summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67444-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67444-0.txt')
-rw-r--r--old/67444-0.txt2966
1 files changed, 0 insertions, 2966 deletions
diff --git a/old/67444-0.txt b/old/67444-0.txt
deleted file mode 100644
index 5975112..0000000
--- a/old/67444-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2966 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0394: Het einde van
-Irwin Stanley, by Felix Hageman
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0394: Het einde van Irwin Stanley
-
-Authors: Felix Hageman
- Theo Blakensee
- Kurt Matull
-
-Release Date: February 19, 2022 [eBook #67444]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0394: HET
-EINDE VAN IRWIN STANLEY ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE
-
- NO. 394 HET EINDE VAN IRWIN STANLEY.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET EINDE VAN IRWIN STANLEY.
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-WAT RAFFLES NAAR AMERIKA BRACHT.
-
-
-Omstreeks drie uur in den middag vloog een vliegmachine met zeer groote
-snelheid over de huizenzee van New-York, in een richting van het
-Zuid-Westen naar het Zuid-Oosten, maar op zulk een groote hoogte, dat
-het zelfs aan de bewoners der bovenste verdiepingen van de hoogste
-wolkenkrabbers moeilijk zou zijn gevallen de machine met het bloote oog
-te onderscheiden.
-
-Zoo was het ook niet mogelijk te oordeelen over de werkelijke snelheid
-van het toestel, die inderdaad alles te boven ging, wat men tot
-dusverre op dit gebied aanschouwd had.
-
-Slechts zeer weinige lieden, die hun vak door en door kenden, en die de
-snelheid van vliegmachines zelfs op zeer grooten afstand konden
-taxeeren, zouden tot hun verbazing hebben geconstateerd, dat het kleine
-stipje daar boven New-York zich verplaatste met een fabelachtige
-snelheid, welke de vijf honderd kilometer per uur moesten naderen, en
-misschien wel overtreffen.
-
-En dit zou hen zoo onmogelijk, onwaarschijnlijk en onaannemelijk
-toeschijnen, dat zij eerder geloofd zouden hebben aan een klein gebrek
-in hun gezichtsvermogen, dan aan de werkelijkheid van hetgeen zij
-meenden op te merken.
-
-En toch behoefden zelfs de vaklieden zich niet zoo zeer te verbazen,
-want het was nog niet eens zoo lang geleden, dat de befaamde Fransche
-vlieger Sadi Lecointe met zijn vliegmachine, voorzien van een motor van
-bijna drie honderd paardenkrachten, een snelheid wist te ontwikkelen
-van omstreeks drie honderd achttien kilometer per uur, waaraan
-aanstonds moet worden toegevoegd, dat deze ontzaglijke vaart slechts
-gedurende enkele minuten werd volgehouden.
-
-Het vliegtuig zette dus koers in Zuid-Oostelijke richting, en zoodra
-het zich niet meer boven New-York bevond, matigde het aanzienlijk zijn
-vaart en daalde tegelijker tijd.
-
-Rechts breidde thans de Oceaan zich uit, onvergelijkelijk schoon onder
-de stralen van een vroege lentezon, links waren bosschen, weiden,
-heuvelen en dalen zichtbaar, maar ook ontelbare fabrieksschoorsteenen,
-waaruit dikke rookwolken hemelwaarts stegen.
-
-De vliegmachine had een hoogte van ongeveer duizend meter bereikt, en
-hoewel de snelheid nog altijd zeer groot was, bedroeg zij thans toch
-zeker nog geen twee honderd kilometer.
-
-Het toestel leek wel van metaal vervaardigd te zijn, met inbegrip van
-de beide draagvlakken, want het glansde als dof gepolijsd zilver in de
-stralen van de zon.
-
-De bestuurder der machine, die geheel vooraan in de gemakkelijk
-ingerichte kajuit zat, zocht nu de kust op en volgde deze over een
-lengte van eenige kilometers.
-
-De lucht was zoo helder, dat men tot op zeer verren afstand kon zien,
-en met behulp van den kijker zou men op zijn minst een half dozijn van
-die druk bezochte badplaatsen kunnen ontwaren, waar de Amerikaansche
-business-men des zomers verpoozing gaan zoeken van hun inspannenden
-arbeid, of er vrouw en kinderen heenzenden, en zelf in de stad blijven
-zwoegen tot des Zaterdagsmiddags, om dan per auto snel vrouw en kroost
-te gaan opzoeken, en pas des Maandagsmorgens weder te vertrekken.
-
-En steeds scheen het glinsterende dubbelspoor van den electrischen
-trein, welke al deze badplaatsen onderling en met New-York verbond, de
-luchtreizigers te vergezellen.
-
-Soms schoot een dier electrische wagens onder de vliegmachine voorbij,
-maar alleen wanneer men er een tegemoet vloog, want geen enkele van die
-wagens, hoe hard zij ook reden, was in staat, het vliegtuig bij te
-houden, laat staan het in te halen.
-
-Dicht bij een van deze badplaatsen, die nu nog geheel verlaten waren,
-en in den winterslaap verzonken schenen, liet de bestuurder de
-vliegmachine nog meer dalen tot op een hoogte van vijf honderd meter,
-en cirkelde daar eenigen tijd rond, als om naar een gunstige
-landingsplaats uit te zien.
-
-Die was nu niet zoo moeielijk te vinden, wanneer men zich tot het
-strand bepaalde, want dit was zoo vlak als een kolfbaan en breed genoeg
-om desnoods aan twintig toestellen te veroorloven, naast elkander neer
-te strijken.
-
-Maar het strand scheen den bestuurder niet aan te trekken, want hij
-richtte het toestel meer landwaarts, en plotseling scheen hij te
-ontdekken, wat hij noodig had; het was een fraaie boerderij, op
-ongeveer een kwartier gaans van de badplaats gelegen aan een goeden
-straatweg, met boomen omzoomd, die thans nog hun kale takken omhoog
-staken, maar die zeker in den zomer dezen weg zouden beschaduwen, en
-tot een aangename wandelplaats voor de badgasten zouden maken.
-
-Deze boerderij stond dicht bij den weg, maar daarachter strekte zich
-een schier onafzienbaar weiland uit, waarop vee graasde, en waarop
-eenige zeer groote schuren stonden.
-
-Niet zoodra had de bestuurder een en ander opgemerkt of hij liet de
-machine als het ware omlaag duikelen, en liet haar daarop in een koenen
-spiraal met afgezetten motor dalen, waarop het vliegtuig zich, alsof
-het een levend wezen, een reusachtige libel was, op het nog schrale
-gras van de weide neerzetten.
-
-Verschrikt sprongen eenige kalveren onder het maken van dwaze sprongen,
-uiteen, en een aantal weinig dappere koeien gingen haastig op den loop,
-onder luid geloei en terwijl zij driftig met hun staart zwaaiden, hunne
-wijze, om hun misnoegen over deze onverwachtsche stoornis kenbaar te
-maken.
-
-De landing had plaats gehad op nauwelijks honderd passen van de groote
-boerenhofstede, en dadelijk kwam er een gansche zwerm menschen uit dit
-huis te voorschijn, aangevoerd door een jong meisje, wier goudblond
-haar in twee lange vlechten achter haar aan golfden, die waarschijnlijk
-aan een ongeluk hadden gedacht.
-
-Intusschen waren de luchtreizigers uitgestapt.
-
-Zij bleken drie in getal te zijn, en waren in dikke pelsen gehuld,
-waarvan zij zich juist ontdeden, toen het groepje menschen de machine
-omringden, en de drie mannen verbaasd en ook wel wat verschrikt
-aanstaarden.
-
-„Kunnen wij u van dienst zijn, mijnheer?” vroeg het jonge meisje, dat
-naar voren was getreden, en terwijl zij zich wendde tot een van de
-luchtvaarders, een rijzig, krachtig gebouwd man, van wiens gelaat thans
-nog weinig te zien was, door den geweldigen bril voorzien van dikke
-glazen, welke met bont omzoomd waren en het gelaat voor een groot deel
-verborgen.
-
-De aangesprokene nam zijn bril af, ontknoopte het riempje van den bril,
-nam hem af en vertoonde nu een fijnbesneden, krachtig geteekend gelaat,
-waarin twee grijze oogen met doordringenden, stoutmoedigen blik
-schitterden.
-
-Hij keek het bevallige jonge meisje even aan en gaf toen ten antwoord:
-„Gij drijft de vergevensgezindheid ten top, Miss! Wij komen hier
-ongevraagd op uw weiland neerstrijken, wij maken uw koeien aan het
-schrikken, en gij vraagt, waarmee gij ons van dienst kunt zijn!”
-
-„O, het heeft niets te beteekenen!” riep het jonge meisje met een
-vroolijk lachje uit. „Zij zullen wel spoedig weer van den schrik
-bekomen zijn en aan het gras valt niets te bederven. Wij dachten
-eigenlijk dat er een ongeluk met de machine gebeurde, omdat zij zoo
-snel en onverwachts daalde. Er is toch niets aan gebroken?”
-
-„Neen, Miss!” antwoordde de ander glimlachend. „Er is niets gebroken en
-toch zou ik u gaarne om uw toestemming willen verzoeken, mijn machine
-hier ergens te mogen laten, want ik veronderstel, dat ik het voorrecht
-heb het woord te richten tot de lieftallige dochter van den eigenaar of
-den pachter van gindsche hoeve?”
-
-„Ja, mijnheer, ik ben Mary Cooper, en mijn vader is de eigenaar van de
-hoeve daarginds; alles wat gij hier in het rond ziet, behoort hem toe.
-En wat het bewaren van uw vliegmachine betreft, ik denk wel, dat dat
-zal gaan, want ik zie, dat zij niet heel groot is, en er staat wel hier
-of daar een schuur ledig.”
-
-„Dat gebouwtje behoeft zelfs niet groot te zijn, Miss Cooper, want als
-het noodig is, kan ik zeer gemakkelijk de vleugels van het toestel
-verwijderen, zoodat ik aan een groote auto-garage reeds genoeg zou
-hebben. Ik behoef u zeker niet te zeggen, dat ik gaarne bereid ben uw
-vader schadeloos te stellen voor de moeite, welke ik hem veroorzaak.”
-
-„Daar spreken wij later wel over, mijnheer....?”
-
-Het meisje voltooide den zin niet, maar keek den luchtreiziger vragend
-aan.
-
-„Ik ben graaf Palmhurst, Miss!” antwoordde deze. „Ik vertoef sedert
-eenige maanden in Amerika, ik wil er meer van zien, dan met een auto of
-met een trein mogelijk is, en daarom heb ik mij mijn vliegmachine laten
-toezenden, en nu toer ik hier maar wat boven uw schoon land rond. Thans
-echter roepen mij ernstige zaken naar New-York, en daar ik mijn
-vliegmachine steeds bij de hand wil hebben, zocht ik naar een goede
-gelegenheid in de buurt van de stad, om haar onder dak te brengen.”
-
-„Dan behoeft gij u niet verder bezorgd te maken, graaf,” hernam Mary
-Cooper. „Gij kunt uw toestel gerust bij ons laten, het zal hier even
-veilig zijn als alles wat onszelf toebehoort.”
-
-„Dan blijft mij niets anders over, Miss, dan u dank te zeggen voor uw
-bereidwilligheid, natuurlijk vooropgesteld, dat uw vader instemt met
-hetgeen gij ons beloofd hebt.”
-
-„O, vader wil alles wat ik wil,” hernam het meisje met een guitig
-lachje.
-
-„Dan is alles in de beste orde, Miss, en ik heb niets anders te doen,
-dan u te vragen, hoe de badplaats heet, op een kwartier afstands
-ongeveer van hier gelegen.”
-
-„Wel, graaf, dat is Cedar Creek, des zomers een van de meest bezochte
-badplaatsen ten Zuiden van New-York. Met den electrischen trein kunt
-gij de stad in ongeveer een uur tijds bereiken. En nu zullen wij eerst
-uw machine eens veilig gaan opbergen, als gij het goed vindt. Komt
-mannen, helpt eens een handje!”
-
-Dit laatste werd gezegd tot een dozijn veldarbeiders, die eveneens
-nieuwsgierig waren komen toeloopen.
-
-En nu zette de stoet zich in beweging.
-
-Vooraan liep het jonge meisje met de handen op den rug en opziende naar
-den Engelschen graaf, die kalm naast haar stapte, een sigaret rookend,
-en zijn muts in de handen, zoodat de wind met zijn haren stoeide, die
-aan de slapen heel even begonnen te grijzen.
-
-Daarna kwamen eenige dienstboden en vervolgens de vliegmachine, geduwd
-en getrokken door een half dozijn veldarbeiders, onder de aanwijzingen
-van een van de drie luchtvaarders, een herculisch gebouwd man, die er
-uitzag, alsof hij in staat was het vliegtuig desnoods geheel alleen
-voort te duwen.
-
-Tien minuten later was het toestel veilig ondergebracht in een soort
-bergloods, voorzien van dubbele deuren, waarin het juist bleek te
-passen, maar niet dan nadat men er de vleugels van had losgemaakt en
-tegen de zijwanden had geplaatst.
-
-Graaf Palmhurst klom vervolgens op de machine, scheen iets te
-verrichten, waarbij hij een Engelschen sleutel en een schroevedraaier
-noodig had, klauterde toen weer naar beneden en wendde zich toen tot
-het jonge meisje met de opmerking:
-
-„Nu heb ik u niets anders meer te vragen, Miss, dan verlof om ons in
-deze loods even te mogen verkleeden, met de kleeren, die ik aan boord
-heb, en u dank te zeggen voor uw bereidwilligheid, om mijn machine te
-bewaren.”
-
-„Dat verlof is u toegestaan, graaf,” riep Mary Cooper uit, terwijl zij
-hem de kleine gebruinde hand toestak om vervolgens weg te snellen,
-nadat zij aan den luchtvaarder den sleutel van de loods had
-overhandigd.
-
-Deze wachtte tot er niemand in de omgeving meer te zien was, keek toen
-den reus en zijn derden metgezel, een jonge man met een vroolijk rond
-gelaat en blauwe oogen met een zonderlingen glimlach aan en zeide:
-
-„Daar zijn wij!”
-
-„Ja, op vijftig kilometer afstand van New-York, nadat wij tien uren
-geleden bij Londen opstegen,” antwoordde de jonge man. „En waarvoor dit
-alles? Om niets, wij kwamen juist een half uur te laat en op dit
-oogenblik heeft je doodsvijand, Irwin Stanley, de meester van het
-Genootschap van den Gouden Sleutel, zich al opgelost in de
-misdadigerswereld van New-York.”
-
-John Raffles, want graaf Palmhurst was inderdaad niemand anders dan de
-befaamde Gentleman-Inbreker, antwoordde niet aanstonds, maar stond in
-diep gepeins verzonken, terwijl hij zich langzaam van zijn zwaren
-pelsjekker ontdeed.
-
-Toen zeide hij:
-
-„Het is waar, onze overtocht is in zooverre vruchteloos geweest, dat
-wij juist New-York bereikten, toen het kleine stoombootje de reizigers
-van de Mauritania van Ellis Island naar New-York overbracht, van
-hetzelfde schip, waarmede die schurk van een Stanley de vlucht nam,
-juist toen wij op het punt stonden, eindelijk de politie op het spoor
-te brengen van den gevaarlijksten misdadiger, die er in vele tientallen
-jaren geleefd heeft.”
-
-„Hij had allang aan den galg moeten bengelen, Mylord,” liet de zware
-stem zich hooren van den reusachtigen metgezel van Raffles.
-
-„Ik ben het volmaakt met je eens, Henderson,” hernam Raffles droogjes.
-„En dat zou hij ook al gedaan hebben, als men hem maar had kunnen
-vatten. Maar reeds vele weken achtereen voer ik strijd met dezen man,
-met dien sluwen aanvoerder van de grootste misdadigersorganisatie,
-welke ik ken en in dien betrekkelijk korten tijd is hij mij reeds
-herhaalde malen ontsnapt.”
-
-„En daarbij heb jij zelf, Raffles, ettelijke malen in gevaar verkeerd,
-door den ellendeling te worden vermoord, en alles wel beschouwd, heb je
-het slechts aan Eleonora Manoury te danken, dat je nu nog leeft.”
-
-„Dat zal ik ook nimmer vergeten, Charly, wees daar maar zeker van,”
-hernam Raffles kortaf.
-
-„Dat heb je immers al getoond, door ook haar eenige malen te ontrukken
-aan de wraakzucht van den man, die haar in het verderf had gestort, en
-haar tot een misdadigster had gemaakt,” hernam Charly Brand, de trouwe
-metgezel van den Grooten Onbekende, en die hem ook thans hierheen
-vergezeld had om deel te nemen aan de jacht op Irwin Stanley, den
-vierden meester van het Genootschap van den Gouden Sleutel, welks drie
-vorige aanvoerders allen door toedoen van John Raffles hun leven van
-misdaad en moord met den dood hadden geboet.
