summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-19 13:44:42 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-19 13:44:42 -0800
commitd7c9020c97b7d63b7a5d7989704d1987807cb4e2 (patch)
treed6b72bf7192e154f68f5c6e1899986749f1e0008
Initial commit
-rw-r--r--71430-0.txt3365
-rw-r--r--71430-h.zipbin0 -> 179522 bytes
-rw-r--r--71430-h/71430-h.htm4189
-rw-r--r--71430-h/images/lordlister0304-front.jpgbin0 -> 98478 bytes
-rw-r--r--71430-h/images/p0304-01.pngbin0 -> 20085 bytes
5 files changed, 7554 insertions, 0 deletions
diff --git a/71430-0.txt b/71430-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8efe6b5
--- /dev/null
+++ b/71430-0.txt
@@ -0,0 +1,3365 @@
+
+The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0304: De wraak eener
+vrouw
+
+This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this ebook or online
+at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States,
+you will have to check the laws of the country where you are located
+before using this eBook.
+
+
+Title: Lord Lister No. 0304: De wraak eener vrouw
+
+Author: Felix Hageman
+Author: Kurt Matull
+Author: Theo Blakensee
+
+Release Date: August 17, 2023 [eBook #71430]
+
+Language: Dutch
+
+Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team
+ at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0304: DE WRAAK
+EENER VROUW ***
+
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 304 DE WRAAK EENER VROUW.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE WRAAK EENER VROUW.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE STRIJD OM DE MACHT.
+
+
+De Firestreet behoort tot een der onoogelijkste buurten van Londen.
+
+De bewoners zijn voor een gering deel wat de Engelschen unskilled
+labourers noemen, dat wil zeggen, arbeiders zonder speciale
+vakopleiding, zooals kadewerkers, sjouwers, enz., maar voor het
+grootste gedeelte oefenen zij een beroep uit, hetwelk niet nauwkeurig
+te omschrijven valt, maar dat zeker niet tot de eerbiedwaardige
+gerekend mag worden.
+
+Over het algemeen woont hier een lichtschuw volkje, dat pas te
+voorschijn komt als het daglicht heeft plaats gemaakt voor het
+kunstmatig schijnsel der straatlantaarns, die hier overigens spaarzaam
+zijn aangebracht.
+
+Dan zwermen de mannelijke zoowel als de vrouwelijke bewoners van deze
+straat uit, evenals de bijen uit hun korf, met dit onderscheid evenwel,
+dat zij pas naar hun woningen terugkeeren op het oogenblik, dat de
+nijvere insecten zich gereed maken om uit te vliegen.
+
+De politie heeft het alles behalve voorzien op deze buurt, want zij
+weet zeer goed, dat daar misdadigers van allerlei aard bijeen hokken,
+inbrekers en dieven, ladelichters, zakkenrollers, souteneurs, chanteurs
+van diverse pluimage en voorts een groot aantal gelegenheidsdieven, die
+den arbeid schuwen, en van allerlei bronnen leven, die het daglicht
+niet kunnen velen.
+
+Somtijds worden er razzia’s ondernomen in deze straat, die niet geheel
+en al zonder gevaar zijn, want het ergste gespuis heeft een zeer vlotte
+hand van schieten, en ontziet zich niet, de bedreigde vrijheid met
+revolverschoten te verdedigen.
+
+Maar toch is de politie er van overtuigd, dat zij er nog altijd niet in
+geslaagd is, tot den haard van al deze ongerechtigheden door te
+dringen.
+
+Zij weet dat er ergens een haard moet bestaan, een kern, een
+middelpunt, de plek, waar de spin moet zitten in die webbe van de
+misdaad.
+
+Zij weet dat hier ergens een verborgen plaats van bijeenkomsten moet
+zijn, waar tal van misdaden worden uitgebroed.
+
+Zij kent ook den naam van de vereeniging, die een zeer groot aantal
+misdadigersbenden omvat, welke ever de geheele wereld verspreid zijn.
+
+Het Genootschap van den Gouden Sleutel, zoo luidt die naam.
+
+Dat alles weet de politie en zij acht het zeer weinig.
+
+Want zij weet niet wie er aan het hoofd staat van dit genootschap, zij
+weet niet wie er de voornaamste leden van zijn, kortom, zij weet niets
+van de geheele samenstelling, de organisatie van dit machtige lichaam.
+
+Er is een man, die er meer van weet; zijn naam is John Raffles.
+
+Maar John Raffles, de gentleman-inbreker, is de natuurlijke vijand van
+de politie en slechts zelden heeft hij haar deelgenoot gemaakt van wat
+hij weet.
+
+Hij deed het nooit anders dan om zichzelve te verdedigen tegen een
+hoogst gevaarlijke concurrentie, ofwel als er een misdaad was gepleegd
+die wegens haar bloedig karakter om wraak riep.
+
+In de Firestreet staat, ongeveer honderd meter van de Theems-kade,
+sedert eeuwen een drankhuis, dat vroeger echter een fatsoenlijk
+logement is geweest, hetwelk zich destijds aan de grens van de stad
+bevond en waar de reizigers afstapten, die met post-chaise, diligence
+of eigen reiswagen van Dover waren gekomen.
+
+In den loop der jaren echter had dit logement al zijne goede
+hoedanigheden verloren, en thans was het niet veel meer dan een
+ellendige kroeg, waar een versleten muziekautomaat van tijd tot tijd
+haar deuntjes jengelde, en die bij de politie in zeer kwaden reuk
+stond.
+
+Zij had in „De Roode Leeuw”—de naam van de gelegenheid was het eenige
+wat uit vroegere eeuwen was behouden—reeds eenige malen een inval
+gedaan, met afwisselend succes.
+
+Maar zij was er volkomen onkundig van, dat deze kroeg, waar overdag
+veel kadewerkers een glas bier of whisky kwamen drinken, een doorgang
+vormde naar een der voornaamste plaatsen, waar het bestuur van het
+zooeven genoemde genootschap geregeld zijn bijeenkomsten hield.
+
+Het was op een regenachtigen Novemberavond, terwijl stormvlagen het
+dorre loof van de boomen langs de Theems deden opwarrelen, toen eenige
+mannen, als arbeiders gekleed, met de handen in de zakken de gelagkamer
+van den „Rooden Leeuw” binnentraden.
+
+Het was er vrij vol, en bijna alle tafeltjes waren bezet.
+
+Een luid rumoer van schreeuwende en lachende stemmen, waaronder soms
+plotseling een dreigende ruzietoon opklonk, vervulde de lage
+gelagkamer, met haar zoldering van zware eiken balken.
+
+Er hing als het ware een grijze mist, veroorzaakt door den rook van
+vele pijpen en ordinaire sigaretten, zoodat men nauwelijks iets meer
+dan een paar meter vooruit kon zien.
+
+Rechts van den ingang bevond zich de toonbank, waarachter een
+zwaargebouwde kerel met een ruw, gemeen gelaat stond.
+
+Dat was de waard, „Red Peter” genaamd, uit hoofde van zijn vlammenden
+rooden haardos.
+
+Red Peter had al menigmaal kennis gemaakt met de politie, meestentijds
+wegens heling van gestolen goederen, maar hij scheen onverbeterlijk te
+zijn, want bijna steeds lag er in zijn kelder een hoeveelheid gestolen
+goed verborgen, dat daar wachtte op een gelegenheid om veilig te kunnen
+worden vervoerd.
+
+Stellig was Red Peter een ijverig lid van de Bende der Raven, een der
+meestberuchte benden van Londen, en in de gevechten met de politie was
+hij altijd haantje de voorste.
+
+Hij had geweldig zware vuisten, waarvan hij zich op voortreffelijke
+wijze wist te bedienen, en die door het voortdurend gebruik zoo hard
+waren geworden als hout.
+
+De drie mannen, die binnengetreden waren, keken even in het rond en
+slenterden toen langzaam naar de toonbank toe.
+
+Zij gaven den roodharigen waard een knipoogje, welke vriendelijkheid op
+dezelfde wijze beantwoord werd.
+
+Toen vroeg de voorste der drie mannen op zachten toon:
+
+—Is er nog al wat te doen, Peter?
+
+—De tijden zijn zwaar! klonk het antwoord.
+
+—Hoe is de koers?
+
+—De koers is dalende!
+
+—Waar zijn de vrienden?
+
+—De vrienden zijn overal!
+
+—Goed geantwoord, Peter! Nu is het jouw beurt, zeide de man, die
+zooeven met zijn twee metgezellen was binnengetreden.
+
+En nu begon de waard te vragen.
+
+—Waar is het voor?
+
+—Voor den nieuwen meester.
+
+—Waar gaat het heen?
+
+—Schuins omlaag!
+
+—Wie is de vijand?
+
+—John Raffles is de vijand!
+
+—Braaf geantwoord, makker! zeide Red Peter, terwijl hij al zijn groote
+gele tanden in een grijnslach liet zien. De weg is vrij—ik zal jullie
+doorlaten.
+
+Hij scheen zich even te bukken en aan een klein, rafelig touw te
+trekken.
+
+Dat touw scheen daar zoo maar toevallig over een roestigen spijker te
+hangen, maar inderdaad bracht de waard door er aan te trekken, een bel
+in beweging, die diep onder den grond hing, en die weerklonk zoodra er
+vrienden in aantocht waren—dat wil zeggen: boeven!
+
+Tegelijkertijd werd door het trekken aan het touw ongeveer twintig
+meter verder een deur geopend, achter in een smalle gang—geen gewone
+deur, want zij had noch slot, noch kruk, noch scharnieren, maar een
+valdeur in den houten wand, die in verborgen sponningen geruischloos op
+en neder kon glijden.
+
+Door het trekken aan het touw evenwel, rees de deur niet omhoog, maar
+werd eenvoudig een soort klink losgemaakt, die de deur onwrikbaar op
+haar plaats hield, zoodat de personen, die het kenden, haar konden
+oplichten.
+
+De drie mannen knikten den waard toe, liepen nog wat door de gelagkamer
+en verlieten haar toen door een deur in den achterwand.
+
+Dit was niets bijzonders en gewone bezoekers, die niet tot het
+misdadigersgilde behoorden, deden het ook wel, teneinde een kleine
+nevenzaal op te zoeken, waar gespeeld werd, gekaart en gedobbeld.
+
+Men kon deze zaal bereiken door een smalle gang, die slechts door een
+enkele gasvlam niet al te helder verlicht werd.
+
+De drie mannen volgden deze gang over een paar meters, maar sloegen
+toen een zijgang in—openden een deur, gingen weer een gang binnen en
+liepen langs een eikenhouten wand, die voor een verzamelaar van
+antiquiteiten zeker heel wat waard zou zijn geweest.
+
+Aan het einde van dien wand bevond zich de valdeur.
+
+Degene van de drie mannen, die het korte gesprek met den waard gevoerd
+had bukte zich, en tilde de deur op, door zijn hand onder een kier van
+het houten wandvak te steken.
+
+De valdeur was ongeveer tachtig centimeter breed, en bijna anderhalven
+meter hoog.
+
+Men moest haar omhoog houden, terwijl men door het gat kroop, en de
+laatste man liet de deur weder voorzichtig zakken.
+
+Aanstonds was er iemand op hen toegetreden, die het licht van een
+electrische zaklantaarn op de drie mannen liet schijnen.
+
+Dat was een van de bewakers van deze plek van samenkomst.
+
+Er werd nogmaals een kort en voor oningewijden onbegrijpelijk gesprek
+gevoerd, en daarop kon het drietal zijn weg voortzetten.
+
+Die weg leidde door een lange gang, welke met een flauwe helling naar
+het inwendige der aarde scheen te leiden.
+
+Het was hier volmaakt donker, en de drie bandieten—want aan hun waren
+aard behoeven wij nu niet meer te twijfelen—waren genoodzaakt
+zaklantaarns te gebruiken.
+
+Na nog eenige wachtposten te zijn gepasseerd, bereikten zij ten slotte
+de groote zaal, ongeveer tien meter onder den grond gelegen, waar dien
+avond een bijeenkomst zou plaats vinden.
+
+Er bevond zich daar reeds een honderdtal mannen, blijkbaar tot alle
+standen der maatschappij behoorend.
+
+Sommigen in den zwarten rok, met de monocle in het oog geklemd en fijne
+sigaretten rookend, anderen als arbeiders gekleed.
+
+De eersten behoorden blijkbaar tot het intellect van de
+misdadigerswereld, en aan hen werd dan ook het delicate gedeelte van de
+algemeene taak toevertrouwd.
+
+Zij hielden zich nimmer op met ordinaire misdrijven als laden lichten,
+valsch munten enz., maar waren bij uitstek geoefend op het gebied der
+chantage en van de inbraak.
+
+De aanwezigen waren echter lang niet allen langs denzelfden weg
+gekomen, want deze zaal had nog twee uitgangen, en langs twee
+verschillende tunnels kon men geheel verschillende wijken bereiken.
+
+Maar ook daar was er voor gewaakt, dat geen onbevoegden konden
+binnentreden; de bewaking mocht inderdaad zeer streng heeten, en het
+zou niet gemakkelijk vallen haar te verschalken.
+
+In de zaal stonden de mannen in kleine groepjes bijeen, en voerden een
+gesprek op fluisterenden toon.
+
+Er hing een eenigszins gedrukte stemming naar het scheen, en men durfde
+blijkbaar niet luid spreken.
+
+Stoelen waren er in het geheel niet in deze zaal aanwezig, behalve die
+voor het bestuur bestemd waren, dat uit zeven leden bestond.
+
+Deze stoelen waren geplaatst achter een lange tafel die met een zwart
+laken was bedekt.
+
+De middelste stoel was fraai gebeeldhouwd, en droeg boven op den rug
+een eigenaardig kenmerk—een zilveren doodskop, waaronder een dolk,
+gekruist met een sleutel—beide laatste voorwerpen zwaar verguld.
+
+Voor dezen stoel lag op het zwarte tafelkleed een zilveren
+voorzittershamer in den vorm van een houweel en daarnevens een tweede
+sleutel.
+
+Van deze zeven plaatsen was slechts de voorzittersstoel ledig.
+
+Maar plotseling werd het doodstil in de zaal.
+
+Het bestuurslid, dat links van den voorzittersstoel zat, was opgestaan,
+had den zilveren hamer ter hand genomen en gaf met dezen een zwaren
+slag op het tafelblad.
+
+Hij was opgestaan en toen het muisstil was, sprak hij met doordringende
+stem:
+
+—Makkers! Wij zijn hier vergaderd op verzoek van een onzer
+vooraanstaande leden—markies Beaupré de la Sardogne! Hij wenscht ons
+een voorstel van groot gewicht te doen, in verband met de afwezigheid
+van onzen voorzitter, die—wegens bijzondere omstandigheden—helaas
+verhinderd is, ten minste tijdelijk, om zijn taak als leider van ons
+genootschap op zich te nemen! Met uw goedvinden zal ik thans ons geacht
+lid het woord geven.
+
+Wederom viel de hamer, en toen kwam een man van rijzigen lichaamsbouw,
+die omstreeks vijf-en-dertig jaar oud kon zijn, met een regelmatig
+geteekend gelaat, dat misschien schoon geweest zou zijn, als het niet
+den stempel der misdaad droeg, naar voren.
+
+Hij baande zich een weg door de vergaderden en ging met opgeheven hoofd
+naar de tafel, waar de zes bestuursleden gezeten waren.
+
+Deze tafel stond op een soort verhooging, en nu stak markies Beaupré
+een heel eind uit boven zijn medeleden.
+
+Hij leunde met een zijner witte aristocratische handen op de tafel en
+begon, met een accent dat slechts zeer weinig aan zijn Fransche afkomst
+herinnerde:
+
+—Vrienden! Onze secretaris, Joe Burns, heeft u zooeven reeds gezegd,
+dat er verband bestaat tusschen mijn verzoek, om u een voorstel te
+mogen doen, en het feit, dat dr. Fox afwezig is! Dat is ook zoo.
+
+Beaupré wachtte even, wierp een blik om zich heen, als om aandacht te
+vragen, en vervolgde toen:
+
+—Wij allen weten, wat de reden der afwezigheid van dr. Fox is. Hij
+heeft zich eenige weken geleden naar de Vereenigde Staten begeven, meer
+in het bijzonder naar New-York, teneinde zich daar persoonlijk op de
+hoogte te gaan stellen van de werkwijze van de „Bende van het Kwade
+Oog”, welke daar niet lang geleden werd opgericht, en al spoedig angst
+en ontzetting in geheel de stad verspreidde.
+
+Een dof gemompel liet zich hooren, dat wellicht bedoeld was als teeken
+van hulde aan het adres van de genoemde bende, die inderdaad maanden
+lang groote onrust had teweeg gebracht, niet alleen in New-York, maar
+ook in andere groote Amerikaansche steden.
+
+—Wij allen weten maar al te goed, wat hem daar wedervaren is! hernam
+Beaupré, zonder dat zijn stem echter eenige ontroering verried, waaruit
+zou kunnen blijken dat hij zich het lot van den meester, van den leider
+van het genootschap, waarvan hij lid was, bijzonder aantrok. De chef
+kwam daar tegenover John Raffles te staan, die zich eveneens te
+New-York ophield, en gij allen kent de gevolgen, het duurde niet lang
+of dr. Fox zat in de gevangenis.
+
+Misschien had de Fransche markies dit laatste, ondanks zich zelf, op
+eenigszins spottenden toon gezegd, want hier en daar werd afkeurend
+gemompel hoorbaar, en Joe Burns voegde den spreker op gedempten toon
+eenige woorden toe, welke niemand verstond.
+
+Beaupré scheen zich echter door deze interruptie volstrekt niet van
+zijn stuk te laten brengen en vervolgde rustig:
+
+—Ik wil hier niet onderzoeken, in hoeverre dr. Fox hieraan zelf de
+schuld draagt. Ik ben overtuigd, dat de Amerikaansche bladen ons
+dienaangaande slechts zeer onvolledig kunnen inlichten. De reden
+daarvan is eenvoudig deze—dat zij het niet weten! Zij weten het evenmin
+als de politie, en daarom fantaseeren zij er maar wat op los! Hoe het
+ook zij—onze aanvoerder raakte daarginds in de gevangenis.
+
+—Maar hij wist toch weer los te komen! riep er iemand achter uit de
+zaal.
+
+Het gelaat van Beaupré betrok een oogenblik, zijn tanden klemden zich
+een oogenblik opeen, maar zijn stem had denzelfden vasten klank, toen
+hij antwoordde:
+
+—Zeker, dat deed hij! Wij moeten echter billijk en eerlijk zijn—dat was
+niet zijn eigen verdienste! Wij allen weten, dat de middelen om te
+ontvluchten hem verstrekt zijn door den geheimzinnigen aanvoerder van
+de Bende van het Kwade Oog—die thans, helaas, eindelijk ontdekt
+is—alweder door toedoen van dien vervloekten John Raffles!
+
+Nu gingen hier en daar kreten van woede en haat op, die den spreker het
+voortgaan een oogenblik onmogelijk maakten.
+
+—Ter dood met hem! Dood aan John Raffles! klonk het allerwege.
+
+Toen deze storm weder bedaard was, ging Beaupré voort:
+
+—Dr. Fox maakte dus gebruik van de middelen om te ontvluchten welke men
+hem op zoo sluwe wijze had weten te doen toekomen en hij herkreeg zijn
+vrijheid weder, maar slechts om haar nauwelijks een week later opnieuw,
+en nu naar allen schijn voor goed te verliezen.
+
+Weer werden er hier en daar kreten van afkeuring en protest vernomen,
+maar Beaupré bleef in dezelfde onverschillige houding staan, bekeek
+zijn nagels eens, en wachtte rustig tot ook deze kreten verstomd waren.
+
+Toen ging hij voort:
+
+—Ik hoor daar schreeuwen, dat dr. Fox wel weer opnieuw de vrijheid zal
+herkrijgen, maar ik ben zoo vrij dit te betwijfelen, en daarvoor heb ik
+goede redenen.
+
+—Noem ze op! schreeuwde iemand achter in de zaal.
+
+Voor het eerst verhief de Beaupré zijn stem een weinig, zij bleef even
+koel, maar toch lag er een dreigende klank in.
+
+—Ik zal die redenen zeker noemen, maar ik sommeer dien schreeuwer daar
+achter in de zaal, zijn snavel te houden, of ik zal hem aanstonds eens
+toonen dat ik als bokser mijn man sta! En nu mijn redenen! Ten eerste
+is de man buiten gevecht gesteld, die dr. Fox reeds eenmaal de vrijheid
+heeft helpen herwinnen en ten tweede zal de politie ditmaal de bewaking
+wel zoo streng maken, dat er aan ontsnappen niet te denken valt!
+Volgens menschelijke berekening zullen wij dr. Fox waarschijnlijk
+nimmer terugzien, want als hij daar zijn straf heeft afgezeten, dan zal
+hij naar Engeland worden uitgeleverd, en hier terecht moeten staan. Gij
+allen weet, wat dat zeggen wil—dat wil zeggen, dat hij een paar weken
+later door het hennepen venster zal moeten kijken.
+
+Voor de derde maal lieten zich eenige woedende protestkreten hooren.
+
+—Hij beleedigt onzen chef!
+
+—Laat hij zelf maar niet te dicht bij de galg komen!
+
+—Is dat de eerbied, dien men aan onzen leider verschuldigd is?
+
+—Wat wil die vreemdeling!
+
+Deze en dergelijke kreten werden hier en daar hoorbaar, maar de Beaupré
+liet zich volstrekt niet van zijn stuk brengen.
+
+Hij stak een sigaret op en wachtte kalm af tot de schreeuwers
+uitgeschreeuwd waren.
+
+Toen begon hij weder:
+
+—De heeren schreeuwers hebben ongelijk. Als men mij bestrijdt, laat men
+het dan met argumenten doen! Ik kom nu tot het slot van mijn korte
+toespraak—de zaak, waarom het gaat! Ik herhaal, dat dr. Fox voorloopig
+uitgeschakeld is, en een vennootschap als het onze kan nooit goed
+werken, wanneer het eenigen tijd zonder chef blijft, de tucht
+vermindert en de onderlinge samenhang gaat verloren. Gij weet, dat ik,
+toen er eenige maanden geleden een nieuwe chef gekozen moest worden,
+mij als candidaat opwierp, hetgeen toen tegen het gebruik heette te
+strijden, omdat dr. Fox reeds door het bestuur als meester was
+voorgesteld. Ik heb toen het onderspit moeten delven—ofschoon ik mij
+zelf zeer goed in staat achtte, het genootschap te besturen.
+
+Op deze woorden volgde weder een tijd van stilzwijgen, want geen der
+leden scheen goed te begrijpen, waar de spreker heen wilde.
+
+De Beaupré, nog altijd in nonchalante houding tegen de tafel leunende,
+liet zijn blikken even over de vergaderden dwalen en besloot:
+
+—Voor de rest kan ik kort zijn. In enkele woorden: ik stel u voor, mij
+te benoemen tot leider van uw genootschap, nu dr. Fox niet meer
+aanwezig is—niemand kan zeggen voor hoe lang.
+
+In denzelfden hoek, waar zooeven de interrupties waren gevallen, begon
+het nu opnieuw zeer rumoerig te worden.
+
+—Geen vreemdeling over ons!
+
+—Wij willen alleen dr. Fox tot leider!
+
+—Gij maakt misbruik van uwe positie en van de afwezigheid van dr. Fox!
+
+Deze en andere uitroepen werden gehoord.
+
+Maar het bleek al spoedig, dat er zich vrij veel bendeleden in de zaal
+bevonden, die op de hand waren van den stoutmoedigen Franschman en hem
+zeker een kans zouden geven.
+
+Ook zij begonnen te schreeuwen en binnen enkele oogenblikken was het
+een kabaal van belang.
+
+Beaupré bleef glimlachend staan, waar hij stond en stak een versche
+sigaret aan.
+
+Zijn scherp oog had spoedig gezien, dat hij, als hij maar vol hield,
+over een meerderheid zou kunnen beschikken, althans in deze
+vergadering.
+
+Hij moest dus het ijzer smeden, terwijl het heet was.
+
+Wat er daarna zou gebeuren, dat interesseerde hem minder.
+
+Als hij eenmaal aan het hoofd van het Genootschap stond, dan zou hij
+zijn post wel weten te handhaven.
+
+Er verliepen ongeveer 10 minuten onder een heidensch kabaal en het was
+goed dat men hier zoo diep onder den grond was.
+
+Maar eindelijk kon de vice-president weder kalmte verkrijgen en riep
+met een stem, bevend van woede:
+
+—Men kan inderdaad wel zien, dat hier een sterke hand noodig is, en dat
+er een krachtig man aan uw hoofd staat. Dr. Fox zou zulk een lawaai
+niet geduld hebben. En nu wat het voorstel van Beaupré betreft. In
+zekeren zin heeft hij gelijk, er moet een beslissing worden genomen,
+want ons genootschap mag niet hoofdeloos blijven. Ik voor mij heb er
+niets tegen, dat hij ons regeert, natuurlijk tot het tijdstip waarop
+dr. Fox weer in ons midden zal zijn—of anders hoogstens een half jaar,
+want na dien tijd moet er een vrije stemming plaats vinden.
+
+Beaupré had met gefronst voorhoofd toegeluisterd en zeide toen
+spottend:
+
+—Wie dan leeft, wie dan zorgt! Zoudt gij nu niet tot stemming kunnen
+laten overgaan?
+
+De noodige toebereidselen werden gemaakt en de stemming vond plaats.
+
+Er verstreken twintig minuten—en toen maakte de vice-voorzitter onder
+doodsche stilte bekend, dat volgens de stemming markies Beaupré de la
+Sardogne met 57 tegen 41 stemmen tot plaatsvervangend chef van het
+genootschap was gekozen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+EEN ONVERWACHTE TERUGKEER.
+
+
+Er waren ongeveer twaalf dagen verloopen sedert de verkiezing van den
+nieuwen chef.
+
+Beaupré was dadelijk met kracht opgetreden en niet alleen was de tucht
+teruggekeerd onder de leden van het genootschap, maar ook nam de
+criminaliteit te Londen weder ziender oogen toe.
+
+Er hadden zeer veel aanrandingen en beroovingen op den openbaren weg
+plaats gevonden en in de meeste gevallen was de politie niet bij machte
+de daders te grijpen.
+
+Degenen, die in handen van de gerechtigheid vielen, en waarvan de
+politie bijna zeker wist, dat zij tot een georganiseerde bende
+behoorden, zwegen echter als het graf en verklapten niets—Beaupré wist
+orde onder zijn luitjes te houden.
+
+Alle leden wisten, dat hij een sterke hand had, en dat die hand zeer
+ver strekte.
+
+Eens zou er een dag komen, dat zij weder uit de gevangenis ontslagen
+werden, en dan wee hunner, wanneer zij soms hun mond voorbij gepraat
+mochten hebben!
+
+Maar eensklaps bracht de telegraaf het bericht, het ongelooflijk
+klinkende bericht, dat dr. Fox er opnieuw in geslaagd was, uit de
+gevangenis te ontvluchten.
+
+Het gevaarlijke bendehoofd, dat zich wel op honderd plaatsen tegelijk
+scheen te kunnen vertoonen, was dus weder op vrije voeten!
+
+Een oogenblik kon men nog hopen, dat hij achterhaald zou worden als hij
+zich naar een van de booten begaf, maar de ontvluchte misdadiger scheen
+voorzichtig te zijn, en had wel begrepen, dat de politie het oog zou
+houden op de inschepingsplaatsen der groote mailbooten.
+
+Waarschijnlijk zou dr. Fox er voorloopig niet aan denken, naar Engeland
+terug te keeren, omdat hij wel zou begrijpen, dat de politie daarginds
+waakzaam was. Maar intusschen was hij toch maar vrij!
+
+Eens zou er een dag komen, waarop hij de waakzaamheid der Amerikaansche
+politie zou weten te verschalken en weder naar Engeland zou oversteken.
+
+Men had er te New-York niet aan gedacht, het bericht van de
+ontvluchting geheim te houden, daar men terecht oordeelde, dat een zoo
+groot mogelijke openbaarheid het beste middel zou zijn, om den schurk
+weder in handen te krijgen.
+
+Zijn signalement werd dus onmiddellijk naar alle hoeken der wereld
+getelegrafeerd, ofschoon men er bijna zeker van was, dat dr. Fox in den
+eersten tijd Amerika niet zou durven verlaten.
+
+Natuurlijk waren ook aanstonds alle leden van de verschillende benden
+op de hoogte, welke tot het Genootschap van den Gouden Sleutel
+behoorden.
+
+En even natuurlijk werd het bericht in die kringen met gemengde
+gevoelens ontvangen.
+
+De vrienden van den meester, die de troonsbestijging van den Franschman
+steeds met leede oogen hadden aangezien, en slechts met tegenzin zijn
+bevelen opvolgden, vernamen het bericht der ontsnapping met groote
+vreugde, welke zij niet poogden te verbergen.
+
+De volgelingen van Beaupré daarentegen waren tamelijk ongerust en
+voorzagen, het heftig karakter van den Franschman kennende, een
+noodlottige botsing.
+
+En Beaupré zelf?
+
+Hij bleef onder het bericht volkomen kalm.
+
+Hij rekende er op, dat het Fox zoo goed als onmogelijk zou vallen, den
+Oceaan over te steken, daar dit gelijk zou staan met zelfmoord—hoe goed
+ook vermomd, de waakzame politie zou hem zeker aanhouden, zoodra hij
+den voet op een der Transatlantische zeebooten durfde zetten.
+
+En intusschen ging hij kalm door met het organiseeren van strooptochten
+in de voorsteden van Londen, het ondernemen van tochten per auto, met
+het doel om groote banken te berooven, waarbij hij steeds vóór ging,
+zonder het gevaar te achten.
+
+Er waren ongeveer negen dagen verloopen sedert het bericht der
+ontvluchting bekend werd, en er had wederom een samenkomst plaats in
+het onderaardsche dievenhol in de Firestreet.
+
+Ditmaal was er een groot aantal leden present, want er zou over een
+belangrijk onderwerp beraadslaagd worden, een organisatorische
+wijziging in het bestuur, door Beaupré voorgesteld, en waardoor de
+samenwerking der verschillende benden zoowel in, als buiten Engeland
+vergemakkelijkt zou worden.
+
+Het was omstreeks één uur in den nacht, en er was juist een spreker aan
+het woord, toen een der deuren van de zaal geopend werd en er een man
+binnentrad, die zachtjes naar voren trad en een oogenblik achter de
+groep mannen staande bleef luisteren.
+
+Maar één hunner had een blik achter zich geworpen en riep uit:
+
+—Dr. Fox!
+
+Aller oogen wendden zich naar den persoon, die zooeven was binnen
+gekomen en allerwege werden luide kreten hoorbaar—van blijde
+verrassing, of van schrik!
+
+Ja, het was zoo—dr. Fox was teruggekeerd!
+
+Met een zonderlingen glimlach om de dunne lippen en een glans in de
+grijsgroene oogen, die weinig goeds voorspelde, drong hij door de
+vergaderden, die eerbiedig en zwijgend plaats voor hem maakten, tot hij
+de tafel van het bestuur bereikt had en een voet op de verhooging gezet
+had.
+
+Het was doodstil in de zaal geworden en men had inderdaad een speld
+kunnen hooren vallen.
+
+In den bestuursstoel zat markies Beaupré, met den voorzittershamer in
+de hand.
+
+Hij was een weinig bleek geworden, toen hij dr. Fox zag naderen, maar
+anders had niets zijn ontroering verraden.
+
+Eenigen tijd keken de beide mededingers elkander strak aan.
+
+De vier overige leden van het bestuur waren onmiddellijk opgerezen en
+bleven nu in half gebukte houding achter de tafel met het sombere,
+zwarte kleed, staan.
+
+Toen sprak dr. Fox langzaam:
+
+—Markies Beaupré schijnt het niet noodzakelijk te achten, zijn
+teruggekeerden chef te begroeten?
+
+Beaupré klemde de lippen dicht opéén, en een straal van woede en haat
+flitste een oogenblik uit zijn zwakke oogen.
+
+Hij wist zich echter te beheerschen en zeide op kalmen toon:
+
+—Het verheugt mij voor u, dr. Fox, dat gij, niettegenstaande het
+dreigende gevaar, naar Londen hebt weten over te steken—maar ik kan
+niet inzien, waarom ik als president—als wettig gekozen voorzitter—zou
+moeten opstaan, om u buigend te begroeten.
+
+—Zijt gij als president gekozen? hernam dr. Fox tergend langzaam. Wel,
+dat is iets nieuws voor mij! Of liever gezegd: nieuw is het niet, want
+ten eerste verwachtte ik wel iets dergelijks, en ten tweede is het mij
+eenige uren geleden medegedeeld door één mijner vrienden! Ik behoef u
+zeker niet te zeggen, dat deze verkiezing onwettig was?
+
+—Onwettig? herhaalde Beaupré met dreigend samengetrokken wenkbrauwen.
+Men heeft mij in een geheime en directe stemming zonder dat iemand
+invloed kon uitoefenen, met een aanmerkelijke meerderheid gekozen—noemt
+gij dat onwettig?
+
+—Mijnentwege was zij het niet, hernam dr. Fox met stemverheffing. Wij
+willen daarover niet twisten. In ieder geval kon uw functie slechts
+zoolang duren, als ik afwezig was. Ik ben teruggekeerd—gij treedt dus
+automatisch weder af en ruimt de voorzittersplaats voor mij in!
+
+Een onheilspellende stilte volgde op deze woorden.
+
+Iedereen gevoelde, dat er iets in de lucht hing, iets dreigends,
+waaraan nog geen naam kon worden gegeven.
+
+Het gelaat van Beaupré was als uit marmer gehouwen, zoo wit en
+onbewegelijk, en alleen zijn oogen schenen te leven en vlammen te
+schieten.
+
+Toen barstte hij uit:
+
+—Gij zoudt mij dus willen dwingen, mijn taak als chef van het
+Genootschap weder neer te leggen?
+
+—Wat hadt gij dan gedacht? riep dr. Fox toornig uit. Ik heb
+levensgevaar getrotseerd, om aanstonds weder naar Engeland terug te
+keeren. Ik heb, vermomd als stoker, een plaats weten te krijgen op een
+particulier jacht, dat naar een Spaansche haven voer. Ik ben vandaar
+als blinde passagier door geheel Frankrijk gereisd, en ben van Parijs
+tegen betaling van een ongehoorde som per vliegmachine naar Londen
+overgestoken—alleen maar om mijn taak weder op mij te kunnen nemen. En
+gij zoudt durven ontkennen, dat ik daartoe het recht heb? Kort en
+goed—ik raad u aan, om aanstonds den voorzittershamer aan mij over te
+geven!
+
+—Ik weiger! Ik ben er—ik blijf er, zooals een goed rond gezegde in mijn
+taal luidt!
+
+Dat was duidelijk!
+
+Het was een gezegde, dat niet voor tweeërlei uitleggingen vatbaar was.
+Hier stonden twee vijanden tegenover elkander, en iedereen gevoelde,
+dat zich hier een felle strijd om het hoogste gezag zou ontspinnen.
+
+Vroeger werd de chef van het geheime Genootschap van den Gouden Sleutel
+steeds door de zeven leden van het bestuur gekozen, chefs van even
+zoovele groote benden, en die alleen het recht hadden, den leider
+ongemaskerd te zien en te spreken, en geen der andere leden had ooit
+geweten, wie de hoofdaanvoerder eigenlijk was.
+
+Dat was echter in dit geval niet mogelijk geweest, want John Raffles
+had al zeer spoedig de politie op de hoogte gebracht van de identiteit
+van het Hoofd, en ten overvloede had de Amerikaansche politie een zeer
+nauwkeurig signalement van hem gegeven.
+
+Het mocht dus wel nutteloos heeten, nog langer geheimhouding tegenover
+de leden te betrachten, en Fox had terecht ingezien, dat hier slechts
+een openlijk optreden kon baten, daar de Franschman zichzelf reeds een
+aanzienlijken aanhang zou hebben weten te verwerven.
+
+Dit bleek ook spoedig genoeg, want er klonk hier en daar een gemor in
+de zaal, dat hem niet veel goeds voorspelde.
+
+Hier moest ingegrepen worden—met krachtige hand!
+
+Beaupré weigerde om heen te gaan—welnu, dan zou hij hem echter moeten
+dwingen.
+
+Dr. Fox was met gekruiste armen op de bestuurstafel toegetreden, en
+stond nu vlak tegenover zijn vijand, dien hij met zijn grijsgroene
+oogen doorborend aanzag.
+
+—Ik heb u goed verstaan? Gij weigert mijne rechten te erkennen?
+
+—Ik weiger niet ze te erkennen—ik weiger slechts er rekening mede te
+houden! antwoordde Beaupré met een spottend lachje, hetwelk het bloed
+van den Meester aan het koken bracht.
+
+—Gij wil dus zeggen, dat ge mij tart? schreeuwde hij.
+
+—Gij moogt het noemen, zooals gij verkiest—ik heb deze zware taak niet
+op mij genomen met het voornemen, haar zoo spoedig weder te laten
+varen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+EEN VREESELIJK DUEL.
+
+
+Weer ontstond een gespannen stilte op deze woorden.
+
+Toen hernam dr. Fox langzaam en alsof hij ieder woord woog:
+
+—Wat men u ook moge verwijten—zeker geen gemis aan duidelijkheid!
+Welnu, ik wil in dat opzicht niet voor u onder doen, ik zal even
+duidelijk zijn! Gij hebt u reeds bij een vroegere gelegenheid mijn
+bitterste vijand betoond, en ik verdenk er u zelfs sterk van dat gij
+mij aan de politie hebt willen verraden! In het kort—een van ons beiden
+is te veel! Is u dat duidelijk genoeg?
+
+—Zeker, Fox! antwoordde markies de Beaupré spottend. Gij spreekt naar
+mijn hart—gij windt er geen doekjes om! Het is inderdaad maar beter als
+een van ons beiden verdwijnt. Gij moet inzien, dat het voor mij een al
+te harde noot te kraken zou zijn, als ik nu deze post weder moet
+verlaten, om voor u plaats te maken, nadat ik reeds eenige
+veranderingen heb ingevoerd—die volgens mijn oordeel verbeteringen
+zijn.
