summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67537-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67537-0.txt')
-rw-r--r--old/67537-0.txt2921
1 files changed, 0 insertions, 2921 deletions
diff --git a/old/67537-0.txt b/old/67537-0.txt
deleted file mode 100644
index 29aabba..0000000
--- a/old/67537-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2921 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0392: Het Eiland der
-Menscheneters, by Felix Hageman
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0392: Het Eiland der Menscheneters
-
-Authors: Felix Hageman
- Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-
-Release Date: March 1, 2022 [eBook #67537]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0392: HET
-EILAND DER MENSCHENETERS ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE
-
- NO. 392 HET EILAND DER MENSCHENETERS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET EILAND DER MENSCHENETERS.
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-DE VLUCHT.
-
-
-Het was nog nauwelijks dag en de zon was zooeven boven de kim gerezen,
-toen een groote, open auto, in zeer snelle vaart over den weg vloog,
-die van Genua naar Nizza leidt en die over een groote lengte dezelfde
-route volgt als de spoorweg die de beide steden verbindt, en die een
-deel uitmaakt van het traject, dat van de Italiaansche stad aan de
-Middellandsche Zee over Nizza loopt naar de Fransche oorlogshaven
-Toulon en vandaar verder naar Parijs.
-
-Het was nog zeer vroeg in de lente en waarschijnlijk zou men in
-noordelijke streken van Europa nog zeggen dat het volop winter was,
-maar hier, aan de onvolprezen Côte d’Azur, was het alsof men zich reeds
-midden in den zomer bevond.
-
-Een zoele, nauwelijks merkbare wind bezwaard met de lucht van duizenden
-bloemen kwam de drie mannen tegemoet, die in de auto gezeten waren.
-
-Een kenner zou het voertuig aanstonds herkend hebben als een Renault
-van zeker niet minder dan zestig paardekracht.
-
-Het voertuig snelde in tomelooze vaart over den verrukkelijk breeden
-aan weerszijden met palmboomen omzoomden weg, vanwaar men bijna steeds
-het uitzicht heeft op de golven van de Middellandsche Zee, die reeds
-zwakjes verlicht begon te worden door het schijnsel dat in het oosten
-merkbaar werd, en dat het naderen van den dag aankondigde.
-
-Maar op ongeveer een uur gaans afstands van Genua stond een van de
-mannen, die achter in de auto gezeten was, op, boog zich voorover en
-tikte zijn chauffeur, een nog jongen man, op den schouder.
-
-Aanstonds stond het voertuig stil, even voorbij een kromming van den
-weg en aan den voet van een hooge rots, die zich hier en daar langs den
-straatweg verheft.
-
-Heinde en ver was geen levende ziel te bespeuren, of het moesten de
-zeemeeuwen zijn, die zooeven ontwaakt waren en nu in breede kringen en
-luid krijschend, boven de golven rond zwierden, op zoek naar hun
-ontbijt.
-
-„Waarom laat je me stilhouden,” vroeg de jonge man, die achter het
-stuurwiel zat.
-
-„Ik geloof, dat het oogenblik gekomen is, Charly, om een weinig
-verandering te brengen in ons uiterlijk, zoowel als in dat van onze
-auto,” antwoordde de aangesprokene. „Je zult zelf wel begrijpen, dat de
-heeren van de politie te Genua, nadat zij er achter gekomen zijn, dat
-zij gedurende een paar uren den lang gezochten John Raffles in handen
-hebben gehad, alles op haren en snaren zullen zetten, teneinde den
-vluchteling te achterhalen.”
-
-De man, die deze woorden gesproken had, was inderdaad niemand anders
-dan de befaamde Gentleman-Inbreker, de Groote Onbekende, stoutmoedig
-avonturier, naar wien reeds ettelijke jaren gespeurd werd door de
-politie, niet alleen van Londen, maar ook door verscheidene andere
-wereldsteden, waar Raffles zijn kortstondige verschijning had gemaakt,
-steeds tot groot nadeel van adellijke leegloopers, woekeraars,
-rijkaards, die zelf niet wisten hoe rijk ze wel waren en anderen, aan
-wie de Groote Onbekende een deel van hun bezittingen had ontnomen,
-teneinde deze opnieuw aan den man te brengen, op een wijze, die hem
-beter en rechtvaardiger toescheen.
-
-Een gansche reeks van avonturen had hem ditmaal naar Genua gevoerd en
-het had maar weinig gescheeld, of die politie van die stad had voor
-zich de eer kunnen opeischen eindelijk de hand te hebben kunnen leggen
-op een van de stoutmoedigste avonturiers en zeker den schranderste, die
-ooit den strijd had aangebonden met de gestelde machten in de oude en
-de nieuwe wereld.
-
-Het was slechts weinige weken geleden, dat Raffles voor het eerst in
-aanraking was gekomen met een man, die, zooals hij, een vijand was van
-de maatschappij, of tenminste van een deel daarvan en die niettemin
-zijn doodsvijand was.
-
-De naam van dezen man was Irwin Stanley. Toen zijn pad dat van Raffles
-voor het eerst kruiste, was hij eenige maanden tevoren gekozen tot
-aanvoerder van het Genootschap van den Gouden Sleutel, een zeer
-gevaarlijke misdadigersbende, die haar zetel te Londen had en waarbij
-tal van benden over de geheele wereld verspreid, waren aangesloten.
-
-Overal, in alle groote steden kende de politie het bestaan van dit
-genootschap en dit was voor een groot deel te danken aan het optreden
-van denzelfden man, dien zij zoo hardnekkig achtervolgde, Lord Edward
-Lister, alias John Raffles.
-
-Aan dezen man was het reeds driemaal gelukt, den aanvoerder van het
-zooeven genoemde genootschap ten verderve te brengen. De eerste had het
-leven verloren in een vreeselijken strijd met Raffles, de tweede had
-zijn misdaden aan den galg moeten boeten en de derde was eveneens in
-een gevecht gedood door denzelfden man, die zich nu in gezelschap van
-Raffles en van diens onafscheidelijken vriend, Charly Brand in de
-groote auto bevond, James Henderson, den reusachtigen chauffeur.
-
-Tot zelfs in Amerika had de vreeselijke worsteling tusschen deze drie
-mannen en een machtige organisatie, die duizenden leden telde,
-voortgeduurd en een oogenblik meende Raffles te mogen gelooven, dat hij
-het kwaad in den wortel had aangetast en dat er een einde was gekomen
-aan het bestaan van dezen moorddadigen bond.
-
-Inderdaad bleef het ook eenige maanden rustig, en toen bracht het
-noodlot Raffles op het spoor van den vierden „Meester”, zoo luidde de
-titel van den aanvoerder en opnieuw ontbrandde de strijd.
-
-Het bleek maar al te spoedig, dat Irwin Stanley bij zijn voorgangers in
-het minst niet achterstond in sluwheid, moordzucht en vooral in haat
-tegen Raffles, die het genootschap zoo menigmaal groot nadeel had
-berokkend en de oorzaak was geweest dat honderden van zijn leden thans
-in de gevangenis moesten zuchten, terwijl een viertal moordenaars, die
-door zijn toedoen gevat waren, hun leven hadden moeten laten op het
-schavot.
-
-Eenige malen stonden de beide mannen tegenover elkaar en Raffles was er
-ten slotte in kunnen slagen, zijn doodsvijand te noodzaken de uitdaging
-aan te nemen tot een tweegevecht in een groot, oud spookachtig huis van
-den Meester. Maar op verraderlijke wijze wist deze zijn ridderlijken
-tegenstander in zijn macht te krijgen en het was slechts te danken
-geweest aan de tusschenkomst van Eleonora Manoury, een jonge en schoone
-vrouw, die te kwader ure in de macht van Stanley was geraakt, dat hij
-leven en vrijheid wist te herkrijgen.
-
-Om de rampzalige vrouw, die door den ellendeling zwaar gewond was met
-een revolverschot, aan zijn wraakzucht te onttrekken, bracht hij haar
-over naar Caïro, waar zij verpleegd werd in het beste ziekenhuis,
-hetwelk deze stad telde.
-
-Maar zelfs daar wist de wraakzucht van haar gewezen minnaar haar te
-bereiken, nadat een noodlottig toeval haar verblijfplaats had verraden
-aan een inlander, die tot het genootschap hoorde en die dadelijk den
-Meester van die ontdekking op de hoogte stelde.
-
-Zonder een oogenblik te aarzelen, gelastte Stanley den inlander,
-Eleonora Manoury, wier getuigenis hem, als zij spreken wilde, in het
-verderf kon storten, uit den weg te ruimen en zeker zou de booswicht
-hierin zijn geslaagd, wanneer Raffles niet opnieuw had ingegrepen en
-dezen laaghartigen aanslag verijdelde.
-
-Hij wist den inlander in zijn macht te krijgen en te bewerken, dat
-Stanley zelf naar Caïro kwam en toen dit eenmaal het geval was, scheen
-zijn lot bezegeld te zijn.
-
-Raffles bracht de politie op zijn spoor en de gevaarlijke boosdoener
-kon gearresteerd worden in een eenzaam gelegen huis, dicht bij Caïro,
-toen hij daar een samenkomst had met den inlandschen medeplichtige.
-
-Onmiddellijk zou Stanley per schip naar Londen worden overgebracht en
-Raffles, Charly Brand en James Henderson namen passage op hetzelfde
-schip en zij moesten er de machtelooze getuigen van zijn, dat de sluwe
-schurk er in slaagde, in het gezicht van de haven van Genua, welke het
-schip moest aandoen, te ontvluchten, overboord te springen en in de
-duisternis te ontkomen, voor men er in kon slagen de boot uit te
-zetten, die door een medeplichtige onklaar was gemaakt, of een
-radiogram naar de kust te zenden, daar ook het toestel voor het
-afzenden van draadlooze telegrammen door denzelfden handlanger vernield
-was.
-
-Raffles aarzelde toen geen oogenblik om eveneens de reis te
-onderbreken, in de hoop, dat hij te Genua zijn doodsvijand zou terug
-vinden en hem opnieuw in de handen der politie te kunnen overleveren.
-
-Maar ditmaal was de fortuin tegen hem. Wel kwam hij in de gelegenheid,
-zijn machtigen tegenstander van aangezicht tot aangezicht te zien, maar
-deze wist op het laatste oogenblik te ontkomen en Raffles zelf werd
-gearresteerd, toen hij vermomd was als Engelsch varensgast.
-
-Waarschijnlijk zou nimmer zijn identiteit vermoed zijn, als de mannen
-van Stanley, die maar al te goed wisten, met wien zij te maken hadden
-gehad bij dit avontuur en die tegelijk met hem in de handen der politie
-waren gevallen, hem niet hadden verraden.
-
-En de zaak zou waarschijnlijk voor Raffles ditmaal een leelijke wending
-hebben genomen als Charly Brand en James Henderson er niet in geslaagd
-waren, den Grooten Onbekende te bevrijden, juist op het oogenblik, dat
-men hem van het bureau van politie met een geblindeerde auto wilde
-overbrengen naar de gevangenis.
-
-Het was toen twaalf uur in den nacht geweest.
-
-En zoo geschiedde het, dat de groote snelle auto zich thans op weg
-bevond van Genua naar Nizza.
-
-De drie mannen waren snel van den wagen gestapt en togen ijlings aan
-het werk.
-
-„Hoever denk je dat we voor zijn?” vroeg Raffles, die een grooten
-Engelschen sleutel had gegrepen.
-
-„Bij de telegrammen zijn we waarschijnlijk reeds ten achter, Edward,”
-antwoordde Charly Brand, „maar op de politieauto’s zijn we op zijn
-minst wel een half uur voor, denk ik.”
-
-„Maar de politieauto, die mij had moeten vervoeren van het
-politiebureau naar de gevangenis. Hoe staat het daar eigenlijk mee. Het
-leek me een zeer snelle wagen toe. Waarom heeft die niet aanstonds de
-achtervolging aangevangen?”
-
-„Voor die auto behoef je in ieder geval niet bevreesd te zijn, Edward,”
-antwoordde Charly lachend. „Ik had, zonder de chauffeur mij kon zien,
-eenvoudig van het wachtende voertuig, dat voor het politiebureau
-stilstond, den moer van een der achterwielen zoover los geschroefd, dat
-het wiel er bij den eersten den besten draai moest afloopen en dat is
-dan ook geschied, nog voor je je bij ons had kunnen voegen.”
-
-„Dat heb je knap gedaan, Charly. Laat ons dan nu maar haastig aan het
-werk gaan tenminste wanneer we geen overbodig werk doen. Geloof je dat
-ze weten, hoe onze auto er uit ziet?”
-
-„Reken er vooral niet op, Edward, dat ze daar onkundig van zijn,” riep
-Charly. „Toen jij in den wagen stond, nadat we je bevrijd hadden,
-bevond de auto zich op hoogstens tien meter afstand van de agenten. De
-straat was goed verlicht, en zij moeten in ieder geval den hoofdvorm en
-de kleur van den wagen hebben opgemerkt.”
-
-„Nu, dan zullen we ons haasten een en ander te veranderen,” hernam
-Raffles.
-
-Er behoefde verder geen woord meer te worden gesproken. Geen enkel
-bevel behoefde te worden gegeven, want iedereen wist zeer nauwkeurig
-wat zijn taak was.
-
-Raffles en Charly vervingen een voor een de houten wielen door
-draadspaakwielen van een geheel andere kleur, die in een geheime
-bergplaats aan de onderzijde van de auto verborgen waren geweest en de
-vier houten wielen werden, met zware steenen bezwaard, in zee geworpen.
-
-Henderson had intusschen een werkje van geheel anderen aard verricht.
-Hij had de kleur van den geheelen wagen veranderd.
-
-Door op een onzichtbaar geworden knop te drukken waren er overal voor
-de lichtgrijze zijwanden dunne paneelen geschoven van een vuurroode
-kleur en zoo nauwkeurig was dit alles vervaardigd, dat men slechts bij
-zeer nauwkeurig toezien kon bemerken, dat de wagen dubbele wanden had
-van verschillende kleur.
-
-Nu werd ook de kap nog opgezet en nu was de verandering zoo volkomen,
-dat zeker niemand de auto van zooeven zou hebben herkend in dit
-vuurrood gelakte voertuig, met zijn opzichtige gele wielen.
-
-Deze geheele metamorphose had geen volle tien minuten geduurd, zoo
-uitstekend waren de drie mannen getraind in dergelijke werkjes.
-
-Raffles wist maar al te goed, dat hij zijn succes voor het leeuwendeel
-slechts te danken had aan de snelheid van handelen, die aan het
-wonderbaarlijke grensde en die niet anders verkregen kon worden dan ten
-koste van herhaalde oefening.
-
-Nu was het nog zaak om ook hun uiterlijk een verandering te doen
-ondergaan en dan zou de kans op ontdekking of aanhouding zeker
-aanmerkelijk minder worden.
-
-Op het oogenblik, dat de Genueesche politie hen overviel, waren alle
-drie mannen vermomd als zeelieden en het was volstrekt noodzakelijk een
-ander uiterlijk aan te nemen, daar het zeker verwondering zou baren,
-drie matrozen, die er tamelijk haveloos uitzagen, in zulk een groote,
-blijkbaar zeer dure auto aan te treffen.
-
-Alles wat er noodig was, bevond zich in een geheime bergplaats van de
-auto, kleurmiddelen, voortreffelijk vervaardigde pruiken, baarden en
-zelfs kleederen.
-
-En zoo werd er aanstonds een aanvang gemaakt, met wat Henderson, de
-steeds opgewekte reus „een nieuwe verkleed-partij” noemde.
-
-Henderson werd eenvoudig weder de beste Engelsche chauffeur van goeden
-huize. Raffles werd, wat hij steeds te Londen was, Lord William
-Aberdeen en Charly volgde zijn voorbeeld en kroop in zijn oude huid,
-die van secretaris van zijne Lordschap.
-
-Het verkleeden duurde heel wat langer dan het veranderen van de auto en
-juist toen de oude schipperskleeren met keien bezwaard den weg van de
-wielen hadden gevolgd, riep Charly verschrikt uit:
-
-„Ik geloof waarachtig dat zij daar al aankomen.”
-
-Hij wees naar een punt in de verte dat zich schijnbaar zeer
-langzaam—maar dat kwam slechts door den grooten afstand over den
-prachtigen weg—bewoog, aan welks aard men niet behoefde te twijfelen.
-Het was een automobiel.
-
-Raffles had zijn kijker te voorschijn gehaald en voor het oog gebracht
-en zeide, na eenigen tijd door het instrument te hebben getuurd:
-
-„Het ziet er inderdaad wel een weinig verdacht uit. Ik geloof dat ik
-het glinsteren van zilveren kragen en banden van uniformpetten zie. We
-zullen het zekere voor het onzekere nemen en beenen maken, want ik ben
-er volstrekt niet op gesteld, mijn kennismaking met de Italiaansche
-politie te hernieuwen.”
