summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67244-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67244-0.txt')
-rw-r--r--old/67244-0.txt2806
1 files changed, 0 insertions, 2806 deletions
diff --git a/old/67244-0.txt b/old/67244-0.txt
deleted file mode 100644
index 6070b44..0000000
--- a/old/67244-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2806 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 9: Om goud en liefde,
-by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 9: Om goud en liefde
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: January 24, 2022 [eBook #67244]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 9: OM GOUD EN
-LIEFDE ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 9 OM GOUD EN LIEFDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-OM GOUD EN LIEFDE.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE MARKIES DI SAO BALBO.
-
-
-De herfstavond was aangekomen en het gezelschap was met zijn honden
-teruggekeerd van de jacht. Men kleedde zich op Rastinghouse, het
-landgoed van Lord Clifford, voor het diner.
-
-De hall van het oud-adellijke slot, die groote ruimte, waar de rijke
-Engelschen zich het liefst ophouden, en vanwaar men langs de prachtig
-gebeeldhouwde trappen de verschillende etages bereikt, scheen nog leeg
-te zijn.
-
-Eerst toen een rijzige slanke mannengestalte met veerkrachtigen tred en
-bijna onhoorbaar de met dikke loopers belegde trap afkwam, richtte zich
-in een der fauteuils, die in de hall stonden, een fijnbesneden, blond
-vrouwenkopje op en twee groote violetblauwe oogen keken vragend op.
-
-De heer glimlachte en vroeg met gedempte stem:
-
-„Heb ik u verschrikt, Miss Goal? Dacht u misschien, dat het de beruchte
-Raffles was, die uw gouden lokken kwam stelen?”
-
-De dame, die zich nu in haar volle lengte verhief, had een slanke,
-tengere gestalte en was een bijzonder bekoorlijke verschijning. Zij was
-het blijkbaar niet met zichzelf eens, welke houding zij zou aannemen
-tegenover den heer, die nu vóór haar stond en met zijn blanke vingers
-over zijn prachtigen, zwarten baard streek. Eindelijk sprak zij:
-
-„Neen, markies, ik herkende u dadelijk. Ik betwijfel het echter of het
-louter toeval is, dat wij elkaar zoo dikwijls ontmoeten en dat wij
-zelfs in dit huis, waar zoovele menschen samenzijn, ons telkens weer in
-elkaars gezelschap bevinden. Misschien is het het noodlot, dat zoo vaak
-onze wegen doet kruisen.....”
-
-Zij zweeg en de slanke man, die vóór haar stond, zag een traan in haar
-oogen. Hij boog en sprak:
-
-„Ik hoop, Miss, dat gij dit zóó opvat als het u het liefst zou zijn. Ik
-zou er gaarne iets toe willen bijdragen om uw blik meer tevreden en
-gelukkig te maken.”
-
-Daarop vatte hij een van haar smalle handjes, waarop hij een langen,
-innigen kus drukte.
-
-„Maar ik begrijp niet, wat u bekommert. Iedereen houdt van u, gij zijt
-onder bescherming van een achtenswaardigen ouden heer, kolonel Goal, en
-ik geloof niet, dat er zich iemand hier in huis bevindt, die niet met
-alle mogelijke opoffering den geringsten uwer wenschen zou willen
-vervullen.”
-
-Miss Florence schudde het hoofd en sprak:
-
-„Van u, markies, had ik niet gedacht, dat gij u, evenals alle anderen,
-liet misleiden.”
-
-Verbaasd keek de knappe man in het gelaat der jonge vrouw, daarop
-antwoordde hij met een glimlach:
-
-„Men kan niet altijd toegeven aan zijn vermoedens, lieve Miss. Ik heb
-veel opgemerkt, wat aan de oogen van anderen verborgen is gebleven en
-ik meen mij niet te vergissen in de veronderstelling, dat uw verdriet
-een uwer naaste bloedverwanten geldt. Is het niet waar?”
-
-Het schoone meisje knikte toestemmend.
-
-En snikkend sprak zij met gedempte stem:
-
-„En ik ben verloren, als niemand mij helpt.”
-
-Ridderlijk knielde hij voor haar neer, hij nam de blanke meisjeshand in
-de zijne en sprak op ernstigen, bijna plechtigen toon:
-
-„In de aderen van den markies di Sao Balbo vloeit het bloed der oude
-Saraceensche ridders. Mijn stamvader liet zich voor zijn dame
-verbranden en al zijn de gewoonten ook minder wreed geworden en al
-zoudt gij, lieve Miss, een dergelijke vuurproef niet van mij verlangen,
-toch smeek ik u, geheel over mij te beschikken en uwe eischen te mijnen
-opzichte zoo hoog mogelijk te stellen.
-
-„Het gevoel, dat ik jegens u koester, is zoo verheven en heilig, dat ik
-er naar snak, iets voor u te mogen doen!”
-
-Miss Florence was eenigszins teruggeweken. Uit de woorden van den man,
-die knielend voor haar lag, laaide de gloed van den hartstocht haar
-tegen en zij wist niet, welk antwoord zij moest geven.
-
-De schoonheid van dezen man streelde haar zinnen, zijn welluidende stem
-trof haar hart en zij besefte, dat, hetgeen zij voor den markies
-voelde, de kiem was van een liefde, die zij zichzelf nauwelijks durfde
-bekennen.
-
-Voor een oogenblik vergat zij haar leed. Maar de Zuid-Amerikaan, van
-wien men vertelde, dat hij in de Vuelta Abajos tabaksplantages en
-andere bezittingen van fabelachtige waarde had, drong er zelf op aan,
-dat zij haar hart bij hem uit zou storten.
-
-O, hoe gaarne deed zij dit!
-
-Deze Mr. Goal, de gewezen overste in het leger van Hare Majesteit de
-Koningin, deze oude soldaat, die door iedereen voor een man van eer
-werd gehouden, was een groote schurk, gevaarlijk voor ieder jong
-meisje.
-
-Hij vervolgde zijn nicht, die eigenlijk slechts een verre bloedverwante
-van hem was, met de volharding van een ouden woesteling, hij sloop haar
-na tot in haar kleedkamer en beproefde daar, nadat hij de dienstboden
-had doen heengaan, zijn schandelijke plannen uit te voeren.
-
-Trouwen wilde hij haar niet! Geen enkel oogenblik dacht hij daar aan!
-Tot zijn geliefde wilde hij haar maken om haar later, als hij genoeg
-van haar zou hebben, weg te werpen.
-
-De wangen van het meisje waren met een blos van schaamte bedekt, toen
-zij deze dingen van zoo kieschen aard toevertrouwde aan den jongen man,
-die met gefronst voorhoofd naar haar luisterde. Zij durfde haar reine,
-blauwe oogen niet opslaan naar hem, die haar zooeven van zijn teedere
-gevoelens had gesproken. Maar zijn zware, hijgende adem verried haar,
-hoezeer haar verhaal hem aangreep.
-
-En toen sprak zij eindelijk, luid snikkend:
-
-„Ik had een vertrouwd kamermeisje, dat reeds in mijn ouderlijk huis had
-gediend. Eenigen tijd voordat wij naar het slot van lord Clifford
-reisden, heeft de ellendeling mijn arme Betsie onder de valsche
-beschuldiging van diefstal laten gevangen nemen. Nu ben ik zonder
-eenige bescherming en ik ril van afschuw als ik denk aan het oogenblik,
-waarop wij naar ons landgoed zullen terugkeeren.”
-
-Zij dacht eenige oogenblikken na en vervolgde toen met een wilden lach,
-waaruit oneindig groote wanhoop sprak:
-
-„Maar hij zal mij niet levend in zijn macht krijgen! Ik wil liever
-sterven!”
-
-Markies di Sao Balbo was doodsbleek geworden. Het trillen zijner sterke
-handen en het rollen van zijn donkere oogen toonden in welke vreeselijk
-opgewonden toestand de anders zoo kalme man zich bevond.
-
-Met moeite slechts kon hij vragen:
-
-„Eén ding begrijp ik niet, Miss. Gij zijt immers rijk. Ik bid u, mij
-mijn onbescheidenheid niet kwalijk te nemen, maar men beweert, dat gij
-een groot vermogen bezit, gij zijt dus niet afhankelijk van dezen man!
-Ik weet, dat gij meerderjarig zijt. Is het dan alleen uit eerbied voor
-een familielid, dat gij het huis, waarin uw eer wordt aangerand, niet
-verlaat?”
-
-Opnieuw in tranen uitbarstend, schudde Miss Florence het hoofd.
-
-„Ik was rijk en ik moest het nog zijn! Mijn ouders hebben inderdaad een
-groot vermogen achtergelaten. Maar deze man, die mij nu nog het laatste
-wil ontnemen, wat ik bezit, heeft mij ook mijn vermogen ontstolen. Met
-mijn eigen oogen heb ik het testament gezien, waarbij mijn vader mij
-tot universeele erfgename benoemde......”
-
-Zij droogde haar oogen met het fijne, kanten zakdoekje en de markies
-vroeg, bijna ongeduldig:
-
-„En waar bleef dat testament?”
-
-Op verdrietigen toon antwoordde het jonge meisje:
-
-„Het document is verdwenen, er werd een ander gevonden, toen papa
-gestorven was, waarbij mijn oom als beheerder van mijn vermogen was
-benoemd. Ik zelf zou geen enkelen stuiver in handen krijgen, terwijl
-mijn vader, die bij zijn leven nimmer een onaangenaam woord tot mij had
-gesproken, mij lichtzinnig en verkwistend noemde.
-
-„Mr. Goal was ook benoemd tot executeur-testamentair en de verdere
-voorwaarden luidden, dat hij mij in zijn huis moest opnemen en dat
-ikzelf nimmer, maar bij eventueel huwelijk mijn kinderen wel over het
-vermogen zouden kunnen beschikken.”
-
-„Op die manier heeft de schurk er zich warmpjes ingenesteld,” sprak de
-markies, wiens neusvleugels trilden van toorn.
-
-„Nu begrijp ik het, lieve Florence, dat gij het als een schikking van
-het noodlot hebt beschouwd, dat wij elkaar hebben ontmoet...! Ook ik
-ben het toeval dankbaar, dat mij de gelegenheid geeft, u te kunnen
-helpen!
-
-„Keer gerust met uw oom terug naar Kilburn en wees ervan overtuigd, dat
-hij het nimmermeer zal wagen, u een voorstel te doen, dat uw eergevoel
-zou kunnen krenken. Ja, hijzelf zal binnenkort blij zijn, als gij hem
-uw hulp niet weigert!”
-
-Verrast, ongeloovig en toch met een uitdrukking van hoop op het
-bekoorlijke gelaat, stak zij den markies haar handen toe en riep op
-zachten toon:
-
-„Wilt gij mij helpen? O, zeg mij, wat wilt gij doen? Weet gij iets
-omtrent mijn oom?”
-
-Meer kon Miss Goal niet vragen; de markies kon haar nog slechts met een
-stevigen handdruk en een welsprekenden blik zijn hulp toezeggen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-VERSMADE LIEFDE.
-
-
-Een elegante brunette kwam de trap af. Zij was gekleed in een zeegroen
-dinertoilet, dat haar fraaigevormden hals en een deel van den gevulden
-boezem vrij liet.
-
-Mrs. Mabel Morton was zeker niet veel ouder dan Miss Goal, maar de
-teedere bekoorlijkheid, die het blonde meisje zoo aantrekkelijk maakte,
-ontbrak op haar gelaat, dat ontegenzeggelijk schoon was, maar een te
-hartstochtelijke en zenuwachtige uitdrukking had.
-
-Mrs. Morton groette de jonge dame en wendde zich daarna met een lichte
-buiging van haar fier opgericht hoofd, dat met een paar prachtige
-zwarte vlechten was gesierd, tot den markies. Lang en doordringend liet
-zij haar blik op zijn gelaat rusten.
-
-Maar de Braziliaan, die, naar hij zelf vertelde, de laatste
-afstammeling was van een oeroud adellijk geslacht van Spaansche
-origine, keek met ijskouden blik langs de schoone vrouw heen. Op haar
-gelaat kwam een scherpe uitdrukking, toen zij zich tot den markies
-wendde met de vraag:
-
-„En wat zegt u wel, mijnheer, van de misdaden, die sinds eenigen tijd
-onze hoofdstad zoo in beroering brengen?”
-
-Met onverholen bewondering de liefelijke verschijning van Miss Goal
-nakijkend, die zoo juist met een lachenden afscheidsgroet naar boven
-ging, antwoordde de markies:
-
-„Ik weet werkelijk niet, wat u bedoelt, mevrouw.... misdaden.... mijn
-Hemel, er gebeurt zooveel op dat gebied....”
-
-Maar voordat de dame iets had kunnen antwoorden, klonk de stem van Lord
-Clifford, een oude heer met bijzonder knap uiterlijk. Boven aan de trap
-staande, mengde hij zich in het gesprek:
-
-„Maar mijn beste markies, dat behoordet gij toch te weten! Onze geachte
-vriendin bedoelt blijkbaar de merkwaardige geschiedenissen, die verteld
-worden omtrent dien Raffles, dien aartsschurk....!”
-
-„Raffles....?” De markies lachte. „Raffles...? Ach, zoo!.... Ja, daar
-heb ik natuurlijk ook wel van gehoord....! Dat is die
-bewonderenswaardige kerel, die vooral in particuliere woningen de
-geslepenste diefstallen pleegt en zijn komst van te voren
-aankondigt....”
-
-„Ja, ja.... juist! Juist....!”
-
-Lord Clifford liep in de hall heen en weer.
-
-„Ja, dat is hij! Natuurlijk zijn de malste geruchten in omloop.... Deze
-man zou afstammen van een onzer oudste adellijke geslachten. Hij
-onderteekent zijn eigenaardige briefjes, die verschillende slachtoffers
-vóór den diefstal ontvingen, met den naam John C. Raffles.”
-
-De markies boog glimlachend zijn donkergelokt hoofd.
-
-„Het is in elk geval heel beleefd, zijn komst van te voren aan te
-kondigen. Maar denkt u ook niet, dat de verhalen erg overdreven zijn?
-Misschien heeft de een of ander internationale dief bij een gegoede
-familie sieraden of tafelzilver gestolen en heeft een grappenmaker zich
-de vrijheid veroorloofd, den bestolene een brief te schrijven, dien hij
-heeft onderteekend met den naam Raffles.... Hieruit fabriceert het
-groote publiek dan onmiddellijk een heelen roman, hoewel het best een
-doodgewoon feit kan zijn geweest....”
-
-Lord Clifford schudde het hoofd, hij was het niet met zijn gast eens.
-
-Maar Mabel Morton, die haar oogen onafgewend op den Zuid-Amerikaan
-gevestigd hield, antwoordde op bijna uitdagenden toon:
-
-„Deze verklaring van u is zeer menschlievend ten opzichte van den
-beruchten inbreker! Zij stemt echter niet overeen met de feiten...