-
-In een lange reeks gevaarvolle avonturen had Raffles zich met dezen
-nieuwen tegenstander gemeten, en het was al heel spoedig gebleken, dat
-de Gentleman-Dief en Irwin Stanley wat sluwheid en dapperheid betreft
-aan elkander gewaagd waren.
-
-Maar een ding had Raffles op zijn vreeselijken vijand voor, van Irwin
-Stanley was de identiteit bekend, zijn signalement was thans over de
-geheele wereld verspreid, en van zijn vermommingskunst had Raffles geen
-grooten dunk, terwijl hijzelf voor zijn vijand een raadselachtig wezen
-moest zijn, van wiens waren naam of verblijfplaats Stanley niets kon
-weten.
-
-Raffles had ten slotte de voormalige minnares van Stanley aan diens
-invloed weten te onttrekken, en deze vrouw was het geweest, die hem had
-medegedeeld, dat Stanley naar Amerika de wijk had genomen, om zich aan
-de wrekende hand van de Engelsche justitie te onttrekken en zich te
-voegen bij zijn makkers in Amerika, waar het zeker lang niet zoo
-gemakkelijk zou zijn, hem terug te vinden.
-
-Helaas had de jonge, ongelukkige vrouw Raffles deze mededeeling pas
-kunnen doen, nadat er reeds zes dagen verstreken waren sedert het
-vertrek van de Mauritania, met welk vaartuig de meester naar New-York
-was vertrokken, en hoewel Raffles zich gehaast had de politie te
-waarschuwen, die draadloos verbinding had trachten te krijgen met de
-Mauritania, was hij er op deze wijze niet in kunnen slagen den
-misdadiger onschadelijk te maken, daar op de een of andere
-geheimzinnige wijze de draadlooze aansluiting verbroken was, en er
-bleef nu niets anders over, dan in allerijl met de wonderbaarlijke
-vliegmachine, die aan het schrandere brein van Raffles ontsproten was,
-de Mauritania na te gaan.
-
-Wij zagen reeds met welken uitslag, de vliegmachine bereikte New-York
-een uur te laat, juist toen de reizigers aan wal werden gebracht.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-DE JACHT NEEMT EEN AANVANG.
-
-
-Ongeveer een half uur nadat de vliegmachine op het weiland was
-neergestreken, verlieten John Raffles, Charly Brand en James Henderson,
-de trouwe chauffeur, een man van ontzaglijke lichaamskracht, de loods,
-waar de vliegmachine was ondergebracht, en waarvan Raffles de deur
-zorgvuldig sloot.
-
-De drie mannen hadden hun zware vliegkleederen verwisseld tegen andere
-kleedingstukken, en de gewaande graaf Palmhurst zag er nu ook inderdaad
-uit als een Engelsche graaf, die over een zeer groot vermogen te
-beschikken heeft en die in gezelschap van zijn secretaris en zijn
-bediende voor zijn genoegen reist.
-
-Henderson droeg een groot valies, de secretaris droeg een kleiner en
-mijnheer de graaf droeg natuurlijk in het geheel niets.
-
-Het drietal bereikte spoedig den breeden straatweg, die naar Cedar
-Creek voerde, en besteeg daar een van de electrische treinen, die
-meestal uit twee motorwagens bestaan, en die thans om het half uur
-reden, ofschoon zij in den drukken seizoentijd iedere vijf minuten van
-en naar New-York zouden vertrekken.
-
-Een uur later hadden zij de wereldstad bereikt, en voor het station
-namen zij een huurauto, die hen naar het Astor-Hotel bracht.
-
-Het reisseizoen zou pas over een maand aanbreken, en zoo viel het hen
-niet al te moeilijk een paar vertrekken op de eerste verdieping van het
-geweldig groote, weelderig ingerichte hotel te krijgen.
-
-Het liep reeds naar dinertijd, en een half uur later zaten Raffles en
-Charly tegenover elkaar in de groote eetzaal aan een tafeltje voor twee
-personen.
-
-Nadat de kelner, die de bestelling had opgenomen, zich weder verwijderd
-had, begon Raffles:
-
-„Ik behoef je natuurlijk niet te zeggen, Charly, dat ik er niet aan
-denk, aanstonds weder rechtsomkeert te maken, zonder zelfs een poging
-te hebben gedaan, het spoor te hervinden van den man, die mij naar het
-leven staat, die zeker geen seconde zou aarzelen, mij te dooden, als
-hij er slechts de gelegenheid toe had, en overtuigd was, dat hij John
-Raffles weer in handen had gekregen.”
-
-„Ik begrijp, wat je bezielt, Raffles, en toch moet ik vreezen, dat het
-onmogelijk zal blijken, Stanley in deze wereldstad terug te vinden.”
-
-„Niets is onmogelijk, Charly, voor den man, die bezield is met een
-vasten wil om het doel te bereiken, dat hij zich gesteld heeft,” hernam
-Raffles en zijn grijze oogen schitterden. „Je kunt het toch niet
-vergeten zijn, dat het mij hier ongeveer een jaar geleden, in dezelfde
-stad gelukt is, het raadsel op te lossen van Moloch, den aanvoerder van
-de bende van het Kwade Oog. De politie zat toen met de handen in het
-haar, zooals je je wel zult herinneren, niemand had er het flauwste
-begrip van, wie die geheimzinnige Moloch toch wel kon zijn, en
-niettemin hebben wij het ontdekt.”
-
-„Jij, Raffles, jij alleen,” weerde Charly af. „Wij waren slechts je
-gewillige werktuigen, Henderson en ik, maar jij was het denkende hoofd,
-jij was de man, die tenslotte den Moloch ontmaskerde, de geheele
-deftige wereld van New-York versteld deed staan, toen je onomstootelijk
-bewees, dat niemand anders dan de neef van den staalkoning Peter
-Vandijke de langgezochte aanvoerder was, en ten slotte de bende van het
-Kwade Oog vernietigd hebt.”
-
-„Wat dit laatste betreft, Charly, neen, ik vrees dat dit niet zoo is.
-Hoe zou men ook een bende kunnen vernietigen, wanneer men niet alle
-leden voor hun leven in de gevangenis opsluit, of hen opknoopt, of op
-den electrischen stoel zet? Al waren er maar twee over gebleven, dan
-zouden die voldoende zijn geweest, om de kern te vormen van een nieuwe
-bende misdadigers, die al heel snel in macht zou zijn toegenomen. Het
-is je natuurlijk evenmin als mij ontgaan, dat in de laatste weken tot
-zelfs de Europeesche bladen weder volstaan met berichten omtrent
-tallooze misdaden, die hier te New-York op klaarlichten dag soms worden
-bedreven, en die voor het meerendeel met moord gepaard gaan. Welnu, ik
-voor mij ben er vast van overtuigde, dat hier opnieuw een duistere
-macht aan het werk is, die al die misdaden bestuurt.”
-
-„Geloof je waarlijk?” riep Charly verschrikt uit.
-
-„Ik ben er vast van overtuigd.”
-
-„Maar ik heb toch nergens gelezen, dat de bedrijvers van die misdaden
-als het ware hun visitekaartje achter laten in den vorm van een
-papiertje, waarop het Kwade Oog stond afgebeeld, of dat zij hun
-slachtoffers van te voren waarschuwden, door middel van briefjes, die
-met zoo’n zelfde embleem waren onderteekend.”
-
-„Ik zeg niet, dat het juist het Kwade Oog moet zijn, er is misschien
-wel een nieuwe misdadigersorganisatie in het leven geroepen. Zij werkt
-trouwens blijkbaar nog niet lang, en niemand kan zeggen of die nieuwe
-bende niet even krachtig zal worden, als diegene, welke wij hier met
-zulk een succes bestreden hebben. Hoe het ook zij, wij zijn hier nu
-eenmaal, en ik zal niet rusten, voor ik eenig spoor van dien bandiet
-terug heb gevonden.”
-
-„Het zal moeilijk zijn, Raffles, wij zijn hier niet in Londen, en wij
-hebben hier lang niet zooveel gemakkelijke gelegenheden om ons te
-vermommen, zonder dat het gemerkt wordt.”
-
-„Dat zal je wel meevallen, Charly,” hernam Raffles glimlachend. „Onder
-in de vliegmachine heb ik onlangs door Henderson een geheime bergplaats
-laten vervaardigen, en deze bevat op het oogenblik voor elk van ons een
-drietal vermommingen, kleederen, pruiken en baarden. Ik erken, dat het
-niet veel is, maar het is toch misschien voldoende om ons van dienst te
-kunnen zijn.”
-
-„Maar dan zouden wij telkens naar de vliegmachine moeten terugkeeren,”
-riep Charly uit.
-
-„Niet noodig, Henderson draagt al die dingen in zijn geweldig groot
-valies bij zich.”
-
-„Wanneer wil je met je onderzoek beginnen?”
-
-„Zoo spoedig mogelijk, van avond nog.”
-
-„Maar wij hebben in ’t geheel geen aanknoopingspunten, Raffles,”
-vervolgde Charly Brand. „Wij tasten als het ware in het duister en ik
-voor mij kan volstrekt niet inzien, hoe wij er in deze reusachtige stad
-in moeten slagen, het spoor van Stanley te hervinden.”
-
-„Als wij geen aanknoopingspunten hebben, Charly,” hernam Raffles
-bedaard, „dan zullen wij ze maken. Je zult je wel herinneren, dat
-eenige jaren geleden professor Shydrift, die toen de meester was van
-het Genootschap van den Gouden Sleutel, een zeer handig middel
-toepaste, om te ontdekken, wie toch wel die lang gezochte Raffles, de
-Gentleman-Inbreker kon zijn. Hij liet berichten publiceeren omtrent een
-schatrijken vreemdeling, voorzien van ettelijke juweelen, die te Londen
-zou komen, in de verwachting, dat Raffles zeker niet zou nalaten, zijn
-krachten te beproeven op de brandkast van dien veel te rijken sinjeur,
-en daarin had hij goed gezien, want gezegde Raffles liep blindelings in
-den val, dien men zoo handig voor hem had opgezet. De rijkaard was een
-medeplichtige van de bende, en het scheelde toen maar een haar, of er
-was voor goed een einde gemaakt aan mijn avontuurlijke loopbaan. Welnu,
-niets belet ons, iets dergelijks hier toe te passen, rekening houdende
-met de veranderde omstandigheden.”
-
-„Het idee is in beginsel niet kwaad, ik begrijp alleen maar niet, hoe
-het in de praktijk kan worden toegepast.”
-
-„Dat is het geringste bezwaar. Er zijn middelen in overvloed, Stanley,
-of in ieder geval een zijner trawanten hier op ons spoor te brengen,
-maar daarbij zullen wij niettemin aan de winnende hand zijn, daar wij
-hen lokken en hun bewegingen kunnen volgen.”
-
-„Denk je, dat Stanley hier in dien korten tijd reeds aansluiting
-gevonden kan hebben bij de misdadigers, die thans New-York onveilig
-maken?”
-
-„Thans wellicht nog niet, maar het zal toch zeker niet langer duren dan
-een paar dagen op zijn hoogst. De schurken hebben een geheim middel, om
-met elkander in verbinding te komen, nu eens is het een advertentie,
-die er op het oog heel onschuldig uitziet, en niemands aandacht in het
-bijzonder zou trekken, dan weer is het een vliegmachine, door een lid
-van de bende bestuurd, die voor buitenstaanders onbegrijpelijke
-rookseinen geeft, die mijlen in het rond zijn waar te nemen, of ook wel
-worden er des nachts, op een vooruit afgesproken plaats vuurpijlen van
-verschillende kleur afgestoken, die allen hun beteekenis hebben.”
-
-„Indien de politie hier er in zou slagen, Stanley in handen te krijgen,
-zou de Amerikaansche regeering hem dan uitleveren?”
-
-„Ja, want de delicten, waaraan die ellendeling schuldig staat, roof
-verzwaard door moord, laten uitlevering toe, volgens de nieuwe
-tractaten tusschen Engeland en Amerika gesloten.”
-
-„En denk je dat Stanley voor die misdaden zou worden gehangen?”
-
-„Zonder den minsten twijfel,” antwoordde Raffles, „tenminste, wanneer
-de bewijzen afdoende zijn, en daarvoor zal de politie in Londen wel
-zorgen.”
-
-„Dan hoop ik alleen maar, dat de politie hier er wat haast achter zet,”
-hernam Charly droogjes.
-
-„Daarvoor zou het in de eerste plaats noodig zijn, dat zij weet, dat
-Stanley zich hier bevindt,” kwam Raffles glimlachend.
-
-„Maar dat weet zij nu reeds,” kwam Charly. „Jij hebt zelf daarvoor
-gezorgd.”
-
-„Op welke wijze dan, als ik vragen mag?”
-
-„Maar jij hebt immers de politie te Londen telefonisch op de hoogte
-gesteld van de vlucht van Stanley en zelfs den naam van het schip
-genoemd, waarmede hij vertrokken was, vijf dagen tevoren.”
-
-„Je hebt gelijk, Charly, dat vergat ik. Weliswaar was die telefonische
-mededeeling anoniem, en de politie behoefde er niet veel geloof aan te
-hechten, maar het feit, dat de draadlooze verbinding tusschen Londen en
-het schip verbroken was, moet haar toch tot nadenken hebben gebracht,
-om er nog van te zwijgen, dat ieder spoor van den schurk te Londen
-totaal schijnt te zijn uitgewischt.”
-
-Op dit oogenblik kwam de kelner aandragen met het bestelde en de
-vrienden waren dus genoodzaakt, het onderwerp van hun gesprek te
-wijzigen.
-
-Maar tegen het einde van het diner vroeg Charly zacht:
-
-„Denk je in dit hotel te blijven?”
-
-„Vooreerst denk ik niet aan verhuizen. Waartoe ook? Wij zijn hier
-volkomen veilig, en Stanley kan onmogelijk eenig vermoeden van onze
-aanwezigheid in New-York hebben. Dat is voor ons een groot voordeel,
-zooals je wel zult inzien. Mochten de omstandigheden het echter
-noodzakelijk maken, dan belet niets ons, elders een onderdak te gaan
-zoeken.”
-
-„En vanavond?”
-
-„Vanavond, Charly, zullen wij onzen val opzetten,” antwoordde Raffles,
-terwijl hij zich achterover in zijn stoel liet vallen, en een sigaret
-uit zijn gouden koker te voorschijn haalde.
-
-Na haar te hebben aangestoken en vol welbehagen een dikke rookwolk te
-hebben uitgeblazen, hernam hij:
-
-„Ik geloof, dat ik het middel reeds gevonden heb.”
-
-„Ik ben benieuwd om het te vernemen.”
-
-„Wie ter wereld denk je wel, dat Stanley het meest zal haten, op mij
-na?”
-
-Charly dacht een oogenblik na en antwoordde toen:
-
-„Ik zou bijna zeggen, dat het de vrouw moet zijn, die zijn minnares is
-geweest, en die zich aan zijn invloed heeft onttrokken, terwijl het
-voor hem duidelijk moest zijn, dat zij niet zal aarzelen, gebruik te
-maken van haar kennis van zijn geheele verleden, om hem in het verderf
-te storten.”
-
-„Zoo is het, Charly. Wanneer die man eenmaal voor den rechter moet
-verschijnen, dan zou, zelfs als de andere bewijzen onvoldoende waren,
-de getuigenis van Eleonora Manoury toereikend zijn om hem aan de galg
-te brengen. Bedenk voorts, dat zij het was, die mij gered heeft, toen
-ik in zijn huis een eerlijk tweegevecht met hem had aangebonden, en hij
-mij verraderlijk wilde vermoorden, wat er niet toe zal bijdragen, hem
-zachtzinniger jegens de ongelukkige vrouw te stemmen, die eenigen tijd
-onder den invloed van dien man heeft verkeerd.”
-
-„Dat alles is waar, Raffles, maar ik begrijp niet waar je heen wilt,
-want op dit oogenblik kan Stanley niet anders gelooven, of Eleonora is
-dood. Jij hebt haar, toen zij in de ziekenzaal van de gevangenis te
-Londen lag, een middel toegediend, waardoor zij in een toestand
-geraakte, zoo zeer gelijkend op den dood, dat de autoriteiten haar ook
-als dood beschouwden.”
-
-„Ja, Charly, ik ben een ezel geweest, want terwijl ik meende, dat men
-haar naar het kerkhof zou brengen, vanwaar het ons gemakkelijk zou zijn
-gevallen haar te bevrijden en tot het leven terug te brengen, zoodra de
-lucht zuiver was, droegen zij haar naar de snijkamer van de
-universiteit, teneinde daar het merkwaardige geval te onderzoeken,
-hetgeen slechts zou gaan, wanneer men het lijk opende. Gelukkig zijn
-wij toen juist bijtijds gekomen, om te beletten, dat die zotte
-professor met zijn ontleedmes aan het werk toog, en wij hebben Eleonora
-kunnen bevrijden, toen onze man klaar stond zijn krachten op het als
-dood neerliggende lichaam te beproeven.”
