summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/68139-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/68139-0.txt')
-rw-r--r--old/68139-0.txt2740
1 files changed, 0 insertions, 2740 deletions
diff --git a/old/68139-0.txt b/old/68139-0.txt
deleted file mode 100644
index 14d75de..0000000
--- a/old/68139-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2740 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0012: Verzonken
-schatten, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0012: Verzonken schatten
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: May 21, 2022 [eBook #68139]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0012:
-VERZONKEN SCHATTEN ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 12 VERZONKEN SCHATTEN.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VERZONKEN SCHATTEN.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE VERZEGELDE FLESCH.
-
-
-Met vreeselijk geweld woedde de noordooster storm in het kanaal.
-Huizenhoog zweepte hij de golven en stuwde het wilde water naar den
-Oceaan. Tegen zulk een orkaan vechten konden slechts groote,
-overzeesche booten, de kleinere waren allang in veilige havens
-gevlucht.
-
-Iedere kapitein haalt verruimd adem, als hij het nauwe kanaal gelukkig
-achter den rug heeft, want als het stormt of als er eenige mist hangt,
-dan zal hij het niet wagen, een oog dicht te doen, uit vrees voor de
-noodlottige gevolgen.
-
-De stoomboot „Tasmania”, op reis van Australië naar Plymouth, was ter
-hoogte van de Golf van Biskaye door storm overvallen.
-
-Deze Golf is berucht wegens haar groote gevaarlijkheid. De stoomboot
-echter trotseerde alle moeilijkheden
-
-en kwam, ondanks den zwaren noordooster storm, toch nog moeizaam
-voorwaarts.
-
-Bij den ingang van het kanaal, toen de orkaan de boot tegenwoei,
-veranderde echter het tooneel. De positie werd gevaarlijk. De
-Scilly-eilanden waren al gepasseerd, het doel der reis, Plymouth, niet
-meer verre, maar het schip kwam niet van zijn plaats.
-
-Zwaar werkten de schroeven. Als zij bij het stampen van het schip uit
-het water geraakten, dan draaiden zij zich met fluitend geluid in
-razende snelheid en deden het gansche schip beven. De stoomboot kraakte
-in alle voegen, boog zich her- en derwaarts als een wild dier, hief dan
-eens den boegspriet hoog ten wolkenbedekten hemel, schoot dan weer in
-de diepte, zoodat zij Van tijd tot tijd geheel overspoeld was door het
-zeewater.
-
-Steeds echter kwam het uitstekend gebouwde schip weer onbeschadigd van
-onder de stortzeeën te voorschijn en vocht het verder tegen den
-woedenden storm.
-
-De „Tasmania” borg in haar schoot een kostbare lading. Op geregelde
-tijden zond de Australische Regeering de op de goudvelden van Australië
-gevonden schatten naar de Bank van Engeland. De gouden staven werden
-dan in de Munt tot geld gemaakt en door de Bank in omloop gebracht.
-Zulk een zending bevatte ook thans de boot.
-
-Goed bewaard in ijzeren kisten en geborgen in een aparte ruimte lag een
-schat van verscheiden millioenen opgestapeld. Deze schat was niet op de
-gewone, officieele wijze, met buitengewone voorzorgsmaatregelen
-toevertrouwd aan de „Tasmania”, maar als een geheime zending was zij
-ditmaal, schijnbaar als passagiersgoed, in Melbourne ingeladen.
-
-De Bank van Engeland had door buitengewoon groote navraag, tengevolge
-van de Amerikaansche crisis, bijna al haar aanwezige gelden afgedragen
-en naar aanleiding hiervan had ze zoo spoedig mogelijk de zending uit
-Australië verlangd.
-
-De „Tasmania”, een uitstekend schip, werd uitgekozen en onder het
-toezicht van een drietal ambtenaren werd de schat naar Engeland
-afgezonden.
-
-Deze drie heeren zaten in een groote hut, die ter beschikking was
-gesteld van den eersten boekhouder der Bank, mr. Wright. In deze hut
-had men vrij weinig last van het rollen en stampen van het schip, omdat
-zij in het midden van het schip zich bevond.
-
-De heeren waren in zeer ernstige stemming:
-
-„Mijne heeren”, sprak mr. Wright, „de kapitein heeft mij meegedeeld,
-dat onze toestand uiterst gevaarlijk is en dat, als de wind niet
-draait, wij gevaar loopen, tegen de klippen van de Scilly-eilanden te
-worden verpletterd.
-
-„Het is onze plicht om, in het geval dat wij inderdaad schipbreuk
-mochten lijden, de Bank van Engeland te bewijzen, dat wij tot het
-laatste oogenblik op onzen post zijn gebleven.
-
-„Wij zullen daarom een flesch in orde maken en daarin onze papieren
-doen, die wij hebben af te leveren.
-
-„Degene van ons, die de anderen overleeft, moet, zoodra hij gevoelt,
-dat hij verloren is, de flesch in zee gooien.
-
-„Zijt ge het daarmede eens?”
-
-De heeren waren het eens en mr. Wright nam eenige papieren uit zijn
-portefeuille, die hij in een enveloppe deed, waarop het adres van de
-Bank van Engeland was afgedrukt.
-
-„Hebt ge familieleden, wien ge misschien nog eenig bericht zoudt willen
-zenden?” vroeg mr. Wright zijn medereizigers.
-
-„Ik wel,” antwoordde een der andere ambtenaren, een heer van
-middelbaren leeftijd.
-
-„Schrijf dan een paar woorden; ik zal ze bij de enveloppe insluiten.”
-
-De ambtenaar schreef een paar regels op een blad uit zijn
-aanteekenboekje, scheurde dit toen uit en gaf het zijn chef, die het in
-de enveloppe deed.
-
-Deze enveloppe werd nu door den engen hals van een champagneflesch
-gedrukt, de flesch werd goed verzegeld en met een caoutchoucring
-waterdicht gesloten.
-
-Na eenig schudden rolde de enveloppe in het midden der flesch, waar zij
-zich ontrolde, zoodat het adres duidelijk door het glas zichtbaar werd.
-
-„Mijne heeren”, sprak Wright, „wij hebben nu alles gedaan, wat nog
-mogelijk was; laat ons nu het verdere maar kalm afwachten.”
-
-Hij haalde een sigarenkoker te voorschijn, nam er een sigaar uit en
-bood den koker zijn collega’s aan.
-
-Deze bedienden zich, dankten op hoffelijke wijze en al spoedig rookten
-de drie Engelschen met een gemoedsrust, alsof zij in een mooien salon
-zaten en niet in een schommelend schip, dat ombruist wordt door dood en
-verderf.
-
-Plotseling liep de storm om. Hij sprong over naar het zuiden, een
-verschijnsel, dat niet zelden voorkomt en dat dan een snelle afvloeiing
-der onderste luchtlagen tengevolge heeft.
-
-De boot kon nu pal naar het oosten koersen en dezen weg vervolgen
-totdat de vuurtoren van Eddystone in zicht kwam om dan scherp naar het
-noorden te varen en zoodoende de haven van Plymouth te bereiken.
-
-De passagiers haalden verruimd adem, toen het vreeselijke rollen en
-stampen van het schip inderdaad verminderde en daarmede den armen
-zeezieken verademing bracht. Al werd het schip ook nog heftig heen en
-weer geworpen, toch was de toestand thans kalm, vergeleken bij die van
-vorige oogenblikken.
-
-De kapitein liet nu de totnogtoe gesloten kajuitdeuren weer openen.
-
-Een paar zeevaste passagiers waagden zich aan dek en de drie Engelschen
-behoorden tot hen, die met groote vreugde den frisschen zeewind in
-volle teugen gingen inademen.
-
-Zwijgend, hun havanna rookend, keken zij haar de woestrollende baren.
-
-Mr. Fox, de heer, die nog een paar regels op het blad uit zijn
-notitieboekje had opgeschreven, die door mr. Wright in de verzegelde
-flesch waren gedaan, rookte met lange trekken aan zijn sigaar en na een
-poos begon hij:
-
-„Mr. Wright, wij hebben, den hemel zij dank, de verzegelde flesch nu
-niet meer noodig! Over een paar uur zijn we in de haven van Plymouth!”
-
-„Dat wil ik met u hopen, mr. Fox, maar vergeet toch vooral niet, dat
-wij nog altijd geen vasten bodem onder onze voeten hebben!”
-
-Fox lachte.
-
-„O, wat kan er nu nog gebeuren? Niets! Heelemaal niets!”
-
-„Zoo, denkt ge?”
-
-„Zeker, mr. Wright!”
-
-„Maar hoe komt ge zoo optimistisch?”
-
-„Kijk eens, daar, aan den horizon schittert door de avondschemering een
-licht. Dat is de vuurtoren van Eddystone. Heel spoedig zullen we dien
-beroemden vuurtoren bereikt hebben. Ik ben er van overtuigd, dat ik
-dezen nacht nog, al zal het ook vrij laat worden, mijn vermoeide leden
-zal kunnen uitstrekken in een lekker zacht hotelbed. Van Eddystone is
-Plymouth maar heel kort meer verwijderd!”
-
-„Wel!” antwoordde mr. Wright op korten toon, „wij zullen onze
-verzegelde flesch hopenlijk niet noodig hebben, maar toch tot onze
-landing onaangeroerd laten!”
-
-De drie ambtenaren keken eens naar den vuurtoren, die zoo
-allervriendelijkst knipoogde, alsof hij met zijn groote, schelle
-lichten wilde zeggen:
-
-„Spoedig zal uw lange, vervelende zeereis een eind hebben genomen!”
-
-Maar daar gebeurde plotseling iets heel merkwaardigs.
-
-De wind werd hoe langer hoe flauwer en nam meer en meer af. Na vrij
-korten tijd waaide niets meer dan een frissche bries. Tegelijkertijd
-echter was het alsof de wolken steeds dieper en dieper zakten; alsof
-een onzichtbare macht neerstreek over den zeespiegel.
-
-Reeds omhulden eenige zware wolkensluiers de hooge masten. Steeds
-dikker en dikker stapelden zij zich op. In de sombere luchten ontstond
-een gewirwar van vaalgrauwe nevelgordijnen, die steeds dieper en dieper
-zonken, het geheele schip omhulden en den horizon deden verdwijnen.
-
-Al spoedig was het wolkgordijn zóó dicht, dat de vuurtoren nog slechts
-vaag zichtbaar bleef.
-
-Intusschen was het onder de bemanning van het schip levendig geworden.
-Reeds bij het eerste teeken van de weersverandering wist de kapitein
-uit ervaring, wat gedaan moest worden. De gang van het schip werd
-vertraagd, de roode en groene lichten aan bakboord en stuurboord werden
-versterkt en vermeerderd.
-
-Hoofdschuddend keek mr. Wright naar deze voorzorgsmaatregelen en met
-groote bezorgdheid zei hij tot zijn collega’s:
-
-„Eén vijand hebben wij al overwonnen, maar de ergste nadert nu, het
-meest geduchte gevaar voor den zeeman, de verschrikkelijke mist. Ik
-vrees, mr. Fox, dat ge dezen nacht afstand zult moeten doen van het
-lekkere, zachte hotelbed. Laat ons in den salon gaan, heeren, het wordt
-hier al te onbehagelijk!”
-
-De heeren knikten bevestigend en gingen met hun chef de kajuittrap af.
-Steeds dichter en dichter viel de nevel, hoe langer hoe meer werd het
-uitzicht belemmerd. Spoedig stiet de stoompijp der „Tasmania” allerlei
-geluiden uit, de sirene weergalmde en stuwde waarschuwingstonen door
-den stikdonkeren nacht naar de voorbijtrekkende schepen.
-
-Het werd avond.
-
-De stoomboot passeerde den vuurtoren Eddystone, waarvan het licht, dat
-anders zichtbaar is op mijlen afstand, thans als een flauw kaarslichtje
-af en toe schemerde door de dichte nevelsluiers. Het was nu zaak, den
-koers te veranderen en noordwaarts te sturen.
-
-Dit geschiedde.
-
-Mat schemerde de vuurtoren thans van de voorzijde, terwijl het licht
-eerst van links kwam. De vaart naar het noorden was ingeslagen. Van den
-oostkant weergalmden nu van verschillende zijden eveneens de dreunende,
-eentonige geluiden van vreemde stoombooten, die evenals de „Tasmania”
-op weg waren naar de veilige haven van Plymouth en den steeds dikker
-wordenden nevel ontvluchtten.
-
-Thans was het zaak, met de uiterste voorzichtigheid, alsof het voetje
-voor voetje ging, vooruit te komen en daarbij voortdurend den misthoorn
-te laten hooren, opdat elke aanvaring vermeden werd.
-
-Slechts op hun gehoor konden kapitein en stuurman zich nog verlaten.
-Met het bloote oog kon men thans niet eens meer het geheele dek van het
-schip overzien.
