diff options
Diffstat (limited to 'old/67537-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67537-0.txt | 2921 |
1 files changed, 0 insertions, 2921 deletions
diff --git a/old/67537-0.txt b/old/67537-0.txt deleted file mode 100644 index 29aabba..0000000 --- a/old/67537-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2921 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0392: Het Eiland der -Menscheneters, by Felix Hageman - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0392: Het Eiland der Menscheneters - -Authors: Felix Hageman - Kurt Matull - Theo Blakensee - - -Release Date: March 1, 2022 [eBook #67537] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0392: HET -EILAND DER MENSCHENETERS *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE - - NO. 392 HET EILAND DER MENSCHENETERS. - - - - - - - - -HET EILAND DER MENSCHENETERS. - - -HOOFDSTUK I. - -DE VLUCHT. - - -Het was nog nauwelijks dag en de zon was zooeven boven de kim gerezen, -toen een groote, open auto, in zeer snelle vaart over den weg vloog, -die van Genua naar Nizza leidt en die over een groote lengte dezelfde -route volgt als de spoorweg die de beide steden verbindt, en die een -deel uitmaakt van het traject, dat van de Italiaansche stad aan de -Middellandsche Zee over Nizza loopt naar de Fransche oorlogshaven -Toulon en vandaar verder naar Parijs. - -Het was nog zeer vroeg in de lente en waarschijnlijk zou men in -noordelijke streken van Europa nog zeggen dat het volop winter was, -maar hier, aan de onvolprezen Côte d’Azur, was het alsof men zich reeds -midden in den zomer bevond. - -Een zoele, nauwelijks merkbare wind bezwaard met de lucht van duizenden -bloemen kwam de drie mannen tegemoet, die in de auto gezeten waren. - -Een kenner zou het voertuig aanstonds herkend hebben als een Renault -van zeker niet minder dan zestig paardekracht. - -Het voertuig snelde in tomelooze vaart over den verrukkelijk breeden -aan weerszijden met palmboomen omzoomden weg, vanwaar men bijna steeds -het uitzicht heeft op de golven van de Middellandsche Zee, die reeds -zwakjes verlicht begon te worden door het schijnsel dat in het oosten -merkbaar werd, en dat het naderen van den dag aankondigde. - -Maar op ongeveer een uur gaans afstands van Genua stond een van de -mannen, die achter in de auto gezeten was, op, boog zich voorover en -tikte zijn chauffeur, een nog jongen man, op den schouder. - -Aanstonds stond het voertuig stil, even voorbij een kromming van den -weg en aan den voet van een hooge rots, die zich hier en daar langs den -straatweg verheft. - -Heinde en ver was geen levende ziel te bespeuren, of het moesten de -zeemeeuwen zijn, die zooeven ontwaakt waren en nu in breede kringen en -luid krijschend, boven de golven rond zwierden, op zoek naar hun -ontbijt. - -„Waarom laat je me stilhouden,” vroeg de jonge man, die achter het -stuurwiel zat. - -„Ik geloof, dat het oogenblik gekomen is, Charly, om een weinig -verandering te brengen in ons uiterlijk, zoowel als in dat van onze -auto,” antwoordde de aangesprokene. „Je zult zelf wel begrijpen, dat de -heeren van de politie te Genua, nadat zij er achter gekomen zijn, dat -zij gedurende een paar uren den lang gezochten John Raffles in handen -hebben gehad, alles op haren en snaren zullen zetten, teneinde den -vluchteling te achterhalen.” - -De man, die deze woorden gesproken had, was inderdaad niemand anders -dan de befaamde Gentleman-Inbreker, de Groote Onbekende, stoutmoedig -avonturier, naar wien reeds ettelijke jaren gespeurd werd door de -politie, niet alleen van Londen, maar ook door verscheidene andere -wereldsteden, waar Raffles zijn kortstondige verschijning had gemaakt, -steeds tot groot nadeel van adellijke leegloopers, woekeraars, -rijkaards, die zelf niet wisten hoe rijk ze wel waren en anderen, aan -wie de Groote Onbekende een deel van hun bezittingen had ontnomen, -teneinde deze opnieuw aan den man te brengen, op een wijze, die hem -beter en rechtvaardiger toescheen. - -Een gansche reeks van avonturen had hem ditmaal naar Genua gevoerd en -het had maar weinig gescheeld, of die politie van die stad had voor -zich de eer kunnen opeischen eindelijk de hand te hebben kunnen leggen -op een van de stoutmoedigste avonturiers en zeker den schranderste, die -ooit den strijd had aangebonden met de gestelde machten in de oude en -de nieuwe wereld. - -Het was slechts weinige weken geleden, dat Raffles voor het eerst in -aanraking was gekomen met een man, die, zooals hij, een vijand was van -de maatschappij, of tenminste van een deel daarvan en die niettemin -zijn doodsvijand was. - -De naam van dezen man was Irwin Stanley. Toen zijn pad dat van Raffles -voor het eerst kruiste, was hij eenige maanden tevoren gekozen tot -aanvoerder van het Genootschap van den Gouden Sleutel, een zeer -gevaarlijke misdadigersbende, die haar zetel te Londen had en waarbij -tal van benden over de geheele wereld verspreid, waren aangesloten. - -Overal, in alle groote steden kende de politie het bestaan van dit -genootschap en dit was voor een groot deel te danken aan het optreden -van denzelfden man, dien zij zoo hardnekkig achtervolgde, Lord Edward -Lister, alias John Raffles. - -Aan dezen man was het reeds driemaal gelukt, den aanvoerder van het -zooeven genoemde genootschap ten verderve te brengen. De eerste had het -leven verloren in een vreeselijken strijd met Raffles, de tweede had -zijn misdaden aan den galg moeten boeten en de derde was eveneens in -een gevecht gedood door denzelfden man, die zich nu in gezelschap van -Raffles en van diens onafscheidelijken vriend, Charly Brand in de -groote auto bevond, James Henderson, den reusachtigen chauffeur. - -Tot zelfs in Amerika had de vreeselijke worsteling tusschen deze drie -mannen en een machtige organisatie, die duizenden leden telde, -voortgeduurd en een oogenblik meende Raffles te mogen gelooven, dat hij -het kwaad in den wortel had aangetast en dat er een einde was gekomen -aan het bestaan van dezen moorddadigen bond. - -Inderdaad bleef het ook eenige maanden rustig, en toen bracht het -noodlot Raffles op het spoor van den vierden „Meester”, zoo luidde de -titel van den aanvoerder en opnieuw ontbrandde de strijd. - -Het bleek maar al te spoedig, dat Irwin Stanley bij zijn voorgangers in -het minst niet achterstond in sluwheid, moordzucht en vooral in haat -tegen Raffles, die het genootschap zoo menigmaal groot nadeel had -berokkend en de oorzaak was geweest dat honderden van zijn leden thans -in de gevangenis moesten zuchten, terwijl een viertal moordenaars, die -door zijn toedoen gevat waren, hun leven hadden moeten laten op het -schavot. - -Eenige malen stonden de beide mannen tegenover elkaar en Raffles was er -ten slotte in kunnen slagen, zijn doodsvijand te noodzaken de uitdaging -aan te nemen tot een tweegevecht in een groot, oud spookachtig huis van -den Meester. Maar op verraderlijke wijze wist deze zijn ridderlijken -tegenstander in zijn macht te krijgen en het was slechts te danken -geweest aan de tusschenkomst van Eleonora Manoury, een jonge en schoone -vrouw, die te kwader ure in de macht van Stanley was geraakt, dat hij -leven en vrijheid wist te herkrijgen. - -Om de rampzalige vrouw, die door den ellendeling zwaar gewond was met -een revolverschot, aan zijn wraakzucht te onttrekken, bracht hij haar -over naar Caïro, waar zij verpleegd werd in het beste ziekenhuis, -hetwelk deze stad telde. - -Maar zelfs daar wist de wraakzucht van haar gewezen minnaar haar te -bereiken, nadat een noodlottig toeval haar verblijfplaats had verraden -aan een inlander, die tot het genootschap hoorde en die dadelijk den -Meester van die ontdekking op de hoogte stelde. - -Zonder een oogenblik te aarzelen, gelastte Stanley den inlander, -Eleonora Manoury, wier getuigenis hem, als zij spreken wilde, in het -verderf kon storten, uit den weg te ruimen en zeker zou de booswicht -hierin zijn geslaagd, wanneer Raffles niet opnieuw had ingegrepen en -dezen laaghartigen aanslag verijdelde. - -Hij wist den inlander in zijn macht te krijgen en te bewerken, dat -Stanley zelf naar Caïro kwam en toen dit eenmaal het geval was, scheen -zijn lot bezegeld te zijn. - -Raffles bracht de politie op zijn spoor en de gevaarlijke boosdoener -kon gearresteerd worden in een eenzaam gelegen huis, dicht bij Caïro, -toen hij daar een samenkomst had met den inlandschen medeplichtige. - -Onmiddellijk zou Stanley per schip naar Londen worden overgebracht en -Raffles, Charly Brand en James Henderson namen passage op hetzelfde -schip en zij moesten er de machtelooze getuigen van zijn, dat de sluwe -schurk er in slaagde, in het gezicht van de haven van Genua, welke het -schip moest aandoen, te ontvluchten, overboord te springen en in de -duisternis te ontkomen, voor men er in kon slagen de boot uit te -zetten, die door een medeplichtige onklaar was gemaakt, of een -radiogram naar de kust te zenden, daar ook het toestel voor het -afzenden van draadlooze telegrammen door denzelfden handlanger vernield -was. - -Raffles aarzelde toen geen oogenblik om eveneens de reis te -onderbreken, in de hoop, dat hij te Genua zijn doodsvijand zou terug -vinden en hem opnieuw in de handen der politie te kunnen overleveren. - -Maar ditmaal was de fortuin tegen hem. Wel kwam hij in de gelegenheid, -zijn machtigen tegenstander van aangezicht tot aangezicht te zien, maar -deze wist op het laatste oogenblik te ontkomen en Raffles zelf werd -gearresteerd, toen hij vermomd was als Engelsch varensgast. - -Waarschijnlijk zou nimmer zijn identiteit vermoed zijn, als de mannen -van Stanley, die maar al te goed wisten, met wien zij te maken hadden -gehad bij dit avontuur en die tegelijk met hem in de handen der politie -waren gevallen, hem niet hadden verraden. - -En de zaak zou waarschijnlijk voor Raffles ditmaal een leelijke wending -hebben genomen als Charly Brand en James Henderson er niet in geslaagd -waren, den Grooten Onbekende te bevrijden, juist op het oogenblik, dat -men hem van het bureau van politie met een geblindeerde auto wilde -overbrengen naar de gevangenis. - -Het was toen twaalf uur in den nacht geweest. - -En zoo geschiedde het, dat de groote snelle auto zich thans op weg -bevond van Genua naar Nizza. - -De drie mannen waren snel van den wagen gestapt en togen ijlings aan -het werk. - -„Hoever denk je dat we voor zijn?” vroeg Raffles, die een grooten -Engelschen sleutel had gegrepen. - -„Bij de telegrammen zijn we waarschijnlijk reeds ten achter, Edward,” -antwoordde Charly Brand, „maar op de politieauto’s zijn we op zijn -minst wel een half uur voor, denk ik.” - -„Maar de politieauto, die mij had moeten vervoeren van het -politiebureau naar de gevangenis. Hoe staat het daar eigenlijk mee. Het -leek me een zeer snelle wagen toe. Waarom heeft die niet aanstonds de -achtervolging aangevangen?” - -„Voor die auto behoef je in ieder geval niet bevreesd te zijn, Edward,” -antwoordde Charly lachend. „Ik had, zonder de chauffeur mij kon zien, -eenvoudig van het wachtende voertuig, dat voor het politiebureau -stilstond, den moer van een der achterwielen zoover los geschroefd, dat -het wiel er bij den eersten den besten draai moest afloopen en dat is -dan ook geschied, nog voor je je bij ons had kunnen voegen.” - -„Dat heb je knap gedaan, Charly. Laat ons dan nu maar haastig aan het -werk gaan tenminste wanneer we geen overbodig werk doen. Geloof je dat -ze weten, hoe onze auto er uit ziet?” - -„Reken er vooral niet op, Edward, dat ze daar onkundig van zijn,” riep -Charly. „Toen jij in den wagen stond, nadat we je bevrijd hadden, -bevond de auto zich op hoogstens tien meter afstand van de agenten. De -straat was goed verlicht, en zij moeten in ieder geval den hoofdvorm en -de kleur van den wagen hebben opgemerkt.” - -„Nu, dan zullen we ons haasten een en ander te veranderen,” hernam -Raffles. - -Er behoefde verder geen woord meer te worden gesproken. Geen enkel -bevel behoefde te worden gegeven, want iedereen wist zeer nauwkeurig -wat zijn taak was. - -Raffles en Charly vervingen een voor een de houten wielen door -draadspaakwielen van een geheel andere kleur, die in een geheime -bergplaats aan de onderzijde van de auto verborgen waren geweest en de -vier houten wielen werden, met zware steenen bezwaard, in zee geworpen. - -Henderson had intusschen een werkje van geheel anderen aard verricht. -Hij had de kleur van den geheelen wagen veranderd. - -Door op een onzichtbaar geworden knop te drukken waren er overal voor -de lichtgrijze zijwanden dunne paneelen geschoven van een vuurroode -kleur en zoo nauwkeurig was dit alles vervaardigd, dat men slechts bij -zeer nauwkeurig toezien kon bemerken, dat de wagen dubbele wanden had -van verschillende kleur. - -Nu werd ook de kap nog opgezet en nu was de verandering zoo volkomen, -dat zeker niemand de auto van zooeven zou hebben herkend in dit -vuurrood gelakte voertuig, met zijn opzichtige gele wielen. - -Deze geheele metamorphose had geen volle tien minuten geduurd, zoo -uitstekend waren de drie mannen getraind in dergelijke werkjes. - -Raffles wist maar al te goed, dat hij zijn succes voor het leeuwendeel -slechts te danken had aan de snelheid van handelen, die aan het -wonderbaarlijke grensde en die niet anders verkregen kon worden dan ten -koste van herhaalde oefening. - -Nu was het nog zaak om ook hun uiterlijk een verandering te doen -ondergaan en dan zou de kans op ontdekking of aanhouding zeker -aanmerkelijk minder worden. - -Op het oogenblik, dat de Genueesche politie hen overviel, waren alle -drie mannen vermomd als zeelieden en het was volstrekt noodzakelijk een -ander uiterlijk aan te nemen, daar het zeker verwondering zou baren, -drie matrozen, die er tamelijk haveloos uitzagen, in zulk een groote, -blijkbaar zeer dure auto aan te treffen. - -Alles wat er noodig was, bevond zich in een geheime bergplaats van de -auto, kleurmiddelen, voortreffelijk vervaardigde pruiken, baarden en -zelfs kleederen. - -En zoo werd er aanstonds een aanvang gemaakt, met wat Henderson, de -steeds opgewekte reus „een nieuwe verkleed-partij” noemde. - -Henderson werd eenvoudig weder de beste Engelsche chauffeur van goeden -huize. Raffles werd, wat hij steeds te Londen was, Lord William -Aberdeen en Charly volgde zijn voorbeeld en kroop in zijn oude huid, -die van secretaris van zijne Lordschap. - -Het verkleeden duurde heel wat langer dan het veranderen van de auto en -juist toen de oude schipperskleeren met keien bezwaard den weg van de -wielen hadden gevolgd, riep Charly verschrikt uit: - -„Ik geloof waarachtig dat zij daar al aankomen.” - -Hij wees naar een punt in de verte dat zich schijnbaar zeer -langzaam—maar dat kwam slechts door den grooten afstand over den -prachtigen weg—bewoog, aan welks aard men niet behoefde te twijfelen. -Het was een automobiel. - -Raffles had zijn kijker te voorschijn gehaald en voor het oog gebracht -en zeide, na eenigen tijd door het instrument te hebben getuurd: - -„Het ziet er inderdaad wel een weinig verdacht uit. Ik geloof dat ik -het glinsteren van zilveren kragen en banden van uniformpetten zie. We -zullen het zekere voor het onzekere nemen en beenen maken, want ik ben -er volstrekt niet op gesteld, mijn kennismaking met de Italiaansche -politie te hernieuwen.” - -De drie mannen namen haastig weder in de auto plaats en ditmaal greep -Henderson het stuurwiel, terwijl Lord William Aberdeen, zooals hij -thans weder zou heeten en Charly Brand achter in den grooten wagen -leunden. - -Men behoefde er niet bevreesd voor te zijn, dat Henderson zou -verdwalen, want dat was eenvoudig onmogelijk. Hij behoefde niets anders -te doen dan den breeden straatweg te volgen, die zich vele tientallen -kilometers achtereen langs de kust van de Middellandsche Zee uitstrekt -en zich daar geen enkel oogenblik verder dan een halve mijl van -verwijderd. - -En wat de snelheid aangaat, de reus had eveneens de auto met de -politiebeambten gezien en dat was voldoende. - -Men was Albenea omstreeks halverwege Genua en Nizza reeds geruimen tijd -gepasseerd, toen de auto stil stond en het ging nu in een vaart van -bijna tachtig kilometer per uur op Oneglia af. - -Toen Raffles een blik achter zich wierp was er van de achtervolgende -auto volstrekt niets meer te bespeuren. - -Maar Charly Brand was nog verre van gerust. - -Hij had een oogenblik in gedachten verzonken gezeten en wendde zich nu -tot Raffles met de vraag: - -„Geloof je dat ze in Ventimiglia, dat wil zeggen, aan de grens reeds -gewaarschuwd zijn?” - -„Dat is wel waarschijnlijk,” antwoordde Raffles laconiek. „Er zijn ruim -drie uur verloopen sedert het oogenblik, waarop ik ontvluchtte en een -telegram heeft zoo lang niet noodig om naar de grens te gaan.” - -„Maar hoe kwamen zij er eigenlijk toe, Edward, ons juist in de richting -van de Fransche grens te zoeken? We hadden immers even goed kunnen -pogen naar Zwitserland of naar een van de Balkanstaten te ontkomen?” - -„Als we dat hadden willen doen, dan hadden we al aanstonds een anderen -weg moeten inslaan, Charly,” antwoordde Raffles. „De straat waaraan het -politiebureau gelegen was, voert rechtstreeks naar den weg die naar -Nizza leidt en als wij de Zwitsersche of Oostenrijksche grens hadden -willen bereiken, dan zouden we Genua langs een heel anderen kant hebben -moeten verlaten, juist tegenovergesteld aan dien welke we thans gekozen -hebben.” - -„Maar dan zie ik niet goed in, Edward, hoe zij ons zullen laten -passeeren,” riep Charly ongerust uit. „Het is nog zeer vroeg. De dag is -nauwelijks aangebroken en het aantal auto’s op dezen weg is zeer gering -op dit uur. Ik heb er nog in het geheel geen gezien, uitgezonderd die -vermaledijde politieauto.” - -„Je maakt je ongerust om niets, Charly,” hernam Raffles bedaard. „Wij -zullen Ventimiglia niet langs dezen kant naderen. Wij zullen er als het -ware omheen rijden.” - -„Is dat dan mogelijk?” vroeg Charly. „Ik meende, dat er slechts één -toegangsweg was, deze verrukkelijke straatweg, dien ik onder andere -omstandigheden zeker meer zou bewonderen dan ik thans doe.” - -„Er zijn zijwegen, Charly. De vreemdeling kent die wegen zeker niet en -snort er met zijn auto langs, maar ik ben hier gelukkig goed thuis en -aanstonds, als ik het stuurwiel van Henderson gedurende een kwartier -overneem, zal ik je dat bewijzen. Wij zullen de grensplaats niet uit -het oosten, maar vanuit het noorden binnen rijden.” - -„Maar zou men te Toulon ook niet reeds op de hoogte zijn gesteld,” -drong Charly aan. - -„Dat laat mij volkomen onverschillig, mijn waarde. Ik denk mij niet -naar Toulon te begeven.” - -„Wat zeg je daar? Waarheen denk je dan van Ventimiglia af te gaan?” - -„Naar Genua,” antwoordde Raffles bedaard. - -Charly maakte als het ware een luchtsprong en keek Raffles sprakeloos -aan. - -„Hoor ik goed? Wil je terug naar de plaats, vanwaar we zoo juist -ontkomen zijn. Wat wil je daar dan in hemelsnaam gaan uitvoeren?” - -„Zoeken naar Irwin Stanley,” was het laconieke antwoord. - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -GEWIJZIGDE PLANNEN. - - -Geruimen tijd bleef Charly zwijgend achterover leunen. - -Reeds tallooze malen was hij in de gelegenheid geweest de ontembare -geestkracht en den ijzeren wil te bewonderen van den man, met wien het -lot hem eenige jaren geleden in aanraking had gebracht, en wiens meeste -avonturen hij daarna had gedeeld, en toch was het nog telkens een -nieuwe aanleiding tot bewondering voor hem, als hij getuige was van den -ontzaglijken, door niets te bedwingen ondernemingsgeest van John -Raffles. - -Gevaar scheen voor hem een woord te zijn zonder eenige beteekenis. - -Ieder ander zou, verkeerde hij in zijn omstandigheden, zich gehaast -hebben, zooveel mogelijk kilometers te brengen tusschen zichzelf en de -stad, die wel eens het einde van zijn loopbaan had kunnen aanschouwen. -Maar in die stad vertoefde nog de doodsvijand van den -Gentleman-Inbreker en daarom wilde hij er weder heen trekken, alsof het -de eenvoudigste zaak van de wereld was en alsof hem geen gevaar kon -dreigen. - -Eindelijk, nadat Charly eenigszins van zijn verbazing en ontsteltenis -bekomen was, vroeg hij: - -„Maar Edward—als je dan toch weer wil terugkeeren, waarom ben je dan -zoover doorgereden, tot bijna aan de grensplaats?” - -„Dat had een zeer eenvoudige reden—wij zijn tot hiertoe slechts weinig -dwarswegen gepasseerd, en wanneer Lord Aberdeen met zijn tourauto van -de Fransche grens komt, zal dat volstrekt geen opzien baren.” - -Charly zweeg eenigen tijd weder, en hernam toen: - -„Neem het mij niet kwalijk, Edward—maar ik kan het doel van onzen -terugkeer niet goed inzien!” - -„Waarom niet?” - -„Omdat het volgens mij wel bijna zeker is, dat wij Stanley niet meer in -Genua zullen vinden! Ook hij zal zich wel haasten, zich aan de -nasporingen van de politie te onttrekken!” - -„Dat moeten wij afwachten!” hernam Raffles bedaard. „Ik wil zekerheid -hebben. Geef mij een week—en blijkt het in dien tusschentijd, dat al -ons zoeken vruchteloos is, dan ben ik bereid, om weder met je naar -Londen terug te keeren—al zou mij dit leed doen, want dan zou het -ongetwijfeld weer zeer lang duren, eer wij opnieuw eenig spoor vonden -van den ellendeling!” - -Intusschen werd de tocht onophoudelijk voortgezet, en ongeveer een -kwartier later liet Raffles de auto opnieuw stilstaan, en nam de plaats -in van Henderson achter het stuurwiel. - -Van de achtervolgende auto was volstrekt niets meer te bespeuren—het -leek wel of zij de achtervolging had opgegeven. - -Het werd al spoedig duidelijk, dat Raffles de omgeving voortreffelijk -kende want hij weifelde geen oogenblik, maar sloeg een tamelijk smallen -dwarsweg in, een grintweg, die zeker door iederen automobilist met -verachting zou zijn voorbijgegaan, en nu kwam er een waar doolhof van -breedere en smallere wegen, totdat de automobiel ten slotte de -Italiaansche grensplaats binnenreed—maar van een geheel andere zijde -dan waarvan de politie de automobiel van den gevluchten Raffles -verwachtte. - -De Groote Onbekende had daarenboven nog het voordeel, dat men volkomen -in het onzekere was aangaande het aantal zijner helpers, waarvan men -aannam, dat het evengoed één als een half dozijn kon bedragen. - -Zooals hij wel vermoed had baarde zijn komst in de stad dan ook -volstrekt geen opzien, en hij behoefde slechts zijn passen te toonen, -om overal aanstonds te worden doorgelaten. - -Nu en dan werd de auto een oogenblik aandachtig beschouwd—maar zij had -draadspaakwielen, haar kleur was vuurrood, zij beantwoordde dus in -geenendeele aan de beschrijving, welke de commissaris van politie uit -Genua telegrafisch naar alle grensplaatsen van Italië had gezonden. - -Daarenboven behoefde de verschijning van de auto in Ventimiglia -volstrekt geen opzien te baren, want, zooals reeds werd gezegd, het -seizoen der touristen was reeds aangebroken en het wemelde van auto’s -van allerlei maaksel, voornamelijk Amerikaansche en Engelsche. - -Van deze stad leidden wegen in verschillende richtingen en het -natuurlijk gevolg van de nabijheid van Mentone, Nizza, Monte Carlo en -andere steden aan de Riviera was, dat het op dien schoonen lentedag -letterlijk krioelde van luxe auto’s. - -En zoo leverde het verlaten van de stad al evenmin moeilijkheden op, -want geen enkele politieautoriteit zou ook maar een seconde hebben -kunnen aannemen, dat de vluchteling de onbeschaamdheid zou hebben, -weder op zijn weg terug te keeren. - -Maar de drie reizigers brachten toch een onaangename vijf minuten door, -toen zij, juist bij het verlaten van Ventimiglia de politieauto -tegenkwamen, die hen een paar uur geleden op den grooten weg -achtervolgd had. - -Het bleek een groot voertuig te zijn en alleen een panne had haar -blijkbaar verhinderd sneller te rijden en althans op gelijken afstand -van de achtervolgde auto te blijven. - -Want de drie mannen zagen aanstonds met het oog van een kenner, dat de -groote Lancia een wagen was van minstens tachtig paardekracht, die op -een gladden gelijken weg wel honderd kilometer per uur kon halen. - -Er zaten zeven man in, waarvan vier in uniform en twee hunner hieven -tegelijkertijd de hand op, om de auto van den vreemdeling te doen -stoppen. - -Het was gelukkig dat Raffles nog steeds aan het stuurwiel zat, want de -driftige Henderson zou hoogstwaarschijnlijk het bevel eenvoudig in den -wind hebben geslagen en zijn doorgereden. - -Thans evenwel zat de reus met de armen over elkaar gekruist in de -deftige houding van een uitstekend gedrilden bediende, naast zijn -meester die den grooten wagen bestuurde. - -Raffles bracht den wagen aanstonds tot staan, zonder dat er een spier -op zijn gelaat vertrok. Eenige mannen verlieten de politieauto en de -reizigers moesten opnieuw hun papieren toonen. - -Ditmaal duurde het onderzoek een weinig langer en het was alsof de -politiebeambten slechts met tegenzin zich weder verwijderden van het -voertuig, waarom zij wel tien volle minuten hadden heengedraaid, als -een kat om de heete brij. - -Zwijgend, met samengeknepen lippen, argwanend en toch niet in staat ook -maar het minste te kunnen inbrengen tegen het uiterlijk van de -reizigers, tegen de auto, of tegen de vertoonde papieren, die -voortreffelijk in orde bleken te zijn. - -Raffles had zijn kalmte geen seconde verloren, maar Charly bekende -naderhand dat hij een benauwd kwartiertje had doorgebracht en Henderson -had de grootste moeite, zich te bedwingen om niet als een bom temidden -van de achterdochtig rondloopende politiemannen te vallen. - -Maar Raffles scheen hem met een blik uit zijn staalharde grijze oogen -als het ware te biologeeren en de reus verroerde zich niet. - -Eindelijk kon de automobiel haar weg vervolgen, nadat de commissaris -van politie, die in ellendig Engelsch met Raffles had gesproken, op -brommerigen toon en blijkbaar met tegenzin zijn verontschuldiging had -aangeboden. - -Op het kalme gelaat van Raffles vertoonde zich slechts een vaag -glimlachje, toen hij den hefboom weder overhaalde, maar Henderson -barstte, zoodra de afstand groot genoeg was, uit in een van de -kernachtige Londensche vloeken, waarvan hij het geheim scheen te -bezitten en die hij toch maar zelden teneinde kon brengen, daar een -bestraffende blik van Raffles voldoende was, hem halverwege te doen -ophouden en de rest van zijn vloek als het ware in te slikken. - -Van dat oogenblik af konden de drie mannen zich gerust als volkomen -veilig beschouwen, want het ergste was nu zeker achter den rug. - -Eenige uren later reden zij, maar nu heel wat langzamer, Genua weer -binnen, en Raffles nam opnieuw zijn intrek in een van de weelderige -hotels, welke de stad bezit, en liet geen tijd verloren gaan, om -aanstonds zijn onderzoek naar Irwin Stanley opnieuw te beginnen. - -Zijn laatste ontmoeting met den meester had plaats gehad in een -onderaardsche schuilplaats, door een toeval ontdekt en die een deel -scheen uit te maken van een ware ondergrondsche stad, zich uitstrekkend -in het inwendige van een der hooge heuvels, tegen welker helling Genua -is gebouwd. - -Maar ook de politie had deze schuilplaats ontdekt en het was niet -waarschijnlijk te achten, dat Stanley zich daar opnieuw zou gaan -verbergen om daar zijn helsche plannen te smeden, geholpen door zijn -Italiaansche luitenants. - -Toch gaf Raffles de hoop niet aanstonds gewonnen, en nog dienzelfden -avond, na zich goed te hebben vermomd, begon hij, door Charly -vergezeld, opnieuw zijn onderzoek. - -Onvermoeid onderzochten de beide mannen de havenwijk, overal het oor -leenend, in de hoop, dat een onvoorzichtig uitgesproken woord, een -uitdrukking, een snel gewisselde blik hen iets zou verraden omtrent de -verblijfplaats van den gevaarlijken misdadiger, maar hun poging was -vruchteloos. - -Laat in den nacht keerden zij terug, legden hun vermomming af, en voor -het eerst sedert langen tijd genoten zij daarop de weelde van een -ongestoorde nachtrust. - -De drie volgende dagen, bijna onafgebroken doorgebracht in de -havenwijk, waar de misdaad het weligst tiert, leverden geen beter -resultaat op en in den vierden nacht vernamen zij eensklaps, zonder er -in het minst op verdacht te zijn, wat zij wilden weten, en toen wisten -zij ook, dat zij nu wel aanstonds Genua konden verlaten, daar hun -verblijf hier nutteloos was geworden. De meester was reeds drie dagen -tevoren naar Londen vertrokken en wel aan boord van een plezierjacht, -dat waarschijnlijk had toebehoord aan een van zijn vrienden, en waarop -hij zoogenaamd dienst had gedaan als stoker. - -Raffles en Charly vernamen dit in een kleine dievenkroeg, die bijna -uitsluitend bezocht werd door het gevaarlijkste gespuis, toen zij naast -een drietal mannen gezeten waren, die fluisterend over den meester -spraken, maar toch niet zoo zacht of de beide mannen hadden hen kunnen -verstaan. - -Een oogenblik hadden zij geloofd, dat het niets anders was dan een -valstrik om hen op een dwaalspoor te brengen, maar aanstonds kwamen zij -van deze meening terug. Als Stanley hen ook maar een oogenblik verdacht -had en hun vermomming had doorzien, hetgeen dan zou beteekenen