+
+—Welnu, dan zullen wij consequent moeten zijn, en onze conclusies
+hieruit trekken! vervolgde dr. Fox koeltjes. Het komt in het kort
+hierop neer, dat wij zullen moeten duelleeren.
+
+—Het staat mij aan! riep de Franschman uit. Dat is een ridderlijke
+wijze om geschillen te slechten. Zullen wij den degen kiezen?
+
+Dr. Fox schudde zwijgend ontkennend het hoofd.
+
+—Het pistool dan?
+
+Nogmaals een ontkennend hoofdschudden.
+
+—Noch het pistool—noch de degen? vroeg De Beaupré verwonderd. Voor den
+drommel—waar wilt gij dan mee vechten?
+
+—Met het mes! klonk het kortaf van de dunne lippen van dr. Fox.
+
+De wenkbrauwen van den Franschman gingen de hoogte in en daarop zonken
+zij zoo laag, dat zij zijn oogen geheel overschaduwden.
+
+—Het mes? bromde hij verachtelijk. Een zonderling wapen, dat moet ik
+zeggen.
+
+—Maar een wapen, dat gij toch wel hanteeren kunt, niet waar? zeide dr.
+Fox.
+
+—Ik ontken het niet!
+
+—Nu, dan staan wij in dat opzicht gelijk! Ik erken eerlijk, dat ik niet
+zeer sterk ben in het hanteeren van degen en duelleerpistool—en daar ik
+besloten ben om u te overwinnen—zoo heb ik het mes gekozen.
+
+Beaupré haalde na eenig nadenken de schouders op, en zeide toen:
+
+—Het zij zoo! Ik begrijp uw voorkeur voor het mes wel—gij zijt immers
+geneesheer? Laat ons dan de zaak maar niet uitstellen—de zaal is groot
+genoeg. Ik heb wel geen mes bij mij, maar een van de leden zal wel zoo
+vriendelijk zijn, mij er een te leenen!
+
+—Een oogenblik! klonk nu een stem uit de vergadering.
+
+Allen wendden den blik naar den spreker, een man met een fanatiek
+gelaat, diep in de kassen gezonken oogen en een rafelige, laag
+neerhangende snor.
+
+Het was een Mexicaan, die een half jaar geleden uit zijn land was
+gevlucht wegens moord op een ranchohouder en zijn dochter, naar
+Engeland was gevlucht, waar hij in veiligheid hoopte te zijn.
+
+—Ik stel voor, dat het een Mexicaansch duel zal zijn! ging de man
+voort.
+
+—Wat is dat? werd er van verschillende kanten geroepen.
+
+—Heel eenvoudig—de duellanten worden opgesloten in een stikdonker
+vertrek, waar geen enkele lichtstraal mag binnendringen en dat niet
+grooter mag zijn dan drie meter in het vierkant. Zij krijgen ieder een
+even sterk en groot mes in de vuist—de deur wordt gesloten—en een half
+uur later gaat men eens kijken hoe het zaakje staat!
+
+Een huivering van ontzetting was door de meeste aanwezigen gegaan, hoe
+gehard ook, want zij begrepen dadelijk alle afschuwelijkheden van zulk
+een duel in een tastbare duisternis, waar de dood onzichtbaar loerde.
+
+Maar aan den anderen kant verlokte het voorstel door zijn bloedige
+romantiek, en reeds gingen er van alle kanten kreten van instemming op.
+
+—Ja—het moet een Mexicaansch duel zijn! werd er geschreeuwd. Dan zal
+het lot spreken! Wie het overleeft, wordt onze leider!
+
+De beide vijanden hadden met bleek gelaat naar deze dierlijke kreten
+geluisterd—dezelfde kreten, die eenige eeuwen weerklonken op de steenen
+banken der arena’s waar de eerste Christenen ten prooi aan de wilde
+dieren werden geworpen.
+
+Bloeddorst lag op ieders gelaat—en de beide mannen lazen daar als in
+een opgeslagen boek, dat zij op mededoogen niet behoefden te rekenen.
+
+Men had besloten, dat het een Mexicaansch duel zou zijn—en daartegen
+zouden zij vruchteloos zich verzetten.
+
+Deden zij het niet, dan liepen zij groote kans, dat zij beiden wegens
+gebrek aan moed zouden worden verjaagd.
+
+Beaupré was de eerste die weder sprak, zijn stem trilde slechts weinig,
+toen hij zeide:
+
+—Het is goed—ik stem toe! Het is geen tweegevecht naar mijn smaak, want
+thans zal het blinde lot ook een woordje meespreken, maar als gij het
+wilt, dan zal ik mij er in schikken.
+
+De toebereidselen waren spoedig getroffen.
+
+Twee leden van het Genootschap, broeders, bezaten twee volkomen
+gelijke, sterke, knipmessen, met een hoorn heft en een lemmet bijna een
+halven centimeter op den rug dik, en vier centimeter breed, vlijmscherp
+geslepen en dat onmogelijk kon dichtklappen als het eenmaal geopend
+was.
+
+Het waren vreeselijke wapens, in de handen van een geoefend vechter.
+
+Aan de groote vergaderzaal grensde een klein kamertje, dat eveneens
+steeds kunstmatig verlicht moest worden, en dat voortreffelijk voor het
+doel geschikt was.
+
+Er lag een tapijt op den vloer, er stond een tafel, een paar stoelen,
+een kastje en nog een enkel meubelstuk.
+
+De tafel en de stoelen werden er uit weggehaald—de draad van het
+electrisch licht werd doorgesneden, uit vrees dat de strijdenden het
+misschien zouden willen doen ontgloeien—zij kregen ieder een mes in de
+hand, waarop zij ieder in een tegenover gestelden hoek van het vertrek
+werden geplaatst, en daarop werd de deur gesloten.
+
+De twee doodsvijanden waren alleen.
+
+Zij waren vaak in het donker geweest, maar een bijna tastbare,
+afschuwelijke duisternis als deze, hadden zij nimmer beleefd.
+
+Het was alsof zij als lood op hen drukte en hen omving als de golven
+een drenkeling die onder de oppervlakte van het water is verdwenen.
+
+Zij hoorden niets dan elkanders stootende ademhaling en het gesuis in
+hun ooren, de aandrang van hun bloed.
+
+Beiden hielden het vreeselijke mes in de vuist geklemd alsof zij het
+sterke hoorn mes wilde verbrijzelen—want wie zijn wapen verloor, die
+was ten doode opgeschreven.
+
+Niemand hunner waagde aanvankelijk een stap te doen—want die eerste
+stap kon den dood brengen.
+
+Dr. Fox stiet een doffen, half gesmoorden kreet uit—zijn voet was onder
+het tapijt geraakt—en hij struikelde, want in deze vervloekte
+duisternis was men zijn bewegingen niet meester.
+
+Dadelijk was Beaupré bij hem en zwaaide zijn gewapenden arm met kracht
+vooruit.
+
+Maar hij raakte het ledige—en een oogenblik later viel hij languit over
+het uitgestrekte been van zijn vijand.
+
+Bijna was het mes aan zijn hand ontglipt.
+
+Zijn hoofd bonsde tegen den wand en even duizelde het hem.
+
+Toen voelde hij zich bij zijn korte jas grijpen—en weer stak hij
+woedend naar de hand die hem beet had gevat.
+
+Een schreeuw van pijn—de greep werd losser—het mes had blijkbaar de
+grijpende hand geraakt.
+
+En opnieuw begon het afschuwelijk tasten in het duister, het hijgend
+ademhalen, dat de twee strijdenden zooveel mogelijk voor elkander
+trachtten te verbergen, uit vrees hun aanwezigheid te verraden, en het
+kruipen langs den grond en langs de wanden.
+
+Deze vreeselijke minuten schenen eeuwig te duren.
+
+Eenmaal bleek het, dat de beide doodsvijanden achter elkander op handen
+en voeten het vertrek waren rondgekropen.
+
+Bij het voor zich uittasten greep Fox het been van Beaupré even boven
+den enkel en hij hield het krampachtig vast ondanks het schoppen van
+den ander, die zich uit alle macht trachtte los te maken.
+
+De volgende seconden hadden de twee mannen zich als slangen om elkander
+heen gekronkeld en staken zij onder het uiten van de vreeselijkste
+verwenschingen op elkander los.
+
+En bijna even plotseling hadden zij elkander weder losgelaten en
+stonden hijgend, bloedend, terwijl een roode nevel voor hun oogen op en
+neer golfde, ieder in een hoek van het vertrek weder stil.
+
+Opnieuw begonnen hun voeten tastend vooruit te schuifelen, hielden zij
+hun adem in om niet de plek te verraden waar zij stonden en den ander
+onverhoeds te kunnen neerstooten.
+
+Toen voelde Beaupré plotseling hoe het was, alsof de grond onder hem
+wegzonk en het volgende oogenblik begreep hij het.
+
+Zijn verraderlijke tegenstander had het kleine vloerkleed bij een der
+hoeken vastgegrepen en het met een ruk naar zich toegetrokken.
+
+De Franschman viel achterover—en ditmaal vloog het mes uit zijn handen!
+
+Een schorre kreet ontwrong zich aan zijn keel.
+
+Het was hem, alsof er nu overal rossige vlammen oplaaiden.
+
+Als waanzinnig trachtte hij de dichte duisternis vruchteloos met zijn
+wijdgeopende oogen te doorboren.
+
+Zijn slapen klopten alsof zij zouden barsten, en zijn hart hamerde hem
+met pijndoende slagen in de borst.
+
+Beaupré was voorzeker een moedig man, maar de toestand waarin hij zich
+thans bevond was werkelijk vreeselijk!
+
+Hij bevond zich in een zeer klein vertrek, waar niet de flauwste
+lichtstraal binnen drong—en op eenige meters afstand van hem wist hij
+een meedoogenloozen vijand, gewapend met een vlijmscherp knipmes, en
+die hem zeker zou dooden—want hij zelf was nu ongewapend.
+
+Met een doffen kreet liet hij zich op de knieën vallen, en begon met
+koortsachtige haast over den vloer te tasten, in de hoop dat hij zijn
+eigen mes zou terugvinden.
+
+Dr. Fox moest zeker het vallen van het wapen van zijn tegenstander
+gehoord hebben, want hij stiet een duivelsch lachje uit, en Beaupré
+hoorde hem nader sluipen.
+
+Het volgende oogenblik zou hij het koude staal wellicht in zijn lichaam
+voelen binnendringen, zonder zich ditmaal te kunnen verdedigen.
+
+Hij wierp zich plat op den grond, steeds met beide handen rondtastende.
+
+Toen voelde hij hoe de voet van zijn doodsvijand tegen zijn beenen
+stiet en hoe dr. Fox het evenwicht verloor.
+
+Hij sprong ijlings weder overeind, voor zijn vijand in den val had
+kunnen toestooten of zich herstellen, maar op zijn beurt struikelde hij
+opnieuw en viel voorover.
+
+Maar een zijner handen was op een scherp, koud voorwerp terecht
+gekomen.
+
+Hij slaakte een dierlijke kreet van vreugde—het toeval had hem juist
+het mes weder onder zijn bereik gebracht.
+
+Hij wendde zich bliksemsnel om, en greep zijn tegenstander vast,
+terwijl hij woedend naar hem stak.
+
+Maar tegelijkertijd slaakte hij een kreet van afschuw en schrik.
+
+Hij gevoelde, dat dr. Fox zijn bovenlichaam en zijn arm met het dikke
+tapijt had omwikkeld, ten einde zich zoodoende te beschermen.
+
+—Jij laffe verraderlijke hond! schreeuwde hij heesch, en nogmaals hief
+hij het mes op en stak in den blinde toe.
+
+Maar eensklaps slaakte hij een doordringenden gil.
+
+Hij gevoelde het staal in zijn rechterzijde dringen!
+
+Hij hoorde nog het satanische lachje van zijn vijand, en diens woesten
+kreet van zegepraal—en toen zonk het bewustzijn snel uit hem weg.
+
+Hij liet zijn tegenstander los, stond even heen en weer zwaaiend op
+dezelfde plek en viel toen met een zwaren slag op den vloer, waarbij
+zijn hoofd tegen den muur bonsde.
+
+—Komt hier, vrienden! riep dr. Fox op heeschen toon, het is gedaan!
+
+De deur van het kleine vertrek werd opengeworpen en een breede
+lichtstraal drong naar binnen, zoo schel, dat dr. Fox de handen tegen
+de oogen moest leggen en tegen den muur moest leunen.
+
+Hij bloedde uit verscheidene wonden en was schrikwekkend bleek.
+
+Het lichaam van Beaupré werd opgenomen en naar de zaal gedragen.
+
+Behalve eenige kleinere wonden had hij een diepe snijwond in de rechter
+zijde.
+
+Een der leden, een student in de medicijnen, die echter te lui was
+geweest om zijn graad te halen, onderzocht de wonden en zeide op
+ernstigen toon:
+
+—Hij moest aanstonds naar een ziekenhuis vervoerd worden, geschied dat
+niet, dan kan ik niet voor de gevolgen instaan.
+
+Dr. Fox keek den spreker met een duisteren blik aan en gromde:
+
+—Ik heb hem overwonnen—laat hij sterven!
+
+Deze woorden verwekten echter een dreigend gemompel onder de vrienden
+van den Franschman, en dr. Fox, die een menschenkenner was, begreep dat
+hij niet te ver mocht gaan.
+
+Hij haalde minachtend de schouders op en hernam:
+
+—Doe overigens wat gij wilt, als gij maar zorgt dat geen onzer gevaar
+loopt, en als gij maar erkent dat ik mij zijn meerdere heb getoond, en
+dus het recht heb weder de plaats in te nemen die mij toe komt.
+
+Hier en daar gingen kreten van instemming op, waarop de meester
+vervolgde:
+
+—Draag hem dan spoedig naar buiten, en laat een uwer een auto
+aanroepen, met hem naar een ziekenhuis rijden, en daar een of ander
+praatje opdisschen van een nachtelijke aanranding—een straatgevecht of
+iets dergelijks; ik raad u aan voorzichtig te zijn, want ik ben niet in
+een stemming om vergissingen en domheden over het hoofd te zien!
+
+Onder het spreken had dr. Fox een dreigenden blik om zich heen
+geworpen, en ondanks zichzelven voelden alle bandieten een zeker ontzag
+voor den man die zooeven pas een vreeselijk tweegevecht had moeten
+doorstaan en nu reeds weder zijn gezag deed gelden, bleek, bloedend,
+maar niet van zins om ook maar het geringste deel van zijn autoriteit
+prijs te geven.
+
+Een paar sterke kerels namen het slappe lichaam van den gewonde vlug op
+en droegen het naar buiten.
+
+Het was reeds zeer laat in den nacht maar het geluk was hen dienstig,
+want zij troffen vrij spoedig een taxi.
+
+Zij moesten den chauffeur echter een groote fooi beloven alvorens deze
+zich bereid toonde de beide mannen met den zwaargewonde naar het
+dichtstbijzijnde ziekenhuis te vervoeren, ofschoon dit nauwelijks een
+kwartier rijden van den anderen oever van de Theems gelegen was.
+
+Daar gekomen dischten de twee mannen een verhaal op van een nachtelijke
+vechtpartij, en Beaupré werd op de gemeenschappelijke mannenzaal in een
+krib gelegd, nadat hij in de operatiekamer verbonden was.
+
+De twee mannen hadden wijselijk geen naam genoemd—want zij begrepen wel
+dat hun dat in moeilijkheden kon brengen.
+
+En zoo werd er op de kaart die boven Beaupré’s bed gehangen werd niets
+ander ingevuld dan de aard van zijn ziekte: „Diepe steekwond in de
+rechterzijde, met perforatie van den maagwand.”
+
+Daaronder stond, ten behoeve van de verpleegster, in het kort de
+behandeling aangegeven, maar naam, woonplaats, ouderdom en alle andere
+gegevens moesten oningevuld blijven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+DE MINNARES VAN BEAUPRÉ.
+
+
+Den volgenden dag omstreeks vier uur in den middag hield een prachtige
+blauw gelakte limousine stil voor het hek hetwelk het ziekenhuis aan de
+Sloane street omgaf.
+
+Het hek was slechts op de klink gesloten, en de reusachtig gebouwde
+chauffeur, die achter het stuurwiel van de auto had gezeten, kon het
+gemakkelijk openen.
+
+Hij wilde weder op zijn plaats gaan zitten, om zijn wagen langs een der
+breede oprijwegen tot voor den hoofdingang van het ziekenhuis te
+brengen, maar een van de beide heeren die in de auto zaten had het
+portier reeds geopend en zeide nu:
+
+—Laat maar, Henderson—wij zullen dat kleine eind wel te voet afleggen,
+rijd maar naar huis, en kom over anderhalf uur terug.
+
+Onder het spreken was de eigenaar van de prachtige auto, een rijzig man
+in de kracht van zijn leven, met een gespierde gestalte, en haar dat
+aan de slapen licht begon te grijzen, gevolgd door een jongen man van
+omstreeks vijf-en-twintig of zes-en-twintig jaar, met lichtblauwe oogen
+en blond haar, die den ander met veel differentie scheen te behandelen.
+
+De chauffeur oogde hen even na, terwijl zij daar naast elkander de
+breede oprijlaan volgden, nam toen weder achter het stuurwiel plaats,
+en even later was de prachtige Limousine weder te midden van het groote
+stadsverkeer verdwenen.
+
+De twee elegant gekleede heeren, die daar naar het gasthuis onderweg
+waren, schenen hier geen onbekenden te zijn, want de eenvoudig gekleede
+portier die aan den ingang van de vestibule op post stond, tikte
+eerbiedig aan zijn pet, en liet de beide heeren zonder iets te vragen
+voorbijgaan.
+
+De oudste der beide mannen was Lord William Aberdeen, de schatrijke
+filantroop, in geheel Londen bekend wegens zijn teruggetrokken
+leefwijze, zijn grooten eenvoud, waarmede hij ondanks zijn rijkdom
+leefde, en zijn tallooze menschlievende daden.
+
+Zijn metgezel heette Charly Brand, en was zijn secretaris, die een
+eindelooze lijst van personen moest bijhouden, die in een of ander
+opzicht hulp en bijstand behoefden.
+
+Het was inderdaad een geweldige boekhouding, maar de jonge man oefende
+zijn functie blijkbaar met groot genoegen uit.
+
+Het was heden de dag waarop zij een of ander gasthuis plachten te
+bezoeken, waar voornamelijk lieden uit de volksklasse werden verpleegd.
+
+Dit was een gewoonte van zijn Lordschap, waarvan hij slechts zeer
+zelden afweek.
+
+Na den portier te zijn gepasseerd, bevonden de twee heeren zich in een
+ruime hal, met een groote lift ter weerszijden, ieder naast een breede,
+hardsteenen trap gelegen.
+
+Daar zij wisten op de eerste verdieping de groote zaal voor de
+mannelijke verpleegden te zullen vinden, liepen zij de lift voorbij en
+bestegen de breede trap.
+
+Zij kwamen nu en dan verplegers voorbij, die hen eveneens schenen te
+kennen en voor wie zij beleefd den hoed afnamen.
+
+Op de breede gang, welke zij thans bereikten, liep een ziekenverpleger
+op en neder, die de wacht hield bij de breede toegangsdeur.
+
+Het bezoekuur zou spoedig slaan, en hij moest er voor waken, dat de
+drukte niet al te groot zou worden.
+
+Hij maakte dadelijk plaats voor den hoogen bezoeker, en zeide
+glimlachend: Een rijken oogst vandaag Mylord,—de zaal ligt bijna geheel
+vol.
+
+En hij opende de deur voor de beide bezoekers.
+
+Dezen stonden nu aan het begin van een zeer groote zaal waar
+honderdtwintig bedden stonden, zestig langs iedere zijde van het
+vertrek.
+
+Het licht stroomde door een achttal hooge vensters naar binnen.
+
+Een paar verpleegsters liepen zachtjes heen en weder langs den breeden
+middenloop, die met een dikken kokoslooper bedekt was.
+
+In het midden daarvan stond een kleine tafel met een stoel er voor ten
+gebruike van de hoofdverpleegster, aan wie het toezicht over de geheele
+zaal was toevertrouwd.
+
+Er waren ruim honderd bedden bezet, en overal zag men wasbleeke
+ingevallen gezichten, koortsachtig schitterende oogen, of onrustig heen
+en weer over de kussens woelende hoofden.
+
+Dadelijk trad er een verpleegster op Lord Aberdeen toe, en de rondgang
+begon.
+
+De secretaris van zijn Lordschap, Brand, had een notitieboek en een
+vulpenhouder te voorschijn gehaald, en maakte aanteekeningen.
+
+De verpleegster begon met haar eentonige opsomming van ontberingen,
+armoede en ellende van allerlei aard, en de jonge man schreef.
+
+Met ernstig gelaat luisterde Lord Aberdeen toe.
+
+Bij ieder ziekbed stond hij een oogenblik stil, nu eens om een paar
+bemoedigende woorden te spreken tot een zieke die daar al maanden en
+maanden lag en den rijken bezoeker reeds kende, dan weder om nadere
+bijzonderheden te vernemen uit den mond zelf der patiënten.
+
+Zoo werd het een geheel verhaal van troostelooze, sombere misère,
+waarbij alleen de hoofdpersonen anderen waren, maar het drama zelf
+bijna onveranderlijk hetzelfde bleef.
+
+Daar waren metselaars, die van een steiger waren gevallen, en wier
+gezin reeds weken honger leed, daar waren bejaarde kantoorklerken, door
+een kwaal overvallen en die niet wisten wat zij moesten doen, als zij
+weder uit het ziekenhuis ontslagen zouden worden. Daar waren
+werkloozen, van stadswege verpleegd en in wier woningen sedert lang
+bittere armoede heerschte en daar waren ten slotte oorlogsinvalieden,
+die hier als wrakken gestrand waren, zonder hoop, zonder uitzicht op
+verbetering van den toestand, het hart vervuld van wrok jegens een
+ondankbare maatschappij, die hen eerst den dood tegemoet had gezonden,
+en hen nu verstiet, juist nu zij haar hulp zoozeer behoefden.
+
+Geduldig, zonder ooit iemand in de rede te vallen, hoorde Lord Aberdeen
+deze verhalen van lijden en ontbering aan, terwijl zijn secretaris
+ijverig schreef.
+
+Maar eensklaps bleef hij stilstaan en hield zijn groote grijze oogen
+onafgewend op een gestalte die naast een der bedden geknield lag, met
+het hoofd op een kussen, waarop reeds een ander, stil, bleek hoofd
+gevlijd lag met gesloten oogen en pijnlijk dichtgeknepen lippen.
+
+Het was een vrouw, tamelijk opzichtig gekleed en met een geschminkt
+gezicht, maar dat de sporen van een groot smartelijk leed vertoonde.
+
+Zij kon niet veel ouder zijn dan zes-en-twintig jaar, ofschoon een
+leven van vermaak en van late braspartijen reeds zijn sporen op haar
+wit gelaat had gedrukt.
+
+Zij zat daar doodstil, waarschijnlijk uit vrees om den man te wekken,
+die daar zoo stil en bleek terneder lag.
+
+De verpleegster was reeds verder gegaan maar hield nu haar schreden in,
+om op Lord Aberdeen te wachten, die nog altijd zijn blikken beurtelings
+op den man in het bed en de vrouw daar voor gevestigd hield.
+
+—Wie is die man? vroeg Lord Aberdeen eindelijk op zachten toon, terwijl
+hij zich tot de verpleegster wendde.
+
+—Dat weten wij niet, Mylord, antwoordde de verpleegster. Hij is hier
+vannacht door een paar mannen binnengebracht met een diepe steekwond in
+de rechterzijde, welke hij moet hebben opgedaan in een straatgevecht.
+
+Daarover verwonderden wij ons wel een weinig, want de man droeg vrij
+dure kleeren en zijn gelaat ziet er ook niet uit als van iemand die
+zich op straat in een messengevecht zal begeven.
+
+—Neen, dat doet het zeker niet! zeide Lord Aberdeen, terwijl hij het
+hoofd langzaam schudde, zonder zijn blikken van den zwaar gewonde af te
+wenden.
+
+Daarop vervolgde hij fluisterend:
+
+—Wie is de vrouw die aan zijn bed knielt?
+
+—Zijn vrouw of zijn minnares, Mylord, antwoordde de verpleegster even
+zacht. Zooals gij weet is het bezoekuur nog niet aangebroken, maar zij
+klaagde zoo luid, en smeekte zoo innig om haar bij dezen man toe te
+laten, dat wij het niet over ons hart konden krijgen haar weg te
+zenden.
+
+—Maar als gij den naam van dien man nog niet eens kendet, hoe kon de
+vrouw dan weten dat haar minnaar of haar man juist hier zou liggen?
+vroeg Charly Brand nu.
+
+De verpleegster haalde de schouders even op en antwoordde:
+
+—Ik weet niet, mijnheer! antwoordde de verpleegster even zacht. Zij
+zeide dat zij het van vrienden gehoord had.
+
+—Maar dan moet zij toch zelf den naam van haar minnaar hebben genoemd!
+hernam Lord Aberdeen verwonderd.
+
+—Neen, dat deed zij niet, ging de verpleegster voort, of liever, wij
+zijn er van overtuigd dat zij met opzet een verkeerden naam heeft
+opgegeven.
+
+Lord Aberdeen en zijn secretaris hadden een bliksemsnellen blik met
+elkander gewisseld, die door de verpleegster niet werd opgemerkt en nu
+vroeg de eerste:
+
+—Waarom denkt gij dat als ik vragen mag!
+
+—Zij noemde een echt Engelschen naam, Mylord. Brand en de gewonde heeft
+een deel van den nacht geijld en daarbij voortdurend Fransch gesproken!
+Bovendien heeft hij ook een buitenlandsch accent.
+
+—Is zijn toestand gevaarlijk?
+
+—Als er zich geen complicaties voordoen en de wondkoorts niet
+verergert, kan hij binnen een week weder genezen zijn. Het bloedverlies
+had hem uitgeput, maar hij heeft blijkbaar een zeer krachtig gestel.
+
+Gedurende dit gesprek was het kleine groepje reeds weder verder
+geloopen, maar Lord Aberdeen zoowel als zijn secretaris hadden van tijd
+tot tijd een blik achter zich geworpen naar de jonge vrouw, die nog
+altijd bewegingloos naast het bed geknield lag. De rondgang door de
+zaal werd toen voortgezet, en eindelijk waren alle bedden bezocht.
+
+Het notitieboekje van den jongen secretaris was voor een groot gedeelte
+volgeschreven en hij liet het weder in zijn zak glijden toen hij en
+zijn meester weder bij de breede deur stonden, die zij waren
+binnengetreden met de wetenschap dat Lord Aberdeen ongeveer met
+vijfhonderd pond sterling dezen rondgang zou betalen.
+
+Toen de beide mannen bij de deur afscheid namen van de vriendelijke
+verpleegster, wierpen zij nogmaals een blik op het bed, waar de
+zwaargewonde terneder lag.
+
+De vrouw had zich thans opgericht en stond naast het bed met de hand
+van den man in de hare.
+
+Haar bleeke lippen schenen woorden te prevelen, welke echter niemand
+verstond.
+
+Het volgende oogenblik viel de deur achter de beide bezoekers dicht.
+
+In gedachten verzonken volgden de beide mannen den breeden corridor,
+daalden de trap af en stonden weder in de vestibule.
+
+Lord Aberdeen haalde zijn horloge te voorschijn en wierp een blik op
+het met kostbare juweelen versierde uurwerk.
+
+Van de vestibule uit konden de twee mannen juist de blauwe auto weder
+zien aanrijden. Henderson, de chauffeur, was juist op tijd, zooals
+trouwens steeds.
+
+Lord Aberdeen en zijn secretaris liepen den wagen tegemoet, die juist
+het hek wilde doorrijden.
+
+Lord Aberdeen opende het portier, maar voor hij instapte wendde hij
+zich tot Charly Brand en zeide zacht:
+
+—Ik rijd alleen naar huis, blijf jij hier wachten, stel je verdekt op
+en volg die vrouw, je hebt haar natuurlijk herkend!
+
+—Haar zoowel als hem! Hij is Markies Beaupré de la Sardogne die reeds
+eenigen tijd door de politie van zijn land wordt gezocht, en zij is
+zijn minnares, Marthe Debussy!
+
+—Dat zag ik ook bij den eersten blik, Charly, je gaat dus die vrouw na,
+en rust niet voor je haar adres weet.
+
+—Ik beloof het je!
+
+De beide mannen drukten elkander de hand, Lord Aberdeen stapte in zijn
+auto, na den chauffeur zijn bevelen te hebben gegeven, en de wagen reed
+snel weg.
+
+Wie was deze man, die dit zonderlinge gesprek had met zijn secretaris?
+
+Niemand anders dan John Raffles, de Gentleman-inbreker, de langgezochte
+Groote Onbekende, op wiens aanhouding door Scotland Yard een premie van
+duizend pond sterling was gesteld.
+
+Maar welke Londenaar zou geloofd hebben, dat zich achter den bekenden
+filantroop, die jaarlijks tienduizenden ponden aan allerlei
+instellingen van liefdadigheid schonk, en zeker nog veel meer in het
+geheim, den man verborg, die het de politie jaren lang zoo bitter
+lastig had gemaakt, en op wiens rekening een aantal inbraken werden
+gesteld, die door hun weergalooze stoutmoedigheid tot zelfs de
+bewondering van Raffles’ natuurlijke vijanden, de rechercheurs en
+detectives hadden gewekt?
+
+Men zou den man, die het had durven beweren, eenvoudig voor gek hebben
+verklaard!
+
+John Raffles had dus in de auto plaats genomen, die door zijnen trouwen
+chauffeur Henderson bestuurd werd, en een half uur later bevond hij
+zich in zijn fraai huis, in het begin van de Regentstreet gelegen,
+dicht bij Pall Mall.
+
+Een oude bediende met spierwit haar, Gaston, had zijn hoed en overjas
+in ontvangst genomen, en ontkennend geantwoord op de vraag van zijn
+meester, of er boodschappen of brieven waren gekomen.
+
+Raffles begaf zich naar de rookkamer, en wachtte daar rustig op de
+terugkomst van Charly Brand.
+
+Hij ging in zijn gedachten nog eens de omstandigheden na, onder welke
+hij Markies de Beaupré voor de eerste maal had gezien.
+
+Dat was eenige maanden geleden, toen de verkiezing voor een nieuwen
+chef van het genootschap van den Gouden Sleutel had plaats gehad.
+
+Raffles had Beaupré toen ontmoet in een toestand van onbeschrijfelijke
+woede, omdat de keuze niet op hem maar op zijn mededinger dr. Fox was
+gevallen.
+
+Hij had hem aangesproken, hem gezegd, dat hij hem zijn hulp wilde
+aanbieden, voor het geval dat Beaupré den nieuwen chef wilde
+bestrijden.
+
+Eenige weken later was Raffles in de gelegenheid geweest, den eenen
+tegenstander tegen den anderen uit te spelen, en het had toen maar
+weinig gescheeld, of dr. Fox had het loodje gelegd.
+
+Sindsdien had hij den Franschman niet terug gezien, tot op dezen dag.
+
+En nu had een toeval hem weder op het spoor van den markies gebracht!
+
+Van dat straatgevecht geloofde Raffles niet veel.
+
+Dat Beaupré onder normale omstandigheden op straat met een mes zou
+hebben gevochten, kwam hem al heel onwaarschijnlijk voor.
+
+Dat lag in het geheel niet in den aard van den eleganten booswicht!
+
+—Neen, daar zal wel wat anders achter steken—en hij hoopte dat Charly
+Brand hem aanstonds berichten zou komen brengen, die hem van dienst
+zouden kunnen zijn.
+
+Nadat Raffles een paar uren gewacht had en besteed aan het bijhouden
+van zijn correspondentie, keerde Charly weder terug.
+
+Hij ging het werkvertrek van Raffles binnen, waar deze thans voor zijn
+schrijfbureau gezeten was, deed de deur achter zich dicht en zeide:
+
+—Ik heb haar gevonden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+EEN GESPREK DAT GEVOLGEN HEEFT.
+
+
+—Ik ben blij dat je geslaagd bent, Charly, zeide Raffles eenvoudig. Ik
+denk dat ik die vrouw noodig kan hebben! Zoolang de wereld draait is
+een schoone vrouw, een vrouw met temperament, een scherp wapen geweest
+in de handen van een bekwaam man die het wist te hanteeren—zie
+bijvoorbeeld maar eens naar de minnaressen van de groote Fransche
+koningen! Madame Dubarry, La Pompadour, om er slechts twee te noemen,
+zijn beiden door sluwe intriganten geëxploiteerd om invloed op den
+koning uit te oefenen, soms zonder dat ze er zelf van bewust waren.
+
+—Zou Marthe Debussy op de hoogte zijn van wat er met haar minnaar
+geschied is?
+
+—Maar dat spreekt immers van zelf, dat is natuurlijk dadelijk
+uitgelegd. Voor een vrouw die werkelijk lief heeft kan men dergelijke
+dingen onmogelijk geheim houden. Ik heb op haar gelaat gelet, terwijl
+zij naast het bed van den zwaar gewonde geknield lag, en daarop kon men
+lezen als in een open geslagen boek. Er waren vele gevoelens op dat
+gelaat afgespiegeld: blinde liefde voor den man die daar zwaar gewond
+ter neder lag en woeste haat jegens den man die hem in dien toestand
+gebracht had. Fox behoort evenmin tot mijn vrienden en te zamen met die
+vrouw die natuurlijk op wraak zint, zullen wij wel in staat zijn den
+schurk machteloos te maken! Ik hoop dan slechts, dat de Engelsche
+gevangenissen een weinig moeilijker zullen zijn te verlaten dan de
+Amerikaansche.
+
+—Ja, daar schort nog al het een en ander aan, zeide Charly minachtend.
+Dat men eenmaal uit een gevangenis ontsnapt, kan ik mij nog begrijpen,
+maar het is mij volkomen duister hoe men daarin een tweede maal kan
+slagen.
+
+—Dr. Fox had daar machtige helpers, hernam Raffles schouderophalend,
+die bende schijnt over de geheele wereld te beschikken over zeer
+bekwame bondgenooten, tot in de gevangenissen toe! En nu zullen we eens
+handelen, mijn jongen.
+
+—Wat wil je doen?
+
+—Ik wil die vrouw gaan bezoeken!
+
+—En denk je dat ze je hulp zal aanvaarden? Vergeet niet dat de Beaupré
+ze heeft afgeslagen!
+
+—Dat vergeet ik niet, maar hij was trotsch. Hij was een man, en hij
+meende het alleen wel af te kunnen in zijn strijd tegen den meester! En
+tot op zekere hoogte kan ik die gevoelens waardeeren. Zij is echter een
+vrouw, zij staat alleen, zij heeft niet alleen Fox, maar ook zijn
+vrienden tegen zich en zij zal dus eerder geneigd zijn de hulp aan te
+nemen van een man die over machtige middelen beschikt!
+
+—Ook dan, als die man verklaarde vijand te zijn van de dievenbende,
+waarvan ook haar minnaar lid is?
+
+—Ook dan! Je mag ook niet uit het oog verliezen, dat Fox en Beaupré
+persoonlijke vijanden zijn, en dat die vrouw natuurlijk niets liever
+zou willen dan dat Fox voor goed werd verslagen en haar minnaar aan het
+hoofd van het machtige misdadigersgenootschap mocht komen te staan. Het
+eergevoel is juist bij dergelijke vrouwen zeer sterk ontwikkeld, al is
+het dan een eigenaardig eergevoel. En nu genoeg gepraat. Zeg mij nu
+waar zij woont dan ga ik er heen.
+
+—Zij heeft haar intrek genomen in een tweederangs hotel in Lincoln. Het
+heet „Het vergulde Hert”. Het is een logement dat zeker uit het begin
+van de zeventiende eeuw dateert en waaraan bijna nog niets verbouwd is.
+Jij als liefhebber van oude gebouwen zult er zeker je hart aan ophalen:
+
+Maar à propos, je zult er toch zeker niet naar toe gaan dan na je
+duchtig te hebben vermomd?
+
+—Daar kun je zeker van zijn!
+
+—En zul je je ware hoedanigheid openbaren?
+
+—Dat zal wel moeten, antwoordde Raffles, anders zal ze mijn hulp zeker
+niet aannemen, zij zou voor een valstrik vreezen!
+
+—Maar zal ze gelooven, dat je werkelijk John Raffles bent?
+
+—Daaraan twijfel ik niet; ik kan haar voldoende zaken mededeelen
+waaruit onaanvechtbaar blijkt, dat ik John Raffles moet zijn omdat die
+dingen alleen aan hem bekend kunnen zijn.
+
+Raffles was onder het spreken opgestaan en wendde zich nu naar de deur.
+
+—Ik hoop over een paar uren terug te zijn, Charly, maak jij intusschen
+een lijst op van de gezinnen der zieken die wij vanmorgen bezocht
+hebben, zoodat wij die in een enkelen dag kunnen bezoeken en daar doen
+wat er te doen valt.
+
+Hij knikte Charly nog eens toe, sloot de deur en begaf zich naar zijn
+groot slaapvertrek, waarvan de drie ramen uitzagen op den grooten tuin
+achter het huis.
+
+Hij opende een geheim vak in den wand, of liever de deur van een zeer
+groote kast, bijna een kamer, waar een zeer groot aantal kleederen
+keurig waren gerangschikt; uniformen van leger en vloot, van
+politieagenten en van matrozen, livreien, afgedragen kleederen—kortom,
+alles wat iemand als John Raffles noodig kon hebben om zich onkenbaar
+te maken.
+
+Daarbij behoorde een groote hoeveelheid voortreffelijk vervaardigde
+pruiken, baarden en knevels.
+
+Raffles stond eenigen tijd in beraad en koos toen een eenvoudig zwart
+costuum, een weinig versleten, waarin hij er, met een grijze pruik en
+een korten ringbaard zou uitzien als een diaken of een ouderling.