-
-Ontzettend dik lag de afschuwelijke, ondoordringbare mist als een zware
-last, als een ondoordringbaar gordijn over de watervlakte en op de
-stoomboot.
-
-Daar weerklonk plotseling van de rechterzijde in de onmiddellijke
-nabijheid de sirene van een vreemde stoomboot.
-
-De „Tasmania” antwoordde met korte tusschenpoozen. Een onbestemde,
-vormlooze massa doemde zijwaarts uit de nevelen op, omgeven door rood
-en groen licht.
-
-Een uitroep van schrik weerklonk uit de monden der zeelieden.
-
-Zij zagen, dat een groote overzeesche boot naderde, die den weg van de
-„Tasmania” kruiste.
-
-De kapiteins van beide stoombooten waren zich volkomen bewust van het
-dreigende gevaar. In allerijl werden de sturen omgegooid, opdat
-uitwijken nog mogelijk gemaakt kon worden.
-
-Te laat!
-
-In het volgende oogenblik trof de hooge boegspriet van het vreemde
-schip de „Tasmania” in volle bakboordzijde.
-
-Een hevige stoot, een kraken en bersten van scheepsplanken en rompen
-werd gehoord; toen siste witte stoom naar boven uit de ketels van het
-ongelukkige, aangevaren schip.
-
-De passagiers, die in doodsangst verkeerden, gilden op
-hartverscheurenden toon. Overal heerschte vreeselijke ontroering en in
-het volgende oogenblik liepen de passagiers als zinneloos rond aan het
-dek van de „Tasmania”.
-
-De botsing was vreeselijk geweest, ondanks de vertraagde vaart.
-
-De boegspriet van het vreemde schip had zich diep geboord in den romp
-van de „Tasmania”. Het scheen alsof het onmogelijk was, de schepen weer
-van elkander te verwijderen. De schroeven begonnen achteruit te slaan;
-overal aan boord werden lichten ontstoken; Bengaalsche vuren werden
-ontbrand om door den vervaarlijken mist te kunnen heenzien.
-
-Al spoedig bleek, dat de boeg van het onheilbrengende schip zwaar
-geleden had, maar dat de schade slechts was toegekend aan het gedeelte,
-dat boven water uitstak, zoodat voor dezen bodem noch voor de bemanning
-iets te vreezen was.
-
-Maar het aangevaren schip, hoe stond het daarmee?
-
-De bakboordzijde van de „Tasmania” was volkomen ingedrukt. Door den
-gespleten scheepswand stortten stroomen zeewater naar binnen. Het schip
-was op zij gevallen en werd door de nog steeds onrustige zee geweldig
-heen en weer geslingerd. Rookwolken stegen op uit het inwendige van het
-vaartuig, die werden veroorzaakt door het binnenstroomende water dat
-het vuur onder de ketels bluschte, en bovendien was een der stoomketels
-gesprongen.
-
-Het personeel uit de machinekamer was reddeloos verloren; het
-binnenstroomende water bracht allen een snellen dood.
-
-In de kajuiten heerschte de grootste paniek. Het binnendringende water
-sloot de deuren van de kajuiten, zoodat de ongelukkigen waren
-ingesloten en een vreeselijke verstikkingsdood onvermijdelijk moest
-volgen.
-
-Hier zag men een weeklagende moeder met haar kind, dat zij angstig
-tegen zich aanklemde; daar was een man, die vol vertwijfeling de deur
-van een kajuit trachtte te openen, die door het aanstroomende water
-werd dichtgekneld.
-
-Anderen weer trachtten de lichtschacht te bereiken om het dek te
-bereiken, door hier langs naar boven te klauteren.
-
-Overal vielen wanhoopsscènes voor, overal werden gillende,
-schelklinkende hulpkreten vernomen, terwijl de ongelukkigen als
-wanhopigen door elkander liepen.
-
-Ieder, zonder acht te slaan op zijn medemenschen, was er slechts op
-bedacht om het veege lijf te redden, om zichzelven in veiligheid te
-brengen.
-
-De toestand was vreeselijk.
-
-De drie Engelschen zaten in den rooksalon, toen het onheil geschiedde.
-
-Mr. Fox vloog naar zijn kajuit en haalde daaruit een ijzeren cassette
-te voorschijn, waarmede hij trachtte te vluchten.
-
-Helaas!
-
-Door deze minuten oponthoud had hij de kostbaarste oogenblikken
-verloren. Door een watervloed werd hij omgeworpen, nog een korte
-wanhopige worsteling en de man had, geheel in tegenstelling met zijn
-gedachten, een rustplaats gevonden in dit koude, natte doodsbed.
-
-Mr. Wright had terstond het geweldige gevaar overzien. In het volgende
-oogenblik had hij de verzegelde flesch gegrepen, deze in den zak van
-zijn overjas gestoken en was toen met één sprong de kajuittrap
-opgesneld, gevolgd door zijn collega.
-
-Aan dek zag hij dadelijk, dat het schip verloren was. Het moest reeds
-over een paar minuten in de diepte verdwijnen.
-
-Redding was slechts te verwachten van het schip, dat dit vreeselijke
-ongeluk had veroorzaakt.
-
-Met energiek gebaar haalde mr. Wright nu de verzegelde flesch uit den
-zak en slingerde haar met geweldige kracht in zee.
-
-De „Tasmania” begon nu snel te zinken.
-
-Plotseling klonk een geweldige slag. De stoomketels waren ontploft.
-Overal vlogen stukken hout heen en weer, menschelijke lichaamsdeelen
-werden door de lucht geslingerd.
-
-De „Tasmania” was vergaan.
-
-Zij zonk met haar goudschatten en met alles, wat leven had, in de
-diepte.
-
-Woest brulden de golven over het graf van het schoone, statige schip.
-
-
-
-Aan het strand van Oostende heerschte groote drukte.
-
-De vloed was sinds een uur ingetreden en het badstrand was vol
-bezoekers.
-
-Dames en heeren, soms in kostbare badkostuums gekleed, sprongen en
-plasten in het koele water en allen gevoelden zich wonderwel thans in
-hun ongegeneerde kleeding.
-
-De zon scheen heerlijk warm en alles wees er op, dat het een heete dag
-zou worden.
-
-Een slank gebouwd heer nam zijn Panama af en zei:
-
-„Wel, Charly, wat zou je ervan denken, als wij ook eens een bad gingen
-nemen. Wij zullen miss Walton en haar moeder wel terug zien aan het
-diner”.
-
-„Heel graag, Edward, de golfslag is prachtig, kom maar mee!”
-
-Lord Lister en Charly gingen naar de badkoetsjes en al heel gauw
-plasten de vrienden in de golven.
-
-Daar kwam een groote golf aanrollen en ... maar wat was dat? Charly
-voelde een hevigen stoot in den rug en stiet een luiden kreet uit.
-
-„Wat is er, Charly?” vroeg lord Lister.
-
-„Hier, dit ... dáár!”
-
-Charly griste en haalde toen een door zeewier omwonden champagneflesch
-voor den dag.
-
-„Dat dingetje vloog tegen mijn rug op!”
-
-Lord Lister bekeek de flesch opmerkzaam en toen hij het zeewier
-verwijderd had, zag hij aldra, dat de flesch een papier bevatte, dat
-door zeelieden in tijd van nood was geschreven en weggeworpen.
-
-„Kom, Charly!” riep hij uit, „hier is het niet de plaats om te zien,
-wat er in zit. Het glas is dof geworden, het adres van den inliggenden
-brief is niet te zien. Wij kleeden ons vlug en zoeken een veilig
-plaatsje om den inhoud te onderzoeken.”
-
-De vrienden gingen uit het water.
-
-Een half uurtje later zat het tweetal tegen een duinhelling, die alle
-nieuwsgierigen ter zijde hield en toen brak lord Lister de flesch open
-en vond papieren, die geadresseerd waren aan de Engelsche Bank.
-
-„Donnerwetter!” riep hij verbaasd uit, „dat is een verhaal over de
-goudkisten van de „Tasmania”, die bij Eddystone is vergaan. Eenige
-maanden geleden hebben de kranten daarover uitvoerige verslagen gehad,
-herinner je je niet, Charly?
-
-„Zeker! Men beweerde toen, dat de schatten door duikers zouden worden
-opgehaald. Maar omdat het wrak ook is gezonken, werden geen pogingen
-aangewend. Men denkt nu, in den zomer, nu de zee kalm is, met de
-duikingen te beginnen!”
-
-„Juist! Dat stond allemaal in de Times. Zie je Charly, op dit papier
-staat precies aangegeven, in welk deel van het schip de schatten
-liggen, want je begrijpt, dat de goudstaven niet als gewoon
-passagiersgoed werden verscheept. En nu zal die boel worden
-opgehaald—hm,—ja, zie je, Charly—hm,—dat is juist een kolfje naar mijn
-hand, Charly—hm!”
-
-Charly keek hem eens van terzijde aan en glimlachte.
-
-„Ik geloof waarachtig, Edward, dat je de schatten wilt ophalen!”
-
-„Maar natuurlijk heb ik lust—natuurlijk! Als ik de Engelsche Bank die
-millioentjes kan afhandig maken, zou mij dit lang niet ongevallig
-zijn”.
-
-„Wat staat er in dien brief, Edward?”
-
-Lord Lister vouwde den brief open en las de volgende woorden:
-
-
- „Aan miss Lucie Watkins,
- Londen,
- Shooters Hill road 12.
-
- Als de „Tasmania” vergaat, tracht dan mijn waterdichte cassette,
- die mijn geld en testament bevat, op te sporen.
-
- RICHARD FOX,
- Bankbeambte.
-
-
-Charly Brand keek zijn vriend aan met groote, vragende oogen.
-
-„Miss Lucie Watkins moet gewaarschuwd worden, Charly, maar de Bank moet
-zich zelve maar helpen. Voor het meisje is het natuurlijk van het
-grootste belang, het testament en het geld in haar bezit te krijgen.
-Hm, wij zullen miss Watkins in Londen opzoeken!”
-
-„Toch nu niet?”
-
-Lister lachte.
-
-„Neen, maar toch gauw! De tijd dringt. De „Tasmania” is in April
-vergaan. Sinds dien tijd is de verzegelde flesch onderweg. Dat is niet
-vreemd, want er gaan soms maanden voorbij, voordat zoo’n in zee
-geworpen flesch gevonden wordt.
-
-„’t Is nu begin Juli en sindsdien kan er dus heel wat gebeurd zijn, dat
-het noodig maakt, dat miss Watkins dit briefje ontvangt. Mijn bruid en
-haar moeder blijven nog wat in Oostende en wij kunnen dus in dien tijd
-uitstekend een uitstapje naar Londen maken.
-
-„Ik verlang bovendien alweer naar mijn vriend Baxter.”
-
-„Maar Edward, laat Scotland Yard en al zijn lieden toch met rust!”
-
-„Ik zal ze met rust laten! Voorloopig stel ik er nog maar alleen belang
-in om miss Watkins te leeren kennen. Het komt mij voor, dat deze dame
-onze hulp noodig heeft!”
-
-Met deze woorden stonden de beide vrienden op en begaven zich naar het
-drukke strandgewoel.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-OP ZOEK.
-
-
-Lord Lister was met Charly Brand naar Londen gereisd om miss Lucie
-Watkins op te zoeken.
-
-Zij hadden hun intrek genomen in een onaanzienlijk hotel, waar zij
-doorgingen voor kooplieden, die in Londen zaken kwamen doen.
-
-Wij vinden het tweetal terug op weg naar Shooters Hill road, waar,
-zooals op het adres van den gevonden brief stond, miss Watkins moest
-wonen.
-
-De heeren zagen er thans uit als provincialen.
-
-Aan het einde der straat zagen zij een vriendelijk, klein huisje, met
-zorgvuldig onderhouden tuin.
-
-Hier moest de gezochte wonen.
-
-Lord Lister schelde verscheiden keeren, voordat zich schuifelende
-voetstappen deden hooren en de deur geopend werd door iemand met scherp
-besneden gelaat, omgeven door een grauwen, woesten baardgroei.
-
-„Wat verlangen de heeren?” vroeg de man.
-
-„Wij wenschen miss Watkins te spreken!” antwoordde lord Lister.
-
-De man scheen verrast.
-
-„Kent ge miss Watkins?” vroeg hij.
-
-„Dat niet! Maar wij moeten haar spreken, want wij hebben belangrijke
-mededeelingen voor haar.”
-
-„Hm, belangrijke mededeelingen?”
-
-„Ja, héél belangrijk!”
-
-„Zoo! En de heeren zoeken miss Watkins hier? Die dame woont niet hier!
-Ik bewoon alleen het huis met mijn familie, maar ik weet, dat zij hier
-heeft gewoond, want ik heb het huis van haar familie gekocht, die het
-van een oom erfde!”
-
-„Is die oom verdronken bij den ondergang van de „Tasmania”?”