dat hij -hun spoor voortdurend had weten te houden, dan zou hij immers geen -oogenblik geaarzeld hebben, de twee mannen hier onschadelijk te laten -maken, hier, in dit kleine, donkere wijnhuis, dat binnen zijn muren -reeds zoovele misdaden had zien volbrengen. - -Er zou immers geen haan naar gekraaid hebben, als Irwin Stanley zijn -doodsvijand en diens trouwen vriend hier op deze plek had laten -vermoorden en de lichamen had laten werpen in een van die geheimzinnige -putten, die zich in vele oude Genueesche huizen bevinden, vooral in -deze buurt en die er grondeloos schijnen te zijn. - -Neen, het was wel zeker. Zij wisten nu dat hun taak hier beëindigd was -en zij moesten het zichzelve toegeven, dat zij het spoor van den -meester voorloopig kwijt waren en niemand kon zeggen, waar en wanneer -zij het zouden hervinden. - -Zwijgend aanvaardden de beide vrienden nu den terugtocht en pas, toen -zij op het punt stonden het hotel binnen te treden, zeide Raffles: - -„Het blijkt nu, dat wij onzen tijd nuttiger hadden kunnen besteden, -maar niemand had dit kunnen voorzien. Ik dacht niet dat hij het zou -hebben gewaagd, reeds nu naar Londen terug te keeren.” - -„Maar het is toch onmogelijk, Raffles, dat hij daar lang op vrije -voeten blijft,” zeide Charly zachtjes. „Dank zij jouw toedoen is zijn -signalement algemeen bekend, men weet dat Stanley inderdaad de meester -moet zijn. Hij zal zich nergens kunnen vertoonen, want men zou hem -aanstonds arresteeren.” - -Maar Raffles schudde mistroostig het hoofd en hernam: - -„Dat is in een stad van zeven millioen inwoners minder gemakkelijk, dan -het schijnt, Charly. Londen heeft tallooze geheimen, het is ontzaglijk -groot en men kan er zich gemakkelijker verborgen houden dan in de -Sahara. Irwin Stanley heeft ongetwijfeld vrienden in overvloed, die hem -een schuilplaats kunnen verleenen, zoolang het noodig mocht zijn. Al -was het een jaar of nog langer. Dan kan hij zijn uiterlijk voldoende -veranderen om de politie op een dwaalspoor te brengen. Kortom, die man -kan nog zeer veel kwaad brouwen, al is het dan ook in het verborgene.” - -„Wij blijven nu zeker niet hier?” - -„Morgen vertrekken wij naar Londen.” - -En daarop stapten de beide vrienden het hotel binnen en begaven zich -ter ruste om reeds den volgenden morgen alles voor hun vertrek in -gereedheid te brengen. - -De auto, welke Henderson naar Italië had gebracht, zou opnieuw gebruikt -worden en om elf uur in den ochtend nam de terugreis een aanvang. Thans -echter langs een bijna rechte lijn, over Turin, Genève, Lion, Reims, -Kamerrijk en Calais, een weg, die door de auto in twee dagen werd -afgelegd en dat was te lang, volgens Henderson, die nog volstrekt niet -kon begrijpen, waarom een auto langzamer moest loopen dan haar -maximumsnelheid. - -Men bereikte Calais, eenige uren voor de kanaalboot zou vertrekken en -er was dus voldoende tijd een plaatsbewijs te laten nemen en de auto te -laten inladen. - -De overtocht had zonder het minste incident plaats en om drie uur in -den middag reed de auto Londen weder binnen. - -Raffles verkeerde in een tamelijk sombere bui en Charly was weinig -minder dan wanhopig. Al die moeite was vruchteloos geweest en opnieuw -zou de strijd tegen Stanley, den misdadiger, moeten worden aangebonden -onder heel wat moeilijker omstandigheden dan ooit tevoren, want niemand -kon thans zeggen waar de schurk zich ophield, wat zijn plannen waren en -welke de middelen waren, waarover hij de beschikking had. - -Dat Stanley het zeker niet meer zou wagen, naar zijn eigen huis terug -te keeren, bleek Raffles nog dienzelfden dag, want toen hij des middags -door de Kappelstreet liep, stond het huis van den meester te koop -aangeslagen. - -Raffles bleef een oogenblik verbaasd staan kijken naar het groote bord, -dat aan den gevel was aangeslagen, en mompelde toen: - -„Dat is de onbeschaamdheid ten top gedreven. De schurk verkoopt zijn -huis als de eerste de beste brave burgerman, die genoeg heeft aan het -leven in de stad en op het platteland wil gaan wonen. Ik ben benieuwd, -wie deze zaak moet opknappen en hoe hij in het bezit zou komen van de -koopsom. Maar daar valt me iets in, ik kon het huis zelf wel eens -koopen, wanneer tenminste de prijs niet te hoog is.” - -Toen Raffles des avonds dit plan aan Charly mededeelde, keek de jonge -man hem verwonderd aan en riep toen uit: - -„Wat moet jij in hemelsnaam met het huis beginnen.” - -„Ten eerste wil ik het zoo grondig mogelijk onderzoeken, want je weet -dat er zich veel geheimen bevinden, die voor mij misschien van veel -belang zijn en ten tweede is het misschien mogelijk, op deze wijze, als -ik mij als kooper presenteer, weder op het spoor te komen van Stanley.” - -„Dat geloof ik haast niet. Hij zal natuurlijk een groot aantal -tusschenpersonen gebruiken, die voor hem handelen. Een gansche keten -van stroomannen, die je onmogelijk tot het einde zou kunnen volgen.” - -„Wij kunnen het in ieder geval beproeven,” meende Raffles kortaf. - -En reeds den volgenden dag begon hij zijn nasporingen onder een -aangenomen naam, die van graaf Grasham, en Charly bleek maar al te goed -te hebben gezien. Het huis bleek het eigendom te zijn van een -eerwaardigen grijsaard, een man van bijna tachtig jaar, die verzekerde -dat hij het in huur had gegeven aan een zekeren White, en reeds deze -White bleek onvindbaar te zijn. - -Het was duidelijk, dat deze White of hoe de man dan inderdaad anders -mocht heeten, in relatie had gestaan met een vroegeren bewoner van dit -huis en dat de eigenaar die reeds meer dan half kindsch bleek te zijn, -volstrekt niet geweten had wie er eigenlijk in zijn huis gewoond had. - -En bij een nader onderzoek bleek het eveneens, dat de tachtigjarige man -slechts zeer weinig eigendomsrechten kon laten gelden, daar het huis -zeer zwaar verhypothekeerd was en feitelijk reeds het eigendom was van -den zooeven genoemden White of iemand anders, maar wie dat was, kon -onmogelijk worden uitgezocht. - -Maar dat was voor Raffles van minder belang. Hij kon nog zeer goed een -huis in Londen gebruiken en daarom aarzelde hij geen oogenblik, maar -kocht het en liet de koopsom, tachtig duizend pond sterling, -onmiddellijk aan den zaakgelastigde ter hand stellen. - -Er werd nog dienzelfden avond een acte van overdracht opgemaakt en toen -kon Raffles zich de onbetwiste eigenaar rekenen van het groote, -geheimzinnige huis, waar sedert eenige maanden de meester van het -Genootschap van den Gouden Sleutel zijn tenten had opgeslagen. - -Charly was maar half te spreken over deze transactie en mopperde, toen -Raffles hem mededeeling kwam doen van zijn aankoop: - -„Wat moeten wij nu in ’s hemelsnaam met dat huis doen, Edward. Je kunt -toch geen tachtigduizend pond sterling uitgeven alleen om te voldoen -aan je nieuwsgierigheid betreffende de inrichting van het huis. Je -denkt het toch niet te verhuren?” - -„Dat denk ik integendeel wel degelijk te doen,” antwoordde Raffles -bedaard. „Ik zie niet in, waarom ik ook niet een weinig als huisheer -zou fungeeren. Het huis kan met een weinig kosten zeer veel worden -verbeterd en ook hier is de woningnood zeer groot, dat men als het ware -zal vechten om in mijn huis te mogen wonen. Ik weet zeker, dat die -tachtig duizend pond geen weggegooid geld zal blijken te zijn. Zij -zullen hun rente ruimschoots opbrengen, reken daarop.” - -„En neem eens aan, dat Stanley er achter komt, dat jij het was, die het -huis gekocht hebt?” - -„Wel, ik ben overtuigd, dat hij minstens evenveel moeite zal hebben om -dat te ontdekken, dan wij hadden om er achter te komen, wie de -eigenlijke lastgever was, inzake den verkoop van het huis, en wie het -geld zal opstrijken, ofschoon ik er wel bijna zeker van ben, dat -Stanley zelf dat zal zijn. Overigens kan ik niet inzien, wat het hem -zou baten als hij te weten komt, dat het huis in handen over is gegaan -van graaf Grasham. Vandaar tot de ontdekking, dat graaf Grasham en John -Raffles een en dezelfde persoon zijn, is nog een heele stap, en -tenslotte, vindt hij ook dat uit, dan kan ik dat slechts toejuichen, -want op deze wijze lok ik den ellendeling wellicht opnieuw op mijn pad, -en dan mag hij zich voor mij in acht nemen, want ditmaal zal ik geen -mededoogen kennen.” - -Maar in deze verwachting zou Raffles bedrogen worden. - -Het was alsof Stanley eensklaps van dezen aardbodem was weggevaagd. - -En toch was zijn aanwezigheid in Londen, voor hem, die goed wist op te -merken, maar al te duidelijk, want het aantal zeer ernstige misdaden -nam weder toe en voor Raffles viel er geen oogenblik aan te twijfelen, -of zij gingen uit van een centrale organisatie, en de bedrijvers -gehoorzaamden zekerlijk aan het bevel van den meester, dat bleek niet -alleen aan de wijze, waarop de misdaden werden gepleegd maar ook uit -hun onderlinge gelijksoortigheid. - -Een paar malen had er in de bladen een klein bericht gestaan -betreffende de ontvluchting van Stanley en toen leek het wel alsof de -politie alle hoop liet varen hem weder in handen te krijgen en zich -niet verder met de zaak wenschte in te laten. - -Voor Raffles was deze staat van zaken ondragelijk, want ofschoon hij -persoonlijk als Lord Aberdeen niet het minste gevaar liep en iedere -mogelijkheid was uitgesloten dat de meester zijn lordschap zou aanzien -voor den lang gezochten Gentleman-Inbreker, zoo zou zijn leven toch -steeds gevaar loopen, zoolang zijn doodsvijand zich op vrije voeten -bevond, want allicht kon een toeval de beide mannen weder tegenover -elkander plaatsen en Raffles wist maar al te goed, hoe groot de macht -was van de organisatie waarover Stanley het bevel voerde. - -Er verliep een week, die door Raffles uitsluitend besteed werd aan -ijverige nasporingen en tot tweemalen toe meende hij het spoor van -Stanley te hebben hervonden en tweemaal had hij zich daarin vergist... - -En toen trad hij op een morgen, nadat hij bijna den geheelen nacht door -verschillende wijken van Londen had gezworven, de werkkamer van Charly -Brand binnen en zeide kortaf: - -„Maak je reisvaardig Charly. Wij vertrekken vanmiddag.” - -De jonge man, die verdiept was in de bestudeering van eenige zeer oude -jaargangen van de „Times”, wendde zich verrast naar Raffles en vroeg: - -„Wij vertrekken? Waarheen?” - -„Naar de Markiezeneilanden.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -OP WEG. - - -Een oogenblik bleef Charly Raffles verwonderd aanzien en toen herhaalde -hij langzaam: - -„Naar de Markiezeneilanden?” - -„Ja. En meer speciaal naar het Diamanteneiland.” - -„Je wilt Eleonora Manoury bezoeken?” - -„Ja. Begrijp je niet waarom?” - -„Ik moet erkennen....” - -„Zij moet me behulpzaam zijn bij het opsporen van Irwin Stanley, haar -voormaligen minnaar, den schurk, die haar geheele bestaan vernietigd -heeft, haar ziel bedorven, haar toekomst verwoest, zij haat hem erger -dan de pest, en zij zal geen seconde aarzelen, mij op de hoogte te -brengen van zijn gewoonten. Zij weet natuurlijk de namen van zijn -vertrouwde vrienden, bij wie hij een schuilplaats heeft kunnen vinden. -Zij kent ook die schuilplaatsen en als ik die eenmaal weet, dan wordt -het terrein van mijn onderzoekingen zeer aanzienlijk beperkt.” - -Charly Brand had zwijgend toegeluisterd en geen oog afgewend van het -gelaat van Raffles, dat strak en ernstig stond. - -Toen stond hij op, klapte het zware boek dicht en zeide eenvoudig: - -„Ik ben tot je dienst. Hoe zullen wij reizen?” - -„Wij zullen de vliegmachine gebruiken. Wees zoo goed, Henderson eens -hier te roepen.” - -Charly trad op de huistelefoon toe en stelde zich in verbinding met de -garage, die zich in den tuin bevond, zich uitstrekkend achter het huis -in de Regentstreet, hetwelk Raffles sedert geruimen tijd onder den naam -Lord William Aberdeen bewoonde. - -Hij sprak eenige woorden in het toestel, hing het weer op en wendde -zich glimlachend tot Raffles met de woorden: - -„Wat denk je dat hij doet?” - -„Natuurlijk een auto schoonmaken,” antwoordde Raffles. „Ik geloof dat -die goede reus geen andere bezigheid ter wereld zoo aangenaam vindt, -als een ketting smeren, een klepveer opschuren, of een nieuwe -zuigerveer inzetten. Ja, ik ben overtuigd dat hij volkomen gelukkig zou -zijn op een onbewoond eiland, mits men hem slechts een Engelschen -sleutel, een stuk staal en een paar vellen schuurpapier meegaf.” - -„Denk je hem mede te nemen?” - -„Ja, het is een vermoeiende reis en het is beter dat we elkander aan -het stuurwiel afwisselen.” - -Een oogenblik later trad Henderson het vertrek binnen, nog bezig met -het dichtknoopen van zijn livrei. - -Hij bleef op den drempel staan en vroeg: - -„Mylord beveelt?” - -„Ik wilde je even zeggen, dat wij vanmiddag op reis gaan, Henderson,” -antwoordde Raffles. - -„Goed, Mylord. Met de auto?” - -„Neen, Henderson, met mijn vliegmachine, met „Den duivel der lucht”.” - -„Goed Mylord. Waarheen gaan we?” - -„Naar de Markiezeneilanden.” - -„Goed Mylord,” hernam Henderson zonder de minste aarzeling en zonder -een spoor van verbazing te toonen. - -Hij had slechts een vaag besef waar men ter wereld ergens deze eilanden -moest zoeken en hij wist alleen, dat het zeer ver moest zijn, maar dit -boezemde hem eigenlijk bitter weinig belang in. - -Men zeide hem, dat zijn diensten verlangd werden om ergens heen te gaan -en dat was ruimschoots voldoende, de rest was bijzaak. - -Raffles keek hem even glimlachend aan en vervolgde toen: - -„Weet je waar de Markiezeneilanden liggen, Henderson?” - -„Ergens in den Stillen Oceaan, naar ik meen, Mylord.” - -„Zoo is het. Je schijnt je niet goed voor te kunnen stellen, hoever het -wel is, vriend James.” - -„Is het verder dan Amerika, Mylord?” vroeg Henderson nieuwsgierig. - -„Heel wat verder, Henderson,” antwoordde Charly lachend. - -„Ja Henderson, mijnheer Brand heeft gelijk. Wij moeten eerst den -Atlantischen Oceaan over steken, vliegen dan over een groot gedeelte -van Zuid-Amerika en volgen dan de evennachtslijn, totdat wij ongeveer -acht graden zuiderbreedte en ongeveer veertig graden westerlengte de -Markiezen of Marquesas bereikt hebben.” - -Henderson krabde zich achter het oor en keek nu toch een weinig -verbijsterd. - -„Dat is heel wat kilometers, Mylord.” - -„Bijna veertien duizend, Henderson,” antwoordde Raffles met een effen -gezicht. „Wij zullen over Para vliegen, een haven op de oostkust van -Brazilië, en dit verlengt den afstand een weinig, maar dat heeft niet -veel te beteekenen.” - -Het geweldige cijfer scheen wel eenigen indruk op den reus te maken, -want hij keek beteuterd voor zich heen, waarop