriteiten der Vereenigde -Koninkrijken langs telegrafischen weg op de hoogte waren gebracht van -een zeer volledig signalement van den vluchteling en zijn vriend. - -In dit opzicht had Lord Lister echter zijn maatregelen genomen. - -Een valsche baard, die op zeer kunstige wijze was vervaardigd en -bevestigd en een parafine-inspuiting, die het mogelijk maakte, zijn -neus een anderen vorm te geven, hadden hem zoo verschillend gemaakt van -het signalement, dat zijn eigen moeder hem niet herkend zou hebben. - -Hij was bovendien in het bezit van een Amerikaansche pas, die hem -legitimeerde als burger der Vereenigde Staten, Harrison en het viel -Raffles gemakkelijk, de woorden zoo uit te spreken als dat den Yankees -eigen is. - -Toen de trein in Dover was aangekomen, hadden Raffles en Charly de -coupé verlaten als twee elkaar vreemde menschen, die toevallig een -eindweegs hebben samengereisd. - -Bij den uitgang van het perron had Lord Lister de politiebeambten -opgemerkt, die alle passagiers met wantrouwende blikken opnamen. - -Op gerekten Amerikaansch-Engelschen toon had hij een kruier geroepen en -hem bevolen, zijn bagage aan boord te brengen. - -Hij onderhield zich nog eenigen tijd in Yankee-dialect met den man, -die; zijn reistasch dragend, naast hem voortliep en kwam zoo -ongehinderd langs de spiedende beambten. - -Even gemakkelijk was Charly hen gepasseerd, want zijn signalement was -niet opgegeven en niemand lette dus op hem. - -De boot doorkliefde met tamelijke snelheid de golven van het kanaal. - -Lord Lister bevond zich op het achterdek en, als onverschillig -ronddrentelend, naderde Charly hem. - -Dicht bij zijn vriend bleef hij staan om met groote belangstelling in -het water te kijken. - -Het achterdek was geheel verlaten en niemand was getuige van het -gesprek, dat beide vrienden, zonder elkaar aan te zien, samen voerden. - -De Lord sprak: - -„Ik heb er ernstig over nagedacht, wij moeten voorloopig van elkaar -scheiden.” - -„Is dat dringend noodig?” klonk het van Charly’s lippen. - -„Ja,” antwoordde Lord Lister. „De couranten vermelden, dat Raffles met -zijn secretaris is gevlucht, maar van jou is geen signalement -opgegeven. - -„Ik moet voorzichtig zijn en zal mij in Parijs zoolang verbergen, -totdat mijn valsche baard door een echten vervangen is. Met behulp van -parafine-inspuitingen zal ik mijn neus dezen vorm laten behouden en met -mijn sterken baardgroei kan ik stellig over drie weken zonder vrees -weer opduiken.” - -„En wat moet ik in dien tijd doen?” vroeg Charly. - -„Ik leg hier op de bank de portefeuille met de 50,000 pond, die ik de -verzekeringmaatschappij heb afhandig gemaakt. Als ik wegga, neem jij ze -op, je neemt in Calais een andere coupé dan ik en reist naar Parijs. -Daar neem je je intrek in het Hotel Regina onder den naam Mc. Allan en -je geeft je uit als een rijke Schot, die voor zijn pleizier voor een -paar weken naar Parijs is gekomen. Je leeft daarnaar, betoont je zeer -vrijgevig en bekommert je verder niet om mij.” - -„En wat gebeurt er met jou?” informeerde Charly Brand op angstigen -toon. - -„Ik heb nog 2000 pond bij mij, dat is meer dan voldoende om in die drie -weken alles in het werk te stellen om alle mogelijke sporen uit te -wisschen.” - -En zonder verder eenig antwoord af te wachten, legde Lord Lister de -zwarte portefeuille, die de banknoten bevatten, op een der houten -stoeltjes vlak bij hem en wandelde naar de kajuitstrap, die naar het -kleine rooksalon leidde. - -Charly naderde het vouwstoeltje, nam de portefeuille op en stak deze in -zijn borstzak. - -Als mijmerend bleef hij een paar minuten zitten, starend naar de zich -steeds meer verwijderende Engelsche kust. - -Daarop stond hij op en begaf zich naar het middendek, waar meerdere -passagiers het zich op breede ruststoelen gemakkelijk hadden gemaakt. - -Op een dezer stoelen rustte een jong meisje; haar slanke gestalte was -in een plaid gehuld, die haar tegen den frisschen zeewind beschutte. - -Haar gezichtje, dat ondanks het lichtblonde haar zeer interessant was, -werd overschaduwd door een breede Engelsche reispet, die door een -langen, onder de kin vastgeknoopten sluier, werd vastgehouden. - -Charly kon niet nalaten zijn oogen eenigen tijd op het aantrekkelijke -wezentje te laten rusten. - -Een groote bekoring ging van deze geheele verschijning uit. Uit de -plaid, die de japon bedekte, kwamen twee kleine laarsjes te voorschijn, -welke een paar allersierlijkste voetjes nauw omsloten. Een plotselinge -windruk liet af en toe de fijne enkels zien en wanneer dan de hand van -onder de plaid te voorschijn kwam, ontdekte men onder den dunnen zijden -handschoen de sierlijke, slanke vingers. - -De dame, die tot nu toe rustig in haar stoel had gelegen, scheen te -voelen, dat zij de opmerkzaamheid trok. - -Zij keek op en een lange, uitdagende blik van haar donkere oogen, die -zeldzaam afstaken bij het blond der haren, viel op Charly. - -Deze wendde zich nu af, als vreesde hij, door het aanknoopen van -galante avonturen hier de attentie te trekken.— — — - -De „Senegambia” liep de haven van Calais binnen en op zeer korten -afstand van de aanlegplaats stond reeds de trein naar Parijs gereed. - -Raffles stond al voor een eerste klasse coupé in de zijgang van den -trein en hij kon niet nalaten te glimlachen, toen hij zag, dat zijn -vriend Charly Brand in de aangrenzende coupé plaats nam, te zamen met -de pikante schoonheid, die ook hem aan boord reeds was opgevallen. - -De trein zette zich in beweging. - -Lord Lister trok zich terug in de coupé. Als Mc. Allan misschien van -plan was om zijn rol als rijke Schot in Parijs te spelen met behulp van -een galante dame, had hij daar niets tegen. Hij gunde den armen jongen, -wiens aanhankelijkheid hem trof, gaarne dat pleizier. - -In Amiens, het eerste station van beteekenis, kocht Lord Lister het -Parijsche morgenblad, dat aan het station werd verkocht en tot zijn -groote voldoening zag hij, dat de Parijsche pers zich niet minder dan -de Londensche verdiepte in gissingen omtrent het geheimzinnige bestaan -van Raffles—Lord Lister. - -Hij gevoelde zich nog veiliger toen hij bemerkte, dat het signalement -der Fransche bladen even weinig met zijn vermomd uiterlijk -overeenstemde als dat der Engelsche. - -De trein stoomde het reuzenstation St. Lazare te Parijs binnen, waar -het licht der electrische lampen schitterde. - -Lord Lister had het perron verlaten en was juist van plan, in een -rijtuig plaats te nemen, toen hij nog eens om zich heen keek om zijn -vriend in de menschenmassa te zoeken. - -Hij zag hem en weer vloog een glimlach over zijn gelaat. - -Charly Brand stond op korten afstand van hem, voor een geopend rijtuig -en hielp de blonde dame instappen. Daarop riep hij den koetsier een -adres toe, dat de Lord door het lawaai om hem heen niet kon verstaan, -nam bij de dame plaats en het rijtuig rolde weg. - -Lachend steeg Raffles in zijn huurrijtuigje en reed naar het hotel, dat -hij den koetsier had opgegeven. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -GESTOLEN GOED GEDIJT NIET. - - -Reeds vier dagen was Raffles in Parijs. Reeds vier dagen lang genoot -hij in het steeds groeiende gevoel van veiligheid, dat zich van hem -meester maakte bij het lezen der courantenberichten over zijn eigen -aangelegenheden. - -Hij had in Montparnasse een kamer gehuurd in een tweederangs hotel. - -Lord Lister stond voor den smallen ingang van zijn hotel en dacht er -over na, hoe hij den avond zou doorbrengen. - -Hij verveelde zich en het speet hem, voor zoo langen tijd het -gezelschap van Charly te moeten missen. - -Het was halfvijf en de eerste avondbladen moesten reeds zijn -verschenen. - -Raffles liep naar de naastbijzijnde courantenkiosk en ontvouwde, -langzaam voortloopende, het daar gekochte blad, terwijl zijn blik langs -de kolommen vloog. - -Plotseling bleef hij staan. - -Zijn oog bleef rusten op het met vette letters gedrukte opschrift van -een klein stadsbericht, waarvan de inhoud hem sterk interesseerde. - -Daar stond in dikke letters: - - - POGING TOT ZELFMOORD IN HOTEL „REGINA”. - - Een rijke Schot wordt bij een galant avontuur geplunderd - en tracht, uit wanhoop, zich van het leven te berooven. - - -Raffles had moeite om zichzelf te beheerschen. - -Geen twijfel mogelijk, deze rijke Schot, van wien hier sprake was, -moest Charly Brand zijn. - -Met koortsachtige haast vloog hij het artikel door, dat zijn vermoeden -bevestigde. - -De Schot heette Mc. Allan, hij had getracht, zich een kogel door het -hoofd te jagen en was zwaar gewond naar het St. Louis hospitaal -gebracht. - -Raffles aarzelde geen oogenblik. Hij sprong in een rijtuig en 20 -minuten later bevond hij zich aan den ingang van het ziekenhuis. - -Zonder veel moeite gelukte het hem, aan het bed van Charly te worden -toegelaten. - -De ongelukkige was bij zijn volle bewustzijn. De kogel, die in het -achterhoofd was gedrongen, was door de doktoren reeds verwijderd en het -levensgevaar geweken. - -Toen Raffles binnentrad, kwamen Charly Brand de tranen in de oogen. - -De jonge dokter, die Raffles had binnengebracht, verwijderde zich -bescheiden en nauwelijks waren de beide vrienden alleen, toen Charly -snikkend vertelde, wat er met hem was gebeurd. - -Hij had zich aangesloten bij de vrouw, die hem was opgevallen aan boord -der „Senegambia”. - -Nadat zij eerst herhaaldelijk had geweigerd, had zij den tweeden dag er -in toegestemd, met hem naar het theater te gaan. - -Charly had minder het plan gehad om galante avonturen te zoeken dan wel -om de hem door Lord Lister opgedragen rol van overmoedigen rijkaard -goed te spelen. - -Na het einde der voorstelling had de auto der dame op hem gewacht. -Charly was ingestapt en glimlachend had de blonde dame hem uit een -gevulde bonbonnière gepresenteerd. Met haar welgevormd blank handje had -zij hem een der bonbons in den mond geduwd. - -Verder wist Charly niet wat er met hem gebeurd was. - -Hij moest in het rijtuig zijn ingeslapen en om vijf uur in den morgen -vond een agent van politie hem op den hoek van de Rue Rivoli, in de -buurt van zijn hotel. - -Hij lag daar op de straatsteenen, tegen een muur geleund. - -De portefeuille met 49,000 pond erin, was verdwenen, andere voorwerpen -van waarde en eenige biljetten van honderd francs, die hij in zijn -vestzak droeg, had men in zijn bezit gelaten. - -Nadat men hem in het hotel had gebracht, was hij eerst tot het volle -besef gekomen van hetgeen met hem was voorgevallen. - -Het ontzettende feit stond hem helder voor oogen: hij had den hem -toevertrouwden schat verloren. - -Wanhoop greep hem aan, hij wilde zichzelf een kogel door het hoofd -jagen, maar het schot faalde en bracht hem slechts een verwonding toe, -zonder hem te dooden. - -Raffles had naar het verhaal van Charly geluisterd, zonder hem in de -rede te vallen. - -„Goddank!” riep hij uit, „dat je hand beefde en je je plan dus niet -hebt kunnen volvoeren! Hoe kan men zoo dom zijn, mijn jongen, zich om -een beetje geld van het leven te willen berooven!” - -Met vochtige oogen keek Charly hem aan. - -„Je vergeeft mij dus, Edward?” - -„Och kom, er valt niets te vergeven,” antwoordde Raffles. „Ik voel -verbazend veel lust om in dit speciale geval de rol van Sherlock Holmes -te spelen om die nobele dame en haar medeplichtigen, want die moet zij -hebben, op te sporen en hun, als het kan, weer een deel van het -geroofde af te nemen. - -„Je weet zeker niet, welken weg de auto nam?” - -„Neen, ik heb er geen flauw vermoeden van, want ik ben blijkbaar -onmiddellijk na het gebruik van den bonbon ingeslapen,” sprak Charly. - -„Nu, ik heb de schoone dame aan boord gezien en zou haar onder elke -vermomming terugkennen. Mocht het toeval mij op haar weg brengen, dan -kan je er zeker van zijn, dat ik het broeinest van ongerechtigheden -opspoor.” - -„Wat wil je gaan doen?” vroeg Charly angstig. - -„Voorloopig niets!” antwoordde Lord Lister. - -„Ik zal alleen zorgen, dat ik op een dergelijk toeval ben voorbereid en -niet het slachtoffer word van haar slaapmiddeltjes. Daarbij