diff options
Diffstat (limited to 'old/67442-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67442-0.txt | 3377 |
1 files changed, 0 insertions, 3377 deletions
diff --git a/old/67442-0.txt b/old/67442-0.txt deleted file mode 100644 index 9c6099b..0000000 --- a/old/67442-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3377 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0010: De beeltenis der -Indische, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0010: De beeltenis der Indische - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: February 19, 2022 [eBook #67442] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0010: DE -BEELTENIS DER INDISCHE *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 10 DE SCHILDERIJ VAN DE INDISCHE. - - - - - - - - -DE BEELTENIS DER INDISCHE. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -HET NIEUWE LID DER LONDENSCHE VEREENIGING VOOR LUCHTREIZIGERS. - - -De voorzitter van de Londensche Vereeniging van Luchtreizigers, sir -Warren, liep met groote stappen heen en weer in het smaakvol ingerichte -clublokaal, terwijl een heer, evenals hij gekleed in sportkostuum, die -een glas warme groc naast zich had staan, hem met een minachtenden blik -met de oogen volgde. - -„Ge kunt zeggen wat ge wilt, Mr. Hugglepech, als uw redeneering steek -hield, zou het vreeselijke ongeluk op onze „Nike” niet gepasseerd zijn! - -„Ge zult toch zelf wel moeten toestemmen, dat de stuurinrichting niet -in orde was.” - -De neerdaling had inderdaad niet ongelukkiger kunnen zijn. Het is nog -een groot geluk geweest, dat de dappere heeren in de dennen zijn -terechtgekomen, anders waren zij er slecht aan toe geweest. - -„Maar de Nike is in flarden en wij kunnen lang wachten, eer wij weer -een bruikbaren ballon terug hebben!” - -„Luister eens, Sir Warren,” antwoordde de andere heer, die kapitein en -ingenieur der Londensche club was, „ten slotte is het geheele ongeluk -zeker mijn schuld!” - -„Als gij een zondebok noodig hebt, zoek dan iemand anders dan mij. Of -herinnert gij u niet, hoe dikwijls ik de beide heeren heb gewaarschuwd, -om met hun geringe ervaring niet met de proefmachine op te stijgen?” - -Maar de beide heethoofden luisterden niet naar goeden raad! - -„Ja wel, ja wel!” antwoordde de voorzitter, „ik heb het hun zelf ook -ontraden en gij eveneens, dat is waar! Maar kapitein, gij zult toch -moeten toegeven, dat het roer weigerde!” - -Kapitein Hugglepech sloeg met de vuist op tafel, nam zijn pijpje uit -den mond en sprak: - -„Sir Warren, laat mij nu met uwe beschuldigingen met rust, begrepen? -Aan dit ongeluk is, als ik het ronduit zeggen mag, niemand anders -schuldig dan gij zelf, mijn waarde! - -„Wanneer gij mij de benoodigde gelden had toegestaan, toen ik hierom -vroeg, dan zou het veel te zwakke roer door een solidere inrichting -volgens deze teekening zijn vervangen! - -„Dat is mijn opvatting van de zaak, mijnheer en ik kan u het bewijs -leveren! - -„Ik verbied u daarom, eenige verdere beschuldiging te uiten, welke -alleen ten doel zou kunnen hebben, mijn reputatie in discrediet te -brengen en aan mijn bekwaamheden als ingenieur der luchtscheepvaart -afbreuk te doen! - -„Gij zoudt er mij anders toe noodzaken om een gansch anderen toon tegen -u aan te slaan en zonder eenig uitstel mijn ontslag te nemen uit de -club! - -„Mijn teekeningen en plannen zijn alle in orde! Als hier iets niet in -den haak is, dan is het zeer zeker het bestuur van de club, dat nooit -op het juiste oogenblik geld in kas heeft! - -„Deze woorden moogt gij en uw mede-bestuursleden u wel ter harte -nemen!” - -Na deze woorden dronk de kapitein een flinken teug uit zijn grocglas, -terwijl hij zichzelf in zware tabakswolken hulde. - -„Ik verkies niet, op dezen toon toegesproken te worden!” riep de -voorzitter verontwaardigd uit. - -„Als gij niet voor een groote lomperd bekend stond, kapitein -Hugglepech, zou ik u uw woorden kwalijk nemen! Nu echter erger ik mij -niet aan u, uw onbeschofte taal laat mij koud!” - -„Wat, ik een lomperd? En mijn woorden laten u koud? Heb ik de 1000 -pond, die ik voor het stuurtoestel noodig had, gekregen of niet? Hebben -de heeren den tocht ondernomen met de proefmachine, of niet? Ik verzoek -u, mij te antwoorden!” - -De dikke voorzitter der club haalde de schouders op. - -„Ik begrijp niet, waarom gij u zoo opwindt! Gij, als kapitein, hadt -geen toestemming tot den tocht mogen geven! - -„Het is waar, wij hebben uw verzoek niet ingewilligd, maar wij konden -het niet! Er is geen geld in kas! - -„Verder wil ik u geen verwijten maken! Laten wij vrede sluiten, -Hugglepech!” - -Sir Warren naderde den kapitein en stak hem de hand toe, waarin deze -aarzelend en mopperend de zijne legde. - -De president nam een stoel en sprak op fluisterenden toon: - -„Het voornaamste is, dat wij onzen ballon zoo spoedig mogelijk weer -voor de opstijging gereed hebben, want anders gaat de heele club naar -den grond! - -„Dit ongeluk heeft alle medeleden afgeschrikt en wij zouden heel licht -onze invloedrijkste leden kunnen verliezen!” - -„Ik heb maling aan die ezels!” riep Hugglepech, terwijl hij op tafel -sloeg. „Zij willen hun neus in onze zaken steken en als ik beweer, dat -wij nog 1000 pond noodig hebben voor een roer, hebben zij het recht -niet, hun schouders op te halen, dan moeten zij het geld verschaffen! - -„Men moet zich schamen voor de Duitschers, die millioenen over hebben -voor hun Zeppelin! - -„Het is bijna niet te gelooven, dat Engelschen zoo krenterig kunnen -zijn! - -„Maar dat is het waarschijnlijk ook niet. Er moet dunkt mij, veel geld -in kas zijn!” - -De president krabde zich achter het oor. - -„Een vervloekt klein beetje, kapitein!” antwoordde hij. - -„Gij hebt gelijk, de vereeniging is verduiveld krenterig en nu is het -omhulsel ook nog aan flarden! Hoe wij dat alles zullen betalen, is mij -een raadsel!” - -„Hohoho!” lachte de aëronaut spottend, „dat komt jullie toe! - -„Eerst was het zaakje met 1000 pond te verhelpen, nu echter kost het -zeker 7000 of 8000, 100 niet 10,000! Dat is nog niet vast te stellen. - -„En het geld moet toch bijeen gebracht worden, als niet de Londensche -Club van Luchtschippers—en dat zou een schande zijn voor Engeland—te -niet zal gaan!” - -De president keek bezorgd voor zich. - -„Een gelukkige tocht zou ons een groot aantal nieuwe leden hebben -aangebracht! Daarom liet ik ten slotte de twee enthousiasten hun plan -doorzetten. Maar nu dit ongeluk—hoe komen we aan geld? Vervloekte strop -hebben we!” - -Kapitein Hugglepech knikte met een spottenden glimlach. - -„Nu bekent gij eindelijk zelf, dat het uw schuld is! Bravo! Nu is het -parool: geld, of liever goud! - -„Kijk uw kas eens na, Warren! Zonder geld is geen herstel mogelijk! -Laat de Lords en groote fabrikanten opdokken, zij hebben immers genoeg! - -„Laat hen Engelands eer hooghouden! - -„Open een bedelpartij voor ’s Lands belang en houd niet op, voordat gij -minstens 10,000 pond hebt losgekregen!” - -„Brrr!” klonk het ontsteld van Sir Warrens lippen. „Maar ik zie ook -geen anderen uitweg, als het goud ons tenminste niet uit den hemel -wordt toegezonden.” - -Op dit oogenblik kwam een bediende der Club de kamer binnen en -overhandigde den president twee visitekaartjes. - -„Drommels!” riep Sir Warren op gedempten toon uit, „zouden dit -misschien twee engelen uit den hemel zijn? - -„—Mr William P. Shaw—Chicago, Mr. Robert Bentley Shaw—Chicago! - -„Kapitein, is dat niet de wereldberoemde milliarden-firma?” - -„Die moet ge uitpersen, president! Gij verstaat die kunst trouwens -meesterlijk, dat moet ik bekennen! - -„Als wij die twee in onze vereeniging hadden, was onze „Nike” spoedig -weer in gereedheid! Dat is zeker!” - -De beide clubleden wisselden een veelbeteekenenden blik. - -Daarop stond Sir Warren op, hij was nu van top tot teen de voorzitter -der Club en op levendigen toon sprak hij: - -„Natuurlijk, met het grootste genoegen! Laat de heeren binnen!” - -De bediende opende de deur. - -Een heer van middelbaren leeftijd, van lange, slanke gestalte en met -een echt Amerikaansch voorkomen, trad, vergezeld door een jongeren -heer, het vertrek binnen, waar beiden door den president zeer -vriendelijk werden begroet. - -„Mijn neef en ik,” ving de oudste aan, „stellen bijzonder veel belang -in de luchtscheepvaart. - -„Wij hebben zooveel goeds gehoord van uw systeem, dat wij, indien gij -het goedvindt, de „Nike” gaarne zouden willen bezichtigen!” - -Sir Warren verwenschte het noodlot. - -Kapitein Hugglepech was intusschen ook opgestaan en bromde: - -„Zeer jammer, juist nu onmogelijk!” - -De president beijverde zich om Mr. Hugglepech voor te stellen als de -uitvinder van het „Nike”-systeem en als kapitein en aëronautisch -technicus der Vereeniging. - -Mr. Shaw uit Chicago, of hij milliardair was of niet, was verrukt en -drukte den braven ingenieur steeds opnieuw de hand. - -„Neen maar, Robert, dat treft al heel gelukkig,” sprak hij tot den -jongen man, dien hij als zijn neef had voorgesteld, „dat wij bij ons -eerste bezoek al dadelijk kennis kunnen maken met den genialen -uitvinder van het Nike-systeem, dat alle andere verre overtreft! Dat is -heerlijk!” - -Kapitein Hugglepech bloosde als een schoolmeisje bij die woorden van -lof en bij de handdrukken van den beroemden man uit Chicago. - -Hij luisterde met aangeboren bescheidenheid, die steeds bij groote -uitvinders past, naar de woorden van den Amerikaan, die stormenderhand -het hart van den ruwen kapitein had gewonnen. - -Toen eindelijk de edele man bij het verhaal van den president over het -ongeluk, dat de „Nike” had getroffen, zelfs een heimelijken traan -wegpinkte, was ook Sir Warren geheel voor hem ingenomen. - -Mr. Shaw bekeek op een uitnoodiging van Hugglepech de aanwezige -teekeningen en was vol geestdrift en bewondering voor het plan van den -luchtschipper. - -Het was zelfs niet eens noodig, dat de president der Club hem -voorstelde om lid van de Londensche Vereeniging te worden. - -„Waar het er op aan komt, menschelijke uitvindingen van den eersten -rang te steunen,” riep de Amerikaan vol vuur uit, „zijn de Shaws uit -Chicago nooit achter gebleven! - -„Als gij het toestaat, mijnheer de voorzitter, dan treden wij -onmiddellijk als lid toe, nietwaar Robert? - -„Ik schrijf in voor mijn neef en mij—om een kleine bijdrage te leveren -voor de reparatie der onovertrefbare „Nike” van den genialen heer -Hugglepech, voor het bedrag van 10,000 dollar, op voorwaarde, met mijn -neef zelf een tocht der hooggewaardeerde Londensche Club te mogen -meemaken. - -„Tevens hoop ik, dat de voornaamste aëronaut van den tegenwoordigen -tijd, zooals ik den kapitein Hugglepech gerust durf noemen, mij verdere -bijzonderheden zal willen mededeelen op het gebied der -luchtscheepvaart. - -„Het zou mij hoogst gelukkig maken, als ik eenmaal zelfstandig dit -vervoermiddel der toekomst zou kunnen besturen!” - -Kapitein Hugglepech keek, rood als een kalkoensche haan, voor zich -neer. - -De voorzitter echter straalde van vreugde, stak eerst den heer Shaw en -daarna diens neef Bentley Shaw uit Chicago beide handen toe en heette -beiden hartelijk welkom als medeleden van de Londensche Club, die het -zich tot een hooge eer rekende, zulke voorname, verstandige en modern -denkende heeren uit het vrije Amerika in haar midden op te nemen. - -De heer Shaw betaalde dadelijk met groot genoegen het niet onbeduidende -entreegeld in Amerikaansch goud uit en gaf Sir Warren een chèque voor -een bedrag van 10,000 dollar op de Engelsche Bank, welke deze innig -gelukkig in ontvangst nam. - -De president en kapitein Hugglepech beloofden, ja bezwoeren bijna, dat -de „Nike” zonder uitstel gerepareerd zou worden. - -Inplaats van het nu geprobeerde roer zou het volkomen betrouwbare -stuurapparaat volgens Hugglepechs plannen worden aangebracht, ondanks -de hooge kosten, hieraan verbonden. - -In dit geval stond de kapitein bij neerdaling in voor een -onberispelijke werking. - -De beide Amerikanen hadden tot hun groot leedwezen niet veel tijd. - -Zij namen spoedig afscheid, nadat zij hadden beloofd, meerdere bezoeken -te zullen brengen de eerstvolgende dagen en de beide Clubgenooten -bleven, bijna dronken van geluk, alleen. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -EEN BEDE OM HULP AAN LORD LISTER - - -De leden van de Londensche Vereeniging van Luchtschippers zouden zeker -meer dan verbaasd zijn geweest, als zij hadden kunnen zien hoe hun -waardige voorzitter zich gedroeg. - -Want nauwelijks hadden de Amerikanen onder veel buigingen van Sir -Warren en kapitein Hugglepech het Clubgebouw verlaten, of deze beide -waardige heeren vielen in elkaars armen en voerden te zamen een dans -uit, waarvan men niet met de noodige zekerheid kon bepalen of het een -Indiaansche krijgsdans of een verbeterde Cakewalk moest voorstellen. - -Maar ook de beide Amerikanen keken elkaar lachend aan, toen zij met -veerkrachtige schreden het zuidwestelijk deel der reuzenstad aan de -Theems doorliepen, waar de Club van Luchtschippers haar -vereenigingslokaal en ballonhal had. - -Per electrische tram begaven zij zich naar het westelijk gedeelte van -Londen, waar de oudste der beide heeren een mooi landhuis bewoonde. - -Het was intusschen middag geworden en toen zij het gebouw van een der -groote couranten passeerden, snelden juist de krantenjongens als -bezeten te voet of per rijwiel naar alle richtingen, terwijl zij met -luider stem uitriepen: - -„Een nieuwe streek van Raffles!—Raffles, de groote onbekende! Scotland -Yard beetgenomen!—De cigarenkoker als bom!—De meesterdief verdwenen!”