-
-„Met dat al, Raffles, gelooft Stanley toch, dat zij dood is.”
-
-„Dat kan hij niet langer gelooven, Charly, dan slechts een paar dagen.
-Je hebt natuurlijk wel eens gehoord van een instelling, die telegraaf
-heet, en het moet je duidelijk zijn, dat alle nieuwsagentschappen in
-Londen zich zullen beijveren, het bericht van dien zonderlingen roof
-van een lijk uit de snijkamer van de universiteit, waarbij de
-ontvoerders met bommen en revolvers werkten, over te seinen.”
-
-„Welnu?”
-
-„Welnu, de naam van de zoogenaamde doode was bekend, en men weet
-waarschijnlijk reeds nu te New-York, dat die drie onbekend gebleven
-mannen een misdadigster ontvoerd hebben, Eleonora Manoury geheeten.
-Maar wat mijn doodsvijand dan ook moge zijn, een domkop is hij zeker
-niet. Het moet voor hem aanstonds duidelijk zijn, wie de zoogenaamde
-lijkenroovers waren, en hij begrijpt natuurlijk wel, dat John Raffles
-krankzinnig zou moeten zijn, wanneer hij zich al die moeite gaf, zijn
-leven in de waagschaal te stellen, om een lijk te rooven; hij moet
-inzien, dat de vrouw slechts schijndood was en dat John Raffles de man
-geweest moet zijn, die haar in dien toestand bracht.
-
-„Kun je die redeneering volgen?”
-
-„Ik volg haar, Raffles, en ik kan haar volkomen billijken,” antwoordde
-Charly. „Je hebt gelijk, het zou eenvoudig nonsens en tijdverlies
-beteekend hebben, een doode vrouw te redden.”
-
-„Tenzij Stanley mocht denken, dat ik er bepaald op stond, Eleonora
-Manoury een Christelijke begrafenis te verschaffen, maar wij zullen nu
-maar niet aannemen, dat hij plotseling kindsch is geworden. Welnu,
-Charly, van het oogenblik af, dat Stanley vermoedt of weet dat Eleonora
-Manoury niet dood is, moet hij haar boven alles vreezen, meer nog dan
-Raffles. Welk een indruk zou het dus, denk je op dien man maken,
-wanneer hij plotseling moest vernemen, dat Eleonora Manoury hier was?”
-
-Charly liet zich achterover in zijn stoel vallen, en keek Raffles met
-wijdgeopende oogen aan, terwijl hij stotterde:
-
-„Hier? Daar is immers geen sprake van! Hoe kan hij gelooven, dat zij
-hier is?”
-
-„Wel, hij zou het bijvoorbeeld in een krant kunnen lezen,” hernam
-Raffles bedaard.
-
-„In een krant? Maar mijn hemel, welk blad zou dat kunnen melden, als er
-geen woord van waar is?” riep Charly in de hoogste verbazing uit.
-
-„O, wij zijn hier in Amerika—en de Amerikaansche pers is in haar eerste
-leugen stellig niet gestikt,” antwoordde Raffles langs zijn neus weg.
-„Maar komaan, laten wij hier niet langer blijven, ik zal je spoedig
-genoeg mijn bedoeling hebben duidelijk gemaakt.”
-
-En Raffles wenkte den kelner, betaalde den man, liet zich hoed en jas
-brengen, en maakte zich gereed om het hotel te verlaten.
-
-En Charly volgde hem, maar wat Raffles eigenlijk wilde doen, daarvan
-begreep hij volstrekt niets.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-HOE DE VAL WERD OPGEZET.
-
-
-In de ruime vestibule van het groote hotel stond Raffles een oogenblik
-en raadpleegde zijn horloge.
-
-Het was bijna negen uur.
-
-Raffles bromde iets voor zich heen, scheen een oogenblik na te denken,
-en zeide toen:
-
-„Ik geloof, dat jij zeer sterk bent, Charly, op het gebied van de
-journalistiek, nietwaar?”
-
-„Dat is te zeggen,” stamelde Charly, verrast door het onverwachte van
-deze vraag, „ik kan mij niet herinneren, dat ik ooit een woord in een
-blad geschreven heb, behalve een jaar of tien geleden, toen ik eens een
-ingezonden stukje aan de „Times” heb gezonden, naar ik meen in verband
-met de nieuwe Zondagswet, ik kende je toen nog niet.”
-
-„Je schijnt de bedoeling van mijn vraag verkeerd te hebben begrepen.
-Misschien heb ik haar ook niet duidelijk gesteld. Ik wilde alleen maar
-weten of je op de hoogte bent van het verschijnen van de groote bladen
-in de verschillende landen der wereld.”
-
-„Nu, dat is wel wat veel gevergd,” antwoordde Charly lachend. „Maar ik
-mag toch wel zeggen, dat ik het van de meeste landen wel weet.”
-
-„Van de Vereenigde Staten bijvoorbeeld?”
-
-„Ja, ook van Amerika. De gewone dagbladen verschijnen hier voor de
-overgroote meerderheid uitsluitend als ochtendbladen. Er zijn er
-slechts zeer weinig, die een ochtend en een avondeditie hebben, en dan
-zijn er ook nog een paar, die alleen des avonds verschijnen.”
-
-„Dat is dus ongeveer zooals bij ons,” hernam Raffles peinzend. „Gaat
-die verhouding hier ook in New-York op?”
-
-„Ja, er komen hier in het geheel ongeveer tachtig dagbladen uit.
-Daarvan zijn twee en zeventig ochtendbladen, vijf bladen die ’s
-ochtends en ’s avonds uitkomen en drie alleen des avonds verschijnen.”
-
-„Dat is jammer,” mompelde Raffles. „Het was voor mijn plannen
-gemakkelijker geweest.... enfin, men moet roeien met de riemen, die men
-heeft. Hoe laat verschijnen die avondbladen ongeveer?”
-
-„Ze zijn reeds om half vijf aan de verschillende stations te krijgen.”
-
-„Hier bestaat natuurlijk ook het instituut van de extra-editie?”
-
-„Zeker, maar die verschijnen alleen als het hoogst gewichtige zaken
-betreft, een moordaanslag op den president, den dood van een
-invloedrijk monarch, of van een groot Amerikaansch staatsman, een
-spoorwegongeluk met minstens veertig dooden, een noodlottige
-aardbeving, of iets dergelijks.”
-
-Raffles scheen nog een oogenblik te aarzelen, en zeide toen:
-
-„Wel, dan komt er van werken van avond niet veel meer, dan zullen wij
-ons maar liever terugtrekken naar een of ander variété-theater, de
-specialiteiten zijn in dit land van den eersten rang, en wij zullen ons
-dan eenige uren kunnen amuseeren. Bovendien zijn wij beiden vermoeid
-van de lange reis en een weinig rust zal ons goed doen.”
-
-En zoo lieten de beide vrienden een auto voorkomen, en zich naar het
-Olympic rijden, waar dien avond juist een nieuw programma werd
-gespeeld.
-
-Wat Henderson betreft, hij slenterde wat rond door de schitterend
-verlichte straten, staarde naar de ontzaglijke lichtreclames, die de
-oogen pijn deden door hun gloed, maar verwijderde zich, op verlangen
-van Raffles, niet te ver van het hotel.
-
-De beide mannen keerden omstreeks elf uur in den avond weder naar hun
-hotel terug, en begaven zich ter ruste, om zich te herstellen van de
-vermoeienissen der lange en gevaarvolle lucht reis.
-
-Den volgenden morgen echter stonden zij om acht uur weder op, namen een
-bad, kleedden zich, ontbeten snel en lieten een huurauto voorkomen.
-
-Alvorens den chauffeur het adres op te geven, vroeg Raffles op zachten
-toon, zich naar Charly voorover buigend, die reeds in de auto zat:
-
-„Hoe heet het blad ook weer?”
-
-„The Evening Press!”
-
-„Waar is het ergens?”
-
-„In de twee en twintigste straat, dicht bij de Broadway.”
-
-„Broadway, twee en twintigste straat,” riep Raffles den chauffeur toe,
-en daarop stapte hij in en zette zich naast Charly neder.
-
-Een half uur later hield de auto stil op den hoek van de beroemde
-New-Yorksche winkelstraat van de twee en twintigste straat.
-
-Raffles zond den chauffeur weg, na hem te hebben betaald, en de beide
-vrienden wandelden de twee en twintigste straat verder in, tot zij een
-groot gebouw van grijzen steen hadden bereikt, waarvan de groote deuren
-wagenwijd openstonden, en op welks plat dak in reusachtige letters, die
-des avonds electrisch verlicht werden, het woord „Evening Press” te
-lezen stond.
-
-Raffles stond even stil, en vroeg aan Charly:
-
-„Tot hoe laat kan men in deze stad en voor een avondblad als dit copie
-ter zetterij geven?”
-
-„De vorm sluit meestal om half vier, zooals men dat noemt, maar het is
-mogelijk, in de zoogenaamde „Stop Press” wat wij Inlandsch noemen, ook
-na dien tijd, zelfs nog onder het afdrukken van de krant zeer kleine
-berichten te doen opnemen. Hiertoe bevindt zich in de zinken rol, welke
-een geheele krantenpagina bevat, een los stuk, wat de vakman „wit”
-noemt, en dat men er uit kan nemen, door de pers een oogenblik te laten
-stilstaan, en dan kan men op dat gedeelte een klein stukje zetsel met
-stalen klampen vastzetten, waarop men de pers opnieuw laat draaien,
-maar nu vindt men in de plaats van het brok wit, een klein berichtje.”
-
-„Voor groote berichten is dus waarschijnlijk nooit plaats?”
-
-„Neen, het segment is nooit grooter dan een halve kolom, daar men
-anders moeite zou hebben met het vastzetten.”
-
-„Ik dank je voor deze technische uiteenzetting, Charly, die mij van
-veel nut is. Wij zullen dus goed doen, zoolang mogelijk te wachten, en
-ik weet daartoe geen betere plek dan het restaurant daarginds, dat
-schuin tegenover het redactiebureau is gelegen.”
-
-De beide vrienden wachtten een oogenblik af, dat een verkeersagent de
-onophoudelijke file van voertuigen van allerlei aard een oogenblik liet
-stilhouden, om de zeer drukke straat over te steken, waarop zij het
-restaurant binnen traden, waar zij een plaatsje zochten dicht bij het
-raam van de lunchzaal op de eerste verdieping, vanwaar men een
-voortreffelijk gezicht had op het grootste gedeelte van de drukke
-zijstraat, breeder dan menig hoofdstraat eener Europeesche metropool,
-breeder dan het Strand, dan de Friederichstrasse te Berlijn, dan de Rue
-Royale te Parijs.
-
-Het was nog zeer stil in het restaurant, wegens het vroege uur en er
-waren zoo goed als geen bezoekers.
-
-Raffles knoopte een praatje aan met den kelner, een Italiaan, en het
-duurde niet lang of hij had vernomen, dat vele journalisten van de
-„Evening Press” de gewoonte hadden in dit restaurant te komen lunchen.
-
-Toen de kelner zich weder verwijderd had, zeide Charly, die nog altijd
-niet wist wat Raffles voornemens was:
-
-„Ik mag gekielhaald worden, als ik begrijp, wat je eigenlijk van de
-„Evening Press” wil!”
-
-„O, het is heel eenvoudig, Charly, zij moet een berichtje opnemen van
-mijn hand.”
-
-„Maar steek dan eenvoudig de straat over en bied het aan!” riep Charly
-verwonderd uit.
-
-„Dat zou ik wel doen, mijn waarde, wanneer mijn bericht niet van
-bijzonderen aard was,” hernam Raffles glimlachend. „Want zooveel weet
-ik ook wel van de Amerikaansche bladen, dat zij, evenmin als eenig
-ander blad ter wereld, een bericht van een haar geheel onbekend persoon
-zullen opnemen, zonder eerst een deugdelijke bevestiging ervan te
-hebben verkregen. Men schrikt er hier al evenzeer voor terug, een
-bericht te plaatsen, dat later moet worden herroepen, als in de oude
-wereld.”
-
-„Je bericht berust dus op fantasie?”
-
-„Het is van A tot Z gelogen,” antwoordde Raffles bedaard.
-
-„Maar dan zal het blad het nooit opnemen!”
-
-„Goedwillig waarschijnlijk niet, en daarom heb ik juist de medewerking
-noodig van een der heeren redacteurs.”
-
-„Denk je dat je met domooren te doen hebt, Raffles, en dat je een man
-van de „Evening Press” een leugenachtig bericht op de mouw kan
-spelden?”
-
-„Wacht eens even, mijn waarde, voor ons beiden is het leugenachtig,
-maar niets belet een buitenstaander het voor de zuivere waarheid aan te
-nemen. Zeg mij eens, is de „Evening Press” nog al op sensatie belust?”
-
-„Wat dat betreft, met de Globe mee spant het in dat opzicht wel
-ongeveer de kroon.”
-
-„Het kon niet mooier,” hernam Raffles. „Maar laten wij nu maar een
-kleine wandeling maken, wanneer de heeren redacteuren hier toch komen
-lunchen, zal ik hen niet misloopen.”
-
-De beide vrienden dronken hun glas witten wijn leeg, stonden op, en
-daar zij zich tamelijk dicht in de buurt van het Centrum Park bevonden,
-wandelden zij een paar uren rond in dit schoonste park van New-York,
-gedeeltelijk met huizen bezet, en begaven zich om twaalf uur weder naar
-het restaurant in de twee en twintigste straat.
-
-Zij hadden nauwelijks weder dicht bij een der ramen plaats genomen, of
-er verscheen een troepje, voor het meerendeel nog jonge lieden, in de
-wijdgeopende deuren van het redactiebureau, dat een gunstig oogenblik
-afwachtte en daarop haastig schuins de straat overstak, in de richting
-van het restaurant.
-
-En het volgende oogenblik leek het wel, alsof alle huizen en
-wolkenkrabbers in de straat letterlijk menschen uitbraakten, die bij
-honderden en duizenden de straat vulden, als mieren dooreen krioelden
-en zich repten, alsof zij werden voortgezweept.
-
-Dat waren de tallooze winkeljuffrouwen, klerken, typistes en
-stenografen, dagbladredacteuren en kantoorloopers, bureau-chefs en
-schrijvers, die klokslag half een bij duizenden hunne kantoren
-verlieten, om in een der bars, restaurants of lunchrooms te gaan
-twaalfuren.
-
-Het was een merkwaardig gezicht, zooals daar eensklaps de straat als
-het ware volstroomde met een menigte, die eenige minuten achtereen als
-zinneloos dooreenwemelde, en zich daarop als bij tooverslag weder
-oploste, de verschillende eetgelegenheden hadden haar opgeslokt.
-
-Het restaurant, waar Raffles en Charly hadden plaats genomen, werd
-bestormd door een luidruchtige schaar jonge lieden van beiderlei
-geslacht, snaterend, lachend, verheugd, dat zij gedurende ruim een uur
-aan de muffe lucht van het kantoor waren ontsnapt.
-
-In een oogwenk waren alle tafeltjes bezet, en de kelners liepen als
-hazen heen on weer, voor zoover de jonge lieden zich niet zelf
-bedienden aan het buffet, en betaalden met penningen van verschillende
-bedragen, welke zij zich aan de kas hadden verschaft.
-
-Niet ver van de beide vrienden had een half dozijn jonge mannen plaats
-genomen, wier levendige gebaren aanstonds verrieden, dat zij tot het
-geslacht der reporters behoorden.
-
-Raffles had hen aanstonds herkend, het waren de redacteurs van de
-„Evening Press”.
-
-Hij beschouwde hen geruimen tijd, totdat Charly vroeg:
-
-„Wat zoek je eigenlijk?”
-
-„Ik zoek onder hen naar den mam, dien ik hebben moet. Ik bestudeer de
-gelaatstrekken, laat mij nog een oogenblik begaan.”
-
-Na tien minuten scheen Raffles gevonden te hebben wat hij zocht, en hij
-bleef nu een jongen man van een jaar of dertig in het oog houden,
-tamelijk opzichtig gekleed, met glanzend zwart haar, zorgvuldig
-gescheiden, een bloem in het knoopsgat, en die de eene sigaret na de
-andere rookte, zelfs onder het eten door.
-
-„Dien moet ik hebben,” zeide hij halfluid, „dien knaap daarginds met
-zijn grijs geruit pak.”
-
-„Waarom juist hem?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-
-„Zie je niet, dat hij versche zalm besteld heeft?”
-
-„Ja, dat zie ik, wat zou dat?”