zou ik niet -gaarne willen dat de politie zich met mij bemoeide. Voorloopig zou ik -liever niets met die heeren te maken hebben.” - -Charly glimlachte. - -„Heeft men je reeds ondervraagd?” vroeg Raffles plotseling. - -„Neen, nog niet,” sprak de patiënt, „maar dat zal vanavond geschieden. -Men heeft mij het bezoek van den commissaris al aangekondigd.” - -Raffles scheen een oogenblik ernstig na te denken. - -„Vertel hem wat je wilt,” zei hij eindelijk, „maar in geen geval de -waarheid; breng hem zoover mogelijk van het spoor, want ik wil zelf -deze zaak ongestoord en op mijn gemak uitpluizen. Begrepen?” - -Charly knikte. - -Een zucht van verlichting ontsnapte den jongen man, nu zijn vriend hem -geen enkel verwijt had gemaakt. - -„Ik ga nu heen en kom je morgen weer bezoeken,” sprak Raffles, -opstaande. - -Daarop drukte hij Charly met eenige vriendelijke woorden de hand en -vertrok. - - - -De Acacia-allée in het Bois de Boulogne is des morgens tusschen 11 en -12 de verzamelplaats van de elegante leegloopers van beiderlei kunne, -welke in Parijs talrijker zijn dan ergens ter wereld. - -Dames uit den goeden stand begeven zich hierheen slechts in gezelschap -van heeren, terwijl de vertegenwoordigsters der demi-monde en van de -tooneelwereld hier alleen of vergezeld door haar luxehondjes flaneeren. - -Het gewirwar van menschen was heden bijzonder druk in de Acacia-allée. -Ruiters en wandelaars passeerden elkaar in bonte rijen, terwijl -elegante voertuigen heen en weer ratelden over den met herfstbladeren -bedekten rijweg. - -Op een der gehuurde stoelen, die aan weerskanten van den weg gereed -stonden, zat een eenzaam toeschouwer. - -De naar Yankee-mode verzorgde baard, de zware wenkbrauwen en de groote -neus met te breede punt verrieden duidelijk den Amerikaan, terwijl de -degelijke en tevens elegante kleeding het type voltooide. - -De man maakte den indruk, zeer geblaseerd en rijk te zijn en wie hem -daar zoo vol aandacht met zijn heldere, grijsblauwe oogen de voorbij -wandelende dames zag opnemen, moest wel denken, dat hij hierheen -gekomen was om aangenaam, vrouwelijk gezelschap te zoeken. - -Daar naderde aan het einde van de laan een elegante equipage. - -De dame, die de paarden mende, een typische blondine, wier opvallend -eenvoudig toilet haar fijnen smaak verried, scheen in deze omgeving nog -onbekend te zijn, want, in tegenstelling met de andere vrouwen, groette -niemand haar. - -Toch scheen zij de algemeene attentie te trekken en toen de Amerikaan -vanuit zijn stoel de schoone wagenbestuurster opmerkte, stond hij op, -om haar beter te kunnen zien. - -De blondine sprong, toen zij tot in het midden der allee was gereden, -met een sierlijke beweging uit het rijtuig. Zij wierp den groom, die op -de achterbank zat de teugels toe en begaf zich naar het wandelpad. - -De eenzame toeschouwer hield zijn blikken onafgewend op haar gevestigd. -Met gespannen aandacht volgde hij al haar bewegingen en zag hij, hoe -zij onderzoekend naar de heeren keek, die haar glimlachend -voorbijgingen. - -Geen hunner scheen haar echter te kunnen bekoren en zoo was zij den -Amerikaan genaderd, die haar met een langen blik en bijna onmerkbaar -glimlachje in de oogen keek, terwijl hij beleefd zijn hoed voor haar -afnam. - -Een knikje en een aanmoedigende blik uit de donkere oogen was zijn -belooning. - -Hij naderde haar en in onberispelijk Fransch, met een licht -Amerikaansch accent, sprak hij: - -„Madame, ik ben u dankbaar, voor de wijze waarop gij mijn onbeleefden -groet beantwoordt.” - -„Ah! Gij zijt een Amerikaan,” antwoordde de dame glimlachend en nog -voordat hij haar had kunnen antwoorden, vervolgde zij: - -„Als gij wilt, gaan wij samen in „Café de Madrid” dejeuneeren.” - -„Ik voeg mij natuurlijk naar al uw wenschen,” antwoordde de galante -Amerikaan. - -De dame keerde zich om, de equipage werd door den groom tot aan den -rand van het voetpad gestuurd, zij nam plaats en greep de teugels. - -Met een welsprekende handbeweging noodigde zij den Amerikaan uit, de -plaats aan haar zijde in te nemen. - -Raffles, want hij was het, reed met de avonturierster, die hij dadelijk -had herkend als de schoone van de „Senegambia”, naar het „Café de -Madrid”. - -De maaltijd was afgeloopen. - -De kellners, die op geruischlooze wijze de gasten van het dure Café de -Madrid bedienden, plaatsten de Mokkakopjes op het tafeltje, waaraan -Raffles en zijn elegante dame hun maaltijd hadden gebruikt. - -Het onderhoud vlotte uitstekend, maar Raffles had alle reden om zich te -verbazen. Elke poging die hij aanwendde om het gesprek een min of meer -pikant tintje te geven, leed schipbreuk. - -Raffles stond voor een raadsel. - -Deze vrouw, die zich door hem had laten aanspreken als een geslepen -demi-mondaine, gedroeg zich nu als een dame uit de beste kringen. En -toch was hij er zeker van dezelfde persoon tegenover zich te hebben, -die Charly tot haar slachtoffer had gemaakt. - -Haar uitnoodiging echter, om des avonds de opera met haar te gaan -bezoeken, verdreef zijn twijfel weer. Hij beloofde het haar en beiden -stonden op om heen te gaan. - -Zijn aanbod om haar naar huis te mogen geleiden, wees zij af, evenals -zijn voorstel om haar des avonds af te halen. Zij verzocht hem, tegen -acht uur bij de trap der groote opera op haar te willen wachten. - -Daarop nam zij in de sierlijke equipage, die buiten wachtte, plaats, -nam de teugels uit de handen van den groom en na een gracieus -hoofdknikje der dame verwijderde het rijtuig zich en was weldra uit de -oogen van den verbaasden Raffles verdwenen. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -IN HET HOL VAN DEN LEEUW. - - -De voorstelling in de Groote Opera was afgeloopen. - -In het heldere licht der electrische lampen bewoog zich een -onafzienbare menschenmenigte langs den boulevard, zoodat de groote -stroom operabezoekers, die het gebouw verliet, zich onmerkbaar hierin -oploste. - -Lord Lister schreed door de middelste vestibule aan de zijde van zijn -laatste verovering. - -Een wijde zwarte avondjas hing over zijn schouders en bedekte slechts -weinig van het keurige avondtoilet, dat zijn rijzige gestalte zeer -voordeelig deed uitkomen. - -Zijn gezellin, wier prachtige japon zichtbaar was onder den losjes -omgeslagen witten theatermantel, wendde zich nu tot haar nieuwen -vriend. - -„Ik heb mijn automobiel besteld en als gij er lust in hebt, soupeeren -wij in mijn huis, ik heb alles in gereedheid laten brengen.” - -Met een vriendelijken glimlach nam Raffles de uitnoodiging aan. - -Hij voelde, dat het beslissende oogenblik gekomen was en dat men hem -een dergelijk lot had toegedacht als zijn vriend Charly ten deel was -gevallen, die nu reeds 14 dagen geleden, volkomen hersteld, het -hospitaal had verlaten. - -Lord Lister had zijn vriend niet medegedeeld, dat hij de rooveres op -het spoor was. - -„Hier staat mijn auto,” sprak de dame, op een der vele gereedstaande -motorwagens wijzende. - -„Naar huis!” riep zij tot den kleinen, mageren chauffeur; galant opende -Lord Lister de coupédeur en hielp haar instijgen. - -Hij overtuigde zich ervan, met een greep in zijn jaszak, dat zijn -pistool daar tot zijn beschikking was, daarop nam hij naast de dame -plaats en de auto sloeg den weg naar de Champs Elysées in. - -Raffles haalde een gouden cigaretten-étui uit zijn vestzak en sprak tot -de schoone blondine: - -„U permitteert zeker wel, dat ik een cigarette rook?” - -„O, ik wilde u mijn bonbons juist aanbieden,” antwoordde zij en een -kleine bonbonnière werd te voorschijn gehaald. - -Lord Listers hart bonsde, want nu was het kritieke moment gekomen. - -„Laat ons ruilen, Madame. Ik neem uw bonbon, als gij met uw klein -mondje een paar trekjes aan mijn cigarette doet” - -„Als gij het graag wilt,” klonk het lachend en twee rijen paarlen -schitterden tusschen haar lippen. Hij stak een cigarette tusschen haar -lippen en gaf haar vuur. Terwijl zij den tabaksrook met lange trekken -opzoog, namen haar met ringen getooide, blanke vingers een bonbon uit -het sierlijke doosje en hielden deze aan den mond van haar cavalier. - -Raffles kende de uitwerking van deze snoeperij. Voorzichtig hield hij -de bonbon tusschen zijn tanden en terwijl hij zich boog om de hand van -zijn dame te kussen, liet hij het gevaarlijke verdoovingsmiddel in zijn -rechterhand vallen. - -Met leegen mond zette hij nog eenige oogenblikken de kauwbeweging -voort. - -Met groote voldoening zag hij, dat de dame zijn cigarette alle eer -bewees. - -Daarop leunde hij in de kussens terug en sloot schijnbaar de oogen, den -blik echter tusschen de nauwelijks geopende oogleden onafgewend op zijn -gezellin gevestigd houdende. - -Hij zag duidelijk, hoe zij met een duivelsch lachje naar hem keek. - -Een oogenblik wachtte zij nog, toen stond zij op, draaide het -electrische licht, dat in de auto brandde, uit en gaf door een telkens -herhaald kloppen tegen een der vensters, den chauffeur een teeken. - -Het rijtuig had intusschen de Place de la Concorde bereikt en sloeg nu -den weg in naar de Champs Elysées. - -De cigarette, die een sterk werkend slaapmiddel bevatte, moest nu -spoedig gaan werken om het plan van Raffles te doen gelukken, want hij -had geen flauw vermoeden, hoelang de rit nog kon duren. - -Nu bemerkte hij opeens, dat de dame achteroverleunde en in die houding -onbeweeglijk bleef liggen. - -Om zekerheid te hebben, trapte hij, schijnbaar in diepen slaap -verzonken, op haar voet, maar zij bewoog zich niet. - -Nu stond hij op en boog zich over haar heen; zij was vast ingeslapen en -Raffles wist, dat zij in de eerste tien uur niet zou ontwaken. - -Vastberaden trok hij zijn wijde avondjas uit; de revolver bracht hij in -veilige bewaring in een zijner broekzakken. - -Hierop nam hij haar den lichten theatermantel van de schouders en sloeg -zijn jas om haar heen, waarin hij haar zoodanig hulde, dat haar japon -geheel bedekt was. Haar mantel sloeg hij losjes om, zoodat hij het -kleedingstuk elk oogenblik zonder eenige moeite van zich af zou kunnen -werpen. - -Nu keek hij door het raampje naar buiten. - -De auto was juist een der breede lanen van het Bois de Boulogne -ingereden en Raffles begreep uit de verminderde snelheid, dat zij het -doel van den tocht naderden. - -Aandachtig keek hij naar buiten en kon, ondanks de onvoldoende -verlichting, de huisnummers onderscheiden. - -De auto bleef staan; een enkele blik vertelde Raffles, dat het huis, -voor welks tuinhek zij zich bevonden, het nummer 117 droeg. - -De chauffeur gaf met zijn hoorn een teeken, het hek scheen zich -automatisch te openen en de auto reed langzaam naar binnen tot vlak -voor de hooge, ruime poort van het gebouw. - -Raffles zag, hoe de gedaante van een ouden man uit de geopende deur te -voorschijn kwam en hij kon duidelijk hooren, dat de chauffeur den ouden -man toefluisterde: - -„Hij is verdoofd, Tatiana heeft mij het teeken gegeven.” - -De auto was nu door de poort naar binnengereden, de breede deuren waren -weer dichtgevallen en Raffles kon bij het licht der beide autolantaarns -zien, hoe de chauffeur van den bok sprong en met den oude het portier -naderden. - -Het beslissende oogenblik was gekomen. - -Raffles rechterhand omklemde krampachtig zijn revolver en terwijl hij -met de linker van binnen de deur opende, fluisterde hij met gedempte -stem: - -„Pst, zachtjes aan!” - -Bij deze woorden tilde hij de in zijn jas gehulde vrouwengestalte in de -armen der beide mannen. - -Doordat het licht in de auto niet meer brandde, was het hun beiden -onmogelijk, iets van het bedrog te ontdekken. Zij waren onmiddellijk -gereed om hun prooi mee naar binnen te nemen en juist hadden zij met -hun vermeend slachtoffer den lichtcirkel der beide rijtuiglampen -bereikt, toen een donderende stem hun toeriep: - -„Halt!” - -Vol ontzetting keken zij om. - -Verlamd van schrik lieten zij hun last vallen. - -Voor hen, geleund tegen de auto, stond een man, in rok gekleed, die hun -met dreigend gebaar zijn revolver voorhield. - -Een enkele blik op de gestalte die aan hun voeten lag, verklaarde