+
+Hij besteedde groote zorg aan zijn vermomming en toen hij zich een half
+uur later in den grooten spiegel bekeek, kon hij tevreden zijn over
+zichzelf. Hij geleek in niets meer op den man die zooeven het vertrek
+was binnengetreden. Zijn gelaatskleur, zijn houding, zijn gebaren waren
+veranderd, ja zelfs de vorm van zijn gezicht en de vorm van zijn oogen
+schenen een wijziging te hebben ondergaan.
+
+Hij sloot het vak weder met de grootste zorg en verliet het
+slaapvertrek door een tweede deur, die uitkwam op een smalle gang,
+welke hem naar een trap bracht, die regelrecht naar een deur in den
+zijmuur van het huis voerde, zoodat hij dit ongezien kon verlaten,
+zonder door Gaston, zijn grijzen kamerbediende, te worden opgemerkt.
+
+Hij liep de doodstille zijstraat vlug door en riep vervolgens een
+huurauto aan, hij gaf den chauffeur het adres van het kleine hotel en
+ongeveer twintig minuten later stond de auto stil voor het „Vergulde
+Hert” in Lincoln.
+
+Charly had er niet te veel van gezegd, het was inderdaad een zeer fraai
+oud gebouw, uitstekend onderhouden, en dat in den loop der eeuwen
+slechts zeer geringe veranderingen had ondergaan.
+
+Alleen vertoonde zich aan den ingang de onvermijdelijke portier in zijn
+groene jas met de blinkende knoopen en den gouden band om zijn pet, die
+wel wat afstak met de prachtige eikenhouten lambriseering in de
+ouderwetsche, ruime hal met zijn geweldigen schoorsteen, waarin een
+groot houtvuur vlamde.
+
+Er was nog meer geofferd aan den geest des tijds—en zoo werd Raffles
+niet ontvangen door een deftigen, vriendelijken waard, een kuitbroek,
+met een kastanjekleurig staartpruikje op, en in hagelwitte hemdsmouwen,
+maar door een geblankette jonge dame, die achter een soort toonbank
+gezeten was, waarop een lijvig register lag.
+
+Plotseling viel Raffles in, dat Marthe Debussy waarschijnlijk niet haar
+eigen naam zou hebben opgegeven en zoo was hij wel genoodzaakt een
+beschrijving van haar persoon te geven.
+
+Er werd een vestibule-kellner bijgehaald, en toen ook nog de portier en
+toen wist men wel, wie de bezoeker bedoelde. Hij kwam zeker om Miss
+Bispham.
+
+Raffles had dus wel gelijk gehad, de minnares van den Franschen markies
+had een valschen naam opgegeven—of liever een anderen naam dan Debussy,
+want als zoodanig zou zij ook wel niet vermeld staan in het Fransche
+register van den Burgerlijken Stand!
+
+Men was wel een weinig verbaast, dat de bezoeker den naam niet eens
+scheen te weten van de dame welke hij wenschte te spreken—en achter
+zijn rug gaf men elkander een knipoogje—die oude heer in het zwart en
+met zijn eerwaardig uiterlijk, kneep zeker de kat in het donker.
+
+Er werd nu een étage-kellner geroepen en deze bracht Raffles door een
+doolhof van gangen, voor het meerendeel met door ouderdom bijna zwart
+geworden eikenhoutbeschotten en langs een aantal tamelijk donkere
+trappen naar het vertrek, hetwelk de zoogenaamde Miss Bispham bewoonde.
+
+De kellner verzocht Raffles even te wachten, en vroeg toen:
+
+—Miss Bispham verwacht u zeker?
+
+—Neen! antwoordde Raffles kortaf.
+
+De wenkbrauwen van den kellner gingen een eind de hoogte in en daarop
+hernam hij:
+
+—Mag ik uw naam weten als-tu-blieft?
+
+—Die komt er niet op aan—de dame kent mij toch niet, zeg maar dat
+iemand, die belang in haar stelt haar om een zeer ernstige reden moet
+spreken.
+
+Er was nu niemand in de buurt om tegen te knipoogen en daarom haalde de
+kellner zijn neus maar eens op, keek den bezoeker schuin aan, en
+klopte.
+
+Daarbinnen antwoordde een vrouwestem: Binnen! De kellner ging binnen,
+en kwam terug met de boodschap of de bezoeker niet aan hem kon
+mededeelen, wat hij verlangde.
+
+—Onmogelijk, antwoordde Raffles eenigszins ongeduldig. Ik moet de dame
+absoluut zelf spreken. Zeg maar dat het een zaak van het hoogste
+gewicht betreft.
+
+Schouderophalend ging de kellner nogmaals naar binnen, en een oogenblik
+later keerde hij terug.
+
+—Miss Bispham verzoekt u binnen te komen, zei hij.
+
+Hij maakte plaats voor Raffles, die, voor hij binnentrad nog juist zag,
+dat de goede man tersluiks een collega wenkte, die aan het eind van de
+gang nieuwsgierig toezag, waarschijnlijk om hem het schandaaltje mede
+te deelen, dat een oud man, die er naar het oog zoo eerbiedwaardig
+uitzag, bezoeken kwam brengen bij een dame, die er nu niet bepaald als
+een heilige uitzag.
+
+Raffles had de deur achter zich gesloten en stond nu in een vrij
+eenvoudig gemeubelde hotelkamer, met tamelijk kleine ramen, en een open
+haard.
+
+Zelfs wat de verwarming betreft scheen de eigenaar van het hotel er
+niet toe te hebben kunnen besluiten de prachtige ouderwetsche
+schoorsteenen te vervangen door leelijke radiators, of nog leelijker
+kolenkachels.
+
+Dicht bij een der ramen stond een jonge, bleeke vrouw, met groote
+zwarte oogen, welke Raffles aanstonds zou hebben herkend, ook al had
+hij niet geweten wie hij hier zou vinden.
+
+Zij had hoed en mantel, welke zij in het ziekenhuis droeg, nonchalant
+op het bed geworpen, en scheen juist op het punt te staan, weder uit te
+gaan.
+
+Zij keek den binnenkomende met lichtgefronste wenkbrauwen aan, en
+vroeg, terwijl zij ongeduldig met den kleinen voet trappelde:
+
+—Wilt gij mij spoedig mededeelen, mijnheer, wie gij zijt en wat de
+reden van uw komst is; ik moet u bekennen, dat ik weinig tijd heb.
+
+Raffles was het vertrek wat verder binnengetreden, keek de jonge vrouw
+een oogenblik doordringend aan en zeide toen op zachten toon:
+
+—De reden van mijn bezoek zal u reeds iets duidelijker worden, miss,
+als ik u aanspreek met den naam, waaronder ik vroeger reeds eenmaal het
+genoegen heb gehad met u kennis te maken, Marthe Debussy!
+
+De jonge vrouw deed een stap achteruit, keek Raffles verschrikt aan, en
+vestigde toen haar blik op de deur alsof zij vreesde dat iemand dien
+naam had kunnen hooren.
+
+Toen trad zij dicht op Raffles toe, en zeide op fluisterenden toon:
+
+—Als gij mij bij dien naam noemt dan moet ge mij goed kennen; zeg mij
+spoedig wat gij wilt!
+
+—Ik wenschte uw hulp, zeide Raffles, terwijl hij de jonge vrouw
+aandachtig aankeek.
+
+—Mijn hulp? hernam Marthe verwonderd, in welk opzicht kan ik u van
+dienst zijn?
+
+—Gij kunt mij helpen in den strijd tegen een man, dien gij als uw
+doodsvijand moet beschouwen, omdat hij de doodsvijand van uw minnaar
+is.
+
+De jonge vrouw deinsde nu met de hand op het hart gedrukt achteruit, en
+stamelde:
+
+—Gij zijt van de politie? Gij zijt een detective? Want er is maar een
+man ter wereld op wien gij kunt doelen!
+
+—Ik ben geen detective! antwoordde Raffles glimlachend.
+
+—Misschien een slachtoffer van dien man?
+
+—In zekeren zin, ja, madame! Ik wil u niet langer in het onzeker laten!
+Ik ben John Raffles!
+
+De jonge vrouw sloot een oogenblik haar oogen en haar ademhaling ging
+zwaar.
+
+Zij stond nu onbeweeglijk midden in het vertrek en staarde Raffles
+onafgebroken aan.
+
+Toen kwam het toonloos over haar lippen:
+
+—Dan—dan zijt gij ook een vijand van—van hem—van mijn vriend!
+
+Raffles schudde zachtjes het hoofd en hernam:
+
+—Gij kent mij slecht, Madame! Ik ben de vijand van Markies de Beaupré
+in zooverre hij deel uitmaakt van een bende, die werkt met middelen
+welke mij zeer tegen de borst stuiten, nog geheel daarvan af gezien dat
+ze mij concurrentie aandoet! Maar aan den anderen kant ben ik zijn
+vriend, omdat hij een fel tegenstander is van mijn vijand, dr. Fox. Gij
+ziet dat ik man en paard noem!
+
+—Ja, als gij dit weet, dan moet gij wel werkelijk John Raffles zijn!
+zeide de jonge vrouw, terwijl zij eenige malen langzaam met het hoofd
+knikte.
+
+—Op dit oogenblik is, naar mijn spionnen mij hebben medegedeeld, uw
+vriend zeer zwaar gewond, nietwaar?
+
+Even scheen Marthe te aarzelen, maar toen antwoordde zij:
+
+—Waarom zou ik er een geheim van maken—het is zoo!
+
+—Wilt ge mij mededeelen, wie hem die wonden heeft toegebracht?
+
+De minnares van den Franschen markies antwoordde niet en klemde de
+lippen opeen.
+
+Maar haar gelaatstrekken kon zij niet in bedwang houden, en die spraken
+zoo duidelijk, dat Raffles met een flauwen glimlach vervolgde:
+
+—Gij behoeft niets te zeggen, ik weet het reeds!
+
+Hij wachtte even en vervolgde toen:
+
+—Er heeft dus een strijd plaats gehad tusschen dr. Fox en Beaupré, met
+het gevolg, dat deze laatste zwaar gewond is. Ik kan mij nu den gang
+der gebeurtenissen wel voorstellen. Reeds tien dagen geleden meldden de
+bladen dat de meester uit de gevangenis ontsnapt was, en ik wist wel
+dat men hem spoedig hier zou kunnen terug verwachten. Waarschijnlijk
+heeft uw vriend tijdelijk zijn plaats vervuld en na Fox’s terugkomst
+geweigerd zijn functie weder neer te leggen, waarop waarschijnlijk ten
+aanschouwe van alle leden der bende een tweegevecht heeft plaats gehad.
+Heb ik het bij het goede eind?
+
+Marthe Debussy had Raffles voortdurend met groote oogen aangestaard, en
+stamelde nu verschrikt:
+
+—Het is onbegrijpelijk, het is alsof gij er bij geweest zijt, ja, zoo
+is het gegaan, die ellendeling heeft Raoul zwaar gewond!
+
+—Ik behoef u zeker niet te vragen, of gij dr. Fox haat? vroeg Raffles,
+terwijl hij zijn koele grijze oogen onderzoekend op het gelaat van de
+vrouw vestigde.
+
+—Ik zou hem met eigen handen kunnen dooden! kwam het sissend over de
+lippen van de jonge vrouw, terwijl zij de kleine vuisten balde.
+
+—Hebt gij veel vrienden, die u zouden kunnen en willen helpen wraak te
+nemen?
+
+Marthe haalde verachtelijk de schouders op en zeide:
+
+—Er zijn genoeg mannen, die veel liever Raoul aan het hoofd van het
+genootschap zouden willen zien, maar zij zijn te laf, zij zouden niets
+tegen Fox durven ondernemen.
+
+—Zoudt gij de hulp willen aanvaarden van een man die dit wel zou
+durven? vroeg Raffles.
+
+—Onmiddellijk! antwoordde Marthe hartstochtelijk, ik leef slechts in de
+hoop dat ik mij en Raoul op dien laffen bandiet zou kunnen wreken! Als
+gij wist op welke wijze hij mijn vriend heeft weten te overwinnen dan
+zoudt gij mij begrijpen. Noem mij dien man en ik leg mijn hand
+aanstonds in de zijne en maak hem tot mijn bondgenoot.
+
+—Gij hadt het reeds moeten begrijpen, madame, die man staat voor u!
+antwoordde Raffles kalm.
+
+Een oogenblik bleef het stil in het vertrek.
+
+Marthe Debussy scheen aan een groote ontroering ten prooi en scheen den
+man die haar zijn hulp kwam bieden tot in het diepst van zijn ziel te
+willen lezen.
+
+Maar plotseling scheen zij een besluit te nemen.
+
+Zij trad op Raffles toe, en stak hem een hand toe, die koortsachtig
+gloeide.
+
+—Ik weet niet of Raoul het zou goedkeuren, maar dat kan mij niet
+schelen! riep zij uit, ik neem uw hulp aan, en ik wil met u plannen
+beramen om onzen gemeenschappelijken vijand ten onder te brengen.
+
+—Ik geloof dat gij daar goed aan doet, madame, zeide Raffles eenvoudig,
+en laat ons nu spoedig terzake komen! Weet gij niets van dr. Fox,
+waardoor ik hem in mijn macht zou kunnen krijgen en hem bijvoorbeeld
+aan de politie zou kunnen overleveren?
+
+De jonge vrouw dacht een oogenblik na, en hief toen plotseling het
+hoofd op.
+
+—Overmorgen zal er een inbraak plaats hebben in een groot huis in de
+Drury Lane. Den naam van den man die daar woont ken ik niet, ik weet
+alleen dat hij lid van het Hoogerhuis is. Fox zou zelf aan die inbraak
+deel nemen, als het ware om zijn terugkomst te vieren, meer
+bijzonderheden kan ik u tot mijn spijt niet mededeelen, maar ik kan nog
+wel meer te weten komen!
+
+Raffles keek de jonge vrouw een oogenblik strak aan en zeide:
+
+—Als gij u op Fox wildet wreken, waarom hebt gij dit dan niet aanstonds
+aan de politie medegedeeld, zoodat zij hem kon arresteeren?
+
+Marthe haalde de schouders op en antwoordde:
+
+—Ik ben zeker dat men mij wantrouwt en mijn gangen nagaat!
+
+—Maar gij hadt toch kunnen schrijven?
+
+—Ik heb de bijzonderheden pas eenige uren geleden vernomen en
+bovendien, als het slechts eenigszins mogelijk was, zou ik liever
+vermijden, dat het ruchtbaar werd dat ik de politie op de hoogte had
+gebracht, want dat zou de positie van mijn vriend kunnen benadeelen;
+verraad wordt bij onze bende steeds een groot misdrijf geacht, om welke
+reden het dan ook zelden gepleegd wordt.
+
+Raffles had glimlachend naar dit staaltje van vrouwelijke logica
+geluisterd.
+
+De jonge vrouw tegenover hem scheen niet in te zien dat het zeer weinig
+verschil uitmaakte of zij zelve de politie ging inlichten, dan wel, of
+zij dit door een tusschenpersoon liet doen, want zij moest toch
+begrijpen, dat Raffles niet alleen zou handelen, maar zich van de hulp
+der politie zou verzekeren.
+
+—Gij zoudt het dus goedkeuren, merkte hij op, als ik er voor zorgde,
+dat deze inbraak niet het verloop zal hebben, hetwelk dr. Fox er van
+verwacht? Gij zoudt mij vrijlaten, om alles te doen, wat ik noodig
+acht, om dien man ten onder te brengen?
+
+—Volkomen vrij! antwoordde Marthe met vaste stem. Hij of Raoul! Een
+tusschenweg is er niet! Ik weet, dat de chef van het Genootschap van
+den Gouden Sleutel niets liever zou wenschen, dan mijn vriend uit den
+weg te zien geruimd, al was het door sluipmoord, nu hij weet, dat hij
+in hem steeds een mededinger naar de macht zal vinden! Ik zal hem vóór
+zijn, reken daar op! Als gij niet hier gekomen waart, om mij voor te
+stellen Fox aan te vallen, dan zou ik zelve wel een middel hebben
+gevonden om mij te wreken!
+
+—Dan zijn wij het eens! Gij zorgt er voor, mij nadere bijzonderheden
+mede te deelen omtrent de voorgenomen inbraak, zooals het aantal der
+mannen, die er aan deel zullen nemen, het uur, de wijze, waarop zij te
+werk denken te gaan, en andere zaken die van belang kunnen zijn!
+
+—Ik beloof het u! antwoordde de jonge vrouw met schitterende oogen.
+
+—Wanneer kunt gij dat alles weten? vroeg Raffles.
+
+—Vandaag nog! antwoordde Marthe. Ik heb gehuicheld, dat ik mij niet al
+te veel aantrok van de overwinning op mijn vriend, om later des te
+gemakkelijker dr. Fox te kunnen treffen. Zij wantrouwen mij dus niet.
+Hedenmiddag zou er opnieuw over de inbraak worden beraadslaagd, en dan
+zouden de laatste toebereidselen worden gemaakt.
+
+—Waar en wanneer kan ik u ontmoeten?
+
+De jonge vrouw dacht even na en antwoordde toen:
+
+—Op den hoek van Marble Arch, tegenover de halteplaats van de taxi’s om
+zes uur.
+
+—Het is goed! zeide Raffles terwijl hij opstond. Als ge mij die
+inlichtingen verschaft, behoef ik verder niets te weten, en kunt gij u
+ook geheel terugtrekken, ik zelf zal dan wel voor de rest zorgen! Op
+die wijze loopt gij ook geen gevaar, dat men zich later op u zal
+wreken, ik zal wel zorgen, dat Fox zeer nauwkeurig te weten komt wie
+hem deze kool gestoofd heeft!
+
+Hij maakte een diepe buiging voor de jonge vrouw en zijn gelaat had
+weer dezelfde uitgestreken, schijn-vrome uitdrukking gekregen als er op
+lag toen hij het vertrek binnen trad.
+
+Hij bleef een oogenblik in gedachten staan, en daalde toen de trappen
+weder af.
+
+Hij had zelfs eenige moeite om den weg naar den uitgang te vinden in
+dit ouderwetsche doolhof, en moest een paar keer naar den weg vragen.
+
+Maar eindelijk stond hij toch weder op straat, riep een auto aan, en
+liet zich weder naar de Regentstreet brengen.
+
+Hij trad zijn huis binnen op dezelfde wijze als hij het verlaten had en
+eenige minuten later zat hij weder tegenover Charly.
+
+—Hoe is het gegaan? vroeg de jonge man nieuwsgierig.
+
+—Zooals ik wel verwachtte! Men kan een wraakzuchtige vrouw plooien en
+leiden zooals men wil, als men haar slechts in het vooruitzicht stelt
+dat zij aan haar wraakzucht zal kunnen voldoen.
+
+En nu deelde Raffles het verloop van het geheele onderhoud mede.
+
+Toen hij geëindigd had, zei Charly:
+
+—Een Hoogerhuislid, dat in Drury Lane woont, kan niemand anders zijn
+dan Sir Roger Maxwell!
+
+—Is er geen ander? vroeg Raffles vol belangstelling.
+
+—Neen! Ik mag gerust zeggen dat ik de woonplaats van alle
+Hoogerhuisleden uit het hoofd ken, maar ik zal het voor alle veiligheid
+nog eens nagaan.
+
+Hij was opgestaan, trad nu op de boekenkast toe, en nam er een klein in
+rood leder gebonden boekje uit waarin hij eenige oogenblikken bladerde.
+
+Hij klapte het spoedig weder dicht, zette het weg.
+
+—Het is zooals ik zeide, het is Sir Maxwell!
+
+—Zeer rijk, niet waar?
+
+—Buitengewoon rijk! Eigenaar van een renstal met twaalf paarden,
+landeigenaar met vijf landgoederen en zeven kasteelen, dikke vriend van
+Zijne Majesteit, groothandelaar in machines en gedurende den oorlog
+legerleverancier geweest, bezit het grootste motorjacht van Engeland en
+een particulier vermogen dat op twaalf millioen pond wordt geschat.
+
+—Ik dank je voor je nauwkeurige toelichting, beste Charly, maar ik ben
+nog niet tevreden, vertel mij nog maar iets meer van zijn persoon, want
+ik zie wel dat ik jou kan raadplegen als een encyclopedie of een
+aflevering van „Ioh’s-ioh?”
+
+—Vooruit dan maar! Sir Roger Maxwell is zestig jaar, weduwnaar met een
+dochter en twee zoons, waarvan er een bij het leger gediend heeft,
+laatstelijk als kapitein bij de Lanciers. De dochter is verloofd met
+een Baronet, Reginald Woodham. De oude Maxwell is lid van de twee
+duurste clubs, bezoekt veel de renbanen en is ook een trouw gast in
+opera en schouwburg. Voorts woont hij tamelijk geregeld de zittingen
+van het Hoogerhuis bij en dat is alles wat ik van hem weet.
+
+—Ik dank je voor je inlichtingen, zij zijn zoo volledig als ik maar
+wenschen kan. Ik behoef zeker niet te vragen welke politieke beginselen
+onze man is toegedaan?
+
+—Stokstijf conservatief! Hij stemt uit beginsel tegen alle wetten die
+niet door zijn partijgenooten zijn ingediend, ook al zou een
+schooljongen hem de voortreffelijke uitwerking van die wetten kunnen
+aantoonen!
+
+—Ik heb het al gezien, een schitterend object om te worden bestolen,
+hernam Raffles, en hij liep naar de tafel om een sigaret uit een fraai
+bewerkte zilveren doos te nemen.
+
+—Maar wij mogen toch niet toelaten dat dat geschiedt! riep Charly
+verontwaardigd uit!
+
+—Tenminste niet door anderen! hernam Raffles koeltjes.
+
+—Wat wil je daar mee zeggen?
+
+—Ik geloof dat mijn opmerking voor tweeërlei uitleg vatbaar is, Charly,
+antwoordde Raffles verwijtend. Ik wil zeggen, dat ik het werk van dr.
+Fox wel zal overnemen! Op deze wijze zou ik twee vliegen in een klap
+slaan. Fox onschadelijk maken en een ouden conservatieven geldpotter
+van een deel zijner nuttelooze rijkdommen ontlasten, ik geloof dat het
+een goede dag voor mij wordt, beste Charly.
+
+De naaste toekomst zou bewijzen, dat de Groote Onbekende zich hierin
+vergiste......
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+EEN GEMANKEERDE AFSPRAAK.
+
+
+Als man van de wereld, was Raffles ruim een kwartier voor het
+afgesproken uur op den hoek van Marble Arch aanwezig, in dezelfde
+vermomming, welke hij dien morgen had gedragen. Het was immers mogelijk
+dat Marthe Debussy een weinig voor den afgesproken tijd zou komen en
+hij mocht haar niet laten wachten.
+
+Maar toen het op een naburige kerkklok zes uur sloeg, was er niets te
+zien van de jonge vrouw.
+
+Raffles wachtte een kwartier, een half uur—nog steeds was er niets te
+zien.
+
+Het werd kwart voor zeven—het werd zeven uur...
+
+Raffles was in zich zelf reeds begonnen met allerlei
+verontschuldigingen te zoeken voor het wegblijven van Marthe Debussy.
+
+De beraadslaging kon nog langer geduurd hebben dan zij verwacht had,
+men had haar misschien een opdracht kunnen geven, welke zij ten uitvoer
+had moeten brengen om geen argwaan te baren, wellicht ook had de
+hartstochtelijke jonge vrouw zich niet kunnen bedwingen en was tusschen
+haar en dr. Fox een woordenwisseling gevolgd.
+
+Maar toen het bijna half acht was, begreep Raffles dat er iets ernstigs
+moest zijn voorgevallen.
+
+Hij stond vlak bij de halteplaats der taxi’s, waar zich een
+telefoonpost bevond, en het zou haar als zij om een of andere reden
+verhinderd was geweest, gemakkelijk zijn gevallen om zich telefonisch
+met hem in verbinding te kunnen stellen.
+
+Het was reeds lang duister, en overal brandden de straatlantaarns en de
+winkeletalages.
+
+Raffles raadpleegde voor de zooveelste maal zijn horloge en wierp
+nogmaals een blik om zich heen.
+
+Toen bleef zijn oog gevestigd op een straatjongen, die tegen het hek
+leunde, dat Hyde-park omgaf, dicht bij een van de groote marmeren
+bogen, die hier den uitgang van het beroemde park vormden.
+
+Nu was Raffles reeds zeer argwanend gestemd en ongerust, en het zien
+van dien straatjongen prikkelde hem.
+
+Waarom?
+
+Eenvoudig omdat hij dienzelfden jongen daar reeds gezien had, toen hij
+om kwart voor zessen op de plaats verscheen.
+
+Wat drommel voert die jongen daar toch uit? mompelde Raffles in zich
+zelf, dat gluiperige gezicht bevalt mij niets.
+
+Hij deed een paar passen in de richting van den straatjongen, maar
+eensklaps scheen deze iets zeer bijzonders te zien, dat op eenigen
+afstand voorviel, want hij liep snel weg, en was het volgende oogenblik
+tusschen de menschenmassa verdwenen.
+
+Langzaam keerde Raffles weder naar den rand van het trottoir terug en
+stond een oogenblik in gedachten.
+
+—Dat bevalt mij niet, bromde hij! Dat bevalt mij in het geheel niet.
+
+Dat wegblijven van Marthe Debussy zegt mij niet veel goeds, en dan die
+straatjongen, die hier twee uren gestaan heeft en eensklaps op den loop
+gaat als ik hem nader, dat is ook niet in orde. Het dient echter tot
+niets als ik hier blijf staan, want zij komt zeker toch niet meer! Er
+moet iets gebeurd zijn.
+
+Hij ging naar een klein wijnhuis op den hoek van Piccadilly Circus, en
+telefoneerde naar Het Vergulde Hert.
+
+Hij kleedde zijn vraag in naar de zogenaamde Miss Bispham, en vernam,
+dat zij omstreeks half drie in den middag het hotel had verlaten, en
+niet was teruggekeerd, ofschoon zij gezegd had, om vijf uur nog even te
+zullen terugkeeren.
+
+Met een bezwaard hart hing Raffles het toestel weder aan den haak,
+betaalde, trad naar buiten en riep een auto aan.
+
+—Zoo vlug je kunt naar de Regent Street, op den hoek van Pall Mall,
+riep hij den chauffeur toe.
+
+Maar reeds de volgende seconde had hij er spijt van, dit bevel op zoo
+luiden toon te hebben gegeven, want juist toen hij wilde instappen zag
+hij op een meter afstand den straatjongen staan, die hem met een
+valschen lach op zijn bleek gezicht stond aan te kijken.
+
+Raffles gevoelde veel lust den jongen een muilpeer te geven, maar hij
+begreep, dat dat in de gegeven omstandigheden al zeer onvoorzichtig zou
+zijn, daar de jongen blijkbaar zeer goed wist wien hij voor had, en
+niet zou nalaten bij het eerste teeken van vijandschap de toesnellende
+voorbijgangers van zijn kennis deelgenoot te maken.
+
+De gevolgen zouden niet te overzien zijn.
+
+Raffles bedwong zich dus, stapte in, maar gaf goed acht, dat de jongen
+niet achter op de auto sprong, waartoe hij inderdaad aanstalten scheen
+te hebben willen maken.
+
+De auto was echter nog geen tien minuten onderweg, of Raffles tikte
+tegen de voorruit, wenkte den chauffeur om stil te houden, stapte uit
+en betaalde.
+
+Hij overwoog dat de straatjongen wel eens getelefoneerd kon hebben naar
+een medeplichtige, die hem op den hoek van Regent Street en Pall Mall
+zou opwachten, en hem zou volgen, om te zien waar hij bleef.
+
+Met tegenstanders als dr. Fox moest men steeds de grootste
+voorzichtigheid in acht nemen.
+
+Hij riep dus een tweede auto aan, nadat de eerste uit het gezicht was
+verdwenen, en gaf den chauffeur last hem naar de Bishopstreet te
+brengen, op den hoek van de Wellington street.
+
+Daar gekomen zond hij den chauffeur weg, overtuigde zich dat men hem
+niet gevolgd had en richtte zijn schreden haastig naar een klein huis,
+waarvan de blinden gesloten waren en dat twee uitgangen had.
+
+Het behoorde hem toe, en hij maakte er menigmaal gebruik van als hij
+zich in omstandigheden als deze bevond.
+
+Hij opende de voordeur met een sleutel dien hij bij zich had, ging naar
+binnen en verkleedde zich vlug in een der vertrekken gelijkvloers,
+waarop hij het huis door den tweeden uitgang weder verliet.
+
+Hij kon er nu wel zeker van zijn dat in geval men hem werkelijk gevolgd
+had, de achtervolgers zijn spoor wel bijster zouden geworden zijn.
+
+Voor de derde maal riep hij een voorbijrijdende auto aan, maar thans
+liet hij zich tot ongeveer het midden van de Regentstreet brengen, zond
+daar de auto weg, en ging te voet verder.
+
+Het was kwart over negenen toen hij eindelijk de kleine deur opende van
+den tuin, die zich achter zijn huis uitstrekte.
+
+Hij liep haastig door langs de duistere paden, trad de achterdeur van
+het groote heerenhuis binnen en begaf zich naar de rookkamer, waar hij
+Charly in groote ongerustheid aantrof.
+
+De jonge man trad hem met uitgestoken handen tegemoet en vroeg:
+
+—Waar ben je toch geweest, Edward? Ik wilde juist uitgaan om te zien
+waar je bleef, je gelaat staat zoo strak, is er iets ernstigs
+voorgevallen?
+
+—Dat moet ik vreezen, Charly. Marthe Debussy is niet op de plaats van
+de afspraak verschenen.
+
+Charly schrok en riep uit:
+
+—Dan moet er zeker iets hebben plaats gegrepen, wat het haar belet
+heeft, anders zou zij zeker wel gekomen zijn.
+
+—Dienzelfden indruk heb ik ook gekregen, en de verschijning van dien
+straatjongen zegt mij weinig goeds. Hoe het ook zij—wij moeten dadelijk
+een onderzoek gaan instellen.
+
+—Waar dan?
+
+—Allereerst in het hotel, waar Marthe Debussy gelogeerd heeft. Daar
+zullen wij wel een en ander ontdekken, dat ons op een spoor kan
+brengen. Dit is in ieder geval duidelijk, op de een of andere wijze
+zijn de schurken achter ons gesprek gekomen.
+
+—Is het ondenkbaar, dat de jonge vrouw verraad jegens je gepleegd kan
+hebben?
+
+—Dat acht ik onmogelijk. Waartoe? Waarom? Wat had zij daarmede bereikt?
+En waarom dan niet op de plaats van afspraak gekomen en mij in een
+valstrik gelokt? Neen, ik blijf er bij—zij verkeert in gevaar. En omdat
+ik zelf daartoe aanleiding heb gegeven, is het mijn plicht, haar te
+redden. Als inderdaad op een wijze, welke ik nu nog niet kan verklaren,
+ons gesprek in de hotelkamer is afgeluisterd, dan verkeert die vrouw in
+levensgevaar. Je kent de beginselen van het Genootschap van den Gouden
+Sleutel, de dood voor den verrader. En Marthe heeft zeker nog minder
+genade te wachten, daar zij de minnares is van een doodsvijand van Fox.
+
+Raffles bleef even in gedachten staan, en richtte eensklaps het hoofd
+weder op.
+
+—Daar valt mij iets in! riep hij uit. Even voor ik het vertrek zou
+binnentreden, waar Marthe Debussy mij wachtte, zag ik een kellner op
+eenigen afstand staan, die blijkbaar nieuwsgierig naar mij keek, en
+toen ik binnenging, liep de man die mij den weg gewezen had, naar dien
+kellner toe, en deelde hem iets mede. Wie kan zeggen, of die kerel geen
+spion van de bende is geweest. Nu, wij zullen het spoedig weten.
+
+—Kan ik je bij je onderzoek van dienst zijn, Edward, vroeg Charly.
+
+—Ik zou het inderdaad op prijs stellen, als je medeging, mijn jongen,
+antwoordde Raffles. Wij kunnen ons uitgeven voor particuliere
+detectives, en aan den eigenaar van het hotel zeggen, dat er vrees
+bestaat, dat zijn huurster het slachtoffer eener ontvoering is
+geworden. Kom, laten wij ons haasten. Iedere minuut kan kostbaar zijn.
+
+Binnen een kwartier hadden de beide vrienden alles voor hun onderneming
+in gereedheid gebracht.
+
+Henderson, de chauffeur, had zijn instructies ontvangen en nu verlieten
+de twee mannen het huis en namen een auto, welke hen spoedig voor „Het
+vergulde Hert” afzette.
+
+De portier geleidde hen, nadat zij zich als detectives hadden
+aangemeld, naar het woonvertrek van den eigenaar, een gemoedelijk man,
+met een rond, blozend gelaat, die niet weinig verschrikt keek, toen de
+twee gewaande politiebeambten hij hem binnentraden.
+
+—Wij zullen u niet lang ophouden, mijnheer! begon Raffles op zakelijken
+toon, waarachter hij zijn ongerustheid verborg—want al was die vrouw
+een misdadigster—hij was schuld, dat zij thans in groot gevaar
+verkeerde. In uw hotel heeft een Miss Bispham gewoond, waarvan wij
+vermoeden, dat zij ontvoerd is door schurken van de ergste soort. Wilt
+gij ons eenige mededeelingen doen?
+
+—Natuurlijk, mijnheer! stotterde de eigenaar. Vraag slechts.
+
+—Zijn al uw kellners lang in uw dienst?
+
+—Neen, enkele zijn hier pas sedert eenige dagen.
+
+—Zijn die hier nu?
+
+—Neen—een hunner is vanmiddag vroeg vertrokken, en nog niet
+teruggekeerd.
+
+—Had hij daar verlof toe?
+
+—Zeker niet.
+
+Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander, het
+vermoeden van den gentleman-inbreker was maar al te juist geweest.
+
+—Wilt gij mij toestaan, even de kamer van die dame te onderzoeken? ging
+Raffles voort.
+
+—Welzeker. Ik zal u er zelf even heenbrengen.
+
+Vijf minuten later stonden de drie mannen in het logeervertrek.
+
+Raffles keek rond, en wendde zich toen tot den eigenaar met de vraag:
+
+—Waren de kamers hiernaast bezet?
+
+—Slechts een!
+
+—Dan zou ik gaarne de onbewoonde willen zien.
+
+—Tot uw dienst.
+
+De drie mannen traden nu een vertrek binnen, dat volmaakt geleek op
+dat, waar de verdwenen vrouw gewoond had.
+
+Raffles ging recht op een wandkast toe, en trok de deur open.
+
+Hij verlichtte het binnenste met zijn zaklantaarn en mompelde:
+
+—Ik heb het wel gedacht.
+
+—Wat is er dan, mijnheer, vroeg de eigenaar op angstigen toon.
+
+—De achterwand van de kast is doorboord, en het gat gaat ook door den
+muur. Het is nog geheel versch en zeker nog vandaag gemaakt. Wie zijn
+oor hier tegen legt, is slechts door een dunnen wand, namelijk het
+behangsel, van de kamer hiernaast gescheiden, en kan duidelijk alles
+hooren, wat daar gesproken wordt.
+
+—En—wat zou dat dan, mijnheer? vroeg de hotelier, zeer bevreesd voor
+den goeden naam van zijn inrichting.
+
+—O, het verklaart slechts eenige dingen van ondergeschikt belang!
+antwoordde Raffles schouderophalend, maar Charly zag wel, hoe die
+ontdekking hem geschokt had.
+
+Met gefronste wenkbrauwen verliet hij het vertrek weder, en even later
+stonden de drie mannen weder in het vertrek, waar zij ontvangen waren.
+
+Raffles wilde juist weder een vraag stellen, toen de telefoon ging.
+
+—Veroorloof mij een oogenblik! zeide de hotelier, terwijl hij naar het
+toestel ging.
+
+Hij had ternauwernood eenige woorden gesproken, toen hij Raffles
+wenkte, en zeide:
+
+—Neemt gij liever den hoorn, mijnheer. Ik geloof, dat dit uw zaak is.
+
+Raffles trad snel naar de telefoon, en luisterde met gespannen
+aandacht.
+
+Het gesprek was zeer kort, en duurde ternauwernood eenige seconden.
+
+Charly begreep er niets van, en het werd hem niet duidelijker, toen
+Raffles eensklaps het toestel weder ophing, hem bij den arm greep, en
+hem medetrok, terwijl hij den verwonderden eigenaar toeriep:
+
+—Bedankt voor uw moeite! Wij zijn reeds op een spoor.
+
+Raffles stormde de straat op, Charly met zich medesleurende.
+
+Hij floot om een huurauto, en riep den chauffeur toe:
+
+—Vijf pond voor jou, als je ons binnen acht minuten naar het ziekenhuis
+in de Sloane Street brengt.
+
+Acht minuten was een korte tijd voor dien afstand—maar vijf pond was
+zelfs in dezen tijd van hooge prijzen een mooie fooi en de auto reed
+dan ook in razende vaart door de straten van Londen.
+
+—Wil je mij nu eindelijk eens zeggen... begon Charly, die van dit alles
+niets begreep.
+
+—De zaak is in het kort deze, mijn jongen! antwoordde Raffles. Weet je,
+wie daar zooeven aan de telefoon was? Beaupré! Of liever, een
+ziekenzuster, die namens hem sprak. En weet je, wat hij van den
+hotelier wilde weten? Of Marthe Debussy nog hier was.
+
+—Maar wat beteekent dat? riep Charly ten hoogste verbaasd uit.
+
+—Luister! Ik stelde de zuster een paar vragen, en vernam, dat er op het
+oogenblik twee mannen bij de zwaargewonde zijn, die voorgaven familie
+van hem te zijn, die hem iets zeer gewichtigs hadden mede te deelen.
+Daarom liet men hen ook bij Beaupré toe, ondanks het late uur. Ik
+twijfel er geen seconde aan, of die kerels zijn leden van de bende.
+
+—Maar wat komen die daar dan doen? riep Charly uit.
+
+—Zij komen daar in verband met de verdwijning van Marthe, anders zou
+Beaupré niet zoo eensklaps navraag naar haar hebben laten doen.