-
-„Een journalist, Charly, die in dezen tijd van het jaar versche zalm
-eet, leeft boven zijn stand, neem dat maar gerust van mij aan. Hij
-drinkt er bovendien witten wijn bij, en die is in deze gelegenheid ook
-niet wat men goedkoop noemt. Is „Evening Press” een eersterangs blad?”
-
-„Volstrekt niet. Het behoort tot de derderangs bladen, maar het wordt
-toch zeer veel gelezen, vanwege de sensatieartikelen, waarin het blad
-een bolleboos is.”
-
-„De salarissen zullen er dus wel niet zoo heel erg hoog zijn?”
-
-„Goede Amerikaansche journalisten verdienen over het algemeen meer dan
-de Europeesche, en de zeer goede kunnen gerust welgesteld worden
-genoemd, maar toch blijft er ook voor de Amerikaansche krantenmenschen
-in dat opzicht nog heel wat te wenschen over.”
-
-„Dank je. Maar daar gaat onze man, hij mag mij niet ontsnappen, kom
-mee!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-HET BERICHT IN DE „EVENING PRESS”.
-
-
-De jonge man in het grijs geruite costuum was opgestaan, had zijn hoed
-en regenjas van den kapstok genomen, en wendde zich naar de deur, na
-zijn makkers vaarwel te hebben toegewuifd, en Raffles hoorde hoe een
-hunner hem spottend achterna riep:
-
-„Durf je Irene niet te laten wachten, Jack?”
-
-De toegeroepene gaf geen antwoord, maar dreigde zijn kameraad lachend
-met de vuist.
-
-Charly en Raffles waren snel opgestaan, en volgden nu den jongen man,
-zonder dat het opzien baarde.
-
-Maar in de breede gang gekomen moesten zij zich nog al haasten, want
-ook de journalist scheen gepresseerd te zijn, hij wilde zeker niet
-mankeeren aan de afspraak met de jongedame, wier naam zooeven was
-uitgeroepen.
-
-Maar Raffles en Charly versnelden hun pas en juist in de vestibule van
-het restaurant haalden zij den jongen man in. Raffles klopte hem op den
-schouder.
-
-„Neem mij niet kwalijk, mijnheer Jack, was het geloof ik, wanneer uw
-afspraak u niet bepaald opeischt, zou ik gaarne een kort gesprek met u
-voeren.”
-
-De jonge man keek Raffles en Charly beurtelings verwonderd en ook wel
-wat ongeduldig aan, en zeide toen:
-
-„Pardon, maar ik heb niet het genoegen u te kennen.”
-
-„Dan stellen wij u in de gelegenheid kennis met ons te maken, mijnheer
-Jack,” hernam Raffles rustig. „Ik geloof, dat het u niet zal berouwen,
-een oogenblik naar mij te luisteren.”
-
-Hij liet zijn stem dalen tot een zacht gefluister, en vervolgde:
-
-„Gij zult er toch zeker niets op tegen hebben, Uw blad een prachtige
-primeur te verschaffen, die U zeker geen windeieren zal leggen?”
-
-De jeugdige Jack zou geen Amerikaansch journalist moeten zijn, als hij
-niet aanstonds de ooren had gespitst.
-
-Hij keek Raffles even aandachtig aan, en zeide toen vastbesloten:
-
-„Ik ben tot uw dienst, mijnheer.”
-
-„En Miss Irene?” vroeg Raffles glimlachend.
-
-„Die kan wachten,” antwoordde de jonge man schouderophalend. „Mijn blad
-gaat altijd voor.”
-
-„Zoo mag ik het hooren, mijnheer.... mijnheer....
-
-„Mijn naam is Jack Flinton,” zeide de jonge man.
-
-„Nu dan, mijnheer Flinton, wij zouden u gaarne uitnoodigen, ergens een
-rustig plekje op te zoeken, het is namelijk volstrekt niet noodig, dat
-derden hooren, wat ik u heb mee te deelen.”
-
-„Het is dus van veel gewicht?” vroeg Flinton, wiens belangstelling was
-gewekt.
-
-„Van zeer veel gewicht, vooral voor u.”
-
-„Wees dan zoo goed mij te volgen, ik weet in een der dwarsstraten een
-eenvoudig wijnhuis, waar men mij goed kent en waar men mij gaarne een
-vertrek ter beschikking zal stellen, waar wij ongestoord kunnen
-spreken.”
-
-„Wij volgen u, mijnheer Flinton.”
-
-De drie heeren begaven zich op weg, en toen zij tien minuten later een
-klein, door een Italiaan gedreven wijnhuis bereikten, had nog geen
-hunner een woord gesproken.
-
-Flinton wisselde eenige woorden met den eigenaar, die er uitzag als een
-ware Rinaldo Rinaldini, met zijn gitzwarte oogen en zijn verwarden
-zwarten baard, en wenkte daarop Raffles en Charly, waarop zij aan het
-einde van de gelagkamer een trap van slechts weinige treden bestegen,
-die naar een klein opkamertje bleek te voeren, dat slechts door een
-enkel raam verlicht werd, hetwelk uitzag op een morsige binnenplaats.
-
-De waard bracht een flesch wijn en drie glazen binnen, welke Raffles
-aanstonds betaalde, ofschoon Flinton reeds naar zijn beurs greep, en
-deze opende dadelijk de flesch, met behulp van den kurketrekker in zijn
-zakmes, en met een handigheid en vlugheid, die bewezen, dat hij dit
-werkje zeer vaak bij de hand had gehad.
-
-De journalist schonk de drie glazen vol, nipte even aan het zijne, en
-zeide toen:
-
-„Voor wij verder gaan, zou ik gaarne uw naam weten, want als gij mij
-iets hebt mede te deelen, is het van belang, dat ik dien weet.”
-
-Raffles nam een teug van zijn wijn, glimlachte en zeide:
-
-„Mijn naam, mijnheer Flinton? Och, die doet er waarlijk heel weinig
-toe. Gij zult dit later zelf moeten toestemmen, als gij vernomen hebt,
-wat ik u kom vragen.”
-
-„Wat kan dat dan wel zijn, mijnheer?” vroeg Flinton, wiens beroepsijver
-was gaande gemaakt, en die zeer nieuwsgierig was geworden.
-
-Met de oogen strak gevestigd op den zwarten valschen parel, dien de
-jonge man in zijn kleurige das droeg, begon Raffles:
-
-„Ik zou u willen verzoeken, mijnheer Flinton, een berichtje in uw
-avondblad van heden op te nemen, van tamelijk sensationeelen aard.”
-
-Flinton keek Raffles met hoog opgetrokken wenkbrauwen aan, boog zich
-toen met een ruk voorover tot dat zijn ellebogen op de tafel steunden,
-en vroeg:
-
-„Een primeur? Een mooie moord? Een inbraak van beteekenis? Een erfenis?
-Een lijk gevonden? Is er iets niet in orde in Wall Street? Iets gaande
-met den President misschien?”
-
-Raffles schudde glimlachend het hoofd, en antwoordde:
-
-„Niets van dien aard, mijn waarde heer Flinton. Het betreft de zaak van
-Eleonore Manoury!”
-
-Nu was dit wel is waar een Engelsch onderwerp, maar de geheimzinnigheid
-van het geval maakte het toch ook voor Amerikaansche lezers zeer
-aantrekkelijk, en daarom was Flinton een en al oor en hij herhaalde:
-
-„Eleonore Manoury? De voormalige minnares van dien beruchten
-misdadiger, Irwin Stanley?”
-
-„Dezelfde, mijnheer Flinton.”
-
-„De vrouw, die eergisteren uit de snijkamer van de Universiteit te
-Londen geroofd werd door drie onbekende mannen?”
-
-„Juist. Gij gelooft natuurlijk ook, dat die vrouw een lijk was, toen
-zij door die drie mannen geroofd werd?”
-
-„Natuurlijk geloof ik dat, mijnheer,” antwoordde Flinton in de hoogste
-verbazing.
-
-„Laat mij u dan uit die dwaling helpen, mijn waarde heer, die vrouw
-leefde.”
-
-Een oogenblik keek Flinton Raffles achterdochtig aan.
-
-Hij was reeds lang in het journalistenvak, hij was een goed en
-schrander reporter, en menigmaal waren zich op zijn redactiebureau
-lieden komen aanmelden, die in vollen ernst een breedvoerig verhaal
-zeer huiveringwekkend kwamen opdisschen, waarvan bij nader onderzoek
-letterlijk ieder woord verzonnen bleek te zijn.
-
-De lieden waren dan niets anders dan een soort betrekkelijk
-ongevaarlijke maniakken, die eenvoudig bezeten waren door den duivel
-der sensatie, overal misdadigers zagen, en de afschuwelijkste
-voorvallen uit hun duim zogen om een uur later vast overtuigd te zijn,
-dat zij zich in waarheid zoo hadden toegedragen, als zij zich
-verbeeldden.
-
-Alle redactiebureaux ter wereld kennen deze verschijningen, en Raffles
-begreep eveneens dadelijk wat er in den jongen journalist omging.
-
-„Denk vooral niet, dat ik gek ben, mijnheer Flinton, of zelfs maar een
-van die dwaze praatjesmakers die alle redactiebureaux afloopen met hun
-onzinnige verhalen. Wat ik u zeg is de volle waarheid, Eleonore Manoury
-was niet dood, toen men haar bevrijdde uit de handen van den
-professor.”
-
-„Maar voor den drommel, hoe kunt gij dat weten?” vroeg Flinton in de
-hoogste verbazing.
-
-„Ik weet het zoo goed, mijn jonge vriend, omdat ik zelf de man was, die
-het gewaande lijk stal.”
-
-Dit was bijna meer dan Jack Flinton kon verdragen, al was hij een
-Amerikaansch journalist en al had hij dus in zijn kort leven reeds heel
-wat bijgewoond.
-
-Hij liet zich achterover in zijn stoel vallen, en keek Raffles als
-verwezen aan.
-
-Maar toen maakte een gevoel van toorn zich van hem meester, dat
-duidelijk op zijn gelaat te lezen viel, men kwam hem hier
-klaarblijkelijk voor de gek houden, het was waarschijnlijk een laffe
-grap van eenige collega’s, die deze beide mannen op hem hadden
-afgestuurd.
-
-Hij sloeg met de vuist op tafel, en riep uit, terwijl hij opsprong en
-naar zijn hoed greep, dien hij achter zich op de leuning van zijn stoel
-had gehangen:
-
-„Als gij soms denkt, dat ik lust en tijd heb om naar uw beuzelpraatjes
-te luisteren, dan vergist gij u. Ik heb de eer u te groeten.”
-
-Maar Raffles, zonder zelfs op te staan, zette de vijf uitgespreide
-vingers van zijn rechterhand tegen de borst van den jongen man en duwde
-hem op deze wijze weder op zijn stoel terug, terwijl hij glimlachend
-zeide:
-
-„Niet zoo haastig, mijn jonge vriend, vooral niet zoo haastig. Ik
-verzeker u, dat gij u zelf zoudt benadeelen, als gij mij niet tot het
-einde liet uitspreken. Ik zei u reeds, dat gij niet met een gek te doen
-had, maar evenmin met een bedrieger.... in de gewone beteekenis van het
-woord. Met dezen heer, en nog iemand anders, stal ik inderdaad hetgeen
-de professor beschouwde als het lijk van Eleonore Manoury.”
-
-Nu veranderden eensklaps de trekken van Flinton, want zijn
-journalistieke flair waarschuwde hem, dat hij hier de hand had gelegd
-op een bij uitstek interessant geval, waarvan de vermelding hem zeker
-een goedkeuring, misschien wel opslag zou brengen.
-
-Raffles zag wat er in de ziel van Flinton omging en hernam rustig:
-
-„Misschien verwacht gij nu wel, dat ik u onbetaalbare stof zal leveren
-voor een opzienbarend artikel, door u in bijzonderheden mee te deelen,
-hoe ik het plan beraamde, hoe het ten uitvoer werd gebracht en met welk
-doel ik het deed.”
-
-„Natuurlijk ben ik daar zeer nieuwsgierig naar, mijnheer.”
-
-„Dan spijt het mij, dat ik aan die nieuwsgierigheid niet zal kunnen
-voldoen, want het gaat voor mij om de zaak zelve en niet om een
-beschrijving ervan.”
-
-„Maar dan ontrooft gij mij een prachtige gelegenheid om mijn positie te
-verbeteren, mijnheer!” riep Flinton, teleurgesteld uit.
-
-„Dat is erg jammer, maar ik beloof u, dat ik op een andere wijze die
-positie veel sneller zal weten te verbeteren, dan gij u thans kunt
-voorstellen. Mag ik weten hoeveel men u per jaar voor uw arbeid
-betaald?”
-
-Flinton keek Raffles een weinig verbluft aan en een oogenblik scheen
-hij te aarzelen, in zijn beroepstrots gekwetst, maar zijn fijne neus
-scheen toch iets te ruiken, iets wat hem voordeel beloofde, als hij
-zonder omwegen te werk ging, en daarom antwoordde hij:
-
-„Men betaalt mij drie honderd dollar in de maand, mijnheer.”
-
-Raffles schudde afkeurend het hoofd, liet zijn blikken eens glijden
-over de fijne kleeren van den jongen journalist, vestigde ze toen weder
-op den valschen parel, en riep verontwaardigd uit:
-
-„Dat is een hongerloon, mijnheer. Het is mij onbegrijpelijk hoe een
-jongmensch, dat blijkbaar het goede van deze aarde niet veracht,
-daarvan kan leven.”
-
-Flinton bromde iets voor zich heen, dat voor een bevestiging van
-Raffles’ woorden kon worden gehouden, maar wat hij zeide was
-onverstaanbaar.
-
-Raffles keek hem nog een oogenblik aan, en hernam toen, zijn nagels
-beschouwend:
-
-„Ik zeide dus, dat ik zoo nauwkeurig op de hoogte ben van het lot van
-Eleonore Manoury, omdat ik haar zelf heb geroofd.”
-
-Maar eensklaps sprong Flinton op, alsof hij door een schorpioen
-gestoken was en zijn lippen beefden van drift, toen hij uitriep:
-
-„Geen woord meer, mijnheer! Waar zijn toch mijn hersens? Ik vergat, dat
-die ontvoering eergisteren heeft plaats gehad. En gij zult toch zeker
-niet willen beweren, dat gij in twee dagen van Londen naar New-York
-zijt gekomen?”
-
-„In een halven dag, mijnheer Flinton,” antwoordde Raffles rustig.
-
-Flinton keek Raffles wel een volle minuut achtereen strak aan, stond
-toen zonder een woord te spreken op, nam heel bedaard zijn hoed en
-wilde heengaan.
-
-Hij was er nu heel zeker van, dat hij met een waanzinnige of met een
-potsenmaker te doen had.
-
-Maar Raffles hield hem aan zijn jas terug en dwong hem op deze wijze
-weder te gaan zitten.
-
-„Kijk mij toch eens goed aan, mijn jonge vriend,” zeide hij, „ga met uw
-menschenkennis te rade, en erken dan, dat ik er in het geheel niet
-uitzie als een krankzinnige, en nog veel minder als iemand, die een
-loopje met u nemen wil. Ga weder zitten en gooi de vijf duizend dollar
-niet in het water dat is ongeveer anderhalf jaar salaris, welke ik u op
-een zeer gemakkelijke wijze wil laten verdienen.”
-
-Op het hooren van dit hooge bedrag was het alsof de beenen onder
-Flinton werden weggeslagen, zoo verbazend snel zonk hij weer op zijn
-stoel neer, ditmaal blijkbaar vastbesloten om den ander tot het einde
-te laten uitspreken.
-
-„Vijf duizend dollar?” hernam hij op schorren toon. „En wat zou ik
-daarvoor moeten doen?”
-
-„Eenvoudig een berichtje opnemen over die bewuste vrouw, mijn waarde
-heer!”
-
-„Dat bericht zult gij mij geven?”
-
-„Ja!”
-
-„Als gij er zooveel voor over hebt, is er zeker geen woord van waar?”
-
-„Geen lettergreep!”
-
-„Ik ben blij, dat ik althans met een oprecht man te doen heb!” riep
-Flinton uit, terwijl hij zijn glas wijn in een teug ledigde en het
-opnieuw vulde. „Kom ter zake, als ik u verzoeken mag.”
-
-Raffles wierp Charly Brand een snellen blik toe, als om hem tot getuige
-te nemen, dat hij het karakter van dezen jongen man goed beoordeeld
-had, en hernam toen glimlachend:
-
-„Een oogenblik, mijnheer Flinton. Ik heb ook mijn eergevoel en ik zou
-niet gaarne zien, dat gij aan mijn waarheidsliefde twijfelde. Ik zeide,
-dat ik niet in twee dagen, maar in een halven dag, eigenlijk in minder
-tijd nog, dat wil zeggen in tien uren van Londen naar New-York kwam,
-gelooft gij mij of niet?”