hun -wat er was gebeurd! - -Voordat nog een enkel woord over hun lippen was gekomen, klonken op -gebiedenden toon Raffles’ bevelen: - -„Neemt die vrouw op en draagt haar in huis, ik volg u en bij den -minsten tegenstand schiet ik u beiden neer. Dit wapen is voldoende om -er zeven schurken het levenslicht mee uit te blazen.” - -De oude man trachtte op stamelenden toon iets te antwoorden, maar reeds -klonk het: - -„Geen woord, of ik schiet. Vooruit, doet, wat ik u beveel!” - -Bevend van angst namen de mannen het roerlooze lichaam op en, door -Raffles gevolgd, die het pistool in de eene en zijn electrische -zaklantaarn in de andere hand hield, zette de groep zich zwijgend in -beweging. - -Zij gingen een trapje op, dat naar een glazen deur leidde. Hierdoor -kwamen zij in een vestibule, welke flauw verlicht was door een enkel -electrisch lichtje. - -Op deze vestibule, die met dikke tapijten was belegd en waaraan -gemakkelijke Engelsche clubstoelen een zekerde behaaglijke gezelligheid -gaven, kwamen drie deuren uit, welke blijkbaar toegang gaven tot de -voornaamste vertrekken van de villa. - -De beide dragers keken om naar Raffles, alsof zij diens verdere bevelen -wachtten. - -Raffles gebood hun, Tatiana neer te leggen. - -Terwijl hij zijn wapen op hen gericht hield, begon hij nu met zachte, -maar niet minder bevelende stem: - -„Gij hebt drie weken geleden den Schot Mc Allan van alles beroofd en -hem 49,000 pond, in Engelsche banknoten van duizend pond, afgenomen. -Gij moet mij dat geld teruggeven.” - -„Wij hebben het niet meer,” stamelde de oude bevend. - -„Je liegt,” antwoordde Raffles bedaard en toen de oude hierop niets kon -antwoorden, vervolgde hij: - -„Jullie hebt de keus, òf je geeft het geld terug, dan zal ik jullie met -rust laten en mij niet meer om je bekommeren, òf ge weigert, dan roep -ik onmiddellijk de politie op, nadat ik het je eerst, door middel van -dit wapen, onmogelijk heb gemaakt om te vluchten.” - -„Behoort gijzelf niet tot de politie?” waagde de oude het nu, zeer -verbaasd, te vragen. - -„Neen,” antwoordde Raffles, glimlachend bij de gedachte dat men hem -voor een detective had gehouden. - -De oude man scheen een oogenblik na te denken, maar Raffles gunde hem -niet veel tijd. - -„Nu, vlug een beetje, ik wacht op antwoord,” beet hij hem toe. - -Aarzelend begon de oude: - -„Ik heb u de waarheid gezegd, wij hebben nog slechts een deel van het -geld, als gij ons wilt volgen, kunt gij er u van overtuigen.” - -„Goed,” antwoordde Raffles. „Jullie gaat vooruit, maar als je mij een -poets denkt te spelen, rekent er dan op, dat uw laatste oogenblik is -aangebroken.” - -De oude man opende een der deuren, die op de vestibule uitkwamen en -trad, door den chauffeur gevolgd, binnen. - -„Maakt licht!” beval Raffles en in hetzelfde oogenblik brandde een -groote kroon, die in het midden van de kamer aan het plafond hing. - -Raffles trad binnen en overzag met een enkelen blik het vertrek. - -De oude ging naar een schrijftafel en wilde een der laden openen. - -„Halt!” riep Raffles. „Wat is daarin?” - -„De rest van het geld,” antwoordde de oude man. - -„Geen wapens?” - -„Neen,” klonk het terug. - -„Kerel, ik geloof je niet,” sprak Raffles. - -Hij beval den chauffeur in den meest verwijderden hoek van het vertrek -te gaan staan met opgeheven armen. - -De man gehoorzaamde. - -Nu naderde Raffles den oude en, terwijl hij hem den mond van het -pistool tegen een der slapen drukte, beval hij hem, de schrijftafel te -openen. - -„Als zich in het schrijfbureau iets bevindt, wat je woorden -logenstraft, schiet ik.” - -„De schrijftafel bevat niets dan boeken en de rest van het geld,” -antwoordde de bedreigde sidderend van angst. - -„Open ze dan!” - -Raffles zag, dat de oude man de waarheid had gesproken. - -Voor zijn oogen lag zijn eigen portefeuille, dezelfde, die hij aan -boord van de „Senegambia” aan Charly Brand had gegeven. - -Raffles nam ze op en opende haar, zonder de beide mannen uit het oog te -verliezen. - -Er waren nog 19 banknoten in van duizend pond. - -„Waar is de rest van het geld?” vroeg Raffles, „maar spreek de -waarheid!” - -De oude aarzelde geen oogenblik. - -„Ik heb het gebruikt om dit huis te koopen, dat wij vroeger in huur -hadden.” - -„Onder welken naam zijt gij eigenaar ervan geworden?” - -„Ik heet Gregor Komartscheff.” - -„Zijt gij Rus?” - -„Van Russische afkomst, maar Turksch onderdaan.” - -„En Tatiana?” - -„Is mijn dochter.” - -„En hij?” Raffles wees met zijn revolver naar den chauffeur. - -„Dat is mijn neef Andrej”. - -„Drijft gij uw schurkachtig bestaan reeds lang?” informeerde Raffles - -„Neen, mijnheer,” antwoordde Komartscheff, „en geloof mij, het doel van -onze rooverijen is minder schurkachtig dan de daad. Het geld, dat wij -bemachtigen, dient om onze ongelukkige broeders in Turkije te -bevrijden.” - -Lord Lister was te wantrouwend van aard om zonder slag of stoot een -dergelijk sentimenteel verhaal te gelooven. - -Anderzijds echter was, na alles wat hij hier had gezien, de schijn vóór -den ouden man. - -Hij nam de portefeuille met de rest van het geld en stak dit alles bij -zich. - -Daarop sprak hij op minder dreigenden toon tot het tweetal: - -„Uw streven, om rijken leegloopers de zakken te lichten, ten einde hun -geld voor nuttiger doeleinden te besteden, is mij niet geheel -onsympathiek en het zou best mogelijk kunnen zijn, dat wij tot een -overeenkomst kwamen. - -„Als gij openhartig tegenover mij zijt, hebt gij niets van mij te -vreezen, zelfs al zou het ontbrekende geld niet weer voor den dag -komen. - -„Ik zal morgenmiddag met mijn vriend Mc Allan, denzelfden, dien gij -drie weken geleden geplunderd hebt, bij u komen en als gij mij kunt -bewijzen, dat uwe verhalen op waarheid gebaseerd zijn, wil ik u in meer -dan een opzicht van dienst zijn. - -„Voorloopig vertrouw ik u nog niet. Gaat mij dus beiden voor en brengt -mij weer naar buiten. Als ik weg ben, moet gij Tatiana naar bed -brengen. Zij zal in den loop van den morgen vanzelf uit haar verdooving -ontwaken. - -„Ziezoo, wijst mij nu den weg.” - -Beide mannen liepen voor hem uit en na eenige minuten had Raffles het -huis in de avenue van het Bois de Boulogne verlaten. - -Hij liep de donkere straten door en de gebeurtenissen van dien dag, -vanaf de ontmoeting in het Bois de Boulogne tot aan het dramatische -einde passeerden in zijn gedachten nog eens de revue. - -Het raadselachtige gedrag van het jonge meisje was hem nu begrijpelijk. -Het verhaal van den ouden man voldoende om de wonderlijke houding van -Tatiana te verklaren. Maar zouden de woorden van Komartscheff waarheid -bevatten? - -Het viel Raffles niet moeilijk, er geloof aan te schenken. Maar hij -hield er niet van, alleen zijn gevoel te laten werken waar het zaken -betrof, die slechts konden worden opgehelderd door een logisch denkend -verstand. - -Toch doemde telkens weer de liefelijke verschijning van Tatiana voor -hem op, naast het beeld van ongekunsteld leed, dat de gedachte aan den -ouden Komartscheff in hem wakker riep en toen Raffles tegen drie uur in -den morgen zijn bed opzocht, hoopte hij van ganscher harte, dat het -resultaat van zijn onderzoek naar de bewoners der villa niet in -tegenspraak zou zijn met hun eigen mededeelingen. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -IN DE CATACOMBEN. - - -Tatiana Komartscheff ontwaakte uit haar verdooving. - -De zon stond hoog aan den hemel en haar stralen schenen op het bed, -waarop het jonge meisje met groote zorg door haar vader was neergelegd. - -Nu sloeg zij de oogen op en langzamerhand keerde haar bewustzijn terug. - -Zij hief het hoofd op en keek in de kamer rond. - -In een hoek van het vertrek zat haar vader. - -„Papa, wat is er gebeurd?” klonk het nu op angstigen toon van haar -lippen. - -De oude man stond op, sidderend en bleek naderde hij het bed zijner -dochter. - -„Mijn lieve kind, wij zijn verraden, alles is ontdekt.” - -Verschrikt sprong Tatiana op. - -„Papa, laat ons vluchten, wij zullen elders de middelen vinden om ons -onderdrukt volk in zijn strijd tegen het tyrannieke juk te helpen en te -steunen.” - -De oude schudde zijn hoofd. - -In korte woorden vertelde hij haar de gebeurtenissen van den laatsten -nacht. - -In dien tusschentijd kwam Andrej de kamer binnen. - -Hij bleef zwijgend bij de deur staan en zijn blik hing met slaafsche -bewondering aan de trekken van de schoone Tatiana. - -Komartscheff had zijn verhaal gedaan en Tatiana, die zich in de kussens -had opgericht, vroeg: - -„Denkt u, dat die heer werkelijk terug zal komen?” - -„Ja,” antwoordde haar vader. „Hij zei, dat hij zijn vriend Mc. Allan, -den Schot, zou meebrengen.” - -„De arme man, die drie weken geleden in onze handen viel!” riep het -jonge meisje uit, terwijl een straal van vreugde haar gelaat -verhelderde. - -Een uitdrukking van haat en minachting vertoonde zich in Andrejs oogen -en woedend mompelde hij eenige onverstaanbare woorden. - -Komartscheff keek hem vragend aan en op ontstemden toon sprak Andrej: - -„De groote belangstelling van Tatiana voor dien knappen Schot leek mij -dadelijk een slecht voorteeken en het is zoo uitgekomen. Het lijkt er -nu zelfs op, alsof zij er zich op verheugt, hem weer te zullen zien. -Als zij zulke gedachten in zich omdraagt, zal de zaak van ons volk -daaronder lijden.” - -Tatiana wierp een blik vol minachting op den jongen man, en zonder -aarzelen sprak zij: - -„Jij zoudt er natuurlijk niets tegen hebben, als ik de belangen van ons -volk aan jouw persoon opofferde, maar ik verzeker je, dat dit nooit zal -gebeuren.” - -„Er is nu geen tijd om te twisten, laat ons liever overleggen, wat ons -te doen staat,” onderbrak Komartscheff het gesprek. - -„Er valt niet veel te overleggen,” mompelde Andrej. „Als die twee zich -werkelijk hier wagen, zou het het beste zijn, hun voor eeuwig den mond -te snoeren.” - -Met een blik vol ontzetting staarde Tatiana hem aan. - -Komartscheff stond op, zijn gelaat was ernstig en een uitdrukking van -kalme waardigheid lag op zijn gelaat, toen hij tot zijn neef sprak: - -„Wij hebben geroofd en de bezittingen van anderen gebruikt voor ons -doel, maar ik weet, dat ik al mijn daden voor mijn Hoogsten Rechter kan -verantwoorden. Nimmer echter zullen deze handen, die zich uitstrekten -naar het geld van anderen, om het onzen onderdrukten broeders aan te -bieden, bevlekt worden met het bloed van onschuldige menschen!” - -Andrej wilde antwoorden, toen in hetzelfde oogenblik de bel weerklonk. - -Beide mannen gingen de kamer uit. - -De oude huishoudster, die elken dag haar bezigheden in de villa kwam -verrichten, opende de deur en liet Raffles en Charly binnen. - -Toen de oude vrouw zich had verwijderd, vroeg Raffles: - -„Is uw dochter ontwaakt?” - -„Ja, een uur geleden,” antwoordde Komartscheff. - -„En mogen wij haar zien?” informeerde Raffles verder. - -„Zij ligt nog in bed,” sprak Komartscheff, „maar als de heeren met ons -willen binnengaan,” en hij opende de deur van de slaapkamer van -Tatiana. - -De oogen van het jonge meisje vulden zich met tranen toen zij de beide -heeren zag, die bestemd waren geweest om haar slachtoffers te worden. -Heftig snikkend viel zij in de kussens terug. - -Raffles was verbaasd bij het zien van haar ontroering, die zoo -ongekunsteld was, dat hij niet meer kon twijfelen aan de waarheid van -Komartscheffs verhaal. - -Charly Brand was diep getroffen. Een gevoel van oneindig medelijden -maakte zich van hem meester en bedeesd trad hij naar het jonge meisje -toe. - -„Ik bid u, wees kalm en droog uw tranen. Mijn vriend heeft mij de -opheldering, die uw vader hem gaf, medegedeeld, en ik geloof zonder -eenig voorbehoud aan de waarheid er van.” - -Een blik vol innige dankbaarheid trof Charly. - -Zij stak hem haar smalle, blanke hand toe, die hij eenigen tijd in de -zijne hield en met trillende lippen smeekte zij: - -„Vergeef mij, wat ik u deed!” - -Het kostte Charly moeite om zijn tranen te bedwingen. - -„Ik heb u reeds lang vergeven en mijn vriend en ik zijn hierheen -gekomen, niet om ons te wreken, maar om u te