+
+—En waarom rijden wij nu in zulk een razende vaart naar het ziekenhuis?
+
+—In de eerste plaats, om die twee bandieten te arresteeren.
+
+—Wil je hen aan de politie uitleveren, zonder nadere bewijzen?
+
+—Aan de politie denk ik geen seconde! antwoordde Raffles glimlachend.
+Je zult het wel zien. Daar zijn wij er al. De chauffeur heeft als een
+duivel gereden en zijn vijf pond wel verdiend.
+
+De auto stond stil voor het groote gebouw, de beide mannen stapten uit,
+en Raffles riep den chauffeur toe:
+
+—Wacht hier even. Het zal je geen windeieren leggen.
+
+En daarop snelde hij langs het oprijpad naar den ingang, door Charly op
+den voet gevolgd, die onder het loopen hijgend vroeg:
+
+—Zouden die kerels al niet verdwenen zijn?
+
+—Ik heb aan de zuster gevraagd, hen tot iederen prijs aan de praat te
+houden tot ik gekomen was.
+
+—Vroeg zij dan geen redenen?
+
+—Zeker—en die heb ik genoemd. Ik heb haar gezegd, dat die mannen
+beruchte chanteurs waren en dat ik kwam, om hen te arresteeren.
+
+—Maar dat is tamelijk gewaagd! riep Charly onder het voortrennen.
+
+—O, het geluk is aan de stoutmoedigen! riep Raffles uit.
+
+Zij hadden nu juist een groote vestibule bereikt, waar de portier hen
+tegemoet trad, en naar hun wenschen vroeg.
+
+—Zijn de twee bezoekers er nog, die den zwaargewonde op de algemeene
+mannenzaal kwamen opzoeken? vroeg Raffles ademloos.
+
+—Ja, mijnheer, antwoordde de man. Is u soms degene, die zooeven aan de
+telefoon was?
+
+—Ja. Ik kom toch niet te laat?
+
+—Het scheelde niet veel! antwoordde de portier snel en op fluisterenden
+toon, terwijl hij een blik op de liftkooi wierp, die naar beneden kwam.
+Het zou mij niet verwonderen, als zij daar juist aankwamen. Ik zou niet
+weten, wie het anders konden zijn.
+
+Raffles en Charly lieten den ouden man niet eens uitspreken, maar
+ijlden naar de lift, en plaatsten zich, met de revolver in de vuist,
+een weinig terzijde, in de duisternis, welke de schaduw van de groote
+trap daar verwekte.
+
+Het was hoog tijd.
+
+Juist kwam de lift naar beneden, en de jongen opende de ijzeren deuren
+en liet twee deftig gekleede heeren uitstappen.
+
+Zij waren ternauwernood over den lagen drempel van de liftkamer
+gestapt, of luid en bevelend klonk de stem van Raffles:
+
+—Steek uw handen op.
+
+Een woeste vloek—een snelle beweging naar een broekzak—het geklikklak
+van metaal—en de twee mannen voelden de boeien om hun polsen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+IN DE KLAUWEN VAN DEN DOOD.
+
+
+Zij keken Raffles en Charly met woeste blikken aan, en eindelijk vroeg
+een hunner op schorren toon:
+
+—Wat moet dat beteekenen? Wat geeft u het recht om ons te arresteeren?
+
+—Dat zul je later wel zien! zeide Raffles kortaf.
+
+—Toon je politiepenning! riep de andere man.
+
+Zonder een woord te spreken haalde Raffles zijn voortreffelijk
+nagemaakten politiepenning te voorschijn en liet hem den man zien.
+
+De portier was angstig naderbij gekomen en nu wendde Raffles zich tot
+dezen beambte met de vraag:
+
+—Dit waren immers de mannen, die den gewonde wilden spreken, die hier
+gisteren is binnen gebracht?
+
+—Ja, mijnheer,—het zijn dezelfden!
+
+Raffles wendde zich nu tot Charly en zeide:
+
+—Bewaak die kerels goed, collega! Ik moet boven in de zaal eenige
+inlichtingen vragen.
+
+En terwijl Charly de beide mannen gelastte tegen den muur te gaan
+staan, en met zijn revolver in de vuist vóór hen plaats nam, ging
+Raffles met de lift naar boven en haastte zich naar de
+gemeenschappelijke mannenzaal, waar hij zich dadelijk tot de
+hoofdverpleegster richtte, die hem met een verbaasde uitdrukking op
+haar gelaat te gemoet trad.
+
+—Het spijt mij, zuster, dat ik u moet lastig vallen, zeide Raffles met
+een beleefde buiging, maar het gaat niet anders! Ik ben van de politie!
+
+—Dus dan heb ik zooeven met u gesproken? vroeg de hoofdverpleegster.
+
+—Dat hebt gij! Kunt gij mij nog iets naders mededeelen?
+
+—Niets anders dan wat ik u reeds gezegd heb, mijnheer! De beide heeren
+zijn hier gekomen en hebben gezegd, dat zij naaste familie waren van
+den man, die hier zwaar gewond is binnen gebracht.
+
+—Noemden zij een naam? vroeg Raffles.
+
+—Zij vroegen naar William Brown—zoo heette de man! zeide zij.
+
+Raffles haalde de schouders op.
+
+—Zij hadden even goed Green of Black kunnen zeggen, zeide hij. Die
+zoogenaamde heeren waren... enfin, zij waren niet voor wie zij zich
+uitgaven, zuster! Zij kwamen om dien man daarginds iets af te persen en
+op het oogenblik staan zij geboeid in de vestibule.
+
+—Daarom hebt gij mij dus gevraagd om hen hier zoo lang mogelijk vast te
+houden?
+
+—Daarom, zuster!
+
+—Het spijt mij wel—maar ik wist op het laatste niets meer te bedenken
+en hun tegenwoordigheid scheen onzen gewonde zeer op te winden.
+
+—Gij zijt natuurlijk niet bij het gesprek aanwezig geweest?
+
+—Neen—die heeren zeiden mij, dat zij intieme familie-aangelegenheden te
+behandelen hadden, en het spreekt vanzelf, dat wij ons toen
+teruggetrokken hebben.
+
+Raffles wendde zijn blikken naar de zijde waar Beaupré op zijn sponde
+lag, en zag, dat twee bedden rechts van hem en één bed links onbezet
+waren—de bandieten hadden dus gemakkelijk even ongestoord met hem
+kunnen praten.
+
+Hij wendde zich weder tot de hoofdverpleegster:
+
+—Heb ik het goed verstaan, dat de gewonde de man is, die aan de
+telefoon stond, om te informeeren of een zekere miss Bispham nog in het
+hotel „Het Vergulde Hert” vertoefde?
+
+—Ja, zoo is het, mijnheer!
+
+—Ik begrijp het al, bromde Raffles vóór zich heen. Beaupré heeft zich
+natuurlijk willen overtuigen of de schurken hem niet bedrogen! Ik
+geloof, dat ik lont begin te ruiken.
+
+Hij wendde zich opnieuw tot de verpleegster en vroeg op zachten toon:
+
+—Wilt gij mij toestaan, zuster, dien zoogenaamden Brown een paar vragen
+te stellen?
+
+—Als gij belooft, dat het niet te lang zal duren, ga dan uw gang,
+mijnheer! Het gesprek van zooeven schijnt hem zeer te hebben
+aangegrepen!
+
+—Ik beloof het u! Vijf minuten zullen voldoende zijn.
+
+Raffles liep snel naar het bed toe, nam naast Beaupré plaats, greep
+zijn hand en keek hem strak aan.
+
+Toen zeide hij op fluisterenden toon, zoodat alleen de gewonde hem kon
+hooren:
+
+—Zeg mij spoedig alles, wat die twee mannen van u wilden—het gaat om
+het leven van Marthe Debussy!
+
+Er voer een schok door het lichaam van Beaupré en zijn wenkbrauwen
+trokken zich openlijk samen.
+
+Toen antwoordde hij op heeschen toon:
+
+—Wie zijt gij, dat gij dit weet? Kan ik u vertrouwen?
+
+—In deze zaak, zeker! antwoordde Raffles op dringenden toon. Zeg het
+mij spoedig—het is wellicht een zaak van minuten. Ik weet wie die
+mannen waren!
+
+De gewonde sloot even de oogen, en antwoordde nauwelijks hoorbaar:
+
+—Zij kwamen mij zeggen, dat Marthe zich in hun macht bevindt, en dat
+zij haar gevangen hadden genomen, omdat zij een gewichtig geheim van de
+bende zou hebben verraden. Zij dreigden mij, dat zij ter dood zou
+worden gebracht als ik niet onmiddellijk een duren eed zwoer, dat ik
+voor goed zou afzien van het leiderschap van ons Genootschap, en dat ik
+eenige geheimen van mijn eigen bende te Parijs zou verraden.
+
+—Dat moet een vreeselijke tweestrijd voor u zijn geweest, Beaupré,
+fluisterde Raffles.
+
+—Wat! Gij weet mijn naam?
+
+—Ik weet alles! antwoordde Raffles eenvoudig. Ik weet ook waarom men uw
+minnares gevangen heeft genomen en haar nu met den dood bedreigd—zij
+heeft het plan voor een inbraak bij Roger Maxwell aan Raffles verraden,
+opdat deze zich aldus zou kunnen wreken op dr. Fox!
+
+Beaupré had Raffles met verschrikte oogen aangekeken en vroeg nu op
+schorren toon:
+
+—Hoe weet gij dat alles?
+
+—Ik ben John Raffles, kwam het zacht over de lippen van den Grooten
+Onbekende.
+
+Een oogenblik bleef het zeer stil, en men hoorde in de groote zaal
+niets dan het tikken van de klok en het zacht gekreun van eenige
+zieken.
+
+Beaupré had de oogen gesloten, maar nu opende hij ze weder en zeide,
+met een zonderlingen glimlach om zijn bleeke lippen:
+
+—De wegen der Voorzienigheid zijn ondoorgrondelijk! Ik meende, dat wij
+elkander nooit weder zouden terug zien, en nu zit gij hier, en komt mij
+zeker uw hulp aanbieden?
+
+—Ik kom u aanbieden uw minnares uit de klauwen van den dood te redden!
+
+Beaupré kloonde de lippen op elkaar en uit zijn half gesloten oogen
+druppelden een paar heete tranen.
+
+In het verharde gemoed van den bandiet was een weeke plek—en dat was de
+liefde voor Marthe.
+
+Hij wist, dat zij zich in doodsgevaar bevond—deze man was in vrijheid
+en beschikte over ongelooflijke hulpbronnen—hij was de eenige, in staat
+om de jonge vrouw te redden.
+
+Zijn bevende hand tastte over het dek, tot zij die van Raffles gegrepen
+had en moeilijk kwam het over zijn lippen:
+
+—Ik kan niet anders—ik heb haar zoo lief—ik stel mijn en haar lot in uw
+handen—red haar—en ik zweer u, dat ik u nooit willens en wetens een
+haar op het hoofd zal krenken!
+
+Raffles knikte den gewonde toe, en hernam:
+
+—Ik beloof u, dat ik alles zal doen, wat in mijn vermogen is, en dan
+doe ik niet meer dan mijn plicht, want het is mijn schuld, dat zij zich
+thans in dezen vreeselijken toestand bevindt. Mag ik weten, wat gij aan
+de twee mannen geantwoord hebt?
+
+—Ik heb hun het eenige geantwoord wat er te antwoorden viel, hernam
+Beaupré zachtjes. Ik heb gezegd, dat ik geen aanspraak zou maken op het
+leiderschap zoolang dr. Fox aan ons hoofd stond, en hun beloofd, dat ik
+al de geheimen van mijn eigen Genootschap zal trachten uit te vinden en
+hun mede te deelen, zoodra ik hersteld was.
+
+—Namen zij daar genoegen mede?
+
+—Zij wilden, dat ik morgen in geheim geschrift naar Parijs zou laten
+telegrafeeren!
+
+—Maar gelooft gij nu in ernst, dat uw minnares nu veilig is, nu gij die
+eischen hebt ingewilligd?
+
+Een droge snik welde uit de keel van den zwaar gewonde en opnieuw
+gleden twee brandend heete tranen uit zijn oogen over zijn bleeke
+wangen.
+
+Wanhopig riep hij uit:
+
+—Neen, dat denk ik niet! O, ik ken de ellendelingen! Ik ken het
+karakter van dr. Fox. Hij is een duivel in menschengedaante! Voor
+verraad kent hij geen genade—en als die schurken zooeven de waarheid
+hebben gesproken—dan is het lot van Marthe beslist, want hij kent geen
+medelijden en al mijn eeden zouden daar niets aan veranderen—hij is
+zelf zoo slecht, dat hij onmogelijk zou kunnen gelooven, dat ik mijn
+eed zou houden!
+
+Raffles boog het hoofd—hij vreesde maar al te zeer, dat Beaupré gelijk
+had en dat hier een afschuwelijke comedie werd opgevoerd, die alleen
+ten doel had hem een paar kostbare geheimen af te zetten.
+
+—Ik dank u voor uw openhartigheid, hernam Raffles fluisterend. Wij
+zullen elkander zeker nog wel eens ontmoeten—en niet altijd als
+vrienden, maar dezen keer schrijden wij zij aan zij—om het leven van
+Marthe Debussy!
+
+Raffles was opgestaan, want hij zag, dat de gewonde reeds veel van zijn
+krachten had gevergd. De hoofdverpleegster kwam nu toeloopen en Raffles
+zeide:
+
+—Zoodra het gelukt is, zal ik het u telefonisch laten weten!
+
+Beaupré wierp hem zonder een woord te spreken een dankbaren blik toe,
+en Raffles verliet het vertrek, uitgeleide gedaan door de
+hoofdverpleegster.
+
+Beneden in de vestibule wachtte Charly hem met de beide arrestanten.
+
+Raffles gaf hem een wenk en daarop namen zij de beide schurken tusschen
+hen in en verlieten het ziekenhuis.
+
+—Zal ik soms om assistentie vragen, mijnheer, vroeg de portier
+gedienstig.
+
+—Dat is niet noodig, mijn vriend, wij kunnen het wel alleen af,
+antwoordde Raffles op grimmigen toon.
+
+De huurauto stond nog altijd te wachten en de twee geboeide kerels
+werden naar binnen geheschen.
+
+—Zeker naar Scotland Yard, vroeg de chauffeur, die de geboeide polsen
+had gezien, grinnikend.
+
+—Neen—eerst naar de Bishopstreet op den hoek van de Wellingtonstreet!
+beval Raffles. Ik moet daar in gezelschap van deze kerels een onderzoek
+instellen.
+
+Het portier klapte dicht en de auto zette zich in beweging.
+
+—Gij zoudt u met uw boodschap zeker begeven hebben naar de gewone
+plaats van samenkomst in de Firestreet? begon Raffles onmiddellijk zijn
+ondervraging.
+
+Hij kreeg geen antwoord.
+
+—Gij weigert mij te antwoorden? vroeg Raffles dreigend. Wel, des te
+erger voor u!
+
+Hij had onder het spreken de hand in den zak gestoken en er een klein
+étui uit genomen en geopend.
+
+Hij nam er een zeer fijne injectienaald uit en vóór de twee schurken
+goed wisten wat er met hen gebeurde, had hij hen beiden met het
+vlijmscherpe voorwerp in den pols geprikt!
+
+—Vervloekt! Wat doet gij daar? riep een van de schurken. Hebt gij ons
+vergiftigd?
+
+—Neen, zoo erg is het niet—ofschoon ik er geen seconde berouw van zal
+hebben als het wel zoo zou wezen, antwoordde Raffles verachtelijk. Ik
+heb u eenvoudig een middeltje van mijn vinding ingespoten, waardoor gij
+binnen vijf minuten bewusteloos zult zijn en naar waarheid zult
+antwoorden op alle vragen, die ik u zal stellen—want gij zult zeer goed
+kunnen hooren, alleen niet kunnen zien, en u ook niet kunnen bewegen.
+En wilt gij mij nu antwoorden?
+
+—Nooit! brulde de man. Gij zijt geen echte rechercheur! Ik had het
+aanstonds moeten begrijpen. Gij zijt Raffles!
+
+—Misschien hebt gij het wel geraden! zeide Raffles droogjes. Ik zou u
+echter willen verzoeken, niet zoo hard te schreeuwen, want ik heb hier
+een revolver in mijn hand—en die mocht door den luchtdruk eens afgaan!
+
+De bandiet zweeg, maar als blikken hadden kunnen dooden, dan zou
+Raffles geen seconde meer geleefd hebben!
+
+Het kwam juist zoo uit als Raffles gezegd had—binnen vijf minuten
+bevonden de twee bandieten zich in een zeer zonderlingen toestand—hun
+oogen waren geopend, maar hun blikken hadden alle uitdrukking verloren.
+Hun ledematen waren slap gebleven en toch schenen zij zich niet te
+kunnen bewegen.
+
+Maar nu stond de auto stil—en Raffles sprak eenvoudig op bevelenden
+toon de woorden:
+
+—Stap uit, gij beiden.
+
+En waarlijk, de twee schurken stapten uit met automatische beweging als
+reusachtige speelgoedpoppen.
+
+Raffles betaalde snel den chauffeur, gaf hem de overeengekomen fooi, en
+daarop brachten hij en Charly de twee kerels snel het huis binnen.
+
+Binnen een kwartier hadden zij van kleederen verwisseld, en hun gelaat
+een verandering doen ondergaan, die de twee schurken ontzet zou hebben
+doen staan als zij ze hadden kunnen zien—zij geleken op hen als twee
+droppels water.
+
+Toen deze gedaanteverwisseling had plaats gehad ging Raffles voor zijn
+dubbelganger staan die zooeven geweigerd had te antwoorden en zeide:
+
+—Geef mij antwoord op de volgende vragen. Waarheen moest gij u begeven
+met het antwoord? Wat is voor heden het wachtwoord? Waar bevindt zich
+Marthe Debussy? Wanneer zou ze ter dood worden gebracht?
+
+En het antwoord kwam, met toonlooze stem:
+
+—Naar de Firestreet! Dood aan de verraders! In een kelder van het
+wijnhuis. Morgen bij het aanbreken van den dag!
+
+Raffles wendde zich tot Charly en sprak rustig:
+
+—Meer hebben wij niet noodig te weten. De rest zal kinderspel zijn.
+
+—Kinderspel? herhaalde Charly. Nu, het is maar een opvatting. Hoelang
+blijven deze kerels bewusteloos?
+
+—Zoolang tot ik hun zelf een tegenmiddel ingeef. En ga spoedig mede,
+want bij dit zaakje moeten wij Henderson hebben.
+
+De twee vrienden lieten geen tijd verloren gaan, maar snelden het huis
+weder uit, na alle lichten te hebben gedoofd, namen op straat een
+huurauto en lieten zich tot op eenige meters afstand van Raffles’ huis
+in de Regentstreet brengen.
+
+Zij traden binnen en dadelijk werd Henderson door middel van de
+huistelefoon gewekt en op de hoogte gebracht.
+
+Tien minuten later stond de reus gekleed en wel, met zwarte vegen in
+het gelaat en een pet met een breede klep op het hoofd, die hem een
+verre van gunstig uiterlijk verleenden, en in iederen zak een revolver.
+
+Maar voor zij het huis zouden verlaten nam Charly Raffles ter zijde en
+vroeg zacht:
+
+—En de inbraak bij Sir Maxwell?
+
+—Dat loopt niet weg—dat is voor een volgende gelegenheid. Wij kunnen
+niet alles tegelijk doen. Als wij Marthe gered hebben, dan weet ik dat
+wij wezenlijk onzen dag niet zoo kwaad besteed hebben. En nu: Op
+marsch.
+
+—Als wij de honden eens meenamen? stelde Charly voor.
+
+—Te gevaarlijk, die zijn te bekend als de honden van Lord Aberdeen. Wij
+moeten het ditmaal maar met onze revolvers, onze vuisten en een beetje
+goed geluk af doen. Ik heb bovendien nog een paar kleine handgranaten
+in mijn zak, bij wijze van versnapering.
+
+Opnieuw nam de tocht dwars door Londen een aanvang. Een huurauto bracht
+de drie mannen tot in het hart van Houndsditch, de volksbuurt waar ook
+de Firestreet te vinden is.
+
+De belofte van een buitensporig hooge fooi bewerkte dat de chauffeur op
+diezelfde plaats zou blijven wachten, ook al duurde het een uur.
+
+En nu snelden de drie mannen weg en hadden spoedig het wijnhuis
+bereikt.
+
+Het was toen bijna half vier in den nacht.
+
+Red Peter, de vuurroode waard, ontving de drie mannen met een slaperig
+gezicht.
+
+Hij scheen Raffles en Charly aanstonds te herkennen, maar keek
+Henderson wantrouwend aan.
+
+—Het wachtwoord? vroeg hij.
+
+—Dood aan de verraders! antwoordde Raffles dadelijk. Is de meester er
+nog?
+
+—Neen, die heeft zijn geduld verloren en is weggegaan; hij was woedend
+op jullie omdat je zoo lang weg bleef. Wat de meid betreft, die gaat er
+morgenochtend aan.
+
+Een snelle wenk van Raffles was noodig om Henderson te beletten den
+rooden bandiet de hersens in te slaan op deze woorden, en daarop gingen
+zij langs den ons reeds bekenden weg naar de verzamelplaats onder den
+grond.
+
+Zij vonden daar een twaalftal mannen bijeen, en Henderson zeide, bijna
+hardop en met een minachtend schouderophalen:
+
+—Is dat alles? Maar dan hadt gij gerust kunnen gaan slapen, mylord, en
+het grapje aan mij over laten.
+
+Joe Burns was aanwezig, maar als secretaris had hij wel wat beter op
+zijn houding mogen passen, want hij lag voorover met zijn hoofd op
+tafel te snurken.
+
+Hij werd echter wakker gestompt door een van de andere bandieten, die
+aan het dobbelen en kaarten waren, en keek de binnenkomenden met
+lodderige oogen aan.
+
+—Zoo—zijn jullie daar nu pas? Jullie bent laat!
+
+—Voor jullie altijd nog vroeg genoeg! Handen op! beval Raffles op
+bevelenden toon.
+
+Slechts een onderdeel van een seconde dachten de bandieten aan een
+misplaatste grap—maar toen er drie indrukwekkende revolvers te
+voorschijn kwamen, begrepen zij, dat het bittere ernst was!
+
+—Verraad! schreeuwde Joe Burns, terwijl hij opsprong. Verdedig je,
+mannen!
+
+Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de meeste mannen
+hadden aanstonds verschrikt de handen opgestoken, en zij, die een
+beweging naar hun zak hadden gemaakt, hadden reeds kennis gemaakt met
+de harde vuisten van Henderson en konden dus evengoed dood zijn—zij
+lagen ergens bewegingloos in een hoek, drie in aantal. Een vierde was
+zoo onvoorzichtig, van onder zijn zakdoek op Raffles te vuren, maar
+dadelijk velde een kogel van Charly hem neer.
+
+De vijfde, die een poging tot verzet maakte, was Joe Burns in eigen
+persoon—maar niet veel later had hij er bittere spijt van, want
+Henderson tilde hem met één hand van den grond, met evenveel gemak als
+hij het een kind van een paar dagen zou hebben gedaan, en smeet hem
+daarna in een wijden boog tegen den muur, waar hij met een paar
+gebroken ribben bleef liggen.
+
+In een hoek van het vertrek bevond zich een kelderdeur en plotseling
+klonk daarachter de kreet:
+
+—Raffles! De Hemel zij geprezen! John Raffles! Kom mij ter hulp—zij
+willen mij dooden!
+
+—Maak dat eens even in orde, Henderson! zeide Raffles, terwijl wij de
+bandieten in bedwang houden.
+
+—Tot uw dienst, mijnheer, zeide de brave reus.
+
+Hij liet zijn revolver in zijn zak glijden en trad op de deur van het
+cachot toe, waarin zich een luik van ongeveer drie decimeter in het
+vierkant bevond, hetwelk door staven van ruim een vingerdik, op eenige
+centimeters van elkander geplaatst, en die aan de buitenzijde van de
+ijzeren deur waren vastgeklonken, was afgesloten.
+
+Maar dit was voor een man als Henderson slechts een zeer poover
+beletsel! Hij kneep in ieder zijner reusachtige vuisten zulk een
+staaf—rukte een paar malen—boog ze krom, alsof ze van lood waren—duwde
+ze naar binnen—boog ze nogmaals naar buiten—totdat zij los sprongen! De
+twee andere staven ondergingen hetzelfde lot, de opening was vrij!
+
+—Steek mij uw handen maar eens toe, schoone dame, verzocht Henderson
+galant. Er zal daarbinnen wel een stoel of een bank zijn, waarop gij
+kunt gaan staan.
+
+Marthe Debussy gehoorzaamde—en Henderson tilde haar als een kind naar
+buiten en zette haar behoedzaam neer.
+
+Dit alles had nauwelijks eenige minuten geduurd.
+
+—Breng haar weg, James, beval Raffles, wij zullen je aftocht dekken!
+
+De reus geleidde de half bewustelooze jonge vrouw snel naar de deur en
+Raffles en Charly vormden de achterhoede en hielden de bandieten met
+hun revolvers in bedwang, die hen bleek van woede nastaarden.
+
+Zoo bereikten zij de gelagkamer, waar zich niemand anders bevond dan de
+sluimerende waard, die verschrikt opsprong, toen hij de drie mannen met
+de geredde vrouw zag naderen.
+
+—Een oogenblik, mylord, zeide Henderson op zachten, smeekenden toon.
+Mijn rechter hand kriebelt zoo, dat ik het niet kan bedwingen.
+
+Hij schoof de jonge vrouw in de armen van Charly, balde zijn vuist en
+trof den beklagenswaardigen kroeghouder zóó gevoelig boven op het
+hoofd, dat de man zonder een kreet te slaken, als een zoutzak
+neerplofte en achter zijn toonbank verdween alsof hij eensklaps door
+een valluik zonk.
+
+Henderson wreef zich vergenoegd de handen, en riep met schitterende
+oogen uit:
+
+—Nu is mijn heele dag goed, mylord! Dat maakt een beter mensch van mij;
+als u het goed vindt, zullen wij nu maar weer verder gaan—want ik
+geloof, dat ik in den kelder al iets verdachts hoor aankomen!
+
+Hij nam de half bewustelooze vrouw in zijn sterke armen, en de drie
+mannen snelden weg en bereikten veilig de auto die juist weg reed, toen
+de eerste bandieten met een waar gebrul van woede het wijnhuis kwamen
+uitstormen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0304: DE WRAAK
+EENER VROUW ***
+
+
+
+Updated editions will replace the previous one—the old editions will
+be renamed.
+
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+
+
+START: FULL LICENSE
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+
+To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase “Project
+Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg™ License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works
+
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
+or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+
+1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the
+Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg™ License when
+you share it without charge with others.
+
+
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work
+on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the
+phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+ other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+ whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+ of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+ at www.gutenberg.org. If you
+ are not located in the United States, you will have to check the laws
+ of the country where you are located before using this eBook.
+
+
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase “Project
+Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg™.
+
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg™ License.
+
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format
+other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg™ website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain
+Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works
+provided that:
+
+
+ • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation.”
+
+ • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™
+ works.
+
+ • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+ • You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg™ works.
+
+
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+
+
+1.F.
+
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right
+of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg™
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™
+
+
+Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s
+goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg™ and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state’s laws.
+
+
+The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation’s website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+
+
+Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread
+public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
+visit www.gutenberg.org/donate.
+
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate.
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works
+
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org.
+
+
+This website includes information about Project Gutenberg™,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/71430-h.zip b/71430-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..058f695
--- /dev/null
+++ b/71430-h.zip
Binary files differ
diff --git a/71430-h/71430-h.htm b/71430-h/71430-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b5aae61
--- /dev/null
+++ b/71430-h/71430-h.htm
@@ -0,0 +1,4189 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2023-08-17T20:27:47Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Lord Lister No. 304: De wraak eener vrouw</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0304-front.jpg">
+<link rel="icon" href="images/lordlister0304-front.jpg" type="image/x-cover">
+<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 304: De wraak eener vrouw">
+<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+ <style>
+
+ #pg-header div, #pg-footer div {
+ all: initial;
+ display: block;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;
+ margin-left: 2em;
+ }
+ #pg-footer div.agate {
+ font-size: 90%;
+ margin-top: 0;
+ margin-bottom: 0;
+ text-align: center;
+ }
+ #pg-footer li {
+ all: initial;
+ display: block;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;
+ text-indent: -0.6em;
+ }
+ #pg-footer div.secthead {
+ font-size: 110%;
+ font-weight: bold;
+ }
+ #pg-footer #project-gutenberg-license {
+ font-size: 110%;
+ margin-top: 0;
+ margin-bottom: 0;
+ text-align: center;
+ }
+ #pg-header-heading {
+ all: inherit;
+ text-align: center;
+ font-size: 120%;
+ font-weight:bold;
+ }
+ #pg-footer-heading {
+ all: inherit;
+ text-align: center;
+ font-size: 120%;
+ font-weight: normal;
+ margin-top: 0;
+ margin-bottom: 0;
+ }
+ #pg-header #pg-machine-header p {
+ text-indent: -4em;
+ margin-left: 4em;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 0;
+ font-size: medium
+ }
+ #pg-header #pg-header-authlist {
+ all: initial;
+ margin-top: 0;
+ margin-bottom: 0;
+ }
+ #pg-header #pg-machine-header strong {
+ font-weight: normal;
+ }
+ #pg-header #pg-start-separator, #pg-footer #pg-end-separator {
+ margin-bottom: 3em;
+ margin-left: 0;
+ margin-right: auto;
+ margin-top: 2em;
+ text-align: center
+ }
+
+ </style>
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline dotted;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parnum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure {
+text-align: center;
+}
+.figure {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: gray; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+mix-blend-mode: darken;
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.xl {
+font-size: x-large;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+.xxxl {
+font-size: xxx-large;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:562px;
+}
+.xd31e117 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd31e119 {
+font-size:small;
+}
+.xd31e125 {
+font-size:xx-large;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<section class='pg-boilerplate pgheader' id='pg-header' lang='en'>
+<h2 id='pg-header-heading' title=''>The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0304: De wraak eener vrouw by Felix Hageman</h2>
+
+<div>This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this ebook or online
+at <a class="reference external" href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you are not located in the United States,
+you will have to check the laws of the country where you are located
+before using this eBook.</div>
+
+
+<div class='container' id='pg-machine-header'>
+<p><strong>Title:</strong> Lord Lister No. 0304: De wraak eener vrouw</p>
+<div id='pg-header-authlist'>
+<p><strong>Author:</strong> Felix Hageman</p>
+<p><strong>Author:</strong> Kurt Matull </p>
+<p><strong>Author:</strong> Theo Blakensee</p>
+</div>
+
+<p><strong>Release Date:</strong> August 17, 2023 [eBook #71430]</p>
+<p><strong>Language:</strong> Dutch</p>
+<p><strong>Credits:</strong> Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p>
+</div>
+<div id='pg-start-separator'>
+<span>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0304: DE WRAAK EENER VROUW ***</span>
+</div>
+</section>
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0304-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="562" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd31e117">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd31e119">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e121" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0304-01.png" alt="DE WRAAK EENER VROUW." width="720" height="290"></div>
+<h2 class="super xd31e125">DE WRAAK EENER VROUW.</h2>
+<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2>
+<h2 class="main">De strijd om de macht.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De Firestreet behoort tot een der onoogelijkste buurten van Londen.
+</p>
+<p>De bewoners zijn voor een gering deel wat de Engelschen unskilled labourers noemen,
+dat wil zeggen, arbeiders zonder speciale vakopleiding, zooals kadewerkers, sjouwers,
+enz., maar voor het grootste gedeelte oefenen zij een beroep uit, hetwelk niet nauwkeurig
+te omschrijven valt, maar dat zeker niet tot de eerbiedwaardige gerekend mag worden.
+</p>
+<p>Over het algemeen woont hier een lichtschuw volkje, dat pas te voorschijn komt als
+het daglicht heeft plaats gemaakt voor het kunstmatig schijnsel der straatlantaarns,
+die hier overigens spaarzaam zijn aangebracht.
+</p>
+<p>Dan zwermen de mannelijke zoowel als de vrouwelijke bewoners van deze straat uit,
+evenals de bijen uit hun korf, met dit onderscheid evenwel, dat zij pas naar hun woningen
+terugkeeren op het oogenblik, dat de nijvere insecten zich gereed maken om uit te
+vliegen.
+</p>
+<p>De politie heeft het alles behalve voorzien op deze buurt, want zij weet zeer goed,
+dat daar misdadigers van allerlei aard bijeen hokken, inbrekers en dieven, ladelichters,
+zakkenrollers, souteneurs, chanteurs van diverse pluimage en voorts een groot aantal
+gelegenheidsdieven, die den arbeid schuwen, en van allerlei bronnen leven, die het
+daglicht niet kunnen velen.
+</p>
+<p>Somtijds worden er razzia’s ondernomen in deze straat, die niet geheel en al zonder
+gevaar zijn, want het ergste gespuis heeft een zeer vlotte hand van schieten, en ontziet
+zich niet, de bedreigde vrijheid met revolverschoten te verdedigen.
+</p>
+<p>Maar toch is de politie er van overtuigd, dat zij er nog altijd niet in geslaagd is,
+tot den haard van al deze ongerechtigheden door te dringen.
+</p>
+<p>Zij weet dat er ergens een haard moet bestaan, een kern, een middelpunt, de plek,
+waar de spin moet zitten in die webbe van de misdaad.
+</p>
+<p>Zij weet dat hier ergens een verborgen plaats van bijeenkomsten moet zijn, waar tal
+van misdaden worden uitgebroed.
+</p>
+<p>Zij kent ook den naam van de vereeniging, die een zeer groot aantal misdadigersbenden
+omvat, welke ever de geheele wereld verspreid zijn.
+<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p>
+<p>Het Genootschap van den Gouden Sleutel, zoo luidt die naam.
+</p>
+<p>Dat alles weet de politie en zij acht het zeer weinig.
+</p>
+<p>Want zij weet niet wie er aan het hoofd staat van dit genootschap, zij weet niet wie
+er de voornaamste leden van zijn, kortom, zij weet niets van de geheele samenstelling,
+de organisatie van dit machtige lichaam.
+</p>
+<p>Er is een man, die er meer van weet; zijn naam is John Raffles.
+</p>
+<p>Maar John Raffles, de gentleman-inbreker, is de natuurlijke vijand van de politie
+en slechts zelden heeft hij haar deelgenoot gemaakt van wat hij weet.
+</p>
+<p>Hij deed het nooit anders dan om zichzelve te verdedigen tegen een hoogst gevaarlijke
+concurrentie, ofwel als er een misdaad was gepleegd die wegens haar bloedig karakter
+om wraak riep.
+</p>
+<p>In de Firestreet staat, ongeveer honderd meter van de Theems-kade, sedert eeuwen een
+drankhuis, dat vroeger echter een fatsoenlijk logement is geweest, hetwelk zich destijds
+aan de grens van de stad bevond en waar de reizigers afstapten, die met <span class="corr" id="xd31e151" title="Bron: post-chais">post-chaise</span>, diligence of eigen reiswagen van Dover waren gekomen.
+</p>
+<p>In den loop der jaren echter had dit logement al zijne goede hoedanigheden verloren,
+en thans was het niet veel meer dan een ellendige kroeg, waar een versleten muziekautomaat
+van tijd tot tijd haar deuntjes jengelde, en die bij de politie in zeer kwaden reuk
+stond.
+</p>
+<p>Zij had in „De Roode Leeuw”—de naam van de gelegenheid was het eenige wat uit vroegere
+eeuwen was behouden—reeds eenige malen een inval gedaan, met afwisselend succes.
+</p>
+<p>Maar zij was er volkomen onkundig van, dat deze kroeg, waar overdag veel kadewerkers
+een glas bier of whisky kwamen drinken, een doorgang vormde naar een der voornaamste
+plaatsen, waar het bestuur van het zooeven genoemde genootschap geregeld zijn bijeenkomsten
+hield.
+</p>
+<p>Het was op een regenachtigen Novemberavond, terwijl stormvlagen het dorre loof van
+de boomen langs de Theems deden opwarrelen, toen eenige mannen, als arbeiders gekleed,
+met de handen in de zakken de gelagkamer van den „Rooden Leeuw” binnentraden.
+</p>
+<p>Het was er vrij vol, en bijna alle tafeltjes waren bezet.
+</p>
+<p>Een luid rumoer van schreeuwende en lachende stemmen, waaronder soms plotseling een
+dreigende ruzietoon opklonk, vervulde de lage gelagkamer, met haar zoldering van zware
+eiken balken.
+</p>
+<p>Er hing als het ware een grijze mist, veroorzaakt door den rook van vele pijpen en
+ordinaire sigaretten, zoodat men nauwelijks iets meer dan een paar meter vooruit kon
+zien.
+</p>
+<p>Rechts van den ingang bevond zich de toonbank, waarachter een zwaargebouwde kerel
+met een ruw, gemeen gelaat stond.
+</p>
+<p>Dat was de waard, „Red Peter” genaamd, uit hoofde van zijn vlammenden rooden haardos.
+</p>
+<p>Red Peter had al menigmaal kennis gemaakt met de politie, meestentijds wegens heling
+van gestolen goederen, maar hij scheen onverbeterlijk te zijn, want bijna steeds lag
+er in zijn kelder een hoeveelheid gestolen goed verborgen, dat daar wachtte op een
+gelegenheid om veilig te kunnen worden vervoerd.
+</p>
+<p>Stellig was Red Peter een ijverig lid van de Bende der Raven, een der meestberuchte
+benden van Londen, en in de gevechten met de politie was hij altijd haantje de voorste.
+</p>
+<p>Hij had geweldig zware vuisten, waarvan hij zich op voortreffelijke wijze wist te
+bedienen, en die door het voortdurend gebruik zoo hard waren geworden als hout.
+</p>
+<p>De drie mannen, die binnengetreden waren, keken even in het rond en slenterden toen
+langzaam naar de toonbank toe.