-eenige ervan zijn van algemeene bekendheid, bij voorbeeld de
-juweelendiefstal in het huis van den graaf van Kingston en het
-verdwijnen der ordeteekenen van den koning. Telkens heeft men even vóór
-het plegen van den diefstal bericht ontvangen omtrent de plannen van
-den roover en ik meen te weten, dat ook de andere gevallen zich op
-dezelfde wijze hebben afgespeeld.”
-
-„Mevrouw,” sprak de Zuid-Amerikaan, „ik heb geen enkele reden om den
-misdadiger, die de algemeene verontwaardiging heeft opgewekt, in
-bescherming te nemen!”
-
-De dame, op wier gelaat groote ontroering te lezen was, antwoordde met
-een gedwongen glimlachje:
-
-„Heb ik dat beweerd?... Ik vind alleen, dat men zich niet moest
-bekommeren om zaken, waar men feitelijk buiten staat!”
-
-En daarop vervolgde zij op kalmer toon:
-
-„......Ik bedoel,...... och, u hebt gelijk; wij twisten over dingen,
-die geheel en al buiten onzen kring omgaan.”
-
-Lord Clifford wilde nog iets in het midden brengen, maar een blik op de
-gezichten van deze twee menschen, waarop hij iets las, dat hij niet
-begreep, maar dat hem veel te denken gaf, maakte hem voorzichtig.
-
-Het maakte op hem den indruk, alsof het tusschen die twee binnen eenige
-minuten tot een liefdesverklaring zou moeten komen. En omdat hij gaarne
-in alle opzichten zijn gasten aangenaam wilde zijn, besloot hij, hen
-alleen te laten.
-
-„Ik verzoek u, mij nog voor een kwartiertje te verontschuldigen; ik
-bedenk opeens, dat ik nog een dringenden brief moet schrijven.”
-
-Met deze woorden verdween hij in de aangrenzende bibliotheek.
-
-Nauwelijks had hij de deur achter zich gesloten, of Mabel Morton sprak
-met zachte stem tot den markies:
-
-„Nu zult gij mij niet weer ontsnappen! Eindelijk moet het tusschen ons
-tot eene opheldering komen! Denkt gij, dat ik niet heb gezien, hoe gij
-dat jonge ding, Florence Goal, het hof hebt gemaakt? Vergeet niet, dat
-ik recht heb op uw persoon en dat ik dit recht zal verdedigen tot aan
-mijn dood...!”
-
-Smeekend strekte zij haar handen naar hem uit, waarop hij met een
-koelen blik terugweek. „Raoul, wees barmhartig! Ontvlucht mij niet,
-verlaat mij niet! Ik bemin je en kan zonder jou niet leven...!”
-
-Zij zweeg. En terwijl geen enkele trek veranderde op het gelaat van den
-man, geen woord van zijn lippen kwam en zelfs geen glimlach om zijn
-mond verscheen, bleef zij doodsbleek en met een uitdrukking van wanhoop
-op het gelaat, voor hem staan, woorden van liefde en tederheid
-fluisterend, die hij niet scheen te hooren.
-
-Totdat eindelijk, toen hij voor haar smeeken doof bleef en niets haar
-zeide, dat hij haar hartstochtelijke woorden had verstaan, in haar
-donkere oogen een uitdrukking van haat verscheen.
-
-Haar fijne vingers kromden zich om zijn arm en buiten zichzelf van
-opgewondenheid fluisterde zij hem toe:
-
-„Wee, als je een andere liefhebt? Ik vernietig jou en haar!”
-
-Hij ging nog een stap meer achteruit en voordat zij weer kon beginnen
-te spreken, vernam men schreden bovenaan de trap.
-
-Mrs. Clifford naderde met haar dochter Lilith en haar vriendin Miss
-Ellen Graven, een rijke Amerikaansche.
-
-De hall was nu spoedig met gasten gevuld.
-
-Lord Clifford scheen zijn correspondentie beëindigd te hebben en met
-hem verscheen overste Goal aan den arm van Sir Edward Touston. Achter
-den ouden militair met zijn goedig uiterlijk liep Lord Emmerding in
-gezelschap van Miss Florence Goal.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-DE GEHEIMZINNIGE DWERG.
-
-
-Het diner was afgeloopen en vroolijk lachend en pratend begaven sommige
-paren zich weer naar de hall.
-
-„Het is mij werkelijk zeer onaangenaam,” sprak Clifford tot Sir Edward
-Touston, in wiens gezelschap hij van een fijne sigaar genoot.
-
-„Die geheimzinnige dief brengt mij werkelijk in verlegenheid.
-
-„Ik heb, zooals gij weet, hier aan den vertegenwoordiger van de
-Regeering uitgestrekte landerijen verkocht namens onze geheele
-graafschap. Dit staat in verband met den aanleg van het nieuwe kanaal.
-
-„Morgen zal de uitbetaling plaats hebben, van de zeer aanzienlijke
-geldsom, namelijk 100,000 pond sterling en wel in mijn huis.
-
-„Als de verkoop slechts mij zelf aanging, dan zou ik het bedrag
-eenvoudig op mijn Bank overdragen. Dat is nu echter onmogelijk, omdat
-ik in dit geval te maken heb met een menigte kleine boeren, die niet
-tevreden zijn met een stukje papier, een cheque, die zij moeten
-inlossen.
-
-„Die menschen hebben het liefst hun geld aan contanten uitbetaald en
-daarom ben ik genoodzaakt, het geheele reuzenbedrag juist nu in mijn
-huis te hebben.
-
-„Ik heb natuurlijk een stevige brandkast, maar iedereen weet, dat
-dergelijke veiligheidsmaatregelen tegenover onze tegenwoordige
-inbrekers van nul en geener waarde zijn.
-
-„Die kerels werken met alle hulpmiddelen der moderne techniek en ik
-moet u bekennen....” Lord Clifford sprak met gedempte stem: „Ik ben
-niet op mijn gemak....!”
-
-Sir Edward Touston, die vroeger bij de marine had gediend en die een
-onverstoorbare kalmte bezat, glimlachte.
-
-„Gij zult toch waarschijnlijk al die kletspraatjes niet gelooven,
-Mylord! Die geheimzinnige schurk is ook maar een doodgewoon mensch.
-Laat des nachts uw honden los en geef uw bedienden revolvers. Als dat
-alles nog niet helpt, laat dan een paar Londensche detectives komen,
-die gij wacht laat houden vóór uw brandkast. De boeren zullen spoedig
-genoeg hier zijn om hun geld in ontvangst te nemen en dan zijt gij van
-alles af!”
-
-Lord Clifford schudde het hoofd en op dit oogenblik naderde overste
-Goal het tweetal, informeerende naar het onderwerp van hun gesprek.
-
-„Wij hebben het juist over dien geheimzinnigen inbreker,” sprak Lord
-Clifford. „Ik ben toevallig genoodzaakt, veel geld in huis te hebben en
-dus is het begrijpelijk, dat ik enigszins bezorgd ben!”
-
-„Veel geld?” vroeg overste Goal met van hebzucht fonkelende oogen.
-
-„Ja,” antwoordde Lord Clifford, „ongeveer 100,000 pond.”
-
-Deze woorden brachten een grooten ommekeer te weeg op het gelaat van
-den ouden kolonel. Begeerig likte hij zijn lippen af en zijn vingers
-kromden zich krampachtig als wilde hij een flinken greep doen in een
-reusachtigen zak met goud.
-
-„Ah, 100,000 pond,” ontsnapte het aan zijn lippen, die verdwenen onder
-een dichte grijze snor.
-
-Deze woorden trokken de aandacht van alle andere aanwezigen. Binnen
-eenige minuten was ieder op de hoogte van den toestand.
-
-Men lachte en schertste en maakte Lord Clifford tot het onderwerp der
-algemeene bespotting, waaraan zelfs zijn echtgenoote, een
-aristocratische bleeke dame, meedeed.
-
-Het meest lachte Lilith, een bekoorlijke brunette, de vriendin van Miss
-Florence Goal.
-
-Deze beide meisjes—ook Miss Florence scheen weer in een vroolijke
-stemming te zijn—putten zich uit in fantastische beschrijvingen van een
-avontuur, dat zij gaarne met den geheimzinnigen dief zouden willen
-hebben.
-
-„Ik geloof,” sprak Lilith, „dat hij galant genoeg zou zijn om mij niet
-te bestelen.”
-
-„Zeker!” klonk het nu uit den mond van markies di Sao Balbo, welke tot
-nu toe alleen met een glimlach aan het gesprek had deelgenomen.
-
-Maar alsof hij reeds spijt had van dit enkele woord, vervolgde hij op
-onverschilligen toon:
-
-„Want iemand, die zooals men beweert, afstamt uit een der oud-Engelsche
-families, kan natuurlijk niet anders dan beleefd zijn tegenover dames.”
-
-Maar de anderen schudden het hoofd en beweerden, dat men het er liever
-niet op aan moest laten komen.
-
-„O!” riep Lilith met een guitig lachje, „daaromtrent zouden wij gauw
-zekerheid kunnen hebben. De markies heeft ons eergisteren beloofd, een
-kleine séance in ons midden te zullen houden. Wij roepen eenvoudig den
-geest op van dezen genialen dief!”
-
-„Maar dat gaat niet!” fluisterde Miss Ellen Graven. „Wij hebben bij ons
-in Amerika dikwijls met geesten gesproken, maar men kan niet een levend
-mensch oproepen!”
-
-„Welnu,” meende Sir Edward Touston, „dan zouden we Raffles eerst dood
-moeten slaan, voordat we zijn geest oproepen!”
-
-Mrs. Mabel Morton echter sprak:
-
-„Ik geloof, dat wij den markies gerust kunnen vertrouwen. Als hij dezen
-merkwaardigen misdadiger wil laten spreken, kunt gij er van verzekerd
-zijn, dat hem dit zeer gemakkelijk zal vallen, nietwaar markies?”
-
-De Zuid-Amerikaan dacht even na, daarop boog bij toestemmend het
-interessante hoofd en sprak, zonder de aanwezigen aan te zien:
-
-„Ik zou het gezelschap dan in elk geval moeten verzoeken, mij te volgen
-naar de bovenvertrekken van het huis. Toen men mij onlangs verzocht,
-een séance te houden, heb ik het vertrek aan de zijde van den vijver—ik
-geloof, dat het een met gele zijde gestoffeerde salon is—daartoe
-bijzonder geschikt bevonden. Gij moet namelijk weten, dat de geesten
-volstrekt geen genoegen nemen met iedere kamer. Er zijn bepaalde
-afmetingen noodig.
-
-„De geluiden mogen in een dergelijk vertrek niet al te duidelijk zijn,
-maar zoo zacht mogelijk klinken, want de geesten houden er niet van,
-zich al te luide te openbaren.... Alles moet op zachten en gedempten
-toon toegaan, ook zijn zij gevoelig voor leelijke en schelle
-kleuren.... Ja, u glimlacht, mijne heeren, maar wie, zooals ik, reeds
-jarenlang in innig contact staat met hen, die niet meer bij ons zijn,
-en die ons toch voortdurend omringen, die heeft geleerd, hen te
-begrijpen en rekening te houden met hun wenschen!
-
-„Als de gastheer het toestaat, zullen wij ons naar boven begeven naar
-dat vertrek!”
-
-Een bijna plechtige stemming had zich meester gemaakt van het kleine
-gezelschap. De meeste van deze anders zoo spotlustige en oppervlakkige
-menschen waren onder den indruk van het geheimzinnige, waarmee de
-overigens zoo verlichte Engelschen zich gaarne omgeven.
-
-Er was misschien niemand onder hen, die de gemeenschap met de
-onbelichaamde geesten voor onmogelijk hield en de markies di Sao Balbo
-verzamelde een tamelijk geloovig gezelschap om zich heen, toen men het
-gele salon had bereikt en de bedienden van den Lord met groote snelheid
-de meubelen, op enkele stoelen na, hadden verwijderd.
-
-Een kleine tafel, bedekt met een zwart fluweelen kleed, bleef in het
-midden van het vertrek staan, en daarvoor nam de markies di Sao Balbo
-plaats, gezeten op een tabouret, waarop hij eenige kussens had gelegd.
-
-Het slot was voorzien van electrisch licht. Een geweldige dynamo, wier
-geluid verloren ging in de gewelfde kelderruimte, verschafte den
-stroom, die het geheele kasteel, dat te midden der landelijke
-eenzaamheid lag, verlichtte.
-
-Behalve een enkele vlam, werden alle lichten uitgedraaid.
-
-Het was volkomen stil in het niet overgroote vertrek, waarin de
-voorname Engelsche dames en heeren op tamelijken afstand van den
-markies zaten te wachten op de dingen, die komen zouden.
-
-De kleine, met een tot op den grond afhangend kleed bedekte tafel, ging
-nu onder de handen van den markies ongeveer een voet de hoogte in en
-begon met schommelende bewegingen in een halven cirkel om den
-Zuid-Amerikaan heen te draaien.
-
-Tegelijkertijd vernam men, als uit de diepte komend, een gegons van
-stemmen, alsof menschen in een vreemde taal een ernstig lied zongen.
-Dat duurde ongeveer een minuut en hield toen plotseling op, terwijl de
-tafel weer tot op den vloer neerdaalde en daar bleef staan.
-
-Nu stond de markies op, hij liep naar den muur, waar niemand zat en nam
-een klein pakje uit zijn zak, waaruit hij, bukkend, op ongeveer twee
-meter afstand van den muur, een witachtig poeder op den vloer strooide.
-
-Nadat hij dit met een waslucifer in brand had gestoken, sprong hij
-terug, terwijl het vuur zich bliksemsnel over het poeder verspreidde.
-
-De hiermee gepaard gaande zwakke knal had de dames verschrikt, maar nog
-voordat zij van de verbazing waren bekomen, zweefden roode, welriekende
-wolken langs den met zijde bekleeden muur omhoog.
-
-Uit dezen nevel, die langzamerhand wegtrok door een venster, dat de
-markies had geopend, kwam een klein wezen te voorschijn van nauwelijks
-een meter lengte, misvormd en gebocheld en met een wanstaltig,
-buitengewoon leelijk hoofd.
-
-Terwijl hij met boosaardige roofdieroogen het voorname gezelschap
-opnam, bleef de kleine man tegen den muur staan; daarna keek hij op
-naar den markies, die plotseling een kleine zweep in de hand hield,
-waarmee hij den dwerg dreigde. (Zie het titelblad.)
-
-„Wat een verschrikkelijk schepsel!” fluisterde de schoone Lilith, „o,
-kijk eens hoe vies hij eruit ziet!”
-
-Maar haar vriendin, tot wie deze woorden gericht waren, keek sidderend
-naar haar oom, kolonel Goal, die in het halfdonker van de kamer veel
-minder notitie nam van den geheimzinnigen dwerg dan van de mooie
-Florence, wier gestalte hij met begeerige blikken verslond.