Charly hem op den -schouder klopte en hernam: - -„Wij zullen je eenig denkbeeld geven van dien afstand, Henderson. Van -Londen naar Para is juist vijf duizend kilometer, dat is hetzelfde -alsof wij van Londen naar Moskou en terug zouden vliegen. Van Para tot -aan de Markiezeneilanden is tachtig graden van den equator. Een -equatoriale graad is honderd elf kilometer en nog een kleinigheid. De -geheele afstand van Para tot aan ons einddoel is dus omstreeks acht -duizend negen honderd vier kilometer. Tel daarbij de vijf duizend -kilometer van Londen naar Para en je komt op het totaal van dertien -duizend negen honderd vier kilometer.” - -Henderson staarde Charly verbluft aan en riep: - -„Dat is een heel reisje, mijnheer Brand.” - -„Ja, Henderson, en dat zal ik je duidelijk maken. Weet je hoeveel de -omtrek van onze aarde is?” - -„Mijnheer Brand, ik— — —” stotterde de chauffeur. „Ik heb het nog nooit -zoo precies becijferd. Zegt u het mij maar.” - -„De omtrek van onze aarde, langs de evennachtslijn gemeten, bedraagt -vier en vijftig honderd geografische mijlen, dat is veertig duizend -acht en zestig kilometer. Als wij dus van hier naar de -Markiezeneilanden gaan, dan leggen we iets meer dan een derde deel van -den omtrek der aarde af.” - -Henderson keek Raffles zwijgend en vragend aan alsof hij van hem een -bevestiging verwachtte van deze verbazingwekkende mededeeling. - -Raffles knikte glimlachend en zeide: - -„Mijnheer Brand rekent je het daar zeer nauwkeurig voor, Henderson, zoo -is het inderdaad.” - -„Als u het zegt, dan moet ik het gelooven,” barstte Henderson uit. „En -hoelang doen wij over dat reisje?” - -„Als alles goed gaat, Henderson, kunnen wij den tocht in zeven en -twintig uren volbrengen.” - -Secondenlang bleef het stil in het vertrek na deze woorden, die wel een -grap leken te zijn en toch sprak Raffles niets anders dan de waarheid. - -Eenige jaren geleden had zijn geniale brein een vliegmachine -uitgedacht, niet door benzine in beweging gebracht, maar door -electriciteit en met dit vliegtuig had de Groote Onbekende reeds -herhaalde reizen gemaakt met een snelheid die de vijfhonderd kilometer -per uur onder gunstige omstandigheden soms overschreed. - -Uiterlijk week dit toestel niet veel af van de moderne eendekkers, -behalve dan, dat het bijna uitsluitend uit aluminium was vervaardigd, -maar het geheim van de beweegkracht had Raffles tot dusverre uitmuntend -weten te bewaren, daar de electrische machine geheel omsloten was door -een metalen kap, welks geheime sluiting alleen door de drie mannen -geopend kon worden, die hier thans in dit vertrek bijeen waren. - -Het was ten tijde, waarop dit avontuur voor Raffles zich afspeelde, -niet lang geleden bekend geworden, dat de stoutmoedige Fransche -aviatuur Sadi Lecointe met zijn door benzine gedreven vliegmachine een -snelheid had weten te bereiken van ruim drie honderd acht kilometer in -het uur, maar dit slechts gedurende zeer korten tijd en hoe bleef deze -waarlijk buitensporige snelheid ten achter bij die van den duivel der -lucht, het wonderwerk van John Raffles. - -Henderson was die eerste die weder sprak en er lag eerbied en iets als -vrees in zijn stem, toen hij aarzelend sprak: - -„Dit wil dus zeggen, Mylord, als ik mij tenminste niet vergis, dat wij -met onze vliegmachine in nog iets minder dan drie en een half etmaal -den geheelen aardbodem zouden kunnen omvliegen.” - -„En wel langs haar grootsten omvang, Henderson,” antwoordde Raffles -bedaard. - -„Zoo is het mijn vriend, maar laat je dit niet al te zeer verbazen. -Over een tiental jaren en misschien nog wel eerder zullen deze -snelheden gemeengoed zijn geworden en ik ben vast overtuigd, dat dit -moet bijdragen tot de verbroedering van de menschheid, waarnaar wij -zooveel tientallen eeuwen lang vruchteloos met andere middelen hebben -gestreefd.” - -„Maar Mylord, dan—dan is onze geheele aarde niet veel meer dan een -kersepit,” riep Henderson opgewonden. - -„Minder Henderson. Een beetje minder,” antwoordde Raffles ernstig. „Een -zandkorrel, een onnoozel stofje in de oneindigheid.” - -Weer bleef het even stil en toen hernam de Gentleman-Inbreker: - -„Wij vertrekken dus vanmiddag, Henderson, en ik verwacht, dat alles in -orde is.” - -„Wat mij betreft, Mylord, zouden we binnen een uur kunnen opstijgen,” -hernam Henderson. „De vliegmachine staat in volmaakte orde in uw -particuliere loods van het vliegveld van Hendon. Nog gisteren heb ik -alles zorgvuldig nagezien. De machine is uitmuntend in orde. De -accumulatoren zijn geladen en als het moest zouden wij er veertien -dagen mee in de lucht kunnen blijven.” - -„Goed zoo, Henderson. Dan behoeft er dus alleen nog maar gezorgd te -worden voor proviand, dekens, onze tent, wapens, verrekijkers, -ammunitie en andere benoodigdheden, waarvan mijnheer Brand een volledig -lijstje heeft. Ik reken er op, dat wij om drie uur kunnen vertrekken.” - -„Alles zal in orde zijn, Mylord,” hernam Henderson eenvoudig. - -En hij draaide zich op zijn hielen om en vertrok, niet meer aangedaan -of opgewonden dan wanneer Raffles hem zou hebben verzocht hem over een -uur met de auto naar Piccadilly-circus te rijden. - -Wat Charly Brand betreft, hij haalde dadelijk het lijstje te -voorschijn, keurig met de schrijfmachine opgesteld, waarop tot in de -minste bijzonderheden alles vermeld stond, wat de reizigers konden -noodig hebben bij een reis naar de tropen en die een zoo goed als -geheel onbewoond eiland tot einddoel had. - -Het lijstje bevatte een honderdtal nummers, van vetlederen laarzen tot -kaarsen, van ontplofbare geweerkogels voor de jacht op grof wild, tot -schoenveters. - -Binnen een uur was deze voorraad bijeen gebracht en met de uiterste -zorg verpakt in twee langwerpige koffers van aluminium met afgeronde -hoeken en die zoo vervaardigd waren, dat zij nauwkeurig pasten in wat -men zou kunnen noemen het ruim van het kleine vliegtuig dat hen moest -overbrengen. - -Het gewicht van al deze benoodigdheden was op een paar ons na bekend, -en Raffles wist dan ook steeds zeer nauwkeurig welk gewicht hij nog aan -andere zaken, passagiers of goederen kon meenemen. - -Wat de proviand betreft, zij bestond voor een deel uit geconserveerde, -voor het andere deel uit versche levensmiddelen, want het was een der -wonderen van den „Duivel der lucht”, dat men aan boord zeer gemakkelijk -door middel van electriciteit allerlei smakelijke dingen kon koken, -bakken of braden, zonder het minste gevaar voor brand. - -Nadat dit alles verzorgd was, nadat Charly nog eens had nagegaan of de -voortreffelijke Winchester-repeteergeweren, de revolvers, de dunne maar -warme dekens van dons, de sextanten en verrekijkers, de blikjes met -verduurzaamde levensmiddelen, de lichte, maar ondoordringbare -zesmanstent en alle andere zaken aanwezig waren, werden de kisten op de -auto geladen en de drie mannen vertrokken. Het huis achterlatend in de -hoede van den grijzen kamerbediende van Lord Aberdeen, den trouwen -Gaston. - -Binnen anderhalf uur had de auto Hendon bereikt, waar de drie mannen de -lunch gebruikten en daarop reed de auto het vliegterrein op, en -regelrecht naar de loods van plaatijzer, waar de vliegmachine van -Raffles veilig stond opgeborgen. - -De auto werd op haar beurt gestald, nadat de metalen koffers waren -afgeladen, benevens de kisten met levensmiddelen, en hierop opende -Raffles zelf met behulp van zijn sleutel de breede vleugeldeuren van de -loods, welke zelfs Henderson eenige moeite had op haar hengsels te doen -draaien. - -De drie mannen rolden den „Duivel der lucht” naar buiten. - -Het was een zeer sierlijk toestel, met vleugels, gelijkend op die van -een libel, een vierbladige schroef en een voortreffelijk veerend -onderstel, hetgeen de landing, zelfs op ongelijk terrein mogelijk -maakte. - -En zoo fijn en tenger zag deze mechanische vogel er uit, dat niemand op -het denkbeeld zou komen, dat in haar binnenste een geheimzinnige -machine verborgen was, in staat om meer dan vijftien honderd -paardekrachten op te leveren. - -Achter en halverwege onder de draagvlakken bevond zich de kajuit, aan -weerszijden van drie ronde kijkramen voorzien als de patrijspoorten van -een schip en waarvan men het dak naar willekeur kon sluiten en -openschuiven, al naar de weersgesteldheid, de hoogte van het toestel -boven de aarde of de luchtstreek waarin het vertoefde, dit wenschelijk -of mogelijk maakte. - -Het toestel had een glans als van dof gepolijst zilver en het kon door -de drie mannen zonder de minste moeite over het als een biljardlaken -zoo gladde veld worden voortbewogen. - -Snel, voor zich al te veel nieuwsgierigen van het vliegkamp zich ter -plaatse konden bevinden, werd de bagage ingeladen, weggestouwd en -vastgezet, zoodat verschuiven onmogelijk was en daarop begaven de drie -mannen, nadat de deur van de loods weder gesloten was, zich aan boord -van het ranke vliegtuig. - -Reeds voor zij vertrokken, hadden zij zich in hun vliegkleeding -gestoken, zoodat het vertrek snel kon plaats hebben. - -Het had juist drie uur geslagen op de groote klok van het vliegterrein, -toen Raffles, die het eerst de machine zou besturen, een kleinen -hefboom overhaalde en daardoor de machine inschakelde. - -De schroef begon aanstonds te draaien, eerst langzaam, toen hoe langer -hoe sneller. Het toestel schoof eenige meters vooruit, verhief zich met -een sierlijken zwaai van het grasveld en steeg trots en met oneindige -bevalligheid in de blauwe lucht omhoog. - -De reis naar het Diamanteneiland had een aanvang genomen. - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -REIS EN AANKOMST. - - -Raffles liet den duivel der lucht stijgen tot een hoogte van omstreeks -twee duizend meter en hij droeg zorg gedurende die stijging de snelheid -niet al te zeer op te drijven, daar hij er volstrekt niet verlangend -naar was, de vermogens van zijn vliegtuig noodeloos te verraden. - -Groote spiralen beschrijvend steeg de machine op, en daarop zette -Raffles aanstonds koers naar het zuidwesten. - -Daar hij voornemens was, in zuiver rechte lijn naar Para te vliegen, -moest hij het kanaal oversteken, dat binnen weinige minuten bereikt -was, en vervolgens een gedeelte van Frankrijk, waarbij de oorlogshaven -Brest een paar mijlen aan stuurboord bleef liggen. - -Raffles stak de golf van Biskaje in haar volle breedte over en hield -aan op de Kaap Finisterre, welks uiterste puntje van Spanje nog voor -vier uur bereikt werd. - -En toen de kust van Portugal uit het oog verdween, wisten de drie -mannen dat zij geen land meer zouden aanschouwen, voor zij Para hadden -bereikt, met uitzondering van het eiland Madera, dat zij een half uur -later aan den horizont zouden zien opdoemen als een groote, kleurige -ruiker, neergelegd op een ontzaglijke plaat van spiegelglas. - -Op aarde was de temperatuur voor den tijd van het jaar buitengewoon -zacht geweest, maar op deze hoogte van vierduizend meter, waarop -Raffles de machine thans gebracht had, was de koude zeer voelbaar en de -drie mannen beklaagden er zich niet over dat zij zich in hun warme -pelzen hadden gestoken. - -Onder de vliegmachine breidde thans de Atlantische Oceaan zich in zijn -onmetelijke pracht uit. - -De zon goot haar stralen over de diep blauwe golven van deze zee, die -twee vaste landen van elkander scheidt, en hier en daar ontwaarden de -luchtreizigers groote zeeschepen, die echter door den afstand niet -grooter leken dan notendopjes. - -De reizigers bevonden zich hier op een zeer druk bevaren gedeelte van -den Oceaan, want hier kruisten de routes elkander van Lissabon naar -Pernambuco, van Marseille naar Buenos Aires, van Bordeaux naar dezelfde -plaats, van Hamburg en Liverpool naar Para, van Marseille naar Dakar, -van Liverpool naar Madeira, van Cadix naar Havana, van Amsterdam naar -Paramaribo en nog zooveel andere stoomvaartlijnen, die langzamerhand -weder herleefden, nadat de gruwelijke wereldoorlog als het ware alle -handelsschepen met een enkelen slag van de zeeën had weggevaagd. - -Somtijds zagen de drie mannen wel zes of zeven groote schepen tegelijk, -dikke, roetzwarte rookwolken uitbrakend, en alsof zij met elkander -wedijverden, de producten van vreemden bodem naar het eigen land te -voeren. - -Inmiddels werkte de machine van den duivel der lucht met de -regelmatigheid van een uurwerk en daar men geen last had van de -oorverdoovende ontploffing van twee of zelfs vier benzinemotoren, werd -alleen het suizend geluid van de schroef vernomen. - -Zien deed men er volstrekt niets van, zoo ongeloofelijk snel wentelde -zij rond. - -Raffles had de snelheid reeds lang op haar maximum gebracht en gierend -als een stormwind, veel sneller dan de snelste albatros, sneller dan -een orkaan, stormde de ranke, mechanische vogel door het luchtruim. - -Nu en dan wisselde Charly en Henderson, veilig verborgen achter den -opstaanden rand van het schuitje, eenige woorden met elkander. - -„Wordt het niet bijna tijd voor het diner, mijnheer Brand,” vroeg -Henderson na eenigen tijd, terwijl hij zijn horloge raadpleegde. - -„Volgens jouw horloge zeker wel,” antwoordde Charly Brand lachend, -„maar je loopt bijzonder voor.” - -„Dat meent u toch zeker niet, mijnheer Brand,” riep Henderson -verontwaardigd uit, dat men iets kwaads durfde zeggen van zijn trouwen, -nikkelen knol, waarvan hij verklaarde dat het per jaar geen volle -minuut voorliep. - -„Ik meen het in vollen ernst, Henderson. Volgens de plek, waar wij nu -zijn, moet je horloge verkeerd gaan.” - -„Maar ik heb het vanmorgen pas opgewonden, mijnheer Brand en het -vergeleken met de klok van de St. Paulskerk,” riep Henderson uit. - -„En juist omdat je horloge gelijk gaat met de klokken te Londen, vriend -James, daarom kan het onmogelijk gelijk gaan met de klokken onder onze -vliegmachine, verondersteld, dat die er zouden zijn.” - -Henderson scheen nog niet overtuigd te zijn en schudde afkeurend het -hoofd, terwijl hij bromde: - -„Daar begrijp ik volstrekt niets van, mijnheer Brand.” - -„Dat zal ik je trachten duidelijk te maken, Henderson,” hernam Charly. -„Het is werkelijk minder ingewikkeld dan je denkt. Je hebt zeker wel -onthouden, nietwaar dat de afstand van Londen naar Para rond vijf -duizend kilometer bedraagt?” - -„Zoo is het, mijnheer Brand.” - -„Daar de vliegmachine vijf honderd kilometer per uur aflegt, moet zij -die reis juist in tien uren volbrengen en daar wij om drie uur in den -middag zijn opgestegen, moeten wij om een uur in den nacht te Para -zijn, tenminste volgens onze horloges. Maar dan zullen de klokken te -Para een