+</p>
+<p>Zij gaven den roodharigen waard een knipoogje, welke vriendelijkheid op dezelfde wijze
+beantwoord werd.
+</p>
+<p>Toen vroeg de voorste der drie mannen op zachten toon:
+</p>
+<p>—Is er nog al wat te doen, Peter?
+</p>
+<p>—De tijden zijn zwaar! klonk het antwoord.
+</p>
+<p>—Hoe is de koers?
+</p>
+<p>—De koers is dalende!
+</p>
+<p>—Waar zijn de vrienden?
+</p>
+<p>—De vrienden zijn overal!
+</p>
+<p>—Goed geantwoord, Peter! Nu is het jouw beurt, zeide de man, die zooeven met zijn
+twee metgezellen was binnengetreden.
+</p>
+<p>En nu begon de waard te vragen.
+</p>
+<p>—Waar is het voor?
+</p>
+<p>—Voor den nieuwen meester.
+<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p>
+<p>—Waar gaat het heen?
+</p>
+<p>—Schuins omlaag!
+</p>
+<p>—Wie is de vijand?
+</p>
+<p>—John Raffles is de vijand!
+</p>
+<p>—Braaf geantwoord, makker! zeide Red Peter, terwijl hij al zijn groote gele tanden
+in een grijnslach liet zien. De weg is vrij—ik zal jullie doorlaten.
+</p>
+<p>Hij scheen zich even te bukken en aan een klein, rafelig touw te trekken.
+</p>
+<p>Dat touw scheen daar zoo maar toevallig over een roestigen spijker te hangen, maar
+inderdaad bracht de waard door er aan te trekken, een bel in beweging, die diep onder
+den grond hing, en die weerklonk zoodra er vrienden in aantocht waren—dat wil zeggen:
+boeven!
+</p>
+<p>Tegelijkertijd werd door het trekken aan het touw ongeveer twintig meter verder een
+deur geopend, achter in een smalle gang—geen gewone deur, want zij had noch slot,
+noch kruk, noch scharnieren, maar een valdeur in den houten wand, die in verborgen
+sponningen geruischloos op en neder kon glijden.
+</p>
+<p>Door het trekken aan het touw evenwel, rees de deur niet omhoog, maar werd eenvoudig
+een soort klink losgemaakt, die de deur onwrikbaar op haar plaats hield, zoodat de
+personen, die het kenden, haar konden oplichten.
+</p>
+<p>De drie mannen knikten den waard toe, liepen nog wat door de gelagkamer en verlieten
+haar toen door een deur in den achterwand.
+</p>
+<p>Dit was niets bijzonders en gewone bezoekers, die niet tot het misdadigersgilde behoorden,
+deden het ook wel, teneinde een kleine nevenzaal op te zoeken, waar gespeeld werd,
+gekaart en gedobbeld.
+</p>
+<p>Men kon deze zaal bereiken door een smalle gang, die slechts door een enkele gasvlam
+niet al te helder verlicht werd.
+</p>
+<p>De drie mannen volgden deze gang over een paar meters, maar sloegen toen een zijgang
+in—openden een deur, gingen weer een gang binnen en liepen langs een eikenhouten wand,
+die voor een verzamelaar van antiquiteiten zeker heel wat waard zou zijn geweest.
+</p>
+<p>Aan het einde van dien wand bevond zich de valdeur.
+</p>
+<p>Degene van de drie mannen, die het korte gesprek met den waard gevoerd had bukte zich,
+en tilde de deur op, door zijn hand onder een kier van het houten wandvak te steken.
+</p>
+<p>De valdeur was ongeveer tachtig centimeter breed, en bijna anderhalven meter hoog.
+</p>
+<p>Men moest haar omhoog houden, terwijl men door het gat kroop, en de laatste man liet
+de deur weder voorzichtig zakken.
+</p>
+<p>Aanstonds was er iemand op hen toegetreden, die het licht van een electrische zaklantaarn
+op de drie mannen liet schijnen.
+</p>
+<p>Dat was een van de bewakers van deze plek van samenkomst.
+</p>
+<p>Er werd nogmaals een kort en voor oningewijden onbegrijpelijk gesprek gevoerd, en
+daarop kon het drietal zijn weg voortzetten.
+</p>
+<p>Die weg leidde door een lange gang, welke met een flauwe helling naar het inwendige
+der aarde scheen te leiden.
+</p>
+<p>Het was hier volmaakt donker, en de drie bandieten—want aan hun waren aard behoeven
+wij nu niet meer te twijfelen—waren genoodzaakt zaklantaarns te gebruiken.
+</p>
+<p>Na nog eenige wachtposten te zijn gepasseerd, bereikten zij ten slotte de groote zaal,
+ongeveer tien meter onder den grond gelegen, waar dien avond een bijeenkomst zou plaats
+vinden.
+</p>
+<p>Er bevond zich daar reeds een honderdtal mannen, blijkbaar tot alle standen der maatschappij
+behoorend.
+</p>
+<p>Sommigen in den zwarten rok, met de monocle in het oog geklemd en fijne sigaretten
+rookend, anderen als arbeiders gekleed.
+</p>
+<p>De eersten behoorden blijkbaar tot het intellect van de misdadigerswereld, en aan
+hen werd dan ook het delicate gedeelte van de algemeene taak toevertrouwd.
+</p>
+<p>Zij hielden zich nimmer op met ordinaire misdrijven als laden lichten, valsch munten
+enz., maar waren bij uitstek geoefend op het gebied der chantage en van de inbraak.
+</p>
+<p>De aanwezigen waren echter lang niet allen langs denzelfden weg gekomen, want deze
+zaal had nog twee uitgangen, en langs twee verschillende tunnels kon men geheel verschillende
+wijken bereiken.
+</p>
+<p>Maar ook daar was er voor gewaakt, dat geen onbevoegden konden binnentreden; de bewaking
+mocht inderdaad zeer streng heeten, en het zou niet gemakkelijk vallen haar te verschalken.
+</p>
+<p>In de zaal stonden de mannen in kleine groepjes bijeen, en voerden een gesprek op
+fluisterenden toon.
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>Er hing een eenigszins gedrukte stemming naar het scheen, en men durfde blijkbaar
+niet luid spreken.
+</p>
+<p>Stoelen waren er in het geheel niet in deze zaal aanwezig, behalve die voor het bestuur
+bestemd waren, dat uit zeven leden bestond.
+</p>
+<p>Deze stoelen waren geplaatst achter een lange tafel die met een zwart laken was bedekt.
+</p>
+<p>De middelste stoel was fraai gebeeldhouwd, en droeg boven op den rug een eigenaardig
+kenmerk—een zilveren doodskop, waaronder een dolk, gekruist met een sleutel—beide
+laatste voorwerpen zwaar verguld.
+</p>
+<p>Voor dezen stoel lag op het zwarte tafelkleed een zilveren voorzittershamer in den
+vorm van een houweel en daarnevens een tweede sleutel.
+</p>
+<p>Van deze zeven plaatsen was slechts de voorzittersstoel ledig.
+</p>
+<p>Maar plotseling werd het doodstil in de zaal.
+</p>
+<p>Het bestuurslid, dat links van den <span class="corr" id="xd31e228" title="Bron: voorzitterstoel">voorzittersstoel</span> zat, was opgestaan, had den zilveren hamer ter hand genomen en gaf met dezen een
+zwaren slag op het tafelblad.
+</p>
+<p>Hij was opgestaan en toen het muisstil was, sprak hij met doordringende stem:
+</p>
+<p>—Makkers! Wij zijn hier vergaderd op verzoek van een onzer vooraanstaande leden—markies
+Beaupré de la Sardogne! Hij wenscht ons een voorstel van groot gewicht te doen, in
+verband met de afwezigheid van onzen voorzitter, die—wegens bijzondere omstandigheden—helaas
+verhinderd is, ten minste tijdelijk, om zijn taak als leider van ons genootschap op
+zich te nemen! Met uw goedvinden zal ik thans ons geacht lid het woord geven.
+</p>
+<p>Wederom viel de hamer, en toen kwam een man van rijzigen lichaamsbouw, die omstreeks
+vijf-en-dertig jaar oud kon zijn, met een regelmatig geteekend gelaat, dat misschien
+schoon geweest zou zijn, als het niet den stempel der misdaad droeg, naar voren.
+</p>
+<p>Hij baande zich een weg door de vergaderden en ging met opgeheven hoofd naar de tafel,
+waar de zes bestuursleden gezeten waren.
+</p>
+<p>Deze tafel stond op een soort verhooging, en nu stak markies Beaupré een heel eind
+uit boven zijn medeleden.
+</p>
+<p>Hij leunde met een zijner witte aristocratische handen op de tafel en begon, met een
+accent dat slechts zeer weinig aan zijn Fransche afkomst herinnerde:
+</p>
+<p>—Vrienden! Onze secretaris, Joe Burns, heeft u zooeven reeds gezegd, dat er verband
+bestaat tusschen mijn verzoek, om u een voorstel te mogen doen, en het feit, dat dr.
+Fox afwezig is! Dat is ook zoo.
+</p>
+<p>Beaupré wachtte even, wierp een blik om zich heen, als om aandacht te vragen, en vervolgde
+toen:
+</p>
+<p>—Wij allen weten, wat de reden der afwezigheid van dr. Fox is. Hij heeft zich eenige
+weken geleden naar de Vereenigde Staten begeven, meer in het bijzonder naar New-York,
+teneinde zich daar persoonlijk op de hoogte te gaan stellen van de werkwijze van de
+„Bende van het Kwade Oog”, welke daar niet lang geleden werd opgericht, en al spoedig
+angst en ontzetting in geheel de stad verspreidde.
+</p>
+<p>Een dof gemompel liet zich hooren, dat wellicht bedoeld was als teeken van hulde aan
+het adres van de genoemde bende, die inderdaad maanden lang groote onrust had teweeg
+gebracht, niet alleen in New-York, maar ook in andere groote Amerikaansche steden.
+</p>
+<p>—Wij allen weten maar al te goed, wat hem daar wedervaren is! hernam Beaupré, zonder
+dat zijn stem echter eenige ontroering verried, waaruit zou kunnen blijken dat hij
+zich het lot van den meester, van den leider van het genootschap, waarvan hij lid
+was, bijzonder aantrok. De chef kwam daar tegenover John Raffles te staan, die zich
+eveneens te New-York ophield, en gij allen kent de gevolgen, het duurde niet lang
+of dr. Fox zat in de gevangenis.
+</p>
+<p>Misschien had de Fransche markies dit laatste, ondanks zich zelf, op eenigszins spottenden
+toon gezegd, want hier en daar werd afkeurend gemompel hoorbaar, en Joe Burns voegde
+den spreker op gedempten toon eenige woorden toe, welke niemand verstond.
+</p>
+<p>Beaupré scheen zich echter door deze interruptie volstrekt niet van zijn stuk te laten
+brengen en vervolgde rustig:
+</p>
+<p>—Ik wil hier niet onderzoeken, in hoeverre dr. Fox hieraan zelf de schuld draagt.
+Ik ben overtuigd, dat de Amerikaansche bladen ons dienaangaande slechts zeer onvolledig
+kunnen inlichten. De reden daarvan is eenvoudig deze—dat zij het niet weten! Zij weten
+het evenmin als de politie, en daarom fantaseeren zij er maar wat op los! Hoe het
+ook zij—onze aanvoerder raakte daarginds in de gevangenis.
+</p>
+<p>—Maar hij wist toch weer los te komen! riep er iemand achter uit de zaal.
+<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
+<p>Het gelaat van Beaupré betrok een oogenblik, zijn tanden klemden zich een oogenblik
+opeen, maar zijn stem had denzelfden vasten klank, toen hij antwoordde:
+</p>
+<p>—Zeker, dat deed hij! Wij moeten echter billijk en eerlijk zijn—dat was niet zijn
+eigen verdienste! Wij allen weten, dat de middelen om te ontvluchten hem verstrekt
+zijn door den geheimzinnigen aanvoerder van de Bende van het Kwade Oog—die thans,
+helaas, eindelijk ontdekt is—alweder door toedoen van dien vervloekten John Raffles!
+</p>
+<p>Nu gingen hier en daar kreten van woede en haat op, die den spreker het voortgaan
+een oogenblik onmogelijk maakten.
+</p>
+<p>—Ter dood met hem! Dood aan John Raffles! klonk het allerwege.
+</p>
+<p>Toen deze storm weder bedaard was, ging Beaupré voort:
+</p>
+<p>—Dr. Fox maakte dus gebruik van de middelen om te ontvluchten welke men hem op zoo
+sluwe wijze had weten te doen toekomen en hij herkreeg zijn vrijheid weder, maar slechts
+om haar nauwelijks een week later opnieuw, en nu naar allen schijn voor goed te verliezen.
+</p>
+<p>Weer werden er hier en daar kreten van afkeuring en protest vernomen, maar Beaupré
+bleef in dezelfde onverschillige houding staan, bekeek zijn nagels eens, en wachtte
+rustig tot ook deze kreten verstomd waren.
+</p>
+<p>Toen ging hij voort:
+</p>
+<p>—Ik hoor daar schreeuwen, dat dr. Fox wel weer opnieuw de vrijheid zal herkrijgen,
+maar ik ben zoo vrij dit te betwijfelen, en daarvoor heb ik goede redenen.
+</p>
+<p>—Noem ze op! schreeuwde iemand achter in de zaal.
+</p>
+<p>Voor het eerst verhief de Beaupré zijn stem een weinig, zij bleef even koel, maar
+toch lag er een dreigende klank in.
+</p>
+<p>—Ik zal die redenen zeker noemen, maar ik sommeer dien schreeuwer daar achter in de
+zaal, zijn snavel te houden, of ik zal hem aanstonds eens toonen dat ik als bokser
+mijn man sta! En nu mijn redenen! Ten eerste is de man buiten gevecht gesteld, die
+dr. Fox reeds eenmaal de vrijheid heeft helpen herwinnen en ten tweede zal de politie
+ditmaal de bewaking wel zoo streng maken, dat er aan ontsnappen niet te denken valt!
+Volgens menschelijke berekening zullen wij dr. Fox waarschijnlijk nimmer terugzien,
+want als hij daar zijn straf heeft afgezeten, dan zal hij naar Engeland worden uitgeleverd,
+en hier terecht moeten staan. Gij allen weet, wat dat zeggen wil—dat wil zeggen, dat
+hij een paar weken later door het hennepen venster zal moeten kijken.
+</p>
+<p>Voor de derde maal lieten zich eenige woedende protestkreten hooren.
+</p>
+<p>—Hij beleedigt onzen chef!
+</p>
+<p>—Laat hij zelf maar niet te dicht bij de galg komen!
+</p>
+<p>—Is dat de eerbied, dien men aan onzen leider verschuldigd is?
+</p>
+<p>—Wat wil die vreemdeling!
+</p>
+<p>Deze en dergelijke kreten werden hier en daar hoorbaar, maar de Beaupré liet zich
+volstrekt niet van zijn stuk brengen.
+</p>
+<p>Hij stak een sigaret op en wachtte kalm af tot de schreeuwers uitgeschreeuwd waren.
+</p>
+<p>Toen begon hij weder:
+</p>
+<p>—De heeren schreeuwers hebben ongelijk. Als men mij bestrijdt, laat men het dan met
+argumenten doen! Ik kom nu tot het slot van mijn korte toespraak—de zaak, waarom het
+gaat! Ik herhaal, dat dr. Fox voorloopig uitgeschakeld is, en een vennootschap als
+het onze kan nooit goed werken, wanneer het eenigen tijd zonder chef blijft, de tucht
+vermindert en de onderlinge samenhang gaat verloren. Gij weet, dat ik, toen er eenige
+maanden geleden een nieuwe chef gekozen moest worden, mij als candidaat opwierp, hetgeen
+toen tegen het gebruik heette te strijden, omdat dr. Fox reeds door het bestuur als
+meester was voorgesteld. Ik heb toen het onderspit moeten delven—ofschoon ik mij zelf
+zeer goed in staat achtte, het genootschap te besturen.
+</p>
+<p>Op deze woorden volgde weder een tijd van stilzwijgen, want geen der leden scheen
+goed te begrijpen, waar de spreker heen wilde.
+</p>
+<p>De Beaupré, nog altijd in nonchalante houding tegen de tafel leunende, liet zijn blikken
+even over de vergaderden dwalen en besloot:
+</p>
+<p>—Voor de rest kan ik kort zijn. In enkele woorden: ik stel u voor, mij te benoemen
+tot leider van uw genootschap, nu dr. Fox niet meer aanwezig is—niemand kan zeggen
+voor hoe lang.
+</p>
+<p>In denzelfden hoek, waar zooeven de interrupties waren gevallen, begon het nu opnieuw
+zeer rumoerig te worden.
+</p>
+<p>—Geen vreemdeling over ons!
+<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p>
+<p>—Wij willen alleen dr. Fox tot leider!
+</p>
+<p>—Gij maakt misbruik van uwe positie en van de afwezigheid van dr. Fox!
+</p>
+<p>Deze en andere uitroepen werden gehoord.
+</p>
+<p>Maar het bleek al spoedig, dat er zich vrij veel bendeleden in de zaal bevonden, die
+op de hand waren van den stoutmoedigen Franschman en hem zeker een kans zouden geven.
+</p>
+<p>Ook zij begonnen te schreeuwen en binnen enkele oogenblikken was het een kabaal van
+belang.
+</p>
+<p>Beaupré bleef glimlachend staan, waar hij stond en stak een versche sigaret aan.
+</p>
+<p>Zijn scherp oog had spoedig gezien, dat hij, als hij maar vol hield, over een meerderheid
+zou kunnen beschikken, althans in deze vergadering.
+</p>
+<p>Hij moest dus het ijzer smeden, terwijl het heet was.
+</p>
+<p>Wat er daarna zou gebeuren, dat interesseerde hem minder.
+</p>
+<p>Als hij eenmaal aan het hoofd van het Genootschap stond, dan zou hij zijn post wel
+weten te handhaven.
+</p>
+<p>Er verliepen ongeveer 10 minuten onder een heidensch kabaal en het was goed dat men
+hier zoo diep onder den grond was.
+</p>
+<p>Maar eindelijk kon de vice-president weder kalmte verkrijgen en riep met een stem,
+bevend van woede:
+</p>
+<p>—Men kan inderdaad wel zien, dat hier een sterke hand noodig is, en dat er een krachtig
+man aan uw hoofd staat. Dr. Fox zou zulk een lawaai niet geduld hebben. En nu wat
+het voorstel van Beaupré betreft. In zekeren zin heeft hij gelijk, er moet een beslissing
+worden genomen, want ons genootschap mag niet hoofdeloos blijven. Ik voor mij heb
+er niets tegen, dat hij ons regeert, natuurlijk tot het tijdstip waarop <span class="corr" id="xd31e295" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox weer in ons midden zal zijn—of anders hoogstens een half jaar, want na dien tijd
+moet er een vrije stemming plaats vinden.
+</p>
+<p>Beaupré had met gefronst voorhoofd toegeluisterd en zeide toen spottend:
+</p>
+<p>—Wie dan leeft, wie dan zorgt! Zoudt gij nu niet tot stemming kunnen laten overgaan?
+</p>
+<p>De noodige toebereidselen werden gemaakt en de stemming vond plaats.
+</p>
+<p>Er verstreken twintig minuten—en toen maakte de vice-voorzitter onder doodsche stilte
+bekend, dat volgens de stemming markies Beaupré de la Sardogne met 57 tegen 41 stemmen
+tot plaatsvervangend chef van het genootschap was gekozen.
+<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
+<h2 class="main">Een onverwachte terugkeer.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Er waren ongeveer twaalf dagen verloopen sedert de verkiezing van den nieuwen chef.
+</p>
+<p>Beaupré was dadelijk met kracht opgetreden en niet alleen was de tucht teruggekeerd
+onder de leden van het genootschap, maar ook nam de criminaliteit te Londen weder
+ziender oogen toe.
+</p>
+<p>Er hadden zeer veel aanrandingen en beroovingen op den openbaren weg plaats<span class="corr" id="xd31e312" title="Niet in bron"> gevonden</span> en in de meeste gevallen was de politie niet bij machte de daders te grijpen.
+</p>
+<p>Degenen, die in handen van de gerechtigheid vielen, en waarvan de politie bijna zeker
+wist, dat zij tot een georganiseerde bende behoorden, zwegen echter als het graf en
+verklapten niets—Beaupré wist orde onder zijn <span class="corr" id="xd31e316" title="Bron: luidjes">luitjes</span> te houden.
+</p>
+<p>Alle leden wisten, dat hij een sterke hand had, en dat die hand zeer ver strekte.
+</p>
+<p>Eens zou er een dag komen, dat zij weder uit de gevangenis ontslagen werden, en dan
+wee hunner, wanneer zij soms hun mond voorbij gepraat mochten hebben!
+</p>
+<p>Maar eensklaps bracht de telegraaf het bericht, het ongelooflijk klinkende bericht,
+dat dr. <span class="corr" id="xd31e323" title="Bron: Fok">Fox</span> er opnieuw in geslaagd was, uit de gevangenis te ontvluchten.
+</p>
+<p>Het gevaarlijke bendehoofd, dat zich wel op honderd plaatsen tegelijk scheen te kunnen
+vertoonen, was dus weder op vrije voeten!
+</p>
+<p>Een oogenblik kon men nog hopen, dat hij achterhaald zou worden als hij zich naar
+een van de booten begaf, maar de <span class="corr" id="xd31e329" title="Bron: onvluchte">ontvluchte</span> misdadiger scheen voorzichtig te zijn, en had wel begrepen, dat de politie het oog
+zou houden op de inschepingsplaatsen der groote mailbooten.
+</p>
+<p>Waarschijnlijk zou dr. Fox er voorloopig niet aan denken, naar Engeland terug te keeren,
+omdat hij wel zou begrijpen, dat de politie daarginds waakzaam was. Maar intusschen
+was hij toch maar vrij!
+</p>
+<p>Eens zou er een dag komen, waarop hij de waakzaamheid der Amerikaansche politie zou
+weten te verschalken en weder naar Engeland zou oversteken.
+</p>
+<p>Men had er te New-York niet aan gedacht, het bericht van de ontvluchting geheim te
+houden, daar men terecht oordeelde, dat een zoo groot mogelijke openbaarheid het beste
+middel zou zijn, om den schurk weder in handen te krijgen.
+</p>
+<p>Zijn signalement werd dus onmiddellijk naar alle hoeken der wereld getelegrafeerd,
+ofschoon men er bijna zeker van was, dat dr. Fox in den eersten tijd Amerika niet
+zou durven verlaten.
+</p>
+<p>Natuurlijk waren ook aanstonds alle leden van de verschillende benden op de hoogte,
+welke tot het Genootschap van den Gouden Sleutel behoorden.
+</p>
+<p>En even natuurlijk werd het bericht in die kringen met gemengde gevoelens ontvangen.
+</p>
+<p>De vrienden van den meester, die de troonsbestijging van den Franschman steeds met
+leede oogen hadden aangezien, en slechts met tegenzin zijn bevelen opvolgden, vernamen
+het bericht der ontsnapping met groote vreugde, welke zij niet poogden te verbergen.
+</p>
+<p>De volgelingen van Beaupré daarentegen waren tamelijk ongerust en voorzagen, het heftig
+karakter van den Franschman kennende, een noodlottige botsing.
+</p>
+<p>En Beaupré zelf?
+</p>
+<p>Hij bleef onder het bericht volkomen kalm.
+</p>
+<p>Hij rekende er op, dat het Fox zoo goed als onmogelijk zou vallen, den Oceaan over
+te steken, daar dit gelijk zou staan met zelfmoord—hoe goed ook vermomd, de waakzame
+politie zou hem zeker aanhouden, zoodra hij den voet op een der Transatlantische zeebooten
+durfde zetten.
+</p>
+<p>En intusschen ging hij kalm door met het organiseeren van strooptochten in de voorsteden
+van Londen, het ondernemen van tochten per auto, met het doel om groote banken te
+berooven, waarbij hij steeds vóór ging, zonder het gevaar te achten.
+</p>
+<p>Er waren ongeveer negen dagen verloopen sedert het bericht der ontvluchting bekend
+werd, en er had <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>wederom een samenkomst plaats in het onderaardsche dievenhol in de Firestreet.
+</p>
+<p>Ditmaal was er een groot aantal leden present, want er zou over een belangrijk onderwerp
+beraadslaagd worden, een organisatorische wijziging in het bestuur, door Beaupré voorgesteld,
+en waardoor de samenwerking der verschillende benden zoowel in, als buiten Engeland
+vergemakkelijkt zou worden.
+</p>
+<p>Het was omstreeks één uur in den nacht, en er was juist een spreker aan het woord,
+toen een der deuren van de zaal geopend werd en er een man binnentrad, die zachtjes
+naar voren trad en een oogenblik achter de groep mannen staande bleef luisteren.
+</p>
+<p>Maar één hunner had een blik achter zich geworpen en riep uit:
+</p>
+<p>—Dr. Fox!
+</p>
+<p>Aller oogen wendden zich naar den persoon, die zooeven was binnen gekomen en allerwege
+werden luide kreten hoorbaar—van blijde verrassing, of van schrik!
+</p>
+<p>Ja, het was zoo—dr. Fox was teruggekeerd!
+</p>
+<p>Met een zonderlingen glimlach om de dunne lippen en een glans in de grijsgroene oogen,
+die weinig goeds voorspelde, drong hij door de vergaderden, die eerbiedig en zwijgend
+plaats voor hem maakten, tot hij de tafel van het bestuur bereikt had en een voet
+op de verhooging gezet had.
+</p>
+<p>Het was doodstil in de zaal geworden en men had <span class="corr" id="xd31e359" title="Bron: inderdaar">inderdaad</span> een speld kunnen hooren vallen.
+</p>
+<p>In den bestuursstoel zat markies Beaupré, met den voorzittershamer in de hand.
+</p>
+<p>Hij was een weinig bleek geworden, toen hij dr. Fox zag naderen, maar anders had niets
+zijn ontroering verraden.
+</p>
+<p>Eenigen tijd keken de beide mededingers elkander strak aan.
+</p>
+<p>De vier overige leden van het bestuur waren onmiddellijk opgerezen en bleven nu in
+half gebukte houding achter de tafel met het sombere, zwarte kleed, staan.
+</p>
+<p>Toen sprak dr. Fox langzaam:
+</p>
+<p>—Markies Beaupré schijnt het niet noodzakelijk te achten, zijn teruggekeerden chef
+te begroeten?
+</p>
+<p>Beaupré klemde de lippen dicht opéén, en een straal van woede en haat flitste een
+oogenblik uit zijn zwakke oogen.
+</p>
+<p>Hij wist zich echter te beheerschen en zeide op kalmen toon:
+</p>
+<p>—Het verheugt mij voor u, dr. Fox, dat gij, niettegenstaande het dreigende gevaar,
+naar Londen hebt weten over te steken—maar ik kan niet inzien, waarom ik als president—als
+wettig gekozen voorzitter—zou moeten opstaan, om u buigend te begroeten.
+</p>
+<p>—Zijt gij als president gekozen? hernam dr. Fox tergend langzaam. Wel, dat is iets
+nieuws voor mij! Of liever gezegd: nieuw is het niet, want ten eerste verwachtte ik
+wel iets dergelijks, en ten tweede is het mij eenige uren geleden medegedeeld door
+één mijner vrienden! Ik behoef u zeker niet te zeggen, dat deze verkiezing onwettig
+was?
+</p>
+<p>—Onwettig? herhaalde Beaupré met dreigend samengetrokken wenkbrauwen. Men heeft mij
+in een geheime en directe stemming zonder dat iemand invloed kon uitoefenen, met een
+aanmerkelijke meerderheid gekozen—noemt gij dat onwettig?
+</p>
+<p>—Mijnentwege was zij het niet, hernam dr. Fox met stemverheffing. Wij willen daarover
+niet twisten. In ieder geval kon uw functie slechts zoolang duren, als ik afwezig
+was. Ik ben teruggekeerd—gij treedt dus automatisch weder af en ruimt de voorzittersplaats
+voor mij in!
+</p>
+<p>Een onheilspellende stilte volgde op deze woorden.
+</p>
+<p>Iedereen gevoelde, dat er iets in de lucht hing, iets dreigends, waaraan nog geen
+naam kon worden gegeven.
+</p>
+<p>Het gelaat van Beaupré was als uit marmer gehouwen, zoo wit en onbewegelijk, en alleen
+zijn oogen schenen te leven en vlammen te schieten.
+</p>
+<p>Toen barstte hij uit:
+</p>
+<p>—Gij zoudt mij dus willen dwingen, mijn taak als chef van het Genootschap weder neer
+te leggen?
+</p>
+<p>—Wat hadt gij dan gedacht? riep dr. Fox toornig uit. Ik heb levensgevaar getrotseerd,
+om aanstonds weder naar Engeland terug te keeren. Ik heb, vermomd als stoker, een
+plaats weten te krijgen op een particulier jacht, dat naar een Spaansche haven voer.
+Ik ben vandaar als blinde passagier door geheel Frankrijk gereisd, en ben van Parijs
+tegen betaling van een ongehoorde som per vliegmachine naar Londen overgestoken—alleen
+maar om mijn taak weder op mij te kunnen nemen. En gij zoudt durven ontkennen, dat
+ik daartoe het recht heb? Kort en goed—ik raad u aan, om aanstonds den voorzittershamer
+aan mij over te geven!
+</p>
+<p>—Ik weiger! Ik ben er—ik blijf er, zooals een goed rond gezegde in mijn taal luidt!
+<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
+<p>Dat was duidelijk!
+</p>
+<p>Het was een gezegde, dat niet voor tweeërlei uitleggingen vatbaar was. Hier stonden
+twee vijanden tegenover elkander, en iedereen gevoelde, dat zich hier een felle strijd
+om het hoogste gezag zou ontspinnen.
+</p>
+<p>Vroeger werd de chef van het geheime Genootschap van den Gouden Sleutel steeds door
+de zeven leden van het bestuur gekozen, chefs van even zoovele groote benden, en die
+alleen het recht hadden, den leider ongemaskerd te zien en te spreken, en geen der
+andere leden had ooit geweten, wie de hoofdaanvoerder eigenlijk was.
+</p>
+<p>Dat was echter in dit geval niet mogelijk geweest, want John Raffles had al zeer spoedig
+de politie op de hoogte gebracht van de identiteit van het Hoofd, en ten overvloede
+had de Amerikaansche politie een zeer nauwkeurig signalement van hem gegeven.
+</p>
+<p>Het mocht dus wel nutteloos heeten, nog langer geheimhouding tegenover de leden te
+betrachten, en Fox had terecht ingezien, dat hier slechts een openlijk optreden kon
+baten, daar de Franschman zichzelf reeds een aanzienlijken aanhang zou hebben weten
+te verwerven.
+</p>
+<p>Dit bleek ook spoedig genoeg, want er klonk hier en daar een gemor in de zaal, dat
+hem niet veel goeds voorspelde.
+</p>
+<p>Hier moest ingegrepen worden—met krachtige hand!
+</p>
+<p>Beaupré weigerde om heen te gaan—welnu, dan zou hij hem echter moeten dwingen.
+</p>
+<p>Dr. Fox was met gekruiste armen op de bestuurstafel toegetreden, en stond nu vlak
+tegenover zijn vijand, dien hij met zijn grijsgroene oogen doorborend aanzag.
+</p>
+<p>—Ik heb u goed verstaan? Gij weigert mijne rechten te erkennen?
+</p>
+<p>—Ik weiger niet ze te erkennen—ik weiger slechts er rekening mede te houden! antwoordde
+Beaupré met een spottend lachje, hetwelk het bloed van den Meester aan het koken bracht.
+</p>
+<p>—Gij wil dus zeggen, dat ge mij tart? schreeuwde hij.
+</p>
+<p>—Gij moogt het noemen, zooals gij verkiest—ik heb deze zware taak niet op mij genomen
+met het voornemen, haar zoo spoedig weder te laten varen!
+<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
+<h2 class="main">Een vreeselijk duel.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Weer ontstond een gespannen stilte op deze woorden.
+</p>
+<p>Toen hernam <span class="corr" id="xd31e408" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox langzaam en alsof hij ieder woord woog:
+</p>
+<p>—Wat men u ook moge verwijten—zeker geen gemis aan duidelijkheid! Welnu, ik wil in
+dat opzicht niet voor u onder doen, ik zal even duidelijk zijn! Gij hebt u reeds bij
+een vroegere gelegenheid mijn bitterste vijand betoond, en ik verdenk er u zelfs sterk
+van dat gij mij aan de politie hebt willen verraden! In het kort—een van ons beiden
+is te veel! Is u dat duidelijk genoeg?
+</p>
+<p>—Zeker, Fox! antwoordde markies de Beaupré spottend. Gij spreekt naar mijn hart—gij
+windt er geen doekjes om! Het is inderdaad maar beter als een van ons beiden verdwijnt.
+Gij moet inzien, dat het voor mij een al te harde noot te kraken zou zijn, als ik
+nu deze post weder moet verlaten, om voor u plaats te maken, nadat ik reeds eenige
+veranderingen heb ingevoerd—die volgens mijn oordeel verbeteringen zijn.
+</p>
+<p>—Welnu, dan zullen wij consequent moeten zijn, en onze conclusies hieruit trekken!
+vervolgde dr. Fox koeltjes. Het komt in het kort hierop neer, dat wij zullen moeten
+duelleeren.
+</p>
+<p>—Het staat mij aan! riep de Franschman uit. Dat is een ridderlijke wijze om geschillen
+te slechten. Zullen wij den degen kiezen?
+</p>
+<p>Dr. Fox schudde zwijgend ontkennend het hoofd.
+</p>
+<p>—Het pistool dan?
+</p>
+<p>Nogmaals een ontkennend hoofdschudden.
+</p>
+<p>—Noch het pistool—noch de degen? vroeg De Beaupré verwonderd. Voor den drommel—waar
+wilt gij dan mee vechten?
+</p>
+<p>—Met het mes! klonk het kortaf van de dunne lippen van <span class="corr" id="xd31e422" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox.
+</p>
+<p>De wenkbrauwen van den Franschman gingen de hoogte in en daarop zonken zij zoo laag,
+dat zij zijn oogen geheel overschaduwden.
+</p>
+<p>—Het mes? bromde hij verachtelijk. Een zonderling wapen, dat moet ik zeggen.
+</p>
+<p>—Maar een wapen, dat gij toch wel hanteeren kunt, niet waar? zeide <span class="corr" id="xd31e429" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox.
+</p>
+<p>—Ik ontken het niet!
+</p>
+<p>—Nu, dan staan wij in dat opzicht gelijk! Ik erken eerlijk, dat ik niet zeer sterk
+ben in het hanteeren van degen en duelleerpistool—en daar ik besloten ben om u te
+overwinnen—zoo heb ik het mes gekozen.
+</p>
+<p>Beaupré haalde na eenig nadenken de schouders op, en zeide toen:
+</p>
+<p>—Het zij zoo! Ik begrijp <span class="corr" id="xd31e437" title="Bron: u">uw</span> voorkeur voor het mes wel—gij zijt immers geneesheer? Laat ons dan de zaak maar niet
+uitstellen—de zaal is groot genoeg. Ik heb wel geen mes bij mij, maar een van de leden
+zal wel zoo vriendelijk zijn, mij er een te leenen!
+</p>
+<p>—Een oogenblik! klonk nu een stem uit de vergadering.
+</p>
+<p>Allen wendden den blik naar den spreker, een man met een fanatiek gelaat, diep in
+de kassen gezonken oogen en een rafelige, laag neerhangende snor.
+</p>
+<p>Het was een Mexicaan, die een half jaar geleden uit zijn land was gevlucht wegens
+moord op een ranchohouder en zijn dochter, naar Engeland was gevlucht, waar hij in
+veiligheid hoopte te zijn.
+</p>
+<p>—Ik stel voor, dat het een Mexicaansch duel zal zijn! ging de man voort.
+</p>
+<p>—Wat is dat? werd er van verschillende kanten geroepen.
+</p>
+<p>—Heel eenvoudig—de duellanten worden opgesloten in een stikdonker vertrek, waar geen
+enkele lichtstraal mag binnendringen en dat niet grooter mag zijn dan drie meter in
+het vierkant. Zij krijgen ieder een even sterk en groot mes in de vuist—de deur wordt
+gesloten—en een half uur later gaat men eens kijken hoe het zaakje staat!
+</p>
+<p>Een huivering van ontzetting was door de meeste aanwezigen gegaan, hoe gehard ook,
+want zij begrepen dadelijk alle afschuwelijkheden van zulk een duel in een <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>tastbare duisternis, waar de dood onzichtbaar loerde.
+</p>
+<p>Maar aan den anderen kant verlokte het voorstel door zijn bloedige romantiek, en reeds
+gingen er van alle kanten kreten van instemming op<span class="corr" id="xd31e453" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p>—Ja—het moet een Mexicaansch duel zijn! werd er geschreeuwd. Dan zal het lot spreken!
+Wie het overleeft, wordt onze leider!
+</p>
+<p>De beide vijanden hadden met bleek gelaat naar deze dierlijke kreten geluisterd—dezelfde
+kreten, die eenige eeuwen weerklonken op de steenen banken der arena’s waar de eerste
+Christenen ten prooi aan de wilde dieren werden geworpen.
+</p>
+<p>Bloeddorst lag op ieders gelaat—en de beide mannen lazen daar als in een opgeslagen
+boek, dat zij op mededoogen niet behoefden te rekenen.
+</p>
+<p>Men had besloten, dat het een Mexicaansch duel zou zijn—en daartegen zouden zij vruchteloos
+zich verzetten.
+</p>
+<p>Deden zij het niet, dan liepen zij groote kans, dat zij beiden wegens gebrek aan moed
+zouden worden verjaagd.
+</p>
+<p>Beaupré was de eerste die weder sprak, zijn stem trilde slechts weinig, toen hij zeide:
+</p>
+<p>—Het is goed—ik stem toe! Het is geen tweegevecht naar mijn smaak, want thans zal
+het blinde lot ook een woordje meespreken, maar als gij het wilt, dan zal ik mij er
+in schikken.