-
-Op dit oogenblik weerklonk de stem van den geesten-bezweerder met bijna
-onherkenbaren klank. Op bevelenden toon klonk het:
-
-„Vertel ons, wie je bent!”
-
-De dwerg kromde zich als een worm, maar scheen niet van plan om te
-antwoorden. Eerst toen de markies hem met de zweep dreigde, stiet hij
-eenige onsamenhangende geluiden, uit, waaruit men alleen kon begrijpen,
-dat hij „Jim Gocky” heette en weer weg wilde.
-
-„Je blijft!” gebood hem de markies, „en je zult ons zeggen, wat je weet
-van Raffles, die zich de Groote Onbekende noemt!”
-
-De dwerg grijnsde als een duivel; eindelijk sprak hij:
-
-„....hij is er.... daar is hij.... en hij is weer verdwenen....! Als
-hij komt, luidt de groote bel.... waar geld of schatten verborgen zijn,
-weet hij ze te vinden.... Hij neemt het van de rijken en geeft het aan
-de armen....”
-
-Zonder zich te storen aan de verbaasde uitroepen van de toeschouwers,
-vroeg de markies verder met de grootste kalmte:
-
-„En kun je ook vertellen, Jim Gocky, waarheen John Raffles zich den
-eerstvolgenden keer zal begeven?”
-
-De dwerg aarzelde weer, hij scheen weer geen lust te hebben om te
-antwoorden.
-
-Met een sprong stond de markies naast hem, de zweep snorde door de
-lucht en de kleine man sloeg als om genade smeekend de handen voor het
-gelaat Daarop schreeuwde hij:
-
-„Hierheen zal hij komen....! Hierheen komt hij, reeds morgen....”
-
-Lord Clifford was opgestaan en sprak met eenigszins onvaste stem tot
-den markies:
-
-„Zoudt u hem eens willen vragen, wat Raffles hier zal komen doen?”
-
-Maar er was geen woord meer uit den dwerg te krijgen. Hij hurkte op den
-vloer neer en keek om zich heen als een getergd aapje, dat angstig een
-uitweg zoekt om te vluchten.
-
-De markies haalde de schouders op, daarop nam hij weer het pakje met
-het witte poeder uit zijn zak en strooide de rest ervan op dezelfde
-wijze als daarstraks langs den muur en rondom den dwerg.
-
-Het waslucifertje vlamde op, rozeroode, welriekende wolken stegen op
-naar het plafond en toen deze waren verdwenen, was er ook van den dwerg
-niets meer te zien.
-
-Maar een koude tocht trok door de kamer en Sir Edward Touston, de
-ongeloovigste van het gezelschap, sprak tot zijn vriend Lord Clifford:
-
-„Vanwaar kwam plotseling die koude luchtstroom? De deuren en vensters
-zijn toch gesloten!”
-
-De dames omringden vol bewondering den markies en vroegen hem om
-opheldering van het vreemde geval. Deze echter maakte er zich af met
-een fijnen glimlach. Hij ging naar beneden en verzocht den gastheer,
-zijn automobiel te laten voorrijden, daar hij nog naar Londen moest,
-waar hij in de Club werd verwacht
-
-Tegelijk met den Zuid-Amerikaan nam, ondanks het algemeene protest der
-aanwezigen, diens jonge vriend, Mr. Rudge Fitzgerald, afscheid en
-eenige minuten later hoorde men het zich verwijderend getuf van den
-Mercedes-wagen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-IN „BLACK HORSE”.
-
-
-Tegen den avond van dienzelfden dag had een ondoordringbare mist zich
-boven Londen samengepakt. De menschen waren omhuld door dikke, zwarte
-wolken en het was zeer gevaarlijk voor hen, die niet nauwkeurig den weg
-in deze reuzenstad kenden. Op de hoeken der straten zag men met
-brandende fakkels voorziene jongens staan, die zich aanboden om de
-personen, die in den mist mochten zijn verdwaald, weer op den goeden
-weg te brengen.
-
-Hoe ongelooflijk het ook klinkt, toch is het een feit, dat men op een
-afstand van drie schreden niets meer kan onderscheiden in dezen
-ondoordringbaren nevel, die daarenboven de ademhaling bijna onmogelijk
-maakt.
-
-De couranten bevatten na een dergelijken mist steeds lange lijsten van
-verongelukte en zoek geraakte personen. En dat is het nog niet alleen,
-waaraan de Londenaar in die dagen is blootgesteld, maar beschermd door
-dezen vuilen sluier, die de geheele stad in zijn geheimzinnige
-ondoordringbaarheid verborgen houdt, loert overal de misdaad!
-
-In het Oostelijk deel der stad ligt de wijk der ellende: Whitechapel.
-Een net en fatsoenlijk gekleed mensch behoort daar tot de
-zeldzaamheden; in de goten vindt men beschonken mannen en, wat nog
-erger is, beschonken vrouwen.
-
-Daar, waar Whitechapel Road eindigt en waar Mile End begint, gaat naar
-rechts de Sidney Street Op dien hoek, verlicht door een straatlantaarn,
-stond midden in den nevel, in pikdonkeren nacht, een hooge gestalte in
-een wijden zwarten mantel.
-
-Het scheen, alsof de man, die op geen vijf pas afstands te zien was, op
-iemand wachtte.
-
-Een torenklok verkondigde het middernachtelijk uur.
-
-Na eenige oogenblikken ging de onbekende de Sidney-street in, waar hij
-bij den hoek der eerstvolgende zijstraat weer bleef staan wachten.
-
-Hoewel hij in gedachten verdiept scheen te zijn, ontsnapte het toch
-niet aan zijn aandacht, dat door den nevel heen iets naderbij kwam.
-
-En plotseling werd hij van twee kanten tegelijk beetgepakt, terwijl men
-trachtte, hem neer te werpen.
-
-De onbekende verdedigde zich niet, hij bewoog zich nauwelijks, hij
-sprak slechts een enkel woord.
-
-Even snel als zij hem hadden aangevallen, lieten de aanranders hem los.
-Een van hen mompelde:
-
-„Vergeef het ons, mijnheer, dat komt van den mist!”
-
-Daarop verdwenen beiden in de duisternis, terwijl zij den eenzamen man,
-die heilig scheen in de oogen van roovers en moordenaars, alleen
-achterlieten.
-
-Deze vervolgde zijn weg, totdat hij in een herberg kwam, wier
-verlichting een zwak schijnsel op straat wierp. Maar hij ging de deur
-van het gebouw voorbij, liep naar den muur en was opeens verdwenen, als
-opgeslokt door de zwarte, vochtige wolken.
-
-In de herberg, die bij de misdadigers, welke hier samenkwamen, bekend
-stond onder den naam „Black Horse” (Het Zwarte Paard), heerschte een
-vreeselijk lawaai.
-
-Het was een groot vertrek gelijkvloers, dat, gevuld met menschen en
-sigarenwalm, een helsch schouwspel vertoonde.
-
-Meiden van het minste allooi, met oude, vuile zijden lappen opgedirkt,
-met rood geschilderde wangen en zwart omrande oogen, hokten hier samen
-met haar minnaars, van wie geen enkele zijn brood op eerlijke wijze
-verdiende.
-
-Op een podium achter in de zaal droegen een neger en een negerin
-schuine liedjes voor, waarbij zij op de banjo speelden. Het schrille,
-oorverdoovende geluid van het instrument werd echter door het ruwe
-geschreeuw en het krijschende lachen der gasten overstemd.
-
-Op eenigen afstand daarvan zaten aan een lange tafel verscheiden
-mannen, die zich bezighielden met allerlei hazardspelletjes. Tusschen
-hen bevonden zich ook eenige lieden, naar hun roode haren te oordeelen,
-Ieren, die niet tot de gewone bezoekers behoorden, maar welke hierheen
-gelokt waren en nu blijkbaar werden uitgeplunderd.
-
-Reeds beschonken door den hun aangeboden jenever en whiskey, volgden de
-Ieren met starende blikken het verdwijnen van hun zuur verdiende
-shillingen.
-
-Plotseling echter scheen een van hen argwaan te krijgen. Misschien had
-hij opgemerkt met welke oneerlijke praktijken de bankhouder zich
-ophield. De Ier greep, terwijl hij met zijn geheele bovenlijf over de
-tafel leunde, naar zijn inzet, om zoodoende het geld weer in zijn bezit
-te krijgen.
-
-Maar de bankhouder, een kerel met een boeventronie, haalde in een
-oogwenk een lang mes te voorschijn en nagelde daarmee met een enkelen
-stoot de hand van den Ier op de eikenhouten tafel vast.
-
-De man brulde als een stier, die een bijlslag heeft gekregen! Hij en
-zijn makker deden alle moeite om de stevig aan de tafel vastzittende
-hand te bevrijden en nu ontstond een verschrikkelijk tumult, een woeste
-vechtpartij begon en de beide Ieren, waarvan de eene bijna bewusteloos
-was geworden door pijn en bloedverlies, werden steeds meer naar den
-uitgang gedrongen.
-
-Daar weerklonk te midden van het rumoer, het aanhoudend luiden van een
-bel! Het was, alsof dit geluid verlammend werkte op alle aanwezigen.
-Angstige stilte volgde op het ongehoorde alarm en toen men de deur weer
-had gesloten achter de beide naar buiten gedreven Ieren, durfden de
-gasten slechts nog op fluisterenden toon met elkander te praten.
-
-„Hij....! Hij is er....! Hij!”
-
-De herbergier, wiens buffet met ijzeren rasterwerk was
-afgesloten—alleen door een kleine opening, die afgesloten kon worden,
-bediende hij zijn gasten—verliet, nadat hij het loketje gesloten had,
-zijn plaats achter de toonbank door een zijdeur en liet zijn gasten
-over aan hun bijgeloovige vrees.
-
-Niet lang daarna kwam de herbergier, wien men „Double” (de dubbele)
-noemde, waarschijnlijk wegens zijn enormen lichaamsbouw en
-ongelooflijke kracht, in het lokaal terug, op luiden toon twee namen
-uitroepende:
-
-„Red Bill en Tête Renard!”
-
-De „Rooje” en „Vossekop”, welke laatste op afschuwelijke wijze geleek
-op het roofdier, waaraan hij zijn bijnaam te danken had, gingen stil en
-bescheiden naar de kleine deur, die de herbergier voor hen had
-opengesloten en waren, blijkbaar benijd door hun makkers, een oogenblik
-later verdwenen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-„HIJ”.
-
-
-De beide mannen volgden als schuwe kinderen den kastelein eene trap op,
-daarna door een gang weer naar beneden, om vervolgens een andere trap
-te bestijgen, totdat zij, in een ander gebouw aangekomen, voor een deur
-bleven staan, waardoor de herbergier verdween.
-
-Toen deze deur weer geopend werd, zagen de mannen het voorste gedeelte
-van een vertrek, dat met overdadige weelde was ingericht en dat door
-middel van zware, donkerrood fluwelen gordijnen in twee helften was
-verdeeld.
-
-Vossekop en de Rooje bleven met onderdanigen eerbied op eenige passen
-afstand van deze portière staan. Opeens klonk een zilveren bel,
-dezelfde, die zooeven de geheele misdadigersbende had doen ineenkrimpen
-van schrik en dit geluid werd driemaal herhaald.
-
-De beide mannen durfden nauwelijks ademhalen.
-
-Hij was in hun nabijheid!
-
-Hij zou hun zijne bevelen geven....!
-
-Zij wisten, dat zij hem moesten gehoorzamen en dat hun de dood wachtte,
-als zij zich zouden willen onttrekken aan dat, wat hij van hen eischte.
-
-En zij dachten er geen oogenblik aan, hem ongehoorzaam te zijn. Evenals
-al hun kameraden vereerden zij dezen geheimzinnigen man, wien geen
-hunner nog ooit had gezien en die als een God over deze ruwe kerels
-heerschte.
-
-Zij wisten ook, dat zij niet beter konden doen dan stipt te
-gehoorzamen. Hij, in wiens dienst zij allen stonden, was mild als een
-vorst.
-
-Wanneer een van hen allen in moeilijkheden of ellende verkeerde, dan
-kreeg hij op soms onverklaarbare wijze hulp en bijstand. Hij vond
-vrienden, waar hij vroeger niemand had gekend. De knapste advocaten
-namen kosteloos zijn verdediging op zich, als hij voor het gerecht
-moest komen.
-
-Geraakte hij in de gevangenis, dan werden hem op geheimzinnige wijze
-allerlei tegemoetkomingen verleend, in sommige gevallen openden zich
-zelfs de poorten van dit sombere gebouw voor hem of onzichtbare handen
-verschaften hem in zijn cel de werktuigen met wier behulp hij zich kon
-bevrijden.
-
-Aan al deze dingen dachten misschien de beide geslepen spitsboeven,
-toen de zilveren bel weerklonk en een heldere, bijzonder kalme stem
-achter de rood-fluweelen gordijnen de woorden sprak:
-
-„Ik heb jullie laten roepen, omdat ge nog dezen nacht naar Kilburn moet
-gaan. Gij moet daar een document gaan halen en het is best mogelijk,
-dat men het u lastig zal maken. Ik zeg jullie echter bij dezen, dat je
-alleen dàn levend moogt terugkomen, als ge het document in handen hebt.
-De inrichting van het huis, waarin zich het stuk bevindt, en alles, wat
-gij verder nog dient te weten, zal men u dadelijk uiteenzetten!”
-
-Bij de laatste woorden scheen het licht uit te gaan achter de fluweelen
-portière en een oogenblik stonden de beide boeven in pikdonker. Daarna
-echter werd het weer helder licht en plotseling stond een kleine,
-misvormde man voor hen, niet grooter dan een tienjarige knaap, met een
-afschuwelijk gevormd hoofd en verfoeilijke gelaatstrekken.
-
-Het was dezelfde dwerg, die des avonds in Het slot van Lord Clifford
-was verschenen en wien markies di Sao Balbo naar den geheimzinnigen
-Raffles had gevraagd.
-
-De kleine misvormde man gaf den Belg een zwart couvert, dat op de
-keerzijde voorzien was van de gouden letters „J. R.”
-
-Daarop ging het mannetje naar de deur, opende deze en boog met een
-hoonenden grijnslach tegen de beide misdadigers, die nu heengingen.
-
-De beide kerels hadden den moed niet, den brief dadelijk te openen.
-Buiten de deur wachtte de herbergier weer op hen, die hen naar de kroeg
-teruggeleidde. Hij volgde nu echter een anderen weg.
-
-Eerst toen zij weer in „Black Horse”, de herberg, die als
-verzamelplaats der misdadigers diende, waren teruggekeerd en in een
-eenzaam hoekje hadden plaats genomen, maakten zij het couvert open.
-
-Zij vonden daarin een klein briefje, waarop met de schrijfmachine was
-geschreven:
-
-
- Kilburn, Gloucester Street 3. Colonel Goal. Gevaarlijke hond.