-
-„Ja, juist. Hij is verdronken met de „Tasmania”, op reis van Sidney
-naar Plymouth. Er waren goudstaven aan boord ter waarde van twee
-millioen pond! Een mooi sommetje, heeren! Hier woonde meneer Fox, toen
-hij vier jaar geleden naar Sidney ging voor de Engelsche Bank. Ik heb
-Fox nog goed gekend. Hij was een beste, brave kerel. Ik heb zaken met
-hem gedaan!”
-
-„Met u, David Simonson?”
-
-De gevraagde keek verbaasd op.
-
-„Kent u mij?”
-
-„Op die vraag kan ik u hier niet antwoorden. Hebt ge een kamertje, waar
-wij ongestoord wat kunnen praten? Laat ons daar dan heengaan!”
-
-De man sloot de deur en mompelde nog steeds:
-
-„Hoe kent hij mij?—Wie is hij?—Ik ken hem niet!—Heelemaal niet!”
-
-Op de eerste verdieping liet Simonson de heeren in een gezellige kamer.
-
-„Mag ik nu vragen, hoe meneer mij kent?” vroeg hij brandend
-nieuwsgierig.
-
-„Doodeenvoudig, Simonson. Ge hebt vroeger dikwijls rijken jongelieden
-geld geleend tegen een aardig procentje. En ge hebt ons altijd heel
-fatsoenlijk behandeld, Simonson, dat moet ik zeggen!”
-
-De man hoorde deze woorden met een grijns van genoegen.
-
-„Ik zie wel”, sprak hij, „dat meneer mij heel goed kent, heel goed!
-Maar meneer schijnt niet te weten, dat ik mijn praktijken niet meer
-uitoefen. Ik heb toen het huis gekocht van meneer Fox, den neef van den
-verdronken Fox!”
-
-„Maar vertel nu eens, Simonson, hoe staat het met die miss Watkins? Je
-weet zeker wel meer van die dame?”
-
-„Zij was de dochter van een halfzuster van den verdronken Fox en woonde
-met haar jongeren broer, Tommy genaamd, een knaap van tien jaren. Haar
-moeder stierf vijf jaar geleden, haar vader voor negen jaren. Meneer
-Fox uit Sidney steunde zijn stiefzuster en later haar kinderen
-regelmatig. Hij heeft hen ook nog eens bezocht drie jaar geleden. Toen
-heb ik hem leeren kennen en nog wat zaakjes met hem gedaan. Hij bracht
-allerlei snuisterijen mee uit Australië, die hier goed betaald worden.
-’t Is jammer, dat meneer Fox niet meer leeft. Hij was een beste, brave
-man. Heel anders dan zijn neef, Fox Junior.”
-
-„Wat is daar dan mee, Simonson? Vertel dat eens!”
-
-„Kan meneer zwijgen?”
-
-„Als het graf. Zoo waar als ik lord Lister heet!”
-
-„Groote, almachtige vader, gij— —zijt gij— —gij— —?”
-
-Zijn stem verstierf, alsof hij een spook zag.
-
-„Wel ja, ik ben lord Lister”, sprake deze dood kalm, „dezelfde, dien
-gij indertijd heel wat keeren uit de geldverlegenheid hebt geholpen.”
-
-„Maar— —vergeef mij— —’t is voor mij een groote eer— —om u— —den
-grooten lord— —bij mij te zien— —maar lord Lister— —is toch— —is toch
-ook— —ik heb het gelezen— —gelezen— —is toch ook— —Raffles.”
-
-„Juist”, antwoordde de gevraagde, „en alleen bedriegers en gauwdieven
-hebben Raffles te vreezen. Voor jou, Simonson, blijf ik lord Lister.
-Vertel mij dus, wat ge van Fox Junior en van miss Watkins weet!”
-
-Deze vertelde nu:
-
-„Op de eerste verdieping woonde mr. Fox Junior. Ik weet niet, waarvan
-hij leefde. Hij stond met zijn oom niet op al te goeden voet en deze
-hield niet veel van zijn neef. Desondanks liet hij hem toch in zijn
-huis wonen.
-
-„Met miss Watkins ging mr. Fox niet om. Dat wil zeggen, het meisje
-verafschuwde hem, omdat hij verscheiden keeren dronken thuis was
-gekomen. Zij toonde het ook duidelijk, dat zij het land aan hem had.
-Toen het bekend werd, dat de „Tasmania” vergaan was, en dat mr. Fox
-onder de opvarenden had behoord, werd Fox Junior als erfgenaam van zijn
-oom aangewezen. Hij kreeg dit huis, dat ik van hem kocht. Reeds vóór
-dien tijd woonde miss Watkins al niet meer hier. Het heette, dat zij
-met haar broer Engeland had verlaten. Ik weet niet, waar zij zich thans
-bevindt.”
-
-„Waar woont mr. Fox Junior dan?”
-
-„Die woont in Oxfordstreet”
-
-„Hm! Zoo! Dank je, Simonson! Je weet dus niets van miss Watkins?”
-
-„Niets!”
-
-„Op je eerewoord?”
-
-„Op mijn eerewoord!”
-
-„Goed! Ik geloof je! En beloof mij nu, dat je niemand zult zeggen, wie
-je vandaag heeft bezocht! Zul je?”
-
-En Simonson stamelde:
-
-„Neen, lord Raffles—neen, Lister— —neen, ik zal u niet verraden. Ik
-zweer het u!”
-
-„Goed! Vertel mij nu, hoe miss Watkins en haar broer er uitzien! Ik ken
-ze niet en zal ze toch moeten herkennen!”
-
-„Daar kan ik u uitstekend mee helpen! De overledene meneer Fox heeft
-mij drie jaar geleden bij zijn laatste bezoek een foto gegeven. Daar
-stond broer en zuster op. Ze zien er nog net zoo uit”.
-
-Simonson ging en kwam eenigen tijd later met een foto terug.
-
-„Kan ik het portret een tijdje houden?” vroeg de Lord.
-
-„Zeker, zoolang als ge wilt!”
-
-„Goed! Ik zal het je weer terugsturen! Vaarwel, Simonson, ik dank je
-wel!”
-
-Lord Lister vertrok met Charly en Simonson sloeg nog eens, van louter
-verbazing, de handen boven zijn hoofd samen.
-
-
-
-Lord Lister en Charly waren in den namiddag naar de straat gegaan, waar
-volgens het zeggen van Simonson, mr. Fox Junior woonde.
-
-Het was een nauwe straat in een der oudste gedeelten van Londen.
-
-Lord Lister keek eens naar de gevels.
-
-„Die oude gebouwen hebben alle hun geheimen, Charly”, sprak hij, „bijna
-ieder gebouw heeft zijn donkere kelders en zijn verborgen uitgangen.
-Daar werden de schatten verborgen, maar thans worden in die donkere
-gewelven niet zelden allerlei misdaden uitgevoerd.
-
-Het zou mij niets verbazen als die mr. Fox alle reden had om juist hier
-te wonen.
-
-„Kijk eens, Charly, daar, in dat alleroudste huis moet hij wonen.”
-
-„Het huis ziet er uit als een roovershol”, meende Charly.
-
-„Weet je wat voor lieden hier wonen?”
-
-„Neen!”
-
-„Meestal lui, die zich met helen en woekeren afgeven. Mijn vriend
-Baxter heeft in deze straat een paar speciale vrienden, die hij graag
-met een bezoek vereert, als hij naar gestolen waren zoekt.”
-
-„Vindt hij dan iets?”
-
-„Neen, zoo dom zijn de heertjes niet! Maar kom laat ons naar mr. Fox
-gaan, jongen en pas op je tellen!”
-
-Beiden bleven staan voor het oude huis.
-
-Lord Lister drukte den deurklink neer. De deur was gesloten.
-
-Hij haalde nu de schel over.
-
-Aan de binnenzijde weerklonken al spoedig voetstappen. Een luikje werd
-geopend en daarvoor vertoonde zich het gelaat van een niet onknappe
-vrouw.
-
-Zonder eenige vraag af te wachten, sprak zij, na met scherpen blik de
-bezoekers te hebben gemonsterd:
-
-„Mr. Fox is niet thuis. Kom later maar eens terug.”
-
-„Dat is jammer!” antwoordde lord Lister, „ik heb weinig tijd, want de
-politie zit me op de hielen.”
-
-De vrouw glimlachte, knikte en zei:
-
-„Ik heb u nog nooit hier gezien!”
-
-„Dat geloof ik! Ik werk ook niet in Londen, maar meestal in de
-kustplaatsen.”
-
-„En wat brengt ge?”
-
-„Een fijn horloge met ketting,” fluisterde de lord.
-
-„Goed, ik zal open doen.”
-
-De deur werd geopend en nu zagen de vrienden een forsche, knappe vrouw,
-zorgvuldig gekleed, die achter het tweetal de deur weer stevig sloot.
-Zij bracht de heeren door een lange gang naar een net gemeubelde
-woonkamer en vroeg toen, op Charly wijzend:
-
-„Dat is toch geen dwarskijker?”
-
-„Kun je begrijpen! ’t Is nog een groentje, maar hij is best te
-vertrouwen.”
-
-„Goed! Wacht hier maar, de baas komt dadelijk!”
-
-Zij ging de kamer uit en liet beiden alleen.
-
-Het scherpe oor van lord Lister hoorde, dat buiten een grendel werd
-voorgeschoven. Zij zaten dus voorloopig gevangen.
-
-„Om Godswil Edward, waar zijn we hier beland?” vroeg Charly angstig.
-
-„Wij zijn, juist zooals ik dacht, in het hol van een heler geraakt,
-beste jongen,” fluisterde de lord in de Fransche taal tot zijn vriend.
-„Wees voorzichtig, Charly en praat niet veel. Ik ben ervan overtuigd,
-dat wij van uit een andere kamer worden begluurd. Men vertrouwt ons
-niet.”
-
-Toen sprak hij op luiden toon:
-
-„Die dame schijnt ons niet al te best te vertrouwen, maar ik neem het
-haar volstrekt niet kwalijk, zij kent ons immers niet! Ik hoop nu maar,
-dat mr. Fox heel gauw komt, dan kunnen we meteen zaakjes met hem doen.”
-
-De beide vrienden keken eens in de kamer rond en toen door het venster,
-dat op de binnenplaats uitkwam.
-
-Daar bemerkte Charly, dat zich achter een luchtgat in den muur, juist
-tegenover het venster, een hand bewoog.
-
-Hij keek nauwkeuriger toe en zag nu, dat een paar musschen naar de hand
-vlogen en dan ijverig gingen pikken. De hand verscheen weer, zonder dat
-de diertjes verschrikt terugweken.
-
-Waarschijnlijk werd daar telkens nieuw voer neergelegd.
-
-Charly zag duidelijk, dat een dames- of een kinderhand het voer moest
-strooien, want de hand was fijn gevormd.
-
-Juist wilde hij lord Lister op deze ontdekking opmerkzaam maken, toen
-deze opstond en door een teeken te kennen gaf, dat Charly niets moest
-zeggen.
-
-Lord Lister, die al rookend in zijn stoel had gelegen, had intusschen
-de muren scherp bekeken en opgemerkt, dat ergens bovenaan een luikje
-werd geopend, waardoor hij en zijn vriend natuurlijk van boven af
-bespied en beluisterd werden.
-
-Nu werd het luikje gesloten en op de binnenplaats verscheen de vrouw,
-die hen had opengedaan.
-
-Lord Lister fluisterde Charly toe:
-
-„Let op, wat de vrouw gaat doen en zeg mij, als zij weer in huis gaat.”
-
-Toen sprong hij op en trachtte een kleine kast, die tegen den muur
-stond, op zij te schuiven.
-
-Dat ging gemakkelijk.
-
-Lord Lister knikte tevreden, want deze kast verborg een deur, die
-eveneens gemakkelijk was te openen. Hij keek nu in een nauwe, smalle
-gang, die hij gaarne nader had onderzocht, maar de vrouw, die op de
-binnenplaats met een langen stok de musschen had weggejaagd, kwam weer
-binnen en Charly waarschuwde zijn vriend.
-
-Deze ging onmiddellijk weer in dezelfde achtelooze houding in den stoel
-zitten en na een poosje zag hij, dat het luikje weer geopend was.
-
-Nu ging de huisschel over.
-
-Het luikje ging geruischloos weer dicht.
-
-„Ha zoo”, dacht Lister, „daar komt de heer des huizes.”
-
-Na langen tijd werd de deur van de aangrenzende kamer geopend.
-
-Twee kijvende stemmen weerklonken luid en heftig.
-
-Eensklaps werd de kamerdeur zacht geopend en met bleek gelaat verscheen
-de vrouw op den drempel.
-
-„Ik geloof, dat het daar binnen gevaarlijk wordt”, fluisterde zij.
-
-„Wie is daar dan?” vroeg Lister.
-
-„Een handelsvriend, en—” met een luiden schreeuw vloog zij plotseling
-weg.