+</p>
+<p>De toebereidselen waren spoedig getroffen.
+</p>
+<p>Twee leden van het Genootschap, broeders, bezaten twee volkomen gelijke, sterke, knipmessen,
+met een hoorn heft en een <span class="corr" id="xd31e467" title="Bron: lemet">lemmet</span> bijna een halven centimeter op den rug dik, en vier centimeter breed, vlijmscherp
+geslepen en dat onmogelijk kon dichtklappen als het eenmaal geopend was.
+</p>
+<p>Het waren vreeselijke wapens, in de handen van een geoefend vechter.
+</p>
+<p>Aan de groote vergaderzaal grensde een klein kamertje, dat eveneens steeds kunstmatig
+verlicht moest worden, en dat voortreffelijk voor het doel geschikt was.
+</p>
+<p>Er lag een tapijt op den vloer, er stond een tafel, een paar stoelen, een kastje en
+nog een enkel meubelstuk.
+</p>
+<p>De tafel en de stoelen werden er uit weggehaald—de draad van het electrisch licht
+werd doorgesneden, uit vrees dat de strijdenden het misschien zouden willen doen ontgloeien—zij
+kregen ieder een mes in de hand, waarop zij ieder in een tegenover gestelden hoek
+van het vertrek werden geplaatst, en daarop werd de deur gesloten.
+</p>
+<p>De twee doodsvijanden waren alleen.
+</p>
+<p>Zij waren vaak in het donker geweest, maar een bijna tastbare, afschuwelijke duisternis
+als deze, hadden zij nimmer beleefd.
+</p>
+<p>Het was alsof zij als lood op hen drukte en hen omving als de golven een drenkeling
+die onder de oppervlakte van het water is verdwenen.
+</p>
+<p>Zij hoorden niets dan elkanders stootende ademhaling en het gesuis in hun ooren, de
+aandrang van hun bloed.
+</p>
+<p>Beiden hielden het vreeselijke mes in de vuist geklemd alsof zij het sterke hoorn
+mes wilde verbrijzelen—want wie zijn wapen verloor, die was ten doode opgeschreven.
+</p>
+<p>Niemand hunner waagde aanvankelijk een stap te doen—want die eerste stap kon den dood
+brengen.
+</p>
+<p>Dr. Fox stiet een doffen, half gesmoorden kreet uit—zijn voet was onder het tapijt
+geraakt—en hij struikelde, want in deze vervloekte duisternis was men zijn bewegingen
+niet meester.
+</p>
+<p>Dadelijk was Beaupré bij hem en zwaaide zijn gewapenden arm met kracht vooruit.
+</p>
+<p>Maar hij raakte het ledige—en een oogenblik later viel hij languit over het uitgestrekte
+been van zijn vijand.
+</p>
+<p>Bijna was het mes aan zijn hand ontglipt.
+</p>
+<p>Zijn hoofd bonsde tegen den wand en even duizelde het hem.
+</p>
+<p>Toen voelde hij zich bij zijn korte jas grijpen—en weer stak hij woedend naar de hand
+die hem beet had gevat.
+</p>
+<p>Een schreeuw van pijn—de greep werd losser—het mes had blijkbaar de grijpende hand
+geraakt.
+</p>
+<p>En opnieuw begon het afschuwelijk tasten in het duister, het hijgend ademhalen, dat
+de twee strijdenden zooveel mogelijk voor elkander trachtten te verbergen, uit vrees
+hun aanwezigheid te verraden, en het kruipen langs den grond en langs de wanden.
+</p>
+<p>Deze vreeselijke minuten schenen eeuwig te duren.
+</p>
+<p>Eenmaal bleek het, dat de beide doodsvijanden achter elkander op handen en voeten
+het vertrek waren rondgekropen.
+</p>
+<p>Bij het voor zich uittasten greep Fox het been van Beaupré even boven den enkel en
+hij hield het krampachtig vast ondanks het schoppen van den ander, die zich uit alle
+macht trachtte los te maken.
+<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
+<p>De volgende seconden hadden de twee mannen zich als slangen om elkander heen gekronkeld
+en staken zij onder het uiten van de vreeselijkste verwenschingen op elkander los.
+</p>
+<p>En bijna even plotseling hadden zij elkander weder losgelaten en stonden hijgend,
+bloedend, terwijl een roode nevel voor hun oogen op en neer golfde, ieder in een hoek
+van het vertrek weder stil.
+</p>
+<p>Opnieuw begonnen hun voeten <span class="corr" id="xd31e499" title="Bron: tasten">tastend</span> vooruit te schuifelen, hielden zij hun adem in om niet de plek te verraden waar zij
+stonden en den ander onverhoeds te kunnen neerstooten.
+</p>
+<p>Toen voelde Beaupré plotseling hoe het was, alsof de grond onder hem wegzonk en het
+volgende oogenblik begreep hij het.
+</p>
+<p>Zijn verraderlijke tegenstander had het kleine vloerkleed bij een der hoeken vastgegrepen
+en het met een ruk naar zich toegetrokken.
+</p>
+<p>De Franschman viel achterover—en ditmaal vloog het mes uit zijn handen!
+</p>
+<p>Een schorre kreet ontwrong zich aan zijn keel.
+</p>
+<p>Het was hem, alsof er nu overal rossige vlammen oplaaiden.
+</p>
+<p>Als waanzinnig trachtte hij de dichte duisternis vruchteloos met zijn wijdgeopende
+oogen te doorboren.
+</p>
+<p>Zijn slapen klopten alsof zij zouden barsten, en zijn hart hamerde hem met pijndoende
+slagen in de borst.
+</p>
+<p>Beaupré was voorzeker een moedig man, maar de toestand waarin hij zich thans bevond
+was werkelijk vreeselijk!
+</p>
+<p>Hij bevond zich in een zeer klein vertrek, waar niet de flauwste lichtstraal binnen
+drong—en op eenige meters afstand van hem wist hij een meedoogenloozen vijand, gewapend
+met een vlijmscherp knipmes, en die hem zeker zou dooden—want hij zelf was nu ongewapend.
+</p>
+<p>Met een doffen kreet liet hij zich op de knieën vallen, en begon met koortsachtige
+haast over den vloer te tasten, in de hoop dat hij zijn eigen mes zou terugvinden.
+</p>
+<p>Dr. Fox moest zeker het vallen van het wapen van zijn tegenstander gehoord hebben,
+want hij stiet een duivelsch lachje uit, en Beaupré hoorde hem nader sluipen.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik zou hij het koude staal wellicht in zijn lichaam voelen binnendringen,
+zonder zich ditmaal te kunnen verdedigen.
+</p>
+<p>Hij wierp zich plat op den grond, steeds met beide handen rondtastende.
+</p>
+<p>Toen voelde hij hoe de voet van zijn doodsvijand tegen zijn beenen stiet en hoe <span class="corr" id="xd31e518" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox het evenwicht verloor.
+</p>
+<p>Hij sprong ijlings weder overeind, voor zijn vijand in den val had kunnen toestooten
+of zich herstellen, maar op zijn beurt struikelde hij opnieuw en viel voorover.
+</p>
+<p>Maar een zijner handen was op een scherp, koud voorwerp terecht gekomen.
+</p>
+<p>Hij slaakte een dierlijke kreet van vreugde—het toeval had hem juist het mes weder
+onder zijn bereik gebracht.
+</p>
+<p>Hij wendde zich bliksemsnel om, en greep zijn tegenstander vast, terwijl hij woedend
+naar hem stak.
+</p>
+<p>Maar tegelijkertijd slaakte hij een kreet van afschuw en schrik.
+</p>
+<p>Hij gevoelde, dat dr. Fox zijn bovenlichaam en zijn arm met het dikke tapijt had omwikkeld,
+ten einde zich zoodoende te beschermen.
+</p>
+<p>—Jij laffe verraderlijke hond! schreeuwde hij heesch, en nogmaals hief hij het mes
+op en stak in den blinde toe.
+</p>
+<p>Maar eensklaps slaakte hij een doordringenden gil.
+</p>
+<p>Hij gevoelde het staal in zijn rechterzijde dringen!
+</p>
+<p>Hij hoorde nog het satanische lachje van zijn vijand, en diens woesten kreet van zegepraal—en
+toen zonk het bewustzijn snel uit hem weg.
+</p>
+<p>Hij liet zijn tegenstander los, stond even heen en weer zwaaiend op dezelfde plek
+en viel toen met een zwaren slag op den vloer, waarbij zijn hoofd tegen den muur bonsde.
+</p>
+<p>—Komt hier, vrienden! riep dr. Fox op heeschen toon, het is gedaan!
+</p>
+<p>De deur van het kleine vertrek werd opengeworpen en een breede lichtstraal drong naar
+binnen, zoo schel, dat dr. Fox de handen tegen de oogen moest leggen en tegen den
+muur moest leunen.
+</p>
+<p>Hij bloedde uit verscheidene wonden en was schrikwekkend bleek.
+</p>
+<p>Het lichaam van Beaupré werd opgenomen en naar de zaal gedragen.
+</p>
+<p>Behalve eenige kleinere wonden had hij een diepe snijwond in de rechter zijde.
+</p>
+<p>Een der leden, een student in de medicijnen, die <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>echter te lui was geweest om zijn graad te halen, onderzocht de wonden en zeide op
+ernstigen toon:
+</p>
+<p>—Hij moest aanstonds naar een ziekenhuis vervoerd worden, geschied dat niet, dan kan
+ik niet voor de gevolgen instaan.
+</p>
+<p>Dr. Fox keek den spreker met een duisteren blik aan en gromde:
+</p>
+<p>—Ik heb hem overwonnen—laat hij sterven!
+</p>
+<p>Deze woorden verwekten echter een dreigend gemompel onder de vrienden van den Franschman,
+en dr. Fox, die een menschenkenner was, begreep dat hij niet te ver mocht gaan.
+</p>
+<p>Hij haalde minachtend de schouders op en hernam:
+</p>
+<p>—Doe overigens wat gij wilt, als gij maar zorgt dat geen onzer gevaar loopt, en als
+gij maar erkent dat ik mij zijn meerdere heb getoond, en dus het recht heb weder de
+plaats in te nemen die mij toe komt.
+</p>
+<p>Hier en daar gingen kreten van instemming op, waarop de meester vervolgde:
+</p>
+<p>—Draag hem dan spoedig naar buiten, en laat een uwer een auto aanroepen, met hem naar
+een ziekenhuis rijden, en daar een of ander praatje opdisschen van een nachtelijke
+aanranding—een straatgevecht of iets dergelijks; ik raad u aan voorzichtig te zijn,
+want ik ben niet in een stemming om vergissingen en domheden over het hoofd te zien!
+</p>
+<p>Onder het spreken had <span class="corr" id="xd31e554" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox een dreigenden blik om zich heen geworpen, en ondanks zichzelven voelden alle
+bandieten een zeker ontzag voor den man die zooeven pas een vreeselijk tweegevecht
+had moeten doorstaan en nu reeds weder zijn gezag deed gelden, bleek, bloedend, maar
+niet van zins om ook maar het geringste deel van zijn autoriteit prijs te geven.
+</p>
+<p>Een paar sterke kerels namen het slappe lichaam van den gewonde vlug op en droegen
+het naar buiten.
+</p>
+<p>Het was reeds zeer laat in den nacht maar het geluk was hen dienstig, want zij troffen
+vrij spoedig een taxi.
+</p>
+<p>Zij moesten den chauffeur echter een groote fooi beloven alvorens deze zich bereid
+toonde de beide mannen met den zwaargewonde naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te
+vervoeren, ofschoon dit nauwelijks een kwartier rijden van den anderen oever van de
+Theems gelegen was.
+</p>
+<p>Daar gekomen dischten de twee mannen een verhaal op van een nachtelijke vechtpartij,
+en Beaupré werd op de gemeenschappelijke mannenzaal in een krib gelegd, nadat hij
+in de operatiekamer verbonden was.
+</p>
+<p>De twee mannen hadden wijselijk geen naam genoemd—want zij begrepen wel dat hun dat
+in moeilijkheden kon brengen.
+</p>
+<p>En zoo werd er op de kaart die boven Beaupré’s bed gehangen werd niets ander ingevuld
+dan de aard van zijn ziekte: „Diepe steekwond in de rechterzijde, met perforatie van
+den maagwand.”
+</p>
+<p>Daaronder stond, ten behoeve van de verpleegster, in het kort de behandeling aangegeven,
+maar naam, woonplaats, ouderdom en alle andere gegevens moesten oningevuld blijven.
+<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
+<h2 class="main">De minnares van Beaupré.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den volgenden dag omstreeks vier uur in den middag hield een prachtige blauw gelakte
+limousine stil voor het hek hetwelk het ziekenhuis aan de Sloane street omgaf.
+</p>
+<p>Het hek was slechts op de klink gesloten, en de reusachtig gebouwde chauffeur, die
+achter het stuurwiel van de auto had gezeten, kon het gemakkelijk openen.
+</p>
+<p>Hij wilde weder op zijn plaats gaan zitten, om zijn wagen langs een der breede oprijwegen
+tot voor den hoofdingang van het ziekenhuis te brengen, maar een van de beide heeren
+die in de auto zaten had het portier reeds geopend en zeide nu:
+</p>
+<p>—Laat maar, Henderson—wij zullen dat kleine eind wel te voet afleggen, rijd maar naar
+huis, en kom over anderhalf uur terug<span class="corr" id="xd31e575" title="Bron: :">.</span>
+</p>
+<p>Onder het spreken was de eigenaar van de prachtige auto, een rijzig man in de kracht
+van zijn leven, met een gespierde gestalte, en haar dat aan de slapen licht begon
+te grijzen, gevolgd door een jongen man van omstreeks <span class="corr" id="xd31e580" title="Bron: vijf en twintig">vijf-en-twintig</span> of <span class="corr" id="xd31e583" title="Bron: zes en twintig">zes-en-twintig</span> jaar, met lichtblauwe oogen en blond haar, die den ander met veel differentie scheen
+te behandelen.
+</p>
+<p>De chauffeur oogde hen even na, terwijl zij daar naast elkander de breede oprijlaan
+volgden, nam toen weder achter het stuurwiel plaats, en even later was de prachtige
+Limousine weder te midden van het groote stadsverkeer verdwenen.
+</p>
+<p>De twee elegant gekleede heeren, die daar naar het gasthuis onderweg waren, schenen
+hier geen onbekenden te zijn, want de eenvoudig gekleede portier die aan den ingang
+van de vestibule op post stond, tikte eerbiedig aan zijn pet, en liet de beide heeren
+zonder iets te vragen voorbijgaan.
+</p>
+<p>De oudste der beide mannen was Lord William Aberdeen, de schatrijke filantroop, in
+geheel Londen bekend wegens zijn teruggetrokken leefwijze, zijn grooten eenvoud, waarmede
+hij ondanks zijn rijkdom leefde, en zijn tallooze menschlievende daden.
+</p>
+<p>Zijn metgezel heette Charly Brand, en was zijn secretaris, die een eindelooze lijst
+van personen moest bijhouden, die in een of ander opzicht hulp en bijstand behoefden.
+</p>
+<p>Het was inderdaad een geweldige boekhouding, maar de jonge man oefende zijn functie
+blijkbaar met groot genoegen uit.
+</p>
+<p>Het was heden de dag waarop zij een of ander gasthuis plachten te bezoeken, waar voornamelijk
+lieden uit de volksklasse werden verpleegd.
+</p>
+<p>Dit was een gewoonte van zijn Lordschap, waarvan hij slechts zeer zelden afweek.
+</p>
+<p>Na den portier te zijn gepasseerd, bevonden de twee heeren zich in een ruime hal,
+met een groote lift ter weerszijden, ieder naast een breede, hardsteenen trap gelegen.
+</p>
+<p>Daar zij wisten op de eerste verdieping de groote zaal voor de mannelijke verpleegden
+te zullen vinden, liepen zij de lift voorbij en bestegen de breede trap.
+</p>
+<p>Zij kwamen nu en dan verplegers voorbij, die hen eveneens schenen te kennen en voor
+wie zij beleefd den hoed afnamen.
+</p>
+<p>Op de breede gang, welke zij thans bereikten, liep een ziekenverpleger op en neder,
+die de wacht hield bij de breede toegangsdeur.
+</p>
+<p>Het bezoekuur <span class="corr" id="xd31e600" title="Bron: zoo">zou</span> spoedig slaan, en hij moest er voor waken, dat de drukte niet al te groot zou worden.
+</p>
+<p>Hij maakte dadelijk plaats voor den hoogen bezoeker, en zeide glimlachend: Een rijken
+oogst vandaag Mylord,—de zaal ligt bijna geheel vol.
+</p>
+<p>En hij opende de deur voor de beide bezoekers.
+</p>
+<p>Dezen stonden nu aan het begin van een zeer groote zaal waar honderdtwintig bedden
+stonden, zestig langs iedere zijde van het vertrek.
+</p>
+<p>Het licht stroomde door een achttal hooge vensters naar binnen.
+</p>
+<p>Een paar verpleegsters liepen zachtjes heen en weder langs den breeden middenloop,
+die met een dikken kokoslooper bedekt was.
+<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
+<p>In het midden daarvan stond een kleine tafel met een stoel er voor ten gebruike van
+de hoofdverpleegster, aan wie het toezicht over de geheele zaal was toevertrouwd.
+</p>
+<p>Er waren ruim honderd bedden bezet, en overal zag men wasbleeke ingevallen gezichten,
+koortsachtig schitterende oogen, of onrustig heen en weer over de kussens woelende
+hoofden.
+</p>
+<p>Dadelijk trad er een verpleegster op Lord Aberdeen toe, en de rondgang begon.
+</p>
+<p>De secretaris van zijn Lordschap, Brand, had een notitieboek en een vulpenhouder te
+voorschijn gehaald, en maakte aanteekeningen.
+</p>
+<p>De verpleegster begon met haar eentonige opsomming van ontberingen, armoede en ellende
+van allerlei aard, en de jonge man schreef.
+</p>
+<p>Met ernstig gelaat luisterde Lord Aberdeen toe.
+</p>
+<p>Bij ieder ziekbed stond hij een oogenblik stil, nu eens om een paar bemoedigende woorden
+te spreken tot een zieke die daar al maanden en maanden lag en den rijken bezoeker
+reeds kende, dan weder om nadere bijzonderheden te vernemen uit den mond zelf der
+patiënten.
+</p>
+<p>Zoo werd het een geheel verhaal van troostelooze, sombere misère, waarbij alleen de
+hoofdpersonen anderen waren, maar het drama zelf bijna onveranderlijk hetzelfde bleef.
+</p>
+<p>Daar waren metselaars, die van een steiger waren gevallen, en wier gezin reeds weken
+honger leed, daar waren bejaarde kantoorklerken, door een kwaal overvallen en die
+niet wisten wat zij moesten doen, als zij weder uit het ziekenhuis ontslagen zouden
+worden. Daar waren werkloozen, van stadswege verpleegd en in wier woningen sedert
+lang bittere armoede heerschte en daar waren ten slotte oorlogsinvalieden, die hier
+als wrakken gestrand waren, zonder hoop, zonder uitzicht op verbetering van den toestand,
+het hart vervuld van wrok jegens een ondankbare maatschappij, die hen eerst den dood
+tegemoet had gezonden, en hen nu verstiet, juist nu zij haar hulp zoozeer behoefden.
+</p>
+<p>Geduldig, zonder ooit iemand in de rede te vallen, hoorde Lord Aberdeen deze verhalen
+van lijden en ontbering aan, terwijl zijn secretaris ijverig schreef.
+</p>
+<p>Maar eensklaps bleef hij stilstaan en hield zijn groote grijze oogen onafgewend op
+een gestalte die naast een der bedden geknield lag, met het hoofd op een kussen, waarop
+reeds een ander, stil, bleek hoofd gevlijd lag met gesloten oogen en pijnlijk dichtgeknepen
+lippen.
+</p>
+<p>Het was een vrouw, tamelijk opzichtig gekleed en met een geschminkt gezicht, maar
+dat de sporen van een groot smartelijk leed vertoonde.
+</p>
+<p>Zij kon niet veel ouder zijn dan zes-en-twintig jaar, ofschoon een leven van vermaak
+en van late braspartijen reeds zijn sporen op haar wit gelaat had gedrukt.
+</p>
+<p>Zij zat daar doodstil, waarschijnlijk uit vrees om den man te wekken, die daar zoo
+stil en bleek terneder lag.
+</p>
+<p>De verpleegster was reeds verder gegaan maar hield nu haar schreden in, om op Lord
+Aberdeen te wachten, die nog altijd zijn blikken beurtelings op den man in het bed
+en de vrouw daar voor gevestigd hield.
+</p>
+<p>—Wie is die man? vroeg Lord Aberdeen eindelijk op zachten toon, terwijl hij zich tot
+de verpleegster wendde.
+</p>
+<p>—Dat weten wij niet, Mylord, antwoordde de verpleegster. Hij is hier vannacht door
+een paar mannen binnengebracht met een diepe steekwond in de rechterzijde, welke hij
+moet hebben opgedaan in een straatgevecht.
+</p>
+<p>Daarover verwonderden wij ons wel een weinig, want de man droeg vrij dure kleeren
+en zijn gelaat ziet er ook niet uit als van iemand die zich op straat in een messengevecht
+zal begeven.
+</p>
+<p>—Neen, dat doet het zeker niet! zeide Lord Aberdeen, terwijl hij het hoofd langzaam
+schudde, zonder zijn blikken van den zwaar gewonde af te wenden.
+</p>
+<p>Daarop vervolgde hij fluisterend:
+</p>
+<p>—Wie is de vrouw die aan zijn bed knielt?
+</p>
+<p>—Zijn vrouw of zijn minnares, Mylord, antwoordde de verpleegster even zacht. Zooals
+gij weet is het bezoekuur nog niet aangebroken, maar zij klaagde zoo luid, en smeekte
+zoo innig om haar bij dezen man toe te laten, dat wij het niet over ons hart konden
+krijgen haar weg te zenden.
+</p>
+<p>—Maar als gij den naam van dien man nog niet eens kendet, hoe kon de vrouw dan weten
+dat haar minnaar of haar man juist hier zou liggen? vroeg Charly Brand nu.
+</p>
+<p>De verpleegster haalde de schouders even op en antwoordde:
+</p>
+<p>—Ik weet niet, mijnheer! antwoordde de verpleegster even zacht. Zij zeide dat zij
+het van vrienden gehoord had.
+</p>
+<p>—Maar dan moet zij toch zelf den naam van haar minnaar hebben genoemd! hernam Lord
+Aberdeen verwonderd.
+<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
+<p>—Neen, dat deed zij niet, ging de verpleegster voort, of liever, wij zijn er van overtuigd
+dat zij met opzet een verkeerden naam heeft opgegeven.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen en zijn secretaris hadden een bliksemsnellen blik met elkander gewisseld,
+die door de verpleegster niet werd opgemerkt en nu vroeg de eerste:
+</p>
+<p>—Waarom denkt gij dat als ik vragen mag!
+</p>
+<p>—Zij noemde een echt Engelschen naam, Mylord<span class="corr" id="xd31e646" title="Bron: ,">.</span> Brand en de gewonde heeft een deel van den nacht geijld en daarbij voortdurend Fransch
+gesproken! Bovendien heeft hij ook een buitenlandsch accent.
+</p>
+<p>—Is zijn toestand gevaarlijk?
+</p>
+<p>—Als er zich geen complicaties voordoen en de wondkoorts niet verergert, kan hij binnen
+een week weder genezen zijn. Het bloedverlies had hem uitgeput, maar hij heeft blijkbaar
+een zeer krachtig gestel.
+</p>
+<p>Gedurende dit gesprek was het kleine groepje reeds weder verder geloopen, maar Lord
+Aberdeen zoowel als zijn secretaris hadden van tijd tot tijd een blik achter zich
+geworpen naar de jonge vrouw, die nog altijd bewegingloos naast het bed geknield lag.
+De rondgang door de zaal werd toen voortgezet, en eindelijk waren alle bedden bezocht.
+</p>
+<p>Het notitieboekje van den jongen secretaris was voor een groot gedeelte volgeschreven
+en hij liet het weder in zijn zak glijden toen hij en zijn meester weder bij de breede
+deur stonden, die zij waren binnengetreden met de wetenschap dat Lord Aberdeen ongeveer
+met vijfhonderd <span class="corr" id="xd31e655" title="Bron: pondsterling">pond sterling</span> dezen rondgang zou betalen.
+</p>
+<p>Toen de beide mannen bij de deur afscheid namen van de vriendelijke verpleegster,
+wierpen zij nogmaals een blik op het bed, waar de zwaargewonde terneder lag.
+</p>
+<p>De vrouw had zich thans opgericht en stond naast het bed met de hand van den man in
+de hare.
+</p>
+<p>Haar bleeke lippen schenen woorden te prevelen, welke echter niemand verstond.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik viel de deur achter de beide bezoekers dicht.
+</p>
+<p>In gedachten verzonken volgden de beide mannen den breeden <span class="corr" id="xd31e664" title="Bron: korridor">corridor</span>, daalden de trap af en stonden weder in de vestibule.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen haalde zijn horloge te voorschijn en wierp een blik op het met kostbare
+juweelen versierde uurwerk.
+</p>
+<p>Van de vestibule uit konden de twee mannen juist de blauwe auto weder zien aanrijden.
+Henderson, de chauffeur, was juist op tijd, zooals trouwens steeds.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen en zijn secretaris liepen den wagen tegemoet, die juist het hek wilde
+doorrijden.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen opende het portier, maar voor hij instapte wendde hij zich tot Charly
+Brand en zeide zacht:
+</p>
+<p>—Ik rijd alleen naar huis, blijf jij hier wachten, stel je verdekt op en volg die
+vrouw, je hebt haar natuurlijk herkend!
+</p>
+<p>—Haar zoowel als hem! Hij is Markies Beaupré de la Sardogne die reeds eenigen tijd
+door de politie van zijn land wordt gezocht, en zij is zijn minnares, Marthe Debussy!
+</p>
+<p>—Dat zag ik ook bij den eersten blik, Charly, je gaat dus die vrouw na, en rust niet
+voor je haar adres weet.
+</p>
+<p>—Ik beloof het je!
+</p>
+<p>De beide mannen drukten elkander de hand, Lord Aberdeen stapte in zijn auto, na den
+chauffeur zijn bevelen te hebben gegeven, en de wagen reed snel weg.
+</p>
+<p>Wie was deze man, die dit zonderlinge gesprek had met zijn secretaris?
+</p>
+<p>Niemand anders dan John Raffles, de Gentleman-inbreker, de langgezochte Groote Onbekende,
+op wiens aanhouding door Scotland Yard een premie van duizend pond sterling was gesteld.
+</p>
+<p>Maar welke Londenaar zou geloofd hebben, dat zich achter den bekenden filantroop,
+die jaarlijks tienduizenden ponden aan allerlei instellingen van liefdadigheid schonk,
+en zeker nog veel meer in het geheim, den man verborg, die het de politie jaren lang
+zoo bitter lastig had gemaakt, en op wiens rekening een aantal inbraken werden gesteld,
+die door hun weergalooze stoutmoedigheid tot zelfs de bewondering van Raffles’ natuurlijke
+vijanden, de rechercheurs en detectives hadden gewekt?
+</p>
+<p>Men zou den man, die het had durven beweren, eenvoudig voor gek hebben verklaard!
+</p>
+<p>John Raffles had dus in de auto plaats genomen, die door zijnen trouwen chauffeur
+Henderson bestuurd werd, en een half uur later bevond hij zich in zijn fraai huis,
+in het begin van de Regentstreet gelegen, dicht bij Pall Mall.
+</p>
+<p>Een oude bediende met spierwit haar, Gaston, had zijn hoed en overjas in ontvangst
+genomen, en ontkennend <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>geantwoord op de vraag van zijn meester, of er boodschappen of brieven waren gekomen.
+</p>
+<p>Raffles begaf zich naar de rookkamer, en wachtte daar rustig op de terugkomst van
+Charly Brand.
+</p>
+<p>Hij ging in zijn gedachten nog eens de omstandigheden na, onder welke hij Markies
+de Beaupré voor de eerste maal had gezien.
+</p>
+<p>Dat was eenige maanden geleden, toen de verkiezing voor een nieuwen chef van het genootschap
+van den Gouden Sleutel had plaats gehad.
+</p>
+<p>Raffles had Beaupré toen ontmoet in een toestand van <span class="corr" id="xd31e692" title="Bron: onbeschrijflijke">onbeschrijfelijke</span> woede, omdat de keuze niet op hem maar op zijn mededinger <span class="corr" id="xd31e695" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox was gevallen.
+</p>
+<p>Hij had hem aangesproken, hem gezegd, dat hij hem zijn hulp wilde aanbieden, voor
+het geval dat Beaupré den nieuwen chef wilde bestrijden.
+</p>
+<p>Eenige weken later was Raffles in de gelegenheid geweest, den eenen tegenstander tegen
+den anderen uit te spelen, en het had toen maar weinig gescheeld, of <span class="corr" id="xd31e701" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox had het loodje gelegd.
+</p>
+<p>Sindsdien had hij den Franschman niet terug gezien, tot op dezen dag.
+</p>
+<p>En nu had een toeval hem weder op het spoor van den markies gebracht!
+</p>
+<p>Van dat straatgevecht geloofde Raffles niet veel.
+</p>
+<p>Dat Beaupré onder normale omstandigheden op straat met een mes zou hebben gevochten,
+kwam hem al heel onwaarschijnlijk voor.
+</p>
+<p>Dat lag in het geheel niet in den aard van den eleganten booswicht!
+</p>
+<p>—Neen, daar zal wel wat anders achter steken—en hij hoopte dat Charly Brand hem aanstonds
+berichten zou komen brengen, die hem van dienst zouden kunnen zijn.
+</p>
+<p>Nadat Raffles een paar uren gewacht had en besteed aan het bijhouden van zijn correspondentie,
+keerde Charly weder terug.
+</p>
+<p>Hij ging het werkvertrek van Raffles binnen, waar deze thans voor zijn schrijfbureau
+gezeten was, deed de deur achter zich dicht en zeide:
+</p>
+<p>—Ik heb haar gevonden<span class="corr" id="xd31e715" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
+<h2 class="main">Een gesprek dat gevolgen heeft.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">—Ik ben blij dat je geslaagd bent, Charly, zeide Raffles eenvoudig. Ik denk dat ik
+die vrouw noodig kan hebben! Zoolang de wereld draait is een schoone vrouw, een vrouw
+met temperament, een scherp wapen geweest in de handen van een bekwaam man die het
+wist te hanteeren—zie bijvoorbeeld maar eens naar de <span class="corr" id="xd31e723" title="Bron: minaressen">minnaressen</span> van de groote Fransche koningen! Madame Dubarry, La Pompadour, om er slechts twee
+te noemen, zijn beiden door sluwe intriganten geëxploiteerd om invloed op den koning
+uit te oefenen, soms zonder dat ze er zelf van bewust waren.
+</p>
+<p>—Zou Marthe Debussy op de hoogte zijn van wat er met haar minnaar geschied is<span class="corr" id="xd31e728" title="Bron: .">?</span>
+</p>
+<p>—Maar dat spreekt immers van zelf, dat is natuurlijk dadelijk uitgelegd. Voor een
+vrouw die werkelijk lief heeft kan men dergelijke dingen onmogelijk geheim houden.
+Ik heb op haar gelaat gelet, terwijl zij naast het bed van den zwaar gewonde geknield
+lag, en daarop kon men lezen als in een open geslagen boek. Er waren vele gevoelens
+op dat gelaat afgespiegeld: <span class="corr" id="xd31e733" title="Bron: Blinde">blinde</span> liefde voor den man die daar zwaar gewond ter neder lag en woeste haat jegens den
+man die hem in dien toestand gebracht had. Fox behoort evenmin tot mijn vrienden en
+te zamen met die vrouw die natuurlijk op wraak zint, zullen wij wel in staat zijn
+den schurk machteloos te maken! Ik hoop dan slechts, dat <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>de Engelsche gevangenissen een weinig moeilijker zullen zijn te verlaten dan de Amerikaansche.
+</p>
+<p>—Ja, daar schort nog al het een en ander aan, zeide Charly minachtend. Dat men eenmaal
+uit een gevangenis ontsnapt, kan ik mij nog begrijpen, maar het is mij volkomen duister
+hoe men daarin een tweede maal kan slagen.
+</p>
+<p>—Dr. Fox had daar machtige helpers, hernam Raffles schouderophalend, die bende schijnt
+over de geheele wereld te beschikken over zeer bekwame bondgenooten, tot in de gevangenissen
+toe! En nu zullen we eens handelen, mijn jongen.
+</p>
+<p>—Wat wil je doen?
+</p>
+<p>—Ik wil die vrouw gaan bezoeken!
+</p>
+<p>—En denk je dat ze je hulp zal aanvaarden? Vergeet niet dat de Beaupré ze heeft afgeslagen!
+</p>
+<p>—Dat vergeet ik niet, maar hij was trotsch. Hij was een man, en hij meende het alleen
+wel af te kunnen in zijn strijd tegen den meester! En tot op zekere hoogte kan ik
+die gevoelens waardeeren. Zij is echter een vrouw, zij staat alleen, zij heeft niet
+alleen Fox, maar ook zijn vrienden tegen zich en zij zal dus eerder geneigd zijn de
+hulp aan te nemen van een man die over machtige middelen beschikt!
+</p>
+<p>—Ook dan, als die man verklaarde vijand te zijn van de dievenbende, waarvan ook haar
+minnaar lid is?
+</p>
+<p>—Ook dan! Je mag ook niet uit het oog verliezen, dat Fox en Beaupré persoonlijke vijanden
+zijn, en dat die vrouw natuurlijk niets liever zou willen dan dat Fox voor goed werd
+verslagen en haar minnaar aan het hoofd van het machtige misdadigersgenootschap mocht
+komen te staan. Het eergevoel is juist bij dergelijke vrouwen zeer sterk ontwikkeld,
+<span class="corr" id="xd31e748" title="Bron: als">al</span> is het dan een eigenaardig eergevoel. En nu genoeg gepraat. Zeg mij nu waar zij woont
+dan ga ik er heen.
+</p>
+<p>—Zij heeft haar intrek genomen in een <span class="corr" id="xd31e753" title="Bron: tweede rangs">tweederangs</span> hotel in Lincoln. Het heet „Het vergulde Hert”. Het is een logement dat zeker uit
+het begin van de zeventiende eeuw dateert en waaraan bijna nog niets verbouwd is.
+Jij als liefhebber van oude gebouwen zult er zeker je hart aan ophalen:
+</p>
+<p>Maar à propos, je zult er toch zeker niet naar toe gaan dan na je duchtig te hebben
+vermomd?
+</p>
+<p>—Daar kun je zeker van zijn!
+</p>
+<p>—En zul je je ware hoedanigheid openbaren?
+</p>
+<p>—Dat zal wel moeten, antwoordde Raffles, anders zal ze mijn hulp zeker niet aannemen,
+zij zou voor een valstrik vreezen!
+</p>
+<p>—Maar zal ze gelooven, dat je werkelijk John Raffles bent?
+</p>
+<p>—Daaraan twijfel ik niet; ik kan haar voldoende zaken mededeelen waaruit onaanvechtbaar
+blijkt, dat ik John Raffles moet zijn omdat die dingen alleen aan hem bekend kunnen
+zijn.
+</p>
+<p>Raffles was onder het spreken opgestaan en wendde zich nu naar de deur.
+</p>
+<p>—Ik hoop over een paar uren terug te zijn, Charly, maak jij intusschen een lijst op
+van de gezinnen der zieken die wij vanmorgen bezocht hebben, zoodat wij die in een
+enkelen dag kunnen bezoeken en daar doen wat er te doen valt.
+</p>
+<p>Hij knikte Charly nog eens toe, sloot de deur en begaf zich naar zijn groot slaapvertrek,
+waarvan de drie ramen uitzagen op den grooten tuin achter het huis.
+</p>
+<p>Hij opende een geheim vak in den wand, of liever de deur van een zeer groote kast,
+bijna een kamer, waar een zeer groot aantal kleederen keurig waren gerangschikt; uniformen
+van leger en vloot, van politieagenten en van matrozen, livreien, afgedragen kleederen—kortom,
+alles wat iemand als John Raffles noodig kon hebben om zich onkenbaar te maken.
+</p>
+<p>Daarbij behoorde een groote hoeveelheid voortreffelijk vervaardigde pruiken, baarden
+en knevels.
+</p>
+<p>Raffles stond eenigen tijd in beraad en koos toen een eenvoudig zwart costuum, een
+weinig versleten, waarin hij er, met een grijze pruik en een korten ringbaard zou
+uitzien als een diaken of een ouderling.
+</p>
+<p>Hij besteedde groote zorg aan zijn vermomming en toen hij zich een half uur later
+in den grooten spiegel bekeek, kon hij tevreden zijn over zichzelf. Hij geleek in
+niets meer op den man die zooeven het vertrek was binnengetreden. Zijn gelaatskleur,
+zijn houding, zijn gebaren waren veranderd, ja zelfs de vorm van zijn gezicht en de
+vorm van zijn oogen schenen een wijziging te hebben ondergaan.
+</p>
+<p>Hij sloot het vak weder met de grootste zorg en verliet het slaapvertrek door een
+tweede deur, die uitkwam op een smalle gang, welke hem naar een trap bracht, die regelrecht
+naar een deur in den zijmuur van het huis voerde, zoodat hij dit ongezien kon verlaten,
+zonder door Gaston, zijn grijzen kamerbediende, te worden opgemerkt.
+</p>
+<p>Hij liep de doodstille zijstraat vlug door en riep vervolgens <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>een huurauto aan, hij gaf den chauffeur het adres van het kleine hotel en ongeveer
+twintig minuten later stond de auto stil voor het „Vergulde Hert” in <span class="corr" id="xd31e775" title="Bron: Lincolms">Lincoln</span>.
+</p>
+<p>Charly had er niet te veel van gezegd, het was inderdaad een zeer fraai oud gebouw,
+uitstekend onderhouden, en dat in den loop der eeuwen slechts zeer geringe veranderingen
+had ondergaan.
