summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67442-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67442-0.txt')
-rw-r--r--old/67442-0.txt3377
1 files changed, 0 insertions, 3377 deletions
diff --git a/old/67442-0.txt b/old/67442-0.txt
deleted file mode 100644
index 9c6099b..0000000
--- a/old/67442-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3377 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0010: De beeltenis der
-Indische, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0010: De beeltenis der Indische
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: February 19, 2022 [eBook #67442]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0010: DE
-BEELTENIS DER INDISCHE ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 10 DE SCHILDERIJ VAN DE INDISCHE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE BEELTENIS DER INDISCHE.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-HET NIEUWE LID DER LONDENSCHE VEREENIGING VOOR LUCHTREIZIGERS.
-
-
-De voorzitter van de Londensche Vereeniging van Luchtreizigers, sir
-Warren, liep met groote stappen heen en weer in het smaakvol ingerichte
-clublokaal, terwijl een heer, evenals hij gekleed in sportkostuum, die
-een glas warme groc naast zich had staan, hem met een minachtenden blik
-met de oogen volgde.
-
-„Ge kunt zeggen wat ge wilt, Mr. Hugglepech, als uw redeneering steek
-hield, zou het vreeselijke ongeluk op onze „Nike” niet gepasseerd zijn!
-
-„Ge zult toch zelf wel moeten toestemmen, dat de stuurinrichting niet
-in orde was.”
-
-De neerdaling had inderdaad niet ongelukkiger kunnen zijn. Het is nog
-een groot geluk geweest, dat de dappere heeren in de dennen zijn
-terechtgekomen, anders waren zij er slecht aan toe geweest.
-
-„Maar de Nike is in flarden en wij kunnen lang wachten, eer wij weer
-een bruikbaren ballon terug hebben!”
-
-„Luister eens, Sir Warren,” antwoordde de andere heer, die kapitein en
-ingenieur der Londensche club was, „ten slotte is het geheele ongeluk
-zeker mijn schuld!”
-
-„Als gij een zondebok noodig hebt, zoek dan iemand anders dan mij. Of
-herinnert gij u niet, hoe dikwijls ik de beide heeren heb gewaarschuwd,
-om met hun geringe ervaring niet met de proefmachine op te stijgen?”
-
-Maar de beide heethoofden luisterden niet naar goeden raad!
-
-„Ja wel, ja wel!” antwoordde de voorzitter, „ik heb het hun zelf ook
-ontraden en gij eveneens, dat is waar! Maar kapitein, gij zult toch
-moeten toegeven, dat het roer weigerde!”
-
-Kapitein Hugglepech sloeg met de vuist op tafel, nam zijn pijpje uit
-den mond en sprak:
-
-„Sir Warren, laat mij nu met uwe beschuldigingen met rust, begrepen?
-Aan dit ongeluk is, als ik het ronduit zeggen mag, niemand anders
-schuldig dan gij zelf, mijn waarde!
-
-„Wanneer gij mij de benoodigde gelden had toegestaan, toen ik hierom
-vroeg, dan zou het veel te zwakke roer door een solidere inrichting
-volgens deze teekening zijn vervangen!
-
-„Dat is mijn opvatting van de zaak, mijnheer en ik kan u het bewijs
-leveren!
-
-„Ik verbied u daarom, eenige verdere beschuldiging te uiten, welke
-alleen ten doel zou kunnen hebben, mijn reputatie in discrediet te
-brengen en aan mijn bekwaamheden als ingenieur der luchtscheepvaart
-afbreuk te doen!
-
-„Gij zoudt er mij anders toe noodzaken om een gansch anderen toon tegen
-u aan te slaan en zonder eenig uitstel mijn ontslag te nemen uit de
-club!
-
-„Mijn teekeningen en plannen zijn alle in orde! Als hier iets niet in
-den haak is, dan is het zeer zeker het bestuur van de club, dat nooit
-op het juiste oogenblik geld in kas heeft!
-
-„Deze woorden moogt gij en uw mede-bestuursleden u wel ter harte
-nemen!”
-
-Na deze woorden dronk de kapitein een flinken teug uit zijn grocglas,
-terwijl hij zichzelf in zware tabakswolken hulde.
-
-„Ik verkies niet, op dezen toon toegesproken te worden!” riep de
-voorzitter verontwaardigd uit.
-
-„Als gij niet voor een groote lomperd bekend stond, kapitein
-Hugglepech, zou ik u uw woorden kwalijk nemen! Nu echter erger ik mij
-niet aan u, uw onbeschofte taal laat mij koud!”
-
-„Wat, ik een lomperd? En mijn woorden laten u koud? Heb ik de 1000
-pond, die ik voor het stuurtoestel noodig had, gekregen of niet? Hebben
-de heeren den tocht ondernomen met de proefmachine, of niet? Ik verzoek
-u, mij te antwoorden!”
-
-De dikke voorzitter der club haalde de schouders op.
-
-„Ik begrijp niet, waarom gij u zoo opwindt! Gij, als kapitein, hadt
-geen toestemming tot den tocht mogen geven!
-
-„Het is waar, wij hebben uw verzoek niet ingewilligd, maar wij konden
-het niet! Er is geen geld in kas!
-
-„Verder wil ik u geen verwijten maken! Laten wij vrede sluiten,
-Hugglepech!”
-
-Sir Warren naderde den kapitein en stak hem de hand toe, waarin deze
-aarzelend en mopperend de zijne legde.
-
-De president nam een stoel en sprak op fluisterenden toon:
-
-„Het voornaamste is, dat wij onzen ballon zoo spoedig mogelijk weer
-voor de opstijging gereed hebben, want anders gaat de heele club naar
-den grond!
-
-„Dit ongeluk heeft alle medeleden afgeschrikt en wij zouden heel licht
-onze invloedrijkste leden kunnen verliezen!”
-
-„Ik heb maling aan die ezels!” riep Hugglepech, terwijl hij op tafel
-sloeg. „Zij willen hun neus in onze zaken steken en als ik beweer, dat
-wij nog 1000 pond noodig hebben voor een roer, hebben zij het recht
-niet, hun schouders op te halen, dan moeten zij het geld verschaffen!
-
-„Men moet zich schamen voor de Duitschers, die millioenen over hebben
-voor hun Zeppelin!
-
-„Het is bijna niet te gelooven, dat Engelschen zoo krenterig kunnen
-zijn!
-
-„Maar dat is het waarschijnlijk ook niet. Er moet dunkt mij, veel geld
-in kas zijn!”
-
-De president krabde zich achter het oor.
-
-„Een vervloekt klein beetje, kapitein!” antwoordde hij.
-
-„Gij hebt gelijk, de vereeniging is verduiveld krenterig en nu is het
-omhulsel ook nog aan flarden! Hoe wij dat alles zullen betalen, is mij
-een raadsel!”
-
-„Hohoho!” lachte de aëronaut spottend, „dat komt jullie toe!
-
-„Eerst was het zaakje met 1000 pond te verhelpen, nu echter kost het
-zeker 7000 of 8000, 100 niet 10,000! Dat is nog niet vast te stellen.
-
-„En het geld moet toch bijeen gebracht worden, als niet de Londensche
-Club van Luchtschippers—en dat zou een schande zijn voor Engeland—te
-niet zal gaan!”
-
-De president keek bezorgd voor zich.
-
-„Een gelukkige tocht zou ons een groot aantal nieuwe leden hebben
-aangebracht! Daarom liet ik ten slotte de twee enthousiasten hun plan
-doorzetten. Maar nu dit ongeluk—hoe komen we aan geld? Vervloekte strop
-hebben we!”
-
-Kapitein Hugglepech knikte met een spottenden glimlach.
-
-„Nu bekent gij eindelijk zelf, dat het uw schuld is! Bravo! Nu is het
-parool: geld, of liever goud!
-
-„Kijk uw kas eens na, Warren! Zonder geld is geen herstel mogelijk!
-Laat de Lords en groote fabrikanten opdokken, zij hebben immers genoeg!
-
-„Laat hen Engelands eer hooghouden!
-
-„Open een bedelpartij voor ’s Lands belang en houd niet op, voordat gij
-minstens 10,000 pond hebt losgekregen!”
-
-„Brrr!” klonk het ontsteld van Sir Warrens lippen. „Maar ik zie ook
-geen anderen uitweg, als het goud ons tenminste niet uit den hemel
-wordt toegezonden.”
-
-Op dit oogenblik kwam een bediende der Club de kamer binnen en
-overhandigde den president twee visitekaartjes.
-
-„Drommels!” riep Sir Warren op gedempten toon uit, „zouden dit
-misschien twee engelen uit den hemel zijn?
-
-„—Mr William P. Shaw—Chicago, Mr. Robert Bentley Shaw—Chicago!
-
-„Kapitein, is dat niet de wereldberoemde milliarden-firma?”
-
-„Die moet ge uitpersen, president! Gij verstaat die kunst trouwens
-meesterlijk, dat moet ik bekennen!
-
-„Als wij die twee in onze vereeniging hadden, was onze „Nike” spoedig
-weer in gereedheid! Dat is zeker!”
-
-De beide clubleden wisselden een veelbeteekenenden blik.
-
-Daarop stond Sir Warren op, hij was nu van top tot teen de voorzitter
-der Club en op levendigen toon sprak hij:
-
-„Natuurlijk, met het grootste genoegen! Laat de heeren binnen!”
-
-De bediende opende de deur.
-
-Een heer van middelbaren leeftijd, van lange, slanke gestalte en met
-een echt Amerikaansch voorkomen, trad, vergezeld door een jongeren
-heer, het vertrek binnen, waar beiden door den president zeer
-vriendelijk werden begroet.
-
-„Mijn neef en ik,” ving de oudste aan, „stellen bijzonder veel belang
-in de luchtscheepvaart.
-
-„Wij hebben zooveel goeds gehoord van uw systeem, dat wij, indien gij
-het goedvindt, de „Nike” gaarne zouden willen bezichtigen!”
-
-Sir Warren verwenschte het noodlot.
-
-Kapitein Hugglepech was intusschen ook opgestaan en bromde:
-
-„Zeer jammer, juist nu onmogelijk!”
-
-De president beijverde zich om Mr. Hugglepech voor te stellen als de
-uitvinder van het „Nike”-systeem en als kapitein en aëronautisch
-technicus der Vereeniging.
-
-Mr. Shaw uit Chicago, of hij milliardair was of niet, was verrukt en
-drukte den braven ingenieur steeds opnieuw de hand.
-
-„Neen maar, Robert, dat treft al heel gelukkig,” sprak hij tot den
-jongen man, dien hij als zijn neef had voorgesteld, „dat wij bij ons
-eerste bezoek al dadelijk kennis kunnen maken met den genialen
-uitvinder van het Nike-systeem, dat alle andere verre overtreft! Dat is
-heerlijk!”
-
-Kapitein Hugglepech bloosde als een schoolmeisje bij die woorden van
-lof en bij de handdrukken van den beroemden man uit Chicago.
-
-Hij luisterde met aangeboren bescheidenheid, die steeds bij groote
-uitvinders past, naar de woorden van den Amerikaan, die stormenderhand
-het hart van den ruwen kapitein had gewonnen.
-
-Toen eindelijk de edele man bij het verhaal van den president over het
-ongeluk, dat de „Nike” had getroffen, zelfs een heimelijken traan
-wegpinkte, was ook Sir Warren geheel voor hem ingenomen.
-
-Mr. Shaw bekeek op een uitnoodiging van Hugglepech de aanwezige
-teekeningen en was vol geestdrift en bewondering voor het plan van den
-luchtschipper.
-
-Het was zelfs niet eens noodig, dat de president der Club hem
-voorstelde om lid van de Londensche Vereeniging te worden.
-
-„Waar het er op aan komt, menschelijke uitvindingen van den eersten
-rang te steunen,” riep de Amerikaan vol vuur uit, „zijn de Shaws uit
-Chicago nooit achter gebleven!
-
-„Als gij het toestaat, mijnheer de voorzitter, dan treden wij
-onmiddellijk als lid toe, nietwaar Robert?
-
-„Ik schrijf in voor mijn neef en mij—om een kleine bijdrage te leveren
-voor de reparatie der onovertrefbare „Nike” van den genialen heer
-Hugglepech, voor het bedrag van 10,000 dollar, op voorwaarde, met mijn
-neef zelf een tocht der hooggewaardeerde Londensche Club te mogen
-meemaken.
-
-„Tevens hoop ik, dat de voornaamste aëronaut van den tegenwoordigen
-tijd, zooals ik den kapitein Hugglepech gerust durf noemen, mij verdere
-bijzonderheden zal willen mededeelen op het gebied der
-luchtscheepvaart.
-
-„Het zou mij hoogst gelukkig maken, als ik eenmaal zelfstandig dit
-vervoermiddel der toekomst zou kunnen besturen!”
-
-Kapitein Hugglepech keek, rood als een kalkoensche haan, voor zich
-neer.
-
-De voorzitter echter straalde van vreugde, stak eerst den heer Shaw en
-daarna diens neef Bentley Shaw uit Chicago beide handen toe en heette
-beiden hartelijk welkom als medeleden van de Londensche Club, die het
-zich tot een hooge eer rekende, zulke voorname, verstandige en modern
-denkende heeren uit het vrije Amerika in haar midden op te nemen.
-
-De heer Shaw betaalde dadelijk met groot genoegen het niet onbeduidende
-entreegeld in Amerikaansch goud uit en gaf Sir Warren een chèque voor
-een bedrag van 10,000 dollar op de Engelsche Bank, welke deze innig
-gelukkig in ontvangst nam.
-
-De president en kapitein Hugglepech beloofden, ja bezwoeren bijna, dat
-de „Nike” zonder uitstel gerepareerd zou worden.
-
-Inplaats van het nu geprobeerde roer zou het volkomen betrouwbare
-stuurapparaat volgens Hugglepechs plannen worden aangebracht, ondanks
-de hooge kosten, hieraan verbonden.
-
-In dit geval stond de kapitein bij neerdaling in voor een
-onberispelijke werking.
-
-De beide Amerikanen hadden tot hun groot leedwezen niet veel tijd.
-
-Zij namen spoedig afscheid, nadat zij hadden beloofd, meerdere bezoeken
-te zullen brengen de eerstvolgende dagen en de beide Clubgenooten
-bleven, bijna dronken van geluk, alleen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-EEN BEDE OM HULP AAN LORD LISTER
-
-
-De leden van de Londensche Vereeniging van Luchtschippers zouden zeker
-meer dan verbaasd zijn geweest, als zij hadden kunnen zien hoe hun
-waardige voorzitter zich gedroeg.
-
-Want nauwelijks hadden de Amerikanen onder veel buigingen van Sir
-Warren en kapitein Hugglepech het Clubgebouw verlaten, of deze beide
-waardige heeren vielen in elkaars armen en voerden te zamen een dans
-uit, waarvan men niet met de noodige zekerheid kon bepalen of het een
-Indiaansche krijgsdans of een verbeterde Cakewalk moest voorstellen.
-
-Maar ook de beide Amerikanen keken elkaar lachend aan, toen zij met
-veerkrachtige schreden het zuidwestelijk deel der reuzenstad aan de
-Theems doorliepen, waar de Club van Luchtschippers haar
-vereenigingslokaal en ballonhal had.
-
-Per electrische tram begaven zij zich naar het westelijk gedeelte van
-Londen, waar de oudste der beide heeren een mooi landhuis bewoonde.
-
-Het was intusschen middag geworden en toen zij het gebouw van een der
-groote couranten passeerden, snelden juist de krantenjongens als
-bezeten te voet of per rijwiel naar alle richtingen, terwijl zij met
-luider stem uitriepen:
-
-„Een nieuwe streek van Raffles!—Raffles, de groote onbekende! Scotland
-Yard beetgenomen!—De cigarenkoker als bom!—De meesterdief verdwenen!”—
-—
-
-Glimlachend keken de beide Amerikanen elkaar aan.
-
-„Hola, boy!” riep de oudste, „dat moet ik lezen! Een verduivelde kerel,
-die Raffles! Wat zeg jij ervan Ch—drommels! ik bedoel: neef Robert uit
-Chicago! Daar moet ik eerst nog aan wennen!”
-
-„Zeg, oom Shaw! Weet je waarover ik me verwonder? Hoe zouden die slimme
-verslaggevers het klaarspelen, om dat zaakje nu alweer in alle
-bijzonderheden aan het lezend publiek te kunnen opdisschen?”
-
-De Amerikaansche oom lachte, terwijl hij de krant betaalde en het
-artikel over Raffles doorvloog.
-
-„Ik begrijp wel, hoe ze er aan komen, Cha—Robertje! Dat heeft een goed
-vriend van inspecteur Baxter gedaan en dien zullen we wel niet al te
-ver van Scotland Yard moeten zoeken!”
-
-„Maar vertel me eens, Edward— — —”
-
-„Sst! Sst! Mijn jongen! Niet zoo onbescheiden! Mijn naam is tot nader
-order Shaw uit Chicago en daarbij blijft het!”
-
-Lord Lister, want hij was het, kneep zijn aangenomen neef glimlachend
-in het oor.
-
-„Nu ja, dierbare oom! Wij zijn nu immers onder ons! Maar wat wil je om
-’s-Hemels wil uithalen met de eerlijke leden van de
-Luchtscheepvaart-Vereeniging? Dat begrijp ik niet al te best en het
-bedrag, dat je hun hebt toegestaan, lijkt mij voor een gewone grap wel
-een beetje heel hoog, in aanmerking genomen onze uitgemergelde kas.
-
-„Neem mij niet kwalijk, als ik uit groote bezorgdheid soms te ver ga,
-maar— —”
-
-„Nu ja, Charly, je hebt gelijk, het was eigenlijk geen eerlijke zaak,
-maar er kunnen zich omstandigheden voor doen, waaronder het zeer nuttig
-is, dat Raffles op de hoogte is van de nieuwste uitvindingen der
-moderne wetenschap.