helpen.” - -Raffles had met een glimlach de twee gadegeslagen. - -Nu kwam hij een stap nader en sprak: - -„Dus, heeren, wij moeten nu niet sentimenteel worden, maar, practisch -en kalm overleggen, wat ons te doen staat.” - -Hij wendde zich tot Komartscheff. - -„Mijn naam is Donald Harrison en ik ben Amerikaan. Ik geloof, dat gij -hedennacht de waarheid hebt gesproken en daarom wil ik niet alleen geen -rekenschap hebben van hetgeen gij hebt gedaan, maar ik ben zelfs -bereid, u in het belang van het door u beoogde doel, verder te helpen. - -„Als eerste voorwaarde stel ik echter den eisch, dat uw dochter niet -meer gebruikt wordt voor zulke schandelijke dingen, die haar onwaardig -zijn.” - -Met een woedenden blik wendde Andrej zich tot den Amerikaan: - -„Om welke reden maakt gij u bezorgd over het lot van deze dame?” - -Raffles keek den jongen man verbaasd aan. - -„Niet voor mijzelf, lieve vriend, maar in het belang van mijn vriend Mc -Allan.” - -Een diepe blos kleurde bij die woorden de wangen van Tatiana en Charly -boog zich, als om de woorden van zijn vriend te bekrachtigen, over het -fijngevormde handje om er een langen kus op te drukken. - -Slechts Andrejs misnoegen scheen grooter te worden, maar niemand lette -hierop. - -Raffles vervolgde, terwijl hij zich tot Komartscheff richtte: - -„Het huis, dat gij met het geld van mijn vriend hebt gekocht, wordt -mijn eigendom. - -„Gij zult met uw dochter en uw neef de nog onbewoonde eerste étage van -de villa betrekken. Deze vertrekken gelijkvloers blijven ter -beschikking van mijn vriend en mij.” - -Komartscheff scheen een oogenblik na te denken, daarop sprak hij met -zachte stem: - -„Ik moet natuurlijk elk uwer voorwaarden aannemen, maar zullen wij onze -zaken daarboven verder drijven?” - -„Neen, dat verbied ik u,” antwoordde Raffles. - -„Maar wij hebben geld noodig voor onze heilige zaak,” klaagde -Komartscheff. - -„Dat zal ik u verschaffen,” verzekerde de voorgewende Amerikaan. „Ik -drijf hier in Frankrijk groote zaken en de opbrengst van mijn -ondernemingen zal grootendeels uwe zaak ten goede komen. - -„Ik denk, dat dit u aangenaam zal zijn, want gij loopt dan geen gevaar -meer, een menschenleven te verwoesten en de ziel van uw kind te -vergiftigen.” - -Komartscheff keek vol innige dankbaarheid op naar den man, die hem als -een redder was verschenen. - -Toen scheen hij een oogenblik na te denken. Eindelijk sprak hij: - -„Al zouden de omstandigheden mij ook niet dwingen, uwe voorwaarden aan -te nemen, ik zou dit onder alle omstandigheden toch doen, want gij zijt -grootmoedig en edel. Eén verzoek wilde ik nog tot u richten.” - -„Spreek,” antwoordde Harrison. - -Na eenige aarzeling begon Komartscheff weer: - -„Laat ons deze vertrekken behouden, want alleen Tatiana en ik wonen -hier. Andrejs woning bevindt zich in een eenzaam gelegen huis in de Rue -Bayen, het is door een geheime onderaardsche gang met deze villa -verbonden.” - -„Dat is interessant,” liet Raffles zich ontvallen, „daar moet ik meer -van weten.” - -„Ik heb geen enkele reden, u iets te verbergen,” sprak Komartscheff, -„ik verzoek u, mij te volgen.” - -Hij opende een deur, die van de slaapkamer toegang gaf tot een -zijvertrek. - -Raffles trad binnen en zag vol verbazing een groote ruime kamer, die -geen enkel meubel bevatte. - -Alleen een kleine steendrukpers, een smeltoven, een zetkast en een zeer -primitieve, ruw houten plank aan den muur, waarop fleschjes en kleine -doosjes onordelijk door elkaar stonden, bevonden zich in deze ruimte, -die haar licht kreeg van een groot, nu echter door gordijnen gesloten -raam. - -In een hoek tegenover het venster bevond zich in schuine richting een -met rijk beeldhouwwerk versierde schoorsteen. - -Verrast over de vreemde meubelen, die deze kamer bevatte, bleef Raffles -een oogenblik op den drempel staan. - -Komartscheff wachtte zijn vragen niet af, maar begon dadelijk uit te -leggen: - -„Hier is mijn laboratorium, ik ben scheikundige van beroep en hier in -dit vertrek vervaardig ik de bonbons, die Tatiana noodig heeft voor het -verdooven van onze slachtoffers. - -„Op deze kleine steendrukpers drukken wij vlugschriften, die van hier -uit met veel moeite in het Osmaansche Rijk worden binnengesmokkeld.” - -„En waar bevindt zich de geheime gang?” vroeg de Amerikaan. - -„Hier, kijk!” - -Komartscheff was naar den schoorsteen gegaan; door een druk op een -veer, die handig in het snijwerk was verborgen, schoof hij den -schoorsteenmantel als een deur op zijde. Hij wees Raffles een smallen -ingang, die nu zichtbaar was geworden. - -Raffles kwam naderbij. - -Hij keek in de donkere opening en zag een trap, die naar beneden -voerde, maar waarvan het onderste gedeelte in de duisternis verloren -ging. - -„Breng licht,” beval hij Komartscheff, „wij zullen naar beneden gaan.” - -In dit oogenblik verscheen Andrej op den drempel der deur, die naar de -slaapkamer leidde. - -Met van woede verwrongen gelaat keek hij naar Raffles en met moeite -siste hij: - -„Mijn woning zult gij met rust laten, de oude—” hij wees naar -Komartscheff—„mag zich door u laten overbluffen, ik niet.” - -Met onverstoorbare kalmte keek Raffles den jongen man in de oogen. - -„Als woorden niet voldoende zijn, heb ik andere middelen voor u.” - -Daarop draaide hij hem vol minachting zijn rug toe. - -Achter Andrej zag Raffles Charly staan, die de twistwoorden had -gehoord. Andrej scheen echter gekalmeerd te zijn en door Charly -gevolgd, kwam hij nu het vertrek binnen. - -Komartscheff had intusschen een lantaarn, die op de plank stond, -aangestoken en ging nu met het licht langs de smalle trappen naar -beneden. - -De Amerikaan volgde hem, achter hem liep Andrej en eindelijk de -voorgewende Schot Mc Allan. - -Op verzoek van Komartscheff trok Charly den schoorsteenmantel, die als -deur dienst deed, achter zich dicht en bij het flakkerende licht van de -lantaarn daalden zij een steile wenteltrap van ongeveer 40 treden af. - -De gang, die zij nu bereikten, kon 12 à 15 meter lager liggen dan de -straat. De gang zelf was zoo breed, dat twee mannen elkaar konden -passeeren. - -Lord Lister begreep, dat hij zich hier in een der diepe schachten -bevond, welke nog heden ten dage als de overblijfselen der oude -catacomben het onderaardsche Parijs doorkruisen. - -Vermolmde doodshoofden en half verteerde beenderen, die op den bodem -lagen, bewezen, dat het vermoeden van Lord Lister juist was. - -Langzaam bewogen de vier mannen zich voorwaarts bij het licht der -lantaarn. - -Plotseling voelde Raffles, dat Andrej hem voorbijdrong. - -Voordat hij begreep, wat deze van plan was, had Andrej zich tusschen -hem en Komartscheff geplaatst en terzelfder tijd weerklonk een slag. De -jonge man had de lantaarn op den grond geworpen, het licht doofde uit -en een ondoordringbare duisternis omgaf hen allen. - -Dadelijk begreep Raffles den ernst van het oogenblik. Hij wilde snel -zijn revolver en electrische zaklantaarn te voorschijn halen, maar -reeds voelde hij zich door twee armen vastgegrepen en op den grond -geslingerd. - -Een sterke hand omklemde zijn hals en met dreigende stem klonk het hem -in de ooren: - -„Schurk, maak licht of ik wurg je!” - -Raffles herkende de stem van Charly Brand, die in de meening was, -Andrej te pakken te hebben. - -Hij wilde Charly waarschuwen, maar tevergeefs trachtte hij een woord te -spreken; als in een schroef was zijn hals vastgeklemd. - -Maar daar drong een zwakke lichtstraal door de duisternis en met groote -snelheid naderde Tatiana de groep. Zij hield een lantaarn in haar -linkerhand, die een schitterend licht verspreidde. - -In hetzelfde oogenblik sloop Andrej naar Charly toe, die over Lord -Lister gebogen stond. Hij hield een blinkenden dolk in zijn opgeheven -hand. (Zie het titelblad.) - -Een heesche lach kwam van de lippen van den schurk en nog voordat -Charly op kon kijken, was de dolk in zijn zijde gedrongen. - -Met een kreet wilde Charly opstaan, maar bewusteloos viel hij op -Raffles neer, die zich nu met inspanning van al zijn krachten van den -grond oprichtte. - -Lord Lister overzag met een enkelen blik den toestand en begreep -onmiddellijk, wat hier gebeurd was. - -Door een vuistslag neergeveld lag de oude man naast de lantaarn op den -grond. Vlak bij Raffles was Charly neergezonken en doodsbleek stond -Andrej tegen den muur, het bebloede wapen in de hand houdend. - -Met een vloek wilde de schurk zich nu op Tatiana werpen, maar Raffles -was hem vóór. In zijn rechterhand het pistool geklemd houdend, riep hij -den jongen man toe: - -„Terug, of ik schiet.” - -Andrej wilde zich op zijn nieuwen vijand storten, maar terwijl hij zich -omdraaide, gleed zijn voet uit, hij viel en zijn eigen moordend wapen -drong hem in het hart. - -Een bloedstroom kwam te voorschijn, een korte doodstrijd volgde en -Andrej was een lijk. - -Eerst nu zag Tatiana, dat Mc Allan gewond was. Met een kreet van schrik -trok zij de kleeren van de wond, waarna zij haar zakdoek gebruikte om -het bloed te stelpen. - -Raffles, die wel zag, dat Komartscheff uit zijn bewusteloosheid -ontwaakte, schoof de bevende Tatiana op zijde. - -„Laat dat, kindlief, ik zal onzen vriend naar de villa terugdragen. Ik -hoop, dat zijn wond ongevaarlijk is, help gij uw vader, die uw steun -noodig heeft.” - -Daarop nam hij Charly op en droeg hem naar de trap terug. - -Geleund op den arm zijner dochter volgde de oude Komartscheff. - -Met moeite beklom men de trap en terwijl de oude man uitgeput in een -stoel neerviel, legde Raffles met hulp van Tatiana den gewonden vriend -op het bed van het jonge meisje. - -Een vluchtig onderzoek had hem ervan overtuigd, dat de wond inderdaad -van onschuldigen aard was. Vóór alles moest door een stevig verband -verder bloedverlies voorkomen worden. - -Met vochtige oogen hoorde Tatiana’s vader naar Raffles’ verhaal over -het gebeurde in de onderaardsche gang. - -Toen de oude geheel weer op zijn verhaal was gekomen, verzocht Raffles -hem, nu nogmaals den tocht te ondernemen naar de woning aan het andere -einde der gang. - -Hij durfde met alle gerustheid zijn vriend aan de zorgen van het jonge -meisje toevertrouwen en zonder uitstel begaven de twee mannen zich weer -op weg. - -De gang had overal dezelfde afmetingen. - -Eindelijk, nadat het tweetal een weg van twee kilometer had afgelegd, -bleef de grijze gids plotseling staan. - -Raffles zag bij het schijnsel der lantaarn de afgesleten treden van een -steenen trap, die niet zoo hoog was, als die, welke naar de villa -leidde. - -De zes smalle treden voerden naar een deur, welke op bijna onzichtbare -wijze in den muur was aangebracht en die nu door Komartscheff werd -geopend. - -Het heldere daglicht scheen beiden mannen in het gelaat. - -Raffles stak zijn electrische lantaarn in den zak en volgde -Komartscheff in een klein kamertje, welks schoorsteen, evenals in de -villa der Avenue du Bois de Boulogne, den toegang naar de catacomben -bedekte. - -Het scheen een slaapvertrek te zijn, want in een der hoeken stond een -bed. - -De smalle, ouderwetsche ramen zagen uit op een tuin. Dikke gordijnen, -die tot op den grond neerhingen, verhinderen om een blik naar binnen te -slaan. - -Raffles trad naar een der vensters en opende het gordijn. Hij zag, dat -het vertrek zich gelijkvloers bevond en aan de andere zijde van den -tuin bemerkte hij een woonhuis van één verdieping, welks front -waarschijnlijk aan de straatzijde lag. De kamer, waarin hij zich -bevond, behoorde tot een afzonderlijk gelegen tuinhuis. - -Komartscheff vertelde hem, dat zijn vermoedens juist waren. Het -tuinhuis, dat slechts uit twee vertrekken bestond, die op een klein -portaal uitkwamen, behoorde tot het huis in de Rue Bayen, dat door den -eigenaar, een ouden vrijgezel Menuisier, geheel alleen bewoond werd. - -Deze heer Menuisier was het onderwerp der gesprekken van alle -babbelzieke vrouwen uit Ternes, zoo heette het stadsgedeelte, waarin -deze woning lag. - -Zijn gierigheid was spreekwoordelijk en men verdiepte zich in allerlei -gissingen omtrent den oorsprong van zijn onmetelijk