diff options
Diffstat (limited to 'old/67244-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67244-0.txt | 2806 |
1 files changed, 0 insertions, 2806 deletions
diff --git a/old/67244-0.txt b/old/67244-0.txt deleted file mode 100644 index 6070b44..0000000 --- a/old/67244-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2806 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 9: Om goud en liefde, -by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 9: Om goud en liefde - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: January 24, 2022 [eBook #67244] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 9: OM GOUD EN -LIEFDE *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 9 OM GOUD EN LIEFDE. - - - - - - - - -OM GOUD EN LIEFDE. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -DE MARKIES DI SAO BALBO. - - -De herfstavond was aangekomen en het gezelschap was met zijn honden -teruggekeerd van de jacht. Men kleedde zich op Rastinghouse, het -landgoed van Lord Clifford, voor het diner. - -De hall van het oud-adellijke slot, die groote ruimte, waar de rijke -Engelschen zich het liefst ophouden, en vanwaar men langs de prachtig -gebeeldhouwde trappen de verschillende etages bereikt, scheen nog leeg -te zijn. - -Eerst toen een rijzige slanke mannengestalte met veerkrachtigen tred en -bijna onhoorbaar de met dikke loopers belegde trap afkwam, richtte zich -in een der fauteuils, die in de hall stonden, een fijnbesneden, blond -vrouwenkopje op en twee groote violetblauwe oogen keken vragend op. - -De heer glimlachte en vroeg met gedempte stem: - -„Heb ik u verschrikt, Miss Goal? Dacht u misschien, dat het de beruchte -Raffles was, die uw gouden lokken kwam stelen?” - -De dame, die zich nu in haar volle lengte verhief, had een slanke, -tengere gestalte en was een bijzonder bekoorlijke verschijning. Zij was -het blijkbaar niet met zichzelf eens, welke houding zij zou aannemen -tegenover den heer, die nu vóór haar stond en met zijn blanke vingers -over zijn prachtigen, zwarten baard streek. Eindelijk sprak zij: - -„Neen, markies, ik herkende u dadelijk. Ik betwijfel het echter of het -louter toeval is, dat wij elkaar zoo dikwijls ontmoeten en dat wij -zelfs in dit huis, waar zoovele menschen samenzijn, ons telkens weer in -elkaars gezelschap bevinden. Misschien is het het noodlot, dat zoo vaak -onze wegen doet kruisen.....” - -Zij zweeg en de slanke man, die vóór haar stond, zag een traan in haar -oogen. Hij boog en sprak: - -„Ik hoop, Miss, dat gij dit zóó opvat als het u het liefst zou zijn. Ik -zou er gaarne iets toe willen bijdragen om uw blik meer tevreden en -gelukkig te maken.” - -Daarop vatte hij een van haar smalle handjes, waarop hij een langen, -innigen kus drukte. - -„Maar ik begrijp niet, wat u bekommert. Iedereen houdt van u, gij zijt -onder bescherming van een achtenswaardigen ouden heer, kolonel Goal, en -ik geloof niet, dat er zich iemand hier in huis bevindt, die niet met -alle mogelijke opoffering den geringsten uwer wenschen zou willen -vervullen.” - -Miss Florence schudde het hoofd en sprak: - -„Van u, markies, had ik niet gedacht, dat gij u, evenals alle anderen, -liet misleiden.” - -Verbaasd keek de knappe man in het gelaat der jonge vrouw, daarop -antwoordde hij met een glimlach: - -„Men kan niet altijd toegeven aan zijn vermoedens, lieve Miss. Ik heb -veel opgemerkt, wat aan de oogen van anderen verborgen is gebleven en -ik meen mij niet te vergissen in de veronderstelling, dat uw verdriet -een uwer naaste bloedverwanten geldt. Is het niet waar?” - -Het schoone meisje knikte toestemmend. - -En snikkend sprak zij met gedempte stem: - -„En ik ben verloren, als niemand mij helpt.” - -Ridderlijk knielde hij voor haar neer, hij nam de blanke meisjeshand in -de zijne en sprak op ernstigen, bijna plechtigen toon: - -„In de aderen van den markies di Sao Balbo vloeit het bloed der oude -Saraceensche ridders. Mijn stamvader liet zich voor zijn dame -verbranden en al zijn de gewoonten ook minder wreed geworden en al -zoudt gij, lieve Miss, een dergelijke vuurproef niet van mij verlangen, -toch smeek ik u, geheel over mij te beschikken en uwe eischen te mijnen -opzichte zoo hoog mogelijk te stellen. - -„Het gevoel, dat ik jegens u koester, is zoo verheven en heilig, dat ik -er naar snak, iets voor u te mogen doen!” - -Miss Florence was eenigszins teruggeweken. Uit de woorden van den man, -die knielend voor haar lag, laaide de gloed van den hartstocht haar -tegen en zij wist niet, welk antwoord zij moest geven. - -De schoonheid van dezen man streelde haar zinnen, zijn welluidende stem -trof haar hart en zij besefte, dat, hetgeen zij voor den markies -voelde, de kiem was van een liefde, die zij zichzelf nauwelijks durfde -bekennen. - -Voor een oogenblik vergat zij haar leed. Maar de Zuid-Amerikaan, van -wien men vertelde, dat hij in de Vuelta Abajos tabaksplantages en -andere bezittingen van fabelachtige waarde had, drong er zelf op aan, -dat zij haar hart bij hem uit zou storten. - -O, hoe gaarne deed zij dit! - -Deze Mr. Goal, de gewezen overste in het leger van Hare Majesteit de -Koningin, deze oude soldaat, die door iedereen voor een man van eer -werd gehouden, was een groote schurk, gevaarlijk voor ieder jong -meisje. - -Hij vervolgde zijn nicht, die eigenlijk slechts een verre bloedverwante -van hem was, met de volharding van een ouden woesteling, hij sloop haar -na tot in haar kleedkamer en beproefde daar, nadat hij de dienstboden -had doen heengaan, zijn schandelijke plannen uit te voeren. - -Trouwen wilde hij haar niet! Geen enkel oogenblik dacht hij daar aan! -Tot zijn geliefde wilde hij haar maken om haar later, als hij genoeg -van haar zou hebben, weg te werpen. - -De wangen van het meisje waren met een blos van schaamte bedekt, toen -zij deze dingen van zoo kieschen aard toevertrouwde aan den jongen man, -die met gefronst voorhoofd naar haar luisterde. Zij durfde haar reine, -blauwe oogen niet opslaan naar hem, die haar zooeven van zijn teedere -gevoelens had gesproken. Maar zijn zware, hijgende adem verried haar, -hoezeer haar verhaal hem aangreep. - -En toen sprak zij eindelijk, luid snikkend: - -„Ik had een vertrouwd kamermeisje, dat reeds in mijn ouderlijk huis had -gediend. Eenigen tijd voordat wij naar het slot van lord Clifford -reisden, heeft de ellendeling mijn arme Betsie onder de valsche -beschuldiging van diefstal laten gevangen nemen. Nu ben ik zonder -eenige bescherming en ik ril van afschuw als ik denk aan het oogenblik, -waarop wij naar ons landgoed zullen terugkeeren.” - -Zij dacht eenige oogenblikken na en vervolgde toen met een wilden lach, -waaruit oneindig groote wanhoop sprak: - -„Maar hij zal mij niet levend in zijn macht krijgen! Ik wil liever -sterven!” - -Markies di Sao Balbo was doodsbleek geworden. Het trillen zijner sterke -handen en het rollen van zijn donkere oogen toonden in welke vreeselijk -opgewonden toestand de anders zoo kalme man zich bevond. - -Met moeite slechts kon hij vragen: - -„Eén ding begrijp ik niet, Miss. Gij zijt immers rijk. Ik bid u, mij -mijn onbescheidenheid niet kwalijk te nemen, maar men beweert, dat gij -een groot vermogen bezit, gij zijt dus niet afhankelijk van dezen man! -Ik weet, dat gij meerderjarig zijt. Is het dan alleen uit eerbied voor -een familielid, dat gij het huis, waarin uw eer wordt aangerand, niet -verlaat?” - -Opnieuw in tranen uitbarstend, schudde Miss Florence het hoofd. - -„Ik was rijk en ik moest het nog zijn! Mijn ouders hebben inderdaad een -groot vermogen achtergelaten. Maar deze man, die mij nu nog het laatste -wil ontnemen, wat ik bezit, heeft mij ook mijn vermogen ontstolen. Met -mijn eigen oogen heb ik het testament gezien, waarbij mijn vader mij -tot universeele erfgename benoemde......” - -Zij droogde haar oogen met het fijne, kanten zakdoekje en de markies -vroeg, bijna ongeduldig: - -„En waar bleef dat testament?” - -Op verdrietigen toon antwoordde het jonge meisje: - -„Het document is verdwenen, er werd een ander gevonden, toen papa -gestorven was, waarbij mijn oom als beheerder van mijn vermogen was -benoemd. Ik zelf zou geen enkelen stuiver in handen krijgen, terwijl -mijn vader, die bij zijn leven nimmer een onaangenaam woord tot mij had -gesproken, mij lichtzinnig en verkwistend noemde. - -„Mr. Goal was ook benoemd tot executeur-testamentair en de verdere -voorwaarden luidden, dat hij mij in zijn huis moest opnemen en dat -ikzelf nimmer, maar bij eventueel huwelijk mijn kinderen wel over het -vermogen zouden kunnen beschikken.” - -„Op die manier heeft de schurk er zich warmpjes ingenesteld,” sprak de -markies, wiens neusvleugels trilden van toorn. - -„Nu begrijp ik het, lieve Florence, dat gij het als een schikking van -het noodlot hebt beschouwd, dat wij elkaar hebben ontmoet...! Ook ik -ben het toeval dankbaar, dat mij de gelegenheid geeft, u te kunnen -helpen! - -„Keer gerust met uw oom terug naar Kilburn en wees ervan overtuigd, dat -hij het nimmermeer zal wagen, u een voorstel te doen, dat uw eergevoel -zou kunnen krenken. Ja, hijzelf zal binnenkort blij zijn, als gij hem -uw hulp niet weigert!” - -Verrast, ongeloovig en toch met een uitdrukking van hoop op het -bekoorlijke gelaat, stak zij den markies haar handen toe en riep op -zachten toon: - -„Wilt gij mij helpen? O, zeg mij, wat wilt gij doen? Weet gij iets -omtrent mijn oom?” - -Meer kon Miss Goal niet vragen; de markies kon haar nog slechts met een -stevigen handdruk en een welsprekenden blik zijn hulp toezeggen. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -VERSMADE LIEFDE. - - -Een elegante brunette kwam de trap af. Zij was gekleed in een zeegroen -dinertoilet, dat haar fraaigevormden hals en een deel van den gevulden -boezem vrij liet. - -Mrs. Mabel Morton was zeker niet veel ouder dan Miss Goal, maar de -teedere bekoorlijkheid, die het blonde meisje zoo aantrekkelijk maakte, -ontbrak op haar gelaat, dat ontegenzeggelijk schoon was, maar een te -hartstochtelijke en zenuwachtige uitdrukking had. - -Mrs. Morton groette de jonge dame en wendde zich daarna met een lichte -buiging van haar fier opgericht hoofd, dat met een paar prachtige -zwarte vlechten was gesierd, tot den markies. Lang en doordringend liet -zij haar blik op zijn gelaat rusten. - -Maar de Braziliaan, die, naar hij zelf vertelde, de laatste -afstammeling was van een oeroud adellijk geslacht van Spaansche -origine, keek met ijskouden blik langs de schoone vrouw heen. Op haar -gelaat kwam een scherpe uitdrukking, toen zij zich tot den markies -wendde met de vraag: - -„En wat zegt u wel, mijnheer, van de misdaden, die sinds eenigen tijd -onze hoofdstad zoo in beroering brengen?” - -Met onverholen bewondering de liefelijke verschijning van Miss Goal -nakijkend, die zoo juist met een lachenden afscheidsgroet naar boven -ging, antwoordde de markies: - -„Ik weet werkelijk niet, wat u bedoelt, mevrouw.... misdaden.... mijn -Hemel, er gebeurt zooveel op dat gebied....” - -Maar voordat de dame iets had kunnen antwoorden, klonk de stem van Lord -Clifford, een oude heer met bijzonder knap uiterlijk. Boven aan de trap -staande, mengde hij zich in het gesprek: - -„Maar mijn beste markies, dat behoordet gij toch te weten! Onze geachte -vriendin bedoelt blijkbaar de merkwaardige geschiedenissen, die verteld -worden omtrent dien Raffles, dien aartsschurk....!” - -„Raffles....?” De markies lachte. „Raffles...? Ach, zoo!.... Ja, daar -heb ik natuurlijk ook wel van gehoord....! Dat is die -bewonderenswaardige kerel, die vooral in particuliere woningen de -geslepenste diefstallen pleegt en zijn komst van te voren -aankondigt....” - -„Ja, ja.... juist! Juist....!” - -Lord Clifford liep in de hall heen en weer. - -„Ja, dat is hij! Natuurlijk zijn de malste geruchten in omloop.... Deze -man zou afstammen van een onzer oudste adellijke geslachten. Hij -onderteekent zijn eigenaardige briefjes, die verschillende slachtoffers -vóór den diefstal ontvingen, met den naam John C. Raffles.” - -De markies boog glimlachend zijn donkergelokt hoofd. - -„Het is in elk geval heel beleefd, zijn komst van te voren aan te -kondigen. Maar denkt u ook niet, dat de verhalen erg overdreven zijn? -Misschien heeft de een of ander internationale dief bij een gegoede -familie sieraden of tafelzilver gestolen en heeft een grappenmaker zich -de vrijheid veroorloofd, den bestolene een brief te schrijven, dien hij -heeft onderteekend met den naam Raffles.... Hieruit fabriceert het -groote publiek dan onmiddellijk een heelen roman, hoewel het best een -doodgewoon feit kan zijn geweest....” - -Lord Clifford schudde het hoofd, hij was het niet met zijn gast eens. - -Maar Mabel Morton, die haar oogen onafgewend op den Zuid-Amerikaan -gevestigd hield, antwoordde op bijna uitdagenden