— -— - -Glimlachend keken de beide Amerikanen elkaar aan. - -„Hola, boy!” riep de oudste, „dat moet ik lezen! Een verduivelde kerel, -die Raffles! Wat zeg jij ervan Ch—drommels! ik bedoel: neef Robert uit -Chicago! Daar moet ik eerst nog aan wennen!” - -„Zeg, oom Shaw! Weet je waarover ik me verwonder? Hoe zouden die slimme -verslaggevers het klaarspelen, om dat zaakje nu alweer in alle -bijzonderheden aan het lezend publiek te kunnen opdisschen?” - -De Amerikaansche oom lachte, terwijl hij de krant betaalde en het -artikel over Raffles doorvloog. - -„Ik begrijp wel, hoe ze er aan komen, Cha—Robertje! Dat heeft een goed -vriend van inspecteur Baxter gedaan en dien zullen we wel niet al te -ver van Scotland Yard moeten zoeken!” - -„Maar vertel me eens, Edward— — —” - -„Sst! Sst! Mijn jongen! Niet zoo onbescheiden! Mijn naam is tot nader -order Shaw uit Chicago en daarbij blijft het!” - -Lord Lister, want hij was het, kneep zijn aangenomen neef glimlachend -in het oor. - -„Nu ja, dierbare oom! Wij zijn nu immers onder ons! Maar wat wil je om -’s-Hemels wil uithalen met de eerlijke leden van de -Luchtscheepvaart-Vereeniging? Dat begrijp ik niet al te best en het -bedrag, dat je hun hebt toegestaan, lijkt mij voor een gewone grap wel -een beetje heel hoog, in aanmerking genomen onze uitgemergelde kas. - -„Neem mij niet kwalijk, als ik uit groote bezorgdheid soms te ver ga, -maar— —” - -„Nu ja, Charly, je hebt gelijk, het was eigenlijk geen eerlijke zaak, -maar er kunnen zich omstandigheden voor doen, waaronder het zeer nuttig -is, dat Raffles op de hoogte is van de nieuwste uitvindingen der -moderne wetenschap. - -„Een kerel als Raffles moet alles kennen en in geval van nood zelfs een -luchtschip kunnen besturen! - -„Trouwens, ik ben niet geheel onervaren op het gebied der techniek, -want hoewel voor mij, als zoon van een Lord, de technische studie -slechts bijzaak was en wij in Eton en Priford hoofdzakelijk aan sport -deden, toch heb ik daar met mijn niet al te slechte hersenen meer -geprofiteerd dan men zou denken. - -„Ik zal mijn studies nu voltooien en—ik heb zoo mijn eigen plannetjes, -die ik je te gelegener tijd wel zal meedeelen!” - -„En ik?” vroeg Charly nieuwsgierig. „Ik stel bijzonder veel belang in -die dingen! Ik zal al mijn best doen om mij in de geheimen der -luchtscheepvaart in te werken!” - -„Dat spreekt vanzelf! Ik denk, dat je er spoedig achter zult zijn—nu, -wij zullen zien!” - -De electrische tram voor West-end naderde en bracht de twee heeren met -de gewone snelheid naar de halte vlak bij hun villa. - -Met haastige schreden liepen beiden onder de oude boomen en langs de -bloeiende heesters naar het niet al te groote, maar aangenaam, -gerieflijk en weelderig ingerichte buitenverblijf, dat door het groen -bijna geheel voor de blikken der voorbijgangers verborgen was. - -Op dit oogenblik kwam een man, die voor het huis scheen te hebben -gewacht, met haastige schreden naar de beide heeren toe, teleurgesteld -bleef hij echter vlak bij hen staan, terwijl hij met een -verontschuldiging zijn hoed afnam. - -„Ik meende kennissen te zien, heeren! Maar ik merk, dat ik mij vergist -heb!” - -Hij wilde reeds met een beleefde buiging heengaan. - -Lord Lister klopte hem op den schouder en sprak. - -„Nietwaar, Fred, we hebben ons goed vermomd. Ik heb me trouwens ook -alle mogelijke moeite gegeven om mijn leermeester in het schminken van -Drurylane-theater geen schande aan te doen.” - -En tot Charly gericht, vervolgde hij: - -„Hoe vindt je dat, Charly! De brave Fred herkent ons zelfs niet. Dat is -toch uiterst vleiend!” - -De oude kamerdienaar was stom van verbazing en staarde de beide heeren -met open mond aan. - -Daarop echter greep hij de hand van zijn geliefden jongen meester, dien -hij reeds als knaap op zijn arm had gedragen, en drukte ontroerd eene -kus op de blanke vingers. - -„Fred, Fred!” lachte de Lord op goedigen toon, „als Mr. Baxter van -Scotland Yard eens zag, dat jij den grootsten misdadiger de hand kust!” - -„O, lieve, goede heer! Gelukkig, dat ik beter weet! Ik weet wel, dat -gij alle noodlijdenden helpt en dat uwe zoogenaamde misdaden slechts de -straffen zijn, welke gij den door de wet beschermden schurken oplegt. - -„En wel hebt gij, mijn lieve, goede heer, daartoe het recht! Want heb -ik niet met eigen oogen gezien, hoe de woekeraars en bloedzuigers den -armen admiraal, uw ruwen maar goedhartigen vader, geen gelukkig of -rustig oogenblik meer lieten, totdat hij geen raad meer wist en zijn -toevlucht zocht tot het pistool? - -„En dat alles was alleen het werk van den jongeren broer van onzen -admiraal, die nu Lord Lister van het kasteel Canaroon is, dit wist -iedereen. - -„Het was immers heel gemakkelijk, om achter den rug van den admiraal, -als deze op de verre zeeën vertoefde, te stoken en te liegen! - -„Ja, ja, Lord Edward, schurken hebben u uw rechtmatig erfdeel -ontstolen, en gij hebt honderdmaal gelijk, als gij u wreekt! - -„En als er eerlijke lui in de Jury zitten wanneer het eenmaal zoover -mocht komen, dan verzeker ik u, en ik zal voor u getuigen, als ik nog -tot de levenden behoor, dat geen van hen u uwe daden kwalijk zal nemen. - -„Zij zullen u schitterend vrijspreken en u zoo mogelijk nog een prijsje -geven voor uw ridderlijk optreden, voor uw afstraffing van misdadigers -en woekeraars en voor alle weldadige hulp, die uw gezegende handen -hebben verschaft aan armen en noodlijdenden!” - -„Nu Fred,” antwoordde de Lord op schertsenden toon, terwijl zij het -huis naderden, „ik wil het toch liever niet laten aankomen op het -gunstige oordeel van een Jury, zoolang ik het vermijden kan! - -„Juist daarom hebben wij ons tijdelijk in deze pseudo-Amerikaansche -huid gestoken. Ik heb de eer, mij aan je voor te stellen als den -grooten milliardair van de Vereenigde Staten, Mr. Shaw en dit is mijn -neef, de veelbelovende Mr. Robert Bentley-Shaw. - -„Onthoud de namen goed! Jij weet van niets en je meester is voor zoover -hij het jou heeft meegedeeld, een reis om de wereld begonnen; je weet -natuurlijk niet, in welke richting of langs welken weg!” - -„Dat spreekt vanzelf, mijnheer! Ik heb tranen gelachen, toen de heeren -van Scotland Yard zoo beleefd miss Walton en mij hielpen om den koffer -op te laden! Want ik wist immers, dat hij leeg was geweest en ik -begreep, wat erin verborgen was!” - -„Sst, Fred, mondje dicht! Ik weet, dat ik je vertrouwen kan, maar je -hebt één gebrek!” - -„O, mijnheer, hoe zou ik—” - -„Ja, Fred, één fout heb je en die had je al in mijn jeugd. Toen reeds -pochte je te veel op de kwajongensstreken van je jongen meester en -daardoor heb je mij menig standje bezorgd. Ik hoop intusschen, dat je -die gewoonte hebt afgeleerd en niet weer in die beminnelijke fout zult -vervallen!” - -Fred moest met komische wanhoop toegeven. Hij beloofde echter, zich in -dat opzicht geheel te zullen veranderen, hoeveel moeite het hem ook -mocht kosten. - -Hij beijverde zich nu, zijn plichten als kamerdienaar na te komen en -weldra stond een uitstekende lunch voor de heeren gereed en men zag het -duidelijk aan Fred, terwijl hij de wijnglazen vulde, hoe goed het hem -deed, zijn heer weer te mogen bedienen. - -Nadat Lord Lister een cigarette had aangestoken, leunde hij in zijn -stoel achterover en sprak: - -„Een beetje nieuwsgierig ben ik nu toch wel, Fred! Waarom ben je -eigenlijk hierheen gekomen? Want ik begrijp, dat je niet zonder reden -de argusoogen van Scotland Yard hebt getrotseerd. Buitendien heb je -mijn bevel om mij alleen bij gewichtige aangelegenheden op te zoeken.” - -De bediende streek met de hand door zijn haar. - -„Ezel, die ik ben! Uit groote blijdschap, u terug te zien, zou ik alles -vergeten! - -„Ja, het was niet gemakkelijk om onopgemerkt hier te komen. Maar ik heb -Londen eerst in alle richtingen per tram doorkruist, totdat ik -eindelijk dien vervloekten detective die „Vloo” wordt genoemd, heb -verschalkt. - -„Enfin, het gelukte. - -„Aan het Oosterstation verkleedde ik mij en daar zag ik den detective -nog rondloeren. Maar hij keek rond naar een kamerdienaar en niet naar -een gewoon heer, want als zoodanig ging ik langs hem heen en nam ik een -tram naar het Westend. - -„Toen had de speurhond mijn spoor verloren. - -„En hier is de brief!” Bij deze woorden haalde Fred een brief te -voorschijn, welken hij zijn meester overhandigde. - -„Waarom denk je, dat deze brief van zoo groot gewicht is? Ik ben zeer -tevreden over jou en je groote voorzichtigheid, maar ongevaarlijk was -je komst niet! Ondanks je goeden wil had je ons het geheele gezelschap -van Scotland Yard op ons dak kunnen sturen!” - -„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, maar staat op het stempel niet -Canaroon te lezen? Als het eens een boodschap was van zijn Lordschap, -uw oom! Wie weet, wat er voor u op het spel staat! En als de oude -gierigaard en woekeraar—u vergeeft mij zeker wel, dat ik uw oom zoo -durf noemen?—het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld—God moge -het mij vergeven—maar dat zou de gelukkigste dag van mijn leven zijn! - -„Zou uw Lordschap dan niet het u zoo schandelijk onthouden erfdeel in -ontvangst moeten nemen?” - -„Nu ja, ik moet toegeven, dat je het recht had om de zaak als gewichtig -te beschouwen! Maar die is niet te vertrouwen! Hij is de beste kracht -van geheel Scotland Yard, kapitein Baxter incluis!” - -„Gij kunt er zoo zeker van zijn als dat tweemaal twee vier is, dat ik -hem ben ontsnapt!” verzekerde Fred met overtuiging. - -„Laat ons het hopen!” antwoordde Lister, terwijl hij den brief opende. - -Nauwelijks had hij de weinige regels doorgelezen, of hij sprong op. - -Zijn oogen fonkelden en de aderen op zijn voorhoofd zwollen op. - -Charly keek zijn vriend en meester verschrikt aan. Zoo had hij hem nog -nooit gezien. - -Hij voelde, dat het op dit oogenblik niet geraden zou zijn, Lord Lister -tegen te spreken. - -Deze echter sloeg vol minachting met zijn vlakke hand op den brief. - -„Daarin herken ik mijn oom! Maar deze schandelijke daad zal niet geduld -worden, zoo waarachtig als ik de eigenlijke en ware erfgenaam van het -kasteel Canaroon ben, zoo waar als mijn edele vader het slachtoffer is -geworden van listen en hinderlagen en gemeene schurkenstreken!” - -„Dus werkelijk van mijnheer uw oom!” mompelde de oude dienaar. - -„Neen, deze brief is niet van mijn oom zelf, maar hij brengt mij op de -hoogte van een nieuwe schurkenstreek van dezen ontaarden afstammeling -onzer familie! - -„Het is een noodkreet van onzen ouden erfpachter, die zich, tevens uit -naam van verschillende lotgenooten, tot mij wendt. - -„Van jaar tot jaar heeft de oude woekeraar de pacht verhoogd, totdat ze -niet meer opgebracht kan worden. - -„Met een beklemd hart hebben de pachters gehoorzaamd, om niet den grond -te moeten verlaten, die reeds honderden jaren door hun familie werd -bebouwd. - -„Zij hebben op betere tijden gehoopt, maar ongunstig weer en slechte -oogsten hebben hun teleurgesteld. Zij kunnen de pacht niet meer -opbrengen. - -„Deze woekeraar echter, die veel slechter is dan de jood Shylock, -blijft op zijn stuk staan. Als zij niet op den bepaalden datum betalen, -worden zij volgens wet en recht verdreven. - -„Als bedelaars moeten zij met vrouwen en kinderen den grond verlaten, -waarop hun voorouders honderden jaren als vlijtige, degelijke -landbouwers in aanzien en eer waren, en die nooit een dag te laat hun -erfpacht aan de Listers hebben opgebracht. - -„Dat is de dank van een schurk voor honderdjarige trouwe diensten, dat -men de menschen van hun huis en hof verjaagt. - -„Maar ik wil niet, dat het zal gebeuren, want ook ik ben een Lister, en -ik ben de eigenlijke Lord, niet hij, die op het kasteel woont!” - -De oude Fred had de handen gevouwen en een dikke traan rolde over zijn -gerimpelde wangen in zijn grijzen baard. - -„Een echte Lister, dat is mijn Lord! O, ik weet het, gij zult niet -dulden, dat de trouwe, vlijtige Mac Karthy en de anderen ten gronde -gaan! Het zal u gelukken, Lord Edward, want wat gij onderneemt, daarop -rust Gods zegen!” - -„Ja, ik zal dezen schurkenstreek verhinderen. Mac Karthy zal niet -tevergeefs mijn hulp hebben ingeroepen. Hier heb je geld, Fred! Het is -goed, als je niet al te spoedig weer in de villa verschijnt, kerel!” - -De Lord nam een pak bankbiljetten uit zijn portefeuille en overhandigde -dit aan Fred, die hem vol spanning aankeek. - -„Je vertrekt”, vervolgde de Lord, „dadelijk van hier naar Holyhead en -verder per stoomboot naar Dublin. - -„Daar huur of beter koop je twee goede paarden met rijtuig en wacht op -mij in de je welbekende Three-roads-Tun in de Zuidelijke voorstad. - -„Verder is hier een sleutel van het kleine tuinpoortje, waarvan ik als -Raffles gebruik maak. Het poortje is van buitenaf moeilijk te -onderscheiden. - -„Hiervan kan je gebruik maken, omdat ik den detective niet vertrouw. - -„En nu, maak je dadelijk gereed!” - -Fred was vol vuur. Hij had in langen tijd zijn Iersch vaderland niet -gezien en vooral het bewustzijn, er bij tegenwoordig te mogen wezen als -zijn aangebeden jonge Lord de ongelukkige pachters redde uit de klauwen -van zijn vrekkigen oom, deed zijn hart zwellen van trots. - -Haastig nam hij afscheid en snelde langs een hem door Lord Lister -aangeduiden weg dwars door struiken en kreupelhout naar een bijna -onzichtbare houten deur in de schutting. Het poortje was goed geolied -en kon dus onhoorbaar worden geopend en gesloten. - -De kamerdienaar kwam dicht bij een andere villa in een andere straat -uit en bereikte onopgemerkt een daar gereedstaande omnibus, welke hem -tot vlak bij het Noorderstation bracht. - -Intusschen had Lord Lister een versche sigarette opgestoken en nogmaals -den brief van Mac Karthy doorgelezen. - -Plotseling keek hij op. - -„Hoorde je niets buiten in den tuin?” vroeg hij, scherp luisterend, -maar met de grootste kalmte. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -„DE VLOO” OP HET OORLOGSVELD. - - -De brave Fred was maar een matig kunstenaar in de vermommingskunst en -bovendien lang niet vlug genoeg om het, zooals hij dacht, tegen -detective Marholm te kunnen opnemen. - -Lord Lister had het zaakje dadelijk niet vertrouwd, toen hij hoorde, -dat de geslepen Marholm, bijgenaamd „De Vloo”, zich op het oorlogsveld -bevond. Hij was echter op zijn hoede. - -„Mij dunkt, neef Robert”, sprak hij, „dat ik iemand op het krakende -grint voor het huis hoor rondsluipen. - -„Het zou mij verbazen, als dat niet de beroemde Vloo was! Laat eens -kijken, Robert, zie je er Amerikaansch genoeg uit om voor een detective -te verschijnen? O ja, dat zal wel gaan!” - -Hij wierp zelf nog een onderzoekenden blik in den spiegel en -constateerde met genoegen, dat niemand in den reeds eenigszins -grijzenden heer van middelbaren leeftijd, met zijn vollen baard, die -door een vernuftig uitgevonden middel aan zijn gelaat was bevestigd, -den eleganten jongen Lord Lister zou herkennen. - -Nogmaals wendde hij zich tot Charly Brand. - -„Neef, vergeet niet, dat wij reeds een maand hier zijn, ten einde de -luchtscheepvaart te bestudeeren, zooals op onzen pas vermeld staat!” - -„Wat!” riep Charly vol bewondering uit, „hebben wij ook een pas?” - -„Natuurlijk!” antwoordde de Lord. „Ik zal wel oppassen om mij uit te -geven voor iets, wat ik niet bewijzen kan. Bovendien heb ik de beide -Amerikanen zoo getrouw mogelijk nagebootst. Zelfs de consul, die hen -toch kent, heeft niets van het bedrog gemerkt!” - -„Maar denk je werkelijk, Edward— —” - -„Ik verzoek je, aan onze familierelatie te denken; Oom Shaw heet ik!” - -„Lieve oom, denkt ge werkelijk, dat Marholm daar buiten is?” - -„Natuurlijk! Fred’s vermommingen zijn geen cent waard! Maar kom nu mee -om te dineeren! En laat ons een echte havana opsteken, dat is meer -Amerikaansch! Hier, waarde neef! Ik zal eenige bij mij steken! En nu, -vooruit!” - -De beide heeren verlieten de kamer, die Lord Lister zorgvuldig afsloot -en waren door de vestibule naar buiten gegaan, toen van rechts en links -twee gestalten bliksemsnel te voorschijn kwamen, die hun een luid -„halt” toeriepen. - -„Wat wilt gij?” riep Lord Lister met een zoo onvervalscht -Yankee-accent, dat Charly op zijn lippen moest bijten. - -„Dat is een eigenaardige gewoonte in Engeland om de menschen lastig te -vallen! Als gij wilt bedelen, hier!” - -De „oude Amerikaan” greep in zijn vestzak en hield kapitein Baxter met -voorname grootheid een shilling voor. - -„Overigens sta ik