-
-„Een kerel als Raffles moet alles kennen en in geval van nood zelfs een
-luchtschip kunnen besturen!
-
-„Trouwens, ik ben niet geheel onervaren op het gebied der techniek,
-want hoewel voor mij, als zoon van een Lord, de technische studie
-slechts bijzaak was en wij in Eton en Priford hoofdzakelijk aan sport
-deden, toch heb ik daar met mijn niet al te slechte hersenen meer
-geprofiteerd dan men zou denken.
-
-„Ik zal mijn studies nu voltooien en—ik heb zoo mijn eigen plannetjes,
-die ik je te gelegener tijd wel zal meedeelen!”
-
-„En ik?” vroeg Charly nieuwsgierig. „Ik stel bijzonder veel belang in
-die dingen! Ik zal al mijn best doen om mij in de geheimen der
-luchtscheepvaart in te werken!”
-
-„Dat spreekt vanzelf! Ik denk, dat je er spoedig achter zult zijn—nu,
-wij zullen zien!”
-
-De electrische tram voor West-end naderde en bracht de twee heeren met
-de gewone snelheid naar de halte vlak bij hun villa.
-
-Met haastige schreden liepen beiden onder de oude boomen en langs de
-bloeiende heesters naar het niet al te groote, maar aangenaam,
-gerieflijk en weelderig ingerichte buitenverblijf, dat door het groen
-bijna geheel voor de blikken der voorbijgangers verborgen was.
-
-Op dit oogenblik kwam een man, die voor het huis scheen te hebben
-gewacht, met haastige schreden naar de beide heeren toe, teleurgesteld
-bleef hij echter vlak bij hen staan, terwijl hij met een
-verontschuldiging zijn hoed afnam.
-
-„Ik meende kennissen te zien, heeren! Maar ik merk, dat ik mij vergist
-heb!”
-
-Hij wilde reeds met een beleefde buiging heengaan.
-
-Lord Lister klopte hem op den schouder en sprak.
-
-„Nietwaar, Fred, we hebben ons goed vermomd. Ik heb me trouwens ook
-alle mogelijke moeite gegeven om mijn leermeester in het schminken van
-Drurylane-theater geen schande aan te doen.”
-
-En tot Charly gericht, vervolgde hij:
-
-„Hoe vindt je dat, Charly! De brave Fred herkent ons zelfs niet. Dat is
-toch uiterst vleiend!”
-
-De oude kamerdienaar was stom van verbazing en staarde de beide heeren
-met open mond aan.
-
-Daarop echter greep hij de hand van zijn geliefden jongen meester, dien
-hij reeds als knaap op zijn arm had gedragen, en drukte ontroerd eene
-kus op de blanke vingers.
-
-„Fred, Fred!” lachte de Lord op goedigen toon, „als Mr. Baxter van
-Scotland Yard eens zag, dat jij den grootsten misdadiger de hand kust!”
-
-„O, lieve, goede heer! Gelukkig, dat ik beter weet! Ik weet wel, dat
-gij alle noodlijdenden helpt en dat uwe zoogenaamde misdaden slechts de
-straffen zijn, welke gij den door de wet beschermden schurken oplegt.
-
-„En wel hebt gij, mijn lieve, goede heer, daartoe het recht! Want heb
-ik niet met eigen oogen gezien, hoe de woekeraars en bloedzuigers den
-armen admiraal, uw ruwen maar goedhartigen vader, geen gelukkig of
-rustig oogenblik meer lieten, totdat hij geen raad meer wist en zijn
-toevlucht zocht tot het pistool?
-
-„En dat alles was alleen het werk van den jongeren broer van onzen
-admiraal, die nu Lord Lister van het kasteel Canaroon is, dit wist
-iedereen.
-
-„Het was immers heel gemakkelijk, om achter den rug van den admiraal,
-als deze op de verre zeeën vertoefde, te stoken en te liegen!
-
-„Ja, ja, Lord Edward, schurken hebben u uw rechtmatig erfdeel
-ontstolen, en gij hebt honderdmaal gelijk, als gij u wreekt!
-
-„En als er eerlijke lui in de Jury zitten wanneer het eenmaal zoover
-mocht komen, dan verzeker ik u, en ik zal voor u getuigen, als ik nog
-tot de levenden behoor, dat geen van hen u uwe daden kwalijk zal nemen.
-
-„Zij zullen u schitterend vrijspreken en u zoo mogelijk nog een prijsje
-geven voor uw ridderlijk optreden, voor uw afstraffing van misdadigers
-en woekeraars en voor alle weldadige hulp, die uw gezegende handen
-hebben verschaft aan armen en noodlijdenden!”
-
-„Nu Fred,” antwoordde de Lord op schertsenden toon, terwijl zij het
-huis naderden, „ik wil het toch liever niet laten aankomen op het
-gunstige oordeel van een Jury, zoolang ik het vermijden kan!
-
-„Juist daarom hebben wij ons tijdelijk in deze pseudo-Amerikaansche
-huid gestoken. Ik heb de eer, mij aan je voor te stellen als den
-grooten milliardair van de Vereenigde Staten, Mr. Shaw en dit is mijn
-neef, de veelbelovende Mr. Robert Bentley-Shaw.
-
-„Onthoud de namen goed! Jij weet van niets en je meester is voor zoover
-hij het jou heeft meegedeeld, een reis om de wereld begonnen; je weet
-natuurlijk niet, in welke richting of langs welken weg!”
-
-„Dat spreekt vanzelf, mijnheer! Ik heb tranen gelachen, toen de heeren
-van Scotland Yard zoo beleefd miss Walton en mij hielpen om den koffer
-op te laden! Want ik wist immers, dat hij leeg was geweest en ik
-begreep, wat erin verborgen was!”
-
-„Sst, Fred, mondje dicht! Ik weet, dat ik je vertrouwen kan, maar je
-hebt één gebrek!”
-
-„O, mijnheer, hoe zou ik—”
-
-„Ja, Fred, één fout heb je en die had je al in mijn jeugd. Toen reeds
-pochte je te veel op de kwajongensstreken van je jongen meester en
-daardoor heb je mij menig standje bezorgd. Ik hoop intusschen, dat je
-die gewoonte hebt afgeleerd en niet weer in die beminnelijke fout zult
-vervallen!”
-
-Fred moest met komische wanhoop toegeven. Hij beloofde echter, zich in
-dat opzicht geheel te zullen veranderen, hoeveel moeite het hem ook
-mocht kosten.
-
-Hij beijverde zich nu, zijn plichten als kamerdienaar na te komen en
-weldra stond een uitstekende lunch voor de heeren gereed en men zag het
-duidelijk aan Fred, terwijl hij de wijnglazen vulde, hoe goed het hem
-deed, zijn heer weer te mogen bedienen.
-
-Nadat Lord Lister een cigarette had aangestoken, leunde hij in zijn
-stoel achterover en sprak:
-
-„Een beetje nieuwsgierig ben ik nu toch wel, Fred! Waarom ben je
-eigenlijk hierheen gekomen? Want ik begrijp, dat je niet zonder reden
-de argusoogen van Scotland Yard hebt getrotseerd. Buitendien heb je
-mijn bevel om mij alleen bij gewichtige aangelegenheden op te zoeken.”
-
-De bediende streek met de hand door zijn haar.
-
-„Ezel, die ik ben! Uit groote blijdschap, u terug te zien, zou ik alles
-vergeten!
-
-„Ja, het was niet gemakkelijk om onopgemerkt hier te komen. Maar ik heb
-Londen eerst in alle richtingen per tram doorkruist, totdat ik
-eindelijk dien vervloekten detective die „Vloo” wordt genoemd, heb
-verschalkt.
-
-„Enfin, het gelukte.
-
-„Aan het Oosterstation verkleedde ik mij en daar zag ik den detective
-nog rondloeren. Maar hij keek rond naar een kamerdienaar en niet naar
-een gewoon heer, want als zoodanig ging ik langs hem heen en nam ik een
-tram naar het Westend.
-
-„Toen had de speurhond mijn spoor verloren.
-
-„En hier is de brief!” Bij deze woorden haalde Fred een brief te
-voorschijn, welken hij zijn meester overhandigde.
-
-„Waarom denk je, dat deze brief van zoo groot gewicht is? Ik ben zeer
-tevreden over jou en je groote voorzichtigheid, maar ongevaarlijk was
-je komst niet! Ondanks je goeden wil had je ons het geheele gezelschap
-van Scotland Yard op ons dak kunnen sturen!”
-
-„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, maar staat op het stempel niet
-Canaroon te lezen? Als het eens een boodschap was van zijn Lordschap,
-uw oom! Wie weet, wat er voor u op het spel staat! En als de oude
-gierigaard en woekeraar—u vergeeft mij zeker wel, dat ik uw oom zoo
-durf noemen?—het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld—God moge
-het mij vergeven—maar dat zou de gelukkigste dag van mijn leven zijn!
-
-„Zou uw Lordschap dan niet het u zoo schandelijk onthouden erfdeel in
-ontvangst moeten nemen?”
-
-„Nu ja, ik moet toegeven, dat je het recht had om de zaak als gewichtig
-te beschouwen! Maar die is niet te vertrouwen! Hij is de beste kracht
-van geheel Scotland Yard, kapitein Baxter incluis!”
-
-„Gij kunt er zoo zeker van zijn als dat tweemaal twee vier is, dat ik
-hem ben ontsnapt!” verzekerde Fred met overtuiging.
-
-„Laat ons het hopen!” antwoordde Lister, terwijl hij den brief opende.
-
-Nauwelijks had hij de weinige regels doorgelezen, of hij sprong op.
-
-Zijn oogen fonkelden en de aderen op zijn voorhoofd zwollen op.
-
-Charly keek zijn vriend en meester verschrikt aan. Zoo had hij hem nog
-nooit gezien.
-
-Hij voelde, dat het op dit oogenblik niet geraden zou zijn, Lord Lister
-tegen te spreken.
-
-Deze echter sloeg vol minachting met zijn vlakke hand op den brief.
-
-„Daarin herken ik mijn oom! Maar deze schandelijke daad zal niet geduld
-worden, zoo waarachtig als ik de eigenlijke en ware erfgenaam van het
-kasteel Canaroon ben, zoo waar als mijn edele vader het slachtoffer is
-geworden van listen en hinderlagen en gemeene schurkenstreken!”
-
-„Dus werkelijk van mijnheer uw oom!” mompelde de oude dienaar.
-
-„Neen, deze brief is niet van mijn oom zelf, maar hij brengt mij op de
-hoogte van een nieuwe schurkenstreek van dezen ontaarden afstammeling
-onzer familie!
-
-„Het is een noodkreet van onzen ouden erfpachter, die zich, tevens uit
-naam van verschillende lotgenooten, tot mij wendt.
-
-„Van jaar tot jaar heeft de oude woekeraar de pacht verhoogd, totdat ze
-niet meer opgebracht kan worden.
-
-„Met een beklemd hart hebben de pachters gehoorzaamd, om niet den grond
-te moeten verlaten, die reeds honderden jaren door hun familie werd
-bebouwd.
-
-„Zij hebben op betere tijden gehoopt, maar ongunstig weer en slechte
-oogsten hebben hun teleurgesteld. Zij kunnen de pacht niet meer
-opbrengen.
-
-„Deze woekeraar echter, die veel slechter is dan de jood Shylock,
-blijft op zijn stuk staan. Als zij niet op den bepaalden datum betalen,
-worden zij volgens wet en recht verdreven.
-
-„Als bedelaars moeten zij met vrouwen en kinderen den grond verlaten,
-waarop hun voorouders honderden jaren als vlijtige, degelijke
-landbouwers in aanzien en eer waren, en die nooit een dag te laat hun
-erfpacht aan de Listers hebben opgebracht.
-
-„Dat is de dank van een schurk voor honderdjarige trouwe diensten, dat
-men de menschen van hun huis en hof verjaagt.
-
-„Maar ik wil niet, dat het zal gebeuren, want ook ik ben een Lister, en
-ik ben de eigenlijke Lord, niet hij, die op het kasteel woont!”
-
-De oude Fred had de handen gevouwen en een dikke traan rolde over zijn
-gerimpelde wangen in zijn grijzen baard.
-
-„Een echte Lister, dat is mijn Lord! O, ik weet het, gij zult niet
-dulden, dat de trouwe, vlijtige Mac Karthy en de anderen ten gronde
-gaan! Het zal u gelukken, Lord Edward, want wat gij onderneemt, daarop
-rust Gods zegen!”
-
-„Ja, ik zal dezen schurkenstreek verhinderen. Mac Karthy zal niet
-tevergeefs mijn hulp hebben ingeroepen. Hier heb je geld, Fred! Het is
-goed, als je niet al te spoedig weer in de villa verschijnt, kerel!”
-
-De Lord nam een pak bankbiljetten uit zijn portefeuille en overhandigde
-dit aan Fred, die hem vol spanning aankeek.
-
-„Je vertrekt”, vervolgde de Lord, „dadelijk van hier naar Holyhead en
-verder per stoomboot naar Dublin.
-
-„Daar huur of beter koop je twee goede paarden met rijtuig en wacht op
-mij in de je welbekende Three-roads-Tun in de Zuidelijke voorstad.
-
-„Verder is hier een sleutel van het kleine tuinpoortje, waarvan ik als
-Raffles gebruik maak. Het poortje is van buitenaf moeilijk te
-onderscheiden.
-
-„Hiervan kan je gebruik maken, omdat ik den detective niet vertrouw.
-
-„En nu, maak je dadelijk gereed!”
-
-Fred was vol vuur. Hij had in langen tijd zijn Iersch vaderland niet
-gezien en vooral het bewustzijn, er bij tegenwoordig te mogen wezen als
-zijn aangebeden jonge Lord de ongelukkige pachters redde uit de klauwen
-van zijn vrekkigen oom, deed zijn hart zwellen van trots.
-
-Haastig nam hij afscheid en snelde langs een hem door Lord Lister
-aangeduiden weg dwars door struiken en kreupelhout naar een bijna
-onzichtbare houten deur in de schutting. Het poortje was goed geolied
-en kon dus onhoorbaar worden geopend en gesloten.
-
-De kamerdienaar kwam dicht bij een andere villa in een andere straat
-uit en bereikte onopgemerkt een daar gereedstaande omnibus, welke hem
-tot vlak bij het Noorderstation bracht.
-
-Intusschen had Lord Lister een versche sigarette opgestoken en nogmaals
-den brief van Mac Karthy doorgelezen.
-
-Plotseling keek hij op.
-
-„Hoorde je niets buiten in den tuin?” vroeg hij, scherp luisterend,
-maar met de grootste kalmte.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-„DE VLOO” OP HET OORLOGSVELD.
-
-
-De brave Fred was maar een matig kunstenaar in de vermommingskunst en
-bovendien lang niet vlug genoeg om het, zooals hij dacht, tegen
-detective Marholm te kunnen opnemen.
-
-Lord Lister had het zaakje dadelijk niet vertrouwd, toen hij hoorde,
-dat de geslepen Marholm, bijgenaamd „De Vloo”, zich op het oorlogsveld
-bevond. Hij was echter op zijn hoede.
-
-„Mij dunkt, neef Robert”, sprak hij, „dat ik iemand op het krakende
-grint voor het huis hoor rondsluipen.
-
-„Het zou mij verbazen, als dat niet de beroemde Vloo was! Laat eens
-kijken, Robert, zie je er Amerikaansch genoeg uit om voor een detective
-te verschijnen? O ja, dat zal wel gaan!”
-
-Hij wierp zelf nog een onderzoekenden blik in den spiegel en
-constateerde met genoegen, dat niemand in den reeds eenigszins
-grijzenden heer van middelbaren leeftijd, met zijn vollen baard, die
-door een vernuftig uitgevonden middel aan zijn gelaat was bevestigd,
-den eleganten jongen Lord Lister zou herkennen.
-
-Nogmaals wendde hij zich tot Charly Brand.
-
-„Neef, vergeet niet, dat wij reeds een maand hier zijn, ten einde de
-luchtscheepvaart te bestudeeren, zooals op onzen pas vermeld staat!”
-
-„Wat!” riep Charly vol bewondering uit, „hebben wij ook een pas?”
-
-„Natuurlijk!” antwoordde de Lord. „Ik zal wel oppassen om mij uit te
-geven voor iets, wat ik niet bewijzen kan. Bovendien heb ik de beide
-Amerikanen zoo getrouw mogelijk nagebootst. Zelfs de consul, die hen
-toch kent, heeft niets van het bedrog gemerkt!”
-
-„Maar denk je werkelijk, Edward— —”
-
-„Ik verzoek je, aan onze familierelatie te denken; Oom Shaw heet ik!”
-
-„Lieve oom, denkt ge werkelijk, dat Marholm daar buiten is?”
-
-„Natuurlijk! Fred’s vermommingen zijn geen cent waard! Maar kom nu mee
-om te dineeren! En laat ons een echte havana opsteken, dat is meer
-Amerikaansch! Hier, waarde neef! Ik zal eenige bij mij steken! En nu,
-vooruit!”
-
-De beide heeren verlieten de kamer, die Lord Lister zorgvuldig afsloot
-en waren door de vestibule naar buiten gegaan, toen van rechts en links
-twee gestalten bliksemsnel te voorschijn kwamen, die hun een luid
-„halt” toeriepen.
-
-„Wat wilt gij?” riep Lord Lister met een zoo onvervalscht
-Yankee-accent, dat Charly op zijn lippen moest bijten.
-
-„Dat is een eigenaardige gewoonte in Engeland om de menschen lastig te
-vallen! Als gij wilt bedelen, hier!”
-
-De „oude Amerikaan” greep in zijn vestzak en hield kapitein Baxter met
-voorname grootheid een shilling voor.
