diff options
Diffstat (limited to 'old/68139-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/68139-0.txt | 2740 |
1 files changed, 0 insertions, 2740 deletions
diff --git a/old/68139-0.txt b/old/68139-0.txt deleted file mode 100644 index 14d75de..0000000 --- a/old/68139-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2740 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0012: Verzonken -schatten, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0012: Verzonken schatten - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: May 21, 2022 [eBook #68139] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0012: -VERZONKEN SCHATTEN *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 12 VERZONKEN SCHATTEN. - - - - - - - - -VERZONKEN SCHATTEN. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -DE VERZEGELDE FLESCH. - - -Met vreeselijk geweld woedde de noordooster storm in het kanaal. -Huizenhoog zweepte hij de golven en stuwde het wilde water naar den -Oceaan. Tegen zulk een orkaan vechten konden slechts groote, -overzeesche booten, de kleinere waren allang in veilige havens -gevlucht. - -Iedere kapitein haalt verruimd adem, als hij het nauwe kanaal gelukkig -achter den rug heeft, want als het stormt of als er eenige mist hangt, -dan zal hij het niet wagen, een oog dicht te doen, uit vrees voor de -noodlottige gevolgen. - -De stoomboot „Tasmania”, op reis van Australië naar Plymouth, was ter -hoogte van de Golf van Biskaye door storm overvallen. - -Deze Golf is berucht wegens haar groote gevaarlijkheid. De stoomboot -echter trotseerde alle moeilijkheden - -en kwam, ondanks den zwaren noordooster storm, toch nog moeizaam -voorwaarts. - -Bij den ingang van het kanaal, toen de orkaan de boot tegenwoei, -veranderde echter het tooneel. De positie werd gevaarlijk. De -Scilly-eilanden waren al gepasseerd, het doel der reis, Plymouth, niet -meer verre, maar het schip kwam niet van zijn plaats. - -Zwaar werkten de schroeven. Als zij bij het stampen van het schip uit -het water geraakten, dan draaiden zij zich met fluitend geluid in -razende snelheid en deden het gansche schip beven. De stoomboot kraakte -in alle voegen, boog zich her- en derwaarts als een wild dier, hief dan -eens den boegspriet hoog ten wolkenbedekten hemel, schoot dan weer in -de diepte, zoodat zij Van tijd tot tijd geheel overspoeld was door het -zeewater. - -Steeds echter kwam het uitstekend gebouwde schip weer onbeschadigd van -onder de stortzeeën te voorschijn en vocht het verder tegen den -woedenden storm. - -De „Tasmania” borg in haar schoot een kostbare lading. Op geregelde -tijden zond de Australische Regeering de op de goudvelden van Australië -gevonden schatten naar de Bank van Engeland. De gouden staven werden -dan in de Munt tot geld gemaakt en door de Bank in omloop gebracht. -Zulk een zending bevatte ook thans de boot. - -Goed bewaard in ijzeren kisten en geborgen in een aparte ruimte lag een -schat van verscheiden millioenen opgestapeld. Deze schat was niet op de -gewone, officieele wijze, met buitengewone voorzorgsmaatregelen -toevertrouwd aan de „Tasmania”, maar als een geheime zending was zij -ditmaal, schijnbaar als passagiersgoed, in Melbourne ingeladen. - -De Bank van Engeland had door buitengewoon groote navraag, tengevolge -van de Amerikaansche crisis, bijna al haar aanwezige gelden afgedragen -en naar aanleiding hiervan had ze zoo spoedig mogelijk de zending uit -Australië verlangd. - -De „Tasmania”, een uitstekend schip, werd uitgekozen en onder het -toezicht van een drietal ambtenaren werd de schat naar Engeland -afgezonden. - -Deze drie heeren zaten in een groote hut, die ter beschikking was -gesteld van den eersten boekhouder der Bank, mr. Wright. In deze hut -had men vrij weinig last van het rollen en stampen van het schip, omdat -zij in het midden van het schip zich bevond. - -De heeren waren in zeer ernstige stemming: - -„Mijne heeren”, sprak mr. Wright, „de kapitein heeft mij meegedeeld, -dat onze toestand uiterst gevaarlijk is en dat, als de wind niet -draait, wij gevaar loopen, tegen de klippen van de Scilly-eilanden te -worden verpletterd. - -„Het is onze plicht om, in het geval dat wij inderdaad schipbreuk -mochten lijden, de Bank van Engeland te bewijzen, dat wij tot het -laatste oogenblik op onzen post zijn gebleven. - -„Wij zullen daarom een flesch in orde maken en daarin onze papieren -doen, die wij hebben af te leveren. - -„Degene van ons, die de anderen overleeft, moet, zoodra hij gevoelt, -dat hij verloren is, de flesch in zee gooien. - -„Zijt ge het daarmede eens?” - -De heeren waren het eens en mr. Wright nam eenige papieren uit zijn -portefeuille, die hij in een enveloppe deed, waarop het adres van de -Bank van Engeland was afgedrukt. - -„Hebt ge familieleden, wien ge misschien nog eenig bericht zoudt willen -zenden?” vroeg mr. Wright zijn medereizigers. - -„Ik wel,” antwoordde een der andere ambtenaren, een heer van -middelbaren leeftijd. - -„Schrijf dan een paar woorden; ik zal ze bij de enveloppe insluiten.” - -De ambtenaar schreef een paar regels op een blad uit zijn -aanteekenboekje, scheurde dit toen uit en gaf het zijn chef, die het in -de enveloppe deed. - -Deze enveloppe werd nu door den engen hals van een champagneflesch -gedrukt, de flesch werd goed verzegeld en met een caoutchoucring -waterdicht gesloten. - -Na eenig schudden rolde de enveloppe in het midden der flesch, waar zij -zich ontrolde, zoodat het adres duidelijk door het glas zichtbaar werd. - -„Mijne heeren”, sprak Wright, „wij hebben nu alles gedaan, wat nog -mogelijk was; laat ons nu het verdere maar kalm afwachten.” - -Hij haalde een sigarenkoker te voorschijn, nam er een sigaar uit en -bood den koker zijn collega’s aan. - -Deze bedienden zich, dankten op hoffelijke wijze en al spoedig rookten -de drie Engelschen met een gemoedsrust, alsof zij in een mooien salon -zaten en niet in een schommelend schip, dat ombruist wordt door dood en -verderf. - -Plotseling liep de storm om. Hij sprong over naar het zuiden, een -verschijnsel, dat niet zelden voorkomt en dat dan een snelle afvloeiing -der onderste luchtlagen tengevolge heeft. - -De boot kon nu pal naar het oosten koersen en dezen weg vervolgen -totdat de vuurtoren van Eddystone in zicht kwam om dan scherp naar het -noorden te varen en zoodoende de haven van Plymouth te bereiken. - -De passagiers haalden verruimd adem, toen het vreeselijke rollen en -stampen van het schip inderdaad verminderde en daarmede den armen -zeezieken verademing bracht. Al werd het schip ook nog heftig heen en -weer geworpen, toch was de toestand thans kalm, vergeleken bij die van -vorige oogenblikken. - -De kapitein liet nu de totnogtoe gesloten kajuitdeuren weer openen. - -Een paar zeevaste passagiers waagden zich aan dek en de drie Engelschen -behoorden tot hen, die met groote vreugde den frisschen zeewind in -volle teugen gingen inademen. - -Zwijgend, hun havanna rookend, keken zij haar de woestrollende baren. - -Mr. Fox, de heer, die nog een paar regels op het blad uit zijn -notitieboekje had opgeschreven, die door mr. Wright in de verzegelde -flesch waren gedaan, rookte met lange trekken aan zijn sigaar en na een -poos begon hij: - -„Mr. Wright, wij hebben, den hemel zij dank, de verzegelde flesch nu -niet meer noodig! Over een paar uur zijn we in de haven van Plymouth!” - -„Dat wil ik met u hopen, mr. Fox, maar vergeet toch vooral niet, dat -wij nog altijd geen vasten bodem onder onze voeten hebben!” - -Fox lachte. - -„O, wat kan er nu nog gebeuren? Niets! Heelemaal niets!” - -„Zoo, denkt ge?” - -„Zeker, mr. Wright!” - -„Maar hoe komt ge zoo optimistisch?” - -„Kijk eens, daar, aan den horizon schittert door de avondschemering een -licht. Dat is de vuurtoren van Eddystone. Heel spoedig zullen we dien -beroemden vuurtoren bereikt hebben. Ik ben er van overtuigd, dat ik -dezen nacht nog, al zal het ook vrij laat worden, mijn vermoeide leden -zal kunnen uitstrekken in een lekker zacht hotelbed. Van Eddystone is -Plymouth maar heel kort meer verwijderd!” - -„Wel!” antwoordde mr. Wright op korten toon, „wij zullen onze -verzegelde flesch hopenlijk niet noodig hebben, maar toch tot onze -landing onaangeroerd laten!” - -De drie ambtenaren keken eens naar den vuurtoren, die zoo -allervriendelijkst knipoogde, alsof hij met zijn groote, schelle -lichten wilde zeggen: - -„Spoedig zal uw lange, vervelende zeereis een eind hebben genomen!” - -Maar daar gebeurde plotseling iets heel merkwaardigs. - -De wind werd hoe langer hoe flauwer en nam meer en meer af. Na vrij -korten tijd waaide niets meer dan een frissche bries. Tegelijkertijd -echter was het alsof de wolken steeds dieper en dieper zakten; alsof -een onzichtbare macht neerstreek over den zeespiegel. - -Reeds omhulden eenige zware wolkensluiers de hooge masten. Steeds -dikker en dikker stapelden zij zich op. In de sombere luchten ontstond -een gewirwar van vaalgrauwe nevelgordijnen, die steeds dieper en dieper -zonken, het geheele schip omhulden en den horizon deden verdwijnen. - -Al spoedig was het wolkgordijn zóó dicht, dat de vuurtoren nog slechts -vaag zichtbaar bleef. - -Intusschen was het onder de bemanning van het schip levendig geworden. -Reeds bij het eerste teeken van de weersverandering wist de kapitein -uit ervaring, wat gedaan moest worden. De gang van het schip werd -vertraagd, de roode en groene lichten aan bakboord en stuurboord werden -versterkt en vermeerderd. - -Hoofdschuddend keek mr. Wright naar deze voorzorgsmaatregelen en met -groote bezorgdheid zei hij tot zijn collega’s: - -„Eén vijand hebben wij al overwonnen, maar de ergste nadert nu, het -meest geduchte gevaar voor den zeeman, de verschrikkelijke mist. Ik -vrees, mr. Fox, dat ge dezen nacht afstand zult moeten doen van het -lekkere, zachte hotelbed. Laat ons in den salon gaan, heeren, het wordt -hier al te onbehagelijk!” - -De heeren knikten bevestigend en gingen met hun chef de kajuittrap af. -Steeds dichter en dichter viel de nevel, hoe langer hoe meer werd het -uitzicht belemmerd. Spoedig stiet de stoompijp der „Tasmania” allerlei -geluiden uit, de sirene weergalmde en stuwde waarschuwingstonen door -den stikdonkeren nacht naar de voorbijtrekkende schepen. - -Het werd avond. - -De stoomboot passeerde den vuurtoren Eddystone, waarvan het licht, dat -anders zichtbaar is op mijlen afstand, thans als een flauw kaarslichtje -af en toe schemerde door de dichte nevelsluiers. Het was nu zaak, den -koers te veranderen en noordwaarts te sturen. - -Dit geschiedde. - -Mat schemerde de vuurtoren thans van de voorzijde, terwijl het licht -eerst van links kwam. De vaart naar het noorden was ingeslagen. Van den -oostkant weergalmden nu van verschillende zijden eveneens de dreunende, -eentonige