vermogen. -Twijfelachtige ondernemingen en woeker schenen de hoofdbronnen van zijn -kapitaal te zijn. - -Hij oefende zijn woekerhandel reeds lang niet meer uit en leefde stil, -maar zijn onverzadiglijke gierigheid verhinderde hem, van zijn schatten -te genieten. - -Hij leefde met zijn oude huishoudster, van wie men vertelde, dat zij -vroeger zijn beminde was geweest en was blij, dat hij een goed -betalenden huurder had gevonden voor zijn tuinhuis, van welks -onderaardschen uitgang hij geen vermoeden had. - -Raffles had met groote belangstelling naar de verhalen van Komartscheff -geluisterd. - -Deze heer Menuisier scheen hem bijzonder te interesseeren en het plan -kwam onmiddellijk bij hem op om dezen vroegeren woekeraar tot den -eerstvolgenden zijner slachtoffers te maken. - -Zonder Komartscheff hiervan iets te laten merken, begon hij met dezen -den terugtocht. - -Eerst moest Charly weer op de been gebracht en het lijk van Andrej -verwijderd worden. Dit laatste kon het gemakkelijkst geschieden door -hem een graf te graven in den bodem van de onderaardsche gang. - -Dit onaangename werk moest Raffles alleen op zich nemen, want Charly -lag hulpeloos op het ziekbed en op Komartscheff’s steun viel bij dit -werk niet te rekenen. - -Toen de avond aanbrak, begon de groote onbekende zijn werk. Voorzien -van een houweel en spade ging hij naar beneden, naar de plek, waar het -gevecht had plaats gehad. - -Het lijk van Andrej lag in een bloedplas, waarin zacht en spookachtig -de waterdroppels van het vochtige dak der gang neervielen! Zonder zijn -houweel noodig te hebben, had hij binnen een kwartier een gat van een -meter diep in den leemachtigen bodem gegraven. Hierin legde hij het -lijk. - -Daarop wierp hij de natte, kleverige stukken aarde weer in de opening -en nadat nog eens een kwartier was verloopen, waren alle sporen van het -bloedige gevecht verdwenen. - -Vermoeid leunde Raffles tegen den muur. De ongewone arbeid in gebukte -houding had hem veel meer vermoeid dan hij had gedacht. - -Maar hij had tijd noch lust om lang uit te rusten. - -Hij legde zijn werktuigen op den grond, nam zijn lantaarn op en ging de -gang verder in, want hij wilde het wonderlijke tuinhuis nog eens aan -zijn onderzoekende blikken onderwerpen. - -Spoedig had hij het eind der gang, waar het tuinhuis lag, bereikt. -Voorzichtig doofde hij het licht der lantaarn uit en opende de -geheimzinnige deur. Het zwakke licht, dat door de vensters binnendrong, -was hem voldoende. - -Met een uitdrukking van voldoening liet hij zijn blikken door het -vertrek gaan. Het resultaat van dit nachtelijk onderzoek scheen zijn -wenschen te bevredigen; het plan, dat in hem was opgekomen, nam vastere -vormen aan. - -Voorzichtig verdween hij weer achter den schoorsteen en sloot de deur -aan de buitenzijde. - -Hij stak het licht in de lantaarn weer aan en terwijl zijn werkzaam -brein zich bezighield met het uitwerken zijner nieuwe plannen, begaf -Raffles zich weer naar de villa in de Avenue du Bois de Boulogne. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -TATIANA. - - -De kamer, die tot dusverre als slaapvertrek van Tatiana had dienst -gedaan, had een groote verandering ondergaan. - -Mc Allan had hier nu zijn intrek genomen om te herstellen van zijn -wonde, die gelukkig van ongevaarlijken aard bleek te zijn. De dolk was -in zijn vleesch gedrongen, zonder edele deelen te hebben geraakt, maar -Charly had veel bloedverlies geleden. - -Toen Raffles uit de Catacomben was teruggekeerd, had hij alles in -gereedheid gevonden voor de verpleging van den patiënt. - -Tatiana had met behulp der huishoudster in haar eigen kamer alles in -orde gemaakt. - -Het bed, waarop zij kort geleden zelf uit haar verdooving was ontwaakt, -had men vervangen door een divan. Hierop droeg zij, met inspanning van -al haar krachten, den gewonde, en toen Raffles met Komartscheff -terugkeerde, vond hij het meisje vol angst over zijn vriend gebogen, -die, in dekens gehuld en op zachte kussens neergevleid, nog steeds -bewusteloos was. - -Het gelukte den kalmen Amerikaan spoedig, zichzelf en de anderen gerust -te stellen. Eerst bracht hij met behulp van zacht prikkelende middelen, -die hij in het laboratorium van Komartscheff vond, zijn vriend, al was -het ook slechts tijdelijk, weer tot bewustzijn. - -Daarop onderzocht hij de wond, waarop hij een zorgvuldig aangebracht -verband legde en nu besloot hij, geen dokter te halen, om het gevaar -niet te loopen, hun gemeenschappelijk geheim te moeten verraden. - -Zoo moest Mc Allan dus zonder geneeskundige hulp herstellen. - -Charly was weer in zijn toestand van bewusteloosheid teruggekeerd, die -eenige dagen aanhield en toen plaats maakte voor een gevoel van -wezenloosheid, zoodat hij niets om zich heen herkende. - -Hij zag niets van het geheimzinnige werk, dat Raffles verrichtte, -evenmin als de opofferende zorg van het blonde jonge meisje, dat dag en -nacht niet van zijn bed week. Hij merkte niet op, hoe een uitdrukking -van vreugde zich over haar lief gelaat verspreidde, als in zijn -koortsvlagen de naam „Tatiana” van zijn bleeke lippen vernomen werd. - -Dit waren voor Tatiana Komartscheff oogenblikken van het hoogste geluk. -Zij begreep dan, dat de jonge man haar niet haatte of verachtte, dat -hij haar had vergeven, en zij verdubbelde nog haar zorgen voor den -zieke. - -Ook de verhouding tusschen Raffles en haar was vriendschappelijker -geworden. De zonderlinge Amerikaan bracht uren door in de kamer met den -geheimen uitgang, en Tatiana was zoozeer in beslag genomen door haar -zorg voor den patiënt, dat zij niet lette op de geluiden, die -herhaaldelijk uit dat vertrek tot haar doordrongen. - -Toen op zekeren dag Charly plotseling onrustiger dan anders was, klopte -het angstige meisje op de deur van de kamer, waarin de Amerikaan zich -bevond. - -„Binnen!” klonk het en zij opende snel de deur. - -Een oogenblik bleef zij verbaasd staan, want er was zooveel in de kamer -veranderd, dat het haar opviel. - -Vóór alles zag zij, dat de steendrukpers en de plank met de chemicaliën -van haar vader verdwenen waren, maar haar gedachten waren te zeer -vervuld met den patiënt, dan dat zij hierover langer dan een oogenblik -nadacht. - -Zij deelde den Amerikaan den toestand van Mc Allan mede, en Raffles -haastte zich naar de legerstede van zijn vriend. Hij kwam al spoedig -tot de overtuiging, dat een zware droom den armen jongen onrustig -maakte, en schertsend sprak hij tot Tatiana, dat de zieke van zijn -verpleegster droomde. - -Een diepe blos bedekte het gelaat van het meisje en zonder eenige -bedoeling, alleen om het gesprek een andere wending te geven, vroeg -zij, waarom de veranderingen in het aangrenzende vertrek waren -aangebracht. - -Raffles werd plotseling ernstig. - -„Mijn kind,” sprak hij, „vraag niet alles. Het is dikwijls gevaarlijk, -te weten!” - -Met een vriendelijken glimlach streelde hij haar wang en keerde daarna -in zijn kamer terug. - -Ook Tatiana begaf zich weer naar haar plaats aan het ziekbed. De -patiënt scheen rustiger te zijn geworden. - -Tatiana zat in den leunstoel, die naast den divan stond, waarop Mc -Allan lag. Haar blond hoofdje zonk achterover, vermoeid van het lange -waken, en de slaap sloot haar oogen. - -In de kamer heerschte een diepe rust, de regelmatige tik van de pendule -scheen de stilte nog volkomener te maken. - -Raffles, die even op den drempel was verschenen, had hoed en stok -opgenomen en was uitgegaan. - -Patiënt en verpleegster sliepen. Het hoofd van den zieke schoof -onrustig op zijn kussen heen en weer en eindelijk opende Charly de -oogen. - -Verbaasd keek hij door het vertrek. Hij moest lang nadenken, voordat -hij zich kon herinneren, wat er was gebeurd. Weer doorleefde hij het -voorgevallene in de catacomben en nogmaals voelde hij het moordende -staal in zijn zijde dringen. - -Daarna liet hem zijn geheugen in den steek, hij wist niet, wat er -verder met hem gebeurd was. - -Plotseling viel zijn blik op het sluimerende meisje, dat naast den -divan in een stoel rustte. - -Een vreugdestraal verhelderde zijn gelaat. - -Zij, die hem in zijn droomen had bijgestaan als een reddende engel, zij -was dus werkelijk in zijn nabijheid. - -Hoe lang hij hier had gelegen wist hij niet, maar zij had bij hem -gewaakt, volhardend en trouw totdat de slaap haar had overvallen. - -Een gevoel van innige dankbaarheid maakte zich van hem meester en vol -ontroering keek hij naar het sluimerende meisje. - -Maar wat was dat? - -Tatiana sliep niet rustig; zij droomde en twee dikke tranen rolden over -haar wangen. - -De herstellende kon zijn medelijden niet langer bedwingen. Met zachte -stem riep hij: - -„Tatiana!” - -Het meisje opende de oogen. - -Zij ontwaakte als uit een bangen droom en haar verlegen blik viel op -Charly, die zich half had opgericht. - -„Om Godswil, wat doet gij, gij moogt u nog niet bewegen!” - -Tatiana was verschrikt opgesprongen en dwong met zachte hand den -patiënt weer te gaan liggen. - -Glimlachend gehoorzaamde Charly, maar hij hield haar hand in de zijne -toen hij geruststellend sprak: - -„Ik voel mij volkomen gezond. Mijn wond is zeker reeds genezen, maar -gij zijt bedroefd, gij hebt in den slaap geweend!” - -Met een weemoedigen klank in haar stem antwoordde Tatiana: - -„Ik heb in mijn droom de ontzettende gebeurtenissen uit mijn jeugd -doorleefd. Het ongeluk van mijn familie riep mijn tranen te voorschijn. -Als gij al mijn verdriet kendet, zoudt gij mij niet meer verachten!” - -„Ik u verachten!” Charly richtte zich weer op. „Ik aanbid u, Tatiana, -ik ben het toeval dankbaar, dat mij in uw nabijheid voerde, ik dank -Andrej voor de verwonding, die hij mij toebracht, want gij hebt mij -genezen. Tatiana, hoe zou ik u kunnen verachten, ik, die u liefheb!” - -Het meisje trok haar hand uit de zijne en stond op. - -„Neen, ga niet verder. Ik kan u niet antwoorden, voordat gij mijn -geschiedenis kent. Gij moet weten, wat mijn armen vader en mij er toe -heeft geleid om het beroep te kiezen, waardoor gij mij hebt leeren -kennen en waarvan gij en uw vriend bijna de slachtoffers waart -geworden. Als gij mij liefhebt, zult gij eerst weten, dat ik ook uwe -achting verdien.” - -Met gloeiende wangen en schitterende oogen stond zij tegenover den -verbaasden Mc Allan. - -„Maar Tatiana, blijf toch kalm,” sprak hij op bezorgden toon. - -„Ik ben kalm,” antwoordde zij met een glimlach. „Wilt gij naar mij -luisteren?” - -En toen hij bevestigend knikte, begon Tatiana Komartscheff haar -verhaal. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -DE GESCHIEDENIS VAN GRAAF KOMARTSCHEFF. - - -„Onze familie, dat wil zeggen die van mijn vader, is van Russische -afkomst en er bestonden reeds graven Komartscheff onder de regeering -van Iwan den Verschrikkelijke. Zij waren rijke schapenfokkers in de -vlakten van Ukraine. - -„Onder Czaar Alexander I moest mijn overgrootvader om politieke redenen -vluchten. Hij was oud en weduwnaar en slechts een zoon leefde met hem -samen op zijn bezittingen. - -„In den nacht verlieten zij hun woonplaats. Wat zij aan geldswaarde -bezaten, namen zij mee en na lang ronddolen vestigden zij zich op -Turksch gebied, in het tegenwoordige Bulgarije, waar zij veilig waren -voor de Russische wetten. - -„In de provincie Oost-Roumelië, bij de kleine stad Aitos, op eenige -mijlen afstands van de Zwarte Zee, gingen de beide vluchtelingen in een -der dalen van het Balkangebergte wonen. - -„Voor een paar duizend roebel kregen zij land van den Pascha, die als -gouverneur het district bestuurde. - -„Deze gouverneur, Elemer Pascha heette hij, was een welwillend, -rechtvaardig mensch, die zich erover verheugde, dat de wilskracht en -lust tot werken van mijn overgrootvader en zijn zoon de bevolking, die -deels uit Osmaansche Mohamedanen, deels uit Bulgaarsche Christenen -bestond, aanspoorde om hun gewone onverschilligheid en werkeloosheid te -laten varen. - -„Elemer Pascha was tevreden over het goede voorbeeld, dat de -Komartscheffs, die hun graventitel hadden afgelegd, gaven, want zijn -district werd een toonbeeld van welvaart voor het geheele Osmaansche -Rijk. - -„Geen enkele andere gouverneur uit het onmetelijke Rijk van den Sultan -zond zoo geregeld de inkomsten zijner belastingen op naar -Konstantinopel. - -„Mijn overgrootvader stierf en zijn zoon, die was getrouwd met de -dochter van een Bulgaarschen Wojwode, wiens bezitting aan de onze -grensde, nam het beheer der goederen over. - -„Een jaar na den dood van mijn overgrootvader werd mijn vader geboren. - -„De volksontwikkeling begon in dien tijd in de Balkanstaten reeds beter -te worden en mijn vader werd als knaap voor zijn studies naar Weenen -gezonden. - -„Hij keerde volwassen terug, om zijn ouders te begraven, die in zekeren -nacht beide door een bende roovers, die de bezitting hadden geplunderd, -werden vermoord. - -„De Pascha, die in Aitos resideerde—Elemer Pascha was reeds lang dood -en geen zijner opvolgers had zijn populariteit geërfd—haalde de -schouders op toen mijn vader hem het gebeurde verhaalde. - -„Het volk mompelde, dat hij gemeene zaak maakte met de roovers en dat -in Stamboel de gunstelingen van den Sultan, die zelf van deze dingen -niets wist, benden samenstelden, om in de provincies te gaan plunderen. - -„In onmachtige woede moest mijn vader zich in zijn lot schikken. Hij -nam het landgoed onder zijn beheer en zette het bedrijf verder voort. - -„Daarop koos hij een nieuwen vertegenwoordiger, een Armeniër, en keerde -naar Weenen terug. - -„Hier woonde zijn beminde, de eenige dochter van een niet zeer -vermogend Oostenrijksch overste. - -„In Weenen, ten huize van de ouders der bruid, werd het huwelijk -gesloten en mijn vader nam zijn jonge vrouw mee naar de kust van de -Zwarte Zee. - -„Hij was van plan, zich met haar te vestigen op zijn daar weer opnieuw -bloeiende bezitting, maar hij werd danig teleurgesteld. - -„Toen zij hun eigendommen hadden bereikt, vonden zij slechts rookende -puinhoopen. - -„De schurkachtige beheerder zelf had de rooverbenden laten roepen, die -alles hadden verwoest en den verrader op hun vlucht hadden meegenomen. - -„Andrej, het tweejarig zoontje van den misdadigen Armeniër, was -onverzorgd op het landgoed achtergebleven. - -„Mijn ouders ontfermden zich over het kind en toen ik een jaar later -geboren werd, werden wij zamen opgevoed en Andrej heette algemeen mijn -neef. - -„Het was een droevig leven, dat mijn ouders leidden. Mijn vader wapende -zijn arbeiders en vormde van hen een goed geschoolden, strijdlustigen -troep en de aanwezigheid van deze kleine, maar goed gewapende brigade, -gaf ons eenige veiligheid. - -„Weliswaar werd nog dikwijls gestolen en zelfs een herder vermoord, -maar het eigenlijke landgoed, dat alle bezittingen van mijn vader -bevatte, bleef gespaard. - -„Des te erger hielden de benden huis in de andere deelen van het Rijk. -In Westelijk Europa meende men dat deze bloedbaden een gevolg waren van -kleine godsdiensttwisten. - -„Maar deze opvatting was onjuist. - -„Christenen en Mohamedanen leefden overal rustig en tevreden naast -elkaar en beide leden in gelijke mate van de plundertochten der -Turksche troepen. - -„Ik was twaalf jaar oud geworden en Andrej was juist luitenant geworden -in de brigade van mijn vader, toen op zekeren dag—wij zaten aan den -maaltijd—de zoon van den Pascha uit Aitos met 20 soldaten ons erf -betrad. - -„Mijn vader, die een onheil vermoedde, wilde naar buiten snellen, maar -reeds kwam de jonge Achmed—zoo heette de zoon van den Pascha—binnen. - -„Achmed stond bekend als een misdadige woesteling. - -„Met brutale hoffelijkheid begroette hij mijn moeder, wier schoonheid -hem verraste. Maar mijn vader, die door de houding van den jongen man -woedend was geworden, vroeg hem kortaf wat hij verlangde. - -„Met goed gespeelde vriendelijkheid sprak Achmed: - -„„Komartscheff Effendi, ik kom met een onaangename boodschap, maar ik -denk, dat wij het wel eens zullen worden. Men heeft in Stamboel -vernomen, dat gij uwe ondergeschikten een militaire opvoeding geeft en -hen van wapens voorziet. - -„„Dat mag niet en de Sultan heeft mijn vader het bevel gezonden, de -wapens van u op te eischen. Ik ben gekomen om u te verzoeken, mij de -munitie en geweren uit te leveren. Men heeft mij in Aitos 20 man van -het garnizoen meegegeven, hoewel ik beweerde, dat dit niet noodig was. -Ik meende, dat gij aan het bevel van den Sultan zoudt gehoorzamen.” - -„Mijn vader was doodsbleek geworden. Maar aan tegenstand viel niet te -denken. Hij gaf de wapens aan de soldaten over, behalve eenige -pistolen, die hij verborgen hield en alles werd op een wagen geladen en -naar Aitos overgebracht. - -„Achmed nam afscheid, vader gaf hem geen gelegenheid, mijn moeder nog -verder met zijn laffe vleitaal lastig te vallen. - -„Wij waren alleen. Maar de dag zou een vreeselijk einde hebben. - -„Het werd nacht en wij hadden ons ter rust begeven. - -„Plotseling klonken geweerschoten over het erf en een helle lichtschijn -drong door de ramen van de slaapkamer mijner ouders. Mijn vader snelde -naar de deur, een revolver in de rechterhand. - -„Een enkele blik naar buiten verklaarde hem alles. De schuren en -stallen stonden in lichterlaaie, de roovers dreven de kudden weg en -daar buiten lagen de lijken der in hun slaap vermoorde bedienden. - -„Daar klonk een kreet van ontzetting mijn vader in de ooren. Met een -sprong was hij teruggekeerd in het slaapvertrek, waarin mijn moeder -zich bevond. - -„Hier vertoonde zich een ontzettend schouwspel aan zijn blik. - -„Achmed, de zoon van den Pascha, was met twee der roovers door het raam -naar binnen geklommen en nu was de schurk bezig, de wanhopige vrouw, -die zich met bovenmenschelijke kracht verdedigde, mee te voeren. - -„Een schot uit de revolver van mijn vader velde hem neer, een tweede -doodde een der helpers. De andere sprong vluchtend op de vensterbank, -maar voordat hij naar buiten sprong, schoot hij zijn geweer af op mijn -moeder, die in de armen van haar door smart half waanzinnigen -echtgenoot, den laatsten adem uitblies. - -„„Vlucht, vlucht met Tatiana!” waren haar laatste woorden. - -„Er bleef mijn vader geen andere keus, want de moord op Achmed -beteekende voor hem een zekere dood. - -„Mijn vader haalde mij uit mijn slaapkamer, waarin ik bevend, zonder te -weten wat er gebeurde, het vreeselijke had gehoord. In een kast -verborgen vonden wij Andrej, die daarin was gevlucht. - -„Nog dienzelfden nacht vertrokken wij. Te voet bereikten wij tegen den -morgen Misivria, de naastbijgelegen kleine havenplaats aan de Zwarte -Zee. Een medelijdende schipper bracht ons naar Konstanta op Rumeensch -gebied, vanwaar wij ons naar Weenen begaven. - -„Ik werd naar Genève gebracht, op een kostschool. - -„Wat mijn vader deed, bleef langen tijd een geheim voor mij. - -„Maar op mijn achttienden verjaardag verscheen hij in mijn pensionaat, -om mij mede te nemen naar Parijs. Hij vertelde mij alles. - -„Ik vernam, dat zich een bevrijdingscomité had gevormd, welks -hoofdzetel Saloniki was, maar dit comité had geld noodig, om zijn doel -te bereiken. - -„En zoo stelde ik mij in dienst van een beweging, waarvan ik -verwachtte, dat zij den dood mijner moeder zou wreken.” - -Tatiana zweeg een oogenblik, daarop vervolgde zij met een blik op -Charly: - -„Gij weet wat ik deed en waarom ik het heb gedaan. Kunt gij mij toch -nog liefhebben?” - -Charly had zich geheel in de kussens opgericht. Heldere tranen -glinsterden in zijn oogen. Hij trok het jonge meisje naar zich toe en -sprak op vastberaden toon: - -„Ik heb je lief, mijn kind, en jouw wraak zal ook de mijne zijn!” - -Hartstochtelijk drukte hij zijn lippen op Tatiana’s mond en vol zalige -ontroering beantwoordde zij diens kus, welke hun verloving bezegelde. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -VALSCHE MUNTER. - - -De heer Emile Menuisier was min of meer zenuwachtig. - -De huurder van zijn tuinhuis, die reeds eergisteren bij hem had moeten -komen om de verschuldigde huur te betalen, scheen verdwenen te zijn. -Reeds sinds veertien dagen had hij hem niet gezien. - -Er bestond in de oogen van den edelmoedigen heer Menuisier geen enkele -verontschuldiging voor lieden, die hun huurpenningen niet prompt -betaalden en hij sprak er dus met diepe minachting over tegen zijn -huishoudster, de oude Coralie. - -Maar bij het oude, tandelooze vrouwtje vond hij weinig troost voor het -geldverlies, dat hij leed door het verdwijnen van zijn huurder en -daarom besloot de heer Menuisier op den derden van de nieuwe maand een -bordje te bevestigen aan zijn huisdeur in de Rue Bayen, waarop te lezen -stond, dat hij zijn tuinhuis te huur aanbood. - -Mijnheer Menuisier behoefde niet lang te wachten. - -Nauwelijks een half uur nadat het bordje buiten hing, kwam reeds de -eerste liefhebber. - -Maar de oude woekeraar zag dezen woningzoekende met wantrouwen aan. Het -was een lange man met blonden, tamelijk slecht verzorgden puntbaard en -rijken haardos. - -De wijde pantalon, de zwarte zijden strik en de fluweelen baret, die -hij schuin op het hoofd droeg, kenmerkten hem als artist en wel als -schilder. - -Voor dergelijke lui had de heer Menuisier niet veel sympathie en het -nonchalante uiterlijk van den binnentredende deden den rijkaard -vermoeden, dat deze jonge man ook dezelfde onverschilligheid aan den -dag zou leggen waar het op geldzaken aankwam. - -„Wat wenscht gij?” zoo begon hij het gesprek. - -„Ik wilde het tuinhuis, dat gij te huur aanbiedt, wel eens zien,” -antwoordde de ander zeer bescheiden. - -„Ik verhuur alleen aan solide personen,” bromde op onbeschaafden toon -de heer Menuisier en reeds wilde hij den bezoeker den rug toedraaien. - -Maar de kunstenaar scheen er nog niet van af te zien. - -Vol eerbied voor den rijken huiseigenaar verklaarde hij: - -„Ik heb geld en als ik uw tuinhuis huur, betaal ik u een jaar vooruit.” - -Menuisier keerde zich om. Dat scheen dus een witte raaf te zijn! -Maar—men moest voorzichtig wezen. - -„Gij moet mij de huur vooruit betalen en nog voordat gij in de woning -trekt,” sprak de eigenaar tot den bezoeker. - -„Nog voordat ik in de woning trek!” herhaalde deze met onverminderde -bescheidenheid. - -Gerustgesteld zette Menuisier zijn kalotje op, nam een sleutelbos en -ging den bezoeker voor om hem het tuinhuis te laten zien. - -De bescheidenheid van dezen huurder was werkelijk voorbeeldig, alles -beviel hem, geen enkele opmerking waagde hij het te maken, en toen -Menuisier hem den huurprijs had genoemd, deed de vreemdeling, die zich -nu voorstelde als de portretschilder Rapin, niets anders dan zijn -portefeuille voor den dag te halen en het verschuldigde van een -halfjaar vooruit te betalen. - -„Wanneer denkt u het te betrekken?” vroeg de verbaasde Menuisier, nu -veel vriendelijker. - -„Nog hedenavond,” antwoordde Rapin en toen zij samen den tuin weer -doorliepen, riep de huiseigenaar de langzaam voorbijsloffende -huishoudster toe: - -„Neem het bordje weg, Coralie, deze heer, de kunstschilder Rapin, -betrekt het tuinhuis nog heden.” - -Een paar onverstaanbare woorden mompelend, verdween de matrone in huis. - -Menuisier geleidde den heer Rapin tot op straat en toen hij beleefd -afscheid van hem had genomen, keerde hij hoogst tevreden in huis terug. - - - -Rapin had zijn intrek genomen in het tuinhuis, maar tot groote -verbazing van Menuisier was zijn bagage in lijnrechte tegenspraak met -de manier, waarop hij zijn huur had voldaan. - -Acht dagen waren verloopen sinds de schilder zijn nieuwe woning had -betrokken, en Menuisier had hem nog niet weer gezien. De jonge man had -het tuinhuis geen enkelen keer verlaten en zijn persoonlijkheid kwam -den huisheer hoe langer hoe onbegrijpelijker voor. - -Want al zag de heer Menuisier zijn huurder niet, hij hoorde hem des te -meer en wat hij hoorde, maakte alles nog geheimzinniger. - -Des nachts en ook dikwijls overdag en juist dan als Menuisier in zijn -tuin wandelde, klonk uit het tuinhuis, waarvan de gordijnen nooit -werden opengeschoven, een verdacht geluid, welks rhytmische -regelmatigheid aan een machine deed denken. - -De heer Menuisier begreep