-
-„Overigens sta ik het niet toe, dat men zich in mijn park ophoudt! Een
-volgenden keer moet gij buiten aan het tuinhek wachten, als gij komt
-bedelen. Nu, pak maar aan en maak dan dat gij wegkomt!”
-
-Kapitein Baxter was zoo overbluft, dat hij eenige oogenblikken met open
-mond bleef staan. Het scheelde niet veel, of hij had den shilling
-aangenomen.
-
-Maar ook Marholm, want dat was de andere, keek verbaasd.
-
-Zou hij zich dan toch vergist hebben?
-
-Maar toen hij naar Scotland Yard telephoneerde, liep de achtervolgde
-kamerdienaar immers nog voor het huis heen en weer.
-
-Kapitein Baxter was zijn verbazing meester geworden.
-
-„Wij zijn beambten van Scotland Yard en komen niet om te bedelen!”
-
-„Very striking indeed!” riep Lister op Yankee-toon uit.
-
-„Drommels, Robert, wat zeg jij ervan? Van het groote Scotland-Yard, het
-beroemdste politiebureau der wereld! En zijt gij werkelijk detectives
-van Scotland-Yard?”
-
-Kapitein Baxter gaf zijn collega een stoot in de ribben.
-
-„Wat doe je eigenlijk, Marholm? Dit zijn de goeie niet! Dit zijn immers
-Amerikanen! Ge haalt in den laatsten tijd allerlei domme streken uit!”
-
-De Vloo antwoordde niet veel.
-
-„Maar de bediende liep hier toch een heelen tijd op en neer! Ik heb hem
-echter niet zien binnengaan en ook niet weer naar buiten komen.”
-
-De beide detectives keken elkaar besluiteloos aan.
-
-Het is in Engeland niet geoorloofd om zonder toestemming of zonder
-wettige reden iemands eigendom binnen te dringen en Amerikanen zijn
-natuurlijk op de hoogte van dergelijke voorschriften.
-
-„Het was ons een genoegen, heeren, om twee der leden van Scotland-Yard,
-wier roem ook tot in Amerika is doorgedrongen, te leeren kennen! Maar
-wij zijn juist van plan, te gaan dineeren!”
-
-Kapitein Baxter kreeg moed, hij nam zijn hoed af (want beiden waren in
-civiel) en sprak:
-
-„Mag ik mij even aan u voorstellen: kapitein Baxter van Scotland-Yard—
-—”
-
-„Wat! De beroemde kapitein Baxter, van wien ik zooveel gelezen heb?
-Neen maar, dat is een geluk, mijn beste kapitein! Dat had ik niet
-durven droomen! Onze geheele Club zal mond en ooren openzetten, als ik
-dat vertel!”
-
-Lord Lister schudde bij deze woorden onophoudelijk de hand van kapitein
-Baxter, die met nederigen trots deze overzeesche hulde in ontvangst
-nam.
-
-„En van mij zult gij misschien ook reeds gehoord hebben: Mr. William P.
-Shaw—in Amerika kent ieder kind mij—uit Chicago!”
-
-„Voor den drommel!” fluisterde Marholm den kapitein toe, „dat is de
-grootste milliardair, de oliekoning! Daar hadden wij bijna een leelijke
-flater gemaakt! Handjes thuis!”
-
-Dat de groote Amerikaansche industrieel en beursman zich aan hem
-voorstelde, vleide Baxter buitengewoon.
-
-Hij knikte glimlachend.
-
-„Mijn collega, Mr. Marholm, heeft zich vergist—”
-
-„Ik weet het nog niet, kapitein,” waagde Marholm het te zeggen, „ik
-meende stellig, hem herkend en hem hier voor het huis te hebben
-gezien!”
-
-„Zwijg, Marholm, als uw chef een zaak uitlegt aan deze Amerikaansche
-heeren! Het was natuurlijk een vergissing van detective Marholm, toen
-hij meende, een bediende van den grooten onbekende, Raffles, alias Lord
-Lister—”
-
-„Het is omgekeerd, kapitein!” viel de andere detective hem in de rede.
-
-„Gij zijt onuitstaanbaar met uw eeuwige wijsneuzigheid— —hier te zien
-binnengaan! Of weet gij misschien iets van zijn aanwezigheid, heeren?”
-
-Lord Lister stond gemoedelijk zijn sigaar te rooken, met de handen in
-de broekszakken.
-
-„Wij zullen toch zeker niet ondervraagd worden, Robert?”
-
-„O oom, hoe kunt gij zoo iets denken! De heer Baxter is van top tot
-teen een gentleman! Zoo iets zou hij u niet aandoen!”
-
-De kapitein voelde zich zeer gevleid en hief met een afwerend gebaar
-zijn hand op.
-
-„Maar waarde heeren, hoe zou ik! Ik vraag maar zoo terloops. Het zou
-voor ons van het grootste belang zijn, een spoor te vinden! Die
-vervloekte Raffles zet nu reeds een jaar lang geheel Scotland-Yard in
-beweging en is niet te vangen!”
-
-„Ach, mijnheer Baxter, dat moet toch een kleinigheid zijn voor iemand
-zooals gij! En ook gij, geachte heer detective—hoe was uw naam ook
-weer?—maakt op mij den indruk, bijzonder geschikt te zijn voor uw
-beroep! Toeval, heeren, enkel toeval, dat hij u tot nu toe is ontsnapt!
-
-„Ik heb hartelijk gelachen om eenige zijner streken, maar voor zoo
-geniaal als de verslaggevers der couranten hem aanzien, beschouw ik hem
-niet!
-
-„Nu ik u persoonlijk heb leeren kennen, zal ik uw werk met nog grooter
-belangstelling volgen dan tot dusverre en het zal mij buitengewoon veel
-genoegen doen, als het u eindelijk zal gelukt zijn, hem te vangen!
-
-„En nu wilt u zeker wel een sigaar opsteken; zooals deze krijgt u ze
-niet veel! Ze zijn van mijn eigen plantages op Cuba!”
-
-Bij deze woorden haalde Lord Lister een handvol uit zijn borstzak te
-voorschijn, die hij hun aanbood.
-
-„Neem ze gerust, kapitein Baxter! Ik heb er nog meer van! En nu,
-heeren, vaarwel en veel succes!”
-
-De beide detectives putten zich uit in dankbetuigingen.
-
-Kapitein Baxter drukte den milliardair hartelijk de hand en zoo nam men
-op vriendschappelijke wijze afscheid van elkaar, zonder dat de
-detectives er zelfs aan hadden gedacht, de passen der Amerikaansche
-heeren te vragen.
-
-Zooals wij weten, was echter Lord Lister zelfs op deze mogelijkheid
-voorbereid!
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-EEN WANHOPIG PACHTER.
-
-
-Kalm en vriendelijk lag de pachthoeve van Mac Karthy te midden der
-goudgele korenvelden, omgeven door dichtbegroeide heuvels.
-
-Vol zorgen en met gefronst voorhoofd stond de pachter, een groote,
-welgebouwde man met gebruind gelaat en welig blond kroeshaar, een man
-van ongeveer veertig jaar, op den drempel van zijn woning.
-
-Hij keek een jachtwagen na, waarin een vroolijk heerengezelschap naar
-het kasteel reed, dat op eenigen afstand zichtbaar was.
-
-Naast hem stond zijn vrouw met roodgeweende oogen. Een ongeveer
-vijfjarige knaap hield zich vast aan haar schort, terwijl zij een kind
-van nauwelijks een jaar in haar armen hield.
-
-Een meisje en een jongen van 7 en 9 jaar speelden met de zorgeloosheid
-der jeugd in den hof.
-
-Het rijtuig waarin het gezelschap heenreed, dat hier in de buurt een
-pic-nic had gehouden, behoorde aan den eigenaar van het kasteel, Lord
-Edwards oom, Lord Raynald Lister, wiens karakter wij reeds hebben
-leeren kennen.
-
-Hij had stil laten houden bij de boerderij en den pachter naar buiten
-laten roepen.
-
-In tegenwoordigheid van zijn gasten had hij hem zonder mededoogen er
-aan herinnerd, dat de laatste betalingstermijn verstreken was!
-
-Als hij den volgenden dag de pacht niet tot op den laatsten cent had
-betaald, zou de Lord hem met zijn gezin uit het huis laten zetten,
-zooals het iemand toekwam, die niet in staat was, het luttele bedrag,
-dat hij aan zijn heer verschuldigd was, op tijd te voldoen!
-
-„Och, heb nog wat geduld, Mylord!” had de pachter gebeden. „Gij weet,
-Lord Raynald, dat ik altijd stipt was, evenals mijn vader en
-voorvaderen, die deze akkers hebben bebouwd! Maar de pacht is te hoog
-en de mislukte oogst— —”
-
-„Papperlapap!” riep de Lord hoonend uit. „Ik weet het wel, de mislukte
-oogst en het slechte weer hebben schuld! Ik wil daar niets meer van
-hooren! Jullie kunt niet huishouden en ik heb een pachter noodig, die
-dat wel kan!
-
-„Als je morgen niet betaalt, kan je met je heele familie naar den
-duivel loopen!
-
-„Begrepen?”
-
-De pachter richtte zich op en keek den Lord met vasten blik aan.
-
-„Ik zal u alles betalen, maar gij moet mij uitstel geven, want, weet
-wel, Lord Raynald Lister, dat ik hier erfpachter ben en dat ook ik van
-mijn goed recht in de Vereenigde Koninkrijken gebruik wensch te maken?
-
-„Men kan mij niet voetstoots wegjagen, zooals gij dat denkt te doen,
-vooral niet, als buiten mijn schuld de oogst mislukt is!”
-
-„Wat? Jij, ellendige boer, hebt den treurigen moed, mij zoo te durven
-brutaliseeren? Dat is het gevolg van het optreden van mijn broer en ik
-begrijp wel, op wiens hulp je vertrouwt!
-
-„Maar ik trek mij niets van al je klaagliederen en protesten aan. Geld
-wil ik zien! Het mij toekomende bedrag zult ge mij morgen uittellen,
-anders laat ik je door de politie van deze hoeve jagen, die mij
-toebehoort, al zou je op je bloote knieën om genade smeeken!
-
-„Onthoud dat.
-
-„En Lord Edward Lister, die hongerlijder, is zoo arm als een kerkrat en
-kan je niet helpen!
-
-„Mijn woord is hier wet en wat ik zeg, dat gebeurt!”
-
-Met tranen in de oogen knielde nu Mary, de vrouw van den pachter, bij
-het rijtuig neer:
-
-„O, Lord Raynald, heb medelijden, ter wille van de kinderen!”
-
-Maar de pachter richtte haar met zijn krachtige hand op en beval haar,
-in huis te gaan.
-
-Toen zij haar man aankeek, begreep zij, dat zij gehoorzamen moest en
-met haar kind op den arm wankelde zij snikkend naar huis.
-
-„Verneder je niet nutteloos!” sprak haar man op scherpen toon.
-
-„Die man heeft een steenen hart.”
-
-„Hond, durf je mij beleedigen?”
-
-„Op scheldwoorden antwoord ik niet! Is dit alles, wat Uwe Lordschap mij
-te zeggen heeft?”
-
-„Goddam! Loop naar den duivel, onbeschaamde boer!”
-
-„Dan behoef ik niet ver te gaan!” antwoordde de boer op kalmen toon,
-terwijl hij zich omkeerde om naar huis te gaan— —
-
-Nu was de pachter weer met zijn vrouw en kinderen alleen, het hart
-vervuld van zorg en kommer.
-
-Zij keken het rijtuig met het rumoerige gezelschap na.
-
-Pachter Mac Karthy en zijn nog steeds weenende vrouw hadden angst voor
-de toekomst. Ach, zij dachten minder aan zichzelf, dan aan het harde
-lot, dat hun kinderen wachtte.
-
-De pachter maakte een handbeweging, alsof hij zeggen wilde:
-
-Wat helpt het! De strijd moet gestreden worden.
-
-Plotseling keek hij verbaasd op.
-
-Van de tegenovergestelde zijde als die, waarin de jachtwagen was
-verdwenen, zag hij twee ruiters naderen. Het was duidelijk te zien, dat
-zij naar zijn hoeve kwamen. In razende snelheid naderden zij en het
-leek, alsof de paarden vleugels hadden.
-
-Mac Karthy sloeg zijn handen samen en keek met groote spanning.
-
-„Mary! Kijk eens! Zij komen naar ons huis toe! Als dat—”
-
-„Dat zal toch niet reeds de politie zijn?” riep de pachtersvrouw,
-terwijl zij haar jongste kind vaster aan haar borst drukte.
-
-„Domme vrouw, spreek toch niet van politie! Neen, ik dacht aan iemand
-anders! En als ik dien voorsten ruiter goed zie— —!
-
-„Dat is niemand anders dan— —”
-
-„Wien bedoel je toch? Ik heb allen moed verloren. O, Mac, wat moet er
-van onze kinderen worden! Wat moeten wij zelf beginnen? Denk je, dat we
-van elkaar zullen moeten scheiden en— —?”
-
-„Houd nu toch je mond, jij!— —Ja, hij is het—hij is het! O, ik wist
-wel, dat hij zijn ouden Mac Karthy niet in den steek zou laten!”
-
-„Maar wien bedoel je toch, Mac? Zeg het toch, spreek dan toch! Ik verga
-van angst en zenuwachtigheid! Wie is het?”
-
-„Jij bent met blindheid geslagen, Mary! Anders zou je toch dien langen,
-slanken man, die den ander een heel eind vooruit is, herkennen! Zet je
-oogen wijd open! Herken je hem nu nog niet?
-
-„Nu wordt alles weer goed! Ja, ik zie het! Het is onze jonge Lord! Maar
-wat komt hij doen, weet hij iets van ons ongeluk?” vroeg Mary.
-
-Gedurende dit gesprek waren de beide ruiters genaderd en eindelijk
-sprong Lord Lister van zijn hijgend, dampend ros, waarvan hij den
-pachter de teugels toewierp.
-
-„Fred,” sprak hij, „je oude beenen hebben zich dapper gehouden, dat
-moet ik zeggen! Je hebt het paardrijden nog niet verleerd!”
-
-Daarop wendde hij zich tot den pachter, schudde dezen de hand en reikte
-toen zijn slanke rechter aan Mary, welke deze wilde kussen, wat de
-trotsche Engelschman echter belette.
-
-„Nu, Mac Karthy, daar zijn wij, om op ons erfgoed de zaakjes eens op te
-knappen. Weest nu allebei maar volkomen gerust! Van de voornemens van
-mijn waarden oom zal niet veel komen. Ik zal hem nog wel weten te
-dwingen! Gij zijt hier erfpachters en uw voorouders hebben met en onder
-de mijne hier menigen strijd gestreden.
-
-„Het zou wat moois zijn, als het geslacht der Mac Karthy’s om een
-ellendig beetje geld in den vreemde en in de ellende gedreven zou
-kunnen worden!
-
-„Ik zal er voor zorgen, dat de pacht lager wordt! Zij zal u niet als
-een last drukken voortaan! Gij moet vroolijk en welgemoed uw werk
-kunnen doen als erfpachter, en, evenals uw voorvaderen, als vrije,
-fiere mannen hier den ouden grond bebouwen!”
-
-„O, Lord Lister,” sprak de pachter met vochtige oogen, „als gij dat
-zoudt kunnen bewerken! Dan zou ik u zegenen en mijn kinderen en
-kindskinderen na mij!
-
-„Wat wij volgens recht en billijkheid verschuldigd zijn, willen wij
-graag betalen! De pacht echter, die uw oom ons heeft opgelegd, is veel
-te hoog en maakt ons, pachters, allen tot bedelaars!”
-
-„Dit zal geregeld worden, Mac Karthy, ik geef u mijn woord erop! Ik zal
-met mijn dierbaren oom spreken! Maar vertel mij eerst eens, hoe hoog
-het door u verschuldigde bedrag is.”
-
-De pachter zweeg een oogenblik.
-
-„Hij heeft ons allen opgeslagen en ik moet nu 450 pond opbrengen!”
-antwoordde hij op zachten toon.
-
-„Maar hebt gij dat kunnen aannemen, gij en de andere pachters? Dat hadt
-ge u niet moeten laten welgevallen! Dat is immers belachelijk, zoo’n
-hoog bedrag voor uw kleine hoeve! Neem mij niet kwalijk, Mac Karthy,
-maar dat was een groote dwaasheid!
-
-„Gij hadt er u met alle kracht tegen moeten verzetten. Hij had er ook
-niet het recht toe, u zulke hooge lasten op te leggen, want alles staat
-officieel beschreven in het archief van het kasteel Canaroon!
-
-„Nu, ik zal de zaak weer voor u opknappen!
-
-„Rijd jij weer vooruit, Fred! Ik kan je nog geen rust gunnen. Kijk
-eens, of het oude dienstpersoneel nog in het kasteel is. Fluister den
-ouden getrouwen een enkel woord van mij in het oor, onderzoek, of ik
-ongemerkt in het archief kan komen en laat de deur voor mij open. Ik
-zou graag onverwacht willen verschijnen.
-
-„Je kunt je paard, evenals ik het zal doen, in den ouden stal links van
-het park brengen, want wij zullen de dieren misschien noodig hebben,
-als wij heelhuids uit Canaroon willen vertrekken!”
-
-Fred knikte zielsvergenoegd en vol zelfbewustzijn. Hij was er trotsch
-op, zijn heer te mogen helpen en deze opdracht leek hem eenvoudig
-kinderspel.
-
-Hij zat reeds weer op zijn bruinen hengst en reed weg.
-
-De Lord nam zijn portefeuille en stelde Mac Karthy 100 biljetten van
-vijf pond ter hand.
-
-„Laat je behoorlijk kwitantie geven! Of misschien is het nog beter, als
-Mary het bezorgt. Span je kleinen wagen in, Mac, breng haar naar het
-kasteel en wacht buiten tot zij terugkomt met de kwitantie!