geluiden van vreemde stoombooten, die evenals de „Tasmania” -op weg waren naar de veilige haven van Plymouth en den steeds dikker -wordenden nevel ontvluchtten. - -Thans was het zaak, met de uiterste voorzichtigheid, alsof het voetje -voor voetje ging, vooruit te komen en daarbij voortdurend den misthoorn -te laten hooren, opdat elke aanvaring vermeden werd. - -Slechts op hun gehoor konden kapitein en stuurman zich nog verlaten. -Met het bloote oog kon men thans niet eens meer het geheele dek van het -schip overzien. - -Ontzettend dik lag de afschuwelijke, ondoordringbare mist als een zware -last, als een ondoordringbaar gordijn over de watervlakte en op de -stoomboot. - -Daar weerklonk plotseling van de rechterzijde in de onmiddellijke -nabijheid de sirene van een vreemde stoomboot. - -De „Tasmania” antwoordde met korte tusschenpoozen. Een onbestemde, -vormlooze massa doemde zijwaarts uit de nevelen op, omgeven door rood -en groen licht. - -Een uitroep van schrik weerklonk uit de monden der zeelieden. - -Zij zagen, dat een groote overzeesche boot naderde, die den weg van de -„Tasmania” kruiste. - -De kapiteins van beide stoombooten waren zich volkomen bewust van het -dreigende gevaar. In allerijl werden de sturen omgegooid, opdat -uitwijken nog mogelijk gemaakt kon worden. - -Te laat! - -In het volgende oogenblik trof de hooge boegspriet van het vreemde -schip de „Tasmania” in volle bakboordzijde. - -Een hevige stoot, een kraken en bersten van scheepsplanken en rompen -werd gehoord; toen siste witte stoom naar boven uit de ketels van het -ongelukkige, aangevaren schip. - -De passagiers, die in doodsangst verkeerden, gilden op -hartverscheurenden toon. Overal heerschte vreeselijke ontroering en in -het volgende oogenblik liepen de passagiers als zinneloos rond aan het -dek van de „Tasmania”. - -De botsing was vreeselijk geweest, ondanks de vertraagde vaart. - -De boegspriet van het vreemde schip had zich diep geboord in den romp -van de „Tasmania”. Het scheen alsof het onmogelijk was, de schepen weer -van elkander te verwijderen. De schroeven begonnen achteruit te slaan; -overal aan boord werden lichten ontstoken; Bengaalsche vuren werden -ontbrand om door den vervaarlijken mist te kunnen heenzien. - -Al spoedig bleek, dat de boeg van het onheilbrengende schip zwaar -geleden had, maar dat de schade slechts was toegekend aan het gedeelte, -dat boven water uitstak, zoodat voor dezen bodem noch voor de bemanning -iets te vreezen was. - -Maar het aangevaren schip, hoe stond het daarmee? - -De bakboordzijde van de „Tasmania” was volkomen ingedrukt. Door den -gespleten scheepswand stortten stroomen zeewater naar binnen. Het schip -was op zij gevallen en werd door de nog steeds onrustige zee geweldig -heen en weer geslingerd. Rookwolken stegen op uit het inwendige van het -vaartuig, die werden veroorzaakt door het binnenstroomende water dat -het vuur onder de ketels bluschte, en bovendien was een der stoomketels -gesprongen. - -Het personeel uit de machinekamer was reddeloos verloren; het -binnenstroomende water bracht allen een snellen dood. - -In de kajuiten heerschte de grootste paniek. Het binnendringende water -sloot de deuren van de kajuiten, zoodat de ongelukkigen waren -ingesloten en een vreeselijke verstikkingsdood onvermijdelijk moest -volgen. - -Hier zag men een weeklagende moeder met haar kind, dat zij angstig -tegen zich aanklemde; daar was een man, die vol vertwijfeling de deur -van een kajuit trachtte te openen, die door het aanstroomende water -werd dichtgekneld. - -Anderen weer trachtten de lichtschacht te bereiken om het dek te -bereiken, door hier langs naar boven te klauteren. - -Overal vielen wanhoopsscènes voor, overal werden gillende, -schelklinkende hulpkreten vernomen, terwijl de ongelukkigen als -wanhopigen door elkander liepen. - -Ieder, zonder acht te slaan op zijn medemenschen, was er slechts op -bedacht om het veege lijf te redden, om zichzelven in veiligheid te -brengen. - -De toestand was vreeselijk. - -De drie Engelschen zaten in den rooksalon, toen het onheil geschiedde. - -Mr. Fox vloog naar zijn kajuit en haalde daaruit een ijzeren cassette -te voorschijn, waarmede hij trachtte te vluchten. - -Helaas! - -Door deze minuten oponthoud had hij de kostbaarste oogenblikken -verloren. Door een watervloed werd hij omgeworpen, nog een korte -wanhopige worsteling en de man had, geheel in tegenstelling met zijn -gedachten, een rustplaats gevonden in dit koude, natte doodsbed. - -Mr. Wright had terstond het geweldige gevaar overzien. In het volgende -oogenblik had hij de verzegelde flesch gegrepen, deze in den zak van -zijn overjas gestoken en was toen met één sprong de kajuittrap -opgesneld, gevolgd door zijn collega. - -Aan dek zag hij dadelijk, dat het schip verloren was. Het moest reeds -over een paar minuten in de diepte verdwijnen. - -Redding was slechts te verwachten van het schip, dat dit vreeselijke -ongeluk had veroorzaakt. - -Met energiek gebaar haalde mr. Wright nu de verzegelde flesch uit den -zak en slingerde haar met geweldige kracht in zee. - -De „Tasmania” begon nu snel te zinken. - -Plotseling klonk een geweldige slag. De stoomketels waren ontploft. -Overal vlogen stukken hout heen en weer, menschelijke lichaamsdeelen -werden door de lucht geslingerd. - -De „Tasmania” was vergaan. - -Zij zonk met haar goudschatten en met alles, wat leven had, in de -diepte. - -Woest brulden de golven over het graf van het schoone, statige schip. - - - -Aan het strand van Oostende heerschte groote drukte. - -De vloed was sinds een uur ingetreden en het badstrand was vol -bezoekers. - -Dames en heeren, soms in kostbare badkostuums gekleed, sprongen en -plasten in het koele water en allen gevoelden zich wonderwel thans in -hun ongegeneerde kleeding. - -De zon scheen heerlijk warm en alles wees er op, dat het een heete dag -zou worden. - -Een slank gebouwd heer nam zijn Panama af en zei: - -„Wel, Charly, wat zou je ervan denken, als wij ook eens een bad gingen -nemen. Wij zullen miss Walton en haar moeder wel terug zien aan het -diner”. - -„Heel graag, Edward, de golfslag is prachtig, kom maar mee!” - -Lord Lister en Charly gingen naar de badkoetsjes en al heel gauw -plasten de vrienden in de golven. - -Daar kwam een groote golf aanrollen en ... maar wat was dat? Charly -voelde een hevigen stoot in den rug en stiet een luiden kreet uit. - -„Wat is er, Charly?” vroeg lord Lister. - -„Hier, dit ... dáár!” - -Charly griste en haalde toen een door zeewier omwonden champagneflesch -voor den dag. - -„Dat dingetje vloog tegen mijn rug op!” - -Lord Lister bekeek de flesch opmerkzaam en toen hij het zeewier -verwijderd had, zag hij aldra, dat de flesch een papier bevatte, dat -door zeelieden in tijd van nood was geschreven en weggeworpen. - -„Kom, Charly!” riep hij uit, „hier is het niet de plaats om te zien, -wat er in zit. Het glas is dof geworden, het adres van den inliggenden -brief is niet te zien. Wij kleeden ons vlug en zoeken een veilig -plaatsje om den inhoud te onderzoeken.” - -De vrienden gingen uit het water. - -Een half uurtje later zat het tweetal tegen een duinhelling, die alle -nieuwsgierigen ter zijde hield en toen brak lord Lister de flesch open -en vond papieren, die geadresseerd waren aan de Engelsche Bank. - -„Donnerwetter!” riep hij verbaasd uit, „dat is een verhaal over de -goudkisten van de „Tasmania”, die bij Eddystone is vergaan. Eenige -maanden geleden hebben de kranten daarover uitvoerige verslagen gehad, -herinner je je niet, Charly? - -„Zeker! Men beweerde toen, dat de schatten door duikers zouden worden -opgehaald. Maar omdat het wrak ook is gezonken, werden geen pogingen -aangewend. Men denkt nu, in den zomer, nu de zee kalm is, met de -duikingen te beginnen!” - -„Juist! Dat stond allemaal in de Times. Zie je Charly, op dit papier -staat precies aangegeven, in welk deel van het schip de schatten -liggen, want je begrijpt, dat de goudstaven niet als gewoon -passagiersgoed werden verscheept. En nu zal die boel worden -opgehaald—hm,—ja, zie je, Charly—hm,—dat is juist een kolfje naar mijn -hand, Charly—hm!” - -Charly keek hem eens van terzijde aan en glimlachte. - -„Ik geloof waarachtig, Edward, dat je de schatten wilt ophalen!” - -„Maar natuurlijk heb ik lust—natuurlijk! Als ik de Engelsche Bank die -millioentjes kan afhandig maken, zou mij dit lang niet ongevallig -zijn”. - -„Wat staat er in dien brief, Edward?” - -Lord Lister vouwde den brief open en las de volgende woorden: - - - „Aan miss Lucie Watkins, - Londen, - Shooters Hill road 12. - - Als de „Tasmania” vergaat, tracht dan mijn waterdichte cassette, - die mijn geld en testament bevat, op te sporen. - - RICHARD FOX, - Bankbeambte. - - -Charly Brand keek zijn vriend aan met groote, vragende oogen. - -„Miss Lucie Watkins moet gewaarschuwd worden, Charly, maar de Bank moet -zich zelve maar helpen. Voor het meisje is het natuurlijk van het -grootste belang, het testament en het geld in haar bezit te krijgen. -Hm, wij zullen miss Watkins in Londen opzoeken!” - -„Toch nu niet?” - -Lister lachte. - -„Neen, maar toch gauw! De tijd dringt. De „Tasmania” is in April -vergaan. Sinds dien tijd is de verzegelde flesch onderweg. Dat is niet -vreemd, want er gaan soms maanden voorbij, voordat zoo’n in zee -geworpen flesch gevonden wordt. - -„’t Is nu begin Juli en sindsdien kan er dus heel wat gebeurd zijn, dat -het noodig maakt, dat miss Watkins dit briefje ontvangt. Mijn bruid en -haar moeder blijven nog wat in Oostende en wij kunnen dus in dien tijd -uitstekend een uitstapje naar Londen maken. - -„Ik verlang bovendien alweer naar mijn vriend Baxter.” - -„Maar Edward, laat Scotland Yard en al zijn lieden toch met rust!” - -„Ik zal ze met rust laten! Voorloopig stel ik er nog maar alleen belang -in om miss Watkins te leeren kennen. Het komt mij voor, dat deze dame -onze hulp noodig heeft!” - -Met deze woorden stonden de beide vrienden op en begaven zich naar het -drukke strandgewoel. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -OP ZOEK. - - -Lord Lister was met Charly Brand naar Londen gereisd om miss Lucie -Watkins op te zoeken. - -Zij hadden hun intrek genomen in een onaanzienlijk hotel, waar zij -doorgingen voor kooplieden, die in Londen zaken kwamen doen. - -Wij vinden het tweetal terug op weg naar Shooters Hill road, waar, -zooals op het adres van den gevonden brief stond, miss Watkins moest -wonen. - -De heeren zagen er thans uit als provincialen. - -Aan het einde der straat zagen zij een vriendelijk, klein huisje, met -zorgvuldig onderhouden tuin. - -Hier moest de gezochte wonen. - -Lord Lister schelde verscheiden keeren, voordat zich schuifelende -voetstappen deden hooren en de deur geopend werd door iemand met scherp -besneden gelaat, omgeven door een grauwen, woesten baardgroei. - -„Wat verlangen de heeren?” vroeg de man. - -„Wij wenschen miss Watkins te spreken!” antwoordde lord Lister. - -De man scheen verrast. - -„Kent ge miss Watkins?” vroeg hij. - -„Dat niet! Maar wij moeten haar spreken, want wij hebben belangrijke -mededeelingen voor haar.” - -„Hm, belangrijke mededeelingen?” - -„Ja, héél belangrijk!” - -„Zoo! En de heeren zoeken miss Watkins hier? Die dame woont niet hier! -Ik bewoon alleen het huis met mijn familie, maar ik weet, dat zij hier -heeft gewoond, want ik heb het huis van haar familie gekocht, die het -van een oom erfde!” - -„Is die oom verdronken bij den ondergang van de „Tasmania”?” - -„Ja, juist. Hij is verdronken met de „Tasmania”, op reis van Sidney -naar Plymouth. Er waren goudstaven aan boord ter waarde van twee -millioen pond! Een mooi sommetje, heeren! Hier woonde meneer Fox, toen -hij vier jaar geleden naar Sidney ging voor de Engelsche Bank. Ik heb -Fox nog goed gekend. Hij was een beste, brave kerel. Ik heb zaken met -hem gedaan!” - -„Met u, David Simonson?” - -De gevraagde keek verbaasd op. - -„Kent u mij?” - -„Op die vraag kan ik u hier niet antwoorden. Hebt ge een kamertje, waar -wij ongestoord wat kunnen praten? Laat ons daar dan heengaan!” - -De man sloot de deur en mompelde nog steeds: - -„Hoe kent hij mij?—Wie is hij?—Ik ken hem niet!—Heelemaal niet!” - -Op de eerste verdieping liet Simonson de heeren in een gezellige kamer. - -„Mag ik nu vragen, hoe meneer mij kent?” vroeg hij brandend -nieuwsgierig. - -„Doodeenvoudig, Simonson. Ge hebt vroeger dikwijls rijken jongelieden -geld geleend tegen een aardig procentje. En ge hebt ons altijd heel -fatsoenlijk behandeld, Simonson, dat moet ik zeggen!” - -De man hoorde deze woorden met een grijns van genoegen. - -„Ik zie wel”, sprak hij, „dat meneer mij heel goed kent, heel goed! -Maar meneer schijnt niet te weten, dat ik mijn praktijken niet meer -uitoefen. Ik heb toen het huis gekocht van meneer Fox, den neef van den -verdronken Fox!” - -„Maar vertel nu eens, Simonson, hoe staat het met die miss Watkins? Je -weet zeker wel meer van die dame?” - -„Zij was de dochter van een halfzuster van den verdronken Fox en woonde -met haar jongeren broer, Tommy genaamd, een knaap van tien jaren. Haar -moeder stierf vijf jaar geleden, haar vader voor negen jaren. Meneer -Fox uit Sidney steunde zijn stiefzuster en later haar kinderen -regelmatig. Hij heeft hen ook nog eens bezocht drie jaar geleden. Toen -heb ik hem leeren kennen en nog wat zaakjes met hem gedaan. Hij bracht -allerlei snuisterijen mee uit Australië, die hier goed betaald worden. -’t Is jammer, dat meneer Fox niet meer leeft. Hij was een beste, brave -man. Heel anders dan zijn neef, Fox Junior.” - -„Wat is daar dan mee, Simonson? Vertel dat eens!” - -„Kan meneer zwijgen?” - -„Als het graf. Zoo waar als ik lord Lister heet!” - -„Groote, almachtige vader, gij— —zijt gij— —gij— —?” - -Zijn stem verstierf, alsof hij een spook zag. - -„Wel ja, ik ben lord Lister”, sprake deze dood kalm, „dezelfde, dien -gij indertijd heel wat keeren uit de geldverlegenheid hebt geholpen.” - -„Maar— —vergeef mij— —’t is voor mij een groote eer— —om u— —den -grooten lord— —bij mij te zien— —maar lord Lister— —is toch— —is toch -ook— —ik heb het gelezen— —gelezen— —is toch ook— —Raffles.” - -„Juist”, antwoordde de gevraagde, „en alleen bedriegers en gauwdieven -hebben Raffles te vreezen. Voor jou, Simonson, blijf ik lord Lister. -Vertel mij dus, wat ge van Fox Junior en van miss Watkins weet!” - -Deze vertelde nu: - -„Op de eerste verdieping woonde mr. Fox Junior. Ik weet niet, waarvan -hij leefde. Hij stond met zijn oom niet op al te goeden voet en deze -hield niet veel van zijn neef. Desondanks liet hij hem toch in zijn -huis wonen. - -„Met miss Watkins ging mr. Fox niet om. Dat wil zeggen, het meisje -verafschuwde hem, omdat hij verscheiden keeren dronken thuis was -gekomen. Zij toonde het ook duidelijk, dat zij het land aan hem had. -Toen het bekend werd, dat de „Tasmania” vergaan was, en dat mr. Fox -onder de opvarenden had behoord, werd Fox Junior als erfgenaam van zijn -oom aangewezen. Hij kreeg dit huis, dat ik van hem kocht. Reeds vóór -dien tijd woonde miss Watkins al niet meer hier. Het heette, dat zij -met haar broer Engeland had verlaten. Ik weet niet, waar zij zich thans -bevindt.” - -„Waar woont mr. Fox Junior dan?” - -„Die woont in Oxfordstreet” - -„Hm! Zoo! Dank je, Simonson! Je weet dus niets van miss Watkins?” - -„Niets!” - -„Op je eerewoord?” - -„Op mijn eerewoord!” - -„Goed! Ik geloof je! En beloof mij nu, dat je niemand zult zeggen, wie -je vandaag heeft bezocht! Zul je?” - -En Simonson stamelde: - -„Neen, lord Raffles—neen, Lister— —neen, ik zal u niet verraden. Ik -zweer het u!” - -„Goed! Vertel mij nu, hoe miss Watkins en haar broer er uitzien! Ik ken -ze niet en zal ze toch moeten herkennen!” - -„Daar kan ik u uitstekend mee helpen! De overledene meneer Fox heeft -mij drie jaar geleden bij zijn laatste bezoek een foto gegeven. Daar -stond broer en zuster op. Ze zien er nog net zoo uit”. - -Simonson ging en kwam eenigen tijd later met een foto terug. - -„Kan ik het portret een tijdje houden?” vroeg de Lord. - -„Zeker, zoolang als ge wilt!” - -„Goed! Ik zal het je weer terugsturen! Vaarwel, Simonson, ik dank je -wel!” - -Lord Lister vertrok met Charly en Simonson sloeg nog eens, van louter -verbazing, de handen boven zijn hoofd samen. - - - -Lord Lister en Charly waren in den namiddag naar de straat gegaan, waar -volgens het zeggen van Simonson, mr. Fox Junior woonde. - -Het was een nauwe straat in een der oudste gedeelten van Londen. - -Lord Lister keek eens naar de gevels. - -„Die oude gebouwen hebben alle hun geheimen, Charly”, sprak hij, „bijna -ieder gebouw heeft zijn donkere kelders en zijn verborgen uitgangen. -Daar werden de schatten verborgen, maar thans worden in die donkere -gewelven niet zelden allerlei misdaden uitgevoerd. - -Het zou mij niets verbazen als die mr. Fox alle reden had om juist hier -te wonen. - -„Kijk eens, Charly, daar, in dat alleroudste huis moet hij wonen.” - -„Het huis ziet er uit als een roovershol”, meende Charly. - -„Weet je wat voor lieden hier wonen?” - -„Neen!” - -„Meestal lui, die zich met helen en woekeren afgeven. Mijn vriend -Baxter heeft in deze straat een paar speciale vrienden, die hij graag -met een bezoek vereert, als hij naar gestolen waren zoekt.” - -„Vindt hij dan iets?” - -„Neen, zoo dom zijn de heertjes niet! Maar kom laat ons naar mr. Fox -gaan, jongen en pas op je tellen!” - -Beiden bleven staan voor het oude huis. - -Lord Lister drukte den deurklink neer. De deur was gesloten. - -Hij haalde nu de schel over. - -Aan de binnenzijde weerklonken al spoedig voetstappen. Een luikje werd -geopend en daarvoor vertoonde zich het gelaat van een niet onknappe -vrouw. - -Zonder eenige vraag af te wachten, sprak zij, na met scherpen blik de -bezoekers te hebben gemonsterd: - -„Mr. Fox is niet thuis. Kom later maar eens terug.” - -„Dat is jammer!” antwoordde lord Lister, „ik heb weinig tijd, want de -politie zit me op de hielen.” - -De vrouw glimlachte, knikte en zei: - -„Ik heb u nog nooit hier gezien!” - -„Dat geloof ik! Ik werk ook niet in Londen, maar meestal in de -kustplaatsen.” - -„En wat brengt ge?” - -„Een fijn horloge met ketting,” fluisterde de lord. - -„Goed, ik zal open doen.” - -De deur werd geopend en nu zagen de vrienden een forsche, knappe vrouw, -zorgvuldig gekleed, die achter het tweetal de deur weer stevig sloot. -Zij bracht de heeren door een lange gang naar een net gemeubelde -woonkamer en vroeg toen, op Charly wijzend: - -„Dat is toch geen dwarskijker?” - -„Kun je begrijpen! ’t Is nog een groentje, maar hij is best te -vertrouwen.” - -„Goed! Wacht hier maar, de baas komt dadelijk!” - -Zij ging de kamer uit en liet beiden alleen. - -Het scherpe oor van lord Lister hoorde, dat buiten een grendel werd -voorgeschoven. Zij zaten dus voorloopig gevangen. - -„Om Godswil Edward, waar zijn we hier beland?” vroeg Charly angstig. - -„Wij zijn, juist zooals ik dacht, in het hol van een heler geraakt, -beste jongen,” fluisterde de lord in de Fransche taal tot zijn vriend. -„Wees voorzichtig, Charly en praat niet veel. Ik ben ervan overtuigd, -dat wij van uit een andere kamer worden begluurd. Men vertrouwt ons -niet.” - -Toen sprak hij op luiden toon: - -„Die dame schijnt ons niet al te best te vertrouwen, maar ik neem het -haar volstrekt niet kwalijk, zij kent ons immers niet! Ik hoop nu maar, -dat mr. Fox heel gauw komt, dan kunnen we meteen zaakjes met hem doen.” - -De beide vrienden keken eens in de kamer rond en toen door het venster, -dat op de binnenplaats uitkwam. - -Daar bemerkte Charly, dat zich achter een luchtgat in den muur, juist -tegenover het venster, een hand bewoog. - -Hij keek nauwkeuriger toe en zag nu, dat een paar musschen naar de hand -vlogen en dan ijverig gingen pikken. De hand verscheen weer, zonder dat -de diertjes verschrikt terugweken. - -Waarschijnlijk werd daar telkens nieuw voer neergelegd. - -Charly zag duidelijk, dat een dames- of een kinderhand het voer moest -strooien, want de hand was fijn gevormd. - -Juist wilde hij lord Lister op deze ontdekking opmerkzaam maken, toen -deze opstond en door een teeken te kennen gaf, dat Charly niets moest -zeggen. - -Lord Lister, die al rookend in zijn stoel had gelegen, had intusschen -de muren scherp bekeken en opgemerkt, dat ergens bovenaan een luikje -werd geopend, waardoor hij en zijn vriend natuurlijk van boven af -bespied en beluisterd werden. - -Nu werd het luikje gesloten en op de binnenplaats verscheen de vrouw, -die hen had opengedaan. - -Lord Lister fluisterde Charly toe: - -„Let op, wat de vrouw gaat doen en zeg mij, als zij weer in huis gaat.” - -Toen sprong hij op en trachtte een kleine kast, die tegen den muur -stond, op zij te schuiven. - -Dat ging gemakkelijk. - -Lord Lister knikte tevreden, want deze kast verborg een deur, die -eveneens gemakkelijk was te openen. Hij keek nu in een nauwe, smalle -gang, die hij gaarne nader had onderzocht, maar de vrouw, die op de -binnenplaats met een langen stok de musschen had weggejaagd, kwam weer -binnen en Charly waarschuwde zijn vriend. - -Deze ging onmiddellijk weer in dezelfde achtelooze houding in den stoel -zitten en na een poosje zag hij, dat het luikje weer geopend was. - -Nu ging de huisschel over. - -Het luikje ging geruischloos weer dicht. - -„Ha zoo”, dacht Lister, „daar komt de heer des huizes.” - -Na langen tijd werd de deur van de aangrenzende kamer geopend. - -Twee kijvende stemmen weerklonken luid en heftig. - -Eensklaps werd de kamerdeur zacht geopend en met bleek gelaat verscheen -de vrouw op den