-
-„Het klinkt buitengewoon, het klinkt haast ongeloofelijk,” stotterde
-Flinton, „maar.... tegenwoordig, nietwaar....?”
-
-„Ik zie al wat het is, jonge vriend,” zeide Raffles kalm, „van het
-oogenblik af, dat ik u vijf duizend dollar wil laten verdienen, laat al
-het overige u volkomen onverschillig, en als ik u zeide, dat ik
-verleden week van de maan vertrokken was, zoudt gij goedig ja knikken
-en bij u zelf denken: laat de onschadelijke gek maar praten, als zijn
-dollars maar echt zijn.”
-
-Flinton trok op het hooren van deze woorden een zoo verlegen gezicht,
-dat Charly moeite had een lachbui te smoren en bromde alweer iets in
-zichzelf, dat voor niemand verstaanbaar was.
-
-Raffles echter vervolgde onverstoorbaar:
-
-„Eigenlijk gezegd, doet het er ook niet toe, of gij mij gelooft. De
-hoofdzaak is, dat gij mij de belofte geeft, het berichtje te plaatsen,
-hetwelk ik kant en klaar bij mij heb.”
-
-„Laat eens zien,” zeide Flinton kortaf.
-
-Raffles haalde zijn portefeuille te voorschijn, nam er een stukje
-papier uit, dat hij openvouwde en stak het Flinton toe, met de woorden:
-
-„Zooals gij ziet, is het met de schrijfmachine geschreven en op juist
-hetzelfde papier als de politie hier gebruikt, om er het politierapport
-op te tikken, hetwelk iederen dag in vele exemplaren aan de
-verschillende dagbladredacties wordt toegezonden en waaruit deze plegen
-over te nemen, wat hun belangrijk genoeg toeschijnt.”
-
-Flinton had het vel papier aangenomen en overtuigde zich, dat de
-zonderling, die tegenover hem zat, de waarheid had gesproken.
-
-„Hoe komt gij aan dit papier?” riep hij verbaasd uit. „Het is juist het
-formaat, dat de politie gebruikt, en in den hoek staat ook het hoofd
-(DIENST VAN DE POLITIE) gedrukt.”
-
-„Mijnheer Flinton, ik ben overtuigd, dat gij uw beroepsgeheimen hebt,
-sta mij toe, dat ik er ook de mijne opnahoud en die liever voor mijzelf
-houd.”
-
-„Maar dat is waar ook, ik weet immers steeds nog niet wie gij zijt,”
-kwam Flinton.
-
-„Ik moet u herhalen, mijnheer Flinton, dat mijn naam er voorloopig
-niets toe doet, misschien zult gij dien morgen zelf wel raden of op een
-andere wijze te weten komen. Ik ben trouwens overtuigd, dat gij
-scherpzinnig genoeg zult zijn om de ware toedracht der zaak spoedig uit
-te vinden. En lees nu, wat ik u verzoeken mag!”
-
-De jonge man begon te lezen en zijn wenkbrauwen gingen, hoe verder hij
-kwam, des te meer de hoogte in, tot zij onder zijn glimmend haar bijna
-waren verdwenen.
-
-Toen hij gereed was, liet hij de hand op de tafel rusten, waarin hij
-het papier vasthield en zeide, zich tot Raffles wendend:
-
-„Weet gij wel, mijnheer, dat dit bericht louter fantasie is?”
-
-„Dat zeide ik reeds, mijn jonge vriend,” antwoordde Raffles bedaard.
-„Het is van a tot z gelogen!”
-
-„Maar het zal aanstonds uitkomen, dat het gelogen is, mijnheer, en men
-zal het tegenspreken!” riep de journalist verwonderd uit.
-
-„Men zal het in ieder geval niet tegen kunnen spreken voor
-morgenochtend op zijn allervroegst, en dat is voor mijn doel
-voldoende,” hernam Raffles koeltjes.
-
-„Ik behoef u zeker niet te zeggen, dat deze falsificatie mij mijn
-betrekking kan kosten, mijnheer?”
-
-„Daarvoor betaal ik u dan ook vijf duizend dollar!” kwam Raffles. „Ik
-ben er zeker van, dat een jongmensch als gij gemakkelijk elders weer
-een plaats krijgt. Bovendien als gij het wat handig aanlegt, behoeft
-immers niemand het te weten, dat juist gij het bericht hebt geplaatst.
-Gij zoudt het handig tusschen de copieën kunnen inschuiven, waarmede de
-copiejongens van de redactieafdeelingen naar de zetterij gaan, en daar
-er aan uw blad redacteurs, reporters, zetters, correctors, opmakers,
-drukkerspersoneel en stypeurs, alles wel inbegrepen minstens twee
-honderd man verbonden zijn, zal het wel zeer moeilijk zijn den waren
-dader aan te wijzen.”
-
-Flinton dacht even na en zeide toen opgewonden:
-
-„Gij zijt zeker eenigszins thuis in ons vak, zoo zou het waarlijk
-kunnen gaan.”
-
-„Verder herinner ik u er aan, mijnheer Flinton,” ging Raffles voort,
-„dat gij in deze zaak zelfs de schoone rol zoudt kunnen spelen, als
-mijn doel u duidelijk is geworden, want ik ben vast overtuigd, dat gij
-minstens twee kolommen kunt volschrijven over het onderhoud, dat wij
-thans voeren, waarvan dan natuurlijk, naar Amerikaansch gebruik,
-ongeveer een achtste kolom waarheid zal zijn en de rest puur verzinsel.
-Dat zal ik u echter volstrekt niet kwalijk nemen, vooral niet van het
-oogenblik af, dat gij mijn waren naam zult kennen.... of raden, en dat
-kan reeds morgen het geval zijn. Zonder mij te buiten te gaan aan
-zelfoverschatting, mijn jonge vriend, durf ik u gerust verzekeren, dat
-gij thans een gesprek hebt gevoerd met.... een persoon van vrij groot
-belang in zijn land.”
-
-Flinton keek een oogenblik in de groote, staalgrijze oogen, naar het
-hooge, schrandere voorhoofd, naar den mond met zijn vaste lijnen en
-naar het klassiek gevormde hoofd met zijn edele trekken, naar de
-krachtige schouders, de gewelfde borst en de gespierde vingers van den
-man, die tegenover hem zat.
-
-Nog kon hij zich in de verste verte niet voorstellen, wie deze
-zonderlinge man mocht zijn, en toch begreep hij instinctief, dat hij
-een zeer goeden dag had gehad en dat hij misschien binnenkort een serie
-opzienbarende artikelen uit deze ontmoeting zou kunnen slaan, tenminste
-wanneer de vreemdeling zweeg over het aanbod van de vijf duizend
-dollar.
-
-Vastberaden vouwde hij het papier op, stak het in zijn portefeuille,
-raadpleegde zijn horloge en stak toen zijn rechterhand geopend vooruit,
-zonder een woord te spreken, maar met een gebaar, dat aan duidelijkheid
-niets te wenschen overliet en dat in alle landen ter wereld
-onmiddellijk begrepen wordt.
-
-De portefeuille van Raffles kwam opnieuw te voorschijn en hij nam er
-tien billetten van vijf honderd dollar uit, welke hij den jongen man
-ter hand stelde met de woorden:
-
-„Hier hebt gij het geld, ik ben overtuigd dat gij mij niet bedriegen
-zult en het bericht zult plaatsen. Mocht dat niet het geval zijn,
-mijnheer Flinton,.... wel gij zoudt uw vijf duizend dollar spoedig weer
-kwijt zijn en waarschijnlijk nog heel wat meer op den koop toe, neem
-dat gerust van mij aan!”
-
-„Gij kunt op mij rekenen, mijnheer,” zeide Flinton, die was opgestaan
-en zijn hoed had gegrepen. „Zie ik u nog terug?”
-
-„Dat is al heel onwaarschijnlijk, mijn jonge vriend,” antwoordde
-Raffles, en er lag een spottende klank in zijn stem. „Tenminste niet
-zoo als ik mij thans aan u vertoon.”
-
-„Ik kan natuurlijk op uw stilzwijgendheid rekenen?”
-
-„Ik ben een gentleman, mijnheer Flinton,” was alles wat Raffles
-antwoordde.
-
-„Ik dank u, het bericht zal in ons avondblad geplaatst worden.”
-
-„Daar reken ik op.”
-
-Flinton boog voor Raffles, vervolgens voor Charly, die al dien tijd
-geen woord had gesproken, en het volgende oogenblik had hij het kleine
-vertrekje verlaten.
-
-
-
-Dien avond bevatte de „Evening Press” met een paar vet gedrukte
-„hoofdjes” er boven, en op een goed zichtbare plaats, Flinton had
-waarschijnlijk erg zijn best willen doen, het volgende bericht:
-
-
- „De politie in onze stad is door een gelukkig toeval op het spoor
- gekomen van een door de Engelsche Justitie gezochte misdadigster,
- onder omstandigheden, die aan een sensatieroman doen denken.
-
- Vroeg in den morgen van heden, toen het nog duister was, vernamen
- eenige patrouilleerende agenten te Hoboken het snorren van een
- vliegmachineschroef boven hun hoofd.
-
- Zij wijdden er in het begin geen aandacht aan, maar spoedig werd
- hun aandacht getrokken door het onregelmatig kletterend geluid, dat
- er op scheen te wijzen, dat er iets met den motor niet in orde was.
-
- En spoedig genoeg zou het blijken, dat de wakkere ordebewaarders
- goed gehoord hadden.
-
- In de lucht vertoonde zich een vliegmachine, die zich daar
- blijkbaar slechts met moeite handhaafde, en snel de oppervlakte van
- de aarde naderde.
-
- In het steeds toenemende daglicht konden zij zien, dat de schroef
- nu in het geheel niet meer draaide, en de bestuurder deed blijkbaar
- wanhopige pogingen, om de vliegmachine des ondanks veilig te doen
- landen, door haar in een grooten spiraal te laten dalen.
-
- Dit ging ook goed, totdat de machine zich ongeveer vijftig meter
- boven den grond bevond, toen echter schoot zij schuins naar den
- bodem, en met luid geraas van brekend metaal en houtwerk, kwam zij
- terecht op een stuk bouwland.
-
- Zoo haastig hun beenen hen wilden dragen, ijlden de vier
- politiemannen naar de plek waar de machine was neergekomen, en toen
- zij die bereikten, zagen zij tot hun verwondering, hoe een man,
- blijkbaar zooeven uit de half vernielde machine gestapt, zich in
- allerijl verwijderde.
-
- Zij wijdden echter geen aandacht meer aan den luchtreiziger,
- meenende, dat de schrik hem zoodanig had aangegrepen, dat hij niet
- meer wist, wat hij deed, en in de vlucht zijn heil had willen
- zoeken.
-
- En pas later zou blijken, dat zij daar niet goed aan gedaan
- hadden....
-
- Naast het onbruikbaar geworden vliegtuig van eigenaardigen vorm
- vonden zij een nog jonge, bevallige vrouw, met de rechterhand
- omzwachteld en die blijkbaar bewusteloos was, waarschijnlijk half
- verdoofd door den val, daar haar lichaam geen wonden vertoonde.
-
- Een eind verder lag een nog jonge man op den rug uitgestrekt,
- eveneens bewusteloos, maar die tamelijk spoedig weder tot zich zelf
- kwam, en toen een tamelijk verward verhaal deed over de zoo
- noodlottig geëindigde vlucht.
-
- Daar de vrouw niet uit haar bewusteloosheid ontwaakte, werd er een
- brancard gehaald, en zij werd naar het ziekenhuis vervoerd,
- ofschoon de jonge man zich daar tegen verzette.
-
- Hijzelf was in staat, zich zonder hulp naar een hotel te begeven,
- en verklaarde, dat hij zoo spoedig mogelijk naar zijn reisgezellin
- zou komen omzien.
-
- Maar wie schetst de verbazing van den brigadier, die aan het hoofd
- van de patrouille stond, toen hij in de helder verlichte kamer van
- den ziekenhuisdirecteur de vrouw herkende, die hij zooeven had
- afgeleverd, het was Eleonore Manoury, een langgezochte Engelsche
- misdadigster, wier signalement reeds eenige weken te voren naar
- alle hoofdsteden der wereld was gezonden, benevens een
- radiografisch overgebracht portret.
-
- Maar deze verbazing werd tot ontsteltenis, ja tot ongeloof, toen
- men zich herinnerde, dat Eleonore Manoury nog pas den dag te voren
- geroofd was uit de snijkamer van de Universiteit te Londen.
-
- Was het dan mogelijk, dat de ontvoerders van de jonge vrouw haar in
- dien korten tijd, in nog geen halven dag, van Londen naar New-York
- hadden kunnen overbrengen?
-
- Het leek volkomen onaannemelijk, en men moest dus wel aan een
- frappante gelijkenis denken.
-
- Maar nog in den loop van den morgen bleek twijfelen niet meer
- mogelijk te zijn.
-
- Na de wisseling van een aantal telegrammen met de
- politieautoriteiten te Londen kwam het onomstootelijk vast te
- staan, dat de vrouw, die men bij de vernielde vliegmachine had
- gevonden, inderdaad niemand anders kon zijn dan Eleonore Manoury.
-
- Het is dus nu wel zeker, dat er een vliegmachine bestaan heeft, zoo
- verwonderlijk snel, dat zij den overtocht over den Oceaan binnen
- tien uur kan volbrengen.
-
- Helaas is de motor volkomen vernield, en daar de uitvinder de
- vlucht heeft genomen, zal het moeielijk vallen, dienaangaande iets
- zekers te ontdekken.
-
- Het spreekt vanzelf, dat Eleonore Manoury, zoodra zij uit haar
- bewusteloosheid ontwaakte, naar het politiebureau werd
- overgebracht, in de Een en twintigste Straat gelegen, vanwaar zij
- reeds morgenochtend naar de gevangenis zal worden gevoerd in
- afwachting van hare uitlevering aan de Engelsche Justitie.
-
- Wat de jonge man aangaat, men stelde een val op, en toen hij zich,
- van geen gevaar bewust, aan het ziekenhuis kwam aanmelden, werd hij
- overvallen en na een hevige worsteling onschadelijk gemaakt.
-
- Hij weigerde echter hardnekkig zijn naam te noemen, evenmin als
- dien van zijn medereiziger, maar de politie meent grondige redenen
- te hebben voor de veronderstelling, dat zij een zeer goeden slag
- geslagen heeft en den medeplichtige heeft weten onschadelijk te
- maken, van een man, wiens naam wij echter thans nog niet mogen
- noemen, maar die in Londen maar al te wel bekend is in
- politiekringen.
-
- In onze volgende editie zullen wij nader terugkomen op deze
- geheimzinnige zaak.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-DE MUIS KNABBELT AAN HET SPEK.
-
-
-Dit bericht stond, zooals gezegd, in het avondblad van de „Evening
-Press”, welk blad reeds om half vijf aan de stations der Subways en der
-electrische treinen, benevens aan alle kiosken verkrijgbaar was.
-
-En Raffles lachte tevreden toen hij het bericht onder de oogen kreeg.
-Flinton had er geen woord, geen lettergreep, geen leesteeken aan
-veranderd.
-
-Raffles en Charly bevonden zich op dat oogenblik in de groote
-conversatiezaal van het Astor-Hotel, die met waarlijk vorstelijke
-weelde was ingericht, maar waarop zich op dat uur slechts weinig
-personen bevonden.
-
-Na het bericht zelf te hebben gelezen, gaf hij het blad glimlachend aan
-Charly, die het op zijn beurt las, het blad langzaam opvouwde en het
-naast zich neerlegde.
-
-Daarop zeide hij, terwijl hij zijn stem zooveel mogelijk dempte:
-
-„Ik heb nu het bericht gelezen, Raffles, maar om je de gulle waarheid
-te zeggen, ik begrijp er nog altijd het doel en de strekking niet van.”
-
-„Ik denk, Charly, dat je door de boomen het bosch niet gezien hebt,
-zooals men dat noemt,” antwoordde Raffles kalm. „Laat ik je zeggen, dat
-het heele bericht slechts draait, om een enkelen zin, dien je tegen het
-einde van het stuk zult hebben aangetroffen, de rest is bijzaak, hoewel
-ze natuurlijk onvermijdelijk was.”
-
-„Welke is die zin?”
-
-„Hij heeft betrekking op het overbrengen van Eleonore naar de
-gevangenis.”
-
-„Ik begrijp niet....”
-
-„Mijn hemel, het is toch duidelijk genoeg,” riep Raffles eenigszins
-ongeduldig uit. „Stanley is hier, dat staat als een paal boven water.