-
-„Duld echter geen enkele onbeschaamdheid, Mary! Geneer je niet
-tegenover den ouden vrek! Beroep je op de erfpachtspapieren, die in het
-archief berusten en eisch op beslisten toon, dat de pacht weer verlaagd
-wordt. Gij zult u uw goede recht toch niet laten ontnemen!”
-
-„O, mijnheer, hoe kan ik u ooit genoeg danken! Ja, nu ziet de zaak er
-anders uit! Ik geloof ook, dat Mary de zaak beter kan afdoen dan ik.
-Zij heeft haar mond op de rechte plaats!
-
-„Misschien ook zou ik buiten mij zelf zijn van woede als ik tegenover
-den ouden woekeraar stond en als ik er aan dacht, hoeveel leed hij ons
-berokkend heeft. En ik ben er zeker van, dat hij u op gemeene wijze uw
-erfenis ontstolen heeft!”
-
-Lord Lister glimlachte over den woordenvloed van den braven pachter,
-die anders weinig spraakzaam was.
-
-„Dus flink erop los! Er is haast bij de zaak! Neem het geld, Mary,
-kleed je aan en spoed u dan naar het kasteel, waar gij moet doen wat ik
-u heb gezegd.”
-
-Bij die woorden nam hij de teugels, die Mac Karthy om een boom had
-gebonden, weer op, sprong in het zadel en reed met een vriendelijken
-groet in snellen draf naar het oude kasteel zijner vaderen.
-
-Spoedig had hij den ouden witten muur bereikt, die het reusachtige park
-rondom het slot omgaf en hij wendde zich naar den paardenstal, waar hij
-Fred’s bruintje reeds zag staan. Hij bracht zijn paard ook daarheen,
-nam een tamelijk omvangrijk pakje uit zijn zadeltasch en keek met
-scherpen blik om zich heen, of niemand in de buurt was.
-
-Nadat hij zich had vergewist dat hij niet bespied werd, haalde hij een
-zwartzijden masker te voorschijn en bevestigde dit voor zijn gelaat.
-Hij drukte zijn zachten sporthoed diep over het voorhoofd en sloop
-behendig het door Fred opengelaten parkhek binnen.
-
-Hier sloeg hij een door struikgewas, slingerplanten en onkruid bedekt,
-blijkbaar niet meer in gebruik zijnd pad in. Het was buitengewoon
-moeilijk zich hier een weg te banen.
-
-Maar de jonge Lord kende hier elk plekje uit zijn gelukkige kinderjaren
-en was zelfs verheugd te bemerken, dat blijkbaar niemand in langen tijd
-zijn voet hier had gezet.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-HET PRAALGRAF VAN DEN ONDERKONING
-
-
-Bij een kromming van het pad verhieven zich voor hem twee grillig
-gevormde Indische zuilen, die echter bijna geheel verborgen waren onder
-mos, klimop en reusachtige varenplanten. Tusschen deze zuilen bevond
-zich een roestige ijzeren deur.
-
-Lord Lister keek oplettend om zich heen. Maar het struikgewas en de
-natuurlijke wildernis van dit parkgedeelte beschutte hem volkomen voor
-ongewenschte blikken.
-
-Hij haalde een prachtigen stalen breekbeitel uit zijn zak te voorschijn
-en na weinig moeite reeds kraakte het verroeste slot. Lord Lister was
-op alles voorbereid. Hij nam nu een oliespuitje uit een zijner zakken
-en smeerde hiermede zoowel het oude slot als de hengsels.
-
-De deur ging nu geruischloos open en diepe duisternis gaapte hem aan.
-
-De Lord sloot de deur weer achter zich en stak een kaars aan. Daarop
-daalde hij kalm de trap af, die voor hem lag.
-
-Ongeveer twintig treden brachten hem in een phantastische Indische
-zaal, waarin aan weerszijden in donkerroode steenen nissen een Indische
-doodkist stond.
-
-In het midden van de zaal bevond zich een rustbed, waarachter op een
-marmeren zuil een glimlachend, welgedaan Boeddhabeeld was geplaatst.
-
-Aan dezen grafkelder was in de familiekroniek der Listers een
-geschiedenis verbonden, die bevestigd werd door de opschriften op de
-doodkisten.
-
-Een Lord Lister, die in Indië was geweest, om daar zaken te doen voor
-de Oost-Indische Compagnie en daar den rang van vice-koning had
-bekleed, was gehuwd met een ongehoord rijke Indische prinses, welke
-hij, nadat hij zijn betrekking had neergelegd, had medegenomen naar
-zijn kasteel in Engeland.
-
-Toen hij korten tijd daarna tengevolge van de klimaatsverandering
-stierf, was zijn echtgenoote ontroostbaar.
-
-Zij liet, om steeds met haar man vereenigd te blijven, den
-onderaardschen grafkelder bouwen in het park.
-
-Een geheime gang leidde van uit haar vertrekken in het kasteel naar het
-graf gewelf, zoodat zij, als zij het graf van haar echtgenoot wilde
-bezoeken, haar weg niet door het park behoefde te nemen.
-
-Men noemde dezen grafkelder algemeen in het kasteel en in de naaste
-omgeving daarvan „Het praalgraf van den onderkoning.”
-
-Lord Lister legde zijn pakje op het gouden rustbed en opende het.
-
-„Mijn dappere voorvader zal het mij, denk ik, evenmin als de prinses,
-kwalijk nemen, dat ik mij hier ga verkleeden.”
-
-Hij ontstak een nieuwe kaars, nam een opvouwbaren spiegel uit het pak
-en begon zijn gelaat met allerlei stiften te bewerken als de
-volleerdste acteur.
-
-Al spoedig had het een bruinachtige tint gekregen en tevens door het
-aanbrengen van bijzondere schaduwen en donkere omranding der oogen een
-vrouwelijke uitdrukking.
-
-Uit het meegebrachte pakket nam hij verder een prachtig geborduurd,
-zijden gewaad in schrille kleuren. Nadat hij zijn rok had uitgetrokken,
-hulde hij zich in het zijden gewaad.
-
-Hij bevestigde een breeden gouden armband om een zijner polsen en
-schoof ringen met schitterende steenen aan zijn vingers.
-
-Daarop nam hij een pruik van pikzwarte krullen, bevestigde die op zijn
-hoofd en versierde de zwarte haren met een zijden band.
-
-Nadat hij zijn laarzen had uitgetrokken, zijn broekspijpen omgeslagen
-en gele zijden schoenen had aangedaan, stond de vorstelijke gestalte
-der Indische prinses, waarschijnlijk iets grooter dan zij het in
-werkelijkheid was geweest, in haar eigen grafgewelf.
-
-Met een onderzoekenden blik in den vouwspiegel bekeek zij haar eigen
-beeld en, het moest gezegd worden, de vermomming was uitstekend
-geslaagd.
-
-Het paste echter slecht bij de zijden japon, dat de Indische vorstin nu
-twee blinkende revolvers uit het pakket nam, die zij aan weerszijden in
-de zakken van het gewaad verborg.
-
-Daarop pakte zij den mannenrok en de laarzen in het leeggeworden
-papier, rolde alles zoo klein mogelijk op en verborg het pakje achter
-haar eigen doodkist, in het donkerste hoekje van de nis.
-
-Zij liep eenige oogenblikken heen en weer, ging in gedachten verdiept
-op het rustbed zitten en mompelde eindelijk:
-
-„Nu moet ik eerst een cigarette rooken!”
-
-Terwijl Raffles, in de vermomming der Indische prinses, zijn cigarette
-rookte, keek hij plotseling op.
-
-Hij had een geluid gehoord.
-
-Nu hoorde hij het nog eens.
-
-Al was het nog op verren afstand, toch vernam hij duidelijk schreden.
-Het geluid was in het gewelf duidelijk verneembaar.
-
-Lord Lister had zijn cigarette uit den mond genomen, trapte haar uit,
-opdat zij niet door zou smeulen en wierp haar achter het graf van den
-onderkoning.
-
-Hij blies de kaars uit, drukte de pit tusschen zijn vingers en
-luisterde.
-
-De schreden kwamen nader en hij onderscheidde een zuchten als van
-iemand, die zwaar ademhaalt.
-
-„Er komt iemand door de onderaardsche gang van het kasteel hierheen!”
-fluisterde de Lord.
-
-„Ik ben anders niet nieuwsgierig, maar wie zou nu hier komen en welken
-zwaren last zou hij dragen, dat hij zoo zucht? Daar moet ik meer van
-weten!”
-
-Lord Lister haastte zich, om een schuilplaats te zoeken en vond die
-achter de doodkist der prinses, waar nog voldoende ruimte in de nis
-was.
-
-In de gedaante der vorstin kon hij bovendien geen geschiktere
-schuilplaats kiezen, vooral, als hij eens lust mocht krijgen om een
-woordje met den bezoeker te spreken.
-
-De verrijzing der Indische prinses uit haar graf zou ook den dapperste
-schrik aanjagen.
-
-Daar het praalgraf vrij hoog was, behoefde hij slechts op zijn knieën
-te gaan zitten om niet gezien te worden, terwijl de marmeren omlijsting
-hem een uitstekend steuntje voor zijn armen bood.
-
-In gespannen verwachting keek hij in de duisternis om den hoek van het
-praalgraf, vanwaar hij bij voldoende belichting de opening der gang
-achter het Boeddhabeeld kon zien.
-
-Luid en zwaar naderden de schreden.
-
-Plotseling werd een zwakke lichtstraal in de gangopening zichtbaar en
-de Lord hield zijn blik onafgewend op dezelfde plaats gericht.
-
-Zijn geduld zou beloond worden.
-
-De lichtstraal werd helderder en plotseling kwam een bejaard man
-hijgend den grafkelder binnen.
-
-Hij droeg blijkbaar een zware grijze kist op den schouder, terwijl hij
-zichzelf bijlichtte door middel van een electrische zaklantaarn.
-
-Hij plaatste zijn lantaarn op een uitstekende punt van het
-Boeddhabeeld, nam de grijze kist voorzichtig van zijn schouder en zette
-haar voor de zuil neer.
-
-„Duivelsch!” bromde hij op ontevreden toon, „de slechte lucht in die
-vervloekte gang en de zware kist, het is bijna te veel voor mij.” Hij
-wankelde naar het rustbed en zuchtte.
-
-Toen hij echter een hoog opgeslagen kraag weer neerdeed en den slappen
-hoed, die zijn gelaat gedeeltelijk had verborgen, naast zich legde om
-het zweet van zijn voorhoofd te vegen, had de schoone prinses, die in
-de nis op haar knieën lag en haar oogen niet durfde gelooven, zich zelf
-bijna vergeten en een kreet van verbazing geuit.
-
-Maar met zijn gewone zelfbeheersching onderdrukte Lord Lister zijn
-verbazing en dacht:
-
-„Kijk eens aan, oom Raynald! Nu ben ik toch nieuwsgierig, wat die hier
-te doen heeft, wat hij met die kist gaat doen en of hij het ding of den
-inhoud er van hier wil verbergen.”
-
-Lord Raynald was een beetje bekomen van zijn vermoeidheid.
-
-Hij stond op en ging naar zijn kist.
-
-„Een eigenaardige lucht in zoo’n grafkelder,” sprak hij hoofdschuddend.
-„Als men niet beter wist, zou men denken, dat het hier naar cigaretten
-en waskaarsen rook!
-
-„Maar nu aan het werk!
-
-„Hier zal niemand de papieren zoeken! Hier zijn zij het beste bewaard,
-want ik wed, dat niemand behalve ik het geheim van Boeddha kent, dat ik
-in mijn jeugd toevallig ontdekte.”
-
-Lord Edward verloor geen syllabe van de woorden van zijn oom en wendde
-geen oog van hem af. Maar hoe verbaasd was hij, toen de oude Lord op
-het edelgesteente drukte, dat hij reeds zoo dikwijls op de borst van
-het Boeddhabeeld had bewonderd. Maar nooit had hij er aan gedacht, dat
-de diamant den sleutel vormde van een geheim, dat hem nu onthuld werd.
-
-Zoodra namelijk de oude Lord op den steen had gedrukt, viel het voorste
-gedeelte van het beeld tot aan de zuil neer. Lord Lister zag nu, dat de
-houten Boeddha hol was en reeds lang tot geheime bergplaats had
-gediend, want verschillende afgesloten vakjes werden zichtbaar.
-
-De oude Lord opende met een sleutel een der vakken en ontsloot daarna
-de kist, die op den bodem stond. Hieruit nam hij een pak papieren of
-documenten, schoof ze in het geopende vak van het Boeddhabeeld en sloot
-het weer.
-
-Daarop nam hij verschillende kleinere portefeuilles uit de meegebrachte
-kist en verdeelde ze in de andere vakken, die hij alle zorgvuldig weer
-afsloot. Eindelijk lichtte hij het voorste stuk van het beeld weer op
-en liet het op zijn gewone plaats weer dichtvallen.
-
-Evenals tevoren glimlachte het Indische afgodsbeeld en ook het
-scherpste oog had aan dit beeld van houtsnijwerk geen verraderlijke
-voeg ontdekt.
-
-„Ziezoo, nu kan mijn lieve neef komen en mij voor het gerecht dagen
-terwille van die pachters. Ik zal bezweren, dat er geen papieren
-bestaan en ten bewijze zal ik de jury mijn geheele archief ter
-beschikking stellen. Dan wordt het tenminste ambtshalve afgestoft!
-
-„En ook om de juweelen der Indische prinses en om zijn erfenis mag hij
-komen! Hij kan mij niets bewijzen! En ook van het intrekken der
-onterving van den dollen admiraal, zijn vader, weet ik niets!
-
-„Waarom bewaar ik al die prullen eigenlijk? Ik had alles al lang moeten
-verbranden! Maar ik weet niet, wat mij steeds ervan terug hield!
-
-„Enfin, alles is goed opgeborgen; hij mag gerust komen en mij ter
-verantwoording roepen! Mijn advocaat zal hem de nietigheid zijner
-aanspraken bewijzen en zijn brutaliteit om als erfgenaam te willen
-optreden en in mijn rechten te treden, zal hem afgeleerd worden!”
-
-De liefdevolle oom lachte boosaardig en zette zijn vilten hoed weer op.
-
-Hij sloot de grijze kist weer, zette haar op zijn schouder, nam het
-licht weer op en verliet, zonder om zich heen te kijken, het
-onderaardsche verblijf. Weldra was hij in de gang verdwenen en aan Lord
-Edwards blikken onttrokken.
-
-De Indische prinses kwam nu voorzichtig uit haar schuilhoek te
-voorschijn. Zij snelde naar de opening der gang en luisterde.
-
-De schreden waren bijna niet meer hoorbaar en na eenige oogenblikken
-was alles weer doodstil.
-
-Edward Lister stak zijn kaars aan, liep met haastige schreden naar het
-Boeddhabeeld en bleef in diep nadenken eenigen tijd voor het
-afgodsbeeld staan.
-
-Onrustig liep hij tusschen het beeld en het rustbed heen en weer.
-
-Eindelijk nam hij op het gouden Indische rustbed plaats en leunde met
-zijn linkerarm op een der met goud bestikte zijden kussens.
-
-Diepe droefheid om zijn verloren leven maakte zich van hem meester, en
-deze oude schurk, dien hij zooeven beluisterd had, was oorzaak van dit
-alles. Gloeiende haat laaide in hem op, haat tegen dezen oom, tegen de
-maatschappij die slechts de rijken acht en vereert en de armen verstoot
-en hun allerlei hinderpalen in den weg legt, die hun beletten, zich
-weer op te werken.
-
-En nu, nu hij met zijn vroegere leven had afgedaan, nu hij niet meer
-terug kon, nu moest hij door louter toeval vernemen, dat hij toch
-gelukkig had kunnen zijn!
-
-Nu begreep hij, dat hij dezen schurk, die reeds zijn vader had bedrogen
-en ongelukkig gemaakt, die ook hemzelf in het verderf had gestort, in
-een afgrond, waaruit hij niet meer gered kon worden, nu begreep hij,
-dat hij zijn oom had kunnen ontmaskeren en bestrijden, als hij slechts
-het noodige geduld had gehad om af te wachten tot het juiste oogenblik
-gekomen was.
-
-En zijn gedachten verwijlden ook bij het liefelijke jonge meisje, dat
-hij te laat op zijn levensweg had ontmoet.
-
-Waarom was dit niet een jaar eerder gebeurd, evenals deze onthulling in
-den grafkelder der Indische prinses, bij het praalgraf van den
-vice-koning!
-
-Dan had hij gelukkig kunnen worden met de goede, lieve Miss Walton!—
-
-Lord Lister zuchtte diep. Daarop echter stond hij op en schudde zijn
-zwarte lokken.
-
-„Wee u, valsche, misdadige oom, gij, die mijn vader en mij in het
-ongeluk heb gestort. Op een andere wijze dan gij vermoedt, zal ik met u
-afrekenen.
-
-„Ik zal u daar treffen, waar gij het gevoeligst te raken zijt, in uw
-vuilen hartstocht van hebzucht en gierigheid, die u tot misdadiger
-heeft gemaakt.
-
-„Ik heb nu geen medelijden meer met u, uit ontzag voor onzen
-familienaam! Vóór alles wil ik nu met u afrekenen! Gij zelf verschaft
-mij de bewijzen.
-
-„Dat, wat gij het meest vreest, wat gij niet kun dragen, dat zal ik van
-u maken—een bedelaar! Gij zult u ellendig en wanhopig gevoelen in uw
-armoede en de liefde der menschen zal u niet troosten, zooals zij dat
-mij doet!
-
-„De armste daglooner zal u van zijn drempel verstooten, want uw
-ondergeschikten zijn vervuld van haat jegens u!”
-
-Groote vastberadenheid stond nu op het gelaat der prinses te lezen en
-haar oogen fonkelden, alsof zij werkelijk den haat weerspiegelden eener
-hartstochtelijke Oostersche vrouw. Lord Lister had zijn leed overwonnen
-en nam het leven, zooals het was.