drempel. - -„Ik geloof, dat het daar binnen gevaarlijk wordt”, fluisterde zij. - -„Wie is daar dan?” vroeg Lister. - -„Een handelsvriend, en—” met een luiden schreeuw vloog zij plotseling -weg. - -In de kamer was de strijd voortdurend heftiger geworden. Meubels werden -omgegooid, kreten weerklonken. - -De vrouw snelde weg, gevolgd door Lister. - -Zij had de deur open gedaan. - -Op den grond rolden twee mannen. Zij hielden elkaar stevig vast. In de -hand van den een flikkerde een mes. - -Lister was toegesneld, pakte de hand met het mes beet en ontwrong dit -den vechtende. Toen drukte hij den arm naar beneden, waardoor de ander -weer kon ademhalen. Lister zag, dat dit Fox moest zijn. - -Charly was nu ook binnengekomen en toen de vechtersbaas zag, dat hij -tegen drie toch niets kon uitvoeren, hield hij zich maar koest. - -„Vervloekt!” stiet hij uit, „wat heb jullie je in onzen strijd te -mengen. Laat mij los!” - -„Wil je het geld nemen en kalm weggaan?” vroeg Fox den man, die nog -steeds door Lister en Charly werd vastgehouden. - -„Ik moet nu wel!” bromde de overwonnene. - -„Goed!” sprak Fox, „en je zult zien, Jack, dat ik je niet heb -benadeeld. Ik geef nog een pond toe, dan is de zaak all right?” - -„Allright!” knikte Jack. „Zullen de heeren mij nu los laten?” - -Fox knikte en Lister en Charly gaven den man zijn vrijheid terug. - -Deze stond nu met moeite op, raapte eenige papieren die op den grond -gevallen waren, bij elkaar en grijnsde tegen mr. Fox. - -„Verduiveld onbeleefd om je handelsvrienden zóó te bejegenen, mr. Fox,” -meende hij, „maar even goede vrienden, hoor!” - -Het tweetal schudde elkander nu broederlijk de hand en Fox bracht Jack -naar de deur. - -Toen de huiseigenaar was teruggekomen, bracht de hospita een flesch -brandewijn en glazen. Fox sloeg onmiddellijk den inhoud van zijn eerste -glaasje naar beneden en liet zich toen nog twee keer inschenken. - -Daarop lachte hij voldaan, reikte Lister en Charly de hand en sprak: - -„Mijn dank, heeren, voor uwe hulp. Jack is een driftige kerel! Hij -grijpt dadelijk naar het mes, maar overigens is hij een brave jongen. -Maar ik was er nou toch wel miserabel aan toe. Jullie zult toch wel je -woord houden?” - -Lister en Charly beweerden allebei, dat ze zouden zwijgen als het graf. - -Fox vroeg thans: - -„Wie zijt ge en wat zendt u?” - -Lister deed verlegen en krabde zich eens achter het oor. - -„Mister Fox, wie wij zijn, zal u wel heel weinig schelen. En wie ons -stuurt? In iedere herberg hoor je namen noemen als je zaken te doen -hebt.” - -„Ja juist, ja juist!” beweerde Fox. „Maar hoe moet ik u dan noemen?” - -„Noem mij maar fijne Willem! zoo noemt mij iedereen in Liverpool. Ik -heb dit oude spulletje maar voor hier aangetrokken. Draag anders fijn -spul!” - -„Alle duivels! Wat wil je dan in Londen, als je in Liverpool werkt?” - -„Wel, heel eenvoudig, mr. Fox. Ik wil naar het vasteland. De grond -brandt me hier onder de voeten!” - -„Zoo, zoo! Ja, twee zulke knappe jongens moeten geholpen worden! Jullie -zult zien, dat ik dankbaar ben.” En tot de hospita: - -„Miss Anny, ga boven eens dekken!” - -Miss Anny, die nog steeds vol zorg naar Fox keek, ging heen. - -„En wat voor zaakje heb jullie nou?” vroeg Fox. - -Lister haalde een gouden horloge en ketting te voorschijn en legde ze -op tafel neer. - -De oogen van den heler schitterden toen hij de sieraden zag. - -Hij liet den ketting door zijn vingers glijden en sprak: - -„Goed werk, goed werk.” - -Toen keek hij Lister aan en zei: - -„Ik geef vijf pond. Is ’t goed?” - -Lister floot eens door de tanden, trok een leelijk gezicht en -antwoordde: - -„Dat ding is meer dan vijftien pond waard.” - -„Voor mij niet!—Maar—ik geef er nog vijf pond bij, als—”, hij keek zijn -beide helpers onderzoekend aan. - -„Nu—als?” - -Fox sloeg zich op de knieën dat het klapte. - -„Ik vertrouw jullie, omdat je mij geholpen hebt. Maar wilt gij mij een -dienst bewijzen?” - -„Welken?” vroeg Lister. - -„Ge zegt, dat ge naar het vasteland gaat. Zoudt ge een persoon daarheen -willen geleiden? Ik leg er dan nog vijf pond op.” - -„Waar gaat die persoon heen?” - -„Ge behoeft niet verder mee te gaan dan Calais. Daar wordt ze afgehaald -en ge behoeft u om niets meer te bekommeren.” - -„Is het een vrouw, die vluchten wil?” - -„Precies! Ik breng haar bij u op het schip en gij neemt haar mee naar -Calais. ’t Is overigens een heel fatsoenlijk zaakje. Als ge wilt, kunt -ge dan tot het vertrek hier blijven.” - -Lord Lister streek het geld op dat Fox hem overhandigde. Fox zei: - -„Dat is dan in orde! Gaat nu maar in de kamer hiernaast om u wat op te -knappen. We hebben nog drie uren tijd, voordat de boot vertrekt.” - -Fox verliet na deze woorden de kamer. - -Lord Lister keek hem na, glimlachte eens en sprak tot Charly: - -„Jongen, jongen, beter hadden wij het niet kunnen treffen! Ik wil -vriendschap drinken met vriend Baxter, als wij niet miss Watkins naar -Calais brengen. Zij is hier in huis verborgen. Deze gang voert naar -haar verblijf. Waar kan echter dat broertje zijn gebleven?” - -Daar ging de huisbel over. - -Lister zweeg en luisterde. - -De stap van een man werd in de gang gehoord. Toen ging de deur open en -Fox begroette een vreemdeling. Lister keek eens naar boven. Het -spionluikje was gesloten. - -Daarop ging hij naar de deur en luisterde. - -Twee stemmen spraken fluisterend met elkander. Zij spraken in het -Spaansch en daar Lord Lister deze taal uitstekend meester was, kon hij -het gesprek volkomen volgen. Hij hoorde nu, dat miss Watkins inderdaad -hier in huis was en dat de vreemdeling haar naar Zuid-Amerika wilde -brengen onder het voorwendsel, dat zij zijn kinderen zou opvoeden. - -De vreemdeling was echter een berucht handelaar in blanke slavinnen, -die hun slachtoffers naar Zuid-Amerika brengen in bordeelen en Fox was -een ijverig handlanger van den schurk. Verder hoorde Lister uit het -gesprek, dat de vreemdeling nog met twee andere meisjes zou reizen. - -Fox verklaarde, dat hij twee lieden had gevonden, die, zonder dat zij -wisten waarom het ging, miss Watkins naar Calais zouden brengen. - -Na eenig over en weer praten kwam het tweetal tot de conclusie, dat de -vreemde miss Watkins reeds in Dover zou overnemen. - -Schreden naderden thans de deur, zoodat lord Lister zich moest -terugtrekken. - -Een knaap bracht eenige gerechten binnen, twee flesschen bier en -glazen. Hij zette alles op tafel neer en wilde heengaan. - -Toen vroeg Lord Lister: - -„Ben jij Tommy?” - -„Ik heet Tommy, sir, wat verlangt ge?” - -„Niets. Maar waarom heb je geschreid?” - -„Och, meneer, mijn zuster gaat vandaag weg en ik moet naar zee, maar ik -heb er heelemaal geen lust in!” - -Tranen kwamen den knaap in de oogen. - -Op medelijdenden toon vroeg Charly: - -„Maar men zal je toch niet dwingen, Tommy?” - -„Toch wel! Mr. Fox wil het en dan moet het wel!” - -„Van buiten gilde een schelle vrouwenstem: - -„Tommy, waar blijf je?” - -Verschrikt liep de jongen de deur uit. - -Even later kwam Fox weer binnen en zeide op jovialen toon: - -„Om zeven uur kunt ge naar het station gaan, heeren, daar kom ik dan -ook met de dame, die u hier de deur heeft opengedaan en met de vrouw, -die ge zult wegbrengen. In Dover neemt een heer reeds uw taak over. Om -acht uur vertrekt de trein. Ge moet met de dame niet meer spreken dan -hoog noodig is.” - -Lord Lister, die smakelijk een cotelet verorberde, sprak nu: - -„Wel, sir, wat gaat mij die dame aan. Wij brengen haar naar Dover en -daarmee uit!” - -„Allright gentlemen! Ik heb nu nog veel te doen! Tot straks!” - -Hij ging de deur uit! Even daarop hoorde lord Lister hem spreken met de -hospita, toen verliet hij het huis. - -„Nu opgepast, Charly”, sprak Raffles. „’t Is nu tijd om te handelen en -miss Watkins in veiligheid te brengen. Ik zal Tommy nu ook te -voorschijn halen. Blijf jij nu hier, dan ga ik naar de hospita!” - -Lister opende de deur en ging door de gang naar de keuken. Daar zat -Tommy hevig te schreien. - -Lister vroeg hem, waar de huishoudster was en het kind antwoordde, dat -deze naar haar kamer op de eerste verdieping was gegaan om zich mooi te -maken voor de reis. - -Nu ging Lister naar de kamer terug, beval Charly op den uitkijk te gaan -staan en schoof de kast terzijde, waardoor de geheime deur zichtbaar -werd. - -Hij liep nu een lange gang door en kwam aan een kamerdeur, die dadelijk -openging. De kamer was echter leeg, maar in een aangrenzend vertrek, -waarin Lister door het sleutelgat kon kijken, zag hij een jong meisje -staan, waarin hij, naar de foto van Simonson, terstond miss Watkins -herkende. - -Hij klopte zachtjes en zag, dat het meisje verrast op keek. Toen -beproefde hij de deur te openen, maar zij was gesloten. - -„Wie is daar?” vroeg miss Watkins. - -„Een vriend, die gekomen is om u uit de macht van Fox te redden. Doe -maar open!” - -„Ik heb geen sleutel!” luidde het antwoord. - -„Luister dan eens. Ik ken uw geschiedenis en ben gekomen om u te -redden. Ga dus kalm mee als men u naar het station brengt. Ge vindt mij -daar.” - -„Ik zal gehoorzamen!” - -„Uitstekend!” - -„Maar Tommy?” - -„Ik zorg voor Tommy ook! Maar nu moet ik terug!” - -Lord Lister verwijderde zich snel en ging langs denzelfden weg terug. - -Charly liep nog doodbedaard heen en weer. Er was dus niets gebeurd in -zijn afwezigheid. - -Nu vloog Lister zoo vlug als zijn beenen hem konden dragen naar den -kelder, en daar lagen allerlei wonderlijke meubels, zijden stoffen en -huishoudelijke artikelen opgestapeld. Vooral trok een groote, met ijzer -beslagen kist zijn opmerkzaamheid. Hij trachtte het deksel op te -lichten en dat lukte terstond. In de kist lagen horloges, gouden en -zilveren sieraden en verscheiden andere kostbaarheden. Listers horloge -met ketting lag er ook bij en glimlachend nam hij ze in de hand. - -„Mr. Fox moet zich wel heel veilig voelen, dat hij alles hier maar zoo -open laat staan,” dacht Lister. Toen deed hij de kist weer dicht en -ging terug naar het vertrek, waar Charly stond te wachten. - -„Gelukkig, dat je terug bent, Edward”, sprak de jongeman herademende, -„ik verging van angst.” - -Lister glimlachte. - -„Mijn onderzoekingstocht is volkomen gelukt.” - -Lang bleef Lister niet in de kamer. Hij ging naar de keuken waar Tommy -nog altijd zat te schreien. - -„Houd moed, jongen”, zei Raffles, „blijf je alleen thuis, als wij -allemaal weggaan?” - -„Ja, sir. Dan word ik opgesloten. Ze zijn bang, dat ik wegloop.” - -„Opgepast, Tommy. Als je zuster wordt weggebracht, blijf je alleen, -maar als je braaf bent, kom ik je halen en breng je weer naar je -zuster. Maar hou je mond, want anders ben je verloren.” - -De oogen van den knaap schitterden. - -„O, ik kan best zwijgen! Is het heusch waar, meneer, komt u mij halen?” - -„Kalm, mijn jongen, ik lieg niet. Hou je mond en wacht af de dingen, -die komen zullen. Waar is miss Anny? Nog altijd boven?” - -„Ja!” - -„Goed! Zeg aan niemand, dat wij met elkaar gesproken hebben.” - -Lord Lister verdween en deelde Charly nu fluisterend het plan mee, dat -hij had ontworpen om de kinderen te redden. - -Een uur later kwam Fox weer thuis en trad bij de vrienden binnen. - -„Ik geloof, dat wij maar naar het station gaan, mr. Fox”, zei Lister. -„’t Is hier zoo erg vervelend en de weg is lang.” - -„’t Is mij goed. Als ge maar zorgt, dat ge den trein niet verzuimt.” - -„Geen nood, sir!” - -„Tot weerziens dan!” - -„Tot weerziens!” - -Fox bracht zijn gasten tot de deur en liet hen met een knikje van -verstandhouding de deur uit. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -GERED EN IN VEILIGHEID. - - -Lord Lister slenterde met Charly langs de straat. - -De eerste dwarsstraat sloegen zij in en trachtten toen in een straat te -komen, evenwijdig aan die waarin Fox woonde. Toen zochten zij het huis, -dat was gelegen achter dat van den heler. Dit huis behoorde aan een -uitdrager. De eerste etage scheen onbewoond en voor slechts twee -vensters hingen gordijnen. - -Dat moesten dus de kamers zijn, waar miss Watkins woonde. - -„Zoo, Charly,” zei lord Lister, „nu is het zaak op te passen om te -zien, wanneer mr. Fox met zijn dames het huis verlaat. Jij zorgt -intusschen voor een automobiel, en wacht daarmee aan het eind van de -straat. Laat al het andere maar aan mij over.” - -Op den hoek van de straat, in een klein café, keken de vrienden uit -naar het huis van Fox. Het duurde niet al te lang, of zij zagen, dat -het drietal het huis verliet. - -Lord Lister betaalde en verliet met Charly het kroegje. - -„Jij, Charly, gauw in de auto, en wacht mij op den hoek!” - -Lord Lister ging nu het huis binnen, dat gelegen was achter dat van den -heler. Hij liep het door en op de binnenplaats kwam hij den uitdrager -tegen. Toen deze begon op te spelen, gaf Lister hem zoo’n geweldigen -klap tegen een der slapen, dat de man bewusteloos neertuimelde. - -Nu had hij de handen vrij. - -Vlug als een kat klauterde hij op de binnenplaats langs een regenpijp -naar de eerste verdieping, schoof daar een raam op en kwam op deze -manier ongedeerd in een der kamers van het huis van Fox. Hij liep nu -een paar vertrekken door, totdat hij voor een gesloten deur kwam. - -Lord Lister klopte—geen antwoord. - -Met een looper opende hij de deur en schrikte geweldig, toen hij Tommy -vastgebonden op een stoel zag liggen. - -Heete tranen rolden den armen knaap langs de wangen. - -„Is niemand thuis?” vroeg lord Lister. - -Tommy schudde ontkennend het hoofd. - -„Kalm, ventje,” sprak hij, „ik kom dadelijk terug.” - -„Neen, niet weggaan!” vleide het kind, „neem mij mee!” - -„Voel je je dan sterk genoeg?” - -„O, ja, sir. Ik ben zoo diep bedroefd, dat Lucie weg is!” - -„Goed, Tommy, ga dan maar mee, maar zet eerst je pet op.” - -De knaap deed het; lord Lister bracht den jongen door de geheime gang -en samen bereikten zij nu het huis van den uitdrager. - -Op den hoek der straat wachtte Charly met de auto. - -Inderhaast vertelde lord Lister den knaap nog, dat deze spoedig zijn -zuster zou terugzien. - -Heel tevreden knikte het kind met het hoofd. - -Hij had al dadelijk heel zijn kinderlijk vertrouwen gegeven aan den -mooien, slanken meneer en beloofde alles te zullen doen wat er van hem -verlangd werd, als hij maar niet naar zee behoefde. - -Hij bracht den jongen naar een bureau van overtocht, gaf Tommy eenig -geld en deponeerde alle kosten. Tommy zou met zijn geleider den -volgenden trein halen en des nachts nog in Ramsgate aankomen. - -Daarop namen Lister en Charly afscheid van den knaap en reden verder. - -Voor de London-brug stapten zij uit. Hun scherpe oogen hadden namelijk -een cab ontdekt, waarin Fox zat met zijn dames. - -Zij betaalden den chauffeur en gingen nu naar het station. Voordat zij -echter daar binnen gingen, riep Lister een dienstman aan, gaf hem een -brief, dien hij even te voren op het bureau van overtocht had -geschreven en beval den man, het schrijven aan het adres te bezorgen. - -Mr. Fox zat reeds met zijn dames in de wachtkamer, toen lord Lister en -Charly binnentraden. Hij ging hen tegemoet en stelde hen voor aan miss -Watkins. Het meisje vertelde hij, dat zijn beide vrienden, de heeren -Smith en Warren, wel zoo vriendelijk zouden willen zijn om de jonge -dame tot Dover te geleiden. Daar zou dan mr. Castelli, een rijke -Argentiniër, die miss Watkins als gouvernante voor zijn kinderen had -geëngageerd, het meisje onder zijn hoede nemen. - -Lister deed zeer terughoudend tegenover de mooie jonge dame, die hem -van tijd tot tijd met onrustigen blik aankeek en dan weer de wachtkamer -rondzag, alsof zij iemand zocht. - -Lister begreep, wat het meisje verontrustte. Zij had hem niet herkend -aan zijn stem en keek nu uit naar haar redder. - -Mr. Fox was opgestaan en sprak nu achter in de wachtkamer met een heer -met vollen zwarten baard. - -„Dat is zeker signor Castelli”, dacht lord Lister, „de man, die nog -twee slachtoffers meeneemt.” - -Fox kwam terug en drong er op aan, dat men zou instappen, daar het hoog -tijd was. - -Allen stonden op en galant bood Lister de jongedame zijn arm. - -Deze ging met gebogen hoofd mee naar een coupé tweede klasse. - -„De koffers der jongedame zijn al vooruitgestuurd naar Dover”, sprak -hij. „Stapt nu maar in.” - -Lister gehoorzaamde, nadat hij er zich eerst heel nauwkeurig van had -overtuigd, dat signor Castelli in den aangrenzenden waggon met twee -jonge meisjes had plaats genomen. - -Fox was in een beste bui. - -Miss Anny eveneens. - -Toen de trein zich in beweging zette, groette zij de vertrekkenden -allervriendelijkst, waarop Lister met een spotlachje antwoordde. - -Toen de trein het station had verlaten, sloot de lord het venster. Zij -waren alleen gebleven met z’n drieën. - -„Ge hebt mij dus niet herkend, miss Watkins?” vroeg hij nu. „Ja, zie me -maar niet zoo verbaasd aan, ik ben de redder, wien ge een paar uur -geleden door de deur hebt gesproken.” - -Miss Watkins droogde haar tranen en fluisterde: - -„Mijn God, hoe is dat mogelijk?” - -„Heel eenvoudig. Mr. Fox is een aartsschurk en ik bood mij aan om hem -te helpen. Als hij wist, wie ik ben, zou hij zich nog wel twee keer -bedacht hebben, voordat hij mijn diensten aannam.” - -Nu vertelde hij het jonge meisje, in welk vreeselijk gevaar zij had -verkeerd en hoe het toeval haar gunstig was geweest. - -Verder deelde hij haar mede, welk bericht de verzegelde flesch had -bevat en dat hij van plan was, haar naar Oostende te brengen en dat -haar broertje Tommy haar in Ramsgate wachtte. Vandaar zouden zij naar -Oostende gaan, waar broer en zuster voorloopig in volkomen veiligheid -zouden verkeeren. - -Miss Watkins was geheel overweldigd door deze verklaringen en toch -gelukkig, een helper in den nood te hebben gevonden. - -In warme bewoordingen zegde zij haar helper dank. - -„Mr. Fox wacht bovendien nog een verrassing thuis”, zei Lister, „ik heb -mijn vriend Baxter van Scotland Yard bericht, dat het daar een heerlijk -helersnest is. Hij zal er al wel over een uur zijn. Wij stappen in -Canterbury uit den trein, maar pas in het laatste oogenblik, opdat -signor Castelli het niet bemerkt. Daar wachten wij dan den trein naar -Ramsgate, waar wij Tommy treffen.” - -Volgens dit program werd gehandeld en alles gelukte volkomen. - -In Canterbury zond lord Lister een telegram naar Dover om daar de -politie attent te maken op Castelli, opdat deze gearresteerd en zijn -slachtoffers in veiligheid gebracht konden worden. - -In Ramsgate ontmoetten broer en zuster elkander weer en de begroetenis -was allerhartelijkst. - -De volgenden dag voer het tweetal naar Oostende, waar het bij miss -Walton en haar moeder allerhartelijkst werd ontvangen. - -Een paar dagen later verklaarde lord Lister, dat zijn plan nog slechts -voor de helft was uitgevoerd, want dat hij het testament van den -verdronkene nog niet bemachtigd had. - -„Wij moeten dat testament van den bodem der zee halen,” sprak hij, -„laat dat maar aan mij over, miss Watkins, ik hoop mijn doel te -bereiken en naar Plymouth te gaan.” - -Zoo sprak lord Lister op zekeren dag tot het jonge meisje en zij was er -van overtuigd dat alles, wat de energieke man van plan was door te -zetten, ook inderdaad werd doorgevoerd. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -OP DEN BODEM DER ZEE. - - -Den volgenden dag reisde lord Lister met Charly naar Plymouth en naar -den beroemden vuurtoren van Eddystone. - -Op de reede liep ongeduldig een chic gekleed heer heen en weer. Hij -tuurde naar den ingang der haven en keek met tevreden gelaat naar een -naderende stoomboot. - -Het was een boot, die door de Engelsche Bank gecharterd was om den -kostbaren schat der „Tasmania”, die nog steeds op den bodem der zee -lag, op te halen. - -De chic gekleede heer was mister Fergusson, een hooggeplaatst -Bankambtenaar, die vol verlangen naar de terugkomst der boot uitzag, om -te hooren, hoe de eerste pogingen waren afgeloopen. - -De boot meerde aan de kade. - -Mr. Fergusson begaf zich snel aan boord, begroette den kapitein en een -forschen kerel, die naast den kapitein stond en ging toen met beiden in -de kajuit. - -„Nu, hoe staat het er mee, Edmonds? Ben je geslaagd?” - -„’t Staat slecht, meneer, meer dan slecht. Tot nog toe weten we alleen -nog maar waar het wrak ligt. Wij hebben gedoken, toen het eb was, omdat -dan alleen te arbeiden is. Bij vloed houdt geen duiker het beneden uit. -Neen, het ziet er leelijk uit, met de millioenen daar beneden.” - -„Hoe lang kunnen de lui onder water blijven?” - -„Ik kan voor het duiken maar twee van mijn mannetjes gebruiken, maar -dat zijn ook jongens van ijzer. En die kunnen niet meer dan een half -uur beneden blijven. Ik heb vandaag zelf gedoken, maar ik verzeker u, -dat het een duivelsch werk is.” - -„Zou het niet mogelijk zijn, nog meer duikers te werven? De Bank geeft -den duiker die den schat ontdekt, een belooning van 1000 pond en aan -wien hem boven brengt een van 10,000 pond. Dat is toch de moeite -waard.” - -„Allright, sir! Ik zou graag dat sommetje willen verdienen en mijn -mannetjes nog liever, maar tegen de natuur kan niemand vechten.” - -„Ge weet nu toch nauwkeurig, waar het wrak ligt, niet waar?” - -„Heel precies.” - -„Mooi zoo!” - -„Maar de duikers zullen het heel moeilijk hebben om in het inwendige -van het schip te komen. Alles is verbogen en de kajuiten zijn versperd -door stukken ijzer. Ik betwijfel het, of de mannen zich daar beneden -wel voldoende zullen kunnen bewegen.” - -„Wanneer gaat ge er weer heen?” - -„Als de eb is ingetreden. Wij moeten den tijd gebruiken en des nachts -werken bij electrisch licht. Het