-
-In de kamer was de strijd voortdurend heftiger geworden. Meubels werden
-omgegooid, kreten weerklonken.
-
-De vrouw snelde weg, gevolgd door Lister.
-
-Zij had de deur open gedaan.
-
-Op den grond rolden twee mannen. Zij hielden elkaar stevig vast. In de
-hand van den een flikkerde een mes.
-
-Lister was toegesneld, pakte de hand met het mes beet en ontwrong dit
-den vechtende. Toen drukte hij den arm naar beneden, waardoor de ander
-weer kon ademhalen. Lister zag, dat dit Fox moest zijn.
-
-Charly was nu ook binnengekomen en toen de vechtersbaas zag, dat hij
-tegen drie toch niets kon uitvoeren, hield hij zich maar koest.
-
-„Vervloekt!” stiet hij uit, „wat heb jullie je in onzen strijd te
-mengen. Laat mij los!”
-
-„Wil je het geld nemen en kalm weggaan?” vroeg Fox den man, die nog
-steeds door Lister en Charly werd vastgehouden.
-
-„Ik moet nu wel!” bromde de overwonnene.
-
-„Goed!” sprak Fox, „en je zult zien, Jack, dat ik je niet heb
-benadeeld. Ik geef nog een pond toe, dan is de zaak all right?”
-
-„Allright!” knikte Jack. „Zullen de heeren mij nu los laten?”
-
-Fox knikte en Lister en Charly gaven den man zijn vrijheid terug.
-
-Deze stond nu met moeite op, raapte eenige papieren die op den grond
-gevallen waren, bij elkaar en grijnsde tegen mr. Fox.
-
-„Verduiveld onbeleefd om je handelsvrienden zóó te bejegenen, mr. Fox,”
-meende hij, „maar even goede vrienden, hoor!”
-
-Het tweetal schudde elkander nu broederlijk de hand en Fox bracht Jack
-naar de deur.
-
-Toen de huiseigenaar was teruggekomen, bracht de hospita een flesch
-brandewijn en glazen. Fox sloeg onmiddellijk den inhoud van zijn eerste
-glaasje naar beneden en liet zich toen nog twee keer inschenken.
-
-Daarop lachte hij voldaan, reikte Lister en Charly de hand en sprak:
-
-„Mijn dank, heeren, voor uwe hulp. Jack is een driftige kerel! Hij
-grijpt dadelijk naar het mes, maar overigens is hij een brave jongen.
-Maar ik was er nou toch wel miserabel aan toe. Jullie zult toch wel je
-woord houden?”
-
-Lister en Charly beweerden allebei, dat ze zouden zwijgen als het graf.
-
-Fox vroeg thans:
-
-„Wie zijt ge en wat zendt u?”
-
-Lister deed verlegen en krabde zich eens achter het oor.
-
-„Mister Fox, wie wij zijn, zal u wel heel weinig schelen. En wie ons
-stuurt? In iedere herberg hoor je namen noemen als je zaken te doen
-hebt.”
-
-„Ja juist, ja juist!” beweerde Fox. „Maar hoe moet ik u dan noemen?”
-
-„Noem mij maar fijne Willem! zoo noemt mij iedereen in Liverpool. Ik
-heb dit oude spulletje maar voor hier aangetrokken. Draag anders fijn
-spul!”
-
-„Alle duivels! Wat wil je dan in Londen, als je in Liverpool werkt?”
-
-„Wel, heel eenvoudig, mr. Fox. Ik wil naar het vasteland. De grond
-brandt me hier onder de voeten!”
-
-„Zoo, zoo! Ja, twee zulke knappe jongens moeten geholpen worden! Jullie
-zult zien, dat ik dankbaar ben.” En tot de hospita:
-
-„Miss Anny, ga boven eens dekken!”
-
-Miss Anny, die nog steeds vol zorg naar Fox keek, ging heen.
-
-„En wat voor zaakje heb jullie nou?” vroeg Fox.
-
-Lister haalde een gouden horloge en ketting te voorschijn en legde ze
-op tafel neer.
-
-De oogen van den heler schitterden toen hij de sieraden zag.
-
-Hij liet den ketting door zijn vingers glijden en sprak:
-
-„Goed werk, goed werk.”
-
-Toen keek hij Lister aan en zei:
-
-„Ik geef vijf pond. Is ’t goed?”
-
-Lister floot eens door de tanden, trok een leelijk gezicht en
-antwoordde:
-
-„Dat ding is meer dan vijftien pond waard.”
-
-„Voor mij niet!—Maar—ik geef er nog vijf pond bij, als—”, hij keek zijn
-beide helpers onderzoekend aan.
-
-„Nu—als?”
-
-Fox sloeg zich op de knieën dat het klapte.
-
-„Ik vertrouw jullie, omdat je mij geholpen hebt. Maar wilt gij mij een
-dienst bewijzen?”
-
-„Welken?” vroeg Lister.
-
-„Ge zegt, dat ge naar het vasteland gaat. Zoudt ge een persoon daarheen
-willen geleiden? Ik leg er dan nog vijf pond op.”
-
-„Waar gaat die persoon heen?”
-
-„Ge behoeft niet verder mee te gaan dan Calais. Daar wordt ze afgehaald
-en ge behoeft u om niets meer te bekommeren.”
-
-„Is het een vrouw, die vluchten wil?”
-
-„Precies! Ik breng haar bij u op het schip en gij neemt haar mee naar
-Calais. ’t Is overigens een heel fatsoenlijk zaakje. Als ge wilt, kunt
-ge dan tot het vertrek hier blijven.”
-
-Lord Lister streek het geld op dat Fox hem overhandigde. Fox zei:
-
-„Dat is dan in orde! Gaat nu maar in de kamer hiernaast om u wat op te
-knappen. We hebben nog drie uren tijd, voordat de boot vertrekt.”
-
-Fox verliet na deze woorden de kamer.
-
-Lord Lister keek hem na, glimlachte eens en sprak tot Charly:
-
-„Jongen, jongen, beter hadden wij het niet kunnen treffen! Ik wil
-vriendschap drinken met vriend Baxter, als wij niet miss Watkins naar
-Calais brengen. Zij is hier in huis verborgen. Deze gang voert naar
-haar verblijf. Waar kan echter dat broertje zijn gebleven?”
-
-Daar ging de huisbel over.
-
-Lister zweeg en luisterde.
-
-De stap van een man werd in de gang gehoord. Toen ging de deur open en
-Fox begroette een vreemdeling. Lister keek eens naar boven. Het
-spionluikje was gesloten.
-
-Daarop ging hij naar de deur en luisterde.
-
-Twee stemmen spraken fluisterend met elkander. Zij spraken in het
-Spaansch en daar Lord Lister deze taal uitstekend meester was, kon hij
-het gesprek volkomen volgen. Hij hoorde nu, dat miss Watkins inderdaad
-hier in huis was en dat de vreemdeling haar naar Zuid-Amerika wilde
-brengen onder het voorwendsel, dat zij zijn kinderen zou opvoeden.
-
-De vreemdeling was echter een berucht handelaar in blanke slavinnen,
-die hun slachtoffers naar Zuid-Amerika brengen in bordeelen en Fox was
-een ijverig handlanger van den schurk. Verder hoorde Lister uit het
-gesprek, dat de vreemdeling nog met twee andere meisjes zou reizen.
-
-Fox verklaarde, dat hij twee lieden had gevonden, die, zonder dat zij
-wisten waarom het ging, miss Watkins naar Calais zouden brengen.
-
-Na eenig over en weer praten kwam het tweetal tot de conclusie, dat de
-vreemde miss Watkins reeds in Dover zou overnemen.
-
-Schreden naderden thans de deur, zoodat lord Lister zich moest
-terugtrekken.
-
-Een knaap bracht eenige gerechten binnen, twee flesschen bier en
-glazen. Hij zette alles op tafel neer en wilde heengaan.
-
-Toen vroeg Lord Lister:
-
-„Ben jij Tommy?”
-
-„Ik heet Tommy, sir, wat verlangt ge?”
-
-„Niets. Maar waarom heb je geschreid?”
-
-„Och, meneer, mijn zuster gaat vandaag weg en ik moet naar zee, maar ik
-heb er heelemaal geen lust in!”
-
-Tranen kwamen den knaap in de oogen.
-
-Op medelijdenden toon vroeg Charly:
-
-„Maar men zal je toch niet dwingen, Tommy?”
-
-„Toch wel! Mr. Fox wil het en dan moet het wel!”
-
-„Van buiten gilde een schelle vrouwenstem:
-
-„Tommy, waar blijf je?”
-
-Verschrikt liep de jongen de deur uit.
-
-Even later kwam Fox weer binnen en zeide op jovialen toon:
-
-„Om zeven uur kunt ge naar het station gaan, heeren, daar kom ik dan
-ook met de dame, die u hier de deur heeft opengedaan en met de vrouw,
-die ge zult wegbrengen. In Dover neemt een heer reeds uw taak over. Om
-acht uur vertrekt de trein. Ge moet met de dame niet meer spreken dan
-hoog noodig is.”
-
-Lord Lister, die smakelijk een cotelet verorberde, sprak nu:
-
-„Wel, sir, wat gaat mij die dame aan. Wij brengen haar naar Dover en
-daarmee uit!”
-
-„Allright gentlemen! Ik heb nu nog veel te doen! Tot straks!”
-
-Hij ging de deur uit! Even daarop hoorde lord Lister hem spreken met de
-hospita, toen verliet hij het huis.
-
-„Nu opgepast, Charly”, sprak Raffles. „’t Is nu tijd om te handelen en
-miss Watkins in veiligheid te brengen. Ik zal Tommy nu ook te
-voorschijn halen. Blijf jij nu hier, dan ga ik naar de hospita!”
-
-Lister opende de deur en ging door de gang naar de keuken. Daar zat
-Tommy hevig te schreien.
-
-Lister vroeg hem, waar de huishoudster was en het kind antwoordde, dat
-deze naar haar kamer op de eerste verdieping was gegaan om zich mooi te
-maken voor de reis.
-
-Nu ging Lister naar de kamer terug, beval Charly op den uitkijk te gaan
-staan en schoof de kast terzijde, waardoor de geheime deur zichtbaar
-werd.
-
-Hij liep nu een lange gang door en kwam aan een kamerdeur, die dadelijk
-openging. De kamer was echter leeg, maar in een aangrenzend vertrek,
-waarin Lister door het sleutelgat kon kijken, zag hij een jong meisje
-staan, waarin hij, naar de foto van Simonson, terstond miss Watkins
-herkende.
-
-Hij klopte zachtjes en zag, dat het meisje verrast op keek. Toen
-beproefde hij de deur te openen, maar zij was gesloten.
-
-„Wie is daar?” vroeg miss Watkins.
-
-„Een vriend, die gekomen is om u uit de macht van Fox te redden. Doe
-maar open!”
-
-„Ik heb geen sleutel!” luidde het antwoord.
-
-„Luister dan eens. Ik ken uw geschiedenis en ben gekomen om u te
-redden. Ga dus kalm mee als men u naar het station brengt. Ge vindt mij
-daar.”
-
-„Ik zal gehoorzamen!”
-
-„Uitstekend!”
-
-„Maar Tommy?”
-
-„Ik zorg voor Tommy ook! Maar nu moet ik terug!”
-
-Lord Lister verwijderde zich snel en ging langs denzelfden weg terug.
-
-Charly liep nog doodbedaard heen en weer. Er was dus niets gebeurd in
-zijn afwezigheid.
-
-Nu vloog Lister zoo vlug als zijn beenen hem konden dragen naar den
-kelder, en daar lagen allerlei wonderlijke meubels, zijden stoffen en
-huishoudelijke artikelen opgestapeld. Vooral trok een groote, met ijzer
-beslagen kist zijn opmerkzaamheid. Hij trachtte het deksel op te
-lichten en dat lukte terstond. In de kist lagen horloges, gouden en
-zilveren sieraden en verscheiden andere kostbaarheden. Listers horloge
-met ketting lag er ook bij en glimlachend nam hij ze in de hand.
-
-„Mr. Fox moet zich wel heel veilig voelen, dat hij alles hier maar zoo
-open laat staan,” dacht Lister. Toen deed hij de kist weer dicht en
-ging terug naar het vertrek, waar Charly stond te wachten.
-
-„Gelukkig, dat je terug bent, Edward”, sprak de jongeman herademende,
-„ik verging van angst.”
-
-Lister glimlachte.
-
-„Mijn onderzoekingstocht is volkomen gelukt.”
-
-Lang bleef Lister niet in de kamer. Hij ging naar de keuken waar Tommy
-nog altijd zat te schreien.
-
-„Houd moed, jongen”, zei Raffles, „blijf je alleen thuis, als wij
-allemaal weggaan?”
-
-„Ja, sir. Dan word ik opgesloten. Ze zijn bang, dat ik wegloop.”