- Vanuit den tuin door het raam. Gewapende bediende; onschadelijk
- maken. Gelijkvloers rechterhand studeerkamer. Schrijftafel, geheim
- vak document, dadelijk meebrengen.
-
- JOHN C. RAFFLES.
-
-
-En de twee voor niets terugdeinzende kameraden aarzelden geen oogenblik
-om het hun gegeven bevel uit te voeren.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-DE GESTOLEN MILLIOENEN.
-
-
-Men had gelachen in de villa Van Lord Clifford om de voorspellingen van
-het mannetje, wiens verschijning verschillende leden van het
-gezelschap, dat de séance had bijgewoond, toeschreven aan een handig
-goochelkunstje van den markies di Sao Balbo.
-
-Dergelijke spiritistische séances worden dikwijls gehouden in Engelsche
-gezelschappen en de soms zeer verrassende resultaten verbazen niemand
-meer.
-
-Al naarmate het publiek minder of meer goedgeloovig is, beschouwt men
-ze als werkelijke uitingen van de geestenwereld, of wel men ziet er
-slechts de goedgelukte kunstjes in van een soort toovenaar of
-goochelaar.
-
-Toch had Lord Clifford, die onmetelijk rijk was, maar die niet veel
-lust gevoelde om een zoo groote som te verliezen, een beroemd detective
-bij zich laten komen.
-
-Met groote gastvrijheid stelde hij Mr. Holliday, den detective, aan
-zijn logé’s voor, welke geen van allen lieten merken, hoe weinig deze
-corpulente persoon met zijn zelfbewusten blik deze fijnbeschaafde
-aristocraten in hun midden welkom was.
-
-Het was het uurtje van de five o’clock tea en de dames hadden zich in
-haar lichte avondtoiletten reeds in de hal verzameld. Slechts Miss
-Florence Goal, de nicht van den overste, en deze zelf ontbraken nog.
-
-Markies di Sao Balbo onderhield zich met den detective, die hem lange
-verhalen deed over zijn voortdurend succes.
-
-„Ik ben dezen Grooten Onbekende reeds lang op het spoor”, snoefde hij,
-„en ik kan u verzekeren, heer markies, dat de kerel eigenlijk een
-groote stommerd is. Hij vertelt van te voren, waar hij zal komen
-stelen! Daarenboven geeft hij overal brieven af! Zijn zwarte brieven
-zijn reeds berucht geworden!
-
-„Geloof mij, heer markies, het kan niet zoo heel moeilijk zijn, om zulk
-een onvoorzichtigen misdadiger te ontmaskeren....!”
-
-Een ironisch lachje speelde om den mond van den markies, toen hij
-antwoordde:
-
-„Voor zoover ik weet, voert deze geheimzinnige persoon zijn praktijken
-reeds meer dan een jaar lang uit. Mij dunkt, Mr. Holliday, dat gij en
-uw collega’s gelegenheid genoeg hebt gehad om den Grooten Onbekende in
-uw bezit te krijgen.”
-
-De detective lachte gemaakt en sprak:
-
-„Zeer juist, zeer juist! Maar het is heel moeilijk om toegang te
-verkrijgen tot de aristocratische gezelschappen. Men roept mijn hulp
-eerst dan in, als de diefstal reeds gepleegd is en als het spoor van
-den dief verloren is gegaan. Het is juist zoo merkwaardig dat deze man
-altijd soirées, jachtpartijen of bals uitzoekt om zijn slag te slaan.”
-
-De markies knikte toestemmend.
-
-„Nu, deze keer zal het beter gaan. Onze gastheer heeft tijdig aan u
-gedacht en juist u hier laten komen, omdat gij als zeer bekwaam bekend
-zijt! Ik hoop, dat gij ons het genoegen zult doen, den dief, als hij
-ten minste komt, in ons bijzijn te vangen.”
-
-Na deze woorden verdween de markies met een hoofdknik door de zware
-pluche gordijnen naar de aangrenzende bibliotheek. Hij wist, dat dit
-vertrek een uitgang had naar een zijgang, waardoor men ook naar de
-bovenverdieping kon komen. Zonder dat zijn schreden hoorbaar waren op
-de dikke loopers, spoedde hij zich naar boven, waar hij geruischloos
-naar de deur van Florence’s kamer sloop.
-
-Zijn hart was vervuld van medelijden met het jonge meisje, wier groote,
-zielvolle oogen steeds vol droefheid op hem gericht waren en hij
-vreesde voor haar, sinds hij gisteren had vernomen, welk een
-hardnekkigen vijand zij in haar oom bezat.
-
-Een geruimen tijd hoorde hij niets. Daarop echter vernam hij zuchten en
-kermen en het kwam hem voor, als hoorde hij Florence’s zachte stem en
-daartusschen dreigende woorden van den ouden overste.
-
-Opeens klonk daar binnen een gil, de markies opende de deur en trad de
-kamer binnen, waarin hij den overste bij een tafel zag staan. Zijn
-rechterhand bloedde, terwijl Miss Florence doodsbleek, met groote,
-angstige oogen een eind van haar oom verwijderd, tegen een kast leunde.
-
-„Wat wilt gij hier?” beet de oude kolonel den markies toe.
-
-„Ik vraag excuus, als ik stoor”, antwoordde deze, „maar ik hoorde den
-hulpkreet van een vrouw en meende misschien van dienst te kunnen zijn.”
-
-„Niemand verlangt uw hulp, gij zijt een indringer!” riep de kolonel
-uit. „Ik begrijp niet, hoe men zoo onbeschaamd kan zijn, zonder
-toestemming de kamer van een ander binnen te dringen.”
-
-De markies zag, dat bij het jonge meisje een kleine dolk op den vloer
-lag. Hij begreep uit de houding dezer twee menschen, uit de gewonde
-hand van den overste en de doodelijke bleekheid, die het schoone gelaat
-van Miss Florence bedekte, wat hier gebeurd was: De overste had
-getracht, geweld te gebruiken om zijn nicht tot zijn slachtoffer te
-maken en het arme meisje, wie niets anders overbleef, had zich van een
-wapen bediend, dat zij als laatste verdedigingsmiddel steeds bij zich
-droeg.
-
-De rijzige man met het trotsche gelaat wisselde een langen blik van
-verstandhouding met Florence Goal en ging daarna naar de deur terug,
-terwijl hij sprak:
-
-„Het gezelschap is reeds in de hall bijeen en men mist u reeds,
-kolonel! Veroorloof mij u den raad te geven, niet al te lang meer hier
-boven te blijven!”
-
-De overste wilde een onaangenaam antwoord geven, maar in de donkere
-oogen tegenover hem lag zulk een gebiedende uitdrukking, dat de oude
-militair zich met een minachtend schouderophalen omdraaide en het aan
-zijn nicht overliet, te antwoorden:
-
-„Oom en ik verzoeken u, heer markies, ons nog eenige oogenblikken te
-willen verontschuldigen. Wij zullen dadelijk komen.”
-
-Toen na een korte poos—de markies was weer in de hall teruggekeerd en
-stond met den gastheer te praten—kolonel Goal en zijn nicht tusschen de
-gasten waren verschenen, bemerkte markies di Sao Balbo, dat de hand van
-den overste met een breede streep pleister was bedekt.
-
-Hij glimlachte even en bewonderde den heldenmoed van het geliefde
-meisje, dat met het wapen in de hand haar eer verdedigde.
-
-Er werd gemusiceerd en eenige der heeren, waaronder ook Sir Edward
-Touston, begaven zich naar het rooksalon, om daar een partij piquet te
-spelen, waaraan echter de overste geen deel nam.
-
-Deze waakte met Argusoogen over zijn nicht en de Zuid-Amerikaan had
-zoodoende geen gelegenheid, het jonge meisje te naderen.
-
-Mr. James Holliday, de detective, had het hoogste woord. Hij onderhield
-de dames met afschuwelijke rooververhalen, waarin hijzelf steeds de
-voornaamste rol speelde.
-
-In den loop van den avond zocht Mrs. Morton den markies te naderen.
-
-Hij zat in een fauteuil en bekeek een portefeuille met kopergravures,
-die kiekjes voorstelden uit de Schotsche Hooglanden, toen hij
-plotseling door een bekende stem zijn naam hoorde uitspreken.
-
-„Raoul....! Hoe lang denk je, dat ik nog geduld zal hebben....? Ik wil
-alles voor je doen! Zelfs mijn met moeite veroverde plaats in deze
-gezelschappen wil ik prijs geven! Ik wil alleen jou hebben....! Maar
-zonder jou kan en wil ik niet leven. Zeg mij dus, hoe je erover denkt,
-of....”
-
-Door haar gloeienden hartstocht overmand, was hij niet in staat, nog
-een woord te zeggen.
-
-De markies had met een koel glimlachje haar Mabel Morton geluisterd en,
-terwijl hij schijnbaar vol aandacht naar de Schotsche Hooglanden keek,
-antwoordde hij, even zacht als zij had gesproken:
-
-„Wat wilt gij eigenlijk van mij?”
-
-De kleine, gevulde gestalte, die haar donkergelokt hoofd over de platen
-had gebogen, beefde zoo, dat hij het aan haar arm merkte, die den zijne
-aanraakte. En bijna gevoelde hij medelijden met haar.
-
-Maar daarop gleed zijn blik snel en onmerkbaar naar de andere zijde van
-het vertrek, waar Florence Goal en Lilith Clifford bij elkaar stonden,
-een heerlijk contrast samen vormend van goudblond en kastanjebruin.
-
-En met hetzelfde koude glimlachje op zijn gebruind gelaat fluisterde
-hij:
-
-„Doe wat u goeddunkt. Ik hoop, dat men uw verhalen zal gelooven!”
-
-Daarop stond hij met een beleefde buiging op en ging met een
-vastberaden trek op het gelaat naar de beide jonge meisjes, die hem met
-een vroolijken lach verwelkomden.
-
-De thee werd rondgediend en men nam van de sandwiches en gebakjes, die
-de bedienden presenteerden, terwijl de liefhebbers van alcoholische
-dranken zich te goed konden doen aan velerlei fijne merken.
-
-Tegen tien uur nam kolonel Goal afscheid en Florence moest zijn
-gebiedenden wenk om hem te volgen, gehoorzamen. Maar toen zij dicht
-langs den markies heenging, hoorde zij de fluisterende woorden uit zijn
-mond:
-
-„Vrees niets, ik waak!”
-
-Zij groette hem met een glimlachende buiging van haar mooi kopje.
-
-De andere dames volgden spoedig daarop en ook eenige heeren trokken
-zich op hun kamers terug; andere bleven nog in het rooksalon, waar
-gespeeld werd. Hierheen begaf zich ook de markies di Sao Balbo.
-
-Alleen de detective en Lord Clifford bleven in de hall achter.
-
-„Het blijft dus bij onze afspraak”, zei de Lord, „en ik hoop, dat gij
-alle mogelijke maatregelen genomen zult hebben, Mr. Holliday.”
-
-Deze knikte toestemmend.
-
-„Zeker, Mylord, mijn beide helpers moeten dadelijk komen!”
-
-Tegelijkertijd hoorde men het verwijderd geluid van de bel en
-onmiddellijk daarop kondigde een bediende twee heeren aan, die Mr.
-Holliday wenschten te spreken.
-
-„Daar zijn zij!” riep deze op gewichtigen toon uit.
-
-Eenige oogenblikken later leidde de bediende twee niet zeer elegant
-gekleede heeren binnen, die naar hun uiterlijk veel overeenkomst hadden
-met oude, afgedankte soldaten van het koloniale leger. Het waren lange,
-magere kerels met diepliggende oogen in de geelbruine gezichten. Zij
-zagen er beiden naar uit, alsof zij niet vies waren van een flinken
-borrel.
-
-De Lord gaf bevel, beiden mannen te eten en te drinken te geven in de
-dienstbodenvertrekken natuurlijk.
-
-Toen hij weer met Mr. Holliday alleen was, vroeg hij:
-
-„Gij wenscht dus zelf mijn studeerkamer te bewaken?”
-
-„Ja, ik zelf denk daar te blijven. Mijn beide speurhonden zet ik in de
-bibliotheek en de hall. Zoodoende kan niemand mij naderen, of hij moet
-hen eerst passeeren. En ik verzeker u, Mylord, dat die twee stevige
-vuisten hebben! En al was John Raffles een spook, of al kwam hij door
-den muur of het raam, dan toch zou hij eerst mij voorbij moeten. En ik,
-Mylord, ik.... Kijk mij eens aan; zooals ik hier voor u sta, zal ik met
-dezen kerel, met dezen schurk, dezen belachelijken spitsboef het eerste
-honderdtal misdadigers volmaken, die ik reeds achter de tralies heb
-gebracht!”
-
-Onaangenaam aangedaan door deze groote zelfingenomenheid, nam Lord
-Clifford afscheid van den detective, die nu door de bibliotheek naar de
-studeerkamer van den Lord ging, waar diens brandkast zich bevond.
-
-Daar nam Holliday plaats in een stoel bij het vuur, zette zijn groote
-voeten op het koperen hekje rondom den haard en begon zijn taak. Hij
-hoorde, hoe de gasten van den Lord zich in de bibliotheek nog op luiden
-toon met elkaar onderhielden, hoe daarna de piquetspelers opstonden en
-zich langzaam verwijderden.
-
-Langzamerhand werd het al stiller en stiller in het huis, ook de
-bedienden, die nog het een en ander moesten opruimen, schenen zich nu
-ter ruste te hebben begeven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-HET ZWARTE MASKER.
-
-
-De lange gang, waarop de logeerkamers uitkwamen, was flauw verlicht
-door een lamp met donkergroen glas. Achter de deuren der vertrekken
-hoorde men nauwelijks nog eenig geluid, misschien een enkele zucht, in
-een benauwden droom geslaakt.
-
-Het geheele huis scheen in diepe rust gezonken te zijn.
-
-Plotseling was het, alsof uit de donkere schaduwen, die den muur
-bedekten, een hooge, slanke, in het zwart gekleede gestalte te
-voorschijn kwam, welke snel en zonder eenig geluid te maken, zich over
-den dikken ganglooper voortbewoog.
-
-Aan de andere zijde der trap bevonden zich eenige deuren, waarheen de
-geheimzinnige nachtwandelaar zich begaf. Het geheele lichaam van den
-man was gehuld in een zwart, nauwsluitend tricot en zijn oogen
-schitterden door de openingen van een zwart fluweelen masker, dat het
-geheele hoofd omsloot.
-
-Hij verdween in de vertrekken, welke Lord Clifford zelf bewoonde.
-
-Na geruimen tijd verscheen hij weer, terwijl hij in zijn rechterhand
-den sleutelbos hield, dien Lord Clifford elken avond, voordat hij ging
-slapen, naast een geladen revolver op zijn nachttafeltje legde.