weer schijnt zich goed te houden en -wij hebben spoedig volle maan.” - -„Wat zou dat?” - -„Wel, dan is de vloed het hoogst, maar ook de ebbe!” - -„Zoodra ge iets bijzonders hoort, zult ge het mij zeker wel laten -weten? Ge hebt overigens verlof om geheel naar eigen goedvinden te -handelen.” - -Kapitein Brown, de tweede man, had zwijgend het gesprek mee aangehoord. - -Nu verschoof hij eens den pruim in zijn mond en zei: - -„Ge zijt een verstandig man, mr. Fergusson. En wij zullen ons best doen -zooveel als wij kunnen.” - -„Uitstekend, heeren! Ik wensch u veel geluk met uw beproevingen!” - -Fergusson stond op en verliet een oogenblik later het schip. - -Kapitein Brown en Edmonds, de chefs en aanvoerders der duikersafdeeling -te Plymouth, wandelden op dek heen en weer. - -Daar kwam een matroos iemand melden om mr. Edmonds te spreken. - -Deze ontving den bezoeker. - -Het was een zwartgelokt Italiaan, die het Engelsch sprak met sterk -Italiaansch accent. - -„Ik heb gehoord,” zei hij, „dat ge duikers noodig hebt voor zeer zwaren -arbeid. Daarvoor kom ik mij aanmelden.” - -„Zijt ge duiker van beroep?” - -„No, signore, dat niet! Maar ik heb langen tijd in Zwitserland gewerkt -bij de doorgraving van een tunnel. Daar werd steeds verse lucht -ingepompt en de ademhaling ging moeilijk. Ik kan er best tegen en -geloof ook, het duikerswerk uitstekend te kunnen verrichten.” - -„Dat staat mij aan! Zoudt ge nu reeds een proef willen nemen?” - -„Terstond?” - -„Ja, nu dadelijk!” - -„Si, signore, heel graag!” - -„Wel, sir, ga dan terstond mede, onze tijd is kostbaar. Hoe heet ge?” - -„Casati di Napoli, uit Napels, sir!” - -Edmonds knikte verheugd. - -„Denk er aan, vanmiddag steken we in zee!” - -En met den nieuwen duiker vertrok hij om de proef bij te wonen, die -deze thans ging nemen. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Toen de boot wegstoomde naar de plaats van bestemming, stonden kapitein -Brown en kapitein Edmonds op de commandobrug. - -Casati, de nieuwe duiker, redeneerde druk met zijn beide kameraden. - -„Alle duivels,” zei Brown en hij wees op Casati, „hebt ge den nieuwen -duiker vandaag al meegenomen? Moet hij nu al werken?” - -„Ja, hij staat er op. ’t Is een moedige kerel. Dat is er nou een, -zooals ik al zoolang gewenscht heb. Het zou mij niets verbazen, als hij -den schat ontdekt.” - -„Zoo, zoo,” bromde Brown. „ik heb nooit veel op gehad met Italianen. -Deze kerel maakt dan zeker een gunstige uitzondering.” - -„Daar ben ik zeker van!” - -„Ik hoop het!” - -„Gaat gij ook weer duiken?” - -„Dat moet wel! Mij meegerekend, zijn we maar met z’n vieren. Wij gaan -telkens met z’n tweeën, anders acht ik het veel te gevaarlijk.” - -„Duikt gij met den Italiaan?” - -„Dat weet ik nog niet!” - -„Ik zou het niet doen, Edmonds!” - -„Wel, waarom niet!” - -„Omdat de kerel zeker verdrinkt!” - -„Daar ben ik nog zoo zeker niet van!” - -„Omdat je het land hebt aan Italianen!” - -„Kan zijn!” - -De kapiteins waren in levendig gesprek gewikkeld. - -Plotseling stiet Edmonds een angstkreet uit en in hetzelfde oogenblik -beval hij met stentorstem den stuurman om het roer te wenden. - -Vlak voor de stoomboot schoot een klein, rank bootje voorbij. - -Het had maar héél weinig gescheeld, of het scheepje was door de boot -met duikers overvaren en in den grond geboord. - -Allen hadden het dreigende gevaar gezien. - -De Italiaan had zich over de verschansing gebogen en met luider stemme -geroepen: - -„Per dio, signore, hoe kan men zóó onvoorzichtig zijn?” - -De inzittende, een jongeman, in wien wij Charly Brand herkennen, had al -zóó handig gemanoeuvreerd, dat hij, ook zonder het bevel van den -kapitein, elk bevel ontsnapt zou zijn. - -Nu verwijderde het scheepje zich snel. - -Charly had er zich even van overtuigd, dat Edward inderdaad aan boord -was. - - - -De boot had in de buurt van Eddystone het anker uitgeworpen en niet ver -vandaar dobberde een ton op het water. Dat was de plaats, waar de -„Tasmania” gezonken was. - -Nauwelijks had de boot de eerste voorbereiding getroffen, of van alle -kanten kwamen nieuwsgierige stoombootjes opzetten, tot groot misnoegen -van kapitein Brown, die geweldig het land had aan al deze kijkers. - -„Daar zijn natuurlijk weer krantenmenschen bij”, mopperde hij woedend. -En toen: - -„Stuurman, laat een paar matrozen die kerels wat van ons lijf houden!” - -„Best, kapitein!” - -Intusschen had Edmonds zijn mannetjes om zich heen verzameld. - -De groote luchtpomp was opgesteld en twee duikers kleedden zich om in -het water te gaan. - -Een trap was overboord gehangen. - -Edmonds wilde straks met Casati, die niemand anders dan lord Lister -was, gaan duiken. - -De beide anderen waren nu klaar. - -De zware koperen helm werd hun over het hoofd gedaan en door schroeven -verbonden aan de waterdichte kleeding. Langzaam en moeizaam door de -looden zolen aan de voeten, daalden zij de trap af. - -Aan de luchtpomp werkte twee lieden. Een derde liet de luchtbuizen -vieren, een vierde het touw, waarmee de duikers werden neergelaten en -opgehaald en waaraan ook het dunne signaaltouw is bevestigd. Een -electrische lantaarn was aan hun gordel bevestigd, een stevige bijl, -een korte zaag en messen. - -Zoo uitgerust verdwenen zij in de groene golven. - -Na een klein half uur trok een der duikers aan het signaaltouw. - -Snel werd hij opgehaald. Helpende handen strekten zich uit, trokken hem -op het dek en bevrijdden hem allereerst van den koperen helm, opdat hij -frissche lucht zou kunnen inademen. - -De man, wiens gelaat donkerrood gekleurd was, werd totaal uitgeput in -een ruststoel neergelegd. - -Een paar minuten later gaf nu de tweede duiker ook een sein. - -Deze was minder uitgeput en vertelde, dat het wel mogelijk was door het -lek in het onderste ruim van het schip te komen. In het achterschip of -de kajuiten zou men echter nooit kunnen komen, daar deze door al het -ijzer versperd waren. - -Nu konden Edmonds en Casati zich gereed maken voor den gevaarvollen -tocht. - -Edmonds ging eerst naar de diepte, de Italiaan, alias lord Lister, -volgde. - -Op den bodem der zee was het tamelijk licht. - -Casati zag al heel spoedig den kapitein op den rand van het wrak staan. - -Edmonds wees hem op den bodem der zee allerlei zeesterren, krabben, -kreeften, slakkenhuizen en velerlei vischsoorten. De schollen hadden -hun lichaam geheel en al in het zand begraven, en keken slechts met de -koppen eruit. - -Edmonds maakte door een teeken kenbaar, dat zij naar beneden moesten en -liet zich toen langs het schip afglijden. - -Lister volgde onmiddellijk. - -Toen beiden op den zeebodem waren aangeland, stoven de visschen vol -schrik uit elkander. - -De duikers liepen langs het wrak, dat nog een weinig op zij helde. In -het middengedeelte kon men het inwendige van de „Tasmania” geheel -overzien. - -Lord Lister wist, dat de schatkamer met de goudkisten zich in het -achterschip bevond. Voor hem kwam het er slechts op aan de cassette van -den verdronken Fox te vinden, en waar deze zich bevond was natuurlijk -niet bekend. - -Zoo was hij dus gedoemd, alle hoeken te doorzoeken. - -Het tweetal werkte met bijl, zaag en hakmes, en trachtte zich op deze -manier een weg te banen. Zij stieten op velerlei hinderpalen in den -vorm van allerhande bagage van de verongelukte opvarenden, maar -behendig wisten zij alles ter zijde te schuiven, en zoo klouterden zij -langzaam maar zeker verder. - -Thans bevonden zij zich in een groote donkere ruimte, in het midden van -het schip gelegen. Een ontzettende aanblik deed zich voor hun oogen op. -Hier was waarschijnlijk vroeger de eetzaal geweest, want op een lange -tafel stonden nog borden en schotels. En tegen de muren stonden in -loodrechte houding in het kalme afgesloten water verscheiden lijken nog -in dezelfde houding, als waarin de dood hen had verrast. - -Toen de mannen binnenkwamen werd het water in beweging gebracht en de -lijken begonnen te wankelen, met wijd opengesperde oogen schenen zij -dreigend te zullen toekomen op de rustverstoorders. De armen en hoofden -waggelden, de lichamen bewogen zich voor- en achterwaarts, en -plotseling zweefde het lijk van een man langzaam naar boven, naar het -dek, alsof het zich op de indringers wilde storten. - -Aan het einde der eetzaal zat een vrouw, die in doodsangst haar -dochtertje in de armen knelde. - -Edmonds, die reeds meerdere malen op den zeebodem dergelijke tafereelen -had bijgewoond, bleef volkomen kalm, maar Lister spande alle krachten -in om niet te bezwijmen bij den aanblik van deze ontzettende -tafereelen. - -Edmonds ging nu verder. Hij opende de deur, die naar een gang voerde, -waar zich aan weerszijden de passagiershutten bevonden. - -Al heel spoedig waren zij tot de overtuiging gekomen, dat hier -onmogelijk de schatten konden geborgen zijn. Aan het einde der gang -vonden zij het lijk van een man, die een ijzeren cassette krampachtig -in de armen hield. Het flitste door Lord Listers brein, dat hij thans -aan het doel was. - -Hij maakte de cassette los uit de verstijfde vingers van den doode, en -nam toen op een teeken van zijn chef de vondst mede, nadat hij nog uit -de zakken van den verdronken man eenige sleutels en papieren had -gehaald. - -Edmonds beduidde thans, dat hij het niet langer onder water kon -uithouden, en naar boven wilde, en hoewel Lord Lister nog niet de -minste onaangename gewaarwording ondervond, volgde hij toch zijn chef. - -Een oogenblik later stond het tweetal weer op het dek van het -duikerschip. Edmonds was met de expeditie zeer in zijn schik, en hij -was verstomd over de praestaties van zijn leerling Casati, die na zóó -korten oefentijd reeds zulke geweldige dingen had tot stand gebracht. - -Toen Lister zijn duikerspak had afgedaan, gevoelde hij zich niet in het -minst vermoeid, en was hij zelfs bereid om na een korte pauze weer in -het water te gaan. - -De andere collega’s kregen bevel om de lijken te brengen, opdat men de -identiteit ervan zou kunnen vaststellen. Op de cassette, die naar de -kajuit van den kapitein was gebracht stond duidelijk de naam Richard -Fox gegraveerd. En toen met behulp van de sleutels die Casati van het -lijk had genomen, het kistje werd geopend, vond men daar verscheiden -papieren, die, hoewel nat geworden, toch nog uitstekend te lezen waren. - -„Wel Casati, heb je lust om nog eens te duiken, voordat de vloed komt -opzetten?” vroeg Edmonds den duiker. - -„O dio, zeker signor, heel graag. Wij hadden den dooden mr. Fox -dadelijk moeten meenemen. Ik ga hem halen!” - -„Wel sir. Die arbeid zal u niet moeilijk vallen. Daar hebt ge mij niet -bij noodig. Ik sta er op, vannacht weer met u te duiken. Blijf dus niet -te lang beneden!” - -Lord Lister, alias Casati, deed wat hem gezegd was. - -Daarop ging hij nog eens de verschillende kajuiten na, zonder echter te -vinden wat hij zocht. - -Even nadat Casati weer aan boord was gekomen, gaf kapitein Brown bevel -om naar Plymouth terug te keeren. - -Het anker werd gelicht en, vergezeld van een heele flottielje kleinere -en grootere vaartuigen, stoomde de boot naar de veilige haven terug. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -DE SCHAT VAN DE „TASMANIA” - - -In een Hotel van den derden rang te Plymouth, vlak bij de haven, had -Charly Brand een kamer gehuurd, waarvan de vensters uitkeken op den -haveningang, zoodat hij alle uitvarende en binnenkomende schepen kon -waarnemen. Het was Zondagmiddag, en Charly zat met Lister voor het -geopende venster een cigaret te rooken. Zij spraken samen op -fluisterenden toon, want vooral in hotels moet men met geheimen zeer -voorzichtig zijn. - -Lister had zijn vriend juist verhaald van het avontuur op den bodem der -zee. - -Thans vervolgde hij: - -„De cassette, die ik gisteren naar boven heb gebracht, is in -tegenwoordigheid van mr. Fergusson geopend. De inhoud was nog in -ongeschonden staat. Het kistje bevatte de familiepapieren van mr. Fox, -zijn laatste correspondentie, niet minder dan 1000 pond in effecten en -ongeveer 100 pond in banknoten, benevens een testament, waarbij mrs. -Watkins en haar broer Tommy tot universeele erfgenamen worden benoemd. - -„Mr. Fox heeft zijn neef totaal onterfd. Mr. Fergusson heeft de -regeling van alles in handen, en zal miss Watkins zoo spoedig mogelijk -op de hoogte stellen.” - -„We gaan nu toch zeker zoo mogelijk hier vandaan?” vroeg Charly. - -„Hoe kom je erbij? Ben je dan vergeten, wat ik aan het strand van -Oostende tot je gezegd heb?” - -„Ja”. - -„Dat ik de verzonken schatten van den zeebodem zou halen.” - -„Maar dat kan je toch geen ernst zijn?” - -„Dat is het inderdaad. Ik heb van Edmonds tot Maandag verlof gekregen. -Dan moet ik terug zijn, om opnieuw te gaan werken.” - -„Maar Edward, wees toch niet zoo dwaas.” - -„Hou je kalm,” lachte lord Lister, „en maak je niet ongerust. Ik zal -wel duiken, zonder dat Edmonds er bij is, en op eigen houtje de -schatten te voorschijn halen”. - -„Maar al de luchtpompen en de andere apparaten dan?” - -„O, die heb ik al uit Parijs laten komen, en ze naar Oostende laten -sturen. Alles komt uitstekend in orde, Charly, als jij je maar niet -zenuwachtig maakt”. - -Charly keek zijn vriend met bezorgden blik aan, en schudde het hoofd. -Maar Lord Lister lachte en zei: - -„Weet je dat wij onzen vriend Baxter hier ook nog eerstdaags kunnen -verwachten.” - -Charly sprong op van schrik. - -„Wat wil die hier?” - -„Hij komt er bij, om te zien, dat de schatten naar boven gebracht en of -er niets gestolen wordt.” - -Lord Lister lachte ironisch. Wederom schudde Charly bedenkelijk het -hoofd. - -„Ik waarschuw je nog eens Edward, laat je plan varen.” - -Lister drukte zijn vriend met warmte de hand. - -„Kom kerel, maak je niet ongerust. Alles komt op zijn pootjes terecht. -En laat ons nu in de eetzaal een flesch Sect gaan drinken.” - -Het was een wondermooie, heldere nacht, met een schitterenden -sterrenhemel. De vuren van de havenstad Plymouth rijden zich in een -lange keten langs den oever; aan den horizon schitterde de vuurtoren -van Eddystone en wierp zijn lange stralenbundels ver over de zee. Uit -de herbergen aan de haven klonk woest gezang van matrozen, vroolijk -lachen, en schetterende muziek. Morgen was het Zondag, en die rustdag -moest feestelijk worden ingezet, want op Zondag waren de kroegen -gesloten, en geen lawaai mocht de heilige rust verstoren. - -Lord Lister had het wèl overdacht, om dézen nacht voor zijn avontuur te -gebruiken. - -Het bootje, waarin hij met zijn vriend Charly had plaats genomen, had -de haven reeds langen tijd verlaten, en dobberde nu op de baren der -eindelooze zee. - -Middernacht was reeds voorbij, toen zij langzaam het doel van den tocht -naderden. - -De machines stopten, en werkten nu bijna onhoorbaar, en in de verte -doemde reeds de ton op, het kenteeken van de plaats, waar het wrak was -gezonken. - -Lord Lister ging thans nog eenige voorbereidende maatregelen treffen. -Hij maakte het bootje stevig vast met ankerkettingen, deed zijn -duikerspak aan, voorzag zich van alle mogelijke werktuigen en had het -geheel zóó ingericht, dat hij zelf het apparaat met gecomprimeerde -lucht op de schouders torste. - -Nu ontstak hij de electrische lantaarn langzaam en, als een meteoor, -zonk hij langzaam in de diepte. - -Charly keek hem bezorgd na en hield de telephoon aan zijn oor. - -Eenigen tijd later meldde lord Lister hem, dat hij den zeebodem had -bereikt, waardoor Charly, die trilde van zenuwachtigheid, alweer wat -kalmer was. - -Daar beneden, op den bodem der zee, werd lord Lister door de -heerschende duisternis leelijk belemmerd in de uitoefening van zijn -werk. - -Hij moest het smallere achterschip zien binnen te komen, waarin zich de -goudkistjes bevonden. - -Zijn electrische lamp verlichtte de omgeving thans voldoende. De duiker -wrong zich nu door een opening in het achterschip en verbrijzelde daar -met heftige bijlslagen een deur, waardoor hij in eene grootere ruimte -kwam. - -Hier lagen wederom verscheidene lijken, bij den aanblik waarvan hij -wederom hevig ontstelde. - -Maar manmoedig overwon hij alle gevoelens en met zijn werktuigen -arbeidde hij steeds voorwaarts. - -In een ruime kajuit gekomen, stiet hij op een groot aantal koffers en -kisten en het kostte hem reusachtig veel moeite om deze allemaal uit -den weg te ruimen. Toen hij dat gedaan had, zag hij weer een deur, en -opnieuw beukten zijn hamerslagen met geweldige kracht op het vochtige -hout. Maar toen ook zag de duiker acht niet al te groote cassettes, met -ijzer beslagen, en voorzien van initialen der Engelsche Bank. Dat was -dus de groote schat. Acht kistjes. En ieder hield voor ongeveer 3 -millioen gulden aan goudstaven in. Dat maakte dus samen het niet -onaardig sommetje van 2 millioen pond sterling of 24 millioen gulden. - -Lister telephoneerde nu naar zijn vriend, die in ademlooze spanning -luisterde, dat hij den schat gevonden had, en toen probeerde hij een -der kistjes op te tillen. - -Tevergeefs! - -Het enorme gewicht der goudstaven en van het ijzeren kistje maakte het -onmogelijk deze van hun plaats te brengen. - -Toen Lister met zijn lantaarn de ruimte verlichtte, zag hij plotseling -achter de kistjes de afschuwelijke gedaante van een inktvisch, die zijn -vangarmen naar alle kanten kronkelde, en plotseling een zwarte -vloeistof in het water spoot, waardoor elk uitzicht werd belemmerd. - -Enkele oogenblikken keek Lister met verbazing en afschuw naar het -weerzinwekkende beest, maar toen begreep hij ook, dat hij voor het -oogenblik niets meer hier te doen had. - -Den schat kon hij immers toch niet meenemen, en hij voelde er bitter -weinig voor, om louter voor zijn genoegen nog langer te blijven in deze -onderzeesche ruimte met zulk een afschuwelijk zeemonster tot -gezelschap. - -Spoedig besloten telephoneerde hij nu naar Charly, dat deze het touw -langzaam moest opwinden en toen Lister een tijd later weer aan boord -van het bootje was aangeland, maakte Charly zoo spoedig mogelijk den -zwaren duikershelm los. - -„Ben je erg vermoeid, Edward?” vroeg zijn vriend. - -„Heelemaal niet. Ik had het best nog langer kunnen uithouden, maar vond -het beter, om eerst eens even naar boven te komen.” - -„Je gaat toch niet weer duiken?” - -„Maar natuurlijk!” - -„Neen, Edward, ik wil het niet!” - -Charly maakte zich boos. - -„Hou je kalm, vriendje”, spotte Lister en hij klopte den jongen man -eens vriendelijk op den schouder. - -Charly moest wel gehoor geven aan de bevelen van zijn vriend. - -Hij bracht spoedig een en ander in orde, en een paar minuten later -zakte lord Lister wederom naar den bodem der zee. - -Daar aangekomen legde hij een groote hoeveelheid touw, dat hij had -meegenomen, ter zijde. - -Toen ging hij opnieuw door de opening kruipen en bereikte weer langs -denzelfden weg de schatkamer. - -Hij had een handig apparaat meegenomen, voorzien van een hefboom. Hij -bevestigde nu een der uiteinden van het geweldige zware kabeltouw aan -een der millioenenkistjes, hief de cassette van den grond en nu viel -het hem niet meer moeilijk om het kistje van den grond te heffen en een -oogenblik later zweefde bet langs het wrak. Nu ontvouwde lord Lister -een groot stuk linnen, dat hij had meegebracht. Hij maakte daar van dit -waterdichte linnen, waaromheen een stevig net zat, een ballon, liet -daarin de gecomprimeerde lucht uit het apparaat ontsnappen en ten -slotte kon de groote, omvangrijke ballon het gewicht van het kistje mee -naar boven nemen door het water. - -Nu telephoneerde Lister naar Charly, op welke wijze het hem gelukt was, -het kistje naar boven te krijgen. - -Charly riep terug, dat de maan juist was opgekomen en dat hij zich -moest haasten terug te komen, want dat de vloed kwam. Ook had hij van -Eddystone lichten zien naderen. - -Eindelijk dan had Lister zijn duikerspak weer uit en stond hij aan -boord van het bootje, naast zijn trouwen vriend Charly, die zich zoo -ongerust had gemaakt, maar nu den koning te rijk was. - -Ook Edward lachte. - -En geen wonder! - -Hij had er alle reden voor. - -„Drie millioen voor ons, Charly, wat zeg je ervan?” De rest moeten we -voor de Bank laten, jammer genoeg, maar wij hebben geen tijd meer om -die andere zware kisten nog omhoog te halen. - -„En nu, Charly, voortgemaakt! - -„Gooi het vischtuig uit, opdat iedereen meent, dat we op de vangst zijn -geweest en niemand achterdocht gaat koesteren.” - -Aldus geschiedde. - -Langzaam voer het scheepje naar de kust en de groote ballon, die den -goudschat naar boven had gebracht, zweefde aan het achterdek. - -Zuidelijk van Plymouth werd het schip gemeerd. - -Hier was het eenzaam. - -Voordat het scheepje aan de kust kwam, beproefden de beide vrienden de -zware cassette, die onder den ballon meevoer, aan boord te hijschen. - -Het bleek onmogelijk! - -Het kistje was zoo zwaar, dat de boot op levensgevaarlijke wijze ging -overhellen naar den kant, waar men het binnen boord wou halen. - -Lord Lister zocht nu tusschen de rotsen naar een geschikte plaats om te -landen en vond deze ook al spoedig. - -Door verscheiden klippen werd een beschutten driehoek gevormd, die een -waterbassin insloot en in deze natuurlijke haven bracht Lister het -scheepje. - -„Als nu de vloed komt”, sprak Lister, „drijft de ballon vanzelf met -zijn kostbaren last deze haven binnen. Dan laten wij de lucht eruit en -alles zinkt op den bodem, totdat wij bij ebbe den schat kunnen -meenemen. - -„Morgen is het Zondag. Dan hebben wij tijd in overvloed.” - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -VIJF MILLIOEN GULDEN. - - -Des