-
-De drie mannen namen haastig weder in de auto plaats en ditmaal greep
-Henderson het stuurwiel, terwijl Lord William Aberdeen, zooals hij
-thans weder zou heeten en Charly Brand achter in den grooten wagen
-leunden.
-
-Men behoefde er niet bevreesd voor te zijn, dat Henderson zou
-verdwalen, want dat was eenvoudig onmogelijk. Hij behoefde niets anders
-te doen dan den breeden straatweg te volgen, die zich vele tientallen
-kilometers achtereen langs de kust van de Middellandsche Zee uitstrekt
-en zich daar geen enkel oogenblik verder dan een halve mijl van
-verwijderd.
-
-En wat de snelheid aangaat, de reus had eveneens de auto met de
-politiebeambten gezien en dat was voldoende.
-
-Men was Albenea omstreeks halverwege Genua en Nizza reeds geruimen tijd
-gepasseerd, toen de auto stil stond en het ging nu in een vaart van
-bijna tachtig kilometer per uur op Oneglia af.
-
-Toen Raffles een blik achter zich wierp was er van de achtervolgende
-auto volstrekt niets meer te bespeuren.
-
-Maar Charly Brand was nog verre van gerust.
-
-Hij had een oogenblik in gedachten verzonken gezeten en wendde zich nu
-tot Raffles met de vraag:
-
-„Geloof je dat ze in Ventimiglia, dat wil zeggen, aan de grens reeds
-gewaarschuwd zijn?”
-
-„Dat is wel waarschijnlijk,” antwoordde Raffles laconiek. „Er zijn ruim
-drie uur verloopen sedert het oogenblik, waarop ik ontvluchtte en een
-telegram heeft zoo lang niet noodig om naar de grens te gaan.”
-
-„Maar hoe kwamen zij er eigenlijk toe, Edward, ons juist in de richting
-van de Fransche grens te zoeken? We hadden immers even goed kunnen
-pogen naar Zwitserland of naar een van de Balkanstaten te ontkomen?”
-
-„Als we dat hadden willen doen, dan hadden we al aanstonds een anderen
-weg moeten inslaan, Charly,” antwoordde Raffles. „De straat waaraan het
-politiebureau gelegen was, voert rechtstreeks naar den weg die naar
-Nizza leidt en als wij de Zwitsersche of Oostenrijksche grens hadden
-willen bereiken, dan zouden we Genua langs een heel anderen kant hebben
-moeten verlaten, juist tegenovergesteld aan dien welke we thans gekozen
-hebben.”
-
-„Maar dan zie ik niet goed in, Edward, hoe zij ons zullen laten
-passeeren,” riep Charly ongerust uit. „Het is nog zeer vroeg. De dag is
-nauwelijks aangebroken en het aantal auto’s op dezen weg is zeer gering
-op dit uur. Ik heb er nog in het geheel geen gezien, uitgezonderd die
-vermaledijde politieauto.”
-
-„Je maakt je ongerust om niets, Charly,” hernam Raffles bedaard. „Wij
-zullen Ventimiglia niet langs dezen kant naderen. Wij zullen er als het
-ware omheen rijden.”
-
-„Is dat dan mogelijk?” vroeg Charly. „Ik meende, dat er slechts één
-toegangsweg was, deze verrukkelijke straatweg, dien ik onder andere
-omstandigheden zeker meer zou bewonderen dan ik thans doe.”
-
-„Er zijn zijwegen, Charly. De vreemdeling kent die wegen zeker niet en
-snort er met zijn auto langs, maar ik ben hier gelukkig goed thuis en
-aanstonds, als ik het stuurwiel van Henderson gedurende een kwartier
-overneem, zal ik je dat bewijzen. Wij zullen de grensplaats niet uit
-het oosten, maar vanuit het noorden binnen rijden.”
-
-„Maar zou men te Toulon ook niet reeds op de hoogte zijn gesteld,”
-drong Charly aan.
-
-„Dat laat mij volkomen onverschillig, mijn waarde. Ik denk mij niet
-naar Toulon te begeven.”
-
-„Wat zeg je daar? Waarheen denk je dan van Ventimiglia af te gaan?”
-
-„Naar Genua,” antwoordde Raffles bedaard.
-
-Charly maakte als het ware een luchtsprong en keek Raffles sprakeloos
-aan.
-
-„Hoor ik goed? Wil je terug naar de plaats, vanwaar we zoo juist
-ontkomen zijn. Wat wil je daar dan in hemelsnaam gaan uitvoeren?”
-
-„Zoeken naar Irwin Stanley,” was het laconieke antwoord.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-GEWIJZIGDE PLANNEN.
-
-
-Geruimen tijd bleef Charly zwijgend achterover leunen.
-
-Reeds tallooze malen was hij in de gelegenheid geweest de ontembare
-geestkracht en den ijzeren wil te bewonderen van den man, met wien het
-lot hem eenige jaren geleden in aanraking had gebracht, en wiens meeste
-avonturen hij daarna had gedeeld, en toch was het nog telkens een
-nieuwe aanleiding tot bewondering voor hem, als hij getuige was van den
-ontzaglijken, door niets te bedwingen ondernemingsgeest van John
-Raffles.
-
-Gevaar scheen voor hem een woord te zijn zonder eenige beteekenis.
-
-Ieder ander zou, verkeerde hij in zijn omstandigheden, zich gehaast
-hebben, zooveel mogelijk kilometers te brengen tusschen zichzelf en de
-stad, die wel eens het einde van zijn loopbaan had kunnen aanschouwen.
-Maar in die stad vertoefde nog de doodsvijand van den
-Gentleman-Inbreker en daarom wilde hij er weder heen trekken, alsof het
-de eenvoudigste zaak van de wereld was en alsof hem geen gevaar kon
-dreigen.
-
-Eindelijk, nadat Charly eenigszins van zijn verbazing en ontsteltenis
-bekomen was, vroeg hij:
-
-„Maar Edward—als je dan toch weer wil terugkeeren, waarom ben je dan
-zoover doorgereden, tot bijna aan de grensplaats?”
-
-„Dat had een zeer eenvoudige reden—wij zijn tot hiertoe slechts weinig
-dwarswegen gepasseerd, en wanneer Lord Aberdeen met zijn tourauto van
-de Fransche grens komt, zal dat volstrekt geen opzien baren.”
-
-Charly zweeg eenigen tijd weder, en hernam toen:
-
-„Neem het mij niet kwalijk, Edward—maar ik kan het doel van onzen
-terugkeer niet goed inzien!”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Omdat het volgens mij wel bijna zeker is, dat wij Stanley niet meer in
-Genua zullen vinden! Ook hij zal zich wel haasten, zich aan de
-nasporingen van de politie te onttrekken!”
-
-„Dat moeten wij afwachten!” hernam Raffles bedaard. „Ik wil zekerheid
-hebben. Geef mij een week—en blijkt het in dien tusschentijd, dat al
-ons zoeken vruchteloos is, dan ben ik bereid, om weder met je naar
-Londen terug te keeren—al zou mij dit leed doen, want dan zou het
-ongetwijfeld weer zeer lang duren, eer wij opnieuw eenig spoor vonden
-van den ellendeling!”
-
-Intusschen werd de tocht onophoudelijk voortgezet, en ongeveer een
-kwartier later liet Raffles de auto opnieuw stilstaan, en nam de plaats
-in van Henderson achter het stuurwiel.
-
-Van de achtervolgende auto was volstrekt niets meer te bespeuren—het
-leek wel of zij de achtervolging had opgegeven.
-
-Het werd al spoedig duidelijk, dat Raffles de omgeving voortreffelijk
-kende want hij weifelde geen oogenblik, maar sloeg een tamelijk smallen
-dwarsweg in, een grintweg, die zeker door iederen automobilist met
-verachting zou zijn voorbijgegaan, en nu kwam er een waar doolhof van
-breedere en smallere wegen, totdat de automobiel ten slotte de
-Italiaansche grensplaats binnenreed—maar van een geheel andere zijde
-dan waarvan de politie de automobiel van den gevluchten Raffles
-verwachtte.
-
-De Groote Onbekende had daarenboven nog het voordeel, dat men volkomen
-in het onzekere was aangaande het aantal zijner helpers, waarvan men
-aannam, dat het evengoed één als een half dozijn kon bedragen.
-
-Zooals hij wel vermoed had baarde zijn komst in de stad dan ook
-volstrekt geen opzien, en hij behoefde slechts zijn passen te toonen,
-om overal aanstonds te worden doorgelaten.
-
-Nu en dan werd de auto een oogenblik aandachtig beschouwd—maar zij had
-draadspaakwielen, haar kleur was vuurrood, zij beantwoordde dus in
-geenendeele aan de beschrijving, welke de commissaris van politie uit
-Genua telegrafisch naar alle grensplaatsen van Italië had gezonden.
-
-Daarenboven behoefde de verschijning van de auto in Ventimiglia
-volstrekt geen opzien te baren, want, zooals reeds werd gezegd, het
-seizoen der touristen was reeds aangebroken en het wemelde van auto’s
-van allerlei maaksel, voornamelijk Amerikaansche en Engelsche.
-
-Van deze stad leidden wegen in verschillende richtingen en het
-natuurlijk gevolg van de nabijheid van Mentone, Nizza, Monte Carlo en
-andere steden aan de Riviera was, dat het op dien schoonen lentedag
-letterlijk krioelde van luxe auto’s.
-
-En zoo leverde het verlaten van de stad al evenmin moeilijkheden op,
-want geen enkele politieautoriteit zou ook maar een seconde hebben
-kunnen aannemen, dat de vluchteling de onbeschaamdheid zou hebben,
-weder op zijn weg terug te keeren.
-
-Maar de drie reizigers brachten toch een onaangename vijf minuten door,
-toen zij, juist bij het verlaten van Ventimiglia de politieauto
-tegenkwamen, die hen een paar uur geleden op den grooten weg
-achtervolgd had.
-
-Het bleek een groot voertuig te zijn en alleen een panne had haar
-blijkbaar verhinderd sneller te rijden en althans op gelijken afstand
-van de achtervolgde auto te blijven.
-
-Want de drie mannen zagen aanstonds met het oog van een kenner, dat de
-groote Lancia een wagen was van minstens tachtig paardekracht, die op
-een gladden gelijken weg wel honderd kilometer per uur kon halen.
-
-Er zaten zeven man in, waarvan vier in uniform en twee hunner hieven
-tegelijkertijd de hand op, om de auto van den vreemdeling te doen
-stoppen.
-
-Het was gelukkig dat Raffles nog steeds aan het stuurwiel zat, want de
-driftige Henderson zou hoogstwaarschijnlijk het bevel eenvoudig in den
-wind hebben geslagen en zijn doorgereden.
-
-Thans evenwel zat de reus met de armen over elkaar gekruist in de
-deftige houding van een uitstekend gedrilden bediende, naast zijn
-meester die den grooten wagen bestuurde.
-
-Raffles bracht den wagen aanstonds tot staan, zonder dat er een spier
-op zijn gelaat vertrok. Eenige mannen verlieten de politieauto en de
-reizigers moesten opnieuw hun papieren toonen.
-
-Ditmaal duurde het onderzoek een weinig langer en het was alsof de
-politiebeambten slechts met tegenzin zich weder verwijderden van het
-voertuig, waarom zij wel tien volle minuten hadden heengedraaid, als
-een kat om de heete brij.
-
-Zwijgend, met samengeknepen lippen, argwanend en toch niet in staat ook
-maar het minste te kunnen inbrengen tegen het uiterlijk van de
-reizigers, tegen de auto, of tegen de vertoonde papieren, die
-voortreffelijk in orde bleken te zijn.
-
-Raffles had zijn kalmte geen seconde verloren, maar Charly bekende
-naderhand dat hij een benauwd kwartiertje had doorgebracht en Henderson
-had de grootste moeite, zich te bedwingen om niet als een bom temidden
-van de achterdochtig rondloopende politiemannen te vallen.
-
-Maar Raffles scheen hem met een blik uit zijn staalharde grijze oogen
-als het ware te biologeeren en de reus verroerde zich niet.
-
-Eindelijk kon de automobiel haar weg vervolgen, nadat de commissaris
-van politie, die in ellendig Engelsch met Raffles had gesproken, op
-brommerigen toon en blijkbaar met tegenzin zijn verontschuldiging had
-aangeboden.
-
-Op het kalme gelaat van Raffles vertoonde zich slechts een vaag
-glimlachje, toen hij den hefboom weder overhaalde, maar Henderson
-barstte, zoodra de afstand groot genoeg was, uit in een van de
-kernachtige Londensche vloeken, waarvan hij het geheim scheen te
-bezitten en die hij toch maar zelden teneinde kon brengen, daar een
-bestraffende blik van Raffles voldoende was, hem halverwege te doen
-ophouden en de rest van zijn vloek als het ware in te slikken.
-
-Van dat oogenblik af konden de drie mannen zich gerust als volkomen
-veilig beschouwen, want het ergste was nu zeker achter den rug.
-
-Eenige uren later reden zij, maar nu heel wat langzamer, Genua weer
-binnen, en Raffles nam opnieuw zijn intrek in een van de weelderige
-hotels, welke de stad bezit, en liet geen tijd verloren gaan, om
-aanstonds zijn onderzoek naar Irwin Stanley opnieuw te beginnen.
-
-Zijn laatste ontmoeting met den meester had plaats gehad in een
-onderaardsche schuilplaats, door een toeval ontdekt en die een deel
-scheen uit te maken van een ware ondergrondsche stad, zich uitstrekkend
-in het inwendige van een der hooge heuvels, tegen welker helling Genua
-is gebouwd.
-
-Maar ook de politie had deze schuilplaats ontdekt en het was niet
-waarschijnlijk te achten, dat Stanley zich daar opnieuw zou gaan
-verbergen om daar zijn helsche plannen te smeden, geholpen door zijn
-Italiaansche luitenants.
-
-Toch gaf Raffles de hoop niet aanstonds gewonnen, en nog dienzelfden
-avond, na zich goed te hebben vermomd, begon hij, door Charly
-vergezeld, opnieuw zijn onderzoek.
-
-Onvermoeid onderzochten de beide mannen de havenwijk, overal het oor
-leenend, in de hoop, dat een onvoorzichtig uitgesproken woord, een
-uitdrukking, een snel gewisselde blik hen iets zou verraden omtrent de
-verblijfplaats van den gevaarlijken misdadiger, maar hun poging was
-vruchteloos.
-
-Laat in den nacht keerden zij terug, legden hun vermomming af, en voor
-het eerst sedert langen tijd genoten zij daarop de weelde van een
-ongestoorde nachtrust.
-
-De drie volgende dagen, bijna onafgebroken doorgebracht in de
-havenwijk, waar de misdaad het weligst tiert, leverden geen beter
-resultaat op en in den vierden nacht vernamen zij eensklaps, zonder er
-in het minst op verdacht te zijn, wat zij wilden weten, en toen wisten
-zij ook, dat zij nu wel aanstonds Genua konden verlaten, daar hun
-verblijf hier nutteloos was geworden. De meester was reeds drie dagen
-tevoren naar Londen vertrokken en wel aan boord van een plezierjacht,
-dat waarschijnlijk had toebehoord aan een van zijn vrienden, en waarop
-hij zoogenaamd dienst had gedaan als stoker.
-
-Raffles en Charly vernamen dit in een kleine dievenkroeg, die bijna
-uitsluitend bezocht werd door het gevaarlijkste gespuis, toen zij naast
-een drietal mannen gezeten waren, die fluisterend over den meester
-spraken, maar toch niet zoo zacht of de beide mannen hadden hen kunnen
-verstaan.
-
-Een oogenblik hadden zij geloofd, dat het niets anders was dan een
-valstrik om hen op een dwaalspoor te brengen, maar aanstonds kwamen zij
-van deze meening terug. Als Stanley hen ook maar een oogenblik verdacht
-had en hun vermomming had doorzien, hetgeen dan zou beteekenen dat hij
-hun spoor voortdurend had weten te houden, dan zou hij immers geen
-oogenblik geaarzeld hebben, de twee mannen hier onschadelijk te laten
-maken, hier, in dit kleine, donkere wijnhuis, dat binnen zijn muren
-reeds zoovele misdaden had zien volbrengen.
-
-Er zou immers geen haan naar gekraaid hebben, als Irwin Stanley zijn
-doodsvijand en diens trouwen vriend hier op deze plek had laten
-vermoorden en de lichamen had laten werpen in een van die geheimzinnige
-putten, die zich in vele oude Genueesche huizen bevinden, vooral in
-deze buurt en die er grondeloos schijnen te zijn.