-Om hem hier te gaan zoeken, te midden van een bevolking van drie
-millioen zielen, is waanzin, vooral, wanneer hij zich de eerste weken
-goed verborgen houdt. Men moest hem dus uit zijn tent lokken. Welnu,
-daarom is dat bericht opgesteld. Wanneer hij weet dat Eleonore Manoury
-hier is, zal hij worden aangetrokken naar de plaats, waar zij zich
-bevindt, als een stuk ijzer door de magneet. Bedenk eens wat het voor
-hem zeggen wil, als die vrouw eenmaal in de gevangenis zit, en vandaar
-naar Londen wordt overgebracht, om door den rechter te worden gehoord.
-Wat zou hij dan moeten vreezen, denk je?”
-
-„Natuurlijk, dat zij zelf verloren zijnde, alles zal mededeelen, wat
-zij omtrent dien schurk weet, en dat zal wel zijn geheele verleden van
-misdaad en bloed zijn,” antwoordde Charly, die licht in de duisternis
-begon te zien.
-
-„Zoo is het, mijn waarde. Niet alleen de wraakzucht, maar ook de zucht
-tot zelfbehoud, zullen er hem toe dwingen, al het mogelijke te doen, om
-te beletten, dat de ongelukkige vrouw spreekt. Wanneer zij echter
-eenmaal in de gevangenis is opgesloten, is zij aan zijn wrekende hand
-onttrokken en daarom moet hij tot iederen prijs trachten, haar in
-handen te krijgen, of haar te dooden, voor zij naar de gevangenis wordt
-overgebracht. Welnu, daar in het bericht vermeld wordt, dat die
-overbrenging reeds morgen in de vroegte plaats heeft, moest Stanley nog
-vannacht handelen. En daar de zaak van zeer groot gewicht voor hem is,
-daar het een kwestie van leven en dood mag worden genoemd, zal hij die
-onderneming niet aan anderen durven toevertrouwen, maar haar
-persoonlijk leiden. Vindt je die redeneering gezocht?”
-
-„Volstrekt niet, Raffles, zij is volmaakt logisch en ik ben een ezel,
-dat ik dat zelf niet aanstonds heb ingezien. Voor het oogenblik wordt
-Stanley slechts door onze Justitie gezocht wegens de verdenkingen, die
-tegen hem gerezen zijn, maar het zal misschien moeilijk vallen, de
-noodige bewijzen bijeen te brengen. Wanneer echter die vrouw spreekt,
-dan is alles voor hem verloren. Geraakt hij dan in handen van de
-Justitie, dan is het niet twijfelachtig, of de strop wacht hem.”
-
-„Dat is ook mijn meening, Charly, en je zult zien, dat hij vannacht het
-uiterste zal wagen, om te pogen, Eleonore Manoury voor goed het zwijgen
-op te leggen.”
-
-„Hoe stel je je die pogingen voor?”
-
-„O, voor een man als hij zijn er middelen genoeg, tenminste wanneer hij
-reeds de kans heeft gezien, zich in verbinding te stellen met zijn
-medeplichtigen in deze stad. Hij kan bijvoorbeeld voor grof geld een
-politieagent omkoopen, die dienst doet in het politiebureau, waar zij
-gevangen zit, teneinde haar een of ander vergif toe de dienen. Je zet
-een verschrikt gezicht, Charly, maar ik zou je er aan willen
-herinneren, dat tijdens het proces tegen de bende van het Kwade Oog
-gebleken is, dat er alleen te New-York, niet minder dan vijf en veertig
-politieagenten, drie brigadiers en zelfs een inspecteur er lid van
-waren. Het is hier een zeer eigenaardig land, met zeer eigenaardige
-gebruiken.”
-
-„Welke zijn de andere middelen?”
-
-„Hij zou kunnen pogen met een troep van vijftig of zestig gemaskerde
-mannen, het politiebureau te overvallen, om zoo met geweld tot in de
-cel van de gevangene door te dringen. Ook dit behoeft je niet zoo zeer
-te verbazen, in den laatsten tijd zijn dergelijke overvallen aan de
-orde van den dag, vooral in de stille buitenwijken. Maar gelukt dit
-niet, of deinst hij voor dit geweldmiddel terug, dan zal hij het
-oogenblik kunnen afwachten, waarop de overbrenging plaats heeft, goed
-verborgen, met een paar ondernemende kerels, om haar dan weg te voeren,
-wanneer zij naar de wachtende auto geleid wordt.”
-
-„En wat is de consequentie van dat alles?” vroeg Charly, ofschoon hij
-het zeer goed wist.
-
-„De consequentie ligt voor de hand, wij zullen op onzen post zijn, en
-zoodra Stanley een puntje van zijn neus vertoont, zullen wij hem
-onschadelijk maken.”
-
-„Als je de politie eens in kennis snelde van je plannen.”
-
-„Dat zou ik pas in het alleruiterste geval doen. Ik meng haar liefst
-zoo weinig mogelijk in mijn zaken, mijn waarde.”
-
-„En ben je zeker dat er geen ontijdige tegenspraak van het bericht kan
-worden gepubliceerd?”
-
-„Dat is onmogelijk. Natuurlijk heeft waarschijnlijk toch reeds de
-politie aan de „Evening Press” zoowel als aan andere bladen
-medegedeeld, dat haar van het geheele geval niets bekend is, maar dat
-kunnen die bladen dan toch pas morgenochtend, omstreeks half acht,
-publiceeren, en de overbrenging van de politiepost naar de gevangenis
-heeft natuurlijk veel vroeger plaats.”
-
-„Wij zullen dus vannacht kunnen rekenen op een paar drukke uuren?”
-
-„Ik vrees zelfs, beste Charly, dat er van slapen weinig zal komen, maar
-bedenk dat het voor een goed doel is.”
-
-„O, wat dat betreft, ik zou er voor over hebben om een week lang niet
-te slapen, Raffles, als ik daardoor kon bewerken, dat die schurk van
-een Stanley je onmogelijk meer kon benadeelen.”
-
-„Dan hebben wij verder niets anders te doen dan onzen braven reus
-Henderson op de hoogte te gaan stellen van onze plannen, en het vallen
-van den avond af te wachten, maar niet dan nadat wij ons eens goed
-bekend hebben gemaakt met de plaatselijke gesteldheid van het
-politiebureau in kwestie, dat zich in een tamelijk breede straat
-bevindt. Meer weet ik er echter niet van, en een goed strateeg begint
-de vijandelijkheden nimmer voor hij het gevechtsterrein tot in de
-minste bijzonderheden kent.”
-
-De twee mannen lieten geen tijd verloren gaan.
-
-Zij begaven zich naar de garage van het hotel, waar wel plaats was voor
-een honderdtal groote auto’s en vonden daar, zooals zij wel
-verwachtten, James Henderson, den chauffeur van Raffles, die, nu hij de
-auto van zijn meester niet kon verzorgen, hier wat rondslenterde, en
-wat praatte met zijn collega’s, die bezig waren met het schoonmaken van
-een dozijn toerwagens.
-
-Raffles wenkte hem naar buiten te komen en nu deelde hij hem in enkele
-woorden mede wat er dien avond stond te geschieden.
-
-Henderson had zwijgend toegeluisterd en zeide toen Raffles zijn
-mededeeling geëindigd had:
-
-„Ik hoop maar een ding, Mylord, en dat is, dat wij dien bandiet levend
-vangen.”
-
-„En waarom dat, James?” vroeg Raffles glimlachend.
-
-„Omdat wij dan aan den beul te Londen zouden onthouden, wat hem van
-rechtswege toekomt, Mylord,” antwoordde Henderson rustig.
-
-„Nu, als het van ons afhangt, zul je je zin hebben, Henderson,” hernam
-Raffles glimlachend. „En nu zullen wij eens, mijnheer Brand en ik, maar
-afzonderlijk, de omgeving van het politiebureau gaan opnemen. Wij
-treffen elkander weder hier in het hotel, waar wij zullen dineeren.”
-
-De beide mannen knikten Henderson vriendelijk toe, die dadelijk weder
-in de garage verdween, en begaven zich op weg.
-
-Zij hadden reeds eenigen tijd zwijgend naast elkander voortgeloopen,
-toen Charly eensklaps zei:
-
-„Daar valt mij iets in, Raffles. Acht je het onmogelijk, dat Stanley
-het bericht in de „Evening Press” wantrouwt, en telefonisch nadere
-inlichtingen inwint aan het bureau van politie, waarbij hij zich
-desnoods kan uitgeven voor een detective, of iets dergelijks?”
-
-Het gelaat van Raffles had een ernstige uitdrukking gekregen, toen hij
-antwoordde:
-
-„Met een man als Stanley zullen wij inderdaad met die mogelijkheid
-rekening moeten houden, Charly. Natuurlijk zou het onze plannen geheel
-en al in duigen doen vallen, wanneer men aan het bureau van politie
-antwoordde, dat er van de arrestatie van Eleonore Manoury geen woord
-waar was. Stanley zou dan onmiddellijk begrijpen, uit welken hoek de
-wind waait, en hij zou er zich wel voor wachten, in den val te loopen,
-die voor hem is uitgezet.”
-
-Hij dacht er een oogenblik na, en vervolgde toen:
-
-„Je hebt gelijk, daarop mag ik het niet aan laten komen. Er is evenwel
-een middel, om ook dit bezwaar te ondervangen, wij moeten dan de
-politie in den arm nemen, en haar op de hoogte brengen van onze
-plannen, het spijt mij, maar het gaat niet anders. Je hebt mijn
-ongerustheid gaande gemaakt, en ik zie geen ander middel om die te
-verdrijven, dan wat ik zooeven noemde.”
-
-„Het zou dunkt mij voorloopig voldoende zijn, indien je je in
-verbinding stelde met het bureau van politie, waar je beschermelinge
-gevangen heet te zitten.”
-
-„Goed zoo. Wij zullen er onmiddellijk werk van maken.”
-
-En met deze woorden trad Raffles een van die drug stores binnen, die in
-New-York even talrijk zijn, als het vroeger de bar’s waren, voor de
-invoering van de nieuwe drankwet, en waar men niet alleen medicijnen
-kan krijgen, alles wat men in een gewone apotheek vindt, maar ook
-schoensmeer, chocolade, veters, plaatsen voor een schouwburg, en nog
-heel wat meer zaken, die men daar niet zou meenen te vinden, en die
-alle voorzien zijn van een telefooncel, waarvan men voor een gering
-bedrag gebruik kan maken.
-
-Het eerste wat Raffles vroeg, was, of er reeds iemand had geïnformeerd
-naar de waarheid van het bericht in de „Evening Press”, en hij haalde
-verlicht adem, toen hij een ontkennend antwoord ontving.
-
-Hij kwam dus niet te laat.
-
-En nu deelde hij, voor zoover hij dit noodig achtte, aan den
-commissaris van politie, die met hem sprak, het doel van het bericht
-mede, en tevens zijn verwachting, dat Stanley, die zich in New-York
-bevindt, tot iederen prijs zou trachten de vrouw in zijn macht te
-krijgen, die vroeger zijn minnares was geweest, en hem aan de galg kon
-brengen, teneinde haar voor altijd te beletten tegen hem te getuigen.
-
-En Raffles noemde ronduit zijn naam, hetgeen aan den anderen kant van
-de lijn een kreet van verbazing verwekte.
-
-Maar de commissaris bleek een verstandig man te zijn, hij doorzag
-aanstonds het geheele plan van den Grooten Onbekende, en hij ging zelfs
-zoover, dat hij hem de toezegging deed, zijn waakzaamheid te
-verdubbelen, en een aantal agenten in hinderlaag te leggen in de buurt
-van het politiebureau, indien Stanley, wiens signalement hij onder zijn
-berusting had, met zijn mannen mocht pogen, dien nacht het
-politiebureau te overvallen.
-
-Er zou bovendien in het geheim een hulpafdeeling van vijf en twintig
-man naar het politiebureau worden gestuurd, om op alle gebeurlijkheden
-voorbereid te zijn.
-
-Maar dit was Raffles nog niet voldoende.
-
-Misschien wilde Stanley wachten tot Eleonore Manoury door de agenten
-naar buiten werd gebracht, om per auto naar de gevangenis te worden
-vervoerd, en hij zou zeker niet uit zijn schuilplaats te voorschijn
-komen, alvorens zijn slachtoffer verscheen.
-
-Er moest dus wel degelijk een voorstelling van het wegbrengen der
-gevangene worden gegeven, en Raffles wist den commissaris over te halen
-een jong, baardeloos agent in vrouwenkleeren te steken, en deze de rol
-van Eleonore Manoury te doen spelen.
-
-Toen pas hing hij het toestel weder aan den haak, gerustgesteld, en met
-de verzekering van den commissaris nog in de ooren, dat men voorloopig
-aan iedereen die er naar vroeg, de verzekering zou geven, dat Eleonore
-zich inderdaad als gevangene in het bureau van politie bevond.
-
-Hij voegde zich weder bij Charly, die voor de groote toonbank op een
-rietje zoog, gedompeld in een groote glas orangeade, en de jonge man
-zag aanstonds aan het gelaat van Raffles, dat hij geslaagd was, en dat
-thans alles naar wensch ging.
-
-„Mij dunkt, dat wij nu vrijwel overbodig zijn geworden, bij de
-afwikkeling van het treurspel,” zeide Charly, zoodra de beide vrienden
-weder op straat kwamen.
-
-„Minder dan ooit,” antwoordde Raffles. „Ik ben wel degelijk voornemens
-ter plaatse aanwezig te zijn, teneinde mij met eigen oogen te
-overtuigen, dat alles goed gaat.”
-
-„Maar veronderstel dat Stanley ondanks alles wegblijft?”
-
-„Wel, dan zullen wij eenvoudig naar andere middelen moeten uitzien, om
-hem te noodzaken, zijn schuilplaats te verlaten, en zich aan ons te
-vertoonen. Ik ben nu eenmaal hier en ik blijf hier, totdat ik mijn doel
-bereikt heb.”
-
-De beide vrienden riepen nu een auto aan, die hen tot aan het begin van
-de een en twintigste straat bracht, waar zij den chauffeur afdankten,
-en te voet verder gingen, langzaam slenterend, als touristen, die allen
-tijd hebben, en zich volstrekt niet behoeven te haasten.
-
-Zoo bereikten zij het politiebureau, een tamelijk groot gebouw,
-ingesloten tusschen de andere huizen, en dat er zich alleen van
-onderscheidde door de groote toegangsdeur, het roode nummer daarboven
-geschilderd, en de agenten, die wat aan de deur stonden te luieren, of
-op de kleine bank terzijde daarvan zich in den aanblik van het
-straatverkeer verlustigden.
-
-De een en twintigste straat is omstreeks twee en twintig meter breed,
-en zoo recht als een liniaal over haar geheele lengte.
-
-Zij heeft een groot aantal zijstraten, die haar rechthoekig snijden,
-ongeveer een twintigtal van Broadway tot aan Birds Walk.
-
-De straat had zeer veel winkelhuizen, en voor het overige voor het
-meerendeel woonhuizen van den kleinen burgerman en van gegoede
-arbeiders.
-
-Raffles had dit alles met een oogopslag opgenomen, terwijl de beide
-vrienden langzaam langs het politiebureau drentelden.
-
-Toen zij er een meter of vijftig voorbij waren, begon Raffles:
-
-„Men zou, wanneer men zich verdekt opstelde, achter een venster van een
-der huizen tegenover het politiebureau, en wanneer men een tamelijk
-goed schutter was, niet veel moeite hebben om iemand neer te leggen,
-die van de deur van het politiebureau naar een wachtende auto wordt
-vervoerd.”
-
-„Dat zou voor den agent, die de rol van de vrouw moet spelen,
-noodlottige gevolgen kunnen hebben!” riep Charly verschrikt uit.
-
-„Ik zal dan ook den commissaris telefonisch meedeelen, dat hij een
-oogje in het zeil moet houden, en de huizen aan den overkant zorgvuldig
-laat bewaken, maar natuurlijk zonder dat het in het oog valt, want
-Stanley is een zeer achterdochtig man, die bij het minste teeken van
-onraad weer in zijn hol zou kruipen. En laten wij nu maar eens terug
-gaan. Daarginds is een tramhalte, waar wij geruimen tijd kunnen
-stilstaan, zonder dat het opvalt.”
-
-De twee mannen liepen tot aan de aangeduide halte, die zich schuin
-tegenover het politiebureau bevond, en stonden daar stil, terwijl zij
-hun blikken op het gebouw gevestigd hielden.
-
-Er liepen een paar agenten in en uit, en de beide vrienden stonden er
-nog nauwelijks een paar minuten, of zij zagen dat er een kerel werd
-binnengebracht, die nauwelijks op zijn beenen kon staan, en zich, het
-drankverbod ten spijt, op een raadselachtige wijze had weten te
-bedrinken, zeer waarschijnlijk aan gewone brandspiritus.