-
-Kalm verving hij de afgebrande kaars door een nieuwe, daarna drukte hij
-op den edelsteen, die in verbinding stond met het slot van het geheime
-mechaniek. Voorzichtig liet hij het voorste gedeelte van het
-Boeddhabeeld naar beneden glijden en de afgesloten vakken lagen voor
-hem.
-
-Zijn stalen sleutel van eigen vinding paste op de weinig ingewikkelde
-sloten.
-
-Het eerste vak, dat hij opende, bevatte de documenten, die de oude Lord
-Lister hier had opgeborgen. Bij het licht der waskaars onderzocht hij
-ze.
-
-Bovenop lag de oorkonde betreffende de erfpacht van Mac Karthy; een oud
-perkament, dat Patrik Mac Karthy, een der strijders onder den
-toenmaligen Lord Lister wegens dapperheid aan de Bognerivier benoemde
-als erfpachter voor alle tijden en dat voorzien was van de
-handteekening van den Lordprotector Cromwell.
-
-Behalve dit exemplaar, dat aan den Lord was toevertrouwd, bestond er
-waarschijnlijk geen tweede, daar in die tijden hoogst zelden duplicaten
-werden afgegeven.
-
-En toch was de booswicht van plan, om den braven Mac Karthy met zijn
-familie van de pachthoeve te verdrijven, hoewel hij wist, dat hij
-daartoe het recht niet had.
-
-En waarom? Wegens vertraging in de betaling der pacht?
-
-Wat beteekende dat kleine bedrag voor den schatrijken grondbezitter?
-
-Neen, omdat hij had vernomen, dat Mac Karthy op de hand van Lord Edward
-was en dat hij zich om hulp tot den jongen Lord had gewend.
-
-De woede daarover en de bedoeling om zijn neef van allen mogelijken
-steun, hoe zwak dan ook, te berooven, had den liefdevollen oom tot zulk
-een onmenschelijke handelwijze tegenover zijn erfpachter doen overgaan!
-
-In hetzelfde vak lagen ook de oorkonden der tien andere pachters van de
-Canaroon-hoeven, al stamden deze ook niet alle uit Cromwell’s tijd,
-zooals die van Mac Karthy.
-
-Lord Edward legde al deze documenten op het Oostersche rustbed.
-
-Daarop opende hij de andere vakken en de verschillende portefeuilles.
-
-Smaragden, robijnen, topazen en diamanten schitterden in prachtige
-Indische goudwerken. Hij herkende onmiddellijk de familiejuweelen der
-prinses.
-
-Hij herinnerde zich zijn kinderjaren, toen zijn moeder, die jong
-gestorven was, terwijl zijn vader op verre zeeën vertoefde, hem de
-zeldzaam schoone Indische sieraden had laten bewonderen.
-
-Toen de oude Lord gestorven was, had haar valsche, oneerlijke zwager
-beweerd, dat de geheele schat spoorloos verdwenen was. De admiraal,
-zijn broer, zou ze zich op heimelijke wijze hebben toegeëigend en te
-gelde gemaakt, om speelschulden te betalen. En de doode had zich niet
-kunnen verdedigen.
-
-Men geloofde Lord Raynald, zooals men ook zijn andere leugens had
-geloofd.
-
-Ook voor den ouden Lord, Edwards grootvader, was de gedachte aan het
-feit, dat zijn oudste zoon zich aan de familiejuweelen zou hebben
-vergrepen, een hoofdoorzaak om den admiraal te onterven.
-
-Met brandende oogen staarde Lord Edward naar de steenen. Daarop sloot
-hij de étui’s waarin ze verborgen waren en legde alles bij de
-documenten neer.
-
-„Maar sprak de schurk niet van een testament? Van het herroepen der
-onterving van mijn vader? Zeker, dat zei hij en tevens, dat het echte
-testament nog aanwezig was. Wat beteekenen, daarbij vergeleken, de
-juweelen en deze papieren!
-
-„Mijn vader in zijn eer hersteld en ik de rechtmatige erfgenaam, niet
-alleen van den naam, maar ook van de familiebezittingen der Listers! Ik
-moet het hebben!
-
-„Als Raffles ooit heeft getoond een meesterdief te zijn, ook nu zal hij
-bewijzen, dat geen schuilplaats voor hem verborgen kan blijven!”
-
-Met sidderende handen doorzocht hij nog eenmaal het inwendige van het
-afgodsbeeld; tevergeefs echter, alles was leeg! Nergens was het
-testament te vinden.
-
-„IK had gedacht, dat hij ook dat hier bewaarde! Maar ik kan mij
-vergissen! Misschien heeft hij het op een andere plek in het kasteel
-verborgen, samen met zijn geldswaardige papieren.
-
-„Deze juweelen van mijn moeder konden hem gevaarlijk worden, ingeval er
-eens een gerechtelijk onderzoek plaats mocht vinden! Het testament
-echter was gemakkelijk op een klein plekje te verbergen, waar niemand
-het zou zoeken.
-
-„Maar ik zal het vinden, ik moet het ontdekken! Mijn vader moet in zijn
-eer hersteld worden en de schandelijke bedrieger zal zijn rechtvaardige
-straf niet ontgaan!”
-
-Zorgvuldig droeg de Indische prinses de verschillende etuis achter de
-graftombe, waar zij er met den rok en de laarzen één pakje van maakte.
-
-De verschillende documenten verborg Lord Lister in den wijden borstzak
-van het Indische gewaad. Daarop ontstak hij een nieuwe kaars, bij welks
-licht de Indische prinses, met een revolver in de rechterhand, door de
-onderaardsche gang met onhoorbare schreden den weg naar het kasteel
-insloeg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-EEN FLINKE PACHTERSVROUW EN EEN HULPVAARDIG SPOOK.
-
-
-De avond was gevallen. Een gedeelte van het picnicgezelschap, dat den
-ouden gierigaard kende en wel wist, hoe ongaarne hij gasten had, had
-reeds bij het park afscheid van den ouden Lord genomen.
-
-Slechts drie heeren hadden aan zijn uitnoodiging gevolg gegeven en aan
-een groote eikenhouten tafel in de hall plaats genomen, waar zij het
-zich bij een glas porter of ale gemakkelijk maakten.
-
-De Lord had een ham, benevens brood en boter laten opdienen en de drie
-gasten, die van twijfelachtigen adel waren en er een groote eer in
-stelden, met Lord Lister bevriend te zijn, lieten zich het avondbrood
-zoo goed mogelijk smaken.
-
-Het hinderde hun niet, dat de oude Lord dringende zaken voorwendde en
-zich verwijderde met het verzoek, zich aan zijn bier te goed te willen
-doen. Hij zou zijn zaken zoo snel mogelijk afdoen en na korten tijd
-weer bij hen terug zijn.
-
-Het scheen echter, dat hij langer werd opgehouden dan hij aanvankelijk
-had vermoed, want eerst na ruim een uur verscheen hij weer en viel
-uitgeput in een leunstoel.
-
-Bankier Morton uit Dublin schonk hem beleefd een glas porter in, een
-geliefde drank der Engelschen.
-
-Lord Raynald nam een langen teug en zuchtte verademend.
-
-Wij weten, welke zaken hij intusschen had afgedaan.
-
-Nu voelde hij zich veilig voor alle mogelijke aanvallen en een hoonende
-grijnslach misvormde zijn gelaat.
-
-Zonder genade waren de onwillige pachters aan hem overgeleverd en het
-allereerst zou morgen die onbeschaamde Mac Karthy, die op zijn goed
-recht had gebluft, uit zijn huis worden gezet.
-
-Lord Raynald lachte hardop en dronk vergenoegd zijn glas leeg.
-
-Een reeks leege porter- en aleflesschen bewees, dat ook de drie andere
-heeren gedurende de afwezigheid van hun gastheer duchtig geproefd
-hadden. Zij geraakten in een goede luim en werden spraakzamer dan ooit.
-
-„Drommels”, riep een der gasten, Sir Garnett, uit, toen een huisknecht
-de ouderwetsche lampen had aangestoken, „wat is dat voor een
-eigenaardig Indisch vrouwspersoon, wier portret daar levensgroot hangt?
-Het bruine gelaat, die groote oogen en die wonderlijke zijden japon,
-zoo iets ziet men niet elken dag!”
-
-Zijn linkerbuurman stiet hem even aan en sprak:
-
-„Men kan wel zien, dat gij nog niet lang in deze buurt woont. Dat is de
-beroemde Indische prinses. Onze gastheer heeft Oostersch bloed in zijn
-aderen! Het is een van de schoonste legenden uit deze streek, die van
-de liefhebbende Indische, die, omdat het verbranden eener weduwe niet
-geoorloofd is in de Vereenigde Koninkrijken, zich het beroemde
-mausoleum in het park liet bouwen, zich daar met al haar schatten en
-juweelen naast het praalbed van haar overleden echtgenoot neervlijde,
-welriekende wateren en wierook om zich heen sprenkelde en daar stierf,
-om in leven en dood met haar heer en meester vereenigd te zijn!”
-
-„Onzin!” bromde de oude Lord. „Gelooft zulke verhalen toch niet! En
-veel juweelen en kostbaarheden zullen het ook wel niet geweest zijn!
-Onze familieschat is mager en geen enkel Indisch kleinood is er bij te
-vinden”.
-
-„Nu ja, Lister”, lachte de bankier geheimzinnig, „die zijn natuurlijk
-verdwenen. Het is immers wel bekend, dat uw broer, de dolle admiraal,
-ze alle heeft verkocht, om zijn speelschulden te betalen!”
-
-„Mijn waarde, de wereld weet van dergelijke intieme familiezaken altijd
-meer dan men zelf. Ik weet niets van Indische juweelen en het zou mij
-zeker aangenamer zijn, als ik met hun bezit kon pronken”.
-
-„Een prachtige vrouw!” riep de dikke sir Garnett uit. „Daar zit ras in!
-Zooiets krijgt men bij ons bleek-blauw-blond en bloedloos
-Anglo-Saksisch type niet te zien!”
-
-„Hoor eens zoo’n ouden liefhebber! Pas maar op, Sir Garnett, dat uw
-vrouw u niet hoort!”
-
-„Dat mag zij,” verzekerde de landheer, „op een dood portret zal zij
-niet zoo jaloersch zijn als op een levend kamermeisje! Maar zijzelf zou
-moeten toegeven, dat die Indische prinses ongeëvenaard mooi is. En als
-ik bedenk, hoe trouw zij haar echtgenoot, den edelen Lord Lister is
-geweest, dan kan ik niet anders dan vol oprechte bewondering voor deze
-wonderlijke vrouw uit het verre land mijn glas te ledigen!”
-
-Sir Garnett nam zijn glas op en de anderen volgden onder een luid
-„hiep, hiep, hoera!” zijn voorbeeld.
-
-Maar Sir Garnett dronk niet. Hij zette zijn glas zóó snel en hard neer,
-dat de inhoud over den rand vloog en tegelijkertijd sprong hij met een
-afwerend handgebaar vol ontzetting op.
-
-„Wat is er? Waarom drinkt gij niet?” riepen de anderen verbaasd uit.
-
-„Gij kunt mij gelooven of niet, maar toen ik mijn dwaze speech
-geëindigd had, fonkelden en rolden de oogen der prinses!”
-
-„Hahaha!” lachte de Lord. „De brave Garnett heeft mijn porter en ale,
-die hem van harte gegund zijn, een beetje te sterk aangesproken. Ik
-dacht niet, dat gij na een paar onschuldige glazen reeds hallucinaties
-zoudt krijgen!”
-
-„Onzin!” verdedigde Sir Garnett zich, „van die paar glazen ben ik
-heusch niet dronken! Maar dat die Oostersche met haar oogen draaide,
-weet ik zeker! Ik voel mij niet op mijn gemak!”
-
-„Gij weet toch wel, Sir Garnett, wat de legende vertelt. Ook toen zij
-reeds gestorven was, kon haar liefde nog geen rust vinden. Dikwijls zag
-men des nachts haar gedaante in het park en het woud op de plekjes,
-waar zij het liefst met Lord Lister had vertoefd. Ook vertelt men, dat
-meermalen vanuit den grafkelder een dof zuchten en klagen wordt gehoord
-en op een nacht zag een der bedienden, die bij een onweer de ramen
-wilde sluiten, hoe zij met toornig gelaat hier op den stoel zat, waar
-nu onze vriend Buxley heeft plaats genomen!”
-
-De magere heer met de bakkebaarden keek rillend om en schoof
-onwillekeurig zijn stoel achteruit.
-
-De Lord haalde zijn schouders op en lachte.
-
-„Straks vertellen jullie nog, dat de ongelukkige prinses nu nog in mijn
-kasteel rondspookt! Lieve hemel, dat zou ik toch het beste moeten
-weten! Mij is zij nog niet als geest verschenen. Het zou haar ook
-slecht bekomen!”
-
-„Of u!” dacht de bankier.
-
-Op dit oogenblik verscheen een der bedienden, die den Lord naderde en
-hem fluisterend iets mededeelde.
-
-„Laat de vrouw maar hier komen! Maar al haar gezanik zal haar niets
-helpen! Ik heb genoeg van die zaak. Ik wil die weerspannige boeren eens
-toonen wie hier de baas is! Is de politie verwittigd?” vroeg hij den
-ouden dienaar.
-
-„Om uwe Lordschap te dienen! Zij zullen morgenvroeg op het kasteel
-verschijnen!”
-
-„Mooi! Dan zullen wij morgen een eind maken aan deze ergerlijke zaak en
-Mac Karthy kan zijn eigen weg gaan zoeken. Vinden de heeren het goed,
-dat ik de pachtersvrouw laat binnenkomen?”
-
-„O, zeer zeker”, antwoordde de bankier. „Het zal zeer interessant zijn,
-als gij dat wijf de waarheid zegt en haar jeremiades zullen niet zonder
-theatrale bekoring zijn.”
-
-„Allo, James, vul onze glazen en laat het vrouwspersoon binnen.”
-
-De Lord nam een flinken teug om de pachtersvrouw behoorlijk te kunnen
-ontvangen en haar de zaak duidelijk te maken.
-
-De brave Mary Mac Karthy had haar Zondagsche kleeren aangetrokken en
-zag er met haar roode keurslijfje en het donkere haar ondanks haar vele
-zomersproeten, alleraardigst uit.
-
-De trek van zorg en kommer was sinds dien middag van haar gelaat
-verdwenen. Nu zij in het bezit was van nog meer dan het benoodigde geld
-had Mary al haar zelfvertrouwen en gewone vrijmoedigheid herkregen.
-
-Onbevreesd trad zij de hall binnen en met de grootste kalmte naderde
-zij het gezelschap heeren.
-
-„Goeden avond, Mylord”, sprak zij op koelen toon terwijl zij de anderen
-met een hoofdknik je groette.
-
-„U begrijpt zeker wel, waarom ik kom! Gij hebt hedenmiddag gezegd, dat
-de laatste termijn waarop wij moeten betalen, morgenmiddag is. Als wij
-in gebreke bleven te betalen, zouden wij door de politie uit huis en
-hof verdreven worden!”
-
-„Allright!” antwoordde de Lord, terwijl hij een sigaar opstak. „En
-daarbij blijft het ook, juffrouw Mac Karthy en gij hadt u de moeite
-kunnen sparen, hierheen te komen! Uw smeeken en klagen is tevergeefs!
-Ik zal mij er niets aan storen!”
-
-„Gij vergist u zeer, Mylord! Ik ben niet hier gekomen om te smeeken en
-te klagen!”
-
-Verbaasd keek de Lord haar aan.
-
-„Zijt gij misschien hier gekomen om onbeschaamde dingen te zeggen? Maak
-dan onmiddellijk, dat ge wegkomt!”
-
-Mary haalde met een onverschillig gebaar de schouders op.
-
-„Ik begrijp u niet! Ik zou niet weten waarom ik zou moeten smeeken en
-klagen, want, geheel volgens uw wensch, breng ik nog heden, dus voordat
-de door u gestelde termijn verstreken is, het geld!”
-
-De Lord was doodsbleek geworden en staarde haar met groote oogen aan.
-
-„Wat?” riep hij uit. „Geld brengen? De pacht? de geheele pachtsom?”
-
-„De eigenlijke pachtsom is het niet! Die is veel kleiner, zooals u wel
-weet! Maar voor dezen keer betaalt mijn man u ook het verhoogde bedrag,
-dat gij ons, arme menschen, afperst!
-
-„Ik zeg u echter, dit is de laatste maal en dan betalen wij weer de
-oude erfpacht, die alleen op koninklijk bevel verhoogd kan worden, niet
-door u!
-
-„Want, dit zeg ik u, de Mac Karthy’s zijn erfpachters van de familie
-Lister sinds de dagen van Cromwell en dat kunnen wij bewijzen!”
-
-De drie gasten keken niet zonder leedvermaak den Lord aan en wachtten
-in gespannen aandacht, wat hij zou antwoorden.
-
-Op het gelaat van den gastheer verscheen een trek van roofdierachtige
-wreedheid.
-
-„Dat zijn gemeene leugens! Maar, als gij het geld bij u hebt, betaal
-het hier dan uit!”
-
-Hij schoof borden, glazen en flesschen op zij.
-
-„Ik neem deze heeren tot getuigen, dat ik de door Lord Lister verlangde
-pachtsom van 450 pond hier in 90 biljetten uitbetaal en tegelijkertijd
-tegen het bedrag der pacht protesteer! Ik eisch, dat de pacht weer
-verlaagd zal worden, zooals dat schriftelijk en op zegel is
-vastgesteld!”
-
-„Very well!” sprak de Lord opgewonden. „Eerst het geld, opdat ik kan
-zien of de biljetten echt zijn! De rest zal wel terecht komen.”