heel anderen tijd aanwijzen, Henderson, een veel vroegeren -tijd, en wel zooveel maal vier minuten, als er graden liggen tusschen -Londen en Para, dat wil zeggen, vijf en veertig. Het zal dus te Para, -wanneer wij aankomen, honderd tachtig minuten, dat is drie uur vroeger -zijn, elf uur in den avond.” - -Henderson had zijn hoofddeksel achter op zijn hoofd geschoven en de -wenkbrauwen gefronst. - -Hij scheen zich uit alle macht in te spannen om dit te kunnen begrijpen -en toen barstte hij eensklaps uit: - -„En mag ik weten, mijnheer Brand, wie die nonsens heeft uitgevonden?” - -„De zon, beste Henderson, niemand anders dan de zon,” antwoordde Charly -glimlachend. „Herinner je maar eens, dat ons schitterend hemellichaam -zijn schijnbaren tocht om de aarde zeer nauwkeurig in vier en twintig -uren volbrengt. Welnu, onze aarde is verdeeld in drie honderd zestig -graden en de zon heeft dus juist vier minuten noodig om een graad te -doorloopen. Kun je me volgen?” - -„Ik doe er mijn best voor, mijnheer Brand,” antwoordde de reus, terwijl -hij Charly de woorden van de lippen scheen te willen lezen. - -„Welnu, dan is het immers duidelijk, dat iemand die naar het oosten -reist, dat wil zeggen, de zon tegemoet, bij iederen graad vier minuten -op het hemellichaam moet winnen?” - -Henderson had zijn hoofd in de handen verborgen en zat geruimen tijd in -diep gepeins verzonken. Eindelijk keek hij Charly weder aan en hernam -brommend: - -„Ik wil wel gelooven dat het zoo is, mijnheer Brand, en misschien is -het wel goed ook zoo, maar u moet mij niet kwalijk nemen, ik houd het -liever met mijn horloge.” - -„En daarin kan ik je geen ongelijk geven, vriend James,” riep Charly -lachend uit. „Knoei vooral niet aan je horloge, het is voor de -berekening van Mylord juist goed, om nauwkeurig te weten, hoe laat het -op een gegeven oogenblik te Londen is.” - -„Nog een enkele opmerking, mijnheer Brand. Als ik u dus goed begrepen -heb, zou het, als men maar vlug genoeg kon reizen, mogelijk zijn, om -bij voorbeeld om drie uur te New York aan te komen, terwijl men een -half uur later uit Londen zou zijn vertrokken.” - -„Dat zou inderdaad mogelijk zijn, Henderson, mits men kon beschikken -over een vervoermiddel dat nog vlugger reisde dan de zon en nog meer -dan een graad, dat wil zeggen honderd elf kilometer langs den equator -gemeten, in elke vier minuten aflegde en zoo’n voertuig is nog niet -uitgevonden.” - -„De duivel der lucht gaat niet veel langzamer, mijnheer Brand,” riep -Henderson uit. - -„Nu laat je je wel een weinig door je bewondering meesleepen, -Henderson. Een snelheid van een graad per vier minuten met een -uursnelheid van bijna zeventien honderd kilometer, zoover heeft de -duivel der lucht het nog niet gebracht, maar mocht er inderdaad een -vliegmachine worden uitgevonden, die zeventien honderd kilometer per -uur kon afleggen dan zou men te twaalf uur in den middag te Londen -opstijgen en steeds in westelijke richting vliegend, nauwkeurig op -datzelfde uur in iedere andere stad der wereld aankomen, hoever of hoe -dicht bij ook gelegen.” - -„Daar staat je verstand eenvoudig bij stil,” riep Henderson -hoofdschuddend. „Mijnheer Brand, ik zal u wat zeggen, ik geloof dat wij -er het beste aan doen, als wij ons door onze maag laten leiden bij het -bepalen van den tijd en de mijne waarschuwt me nu dat het uur om te -dineeren is aangebroken.” - -„Volg jij dan de ingeving van je maag maar, Henderson,” hernam Charly -lachend, „en zorg voor een goeden maaltijd.” - -Henderson liet zich dat geen tweemaal zeggen en aanstonds maakte hij -zijn toebereidselen. - -De contactstoppen werden in de daartoe bestemde gaten gezet en weinige -minuten later waren de kookplaten en de oven gloeiend warm. - -Henderson had met groote behendigheid een paar kuikens geplukt en -bereidde nu dit gevogelte op een manier, die de bewondering van Charly -wekte. - -Hij opende een blikje groente, maakte den inhoud warm, roosterde brood, -kookte een paar eieren, waarvan er een paar dozijn waren meegenomen, en -diende tenslotte dit alles keurig op in het aluminium vaatwerk, hetwelk -geplaatst werd op een soort tafeltje, lang en smal, hetwelk men naar -believen in den bodem van het schuitje kon neerklappen en met een -dunnen planken vloer overdekken. - -Henderson ging Raffles aan de stuurinrichting vervangen en een -oogenblik deden de beide vrienden zich te goed aan den voortreffelijk -bereiden maaltijd, begoten met een flesch goede Cantemerle. - -Een van de uitnemende hoedanigheden van Raffles’ vliegmachine was, dat -men er ongestraft kon rooken, want wegens de afwezigheid van benzine, -en daar bijna alle deelen uit aluminium waren vervaardigd, was ieder -gevaar voor brand uitgesloten. - -En zoo staken de beide vrienden hun sigaretten aan en spoedig dwarrelde -de lichtblauwe rook door de kleine ruimte om een uitweg te zoeken door -een soort schuin geplaatst schoorsteentje, hetwelk voor -luchtverversching diende, en zooals men ze ook vindt aan boord van de -groote mailbooten. - -En intusschen zette de duivel der lucht zonder schokken of trillingen -en toch met een ongeloofelijke snelheid, door geen enkel vliegtuig -geëvenaard zijn weg door het luchtruim voort. - -Langzamerhand begon de schemering over den Oceaan te vallen en de zon -zonk achter de westerkim met stralenden glans in zee. - -Tamelijk snel nam de duisternis toe, zooals het geval is in alle -streken der aarde, in de nabijheid der keerkringen gelegen en spoedig -was het volkomen duister. - -Maar aan den nachtelijken hemel tintelden milliarden sterren en in diep -stilzwijgen genoten de twee mannen van het verrukkelijke schouwspel, -indrukwekkender dan onverschillig welk ander natuurtafreel, en waarvan -men den invloed pas goed ondergaat als men zich tusschen hemel en aarde -bevindt, ver van het gedruisch der samenleving. - -De melkweg was zeer duidelijk zichtbaar en onvergelijkelijk schitterde -het sterrebeeld van den Grooten Beer. - -De maan was opgekomen en haar zilveren licht deed de golven van den -Oceaan met een wonderlijken lichtschijn glanzen. - -Nu en dan doemde er diep beneden de luchtreizigers een rij van lichtjes -op; dat was een mailboot, die haar weg zocht over den wijden Oceaan. - -Er kon thans alleen maar op het kompas gestuurd worden, maar Raffles -wist dat dit aan Henderson was toevertrouwd en dat hij geen streep zou -afwijken van de juiste richting. - -Het werd nu tijd om aan nachtrust te gaan denken en Raffles was de -eerste, die zich neervlijde op het smalle rustbed, nadat hij Charly de -noodige instructies gegeven had voor den tocht, dwars over Zuid -Amerika. - -Henderson zou nog eenige uren de machine blijven besturen, om dan zijn -plaats in te ruimen voor Charly Brand. - -Binnen korten tijd zou men land in zicht krijgen en Henderson was -degeen, die dit het eerste ontdekte. - -Hij wendde even het hoofd om naar Charly, die in gedachten voor zich -uitstaarde en toen de jonge man de richting van zijn blik volgde, zag -hij het eerst een vage, donkere streep, die al spoedig duidelijker werd -en tenslotte een grillige kustlijn vormde, hier en daar onderbroken -door kleine rijen gloeiende stipjes; dat waren de steden. - -Charly verliet zijn plaats in de kajuit en ging naast Henderson zitten -om het stuurwiel uit diens handen over te nemen. - -Het was thans de beurt van den reus om eenige uren welverdiende -nachtrust te genieten. - -Het bleek spoedig dat Henderson zich in de richting bijna niet vergist -had, want binnen tien minuten zweefde de vliegmachine boven een groote -stad, die niet anders kon zijn dan Para, gelegen aan de breede monding -van de Tocantins. - -Maar het was niet deze rivier, welke de jonge man zou volgen. Dat was -de Amazone, een van de grootste en schoonste rivieren der wereld, met -een buitengewoon groot aantal voorname zijrivieren, en die door geheel -Zuid Amerika voert, van het oosten naar het westen. - -Eindelijk had men nu weder land onder zich en veiligheidshalve liet -Charly de vliegmachine stijgen en bleef op het kompas doorvliegen. - -Toch ontwaarde hij nu en dan het glanzen van het maanlicht op de kalme -wateren van de machtige rivier, den Amazonestroom onder zich en dit gaf -hem een gevoel van gerustheid. Hij wist nu, dat hij de goede richting -volgde. - -Zonder een oogenblik op te houden, zette de vliegmachine haar tocht -voort, dwars door Brazilië en vervolgens over een gedeelte van Peru. - -De snelste trein zou over den afstand van Para naar Quito op de -oostkust van Zuid Amerika ongeveer vijftig uren hebben gedaan. De -duivel der lucht legde dien afstand af in zes uur en toen de dag weder -aanbrak, had Raffles, die ontwaakt was, juist nog gelegenheid om een -afscheidsgroet toe te wuiven aan de Cordilleras de los Andes, de -ontzaglijke bergketen, die zich van het uiterste noorden tot de -zuidelijkste punt langs de oostkust van Zuid Amerika verheft. - -En van dit oogenblik af zouden de drie luchtreizigers nogmaals niets -anders beneden zich zien dan golven en nog eens golven. Ditmaal van den -grooten Stillen Oceaan. - -Charly zorgde ditmaal voor het ontbijt en Raffles nam het stuurwiel -weder van hem over teneinde den duivel der lucht naar de plaats van -bestemming te brengen. - -Alles beloofde een verrukkelijken dag en zelfs hier bovenop een hoogte -van bijna twee duizend meter en ondanks de vreeselijke snelheid werd -men den invloed gewaar van den warmen golfstroom, die zich hier ten -zuiden van den Equator in bijna volkomen rechte lijn uitstrekt over -honderden en nogmaals honderden kilometers lengte. - -De uren verstreken, zonder dat zich er iets bijzonders voordeed. - -En eindelijk klonk het over de lippen van Henderson, die verbazend -sterke oogen had, de kreet: „Land”. - -Reeds tien minuten later zweefde de duivel der lucht op zeer groote -hoogte boven een eindelooze reeks kleine eilandjes, die zich voordeden -als stippen en die de uitloopers waren van de Paumotueilanden. - -Duizenden eilanden, waarvan er zeer vele niet, of slechts zeer weinig -bekend zijn, zijn hier als het ware op den Oceaan rond gestrooid door -een machtige hand, en vele daarvan hebben hun ontstaan te danken aan -den arbeid van het koraaldiertje, dat hier duizenden eeuwen werk heeft -aan de vorming der koraaleilanden, of Atols, in vele gevallen niets -meer dan een kring van koraalriffen, die somtijds slechts een meter of -iets meer boven de golven uitsteken en een cirkelvormig meer omsluiten -in welks midden zich somtijds een eilandje verheft. - -Maar ook zijn vele eilandjes niets anders dan de toppen der bergen, -behoorende tot het vasteland, hetwelk zich hier, volgens vele -aardrijkskundigen, honderd duizenden jaren geleden moet hebben -bevonden. - -De duivel der lucht stevende steeds verder en Raffles liet de machine -een weinig dalen en scheen te zoeken als een sperwer, die uit een -vlucht duiven zijn slachtoffer uitzoekt. - -En eindelijk doemde aan den horizon een nieuw eiland op, dat wat -grooter scheen dan de vorigen en waarvan de grillige vormen spoedig -duidelijker zichtbaar werden. - -Het eiland had een vorm van een Australische boomerang, of van een -reusachtige letter L, zonder dat echter de hoek in het midden volkomen -recht was, maar eerder tamelijk stomp. - -Aan het uiteinde van een der beenen van deze L verhief zich een -voorgebergte tot op een hoogte van omstreeks twee honderd meter en -waarvan men ongetwijfeld een ruim uitzicht moest hebben op dit gedeelte -van den Stillen Oceaan. - -Maar landwaarts in verhieven zich bosschen en reeds kon het scherpe oog -van Henderson een paar zilveren linten ontwaren. Dat waren de beide -riviertjes die hun oorsprong vinden op dat zooeven genoemde gebergte en -in tallooze kronkelingen afdaalden naar de vallei om zich tenslotte uit -te storten in twee inhammen, omzoomd met schoone palmen. - -Niet zoodra had Raffles het eiland ontwaard, of hij liet de -vliegmachine aanzienlijk dalen en met overrompelende snelheid werden de -vormen van het eiland reeds duidelijk zichtbaar om een oogenblik later -niet langer waarneembaar te zijn, want de vliegmachine bevond zich -thans op slechts honderd meter hoogte boven een uitgestrekte vlakte, -waarop zij even later zachtjes neerstreek, als vermoeid van haar tocht. - -En nauwelijks waren de drie mannen uitgestapt en hadden zij zich -ontdaan van de zware pelzen, die hen thans zeer benauwden, of heel in -de verte, aan het begin van het uitgestrekte weiland, naderden haastig -een viertal gedaanten. - -Het waren vrouwen, waarvan er twee, die de beide anderen een weinig -vooruit waren, met doeken wuifden. - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -EEN DREIGEND GEVAAR. - - -Zoo vreemd was deze plotselinge verschijning van vrouwelijke wezens op -dit eiland dat men wel onbewoond moest wanen, daar het ver buiten de -gewone scheepvaartroute lag, dat Charly een oogenblik vol verwondering -bleef toezien. - -Toen vroeg hij op zachten toon, zich tot Raffles wendend: - -„Zijn dat je beschermelingen?” - -„Ja, Charly, dat is de Armeensche Sonja Bastides met haar beide -dienstmaagden, die haar volgden en de ongelukkige Eleonora Manoury, die -ik op haar eigen verlangen naar mijn schatkamereiland heb moeten -brengen.” - -Intusschen naderden de vrouwen snel, en de Armeensche, vlug als een -hinde, had Raffles spoedig bereikt, knielde voor hem neder, greep zijn -hand en bracht die vol eerbied aan de lippen, voor Raffles haar had -kunnen opheffen. - -Het was een zeer schoone, nog jonge vrouw, met alle kenmerken van haar -ras, een klassiek gesneden, ovaal gelaat, zacht olijfkleurig, een -schoon, gewelfd voorhoofd en de prachtigste oogen, die men zich kan -denken, overwelfd door wenkbrauwen, waarvan de onberispelijke boog de -bewondering gaande maakte van Charly Brand. - -De jonge man kende de geschiedenis van deze vrouw. - -Ruim vijf jaren tevoren had Raffles, die zich toen in Turkije bevond, -haar met gevaar voor zijn eigen leven en in een vreeselijken strijd -weten te ontrukken aan de klauwen van een Turk, Mustaphar Efrim -geheeten, die haar had willen ontvoeren, nadat hij, geholpen door een -bende zijner landgenooten haar vader en haar moeder, benevens het -geheele dienstpersoneel van de rampzalige Armeensche familie had -vermoord en hun huis in brand gestoken. - -Nadat letterlijk het geheele gezin van het jonge meisje tot het laatste -lid was uitgeroeid en zij niemand ter wereld meer bezat om zich over -haar te ontfermen, trok Raffles zich het lot van de jonge Armeensche -aan, en op haar eigen aandringen bracht hij haar met