+</p>
+<p>Alleen vertoonde zich aan den ingang de onvermijdelijke portier in zijn groene jas
+met de blinkende knoopen en den gouden band om zijn pet, die wel wat afstak met de
+prachtige eikenhouten lambriseering in de ouderwetsche, ruime hal met zijn geweldigen
+schoorsteen, waarin een groot houtvuur vlamde.
+</p>
+<p>Er was nog meer geofferd aan den geest des tijds—en zoo werd Raffles niet ontvangen
+door een deftigen, vriendelijken waard, een kuitbroek, met een kastanjekleurig staartpruikje
+op, en in hagelwitte hemdsmouwen, maar door een geblankette jonge dame, die achter
+een soort toonbank gezeten was, waarop een lijvig register lag.
+</p>
+<p>Plotseling viel Raffles in, dat Marthe Debussy waarschijnlijk niet haar eigen naam
+zou hebben opgegeven en zoo was hij wel genoodzaakt een beschrijving van haar persoon
+te geven.
+</p>
+<p>Er werd een vestibule-kellner bijgehaald, en toen ook nog de portier en toen wist
+men wel, wie de bezoeker bedoelde. Hij kwam zeker om Miss Bispham.
+</p>
+<p>Raffles had dus wel gelijk gehad, de minnares van den Franschen markies had een valschen
+naam opgegeven—of liever een anderen naam dan Debussy, want als zoodanig zou zij ook
+wel niet vermeld staan in het Fransche register van den Burgerlijken Stand!
+</p>
+<p>Men was wel een weinig verbaast, dat de bezoeker den naam niet eens scheen te weten
+van de dame welke hij wenschte te spreken—en achter zijn rug gaf men elkander een
+knipoogje—die oude heer in het zwart en met zijn eerwaardig uiterlijk, kneep zeker
+de kat in het donker.
+</p>
+<p>Er werd nu een étage-kellner geroepen en deze bracht Raffles door een doolhof van
+gangen, voor het meerendeel met door ouderdom bijna zwart geworden eikenhoutbeschotten
+en langs een aantal tamelijk donkere trappen naar het vertrek, hetwelk de zoogenaamde
+Miss Bispham bewoonde.
+</p>
+<p>De kellner verzocht Raffles even te wachten, en vroeg toen:
+</p>
+<p>—Miss Bispham verwacht u zeker?
+</p>
+<p>—Neen! antwoordde Raffles kortaf.
+</p>
+<p>De wenkbrauwen van den kellner gingen een eind de hoogte in en daarop hernam hij:
+</p>
+<p>—Mag ik uw naam weten als-tu-blieft?
+</p>
+<p>—Die komt er niet op aan—de dame kent mij toch niet, zeg maar dat iemand, die belang
+in haar stelt haar om een zeer ernstige reden moet spreken.
+</p>
+<p>Er was nu niemand in de buurt om tegen te knipoogen en daarom haalde de kellner zijn
+neus maar eens op, keek den bezoeker schuin aan, en klopte.
+</p>
+<p>Daarbinnen antwoordde een vrouwestem: Binnen! De kellner ging binnen, en kwam terug
+met de boodschap of de bezoeker niet aan hem kon mededeelen, wat hij verlangde.
+</p>
+<p>—Onmogelijk, antwoordde Raffles eenigszins ongeduldig. Ik moet de dame absoluut zelf
+spreken. Zeg maar dat het een zaak van het hoogste gewicht betreft.
+</p>
+<p>Schouderophalend ging de kellner nogmaals naar binnen, en een oogenblik later keerde
+hij terug.
+</p>
+<p>—Miss Bispham verzoekt u binnen te komen, zei hij.
+</p>
+<p>Hij maakte plaats voor Raffles, die, voor hij binnentrad nog juist zag, dat de goede
+man tersluiks een collega wenkte, die aan het eind van de gang nieuwsgierig toezag,
+waarschijnlijk om hem het schandaaltje mede te deelen, dat een oud man, die er naar
+het oog zoo eerbiedwaardig uitzag, bezoeken kwam brengen bij een dame, die er nu niet
+bepaald als een heilige uitzag.
+</p>
+<p>Raffles had de deur achter zich gesloten en stond nu in een vrij eenvoudig gemeubelde
+hotelkamer, met tamelijk kleine ramen, en een open haard.
+</p>
+<p>Zelfs wat de verwarming betreft scheen de eigenaar van het hotel er niet toe te hebben
+kunnen besluiten de prachtige ouderwetsche schoorsteenen te vervangen door leelijke
+radiators, of nog leelijker kolenkachels.
+</p>
+<p>Dicht bij een der ramen stond een jonge, bleeke vrouw, met groote zwarte oogen, welke
+Raffles aanstonds zou hebben herkend, ook al had hij niet geweten wie hij hier zou
+vinden.
+</p>
+<p>Zij had hoed en mantel, welke zij in het ziekenhuis droeg, nonchalant op het bed geworpen,
+en scheen juist op het punt te staan, weder uit te gaan.
+</p>
+<p>Zij keek den binnenkomende met lichtgefronste wenkbrauwen aan, en vroeg, terwijl zij
+ongeduldig met den kleinen voet trappelde:
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+<p>—Wilt gij mij spoedig mededeelen, mijnheer, wie gij zijt en wat de reden van uw komst
+is; ik moet u bekennen, dat ik weinig tijd heb.
+</p>
+<p>Raffles was het vertrek wat verder binnengetreden, keek de jonge vrouw een oogenblik
+doordringend aan en zeide toen op zachten toon:
+</p>
+<p>—De reden van mijn bezoek zal u reeds iets duidelijker worden, miss, als ik u aanspreek
+met den naam, waaronder ik vroeger reeds eenmaal het genoegen heb gehad met u kennis
+te maken, Marthe Debussy!
+</p>
+<p>De jonge vrouw deed een stap achteruit, keek Raffles verschrikt aan, en vestigde toen
+haar blik op de deur alsof zij vreesde dat iemand dien naam had kunnen hooren.
+</p>
+<p>Toen trad zij dicht op Raffles toe, en zeide op fluisterenden toon:
+</p>
+<p>—Als gij mij bij dien naam noemt dan moet ge mij goed kennen; zeg mij spoedig wat
+gij wilt!
+</p>
+<p>—Ik wenschte uw hulp, zeide Raffles, terwijl hij de jonge vrouw aandachtig aankeek.
+</p>
+<p>—Mijn hulp? hernam Marthe verwonderd, in welk opzicht kan ik u van dienst zijn?
+</p>
+<p>—Gij kunt mij helpen in den strijd tegen een man, dien gij als uw doodsvijand moet
+beschouwen, omdat hij de doodsvijand van uw minnaar is.
+</p>
+<p>De jonge vrouw deinsde nu met de hand op het hart gedrukt achteruit, en stamelde:
+</p>
+<p>—Gij zijt van de politie? Gij zijt een detective? Want er is maar een man ter wereld
+op wien gij kunt doelen!
+</p>
+<p>—Ik ben geen detective! antwoordde Raffles glimlachend.
+</p>
+<p>—Misschien een slachtoffer van dien man?
+</p>
+<p>—In zekeren zin, ja, madame! Ik wil u niet langer in het onzeker laten! Ik ben John
+Raffles!
+</p>
+<p>De jonge vrouw sloot een <span class="corr" id="xd31e825" title="Bron: oogenblk">oogenblik</span> haar oogen en haar ademhaling ging zwaar.
+</p>
+<p>Zij stond nu onbeweeglijk midden in het vertrek en staarde Raffles onafgebroken aan.
+</p>
+<p>Toen kwam het toonloos over haar lippen:
+</p>
+<p>—Dan—dan zijt gij ook een vijand van—van hem—van mijn vriend!
+</p>
+<p>Raffles schudde zachtjes het hoofd en hernam:
+</p>
+<p>—Gij kent mij slecht, Madame! Ik ben de vijand van Markies de Beaupré in zooverre
+hij deel uitmaakt van een bende, die werkt met middelen welke mij zeer tegen de borst
+stuiten, nog geheel daarvan af gezien dat ze mij concurrentie aandoet! Maar aan den
+anderen kant ben ik zijn vriend, omdat hij een fel tegenstander is van mijn vijand,
+<span class="corr" id="xd31e834" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox. Gij ziet dat ik man en paard noem!
+</p>
+<p>—Ja, als gij dit weet, dan moet gij wel werkelijk John Raffles zijn! zeide de jonge
+vrouw, terwijl zij eenige malen langzaam met het hoofd knikte.
+</p>
+<p>—Op dit oogenblik is, naar mijn spionnen mij hebben medegedeeld, uw vriend zeer zwaar
+gewond, nietwaar?
+</p>
+<p>Even scheen Marthe te aarzelen, maar toen <span class="corr" id="xd31e841" title="Bron: antwoorde">antwoordde</span> zij:
+</p>
+<p>—Waarom zou ik er een geheim van maken—het is zoo!
+</p>
+<p>—Wilt ge mij mededeelen, wie hem die wonden heeft toegebracht?
+</p>
+<p>De minnares van den Franschen markies antwoordde niet en klemde de lippen opeen.
+</p>
+<p>Maar haar gelaatstrekken kon zij niet in bedwang houden, en die spraken <span class="corr" id="xd31e850" title="Bron: zou">zoo</span> duidelijk, dat Raffles met een flauwen glimlach vervolgde:
+</p>
+<p>—Gij behoeft niets te zeggen, ik weet het reeds!
+</p>
+<p>Hij wachtte even en vervolgde toen:
+</p>
+<p>—Er heeft dus een strijd plaats gehad tusschen <span class="corr" id="xd31e857" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox en Beaupré, met het gevolg, dat deze laatste zwaar gewond is. Ik kan mij nu den
+gang der gebeurtenissen wel voorstellen. Reeds tien dagen geleden meldden de bladen
+dat de meester uit de gevangenis ontsnapt was, en ik wist wel dat men hem spoedig
+hier zou kunnen terug verwachten. Waarschijnlijk heeft uw vriend tijdelijk zijn plaats
+vervuld en na Fox’s terugkomst geweigerd zijn functie weder neer te leggen, waarop
+waarschijnlijk ten aanschouwe van alle leden der bende een tweegevecht heeft plaats
+gehad. Heb ik het bij het goede eind?
+</p>
+<p>Marthe Debussy had Raffles voortdurend met groote oogen aangestaard, en stamelde nu
+verschrikt:
+</p>
+<p>—Het is onbegrijpelijk, het is alsof gij er bij geweest zijt, ja, zoo is het gegaan,
+die ellendeling heeft Raoul zwaar gewond!
+</p>
+<p>—Ik behoef u zeker niet te vragen, of gij dr. Fox haat? vroeg Raffles, terwijl hij
+zijn koele grijze oogen onderzoekend op het gelaat van de vrouw vestigde.
+</p>
+<p>—Ik zou hem met eigen handen kunnen dooden! kwam het sissend over de lippen van de
+jonge vrouw, terwijl zij de kleine vuisten balde.
+<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
+<p>—Hebt gij veel vrienden, die u zouden kunnen en willen helpen wraak te nemen?
+</p>
+<p>Marthe haalde <span class="corr" id="xd31e870" title="Bron: verachterlijk">verachtelijk</span> de schouders op en zeide:
+</p>
+<p>—Er zijn genoeg mannen, die veel liever Raoul aan het hoofd van het genootschap zouden
+willen zien, maar zij zijn te laf, zij zouden niets tegen Fox durven ondernemen.
+</p>
+<p>—Zoudt gij de hulp willen aanvaarden van een man die dit wel zou durven? vroeg Raffles.
+</p>
+<p>—Onmiddellijk! antwoordde Marthe hartstochtelijk, ik leef slechts in de hoop dat ik
+mij en Raoul op dien laffen bandiet zou kunnen wreken! Als gij wist op welke wijze
+hij mijn vriend heeft weten te overwinnen dan zoudt gij mij begrijpen. Noem mij dien
+man en ik leg mijn hand aanstonds in de zijne en maak hem tot mijn bondgenoot.
+</p>
+<p>—Gij hadt het reeds moeten begrijpen, madame, die man staat voor u! antwoordde Raffles
+kalm.
+</p>
+<p>Een oogenblik bleef het stil in het vertrek.
+</p>
+<p>Marthe Debussy scheen aan een groote ontroering ten prooi en scheen den man die haar
+zijn hulp kwam bieden tot in het diepst van zijn ziel te willen lezen.
+</p>
+<p>Maar plotseling scheen zij een besluit te nemen.
+</p>
+<p>Zij trad op Raffles toe, en stak hem een hand toe, die koortsachtig gloeide.
+</p>
+<p>—Ik weet niet of Raoul het zou goedkeuren, maar dat kan mij niet schelen! riep zij
+uit, ik neem <span class="corr" id="xd31e883" title="Bron: u">uw</span> hulp aan, en ik wil met u plannen beramen om onzen gemeenschappelijken vijand ten
+onder te brengen.
+</p>
+<p>—Ik geloof dat gij daar goed aan doet, madame, zeide Raffles eenvoudig, en laat ons
+nu spoedig terzake komen! Weet gij niets van dr. Fox, waardoor ik hem in mijn macht
+zou kunnen krijgen en hem bijvoorbeeld aan de politie zou kunnen overleveren?
+</p>
+<p>De jonge vrouw dacht een oogenblik na, en hief toen plotseling het hoofd op.
+</p>
+<p>—Overmorgen zal er een inbraak plaats hebben in een groot huis in de Drury Lane. Den
+naam van den man die daar woont ken ik niet, ik weet alleen dat hij lid van het Hoogerhuis
+is. Fox zou zelf aan die inbraak deel nemen, als het ware om zijn terugkomst te vieren,
+meer bijzonderheden kan ik u tot mijn spijt niet mededeelen, maar ik kan nog wel meer
+te weten komen!
+</p>
+<p>Raffles keek de jonge vrouw een oogenblik strak aan en zeide:
+</p>
+<p>—Als gij u op Fox wildet wreken, waarom hebt gij dit dan niet aanstonds aan de politie
+medegedeeld, zoodat zij hem kon arresteeren?
+</p>
+<p>Marthe haalde de schouders op en antwoordde:
+</p>
+<p>—Ik ben zeker dat men mij wantrouwt en mijn gangen nagaat!
+</p>
+<p>—Maar gij hadt toch kunnen schrijven?
+</p>
+<p>—Ik heb de bijzonderheden pas eenige uren geleden vernomen en bovendien, als het slechts
+eenigszins mogelijk was, zou ik liever vermijden, dat het ruchtbaar werd dat ik de
+politie op de hoogte had gebracht, want dat zou de positie van mijn vriend kunnen
+benadeelen; verraad wordt bij onze bende steeds een groot misdrijf geacht, om welke
+reden het dan ook zelden gepleegd wordt.
+</p>
+<p>Raffles had glimlachend naar dit staaltje van vrouwelijke logica geluisterd.
+</p>
+<p>De jonge vrouw tegenover hem scheen niet in te zien dat het zeer weinig verschil uitmaakte
+of zij zelve de politie ging inlichten, dan wel, of zij dit door een tusschenpersoon
+liet doen, want zij moest toch begrijpen, dat Raffles niet alleen zou handelen, maar
+zich van de hulp der politie zou verzekeren.
+</p>
+<p>—Gij zoudt het dus goedkeuren, merkte hij op, als ik er voor zorgde, dat deze inbraak
+niet het verloop zal hebben, hetwelk dr. Fox er van verwacht? Gij zoudt mij vrijlaten,
+om alles te doen, wat ik noodig acht, om dien man ten onder te brengen?
+</p>
+<p>—Volkomen vrij! antwoordde Marthe met vaste stem. Hij of Raoul! Een tusschenweg is
+er niet! Ik weet, dat de chef van het Genootschap van den Gouden Sleutel niets liever
+zou wenschen, dan mijn vriend uit den weg te zien geruimd, al was het door sluipmoord,
+nu hij weet, dat hij in hem steeds een mededinger naar de macht zal vinden! Ik zal
+hem vóór zijn, reken daar op! Als gij niet hier gekomen waart, om mij voor te stellen
+Fox aan te vallen, dan zou ik zelve wel een middel hebben gevonden om mij te wreken!
+</p>
+<p>—Dan zijn wij het eens! Gij zorgt er voor, mij nadere bijzonderheden mede te deelen
+omtrent de voorgenomen inbraak, zooals het aantal der mannen, die er aan deel zullen
+nemen, het uur, de wijze, waarop zij te werk denken te gaan, en andere zaken die van
+belang kunnen zijn!
+</p>
+<p>—Ik beloof het u! antwoordde de jonge vrouw met schitterende oogen.
+<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
+<p>—Wanneer kunt gij dat alles weten? vroeg Raffles.
+</p>
+<p>—Vandaag nog! antwoordde Marthe. Ik heb gehuicheld, dat ik mij niet al te veel aantrok
+van de overwinning op mijn vriend, om later des te gemakkelijker dr. Fox te kunnen
+treffen. Zij wantrouwen mij dus niet. Hedenmiddag zou er opnieuw over de inbraak worden
+beraadslaagd, en dan zouden de laatste toebereidselen worden gemaakt.
+</p>
+<p>—Waar en wanneer kan ik u ontmoeten?
+</p>
+<p>De jonge vrouw dacht even na en antwoordde toen:
+</p>
+<p>—Op den hoek van Marble Arch, tegenover de halteplaats van de taxi’s om zes uur.
+</p>
+<p>—Het is goed! zeide Raffles terwijl hij opstond. Als ge mij die inlichtingen verschaft,
+behoef ik verder niets te weten, en kunt gij u ook geheel terugtrekken, ik zelf zal
+dan wel voor de rest zorgen! Op die wijze loopt gij ook geen gevaar, dat men zich
+later op u zal wreken, ik zal wel zorgen, dat Fox zeer nauwkeurig te weten komt wie
+hem deze kool gestoofd heeft!
+</p>
+<p>Hij maakte een diepe buiging voor de jonge vrouw en zijn gelaat had weer dezelfde
+uitgestreken, schijn-vrome uitdrukking gekregen als er op lag toen hij het vertrek
+binnen trad.
+</p>
+<p>Hij bleef een oogenblik in gedachten staan, en daalde toen de trappen weder af.
+</p>
+<p>Hij had zelfs eenige moeite om den weg naar den uitgang te vinden in dit ouderwetsche
+doolhof, en moest een paar keer naar den weg vragen.
+</p>
+<p>Maar eindelijk stond hij toch weder op straat, riep een auto aan, en liet zich weder
+naar de Regentstreet brengen.
+</p>
+<p>Hij trad zijn huis binnen op dezelfde wijze als hij het verlaten had en eenige minuten
+later zat hij weder tegenover Charly.
+</p>
+<p>—Hoe is het gegaan? vroeg de jonge man nieuwsgierig.
+</p>
+<p>—Zooals ik wel verwachtte! Men kan een wraakzuchtige vrouw plooien en leiden zooals
+men wil, als men haar slechts in het vooruitzicht stelt dat zij aan haar wraakzucht
+zal kunnen voldoen.
+</p>
+<p>En nu deelde Raffles het verloop van het geheele onderhoud mede.
+</p>
+<p>Toen hij geëindigd had, zei Charly:
+</p>
+<p>—Een Hoogerhuislid, dat in Drury Lane woont, kan niemand anders zijn dan Sir Roger
+Maxwell!
+</p>
+<p>—Is er geen ander? vroeg Raffles vol belangstelling.
+</p>
+<p>—Neen! Ik mag gerust zeggen dat ik de woonplaats van alle Hoogerhuisleden uit het
+hoofd ken, maar ik zal het voor alle veiligheid nog eens nagaan.
+</p>
+<p>Hij was opgestaan, trad nu op de boekenkast toe, en nam er een klein in rood leder
+gebonden boekje uit waarin hij eenige oogenblikken bladerde.
+</p>
+<p>Hij klapte het spoedig weder dicht, zette het weg.
+</p>
+<p>—Het is zooals ik zeide, het is Sir Maxwell!
+</p>
+<p>—Zeer rijk, niet waar?
+</p>
+<p>—Buitengewoon rijk! Eigenaar van een renstal met twaalf paarden, landeigenaar met
+vijf landgoederen en zeven kasteelen, dikke vriend van Zijne Majesteit, groothandelaar
+in machines en gedurende den oorlog legerleverancier geweest, bezit het grootste motorjacht
+van Engeland en een particulier vermogen dat op twaalf millioen pond wordt geschat.
+</p>
+<p>—Ik dank je voor je nauwkeurige toelichting, beste Charly, maar ik ben nog niet tevreden,
+vertel mij nog maar iets meer van zijn persoon, want ik zie wel dat ik jou kan raadplegen
+als een encyclopedie of een aflevering van „Ioh’s-ioh?”
+</p>
+<p>—Vooruit dan maar! Sir Roger Maxwell is zestig jaar, weduwnaar met een dochter en
+twee zoons, waarvan er een bij het leger gediend heeft, laatstelijk als kapitein bij
+de Lanciers. De dochter is verloofd met een Baronet, Reginald Woodham. De oude Maxwell
+is lid van de twee duurste clubs, bezoekt veel de renbanen en is ook een trouw gast
+in opera en schouwburg. Voorts woont hij tamelijk geregeld de zittingen van het Hoogerhuis
+bij en dat is alles wat ik van hem weet.
+</p>
+<p>—Ik dank je voor je inlichtingen, zij zijn zoo volledig als ik maar wenschen kan.
+Ik behoef zeker niet te vragen welke politieke beginselen onze man is toegedaan?
+</p>
+<p>—Stokstijf conservatief! Hij stemt uit beginsel tegen alle wetten die niet door zijn
+partijgenooten zijn ingediend, ook al zou een schooljongen hem de voortreffelijke
+uitwerking van die wetten kunnen aantoonen!
+</p>
+<p>—Ik heb het al gezien, een schitterend object om te worden bestolen, hernam Raffles,
+en hij liep naar de tafel om een <span class="corr" id="xd31e936" title="Bron: cigaret">sigaret</span> uit een fraai bewerkte zilveren doos te nemen.
+</p>
+<p>—Maar wij mogen toch niet toelaten dat dat geschiedt! riep Charly verontwaardigd uit!
+</p>
+<p>—Tenminste niet door anderen! hernam Raffles koeltjes.
+</p>
+<p>—Wat wil je daar mee zeggen?
+<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p>
+<p>—Ik geloof dat mijn opmerking voor tweeërlei <span class="corr" id="xd31e947" title="Bron: opmerking">uitleg</span> vatbaar is, Charly, antwoordde Raffles verwijtend. Ik wil zeggen, dat ik het werk
+van dr. Fox wel zal overnemen! Op deze wijze zou ik twee vliegen in een klap slaan.
+Fox onschadelijk maken en een ouden conservatieven geldpotter van een deel zijner
+nuttelooze rijkdommen ontlasten, ik geloof dat het een goede dag voor mij wordt, beste
+Charly.
+</p>
+<p>De naaste toekomst zou bewijzen, dat de Groote Onbekende zich hierin vergiste.…..
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
+<h2 class="main">Een gemankeerde afspraak.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Als man van de wereld, was Raffles ruim een kwartier voor het afgesproken uur op den
+hoek van Marble Arch aanwezig, in dezelfde vermomming, welke hij dien morgen had gedragen.
+Het was immers mogelijk dat Marthe Debussy een weinig voor den afgesproken tijd zou
+komen en hij mocht haar niet laten wachten.
+</p>
+<p>Maar toen het op een naburige kerkklok zes uur sloeg, was er niets te zien van de
+jonge vrouw.
+</p>
+<p>Raffles wachtte een kwartier, een half uur—nog steeds was er niets te zien.
+</p>
+<p>Het werd kwart voor zeven—het werd zeven uur …
+</p>
+<p>Raffles was in zich zelf reeds begonnen met allerlei verontschuldigingen te zoeken
+voor het wegblijven van Marthe Debussy.
+</p>
+<p>De beraadslaging kon nog langer geduurd hebben dan zij verwacht had, men had haar
+misschien een opdracht kunnen geven, welke zij ten uitvoer had moeten brengen om geen
+argwaan te baren, wellicht ook had de hartstochtelijke jonge vrouw zich niet kunnen
+bedwingen en was tusschen haar en <span class="corr" id="xd31e962" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox een woordenwisseling gevolgd.
+</p>
+<p>Maar toen het bijna half acht was, begreep Raffles dat er iets ernstigs moest zijn
+voorgevallen.
+</p>
+<p>Hij stond vlak bij de halteplaats der taxi’s, waar zich een telefoonpost bevond, en
+het zou haar als zij om een of andere reden verhinderd was geweest, gemakkelijk zijn
+gevallen om zich telefonisch met hem in verbinding te kunnen stellen.
+</p>
+<p>Het was reeds lang duister, en overal brandden de straatlantaarns en de winkeletalages.
+</p>
+<p>Raffles raadpleegde voor de zooveelste maal zijn horloge en wierp nogmaals een blik
+om zich heen.
+</p>
+<p>Toen bleef zijn oog gevestigd op een straatjongen, die tegen het hek leunde, dat Hyde-park
+omgaf, dicht bij een van de groote marmeren bogen, die hier den uitgang van het beroemde
+park vormden.
+</p>
+<p>Nu was Raffles reeds zeer argwanend gestemd en ongerust, en het zien van dien straatjongen
+prikkelde hem.
+</p>
+<p>Waarom?
+</p>
+<p>Eenvoudig omdat hij dienzelfden jongen daar reeds gezien had, toen hij om kwart voor
+zessen op de plaats verscheen.
+</p>
+<p>Wat drommel voert die jongen daar toch uit? mompelde Raffles in zich zelf, dat gluiperige
+gezicht bevalt mij niets.
+</p>
+<p>Hij deed een paar passen in de richting van den straatjongen, maar eensklaps scheen
+deze iets zeer bijzonders te zien, dat op eenigen afstand voorviel, want hij liep
+snel weg, en was het volgende oogenblik tusschen de menschenmassa verdwenen.
+</p>
+<p>Langzaam keerde Raffles weder naar den rand van het trottoir terug en stond een oogenblik
+in gedachten.
+</p>
+<p>—Dat bevalt mij niet, bromde hij! Dat bevalt mij in het geheel niet.
+</p>
+<p>Dat wegblijven van Marthe Debussy zegt mij niet veel goeds, en dan die straatjongen,
+die hier twee uren gestaan heeft en eensklaps op den loop gaat als ik hem <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>nader, dat is ook niet in orde. Het dient echter tot niets als ik hier blijf staan,
+want zij komt zeker toch niet meer! Er moet iets gebeurd zijn.
+</p>
+<p>Hij ging naar een klein wijnhuis op den hoek van Piccadilly Circus, en telefoneerde
+naar Het Vergulde Hert.
+</p>
+<p>Hij kleedde zijn vraag in naar de zogenaamde <span class="corr" id="xd31e986" title="Bron: Biss">Miss</span> Bispham, en vernam, dat zij omstreeks half drie in den middag het hotel had verlaten,
+en niet was teruggekeerd, ofschoon zij gezegd had, om vijf uur nog even te zullen
+terugkeeren.
+</p>
+<p>Met een bezwaard hart hing Raffles het toestel weder aan den haak, betaalde, trad
+naar buiten en riep een auto aan.
+</p>
+<p>—Zoo vlug je kunt naar de Regent Street, op den hoek van Pall Mall, riep hij den chauffeur
+toe.
+</p>
+<p>Maar reeds de volgende seconde had hij er spijt van, dit bevel op zoo luiden toon
+te hebben gegeven, want juist toen hij wilde instappen zag hij op een meter afstand
+den straatjongen staan, die hem met een valschen lach op zijn bleek gezicht stond
+aan te kijken.
+</p>
+<p>Raffles gevoelde veel lust den jongen een muilpeer te geven, maar hij begreep, dat
+dat in de gegeven omstandigheden al zeer onvoorzichtig zou zijn, daar de jongen blijkbaar
+zeer goed wist wien hij voor had, en niet zou nalaten bij het eerste teeken van vijandschap
+de toesnellende voorbijgangers van zijn kennis deelgenoot te maken.
+</p>
+<p>De gevolgen zouden niet te overzien zijn.
+</p>
+<p>Raffles bedwong zich dus, stapte in, maar gaf goed acht, dat de jongen niet achter
+op de auto sprong, waartoe hij inderdaad aanstalten scheen te hebben willen maken.
+</p>
+<p>De auto was echter nog geen tien minuten onderweg, of Raffles tikte tegen de voorruit,
+wenkte den chauffeur om stil te houden, stapte uit en betaalde.
+</p>
+<p>Hij overwoog dat de straatjongen wel eens getelefoneerd kon hebben naar een medeplichtige,
+die hem op den hoek van Regent Street en <span class="corr" id="xd31e998" title="Bron: Pall-Mall">Pall Mall</span> zou opwachten, en hem zou volgen, om te zien waar hij bleef.
+</p>
+<p>Met tegenstanders als <span class="corr" id="xd31e1003" title="Bron: Dr.">dr.</span> Fox moest men steeds de grootste voorzichtigheid in acht nemen.
+</p>
+<p>Hij riep dus een tweede auto aan, nadat de eerste uit het gezicht was verdwenen, en
+gaf den chauffeur last hem naar de <span class="corr" id="xd31e1008" title="Bron: Bisschopstreet">Bishopstreet</span> te brengen, op den hoek van de Wellington street.
+</p>
+<p>Daar gekomen zond hij den chauffeur weg, overtuigde zich dat men hem niet gevolgd
+had en richtte zijn schreden haastig naar een klein huis, waarvan de blinden gesloten
+waren en dat twee uitgangen had.
+</p>
+<p>Het behoorde hem toe, en hij maakte er menigmaal gebruik van als hij zich in omstandigheden
+als deze bevond.
+</p>
+<p>Hij opende de voordeur met een sleutel dien hij bij zich <span class="corr" id="xd31e1016" title="Bron: vlug in een der vertrekken gelijkvloers, waarop">had, ging naar binnen en verkleedde</span> zich vlug in een der vertrekken gelijkvloers, waarop hij het huis door den tweeden
+uitgang weder verliet.
+</p>
+<p>Hij kon er nu wel zeker van zijn dat in geval men hem werkelijk gevolgd had, de achtervolgers
+zijn spoor wel bijster zouden geworden zijn.
+</p>
+<p>Voor de derde maal riep hij een voorbijrijdende auto aan, maar thans liet hij zich
+tot ongeveer het midden van de Regentstreet brengen, zond daar de auto weg, en ging
+te voet verder.
+</p>
+<p>Het was kwart over negenen toen hij eindelijk de kleine deur opende van den tuin,
+die zich achter zijn huis uitstrekte.
+</p>
+<p>Hij liep haastig door langs de duistere paden, trad de achterdeur van het groote heerenhuis
+binnen en begaf zich naar de rookkamer, waar hij Charly in groote ongerustheid aantrof.
+</p>
+<p>De jonge man trad hem met uitgestoken handen tegemoet en vroeg:
+</p>
+<p>—Waar ben je toch geweest, Edward? Ik wilde juist uitgaan om te zien waar je bleef,
+je gelaat staat zoo strak, is er iets ernstigs voorgevallen?
+</p>
+<p>—Dat moet ik vreezen, Charly. Marthe Debussy is niet op de plaats van de afspraak
+verschenen.
+</p>
+<p>Charly schrok en riep uit:
+</p>
+<p>—Dan moet er zeker iets hebben plaats gegrepen, wat het haar belet heeft, anders zou
+zij zeker wel gekomen zijn.
+</p>
+<p>—Dienzelfden indruk heb ik ook gekregen, en de verschijning van dien straatjongen
+zegt mij weinig goeds. Hoe het ook zij—wij moeten dadelijk een onderzoek gaan instellen.
+</p>
+<p>—Waar dan?
+</p>
+<p>—Allereerst in het hotel, waar Marthe Debussy gelogeerd heeft. Daar zullen wij wel
+een en ander ontdekken, dat ons op een spoor kan brengen. Dit is in ieder geval duidelijk,
+op de een of andere wijze zijn de schurken achter ons gesprek gekomen.
+</p>
+<p>—Is het ondenkbaar, dat de jonge vrouw verraad jegens je gepleegd kan hebben?
+<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
+<p>—Dat acht ik onmogelijk. Waartoe? Waarom? Wat had zij daarmede bereikt? En waarom
+dan niet op de plaats van afspraak gekomen en mij in een valstrik gelokt? Neen, ik
+blijf er bij—zij verkeert in gevaar. En omdat ik zelf daartoe aanleiding heb gegeven,
+is het mijn plicht, haar te redden. Als inderdaad op een wijze, welke ik nu nog niet
+kan verklaren, ons gesprek in de hotelkamer is afgeluisterd, dan verkeert die vrouw
+in levensgevaar. Je kent de beginselen van het Genootschap van den Gouden Sleutel,
+de dood voor den verrader. En Marthe heeft zeker nog minder genade te wachten, daar
+zij de minnares is van een doodsvijand van Fox.
+</p>
+<p>Raffles bleef even in gedachten staan, en richtte eensklaps het hoofd weder op.
+</p>
+<p>—Daar valt mij iets in! riep hij uit. Even voor ik het vertrek zou binnentreden, waar
+Marthe Debussy mij wachtte, zag ik een kellner op eenigen afstand staan, die blijkbaar
+nieuwsgierig naar mij keek, en toen ik binnenging, liep de man die mij den weg gewezen
+had, naar dien kellner toe, en deelde hem iets mede. Wie kan zeggen, of die kerel
+geen spion van de bende is geweest. Nu, wij zullen het spoedig weten.
+</p>
+<p>—Kan ik je bij je onderzoek van dienst zijn, Edward, vroeg Charly.
+</p>
+<p>—Ik zou het inderdaad op prijs stellen, als je medeging, mijn jongen, antwoordde Raffles.
+Wij kunnen ons uitgeven voor particuliere detectives, en aan den eigenaar van het
+hotel zeggen, dat er vrees bestaat, dat zijn huurster het slachtoffer eener ontvoering
+is geworden. Kom, laten wij ons haasten. Iedere minuut kan kostbaar zijn.
+</p>
+<p>Binnen een kwartier hadden de beide vrienden alles voor hun onderneming in gereedheid
+gebracht.
+</p>
+<p>Henderson, de chauffeur, had zijn instructies ontvangen en nu verlieten de twee mannen
+het huis en namen een auto, welke hen spoedig voor „Het vergulde Hert” afzette.
+</p>
+<p>De portier geleidde hen, nadat zij zich als detectives hadden aangemeld, naar het
+woonvertrek van den eigenaar, een gemoedelijk man, met een rond, blozend gelaat, die
+niet weinig verschrikt keek, toen de twee gewaande politiebeambten hij hem binnentraden.
+</p>
+<p>—Wij zullen u niet lang ophouden, mijnheer! begon Raffles op zakelijken toon, waarachter
+hij zijn ongerustheid verborg—want al was die vrouw een misdadigster—hij was schuld,
+dat zij thans in groot gevaar verkeerde. In uw hotel heeft een Miss Bispham gewoond,
+waarvan wij vermoeden, dat zij ontvoerd is door schurken van de ergste soort. Wilt
+gij ons eenige mededeelingen doen<span class="corr" id="xd31e1046" title="Bron: .">?</span>
+</p>
+<p>—Natuurlijk, mijnheer! stotterde de eigenaar. Vraag slechts.
+</p>
+<p>—Zijn al uw kellners lang in uw dienst?
+</p>
+<p>—Neen, enkele zijn hier pas sedert eenige dagen.
+</p>
+<p>—Zijn die hier nu?
+</p>
+<p>—Neen—een hunner is vanmiddag vroeg vertrokken, en nog niet teruggekeerd.
+</p>
+<p>—Had hij daar verlof toe?
+</p>
+<p>—Zeker niet.
+</p>
+<p>Raffles en Charly wisselden een snellen blik met elkander, het vermoeden van den gentleman-inbreker
+was maar al te juist geweest.
+</p>
+<p>—Wilt gij mij toestaan, even de kamer van die dame te onderzoeken? ging Raffles voort.
+</p>
+<p>—Welzeker. Ik zal u er zelf even heenbrengen.
+</p>
+<p>Vijf minuten later stonden de drie mannen in het logeervertrek.
+</p>
+<p>Raffles keek rond, en wendde zich toen tot den eigenaar met de vraag:
+</p>
+<p>—Waren de kamers hiernaast bezet?
+</p>
+<p>—Slechts een!
+</p>
+<p>—Dan zou ik gaarne de onbewoonde willen zien.
+</p>
+<p>—Tot uw dienst.
+</p>
+<p>De drie mannen traden nu een vertrek binnen, dat volmaakt geleek op dat, waar de verdwenen
+vrouw gewoond had.
+</p>
+<p>Raffles ging recht op een wandkast toe, en trok de deur open.
+</p>
+<p>Hij verlichtte het binnenste met zijn zaklantaarn en mompelde:
+</p>
+<p>—Ik heb het wel gedacht.
+</p>
+<p>—Wat is er dan, mijnheer, vroeg de eigenaar op angstigen toon.
+</p>
+<p>—De achterwand van de kast is doorboord, en het gat gaat ook door den muur. Het is
+nog geheel versch en zeker nog vandaag gemaakt. Wie zijn oor hier tegen legt, is slechts
+door een dunnen wand, namelijk het behangsel, van de kamer hiernaast gescheiden, en
+kan duidelijk alles hooren, wat daar gesproken wordt.
+</p>
+<p>—En—wat zou dat dan, mijnheer? vroeg de hotelier, zeer bevreesd voor den goeden naam
+van zijn inrichting.
+</p>
+<p>—O, het verklaart slechts eenige dingen van ondergeschikt <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>belang! antwoordde Raffles schouderophalend, maar Charly zag wel, hoe die ontdekking
+hem geschokt had.
+</p>
+<p>Met gefronste wenkbrauwen verliet hij het vertrek weder, en even later stonden de
+drie mannen weder in het vertrek, waar zij ontvangen waren.
+</p>
+<p>Raffles wilde juist weder een vraag stellen, toen de telefoon ging.
+</p>
+<p>—Veroorloof mij een oogenblik! zeide de hotelier, terwijl hij naar het toestel ging.