toon: - -„Deze verklaring van u is zeer menschlievend ten opzichte van den -beruchten inbreker! Zij stemt echter niet overeen met de feiten... -eenige ervan zijn van algemeene bekendheid, bij voorbeeld de -juweelendiefstal in het huis van den graaf van Kingston en het -verdwijnen der ordeteekenen van den koning. Telkens heeft men even vóór -het plegen van den diefstal bericht ontvangen omtrent de plannen van -den roover en ik meen te weten, dat ook de andere gevallen zich op -dezelfde wijze hebben afgespeeld.” - -„Mevrouw,” sprak de Zuid-Amerikaan, „ik heb geen enkele reden om den -misdadiger, die de algemeene verontwaardiging heeft opgewekt, in -bescherming te nemen!” - -De dame, op wier gelaat groote ontroering te lezen was, antwoordde met -een gedwongen glimlachje: - -„Heb ik dat beweerd?... Ik vind alleen, dat men zich niet moest -bekommeren om zaken, waar men feitelijk buiten staat!” - -En daarop vervolgde zij op kalmer toon: - -„......Ik bedoel,...... och, u hebt gelijk; wij twisten over dingen, -die geheel en al buiten onzen kring omgaan.” - -Lord Clifford wilde nog iets in het midden brengen, maar een blik op de -gezichten van deze twee menschen, waarop hij iets las, dat hij niet -begreep, maar dat hem veel te denken gaf, maakte hem voorzichtig. - -Het maakte op hem den indruk, alsof het tusschen die twee binnen eenige -minuten tot een liefdesverklaring zou moeten komen. En omdat hij gaarne -in alle opzichten zijn gasten aangenaam wilde zijn, besloot hij, hen -alleen te laten. - -„Ik verzoek u, mij nog voor een kwartiertje te verontschuldigen; ik -bedenk opeens, dat ik nog een dringenden brief moet schrijven.” - -Met deze woorden verdween hij in de aangrenzende bibliotheek. - -Nauwelijks had hij de deur achter zich gesloten, of Mabel Morton sprak -met zachte stem tot den markies: - -„Nu zult gij mij niet weer ontsnappen! Eindelijk moet het tusschen ons -tot eene opheldering komen! Denkt gij, dat ik niet heb gezien, hoe gij -dat jonge ding, Florence Goal, het hof hebt gemaakt? Vergeet niet, dat -ik recht heb op uw persoon en dat ik dit recht zal verdedigen tot aan -mijn dood...!” - -Smeekend strekte zij haar handen naar hem uit, waarop hij met een -koelen blik terugweek. „Raoul, wees barmhartig! Ontvlucht mij niet, -verlaat mij niet! Ik bemin je en kan zonder jou niet leven...!” - -Zij zweeg. En terwijl geen enkele trek veranderde op het gelaat van den -man, geen woord van zijn lippen kwam en zelfs geen glimlach om zijn -mond verscheen, bleef zij doodsbleek en met een uitdrukking van wanhoop -op het gelaat, voor hem staan, woorden van liefde en tederheid -fluisterend, die hij niet scheen te hooren. - -Totdat eindelijk, toen hij voor haar smeeken doof bleef en niets haar -zeide, dat hij haar hartstochtelijke woorden had verstaan, in haar -donkere oogen een uitdrukking van haat verscheen. - -Haar fijne vingers kromden zich om zijn arm en buiten zichzelf van -opgewondenheid fluisterde zij hem toe: - -„Wee, als je een andere liefhebt? Ik vernietig jou en haar!” - -Hij ging nog een stap meer achteruit en voordat zij weer kon beginnen -te spreken, vernam men schreden bovenaan de trap. - -Mrs. Clifford naderde met haar dochter Lilith en haar vriendin Miss -Ellen Graven, een rijke Amerikaansche. - -De hall was nu spoedig met gasten gevuld. - -Lord Clifford scheen zijn correspondentie beëindigd te hebben en met -hem verscheen overste Goal aan den arm van Sir Edward Touston. Achter -den ouden militair met zijn goedig uiterlijk liep Lord Emmerding in -gezelschap van Miss Florence Goal. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -DE GEHEIMZINNIGE DWERG. - - -Het diner was afgeloopen en vroolijk lachend en pratend begaven sommige -paren zich weer naar de hall. - -„Het is mij werkelijk zeer onaangenaam,” sprak Clifford tot Sir Edward -Touston, in wiens gezelschap hij van een fijne sigaar genoot. - -„Die geheimzinnige dief brengt mij werkelijk in verlegenheid. - -„Ik heb, zooals gij weet, hier aan den vertegenwoordiger van de -Regeering uitgestrekte landerijen verkocht namens onze geheele -graafschap. Dit staat in verband met den aanleg van het nieuwe kanaal. - -„Morgen zal de uitbetaling plaats hebben, van de zeer aanzienlijke -geldsom, namelijk 100,000 pond sterling en wel in mijn huis. - -„Als de verkoop slechts mij zelf aanging, dan zou ik het bedrag -eenvoudig op mijn Bank overdragen. Dat is nu echter onmogelijk, omdat -ik in dit geval te maken heb met een menigte kleine boeren, die niet -tevreden zijn met een stukje papier, een cheque, die zij moeten -inlossen. - -„Die menschen hebben het liefst hun geld aan contanten uitbetaald en -daarom ben ik genoodzaakt, het geheele reuzenbedrag juist nu in mijn -huis te hebben. - -„Ik heb natuurlijk een stevige brandkast, maar iedereen weet, dat -dergelijke veiligheidsmaatregelen tegenover onze tegenwoordige -inbrekers van nul en geener waarde zijn. - -„Die kerels werken met alle hulpmiddelen der moderne techniek en ik -moet u bekennen....” Lord Clifford sprak met gedempte stem: „Ik ben -niet op mijn gemak....!” - -Sir Edward Touston, die vroeger bij de marine had gediend en die een -onverstoorbare kalmte bezat, glimlachte. - -„Gij zult toch waarschijnlijk al die kletspraatjes niet gelooven, -Mylord! Die geheimzinnige schurk is ook maar een doodgewoon mensch. -Laat des nachts uw honden los en geef uw bedienden revolvers. Als dat -alles nog niet helpt, laat dan een paar Londensche detectives komen, -die gij wacht laat houden vóór uw brandkast. De boeren zullen spoedig -genoeg hier zijn om hun geld in ontvangst te nemen en dan zijt gij van -alles af!” - -Lord Clifford schudde het hoofd en op dit oogenblik naderde overste -Goal het tweetal, informeerende naar het onderwerp van hun gesprek. - -„Wij hebben het juist over dien geheimzinnigen inbreker,” sprak Lord -Clifford. „Ik ben toevallig genoodzaakt, veel geld in huis te hebben en -dus is het begrijpelijk, dat ik enigszins bezorgd ben!” - -„Veel geld?” vroeg overste Goal met van hebzucht fonkelende oogen. - -„Ja,” antwoordde Lord Clifford, „ongeveer 100,000 pond.” - -Deze woorden brachten een grooten ommekeer te weeg op het gelaat van -den ouden kolonel. Begeerig likte hij zijn lippen af en zijn vingers -kromden zich krampachtig als wilde hij een flinken greep doen in een -reusachtigen zak met goud. - -„Ah, 100,000 pond,” ontsnapte het aan zijn lippen, die verdwenen onder -een dichte grijze snor. - -Deze woorden trokken de aandacht van alle andere aanwezigen. Binnen -eenige minuten was ieder op de hoogte van den toestand. - -Men lachte en schertste en maakte Lord Clifford tot het onderwerp der -algemeene bespotting, waaraan zelfs zijn echtgenoote, een -aristocratische bleeke dame, meedeed. - -Het meest lachte Lilith, een bekoorlijke brunette, de vriendin van Miss -Florence Goal. - -Deze beide meisjes—ook Miss Florence scheen weer in een vroolijke -stemming te zijn—putten zich uit in fantastische beschrijvingen van een -avontuur, dat zij gaarne met den geheimzinnigen dief zouden willen -hebben. - -„Ik geloof,” sprak Lilith, „dat hij galant genoeg zou zijn om mij niet -te bestelen.” - -„Zeker!” klonk het nu uit den mond van markies di Sao Balbo, welke tot -nu toe alleen met een glimlach aan het gesprek had deelgenomen. - -Maar alsof hij reeds spijt had van dit enkele woord, vervolgde hij op -onverschilligen toon: - -„Want iemand, die zooals men beweert, afstamt uit een der oud-Engelsche -families, kan natuurlijk niet anders dan beleefd zijn tegenover dames.” - -Maar de anderen schudden het hoofd en beweerden, dat men het er liever -niet op aan moest laten komen. - -„O!” riep Lilith met een guitig lachje, „daaromtrent zouden wij gauw -zekerheid kunnen hebben. De markies heeft ons eergisteren beloofd, een -kleine séance in ons midden te zullen houden. Wij roepen eenvoudig den -geest op van dezen genialen dief!” - -„Maar dat gaat niet!” fluisterde Miss Ellen Graven. „Wij hebben bij ons -in Amerika dikwijls met geesten gesproken, maar men kan niet een levend -mensch oproepen!” - -„Welnu,” meende Sir Edward Touston, „dan zouden we Raffles eerst dood -moeten slaan, voordat we zijn geest oproepen!” - -Mrs. Mabel Morton echter sprak: - -„Ik geloof, dat wij den markies gerust kunnen vertrouwen. Als hij dezen -merkwaardigen misdadiger wil laten spreken, kunt gij er van verzekerd -zijn, dat hem dit zeer gemakkelijk zal vallen, nietwaar markies?” - -De Zuid-Amerikaan dacht even na, daarop boog bij toestemmend het -interessante hoofd en sprak, zonder de aanwezigen aan te zien: - -„Ik zou het gezelschap dan in elk geval moeten verzoeken, mij te volgen -naar de bovenvertrekken van het huis. Toen men mij onlangs verzocht, -een séance te houden, heb ik het vertrek aan de zijde van den vijver—ik -geloof, dat het een met gele zijde gestoffeerde salon is—daartoe -bijzonder geschikt bevonden. Gij moet namelijk weten, dat de geesten -volstrekt geen genoegen nemen met iedere kamer. Er zijn bepaalde -afmetingen noodig. - -„De geluiden mogen in een dergelijk vertrek niet al te duidelijk zijn, -maar zoo zacht mogelijk klinken, want de geesten houden er niet van, -zich al te luide te openbaren.... Alles moet op zachten en gedempten -toon toegaan, ook zijn zij gevoelig voor leelijke en schelle -kleuren.... Ja, u glimlacht, mijne heeren, maar wie, zooals ik, reeds -jarenlang in innig contact staat met hen, die niet meer bij ons zijn, -en die ons toch voortdurend omringen, die heeft geleerd, hen te -begrijpen en rekening te houden met hun wenschen! - -„Als de gastheer het toestaat, zullen wij ons naar boven begeven naar -dat vertrek!” - -Een bijna plechtige stemming had zich meester gemaakt van het kleine -gezelschap. De meeste van deze anders zoo spotlustige en oppervlakkige -menschen waren onder den indruk van het geheimzinnige, waarmee de -overigens zoo verlichte Engelschen zich gaarne omgeven. - -Er was misschien niemand onder hen, die de gemeenschap met de -onbelichaamde geesten voor onmogelijk hield en de markies di Sao Balbo -verzamelde een tamelijk geloovig gezelschap om zich heen, toen men het -gele salon had bereikt en de bedienden van den Lord met groote snelheid -de meubelen, op enkele stoelen na, hadden verwijderd. - -Een kleine tafel, bedekt met een zwart fluweelen kleed, bleef in het -midden van het vertrek staan, en daarvoor nam de markies di Sao Balbo -plaats, gezeten op een tabouret, waarop hij eenige kussens had gelegd. - -Het slot was voorzien van electrisch licht. Een geweldige dynamo, wier -geluid verloren ging in de gewelfde kelderruimte, verschafte den -stroom, die het geheele kasteel, dat te midden der landelijke -eenzaamheid lag, verlichtte. - -Behalve een enkele vlam, werden alle lichten uitgedraaid. - -Het was volkomen stil in het niet overgroote vertrek, waarin de -voorname Engelsche dames en heeren op tamelijken afstand van den -markies zaten te wachten op de dingen, die komen zouden. - -De kleine, met een tot op den grond afhangend kleed bedekte tafel, ging -nu onder de handen van den markies ongeveer een voet de hoogte in en -begon met schommelende bewegingen in een halven cirkel om den -Zuid-Amerikaan heen te draaien. - -Tegelijkertijd vernam men, als uit de diepte komend, een gegons van -stemmen, alsof menschen in een vreemde taal een ernstig lied zongen. -Dat duurde ongeveer een minuut en hield toen plotseling op, terwijl de -tafel weer tot op den vloer neerdaalde en daar bleef staan. - -Nu stond de markies op, hij liep naar den muur, waar niemand zat en nam -een klein pakje uit zijn zak, waaruit hij, bukkend, op ongeveer twee -meter afstand van den muur, een witachtig poeder op den vloer strooide. - -Nadat hij dit met een waslucifer in brand had gestoken, sprong hij -terug, terwijl het vuur zich bliksemsnel over het poeder verspreidde. - -De hiermee gepaard gaande zwakke knal had de dames verschrikt, maar nog -voordat zij van de verbazing waren bekomen, zweefden roode, welriekende -wolken langs den met zijde bekleeden muur omhoog. - -Uit dezen nevel, die langzamerhand wegtrok door een venster, dat de -markies had geopend, kwam een klein wezen te voorschijn van nauwelijks -een meter lengte, misvormd en gebocheld en met een wanstaltig, -buitengewoon leelijk hoofd. - -Terwijl hij met boosaardige roofdieroogen het voorname gezelschap -opnam, bleef de kleine man tegen den muur staan; daarna keek hij op -naar den markies, die plotseling een kleine zweep in de hand hield, -waarmee hij den dwerg dreigde. (Zie het titelblad.) - -„Wat een verschrikkelijk schepsel!” fluisterde de schoone Lilith, „o, -kijk eens hoe vies hij eruit ziet!” - -Maar haar vriendin, tot wie deze woorden gericht waren, keek sidderend -naar haar oom, kolonel Goal, die in het halfdonker van de kamer veel -minder notitie nam