-
-„Een spion,” zeide Raffles droogjes, toen de man verdwenen was. „Een
-spion van Stanley, wees daar maar zeker van. Die kerel moet zeker
-trachten uit te vinden, waar Eleonore ergens opgesloten zit. Wacht een
-oogenblikje, ik ga telefoneeren.”
-
-En Raffles verdween opnieuw in een apotheek, om tien minuten later met
-een vergenoegd gelaat terug te keeren.
-
-„Ik geloof, dat ik goed gedaan heb, dien commissaris nog eens lastig te
-vallen,” zeide hij zachtjes. „Men houdt een dronkaard nooit zoo lang
-vast, en men zou dien schavuit zeker weer voor middernacht op vrije
-voeten hebben gesteld, met volle vrijheid om aan Stanley te gaan
-vertellen, wat hij ontdekt had.”
-
-„En wat geschiedt er nu?”
-
-„Wel, men zal den man ook laten gaan. Maar er is reeds voor een valsche
-Eleonore gezorgd, een piepjong agentje, die veel vermaak in de zaak
-heeft, en die zijn rol zeker voortreffelijk zal spelen. De overigen
-hebben instructie gekregen, om den gewaanden dronkaard op een
-dwaalspoor te brengen, en als de man weggaat, zal hij heel nauwkeurig
-op de hoogte zijn van de cel, waar de beklagenswaardige vrouw
-opgesloten heet te zijn. Het is een heel voordeelige cel, tenminste
-voor onze partij. Zij is gelegen aan de achterzijde van het
-politiebureau, en ziet uit op een ruime binnenplaats aan alle kanten
-omgeven door hooge muren, die echter voor een paar goede klimmers geen
-gevaar zullen opleveren. Waarschijnlijk zullen de schurken het doen
-voorkomen, alsof zij Eleonore komen redden, zij zullen het getraliede
-venster van buiten af gemakkelijk kunnen bewerken, en eenmaal buiten is
-de vrouw natuurlijk verloren en desnoods schieten zij haar door het
-venster neer.”
-
-„Je praat er nog al licht over, Raffles,” riep Charly verschrikt. „En
-de agent die binnen is? Wat moet daarmee?”
-
-„Hij zal op het laatste oogenblik vervangen worden door.... een pop,
-mijn waarde, en niet het minste gevaar loopen. Hij moet echter zijn rol
-spelen, omdat de gevangenen eenmaal per dag op de binnenplaats gelucht
-worden onder toezicht van gewapende agenten, en er zullen wel
-handlangers van Stanley in de buurt zijn, die dit zien, om niet te
-spreken van den zoogenaamden dronkaard.”
-
-„En als die kerel haar tijdens het luchten overvalt en neersteekt?”
-
-„Men heeft hem al gefouilleerd, hij had slechts een ploertendooder bij
-zich, en die is hem natuurlijk afgenomen, en ik weet ook niet of
-Stanley hier in New-York wel mannen zou vinden, bereid, om voor hem
-naar den electrischen stoel te wandelen.”
-
-„En wij, wat doen wij?”
-
-„Wel, wij treden voorloopig als toeschouwers op, bereid om in te
-grijpen, zoodra dit wenschelijk mocht blijken, en de politie ondanks
-alles aan het kortste eind blijkt te zijn. En ga nu maar mede, Charly,
-want het uur voor het middagmaal breekt aan, en ik geloof niet, dat wij
-hier verder nog iets te doen hebben. Maar ga eens mede naar de
-achterzijde van het gebouw, misschien valt daar wel iets te ontdekken.”
-
-De twee mannen gingen een dwarsstraat in, en liepen deze langzaam door,
-waarbij zij ook den hoogen muur van de binnenplaats passeerden, die
-achter het bureau gelegen was.
-
-Maar zij zagen niets anders wat hun belangstelling trof, dan eenige
-verdachte kerels, die in deze stille straat rondslenterden.
-
-Zij keerden weder naar de een en twintigste straat terug, namen daar
-een auto, en lieten zich naar het Astor-Hotel terugbrengen, waar zij in
-de groote eetzaal, na zich te hebben verkleed, dineerden.
-
-Het was er zeer druk, en Raffles amuseerde zich met het bestudeeren van
-de talrijke types, die men hier aantrof, en dacht naar allen schijn
-geen oogenblik aan het gevaarvolle avontuur, dat hem te wachten stond.
-
-Charly echter gevoelde zich onrustig, want hij wist maar al te goed,
-met welk een tegenstander men te doen had, en Stanley zou zeker, als
-hij zich verraden zag, een vreeselijken wraak zweren aan zijn vijand,
-wiens hand hij spoedig genoeg in dit complot moest herkennen.
-
-Raffles echter was in een voortreffelijke stemming, en zelden had
-Charly hem zoo geestig hooren vertellen over zaken, die met het complot
-van dien avond volstrekt niets te maken hadden.
-
-Het liep reeds tegen half tien, toen Raffles opstond, en op zachten
-toon tot Charly zeide:
-
-„Kom mee, het wordt tijd. Wij zullen ons een weinig moeten vermommen
-naar ik vrees, teneinde zoo weinig mogelijk opzien te baren in de
-buurt. Het oogenblik om te handelen is aangebroken, mijn waarde, want
-als niet alle voorteekenen ons bedriegen, dan knabbelt de muis op dit
-oogenblik aan het spek.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-HET EINDE VAN EEN MISDADIGER.
-
-
-Het was bijna elf uur in den avond, toen Raffles, Charly en Henderson,
-onkenbaar vermomd als passagierende zeelieden de een en twintigste
-straat bereikten, en deze langzaam inslenterden.
-
-De straat was helder verlicht, vele lichtreclames brandden nog, en de
-voorgevels van de bioscopen en een paar kleine schouwburgen, waar
-revues gegeven werden, schitterden van licht.
-
-Het was nog tamelijk druk in deze straat, maar toch zou het niet lang
-duren, of de schouwburgen en bioscopen werden gesloten, de
-lichtreclames zouden worden uitgedaan en dan zou het hier tamelijk
-duister zijn.
-
-Niets aan het bureau van politie verried, zooals Raffles tot zijn
-genoegen zag, dat men daar op zijn hoede was en dat de val behoorlijk
-was opgesteld.
-
-Boven de deur, die evenals des daags openstond, brandde nu een groote,
-roode lantaarn.
-
-Voor de deur stonden een paar agenten te praten, en Raffles kon niet
-nalaten op te merken:
-
-„Zie eens, wat een idyllisch tafreeltje! Men zou het willen
-uitschilderen. De twee agenten zien er uit, alsof zij geen vlieg zouden
-kunnen kwaad doen, maar ik bemerk tot mijn vreugde, dat zij beiden de
-revolvertasch dragen.”
-
-De beide mannen posteerden zich een weinig verder, terwijl Henderson de
-opdracht kreeg de achterzijde van het politiebureau eens te gaan
-verkennen.
-
-Raffles en Charly stonden daar nog geen tien minuten of in de deur van
-het gebouw verscheen een man, dien zij aanstonds herkenden, het was de
-dronkaard van dien middag.
-
-Een stoere agent van politie deed hem uitgeleide en maakte het gebaar,
-alsof hij den dronkenlap een schop wilde toedienen op die plek van het
-lichaam, welke daarvoor het best geschikt is, waarop de man haastig, de
-vuist tegen den agent schuddend, beenen maakte, en spoedig te midden
-der voorbijgangers, die thans de verschillende openbare
-vermakelijkheden begonnen te verlaten, verdween.
-
-„Nu gaat hij rapport uitbrengen,” zeide Raffles zachtjes. „Wij hebben
-dus zeker nog wel eenige uren den tijd.”
-
-Een oogenblik zwegen de beide mannen en toen begon Charly:
-
-„Weet je wat wij missen, Raffles?”
-
-„Een goede sigaret, mijn waarde. Ik heb vergeten er bij mij te steken.”
-
-„Neem dan mijn koker, maar dat bedoelde ik niet. Ik meen, dat wij de
-beschikking moesten hebben over een snelle auto, want ik acht het zeer
-waarschijnlijk, dat Stanley daar ook wel van voorzien zal zijn, en wat
-moeten wij doen als, de man er in slaagt te ontsnappen.”
-
-„Je bent vandaag sterk in het maken van opmerkingen, die hout snijden,
-Charly,” zeide Raffles goedkeurend. „Wij moeten daar inderdaad rekening
-mee houden. Natuurlijk beschikt de politie over een auto, maar ik ken
-die voertuigen. Voor men er een bij de hand heeft, is de misdadiger
-meestal reeds lang verdwenen, lees er de berichten in de New-Yorksche
-bladen maar eens op na. De zaak is, waar halen wij op dit uur van den
-avond hier in de buurt nog een snelle auto vandaan en waar moeten wij
-het ding laten.”
-
-„Wat dat betreft, kan ik je helpen; vanmiddag heb ik in een van de
-zijstraten hier vlak bij een garage ontdekt, en op een van de groote
-vensterruiten stond geschilderd: „Dag en Nacht geopend.”
-
-„Er naar toe,” zeide Raffles. „Er zal hier wel ergens in de buurt een
-plek zijn, om het ding te stallen.”
-
-„Geen tien passen hier vandaan is een stal van de brandweer, Raffles.”
-
-„Maar mijn hemel, Charly. Je hebt vandaag eenvoudig geniale
-ingevingen,” zeide Raffles lachend. „Het kon niet mooier. Wij zullen
-ons eenvoudig voordoen als detectives, en men zal ons zeker wel
-toestaan, onzen wagen daar tijdelijk te verbergen. De groote deuren
-zullen des avonds wel open worden gezet, en op het eerste teeken kunnen
-wij uittrekken. Kom snel mede. Henderson zal wel blijven wachten,
-totdat wij terug zijn gekeerd.”
-
-Charly, die een kleur van genoegen had gekregen bij Raffles’ lofspraak,
-bracht hem snel naar de zijstraat, en zoodra zij den hoek hadden
-omgeslagen, zag Raffles het groote verlichte reclamebord van de garage.
-
-Zij liepen er haastig op toe, maar eensklaps rukte Raffles Charly bij
-den arm op zijde, en trok hem in de schaduw van de huizen.
-
-„Wat is er?” vroeg de jonge man verschrikt.
-
-„Kijk daar maar eens, daar komt onze dronkaard aan, en hij tuimelt
-regelrecht op de garage af. Hij is zeker omgeloopen om te telefoneeren,
-en ik denk, dat zij daar hun wagen gestald hebben.”
-
-„Je hebt gelijk, hij is het,” fluisterde Charly.
-
-De beide vrienden bevonden zich op dit oogenblik geen twintig stappen
-van de groote deur van de garage waaruit een breede lichtbundel naar
-buiten stroomde.
-
-En zoo duidelijk alsof het dag was, zagen zij den gewaanden dronkaard,
-een grooten roodharigen kerel, de garage binnen stappen, en op een der
-chauffeurs toeloopen, met wien hij begon te spreken.
-
-Hij liet een papiertje zien, dat er uit zag als een reçu, en de
-chauffeur liep langs de rijen wagens van verschillende soort, tot hij
-stilstond voor een grooten, groengelakten wagen.
-
-Met drie zijner makkers duwde hij den wagen uit de rij, en bracht hem
-naar het breede middenpad, dat met groote vierkante stoepsteenen
-geplaveid was.
-
-Hij draaide den motor aan, en de roodharige man ging achter het
-stuurwiel zitten.
-
-Langzaam reed het voertuig de garage uit, en aan de beweging van het
-stuurwiel zag Raffles, dat de wagen hun kant zou uitkomen.
-
-„Wacht een oogenblik op mij,” fluisterde hij Charly toe.
-
-De wagen had nog niet veel vaart toen zij de garage uitreed, en uit de
-duisternis sprong Raffles vlug als een hert te voorschijn en liep even
-met de auto mede.
-
-Charly zag hem met de rechterhand een vlugge beweging maken, de auto
-loslaten, haar even nakijken, en daarop weer terugkeeren.
-
-„Wat heb je gedaan?” vroeg Charly nieuwsgierig toen Raffles zich weder
-bij hem gevoegd had.
-
-„Een klein gaatje in den benzinehouder geprikt,” antwoordde Raffles
-laconiek. „Het kan altijd te pas komen. Het is niet grooter dan een
-speldeknop, maar over eenige uren zal er toch niet meer in den
-benzinehouder over zijn, dan voldoende is om den wagen nog tien of
-twintig kilometer te laten loopen.”
-
-„Uitstekend, mits de schurken het maar niet opmerken.”
-
-„Als zij het doen, ben ik een zet ten achter bij ons spel, en dat is
-alles,” zeide Raffles schouderophalend. „Maar laten wij nu op onze
-beurt gaan zorgen voor een snellen wagen.”
-
-De twee vrienden traden de garage binnen, en vroegen den eigenaar te
-spreken, een zwaarlijvig man in hemdsmouwen, met een geweldig groote,
-zwarte sigaar in den hoek van zijn mond, die daar wel vastgeschroefd
-scheen te zijn.
-
-Raffles nam de man een weinig terzijde en zeide:
-
-„Mijnheer, wij zijn detectives in particulieren dienst, en wij hebben
-voor dezen nacht een zeer snellen wagen noodig, de snelste in uw
-garage. Wij hebben die noodig om een paar dieven te vangen.”
-
-„Het kan mij niets schelen, wie gij zijt, en ook niet wat gij met den
-wagen doet, al zoudt gij er regelrecht mee in de Hudson willen rijden,
-als gij er maar voor betaalt, de huur en de garantiesom vooruit,” zeide
-de eigenaar laconiek.
-
-„Dat is zaken doen,” zeide Raffles glimlachend. „Noem uw prijs, en ik
-betaal hem.”
-
-„Dertig dollar voor huur, duizend dollar garantie,” hernam de
-garagehouder even kalm.
-
-„Ik betaal het, als de wagen inderdaad goed is.”
-
-„Kom maar mede, dan kunt gij hem zien.”
-
-En de man bracht Raffles en Charly naar een afgelegen plekje van de
-reusachtige garage, waar een wagen stond vrij laag op de wielen, met
-een geweldig groote motorkap, een zeer schuin geplaatste stuurstang en
-een benzinehouder, groot genoeg om de auto zonder ophouden van New-York
-naar Chicago te brengen.
-
-Raffles had dit alles met een oogopslag gezien.
-
-Hij maakte de kap van den motor los, en de aanschouwing van de acht
-cylinders daarbinnen deed hem tevreden glimlachen, en de kap weder
-sluiten, nadat hij zich had overtuigd, dat de motor nog bijna nieuw
-was, en op zijn minst tachtig paardenkrachten zou ontwikkelen.
-
-Hij keek even naar de banden, onderzocht de twee reserve-wielen, die
-achter op de auto bevestigd waren, haalde toen zonder een woord te
-spreken, zijn portefeuille uit zijn zak, betaalde de huur en de
-garantiesom, liet zich een reçu geven op den naam Brown, zag toe dat de
-benzinehouder tot den rand werd gevuld, overtuigde zich nog even dat
-dit voorwerp niet lekte, en nam achter het stuurwiel plaats, terwijl
-Charly naast hem ging zitten.
-
-Een oogenblik later rolde de renwagen de garage uit, en Raffles wist
-binnen enkele seconden, dat hij zich de diensten verzekerd had van een
-voortreffelijk voertuig, dat op een vlakken weg zeker een snelheid van
-honderdvijftig kilometer zou kunnen ontwikkelen als het noodig mocht
-zijn.
-
-„Nu naar de brandweerkazerne,” zeide hij opgewekt. „Tot dusverre gaat
-alles voortreffelijk. Ik geloof niet, dat ik bijzonder veel van de
-Yankees houd, maar zij hebben een goed ding, zij praten niet veel en
-weten wat zaken doen is.”
-
-Vijf minuten later wees Charly Raffles de geweldig hooge, breede deuren
-aan van de brandweerkazerne en nogmaals vijf minuten later had Raffles
-toestemming gekregen daar zijn kleinen wagen te mogen stallen, op een
-plek, waar hij niet in den weg stond, en van de straat af onzichtbaar
-was.
-
-Toen de twee mannen weder naar buiten traden, kon Raffles zich
-overtuigen, dat de brandweerpost nauwelijks tachtig stappen verwijderd
-was van het politiebureau, en daar schuins tegenover lag, een gelukkige
-omstandigheid, want het was nog steeds denkbaar, dat zich handlangers
-van Stanley verscholen hadden in een van de huizen recht tegenover het
-politiebureau, en dus aan dezelfde zijde van de straat als de
-brandweerkazerne gelegen.
-
-De twee mannen vonden Henderson geduldig, hoewel een weinig ongerust op
-hen wachten.
-
-„Iets bijzonders ontdekt, Henderson?” vroeg Charly.
-
-„Niets, mijnheer Brand. De straat achter het bureau is zoo verlaten als
-het Hoogerhuis op een Zondag.”