het niet toe, dat men zich in mijn park ophoudt! Een -volgenden keer moet gij buiten aan het tuinhek wachten, als gij komt -bedelen. Nu, pak maar aan en maak dan dat gij wegkomt!” - -Kapitein Baxter was zoo overbluft, dat hij eenige oogenblikken met open -mond bleef staan. Het scheelde niet veel, of hij had den shilling -aangenomen. - -Maar ook Marholm, want dat was de andere, keek verbaasd. - -Zou hij zich dan toch vergist hebben? - -Maar toen hij naar Scotland Yard telephoneerde, liep de achtervolgde -kamerdienaar immers nog voor het huis heen en weer. - -Kapitein Baxter was zijn verbazing meester geworden. - -„Wij zijn beambten van Scotland Yard en komen niet om te bedelen!” - -„Very striking indeed!” riep Lister op Yankee-toon uit. - -„Drommels, Robert, wat zeg jij ervan? Van het groote Scotland-Yard, het -beroemdste politiebureau der wereld! En zijt gij werkelijk detectives -van Scotland-Yard?” - -Kapitein Baxter gaf zijn collega een stoot in de ribben. - -„Wat doe je eigenlijk, Marholm? Dit zijn de goeie niet! Dit zijn immers -Amerikanen! Ge haalt in den laatsten tijd allerlei domme streken uit!” - -De Vloo antwoordde niet veel. - -„Maar de bediende liep hier toch een heelen tijd op en neer! Ik heb hem -echter niet zien binnengaan en ook niet weer naar buiten komen.” - -De beide detectives keken elkaar besluiteloos aan. - -Het is in Engeland niet geoorloofd om zonder toestemming of zonder -wettige reden iemands eigendom binnen te dringen en Amerikanen zijn -natuurlijk op de hoogte van dergelijke voorschriften. - -„Het was ons een genoegen, heeren, om twee der leden van Scotland-Yard, -wier roem ook tot in Amerika is doorgedrongen, te leeren kennen! Maar -wij zijn juist van plan, te gaan dineeren!” - -Kapitein Baxter kreeg moed, hij nam zijn hoed af (want beiden waren in -civiel) en sprak: - -„Mag ik mij even aan u voorstellen: kapitein Baxter van Scotland-Yard— -—” - -„Wat! De beroemde kapitein Baxter, van wien ik zooveel gelezen heb? -Neen maar, dat is een geluk, mijn beste kapitein! Dat had ik niet -durven droomen! Onze geheele Club zal mond en ooren openzetten, als ik -dat vertel!” - -Lord Lister schudde bij deze woorden onophoudelijk de hand van kapitein -Baxter, die met nederigen trots deze overzeesche hulde in ontvangst -nam. - -„En van mij zult gij misschien ook reeds gehoord hebben: Mr. William P. -Shaw—in Amerika kent ieder kind mij—uit Chicago!” - -„Voor den drommel!” fluisterde Marholm den kapitein toe, „dat is de -grootste milliardair, de oliekoning! Daar hadden wij bijna een leelijke -flater gemaakt! Handjes thuis!” - -Dat de groote Amerikaansche industrieel en beursman zich aan hem -voorstelde, vleide Baxter buitengewoon. - -Hij knikte glimlachend. - -„Mijn collega, Mr. Marholm, heeft zich vergist—” - -„Ik weet het nog niet, kapitein,” waagde Marholm het te zeggen, „ik -meende stellig, hem herkend en hem hier voor het huis te hebben -gezien!” - -„Zwijg, Marholm, als uw chef een zaak uitlegt aan deze Amerikaansche -heeren! Het was natuurlijk een vergissing van detective Marholm, toen -hij meende, een bediende van den grooten onbekende, Raffles, alias Lord -Lister—” - -„Het is omgekeerd, kapitein!” viel de andere detective hem in de rede. - -„Gij zijt onuitstaanbaar met uw eeuwige wijsneuzigheid— —hier te zien -binnengaan! Of weet gij misschien iets van zijn aanwezigheid, heeren?” - -Lord Lister stond gemoedelijk zijn sigaar te rooken, met de handen in -de broekszakken. - -„Wij zullen toch zeker niet ondervraagd worden, Robert?” - -„O oom, hoe kunt gij zoo iets denken! De heer Baxter is van top tot -teen een gentleman! Zoo iets zou hij u niet aandoen!” - -De kapitein voelde zich zeer gevleid en hief met een afwerend gebaar -zijn hand op. - -„Maar waarde heeren, hoe zou ik! Ik vraag maar zoo terloops. Het zou -voor ons van het grootste belang zijn, een spoor te vinden! Die -vervloekte Raffles zet nu reeds een jaar lang geheel Scotland-Yard in -beweging en is niet te vangen!” - -„Ach, mijnheer Baxter, dat moet toch een kleinigheid zijn voor iemand -zooals gij! En ook gij, geachte heer detective—hoe was uw naam ook -weer?—maakt op mij den indruk, bijzonder geschikt te zijn voor uw -beroep! Toeval, heeren, enkel toeval, dat hij u tot nu toe is ontsnapt! - -„Ik heb hartelijk gelachen om eenige zijner streken, maar voor zoo -geniaal als de verslaggevers der couranten hem aanzien, beschouw ik hem -niet! - -„Nu ik u persoonlijk heb leeren kennen, zal ik uw werk met nog grooter -belangstelling volgen dan tot dusverre en het zal mij buitengewoon veel -genoegen doen, als het u eindelijk zal gelukt zijn, hem te vangen! - -„En nu wilt u zeker wel een sigaar opsteken; zooals deze krijgt u ze -niet veel! Ze zijn van mijn eigen plantages op Cuba!” - -Bij deze woorden haalde Lord Lister een handvol uit zijn borstzak te -voorschijn, die hij hun aanbood. - -„Neem ze gerust, kapitein Baxter! Ik heb er nog meer van! En nu, -heeren, vaarwel en veel succes!” - -De beide detectives putten zich uit in dankbetuigingen. - -Kapitein Baxter drukte den milliardair hartelijk de hand en zoo nam men -op vriendschappelijke wijze afscheid van elkaar, zonder dat de -detectives er zelfs aan hadden gedacht, de passen der Amerikaansche -heeren te vragen. - -Zooals wij weten, was echter Lord Lister zelfs op deze mogelijkheid -voorbereid! - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -EEN WANHOPIG PACHTER. - - -Kalm en vriendelijk lag de pachthoeve van Mac Karthy te midden der -goudgele korenvelden, omgeven door dichtbegroeide heuvels. - -Vol zorgen en met gefronst voorhoofd stond de pachter, een groote, -welgebouwde man met gebruind gelaat en welig blond kroeshaar, een man -van ongeveer veertig jaar, op den drempel van zijn woning. - -Hij keek een jachtwagen na, waarin een vroolijk heerengezelschap naar -het kasteel reed, dat op eenigen afstand zichtbaar was. - -Naast hem stond zijn vrouw met roodgeweende oogen. Een ongeveer -vijfjarige knaap hield zich vast aan haar schort, terwijl zij een kind -van nauwelijks een jaar in haar armen hield. - -Een meisje en een jongen van 7 en 9 jaar speelden met de zorgeloosheid -der jeugd in den hof. - -Het rijtuig waarin het gezelschap heenreed, dat hier in de buurt een -pic-nic had gehouden, behoorde aan den eigenaar van het kasteel, Lord -Edwards oom, Lord Raynald Lister, wiens karakter wij reeds hebben -leeren kennen. - -Hij had stil laten houden bij de boerderij en den pachter naar buiten -laten roepen. - -In tegenwoordigheid van zijn gasten had hij hem zonder mededoogen er -aan herinnerd, dat de laatste betalingstermijn verstreken was! - -Als hij den volgenden dag de pacht niet tot op den laatsten cent had -betaald, zou de Lord hem met zijn gezin uit het huis laten zetten, -zooals het iemand toekwam, die niet in staat was, het luttele bedrag, -dat hij aan zijn heer verschuldigd was, op tijd te voldoen! - -„Och, heb nog wat geduld, Mylord!” had de pachter gebeden. „Gij weet, -Lord Raynald, dat ik altijd stipt was, evenals mijn vader en -voorvaderen, die deze akkers hebben bebouwd! Maar de pacht is te hoog -en de mislukte oogst— —” - -„Papperlapap!” riep de Lord hoonend uit. „Ik weet het wel, de mislukte -oogst en het slechte weer hebben schuld! Ik wil daar niets meer van -hooren! Jullie kunt niet huishouden en ik heb een pachter noodig, die -dat wel kan! - -„Als je morgen niet betaalt, kan je met je heele familie naar den -duivel loopen! - -„Begrepen?” - -De pachter richtte zich op en keek den Lord met vasten blik aan. - -„Ik zal u alles betalen, maar gij moet mij uitstel geven, want, weet -wel, Lord Raynald Lister, dat ik hier erfpachter ben en dat ook ik van -mijn goed recht in de Vereenigde Koninkrijken gebruik wensch te maken? - -„Men kan mij niet voetstoots wegjagen, zooals gij dat denkt te doen, -vooral niet, als buiten mijn schuld de oogst mislukt is!” - -„Wat? Jij, ellendige boer, hebt den treurigen moed, mij zoo te durven -brutaliseeren? Dat is het gevolg van het optreden van mijn broer en ik -begrijp wel, op wiens hulp je vertrouwt! - -„Maar ik trek mij niets van al je klaagliederen en protesten aan. Geld -wil ik zien! Het mij toekomende bedrag zult ge mij morgen uittellen, -anders laat ik je door de politie van deze hoeve jagen, die mij -toebehoort, al zou je op je bloote knieën om genade smeeken! - -„Onthoud dat. - -„En Lord Edward Lister, die hongerlijder, is zoo arm als een kerkrat en -kan je niet helpen! - -„Mijn woord is hier wet en wat ik zeg, dat gebeurt!” - -Met tranen in de oogen knielde nu Mary, de vrouw van den pachter, bij -het rijtuig neer: - -„O, Lord Raynald, heb medelijden, ter wille van de kinderen!” - -Maar de pachter richtte haar met zijn krachtige hand op en beval haar, -in huis te gaan. - -Toen zij haar man aankeek, begreep zij, dat zij gehoorzamen moest en -met haar kind op den arm wankelde zij snikkend naar huis. - -„Verneder je niet nutteloos!” sprak haar man op scherpen toon. - -„Die man heeft een steenen hart.” - -„Hond, durf je mij beleedigen?” - -„Op scheldwoorden antwoord ik niet! Is dit alles, wat Uwe Lordschap mij -te zeggen heeft?” - -„Goddam! Loop naar den duivel, onbeschaamde boer!” - -„Dan behoef ik niet ver te gaan!” antwoordde de boer op kalmen toon, -terwijl hij zich omkeerde om naar huis te gaan— — - -Nu was de pachter weer met zijn vrouw en kinderen alleen, het hart -vervuld van zorg en kommer. - -Zij keken het rijtuig met het rumoerige gezelschap na. - -Pachter Mac Karthy en zijn nog steeds weenende vrouw hadden angst voor -de toekomst. Ach, zij dachten minder aan zichzelf, dan aan het harde -lot, dat hun kinderen wachtte. - -De pachter maakte een handbeweging, alsof hij zeggen wilde: - -Wat helpt het! De strijd moet gestreden worden. - -Plotseling keek hij verbaasd op. - -Van de tegenovergestelde zijde als die, waarin de jachtwagen was -verdwenen, zag hij twee ruiters naderen. Het was duidelijk te zien, dat -zij naar zijn hoeve kwamen. In razende snelheid naderden zij en het -leek, alsof de paarden vleugels hadden. - -Mac Karthy sloeg zijn handen samen en keek met groote spanning. - -„Mary! Kijk eens! Zij komen naar ons huis toe! Als dat—” - -„Dat zal toch niet reeds de politie zijn?” riep de pachtersvrouw, -terwijl zij haar jongste kind vaster aan haar borst drukte. - -„Domme vrouw, spreek toch niet van politie! Neen, ik dacht aan iemand -anders! En als ik dien voorsten ruiter goed zie— —! - -„Dat is niemand anders dan— —” - -„Wien bedoel je toch? Ik heb allen moed verloren. O, Mac, wat moet er -van onze kinderen worden! Wat moeten wij zelf beginnen? Denk je, dat we -van elkaar zullen moeten scheiden en— —?” - -„Houd nu toch je mond, jij!— —Ja, hij is het—hij is het! O, ik wist -wel, dat hij zijn ouden Mac Karthy niet in den steek zou laten!” - -„Maar wien bedoel je toch, Mac? Zeg het toch, spreek dan toch! Ik verga -van angst en zenuwachtigheid! Wie is het?” - -„Jij bent met blindheid geslagen, Mary! Anders zou je toch dien langen, -slanken man, die den ander een heel eind vooruit is, herkennen! Zet je -oogen wijd open! Herken je hem nu nog niet? - -„Nu wordt alles weer goed! Ja, ik zie het! Het is onze jonge Lord! Maar -wat komt hij doen, weet hij iets van ons ongeluk?” vroeg Mary. - -Gedurende dit gesprek waren de beide ruiters genaderd en eindelijk -sprong Lord Lister van zijn hijgend, dampend ros, waarvan hij den -pachter de teugels toewierp. - -„Fred,” sprak hij, „je oude beenen hebben zich dapper gehouden, dat -moet ik zeggen! Je hebt het paardrijden nog niet verleerd!” - -Daarop wendde hij zich tot den pachter, schudde dezen de hand en reikte -toen zijn slanke rechter aan Mary, welke deze wilde kussen, wat de -trotsche Engelschman echter belette. - -„Nu, Mac Karthy, daar zijn wij, om op ons erfgoed de zaakjes eens op te -knappen. Weest nu allebei maar volkomen gerust! Van de voornemens van -mijn waarden oom zal niet veel komen. Ik zal hem nog wel weten te -dwingen! Gij zijt hier erfpachters en uw voorouders hebben met en onder -de mijne hier menigen strijd gestreden. - -„Het zou wat moois zijn, als het geslacht der Mac Karthy’s om een -ellendig beetje geld in den vreemde en in de ellende gedreven zou -kunnen worden! - -„Ik zal er voor zorgen, dat de pacht lager wordt! Zij zal u niet als -een last drukken voortaan! Gij moet vroolijk en welgemoed uw werk -kunnen doen als erfpachter, en, evenals uw voorvaderen, als vrije, -fiere mannen hier den ouden grond bebouwen!” - -„O, Lord Lister,” sprak de pachter met vochtige oogen, „als gij dat -zoudt kunnen bewerken! Dan zou ik u zegenen en mijn kinderen en -kindskinderen na mij! - -„Wat wij volgens recht en billijkheid verschuldigd zijn, willen wij -graag betalen! De pacht echter, die uw oom ons heeft opgelegd, is veel -te hoog en maakt ons, pachters, allen tot bedelaars!” - -„Dit zal geregeld worden, Mac Karthy, ik geef u mijn woord erop! Ik zal -met mijn dierbaren oom spreken! Maar vertel mij eerst eens, hoe hoog -het door u verschuldigde bedrag is.” - -De pachter zweeg een oogenblik. - -„Hij heeft ons allen opgeslagen en ik moet nu 450 pond opbrengen!” -antwoordde hij op zachten toon. - -„Maar hebt gij dat kunnen aannemen, gij en de andere pachters? Dat hadt -ge u niet moeten laten welgevallen! Dat is immers belachelijk, zoo’n -hoog bedrag voor uw kleine hoeve! Neem mij niet kwalijk, Mac Karthy, -maar dat was een groote dwaasheid! - -„Gij hadt er u met alle kracht tegen moeten verzetten. Hij had er ook -niet het recht toe, u zulke hooge lasten op te leggen, want alles staat -officieel beschreven in het archief van het kasteel Canaroon! - -„Nu, ik zal de zaak weer voor u opknappen! - -„Rijd jij weer vooruit, Fred! Ik kan je nog geen rust gunnen. Kijk -eens, of het oude dienstpersoneel nog in het kasteel is. Fluister den -ouden getrouwen een enkel woord van mij in het oor, onderzoek, of ik -ongemerkt in het archief kan komen en laat de deur voor mij open. Ik -zou graag onverwacht willen verschijnen. - -„Je kunt je paard, evenals ik het zal doen, in den ouden stal links van -het park brengen, want wij zullen de dieren misschien noodig hebben, -als wij heelhuids uit Canaroon willen vertrekken!” - -Fred knikte zielsvergenoegd en vol zelfbewustzijn. Hij was er trotsch -op, zijn heer te mogen helpen en deze opdracht leek hem eenvoudig -kinderspel. - -Hij zat reeds weer op zijn bruinen hengst en reed weg. - -De Lord nam zijn portefeuille en stelde Mac Karthy 100 biljetten van -vijf pond ter hand. - -„Laat je behoorlijk kwitantie geven! Of misschien is het nog beter, als -Mary het bezorgt. Span je kleinen wagen in, Mac, breng haar naar het -kasteel en wacht buiten tot zij terugkomt met de kwitantie! - -„Duld echter geen enkele onbeschaamdheid, Mary! Geneer je niet -tegenover den ouden vrek! Beroep je op de erfpachtspapieren, die in het -archief berusten en eisch op beslisten toon, dat de pacht weer verlaagd -wordt. Gij zult u uw goede recht toch niet laten ontnemen!” - -„O, mijnheer, hoe kan ik u ooit genoeg danken! Ja, nu ziet de zaak er -anders uit! Ik geloof ook, dat Mary de zaak beter kan afdoen dan ik. -Zij heeft haar mond op de rechte plaats! - -„Misschien ook zou ik buiten mij zelf zijn van woede als ik tegenover -den ouden woekeraar stond en als ik er aan dacht, hoeveel leed hij ons -berokkend heeft. En ik ben er zeker van, dat hij u op gemeene wijze uw -erfenis ontstolen heeft!” - -Lord Lister glimlachte over den woordenvloed van den braven pachter, -die anders weinig spraakzaam was. - -„Dus flink erop los! Er is haast bij de zaak! Neem het geld, Mary, -kleed je aan en spoed u dan naar het kasteel, waar gij moet doen wat ik -u heb gezegd.” - -Bij die woorden nam hij de teugels, die Mac Karthy om een boom had -gebonden, weer op, sprong in het zadel en reed met een vriendelijken -groet in snellen draf naar het oude kasteel zijner vaderen. - -Spoedig had hij den ouden witten muur bereikt, die het reusachtige park -rondom het slot omgaf en hij wendde zich naar den paardenstal, waar hij -Fred’s bruintje reeds zag staan. Hij bracht zijn paard ook daarheen, -nam een tamelijk omvangrijk pakje uit zijn zadeltasch en keek met -scherpen blik om zich heen, of niemand in de buurt was. - -Nadat hij zich had vergewist dat hij niet bespied werd, haalde hij een -zwartzijden masker te voorschijn en bevestigde dit voor zijn gelaat. -Hij drukte zijn zachten sporthoed diep over het voorhoofd en sloop -behendig het door Fred opengelaten parkhek binnen. - -Hier sloeg hij een door struikgewas, slingerplanten en onkruid bedekt, -blijkbaar niet meer in gebruik zijnd pad in. Het was buitengewoon -moeilijk zich hier een weg te banen. - -Maar de jonge Lord kende hier elk plekje uit zijn gelukkige kinderjaren -en was zelfs verheugd te bemerken, dat blijkbaar niemand in langen tijd -zijn voet hier had gezet. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -HET PRAALGRAF VAN DEN ONDERKONING - - -Bij een kromming van het pad verhieven zich voor hem twee grillig -gevormde Indische zuilen, die echter bijna geheel verborgen waren onder -mos, klimop en reusachtige varenplanten. Tusschen deze zuilen bevond -zich een roestige ijzeren deur. - -Lord Lister keek oplettend om zich heen. Maar het struikgewas en de -natuurlijke wildernis van dit parkgedeelte beschutte hem volkomen voor -ongewenschte blikken. - -Hij haalde een prachtigen stalen breekbeitel uit zijn zak te voorschijn -en na weinig moeite reeds kraakte het verroeste slot. Lord Lister was -op alles voorbereid. Hij nam nu een oliespuitje uit een zijner zakken -en smeerde hiermede zoowel het oude slot als de hengsels. - -De deur ging nu geruischloos open en diepe duisternis gaapte hem aan. - -De Lord sloot de deur weer achter zich en stak een kaars aan. Daarop -daalde hij kalm de trap af, die voor hem lag. - -Ongeveer twintig treden brachten hem in een phantastische Indische -zaal, waarin aan weerszijden in donkerroode steenen nissen een Indische -doodkist stond. - -In het midden van de zaal bevond zich een rustbed, waarachter op een -marmeren zuil een glimlachend, welgedaan Boeddhabeeld was geplaatst. - -Aan dezen grafkelder was in de familiekroniek der Listers een -geschiedenis verbonden, die bevestigd werd door de opschriften op de -doodkisten. - -Een Lord Lister, die in Indië was geweest, om daar zaken te doen voor -de Oost-Indische Compagnie en daar den rang van vice-koning had -bekleed, was gehuwd met een ongehoord rijke Indische prinses, welke -hij, nadat hij zijn betrekking had neergelegd, had medegenomen naar -zijn kasteel in Engeland. - -Toen hij korten tijd daarna tengevolge van de klimaatsverandering -stierf, was zijn echtgenoote ontroostbaar. - -Zij liet, om steeds met haar man vereenigd te blijven, den -onderaardschen grafkelder bouwen in het park. - -Een geheime gang leidde van uit haar vertrekken in het kasteel naar het -graf gewelf, zoodat zij, als zij het graf van haar echtgenoot wilde -bezoeken, haar weg niet door het park behoefde te nemen. - -Men noemde dezen grafkelder algemeen in het kasteel en in de naaste -omgeving daarvan „Het praalgraf van den onderkoning.” - -Lord Lister legde zijn pakje op het gouden rustbed en opende het. - -„Mijn dappere voorvader zal het mij, denk ik, evenmin als de prinses, -kwalijk nemen, dat ik mij hier ga verkleeden.” - -Hij ontstak een nieuwe kaars, nam een opvouwbaren spiegel uit het pak -en begon zijn gelaat met allerlei stiften te bewerken als de -volleerdste acteur. - -Al spoedig had het een bruinachtige tint gekregen en tevens door het -aanbrengen van bijzondere schaduwen en donkere omranding der oogen een -vrouwelijke uitdrukking. - -Uit het meegebrachte pakket nam hij verder een prachtig geborduurd, -zijden gewaad in schrille kleuren. Nadat hij zijn rok had uitgetrokken, -hulde hij zich in het zijden gewaad. - -Hij bevestigde een breeden gouden armband om een zijner polsen en -schoof ringen met schitterende steenen aan zijn vingers. - -Daarop nam hij een pruik van pikzwarte krullen, bevestigde die op zijn -hoofd en versierde de zwarte haren met een zijden band. - -Nadat hij zijn laarzen had uitgetrokken, zijn broekspijpen omgeslagen -en gele zijden schoenen had aangedaan, stond de vorstelijke gestalte -der Indische prinses, waarschijnlijk iets grooter dan zij het in -werkelijkheid was geweest, in haar eigen grafgewelf. - -Met een onderzoekenden blik in den vouwspiegel bekeek zij haar eigen -beeld en, het moest gezegd worden, de vermomming was uitstekend -geslaagd. - -Het paste echter slecht bij de zijden japon, dat de Indische vorstin nu -twee blinkende revolvers uit het pakket nam, die zij aan weerszijden in -de zakken van het gewaad verborg. - -Daarop pakte zij den mannenrok en de laarzen in het leeggeworden -papier, rolde alles zoo klein mogelijk op en verborg het pakje achter -haar eigen doodkist, in het donkerste hoekje van de nis. - -Zij liep eenige oogenblikken heen en weer, ging in gedachten verdiept -op het rustbed zitten en mompelde eindelijk: - -„Nu moet ik eerst een cigarette rooken!” - -Terwijl Raffles, in de vermomming der Indische prinses, zijn cigarette -rookte, keek hij plotseling op. - -Hij had een geluid gehoord. - -Nu hoorde hij het nog eens. - -Al was het nog op verren afstand, toch vernam hij duidelijk schreden. -Het geluid was in het gewelf duidelijk verneembaar. - -Lord Lister had zijn cigarette uit den mond genomen, trapte haar uit, -opdat zij niet door zou smeulen en wierp haar achter het graf van den -onderkoning. - -Hij blies de kaars uit, drukte de pit tusschen zijn vingers en -luisterde. - -De schreden kwamen nader en hij onderscheidde een zuchten als van -iemand, die zwaar ademhaalt. - -„Er komt iemand door de onderaardsche gang van het kasteel hierheen!” -fluisterde de Lord. - -„Ik ben anders niet nieuwsgierig, maar wie zou nu hier komen en welken -zwaren last zou hij dragen, dat hij zoo zucht? Daar moet ik meer van -weten!” - -Lord Lister haastte zich, om een schuilplaats te zoeken en vond die -achter de doodkist der prinses, waar nog voldoende ruimte in de nis -was. - -In de gedaante der vorstin kon hij bovendien geen geschiktere -schuilplaats kiezen, vooral, als hij eens lust mocht krijgen om een -woordje met den bezoeker te spreken. - -De verrijzing der Indische prinses uit haar graf zou ook den dapperste -schrik aanjagen. - -Daar het praalgraf vrij hoog was, behoefde hij slechts op zijn knieën -te gaan zitten om niet gezien te worden, terwijl de marmeren omlijsting -hem een uitstekend steuntje voor zijn armen bood. - -In gespannen verwachting keek hij in de duisternis om den hoek van het -praalgraf, vanwaar hij bij voldoende belichting de opening der gang -achter het Boeddhabeeld kon zien. - -Luid en zwaar naderden de schreden. - -Plotseling werd een zwakke lichtstraal in de gangopening zichtbaar en -de Lord hield zijn blik onafgewend op dezelfde plaats gericht. - -Zijn geduld zou beloond worden. - -De lichtstraal werd helderder en plotseling kwam een bejaard man -hijgend den grafkelder binnen. - -Hij droeg blijkbaar een zware grijze kist op den schouder, terwijl hij -zichzelf bijlichtte door middel van een electrische zaklantaarn. - -Hij plaatste zijn lantaarn op een uitstekende punt van het -Boeddhabeeld, nam de grijze kist voorzichtig van zijn schouder en zette -haar voor de zuil neer. - -„Duivelsch!” bromde hij op ontevreden toon, „de slechte lucht in die -vervloekte gang en de zware kist, het is bijna te veel voor mij.” Hij -wankelde naar het rustbed en zuchtte. - -Toen hij echter een hoog opgeslagen kraag weer neerdeed en den slappen -hoed, die zijn gelaat gedeeltelijk had verborgen, naast zich legde om -het zweet van zijn voorhoofd te vegen, had de schoone prinses, die in -de nis op haar knieën lag en haar oogen niet durfde gelooven, zich zelf -bijna vergeten en een kreet van verbazing geuit. - -Maar met zijn gewone zelfbeheersching onderdrukte Lord Lister zijn -verbazing en dacht: - -„Kijk eens aan, oom Raynald! Nu ben ik toch nieuwsgierig, wat die hier -te doen heeft, wat hij met die kist gaat doen en of hij het ding of den -inhoud er van hier wil verbergen.” - -Lord Raynald was een beetje bekomen van zijn vermoeidheid. - -Hij stond op en ging naar zijn kist. - -„Een eigenaardige lucht in zoo’n grafkelder,” sprak hij hoofdschuddend. -„Als men niet beter wist, zou men denken, dat het hier naar cigaretten -en waskaarsen rook! - -„Maar nu aan het werk! - -„Hier zal niemand de papieren zoeken! Hier zijn zij het beste bewaard, -want ik wed, dat niemand behalve ik het geheim van Boeddha kent, dat ik -in mijn jeugd toevallig ontdekte.” - -Lord Edward verloor geen syllabe van de woorden van zijn oom en wendde -geen oog van hem af. Maar hoe verbaasd was hij, toen de oude Lord op -het edelgesteente drukte, dat hij reeds zoo dikwijls op de borst van -het Boeddhabeeld had bewonderd. Maar nooit had hij er aan gedacht, dat -de diamant den sleutel vormde van een geheim, dat hem nu onthuld werd. - -Zoodra namelijk de oude Lord op den steen had gedrukt, viel het voorste -gedeelte van het beeld tot aan de zuil neer. Lord Lister zag nu, dat de -houten Boeddha hol was en reeds lang tot geheime bergplaats had -gediend, want verschillende afgesloten vakjes werden zichtbaar. - -De oude Lord opende met een sleutel een der vakken en ontsloot daarna -de kist, die op den bodem stond. Hieruit nam hij een pak papieren of -documenten, schoof ze in het geopende vak van het Boeddhabeeld en sloot -het weer. - -Daarop nam hij verschillende kleinere portefeuilles uit de meegebrachte -kist en verdeelde ze in de andere vakken, die hij alle zorgvuldig weer -afsloot. Eindelijk lichtte hij het voorste stuk van het beeld weer op -en liet het op zijn gewone plaats weer dichtvallen. - -Evenals tevoren glimlachte het Indische afgodsbeeld en ook het -scherpste oog had aan dit beeld van houtsnijwerk geen verraderlijke -voeg ontdekt. - -„Ziezoo, nu kan mijn lieve neef komen en mij voor het gerecht dagen -terwille van die pachters. Ik zal bezweren, dat er geen papieren -bestaan en ten bewijze zal ik de jury mijn geheele archief ter -beschikking stellen. Dan wordt het tenminste ambtshalve afgestoft! - -„En ook om de juweelen der Indische prinses en om zijn erfenis mag hij -komen! Hij kan mij niets bewijzen! En ook van het intrekken der -onterving van den dollen admiraal, zijn vader, weet ik niets! - -„Waarom bewaar ik al die prullen eigenlijk? Ik had alles al lang moeten -verbranden! Maar ik weet niet, wat mij steeds ervan terug hield! - -„Enfin, alles is goed opgeborgen; hij mag gerust komen en mij ter -verantwoording roepen! Mijn advocaat zal hem de nietigheid zijner -aanspraken bewijzen en zijn brutaliteit om als erfgenaam te willen -optreden en in mijn rechten te treden, zal hem afgeleerd worden!” - -De liefdevolle oom lachte boosaardig en zette zijn vilten hoed weer op. - -Hij sloot de grijze kist weer, zette haar op zijn schouder, nam het -licht weer op en verliet, zonder om zich heen te kijken, het -onderaardsche verblijf. Weldra was hij in de gang verdwenen en aan Lord -Edwards blikken onttrokken. - -De Indische prinses kwam nu voorzichtig uit haar schuilhoek te -voorschijn. Zij snelde naar de opening der gang en luisterde. - -De schreden waren bijna niet meer hoorbaar en na eenige oogenblikken -was alles weer doodstil. - -Edward Lister stak zijn kaars aan, liep met haastige schreden naar het -Boeddhabeeld en bleef in diep nadenken eenigen tijd voor het -afgodsbeeld staan. - -Onrustig liep hij tusschen het beeld en het rustbed heen en weer. - -Eindelijk nam hij op het gouden Indische rustbed plaats en leunde met -zijn linkerarm op een der met goud bestikte zijden kussens. - -Diepe droefheid om zijn verloren leven maakte zich van hem meester, en -deze oude schurk, dien hij zooeven beluisterd had, was oorzaak van dit -alles. Gloeiende haat laaide in hem op, haat tegen dezen oom, tegen de -maatschappij die slechts de rijken acht en vereert en de armen verstoot -en hun allerlei hinderpalen in den weg legt, die hun beletten, zich -weer op te werken. - -En nu, nu hij met zijn vroegere leven had afgedaan, nu hij niet meer -terug kon, nu moest hij door louter toeval vernemen, dat hij toch -gelukkig had kunnen zijn! - -Nu begreep hij, dat hij dezen schurk, die reeds zijn vader had bedrogen -en ongelukkig gemaakt, die ook hemzelf in het verderf had gestort, in -een afgrond, waaruit hij niet meer gered kon worden, nu begreep hij, -dat hij zijn oom had kunnen ontmaskeren en bestrijden, als hij slechts -het noodige geduld had gehad om af te wachten tot het juiste oogenblik -gekomen was. - -En zijn gedachten verwijlden ook bij het liefelijke jonge meisje, dat -hij te laat op zijn levensweg had ontmoet. - -Waarom was dit niet een jaar eerder gebeurd, evenals deze onthulling in -den grafkelder der Indische prinses, bij het praalgraf van den -vice-koning! - -Dan had hij gelukkig kunnen worden met de goede, lieve Miss Walton!