eenige harer -dienstmaagden eerst naar een onbewoond eiland, ten noorden van Island -gelegen, hetwelk Raffles eveneens tot een van zijn schatkamers had -ingericht en vervolgens, nadat door een noodlottigen samenloop van -omstandigheden het bestaan van dit eiland aan zeeroovers bekend was -geworden, naar de plek, waar zij zich thans bevond, en waarheen hij -omstreeks een week geleden en eveneens op haar eigen dringend -verlangen, Eleonora Manoury had overgebracht, de voormalige minnares -van Irwin Stanley. - -Het spreekt vanzelf dat Raffles gedurende al dien tijd meermalen aan de -jonge Armeensche, die met innige liefde voor haar redder vervuld was, -het voorstel had gedaan, om weder naar de bewoonde wereld terug te -keeren. Maar telkens had zij geweigerd en zij gevoelde zich met haar -beide dienstmaagden Mirza en Ina volkomen gelukkig, hier op dit -verrukkelijke plekje en zij geloofde in waarheid den redder van haar -eer en van haar leven een dienst te bewijzen, door de schatten te -bewaken, welke hier goed verborgen waren. - -Eleonora Manoury had zwijgend toegekeken bij de begroeting van John -Raffles door de jonge Armeensche en zij trad nu zelf naderbij. Een -schoone, maar zeer bleeke vrouw, wier gelaat nog steeds de sporen droeg -van haar vroeger lijden en van de ziekte die het gevolg was van de -gevaarlijke wonde, haar door Stanley toegebracht. - -Zij stak Raffles met een aarzelend gebaar de hand toe en zeide op -zachten toon: - -„De hemel zij gedankt, dat ge gekomen zijt, Raffles. De Voorzienigheid -moet u hierheen gebracht hebben. Maar nu vreezen wij niets meer.” - -„Vreezen?” vroeg Raffles verwonderd. „Wat meent gij daarmede? Wat kunt -gij te vreezen hebben op dit eiland, hetwelk op geen enkele kaart -voorkomt, waar zich geen enkel schadelijk dier ophoudt en dat nimmer -door eenig vaartuig wordt aangedaan?” - -Er liep een huivering over het lichaam van de jonge vrouw, toen zij -antwoordde: - -„Er zijn hier menschen geweest, nog pas gisteren, maar ik kan er niet -over spreken, gij zult het zelf zien.” - -„Menschen?” herhaalde Raffles verwonderd. „Maar dat komt mij onmogelijk -voor. Dan moeten het wilden geweest zijn, die van een der naburige -eilanden hierheen zijn gekomen.” - -Sonja Bastides knikte bevestigend op deze woorden en op haar schoone -gelaat lag een uitdrukking van ontzetting. - -„Het waren wilden,” zeide zij zachtjes. „Ik dank den Heer, dat ge -gekomen zijt. Kom spoedig.” - -En de jonge vrouw nam Raffles bij de hand en voerde hem mede over de -weide, terwijl de anderen volgden. - -Er werd weinig gesproken, want iedereen was te zeer onder den indruk -van de weinige woorden, zooeven door de twee vrouwen gesproken. - -Charly Brand begreep er de beteekenis maar al te goed van. - -Hij wist dat er zich bij de honderden eilandjes, waaruit de meer -zuidelijk gelegen Paumotueilandengroep is samengesteld, nog velen zijn, -bewoond door wilden, in de ware beteekenis van het woord, kannibalen, -die nog nimmer in aanraking zijn geweest met de westersche beschaving -en die, wanneer door een storm een schip op de kust geworpen wordt, -alle opvarenden meedoogenloos vermoorden om vervolgens een -afschuwelijken maaltijd aan te richten. - -Menigmaal trokken deze wilden naar een der naburige eilanden, alleen -met het doel, om er de bewoners te overvallen, en zooveel mogelijk -gevangen mede te voeren en dezen te slachten. - -Maar nog nimmer was het voorgekomen, dat de wilden zich in hun prauwen -zoover durfden wagen en nog altijd hoopte de jonge man, dat de beide -vrouwen zich vergist moesten hebben. - -Aan den rand van de weide, niet ver van een dicht begroeid bosch van -cocospalmen, tamarindeboomen en ceders, verhief zich een kleine hut, -die vanuit zee volkomen onzichtbaar was, en welke Raffles zoo -gerieflijk mogelijk had ingericht.—Men vond daarenboven een tamelijk -groot, gemeenschappelijk vertrek, waar Sonja zich met haar beide -vrouwen kon ophouden en dat geheel was ingericht volgens de Armeensche -zeden, met lage rustbanken, mollige kussens op den vloer, die met dikke -fijn gevlochten matten bedekt was, kleurige tapijten aan de wanden en -eenige gemakkelijke stoelen. - -Dan waren er nog eenige slaapvertrekken en afzonderlijk, door een -smalle gang in verbinding met het huis staande, lag de keuken. - -Een weinig verder bevond zich de kleine stal, waar eenige geiten, een -ezelin en een klein Javaansch paardje gestald stonden, welk laatste -rijdier door de jonge Armeensche menigmaal gebruikt werd om tochtjes -over het eiland te maken, dat twee uur gaans lang en half zoo breed -was. - -Op eenige meters afstand van het kleine landhuis stroomde een der beide -riviertjes, die op deze plek niet breeder was dan vier meter, overbrugd -door een soort plankier van bamboe, van een lage leuning voorzien en -die toegang gaf tot een achter de rivier gelegen bad. - -Maar men hield zich hier niet op. Raffles wilde zich eerst persoonlijk -gaan overtuigen, of de beide vrouwen zich misschien niet vergist -hadden. - -En zoo begon men den oever van het kristalheldere riviertje te volgen, -dat in de grootste der beide baaien van het eiland op de westelijke -kust uitstroomde. - -Men had hiertoe gebruik gemaakt van het kleine bruggetje en bevond zich -nu op den linkeroever van den stroom. - -Nu en dan naderde het woud de rivier zoo dicht, dat er slechts weinig -ruimte overbleef voor het smalle voetpad, hetwelk langs den oever -leidde en dat zich in den loop der jaren gevormd had, waar Sonja -Bastides de gewoonte had, iederen dag van de hut een wandeling te maken -naar de baai, vanwaar men een verrukkelijk uitzicht had over dit -gedeelte van den Oceaan en soms bij zeer helder weder de westelijkste -eilanden van de Markesagroep, Hiau, Nukuhiwa en Tahuata kon zien -liggen. - -Onder alle andere omstandigheden zouden de drie mannen zeker genoten -hebben van alles wat hen omringde, van de bonte vogels, die in de hooge -toppen der cocospalmen snaterden en die wel levend goud, karmozijn en -porphier leken, van het grappig gestoei der kleine aapjes, wonderlijk -sierlijk, met hun buitengewoon lange grijpstaarten en van de halfapen, -de maka’s met hun zonderling groote oogen, van den zoelen zephir die de -geuren van tamarinde, foelie en vanille aanvoerde, van het verre -ruischen van de branding op de koraalriffen, die het eiland voor een -gedeelte omgaven en van het onvergelijkelijke blauw van den hemel boven -hun hoofden. - -Maar nu konden zich hun gedachten niet met al deze schoonheden -ophouden, want nog altijd klonk het in hun ooren als een wanklank; de -woorden van Eleonora Manoury. - -Een paar malen had men een hoogen heuvel moeten overtrekken, maar -eensklaps, na bijna een uur te hebben geloopen, strekte zich de baai en -daarachter de eindelooze zee voor de blikken der wandelaars uit. - -De inham had een bijna zuivere, halfcirkelvormige gedaante en was -omstreeks honderd meter diep en even breed. Zij was omzoomd door een -uitermate gelijk strand uit zeer fijn wit zand bestaande. Op bijna een -kilometer van den ingang van de baai strekte zich het rif uit, -waartegen de branding brak, en waarbinnen het water zoo glad was als -een spiegel. - -Maar Raffles en zijn beide metgezellen hadden geen gelegenheid om van -de schoonheid van het schouwspel te genieten. Want Sonja had haar -kleine hand op den arm van den Grooten Onbekende gelegd en wees met -bevende vinger naar een paar plekken op het witte strand, niet ver van -den oever. - -Raffles keek er een oogenblik naar, nam toen zijn kijker uit het etui, -dat hij aan een riem om den hals droeg en tuurde eenige oogenblikken -door het instrument. Zijn gelaat had een ernstige uitdrukking, toen hij -den kijker weder liet zakken. - -„Blijft gij hier op ons wachten,” zeide hij, zich tot de vrouwen -wendend, „het is niet noodig, dat gij het ziet. Wij zullen er heen -gaan.” - -„Laat ons nog eenigen tijd mogen volgen. Ik ben bang,” hernam de jonge -Armeensche sidderend. - -„Maar gij hebt thans toch niets te vreezen,” hernam Raffles. „Hier op -deze open plek kunt gij onmogelijk overvallen worden. Wij kunnen -dadelijk weder bij u zijn.” - -Hij gaf Charly en Henderson een wenk en de drie mannen snelden naar het -strand van de baai, steeds den oever van het riviertje volgend en wat -zij daar zagen bewees maar al te duidelijk, dat de beide vrouwen -zooeven de waarheid hadden gesproken. Op het strand waren scherp de -indrukken te zien van naakte voeten en ook van de kielen van een -twaalftal prauwen, die gedeeltelijk op den oever waren getrokken. Dat -was echter nog niet alles. Hier en daar verspreid, lagen verkoolde -stukken hout en menschelijk gebeente, zwart geblakerd, waaronder drie -schedels, die boven op het voorhoofd groote, onregelmatige gaten -vertoonden. - -Zwijgend, met afgrijzen vervuld, keken de drie mannen elkander aan. -Toen begon Raffles: - -„Kannibalen. Zij zijn hierheen gekomen, om er een van hun afschuwelijke -maaltijden te houden en niemand kan zeggen of zij niet vroeg of laat -weder terug zullen keeren. De vrouwen mogen hier geen uur langer meer -blijven. Zij moeten worden weggebracht. Ik mag hen niet blootstellen -aan het ontzettende gevaar dat zij ontdekt zullen worden.” - -„En je schatten?” vroeg Charly. - -„Daaromtrent maak ik me geen oogenblik bezorgd. Die zijn volkomen -veilig bezorgd in het inwendige van die rots, welke wij zelf met behulp -van dynamiet hebben uitgehold, en men zou deze springstof opnieuw -moeten aanwenden om de ontzagelijke rotsblokken terzijde te wentelen, -die thans den toegang tot de schatkamer versperren.” - -Terwijl zij spraken had Raffles den terugtocht weder aanvaard en eenige -minuten later voegden zij zich bij de angstig wachtende vrouwen. - -„Welnu, heer,” vroeg Sonja Bastides, haar kleine hand naar Raffles -uitstekend. - -„Gij hebt goed gezien, Sonja. Gij hebt inderdaad in groot gevaar -verkeerd en ik zal het mijzelf nooit vergeven, dat ik u daaraan heb -bloot gesteld. Wij vertrekken zoo spoedig mogelijk. Gij moogt hier niet -langer blijven. Zeg mij, hoe ge de aanwezigheid van de wilden ontdekt -hebt.” - -„Het was dezen nacht heer, toen Ina gewekt werd door een zonderling -geruisch, geheel ongewoon op ons eiland en zij kwam mij wekken. Het -geruisch werd spoedig sterker, en wij maakten ook, niet wetende, wat -dit te beteekenen had, Mirza en de vrouw wakker, welke gij mij tot -metgezellin hebt gegeven. Wij keken uit het kleine venster naar buiten -en zagen een rossigen gloed die zich echter scheen te verwijderen. Toen -vatten wij moed. Wij kleedden ons aan en wij volgden het schijnsel dat -zich bewoog langs den rechteroever van het riviertje. Tenslotte -bereikten wij den zoom van het woud en konden het strand van de baai -zien liggen. En daarop zagen wij ook het afschuwelijke, waarvoor wij -aanstonds in doodelijken schrik de vlucht namen. Wilden sprongen daar -als duivels rond en zwaaiden met hun speren en knotsen onder een -ijzingwekkend gegil, terwijl eenige gevangenen, met lianen gebonden, -dicht bij den oever van het riviertje lagen.” - -„Het is genoeg, Sonja,” viel Raffles haar in de rede, bevreesd dat de -jonge vrouw in zwijm zou vallen bij de herdenking, van hetgeen zij had -aanschouwd. „Wij zullen aanstonds dit eiland verlaten.” - -„En ik was hier zoo gelukkig,” riep de jonge Armeensche op smartelijken -toon uit. „Het Paradijs kan niet zoo schoon zijn geweest. Gij kwaamt -mij menigmaal bezoeken en wij spraken over mijn land en over de dingen -die er in uw midden voorvallen. Ik zou gaarne willen blijven, heer.” - -„Neen, Sonja, ik mag je niet blootstellen aan dit gevaar!” hernam -Raffles op vasten toon. „Ik bezit nog andere eilanden, even schoon als -deze, grooter zelfs en waar gij zulk een gevaar in het minst niet hebt -te duchten! Kom spoedig—de dag neigt ten einde, en wie kan zeggen, of -de wilden niet zullen terugkeeren, en misschien dicht in de buurt met -hun prauwen rondzwerven!” - -De vrouwen begrepen thans ook wel, dat het verblijf op het heerlijke -eiland onmogelijk was geworden, want ofschoon het de gewoonte der -wilden niet is, om onder soortgelijke omstandigheden ver het land in te -dringen—een gering toeval kon hen met die gewoonte doen breken, hun -geoefend oog zou spoedig de aanwezigheid van menschen bespeurd hebben, -en dan kon het lot van de ongelukkige vrouwen niet twijfelachtig zijn. - -Stilzwijgend werd de terugtocht aanvaard, en na een uur bereikte men de -hut weder. - -Haastig werd de maaltijd gebruikt, en daarop pakten de dienstmaagden -alles bijeen, wat haar meesteres tot geen prijs wilde achter gelaten, -terwijl Sonja Bastides met tranen in de schoone oogen toezag. - -Henderson laadde deze vracht op zijn sterken schouders—Sonja streelde -de geiten en de pony nog eens, wuifde naar de kippen en kalkoenen, die -in de omheining rondtrippelden—en daarop begon de kleine troep den -tocht naar de vliegmachine, welke men aan het begin der weide had -achtergelaten. - -Ditmaal volgde men den kortsten weg, die langs, en gedeeltelijk door -een klein bosch van tamarindeboomen voerde—en pas later zou dit hun -behoud blijken te zijn geweest.... - -Want toen Raffles, die vooraan liep, het boschje weder wilde verlaten, -om opnieuw de weide te betreden, zag hij iets, dat hem eensklaps weder -deed terug treden, en met gesmoorde stem uitroepen: - -„Halt! geen stap verder of het zou ons allen den dood aanbrengen!” - -Zoo snel hij kon voerde hij de doodelijk verschrikte vrouwen en zijn -twee metgezellen in het dichtste van het boschje terug, en beval: - -„Blijf hier op mij wachten—verroer u tot geen prijs—ik ben aanstonds -terug!” - -En voor iemand een woord had kunnen zeggen, had Raffles zich weder -verwijderd. Hij kroop tot aan den zoom van het boschje voort, wierp -zich plat voorover en bracht zijn kijker voor het oog, om naar de -vliegmachine te zien, welke zij aan den voet van het hooge gebergte -hadden achtergelaten. - -Toen slaakte hij een zachte kreet van woede.... - -De „Duivel der lucht” was omgeven door wel drie honderd zwijgende, -bijna geheel naakte wilden, die er in wijden kring gehurkt omheen -zaten, onbewegelijk, als standbeelden.... - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -ALS DE NOOD HET HOOGST IS .... DAN IS DE REDDING NABIJ. - - -Het schouwspel was zoo vreemd en onverwacht, dat Raffles ondanks -zichzelf nog eenigen tijd door den kijker bleef turen. - -De wilden hadden niet stiller kunnen zitten, als zij uit brons gehouwen -waren geweest. - -Zij waren gekleed met een soort heupdoek, beter gezegd een rokje, van -cocosnootvezels. - -Om