-
-Neen, het was wel zeker. Zij wisten nu dat hun taak hier beëindigd was
-en zij moesten het zichzelve toegeven, dat zij het spoor van den
-meester voorloopig kwijt waren en niemand kon zeggen, waar en wanneer
-zij het zouden hervinden.
-
-Zwijgend aanvaardden de beide vrienden nu den terugtocht en pas, toen
-zij op het punt stonden het hotel binnen te treden, zeide Raffles:
-
-„Het blijkt nu, dat wij onzen tijd nuttiger hadden kunnen besteden,
-maar niemand had dit kunnen voorzien. Ik dacht niet dat hij het zou
-hebben gewaagd, reeds nu naar Londen terug te keeren.”
-
-„Maar het is toch onmogelijk, Raffles, dat hij daar lang op vrije
-voeten blijft,” zeide Charly zachtjes. „Dank zij jouw toedoen is zijn
-signalement algemeen bekend, men weet dat Stanley inderdaad de meester
-moet zijn. Hij zal zich nergens kunnen vertoonen, want men zou hem
-aanstonds arresteeren.”
-
-Maar Raffles schudde mistroostig het hoofd en hernam:
-
-„Dat is in een stad van zeven millioen inwoners minder gemakkelijk, dan
-het schijnt, Charly. Londen heeft tallooze geheimen, het is ontzaglijk
-groot en men kan er zich gemakkelijker verborgen houden dan in de
-Sahara. Irwin Stanley heeft ongetwijfeld vrienden in overvloed, die hem
-een schuilplaats kunnen verleenen, zoolang het noodig mocht zijn. Al
-was het een jaar of nog langer. Dan kan hij zijn uiterlijk voldoende
-veranderen om de politie op een dwaalspoor te brengen. Kortom, die man
-kan nog zeer veel kwaad brouwen, al is het dan ook in het verborgene.”
-
-„Wij blijven nu zeker niet hier?”
-
-„Morgen vertrekken wij naar Londen.”
-
-En daarop stapten de beide vrienden het hotel binnen en begaven zich
-ter ruste om reeds den volgenden morgen alles voor hun vertrek in
-gereedheid te brengen.
-
-De auto, welke Henderson naar Italië had gebracht, zou opnieuw gebruikt
-worden en om elf uur in den ochtend nam de terugreis een aanvang. Thans
-echter langs een bijna rechte lijn, over Turin, Genève, Lion, Reims,
-Kamerrijk en Calais, een weg, die door de auto in twee dagen werd
-afgelegd en dat was te lang, volgens Henderson, die nog volstrekt niet
-kon begrijpen, waarom een auto langzamer moest loopen dan haar
-maximumsnelheid.
-
-Men bereikte Calais, eenige uren voor de kanaalboot zou vertrekken en
-er was dus voldoende tijd een plaatsbewijs te laten nemen en de auto te
-laten inladen.
-
-De overtocht had zonder het minste incident plaats en om drie uur in
-den middag reed de auto Londen weder binnen.
-
-Raffles verkeerde in een tamelijk sombere bui en Charly was weinig
-minder dan wanhopig. Al die moeite was vruchteloos geweest en opnieuw
-zou de strijd tegen Stanley, den misdadiger, moeten worden aangebonden
-onder heel wat moeilijker omstandigheden dan ooit tevoren, want niemand
-kon thans zeggen waar de schurk zich ophield, wat zijn plannen waren en
-welke de middelen waren, waarover hij de beschikking had.
-
-Dat Stanley het zeker niet meer zou wagen, naar zijn eigen huis terug
-te keeren, bleek Raffles nog dienzelfden dag, want toen hij des middags
-door de Kappelstreet liep, stond het huis van den meester te koop
-aangeslagen.
-
-Raffles bleef een oogenblik verbaasd staan kijken naar het groote bord,
-dat aan den gevel was aangeslagen, en mompelde toen:
-
-„Dat is de onbeschaamdheid ten top gedreven. De schurk verkoopt zijn
-huis als de eerste de beste brave burgerman, die genoeg heeft aan het
-leven in de stad en op het platteland wil gaan wonen. Ik ben benieuwd,
-wie deze zaak moet opknappen en hoe hij in het bezit zou komen van de
-koopsom. Maar daar valt me iets in, ik kon het huis zelf wel eens
-koopen, wanneer tenminste de prijs niet te hoog is.”
-
-Toen Raffles des avonds dit plan aan Charly mededeelde, keek de jonge
-man hem verwonderd aan en riep toen uit:
-
-„Wat moet jij in hemelsnaam met het huis beginnen.”
-
-„Ten eerste wil ik het zoo grondig mogelijk onderzoeken, want je weet
-dat er zich veel geheimen bevinden, die voor mij misschien van veel
-belang zijn en ten tweede is het misschien mogelijk, op deze wijze, als
-ik mij als kooper presenteer, weder op het spoor te komen van Stanley.”
-
-„Dat geloof ik haast niet. Hij zal natuurlijk een groot aantal
-tusschenpersonen gebruiken, die voor hem handelen. Een gansche keten
-van stroomannen, die je onmogelijk tot het einde zou kunnen volgen.”
-
-„Wij kunnen het in ieder geval beproeven,” meende Raffles kortaf.
-
-En reeds den volgenden dag begon hij zijn nasporingen onder een
-aangenomen naam, die van graaf Grasham, en Charly bleek maar al te goed
-te hebben gezien. Het huis bleek het eigendom te zijn van een
-eerwaardigen grijsaard, een man van bijna tachtig jaar, die verzekerde
-dat hij het in huur had gegeven aan een zekeren White, en reeds deze
-White bleek onvindbaar te zijn.
-
-Het was duidelijk, dat deze White of hoe de man dan inderdaad anders
-mocht heeten, in relatie had gestaan met een vroegeren bewoner van dit
-huis en dat de eigenaar die reeds meer dan half kindsch bleek te zijn,
-volstrekt niet geweten had wie er eigenlijk in zijn huis gewoond had.
-
-En bij een nader onderzoek bleek het eveneens, dat de tachtigjarige man
-slechts zeer weinig eigendomsrechten kon laten gelden, daar het huis
-zeer zwaar verhypothekeerd was en feitelijk reeds het eigendom was van
-den zooeven genoemden White of iemand anders, maar wie dat was, kon
-onmogelijk worden uitgezocht.
-
-Maar dat was voor Raffles van minder belang. Hij kon nog zeer goed een
-huis in Londen gebruiken en daarom aarzelde hij geen oogenblik, maar
-kocht het en liet de koopsom, tachtig duizend pond sterling,
-onmiddellijk aan den zaakgelastigde ter hand stellen.
-
-Er werd nog dienzelfden avond een acte van overdracht opgemaakt en toen
-kon Raffles zich de onbetwiste eigenaar rekenen van het groote,
-geheimzinnige huis, waar sedert eenige maanden de meester van het
-Genootschap van den Gouden Sleutel zijn tenten had opgeslagen.
-
-Charly was maar half te spreken over deze transactie en mopperde, toen
-Raffles hem mededeeling kwam doen van zijn aankoop:
-
-„Wat moeten wij nu in ’s hemelsnaam met dat huis doen, Edward. Je kunt
-toch geen tachtigduizend pond sterling uitgeven alleen om te voldoen
-aan je nieuwsgierigheid betreffende de inrichting van het huis. Je
-denkt het toch niet te verhuren?”
-
-„Dat denk ik integendeel wel degelijk te doen,” antwoordde Raffles
-bedaard. „Ik zie niet in, waarom ik ook niet een weinig als huisheer
-zou fungeeren. Het huis kan met een weinig kosten zeer veel worden
-verbeterd en ook hier is de woningnood zeer groot, dat men als het ware
-zal vechten om in mijn huis te mogen wonen. Ik weet zeker, dat die
-tachtig duizend pond geen weggegooid geld zal blijken te zijn. Zij
-zullen hun rente ruimschoots opbrengen, reken daarop.”
-
-„En neem eens aan, dat Stanley er achter komt, dat jij het was, die het
-huis gekocht hebt?”
-
-„Wel, ik ben overtuigd, dat hij minstens evenveel moeite zal hebben om
-dat te ontdekken, dan wij hadden om er achter te komen, wie de
-eigenlijke lastgever was, inzake den verkoop van het huis, en wie het
-geld zal opstrijken, ofschoon ik er wel bijna zeker van ben, dat
-Stanley zelf dat zal zijn. Overigens kan ik niet inzien, wat het hem
-zou baten als hij te weten komt, dat het huis in handen over is gegaan
-van graaf Grasham. Vandaar tot de ontdekking, dat graaf Grasham en John
-Raffles een en dezelfde persoon zijn, is nog een heele stap, en
-tenslotte, vindt hij ook dat uit, dan kan ik dat slechts toejuichen,
-want op deze wijze lok ik den ellendeling wellicht opnieuw op mijn pad,
-en dan mag hij zich voor mij in acht nemen, want ditmaal zal ik geen
-mededoogen kennen.”
-
-Maar in deze verwachting zou Raffles bedrogen worden.
-
-Het was alsof Stanley eensklaps van dezen aardbodem was weggevaagd.
-
-En toch was zijn aanwezigheid in Londen, voor hem, die goed wist op te
-merken, maar al te duidelijk, want het aantal zeer ernstige misdaden
-nam weder toe en voor Raffles viel er geen oogenblik aan te twijfelen,
-of zij gingen uit van een centrale organisatie, en de bedrijvers
-gehoorzaamden zekerlijk aan het bevel van den meester, dat bleek niet
-alleen aan de wijze, waarop de misdaden werden gepleegd maar ook uit
-hun onderlinge gelijksoortigheid.
-
-Een paar malen had er in de bladen een klein bericht gestaan
-betreffende de ontvluchting van Stanley en toen leek het wel alsof de
-politie alle hoop liet varen hem weder in handen te krijgen en zich
-niet verder met de zaak wenschte in te laten.
-
-Voor Raffles was deze staat van zaken ondragelijk, want ofschoon hij
-persoonlijk als Lord Aberdeen niet het minste gevaar liep en iedere
-mogelijkheid was uitgesloten dat de meester zijn lordschap zou aanzien
-voor den lang gezochten Gentleman-Inbreker, zoo zou zijn leven toch
-steeds gevaar loopen, zoolang zijn doodsvijand zich op vrije voeten
-bevond, want allicht kon een toeval de beide mannen weder tegenover
-elkander plaatsen en Raffles wist maar al te goed, hoe groot de macht
-was van de organisatie waarover Stanley het bevel voerde.
-
-Er verliep een week, die door Raffles uitsluitend besteed werd aan
-ijverige nasporingen en tot tweemalen toe meende hij het spoor van
-Stanley te hebben hervonden en tweemaal had hij zich daarin vergist...
-
-En toen trad hij op een morgen, nadat hij bijna den geheelen nacht door
-verschillende wijken van Londen had gezworven, de werkkamer van Charly
-Brand binnen en zeide kortaf:
-
-„Maak je reisvaardig Charly. Wij vertrekken vanmiddag.”
-
-De jonge man, die verdiept was in de bestudeering van eenige zeer oude
-jaargangen van de „Times”, wendde zich verrast naar Raffles en vroeg:
-
-„Wij vertrekken? Waarheen?”
-
-„Naar de Markiezeneilanden.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-OP WEG.
-
-
-Een oogenblik bleef Charly Raffles verwonderd aanzien en toen herhaalde
-hij langzaam:
-
-„Naar de Markiezeneilanden?”
-
-„Ja. En meer speciaal naar het Diamanteneiland.”
-
-„Je wilt Eleonora Manoury bezoeken?”
-
-„Ja. Begrijp je niet waarom?”
-
-„Ik moet erkennen....”
-
-„Zij moet me behulpzaam zijn bij het opsporen van Irwin Stanley, haar
-voormaligen minnaar, den schurk, die haar geheele bestaan vernietigd
-heeft, haar ziel bedorven, haar toekomst verwoest, zij haat hem erger
-dan de pest, en zij zal geen seconde aarzelen, mij op de hoogte te
-brengen van zijn gewoonten. Zij weet natuurlijk de namen van zijn
-vertrouwde vrienden, bij wie hij een schuilplaats heeft kunnen vinden.
-Zij kent ook die schuilplaatsen en als ik die eenmaal weet, dan wordt
-het terrein van mijn onderzoekingen zeer aanzienlijk beperkt.”
-
-Charly Brand had zwijgend toegeluisterd en geen oog afgewend van het
-gelaat van Raffles, dat strak en ernstig stond.
-
-Toen stond hij op, klapte het zware boek dicht en zeide eenvoudig:
-
-„Ik ben tot je dienst. Hoe zullen wij reizen?”
-
-„Wij zullen de vliegmachine gebruiken. Wees zoo goed, Henderson eens
-hier te roepen.”
-
-Charly trad op de huistelefoon toe en stelde zich in verbinding met de
-garage, die zich in den tuin bevond, zich uitstrekkend achter het huis
-in de Regentstreet, hetwelk Raffles sedert geruimen tijd onder den naam
-Lord William Aberdeen bewoonde.
-
-Hij sprak eenige woorden in het toestel, hing het weer op en wendde
-zich glimlachend tot Raffles met de woorden:
-
-„Wat denk je dat hij doet?”
-
-„Natuurlijk een auto schoonmaken,” antwoordde Raffles. „Ik geloof dat
-die goede reus geen andere bezigheid ter wereld zoo aangenaam vindt,
-als een ketting smeren, een klepveer opschuren, of een nieuwe
-zuigerveer inzetten. Ja, ik ben overtuigd dat hij volkomen gelukkig zou
-zijn op een onbewoond eiland, mits men hem slechts een Engelschen
-sleutel, een stuk staal en een paar vellen schuurpapier meegaf.”
-
-„Denk je hem mede te nemen?”
-
-„Ja, het is een vermoeiende reis en het is beter dat we elkander aan
-het stuurwiel afwisselen.”
-
-Een oogenblik later trad Henderson het vertrek binnen, nog bezig met
-het dichtknoopen van zijn livrei.
-
-Hij bleef op den drempel staan en vroeg:
-
-„Mylord beveelt?”
-
-„Ik wilde je even zeggen, dat wij vanmiddag op reis gaan, Henderson,”
-antwoordde Raffles.
-
-„Goed, Mylord. Met de auto?”
-
-„Neen, Henderson, met mijn vliegmachine, met „Den duivel der lucht”.”
-
-„Goed Mylord. Waarheen gaan we?”
-
-„Naar de Markiezeneilanden.”
-
-„Goed Mylord,” hernam Henderson zonder de minste aarzeling en zonder
-een spoor van verbazing te toonen.
-
-Hij had slechts een vaag besef waar men ter wereld ergens deze eilanden
-moest zoeken en hij wist alleen, dat het zeer ver moest zijn, maar dit
-boezemde hem eigenlijk bitter weinig belang in.
-
-Men zeide hem, dat zijn diensten verlangd werden om ergens heen te gaan
-en dat was ruimschoots voldoende, de rest was bijzaak.
-
-Raffles keek hem even glimlachend aan en vervolgde toen:
-
-„Weet je waar de Markiezeneilanden liggen, Henderson?”
-
-„Ergens in den Stillen Oceaan, naar ik meen, Mylord.”
-
-„Zoo is het. Je schijnt je niet goed voor te kunnen stellen, hoever het
-wel is, vriend James.”
-
-„Is het verder dan Amerika, Mylord?” vroeg Henderson nieuwsgierig.
-
-„Heel wat verder, Henderson,” antwoordde Charly lachend.
-
-„Ja Henderson, mijnheer Brand heeft gelijk. Wij moeten eerst den
-Atlantischen Oceaan over steken, vliegen dan over een groot gedeelte
-van Zuid-Amerika en volgen dan de evennachtslijn, totdat wij ongeveer
-acht graden zuiderbreedte en ongeveer veertig graden westerlengte de
-Markiezen of Marquesas bereikt hebben.”
-
-Henderson krabde zich achter het oor en keek nu toch een weinig
-verbijsterd.
-
-„Dat is heel wat kilometers, Mylord.”
-
-„Bijna veertien duizend, Henderson,” antwoordde Raffles met een effen
-gezicht. „Wij zullen over Para vliegen, een haven op de oostkust van
-Brazilië, en dit verlengt den afstand een weinig, maar dat heeft niet
-veel te beteekenen.”
-
-Het geweldige cijfer scheen wel eenigen indruk op den reus te maken,
-want hij keek beteuterd voor zich heen, waarop Charly hem op den
-schouder klopte en hernam:
-
-„Wij zullen je eenig denkbeeld geven van dien afstand, Henderson. Van
-Londen naar Para is juist vijf duizend kilometer, dat is hetzelfde
-alsof wij van Londen naar Moskou en terug zouden vliegen. Van Para tot
-aan de Markiezeneilanden is tachtig graden van den equator. Een
-equatoriale graad is honderd elf kilometer en nog een kleinigheid. De
-geheele afstand van Para tot aan ons einddoel is dus omstreeks acht
-duizend negen honderd vier kilometer. Tel daarbij de vijf duizend
-kilometer van Londen naar Para en je komt op het totaal van dertien
-duizend negen honderd vier kilometer.”