-
-„Opgepast, Tommy. Als je zuster wordt weggebracht, blijf je alleen,
-maar als je braaf bent, kom ik je halen en breng je weer naar je
-zuster. Maar hou je mond, want anders ben je verloren.”
-
-De oogen van den knaap schitterden.
-
-„O, ik kan best zwijgen! Is het heusch waar, meneer, komt u mij halen?”
-
-„Kalm, mijn jongen, ik lieg niet. Hou je mond en wacht af de dingen,
-die komen zullen. Waar is miss Anny? Nog altijd boven?”
-
-„Ja!”
-
-„Goed! Zeg aan niemand, dat wij met elkaar gesproken hebben.”
-
-Lord Lister verdween en deelde Charly nu fluisterend het plan mee, dat
-hij had ontworpen om de kinderen te redden.
-
-Een uur later kwam Fox weer thuis en trad bij de vrienden binnen.
-
-„Ik geloof, dat wij maar naar het station gaan, mr. Fox”, zei Lister.
-„’t Is hier zoo erg vervelend en de weg is lang.”
-
-„’t Is mij goed. Als ge maar zorgt, dat ge den trein niet verzuimt.”
-
-„Geen nood, sir!”
-
-„Tot weerziens dan!”
-
-„Tot weerziens!”
-
-Fox bracht zijn gasten tot de deur en liet hen met een knikje van
-verstandhouding de deur uit.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-GERED EN IN VEILIGHEID.
-
-
-Lord Lister slenterde met Charly langs de straat.
-
-De eerste dwarsstraat sloegen zij in en trachtten toen in een straat te
-komen, evenwijdig aan die waarin Fox woonde. Toen zochten zij het huis,
-dat was gelegen achter dat van den heler. Dit huis behoorde aan een
-uitdrager. De eerste etage scheen onbewoond en voor slechts twee
-vensters hingen gordijnen.
-
-Dat moesten dus de kamers zijn, waar miss Watkins woonde.
-
-„Zoo, Charly,” zei lord Lister, „nu is het zaak op te passen om te
-zien, wanneer mr. Fox met zijn dames het huis verlaat. Jij zorgt
-intusschen voor een automobiel, en wacht daarmee aan het eind van de
-straat. Laat al het andere maar aan mij over.”
-
-Op den hoek van de straat, in een klein café, keken de vrienden uit
-naar het huis van Fox. Het duurde niet al te lang, of zij zagen, dat
-het drietal het huis verliet.
-
-Lord Lister betaalde en verliet met Charly het kroegje.
-
-„Jij, Charly, gauw in de auto, en wacht mij op den hoek!”
-
-Lord Lister ging nu het huis binnen, dat gelegen was achter dat van den
-heler. Hij liep het door en op de binnenplaats kwam hij den uitdrager
-tegen. Toen deze begon op te spelen, gaf Lister hem zoo’n geweldigen
-klap tegen een der slapen, dat de man bewusteloos neertuimelde.
-
-Nu had hij de handen vrij.
-
-Vlug als een kat klauterde hij op de binnenplaats langs een regenpijp
-naar de eerste verdieping, schoof daar een raam op en kwam op deze
-manier ongedeerd in een der kamers van het huis van Fox. Hij liep nu
-een paar vertrekken door, totdat hij voor een gesloten deur kwam.
-
-Lord Lister klopte—geen antwoord.
-
-Met een looper opende hij de deur en schrikte geweldig, toen hij Tommy
-vastgebonden op een stoel zag liggen.
-
-Heete tranen rolden den armen knaap langs de wangen.
-
-„Is niemand thuis?” vroeg lord Lister.
-
-Tommy schudde ontkennend het hoofd.
-
-„Kalm, ventje,” sprak hij, „ik kom dadelijk terug.”
-
-„Neen, niet weggaan!” vleide het kind, „neem mij mee!”
-
-„Voel je je dan sterk genoeg?”
-
-„O, ja, sir. Ik ben zoo diep bedroefd, dat Lucie weg is!”
-
-„Goed, Tommy, ga dan maar mee, maar zet eerst je pet op.”
-
-De knaap deed het; lord Lister bracht den jongen door de geheime gang
-en samen bereikten zij nu het huis van den uitdrager.
-
-Op den hoek der straat wachtte Charly met de auto.
-
-Inderhaast vertelde lord Lister den knaap nog, dat deze spoedig zijn
-zuster zou terugzien.
-
-Heel tevreden knikte het kind met het hoofd.
-
-Hij had al dadelijk heel zijn kinderlijk vertrouwen gegeven aan den
-mooien, slanken meneer en beloofde alles te zullen doen wat er van hem
-verlangd werd, als hij maar niet naar zee behoefde.
-
-Hij bracht den jongen naar een bureau van overtocht, gaf Tommy eenig
-geld en deponeerde alle kosten. Tommy zou met zijn geleider den
-volgenden trein halen en des nachts nog in Ramsgate aankomen.
-
-Daarop namen Lister en Charly afscheid van den knaap en reden verder.
-
-Voor de London-brug stapten zij uit. Hun scherpe oogen hadden namelijk
-een cab ontdekt, waarin Fox zat met zijn dames.
-
-Zij betaalden den chauffeur en gingen nu naar het station. Voordat zij
-echter daar binnen gingen, riep Lister een dienstman aan, gaf hem een
-brief, dien hij even te voren op het bureau van overtocht had
-geschreven en beval den man, het schrijven aan het adres te bezorgen.
-
-Mr. Fox zat reeds met zijn dames in de wachtkamer, toen lord Lister en
-Charly binnentraden. Hij ging hen tegemoet en stelde hen voor aan miss
-Watkins. Het meisje vertelde hij, dat zijn beide vrienden, de heeren
-Smith en Warren, wel zoo vriendelijk zouden willen zijn om de jonge
-dame tot Dover te geleiden. Daar zou dan mr. Castelli, een rijke
-Argentiniër, die miss Watkins als gouvernante voor zijn kinderen had
-geëngageerd, het meisje onder zijn hoede nemen.
-
-Lister deed zeer terughoudend tegenover de mooie jonge dame, die hem
-van tijd tot tijd met onrustigen blik aankeek en dan weer de wachtkamer
-rondzag, alsof zij iemand zocht.
-
-Lister begreep, wat het meisje verontrustte. Zij had hem niet herkend
-aan zijn stem en keek nu uit naar haar redder.
-
-Mr. Fox was opgestaan en sprak nu achter in de wachtkamer met een heer
-met vollen zwarten baard.
-
-„Dat is zeker signor Castelli”, dacht lord Lister, „de man, die nog
-twee slachtoffers meeneemt.”
-
-Fox kwam terug en drong er op aan, dat men zou instappen, daar het hoog
-tijd was.
-
-Allen stonden op en galant bood Lister de jongedame zijn arm.
-
-Deze ging met gebogen hoofd mee naar een coupé tweede klasse.
-
-„De koffers der jongedame zijn al vooruitgestuurd naar Dover”, sprak
-hij. „Stapt nu maar in.”
-
-Lister gehoorzaamde, nadat hij er zich eerst heel nauwkeurig van had
-overtuigd, dat signor Castelli in den aangrenzenden waggon met twee
-jonge meisjes had plaats genomen.
-
-Fox was in een beste bui.
-
-Miss Anny eveneens.
-
-Toen de trein zich in beweging zette, groette zij de vertrekkenden
-allervriendelijkst, waarop Lister met een spotlachje antwoordde.
-
-Toen de trein het station had verlaten, sloot de lord het venster. Zij
-waren alleen gebleven met z’n drieën.
-
-„Ge hebt mij dus niet herkend, miss Watkins?” vroeg hij nu. „Ja, zie me
-maar niet zoo verbaasd aan, ik ben de redder, wien ge een paar uur
-geleden door de deur hebt gesproken.”
-
-Miss Watkins droogde haar tranen en fluisterde:
-
-„Mijn God, hoe is dat mogelijk?”
-
-„Heel eenvoudig. Mr. Fox is een aartsschurk en ik bood mij aan om hem
-te helpen. Als hij wist, wie ik ben, zou hij zich nog wel twee keer
-bedacht hebben, voordat hij mijn diensten aannam.”
-
-Nu vertelde hij het jonge meisje, in welk vreeselijk gevaar zij had
-verkeerd en hoe het toeval haar gunstig was geweest.
-
-Verder deelde hij haar mede, welk bericht de verzegelde flesch had
-bevat en dat hij van plan was, haar naar Oostende te brengen en dat
-haar broertje Tommy haar in Ramsgate wachtte. Vandaar zouden zij naar
-Oostende gaan, waar broer en zuster voorloopig in volkomen veiligheid
-zouden verkeeren.
-
-Miss Watkins was geheel overweldigd door deze verklaringen en toch
-gelukkig, een helper in den nood te hebben gevonden.
-
-In warme bewoordingen zegde zij haar helper dank.
-
-„Mr. Fox wacht bovendien nog een verrassing thuis”, zei Lister, „ik heb
-mijn vriend Baxter van Scotland Yard bericht, dat het daar een heerlijk
-helersnest is. Hij zal er al wel over een uur zijn. Wij stappen in
-Canterbury uit den trein, maar pas in het laatste oogenblik, opdat
-signor Castelli het niet bemerkt. Daar wachten wij dan den trein naar
-Ramsgate, waar wij Tommy treffen.”
-
-Volgens dit program werd gehandeld en alles gelukte volkomen.
-
-In Canterbury zond lord Lister een telegram naar Dover om daar de
-politie attent te maken op Castelli, opdat deze gearresteerd en zijn
-slachtoffers in veiligheid gebracht konden worden.
-
-In Ramsgate ontmoetten broer en zuster elkander weer en de begroetenis
-was allerhartelijkst.
-
-De volgenden dag voer het tweetal naar Oostende, waar het bij miss
-Walton en haar moeder allerhartelijkst werd ontvangen.
-
-Een paar dagen later verklaarde lord Lister, dat zijn plan nog slechts
-voor de helft was uitgevoerd, want dat hij het testament van den
-verdronkene nog niet bemachtigd had.
-
-„Wij moeten dat testament van den bodem der zee halen,” sprak hij,
-„laat dat maar aan mij over, miss Watkins, ik hoop mijn doel te
-bereiken en naar Plymouth te gaan.”
-
-Zoo sprak lord Lister op zekeren dag tot het jonge meisje en zij was er
-van overtuigd dat alles, wat de energieke man van plan was door te
-zetten, ook inderdaad werd doorgevoerd.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-OP DEN BODEM DER ZEE.
-
-
-Den volgenden dag reisde lord Lister met Charly naar Plymouth en naar
-den beroemden vuurtoren van Eddystone.
-
-Op de reede liep ongeduldig een chic gekleed heer heen en weer. Hij
-tuurde naar den ingang der haven en keek met tevreden gelaat naar een
-naderende stoomboot.
-
-Het was een boot, die door de Engelsche Bank gecharterd was om den
-kostbaren schat der „Tasmania”, die nog steeds op den bodem der zee
-lag, op te halen.
-
-De chic gekleede heer was mister Fergusson, een hooggeplaatst
-Bankambtenaar, die vol verlangen naar de terugkomst der boot uitzag, om
-te hooren, hoe de eerste pogingen waren afgeloopen.
-
-De boot meerde aan de kade.
-
-Mr. Fergusson begaf zich snel aan boord, begroette den kapitein en een
-forschen kerel, die naast den kapitein stond en ging toen met beiden in
-de kajuit.
-
-„Nu, hoe staat het er mee, Edmonds? Ben je geslaagd?”
-
-„’t Staat slecht, meneer, meer dan slecht. Tot nog toe weten we alleen
-nog maar waar het wrak ligt. Wij hebben gedoken, toen het eb was, omdat
-dan alleen te arbeiden is. Bij vloed houdt geen duiker het beneden uit.
-Neen, het ziet er leelijk uit, met de millioenen daar beneden.”
-
-„Hoe lang kunnen de lui onder water blijven?”
-
-„Ik kan voor het duiken maar twee van mijn mannetjes gebruiken, maar
-dat zijn ook jongens van ijzer. En die kunnen niet meer dan een half
-uur beneden blijven. Ik heb vandaag zelf gedoken, maar ik verzeker u,
-dat het een duivelsch werk is.”
-
-„Zou het niet mogelijk zijn, nog meer duikers te werven? De Bank geeft
-den duiker die den schat ontdekt, een belooning van 1000 pond en aan
-wien hem boven brengt een van 10,000 pond. Dat is toch de moeite
-waard.”
-
-„Allright, sir! Ik zou graag dat sommetje willen verdienen en mijn
-mannetjes nog liever, maar tegen de natuur kan niemand vechten.”
-
-„Ge weet nu toch nauwkeurig, waar het wrak ligt, niet waar?”
-
-„Heel precies.”
-
-„Mooi zoo!”
-
-„Maar de duikers zullen het heel moeilijk hebben om in het inwendige
-van het schip te komen. Alles is verbogen en de kajuiten zijn versperd
-door stukken ijzer. Ik betwijfel het, of de mannen zich daar beneden
-wel voldoende zullen kunnen bewegen.”