-
-De nachtelijke wandelaar ging door de gang terug tot aan het licht, dat
-hij snel uitdraaide. Nu keek alleen nog het zwakke maanlicht door de
-hooge vensters naar binnen.
-
-Daarop gleed de zwarte gedaante de trap af, die naar beneden leidde.
-
-Hij had wel gehoord, dat Holliday den Lord had verteld, hoe hij een
-zijner lieden zou plaatsen in de hall, terwijl de ander in de
-bibliotheek moest waken en de detective zelf het zich behaaglijk zou
-maken in de studeerkamer van zijn Lordschap!
-
-Het fijnste oor had niet het minste geluid kunnen vernemen, toen de in
-het zwarte tricot gekleede gedaante de trap afging. Maar voor den
-braven dienaar der geheime politie, die in een grooten leunstoel in de
-hall sluimerde, had men zich niet eens in acht behoeven te nemen.
-
-De zwarte gedaante stond dicht naast den slapende, een onaangename,
-zoetachtige lucht omgaf den slapenden beambte en de ademhaling van den
-man werd al flauwer en flauwer......
-
-De deur naar de bibliotheek was niet geheel gesloten. De nachtelijke
-wandelaar opende haar zoo behoedzaam, dat het totaal onhoorbaar was.
-Maar ook hier had hij zich die moeite wel kunnen besparen, want de
-tweede helper van Mister Holliday lag eveneens in de armen van
-Morpheus. Ook hij was na eenige seconden verdoofd.
-
-„Zou de dappere Holliday misschien ook den slaap des rechtvaardigen
-slapen?” dacht de indringer. Hij haalde een zwarten doek uit zijn
-tricot te voorschijn, dien hij langzaam en zonder geluid te maken uit
-elkaar vouwde; nu naderde hij de deur, waarachter Holliday met den
-slaap worstelde.
-
-Een oogenblik wachtte de donkere gedaante, daarop draaide hij met vaste
-hand de deur open. In het volgende oogenblik was hij in de studeerkamer
-en had hij de deur weer achter zich dichtgetrokken. Hij hoorde, dat de
-detective uit zijn stoel opsprong, maar reeds fluisterde de
-binnenkomende:
-
-„Sst, Mr. Holliday, ik ben het, Lord Clifford...! Maak geen licht....!
-Ik hoorde daar juist een verdacht geluid en daarom kwam ik hier....
-Neen, maak geen licht,” herhaalde hij, daar het hem voorkwam, alsof de
-detective iets uit zijn zak wilde halen, waarschijnlijk een lantaarn.
-
-Nu kwam de detective, blijkbaar volkomen gerustgesteld, dichterbij,
-want de stem, die hij hoorde, was zoo sprekend die van den Lord, dat
-hij geen wantrouwen koesterde.
-
-Hij naderde de donkere gestalte, die hij niet kon onderscheiden, nog
-meer en greep met een onderdrukten kreet van schrik en ontsteltenis om
-zich heen—
-
-Een dichte, zwarte doek bedekte plotseling zijn hoofd en werd met een
-handigen zwaai om zijn hals vastgeknoopt. Op hetzelfde oogenblik wierp
-een vuist, tegen wier kracht geen verdediging mogelijk was, hem op den
-vloer neer en een stem, die den armen man de haren te berge deed
-rijzen, fluisterde hem toe:
-
-„Geef geen enkel geluid, als je leven je lief is....!”
-
-Daarop voelde de detective, dat een zacht kussen onder zijn hoofd werd
-geschoven en daar zijn tegenstander hem met het gelaat naar beneden had
-gelegd, werd elk geluid, dat hij zou kunnen geven, verstomd.
-
-Mr. Holliday, die zijn leven zeer lief had, had trouwens niet den moed,
-een kik te geven. Hij had duidelijk den kouden dolk in zijn hals
-gevoeld, die zeker in zijn vleesch geboord zou worden, als hij zich
-niet rustig hield
-
-Daarop meende de detective te bemerken, dat de kamer verlicht werd. Hij
-hoorde een geluid, alsof de indringer met de brandkast bezig was. Maar
-alles geschiedde met ongehoorde snelheid. Het was den armen man, alsof
-slechts enkele seconden verloopen waren, daarop klonk weer die
-vreeselijke stem dicht aan zijn oor:
-
-„Pas op, dat je niet om hulp schreeuwt, voordat er een uur is
-voorbijgegaan!”
-
-Het duurde lang, voordat Holliday, die als bedwelmd op den vloer lag,
-een besluit kon nemen. Toch behaalde de zucht naar zelfbehoud de
-overwinning op zijn plichtsgevoel. Bovendien zou hij van het gestolen
-geld toch niets meer kunnen redden. Want hij geloofde stellig, dat hij
-het slachtoffer was geworden van een meer dan brutalen inbreker. Dit
-zou hij ook aan den heer des huizes meedeelen en zoodoende zijn
-nederlaag zooveel mogelijk verklaren.
-
-Maar langzamerhand werd het hem bijna onmogelijk, nog adem te halen en
-de vrees van te zullen stikken gaf hem de kracht om zich met een
-geweldige beweging om te keeren en eerst onbestemde, doffe geluiden,
-daarna echter een heesch gebrul uit te stooten om de bewoners van het
-huis te wekken.
-
-Hij hoorde boven zich schreden, daarop zag hij door den dikken doek,
-dat het licht om hem heen werd, men schreeuwde, men vroeg en eindelijk
-werd hij bevrijd.
-
-Sir Edward Touston en Mr. Fitzgerald stonden met eenige bedienden om
-hem heen en het duurde niet lang, of ook Lord Clifford was beneden
-gekomen met bleek gelaat. Op angstigen toon deed hij den detective
-zooveel vragen, dat deze geen enkele kon beantwoorden.
-
-In de aangrenzende vertrekken waren bedienden bezig, de helpers van
-Holliday weer tot bewustzijn te brengen.
-
-„Maar Goddank!” riep Lord Clifford uit, „of gij zelf of onze
-tusschenkomst heeft den diefstal verhinderd!”
-
-De detective, dien men nu ook bevrijd had van de hand- en voetboeien,
-die de misdadiger uit de zakken der twee helpers had genomen, om ze
-daarna op deze origineele manier te gebruiken, keek met een blik vol
-wanhoop en angst naar de brandkast, die gesloten en onaangeroerd scheen
-te zijn.
-
-Hopende, dat hij zich had vergist, toen hij het rinkelen der sleutels
-had gehoord, sprak Holliday geen woord, maar Sir Edward uitte de
-veronderstelling, dat de dief misschien de kast had geopend en weer
-gesloten.
-
-Een der bedienden werd onmiddellijk naar de slaapkamer van den Lord
-gezonden en toen daarna de brandkast werd opengesloten, zag Lord
-Clifford, die ondanks zijn goede opvoeding een groven vloek uitstiet,
-dat de groote geldsom tot den laatsten penny gestolen was.
-
-Een oogenblik scheen het, alsof hij al zijn toorn zou uitstorten op het
-hoofd van den detective, daarop echter beheerschte de werkelijk
-voorname man zich en sprak alleen:
-
-„Ik had ook op mijzelf moeten vertrouwen!”
-
-Nu wendde hij zich tot zijn gasten—zelfs de dames waren, zonder in dit
-kritieke oogenblik al te veel op haar kleeding te letten, naar beneden
-gekomen—en sprak tot hen:
-
-„Het doet mij zeer veel leed, dat gij in uw nachtrust gestoord zijt,
-maar ik verzoek u, u gerust te stellen, het zal ons hopelijk gelukken,
-den misdadiger op het spoor te komen en hem het gestolene weer afhandig
-te maken.”
-
-Een der heeren trad naar het venster en opende de gordijnen. Op de
-groote grasperken vin het park scheen het maanlicht roet zijn
-spookachtig schijnsel als een vervolg op de geheimzinnigheden van dezen
-nacht.
-
-Buiten werd luid aan de bel van het tuinhek getrokken. Nieuwe schrik en
-ontsteltenis teekende zich af op de gezichten der aanwezigen. Twee
-bedienden gingen samen eenigszins aarzelend naar buiten om te zien, wat
-er was. Toen zij weer binnenkwamen, brachten zij een telegram mee,
-afgezonden door het politiebureau te Kilburn en bestemd voor kolonel
-Goal.
-
-De oude overste brak het met bevende handen open en las, nadat hij
-radeloos om zich heen had gekeken, met doodsbleek gelaat en halfluide
-stem den inhoud voor:
-
-„Hedennacht ingebroken in uw villa. Bedienden verdoofd en geboeid, van
-misdadigers geen spoor.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK
-
-HET VERVALSCHTE TESTAMENT.
-
-
-Kolonel Goal had naar aanleiding van dit telegram reeds in den nacht
-willen vertrekken en slechts met moeite liet hij zich door zijn vriend
-Lord Clifford overhalen om tenminste het aanbreken van den dag af te
-wachten.
-
-Het was nog geen zes uur toen de oude overste weer in de hall
-verscheen. Hij wilde zelfs niet eerst ontbijten, maar zijn nicht dacht
-hierover anders en ondanks de tot spoed aanmanende woorden van den
-ouden heer, begaf zij zich naar de eetzaal, waar zij langzaam haar
-chocolade dronk, terwijl zij haar groote blauwe oogen steeds vol
-verwachting op de deur had gericht.
-
-Maar hij, dien zij verwachtte, de markies, kwam niet en zuchtend moest
-het jonge meisje eindelijk opstaan om zich voor de reis te gaan
-kleeden, toen buiten luide stemmen werden vernomen en de commissaris
-van politie met twee gendarmen binnentrad.
-
-Lord Clifford had reeds in den nacht aangifte van den diefstal gedaan,
-zoodat de snelle bemiddeling der autoriteiten niet te verwonderen was.
-
-De commissaris ging rechtstreeks naar den kolonel toe, die in
-reisgewaad gereed stond om te vertrekken en sprak na een beleefde
-begroeting:
-
-„Het spijt mij zeer, mijnheer, dat ik u in uw plannen moet dwarsboomen.
-Ik moet tot mijn leedwezen het bevel geven, dat niemand dit huis mag
-verlaten. Hopelijk zult gij begrijpen, dat hierin geen persoonlijke
-verdachtmaking jegens u ligt opgesloten. Ik doe slechts mijn plicht.”
-
-Als oud soldaat, die de discipline kent, zag de overste wel in, dat hij
-dit bevel moest gehoorzamen. Met groote stappen liep hij de hall door,
-af en toe met dreigende blikken naar zijn nicht kijkende, op wier
-schoon gelaat een soort van leedvermaak was te lezen over dit
-plotselinge oponthoud.
-
-Nu verscheen ook Lord Clifford. Hij verwelkomde den commissaris en
-verontschuldigde zich tegenover kolonel Goal over dit onaangename
-intermezzo.
-
-„O, die tijd zal den overste wellicht niet al te lang vallen, daar ik
-hem juist om een onderhoud wilde vragen....”
-
-Het was de markies di Sao Balbo, die deze woorden had gesproken. Hij
-glimlachte daarbij beleefd en vervolgde:
-
-„Gij zult u herinneren, kolonel, dat wij gisteravond een zeer
-interessante kwestie behandelden en ten slotte afspraken om dit
-onderhoud te gelegener tijd te vervolgen....”
-
-Overste Goal zette een verbaasd gezicht bij de woorden van den
-Zuid-Amerikaan, hij kon zich niet herinneren, den vorigen avond
-bijzonder gewichtige dingen met den markies besproken te hebben.
-
-Beide heeren begaven zich naar de bibliotheek. Met een uitnoodigende
-handbeweging op een stoel wijzende, sprak de markies:
-
-„Mag ik u verzoeken, plaats te nemen?”
-
-De overste keek hem met onrustigen blik aan en het was zeker niet zijn
-zuiver geweten, dat hem zoo weinig op zijn gemak deed zijn.
-
-Langzaam nam de markies een groot couvert uit zijn borstzak en sprak
-met gedempte stem:
-
-„Kunt u vermoeden, mijnheer, wat ik hier in deze enveloppe voor u heb?”
-
-Met een vlugge beweging stond de kolonel op, terwijl hij antwoordde:
-
-„Mijnheer, ik ben werkelijk niet in een stemming om mij door u raadsels
-te laten opgeven! Wilt u een ouden man voor den gek houden? Of vindt
-gij, dat ik nog niet genoeg op de proef ben gesteld door de vreeselijke
-tijding, die ik hedennacht ontving?”
-
-Met een koel lachje sprak de markies, terwijl hij met een gouden
-pennemesje het couvert opensneed:
-
-„Bedoelt u misschien met die vreeselijke tijding het bericht van de
-kneveling van dien ouden schurk, die al uw schandelijke daden in de
-hand werkt en u steeds in alles heeft geholpen?”
-
-Overste Goal staarde den markies aan met een gelaat, dat donkerrood was
-geworden van woede. Maar met nog steeds gedempte stem sprak hij:
-
-„Wat wilt gij daarmede zeggen? Wat beteekenen deze grove beleedigingen
-van een man, op wien niets te zeggen valt en die mijn trouwe bediende
-is?”
-
-De markies knikte bedaard met het hoofd:
-
-„Dat is best mogelijk, hij was onder anderen ook zulk een handig
-vervalscher van handschriften, dat hij gemakkelijk dit testament kon
-ontwerpen en van de prachtig nagemaakte handteekening van uw broeder
-heeft kunnen voorzien. Een schurkenstreek, waarvoor de dochter van Mr.
-Goal—ik bedoel Miss Florence—haar geheele vermogen verloor en aan u
-werd overgeleverd.”
-
-Met een heeschen lach riep de kolonel uit:
-
-„Maar gij zijt krankzinnig! Men zal u in een gekkenhuis opsluiten, of
-dacht gij werkelijk, dat gij ooit iemand zoudt vinden, die uw onzin
-gelooft?”
-
-De markies bleef buitengewoon kalm.
-
-„In elk geval zal men toch het door een getuige erkende handschrift van
-uw broeder wel gelooven, Mr. Goal! Men zal u het vermogen, dat gij uw
-nicht hebt ontstolen, weer ontnemen en gijzelf zult in New-Castle met
-geschoren hoofd in de cel van het tuchthuis zitten. Hier, kijk
-eens....!”
-
-Met zijn blanke vingers hield de markies den kolonel het echte
-testament voor, dat de oude huichelaar had verdonkeremaand en waarin
-Miss Florence als universeel erfgename werd benoemd.
-
-De oude man stond als door den bliksem getroffen. Hij beefde over alle
-leden. Haat, woede en doodelijke angst stonden op zijn gelaat te lezen.
-
-„Zal ik met dit testament naar den rechter gaan? Of wilt gij liever het
-gestolene vrijwillig teruggeven aan uw nicht?”
-
-Met een hoonende, geslepen uitdrukking op het gelaat vroeg de kolonel:
-
-„Hoe komt gij aan dit testament, mijn waarde? Ik weet zeker, dat ik het
-zelf in het geheime vak van mijn schrijftafel heb gelegd!