-
-Henderson staarde Charly verbluft aan en riep:
-
-„Dat is een heel reisje, mijnheer Brand.”
-
-„Ja, Henderson, en dat zal ik je duidelijk maken. Weet je hoeveel de
-omtrek van onze aarde is?”
-
-„Mijnheer Brand, ik— — —” stotterde de chauffeur. „Ik heb het nog nooit
-zoo precies becijferd. Zegt u het mij maar.”
-
-„De omtrek van onze aarde, langs de evennachtslijn gemeten, bedraagt
-vier en vijftig honderd geografische mijlen, dat is veertig duizend
-acht en zestig kilometer. Als wij dus van hier naar de
-Markiezeneilanden gaan, dan leggen we iets meer dan een derde deel van
-den omtrek der aarde af.”
-
-Henderson keek Raffles zwijgend en vragend aan alsof hij van hem een
-bevestiging verwachtte van deze verbazingwekkende mededeeling.
-
-Raffles knikte glimlachend en zeide:
-
-„Mijnheer Brand rekent je het daar zeer nauwkeurig voor, Henderson, zoo
-is het inderdaad.”
-
-„Als u het zegt, dan moet ik het gelooven,” barstte Henderson uit. „En
-hoelang doen wij over dat reisje?”
-
-„Als alles goed gaat, Henderson, kunnen wij den tocht in zeven en
-twintig uren volbrengen.”
-
-Secondenlang bleef het stil in het vertrek na deze woorden, die wel een
-grap leken te zijn en toch sprak Raffles niets anders dan de waarheid.
-
-Eenige jaren geleden had zijn geniale brein een vliegmachine
-uitgedacht, niet door benzine in beweging gebracht, maar door
-electriciteit en met dit vliegtuig had de Groote Onbekende reeds
-herhaalde reizen gemaakt met een snelheid die de vijfhonderd kilometer
-per uur onder gunstige omstandigheden soms overschreed.
-
-Uiterlijk week dit toestel niet veel af van de moderne eendekkers,
-behalve dan, dat het bijna uitsluitend uit aluminium was vervaardigd,
-maar het geheim van de beweegkracht had Raffles tot dusverre uitmuntend
-weten te bewaren, daar de electrische machine geheel omsloten was door
-een metalen kap, welks geheime sluiting alleen door de drie mannen
-geopend kon worden, die hier thans in dit vertrek bijeen waren.
-
-Het was ten tijde, waarop dit avontuur voor Raffles zich afspeelde,
-niet lang geleden bekend geworden, dat de stoutmoedige Fransche
-aviatuur Sadi Lecointe met zijn door benzine gedreven vliegmachine een
-snelheid had weten te bereiken van ruim drie honderd acht kilometer in
-het uur, maar dit slechts gedurende zeer korten tijd en hoe bleef deze
-waarlijk buitensporige snelheid ten achter bij die van den duivel der
-lucht, het wonderwerk van John Raffles.
-
-Henderson was die eerste die weder sprak en er lag eerbied en iets als
-vrees in zijn stem, toen hij aarzelend sprak:
-
-„Dit wil dus zeggen, Mylord, als ik mij tenminste niet vergis, dat wij
-met onze vliegmachine in nog iets minder dan drie en een half etmaal
-den geheelen aardbodem zouden kunnen omvliegen.”
-
-„En wel langs haar grootsten omvang, Henderson,” antwoordde Raffles
-bedaard.
-
-„Zoo is het mijn vriend, maar laat je dit niet al te zeer verbazen.
-Over een tiental jaren en misschien nog wel eerder zullen deze
-snelheden gemeengoed zijn geworden en ik ben vast overtuigd, dat dit
-moet bijdragen tot de verbroedering van de menschheid, waarnaar wij
-zooveel tientallen eeuwen lang vruchteloos met andere middelen hebben
-gestreefd.”
-
-„Maar Mylord, dan—dan is onze geheele aarde niet veel meer dan een
-kersepit,” riep Henderson opgewonden.
-
-„Minder Henderson. Een beetje minder,” antwoordde Raffles ernstig. „Een
-zandkorrel, een onnoozel stofje in de oneindigheid.”
-
-Weer bleef het even stil en toen hernam de Gentleman-Inbreker:
-
-„Wij vertrekken dus vanmiddag, Henderson, en ik verwacht, dat alles in
-orde is.”
-
-„Wat mij betreft, Mylord, zouden we binnen een uur kunnen opstijgen,”
-hernam Henderson. „De vliegmachine staat in volmaakte orde in uw
-particuliere loods van het vliegveld van Hendon. Nog gisteren heb ik
-alles zorgvuldig nagezien. De machine is uitmuntend in orde. De
-accumulatoren zijn geladen en als het moest zouden wij er veertien
-dagen mee in de lucht kunnen blijven.”
-
-„Goed zoo, Henderson. Dan behoeft er dus alleen nog maar gezorgd te
-worden voor proviand, dekens, onze tent, wapens, verrekijkers,
-ammunitie en andere benoodigdheden, waarvan mijnheer Brand een volledig
-lijstje heeft. Ik reken er op, dat wij om drie uur kunnen vertrekken.”
-
-„Alles zal in orde zijn, Mylord,” hernam Henderson eenvoudig.
-
-En hij draaide zich op zijn hielen om en vertrok, niet meer aangedaan
-of opgewonden dan wanneer Raffles hem zou hebben verzocht hem over een
-uur met de auto naar Piccadilly-circus te rijden.
-
-Wat Charly Brand betreft, hij haalde dadelijk het lijstje te
-voorschijn, keurig met de schrijfmachine opgesteld, waarop tot in de
-minste bijzonderheden alles vermeld stond, wat de reizigers konden
-noodig hebben bij een reis naar de tropen en die een zoo goed als
-geheel onbewoond eiland tot einddoel had.
-
-Het lijstje bevatte een honderdtal nummers, van vetlederen laarzen tot
-kaarsen, van ontplofbare geweerkogels voor de jacht op grof wild, tot
-schoenveters.
-
-Binnen een uur was deze voorraad bijeen gebracht en met de uiterste
-zorg verpakt in twee langwerpige koffers van aluminium met afgeronde
-hoeken en die zoo vervaardigd waren, dat zij nauwkeurig pasten in wat
-men zou kunnen noemen het ruim van het kleine vliegtuig dat hen moest
-overbrengen.
-
-Het gewicht van al deze benoodigdheden was op een paar ons na bekend,
-en Raffles wist dan ook steeds zeer nauwkeurig welk gewicht hij nog aan
-andere zaken, passagiers of goederen kon meenemen.
-
-Wat de proviand betreft, zij bestond voor een deel uit geconserveerde,
-voor het andere deel uit versche levensmiddelen, want het was een der
-wonderen van den „Duivel der lucht”, dat men aan boord zeer gemakkelijk
-door middel van electriciteit allerlei smakelijke dingen kon koken,
-bakken of braden, zonder het minste gevaar voor brand.
-
-Nadat dit alles verzorgd was, nadat Charly nog eens had nagegaan of de
-voortreffelijke Winchester-repeteergeweren, de revolvers, de dunne maar
-warme dekens van dons, de sextanten en verrekijkers, de blikjes met
-verduurzaamde levensmiddelen, de lichte, maar ondoordringbare
-zesmanstent en alle andere zaken aanwezig waren, werden de kisten op de
-auto geladen en de drie mannen vertrokken. Het huis achterlatend in de
-hoede van den grijzen kamerbediende van Lord Aberdeen, den trouwen
-Gaston.
-
-Binnen anderhalf uur had de auto Hendon bereikt, waar de drie mannen de
-lunch gebruikten en daarop reed de auto het vliegterrein op, en
-regelrecht naar de loods van plaatijzer, waar de vliegmachine van
-Raffles veilig stond opgeborgen.
-
-De auto werd op haar beurt gestald, nadat de metalen koffers waren
-afgeladen, benevens de kisten met levensmiddelen, en hierop opende
-Raffles zelf met behulp van zijn sleutel de breede vleugeldeuren van de
-loods, welke zelfs Henderson eenige moeite had op haar hengsels te doen
-draaien.
-
-De drie mannen rolden den „Duivel der lucht” naar buiten.
-
-Het was een zeer sierlijk toestel, met vleugels, gelijkend op die van
-een libel, een vierbladige schroef en een voortreffelijk veerend
-onderstel, hetgeen de landing, zelfs op ongelijk terrein mogelijk
-maakte.
-
-En zoo fijn en tenger zag deze mechanische vogel er uit, dat niemand op
-het denkbeeld zou komen, dat in haar binnenste een geheimzinnige
-machine verborgen was, in staat om meer dan vijftien honderd
-paardekrachten op te leveren.
-
-Achter en halverwege onder de draagvlakken bevond zich de kajuit, aan
-weerszijden van drie ronde kijkramen voorzien als de patrijspoorten van
-een schip en waarvan men het dak naar willekeur kon sluiten en
-openschuiven, al naar de weersgesteldheid, de hoogte van het toestel
-boven de aarde of de luchtstreek waarin het vertoefde, dit wenschelijk
-of mogelijk maakte.
-
-Het toestel had een glans als van dof gepolijst zilver en het kon door
-de drie mannen zonder de minste moeite over het als een biljardlaken
-zoo gladde veld worden voortbewogen.
-
-Snel, voor zich al te veel nieuwsgierigen van het vliegkamp zich ter
-plaatse konden bevinden, werd de bagage ingeladen, weggestouwd en
-vastgezet, zoodat verschuiven onmogelijk was en daarop begaven de drie
-mannen, nadat de deur van de loods weder gesloten was, zich aan boord
-van het ranke vliegtuig.
-
-Reeds voor zij vertrokken, hadden zij zich in hun vliegkleeding
-gestoken, zoodat het vertrek snel kon plaats hebben.
-
-Het had juist drie uur geslagen op de groote klok van het vliegterrein,
-toen Raffles, die het eerst de machine zou besturen, een kleinen
-hefboom overhaalde en daardoor de machine inschakelde.
-
-De schroef begon aanstonds te draaien, eerst langzaam, toen hoe langer
-hoe sneller. Het toestel schoof eenige meters vooruit, verhief zich met
-een sierlijken zwaai van het grasveld en steeg trots en met oneindige
-bevalligheid in de blauwe lucht omhoog.
-
-De reis naar het Diamanteneiland had een aanvang genomen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-REIS EN AANKOMST.
-
-
-Raffles liet den duivel der lucht stijgen tot een hoogte van omstreeks
-twee duizend meter en hij droeg zorg gedurende die stijging de snelheid
-niet al te zeer op te drijven, daar hij er volstrekt niet verlangend
-naar was, de vermogens van zijn vliegtuig noodeloos te verraden.
-
-Groote spiralen beschrijvend steeg de machine op, en daarop zette
-Raffles aanstonds koers naar het zuidwesten.
-
-Daar hij voornemens was, in zuiver rechte lijn naar Para te vliegen,
-moest hij het kanaal oversteken, dat binnen weinige minuten bereikt
-was, en vervolgens een gedeelte van Frankrijk, waarbij de oorlogshaven
-Brest een paar mijlen aan stuurboord bleef liggen.
-
-Raffles stak de golf van Biskaje in haar volle breedte over en hield
-aan op de Kaap Finisterre, welks uiterste puntje van Spanje nog voor
-vier uur bereikt werd.
-
-En toen de kust van Portugal uit het oog verdween, wisten de drie
-mannen dat zij geen land meer zouden aanschouwen, voor zij Para hadden
-bereikt, met uitzondering van het eiland Madera, dat zij een half uur
-later aan den horizont zouden zien opdoemen als een groote, kleurige
-ruiker, neergelegd op een ontzaglijke plaat van spiegelglas.
-
-Op aarde was de temperatuur voor den tijd van het jaar buitengewoon
-zacht geweest, maar op deze hoogte van vierduizend meter, waarop
-Raffles de machine thans gebracht had, was de koude zeer voelbaar en de
-drie mannen beklaagden er zich niet over dat zij zich in hun warme
-pelzen hadden gestoken.
-
-Onder de vliegmachine breidde thans de Atlantische Oceaan zich in zijn
-onmetelijke pracht uit.
-
-De zon goot haar stralen over de diep blauwe golven van deze zee, die
-twee vaste landen van elkander scheidt, en hier en daar ontwaarden de
-luchtreizigers groote zeeschepen, die echter door den afstand niet
-grooter leken dan notendopjes.
-
-De reizigers bevonden zich hier op een zeer druk bevaren gedeelte van
-den Oceaan, want hier kruisten de routes elkander van Lissabon naar
-Pernambuco, van Marseille naar Buenos Aires, van Bordeaux naar dezelfde
-plaats, van Hamburg en Liverpool naar Para, van Marseille naar Dakar,
-van Liverpool naar Madeira, van Cadix naar Havana, van Amsterdam naar
-Paramaribo en nog zooveel andere stoomvaartlijnen, die langzamerhand
-weder herleefden, nadat de gruwelijke wereldoorlog als het ware alle
-handelsschepen met een enkelen slag van de zeeën had weggevaagd.
-
-Somtijds zagen de drie mannen wel zes of zeven groote schepen tegelijk,
-dikke, roetzwarte rookwolken uitbrakend, en alsof zij met elkander
-wedijverden, de producten van vreemden bodem naar het eigen land te
-voeren.
-
-Inmiddels werkte de machine van den duivel der lucht met de
-regelmatigheid van een uurwerk en daar men geen last had van de
-oorverdoovende ontploffing van twee of zelfs vier benzinemotoren, werd
-alleen het suizend geluid van de schroef vernomen.
-
-Zien deed men er volstrekt niets van, zoo ongeloofelijk snel wentelde
-zij rond.
-
-Raffles had de snelheid reeds lang op haar maximum gebracht en gierend
-als een stormwind, veel sneller dan de snelste albatros, sneller dan
-een orkaan, stormde de ranke, mechanische vogel door het luchtruim.
-
-Nu en dan wisselde Charly en Henderson, veilig verborgen achter den
-opstaanden rand van het schuitje, eenige woorden met elkander.
-
-„Wordt het niet bijna tijd voor het diner, mijnheer Brand,” vroeg
-Henderson na eenigen tijd, terwijl hij zijn horloge raadpleegde.
-
-„Volgens jouw horloge zeker wel,” antwoordde Charly Brand lachend,
-„maar je loopt bijzonder voor.”
-
-„Dat meent u toch zeker niet, mijnheer Brand,” riep Henderson
-verontwaardigd uit, dat men iets kwaads durfde zeggen van zijn trouwen,
-nikkelen knol, waarvan hij verklaarde dat het per jaar geen volle
-minuut voorliep.
-
-„Ik meen het in vollen ernst, Henderson. Volgens de plek, waar wij nu
-zijn, moet je horloge verkeerd gaan.”
-
-„Maar ik heb het vanmorgen pas opgewonden, mijnheer Brand en het
-vergeleken met de klok van de St. Paulskerk,” riep Henderson uit.
-
-„En juist omdat je horloge gelijk gaat met de klokken te Londen, vriend
-James, daarom kan het onmogelijk gelijk gaan met de klokken onder onze
-vliegmachine, verondersteld, dat die er zouden zijn.”
-
-Henderson scheen nog niet overtuigd te zijn en schudde afkeurend het
-hoofd, terwijl hij bromde:
-
-„Daar begrijp ik volstrekt niets van, mijnheer Brand.”
-
-„Dat zal ik je trachten duidelijk te maken, Henderson,” hernam Charly.
-„Het is werkelijk minder ingewikkeld dan je denkt. Je hebt zeker wel
-onthouden, nietwaar dat de afstand van Londen naar Para rond vijf
-duizend kilometer bedraagt?”
-
-„Zoo is het, mijnheer Brand.”
-
-„Daar de vliegmachine vijf honderd kilometer per uur aflegt, moet zij
-die reis juist in tien uren volbrengen en daar wij om drie uur in den
-middag zijn opgestegen, moeten wij om een uur in den nacht te Para
-zijn, tenminste volgens onze horloges. Maar dan zullen de klokken te
-Para een heel anderen tijd aanwijzen, Henderson, een veel vroegeren
-tijd, en wel zooveel maal vier minuten, als er graden liggen tusschen
-Londen en Para, dat wil zeggen, vijf en veertig. Het zal dus te Para,
-wanneer wij aankomen, honderd tachtig minuten, dat is drie uur vroeger
-zijn, elf uur in den avond.”