den hals droegen zij een keten van kleine, in de zon gebleekte -beenderen van eigenaardigen vorm, het waren sleutelbeenderen van hun -verslagen vijanden. - -Schelkleurige vederen staken in hun haar, dat zeer hoog op hun hoofd -was vastgemaakt, en hun gelaat was afschuwelijk getatoueerd en -beschilderd met witte strepen waaruit Raffles aanstonds opmaakte, dat -deze wilden op het oorlogspad waren geweest of nog waren. - -Zij waren gewapend met assagaaien of werpspiesen, en kleine, -langwerpige schilden van taaie boombast vervaardigd, en knotsen -bestaande uit een steel van dik, zeer sterk en taai hout, waaraan een -scherp geslepen stuk jaspis met behulp van rotan kunstig bevestigd -was—een vreeselijk wapen in hun handen, en waarmede de wilden zeer -bedreven omgaan. - -Dat zij althans eenigszins bekend waren met het smeden, bewees de -omstandigheid dat bij velen hunner de punten hunner speren van ijzer -vervaardigd waren—de anderen hadden hun werpspiesen voorzien van scherp -geslepen beenderen, of ook wel van het verharde neusbeen van den -zwaardvisch, dat minstens eens zoo hard is als ijzer, en in staat om -een eikenhouten scheepswand te doorboren. - -Na eenige oogenblikken de groep te hebben gadegeslagen, kroop Raffles -weder terug en voegde zich bij zijn metgezellen. - -„Welnu?” vroeg Eleonora angstig. „Wat kijkt gij ernstig—wat is er?” - -„Ik mag u niet verhelen, Eleonora—wij verkeeren in groot gevaar. Het -eenige middel om dit eiland te verlaten, mijn trouwe vliegmachine, -bevindt zich in de macht van een drie honderd kannibalen!” - -Eleonora was een vrouw vol geestkracht, maar voor Sonja Bastides was de -slag te zwaar, zij slaakte een flauwen kreet en viel in zwijm. - -Raffles maakte haar spoedig weer bij met behulp van wat vlugzout, en -daarop bracht hij den kleinen troep zoo spoedig mogelijk langs een -omweg naar de hut terug. - -Er was onderweg geen woord gesproken, maar nu barstte Sonja in snikken -uit, en riep: - -„Zij zullen ons allen dooden, heer! Wat zal er van ons worden?” - -„Zij hebben ons nog niet, Sonja!” antwoordde Raffles, terwijl hij de -hand op het zwartgelokte hoofd van de jonge vrouw legde. - -„Hoe is het mogelijk, Edward,” vroeg Charly zachtjes, „dat wij die -wilden niet hebben gezien, toen wij landden?” - -„Daarvoor is maar een verklaring, Charly—zij moeten zich met hun -prauwen verscholen hebben gehouden, in een der vele kleine inhammen van -het kleine eiland, beschut door overhangende palmen, zoo dat wij die -kleine bruine dingen niet gezien hebben. Wie zou daarop ook acht hebben -gegeven? Zoodra wij geland zijn, zijn zij met hun prauwen omgevaren, -hebben het voorgebergte beklommen, en toen natuurlijk aanstonds onze -vliegmachine gezien. En ik ben een driewerf vervloekte ezel, dat ik de -vliegmachine daar onbewaakt heb achtergelaten!” - -„Kunnen wij niets doen om haar weder in onze macht te krijgen, Mylord?” -vroeg Henderson, die met gebalde vuisten had toegeluisterd. - -„Daartoe zouden wij door drie honderd wilden moeten heenbreken, -Henderson—en ik zie niet in hoe wij dat kunnen doen, zelfs niet bij -verrassing!” - -„Gebruikt dat ontuig vuurwapens, Mylord?” - -„Dat niet, Henderson—maar dat maakt de zaak er niet beter op, want wij -hebben onze geweren in het schuitje achtergelaten, en mijnheer Brand en -ik hebben slechts onze revolvers bij ons! Wat kunnen wij doen met -twaalf schoten tegen drie honderd met lansen, werpspiesen en knotsen -bewapende wilden?” - -Maar nu liet de stem van Eleonora Manoury zich hooren, die zwijgend had -toegeluisterd en nu op levendigen toon zeide: - -„Gij vergeet de drie geweren, Raffles, welke gij hier voor Sonja en -hare dienstmaagden hebt achtergelaten, toen zij dit eiland gingen -bewonen.” - -„Dat is waar!” riep Raffles verheugd uit. „Zijn die wapens hier in de -hut?” - -„Ik heb ze gisteren gezien.” - -„Maar is er munitie?” - -„Dat moet wel zijn, want uwe Armeensche beschermelinge heeft mij -medegedeeld, dat zij slechts weinig van de wapens gebruik heeft -gemaakt, zij heeft het nooit van zich kunnen verkrijgen op onschuldige -apen of vogels te schieten—en kippen hadden zij in overvloed, door uwe -goede zorgen, terwijl de dienstmaagden menigmaal een konijn strikten, -of een aardvarken vingen in een der vallen.” - -„Als dit zoo is, dan zullen wij ons aanstonds gaan overtuigen, of de -munitie nog aanwezig en bruikbaar is!” riep Raffles uit. - -De beide dienstmaagden werden geroepen, en deze brachten Raffles naar -een soort bergplaats waar een paar goed gesloten kisten stonden, die -bij onderzoek ieder een paar honderd geweerpatronen bleken te bevatten. - -Wat de geweren betreft, uitmuntende wapens—een jager zou ze zeker wel -wat beter onderhouden hebben, maar zij waren in ieder geval nog in -goeden staat en bruikbaar. - -In ieder geval was deze vondst een groot geluk voor de drie mannen, die -anders letterlijk weerloos zouden hebben gestaan tegenover de wilden, -wanneer deze hen zouden hebben ontdekt. - -Henderson begon aanstonds de geweren een voor een na te zien en schoon -te maken, terwijl Raffles en Charly zachtjes met elkander spraken, -buiten het gehoor der verschrikte vrouwen. - -„Zoolang wij niet ontdekt worden,” begon Raffles, „loopen wij geen -onmiddellijk gevaar, maar ons lot zou spoedig beslist zijn, wanneer zij -ons konden overvallen! Ik vermoed dat zij de vliegmachine aanzien voor -een of andere Godheid, welke zij moeten aanbidden—maar ik betwijfel -sterk, of zij eenigen eerbied of angst voor ons zouden hebben, alleen -omdat wij blanken zijn en over vuurwapens beschikken. Ik denk wel, dat -zij met de eene zoowel als met de andere kennis hebben gemaakt.” - -„Mij dunkt, dat wij kalm moesten afwachten, Edward, tot die wilden -weder vertrekken!” kwam Charly. „Wij zijn hier voorloopig betrekkelijk -veilig, en het is immers goed mogelijk, dat zij nog voor het vallen van -de duisternis het eiland weer verlaten!” - -Maar Raffles schudde mistroostig het hoofd, en zeide: - -„Ik vrees het tegendeel, mijn jongen! Als de wilden inderdaad de -„Duivel der lucht” beschouwen als een bovennatuurlijk wezen, dan zullen -zij stellig niet nalaten hier een van hun heidensche plechtigheden te -vieren—ter eere van de pas ontdekte Godheid! Omtrent den aard van die -gruwelijke plechtigheden behoef ik je zeker niet nader in te lichten. -Zij slachten eenige vijanden of slaven, zij richten daarmede hun maal -aan—en dan volgen er drinkgelagen en dansen, die vaak dagen achtereen -duren. En hoe licht kan het niet geschieden, dat die wilden de weide -wat verder opgaan, en de hut in het oog krijgen!” - -„Zouden wij haar niet achter takken kunnen verbergen, Mylord?” vroeg -Henderson, die naderbij gekomen was. - -„Ik vrees, dat het daartoe te laat is, Henderson—en het is ook beter -dat wij ons zoo weinig mogelijk laten zien, vergeet niet, dat de -afstand tot aan de vliegmachine nauwelijks een uur loopens bedraagt.” - -Reeds begon de duisternis te vallen, met de verrassende snelheid, die -in de keerkringen valt op te merken, en zonder dat er van een -eigenlijke schemering sprake is. - -Men gebruikte een kouden maaltijd, daar Raffles vreesde, dat de rook -uit de pijp van het keukenhuis hun aanwezigheid zou kunnen verraden. - -En vervolgens werd alles voor de verdediging in gereedheid gebracht, in -geval de wilden de hut mochten ontdekken, en er een aanval op zouden -ondernemen. - -Deuren en vensters werden met luiken gesloten, en er werden een paar -schietgaten aangebracht, zoodat de hut nu wel wat geleek op een van die -blokhuizen, zooals de eerste trappers in Amerika ze gebruikten in hun -strijd tegen de roodhuiden. - -Daar een omsingeling niet tot de onmogelijkheden behoorde, nam Charly, -bijgestaan door Eleonora Manoury, die haar geestkracht herkregen had, -en zelf een wapen had gegrepen, zijn post in bij de achterdeur, die -uitkwam op de kleine brug van bamboe. - -En van dat oogenblik af wachtte men in spanning die gemakkelijker te -begrijpen dan te beschrijven valt. - -Gelukkig voor de zenuwen der vrouwen, was de nacht niet volkomen -duister, want de hemel was helder, en de maan was bijna vol, en goot -haar zilverachtig schijnsel uit over de weide, die zich voor het huis -uitstrekte. - -Zooals men had kunnen voorzien, was Henderson de eerste, die het -werkeloos wachten te lang duurde. - -Hij had reeds eenige malen iets onverstaanbaars tusschen de tanden -gebromd, waarop Raffles in het geheel geen acht had geslagen, en nu -scheen hij zich niet langer te kunnen bedwingen. - -„Neem mij niet kwalijk, Mylord—maar dat wachten en niets doen maakt mij -tureluurs,” zeide hij op gedempten toon. - -„Er valt toch werkelijk niets aan te doen, James!” zeide Raffles met -een flauwen glimlach. - -„Neem mij niet kwalijk, Mylord—ik geloof dat er integendeel heel veel -te doen valt!” - -„Wat zou jij mij dan wel aanraden?” - -„Wel, een aanval te doen op die satansche wilden, hen onverhoeds op het -lijf te vallen, ons van de machine meester te maken, en dan naar een -punt van de kust vliegen, waarheen wij eerst de vrouwen zullen hebben -gebracht!” - -Maar Raffles schudde afkeurend het hoofd en zeide: - -„Het is een voorstel van een dapper—en van een onverstandig man, -Henderson! Ten eerste zegt niets ons, dat er nog niet veel meer wilden -op het eiland zijn, die ons zouden kunnen overvallen, terwijl wij de -vrouwen wegbrengen. Ten tweede is hun aantal, zelfs al zijn er niet -meer, tienmaal te groot! Ja, als er slechts dertig waren, dan konden -wij het beproeven, al zou het gevaar zeer groot blijven, maar nu? Wij -zouden er misschien in slagen veertig of vijftig van hen neer te -leggen—en de rest zou ons afmaken, want zij zouden ons van alle kanten -op het lijf vallen—en ik wil je zeggen, dat zij hun werpspies tot op -een afstand van vijftig meter met doodelijke juistheid weten te -werpen!” - -Henderson antwoordde niet, want in zijn hart begreep hij, dat Raffles -maar al te zeer gelijk had, en dat het zelfmoord zou zijn, onder deze -omstandigheden een overval te wagen—men zou er niets bij winnen, en -integendeel alles kunnen verliezen! - -„Als wij de schurken tenminste maar op de een of andere wijze wisten te -verjagen!” bromde de reus. - -„Dat zou zeker niet zoo gemakkelijk gaan, Henderson,—tenzij een van hun -schrikwekkende Goden eensklaps onder hen verscheen, om hen te -bedreigen!” - -„Die menschen zijn zeker zeer bijgeloovig, Mylord?” vroeg Henderson -nadenkend. - -„Dat zijn zij inderdaad, James—zij verrichten slechts weinig wat zij -niet in verband brengen met den invloed van de een of andere -bovenaardsche macht. De bliksem, het weerlicht, de regen, een -maansverduistering—het zijn allen manifestaties van een van hun Goden!” - -„Hoe zien die er uit, Mylord, als ik vragen mag?” - -„Afschrikwekkend genoeg, Henderson! Verdraaide ledematen, afschuwelijke -gelaatstrekken, slachttanden als van een tijger, en boosaardig -dreigende oogen. Hun afgodsbeelden zijn meestal uit hout, maar ook wel -uit jaspis vervaardigd en in het eerste geval op bonte wijze -beschilderd, en met menschenhaar versierd, afkomstig van de schedels -hunner verslagen vijanden.” - -„Wat een zoodje!” liet Henderson zich minachtend hooren, die den -toestand geheel vergat waarin zij verkeerden, en op deze wijze -verachting uitte voor de menscheneters, die hen hier tegen zijn zin -gevangen hielden. - -Raffles haalde glimlachend de schouders op en zeide slechts: - -„Vermoedelijk denken zij op dezelfde manier over ons, Henderson, bedenk -dat!” - -De beide mannen zwegen. - -Langzaam kropen de uren voorbij. - -En toen was het of heel in de verte een zwak rommelend onweer opstak. - -Maar Raffles bedroog zich niet in den aard van het geluid—het was de -geheimzinnige, diepe klank van de oorlogstrom der Zuid -zee-eilanders—een lang stuk uitgehold bamboe, aan weerszijden bespannen -met een stuk haaienhuid, en die met de palm van de hand beslagen wordt. - -Het was een dof, dreigend geluid, dat eenigszins geleek op dat van een -verre branding, maar het nam met kracht toe en af, zwol aan en -verzwakte. - -En toen Raffles een blik door zijn schietgat wierp zag hij in de verte, -aan het andere einde van de uitgestrekte grasvlakte, een roode -schemering, als van een prairiebrand—daarginds moesten vele vuren zijn -ontstoken. - -Thans voegde zich nog een ander geluid bij dat van de tientallen -trommen; een holratelend gerucht, dat wel in staat was, zelfs de -moedigsten vrees in te boezemen; het werd veroorzaakt door het -bekloppen van de honderden schilden met het uiteinde van de werpsperen -der wilden.... - -„Wat doen zij nu, Mylord?” vroeg Henderson op gedempten toon, den -vinger aan den trekker van zijn geweer. - -„Zij voeren den krijgsdans uit, Henderson!” antwoordde Raffles op -ernstigen toon. „Ik vrees dat daar ginds vreeselijke dingen staan te -gebeuren—en toch zijn wij niet bij machte, ze te verhinderen!” - -„Wat wilt gij zeggen, Mylord?” vroeg de reus sidderend van opwinding en -woede. - -„Ik wil zeggen, Henderson, dat de menscheneters zich nu gereed gaan -maken, hun bloedig festijn aan te richten. Zij hebben zeker -krijgsgevangenen gemaakt op zee en hebben hen naar het dichtstbijzijnde -eiland gebracht, om hen daar te verslinden....” - -„Maar dat is verschrikkelijk, Mylord!” kreet Henderson. „Dat mogen wij -als Engelschen toch niet toelaten!” - -„Indien wij ons er in mengden, James, dan zouden wij zonder twijfel het -lot dier ongelukkigen deelen!” - -De reus balde de vuisten tot de nagels hem in de handpalmen drongen, -maar hij zeide niets. - -Hij begreep maar al te goed, dat er niet aan te denken viel, met -slechts drie mannen, al waren zij ook met vuurwapens toegerust, den -strijd aan te binden met een troep van minstens driehonderd -bloeddorstige wilden, waarvan er toch altijd genoeg in het leven zouden -blijven, om de drie blanken en de ongelukkige vrouwen te vermoorden. - -En wat er daarna zou gebeuren—daaraan durfde de brave kerel niet te -denken zonder een rilling van afgrijzen. - -Maar nu kwam het geraas der trommen naderbij. - -Het klonk onzegbaar onheilspellend in den donkeren nacht. - -Er kon niet aan worden getwijfeld—de wilden kwamen naderbij—en niemand -kon zeggen, waar zij stand zouden houden. - -Indien zij de hut in het oog kregen, kon het lot der blanken niet -twijfelachtig zijn.... - -Op dit oogenblik voelde Raffles een zachte even trillende hand op zijn -arm. - -Hij wendde zich om, en in de halve duisternis—men had slechts zoo -weinig mogelijk licht in de hut laten branden, om haar aanwezigheid -niet ontijdig te verraden—keek