-
-„Ah, nu begrijp ik ook van wien de inbraak is uitgegaan, die in mijn
-huis in Kilburn is gepleegd! Gij zijt het dus geweest die mijn armen
-Bob hebt laten knevelen! En dan...”
-
-Zijn gelaat kreeg een waarlijk duivelsche uitdrukking:
-
-„Dan zijt gij de....”
-
-Met een enkele beweging stond de markies vlak voor hem:
-
-„Geen woord meer! Geen woord, zeg ik u! Wie ik ben, gaat u niet aan en
-heeft met deze zaak niets te maken! Maar wie gij zijt, dat zou het
-gezelschap, dat hier ten huize van Lord Clifford verzameld is,
-bijzonder interesseeren! En ik zeg u, heer overste, gij zult uw titel
-niet lang meer dragen, als gij de voorwaarden niet aaneemt, die ik u
-zal stellen.”
-
-„Wat wilt gij dan?” vroeg de oude dief op doffen toon. „Maak het kort!”
-
-„Vóór alles de teruggave van het vermogen van Miss Florence Goal, dan,
-dat gij onmiddellijk ophoudt met deze jonge dame op schandelijke wijze
-lastig te vallen!”
-
-De markies wees op de gewonde hand van den overste en vervolgde:
-
-„Als Miss Florence niet zooveel moed en karakter had getoond, om zich
-met het wapen in de hand te verdedigen....”
-
-„Dan,” viel de overste hem grijnslachend in de rede, „dan was zij nu
-mijn geliefde en dan ging het u nog niets aan.
-
-„Zoo!” vervolgde hij tandeknarsend, „is dat domme schaap verliefd op u!
-Dan is de eenige reden, waarom gij mijn schrijftafel hebt laten
-openbreken, dat gij zelf begeerig zijt naar het vermogen van Florence!”
-
-De markies antwoordde hierop niets. Na eenige oogenblikken sprak hij:
-
-„Ik stel u dus de volgende voorwaarden overste: Zoodra de politie het
-toestaat, vertrekt gij dadelijk naar Kilburn en legt aan een notaris,
-wiens adres gij mij omgaand meedeelt, het onaangeroerde vermogen van uw
-nicht over.
-
-„En wat de persoon van de jonge dame zelf betreft, verzeker ik u, dat
-de minste moeite, die gij doet om op de een of andere manier weer met
-Miss Florence in relatie te komen, geen ander resultaat zou hebben dan
-uw onmiddellijke inhechtenisneming. Aan datzelfde stelt gij u bloot,
-als gij een mijner andere bevelen niet strikt nakomt. Denk hieraan!”
-
-Met fier opgericht hoofd wilde de markies het vertrek verlaten, toen
-hij zich bij de deur nog iets scheen te herinneren. Hij keerde zich om
-en sprak:
-
-„Wat uw bediende Bob aangaat, gij weet heel goed, dat die kerel reeds
-lang den strop heeft verdiend. Door dezen schurk zijn ontelbare
-menschen tot den bedelstaf gebracht, wier geld gij hebt geofferd aan
-den speelduivel. Door hem zijn zoovele vrouwelijke wezens ten
-ondergegaan, vrouwen, die hij u als slachtoffers uwer schandelijke
-daden in de armen voerde!
-
-„Gij zult hem uit uw dienst ontslaan. Maar hij heeft, naar ik meen te
-weten, een nog jonge vrouw en verscheiden kleine kinderen. Het is niet
-meer dan plicht, dat gij zorgt voor de familie van hem, die u steeds
-zoo ijverig heeft geholpen bij al uw schurkenstreken.
-
-„Ik kan u daartoe echter niet dwingen en ik weet wel, dat gij u niet
-aan dergelijke verplichtingen zult storen. Daarom zal ik die zorg op
-mij nemen. Voor één ding echter waarschuw ik u, oude heer!”
-
-Dreigend keek de markies den kolonel aan en deze sloeg zijn oogen neer
-voor de van toorn vlammende blikken van zijn vijand:
-
-„Meen niet, kolonel, dat gij een valsch spel met mij kunt spelen, al
-zoudt gij het nog zoo handig aanleggen om mij in de val te lokken. Ik
-zou ongetwijfeld begrijpen, wie de oorzaak van die daad was en niemand
-anders dan gij zelf zou de vergelding ervoor krijgen!”
-
-„Zijt gij klaar?” vroeg de kolonel op woedenden toon.
-
-„Zeker” knikte de markies, „en ik hoop zelfs, dat ik nooit weer een
-enkel woord met u zal behoeven te wisselen!”
-
-„Ik ook!” bromde de oude man en die twee woorden waren blijkbaar
-eerlijk gemeend.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-MEDEDINGSTERS.
-
-
-Lord Clifford had met de ambtenaren van politie het geheele huis
-doorzocht. Het resultaat was natuurlijk nul geweest.
-
-Het meest raadselachtige van den millioenendiefstal, zoo vond ieder,
-was, dat de sleutels der brandkast op dezelfde plaats werden gevonden,
-waar de Lord ze elken avond neerlegde.
-
-De dief moest ze dus eerst weggehaald en—zeer zeker een waagstuk!—na
-volbracht daad weer teruggebracht hebben.
-
-Hierover sprak de commissaris juist met Lord Clifford, toen ook Mr.
-Holliday weer op het tooneel verscheen met de woorden:
-
-„Mijn heeren, wij hebben hier zonder twijfel met een buitengewoon
-geslepen schurk te doen!”
-
-Na het uitspreken van deze buitengewone woorden legde de dappere man
-zijn wijsvinger langs zijn neus en vervolgde op gewichtigen toon:
-
-„Want ziet gij, dit is de eerste keer, dat ik mij door een misdadiger
-heb laten vangen! Deze man behandelde mij als een kip, die men in een
-zak steekt om haar het schreeuwen te beletten. Ik geloof niet, dat
-iemand aan mijn bekwaamheden zal twijfelen, maar tegenover zooveel
-scherpzinnigheid en ongelooflijke brutaliteit sta ik zelfs machteloos.”
-
-De beide andere heeren onderdrukten met moeite een glimlach.
-
-Hier sprak Lord Clifford:
-
-„Is het niet merkwaardig, dat de voorspelling van onzen lieven vriend,
-den markies di Sao Balbo, nu toch is uitgekomen?”
-
-De commissaris, die een zeer intelligent uiterlijk had, vroeg:
-
-„Pardon Mylord, maar waar het een dergelijke zaak betreft, is iedere
-kleinigheid van beteekenis. Wat was dat met die voorspelling...?”
-
-„O,” viel Mr. Holliday hem niet zeer beleefd in de rede, „dat is zoo’n
-soort humbug, een zoogenaamde séance, welke deze heer hier gehouden
-heeft.”
-
-De commissaris, die zijn collega blijkbaar reeds naar waarde wist te
-schatten, nam geen notitie van diens uitval en sprak:
-
-„U zoudt mij ten zeerste verplichten, Mylord, door mij meer
-bijzonderheden hiervan te willen meedeelen en vooral als ik den heer,
-wien dit alles aangaat, zelf zou mogen spreken.”
-
-„Dat kan heel gemakkelijk,” antwoordde de Lord, „want daar komt hij
-juist.”
-
-Hij wees naar den markies, die uit de bibliotheek kwam.
-
-De heeren begroetten elkaar met een beleefde buiging. De Lord stelde
-den commissaris voor en deze vroeg naar de bijzonderheden van de
-séance.
-
-„Gij zijt spiritist, mijnheer?”
-
-De markies knikte toestemmend.
-
-„Inderdaad. Men houdt mij over het algemeen voor een buitengewoon
-geschikt medium om als bemiddelaar op te treden tusschen de ons
-omringende geesten en hen, die nog genoodzaakt zijn het sterfelijk
-omhulsel te dragen.”
-
-„En dus behoort u tot hen, die volkomen gelooven in deze merkwaardige
-wetenschap?”
-
-„Ik meen, u daarop het antwoord reeds te hebben gegeven,” sprak de
-markies op eenigszins koeleren toon.
-
-„Zeker, zeker!” meende de beambte. „U moet mij mijn vragen ten goede
-houden.”
-
-„Natuurlijk,” viel de markies hem op zijn gewonen beleefden toon in de
-rede. „Als gij wilt, zal ik u uw taak gemakkelijker maken door u een
-uitvoerige beschrijving te geven van de séance, die ik voor Lord
-Clifford en zijn gasten heb mogen houden.”
-
-De commissaris luisterde met gespannen aandacht en uitte daarna den
-wensch, het tooneel der zitting persoonlijk te mogen bezichtigen.
-
-Terwijl de heeren naar boven gingen, vroeg de commissaris nogmaals aan
-den markies:
-
-„Het is u dus niet mogelijk, een verklaring te geven voor de
-verschijning van den dwerg?”
-
-De markies di Sao Balbo haalde de schouders op en sprak:
-
-„Voor ons spiritisten is de verklaring voldoende, dat een der geesten
-van onze dierbare afgestorvenen zich dermate materialiseert, dat wij
-hem kunnen waarnemen met onze zwakke menschelijke zintuigen. Dat de
-geest de gestalte van een dwerg aannam, is toeval, in elk geval hebben
-wij noch het recht, noch de macht om de geheimzinnige redenen hiervan
-uit te vorschen.
-
-„Ons, spiritisten, is het feit voldoende!”
-
-De commissaris liet niet blijken, welken indruk de woorden van den
-markies op hem hadden gemaakt.
-
-Hij onderzocht vluchtig het vertrek waar de séance zich had afgespeeld,
-en begaf zich hierop weer met de heeren naar beneden, waar in een der
-kamers het ontbijt gereed stond.
-
-Nu verschenen ook Sir Edward Touston en Rudge Fitzgerald, die het plan
-opperden om na het ontbijt naar Londen terug te keeren. Ook de overige
-gasten, waaronder kolonel Goal en de markies di Sao Balbo, bestelden
-hun rijtuigen.
-
-Alleen Miss Florence beloofde haar vriendin Lilith Clifford om nog
-eenige dagen in het gastvrije huis te blijven en—tot verbazing van de
-meeste aanwezigen—kolonel Goal scheen het plan van zijn nicht, die hij
-anders nooit alleen liet, goed te keuren.
-
-Hij bekommerde er zich ook niet om, toen zij na het ontbijt aan den arm
-van haar vriendin verdween. Eerst toen onmiddellijk daarna ook de
-markies de eetzaal verliet, werd hij onrustig.
-
-En hij had zich niet vergist in zijn veronderstelling, dat de blonde
-Florence en de Zuid-Amerikaan boven in de gang afscheid van elkaar
-namen.
-
-Zij stonden, gedeeltelijk verborgen achter de zware gordijnen van een
-der ramen, sprakeloos tegenover elkaar en hielden elkaars handen vast.
-
-Florence snikte en fluisterde, hoe zwaar haar het afscheid viel en hoe
-somber zij de toekomst inzag.
-
-Hij troostte haar met een innemenden lach op het schoone gelaat en
-herhaalde steeds weer, dat zij elkaar spoedig zouden weerzien.
-
-Zij vergaten alles om zich heen en hoorden niet, dat zachte schreden
-naderden.
-
-Twee van haat fonkelende oogen waren op hen gericht en de kleine,
-sierlijke gestalte van Mrs. Mabel Morton boog zich met inspanning
-voorover om de woorden af te luisteren, welke de twee tot elkaar
-spraken.
-
-Het gelukte haar niet, maar wat zij zag, was voldoende om haar jaloezie
-op te wekken.
-
-Plotseling kwam een gedachte in haar op.
-
-Onhoorbaar en onopgemerkt ging zij weder naar beneden, waar zij naast
-Lady Clifford in de eetzaal plaats nam en met vleiende stem fluisterde
-zij tot de vriendelijke dame:
-
-„Lieve mevrouw, vindt u het goed, dat ik, nu mijn lieve vriendin
-Florence Goal, nog bij u blijft, ook nog niet vertrek? Ik heb wel is
-waar bevel gegeven mijn koffer te pakken en ik vrees ook, dat gij door
-het ongeluk, dat u getroffen heeft, uwe gasten misschien liever zaagt
-vertrekken....”
-
-Zij zweeg en keek bedeesd voor zich. De oude dame haastte zich om vol
-innige hartelijkheid te verzekeren, dat Mrs. Morton altijd een welkome
-gast in Rastinghouse was!
-
-Deze diefstal was weliswaar een onaangename geschiedenis, maar Mrs.
-Morton mocht blijven, zoolang zij wilde.
-
-En dus bleef zij, het kleine wraakzuchtige wezen, dat in haar jeugd in
-Whitechapel uit de goot was opgeraapt als klein proletariërskind, dat
-daarna actrice was geworden en nadat zij een massa mannen had
-geruïneerd, met een ouden, schatrijken patriciër was getrouwd. Hij had
-van zijn huwelijk niet lang genoten, de dood had hem overvallen.
-
-Mrs. Morton was daarna voorzichtig geworden. Veel te verstandig om haar
-plaats in voorname kringen op het spel te zetten, deed zij alles om den
-uiterlijken schijn te bewaren, bezocht trouw de kerk en gaf als de
-wereld het te weten kwam, groote aalmoezen.
-
-Zoodra het overige gezelschap Rastinghouse had verlaten, zond zij haar
-kamenier naar Miss Florence met het verzoek of de jonge dame, als zij
-tijd en lust had, een kwartiertje in de kamer van Mrs. Morton zou
-willen komen.
-
-Dit kon Mabel Morton, die de oudste der twee en een getrouwde vrouw
-was, zich wel veroorlooven en Florence nam argeloos de uitnoodiging
-aan.
-
-Hartelijk begroet door de kleine brunette, nam zij naast deze op de
-sofa plaats en spoedig zaten beiden gezellig te babbelen over modes,
-theater en dergelijke onderwerpen.
-
-Mrs. Morton wist het gesprek zeer handig te brengen op het onderwerp,
-dat haar belang inboezemde en het deed Florence niet onaangenaam aan
-dat plotseling de markies di Sao Balbo ter sprake kwam.
-
-Mabel Morton vond hem zeer interessant en voornaam en het jonge meisje
-was het volkomen met haar eens. Maar haar gezichtje kreeg een
-gespannen, bijna angstige uitdrukking, toen de jonge vrouw opeens
-sprak:
-
-„Het is jammer, dat men niet weet, wat men aan hem heeft....! Ik geloof
-niet, dat hij is voor wien hij zich uitgeeft!”
-
-Een zachte blos kleurde Florences wangen, toen zij antwoordde, dat zij
-dat niet kon gelooven. Nog nimmer had zij iemand ontmoet, die zulk een
-gunstigen indruk op haar had gemaakt.
-
-Met een ongeloovigen glimlach antwoordde Mrs. Morton na een kleine
-pauze:
-
-„Ik wou, dat ik er evenzoo over kon denken als gij, maar tot mijn spijt
-is dat wat ik weet in lijnrechte tegenspraak met dat wat ik gaarne zou
-gelooven.”