-
-Henderson had zijn hoofddeksel achter op zijn hoofd geschoven en de
-wenkbrauwen gefronst.
-
-Hij scheen zich uit alle macht in te spannen om dit te kunnen begrijpen
-en toen barstte hij eensklaps uit:
-
-„En mag ik weten, mijnheer Brand, wie die nonsens heeft uitgevonden?”
-
-„De zon, beste Henderson, niemand anders dan de zon,” antwoordde Charly
-glimlachend. „Herinner je maar eens, dat ons schitterend hemellichaam
-zijn schijnbaren tocht om de aarde zeer nauwkeurig in vier en twintig
-uren volbrengt. Welnu, onze aarde is verdeeld in drie honderd zestig
-graden en de zon heeft dus juist vier minuten noodig om een graad te
-doorloopen. Kun je me volgen?”
-
-„Ik doe er mijn best voor, mijnheer Brand,” antwoordde de reus, terwijl
-hij Charly de woorden van de lippen scheen te willen lezen.
-
-„Welnu, dan is het immers duidelijk, dat iemand die naar het oosten
-reist, dat wil zeggen, de zon tegemoet, bij iederen graad vier minuten
-op het hemellichaam moet winnen?”
-
-Henderson had zijn hoofd in de handen verborgen en zat geruimen tijd in
-diep gepeins verzonken. Eindelijk keek hij Charly weder aan en hernam
-brommend:
-
-„Ik wil wel gelooven dat het zoo is, mijnheer Brand, en misschien is
-het wel goed ook zoo, maar u moet mij niet kwalijk nemen, ik houd het
-liever met mijn horloge.”
-
-„En daarin kan ik je geen ongelijk geven, vriend James,” riep Charly
-lachend uit. „Knoei vooral niet aan je horloge, het is voor de
-berekening van Mylord juist goed, om nauwkeurig te weten, hoe laat het
-op een gegeven oogenblik te Londen is.”
-
-„Nog een enkele opmerking, mijnheer Brand. Als ik u dus goed begrepen
-heb, zou het, als men maar vlug genoeg kon reizen, mogelijk zijn, om
-bij voorbeeld om drie uur te New York aan te komen, terwijl men een
-half uur later uit Londen zou zijn vertrokken.”
-
-„Dat zou inderdaad mogelijk zijn, Henderson, mits men kon beschikken
-over een vervoermiddel dat nog vlugger reisde dan de zon en nog meer
-dan een graad, dat wil zeggen honderd elf kilometer langs den equator
-gemeten, in elke vier minuten aflegde en zoo’n voertuig is nog niet
-uitgevonden.”
-
-„De duivel der lucht gaat niet veel langzamer, mijnheer Brand,” riep
-Henderson uit.
-
-„Nu laat je je wel een weinig door je bewondering meesleepen,
-Henderson. Een snelheid van een graad per vier minuten met een
-uursnelheid van bijna zeventien honderd kilometer, zoover heeft de
-duivel der lucht het nog niet gebracht, maar mocht er inderdaad een
-vliegmachine worden uitgevonden, die zeventien honderd kilometer per
-uur kon afleggen dan zou men te twaalf uur in den middag te Londen
-opstijgen en steeds in westelijke richting vliegend, nauwkeurig op
-datzelfde uur in iedere andere stad der wereld aankomen, hoever of hoe
-dicht bij ook gelegen.”
-
-„Daar staat je verstand eenvoudig bij stil,” riep Henderson
-hoofdschuddend. „Mijnheer Brand, ik zal u wat zeggen, ik geloof dat wij
-er het beste aan doen, als wij ons door onze maag laten leiden bij het
-bepalen van den tijd en de mijne waarschuwt me nu dat het uur om te
-dineeren is aangebroken.”
-
-„Volg jij dan de ingeving van je maag maar, Henderson,” hernam Charly
-lachend, „en zorg voor een goeden maaltijd.”
-
-Henderson liet zich dat geen tweemaal zeggen en aanstonds maakte hij
-zijn toebereidselen.
-
-De contactstoppen werden in de daartoe bestemde gaten gezet en weinige
-minuten later waren de kookplaten en de oven gloeiend warm.
-
-Henderson had met groote behendigheid een paar kuikens geplukt en
-bereidde nu dit gevogelte op een manier, die de bewondering van Charly
-wekte.
-
-Hij opende een blikje groente, maakte den inhoud warm, roosterde brood,
-kookte een paar eieren, waarvan er een paar dozijn waren meegenomen, en
-diende tenslotte dit alles keurig op in het aluminium vaatwerk, hetwelk
-geplaatst werd op een soort tafeltje, lang en smal, hetwelk men naar
-believen in den bodem van het schuitje kon neerklappen en met een
-dunnen planken vloer overdekken.
-
-Henderson ging Raffles aan de stuurinrichting vervangen en een
-oogenblik deden de beide vrienden zich te goed aan den voortreffelijk
-bereiden maaltijd, begoten met een flesch goede Cantemerle.
-
-Een van de uitnemende hoedanigheden van Raffles’ vliegmachine was, dat
-men er ongestraft kon rooken, want wegens de afwezigheid van benzine,
-en daar bijna alle deelen uit aluminium waren vervaardigd, was ieder
-gevaar voor brand uitgesloten.
-
-En zoo staken de beide vrienden hun sigaretten aan en spoedig dwarrelde
-de lichtblauwe rook door de kleine ruimte om een uitweg te zoeken door
-een soort schuin geplaatst schoorsteentje, hetwelk voor
-luchtverversching diende, en zooals men ze ook vindt aan boord van de
-groote mailbooten.
-
-En intusschen zette de duivel der lucht zonder schokken of trillingen
-en toch met een ongeloofelijke snelheid, door geen enkel vliegtuig
-geëvenaard zijn weg door het luchtruim voort.
-
-Langzamerhand begon de schemering over den Oceaan te vallen en de zon
-zonk achter de westerkim met stralenden glans in zee.
-
-Tamelijk snel nam de duisternis toe, zooals het geval is in alle
-streken der aarde, in de nabijheid der keerkringen gelegen en spoedig
-was het volkomen duister.
-
-Maar aan den nachtelijken hemel tintelden milliarden sterren en in diep
-stilzwijgen genoten de twee mannen van het verrukkelijke schouwspel,
-indrukwekkender dan onverschillig welk ander natuurtafreel, en waarvan
-men den invloed pas goed ondergaat als men zich tusschen hemel en aarde
-bevindt, ver van het gedruisch der samenleving.
-
-De melkweg was zeer duidelijk zichtbaar en onvergelijkelijk schitterde
-het sterrebeeld van den Grooten Beer.
-
-De maan was opgekomen en haar zilveren licht deed de golven van den
-Oceaan met een wonderlijken lichtschijn glanzen.
-
-Nu en dan doemde er diep beneden de luchtreizigers een rij van lichtjes
-op; dat was een mailboot, die haar weg zocht over den wijden Oceaan.
-
-Er kon thans alleen maar op het kompas gestuurd worden, maar Raffles
-wist dat dit aan Henderson was toevertrouwd en dat hij geen streep zou
-afwijken van de juiste richting.
-
-Het werd nu tijd om aan nachtrust te gaan denken en Raffles was de
-eerste, die zich neervlijde op het smalle rustbed, nadat hij Charly de
-noodige instructies gegeven had voor den tocht, dwars over Zuid
-Amerika.
-
-Henderson zou nog eenige uren de machine blijven besturen, om dan zijn
-plaats in te ruimen voor Charly Brand.
-
-Binnen korten tijd zou men land in zicht krijgen en Henderson was
-degeen, die dit het eerste ontdekte.
-
-Hij wendde even het hoofd om naar Charly, die in gedachten voor zich
-uitstaarde en toen de jonge man de richting van zijn blik volgde, zag
-hij het eerst een vage, donkere streep, die al spoedig duidelijker werd
-en tenslotte een grillige kustlijn vormde, hier en daar onderbroken
-door kleine rijen gloeiende stipjes; dat waren de steden.
-
-Charly verliet zijn plaats in de kajuit en ging naast Henderson zitten
-om het stuurwiel uit diens handen over te nemen.
-
-Het was thans de beurt van den reus om eenige uren welverdiende
-nachtrust te genieten.
-
-Het bleek spoedig dat Henderson zich in de richting bijna niet vergist
-had, want binnen tien minuten zweefde de vliegmachine boven een groote
-stad, die niet anders kon zijn dan Para, gelegen aan de breede monding
-van de Tocantins.
-
-Maar het was niet deze rivier, welke de jonge man zou volgen. Dat was
-de Amazone, een van de grootste en schoonste rivieren der wereld, met
-een buitengewoon groot aantal voorname zijrivieren, en die door geheel
-Zuid Amerika voert, van het oosten naar het westen.
-
-Eindelijk had men nu weder land onder zich en veiligheidshalve liet
-Charly de vliegmachine stijgen en bleef op het kompas doorvliegen.
-
-Toch ontwaarde hij nu en dan het glanzen van het maanlicht op de kalme
-wateren van de machtige rivier, den Amazonestroom onder zich en dit gaf
-hem een gevoel van gerustheid. Hij wist nu, dat hij de goede richting
-volgde.
-
-Zonder een oogenblik op te houden, zette de vliegmachine haar tocht
-voort, dwars door Brazilië en vervolgens over een gedeelte van Peru.
-
-De snelste trein zou over den afstand van Para naar Quito op de
-oostkust van Zuid Amerika ongeveer vijftig uren hebben gedaan. De
-duivel der lucht legde dien afstand af in zes uur en toen de dag weder
-aanbrak, had Raffles, die ontwaakt was, juist nog gelegenheid om een
-afscheidsgroet toe te wuiven aan de Cordilleras de los Andes, de
-ontzaglijke bergketen, die zich van het uiterste noorden tot de
-zuidelijkste punt langs de oostkust van Zuid Amerika verheft.
-
-En van dit oogenblik af zouden de drie luchtreizigers nogmaals niets
-anders beneden zich zien dan golven en nog eens golven. Ditmaal van den
-grooten Stillen Oceaan.
-
-Charly zorgde ditmaal voor het ontbijt en Raffles nam het stuurwiel
-weder van hem over teneinde den duivel der lucht naar de plaats van
-bestemming te brengen.
-
-Alles beloofde een verrukkelijken dag en zelfs hier bovenop een hoogte
-van bijna twee duizend meter en ondanks de vreeselijke snelheid werd
-men den invloed gewaar van den warmen golfstroom, die zich hier ten
-zuiden van den Equator in bijna volkomen rechte lijn uitstrekt over
-honderden en nogmaals honderden kilometers lengte.
-
-De uren verstreken, zonder dat zich er iets bijzonders voordeed.
-
-En eindelijk klonk het over de lippen van Henderson, die verbazend
-sterke oogen had, de kreet: „Land”.
-
-Reeds tien minuten later zweefde de duivel der lucht op zeer groote
-hoogte boven een eindelooze reeks kleine eilandjes, die zich voordeden
-als stippen en die de uitloopers waren van de Paumotueilanden.
-
-Duizenden eilanden, waarvan er zeer vele niet, of slechts zeer weinig
-bekend zijn, zijn hier als het ware op den Oceaan rond gestrooid door
-een machtige hand, en vele daarvan hebben hun ontstaan te danken aan
-den arbeid van het koraaldiertje, dat hier duizenden eeuwen werk heeft
-aan de vorming der koraaleilanden, of Atols, in vele gevallen niets
-meer dan een kring van koraalriffen, die somtijds slechts een meter of
-iets meer boven de golven uitsteken en een cirkelvormig meer omsluiten
-in welks midden zich somtijds een eilandje verheft.
-
-Maar ook zijn vele eilandjes niets anders dan de toppen der bergen,
-behoorende tot het vasteland, hetwelk zich hier, volgens vele
-aardrijkskundigen, honderd duizenden jaren geleden moet hebben
-bevonden.
-
-De duivel der lucht stevende steeds verder en Raffles liet de machine
-een weinig dalen en scheen te zoeken als een sperwer, die uit een
-vlucht duiven zijn slachtoffer uitzoekt.
-
-En eindelijk doemde aan den horizon een nieuw eiland op, dat wat
-grooter scheen dan de vorigen en waarvan de grillige vormen spoedig
-duidelijker zichtbaar werden.
-
-Het eiland had een vorm van een Australische boomerang, of van een
-reusachtige letter L, zonder dat echter de hoek in het midden volkomen
-recht was, maar eerder tamelijk stomp.
-
-Aan het uiteinde van een der beenen van deze L verhief zich een
-voorgebergte tot op een hoogte van omstreeks twee honderd meter en
-waarvan men ongetwijfeld een ruim uitzicht moest hebben op dit gedeelte
-van den Stillen Oceaan.
-
-Maar landwaarts in verhieven zich bosschen en reeds kon het scherpe oog
-van Henderson een paar zilveren linten ontwaren. Dat waren de beide
-riviertjes die hun oorsprong vinden op dat zooeven genoemde gebergte en
-in tallooze kronkelingen afdaalden naar de vallei om zich tenslotte uit
-te storten in twee inhammen, omzoomd met schoone palmen.
-
-Niet zoodra had Raffles het eiland ontwaard, of hij liet de
-vliegmachine aanzienlijk dalen en met overrompelende snelheid werden de
-vormen van het eiland reeds duidelijk zichtbaar om een oogenblik later
-niet langer waarneembaar te zijn, want de vliegmachine bevond zich
-thans op slechts honderd meter hoogte boven een uitgestrekte vlakte,
-waarop zij even later zachtjes neerstreek, als vermoeid van haar tocht.
-
-En nauwelijks waren de drie mannen uitgestapt en hadden zij zich
-ontdaan van de zware pelzen, die hen thans zeer benauwden, of heel in
-de verte, aan het begin van het uitgestrekte weiland, naderden haastig
-een viertal gedaanten.
-
-Het waren vrouwen, waarvan er twee, die de beide anderen een weinig
-vooruit waren, met doeken wuifden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-EEN DREIGEND GEVAAR.
-
-
-Zoo vreemd was deze plotselinge verschijning van vrouwelijke wezens op
-dit eiland dat men wel onbewoond moest wanen, daar het ver buiten de
-gewone scheepvaartroute lag, dat Charly een oogenblik vol verwondering
-bleef toezien.
-
-Toen vroeg hij op zachten toon, zich tot Raffles wendend:
-
-„Zijn dat je beschermelingen?”
-
-„Ja, Charly, dat is de Armeensche Sonja Bastides met haar beide
-dienstmaagden, die haar volgden en de ongelukkige Eleonora Manoury, die
-ik op haar eigen verlangen naar mijn schatkamereiland heb moeten
-brengen.”
-
-Intusschen naderden de vrouwen snel, en de Armeensche, vlug als een
-hinde, had Raffles spoedig bereikt, knielde voor hem neder, greep zijn
-hand en bracht die vol eerbied aan de lippen, voor Raffles haar had
-kunnen opheffen.
-
-Het was een zeer schoone, nog jonge vrouw, met alle kenmerken van haar
-ras, een klassiek gesneden, ovaal gelaat, zacht olijfkleurig, een
-schoon, gewelfd voorhoofd en de prachtigste oogen, die men zich kan
-denken, overwelfd door wenkbrauwen, waarvan de onberispelijke boog de
-bewondering gaande maakte van Charly Brand.
-
-De jonge man kende de geschiedenis van deze vrouw.
-
-Ruim vijf jaren tevoren had Raffles, die zich toen in Turkije bevond,
-haar met gevaar voor zijn eigen leven en in een vreeselijken strijd
-weten te ontrukken aan de klauwen van een Turk, Mustaphar Efrim
-geheeten, die haar had willen ontvoeren, nadat hij, geholpen door een
-bende zijner landgenooten haar vader en haar moeder, benevens het
-geheele dienstpersoneel van de rampzalige Armeensche familie had
-vermoord en hun huis in brand gestoken.
-
-Nadat letterlijk het geheele gezin van het jonge meisje tot het laatste
-lid was uitgeroeid en zij niemand ter wereld meer bezat om zich over
-haar te ontfermen, trok Raffles zich het lot van de jonge Armeensche
-aan, en op haar eigen aandringen bracht hij haar met eenige harer
-dienstmaagden eerst naar een onbewoond eiland, ten noorden van Island
-gelegen, hetwelk Raffles eveneens tot een van zijn schatkamers had
-ingericht en vervolgens, nadat door een noodlottigen samenloop van
-omstandigheden het bestaan van dit eiland aan zeeroovers bekend was
-geworden, naar de plek, waar zij zich thans bevond, en waarheen hij
-omstreeks een week geleden en eveneens op haar eigen dringend
-verlangen, Eleonora Manoury had overgebracht, de voormalige minnares
-van Irwin Stanley.