van den geheimzinnigen dwerg dan van de mooie -Florence, wier gestalte hij met begeerige blikken verslond. - -Op dit oogenblik weerklonk de stem van den geesten-bezweerder met bijna -onherkenbaren klank. Op bevelenden toon klonk het: - -„Vertel ons, wie je bent!” - -De dwerg kromde zich als een worm, maar scheen niet van plan om te -antwoorden. Eerst toen de markies hem met de zweep dreigde, stiet hij -eenige onsamenhangende geluiden, uit, waaruit men alleen kon begrijpen, -dat hij „Jim Gocky” heette en weer weg wilde. - -„Je blijft!” gebood hem de markies, „en je zult ons zeggen, wat je weet -van Raffles, die zich de Groote Onbekende noemt!” - -De dwerg grijnsde als een duivel; eindelijk sprak hij: - -„....hij is er.... daar is hij.... en hij is weer verdwenen....! Als -hij komt, luidt de groote bel.... waar geld of schatten verborgen zijn, -weet hij ze te vinden.... Hij neemt het van de rijken en geeft het aan -de armen....” - -Zonder zich te storen aan de verbaasde uitroepen van de toeschouwers, -vroeg de markies verder met de grootste kalmte: - -„En kun je ook vertellen, Jim Gocky, waarheen John Raffles zich den -eerstvolgenden keer zal begeven?” - -De dwerg aarzelde weer, hij scheen weer geen lust te hebben om te -antwoorden. - -Met een sprong stond de markies naast hem, de zweep snorde door de -lucht en de kleine man sloeg als om genade smeekend de handen voor het -gelaat Daarop schreeuwde hij: - -„Hierheen zal hij komen....! Hierheen komt hij, reeds morgen....” - -Lord Clifford was opgestaan en sprak met eenigszins onvaste stem tot -den markies: - -„Zoudt u hem eens willen vragen, wat Raffles hier zal komen doen?” - -Maar er was geen woord meer uit den dwerg te krijgen. Hij hurkte op den -vloer neer en keek om zich heen als een getergd aapje, dat angstig een -uitweg zoekt om te vluchten. - -De markies haalde de schouders op, daarop nam hij weer het pakje met -het witte poeder uit zijn zak en strooide de rest ervan op dezelfde -wijze als daarstraks langs den muur en rondom den dwerg. - -Het waslucifertje vlamde op, rozeroode, welriekende wolken stegen op -naar het plafond en toen deze waren verdwenen, was er ook van den dwerg -niets meer te zien. - -Maar een koude tocht trok door de kamer en Sir Edward Touston, de -ongeloovigste van het gezelschap, sprak tot zijn vriend Lord Clifford: - -„Vanwaar kwam plotseling die koude luchtstroom? De deuren en vensters -zijn toch gesloten!” - -De dames omringden vol bewondering den markies en vroegen hem om -opheldering van het vreemde geval. Deze echter maakte er zich af met -een fijnen glimlach. Hij ging naar beneden en verzocht den gastheer, -zijn automobiel te laten voorrijden, daar hij nog naar Londen moest, -waar hij in de Club werd verwacht - -Tegelijk met den Zuid-Amerikaan nam, ondanks het algemeene protest der -aanwezigen, diens jonge vriend, Mr. Rudge Fitzgerald, afscheid en -eenige minuten later hoorde men het zich verwijderend getuf van den -Mercedes-wagen. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -IN „BLACK HORSE”. - - -Tegen den avond van dienzelfden dag had een ondoordringbare mist zich -boven Londen samengepakt. De menschen waren omhuld door dikke, zwarte -wolken en het was zeer gevaarlijk voor hen, die niet nauwkeurig den weg -in deze reuzenstad kenden. Op de hoeken der straten zag men met -brandende fakkels voorziene jongens staan, die zich aanboden om de -personen, die in den mist mochten zijn verdwaald, weer op den goeden -weg te brengen. - -Hoe ongelooflijk het ook klinkt, toch is het een feit, dat men op een -afstand van drie schreden niets meer kan onderscheiden in dezen -ondoordringbaren nevel, die daarenboven de ademhaling bijna onmogelijk -maakt. - -De couranten bevatten na een dergelijken mist steeds lange lijsten van -verongelukte en zoek geraakte personen. En dat is het nog niet alleen, -waaraan de Londenaar in die dagen is blootgesteld, maar beschermd door -dezen vuilen sluier, die de geheele stad in zijn geheimzinnige -ondoordringbaarheid verborgen houdt, loert overal de misdaad! - -In het Oostelijk deel der stad ligt de wijk der ellende: Whitechapel. -Een net en fatsoenlijk gekleed mensch behoort daar tot de -zeldzaamheden; in de goten vindt men beschonken mannen en, wat nog -erger is, beschonken vrouwen. - -Daar, waar Whitechapel Road eindigt en waar Mile End begint, gaat naar -rechts de Sidney Street Op dien hoek, verlicht door een straatlantaarn, -stond midden in den nevel, in pikdonkeren nacht, een hooge gestalte in -een wijden zwarten mantel. - -Het scheen, alsof de man, die op geen vijf pas afstands te zien was, op -iemand wachtte. - -Een torenklok verkondigde het middernachtelijk uur. - -Na eenige oogenblikken ging de onbekende de Sidney-street in, waar hij -bij den hoek der eerstvolgende zijstraat weer bleef staan wachten. - -Hoewel hij in gedachten verdiept scheen te zijn, ontsnapte het toch -niet aan zijn aandacht, dat door den nevel heen iets naderbij kwam. - -En plotseling werd hij van twee kanten tegelijk beetgepakt, terwijl men -trachtte, hem neer te werpen. - -De onbekende verdedigde zich niet, hij bewoog zich nauwelijks, hij -sprak slechts een enkel woord. - -Even snel als zij hem hadden aangevallen, lieten de aanranders hem los. -Een van hen mompelde: - -„Vergeef het ons, mijnheer, dat komt van den mist!” - -Daarop verdwenen beiden in de duisternis, terwijl zij den eenzamen man, -die heilig scheen in de oogen van roovers en moordenaars, alleen -achterlieten. - -Deze vervolgde zijn weg, totdat hij in een herberg kwam, wier -verlichting een zwak schijnsel op straat wierp. Maar hij ging de deur -van het gebouw voorbij, liep naar den muur en was opeens verdwenen, als -opgeslokt door de zwarte, vochtige wolken. - -In de herberg, die bij de misdadigers, welke hier samenkwamen, bekend -stond onder den naam „Black Horse” (Het Zwarte Paard), heerschte een -vreeselijk lawaai. - -Het was een groot vertrek gelijkvloers, dat, gevuld met menschen en -sigarenwalm, een helsch schouwspel vertoonde. - -Meiden van het minste allooi, met oude, vuile zijden lappen opgedirkt, -met rood geschilderde wangen en zwart omrande oogen, hokten hier samen -met haar minnaars, van wie geen enkele zijn brood op eerlijke wijze -verdiende. - -Op een podium achter in de zaal droegen een neger en een negerin -schuine liedjes voor, waarbij zij op de banjo speelden. Het schrille, -oorverdoovende geluid van het instrument werd echter door het ruwe -geschreeuw en het krijschende lachen der gasten overstemd. - -Op eenigen afstand daarvan zaten aan een lange tafel verscheiden -mannen, die zich bezighielden met allerlei hazardspelletjes. Tusschen -hen bevonden zich ook eenige lieden, naar hun roode haren te oordeelen, -Ieren, die niet tot de gewone bezoekers behoorden, maar welke hierheen -gelokt waren en nu blijkbaar werden uitgeplunderd. - -Reeds beschonken door den hun aangeboden jenever en whiskey, volgden de -Ieren met starende blikken het verdwijnen van hun zuur verdiende -shillingen. - -Plotseling echter scheen een van hen argwaan te krijgen. Misschien had -hij opgemerkt met welke oneerlijke praktijken de bankhouder zich -ophield. De Ier greep, terwijl hij met zijn geheele bovenlijf over de -tafel leunde, naar zijn inzet, om zoodoende het geld weer in zijn bezit -te krijgen. - -Maar de bankhouder, een kerel met een boeventronie, haalde in een -oogwenk een lang mes te voorschijn en nagelde daarmee met een enkelen -stoot de hand van den Ier op de eikenhouten tafel vast. - -De man brulde als een stier, die een bijlslag heeft gekregen! Hij en -zijn makker deden alle moeite om de stevig aan de tafel vastzittende -hand te bevrijden en nu ontstond een verschrikkelijk tumult, een woeste -vechtpartij begon en de beide Ieren, waarvan de eene bijna bewusteloos -was geworden door pijn en bloedverlies, werden steeds meer naar den -uitgang gedrongen. - -Daar weerklonk te midden van het rumoer, het aanhoudend luiden van een -bel! Het was, alsof dit geluid verlammend werkte op alle aanwezigen. -Angstige stilte volgde op het ongehoorde alarm en toen men de deur weer -had gesloten achter de beide naar buiten gedreven Ieren, durfden de -gasten slechts nog op fluisterenden toon met elkander te praten. - -„Hij....! Hij is er....! Hij!” - -De herbergier, wiens buffet met ijzeren rasterwerk was -afgesloten—alleen door een kleine opening, die afgesloten kon worden, -bediende hij zijn gasten—verliet, nadat hij het loketje gesloten had, -zijn plaats achter de toonbank door een zijdeur en liet zijn gasten -over aan hun bijgeloovige vrees. - -Niet lang daarna kwam de herbergier, wien men „Double” (de dubbele) -noemde, waarschijnlijk wegens zijn enormen lichaamsbouw en -ongelooflijke kracht, in het lokaal terug, op luiden toon twee namen -uitroepende: - -„Red Bill en Tête Renard!” - -De „Rooje” en „Vossekop”, welke laatste op afschuwelijke wijze geleek -op het roofdier, waaraan hij zijn bijnaam te danken had, gingen stil en -bescheiden naar de kleine deur, die de herbergier voor hen had -opengesloten en waren, blijkbaar benijd door hun makkers, een oogenblik -later verdwenen. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -„HIJ”. - - -De beide mannen volgden als schuwe kinderen den kastelein eene trap op, -daarna door een gang weer naar beneden, om vervolgens een andere trap -te bestijgen, totdat zij, in een ander gebouw aangekomen, voor een deur -bleven staan, waardoor de herbergier verdween. - -Toen deze deur weer geopend werd, zagen de mannen het voorste gedeelte -van een vertrek, dat met overdadige weelde was ingericht en dat door -middel van zware, donkerrood fluwelen gordijnen in twee helften was -verdeeld. - -Vossekop en de Rooje bleven met onderdanigen eerbied op eenige passen -afstand van deze portière staan. Opeens klonk een zilveren bel, -dezelfde, die zooeven de geheele misdadigersbende had doen ineenkrimpen -van schrik en dit geluid werd driemaal herhaald. - -De beide mannen durfden nauwelijks ademhalen. - -Hij was in hun nabijheid! - -Hij zou hun zijne bevelen geven....! - -Zij wisten, dat zij hem moesten gehoorzamen en dat hun de dood wachtte, -als zij zich zouden willen onttrekken aan dat, wat hij van hen eischte. - -En zij dachten er geen oogenblik aan, hem ongehoorzaam te zijn. Evenals -al hun kameraden vereerden zij dezen geheimzinnigen man, wien geen -hunner nog ooit had gezien en die als een God over deze ruwe kerels -heerschte. - -Zij wisten ook, dat zij niet beter konden doen dan stipt te -gehoorzamen. Hij, in wiens dienst zij allen stonden, was mild als een -vorst. - -Wanneer een van hen allen in moeilijkheden of ellende verkeerde, dan -kreeg hij op soms onverklaarbare wijze hulp en bijstand. Hij vond -vrienden, waar hij vroeger niemand had gekend. De knapste advocaten -namen kosteloos zijn verdediging op zich, als hij voor het gerecht -moest komen. - -Geraakte hij in de gevangenis, dan werden hem op geheimzinnige wijze -allerlei tegemoetkomingen verleend, in sommige gevallen openden zich -zelfs de poorten van dit sombere gebouw voor hem of onzichtbare handen -verschaften hem in zijn cel de werktuigen met wier behulp hij zich kon -bevrijden. - -Aan al deze dingen dachten misschien de beide geslepen spitsboeven, -toen de zilveren bel weerklonk en een heldere, bijzonder kalme stem -achter de rood-fluweelen gordijnen de woorden sprak: - -„Ik heb jullie laten roepen, omdat ge nog dezen nacht naar Kilburn moet -gaan. Gij moet daar een document gaan halen en het is best mogelijk, -dat men het u lastig zal maken. Ik zeg jullie echter bij dezen, dat je -alleen dàn levend moogt terugkomen, als ge het document in handen hebt. -De inrichting van het huis, waarin zich het stuk bevindt, en alles, wat -gij verder nog dient te weten, zal men u dadelijk uiteenzetten!” - -Bij de laatste woorden scheen het licht uit te gaan achter de fluweelen -portière en een oogenblik stonden de beide boeven in pikdonker. Daarna -echter werd het weer helder licht en plotseling stond een kleine, -misvormde man voor hen, niet grooter dan een tienjarige knaap, met een -afschuwelijk gevormd hoofd en verfoeilijke gelaatstrekken. - -Het was dezelfde dwerg, die des avonds in Het slot van Lord Clifford -was verschenen en wien markies di Sao Balbo naar den geheimzinnigen -Raffles had gevraagd. - -De kleine misvormde man gaf den Belg een zwart couvert, dat op de -keerzijde voorzien was van de gouden letters „J. R.” - -Daarop ging het mannetje naar de deur, opende deze en boog met een -hoonenden grijnslach tegen de beide misdadigers, die nu heengingen. - -De beide kerels hadden den moed niet, den brief dadelijk te openen. -Buiten de deur wachtte de herbergier weer op hen, die hen naar de kroeg -teruggeleidde. Hij volgde nu echter een anderen weg. - -Eerst toen zij weer in „Black Horse”, de herberg, die als -verzamelplaats der misdadigers diende, waren teruggekeerd en in een -eenzaam hoekje hadden plaats genomen, maakten zij het couvert open. - -Zij vonden daarin een klein briefje, waarop met de schrijfmachine was -geschreven: - - - Kilburn, Gloucester Street 3. Colonel Goal. Gevaarlijke hond. - Vanuit den tuin door het raam. Gewapende bediende; onschadelijk - maken. Gelijkvloers rechterhand studeerkamer. Schrijftafel, geheim - vak document, dadelijk meebrengen. - - JOHN C. RAFFLES. - - -En de twee voor niets terugdeinzende kameraden aarzelden geen oogenblik -om het hun gegeven bevel uit te voeren. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -DE GESTOLEN MILLIOENEN. - - -Men had gelachen in de villa Van Lord Clifford om de voorspellingen van -het mannetje, wiens verschijning verschillende leden van het -gezelschap, dat de séance had bijgewoond, toeschreven aan een handig -goochelkunstje van den markies di Sao Balbo. - -Dergelijke spiritistische séances worden dikwijls gehouden in Engelsche -gezelschappen en de soms zeer verrassende resultaten verbazen niemand -meer. - -Al naarmate het publiek minder of meer goedgeloovig is, beschouwt men -ze als werkelijke uitingen van de geestenwereld, of wel men ziet er -slechts de goedgelukte kunstjes in van een soort toovenaar of -goochelaar. - -Toch had Lord Clifford, die onmetelijk rijk was, maar die niet veel -lust gevoelde om een zoo groote som te verliezen, een beroemd detective -bij zich laten komen. - -Met groote gastvrijheid stelde hij Mr. Holliday, den detective, aan -zijn logé’s voor, welke geen van allen lieten merken, hoe weinig deze -corpulente persoon met zijn zelfbewusten blik deze fijnbeschaafde -aristocraten in hun midden welkom was. - -Het was het uurtje van de five o’clock tea en de dames hadden zich in -haar lichte avondtoiletten reeds in de hal verzameld. Slechts Miss -Florence Goal, de nicht van den overste, en deze zelf ontbraken nog. - -Markies di Sao Balbo onderhield zich met den detective, die hem lange -verhalen deed over zijn voortdurend succes. - -„Ik ben dezen Grooten Onbekende reeds lang op het spoor”, snoefde hij, -„en ik kan u verzekeren, heer markies, dat de kerel eigenlijk een -groote stommerd is. Hij vertelt van te voren, waar hij zal komen -stelen! Daarenboven geeft hij overal brieven af! Zijn zwarte brieven -zijn reeds berucht geworden! - -„Geloof mij, heer markies, het kan niet zoo heel moeilijk zijn, om zulk -een onvoorzichtigen misdadiger te ontmaskeren....!” - -Een ironisch lachje speelde om den mond van den markies, toen hij -antwoordde: - -„Voor zoover ik weet, voert deze geheimzinnige persoon zijn praktijken -reeds meer dan een jaar lang uit. Mij dunkt, Mr. Holliday, dat gij en -uw collega’s gelegenheid genoeg hebt gehad om den Grooten Onbekende in -uw bezit te krijgen.” - -De detective lachte gemaakt en sprak: - -„Zeer juist, zeer juist! Maar het is heel moeilijk om toegang te -verkrijgen tot de aristocratische gezelschappen. Men roept mijn hulp -eerst dan in, als de diefstal reeds gepleegd is en als het spoor van -den dief verloren is gegaan. Het is juist zoo merkwaardig dat deze man -altijd soirées, jachtpartijen of bals uitzoekt om zijn slag te slaan.” - -De markies knikte toestemmend. - -„Nu, deze keer zal het beter gaan. Onze gastheer heeft tijdig aan u -gedacht en juist u hier laten komen, omdat gij als zeer bekwaam bekend -zijt! Ik hoop, dat gij ons het genoegen zult doen, den dief, als hij -ten minste komt, in ons bijzijn te vangen.” - -Na deze woorden verdween de markies met een hoofdknik door de zware -pluche gordijnen naar de aangrenzende bibliotheek. Hij wist, dat dit -vertrek een uitgang had naar een zijgang, waardoor men ook naar de -bovenverdieping kon komen. Zonder dat zijn schreden hoorbaar waren op -de dikke loopers, spoedde hij zich naar boven, waar hij geruischloos -naar de deur van Florence’s kamer sloop. - -Zijn hart was vervuld van medelijden met het jonge meisje, wier groote, -zielvolle oogen steeds vol droefheid op hem gericht waren en hij -vreesde voor haar, sinds hij gisteren had vernomen, welk een -hardnekkigen vijand zij in haar oom bezat. - -Een geruimen tijd hoorde hij niets. Daarop echter vernam hij zuchten en -kermen en het kwam hem voor, als hoorde hij Florence’s zachte stem en -daartusschen dreigende woorden van den ouden overste. - -Opeens klonk daar binnen een gil, de markies opende de deur en trad de -kamer binnen, waarin hij den overste bij een tafel zag staan. Zijn -rechterhand bloedde, terwijl Miss Florence doodsbleek, met groote, -angstige oogen een eind van haar oom verwijderd, tegen een kast leunde. - -„Wat wilt gij hier?” beet de oude kolonel den markies toe. - -„Ik vraag excuus, als ik stoor”, antwoordde deze, „maar ik hoorde den -hulpkreet van een vrouw en meende misschien van dienst te kunnen zijn.” - -„Niemand verlangt uw hulp, gij zijt een indringer!” riep de kolonel -uit. „Ik begrijp niet, hoe men zoo onbeschaamd kan zijn, zonder -toestemming de kamer van een ander binnen te dringen.” - -De markies zag, dat bij het jonge meisje een kleine dolk op den vloer -lag. Hij begreep uit de houding dezer twee menschen, uit de gewonde -hand van den overste en de doodelijke bleekheid, die het schoone gelaat -van Miss Florence bedekte, wat hier gebeurd was: De overste had -getracht, geweld te gebruiken om zijn nicht tot zijn slachtoffer te -maken en het arme meisje, wie niets anders overbleef, had zich van een -wapen bediend, dat zij als laatste verdedigingsmiddel steeds bij zich -droeg. - -De rijzige man met het trotsche gelaat wisselde een langen blik van -verstandhouding met Florence Goal en ging daarna naar de deur terug, -terwijl hij sprak: - -„Het gezelschap is reeds in de hall bijeen en men mist u reeds, -kolonel! Veroorloof mij u den raad te geven, niet al te lang meer hier -boven te blijven!” - -De overste wilde een onaangenaam antwoord geven, maar in de donkere -oogen tegenover hem lag zulk een gebiedende uitdrukking, dat de oude -militair zich met een minachtend schouderophalen omdraaide en het aan -zijn nicht overliet, te antwoorden: - -„Oom en ik verzoeken u, heer markies, ons nog eenige oogenblikken te -willen verontschuldigen. Wij zullen dadelijk komen.” - -Toen na een korte poos—de markies was weer in de hall teruggekeerd en -stond met den gastheer te praten—kolonel Goal en zijn nicht tusschen de -gasten waren verschenen, bemerkte markies di Sao Balbo, dat de hand van -den overste met een breede streep pleister was bedekt. - -Hij glimlachte even en bewonderde den heldenmoed van het geliefde -meisje, dat met het wapen in de hand haar eer verdedigde. - -Er werd gemusiceerd en eenige der heeren, waaronder ook Sir Edward -Touston, begaven zich naar het rooksalon, om daar een partij piquet te -spelen, waaraan echter de overste geen deel nam. - -Deze waakte met Argusoogen over zijn nicht en de Zuid-Amerikaan had -zoodoende geen gelegenheid, het jonge meisje te naderen. - -Mr. James Holliday, de detective, had het hoogste woord. Hij onderhield -de dames met afschuwelijke rooververhalen, waarin hijzelf steeds de -voornaamste rol speelde. - -In den loop van den avond zocht Mrs. Morton den markies te naderen. - -Hij zat in een fauteuil en bekeek een portefeuille met kopergravures, -die kiekjes voorstelden uit de Schotsche Hooglanden, toen hij -plotseling door een bekende stem zijn naam hoorde uitspreken. - -„Raoul....! Hoe lang denk je, dat ik nog geduld zal hebben....? Ik wil -alles voor je doen! Zelfs mijn met moeite veroverde plaats in deze -gezelschappen wil ik prijs geven! Ik wil alleen jou hebben....! Maar -zonder jou kan en wil ik niet leven. Zeg mij dus, hoe je erover denkt, -of....” - -Door haar gloeienden hartstocht overmand, was hij niet in staat, nog -een woord te zeggen. - -De markies had met een koel glimlachje haar Mabel Morton geluisterd en, -terwijl hij schijnbaar vol aandacht naar de Schotsche Hooglanden keek, -antwoordde hij, even zacht als zij had gesproken: - -„Wat wilt gij eigenlijk van mij?” - -De kleine, gevulde gestalte, die haar donkergelokt hoofd over de platen -had gebogen, beefde zoo, dat hij het aan haar arm merkte, die den zijne -aanraakte. En bijna gevoelde hij medelijden met haar. - -Maar daarop gleed zijn blik snel en onmerkbaar naar de andere zijde van -het vertrek, waar Florence Goal en Lilith Clifford bij elkaar stonden, -een heerlijk contrast samen vormend van goudblond en kastanjebruin. - -En met hetzelfde koude glimlachje op zijn gebruind gelaat fluisterde -hij: - -„Doe wat u goeddunkt. Ik hoop, dat men uw verhalen zal gelooven!” - -Daarop stond hij met een beleefde buiging op en ging met een -vastberaden trek op het gelaat naar de beide jonge meisjes, die hem met -een vroolijken lach verwelkomden. - -De thee werd rondgediend en men nam van de sandwiches en gebakjes, die -de bedienden presenteerden, terwijl de liefhebbers van alcoholische -dranken zich te goed konden doen aan velerlei fijne merken. - -Tegen tien uur nam kolonel Goal afscheid en Florence moest zijn -gebiedenden wenk om hem te volgen, gehoorzamen. Maar toen zij dicht -langs den markies heenging, hoorde zij de fluisterende woorden uit zijn -mond: - -„Vrees niets, ik waak!” - -Zij groette hem met een glimlachende buiging van haar mooi kopje. - -De andere dames volgden spoedig daarop en ook eenige heeren trokken -zich op hun kamers terug; andere bleven nog in het rooksalon, waar -gespeeld werd. Hierheen begaf zich ook de markies di Sao Balbo. - -Alleen de detective en Lord Clifford bleven in de hall achter. - -„Het blijft dus bij onze afspraak”, zei de Lord, „en ik hoop, dat gij -alle mogelijke maatregelen genomen zult hebben, Mr. Holliday.” - -Deze knikte toestemmend. - -„Zeker, Mylord, mijn beide helpers moeten dadelijk komen!” - -Tegelijkertijd hoorde men het verwijderd geluid van de bel en -onmiddellijk daarop kondigde een bediende twee heeren aan, die Mr. -Holliday wenschten te spreken. - -„Daar zijn zij!” riep deze op gewichtigen toon uit. - -Eenige oogenblikken later leidde de bediende twee niet zeer elegant -gekleede heeren binnen, die naar hun uiterlijk veel overeenkomst hadden -met oude, afgedankte soldaten van het koloniale leger. Het waren lange, -magere kerels met diepliggende oogen in de geelbruine gezichten. Zij -zagen er beiden naar uit, alsof zij niet vies waren van een flinken -borrel. - -De Lord gaf bevel, beiden mannen te eten en te drinken te geven in de -dienstbodenvertrekken natuurlijk. - -Toen hij weer met Mr. Holliday alleen was, vroeg hij: - -„Gij wenscht dus zelf mijn studeerkamer te bewaken?” - -„Ja, ik zelf denk daar te blijven. Mijn beide speurhonden zet ik in de -bibliotheek en de hall. Zoodoende kan niemand mij naderen, of hij moet -hen eerst passeeren. En ik verzeker u, Mylord, dat die twee stevige -vuisten hebben! En al was John Raffles een spook, of al kwam hij door -den muur of het raam, dan toch zou hij eerst mij voorbij moeten. En ik, -Mylord, ik.... Kijk mij eens aan; zooals ik hier voor u sta, zal ik met -dezen kerel, met dezen schurk, dezen belachelijken spitsboef het eerste -honderdtal misdadigers volmaken, die ik reeds achter de tralies heb -gebracht!” - -Onaangenaam aangedaan door deze groote zelfingenomenheid, nam Lord -Clifford afscheid van den detective, die nu door de bibliotheek naar de -studeerkamer van den Lord ging, waar diens brandkast zich bevond. - -Daar nam Holliday plaats in een stoel bij het vuur, zette zijn groote -voeten op het koperen hekje rondom den haard en begon zijn taak. Hij -hoorde, hoe de gasten van den Lord zich in de bibliotheek nog op luiden -toon met elkaar onderhielden, hoe daarna de piquetspelers opstonden en -zich langzaam verwijderden. - -Langzamerhand werd het al stiller en stiller in het huis, ook de -bedienden, die nog het een en ander moesten opruimen, schenen zich nu -ter ruste te hebben begeven. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -HET ZWARTE MASKER. - - -De lange gang, waarop de logeerkamers uitkwamen, was flauw verlicht -door een lamp met donkergroen glas. Achter de deuren der vertrekken -hoorde men nauwelijks nog eenig geluid, misschien een enkele zucht, in -een benauwden droom geslaakt. - -Het geheele huis scheen in diepe rust gezonken te zijn. - -Plotseling was het, alsof uit de donkere schaduwen, die den muur -bedekten, een hooge, slanke, in het zwart gekleede gestalte te -voorschijn kwam, welke snel en zonder eenig geluid te maken, zich over -den dikken ganglooper voortbewoog. - -Aan de andere zijde der trap bevonden zich eenige deuren, waarheen de -geheimzinnige nachtwandelaar zich begaf. Het geheele lichaam van den -man was gehuld in een zwart, nauwsluitend tricot en zijn oogen -schitterden door de openingen van een zwart fluweelen masker, dat het -geheele hoofd omsloot. - -Hij verdween in de vertrekken, welke Lord Clifford zelf bewoonde. - -Na geruimen tijd verscheen hij weer, terwijl hij in zijn rechterhand -den sleutelbos hield, dien Lord Clifford elken avond, voordat hij ging -slapen, naast een geladen revolver op zijn nachttafeltje legde. - -De nachtelijke wandelaar ging door de gang terug tot aan het licht, dat -hij snel uitdraaide. Nu keek alleen nog het zwakke maanlicht door de -hooge vensters naar binnen. - -Daarop gleed de zwarte gedaante de trap af, die naar beneden leidde. - -Hij had wel gehoord, dat Holliday den Lord had verteld, hoe hij een -zijner lieden zou plaatsen in de hall, terwijl de ander in de -bibliotheek moest waken en de detective zelf het zich behaaglijk zou -maken in de studeerkamer van zijn Lordschap! - -Het fijnste oor had niet het minste geluid kunnen vernemen, toen de in -het zwarte tricot gekleede gedaante de trap afging. Maar voor den -braven dienaar der geheime politie, die in een grooten leunstoel in de -hall sluimerde, had men zich niet eens in acht behoeven te nemen. - -De zwarte gedaante stond dicht naast den slapende, een onaangename, -zoetachtige lucht omgaf den slapenden beambte en de ademhaling van den -man werd al flauwer en flauwer...... - -De deur naar de bibliotheek was niet geheel gesloten. De nachtelijke -wandelaar opende haar zoo behoedzaam, dat het totaal onhoorbaar was. -Maar ook hier had hij zich die moeite wel kunnen besparen, want de -tweede helper van Mister Holliday lag eveneens in de armen van -Morpheus. Ook hij was na eenige seconden verdoofd. - -„Zou de dappere Holliday misschien ook den slaap des rechtvaardigen -slapen?” dacht de indringer. Hij haalde een zwarten doek uit zijn -tricot te voorschijn, dien hij langzaam en zonder geluid te maken uit -elkaar vouwde; nu naderde hij de deur, waarachter Holliday met den -slaap worstelde. - -Een oogenblik wachtte de donkere gedaante, daarop draaide hij met vaste -hand de deur open. In het volgende oogenblik was hij in de studeerkamer -en had hij de deur weer achter zich dichtgetrokken. Hij hoorde, dat de -detective uit zijn stoel opsprong, maar reeds fluisterde de -binnenkomende: - -„Sst, Mr. Holliday, ik ben het, Lord Clifford...! Maak geen licht....! -Ik hoorde daar juist een verdacht geluid en daarom kwam ik hier.... -Neen, maak geen licht,” herhaalde hij, daar het hem voorkwam, alsof de -detective iets uit zijn zak wilde halen, waarschijnlijk een lantaarn. - -Nu kwam de detective, blijkbaar volkomen gerustgesteld, dichterbij, -want de stem, die hij hoorde, was zoo sprekend die van den Lord, dat -hij geen wantrouwen koesterde. - -Hij naderde de donkere gestalte, die hij niet kon onderscheiden, nog -meer en greep met een onderdrukten kreet van schrik en ontsteltenis om -zich heen— - -Een dichte, zwarte doek bedekte plotseling zijn hoofd en werd met een -handigen zwaai om zijn hals vastgeknoopt. Op hetzelfde oogenblik wierp -een vuist, tegen wier kracht geen verdediging mogelijk was, hem op den -vloer neer en een stem, die den armen man de haren te berge deed -rijzen, fluisterde hem toe: - -„Geef geen enkel geluid, als je leven je lief is....!” - -Daarop voelde de detective, dat een zacht kussen onder zijn hoofd werd -geschoven en daar zijn tegenstander hem met het gelaat naar beneden had -gelegd, werd elk geluid, dat hij zou kunnen geven, verstomd. - -Mr. Holliday, die zijn leven zeer lief had, had trouwens niet den moed, -een kik te geven. Hij had duidelijk den kouden dolk in zijn hals -gevoeld, die zeker in zijn vleesch geboord zou worden, als hij zich -niet rustig hield - -Daarop meende de detective te bemerken, dat de kamer verlicht werd. Hij -hoorde een geluid, alsof de indringer met de brandkast bezig was. Maar -alles geschiedde met ongehoorde snelheid. Het was den armen man, alsof -slechts enkele seconden verloopen waren, daarop klonk weer die -vreeselijke stem dicht aan zijn oor: - -„Pas op, dat je niet om hulp schreeuwt, voordat er een uur is -voorbijgegaan!” - -Het duurde lang, voordat Holliday, die als bedwelmd op den vloer lag, -een besluit kon nemen. Toch behaalde de zucht naar zelfbehoud de -overwinning op zijn plichtsgevoel. Bovendien zou hij van het gestolen -geld toch niets meer kunnen redden. Want hij geloofde stellig, dat hij -het slachtoffer was geworden van een meer dan brutalen inbreker. Dit -zou hij ook aan den heer des huizes meedeelen en zoodoende zijn -nederlaag zooveel mogelijk verklaren. - -Maar langzamerhand werd het hem bijna onmogelijk, nog adem te halen en -de vrees van te zullen stikken gaf hem de kracht om zich met een -geweldige beweging om te keeren en eerst onbestemde, doffe geluiden, -daarna echter een heesch gebrul uit te stooten om de bewoners van het -huis te wekken. - -Hij hoorde boven zich schreden, daarop zag hij door den dikken doek, -dat het licht om hem heen werd, men schreeuwde, men vroeg en eindelijk -werd hij bevrijd. - -Sir Edward Touston en Mr. Fitzgerald stonden met eenige bedienden om -hem heen en het duurde niet lang, of ook Lord Clifford was beneden -gekomen met bleek gelaat. Op angstigen toon deed hij den detective -zooveel vragen, dat deze geen enkele kon beantwoorden. - -In de aangrenzende vertrekken waren bedienden bezig, de helpers van -Holliday weer tot bewustzijn te brengen. - -„Maar Goddank!” riep Lord Clifford uit, „of gij zelf of onze -tusschenkomst heeft den diefstal verhinderd!” - -De detective, dien men nu ook bevrijd had van de hand- en voetboeien, -die de misdadiger uit de zakken der twee helpers had genomen, om ze -daarna op deze origineele manier te gebruiken, keek met een blik vol -wanhoop en angst naar de brandkast, die gesloten en onaangeroerd scheen -te zijn. - -Hopende, dat hij zich had vergist, toen hij het rinkelen der sleutels -had gehoord, sprak Holliday geen woord, maar Sir Edward uitte de -veronderstelling, dat de dief misschien de kast had geopend en weer -gesloten. - -Een der bedienden werd onmiddellijk naar de slaapkamer van den Lord -gezonden en toen daarna de brandkast werd opengesloten, zag Lord -Clifford, die ondanks zijn goede opvoeding een groven vloek uitstiet, -dat de groote geldsom tot den laatsten penny gestolen was. - -Een oogenblik scheen het, alsof hij al zijn toorn zou uitstorten op het -hoofd van den detective, daarop echter beheerschte de werkelijk -voorname man zich en sprak alleen: - -„Ik had ook op mijzelf moeten vertrouwen!” - -Nu wendde hij zich tot zijn gasten—zelfs de dames waren, zonder in dit -kritieke oogenblik al te veel op haar kleeding te letten, naar beneden -gekomen—en sprak tot hen: - -„Het doet mij zeer veel leed, dat gij in uw nachtrust gestoord zijt, -maar ik verzoek u, u gerust te stellen, het zal ons hopelijk gelukken, -den misdadiger op het spoor te komen en hem het gestolene weer afhandig -te maken.” - -Een der heeren trad naar het venster en opende de gordijnen. Op de -groote grasperken vin het park scheen het maanlicht roet zijn -spookachtig schijnsel als een vervolg op de geheimzinnigheden van dezen -nacht. - -Buiten werd luid aan de bel van het tuinhek getrokken. Nieuwe schrik en -ontsteltenis teekende zich af op de gezichten der aanwezigen. Twee -bedienden gingen samen eenigszins aarzelend naar buiten om te zien, wat -er was. Toen zij weer binnenkwamen, brachten zij een telegram mee, -afgezonden door het politiebureau te Kilburn en bestemd voor kolonel -Goal. - -De oude overste brak het met bevende handen open en las, nadat hij -radeloos om zich heen had gekeken, met doodsbleek gelaat en halfluide -stem den inhoud voor: - -„Hedennacht ingebroken in uw villa. Bedienden verdoofd en geboeid, van -misdadigers geen spoor.” - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK - -HET VERVALSCHTE TESTAMENT. - - -Kolonel Goal had naar aanleiding van dit telegram reeds in den nacht -willen vertrekken en slechts met moeite liet hij zich door zijn vriend -Lord Clifford overhalen om tenminste het aanbreken van den dag af te -wachten. - -Het was nog geen zes uur toen de oude overste weer in de hall -verscheen. Hij wilde zelfs niet eerst ontbijten, maar zijn nicht dacht -hierover anders en ondanks de tot spoed aanmanende woorden van den -ouden heer, begaf zij zich naar de eetzaal, waar zij langzaam haar -chocolade dronk, terwijl zij haar groote blauwe oogen steeds vol -verwachting op de deur had gericht. - -Maar hij, dien zij verwachtte, de markies, kwam niet en zuchtend moest -het jonge meisje eindelijk opstaan om zich voor de reis te gaan -kleeden, toen buiten luide stemmen werden vernomen en de commissaris -van politie met twee gendarmen binnentrad. - -Lord Clifford had reeds in den nacht aangifte van den diefstal gedaan, -zoodat de snelle bemiddeling der autoriteiten niet te verwonderen was. - -De commissaris ging rechtstreeks naar den kolonel toe, die in -reisgewaad gereed stond om te vertrekken en sprak na een beleefde -begroeting: - -„Het spijt mij zeer, mijnheer, dat ik u in uw plannen moet dwarsboomen. -Ik moet tot mijn leedwezen het bevel geven, dat niemand dit huis mag -verlaten. Hopelijk zult gij begrijpen, dat hierin geen persoonlijke -verdachtmaking jegens u ligt opgesloten. Ik doe slechts mijn plicht.” - -Als oud soldaat, die de discipline kent, zag de overste wel in, dat hij -dit bevel moest gehoorzamen. Met groote stappen liep hij de hall door, -af en toe met dreigende blikken naar zijn nicht kijkende, op wier -schoon gelaat een soort van leedvermaak was te lezen over dit -plotselinge oponthoud. - -Nu verscheen ook Lord Clifford. Hij verwelkomde den commissaris en -verontschuldigde zich tegenover kolonel Goal over dit onaangename -intermezzo. - -„O, die tijd zal den overste wellicht niet al te lang vallen, daar ik -hem juist om een onderhoud wilde vragen....” - -Het was de markies di Sao Balbo, die deze woorden had gesproken. Hij -glimlachte daarbij beleefd en vervolgde: - -„Gij zult u herinneren, kolonel, dat wij gisteravond een zeer -interessante kwestie behandelden en ten slotte afspraken om dit -onderhoud te gelegener tijd te vervolgen....” - -Overste Goal zette een verbaasd gezicht bij de woorden van den -Zuid-Amerikaan, hij kon zich niet herinneren, den vorigen avond -bijzonder gewichtige dingen met den markies besproken te hebben. - -Beide heeren begaven zich naar de bibliotheek. Met een uitnoodigende -handbeweging op een stoel wijzende, sprak de markies: - -„Mag ik u verzoeken, plaats te nemen?” - -De overste keek hem met onrustigen blik aan en het was zeker niet zijn -zuiver geweten, dat hem zoo weinig op zijn gemak deed zijn. - -Langzaam nam de markies een groot couvert uit zijn borstzak en sprak -met gedempte stem: - -„Kunt u vermoeden, mijnheer, wat ik hier in deze enveloppe voor u heb?” - -Met een vlugge beweging stond de kolonel op, terwijl hij antwoordde: - -„Mijnheer, ik ben werkelijk niet in een stemming om mij door u raadsels -te laten opgeven! Wilt u een ouden man voor den gek houden? Of vindt -gij, dat ik nog niet genoeg op de proef ben gesteld door de vreeselijke -tijding, die ik hedennacht ontving?” - -Met een koel lachje sprak de markies, terwijl hij met een gouden -pennemesje het couvert opensneed: - -„Bedoelt u misschien met die vreeselijke tijding het bericht van de -kneveling van dien ouden schurk, die al uw schandelijke daden in de -hand werkt en u steeds in alles heeft geholpen?” - -Overste Goal staarde den markies aan met een gelaat, dat donkerrood was -geworden van woede. Maar met nog steeds gedempte stem sprak hij: - -„Wat wilt gij daarmede zeggen? Wat beteekenen deze grove beleedigingen -van een man, op wien niets te zeggen valt en die mijn trouwe bediende -is?” - -De markies knikte bedaard met het hoofd: - -„Dat is best mogelijk, hij was onder anderen ook zulk een handig -vervalscher van handschriften, dat hij gemakkelijk dit testament kon -ontwerpen en van de prachtig nagemaakte handteekening van uw broeder -heeft kunnen voorzien. Een schurkenstreek, waarvoor de dochter van Mr. -Goal—ik bedoel Miss Florence—haar geheele vermogen verloor en aan u -werd overgeleverd.” - -Met een heeschen lach riep de kolonel uit: - -„Maar gij zijt krankzinnig! Men zal u in een gekkenhuis opsluiten, of -dacht gij werkelijk, dat gij ooit iemand zoudt vinden, die uw onzin -gelooft?” - -De markies bleef buitengewoon kalm. - -„In elk geval zal men toch het door een getuige erkende handschrift van -uw broeder wel gelooven, Mr. Goal! Men zal u het vermogen, dat gij uw -nicht hebt ontstolen, weer ontnemen en gijzelf zult in New-Castle met -geschoren hoofd in de cel van het tuchthuis zitten. Hier, kijk -eens....!” - -Met zijn blanke vingers hield de markies den kolonel het echte -testament voor, dat de oude huichelaar had verdonkeremaand en waarin -Miss Florence als universeel erfgename werd benoemd. - -De oude man stond als door den bliksem getroffen. Hij beefde over alle -leden. Haat, woede en doodelijke angst stonden op zijn gelaat te lezen. - -„Zal ik met dit testament naar den rechter gaan? Of wilt gij liever het -gestolene vrijwillig teruggeven aan uw nicht?” - -Met een hoonende, geslepen uitdrukking op het gelaat vroeg de kolonel: - -„Hoe komt gij aan dit testament, mijn waarde? Ik weet zeker, dat ik het -zelf in het geheime vak van mijn schrijftafel heb gelegd! - -„Ah, nu begrijp ik ook van wien de inbraak is uitgegaan, die in mijn -huis in Kilburn is gepleegd! Gij zijt het dus geweest die mijn armen -Bob hebt laten knevelen! En dan...” - -Zijn gelaat kreeg een waarlijk duivelsche uitdrukking: - -„Dan zijt gij de....” - -Met een enkele beweging stond de markies vlak voor hem: - -„Geen woord meer! Geen woord, zeg ik u! Wie ik ben, gaat u niet aan en -heeft met deze zaak niets te maken! Maar wie gij zijt, dat zou het -gezelschap, dat hier ten huize van Lord Clifford verzameld is, -bijzonder interesseeren! En ik zeg u, heer overste, gij zult uw titel -niet lang meer dragen, als gij de voorwaarden niet aaneemt, die ik u -zal stellen.” - -„Wat wilt gij dan?” vroeg de oude dief op doffen toon. „Maak het kort!” - -„Vóór alles de teruggave van het vermogen van Miss Florence Goal, dan, -dat gij onmiddellijk ophoudt met deze jonge dame op schandelijke wijze -lastig te vallen!” - -De markies wees op de gewonde hand van den overste en vervolgde: - -„Als Miss Florence niet zooveel moed en karakter had getoond, om zich -met het wapen in de hand te verdedigen....” - -„Dan,” viel de overste hem grijnslachend in de rede, „dan was zij nu -mijn geliefde en dan ging het u nog niets aan. - -„Zoo!” vervolgde hij tandeknarsend, „is dat domme schaap verliefd op u! -Dan is de eenige reden, waarom gij mijn schrijftafel hebt laten -openbreken, dat gij zelf begeerig zijt naar het vermogen van Florence!” - -De markies antwoordde hierop niets. Na eenige oogenblikken sprak hij: - -„Ik stel u dus de volgende voorwaarden overste: Zoodra de politie het -toestaat, vertrekt gij dadelijk naar Kilburn en legt aan een notaris, -wiens adres gij mij omgaand meedeelt, het onaangeroerde vermogen van uw -nicht over. - -„En wat de persoon van de jonge dame zelf betreft, verzeker ik u, dat -de minste moeite, die gij doet om op de een of andere manier weer met -Miss Florence in relatie te komen, geen ander resultaat zou hebben dan -uw onmiddellijke inhechtenisneming. Aan datzelfde stelt gij u bloot, -als gij een mijner andere bevelen niet strikt nakomt. Denk hieraan!” - -Met fier opgericht hoofd wilde de markies het vertrek verlaten, toen -hij zich bij de deur nog iets scheen te herinneren. Hij keerde zich om -en sprak: - -„Wat uw bediende Bob aangaat, gij weet heel goed, dat die kerel reeds -lang den strop heeft verdiend. Door dezen schurk zijn ontelbare -menschen tot den bedelstaf gebracht, wier geld gij hebt geofferd aan -den speelduivel. Door hem zijn zoovele vrouwelijke wezens ten -ondergegaan, vrouwen, die hij u als slachtoffers uwer schandelijke -daden in de armen voerde! - -„Gij zult hem uit uw dienst ontslaan. Maar hij heeft, naar ik meen te -weten, een nog jonge vrouw en verscheiden kleine kinderen. Het is niet -meer dan plicht, dat gij zorgt voor de familie van hem, die u steeds -zoo ijverig heeft geholpen bij al uw schurkenstreken. - -„Ik kan u daartoe echter niet dwingen en ik weet wel, dat gij u niet -aan dergelijke verplichtingen zult storen. Daarom zal ik die zorg op -mij nemen. Voor één ding echter waarschuw ik u, oude heer!” - -Dreigend keek de markies den kolonel aan en deze sloeg zijn oogen neer -voor de van toorn vlammende blikken van zijn vijand: - -„Meen niet, kolonel, dat gij een valsch spel met mij kunt spelen, al -zoudt gij het nog zoo handig aanleggen om mij in de val te lokken. Ik -zou ongetwijfeld begrijpen, wie de oorzaak van die daad was en niemand -anders dan gij zelf zou de vergelding ervoor krijgen!” - -„Zijt gij klaar?” vroeg de kolonel op woedenden toon. - -„Zeker” knikte de markies, „en ik hoop zelfs, dat ik nooit weer een -enkel woord met u zal behoeven te wisselen!” - -„Ik ook!” bromde de oude man en die twee woorden waren blijkbaar -eerlijk gemeend. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -MEDEDINGSTERS. - - -Lord Clifford had met de ambtenaren van politie het geheele huis -doorzocht. Het resultaat was natuurlijk nul geweest. - -Het meest raadselachtige van den millioenendiefstal, zoo vond ieder, -was, dat de sleutels der brandkast op dezelfde plaats werden gevonden, -waar de Lord ze elken avond neerlegde. - -De dief moest ze dus eerst weggehaald en—zeer zeker een waagstuk!—na -volbracht daad weer teruggebracht hebben. - -Hierover sprak de commissaris juist met Lord Clifford, toen ook Mr. -Holliday weer op het tooneel verscheen met de woorden: - -„Mijn heeren, wij hebben hier zonder twijfel met een buitengewoon -geslepen schurk te doen!” - -Na het uitspreken van deze buitengewone woorden legde de dappere man -zijn wijsvinger langs zijn neus en vervolgde op gewichtigen toon: - -„Want ziet gij, dit is de eerste keer, dat ik mij door een misdadiger -heb laten vangen! Deze man behandelde mij als een kip, die men in een -zak steekt om haar het schreeuwen te beletten. Ik geloof niet, dat -iemand aan mijn bekwaamheden zal twijfelen, maar tegenover zooveel -scherpzinnigheid en ongelooflijke brutaliteit sta ik zelfs machteloos.” - -De beide andere heeren onderdrukten met moeite een glimlach. - -Hier sprak Lord Clifford: - -„Is het niet merkwaardig, dat de voorspelling van onzen lieven vriend, -den markies di Sao Balbo, nu toch is uitgekomen?” - -De commissaris, die een zeer intelligent uiterlijk had, vroeg: - -„Pardon Mylord, maar waar het een dergelijke zaak betreft, is iedere -kleinigheid van beteekenis. Wat was dat met die voorspelling...?” - -„O,” viel Mr. Holliday hem niet zeer beleefd in de rede, „dat is zoo’n -soort humbug, een zoogenaamde séance, welke deze heer hier gehouden -heeft.” - -De commissaris, die zijn collega blijkbaar reeds naar waarde wist te -schatten, nam geen notitie van diens uitval en sprak: - -„U zoudt mij ten zeerste verplichten, Mylord, door mij meer -bijzonderheden hiervan te willen meedeelen en vooral als ik den heer, -wien dit alles aangaat, zelf zou mogen spreken.” - -„Dat kan heel gemakkelijk,” antwoordde de Lord, „want daar komt hij -juist.” - -Hij wees naar den markies, die uit de bibliotheek kwam. - -De heeren begroetten elkaar met een beleefde buiging. De Lord stelde -den commissaris voor en deze vroeg naar de bijzonderheden van de -séance. - -„Gij zijt spiritist, mijnheer?” - -De markies knikte toestemmend. - -„Inderdaad. Men houdt mij over het algemeen voor een buitengewoon -geschikt medium om als bemiddelaar op te treden tusschen de ons -omringende geesten en hen, die nog genoodzaakt zijn het sterfelijk -omhulsel te dragen.” - -„En dus behoort u tot hen, die volkomen gelooven in deze merkwaardige -wetenschap?” - -„Ik meen, u daarop het antwoord reeds te hebben gegeven,” sprak de -markies op eenigszins koeleren toon. - -„Zeker, zeker!” meende de beambte. „U moet mij mijn vragen ten goede -houden.” - -„Natuurlijk,” viel de markies hem op zijn gewonen beleefden toon in de -rede. „Als gij wilt, zal ik u uw taak gemakkelijker maken door u een -uitvoerige beschrijving te geven van de séance, die ik voor Lord -Clifford en zijn gasten heb mogen houden.” - -De commissaris luisterde met gespannen aandacht en uitte daarna den -wensch, het tooneel der zitting persoonlijk te mogen bezichtigen. - -Terwijl de heeren naar boven gingen, vroeg de commissaris nogmaals aan -den markies: - -„Het is u dus niet mogelijk, een verklaring te geven voor de -verschijning van den dwerg?” - -De markies di Sao Balbo haalde de schouders op en sprak: - -„Voor ons spiritisten is de verklaring voldoende, dat een der geesten -van onze dierbare afgestorvenen zich dermate materialiseert, dat wij -hem kunnen waarnemen met onze zwakke menschelijke zintuigen. Dat de -geest de gestalte van een dwerg aannam, is toeval, in elk geval hebben -wij noch het recht, noch de macht om de geheimzinnige redenen hiervan -uit te vorschen. - -„Ons, spiritisten, is het feit voldoende!” - -De commissaris liet niet blijken, welken indruk de woorden van den -markies op hem hadden gemaakt. - -Hij onderzocht vluchtig het vertrek waar de séance zich had afgespeeld, -en begaf zich hierop weer met de heeren naar beneden, waar in een der -kamers het ontbijt gereed stond. - -Nu verschenen ook Sir Edward Touston en Rudge Fitzgerald, die het plan -opperden om na het ontbijt naar Londen terug te keeren. Ook de overige -gasten, waaronder kolonel Goal en de markies di Sao Balbo, bestelden -hun rijtuigen. - -Alleen Miss Florence beloofde haar vriendin Lilith Clifford om nog -eenige dagen in het gastvrije huis te blijven en—tot verbazing van de -meeste aanwezigen—kolonel Goal scheen het plan van zijn nicht, die hij -anders nooit alleen liet, goed te keuren. - -Hij bekommerde er zich ook niet om, toen zij na het ontbijt aan den arm -van haar vriendin verdween. Eerst toen onmiddellijk daarna ook de -markies de eetzaal verliet, werd hij onrustig. - -En hij had zich niet vergist in zijn veronderstelling, dat de blonde -Florence en de Zuid-Amerikaan boven in de gang afscheid van elkaar -namen. - -Zij stonden, gedeeltelijk verborgen achter de zware gordijnen van een -der ramen, sprakeloos tegenover elkaar en hielden elkaars handen vast. - -Florence snikte en fluisterde, hoe zwaar haar het afscheid viel en hoe -somber zij de toekomst inzag. - -Hij troostte haar met een innemenden lach op het schoone gelaat en -herhaalde steeds weer, dat zij elkaar spoedig zouden weerzien. - -Zij vergaten alles om zich heen en hoorden niet, dat zachte schreden -naderden. - -Twee van haat fonkelende oogen waren op hen gericht en de kleine, -sierlijke gestalte van Mrs. Mabel Morton boog zich met inspanning -voorover om de woorden af te luisteren, welke de twee tot elkaar -spraken. - -Het gelukte haar niet, maar wat zij zag, was voldoende om haar jaloezie -op te wekken. - -Plotseling kwam een gedachte in haar op. - -Onhoorbaar en onopgemerkt ging zij weder naar beneden, waar zij naast -Lady Clifford in de eetzaal plaats nam en met vleiende stem fluisterde -zij tot de vriendelijke dame: - -„Lieve mevrouw, vindt u het goed, dat ik, nu mijn lieve vriendin -Florence Goal, nog bij u blijft, ook nog niet vertrek? Ik heb wel is -waar bevel gegeven mijn koffer te pakken en ik vrees ook, dat gij door -het ongeluk, dat u getroffen heeft, uwe gasten misschien liever zaagt -vertrekken....” - -Zij zweeg en keek bedeesd voor zich. De oude dame haastte zich om vol -innige hartelijkheid te verzekeren, dat Mrs. Morton altijd een welkome -gast in Rastinghouse was! - -Deze diefstal was weliswaar een onaangename geschiedenis, maar Mrs. -Morton mocht blijven, zoolang zij wilde. - -En dus bleef zij, het kleine wraakzuchtige wezen, dat in haar jeugd in -Whitechapel uit de goot was opgeraapt als klein proletariërskind, dat -daarna actrice was geworden en nadat zij een massa mannen had -geruïneerd, met een ouden, schatrijken patriciër was getrouwd. Hij had -van zijn huwelijk niet lang genoten, de dood had hem overvallen. - -Mrs. Morton was daarna voorzichtig geworden. Veel te verstandig om haar -plaats in voorname kringen op het spel te zetten, deed zij alles om den -uiterlijken schijn te bewaren, bezocht trouw de kerk en gaf als de -wereld het te weten kwam, groote aalmoezen. - -Zoodra het overige gezelschap Rastinghouse had verlaten, zond zij haar -kamenier naar Miss Florence met het verzoek of de jonge dame, als zij -tijd en lust had, een kwartiertje in de kamer van Mrs. Morton zou -willen komen. - -Dit kon Mabel Morton, die de oudste der twee en een getrouwde vrouw -was, zich wel veroorlooven en Florence nam argeloos de uitnoodiging -aan. - -Hartelijk begroet door de kleine brunette, nam zij naast deze op de -sofa plaats en spoedig zaten beiden gezellig te babbelen over modes, -theater en dergelijke onderwerpen. - -Mrs. Morton wist het gesprek zeer handig te brengen op het onderwerp, -dat haar belang inboezemde en het deed Florence niet onaangenaam aan -dat plotseling de markies di Sao Balbo ter sprake kwam. - -Mabel Morton vond hem zeer interessant en voornaam en het jonge meisje -was het volkomen met haar eens. Maar haar gezichtje kreeg een -gespannen, bijna angstige uitdrukking, toen de jonge vrouw opeens -sprak: - -„Het is jammer, dat men niet weet, wat men aan hem heeft....! Ik geloof -niet, dat hij is voor wien hij zich uitgeeft!” - -Een zachte blos kleurde Florences wangen, toen zij antwoordde, dat zij -dat niet kon gelooven. Nog nimmer had zij iemand ontmoet, die zulk een -gunstigen indruk op haar had gemaakt. - -Met een ongeloovigen glimlach antwoordde Mrs. Morton na een kleine -pauze: - -„Ik wou, dat ik er evenzoo over kon denken als gij, maar tot mijn spijt -is dat wat ik weet in lijnrechte tegenspraak met dat wat ik gaarne zou -gelooven.” - -En vol leedvermaak vervolgde zij: - -„Gij stelt ook veel belang in dezen man, nietwaar?” - -Florence Goal knikte toestemmend, terwijl haar blauwe oogen vol tranen -stonden. - -Bij deze openhartige bekentenis veranderde de valsche vriendin van -houding en als het sissen van een slang klonk het van haar lippen: - -„Ik heb dus gelijk, gij bemint den markies? En als ik u vertel, dat -deze man uwe liefde niet waard is, dat hij een misdadiger is, die reeds -kennis heeft gemaakt met de politie en met de gevangenis...?” - -Bij deze woorden richtte Florence zich in haar volle lengte op. - -„Dat is niet waar! Dat is een gemeene leugen!” - -Als een wilde kat sprong de kleine vrouw naar haar toe. - -„Neem die woorden terug! Ik beveel u om die woorden terug te nemen, als -gij niet wilt, dat ik u in het volle gezelschap zal bewijzen, dat ik de -waarheid heb gesproken?” - -Florence beefde. Haar verstand zei haar, dat zij op dit oogenblik beter -deed te zwijgen. In haar snel werkend brein doemden alle bijzonderheden -op, die haar onverklaarbaar waren gebleven in het doen en laten van den -markies. Vanaf de voorspelling van den diefstal door middel van den -dwerg tot het plotselinge opduiken van haar vaders testament, dat -blijkbaar ten gevolge van de inbraak in het huis van haar oom in handen -van den markies was gekomen, aan dit alles dacht zij nu. - -En al verminderde hierdoor haar liefde en haar vertrouwen in den man, -dien zij aanbad, ook niet, toch voelde zij met vrouwelijk instinct, dat -zij tegenover Mrs. Morton zoo voorzichtig mogelijk moest zijn... Deze -vrouw beminde den markies ook, daaraan twijfelde Florence niet meer! - -Het blonde meisje overdreef haar droefheid met opzet en liet haar -tranen den vrijen loop. Snikkend sprak zij: - -„En hoe weet gij dat alles? Hoe komt gij aan deze vreeselijke -beschuldigingen, Mrs. Morton?” - -Mabel Morton liep in de val. Zij dacht reeds gezegevierd te hebben over -dit jonge, onervaren meisje. Zij vertelde, hoe zij de reddende engel -was, die den door eigen schuld in het verderf gestorten man vol -barmhartigheid de hand had gereikt. - -„En dit is mijn dank!” sprak zij eindelijk vol pathos. - -„Dit is mijn dank er voor, dat ik hem weer heb opgericht tot hij in -betere omgeving is gekomen! Nu wendt hij zich tot u, deze valschaard! -En hij vertelt u dezelfde leugenachtige verhalen, waarmee hij eenmaal -mij betooverde....!” - -Florence Goal, die er geen oogenblik aan dacht, den geliefde te -wantrouwen, speelde haar rol uitstekend. Een zeker voorgevoel zei haar, -dat den markies van deze vrouw onheil dreigde en dat zij slechts door -list en groote slimheid het onheil van het geliefde hoofd zou kunnen -afwenden. - -„Wat zal ik doen?” snikte zij. „Geef mij raad, help mij, lieve Mrs. -Morton!” - -Deze deed alsof zij nadacht. - -Eindelijk sprak zij, terwijl zij het weenende meisje met strenge -blikken aankeek: - -„Het eenige, wat u overblijft, is dezen man op te geven en aan mij over -te laten....! Ik heb hem indertijd gered uit het slijk, waarin hij -reeds dreigde te stikken, en ik geloof, dat ik er de kracht toe heb, om -hem nog eenmaal op den goeden weg te brengen! Mijn liefde is rein en -onzelfzuchtig en ik wil hem tot een beter, gelukkiger mensch maken!” - -Het schoone meisje boog deemoedig haar goudblond hoofd en, terwijl zij -zich over zichzelf verbaasde, nam zij de handen van de jonge vrouw en -drukte ze, als met een zwijgende belofte, aan haar borst. - -Daarop scheidden zij, beiden met het vaste voornemen zoo spoedig -mogelijk den man te bezoeken, wien haar liefde gold. - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - -DE VALSCHE SPELERS. - - -In de voornaamste wijk van Londen, in de buurt van Pall Mall, woonde de -markies di Sao Balbo. Rondom de kleine villa, die midden in een -prachtigen tuin lag, heerschte bijna altijd zulk een rust en stilte, -dat de meeste der voorbijgangers dachten, dat het huis onbewoond was. - -Van binnen was het kleine gebouw met groote weelde ingericht. - -Twee negers zorgden voor de bediening. Hij had deze beide zwartjes, -naar hij vertelde, meegebracht uit zijn geboorteland. - -Op de eerste verdieping bevond zich de studeerkamer van den markies. -Ook hier heerschte een Sybaritische weelde. Aan de muren zag men overal -wapens en zeldzame jachttropheeën. - -Bij het genot van een goed glas cognac en een fijne havanna zat de -Zuid-Amerikaan te praten met zijn vriend Rudge Fitzgerald. - -„Je bent vandaag zoo somber, mijn lieve Charly,” sprak Lord Lister, -want dit was de ware naam van den markies, „het komt mij bijna voor, -alsof je geen vertrouwen meer stelt in je besten vriend.” - -Zwijgend schudde de ander het hoofd. - -„Heb je bij het spel verloren?” vroeg di Sao Balbo, alias Lord Lister -na een kleine pauze. - -Charly knikte. - -„Veel?” vroeg zijn vriend. - -„Zeer veel!” antwoordde Charly op doffen toon. - -„Ik mag toch zeker wel weten, hoe groot het bedrag is?” - -Maar de jongste der twee had blijkbaar den moed niet om het bedrag te -noemen. - -„Ik zal maar bij duizend pond beginnen?” - -Rudge haalde zwijgend de schouders op. - -„Mooi—meer dus!” - -En de Braziliaan keek zijn jongen vriend een poosje peinzend aan, -waarop hij sprak: - -„Ik begrijp er niets van, beste jongen. Wij kennen elkaar nu reeds vrij -lang en je moest toch weten, dat ik in elk geval bereid ben je te -helpen... Ik verzoek je dus nogmaals om mij te vertellen, hoeveel je -verloren hebt!” - -Charly aarzelde nog eenige oogenblikken, waarna hij op klankloozen toon -sprak: - -„Over de tienduizend pond.” - -„Hm,—hm,” bromde de Lord, „dat is ongeveer een kwart milioen francs.... -ik reken nog altijd met Fransche munt sinds mijn laatste verblijf in -Parijs, waaraan ik steeds gaarne terug denk... - -„Ja, dat is een hoop geld, maar daar het eereschulden zijn, moet je ze -dadelijk betalen!” - -„Ik bezit echter niets meer!” klonk het op wanhopigen toon van de -lippen van den jongen man. - -„Nu,” sprak Lord Lister onverschillig, „gelukkig dan maar, dat ik op -het oogenblik beter bij kas ben!” - -Bij die woorden nam hij een zware portefeuille uit zijn borstzak en -telde twaalf biljetten van duizend pond voor zijn vriend uit op het -kleine Perzische rooktafeltje, dat met goud en paarlemoer was ingelegd. - -Hij wilde zijn portefeuille reeds weer wegbergen toen hij zich bedacht -en met de woorden: - -„Maar dan heb je nog een beetje bedrijfskapitaal ook noodig!” nog drie -biljetten van vijftig pond voor den jongen Fitzgerald neerlegde. - -Deze hield zijn aristocratisch blond gelaat afgewend, terwijl zijn -breede borst zwoegde van aandoening. - -Plotseling sloeg hij zijn beide armen om den hals van zijn vriend en -bedankte hem met van ontroering trillende stem. - -De markies, wiens door de zon gebruind gelaat van voldoening straalde, -klopte zijn jongen vriend zachtjes op den rug en sprak op ernstiger -toon: - -„Nu wij dus een eind hebben gemaakt aan deze onbeduidende geschiedenis, -zou ik—je geen verwijt: willen maken, wel neen.... Je weet wel, dat ik -niet van zedepreeken houd en ik begrijp dat elke hartstochtelijke -speler op een gegeven oogenblik pech kan hebben. Wij hangen allen af -van het toeval....! - -„Maar toch, ik beken het je eerlijk, komt mij dit geval verdacht voor! - -„Je hebt natuurlijk gespeeld in de „Four-in-hand-club” en daar -verloren, nietwaar?” - -De jongste bevestigde het vermoeden van zijn vriend. - -„Welnu,” sprak de markies, „ik heb deze club ook leeren kennen en als -je mijn raad had gevolgd, had je daar je geluk niet meer beproefd. -Ikzelf speel daar nooit meer.” - -Verschrikt en verbaasd keek Fitzgerald zijn vriend aan, terwijl hij -vroeg: - -„Maar het zijn toch alleen heeren uit de eerste kringen, die daar -komen? Er is geen enkele bij, dien men van een oneerlijke handeling zou -mogen verdenken!” - -„Dat is bij het spel heel bijzonder,” meende de markies. - -„Eerlijke menschen worden, als zij de kaarten, in de hand hebben, soms -binnen een maand de gevaarlijkste bedriegers. Maar buitendien zal ik je -dadelijk den naam noemen van een der heeren leden, die tot de grootste -schurken behoort: kolonel Goal.” - -„Maar ik bid je, hoe kun je zooiets beweren?” - -„Ik beweer alleen dat, wat ik bewijzen kan en ik zal nooit iemand ten -onrechte verdacht maken. Maar wij zuilen er niet over twisten. Je moet -nu in elk geval naar de Club om je schulden te betalen en misschien was -je zelfs van plan, revanche te nemen. Daarvoor waarschuw ik je! Laat -dat alsjeblieft aan mij over. Ik geloof, dat ik je de voldoening zal -kunnen geven, hen, die niet tot de eerlijke spelers behooren, nog -hedenavond te ontmaskeren. - -„Onderweg zal ik je nog een paar namen noemen, die, dunkt mij, geen al -te eerlijken klank hebben...” - -Een half uur later traden de beide vrienden de speelzaal der -„Four-in-hand-club” binnen. - -De eerste, die de vrienden in de speelzaal tegenkwam, was kolonel Goal, -die met groote hartelijkheid, alsof nooit het minste tusschen hem en -den markies ware voorgevallen, dezen en ook zijn vriend de hand -schudde. Den vorigen nacht was de kolonel als bankhouder de voornaamste -schuldeischer van Fitzgerald geworden. - -Deze haastte zich nu, zijn verplichtingen jegens den overste te -voldoen. Dit geschiedde met een onverschilligheid, alsof hij den ouden -heer een lucifer aanbood en met even nonchalant gebaar liet de geslepen -vos het bankpapier in zijn portefeuille verdwijnen. - -De heeren zaten in groepjes te zamen, pratend en rookend, maar het -duurde niet lang of de zucht naar het spel werd hun te sterk. - -De groene tafeltjes werden door de kellners gereed gezet en de zware -lampen tot vlak boven de tafeltjes naar beneden gehaald, zoodat de -spelers zelf in halfdonker zaten en de uitdrukking van hun gezichten -zelfs voor den naastbijzittende verborgen bleef. - -De markies en zijn vriend hadden tegenover den bankhouder plaats -genomen en keken eerst, zonder eraan mee te doen, naar het bacaratspel. -De medespelenden hadden geloot en de kolonel had de bank gekregen. - -Het was een gelukkig toeval, dat de kolonel tegenover den markies kwam -te zitten. - -Het spel begon en daar, zooals dit gewoonlijk het geval schijnt te -zijn, in het begin de inzet klein was, was de stemming aanvankelijk nog -vrij lusteloos. Nu zette echter een der heeren voor het eerst een -biljet in van twintig pond, eenige andere spelers volgden zijn -voorbeeld en zoodoende bevond zich plotseling een aanzienlijk bedrag in -den pot. - -De markies had geen oog van den bankhouder af. Hij zag duidelijk, hoe -kolonel Goal een der kaarten in beide handen dicht bij den rand van de -tafel hield. De oude geroutineerde speler scheen in tweestrijd, of hij -er nog een kaart bij zou nemen, wat gevaarlijk kon zijn, daar het bij -het bacaratspel regel is, dat men zoo mogelijk negen punten, maar -vooral niet meer mag hebben. - -De bankhouder scheen zich niet op zijn gemak te gevoelen onder de -doordringende blikken van den Zuid-Amerikaan. Hij legde plotseling zijn -kaarten open en had acht punten. - -Dat was de zoogenaamde „kleine slag”. Daar echter verschillende spelers -negen en dus den „grooten slag” hadden, had de bankhouder verloren. - -In de vroolijke opgewondenheid, die steeds onder de medespelenden -heerscht, wanneer de bankhouder een groot bedrag moet bijbetalen, had -misschien niemand hunner gelet op het vaalbleeke gelaat van den -overste. - -Ook de markies deed, alsof hij het niet merkte en lachte beleefd. - -Hierop begon het spel opnieuw. Nu stond de markies op, terwijl zijn -jongere vriend zijn plaats innam. Di Sao Balbo verliet de speelzaal -door de rechterdeur; blijkbaar ging hij naar het aangrenzende vertrek, -om zich aan het welvoorziene buffet te goed te doen. - -Het spel werd voortgezet en Het was alsof nu het geluk den bankhouder -toelachte, want hij won nu alle grootere sommen, terwijl de kleinere -bedragen grootendeels weer aan de spelers vervielen. - -De zaal had echter nog een tweede uitgang, die haar een rooksalon -voerde, waar zich tijdens het bacaratspel niemand bevond. Een zware -portière sloot den ingang naar de speelzaal af. - -Niemand, zelfs niet de wantrouwende kolonel Goal bemerkte, dat, terwijl -het spel zijn voortgang nam, de portière een duimbreed van elkaar werd -geschoven. - -Door die opening loerde het Argusoog van den markies en—hij deed een -hoogst merkwaardige ontdekking. - -Een paar spelers hadden weer hooge sommen