-
-Mary haalde het pakje bankbiljetten, netjes ingepakt, uit haar keursje
-te voorschijn, opende het en telde de biljetten op tafel uit.
-
-De oogen van den Lord vonkelden en zijn handen beefden, toen hij het
-geld opnam.
-
-„Ik verzoek u, deze quitantie te onderteekenen, die ik gemakshalve heb
-meegebracht, anders moet ik mijn biljetten terugtrekken. In dat geval
-zal ik u eerst morgen in tegenwoordigheid der politie en andere
-gerechtsdienaren betalen en deze heeren hier zullen getuigen, dat het
-uw eigen schuld is, wanneer de pacht niet heden reeds is afgedaan.”
-
-De Lord schuimbekte van woede.
-
-„Deze biljetten geef ik u niet terug, want ik heb alle reden om aan hun
-echtheid te twijfelen!”
-
-„Wat!” riep Mary uit, vastberaden een stap dichterbij komend, „en gij
-schaamt u niet, gij, oude zondaar, om een arme vrouw, die het geld met
-moeite heeft geleend, ervan te beschuldigen, u valsch geld voor te
-leggen? En gij wilt het zonder quitantie behouden?
-
-„En gij, heeren, zit er stom en zwijgend bij en laat, als Engelsche
-gentlemen, een arme vrouw in uw bijzijn beschimpen en beleedigen?”
-
-„Ja, het is waar, Lister”, sprak de bankier aarzelend. „Gij kunt
-onmogelijk de betaling terugwijzen en gij zijt verplicht, de kwitantie
-te onderteekenen!”
-
-„Nu, geef hier, ik zal teekenen!”
-
-De Lord hield de quitantie op armslengte van zich verwijderd. Zijn
-gelaat werd purperrood en zijn oogen vonkelden boosaardig.
-
-Met een hoonenden lach sprak hij:
-
-„Mooi en ik zal ook onderteekenen dat de verhoogde pacht weer tot het
-oude bedrag zal worden teruggebracht, op voorwaarde, dat gij mij het
-document of een afschrift daarvan vertoont, waardoor uwe aanspraken
-bewezen worden.
-
-„Maar er bestaat geen oorkonde betreffende deze erfpacht, want de heele
-zaak is een hersenschim van u!”
-
-„Wat, mijnheer de Lord? Een hersenschim? Hebt gij dan dat waardevolle
-papier, dat eens aan een uwer voorvaderen na den slag bij de
-Bognerivier werd ter hand gesteld, niet veilig in uw archief bewaard?”
-
-„Of mijn voorouders een dergelijk stuk hebben bezeten, weet ik niet.
-Alleen weet ik, dat ik in het archief, ondanks alle mogelijke moeite,
-niet een dergelijk stuk heb kunnen vinden!”
-
-„Dan gaat gij lichtzinnig om met officieele stukken en uw archief moet
-er ordeloos uitzien, als een arme boerenfamilie documenten beter weet
-te bewaren dan gij!
-
-„Want ik roep u, heeren, als getuigen aan, wanneer ik het bewijs lever,
-dat onze bewering, betreffende de erfpacht, gerechtvaardigd is!
-
-„Hier heb ik namelijk het document, dat een erfstuk in onze familie is
-en dat steeds op de zorgvuldigste wijze is bewaard gebleven!”
-
-Mary ontvouwde het perkament en wilde het gedeelte eruit voorlezen, dat
-betrekking had op de erfpacht.
-
-Maar buiten zichzelf van woede en drift sprong de Lord op en voordat
-zij erop verdacht was, had hij haar het document afgenomen om het te
-verscheuren.
-
-Het stevige perkament bood echter weerstand.
-
-De drie gasten keken elkaar verschrikt aan.
-
-Plotseling echter gaf de dikke landedelman, Sir Garnett, een gil en
-sprong van zijn stoel op, zoodat dit massieve meubel met groot lawaai
-omviel.
-
-„De prinses!” riep hij vol ontzetting uit. „Het spook van de prinses!”
-(Zie het titelblad.)
-
-Een koude rilling liep allen, ook Lord Lister, die het slechtste
-geweten had, langs den rug.
-
-Want op de plaats van het portret ontwaarden zij de werkelijke gestalte
-der Indische vorstin.
-
-Vol toorn wierp zij met een enkele beweging van haar met ringen
-getooide hand haar zwarte krullen naar achteren.
-
-Haar groote oogen schitterden en rolden woest en met een koninklijk
-gebaar sprak zij met een grafstem:
-
-„Onderteeken, Lord Lister!”
-
-„Dat is te veel! Dat is te veel! Het spookt hier op het kasteel! Weg
-van hier!” riep Sir Garnett uit, terwijl hij blootshoofds naar buiten
-snelde, om zijn paard uit den stal te halen en, als door wolven
-achtervolgd, naar huis te snellen.
-
-Ook de beide andere gasten voelden zich niet op hun gemak.
-
-Zij keken beurtelings de prinses en den ouden Lord aan, die op de
-quitantie staarde, welke de dappere pachtersvrouw hem weer had
-voorgeschoven.
-
-En met een haastig gebaar had zij het kostbare document weer in haar
-bezit genomen.
-
-„De prinses!” mompelde de Lord, „komen de dooden dan werkelijk terug?”
-
-Daarop echter trachtte hij het gevoel van ontzetting van zich af te
-schudden, dat zich des te sterker deed gevoelen, nu hij pas een tocht
-naar den grafkelder had gemaakt.
-
-„Onderteeken toch, Lord Lister!” fluisterde de bankier doodelijk
-verschrikt. „Het document is echt, daaraan valt niet te twijfelen, even
-echt als de biljetten, die ik nauwkeurig heb bekeken!”
-
-„Neen, ik onderteeken niet! Al zouden engelen en duivels, geesten en
-goden mij willen dwingen! Ik wil niet! Die Mac Karthy— —”
-
-Op dit oogenblik weerklonk een dubbele knal en de Indische prinses
-stond met twee zeer moderne revolvers in de handen vóór hen, welke zij
-op den Lord en zijn beide gasten gericht had.
-
-En de spookachtige altstem liet zich weer hooren:
-
-„Ik geef je nog vijf minuten bedenktijd! Heb je dan je plicht nog niet
-gedaan, de quitantie niet onderteekend, dan is het met je leven gedaan,
-evenals met dat van je makkers!”
-
-Een koude rilling overviel de heeren, toen zij de monden der blinkende
-revolvers zagen.
-
-Mary had een vulpen bij zich, die zij den Lord met een spottend
-glimlachje overreikte.
-
-„Dat vervloekte Indische wijf!” knarsetandde de schurk, zijn oogen
-onafgewend op de dreigende revolvers gericht.
-
-Lord Raynald was als door hypnotische macht geboeid.
-
-Hij nam de pen uit de hand der boerenvrouw en zette onder het uiten van
-een vloek zijn naam onder de quitantie, waarmede ook tevens de
-toezegging tot verlaging der pacht was geschied.
-
-Reeds had de dappere Mary, zonder lang te aarzelen, het geschrift
-opgenomen en zich naar de deur begeven, toen opnieuw de stem der
-prinses zich deed hooren:
-
-„Het is je geluk, valsche Lord met je onrechtmatig verkregen titel! Dit
-echter is pas het begin!
-
-„De Oostersche vorstin zal terug komen om rekening en verantwoording
-van je te vragen over al de schoone titels en de millioenen die je op
-onrechtmatige wijze hebt verkregen, zij zal je alles ontnemen en het,
-evenals het kasteel Canaroon, aan den eigenlijken erfgenaam doen
-toekomen!”
-
-De beide gasten staarden Lord Raynald vol ontzetting aan.
-
-Maar de pachtersvrouw, die bij de deur was blijven staan, keerde zich
-om en, terwijl zij met uitgestrekte hand naar den schurk wees, riep zij
-uit:
-
-„Ja, het is waar, wat de Indische prinses zegt! Hetzelfde fluistert men
-elkaar op het land reeds sinds langen tijd toe!”
-
-Toen sprong de oude Lord met van woede verwrongen gelaat op, met luider
-stem schreeuwend:
-
-„Ellendige bedriegerij! Doorgestoken kaart! Daar steekt mijn neef
-Edward achter, of de duivel mag mij halen!”
-
-Hij wilde in zijn zak grijpen om de revolver, die hij altijd bij zich
-droeg, te voorschijn te halen.
-
-Op dat oogenblik echter weerklonk een hoonende lach en een donderslag
-weerklonk door de hall.
-
-Een groene damp steeg voor de gestalte der prinses in de hoogte en
-tegelijkertijd viel de deur der hall met luiden slag achter de
-pachtersvrouw dicht.
-
-Mary had het kasteel verlaten.
-
-Onwillekeurig hadden Lord Raynald en zijn gasten omgekeken.
-
-Toen zij hunne blikken weer naar de prinses richtten, was de
-welriekende groene damp opgetrokken en slechts de olieschilderij der
-Oostersche vrouw keek op het verblufte drietal neer.
-
-Indien een wonderlijke, zachte geur hun het tegendeel niet had verteld,
-zouden de drie heeren gemeend hebben, dat alles slechts een droom was
-geweest.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-VOORBEREIDENDE MAATREGELEN
-
-
-Voor de pachthoeve van Mac Karthy stonden twee ruiters.
-
-De pachter hield de slanke hand van den een in zijn groote, vereelte
-rechter en schudde ze krachtig telkens en telkens weer.
-
-„Duizendmaal dank, Lord Edward! Ik zal nooit vergeten, dat gij ons uit
-de klauwen van dien hebzuchtigen woekeraar en schurk hebt gered! Als
-gij ooit iemand noodig mocht hebben, die voor u door een vuur zou
-moeten gaan, roep Mac Karthy dan!”
-
-„Ik weet het, brave vriend! Ik zou u evenzeer vertrouwen als mijzelf!”
-
-En peinzend vervolgde hij:
-
-„Wie weet, of zich niet spoedig een gelegenheid voordoet, om mij je
-trouw te bewijzen! Maar wij zullen het niet hopen.”
-
-„Al zou het mij het leven kosten, ik laat u niet in den steek!” riep de
-pachter vol vuur uit.
-
-Ook zijn vrouw kwam naar buiten, nog steeds in haar Zondagsche kleeren.
-
-„Lord Edward!” riep zij uit, „hier is ook uw vulpenhouder met
-vriendelijken dank terug! Gelukkig, dat ik wist, welke grappenmaker in
-het gewaad der prinses verborgen was, want ik geloof, dat ik anders van
-schrik gestorven was bij de verschijning van het spook.
-
-„Maar gij hebt uw rol goddelijk mooi gespeeld! Ik zou u aan uwe stem
-nooit herkend hebben!”
-
-„Sst, sst!” waarschuwde de Lord, „de struiken hebben ook ooren! Mondje
-dicht! Jullie hebt alleen gehoord dat het in het kasteel spookt.”
-
-„O, Lord Edward, twijfel niet aan ons!” antwoordde de pachtersvrouw met
-zacht verwijt.
-
-„Neen, ik twijfel niet aan u, lieve vrienden.
-
-„Mac Karthy, ga dadelijk te paard zitten, begrijp je? Hier zijn de
-andere oorkonden.
-
-„Rijd naar de tien hoeven van het Canaroon kasteel en overhandig
-iederen pachter zijn document, opdat niemand hunner een cent te veel
-betaalt en zijn recht kan bewijzen, als morgen de politie mocht komen.
-
-„Dat is de beste wraak, die jullie kunt nemen tegenover den ouden
-woekeraar!”
-
-„Dat zal ik met groot genoegen dadelijk in orde brengen!” riep Mac
-Karthy uit.
-
-De jonge Lord overhandigde hem de papieren, schudde hun nogmaals de
-hand en reed met Fred op hun volgeladen paarden in gestrekten draf naar
-Dublin.
-
-Toen de ambtenaren den volgenden dag na gedane zaken op het kasteel
-Canaroon kwamen, brachten zij wel eenig geld mede, want bijna alle
-pachters hadden de oude bescheiden pachtsom kunnen betalen.
-
-Niemand hunner echter kon van de hoeve verjaagd worden, want allen
-hadden hun officieel bewijsstuk vertoond, waartegenover ook de
-autoriteit machteloos stond.
-
-De gerechtspersonen kregen zelfs heftige woorden met den ouden Lord,
-omdat deze beweerde, dat het onmogelijk was, wat men hem van die
-officieele stukken vertelde!
-
-Eenzaam liep Lord Raynald in de ruime hall op en neer en bijna
-krankzinnig van woede hield hij zijn vuisten krampachtig gebald.
-
-„Hoe komt de geheele troep plotseling in het bezit der documenten?”
-riep hij uit.
-
-Plotseling bleef hij roerloos staan met wijd geopenden mond.
-
-„Hel en duivel!” riep hij. „Daar steekt niemand anders dan mijn neef
-Edward achter. God moge hem verdoemen!
-
-„Het spook der prinses, waardoor ik, oude ezel, mij liet overbluffen,
-is zijn werk!
-
-„Hij kent hier immers alle geheimen. Dat vervloekte portret daar aan
-den muur bezit zeker een of ander mechaniek, dat ik niet ken.
-
-„Maar als hij alle geheimen weet, groote hemel! Dan weet hij ook— —Maar
-neen, dat kan niet! Dat mag niet!—Ik moet het weten! Dadelijk wil ik
-het zien!
-
-„Groote gerechtigheid, mijn Indische juweelen!—
-
-„Zou ik al deze misdaden voor niets hebben gepleegd?—
-
-„Zou ik, die altijd zoo trotsch was op mijn scherpzinnigheid—mij door
-dien kwajongen hebben laten beetnemen?
-
-„Het kan niet waar zijn, het zou al te verschrikkelijk wezen, het zou
-mijn dood zijn!
-
-„Dan zou de profetie van de prinses uitkomen, dan zou dit slechts het
-begin zijn, dan zou men mij ook mijn millioenen ontnemen!
-
-„Neen, neen, neen!
-
-„Mijn heerlijk, mooi goud! Ik wil je niet missen! Liever wil ik
-sterven! Ik zal het verdedigen op leven en dood!”
-
-Hij was in den zwaren eikenhouten stoel neergezonken en staarde voor
-zich uit, zijn handen openden en sloten zich, alsof zijn vingers in het
-goud rondwoelden.
-
-Daarna drukte hij zijn rechterhand op het heete voorhoofd, terwijl hij
-met de andere op tafel leunde.
-
-Met moeite stond hij op en wankelde naar een kast in den muur, die als
-buffet dienst deed.
-
-Hij vulde een wijnglas met whisky en ledigde het in een enkelen teug.
-
-Toen kalmeerde hij eenigszins.
-
-„Onzin!” sprak hij, „mijn zenuwen laten mij in den steek. Het is immers
-niet uitgemaakt, dat het dezelfde documenten uit het Boeddhabeeld zijn,
-en waarschijnlijk vind ik daar alles in de grootste orde.
-
-„Maar ik moet er heen!—Ik wil zekerheid hebben! En als ze weg mochten
-zijn, dan blijven mij toch in elk geval nog mijn millioenen over!—
-
-„Dan zal ik echter niet langer zuinig en spaarzaam zijn! Ik zal mijn
-geliefden neef dan dubbel en dwars betaald zetten, dat hij den
-treurigen moed heeft gehad om met mij te beginnen!”
-
-Hij zag zijn revolver na, nam zijn electrische zaklantaarn op en begaf
-zich nogmaals op weg naar den grafkelder van den onderkoning.
-
-Alle vakken waren leeg.
-
-Hoe hij ook tastte en woelde in de afzonderlijke afdeelingen, de
-documenten en de etuis met de juweelen der prinses waren en bleven
-verdwenen.
-
-Maar het was merkwaardig, hier in dit onderaardsch gewelf bleef de oude
-man kalmer dan zooeven, toen hij nog geen zekerheid had omtrent het
-verdwijnen zijner schatten.
-
-Met een vloek sloot hij het Boeddhabeeld weer, nam zijn zaklantaarn op
-en verliet den grafkelder.
-
-„Er is geen twijfel meer mogelijk! Alleen hij kan op de hoogte zijn van
-de geheimen van het Canaroon kasteel, niemand anders.
-
-„Maar neem je in acht, neefje, nu is het mijn beurt! Wij zullen zien,
-wie in dezen strijd de overwinning behaalt!—
-
-„Wat kun je met je vernuft uitrichten, arme hongerlijder, tegenover het
-goud van je oom, dat hij met volle handen zal uitgeven om jou
-onschadelijk te maken!”
-
-Nauwelijks van zijn onderaardschen tocht teruggekeerd, liet Lord
-Raynald vier ponies voor een licht jachtwagentje spannen, voorzag zich
-van reisgeld en weldra snelden de jonge dieren over den straatweg naar
-Dublin.
-
-
-
-In de geheime afdeeling van Scotland Yard zat kapitein Baxter in
-slechte luim aan zijn schrijftafel bij het raam, terwijl detective
-Marholm met de handen op den rug, rusteloos langs de lange tafel, die
-in het midden, van het vertrek stond, heen en weer liep.
-
-„Het is om stapelgek te worden, Marholm! Die Raffles is weer spoorloos
-verdwenen!”
-
-„Ja en Lord Lister met hem! Ik zou wel eens willen weten, of ik mij
-vergist heb.
-
-„Maar er was geen woord uit dien bediende te krijgen, hoewel ik hem
-allerlei strikvragen deed.
-
-„Hij zei, dat hij boodschappen had gedaan in de buurt van het
-Westerstation. De bewuste villa kende hij in het geheel niet, evenmin
-als de heeren Shaw.
-
-„Hij wist van zijn meester alleen, dat deze van plan was om een reis om
-de wereld te maken. Daar zijn meester dikwijls voor maanden op reis
-ging, zonder hem in het vertrouwen te nemen, kon hij niet zeggen of hij
-reeds ver weg was, of dat hij zich nog in Parijs of een andere stad
-ophield.