-
-Het spreekt vanzelf dat Raffles gedurende al dien tijd meermalen aan de
-jonge Armeensche, die met innige liefde voor haar redder vervuld was,
-het voorstel had gedaan, om weder naar de bewoonde wereld terug te
-keeren. Maar telkens had zij geweigerd en zij gevoelde zich met haar
-beide dienstmaagden Mirza en Ina volkomen gelukkig, hier op dit
-verrukkelijke plekje en zij geloofde in waarheid den redder van haar
-eer en van haar leven een dienst te bewijzen, door de schatten te
-bewaken, welke hier goed verborgen waren.
-
-Eleonora Manoury had zwijgend toegekeken bij de begroeting van John
-Raffles door de jonge Armeensche en zij trad nu zelf naderbij. Een
-schoone, maar zeer bleeke vrouw, wier gelaat nog steeds de sporen droeg
-van haar vroeger lijden en van de ziekte die het gevolg was van de
-gevaarlijke wonde, haar door Stanley toegebracht.
-
-Zij stak Raffles met een aarzelend gebaar de hand toe en zeide op
-zachten toon:
-
-„De hemel zij gedankt, dat ge gekomen zijt, Raffles. De Voorzienigheid
-moet u hierheen gebracht hebben. Maar nu vreezen wij niets meer.”
-
-„Vreezen?” vroeg Raffles verwonderd. „Wat meent gij daarmede? Wat kunt
-gij te vreezen hebben op dit eiland, hetwelk op geen enkele kaart
-voorkomt, waar zich geen enkel schadelijk dier ophoudt en dat nimmer
-door eenig vaartuig wordt aangedaan?”
-
-Er liep een huivering over het lichaam van de jonge vrouw, toen zij
-antwoordde:
-
-„Er zijn hier menschen geweest, nog pas gisteren, maar ik kan er niet
-over spreken, gij zult het zelf zien.”
-
-„Menschen?” herhaalde Raffles verwonderd. „Maar dat komt mij onmogelijk
-voor. Dan moeten het wilden geweest zijn, die van een der naburige
-eilanden hierheen zijn gekomen.”
-
-Sonja Bastides knikte bevestigend op deze woorden en op haar schoone
-gelaat lag een uitdrukking van ontzetting.
-
-„Het waren wilden,” zeide zij zachtjes. „Ik dank den Heer, dat ge
-gekomen zijt. Kom spoedig.”
-
-En de jonge vrouw nam Raffles bij de hand en voerde hem mede over de
-weide, terwijl de anderen volgden.
-
-Er werd weinig gesproken, want iedereen was te zeer onder den indruk
-van de weinige woorden, zooeven door de twee vrouwen gesproken.
-
-Charly Brand begreep er de beteekenis maar al te goed van.
-
-Hij wist dat er zich bij de honderden eilandjes, waaruit de meer
-zuidelijk gelegen Paumotueilandengroep is samengesteld, nog velen zijn,
-bewoond door wilden, in de ware beteekenis van het woord, kannibalen,
-die nog nimmer in aanraking zijn geweest met de westersche beschaving
-en die, wanneer door een storm een schip op de kust geworpen wordt,
-alle opvarenden meedoogenloos vermoorden om vervolgens een
-afschuwelijken maaltijd aan te richten.
-
-Menigmaal trokken deze wilden naar een der naburige eilanden, alleen
-met het doel, om er de bewoners te overvallen, en zooveel mogelijk
-gevangen mede te voeren en dezen te slachten.
-
-Maar nog nimmer was het voorgekomen, dat de wilden zich in hun prauwen
-zoover durfden wagen en nog altijd hoopte de jonge man, dat de beide
-vrouwen zich vergist moesten hebben.
-
-Aan den rand van de weide, niet ver van een dicht begroeid bosch van
-cocospalmen, tamarindeboomen en ceders, verhief zich een kleine hut,
-die vanuit zee volkomen onzichtbaar was, en welke Raffles zoo
-gerieflijk mogelijk had ingericht.—Men vond daarenboven een tamelijk
-groot, gemeenschappelijk vertrek, waar Sonja zich met haar beide
-vrouwen kon ophouden en dat geheel was ingericht volgens de Armeensche
-zeden, met lage rustbanken, mollige kussens op den vloer, die met dikke
-fijn gevlochten matten bedekt was, kleurige tapijten aan de wanden en
-eenige gemakkelijke stoelen.
-
-Dan waren er nog eenige slaapvertrekken en afzonderlijk, door een
-smalle gang in verbinding met het huis staande, lag de keuken.
-
-Een weinig verder bevond zich de kleine stal, waar eenige geiten, een
-ezelin en een klein Javaansch paardje gestald stonden, welk laatste
-rijdier door de jonge Armeensche menigmaal gebruikt werd om tochtjes
-over het eiland te maken, dat twee uur gaans lang en half zoo breed
-was.
-
-Op eenige meters afstand van het kleine landhuis stroomde een der beide
-riviertjes, die op deze plek niet breeder was dan vier meter, overbrugd
-door een soort plankier van bamboe, van een lage leuning voorzien en
-die toegang gaf tot een achter de rivier gelegen bad.
-
-Maar men hield zich hier niet op. Raffles wilde zich eerst persoonlijk
-gaan overtuigen, of de beide vrouwen zich misschien niet vergist
-hadden.
-
-En zoo begon men den oever van het kristalheldere riviertje te volgen,
-dat in de grootste der beide baaien van het eiland op de westelijke
-kust uitstroomde.
-
-Men had hiertoe gebruik gemaakt van het kleine bruggetje en bevond zich
-nu op den linkeroever van den stroom.
-
-Nu en dan naderde het woud de rivier zoo dicht, dat er slechts weinig
-ruimte overbleef voor het smalle voetpad, hetwelk langs den oever
-leidde en dat zich in den loop der jaren gevormd had, waar Sonja
-Bastides de gewoonte had, iederen dag van de hut een wandeling te maken
-naar de baai, vanwaar men een verrukkelijk uitzicht had over dit
-gedeelte van den Oceaan en soms bij zeer helder weder de westelijkste
-eilanden van de Markesagroep, Hiau, Nukuhiwa en Tahuata kon zien
-liggen.
-
-Onder alle andere omstandigheden zouden de drie mannen zeker genoten
-hebben van alles wat hen omringde, van de bonte vogels, die in de hooge
-toppen der cocospalmen snaterden en die wel levend goud, karmozijn en
-porphier leken, van het grappig gestoei der kleine aapjes, wonderlijk
-sierlijk, met hun buitengewoon lange grijpstaarten en van de halfapen,
-de maka’s met hun zonderling groote oogen, van den zoelen zephir die de
-geuren van tamarinde, foelie en vanille aanvoerde, van het verre
-ruischen van de branding op de koraalriffen, die het eiland voor een
-gedeelte omgaven en van het onvergelijkelijke blauw van den hemel boven
-hun hoofden.
-
-Maar nu konden zich hun gedachten niet met al deze schoonheden
-ophouden, want nog altijd klonk het in hun ooren als een wanklank; de
-woorden van Eleonora Manoury.
-
-Een paar malen had men een hoogen heuvel moeten overtrekken, maar
-eensklaps, na bijna een uur te hebben geloopen, strekte zich de baai en
-daarachter de eindelooze zee voor de blikken der wandelaars uit.
-
-De inham had een bijna zuivere, halfcirkelvormige gedaante en was
-omstreeks honderd meter diep en even breed. Zij was omzoomd door een
-uitermate gelijk strand uit zeer fijn wit zand bestaande. Op bijna een
-kilometer van den ingang van de baai strekte zich het rif uit,
-waartegen de branding brak, en waarbinnen het water zoo glad was als
-een spiegel.
-
-Maar Raffles en zijn beide metgezellen hadden geen gelegenheid om van
-de schoonheid van het schouwspel te genieten. Want Sonja had haar
-kleine hand op den arm van den Grooten Onbekende gelegd en wees met
-bevende vinger naar een paar plekken op het witte strand, niet ver van
-den oever.
-
-Raffles keek er een oogenblik naar, nam toen zijn kijker uit het etui,
-dat hij aan een riem om den hals droeg en tuurde eenige oogenblikken
-door het instrument. Zijn gelaat had een ernstige uitdrukking, toen hij
-den kijker weder liet zakken.
-
-„Blijft gij hier op ons wachten,” zeide hij, zich tot de vrouwen
-wendend, „het is niet noodig, dat gij het ziet. Wij zullen er heen
-gaan.”
-
-„Laat ons nog eenigen tijd mogen volgen. Ik ben bang,” hernam de jonge
-Armeensche sidderend.
-
-„Maar gij hebt thans toch niets te vreezen,” hernam Raffles. „Hier op
-deze open plek kunt gij onmogelijk overvallen worden. Wij kunnen
-dadelijk weder bij u zijn.”
-
-Hij gaf Charly en Henderson een wenk en de drie mannen snelden naar het
-strand van de baai, steeds den oever van het riviertje volgend en wat
-zij daar zagen bewees maar al te duidelijk, dat de beide vrouwen
-zooeven de waarheid hadden gesproken. Op het strand waren scherp de
-indrukken te zien van naakte voeten en ook van de kielen van een
-twaalftal prauwen, die gedeeltelijk op den oever waren getrokken. Dat
-was echter nog niet alles. Hier en daar verspreid, lagen verkoolde
-stukken hout en menschelijk gebeente, zwart geblakerd, waaronder drie
-schedels, die boven op het voorhoofd groote, onregelmatige gaten
-vertoonden.
-
-Zwijgend, met afgrijzen vervuld, keken de drie mannen elkander aan.
-Toen begon Raffles:
-
-„Kannibalen. Zij zijn hierheen gekomen, om er een van hun afschuwelijke
-maaltijden te houden en niemand kan zeggen of zij niet vroeg of laat
-weder terug zullen keeren. De vrouwen mogen hier geen uur langer meer
-blijven. Zij moeten worden weggebracht. Ik mag hen niet blootstellen
-aan het ontzettende gevaar dat zij ontdekt zullen worden.”
-
-„En je schatten?” vroeg Charly.
-
-„Daaromtrent maak ik me geen oogenblik bezorgd. Die zijn volkomen
-veilig bezorgd in het inwendige van die rots, welke wij zelf met behulp
-van dynamiet hebben uitgehold, en men zou deze springstof opnieuw
-moeten aanwenden om de ontzagelijke rotsblokken terzijde te wentelen,
-die thans den toegang tot de schatkamer versperren.”
-
-Terwijl zij spraken had Raffles den terugtocht weder aanvaard en eenige
-minuten later voegden zij zich bij de angstig wachtende vrouwen.
-
-„Welnu, heer,” vroeg Sonja Bastides, haar kleine hand naar Raffles
-uitstekend.
-
-„Gij hebt goed gezien, Sonja. Gij hebt inderdaad in groot gevaar
-verkeerd en ik zal het mijzelf nooit vergeven, dat ik u daaraan heb
-bloot gesteld. Wij vertrekken zoo spoedig mogelijk. Gij moogt hier niet
-langer blijven. Zeg mij, hoe ge de aanwezigheid van de wilden ontdekt
-hebt.”
-
-„Het was dezen nacht heer, toen Ina gewekt werd door een zonderling
-geruisch, geheel ongewoon op ons eiland en zij kwam mij wekken. Het
-geruisch werd spoedig sterker, en wij maakten ook, niet wetende, wat
-dit te beteekenen had, Mirza en de vrouw wakker, welke gij mij tot
-metgezellin hebt gegeven. Wij keken uit het kleine venster naar buiten
-en zagen een rossigen gloed die zich echter scheen te verwijderen. Toen
-vatten wij moed. Wij kleedden ons aan en wij volgden het schijnsel dat
-zich bewoog langs den rechteroever van het riviertje. Tenslotte
-bereikten wij den zoom van het woud en konden het strand van de baai
-zien liggen. En daarop zagen wij ook het afschuwelijke, waarvoor wij
-aanstonds in doodelijken schrik de vlucht namen. Wilden sprongen daar
-als duivels rond en zwaaiden met hun speren en knotsen onder een
-ijzingwekkend gegil, terwijl eenige gevangenen, met lianen gebonden,
-dicht bij den oever van het riviertje lagen.”
-
-„Het is genoeg, Sonja,” viel Raffles haar in de rede, bevreesd dat de
-jonge vrouw in zwijm zou vallen bij de herdenking, van hetgeen zij had
-aanschouwd. „Wij zullen aanstonds dit eiland verlaten.”
-
-„En ik was hier zoo gelukkig,” riep de jonge Armeensche op smartelijken
-toon uit. „Het Paradijs kan niet zoo schoon zijn geweest. Gij kwaamt
-mij menigmaal bezoeken en wij spraken over mijn land en over de dingen
-die er in uw midden voorvallen. Ik zou gaarne willen blijven, heer.”
-
-„Neen, Sonja, ik mag je niet blootstellen aan dit gevaar!” hernam
-Raffles op vasten toon. „Ik bezit nog andere eilanden, even schoon als
-deze, grooter zelfs en waar gij zulk een gevaar in het minst niet hebt
-te duchten! Kom spoedig—de dag neigt ten einde, en wie kan zeggen, of
-de wilden niet zullen terugkeeren, en misschien dicht in de buurt met
-hun prauwen rondzwerven!”
-
-De vrouwen begrepen thans ook wel, dat het verblijf op het heerlijke
-eiland onmogelijk was geworden, want ofschoon het de gewoonte der
-wilden niet is, om onder soortgelijke omstandigheden ver het land in te
-dringen—een gering toeval kon hen met die gewoonte doen breken, hun
-geoefend oog zou spoedig de aanwezigheid van menschen bespeurd hebben,
-en dan kon het lot van de ongelukkige vrouwen niet twijfelachtig zijn.
-
-Stilzwijgend werd de terugtocht aanvaard, en na een uur bereikte men de
-hut weder.
-
-Haastig werd de maaltijd gebruikt, en daarop pakten de dienstmaagden
-alles bijeen, wat haar meesteres tot geen prijs wilde achter gelaten,
-terwijl Sonja Bastides met tranen in de schoone oogen toezag.
-
-Henderson laadde deze vracht op zijn sterken schouders—Sonja streelde
-de geiten en de pony nog eens, wuifde naar de kippen en kalkoenen, die
-in de omheining rondtrippelden—en daarop begon de kleine troep den
-tocht naar de vliegmachine, welke men aan het begin der weide had
-achtergelaten.
-
-Ditmaal volgde men den kortsten weg, die langs, en gedeeltelijk door
-een klein bosch van tamarindeboomen voerde—en pas later zou dit hun
-behoud blijken te zijn geweest....
-
-Want toen Raffles, die vooraan liep, het boschje weder wilde verlaten,
-om opnieuw de weide te betreden, zag hij iets, dat hem eensklaps weder
-deed terug treden, en met gesmoorde stem uitroepen:
-
-„Halt! geen stap verder of het zou ons allen den dood aanbrengen!”
-
-Zoo snel hij kon voerde hij de doodelijk verschrikte vrouwen en zijn
-twee metgezellen in het dichtste van het boschje terug, en beval:
-
-„Blijf hier op mij wachten—verroer u tot geen prijs—ik ben aanstonds
-terug!”
-
-En voor iemand een woord had kunnen zeggen, had Raffles zich weder
-verwijderd. Hij kroop tot aan den zoom van het boschje voort, wierp
-zich plat voorover en bracht zijn kijker voor het oog, om naar de
-vliegmachine te zien, welke zij aan den voet van het hooge gebergte
-hadden achtergelaten.
-
-Toen slaakte hij een zachte kreet van woede....
-
-De „Duivel der lucht” was omgeven door wel drie honderd zwijgende,
-bijna geheel naakte wilden, die er in wijden kring gehurkt omheen
-zaten, onbewegelijk, als standbeelden....
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-ALS DE NOOD HET HOOGST IS .... DAN IS DE REDDING NABIJ.
-
-
-Het schouwspel was zoo vreemd en onverwacht, dat Raffles ondanks
-zichzelf nog eenigen tijd door den kijker bleef turen.
-
-De wilden hadden niet stiller kunnen zitten, als zij uit brons gehouwen
-waren geweest.
-
-Zij waren gekleed met een soort heupdoek, beter gezegd een rokje, van
-cocosnootvezels.
-
-Om den hals droegen zij een keten van kleine, in de zon gebleekte
-beenderen van eigenaardigen vorm, het waren sleutelbeenderen van hun
-verslagen vijanden.
-
-Schelkleurige vederen staken in hun haar, dat zeer hoog op hun hoofd
-was vastgemaakt, en hun gelaat was afschuwelijk getatoueerd en
-beschilderd met witte strepen waaruit Raffles aanstonds opmaakte, dat
-deze wilden op het oorlogspad waren geweest of nog waren.