— - -Lord Lister zuchtte diep. Daarop echter stond hij op en schudde zijn -zwarte lokken. - -„Wee u, valsche, misdadige oom, gij, die mijn vader en mij in het -ongeluk heb gestort. Op een andere wijze dan gij vermoedt, zal ik met u -afrekenen. - -„Ik zal u daar treffen, waar gij het gevoeligst te raken zijt, in uw -vuilen hartstocht van hebzucht en gierigheid, die u tot misdadiger -heeft gemaakt. - -„Ik heb nu geen medelijden meer met u, uit ontzag voor onzen -familienaam! Vóór alles wil ik nu met u afrekenen! Gij zelf verschaft -mij de bewijzen. - -„Dat, wat gij het meest vreest, wat gij niet kun dragen, dat zal ik van -u maken—een bedelaar! Gij zult u ellendig en wanhopig gevoelen in uw -armoede en de liefde der menschen zal u niet troosten, zooals zij dat -mij doet! - -„De armste daglooner zal u van zijn drempel verstooten, want uw -ondergeschikten zijn vervuld van haat jegens u!” - -Groote vastberadenheid stond nu op het gelaat der prinses te lezen en -haar oogen fonkelden, alsof zij werkelijk den haat weerspiegelden eener -hartstochtelijke Oostersche vrouw. Lord Lister had zijn leed overwonnen -en nam het leven, zooals het was. - -Kalm verving hij de afgebrande kaars door een nieuwe, daarna drukte hij -op den edelsteen, die in verbinding stond met het slot van het geheime -mechaniek. Voorzichtig liet hij het voorste gedeelte van het -Boeddhabeeld naar beneden glijden en de afgesloten vakken lagen voor -hem. - -Zijn stalen sleutel van eigen vinding paste op de weinig ingewikkelde -sloten. - -Het eerste vak, dat hij opende, bevatte de documenten, die de oude Lord -Lister hier had opgeborgen. Bij het licht der waskaars onderzocht hij -ze. - -Bovenop lag de oorkonde betreffende de erfpacht van Mac Karthy; een oud -perkament, dat Patrik Mac Karthy, een der strijders onder den -toenmaligen Lord Lister wegens dapperheid aan de Bognerivier benoemde -als erfpachter voor alle tijden en dat voorzien was van de -handteekening van den Lordprotector Cromwell. - -Behalve dit exemplaar, dat aan den Lord was toevertrouwd, bestond er -waarschijnlijk geen tweede, daar in die tijden hoogst zelden duplicaten -werden afgegeven. - -En toch was de booswicht van plan, om den braven Mac Karthy met zijn -familie van de pachthoeve te verdrijven, hoewel hij wist, dat hij -daartoe het recht niet had. - -En waarom? Wegens vertraging in de betaling der pacht? - -Wat beteekende dat kleine bedrag voor den schatrijken grondbezitter? - -Neen, omdat hij had vernomen, dat Mac Karthy op de hand van Lord Edward -was en dat hij zich om hulp tot den jongen Lord had gewend. - -De woede daarover en de bedoeling om zijn neef van allen mogelijken -steun, hoe zwak dan ook, te berooven, had den liefdevollen oom tot zulk -een onmenschelijke handelwijze tegenover zijn erfpachter doen overgaan! - -In hetzelfde vak lagen ook de oorkonden der tien andere pachters van de -Canaroon-hoeven, al stamden deze ook niet alle uit Cromwell’s tijd, -zooals die van Mac Karthy. - -Lord Edward legde al deze documenten op het Oostersche rustbed. - -Daarop opende hij de andere vakken en de verschillende portefeuilles. - -Smaragden, robijnen, topazen en diamanten schitterden in prachtige -Indische goudwerken. Hij herkende onmiddellijk de familiejuweelen der -prinses. - -Hij herinnerde zich zijn kinderjaren, toen zijn moeder, die jong -gestorven was, terwijl zijn vader op verre zeeën vertoefde, hem de -zeldzaam schoone Indische sieraden had laten bewonderen. - -Toen de oude Lord gestorven was, had haar valsche, oneerlijke zwager -beweerd, dat de geheele schat spoorloos verdwenen was. De admiraal, -zijn broer, zou ze zich op heimelijke wijze hebben toegeëigend en te -gelde gemaakt, om speelschulden te betalen. En de doode had zich niet -kunnen verdedigen. - -Men geloofde Lord Raynald, zooals men ook zijn andere leugens had -geloofd. - -Ook voor den ouden Lord, Edwards grootvader, was de gedachte aan het -feit, dat zijn oudste zoon zich aan de familiejuweelen zou hebben -vergrepen, een hoofdoorzaak om den admiraal te onterven. - -Met brandende oogen staarde Lord Edward naar de steenen. Daarop sloot -hij de étui’s waarin ze verborgen waren en legde alles bij de -documenten neer. - -„Maar sprak de schurk niet van een testament? Van het herroepen der -onterving van mijn vader? Zeker, dat zei hij en tevens, dat het echte -testament nog aanwezig was. Wat beteekenen, daarbij vergeleken, de -juweelen en deze papieren! - -„Mijn vader in zijn eer hersteld en ik de rechtmatige erfgenaam, niet -alleen van den naam, maar ook van de familiebezittingen der Listers! Ik -moet het hebben! - -„Als Raffles ooit heeft getoond een meesterdief te zijn, ook nu zal hij -bewijzen, dat geen schuilplaats voor hem verborgen kan blijven!” - -Met sidderende handen doorzocht hij nog eenmaal het inwendige van het -afgodsbeeld; tevergeefs echter, alles was leeg! Nergens was het -testament te vinden. - -„IK had gedacht, dat hij ook dat hier bewaarde! Maar ik kan mij -vergissen! Misschien heeft hij het op een andere plek in het kasteel -verborgen, samen met zijn geldswaardige papieren. - -„Deze juweelen van mijn moeder konden hem gevaarlijk worden, ingeval er -eens een gerechtelijk onderzoek plaats mocht vinden! Het testament -echter was gemakkelijk op een klein plekje te verbergen, waar niemand -het zou zoeken. - -„Maar ik zal het vinden, ik moet het ontdekken! Mijn vader moet in zijn -eer hersteld worden en de schandelijke bedrieger zal zijn rechtvaardige -straf niet ontgaan!” - -Zorgvuldig droeg de Indische prinses de verschillende etuis achter de -graftombe, waar zij er met den rok en de laarzen één pakje van maakte. - -De verschillende documenten verborg Lord Lister in den wijden borstzak -van het Indische gewaad. Daarop ontstak hij een nieuwe kaars, bij welks -licht de Indische prinses, met een revolver in de rechterhand, door de -onderaardsche gang met onhoorbare schreden den weg naar het kasteel -insloeg. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -EEN FLINKE PACHTERSVROUW EN EEN HULPVAARDIG SPOOK. - - -De avond was gevallen. Een gedeelte van het picnicgezelschap, dat den -ouden gierigaard kende en wel wist, hoe ongaarne hij gasten had, had -reeds bij het park afscheid van den ouden Lord genomen. - -Slechts drie heeren hadden aan zijn uitnoodiging gevolg gegeven en aan -een groote eikenhouten tafel in de hall plaats genomen, waar zij het -zich bij een glas porter of ale gemakkelijk maakten. - -De Lord had een ham, benevens brood en boter laten opdienen en de drie -gasten, die van twijfelachtigen adel waren en er een groote eer in -stelden, met Lord Lister bevriend te zijn, lieten zich het avondbrood -zoo goed mogelijk smaken. - -Het hinderde hun niet, dat de oude Lord dringende zaken voorwendde en -zich verwijderde met het verzoek, zich aan zijn bier te goed te willen -doen. Hij zou zijn zaken zoo snel mogelijk afdoen en na korten tijd -weer bij hen terug zijn. - -Het scheen echter, dat hij langer werd opgehouden dan hij aanvankelijk -had vermoed, want eerst na ruim een uur verscheen hij weer en viel -uitgeput in een leunstoel. - -Bankier Morton uit Dublin schonk hem beleefd een glas porter in, een -geliefde drank der Engelschen. - -Lord Raynald nam een langen teug en zuchtte verademend. - -Wij weten, welke zaken hij intusschen had afgedaan. - -Nu voelde hij zich veilig voor alle mogelijke aanvallen en een hoonende -grijnslach misvormde zijn gelaat. - -Zonder genade waren de onwillige pachters aan hem overgeleverd en het -allereerst zou morgen die onbeschaamde Mac Karthy, die op zijn goed -recht had gebluft, uit zijn huis worden gezet. - -Lord Raynald lachte hardop en dronk vergenoegd zijn glas leeg. - -Een reeks leege porter- en aleflesschen bewees, dat ook de drie andere -heeren gedurende de afwezigheid van hun gastheer duchtig geproefd -hadden. Zij geraakten in een goede luim en werden spraakzamer dan ooit. - -„Drommels”, riep een der gasten, Sir Garnett, uit, toen een huisknecht -de ouderwetsche lampen had aangestoken, „wat is dat voor een -eigenaardig Indisch vrouwspersoon, wier portret daar levensgroot hangt? -Het bruine gelaat, die groote oogen en die wonderlijke zijden japon, -zoo iets ziet men niet elken dag!” - -Zijn linkerbuurman stiet hem even aan en sprak: - -„Men kan wel zien, dat gij nog niet lang in deze buurt woont. Dat is de -beroemde Indische prinses. Onze gastheer heeft Oostersch bloed in zijn -aderen! Het is een van de schoonste legenden uit deze streek, die van -de liefhebbende Indische, die, omdat het verbranden eener weduwe niet -geoorloofd is in de Vereenigde Koninkrijken, zich het beroemde -mausoleum in het park liet bouwen, zich daar met al haar schatten en -juweelen naast het praalbed van haar overleden echtgenoot neervlijde, -welriekende wateren en wierook om zich heen sprenkelde en daar stierf, -om in leven en dood met haar heer en meester vereenigd te zijn!” - -„Onzin!” bromde de oude Lord. „Gelooft zulke verhalen toch niet! En -veel juweelen en kostbaarheden zullen het ook wel niet geweest zijn! -Onze familieschat is mager en geen enkel Indisch kleinood is er bij te -vinden”. - -„Nu ja, Lister”, lachte de bankier geheimzinnig, „die zijn natuurlijk -verdwenen. Het is immers wel bekend, dat uw broer, de dolle admiraal, -ze alle heeft verkocht, om zijn speelschulden te betalen!” - -„Mijn waarde, de wereld weet van dergelijke intieme familiezaken altijd -meer dan men zelf. Ik weet niets van Indische juweelen en het zou mij -zeker aangenamer zijn, als ik met hun bezit kon pronken”. - -„Een prachtige vrouw!” riep de dikke sir Garnett uit. „Daar zit ras in! -Zooiets krijgt men bij ons bleek-blauw-blond en bloedloos -Anglo-Saksisch type niet te zien!” - -„Hoor eens zoo’n ouden liefhebber! Pas maar op, Sir Garnett, dat uw -vrouw u niet hoort!” - -„Dat mag zij,” verzekerde de landheer, „op een dood portret zal zij -niet zoo jaloersch zijn als op een levend kamermeisje! Maar zijzelf zou -moeten toegeven, dat die Indische prinses ongeëvenaard mooi is. En als -ik bedenk, hoe trouw zij haar echtgenoot, den edelen Lord Lister is -geweest, dan kan ik niet anders dan vol oprechte bewondering voor deze -wonderlijke vrouw uit het verre land mijn glas te ledigen!” - -Sir Garnett nam zijn glas op en de anderen volgden onder een luid -„hiep, hiep, hoera!” zijn voorbeeld. - -Maar Sir Garnett dronk niet. Hij zette zijn glas zóó snel en hard neer, -dat de inhoud over den rand vloog en tegelijkertijd sprong hij met een -afwerend handgebaar vol ontzetting op. - -„Wat is er? Waarom drinkt gij niet?” riepen de anderen verbaasd uit. - -„Gij kunt mij gelooven of niet, maar toen ik mijn dwaze speech -geëindigd had, fonkelden en rolden de oogen der prinses!” - -„Hahaha!” lachte de Lord. „De brave Garnett heeft mijn porter en ale, -die hem van harte gegund zijn, een beetje te sterk aangesproken. Ik -dacht niet, dat gij na een paar onschuldige glazen reeds hallucinaties -zoudt krijgen!” - -„Onzin!” verdedigde Sir Garnett zich, „van die paar glazen ben ik -heusch niet dronken! Maar dat die Oostersche met haar oogen draaide, -weet ik zeker! Ik voel mij niet op mijn gemak!” - -„Gij weet toch wel, Sir Garnett, wat de legende vertelt. Ook toen zij -reeds gestorven was, kon haar liefde nog geen rust vinden. Dikwijls zag -men des nachts haar gedaante in het park en het woud op de plekjes, -waar zij het liefst met Lord Lister had vertoefd. Ook vertelt men, dat -meermalen vanuit den grafkelder een dof zuchten en klagen wordt gehoord -en op een nacht zag een der bedienden, die bij een onweer de ramen -wilde sluiten, hoe zij met toornig gelaat hier op den stoel zat, waar -nu onze vriend Buxley heeft plaats genomen!” - -De magere heer met de bakkebaarden keek rillend om en schoof -onwillekeurig zijn stoel achteruit. - -De Lord haalde zijn schouders op en lachte. - -„Straks vertellen jullie nog, dat de ongelukkige prinses nu nog in mijn -kasteel rondspookt! Lieve hemel, dat zou ik toch het beste moeten -weten! Mij is zij nog niet als geest verschenen. Het zou haar ook -slecht bekomen!” - -„Of u!” dacht de bankier. - -Op dit oogenblik verscheen een der bedienden, die den Lord naderde en -hem fluisterend iets mededeelde. - -„Laat de vrouw maar hier komen! Maar al haar gezanik zal haar niets -helpen! Ik heb genoeg van die zaak. Ik wil die weerspannige boeren eens -toonen wie hier de baas is! Is de politie verwittigd?” vroeg hij den -ouden dienaar. - -„Om uwe Lordschap te dienen! Zij zullen morgenvroeg op het kasteel -verschijnen!” - -„Mooi! Dan zullen wij morgen een eind maken aan deze ergerlijke zaak en -Mac Karthy kan zijn eigen weg gaan zoeken. Vinden de heeren het goed, -dat ik de pachtersvrouw laat binnenkomen?” - -„O, zeer zeker”, antwoordde de bankier. „Het zal zeer interessant zijn, -als gij dat wijf de waarheid zegt en haar jeremiades zullen niet zonder -theatrale bekoring zijn.” - -„Allo, James, vul onze glazen en laat het vrouwspersoon binnen.” - -De Lord nam een flinken teug om de pachtersvrouw behoorlijk te kunnen -ontvangen en haar de zaak duidelijk te maken. - -De brave Mary Mac Karthy had haar Zondagsche kleeren aangetrokken en -zag er met haar roode keurslijfje en het donkere haar ondanks haar vele -zomersproeten, alleraardigst uit. - -De trek van zorg en kommer was sinds dien middag van haar gelaat -verdwenen. Nu zij in het bezit was van nog meer dan het benoodigde geld -had Mary al haar zelfvertrouwen en gewone vrijmoedigheid herkregen. - -Onbevreesd trad zij de hall binnen en met de grootste kalmte naderde -zij het gezelschap heeren. - -„Goeden avond, Mylord”, sprak zij op koelen toon terwijl zij de anderen -met een hoofdknik je groette. - -„U begrijpt zeker wel, waarom ik kom! Gij hebt hedenmiddag gezegd, dat -de laatste termijn waarop wij moeten betalen, morgenmiddag is. Als wij -in gebreke bleven te betalen, zouden wij door de politie uit huis en -hof verdreven worden!” - -„Allright!” antwoordde de Lord, terwijl hij een sigaar opstak. „En -daarbij blijft het ook, juffrouw Mac Karthy en gij hadt u de moeite -kunnen sparen, hierheen te komen! Uw smeeken en klagen is tevergeefs! -Ik zal mij er niets aan storen!” - -„Gij vergist u zeer, Mylord! Ik ben niet hier gekomen om te smeeken en -te klagen!” - -Verbaasd keek de Lord haar aan. - -„Zijt gij misschien hier gekomen om onbeschaamde dingen te zeggen? Maak -dan onmiddellijk, dat ge wegkomt!” - -Mary haalde met een onverschillig gebaar de schouders op. - -„Ik begrijp u niet! Ik zou niet weten waarom ik zou moeten smeeken en -klagen, want, geheel volgens uw wensch, breng ik nog heden, dus voordat -de door u gestelde termijn verstreken is, het geld!” - -De Lord was doodsbleek geworden en staarde haar met groote oogen aan. - -„Wat?” riep hij uit. „Geld brengen? De pacht? de geheele pachtsom?” - -„De eigenlijke pachtsom is het niet! Die is veel kleiner, zooals u wel -weet! Maar voor dezen keer betaalt mijn man u ook het verhoogde bedrag, -dat gij ons, arme menschen, afperst! - -„Ik zeg u echter, dit is de laatste maal en dan betalen wij weer de -oude erfpacht, die alleen op koninklijk bevel verhoogd kan worden, niet -door u! - -„Want, dit zeg ik u, de Mac Karthy’s zijn erfpachters van de familie -Lister sinds de dagen van Cromwell en dat kunnen wij bewijzen!” - -De drie gasten keken niet zonder leedvermaak den Lord aan en wachtten -in gespannen aandacht, wat hij zou antwoorden. - -Op het gelaat van den gastheer verscheen een trek van roofdierachtige -wreedheid. - -„Dat zijn gemeene leugens! Maar, als gij het geld bij u hebt, betaal -het hier dan uit!” - -Hij schoof borden, glazen en flesschen op zij. - -„Ik neem deze heeren tot getuigen, dat ik de door Lord Lister verlangde -pachtsom van 450 pond hier in 90 biljetten uitbetaal en tegelijkertijd -tegen het bedrag der pacht protesteer! Ik eisch, dat de pacht weer -verlaagd zal worden, zooals dat schriftelijk en op zegel is -vastgesteld!” - -„Very well!” sprak de Lord opgewonden. „Eerst het geld, opdat ik kan -zien of de biljetten echt zijn! De rest zal wel terecht komen.” - -Mary haalde het pakje bankbiljetten, netjes ingepakt, uit haar keursje -te voorschijn, opende het en telde