-
-„Wanneer gaat ge er weer heen?”
-
-„Als de eb is ingetreden. Wij moeten den tijd gebruiken en des nachts
-werken bij electrisch licht. Het weer schijnt zich goed te houden en
-wij hebben spoedig volle maan.”
-
-„Wat zou dat?”
-
-„Wel, dan is de vloed het hoogst, maar ook de ebbe!”
-
-„Zoodra ge iets bijzonders hoort, zult ge het mij zeker wel laten
-weten? Ge hebt overigens verlof om geheel naar eigen goedvinden te
-handelen.”
-
-Kapitein Brown, de tweede man, had zwijgend het gesprek mee aangehoord.
-
-Nu verschoof hij eens den pruim in zijn mond en zei:
-
-„Ge zijt een verstandig man, mr. Fergusson. En wij zullen ons best doen
-zooveel als wij kunnen.”
-
-„Uitstekend, heeren! Ik wensch u veel geluk met uw beproevingen!”
-
-Fergusson stond op en verliet een oogenblik later het schip.
-
-Kapitein Brown en Edmonds, de chefs en aanvoerders der duikersafdeeling
-te Plymouth, wandelden op dek heen en weer.
-
-Daar kwam een matroos iemand melden om mr. Edmonds te spreken.
-
-Deze ontving den bezoeker.
-
-Het was een zwartgelokt Italiaan, die het Engelsch sprak met sterk
-Italiaansch accent.
-
-„Ik heb gehoord,” zei hij, „dat ge duikers noodig hebt voor zeer zwaren
-arbeid. Daarvoor kom ik mij aanmelden.”
-
-„Zijt ge duiker van beroep?”
-
-„No, signore, dat niet! Maar ik heb langen tijd in Zwitserland gewerkt
-bij de doorgraving van een tunnel. Daar werd steeds verse lucht
-ingepompt en de ademhaling ging moeilijk. Ik kan er best tegen en
-geloof ook, het duikerswerk uitstekend te kunnen verrichten.”
-
-„Dat staat mij aan! Zoudt ge nu reeds een proef willen nemen?”
-
-„Terstond?”
-
-„Ja, nu dadelijk!”
-
-„Si, signore, heel graag!”
-
-„Wel, sir, ga dan terstond mede, onze tijd is kostbaar. Hoe heet ge?”
-
-„Casati di Napoli, uit Napels, sir!”
-
-Edmonds knikte verheugd.
-
-„Denk er aan, vanmiddag steken we in zee!”
-
-En met den nieuwen duiker vertrok hij om de proef bij te wonen, die
-deze thans ging nemen.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Toen de boot wegstoomde naar de plaats van bestemming, stonden kapitein
-Brown en kapitein Edmonds op de commandobrug.
-
-Casati, de nieuwe duiker, redeneerde druk met zijn beide kameraden.
-
-„Alle duivels,” zei Brown en hij wees op Casati, „hebt ge den nieuwen
-duiker vandaag al meegenomen? Moet hij nu al werken?”
-
-„Ja, hij staat er op. ’t Is een moedige kerel. Dat is er nou een,
-zooals ik al zoolang gewenscht heb. Het zou mij niets verbazen, als hij
-den schat ontdekt.”
-
-„Zoo, zoo,” bromde Brown. „ik heb nooit veel op gehad met Italianen.
-Deze kerel maakt dan zeker een gunstige uitzondering.”
-
-„Daar ben ik zeker van!”
-
-„Ik hoop het!”
-
-„Gaat gij ook weer duiken?”
-
-„Dat moet wel! Mij meegerekend, zijn we maar met z’n vieren. Wij gaan
-telkens met z’n tweeën, anders acht ik het veel te gevaarlijk.”
-
-„Duikt gij met den Italiaan?”
-
-„Dat weet ik nog niet!”
-
-„Ik zou het niet doen, Edmonds!”
-
-„Wel, waarom niet!”
-
-„Omdat de kerel zeker verdrinkt!”
-
-„Daar ben ik nog zoo zeker niet van!”
-
-„Omdat je het land hebt aan Italianen!”
-
-„Kan zijn!”
-
-De kapiteins waren in levendig gesprek gewikkeld.
-
-Plotseling stiet Edmonds een angstkreet uit en in hetzelfde oogenblik
-beval hij met stentorstem den stuurman om het roer te wenden.
-
-Vlak voor de stoomboot schoot een klein, rank bootje voorbij.
-
-Het had maar héél weinig gescheeld, of het scheepje was door de boot
-met duikers overvaren en in den grond geboord.
-
-Allen hadden het dreigende gevaar gezien.
-
-De Italiaan had zich over de verschansing gebogen en met luider stemme
-geroepen:
-
-„Per dio, signore, hoe kan men zóó onvoorzichtig zijn?”
-
-De inzittende, een jongeman, in wien wij Charly Brand herkennen, had al
-zóó handig gemanoeuvreerd, dat hij, ook zonder het bevel van den
-kapitein, elk bevel ontsnapt zou zijn.
-
-Nu verwijderde het scheepje zich snel.
-
-Charly had er zich even van overtuigd, dat Edward inderdaad aan boord
-was.
-
-
-
-De boot had in de buurt van Eddystone het anker uitgeworpen en niet ver
-vandaar dobberde een ton op het water. Dat was de plaats, waar de
-„Tasmania” gezonken was.
-
-Nauwelijks had de boot de eerste voorbereiding getroffen, of van alle
-kanten kwamen nieuwsgierige stoombootjes opzetten, tot groot misnoegen
-van kapitein Brown, die geweldig het land had aan al deze kijkers.
-
-„Daar zijn natuurlijk weer krantenmenschen bij”, mopperde hij woedend.
-En toen:
-
-„Stuurman, laat een paar matrozen die kerels wat van ons lijf houden!”
-
-„Best, kapitein!”
-
-Intusschen had Edmonds zijn mannetjes om zich heen verzameld.
-
-De groote luchtpomp was opgesteld en twee duikers kleedden zich om in
-het water te gaan.
-
-Een trap was overboord gehangen.
-
-Edmonds wilde straks met Casati, die niemand anders dan lord Lister
-was, gaan duiken.
-
-De beide anderen waren nu klaar.
-
-De zware koperen helm werd hun over het hoofd gedaan en door schroeven
-verbonden aan de waterdichte kleeding. Langzaam en moeizaam door de
-looden zolen aan de voeten, daalden zij de trap af.
-
-Aan de luchtpomp werkte twee lieden. Een derde liet de luchtbuizen
-vieren, een vierde het touw, waarmee de duikers werden neergelaten en
-opgehaald en waaraan ook het dunne signaaltouw is bevestigd. Een
-electrische lantaarn was aan hun gordel bevestigd, een stevige bijl,
-een korte zaag en messen.
-
-Zoo uitgerust verdwenen zij in de groene golven.
-
-Na een klein half uur trok een der duikers aan het signaaltouw.
-
-Snel werd hij opgehaald. Helpende handen strekten zich uit, trokken hem
-op het dek en bevrijdden hem allereerst van den koperen helm, opdat hij
-frissche lucht zou kunnen inademen.
-
-De man, wiens gelaat donkerrood gekleurd was, werd totaal uitgeput in
-een ruststoel neergelegd.
-
-Een paar minuten later gaf nu de tweede duiker ook een sein.
-
-Deze was minder uitgeput en vertelde, dat het wel mogelijk was door het
-lek in het onderste ruim van het schip te komen. In het achterschip of
-de kajuiten zou men echter nooit kunnen komen, daar deze door al het
-ijzer versperd waren.
-
-Nu konden Edmonds en Casati zich gereed maken voor den gevaarvollen
-tocht.
-
-Edmonds ging eerst naar de diepte, de Italiaan, alias lord Lister,
-volgde.
-
-Op den bodem der zee was het tamelijk licht.
-
-Casati zag al heel spoedig den kapitein op den rand van het wrak staan.
-
-Edmonds wees hem op den bodem der zee allerlei zeesterren, krabben,
-kreeften, slakkenhuizen en velerlei vischsoorten. De schollen hadden
-hun lichaam geheel en al in het zand begraven, en keken slechts met de
-koppen eruit.
-
-Edmonds maakte door een teeken kenbaar, dat zij naar beneden moesten en
-liet zich toen langs het schip afglijden.
-
-Lister volgde onmiddellijk.
-
-Toen beiden op den zeebodem waren aangeland, stoven de visschen vol
-schrik uit elkander.
-
-De duikers liepen langs het wrak, dat nog een weinig op zij helde. In
-het middengedeelte kon men het inwendige van de „Tasmania” geheel
-overzien.
-
-Lord Lister wist, dat de schatkamer met de goudkisten zich in het
-achterschip bevond. Voor hem kwam het er slechts op aan de cassette van
-den verdronken Fox te vinden, en waar deze zich bevond was natuurlijk
-niet bekend.
-
-Zoo was hij dus gedoemd, alle hoeken te doorzoeken.
-
-Het tweetal werkte met bijl, zaag en hakmes, en trachtte zich op deze
-manier een weg te banen. Zij stieten op velerlei hinderpalen in den
-vorm van allerhande bagage van de verongelukte opvarenden, maar
-behendig wisten zij alles ter zijde te schuiven, en zoo klouterden zij
-langzaam maar zeker verder.
-
-Thans bevonden zij zich in een groote donkere ruimte, in het midden van
-het schip gelegen. Een ontzettende aanblik deed zich voor hun oogen op.
-Hier was waarschijnlijk vroeger de eetzaal geweest, want op een lange
-tafel stonden nog borden en schotels. En tegen de muren stonden in
-loodrechte houding in het kalme afgesloten water verscheiden lijken nog
-in dezelfde houding, als waarin de dood hen had verrast.
-
-Toen de mannen binnenkwamen werd het water in beweging gebracht en de
-lijken begonnen te wankelen, met wijd opengesperde oogen schenen zij
-dreigend te zullen toekomen op de rustverstoorders. De armen en hoofden
-waggelden, de lichamen bewogen zich voor- en achterwaarts, en
-plotseling zweefde het lijk van een man langzaam naar boven, naar het
-dek, alsof het zich op de indringers wilde storten.
-
-Aan het einde der eetzaal zat een vrouw, die in doodsangst haar
-dochtertje in de armen knelde.
-
-Edmonds, die reeds meerdere malen op den zeebodem dergelijke tafereelen
-had bijgewoond, bleef volkomen kalm, maar Lister spande alle krachten
-in om niet te bezwijmen bij den aanblik van deze ontzettende
-tafereelen.
-
-Edmonds ging nu verder. Hij opende de deur, die naar een gang voerde,
-waar zich aan weerszijden de passagiershutten bevonden.
-
-Al heel spoedig waren zij tot de overtuiging gekomen, dat hier
-onmogelijk de schatten konden geborgen zijn. Aan het einde der gang
-vonden zij het lijk van een man, die een ijzeren cassette krampachtig
-in de armen hield. Het flitste door Lord Listers brein, dat hij thans
-aan het doel was.
-
-Hij maakte de cassette los uit de verstijfde vingers van den doode, en
-nam toen op een teeken van zijn chef de vondst mede, nadat hij nog uit
-de zakken van den verdronken man eenige sleutels en papieren had
-gehaald.
-
-Edmonds beduidde thans, dat hij het niet langer onder water kon
-uithouden, en naar boven wilde, en hoewel Lord Lister nog niet de
-minste onaangename gewaarwording ondervond, volgde hij toch zijn chef.
-
-Een oogenblik later stond het tweetal weer op het dek van het
-duikerschip. Edmonds was met de expeditie zeer in zijn schik, en hij
-was verstomd over de praestaties van zijn leerling Casati, die na zóó
-korten oefentijd reeds zulke geweldige dingen had tot stand gebracht.
-
-Toen Lister zijn duikerspak had afgedaan, gevoelde hij zich niet in het
-minst vermoeid, en was hij zelfs bereid om na een korte pauze weer in
-het water te gaan.
-
-De andere collega’s kregen bevel om de lijken te brengen, opdat men de
-identiteit ervan zou kunnen vaststellen. Op de cassette, die naar de
-kajuit van den kapitein was gebracht stond duidelijk de naam Richard
-Fox gegraveerd. En toen met behulp van de sleutels die Casati van het
-lijk had genomen, het kistje werd geopend, vond men daar verscheiden
-papieren, die, hoewel nat geworden, toch nog uitstekend te lezen waren.
-
-„Wel Casati, heb je lust om nog eens te duiken, voordat de vloed komt
-opzetten?” vroeg Edmonds den duiker.
-
-„O dio, zeker signor, heel graag. Wij hadden den dooden mr. Fox
-dadelijk moeten meenemen. Ik ga hem halen!”
-
-„Wel sir. Die arbeid zal u niet moeilijk vallen. Daar hebt ge mij niet
-bij noodig. Ik sta er op, vannacht weer met u te duiken. Blijf dus niet
-te lang beneden!”