-
-En vol leedvermaak vervolgde zij:
-
-„Gij stelt ook veel belang in dezen man, nietwaar?”
-
-Florence Goal knikte toestemmend, terwijl haar blauwe oogen vol tranen
-stonden.
-
-Bij deze openhartige bekentenis veranderde de valsche vriendin van
-houding en als het sissen van een slang klonk het van haar lippen:
-
-„Ik heb dus gelijk, gij bemint den markies? En als ik u vertel, dat
-deze man uwe liefde niet waard is, dat hij een misdadiger is, die reeds
-kennis heeft gemaakt met de politie en met de gevangenis...?”
-
-Bij deze woorden richtte Florence zich in haar volle lengte op.
-
-„Dat is niet waar! Dat is een gemeene leugen!”
-
-Als een wilde kat sprong de kleine vrouw naar haar toe.
-
-„Neem die woorden terug! Ik beveel u om die woorden terug te nemen, als
-gij niet wilt, dat ik u in het volle gezelschap zal bewijzen, dat ik de
-waarheid heb gesproken?”
-
-Florence beefde. Haar verstand zei haar, dat zij op dit oogenblik beter
-deed te zwijgen. In haar snel werkend brein doemden alle bijzonderheden
-op, die haar onverklaarbaar waren gebleven in het doen en laten van den
-markies. Vanaf de voorspelling van den diefstal door middel van den
-dwerg tot het plotselinge opduiken van haar vaders testament, dat
-blijkbaar ten gevolge van de inbraak in het huis van haar oom in handen
-van den markies was gekomen, aan dit alles dacht zij nu.
-
-En al verminderde hierdoor haar liefde en haar vertrouwen in den man,
-dien zij aanbad, ook niet, toch voelde zij met vrouwelijk instinct, dat
-zij tegenover Mrs. Morton zoo voorzichtig mogelijk moest zijn... Deze
-vrouw beminde den markies ook, daaraan twijfelde Florence niet meer!
-
-Het blonde meisje overdreef haar droefheid met opzet en liet haar
-tranen den vrijen loop. Snikkend sprak zij:
-
-„En hoe weet gij dat alles? Hoe komt gij aan deze vreeselijke
-beschuldigingen, Mrs. Morton?”
-
-Mabel Morton liep in de val. Zij dacht reeds gezegevierd te hebben over
-dit jonge, onervaren meisje. Zij vertelde, hoe zij de reddende engel
-was, die den door eigen schuld in het verderf gestorten man vol
-barmhartigheid de hand had gereikt.
-
-„En dit is mijn dank!” sprak zij eindelijk vol pathos.
-
-„Dit is mijn dank er voor, dat ik hem weer heb opgericht tot hij in
-betere omgeving is gekomen! Nu wendt hij zich tot u, deze valschaard!
-En hij vertelt u dezelfde leugenachtige verhalen, waarmee hij eenmaal
-mij betooverde....!”
-
-Florence Goal, die er geen oogenblik aan dacht, den geliefde te
-wantrouwen, speelde haar rol uitstekend. Een zeker voorgevoel zei haar,
-dat den markies van deze vrouw onheil dreigde en dat zij slechts door
-list en groote slimheid het onheil van het geliefde hoofd zou kunnen
-afwenden.
-
-„Wat zal ik doen?” snikte zij. „Geef mij raad, help mij, lieve Mrs.
-Morton!”
-
-Deze deed alsof zij nadacht.
-
-Eindelijk sprak zij, terwijl zij het weenende meisje met strenge
-blikken aankeek:
-
-„Het eenige, wat u overblijft, is dezen man op te geven en aan mij over
-te laten....! Ik heb hem indertijd gered uit het slijk, waarin hij
-reeds dreigde te stikken, en ik geloof, dat ik er de kracht toe heb, om
-hem nog eenmaal op den goeden weg te brengen! Mijn liefde is rein en
-onzelfzuchtig en ik wil hem tot een beter, gelukkiger mensch maken!”
-
-Het schoone meisje boog deemoedig haar goudblond hoofd en, terwijl zij
-zich over zichzelf verbaasde, nam zij de handen van de jonge vrouw en
-drukte ze, als met een zwijgende belofte, aan haar borst.
-
-Daarop scheidden zij, beiden met het vaste voornemen zoo spoedig
-mogelijk den man te bezoeken, wien haar liefde gold.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
-DE VALSCHE SPELERS.
-
-
-In de voornaamste wijk van Londen, in de buurt van Pall Mall, woonde de
-markies di Sao Balbo. Rondom de kleine villa, die midden in een
-prachtigen tuin lag, heerschte bijna altijd zulk een rust en stilte,
-dat de meeste der voorbijgangers dachten, dat het huis onbewoond was.
-
-Van binnen was het kleine gebouw met groote weelde ingericht.
-
-Twee negers zorgden voor de bediening. Hij had deze beide zwartjes,
-naar hij vertelde, meegebracht uit zijn geboorteland.
-
-Op de eerste verdieping bevond zich de studeerkamer van den markies.
-Ook hier heerschte een Sybaritische weelde. Aan de muren zag men overal
-wapens en zeldzame jachttropheeën.
-
-Bij het genot van een goed glas cognac en een fijne havanna zat de
-Zuid-Amerikaan te praten met zijn vriend Rudge Fitzgerald.
-
-„Je bent vandaag zoo somber, mijn lieve Charly,” sprak Lord Lister,
-want dit was de ware naam van den markies, „het komt mij bijna voor,
-alsof je geen vertrouwen meer stelt in je besten vriend.”
-
-Zwijgend schudde de ander het hoofd.
-
-„Heb je bij het spel verloren?” vroeg di Sao Balbo, alias Lord Lister
-na een kleine pauze.
-
-Charly knikte.
-
-„Veel?” vroeg zijn vriend.
-
-„Zeer veel!” antwoordde Charly op doffen toon.
-
-„Ik mag toch zeker wel weten, hoe groot het bedrag is?”
-
-Maar de jongste der twee had blijkbaar den moed niet om het bedrag te
-noemen.
-
-„Ik zal maar bij duizend pond beginnen?”
-
-Rudge haalde zwijgend de schouders op.
-
-„Mooi—meer dus!”
-
-En de Braziliaan keek zijn jongen vriend een poosje peinzend aan,
-waarop hij sprak:
-
-„Ik begrijp er niets van, beste jongen. Wij kennen elkaar nu reeds vrij
-lang en je moest toch weten, dat ik in elk geval bereid ben je te
-helpen... Ik verzoek je dus nogmaals om mij te vertellen, hoeveel je
-verloren hebt!”
-
-Charly aarzelde nog eenige oogenblikken, waarna hij op klankloozen toon
-sprak:
-
-„Over de tienduizend pond.”
-
-„Hm,—hm,” bromde de Lord, „dat is ongeveer een kwart milioen francs....
-ik reken nog altijd met Fransche munt sinds mijn laatste verblijf in
-Parijs, waaraan ik steeds gaarne terug denk...
-
-„Ja, dat is een hoop geld, maar daar het eereschulden zijn, moet je ze
-dadelijk betalen!”
-
-„Ik bezit echter niets meer!” klonk het op wanhopigen toon van de
-lippen van den jongen man.
-
-„Nu,” sprak Lord Lister onverschillig, „gelukkig dan maar, dat ik op
-het oogenblik beter bij kas ben!”
-
-Bij die woorden nam hij een zware portefeuille uit zijn borstzak en
-telde twaalf biljetten van duizend pond voor zijn vriend uit op het
-kleine Perzische rooktafeltje, dat met goud en paarlemoer was ingelegd.
-
-Hij wilde zijn portefeuille reeds weer wegbergen toen hij zich bedacht
-en met de woorden:
-
-„Maar dan heb je nog een beetje bedrijfskapitaal ook noodig!” nog drie
-biljetten van vijftig pond voor den jongen Fitzgerald neerlegde.
-
-Deze hield zijn aristocratisch blond gelaat afgewend, terwijl zijn
-breede borst zwoegde van aandoening.
-
-Plotseling sloeg hij zijn beide armen om den hals van zijn vriend en
-bedankte hem met van ontroering trillende stem.
-
-De markies, wiens door de zon gebruind gelaat van voldoening straalde,
-klopte zijn jongen vriend zachtjes op den rug en sprak op ernstiger
-toon:
-
-„Nu wij dus een eind hebben gemaakt aan deze onbeduidende geschiedenis,
-zou ik—je geen verwijt: willen maken, wel neen.... Je weet wel, dat ik
-niet van zedepreeken houd en ik begrijp dat elke hartstochtelijke
-speler op een gegeven oogenblik pech kan hebben. Wij hangen allen af
-van het toeval....!
-
-„Maar toch, ik beken het je eerlijk, komt mij dit geval verdacht voor!
-
-„Je hebt natuurlijk gespeeld in de „Four-in-hand-club” en daar
-verloren, nietwaar?”
-
-De jongste bevestigde het vermoeden van zijn vriend.
-
-„Welnu,” sprak de markies, „ik heb deze club ook leeren kennen en als
-je mijn raad had gevolgd, had je daar je geluk niet meer beproefd.
-Ikzelf speel daar nooit meer.”
-
-Verschrikt en verbaasd keek Fitzgerald zijn vriend aan, terwijl hij
-vroeg:
-
-„Maar het zijn toch alleen heeren uit de eerste kringen, die daar
-komen? Er is geen enkele bij, dien men van een oneerlijke handeling zou
-mogen verdenken!”
-
-„Dat is bij het spel heel bijzonder,” meende de markies.
-
-„Eerlijke menschen worden, als zij de kaarten, in de hand hebben, soms
-binnen een maand de gevaarlijkste bedriegers. Maar buitendien zal ik je
-dadelijk den naam noemen van een der heeren leden, die tot de grootste
-schurken behoort: kolonel Goal.”
-
-„Maar ik bid je, hoe kun je zooiets beweren?”
-
-„Ik beweer alleen dat, wat ik bewijzen kan en ik zal nooit iemand ten
-onrechte verdacht maken. Maar wij zuilen er niet over twisten. Je moet
-nu in elk geval naar de Club om je schulden te betalen en misschien was
-je zelfs van plan, revanche te nemen. Daarvoor waarschuw ik je! Laat
-dat alsjeblieft aan mij over. Ik geloof, dat ik je de voldoening zal
-kunnen geven, hen, die niet tot de eerlijke spelers behooren, nog
-hedenavond te ontmaskeren.
-
-„Onderweg zal ik je nog een paar namen noemen, die, dunkt mij, geen al
-te eerlijken klank hebben...”
-
-Een half uur later traden de beide vrienden de speelzaal der
-„Four-in-hand-club” binnen.
-
-De eerste, die de vrienden in de speelzaal tegenkwam, was kolonel Goal,
-die met groote hartelijkheid, alsof nooit het minste tusschen hem en
-den markies ware voorgevallen, dezen en ook zijn vriend de hand
-schudde. Den vorigen nacht was de kolonel als bankhouder de voornaamste
-schuldeischer van Fitzgerald geworden.
-
-Deze haastte zich nu, zijn verplichtingen jegens den overste te
-voldoen. Dit geschiedde met een onverschilligheid, alsof hij den ouden
-heer een lucifer aanbood en met even nonchalant gebaar liet de geslepen
-vos het bankpapier in zijn portefeuille verdwijnen.
-
-De heeren zaten in groepjes te zamen, pratend en rookend, maar het
-duurde niet lang of de zucht naar het spel werd hun te sterk.
-
-De groene tafeltjes werden door de kellners gereed gezet en de zware
-lampen tot vlak boven de tafeltjes naar beneden gehaald, zoodat de
-spelers zelf in halfdonker zaten en de uitdrukking van hun gezichten
-zelfs voor den naastbijzittende verborgen bleef.
-
-De markies en zijn vriend hadden tegenover den bankhouder plaats
-genomen en keken eerst, zonder eraan mee te doen, naar het bacaratspel.
-De medespelenden hadden geloot en de kolonel had de bank gekregen.
-
-Het was een gelukkig toeval, dat de kolonel tegenover den markies kwam
-te zitten.
-
-Het spel begon en daar, zooals dit gewoonlijk het geval schijnt te
-zijn, in het begin de inzet klein was, was de stemming aanvankelijk nog
-vrij lusteloos. Nu zette echter een der heeren voor het eerst een
-biljet in van twintig pond, eenige andere spelers volgden zijn
-voorbeeld en zoodoende bevond zich plotseling een aanzienlijk bedrag in
-den pot.
-
-De markies had geen oog van den bankhouder af. Hij zag duidelijk, hoe
-kolonel Goal een der kaarten in beide handen dicht bij den rand van de
-tafel hield. De oude geroutineerde speler scheen in tweestrijd, of hij
-er nog een kaart bij zou nemen, wat gevaarlijk kon zijn, daar het bij
-het bacaratspel regel is, dat men zoo mogelijk negen punten, maar
-vooral niet meer mag hebben.
-
-De bankhouder scheen zich niet op zijn gemak te gevoelen onder de
-doordringende blikken van den Zuid-Amerikaan. Hij legde plotseling zijn
-kaarten open en had acht punten.
-
-Dat was de zoogenaamde „kleine slag”. Daar echter verschillende spelers
-negen en dus den „grooten slag” hadden, had de bankhouder verloren.
-
-In de vroolijke opgewondenheid, die steeds onder de medespelenden
-heerscht, wanneer de bankhouder een groot bedrag moet bijbetalen, had
-misschien niemand hunner gelet op het vaalbleeke gelaat van den
-overste.
-
-Ook de markies deed, alsof hij het niet merkte en lachte beleefd.
-
-Hierop begon het spel opnieuw. Nu stond de markies op, terwijl zijn
-jongere vriend zijn plaats innam. Di Sao Balbo verliet de speelzaal
-door de rechterdeur; blijkbaar ging hij naar het aangrenzende vertrek,
-om zich aan het welvoorziene buffet te goed te doen.
-
-Het spel werd voortgezet en Het was alsof nu het geluk den bankhouder
-toelachte, want hij won nu alle grootere sommen, terwijl de kleinere
-bedragen grootendeels weer aan de spelers vervielen.
-
-De zaal had echter nog een tweede uitgang, die haar een rooksalon
-voerde, waar zich tijdens het bacaratspel niemand bevond. Een zware
-portière sloot den ingang naar de speelzaal af.
-
-Niemand, zelfs niet de wantrouwende kolonel Goal bemerkte, dat, terwijl
-het spel zijn voortgang nam, de portière een duimbreed van elkaar werd
-geschoven.
-
-Door die opening loerde het Argusoog van den markies en—hij deed een
-hoogst merkwaardige ontdekking.
-
-Een paar spelers hadden weer hooge sommen ingezet en een hoop fiches,
-die aan de kas werden gekocht en ieder een zekere waarde
-vertegenwoordigden, vulden den pot.