er niets van. - -Wat voerde de geheimzinnige Rapin uit? - -Hoe kon hij er een machine op nahouden, want onmogelijk kon die -verborgen zijn geweest in de luttele bagage, welke hij had meegebracht. - -En hoe was het mogelijk, dat de nieuwe bewoner zich van levensmiddelen -voorzag, daar hij immers nooit uitging om inkoopen te doen? - -De vreeselijkste voorstellingen omtrent het raadselachtige gedrag van -zijn huurder begonnen den heer Menuisier zijn nachtrust te berooven. - -De toestand werd onhoudbaar. - -Juist was de rijke gierigaard van tafel opgestaan. Tengevolge der -slechte nachtrust smaakte hem het eten niet en ontstemd een pijp -aanstekend, maakte hij zich gereed om zijn gewone middagwandeling in -den tuin te gaan doen. - -Nog steeds waren de vensters van het tuinhuis gesloten, en niets -verried hier de aanwezigheid van een menschelijk wezen. - -Maar nauwelijks had hij eenige schreden afgelegd, of daar drong weer -datzelfde gestamp, dat hij voor het geluid van een machine hield, in -zijn oor. - -Wie kon weten, tot welk misdadig doel hier gewerkt werd! - -De brave ziel van den heer Menuisier kwam in opstand en dit gevoel, -gevoegd bij de herinnering aan het bescheiden, bijna onderdanige -optreden van den heer Rapin gaf hem plotseling moed. - -Hij moest zekerheid hebben omtrent het doen en laten van zijn huurder -en vastberaden klopte hij aan de deur van het tuinhuis. - -In hetzelfde oogenblik verstomde het geluid. - -De heer Menuisier wachtte. In ademlooze spanning luisterde hij, maar -niemand scheen hem binnen te laten. - -Hij klopte nogmaals, nu luider en brutaler. - -Na een kleine pauze naderden langzame schreden, de grendel werd -teruggeschoven en de deur op een kier geopend, waardoor het verschrikte -gelaat, van den heer Rapin zichtbaar werd. - -„Wat wenscht gij, mijnheer Menuisier?” vroeg de huurder, blijkbaar niet -in staat om zijn vrees en verrassing te onderdrukken. - -„Wat is dat voor een lawaai dat gij maakt?” vroeg de huisheer op -barschen toon. „Wat voert gij uit in mijn huis?” - -„Maar ik doe geen kwaad, ik werk,” klonk het bevend terug. - -Menuisier kreeg hoe langer hoe meer moed. Hij stiet de deur met zijn -voet geheel open en, terwijl hij zijn pijpje uit den mond nam, trad hij -binnen. - -De deur, die van de vestibule naar een der kamers leidde, stond open en -zonder zich te laten weerhouden door den verschrikten uitroep van -Rapin: „Maar mijnheer Menuisier, wat doet gij?” ging de dappere man in -de kamer. - -Rapin was hem gevolgd en met van angst wijd geopende oogen en mond -leunde hij als verpletterd tegen de deur, terwijl hij ontsteld naar den -indringer keek, die zijn geheim had ontdekt. - -Menuisier overzag dadelijk den toestand. - -In het midden der kamer stond een drukpers en het was duidelijk, voor -welk doel zij gebruikt werd. - -Een hoopje fonkelnieuwe biljetten van vijfhonderd francs, dat op een -tafeltje naast de machine lag, verklaarde duidelijk het doel van dezen -geheimzinnigen arbeid. - -Angstig keek hij om, maar van dezen man, die bevend en sidderend bij de -deur stond, hulpeloos en ontsteld naar hem kijkend, had hij geen -gewelddadig optreden te vreezen. - -De groote rechterhand van den heer Menuisier nam het pakje banknoten op -en met een stem, waaruit de groote kracht van een ordelievend, eerlijk -burger sprak, bulderde hij den misdadiger toe: - -„Dus, gij vervalscht bankpapier, ik zal u aan het gerecht overleveren!” - -Rapin viel op de knieën. - -„Mijnheer Menuisier, spaar mij, ik bid u, heb medelijden met mij, ik -zal u levenslang dankbaar zijn!” - -Tegen dergelijke beden was de heer Menuisier voldoende bestand. Zijn -jarenlang beroep als woekeraar had zijn hart ompantserd en het kostte -hem dus niet de minste moeite om tegenover de hartroerende smeekbeden -van den ongelukkige de beleedigde eerlijkheid te spelen. - -„Ik ontzie geen misdadiger!” klonk het vol waardigheid van zijn lippen. - -„Als gij dit vertrek verlaat om mij aan de politie over te leveren, -beneem ik mij het leven!” riep Rapin wanhopig uit. - -Ook deze bedreiging scheen geen indruk op den huiseigenaar te maken. -Hij was naar het venster gegaan om een der valsche bankbiljetten -nauwkeurig tegen het licht te bekijken. - -Drommels, de namaak was uitstekend geslaagd en de bewondering van den -heer Menuisier was zoo duidelijk, dat Rapin het zelfs waagde, naderbij -te komen. - -Menuisier onderzocht verder. - -Hij bekeek het biljet van alle kanten, kneep het samen en streek het -daarna weer glad om het nogmaals tegen het licht te houden. Geen -twijfel mogelijk, het werk was zoo volmaakt, dat zelfs bij een -nauwkeurig onderzoek de vervalsching niet te merken was. - -„Hoeveel van die biljetten hebt gij reeds uitgegeven?” vroeg hij op -barschen toon aan Rapin, die bevend achter hem stond. - -„Nog geen enkel,” jammerde de ander, „dit is mijn eerste poging en ik -mis het noodige kapitaal om verder te kunnen werken.” - -„Gij hadt een hoop kwaad kunnen uitrichten,” sprak Menuisier op zachter -toon, „niemand zou de vervalsching ontdekken!” - -„Ik weet het,” antwoordde Rapin zacht, „en ik wil in uw -tegenwoordigheid deze bankbiljetten aan het Crédit Lyonnais of een -ander kantoor zonder moeite wisselen.” - -„Zoo denkt gij dat?” vroeg Menuisier en van zijn strengheid en -verontwaardiging was niets meer te merken. - -De blik van Rapin bleef in gespannen verwachting gevestigd op de -trekken van zijn huisheer en duidelijk bemerkte hij, hoe de uitdrukking -van de gehuichelde woede van het gelaat van den ouden woekeraar week en -steeds meer plaats maakte voor onverholen hebzucht. - -Rapin scheen een menschenkenner te zijn, want anders had hij het niet -gewaagd, al was het ook op geheimzinnigen, fluisterenden toon, voor te -stellen: - -„Mijnheer Menuisier, als gij medelijden met mij hebt, en als gij -verstandig zijt, kunnen wij met ons beiden door middel van mijn kunst -millioenen verwerven, zonder eenig gevaar te loopen.” - -De dappere huisheer viel nu geheel uit zijn rol. Zonder zich de minste -moeite te geven, zijn hebzucht te verbergen, vroeg hij, heesch van -aandoening: - -„Hoe dan, wat zou ik moeten doen?” - -Bij Rapin scheen alle angst geweken te zijn en hij sprak nu op koelen -zakentoon: - -„Mijnheer Menuisier, de zaak is heel eenvoudig. Het toestel, dat ik -hier met veel moeite in elkaar heb gezet, is niet te vertrouwen. Het -geld ontbreekt mij om vóór alles het papier, dat ik noodig heb voor het -fabriceeren der bankbiljetten, zelf te vervaardigen. - -„Mijn plan is, een jaar lang wekelijks ongeveer 300 stuks van deze -biljetten van vijfhonderd francs te maken. Maar ik heb toestellen en -chemicaliën noodig en mis het daartoe benoodigde kapitaal.” - -„Hoeveel zoudt gij moeten hebben?” vroeg de huisheer. - -„Dat zal ik u later zeggen,” antwoordde Rapin, „eerst moet gij u -overtuigen van de deugdelijkheid van mijn werk. - -„Houd drie der bankbiljetten, die hier liggen, mijnheer Menuisier, ga -daarmee in de stad naar een filiaal van het Crédit Lyonnais, daarop -naar de Fransche Bank en verder naar het een of andere wisselkantoor, -om op elk dier kantoren een der biljetten tegen goud in te wisselen. -Ieder der beambten zal het biljet meer of minder nauwkeurig -onderzoeken. Om het even echter hoe lang dit onderzoek duurt en hoe -zorgvuldig het wordt uitgevoerd, niemand zal de vervalsching ontdekken -en men zal u het bedrag in goud uitbetalen.” - -Menuisier beefde van ontroering. Als dit alles werkelijk waar was, dan -waren de schatten, die hij op die manier zou kunnen bemachtigen, -onmetelijk. - -De hebzucht in hem werd zoo groot, dat hij er niet meer aan dacht, den -schijn te bewaren als ware hij een braaf en eerzaam mensch. - -Hij nam drie biljetten, stak ze bij zich en terwijl hij de overige aan -Rapin teruggaf, sprak zij op zenuwachtigen toon: - -„Ik ben over een uur weer terug, wacht op mij!” - -„Ik zal wachten,” antwoordde Rapin. - -Nauwelijks was de deur van het tuinhuis achter den eigenaar -dichtgevallen of Rapin schoof de gordijnen een eindje open en keek met -een glimlach den heer Menuisier na. - -Toen hij den ouden heer niet meer kon zien, verwijderde hij zich van -het venster. - -Hij was weer geheel normaal geworden, alle angst was van hem geweken en -een uitdrukking van groote tevredenheid was op zijn gelaat te lezen. Op -zijn gemak stak hij een cigarette op, waarna hij op het bed ging -liggen, dat in een hoek der kamer stond. - -Menuisier had de drie biljetten samengevouwen en in zijn vestzak -gestoken. Hij sloot zich op in zijn slaapkamer, waar de brandkast -stond, en met bevende vingers haalde hij uit een portefeuille een -bankbiljet van 500 francs. Hij legde de drie biljetten, die zijn -huurder hem had gegeven, op tafel naast zijn eigen biljet en sloot de -gordijnen voor de ramen. - -Daarop stak hij licht aan en begon bij den gelen schijn der -petroleumlamp weer opnieuw te onderzoeken. - -Met pijnlijke nauwkeurigheid onderzocht hij de teekening. Hij bekeek de -watermerken en zag, dat er niet de minste afwijking te bespeuren was. -Er was niet de minste kleinigheid te bespeuren, die op vervalsching -wees, en vermoeid door het lange onderzoek staarde de grijsaard in het -slechte licht van de lamp, dat zijn door schraapzucht verwrongen gelaat -bescheen. - -Zijn blik viel op de biljetten. - -Een groot vermogen zou hij zonder eenige moeite of gevaar kunnen -bemachtigen en hij draalde nog!...... Waarom? Zou het geluk hem ooit -weer op die manier toelachen? - -Hij stond op en maakte zich gereed om uit te gaan. - -De valsche bankbiljetten stak hij ieder afzonderlijk in de -verschillende zakken van zijn vest, daarna blies hij de lamp uit en -ging heen. - -Met wankelende schreden ging hij de straat op naar de Avenue Niel, waar -zich een filiaal van het Crédit Lyonnais, het voornaamste Fransche -bankierskantoor, bevond. Maar toen hij voor de deur van het -wisselkantoor stond, overviel hem een vreeselijke angst. - -Als de beambte aan het loket, die een buitengewoon scherpen blik moest -hebben, de vervalsching ontdekte! Wat dan? - -De oude woekeraar aarzelde. Maar hij was een oude bekende op dit -kantoor. Als men de vervalsching ontdekte, zou men hoogstens beslag -leggen op het aangeboden biljet, zonder hem van den namaak te -verdenken. - -Men zou hem dan voor een slachtoffer van den een of anderen valschen -munter aanzien. - -Vastberaden trad hij eindelijk binnen. Er was geen publiek en Menuisier -ging naar het loket, waar achter de beambte aan een lessenaar stond te -schrijven. - -Met eenigszins bevende hand legde de oude heer een der biljetten voor -den beambte neder, met de woorden: - -„Wilt u mij als ’t u belieft vijfhonderd francs wisselen?” - -Deze, een bejaarde man, nam het biljet, wreef het tusschen zijn -vingers, hield het tegen het licht en legde het daarna op een bundel -andere bankbiljetten in een ijzeren kistje. - -„Wenscht u goud of klein papier?” - -„Goud,” sprak Menuisier, die zijn oogen onafgewend op den beambte -gevestigd hield en ieder zijner bewegingen met aandacht volgde. - -De kassier legde het bedrag aan goud voor den heer Menuisier neer. Hij -wachtte totdat de oude heer het geld bij zich had gestoken, waarna hij -weer naar zijn lessenaar terugkeerde, zonder zich verder om den klant -te bekommeren. - -Menuisier ging naar buiten. Drommels, dat was gemakkelijk gegaan! Geen -twijfel mogelijk, de vervalsching was niet te ontdekken, want ook deze -kassier had ondanks het onderzoek niets gemerkt. - -De woekeraar ging nu naar een filiaal van de Fransche Bank, de -officieele staatsbank der Republiek. Zonder aarzelen overschreed hij -hier den drempel van de kas, waar hij het tweede exemplaar van Rapins -biljetten aan het loket neerlegde. - -Weder volgde het gewone onderzoek en weder ontving de woekeraar het -bedrag aan goudstukken uitbetaald. - -Plotseling kreeg hij meer moed. Het derde biljet te voorschijn halend, -sprak hij tot den beambte: - -„Wilt u mij nog voor vijfhonderd francs aan goud geven?” - -Zwijgend nam deze het hem aangeboden biljet aan, onderzocht