-
-„Als zijn heer terugkwam, zou hij hem mededeelen, dat men van de
-politie naar hem gevraagd had. De Lord zou dan niet in gebreke blijven,
-alles op te helderen!”
-
-„Een geslepen kerel! Hij houdt ons voor den gek! De Lord zal zich wel
-in acht nemen om voor ons te verschijnen. Men heeft u weer lekker
-beetgenomen, Marholm!”
-
-„Dat kan wel, maar alles gebeurde volgens uwe bevelen, kapitein!”
-
-Baxter beet zich op de lippen.
-
-„In elk geval hebben we nu eens rust van die eeuwige Raffles
-gebeurtenissen. Men herademt eindelijk eens!”
-
-„Nu ja, maar wij zijn met onze opsporingen van Raffles niets verder
-gekomen. En laat ons vooral niet vergeten, dat Lord Lister dezelfde
-persoon is als Raffles. Die zaak met den bediende gaat dus wel degelijk
-ook Raffles aan!”
-
-„Duivelsch, gij hebt gelijk! Lister en Raffles zijn een en dezelfde.
-Het is om stapelgek te worden!”
-
-De deur rechts van de schrijftafel werd op dit oogenblik geopend en
-detective Tyler trad binnen met een visitekaartje in de hand, dat hij
-aan kapitein Baxter gaf.
-
-Deze had nauwelijks een blik erop geworpen, of hij werd donkerrood van
-verrassing en beduidde Tyler om de deur te sluiten.
-
-„Marholm,” fluisterde hij hijgend, „de bediende had gelijk, hij komt!”
-
-„Wie, Lord Lister?” vroeg de ander ongeloovig.
-
-De kapitein toonde hem het kaartje.
-
-Marholm haalde de schouders op.
-
-„Dat begrijp ik niet!”
-
-Baxter drukte op een electrischen knop en door de deuren, die toegang
-tot de aangrenzende vertrekken gaven, verschenen politie-agenten.
-
-„Aan elke deur een! De anderen buiten klaar staan. Gij, Tyler, brengt
-den heer hier binnen en grijpt hem, zoodra hij in de kamer is.
-
-„Marholm en ik zullen hem dan in ontvangst nemen.
-
-„Zulk een brutaliteit! Ook nog eerst een visitekaartje!”
-
-„Maar vergist gij u niet, kapitein?” vroeg Tyler aarzelend.
-
-„Ik weet wat ik doe, Tyler! Allo!”
-
-„Op uw verantwoording dan, kapitein!”
-
-De detective verdween in het zijvertrek, terwijl Baxter en Marholm zich
-bij de deur posteerden.
-
-Nauwelijks had Lord Raynald Lister den drempel overschreden of hij
-voelde zich door zes stevige detective-armen vastgegrepen en hij was
-sprakeloos.
-
-Eerst toen hij midden in de kamer was gebracht en het volle licht op
-hem viel, riep Marholm uit:
-
-„Halt! Kijk toch uit, kapitein! Dat is immers Raffles of Lord Lister
-niet! Dit is een voorname, oude heer!”
-
-De brave kapitein zag zijn vergissing in en zweeg.
-
-Lord Raynald echter keek woedend om zich heen, totdat hij eindelijk
-woorden vond voor zijn verontwaardiging.
-
-„Raffles—Lord Lister?” vroeg hij verbaasd. „Het is mij een raadsel, hoe
-die namen bij elkaar kunnen behooren. Maar ik weet niet wat ik moet
-zeggen van een dergelijke behandeling.
-
-„Ik zal mij bij de hoogste autoriteiten beklagen!
-
-„Zijt gij hier allen krankzinnig geworden, om mij zoo ruw te
-behandelen?
-
-„Zeker ben ik Lord Lister! Hebt gij mijn visitekaartje niet gelezen?”
-
-Kapitein Baxter was ontroostbaar. Hij putte zich uit in de meest
-onderdanige verontschuldigingen en smeekte, geen rapport te willen
-maken.
-
-Als hij zijn Lordschap van dienst kon zijn, zou het hem gelukkig maken!
-
-De kapitein wenkte de andere detectives weer heen te gaan, wat deze
-gaarne deden, vol pret over het malle figuur, dat hun chef sloeg.
-
-Baxter presenteerde uiterst beleefd een stoel aan Lord Raynald en
-verzocht hem, plaats te nemen.
-
-„Hoe kwaamt gij tot dit abuis, kapitein? En welk verband bestaat er
-tusschen Raffles en Lister?”
-
-„Uwe Lordschap zal mij zeker niet kwalijk nemen, als ik u de treurige
-mededeeling doe, dat wij ons helaas moeten bezighouden met een Lord
-Lister, een jongen man.”
-
-„Hoe? Kan een Lister zoo diep gezonken zijn? Kent gij den voornaam van
-dien ontaarden naamgenoot?”
-
-„Zeer goed, uw Lordschap, als ik mij niet vergis, heet hij Lord Edward—
-—”
-
-„O, ik vermoedde het!” riep de schijnheilige oude Lord op jammerenden
-toon uit. „Welk een schande! Dat is mijn bloedeigen neef!—Wat heeft die
-ongelukskerel uitgehaald? O, ik ben ontroostbaar!”
-
-Hij veegde met een zakdoek zijn oogen af en schudde het hoofd.
-
-„Het doet mij oneindig veel leed”, vervolgde kapitein Baxter, „uwe
-Lordschap nog meer te moeten bedroeven! Want het is onweerlegbaar
-bewezen, dat deze Edward Lister en de beruchte, alom bekende misdadiger
-Raffles een en dezelfde persoon zijn!”
-
-De oude schurk kon niet verhinderen, dat zijn oogen straalden van
-leedvermaak.
-
-Maar dadelijk daarop speelde hij weer de rol van den diepbedroefden
-bloedverwant.
-
-Maar in zijn hart gevoelde de oom zich gelukkig, want hij begreep, dat
-het hem nu mocht gelukken, zijn neef te vernietigen—met behulp van
-Scotland Yard.
-
-Hij vertelde nu van het spook op het kasteel Canaroon en van de
-bedreiging der vermomde prinses om de millioenen van den Lord te
-stelen.
-
-Hij verzocht kapitein Baxter hem te helpen om ze op een veilige plek te
-brengen en hemzelf te beschermen tegen de vervolgingen van zijn
-ontaarden neef.
-
-Wijzelijk echter verzweeg hij het verdwijnen der juweelen en
-documenten, daar hij deze zelf had gestolen en de schuld op zijn broer,
-den admiraal, had geschoven.
-
-Kapitein Baxter beloofde alle mogelijke hulp. Hij zou met Marholm en
-twee andere detectives zelf naar het kasteel komen.
-
-Juist was men gereed met de besprekingen en kapitein Baxter dacht er
-alleen nog over na, welke dagen hij disponibel had, toen een der
-agenten met een telegram binnenkwam, dat hij zijn chef overgaf.
-
-Baxter werd onder het lezen vuurrood en viel krachteloos op een stoel
-neer.
-
-Marholm, die zich over zijn schouder boog, las het telegram met
-stijgende opgewondenheid voor:
-
-
- „Inspecteur van politie Baxter Scotland Yard.
-
- „Juist teruggekeerd van een schitterend geslaagde voorstelling in
- de provincie, deel ik u volgens afspraak mee, dat ik
- overmorgenavond in het kasteel Canaroon in de nabijheid van Dublin
- mij de onrechtmatig verkregen millioenen van mijn oom, Lord Raynald
- Lister, zal toeëigenen.
-
- „Uw toegenegen Raffles alias Lord Lister,
- de rechtmatige eigenaar van bovengenoemde millioenen”.
-
-
-„Wat?” riep Lord Raynald op gemaakt droevigen toon uit. „Mijn
-millioenen onrechtmatig verkregen?
-
-„Kapitein, gij ziet, dat ik geen oogenblik te vroeg uwe hulp heb
-ingeroepen.
-
-„Zult gij een ouden, zwakken man, een Lord van het Koninkrijk, laten
-berooven door een misdadigen neef?”
-
-„Uw Lordschap kan volkomen gerust zijn!” antwoordde Baxter vol ijver.
-
-„Deze vermetele misdadiger zal ons nu niet meer ontsnappen. Als wij hem
-niet reeds onderweg te pakken krijgen, zullen wij hem op uw landgoed
-zeker vangen. Spoken en Indische vrouwen maken geen indruk op Scotland
-Yard.
-
-„Dergelijke geesten zijn niet bestand tegen onze revolvers!”
-
-„O, dat is mij een groote geruststelling, kapitein!
-
-„En het zal u geen windeieren leggen, als gij mij met raad en daad
-helpen wilt.
-
-„Sta mij nu reeds toe, dat ik u eenigszins tegemoet kom in de
-reiskosten naar Ierland!”
-
-Met bloedend hart overhandigde hij tien biljetten van vijf pond.
-
-Deze beweerde weliswaar, dat het veel te veel was, maar hij aanvaardde
-het vol dank en beloofde, zich met zijn lieden den volgenden dag via
-Holyhead en Dublin naar het kasteel Canaroon te zullen begeven.
-
-Ten volle bevredigd en met den vurigen wensch, binnen een paar dagen
-bevrijd te zijn van zijn boosaardigen, slechten neef, vertrok Lord
-Raynald van Scotland Yard en gunde zich zelf de weelde van een goed
-souper en een fijne flesch.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-LORD EDWARDS MAATREGELEN EN DE LEERLING-LUCHTREIZIGER.
-
-
-Nauwelijks in Londen teruggekeerd, had Lord Edward zijn zwaar valies
-met behulp van den gladgeschoren en onkenbaar gemaakten Fred, naar een
-vertrouwd juwelier gebracht.
-
-Deze, die bekend was met de schurkenstreken van Lord Raynald, sloeg de
-handen te zamen toen hij vernam, dat de oude schurk de juweelen in zijn
-bezit had gehad en hij was gaarne bereid ze ver van de klauwen van
-dezen roofvogel te houden.
-
-Daar hij de juwelier van Sir Edwards vader was geweest en de juweelen
-zeer goed kende, taxeerde hij ze op twee millioen gulden en beloofde,
-ze in Parijs te zullen verkoopen.
-
-Voorloopig nam hij ze in depot, gaf hiervan een quitantie af en
-overhandigde Lord Edward op naam van Mr. Shaw uit Chicago een voorschot
-van een half millioen, uit te betalen door de Engelsche Bank.
-
-Hiervan nam Lord Edward het bedrag van 10,000 pond in ontvangst, het
-overige liet hij voorloopig op de Bank staan, nadat hij den werkelijken
-Shaw in Chicago, die een goed vriend van hem was nadat zij elkaar in
-Londen hadden leeren kennen, door een telegram hiervan op de hoogte had
-gebracht.
-
-Langs denzelfden weg kwam het antwoord. Het geld zou voor hem
-gereserveerd blijven en een credietbrief tot hetzelfde bedrag was voor
-hem afgezonden.
-
-Nog meer dingen werden door Lord Lister in orde gebracht.
-
-Aan het bureau der ondersteuningskas van invalide arbeiders werd, naar
-de ochtendbladen den volgenden dag meldden, een aanzienlijke som door
-een onbekend heer gedeponeerd.
-
-Ook van andere instellingen van liefdadigheid verschenen in die dagen
-dankzeggingen over min of meer aanzienlijke bedragen in de
-nieuwsbladen.
-
-Tot haar groote verbazing werden eenige dagen later Miss Helene Walton
-en haar moeder opgeroepen om een testament te aanvaarden.
-
-Door een verren bloedverwant in Amerika, een zekeren Whitman, was aan
-Helene een erfenis nagelaten, waarvan zij maandelijks een rente van 10
-pond (120 gulden) in ontvangst kon nemen.
-
-Mrs. Walton, Helene’s moeder, kon zich niet herinneren, een verren neef
-in Amerika te hebben bezeten, maar de klinkende munt was den beiden
-vrouwen niettemin hartelijk welkom.
-
-
-
-Het was Lord Edward niet mogelijk om lang werkeloos te zijn.
-
-Vóór alles echter wilde hij den smaad, die op de nagedachtenis van zijn
-vader rustte, opheffen.
-
-Het was dus zaak om het testament, dat zijn oom zoo goed verborgen
-scheen te hebben, tot elken prijs te ontdekken, omdat daarin de
-onterving van den oudsten zoon werd herroepen en deze weder volkomen in
-zijn eer werd hersteld.
-
-Dan was ook Lord Edward de universeele erfgenaam geweest, wien het
-kasteel Canaroon en alles wat daartoe behoorde, evenals de millioenen
-van zijn ouden oom toekwamen.
-
-Lord Lister trof Charly niet thuis.
-
-Wel vond hij een brief aan het adres van Mr. Shaw senior, waarin de
-jonge Robert Shaw hem mededeelde, dat hij met ingenieur Hugglepech een
-proeftocht per ballon maakte.
-
-De reparaties aan den ballon waren afgeloopen en het nieuwe roer met de
-motoren waren reeds in gereedheid gebracht.
-
-Bij het lezen van dezen brief knikte Lord Edward vergenoegd.
-
-„Fameus! De jongen houdt zich kranig! Misschien kunnen wij dezen
-ballon, dien wij duur genoeg betaald hebben, spoedig in gebruik nemen!
-Het gemakkelijk bestuurbare systeem van Hugglepech is uitstekend. Ik
-denk, dat wij de zaak wel al onder de knie hebben!”
-
-Hij nam in de buurt van de villa een taxameter en was binnen eenige
-minuten aan het clubgebouw der Londensche luchtschippers aangekomen,
-juist tijdig genoeg om de landing van het luchtschip „Nike” bij te
-wonen, die boven alle verwachting op prachtige wijze de geopende garage
-binnenzweefde.
-
-Toen Hugglepech met Charly het schuitje had verlaten, straalde hij
-letterlijk van geluk.
-
-In tegenwoordigheid van de geestdriftige medeleden der Club omhelsde
-hij Robert Bentley-Shaw uit Chicago herhaaldelijk.
-
-„Gij zijt een genie op het gebied der luchtscheepvaart, mijn jonge
-Amerikaansche vriend! De duivel mag mij halen, als gij uw leermeester
-niet reeds hebt overtroffen!
-
-„Mr. Shaw, ik voorspel, dat gij, als geen ongeluk u eerder treft,
-waarschijnlijk de grootste luchtschipper der twintigste eeuw zult
-worden!
-
-„Reeds nu zou ik mij met de grootste gerustheid aan uw leiding
-toevertrouwen.
-
-„Dat deze proeftocht zoo buitengewoon gelukkig is afgeloopen, heeft de
-Londensche Club hoofdzakelijk te danken aan haar geniaal lid, den heer
-Robert Bentley Shaw uit Chicago!”
-
-„En aan den onsterfelijken uitvinder Hugglepech!” riep een spotvogel
-met luider stemme.
-
-Lord Edward was innig verheugd.
-
-Met het eerbiedwaardig uiterlijk van den ouden Shaw drong hij door de
-menigte en wenschte zijn neef op hartelijken toon geluk. Tot leedwezen
-van alle aanwezigen noodigde hij echter in hetzelfde oogenblik zijn
-neef uit om mee te gaan soupeeren.
-
-Het piekfijne restaurant van Buxley, de verzamelplaats der Londensche
-aristocratie, was reeds buitengewoon druk bezocht.
-
-Men vernam overal het klepperen der borden, het knallen der kurken en
-het klinken der glazen.
-
-De beide pseudo-Amerikanen zochten een gezellig plaatsje bij de
-balustrade eener verhooging, vanwaar zij een overzicht over zaal en
-publiek hadden.
-
-Toen de zwartgerokte kellner vol ijver toesnelde, gaf Mr. Shaw hem een
-visitekaartje, waarop hij het nummer van zijn tafeltje had gezet,
-terwijl hij in onvervalscht Yankee-dialect sprak:
-
-„Voor den portier! Als de kapitein van politie Baxter komt, dien hij
-wel zal kennen, moet hij hem dit kaartje overhandigen!”
-
-„Very well, Sir!” antwoordde de kellner op onderdanigen toon en reeds
-snelde hij weg.
-
-Charly keek met zulke verbaasde oogen, dat Lister begon te lachen.
-
-„Ik heb hem namelijk zooeven onze auto en een uitnoodiging om te komen
-soupeeren gezonden. Ik denk niet, dat hij het zal afslaan!”
-
-„Maar oom Shaw! Is dat nu eigenlijk niet de goden tarten?”
-
-„Wel neen! De kapitein babbelt zoo gezellig!” antwoordde Lister op
-sarcastischen toon. „Ik zou hem zoo graag een beetje over Raffles
-hooren vertellen! En zou het ook jou geen belang inboezemen, als hij
-ons eens uitlegde, op welke wijze hij dezen misdadiger denkt te vangen?
-
-„Ja, dierbare neef, ik zal natuurlijk moeten afwachten, of mijn
-nieuwsgierigheid bevredigd zal worden.
-
-„Maar ik zou wel eens van jou, het pas ontdekte genie, willen weten, of
-jij het aan zoudt durven om in een donkeren nacht op den toren van een
-oud kasteel te landen met je ballon? Boven op dien toren bevindt zich,
-zooals men dat bij ons zooveel aantreft, een verrekijker met een
-ingemetseld ijzeren driehoekig voetstuk.”
-
-„Ik denk, lieve oom, dat dit met behulp van electrisch licht, dat
-slechts voor een enkel oogenblik gebruikt behoeft te worden en met ons
-anker uitstekend te doen zou zijn.
-
-„Het ijzeren driehoekige voetstuk zou een goed punt zijn om het anker
-aan vast te leggen.”
-
-Lord Lister fluisterde iets in Charly’s oor.
-
-De oogen van den Amerikaanschen neef schitterden.
-
-„Onkel Shaw— —”
-
-„Sst, mijn jongen! Ik begrijp je!—Daar komt hij al!”