de biljetten op tafel uit. - -De oogen van den Lord vonkelden en zijn handen beefden, toen hij het -geld opnam. - -„Ik verzoek u, deze quitantie te onderteekenen, die ik gemakshalve heb -meegebracht, anders moet ik mijn biljetten terugtrekken. In dat geval -zal ik u eerst morgen in tegenwoordigheid der politie en andere -gerechtsdienaren betalen en deze heeren hier zullen getuigen, dat het -uw eigen schuld is, wanneer de pacht niet heden reeds is afgedaan.” - -De Lord schuimbekte van woede. - -„Deze biljetten geef ik u niet terug, want ik heb alle reden om aan hun -echtheid te twijfelen!” - -„Wat!” riep Mary uit, vastberaden een stap dichterbij komend, „en gij -schaamt u niet, gij, oude zondaar, om een arme vrouw, die het geld met -moeite heeft geleend, ervan te beschuldigen, u valsch geld voor te -leggen? En gij wilt het zonder quitantie behouden? - -„En gij, heeren, zit er stom en zwijgend bij en laat, als Engelsche -gentlemen, een arme vrouw in uw bijzijn beschimpen en beleedigen?” - -„Ja, het is waar, Lister”, sprak de bankier aarzelend. „Gij kunt -onmogelijk de betaling terugwijzen en gij zijt verplicht, de kwitantie -te onderteekenen!” - -„Nu, geef hier, ik zal teekenen!” - -De Lord hield de quitantie op armslengte van zich verwijderd. Zijn -gelaat werd purperrood en zijn oogen vonkelden boosaardig. - -Met een hoonenden lach sprak hij: - -„Mooi en ik zal ook onderteekenen dat de verhoogde pacht weer tot het -oude bedrag zal worden teruggebracht, op voorwaarde, dat gij mij het -document of een afschrift daarvan vertoont, waardoor uwe aanspraken -bewezen worden. - -„Maar er bestaat geen oorkonde betreffende deze erfpacht, want de heele -zaak is een hersenschim van u!” - -„Wat, mijnheer de Lord? Een hersenschim? Hebt gij dan dat waardevolle -papier, dat eens aan een uwer voorvaderen na den slag bij de -Bognerivier werd ter hand gesteld, niet veilig in uw archief bewaard?” - -„Of mijn voorouders een dergelijk stuk hebben bezeten, weet ik niet. -Alleen weet ik, dat ik in het archief, ondanks alle mogelijke moeite, -niet een dergelijk stuk heb kunnen vinden!” - -„Dan gaat gij lichtzinnig om met officieele stukken en uw archief moet -er ordeloos uitzien, als een arme boerenfamilie documenten beter weet -te bewaren dan gij! - -„Want ik roep u, heeren, als getuigen aan, wanneer ik het bewijs lever, -dat onze bewering, betreffende de erfpacht, gerechtvaardigd is! - -„Hier heb ik namelijk het document, dat een erfstuk in onze familie is -en dat steeds op de zorgvuldigste wijze is bewaard gebleven!” - -Mary ontvouwde het perkament en wilde het gedeelte eruit voorlezen, dat -betrekking had op de erfpacht. - -Maar buiten zichzelf van woede en drift sprong de Lord op en voordat -zij erop verdacht was, had hij haar het document afgenomen om het te -verscheuren. - -Het stevige perkament bood echter weerstand. - -De drie gasten keken elkaar verschrikt aan. - -Plotseling echter gaf de dikke landedelman, Sir Garnett, een gil en -sprong van zijn stoel op, zoodat dit massieve meubel met groot lawaai -omviel. - -„De prinses!” riep hij vol ontzetting uit. „Het spook van de prinses!” -(Zie het titelblad.) - -Een koude rilling liep allen, ook Lord Lister, die het slechtste -geweten had, langs den rug. - -Want op de plaats van het portret ontwaarden zij de werkelijke gestalte -der Indische vorstin. - -Vol toorn wierp zij met een enkele beweging van haar met ringen -getooide hand haar zwarte krullen naar achteren. - -Haar groote oogen schitterden en rolden woest en met een koninklijk -gebaar sprak zij met een grafstem: - -„Onderteeken, Lord Lister!” - -„Dat is te veel! Dat is te veel! Het spookt hier op het kasteel! Weg -van hier!” riep Sir Garnett uit, terwijl hij blootshoofds naar buiten -snelde, om zijn paard uit den stal te halen en, als door wolven -achtervolgd, naar huis te snellen. - -Ook de beide andere gasten voelden zich niet op hun gemak. - -Zij keken beurtelings de prinses en den ouden Lord aan, die op de -quitantie staarde, welke de dappere pachtersvrouw hem weer had -voorgeschoven. - -En met een haastig gebaar had zij het kostbare document weer in haar -bezit genomen. - -„De prinses!” mompelde de Lord, „komen de dooden dan werkelijk terug?” - -Daarop echter trachtte hij het gevoel van ontzetting van zich af te -schudden, dat zich des te sterker deed gevoelen, nu hij pas een tocht -naar den grafkelder had gemaakt. - -„Onderteeken toch, Lord Lister!” fluisterde de bankier doodelijk -verschrikt. „Het document is echt, daaraan valt niet te twijfelen, even -echt als de biljetten, die ik nauwkeurig heb bekeken!” - -„Neen, ik onderteeken niet! Al zouden engelen en duivels, geesten en -goden mij willen dwingen! Ik wil niet! Die Mac Karthy— —” - -Op dit oogenblik weerklonk een dubbele knal en de Indische prinses -stond met twee zeer moderne revolvers in de handen vóór hen, welke zij -op den Lord en zijn beide gasten gericht had. - -En de spookachtige altstem liet zich weer hooren: - -„Ik geef je nog vijf minuten bedenktijd! Heb je dan je plicht nog niet -gedaan, de quitantie niet onderteekend, dan is het met je leven gedaan, -evenals met dat van je makkers!” - -Een koude rilling overviel de heeren, toen zij de monden der blinkende -revolvers zagen. - -Mary had een vulpen bij zich, die zij den Lord met een spottend -glimlachje overreikte. - -„Dat vervloekte Indische wijf!” knarsetandde de schurk, zijn oogen -onafgewend op de dreigende revolvers gericht. - -Lord Raynald was als door hypnotische macht geboeid. - -Hij nam de pen uit de hand der boerenvrouw en zette onder het uiten van -een vloek zijn naam onder de quitantie, waarmede ook tevens de -toezegging tot verlaging der pacht was geschied. - -Reeds had de dappere Mary, zonder lang te aarzelen, het geschrift -opgenomen en zich naar de deur begeven, toen opnieuw de stem der -prinses zich deed hooren: - -„Het is je geluk, valsche Lord met je onrechtmatig verkregen titel! Dit -echter is pas het begin! - -„De Oostersche vorstin zal terug komen om rekening en verantwoording -van je te vragen over al de schoone titels en de millioenen die je op -onrechtmatige wijze hebt verkregen, zij zal je alles ontnemen en het, -evenals het kasteel Canaroon, aan den eigenlijken erfgenaam doen -toekomen!” - -De beide gasten staarden Lord Raynald vol ontzetting aan. - -Maar de pachtersvrouw, die bij de deur was blijven staan, keerde zich -om en, terwijl zij met uitgestrekte hand naar den schurk wees, riep zij -uit: - -„Ja, het is waar, wat de Indische prinses zegt! Hetzelfde fluistert men -elkaar op het land reeds sinds langen tijd toe!” - -Toen sprong de oude Lord met van woede verwrongen gelaat op, met luider -stem schreeuwend: - -„Ellendige bedriegerij! Doorgestoken kaart! Daar steekt mijn neef -Edward achter, of de duivel mag mij halen!” - -Hij wilde in zijn zak grijpen om de revolver, die hij altijd bij zich -droeg, te voorschijn te halen. - -Op dat oogenblik echter weerklonk een hoonende lach en een donderslag -weerklonk door de hall. - -Een groene damp steeg voor de gestalte der prinses in de hoogte en -tegelijkertijd viel de deur der hall met luiden slag achter de -pachtersvrouw dicht. - -Mary had het kasteel verlaten. - -Onwillekeurig hadden Lord Raynald en zijn gasten omgekeken. - -Toen zij hunne blikken weer naar de prinses richtten, was de -welriekende groene damp opgetrokken en slechts de olieschilderij der -Oostersche vrouw keek op het verblufte drietal neer. - -Indien een wonderlijke, zachte geur hun het tegendeel niet had verteld, -zouden de drie heeren gemeend hebben, dat alles slechts een droom was -geweest. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -VOORBEREIDENDE MAATREGELEN - - -Voor de pachthoeve van Mac Karthy stonden twee ruiters. - -De pachter hield de slanke hand van den een in zijn groote, vereelte -rechter en schudde ze krachtig telkens en telkens weer. - -„Duizendmaal dank, Lord Edward! Ik zal nooit vergeten, dat gij ons uit -de klauwen van dien hebzuchtigen woekeraar en schurk hebt gered! Als -gij ooit iemand noodig mocht hebben, die voor u door een vuur zou -moeten gaan, roep Mac Karthy dan!” - -„Ik weet het, brave vriend! Ik zou u evenzeer vertrouwen als mijzelf!” - -En peinzend vervolgde hij: - -„Wie weet, of zich niet spoedig een gelegenheid voordoet, om mij je -trouw te bewijzen! Maar wij zullen het niet hopen.” - -„Al zou het mij het leven kosten, ik laat u niet in den steek!” riep de -pachter vol vuur uit. - -Ook zijn vrouw kwam naar buiten, nog steeds in haar Zondagsche kleeren. - -„Lord Edward!” riep zij uit, „hier is ook uw vulpenhouder met -vriendelijken dank terug! Gelukkig, dat ik wist, welke grappenmaker in -het gewaad der prinses verborgen was, want ik geloof, dat ik anders van -schrik gestorven was bij de verschijning van het spook. - -„Maar gij hebt uw rol goddelijk mooi gespeeld! Ik zou u aan uwe stem -nooit herkend hebben!” - -„Sst, sst!” waarschuwde de Lord, „de struiken hebben ook ooren! Mondje -dicht! Jullie hebt alleen gehoord dat het in het kasteel spookt.” - -„O, Lord Edward, twijfel niet aan ons!” antwoordde de pachtersvrouw met -zacht verwijt. - -„Neen, ik twijfel niet aan u, lieve vrienden. - -„Mac Karthy, ga dadelijk te paard zitten, begrijp je? Hier zijn de -andere oorkonden. - -„Rijd naar de tien hoeven van het Canaroon kasteel en overhandig -iederen pachter zijn document, opdat niemand hunner een cent te veel -betaalt en zijn recht kan bewijzen, als morgen de politie mocht komen. - -„Dat is de beste wraak, die jullie kunt nemen tegenover den ouden -woekeraar!” - -„Dat zal ik met groot genoegen dadelijk in orde brengen!” riep Mac -Karthy uit. - -De jonge Lord overhandigde hem de papieren, schudde hun nogmaals de -hand en reed met Fred op hun volgeladen paarden in gestrekten draf naar -Dublin. - -Toen de ambtenaren den volgenden dag na gedane zaken op het kasteel -Canaroon kwamen, brachten zij wel eenig geld mede, want bijna alle -pachters hadden de oude bescheiden pachtsom kunnen betalen. - -Niemand hunner echter kon van de hoeve verjaagd worden, want allen -hadden hun officieel bewijsstuk vertoond, waartegenover ook de -autoriteit machteloos stond. - -De gerechtspersonen kregen zelfs heftige woorden met den ouden Lord, -omdat deze beweerde, dat het onmogelijk was, wat men hem van die -officieele stukken vertelde! - -Eenzaam liep Lord Raynald in de ruime hall op en neer en bijna -krankzinnig van woede hield hij zijn vuisten krampachtig gebald. - -„Hoe komt de geheele troep plotseling in het bezit der documenten?” -riep hij uit. - -Plotseling bleef hij roerloos staan met wijd geopenden mond. - -„Hel en duivel!” riep hij. „Daar steekt niemand anders dan mijn neef -Edward achter. God moge hem verdoemen! - -„Het spook der prinses, waardoor ik, oude ezel, mij liet overbluffen, -is zijn werk! - -„Hij kent hier immers alle geheimen. Dat vervloekte portret daar aan -den muur bezit zeker een of ander mechaniek, dat ik niet ken. - -„Maar als hij alle geheimen weet, groote hemel! Dan weet hij ook— —Maar -neen, dat kan niet! Dat mag niet!—Ik moet het weten! Dadelijk wil ik -het zien! - -„Groote gerechtigheid, mijn Indische juweelen!— - -„Zou ik al deze misdaden voor niets hebben gepleegd?— - -„Zou ik, die altijd zoo trotsch was op mijn scherpzinnigheid—mij door -dien kwajongen hebben laten beetnemen? - -„Het kan niet waar zijn, het zou al te verschrikkelijk wezen, het zou -mijn dood zijn! - -„Dan zou de profetie van de prinses uitkomen, dan zou dit slechts het -begin zijn, dan zou men mij ook mijn millioenen ontnemen! - -„Neen, neen, neen! - -„Mijn heerlijk, mooi goud! Ik wil je niet missen! Liever wil ik -sterven! Ik zal het verdedigen op leven en dood!” - -Hij was in den zwaren eikenhouten stoel neergezonken en staarde voor -zich uit, zijn handen openden en sloten zich, alsof zijn vingers in het -goud rondwoelden. - -Daarna drukte hij zijn rechterhand op het heete voorhoofd, terwijl hij -met de andere op tafel leunde. - -Met moeite stond hij op en wankelde naar een kast in den muur, die als -buffet dienst deed. - -Hij vulde een wijnglas met whisky en ledigde het in een enkelen teug. - -Toen kalmeerde hij eenigszins. - -„Onzin!” sprak hij, „mijn zenuwen laten mij in den steek. Het is immers -niet uitgemaakt, dat het dezelfde documenten uit het Boeddhabeeld zijn, -en waarschijnlijk vind ik daar alles in de grootste orde. - -„Maar ik moet er heen!—Ik wil zekerheid hebben! En als ze weg mochten -zijn, dan blijven mij toch in elk geval nog mijn millioenen over!— - -„Dan zal ik echter niet langer zuinig en spaarzaam zijn! Ik zal mijn -geliefden neef dan dubbel en dwars betaald zetten, dat hij den -treurigen moed heeft gehad om met mij te beginnen!” - -Hij zag zijn revolver na, nam zijn electrische zaklantaarn op en begaf -zich nogmaals op weg naar den grafkelder van den onderkoning. - -Alle vakken waren leeg. - -Hoe hij ook tastte en woelde in de afzonderlijke afdeelingen, de -documenten en de etuis met de juweelen der prinses waren en bleven -verdwenen. - -Maar het was merkwaardig, hier in dit onderaardsch gewelf bleef de oude -man kalmer dan zooeven, toen hij nog geen zekerheid had omtrent het -verdwijnen zijner schatten. - -Met een vloek sloot hij het Boeddhabeeld weer, nam zijn zaklantaarn op -en verliet den grafkelder. - -„Er is geen twijfel meer mogelijk! Alleen hij kan op de hoogte zijn van -de geheimen van het Canaroon kasteel, niemand anders. - -„Maar neem je in acht, neefje, nu is het mijn beurt! Wij zullen zien, -wie in dezen strijd de overwinning behaalt!