ook dit en -betaalde den ouden heer het gevraagde uit. - -Menuisier ging naar buiten. - -Er viel niet meer aan te twijfelen, de vervalsching was niet te -ontdekken en alle angst en vrees waren verdwenen. - -Een uur was voorbijgegaan en nog steeds lag Rapin uitgestrekt op zijn -bed, vergenoegd cigaretten rookend, totdat een bescheiden klop op de -deur hem deed opspringen. - -Een oogenblik later stond Menuisier voor hem met donkerrood gelaat. -Woeste vreugde verhelderde zijn kleine grijze spitsboevenoogen en een -paar vlokken grijs haar kleefden aan het met zweet bedekte voorhoofd -vast. - -Nauwelijks had hij de deur achter zich gesloten, of hij riep uit: - -„Mijnheer Rapin, het is kolossaal, de beambten hebben de bankbiljetten -zonder een woord van protest gewisseld.” - -Rapin deelde de opgewondenheid van zijn huisheer niet, hij scheen dit -resultaat te hebben verwacht. - -Hij ging kalm op den rand van zijn bed zitten en richtte tot Menuisier, -die 1500 francs aan goudgeld op een tafeltje naast het bed uittelde, de -vraag: - -„Nu, mijn waarde, wilt gij er verder mee te maken hebben? Maar ik moet -u eerst op het volgende attent maken; het kapitaal, dat ik noodig heb, -is zeer groot. Omdat ik niets bezit, moet gij het geld verschaffen, -waarvoor gij de helft van de totale opbrengst krijgt. Ik verplicht mij -om, vanaf den tienden dag nadat gij het kapitaal hebt gestort, u -wekelijks minstens 150 biljetten van 500 francs te bezorgen. Deze -biljetten zullen steeds verschillende controle-nummers hebben, opdat er -bij het wisselen geen bezwaren zullen worden gemaakt. - -„Het bedrijf zal 52 weken, geen dag langer, worden voortgezet, want wij -moeten er rekening mee houden, dat na ongeveer 1 jaar de vervalsching -aan het licht zal komen. Als dan de vervaardiging reeds zoolang heeft -opgehouden, is ontdekking niet meer te vreezen, en onze oogst zal -voldoende zijn.” - -Wat deze huurder vertelde, klonk zoo verleidelijk en de proefneming van -zoo even was zoo schitterend geslaagd, dat Menuisier met heesche stem -vroeg: - -„Hoeveel geld hebt gij noodig, mijnheer Rapin?” - -De schilder keek Menuisier lang en strak aan. Daarop noemde hij, elke -lettergreep met nadruk uitsprekend, de som: - -„Zes-maal-honderd-duizend-francs.” - -„Is dat niet wat veel?” vroeg de ander aarzelend. - -„Het is een bagatel, vergeleken bij hetgeen gij er voor zult terug -ontvangen,” antwoordde Rapin kalm. - -„Waarvoor hebt gij zooveel noodig?” vroeg Menuisier. - -„Dat zeg ik u niet, dat is mijn geheim,” klonk het uit den mond van den -schilder. - -Na een korte pauze sprak Menuisier: - -„Ik zal u hedenavond het geld brengen.” - -Rapin stond op. - -„Goed,” zei hij, „ik verwacht u, het is vandaag de 12e. Den 22en zal ik -met alle voorbereidingen gereed zijn en den 29en ontvangt u de eerste -levering van minstens 150 exemplaren.” - -Menuisier ging heen en toen hij om 7 uur des avonds terugkeerde, -overhandigde hij zijn huurder het geld in zes pakjes, die ieder honderd -biljetten van 1000 francs bevatten. - -Rapin telde het na en stak bedaard het geld in zijn zak. - -„Zullen wij een schriftelijke overeenkomst maken?” vroeg Menuisier op -bescheiden toon. - -„Met genoegen,” verklaarde zijn huurder onverschillig en dadelijk -schreef hij een contract, dat beide onderteekenden. - -Op den avond van dienzelfden dag liet de rijke Amerikaan Harrison den -heer Komartscheff en diens dochter bij zich komen en overhandigde hij -hun ten behoeve hunner menschlievende bemoeiingen een som van viermaal -honderdduizend francs. - -Sprakeloos van verbazing was de oude Komartscheff nauwelijks in staat, -zijn dank onder woorden te brengen. - -Tatiana boog zich om de hand van den weldoener te kussen. - -Harrison echter richtte het jonge meisje weer op. - -„Gij behoeft mij niet te bedanken, ik ben gelukkig geweest in mijn -speculaties, dat is alles!” - -En, terwijl hij Tatiana’s blonde lokken streelde, vervolgde hij op -zachten toon: - -„En gij, kindlief, spaar uw kussen voor iemand anders.” - -Een blos verfde de wangen van het mooie meisje. Zij had gezien, hoe -Harrison bij deze woorden naar Mc. Allan had gekeken, die getuige was -van het gesprek. - -Met een goedigen glimlach sprak Harrison: - -„Ja, kinderen, voor mij behoef je het niet te verbergen, ik heb het -allang begrepen.” - -Daarop ging hij met Komartscheff heen, de beide jonge menschen met hun -geluk alleen latend. - -Eerst na middernacht kwam Donald Harrison weer thuis. Dadelijk begaf -hij zich naar het vertrek, dat in verbinding stond met de onderaardsche -gang. - -Hij draaide het electrische licht op en keek rond in de kamer, die er -nu nog kaler uitzag dan toen Komartscheff hier zijn laboratorium had -gehad. - -„Nu zal ik alles weer naar hier terugbrengen,” klonk het van zijn -lippen. Hij nam uit een kleerkast, die in een hoek der kamer stond, een -lang niet nieuw costuum en een langharige pruik. - -Nu begon de gedaanteverwisseling en na eenige minuten was de zorgvuldig -gekleede Donald Harrison veranderd in den slordigen schilder Rapin, -denzelfden Rapin, die van den heer Menuisier zesmaal honderdduizend -francs had ontvangen. - -Hij nam plaats aan een tafeltje, dat hem als schrijfbureau diende en -begon een brief. Toen hij hiermee gereed was, sloot hij hem in een -couvert en schreef daarop met groote duidelijke letters het adres. - -Hij stak der brief in een zijzak van zijn jas en opende den -schoorsteenmantel. Bij het licht van zijn zaklantaarn verdween hij -langs de steenen trap naar de onderaardsche gang. - -Na weinige minuten had hij den anderen uitgang bij het gebouw in de Rue -Bayen bereikt. - -Ook hier opende hij de geheime deur, tegelijkertijd stak hij zijn -lantaarn in den zak en trad de kamer binnen. - -Mijnheer Rapin, de huurder van den heer Emile Menuisier, stond weer in -het vertrek, waarin de valsche bankbiljetten werden vervaardigd en met -een zegevierend lachje keek hij om zich heen, naar de vele voorwerpen -die hem hier zulke uitstekende diensten hadden bewezen. Weer moest -Raffles lachen bij de gedachte aan de weinige moeite die hij had gehad -om den ouden woekeraar erin te laten vliegen. - -Maar hij had nu geen tijd om zich lang aan dergelijke overpeinzingen -over te geven. Hij onderzocht nog eens of de gordijnen goed gesloten -waren, daarop stak hij licht aan! - -Het huis en de tuin lagen in diepe rust en niemand hoorde hem. - -Raffles haalde een kleinen schroevendraaier te voorschijn en begon zoo -geruischloos mogelijk te werken. Voorzichtig draaide hij de schroeven -los, waarmede de gedeelten van de steendrukpers waren verbonden. Hij -nam alles uit elkaar en zette de verschillende stukken op den grond bij -den schoorsteen neer. - -Hij was op deze wijze ongeveer een uur bezig geweest en keek nu eens -rond in de kamer, die kaal en leeg was. Van alle meubelen waren alleen -het bed en het kleine tafeltje, waarop de lamp stond, in hun geheel -gebleven. De andere voorwerpen lagen, in stukken uit elkaar genomen, -bij den schoorsteenmantel op den grond. - -De nachtelijke arbeider opende nu weer de geheime deur en droeg alle -stukken naar beneden in de onderaardsche gang. - -Daarna keerde hij voor het laatst nog eens in de kamer terug. Uit zijn -zak nam hij den brief en legde dezen midden op het kleine tafeltje, -waarna hij de lamp opnam en zachtjes verdween achter den schoorsteen -die hij zorgvuldig weer sloot. - -Terwijl hij de lamp op de steenen trap zette, keek hij eenige -oogenblikken naar de op den vochtigen bodem der gang staande -onderdeelen van het vreemdsoortige meubilair, dat hij als Rapin in deze -woning had gebracht. - -Om dit alles weer over te brengen naar de vroegere werkkamer van -Komartscheff kon wel tot den volgenden dag wachten. - -Nu had hij behoefte aan rust, die hij wèl verdiend had. - -En snel liep Raffles terug door de onderaardsche gang, glimlachend bij -de gedachte aan het gezicht, dat Menuisier zou zetten als hij den voor -hem achtergelaten brief zou lezen. - -De nacht, die volgde op het sluiten van het contract met zijn huurder, -bracht ook den heer Menuisier geen slaap. Maar nu was het niet de -ongerustheid over een onopgelost geheim, wat hem den slaap roofde, nu -was het zijn groote hebzucht, die weldra op de schitterendste wijze -bevredigd zou worden. - -Reeds om 5 uur stond hij op om den tuin in te gaan, maar geen enkel -geluid kwam uit het tuinhuis en hij had den moed niet aan de deur te -kloppen. - -Misschien sliep de heer Rapin en zou hij een dergelijke stoornis -kwalijk nemen. - -Rusteloos liep hij zijn huis door en elk half uur stond hij weer aan de -deur van Rapin’s woning te luisteren. - -Maar alles bleef stil en Menuisier werd steeds onrustiger. Hij raakte -geen voedsel aan en toen het twee uur in den middag was geworden, kon -hij het niet langer uithouden. - -Hij klopte zacht op de deur van het tuinhuis. - -Niemand antwoordde. - -Menuisier klopte harder, maar weer zonder resultaat. - -Hij beukte nu met beide vuisten op de deur, maar daar binnen bewoog -zich niets. - -Angstig geworden door deze doodelijke stilte, stond de oude gierigaard -radeloos te wachten. - -Opeens bedacht hij, dat de reservesleutels van het tuinhuis in zijn -bezit waren. Zoo snel als hij kon, snelde hij naar huis terug en eenige -minuten later stond hij weer aan de deur van zijn huurder met een -grooten sleutelbos in de hand. - -Nogmaals klopte hij zoo hard hij kon en toen weer niemand opende, -ontsloot hij de deur. - -Voorzichtig trad hij binnen. - -Toen hij op den drempel stond van het vertrek, waar den vorigen dag de -overeenkomst was gesloten, verbleekte hij van schrik. - -De kamer was leeg, alleen het bed en een klein tafeltje stonden in een -hoek. - -De drukmachine en alle andere voorwerpen, waarover hij zich den vorigen -dag zoozeer had verbaasd, waren verdwenen en van Rapin, den huurder, -was geen spoor te ontdekken. - -De knieën van den ouden man beefden, toen hij de kamer verder -binnentrad. Hij trok de gordijnen open en nu zag hij een brief op het -tafeltje liggen. - -De brief was geadresseerd: - - - Aan den Heer Menuisier, - - Woekeraar en Gierigaard. - - -Met trillende handen opende hij het couvert. - -Hij las: - - - Ik ben ijdel genoeg om aan te nemen, dat mijn naam ook bij u bekend - is. Ik, die uw tuinhuis huurde onder de vermomming van een arm - schilder, ik ben Raffles, naar wien de politie van alle landen - zoekt. - - En, nadat ik u heb medegedeeld met wien gij te doen hebt, zal het u - niet verbazen, dat ik mij geroepen voelde, om ook jegens u recht te - plegen, door u een deel afhandig te maken van uw geld, waaraan het - bloed en de tranen van ontelbare ongelukkigen kleven. - - Daarbij hebt gij mij, zoo dom mogelijk, de behulpzame hand geboden, - want de biljetten, die ik u gaf om in te wisselen, waren echt en - doordat gij u schriftelijk—ik heb het bewijs in handen!—tot - medeplichtige hebt gemaakt van een voorgenomen misdrijf, namelijk - het vervalschen van bankpapier, hebt gij uzelf den pas afgesneden, - om de hulp der politie in te roepen. - - Gij ziet dus, dat gij aan alle kanten in de val zijt geloopen. - - Ik weet, dat ik u slechts een deel van uw vermogen heb ontnomen, - dat, wat gij hebt overgehouden, is voldoende om in uwe behoeften te - voorzien. - - Leef wel en denk nog eens aan uw compagnon - - JOHN C. RAFFLES. - - -Het schemerde den ouden vrek voor de oogen, een kreet van machtelooze -woede kwam van zijn lippen en bewusteloos zakte hij ineen. - -Zoo vond de oude Coralie hem, die hem naar zijn kamer sleepte, waar -Menuisier uit zijn onmacht ontwaakte. - -Sinds dien dag bleef het tuinhuis in de Rue Bayen onbewoond, de heer -Menuisier rilde reeds bij de gedachte, ooit weer een vreemdeling in -zijn huis op te nemen. - -De groote onbekende echter vervolgde weer zijn eigen weg. - -Wat hij eenigen tijd later in Londen uitvoerde en beleefde, hooren de -lezers in de volgende aflevering. - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 8: IN DE -CATACOMBEN VAN PARIJS *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