-
-„Dat kan ook bijna niet anders,” zeide Raffles. „Het is nog te vroeg,
-de straten zijn nog te druk en Stanley moet zeker nog wel een uur op
-zijn minst wachten.”
-
-„Waar zou die roodharige bandiet met zijn auto zijn heengegaan?” vroeg
-Charly, nadat hij Henderson had medegedeeld, wat er reeds verricht was.
-
-„Vermoedelijk Stanley en zijn helpers gaan halen,” antwoordde Raffles.
-
-„Zou de hoofdcommissaris zijn posten al hebben uitgezet?”
-
-„Dat heeft hij zeker gedaan, als hij een verstandig man is, want deed
-hij het nu, dan zou het wellicht gezien worden. Je behoeft er niet aan
-te twijfelen, of het politiebureau wordt reeds op dit oogenblik door de
-spionnen van Stanley in het oog gehouden.”
-
-Charly had een blik op zijn horloge geworpen.
-
-Het was kwart over twaalven.
-
-Reeds was de een en twintigste straat in een halve duisternis
-gedompeld, want de winkeliers hadden reeds lang hun étalagelichten
-gedoofd, en alle schouwburgen en bioscopen waren gesloten, op slechts
-een na, een van die inrichtingen, waar de film dag en nacht doorrolt,
-ten behoeve van de bioscoopmaniakken, die er zelf een deel van hun
-nachtrust voor over hebben, om die aan hun geliefkoosde uitspanning te
-offeren.
-
-Deze bioscoop echter lag op zijn minst een halve kilometer verder en
-van haar licht zou men zeker geen last hebben.
-
-De drie mannen wachten nog eenigen tijd, en om bij eenen begaven zij
-zich behoedzaam een voor een naar de achterzijde van het politiebureau,
-want daar was het, dat de aanslag zou ondernomen worden, tenminste
-wanneer Stanley niet liever het oogenblik wilde afwachten, waarop
-Eleonore Manoury naar de gevangenis zou worden vervoerd.
-
-Zij vatten post op eenigen afstand van den hoogen muur in de breede
-portiek van een groot kantoorgebouw.
-
-Hier konden zij zien, zonder zelf te worden ontdekt.
-
-Maar reeds na een kwartier zou het Raffles blijken, dat Stanley er niet
-de man naar was om zonder de noodige voorzorgsmaatregelen te handelen.
-
-Want eensklaps stootte Charly hem aan en fluisterde hem zeer zacht toe:
-
-„Daar komt iemand aan, een agent van politie is het niet. Zie maar, die
-zwarte gedaante daarginds.”
-
-Raffles tuurde een oogenblik in de duisternis, en antwoordde toen:
-
-„Je hebt gelijk, het is zeker een spion, die in opdracht heeft de
-portieken te onderzoeken, om zich te overtuigen, dat zich daar niemand
-bevindt.”
-
-„Wil ik den kerel eens even aanspreken, Mylord?” vroeg Henderson,
-terwijl hij zijn geweldige vingers tot vuisten balde, als om den aard
-van het te voeren gesprek duidelijk te maken.
-
-„Geen denken aan, Henderson,” antwoordde Raffles. „Je geweldige lichaam
-zou dadelijk zichtbaar zijn, en voor je tien stappen had gedaan, zou
-die kerel het waarschuwingssein hebben gegeven, en de andere, die zeker
-reeds in de buurt zijn, zouden weten waaraan zij zich te houden hebben,
-en wij zouden wel dadelijk rechts-om-keert kunnen maken. Laat mij maar
-eens begaan.”
-
-Raffles stak de hand in zijn zak, hij nam er een eigenaardig gevormd
-pistool uit, wat de Amerikaansche misdadigers een „silent gun” noemen,
-een vuurwapen, dat bij het afgaan niet het minste gerucht maakt.
-
-„Wil je den kerel neerschieten?” vroeg Charly fluisterend.
-
-„Ik zal hem niet dooden, er zit op dit luchtpistool een stalen
-pluimpje, dat den man slechts zal schrammen, maar hem onmiddellijk
-bewusteloos zal maken. Dan slepen wij hem hierheen, en hij is
-onschadelijk.”
-
-Intusschen was de donkere gedaante sluipend tot op een afstand van
-twintig schreden genaderd, en zijn oogen schenen de duisternis te
-willen doorboren.
-
-Plotseling stond hij stil, hij scheen iets gezien te hebben in de
-breede portiek.
-
-Snel bracht hij de hand naar den mond, maar reeds had Raffles zijn
-pistool opgeheven en den trekker overgehaald.
-
-Er liet zich een geluid hooren, dat veel op een zucht geleek, en op
-hetzelfde oogenblik zakte de gestalte ineen en bleef roerloos liggen.
-
-„Ga hem eens halen, Henderson,” beval Raffles.
-
-Met een paar stappen was de reus bij den gevallene, en zonder eenige
-moeite sleepte hij hem naar het portiek, waar hij hem in een hoek
-neerlegde.
-
-Raffles trad op den man toe, en zag dat hij een nikkelen fluitje nog in
-de vingers geklemd had.
-
-„Het was tijd, zooals je ziet,” zeide hij laconiek. „Deze man blijft op
-zijn minst zes uren in dien toestand, en dan ontwaakt hij uit zichzelf,
-waarschijnlijk met wat schele hoofdpijn, maar zonder andere nadeelige
-gevolgen. Om hem behoeven wij ons dus niet meer te bekommeren.”
-
-De drie mannen wijdden nu weder al hun aandacht aan den hoogen muur, en
-een half uur later werd hun geduld beloond.
-
-Eerst vernamen zij in de verte het gedempte geluid van een
-automobielmotor, dat langzaam scheen te naderen, en toen ophield.
-
-Daarop gebeurde er eenigen tijd niets, maar eensklaps doemde er een
-viertal gedaanten uit de duisternis op, en een daarvan droeg een
-voorwerp, dat er uitzag als een zeer korte ladder.
-
-Het ding werd uitgeschoven, en zachtjes tegen den muur geplaatst.
-
-Henderson, die zijn woede en ongeduld bijna niet kon bedwingen, vroeg
-fluisterend:
-
-„Waarop wachten wij nog, Mylord, om wat opruiming onder die boeven te
-houden?”
-
-„Stil, Henderson,” antwoordde Raffles. „Wij bemoeien ons in het geheel
-niet met de zaak, heb ik reeds gezegd, tenzij het volstrekt
-noodzakelijk mocht blijken. Wees er maar zeker van, dat er op de
-binnenplaats agenten in hinderlaag liggen, die de vier bandieten
-gemakkelijk zullen weten te overmeesteren, tenminste wanneer zij allen
-over den muur klimmen.”
-
-„Zou Stanley er niet bij zijn?” vroeg Charly bijna onhoorbaar.
-
-Raffles antwoordde niet dadelijk, maar hij spande zijn oog tot het
-uiterste in, om de duisternis te kunnen doorboren.
-
-Toen greep hij Charly bij den arm, en de jonge man had bijna een kreet
-van pijn geslaakt, zoo knelde hem de stalen greep van de gespierde
-vingers.
-
-„Hij is het,” fluisterde Raffles heesch. „Ik zal....”
-
-Maar juist op dit oogenblik zag hij Stanley vlug als een kat de stalen
-ladder beklimmen, en het volgende oogenblik was hij over den rand van
-den muur verdwenen.
-
-Twee zijner helpers volgden hem, terwijl de vierde man aan den voet van
-de ladder stand bleef houden.
-
-De oogen van Raffles schitterden, en hij haalde diep adem.
-
-„De muis is in den val geloopen, en ditmaal zal hij zijn lot wel niet
-ontkomen,” fluisterde hij.
-
-„Zouden wij dien kerel bij die ladder niet kunnen overvallen?” vroeg
-Charly, wiens spanning ten top was gestegen.
-
-„Onmogelijk,” antwoordde Raffles. „Hij is te ver van ons af, en wij
-moeten de straat oversteken. Voor wij bij hem zouden zijn, kan hij op
-ons vuren en of hij ons raakt of niet, in ieder geval waarschuwt hij
-door het schot zijn medeplichtigen, en wat kunnen mij, alles wel
-beschouwd, die lieden schelen. Het is mij om Stanley te doen, en om
-niemand anders. Hij is nu al op de binnenplaats en het drama zal zich
-binnen enkele minuten wel voltrokken hebben.”
-
-„Kun je den man bij de ladder niet met je windpistool neerleggen, als
-den anderen bandiet?” vroeg Charly.
-
-„Het pistool draagt slechts een meter of tien ten hoogste, en de
-afstand van hier tot aan de ladder is zeker vijf maal grooter.”
-
-Juist op dit oogenblik klonken er snel achter elkaar drie
-revolverschoten.
-
-Nauwelijks had de man aan den voet van de ladder dit gehoord, of hij
-bracht een fluitje aan den mond, en aanstonds klonk tot op verren
-afstand het snerpend gefluit.
-
-Onmiddellijk daarop liet zich op eenigen afstand het geluid van den
-ronkenden motor weder hooren.
-
-„Snel, snel, Charly, haal de auto,” riep Raffles, ten prooi aan een
-opwinding, die hem anders vreemd was. „Wij moeten beletten, dat hij ons
-nog op het laatste oogenblik ontsnapt. Haast je. Wij zullen je tegemoet
-loopen, zoodra wij weten wat hier geschied is, en je door seinen
-waarschuwen waar wij zijn.”
-
-Zoo snel zijn voeten hem dragen wilden, ijlde Charly heen, teneinde de
-auto uit de brandweerkazerne te gaan halen.
-
-En intusschen werd het geraas van den motor snel duidelijker, tot er
-een groot, log lichaam naderde in de duisternis.
-
-Het was een auto, waarvan de beide lantaarns slechts een spaarzaam
-licht verspreidden, waarschijnlijk om den wagen zoo min mogelijk in het
-oog te doen vallen.
-
-De man, die nog altijd de wacht hield bij de ladder, was er snel
-opgeklommen en keek nu over den muur op de binnenplaats, teneinde te
-zien wat zich daar afspeelde.
-
-Raffles en Henderson zagen, hoe hij zijn revolver trok en mikte.
-
-Maar voor de bandiet den trekker kon overhalen, had Raffles hem een
-kogel toegezonden, die den man in de dij raakte, zoodat hij met een
-gebrul van pijn en woede van de ladder tuimelde.
-
-Maar reeds vertoonde zich een gestalte op den muur, die er zooeven op
-was geklommen, komende van de binnenplaats.
-
-Dadelijk had Raffles hem herkend, ondanks de duisternis, het was zijn
-doodsvijand.... het was Irwin Stanley.
-
-Voor hij nog had kunnen vuren, had de schurk zich met een katachtige
-behendigheid van de ladder laten glijden, na nog eens zijn revolver op
-de agenten te hebben afgevuurd, die zich op de binnenplaats bevonden.
-
-De bestuurder van de auto had hem eveneens reeds gezien en kwam nog
-nader met zijn wagen, terwijl Stanley het voertuig tegemoet liep.
-
-Het volgend oogenblik had hij zich in de auto geworpen, die zich
-dadelijk in beweging stelde.
-
-Dit alles was in veel minder tijd geschied, dan noodig was om het te
-beschrijven.
-
-Reeds kwam de auto aansnellen en Raffles en Henderson, die midden op
-straat stonden, moesten snel terzijde springen, ten einde niet onder de
-wielen te komen.
-
-De wagen suisde snel voorbij, maar toch niet zoo snel, of de twee
-doodsvijanden hadden elkander herkend, en beide tegelijk schoten.
-
-Maar de twee schoten misten beiden hun doel en de auto vloog voorbij en
-reed weg.
-
-Zij sloeg den hoek van de straat om en begaf zich blijkbaar naar de een
-en twintigste straat die een groote snelheid veroorloofde.
-
-Raffles bracht zijn signaalfluit aan den mond, en luid klonk het sein
-door den stillen nacht. Charly zou het stellig hooren.
-
-Ja, daar klonk reeds het antwoord, met den hoorn gegeven, het was de
-hoogste tijd.
-
-Raffles en Henderson snelden op het geluid af, en even later ontwaarden
-zij den renwagen, die juist de zijstraat wilde inrijden.
-
-Raffles wuifde met de hand, Charly bracht den wagen weder in de breede
-hoofdstraat en Raffles en Henderson wipten in den lagen wagen, de
-eerste naast Charly.
-
-„Daar gaan zij!” schreeuwde Henderson, op een punt in de verte wijzend,
-dat zich snel verwijderde.
-
-De reus had goed gezien, ongeveer tweehonderd meter voor hen uit vloog
-de auto van Stanley over den weg.
-
-„Hem na, Charly,” beval Raffles, die de tanden opeengeklemd had. „Wij
-moeten hem inhalen, het kost wat het kost.”
-
-Reeds had Charly den hefboom overgehaald en op de hoogste versnelling
-sprong de renwagen als het ware vooruit.
-
-In helsche vaart stoof de auto door de lijnrechte straat, en het was
-goed, dat die op dit late uur van den nacht zoo goed als geheel
-verlaten was.
-
-Het duurde niet lang of het bleek, dat de renwagen op de auto van
-Stanley won, ofschoon ook deze zeer snel moest zijn.
-
-Na een half uur was de grens van de wereldstad bereikt, en slechts
-vijftig meters scheidden de beide auto’s.
-
-Raffles richtte den blik naar den grond, op het witte grint van den
-buitenweg, waarop nu de renwagen voortstormde, was duidelijk een zeer
-dun spoor te zien, het was de benzine, die gestadig uit de reservoir
-van Stanley’s auto druppelde.
-
-„Wij zullen hem inhalen,” mompelde Raffles, de vuisten ballend, „al zou
-ik er zelf het leven bij laten.”
-
-De auto’s waren nu zoo dicht bij elkaar, dat duidelijk te zien viel,
-hoe Stanley den man met het roode haar, die de auto uit de garage had
-gehaald, tot grooter spoed scheen aan te zetten.
-
-Herhaaldelijk keek de schurk achter zich ten einde den afstand te
-schatten.
-
-Men naderde nu den spoorweg, die hier twee maal den weg kruist, en deze
-steeg op dit punt tamelijk steil, zoodat de vaart aanmerkelijk
-vertraagde.
-
-Reeds waren de twee auto’s den eersten overweg gepasseerd, die niet,
-zooals in Europa, van afsluitboomen zijn voorzien.
-
-Stanley had zich in de auto opgericht en braakte de lasterlijkste
-verwenschingen tegen zijn vervolgers uit.
-
-Hij vuurde tweemaal op Raffles, zonder hem te treffen; wat ook bijna
-onmogelijk was wegens het slingeren van beide wagens.
-
-Daar kwam de tweede overweg in het zicht.
-
-En tegelijkertijd klonk op eenigen afstand een gillend gefluit, het was
-de nachttrein van Chicago naar New-York, die in toomelooze vaart over
-de glinsterende rails voortsnelde, getrokken door zijn geweldige
-locomotief.
-
-Onwillekeurig matigde Charly de vaart van zijn wagen.
-
-Maar de auto van Stanley snelde steeds voort.
-
-Steeds duidelijker klonk het oorverdoovend geraas, door den
-voortjagenden trein veroorzaakt, waarvan de lichten nu zichtbaar waren.
-
-Nu had de auto van Stanley den overweg bereikt, en het volgend
-oogenblik bevond zij zich op de rails....
-
-Hoewel Charly uit alle macht remde, daar hij wel voorzag, niet voor den
-trein den overweg te kunnen oversteken, vloog de wagen nog zoover
-voort, dat hij nauwelijks tien meter voor den overweg stil stond.
-
-Daar naderde de trein, en de lantarens van de locomotief schitterden
-als de oogen van een vreeselijk monster.
-
-En.... de auto van Stanley stond stil midden op het spoor....
-
-Boven het geraas van den trein uit klonk een gillende kreet van
-doodsangst en ontzetting.
-
-Stanley was weder opgestaan en wilde uit de auto springen, die
-blijkbaar niet verder kon wegens het gebrek aan benzine....
-
-Maar hij was een halve seconde te laat....
-
-De trein kwam aanstormen, en het leek, alsof hij zich op de auto
-stortte.
-
-Een vreeselijk gekraak werd vernomen.... tot op honderd meters afstand
-werden de versplinterde deelen van de auto weggeslingerd.
-
-En nog even konden de drie mannen zien, hoe de machinist zich naar
-buiten boog en een gebaar van wanhoop maakte....
-
-Toen was alles voorbij....
-
-Raffles en Charly staarden elkander een oogenblik stom aan.
-
-Toen zeide de Groote Onbekende zachtjes:
-
-„Zoo moest het komen, een hoogere macht heeft uitspraak gedaan over een
-monster in menschengedaante.”
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0394: HET EINDE
-VAN IRWIN STANLEY ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.