+</p>
+<p>Hij had ternauwernood eenige woorden gesproken, toen hij Raffles wenkte, en zeide:
+</p>
+<p>—Neemt gij liever den hoorn, mijnheer. Ik geloof, dat dit uw zaak is.
+</p>
+<p>Raffles trad snel naar de telefoon, en luisterde met gespannen aandacht.
+</p>
+<p>Het gesprek was zeer kort, en duurde ternauwernood eenige seconden.
+</p>
+<p>Charly begreep er niets van, en het werd hem niet duidelijker, toen Raffles eensklaps
+het toestel weder ophing, hem bij den arm greep, en hem medetrok, terwijl hij den
+verwonderden eigenaar toeriep:
+</p>
+<p>—Bedankt voor uw moeite! Wij zijn reeds op een spoor.
+</p>
+<p>Raffles stormde de straat op, Charly met zich medesleurende.
+</p>
+<p>Hij floot om een huurauto, en riep den chauffeur toe:
+</p>
+<p>—Vijf pond voor jou, als je ons binnen acht minuten naar het ziekenhuis in de Sloane
+Street brengt.
+</p>
+<p>Acht minuten was een korte tijd voor dien afstand—maar vijf pond was zelfs in dezen
+tijd van hooge prijzen een mooie fooi en de auto reed dan ook in razende vaart door
+de straten van Londen.
+</p>
+<p>—Wil je mij nu eindelijk eens zeggen … begon Charly, die van dit alles niets begreep.
+</p>
+<p>—De zaak is in het kort deze, mijn jongen! antwoordde Raffles. Weet je, wie daar zooeven
+aan de telefoon was? Beaupré! Of liever, een ziekenzuster, die namens hem sprak. En
+weet je, wat hij van den hotelier wilde weten? Of Marthe Debussy nog hier was.
+</p>
+<p>—Maar wat beteekent dat? riep Charly ten hoogste verbaasd uit.
+</p>
+<p>—Luister! Ik stelde de zuster een paar vragen, en vernam, dat er op het oogenblik
+twee mannen bij de zwaargewonde zijn, die voorgaven familie van hem te zijn, die hem
+iets zeer gewichtigs hadden mede te deelen. Daarom liet men hen ook bij Beaupré toe,
+ondanks <span class="corr" id="xd31e1097" title="Bron: eht">het</span> late uur. Ik twijfel er geen seconde aan, of die kerels zijn leden van de bende.
+</p>
+<p>—Maar wat komen die daar dan doen? riep Charly uit.
+</p>
+<p>—Zij komen daar in verband met de verdwijning van Marthe, anders zou Beaupré niet
+zoo eensklaps navraag naar haar hebben laten doen.
+</p>
+<p>—En waarom rijden wij nu in zulk een razende vaart naar het ziekenhuis?
+</p>
+<p>—In de eerste plaats, om die twee bandieten te arresteeren.
+</p>
+<p>—Wil je hen aan de politie uitleveren, zonder nadere bewijzen?
+</p>
+<p>—Aan de politie denk ik geen seconde! antwoordde Raffles glimlachend. Je zult het
+wel zien. Daar zijn wij er al. De chauffeur heeft als een duivel gereden en zijn vijf
+pond wel verdiend.
+</p>
+<p>De auto stond stil voor het groote gebouw, de beide mannen stapten uit, en Raffles
+riep den chauffeur toe:
+</p>
+<p>—Wacht hier even. Het zal je geen windeieren leggen.
+</p>
+<p>En daarop snelde hij langs het oprijpad naar den ingang, door Charly op den voet gevolgd,
+die onder het loopen hijgend vroeg:
+</p>
+<p>—Zouden die kerels al niet verdwenen zijn?
+</p>
+<p>—Ik heb aan de zuster gevraagd, hen tot iederen prijs aan de praat te houden tot ik
+gekomen was.
+</p>
+<p>—Vroeg zij dan geen redenen?
+</p>
+<p>—Zeker—en die heb ik genoemd. Ik heb haar gezegd, dat die mannen beruchte chanteurs
+waren en dat ik kwam, om hen te arresteeren.
+</p>
+<p>—Maar dat is tamelijk gewaagd! riep Charly onder het voortrennen.
+</p>
+<p>—O, het geluk is aan de stoutmoedigen! riep Raffles uit.
+</p>
+<p>Zij hadden nu juist een groote vestibule bereikt, waar de portier hen tegemoet trad,
+en naar hun wenschen vroeg.
+</p>
+<p>—Zijn de twee bezoekers er nog, die den zwaargewonde op de algemeene mannenzaal kwamen
+opzoeken? vroeg Raffles ademloos.
+</p>
+<p>—Ja, mijnheer, antwoordde de man. Is u soms degene, die zooeven aan de telefoon was?
+</p>
+<p>—Ja. Ik kom toch niet te laat?
+</p>
+<p>—Het scheelde niet veel! antwoordde de portier snel en op fluisterenden toon, terwijl
+hij een blik op de liftkooi wierp, die naar beneden kwam. Het zou mij <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>niet verwonderen, als zij daar juist aankwamen. Ik zou niet weten, wie het anders
+konden zijn.
+</p>
+<p>Raffles en Charly lieten den ouden man niet eens uitspreken, maar ijlden naar de lift,
+en plaatsten zich, met de revolver in de vuist, een weinig terzijde, in de duisternis,
+welke de schaduw van de groote trap daar verwekte.
+</p>
+<p>Het was hoog tijd.
+</p>
+<p>Juist kwam de lift naar beneden, en de jongen opende de ijzeren deuren en liet twee
+deftig gekleede heeren uitstappen.
+</p>
+<p>Zij waren ternauwernood over den lagen drempel van de liftkamer gestapt, of luid en
+bevelend klonk de stem van Raffles:
+</p>
+<p>—Steek uw handen op.
+</p>
+<p>Een woeste vloek—een snelle beweging naar een broekzak—het geklikklak van metaal—en
+de twee mannen voelden de boeien om hun polsen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
+<h2 class="main">In de klauwen van den dood.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Zij keken Raffles en Charly met woeste blikken aan, en eindelijk vroeg een hunner
+op schorren toon:
+</p>
+<p>—Wat moet dat beteekenen? Wat geeft u het recht om ons te arresteeren?
+</p>
+<p>—Dat zul je later wel zien! zeide Raffles kortaf.
+</p>
+<p>—Toon je <span class="corr" id="xd31e1141" title="Bron: politiepennning">politiepenning</span>! riep de andere man.
+</p>
+<p>Zonder een woord te spreken haalde Raffles zijn voortreffelijk nagemaakten politiepenning
+te voorschijn en liet hem den man zien.
+</p>
+<p>De portier was angstig naderbij gekomen en nu wendde Raffles zich tot dezen beambte
+met de vraag:
+</p>
+<p>—Dit waren immers de mannen, die den gewonde wilden spreken, die hier gisteren is
+binnen gebracht?
+</p>
+<p>—Ja, mijnheer,—het zijn dezelfden!
+</p>
+<p>Raffles wendde zich nu tot Charly en zeide:
+</p>
+<p>—Bewaak die kerels goed, collega! Ik moet boven in de zaal eenige inlichtingen vragen.
+</p>
+<p>En terwijl Charly de beide mannen gelastte tegen den muur te gaan staan, en met zijn
+revolver in de vuist vóór hen plaats nam, ging Raffles met de lift naar boven en haastte
+zich naar de gemeenschappelijke mannenzaal, waar hij zich dadelijk tot de hoofdverpleegster
+richtte, die hem met een verbaasde uitdrukking op haar gelaat te gemoet trad.
+</p>
+<p>—Het spijt mij, zuster, dat ik u moet lastig vallen, zeide Raffles met een beleefde
+buiging, maar het gaat niet anders! Ik ben van de politie!
+</p>
+<p>—Dus dan heb ik zooeven met u gesproken? vroeg de hoofdverpleegster.
+</p>
+<p>—Dat hebt gij! Kunt gij mij nog iets naders mededeelen?
+</p>
+<p>—Niets anders dan wat ik u reeds gezegd heb, mijnheer! De beide heeren zijn hier gekomen
+en hebben gezegd, dat zij naaste familie waren van den man, die hier zwaar gewond
+is binnen gebracht.
+</p>
+<p>—Noemden zij een naam? vroeg Raffles.
+</p>
+<p>—Zij vroegen naar William Brown—zoo heette de man! zeide zij.
+</p>
+<p>Raffles haalde de schouders op.
+</p>
+<p>—Zij hadden even goed Green of Black kunnen zeggen, zeide hij. Die zoogenaamde heeren
+waren … enfin, zij waren niet voor wie zij zich uitgaven, zuster! Zij kwamen om dien
+man daarginds iets af te persen en op het oogenblik staan zij geboeid in de vestibule.
+</p>
+<p>—Daarom hebt gij mij dus gevraagd om hen hier zoo lang mogelijk vast te houden?
+</p>
+<p>—Daarom, zuster!
+</p>
+<p>—Het spijt mij wel—maar ik wist op het laatste niets meer te bedenken en hun tegenwoordigheid
+scheen onzen gewonde zeer op te winden.
+<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
+<p>—Gij zijt natuurlijk niet bij het gesprek aanwezig geweest?
+</p>
+<p>—Neen—die heeren zeiden mij, dat zij intieme familie-aangelegenheden te behandelen
+hadden, en het spreekt vanzelf, dat wij ons toen teruggetrokken hebben.
+</p>
+<p>Raffles wendde zijn blikken naar de zijde waar Beaupré op zijn sponde lag, en zag,
+dat twee bedden rechts van hem en één bed links onbezet waren—de bandieten hadden
+dus gemakkelijk even ongestoord met hem kunnen praten.
+</p>
+<p>Hij wendde zich weder tot de hoofdverpleegster:
+</p>
+<p>—Heb ik het goed verstaan, dat de gewonde de man is, die aan de telefoon stond, om
+te informeeren of een zekere miss Bispham nog in het hotel „Het Vergulde Hert” vertoefde?
+</p>
+<p>—Ja, zoo is het, mijnheer!
+</p>
+<p>—Ik begrijp het al, bromde Raffles vóór zich heen. Beaupré heeft zich natuurlijk willen
+overtuigen of de schurken hem niet bedrogen! Ik geloof, dat ik lont begin te ruiken.
+</p>
+<p>Hij wendde zich opnieuw tot de verpleegster en vroeg op zachten toon:
+</p>
+<p>—Wilt gij mij toestaan, zuster, dien zoogenaamden Brown een paar vragen te stellen?
+</p>
+<p>—Als gij belooft, dat het niet te lang zal duren, ga dan uw gang, mijnheer! Het gesprek
+van zooeven schijnt hem zeer te hebben aangegrepen!
+</p>
+<p>—Ik beloof het u! Vijf minuten zullen voldoende zijn.
+</p>
+<p>Raffles liep snel naar het bed toe, nam naast Beaupré plaats, greep zijn hand en keek
+hem strak aan.
+</p>
+<p>Toen zeide hij op fluisterenden toon, zoodat alleen de gewonde hem kon hooren:
+</p>
+<p>—Zeg mij spoedig alles, wat die twee mannen van u wilden—het gaat om het leven van
+Marthe Debussy!
+</p>
+<p>Er voer een schok door het lichaam van Beaupré en zijn wenkbrauwen trokken zich openlijk
+samen.
+</p>
+<p>Toen antwoordde hij op heeschen toon:
+</p>
+<p>—Wie zijt gij, dat gij dit weet? Kan ik u vertrouwen?
+</p>
+<p>—In deze zaak, zeker! antwoordde Raffles op dringenden toon. Zeg het mij spoedig—het
+is wellicht een zaak van minuten. Ik weet wie die mannen waren!
+</p>
+<p>De gewonde sloot even de oogen, en antwoordde nauwelijks hoorbaar:
+</p>
+<p>—Zij kwamen mij zeggen, dat Marthe zich in hun macht bevindt, en dat zij haar gevangen
+hadden genomen, omdat zij een gewichtig geheim van de bende zou hebben verraden. Zij
+dreigden mij, dat zij ter dood zou worden gebracht als ik niet onmiddellijk een duren
+eed zwoer, dat ik voor goed zou afzien van het leiderschap van ons Genootschap, en
+dat ik eenige geheimen van mijn eigen bende te Parijs zou verraden.
+</p>
+<p>—Dat moet een vreeselijke tweestrijd voor u zijn geweest, Beaupré, fluisterde Raffles.
+</p>
+<p>—Wat! Gij weet mijn naam?
+</p>
+<p>—Ik weet alles! antwoordde Raffles eenvoudig. Ik weet ook waarom men uw minnares gevangen
+heeft genomen en haar nu met den dood bedreigd—zij heeft het plan voor een inbraak
+bij Roger Maxwell aan Raffles verraden, opdat deze zich aldus zou kunnen wreken op
+dr. Fox!
+</p>
+<p>Beaupré had Raffles met verschrikte oogen aangekeken en vroeg nu op schorren toon:
+</p>
+<p>—Hoe weet gij dat alles?
+</p>
+<p>—Ik ben John Raffles, kwam het zacht over de lippen van den Grooten Onbekende.
+</p>
+<p>Een oogenblik bleef het zeer stil, en men hoorde in de groote zaal niets dan het tikken
+van de klok en het zacht gekreun van eenige zieken.
+</p>
+<p>Beaupré had de oogen gesloten, maar nu opende hij ze weder en zeide, met een zonderlingen
+glimlach om zijn bleeke lippen:
+</p>
+<p>—De wegen der Voorzienigheid zijn ondoorgrondelijk! Ik meende, dat wij elkander nooit
+weder zouden terug zien, en nu zit gij hier, en komt mij zeker uw hulp aanbieden?
+</p>
+<p>—Ik kom u aanbieden uw minnares uit de klauwen van den dood te redden!
+</p>
+<p>Beaupré kloonde de lippen op elkaar en uit zijn half gesloten oogen druppelden een
+paar heete tranen.
+</p>
+<p>In het verharde gemoed van den bandiet was een weeke plek—en dat was de liefde voor
+Marthe.
+</p>
+<p>Hij wist, dat zij zich in doodsgevaar bevond—deze man was in vrijheid en beschikte
+over ongelooflijke hulpbronnen—hij was de eenige, in staat om de jonge vrouw te redden.
+</p>
+<p>Zijn bevende hand tastte over het dek, tot zij die van Raffles gegrepen had en moeilijk
+kwam het over zijn lippen:
+</p>
+<p>—Ik kan niet anders—ik heb haar zoo lief—ik stel mijn en haar lot in uw handen—red
+haar—en <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>ik zweer u, dat ik u nooit willens en wetens een haar op het hoofd zal krenken!
+</p>
+<p>Raffles knikte den gewonde toe, en hernam:
+</p>
+<p>—Ik beloof u, dat ik alles zal doen, wat in mijn vermogen is, en dan doe ik niet meer
+dan mijn plicht, want het is mijn schuld, dat zij zich thans in dezen vreeselijken
+toestand bevindt. Mag ik weten, wat gij aan de twee mannen geantwoord hebt?
+</p>
+<p>—Ik heb hun het eenige geantwoord wat er te antwoorden viel, hernam Beaupré zachtjes.
+Ik heb gezegd, dat ik geen aanspraak zou maken op het leiderschap zoolang dr. Fox
+aan ons hoofd stond, en hun beloofd, dat ik al de geheimen van mijn eigen Genootschap
+zal trachten uit te vinden en hun mede te deelen, zoodra ik hersteld was.
+</p>
+<p>—Namen zij daar genoegen mede?
+</p>
+<p>—Zij wilden, dat ik morgen in geheim geschrift naar Parijs zou laten telegrafeeren!
+</p>
+<p>—Maar gelooft gij nu in ernst, dat uw minnares nu veilig is, nu gij die eischen hebt
+ingewilligd<span class="corr" id="xd31e1214" title="Bron: .">?</span>
+</p>
+<p>Een droge snik welde uit de keel van den zwaar gewonde en opnieuw gleden twee brandend
+heete tranen uit zijn oogen over zijn bleeke wangen.
+</p>
+<p>Wanhopig riep hij uit:
+</p>
+<p>—Neen, dat denk ik niet! O, ik ken de ellendelingen! Ik ken het karakter van dr. Fox.
+Hij is een duivel in menschengedaante! Voor verraad kent hij geen genade—en als die
+schurken zooeven de waarheid hebben gesproken—dan is het lot van Marthe beslist, want
+hij kent geen medelijden en al mijn eeden zouden daar niets aan veranderen—hij is
+zelf zoo slecht, dat hij onmogelijk zou kunnen gelooven, dat ik mijn eed zou houden!
+</p>
+<p>Raffles boog het hoofd—hij vreesde maar al te zeer, dat Beaupré gelijk had en dat
+hier een afschuwelijke comedie werd opgevoerd, die alleen ten doel had hem een paar
+kostbare geheimen af te zetten.
+</p>
+<p>—Ik dank u voor uw openhartigheid, hernam Raffles fluisterend. Wij zullen elkander
+zeker nog wel eens ontmoeten—en niet altijd als vrienden, maar dezen keer schrijden
+wij zij aan zij—om het leven van Marthe Debussy!
+</p>
+<p>Raffles was opgestaan, want hij zag, dat de gewonde reeds veel van zijn krachten had
+gevergd. De hoofdverpleegster kwam nu toeloopen en Raffles zeide:
+</p>
+<p>—Zoodra het gelukt is, zal ik het u telefonisch laten weten!
+</p>
+<p>Beaupré wierp hem zonder een woord te spreken een dankbaren blik toe, en Raffles verliet
+het vertrek, uitgeleide gedaan door de hoofdverpleegster.
+</p>
+<p>Beneden in de vestibule <span class="corr" id="xd31e1228" title="Bron: wachte">wachtte</span> Charly hem met de beide arrestanten.
+</p>
+<p>Raffles gaf hem een wenk en daarop namen zij de beide schurken tusschen hen in en
+verlieten het ziekenhuis.
+</p>
+<p>—Zal ik soms om assistentie vragen, mijnheer, vroeg de portier gedienstig.
+</p>
+<p>—Dat is niet noodig, mijn vriend, wij kunnen het wel alleen af, antwoordde Raffles
+op grimmigen toon.
+</p>
+<p>De huurauto stond nog altijd te wachten en de twee geboeide kerels werden naar binnen
+geheschen.
+</p>
+<p>—Zeker naar Scotland Yard, vroeg de chauffeur, die de geboeide polsen had gezien,
+grinnikend.
+</p>
+<p>—Neen—eerst naar de Bishopstreet op den hoek van de Wellingtonstreet! beval Raffles.
+Ik moet daar in gezelschap van deze kerels een onderzoek instellen.
+</p>
+<p>Het portier klapte dicht en de auto zette zich in beweging.
+</p>
+<p>—Gij zoudt u met uw boodschap zeker begeven hebben naar de gewone plaats van samenkomst
+in de Firestreet? begon Raffles onmiddellijk zijn ondervraging.
+</p>
+<p>Hij kreeg geen antwoord.
+</p>
+<p>—Gij weigert mij te antwoorden? vroeg Raffles dreigend. Wel, des te erger voor u!
+</p>
+<p>Hij had onder het spreken de hand in den zak gestoken en er een klein étui uit genomen
+en geopend.
+</p>
+<p>Hij nam er een zeer fijne injectienaald uit en vóór de twee schurken goed wisten wat
+er met hen gebeurde, had hij hen beiden met het vlijmscherpe voorwerp in den pols
+geprikt!
+</p>
+<p>—Vervloekt! Wat doet gij daar? riep een van de schurken. Hebt gij ons vergiftigd?
+</p>
+<p>—Neen, zoo erg is het niet—ofschoon ik er geen seconde berouw van zal hebben als het
+wel zoo zou wezen, antwoordde Raffles verachtelijk. Ik heb u eenvoudig een middeltje
+van mijn vinding ingespoten, waardoor gij binnen vijf minuten bewusteloos zult zijn
+en naar waarheid zult antwoorden op alle vragen, die ik u zal stellen—want gij zult
+zeer goed kunnen hooren, alleen niet kunnen zien, en u ook niet kunnen bewegen. En
+wilt gij mij nu antwoorden?
+</p>
+<p>—Nooit! brulde de man. Gij zijt geen echte rechercheur! Ik had het aanstonds moeten
+begrijpen. Gij zijt Raffles!
+<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
+<p>—Misschien hebt gij het wel geraden! zeide Raffles droogjes. Ik zou u echter willen
+verzoeken, niet zoo hard te schreeuwen, want ik heb hier een revolver in mijn hand—en
+die mocht door den luchtdruk eens afgaan!
+</p>
+<p>De bandiet zweeg, maar als blikken hadden kunnen dooden, dan zou Raffles geen seconde
+meer geleefd hebben!
+</p>
+<p>Het kwam juist zoo uit als Raffles gezegd had—binnen vijf minuten bevonden de twee
+bandieten zich in een zeer zonderlingen toestand—hun oogen waren geopend, maar hun
+blikken hadden alle uitdrukking verloren. Hun ledematen waren slap gebleven en toch
+schenen zij zich niet te kunnen bewegen.
+</p>
+<p>Maar nu stond de auto stil—en Raffles sprak eenvoudig op bevelenden toon de woorden:
+</p>
+<p>—Stap uit, gij beiden.
+</p>
+<p>En waarlijk, de twee schurken stapten uit met automatische beweging als reusachtige
+speelgoedpoppen.
+</p>
+<p>Raffles betaalde snel den chauffeur, gaf hem de overeengekomen fooi, en daarop <span class="corr" id="xd31e1258" title="Bron: brachtten">brachten</span> hij en <span class="corr" id="xd31e1261" title="Bron: Charlie">Charly</span> de twee kerels snel het huis binnen.
+</p>
+<p>Binnen een kwartier hadden zij van kleederen verwisseld, en hun gelaat een verandering
+doen ondergaan, die de twee schurken ontzet zou hebben doen staan als zij ze hadden
+kunnen zien—zij geleken op hen als twee droppels water.
+</p>
+<p>Toen deze gedaanteverwisseling had plaats gehad ging Raffles voor zijn dubbelganger
+staan die zooeven geweigerd had te antwoorden en zeide:
+</p>
+<p>—Geef mij antwoord op de volgende vragen. Waarheen moest gij u begeven met het antwoord?
+Wat is voor heden het wachtwoord? Waar bevindt zich Marthe Debussy? Wanneer zou ze
+ter dood worden gebracht?
+</p>
+<p>En het antwoord kwam, met toonlooze stem:
+</p>
+<p>—Naar de Firestreet! Dood aan de verraders! In een kelder van het wijnhuis. Morgen
+bij het aanbreken van den dag!
+</p>
+<p>Raffles wendde zich tot Charly en sprak rustig:
+</p>
+<p>—Meer hebben wij niet noodig te weten. De rest zal kinderspel zijn.
+</p>
+<p>—Kinderspel? herhaalde Charly. Nu, het is maar een opvatting. Hoelang blijven deze
+kerels bewusteloos?
+</p>
+<p>—Zoolang tot ik hun zelf een tegenmiddel ingeef. En ga spoedig mede, want bij dit
+zaakje moeten wij Henderson hebben.
+</p>
+<p>De twee vrienden lieten geen tijd verloren gaan, maar snelden het huis weder uit,
+na alle lichten te hebben gedoofd, namen op straat een huurauto en lieten zich tot
+op eenige meters afstand van Raffles’ huis in de Regentstreet brengen.
+</p>
+<p>Zij traden binnen en dadelijk werd Henderson door middel van de huistelefoon gewekt
+en op de hoogte gebracht.
+</p>
+<p>Tien minuten later stond de reus gekleed en wel, met zwarte vegen in het gelaat en
+een pet met een breede klep op het hoofd, die hem een verre van gunstig uiterlijk
+verleenden, en in iederen zak een revolver.
+</p>
+<p>Maar voor zij het huis zouden verlaten nam Charly Raffles ter zijde en vroeg zacht:
+</p>
+<p>—En de inbraak bij Sir Maxwell?
+</p>
+<p>—Dat loopt niet weg—dat is voor een volgende gelegenheid. Wij kunnen niet alles tegelijk
+doen. Als wij Marthe gered hebben, dan weet ik dat wij wezenlijk onzen dag niet zoo
+kwaad besteed hebben. En nu: Op marsch.
+</p>
+<p>—Als wij de honden eens meenamen? stelde Charly voor.
+</p>
+<p>—Te gevaarlijk, die zijn te bekend als de honden van Lord Aberdeen. Wij moeten het
+ditmaal maar met onze revolvers, onze vuisten en een beetje goed geluk af doen. Ik
+heb bovendien nog een paar kleine handgranaten in mijn zak, bij wijze van versnapering.
+</p>
+<p>Opnieuw nam de tocht dwars door Londen een <span class="corr" id="xd31e1285" title="Bron: aanvan">aanvang</span>. Een huurauto bracht de drie mannen tot in het hart van <span class="corr" id="xd31e1288" title="Bron: Hounsditch">Houndsditch</span>, de volksbuurt waar ook de Firestreet te vinden is.
+</p>
+<p>De belofte van een buitensporig hooge fooi bewerkte dat de chauffeur op diezelfde
+plaats zou blijven wachten, ook al duurde het een uur.
+</p>
+<p>En nu snelden de drie mannen weg en hadden spoedig het wijnhuis bereikt.
+</p>
+<p>Het was toen bijna half vier in den nacht.
+</p>
+<p>Red Peter, de vuurroode waard, ontving de drie mannen met een slaperig gezicht.
+</p>
+<p>Hij scheen Raffles en Charly aanstonds te herkennen, maar keek Henderson wantrouwend
+aan.
+</p>
+<p>—Het wachtwoord? vroeg hij.
+</p>
+<p>—Dood aan de verraders! antwoordde Raffles dadelijk. Is de meester er nog?
+</p>
+<p>—Neen, die heeft zijn geduld verloren en is weggegaan; <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>hij was woedend op jullie omdat je zoo lang weg bleef. Wat de meid betreft, die gaat
+er morgenochtend aan.
+</p>
+<p>Een snelle wenk van Raffles was noodig om Henderson te beletten den rooden bandiet
+de hersens in te slaan op deze woorden, en daarop gingen zij langs den ons reeds bekenden
+weg naar de verzamelplaats onder den grond.
+</p>
+<p>Zij vonden daar een twaalftal mannen bijeen, en Henderson zeide, bijna hardop en met
+een minachtend schouderophalen:
+</p>
+<p>—Is dat alles? Maar dan hadt gij gerust kunnen gaan slapen, mylord, en het grapje
+aan mij over laten.
+</p>
+<p>Joe Burns was aanwezig, maar als secretaris had hij wel wat beter op zijn houding
+mogen passen, want hij lag voorover met zijn hoofd op tafel te snurken.
+</p>
+<p>Hij werd echter wakker gestompt door een van de andere bandieten, die aan het dobbelen
+en kaarten waren, en keek de binnenkomenden met lodderige oogen aan.
+</p>
+<p>—Zoo—zijn jullie daar nu pas? Jullie bent laat!
+</p>
+<p>—Voor jullie altijd nog vroeg genoeg! Handen op! beval Raffles op bevelenden toon.
+</p>
+<p>Slechts een onderdeel van een seconde dachten de bandieten aan een misplaatste grap—maar
+toen er drie indrukwekkende revolvers te voorschijn kwamen, begrepen zij, dat het
+bittere ernst was!
+</p>
+<p>—Verraad! schreeuwde Joe Burns, terwijl hij opsprong. Verdedig je, mannen!
+</p>
+<p>Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de meeste mannen hadden aanstonds
+verschrikt de handen opgestoken, en zij, die een beweging naar hun zak hadden gemaakt,
+hadden reeds kennis gemaakt met de harde vuisten van Henderson en konden dus evengoed
+dood zijn—zij lagen ergens bewegingloos in een hoek, drie in aantal. Een vierde was
+zoo onvoorzichtig, van onder zijn zakdoek op Raffles te vuren, maar dadelijk velde
+een kogel van Charly hem neer.
+</p>
+<p>De vijfde, die een poging tot verzet maakte, was Joe Burns in eigen persoon—maar niet
+veel later had hij er bittere spijt van, want Henderson tilde hem met één hand van
+den grond, met evenveel gemak als hij het een kind van een paar dagen zou hebben gedaan,
+en smeet hem daarna in een wijden boog tegen den muur, waar hij met een paar gebroken
+ribben bleef liggen.
+</p>
+<p>In een hoek van het vertrek bevond zich een kelderdeur en plotseling klonk daarachter
+de kreet:
+</p>
+<p>—Raffles! De Hemel zij geprezen! John Raffles! Kom mij ter hulp—zij willen mij dooden!
+</p>
+<p>—Maak dat eens even in orde, Henderson! zeide Raffles, terwijl wij de bandieten in
+bedwang houden.
+</p>
+<p>—Tot uw dienst, mijnheer, zeide de brave reus.
+</p>
+<p>Hij liet zijn revolver in zijn zak glijden en trad op de deur van het cachot toe,
+waarin zich een luik van ongeveer drie decimeter in het vierkant bevond, hetwelk door
+staven van ruim een vingerdik, op eenige centimeters van elkander geplaatst, en die
+aan de buitenzijde van de ijzeren deur waren vastgeklonken, was afgesloten.
+</p>
+<p>Maar dit was voor een man als Henderson slechts een zeer poover beletsel! Hij kneep
+in ieder zijner reusachtige vuisten zulk een staaf—rukte een paar malen—boog ze krom,
+alsof ze van lood waren—duwde ze naar binnen—boog ze nogmaals naar buiten—totdat zij
+los sprongen! De twee andere staven ondergingen hetzelfde lot, de opening was vrij!
+</p>
+<p>—Steek mij uw handen maar eens toe, schoone dame, verzocht Henderson galant. Er zal
+daarbinnen wel een stoel of een bank zijn, waarop gij kunt gaan staan.
+</p>
+<p>Marthe Debussy gehoorzaamde—en Henderson tilde haar als een kind naar buiten en zette
+haar behoedzaam neer.
+</p>
+<p>Dit alles had nauwelijks eenige minuten geduurd.
+</p>
+<p>—Breng haar weg, James, beval Raffles, wij zullen je aftocht dekken!
+</p>
+<p>De reus geleidde de half <span class="corr" id="xd31e1328" title="Bron: bewusteloos">bewustelooze</span> jonge vrouw snel naar de deur en Raffles en Charly vormden de achterhoede en hielden
+de bandieten met hun revolvers in bedwang, die hen bleek van woede nastaarden.
+</p>
+<p>Zoo bereikten zij de gelagkamer, waar zich niemand anders bevond dan de sluimerende
+waard, die verschrikt opsprong, toen hij de drie mannen met de geredde vrouw zag naderen.
+</p>
+<p>—Een oogenblik, mylord, zeide Henderson op zachten, smeekenden toon. Mijn rechter
+hand kriebelt zoo, dat ik het niet kan bedwingen.
+</p>
+<p>Hij schoof de jonge vrouw in de armen van Charly, balde zijn vuist en trof den beklagenswaardigen
+kroeghouder zóó gevoelig boven op het hoofd, dat de man <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>zonder een kreet te slaken, als een zoutzak neerplofte en achter zijn toonbank verdween
+alsof hij eensklaps door een valluik zonk.
+</p>
+<p>Henderson wreef zich vergenoegd de handen, en riep met schitterende oogen uit:
+</p>
+<p>—Nu is mijn heele dag goed, mylord! Dat maakt een beter mensch van mij; als u het
+goed vindt, zullen wij nu maar weer verder gaan—want ik geloof, dat ik in den kelder
+al iets verdachts hoor aankomen!
+</p>
+<p>Hij nam de half bewustelooze vrouw in zijn sterke armen, en de drie mannen snelden
+weg en bereikten veilig de auto die juist weg reed, toen de eerste bandieten met een
+waar gebrul van woede het wijnhuis kwamen uitstormen!
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center">De volgende aflevering (No. 305) bevat:
+</p>
+<p class="center xxl">DE SCHIJNDOODEN.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table>
+<tr id="ch1.toc">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">De strijd om de macht.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Een onverwachte terugkeer.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">7</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Een vreeselijk duel.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">10</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">De minnares van Beaupré.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">14</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Een gesprek dat gevolgen heeft.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">17</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Een gemankeerde afspraak.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">23</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch7.toc">
+<td class="tocDivNum">VII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">In de klauwen van den dood.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">27</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
+van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
+van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+</p>
+<h3 class="main">Metadata</h3>
+<table class="colophonMetadata">
+<tr>
+<td><b>Titel:</b></td>
+<td>Lord Lister No. 304: De wraak eener vrouw</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Felix Hageman (1877–1966)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Illustrator:</b></td>
+<td>Jan Wiegman (1884–1963)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/65074834/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
+<td>2023-08-17 20:27:47 UTC</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Taal:</b></td>
+<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
+<td>[1920]</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Trefwoorden:</b></td>
+<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b></b></td>
+<td>Dime novels -- Periodicals</td>
+<td></td>
+</tr>
+</table>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2023-08-16 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e121">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e151">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">post-chais</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">post-chaise</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e228">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">voorzitterstoel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">voorzittersstoel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e295">6</a>, <a class="pageref" href="#xd31e408">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e422">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e429">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e518">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e554">13</a>, <a class="pageref" href="#xd31e695">17</a>, <a class="pageref" href="#xd31e701">17</a>, <a class="pageref" href="#xd31e834">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e857">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e962">23</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1003">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Dr.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dr.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e312">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"> gevonden</td>
+<td class="bottom">9</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e316">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">luidjes</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">luitjes</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e323">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Fok</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Fox</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e329">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onvluchte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ontvluchte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e359">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">inderdaar</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">inderdaad</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e437">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e883">21</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">u</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">uw</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e453">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e646">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e467">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">lemet</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">lemmet</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e499">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tasten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tastend</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e575">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e580">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vijf en twintig</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vijf-en-twintig</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e583">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zes en twintig</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zes-en-twintig</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e600">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zoo</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zou</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e655">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">pondsterling</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">pond sterling</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e664">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">korridor</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">corridor</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e692">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onbeschrijflijke</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onbeschrijfelijke</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e715">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e723">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">minaressen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">minnaressen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e728">17</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1046">25</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1214">29</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e733">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Blinde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">blinde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e748">18</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">als</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">al</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e753">18</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tweede rangs</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tweederangs</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e775">19</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Lincolms</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Lincoln</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e825">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">oogenblk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">oogenblik</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e841">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">antwoorde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">antwoordde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e850">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zou</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zoo</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e870">21</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">verachterlijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">verachtelijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e936">22</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">cigaret</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">sigaret</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e947">23</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">opmerking</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">uitleg</td>
+<td class="bottom">8</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e986">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Biss</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Miss</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e998">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Pall-Mall</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Pall Mall</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1008">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Bisschopstreet</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Bishopstreet</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1016">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vlug in een der vertrekken gelijkvloers, waarop</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">had, ging naar binnen en verkleedde</td>
+<td class="bottom">34</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1097">26</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">het</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1141">27</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">politiepennning</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">politiepenning</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1228">29</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wachte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wachtte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1258">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">brachtten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">brachten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1261">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Charlie</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Charly</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1285">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aanvan</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aanvang</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1288">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Hounsditch</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Houndsditch</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1328">31</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bewusteloos</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bewustelooze</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='display:block; margin-top:4em'></div>
+<section class='pg-boilerplate pgheader' id='pg-footer' lang='en' >
+<div id='pg-end-separator'>
+<span>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0304: DE WRAAK EENER VROUW ***</span>
+</div>
+
+<div>
+Updated editions will replace the previous one—the old editions will
+be renamed.
+</div>
+<div>
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+</div>
+
+<div id='project-gutenberg-license'>START: FULL LICENSE</div>
+<h2 id='pg-footer-heading'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</h2>
+<div class='agate'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
+
+<div>
+To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase “Project
+Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg™ License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+</div>
+<div class='secthead'>
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works
+</div>
+<div>
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
+or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+</div>
+<div>
+1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+</div>
+<div>
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the
+Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg™ License when
+you share it without charge with others.
+</div>
+
+<div>
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+</div>
+<div>
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+</div>
+<div>
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work
+on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the
+phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+</div>
+<blockquote>
+ <div>
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+ other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+ whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+ of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+ at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
+ are not located in the United States, you will have to check the laws
+ of the country where you are located before using this eBook.
+ </div>
+</blockquote>
+<div>
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase “Project
+Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+<div>
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+</div>
+<div>
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg™.
+</div>
+<div>
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg™ License.
+</div>
+<div>
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format
+other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg™ website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain
+Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1.
+</div>
+<div>
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+<div>
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works
+provided that:
+</div>
+<ul>
+ <li>• You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation.”
+ </li>
+ <li>• You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™
+ works.
+ </li>
+ <li>• You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+ </li>
+ <li>• You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg™ works.
+ </li>
+</ul>
+<div>
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+</div>
+<div>
+1.F.
+</div>
+<div>
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+</div>
+<div>
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right
+of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+</div>
+<div>
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+</div>
+<div>
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+</div>
+<div>
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+</div>
+<div>
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg™
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any
+Defect you cause.
+</div>
+<div class='secthead'>
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™
+</div>
+<div>
+Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+</div>
+<div>
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s
+goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg™ and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
+</div>
+<div class='secthead'>
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+<div>
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state’s laws.
+</div>
+<div>
+The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation’s website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+</div>
+<div class='secthead'>
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+<div>
+Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread
+public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+</div>
+<div>
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
+visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
+</div>
+<div>
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+</div>
+<div>
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+</div>
+<div>
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate.
+</div>
+<div class='secthead'>
+Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works
+</div>
+<div>
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+</div>
+<div>
+Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+</div>
+<div>
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
+</div>
+<div>
+This website includes information about Project Gutenberg™,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+</div>
+
+</section>
+</body>
+</html>
diff --git a/71430-h/images/lordlister0304-front.jpg b/71430-h/images/lordlister0304-front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1a4b7fc
--- /dev/null
+++ b/71430-h/images/lordlister0304-front.jpg
Binary files differ
diff --git a/71430-h/images/p0304-01.png b/71430-h/images/p0304-01.png
new file mode 100644
index 0000000..cc2faf7
--- /dev/null
+++ b/71430-h/images/p0304-01.png
Binary files differ