-
-Ook nu keek de bankhouder eerst nadenkend in zijn kaarten, die
-bestonden uit een vrouw (welke bij dit spel niet meetelt) en een zeven.
-Intusschen had zijn linker buurman, die gepast had en zijn kaarten
-bedekt op tafel had gelegd, zijn rechterhand eenige oogenblikken in
-zijn laag uitgesneden vest verborgen.
-
-De kolonel deed, alsof hij nog steeds nadacht en bewoog daarbij het
-hoofd vooruit. Hij knikte tweemaal achter elkaar, dit zag de markies
-duidelijk....
-
-En plotseling kwam de hand van zijn buurman, natuurlijk de
-medeplichtige van dezen valschen speler schijnbaar zonder eenig opzet
-uit het vest te voorschijn en bewoog zich onder den rand van de tafel.
-
-Niemand kon het zien...! Ha! Nu bevond die hand, welke een kaart
-vasthield, zich onder de beide handen van den bankhouder, die op den
-rand der tafel rustten en met voorbeeldelooze handigheid, zonder zich
-te bewegen zelfs, de aangeboden kaart onder de tafel beetpakten.
-
-Dadelijk hierna legde de kolonel zijn kaarten open. hij had negen en
-dus het spel gewonnen.
-
-Maar hij had geen gelegenheid, zijn winst op te strijken. Want
-plotseling, alsof hij uit den grond was te voorschijn gekomen, stond de
-markies di Sao Balbo tusschen den bankhouder en diens medeplichtige.
-
-Met een enkelen ruk had hij dezen laatste het zwarte vest opengerukt,
-waarop zich aan de verbaasde oogen der aanwezigen twee lange, smalle
-zakken aan de binnenzijde van het vest vertoonden, die ieder een
-volledig en blijkbaar in zekere volgorde gerangschikt kaartspel
-bevatten.
-
-De eigenaar van het vest wilde zich verdedigen, maar een vuistslag van
-den Braziliaan wierp hem met zijn stoel op den vloer.
-
-Kolonel Goal was kalm blijven zitten, hij hoopte, dat de aandacht niet
-op hem zou vallen. Maar reeds in het volgende oogenblik begreep hij,
-hoe hij zich vergiste.
-
-De markies telde de beide kaartspellen door en sprak daarna:
-
-„Mijne heeren, in het eene spel ontbreekt een kaart, het is, zooals gij
-ziet, de twee. En deze twee”—hij sloeg met zijn hand op de drie door
-den bankier blootgelegde kaarten—„deze twee ligt hier....! Het is de
-„gelukskaart”, waarmee kolonel Goal u zooeven heeft uitgeplunderd.”
-
-Het was goed, dat de markies aan zijn moed ook een groote dosis
-behendigheid paarde!
-
-De overste had een revolver uit zijn zak te voorschijn gehaald, maar de
-kogel van het eerste schot, dat de markies handig had afgeweerd, kwam
-boven in den muur aan de overzijde der zaal terecht.
-
-In het volgende oogenblik was de kolonel op den grond geworpen en
-ontwapend.
-
-Hij vloekte en schimpte als een bezetene, maar geen enkel zijner
-woorden maakte eenigen indruk op de aanwezige heeren. Hij noemde den
-markies een dief en beweerde, dat al de groote, geheimzinnige
-diefstallen, die in den laatsten tijd gepleegd en niet ontdekt waren,
-op zijn rekening kwamen.
-
-Hij had evengoed kunnen beweren, dat de koning van Engeland een
-sluipmoordenaar was. Het eenige resultaat, dat hij bereikte, was, dat
-men dreigde, hem te zullen vastbinden en knevelen, totdat de politie
-aanwezig zou zijn.
-
-In werkelijkheid was men echter niet van plan, de overheid in deze zaak
-te mengen. De heeren waren van meening, dat het in het algemeen belang
-het beste was, om de beide schurken eenvoudig te laten loopen.
-
-Men stelde hun echter den eisch, dat zij zich nimmer weer in deze wijk
-der stad zouden vertoonen.
-
-De medeplichtige van den overste sloop naar buiten als een afgeranselde
-hond, maar de oude militair zelf verliet de zaal met blikken vol haat
-op den markies en met woeste bedreigingen, die de Braziliaan met een
-minachtend glimlachje aanhoorde,
-
-
-
-
-
-
-
-
-ELFDE HOOFDSTUK.
-
-JALOEZIE EN WRAAK.
-
-
-Nadat gedurende den nacht de mist was opgetrokken, bedekte hij nu weer
-opnieuw de reuzenstad. Des middags om twaalf uur kon men, hoewel alle
-lantarens brandden, zelfs op de groote pleinen geen hand voor oogen
-zien. Pikzwarte duisternis omgaf Londen; de voertuigen in de breede
-straten moesten blijven staan, waar zij zich toevallig bevonden en ook
-voor voetgangers kon de weg nergens gevaarlijker zijn dan in de straten
-dezer wereldstad.
-
-Bij zulk weer blijft natuurlijk ieder, die eenigszins kan, veilig in
-huis, en men verwacht geen bezoekers.
-
-En daarom verbaasde het den markies di Sao Balbo des te meer, toen de
-electrische bel luid en aanhoudend weerklonk.
-
-Op een wenk van zijn meester snelde een der beide negers naar buiten en
-dadelijk daarna keerde Sam terug met iemand, dien hij meer droeg dan
-geleidde.
-
-De markies, die op den drempel der kamer stond, durfde zijn oogen niet
-gelooven, toen hij in het vrouwelijk wezen, dat, in doeken en shawl
-gehuld, bijna bewusteloos op een stoel neerzonk, zijn vriendin Florence
-Goal herkende.
-
-Hij beval den neger, opwekkende dranken te brengen, en toen daarop de
-Braziliaan het meisje had gelaafd en naar het brandende haardvuur
-geleid, was zij, met inspanning van al haar krachten, weldra weer
-zichzelf meester.
-
-„Gij moet weg!” riep zij, angstig uit, „dadelijk...! Men is u op het
-spoor!”
-
-Hij glimlachte.
-
-„Vertel mij alles,” verzocht hij met groote kalmte.
-
-„Ach!” riep zij uit, „als er niet zoo’n zware mist hing, zouden zij
-reeds lang hier zijn om u naar de gevangenis te brengen!”
-
-Op rustigen toon, die in deze omstandigheden zeker bewonderenswaardig
-was, antwoordde hij:
-
-„Ik kom niet in de gevangenis, dat laat ik aan anderen over!
-
-„Maar kom, wij willen naar mijn studeerkamer gaan, daar is het
-gezelliger...!”
-
-Haar waarschuwing en haar angst, niets scheen indruk op hem te maken.
-
-„Maar hoort gij mij dan niet,” smeekte zij weer, „men is u op het
-spoor, men weet alles en achtervolgt u, Mrs. Morton......”
-
-Glimlachend viel hij haar in de rede.
-
-„Zoo, zij heeft dus toch gebabbeld, die kleine heks....! Dus ook gij
-weet nu, wie ik ben....?”
-
-Het schoone meisje zweeg, droevig voor zich uit starend in het gouden
-licht van een schemerlamp, die op de schrijftafel van den markies
-stond.
-
-„Dus zijt gij er toch achter gekomen!” sprak de markies lachend. „En nu
-komt men om mij gevangen te nemen, nietwaar?”
-
-„Ja!” Zij keek hem met haar groote oogen smeekend aan. „Vlucht, zoolang
-het nog kan! Ik blijf hier en zal u bericht zenden van alles, wat er
-gebeurt!”
-
-„Gij zijt zoo goed!” fluisterde hij. „Maar nu verzoek ik u om u weer
-gereed te maken om heen te gaan!”
-
-De markies drukte op een knop, dadelijk daarna kwam Sam binnen met de
-kleeren van het jonge meisje; toen zij gereed was, hulde de Braziliaan
-haar zelf nog in een zachten, met bont gevoerden mantel.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWAALFDE HOOFDSTUK.
-
-IN DEN MIST.
-
-
-Eenige oogenblikken later was John Raffles alleen. Maar de neger kon
-nog niet lang met de hem toevertrouwde Florence het huis verlaten
-hebben, toen weer luid en aanhoudend werd gebeld.
-
-Met een schamper lachje en een vastberaden trek op het gelaat riep de
-markies nu zijn anderen neger; hij sprak een paar woorden tegen hem,
-waarna de kroeskop wegging om na een korte poos met vier heeren terug
-te komen.
-
-Het was Lord Clifford, verder de detective, Mr. James Holliday, een
-Londensch commissaris van politie en een agent in uniform.
-
-„U wenscht, mijne heeren?” vroeg de markies met een beleefden groet,
-terwijl hij bij zijn schrijftafel bleef staan.
-
-„Daarnaar behoeft u niet lang te vragen,” sprak de detective, die zich
-nu weer volkomen meester van het terrein gevoelde.
-
-„Gij hebt ons nu lang genoeg voor den gek gehouden, of dacht gij dat
-wij niet weten, wie de beruchte Raffles is? Hebt u soms liever, dat wij
-wachten, totdat gij er nog een millioen bij hebt gestolen?”
-
-De markies keek den detective eenige oogenblikken met een medelijdend
-glimlachje aan, daarop sprak hij tot Lord Clifford:
-
-„Wat deze heer vertelt, interesseert mij niet in het minst. Hij dankt
-de groote eer, om zich in mijn kamer te mogen bevinden, enkel en alleen
-aan het gezelschap, waarin hij op het oogenblik is......
-
-„Maar gij, Mylord, u zou ik willen vragen, wat mij het genoegen en de
-eer verschaft van uw bezoek en waarom gij in gezelschap van
-politiebeambten bij mij komt?”
-
-Het was den Lord blijkbaar minder aangenaam, deze vraag te moeten
-beantwoorden. Hij knikte eenige malen, streek met zijn van briljanten
-fonkelende hand over zijn dunnen schedel en sprak:
-
-„Ja, inderdaad, het is zeer pijnlijk... maar men verdenkt u... gij
-zoudt zelf inzien, mijn beste vriend, als gij alle bijzonderheden
-wist—de verdenking, die op u valt, is zoo sterk...”
-
-„Mag ik vragen, waarvan men mij verdenkt?” klonk het op ijskouden toon
-terug.
-
-Nu nam de commissaris van politie het woord en op korten, barschen toon
-sprak hij:
-
-„Gij wordt ervan verdacht, het bedrag, dat Lord Clifford in zijn
-brandkast bewaarde, daaruit ontvreemd te hebben.”
-
-„Wie verdenkt mij daarvan?”
-
-„Lord Clifford zelf!”
-
-De markies keek den edelman lang en ernstig aan en zei toen niets
-anders dan:
-
-„O, dat doet mij veel leed!”
-
-En tot den commissaris vervolgde hij op trotschen toon:
-
-„Ik behoef u zeker niet te vertellen, dat de gevangenneming van een
-Engelschman in zijn huis alleen mogelijk is op een bijzonder,
-schriftelijk uitgevaardigd bevel van den minister van justitie!”
-
-„Maar gij zijt geen Engelschman,” glimlachte de beambte spottend.
-
-„Dus tegenover een vreemdeling, die de gastvrijheid in uw land geniet,
-moogt gij u veroorlooven, wat een Engelschman niet zou dulden?”
-
-De commissaris riep nu op ongeduldigen toon:
-
-„Ik wensch niet met u te redetwisten! Marsch, vooruit! Neem uw jas en
-hoed en volg ons naar Scotland Yard... of moet ik geweld gebruiken?”
-
-De markies ging een stap achteruit; op zijn gelaat lag zulk een
-dreigende uitdrukking, dat de brutale detective, die de ijzeren
-handboeien intusschen voor den dag had gehaald, deze zoo gauw mogelijk
-weer wegborg.
-
-„Ik zal u bewijzen,” sprak de markies, „dat ik weet, wat men de
-overheid schuldig is, ook al is er een zoo groote vergissing in het
-spel, als dat hier het geval is! En omdat ik wel begrijp, dat gij mij
-niet zult toestaan, mij naar mijn kleedkamer te begeven, zal ik mijn
-bediende bevel geven, mijn kleeren hier te brengen.”
-
-De Braziliaan drukte op de electrische bel; dadelijk daarna verscheen
-de neger, die na een kort bevel van zijn meester jas en hoed bracht en
-hem bij het aantrekken hielp.
-
-Hierop zei de markies eenige woorden in het Spaansch tegen den neger,
-wat de commissaris van politie hem verbood.
-
-De markies zocht nog even in zijn borstzak en mompelde:
-
-„Mijn portefeuille ... Ja die heb ik ...!”
-
-„Die moest u ons maar meteen geven,” klonk het weer uit den mond van
-Mr. Holliday, „daarin zal het gestolene geld wel geborgen zijn!”
-
-„Een oogenblik,” antwoordde de markies. „Ik wil nog even een cigarette
-aansteken.”
-
-Bij deze woorden bukte hij zich naar een klein cigarettenétui op de
-schrijftafel en drukte tegelijkertijd op een daaronder verborgen veer.
-
-In het volgende oogenblik omgaf diepe duisternis de personen, die zich
-in het vertrek bevonden.
-
-De commissaris sprong naar voren en trachtte tegelijkertijd zijn
-electrische zaklantaarn uit zijn jas tevoorschijn te halen, maar hij
-struikelde over een vooruitgestoken been en Mr. Holliday kreeg een zoo
-klinkende oorvijg, dat het vuur hem uit de oogen sprong.
-
-Lord Clifford en de politie-agent hielden het voor het verstandigst,
-rustig te blijven staan.
-
-Men hoorde alleen nog een hoonend:
-
-„Goeden avond, heeren!” uit den mond van den Braziliaan, daarna zich
-snel verwijderende schreden en een dichtvallende deur, waarnaar de
-politiebeambten in het pikdonker, dat hen omgaf, lang tevergeefs
-zochten.
-
-En toen deze deur eindelijk gevonden was, omhulde hen ook buiten de
-kamer een Egyptische duisternis.
-
-„De kerel heeft de geheele electrische geleiding uitgeschakeld!” riep
-de detective uit, „maar wacht, heeren, als ik hem te pakken krijg ...!”
-
-De anderen konden hun lachen niet bedwingen. Met veel moeite en steeds
-met hun handen den weg zoekend, bereikten zij eindelijk de straatdeur
-der villa.
-
-Daar buiten hing de mist, de ondoordringbare, zwarte, reeds dagenlang
-boven Londen hangende Engelsche mist, die elke achtervolging van den
-vluchteling onmogelijk maakte.
-
-Zoo ontsnapte Lord Lister, bijgenaamd John Raffles, de groote
-onbekende, aan zijn vervolgers.
-
-In welke gevaren hij zich daarna weer ging werpen, zullen wij in de
-volgende afleveringen te weten komen.
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 9: OM GOUD EN
-LIEFDE ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.