— - -„Wat kun je met je vernuft uitrichten, arme hongerlijder, tegenover het -goud van je oom, dat hij met volle handen zal uitgeven om jou -onschadelijk te maken!” - -Nauwelijks van zijn onderaardschen tocht teruggekeerd, liet Lord -Raynald vier ponies voor een licht jachtwagentje spannen, voorzag zich -van reisgeld en weldra snelden de jonge dieren over den straatweg naar -Dublin. - - - -In de geheime afdeeling van Scotland Yard zat kapitein Baxter in -slechte luim aan zijn schrijftafel bij het raam, terwijl detective -Marholm met de handen op den rug, rusteloos langs de lange tafel, die -in het midden, van het vertrek stond, heen en weer liep. - -„Het is om stapelgek te worden, Marholm! Die Raffles is weer spoorloos -verdwenen!” - -„Ja en Lord Lister met hem! Ik zou wel eens willen weten, of ik mij -vergist heb. - -„Maar er was geen woord uit dien bediende te krijgen, hoewel ik hem -allerlei strikvragen deed. - -„Hij zei, dat hij boodschappen had gedaan in de buurt van het -Westerstation. De bewuste villa kende hij in het geheel niet, evenmin -als de heeren Shaw. - -„Hij wist van zijn meester alleen, dat deze van plan was om een reis om -de wereld te maken. Daar zijn meester dikwijls voor maanden op reis -ging, zonder hem in het vertrouwen te nemen, kon hij niet zeggen of hij -reeds ver weg was, of dat hij zich nog in Parijs of een andere stad -ophield. - -„Als zijn heer terugkwam, zou hij hem mededeelen, dat men van de -politie naar hem gevraagd had. De Lord zou dan niet in gebreke blijven, -alles op te helderen!” - -„Een geslepen kerel! Hij houdt ons voor den gek! De Lord zal zich wel -in acht nemen om voor ons te verschijnen. Men heeft u weer lekker -beetgenomen, Marholm!” - -„Dat kan wel, maar alles gebeurde volgens uwe bevelen, kapitein!” - -Baxter beet zich op de lippen. - -„In elk geval hebben we nu eens rust van die eeuwige Raffles -gebeurtenissen. Men herademt eindelijk eens!” - -„Nu ja, maar wij zijn met onze opsporingen van Raffles niets verder -gekomen. En laat ons vooral niet vergeten, dat Lord Lister dezelfde -persoon is als Raffles. Die zaak met den bediende gaat dus wel degelijk -ook Raffles aan!” - -„Duivelsch, gij hebt gelijk! Lister en Raffles zijn een en dezelfde. -Het is om stapelgek te worden!” - -De deur rechts van de schrijftafel werd op dit oogenblik geopend en -detective Tyler trad binnen met een visitekaartje in de hand, dat hij -aan kapitein Baxter gaf. - -Deze had nauwelijks een blik erop geworpen, of hij werd donkerrood van -verrassing en beduidde Tyler om de deur te sluiten. - -„Marholm,” fluisterde hij hijgend, „de bediende had gelijk, hij komt!” - -„Wie, Lord Lister?” vroeg de ander ongeloovig. - -De kapitein toonde hem het kaartje. - -Marholm haalde de schouders op. - -„Dat begrijp ik niet!” - -Baxter drukte op een electrischen knop en door de deuren, die toegang -tot de aangrenzende vertrekken gaven, verschenen politie-agenten. - -„Aan elke deur een! De anderen buiten klaar staan. Gij, Tyler, brengt -den heer hier binnen en grijpt hem, zoodra hij in de kamer is. - -„Marholm en ik zullen hem dan in ontvangst nemen. - -„Zulk een brutaliteit! Ook nog eerst een visitekaartje!” - -„Maar vergist gij u niet, kapitein?” vroeg Tyler aarzelend. - -„Ik weet wat ik doe, Tyler! Allo!” - -„Op uw verantwoording dan, kapitein!” - -De detective verdween in het zijvertrek, terwijl Baxter en Marholm zich -bij de deur posteerden. - -Nauwelijks had Lord Raynald Lister den drempel overschreden of hij -voelde zich door zes stevige detective-armen vastgegrepen en hij was -sprakeloos. - -Eerst toen hij midden in de kamer was gebracht en het volle licht op -hem viel, riep Marholm uit: - -„Halt! Kijk toch uit, kapitein! Dat is immers Raffles of Lord Lister -niet! Dit is een voorname, oude heer!” - -De brave kapitein zag zijn vergissing in en zweeg. - -Lord Raynald echter keek woedend om zich heen, totdat hij eindelijk -woorden vond voor zijn verontwaardiging. - -„Raffles—Lord Lister?” vroeg hij verbaasd. „Het is mij een raadsel, hoe -die namen bij elkaar kunnen behooren. Maar ik weet niet wat ik moet -zeggen van een dergelijke behandeling. - -„Ik zal mij bij de hoogste autoriteiten beklagen! - -„Zijt gij hier allen krankzinnig geworden, om mij zoo ruw te -behandelen? - -„Zeker ben ik Lord Lister! Hebt gij mijn visitekaartje niet gelezen?” - -Kapitein Baxter was ontroostbaar. Hij putte zich uit in de meest -onderdanige verontschuldigingen en smeekte, geen rapport te willen -maken. - -Als hij zijn Lordschap van dienst kon zijn, zou het hem gelukkig maken! - -De kapitein wenkte de andere detectives weer heen te gaan, wat deze -gaarne deden, vol pret over het malle figuur, dat hun chef sloeg. - -Baxter presenteerde uiterst beleefd een stoel aan Lord Raynald en -verzocht hem, plaats te nemen. - -„Hoe kwaamt gij tot dit abuis, kapitein? En welk verband bestaat er -tusschen Raffles en Lister?” - -„Uwe Lordschap zal mij zeker niet kwalijk nemen, als ik u de treurige -mededeeling doe, dat wij ons helaas moeten bezighouden met een Lord -Lister, een jongen man.” - -„Hoe? Kan een Lister zoo diep gezonken zijn? Kent gij den voornaam van -dien ontaarden naamgenoot?” - -„Zeer goed, uw Lordschap, als ik mij niet vergis, heet hij Lord Edward— -—” - -„O, ik vermoedde het!” riep de schijnheilige oude Lord op jammerenden -toon uit. „Welk een schande! Dat is mijn bloedeigen neef!—Wat heeft die -ongelukskerel uitgehaald? O, ik ben ontroostbaar!” - -Hij veegde met een zakdoek zijn oogen af en schudde het hoofd. - -„Het doet mij oneindig veel leed”, vervolgde kapitein Baxter, „uwe -Lordschap nog meer te moeten bedroeven! Want het is onweerlegbaar -bewezen, dat deze Edward Lister en de beruchte, alom bekende misdadiger -Raffles een en dezelfde persoon zijn!” - -De oude schurk kon niet verhinderen, dat zijn oogen straalden van -leedvermaak. - -Maar dadelijk daarop speelde hij weer de rol van den diepbedroefden -bloedverwant. - -Maar in zijn hart gevoelde de oom zich gelukkig, want hij begreep, dat -het hem nu mocht gelukken, zijn neef te vernietigen—met behulp van -Scotland Yard. - -Hij vertelde nu van het spook op het kasteel Canaroon en van de -bedreiging der vermomde prinses om de millioenen van den Lord te -stelen. - -Hij verzocht kapitein Baxter hem te helpen om ze op een veilige plek te -brengen en hemzelf te beschermen tegen de vervolgingen van zijn -ontaarden neef. - -Wijzelijk echter verzweeg hij het verdwijnen der juweelen en -documenten, daar hij deze zelf had gestolen en de schuld op zijn broer, -den admiraal, had geschoven. - -Kapitein Baxter beloofde alle mogelijke hulp. Hij zou met Marholm en -twee andere detectives zelf naar het kasteel komen. - -Juist was men gereed met de besprekingen en kapitein Baxter dacht er -alleen nog over na, welke dagen hij disponibel had, toen een der -agenten met een telegram binnenkwam, dat hij zijn chef overgaf. - -Baxter werd onder het lezen vuurrood en viel krachteloos op een stoel -neer. - -Marholm, die zich over zijn schouder boog, las het telegram met -stijgende opgewondenheid voor: - - - „Inspecteur van politie Baxter Scotland Yard. - - „Juist teruggekeerd van een schitterend geslaagde voorstelling in - de provincie, deel ik u volgens afspraak mee, dat ik - overmorgenavond in het kasteel Canaroon in de nabijheid van Dublin - mij de onrechtmatig verkregen millioenen van mijn oom, Lord Raynald - Lister, zal toeëigenen. - - „Uw toegenegen Raffles alias Lord Lister, - de rechtmatige eigenaar van bovengenoemde millioenen”. - - -„Wat?” riep Lord Raynald op gemaakt droevigen toon uit. „Mijn -millioenen onrechtmatig verkregen? - -„Kapitein, gij ziet, dat ik geen oogenblik te vroeg uwe hulp heb -ingeroepen. - -„Zult gij een ouden, zwakken man, een Lord van het Koninkrijk, laten -berooven door een misdadigen neef?” - -„Uw Lordschap kan volkomen gerust zijn!” antwoordde Baxter vol ijver. - -„Deze vermetele misdadiger zal ons nu niet meer ontsnappen. Als wij hem -niet reeds onderweg te pakken krijgen, zullen wij hem op uw landgoed -zeker vangen. Spoken en Indische vrouwen maken geen indruk op Scotland -Yard. - -„Dergelijke geesten zijn niet bestand tegen onze revolvers!” - -„O, dat is mij een groote geruststelling, kapitein! - -„En het zal u geen windeieren leggen, als gij mij met raad en daad -helpen wilt. - -„Sta mij nu reeds toe, dat ik u eenigszins tegemoet kom in de -reiskosten naar Ierland!” - -Met bloedend hart overhandigde hij tien biljetten van vijf pond. - -Deze beweerde weliswaar, dat het veel te veel was, maar hij aanvaardde -het vol dank en beloofde, zich met zijn lieden den volgenden dag via -Holyhead en Dublin naar het kasteel Canaroon te zullen begeven. - -Ten volle bevredigd en met den vurigen wensch, binnen een paar dagen -bevrijd te zijn van zijn boosaardigen, slechten neef, vertrok Lord -Raynald van Scotland Yard en gunde zich zelf de weelde van een goed -souper en een fijne flesch. - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -LORD EDWARDS MAATREGELEN EN DE LEERLING-LUCHTREIZIGER. - - -Nauwelijks in Londen teruggekeerd, had Lord Edward zijn zwaar valies -met behulp van den gladgeschoren en onkenbaar gemaakten Fred, naar een -vertrouwd juwelier gebracht. - -Deze, die bekend was met de schurkenstreken van Lord Raynald, sloeg de -handen te zamen toen hij vernam, dat de oude schurk de juweelen in zijn -bezit had gehad en hij was gaarne bereid ze ver van de klauwen van -dezen roofvogel te houden. - -Daar hij de juwelier van Sir Edwards vader was geweest en de juweelen -zeer goed kende, taxeerde hij ze op twee millioen gulden en beloofde, -ze in Parijs te zullen verkoopen. - -Voorloopig nam hij ze in depot, gaf hiervan een quitantie af en -overhandigde Lord Edward op naam van Mr. Shaw uit Chicago een voorschot -van een half millioen, uit te betalen door de Engelsche Bank. - -Hiervan nam Lord Edward het bedrag van 10,000 pond in ontvangst, het -overige liet hij voorloopig op de Bank staan, nadat hij den werkelijken -Shaw in Chicago, die een goed vriend van hem was nadat zij elkaar in -Londen hadden leeren kennen, door een telegram hiervan op de hoogte had -gebracht. - -Langs denzelfden weg kwam het antwoord. Het geld zou voor hem -gereserveerd blijven en een credietbrief tot hetzelfde bedrag was voor -hem afgezonden. - -Nog meer dingen werden door Lord Lister in orde gebracht. - -Aan het bureau der ondersteuningskas van invalide arbeiders werd, naar -de ochtendbladen den volgenden dag meldden, een aanzienlijke som door -een onbekend heer gedeponeerd. - -Ook van andere instellingen van liefdadigheid verschenen in die dagen -dankzeggingen over min of meer aanzienlijke bedragen in de -nieuwsbladen. - -Tot haar groote verbazing werden eenige dagen later Miss Helene Walton -en haar moeder opgeroepen om een testament te aanvaarden. - -Door een verren bloedverwant in Amerika, een zekeren Whitman, was aan -Helene een erfenis nagelaten, waarvan zij maandelijks een rente van 10 -pond (120 gulden) in ontvangst kon nemen. - -Mrs. Walton, Helene’s moeder, kon zich niet herinneren, een verren neef -in Amerika te hebben bezeten, maar de klinkende munt was den beiden -vrouwen niettemin hartelijk welkom. - - - -Het was Lord Edward niet mogelijk om lang werkeloos te zijn. - -Vóór alles echter wilde hij den smaad, die op de nagedachtenis van zijn -vader rustte, opheffen. - -Het was dus zaak om het testament, dat zijn oom zoo goed verborgen -scheen te hebben, tot elken prijs te ontdekken, omdat daarin de -onterving van den oudsten zoon werd herroepen en deze weder volkomen in -zijn eer werd hersteld. - -Dan was ook Lord Edward de universeele erfgenaam geweest, wien het -kasteel Canaroon en alles wat daartoe behoorde, evenals de millioenen -van zijn ouden oom toekwamen. - -Lord Lister trof Charly niet thuis. - -Wel vond hij een brief aan het adres van Mr. Shaw senior, waarin de -jonge Robert Shaw hem mededeelde, dat hij met ingenieur Hugglepech een -proeftocht per ballon maakte. - -De reparaties aan den ballon waren afgeloopen en het nieuwe roer met de -motoren waren reeds in gereedheid gebracht. - -Bij het lezen van dezen brief knikte Lord Edward vergenoegd. - -„Fameus! De jongen houdt zich kranig! Misschien kunnen wij dezen -ballon, dien wij duur genoeg betaald hebben, spoedig in gebruik nemen! -Het gemakkelijk bestuurbare systeem van Hugglepech is uitstekend. Ik -denk, dat wij de zaak wel al onder de knie hebben!” - -Hij nam in de buurt van de villa een taxameter en was binnen eenige -minuten aan het clubgebouw der Londensche luchtschippers aangekomen, -juist tijdig genoeg om de landing van het luchtschip „Nike” bij te -wonen, die boven alle verwachting op prachtige wijze de geopende garage -binnenzweefde. - -Toen Hugglepech met Charly het schuitje had verlaten, straalde hij -letterlijk van geluk. - -In tegenwoordigheid van de geestdriftige medeleden der Club omhelsde -hij Robert Bentley-Shaw uit Chicago herhaaldelijk. - -„Gij zijt een genie op het gebied der luchtscheepvaart, mijn jonge -Amerikaansche vriend! De duivel mag mij halen, als gij uw leermeester -niet reeds hebt overtroffen! - -„Mr. Shaw, ik voorspel, dat gij, als geen ongeluk u eerder treft, -waarschijnlijk de grootste luchtschipper der twintigste eeuw zult -worden! - -„Reeds nu zou ik mij met de grootste gerustheid aan uw leiding -toevertrouwen. - -„Dat deze proeftocht zoo buitengewoon gelukkig is afgeloopen, heeft de -Londensche Club hoofdzakelijk te danken aan haar geniaal lid, den heer -Robert Bentley Shaw uit Chicago!” - -„En aan den onsterfelijken uitvinder Hugglepech!” riep een spotvogel -met luider stemme. - -Lord Edward was innig verheugd. - -Met het eerbiedwaardig uiterlijk van den ouden Shaw drong hij door de -menigte en wenschte zijn neef op hartelijken toon geluk. Tot leedwezen -van alle aanwezigen noodigde hij echter in hetzelfde oogenblik zijn -neef uit om mee te gaan soupeeren. - -Het piekfijne restaurant van Buxley, de verzamelplaats der Londensche -aristocratie, was reeds buitengewoon druk bezocht. - -Men vernam overal het klepperen der borden, het knallen der kurken en -het klinken der glazen. - -De beide pseudo-Amerikanen zochten een gezellig plaatsje bij de -balustrade eener verhooging, vanwaar zij een overzicht over zaal en -publiek hadden. - -Toen de zwartgerokte kellner vol ijver toesnelde, gaf Mr. Shaw hem een -visitekaartje, waarop hij het nummer van zijn tafeltje had gezet, -terwijl hij in onvervalscht Yankee-dialect sprak: - -„Voor den portier! Als de kapitein van politie Baxter komt, dien hij -wel zal kennen, moet hij hem dit kaartje overhandigen!” - -„Very well, Sir!” antwoordde de kellner op onderdanigen toon en reeds -snelde hij weg. - -Charly keek met zulke verbaasde oogen, dat Lister begon te lachen. - -„Ik heb hem namelijk zooeven onze auto en een uitnoodiging om te komen -soupeeren gezonden. Ik denk niet, dat hij het zal afslaan!” - -„Maar oom Shaw! Is dat nu eigenlijk niet de goden tarten?” - -„Wel neen! De kapitein babbelt zoo gezellig!” antwoordde Lister op -sarcastischen toon. „Ik zou hem zoo graag een beetje over Raffles -hooren vertellen! En zou het ook jou geen belang inboezemen, als hij -ons eens uitlegde, op welke wijze hij dezen misdadiger denkt te vangen? - -„Ja, dierbare neef, ik zal natuurlijk moeten afwachten, of mijn -nieuwsgierigheid bevredigd zal worden. - -„Maar ik zou wel eens van jou, het pas ontdekte genie, willen weten, of -jij het aan zoudt durven om in een donkeren nacht op den toren van een -oud kasteel te landen met je ballon? Boven op dien toren bevindt zich, -zooals men dat bij ons zooveel aantreft, een verrekijker met een -ingemetseld ijzeren driehoekig voetstuk.” - -„Ik denk, lieve oom, dat dit met behulp van electrisch licht, dat -slechts voor een enkel oogenblik gebruikt behoeft te worden en met ons -anker uitstekend te doen zou zijn. - -„Het ijzeren driehoekige voetstuk zou een goed punt zijn om het anker -aan vast te leggen.” - -Lord Lister fluisterde iets in Charly’s oor. - -De oogen van den Amerikaanschen neef schitterden. - -„Onkel Shaw— —” - -„Sst, mijn jongen! Ik begrijp je!