hij in het witte gelaat van Eleonora -Manoury....... - -„Ik vraag u verschooning, dat ik mijn post een oogenblik heb verlaten,” -zeide de jonge vrouw met een droeven glimlach. „Ik wilde u iets -zeggen....” - -Zonder dat hem iets bevolen werd, verwijderde Henderson zich -bescheiden, en ging zich bij Charly voegen, die het duistere woud aan -genen oever van de kleine rivier scherp in het oog hield. - -„Spreek!” zeide Raffles eenvoudig. - -„Wat denkt gij van den toestand?” vroeg de jonge vrouw, terwijl zij -Raffles strak aankeek. „Verheel mij de waarheid niet—ik ben sterker dan -gij denkt!” - -„Wij verkeeren in het grootste gevaar, madame!” antwoordde Raffles op -gedempten toon. „Ik wil er tegenover u geen geheim van maken, gij hebt -reeds menigmaal getoond een vrouw van buitengewoone geestkracht te -zijn.” - -„Ik hoorde zooeven een dof geraas—dat zijn zij zeker?” - -„Dat was het gerucht van hun oorlogstrommen—zij komen naderbij—over een -half uur kunnen zij hier zijn....” - -„Zeg mij zonder uitvluchten, Raffles—denkt gij dat wij verloren zijn?” - -Raffles zweeg en boog het hoofd. - -Eenige oogenblikken bleef het stil en men hoorde nu niets dan het dof -geklepper van de honderden schilden en het woest geluid van de steeds -wilder gebeukte trommen. - -Toen hernam de jonge vrouw: - -„Ik dank u. Ik weet nu. Wij moeten stervèn—tenminste als er geen wonder -geschiedt.... Welnu Raffles, als men aan den rand van het graf staat -mag men geen geheimen meer voor elkander hebben, niet waar?” - -„Misschien komt er nog uitkomst opdagen....” mompelde Raffles toonloos. - -„Neen, tracht mij niet te bedriegen, dat zou een man als gij zijt -onwaardig zijn! Wij moeten sterven, John Raffles—en—ik zegen het lot, -dat mij aan uw zijde in den dood zendt! Ja, ik wil—ik kan niet langer -zwijgen, in het gezicht van ons naderend einde! Ik heb je lief, -Raffles—ik heb je zoo innig lief, als ik nooit geweten heb te zullen -lief hebben! Veracht mij niet, nu ik je dit beken op een oogenblik, -waarin alle schaamte laf en nutteloos is! Ik weet, dat ik een -misdadigster ben geweest—ik weet, dat je mij, waren wij blijven leven, -nimmer zoudt hebben liefgehad en toch moet ik je het zeggen—het leven -kreeg voor mij pas waarde, toen ik jou voor den eersten keer zag—in het -vreeselijke huis van den ellendeling, die mij in het verderf heeft -gestort.” - -Eleonora had dit alles op haastigen schorren toon gezegd, als vreesde -zij, geen tijd meer te zullen vinden tot het doen van deze laatste -bekentenis in haar leven. - -Raffles had de hand opgeheven, als om haar het zwijgen op te leggen, -maar zij had zijn arm gegrepen en drukte die sidderend tegen zich aan, -overweldigd door hartstocht, welke zij vruchteloos had trachten te -onderdrukken. - -„Stoot mij niet van je!” smeekte zij klagend. „Stoot mij niet van je in -dit laatste oogenblik!” - -„Daar denk ik immers niet aan, arme, arme Eleonora!” zeide Raffles op -zachten toon ondanks zich zelf aangegrepen en ontroerd door de woorden -van de vrouw, die hem het leven had gered en wie hij daarna had -beschermd tegen de woede van den man, die haar als slavin beschouwde. -„Ik wil je niet van mij stooten—ik zelf—ik ben immers maar een dief—een -inbreker—een paria!” - -„Zeg dat niet. O! zeg dat niet!” kreet Eleonore snikkend. „Belaster je -zelf niet! Je bent de braafste, de edelste mensch, dien ik ooit ontmoet -heb! Onder een mom van ijskoude onverschilligheid verberg je je warm, -je edel hart! Mijn God, waarom bracht het lot je niet vroeger op mijn -weg—waarom kon je mij met liefhebben! Wie weet, hoe anders het leven -voor ons beiden geworden ware!” - -Raffles wilde iets zeggen, met zachten drang de hartstochtelijk -snikkende vrouw tot kalmte brengen, maar een geluid dat van buiten tot -hem doordrong, deed hem naar het schietgat schrijden en een blik naar -buiten werpen. - -De rosse gloed was intusschen veel dichterbij gekomen, en thans was het -krijgsgezang der wilden duidelijk verneembaar! - -In de verte waren vage schimmen zichtbaar, als spookverschijningen, die -zich snel verplaatsten! - -„Daar zijn zij!” zeide Raffles, zich uit alle macht tot kalmte -dwingend. „Laat mij thans, Eleonora—wij zullen ons tot den laatsten -snik verdedigen!” - -De jonge vrouw had zich opgericht en keek met verwilderden blik om zich -heen. - -Toen sloeg zij eensklaps beide armen om den hals van den man, die haar -voor de eerste maal de liefde leerde kennen, en drukte met een -hartstochtelijke heftigheid haar lippen op den mond van John Raffles, -die half bedwelmd achteruit wankelde maar dadelijk daarop met een -forsche beweging zich vrijmaakte, en op heeschen toon zeide: - -„Ga op je post, Eleonore! De wilden kunnen ieder oogenblik hier zijn! -Zendt Henderson bij mij! Dadelijk!” - -De jonge vrouw streek zich met een vage beweging met de blanke hand -over het hoofd, als was zij zich noch den tijd noch de plaats bewust, -waar zij zich bevond. - -Toen fluisterde zij: - -„Ik volg je bevel op, Raffles. Alles is nu goed! Ik heb je gekust—nu -kan ik sterven!” - -En langzaam schreed zij heen.... - -Maar toen zij de achterzijde van het huis bereikte, zocht zij daar -tevergeefs naar den reus—Henderson was verdwenen.... - -Intusschen was Sonja Bastides in haar eigen vertrek, naast de -gemeenschappelijke kamer gelegen, op haar knieën gezonken, zoodra haar -oor getroffen werd door het dreigend gerucht van de oorlogstrommen, en -met haar beide dienstmaagden zond zij een vurig gebed ten hemel op voor -het behoud van den man, die al haar geluk op deze wereld uitmaakte.... - -Het geluid van de wilden klonk nu zoo nabij, dat het was, alsof zij -zich niet meer dan een speerworp afstand van het huis bevonden. - -Oorverdoovend klonk nu het holle geratel der schilden, waarop de speren -neerkletterden in wilden cadans, en het dreunend gebonk der trommen. - -Raffles wierp een blik door het schietgat in de deur. - -Daar, op nauwelijks honderd meter afstand zag hij de naderende wilden, -die met hun knotsen zwaaiden, en brandende toortsen droegen, die het -rosse schijnsel verspreidden, hetwelk de blanken reeds een uur geleden -voor het eerst hadden waar genomen. - -In hun midden voerden zij een twintigtal gevangenen mede, allen aan -elkander gebonden met behulp van sterke lianen, de nekken gevat in een -soort juk, gevormd door een gaffel, met een dwarspen door de uiteinden -gestoken. - -De aanblik dezer naakte wilden was inderdaad verschrikkelijk, en in -staat om de moedigsten schrik en ontzetting in te boezemen. - -Hun oogen fonkelden woest in het met witte streepen beschilderde -gelaat, en hun tanden blonken als die van een wolf in het licht van de -toortsen, die hen als met bloed overgoten. - -De voorste gelederen dansten waanzinnig op het steeds sterker wordende -geluid der oorlogstrommen, en de overigen vuurden hen aan door gillende -kreten, als een troep wilde dieren. - -Maar eensklaps, als op gegeven bevel, zweeg al dit rumoer. - -Het werd zonderling stil. - -De wilden stonden eenige oogenblikken als uit brons gegoten. - -Zij vormden nu een zwarte, dichtopeengepakte massa, waarboven de -toortsen rossig flakkerden. - -Er kon niet aan getwijfeld worden—de kannibalen hadden de hut ontwaard, -waarvan de licht gele planken in het maanlicht glansden. - -Het volgend oogenblik staken de aanvoerders der wilden de koppen -bijeen, en er werd niets anders gehoord dan een dof gegons van stemmen. - -Daarop werden de gevangenen een weinig terzijde gebracht, en een groep -wilden, uit ongeveer zestig man bestaande, kwam gillend en krijschend -op de hut af. - -Even later vloog de eerste speer door de lucht en bleef trillend steken -in den dunnen houten wand van de hut, terwijl de punt ver aan de -binnenzijde doordrong. - -Raffles mocht niet langer meer aarzelen. - -Hij stak den loop van zijn geweer door het schietgat, en mikte -zorgvuldig op den dichtstbijzijnden kannibaal. - -Maar voor hij den trekker had kunnen overhalen, geschiedde er iets -onverwachts.... - -De wilden stonden eensklaps stil, alsof hun voeten wortel geschoten -hadden in den bodem, hun handen, die de speren omklemd hielden, schenen -te verstijven, hun armen vielen slap langs het lichaam neder. - -Raffles kon volstrekt niet begrijpen, waaraan deze houding was toe te -schrijven, ofschoon het duidelijk te merken viel, dat de menscheneters -doodelijk verschrikt waren, toen hij eensklaps een monsterachtige -gedaante van terzijde het huis zag verschijnen, die met langzame -schreden op de wilden toeging. - -Het was stellig een gedaante van een mensch—maar welk een mensch! - -De gestalte was op zijn minst elf voet hoog, en een vuurrood gewaad -hing hem om de leden. - -Armen en beenen waren zeer lang—maar verschrikkelijk was het hoofd.... - -Het was bijna een meter van kin tot voorhoofd, en de oogen schitterden -van een bovenaardschen glans, en schoten een fel licht uit, maar ook -uit den mond, of liever den muil van het monster drong een schelle -gloed naar buiten, evenals uit de beide neusgaten. - -De schrikwekkende gedaante had in de vuist een ontzaglijke knots, een -boomstam als het ware, en de andere omknelde een aantal ketenen, die -onder het gaan van den reus een somber geluid veroorzaakten. - -Met twee stappen was dit afschuwelijke wezen te midden van de wilden—de -knots suisde neer, en verpletterde als een ledige eierschaal den -schedel van een der kannibalen. - -En eensklaps was het, alsof een panische schrik onder de wilden was -gevaren. - -Als een zwerm opgejaagde herten, hun wapens, schilden en fakkels in den -steek latend, ijlden zij heen onder het gillend gehuil: - -„Taboe! Taboe! Taboe!” - -Wat de gevangenen betreft—zij waren als betooverd en bleven sidderend -op dezelfde plek staan, met groote oogen starend naar het monster, dat -zich langzaam over de vlakte bewoog. - -Aanstonds besloot Raffles partij te trekken van deze onvoorziene -hulp—wie of wat dan ook de gedaante mocht zijn. - -Hij riep de vrouwen bijeen, en rukte de deur open. - -Heel in de verte waren de kannibalen nog slechts flauw te zien. - -Zij liepen nog altijd als hazen, gillend en alsof de duivel hen op de -hielen zat. - -Het monster schreed intusschen gestadig voort met geweldige passen, in -de richting van de vliegmachine en zijn gloeiende oogen schenen een -deel van de vlakte te verlichten. - -Maar plotseling stond de reus stil, op bijna een kilometer van de -hut—en scheen toen ineen te zakken, alsof hij doormidden werd gehakt -door een onzichtbare macht; er rolde iets op den grond—de oogen doofden -uit—en daar stond Henderson, zweetend als een paard, maar glimlachend -en gelukkig! - -„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat ik zoo vrij ben geweest, op mijn -eigen houtje een beetje clown te spelen—maar gij hadt mij gezegd, dat -die schoeljes van menscheneters zoo bevreesd zijn voor bovennatuurlijke -dingen,—en daarvan heb ik gebruik gemaakt!” zeide de brave kerel, zich -het voorhoofd afwisschend, „maar ik moet u zeggen, dat het een -drommelsch warm werkje was!” - -Raffles stak den reus zwijgend de hand toe, en zeide: - -„Je hebt ons allen het leven gered, James!” - -„Zooveel te beter, Mylord!” hernam Henderson opgewekt. „Ik kon op mijn -houten stelten over de boomen van het weiland zien—en zooeven ontdekte -ik de bende die zich hals over kop inscheepte in de prauwen en zee -koos—toen achtte ik het oogenblik gekomen, mijn gewone uiterlijk aan te -nemen.” - -„En mag men weten, James, hoe je die plotselinge gedaanteverwisseling -tot stand hebt gebracht?” vroeg Raffles glimlachend, maar de hand van -den stoutmoedigen kerel nog steeds in de zijne houdend. - -„Dat ging heel eenvoudig, Mylord! Ik had mijnheer Brand mijn plannetje -medegedeeld en hij vond het goed! Ik heb toen alle lakens vlug aan -elkander genaaid, die ik kon vinden, en daarna sneed ik in het watervat -dat tegen den achtermuur van de hut stond, een paar gaten—de oogen, -neus en mond, en aan den anderen kant maakte ik twee van onze -electrische zaklantaarns vast! Was het geen prachtig effect?” - -„Het was onverbeterlijk, James! Maar je geweldige lengte?” - -„Niets eenvoudiger! Ik heb mij vlug een paar stelten gemaakt uit een -paar bamboestokken—en als men zooals ik een jaar lang herder is geweest -in de pampa’s van Argentinië, waar je niet anders kon gaan dan op -stelten van een twee meter lengte, dan leer je wel loopen op zulke -dingen! Nu—en dat was alles!” - -Het was even stil—en toen trad Sonja met tranen in de oogen op den reus -toe en greep zijn hand, die zij uit alle macht drukte, zoodat de reus -er bijna verlegen onder werd. - -Hij trachtte snel de aandacht af te leiden door de vraag: - -„Dat is waar—wat gilden die zwarten toch, toen zij aan den haal -gingen?” - -„„Taboe!” riepen zij, James,” antwoordde Charly, die met moeite zijn -aandoening verborg, „dat wil zeggen dat dit eiland taboe of heilig is -verklaard—en Mylord zal mij bijvallen als ik zeg, dat geen enkele wilde -ooit meer zal wagen, nog eens een voet op dit eiland te zetten!” - -„Zoo is het!” zeide Raffles. „Het „Taboe” der Zuidzee-eilanders -beheerscht hun geheele samenleving—en geen hunner zou zich straffeloos -tegen zijn strenge regels kunnen verzetten! Maar nu is het tijd om aan -onze eigen veiligheid te denken, vrienden. Laten wij ons dadelijk -inschepen!” - -De afstand tot de vliegmachine was spoedig afgelegd, en binnen enkele -minuten hadden allen zich ingescheept. - - - -Ruim een etmaal later landde het toestel bij Hendon. - -Toen pas opende Eleonora, die tot dien tijd een hardnekkig stilzwijgen -in acht had genomen, haar lippen, en wendde zich tot Raffles met de -vraag: - -„Wilt gij mij zeggen, John Raffles, wat u naar uw eiland dreef?” - -„Ja. Ik kwam u vragen, mij te helpen bij de opsporing van mijn -doodsvijand!” - -„Dat vermoedde ik reeds.” - -„Kent gij zijn schuilplaatsen?” - -„Ja, ik ken ze.” - -„Noem ze mij, ik wil hem gaan bestrijden—hij of ik moet van deze wereld -verdwijnen.” - -„Niet gij—ik zal den schurk zoeken, John Raffles!” riep Eleonora uit. -„Gij kent nu de geheimen mijns harten—om u te bewijzen dat het mij -ernst was, zal ik zelf als wreekster optreden—en tevens mijzelf wreken -voor mijn verloren leven! En wee Irwin Stanley als ik hem ontmoet!” - -En voor Raffles iets had kunnen tegenwerpen, was de jonge vrouw -verdwenen onder de menigte, die zich juist naar het vliegveld begaf om -getuige te zijn van een groot vliegfeest. - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0392: HET -EILAND DER MENSCHENETERS *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