ingezet en een hoop fiches, -die aan de kas werden gekocht en ieder een zekere waarde -vertegenwoordigden, vulden den pot. - -Ook nu keek de bankhouder eerst nadenkend in zijn kaarten, die -bestonden uit een vrouw (welke bij dit spel niet meetelt) en een zeven. -Intusschen had zijn linker buurman, die gepast had en zijn kaarten -bedekt op tafel had gelegd, zijn rechterhand eenige oogenblikken in -zijn laag uitgesneden vest verborgen. - -De kolonel deed, alsof hij nog steeds nadacht en bewoog daarbij het -hoofd vooruit. Hij knikte tweemaal achter elkaar, dit zag de markies -duidelijk.... - -En plotseling kwam de hand van zijn buurman, natuurlijk de -medeplichtige van dezen valschen speler schijnbaar zonder eenig opzet -uit het vest te voorschijn en bewoog zich onder den rand van de tafel. - -Niemand kon het zien...! Ha! Nu bevond die hand, welke een kaart -vasthield, zich onder de beide handen van den bankhouder, die op den -rand der tafel rustten en met voorbeeldelooze handigheid, zonder zich -te bewegen zelfs, de aangeboden kaart onder de tafel beetpakten. - -Dadelijk hierna legde de kolonel zijn kaarten open. hij had negen en -dus het spel gewonnen. - -Maar hij had geen gelegenheid, zijn winst op te strijken. Want -plotseling, alsof hij uit den grond was te voorschijn gekomen, stond de -markies di Sao Balbo tusschen den bankhouder en diens medeplichtige. - -Met een enkelen ruk had hij dezen laatste het zwarte vest opengerukt, -waarop zich aan de verbaasde oogen der aanwezigen twee lange, smalle -zakken aan de binnenzijde van het vest vertoonden, die ieder een -volledig en blijkbaar in zekere volgorde gerangschikt kaartspel -bevatten. - -De eigenaar van het vest wilde zich verdedigen, maar een vuistslag van -den Braziliaan wierp hem met zijn stoel op den vloer. - -Kolonel Goal was kalm blijven zitten, hij hoopte, dat de aandacht niet -op hem zou vallen. Maar reeds in het volgende oogenblik begreep hij, -hoe hij zich vergiste. - -De markies telde de beide kaartspellen door en sprak daarna: - -„Mijne heeren, in het eene spel ontbreekt een kaart, het is, zooals gij -ziet, de twee. En deze twee”—hij sloeg met zijn hand op de drie door -den bankier blootgelegde kaarten—„deze twee ligt hier....! Het is de -„gelukskaart”, waarmee kolonel Goal u zooeven heeft uitgeplunderd.” - -Het was goed, dat de markies aan zijn moed ook een groote dosis -behendigheid paarde! - -De overste had een revolver uit zijn zak te voorschijn gehaald, maar de -kogel van het eerste schot, dat de markies handig had afgeweerd, kwam -boven in den muur aan de overzijde der zaal terecht. - -In het volgende oogenblik was de kolonel op den grond geworpen en -ontwapend. - -Hij vloekte en schimpte als een bezetene, maar geen enkel zijner -woorden maakte eenigen indruk op de aanwezige heeren. Hij noemde den -markies een dief en beweerde, dat al de groote, geheimzinnige -diefstallen, die in den laatsten tijd gepleegd en niet ontdekt waren, -op zijn rekening kwamen. - -Hij had evengoed kunnen beweren, dat de koning van Engeland een -sluipmoordenaar was. Het eenige resultaat, dat hij bereikte, was, dat -men dreigde, hem te zullen vastbinden en knevelen, totdat de politie -aanwezig zou zijn. - -In werkelijkheid was men echter niet van plan, de overheid in deze zaak -te mengen. De heeren waren van meening, dat het in het algemeen belang -het beste was, om de beide schurken eenvoudig te laten loopen. - -Men stelde hun echter den eisch, dat zij zich nimmer weer in deze wijk -der stad zouden vertoonen. - -De medeplichtige van den overste sloop naar buiten als een afgeranselde -hond, maar de oude militair zelf verliet de zaal met blikken vol haat -op den markies en met woeste bedreigingen, die de Braziliaan met een -minachtend glimlachje aanhoorde, - - - - - - - - -ELFDE HOOFDSTUK. - -JALOEZIE EN WRAAK. - - -Nadat gedurende den nacht de mist was opgetrokken, bedekte hij nu weer -opnieuw de reuzenstad. Des middags om twaalf uur kon men, hoewel alle -lantarens brandden, zelfs op de groote pleinen geen hand voor oogen -zien. Pikzwarte duisternis omgaf Londen; de voertuigen in de breede -straten moesten blijven staan, waar zij zich toevallig bevonden en ook -voor voetgangers kon de weg nergens gevaarlijker zijn dan in de straten -dezer wereldstad. - -Bij zulk weer blijft natuurlijk ieder, die eenigszins kan, veilig in -huis, en men verwacht geen bezoekers. - -En daarom verbaasde het den markies di Sao Balbo des te meer, toen de -electrische bel luid en aanhoudend weerklonk. - -Op een wenk van zijn meester snelde een der beide negers naar buiten en -dadelijk daarna keerde Sam terug met iemand, dien hij meer droeg dan -geleidde. - -De markies, die op den drempel der kamer stond, durfde zijn oogen niet -gelooven, toen hij in het vrouwelijk wezen, dat, in doeken en shawl -gehuld, bijna bewusteloos op een stoel neerzonk, zijn vriendin Florence -Goal herkende. - -Hij beval den neger, opwekkende dranken te brengen, en toen daarop de -Braziliaan het meisje had gelaafd en naar het brandende haardvuur -geleid, was zij, met inspanning van al haar krachten, weldra weer -zichzelf meester. - -„Gij moet weg!” riep zij, angstig uit, „dadelijk...! Men is u op het -spoor!” - -Hij glimlachte. - -„Vertel mij alles,” verzocht hij met groote kalmte. - -„Ach!” riep zij uit, „als er niet zoo’n zware mist hing, zouden zij -reeds lang hier zijn om u naar de gevangenis te brengen!” - -Op rustigen toon, die in deze omstandigheden zeker bewonderenswaardig -was, antwoordde hij: - -„Ik kom niet in de gevangenis, dat laat ik aan anderen over! - -„Maar kom, wij willen naar mijn studeerkamer gaan, daar is het -gezelliger...!” - -Haar waarschuwing en haar angst, niets scheen indruk op hem te maken. - -„Maar hoort gij mij dan niet,” smeekte zij weer, „men is u op het -spoor, men weet alles en achtervolgt u, Mrs. Morton......” - -Glimlachend viel hij haar in de rede. - -„Zoo, zij heeft dus toch gebabbeld, die kleine heks....! Dus ook gij -weet nu, wie ik ben....?” - -Het schoone meisje zweeg, droevig voor zich uit starend in het gouden -licht van een schemerlamp, die op de schrijftafel van den markies -stond. - -„Dus zijt gij er toch achter gekomen!” sprak de markies lachend. „En nu -komt men om mij gevangen te nemen, nietwaar?” - -„Ja!” Zij keek hem met haar groote oogen smeekend aan. „Vlucht, zoolang -het nog kan! Ik blijf hier en zal u bericht zenden van alles, wat er -gebeurt!” - -„Gij zijt zoo goed!” fluisterde hij. „Maar nu verzoek ik u om u weer -gereed te maken om heen te gaan!” - -De markies drukte op een knop, dadelijk daarna kwam Sam binnen met de -kleeren van het jonge meisje; toen zij gereed was, hulde de Braziliaan -haar zelf nog in een zachten, met bont gevoerden mantel. - - - - - - - - -TWAALFDE HOOFDSTUK. - -IN DEN MIST. - - -Eenige oogenblikken later was John Raffles alleen. Maar de neger kon -nog niet lang met de hem toevertrouwde Florence het huis verlaten -hebben, toen weer luid en aanhoudend werd gebeld. - -Met een schamper lachje en een vastberaden trek op het gelaat riep de -markies nu zijn anderen neger; hij sprak een paar woorden tegen hem, -waarna de kroeskop wegging om na een korte poos met vier heeren terug -te komen. - -Het was Lord Clifford, verder de detective, Mr. James Holliday, een -Londensch commissaris van politie en een agent in uniform. - -„U wenscht, mijne heeren?” vroeg de markies met een beleefden groet, -terwijl hij bij zijn schrijftafel bleef staan. - -„Daarnaar behoeft u niet lang te vragen,” sprak de detective, die zich -nu weer volkomen meester van het terrein gevoelde. - -„Gij hebt ons nu lang genoeg voor den gek gehouden, of dacht gij dat -wij niet weten, wie de beruchte Raffles is? Hebt u soms liever, dat wij -wachten, totdat gij er nog een millioen bij hebt gestolen?” - -De markies keek den detective eenige oogenblikken met een medelijdend -glimlachje aan, daarop sprak hij tot Lord Clifford: - -„Wat deze heer vertelt, interesseert mij niet in het minst. Hij dankt -de groote eer, om zich in mijn kamer te mogen bevinden, enkel en alleen -aan het gezelschap, waarin hij op het oogenblik is...... - -„Maar gij, Mylord, u zou ik willen vragen, wat mij het genoegen en de -eer verschaft van uw bezoek en waarom gij in gezelschap van -politiebeambten bij mij komt?” - -Het was den Lord blijkbaar minder aangenaam, deze vraag te moeten -beantwoorden. Hij knikte eenige malen, streek met zijn van briljanten -fonkelende hand over zijn dunnen schedel en sprak: - -„Ja, inderdaad, het is zeer pijnlijk... maar men verdenkt u... gij -zoudt zelf inzien, mijn beste vriend, als gij alle bijzonderheden -wist—de verdenking, die op u valt, is zoo sterk...” - -„Mag ik vragen, waarvan men mij verdenkt?” klonk het op ijskouden toon -terug. - -Nu nam de commissaris van politie het woord en op korten, barschen toon -sprak hij: - -„Gij wordt ervan verdacht, het bedrag, dat Lord Clifford in zijn -brandkast bewaarde, daaruit ontvreemd te hebben.” - -„Wie verdenkt mij daarvan?” - -„Lord Clifford zelf!” - -De markies keek den edelman lang en ernstig aan en zei toen niets -anders dan: - -„O, dat doet mij veel leed!” - -En tot den commissaris vervolgde hij op trotschen toon: - -„Ik behoef u zeker niet te vertellen, dat de gevangenneming van een -Engelschman in zijn huis alleen mogelijk is op een bijzonder, -schriftelijk uitgevaardigd bevel van den minister van justitie!” - -„Maar gij zijt geen Engelschman,” glimlachte de beambte spottend. - -„Dus tegenover een vreemdeling, die de gastvrijheid in uw land geniet, -moogt gij u veroorlooven, wat een Engelschman niet zou dulden?” - -De commissaris riep nu op ongeduldigen toon: - -„Ik wensch niet met u te redetwisten! Marsch, vooruit! Neem uw jas en -hoed en volg ons naar Scotland Yard... of moet ik geweld gebruiken?” - -De markies ging een stap achteruit; op zijn gelaat lag zulk een -dreigende uitdrukking, dat de brutale detective, die de ijzeren -handboeien intusschen voor den dag had gehaald, deze zoo gauw mogelijk -weer wegborg. - -„Ik zal u bewijzen,” sprak de markies, „dat ik weet, wat men de -overheid schuldig is, ook al is er een zoo groote vergissing in het -spel, als dat hier het geval is! En omdat ik wel begrijp, dat gij mij -niet zult toestaan, mij naar mijn kleedkamer te begeven, zal ik mijn -bediende bevel geven, mijn kleeren hier te brengen.” - -De Braziliaan drukte op de electrische bel; dadelijk daarna verscheen -de neger, die na een kort bevel van zijn meester jas en hoed bracht en -hem bij het aantrekken hielp. - -Hierop zei de markies eenige woorden in het Spaansch tegen den neger, -wat de commissaris van politie hem verbood. - -De markies zocht nog even in zijn borstzak en mompelde: - -„Mijn portefeuille ... Ja die heb ik ...!” - -„Die moest u ons maar meteen geven,” klonk het weer uit den mond van -Mr. Holliday, „daarin zal het gestolene geld wel geborgen zijn!” - -„Een oogenblik,” antwoordde de markies. „Ik wil nog even een cigarette -aansteken.” - -Bij deze woorden bukte hij zich naar een klein cigarettenétui op de -schrijftafel en drukte tegelijkertijd op een daaronder verborgen veer. - -In het volgende oogenblik omgaf diepe duisternis de personen, die zich -in het vertrek bevonden. - -De commissaris sprong naar voren en trachtte tegelijkertijd zijn -electrische zaklantaarn uit zijn jas tevoorschijn te halen, maar hij -struikelde over een vooruitgestoken been en Mr. Holliday kreeg een zoo -klinkende oorvijg, dat het vuur hem uit de oogen sprong. - -Lord Clifford en de politie-agent hielden het voor het verstandigst, -rustig te blijven staan. - -Men hoorde alleen nog een hoonend: - -„Goeden avond, heeren!” uit den mond van den Braziliaan, daarna zich -snel verwijderende schreden en een dichtvallende deur, waarnaar de -politiebeambten in het pikdonker, dat hen omgaf, lang tevergeefs -zochten. - -En toen deze deur eindelijk gevonden was, omhulde hen ook buiten de -kamer een Egyptische duisternis. - -„De kerel heeft de geheele electrische geleiding uitgeschakeld!” riep -de detective uit, „maar wacht, heeren, als ik hem te pakken krijg ...!” - -De anderen konden hun lachen niet bedwingen. Met veel moeite en steeds -met hun handen den weg zoekend, bereikten zij eindelijk de straatdeur -der villa. - -Daar buiten hing de mist, de ondoordringbare, zwarte, reeds dagenlang -boven Londen hangende Engelsche mist, die elke achtervolging van den -vluchteling onmogelijk maakte. - -Zoo ontsnapte Lord Lister, bijgenaamd John Raffles, de groote -onbekende, aan zijn vervolgers. - -In welke gevaren hij zich daarna weer ging werpen, zullen wij in de -volgende afleveringen te weten komen. - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 9: OM GOUD EN -LIEFDE *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