-
-Nauwelijks had de kellner de schildpadsoep opgedragen en een fijne
-flesch Medoc ontkurkt, toen de breede gestalte van den kapitein, die in
-onberispelijke civiele kleeding was gestoken, het tafeltje der beide
-Amerikanen naderde.
-
-De heren Shaw stonden op en heetten hem hartelijk welkom.
-
-Kapitein Baxter zag er welgenoegd uit.
-
-Eten en drinken vormden zijn zwakke zijde.
-
-Met een zucht van voldoening over de kennismaking met deze beide
-joviale en schatrijke Amerikanen, nam hij op den rieten stoel plaats,
-waarna hij een flinken teug nam uit het hem door Shaw toegeschoven
-glas.
-
-„Duivelsch!” riep hij uit, „dat is een fijn merk!”
-
-„Het doet mij genoegen, dat hij u smaakt!” antwoordde Mr. Shaw, „het is
-goede oude Medoc!”
-
-Kapitein Baxter bewees de tafel alle eer aan.
-
-De schildpadsoep, de visch, de gebraden duiven met ganzeleversaus en
-asperges, de pudding en de fijn gekruide kaas, alles vond grooten
-aftrek en verdween, evenals de Medoc, met ongehoorde snelheid.
-
-De wangen van Mr. Baxter zagen donkerrood, toen de heer Shaw eindelijk
-nog twee flesschen champagne in het ijs liet zetten.
-
-Daarbij presenteerde de millionnair echte geïmporteerde havana’s van
-zijn eigen plantages en langzamerhand kwam de kapitein in een zeer
-vriendelijke mededeelzame stemming.
-
-En toen Mr. Shaw eens informeerde:
-
-„Nu, Mr. Baxter, wat zijn de laatste berichten omtrent dien
-aartsschavuit Raffles?” aarzelde hij geen oogenblik om te vertellen,
-dat die onbeschaamde gauwdief weer geschreven had en een nieuwe misdaad
-had aangekondigd, welke hij voornemens was te bedrijven.
-
-Het ging nu om de berooving van een hooggeplaatst heer in de provincie,
-op het kasteel Canaroon in Ierland.
-
-Maar hij zou met zijn beste helpers aanwezig zijn en zijn maatregelen
-zóó nemen, dat de schandelijke misdadiger hem nu niet zou kunnen
-ontsnappen!
-
-Verder wilde Lord Edward niets weten. Hij vroeg nog naar den
-vastgestelden tijd en liet den spraakzamen kapitein vertellen.
-
-Toen zij afscheid namen—Baxter bleef de aangebroken flesch nog
-gezelschap houden—had de kapitein beloofd, om Mr. Shaw den uitslag van
-de groote onderneming te zullen mededeelen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-EEN VERDWENEN LUCHTSCHIP EN DE TOEBEREIDSELEN VAN LORD RAYNALD
-
-
-Twee dagen later hield de Londensche Club van luchtreizigers des avonds
-een buitengewone vergadering.
-
-Op de agenda stond o.a. de zoo belangrijke mededeeling van de
-vorstelijke gift der heeren Shaw uit Chicago, verder het bericht van
-het herstellen van het luchtschip, de invoering van de nieuwe
-stuurmachine en van den schitterend geslaagden proeftocht.
-
-Om nog eenige verklaringen te kunnen geven, noodigde de geniale
-uitvinder van het nieuwe systeem de heeren leden uit, met hem een
-bezoek te brengen aan het groote gebouw, dat tot berging der ballonnen
-was ingericht, teneinde hun daar de voordeelen van het systeem
-Hugglepech zelf uiteen te zetten.
-
-Vol belangstelling volgden allen den uitvinder, die in stilte
-glimlachte bij het vooruitzicht, groote triomfen te zullen vieren.
-
-Nadat allen de ruime hal hadden betreden, draaide hij het electrische
-licht op en—was stom van ontzetting.
-
-Nergens was een luchtschip te bespeuren.
-
-Alles werd onderzocht, zonder resultaat.
-
-Hugglepech telefoneerde naar Scotland Yard en er werden hem eenige
-detectives per auto gestuurd.
-
-Maar kapitein Baxter was met meerdere inspecteurs naar de provincie
-vertrokken, om daar een voornaam heer te beschermen tegen een van te
-voren beraamden diefstal. Deze scherpzinnige beambte kon dus niet in
-eigen persoon verschijnen.
-
-Niet Het minste spoor werd echter gevonden.
-
-De touwen waren losgemaakt, de gashouders geledigd en de ankers
-ontbraken eveneens.
-
-Kortom, het moderne en merkwaardige feit werd vastgesteld en als eenige
-mogelijkheid aangenomen, dat het luchtschip van de Londensche
-Club—gestolen was.
-
-
-
-In het kasteel Canaroon heerschte groote drukte en beweging.
-
-Kapitein Baxter was met zijn helpers aangekomen.
-
-Hij had Marholm, Tyler en nog een paar minder bekende jongere
-detectives medegebracht.
-
-Lord Raynald had een langdurig onderhoud met hen en men kwam overeen
-het geld en de papieren van waarde niet in de brandkast in de hall te
-laten, omdat zij daar voor een misdadiger als Raffles niet veilig
-waren.
-
-Waar zou men de schatten van den Lord kunnen brengen?
-
-De detectives doorzochten het geheele kasteel van boven tot beneden.
-Zij waren ook in den toren geklommen, en hadden dezen tot bovenin
-onderzocht, waar men door een luik op een ijzeren wenteltrap kwam.
-
-Als souvenir aan een Lord Lister die aan sterrenkunde had gedaan,
-bevond zich hier nog een groote sterrenkijker op een ingemetselden
-ijzeren driepoot, op welks punt de kijker cirkelvormig bewogen kon
-worden.
-
-Aan de muren onder de uitgesneden tinnen waren groote, sterke kasten
-met ijzeren beslag aangebracht, waarin de astronomische Lord zijn
-wetenschappelijke instrumenten had bewaard.
-
-Het was nu Marholms denkbeeld om de schatten hier boven te verbergen,
-waar niemand ze zou vermoeden.
-
-Lord Raynald wreef zijn handen.
-
-Het plan leek hem buitengewoon goed en zoo ging men dadelijk aan het
-werk om al de zakken vol goud en de pakken bankbiljetten uit de
-brandkast te nemen en boven in de sterke kasten op te bergen.
-
-Toen alles in de kasten was geborgen en de detectives aan den maaltijd
-waren, ging Lord Lister alleen nog eens naar den toren, keek behoedzaam
-om zich heen en legde een vrij groot couvert bij de geldswaardige
-papieren.
-
-Dit laatst weggeborgen stuk moest zeker het meest waardevolle van alle
-papieren zijn.
-
-
-
-Lord Raynald Lister was nu gerustgesteld.
-
-Hij wist dat zijn schatten zoodanig waren bewaard, dat zijn neef ze
-onmogelijk zou kunnen bemachtigen, goed bewaakt als ze waren door de
-beroemdste detectives der geheime politie.
-
-Door op een electrischen knop aan zijn rechterhand te drukken kon hij
-hen onmiddellijk bij zich roepen, zoodra het noodig mocht zijn.
-
-Maar reeds was de avond genaderd en geen Raffles vertoonde zich.
-
-De Lord geloofde niet meer aan de komst van Lord Edward; hij vermoedde,
-dat het schrijven aan Scotland Yard niets dan overmoedige opsnijderij
-was geweest, om kapitein Baxter voor den gek te houden.
-
-Bovendien had hij zijn revolver gereed, dicht bij hem stond zijn
-geweerkast, daarenboven de bel en de detectives: wat had hij dus te
-vreezen!
-
-Hij had in een leunstoel plaats genomen en was juist van plan, een goed
-souper en een glas ouden wijn te laten opdienen, toen een eigenaardig
-gekraak zijn aandacht trok.
-
-Zijn oogen werden onnatuurlijk groot en zijn onderkaak zakte naar
-beneden. Hij dreigde flauw te vallen van schrik en moest in zijn stoel
-achterover leunen.
-
-Het levensgroote portret der Oostersche prinses was verdwenen en in de
-vrijgekomen opening stond met een spottenden lach op het gelaat een
-slanke heer met een zwart zijden halfmasker en onberispelijken
-cylinder, een pistool op den ontstelden Lord gericht houdend.
-
-„Goeden avond, hooggeëerde oom!” riep de gemaskerde op spottenden toon.
-
-„Blijf voorloopig rustig zitten en maak niet de geringste beweging, of
-ik blaas u zonder eenige gewetenswroeging het levenslicht uit!
-Begrepen?”
-
-De gemaskerde stond met een sprong op de onder het portret staande
-eikenhouten bank en bevond zich een paar seconden later tegenover zijn
-oom, wien het koude zweet op het voorhoofd stond.
-
-„Zoo, ellendige schurk, woekeraar, sta nu maar op! Pas op, want bij de
-geringste verdachte beweging dringt een kogel uit dit geruischlooze
-wapen in je hart.
-
-„Zoo, het is beter, dat ik je die revolver afneem. Hij zou u tot
-nutteloozen tegenstand kunnen verleiden en u het leven kosten. Dat zou
-ik niet willen!”
-
-Hij nam hem kalm de revolver uit den rechterzak van zijn jas en stak
-het wapen bij zich.
-
-„En nu vooruit, oom! Gij hebt de sleutels zeker bij u. Vooruit schurk,
-of uw laatste uurtje heeft geslagen!”
-
-De gedachte aan de leege brandkast gaf den ouden Lord zijn bezinning
-terug; een spottende grijnslach verwrong het doodsbleeke gelaat. Maar
-Raffles had deze verandering opgemerkt en maakte zijn gevolgtrekking.
-
-„De brandkast is leeg! Voorzichtig! De oude schurk is den schrik te
-boven!” dacht hij.
-
-„Wat is je plan eigenlijk?” vroeg Lord Raynald op heeschen toon. „Wil
-je mij berooven en vermoorden?”
-
-„Het zou alleen een rechtvaardige straf voor uw misdaden zijn! Maar ik
-ben niet gekomen om uw vragen te beantwoorden!
-
-„Vooruit, naar de brandkast!”
-
-De oude misdadiger keek even naar den knop der electrische bel en
-wankelde daarop naar de brandvrije kast, die in den muur naast het
-buffet was gemetseld.
-
-Hij aarzelde even en haalde daarna den sleutel uit zijn zak te
-voorschijn.
-
-„Een beetje vlugger, mijnheer! Moet ik u helpen?”
-
-Lord Raynald opende de kast en Raffles zag, dat zijn vermoeden juist
-was.
-
-„Aha! De gestolen millioenen zijn in veiligheid gebracht! Dat hindert
-niet. Raffles zal ze vinden, al waren ze ook op de tinnen van den toren
-verborgen!”
-
-Dit los daarheen geworpen gezegde deed den ouden man opnieuw verbleeken
-en sidderen.
-
-Lord Edward keek hem doordringend aan.
-
-„Het is mij op het oogenblik in hoofdzaak te doen om het testament,
-opdat ik mijn vader in zijn eer kan herstellen!
-
-„Schurk, waar is het testament? Waar is het testament van mijn
-grootvader? Voor den dag er mee of je sterft!”
-
-Lord Edward greep den op de knieën zinkenden woekeraar bij de keel en
-drukte hem het koude staal van de revolver tegen het voorhoofd.
-
-Lord Raynald dacht, dat zijn laatste oogenblik daar was.
-
-Een rochelend geluid kwam uit zijn keel te voorschijn, hij spande zijn
-laatste krachten in om zich aan de handen van zijn neef te onttrekken
-en met gillende stem schreeuwde hij:
-
-„Baxter—Marholm—help! help!”
-
-Hij wilde naar den electrischen belknop snellen, maar zijn voeten
-weigerden hem den dienst. Hij moest zich aan de deur der brandkast
-vasthouden en daar zonk hij op de knieën.
-
-Maar reeds was het levendig in huis geworden. De detectives moesten den
-kreet van den ouden man gehoord hebben, want met groote sprongen kwamen
-zij de trap af.
-
-„Ellendige hond, neem dit alvast!” riep Lord Edward, terwijl hij zijn
-misdadigen oom op Japansche manier een klap met de smalle zijde der
-hand tegen zijn slaap gaf, zoodat Lord Raynald roerloos voor zijn leege
-brandkast liggen bleef.
-
-Op de trap, links van het beeld, der prinses, verschenen Baxter en
-Marholm.
-
-„Goeden avond, kapitein! Hoe gaat het u?” vroeg Raffles met de grootste
-kalmte.
-
-„Ik hoop, dat wij je binnen een paar minuten in onze handen hebben,
-vervloekte schurk!” luidde het niet zeer wellevende antwoord.
-
-Bij die woorden liep Baxter hem tegemoet, om hem, samen met Marholm,
-vast te grijpen.
-
-Een oogenblik aarzelde Lister, toen stak hij met een bliksemsnelle
-beweging zijn pistool in een zijner zakken, wendde zich om naar Marholm
-en gaf dezen met zooveel kracht een vuistslag tegen zijn kin, dat de
-detective bewusteloos op het tapijt rolde.
-
-In hetzelfde oogenblik keerde hij zich om naar Baxter.
-
-Met voorovergebogen bovenlijf en hoofd snelde hij met zulk een vaart
-tegen Baxter’s buik aan, dat deze met een vervaarlijken vloek
-achterover tuimelde en naast zijn vriend Marholm terecht kwam.
-
-Nu was de weg vrij en, denkende aan den schrik van zijn oom en zijn
-afspraak met Charly, sprong hij op de tafel en vandaar met een
-behendigen zwaai in de nis van het portret der prinses.
-
-Maar reeds hadden de oude Lord en Baxter zich van hun lichte verdooving
-hersteld.
-
-„Het portret! Het portret!” schreeuwde de oude rijkaard. „De opening
-moet naar den toren leiden, de trap op!”
-
-Baxter zag nog juist, hoe zijn doodsvijand Raffles in de opening
-verdween. Daarop hoorde men een krakend geluid en achter den verdwenen
-meesterdief prijkte weer het geschilderde portret der Indische vorstin
-aan den wand.
-
-„Vooruit, kapitein!” riep de oude Lord uit, „of hij ontsnapt door den
-toren en het park! Vooruit, Marholm! Als jullie hem pakt, betaal ik een
-vorstelijk loon!”
-
-Toen zij de deur openden, zagen zij nog juist, hoe Lord Edward reeds
-boven aan de trap was gekomen.
-
-Lord Raynald vermoedde niet, dat zijn neef had begrepen, waar de nieuwe
-bergplaats der millioenen was.
-
-„Hij wil zich in den toren verbergen! Kapitein, nu hebben wij hem! Hij
-stort zichzelf in het verderf!”
-
-Alle drie, benevens eenige bedienden, die op bevel van den Lord
-gewapend gereed stonden, stormden de trap op.
-
-Spoedig hadden zij de wenteltrap bereikt en Baxter sloop, met de
-revolver stevig in de rechterhand geklemd, onhoorbaar naar boven.
-
-Achter hem kwam de liefdevolle oom.
-
-„Nu zal je ons niet weer ontsnappen, neefje lief! Hier vindt je geen
-uitweg, mijn waarde! Je zoudt alleen van het platform naar beneden
-kunnen springen, als je je niet gevangen wilt geven en de eer van onzen
-familienaam wilt redden!”
-
-„Dat wil en zal ik ook, beminde oom! Maar eerst heb ik hier nog een
-kleinigheid te verhandelen. Laat geen van u, als hij zijn leven lief
-heeft, door het luik van de wenteltrap kruipen!”
-
-Men hoorde daarboven loopen en springen en het werd den ouden Lord toch
-zonderling te moede bij de gedachte aan de millioenen, die daar
-verborgen waren.
-
-Maar hoe kon Raffles dat weten en bovendien, hoe zou hij ze naar
-beneden kunnen brengen!
-
-„Vooruit, kapitein! Voorwaarts, Marholm!” spoorde hij aan, „anders
-ontdekt hij de schuilplaats toch nog, en gij weet, dat die neef van
-mij, Raffles, met den duivel in contact staat.”
-
-Werkelijk besloot Baxter nu met doodsverachting naar boven te gaan;
-Marholm volgde hem op den voet.
-
-Maar zij ondervonden geen tegenstand, tot hun eigen verbazing.
-
-Met een eigenaardige gewaarwording van in hinderlaag te worden gelokt,
-betraden zij door de opening der wenteltrap het platform, waar
-pikdonkere nacht heerschte, elk oogenblik verwachtende, te zullen
-worden aangevallen.
-
-Maar niets van dit alles geschiedde.
-
-Plotseling scheen een helder electrisch licht en bij het schijnsel
-daarvan zagen de drie mannen een reusachtigen luchtballon loodrecht
-boven den toren opstijgen—het was de verdwenen bestuurbare ballon van
-de Londensche club.
-
-Lord Edward zwaaide in het schuitje met een document en riep:
-
-„Oude schurk, hier heb ik het zoo lang vermiste testament van mijn
-grootvader, waarin gij onterfd en mijn vader in zijn eer wordt
-hersteld!
-
-„En hier, domkop, woekeraar, uitzuiger, hier naast mij in de schuit
-liggen de schatten, die ik u ontstolen heb. Wij ontdekten ze eindelijk
-en konden ze zonder veel moeite inladen!”
-
-De misdadige oude Lord greep met beide handen naar zijn keel en met een
-rochelend geluid viel hij roerloos neer.
-
-Hooger en hooger echter steeg het prachtige luchtschip, dat koers nam
-naar het Oosten.
-
-Tevergeefs werden hem verscheiden kogels nagezonden, de ballon was
-reeds te ver verwijderd.
-
-Hij bracht Raffles, den genialen meesterdief, ver weg van het tooneel
-zijner jongste en meest rechtvaardige daad, naar het Oosten, naar de
-groote Engelsche wereldstad!
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0010: DE
-BEELTENIS DER INDISCHE ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.