Maandagsmiddags was heel Plymouth in rep en roer. - -Als een loopend vuurtje had het zich door de stad verbreid, dat duikers -den schat van de „Tasmania” hadden gevonden. Deze zou bij eb naar boven -worden gehaald. - -De wonderlijkste verhalen deden de rondte van millioenen, die in de hut -van een Australiër waren gevonden. - -Een heele vloot van booten en bootjes verliet Plymouth om het zeldzame -schouwspel te gaan bijwonen, dat een schat uit de diepte werd -geheschen. - -Wat was er waar van deze verhalen? - -Het volgende: - -Casati zou in den middag probeeren om den schat naar boven te brengen, -dien hij des morgens ontdekt had; onder Baxter’s leiding zou de politie -toezicht komen houden op het kostbare werk. - -Mr. Fergusson was aan boord van het duikerschip, waar zich ook twee -directeuren van de Engelsche Bank bevonden, voorts Baxter en -rechercheur Marholm. - -De heeren spraken natuurlijk druk over de gezonken millioenen en den -duikersarbeid. - -Edmonds zou met de drie duikers tegelijk naar beneden gaan, opdat -Casati hun duidelijk de schatkamer zou kunnen toonen. - -Met z’n vieren zouden zij gemakkelijker den schat kunnen naar boven -brengen. - -De duikers waren in de beste stemming door het vooruitzicht op de -premie. - -De spanning werd algemeen, toen het viertal ging duiken. - -Eindelijk, na twintig minuten, kwam het viertal weer boven en Edmonds -deelde mede, dat het ’t beste zou zijn, als het schip vlak boven het -wrak ging liggen. - -Zoo gezegd zoo gedaan. - -Kapitein Brown manoeuvreerde aldus met het vaartuig en liet den kraan -plaatsen, waarmee aan lange kettingen de ijzeren kistjes konden worden -opgetakeld. - -’t Werd doodstil in het rond. - -De nieuwsgierigen in hun booten hadden een grooten kring gevormd en -keken toen in ademlooze spanning. - -Millioenen, vele millioenen zouden straks worden opgeheschen. - -Ieder der omstanders wenschte op dit oogenblik duiker te zijn om vele -duizenden van de premie te kunnen opstrijken. - -En allen keken—en zwegen. - -De arbeid had een geregeld verloop. - -Twee uur later kon het signaal gegeven worden: de eerste kist ophalen!— - -Dat gebeurde! - -Knersend sloegen de ketenen, de stoommachine proestte en pruttelde. - -Toen—een plassen—een ijzeren kistje werd opgeheven—de kraan draaide—en -nu lagen de eerste 250,000 pond—drie millioen gulden—op dek. - -De Engelsche Bank had een dubbel stel sleutels van de -goudcassettes;—een der directeuren had ze meegenomen, het kistje werd -geopend en daar schitterde het gele, glanzende metaal in -duizendvoudigen gloed. - -In zijn groote vreugde ging de eerste Bankdirecteur naar Casati toe: - -„U, signor”, sprak hij, „danken wij deze vondst. Wilt ge hier maar de -premie van duizend pond voor den ontdekker in ontvangst nemen? De Bank -zal u steeds groote dankbaarheid blijven toekennen!” - -Met deze woorden overhandigde hij Casati een enveloppe. - -Deze was opgestaan. - -Hij sprak eenige woorden van dank en stak de enveloppe in den zak. - -Toen strekte hij zich weer uit op den ruststoel, alsof er niets -bijzonders gebeurd was.— - -Tot den avond werd doorgewerkt. - -De zevende kist lag reeds op dek, toen door de duikers gemeld werd, dat -dit de laatste was. - -De Bankdirecteuren keken elkaar verstomd aan. - -Zij hadden hier geen cijfer genoemd, maar het stond vast, dat in Sydney -acht kistjes aan boord waren geheschen. - -Edmonds werd nu ontboden. - -„Hebt gij het aantal kistjes ook geteld?” vroeg hij een der -Bankdirecteuren. - -„Zeker. Toen ik het laatst beneden lag, waren er nog vier kistjes. Drie -waren toen al opgeheschen. Er moeten dus zeven kistjes geweest zijn.” - -„Juist—zeven kistjes zijn aan boord. Maar acht werden indertijd -verscheept. Dat is wel heel merkwaardig! Waar kan dat achtste kistje -zijn?”— - -Edmonds keek den spreker verbluft aan. - -„Hoe zou ik dat weten, sir! Mijn duikers en ik kunnen u verklaren, dat -er maar zeven kistjes in de schatkamer waren.” - -„Dan is het achtste kistje waarschijnlijk in een ander deel van het -schip, of— —” - -Hij voltooide niet. - -Zijn collega keek hem vragend aan, maar de ander zei slechts: - -„Merkwaardig—heel merkwaardig!” - -De andere Bankdirecteur zei thans: - -„Waarde heer Edmonds, zeg niets van alles wat ik u meedeelde, maar laat -het wrak nog eens nauwkeurig onderzoeken. Het achtste kistje moet er -toch ook zijn, want geen uwer duikers kan zoo’n centenaarslast -verdonkeremanen en 250,000 pond is geen bagatel.” - -Edmonds antwoordde: - -„Ik ga dadelijk met Casati, mijn besten duiker, weer naar beneden. -Dadelijk!” - -Edmonds ging naar Lord Lister. - -Zij bereidden zich terstond voor op een nieuwen tocht. - -Een oogenblik later doken zij opnieuw. - -Na een uur was de tocht afgeloopen. Er was geen achtste kistje gevonden -en Edmonds geloofde, dat dit kistje bij het vergaan van het schip was -verloren gegaan. - -Bovendien was achter in de schatkamer een groot gat, waardoor de kist -heel makkelijk kon zijn heengegleden. - -Deze verklaring was heel aannemelijk. - -Baxter alleen schudde ongeloovig het hoofd. - -Toen Edmonds hem voorstelde om zich dan eens persoonlijk te gaan -overtuigen, wees hij dit aanbod met groote beslistheid van de hand. - -De directeuren moesten zuchtend constateeren, dat 250,000 pond sterling -voor de Bank waren verloren gegaan. - -Hun taak was hier echter thans afgeloopen en het schip van kapitein -Brown kon naar Plymouth terugkeeren. - -Onderweg kon rechercheur Marholm niet nalaten om tegen Baxter te -beweren: - -„Als de geschiedenis zich niet op den bodem der zee had afgespeeld, zou -ik er op zweren, dat Raffles die 250,000 pond had gestolen.” - -„Herinner mij niet aan dien man, die de vloek is van mijn leven”, zei -Baxter op giftigen toon. - -„Maar Raffles heeft ons toch een dienst bewezen, door ons opmerkzaam te -maken op het helershol van dien Fox.” - -„Dat is waar!” - -„Hij is zoo kwaad nog niet!” - -„Wie niet?” - -„Wel, Raffles!” - -„Maar Marholm, je bent gek, stapelgek. Zou je dien Raffles niet een -premie willen toekennen?” - -„Hij zal zich wel een en ander zelf hebben genomen, chef!” - -„Zoo, denk je?” - -„Natuurlijk!” - -„En je vindt hem zoo kwaad nog niet!” - -„Hij zal nooit menschen benadeelen, die eerlijk en braaf zijn. Alleen -schurken besteelt hij.” - -„Hou op, Marholm, hou op over Raffles!” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Toen de stoomboot in Plymouth was binnengeloopen, bracht een postbode -een spoedbrief voor Baxter. - -Deze opende haastig het epistel, maar nauw had hij het gelezen, of hij -stiet een kreet van woede uit. - -„Wat is er?” vroeg een der directeuren. - -Bleek van opwinding overhandigde Baxter hem het schrijven. - -En de directeur las met groote oogen luid-op: - - - „Ik deel den politie-inspecteur Baxter door dezen mede, dat het - achtste vermiste kistje met goudstaven van de Engelsche Bank zich - bevindt in den bekenden driehoek bij de molenrotsen. Als het ebbe - is, kan het kistje heel gemakkelijk van daar worden weggehaald. De - plaats is dan droog. - - Hoogachtend, - JOHN C. RAFFLES.” - - -Marholm deed alle moeite, om een opkomenden lach te verbergen. - -Maar hij bedwong zich en zei met onschuldig gelaat tot Baxter: - -„Dat is een gladde vogel, die Raffles, nietwaar, chef?” - -Baxter antwoordde niet en draaide zich om. - -De zonderlinge brief ging van hand tot hand en Edmonds zei: - -„Ik denk, dat iemand hier een heel flauwe grap heeft willen uithalen, -maar in elk geval moet de aangeduide plaats nader onderzocht worden!” - -Nu las Brown den brief. - -Hij lachte en maakte de opmerking, dat op de aangeduide plek inderdaad -een driehoek door rotsen was gevormd. Met een boot kan men heel -makkelijk deze plek bereiken. - -Besloten werd om denzelfden nacht bij ebbe naar de plaats te varen. -Kapitein Brown zou voor dien tocht een boot beschikbaar houden. - -Terwijl de heeren het schip verlieten, had lord Lister zich omgekleed -en nu deelde hij kapitein Edmonds mee, dat hij zich wat in Plymouth -wilde gaan vermaken na al dien inspannenden arbeid. - -De duikerchef gaf daartoe gaarne verlof en Lister verliet het schip om -er nooit op terug te keeren. - -Toen de boot zich gereed maakte om naar den rots-driehoek te varen, -zaten Lister en Charly Brand al in een coupé eerste klasse, op weg naar -Ramsgate, om vandaar Oostende te bereiken. - -De heeren in de boot zaten allen met mistroostige gezichten te kijken. -Zij hadden een gevoel, alsof zij een vreemde gebeurtenis tegemoet -voeren. - -Kapitein Brown had het bevel op de boot. - -Hij wist uitstekend den weg in deze plekken, vol verborgen klippen. De -eb had thans alle rotsen blootgelegd en bij het schijnsel van lantaarns -en fakkels manoeuvreerde de boot handig overal tusschen door. - -Daar werd reeds de driehoek zichtbaar. - -Groote onrust greep de inzittenden aan. - -Toen het schip stil lag, was Baxter de eerste, die uitsprong, spoedig -gevolgd door de anderen. - -Waarlijk! - -Daar lag, op den rotsbodem, het vermiste kistje en de bankdirecteur -haastte zich, het zware deksel op te lichten. - -Een kreet van verrassing en schrik steeg op uit alle kelen. - -Het kistje was leeg! - -Maar aan het deksel was aan de binnenzijde een stuk perkament -bevestigd, waarop in groote letters stond geschreven: - - - „Ik geef de Engelsche Bank het achtste kistje gaarne terug. Met - haar inhoud hoop ik nog heel wat ellende in de wereld te lenigen. - Mijn aandeel in de winst sta ik graag af aan mijn drie collega’s. - Ik heb dat geld niet noodig. Met een vriendelijken groet aan den - heer Baxter. - - JOHN C. RAFFLES, - de gewezen duiker Casati.” - - -De uitwerking van dezen brief was inderdaad hevig. - -Baxter was razend. Want het was heel wat voor iemand, die zoozeer met -zichzelven is ingenomen als deze inspecteur der recherche, om voor den -zooveelsten keer te moeten erkennen, dat hij bij den neus genomen is -door een inbreker van beroep. En Baxter bekende het niet graag, als hij -een nederlaag had geleden. Hij smoorde een zwaren vloek tusschen de -lippen, bedwong zich met de meest mogelijke moeite en bracht er -eindelijk uit, daar aller oogen op hem gericht waren: - -„Die Raffles—die Raffles! Ik zal niet veel meer zeggen, maar tòch moet -mij van het harte, dat ik hoop, dat dit nu de laatste maal zal zijn, de -allerlaatste maal!” - -Toen zweeg hij, inwendig diep gegriefd. - -En detective Marholm? - -Die kon zijn lachen niet bedwingen, maar proestte het uit toen men wat -bekomen was van den algemeenen schrik. - -Toen hij was uitgelachen riep hij vroolijk, zonder te letten op -Baxter’s boosheid: - -„Ik heb het wel gedacht—ik heb het zeker gedacht!” - - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0012: VERZONKEN -SCHATTEN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