-
-Lord Lister, alias Casati, deed wat hem gezegd was.
-
-Daarop ging hij nog eens de verschillende kajuiten na, zonder echter te
-vinden wat hij zocht.
-
-Even nadat Casati weer aan boord was gekomen, gaf kapitein Brown bevel
-om naar Plymouth terug te keeren.
-
-Het anker werd gelicht en, vergezeld van een heele flottielje kleinere
-en grootere vaartuigen, stoomde de boot naar de veilige haven terug.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-DE SCHAT VAN DE „TASMANIA”
-
-
-In een Hotel van den derden rang te Plymouth, vlak bij de haven, had
-Charly Brand een kamer gehuurd, waarvan de vensters uitkeken op den
-haveningang, zoodat hij alle uitvarende en binnenkomende schepen kon
-waarnemen. Het was Zondagmiddag, en Charly zat met Lister voor het
-geopende venster een cigaret te rooken. Zij spraken samen op
-fluisterenden toon, want vooral in hotels moet men met geheimen zeer
-voorzichtig zijn.
-
-Lister had zijn vriend juist verhaald van het avontuur op den bodem der
-zee.
-
-Thans vervolgde hij:
-
-„De cassette, die ik gisteren naar boven heb gebracht, is in
-tegenwoordigheid van mr. Fergusson geopend. De inhoud was nog in
-ongeschonden staat. Het kistje bevatte de familiepapieren van mr. Fox,
-zijn laatste correspondentie, niet minder dan 1000 pond in effecten en
-ongeveer 100 pond in banknoten, benevens een testament, waarbij mrs.
-Watkins en haar broer Tommy tot universeele erfgenamen worden benoemd.
-
-„Mr. Fox heeft zijn neef totaal onterfd. Mr. Fergusson heeft de
-regeling van alles in handen, en zal miss Watkins zoo spoedig mogelijk
-op de hoogte stellen.”
-
-„We gaan nu toch zeker zoo mogelijk hier vandaan?” vroeg Charly.
-
-„Hoe kom je erbij? Ben je dan vergeten, wat ik aan het strand van
-Oostende tot je gezegd heb?”
-
-„Ja”.
-
-„Dat ik de verzonken schatten van den zeebodem zou halen.”
-
-„Maar dat kan je toch geen ernst zijn?”
-
-„Dat is het inderdaad. Ik heb van Edmonds tot Maandag verlof gekregen.
-Dan moet ik terug zijn, om opnieuw te gaan werken.”
-
-„Maar Edward, wees toch niet zoo dwaas.”
-
-„Hou je kalm,” lachte lord Lister, „en maak je niet ongerust. Ik zal
-wel duiken, zonder dat Edmonds er bij is, en op eigen houtje de
-schatten te voorschijn halen”.
-
-„Maar al de luchtpompen en de andere apparaten dan?”
-
-„O, die heb ik al uit Parijs laten komen, en ze naar Oostende laten
-sturen. Alles komt uitstekend in orde, Charly, als jij je maar niet
-zenuwachtig maakt”.
-
-Charly keek zijn vriend met bezorgden blik aan, en schudde het hoofd.
-Maar Lord Lister lachte en zei:
-
-„Weet je dat wij onzen vriend Baxter hier ook nog eerstdaags kunnen
-verwachten.”
-
-Charly sprong op van schrik.
-
-„Wat wil die hier?”
-
-„Hij komt er bij, om te zien, dat de schatten naar boven gebracht en of
-er niets gestolen wordt.”
-
-Lord Lister lachte ironisch. Wederom schudde Charly bedenkelijk het
-hoofd.
-
-„Ik waarschuw je nog eens Edward, laat je plan varen.”
-
-Lister drukte zijn vriend met warmte de hand.
-
-„Kom kerel, maak je niet ongerust. Alles komt op zijn pootjes terecht.
-En laat ons nu in de eetzaal een flesch Sect gaan drinken.”
-
-Het was een wondermooie, heldere nacht, met een schitterenden
-sterrenhemel. De vuren van de havenstad Plymouth rijden zich in een
-lange keten langs den oever; aan den horizon schitterde de vuurtoren
-van Eddystone en wierp zijn lange stralenbundels ver over de zee. Uit
-de herbergen aan de haven klonk woest gezang van matrozen, vroolijk
-lachen, en schetterende muziek. Morgen was het Zondag, en die rustdag
-moest feestelijk worden ingezet, want op Zondag waren de kroegen
-gesloten, en geen lawaai mocht de heilige rust verstoren.
-
-Lord Lister had het wèl overdacht, om dézen nacht voor zijn avontuur te
-gebruiken.
-
-Het bootje, waarin hij met zijn vriend Charly had plaats genomen, had
-de haven reeds langen tijd verlaten, en dobberde nu op de baren der
-eindelooze zee.
-
-Middernacht was reeds voorbij, toen zij langzaam het doel van den tocht
-naderden.
-
-De machines stopten, en werkten nu bijna onhoorbaar, en in de verte
-doemde reeds de ton op, het kenteeken van de plaats, waar het wrak was
-gezonken.
-
-Lord Lister ging thans nog eenige voorbereidende maatregelen treffen.
-Hij maakte het bootje stevig vast met ankerkettingen, deed zijn
-duikerspak aan, voorzag zich van alle mogelijke werktuigen en had het
-geheel zóó ingericht, dat hij zelf het apparaat met gecomprimeerde
-lucht op de schouders torste.
-
-Nu ontstak hij de electrische lantaarn langzaam en, als een meteoor,
-zonk hij langzaam in de diepte.
-
-Charly keek hem bezorgd na en hield de telephoon aan zijn oor.
-
-Eenigen tijd later meldde lord Lister hem, dat hij den zeebodem had
-bereikt, waardoor Charly, die trilde van zenuwachtigheid, alweer wat
-kalmer was.
-
-Daar beneden, op den bodem der zee, werd lord Lister door de
-heerschende duisternis leelijk belemmerd in de uitoefening van zijn
-werk.
-
-Hij moest het smallere achterschip zien binnen te komen, waarin zich de
-goudkistjes bevonden.
-
-Zijn electrische lamp verlichtte de omgeving thans voldoende. De duiker
-wrong zich nu door een opening in het achterschip en verbrijzelde daar
-met heftige bijlslagen een deur, waardoor hij in eene grootere ruimte
-kwam.
-
-Hier lagen wederom verscheidene lijken, bij den aanblik waarvan hij
-wederom hevig ontstelde.
-
-Maar manmoedig overwon hij alle gevoelens en met zijn werktuigen
-arbeidde hij steeds voorwaarts.
-
-In een ruime kajuit gekomen, stiet hij op een groot aantal koffers en
-kisten en het kostte hem reusachtig veel moeite om deze allemaal uit
-den weg te ruimen. Toen hij dat gedaan had, zag hij weer een deur, en
-opnieuw beukten zijn hamerslagen met geweldige kracht op het vochtige
-hout. Maar toen ook zag de duiker acht niet al te groote cassettes, met
-ijzer beslagen, en voorzien van initialen der Engelsche Bank. Dat was
-dus de groote schat. Acht kistjes. En ieder hield voor ongeveer 3
-millioen gulden aan goudstaven in. Dat maakte dus samen het niet
-onaardig sommetje van 2 millioen pond sterling of 24 millioen gulden.
-
-Lister telephoneerde nu naar zijn vriend, die in ademlooze spanning
-luisterde, dat hij den schat gevonden had, en toen probeerde hij een
-der kistjes op te tillen.
-
-Tevergeefs!
-
-Het enorme gewicht der goudstaven en van het ijzeren kistje maakte het
-onmogelijk deze van hun plaats te brengen.
-
-Toen Lister met zijn lantaarn de ruimte verlichtte, zag hij plotseling
-achter de kistjes de afschuwelijke gedaante van een inktvisch, die zijn
-vangarmen naar alle kanten kronkelde, en plotseling een zwarte
-vloeistof in het water spoot, waardoor elk uitzicht werd belemmerd.
-
-Enkele oogenblikken keek Lister met verbazing en afschuw naar het
-weerzinwekkende beest, maar toen begreep hij ook, dat hij voor het
-oogenblik niets meer hier te doen had.
-
-Den schat kon hij immers toch niet meenemen, en hij voelde er bitter
-weinig voor, om louter voor zijn genoegen nog langer te blijven in deze
-onderzeesche ruimte met zulk een afschuwelijk zeemonster tot
-gezelschap.
-
-Spoedig besloten telephoneerde hij nu naar Charly, dat deze het touw
-langzaam moest opwinden en toen Lister een tijd later weer aan boord
-van het bootje was aangeland, maakte Charly zoo spoedig mogelijk den
-zwaren duikershelm los.
-
-„Ben je erg vermoeid, Edward?” vroeg zijn vriend.
-
-„Heelemaal niet. Ik had het best nog langer kunnen uithouden, maar vond
-het beter, om eerst eens even naar boven te komen.”
-
-„Je gaat toch niet weer duiken?”
-
-„Maar natuurlijk!”
-
-„Neen, Edward, ik wil het niet!”
-
-Charly maakte zich boos.
-
-„Hou je kalm, vriendje”, spotte Lister en hij klopte den jongen man
-eens vriendelijk op den schouder.
-
-Charly moest wel gehoor geven aan de bevelen van zijn vriend.
-
-Hij bracht spoedig een en ander in orde, en een paar minuten later
-zakte lord Lister wederom naar den bodem der zee.
-
-Daar aangekomen legde hij een groote hoeveelheid touw, dat hij had
-meegenomen, ter zijde.
-
-Toen ging hij opnieuw door de opening kruipen en bereikte weer langs
-denzelfden weg de schatkamer.
-
-Hij had een handig apparaat meegenomen, voorzien van een hefboom. Hij
-bevestigde nu een der uiteinden van het geweldige zware kabeltouw aan
-een der millioenenkistjes, hief de cassette van den grond en nu viel
-het hem niet meer moeilijk om het kistje van den grond te heffen en een
-oogenblik later zweefde bet langs het wrak. Nu ontvouwde lord Lister
-een groot stuk linnen, dat hij had meegebracht. Hij maakte daar van dit
-waterdichte linnen, waaromheen een stevig net zat, een ballon, liet
-daarin de gecomprimeerde lucht uit het apparaat ontsnappen en ten
-slotte kon de groote, omvangrijke ballon het gewicht van het kistje mee
-naar boven nemen door het water.
-
-Nu telephoneerde Lister naar Charly, op welke wijze het hem gelukt was,
-het kistje naar boven te krijgen.
-
-Charly riep terug, dat de maan juist was opgekomen en dat hij zich
-moest haasten terug te komen, want dat de vloed kwam. Ook had hij van
-Eddystone lichten zien naderen.
-
-Eindelijk dan had Lister zijn duikerspak weer uit en stond hij aan
-boord van het bootje, naast zijn trouwen vriend Charly, die zich zoo
-ongerust had gemaakt, maar nu den koning te rijk was.
-
-Ook Edward lachte.
-
-En geen wonder!
-
-Hij had er alle reden voor.
-
-„Drie millioen voor ons, Charly, wat zeg je ervan?” De rest moeten we
-voor de Bank laten, jammer genoeg, maar wij hebben geen tijd meer om
-die andere zware kisten nog omhoog te halen.
-
-„En nu, Charly, voortgemaakt!
-
-„Gooi het vischtuig uit, opdat iedereen meent, dat we op de vangst zijn
-geweest en niemand achterdocht gaat koesteren.”
-
-Aldus geschiedde.
-
-Langzaam voer het scheepje naar de kust en de groote ballon, die den
-goudschat naar boven had gebracht, zweefde aan het achterdek.
-
-Zuidelijk van Plymouth werd het schip gemeerd.
-
-Hier was het eenzaam.
-
-Voordat het scheepje aan de kust kwam, beproefden de beide vrienden de
-zware cassette, die onder den ballon meevoer, aan boord te hijschen.
-
-Het bleek onmogelijk!
-
-Het kistje was zoo zwaar, dat de boot op levensgevaarlijke wijze ging
-overhellen naar den kant, waar men het binnen boord wou halen.
-
-Lord Lister zocht nu tusschen de rotsen naar een geschikte plaats om te
-landen en vond deze ook al spoedig.
-
-Door verscheiden klippen werd een beschutten driehoek gevormd, die een
-waterbassin insloot en in deze natuurlijke haven bracht Lister het
-scheepje.
-
-„Als nu de vloed komt”, sprak Lister, „drijft de ballon vanzelf met
-zijn kostbaren last deze haven binnen. Dan laten wij de lucht eruit en
-alles zinkt op den bodem, totdat wij bij ebbe den schat kunnen
-meenemen.
-
-„Morgen is het Zondag. Dan hebben wij tijd in overvloed.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-VIJF MILLIOEN GULDEN.