—Daar komt hij al!” - -Nauwelijks had de kellner de schildpadsoep opgedragen en een fijne -flesch Medoc ontkurkt, toen de breede gestalte van den kapitein, die in -onberispelijke civiele kleeding was gestoken, het tafeltje der beide -Amerikanen naderde. - -De heren Shaw stonden op en heetten hem hartelijk welkom. - -Kapitein Baxter zag er welgenoegd uit. - -Eten en drinken vormden zijn zwakke zijde. - -Met een zucht van voldoening over de kennismaking met deze beide -joviale en schatrijke Amerikanen, nam hij op den rieten stoel plaats, -waarna hij een flinken teug nam uit het hem door Shaw toegeschoven -glas. - -„Duivelsch!” riep hij uit, „dat is een fijn merk!” - -„Het doet mij genoegen, dat hij u smaakt!” antwoordde Mr. Shaw, „het is -goede oude Medoc!” - -Kapitein Baxter bewees de tafel alle eer aan. - -De schildpadsoep, de visch, de gebraden duiven met ganzeleversaus en -asperges, de pudding en de fijn gekruide kaas, alles vond grooten -aftrek en verdween, evenals de Medoc, met ongehoorde snelheid. - -De wangen van Mr. Baxter zagen donkerrood, toen de heer Shaw eindelijk -nog twee flesschen champagne in het ijs liet zetten. - -Daarbij presenteerde de millionnair echte geïmporteerde havana’s van -zijn eigen plantages en langzamerhand kwam de kapitein in een zeer -vriendelijke mededeelzame stemming. - -En toen Mr. Shaw eens informeerde: - -„Nu, Mr. Baxter, wat zijn de laatste berichten omtrent dien -aartsschavuit Raffles?” aarzelde hij geen oogenblik om te vertellen, -dat die onbeschaamde gauwdief weer geschreven had en een nieuwe misdaad -had aangekondigd, welke hij voornemens was te bedrijven. - -Het ging nu om de berooving van een hooggeplaatst heer in de provincie, -op het kasteel Canaroon in Ierland. - -Maar hij zou met zijn beste helpers aanwezig zijn en zijn maatregelen -zóó nemen, dat de schandelijke misdadiger hem nu niet zou kunnen -ontsnappen! - -Verder wilde Lord Edward niets weten. Hij vroeg nog naar den -vastgestelden tijd en liet den spraakzamen kapitein vertellen. - -Toen zij afscheid namen—Baxter bleef de aangebroken flesch nog -gezelschap houden—had de kapitein beloofd, om Mr. Shaw den uitslag van -de groote onderneming te zullen mededeelen. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -EEN VERDWENEN LUCHTSCHIP EN DE TOEBEREIDSELEN VAN LORD RAYNALD - - -Twee dagen later hield de Londensche Club van luchtreizigers des avonds -een buitengewone vergadering. - -Op de agenda stond o.a. de zoo belangrijke mededeeling van de -vorstelijke gift der heeren Shaw uit Chicago, verder het bericht van -het herstellen van het luchtschip, de invoering van de nieuwe -stuurmachine en van den schitterend geslaagden proeftocht. - -Om nog eenige verklaringen te kunnen geven, noodigde de geniale -uitvinder van het nieuwe systeem de heeren leden uit, met hem een -bezoek te brengen aan het groote gebouw, dat tot berging der ballonnen -was ingericht, teneinde hun daar de voordeelen van het systeem -Hugglepech zelf uiteen te zetten. - -Vol belangstelling volgden allen den uitvinder, die in stilte -glimlachte bij het vooruitzicht, groote triomfen te zullen vieren. - -Nadat allen de ruime hal hadden betreden, draaide hij het electrische -licht op en—was stom van ontzetting. - -Nergens was een luchtschip te bespeuren. - -Alles werd onderzocht, zonder resultaat. - -Hugglepech telefoneerde naar Scotland Yard en er werden hem eenige -detectives per auto gestuurd. - -Maar kapitein Baxter was met meerdere inspecteurs naar de provincie -vertrokken, om daar een voornaam heer te beschermen tegen een van te -voren beraamden diefstal. Deze scherpzinnige beambte kon dus niet in -eigen persoon verschijnen. - -Niet Het minste spoor werd echter gevonden. - -De touwen waren losgemaakt, de gashouders geledigd en de ankers -ontbraken eveneens. - -Kortom, het moderne en merkwaardige feit werd vastgesteld en als eenige -mogelijkheid aangenomen, dat het luchtschip van de Londensche -Club—gestolen was. - - - -In het kasteel Canaroon heerschte groote drukte en beweging. - -Kapitein Baxter was met zijn helpers aangekomen. - -Hij had Marholm, Tyler en nog een paar minder bekende jongere -detectives medegebracht. - -Lord Raynald had een langdurig onderhoud met hen en men kwam overeen -het geld en de papieren van waarde niet in de brandkast in de hall te -laten, omdat zij daar voor een misdadiger als Raffles niet veilig -waren. - -Waar zou men de schatten van den Lord kunnen brengen? - -De detectives doorzochten het geheele kasteel van boven tot beneden. -Zij waren ook in den toren geklommen, en hadden dezen tot bovenin -onderzocht, waar men door een luik op een ijzeren wenteltrap kwam. - -Als souvenir aan een Lord Lister die aan sterrenkunde had gedaan, -bevond zich hier nog een groote sterrenkijker op een ingemetselden -ijzeren driepoot, op welks punt de kijker cirkelvormig bewogen kon -worden. - -Aan de muren onder de uitgesneden tinnen waren groote, sterke kasten -met ijzeren beslag aangebracht, waarin de astronomische Lord zijn -wetenschappelijke instrumenten had bewaard. - -Het was nu Marholms denkbeeld om de schatten hier boven te verbergen, -waar niemand ze zou vermoeden. - -Lord Raynald wreef zijn handen. - -Het plan leek hem buitengewoon goed en zoo ging men dadelijk aan het -werk om al de zakken vol goud en de pakken bankbiljetten uit de -brandkast te nemen en boven in de sterke kasten op te bergen. - -Toen alles in de kasten was geborgen en de detectives aan den maaltijd -waren, ging Lord Lister alleen nog eens naar den toren, keek behoedzaam -om zich heen en legde een vrij groot couvert bij de geldswaardige -papieren. - -Dit laatst weggeborgen stuk moest zeker het meest waardevolle van alle -papieren zijn. - - - -Lord Raynald Lister was nu gerustgesteld. - -Hij wist dat zijn schatten zoodanig waren bewaard, dat zijn neef ze -onmogelijk zou kunnen bemachtigen, goed bewaakt als ze waren door de -beroemdste detectives der geheime politie. - -Door op een electrischen knop aan zijn rechterhand te drukken kon hij -hen onmiddellijk bij zich roepen, zoodra het noodig mocht zijn. - -Maar reeds was de avond genaderd en geen Raffles vertoonde zich. - -De Lord geloofde niet meer aan de komst van Lord Edward; hij vermoedde, -dat het schrijven aan Scotland Yard niets dan overmoedige opsnijderij -was geweest, om kapitein Baxter voor den gek te houden. - -Bovendien had hij zijn revolver gereed, dicht bij hem stond zijn -geweerkast, daarenboven de bel en de detectives: wat had hij dus te -vreezen! - -Hij had in een leunstoel plaats genomen en was juist van plan, een goed -souper en een glas ouden wijn te laten opdienen, toen een eigenaardig -gekraak zijn aandacht trok. - -Zijn oogen werden onnatuurlijk groot en zijn onderkaak zakte naar -beneden. Hij dreigde flauw te vallen van schrik en moest in zijn stoel -achterover leunen. - -Het levensgroote portret der Oostersche prinses was verdwenen en in de -vrijgekomen opening stond met een spottenden lach op het gelaat een -slanke heer met een zwart zijden halfmasker en onberispelijken -cylinder, een pistool op den ontstelden Lord gericht houdend. - -„Goeden avond, hooggeëerde oom!” riep de gemaskerde op spottenden toon. - -„Blijf voorloopig rustig zitten en maak niet de geringste beweging, of -ik blaas u zonder eenige gewetenswroeging het levenslicht uit! -Begrepen?” - -De gemaskerde stond met een sprong op de onder het portret staande -eikenhouten bank en bevond zich een paar seconden later tegenover zijn -oom, wien het koude zweet op het voorhoofd stond. - -„Zoo, ellendige schurk, woekeraar, sta nu maar op! Pas op, want bij de -geringste verdachte beweging dringt een kogel uit dit geruischlooze -wapen in je hart. - -„Zoo, het is beter, dat ik je die revolver afneem. Hij zou u tot -nutteloozen tegenstand kunnen verleiden en u het leven kosten. Dat zou -ik niet willen!” - -Hij nam hem kalm de revolver uit den rechterzak van zijn jas en stak -het wapen bij zich. - -„En nu vooruit, oom! Gij hebt de sleutels zeker bij u. Vooruit schurk, -of uw laatste uurtje heeft geslagen!” - -De gedachte aan de leege brandkast gaf den ouden Lord zijn bezinning -terug; een spottende grijnslach verwrong het doodsbleeke gelaat. Maar -Raffles had deze verandering opgemerkt en maakte zijn gevolgtrekking. - -„De brandkast is leeg! Voorzichtig! De oude schurk is den schrik te -boven!” dacht hij. - -„Wat is je plan eigenlijk?” vroeg Lord Raynald op heeschen toon. „Wil -je mij berooven en vermoorden?” - -„Het zou alleen een rechtvaardige straf voor uw misdaden zijn! Maar ik -ben niet gekomen om uw vragen te beantwoorden! - -„Vooruit, naar de brandkast!” - -De oude misdadiger keek even naar den knop der electrische bel en -wankelde daarop naar de brandvrije kast, die in den muur naast het -buffet was gemetseld. - -Hij aarzelde even en haalde daarna den sleutel uit zijn zak te -voorschijn. - -„Een beetje vlugger, mijnheer! Moet ik u helpen?” - -Lord Raynald opende de kast en Raffles zag, dat zijn vermoeden juist -was. - -„Aha! De gestolen millioenen zijn in veiligheid gebracht! Dat hindert -niet. Raffles zal ze vinden, al waren ze ook op de tinnen van den toren -verborgen!” - -Dit los daarheen geworpen gezegde deed den ouden man opnieuw verbleeken -en sidderen. - -Lord Edward keek hem doordringend aan. - -„Het is mij op het oogenblik in hoofdzaak te doen om het testament, -opdat ik mijn vader in zijn eer kan herstellen! - -„Schurk, waar is het testament? Waar is het testament van mijn -grootvader? Voor den dag er mee of je sterft!” - -Lord Edward greep den op de knieën zinkenden woekeraar bij de keel en -drukte hem het koude staal van de revolver tegen het voorhoofd. - -Lord Raynald dacht, dat zijn laatste oogenblik daar was. - -Een rochelend geluid kwam uit zijn keel te voorschijn, hij spande zijn -laatste krachten in om zich aan de handen van zijn neef te onttrekken -en met gillende stem schreeuwde hij: - -„Baxter—Marholm—help! help!” - -Hij wilde naar den electrischen belknop snellen, maar zijn voeten -weigerden hem den dienst. Hij moest zich aan de deur der brandkast -vasthouden en daar zonk hij op de knieën. - -Maar reeds was het levendig in huis geworden. De detectives moesten den -kreet van den ouden man gehoord hebben, want met groote sprongen kwamen -zij de trap af. - -„Ellendige hond, neem dit alvast!” riep Lord Edward, terwijl hij zijn -misdadigen oom op Japansche manier een klap met de smalle zijde der -hand tegen zijn slaap gaf, zoodat Lord Raynald roerloos voor zijn leege -brandkast liggen bleef. - -Op de trap, links van het beeld, der prinses, verschenen Baxter en -Marholm. - -„Goeden avond, kapitein! Hoe gaat het u?” vroeg Raffles met de grootste -kalmte. - -„Ik hoop, dat wij je binnen een paar minuten in onze handen hebben, -vervloekte schurk!” luidde het niet zeer wellevende antwoord. - -Bij die woorden liep Baxter hem tegemoet, om hem, samen met Marholm, -vast te grijpen. - -Een oogenblik aarzelde Lister, toen stak hij met een bliksemsnelle -beweging zijn pistool in een zijner zakken, wendde zich om naar Marholm -en gaf dezen met zooveel kracht een vuistslag tegen zijn kin, dat de -detective bewusteloos op het tapijt rolde. - -In hetzelfde oogenblik keerde hij zich om naar Baxter. - -Met voorovergebogen bovenlijf en hoofd snelde hij met zulk een vaart -tegen Baxter’s buik aan, dat deze met een vervaarlijken vloek -achterover tuimelde en naast zijn vriend Marholm terecht kwam. - -Nu was de weg vrij en, denkende aan den schrik van zijn oom en zijn -afspraak met Charly, sprong hij op de tafel en vandaar met een -behendigen zwaai in de nis van het portret der prinses. - -Maar reeds hadden de oude Lord en Baxter zich van hun lichte verdooving -hersteld. - -„Het portret! Het portret!” schreeuwde de oude rijkaard. „De opening -moet naar den toren leiden, de trap op!” - -Baxter zag nog juist, hoe zijn doodsvijand Raffles in de opening -verdween. Daarop hoorde men een krakend geluid en achter den verdwenen -meesterdief prijkte weer het geschilderde portret der Indische vorstin -aan den wand. - -„Vooruit, kapitein!” riep de oude Lord uit, „of hij ontsnapt door den -toren en het park! Vooruit, Marholm! Als jullie hem pakt, betaal ik een -vorstelijk loon!” - -Toen zij de deur openden, zagen zij nog juist, hoe Lord Edward reeds -boven aan de trap was gekomen. - -Lord Raynald vermoedde niet, dat zijn neef had begrepen, waar de nieuwe -bergplaats der millioenen was. - -„Hij wil zich in den toren verbergen! Kapitein, nu hebben wij hem! Hij -stort zichzelf in het verderf!” - -Alle drie, benevens eenige bedienden, die op bevel van den Lord -gewapend gereed stonden, stormden de trap op. - -Spoedig hadden zij de wenteltrap bereikt en Baxter sloop, met de -revolver stevig in de rechterhand geklemd, onhoorbaar naar boven. - -Achter hem kwam de liefdevolle oom. - -„Nu zal je ons niet weer ontsnappen, neefje lief! Hier vindt je geen -uitweg, mijn waarde! Je zoudt alleen van het platform naar beneden -kunnen springen, als je je niet gevangen wilt geven en de eer van onzen -familienaam wilt redden!” - -„Dat wil en zal ik ook, beminde oom! Maar eerst heb ik hier nog een -kleinigheid te verhandelen. Laat geen van u, als hij zijn leven lief -heeft, door het luik van de wenteltrap kruipen!” - -Men hoorde daarboven loopen en springen en het werd den ouden Lord toch -zonderling te moede bij de gedachte aan de millioenen, die daar -verborgen waren. - -Maar hoe kon Raffles dat weten en bovendien, hoe zou hij ze naar -beneden kunnen brengen! - -„Vooruit, kapitein! Voorwaarts, Marholm!” spoorde hij aan, „anders -ontdekt hij de schuilplaats toch nog, en gij weet, dat die neef van -mij, Raffles, met den duivel in contact staat.” - -Werkelijk besloot Baxter nu met doodsverachting naar boven te gaan; -Marholm volgde hem op den voet. - -Maar zij ondervonden geen tegenstand, tot hun eigen verbazing. - -Met een eigenaardige gewaarwording van in hinderlaag te worden gelokt, -betraden zij door de opening der wenteltrap het platform, waar -pikdonkere nacht heerschte, elk oogenblik verwachtende, te zullen -worden aangevallen. - -Maar niets van dit alles geschiedde. - -Plotseling scheen een helder electrisch licht en bij het schijnsel -daarvan zagen de drie mannen een reusachtigen luchtballon loodrecht -boven den toren opstijgen—het was de verdwenen bestuurbare ballon van -de Londensche club. - -Lord Edward zwaaide in het schuitje met een document en riep: - -„Oude schurk, hier heb ik het zoo lang vermiste testament van mijn -grootvader, waarin gij onterfd en mijn vader in zijn eer wordt -hersteld! - -„En hier, domkop, woekeraar, uitzuiger, hier naast mij in de schuit -liggen de schatten, die ik u ontstolen heb. Wij ontdekten ze eindelijk -en konden ze zonder veel moeite inladen!” - -De misdadige oude Lord greep met beide handen naar zijn keel en met een -rochelend geluid viel hij roerloos neer. - -Hooger en hooger echter steeg het prachtige luchtschip, dat koers nam -naar het Oosten. - -Tevergeefs werden hem verscheiden kogels nagezonden, de ballon was -reeds te ver verwijderd. - -Hij bracht Raffles, den genialen meesterdief, ver weg van het tooneel -zijner jongste en meest rechtvaardige daad, naar het Oosten, naar de -groote Engelsche wereldstad! - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0010: DE -BEELTENIS DER INDISCHE *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