-
-Zij waren gewapend met assagaaien of werpspiesen, en kleine,
-langwerpige schilden van taaie boombast vervaardigd, en knotsen
-bestaande uit een steel van dik, zeer sterk en taai hout, waaraan een
-scherp geslepen stuk jaspis met behulp van rotan kunstig bevestigd
-was—een vreeselijk wapen in hun handen, en waarmede de wilden zeer
-bedreven omgaan.
-
-Dat zij althans eenigszins bekend waren met het smeden, bewees de
-omstandigheid dat bij velen hunner de punten hunner speren van ijzer
-vervaardigd waren—de anderen hadden hun werpspiesen voorzien van scherp
-geslepen beenderen, of ook wel van het verharde neusbeen van den
-zwaardvisch, dat minstens eens zoo hard is als ijzer, en in staat om
-een eikenhouten scheepswand te doorboren.
-
-Na eenige oogenblikken de groep te hebben gadegeslagen, kroop Raffles
-weder terug en voegde zich bij zijn metgezellen.
-
-„Welnu?” vroeg Eleonora angstig. „Wat kijkt gij ernstig—wat is er?”
-
-„Ik mag u niet verhelen, Eleonora—wij verkeeren in groot gevaar. Het
-eenige middel om dit eiland te verlaten, mijn trouwe vliegmachine,
-bevindt zich in de macht van een drie honderd kannibalen!”
-
-Eleonora was een vrouw vol geestkracht, maar voor Sonja Bastides was de
-slag te zwaar, zij slaakte een flauwen kreet en viel in zwijm.
-
-Raffles maakte haar spoedig weer bij met behulp van wat vlugzout, en
-daarop bracht hij den kleinen troep zoo spoedig mogelijk langs een
-omweg naar de hut terug.
-
-Er was onderweg geen woord gesproken, maar nu barstte Sonja in snikken
-uit, en riep:
-
-„Zij zullen ons allen dooden, heer! Wat zal er van ons worden?”
-
-„Zij hebben ons nog niet, Sonja!” antwoordde Raffles, terwijl hij de
-hand op het zwartgelokte hoofd van de jonge vrouw legde.
-
-„Hoe is het mogelijk, Edward,” vroeg Charly zachtjes, „dat wij die
-wilden niet hebben gezien, toen wij landden?”
-
-„Daarvoor is maar een verklaring, Charly—zij moeten zich met hun
-prauwen verscholen hebben gehouden, in een der vele kleine inhammen van
-het kleine eiland, beschut door overhangende palmen, zoo dat wij die
-kleine bruine dingen niet gezien hebben. Wie zou daarop ook acht hebben
-gegeven? Zoodra wij geland zijn, zijn zij met hun prauwen omgevaren,
-hebben het voorgebergte beklommen, en toen natuurlijk aanstonds onze
-vliegmachine gezien. En ik ben een driewerf vervloekte ezel, dat ik de
-vliegmachine daar onbewaakt heb achtergelaten!”
-
-„Kunnen wij niets doen om haar weder in onze macht te krijgen, Mylord?”
-vroeg Henderson, die met gebalde vuisten had toegeluisterd.
-
-„Daartoe zouden wij door drie honderd wilden moeten heenbreken,
-Henderson—en ik zie niet in hoe wij dat kunnen doen, zelfs niet bij
-verrassing!”
-
-„Gebruikt dat ontuig vuurwapens, Mylord?”
-
-„Dat niet, Henderson—maar dat maakt de zaak er niet beter op, want wij
-hebben onze geweren in het schuitje achtergelaten, en mijnheer Brand en
-ik hebben slechts onze revolvers bij ons! Wat kunnen wij doen met
-twaalf schoten tegen drie honderd met lansen, werpspiesen en knotsen
-bewapende wilden?”
-
-Maar nu liet de stem van Eleonora Manoury zich hooren, die zwijgend had
-toegeluisterd en nu op levendigen toon zeide:
-
-„Gij vergeet de drie geweren, Raffles, welke gij hier voor Sonja en
-hare dienstmaagden hebt achtergelaten, toen zij dit eiland gingen
-bewonen.”
-
-„Dat is waar!” riep Raffles verheugd uit. „Zijn die wapens hier in de
-hut?”
-
-„Ik heb ze gisteren gezien.”
-
-„Maar is er munitie?”
-
-„Dat moet wel zijn, want uwe Armeensche beschermelinge heeft mij
-medegedeeld, dat zij slechts weinig van de wapens gebruik heeft
-gemaakt, zij heeft het nooit van zich kunnen verkrijgen op onschuldige
-apen of vogels te schieten—en kippen hadden zij in overvloed, door uwe
-goede zorgen, terwijl de dienstmaagden menigmaal een konijn strikten,
-of een aardvarken vingen in een der vallen.”
-
-„Als dit zoo is, dan zullen wij ons aanstonds gaan overtuigen, of de
-munitie nog aanwezig en bruikbaar is!” riep Raffles uit.
-
-De beide dienstmaagden werden geroepen, en deze brachten Raffles naar
-een soort bergplaats waar een paar goed gesloten kisten stonden, die
-bij onderzoek ieder een paar honderd geweerpatronen bleken te bevatten.
-
-Wat de geweren betreft, uitmuntende wapens—een jager zou ze zeker wel
-wat beter onderhouden hebben, maar zij waren in ieder geval nog in
-goeden staat en bruikbaar.
-
-In ieder geval was deze vondst een groot geluk voor de drie mannen, die
-anders letterlijk weerloos zouden hebben gestaan tegenover de wilden,
-wanneer deze hen zouden hebben ontdekt.
-
-Henderson begon aanstonds de geweren een voor een na te zien en schoon
-te maken, terwijl Raffles en Charly zachtjes met elkander spraken,
-buiten het gehoor der verschrikte vrouwen.
-
-„Zoolang wij niet ontdekt worden,” begon Raffles, „loopen wij geen
-onmiddellijk gevaar, maar ons lot zou spoedig beslist zijn, wanneer zij
-ons konden overvallen! Ik vermoed dat zij de vliegmachine aanzien voor
-een of andere Godheid, welke zij moeten aanbidden—maar ik betwijfel
-sterk, of zij eenigen eerbied of angst voor ons zouden hebben, alleen
-omdat wij blanken zijn en over vuurwapens beschikken. Ik denk wel, dat
-zij met de eene zoowel als met de andere kennis hebben gemaakt.”
-
-„Mij dunkt, dat wij kalm moesten afwachten, Edward, tot die wilden
-weder vertrekken!” kwam Charly. „Wij zijn hier voorloopig betrekkelijk
-veilig, en het is immers goed mogelijk, dat zij nog voor het vallen van
-de duisternis het eiland weer verlaten!”
-
-Maar Raffles schudde mistroostig het hoofd, en zeide:
-
-„Ik vrees het tegendeel, mijn jongen! Als de wilden inderdaad de
-„Duivel der lucht” beschouwen als een bovennatuurlijk wezen, dan zullen
-zij stellig niet nalaten hier een van hun heidensche plechtigheden te
-vieren—ter eere van de pas ontdekte Godheid! Omtrent den aard van die
-gruwelijke plechtigheden behoef ik je zeker niet nader in te lichten.
-Zij slachten eenige vijanden of slaven, zij richten daarmede hun maal
-aan—en dan volgen er drinkgelagen en dansen, die vaak dagen achtereen
-duren. En hoe licht kan het niet geschieden, dat die wilden de weide
-wat verder opgaan, en de hut in het oog krijgen!”
-
-„Zouden wij haar niet achter takken kunnen verbergen, Mylord?” vroeg
-Henderson, die naderbij gekomen was.
-
-„Ik vrees, dat het daartoe te laat is, Henderson—en het is ook beter
-dat wij ons zoo weinig mogelijk laten zien, vergeet niet, dat de
-afstand tot aan de vliegmachine nauwelijks een uur loopens bedraagt.”
-
-Reeds begon de duisternis te vallen, met de verrassende snelheid, die
-in de keerkringen valt op te merken, en zonder dat er van een
-eigenlijke schemering sprake is.
-
-Men gebruikte een kouden maaltijd, daar Raffles vreesde, dat de rook
-uit de pijp van het keukenhuis hun aanwezigheid zou kunnen verraden.
-
-En vervolgens werd alles voor de verdediging in gereedheid gebracht, in
-geval de wilden de hut mochten ontdekken, en er een aanval op zouden
-ondernemen.
-
-Deuren en vensters werden met luiken gesloten, en er werden een paar
-schietgaten aangebracht, zoodat de hut nu wel wat geleek op een van die
-blokhuizen, zooals de eerste trappers in Amerika ze gebruikten in hun
-strijd tegen de roodhuiden.
-
-Daar een omsingeling niet tot de onmogelijkheden behoorde, nam Charly,
-bijgestaan door Eleonora Manoury, die haar geestkracht herkregen had,
-en zelf een wapen had gegrepen, zijn post in bij de achterdeur, die
-uitkwam op de kleine brug van bamboe.
-
-En van dat oogenblik af wachtte men in spanning die gemakkelijker te
-begrijpen dan te beschrijven valt.
-
-Gelukkig voor de zenuwen der vrouwen, was de nacht niet volkomen
-duister, want de hemel was helder, en de maan was bijna vol, en goot
-haar zilverachtig schijnsel uit over de weide, die zich voor het huis
-uitstrekte.
-
-Zooals men had kunnen voorzien, was Henderson de eerste, die het
-werkeloos wachten te lang duurde.
-
-Hij had reeds eenige malen iets onverstaanbaars tusschen de tanden
-gebromd, waarop Raffles in het geheel geen acht had geslagen, en nu
-scheen hij zich niet langer te kunnen bedwingen.
-
-„Neem mij niet kwalijk, Mylord—maar dat wachten en niets doen maakt mij
-tureluurs,” zeide hij op gedempten toon.
-
-„Er valt toch werkelijk niets aan te doen, James!” zeide Raffles met
-een flauwen glimlach.
-
-„Neem mij niet kwalijk, Mylord—ik geloof dat er integendeel heel veel
-te doen valt!”
-
-„Wat zou jij mij dan wel aanraden?”
-
-„Wel, een aanval te doen op die satansche wilden, hen onverhoeds op het
-lijf te vallen, ons van de machine meester te maken, en dan naar een
-punt van de kust vliegen, waarheen wij eerst de vrouwen zullen hebben
-gebracht!”
-
-Maar Raffles schudde afkeurend het hoofd en zeide:
-
-„Het is een voorstel van een dapper—en van een onverstandig man,
-Henderson! Ten eerste zegt niets ons, dat er nog niet veel meer wilden
-op het eiland zijn, die ons zouden kunnen overvallen, terwijl wij de
-vrouwen wegbrengen. Ten tweede is hun aantal, zelfs al zijn er niet
-meer, tienmaal te groot! Ja, als er slechts dertig waren, dan konden
-wij het beproeven, al zou het gevaar zeer groot blijven, maar nu? Wij
-zouden er misschien in slagen veertig of vijftig van hen neer te
-leggen—en de rest zou ons afmaken, want zij zouden ons van alle kanten
-op het lijf vallen—en ik wil je zeggen, dat zij hun werpspies tot op
-een afstand van vijftig meter met doodelijke juistheid weten te
-werpen!”
-
-Henderson antwoordde niet, want in zijn hart begreep hij, dat Raffles
-maar al te zeer gelijk had, en dat het zelfmoord zou zijn, onder deze
-omstandigheden een overval te wagen—men zou er niets bij winnen, en
-integendeel alles kunnen verliezen!
-
-„Als wij de schurken tenminste maar op de een of andere wijze wisten te
-verjagen!” bromde de reus.
-
-„Dat zou zeker niet zoo gemakkelijk gaan, Henderson,—tenzij een van hun
-schrikwekkende Goden eensklaps onder hen verscheen, om hen te
-bedreigen!”
-
-„Die menschen zijn zeker zeer bijgeloovig, Mylord?” vroeg Henderson
-nadenkend.
-
-„Dat zijn zij inderdaad, James—zij verrichten slechts weinig wat zij
-niet in verband brengen met den invloed van de een of andere
-bovenaardsche macht. De bliksem, het weerlicht, de regen, een
-maansverduistering—het zijn allen manifestaties van een van hun Goden!”
-
-„Hoe zien die er uit, Mylord, als ik vragen mag?”
-
-„Afschrikwekkend genoeg, Henderson! Verdraaide ledematen, afschuwelijke
-gelaatstrekken, slachttanden als van een tijger, en boosaardig
-dreigende oogen. Hun afgodsbeelden zijn meestal uit hout, maar ook wel
-uit jaspis vervaardigd en in het eerste geval op bonte wijze
-beschilderd, en met menschenhaar versierd, afkomstig van de schedels
-hunner verslagen vijanden.”
-
-„Wat een zoodje!” liet Henderson zich minachtend hooren, die den
-toestand geheel vergat waarin zij verkeerden, en op deze wijze
-verachting uitte voor de menscheneters, die hen hier tegen zijn zin
-gevangen hielden.
-
-Raffles haalde glimlachend de schouders op en zeide slechts:
-
-„Vermoedelijk denken zij op dezelfde manier over ons, Henderson, bedenk
-dat!”
-
-De beide mannen zwegen.
-
-Langzaam kropen de uren voorbij.
-
-En toen was het of heel in de verte een zwak rommelend onweer opstak.
-
-Maar Raffles bedroog zich niet in den aard van het geluid—het was de
-geheimzinnige, diepe klank van de oorlogstrom der Zuid
-zee-eilanders—een lang stuk uitgehold bamboe, aan weerszijden bespannen
-met een stuk haaienhuid, en die met de palm van de hand beslagen wordt.
-
-Het was een dof, dreigend geluid, dat eenigszins geleek op dat van een
-verre branding, maar het nam met kracht toe en af, zwol aan en
-verzwakte.
-
-En toen Raffles een blik door zijn schietgat wierp zag hij in de verte,
-aan het andere einde van de uitgestrekte grasvlakte, een roode
-schemering, als van een prairiebrand—daarginds moesten vele vuren zijn
-ontstoken.
-
-Thans voegde zich nog een ander geluid bij dat van de tientallen
-trommen; een holratelend gerucht, dat wel in staat was, zelfs de
-moedigsten vrees in te boezemen; het werd veroorzaakt door het
-bekloppen van de honderden schilden met het uiteinde van de werpsperen
-der wilden....
-
-„Wat doen zij nu, Mylord?” vroeg Henderson op gedempten toon, den
-vinger aan den trekker van zijn geweer.
-
-„Zij voeren den krijgsdans uit, Henderson!” antwoordde Raffles op
-ernstigen toon. „Ik vrees dat daar ginds vreeselijke dingen staan te
-gebeuren—en toch zijn wij niet bij machte, ze te verhinderen!”
-
-„Wat wilt gij zeggen, Mylord?” vroeg de reus sidderend van opwinding en
-woede.
-
-„Ik wil zeggen, Henderson, dat de menscheneters zich nu gereed gaan
-maken, hun bloedig festijn aan te richten. Zij hebben zeker
-krijgsgevangenen gemaakt op zee en hebben hen naar het dichtstbijzijnde
-eiland gebracht, om hen daar te verslinden....”
-
-„Maar dat is verschrikkelijk, Mylord!” kreet Henderson. „Dat mogen wij
-als Engelschen toch niet toelaten!”
-
-„Indien wij ons er in mengden, James, dan zouden wij zonder twijfel het
-lot dier ongelukkigen deelen!”
-
-De reus balde de vuisten tot de nagels hem in de handpalmen drongen,
-maar hij zeide niets.
-
-Hij begreep maar al te goed, dat er niet aan te denken viel, met
-slechts drie mannen, al waren zij ook met vuurwapens toegerust, den
-strijd aan te binden met een troep van minstens driehonderd
-bloeddorstige wilden, waarvan er toch altijd genoeg in het leven zouden
-blijven, om de drie blanken en de ongelukkige vrouwen te vermoorden.
-
-En wat er daarna zou gebeuren—daaraan durfde de brave kerel niet te
-denken zonder een rilling van afgrijzen.
-
-Maar nu kwam het geraas der trommen naderbij.
-
-Het klonk onzegbaar onheilspellend in den donkeren nacht.
-
-Er kon niet aan worden getwijfeld—de wilden kwamen naderbij—en niemand
-kon zeggen, waar zij stand zouden houden.
-
-Indien zij de hut in het oog kregen, kon het lot der blanken niet
-twijfelachtig zijn....
-
-Op dit oogenblik voelde Raffles een zachte even trillende hand op zijn
-arm.
-
-Hij wendde zich om, en in de halve duisternis—men had slechts zoo
-weinig mogelijk licht in de hut laten branden, om haar aanwezigheid
-niet ontijdig te verraden—keek hij in het witte gelaat van Eleonora
-Manoury.......
-
-„Ik vraag u verschooning, dat ik mijn post een oogenblik heb verlaten,”
-zeide de jonge vrouw met een droeven glimlach. „Ik wilde u iets
-zeggen....”