-
-
-Des Maandagsmiddags was heel Plymouth in rep en roer.
-
-Als een loopend vuurtje had het zich door de stad verbreid, dat duikers
-den schat van de „Tasmania” hadden gevonden. Deze zou bij eb naar boven
-worden gehaald.
-
-De wonderlijkste verhalen deden de rondte van millioenen, die in de hut
-van een Australiër waren gevonden.
-
-Een heele vloot van booten en bootjes verliet Plymouth om het zeldzame
-schouwspel te gaan bijwonen, dat een schat uit de diepte werd
-geheschen.
-
-Wat was er waar van deze verhalen?
-
-Het volgende:
-
-Casati zou in den middag probeeren om den schat naar boven te brengen,
-dien hij des morgens ontdekt had; onder Baxter’s leiding zou de politie
-toezicht komen houden op het kostbare werk.
-
-Mr. Fergusson was aan boord van het duikerschip, waar zich ook twee
-directeuren van de Engelsche Bank bevonden, voorts Baxter en
-rechercheur Marholm.
-
-De heeren spraken natuurlijk druk over de gezonken millioenen en den
-duikersarbeid.
-
-Edmonds zou met de drie duikers tegelijk naar beneden gaan, opdat
-Casati hun duidelijk de schatkamer zou kunnen toonen.
-
-Met z’n vieren zouden zij gemakkelijker den schat kunnen naar boven
-brengen.
-
-De duikers waren in de beste stemming door het vooruitzicht op de
-premie.
-
-De spanning werd algemeen, toen het viertal ging duiken.
-
-Eindelijk, na twintig minuten, kwam het viertal weer boven en Edmonds
-deelde mede, dat het ’t beste zou zijn, als het schip vlak boven het
-wrak ging liggen.
-
-Zoo gezegd zoo gedaan.
-
-Kapitein Brown manoeuvreerde aldus met het vaartuig en liet den kraan
-plaatsen, waarmee aan lange kettingen de ijzeren kistjes konden worden
-opgetakeld.
-
-’t Werd doodstil in het rond.
-
-De nieuwsgierigen in hun booten hadden een grooten kring gevormd en
-keken toen in ademlooze spanning.
-
-Millioenen, vele millioenen zouden straks worden opgeheschen.
-
-Ieder der omstanders wenschte op dit oogenblik duiker te zijn om vele
-duizenden van de premie te kunnen opstrijken.
-
-En allen keken—en zwegen.
-
-De arbeid had een geregeld verloop.
-
-Twee uur later kon het signaal gegeven worden: de eerste kist ophalen!—
-
-Dat gebeurde!
-
-Knersend sloegen de ketenen, de stoommachine proestte en pruttelde.
-
-Toen—een plassen—een ijzeren kistje werd opgeheven—de kraan draaide—en
-nu lagen de eerste 250,000 pond—drie millioen gulden—op dek.
-
-De Engelsche Bank had een dubbel stel sleutels van de
-goudcassettes;—een der directeuren had ze meegenomen, het kistje werd
-geopend en daar schitterde het gele, glanzende metaal in
-duizendvoudigen gloed.
-
-In zijn groote vreugde ging de eerste Bankdirecteur naar Casati toe:
-
-„U, signor”, sprak hij, „danken wij deze vondst. Wilt ge hier maar de
-premie van duizend pond voor den ontdekker in ontvangst nemen? De Bank
-zal u steeds groote dankbaarheid blijven toekennen!”
-
-Met deze woorden overhandigde hij Casati een enveloppe.
-
-Deze was opgestaan.
-
-Hij sprak eenige woorden van dank en stak de enveloppe in den zak.
-
-Toen strekte hij zich weer uit op den ruststoel, alsof er niets
-bijzonders gebeurd was.—
-
-Tot den avond werd doorgewerkt.
-
-De zevende kist lag reeds op dek, toen door de duikers gemeld werd, dat
-dit de laatste was.
-
-De Bankdirecteuren keken elkaar verstomd aan.
-
-Zij hadden hier geen cijfer genoemd, maar het stond vast, dat in Sydney
-acht kistjes aan boord waren geheschen.
-
-Edmonds werd nu ontboden.
-
-„Hebt gij het aantal kistjes ook geteld?” vroeg hij een der
-Bankdirecteuren.
-
-„Zeker. Toen ik het laatst beneden lag, waren er nog vier kistjes. Drie
-waren toen al opgeheschen. Er moeten dus zeven kistjes geweest zijn.”
-
-„Juist—zeven kistjes zijn aan boord. Maar acht werden indertijd
-verscheept. Dat is wel heel merkwaardig! Waar kan dat achtste kistje
-zijn?”—
-
-Edmonds keek den spreker verbluft aan.
-
-„Hoe zou ik dat weten, sir! Mijn duikers en ik kunnen u verklaren, dat
-er maar zeven kistjes in de schatkamer waren.”
-
-„Dan is het achtste kistje waarschijnlijk in een ander deel van het
-schip, of— —”
-
-Hij voltooide niet.
-
-Zijn collega keek hem vragend aan, maar de ander zei slechts:
-
-„Merkwaardig—heel merkwaardig!”
-
-De andere Bankdirecteur zei thans:
-
-„Waarde heer Edmonds, zeg niets van alles wat ik u meedeelde, maar laat
-het wrak nog eens nauwkeurig onderzoeken. Het achtste kistje moet er
-toch ook zijn, want geen uwer duikers kan zoo’n centenaarslast
-verdonkeremanen en 250,000 pond is geen bagatel.”
-
-Edmonds antwoordde:
-
-„Ik ga dadelijk met Casati, mijn besten duiker, weer naar beneden.
-Dadelijk!”
-
-Edmonds ging naar Lord Lister.
-
-Zij bereidden zich terstond voor op een nieuwen tocht.
-
-Een oogenblik later doken zij opnieuw.
-
-Na een uur was de tocht afgeloopen. Er was geen achtste kistje gevonden
-en Edmonds geloofde, dat dit kistje bij het vergaan van het schip was
-verloren gegaan.
-
-Bovendien was achter in de schatkamer een groot gat, waardoor de kist
-heel makkelijk kon zijn heengegleden.
-
-Deze verklaring was heel aannemelijk.
-
-Baxter alleen schudde ongeloovig het hoofd.
-
-Toen Edmonds hem voorstelde om zich dan eens persoonlijk te gaan
-overtuigen, wees hij dit aanbod met groote beslistheid van de hand.
-
-De directeuren moesten zuchtend constateeren, dat 250,000 pond sterling
-voor de Bank waren verloren gegaan.
-
-Hun taak was hier echter thans afgeloopen en het schip van kapitein
-Brown kon naar Plymouth terugkeeren.
-
-Onderweg kon rechercheur Marholm niet nalaten om tegen Baxter te
-beweren:
-
-„Als de geschiedenis zich niet op den bodem der zee had afgespeeld, zou
-ik er op zweren, dat Raffles die 250,000 pond had gestolen.”
-
-„Herinner mij niet aan dien man, die de vloek is van mijn leven”, zei
-Baxter op giftigen toon.
-
-„Maar Raffles heeft ons toch een dienst bewezen, door ons opmerkzaam te
-maken op het helershol van dien Fox.”
-
-„Dat is waar!”
-
-„Hij is zoo kwaad nog niet!”
-
-„Wie niet?”
-
-„Wel, Raffles!”
-
-„Maar Marholm, je bent gek, stapelgek. Zou je dien Raffles niet een
-premie willen toekennen?”
-
-„Hij zal zich wel een en ander zelf hebben genomen, chef!”
-
-„Zoo, denk je?”
-
-„Natuurlijk!”
-
-„En je vindt hem zoo kwaad nog niet!”
-
-„Hij zal nooit menschen benadeelen, die eerlijk en braaf zijn. Alleen
-schurken besteelt hij.”
-
-„Hou op, Marholm, hou op over Raffles!”
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Toen de stoomboot in Plymouth was binnengeloopen, bracht een postbode
-een spoedbrief voor Baxter.
-
-Deze opende haastig het epistel, maar nauw had hij het gelezen, of hij
-stiet een kreet van woede uit.
-
-„Wat is er?” vroeg een der directeuren.
-
-Bleek van opwinding overhandigde Baxter hem het schrijven.
-
-En de directeur las met groote oogen luid-op:
-
-
- „Ik deel den politie-inspecteur Baxter door dezen mede, dat het
- achtste vermiste kistje met goudstaven van de Engelsche Bank zich
- bevindt in den bekenden driehoek bij de molenrotsen. Als het ebbe
- is, kan het kistje heel gemakkelijk van daar worden weggehaald. De
- plaats is dan droog.
-
- Hoogachtend,
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Marholm deed alle moeite, om een opkomenden lach te verbergen.
-
-Maar hij bedwong zich en zei met onschuldig gelaat tot Baxter:
-
-„Dat is een gladde vogel, die Raffles, nietwaar, chef?”
-
-Baxter antwoordde niet en draaide zich om.
-
-De zonderlinge brief ging van hand tot hand en Edmonds zei:
-
-„Ik denk, dat iemand hier een heel flauwe grap heeft willen uithalen,
-maar in elk geval moet de aangeduide plaats nader onderzocht worden!”
-
-Nu las Brown den brief.
-
-Hij lachte en maakte de opmerking, dat op de aangeduide plek inderdaad
-een driehoek door rotsen was gevormd. Met een boot kan men heel
-makkelijk deze plek bereiken.
-
-Besloten werd om denzelfden nacht bij ebbe naar de plaats te varen.
-Kapitein Brown zou voor dien tocht een boot beschikbaar houden.
-
-Terwijl de heeren het schip verlieten, had lord Lister zich omgekleed
-en nu deelde hij kapitein Edmonds mee, dat hij zich wat in Plymouth
-wilde gaan vermaken na al dien inspannenden arbeid.
-
-De duikerchef gaf daartoe gaarne verlof en Lister verliet het schip om
-er nooit op terug te keeren.
-
-Toen de boot zich gereed maakte om naar den rots-driehoek te varen,
-zaten Lister en Charly Brand al in een coupé eerste klasse, op weg naar
-Ramsgate, om vandaar Oostende te bereiken.
-
-De heeren in de boot zaten allen met mistroostige gezichten te kijken.
-Zij hadden een gevoel, alsof zij een vreemde gebeurtenis tegemoet
-voeren.
-
-Kapitein Brown had het bevel op de boot.
-
-Hij wist uitstekend den weg in deze plekken, vol verborgen klippen. De
-eb had thans alle rotsen blootgelegd en bij het schijnsel van lantaarns
-en fakkels manoeuvreerde de boot handig overal tusschen door.
-
-Daar werd reeds de driehoek zichtbaar.
-
-Groote onrust greep de inzittenden aan.
-
-Toen het schip stil lag, was Baxter de eerste, die uitsprong, spoedig
-gevolgd door de anderen.
-
-Waarlijk!
-
-Daar lag, op den rotsbodem, het vermiste kistje en de bankdirecteur
-haastte zich, het zware deksel op te lichten.
-
-Een kreet van verrassing en schrik steeg op uit alle kelen.
-
-Het kistje was leeg!
-
-Maar aan het deksel was aan de binnenzijde een stuk perkament
-bevestigd, waarop in groote letters stond geschreven:
-
-
- „Ik geef de Engelsche Bank het achtste kistje gaarne terug. Met
- haar inhoud hoop ik nog heel wat ellende in de wereld te lenigen.
- Mijn aandeel in de winst sta ik graag af aan mijn drie collega’s.
- Ik heb dat geld niet noodig. Met een vriendelijken groet aan den
- heer Baxter.
-
- JOHN C. RAFFLES,
- de gewezen duiker Casati.”
-
-
-De uitwerking van dezen brief was inderdaad hevig.
-
-Baxter was razend. Want het was heel wat voor iemand, die zoozeer met
-zichzelven is ingenomen als deze inspecteur der recherche, om voor den
-zooveelsten keer te moeten erkennen, dat hij bij den neus genomen is
-door een inbreker van beroep. En Baxter bekende het niet graag, als hij
-een nederlaag had geleden. Hij smoorde een zwaren vloek tusschen de
-lippen, bedwong zich met de meest mogelijke moeite en bracht er
-eindelijk uit, daar aller oogen op hem gericht waren:
-
-„Die Raffles—die Raffles! Ik zal niet veel meer zeggen, maar tòch moet
-mij van het harte, dat ik hoop, dat dit nu de laatste maal zal zijn, de
-allerlaatste maal!”
-
-Toen zweeg hij, inwendig diep gegriefd.
-
-En detective Marholm?
-
-Die kon zijn lachen niet bedwingen, maar proestte het uit toen men wat
-bekomen was van den algemeenen schrik.
-
-Toen hij was uitgelachen riep hij vroolijk, zonder te letten op
-Baxter’s boosheid:
-
-„Ik heb het wel gedacht—ik heb het zeker gedacht!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0012: VERZONKEN
-SCHATTEN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.