-
-Zonder dat hem iets bevolen werd, verwijderde Henderson zich
-bescheiden, en ging zich bij Charly voegen, die het duistere woud aan
-genen oever van de kleine rivier scherp in het oog hield.
-
-„Spreek!” zeide Raffles eenvoudig.
-
-„Wat denkt gij van den toestand?” vroeg de jonge vrouw, terwijl zij
-Raffles strak aankeek. „Verheel mij de waarheid niet—ik ben sterker dan
-gij denkt!”
-
-„Wij verkeeren in het grootste gevaar, madame!” antwoordde Raffles op
-gedempten toon. „Ik wil er tegenover u geen geheim van maken, gij hebt
-reeds menigmaal getoond een vrouw van buitengewoone geestkracht te
-zijn.”
-
-„Ik hoorde zooeven een dof geraas—dat zijn zij zeker?”
-
-„Dat was het gerucht van hun oorlogstrommen—zij komen naderbij—over een
-half uur kunnen zij hier zijn....”
-
-„Zeg mij zonder uitvluchten, Raffles—denkt gij dat wij verloren zijn?”
-
-Raffles zweeg en boog het hoofd.
-
-Eenige oogenblikken bleef het stil en men hoorde nu niets dan het dof
-geklepper van de honderden schilden en het woest geluid van de steeds
-wilder gebeukte trommen.
-
-Toen hernam de jonge vrouw:
-
-„Ik dank u. Ik weet nu. Wij moeten stervèn—tenminste als er geen wonder
-geschiedt.... Welnu Raffles, als men aan den rand van het graf staat
-mag men geen geheimen meer voor elkander hebben, niet waar?”
-
-„Misschien komt er nog uitkomst opdagen....” mompelde Raffles toonloos.
-
-„Neen, tracht mij niet te bedriegen, dat zou een man als gij zijt
-onwaardig zijn! Wij moeten sterven, John Raffles—en—ik zegen het lot,
-dat mij aan uw zijde in den dood zendt! Ja, ik wil—ik kan niet langer
-zwijgen, in het gezicht van ons naderend einde! Ik heb je lief,
-Raffles—ik heb je zoo innig lief, als ik nooit geweten heb te zullen
-lief hebben! Veracht mij niet, nu ik je dit beken op een oogenblik,
-waarin alle schaamte laf en nutteloos is! Ik weet, dat ik een
-misdadigster ben geweest—ik weet, dat je mij, waren wij blijven leven,
-nimmer zoudt hebben liefgehad en toch moet ik je het zeggen—het leven
-kreeg voor mij pas waarde, toen ik jou voor den eersten keer zag—in het
-vreeselijke huis van den ellendeling, die mij in het verderf heeft
-gestort.”
-
-Eleonora had dit alles op haastigen schorren toon gezegd, als vreesde
-zij, geen tijd meer te zullen vinden tot het doen van deze laatste
-bekentenis in haar leven.
-
-Raffles had de hand opgeheven, als om haar het zwijgen op te leggen,
-maar zij had zijn arm gegrepen en drukte die sidderend tegen zich aan,
-overweldigd door hartstocht, welke zij vruchteloos had trachten te
-onderdrukken.
-
-„Stoot mij niet van je!” smeekte zij klagend. „Stoot mij niet van je in
-dit laatste oogenblik!”
-
-„Daar denk ik immers niet aan, arme, arme Eleonora!” zeide Raffles op
-zachten toon ondanks zich zelf aangegrepen en ontroerd door de woorden
-van de vrouw, die hem het leven had gered en wie hij daarna had
-beschermd tegen de woede van den man, die haar als slavin beschouwde.
-„Ik wil je niet van mij stooten—ik zelf—ik ben immers maar een dief—een
-inbreker—een paria!”
-
-„Zeg dat niet. O! zeg dat niet!” kreet Eleonore snikkend. „Belaster je
-zelf niet! Je bent de braafste, de edelste mensch, dien ik ooit ontmoet
-heb! Onder een mom van ijskoude onverschilligheid verberg je je warm,
-je edel hart! Mijn God, waarom bracht het lot je niet vroeger op mijn
-weg—waarom kon je mij met liefhebben! Wie weet, hoe anders het leven
-voor ons beiden geworden ware!”
-
-Raffles wilde iets zeggen, met zachten drang de hartstochtelijk
-snikkende vrouw tot kalmte brengen, maar een geluid dat van buiten tot
-hem doordrong, deed hem naar het schietgat schrijden en een blik naar
-buiten werpen.
-
-De rosse gloed was intusschen veel dichterbij gekomen, en thans was het
-krijgsgezang der wilden duidelijk verneembaar!
-
-In de verte waren vage schimmen zichtbaar, als spookverschijningen, die
-zich snel verplaatsten!
-
-„Daar zijn zij!” zeide Raffles, zich uit alle macht tot kalmte
-dwingend. „Laat mij thans, Eleonora—wij zullen ons tot den laatsten
-snik verdedigen!”
-
-De jonge vrouw had zich opgericht en keek met verwilderden blik om zich
-heen.
-
-Toen sloeg zij eensklaps beide armen om den hals van den man, die haar
-voor de eerste maal de liefde leerde kennen, en drukte met een
-hartstochtelijke heftigheid haar lippen op den mond van John Raffles,
-die half bedwelmd achteruit wankelde maar dadelijk daarop met een
-forsche beweging zich vrijmaakte, en op heeschen toon zeide:
-
-„Ga op je post, Eleonore! De wilden kunnen ieder oogenblik hier zijn!
-Zendt Henderson bij mij! Dadelijk!”
-
-De jonge vrouw streek zich met een vage beweging met de blanke hand
-over het hoofd, als was zij zich noch den tijd noch de plaats bewust,
-waar zij zich bevond.
-
-Toen fluisterde zij:
-
-„Ik volg je bevel op, Raffles. Alles is nu goed! Ik heb je gekust—nu
-kan ik sterven!”
-
-En langzaam schreed zij heen....
-
-Maar toen zij de achterzijde van het huis bereikte, zocht zij daar
-tevergeefs naar den reus—Henderson was verdwenen....
-
-Intusschen was Sonja Bastides in haar eigen vertrek, naast de
-gemeenschappelijke kamer gelegen, op haar knieën gezonken, zoodra haar
-oor getroffen werd door het dreigend gerucht van de oorlogstrommen, en
-met haar beide dienstmaagden zond zij een vurig gebed ten hemel op voor
-het behoud van den man, die al haar geluk op deze wereld uitmaakte....
-
-Het geluid van de wilden klonk nu zoo nabij, dat het was, alsof zij
-zich niet meer dan een speerworp afstand van het huis bevonden.
-
-Oorverdoovend klonk nu het holle geratel der schilden, waarop de speren
-neerkletterden in wilden cadans, en het dreunend gebonk der trommen.
-
-Raffles wierp een blik door het schietgat in de deur.
-
-Daar, op nauwelijks honderd meter afstand zag hij de naderende wilden,
-die met hun knotsen zwaaiden, en brandende toortsen droegen, die het
-rosse schijnsel verspreidden, hetwelk de blanken reeds een uur geleden
-voor het eerst hadden waar genomen.
-
-In hun midden voerden zij een twintigtal gevangenen mede, allen aan
-elkander gebonden met behulp van sterke lianen, de nekken gevat in een
-soort juk, gevormd door een gaffel, met een dwarspen door de uiteinden
-gestoken.
-
-De aanblik dezer naakte wilden was inderdaad verschrikkelijk, en in
-staat om de moedigsten schrik en ontzetting in te boezemen.
-
-Hun oogen fonkelden woest in het met witte streepen beschilderde
-gelaat, en hun tanden blonken als die van een wolf in het licht van de
-toortsen, die hen als met bloed overgoten.
-
-De voorste gelederen dansten waanzinnig op het steeds sterker wordende
-geluid der oorlogstrommen, en de overigen vuurden hen aan door gillende
-kreten, als een troep wilde dieren.
-
-Maar eensklaps, als op gegeven bevel, zweeg al dit rumoer.
-
-Het werd zonderling stil.
-
-De wilden stonden eenige oogenblikken als uit brons gegoten.
-
-Zij vormden nu een zwarte, dichtopeengepakte massa, waarboven de
-toortsen rossig flakkerden.
-
-Er kon niet aan getwijfeld worden—de kannibalen hadden de hut ontwaard,
-waarvan de licht gele planken in het maanlicht glansden.
-
-Het volgend oogenblik staken de aanvoerders der wilden de koppen
-bijeen, en er werd niets anders gehoord dan een dof gegons van stemmen.
-
-Daarop werden de gevangenen een weinig terzijde gebracht, en een groep
-wilden, uit ongeveer zestig man bestaande, kwam gillend en krijschend
-op de hut af.
-
-Even later vloog de eerste speer door de lucht en bleef trillend steken
-in den dunnen houten wand van de hut, terwijl de punt ver aan de
-binnenzijde doordrong.
-
-Raffles mocht niet langer meer aarzelen.
-
-Hij stak den loop van zijn geweer door het schietgat, en mikte
-zorgvuldig op den dichtstbijzijnden kannibaal.
-
-Maar voor hij den trekker had kunnen overhalen, geschiedde er iets
-onverwachts....
-
-De wilden stonden eensklaps stil, alsof hun voeten wortel geschoten
-hadden in den bodem, hun handen, die de speren omklemd hielden, schenen
-te verstijven, hun armen vielen slap langs het lichaam neder.
-
-Raffles kon volstrekt niet begrijpen, waaraan deze houding was toe te
-schrijven, ofschoon het duidelijk te merken viel, dat de menscheneters
-doodelijk verschrikt waren, toen hij eensklaps een monsterachtige
-gedaante van terzijde het huis zag verschijnen, die met langzame
-schreden op de wilden toeging.
-
-Het was stellig een gedaante van een mensch—maar welk een mensch!
-
-De gestalte was op zijn minst elf voet hoog, en een vuurrood gewaad
-hing hem om de leden.
-
-Armen en beenen waren zeer lang—maar verschrikkelijk was het hoofd....
-
-Het was bijna een meter van kin tot voorhoofd, en de oogen schitterden
-van een bovenaardschen glans, en schoten een fel licht uit, maar ook
-uit den mond, of liever den muil van het monster drong een schelle
-gloed naar buiten, evenals uit de beide neusgaten.
-
-De schrikwekkende gedaante had in de vuist een ontzaglijke knots, een
-boomstam als het ware, en de andere omknelde een aantal ketenen, die
-onder het gaan van den reus een somber geluid veroorzaakten.
-
-Met twee stappen was dit afschuwelijke wezen te midden van de wilden—de
-knots suisde neer, en verpletterde als een ledige eierschaal den
-schedel van een der kannibalen.
-
-En eensklaps was het, alsof een panische schrik onder de wilden was
-gevaren.
-
-Als een zwerm opgejaagde herten, hun wapens, schilden en fakkels in den
-steek latend, ijlden zij heen onder het gillend gehuil:
-
-„Taboe! Taboe! Taboe!”
-
-Wat de gevangenen betreft—zij waren als betooverd en bleven sidderend
-op dezelfde plek staan, met groote oogen starend naar het monster, dat
-zich langzaam over de vlakte bewoog.
-
-Aanstonds besloot Raffles partij te trekken van deze onvoorziene
-hulp—wie of wat dan ook de gedaante mocht zijn.
-
-Hij riep de vrouwen bijeen, en rukte de deur open.
-
-Heel in de verte waren de kannibalen nog slechts flauw te zien.
-
-Zij liepen nog altijd als hazen, gillend en alsof de duivel hen op de
-hielen zat.
-
-Het monster schreed intusschen gestadig voort met geweldige passen, in
-de richting van de vliegmachine en zijn gloeiende oogen schenen een
-deel van de vlakte te verlichten.
-
-Maar plotseling stond de reus stil, op bijna een kilometer van de
-hut—en scheen toen ineen te zakken, alsof hij doormidden werd gehakt
-door een onzichtbare macht; er rolde iets op den grond—de oogen doofden
-uit—en daar stond Henderson, zweetend als een paard, maar glimlachend
-en gelukkig!
-
-„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat ik zoo vrij ben geweest, op mijn
-eigen houtje een beetje clown te spelen—maar gij hadt mij gezegd, dat
-die schoeljes van menscheneters zoo bevreesd zijn voor bovennatuurlijke
-dingen,—en daarvan heb ik gebruik gemaakt!” zeide de brave kerel, zich
-het voorhoofd afwisschend, „maar ik moet u zeggen, dat het een
-drommelsch warm werkje was!”
-
-Raffles stak den reus zwijgend de hand toe, en zeide:
-
-„Je hebt ons allen het leven gered, James!”
-
-„Zooveel te beter, Mylord!” hernam Henderson opgewekt. „Ik kon op mijn
-houten stelten over de boomen van het weiland zien—en zooeven ontdekte
-ik de bende die zich hals over kop inscheepte in de prauwen en zee
-koos—toen achtte ik het oogenblik gekomen, mijn gewone uiterlijk aan te
-nemen.”
-
-„En mag men weten, James, hoe je die plotselinge gedaanteverwisseling
-tot stand hebt gebracht?” vroeg Raffles glimlachend, maar de hand van
-den stoutmoedigen kerel nog steeds in de zijne houdend.
-
-„Dat ging heel eenvoudig, Mylord! Ik had mijnheer Brand mijn plannetje
-medegedeeld en hij vond het goed! Ik heb toen alle lakens vlug aan
-elkander genaaid, die ik kon vinden, en daarna sneed ik in het watervat
-dat tegen den achtermuur van de hut stond, een paar gaten—de oogen,
-neus en mond, en aan den anderen kant maakte ik twee van onze
-electrische zaklantaarns vast! Was het geen prachtig effect?”
-
-„Het was onverbeterlijk, James! Maar je geweldige lengte?”
-
-„Niets eenvoudiger! Ik heb mij vlug een paar stelten gemaakt uit een
-paar bamboestokken—en als men zooals ik een jaar lang herder is geweest
-in de pampa’s van Argentinië, waar je niet anders kon gaan dan op
-stelten van een twee meter lengte, dan leer je wel loopen op zulke
-dingen! Nu—en dat was alles!”
-
-Het was even stil—en toen trad Sonja met tranen in de oogen op den reus
-toe en greep zijn hand, die zij uit alle macht drukte, zoodat de reus
-er bijna verlegen onder werd.
-
-Hij trachtte snel de aandacht af te leiden door de vraag:
-
-„Dat is waar—wat gilden die zwarten toch, toen zij aan den haal
-gingen?”
-
-„„Taboe!” riepen zij, James,” antwoordde Charly, die met moeite zijn
-aandoening verborg, „dat wil zeggen dat dit eiland taboe of heilig is
-verklaard—en Mylord zal mij bijvallen als ik zeg, dat geen enkele wilde
-ooit meer zal wagen, nog eens een voet op dit eiland te zetten!”
-
-„Zoo is het!” zeide Raffles. „Het „Taboe” der Zuidzee-eilanders
-beheerscht hun geheele samenleving—en geen hunner zou zich straffeloos
-tegen zijn strenge regels kunnen verzetten! Maar nu is het tijd om aan
-onze eigen veiligheid te denken, vrienden. Laten wij ons dadelijk
-inschepen!”
-
-De afstand tot de vliegmachine was spoedig afgelegd, en binnen enkele
-minuten hadden allen zich ingescheept.
-
-
-
-Ruim een etmaal later landde het toestel bij Hendon.
-
-Toen pas opende Eleonora, die tot dien tijd een hardnekkig stilzwijgen
-in acht had genomen, haar lippen, en wendde zich tot Raffles met de
-vraag:
-
-„Wilt gij mij zeggen, John Raffles, wat u naar uw eiland dreef?”
-
-„Ja. Ik kwam u vragen, mij te helpen bij de opsporing van mijn
-doodsvijand!”
-
-„Dat vermoedde ik reeds.”
-
-„Kent gij zijn schuilplaatsen?”
-
-„Ja, ik ken ze.”
-
-„Noem ze mij, ik wil hem gaan bestrijden—hij of ik moet van deze wereld
-verdwijnen.”
-
-„Niet gij—ik zal den schurk zoeken, John Raffles!” riep Eleonora uit.
-„Gij kent nu de geheimen mijns harten—om u te bewijzen dat het mij
-ernst was, zal ik zelf als wreekster optreden—en tevens mijzelf wreken
-voor mijn verloren leven! En wee Irwin Stanley als ik hem ontmoet!”
-
-En voor Raffles iets had kunnen tegenwerpen, was de jonge vrouw
-verdwenen onder de menigte, die zich juist naar het vliegveld begaf om
-getuige te zijn van een groot vliegfeest.
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0392: HET
-EILAND DER MENSCHENETERS ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.